Annual Report • Jun 20, 2019
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
JAARVERSLAG 2018






Brussel, 29 maart 2019
Verslag van de Raad van Bestuur Geconsolideerde jaarrekening Verkorte jaarrekening ageas SA/NV
| inleiding 7 | ||
|---|---|---|
| Verslag van de Raad van Bestuur 8 | ||
| 1 | Algemene beschrijving en strategie van Ageas 8 | |
| 2 | Resultaten en ontwikkelingen 11 | |
| 3 | Het scheppen van waarde in en voor de maatschappij 13 | |
| 4 | Corporate Governance Statement 28 | |
| Geconsolideerde jaarrekening 2018 40 | ||
| Geconsolideerde balans 41 | ||
| Geconsolideerde resultatenrekening 42 | ||
| Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 43 | ||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 44 | ||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 45 | ||
| Algemene informatie 46 | ||
| 1 | Juridische structuur 47 | |
| 2 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 48 | |
| 3 | Overnames en desinvesteringen 62 | |
| 4 | Winst per aandeel 64 | |
| 5 | Risicomanagement 65 | |
| 6 | Toezicht en solvabiliteit 93 | |
| 7 | Beloningen en vergoedingen 97 | |
| 8 | Verbonden partijen 112 | |
| 9 | Informatie operationele segmenten 113 | |
| Toelichting op de geconsolideerde balans 125 | ||
| 10 | Geldmiddelen en kasequivalenten 126 | |
| 11 | Financiële beleggingen 127 | |
| 12 | Vastgoedbeleggingen 134 | |
| 13 | Leningen 136 | |
| 14 | Beleggingen in deelnemingen 138 | |
| 15 | Herverzekering en overige vorderingen 140 | |
| 16 | Overlopende rente en overige activa 141 | |
| 17 | Materiële vaste activa 142 | |
| 18 | Goodwill en overige immateriële activa 144 | |
| 19 | Eigen vermogen 149 | |
| 20 | Verzekeringsverplichtingen 155 | |
| 21 | Achtergestelde schulden 160 | |
| 22 | Leningen 162 | |
| 23 | Uitgestelde belastingen 164 | |
| 24 | RPN(I) 166 | |
| 25 | Overlopende rente en overige verplichtingen 167 | |
| 26 | Voorzieningen 169 | |
| 27 | Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties 170 | |
| 28 | Minderheidsbelangen 171 | |
| 29 | Derivaten 172 | |
| 30 | Toezeggingen 174 | |
| 31 | Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 175 | |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 178 | ||
|---|---|---|
| 32 | Verzekeringspremies 179 | |
| 33 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 181 | |
| 34 | Resultaat op verkoop en herwaarderingen 182 | |
| 35 | Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 183 | |
| 36 | Aandeel in het resultaat van deelnemingen 184 | |
| 37 | Commissiebaten 185 | |
| 38 | Overige baten 186 | |
| 39 | Schadelasten en uitkeringen 187 | |
| 40 | Financieringslasten 188 | |
| 41 | Wijzigingen bijzondere waardeverminderingen 189 | |
| 42 | Commissielasten 190 | |
| 43 | Personeelskosten 191 | |
| 44 | Overige lasten 192 | |
| 45 | Belastingen op de winst 194 | |
| Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 195 | ||
| 46 | Voorwaardelijke verplichtingen 196 | |
| 47 | Lease-overeenkomsten 201 | |
| 48 | Gebeurtenissen na balansdatum 202 | |
| Bericht van de Raad van Bestuur 203 | ||
| Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 204 | ||
| Verkorte jaarrekening 2018 ageas SA/NV 209 | ||
| Algemene informatie 210 | ||
| Balans na winstdeling 211 | ||
| Resultatenrekening 212 | ||
| Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de resultatenrekening en reglementaire voorschriften 213 | ||
| Overige informatie 216 | ||
| Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst 217 | ||
| Beschikbaarheid van bedrijfsdocumenten voor openbare inzage 217 | ||
| Registratie van gedematerialiseerde aandelen 218 | ||
Het Ageas Jaarverslag 2018 bevat het Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas, opgesteld op basis van de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften (op grond van artikel 96 en artikel 119 van de Belgische Wet op het Vennootschapsrecht), de Geconsolideerde Jaarrekening Ageas 2018 (met vergelijkende cijfers voor 2017), opgesteld conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie en de Verkorte Jaarrekening van ageas SA/NV.
Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Jaarverslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.
Een internationale onderneming met een lokale identiteit en één focus: Supporter van jouw leven
2018 was om verschillende redenen een belangrijk jaar voor Ageas, een jaar van reflectie. Tien jaar na de financiële crisis, hebben we stilgestaan bij wat er het afgelopen decennium allemaal is gebeurd. Als uitgangspunt voor ons nieuw strategisch driejarenplan Connect21 hebben we ons doel als verzekeraar opnieuw onder de loep genomen. En tot slot durfden we te dromen. We proefden voorzichtig van de toekomst, stelden ons voor hoe het leven er zou kunnen uitzien en wat we nu moeten doen om op de lange termijn competitief en voor al onze stakeholders relevant te blijven.
Sinds de financiële crisis van 2008, die de jaren erna zo'n enorme impact heeft gehad op de wereld, is Ageas ontstaan van wat overbleef van de voormalige Fortis holding, en zijn we gegroeid van een verzekeringsbedrijf dat op zoek was naar een nieuwe identiteit tot een zelfverzekerde en winstgevende verzekeraar. Anno 2018 is Ageas er klaar voor om zijn bereik en geografische aanwezigheid verder uit te breiden en zo nog meer waarde te creëren voor zijn klanten. Wij hebben onze reputatie heropgebouwd - één van de meest waardevolle aspecten van ons bedrijf. We hebben ons businessmodel en onze organisatie nieuw leven ingeblazen en de banden aangehaald met onze wereldwijde partners, waaronder BNP Paribas Fortis in België. Dankzij de Fortisschikking, die nu wordt uitgevoerd, konden we het verleden afsluiten.
Daarnaast vormden we de holding om tot een verzekeringsgroep met ook een herverzekeringslicentie, waardoor we weer kunnen beschikken over optimale financiële flexibiliteit en goede financiële ratings. Nu is het tijd om het verleden te laten rusten en met vertrouwen de toekomst tegemoet te gaan. Onderweg hebben we veel geleerd over onszelf en onze sterke punten als Groep, in het bijzonder het doorzettingsvermogen en talent van onze mensen. En in de toekomst willen we nog relevanter worden voor de wereld van morgen, door te focussen op duurzame, verantwoordelijke en winstgevende groei.
We hebben onze financiële doelstellingen altijd waargemaakt, zo ook in 2018. We ontwikkelden een heldere strategie en geografische focus met de klant als uitgangspunt. En voor investeerders hebben we de aandeelhouderswaarde de afgelopen 10 jaar bijna vertienvoudigd. In 2009 was het onmogelijk om ons voor te stellen dat Ageas op een dag zo'n EUR 8 miljard waard zou zijn, we met 45.000 werknemers in 14 landen in Europa en Azië, 47 miljoen klanten zouden bedienen en een premie-inkomen van EUR 34 miljard en een nettowinst van circa EUR 800 miljoen zouden realiseren. En toch is dat vandaag de realiteit. We mogen dan ook terecht trots zijn op dit mooie resultaat.
We hebben Ambition 2018 sterk afgesloten en de doelen behaald die we in 2015 hebben gesteld. We maakten toen al duidelijk dat ons succes een weerspiegeling zou zijn van de waarde die al onze stakeholders op lange termijn aan onze relatie hechten. We zijn er zeker van dat we het in dit opzicht goed hebben gedaan, maar weten ook dat we altijd meer kunnen doen. Als Groep streven we altijd naar continue verbetering. De wereld verandert voortdurend. Om bij te blijven moeten we uiterst relevant zijn, niet alleen voor onze klanten maar voor alle stakeholders. Daarom moeten we onszelf blijven ontwikkelen en telkens heruitvinden om een stap voor te zijn op onze concurrentie.
Ons nieuw strategisch driejarenplan Connect21, dat volledig ontwikkeld werd door onze eigen mensen en dus trots het label "Made by Ageas" draagt, begint en eindigt bij de klant. Bij het ontwikkelen van de strategie gingen we op zoek naar de essentie van ons bestaan. De conclusie was best eenvoudig. Wij bestaan om onze klanten bij te staan in het wel en wee van hun leven. Als een supporter van hun leven concentreren wij ons op alle mogelijke scenario's en kansen, en staan wij altijd voor hen klaar. Dat is misschien niets nieuws. Maar de wereld wordt zo ingewikkeld dat deze rol continu op de proef wordt gesteld en uitgebreid. Niet door ons, maar door de klant en door al onze stakeholders.
Aan het begin van 2019 zijn de verwachtingen van onze klanten kraakhelder. Met onze vernieuwde strategie zullen we ons buiten de traditionele verzekeringspaden begeven en richten we ons op maatschappelijke thema's waar onze sterke kanten goed tot hun recht komen: van gezondheid, over vergrijzing en mobiliteit tot moderne huisvesting en infrastructuur. In dit kader zullen we een aantal relevante Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties omarmen en actief ondersteunen. We blijven investeren in technologische innovaties die ons in staat stellen om de best mogelijke dienstverlening te bieden. Hiervoor werken we samen met onze partners, want samenwerking zit en blijft in ons DNA.
De afgelopen 3 jaar hebben we hard gewerkt om onze organisatie volledig op de klant te richten. Maar in de "nieuwe wereld" moeten wij continu grenzen verleggen om de verwachtingen van onze klant in te vullen, op elk moment van het klantentraject.
Hierbij hebben we niet alleen gekeken naar de realiteit van nu, maar ook naar wat er in de toekomst mogelijk zal spelen. We willen uiterst relevant blijven en meegroeien met de verwachtingen van onze klanten. Daarom moeten we ook inschatten hoe de wereld er over 15 jaar uit kan zien.
Het draait natuurlijk niet alleen om wat we wanneer doen, maar ook om hoe we het aanpakken. Uit gesprekken tijdens de Connect21-oefening ontpopten zich ook 4 nieuwe sterk gedragen waarden: 'Care, Dare, Deliver en Share'.
Bij de start van dit nieuwe hoofdstuk, erkennen we dat ons succes als Groep ook een afspiegeling is van de steun die wij hebben ontvangen. Iedereen kan tenslotte wel een supporter gebruiken. We zijn onze investeerders en klanten van het eerste uur dankbaar voor de continue steun die zij ons vele jaren lang hebben geboden. Wij bedanken onze gepassioneerde medewerkers en onze partners voor het uitmuntende werk en de manier waarop ze begaan zijn met onze klanten. We zijn ook alle mensen in de samenleving dankbaar met wie we direct of indirect contact hebben. We gingen altijd tot het uiterste om de juiste keuzes te maken en steeds beter te doen, en dat blijven we ook nastreven.
Toen wij onze doelstellingen voor Connect21 vaststelden, hebben we over een aantal zaken nagedacht. Enerzijds streefden wij naar consistentie met eerdere plannen. Wij zijn ons ervan bewust dat dit belangrijk is voor de buitenwereld en in het bijzonder de financiële markten. Tegelijkertijd vertegenwoordigt Connect21 ook een nieuw hoofdstuk in onze geschiedenis en vormt dit de basis voor het volgende decennium in een snel veranderende wereld. Wij moesten aantonen dat wij vol overtuiging en dynamiek de toekomst ingaan, zaken uit het verleden achter ons laten en klaar zijn om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Onze doelstellingen bevestigen de ongewijzigde en belangrijke focus
op uitstekende operationele prestaties en een solide kapitaalbeheer, maar vertegenwoordigen tegelijkertijd een bewuste sterkere focus op groei, op een verantwoorde en duurzame wijze. De volgende doelstellingen vertegenwoordigen onze inzet voor de komende drie jaar:
Opsplitsing tussen Garantieproducten en Unit-linked producten blijft behouden. Marge op Garantieproducten verhoogd naar 85-95 basispunten. Marge op Unit-linked producten ten opzichte van het voorgaande plan iets verlaagd naar 30-40 basispunten teneinde de impact van de verkoop van onze activiteiten in Hongkong in 2016 te weerspiegelen.
Behouden als doelstelling met niveau verder aangescherpt naar 96% of lager.
De eerste belangrijke verandering met betrekking tot ons kapitaalbeheer is de wijziging van focus van Verzekeringen naar Groepsniveau en dit als gevolg van de vrijwel volledige afwikkeling van zaken uit het verleden. Deze vereenvoudiging draagt ertoe bij dat het beeld van Ageas voor de buitenwereld duidelijker wordt.
De Solvency II-doelstelling blijft op 175% en is gewijzigd van Verzekeringen naar Groep en uitsluitend van toepassing op de geconsolideerde entiteiten.
Ook de basis voor de dividenduitkeringen is gewijzigd van Verzekeringen naar nettoresultaat Groep. De dividend pay-out ratio is gewijzigd in meer dan 50% van het nettoresultaat van de Groept (exclusief het resultaat op RPN(I)), vergeleken met de vroegere pay-out ratio van 40 tot 50% van het nettoresultaat Verzekeringen.
Er wordt een jaarlijkse inkoop van ten minste EUR 150 miljoen beoogd, behalve in het geval van een significante M&A-transactie.
Een doelstelling voor de winst per aandeel van 5-7% tegen het eind van 2021 (exclusief het resultaat op RPN(I) vervangt de REV (rendement op eigen vermogen)-doelstelling. Dit onderstreept de ambitie van Ageas om niet alleen de activiteiten maar ook de nettowinst duurzaam te laten groeien.
Omdat wij ons in de loop van de tijd ontwikkelen en nu wij aan het begin van de implementatie van ons strategisch plan Connect 21 staan, verandert ons bedrijfsmodel in de volgende richting:
"Ageas omarmt technologie om onze Europese en Aziatische klanten een uitmuntende klantervaring te bieden als wij hen helpen om zich op de toekomst voor te bereiden, zich te beschermen, gebeurtenissen te voorkomen en hen de ondersteuning geven die zij nodig hebben. Wij geven onze lokale ondernemingen de ruimte om ook via partnerships en allianties te werken en te profiteren van de gedeelde ervaring binnen onze Groep. Zo kunnen we al onze stakeholders waarachtig ondersteunen: klanten, medewerkers, partners, beleggers en de maatschappij als geheel. Onze bronnen van inkomsten zijn de traditionele premies die onze klanten betalen, evenals de beleggingsresultaten op onze vermogensbeheeractiviteiten. Daarnaast kunnen andere inkomsten uit vergoedingen stijgen als we onze diensten buiten verzekeringen ontwikkelen,".
In 2018 leverde Ageas solide resultaten dankzij, zelfs in soms lastige omstandigheden, sterke operationele prestaties. Zoals uit de onderstaande tabel blijkt, beëindigde Ageas Ambition 2018 met het behalen van vijf van de zes financiële doelstellingen.
| Doelstelling | Positie | Positie | |
|---|---|---|---|
| Financiële doelstellingen Ageas Ambition 2018 | tegen eind 2018 | eind 2018 | eind 2017 |
| Rendement op eigen vermogen van verzekeringsactiviteiten | 11 - 13% | 11.8% | 14.6% |
| (exclusief ongerealiseerde winsten en verliezen) | |||
| Operationele marge producten met gegarandeerde rente | 85 - 90 basispunten | 88 basispunten | 93 basispunten |
| Operationele marge Unit-Linked | 40 - 45 basispunten | 25 basispunten | 27 basispunten |
| Combined Ratio | < 97% | 94,3% | 95.2% |
| Solvency II Verzekeringen | 175% | 202% | 196% |
| Dividenduitkeringspercentage | 40 - 50% | 52% | 42% |
Het nettoresultaat van de Groep bedroeg EUR 809 miljoen in vergelijking met EUR 623 miljoen vorig jaar. Het nettoresultaat Verzekeringen daalde naar EUR 797 miljoen vergeleken met EUR 960 miljoen vorig jaar. Het meeste van de negatieve variatie in dit jaar kwam door een bijdrage van netto gerealiseerde meer- en minderwaarden die EUR 256 miljoen lager uitkwam. Op vergelijkbare basis is het onderliggende resultaat significant toegenomen dankzij de verbeterde operationele prestaties in het VK en Azië.
2
Het nettoresultaat van de Leven-activiteiten daalde aanzienlijk naar EUR 508 miljoen (tegenover EUR 623 miljoen), met een EUR 229 miljoen lagere bijdrage van netto gerealiseerde meerwaarden vergeleken met het voorgaande jaar vanwege volatiele aandelenmarkten; in het bijzonder in het laatste kwartaal. Na een sterke start van het jaar was de bijdrage van de niet-geconsolideerde partnerships in het tweede halfjaar aanzienlijk lager, vooral vanwege de impact van de Chinese aandelenmarkt. Turbulente financiële markten drukten de nettowinst over het vierde kwartaal. De verbeterde operationele marge in België compenseerde de lagere resultaten in Continentaal Europa.
Het nettoresultaat van de Niet-Leven-activiteiten daalde van EUR 337 naar EUR 289 miljoen. Echter op vergelijkbare basis steeg het nettoresultaat met EUR 45 miljoen door verbeterde operationele prestaties in alle segmenten. Het slechte weer in België en het VK had een negatieve impact van EUR 60 miljoen, vergeleken met slechts EUR 4 miljoen vorig jaar omdat de weersomstandigheden toen extreem gunstig waren. In het resultaat van vorig jaar was een bijdrage van EUR 93 miljoen van Cargeas en een negatieve impact van EUR 46 miljoen vanwege Ogden inbegrepen.
De interne Niet-Leven-herverzekeraar Intreas ontving EUR 61 miljoen aan premies van de operationele entiteiten van de Groep en droeg evenals vorig jaar EUR 8 miljoen bij aan het nettoresultaat van Niet-Leven.
De Algemene Rekening droeg EUR 12 miljoen bij, inclusief EUR 89 miljoen gerelateerd aan de herwaardering van de RPN(I) verplichting en EUR 20 miljoen in verband met de verkoop van de Luxemburgse activiteiten. De stijging in personeels- en operationele kosten naar EUR 87 miljoen is vooral toe te schrijven aan de uitvoering van de schikking.
Het eigen vermogen van de Groep bedroeg EUR 8,0 miljard, EUR 4,3 miljard boven de SCR. Dit leidde tot een sterke Solvency IIageas-ratio Groep van 215%, 18 pp hoger dan per eind 2017 vanwege het aflopen van de putoptie, de verkoop van onze activiteiten in Luxemburg en de toegenomen fungibiliteit van het eigen vermogen gerelateerd aan de vergunning om herverzekeringsactiviteiten uit te voeren. De Solvency-ratio Verzekeringen verbeterde naar 202%, met stijgende Solvency-ratio's in België en het VK.
Het gegenereerd operationeel vrij kapitaal beliep EUR 629 miljoen, inclusief EUR 99 miljoen aan dividend van de Niet-Europese NCP's. Het dekt het verwachte dividend over de periode en de inkoop van eigen aandelen.
ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2018 op basis van de Belgische boekhoudregels een positief nettoresultaat van EUR 825 miljoen (2017: EUR 289 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 6.160 miljoen (2017: EUR 5.993 miljoen).
Een meer gedetailleerde toelichting bij het statutaire nettoresultaat van ageas SA/NV en andere Belgische wettelijke verplichtingen in overeenstemming met artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, bevindt zich in de verkorte jaarrekening van ageas SA/NV. PwC bracht een goedkeurende accountantsverklaring uit met een toelichtende paragraaf omtrent de jaarrekening van ageas SA/NV.
Op 22 februari 2019 maakte Ageas bekend dat alle noodzakelijke toestemmingen van de toezichthouders waren verkregen en bevestigde de afronding van de overname van 40% van het aandelenkapitaal in de Indiase Niet-Levens-verzekeraar Royal Sundaram General Insurance Co. Limited (RSGI). De transactie heeft een netto cash-impact van EUR 185 miljoen.
Dankzij de transactie heeft Ageas nu een belang van 40% in het aandelenkapitaal van RSGI, Sundaram Finance 50% en verschillende andere aandeelhouders de resterende 10%.
Er hebben na de balansdatum geen andere materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de geconsolideerde jaarrekening van Ageas per 31 december 2018.
De Raad van Bestuur van Ageas zal de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 15 mei 2019 voorstellen om een bruto cash dividend van EUR 2,20 per aandeel uit te keren.
Op 3 augustus 2018 rondde Ageas het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 9 augustus 2017 en op 8 augustus 2018 kondigde Ageas een nieuw inkoopprogramma voor eigen aandelen aan voor een bedrag van EUR 200 miljoen.
Nadere informatie over deze aandeleninkoopprogramma's, de uitstaande aandelen van Ageas, de dividendrechten en de kapitaalstructuur is te vinden in de Corporate Governance Statement en in noot 19 Eigen vermogen.
Ageas bevestigde op 21 december 2018 de verkoop van zijn belang van 33% in het aandelenkapitaal van Cardif Luxembourg Vie (CLV) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 152 miljoen.
De verkoop van CLV leverde een netto meerwaarde van EUR 35 miljoen voor de Groep op; EUR 15 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa en EUR 20 miljoen in de Algemene Rekening.
Zowel de meerwaarde als de cashimplicatie zijn in het vierde kwartaal van 2018 verantwoord.
In juni 2018 heeft de NBB ageas SA/NV licenties toegekend voor het onderschrijven van herverzekeringsactiviteiten voor zowel Niet-leven als Leven. De belangrijkste doelstelling voor de integratie van de herverzekeringsactiviteiten binnen de holding maatschappij is het verschaffen van een extra middel voor de Groep om de risico's en het kapitaal op een centraal niveau te beheersen. Het doel is om de kapitaalfungibiltieit te verhogen en het realiseren van diversificatie voordelen door het samenbrengen van risico's van verschillende types en verschillende regio's. Het fungibele kapitaal dat op deze manier wordt gegenereerd kan worden ingezet om groei te financieren (organisch of door nieuwe overnames) en/of waar nodig ondersteuning te geven aan werkmaatschappijen.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de Fortis schikking bindend overeengekomen tussen Ageas, Stichting Forsettlement en claimantenorganisaties (i.c. Vereniging van Effectenbezitters, Deminor, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en Stichting FortisEffect).
Deze beslissing betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008) recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, met volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord.
De opt-out periode van vijf maanden zoals bepaald door het het Gerechtshof eindigde op maandag 31 december 2018. In aanmerking komende aandeelhouders die niet wilden worden gehouden aan de Fortis schikking konden opteren om zich uit te sluiten gedurende deze periode. Ageas had het recht om de Fortis schikking te beëindigen in het geval het aantal uitsluitingen een bedrag vertegenwoordigen dat 5% van het schikkingsbedrag van EUR 1,3 miljard overstijgt. Vanwege het beperkte aantal ontvangen verzoeken tot uitsluiting voor deze datum, heeft de Raad van Bestuur van Ageas op 20 december 2018 besloten om afstand te doen van haar beëindigingsrecht. Als gevolg van deze beslissing is de schikking effectief finaal.
Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.
BNP Paribas Fortis oefende de putoptie niet uit voor 30 juni 2018, het einde van de uitoefenperiode. Zodoende blijft BNP Paribas Fortis voor 25% +1 aandeel aandeelhouder van AG Insurance en daarom is er geen impact op het nettoresultaat van Ageas. De bestaande distributieovereenkomst zal daarnaast van kracht blijven zonder expliciete einddatum, maar met een opzegtermijn van 3 jaar.
In 2017 beoordeelde het management de organisatie van het hoofdkantoor, teneinde de efficiency te verbeteren en te kunnen inspelen op de veranderende behoeften van de onderneming. Als gevolg hiervan besloot ageas SA/NV om het kantoor in Nederland te sluiten en de medewerkers op te nemen in het Brusselse hoofdkantoor. De feitelijke samenvoeging vond eind september 2018 plaats.
Vanaf 1 januari 2019 zijn de groepsmaatschappijen Ageas Insurance International en Goldpark verplaatst van Nederland naar België.
Als verzekeraar staat Ageas in het middelpunt van een aantal maatschappelijke thema's die in al onze levens een grote rol spelen. Vergrijzing, gezondheidsgerelateerde zaken, nieuwe leefvormen, mobiliteit en klimaatverandering creëren allemaal risico's en kansen voor onze activiteiten. Om strategisch en financieel relevant te zijn, niet alleen vandaag maar ook in de toekomst, moeten we er als Groep over nadenken hoe we deze uitdagingen het hoofd bieden en waarde kunnen scheppen voor al onze stakeholders. Hierbij moeten we ook rekening houden met het specifieke karakter van elk land waar we werken en van elk terrein waarop wij actief zijn.
Ambition 2018, het drie jaar omvattende strategisch plan dat in 2015 werd gelanceerd, positioneerde Ageas voor het eerst als onderneming die op stakeholders focust: klanten, medewerkers, partners, en beleggers. Connect21, het nieuwe driejarenplan dat in 2019 van start gaat, bevestigt dit maar breidt deze vastberaden inzet voor alle stakeholders uit met "maatschappij" als vijfde expliciete categorie van stakeholders. Onze strategische ambitie is uiteindelijk "gemeenschappelijke waarde". Dit betekent dat wij bedrijfsbeslissingen evenwichtig bekijken en rekening houden met de belangen en zorgen van elke groep stakeholders. Om dit engagement concreter te maken, heeft Ageas een aantal beloften voor elke categorie stakeholders bepaald en wij werken momenteel aan een kader om deze in praktijk te brengen. Als volgende
3
stap zal Ageas de doeltreffendheid om deze te bereiken meten met een mix aan financiële en niet-financiële prestatie-indicatoren.
Ageas heeft ook formeel beloofd om te voldoen aan de Sustainable Development Goals (SDG) van de VN en wij kiezen er daarbij voor om ons op 10 specifieke doelen te concentreren, namelijk diegene waar wij over de deskundigheid en sterke punten beschikken om echt het verschil te kunnen maken. Veel van onze producten en diensten dragen bij aan het leefcomfort van onze klanten. Connect21 gaat een stap verder. Op langere termijn zien wij een duidelijke link tussen de SDG's en de productportefeuille, waarbij wij inclusiviteit en innovatie ten aanzien van producten stimuleren, een weerspiegeling van deze maatschappelijke inzet.

De initiatieven die we nemen hebben een aanvullende positieve impact op de beloften die we voor elke stakeholder-categorie doen. De volgende hoofdstukken geven concretere voorbeelden over hoe Ageas beoogt om actief bij te dragen aan de realisatie van de geselecteerde SDG-norm(en).
Bij het opstellen van dit verslag bleven wij consistent 1wat de materiële aspecten voor Ageas als Groep betreft; wij vulden dit aan met nieuwe inzichten die we tijdens het opstellen van Connect21 in de loop van 2018 opdeden.
De volgende hoofdstukken beginnen voor elke stakeholder-categorie met de beloften die we in het kader van Connect21 overeenkwamen. Dit biedt ook een eerste indruk van hoe Ageas van plan is het stakeholder-engagementmodel de komende jaren te verwezenlijken. Het moet uiteindelijk mogelijk zijn om het realiseren van de doelstellingen voor elke stakeholder-categorie zo goed als haalbaar is te meten met relevante kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Op deze wijze beoogt Ageas in een snel veranderende wereld op lange termijn relevant te blijven voor alle groepen stakeholders en deze relevantie nog te versterken.
Binnen Connect21 symboliseert de volgende afbeelding onze inzet voor onze stakeholders en duidelijke uitspraak over wie we als Groep willen zijn, een echte "Supporter van jouw leven".

Tenzij anders aangegeven omvat de reikwijdte omvat de volledig geconsolideerde dochtermaatschappijen, dus exclusief deelnemingen. Informatie die de volledige Groep betreft, inclusief deelnemingen, is aangegeven met *.
1 Zie Jaarverslag 2017, pagina 13

Belangrijke onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot onze klanten
Wij bestaan voor onze klanten. We zijn er om hen in goede en slechte tijden bij te staan. De toekomst is niet altijd even duidelijk, laat staan voorspelbaar. Wij beschermen wat ze vandaag hebben, en helpen hen om hun toekomstdromen waar te maken. Als "Supporter van jouw leven" buigen wij ons over de onzekerheden en de mogelijkheden, zodat onze klanten met alle gemoedsrust ten volle van elke fase van hun leven kunnen genieten. Dit is het doel van ons bedrijf.
Binnen Connect21 kwamen we de volgende beloften aan onze klanten overeen:
Dit kan niet worden gerealiseerd zonder de juiste partnerships. Zodoende beloven wij onze partners het volgende:
De Ageas-groep is direct of indirect bijna 47 miljoen klanten van dienst, in 14 Europese en Aziatische landen. Ageas verkocht de Leven-activiteiten in Luxemburg en betrad de Niet-Leven-markt in India via een joint venture met Royal Sundaram General Insurance (RSGI). Via een breed scala aan kanalen blijven wij Leven- en Niet-Leven-oplossingen aanbieden aan individuele klanten en kleine en middelgrote bedrijven. Wij zijn actief in volwassen markten in West-Europa en via joint ventures in opkomende Aziatische landen. Hoewel de marktomstandigheden onderling verschillen, zijn wij binnen Connect21 van plan om onze reikwijdte te vergroten, door ons sterker op preventie en ondersteuning te richten en onze klanten te helpen op potentiële risico's te anticiperen, afgezien van de gebruikelijke bescherming en assistentie ingeval van een ongunstige gebeurtenis. Dit past perfect bij onze ambitie om er voor klanten te zijn, in hun hele leven en om hen aan te moedigen iets van hun leven te maken en om "durf" te tonen. Dit laatste aspect is ook expliciet aan de ondernemingswaarden toegevoegd. Deze bredere ambitie resulteert waarschijnlijk in nieuwe types van partnerships, naast de traditionele allianties.
Deze nieuwe benadering wordt ondersteund door een goede communicatie en de juiste opzet van diensten, evenals een constante focus op de aanpassing van onze producten op nieuwe eisen. Hiermee willen we inspelen op nieuwe maatschappelijke trends zoals de deeleconomie en groene producten en diensten. Tegelijkertijd gebruiken we technologische en digitale mogelijkheden om het leven van onze klant te vergemakkelijken.
In lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) beoordeelde Ageas de afgelopen twee jaar de regels en principes ten aanzien van de verwerking en bescherming van persoonsgegevens binnen Ageas en de entiteiten die er deel van uitmaken. Deze regels geven enerzijds de betrokkenen meer rechten en betekenen anderzijds strikte en formele regels voor onze organisaties. Ook de overdracht van gegevens naar buiten de EU speelt een rol. In het kader van deze herbeoordeling versterken wij gegevensgebaseerde diensten, verhogen wij de transparantie en controle en beschermen wij de belangen van onze medewerkers, klanten en andere belangrijke stakeholders op het gebied van gegevensbescherming. Omdat de menselijke factor een zwakke schakel kan zijn, investeert Ageas in permanente bewustwording en verplichte trainingen ten aanzien van beheerprocessen voor persoonsgegevens. In 2018 organiseerden wij geschikte trainingen voor onze medewerkers. In totaliteit dekt ons beleid voor informatiebeveiliging en gegevensbeheer alle bovengenoemde aspecten. Het Ageas Group Information Security & Data Protection-team ondersteunt te implementatie, terwijl het Risk Management-team en het Compliance-team toezien op de naleving in de hele Groep.
In 2018 initieerden, testten of lanceerden wij al diverse nieuwe producten en diensten in het kader van de nieuwe strategische focus van Connect21. Hiermee benadrukken wij de duidelijke intentie van Ageas om bij te dragen aan een betere maatschappij, door producten en diensten aan te bieden die inspelen op verwachte maatschappelijke behoeften.
In België lanceerde AG Insurance in 2018 "Phil at Home", een dienstenoplossing die ouderen kan helpen langer in hun eigen huis te blijven wonen. Deze dienst is een combinatie van innovatieve technologie en persoonlijke coördinatie. AG Insurance biedt hiermee een verzekeringsoplossing waarbij klanten gebruik kunnen maken van specifieke ondersteuningsdiensten (b.v. veiligheid, onderhoud en reparatie en aanpassingen aan de woning) in elke levensfase. Naar verwachting vullen in de loop van de tijd andere diensten zoals mobiliteit, zorg en administratie en nieuwe partners deze dienst aan. Met dit aanbod kunnen ouderen langer in hun eigen persoonlijke omgeving van het leven genieten.
AG Insurance werkt hierbij nauw samen met Touring, de Belgische mobiliteitsorganisatie. Beide zijn ervan overtuigd dat mobiliteitsoplossingen op lange termijn zullen veranderen en dat verandering nodig is om in het toekomstige mobiliteitsecosysteem relevant te blijven. Nadenken over toekomstige mobiliteitsoplossingen past perfect bij de rol die AG Insurance wil vervullen, die verder gaat dan 'alleen
verzekeringen', samen met een sterke partner zoals Touring. De samenwerking tussen AG Insurance en Touring omvat gemeenschappelijke strategische overdenkingen over de toekomst van mobiliteit. In dit kader nemen wij deel aan de testfase van het MAAS-project in Antwerpen en aan andere initiatieven die in 2019 worden gelanceerd. Het MAAS (Mobility As A Service)-project is een mobiliteitsoplossing die diverse vervoersmogelijkheiden samenbrengt in een app. Deze stelt de beste manier voor om van A naar B te komen en wordt beheerd via een mobiliteitsbudget dat kan worden gebruikt om een taxi, openbaar vervoer, deelauto of-fiets enz. te betalen.
In Portugal introduceerde Médis in 2017 een ambitieuze en innovatieve joint venture met de nationale apothekersorganisatie GoFar, die in 2018 volledig op stoom kwam. Door deze samenwerking hebben klanten integraal toegang tot uitstekende en gedifferentieerde gezondheidszorg van hoge kwaliteit. De oplossing gebruikt informatietechnologie om de toegang van klanten efficiënter te faciliteren.
In 2018 besloot Médis om te focussen op een compleet ecosysteem voor mondzorg en lanceerde Médis Dental Insurance, het eerste volledig op tandzorg gerichte zorgverzekeringsproduct in Portugal. In januari 2019 werd de eerste tandheelkundige kliniek in Lissabon geopend en in de loop van het jaar zijn er nog twee gepland. In de loop van de komende vier jaar moet een nationaal netwerk van 30 klinieken operationeel worden dat kan voldoen aan de reële behoefte aan tandzorg. Klanten kunnen online afspraken maken voor de langere openingstijden in de week en in het weekend en hebben toegang tot een Personal Patient Manager en de faciliteiten van een betrouwbaar en uiterst deskundig medisch team met ervaring op diverse deelterreinen binnen de tandheelkunde, dat geavanceerde apparatuur en technologieën gebruikt. Het is de ambitie om deze nieuwe dienst verder te integreren in het productaanbod van Médis.
Verder lanceerde Médis samen met de Portugese diabetesvereniging aan het eind van 2018 een testproject om alle medewerkers op deze ziekte te laten controleren. Doel is niet alleen om de aandoening in een vroeg stadium op te sporen, maar ook om binnen de bredere Portugese maatschappij gedragsverandering te stimuleren. Portugal is in Europa een van de landen met het hoogste aantal personen bij wie diabetes is vastgesteld. Dit initiatief pas perfect bij de strategische intentie om meer te doen aan preventie en ook voor onze medewerkers te zorgen.
Door dit alles, in combinatie met de in gang gezette rebranding, versterkt Médis zijn imago als betrouwbare gezondheidspartner voor klanten.
In Azië experimenteert Ageas al vele jaren met producten die verder gaan dan traditionele verzekeringen, van behandelingen tot preventie met een lokale inbreng. Met name in Thailand droeg de opzet van het Fuchsia Innovation Centre aanzienlijk bij aan diverse nieuwe producten en concepten. Sinds 2017 werkt Ageas in Thailand al samen met "Health at Home", dat klanten medische ondersteuning thuis biedt na een ziekenhuisopname en zo voor zowel patiënt als familie bijdraagt aan het herstelproces. MyThaiDNA is een via een app aangeboden gezondheids- en voedingsinstrument dat informatie over gezondere keuzes levert op basis van de genetische achtergrond van een persoon. In de loop van 2018 werden duizenden sets gedistribueerd en gebruikt. In de nabije toekomst kan dit leiden tot individuele voedingsadviezen gebaseerd op de resultaten van de testen via MyThaiDNA. Een derde project, ook in Thailand, is een nieuw initiatief gericht op het "verzekeren van de onverzekerbaren" door onze ziektekostenverzekeringen uit te breiden naar diabetici, die traditioneel lastig te verzekeren zijn. BaoWan BetterCare is de eerste verzekering voor type 2 diabetes in Azië met een dynamische prijsstelling. Via een app biedt Muang Thai Life een dynamische premie, die elke zes maanden wordt aangepast op basis van medische gegevens. Hierdoor betaalt de patiënt een betere premie als deze kan aantonen dat zijn/haar aandoening beter onder controle wordt gehouden. Een "Supporter van jouw leven" zijn. De lokale toezichthouder keurde het product goed en in het tweede kwartaal van 2018 werd het geïntroduceerd.
Afgezien van een aantal gezondheidsgerelateerde initiatieven beogen de joint ventures van Ageas met lokale partners om in te spelen op specifieke maatschappelijke behoeften, onder andere veroorzaakt door klimatologische omstandigheden die juist in deze regio een rol spelen. In dit verband biedt de onderneming in Thailand landbouwverzekeringsproducten gebaseerd op een door een index bepaalde formule. Als de opbrengst (oogst) per hectare lager is dan de index, keert de verzekering uit. Dit is een overheidsregeling die gedeeltelijk wordt gesubsidieerd en ondersteund door diverse herverzekeraars. India kent een soortgelijk programma. In Maleisië biedt onze joint venture dekking voor natuurrampen waaronder overstromingen, aardverschuivingen, droogte, aardbevingen, tsunami's en branden die de landbouwsector kunnen treffen.
De bovenstaande producten en diensten tonen het belang van technologische vooruitgang aan en hoe Ageas met specifieke op gegevensanalyse en betere voorspellende modellen gebaseerde apps of oplossingen duurzamere producten kan aanbieden. Deze kunnen prijsdifferentiatie toepassen of maken een bredere klantenbasis mogelijk, inclusief klantcategorieën die in het verleden vaak geen toegang tot verzekeringen hadden.
Technische innovatie op het gebied van gegevensanalyses FinTech, procesautomatisering met robots, kunstmatige intelligentie en stembesturing opent over het algemeen de deur tot een nieuw aanbod dat het leven van onze klanten gemakkelijker maakt. Daarnaast kunnen deze ook bijdragen aan beter inzicht en een hogere financiële geletterdheid en ook dit is een belangrijke doelstelling in het kader van een verhoogde relevantie.
In België hebben medewerkers van zakelijke klanten via "My Global Benefits" 24/7 toegang tot hun pensioenstatus en tot uitgebreide informatie over hun zorgverzekering. Dit maakt deel uit van de strategie van onze Belgische activiteit groepsverzekeringen om klanten een volledig geïntegreerde en digitale B2B2C-oplossing te bieden.
Kunstmatige intelligentie (AI) wordt gebruikt om de afhandeling van binnenkomende berichten te automatiseren, teneinde de accuratesse en de snelheid van antwoorden te versterken. Het is tevens een uitstekend voorbeeld hoe we onze klanten willen helpen om beter geïnformeerd te zijn en de toegang willen vereenvoudigen voor de klant naar de informatie die hij nodig heeft om zich comfortabel te voelen met ons aanbod.
Zowel in het VK als in Turkije is AI volledig geïntegreerd in het schadeafhandelingsproces. Door het gebruik van AI kunnen schadeclaims efficiënter worden afgewikkeld en klanten profiteren hiervan. Ageas UK introduceerde Tractable, een nieuwe AI-oplossing die de hele klantervaring voor automobilisten veranderd. Claims worden vlotter afgewikkeld en klanten kunnen weer sneller de weg op. In Turkije werd een soortgelijke automatisering geïntroduceerd onder de naam ADA. Deze automatiseert een aantal activiteiten namens medewerkers, agenten, en nu klanten van Aksigorta. Goedkeuringen voor autoverzekeringspolissen duren nu 2-3 minuten in plaats van 2-3 uur en zijn 24/7 mogelijk. Dit is zeer positief voor de klanttevredenheid.
In China verbetert de klantenservice door het gebruik van chatbots. Deze kunnen vragen van klanten beantwoorden en ook "gemoedelijk" communiceren. Chatbots begrijpen ongestructureerde vragen en leveren 24/7 antwoorden en oplossingen, op basis van vooraf geprogrammeerde gegevens.
Tot slot is Ageas een van de oprichters van B3i, een samenwerkingsinitiatief van 15 verzekeraars en herverzekeraars wereldwijd dat het potentieel voor op blockchaintechnologie gebaseerde oplossingen in de verzekeringssector onderzoekt en test. B3i Services AG werd in maart 2018 opgericht met het doel om het enorme potentieel van blockchain voor de verzekeringssector toegankelijk te maken, inclusief de respons op een aantal maatschappelijke kwesties.
Ageas lanceert Connect21 en houdt daarbij in het achterhoofd dat de wereld snel verandert dankzij de snelheid van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang, de veranderende aard van risico en de verwachtingen van onze klanten en andere stakeholders. Om in de toekomst competitief en hyperrelevant te blijven, moeten we voortdurend vragen stellen, opnieuw naar zaken kijken en wat we leren vertalen in nieuwe innovatieve ideeën.
In Portugal wordt het merk Ageas steeds bekender bij het grote publiek. Dit draagt bij aan de hogere activiteit, met name rond het agentenkanaal waar we een indrukwekkende stijging van de verkopen zien. In slechts twee jaar tijd is het merk aanzienlijk sterker geworden, als gevolg van diverse activiteiten bedoeld om Ageas onder de aandacht te brengen en te houden:
Via onze Portugese vestiging werkt Ageas als oprichtend landenpartner de komende vier jaar samen met Singularity University (SU). SU is een wereldwijde community die gebruik maakt van exponentiële technologieën om de grootste uitdagingen ter wereld aan te pakken. Deelname aan deze community biedt vele kansen om ons open te stellen, nieuwe uitdagingen aan te gaan en te inspireren, in het toekomstige belang van onze klanten, onze partners en ons bedrijf.
In 2018 lanceerde AG Insurance, de Belgisch dochteronderneming van Ageas, met succes diverse mediacampagnes die beogen de merkbekendheid te versterken en het merk bij klanten te ondersteunen. Na deze campagnes steeg het totale merkbewustzijn met ongeveer 3% top of mind (TOM). Met de introductie van een kanaal voor directe distributie werd Ageas in het VK voor de eerste keer als klantenmerk gelanceerd. Onze directe strategie wordt ondersteund door het thema "Easy As", dat onze doelstelling weerspiegelt. Wij willen klanten een eenvoudige, eerlijke, no-nonsense klantervaring bieden. Als één van de grootste autoverzekeraars in het VK heeft Ageas UK een duidelijke en relevante boodschap voor zijn (potentiële) klanten: "Ageas keerde vorig jaar uit voor meer dan 99% van de claims".
Ook binnen Ambition 2018 werden binnen de hele Groep al maatregelen genomen om de klant centraal te stellen. In het kader van Connect21 focussen we op de Net Promotor Score (NPS) als de belangrijkste KPI. NPS meet hoe waarschijnlijk het is dat klanten producten of diensten van Ageas aanbevelen. Vanaf 2019 wordt de NPS in elke markt waarin de Groep actief is gemeten en geleidelijk wordt deze maatstaf verankerd in elk stadium van de klantervaring. Momenteel hebben België, het VK en Continentaal Europa NPS al in diverse productlijnen geïntegreerd, terwijl Azië dit geleidelijk introduceert (rond 50% van de ondernemingen in de regio). Ageas streeft er niet naar om deze gegevens te consolideren tot een NPS voor de Groep, maar wil de lokale metingen gebruiken om lokale processen te verbeteren en om activiteiten van verschillende landen of voor verschillende productlijnen te vergelijken indien relevant.
In het VK bijvoorbeeld, en in de context van onze rechtstreekse benadering van klanten, ontwikkelden we ook de wijze waarop we onze service aan de klanten monitoren. Een van de nieuwe feedbackmechanismen voor klanten, Trustpilot, geeft een hoge positieve score voor onze klantenservice en als we dit vergelijken met traditionelere kanalen zoals "Which" zien we een snellere en eerdere goedkeuring voor de klantbenadering.
Op een tweede niveau meet de Groep ook de NES, de Net Effort Score. NES volgt hoe veel inspanningen onze klanten moeten leveren om hun product te kopen, hun claim in te dienen en het juiste advies te krijgen. Hiermee kunnen we knelpunten voor klanten ontdekken en oplossen.
Belangrijke onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot onze medewerkers
Meer dan 45.000 medewerkers in Europa en bij de joint ventures in Azië werken bij Ageas samen om onze beloften aan al onze stakeholders waar te maken. De geconsolideerde entiteiten tellen 11.881 werknemers per 31 december 2018 (met gemiddeld 11,2 dienstjaren).
Ons personeelsbestand is de afgelopen drie jaar met ongeveer 7% gedaald. Dit weerspiegelt voornamelijk de verkoop van onze activiteiten in Hongkong en Italië en de sluiting van onze vestiging in Glasgow in het VK, gedeeltelijk gecompenseerd door de overname van Ageas Seguros in Portugal.
Ook onze medewerkers vormen natuurlijk een belangrijke categorie stakeholders. Zodoende kwamen we binnen Connect21 een aantal duidelijke beloften overeen voor de inzet voor en samenwerking met onze werknemers:
We investeren in onze mensen en creëren een klimaat waarin voortdurend bijleren en welzijn centraal staan. Hierin kan iedereen groeien en bloeien.
Met betrekking tot diversiteit namen we in 2018 het Ageas EveryOnebeleid aan, een benadering voor diversiteit en inclusiviteit. Ageas moedigt zijn mensen aan om verschillend te denken en te doen, om zichzelf te zijn en hun eigen vaardigheden bij te dragen. Het beleid is van toepassing op alle medewerkers van de geconsolideerde entiteiten van de Groep en de juridische eenheden hiervan.
Het totale personeelsbestand bestaat uit 46% mannelijke / 54%2 vrouwelijke collega's. De genderdiversiteit op niveau van het topmanagement (75% / 25%) is in lijn met de markt maar wij zijn ons ervan bewust dat hier nog stappen ter verhoging van de diversiteit moeten worden gezet. De diversiteit in de Raad van Bestuur ontwikkelde zich van 82%/18% mannen/vrouwen in 2012 naar 64%/36% in 2018. Meer details zijn te raadplegen in hoofdstuk 4 'Corporate Governance Statement'.
Als internationale groep bevorderen we een internationaal personeelsbestand. Dit vertaalt zich onder meer in de 16 nationaliteiten die vanuit het Brusselse kantoor van Ageas werken.
Onze talentenpijplijn en opvolgingsplanning ondersteunt een lokale benadering op maat voor de omgang met de verwachte uitstroom van mensen op basis van de leeftijdsopbouw.
Een andere mijlpaal in 2018 was de validatie van het "Charter betreffende de Maatschappelijke Effecten van Digitalisatie". Het management en vertegenwoordigers van de medewerkers ondertekenden dit. Het charter biedt in eerste instantie een constructief platform om regelmatig te discussiëren over de kansen en uitdagingen van digitalisatie. Het is opgebouwd op vier pijlers: maatschappelijke dialoog, werkgelegenheid, adequate training en evenwicht tussen werk en privéleven.
Sinds de oprichting van de Ageas Academy in 2018 verwelkomden we al meer dan 615 deelnemers aan verschillende programma's over bedrijfsbrede onderwerpen: klantkennis, bedrijfskennis, leiderschap, nieuwe vaardigheden en gedrag en financieel en risicomanagement. De deelnemers waarderen de programma's hoger dan de vastgestelde KPI van 8/10 op het gebied van kwaliteit en relevantie.
De Ageas Academy blijft investeren in digitaal leren. Het aantal collega's dat leert via het digitale aanbod zoals "Gear Up Insurance Knowledge" en "Leadership insights" stijgt elk jaar opnieuw.
In het kader van het nieuwe strategisch plan Connect21 zal de Ageas Academy zich verder richten op de ontwikkeling van nieuwe programma's om de realisatie van onze bedrijfsstrategie te ondersteunen.
In dit verband werd in 2018 een nieuw samenwerkingsverband met Singularity University in Portugal gesloten, gericht op de meer technologisch en klantgerichte aspecten van onze medewerkersopleidingen.
Op het niveau van de lokale entiteiten zijn diverse maatregelen geïmplementeerd om het evenwicht tussen werk en privéleven van medewerkers te verbeteren.
Voorbeelden hiervan zijn: flexibele arbeidstijden, mogelijkheid tot telewerken en de flexibele-inkomensregeling met een specifieke focus op mobiliteit.
Naast verschillende lokale initiatieven zijn er ook initiatieven voor de hele Groep gelanceerd in het kader van de Ageas Challenge. Deze worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Hiertoe behoren stappen-challenges en challenges voor gezond eten en slapen die collega's aanmoedigen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren.
Op een groepsbreed digitaal platform zijn extra motivaties en tips te raadplegen.
Als antwoord op geestelijke gezondheidsproblemen waaronder stressgerelateerde kwalen en burn-out lanceerde AG Insurance in België het commerciële Welcome Back-programma. Dit re-integratieprogramma is gebaseerd op een snelle aanpak na slechts vier weken afwezigheid. Binnen AG Insurance zelf krijgen medewerkers specifiek medisch advies aangeboden om in te stemmen met een passende datum om weer aan het werk te gaan. Daarnaast wordt ervoor gezorgd dat medewerkers terugkeren naar de juiste baan, afdeling en, indien noodzakelijk, minder uren gaan werken. Dit product illustreert hoe AG Insurance voor mensen zorgt en bewijst het vertrouwen dat werknemers in hun werkgever hebben, op een terrein waarop het nog heel lastig is om openlijk hulp en ondersteuning te vragen.
In sommige gevallen maakten veranderende marktomstandigheden en interne afstemming een verdere stroomlijning van onze organisatie noodzakelijk. In september 2018 werd het Ageas Corporate Centre in Utrecht gesloten en de belangrijkste activiteiten daarvan overgebracht naar het kantoor in Brussel. De voorwaarden van de overdracht en sluiting werden overeengekomen met de werknemersvertegenwoordigers en er werd extra aandacht besteed aan outplacementinitiatieven. Hetzelfde geldt voor het 'Ageas One'-project in het VK, waar verdere integratie van de ondersteunende diensten en de managementstructuur plaatsvond na overleg met het lokale werknemersforum. In Portugal werd met alle vakbonden een nieuwe lokale collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten, een primeur voor de Portugese markt. Wat betreft de Europese Ondernemingsraad werd overeenstemming bereikt over een afzonderlijke ondernemingsraad voor Interparking. Ageas is zich ervan bewust dat de belangen van de verschillende partijen in bepaalde situaties wellicht niet volledig op een lijn liggen, maar uit onze resultaten in de bovenvermelde dossiers blijkt onze sterke inzet voor de sociale dialoog.
Op het niveau van de Groep is het ontstaan van Connect21 een uitstekend voorbeeld van hoe Ageas te werk wil gaan. Connect21 werd volledig in eigen regie opgesteld, door een geselecteerde groep van 70 collega's, gelijk verdeeld naar leeftijd, regio, geslacht en achtergrond. In een periode van zes maanden behandelde deze groep een aantal thema's. Zij stonden in direct contact met het managementteam van Ageas en konden hun ideeën in een open dialoog bespreken en toetsen. Eerlijke, open en zeer constructieve discussies in deze gemengde groep openden de deur voor een gevarieerde input, inzichten en ideeën die in een traditionele setting niet zo gemakkelijk naar boven zouden komen.
Parallel aan het intellectuele strategische werk werd de Connect21 groep uitgenodigd om onder leiding en met ondersteuning van professionele coaches te trainen voor een kwart-triatlon. Het idee was om het belang van gezondheid en de noodzaak om in bredere zin actief aan welzijn te werken sterker onder de aandacht van onze medewerkers te brengen.
Dit initiatief werd zeer op prijs gesteld en droeg zonder twijfel bij aan de uitstekende samenwerking binnen de werkgroepen van Connect21.
Na deze pilot werd de Ageas Challenge in september 2018 voor alle Ageas-medewerkers gelanceerd. Dit omvat onder meer een uit diverse onderdelen bestaand programma om meer te bewegen en gezonder te leven. In samenhang hiermee zal een geselecteerde groep aan de Olympische triatlon 2019 van Lissabon deelnemen.

Binnen Connect21 zijn onze waarden bijgewerkt en voor het eerst consistent gemaakt voor de hele Groep, terwijl de focus op lokale autonomie gehandhaafd blijft. De nieuwe waarden vatten de belangrijkste prioriteiten van de nieuwe strategie goed samen en weerspiegelen de betrokkenheid van onze medewerkers om de aan alle andere categorieën van stakeholders gemaakte beloften waar te maken.
beloften aan medewerkers op een jaarlijks en consistente manier.
Onze HR-benadering is gebaseerd op een voortdurende dialoog met en meting van onze inspanningen voor onze medewerkers. Wij schatten de input van onze mensen op waarde, zowel hun innovatieve ideeën voor nieuwe producten en diensten en hun feedback over hoe zij hun werk bij ons ervaren. Elk jaar voeren wij een volledige werknemersenquête uit om ons te voorzien van jaarlijkse informatie over zes belangrijke vragen. Alle medewerkers van de geconsolideerde entiteiten worden uitgenodigd om deel te nemen. Het deelnamepercentage blijft jaar op jaar hoog.
De totale scores voor de zes belangrijkste gestelde vragen bleven in lijn of verbeterden vergeleken met de enquête van vorig jaar. "Ik kan goed samenwerken met mijn team" kreeg een score van 86% voor 'mee eens' of 'helemaal mee eens' en blijft het item dat het beste scoort en waar ook de score het meest verbetert. Lokale initiatieven worden nog altijd gebruikt om de betrokkenheid van medewerkers te versterken. Deze zijn vaak gericht op efficiënte communicatie, voortdurende training en ontwikkeling, beloning en secundaire arbeidsvoorwaarden op maat en uitdagende leiderschapsontwikkeling.

Connect21 omvat ook beloften aan onze beleggers:
Ageas zet zich duidelijk in voor een aantal bijgewerkte financiële doelstellingen. Deze doelstellingen weerspiegelen enerzijds een streven naar continuïteit en consistentie. Anderzijds voldoen deze echter ook aan de veranderende verwachtingen van beleggers, rekening houdend met recente ontwikkelingen bij Ageas en meer in het bijzonder de afwikkeling van zaken uit het verleden. Dit leidde meer dan ooit tot het inzicht dat de financiële doelstellingen de strategie moeten ondersteunen om van Ageas een verzekeraar voor de lange termijn te maken: voorbereid om in te spelen op technologische, maatschappelijke en andere uitdagingen waar het bedrijf voor staan. Zodoende vormen de financiële doelstellingen een goed evenwicht tussen operationele doelen, kapitaalbeheerdoelen en ook solvabiliteitsdoelen.
Daarnaast is Ageas van plan om een aantal niet-financiële indicatoren te ontwikkelen. Deze moeten onze inzet ten opzichte van alle andere stakeholders weerspiegelen en meten. Dit is een proces van voortdurende verbetering, waardoor uiteindelijk een duidelijke visie ontstaat over de maatschappelijk rol van Ageas en hoe de onderneming presteert voor alle stakeholders. Onze jaarlijkse doelstellingen voor het management en voor al onze medewerkers omvatten verwachtingen die zowel op financiële als op niet-financiële projecten focussen.
Wat betreft de nieuwe doelen en de resultaten die wij boekten vergeleken met de doelstellingen van Ambition 2018 verwijzen wij naar hoofdstuk 1 "Algemene beschrijving en strategie van Ageas".

Belangrijke onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot de maatschappij
De maatschappij is expliciet aan Connnect21 toegevoegd als vijfde categorie van stakeholders. Dit bevestigt dat Ageas zich bewust is van de belangrijke maatschappelijke rol die de onderneming heeft. Net als voor andere groepen stakeholders zijn de prioriteiten vastgelegd in een aantal beloften:
Onze inzet is duidelijk: Ageas is er om mensen en bedrijven kansen te bieden om te groeien en te floreren. Via fondsen als Capricorn ICT en Fortino II investeren wij in startende bedrijven en wij ondersteunen aan de geselecteerde maatschappelijke thema's en de uitdagingen die deze met zich meebrengen verbonden wetenschappelijk onderzoek.
Wij willen de levenskwaliteit verbeteren van een ieder die wordt beïnvloed door onze aanwezigheid en door de producten en diensten die we aanbieden. In dit verband wijzen wij op het bovenstaande hoofdstuk en onze beloften naar klanten toe en hoe we de SDG-normen van de VN op een economisch verantwoorde wijze willen verankeren in onze strategische visie en het product- en dienstenaanbod, teneinde zowel economische als maatschappelijke waarde te creëren.
Als verzekeringsmaatschappij beheerde Ageas per eind 2018 ook voor rond EUR 80 miljard aan vermogen. Dit wordt onder meer belegd in projecten in de reële economie die voldoen aan een aantal onderstaand verder toegelichte ESG-criteria. Hiermee bieden we structurele oplossingen voor een aantal maatschappelijke vraagstukken of dragen we hieraan bij.
Wat betreft de beleggingsstrategie voor het beheerde vermogen functioneert Ageas lokaal. Op groepsniveau houdt het Ageas Investment Committee (Agico) echter toezicht op de beleggingsprincipes en stelt de richtlijnen vast. De Chief Financial Officer (CFO) is de voorzitter van het Agico. Het Agico adviseert over de beleggingen van alle geconsolideerde entiteiten en de joint ventures in Europa (Turkije) en Azië.
Wat betreft duurzame beleggingen heeft Ageas, en meer in het bijzonder AG Insurance, dat ongeveer 75% van de beleggingsportefeuille van Ageas vertegenwoordigt, in België een lange staat van dienst, met onder meer de eerste oplossing voor duurzame beleggingen die al in 2007 werd geïntroduceerd. Deze strategie ontwikkelt zich voortdurend en wordt verder verfijnd. In de loop van 2018 leidde dit tot een aantal besluiten binnen AG Insurance (België) die als mijlpaal kunnen worden beschouwd. De uitrol hiervan over alle Europese entiteiten wordt voor 2019 verwacht:
Ten eerste is de integratie van ecologische, sociale en governance (ESG)-factoren een conventioneel onderdeel van ons beleggingsbesluitvormingsproces geworden. Deze factoren kunnen risico's en kansen voor bedrijven vormen en daarom willen wij deze opnemen in onze beleggingsanalyse. Van alle portefeuillebeheerders wordt verwacht dat zij bij nieuwe beleggingen rekening houden met deze criteria. Wij gebruiken systematisch informatie van ESG-gegevensaanbieders zoals Sustainalytics N.V. om de genomen besluiten te ondersteunen en te onderbouwen. Voor infrastructuurbeleggingen gebruiken wij al de Equator-principes. Voor deze onderdelen van de portefeuille worden de beleggingen uitbesteed aan externe vermogensbeheerders, die momenteel allemaal de Principles for Responsible Investment van de Verenigde Naties (UN PRI) hebben ondertekend en wij vragen hen om ESG-analyses in hun beleggingsbesluiten te integreren.
Ten tweede heeft AG Insurance de uitsluitingscriteria van zijn beleggingsbeleid uitgebreid. De uitsluiting van bedrijven actief met de productie van controversiële wapens (anti-persoonslandmijnen, clustermunitie/-bommen, nucleaire, chemische en biologische wapens enz.), in belastingparadijzen en in landen waarvoor internationale sancties en embargo's gelden was al van kracht. In 2018 breidden we de uitsluitingslijst uit naar alle defensiebedrijven. Daarnaast voegden we een aanvullende lijst van tabaksfabrikanten en bedrijven die actief zijn betrokken bij steenkool (mijnbouw of elektriciteitsproductie) toe aan de bedrijven waarin beleggingen zijn uitgesloten. Dit leidde bijvoorbeeld in België tot een besluit om alle intern beheerde resterende aandelenposities in deze gevoelige sectoren te verkopen. In deze sectoren zijn geen nieuwe beleggingen toegestaan, noch in aandelen noch in obligaties. De huidige obligatieposities mogen echter tot de vervaldatum worden aangehouden.
Tot slot ondertekende AG Insurance op 17 december 2018 de UN PRI. Met deze actie onderstreept het bedrijf zijn inzet om ESG-kwesties op te nemen in de beleggingsanalyses en in zijn kader voor beleggingsbesluiten. Al onze huidige of toekomstige externe vermogensbeheerders moeten de UN PRI hebben ondertekend. Ageas Groep heeft zich hierbij aangesloten en ondertekende op 24 januari 2019 namens alle geconsolideerde entiteiten de UN PRI.
Deze besluiten, die op alle beleggingsactiviteiten van invloed zijn, vormen een natuurlijke ontwikkeling voor Ageas als zorgvuldige, maatschappelijk betrokken belegger voor de lange termijn en bevestigt de intentie een verantwoorde beleggingsstrategie te volgen.
Ageas levert financiering op lange termijn aan de reële economie, inclusief infrastructuurprojecten, vooral via de activiteiten in België voor een totaal bedrag van ongeveer EUR 1,9 miljard. De financiering voor aan alternatieve energie gerelateerde projecten zoals de bouw van zonnepanelen en windturbines of de financiering van bedrijven die energie opwekken uit afval, beloopt EUR 300 miljoen.
In België belegt AG Insurance ook in onder meer sociale leningen en in groene obligaties. Deze beleggingen hebben een omvang van meer dan EUR 5 miljard.
Bij Ageas hebben we een breed aanbod aan duurzame beleggingsoplossingen voor particuliere en institutionele beleggers. Deze maken deel uit van onze Europese Leven-activiteiten in België en Portugal.
In België zagen we in 2018 een toenemende belangstelling van institutionele klanten voor duurzame beleggingsproducten. Onder particuliere beleggers zagen we een significante stijging van het beheerde vermogen van EUR 1,1 miljard tot EUR 1,4 miljard ofwel een plus van ruim 25%.
Per eind 2018 bedroeg het totale bedrag dat in duurzame oplossingen volgens de duidelijk gedefinieerde ESG-criteria was belegd EUR 4,37 miljard (ofwel een stijging van 6% vergeleken met eind 2017).
Van het totale bedrag dat Ageas belegt is ongeveer EUR 6,5 miljard of rond 7% van de totale activa belegd in vastgoed. AG Real Estate, de belangrijkste private vastgoedbelegger en volledige dochtermaatschappij van AG Insurance, beheert deze beleggingen actief. Deze heeft ook een belang van 51% in Interparking, een van de toonaangevende Europese exploitanten van openbare parkeervoorzieningen.
De vastgoedportefeuille van Ageas omvat verschillende soorten vastgoed: kantoren, magazijnen, winkelcentra, woningen, parkeervoorzieningen, infrastructuur en gemeenschapsgebouwen zoals scholen.
In 2018 besteedde AG Real Estate EUR 430 miljoen aan aankopen en renovaties van vastgoed en desinvesteerde deze EUR 295 miljoen. In het kader van de privaat-publieke samenwerking "Scholen van Morgen" werden sinds het begin van het project ongeveer 180 scholen gebouwd. Dit komt overeen met meer dan 700,000 m² en hierdoor kunnen meer dan 130.000 leerlingen in België moderne scholen bezoeken.
De kernactiviteiten van AG Real Estate versterken de beleggingen in en de ontwikkeling en financiering van vastgoed, hetzij in de privésector of in samenwerking met publieke entiteiten en door de exploitatie van openbare parkeervoorzieningen via Interparking.
Het duurzaamheids-charter van AG Real Estate geeft specifieker richtlijnen over hoe deze zijn portefeuille beheert en deze principes maken integraal deel uit van de kwaliteitsnormen en het leiderschap dat AG Real Estate nastreeft. AG Real Estate is zich bewust van zijn maatschappelijke en ecologische voetafdruk en streeft ernaar deze positief te beheren, in het belang van al zijn stakeholders. Dit zal een positieve impact op lange termijn hebben op zijn winstgevendheid en reputatie.
De prioriteiten van het milieubeleid van AG Real Estate zijn de volgende:
Het charter omvat ook een actieve meting van de relevante doelstellingen om een jaarlijkse beoordeling van de prestaties mogelijk te maken inclusief permanente monitoring via de eigen interne processen.
3 BREEAM is de leidende beoordelingsmethode voor duurzaamheid en overkoepelende projectplanning, infrastructuur en gebouwen.
Sinds 2017 zijn diverse initiatieven gelanceerd om het bovengenoemde duurzaamheidscharter te implementeren.
Sinds 2017 beschikken al onze kantoorgebouwen over een real time volgsysteem wat betreft energieverbruik en afval. Hiermee kunnen wij ongebruikelijk verbruik direct opsporen en meteen corrigerende maatregelen namen. De informatie wordt actief gedeeld met alle huurders, wat nuttig is voor zowel de huurders als AG Real Estate.
Bijna 90% van de door AG Real Estate beheerde gebouwen zijn voorzien van volgsystemen. Afvalbeheer wordt handmatig bewaakt en geoptimaliseerd. De optimalisatie van energiestromen en reductie van broeikasgasuitstoot had een milieu-impact van 2.886 ton CO2.
In zes andere gebouwen, waarvan Trade Mart de grootste is, zijn zonnepanelen geïnstalleerd. De opgewekte elektriciteit komt ten goede aan de huurders terwijl de certificaten te goede komen aan de externe belegger.
Wat BREEAM betreft startte in 2017 een certificatieproject voor alle gebruikte kantoorgebouwen. Alle voorlopige beoordelingen zijn uitgevoerd en twee gebouwen verkregen het certificaat.
Verwachte certificatie in 2019:
In het kader van de zorg voor biodiversiteit stelt AG Real Estate zijn gebouwen sinds 2016 ter beschikking van de organisatie "madeinabeilles". Op de daken van diverse gebouwen zijn bijenkorven geplaatst, die helpen om de biodiversiteit te behouden of te verbeteren.
AG Real Estate implementeerde ook het Commuty-systeem, een platform dat eenvoudige omwisseling en vrijmaken van parkeerplaatsen mogelijk maakt. Het systeem beoogt om beschikbare parkeerplaatsen voor zoveel mogelijk medewerkers beschikbaar te maken, vooral in perioden met vakanties, telewerken of afspraken buiten de deur. Daarnaast wordt samenreizen actief bevorderd om het aantal auto's en de hiermee verbonden CO2-uitstoot te reduceren.
Voor alle in aanbouw genomen woninggebouwen (AG Real Estate heeft geen woningen in gebruik) houdt AG Real Estate zich aan de hoogste energienormen, inclusief onderzoek naar systemen voor hernieuwbare energie.
Bij de PEB ('Pre Engineerd Buildings')-methodiek kunnen verschillende technieken in geavanceerde gebouwen worden geïntegreerd, waaronder isolatie, gesloten systemen voor elektriciteitsopwekking, systemen om warmteverlies tegen te gaan.
Op basis van de recente inspanningen van Interparking, dochtermaatschappij van AG Insurance illustreren wij dit jaar hun benadering van duurzaam beheer. Interparking bezit meer dan 800 parkeerfaciliteiten in 9 Europese landen en bedient ongeveer 120 miljoen klanten per jaar.
Interparking was de eerste parkeerexploitant die een kredietlijn met milieudoelstellingen afsloot. In oktober 2018 sloten BNP Paribas Fortis en Interparking een leenovereenkomst waarbij Interparking betere financieringsvoorwaarden verkrijgt als de CO2- en energievoetafdruk in 2020 met respectievelijk 30% en 20% zijn gereduceerd. Een onafhankelijke bureau bewaakt het behalen van de doelstellingen.
Interparking houdt zich al vele jaren aan de principes van maatschappelijk verantwoord beleggen. De belangrijkste prestatie van de afgelopen jaren is dat de onderneming een CO2-neutraal-label verkreeg voor de hele groep in de 9 landen waar zij actief is. Dit werd bereikt door:
Andere lopende initiatieven zijn onder meer het testen en invoeren van een filterend ventilatie-/ionisatiesysteem specifiek gericht op fijnstof en ultrafijnstof in parkeervoorzieningen. Dit moet uiteindelijk tot een reductie van 50% tot 70% leiden. Het is gepland om deze systemen in 2019 in diverse Belgische parkings te installeren.
Interparking experimenteert in Nederland ook met voordelige tarieven voor klanten die in auto's met een lage emissie of elektrische voertuigen rijden (maximaal 20% korting).
Tot slot voorziet Interparking binnen zijn parkeerfaciliteiten speciale zones voor elektrische voertuigen, inclusief meer dan 700 oplaadstations, evenals voor deelvoertuigen. Voor dit laatste werkt Interparking samen met de grote autodeelbedrijven.

Belangrijke onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot al onze stakeholders
In het Corporate Governance Charter van Ageas staat: "Wij geloven dat een sterke cultuur van deugdelijk ondernemingsbestuur en ethisch verantwoord gedrag fundamenteel zijn voor de manier waarop we zakendoen." En voor dit doel, "Moeten we onze beloften altijd waarmaken en een solide, betrouwbare partner zijn, die onze klanten flexibele oplossingen levert. Mensen beoordelen ons naar wat wij doen, niet naar wat wij pretenderen te zijn. Zodoende wordt van een ieder van ons de hoogste mate van integriteit verwacht."4 Deze fundamentele principes gaan uit van het hoogste niveau binnen de groep en tonen aan dat de top de toon zet, in het bijzonder de Raad van Bestuur en het Executive Committee.
Integriteit is het belangrijkste uitgangspunt voor het eerbiedigen van mensenrechten. Dit vertaalt zich in de expliciete afwijzing van enige vorm van discriminatie, de strijd tegen corruptie en fraude, de verplichting om uitsluitend met vertrouwde en betrouwbare externe partijen overeenkomsten te sluiten en de onvoorwaardelijke inzet voor zero-tolerance van onwettige en onaanvaardbare praktijken. Met deze overtuiging heeft Ageas een overkoepelend integriteitsbeleid uitgegeven. Dit vormt de ruggengraat van onze filosofie over ethiek en integreert de waarden van Ageas. Dit beleid beschrijft de integriteitsprincipes en licht toe via welke onderwerpen, structuren en processen deze tot uiting komen en hoe we deze in praktijk kunnen brengen, in de groep en ten opzichte van interne en externe stakeholders – personen, organisaties en entiteiten, klanten, distributeurs, leveranciers, markten. Deze principes zijn verankerd in het hele kader van Ageasbeleid en zijn van toepassing voor alle dochtermaatschappijen van Ageas, evenals, op basis van een inspanningsperspectief, voor gelieerde ondernemingen. Dit beleidskader is gebaseerd op en weerspiegelt een analyse van de risico waaraan de groep is blootgesteld, rekening houdend met het regelgevingsklimaat waarin deze actief is.
Het beleidskader omvat onder meer het nalevingsbeleid, dat essentieel is om het eerbiedigen van mensenrechten te ondersteunen en met name diverse basisbeleidsplannen op onder meer de terreinen integriteit, eerlijke behandeling van klanten,5 naleving, belangenverstrengeling. Deze worden aangevuld door specifiek thematisch gericht beleid dat zeer relevant is voor de bescherming van mensenrechten: Tegen omkoping en corruptie, tegen het witwassen van geld en tegen de financiering van terrorisme, inzake deskundigheid en betrouwbaarheid, sancties, fraude, uitbesteding, klachtenbehandeling, informatiebeveiliging maar ook incidentmanagement (d.w.z. een intern waarschuwingssysteem of klokkenluiderssysteem) omdat iedereen binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de bescherming van mensenrechten en integriteit.
De dimensie mensenrechten is aanwezig in het volledige beleidspakket dat zich uitstrekt over alle verplichte regelgevingsdomeinen. Diverse afdelingen, waaronder Compliance, Risk Management, Legal, Finance, Audit en Human Resources zijn hier eigenaar van.
Teneinde te waarborgen dat dit kader volledig zijn doel vervult, wordt het bewaakt door de respectievelijke eigenaren van de beleidsstukken en gecontroleerd door de functies Compliance en Operational Risk Management en uiteindelijke gecoördineerd om het management van consistente rapportages te kunnen voorzien. De naleving wordt in elke entiteit van Ageas gevolgd door een nalevingsfunctie (een compliance officer en een of meer medewerkers van de afdeling Compliance). De Group Director Compliance coördineert de lokale compliance officers.
Het beleid wordt herbeoordeeld in een frequentie bepaald door de risicoperceptie voor het behandelde onderwerp en/of de ontwikkeling van de regelgeving, maar in alle gevallen ten minste elke drie jaar. In 2018 werd voor een derde van het beleid een dergelijke beoordeling uitgevoerd. Het beoordelingsproces omvat een afwijkings- en acceptatieanalyse, evenals een herbevestiging in de vorm van goedkeuring van de Raad van Bestuur. De monitoring van het beleidskader maakt deel uit van de driemaandelijkse en geconsolideerde jaarlijkse reporting aan het management en de Raad van Bestuur.
4 Ageas Corporate Governance Charter, gevalideerd door de Raad van Bestuur op 16 februari 2016 https://www.ageas.com/nl/over-ageas/corporategovernance
5 Zie Jaarverslag 2017, pagina 19
De Compliance functie is niet alleen verantwoordelijk voor de in noot 5 Risicomanagement uitgebreid beschreven risicomanagementactiviteiten, maar voert ook essentiële controles uit om een redelijke mate van zekerheid over de naleving van het beleid te verschaffen. Compliance doet dit op basis van een Compliance Universum. Dit vertaalt de compliance risico's die de Groep loopt en dient als basisreferentie om vast te stellen welke controlemaatregelen noodzakelijk zijn en om de uitkomsten te registeren.
Het Compliance Universum ondersteunt een uitgebreid kader voor de controle van de naleving. Dit combineert diverse soorten controlemaatregelen uitgevoerd via een door het management goedgekeurd jaarplan en zo kan de mate van naleving te allen tijde worden aangetoond: transversale thematische monitoring, controles gericht op specifieke compliance risico's, risicoanalyses, ad hoc 'compliance checks' en 'due diligence'-onderzoek.
Het hele scala aan controlemaatregelen is gedocumenteerd, wordt verwerkt en hierover wordt verslag uitgebracht aan het Executive Committee en aan de Raad van Bestuur. Een serie rapporten wordt ook ingediend bij de toezichthouders voor Ageas, de NBB en de FSMA, die zich ook bezighouden met vraagstukken rond mensenrechten en corruptie.
Compliance spant zich ervoor in om altijd volledig op de hoogte te zijn van de huidige en verwachte belangrijke trends en organiseert bijeenkomsten voor brainstorming en de uitwisseling van kennis rond actuele onderwerpen. In 2018 lag de focus op transparantie in de end-to-end Customer Journey en in 2019 komt de (compliance-) impact van cognitieve systemen op de klantrelatie aan bod. Het scheppen en behouden van bewustwording via training en informatiesessies is ook een van de manieren waarop Compliance integriteit ondersteunt.
Over integriteit kan niet worden onderhandeld en het is geen vaag concept. Integriteit moet altijd en overal worden gehandhaafd en geëerbiedigd.
De Raad van Bestuur functioneert binnen het kader van de Belgische wetgeving, de vereisten van de Belgische centrale bank (NBB), de Belgische Corporate Governance Code, de normale bedrijfsvoering in België en de statuten. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals zijn samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter dat kan worden geraadpleegd op de Ageas-website.
In 2018 steeg het aantal leden van de Raad van Bestuur van dertien naar veertien, namelijk: Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer, Katleen Vandeweyer, Sonali Chandmal, Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CRO) en Antonio Cano (COO).
Sonali Chandmal werd in mei 2018 door de aandeelhouders benoemd als nieuw onafhankelijk lid van de Raad van Bestuur.
Het grootste deel van de Raad van Bestuur bestaat uit onafhankelijke niet-uitvoerende leden en vijf van de veertien leden van de Raad van Bestuur van Ageas zijn vrouw.
De Raad van Bestuur kwam in 2018 tien keer in vergadering bijeen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.
In 2018 werden onder meer de volgende zaken behandelt in vergaderingen van de Raad van Bestuur:
De leden van het Executive Committee brachten tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur verslag uit over de resultaatontwikkeling en de algemene prestaties van de verschillende activiteiten.
De Raad van Bestuur voerde een self-assessment uit met over het algemeen bevredigende resultaten. De evaluatietechnieken voor de Raad van Bestuur worden jaarlijks herbeoordeeld.
De taakopdracht van iedere Advisory Board Committee, de functies en verantwoordelijkheid is nader omschreven in het Ageas Corporate Governance Charter, dat kan worden geraadpleegd op de Ageaswebsite.
Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 4.5 Raad van Bestuur.
Op 31 december 2018 bestond het Corporate Governance Committee uit de volgende leden: Jozef De Mey (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville, Jan Zegering Hadders en Lionel Perl. De CEO en CRO hebben de vergaderingen eveneens bijgewoond, met uitzondering van discussies die met hun eigen situatie te maken hadden.
Het Corporate Governance Committee is in 2018 vijf keer bijeengekomen waarvan twee gezamenlijke bijeenkomsten met het Remuneration Committee.
De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
De voorzitter van het Corporate Governance Committee heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de definitieve besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
Daarnaast besprak een ad hoc-comité bestaande uit vier onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur die geen lid zijn van het Corporate Governance Committee de opvolgingsplanning van het Corporate Governance Committee. Dit ad hoc-comité deed aanbevelingen aan de Raad van Bestuur die werden goedgekeurd.
Per 31 december 2018 bestond het Audit Committee uit de volgende leden: Jan Zegering Hadders (voorzitter), Sonali Chandmal en Richard Jackson. Het Audit Committee wordt bijgestaan door de afdelingen Audit, Compliance en Finance van Ageas en de externe accountant.
Het Audit Committee is in 2018, naast één gezamenlijke vergadering met het Risk & Capital Committee, zes keer bijeengekomen. De vergaderingen werden bijgewoond door leden van het Executive Committee en de interne en externe accountants. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
Daarnaast werd een beoordeling van het aanbestedings- en selectieproces uitgevoerd, overeenkomstig richtlijn (EU) nr. 534/2014 om de Raad van Bestuur te adviseren over de benoeming van PwC als commissaris van de vennootschap voor een periode van drie jaar voor de boekjaren 2018 (met ingang van het tweede kwartaal), 2019 en 2020. De benoeming van PwC werd tijdens de Jaarlijkse Algemene Vergadering van mei 2018 voorgesteld aan de aandeelhouders en werd
Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Risk & Capital Committee hebben de leden de het crisismanagement, de dreigende risico's en de risicomanagementorganisatie geëvalueerd.
De voorzitter van het Audit Committee had elk kwartaal een-op-een besprekingen met de interne en externe accountants. Hij heeft over deze beraadslagingen van het Committee verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de besluitvorming de aanbevelingen van het Audit Committee aan de Raad van Bestuur voorgelegd. Het Audit Committee ontvangt een geschreven rapport van de Risk & Capital Committee-vergaderingen waarop tijdens de vergaderingen commentaar wordt gegeven.
goedgekeurd.
Per 31 december 2018 bestond het Remuneration Committee uit de volgende leden: Lionel Perl (voorzitter), Jane Murphy and Katleen Vandeweyer.
Het Remuneration Committee wordt bijgestaan door Willis Towers Watson, een extern gespecialiseerd consultantsbureau dat marktinformatie en advies verstrekt over algemeen gehanteerde beloningselementen, best practices en verwachte ontwikkelingen. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
De CEO, de CRO en de directeur Group Human Resources woonden de vergaderingen bij, behalve wanneer kwesties werden besproken die betrekking hadden op hun eigen situatie.
Het comité kwam vier keer bijeen waarvan twee keer samen met het Corporate Governance Committee.
Het gezamenlijke Remuneration and Corporate Governance Committees hebben over de volgende zaken gesproken en advies gegeven:
De voorzitter van het Remuneration Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming. Nadere informatie over het Remuneration Committee is te vinden in het Verslag van het Remuneration Committee (zie ook sectie 4.7 van dit hoofdstuk).
Per 31 december 2018 bestond het Risk & Capital Committee uit de volgende leden: Guy de Selliers de Moranville (voorzitter), Lucrezia Reichlin en Yvonne Lang Ketterer.
Het Risk & Capital Committee kwam, inclusief één gezamenlijke vergadering met het Audit Committee, zes keer bijeen. De vergaderingen werden bijgewoond door de leden van het Executive Committee en de Group Risk Officer.
De volgende zaken zijn in 2018 in het Risk & Capital Committee aan de orde geweest:
De voorzitter van het Risk & Capital Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming.
Tijdens de gezamenlijke vergadering met het Risk & Capital Committee hebben de leden de het crisismanagement, de dreigende risico's en de risicomanagementorganisatie geëvalueerd.
Het Executive Management van Ageas bestaat uit de leden van het Executive Committee en de leden van het Management Committee. De rol van het Executive Management is leiding geven aan Ageas in overeenstemming met de waarden, strategieën, beleidslijnen, plannen en budgetten die de Raad van Bestuur heeft opgesteld.
Het Executive Committee bestaat uitsluitend uit leden van de Raad van Bestuur. De CEO is de voorzitter van het Executive Committee en dit vergadert één keer per week volgens een voorafbepaald vergaderschema. Bijkomende vergaderingen worden gehouden indien dat nodig blijkt.
Het Executive Committee van Ageas bestond eind 2018 uit:
Het Management Committee bestond eind 2018 uit:
Met betrekking tot risicomanagement en interne controlesystemen is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de goedkeuring van toereikende kaders voor risicomanagement en -beheersing. In dit verband voert Ageas een groepsbreed key risk reporting-proces uit om de belangrijkste (bestaande en dreigende) risico's in kaart te brengen die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om ervoor te zorgen dat deze risico's continu worden beheerd. De Raad van Bestuur, het management en alle medewerkers voeren deze risico- en beheersingsactivitetien voortdurend uit, teneinde de volgende zaken in redelijkheid te kunnen waarborgen:
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie over het interne controlekader noot 5 Risicomanagement in de Geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas.
De Belgische Corporate Governance Code, gepubliceerd op 12 maart 2009 (de Code 2009), is van toepassing op Ageas en is beschikbaar op de website van Ageas:
https://www.ageas.com/nl/over-ageas/corporate-governance.
De Code is gebaseerd op het 'pas toe of leg uit'-principe. Dit betekent dat bedrijven de Code moeten naleven of in de 'Corporate Governance-verklaring' moeten uitleggen waarom ze afwijken van haar principes. Bij Ageas zijn er geen aspecten van corporate governance die bijkomende toelichting vereisen met het oog op Code 2009.
Het huidige Corporate Governance Charter is beschikbaar op de website van Ageas:
https://www.ageas.com/nl/over-ageas/corporate-governance.
Ageas droeg actief bij aan de opstelling van een nieuwe Corporate Governance-wet die naar verwachting in de loop van 2019 van kracht wordt. Ageas streeft ernaar om, op basis van een inspanningsverplichting, te anticiperen op naleving van de nieuwe bepalingen van deze Corporate Governance-wet.
In 2018 keurde de Raad van Bestuur formeel een diversiteitsbeleid goed.
Het diversiteitsbeleid is van toepassing op alle topmanagers en leden van de Raad van Bestuur in de hele groep:

| Bart De Smet CEO |
Bart De Smet (1957 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man) Chief Executive Officer Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021. |
|---|---|
| Christophe Boizard CFO |
Christophe Boizard (1959 – Franse nationaliteit - Uitvoerend bestuurder – Man) Chief Financial Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zit tingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019. |
| Filip Coremans CRO |
Filip Coremans (1964 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man) Chief Risk Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zit tingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019. |
| Antonio Cano COO |
Antonio Cano (1963 – Nederlandse nationaliteit – Uitvoerend bestuurder – Man) Chief Operating Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2016. Zit tingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2020. |
Details over de andere posities van leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee zijn te raadplegen op de Ageas-website.
Secretaris van de onderneming Valérie van Zeveren
De aanwezigheid bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur, het Audit Committee, Risk & Capital Committee, Remuneration Committee en Corporate Governance Committee was als volgt:
| Vergaderingen | Vergaderingen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vergadering | Corporate | Vergaderingen | Risk & | |||||||||
| Raad van Bestuur | Audit Committee | Governance Committee | Remuneration Committee | Capital Committee | ||||||||
| Naam | Gehouden Bijgewoond Gehouden * Bijgewoond Gehouden ** Bijgewoond Gehouden ** Bijgewoond Gehouden * Bijgewoond | |||||||||||
| Jozef De Mey | 10 | 10 | ( 100% ) | 5 | 5 | |||||||
| Guy de Selliers de Moranville | 10 | 10 | ( 100% ) | 5 | 5 | 6 6 |
||||||
| Lionel Perl | 10 | 10 | ( 100% ) | 5 | 5 | 4 | 4 | |||||
| Jan Zegering Hadders | 10 | 10 | ( 100% ) | 6 6 |
5 | 5 | ||||||
| Bart De Smet | 10 | 10 | ( 100% ) | 6 6 |
6 | 5 | ||||||
| Jane Murphy*** | 10 | 10 | ( 100% ) | 6 4 |
4 | 4 | ||||||
| Lucrezia Reichlin | 10 | 7 | ( 70% ) | 6 4 |
||||||||
| Richard Jackson | 10 | 10 | ( 100% ) | 6 6 |
||||||||
| Yvonne Lang Ketterer | 10 | 10 | ( 100% ) | 6 6 |
||||||||
| Katleen Vandeweyer**** | 10 | 10 | ( 100% ) | 4 | 2 | |||||||
| Christophe Boizard | 10 | 10 | ( 100% ) | |||||||||
| Filip Coremans | 10 | 10 | ( 100% ) | |||||||||
| Antonio Cano | 10 | 10 | ( 100% ) | |||||||||
| Nieuw lid van | ||||||||||||
| de Raad van bestuur | ||||||||||||
| per mei 2018 | ||||||||||||
| (gehouden | ||||||||||||
| vergaderingen zijn sinds | ||||||||||||
| de Algemene vergadering | ||||||||||||
| van aandeelhouders) | ||||||||||||
| Sonali Chandmal | 6 | 6 | (100% ) | 2 2 |
* Inclusief de gezamenlijke vergadering van het RCC en het AC.
** Inclusief de gezamenlijke vergaderingen van het RC en het CGC.
*** Mevr. Murphy verliet het Audit Committee in oktober.
**** Mevr. Vandeweyer trad toe tot het Remuneration Committee in mei.
De Raad van Bestuur verklaart om wettelijke redenen dat het Jaarverslag Ageas 2018 is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke regels ter implementatie van de Europese overnamerichtlijn. Die regels traden in België per 1 januari 2008 in werking. De Raad van Bestuur geeft hierbij de volgende verklaring voor de diverse elementen die onder de nieuwe regels vallen:
die (door derden) worden aangehouden en die de wettelijke drempel in België overschrijden, dan wel de drempels zoals die in de statuten van ageas SA/NV zijn vastgelegd;
Aandeelhouders van Ageas zijn verplicht te voldoen aan bepaalde meldingseisen indien hun deelneming in Ageas boven of onder bepaalde drempels komt, zoals voorgeschreven door de Belgische wet en door de statuten van ageas SA/NV. De aandeelhouder moet de onderneming en de FSMA inlichten als zijn deelneming boven of onder de 3% of 5% (en bij elk meervoud van 5%) van de stemrechten komt. Ageas publiceert die informatie op haar website.
In overeenstemming met de Belgische wet van 6 april 2010 heeft Ageas een Remuneratierapport van het Remuneration Committee opgesteld. Ageas zal dit verslag aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 15 mei 2019 ter goedkeuring voorleggen. Het verslag wordt toegelicht door de Voorzitter van het Remuneration Committee. Op 16 mei 2018 werd het verslag over 2017 met 98,24% van de stemmen van de aandeelhouders goedgekeurd.
Het Remuneration Committee bestond uit Lionel Perl (voorzitter), Jane Murphy en Katleen Vandeweyer. De CEO en de CRO, in zijn hoedanigheid van eindverantwoordelijke voor personeelszaken, alsmede de groepsdirecteur Human Resources woonden de vergaderingen van het Remuneration Committee bij, met uitzondering van de discussies over zaken die henzelf betreffen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.
Het Remuneration Committee wordt bijgestaan door Willis Towers Watson een externe professionele dienstverlener. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
De drie belangrijkste doelstellingen van het Remuneration Committee zijn ongewijzigd: volledige transparantie verzorgen, de overeenstemming met bestaande en toekomstige Belgische wetgeving alsook Europese regelgeving garanderen en marktconform zijn.
In 2010 en 2011 heeft de Raad van Bestuur zowel het bezoldigingsbeleid (voor de Raad van Bestuur en het Executive Committee zoals aanbevolen door het Remuneration Committee) als de bezoldigingsniveaus van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders voorgelegd. Ook in de toekomst zal de Raad van Bestuur wijzigingen of aanpassingen hiervan ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorleggen. Het jaarverslag van het Remuneration Committee geeft inzicht in het werk van dit committee en van de voorgestelde veranderingen indien van toepassing.
Ageas bestudeert de toekomstige wetgeving nauwkeurig en probeert zo veel als mogelijk op veranderingen hierop vooruit te lopen indien wenselijk.
Het doel van de beloning van zowel de Raad van Bestuur als van het Executive Committee is:
Het Remuneration Committee vergaderde in 2018 vier keer inclusief twee gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee.
Het Remuneration Committee besprak en diende aanbevelingen in aan de Raad van Bestuur over:
Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee werden de volgende onderwerpen besproken en voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring:
de individuele STI en LTI van de leden van het Management Committee op basis van bovenstaande beoordeling.
Het volledige bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en van het Group Executive Committee van Ageas maakt deel uit van het Corporate Governance Charter (zie bijlage 4 van het Corporate Governance Charter). Het bezoldigingsbeleid is te vinden op: https://www.ageas.com/nl/over-ageas/bezoldiging.
Dit beleidsdocument beschrijft de principes die aan de grondslag liggen van de bezoldiging, het relatieve belang van de diverse onderdelen van de bezoldiging en de kenmerken van de aan aandelen gerelateerde bezoldiging en het toepasselijke terugvorderingsbeleid van variabel inkomen in het geval van fraude of afwijking van materieel belang.
Het Remuneration Committee blijft de mening toegedaan dat het beleid is afgestemd op de geest van de nieuwe wetgeving met een spreiding van de langetermijnbonus (LTI) en gedeelten van de kortetermijnbonus (STI) en de evaluatie van de prestatie gedurende de periode van spreiding en dat deze overeenkomt met de strategie van de onderneming.
De bezoldigingsniveaus van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werden door een ruime meerderheid van de aandeelhouders goedgekeurd in 2010. Op basis van een periodieke herziening werd een aanpassing van de vaste beloning voor de voorzitter voorgesteld en goedgekeurd door de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 2013.
Het Remuneration Committee deed op 29 januari 2018 een aanbeveling en de Raad van Bestuur valideerde dit voorstel om aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te stellen om de vaste vergoeding voor de voorzitter van de Raad van Bestuur met ingang van 1 januari 2018 te verhogen van EUR 90.000 naar EUR 120.000 en om de vaste vergoeding voor niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur met ingang van 1 januari 2018 te verhogen van EUR 45.000 naar EUR 60.000. De aanwezigheidspremies voor de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies blijven ongewijzigd. Dit voorstel werd in mei 2018 tijdens de Algemene Aandeelhoudersvergadering goedgekeurd met 99,36 % van de stemmen van de aandeelhouders. De volgende tabel geeft een overzicht van de vaste vergoedingen en de aanwezigheidspremies.
| Raad van Bestuur | Bestuurscommissie | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Entiteit | Datum vanaf | Voorzitter | Lid | Voorzitter | Lid | |
| Ageas Groep | vaste vergoeding | 2018 | 120.000 | 60.000 | ||
| aanwezigheidspremie | 2010 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 |
Meer gedetailleerde informatie over de vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders in 2018 bevindt zich in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee in de Geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas.
Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen jaarlijkse variabele vergoeding of aandelenopties en hebben geen pensioenrechten. Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur hebben geen recht op een vergoeding voor het beëindigen van hun mandaat.
De bezoldiging van de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur is enkel gerelateerd aan hun positie als lid van het Executive Committee en is daarom bepaald in lijn met het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Executive Committee.
In het kader van goede corporate governance besloot de Raad van bestuur om de meeste niet-uitvoerende leden te benoemen als lid van de Raden van Bestuur van dochterondernemingen van Ageas. Voor zover deze posities bezoldigd zijn, worden de betaalde bedragen vermeld in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas.
Op 13 november 2018 beval het Remuneration Committee aan de Raad van Bestuur aan om de Algemene vergadering van aandeelhouders aan te bevelen om de bezoldiging van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur die ageas SA/NV in geconsolideerde entiteiten van Ageas Group vertegenwoordigen op een lijn te brengen. Dit zal van toepassing zijn vanaf 2019 behalve voor Ageas Frankrijk en Ageas Portugal waar dit zal worden toegepast vanaf januari 2018. De volgende tabel geeft een overzicht van de vaste vergoedingen en de aanwezigheidspremies.
| Raad van Bestuur | Bestuurscommissie | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Entiteit | Datum vanaf | Voorzitter | Lid | Voorzitter | Lid | |
| Geconsolideerde entiteiten Ageas Groep | vaste vergoeding | 2019 | 60.000 | 45.000 | ||
| aanwezigheidspremie | 2019 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 |
Overeenkomstig het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingsniveaus zoals hierboven beschreven, bedroeg de totale bezoldiging van alle niet-uitvoerende leden EUR 1,37 miljoen in 2018, tegenover EUR 1,26 miljoen in 2017. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen wij naar noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas.
Zowel het niveau als de structuur van de bezoldiging voor de Ageas Executive Committee leden worden elk jaar geanalyseerd. Op initiatief van het Remuneration Committee wordt de competitieve positie van Ageas regelmatig vergeleken door, en besproken met, Willis Towers Watson en vergeleken met die van andere BEL-20 bedrijven en grote Europese internationale verzekeringsmaatschappijen en andere organisaties die internationaal actief zijn.
Op basis van de beoordeling van de competitieve positionering van het Executive management in de tweede jaarhelft van 2018, gaf het Remuneration Committee de aanbeveling en aanvaardde de Raad van Bestuur de aanbeveling om voor 2019 de volgende aanpassingen aan te brengen in de bezoldiging van het Executive management:
Bij deze aanpassing is rekening gehouden met:
Het Executive Committee bestaat uit CEO Bart De Smet, CFO Christophe Boizard, CRO Filip Coremans, en COO Antonio Cano, allen uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. Het bezoldigingsbeleid zoals het wordt beschreven hierboven is van toepassing op de leden van het Executive Committee, en omvat, maar is niet beperkt tot, de regels over variabele verloning, ontslagvergoeding en claw-back. In 2018 bedroeg de totale bezoldiging in geld, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 4.317.232 tegenover EUR 4.400.710 in 2017. Op basis van de resultaten over het werkjaar 2018 werden er voorwaardelijke 21.356 aandelen toegekend voor een totaalbedrag van of EUR 900.000 (vergeleken met 2017 toen er 43.178 aandelen werden toegekend).
Zoals in het bezoldigingsbeleid voorzien, hebben de leden van het Executive Committee recht op een kortetermijnbonus (STI) en een langetermijnbonus (LTI) voor hun prestaties in boekjaar 2018:
Voor elk lid van het Executive Committee bedraagt d e verbrekingsvergoeding 12 maandlonen, wat in bepaalde omstandigheden kan worden opgetrokken naar 18 maanden, (met inbegrip van het niet-concurrentiebeding).
Meer gedetailleerde informatie over het bezoldigingsbeleid van toepassing op het Executive Committee is beschikbaar in bijlage 4 van het Corporate Governance Charter: Bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Group Executive Committee van Ageas.
Voor meer gedetailleerde informatie over de individuele bezoldiging en het aantal toegekende, uitgeoefende en vervallen aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen te verwerven, gelieve te verwijzen naar noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van leden van de Raad van Bestuur en leden van het Executive Committee in de Ageas Geconsolideerd financieel verslag 2018.
Bij de aanstelling in april 2009 heeft het Remuneration Committee een volledig nieuw Bezoldigingsbeleid opgesteld. Het Remuneration Committee bekijkt de verschillende elementen van het Bezoldigingsbeleid en zijn overeenstemming met bestaande wetgeving en regelgeving op regelmatige basis, bijgestaan door de externe adviseur Willis Towers Watson.
Het Remuneration Committee blijft van mening dat het beleid, met onder andere een uitstel van de LTI en delen van de STI, en de beoordeling van de prestaties tijdens de uitstelperiode overeenstemt met de huidige normen en als dusdanig aansluit bij de strategie van het bedrijf.
Ageas blijft de structuur van het bezoldigingsbeleid vergelijken met het concurrentie- en toezichtklimaat zoals zij dit in het verleden gedaan heeft en zal waar nodig aanpassingen of updates voorstellen. Het bezoldigingsbeleid zal worden aangepast in lijn met het bezoldigingsrapport dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Brussel, 26 maart 2019


(voor winstbestemming)
| 31 december | 31 december | ||
|---|---|---|---|
| Noot | 2018 | 2017 | |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 10 | 2.924,8 | 2.552,3 |
| Financiële beleggingen | 11 | 61.442,6 | 63.372,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 12 | 2.727,3 | 2.649,1 |
| Leningen | 13 | 9.788,5 | 9.416,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.509,3 | 15.827,3 | |
| Beleggingen in deelnemingen | 14 | 3.071,0 | 2.941,6 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 15 | 1.843,1 | 2.185,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 64,2 | 40,0 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 23 | 139,6 | 149,7 |
| Overlopende rente en overige activa | 16 | 1.837,1 | 1.857,8 |
| Materiële vaste activa | 17 | 1.234,6 | 1.183,9 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 18 | 1.097,1 | 1.122,6 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 7,1 | 41,8 | |
| Totaal activa | 101.686,3 | 103.340,8 | |
| Passiva | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 20.1 | 26.987,5 | 27.480,8 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 20.2 | 30.860,1 | 31.350,6 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 20.3 | 15.511,1 | 15.816,2 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 20.4 | 7.424,6 | 7.575,0 |
| Achtergestelde verplichtingen | 21 | 2.285,0 | 2.261,3 |
| Schulden | 22 | 2.184,2 | 1.969,3 |
| Actuele belastingverplichtingen | 35,7 | 72,6 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 23 | 1.039,6 | 1.054,9 |
| RPN(I) | 24 | 358,9 | 448,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 25 | 2.477,1 | 2.412,1 |
| Voorzieningen | 26 | 887,1 | 1.178,1 |
| Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang | 27 | 108,9 | 1.559,7 |
| Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop | 6,9 | ||
| Totaal verplichtingen | 90.166,7 | 93.178,6 | |
| Eigen vermogen | 19 | 9.411,4 | 9.610,9 |
| Minderheidsbelangen | 28 | 2.108,2 | 551,3 |
| Totaal eigen vermogen | 11.519,6 | 10.162,2 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 101.686,3 | 103.340,8 |
| Noot | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| - Bruto premies | 8.860,0 | 8.445,0 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 52,9 | 47,0 | |
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 266,6 | - 237,5 | |
| Netto verdiende premies | 32 | 8.646,3 | 8.254,5 |
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 33 | 2.670,5 | 2.754,0 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 24 | 89,1 | - 173,0 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 34 | 314,9 | 278,5 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 35 | - 652,9 | 785,9 |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 36 | 251,5 | 409,8 |
| Commissiebaten | 37 | 296,5 | 279,8 |
| Overige baten | 38 | 210,8 | 159,7 |
| Totale baten | 11.826,7 | 12.749,2 | |
| Kosten | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 7.904,6 | - 7.762,0 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 21,5 | 299,7 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 39 | - 7.883,1 | - 7.462,3 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 588,2 | - 887,3 | |
| Financieringslasten | 40 | - 122,5 | - 116,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 41 | - 134,6 | - 21,8 |
| Wijzigingen in voorzieningen | 26 | - 10,3 | - 99,3 |
| Commissielasten | 42 | - 1.047,5 | - 1.110,7 |
| Personeelslasten | 43 | - 809,3 | - 825,4 |
| Overige lasten | 44 | - 1.157,9 | - 1.117,4 |
| Totale lasten | - 10.577,0 | - 11.641,0 | |
| Resultaat voor belastingen | 1.249,7 | 1.108,2 | |
| Belastingbaten (lasten) | 45 | - 252,8 | - 258,2 |
| Nettoresultaat over de periode | 996,9 | 850,0 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 28 | 187,8 | 226,8 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 809,1 | 623,2 | |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||
| Gewoon resultaat per aandeel | 4 | 4,11 | 3,09 |
| Verwaterd resultaat per aandeel | 4 | 4,11 | 3,09 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.
| Noot | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen | 8.860,0 | 8.445,0 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 32 | 1.201,3 | 1.614,6 |
| Bruto premies | 10.061,3 | 10.059,6 |
| Noot | 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| COMPREHENSIVE INCOME | |||||
| Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: | |||||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling | 45,0 | - 1,3 | |||
| Gerelateerde belasting | - 7,8 | - 16,2 | |||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling | 7 | 37,2 | - 17,5 | ||
| Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden ge classificeerd: |
37,2 | - 17,5 | |||
| Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | |||||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden | 9,2 | 15,0 | |||
| Gerelateerde belasting | - 2,3 | - 5,1 | |||
| Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden | 11 | 6,9 | 9,9 | ||
| Wijzigingen in herwaardering van voor verkoop beschikbare beleggingen 1) | - 414,8 | 262,1 | |||
| Gerelateerde belasting | 31,5 | 295,1 | |||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop | 11 | - 383,3 | 557,2 | ||
| Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen | 14 | 113,0 | - 99,0 | ||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen | 8,9 | - 173,1 | |||
| Totaal van onderdelen die (kunnen) | |||||
| worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | - 254,5 | 295,0 | |||
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | - 217,3 | 277,5 | |||
| Nettoresultaat over de periode | 996,9 | 850,0 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode | 779,6 | 1.127,5 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 187,8 | 226,8 | |||
| Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 82,2 | 140,9 | |||
| Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 105,6 | 367,7 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode, | |||||
| toewijsbaar aan de aandeelhouders | 674,0 | 759,8 |
1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
| Koers- | Netto resultaat | Ongerealiseerde | Eigen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen kapitaal |
Uitgifte | premies reserves | Overige verschillen reserve |
Toewijsbaar aan aandeelhouders |
winsten en verliezen |
vermogen aandeelhouders |
Minderheids- | eigen belangen vermogen |
|
| Stand per 1 januari 2017 | 1.602,6 2.450,2 | 2.923,7 | 86,1 | 27,1 | 2.470,9 | 9.560,6 | 644,4 | 10.205,0 | |
| Nettoresultaat over de periode | 623,2 | 623,2 | 226,8 | 850,0 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 318,7 | 318,7 | 149,4 | 468,1 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | - 11,8 | - 11,8 | - 5,7 | - 17,5 | |||||
| Wisselkoersverschillen | - 170,3 | - 170,3 | - 2,8 | - 173,1 | |||||
| Totaal verandering | |||||||||
| eigen vermogen niet-eigenaren | - 11,8 | - 170,3 | 623,2 | 318,7 | 759,8 | 367,7 | 1.127,5 | ||
| Overdracht | 27,1 | - 27,1 | |||||||
| Dividend | - 419,4 | - 419,4 | - 206,2 | - 625,6 | |||||
| Wijziging in kapitaal | 16,6 | 16,6 | |||||||
| Eigen aandelen | - 247,8 | - 247,8 | - 247,8 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 53,0 | - 191,2 | 244,2 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | - 7,5 | - 7,5 | - 7,5 | ||||||
| Impact geschreven putoptie | |||||||||
| op minderheidsbelang 1) | - 41,8 | - 41,8 | - 143,0 | - 184,8 | |||||
| Verkoop van Cargeas | - 100,2 | - 100,2 | |||||||
| Overige veranderingen in | |||||||||
| het eigen vermogen 2) | 7,0 | 7,0 | - 28,0 | - 21,0 | |||||
| Stand per 1 januari 2018 | 1.549,6 2.251,5 | 2.481,2 | - 84,2 | 623,2 | 2.789,6 | 9.610,9 | 551,3 | 10.162,2 | |
| Nettoresultaat over de periode | 809,1 | 809,1 | 187,8 | 996,9 | |||||
| Herwaardering van investeringen | - 176,3 | - 176,3 | - 87,1 | - 263,4 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | 33,2 | 33,2 | 4,0 | 37,2 | |||||
| Wisselkoersverschillen | 8,0 | 8,0 | 0,9 | 8,9 | |||||
| Totaal verandering | |||||||||
| eigen vermogen niet-eigenaren | 33,2 | 8,0 | 809,1 | - 176,3 | 674,0 | 105,6 | 779,6 | ||
| Overdracht | 623,2 | - 623,2 | |||||||
| Dividend | - 403,2 | - 403,2 | - 201,0 | - 604,2 | |||||
| Wijziging in kapitaal | - 84,0 | - 84,0 | |||||||
| Eigen aandelen | - 207,3 | - 207,3 | - 207,3 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 47,2 | - 195,7 | 242,9 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 3,5 | 3,5 | 3,5 | ||||||
| Impact geschreven putoptie | |||||||||
| op minderheidsbelang 1) | - 252,9 | - 252,9 | 1.694,2 | 1.441,3 | |||||
| Overige veranderingen in | |||||||||
| het eigen vermogen 2) | - 14,2 | 1,3 | - 0,7 | - 13,6 | 42,1 | 28,5 | |||
| Stand per 31 december 2018 | 1.502,4 2.059,3 | 2.502,9 | - 74,9 | 809,1 | 2.612,6 | 9.411,4 | 2.108,2 | 11.519,6 |
1) Heeft betrekking op de putoptie op AG Insurance aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (zie noot 27 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI putopties).
2) Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden aandelen Ageas met betrekking tot de CASHESobligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.
| Noot | 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 10 | 2.552,3 | 2.180,9 | ||
| Resultaat voor belastingen | 1.249,7 | 1.108,2 | |||
| Aanpassingen om het resultaat te laten | |||||
| aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||||
| Herberekening RPN(I) | 24 | - 89,1 | 173,0 | ||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 34 | - 314,9 | - 278,5 | ||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 36 | - 251,5 | - 409,8 | ||
| Afschrijvingen en oprenting | 44 | 675,3 | 742,9 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | 41 | 134,6 | 21,8 | ||
| Voorzieningen | 26 | 16,2 | 106,3 | ||
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 43 | 8,7 | 5,4 | ||
| Totaal aanpassingen om het resultaat te laten | |||||
| aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 179,3 | 361,1 | |||
| Wijzigingen in operationele activa en passiva: | |||||
| Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa en passiva) | 11 | 31,7 | - 90,5 | ||
| Vorderingen | 13 | - 827,5 | - 619,4 | ||
| Herverzekering en overige vorderingen | 15 | 278,0 | 29,8 | ||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 318,1 | - 1.471,6 | |||
| Schulden | 22 | 124,5 | - 481,3 | ||
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 20.1 & 20.2 & 20.4 | - 696,4 | 118,3 | ||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 20.3 | - 403,8 | 1.163,7 | ||
| Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en passiva | 742,6 | - 764,6 | |||
| Dividend ontvangen van deelnemingen | 14 | 168,7 | 162,8 | ||
| Betaalde winstbelastingen | - 303,4 | - 242,0 | |||
| Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva | - 567,5 | - 2.194,8 | |||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 861,5 | - 725,5 | |||
| Aankoop van beleggingen | 11 | - 8.034,0 | - 6.970,8 | ||
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 11 | 8.400,6 | 8.902,3 | ||
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | 12 | - 110,6 | - 189,3 | ||
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 12 | 34,9 | 50,5 | ||
| Aankopen van materiële vaste activa | 17 | - 90,6 | - 63,4 | ||
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 17 | 0,9 | 10,2 | ||
| Aankoop dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalverhogingen in deelnemingen) | 3 | - 178,3 | - 183,7 | ||
| Verkoop dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) | 3 | 429,0 | 438,7 | ||
| Aankoop van immateriële vaste activa | 18 | - 31,8 | - 37,4 | ||
| Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 18 | 0,1 | 11,0 | ||
| Kasstroom uit beleggingsactiviteiten | 420,2 | 1.968,1 | |||
| Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen | 22 | 22,1 | |||
| Terugbetaling van overige financieringen | 22 | - 13,9 | |||
| Aankoop van eigen aandelen | 19 | - 207,3 | - 247,8 | ||
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders | - 403,2 | - 419,4 | |||
| Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen | - 201,0 | - 206,2 | |||
| Terugbetaling van kapitaal (inclusief minderheidsbelangen) | - 98,0 | ||||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - 909,2 | - 865,2 | |||
| Effect van wisselkoersverschillen op geldmiddelen en kasequivalenten | - 6,0 | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 10 | 2.924,8 | 2.552,3 | ||
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||||
| Ontvangen rente | 33 | 2.023,9 | 2.147,7 | ||
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 33 | 137,3 | 144,4 | ||
| Betaalde rente | 40 | - 119,2 | - 115,5 |
ageas SA/NV, statutair gevestigd te Rue du Marquis 1/ Markiesstraat 1, Brussel, België is de moedermaatschappij van de Ageas Groep. In de Geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening van ageas SA/NV en haar dochterondernemingen begrepen.
Ageas aandelen zijn genoteerd op de gereguleerde markt van Euronext in Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADRprogramma in de Verenigde Staten.
Bekende aandeelhouders van ageas SA/NV, gebaseerd op de officiële meldingen zijn per 31 december 2018:
Ping An 5,17%;
1
De juridische structuur van Ageas is per 31 december 2018 als volgt.

Volledig geconsolideerde entiteiten van Ageas in Continentaal Europa zijn in Portugal: Millenniumbcp Ageas (51%), Ocidental Seguros (100%), Médis (100%), Ageas Portugal Vida (100%) en Ageas Portugal Seguros (100%) en in Frankrijk: Ageas France (100%). De volledige lijst van deelnemingen binnen de groep is gepubliceerd in het 'Ageas SFCR – Qualitative Reporting' welke is te vinden op de website: https://www.ageas.com/nl/investors/quarterly-results.
De Geconsolideerde Jaarrekening 2018 van Ageas, inclusief alle toelichtingen, is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2018, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.
De boekhoudregels toegepast in de Geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas zijn consistent met degene die zijn toegepast voor het jaar dat op 31 december 2017 eindigde. Wijzigingen aan de boekhoudregels voor de nieuwe en goedgekeurde IFRS-normen die gelden per 1 januari 2018 zijn vermeld in paragraaf 2.2. De grondslagen zoals onderstaand beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die zijn te vinden op de volgende website:
https://www.ageas.com/nl/about/toezicht-audit-en-boekhoudregels.
De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel. De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.
Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten, herverzekering en overige vorderingen, overlopende rente en overige activa, nietlevensverzekeringsverplichtingen, overlopende rente en overige verplichtingen en actuele belastingvorderingen en -schulden.
De belangrijkste toegepaste IFRS-normen voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:
In 2018 werden de volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen op IFRS-standaarden en interpretaties van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).
In juli 2014 vaardigde de IASB de aangevulde versie van IFRS 9 'Financiële instrumenten' uit. IFRS 9 werd in november 2016 goedgekeurd door de EU en is van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018. Omdat Ageas in aanmerking komt voor tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, besloot de onderneming om IFRS 9 in 2018 niet toe te passen. Nadere informatie over deze vrijstelling is te vinden in de onderstaande sectie onder 'Wijziging van IFRS 4 voor de toepassing van IFRS9 met IFRS 4'.
IFRS 9 vervangt het merendeel van de huidige IFRS-standaard IAS 39 'Financiële instrumenten: opname en waardering'. De classificatie en waardering van financiële activa onder IFRS is afhankelijk van zowel de contractuele kasstroomkenmerken van het instrument en het bedrijfsmodel van de entiteit. De classificatie van financiële verplichtingen blijft ongewijzigd. Onder IFRS 9 worden bijzondere waardeverminderingsverliezen eerder verantwoord dan in de huidige praktijk. Dit komt omdat de opname en waardering van bijzondere waardeverminderingen onder IFRS 9 plaatsvindt op basis van een verwachtverlies-model vergeleken met het huidige geledenverlies-model onder IAS 39. De vereisten inzake hedge accounting onder IFRS 9 zijn erop gericht om de algemene hedge accounting te vereenvoudigen.
Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten Om te voorkomen dat verzekeringsondernemingen problemen ondervinden om IFRS 9 'Financiële instrumenten' toe te passen voor de ingangsdatum van IFRS 17 'Verzekeringscontracten' (1 januari 2022), heeft de IASB in september 2016 'Wijzigingen in IFRS 4: Toepassing van IFRS 9: Financiële instrumenten bij Verzekeringscontracten volgens IFRS 4' uitgevaardigd. De EU keurde deze wijzigingen in november 2017 goed. In november 2018 stemde de IASB, samen met een uitstel van een jaar voor de ingangsdatum van IFRS 17, voor een verlenging tot 2022 van de tijdelijke vrijstelling voor verzekeraars van de toepassing van IFRS 9. Zo kunnen IFRS 9 en IFRS 17 tegelijkertijd worden toegepast.
Deze wijzigingen in IFRS 4 bieden twee opties om het effect van verschillende ingangsdatums tot een minimum te beperken. Deze opties zijn de overlay-benadering en de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9.
De tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 is een optionele tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, voor verslagperioden die beginnen voor 1 januari 2022 voor entiteiten wier activiteiten voornamelijk verzekeringsgerelateerd zijn. Dit betekent dat:
De boekwaarde van de uit contracten binnen de reikwijdte van IFRS 4 voortvloeiende verplichtingen significant zijn vergeleken met de totale boekwaarde van alle verplichtingen van de rapporterende entiteit; en
De verhouding tussen de totale boekwaarde van de verzekeringsgerelateerde verplichtingen en de totale boekwaarde van alle verplichtingen van de verzekeraar meer dan 90 procent bedraagt, of lager ligt dan aan 90 procent maar hoger dan 80 procent, op voorwaarde dat de verzekeraar geen wezenlijke activiteiten ontplooit die niet met verzekeringen zijn verbonden.
Ageas verrichte een dergelijke predominantieanalyse op de referentiedatum, 31 december 2015, en concludeerde dat ze in aanmerking kwam voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9; de totale boekwaarde met betrekking tot verzekeringsverplichtingen vertegenwoordigde per 31 december 2015 meer dan 90 procent van de boekwaarde van alle verplichtigen van Ageas. Op latere datum werd geen herbeoordeling van deze analyse uitgevoerd omdat er geen substantiële veranderingen in de activiteiten van Ageas plaatsvonden die een dergelijke herbeoordeling noodzakelijk zouden maken.
Omdat Ageas in aanmerking komt voor tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, besloot de onderneming van deze vrijstelling gebruik te maken. Een gecombineerd implementatieproject voor IFRS 9 en IFRS 17 is momenteel gaande.
Aangezien Ageas besloot om gebruik te maken van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, wordt de volgende informatie over de reële waarde en de kredietrisicoblootstelling vermeld, teneinde de vergelijking tussen de Geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas en andere bedrijven die wel IFRS 9 toepassen inzichtelijker te maken.
| Reële waarde van financiële activa | Schuldeffecten incl. | Overige | Geldmiddelen en | |
|---|---|---|---|---|
| die voldoen aan de SPPI-test | gestructureerde beleggingen | Vorderingen | vorderingen | kasequivalenten |
| Reële waarde op 31 december 2017 | 60.099,4 | 9.459,1 | 985,8 | 2.371,1 |
| Mutatie in reële waarde in 2018 | - 1.657,1 | - 32,6 | - 268,6 | 480,4 |
| Reële waarde op 31 december 2018 | 58.442,3 | 9.426,5 | 717,2 | 2.851,5 |
| Financiële beleggingen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Schuld effecten | Aandelen | Derivaten | |||||
| incl. | effecten | aangehouden | Beleggingen | Derivaten | Gemiddelden | ||
| Reële waarde van financiële activa | gestructureerde | en overige | voor handels- | inzake voor afdekkings- | en | ||
| die niet voldoen aan de SPPI-test | beleggingen | beleggingen | doeleinden | Vorderingen | unit linked | doeleinden kasequivalenten | |
| Reële waarde op 31 december 2017 | 380,4 | 4.857,5 | 44,9 | 764,6 | 15.827,3 | 56,9 | 181,2 |
| Mutatie in reële waarde in 2018 | - 234,8 | - 394,9 | - 20,0 | 131,8 | - 318,0 | 6,0 | - 108,0 |
| Reële waarde op 31 december 2018 | 145,6 | 4.462,6 | 24,9 | 896,4 | 15.509,3 | 62,9 | 73,2 |
| tegen een bedrag gelijk aan looptijd ECL | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| kredietrisico | |||||
| aanzienlijk is | dubieus zijn | ||||
| Bruto boekwaarde | sinds initiële | (maar niet | verliesvoorzieningen | ||
| onder toepassing van IAS 39 | Tegen een bedrag | opname maar die geen | dubieus van | zijn gewaardeerd | Gekochte of |
| voor financiële activa | gelijk aan | dubieuze financiële | oorsprong of | overeenkomstig | oorspronkelijk |
| die voldoen aan de SPPI-test | 12-maands ECL | activa zijn | gekocht) | IFRS 9 §5.5.15 | dubieus |
| AAA | 6.076,8 | ||||
| AA | 33.666,3 | ||||
| A | 12.451,3 | ||||
| BBB | 13.117,1 | 1,9 | |||
| Totaal beleggingsclassificatie | 65.311,5 | 1,9 | |||
| Minder dan beleggingsclassificatie | 519,2 | 45,5 | 20,0 | 6,4 | |
| Zonder kredietbeoordeling | 3.565,1 | 6,0 | 29,6 | 325,1 | 55,8 |
| Totaal | 69.395,8 | 53,4 | 49,6 | 325,1 | 62,2 |
Verliesvoorziening is gewaardeerd
| Bruto boekwaarde onder toepassing van IAS 39 per 31 december 2018. | 1.009,4 |
|---|---|
| Reële waarde op 31 december 2018 | 975,1 |
| Verschil | 34,3 |
IAS 28 Beleggingen in deelnemingen en joint ventures vereist dat een entiteit bij gebruik van de equitymethode uniforme boekhoudkundige regels gebruikt. Ageas wijkt tijdelijk af van deze regel voor zijn deelneming in Maybank Ageas Holdings Berhad. Deze deelneming paste in 2018 IFRS 9 toe, terwijl Ageas de tijdelijke vrijstelling voor toepassing van IFRS 9 over dezelfde rapportageperiode gebruikte. Deze afwijking van de toepassing van uniforme boekhoudkundige regels is toegestaan door paragraaf 39I van de wijzigingen aan IFRS 4 bij toepassing IFRS 9 met IFRS 4. Het openbaar beschikbare financieel verslag van Maybank Ageas Holdings Berhad is na publicatie hiervan te raadplegen op de volgende website:
(http://www.etiqa.com.my/en/financial-report).
In mei 2014 vaardigde de IASB IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten uit. IFRS 15 werd in september 2016 goedgekeurd door de EU en is van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018. De toepassing van IFRS 15 omvat de wijzigingen in IFRS 15, op de ingangsdatum van IFRS 15 (door de IASB in september 2015 uitgevaardigd) en de verduidelijking op IFRS 15 (door de IASB in april 2016 gepubliceerd). Beide zijn door de EU goedgekeurd en zijn van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018.
IFRS 15 vervangt de bestaande omzetvereisten in IAS 11 Bouwcontracten, IAS 18 Omzet en diverse interpretaties van IFRIC (IFRIC 13, IFRIC 15 en IFRIC 18) en SIC (SIC 31).
IFRS 15 is van toepassing op alle opbrengsten en kasstromen voortvloeiend uit contracten met een klant, behalve als dit contract valt binnen de reikwijdte van IFRS 16 of IFRS 17 of voor financiële instrumenten en andere contractuele rechten of verplichtingen die binnen de reikwijdte van IFRS 9, IFRS 10, IFRS 11, IAS 27 en IAS 28 vallen.
De impact van IFRS 15 op de Geconsolideerde jaarrekening 2018 is beperkt omdat de belangrijkste inkomstenbronnen voor Ageas zijn verbonden met verzekeringscontracten en opbrengsten van financiële instrumenten, die niet onder IFRS 15 vallen. Meer in het bijzonder werd een beperkte impact opgemerkt binnen de activiteiten in België voor de verkoop van appartementen en in het Verenigd Koninkrijk voor afbetalingscontracten. Onder IFRS 15 wordt de omzet in het kader van deze contracten in de loop van de tijd verwerkt naarmate aan de prestatieverplichting wordt voldaan, vergeleken met volledig vooruit of na afloop van het contract, zoals in het verleden gebeurde.
De overige wijzigingen in IFRS-normen, interpretaties en aanpassingen van IFRS-normen en interpretaties in 2018 waren niet relevant voor Ageas of hadden geen significante impact op de balans of de resultatenrekening:
De volgende nieuwe of herziene IFRS-normen, interpretaties en aanpassingen van IFRS-normen en interpretaties, met een belangrijke impact voor Ageas, zijn door de IASB uitgevaardigd en gaan in voor verslagperioden die beginnen op 1 januari 2019 of later.
De IASB vaardigde IFRS 16 'Leases' uit in januari 2016. IFRS 16 werd in oktober 2017 goedgekeurd door de EU en is van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019. Zodoende is IFRS 16 nog niet toegepast voor de Geconsolideerde jaarrekening 2018 maar wordt deze standaard vanaf 1 januari 2019 volledig geïmplementeerd.
IFRS 16 vervangt de huidige normen IAS 17 'Leases', SIC-15 'operationele leases - incentives', SIC 27 'waardering van de substantie van transacties met de juridische vorm van een lease' en IFRIC 4 'bepaling van of een regeling een lease omvat'.
IFRS 16 stelt grondslagen vast voor de opname, waardering, presentatie van en informatieverschaffing over leaseovereenkomsten. De principes van IFRS 16 bieden richtlijnen voor zowel de huurders als de verhuurders. De belangrijkste wijziging van IFRS 16 vergeleken met IAS 17 heeft betrekking op de waardering en presentatie van leases als huurder. Teneinde de leases getrouw weer te geven in de financiële verslagen, moet een huurder een gebruiksrecht en een lease-verplichting opnemen. De lease-verplichting wordt verdisconteerd met het incrementele financieringstarief van de huurder en de rentekosten voor de leaseverplichtingen worden afzonderlijke vermeld van de afschrijvingskosten van het actief waarvoor het gebruiksrecht geldt.
Als uitzondering op het boven beschreven waarderingsmodel voor huurders, geeft IFRS 16 huurders de mogelijkheid om de leasebetalingen voor kortetermijnleases (≤ 12 maanden) en voor leases waarvan het onderliggende actief van lage waarde is voor de entiteit lineair over de leasetermijn te verwerken als kosten. Beide uitzonderingen op het huurder-waarderingsmodel worden toegepast op de leases die aan de respectievelijke voorwaarden voldoen. De aan deze lease verbonden leasebetalingen worden in de Geconsolideerde jaarrekening 2019 afzonderlijk vermeld.
Ageas zal IFRS 16 met terugwerkende kracht toepassen, met opname van het cumulatieve effect van de eerste toepassing van IFRS 16 voor alle leases als een aanpassing van het openingssaldo per 1 januari 2019, zonder de aanpassing van de vergelijkende informatie voor voorgaande rapportageperioden.
Als praktisch hulpmiddel voor de overschakeling vereist IFRS 16 niet dat een entiteit moet herbeoordelen of op de initiële opnamedatum van IFRS 16 een contract een lease vormt of omvat, als gedefinieerd onder IFRS 16. Zodoende is IFRS 16 toegepast op alle contracten met ingangsdatum voor 1 januari 2019 en die onder toepassing van IAS 17 en IFRIC 4 waren geïdentificeerd als leases.
Voor leases die onder toepassing van IAS 17 als operationele lease waren geclassificeerd, wordt op de initiële toepassingsdatum van IFRS 16 (d.w.z. 1 januari 2019) een gebruiksrechtactief opgenomen, tegen een bedrag gelijk aan de leaseverplichting op dezelfde datum. Voor leases die onder toepassing van IAS 17 als financiële lease waren geclassificeerd, is de boekwaarde van het gebruiksrechtactief en de leaseverplichting per 1 januari 2019 gelijk aan de boekwaarde van het leaseactief en de leaseverplichting per 31 december 2018, onder toepassing van IAS 17.
Op basis van de actuele portefeuille van niet-opzegbare operationele leases veroorzaakt de implementatie van IFRS 16 tot een stijging van de totale activa en totale activa in de balans van Ageas met ongeveer EUR 511 miljoen per 1 januari 2019. Dit bedrag is voornamelijk verbonden met de leases van vastgoed en de leases van bedrijfswagens voor medewerkers.
Bij de bepaling van de leaseverplichting per 1 januari 2019 van leases die voorheen onder toepassing van IAS 17 als operationele lease waren geclassificeerd, worden de volgende praktische hulpmiddelen voorzien in IFRS 16 gebruikt:
Afgezien van de impact van de opname van het gebruiksrechtactief en de leaseverplichting voor de leases van vastgoed en bedrijfswagens voor medewerkers, die onder IAS 17 als operationele lease werden geclassificeerd, heeft de implementatie van IFRS 16 geen significante impact op het eigen vermogen, het OCI en het nettoresultaat.
In januari 2017 vaardigde de IASB IFRS 17 'Verzekeringscontracten' uit. IFRS 17 is een uitgebreide nieuwe boekhoudkundige norm voor verzekeringscontracten die opname, waardering, presentatie en melding omvat. Zodra deze is ingevoerd, zal IFRS 17 de in 2005 uitgevaardigde IFRS 4 Verzekeringscontracten vervangen.
In november 2018 stemde de IASB voor een uitstel van een jaar voor de ingangsdatum van IFRS 17, waardoor de toepassing van IFRS 17 ingaat voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2022. Samen met een uitstel van een jaar voor de ingangsdatum van IFRS 17 besloot de IASB ook de tijdelijke vrijstelling voor verzekeraars van de toepassing van IFRS 9 te verlengen tot 2022. Zo kunnen IFRS 9 en IFRS 17 tegelijkertijd worden toegepast.
Gezien het besluit van de IASB om de ingangsdata van IFRS 9 en IFRS 17 op een lijn te brengen, is momenteel een gecombineerd implementatieproject voor IFRS 9 en IFRS gaande. De toepassing van IFRS 9 en IFRS 17 zal significante veranderingen in de boekhouding en de presentatie van de jaarrekening volgens IFRS teweegbrengen, en ook de impact op het eigen vermogen, nettoresultaat en/of overig comprehensive income zal naar verwachting groot zijn.
De IASB onderneemt momenteel een aantal activiteiten om de implementatie van IFRS 17 te ondersteunen, inclusief een Transition Resource Group (TRG) en beoordeelt een heropening van IFRS voor wijzigingen aan de standaard, zoals in de tweede helft van 2018 en begin 2019 door het bestuur van de IASB besloten. Gezien de huidige ontwikkelingen op het niveau van de IASB en het feit dat IFRS 17 in 2019 nog gewijzigd kan worden, is het momenteel niet mogelijk een impactanalyse van IFRS 17 te geven.
IFRS 17 is nog niet goedgekeurd door de EU. In verband met deze goedkeuring heeft de EU de EFRAG verzocht om een goedkeuringsadvies inzake IFRS 17. Het tijdstip van dit goedkeuringsadvies is afhankelijk van de besluiten die de IASB zal nemen om IFRS 17 te heropenen en te wijzigen.
IFRS 17 introduceert een op de actuele waarde gebaseerd boekhoudkundig model voor verzekeringscontracten. De IASB verwacht dat IFRS 17 een consistentere boekhoudkundige verantwoording van verzekeringscontracten zal introduceren vergeleken met IFRS 4, dat grotendeels gebaseerd is op de grandfathering van eerdere lokale boekhoudregels.
De belangrijkste kenmerken van het nieuwe boekhoudkundige model voor verzekeringscontracten zijn:
niet verdiende winstgevendheid vertegenwoordigen van de verzekeringscontracten die in de resultatenrekening over de looptijden (d.w.z. dekkingperiode) moet worden verantwoord;
Overige komende wijzigingen in de IFRS-standaarden, interpretaties en veranderingen in IRTS-standaarden en interpretaties die in 2019 of later van toepassing worden, en waarvan nog niet alle wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU, hebben naar verwachting geen significante impact op de balans of de resultatenrekening van Ageas. Deze wijzigingen betreffen:
De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de onderstaande tabel weergegeven.
| 31 december 2018 | |
|---|---|
| Activa Voor verkoop beschikbare activa |
Onzekerheid schatting |
| Financiële instrumenten - Niveau 2 |
- Het waarderingsmodel - Inactieve markten |
| - Niveau 3 | - Het waarderingsmodel - Gebruik niet-marktwaarneembare input - Inactieve markten |
| Vastgoedbeleggingen | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Vorderingen | - Het waarderingsmodel - Parameters als creditspread, looptijd en de rente |
| Deelnemingen | - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van onzekerheden |
| Goodwill | - Het gehanteerde waarderingsmodel - Financiële en economische variabelen - Disconteringsvoet - De aan de entiteit inherente risicopremie |
| Overige immateriële vaste activa | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van belastingwetgeving - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen |
| Passiva Verplichtingen verzekeringscontacten - Leven |
- Actuariële aannames - Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets (LAT-test) - Herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisicospread en looptijd, bij het bepalen van de shadow LAT aanpassing |
| - Niet-leven | - Voorzieningen voor voorgevallen maar niet-gerapporteerde schadeclaims - Schadebehandelingskosten - Finale afhandeling van uitstaande schade claims |
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames - Disconteringsvoet - Inflatie/salarissen |
| Voorzieningen | - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden - De berekening van het best geschatte bedrag |
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van belastingwetgeving - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen |
Zie de betreffende noten van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen. In noot 5 Risicomanagement wordt beschreven hoe Ageas de diverse risico's van verzekeringsactiviteiten vermindert.
Gebeurtenissen na balansdatum hebben betrekking op gunstige en ongunstige gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de Geconsolideerde jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Bestuur voor publicatie. Er zijn twee soorten gebeurtenissen:
Nadere informatie over gebeurtenissen na de boekperiode is opgenomen in noot 48, Gebeurtenissen na balansdatum.
De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten zijn:
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen binnen de groep worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd. Deze niet-verzekeringsactiviteiten worden gerapporteerd in het operationeel segment Algemene Rekening, dat activiteiten zoals groepsfinanciering en overige holdingactiviteiten omvat. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I).
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.
In het geconsolideerde financieel verslag van Ageas is de jaarrekening van ageas SA/NV (de 'moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen begrepen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid
kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap'). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Ageas wordt overgedragen en worden van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap. Dochterondernemingen die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'. Het resultaat op een deel van een belang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verantwoord in het eigen vermogen.
'Intercompany' transacties (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.
Bij het beoordelen of Ageas zeggenschap heeft over een andere onderneming worden het bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
Beleggingen in deelnemingen worden verantwoord op basis van de equitymethode. Dit zijn beleggingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap. De belegging wordt verantwoord op basis van het aandeel van Ageas in de netto activa van de deelneming. De initiële verwerving wordt gewaardeerd tegen de kostprijs. Het aandeel van Ageas in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als aandeel in het resultaat van deelnemingen, en het aandeel in de rechtstreekse eigenvermogensmutaties na acquisitie wordt verantwoord in het eigen vermogen.
Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equitymethode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere verliezen worden alleen verantwoord als Ageas een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of betalingen heeft verricht namens deze deelneming.
Een niet-vlottend actief (of groep activa die wordt afgestoten, zoals dochtermaatschappijen) wordt aangehouden voor verkoop indien het beschikbaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat en indien de verkoop ervan bijzonder waarschijnlijk is. Een verkoop is bijzonder waarschijnlijk wanneer:
De datum van verkoop van een dochtermaatschappij of groep van activa die wordt afgestoten is de datum waarop de controle gebeurt. De geconsolideerde resultatenrekening omvat de resultaten van een dochtermaatschappij of groep van activa die wordt afgestoten tot de datum van verkoop. De winst of het verlies bij verkoop is het verschil tussen (a) de opbrengst van de verkoop en (b) de boekwaarde van de netto activa plus alle overeenstemmende goodwill en bedragen die worden geaccumuleerd in het overig comprehensive income (bijvoorbeeld, aanpassingen voor wisselkoersverschillen en de reserve activa voor verkoop).
Transacties in vreemde valuta door individuele maatschappijen van Ageas worden verantwoord tegen de valutakoers op de datum van de transactie.
Voor monetaire posten worden op de balansdatum de uitstaande saldi luidende in vreemde valuta verantwoord tegen de slotkoers per einde jaar.
Niet-monetaire posten die tegen historische kostprijs worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op transactiedatum. Niet-monetaire posten die tegen reële waarde worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde wordt bepaald. Koersverschillen worden in de resultatenrekening als winst of verlies verantwoord onder de post valutakoersverschillen behalve bij wijziging van de reële waarde van niet-monetaire posten die als bestanddeel van het eigen vermogen worden verantwoord.
Het onderscheid tussen valutakoersverschillen (die worden verantwoord in de resultatenrekening) en ongerealiseerde herwaarderingen van reële waarden (verantwoord in het eigen vermogen) op voor verkoop beschikbaar zijnde financiële activa wordt bepaald volgens de volgende regels:
Bij consolidatie worden de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van entiteiten die niet de euro als functionele munt hebben, omgerekend in euro's, tegen de gemiddelde dagwisselkoersen voor het lopende jaar (of, bij uitzondering, tegen de wisselkoers op de dag van de transactie indien de wisselkoersen significant schommelen). De balans voor de entiteiten die niet de euro als functionele munt hebben, wordt omgerekend met gebruik van de wisselkoersen geldig op de balansdatum.
Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen vermogen. Bij de desinvestering van een buitenlandse entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, geleende bedragen en andere valuta-instrumenten, aangemerkt als afdekking van een netto investering in een buitenlandse entiteit, worden in de Geconsolideerde Jaarrekening verantwoord in het eigen vermogen. Uitzondering is de eventuele afdekkingsineffectiviteit, die onmiddellijk in de resultatenrekening wordt verantwoord.
Goodwill en aanpassingen van de reële waarde die voortvloeien uit de acquisitie van die buitenlandse entiteit, worden behandeld als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers op balansdatum omgerekend. Alle verschillen die hieruit voortvloeien worden in het eigen vermogen verantwoord. Bij verkoop van de buitenlandse entiteit vindt er een overdracht naar de resultatenrekening plaats.
In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.
| Koersen per einde periode | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 euro = | 31 december 2018 | 31 december 2017 | 2018 | 2017 |
| Britse pond | 0,89 | 0,89 | 0,88 | 0,88 |
| Amerikaanse dollar | 1,15 | 1,20 | 1,18 | 1,13 |
| Hongkong dollar | 8,97 | 9,37 | 9,26 | 8,80 |
| Turkse lira | 6,06 | 4,55 | 5,71 | 4,12 |
| Chinese yuan renminbi | 7,88 | 7,80 | 7,81 | 7,63 |
| Indiase roepie | 79,73 | 76,60 | 80,74 | 73,53 |
| Maleisische ringgit | 4,73 | 4,85 | 4,76 | 4,85 |
| Filipijnse peso | 60,11 | 59,79 | 62,21 | 56,97 |
| Thaise baht | 37,05 | 39,12 | 38,17 | 38,30 |
| Vietnamese dong | 26.316 | 27.027 | 27.027 | 25.641 |
Ageas bepaalt de classificatie en waardering van activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.
Het management bepaalt de geschikte classificatie van de beleggingswaarden op het tijdstip van de aankoop:
Tot einde looptijd aangehouden activa worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil tussen de waarde van de eerste opname dat voortvloeit uit transactiekosten, eerste premies of kortingen, wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de effectieve-rentemethode. Indien wordt vastgesteld dat een tot einde looptijd aangehouden actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening.
Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode minus bijzondere waardevermindering. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend door rekening te houden met kortingen of premies en vergoedingen en kosten die integraal deel uitmaken van de effectieve-rentemethode. De effectieve-rentemethode is opgenomen in de resultatenrekening. Winsten en verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening als de investeringen niet langer worden verantwoord of als de investeringen een bijzondere waardevermindering of afschrijving hebben ondergaan. Voor instrumenten met een variabele rente worden de kasstromen regelmatig opnieuw geschat om de rentebewegingen in de markt weer te geven. Als de initiële waardering van het instrument met een variabele rente (bijna) gelijk is aan de hoofdsom, heeft de schatting geen significant effect op de boekwaarde van het instrument en wordt er geen aanpassing gedaan op de rentebaten, die op basis van het toerekeningbeginsel worden opgenomen. Indien echter een instrument met variabele rente wordt verkregen tegen een significante premie of korting, wordt deze premie of korting afgeschreven over de verwachte looptijd van het instrument en opgenomen in de berekening van de effectieve rentemethode. De boekwaarde zal elke periode opnieuw worden berekend door de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen tegen de actuele effectieve rentevoet te berekenen. Alle aanpassingen worden verantwoord in de resultatenrekening.
Voor handelsdoeleinden aangehouden activa, derivaten en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeverandering in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als 'Resultaat op verkopen en herwaarderingen'. Rente ontvangen (betaald) op activa (verplichtingen) aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen dividenden worden verantwoord als 'Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten'.
De meerderheid van de financiële activa van Ageas (zijnde obligatieleningen en aandelenbelangen) behoort tot de categorie 'Voor verkoop beschikbaar' en wordt opgenomen tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks verantwoord in het eigen vermogen (Other Comprehensive Income) totdat het actief wordt verkocht, tenzij het actief door een derivaat is afgedekt. Door derivaten afgedekte beleggingen worden verantwoord tegen reële waarde met verantwoording van de waardeveranderingen in de resultatenrekening voor het deel dat toe te kennen is aan het afgedekte risico en in het eigen vermogen voor het resterende deel.
Voor de verzekeringsportefeuilles waar de niet-gerealiseerde winsten of verliezen op obligaties een rechtstreeks effect hebben op de waardering van de verzekeringsverplichtingen past Ageas in overeenstemming met IFRS 4 'shadow accounting' toe. Dat heeft tot gevolg dat de wijzigingen in de niet-gerealiseerde winsten en verliezen van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen en hetgeen impliceert waarom deze wijzigingen geen deel uitmaken van het eigen vermogen.
Transactiekosten op financiële instrumenten verwijzen naar extra kosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of vervreemding van een financieel actief of een financiële verplichting. Daarin zijn inbegrepen commissies die worden betaald aan agenten, adviseurs, brokers en effectenhandelaren, evenals heffingen door toezichthoudende instanties en beurzen, overdrachtsbelasting en andere heffingen. Deze transactiekosten worden verantwoord in de eerste waardering van de financiële activa en verplichtingen, behalve indien deze worden gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. In dat geval worden de transactiekosten direct als kosten worden opgenomen.
Alle aan- en verkopen van financiële activa en verplichtingen die moeten worden afgewikkeld binnen het door regelgeving of marktconventie vastgestelde tijdsbestek, worden opgenomen op de transactiedatum, namelijk de datum waarop Ageas als partij betrokken wordt bij de contractuele bepalingen van de financiële activa. Andere termijnaankopen en -verkopen dan degene die moeten worden afgewikkeld binnen het tijdsbestek dat door regelgeving of marktconventie is vastgesteld, worden tot het moment van afwikkeling opgenomen als afgeleide termijntransacties.
Omwille de vergelijkbaarheid hanteert Ageas een kostprijsmodel, zowel voor vastgoedbeleggingen als voor vastgoed voor eigen gebruik. Vastgoedbeleggingen worden, gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Wijzigingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen worden dan ook niet verantwoord in de resultatenrekening of het eigen vermogen, tenzij een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden.
Investeringen in deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft op het financiële en operationele beleid (maar geen zeggenschap) worden verantwoord op basis van de equitymethode. Het aandeel van Ageas in het resultaat wordt verantwoord in de resultatenrekening en eventuele herwaarderingen worden verantwoord in het eigen vermogen. Eventuele uitkeringen van de geassocieerde deelneming worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de investering.
Goodwill wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het positieve verschil tussen de reële waarde van de verkrijgingsprijs en:
Overnamekosten worden direct in het resultaat verantwoord; kosten voor het uitgeven van schuldbewijzen of aandelen worden echter verantwoord in overeenstemming met IAS 32 en IAS 39.
Bedrijfscombinaties worden verantwoord op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. De verkrijgingsprijs van de overgenomen partij wordt bepaald op de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang).
De goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
In geval van een stapsgewijze overname wordt op moment van uitbreiding van het belang het eerder gehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.
Ten opzichte van het hierboven gemelde, was sprake van de volgende verschillen:
Bedrijfscombinaties werden verantwoord op basis van de zogenaamde 'purchase method'. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten maakten onderdeel uit van de verkrijgingsprijs. Een eventueel minderheidsbelang werd gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij.
In geval van een stapsgewijze overname werd elke 'stap' afzonderlijk verwerkt. Elk nieuw verkregen belang had geen effect op eerder verwerkte goodwill.
Voorwaardelijke vergoedingen werden uitsluitend en alleen verantwoord als Ageas een verplichting had en er waarschijnlijk economische uitstroom ging plaatsvinden, waarvan een betrouwbare schatting kon worden gemaakt. Latere aanpassingen aan de voorwaardelijke vergoeding hadden effect op de goodwill.
Value of business acquired (VOBA) vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde bij acquisitie gewaardeerd op basis van Ageas' waarderingsgrondslagen en de boekwaarde van een portefeuille van verzekerings- en beleggingscontracten, verworven in het kader van een acquisitie van een business of een portefeuille.
VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de verwachte periode van de opbrengsten van de verworven portefeuille. Op elke verslagdatum maakt VOBA deel uit van de Toereikendheidstoets voor verplichtingen om te beoordelen of de verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- en beleggingscontracten toereikend zijn.
Tot de overige immateriële activa horen immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur, zoals parkeerconcessies, intern ontwikkelde software die geen integraal onderdeel vormt van de hardware en licenties die in het algemeen volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur worden geamortiseerd.
De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, die alle variëren en hoofdzakelijk verband houden met de productie van nieuwe verzekeringen, worden uitgesteld en afgeschreven. De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen omvatten voornamelijk commissies, uitgaven met betrekking tot tussenpersonen en uitgifte van nieuwe polissen. De afschrijvingsmethode is gebaseerd op de verwachte verdiende premie of de geschatte brutowinstmarges. Overlopende acquisitiekosten (deferred acquisition costs of 'DAC') worden periodiek getoetst op realiseerbaarheid op basis van schattingen van toekomstige winsten van de onderliggende contracten met behulp van de Toereikendheidstoets voor verplichtingen.
Achtergestelde verplichtingen en leningen worden bij eerste opname tegen reële waarde gewaardeerd (inclusief transactiekosten) en worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode, waarbij de periodieke afschrijving wordt opgenomen in de resultatenrekening.
De verplichtingen inzake (her)verzekerings- en beleggingscontracten betreffen (her)verzekeringscontracten, beleggingscontracten met discretionaire winstdeling (DPF) en beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling.
De DPF-component inzake beleggingscontracten vertegenwoordigt een voorwaardelijke toezegging met betrekking tot ongerealiseerde winsten en verliezen. Deze toezegging blijft hierdoor onderdeel van de ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen. Indien de toezegging onvoorwaardelijk wordt, vindt overboeking naar de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven plaats.
Beleggingscontracten zonder DPF worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs en verantwoord als een depositoverplichting.
Voor levensverzekeringscontracten worden toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen berekend met behulp van een netto premiemethode (de contante waarde van toekomstige nettokasstromen), waarbij wordt uitgegaan van actuariële veronderstellingen op basis van historische ervaring en standaarden binnen de verzekeringssector. Winstdelende polissen omvatten eventuele verplichtingen met betrekking tot contractuele dividenden of winstdelingen. Voor bepaalde contracten zijn de toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen geherwaardeerd om de huidige marktrente te reflecteren.
Voor levensverzekeringscontracten met gewaarborgde minimumrendementen zijn bijkomende verplichtingen opgesteld om de verwachte lange rente weer te geven.
De beleggingsovereenkomsten van Ageas zonder winstdeling zijn voornamelijk unit-linked overeenkomsten waarbij de beleggingen namens de polishouder worden aangehouden en tegen reële waarde worden gewaardeerd. De verplichtingen worden gewaardeerd tegen waarde per eenheid (= de reële waarde van het fonds waarin de unitlinked overeenkomst is belegd, gedeeld door het aantal van de units van het fonds).
Bepaalde producten bevatten garanties die ook worden gewaardeerd tegen reële waarde en worden verantwoord in verplichtingen met betrekking tot unit-linked overeenkomsten, waarbij de reëlewaardeverandering wordt verantwoord in de resultatenrekening. Er wordt rekening gehouden met verzekeringstechnische risico's op basis van actuariële veronderstellingen.
In sommige onderdelen van Ageas hebben gerealiseerde winsten en verliezen op de activa directe gevolgen voor de waardering van de verzekeringsverplichtingen en de daaraan gerelateerde acquisitiekosten. Ageas past shadow accounting toe op de veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen en van de activa en verplichtingen die verbonden zijn met en derhalve van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen.
Shadow accounting betekent dat ongerealiseerde winsten of verliezen op activa, die in het eigen vermogen worden opgenomen zonder winst of verlies te beïnvloeden, in de waardering van verzekeringsverplichtingen (of overgedragen acquisitiekosten of value of business acquired) worden weerspiegeld op dezelfde manier als gerealiseerde winsten of verliezen. Deze correctie is ook van toepassing in de situatie waarin de marktrente lager is dan de gegarandeerde rente. In dat geval wordt een additionele shadow accounting correctie gemaakt. Naar deze aanpassing wordt ook verwezen als de shadow-LAT (Liability Adequacy Test). Deze aanpassing wordt berekend op basis van het verwachte beleggingsrendement van de huidige portefeuille tot aan de vervaldatum en een risicovrij herbeleggingstarief na de vervaldatum.
De overblijvende ongerealiseerde veranderingen in fair value van de portefeuille aangehouden voor verkoop (na toepassing van shadow accounting) die onderhevig zijn aan discretionaire deelnamekenmerken worden aangemerkt als een afzonderlijk onderdeel van het eigen vermogen.
Een latente winstdelingsverplichting wordt verder opgebouwd voor de feitelijke verplichting dan wel het bedrag dat wettelijk of contractueel vereist is ter voldoening van eventuele verschillen tussen statutaire en IFRS inkomsten en niet-gerealiseerde winsten of verliezen verwerkt in het eigen vermogen.
Claims en schadebehandelingskosten worden in de resultatenrekening verantwoord op het moment dat de uitgaven worden gedaan. Niet-betaalde claims en schadebehandelingskosten omvatten schattingen voor gerapporteerde claims en voorzieningen voor claims die zijn voorgevallen maar niet gerapporteerd. Schadeverplichtingen inzake arbeidsongevallen worden verantwoord tegen de netto contante waarde. Ageas verdisconteert de verplichtingen voor schade enkel voor claims met bepaalbare en vaste betalingstermijnen.
De toereikendheid van verzekeringsverplichtingen ('toereikendheidstoets voor verplichtingen') wordt op elke rapporteringsdatum door elke onderneming getoetst. De toets wordt meestal uitgevoerd op wettelijk fungibel niveau voor de Leven-activiteiten en op productniveau voor de Niet-leven-activiteiten. Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals commissies, herverzekering en kosten. Voor levensverzekeringscontracten omvat de toets kasstromen resulterend uit embedded opties en waarborgen en beleggingsbaten. De contante waarde van deze kasstromen wordt bepaald door (a) gebruik te maken van het huidige boekhoudkundig rendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat herbeleggingen na afloopdatum van de financiële instrumenten zullen plaatsvinden aan de hand van een risicovrije rente plus een bedrijfsspecifiek aanpassing voor volatiliteit op basis van EIOPA-methodiek en (b) een risicovrije disconteringsvoet verhoogd met een bedrijfsspecifieke aanpassing voor volatiliteit op basis van EIOPA-methodiek (na het laatste liquide punt wordt de
zogenaamde Ultimate Forward Rate extrapolation gebruikt). De contractlimieten van Solvency II worden toegepast. Lokale verzekeringsdochters mogen strengere lokale regels toepassen voor de toereikendheidstoets.
De netto contante waarde van de kasstromen wordt vergeleken met de overeenstemmende technische verplichtingen. Elk tekort wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling via de resultatenrekening teruggedraaid.
Een actief heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan wanneer de boekwaarde van dat actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Ageas onderzoekt per elke balansdatum alle activa op objectieve aanwijzingen die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere waardevermindering. De boekwaarde van activa met een bijzondere waardevermindering wordt verlaagd tot de geschatte realiseerbare waarde en de bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de resultatenrekening.
De realiseerbare waarde wordt bepaald als het hoogste bedrag van twee mogelijkheden: de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de bedrijfswaarde. De reële waarde verminderd met verkoopkosten is het bedrag dat zou kunnen worden verkregen door de verkoop van een actief in een ordelijke transactie tussen marktpartijen, na aftrek van verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen waarvan verwacht wordt dat ze zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief en uit de vervreemding van dat actief aan het einde van de gebruiksduur.
Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op activa, anders dan goodwill of voor verkoop beschikbare eigenvermogeninstrumenten, als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering daalt, dan wordt het bedrag teruggeboekt via de resultatenrekening. Deze verhoogde waarde mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na afschrijvingen, als in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.
Een voor verkoop beschikbaar financieel actief (of een groep financiële activa), leningen of vorderingen of aangehouden tot einde looptijd ondergaat een bijzondere waardevermindering als er een objectieve aanwijzing is voor bijzondere waardeverminderingen als gevolg van een of meer verliesgebeurtenissen na de eerste opname van het actief, zoals zoals ernstige financiële moeilijkheden bij de uitgevende instelling. Deze tot verlies leidende gebeurtenis(sen) heeft (hebben) een effect op de geschatte toekomstige kasstromen uit het financiële actief (of de groep financiële activa) dat betrouwbaar kan worden geschat.
Voor aandelen omvatten de eventuele objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde per de balansdatum significant (25%) beneden de kostprijs is of per de balansdatum gedurende een langere periode beneden de kostprijs is geweest (365 opeenvolgende dagen). Indien wordt vastgesteld dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Niet-gerealiseerde en voorheen in het eigen vermogen opgenomen verliezen van voor verkoop beschikbare activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, worden overgedragen naar de resultatenrekening op het moment dat de bijzondere waardevermindering zich voordoet.
Indien in een volgende periode de reële waarde van een schuldinstrument dat is geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop, stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van de bijzondere waardevermindering in de resultatenrekening, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen, waarbij het bedrag van de terugname wordt opgenomen in de resultatenrekening. Bijzondere waardeverminderingen van beleggingen in eigen-vermogensinstrumenten die zijn geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop, worden niet teruggenomen via de resultatenrekening maar via het eigen vermogen.
Vastgoed wordt met behulp van het kostprijsmodel gewaardeerd en ondergaat een bijzondere waardevermindering wanneer de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde, dat wil zeggen, afhankelijk van welke van deze twee waarden de hogere is: de reële waarde verminderd met de verkoopkosten dan wel de waarde in gebruik (de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen zonder aftrek van overdrachtsbelasting). Aan het einde van iedere verslagperiode beoordeelt Ageas of er aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Hierbij wordt rekening gehouden met diverse bronnen van informatie, zowel extern (bijvoorbeeld belangrijke wijzigingen in het economische klimaat) als intern (bijvoorbeeld desinvesteringsplannen). Indien er dergelijke aanwijzingen bestaan (en alleen dan), maakt Ageas een inschatting van de realiseerbare waarde van het actief. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord. Na opname van een bijzondere waardevermindering wordt de afschrijving voor toekomstige perioden gecorrigeerd voor de herziene boekwaarde onder vermindering van de restwaarde over de resterende levensduur van het actief.
Goodwill is een immaterieel actief met een onbepaalde levensduur en wordt net als alle andere immateriële activa met een onbepaalde levensduur niet afgeschreven. In plaats daarvan wordt dit actief ten minste jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Met het oog op de toets op bijzondere waardeverminderingen wordt de overgenomen goodwill in een bedrijfscombinatie toegerekend aan kasstroomgenererende eenheden. Een immaterieel actief met een bepaalde levensduur wordt daarentegen afgeschreven over de geschatte gebruiksduur en per elke verslagdatum opnieuw beoordeeld. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord.
Premies uit levensverzekeringspolissen en beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling die als langlopend worden aangemerkt, worden verwerkt als baten zodra deze door de polishouder verschuldigd zijn. De geschatte toekomstige opbrengsten en kosten wordt verrekend met deze baten met als doel de winst te verantwoorden gedurende de geschatte duur van de verzekeringen. Dit 'matching' proces wordt uitgevoerd aan de hand van een bepaling van de verplichtingen uit hoofde van de verzekeringen en de beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling alsmede aan de hand van de uitgestelde en vervolgens geamortiseerde overlopende acquisitiekosten.
Voor verzekeringsovereenkomsten met een korte looptijd (hoofdzakelijk Niet-leven) worden de premies direct bij ingang van de overeenkomst verwerkt. Die premies worden in de resultatenrekening pro-rata gedurende de termijn van de verzekeringsdekking verantwoord als Verdiend. De voorziening voor niet-verdiende premies bevat het gedeelte van de geboekte premies voor de nog niet afgelopen termijn van de dekking.
De rentebaten en -lasten worden bij alle rentedragende instrumenten op basis van het toerekeningsbeginsel in de resultatenrekening opgenomen. Er wordt gebruik gemaakt van de effectieve-rentemethode op basis van de feitelijke aankoopprijs inclusief de directe transactiekosten. In die rentebaten zijn onder andere begrepen de verdiende coupons op instrumenten met een vaste of variabele rente en de waardevermeerdering of amortisatie van de korting of premie.
Is een financieel actief eenmaal afgewaardeerd tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten daarna gebaseerd op de effectieve rente die ook is gebruikt voor de contantmaking van de toekomstige kasstromen voor de bepaling van de realiseerbare waarde.
Dividenden worden opgenomen in de resultatenrekening wanneer het dividend is gedeclareerd.
Huurinkomsten en andere inkomsten worden opgenomen volgens het toerekeningsbeginsel, en worden lineair opgenomen tenzij er overtuigende aanwijzingen zijn dat de voordelen over de periode van de leaseovereenkomst niet gelijkmatig aangroeien.
Bij financiële instrumenten die worden aangemerkt als voor verkoop aangehouden, vertegenwoordigen de gerealiseerde winsten of verliezen op verkopen en desinvesteringen het verschil tussen de ontvangen opbrengsten en de oorspronkelijke boekwaarde van het verkochte actief, verminderd met eventuele in de resultatenrekening verantwoorde bijzondere waardeverminderingen, gecorrigeerd voor het effect van eventuele hedge accounting.
Bij financiële instrumenten die tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verwerkt, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij derivaten wordt het verschil tussen de 'schone' reële waarde (dat wil zeggen, zonder het niet-gerealiseerde gedeelte van de rentebijboekingen) aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode verantwoord onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Eerder opgenomen direct in het eigen vermogen verwerkte niet-gerealiseerde winsten en verliezen gaan over naar de resultatenrekening als ze niet langer worden opgenomen of in het geval van een bijzondere waardevermindering.
Commissies die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rente van een financieel instrument worden in het algemeen behandeld als een aanpassing op de effectieve rente. Wordt een financieel instrument echter tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening verwerkt, dan worden de commissies bij eerste opname van het instrument als baten verantwoord.
Commissies worden in het algemeen als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Indien het onwaarschijnlijk is dat een specifieke leenovereenkomst wordt aangegaan en de lening wordt niet als derivaat aangemerkt, dan wordt de bereidstellingsprovisie op basis van tijdsevenredigheid gedurende de bereidstellingstermijn als bate verantwoord.
Commissies uit hoofde van het voeren van onderhandelingen ten behoeve van een transactie van een derde partij worden in het resultaat verantwoord als de transactie tot stand is gekomen. Commissieopbrengsten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is. Consortiumcommissie wordt verantwoord in het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid.
Dit houdt verband met door verzekeringsmaatschappijen afgegeven overeenkomsten zonder discretionaire winstdeling die als beleggingscontracten worden aangemerkt omdat het gedekte verzekeringsrisico niet significant is. De baten uit deze overeenkomsten betreffen de vergoeding voor de verzekeringsdekking, administratiekosten en afkoopkosten. Commissies worden als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Aan de lastenkant staan sterfteclaims en bijgeschreven rente.
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2018 en 2017. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 48 Gebeurtenissen na balansdatum.
Als onderdeel van de diversificatie van vastgoedbeleggingen en met ondersteuning van AG Real Estate voltooide Ocidental Vida, in een partnerschap met Sonae Sierra, een in winkelcentra gespecialiseerde internationale projectontwikkelaar en investeerder, de overname van het bedrijf '3Shoppings' voor een bedrag van EUR 43 miljoen. Deze onderneming bezit twee winkelcentra in twee steden in Noord-Portugal, Guimarães en Maia. Als onderdeel van de overeenkomst bleef Sonae Sierra aan als vermogens- en vastgoedbeheerder. Ocidental Vida heeft een belang van 80% en Sonae is eigenaar van de resterende 20%.
In april 2018 verwierf AG Insurance 65% van Salus, een exploitant van vijf bejaardentehuizen in Duitsland. De aankoopprijs bedroeg EUR 57 miljoen, gevolgd door een kapitaalverhoging van EUR 24 miljoen met als doel om externe leningen af te lossen.
In 2018 nam AG Real Estate diverse kleine ondernemingen over voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 15 miljoen. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 11 miljoen.
Ageas bevestigde op 21 december 2018 de verkoop van zijn belang van 33% in het aandelenkapitaal van Cardif Luxembourg Vie (CLV) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 152 miljoen.
De verkoop van CLV leverde voor de Groep een netto meerwaarde van EUR 35 miljoen op. EUR 15 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa op, evenals EUR 20 miljoen in de Algemene Rekening.
De totale bijdrage in de nettowinst van Cardif Luxembourg Vie over de verslagperiode tot de verkoop bedroeg bijna EUR 9 miljoen (zie noot 9 Informatie operationele segmenten).
De verkoop van de deelnemingen North Light en Pole Star door AG Real Estate werd in januari 2018 afgerond. De intrinsieke waarde van deze deelnemingen, EUR 41,8 miljoen, werd op 31 december 2017 reeds geherclassificeerd in voor verkoop aangehouden activa. Het belang van 40% in deze dochterondernemingen werd verkocht voor een bedrag van EUR 82 miljoen, hetgeen een meerwaarde van EUR 37,9 miljoen opleverde.
In het laatste kwartaal van 2018 verkocht AG Real Estate Agridec (onderdeel van het Woluwe Shopping Center) voor een bedrag van EUR 103 miljoen en realiseerde hiermee een meerwaarde van EUR 40 miljoen.
In 2017 namen AG Insurance en AG Real Estate diverse kleine ondernemingen over voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 50 miljoen. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 20 miljoen.
Ageas bevestigde op 28 december 2017 de verkoop van zijn 50% + 1 aandeel in het aandelenkapitaal van zijn Italiaanse Niet-Leven-activiteiten Cargeas Assicurazioni (Cargeas) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 178 miljoen.
De verkoop van Cargeas leverde een netto meerwaarde van EUR 77 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa op, evenals EUR 10 miljoen in de Algemene Rekening op Groepsniveau.
De totale nettowinst van Cargeas over de verslagperiode tot de verkoop bedraagt EUR 16,4 miljoen (zie noot 9 Informatie operationele segmenten).
De impact van de verkoop van Cargeas op de Geconsolideerde balans van Ageas op de datum van verkoop was de volgende.
| Activa | Passiva | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 36 | Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | 551 |
| Financiële beleggingen | 515 | Schulden | 13 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 132 | Actuele en uitgestelde belastingen | 13 |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 17 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 68 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 96 | ||
| Overige activa | 49 | Totaal verplichtingen | 645 |
| Eigen vermogen | 100 | ||
| Minderheidsbelangen | 100 | ||
| Totaal activa | 845 | Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 845 |
In januari 2017 verkocht AG Real Estate 50% van de aandelen in BG1 (eigenaar van het PwC Lux-gebouw in Luxemburg) aan Sogecap voor EUR 71,5 miljoen. Omdat Ageas niet langer de zeggenschap heeft, wordt BG1 niet langer geconsolideerd en is een meerwaarde tegen 100% van EUR 73 miljoen verwerkt. Het overige belang van 50% is nu verantwoord als deelneming.
In januari 2017 verkocht Immo Nation, een dochtermaatschappij van AG Real Estate 100% van zijn aandelen in Fontenay SAS, een magazijn in Frankrijk. De totale verkoopprijs bedroeg EUR 38,4 miljoen waarvan EUR 15,8 miljoen voor de aandelen en EUR 22,6 miljoen voor de herfinanciering van een intragroepslening (verstrekt door Immo Nation) door de koper. Deze transactie leverde een meerwaarde van EUR 7,8 miljoen op.
In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van overnames en desinvesteringen van dochterondernemingen en deelnemingen per de datum van de overname of desinvestering weergegeven.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Overnames | Verkopen | Overnames | Verkopen | |
| Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 5,2 | - 10,9 | 6,7 | - 43,7 |
| Financiële beleggingen | - 515,6 | |||
| Vastgoedbeleggingen | 231,2 | - 126,4 | 147,6 | - 305,4 |
| Beleggingen in deelnemingen (inclusief kapitaalterugbetalingen) | 81,8 | - 244,8 | 152,8 | 32,6 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 6,9 | - 1,5 | 26,6 | - 121,6 |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 4,8 | - 19,4 | ||
| Overlopende rente en overige activa | 0,8 | 46,1 | 4,9 | - 66,1 |
| Materiële vaste activa | 39,3 | 23,9 | - 0,4 | |
| Goodwill en overige immateriële activa | 18,1 | - 6,3 | 43,9 | - 97,5 |
| Activa aangehouden voor verkoop | - 145,3 | |||
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | - 551,2 | |||
| Schulden | 91,0 | - 13,9 | 105,5 | - 162,6 |
| Actuele en uitgestelde belastingen | 31,6 | - 12,4 | 5,8 | - 20,2 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 21,6 | - 5,2 | 95,8 | - 96,2 |
| Voorzieningen | 0,4 | - 0,5 | ||
| Minderheidsbelangen | 55,2 | - 17,4 | 13,7 | - 167,1 |
| Wijzigingen eigen vermogen samenhangend met overnames en desinvesteringen | - 9,8 | |||
| Netto verworven activa / Netto vervreemde activa | 183,5 | - 294,9 | 190,4 | - 274,8 |
| Resultaat bij beëindiging bedrijfsactiviteiten, bruto | 145,0 | 207,6 | ||
| Resultaat op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting | 145,0 | 207,6 | ||
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen: | ||||
| Totaal aankoopprijs / verkoopopbrengst | - 183,5 | 439,9 | - 190,4 | 482,4 |
| Min: Verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten | 5,2 | - 10,9 | 6,7 | - 43,7 |
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen | - 178,3 | 429,0 | - 183,7 | 438,7 |
De totale aankoopprijs voor overnames van dochterbedrijven en deelnemingen bedroeg in 2018 EUR 183,5 miljoen (2017: EUR 190,4 miljoen). Er werd in 2017 en 2018 geen kapitaalverhoging verstrekt door minderheidsbelangen.
In de volgende tabel worden de uitgangspunten voor de bepaling van de winst per aandeel weergegeven.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 809,1 | 623,2 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | ||
| voor basiswinst per aandeel (in duizenden) | 196.776 | 201.765 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend | 155 | 226 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | ||
| voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) | 196.931 | 201.991 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 4,11 | 3,09 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 4,11 | 3,09 |
In 2018 vervielen alle optieregelingen en er werd geen nieuwe optieregeling gelanceerd. In 2017 werden opties op een gewogen gemiddelde van 479.690 aandelen met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 154,32 per aandeel buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties aanzienlijk hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.
In 2018 en 2017 werden 3,97 miljoen aandelen Ageas verbonden met de FRESH uitgesloten van de berekening van de basiswinst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,96 miljoen (31 december 2017: 3,96 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.
Als multinationale aanbieder van verzekeringen, creëert Ageas waarde via het adequaat beheren van het onderschrijven, bewaren en transformeren van risico's op zowel individueel als op algemeen portefeuille niveau. De verzekeringsactiviteiten van Ageas bieden zowel Leven- als Niet-levensverzekeringen aan en deze zijn dus met een aantal risico's, van interne dan wel externe aard verbonden, die de doelstellingen van Ageas kunnen beïnvloeden.
Ageas wil uitsluitend risico's nemen:
5
De belangrijkste doelstellingen van het risicomanagement van Ageas zijn:

Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten. Deze afwijking kan een effect hebben op de solvabiliteit, de inkomsten of de liquiditeit van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of toekomstige kansen.
Ageas heeft een Enterprise Risk Management ("ERM")-kader opgesteld en geïmplementeerd dat de sleutelcomponenten omvat die als ondersteunende basis van het risicomanagemensysteem dienen. Ons ERM kan worden gedefinieerd als het proces van systematische en uitgebreide identificatie van kritische risico's, waarbij hun impact wordt beoordeeld en integrale strategieën worden geïmplementeerd om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de doelstellingen van de onderneming worden behaald. Het ERM-kader van Ageas (afgebeeld in het onderstaande diagram) bepaalt de volgende doelstellingen op hoogste niveau:
bewust te zijn van de risico's van hun activiteiten, deze risico's adequaat beheren en hierover transparant rapporteren;
Een sterk en doeltreffend risicogovernancekader, ondersteund door een solide risicocultuur, is kritisch voor de totale effectiviteit van de risicomanagementmaatregelen van Ageas. De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het algemene Risicobeheer. Deze wordt in de decharge van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder wordt weergegeven en verder in deze sectie wordt toegelicht.

De Raad van Bestuur is het ultieme beslissingsorgaan binnen Ageas zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Algemene Vergadering. De Raad van Bestuur bepaalt de strategie van Ageas, de risk appetite en de algemene limieten voor risicotolerantie. Onder andere keurt het de geschikte kaders goed voor het risicomanagement en beheersing, kijkt het toe op de prestatie van externe en interne audits en volgt het de prestatie op van Ageas inzake zijn strategische doelstellingen, plannen, risicoprofielen en budgetten.
Het Risk & Capital Committee (RCC) adviseert de Raad van Bestuur via aanbevelingen over risico- en kapitaalaangelegenheden, en in het bijzonder over (i) de definitie van, het toezicht op en de bewaking van het risicoprofiel van Ageas ten opzichte van het beoogde niveau van risk appetite zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; (ii) kapitaaltoereikendheid en kapitaalallocatie met betrekking tot de strategie en strategische initiatieven met inbegrip van de Own Risk & Solvency Assessment (ORSA); (iii) strategische asset allocation; (iv) het risk governance raamwerk van Ageas en zijn processen en (v) alle financiele aspecten van de zaken uit het verleden van het vroegere Fortis.
Het Audit Committee assisteert de Raad van Bestuur bij het toezicht op en bewaken van verantwoordelijkheden met betrekking tot de interne controle in de breedste zin van het woord. Dit omvat ook de interne controle van de financiële- en risicorapportage en compliance.
De Raad van Bestuur heeft de ExCo aangesteld om voorstellen te ontwikkelen gerelateerd aan de strategie van de organisatie die rekening houden met de managementvereisten inzake risico en financieel beheer die werden bepaald. Onder andere volgt het Executive Committee de prestatie van Ageas op als geheel, met inbegrip van belangrijke vaststellingen die worden gerapporteerd via de risicomanagement functie en commissies. Het implementeert afdoende systemen van interne controles met inbegrip van het bestuur en rapportage van risico's en financiële rapporten. Het zorgt ervoor dat er gepaste en doeltreffende functies en processen voor interne audit, risicomanagement en compliance bestaan. Het adviseert het Risk & Capital Committee, het Audit Committee, de Raad van Bestuur en de markten/aandeelhouders over het bovenstaande.
Het Management Committee adviseert het Executive Committee met betrekking tot de strategie en bedrijfsontwikkeling, beleid van Ageas op groepsniveau met inbegrip van financieel beheer (zoals financieringsstrategie, solvabiliteitsaangelegenheden, maar met uitzondering van dividendbeleid) en risicomanagement (zoals risk appetite).
De volgende organen geven advies – uiteindelijk aan het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur, tenzij ze expliciet werden gemandateerd voor specifieke taken om beslissingen te nemen door het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur:
Het Ageas Investment Committee (AGICO) adviseert het Executive Committee, bewaakt de totale marktrisico's en zorgt ervoor dat die risico's in overeenstemming zijn met het risicokader en binnen de vastgestelde limieten worden beheerst. Het adviseert het management bij investeringsbeslissingen. Het behoort tevens tot de rol van de commissie om op het gebied van strategische activa-allocatie en Asset & Liability Management aanbevelingen te doen op het niveau van de holding. Het doel van het Ageas Investment Committee is het algehele investeringsbeleid van de groep te optimaliseren. Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Deze commissie is gesplitst in een Aziatisch deel en Europees deel. Dit zorgt voor relevante regiofocus.
Ageas Risk Committee (ARC) adviseert het Executive Committee over alle risico gerelateerde onderwerpen. Die commissie ziet erop toe dat alle risico´s die van invloed zijn op de realisatie van strategische, operationele en financiële doelstellingen direct worden gesignaleerd, gemeten, beheerst, gemeld en bewaakt (aan de hand van toereikende risk appetite-limieten). Ook zorgt de commissie ervoor dat het risicobouwwerk en de risico-organisatie toereikend zijn en dat men zich daaraan houdt (zoals voorgeschreven door het ERM-kader). De Chief Risk Officers en Chief Financial Officers van de regio's zijn lid van het ARC, dat ervoor zorgt dat de beslissingen of aanbevelingen gemaakt door het ARC rekening houden met de visies en expertise van de operaties. De belangrijkste risicoaangelegenheden en methodologieën worden herzien en bepaald door het Executive Committee en door de Raad van Bestuur. Het ARC wordt zelf geadviseerd door het Ageas Risk Forum over onderwerpen in verband met het risicomanagementkader en door de Model Control Board van Ageas, die ervoor zorgt dat er relevante modellen worden gehanteerd die geschikt zijn voor de taak waarvoor ze worden gebruikt.
Het Ageas Risk Forum (ARF) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken verbonden met het enterprise risk management-kader. De regionale en OpCo Risk Officers zijn leden van het ARF en waarborgen het uitwisselen van kennis en best practices teneinde het ERMkader van de Groep verder te ontwikkelen en voortdurend te verbeteren. Waar gepast wordt het ARF zelf geadviseerd door risicotechnische commissies.
De Ageas Model Control Board (MCB) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken verbonden met de modellen en methodieken. De MCB bestaat uit Group Risk Model Managers en vertegenwoordigers van alle regio's, wat goede interacties met de lokale Model Control Boards mogelijk maakt. Het MCB waarborgt dat de gebruikte modellen geschikt zijn en passen bij de taken waarvoor deze worden ingezet. Waar gepast wordt de MCB zelf geadviseerd door risicotechnische commissies.
Risicotechnische commissies, zoals Ageas Financial Risk Technical Committee, Ageas Life Technical Committee, Ageas Non Life Technical Committee en Ageas Operational Risk Technical Committee fungeren als technisch deskundige organen. Zij zien toe op de consistentie van de methoden en modellen die bij de lokale dochtermaatschappijen van Ageas worden toegepast. Zij verzamelen de bedrijfsvereisten en stemmen de platforms van de Ageas groep op elkaar af. Dat wil zeggen dat zij de risicobeoordelingen ondersteunen en de bedrijfsvereisten afstemmen op die van de toezichthouder. De commissies fungeren verder als adviesorganen voor het ARF en de MCB.
De Group Risk Function, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Group Risk Officer, is verantwoordelijk is voor het bewaken van, en verslag uitbrengen over het algehele risicoprofiel van de groep, inclusief het totale risicoprofiel van de verzekeringsmaatschappijen. Die functie ontwikkelt, formuleert en implementeert het ERM-kader dat via regelmatige geactualiseerde risicobeleidslijnen wordt gedocumenteerd. De risicofunctie zorgt dat de totale modelgovernance klopt en houdt daarbij rekening met de opmerkingen van het onafhankelijke Model Validation-team van Ageas. De functie coördineert ook grote risicogerelateerde projecten.
Een onafhankelijke funktie welke direct rapporteerd aan de CRO om de samenwerking met het Risk Management Systeem te ondersteunen. De belangrijkste rol van de actuariële funktie is het uitgeven van Actuariële Opinies over drie belangrijke onderwerpen (technische voorzieningen, het schrijven van polissen en herverzekering). Verder is er het coordineren van de berekeningen van de technische voorzieningen en het garanderen van een bepaald niveau van consistentie binnen de Groep. Op Groep niveau bestaan er twee actuariële funkties naast elkaar; de Ageas Group Actuarial Function dat de opinies van de lokale entiteiten samenvoegd en de Ageas Local Actuarial Function (ALAF). De ALAF focust zich op de herverzekeringsactiviteiten van ageas SA/NV.
Bovengenoemde structuren bevorderen consistentie, transparantie en uitwisseling van kennis en zorgen ervoor dat de ontwikkelingen op groepsniveau profiteren van de praktische ervaring en deskundigheid van de lokale dochtermaatschappijen.
Elke OpCo is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een allesomvattend risicomanagementkader en voor het management van de risico's binnen de limieten, het beleid en de richtlijnen vastgesteld door toezichthouders, Ageas Groep en zijn lokale Raad van Bestuur.
Ageas heeft een model met drie 'lines of defence' geïmplementeerd – de drie lijnen delen het uiteindelijke doel het bedrijf te helpen zijn doelstellingen te behalen en tegelijkertijd risico's doeltreffend te managen.
Verantwoordelijk voor de implementatie van het ERM-kader en de verankering van een passende risicocultuur op alle niveaus. De eerste line of defence heeft de primaire verantwoordelijkheid om de risico's op zijn terrein te identificeren, erkennen, meten, managen en de volledige classificatie ervan te melden en te waarborgen dat Ageas niet te maken krijgt met onverwachte gebeurtenissen. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bedrijfsstrategie; dit geldt voor zowel de CEO, de lijn- en businessmanagers als de medewerkers in de bedrijfsonderdelen. Zij zijn verantwoordelijk om te waarborgen dat afdoende en doeltreffende processen en controlemaatregelen zijn ingevoerd.
(Risk Management, Actuariële Functie en Compliance):
Biedt het senior management en de Raad van Bestuur een redelijke mate van onafhankelijke bevestiging betreffende de toereikendheid en doeltreffendheid van governance, risicomanagement en -controlemaatregelen.
Kapitaal is een schaars en strategisch middel. Een duidelijk gedefinieerde, zorgvuldige en gedisciplineerde managementbenadering is noodzakelijk om de efficiënte en effectieve inzet ervan te waarborgen. De kapitaalbeheerbenadering die Ageas volgt, beoogt om de behoeften en eisen van alle stakeholders inclusief aandeelhouders, schuldbeleggers, toezichthouders, ratingbureaus en klanten tegen elkaar af te wegen.
De belangrijkste doelstellingen van kapitaalbeheer bij Ageas zijn:
De doelstellingen van Ageas ten aanzien van kapitaalbeheer moeten worden gerealiseerd door het volgen van duidelijk gedefinieerde processen. Deze worden bepaald door duidelijk gedefinieerd beleid en procedures, teneinde ervoor te zorgen dat de kapitaalbeheerpraktijken binnen de Groep en de OpCo's begrepen, gedocumenteerd en bewaakt worden (met indien noodzakelijk corrigerende maatregelen).
Het kapitaalbeheerkader van Ageas definieert regels en principes ten aanzien van de volgende aspecten:
Onder Solvency II gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) (voor Niet-leven op het niveau van bepaalde entiteiten) om zijn Solvency kapitaalvereisten te meten onder Pijler 1. Ageas vult het PIM voor Nietleven aan met eigen interne analyse om zijn Solvency-kapitaalvereisten te meten (genoemd SCRageas) onder Pijler 2. Naast het Partieel Intern Model voor Niet-leven verfijnt de SCRageas de standaardformule met de volgende elementen:
Deze SCRageas wordt daarna vergeleken met het in aanmerking komende eigen vermogen om de algehele kapitaalvereisten van de Groep te bepalen en de Solvency IIageas ratio vast te stellen.
Raadpleeg voor meer informatie over Solvency II, noot 6 Toezicht en solvabiliteit.
De algehele kapitaalvereisten worden elk kwartaal en elk jaar op Groepsniveau gecontroleerd:
Het risk appetite-kader bestaat uit criteria die worden gebruikt om de bereidwilligheid van het management te formuleren om risico te nemen op een specifiek domein. Het risk appetite-kader van Ageas is van toepassing op alle dochtermaatschappijen van Ageas, (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is en de operationele zeggenschap heeft) en op basis van een inspanningsverplichting, op gelieerde ondernemingen (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is maar niet de operationele zeggenschap heeft.
Het Risk Appetite & Capital Management-kader voorziet mogelijke Managementmaatregelen langs drie assen.


Het risk appetite-kader moet er vooral voor zorgen dat:
Gezien hun belang voor de operationele continuïteit van Ageas en het vermogen om zijn verplichtingen ten opzichte van de stakeholders te vervullen, zijd de volgende criteria vereist:



Teneinde een consistente en omvattende benadering van risico-identificatie te waarborgen, heeft Ageas een risicoclassificatie gedefinieerd voor de belangrijkste risico's waar de Groep mee geconfronteerd kan worden. De risicoclassificatie (onderstaand) ligt in lijn met de risicocategorieën van Solvency II, hetgeen de afstemming van interne en externe rapportages vergemakkelijkt.
| TOTALE RISICO'S | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE RISICO'S | VERZEKERINGSRISICO'S | OPERATIONALE RISICO'S | STRATEGISCHE EN BEDRIJFSRISICO'S |
||
| R IS IC O C LA S S IF IC A T IE |
Marktrisico Wanbetalingsrisico Liquiditeitsrisico (activa & passiva) Risico immateriële vaste activa |
Levensverzekerings risico Verzekeringsrisico niet-leven Gezondheidsrisico |
Klanten, producten en bedrijfsactiviteiten Uitvoering, levering en procesmanagement Bedrijfsonderbreking en systeemfouten Arbeidspraktijken en veiligheid op de werk vloer Interne fraude, externe fraude (incl. cyber) Schade aan activa |
Strategisch risico Veranderings risico Milieu- en bedrijfstakrisico Systeemrisico |
Ageas heeft een groepsbreed rapportageproces voor de belangrijkste interne en externe risico's geïmplementeerd dat de belangrijkste (bestaande en dreigende) risico's in kaart te brengen die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Geïdentificeerde risico's worden beoordeeld en gemanaged met gebruik van de risicoratingmethodiek Ageas (waarschijnlijkheids- en impactcriteria worden gebruikt om de mate van zorgwekkendheid te bepalen, en dit geeft aan welke maatregelen wij moeten nemen). Elke regio en/of dochtermaatschappij volgt de voor hen belangrijkste risico's ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook op groepsniveau bewaakt.
De volgende secties geven meer details van de verschillende risicoblootstellingen van Ageas.
Financieel risico betreft alle risico's die samenhangen met de waarde en resultaatontwikkeling van activa en verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de solvabiliteit, winst en liquiditeit als gevolg van veranderingen in financiële omstandigheden. Hieronder vallen:
Het financieel risico is voor veel van de activiteiten van Ageas het belangrijkste risico. In het risicokader voor alle activiteiten worden beleggingsbeleid, limieten, stresstests en regelmatige bewaking gecombineerd om de aard en omvang van de financiële risico's te beheersen en ervoor te zorgen dat de genomen risico's aanvaardbaar zijn voor de klant en de aandeelhouder en dat daar een overeenkomstig rendement tegenover staat.
De lokale dochtermaatschappijen van Ageas bepalen de totale beleggingsmix op basis van onderzoek naar de juiste strategische mix en de adequaatheid ervan vanuit ALM oogpunt. Over de tactische allocatie beslissen ze naar aanleiding van de ontwikkelingen van de marktsituatie en –vooruitzichten. In het besluitvormingsproces gaat het bij de juiste streefmix om het vinden van een evenwicht tussen risk appetite, kapitaalvereisten, risico en rendement op de lange termijn, de verwachtingen van de polishouders, afspraken over winstdeling, belastingen en liquiditeit. De missie van de Group Risk-functie is onder meer de bewaking van de totale blootstellingen ten opzichte van de risk appetite voor financieel risico en de nauwe samenwerking met de lokale dochtermaatschappijen om het beleid en de 'best practices' tot stand te brengen die door het lokale bestuur moeten worden goedgekeurd zodat ze een onderdeel vormen van de reguliere activiteiten op lokaal niveau.
Marktrisico komt voort uit ongunstige veranderingen in de financiële situatie als gevolg, direct of indirect, van fluctuaties van het niveau en de volatiliteit van marktprijzen van activa en verplichtingen.
Het omvat de volgende subrisico's:
De in deze noot gepresenteerde gevoeligheidsschokken zijn exclusief de impact van deelnemingen.
Renterisico bestaat voor alle activa en verplichtingen die gevoelig zijn voor veranderingen in de rentetermijnstructuur of in de volatiliteit van de rente. Dit geldt zowel voor reële als voor nominale termijnstructuren. Het risico doet zich voor al gevolg van een 'mismatch' tussen de gevoeligheid van activa en passiva voor veranderingen in de rentetarieven en de bijbehorende volatiliteit, die een ongunstige impact kan hebben op de winsten en de solvabiliteit.
Ageas meet, bewaakt en beheerst het renterisico aan de hand van een aantal indicatoren zoals kasstroomverschillenanalyse en stresstests. Het beleggingsbeleid en het ALM-beleid vereisen gewoonlijk een duidelijke afstemming tenzij afwijking geaccordeerd is. Langer lopende zaken kunnen lastiger zijn om af te stemmen aangezien geschikte activa ontbreken. In de matchingstrategie wordt rekening gehouden met de risk appetite, de beschikbaarheid van de (langetermijn)activa, de huidige en verwachte marktrente en de garantieniveaus. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van derivaten om het renterisico af te dekken. Wij wijzen erop dat lage rentetarieven worden gedefinieerd als een strategisch risico, met focus op de structuur van vaste/variabele kosten.
De typische langetermijnverzekeringsverplichtingen en het tekort aan langetermijnactiva zorgen voor een negatief verschil voor de categorieën van lange looptijden en een positief verschil aan het kortere uiteinde van de rentecurve.
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een afname van de rentevoet met een maximum van 50 basispunten (afhankelijk van de 'yield-curve') of een toename van de rentevoet met 75 basispunten (nooit lager dan nul, op de obligatieportefeuille - inclusief de risicovrije obligaties en obligaties met variabele rente tot de renteherzieningsdatum).
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| resultaten- | eigen vermogen | resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Rentevoet - daling (max 50 bp) | - 1,1 | 114,9 | - 0,8 | 104,9 |
| Rentevoet - stijging + 75 bp | 0,9 | - 1.533,8 | 0,8 | - 932,7 |
Aandelenrisico treedt op als gevolg van de gevoeligheid van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of volatiliteit van marktprijzen voor aandelen of hun rendement, die van invloed kunnen zijn op de winst en de solvabiliteit.
Deze risico's worden beheerst door op basis van de risk appetite limieten vast te stellen en door een beleggingsbeleid dat een aantal controlemaatregelen vereist, zoals welke maatregelen er moeten worden getroffen bij aanzienlijke waardedalingen. Door dit risico in een eerder stadium proactief te beheren, is de blootstelling aan het aandelenrisico door middel van verkoop en afdekking snel gedaald. Hiermee worden verliezen beperkt en kunnen verzekerings-maatschappijen solvabel blijven tijdens een financiële crisis.
Voor risicomanagementdoeleinden definieert Ageas zijn aandelenposities op basis van de economische realiteit van onderliggende activa en risico's. De totale economische positie in aandelen tegen reële waarde wordt in de volgende tabel geïllustreerd, inclusief aansluiting op de gepubliceerde cijfers onder IFRS.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Directe aandelen beleggingen | 2.254,1 | 2.904,9 |
| Aandelen fondsen | 279,3 | 258,2 |
| Private equity | 82,6 | 73,4 |
| Activa-allocatie fondsen | 91,0 | 69,9 |
| Totaal economische blootstelling aandelen | 2.707,0 | 3.306,4 |
| Obligatiefondsen | 806,9 | 744,1 |
| Geldmarktfondsen | 199,5 | 70,4 |
| Vastgoedfondsen (SICAFI/REITS) | 884,7 | 841,7 |
| Totaal blootstelling aandelen volgens IFRS-definitie | 4.598,1 | 4.962,6 |
| waarvan: | ||
| Beschikbaar voor verkoop (zie noot 11) | 4.462,6 | 4.857,5 |
| Aangehouden tegen reële waarde (zie noot 11) | 135,5 | 105,1 |
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een gevoeligheidsschok waarbij de aandelenmarkten 30% dalen.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| resultaten- | eigen vermogen | resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Aandelen - marktrisico | - 198,3 | - 419,9 | - 130,8 | - 580,4 |
Spreadrisico ontstaat door de gevoeligheid van de waarde van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de creditspreads van de risicovrije rentetermijnstructuur.
Een aanzienlijk deel van de verplichtingen van Ageas is in bepaalde mate niet liquide. Ageas streeft ernaar kredietbeleggingen bij voorkeur tot einde looptijd aan te houden. De impact van het spreadrisico op lange termijn wordt hierdoor aanzienlijk beperkt, omdat de verplichtingen die in bepaalde mate niet liquide zijn, maken dat Ageas deze beleggingen tot einde looptijd kan aanhouden. Hoewel de volatiliteit op korte termijn zeer groot kan zijn, is het onwaarschijnlijk dat Ageas wordt gedwongen tegen bodemprijzen te verkopen. Ageas kan echter besluiten te verkopen als het meent dat dit de beste aanpak is. Voor interne risicomanagementdoeleinden beschouwt Ageas de gevoeligheid voor het fundamentele spreadrisico op lange termijn overeenkomstig het Solvency II "Volatility Adjustment"-concept, maar
houdt daarbij rekening met de specifieke kenmerken van de portefeuille. Dit wordt gezien als meer in overeenstemming met het bedrijfsmodel van Ageas, waarbij de realisatie van minderwaarden doorgaans wordt vermeden, vergeleken met een pure mark-tomarketbenadering.
Dit verklaart ook waarom Ageas de behandeling van het spreadrisico van de standaardformule in de SCRageas als volgt heeft herzien:
Het effect van spreadrisico wordt gemeten op basis van factor keer looptijd. De tabel hieronder geeft de factoren weer voor bedrijfsobligaties met rating AAA t/m B met een gewijzigde looptijd van (korter dan) 5 jaar en gelijk aan 10 jaar die worden toegepast op de kredietblootstelling om de impact te meten op de IFRS resultatenrekening en IFRS eigen vermogen.
| Effect op resultatenrekening | Effect op eigen vermogen vlgs. IFRS | |
|---|---|---|
| Stress - AAA (5 jaar / 10 jaar) | + 54 / + 42 basispunten | + 68 / + 53 basispunten |
| Stress - AA (5 jaar / 10 jaar) | + 66 / + 51 basispunten | + 83 / + 64 basispunten |
| Stress - A (5 jaar / 10 jaar) | + 84 / + 63 basispunten | + 105 / + 79 basispunten |
| Stress - BBB (5 jaar / 10 jaar) | + 150 / + 120 basispunten | + 188 / + 150 basispunten |
| Stress - BB (5 jaar / 10 jaar) | + 270 / + 210 basispunten | + 338 / + 263 basispunten |
| Stress - B (5 jaar / 10 jaar) | + 450 / + 351 basispunten | + 563 / + 439 basispunten |
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een spread gevoeligheidsschok.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| resultaten- | eigen vermogen | resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Spreadrisico | - 6,1 | - 945,2 | - 3,8 | - 915,5 |
Het valutarisico vloeit voort uit de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in het niveau van valutakoersen als er een 'mismatch' is tussen de relevante valuta's van activa en verplichtingen. Op groepsniveau omvat dit risico situaties waarin Ageas activa (in dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen) of verplichtingen (van financiering) heeft in andere valuta's dan de euro.
In het beleggingsbeleid van Ageas wordt dit risico beperkt door de eis dat de 'valutamismatch' tussen activa en verplichtingen tot een minimum wordt beperkt; in veel gevallen wordt dat risico volledig geëlimineerd.
Het is beleid bij Ageas om de aandelenbeleggingen en permanente financiering in buitenlandse valuta's voor dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen niet af te dekken. Ageas accepteert de 'mismatch' die voortvloeit uit het eigendom van lokale dochtermaatschappijen in niet-euro valuta's als normaal voor een internationale groep.
In de volgende tabel zijn de belangrijkste valutarisicoposities per 31 december weergegeven. Het betreft hier nettoposities (activa minus verplichtingen), na afdekking genoteerd in euro's.
| Per 31 december 2018 | HKD | GBP | USD | CNY | INR | MYR | PHP | THB | VND | RON | TRY | Overige |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal activa | 3,8 | 3.614,3 | 1.265,7 | 1.150,9 | 38,1 | 426,8 | 84,4 | 685,1 | 17,2 | 24,4 | 83,8 | 41,8 |
| Totaal verplichtingen | 6,6 | 2.737,2 | 729,3 | 6,3 | 4,6 | 1,4 | 1,4 | 33,8 | ||||
| Totaal activa minus | ||||||||||||
| verplichtingen | - 2,8 | 877,1 | 536,4 | 1.144,6 | 33,5 | 426,8 | 84,4 | 683,7 | 17,2 | 23,0 | 83,8 | 8,0 |
| Buiten balans | - 28,8 | - 461,9 | 10,5 | |||||||||
| Netto positie | - 2,8 | 848,3 | 74,5 | 1.144,6 | 33,5 | 426,8 | 84,4 | 683,7 | 17,2 | 23,0 | 83,8 | 18,5 |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochterbedrijven en | ||||||||||||
| deelnemingen | - 0,6 | 895,8 | 82,0 | 1.150,9 | 26,6 | 426,8 | 53,7 | 685,1 | 11,4 | 24,4 | 83,8 | |
| Per 31 december 2017 | HKD | GBP | USD | CNY | INR | MYR | PHP | THB | VND | RON | TRY | Overige |
| Totaal activa | 5,3 | 3.688,4 | 2.342,0 | 845,1 | 34,0 | 387,0 | 80,3 | 710,5 | 12,8 | 24,4 | 105,8 | 34,0 |
| Totaal verplichtingen | 6,6 | 2.985,0 | 675,4 | 1,4 | 34,9 | |||||||
| Totaal activa minus | ||||||||||||
| verplichtingen | - 1,3 | 703,4 | 1.666,6 | 845,1 | 34,0 | 387,0 | 80,3 | 710,5 | 12,8 | 23,0 | 105,8 | - 0,9 |
| Buiten balans | - 29,9 | - 1.415,3 | ||||||||||
| Netto positie | - 1,3 | 673,5 | 251,3 | 845,1 | 34,0 | 387,0 | 80,3 | 710,5 | 12,8 | 23,0 | 105,8 | - 0,9 |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochterbedrijven en | ||||||||||||
| deelnemingen | 0,9 | 851,5 | 83,3 | 845,1 | 26,1 | 387,0 | 56,8 | 710,5 | 10,0 | 24,4 | 105,8 |
Vastgoedrisico ontstaat als het resultaat van de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor het niveau of de volatiliteit van marktprijzen van vastgoed of hun rendement.
Met het oog op risicomanagement definieert Ageas de blootstelling aan vastgoed op basis van de marktwaarde van deze activa met inbegrip van activa die worden aangehouden voor eigen gebruik. Dit verschilt van de blootstelling gerapporteerd onder de IFRS definities, die nietgerealiseerde winsten of verliezen uitsluiten. De tabel hieronder definieert wat Ageas beschouwt als economische blootstelling aan vastgoed en hoe dit wordt aangesloten bij de cijfers gerapporteerd onder IFRS.
Voor interne risicomanagementdoeleinden past Ageas in de belangrijkste dochtermaatschappijen een intern vastgoedmodel toe. In dit model wordt vastgoedrisico behandeld overeenkomstig de onderliggende economische blootstelling in plaats van volgens de IFRS-classificatie van de activa.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Boekwaarde | ||
| Vastgoed (zie noot 12) | 2.727,3 | 2.649,1 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie noot 17) | 1.105,4 | 1.055,7 |
| Vastgoed voor verkoop (zie noot 16) | 125,5 | 144,1 |
| Totaal (tegen geamortiseerde kostprijs) | 3.958,2 | 3.848,9 |
| Vastgoed fondsen (tegen reële waarde) | 884,7 | 841,7 |
| Totaal vastgoed blootstelling volgens IFRS definitie | 4.842,9 | 4.690,6 |
| Ongerealiseerde herwaarderingen (Economische blootstelling) | ||
| Vastgoed (zie noot 12) | 1.307,7 | 1.149,5 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie noot 17) | 499,3 | 450,0 |
| Totaal economische blootstelling op vastgoed | 6.649,9 | 6.290,1 |
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS van een neerwaartse schok op de vastgoedmarkt van 10%.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| resultaten- | eigen vermogen | resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Vastgoedrisico | - 216,9 | - 346,5 | - 189,5 | - 317,2 |
Marktconcentratierisico heeft betrekking op risico's die ontstaan door een gebrek aan diversificatie van de activaportefeuille door een grote totale positie bij individuele tegenpartijen, of een aantal gecorreleerde tegenpartijen.
Concentratierisico kan ontstaan als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen dan wel een totale positie bij een aantal positief gecorreleerde tegenpartijen (dat wil zeggen, partijen die onder vergelijkbare omstandigheden in gebreke blijven) die potentieel tot aanzienlijke bijzondere waardeverminderingen zouden kunnen leiden in het geval van faillissement of niet-betaling.
Het vermijden van concentraties is een fundamentele factor in de kredietrisicostrategie van Ageas om liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden. Elke dochtermaatschappij is verantwoordelijk voor haar eigen tegenpartijlimieten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de bewuste dochtermaatschappij en vereisten op het niveau van de Groep. Het voortdurend monitoren valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de individuele werkmaatschappijen. De Groep volgt deze limieten aan de hand van periodieke rapportages en bewaakt de totale positie.
Met het oog op het beheer van de concentratie van kredietrisico is het risicobeleid van Ageas gericht op het spreiden van kredietrisico over verschillende sectoren en landen. Ageas houdt de grootste posities in individuele entiteiten, bedrijfsgroepen (total one obligor) en andere potentiële concentraties (sectoren en regio's) nauwlettend in de gaten. Dit om een goede spreiding te bevorderen en eventueel significant concentratierisico op tijd te signaleren.
| Onderstaande tabel geeft informatie over de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de Ageas entiteit per 31 december. | ||
|---|---|---|
| -- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | -- |
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | officiële instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 34.785,1 | 7.842,2 | 12.572,4 | 1.501,4 | 83,5 | 56.784,6 |
| VK | 751,2 | 804,7 | 1.404,2 | 39,5 | 2.999,6 | |
| Continentaal Europa | 6.048,1 | 2.136,4 | 1.537,4 | 23,6 | 61,5 | 9.807,0 |
| - Frankrijk | 1.817,4 | 525,1 | 315,1 | 23,3 | 19,6 | 2.700,5 |
| - Portugal | 4.230,7 | 1.611,3 | 1.222,3 | 0,3 | 41,9 | 7.106,5 |
| Azië | 3,0 | 0,5 | 3,5 | |||
| Herverzekering | 30,2 | 98,2 | 13,4 | 141,8 | ||
| Algemene Rekening | 1.677,0 | 4,2 | 80,5 | 1.761,7 | ||
| Totaal | 41.584,4 | 12.493,5 | 15.616,4 | 1.525,0 | 278,9 | 71.498,2 |
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | officiële instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 35.185,8 | 8.193,8 | 12.784,8 | 1.503,1 | 158,4 | 57.825,9 |
| VK | 703,4 | 841,4 | 1.583,9 | 77,7 | 3.206,4 | |
| Continentaal Europa | 6.092,8 | 1.588,1 | 1.437,6 | 22,5 | 305,6 | 9.446,6 |
| - Frankrijk | 1.748,3 | 366,1 | 318,5 | 22,2 | 251,0 | 2.706,1 |
| - Portugal | 4.344,5 | 1.222,0 | 1.119,1 | 0,3 | 54,6 | 6.740,5 |
| Azië | 4,4 | 0,7 | 5,1 | |||
| Herverzekering | 53,1 | 79,3 | 6,5 | 138,9 | ||
| Algemene Rekening | 0,4 | 1.766,5 | 8,3 | 245,3 | 2.020,5 | |
| Totaal | 41.982,4 | 12.447,3 | 15.893,9 | 1.525,6 | 794,2 | 72.643,4 |
De tabel hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de tegenpartij per 31 december.
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | officiële instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.105,8 | 1.245,4 | 2.054,2 | 1.501,4 | 128,2 | 26.035,0 |
| VK | 450,0 | 647,1 | 1.961,9 | 43,6 | 3.102,6 | |
| Continentaal Europa | 19.968,8 | 9.224,7 | 9.644,3 | 23,4 | 106,4 | 38.967,6 |
| - Frankrijk | 6.513,9 | 2.566,1 | 3.323,0 | 23,3 | 30,0 | 12.456,3 |
| - Portugal | 2.593,9 | 444,9 | 329,9 | 6,3 | 3.375,0 | |
| - Overige | 10.861,0 | 6.213,7 | 5.991,4 | 0,1 | 70,1 | 23.136,3 |
| Azië | 40,0 | 115,0 | 0,6 | 155,6 | ||
| Overige landen | 59,8 | 1.336,3 | 1.841,0 | 0,2 | 0,1 | 3.237,4 |
| Totaal | 41.584,4 | 12.493,5 | 15.616,4 | 1.525,0 | 278,9 | 71.498,2 |
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | officiële instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.635,8 | 1.295,3 | 1.805,8 | 1.503,0 | 345,2 | 26.585,1 |
| VK | 369,4 | 718,9 | 2.222,3 | 96,8 | 3.407,4 | |
| Continentaal Europa | 19.916,4 | 8.741,7 | 9.508,0 | 22,6 | 348,4 | 38.537,1 |
| - Frankrijk | 6.454,1 | 2.276,5 | 3.211,0 | 22,2 | 272,8 | 12.236,6 |
| - Italië | 1.227,4 | 141,4 | 774,3 | 1,6 | 2.144,7 | |
| - Portugal | 2.709,3 | 279,4 | 297,1 | 0,3 | 54,8 | 3.340,9 |
| - Overige | 9.525,6 | 6.044,4 | 5.225,6 | 0,1 | 19,2 | 20.814,9 |
| Azië | 120,2 | 263,5 | 3,0 | 386,7 | ||
| Overige landen | 60,8 | 1.571,2 | 2.094,3 | 0,3 | 0,8 | 3.727,1 |
| Totaal | 41.982,4 | 12.447,3 | 15.893,9 | 1.525,6 | 794,2 | 72.643,4 |
De tabel hieronder toont de hoogste blootstellingen op de uiteindelijke moedermaatschappij gemeten aan reële waarde en nominale waarde met hun ratings.
| Hoogste blootstelling top 10 | Groepsrating | Reële waarde | Nominale waarde |
|---|---|---|---|
| Koninkrijk België | AA- | 19.784,7 | 15.411,9 |
| Franse republiek | AA | 7.265,8 | 5.671,0 |
| Oostenrijkse republiek | AA+ | 2.863,1 | 2.204,5 |
| Portugese republiek | BBB- | 2.655,0 | 2.326,2 |
| Bondsrepubliek Duitsland | AAA | 1.828,3 | 1.364,5 |
| Koninkrijk Spanje | BBB+ | 1.827,3 | 1.419,6 |
| BNP Paribas SA | A | 1.379,0 | 1.657,0 |
| Europese Investeringsbank | AAA | 1.375,8 | 1.147,3 |
| Italiaanse republiek | BBB | 1.261,2 | 1.520,9 |
| Regio Wallonië | A | 985,3 | 957,9 |
| Totaal | 41.225,5 | 33.680,8 |
De top 10 blootstelling geeft dezelfde belangrijke tegenpartijen weer als vorig jaar. Het Koninkrijk België blijft de belangrijkste tegenpartij, in overeenstemming met de strategie om zich 'op de thuismarkt terug te plooien' waardoor het nadeel ontstaat dat het risico van het thuisland toeneemt.
Het risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, omvat twee subrisico's:
a. wanbetalingsrisico voor beleggingen;
b. wanbetalingsrisico voor tegenpartijen.
De volgende tabel geeft een overzicht van het kredietrisico waaraan Ageas is blootgesteld.
| Continentaal | Azië | Her-- | Eliminaties | Totaal | Eliminaties | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | België | VK | Europa | verzekering verzekeringen verzekeringen Algemeen | groep | Ageas | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 10) |
790,4 | 200,0 | 563,8 | 3,1 | 5,4 | 1.562,7 | 1.362,1 | 2.924,8 | ||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) (zie noot 11) |
5,0 | 0,7 | 0,1 | 5,8 | 4,2 | 9,9 | ||||
| Vorderingen Bijzondere waardeverminderingen |
9.326,1 - 27,8 |
53,5 | 86,0 - 0,2 |
9.465,6 - 28,0 |
1.011,1 | - 660,2 | 9.816,5 - 28,0 |
|||
| Totaal leningen, netto (zie noot 13) | 9.298,4 | 53,4 | 85,8 | 9.437,6 | 1.011,1 | - 660,2 | 9.788,5 | |||
| Rentedragende investeringen Bijzondere waardeverminderingen Totaal rentedragende beleggingen, netto |
- 0,1 | 45.883,9 1.959,0 | 8.893,0 - 20,3 |
119,1 | - 0,1 | 56.854,9 - 20,4 |
56.854,9 - 20,3 |
|||
| (zie noot 11) | 45.883,8 1.959,0 | 8.872,7 | 119,1 | - 0,1 | 56.834,5 | 56.834,6 | ||||
| Herverzekering en overige vorderingen Bijzondere waardeverminderingen Totaal Herverzekering en overige vorderingen |
779,2 - 6,6 |
787,1 - 3,9 |
263,5 - 38,5 |
0,4 | 17,3 | - 29,4 | 1.818,1 - 49,0 |
78,9 | - 4,9 | 1.892,1 - 49,0 |
| netto (zie noot 15) | 772,6 | 783,2 | 225,0 | 0,3 | 17,3 | - 29,4 | 1.769,0 | 79,0 | - 4,9 | 1.843,1 |
| Totaal kredietrisico, bruto Bijzondere waardeverminderingen |
- 34,5 | 56.784,6 2.999,6 - 3,9 |
9.807,0 - 59,0 |
3,5 | 141,8 | - 29,4 | 69.707,1 - 97,4 |
2.456,3 | - 665,1 | 71.498,2 - 97,3 |
| Totaal kredietrisico, netto op balans verantwoord |
56.750,1 2.995,7 | 9.748,0 | 3,5 | 141,8 | - 29,4 | 69.609,7 | 2.456,3 | - 665,1 | 71.400,9 | |
| Verplichtingen buiten balans (zie noot 30) Totaal kredietrisico, buiten balans |
4.703,2 4.703,2 |
4.703,2 4.703,2 |
4.703,2 4.703,2 |
|||||||
| Totaal kredietrisico, netto | 61.453,3 2.995,7 | 9.748,0 | 3,5 | 141,8 | - 29,4 | 74.312,9 | 2.456,3 | - 665,1 | 76.104,1 | |
| 31 december 2017 | België | VK | Continentaal Europa |
Azië | Her-- | Eliminaties verzekering verzekeringen verzekeringen Algemeen |
Totaal | Eliminaties groep |
Totaal Ageas |
|
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 10) |
1.022,6 | 232,0 | 425,1 | 4,4 | 22,5 | 1.706,6 | 845,7 | 2.552,3 | ||
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) (zie noot 11) |
26,3 | 9,5 | 35,8 | 35,8 | ||||||
| Vorderingen | 8.616,8 | 60,5 | 22,8 | 8.700,1 | 1.388,4 | - 661,7 | 9.426,8 | |||
| Bijzondere waardeverminderingen Totaal leningen, netto (zie noot 13) |
- 10,4 8.606,4 |
60,5 | - 0,4 22,4 |
- 10,8 8.689,3 |
1.388,4 | - 661,7 | - 10,8 9.416,0 |
|||
| Rentedragende investeringen Bijzondere waardeverminderingen |
47.384,1 - 0,1 |
2.006,9 | 8.670,9 - 20,3 |
106,6 | 58.168,5 - 20,4 |
226,3 | 58.394,8 - 20,4 |
|||
| Totaal rentedragende beleggingen, netto (zie noot 11) |
47.384,0 2.006,9 | 8.650,6 | 106,6 | 58.148,1 | 226,3 | 58.374,4 | ||||
| Herverzekering en overige vorderingen Bijzondere waardeverminderingen Totaal Herverzekering |
776,1 - 6,7 |
907,0 - 2,7 |
318,3 - 38,4 |
0,7 | 9,8 | - 24,4 | 1.987,5 - 47,8 |
251,0 | - 4,8 | 2.233,7 - 47,8 |
| en overige vorderingen netto (zie noot 15) |
769,4 | 904,3 | 279,9 | 0,7 | 9,8 | - 24,4 | 1.939,7 | 251,0 | - 4,8 | 2.185,9 |
| Totaal kredietrisico, bruto Bijzondere waardeverminderingen |
57.825,9 - 17,2 |
3.206,4 - 2,7 |
9.446,6 - 59,1 |
5,1 | 138,9 | - 24,4 | 70.598,5 - 79,0 |
2.711,4 | - 666,5 | 72.643,4 - 79,0 |
| Totaal kredietrisico, netto op balans verantwoord |
57.808,7 3.203,7 | 9.387,5 | 5,1 | 138,9 | - 24,4 | 70.519,5 | 2.711,4 | - 666,5 | 72.564,4 | |
| Verbintenissen die niet uit | ||||||||||
| de balans blijken (zie noot 30) Totaal kredietrisico, buiten balans |
3.753,5 3.753,5 |
3.753,5 3.753,5 |
1,1 1,1 |
3.754,6 3.754,6 |
||||||
| Totaal kredietrisico, netto | 61.562,2 3.203,7 | 9.387,5 | 5,1 | 138,9 | - 24,4 | 74.273,0 | 2.712,5 | - 666,5 | 76.319,0 |
De tabel hieronder geeft informatie over de bijzondere waardevermindering voor kredietrisico op 31 december.
| 2018 | 2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaand met | Waarde | Uitstaand met | Waarde | |||
| bijzondere | verminderingen | bijzondere | verminderingen | |||
| waarde- | voor specifiek | Dekkings- | waarde- | voor specifiek | Dekkings- | |
| verminderingen | kredietrisico | ratio | verminderingen | kredietrisico | ratio | |
| Rentedragende investeringen (zie noot 11) | 6,3 | - 20,3 | 322.2% | 6,4 | - 20,4 | 318.8% |
| Totaal leningen (zie noot 13) | 59,2 | - 27,2 | 45.9% | 57,4 | - 9,9 | 17.2% |
| Overige vorderingen (zie noot 15) | 27,8 | - 49,0 | 176.3% | 20,4 | - 47,8 | 234.3% |
| Totaal uitstaand bedrag onderhevig aan | ||||||
| bijzondere waardeverminderingen | 93,3 | - 96,5 | 103.4% | 84,2 | - 78,1 | 92.8% |
Het wanbetalingsrisico voor beleggingen vertegenwoordigt het risico dat beleggingen van Ageas daadwerkelijk in gebreke blijven. Waardeschommelingen als gevolg van marktvolatiliteit op korte termijn vallen onder het marktrisico. Dit omvat geen contracten die vallen onder het tegenpartijrisico (zie B).
Dit risico wordt beheerd aan de hand van limieten waarbij rekening wordt gehouden met het soort kredietpositie, de kredietkwaliteit en, waar nodig, de looptijden. Regelmatige bewaking en waarschuwingssystemen helpen eveneens bij het beheer van kredietrisico.
Beleggingsposities worden bewaakt aan de hand van een driemaandelijkse limietoverschrijdingsrapportage. Limieten worden bewaakt op basis van de reële waarde binnen de activaclassificatie. De limieten per categorie zijn als volgt gedefinieerd.
Voor overheidsobligaties geldt een limiet per land op diverse manieren:
Voor bedrijfsobligaties gelden eveneens meerdere criteria:
Er worden ook stresstesten uitgevoerd teneinde de impact te beoordelen als afzonderlijke grote tegenpartijen niet meer aan hun verplichtingen voldoen.
Aandelenbeleggingen zijn toegestaan wanneer de dochtermaatschappij ervoor zorgt dat de indicatoren binnen de limieten voor de risk appetite blijven.
De creditrating die Ageas toepast is gebaseerd op de op één na best beschikbare kwalificaties van Moody's, Fitch en Standard & Poor's, evenals AM Best voor herverzekeringstegenpartijen. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de kredietkwaliteit van: leningen, rentedragende beleggingen, staatsobligaties, bedrijfsobligaties, banken en andere financiële instellingen.
In de onderstaande tabel wordt de kredietkwaliteit van Leningen weergegeven.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 1.228,9 | 12.5% | 1.141,1 | 12.1% |
| AA | 2.297,2 | 23.4% | 2.514,0 | 26.7% |
| A | 1.634,3 | 16.6% | 2.121,9 | 22.5% |
| BBB | 187,1 | 1.9% | 1.062,9 | 11.3% |
| Beleggingsclassificatie | 5.347,5 | 54.4% | 6.839,9 | 72.6% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 11,5 | 0.1% | 68,6 | 0.7% |
| Zonder kredietbeoordeling | 3.279,5 | 33.4% | 1.296,6 | 13.7% |
| Hypothecaire leningen | 1.178,0 | 12.0% | 1.221,7 | 13.0% |
| Totaal bruto investeringen in leningen | 9.816,5 | 100.0% | 9.426,8 | 100.0% |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 28,0 | - 10,8 | ||
| Totaal netto investeringen in leningen (zie noot 13) | 9.788,5 | 9.416,0 |
Onderstaande tabel zet de kredietkwaliteit van Rentedragende beleggingen uiteen waarbij per 31 december een constant aandeel van investment grade beleggingen wordt getoond.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 4.895,4 | 8.6% | 4.984,2 | 8.5% |
| AA | 30.955,5 | 54.6% | 31.317,8 | 53.7% |
| A | 7.979,4 | 14.0% | 7.204,5 | 12.3% |
| BBB | 11.163,6 | 19.6% | 13.264,9 | 22.7% |
| Beleggingsclassificatie | 54.993,9 | 96.8% | 56.771,4 | 97.2% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 368,4 | 0.6% | 327,6 | 0.6% |
| Zonder kredietbeoordeling | 1.472,3 | 2.6% | 1.275,4 | 2.2% |
| Totaal netto investeringen in rentedragende effecten | 56.834,6 | 100.0% | 58.374,4 | 100.0% |
| Bijzondere waardeverminderingen | 20,3 | 20,4 | ||
| Totaal investeringen in rentedragende effecten, bruto (zie noot 11) | 56.854,9 | 58.394,8 |
De obligatieportefeuille is sterk gericht op overheids- en andere obligaties met een hoge investment grade rating. Van de obligaties is 96,8% investment grade (2017: 97,2%), waarvan 77,2% een rating A of hoger heeft (2017: 74,5%) en meer dan 50% belegd in AA. De belangrijkste posities van obligaties met rating AA bestaan uit Belgische obligaties.
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van overheidsobligaties.
| 31 december 2018 | Percentage | 31 december 2017 | Percentage | |
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 32.408,0 | 87.8% | 32.941,7 | 87.8% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 0,8 | 0.0% | 1,1 | 0.0% |
| Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) | 4.505,5 | 12.2% | 4.559,5 | 12.2% |
| Totaal overheidsobligaties (zie noot 11) | 36.914,3 | 100.0% | 37.502,3 | 100.0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.310,5 | 6.3% | 2.291,2 | 6.1% |
| AA | 27.720,1 | 75.1% | 28.258,6 | 75.3% |
| A | 2.972,9 | 8.1% | 1.610,4 | 4.3% |
| BBB | 3.792,6 | 10.3% | 5.278,8 | 14.1% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 36.796,1 | 99.7% | 37.439,0 | 99.8% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 70,1 | 0.2% | 25,2 | 0.1% |
| Zonder kredietbeoordeling | 48,1 | 0.1% | 38,1 | 0.1% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 118,2 | 0.3% | 63,3 | 0.2% |
| Totaal overheidsobligaties | 36.914,3 | 100.0% | 37.502,3 | 100.0% |
De tot einde looptijd aangehouden blootstelling wordt volledig vertegenwoordigd door Belgische en Portugese overheidsobligaties. Het grootste deel van de portfolio overheidsobligaties is belegd in AA-obligaties, grotendeels verklaard door de blootstelling van Belgische overheidsobligaties.
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties.
| 31 december 2018 | Percentage 31 december 2017 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 11.539,8 | 100.0% | 12.378,3 | 100.0% |
| Totaal bedrijfsobligaties (zie noot 11) | 11.539,8 | 100.0% | 12.378,3 | 100.0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 40,0 | 0.3% | 20,8 | 0.2% |
| AA | 1.029,8 | 8.9% | 1.125,7 | 9.1% |
| A | 3.194,5 | 27.7% | 3.542,5 | 28.6% |
| BBB | 6.196,0 | 53.7% | 6.612,8 | 53.4% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 10.460,3 | 90.6% | 11.301,8 | 91.3% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 272,2 | 2.4% | 268,4 | 2.2% |
| Zonder kredietbeoordeling | 807,3 | 7.0% | 808,1 | 6.5% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 1.079,5 | 9.4% | 1.076,5 | 8.7% |
| Totaal bedrijfsobligaties | 11.539,8 | 100.0% | 12.378,3 | 100.0% |
De bedrijfsobligatieportefeuille blijft sterk gericht op investment grade-obligaties. Van de bedrijfsobligaties is 90,6% investment grade (2017: 91,3%), waarvan 36,9% een rating A of hoger heeft (2017: 37,9%).
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen.
| 31 december 2018 | Percentage 31 december 2017 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 8.136,4 | 97.7% | 8.307,6 | 98.7% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 189,7 | 2.3% | 107,8 | 1.3% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen (zie noot 11) | 8.326,1 | 100.0% | 8.415,4 | 100.0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.536,3 | 30.4% | 2.663,3 | 31.6% |
| AA | 2.181,1 | 26.2% | 1.920,5 | 22.8% |
| A | 1.795,0 | 21.6% | 2.015,7 | 24.0% |
| BBB | 1.174,5 | 14.1% | 1.369,7 | 16.3% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 7.686,9 | 92.3% | 7.969,2 | 94.7% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 24,9 | 0.3% | 32,5 | 0.4% |
| Zonder kredietbeoordeling | 614,3 | 7.4% | 413,7 | 4.9% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 639,2 | 7.7% | 446,2 | 5.3% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen | 8.326,1 | 100.0% | 8.415,4 | 100.0% |
De blootstelling aan banken en andere financiële instellingen is in het bijzonder afgestemd op investment grade 92,3% (2017: 92,3%) waarbij 78,2% (2017: 78,4%) met een rating van A of hoger.
Het tegenpartijrisico houdt rekening met potentiële verliezen als gevolg van onverwachte wanbetaling of een verslechtering van de kredietwaardigheid van tegenpartijen en debiteuren. De reikwijdte van het wanbetalingsrisico voor tegenpartijen omvat risicobeperkende contracten (zoals herverzekeringsovereenkomsten, effectiseringen en afgeleide producten), geldmiddelen, te ontvangen sommen van tussenpersonen en andere kredietblootstelling die elders niet gedekt is (garanties, polishouders enz.).
Het risico dat een tegenpartij in gebreke blijft kan ontstaan door de inkoop van herverzekeringen, andere risico verminderende maatregelen en 'andere activa'. Ageas beperkt deze vorm van risico door strikt beleid bij de keuze van tegenpartijen, eisen die worden gesteld aan zekerheden en door diversificatie.
Binnen Ageas wordt dit risico verminderd door de toepassing van het tegenpartijen risicobeleid en het nauwlettend volgen van de uitstaande posities van tegenpartijen. Diversificatie en het vermijden van blootstelling aan tegenpartijen met een lage kredietrating zijn sleutelelementen om dit risico te ondervangen.
Een bijzondere waardevermindering voor een specifiek kredietrisico wordt vastgesteld als er objectieve aanwijzingen zijn dat Ageas niet alle verschuldigde bedragen in overeenstemming met de contractuele voorwaarden zal kunnen innen. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In het geval van aan de markt verhandelde effecten is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde.
Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de laatste schatting door Ageas van de nog mogelijke inning en vertegenwoordigen het verlies dat Ageas denkt te zullen lijden. Voorwaarden voor afschrijving kunnen zijn dat de faillissementsprocedure van de debiteur is afgerond en alle zekerheden zijn benut, dat de debiteur en/of garantiegever in staat van insolventie verkeren/verkeert, dat alle normale inspanningen voor de inning zijn geleverd of dat het punt van economisch verlies (dat wil zeggen, het moment waarop alle kosten samen hoger zijn dan het bedrag dat nog kan worden geïnd) is bereikt.
Liquiditeitsrisico treedt op als Ageas onvoldoende liquide middelen heeft en niet in staat is om beleggingen en overige activa liquide te maken en te voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer die verschuldigd zijn. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een onverwachte vraag naar contanten van polishouders en andere contractuele partijen waaraan niet kan worden voldaan zonder verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden als gevolg van beperkingen op de te liquideren activa. Deze beperkingen kunnen structureel zijn of kunnen te wijten zijn aan marktontwrichtingen.
De financiële verplichtingen van Ageas en de lokale dochtermaatschappijen van Ageas betreffen vaak lange termijn verplichtingen en in het algemeen zijn activa die worden aangehouden om aan deze verplichtingen te voldoen lange termijn activa en illiquide activa. Vorderingen en andere uitstromen van kasmiddelen kunnen onvoorspelbaar zijn en aanzienlijk verschillen van verwachte bedragen. Als er geen liquide middelen beschikbaar zijn om een financiële verplichting na te komen als deze opeisbaar is, zullen er liquide middelen moeten worden geleend en/of zullen illiquide activa moeten worden verkocht (met mogelijk een aanzienlijk verlies tot gevolg) om aan de verplichting te voldoen. Verliezen zouden ontstaan door de korting die moet worden verleend om de activa te liquideren.
Als verzekeringsmaatschappij genereert Ageas normaal gesproken contante middelen en blijft dit risico daardoor relatief laag. In de afgelopen jaren waren de gevolgen van de (Europese) schuldencrisis een sterk bepalende factor. De Europese Centrale Bank heeft een liquiditeitsverhogend monetair beleid gevoerd om deze crisis te beteugelen. Ageas houdt een aanzienlijke kaspositie aan om bestand te zijn tegen (relatief) slechte liquiditeitsomstandigheden als deze zich voordoen. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de verklaringen van de ECB over potentiële veranderingen in het monetaire beleid.
De beleggingshorizon voor activa van de Algemene Rekening is vastgesteld overeenkomstig de verwachte betaaldata voor de bedragen voorzien in het WCAM (Wet Collectieve afwikkeling Massaschade)-schikkingsvoorstel. Dividenduitkeringen aan aandeelhouders, evenals de kosten van de holding worden gefinancierd door dividenduitkeringen van de operationele verzekeringsentiteiten van Ageas.
De oorzaken van liquiditeitsrisico in de operationele bedrijven kunnen worden gesplitst in factoren die een plotselinge toename van de behoefte aan contanten veroorzaken en factoren die leiden tot een onverwachte daling van de beschikbare middelen om aan de behoefte aan contanten te voldoen. Er zijn de volgende liquiditeitsrisico's:
Ieder bedrijf van Ageas moet ervoor zorgen dat wordt voldaan aan alle liquiditeitsvereisten. Liquiditeitsrisico's worden geïdentificeerd en bewaakt zodat de omstandigheden waarin liquiditeitsproblemen mogelijk kunnen zijn, bekend zijn en worden begrepen (bijv. onverwachte ongunstige wijzigingen in het uitloopprofiel van de verplichtingen, massaal verval, vertraging in nieuwe polissen, wijziging in de rating enz.) en men weet hoe hierop kan worden ingespeeld (bijv. de liquiditeit van activa in een crisis).
Het risico immatriële vaste activa is het risico van verlies of van nadelige waardeverandering van immatriële vaste activa door een verandering van de verwachte toekomstige voordelen van de immatriële vaste activa. Immatriële vaste activa bestaat onder andere uit 'Value of Business Acquired' (VOBA), parkeerconsessies and intellectueel eigendom.
Verzekeringstechnische risico's betreffen alle risico's van verzekeringsverplichtingen als gevolg van afwijkingen in claims door de onzekerheid en timing van die claims, alsmede afwijkingen in uitgaven en verval, in vergelijking met de onderliggende hypothesen gemaakt bij de acceptatie van de polis.
Het levenrisico omvat het sterfterisico, het langlevenrisico, het invaliditeitsrisico, het morbiditeitsrisico (d.w.z. ziekte met mogelijk dodelijk afloop), het verval- en behoudrisico, het kostenrisico, het catastroferisico en het herzieningsrisico.
Tot de Niet-levenrisico's behoren het reserverisico, het premierisico en catastroferisico's. Het reserverisico hangt samen met de te betalen schaden terwijl het premierisico betrekking heeft op toekomstige schadevorderingen (met uitzondering van catastrofeschaden). Het catastroferisico betreft schaden die door rampgebeurtenissen worden veroorzaakt, zowel natuurrampen als door mensen veroorzaakte rampen.
Elke maatschappij beheert verzekeringstechnische risico's door middel van acceptatiebeleid, productgoedkeuringsbeleid, reserveringsbeleid, beleid voor schadebeheer en herverzekeringsbeleid. Er wordt vooral op gelet dat de klantengroep die een product koopt inderdaad overeenkomt met de onderliggende aannames over klanten bij de ontwikkeling en prijsstelling van het product.
Het acceptatiebeleid wordt lokaal vastgesteld als onderdeel van het algehele Enterprise Risk Management-kader en wordt beoordeeld door actuariële medewerkers die de feitelijke schadehistorie evalueren. Er wordt gebruikgemaakt van een reeks indicatoren en hulpmiddelen voor het maken van statistische analyses om de acceptatienormen te verfijnen, met als doel het schadeverloop te verbeteren en/of te waarborgen dat de prijsstelling op de juiste wijze wordt bijgesteld.
De verzekeringsmaatschappijen streven ernaar om de premies op een niveau vast te stellen waarbij het bedrag van de premies samen met de beleggingsinkomsten die daarmee worden gegenereerd groter is dan het totale bedrag van verwachte schaden, schadeafhandelingskosten en beheerskosten. De juistheid van de prijsstelling wordt getoetst met behulp van diverse technieken en belangrijke prestatie-indicatoren die passen bij de betreffende portefeuille. Dit gebeurt zowel a priori (bijvoorbeeld beoordeling van de winstgevendheid) als a posteriori (bijvoorbeeld embedded value, combined ratio's).
De factoren waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling voor verzekeringen verschillen per product en zijn afhankelijk van de geboden dekking en uitkeringen. De volgende factoren worden in het algemeen in overweging genomen:
In zijn blootstelling aan de hierboven genoemde risico's profiteert Ageas van diversificatie over geografische regio's, productgroepen en zelfs verschillende verzekeringsrisicofactoren, zodat Ageas niet blootgesteld wordt aan grote concentraties verzekeringsrisico's. Daarnaast hebben de verzekeringsmaatschappijen van Ageas specifieke maatregelen getroffen om de blootstelling aan de concentratie van verzekeringsrisico's te verkleinen. Bijvoorbeeld producten die afkoopkosten in rekening brengen en/of producten die worden aangepast aan de marktwaarde beperken het verlies voor de verzekeringsmaatschappij en herverzekeringscontracten leiden tot een beperkte blootstelling aan grote verliezen.
Het levensverzekeringsrisico ontstaat uit de levensverzekeringsverplichtingen in relatie tot de gevaren die verzekerd zijn en de processen die bij de bedrijfsvoering worden gebruikt.
Verzekeringstechnische risico's Leven bestaan hoofdzakelijk uit sterfte-/langlevenrisico, invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico, verval- en behoudrisico, leven-kostenrisico, herzienings- en catastroferisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m F). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheren (onder G).
Sterfterisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. De sterftetabellen die gebruikt worden ten behoeve van de prijsstelling bevatten voorzichtige marges. Zoals gebruikelijk in de sector maken
de dochtermaatschappijen van Ageas gebruik van ervaringstabellen met adequate zekerheidstoeslagen. Elk jaar moeten de veronderstellingen worden herzien om de verwachte sterftecijfers te vergelijken met de ervaringsgegevens. Deze analyse vindt plaats op basis van een aantal criteria, zoals leeftijd, polisjaar, verzekerde som en andere verzekeringstechnische criteria.
Langlevenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een daling van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit risico wordt beheerd door het aantal vastgestelde sterftegevallen binnen de portefeuille jaarlijks te evalueren. Wanneer blijkt dat de levensverwachting sneller toeneemt dan de sterftetabellen aangeven, worden extra voorzieningen aangelegd en worden de prijzen van nieuwe producten dienovereenkomstig aangepast.
Invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van invaliditeits-, ziekte- of morbiditeitspercentages. Dit risico kan zich bijvoorbeeld voordoen in portefeuilles met invaliditeits- en ziektekostenpolissen en ongevallenverzekeringen voor werknemers. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas beperken het invaliditeitsrisico tevens door medische selectiecriteria en een passende herverzekering.
Vervalrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het percentage polisverval en -behoud, onder andere in de vorm van polisverlenging, -afkoop, premieverlagingen en andere factoren die tot lagere premies leiden. Behoudrisico is vaak een andere naam voor de volatiliteit van het premieverval en vervangingen van verlopen polissen, annuleringen binnen de wettelijke bedenktijd of afkopen.
De ontwikkeling en prijsstelling van verzekeringspolissen is mede gebaseerd op aannames over de kosten van het verkopen en administreren van de polissen totdat deze vervallen of uitkeren en over het verwachte behoud. Het risico van een andere feitelijke ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan worden in het stadium van de productontwikkeling in kaart gebracht. Dat risico kan worden verminderd via het productontwerp, bijvoorbeeld met een boeteclausule voor vervroegde aflossing of retentiebonussen, aanloopkosten of het spreiden van de provisie aan verzekeringsagenten om de belangen op elkaar af te stemmen of door een aanpassing van de marktwaarde voor bepaalde groepscontracten waarbij de risico's in geval van verval volledig door de polishouders worden gedragen.
Leven-kostenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van (her)verzekeringsovereenkomsten. Het kostenrisico ontstaat als de voorziene kosten bij de prijsstelling van een garantie ontoereikend zijn om in het volgende jaar de werkelijke kosten op te vangen.
Herzieningsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het herzieningspercentage dat op lijfrentes wordt toegepast als gevolg van veranderingen in het juridische klimaat of in de gezondheidstoestand van de verzekerde.
Levenscatastroferisico komt voort uit extreme of ongeregelde gebeurtenissen die levensbedreigend zijn, bijvoorbeeld nucleaire explosie, pandemie van een nieuwe infectieziekte, terrorisme of natuurrampen.
Via interne risicorapportering per kwartaal worden verzekeringsrisico's Leven bewaakt om beter inzicht te hebben in hun blootstelling aan bepaalde gebeurtenissen en hun ontwikkeling. De meeste levensverzekeringsdochtermaatschappijen staan blootgesteld aan gelijksoortige gebeurtenissen zoals (massaal) verval, kosten en sterfte/langleven.
De verzekeringstechnische risico's Niet-leven bestaan voornamelijk uit het reserverisico, premierisico, catastroferisico en vervalrisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m D). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder E), in subparagraaf F worden de schaderatio's weergegeven, onder G de risicogevoeligheden Niet-leven en onder H zijn de schadereservetabellen te vinden.
Reserverisico houdt verband met de uitstaande schaden en is het risico van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van schommelingen in het tijdstip en het bedrag van de afhandeling en kosten van schaden.
Premierisico Niet-leven is het risico dat de premie ontoereikend is om alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de ernst van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten.
Het schaderisico bij Niet-leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd (zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid) kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, zijn hiervoor meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd.
De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schadeuitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden. Indien de ervaring hetzij onvoldoende wordt geacht of volledig afwezig, in het licht van de specifieke aard van de schadegebeurtenis6 dan gebruikt Ageas betrouwbare (externe of overige) bronnen en beoordelingen, rekening houden met zijn risicopositie.
Om het claimrisico te verminderen passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe dat is gebaseerd op schadehistorie en modellen. Dit gebeurt per klantensegment en per soort activiteit, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteren de verzekeringsmaatschappijen van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, beheer van het concentratierisico en herverzekeringen ingeperkt.
086
Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies of schadegevallen met doden waarbij tal van slachtoffers betrokken zijn of die neveneffecten hebben zoals vervuiling, storing in bedrijfsactiviteiten.
Vervalrisico heeft betrekking op de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht.
Het beheersen van Niet-leven risico's binnen Ageas is in overeenstemming met de voor elke Niet-leven entiteit geldende instructies en richtlijnen op het gebied van verzekeren en risico's nemen. Hieronder vallen regels voor risicoacceptatie, richtlijnen op het gebied van schadebeheer met het oog op kostenevaluatie en schadevergoedingen, herverzekeringsactiviteiten en management in het algemeen.
Op Groepsniveau is in verband met het bovenstaande een aantal rapportageschema's, zoals KPI rapporten en toereikendheidstoetsen ingevoerd, zowel voor schade- en premiereserves tot op heden als voor schadeverplichtingen in het verleden.
Daarnaast is een intern model ontwikkeld om het verzekeringstechnisch risico Niet-leven voor de entiteiten en de groep beter te beheren. Het model wordt gebruikt om de optimale herverzekeringsprogramma's te vinden en zo de Niet-leven-risico's van de entiteiten te beperken, maar ook om risicoconcentratie binnen de Groep te vermijden. Weergerelateerde schades zijn een goed voorbeeld van concentratierisico's voor de Groep. Klimaatverandering verdient in dit verband bijzondere aandacht. Voor de modellen betreffende natuurverschijnselen worden externe modellen gebruikt. Ageas waarborgt een permanente opvolging van de implicatie van klimaatverandering op deze modellen en er vindt een permanente dialoog plaats met de aanbieders van deze modellen.
Schaderatio is een maatstaf die wordt gebruikt om de geschiktheid te beoordelen van het gedeelte van de premies dat wordt gehanteerd om schadeclaims te dekken. Schaderatio wordt gedefinieerd als de totale (geschatte) kosten van schade als percentage van de verdiende premies. De andere bestanddelen van de premie, zoals niet terugkerende managementkosten en winst, worden hier buiten beschouwing gelaten. Combined ratio is de som van schade- en lastenratio (inclusief commissies).
Over het algemeen genomen mag een combined ratio onder de 100 procent worden verwacht met een doelstelling van minder dan 97%. Vanwege de intrinsieke veranderlijkheid van het schadeclaimproces en/of ondoelmatige premies, kan de combined ratio soms boven de 100 procent bedragen. Deze situatie wordt aangepakt door middel van het beheersen van Niet-leven risico's (zie punt E hierboven).

In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de Combined ratio's en Schaderatio's van de laatste vijf jaar.
De in de onderstaande tabel getoonde Niet-leven risicogevoeligheden gaan uit van het effect op het resultaat voor belasting, rekening houdend met een afname van de kosten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 10% en een toename van schadelasten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 5%.
| Effect op resultaat | Effect op resultaat | ||
|---|---|---|---|
| voor belasting per | voor belasting per | ||
| Gevoeligheden Niet-leven | 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
| Lasten (10%) | 139,4 | 147,3 | |
| Schadelasten 5% | - 113,8 | - 123,8 |
De reserves die in de balans zijn verantwoord voor schadeclaims en de kosten van schadeclaims worden naar schadejaar door de actuarissen en de afdeling schadebeheer geanalyseerd. Uitkeringen en reserves worden derhalve in een tabel met twee tijdsperiodes weergegeven: schadejaar (jaar van de schade, in de kolommen) en kalenderjaar (ontwikkelingsjaar, op de regels). Deze zogenoemde uitfaserende driehoek laat zien hoe de schadereserve zich in de tijd ontwikkelt als gevolg van gedane betalingen en nieuwe schattingen van de verwachte uiteindelijke schade per de betreffende balansdatum.
Alle schadeclaims zijn het gevolg van verrzekeringsovereenkomsten zoals gedefinieerd onder IFRS, inclusief alle schadeovereenkomsten waarvan de reserves in driehoeksformaat kunnen worden verantwoord. De genoemde belangrijkste cijfers zijn niet contant gemaakt. De contant gemaakte schadereserve en een aantal andere verplichtingen (bijv. permanente arbeidsongeschiktheid of lijfrentes uit zorg- of ongevallenverzekeringen of andere overeenkomsten) zijn opgenomen in de reconciliatieregels.
Alle bedragen in de tabel worden berekend tegen de van toepassing zijnde wisselkoers per jaareinde 2018.
| Schadejaar | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
| Betalingen op: | ||||||||||
| N | 1.004,7 | 1.080,3 | 1.013,6 | 1.010,8 | 965,0 | 1.074,6 | 1.051,7 | 1.290,2 | 1.203,3 | 1.211,6 |
| N + 1 | 467,4 | 586,1 | 498,2 | 475,3 | 485,2 | 494,6 | 504,6 | 506,2 | 505,1 | |
| N + 2 | 121,9 | 117,9 | 129,3 | 115,0 | 110,4 | 125,8 | 129,3 | 117,6 | ||
| N + 3 | 75,9 | 84,2 | 68,6 | 85,9 | 72,4 | 78,9 | 97,9 | |||
| N + 4 | 55,9 | 53,8 | 48,5 | 64,0 | 57,1 | 59,2 | ||||
| N + 5 | 30,4 | 44,6 | 27,0 | 48,5 | 29,7 | |||||
| N + 6 | 19,4 | 25,4 | 17,7 | 21,1 | ||||||
| N + 7 | 17,9 | 14,2 | 9,8 | |||||||
| N + 8 | 7,1 | 8,7 | ||||||||
| N + 9 | 11,5 | |||||||||
| Schadekosten: (Cumulatieve betalingen + | ||||||||||
| Uitstaande schadeverplichtingen) | ||||||||||
| N | 1.896,1 | 2.095,8 | 2.027,2 | 2.027,4 | 2.010,5 | 2.114,7 | 2.109,5 | 2.564,1 | 2.325,3 | 2.306,5 |
| N + 1 | 1.860,6 | 2.084,8 | 1.954,7 | 1.993,3 | 1.956,3 | 2.096,4 | 2.092,3 | 2.555,8 | 2.290,3 | |
| N + 2 | 1.880,5 | 2.089,9 | 1.944,5 | 1.998,5 | 1.901,0 | 2.099,9 | 2.145,2 | 2.449,5 | ||
| N + 3 | 1.897,8 | 2.088,9 | 1.919,2 | 1.975,2 | 1.886,3 | 2.113,0 | 2.079,9 | |||
| N + 4 | 1.878,5 | 2.087,7 | 1.894,5 | 1.998,1 | 1.917,6 | 2.076,0 | ||||
| N + 5 | 1.886,4 | 2.087,9 | 1.918,1 | 2.001,8 | 1.904,4 | |||||
| N + 6 | 1.873,3 | 2.109,9 | 1.922,8 | 1.984,1 | ||||||
| N + 7 | 1.895,8 | 2.107,7 | 1.914,2 | |||||||
| N + 8 | 1.904,0 | 2.109,5 | ||||||||
| N + 9 | 1.926,7 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat op de initiële datum | 1.896,0 | 2.095,7 | 2.027,1 | 2.027,5 | 2.010,4 | 2.114,7 | 2.109,5 | 2.564,1 | 2.325,2 | 2.306,5 |
| Uiteindelijk verlies, geschat in voorgaand jaar | 1.903,9 | 2.107,5 | 1.922,8 | 2.002,0 | 1.917,6 | 2.113,1 | 2.145,2 | 2.555,8 | 2.325,2 | |
| Uiteindelijk verlies, geschat in huidig jaar | 1.926,7 | 2.109,4 | 1.914,2 | 1.984,2 | 1.904,5 | 2.075,8 | 2.079,9 | 2.449,5 | 2.290,2 | 2.306,5 |
| Surplus (tekort) lopend jaar | ||||||||||
| T.o.v. initieel schadejaar | - 30,6 | - 13,6 | 113,0 | 43,3 | 105,9 | 38,9 | 29,5 | 114,6 | 35,0 | |
| Surplus (tekort) huidig jaar | ||||||||||
| ten opzichte van vorig schadejaar | - 22,7 | - 1,9 | 8,6 | 17,8 | 13,0 | 37,2 | 65,2 | 106,3 | 35,0 | |
| Uitstaande claims reserve voor 2009 | 389,0 | |||||||||
| Uitstaande claims reserve van 2009 tot 2018 | 3.410,1 | |||||||||
| Overige verplichtingen (niet in tabel) | 978,3 | |||||||||
| Claims arbeidsongeschiktheids- | ||||||||||
| en zorgverzekeringen | 1.467,7 | |||||||||
| Totale schadeverplichtingen in | ||||||||||
| De balans | 6.245,1 |
De versterking van de voorzieningen werd in 2018 voortgezet door een voortdurende aanpassing van de verwachte schade-uitkeringen.
De schadereserve ontwikkelingstabel per schadejaar (zie hierboven) laat de ontwikkeling zien van de uiteindelijke totale schade (in gedane betalingen en uitstaande schadereserves) voor elk schadejaar (zoals aangegeven in de kolom), per ontwikkelingsjaar (zoals aangegeven in de regel) vanaf het jaar van het optreden van de schade tot en met boekjaar 2018.
In de driehoek 'Betalingen' is het totale bedrag aan schadebetalingen weergegeven, verminderd met terugvorderingen, exclusief herverzekering.
De tweede driehoek, 'Schadekosten', geeft de uitstaande claimsreserve weer inclusief IBN(E)R voor elk schadejaar, op basis van de nieuwe inschatting van de uiteindelijke schadelast en de al gedane betalingen.
De regels 'Uiteindelijk verlies', geschat per de datum dat de schade voor het eerst optrad, per het vorige boekjaar en het huidige boekjaar weerspiegelt het feit dat de schatting fluctueert met de kennis en informatie die over de schadeclaim is vergaard. Hoe langer de ontwikkelingsperiode van de claims, hoe nauwkeuriger de inschatting van het uiteindelijke verlies.
Het bedrag bij 'Totaal schadeverplichting in de balans' wordt verder toegelicht in sectie 20.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven.
Gezondheid verzekeringstechnisch risico geeft het risico weer dat ontstaat uit de verplichtingen van de gezondheidsverzekeringen. Of dat nu gebeurt op een gelijkaardige technische basis als die van de levensverzekering of niet, voortvloeiend uit zowel de gedekte gevaren en de processen die worden gebruikt in de bedrijfsvoering.
De onderdelen van gezondheidsverzekeringsrisico moeten worden opgesplitst afhankelijk van het type verplichtingen: indien gelijkaardig aan levensrisico of gemodelleerd op basis van gelijkaardige technieken als die voor levensverplichtingen – we verwijzen naar sectie 5.4.2.1 Levensverzekeringsrisico's. Voor verplichtingen gelijkaardig aan Niet-leven verplichtingen of gemodelleerd op een gelijkaardige manier, verwijzen we naar sectie 5.4.2.2 Verzekeringsrisico's Nietleven.
Indien noodzakelijk sluiten de verzekeringsbedrijven van Ageas herverzekeringscontracten af om de verzekeringstechnische risico's te verminderen. Deze herverzekering kan op polis-per-polis-basis (per risico) plaatsvinden of op portefeuillebasis (per gebeurtenis). Deze laatste gebeurtenissen zijn voornamelijk weergerelateerd (bijv. orkanen, aardbevingen en overstromingen) of ontstaan door menselijk handelen, met vele claims veroorzaakt door een afzonderlijke gebeurtenis. Voor de selectie van herverzekeringsmaatschappijen zijn voornamelijk de prijsstelling en de beheersing van het tegenpartijrisico bepalend. Het beheer van het tegenpartijrisico is geïntegreerd in het totale beheer van het kredietrisico.
Ageas richtte een interne herverzekeringsmaatschappij op, genaamd Intreas N.V., die in juni 2015 een licentie in Nederland verkreeg. In 2018 verkreeg Ageas een vergunning voor Leven en voor Niet-Leven voor ageas SA/NV in België. In de loop van 2019 worden de activiteiten van Intreas N.V. volledig overgedragen aan ageas SA/NV.
De reden om een vergunning voor ageas SA/NV aan te vragen om te functioneren als interne herverzekeraar, is om het herverzekeringsprogramma van de Ageas Groep te optimaliseren door het harmoniseren van de risicoprofielen binnen de gecontroleerde limieten/entiteiten en de kapitaalfungibiliteit te verbeteren. ageas SA/NV accepteert uitsluitend risico's van bedrijven die tot de Ageas Groep behoren.
De verzekeringsmaatschappijen in scope voor (interne) herverzekering zijn:
Teneinde in overeenstemming te zijn met zijn risk appetite, vermindert Intreas een gedeelte van het risico op de aangegane contracten door de aankoop van groep retrocessie dekkingen en/of dekkingen die zijn eigen balans beschermen. Ageas SA/NV onderschrijft proportionele overeenkomsten, die een deel van de Niet-leven-activiteiten van de entiteiten omvatten.
Intreas respecteert en opereert binnen het risicomanagementkader van Ageas en heeft zijn eigen bestuursorganen en beheersingsprocessen opgezet in overeenstemming met groepsnormen.
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het behoud van het risico per product (in nominale bedragen) van Ageas.
| Hoogste behoud | Hoogste behoud | |
|---|---|---|
| 2018 | per risico | per gebeurtenis |
| Productsegmenten | ||
| Auto, wettelijke aansprakelijkheid | 4.195.000 | |
| Auto overige | 45.200.000 | |
| Vastgoed | 3.750.000 | 66.825.000 |
| Wettelijke aansprakelijkheid algemeen | 4.000.000 | |
| Bedrijfsongevallenverzekering | 2.700.000 | 20.200.000 |
| Persoonlijke ongevallen | 2.625.000 | 2.652.500 |
De tabel geeft het hoogste bedrag weer voor alle entiteiten van de groep voor soortgelijke dekking waarvoor Ageas de maximale neemt om risico's te beperken. Bedragen die hoger zijn dan in de tabel weergegeven, worden overgedragen naar derden herverzekeraars. De hoogte hangt af van het type gebeurtenis dat door deze herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt: per individueel risico of per gebeurtenis. Aangezien de catastrofedekking voor Auto overige onder de reguliere herverzekeringsovereenkomsten valt, wordt het genoemde behoud beschouwd als het maximale bedrag waarvoor Ageas aansprakelijk is.
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de premies die per product aan herverzekeraars zijn betaald per jaareinde (bedragen in miljoenen).
| Bruto geboekte | Uitgaande | Netto geboekte | |
|---|---|---|---|
| 2018 | premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 4.794,0 | - 36,6 | 4.757,4 |
| Ongevallen en ziekte | 904,5 | - 29,2 | 875,3 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.162,9 | - 198,4 | 2.964,5 |
| Bruto geboekte | Uitgaande | Netto geboekte | |
|---|---|---|---|
| 2017 | premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 4.141,3 | - 33,8 | 4.107,5 |
| Ongevallen en ziekte | 911,7 | - 31,0 | 880,7 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.393,0 | - 164,7 | 3.228,3 |
De tabel bevestigt de aanzienlijke stijging van het premie-inkomen voor de Leven-activiteiten en de lichte daling van Ongevallen & ziekte. De herverzekeringscessie bleef stabiel voor Leven en Ongevallen & Ziekte maar steeg aanzienlijk voor P&C-activiteiten, in het bijzonder Autoverzekeringen.
Operationele risico's worden gedefinieerd als de risico's van verlies als gevolg van ontoereikende of falende interne processen, systemen, medewerkers of externe gebeurtenissen.
Ageas Groep heeft een operationeel risicomanagementkader ingevoerd, dat bestaat uit voor de hele groep geldend beleid en processen, die tezamen beogen operationele risico's te identificeren, beoordelen, managen, bewaken en erover te rapporteren. Deze processen zijn een integraal onderdeel van het ERM-kader van de onderneming en omvatten:
Ageas beschouwt operationeel risico als een 'paraplu-risico' dat zeven subrisico's omvat: Klanten, producten en bedrijfspraktijken, Uitvoering, levering en procesmanagement, Bedrijfsonderbreking en systeemfouten, Handelingen van werknemers en veiligheid op de werkvloer, Interne fraude, Externe fraude en Schade aan materiële activa.
De strategie van Ageas om operationele risico's te verminderen, is om operationele fouten of onderbrekingen te minimaliseren, of deze nu door interne of externe factoren worden veroorzaakt, die tot reputatieschade en/of financiële verliezen kunnen leiden. Wij doen dit met een sterk en robuust intern controlesysteem (ICS).
Deze risicocategorie omvat externe en interne factoren die een invloed kunnen hebben op de mogelijkheid van Ageas om te voldoen aan zijn huidige plannen en doelstellingen, en om zich te positioneren met het oog op de verwezenlijking van aanhoudende groei en waardecreatie.
Risico voor de organisatie voortvloeiend uit onduidelijk inzicht in en vertaling van de strategie, onvoldoende vastgesteld onzekerheidsniveaus (risico) van de strategie en/of problemen die wij in de implementatiefasen ondervinden. Het omvat:
risico voor de organisatie voortvloeiend uit ons bedrijfsmodel (en dat van invloed is op de zakelijke beslissingen die wij nemen).
risico voor de organisatie voortvloeiend uit partnerships, afhankelijkheid van partnergerelateerde distributiekanalen, beperkte operationele controle inherent aan joint ventures, aanbieding van verzekeringsdiensten als onderdeel van een breder 'partnership eco-systeem' (bijv. koppeling van verzekeringsproducten met dienstverleners zoals Amazon, nutsbedrijven op het gebied van connected homes enz.).
Ageas Groep heeft een sterk strategisch risicomanagementkader om op deze risico's te anticiperen, deze te melden en te verminderen. Het ORSA-rapport biedt een beoordeling van de algemene toereikendheid van solvabiliteit voor de drie jaren omvattende gebudgetteerde periode (multi-year budget of MYB), waarbij strategische risico's zijn inbegrepen.
Risico voor de organisatie voortvloeiend uit het management van veranderingen (bijv. programma's en projecten) of het onvermogen om snel genoeg in te spelen op bedrijfstak- en marktveranderingen (bijv. regelgeving en producten).
Risico's voortvloeiend uit interne en/of externe omgevingsfactoren zoals:
Op het moment van schrijven van dit Jaarverslag waren er veel onzekerheden over de uitkomsten van de Brexit onderhandelingen. Ongeacht wat de uitkomst zal zijn, kan er worden gemeld dat:
Het risico van verstoring van financiële dienstverleningsorganisaties die mogelijk ernstige gevolgen heeft voor het financiële systeem en/of de echte economie. Systeemrisicogebeurtenissen kunnen hun oorsprong hebben in, zich verspreiden via, of buiten Ageas blijven.
De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding. De NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten. In juni 2018 verleende de NBB ageas SA/NV een vergunning voor de onderschrijving van herverzekeringsactiviteiten.
Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.
Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese geassocieerde deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.
Tot het eerste kwartaal van 2018 nam Ageas een bedrag aan niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal op gelijk aan de tussen de operationele entiteiten gerealiseerde diversificatievoordelen. In het tweede kwartaal van 2018 kreeg Ageas de goedkeuring van de Nationale Bank van België (NBB) om herverzekeringsactiviteiten te organiseren en uit te voeren. Herverzekeringsactiviteiten verhogen de fungibiliteit van kapitaal binnen de groep, waardoor Ageas de flexibeler en wendbaarder wordt in het uitvoeren van zijn strategie. Als gevolg van de goedkeuring besloot Ageas niet langer de geografische diversificatievoordelen van het eigen vermogen als niet in aanmerking komend te elimineren.
In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk, de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines op het niveau van de Groep.
De aansluiting tussen het eigen vermogen volgens de IFRS en het eigen vermogen volgens Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio volgens het Partieel Intern Model is de volgende:
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| IFRS eigen vermogen | 11.519,6 | 10.162,2 |
| Eigen vermogen | 9.411,4 | 9.610,9 |
| Minderheidsbelangen | 2.108,2 | 551,3 |
| Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen | 2.285,0 | 2.261,3 |
| Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde | - 3.170,6 | - 2.781,2 |
| Uitsluiting van verwachte dividenden | - 414,4 | - 407,4 |
| Proportionele consolidatie | - 315,3 | - 232,4 |
| Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen | - 2.440,9 | - 2.141,4 |
| Waarderingsverschillen - (niet geaudit) | - 1.290,6 | - 1.239,5 |
| Herwaardering van vastgoedinvesteringen | 1.807,0 | 1.629,0 |
| Verwijdering uit de balans van parking concessies | - 422,6 | - 429,9 |
| Verwijdering uit de balans van goodwill | - 602,1 | - 604,0 |
| Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten - | ||
| (niet door de accountant gecontroleerd) | - 4.960,1 | - 5.048,2 |
| (Technische voorzieningen, bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, de waarde van verworven ondernemingen en uitgestelde overnamekosten) |
||
| Herwaardering van activa die onder IFRS niet aan reële waarde kunnen worden geboekt | 2.613,8 | 2.947,1 |
| (Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken) | ||
| Belastingimpact op waarderingsverschillen | 252,1 | 256,7 |
| Overige | 21,3 | 9,8 |
| Totaal Solvency II eigen vermogen - (niet geaudit) | 9.343,4 | 8.402,8 |
| Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal | - 1.284,4 | - 658,7 |
| Totaal in aanmerking komend Solvency II eigen vermogen - (niet geaudit) | 8.059,0 | 7.744,1 |
| Vereist kapitaal voor de Groep volgens het Partieel Intern Model (SCR) – (niet geaudit) | 3.728,1 | 4.062,4 |
| Kapitaalratio | 216.2% | 190.6% |
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Totaal in aanmerking komend eigen vermogen | ||
| onder Solvency II, waarvan - (niet geaudit): | 8.059,0 | 7.744,1 |
| Tier 1 | 5.618,8 | 5.315,0 |
| Tier 1 restricted | 1.404,7 | 1.328,8 |
| Tier 2 | 952,0 | 999,9 |
| Tier 3 | 83,5 | 100,4 |
Per 31 december 2018 wijzigde de berekening van het eigen vermogen binnen Solvency II.
Tot en met het eerste kwartaal van 2018 bracht Ageas zijn niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal terug met een bedrag dat gelijk is aan het geografische diversificatievoordeel dat voortvloeit uit consolidatie bij het berekenen van de SCR van de groep. Dit besluit werd genomen om de beperkte capaciteit van de Groep weer te geven om de voordelen van groepsdiversificatie uit te keren vanuit zijn geconsolideerde dochtermaatschappijen naar de holding, indien dit zou leiden tot een daling van de lokale solvabiliteitsratio's naar minder dan 100%.
Vanaf het tweede kwartaal van 2018 nam Ageas dit niet in aanmerking komende eigen vermogen niet langer op omdat de Nationale Bank van België in juni 2018 een herverzekeringsvergunning toekende aan ageas SA/NV. Door deze vergunning kan de holding interne herverzekeringstransacties afsluiten met de dochtermaatschappijen van Ageas, hetgeen de risico en kapitaalfungibiltieit van de Groep verhoogt.
De geschreven putoptie op aandelen AG Insurance in bezit van BNP Paribas Fortis SA/NV verviel op 30 juni 2018, zonder te zijn uitgeoefend (zie Noot 15 Verplichtingen gerelateerd aan geschreven putopties NCI). De verplichting is vrijgevallen onder Solvency II op groepsniveau tegenover het beschikbare eigen vermogen.
Zo lang de put-optie was opgenomen, rapporteerde Ageas alsof de Groep voor 100% eigenaar was van AG Insurance. Toen de verplichting inzake de putoptie vrijviel, nam Ageas het niet in aanmerking komende beschikbare eigen vermogen gerelateerd aan het door BNP Paribas Fortis aangehouden belang van derden op. Dit leidde tot een verhoging van het niet in aanmerking komende beschikbaar kapitaal.
De solvabiliteitskapitaalvereisten kunnen als volgt worden samengevat:
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Marktrisico | 4.420,6 | 4.835,0 |
| Tegenpartij kredietrisico | 351,3 | 333,8 |
| Levensverzekeringstechnisch risico | 633,5 | 669,7 |
| Gezondheid verzekeringtechnisch risico | 347,8 | 382,3 |
| Niet-leven verzekeringstechnisch risico | 718,4 | 697,3 |
| Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's | - 1.395,0 | - 1.428,1 |
| Niet-diversifieerbare risico's | 507,4 | 658,8 |
| Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren | - 1.001,5 | - 1.188,7 |
| Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren | - 854,4 | - 897,7 |
| Vereist kapitaal voor de Groep volgens het Partieel Intern Model (SCR) – | ||
| (niet-geaudit) | 3.728,1 | 4.062,4 |
| Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico | 364,2 | 359,3 |
| Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's | - 198,4 | - 209,3 |
| Impact van Schade intern Model op correctie voor het vermogen | ||
| via Uitgestelde Belastingen | 7,1 | 8,3 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder de Standaardformule | 3.901,0 | 4.220,7 |
Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.
Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed (vanaf 2016), overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines) en een aanpassing voor de reële waardering van IAS 19-reserves.
Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit betekent een SCR-last voor EU-overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachtverlies-model gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.
De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Partieel Intern Model SCR Groep | 3.728,1 | 4.062,4 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | - 78,4 | - 74,3 |
| Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten | 3.649,7 | 3.988,1 |
| Impact van Intern Model Vastgoed | - 247,4 | - 303,4 |
| Bijkomend Spreadrisico | 143,2 | 273,9 |
| Min diversificatie | 107,6 | 23,9 |
| Min correctie technische voorziening | - 56,3 | - 104,6 |
| Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies | 54,9 | 56,2 |
| SCR ageas | 3.651,7 | 3.934,1 |
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op Partieel Intern Model | 8.059,0 | 7.744,1 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | - 556,4 | - 90,6 |
| Herwaardering technische voorziening | - 314,4 | - 161,1 |
| Terugboeking van parking concessies | 208,0 | 212,4 |
| Herberekening van niet-beschikbaar | - 4,2 | 8,4 |
| In aanmerking komend groepsvermogen van verzekeringsactiviteiten | ||
| onder Solvency II ageas | 7.392,0 | 7.713,2 |
De verschillen in eigen vermogen en SCR tussen het Partieel Intern Model en de SCRageas die in de bovenste tabellen worden gepresenteerd, leiden tot een stijging van het Niet-overdraagbare eigen vermogen van EUR 4 miljoen (31 december 2017: daling van EUR 8 miljoen).
Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen | Solvabiliteits- | Eigen | Solvabiliteits | |||
| Vermogen | SCR | ratio | Vermogen | SCR | ratio | |
| België | 6.446,4 | 2.747,3 | 234.6% | 6.858,7 | 2.890,3 | 237.3% |
| VK | 820,1 | 490,3 | 167.3% | 761,7 | 517,5 | 147.2% |
| Continentaal Europa | 1.036,3 | 581,3 | 178.3% | 1.393,2 | 673,7 | 206.8% |
| Herverzekering | 111,0 | 56,7 | 195.7% | 116,6 | 48,0 | 242.9% |
| Niet-Overdraagbaar eigen vermogen/Diversificatie | - 1.021,8 | - 223,9 | - 1.417,0 | - 195,4 | ||
| Totaal Verzekering | 7.392,0 | 3.651,7 | 202.2% | 7.713,2 | 3.934,1 | 196.1% |
| Impact van de opname van de Algemene Rekening | 606,2 | 76,1 | 160,7 | 76,1 | ||
| Totaal Ageas | 7.998,2 | 3.727,8 | 214.6% | 7.873,9 | 4.010,2 | 196.3% |
De beoogde kapitaalratio wordt gesteld op 175% gebaseerd op SCRageas op verzekeringsniveau.
7
Dit hoofdstuk heeft betrekking op vergoedingen na uitdiensttreding, andere langetermijnpersoneelsbeloningen en beëindigingsvergoedingen. Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsbeloningen, zoals pensioenen en ziektekostenvergoedingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsrelatie. Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn
personeelsbeloningen die niet (volledig) betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend, zoals jubileumuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsvergoedingen die betaalbaar zijn ten gevolge van het voortijdig beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer.
De volgende tabel geeft een overzicht van alle personeelsvergoedingen binnen Ageas.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 644,1 | 678,6 |
| Overige vergoedingen na uitdiensttreding | 132,2 | 130,0 |
| Overige lange-termijn-personeelsbeloningen | 16,1 | 16,2 |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 5,1 | 7,8 |
| Totaal verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen (activa) | 797,5 | 832,6 |
Verplichtingen en gerelateerde prestatiekosten worden volgens de 'projected unit credit' methode berekend. Het doel van deze methode is de beloningen toe te rekenen naar rato van het aantal dienstjaren waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige salarisverhogingen en de toewijzingsbeginselen van de pensioenregeling.
De verplichting voor toegezegdpensioenregelingen vertegenwoordigt de netto contante waarde van de toegekende beloningen per verslagdatum. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen de contante waarde van de beloningen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer gedurende de periode.
De pensioenkosten omvatten nettorentelasten, berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettopensioenschuld. De disconteringsvoet is een voet van toepassing op hoogwaardige bedrijfsobligaties als er sprake is van een actieve markt voor zulke obligaties, en een voet van toepassing op overheidsobligaties op andere markten.
Bepaalde activa kunnen worden beperkt tot hun recupereerbare bedrag in de vorm van een reductie in toekomstige contributies of een cash terugbetaling (actiefplafond). Bovendien kan er een verplichting omwille van een minimumvereiste inzake financiering worden geregistreerd.
Actuariële winsten en verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden geregistreerd in Overig comprehensive income, terwijl die voor Andere personeelsbeloningen op lange termijn en uitdiensttredingsvergoedingen in de resultatenrekening worden geboekt.
Ageas heeft pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen voor het merendeel van haar medewerkers. Het heeft voor Ageas de voorkeur om de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen te vervangen door pensioenregelingen op basis van beschikbare premies om zodoende de werkgeverskosten beter te kunnen beheersen, mobiliteit van medewerkers tussen de landen te bevorderen en voor een beter begrip van de regeling te zorgen. Ageas financiert echter, conform eerdere afspraken, nog altijd pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die voor het merendeel van de huidige medewerkers gelden.
Toegezegdpensioenregelingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers, het personeelsverloop, de loonstijging en economische aannames met betrekking tot bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage. De disconteringsvoet wordt per land of per regio vastgesteld op basis van het rendement (per de einddatum) van bedrijfsobligaties met een AA-rating. Door deze pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen is de groep blootgesteld aan actuariële risico's, zoals langleven-, valuta-, rente- en marktrisico.
Naast pensioenuitkeringen omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen ook andere kosten, zoals de vergoeding van een deel van de premies van ziektekostenverzekeringen, die in stand blijven na pensionering van medewerkers.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband met pensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |||
|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | |||
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| Contante waarde van verplichtingen met kwalificerende beleggingen | 289,1 | 351,0 | ||
| Contante waarde van verplichtingen zonder kwalificerende beleggingen | 642,6 | 645,8 | 132,2 | 130,0 |
| Contante waarde van de verplichting | 931,7 | 996,8 | 132,2 | 130,0 |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen | - 306,1 | - 334,9 | ||
| 625,6 | 661,9 | 132,2 | 130,0 | |
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten | 16,8 | 16,7 | ||
| Overige bedragen verantwoord in de balans | 1,7 | |||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 644,1 | 678,6 | 132,2 | 130,0 |
| Bedragen in de balans: | ||||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 666,6 | 678,6 | 132,2 | 130,0 |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | - 22,6 | |||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 644,1 | 678,6 | 132,2 | 130,0 |
De verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen zijn opgenomen onder 'Overlopende rente en overige verplichtingen' (zie noot 25) en de activa uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen vallen onder 'Overlopende rente en overige activa' (zie noot 16).
Omdat Ageas als financiële instelling gespecialiseerd is in het beheer van regelingen voor personeelsvergoedingen zijn een aantal pensioenregelingen voor medewerkers verzekerd via verzekeringsbedrijven die deel uitmaken van de Groep. Derhalve, en in overeenstemming met IFRS, worden deze activa niet tot het
toetsingsvermogen gerekend en mogen deze niet worden gerekend tot de fondsbeleggingen. Om die reden worden deze regelingen aangemerkt als 'niet gefinancierd'.
Vanuit economisch oogpunt wordt de nettoverplichting inzake toegezegdpensioenregelingen gecompenseerd door de niet tot het toetsingsvermogen gerekende fondsbeleggingen die binnen Ageas worden aangehouden (2018: EUR 485,3 miljoen; 2017: EUR 468,7 miljoen). Economisch gezien resulteert dit voor 2018 in een netto pensioenverplichting van EUR 158,8 miljoen (2017: EUR 209,9 miljoen) voor verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de nettoverplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen in de balans.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | ||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 678,6 | 654,2 | 130,0 | 122,1 | |
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 49,4 | 48,3 | 4,7 | 6,8 | |
| Bijdragen werkgevers | - 5,0 | - 3,8 | |||
| Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever | 1,9 | 1,8 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 34,7 | - 33,0 | - 2,7 | - 2,6 | |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 0,7 | - 0,1 | - 2,9 | ||
| Overdracht | - 2,5 | 12,7 | |||
| Wisselkoersverschillen | - 0,1 | ||||
| Overige | 0,3 | 3,0 | - 0,7 | ||
| Herberekening | - 44,5 | - 4,5 | 0,2 | 7,3 | |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met | |||||
| vaste toezeggingen per 31 december | 644,1 | 678,6 | 132,2 | 130,0 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | ||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 996,8 | 958,4 | 130,0 | 122,1 | |
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 50,6 | 41,1 | 3,3 | 3,8 | |
| Rentelasten | 13,3 | 16,2 | 2,1 | 2,2 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven en niet-verworven rechten | 0,9 | 1,0 | - 0,5 | 0,8 | |
| Planinperkingen | - 9,2 | - 0,6 | - 0,2 | ||
| Herberekening | - 52,7 | 13,0 | 0,2 | 7,3 | |
| Bijdragen deelnemers | 0,4 | 0,3 | |||
| Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever | 1,9 | 1,8 | |||
| Uitkeringen | - 19,3 | - 10,9 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 34,7 | - 33,0 | - 2,7 | - 2,6 | |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 3,0 | - 0,1 | - 2,9 | ||
| Overdracht | - 15,2 | 14,5 | |||
| Wisselkoersverschillen | - 1,8 | - 7,3 | |||
| Overige | - 2,3 | 2,4 | - 0,7 | ||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 931,7 | 996,8 | 132,2 | 130,0 |
Uitkeringen direct betaald door de werkgever en door deelnemers aan de werkgever betaalde bijdragen hebben betrekking op pensioenregelingen met vaste toezeggingen die direct binnen een Ageas-entiteit worden gehouden.
De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de kwalificerende beleggingen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 1 januari | 334,9 | 318,3 |
| Rentebaten | 6,7 | 7,9 |
| Herberekening (rendement op de kwalificerende beleggingen,exclusief rente-effect) | - 10,4 | 20,1 |
| Bijdragen werkgevers | 5,0 | 3,8 |
| Bijdragen deelnemers | 0,4 | 0,3 |
| Uitkeringen | - 19,3 | - 10,9 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 4,4 | |
| Overdracht | - 12,7 | 1,8 |
| Wisselkoersverschillen | - 1,7 | - 7,3 |
| Overige | - 1,2 | 0,9 |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 31 december | 306,1 | 334,9 |
De volgende tabel toont de veranderingen in het actiefplafond en/of minimale financieringsvereisten.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 1 januari | 16,7 | 14,1 |
| Rentelasten | 0,2 | |
| Herberekening | - 2,2 | 2,6 |
| Schikkingen | ||
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 2,1 | |
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 31 december | 16,8 | 16,7 |
Het actiefplafond houdt verband met Ageas-entiteiten in Portugal.
De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten die betrekking hebben op de toegezegdpensioenregelingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december en die van invloed zijn op de resultatenrekening.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | |||||
| 2018 | 2017 | 2017 | ||||
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 50,6 | 41,1 | 3,3 | 3,8 | ||
| Netto rentekosten | 6,8 | 8,3 | 2,1 | 2,2 | ||
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven en niet-verworven rechten | 0,9 | 1,0 | - 0,5 | 0,8 | ||
| Planinperkingen | - 9,2 | - 0,6 | - 0,2 | |||
| Overige | 0,3 | - 1,5 | ||||
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 49,4 | 48,3 | 4,7 | 6,8 |
De netto rentekosten en andere zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 40). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie noot 43).
De samenstelling van herberekeningen per 31 december is als volgt.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2018 2017 |
2018 | 2017 | |||
| Rendement op kwalificerende beleggingen, exclusief effect op de rente | 10,4 | - 20,1 | |||
| Herberekening van actiefplafond / minimale financieringsvereisten | - 2,2 | 2,6 | |||
| Actuariële (winsten) verliezen m.b.t.: | |||||
| wijziging in demografische veronderstellingen | - 19,0 | 1,9 | |||
| wijziging in financiële veronderstellingen | - 38,0 | 35,4 | - 2,9 | 5,2 | |
| ervaringsaanpassingen | 4,3 | - 24,3 | 3,1 | 2,1 | |
| Herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling, | |||||
| netto (actief) | - 44,5 | - 4,5 | 0,2 | 7,3 |
De herberekening van de nettoverplichting inzake de toegezegdpensioenregeling wordt onder overig comprehensive income verantwoord. Herberekeningen van kwalificerende beleggingen zijn met name het verschil tussen de eigenlijke return van kwalificerende beleggingen en verwachte disconteringsvoet. Herberekeningen van de toegezegdpensioenverplichtingen geven de verandering in actuariële veronderstellingen (demografische en financiële veronderstellingen) en de ervaringsaanpassingen weer.
Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.
De volgende tabel is een weergave van de gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling in jaren.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |
|---|---|---|
| 2018 | met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding |
| Gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling | 13,9 | 19,0 |
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | Overige vergoedingen na uitdiensttreding | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |||||
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 0.7% | 1.7% | 0.5% | 1.4% | 1.8% | 1.8% | 0.8% | 1.7% |
| Toekomstige salarisverhogingen | ||||||||
| (prijsinflatie inbegrepen) | 0.5% | 4.8% | 0.5% | 4.8% | ||||
| Toekomstige pensioenverhogingen | ||||||||
| (prijsinflatie inbegrepen) | 1.5% | 1.8% | 0.0% | 1.7% | ||||
| Evolutie medische kosten | 3.8% | 3.8% | 3.8% | 3.8% |
De disconteringsvoet voor Pensioenregelingen is gewogen voor de nettoverplichting inzake de toegezegdpensioenregeling (activa). De meest uitgebreide pensioenplannen situeren zich in België, met disconteringsvoeten variërend van 0,65% tot 1,85%. De toekomstige salarisverhogingen variëren in 2018 van 0,51% voor oudere personeelsleden tot 4,80% voor jongere personeelsleden.
De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de overige landen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2.9% | 2.5% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 3.6% | 3.6% |
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0.0% | 0.0% |
De eurozone vertegenwoordigt 80% van de totale verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen van Ageas. Onder overige landen valt uitsluitend het Verenigd Koninkrijk. Uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de eurozone en het Verenigd Koninkrijk worden aangemerkt als niet van materieel belang.
Een toe- of afname van 1% in de veronderstelde actuariële veronderstellingen zou het volgende effect hebben op de toegezegdpensioenverplichting voor toegezegdpensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| Contante waarde van de verplichting | 931,7 | 996,8 | 132,2 | 130,0 |
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde disconteringsvoet: | ||||
| 1% toename | - 11,9% | - 13,8% | - 17,3% | - 17,7% |
| 1% afname | 14.8% | 17.7% | 23.5% | 24.1% |
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde toekomstige salarisverhogingen: | ||||
| 1% toename | 12.0% | 12.3% | ||
| 1% afname | - 9,8% | - 7,1% | ||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde pensioenverhogingen: | ||||
| 1% toename | 8.0% | 9.3% | ||
| 1% afname | - 7,1% | - 8,0% |
Een toe- of afname van de veronderstelde trendmatige groei met 1% van de medische kosten zou het volgende effect hebben op de uitkeringsverplichting voor medische kosten.
| Medische kosten | ||
|---|---|---|
| 2018 | 2017 | |
| Contante waarde van de verplichting | 132,1 | 129,2 |
| Effect van de veronderstelde trendmatige veranderingen van de medische kosten: | ||
| 1% toename | 23.9% | 24.5% |
| 1% afname | - 18,0% | - 18,5% |
De samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.
| 31 december 2018 | % | 31 december 2017 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 53,2 | 17.4% | 64,4 | 19.2% |
| Obligaties | 133,3 | 43.5% | 113,7 | 33.9% |
| Verzekeringscontracten | 31,1 | 10.2% | 43,2 | 12.9% |
| Vastgoedportefeuille | 43,9 | 14.3% | 41,8 | 12.5% |
| Geldmiddelen | 5,8 | 1.9% | 5,3 | 1.6% |
| Overige | 38,8 | 12.7% | 66,5 | 19.9% |
| Totaal | 306,1 | 100.0% | 334,9 | 100.0% |
De kwalificerende beleggingen bestaan voornamelijk uit vastrentende waarden, gevolgd door aandelen, vastgoed (fondsen) en beleggingscontracten die zijn afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Ageas dienen voor de financiering van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden. Ageas past het beleid voor asset-allocatie geleidelijk aan om zo de looptijd van de beleggingen beter af te stemmen op de looptijd van de pensioenverplichtingen. Het bedrag in 'Overige' houdt verband met twee gediversfieerde fondsen in het Verenigd Koninkrijk.
De samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.
| 31 december 2018 | % | 31 december 2017 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 23,8 | 4.9% | 24,2 | 5.2% |
| Obligaties | 388,0 | 79.9% | 380,8 | 81.2% |
| Vastgoedportefeuille | 57,2 | 11.8% | 61,1 | 13.0% |
| Converteerbare obligaties | 3,4 | 0.7% | 2,8 | 0.6% |
| Geldmiddelen | 3,8 | 0.8% | - 0,2 | 0.0% |
| Totaal | 485,4 | 100.0% | 468,7 | 100.0% |
Naar verwachting zal Ageas als werkgever in het boekjaar eindigend op 31 december 2018 de volgende bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | |
|---|---|
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar | 4,4 |
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar voor ongekwalificeerde pensioenplanbeleggingen | 30,1 |
Ageas financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies. Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement. In 2018 bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 11,7 miljoen (2017: EUR 13,1 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord onder Personeelskosten (zie noot 43).
In België, heeft Ageas regelingen met toegezegde bijdragen, opgezet in overeenstemming met de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (WAP plannen). Deze plannen verbinden de werkgever tot de betaling van een toelage berekend volgens het pensioenreglement, en het toekennen van een gewaarborgd minimum rendement gelinkt aan de rentes op Belgische overheidsobligaties, met een ondergrens van 1,75% en een bovengrens van 3,75%.
De wet van 18 december 2015 om de houdbaarheid en maatschappelijke doelstelling van werknemerspensioenen te verzekeren en om het aanvullend karakter verder te verstevigen in vergelijking met de wettelijke pensioenen verandert het engagement van de werkgever ten aanzien van deze plannen. Per 1 januari 2016 is de gegarandeerde rentevoet door de werkgever gelijk aan een percentage (gelijk aan 65% in 2016 en 2017) van de gemiddelde return op 1 juni over de afgelopen 24 maanden van de Belgische OLO's met een looptijd van 10 jaar. Dit rendement zal worden toegepast op 1 januari van het volgende jaar. Deze berekening resulteert in een gegarandeerde rentevoet van 1,75% op 1 januari 2018 (1,75% op 1 jnauari 2017).
Door deze minimale rendementsgaranties voldoen WAP plannen strikt genomen niet aan de definitie van toegezegdebijdragenregelingen van IAS 19. Hoewel IAS 19 geen rekening houdt met de boekhoudkundige verwerking van hybride plannen, kunnen dergelijke plannen dankzij de wetswijziging per 1 januari 2016 boekhoudkundig worden verwerkt met behulp van de 'projected unit credit'-methode. Bijgevolg heeft Ageas de verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen vanaf 1 januari 2016 geschat volgens IAS 19.
De Andere langetermijnpersoneelsbeloningen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies. De tabel hieronder geeft de netto verplichtingen weer. De verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn opgenomen in de balans onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 25).
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 16,1 | 16,2 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 16,1 | 16,2 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 16,2 | 15,1 |
| Totale lasten | 0,6 | 1,7 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 0,7 | - 0,6 |
| Netto verplichting per 31 december | 16,1 | 16,2 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 0.89% | 1.20% | 0.80% | 0.95% |
| Toekomstige salarisverhogingen | 2.31% | 4.10% | 1.80% | 4.80% |
De kosten van de Andere langetermijnpersoneelsbeloningen worden hierna getoond. De rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 40) en de overige kosten zijn verantwoord als Personeelskosten (zie noot 43).
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 1,1 | 1,0 |
| Rentelasten | 0,1 | 0,2 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | - 0,6 | 0,5 |
| Totale lasten | 0,6 | 1,7 |
Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn in verband met het beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer vóór de normale pensioendatum of het besluit van een werknemer om vrijwillig ontslag te accepteren in ruil voor deze vergoeding.
De onderstaande tabel toont verplichtingen die samenhangen met Beëindigingsvergoedingen die in de balans begrepen zijn onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 25).
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 5,1 | 7,8 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 5,1 | 7,8 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Beëindigingsvergoedingen.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 7,8 | 8,7 |
| Totale lasten | 1,9 | 3,8 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 4,6 | - 4,7 |
| Netto verplichting per 31 december | 5,1 | 7,8 |
Kosten die gerelateerd zijn aan Beëindigingsvergoedingen worden hieronder getoond. De netto rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 40). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie noot 43).
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 2,4 | 3,9 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | - 0,5 | - 0,1 |
| Totale lasten | 1,9 | 3,8 |
Ageas maakt gebruik van de mogelijkheid om haar werknemers en leden van het Executive Committee in aandelen en aan aandelen gerelateerde instrumenten te belonen.
Het kan hierbij gaan om de volgende instrumenten:
Sinds 2009 zijn geen nieuwe opties aan het personeel toegekend. Ageas zet zich ervoor in de bestaande optieverplichtingen jegens werknemers van beëindigde bedrijfsactiviteiten na te komen. Het aantal opties dat dientengevolge in deze noot wordt toegelicht, heeft betrekking op huidige en voormalige werknemers van Ageas die werkzaam waren bij de beëindigde bedrijfsactiviteiten Fortis Bank, Fortis Insurance Netherlands en Fortis Corporate Insurance.
In 2018 vervielen alle optieregelingen en er werden geen nieuwe optieregelingen gelanceerd. Per 31 december 2017 lopen de volgende optieregelingen (de uitoefenprijzen in de onderstaande tabellen zijn in euro's).
| Uitstaande | Gewogen gemiddelde | Hoogste | Laagste | |
|---|---|---|---|---|
| 2017 | opties | uitoefenprijs | uitoefenprijs | uitoefenprijs |
| Vervaljaar | ||||
| 2018 | 479.690 | 154,32 | 164,60 | 150,60 |
| Totaal | 479.690 | 154,32 |
In 2017 was de gemiddelde looptijd van de uitstaande opties is 0,2 jaar. Het verloop van de uitstaande opties is als volgt.
| 2018 Gewogen |
2017 Gewogen |
|||
|---|---|---|---|---|
| Aantal | gemiddelde | Aantal | gemiddelde | |
| opties | uitoefenprijs | opties | uitoefenprijs | |
| Stand per 1 januari | 479.690 | 154,32 | 969.877 | 217,94 |
| Vervallen opties | - 479.690 | - 490.187 | ||
| Stand per 31 december | 479.690 | 154,32 | ||
| Op nieuw uit te geven Ageas aandelen | 479.690 |
Per 31 december 2018 waren er geen uitstaande opties.
In 2018 en 2017 zijn geen kosten verantwoord in verband met de optieregelingen, omdat ze allemaal gevestigd zijn. Zolang opties niet worden uitgeoefend, hebben deze geen invloed op het Eigen vermogen van Ageas aangezien de kosten zoals verantwoord in de resultatenrekening gecompenseerd worden door een overeenkomstige toename van het eigen vermogen. Op het moment van uitoefening van de opties wordt binnen het eigen vermogen een bedrag gelijk aan de uitoefenprijs verschoven van overige reserves naar aandelenkapitaal en agioreserve. In 2018 en 2017 zijn geen opties uitgeoefend.
De door Ageas toegekende opties betreffen 10-jarige Amerikaanse 'atthe-money' callopties met een 5-jarige wachtperiode die worden gewaardeerd op basis van het Simple Cox model. De volatiliteit is gebaseerd op marktinformatie van externe partijen.
Alle optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen (zie hierna) worden afgewikkeld door het leveren van aandelen Ageas. Voor een aantal optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen is specifiek aangegeven dat bij uitoefening bestaande aandelen moeten worden geleverd. Voor de overige regelingen kunnen nieuwe aandelen worden uitgegeven.
In 2015 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de periode van de volgende drie jaar en een aantal andere voorwaarden worden de senior managers beloond met in totaal:
tussen nul en 154.440 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2018 (plan 2015).
In verband met deze regeling is in 2018 een bedrag van EUR 8,7 miljoen aan Salariskosten verantwoord (2017: EUR 5,4 miljoen).
De verstrekking van de aandelen onder voorwaarden voor 2015 werd begin 2018 bevestigd en bedraagt 200% van de voorwaardelijk verstrekte aandelen, in totaal 143.880 Ageas-aandelen. Deze aandelen werden in april 2018 onvoorwaardelijk toegekend.
In aanvulling op deze plannen zijn de leden van het Management Committee 71.870 aandelen toegezegd als langetermijn-incentive.
De voorwaarden voor de toekenning en verkoop van deze voorwaardelijke aandelen staan beschreven in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee.
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van aandelen onder voorwaarden gedurende het jaar aan het senior management.
| (aantal aandelen in '000) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 144 | 274 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd | - 144 | - 126 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - vervallen | - 4 | |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 144 |
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van restricted shares gedurende het jaar aan leden van het Executive Committee en het Management Committee.
| (aantal aandelen in '000) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 82 | 136 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen toe te kennen en toegekend | 73 | |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd | - 54 | |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 155 | 82 |
In 2016, 2017 en 2018 heeft Ageas een aandelengekoppelde incentiveprogramma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de periode van drie jaar volgend op de lancering van elk van de plannen en een aantal andere voorwaarden worden de senior managers beloond met een betaling in contanten gelijk aan een waarde:
De verplichting voortvloeiend uit deze in contanten afgewikkelde transacties wordt op elke rapportagedatum bepaald tegen de reële waarde.
In dit hoofdstuk van het verslag beschrijven wij hoe Ageas in 2018 zijn bezoldigingsbeleid implementeerde en hoe dit in 2019 wordt toegepast. Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de bezoldiging van de individuele bestuursleden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee die gedurende 2018 in functie waren.
Het bezoldigingsbeleid werd goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van respectievelijk ageas SA/NV en ageas N.V. op respectievelijk 28 en 29 april 2010. Het bezoldigingsbeleid is aangehecht aan het Ageas Corporate Governance Charter en kan worden geraadpleegd op:
https://www.ageas.com/nl/about/bezoldiging.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit veertien leden: Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Katleen Vandeweyer, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer en Sonali Chandmal als niet-uitvoerend bestuurders en Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CRO) en Antonio Cano (COO) als uitvoerend bestuurders.
Sonali Chandmal werd in mei 2018 benoemd als nieuw onafhankelijk lid van de Raad van Bestuur.
Inzake het lidmaatschap van de Raad van Bestuur van niet-uitvoerende bestuurders in dochtermaatschappijen van Ageas, is Guy de Selliers de Moranville Voorzitter van de Raad van Bestuur van AG Insurance SA/NV en Jan Zegering Hadders is een lid van deze Raad. Lionel Perl en Jozef de Mey zijn lid van de Raad van Bestuur van Ageas UK Ltd. Jozef De Mey is ook voorzitter van de Raad van Bestuur van Credimo N.V. (BE) en lid van de Raad van Bestuur van Credima Holding N.V. (BE). Hij is vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van Muang Thai Group Holding Company Ltd. (Thailand) en van Muang Thai Life Assurance Public Company Ltd. (Thailand).
Jane Murphy is lid van de Raad van Bestuur van Ageas France S.A. Richard Jackson is lid van de Raad van Bestuur van Ageas Portugal Holdings SGSP (PT), van Médis (Companhia Portuguesa de Seguros de Saude S.A.) en Ocidental (Companhia Portuguesa de Seguros S.A.). Voor zover deze posities worden vergoed, staan de betaalde bedragen in de tabellen hieronder.
In april 2010 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. hun goedkeuring gegeven aan het bezoldigingsbeleid voor de niet-uitvoerende bestuursleden van Ageas van toepassing vanaf 1 januari 2010.
Het bezoldigingsbeleid van Ageas stemt overeen met de Corporate Governance-wet van 6 april 2010 en Circulaire 2016-31 van de Nationale Bank van België.
De bezoldigingsniveaus voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werden in mei 2018 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Die bezoldigingsniveaus bestaan uit een vaste jaarlijkse bezoldiging en een aanwezigheidspremie. De jaarlijkse vaste vergoeding bedraagt EUR 120.000 voor de Voorzitter en EUR 60.000 voor de overige niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie.
In overeenstemming met het actuele beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden geen jaarlijkse bonussen of aandelenopties en bouwen ze geen pensioenrechten op. De bezoldiging van de uitvoerende bestuursleden (de leden van het Executive Committee) betreft uitsluitend hun functie als lid van het Executive Committee en wordt derhalve vastgesteld volgens de bepalingen van het bezoldigingsbeleid voor leden van het Executive Committee (zie paragraaf 7.3.2).
De totale bezoldiging van Niet-uitvoerende Bestuurders bedroeg in het boekjaar 2018 EUR 1,37 miljoen (2017: EUR 1,26 miljoen). De vergoeding is inclusief de basisvergoeding voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van bestuurscommissies, op het niveau van Ageas Groep en de dochterondernemingen van Ageas.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de bezoldiging die in 2018 door de leden van de Raad van Bestuur is ontvangen. Ook opgenomen is het aandelenbezit van de bestuursleden per 31 december 2018.
| Rechtstreeks | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bezoldiging | door huidige leden | ||||||
| in 2018 (in EUR) | van de Raad van Bestuur | ||||||
| als lid van de Raad | aangehouden | ||||||
| van Bestuur | aandelen Ageas | ||||||
| Functie | Vanaf | Tot | van Ageas 1) 3) | per 31 december 2018 | |||
| 1 januari | |||||||
| Jozef De Mey | Voorzitter | 2018 | 31 dec. 2018 | 159.000 | 20.000 | ||
| Guy de Selliers de Moranville | Vice-voorzitter | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 101.500 | 264.333 | 5) | |
| Lionel Perl | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 94.500 | |||
| Jan Zegering Hadders | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 99.500 | |||
| Jane Murphy | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 94.000 | |||
| Richard Jackson | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 91.000 | |||
| Lucrezia Reichlin | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 80.000 | |||
| Katleen Vandeweyer | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 85.000 | |||
| Yvonne Lang Ketterer | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 91.000 | |||
| Sonali Chandmal | Niet-uitvoerend bestuurder | 16 mei 2018 | 31 dec. 2018 | 52.000 | |||
| Bart De Smet | Chief Executive Officer (CEO) | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 2) | 20.457 | 4) |
| Christophe Boizard | Chief Financial Officer (CFO) | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 2) | 16.366 | 4) |
| Filip Coremans | Chief Risk Officer (CRO) | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 2) | 3.610 | 4) |
| Antonio Cano | Chief Operating Officer (COO) | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 2) | 7.476 | 4) |
| Totaal | 947.500 | 332.242 |
1) Bestuursleden ontvangen tevens een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering op uitnodiging.
2) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie noot 7.3.2 voor details over hun bezoldiging). 3) Exclusief onkostenvergoeding.
4) Exclusief de aandelen verplicht tot toekenning in het kader van de langetermijnbonus.
5) Indirect gehouden aandelen via trusts.
De bezoldiging ontvangen door de leden van de Raad van Bestuur voor hun mandaat in 2018 in dochterondernemingen van Ageas is als volgt.
| Totale bezoldiging in 2018 (in EUR) als lid van de Raad van Bestuur |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vanaf | Tot | van dochterondernemingen van Ageas | 2) | ||
| Jozef De Mey | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 156.292 | ||
| Guy de Selliers de Moranville | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 65.000 | ||
| Lionel Perl | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 51.755 | ||
| Jan Zegering Hadders | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 57.500 | ||
| Jane Murphy | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 51.849 | 3) | |
| Richard Jackson | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | 45.000 | 3) | |
| Lucrezia Reichlin | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | |||
| Katleen Vandeweyer | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | |||
| Yvonne Lang Ketterer | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | |||
| Sonali Chandmal | 16 mei 2018 | 31 dec. 2018 | |||
| Bart De Smet | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 1) | |
| Christophe Boizard | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 1) | |
| Filip Coremans | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 1) | |
| Antonio Cano | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 | Zie infra | 1) | |
| Totaal | 427.396 |
1) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie noot 7.3.2 voor details over hun bezoldiging). 2) Exclusief onkostenvergoeding.
3) Gedeeltelijk betaald in 2019.
Per 31 december 2018 bestaat het Executive Committee van Ageas uit Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CRO) en Antonio Cano (COO). Alle leden van het Executive Committee zijn Uitvoerende leden van de Raad van Bestuur.
In 2018 bedroeg de totale bezoldiging in geld, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 4.317.232 tegenover EUR 4.400.710 in 2017. Dit bestond uit:
Rekening houdend met de bedrijfsscore van Ageas over 2018 werd de langetermijnbonus (LTD) toegekend op 100% van de doelstelling. Dit resulteerde in een voorwaardelijke toekenning van 21.356 aandelen (gebaseerd op een volumegewogen gemiddelde koers van EUR 42,1438 voor de maand februari 2019) voor een totaal bedrag van EUR 900.000 (vergeleken met 2017 toen 43.718 aandelen voorwaardelijk werden toegekend). Deze aandelen worden tot 2024 geblokkeerd en het aantal aandelen kan worden gecorrigeerd, rekening houdend met de relatieve TSR (Total Shareholder Return) score van het aandeel Ageas over de prestatieperiode.
De bezoldiging van de afzonderlijke leden van het Executive Committee wordt hieronder weergegeven.
De bezoldiging van bestuursleden van Ageas wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de voorstellen van het Remuneration Committee en is goedgekeurd in april 2010 en gewijzigd in april 2011 door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van respectievelijk ageas SA/NV en ageas N.V. In het Verslag van het Remuneration Committee is nadere informatie te vinden over de bezoldiging die van toepassing is op de leden van het Executive Committee van Ageas.
Het bezoldigingspakket is onderdeel van een contract waarin de volgende clausules en voorwaarden gespecificeerd worden: een beschrijving van de componenten van het pakket, beëindigingsclausules en diverse andere clausules zoals vertrouwelijkheid en exclusiviteit. Met ingang van 1 december 2009 bevatten de contracten een ontslagvergoeding bij beëindiging zonder reden in overeenstemming met de regelgeving zoals opgesteld door de Belgische overheid.
De leden van het Executive Committee zijn zelfstandigen.
De bezoldiging van de leden van het Executive Committee, die allen lid zijn van de Raad van Bestuur, houdt enkel en alleen verband met hun functie als lid van het Executive Committee.
De bezoldiging van Bart De Smet is behalve in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid en op aanbeveling van het Remuneration Committee mede bepaald na raadpleging van een extern bedrijf gespecialiseerd in de bezoldiging van bestuurders.
De bezoldiging van Bart De Smet bestond in 2018 uit:
De bezoldiging van Christophe Boizard, CFO, bestond in 2018 uit:
De bezoldiging van Filip Coremans, CRO bestond in 2018 uit:
inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling;
De bezoldiging van Antonio Cano, COO, bestond in 2018 uit:
Zoals bovenstaand vermeld, werd de LTI-regeling toegekend tegen 100% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 21.356 aandelen voor een bedrag van EUR 900.000. Dit in vergelijking met 2017, toen 43.718 aandelen voorwaardelijke werden toegezegd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelen dat in voorgaande jaren werd toegekend. Die aandelen zullen pas op 30 juni van N+4 definitief worden gevestigd en worden bijgesteld met inachtneming van de tussentijdse prestatie.
| Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2014 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2015 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2016 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2017 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2018 |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Bart De Smet | 15.084 | 14.033 | 6.941 | ||
| Christophe Boizard | 11.805 | 9.715 | 4.805 | ||
| Filip Coremans | 11.149 | 9.715 | 4.805 | ||
| Antonio Cano | 8.230 | 9.715 | 4.805 | ||
| Totaal | 46.268 | 43.178 | 21.356 |
Met Ageas verbonden partijen zijn deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), uitvoerende managers, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. Dergelijke transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen.
Dochtermaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan bestuursleden, uitvoerende managers, naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.
Per 31 december 2018 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.
Transacties die gedurende het jaar eindigend op 31 december zijn aangegaan met de onderstaande verbonden partijen, worden hieronder samengevat:
In 2013 vond een transactie plaats tussen ageas SA/NV en een van zijn onafhankelijke bestuursleden, de heer Guy de Selliers de Moranville. De transactie heeft betrekking op de huur door ageas SA/NV van een van zijn vastgoedpanden. Dit vastgoed wordt beschouwd als een geschikte ontmoetingsplaats om belangrijke gasten van de Raad van Bestuur en het Executive Management te ontvangen en wordt gehuurd tegen een jaarlijkse huur van EUR 50.000 (geïndexeerd).
Het management beschouwt de transactie met de heer Guy de Selliers de Moranville als marktconform.
Ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2017 zijn er verder geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen | Totaal | Deelnemingen | Totaal | |
| Resultatenrekening - verbonden partijen | ||||
| Rentebaten | 9,3 | 9,3 | 14,6 | 14,6 |
| Commissiebaten | 7,6 | 7,6 | 12,7 | 12,7 |
| Overige baten | 2,8 | 2,8 | 1,9 | 1,9 |
| Commissielasten | - 29,5 | - 29,5 | - 28,5 | - 28,5 |
| 2018 | 2017 | |||
| Deelnemingen | Totaal | Deelnemingen | Totaal | |
| Balans - verbonden partijen | ||||
| Financiële beleggingen | 84,6 | 84,6 | 86,0 | 86,0 |
| Vorderingen op klanten | 347,5 | 347,5 | 249,0 | 249,0 |
| Overige activa | 6,1 | 6,1 | 9,2 | 9,2 |
| Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen | 2,9 | 2,9 | 2,9 | 2,9 |
| Overige verplichtingen | 2,9 | 2,9 | 3,9 | 3,9 |
De onderstaande tabellen tonen de regels van de resultatenrekening en de balans waarin bedragen met betrekking tot verbonden partijen zijn begrepen. Voor zowel 2018 en 2017 had Ageas enkel transacties met verbonden deelnemingen.
De wijzigingen gedurende het jaar eindigend op 31 december in de vorderingen op verbonden partijen zijn als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Verbonden partijen leningen per 1 januari | 249,0 | 352,3 |
| Toevoegingen of voorschotten | 113,2 | 105,7 |
| Terugbetalingen | - 14,7 | - 209,0 |
| Verbonden partijen leningen per 31 december | 347,5 | 249,0 |
9
Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa, Azië en Herverzekering. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteit verzekeringen, zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten, in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.
Deze segmentbenadering komt overeen met de reikwijdte van de managementverantwoordelijkheden.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de operationele segmenten.
Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-upaanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.
Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten met een brutopremie-inkomen van EUR 6,1 miljard in 2018. Zo'n 67% van dit premie-inkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-leven. AG Insurance is ook voor 100% eigenaar van AG Real Estate dat de vastgoedactiviteiten van AG beheert.
AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht zoals onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.
Ageas is in het Verenigd Koninkrijk een van de gevestigde algemene verzekeraars en hanteert een multichannel-distributiestrategie met makelaars, affinity-partners en directe distributie. De visie bestaat erin om op de algemene verzekeringsmarkt in het VK een winstgevende groei te realiseren door een breed scala van verzekeringsoplossingen aan te bieden, toegespitst op particuliere verzekeringen en commerciële verzekeringen.
Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in drie landen: Portugal, Frankrijk en Turkije. Het productprogramma omvat Leven (in Portugal en Frankrijk) en Niet-Leven (in Portugal en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijk geworden.
In 2018 had circa 73% van het totale premie-inkomen betrekking op Leven en de rest op Niet-leven.
In het vierde kwartaal van 2018 verkocht Ageas zijn aandelenbelang in de levensverzekeringen in Luxemburg.
Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong. De activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom Ageas), Maleisië (30,95% eigendom Ageas), Thailand (15-31% eigendom Ageas), India (26% eigendom Ageas), de Filipijnen (50% eigendom van Ageas) en Vietnam (29% eigendom van Ageas) en 3% via Muang Thai Life. Deze activiteiten worden onder IFRS verantwoord als deelnemingen.
Intreas is de interne herverzekeraar voor Niet-Leven van Ageas, die in 2015 werd opgezet met als doel de optimalisatie van de herverzekeringsprogramma's van Niet-Leven binnen Ageas. Omdat het hier een interne herverzekeraar betreft, worden transacties binnen de groep geëlimineerd door het consolidatieproces op niveau van de Ageas Groep (Totaal Verzekeringen). Intreas begon de activiteiten in de tweede helft van 2015 en bouwt geleidelijk een grotere portefeuille op.
In juni 2018 ontving ageas SA/NV een vergunning van de Nationale Bank van België om te beginnen met herverzekeringsactiviteiten. Voor Groeps-rapportagedoeleinden worden de herverzekeringsactiviteiten van ageas SA/NV vermeld in het segment Herverzekeringen (samen met Intreas), terwijl de bestaande activiteiten in het segment Algemene Rekening blijven. De herverzekeringsactiviteiten van ageas SA/NV zijn per augustus 2018 opgenomen in de consolidatiekring van Ageas Groep.
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichting uit hoofde van de RPN(I).
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen rekening | groep | Totaal | ||||
| Activa | ||||||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 790,4 | 200,0 | 563,8 | 3,1 | 5,4 | 1.562,7 | 1.362,1 | 2.924,8 | ||
| Financiële beleggingen | 49.443,9 2.094,5 | 9.782,9 | 119,1 | 61.440,4 | 4,4 | - 2,2 61.442,6 | ||||
| Vastgoedbeleggingen | 2.564,0 | 23,5 | 139,8 | 2.727,3 | 2.727,3 | |||||
| Vorderingen | 9.298,4 | 53,4 | 85,8 | 9.437,6 | 1.011,1 | - 660,2 | 9.788,5 | |||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 8.160,7 | 7.348,6 | 15.509,3 | 15.509,3 | ||||||
| Beleggingen in deelnemingen | 528,5 | 92,7 | 84,0 2.357,0 | 3.062,2 | 10,3 | - 1,5 | 3.071,0 | |||
| Herverzekering en overige vorderingen | 772,6 | 783,2 | 225,0 | 0,3 | 17,3 | - 29,4 | 1.769,0 | 79,0 | - 4,9 | 1.843,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 28,8 | 0,5 | 34,9 | 64,2 | 64,2 | |||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 18,1 | 47,4 | 74,1 | 139,6 | 139,6 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.374,1 | 262,3 | 191,0 | 0,3 | 12,8 | - 8,0 | 1.832,5 | 97,9 | - 93,3 | 1.837,1 |
| Materiële vaste activa | 1.163,3 | 49,8 | 20,4 | 1.233,5 | 1,1 | 1.234,6 | ||||
| Goodwill en overige immateriële activa | 411,0 | 239,2 | 446,9 | 1.097,1 | 1.097,1 | |||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 7,1 | 7,1 | 7,1 | |||||||
| Totaal activa | 74.560,9 3.846,5 | 18.997,2 2.360,7 | 154,6 | - 37,4 | 99.882,5 | 2.565,9 | - 762,1 101.686,3 | |||
| Passiva | ||||||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 23.519,6 | 3.477,1 | 26.996,7 | - 9,2 26.987,5 | |||||||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 25.576,8 | 5.283,3 | 30.860,1 | 30.860,1 | ||||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 8.160,7 | 7.350,4 | 15.511,1 | 15.511,1 | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | ||||||||||
| Niet-Leven | 3.997,8 2.559,5 | 862,4 | 29,4 | - 24,5 | 7.424,6 | 7.424,6 | ||||
| Achtergestelde schulden | 1.326,2 | 194,0 | 175,0 | 1.695,2 | 1.250,0 | - 660,2 | 2.285,0 | |||
| Leningen | 2.131,3 | 0,2 | 63,4 | - 10,7 | 2.184,2 | 2.184,2 | ||||
| Actuele belastingschulden | 28,9 | 3,2 | 1,0 | 33,1 | 2,6 | 35,7 | ||||
| Uitgestelde belastingschulden | 960,0 | 0,5 | 70,1 | 1.030,6 | 9,0 | 1.039,6 | ||||
| RPN(I) | 358,9 | 358,9 | ||||||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.942,6 | 171,5 | 309,2 | 6,8 | 9,5 | - 2,2 | 2.437,4 | 120,6 | - 80,9 | 2.477,1 |
| Voorzieningen | 27,8 | 21,8 | 7,9 | 57,5 | 829,6 | 887,1 | ||||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | ||||||||||
| op minderheidsbelang | 108,9 | 108,9 | 108,9 | |||||||
| Verplichtingen met betrekking tot | ||||||||||
| vaste activa aangehouden voor verkoop | 6,9 | 6,9 | 6,9 | |||||||
| Totaal verplichtingen | 67.787,5 2.950,7 | 17.599,8 | 6,8 | 38,9 | - 37,4 | 88.346,3 | 2.570,7 | - 750,3 90.166,7 | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 4.843,0 | 895,8 | 1.219,7 2.353,9 | 115,7 | 0,4 | 9.428,5 | - 4,8 | - 12,3 | 9.411,4 | |
| Minderheidsbelangen | 1.930,4 | 177,7 | - 0,4 | 2.107,7 | 0,5 | 2.108,2 | ||||
| Totaal eigen vermogen | 6.773,4 | 895,8 | 1.397,4 2.353,9 | 115,7 | 11.536,2 | - 4,8 | - 11,8 11.519,6 | |||
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 74.560,9 3.846,5 | 18.997,2 2.360,7 | 154,6 | - 37,4 | 99.882,5 | 2.565,9 | - 762,1 101.686,3 | |||
| Aantal werknemers | 6.368 | 2.914 | 1.503 | 69 | 4 | 10.858 | 151 | 11.009 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |||
| Activa | ||||||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.022,6 | 232,0 | 425,1 | 4,4 | 22,5 | 1.706,6 | 845,7 | 2.552,3 | ||
| Financiële beleggingen | 51.111,3 | 2.112,0 | 9.819,3 | 106,6 | 63.149,2 | 232,6 | - 9,0 | 63.372,8 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 2.579,7 | 23,1 | 46,3 | 2.649,1 | 2.649,1 | |||||
| Vorderingen | 8.606,4 | 60,5 | 22,4 | 8.689,3 | 1.388,4 | - 661,7 | 9.416,0 | |||
| Beleggingen inzake | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 7.979,1 | 7.848,2 | 15.827,3 | 15.827,3 | ||||||
| Beleggingen in deelnemingen | 526,7 | 102,8 | 249,5 | 2.037,7 | 2.916,7 | 21,4 | 3,5 | 2.941,6 | ||
| Herverzekering en overige | ||||||||||
| vorderingen | 769,4 | 904,3 | 279,9 | 0,7 | 9,8 | - 24,4 | 1.939,7 | 251,0 | - 4,8 | 2.185,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 14,0 | 0,9 | 25,1 | 40,0 | 40,0 | |||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 24,3 | 53,9 | 71,5 | 149,7 | 149,7 | |||||
| Overlopende rente en overige | ||||||||||
| activa | 1.406,7 | 248,9 | 193,8 | 0,3 | 3,2 | 1.852,9 | 99,7 | - 94,8 | 1.857,8 | |
| Materiële vaste activa | 1.112,6 | 51,3 | 19,2 | 1.183,1 | 0,8 | 1.183,9 | ||||
| Goodwill en overige | ||||||||||
| immateriële activa | 430,1 | 243,5 | 448,1 | 1.121,7 | 0,9 | 1.122,6 | ||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 41,8 | 41,8 | 41,8 | |||||||
| Totaal activa | 75.624,7 4.033,2 | 19.448,4 2.043,1 | 142,1 | - 24,4 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 103.340,8 | |||
| Passiva | ||||||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| levensverzekeringscontracten | 23.994,4 | 3.494,0 | 27.488,4 | - 7,6 | 27.480,8 | |||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| beleggingscontracten | 26.374,0 | 4.976,6 | 31.350,6 | 31.350,6 | ||||||
| Verplichtingen inzake geschreven | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 7.979,1 | 7.837,1 | 15.816,2 | 15.816,2 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| niet-levensverzekerings- | ||||||||||
| contracten | 3.937,4 | 2.797,3 | 841,1 | 20,1 | - 20,9 | 7.575,0 | 7.575,0 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.302,5 | 195,5 | 175,0 | 1.673,0 | 1.250,0 | - 661,7 | 2.261,3 | |||
| Leningen | 1.934,6 | 0,4 | 34,3 | 1.969,3 | 1.969,3 | |||||
| Actuele belastingschulden | 36,6 | 1,7 | 34,3 | 72,6 | 72,6 | |||||
| Uitgestelde belastingschulden | 982,5 | 65,5 | 1.048,0 | 6,9 | 1.054,9 | |||||
| RPN(I) | 448,0 | 448,0 | ||||||||
| Overlopende rente | ||||||||||
| overige verplichtingen | 1.883,7 | 164,8 | 313,5 | 6,7 | 9,5 | - 3,5 | 2.374,7 | 121,2 | - 83,8 | 2.412,1 |
| Voorzieningen | 28,9 | 22,0 | 6,3 | 57,2 | 1.120,9 | 1.178,1 | ||||
| Verplichtingen inzake geschreven | ||||||||||
| putopties op minderheidsbelang | 110,7 | 110,7 | 1.449,0 | 1.559,7 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 68.564,4 3.181,7 | 17.777,7 | 6,7 | 29,6 | - 24,4 | 89.535,7 | 4.396,0 | - 753,1 | 93.178,6 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar | ||||||||||
| aan aandeelhouders | 5.095,8 | 851,5 | 1.385,2 | 2.036,4 | 112,5 | 0,4 | 9.481,8 | 143,1 | - 14,0 | 9.610,9 |
| Minderheidsbelangen | 1.964,5 | 285,5 | - 0,4 | 2.249,6 | - 1.698,6 | 0,3 | 551,3 | |||
| Totaal eigen vermogen | 7.060,3 | 851,5 | 1.670,7 2.036,4 | 112,5 | 11.731,4 | - 1.555,5 | - 13,7 | 10.162,2 | ||
| Totaal verplichtingen en | ||||||||||
| eigen vermogen | 75.624,7 4.033,2 | 19.448,4 2.043,1 | 142,1 | - 24,4 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 103.340,8 | |||
| Aantal werknemers | 6.229 | 3.324 | 1.495 | 69 | 4 | 11.121 | 139 | 11.260 | ||
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |||
| Baten | ||||||||||
| - Bruto premies | 5.348,0 | 1.388,4 | 2.122,6 | 61,1 | - 58,8 | 8.861,3 | - 1,3 | 8.860,0 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 3,9 | 60,1 | - 11,1 | 52,9 | 52,9 | |||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 65,9 | - 128,1 | - 101,9 | - 27,6 | 56,9 | - 266,6 | - 266,6 | |||
| Netto verdiende premies | 5.286,0 | 1.320,4 | 2.009,6 | 33,5 | - 1,9 | 8.647,6 | - 1,3 | 8.646,3 | ||
| Rentebaten, dividend en | ||||||||||
| overige beleggingsbaten | 2.405,5 | 52,0 | 209,8 | 1,8 | 2.669,1 | 33,4 | - 32,0 | 2.670,5 | ||
| Niet-gerealiseerde meer-(minder-) | ||||||||||
| waarde op RPN(I) | 89,1 | 89,1 | ||||||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 240,1 | 3,6 | 48,6 | - 0,1 | 292,2 | 22,7 | 314,9 | |||
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | - 478,3 | - 174,6 | - 652,9 | - 652,9 | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 19,9 | 11,2 | 22,0 196,7 | 249,8 | 1,7 | 251,5 | ||||
| Commissiebaten | 168,7 | 16,7 | 114,5 | - 3,4 | 296,5 | 296,5 | ||||
| Overige baten | 162,7 | 39,6 | 17,0 | 3,2 | - 0,9 | 221,6 | 5,6 | - 16,4 | 210,8 | |
| Totale baten | 7.804,6 | 1.443,5 | 2.246,9 199,8 | 35,3 | - 6,2 | 11.723,9 | 152,5 | - 49,7 | 11.826,7 | |
| Kosten | ||||||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.311,4 | - 768,2 | - 1.820,3 | - 21,4 | 14,9 | - 7.906,4 | 1,8 | - 7.904,6 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, | ||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 17,7 | - 26,5 | 43,6 | 1,6 | - 14,9 | 21,5 | 21,5 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.293,7 | - 794,7 | - 1.776,7 | - 19,8 | - 7.884,9 | 1,8 | - 7.883,1 | |||
| Lasten inzake unit-linked contracten | 440,6 | 147,6 | 588,2 | 588,2 | ||||||
| Financieringslasten | - 97,4 | - 10,8 | - 16,1 | - 124,3 | - 29,6 | 31,4 | - 122,5 | |||
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | - 129,9 | - 4,7 | - 134,6 | - 134,6 | ||||||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 6,1 | - 0,7 | - 6,8 | - 3,5 | - 10,3 | |||||
| Commissielasten | - 632,5 | - 247,1 | - 165,8 | - 5,4 | 3,3 | - 1.047,5 | - 1.047,5 | |||
| Personeelslasten | - 537,4 | - 149,3 | - 71,3 - 20,6 | - 778,6 | - 30,7 | - 809,3 | ||||
| Overige lasten | - 800,2 | - 134,5 | - 168,4 | - 9,6 | - 2,5 | 2,9 | - 1.112,3 | - 62,0 | 16,4 | - 1.157,9 |
| Totale lasten | - 7.056,6 - 1.336,4 | - 2.056,1 - 30,2 | - 27,7 | 6,2 | - 10.500,8 | - 125,8 | 49,6 - 10.577,0 | |||
| Resultaat voor belastingen | 748,0 | 107,1 | 190,8 169,6 | 7,6 | 1.223,1 | 26,7 | - 0,1 | 1.249,7 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 175,2 | - 20,4 | - 42,8 | - 238,4 | - 14,4 | - 252,8 | ||||
| Nettoresultaat over de periode | 572,8 | 86,7 | 148,0 169,6 | 7,6 | 984,7 | 12,3 | - 0,1 | 996,9 | ||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 157,5 | 30,3 | 187,8 | 187,8 | ||||||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan | ||||||||||
| de aandeelhouders | 415,3 | 86,7 | 117,7 169,6 | 7,6 | 796,9 | 12,3 | - 0,1 | 809,1 | ||
| Totale baten van externe klanten | 7.816,4 | 1.461,2 | 2.259,1 199,7 | 11.736,4 | 90,3 | 11.826,7 | ||||
| Totale baten intern | - 11,8 | - 17,7 | - 12,2 | 0,1 | 35,3 | - 6,2 | - 12,5 | 62,2 | - 49,7 | |
| Totale baten | 7.804,6 | 1.443,5 | 2.246,9 199,8 | 35,3 | - 6,2 | 11.723,9 | 152,5 | - 49,7 | 11.826,7 | |
| Overige niet-geldelijke lasten | ||||||||||
| (anders dan afschrijvingen) | - 3,5 | - 3,5 |
Het brutopremie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Bruto premies | 5.348,0 | 1.388,4 | 2.122,6 | 61,1 | - 58,8 | 8.861,3 | - 1,3 | 8.860,0 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 798,1 | 403,2 | 1.201,3 | 1.201,3 | |||||
| Bruto premies | 6.146,1 | 1.388,4 | 2.525,8 | 61,1 | - 58,8 | 10.062,6 | - 1,3 | 10.061,3 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |||
| Baten | ||||||||||
| - Bruto premies | 4.992,6 | 1.546,2 | 1.907,2 | 52,0 | - 52,0 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 1,5 | 46,2 | - 0,7 | 47,0 | 47,0 | |||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 61,0 | - 99,2 | - 103,2 | - 26,1 | 52,0 | - 237,5 | - 237,5 | |||
| Netto verdiende premies | 4.933,1 | 1.493,2 | 1.803,3 | 25,9 | 8.255,5 | - 1,0 | 8.254,5 | |||
| Rentebaten, dividend en | ||||||||||
| overige beleggingsbaten | 2.462,4 | 55,6 | 239,1 | 1,5 | 2.758,6 | 26,9 | - 31,5 | 2.754,0 | ||
| Niet-gerealiseerde meer | ||||||||||
| (minder-)waarde op RPN(I) | - 173,0 | - 173,0 | ||||||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 146,6 | 26,3 | 88,7 | 261,6 | 16,9 | 278,5 | ||||
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 317,5 | 468,4 | 785,9 | 785,9 | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 49,1 | 13,3 | 25,8 319,5 | 407,7 | 2,1 | 409,8 | ||||
| Commissiebaten | 135,5 | 18,2 | 126,2 | 2,0 | - 2,1 | 279,8 | 279,8 | |||
| Overige baten | 111,7 | 47,3 | 6,3 | 5,7 | - 2,4 | 168,6 | 7,2 | - 16,1 | 159,7 | |
| Totale baten | 8.155,9 | 1.653,9 | 2.757,8 325,2 | 29,4 | - 4,5 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 | 12.749,2 | |
| Kosten | ||||||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.010,2 - 1.257,0 | - 1.477,9 | - 25,9 | 9,3 | - 7.761,7 | - 0,3 | - 7.762,0 | |||
| 17,9 | 236,6 | 41,8 | 12,7 | - 9,3 | 299,7 | 299,7 | ||||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.992,3 - 1.020,4 | - 1.436,1 | - 13,2 | - 7.462,0 | - 0,3 | - 7.462,3 | ||||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 362,8 | - 524,5 | - 887,3 | - 887,3 | ||||||
| Financieringslasten | - 103,4 | - 10,2 | - 14,3 | - 127,9 | - 21,6 | 32,7 | - 116,8 | |||
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | - 18,1 | - 3,7 | - 21,8 | - 21,8 | ||||||
| Wijzigingen in voorzieningen | 0,7 | 0,6 | 1,3 | - 100,6 | - 99,3 | |||||
| Commissielasten | - 620,3 | - 288,3 | - 198,5 | - 5,7 | 2,1 | - 1.110,7 | - 1.110,7 | |||
| Personeelslasten | - 520,7 | - 156,7 | - 94,6 - 20,4 | - 792,4 | - 33,0 | - 825,4 | ||||
| Overige lasten | - 743,0 | - 143,6 | - 184,7 - 12,1 | - 2,7 | 2,4 | - 1.083,7 | - 49,9 | 16,2 | - 1.117,4 | |
| Totale lasten | - 7.359,9 - 1.619,2 | - 2.455,8 - 32,5 | - 21,6 | 4,5 | - 11.484,5 | - 205,1 | 48,6 - 11.641,0 | |||
| Resultaat voor belastingen | 796,0 | 34,7 | 302,0 292,7 | 7,8 | 1.433,2 | - 325,0 | 1.108,2 | |||
| Belastingbaten (lasten) | - 177,5 | - 5,7 | - 63,3 | - 246,5 | - 11,7 | - 258,2 | ||||
| Nettoresultaat over de periode | 618,5 | 29,0 | 238,7 292,7 | 7,8 | 1.186,7 | - 336,7 | 850,0 | |||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 180,7 | 46,1 | 226,8 | 226,8 | ||||||
| Nettoresultaat toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 437,8 | 29,0 | 192,6 292,7 | 7,8 | 959,9 | - 336,7 | 623,2 | |||
| Totale baten van externe klanten | 8.165,0 | 1.670,2 | 2.765,5 325,0 | 12.925,7 | - 176,5 | 12.749,2 | ||||
| Totale baten intern | - 9,1 | - 16,3 | - 7,7 | 0,2 | 29,4 | - 4,5 | - 8,0 | 56,6 | - 48,6 | |
| Totale baten | 8.155,9 | 1.653,9 | 2.757,8 325,2 | 29,4 | - 4,5 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 | 12.749,2 | |
| Overige niet-geldelijke lasten | ||||||||||
| (anders dan afschrijvingen) | - 111,6 | - 0,1 | - 111,7 | - 100,6 | - 212,3 |
Het brutopremie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen | verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |
| Bruto premies | 4.992,6 | 1.546,2 | 1.907,2 | 52,0 | - 52,0 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 704,0 | 910,6 | 1.614,6 | 1.614,6 | |||||
| Bruto premies | 5.696,6 1.546,2 | 2.817,8 | 52,0 | - 52,0 | 10.060,6 | - 1,0 | 10.059,6 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.073,3 | 489,4 | 1.562,7 | 1.362,1 | 2.924,8 | ||
| Financiële beleggingen | 54.251,5 | 7.188,9 | 61.440,4 | 4,4 | - 2,2 | 61.442,6 | |
| Vastgoedbeleggingen | 2.451,2 | 276,1 | 2.727,3 | 2.727,3 | |||
| Vorderingen | 8.420,7 | 1.054,4 | - 37,5 | 9.437,6 | 1.011,1 | - 660,2 | 9.788,5 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.509,3 | 15.509,3 | 15.509,3 | ||||
| Beleggingen in deelnemingen | 2.635,5 | 426,7 | 3.062,2 | 10,3 | - 1,5 | 3.071,0 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 419,5 | 1.737,7 | - 388,2 | 1.769,0 | 79,0 | - 4,9 | 1.843,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 31,8 | 32,3 | 0,1 | 64,2 | 64,2 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 48,3 | 91,3 | 139,6 | 139,6 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.533,9 | 306,4 | - 7,8 | 1.832,5 | 97,9 | - 93,3 | 1.837,1 |
| Materiële vaste activa | 993,7 | 239,9 | - 0,1 | 1.233,5 | 1,1 | 1.234,6 | |
| Goodwill en overige immateriële activa | 809,4 | 287,6 | 0,1 | 1.097,1 | 1.097,1 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 5,6 | 1,6 | - 0,1 | 7,1 | 7,1 | ||
| Totaal activa | 88.183,7 | 12.132,3 | - 433,5 | 99.882,5 | 2.565,9 | - 762,1 | 101.686,3 |
| Passiva | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 26.996,7 | 26.996,7 | - 9,2 | 26.987,5 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 30.860,1 | 30.860,1 | 30.860,1 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 15.511,1 | 15.511,1 | 15.511,1 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | |||||||
| Niet-Leven | 7.449,1 | - 24,5 | 7.424,6 | 7.424,6 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.210,0 | 522,6 | - 37,4 | 1.695,2 | 1.250,0 | - 660,2 | 2.285,0 |
| Leningen | 1.963,9 | 231,1 | - 10,8 | 2.184,2 | 2.184,2 | ||
| Actuele belastingschulden | 18,9 | 14,2 | 33,1 | 2,6 | 35,7 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 856,0 | 174,7 | - 0,1 | 1.030,6 | 9,0 | 1.039,6 | |
| RPN(I) | 358,9 | 358,9 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.967,2 | 830,3 | - 360,1 | 2.437,4 | 120,6 | - 80,9 | 2.477,1 |
| Voorzieningen | 23,5 | 34,0 | 57,5 | 829,6 | 887,1 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | |||||||
| op minderheidsbelang | 85,0 | 23,9 | 108,9 | 108,9 | |||
| Verplichtingen met betrekking tot | |||||||
| vaste activa aangehouden voor verkoop | 6,2 | 0,7 | 6,9 | 6,9 | |||
| Totaal verplichtingen | 79.498,6 | 9.280,6 | - 432,9 | 88.346,3 | 2.570,7 | - 750,3 | 90.166,7 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 6.746,7 | 2.682,4 | - 0,6 | 9.428,5 | - 4,8 | - 12,3 | 9.411,4 |
| Minderheidsbelangen | 1.938,4 | 169,3 | 2.107,7 | 0,5 | 2.108,2 | ||
| Totaal eigen vermogen | 8.685,1 | 2.851,7 | - 0,6 | 11.536,2 | - 4,8 | - 11,8 | 11.519,6 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 88.183,7 | 12.132,3 | - 433,5 | 99.882,5 | 2.565,9 | - 762,1 | 101.686,3 |
| Aantal werknemers | 4.109 | 6.749 | 10.858 | 151 | 11.009 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.249,1 | 457,5 | 1.706,6 | 845,7 | 2.552,3 | ||
| Financiële beleggingen | 56.111,2 | 7.038,0 | 63.149,2 | 232,6 | - 9,0 | 63.372,8 | |
| Vastgoedbeleggingen | 2.411,6 | 237,5 | 2.649,1 | 2.649,1 | |||
| Vorderingen | 7.676,6 | 1.049,6 | - 36,9 | 8.689,3 | 1.388,4 | - 661,7 | 9.416,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.827,3 | 15.827,3 | 15.827,3 | ||||
| Beleggingen in deelnemingen | 2.378,1 | 538,6 | 2.916,7 | 21,4 | 3,5 | 2.941,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 453,9 | 1.950,9 | - 465,1 | 1.939,7 | 251,0 | - 4,8 | 2.185,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 11,4 | 28,6 | 40,0 | 40,0 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 49,8 | 99,9 | 149,7 | 149,7 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.401,3 | 451,6 | 1.852,9 | 99,7 | - 94,8 | 1.857,8 | |
| Materiële vaste activa | 985,7 | 197,4 | 1.183,1 | 0,8 | 1.183,9 | ||
| Goodwill en overige immateriële activa | 845,0 | 276,7 | 1.121,7 | 0,9 | 1.122,6 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 37,9 | 3,9 | 41,8 | 41,8 | |||
| Totaal activa | 89.438,9 | 12.330,2 | - 502,0 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 | 103.340,8 |
| Passiva | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 27.488,4 | 27.488,4 | - 7,6 | 27.480,8 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 31.350,6 | 31.350,6 | 31.350,6 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 15.816,2 | 15.816,2 | 15.816,2 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | |||||||
| Niet-Leven | 7.595,9 | - 20,9 | 7.575,0 | 7.575,0 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.224,5 | 485,2 | - 36,7 | 1.673,0 | 1.250,0 | - 661,7 | 2.261,3 |
| Leningen | 1.745,7 | 223,6 | 1.969,3 | 1.969,3 | |||
| Actuele belastingschulden | 52,6 | 20,0 | 72,6 | 72,6 | |||
| Uitgestelde belastingschulden | 855,2 | 192,8 | 1.048,0 | 6,9 | 1.054,9 | ||
| RPN(I) | 448,0 | 448,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.045,1 | 773,2 | - 443,6 | 2.374,7 | 121,2 | - 83,8 | 2.412,1 |
| Voorzieningen | 23,5 | 33,7 | 57,2 | 1.120,9 | 1.178,1 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | |||||||
| op minderheidsbelang | 89,2 | 21,5 | 110,7 | 1.449,0 | 1.559,7 | ||
| Totaal verplichtingen | 80.691,0 | 9.345,9 | - 501,2 | 89.535,7 | 4.396,0 | - 753,1 | 93.178,6 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 6.737,2 | 2.745,4 | - 0,8 | 9.481,8 | 143,1 | - 14,0 | 9.610,9 |
| Minderheidsbelangen | 2.010,7 | 238,9 | 2.249,6 | - 1.698,6 | 0,3 | 551,3 | |
| Totaal eigen vermogen | 8.747,9 | 2.984,3 | - 0,8 | 11.731,4 | - 1.555,5 | - 13,7 | 10.162,2 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 89.438,9 | 12.330,2 | - 502,0 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 | 103.340,8 |
| Aantal werknemers | 4.024 | 7.097 | 11.121 | 139 | 11.260 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Baten | |||||||
| - Bruto premies | 4.794,0 | 4.067,4 | - 0,1 | 8.861,3 | - 1,3 | 8.860,0 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 52,9 | 52,9 | 52,9 | ||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 36,6 | - 230,0 | - 266,6 | - 266,6 | |||
| Netto verdiende premies | 4.757,4 | 3.890,3 | - 0,1 | 8.647,6 | - 1,3 | 8.646,3 | |
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.375,2 | 310,3 | - 16,4 | 2.669,1 | 33,4 | - 32,0 | 2.670,5 |
| Niet-gerealiseerde meer-(minder-)waarde op RPN(I) | 89,1 | 89,1 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 260,2 | 32,0 | 292,2 | 22,7 | 314,9 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 652,9 | - 652,9 | - 652,9 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 206,6 | 43,2 | 249,8 | 1,7 | 251,5 | ||
| Commissiebaten | 263,4 | 33,1 | 296,5 | 296,5 | |||
| Overige baten | 131,8 | 90,3 | - 0,5 | 221,6 | 5,6 | - 16,4 | 210,8 |
| Totale baten | 7.341,7 | 4.399,2 | - 17,0 | 11.723,9 | 152,5 | - 49,7 | 11.826,7 |
| Kosten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.590,0 | - 2.316,4 | - 7.906,4 | 1,8 | - 7.904,6 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, | |||||||
| aandeel herverzekeraars | 19,5 | 2,0 | 21,5 | 21,5 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.570,5 | - 2.314,4 | - 7.884,9 | 1,8 | - 7.883,1 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | 588,2 | 588,2 | 588,2 | ||||
| Financieringslasten | - 89,6 | - 35,7 | 1,0 | - 124,3 | - 29,6 | 31,4 | - 122,5 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 122,4 | - 12,2 | - 134,6 | - 134,6 | |||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 4,5 | - 2,3 | - 6,8 | - 3,5 | - 10,3 | ||
| Commissielasten | - 334,8 | - 712,7 | - 1.047,5 | - 1.047,5 | |||
| Personeelslasten | - 384,8 | - 393,8 | - 778,6 | - 30,7 | - 809,3 | ||
| Overige lasten | - 636,8 | - 491,3 | 15,8 | - 1.112,3 | - 62,0 | 16,4 | - 1.157,9 |
| Totale lasten | - 6.555,2 | - 3.962,4 | 16,8 | - 10.500,8 | - 125,8 | 49,6 | - 10.577,0 |
| Resultaat voor belastingen | 786,5 | 436,8 | - 0,2 | 1.223,1 | 26,7 | - 0,1 | 1.249,7 |
| Belastingbaten (lasten) | - 138,2 | - 100,3 | 0,1 | - 238,4 | - 14,4 | - 252,8 | |
| Nettoresultaat over de periode | 648,3 | 336,5 | - 0,1 | 984,7 | 12,3 | - 0,1 | 996,9 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 140,3 | 47,5 | 187,8 | 187,8 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 508,0 | 289,0 | - 0,1 | 796,9 | 12,3 | - 0,1 | 809,1 |
| Totale baten van externe klanten | 7.316,7 | 4.396,1 | 23,6 | 11.736,4 | 90,3 | 11.826,7 | |
| Totale baten intern | 25,0 | 3,1 | - 40,6 | - 12,5 | 62,2 | - 49,7 | |
| Totale baten | 7.341,7 | 4.399,2 | - 17,0 | 11.723,9 | 152,5 | - 49,7 | 11.826,7 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 3,5 | - 3,5 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden gepresenteerd.
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Bruto premies | 4.794,0 | 4.067,4 | - 0,1 | 8.861,3 | - 1,3 | 8.860,0 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.201,3 | 1.201,3 | 1.201,3 | ||||
| Bruto premies | 5.995,3 | 4.067,4 | - 0,1 | 10.062,6 | - 1,3 | 10.061,3 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | Eliminaties | Totaal | ||
| Baten | |||||||
| - Bruto premies | 4.141,3 | 4.304,7 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 47,0 | 47,0 | 47,0 | ||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 33,8 | - 203,7 | - 237,5 | - 237,5 | |||
| Netto verdiende premies | 4.107,5 | 4.148,0 | 8.255,5 | - 1,0 | 8.254,5 | ||
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.450,7 | 325,5 | - 17,6 | 2.758,6 | 26,9 | - 31,5 | 2.754,0 |
| Niet-gerealiseerde meer-(minder-)waarde op RPN(I) | - 173,0 | - 173,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 146,9 | 114,7 | 261,6 | 16,9 | 278,5 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 785,9 | 785,9 | 785,9 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 354,4 | 53,4 | - 0,1 | 407,7 | 2,1 | 409,8 | |
| Commissiebaten | 242,3 | 37,5 | 279,8 | 279,8 | |||
| Overige baten | 82,1 | 87,8 | - 1,3 | 168,6 | 7,2 | - 16,1 | 159,7 |
| Totale baten | 8.169,8 | 4.766,9 | - 19,0 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 | 12.749,2 |
| Kosten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.959,5 | - 2.802,2 | - 7.761,7 | - 0,3 | - 7.762,0 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, | |||||||
| aandeel herverzekeraars | 16,4 | 283,3 | 299,7 | 299,7 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.943,1 | - 2.518,9 | - 7.462,0 | - 0,3 | - 7.462,3 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 887,3 | - 887,3 | - 887,3 | ||||
| Financieringslasten | - 91,6 | - 38,1 | 1,8 | - 127,9 | - 21,6 | 32,7 | - 116,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 21,0 | - 0,8 | - 21,8 | - 21,8 | |||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,1 | 0,2 | 1,3 | - 100,6 | - 99,3 | ||
| Commissielasten | - 342,0 | - 768,7 | - 1.110,7 | - 1.110,7 | |||
| Personeelslasten | - 382,7 | - 409,7 | - 792,4 | - 33,0 | - 825,4 | ||
| Overige lasten | - 593,5 | - 507,4 | 17,2 | - 1.083,7 | - 49,9 | 16,2 | - 1.117,4 |
| Totale lasten | - 7.260,1 | - 4.243,4 | 19,0 | - 11.484,5 | - 205,1 | 48,6 | - 11.641,0 |
| Resultaat voor belastingen | 909,7 | 523,5 | 1.433,2 | - 325,0 | 1.108,2 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 132,7 | - 113,8 | - 246,5 | - 11,7 | - 258,2 | ||
| Nettoresultaat over de periode | 777,0 | 409,7 | 1.186,7 | - 336,7 | 850,0 | ||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 154,0 | 72,8 | 226,8 | 226,8 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 623,0 | 336,9 | 959,9 | - 336,7 | 623,2 | ||
| Totale baten van externe klanten | 8.142,8 | 4.765,6 | 17,3 | 12.925,7 | - 176,5 | 12.749,2 | |
| Totale baten intern | 27,0 | 1,3 | - 36,3 | - 8,0 | 56,6 | - 48,6 | |
| Totale baten | 8.169,8 | 4.766,9 | - 19,0 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 | 12.749,2 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 84,3 | - 27,4 | - 111,7 | - 100,6 | - 212,3 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | Eliminaties | Totaal | ||
| Bruto premies | 4.141,3 | 4.304,7 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.614,6 | 1.614,6 | 1.614,6 | ||||
| Bruto premies | 5.755,9 | 4.304,7 | 10.060,6 | - 1,0 | 10.059,6 |
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van nettoschadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde
partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | Rekening Eliminaties | Ageas | ||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.146,0 | 1.849,2 | 0,1 | 5.995,3 | 5.995,3 | |||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 2.000,1 1.388,4 | 676,6 | 61,1 | - 58,8 | 4.067,4 | - 1,3 | 4.066,1 | |||
| Operationele kosten | - 571,6 - 224,0 | - 176,3 | - 2,5 | 0,1 | - 974,3 | - 974,3 | ||||
| - Gegarandeerde producten | 406,2 | 87,9 | 494,1 | 494,1 | ||||||
| - Unit-linked producten | 32,0 | 6,9 | 38,9 | 38,9 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 438,2 | 94,8 | 533,0 | 533,0 | ||||||
| - Ongevallen en ziekte | 46,8 | - 2,4 | 43,9 | 0,9 | 89,2 | 89,2 | ||||
| - Auto | 81,4 | 92,2 | - 1,8 | 0,4 | 172,2 | 172,2 | ||||
| - Brand en overige schade aan | ||||||||||
| eigendommen | 39,3 | - 0,6 | 14,1 | 3,4 | 56,2 | 56,2 | ||||
| - Overige | 55,2 | 3,4 | - 1,3 | 1,1 | 0,1 | 58,5 | 58,5 | |||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 222,7 | 92,6 | 54,9 | 5,8 | 0,1 | 376,1 | 376,1 | |||
| Operationeel resultaat | 660,9 | 92,6 | 149,7 | 5,8 | 0,1 | 909,1 | 909,1 | |||
| Aandeel in het resultaat van | ||||||||||
| deelnemingen, niet gealloceerd | 11,2 | 22,3 196,7 | 230,2 | 1,7 | 0,1 | 232,0 | ||||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 87,1 | 3,3 | 18,8 - 27,1 | 1,8 | - 0,1 | 83,8 | 25,0 | - 0,2 | 108,6 | |
| Resultaat voor belastingen | 748,0 | 107,1 | 190,8 169,6 | 7,6 | 1.223,1 | 26,7 | - 0,1 | 1.249,7 | ||
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | 0.01% | 0.19% | 0.05% | 0.05% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0.78% | 0.41% | 0.69% | 0.69% | ||||||
| Operationele marge | 0.79% | 0.60% | 0.74% | 0.74% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Gegarandeerde producten | 0.85% | 1.08% | 0.88% | 0.88% | ||||||
| - Operationele marge Unit-linked producten | 0.40% | 0.09% | 0.25% | 0.25% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van | ||||||||||
| technische verplichtingen (op jaarbasis) | 0.40% | 0.39% | 0.40% | 0.40% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 37.4% | 36.6% | 29.7% | 23.5% | 35.8% | 35.8% | ||||
| Schaderatio | 56.0% | 60.2% | 62.7% | 59.1% | 58.5% | 58.5% | ||||
| Combined ratio | 93.4% | 96.8% | 92.4% | 82.6% | 94.3% | 94.3% | ||||
| Operationele marge | 11.5% | 7.0% | 9.2% | 17.4% | 9.7% | 9.7% | ||||
| Technische voorzieningen | 61.254,9 2.559,5 | 16.973,2 | 29,4 | - 24,5 | 80.792,5 | - 9,2 80.783,3 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | Rekening Eliminaties | Ageas | ||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.781,4 | 1.974,5 | 5.755,9 | 5.755,9 | ||||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.915,2 1.546,2 | 843,3 | 52,0 | - 52,0 | 4.304,7 | - 1,0 | 4.303,7 | |||
| Operationele kosten | - 555,4 - 235,0 | - 224,0 | - 2,8 | - 1.017,2 | - 1.017,2 | |||||
| - Gegarandeerde producten | 409,3 | 110,0 | 519,3 | 519,3 | ||||||
| - Unit-linked producten | 25,5 | 15,8 | 41,3 | 41,3 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 434,8 | 125,8 | 560,6 | 560,6 | ||||||
| - Ongevallen en ziekte | 50,1 | - 0,3 | 52,9 | 0,1 | 102,8 | 102,8 | ||||
| - Auto | 67,3 | 26,4 | - 10,0 | 3,3 | 87,0 | 87,0 | ||||
| - Brand en overige schade | ||||||||||
| aan eigendommen | 109,9 | 10,4 | 20,2 | 2,1 | 142,6 | 142,6 | ||||
| - Overige | 38,0 | - 13,4 | 26,5 | 0,8 | 51,9 | 51,9 | ||||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 265,3 | 23,1 | 89,6 | 6,3 | 384,3 | 384,3 | ||||
| Operationeel resultaat | 700,1 | 23,1 | 215,4 | 6,3 | 944,9 | 944,9 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | ||||||||||
| (niet gealloceerd) | 13,2 | 25,8 319,6 | 358,6 | 2,1 | 360,7 | |||||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 95,9 | - 1,6 | 60,8 - 26,9 | 1,5 | 129,7 | - 327,1 | - 197,4 | |||
| Resultaat voor belastingen | 796,0 | 34,7 | 302,0 292,7 | 7,8 | 1.433,2 | - 325,0 | 1.108,2 | |||
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | - 0,03% | 0.27% | 0.03% | 0.03% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0.81% | 0.54% | 0.76% | 0.76% | ||||||
| Operationele marge | 0.78% | 0.81% | 0.79% | 0.79% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Garantieproducten | 0.85% | 1.39% | 0.93% | 0.93% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Unit-linked producten | 0.34% | 0.21% | 0.27% | 0.27% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van | ||||||||||
| technische verplichtingen (op jaarbasis) | 0.39% | 0.41% | 0.40% | 0.40% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 37.9% | 34.9% | 31.2% | 24.8% | 35.5% | 35.5% | ||||
| Schaderatio | 53.1% | 68.3% | 59.2% | 50.9% | 59.7% | 59.7% | ||||
| Combined ratio | 91.0% 103.2% | 90.4% | 75.7% | 95.2% | 95.2% | |||||
| Operationele marge | 14.3% | 1.5% | 11.7% | 24.3% | 9.3% | 9.3% | ||||
| Technische voorzieningen | 62.284,9 2.797,3 | 17.148,8 | 20,1 | - 20,9 | 82.230,2 | - 7,6 82.222,6 |
| Netto-onderschrijvingsresultaat | : | Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie van de |
|---|---|---|
| verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven onder aftrek van | ||
| schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering. | ||
| Netto-onderschrijvingsmarge | : | Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven |
| tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto-onderschrijvingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Nettobeleggingsresultaat | : | De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die verzekeringsverplichtingen dekken, na |
| aftrek van de hieraan verbonden beleggingskosten. De beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan | ||
| de polishouders als technische rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven | ||
| (onderdeel van niet-Leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen. | ||
| Nettobeleggingsmarge | : | Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens de |
| verslagperiode. Voor Niet-Leven het nettobeleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto operationeel resultaat | : | De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten |
| toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten | ||
| die niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of | ||
| resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. | ||
| Netto operationele marge | : | Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen |
| Leven. Voor Niet-Leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto verdiende premies | : | De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan herverzekeraars en |
| mutatie in reserves voor niet verdiende premies. | ||
| Lastenratio | : | De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van schadeafhandelingscommissies, |
| onder aftrek van herverzekering. | ||
| Schaderatio | : | De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies. |
| Combined ratio | : | Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-Leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar en de netto verdiende |
| premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende premies. Dit is de som van de schade | ||
| en de lastenratio. |
Toelichting op de geconsolideerde balans
Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging.
De geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december bestaan uit.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 2,8 | 4,3 |
| Vorderingen op banken | 2.696,6 | 2.069,9 |
| Overige | 225,4 | 478,1 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 2.924,8 | 2.552,3 |

De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.
11
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden | 4.505,5 | 4.559,5 |
| - Voor verkoop beschikbaar | 56.861,8 | 58.761,6 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 332,0 | 220,2 |
| - Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 9,9 | 35,8 |
| Totaal bruto | 61.709,2 | 63.577,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 266,6 | - 204,3 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 266,6 | - 204,3 |
| Totaal | 61.442,6 | 63.372,8 |
| Overheids- | Bedrijfs | ||
|---|---|---|---|
| obligaties | obligaties | Totaal | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2017 | 4.641,4 | 73,9 | 4.715,3 |
| Einde looptijd | - 88,4 | - 75,0 | - 163,4 |
| Amortisatie | 6,5 | 1,1 | 7,6 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2017 | 4.559,5 | 4.559,5 | |
| Einde looptijd | - 49,7 | - 49,7 | |
| Verkopen | - 5,9 | - 5,9 | |
| Amortisatie | 1,6 | 1,6 | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2018 | 4.505,5 | 4.505,5 | |
| Reële waarde op 31 december 2017 | 6.780,0 | 6.780,0 | |
| Reële waarde op 31 december 2018 | 6.455,3 | 6.455,3 |
De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op genoteerde prijzen in actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd op nietobserveerbare inputs (tegenpartij quotes, niveau 3).
| Historische/ | ||
|---|---|---|
| geamortiseerde | Reële | |
| 31 december 2018 | kostprijs | waarde |
| Belgische overheid | 4.328,3 | 6.223,1 |
| Portugese overheid | 177,2 | 232,2 |
| Totaal | 4.505,5 | 6.455,3 |
| 31 december 2017 | ||
| Belgische overheid | 4.335,5 | 6.486,9 |
| Portugese overheid | 224,0 | 293,1 |
| Totaal | 4.559,5 | 6.780,0 |
De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| Historische/ | Bruto | Bruto | Bijzondere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Totaal | Waarde- | Reël | |
| 31 december 2018 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto | verminderingen | waarde |
| Overheidsobligaties | 27.794,4 | 4.694,7 | - 81,1 | 32.408,0 | 32.408,0 | |
| Bedrijfsobligaties | 18.749,8 | 1.050,3 | - 103,6 | 19.696,5 | - 20,3 | 19.676,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 44,3 | 4,1 | 48,4 | 48,4 | ||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.588,5 | 5.749,1 | - 184,7 | 52.152,9 | - 20,3 | 52.132,6 |
| Private equity en durfkapitaal | 66,6 | 16,0 | 82,6 | 82,6 | ||
| Aandelen | 4.282,2 | 440,5 | - 100,3 | 4.622,4 | - 246,3 | 4.376,1 |
| Overige beleggingen | 3,9 | 3,9 | 3,9 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in | ||||||
| aandelen en overige beleggingen | 4.352,7 | 456,5 | - 100,3 | 4.708,9 | - 246,3 | 4.462,6 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 50.941,2 | 6.205,6 | - 285,0 | 56.861,8 | - 266,6 | 56.595,2 |
| Historische/ | Bruto | Bruto | Totaal | Bijzondere | ||
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Waarde- | Reële | ||
| 31 december 2017 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto | verminderingen | waarde |
| Overheidsobligaties | 27.647,1 | 5.355,2 | - 60,6 | 32.941,7 | 32.941,7 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.177,9 | 1.547,0 | - 18,7 | 20.706,2 | - 20,3 | 20.685,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 58,5 | 13,9 | - 0,1 | 72,3 | - 0,1 | 72,2 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.883,5 | 6.916,1 | - 79,4 | 53.720,2 | - 20,4 | 53.699,8 |
| Private equity en durfkapitaal | 67,7 | 5,7 | 73,4 | 73,4 | ||
| Aandelen | 4.168,1 | 814,0 | - 21,0 | 4.961,1 | - 183,9 | 4.777,2 |
| Overige beleggingen | 6,9 | 6,9 | 6,9 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in | ||||||
| aandelen en overige beleggingen | 4.242,7 | 819,7 | - 21,0 | 5.041,4 | - 183,9 | 4.857,5 |
Een bedrag van EUR 1.229,6 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (2017: EUR 1.044,8 miljoen) (zie ook noot 22 Leningen).
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 51.126,2 7.735,8 - 100,4 58.761,6 - 204,3 58.557,3
De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 31 december 2018 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 32.376,3 | 31,7 | 32.408,0 | |
| Bedrijfsobligaties | 18.460,8 | 733,7 | 481,7 | 19.676,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 33,1 | 5,9 | 9,4 | 48,4 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.248,3 | 1.483,9 | 730,4 | 4.462,6 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 53.118,5 | 2.255,2 | 1.221,5 | 56.595,2 |
| 31 december 2017 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 32.893,7 | 48,0 | 32.941,7 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.784,1 | 826,4 | 75,4 | 20.685,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 57,7 | 1,4 | 13,1 | 72,2 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.977,6 | 1.233,6 | 646,3 | 4.857,5 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 55.713,1 | 2.109,4 | 734,8 | 58.557,3 |
De veranderingen in niveau 3-waarderingen zijn als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 734,8 | 178,2 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 7,6 | - 14,0 |
| Aankoop | 501,5 | 136,0 |
| Opbrengst van verkopen | - 8,5 | - 6,3 |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | 5,3 | 0,4 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 1,2 | |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | - 4,0 | 3,3 |
| Overdracht tussen categorieën | 438,4 | |
| Stand per 31 december | 1.221.5 | 734,8 |
Niveau 3-waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3-waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van de methode van de gedisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen houden rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, de kenmerken van de leningnemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value-ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus, enz. De verwachte kasstromen worden gedisconteerd tegen voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van dergelijke gedisconteerde kasstroomtechnieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Voor de waardering van deze instrumenten maken wij eveneens tot op
zekere hoogte gebruik van deze prijzen. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet, en verschillende gegevens en veronderstellingen zouden verschillende resultaten opleveren.
De niveau 3-posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige kasstromen, en dienovereenkomstig varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van de niveau 3-instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.
De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt.
| Historische/ | Bruto | ||
|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | Reële | |
| 31 december 2018 | kostprijs | winsten (verliezen | waarde |
| Belgische overheid | 11.727,6 | 1.925,3 | 13.652,9 |
| Franse overheid | 5.191,8 | 1.120,9 | 6.312,7 |
| Oostenrijkse overheid | 2.181,0 | 442,1 | 2.623,1 |
| Portugese overheid | 2.132,9 | 282,5 | 2.415,4 |
| Spaanse overheid | 1.654,4 | 110,7 | 1.765,1 |
| Italiaanse overheid | 1.088,0 | 156,1 | 1.244,1 |
| Duitse overheid | 875,6 | 290,6 | 1.166,2 |
| Nederlandse overheid | 471,0 | 76,2 | 547,2 |
| Ierse overheid | 507,2 | 36,4 | 543,6 |
| Britse overheid | 446,2 | 3,8 | 450,0 |
| Poolse overheid | 299,1 | 52,2 | 351,3 |
| Slowaakse overheid | 208,2 | 37,4 | 245,6 |
| Tsjechische overheid | 150,6 | 9,5 | 160,1 |
| Finse overheid | 117,8 | 23,7 | 141,5 |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 20,2 | - 0,1 | 20,1 |
| Overige overheden | 722,8 | 46,3 | 769,1 |
| Totaal | 27.794,4 | 4.613,6 | 32.408,0 |
| Historische/ | Bruto | ||
|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | Reële | |
| 31 december 2017 | kostprijs | winsten (verliezen) | waarde |
| Belgische overheid | 11.885,3 | 2.367,6 | 14.252,9 |
| Franse overheid | 5.130,7 | 1.203,6 | 6.334,3 |
| Oostenrijkse overheid | 2.299,4 | 471,0 | 2.770,4 |
| Portugese overheid | 2.167,1 | 295,4 | 2.462,5 |
| Spaanse overheid | 1.304,9 | 91,4 | 1.396,3 |
| Italiaanse overheid | 986,4 | 241,0 | 1.227,4 |
| Duitse overheid | 840,1 | 288,1 | 1.128,2 |
| Nederlandse overheid | 532,1 | 73,1 | 605,2 |
| Ierse overheid | 609,0 | 54,1 | 663,1 |
| Poolse overheid | 310,7 | 64,1 | 374,8 |
| Britse overheid | 362,6 | 6,8 | 369,4 |
| Slowaakse overheid | 208,3 | 38,3 | 246,6 |
| Tsjechische overheid | 197,6 | 17,2 | 214,8 |
| Finse overheid | 117,9 | 26,4 | 144,3 |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 19,1 | 19,1 | |
| Overige overheden | 675,9 | 56,5 | 732,4 |
| Totaal | 27.647,1 | 5.294,6 | 32.941,7 |
In 2018 en 2017 waren er geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties.
De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen). Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | ||
| Boekwaarde | 52.132,6 | 53.699,8 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 5.564,4 | 6.836,7 |
| - Gerelateerde belasting | - 1.433,3 | - 1.760,9 |
| Shadow accounting | - 1.697,9 | - 2.797,4 |
| - Gerelateerde belasting | 447,8 | 730,8 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.881,0 | 3.009,2 |
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 4.462,6 | 4.857,5 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 356,2 | 798,7 |
| - Gerelateerde belasting |
- 34,0 | - 63,7 |
| Shadow accounting | - 132,5 | - 304,8 |
| Gerelateerde belasting | 35,3 | 78,1 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 225,0 | 508,3 |
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen
De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen: | ||
| - obligaties | - 20,3 | - 20,4 |
| aandelen en overige beleggingen | - 246,3 | - 183,9 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 266,6 | - 204,3 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | - 204,3 | - 219,9 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,1 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | - 90,6 | - 14,3 |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | 28,9 | 27,5 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 0,6 | 2,3 |
| Stand per 31 december | - 266,6 | - 204,3 |
De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 december.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 0,8 | 1,1 |
| Bedrijfsobligaties | 189,7 | 107,8 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,0 | 6,2 |
| Obligaties | 196,5 | 115,1 |
| Overige beleggingen | 135,5 | 105,1 |
| Aandelen en overige beleggingen | 135,5 | 105,1 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening |
332,0 | 220,2 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 december 2018 EUR 197,3 miljoen (31 december 2017: EUR 115,1 miljoen).
De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 31 december 2018 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 0,8 | 0,8 | ||
| Bedrijfsobligaties | 137,9 | 51,8 | 189,7 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,0 | 6,0 | ||
| Overige beleggingen | 135,5 | 135,5 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen | ||||
| in de resultatenrekening | 138,7 | 193,3 | 332,0 | |
| 31 december 2017 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Overheidsobligaties | 1,1 | 1,1 | ||
| Bedrijfsobligaties | 107,5 | 0,3 | 107,8 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,2 | 6,2 | ||
| Overige beleggingen | 105,1 | 105,1 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen | ||||
| in de resultatenrekening | 108,6 | 111,6 | 220,2 |
De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Over the counter (OTC) | 9,9 | 35,8 |
| Totaal voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) | 9,9 | 35,8 |
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps. Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten in 2018 en 2017 zijn gebaseerd op een niveau 2-waardering (waarneembare marktgegevens in actieve markten) (zie ook noot 29 Derivaten voor nadere details).
Beleggingen in vastgoed hebben met name betrekking op kantoren en winkelpanden.
De volgende tabel geeft de wijzigingen in vastgoedbeleggingen weer gedurende het jaar eindigend op 31 december.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 2.752,3 | 2.691,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 25,0 | - 42,2 |
| Totaal vastgoedbeleggingen | 2.727,3 | 2.649,1 |
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Kostprijs per 1 januari | 3.447,3 | 3.581,3 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 72,0 | - 225,6 |
| Toevoegingen/aankopen | 64,6 | 151,2 |
| Verbeteringen | 46,0 | 38,1 |
| Verkopen | - 56,8 | - 88,0 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | - 12,7 | |
| Wisselkoersverschillen | - 0,2 | - 0,9 |
| Overige | - 89,2 | 3,9 |
| Kostprijs per 31 december | 3.483,7 | 3.447,3 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 756,0 | - 760,0 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 32,0 | 66,4 |
| Afschrijvingen | - 98,5 | - 91,3 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 43,6 | 32,2 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | 0,3 | |
| Wisselkoersverschillen | ||
| Overige | 47,5 | - 3,6 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 731,4 | - 756,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 42,2 | - 48,8 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 0,8 | 1,5 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | - 4,1 | - 3,5 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | 0,2 | 1,1 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen | 7,5 | |
| Overige | 20,3 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 25,0 | - 42,2 |
| Netto vastgoedbeleggingen per 31 december | 2.727,3 | 2.649,1 |
| Kostprijs van vastgoedbeleggingen in aanbouw | 158,4 |
Per 31 december 2018 en 31 december 2017 was er geen onroerend als zekerheid gesteld (zie ook noot 22 Leningen).
Jaarlijkse waarderingsbepalingen, waarbij de onafhankelijke taxaties elke drie jaar veranderen, behelzen bijna alle vastgoedbeleggingen. Reële waarden (niveau 3) zijn gebaseerd op niet-observeerbare marktgegevens en/of verdisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen uit vastgoed houden rekening met verwachte groeipercentages van huurinkomsten, periodes van leegstand, bezettingsgraad en kosten huurbevordering, zoals huurvrije perioden en andere kosten die niet worden betaald door huurders. De verwachte
netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van op risico aangepaste discontovoet. Om de disconteringsvoet te bepalen, wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de kwaliteit van het gebouw en zijn locatie (toplocatie vs. secundaire locatie), kredietkwaliteit van de huurder en huurvoorwaarden. Voor ontwikkelingsvastgoed (dus in opbouw) wordt de reële waarde bepaald op de kostprijs tot het vastgoed in gebruik is genomen.
De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Reële waarden gebaseerd op marktinformatie | 132,6 | 228,0 |
| Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering | 3.902,4 | 3.570,6 |
| Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen | 4.035,0 | 3.798,6 |
| Totale boekwaarde | 2.727,3 | 2.649,1 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.307,7 | 1.149,5 |
| Belasting | - 321,4 | - 284,8 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 986,3 | 864,7 |
De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten van die activa af te schrijven gedurende de geschatte levensduur tot de restwaarde. Vastgoed wordt gesplitst in de volgende componenten: ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.
De maximale levensduur van de componenten is als volgt:
Terreinen hebben een ongelimiteerde levensduur en worden derhalve niet afgeschreven. IT, kantoor- en andere apparatuur en motorrijtuigen worden afgeschreven over de respectievelijke levensduur, die individueel wordt vastgesteld. Als algemene regel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil.
Ageas verhuurt bepaalde activa (voornamelijk vastgoed voor beleggingsdoeleinden) aan externe partijen op basis van operationele leaseovereenkomsten. De toekomstige minimale leasetermijnen inzake niet-opzegbare overeenkomsten bedragen per 31 december:
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 56,3 | 48,0 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 151,8 | 163,5 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 528,7 | 592,2 |
| Langer dan 5 jaar | 654,6 | 644,2 |
| Totaal | 1.391,4 | 1.447,9 |
Een bedrag van EUR 65,7 miljoen in 2018 van de totale minimumbetalingen te ontvangen via niet-opzegbare leaseovereenkomsten houdt verband met terreinen, gebouwen en uitrusting (2017: EUR 65,7 miljoen). De rest heeft betrekking op vastgoedbeleggingen.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 4.648,4 | 4.417,1 |
| Commerciële leningen | 2.690,2 | 2.172,8 |
| Hypothecaire leningen | 1.178,0 | 1.221,7 |
| Polisbeleningen | 347,0 | 303,9 |
| Rentedragende deposito's | 420,0 | 735,7 |
| Leningen aan banken | 532,9 | 575,6 |
| Totaal | 9.816,5 | 9.426,8 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen | - 28,0 | - 10,8 |
| Totaal leningen | 9.788,5 | 9.416,0 |
De commerciële leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Vastgoed | 143,3 | 130,9 |
| Infrastructuur | 895,3 | 669,0 |
| Overige | 1.651,6 | 1.372,9 |
| Totaal commerciële leningen | 2.690,2 | 2.172,8 |
Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 1.080 miljoen (31 december 2017: EUR 923 miljoen).
De leningen aan banken zijn als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Leningen en voorschotten | 503,2 | 541,9 |
| Overige | 29,7 | 33,7 |
| Totaal leningen aan banken | 532,9 | 575,6 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen.
| Totaal kredietrisico op leningen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Boekwaarde | 9.788,5 | 9.416,0 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Financiële instrumenten | 339,7 | 333,6 |
| Materiële vaste activa | 2.104,2 | 2.079,8 |
| Overige onderpand en garanties | 174,7 | 115,6 |
| Meerwaarde onderpand t.o.v. kredietrisico 1) | 1.090,1 | 1.095,9 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 8.260,0 | 7.982,9 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele lening, wordt het overschot toegevoegd aan het niet gegarandeerde uitstaande bedrag.
De wijzigingen in de bijzondere waardevermindering op leningen zijn.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Specifiek | Specifiek | |||
| kredietrisico | IBNR | kredietrisico | IBNR | |
| Stand per 1 januari | 9,9 | 0,8 | 10,5 | 0,8 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 21,0 | 1,1 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | - 2,1 | - 0,6 | ||
| Afschrijvingen van oninbare leningen | - 1,6 | - 1,1 | ||
| Stand per 31 december | 27,2 | 0,8 | 9,9 | 0,8 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen die onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen.
| Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uitstaand met bijzondere waardeverminderingen | 59,2 | 57,4 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Materiële vaste activa | 49,9 | 94,2 |
| Meerwaarde onderpand en garanties t.o.v. bijzondere waardeverminderingen 1) | 13,5 | 39,8 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 22,8 | 3,0 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele lening, wordt het overschot toegevoegd aan het niet gegarandeerde uitstaande bedrag.
De volgende tabel geeft overzicht van de belangrijkste beleggingen in deelnemingen per 31 december. Het percentage belang kan betrekking hebben op meer dan één entiteit indien binnen een deelneming meerdere belangen in entiteiten worden gehouden en de omvang van de belangen niet gelijk is.
Cardif Luxembourg Vie werd op 21 december 2018 verkocht. Meer detail zijn te raadplegen in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| % | Boek | Boek | ||
| belang | waarde | waarde | ||
| Deelnemingen | ||||
| Taiping Holdings | China | 20,0% - 24,9% | 1.150,9 | 845,1 |
| Muang Thai Group Holding | Thailand | 7,8% - 30,9% | 685,1 | 710,5 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | Maleisië | 31.0% | 426,8 | 387,0 |
| BG1 | België | 50.0% | 97,0 | 99,4 |
| Tesco Insurance Ltd | VK | 50.1% | 92,7 | 102,8 |
| Aksigorta | Turkije | 36.0% | 83,8 | 105,8 |
| DTHP | België | 33.0% | 82,0 | 83,3 |
| East West Ageas Life | Filipijnen | 50.0% | 53,7 | 56,8 |
| Evergreen | België | 35.7% | 48,3 | 48,5 |
| IDBI Federal Life Insurance | India | 26.0% | 26,6 | 26,1 |
| Predirec | België | 29.5% | 22,5 | 38,6 |
| MB Ageas Life JSC | Vietnam | 32.0% | 11,4 | 10,0 |
| Royal Park Investments | België | 44.7% | 6,9 | 17,7 |
| Cardif Lux Vie | Luxemburg | 33.3% | 143,7 | |
| Overige | 283,3 | 266,3 | ||
| Totaal | 3.071,0 | 2.941,6 |
De boekwaarde van Muang Thai Group Holding daalde in 2018 voornamelijk door ongerealiseerde verliezen. De boekwaarde van Taiping Holdings steeg voornamelijk door ongerealiseerde winsten.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de deelnemingen.
| Totaal | Totaal | Eigen | Ageas | Totale | Totale | Netto | Ageas | Ontvangen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | activa | verplichtingen | vermogen | deel | baten | lasten | resultaat | deel | dividend |
| Taiping Holdings | 61.363,8 | 56.624,8 | 4.739,0 | 1.160,4 | 16.653,1 | - 16.284,7 | 368,4 | 89,7 | 67,4 |
| Muang Thai Group Holding | 14.083,1 | 11.829,4 | 2.253,7 | 650,9 | 3.075,9 | - 2.837,8 | 238,1 | 71,9 | 18,3 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | 6.837,8 | 5.525,7 | 1.312,1 | 406,1 | 1.323,3 | - 1.185,4 | 137,9 | 42,7 | 16,0 |
| BG1 | 223,4 | 29,5 | 193,9 | 97,0 | 10,9 | - 8,6 | 2,3 | 1,2 | |
| Tesco Insurance Ltd | 1.157,3 | 972,2 | 185,1 | 92,7 | 374,0 | - 351,6 | 22,4 | 11,2 | 11,8 |
| DTHP | 909,4 | 661,0 | 248,4 | 82,0 | 63,2 | - 79,5 | - 16,3 | - 5,4 | |
| East West Ageas Life | 137,1 | 30,1 | 107,0 | 53,5 | 21,9 | - 34,9 | - 13,0 | - 6,5 | |
| Evergreen | 253,4 | 123,8 | 129,6 | 46,3 | 18,0 | - 11,9 | 6,1 | 2,2 | |
| Aksigorta | 583,7 | 477,0 | 106,7 | 38,4 | 401,3 | - 363,9 | 37,4 | 13,5 | 9,6 |
| IDBI Federal Life Insurance | 1.048,6 | 946,4 | 102,2 | 26,6 | 280,5 | - 270,2 | 10,3 | 2,7 | |
| Predirec | 76,5 | 76,5 | 22,6 | 2,5 | 2,5 | 0,7 | |||
| MB Ageas Life JSC | 72,9 | 37,3 | 35,6 | 11,4 | 49,7 | - 61,1 | - 11,4 | - 3,6 | |
| Royal Park Investments | 16,7 | 1,3 | 15,4 | 6,9 | 6,5 | - 3,0 | 3,5 | 1,6 | 12,5 |
| Cardif Lux Vie | 99,1 | - 72,7 | 26,4 | 8,8 | 9,0 | ||||
| Bijbehorende goodwill | 103,6 | ||||||||
| Overige | 272,6 | 20,8 | 24,1 | ||||||
| Totaal | 3.071,0 | 251,5 | 168,7 | ||||||
| Totaal | Totaal | Eigen | Ageas | Totale | Totale | Netto | Ageas | Ontvangen | |
| 2017 | activa | verplichtingen | vermogen | deel | baten | lasten | resultaat | deel | dividend |
| Taiping Holdings | 50.454,4 | 47.028,4 | 3.426,0 | 841,5 | 16.835,4 | - 16.002,6 | 832,8 | 205,1 | 54,3 |
| Muang Thai Group Holding | 12.232,0 | 9.902,4 | 2.329,6 | 677,9 | 3.287,6 | - 3.047,7 | 239,9 | 72,0 | 19,9 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | 6.305,2 | 5.119,9 | 1.185,3 | 366,9 | 1.538,4 | - 1.379,4 | 159,0 | 49,2 | 16,9 |
| BG1 Tesco Insurance Ltd |
228,3 1.194,6 |
29,5 989,6 |
198,8 205,0 |
99,4 102,7 |
10,7 446,3 |
- 5,5 - 419,8 |
5,2 26,5 |
2,6 13,3 |
|
| DTHP | 890,9 | 638,4 | 252,5 | 83,3 | 50,9 | - 71,0 | - 20,1 | - 6,6 | |
| East West Ageas Life | 131,3 | 17,9 | 113,4 | 56,7 | 15,5 | - 31,5 | - 16,0 | - 8,0 | |
| Evergreen | 266,9 | 124,2 | 142,7 | 50,9 | 18,8 | - 10,0 | 8,8 | 3,1 | |
| Aksigorta | 609,9 | 484,0 | 125,9 | 45,3 | 406,3 | - 372,9 | 33,4 | 12,0 | |
| IDBI Federal Life Insurance | 948,8 | 848,5 | 100,3 | 26,1 | 310,2 | - 293,4 | 16,8 | 4,4 | |
| Predirec | 130,9 | 130,9 | 38,6 | 1,9 | - 1,3 | 0,6 | 0,2 | ||
| MB Ageas Life JSC | 41,4 | 10,1 | 31,3 | 10,0 | 7,7 | - 17,1 | - 9,4 | - 3,0 | |
| Royal Park Investments | 40,0 | 0,4 | 39,6 | 17,7 | 16,3 | - 9,5 | 6,8 | 3,0 | 17,9 |
| Cardif Lux Vie | 23.481,1 | 23.050,0 | 431,1 | 143,7 | 4.558,0 | - 4.516,8 | 41,2 | 13,7 | 8,2 |
| Bijbehorende goodwill | 116,3 | ||||||||
| Overige | 264,6 | 48,8 | 45,6 |
Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:
Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.
Herverzekering en overige vorderingen zijn per 31 december als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Aandeel herverzekeraars in verplichtingen | ||
| voor verzekerings- en beleggingscontracten | 659,8 | 713,9 |
| Vorderingen op polishouders | 420,6 | 425,0 |
| Vorderingen inzake commissiebaten | 86,5 | 59,4 |
| Vorderingen op tussenpersonen | 318,1 | 354,5 |
| Vorderingen uit hoofde van herverzekering | 45,6 | 61,2 |
| Overige | 361,5 | 619,7 |
| Totaal bruto | 1.892,1 | 2.233,7 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 49,0 | - 47,8 |
| Totaal netto | 1.843,1 | 2.185,9 |
Onder 'Overige' vallen BTW en andere indirecte belastingen. Per 31 december 2018 omvatte dit ook de vooruitbetaling van EUR 77 miljoen (31 december 2017: EUR 241 miljoen) aan de Stichting Forsettlement (zie noot 26 Voorzieningen).
Het verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen is als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 47,8 | 31,8 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 1,3 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 1,3 | 1,7 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | - 0,3 | - 1,8 |
| Afschrijvingen van niet-inbare bedragen | - 1,2 | 0,6 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 1,4 | 16,8 |
| Stand per 31 december | 49,0 | 47,8 |
Veranderingen in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten worden hieronder weergegeven.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 713,9 | 639,4 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 58,9 | |
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 52,6 | 84,9 |
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 80,3 | 152,4 |
| Betaalde schaden huidig jaar | - 2,0 | - 16,5 |
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 32,0 | - 53,3 |
| Overige netto-toevoegingen via de resultatenrekening | 10,3 | - 23,5 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 2,7 | - 10,6 |
| Stand per 31 december | 659,8 | 713,9 |
De overlopende rente en overige activa per 31 december zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Deelneming | 407,8 | 412,1 |
| Overlopende overige kosten | 84,5 | 81,1 |
| Overlopende baten | 1.128,7 | 1.174,9 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 27,5 | 10,5 |
| Vastgoed aangehouden voor verkoop | 125,5 | 144,1 |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | 22,6 | |
| Overige | 41,7 | 36,3 |
| Totaal bruto | 1.838,3 | 1.859,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 1,2 | - 1,2 |
| Totaal netto | 1.837,1 | 1.857,8 |
Overlopende baten betreffen met name overlopende renteopbrengsten op overheidsobligaties (2018: EUR 722 miljoen; 2017: EUR 745 miljoen), bedrijfsobligaties (2018: EUR 275 miljoen; 2017: EUR 306 miljoen).
16
Het verloop van de overlopende acquisitiekosten in verband met verzekerings- en beleggingscontracten over het jaar is als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 412,1 | 450,1 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 42,1 | |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | 329,3 | 407,6 |
| Afschrijvingen | - 331,4 | - 394,3 |
| Overige aanpassingen inclusief omrekeningsverschillen | - 2,2 | - 9,2 |
| Stand per 31 december | 407,8 | 412,1 |
De regel 'Aan- en verkoop van dochterondernemingen' bestaat uit de overlopende acquisitiekosten met betrekking tot Cargeas (2017) (zie ook noot 3 Overnames en desinvesteringen).
Tot materiële vaste activa behoren kantoren voor eigen gebruik en in eigendom beheerde openbare parkeergarages.
De boekwaarde van de verschillende categorieën materiële vaste activa per 31 december is als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | ||
|---|---|---|---|
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.105,4 | 1.055,7 | |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 26,1 | 26,4 | |
| Bedrijfsmiddelen | 103,1 | 101,8 | |
| Totaal | 1.234,6 | 1.183,9 |
Wijzigingen in de materiële vaste activa worden onderstaand weergegeven.
| Terreinen en | ||||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen | Verbeteringen aan | |||
| 31 december 2017 | voor eigen gebruik | gehuurde objecten | Bedrijfsmiddelen | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 1.627,4 | 64,3 | 313,7 | 2.005,4 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 23,1 | - 1,3 | - 6,0 | 15,8 |
| Toevoegingen | 33,8 | 2,8 | 26,8 | 63,4 |
| Terugname door desinvesteringen | - 10,6 | - 1,9 | - 11,1 | - 23,6 |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | 12,7 | - 2,8 | 9,9 | |
| Wisselkoersverschillen | - 1,5 | - 0,2 | - 2,2 | - 3,9 |
| Overige | 0,5 | 2,2 | 11,2 | 13,9 |
| Kostprijs per 31 december | 1.685,4 | 65,9 | 329,6 | 2.080,9 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 584,2 | - 36,5 | - 205,2 | - 825,9 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 1,4 | 6,3 | 7,7 | |
| Afschrijvingen | - 36,9 | - 5,3 | - 33,6 | - 75,8 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 2,7 | 1,9 | 10,8 | 15,4 |
| Wisselkoersverschillen | 0,1 | 0,2 | 1,7 | 2,0 |
| Overige | - 1,3 | - 1,2 | - 10,9 | - 13,4 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 619,9 | - 39,5 | - 227,8 | - 887,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 7,2 | - 7,2 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 2,6 | - 2,6 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 9,8 | - 9,8 | ||
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.055,7 | 26,4 | 101,8 | 1.183,9 |
| Terreinen en | ||||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen | Verbeteringen aan | |||
| voor eigen gebruik | gehuurde objecten | Bedrijfsmiddelen | Totaal | |
| Kostprijs per 1 januari | 1.685,4 | 65,9 | 329,6 | 2.080,9 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 38,6 | 5,2 | 43,8 | |
| Toevoegingen | 50,4 | 5,2 | 34,9 | 90,5 |
| Terugname door desinvesteringen | - 5,9 | - 5,9 | ||
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | 0,1 | 0,1 | ||
| Wisselkoersverschillen | - 0,4 | - 0,6 | - 1,0 | |
| Overige | 0,7 | - 0,3 | 0,4 | |
| Kostprijs per 31 december | 1.774,7 | 71,1 | 363,0 | 2.208,8 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 619,9 | - 39,5 | - 227,8 | - 887,2 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 4,5 | - 4,5 | ||
| Afschrijvingen | - 39,3 | - 5,3 | - 32,2 | - 76,8 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 5,8 | 5,8 | ||
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | - 0,1 | - 0,1 | ||
| Wisselkoersverschillen | 0,6 | 0,6 | ||
| Overige | - 0,3 | - 0,2 | 1,0 | 0,4 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 659,5 | - 45,0 | - 257,3 | - 961,8 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 9,8 | - 9,8 | ||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 2,6 | - 2,6 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 9,8 | - 2,6 | - 12,4 | |
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.105,4 | 26,1 | 103,1 | 1.234,6 |
Een bedrag van EUR 184,3 miljoen van de materiële vaste activa is verpand als zekerheid (31 december 2017: EUR 190,5 miljoen). De regel 'Aan- en verkoop dochterondernemingen' bestaat voor 2017 uit materiële vaste activa van Cargeas (desinvestering).
Vastgoed, met uitzondering van parkeergarages, worden elk jaar extern gewaardeerd, waarbij de onafhankelijke taxateurs elke drie jaar gewijzigd worden. De reële waarde is gebaseerd op niveau 3-waarderingen.
Ageas bepaalt de reële waarde van parkeergarages aan de hand van in-housemodellen die ook niet-waarneembare marktgegevens gebruiken (niveau 3). De reële waarden die hieruit voortvloeien worden aangepast aan de hand van de beschikbare marktgegevens en/of transacties. Niveau 3 waarderingstechnieken worden gebruikt voor de waardering van parkeergarages, voornamelijk met verdisconteerde kasstromen. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen van parkeergarages wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de verwachte inflatie en economische groei van afzonderlijke parkeerterreinen. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van voor risico gecorrigeerde disconteringsvoeten. Om de disconteringsvoet te bepalen wordt met een aantal factoren rekening gehouden zoals de kwaliteit van de parkeergarage en de locatie ervan.
Reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik
De reële waarde van vastgoed in eigen gebruik is als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.604,7 | 1.505,7 |
| Totale boekwaarde | 1.105,4 | 1.055,7 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 499,3 | 450,0 |
| Belasting | - 139,9 | - 124,6 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 359,4 | 325,4 |
De afschrijvingen op materiële vaste activa zijn dezelfde als beschreven in noot 12 Vastgoedbeleggingen.
Per 31 december is de samenstelling van goodwill en overige immateriële activa als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Goodwill | 602,1 | 604,0 |
| VOBA | 72,5 | 88,7 |
| Gekochte software | 20,2 | 16,3 |
| Zelf ontwikkelde software | 13,9 | 10,5 |
| Overige immateriële vaste activa | 388,4 | 403,1 |
| Totaal | 1.097,1 | 1.122,6 |
De waarde van verworven activiteiten, of VOBA, is het verschil tussen de reële waarde per de acquisitiedatum en de op dat moment geldende boekwaarde van een portefeuille van contracten die separaat is verkregen dan wel als onderdeel van een bedrijfscombinatie. VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de opbrengsten van de portefeuille. De belangrijkste bijdrage aan VOBA wordt geleverd door Millenniumbcp Ageas. De daling van VOBA is toe te schrijven aan afschrijvingen.
Overige immateriële vaste activa omvatten immateriële vaste activa met een bepaalde economische levensduur, zoals concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en vergelijkbare rechten. Deze hebben met name betrekking op AG Real Estate. Over het algemeen wordt software afgeschreven over maximaal vijf jaar en hebben overige immateriële vaste activa een verwachte economische levensduur van maximaal 10 jaar. De overige immateriële vaste activa worden afgeschreven in overeenstemming met de verwachte levensduur van de activa.
Afgezien van goodwill heeft Ageas geen immateriële vaste activa met een onbepaalde economische levensduur.
De wijzigingen in goodwill en overige immateriële vaste activa kunnen voor 2017 en 2018 als volgt worden weergegeven.
| Zelf | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekochte | ontwikkelde | immateriële | ||||
| 2017 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 734,2 | 529,0 | 56,7 | 43,1 | 630,6 | 1.993,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 95,3 | - 25,1 | 1,2 | 33,8 | - 85,4 | |
| Toevoegingen | 7,2 | 4,7 | 14,8 | 26,7 | ||
| Aanpassingen die voortvloeien uit latere | ||||||
| waardeveranderingen van activa en passiva | 3,1 | 3,1 | ||||
| Terugname door desinvesteringen | - 1,0 | - 0,3 | - 1,3 | |||
| Wisselkoersverschillen | - 9,6 | - 0,6 | - 10,2 | |||
| Overige | 7,0 | 0,1 | - 8,6 | - 1,5 | ||
| Kostprijs per 31 december | 632,4 | 529,0 | 44,2 | 48,8 | 670,6 | 1.925,0 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 423,0 | - 35,5 | - 34,9 | - 232,7 | - 726,1 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 22,6 | 1,9 | 24,5 | |||
| Afschrijvingslasten | - 17,3 | - 9,5 | - 3,7 | - 21,5 | - 52,0 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,9 | 0,9 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 0,3 | 0,3 | ||||
| Overige | - 6,7 | 0,3 | - 0,9 | - 7,3 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 440,3 | - 27,9 | - 38,3 | - 253,2 | - 759,7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 36,8 | - 13,0 | - 49,8 | |||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 7,3 | 7,3 | ||||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 2,8 | - 2,8 | ||||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | 1,5 | 1,5 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 1,1 | 1,1 | ||||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 28,4 | - 14,3 | - 42,7 | |||
| Goodwill en overige immateriële vaste | ||||||
| activa per 31 december | 604,0 | 88,7 | 16,3 | 10,5 | 403,1 | 1.122,6 |
| Zelf | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekochte | ontwikkelde | immateriële | ||||
| 2018 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 632,4 | 529,0 | 44,2 | 48,8 | 670,6 | 1.925,0 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 14,1 | - 0,6 | 13,5 | |||
| Toevoegingen | 2,3 | 6,1 | 23,5 | 31,9 | ||
| Terugname door desinvesteringen | - 1,9 | - 1,9 | ||||
| Wisselkoersverschillen | - 2,1 | - 0,2 | - 2,3 | |||
| Overige | - 2,2 | 0,3 | - 5,4 | - 7,3 | ||
| Kostprijs per 31 december | 630,3 | 529,0 | 58,2 | 55,2 | 686,2 | 1.958,9 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 440,3 | - 27,9 | - 38,3 | - 253,2 | - 759,7 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 4,8 | 3,0 | - 1,8 | |||
| Afschrijvingslasten | - 16,2 | - 6,9 | - 3,2 | - 23,5 | - 49,8 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 1,8 | 1,8 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 0,1 | 0,1 | ||||
| Overige | 1,5 | 0,2 | 5,7 | 7,4 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 456,5 | - 38,0 | - 41,3 | - 266,2 | - 802,0 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 28,4 | - 14,3 | - 42,7 | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 17,3 | - 17,3 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 0,2 | 0,2 | ||||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 28,2 | - 31,6 | - 59,8 | |||
| Goodwill en overige immateriële | ||||||
| vaste activa per 31 december | 602,1 | 72,5 | 20,2 | 13,9 | 388,4 | 1.097,1 |
Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden (CGU) met hun boekwaarde. De opbrengstwaarde is de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de waarde in gebruik als deze hoger is. Het type van de overgenomen onderneming, het niveau van de operationele integratie en gezamenlijk management zijn bepalend voor de definiëring van een CGU. Op basis van deze criteria heeft Ageas CGU's op landniveau aangemerkt.
De realiseerbare waarde van een CGU wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die CGU. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft.
Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management. Indien een onderneming een beursnotering kent, wordt de marktwaarde eveneens als element in de evaluatie betrokken.
De volgende tabel toont de samenstelling van de goodwill en de bijzondere waardeverminderingen van de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden per 31 december 2018.
| Bedrag | Bijzondere | Netto | Methode gebruikt voor | ||
|---|---|---|---|---|---|
| goodwill | waardeverminderingen | -bedrag | Bedrijfsonderdeel | realiseerbare waarde | |
| Kasstroom genererende eenheid (CGU) | |||||
| Ageas Portugal | 335,9 | 335,9 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Ageas (VK) | 263,1 | 28,0 | 235,1 | Verenigd Koninkrijk (VK) |
Waarde in gebruik |
| Overige | 31,3 | 0,2 | 31,1 | Waarde in gebruik | |
| Totaal | 630,3 | 28,2 | 602,1 |
Voor Ageas Portugal bedraagt de goodwill EUR 335,9 miljoen (2017: EUR 335,9 miljoen). In 2016 is de juridische structuur in Portugal vereenvoudigd en alle Portugese entiteiten zijn nu eigendom van Ageas Portugal Holding en worden door Ageas Portugal Holding gecontroleerd, waarbij een centraal Executive Committee op landniveau beslist over alle strategische aspecten. Daarom wordt Ageas Portugal beschouwd als één CGU.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De businessplannen houden rekening met de verdere integratie van de verschillende entiteiten in Portugal.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De gehanteerde disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en een bètacoëfficiënt van 1,05 en bedraagt 8,2 procent. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Ageas Portugal.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen zou de goodwill voor Ageas Portugal nog steeds geen bijzondere waardevermindering hebben ondergaan als de groei grotendeels negatief was of de disconteringsvoet met meer dan 8 procentpunten zou stijgen.
De goodwill voor Ageas UK bedraagt EUR 263,1 miljoen (2017: EUR 265,2 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedraagt de goodwill EUR 235,1 miljoen (2017: EUR 237,0 miljoen). Het verschil in bedrag tussen 2018 en 2017 wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de euro en het Britse pond. In het Verenigd Koninkrijk zijn alle entiteiten eigendom en onder controle van Ageas UK Holding met een eigen Executive Committee dat beslist over alle strategische aspecten. Daarom wordt Ageas UK beschouwd als één CGU.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie.
De gehanteerde disconteringsvoet, inclusief een bètacoëfficiënt van 1,0 bedraagt 7,7 procent. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof en zodoende vond geen bijzondere waardevermindering op de goodwill plaats.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er zelfs geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor de activiteiten in het VK te worden opgenomen als het groeitempo op lange termijn met bijna 5 procentpunten zou dalen en de disconteringsvoet met 4 procentpunten zou stijgen.
Overige omvat goodwill in CGU's in Frankrijk en België.
VOBA zal met ingang van 2018 naar verwachting als volgt worden afgeschreven.
| Geschatte afschrijving VOBA | |
|---|---|
| 2019 | 14,6 |
| 2020 | 13,1 |
| 2021 | 11,4 |
| 2022 | 9,6 |
| 2023 | 7,7 |
| Later | 16,1 |
De samenstelling van het eigen vermogen per 31 december 2018 is als volgt.
19
| Gewone aandelen: 203.022.949 uitgegeven en betaalde | |
|---|---|
| aandelen Ageas met een fractiewaarde van EUR 7,40 | 1.502,4 |
| Uitgiftepremies | 2.059,3 |
| Overige reserves | 2.502,9 |
| Koersverschillenreserve | - 74,9 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 809,1 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.612,6 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 9.411,4 |
Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2018-2020) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 148.000.000 uit te breiden.
Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 20.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen).
Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken van dit instrument is dat het alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stemen dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 21 Achtergestelde schulden).
Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.
Het totaal aantal eigen aandelen (8,7 miljoen) bestaat uit voor de FRESH aangehouden aandelen (4,0 miljoen) en de overblijvende aandelen die resteren uit het aandeleninkoopprogramma (4,8 miljoen, zie onder), waarvan 0,1 miljoen worden gebruikt voor definitieve toekenningen in het kader van het 'restricted share programme'. Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 21 Achtergestelde schulden.
Ageas presenteerde op 8 augustus 2018 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen van 13 augustus 2018 tot 2 augustus 2019.
Tussen 13 augustus 2018 en 31 december 2018 heeft Ageas 1.943.077 aandelen ingekocht, overeenstemmend met 0,95% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 84,3 miljoen.
Ageas presenteerde op 9 augustus 2017 een inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen van 21 augustus 2017 tot 3 augustus 2018.
Ageas rondde op 3 augustus 2018 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 9 augustus 2017. Tussen 21 augustus 2017 en 3 augustus 2018 heeft Ageas 4.772.699 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 2,35% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 200 miljoen
Ageas presenteerde op 10 augustus 2016 een inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen van 15 augustus 2016 tot 4 augustus 2017.
Ageas rondde op 4 augustus 2017 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 10 augustus 2016. Tussen 15 augustus 2016 en 4 augustus 2017 heeft Ageas 7.002.631 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 3,34% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 250 miljoen.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 keurde de intrekking goed van 2.226.350 eigen aandelen die tot 31 december 2016 waren ingekocht.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 keurde de intrekking goed van 6.377.750 eigen aandelen. Deze aandelen vertegenwoordigenden de resterende 4.583.306 eigen aandelen van het aandeleninkooprogramma 2016 en de 1.924.024 eigen aandelen die tot 31 december 2018 waren teruggekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma 2017. 129.580 eigen aandelen werden gebruikt voor de toekenning van aandelenprogramma's.
In 2015 en 2016 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet (zie ook noot 7 sectie 7.2 Aandelen- en aandelenoptieregelingen).
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen per 31 december.
| Aantal aandelen uitgegeven per 31 december 2018 | 203,022 |
|---|---|
| Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht: | |
| Aandelen aangehouden door ageas SA/NV | 4,648 |
| Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 21) | 3,968 |
| Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 46) | 3,959 |
| Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht | 190,447 |
BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 21 Achtergestelde schulden en noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen).
In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.
Ageas en BNP Paribas hebben een overeenkomst gesloten over de inkoop van de nog uitstaande CASHES door BNP Paribas op voorwaarde dat deze worden geconverteerd in Ageas aandelen. In 2016 zijn 656 CASHES ingekocht en geconverteerd. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,0 miljoen Ageas aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.
De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.
| Uitgegeven | Eigen | Uitgegeven | |
|---|---|---|---|
| in duizenden | aandelen | aandelen | aandelen |
| Stand per 1 januari 2017 | 216,570 | - 11,232 | 205,338 |
| Intrekking van aandelen | - 7,171 | 7,171 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 6,507 | - 6,507 | |
| Gebruikt voor aandelenplannen management | 175 | 175 | |
| Stand per 31 december 2017 | 209,400 | - 10,394 | 199,006 |
| Intrekking van aandelen | - 6,378 | 6,378 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 4,645 | - 4,645 | |
| Gebruikt voor aandelenplannen management | |||
| Stand per 31 december 2018 | 203,022 | - 8,661 | 194,361 |
De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 31 december.
| in duizenden | |
|---|---|
| Stand per 31 december 2018 | 203,022 |
| Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 16 mei 2018 | 20,000 |
| in verband met optieplannen (zie noot 7) | |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 31 december 2018 | 223,022 |
Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves. De overige reserves bevatten ook de aanpassing van de geschreven putoptie op minderheidsbelangen. De jaarlijkse saldi van de winsten van het jaar en de dividenden verbonden aan dat jaar worden opgeteld bij of afgetrokken van de overige reserves.
De koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het eigen vermogen waarin koersverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De netto-investeringen in activiteiten, die de euro niet als functionele valuta hebben, worden door Ageas niet afgedekt, tenzij het effect van eventuele wisselkoersbewegingen naar de inschatting van Ageas de risk appetite overschrijdt. Leningen voor financieringsdoeleinden en al bekende betalingen of dividenduitkeringen in vreemde valuta worden echter wel afgedekt. Koersverschillen op leningen en overige valutainstrumenten die fungeren als afdekkingsinstrument voor dergelijke investeringen worden tot de verkoop van de netto investering verantwoord in het eigen vermogen (onder koersverschillenreserve), met uitzondering van het eventuele niet-effectieve deel van de afdekking, dat direct in de resultatenrekening wordt verantwoord. Bij de desinvestering van een entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
19.5 Ongerealiseerde winsten en verliezen begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders De ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders, zijn als volgt.
| Geherclassificeerd | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | in tot einde loop | |||||
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | DPF | ||
| 31 december 2018 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | component | Totaal |
| Bruto | 5.928,4 | - 43,7 | 297,6 | - 7,5 | 6.174,8 | |
| Gerelateerde belasting | - 1.468,8 | 10,9 | 1,8 | - 1.456,1 | ||
| Shadow accounting | - 1.830,5 | - 1.830,5 | ||||
| Gerelateerde belasting | 483,1 | 483,1 | ||||
| Minderheidsbelangen | - 777,1 | 13,4 | 8,0 | - 3,0 | - 758,7 | |
| Discretionary participation features | ||||||
| (discretionaire | ||||||
| winstdelingscomponent) | 8,2 | - 8,2 | ||||
| Totaal | 2.343,3 | - 19,4 | 305,6 | - 8,7 | - 8,2 | 2.612,6 |
| Geherclassificeerd | ||||||
| Voor verkoop | in tot einde loop | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | DPF | ||
| 31 december 2017 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | component | Totaal |
| Bruto | 7.643,8 | - 52,9 | 184,6 | - 35,7 | 7.739,8 | |
| Gerelateerde belasting | - 1.826,0 | 13,2 | 1,6 | - 1.811,2 | ||
| Shadow accounting | - 3.102,2 | - 3.102,2 | ||||
| Gerelateerde belasting | 808,9 | 808,9 | ||||
| Minderheidsbelangen | - 873,7 | 16,8 | 5,6 | 5,6 | - 845,7 | |
| Discretionary participation features | ||||||
| (discretionaire | ||||||
| winstdelingscomponent) | 8,2 | - 8,2 | ||||
| Totaal | 2.659,0 | - 22,9 | 190,2 | - 28,5 | - 8,2 | 2.789,6 |
De ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen worden nader toegelicht in noot 11 Financiële beleggingen. Ongerealiseerde winsten en verliezen op tot einde looptijd aangehouden beleggen vertegenwoordigen ongerealiseerde winsten en verliezen die moeten worden geamortiseerd.
Reële waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Nieteffectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
Ageas sluit verzekeringscontracten af met gegarandeerde winstdelingen en winstdelingscomponenten waarvan de omvang en het moment van toekenning volledig tot de discretie van Ageas behoren. Afhankelijk van de contractuele en wettelijke voorwaarden en condities worden ongerealiseerde waardeveranderingen in de reële waarde van de beleggingsmix verband houdende met dergelijke contracten, na de toepassing van shadow accounting, verantwoord in een afzonderlijke discretionaire winstdelingscomponent (DPF) als onderdeel van de nietgerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen en als nietgerealiseerde winsten en verliezen met betrekking tot voor verkoop beschikbare beleggingen.
De mutaties in de bruto ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen over 2017 en 2018 zijn als volgt.
| Geherclassificeerd | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | in tot einde looptijd | Herwaardering | |||
| beschikbare | aangehouden | van | Cash flow | ||
| beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | Totaal | |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2017 | 8.272,8 | - 67,9 | 283,6 | - 45,4 | 8.443,1 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen | |||||
| tijdens de verslagperiode | - 473,4 | - 98,2 | 3,3 | - 568,3 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 124,9 | - 124,9 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door | |||||
| bijzondere waardeverminderingen | - 1,6 | - 1,6 | |||
| Overname en desinvestering van deelnemingen | - 28,0 | 6,8 | - 21,2 | ||
| Amortisatie | 14,6 | 14,6 | |||
| Overige | - 1,1 | 0,4 | - 0,8 | - 0,4 | - 1,9 |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2017 | 7.643,8 | - 52,9 | 184,6 | - 35,7 | 7.739,8 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen | |||||
| tijdens de verslagperiode | - 1.430,4 | 133,1 | 28,2 | - 1.269,1 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 275,4 | - 275,4 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door | |||||
| bijzondere waardeverminderingen | - 10,6 | - 10,6 | |||
| Overname en desinvestering van deelnemingen | - 20,1 | - 20,1 | |||
| Amortisatie | 8,8 | 8,8 | |||
| Overige | 1,0 | 0,4 | 1,4 | ||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2018 | 5.928,4 | - 43,7 | 297,6 | - 7,5 | 6.174,8 |
De dochterondernemingen van Ageas zijn onderhevig aan juridische beperkingen ten aanzien van de hoogte van het dividend dat zij mogen uitkeren aan hun aandeelhouders.
Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bepaalt dat dividenden alleen mogen worden uitgekeerd door Nederlandse ondernemingen voor zover het eigen vermogen van de onderneming het totaal van het gestorte en opgevraagde kapitaal en de wettelijk of statutair vereiste reserves overtreft.
Volgens het Belgische Wetboek van Vennootschappen moet een onderneming 5% van de nettowinst over het boekjaar toevoegen aan een wettelijke reserve tot deze reserve gelijk is aan 10% van het aandelenkapitaal. Een onderneming mag geen dividend uitkeren indien het nettovermogen van de onderneming lager is dan het totaal van het gestorte kapitaal en de niet-uitkeerbare reserves of na uitkering van dividend zou dalen tot onder dat niveau.
Dochterondernemingen en deelnemingen zijn tevens onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar zij opereren en aan aandeelhouderscontracten met de partners in het organisatie. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen aandeelhoudersovereenkomsten (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) het volgende bevatten:
De Raad van Bestuur van Ageas heeft besloten de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto contante dividenduitkering over 2018 van EUR 2,20 per aandeel.
Ageas berekent het rendement op het eigen vermogen door het resultaat op jaarbasis voor de periode te delen door het gemiddeld netto vermogen aan het begin en het eind van de periode.
Het rendement op het eigen vermogen voor 2018 en 2017 is als volgt:
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Rendement eigen vermogen - Verzekeringen (exclusief ongerealiseerde meer- en minder | ||
| waarden) | 11.8% | 14.6% |
20
Zodra een polis is verkocht, worden verplichtingen getroffen die ervoor moeten zorgen dat er voldoende middelen aanwezig zijn om te voldoen aan toekomstige claims uit hoofde van die polis. De Levenverplichtingen kunnen worden onderverdeeld naar:
De Niet-Levenverzekeringsverplichtingen bestaan uit:
verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven (zie 20.4).
Nadere informatie over deze verzekeringsverplichtingen wordt hierna weergegeven. Voor meer gedetailleerde informatie over gevoeligheden en risicoposities voor de verzekeringsverplichtingen verwijzen wij naar noot 5.4 Details inzake verschillende risicoposities.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven per 31 december.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 25.755,4 | 25.602,5 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 168,5 | 162,3 |
| Shadow accounting | 1.072,8 | 1.723,6 |
| Voor eliminaties | 26.996,7 | 27.488,4 |
| Eliminaties | - 9,2 | - 7,6 |
| Bruto | 26.987,5 | 27.480,8 |
| Herverzekering | - 23,2 | - 10,1 |
| Netto | 26.964,3 | 27.470,7 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) zijn als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 27.488,4 | 28.226,2 |
| Bruto premies | 1.986,8 | 1.848,3 |
| Tijdswaarde | 732,4 | 753,3 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 1.937,7 | - 2.157,7 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 36,1 | - 54,8 |
| Aanpassing shadow accounting | - 650,9 | - 603,2 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 586,2 | - 523,7 |
| Stand per 31 december | 26.996,7 | 27.488,4 |
De shadow accountingaanpassing houdt verband met de niet-gerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille.
De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
20.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 31 december.
| 31 december 2017 |
|---|
| 29.801,5 |
| 170,4 |
| 1.378,7 |
| 31.350,6 |
| 31.350,6 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven zijn als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 31.350,6 | 31.902,2 |
| Bruto premies | 2.579,1 | 2.036,8 |
| Tijdswaarde | 483,5 | 517,9 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.503,9 | - 2.411,5 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 317,5 | - 277,6 |
| Aanpassing shadow accounting | - 620,9 | - 278,2 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 110,8 | - 139,0 |
| Stand per 31 december | 30.860,1 | 31.350,6 |
De shadow accountingaanpassing houdt verband met de niet-gerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille. De overdracht van verplichtingen houdt voornamelijk verband met interne bewegingen tussen productportefeuilles. De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit beleggingscontracten Leven, was in 2018 en 2017 niet materieel.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit verzekeringscontracten Leven, was in 2018 en 2017 niet materieel.
De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | ||
|---|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 2.358,5 | 2.538,0 | |
| Beleggingscontracten | 13.152,6 | 13.278,2 | |
| Totaal | 15.511,1 | 15.816,2 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van verzekeringscontracten is als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.538,0 | 2.296,9 |
| Bruto premies | 229,6 | 258,5 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | - 194,8 | 133,6 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 132,8 | - 148,1 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 41,9 | - 1,7 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 39,6 | - 1,2 |
| Stand per 31 december | 2.358,5 | 2.538,0 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van beleggingscontracten is als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 13.278,2 | 12.056,4 |
| Bruto premies | 1.199,7 | 1.612,4 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | - 603,1 | 663,7 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 1.087,0 | - 1.379,0 |
| Transfer tussen verplichtingen | 377,8 | 366,3 |
| Wisselkoersverschillen | 0,8 | |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 13,8 | - 41,6 |
| Stand per 31 december | 13.152,6 | 13.278,2 |
De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen tussen verschillende productcontracten. 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten per 31 december.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 6.206,5 | 6.293,0 |
| Niet-verdiende premies | 1.221,6 | 1.280,0 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 21,0 | 22,9 |
| Voor eliminaties | 7.449,1 | 7.595,9 |
| Eliminaties | - 24,5 | - 20,9 |
| Bruto | 7.424,6 | 7.575,0 |
| Herverzekering | - 636,6 | - 703,8 |
| Netto | 6.788,0 | 6.871,2 |
Niet-levenverplichtingen worden getroffen voor schadegebeurtenissen die wel al hebben plaatsgevonden, maar die nog niet zijn afgewikkeld en kwantificeren de uitstaande schadeverplichting. Over het algemeen bepaalt Ageas verplichtingen voor schade per productcategorie, dekking en jaar en houdt daarbij rekening met voorzichtige uitkeringsramingen inzake gemelde schade en schattingen van (nog) niet gemelde schadegevallen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de schade-afwikkelingskosten en inflatie. De uitbetalingen worden gewoonlijk niet verdisconteerd. Sommige ongevallenclaims (met name
de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) betreffen echter langetermijncontracten en de gerelateerde verplichtingen worden berekend op basis van technieken die vergelijkbaar zijn met die van Leven, zoals die van verdisconteerde kasstromen.
Niet-verdiende premies hebben betrekking op het niet vervallen deel van het risico waarvoor de premie is ontvangen maar dat nog niet is verdiend door de verzekeraar.
Het verloop van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) is als volgt.
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 7.595,9 | 8.000,0 | ||
| Verkoop dochterondernemingen | - 551,2 | |||
| Toevoeging verplichtingen huidig jaar | 2.648,9 | 2.815,7 | ||
| Betaalde schaden huidig jaar | - 1.294,7 | - 1.394,2 | ||
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 1.354,2 | 1.421,5 | ||
| Toevoeging verplichtingen voorgaande jaren | - 332,5 | - 13,5 | ||
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 1.104,2 | - 1.069,6 | ||
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 1.436,7 | - 1.083,1 | ||
| - 82,5 | 338,4 | |||
| Wijziging in niet-verdiende premies | - 52,9 | - 47,0 | ||
| Transfer tussen verplichtingen | - 64,5 | 1,1 | ||
| Wisselkoersverschillen | - 18,6 | - 100,6 | ||
| Overige wijzigingen | 71,7 | - 44,8 | ||
| Stand per 31 december | 7.449,1 | 7.595,9 |
Desinvestering van dochterondernemingen in 2017 heeft betrekking op de verkoop van Cargeas in Italië. Zie noot 3 Overnames en desinvesteringen. De valutaverschillen houden voornamelijk verband met de koers van het Britse pond.
Per eind 2017 werd de beste schatting van de reserves van Ageas bepaald op een Ogden-disconteringsvoet van -0,75%, gelijkwaardig aan het tarief dat voor IFRS-reserves wordt gebruikt.
Na een overlegronde maakte de nieuwe Britse minister van Financiën op 7 september 2017 bekend dat de regering met wetgeving zou komen om de basis waarop de disconteringsvoet in Engeland en Wales wordt vastgesteld te wijzigen. Deze wetgeving werd ingediend als onderdeel van de "Civil Liability Bill", die op 20 december 2018 koninklijke goedkeuring kreeg en van kracht werd. De minister van Financiën begint binnen 90 dagen vanaf de datum van de koninklijke goedkeuring (d.w.z. voor 20 maart 2019) met een eerste herbeoordeling en zal het nieuwe tarief binnen 140 dagen na het begin van de herbeoordeling vaststellen (d.w.z. uiterlijk op 7 augustus 2019).
Per 31 december 2018 werd de actuariële beste schatting voor het tarief verhoogd van -0,75% naar 0%, maar de impact op de IFRS-reserve blijft gehandhaafd als marge tot het nieuwe tarief officieel wordt bekendgemaakt. Op dat tijdstip valt deze marge vrij en wordt de actuariële beste schatting bijgewerkt naar het werkelijke tarief.
De toereikendheid van verzekeringsverplichtingen ('toereikendheidstoets voor verplichtingen') wordt op elke rapporteringsdatum door elke onderneming getoetst. De toetsen worden meestal uitgevoerd op wettelijk fungibel niveau voor Leven en op productniveau voor Niet-leven. Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals commissies, herverzekering en kosten. Voor levensverzekeringscontracten omvatten de toetsen kasstromen resulterend uit embedded opties en waarborgen en beleggingsbaten.
De contante waarde van deze kasstromen wordt bepaald door (a) gebruik te maken van het huidige boekhoudkundig rendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat herbeleggingen na afloopdatum van de financiële instrumenten zullen plaatsvinden aan de hand van een risicovrije rente plus aanpassing voor volatiliteit en (b) een risicovrije disconteringsvoet die rekening houdt met een volatiliteitsaanpassing zoals gedefinieerd door EIOPA (na het laatste liquide punt wordt de zogenaamde Ultimate Forward Rate extrapolation gebruikt). De contractlimieten van Solvency II worden toegepast. Lokale verzekeringsdochters mogen strengere lokale regels toepassen voor de toereikendheidstoets.
De netto contante waarde van de kasstromen wordt vergeleken met de overeenstemmende technische verplichtingen. Elk tekort wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling via de resultatenrekening teruggenomen.
De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2018 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verplichtingen per bedrijfssegment.
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Niet-verdiende | Uitstaande | Leven | ||||
| 31 december 2018 | Totaal Niet-leven | premies | claims | Totaal Leven | Unit-linked | Gegarandeerd |
| België | 3.997,8 | 346,6 | 3.651,2 | 57.257,1 | 8.160,7 | 49.096,4 |
| VK | 2.559,5 | 701,3 | 1.858,2 | |||
| Continentaal Europa | 862,4 | 173,7 | 688,7 | 16.110,8 | 7.350,4 | 8.760,4 |
| Herverzekering | 29,4 | 29,4 | ||||
| Eliminaties | - 24,5 | - 24,5 | - 9,2 | - 9,2 | ||
| Totaal verzekeraars | 7.424,6 | 1.221,6 | 6.203,0 | 73.358,7 | 15.511,1 | 57.847,6 |
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal Niet-leven | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Leven | ||
| 31 december 2017 | premies | claims | Leven | Unit-linked | Gegarandeerd | |
| België | 3.937,4 | 350,4 | 3.587,0 | 58.347,5 | 7.979,1 | 50.368,4 |
| VK | 2.797,3 | 767,0 | 2.030,3 | |||
| Continentaal Europa | 841,1 | 162,6 | 678,5 | 16.307,7 | 7.837,1 | 8.470,6 |
| Herverzekering | 20,1 | 20,1 | ||||
| Eliminaties | - 20,9 | - 20,9 | - 7,6 | - 7,6 | ||
| Totaal verzekeraars | 7.575,0 | 1.280,0 | 6.295,0 | 74.647,6 | 15.816,2 | 58.831,4 |
De achtergestelde schulden zijn per 31 december als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated notes | 480,1 | 456,8 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes | 99,7 | 99,7 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments | 58,8 | 58,8 |
| Dated Fixed Rate Subordinated Notes | 396,4 | 396,0 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.285,0 | 2.261,3 |
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in achtergestelde schulden.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.261,3 | 2.322,7 |
| Wisselkoersverschillen | 21,8 | - 63,2 |
| Afschrijvingen premies en kortingen | 1,9 | 1,8 |
| Eindsaldo | 2.285,0 | 2.261,3 |
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen tegen een variabele rentevoet van de 3-maands Euribor verhoogd met 135 basispunten. De effecten hebben geen einddatum, maar kunnen worden ingeruild tegen Ageas-aandelen tegen een prijs van 315 EUR naar eigen inzicht van de houder. De effecten zullen automatisch worden omgezet naar Ageas-aandelen indien de prijs van het Ageas-aandeel hoger is dan of gelijk aan EUR 472,50 tijdens twintig opeenvolgende beurshandelsdagen. De effecten kwalificeren als Grandfathered Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
De effecten werden uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 december 2017 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is reeds inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSMverplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven ('fixed rate reset perpetual subordonated notes') voor een bedrag van EUR 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%, halfjaarlijks betaalbaar. De Notes waren genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeerden als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II). De obligaties konden worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum (maart 2019) of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. AG Insurance heeft deze optie op de eerste calldatum uitgeoefend.
Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes ( achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met een looptijd van 31 jaar en een rentevoet van 5,25%. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 18 juni 2024 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op hun eerste calldatum zullen de obligaties rente dragen aan een variabele rentevoet van 3-maands Euribor verhoogd met 4,136% per jaar, betaalbaar per kwartaal. De obligaties kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II). De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg. Het gedeelte verstrekt door ageas SA/NV wordt geëlimineerd omdat het een intragroepstransactie betreft.
Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) (AII) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de eerste calldatum in december 2019 en 6-maands Euribor + 475 basispunten per jaar daarna. Het deel verstrekt door AII wordt geëlimineerd omdat het een intragroepstransactie betreft. De obligaties kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Notes(achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een rentevoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en op elke vijfde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, als de som van de vijfjarige euro mid swap rente verhoogd met 3,875%. De obligaties zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen per 31 december.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Terugkoopovereenkomsten | 1.262,9 | 1.028,6 |
| Vorderingen | 789,6 | 794,1 |
| Leningen aan banken | 2.052,5 | 1.822,7 |
| Depots van herverzekeraars | 84,8 | 99,3 |
| Financiële leaseverplichtingen | 16,7 | 18,0 |
| Overige financieringen | 30,2 | 29,3 |
| Totaal leningen | 2.184,2 | 1.969,3 |
Terugkoopovereenkomsten zijn voornamelijk zekergestelde kortlopende leningen die worden gebruikt voor de afdekking van specifieke beleggingen met rentevoeten die opnieuw kunnen worden ingesteld en met het oog op kasbeheer.
Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.229,6 miljoen (2017: EUR 1.044,8 miljoen) als zekerheid gesteld voor terugkoopovereenkomsten. Daarnaast is vastgoed met een
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in leningen.
boekwaarde van EUR 184,3 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (2017: EUR 190,5 miljoen).
De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.969,3 | 2.495,8 |
| Aankoop dochterondernemingen | 91,0 | 105,5 |
| Verkoop dochterondernemingen | - 13,9 | - 162,6 |
| Opbrengsten van uitgifte | 193,8 | 22,1 |
| Betalingen | - 69,3 | - 495,1 |
| Wisselkoersverschillen | - 2,4 | |
| Gerealiseerde winsten & verliezen | - 0,8 | - 3,4 |
| Overige wijzigingen | 14,1 | 9,4 |
| Eindstand | 2.184,2 | 1.969,3 |
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | 1.417,6 | 1.121,7 |
| 1 jaar tot 3 jaar | 156,3 | 146,6 |
| 3 jaar tot 5 jaar | 311,6 | 307,3 |
| Langer dan 5 jaar | 166,9 | 170,3 |
| Totaal | 2.052,4 | 1.745,9 |
De verplichtingen van Ageas inzake financiële leaseovereenkomsten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 2018 Contante waarde |
2017 Contante waarde |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| Minimum | van de minimum | Minimum | van de minimum | ||
| lease | te ontvangen | lease | te ontvangen | ||
| betalingen | leasebetalingen | betalingen | leasebetalingen | ||
| Tot 3 maanden | 0,6 | 0,4 | 0,6 | 0,5 | |
| 3 maanden tot 1 jaar | 1,8 | 1,1 | 1,7 | 1,5 | |
| 1 jaar tot 5 jaar | 11,1 | 8,9 | 13,3 | 10,4 | |
| Langer dan 5 jaar | 46,1 | 6,3 | 46,4 | 5,6 | |
| Totaal | 59,6 | 16,7 | 62,0 | 18,0 | |
| Toekomstige financieringslasten | 42,9 | 44,0 |
Uitgestelde belastingen worden geboekt voor tijdelijke verschillen tussen de IFRS-boekwaarde en de belastingboekwaarden, alsook voor overgedragen belastingverliezen voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn tegenover welke het uitgestelde belastingactief kan worden gebruikt.
Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen per 31 december is als volgt.
| Balans | Resultatenrekening | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen op: | |||||
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 8,9 | 8,9 | 3,7 | 1,4 | |
| Vastgoedbeleggingen | 10,0 | 21,0 | - 11,0 | - 11,6 | |
| Leningen aan klanten | 1,9 | 1,9 | - 0,2 | ||
| Materiële vaste activa | 43,5 | 42,3 | 1,3 | 2,2 | |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 7,8 | 8,1 | - 0,2 | 4,5 | |
| Verzekeringspolis en claim reserves | 472,0 | 765,4 | 3,1 | - 57,1 | |
| Schuldbewijzen en achtergestelde schulden | - 1,7 | - 1,9 | 0,2 | 0,2 | |
| Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding | 93,5 | 176,1 | - 71,5 | - 9,6 | |
| Overige voorzieningen | 12,2 | 9,1 | 3,1 | - 3,0 | |
| Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten | 0,1 | 1,0 | - 0,9 | - 0,4 | |
| Niet-aangewende compensabele verliezen | 118,5 | 132,1 | - 19,3 | - 19,9 | |
| Overige | 84,6 | 10,4 | 74,3 | - 32,8 | |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen | 851,3 | 1.174,4 | - 17,2 | - 126,3 | |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | - 28,6 | - 29,6 | 1,0 | - 1,2 | |
| Netto uitgestelde belastingvorderingen | 822,7 | 1.144,8 | - 16,2 | - 127,5 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op: | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) | 0,1 | 0,7 | 0,6 | 0,3 | |
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 1.292,3 | 1.603,9 | - 3,5 | - 9,0 | |
| Unit-linked beleggingen | 1,4 | 1,3 | - 2,4 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 103,4 | 115,1 | 13,9 | 37,0 | |
| Leningen aan klanten | 0,9 | 2,5 | 0,2 | 0,6 | |
| Materiële vaste activa | 145,9 | 138,1 | 10,4 | 38,9 | |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 88,4 | 93,1 | 4,8 | 5,1 | |
| Overige voorzieningen | 3,4 | 2,2 | - 1,2 | - 2,2 | |
| Overlopende acquisitiekosten | 32,3 | 30,9 | - 1,4 | 6,0 | |
| Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten | 0,8 | 0,8 | 0,3 | ||
| Belastingvrij gerealiseerde reserves | 22,7 | 24,3 | 2,3 | 13,7 | |
| Overige | 32,5 | 37,0 | - 3,4 | 30,9 | |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 1.722,7 | 2.050,0 | 24,0 | 119,2 | |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) | 7,8 | - 8,3 | |||
| Netto uitgestelde belastingen | - 900,0 | - 905,2 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na deze saldering zijn deze bedragen in de balans als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 139,6 | 149,7 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.039,6 | 1.054,9 |
| Netto uitgestelde belastingen | - 900,0 | - 905,2 |
Per 31 december 2018 was EUR 936,9 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met uitgestelde belastingen en was EUR 36,1 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met actuele belastingen (2017: respectievelijk EUR 965,3 miljoen en EUR 37,8 miljoen beide ten laste van het eigen vermogen).
Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstig belastbaar resultaat zal zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Er zijn uitgestelde belastingvorderingen verantwoord met betrekking tot niet benutte (gevorderde) belastingverliezen alsmede belastingverminderingen tegen een geschatte belastingwaarde van EUR 89,9 miljoen (2017: EUR 102,5 miljoen) terwijl een bedrag van EUR 4.247,3 miljoen (2017: EUR 4.999,2 miljoen). Het grootste deel van de (gevorderde)
overgedragen fiscale verliezen zijn ontstaan door de vereffening van Brussels Liquidation Holding (het voormalige Fortis Brussels, waartoe de bankactiviteiten van Fortis voorheen behoorden). Voor belastingdoeleinden ontstond het verlies op de verkoop van Fortis Bank pas op het moment van de vereffening.
Uitgestelde belastingvorderingen die afhangen van toekomstige belastbare winsten, die de winsten voortvloeiende uit het terugboeken van bestaande tijdelijke belastingverschillen overtreffen, bedragen EUR 89,9 miljoen (2017: EUR 102,5 miljoen). De uitgestelde belastingvorderingen zijn verantwoord op basis van de verwachting dat in de toekomst voldoende belastbare winsten zullen worden gegenereerd om deze belastingvorderingen te innen.

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met Ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).
De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. In februari 2012 lanceerde BNP Paribas een openbaar bod op CASHES aan een prijs van 47,5% en werden 7.553 aangeboden CASHES effecten omgezet in Ageas aandelen; Ageas betaalde een schadevergoeding van EUR 287 miljoen aan BNP Paribas aangezien de conversie aanleiding gaf tot een pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting.
In mei 2015 kwamen Ageas en BNP Paribas overeen dat BNP Paribas te allen tijde CASHES kan aankopen van individuele beleggers, op voorwaarde dat de aangekochte effecten worden omgezet in Ageas aandelen; bij een dergelijke conversie wordt de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting betaald aan BNP Paribas, terwijl Ageas de breakup fee ontvangt die gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen.
BNP Paribas kocht en converteerde in de eerste negen maanden van 2016 656 CASHES onder deze overeenkomst; Ageas betaalde 44,3 miljoen EUR voor de pro-rata schikking van de RPN(I), na aftrek van de ontvangen break-up fee. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af en werd niet verlengd.
Per 31 december 2018 resteren 3.791 uitstaande CASHES.
Referentiebedrag en rentebetalingen Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:
Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.
Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reele waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.
Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag daalde van EUR 448,0 miljoen op het einde van 2017 naar EUR 358,9 miljoen op 31 december 2018, voornamelijk als gevolg van een daling van de koers van CASHES van 85,94% naar 75,95% over 2018, gedeeltelijk gecompenseerd door een koersdaling van het Ageas aandeel van EUR 40,72 naar EUR 39,30 over dezelfde periode.
Per 31 december 2018 leidt een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4,0 miljoen zal doen dalen.
De samenstelling van de overlopende rente en overige verplichtingen is per 31 december als volgt.
25
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | ||
|---|---|---|---|
| Uitgestelde baten | 151,0 | 123,5 | |
| Overlopende financieringslasten | 30,6 | 29,3 | |
| Overlopende lasten | 77,1 | 86,9 | |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 35,4 | 46,4 | |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 666,6 | 678,6 | |
| Verplichtingen voor overige vergoedingen na uitdiensttreding | 132,2 | 130,0 | |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 5,1 | 7,8 | |
| Verplichtingen voor overige personeelsbeloningen op lange termijn | 16,1 | 16,2 | |
| Verplichtingen voor personeelsbeloningen op korte termijn | 89,8 | 89,7 | |
| Handelsschulden | 183,9 | 217,7 | |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 424,5 | 448,2 | |
| Btw en overige te betalen belastingen | 142,5 | 140,4 | |
| Te betalen dividenden | 14,6 | 18,6 | |
| Schulden aan herverzekeraars | 45,6 | 23,2 | |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 15,0 | 9,1 | |
| Overige verplichtingen | 447,1 | 346,5 | |
| Totaal | 2.477,1 | 2.412,1 |
Details over personeelsvergoedingen zijn te vinden in noot 7 sectie 7.1 Personeelsvergoedingen.
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). Alle aan- en verkopen van financiële activa met verplichte levering binnen een tijdsbestek dat is voorgeschreven door regelgeving of marktconventie worden opgenomen op de transactiedatum, zijnde de datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De regel 'overige verplichtingen' heeft betrekking op verplichtingen in verband met de vereffening van aandelentransacties, ontvangen geldmiddelen die moeten worden gealloceerd aan beleggingen en kleine uitgaven die moeten worden betaald.
Uitgestelde baten en overlopende bedragen worden beschouwd als kortlopende verplichtingen met een looptijd van minder dan een jaar.
De volgende tabellen tonen de niet-verdisconteerde kasstromen van de crediteuren en overige verplichtingen, ingedeeld naar de relevante looptijdgroep.
| 31 december 2018 | Minder dan 1 jaar | 1 tot 3 jaar | 3 tot 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Btw en overige te betalen belastingen | 142,2 | 0,2 | ||
| Te betalen dividenden | 3,5 | 0,1 | 11,0 | |
| Handelsschulden | 169,6 | 1,4 | ||
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 137,1 | 8,1 | 42,5 | 231,5 |
| Schulden aan herverzekeraars | 42,8 | 2,8 | ||
| Overige verplichtingen | 305,0 | 38,4 | ||
| Totaal | 800,2 | 50,9 | 42,6 | 242,5 |
| 31 december 2017 | Minder dan 1 jaar | 1 tot 3 jaar | 3 tot 5 jaar | Langer dan 5 jaar |
| Btw en overige te betalen belastingen | 138,7 | |||
| Te betalen dividenden | 18,6 | |||
| Handelsschulden | 210,1 | 6,1 | 0,3 | 0,3 |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 124,7 | 53,3 | 3,0 | 261,2 |
| Schulden aan herverzekeraars | 23,2 | |||
| Overige verplichtingen | 295,4 | 7,2 | 8,1 | |
| Totaal | 810,7 | 66,6 | 11,4 | 261,5 |
De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen.
Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en de VEB een voorstel aan voor schikking (de "Schikking") van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard.
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook tot overeenstemming was gekomen met de D&O verzekeraars (Directors & Officers) (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis, om voor een bedrag van EUR 290 miljoen te schikken.
Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de aanvragers een gewijzigde en bijgewerkte schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze aangepaste schikking hield rekening met de voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd met EUR 100 miljoen opgetrokken naar EUR 1,3 miljard.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008), overeenkomstig de Nederlandse Wet Collectieve afwikkeling Massaschade, "WCAM". Door de Schikking bindend te verklaren, meende het Gerechtshof dat de krachtens de schikking aangeboden vergoeding redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect de belangen van de begunstigden van de Schikking naar behoren behartigen.
Op 21 december 2018 verschafte Ageas duidelijkheid door eerder dan op de uiterste datum af te zien van zijn beëindigingsrecht. Zodoende is de Schikking definitief.
De belangrijkste componenten van de voorziening per 31 december 2018 van EUR 812,4 miljoen zijn:
In verband met de WCAM-schikkingsovereenkomst betaalde Ageas een bedrag van EUR 341 miljoen (waarvan EUR 241 miljoen in 2017) aan de Stichting FORsettlement (de 'Stichting') als voorschotsbetaling om de claims te schikken. Per 31 december 2018 is EUR 77,2 miljoen van deze betaling niet afgetrokken van de voorziening, maar geboekt als vordering op de Stichting.
De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.178,1 | 1.067,2 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,4 | - 0,5 |
| Toename (Afname) voorziening | 16,2 | 106,3 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | - 307,5 | 5,5 |
| Wisselkoersverschillen | - 0,1 | - 0,4 |
| Stand per 31 december | 887,1 | 1.178,1 |
EUR 812,4 miljoen van het totale bedrag aan voorzieningen per 31 december 2018 houdt verband met de schikkingsovereenkomst (2017: EUR 1.109,5 miljoen).
Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.
BNP Paribas Fortis oefende de putoptie niet uit voor 30 juni 2018, het einde van de uitoefenperiode. Zodoende blijft BNP Paribas Fortis voor 25% +1 aandeel aandeelhouder van AG Insurance en daarom is er geen impact op het nettoresultaat van Ageas. De bestaande distributieovereenkomst zal daarnaast van kracht blijven zonder expliciete einddatum, maar met een opzegtermijn van 3 jaar.
Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk was. In overeenstemming met IAS 32 was Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting werd in een separate regel ('verplichting met betrekking tot geschreven putoptie') in de Balans verantwoord. De verplichting werd ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeerde de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.
De tegenhanger van deze verplichting was een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting werd toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders waren opgenomen. Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie werden verantwoord in Overige reserves.
Per 31 december 2017 hanteerde Ageas de koers-winstverhouding van een relevante groep van vergelijkbare bedrijven voor de waardering van de Leven-activiteiten en een gedisconteerd kasstroommodel voor de Niet-leven-activiteiten van AG Insurance voor de waardebepaling van de verplichting.
Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:
Op basis van deze parameters bedroeg de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2017 EUR 1.449 miljoen.
De optie verviel op 30 juni 2018 zonder te zijn uitgeoefend en de verplichting van EUR 1.449 miljoen was daarom rechtstreeks vrijgevallen ten gunste van het eigen vermogen. Tegelijkertijd werden minderheidsbelangen opgenomen voor een bedrag van EUR 1.699 miljoen, waardoor het eigen vermogen met ditzelfde bedrag werd verlaagd. De netto negatieve impact van het aflopen van de optie op het eigen vermogen bedroeg EUR 250 miljoen.
AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie aan Parkimo op het aandeel van 10,05% in Interparking dat de laatste bezit. De putoptie werd gewaardeerd tegen reële waarde van het verwachte schikkingsbedrag van EUR 108,1 miljoen (2017: 102,7 miljoen. AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 0,8 miljoen (2017: EUR 7,9 miljoen).
In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste minderheidsbelangen (NCI) in de entiteiten van Ageas.
| Eigen | Eigen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| % van | Resultaat | vermogen | % van | Resultaat | vermogen | |
| minderheids- | per | per | minderheids- | per | per | |
| belangen | 31 december 2018 | 31 december 2018 | belangen | 31 december 2017 | 31 december 2017 | |
| Groepsmaatschappij | ||||||
| AG Insurance (België) | 25.0% | 138,4 | 1.694,8 | 25.0% | 145,8 | 1.698,6 |
| Interparking SA | ||||||
| (onderdeel van AG Insurance) | 49.0% | 17,7 | 235,6 | 49.0% | 33,8 | 229,9 |
| Millenniumbcp Ageas | ||||||
| (onderdeel van CEU) | 49.0% | 30,2 | 177,0 | 49.0% | 29,6 | 285,5 |
| Cargeas Assicurazioni | ||||||
| (onderdeel van CEU) | 50.0% | 16,5 | ||||
| Overige | 1,5 | 0,8 | 1,1 | 35,9 | ||
| Totaal | 187,8 | 2.108,2 | 226,8 | 2.249,9 | ||
| Aanpassing NCI AG Insurance | ||||||
| met betrekking | ||||||
| tot verplichting op geschreven | ||||||
| putoptie | ||||||
| (zie noot 27) | - 1.698,6 | |||||
| Totaal Minderheidsbelangen | 187,8 | 2.108,2 | 226,8 | 551,3 |
Het minderheidsbelang vertegenwoordigt het relatieve aandeel van een derde partij in het eigen vermogen van een Ageas dochtermaatschappij zoals bepaald door Ageas, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS).
Nadere details over de aanpassing minderheidsbelangen AG Insurance met betrekking tot de geschreven putoptie worden gegeven in noot 27 verplichting i.v.m. de geschreven NCI putopties sectie 27.1.
Nadere informatie met betrekking tot de balans van AG Insurance is opgenomen in noot 9 informatie operationele segmenten. Details van de andere dochteronderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft, zijn opgenomen in de volgende tabel.
| Activa | Passiva | Eigen vermogen | Activa | Passiva | Eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| per | per | per | per | per | per | |
| 31 december 2018 | 31 december 2018 | 31 december 2018 | 31 december 2017 | 31 december 2017 | 31 december 2017 | |
| Dochteronderneming | ||||||
| Millenniumbcp Ageas | 10.540,2 | 10.383,1 | 157,1 | 10.639,6 | 10.351,5 | 288,1 |
Door dochterondernemingen van Ageas gebruikte derivaten voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en de interne richtlijnen van Ageas. Derivaten worden gebruikt om markt- en beleggingsrisico's te beheersen, zowel voor handelsdoeleinden als voor afdekkingsdoeleinden. De dochterondernemingen van Ageas beheersen de risicopositie in de beleggingsportefeuille aan de hand van algemene drempels en doelstellingen. Het belangrijkste doel van deze afgeleide instrumenten is om ongunstige marktbewegingen van geselecteerde effecten of delen van een portefeuille af te dekken. Ageas maakt selectief gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals swaps, opties en termijncontracten ter afdekking voor veranderingen in valutakoersen of de rente in de beleggingsportefeuille. Renteovereenkomsten maken het grootste deel van de totale derivatenportefeuille uit: 71% per 31 december 2018 (2017: 57%).
Belangrijke afdekkingsinstrumenten zijn aandelentermijncontracten, aandelenopties, total return swaps, renteswaps, rentetermijncontracten, valutaswaps en valutatermijncontracten. Ageas kan afdekkingsinstrumenten inzetten voor afzonderlijke transacties (microhedge) of voor een portefeuille van vergelijkbare activa of verplichtingen (portefeuillehedge). Wanneer Ageas hedge accounting toepast om boekhoudkundige mismatches te beperken, is aan de criteria voor hedge accounting voldaan. In het bijzonder wordt beoordeeld of de afdekkingsrelaties effectief zijn als compensatie voor veranderingen in de reële waarde of de kasstromen tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie. Ook wordt de vereiste afdekkingsdocumentatie opgesteld. Bij aanvang worden alle afdekkingsrelaties goedgekeurd: Ageas moet zekerstellen dat aan alle afdekkingsvoorwaarden is voldaan en dat de documentatie compleet is. Als er geen formele afdekkingsrelatie kan worden vastgesteld of als dat te lastig is, worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.
Futures zijn overeenkomsten die tegen een specifieke prijs en op een specifieke datum in de toekomst moeten worden afgewikkeld en die op diezelfde markten kunnen worden verhandeld. Termijncontracten zijn maatovereenkomsten tussen twee entiteiten die tegen een vandaag overeengekomen prijs op een specifieke datum in de toekomst worden afgewikkeld. Op geconsolideerd niveau waren valutafutures en valutatermijnovereenkomsten eind 2018 goed voor 67% van de valutaderivaten (op basis van referentiebedragen per 31 december 2018) in vergelijking met 99% eind 2017. De valutatermijncontracten en -futures betreffen hoofdzakelijk overeenkomsten die het valutarisico op activa die in buitenlandse valuta's luiden af te dekken. De waarde van deze overeenkomsten is gedaald van EUR 1.286 miljoen in 2017 tot EUR 387 miljoen in 2018 als gevolg van de lagere positie in beleggingen die in Amerikaanse dollars luiden. Aan het einde van het jaar 2018 had Ageas voor een bedrag van EUR 191 miljoen aan uitstaande valutaswaps (2017: EUR 18 miljoen).
De nominale waarde van de rentecontracten daalde van EUR 1.940 miljoen in 2017 naar EUR 1.668 miljoen in 2018, met een marktwaarde van respectievelijk EUR 29 miljoen (nettoverplichting) en EUR 34 miljoen (nettoverplichting).
Swapcontracten zijn overeenkomsten tussen twee partijen waarin één verzameling kasstromen wordt geruild voor een andere verzameling kasstromen. Betalingen zijn gebaseerd op de nominale waarde van de swap. Ageas gebruikt hoofdzakelijk renteswaps om de kasstromen van ontvangen of betaalde rente te beheersen en (cross) valutaswapcontracten om kasstromen die in buitenlandse valuta's luiden te beheersen (zie 'valutacontracten').
De renteswaps vertegenwoordigen op 31 december 2018 alle rentecontracten met een nominale waarde van EUR 1.668 miljoen. Op het einde van 2017 bedroeg de nominale waarde 1.881 miljoen (97% van de rentecontracten).
De optieportefeuille beliep in 2018 nul (marktwaarde). In 2017 bedroeg de optieportefeuille EUR 59 miljoen (3% van de rentecontracten). De waardedaling is te wijten aan het aflopen van een deel van de optieportefeuille in 2018.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominaal | Nominaal | |||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | |
| Valutacontracten | ||||||
| Forwards en futures | 3,1 | 1,9 | 386,7 | 27,6 | 0,5 | 1.286.2 |
| Swaps | 4,1 | 4,2 | 191,5 | 0,2 | 18,4 | |
| Totaal | 7,2 | 6,1 | 578,2 | 27,8 | 0,5 | 1.304.6 |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 2,0 | 8,7 | 305,5 | 5,9 | 8,1 | 353,2 |
| Opties | 0,1 | 59,0 | ||||
| Totaal | 2,0 | 8,7 | 305,5 | 6,0 | 8,1 | 412,2 |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Opties en warrants | 0,2 | 0,2 | 0,5 | |||
| Totaal | 0,2 | 0,2 | 0,5 | |||
| Overige | 0,7 | 2,0 | ||||
| Totaal | 9,9 | 15,0 | 883,9 | 35,8 | 9,1 | 1.716.8 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 4,1 | 6,0 | 9,7 | 0,5 | ||
| Reële waarden op basis van een waarderingmodel | 5,8 | 9,0 | 26,1 | 8,6 | ||
| Totaal | 9,9 | 15,0 | 883,9 | 35,8 | 9,1 | |
| Over the counter (OTC) | 9,9 | 15,0 | 35,8 | 9,1 | 1.716.8 | |
| Totaal | 9,9 | 15,0 | 883,9 | 35,8 | 9,1 | 1.716.8 |
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominaal | Nominaal | |||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 3,1 | 25,6 | 1.362,1 | 2,8 | 21,2 | 1.527,8 |
| Opties | ||||||
| Totaal | 3,1 | 25,6 | 1.362,1 | 2,8 | 21,2 | 1.527,8 |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Forwards en futures | 24,4 | 9,7 | 96,5 | 7,7 | 25,1 | 170,6 |
| Totaal | 24,4 | 9,7 | 96,5 | 7,7 | 25,1 | 170,6 |
| Totaal | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 | 10,5 | 46,3 | 1.698,4 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 19,5 | 7,7 | 39,8 | |||
| Reële waarden op basis van een waarderingmodel | 27,5 | 15,8 | 2,8 | 6,5 | ||
| Totaal | 27,5 | 35,3 | 10,5 | 46,3 | ||
| Over the counter (OTC) | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 | 10,5 | 46,3 | 1.698,4 |
| Totaal | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 | 10,5 | 46,3 | 1.698,4 |
Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).
| Verplichtingen | 31 december 2018 | 31 december 2017 |
|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||
| Kredietlijnen | 751,0 | 646,7 |
| Onderpand & garanties ontvangen | 4.986,0 | 4.864,0 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde rechten | 5,7 | |
| Totaal ontvangen | 5.742,7 | 5.510,7 |
| Verstrekte verplichtingen | ||
| Garanties, Financieel en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven | 116,5 | 126,9 |
| Kredietlijnen | 1.712,1 | 1.610,0 |
| Gebruikt | - 631,9 | - 686,5 |
| Beschikbaar | 1.080,2 | 923,5 |
| Onderpand & garanties verstrekt | 1.298,3 | 1.059,6 |
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 890,3 | 726,3 |
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 166,2 | 125,9 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen | 1.151,7 | 792,4 |
| Totaal verstrekt | 4.703,2 | 3.754,6 |
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.298 miljoen), in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 890 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.
Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen per 31 december 2018 omvatten voor EUR 316 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2017: EUR 99 miljoen) en voor EUR 461 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2017: EUR 535 miljoen).
In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden tegen geamortiseerde kosten aangehouden.
De tabel beschrijft de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Niveau | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
| Activa | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2 | 2.924,8 | 2.924,8 | 2.552,3 | 2.552,3 |
| Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen | 1 / 3 | 4.505,5 | 6.455,3 | 4.559,5 | 6.780,0 |
| Vorderingen | 2 | 9.788,5 | 10.323,0 | 9.416,0 | 10.223,7 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2 | 1.843,1 | 1.843,1 | 2.185,9 | 2.185,9 |
| Totaal financiële activa | 19.061,9 | 21.546,2 | 18.713,7 | 21.741,9 | |
| Passiva | |||||
| Achtergestelde verplichtingen | 2 | 2.285,0 | 2.292,8 | 2.261,3 | 2.364,3 |
| Schulden | 2 | 2.184,2 | 2.182,9 | 1.969,3 | 1.968,9 |
| Totaal financiële verplichtingen | 4.469,2 | 4.475,7 | 4.230,6 | 4.333,2 |
De reële waarde is de waarde waartegen een actief of toegekend aandeleninstrument kan worden verhandeld en een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.
Bij de bepaling van de reële waarde worden de volgende methoden gebruikt, in de vermelde volgorde:
31
Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde ervan. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.
Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waarde-methode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op waarneembare marktgegevens op de verslagdatum. Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze methode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze waarderingsmethode.
Algemeen aanvaarde methoden voor waardering in de financiële markt zijn recente markttransacties, het contante waardemodel en optiewaarderingsmodellen. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met algemeen aanvaarde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.
De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:
De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean fair value' (de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente). Opgelopen rente wordt apart verantwoord.
De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de gehanteerde reële waarderingsmethode.
het waarderen van in leningen opgenomen rentevoetplafonds en vooruitbetalingsopties en die in overeenstemming met IFRS separaat worden verantwoord, worden optie-waarderingsmodellen gebruikt.
(V) De reële waarde voor verbintenissen en garanties die niet uit de balans blijken, wordt gebaseerd op vergoedingen die actueel worden berekend bij soortgelijke overeenkomsten, waarbij rekening wordt gehouden met de overige voorwaarden van de overeenkomsten en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen.
We verwijzen naar noot 11, 12 en 17 voor meer informatie over niveau 3-waardering in de balans.
Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op over-the-counter (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars.
Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen.
Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarde voor op een erkende beurs verhandelde derivaten. Voor derivaten die niet op een erkende beurs worden verhandeld, is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat.
Gangbare methoden voor de waardering van een renteswap hanteren een vergelijking van het rendement (de yield) van de swap met de huidige swaprentecurve. De swaprentecurve wordt afgeleid van de genoteerde swaprendementen. Over het algemeen zijn er aan- en verkoopkoersen van handelaars beschikbaar voor gangbare renteswaps met tegenpartijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.
Factoren die van invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere de kredietrating van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren die ten grondslag liggen aan de notering, kan een aanpassing van de genoteerde prijs worden overwogen.
De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.
| Type instrument | Producten Ageas | Reële waarde berekening |
|---|---|---|
| Instrumenten zonder vaste einde looptijd |
Zichtrekeningen, spaarrekeningen enz. |
Nominale waarde. |
| instrumenten zonder optionele kenmerken |
Gewone leningen, deposito's enz. |
Methode van de gedisconteerde kasstromen, de gebruikte rentecurve voor de discontering is de swapcurve plus spread (activa) of de swapcurve minus spread (passiva); de spread is afgeleid van de commerciële marge berekend op basis van het gemiddelde aan nieuwe polissen tijdens de laatste drie maanden. |
| Instrumenten met optionele kenmerken |
Hypotheekleningen en overige Instrumenten met optie- kenmerken |
Het product is gesplitst en lineaire (non-optionele) component wordt gewaardeerd met methode van gedisconteerde kasstromen en optiecomponent wordt gewaardeerd op basis van een optie-waarderingsmodel. |
| Achtergestelde obligaties of vorderingen | Achtergestelde activa | Waardering is gebaseerd op prijzen verkregen van brokers in een inactieve markt (niveau 3). |
| Private equity | Private equity en niet-beursgenoteerde deelnemingen beleggingen |
over het algemeen gebaseerd op de waarderingsrichtlijnen van de European Venture Capital Association, met gebruik van enterprise value/EBITDA, koers/kasstroom, koers/winst enz. |
| Preferente aandelen (niet beursgenoteerd) | Preferente aandelen | Als het aandeel wordt geclassificeerd als vreemd vermogen, wordt een model voor gedisconteerde kasstromen gebruikt. |
Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.
Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.
De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van
aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.
Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.
Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reële-waardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.995,3 | 5.755,9 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 4.067,4 | 4.304,7 |
| Algemene rekening en eliminaties | - 1,4 | - 1,0 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 10.061,3 | 10.059,6 |
| 2018 | 2017 | |
| Netto verdiende premies Leven | 4.757,4 | 4.107,5 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 3.890,3 | 4.148,0 |
| Algemene rekening en eliminaties | - 1,4 | - 1,0 |
| Totaal netto verdiende premies | 8.646,3 | 8.254,5 |
32
In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven weergegeven per 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 148,6 | 171,3 |
| Geboekte periodieke premies | 81,0 | 87,1 |
| Totaal unit-linked contracten | 229,6 | 258,4 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 324,6 | 279,4 |
| Geboekte periodieke premies | 919,9 | 829,2 |
| Totaal collectief | 1.244,5 | 1.108,6 |
| Geboekte eenmalige premies | 330,4 | 308,1 |
| Geboekte periodieke premies | 411,9 | 431,6 |
| Totaal individueel | 742,3 | 739,7 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 1.986,8 | 1.848,3 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 2.093,6 | 1.581,5 |
| Geboekte periodieke premies | 484,0 | 453,1 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 2.577,6 | 2.034,6 |
| Geboekte premies Leven | 4.794,0 | 4.141,3 |
| Geboekte eenmalige premies | 1.156,0 | 1.578,4 |
| Geboekte periodieke premies | 45,3 | 36,2 |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.201,3 | 1.614,6 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.995,3 | 5.755,9 |
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 4.794,0 | 4.141,3 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 36,6 | - 33,8 |
| Netto verdiende premies Leven | 4.757,4 | 4.107,5 |
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de netto verdiende premies Niet-leven per 31 december. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige schade aan eigendommen zijn samengevoegd onder overige Niet-leven.
| Ongevallen & | Brand & | ||
|---|---|---|---|
| 2018 | ziekte | schade en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 904,5 | 3.162,9 | 4.067,4 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 5,4 | 58,3 | 52,9 |
| Bruto verdiende premies | 899,1 | 3.221,2 | 4.120,3 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 29,2 | - 198,4 | - 227,6 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 0,9 | - 3,3 | - 2,4 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 870,8 | 3.019,5 | 3.890,3 |
| Ongevallen & | Brand & | ||
|---|---|---|---|
| 2017 | ziekte | schade en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 911,7 | 3.393,0 | 4.304,7 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | 47,0 | 47,0 | |
| Bruto verdiende premies | 911,7 | 3.440,0 | 4.351,7 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 31,0 | - 164,7 | - 195,7 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 2,9 | - 10,9 | - 8,0 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 883,6 | 3.264,4 | 4.148,0 |
De verdeling van de netto verdiende premies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt.
| Ongevallen & | Brand & | ||
|---|---|---|---|
| 2018 | ziekte | schade en overige | Totaal |
| België | 521,6 | 1.422,8 | 1.944,4 |
| VK | 29,5 | 1.290,9 | 1.320,4 |
| Continentaal Europa | 318,2 | 275,6 | 593,8 |
| Herverzekering | 1,5 | 32,1 | 33,6 |
| Eliminatie | - 1,9 | - 1,9 | |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 870,8 | 3.019,5 | 3.890,3 |
| Ongevallen & | Brand & | ||
|---|---|---|---|
| 2017 | ziekte | schade en overige | Totaal |
| België | 480,5 | 1.380,3 | 1.860,8 |
| VK | 30,1 | 1.463,1 | 1.493,2 |
| Continentaal Europa | 372,8 | 395,2 | 768,0 |
| Herverzekering | 0,2 | 25,8 | 26,0 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 883,6 | 3.264,4 | 4.148,0 |
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten per 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten | 2,7 | 1,0 |
| Rentebaten op leningen aan banken | 21,3 | 18,0 |
| Rentebaten op beleggingen | 1.620,4 | 1.734,0 |
| Rentebaten op leningen aan klanten | 209,1 | 202,7 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 2,0 | - 2,5 |
| Overige rentebaten | 1,8 | 2,3 |
| Totaal rentebaten | 1.857,3 | 1.955,5 |
| Dividenden op aandelen | 137,3 | 144,4 |
| Huurbaten uit vastgoedbeleggingen | 221,6 | 221,8 |
| Opbrengsten parkeergarages | 430,7 | 412,5 |
| Overige beleggingsbaten | 23,6 | 19,8 |
| Totaal rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.670,5 | 2.754,0 |
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het resultaat op verkoop en herwaarderingen voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 50,5 | 26,7 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | 131,6 | 52,8 |
| Financiële instrumenten aangehouden voor tradingdoeleinden | - 3,3 | 2,2 |
| Vastgoedbeleggingen | 21,7 | 2,2 |
| Gerealiseerde winst (verlies) op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen | 41,5 | 204,7 |
| Beleggingen in deelnemingen | 103,5 | 2,9 |
| Materiële vaste activa | 0,8 | 2,1 |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde met | ||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 3,6 | 7,6 |
| Afdekkingsresultaten | - 21,5 | - 2,6 |
| Overige | - 13,5 | - 20,1 |
| Totaal resultaat op verkoop en herwaarderingen | 314,9 | 278,5 |
De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De beleggingen in deelnemingen van EUR 0,1 miljard in 2018 betreffen met name de meerwaarden op de verkopen van Cardif Luxembourg Vie, North Light en Pole Star. Deze desinvesteringen worden gedetailleerder toegelicht in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
De baten inzake unit-linked contracten zijn als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - verzekeringscontracten | - 201,9 | 131,3 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - beleggingscontracten | - 643,8 | 448,2 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) | - 845,7 | 579,5 |
| Beleggingsbaten - verzekeringscontracten | 5,2 | 7,1 |
| Beleggingsbaten - beleggingscontracten | 187,6 | 199,3 |
| Beleggingsbaten | 192,8 | 206,4 |
| Totaal baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 652,9 | 785,9 |
Het aandeel in het resultaat van deelnemingen per 31 december wordt hieronder voor de belangrijkste deelnemingen toegelicht.
| Totale | Totale | Netto- | % | Aandeel in resultaat | |
|---|---|---|---|---|---|
| baten | lasten | resultaat | belang | van deelnemingen | |
| 2018 | (100% belang) | (100% belang) | (100% belang) | Ageas | (Ageas deel) |
| Taiping Holdings | 16.653,1 | - 16.284,7 | 368,4 | 20,0% - 24,9% | 89,7 |
| Muang Thai Group Holding | 3.075,9 | - 2.837,8 | 238,1 | 7,8% - 30,9% | 71,9 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | 1.323,3 | - 1.185,4 | 137,9 | 31.0% | 42,7 |
| BG1 | 10,9 | - 8,6 | 2,3 | 50.0% | 1,2 |
| Tesco Insurance Ltd | 374,0 | - 351,6 | 22,4 | 50.1% | 11,2 |
| Aksigorta | 401,3 | - 363,9 | 37,4 | 36.0% | 13,5 |
| DTHP | 63,2 | - 79,5 | - 16,3 | 33.0% | - 5,4 |
| East West Ageas Life | 21,9 | - 34,9 | - 13,0 | 50.0% | - 6,5 |
| Evergreen | 18,0 | - 11,9 | 6,1 | 35.7% | 2,2 |
| IDBI Federal Life Insurance | 280,5 | - 270,2 | 10,3 | 26.0% | 2,7 |
| Predirec | 2,5 | 2,5 | 29.5% | 0,7 | |
| MB Ageas Life JSC | 49,7 | - 61,1 | - 11,4 | 32.0% | - 3,6 |
| Royal Park Investments | 6,5 | - 3,0 | 3,5 | 44.7% | 1,6 |
| Cardif Lux Vie | 99,1 | - 72,7 | 26,4 | 33.3% | 8,8 |
| Overige | 20,8 | ||||
| Totaal aandeel in het resultaat van deelnemingen | 251,5 |
| Totale | Totale | Netto- | % | Aandeel in resultaat | |
|---|---|---|---|---|---|
| baten | lasten | resultaat | belang | van deelnemingen | |
| 2017 | (100% belang) | (100% belang) | (100% belang) | Ageas | (Ageas deel) |
| Taiping Holdings | 16.835,4 | - 16.002,6 | 832,8 | 20,0% - 24,9% | 205,1 |
| Muang Thai Group Holding | 3.287,6 | - 3.047,7 | 239,9 | 7,8% - 30,9% | 71,9 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | 1.538,4 | - 1.379,4 | 159,0 | 31.0% | 49,2 |
| BG1 | 10,7 | - 5,5 | 5,2 | 50.0% | 2,6 |
| Tesco Insurance Ltd | 446,3 | - 419,8 | 26,5 | 50.1% | 13,3 |
| Aksigorta | 406,3 | - 372,9 | 33,4 | 36.0% | 12,0 |
| DTHP | 50,9 | - 71,0 | - 20,1 | 33.0% | - 6,6 |
| East West Ageas Life | 15,5 | - 31,5 | - 16,0 | 50.0% | - 8,0 |
| Evergreen | 18,8 | - 10,0 | 8,8 | 35.7% | 3,1 |
| IDBI Federal Life Insurance | 310,2 | - 293,4 | 16,8 | 26.0% | 4,4 |
| Predirec | 1,9 | - 1,3 | 0,6 | 29.5% | 0,2 |
| MB Ageas Life JSC | 7,7 | - 17,1 | - 9,4 | 32.0% | - 3,0 |
| Royal Park Investments | 16,3 | - 9,5 | 6,8 | 44.7% | 3,0 |
| Cardif Lux Vie | 4.558,0 | - 4.516,8 | 41,2 | 33.3% | 13,7 |
| Overige | 48,9 | ||||
| Totaal aandeel in het resultaat van deelnemingen | 409,8 |
36

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de commissiebaten per 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Commissiebaten | ||
| Herverzekering | 23,7 | 29,2 |
| Verzekeringen en beleggingen | 148,4 | 145,3 |
| Vermogensbeheer | 58,3 | 29,2 |
| Garantie- en bereidstellingcommissies | 0,8 | 1,5 |
| Overige servicevergoedingen | 65,3 | 74,6 |
| Totaal commissiebaten | 296,5 | 279,8 |
De regel 'Overige servicevergoedingen' heeft voornamelijk betrekking op vergoedingen ontvangen van Ageas makelaars voor de verkoop van verzekeringspolissen aan derde partijen.

De overige baten per 31 december bestaan uit de volgende componenten.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Overige baten | ||
| Opbrengsten uit verkoop van voor verkoop aangehouden vastgoed | 37,4 | 6,2 |
| Teruggave van personeels- en overige kosten van derde partijen | 70,2 | 47,6 |
| Overige | 103,2 | 105,9 |
| Overige baten | 210,8 | 159,7 |
De regel 'Overige' omvat voornamelijk de doorberekening van servicekosten met betrekking tot verhuuractiviteiten.
De opbouw van de schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, zoals per 31 december verantwoord in de resultatenrekening is als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 5.570,5 | 4.943,1 |
| Niet-levensverzekeringen | 2.314,4 | 2.518,9 |
| Algemene rekening en eliminaties | - 1,8 | 0,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 7.883,1 | 7.462,3 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.
| 2018 | 2.017 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 4.927,7 | 5.007,9 |
| Wijzigingen verplichtingen verzekering- en beleggingscontracten, bruto | 662,3 | - 48,4 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 5.590,0 | 4.959,5 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 19,5 | - 16,4 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 5.570,5 | 4.943,1 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 2.398,9 | 2.463,8 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | - 82,5 | 338,4 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 2.316,4 | 2.802,2 |
| Aandeel herverzekering in betaalde schaden | - 62,9 | - 91,0 |
| Aandeel herverzekering in wijziging in verplichtingen | 60,9 | - 192,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 2.314,4 | 2.518,9 |
De onderstaande tabel toont de financieringslasten naar product per 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Financieringslasten | ||
| Achtergestelde schulden | 69,0 | 68,4 |
| Leningen | 16,1 | 21,0 |
| Overige financieringen | 1,7 | 1,1 |
| Derivaten | 6,6 | 7,5 |
| Overige verplichtingen | 29,1 | 18,8 |
| Totaal financieringslasten | 122,5 | 116,8 |
De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen per 31 december kunnen als volgt worden gespecificeerd.
41
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in obligaties | 0,2 | |
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 90,6 | 14,1 |
| Vastgoedbeleggingen | 3,9 | 2,4 |
| Leningen | 18,9 | 0,6 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 1,0 | - 0,1 |
| Materiële vaste activa | 2,6 | 2,6 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 17,3 | 1,3 |
| Overlopende rente en overige activa | 0,3 | 0,7 |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 134,6 | 21,8 |
Het bedrag voor 'Beleggingen in aandelen en overige beleggingen' is gestegen door de volatiele aandelenmarkten in 2018.

De samenstelling van de commissielasten per 31 december is als volgt.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Commissielasten | ||
| Effecten | 1,0 | 0,4 |
| Tussenpersonen | 1.013,5 | 1.075,6 |
| Vermogensbeheer | 10,8 | 15,0 |
| Bewaarneming | 5,5 | 5,4 |
| Overige commissielasten | 16,7 | 14,3 |
| Totaal commissielasten | 1.047,5 | 1.110,7 |
De personeelskosten zijn per 31 december als volgt te specificeren.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Personeelslasten | ||
| Salarissen | 571,2 | 578,2 |
| Sociale zekerheidslasten | 126,0 | 129,5 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 42,3 | 41,5 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van beschikbare premies | 11,7 | 13,1 |
| Op aandelen gebaseerde beloning | 8,7 | 5,4 |
| Overige | 49,4 | 57,7 |
| Totaal personeelskosten | 809,3 | 825,4 |
Overige is inclusief de kosten van de vertrekregelingen, herstructureringskosten en niet-monetaire voordelen voor personeel zoals leaseauto's, onkosten en verzekeringspremies.
In noot 7 sectie 7.1 Personeelsvergoedingen is nadere informatie te vinden over de personele vergoedingen na dienstverband en andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder pensioenkosten uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen en toegezegde-bijdrageregelingen.

De overige lasten kunnen per 31 december als volgt worden gespecificeerd.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Afschrijving van materiële vaste activa | ||
| Gebouwen voor eigen gebruik | 39,3 | 36,9 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 5,3 | 5,3 |
| Vastgoedbeleggingen | 98,5 | 91,3 |
| Bedrijfsmiddelen | 32,2 | 33,6 |
| Afschrijving van immateriële vaste activa | ||
| Gekochte software | 6,9 | 9,5 |
| Zelf ontwikkelde software | 3,2 | 3,7 |
| Value of Business acquired (VOBA) | 16,2 | 17,3 |
| Overige immateriële vaste activa | 23,5 | 21,5 |
| Overige | ||
| Lasten op operationele lease en gerelateerde lasten | 18,8 | 22,2 |
| Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoedbeleggingen | 54,8 | 55,1 |
| Operationele en overige directe kosten verband houdend | ||
| met vastgoed voor eigen gebruik | 192,2 | 195,9 |
| Advieskosten | 139,8 | 137,7 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | - 329,3 | - 409,3 |
| Afschrijving overlopende acquisitiekosten | 331,4 | 394,5 |
| Marketing en public relations-kosten | 55,6 | 58,0 |
| Informatietechnologiekosten | 163,7 | 158,5 |
| Onderhouds- en reparatiekosten | 13,5 | 21,5 |
| Kostprijs van vastgoed aangehouden voor verkoop | 35,7 | 5,7 |
| Overige | 256,6 | 258,5 |
| Totaal overige lasten | 1.157,9 | 1.117,4 |
De regel 'operationele en overige directe kosten verbandhoudend met vastgoedbeleggingen' wordt deels gecompenseerd door inkomsten zoals verwerkt in noot 38 overige baten.
Onder de post 'overige' valt in 2018 en 2017 reis- en verblijfkosten, porto en telefonie, uitzendkrachten en opleidingskosten van personeel.
Onder de post 'Advieskosten' vallen de aan de accountants van Ageas betaalde vergoedingen.
Voor 2018 en 2017 zijn deze als volgt samengesteld:
| Statutaire accountants Ageas |
2018 Overige accountants Ageas |
Statutaire accountants Ageas |
2017 Overige accountants Ageas |
|
|---|---|---|---|---|
| Accountantskosten Controle-gerelateerde kosten |
3,7 0,1 |
1,7 | 4,8 0,2 |
1,9 |
| Belastingadvieskosten Overige niet-controlegerelateerde kosten |
0,4 | 0,1 | 0,3 0,1 |
0,2 |
| Totaal | 4,2 | 1,8 | 5,4 | 2,1 |
De details van de winstbelastingen per 31 december zijn hieronder weergegeven.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Belasting over het boekjaar | 266,9 | 257,0 |
| Aanpassing belastingen | ||
| voorgaande jaren | - 6,3 | - 7,1 |
| Totaal actuele belastinglast | 260,6 | 249,9 |
| Uitgestelde belastingen van het boekjaar | - 6,4 | 25,0 |
| Invloed belastingtariefwijzigingen op uitgestelde belastingen | - 2,3 | - 6,3 |
| Uitgestelde belastingen voortvloeiend uit de afboeking (of terugname) | ||
| van een afboeking van een uitgestelde belastingvordering | 1,2 | |
| Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingfaciliteiten en | ||
| tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verminderen | 0,9 | - 11,6 |
| Totaal uitgestelde belastinglasten | - 7,8 | 8,3 |
| Totaal belastingen | 252,8 | 258,2 |
Hieronder volgt een afstemming van de verwachte winstbelastingen op de feitelijke winstbelastingen. Vanwege de consolidatie van de financiele verslaggeving door de Belgische topholding ageas SA/NV, wordt als belastingpercentage voor de groep het geldend belastingpercentage voor vennootschapsbelasting in België gehanteerd. Afwijkingen tussen de verwachte winstbelastingen en de feitelijke winstbelastingen in de verschillende rechtsgebieden waar de Ageas Groep actief is en die het gevolg zijn van lokale belastingwetten en –regels, worden opgenomen tegen de van toepassing zijnde lokale belastingpercentages en kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 1.249,7 | 1.108,2 |
| Toepasselijk belastingpercentage voor de groep | 29.58% | 33.99% |
| Verwachte winstbelastingen | 369,7 | 376,7 |
| Stijging (daling) tegen lokale belastingen als gevolg van: | ||
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten (inclusief dividend en vermogenswinsten) | - 94,2 | - 93,0 |
| Aandeel in nettoresultaat van deelnemingen en joint ventures | - 61,6 | - 105,6 |
| Niet-aftrekbare posten | 13,5 | 25,9 |
| Voorheen niet opgenomen belastingverliezen en tijdelijke verschillen | - 0,9 | - 15,2 |
| Afboeking en terugname van afboeking van uitgestelde belastingvorderingen, | ||
| inclusief niet-verrekenbaar geachte belastingverliezen van het huidig jaar | 25,6 | 111,9 |
| Invloed van wijziging belastingtarief op tijdelijke verschillen | - 2,3 | - 6,9 |
| Invloed van afwijkende buitenlandse belastingtarieven | - 23,7 | - 56,4 |
| Aanpassingen voor actuele en uitgestelde belastingen van voorgaande jaren | - 4,2 | - 13,2 |
| Uitgestelde belastingen op investeringen in dochterondernemingen, | ||
| deelnemingen en Joint Ventures | 2,4 | 15,0 |
| Notionele interest aftrek | - 2,4 | |
| Lokale winstbelasting (staat/stad/regio/gemeente) | 1,1 | 0,7 |
| Overige | 27,4 | 20,7 |
| Werkelijke winstbelastingen | 252,8 | 258,2 |
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans

De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.
Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken. Op 23 mei 2016 verzochten de partijen bij de schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode kiezen voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft tevens een overeenkomst bereikt met mr. Arnauts en mr. Lenssens, twee advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de schikking te steunen.
Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 16 oktober 2017 besloot Ageas een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te doen.
Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Consumentenclaim, een tegenstander van de schikking in haar oorspronkelijke vorm van 2016, zegde haar steun toe aan het schikkingsvoorstel van 2017.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008).
Dit betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, met volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord. Verder betekent het dat in aanmerking komende aandeelhouders die niet tijdig hebben gekozen voor een opt-out (uiterlijk op 31 december 2018), ongeacht of ze al dan niet tijdig een claim indienen, deze vrijwaring van aansprakelijkheid van rechtswege erkennen en afstand doen van eventuele rechten in verband met de gebeurtenissen.
De indieningsperiode voor claims is op 27 juli 2018 ingegaan en zal op 28 juli 2019 aflopen.
De schikking is nu definitief, aangezien (i) het Gerechtshof de schikking op 13 juli 2018 bindend verklaarde en (ii) Ageas op 21 december 2018 afzag van haar beëindigingsrecht.
Voor de schikking is een voorziening van EUR 1,1 miljard opgenomen (zie noot 26 Voorzieningen).
De partijen bij de schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle procedures in Nederland, met betrekking tot de 2007-2008 gebeurtenissen, van rechtswege geschorst. Nu de schikking definitief is geworden, hebben de partijen die de schikking steunen bevestigd hun juridische procedures te zullen beëindigen. De partijen die op tijd bekendmaakten voor een opt-out te kiezen, kunnen hun juridische procedures in Nederland hervatten, of in voorkomend geval, in België hervatten of voortzetten.
Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014 besloot het Gerechtshof Amsterdam dat de verkoop van de Nederlandse Fortis-onderdelen in 2008 onaangetast blijft maar dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas diende in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van vermeende misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. SICAF beweert onder meer (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008. Deze procedure is nog gaande.
Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008. We verwachten dat deze procedures in de loop van 2019 zullen beëindigd zijn.
Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Deze procedure is nog gaande.
Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiele positie van Fortis. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 besloot de Rechtbank van Koophandel te Brussel de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 zal beëindigd zijn.
Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep. De partijen hebben schriftelijke stukken uitgewisseld en wachten nu een pleitdatum en het besluit van het Hof af; hiervoor is nog geen datum vastgesteld.
Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatie-verstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 zal beëindigd zijn.
Op 25 juni 2013 werd voor dezelfde rechtbank een gelijkaardige procedure gestart door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 zal beëindigd zijn.
Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 zal beëindigd zijn.
In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de schikking zijn opgericht.
Op 1 april 2014, heeft Royal Bank of Scotland (RBS) twee gerechtelijke acties tegen Ageas en andere partijen ingesteld: (i) een actie voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarin RBS een bedrag van EUR 75 miljoen claimt, gebaseerd op een veronderstelde gegeven garantie door Fortis in 2007 in de context van een aandelenovereenkomst tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbritrage procedure voor ICC in Parijs waarin RBS initieel een bedrag van EUR 135 miljoen claimde welke later was verlaagd naar EUR 75 miljoen. In 2017, stemde RBS in met terugtrekken van de gerechtelijke actie voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel. Per 29 januari 2018, besliste het ICC Tribunaal in het voordeel van Ageas en wees alle claims van RBS af.
De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Per 1 februari 2019 bevestigde het Brusselse Hof van Beroep het vonnis van de Rechtbank van Koophandel en wees alle vorderingen af. Een beroep bij het Hof van Cassatie is nog steeds mogelijk.
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Om procedurele redenen was er een Franstalige en een Nederlandstalige procedure. In elke procedure werd er op 24 september 2015 een besluit genomen door het Hof van beroep in Brussel. Ageas heeft op 24 augustus 2016 tegen de Franse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Ageas heeft op 14 juni 2017 tegen de Nederlandse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Het Hof van Cassatie deed op 9 november 2018 uitspraak in de Nederlandstalige procedure en op 13 december 2018 in de Franstalige procedure. In beide gevallen bevestigde het Hof van Cassatie het vonnis van het Hof van Beroep van 24 september 2015, hetgeen betekent dat de in 2015 door Ageas betaalde boete nu definitief is.
In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. In verband met deze feiten verzocht hij de Raadkamer een aantal personen naar de correctionele rechtbank te verwijzen. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. De procureur des Konings heeft nooit de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank geëist en verklaarde op 20 december 2018 ook niet langer verwijzing van individuele personen naar de correctionele rechtbank te eisen. De Raadkamer heeft hierover echter nog geen beslissing genomen.
Het overgrote deel van de hierboven genoemde procedures worden naar verwachting in de loop van 2019 beëindigd omdat de schikking wordt ondersteund door het grootste deel van de hierboven vermelde partijen. Enkele van genoemde burgerlijke zaken kunnen echter worden voorgezet door claimanten die tijdig voor een opt-out uit de schikking hebben gekozen.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat negatieve gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. De schikking heeft de omvang van de mogelijke gevolgen van de gebeurtenissen van 2007-2008 substantieel verminderd. Hoewel wij niet verwachten dat de genoemde gevolgen een significante impact zullen hebben op de financiële positie of de resultaten van ageas SA/NV, kunnen dergelijke gevolgen in dit stadium niet exact worden ingeschat.
In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden afgelost, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. Indien geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSMverplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.
Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unit-linked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles.
Ageas is lease-overeenkomsten aangegaan voor het verkrijgen van kantoorruimte, kantoorapparatuur, voertuigen en parkeerfaciliteiten. Hierna volgen gegevens over de toekomstige verplichtingen uit hoofde van niet-opzegbare operationele lease-overeenkomsten per 31 december.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 18,4 | 18,1 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 57,9 | 54,3 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 235,5 | 242,1 |
| Langer dan 5 jaar | 368,8 | 381,0 |
| Totaal | 680,6 | 695,5 |
| Jaarlijkse huurlasten: | ||
| Leasebetalingen | 4,6 | 11,9 |
Op 22 februari 2019 maakte Ageas bekend dat alle noodzakelijke toestemmingen van de toezichthouders waren verkregen en bevestigde de afronding van de overname van 40% van het aandelenkapitaal in de Indiase Niet-Levens-verzekeraar Royal Sundaram General Insurance Co. Limited (RSGI). De transactie heeft een netto cash-impact van EUR 185 miljoen. Door de aankoop daalt de Solvency II van de Groep met ongeveer 5%, op basis van de positie per eind 2018.
RSGI is een top 10-speler op de Indiase Niet-Leven-markt, behoort tot de privésector en heeft sterke posities in Auto- en Ziektekostenverzekeringen. De onderneming profiteert van de uitgebreide distributiecapaciteiten van een landelijk netwerk van ruim 5.600 vertegenwoordigers, 700 kantoren, en gevestigde relaties met banken en andere distributiepartners, zowel offline als online. Over de eerste negen maanden van het huidige boekjaar dat in India in maart afloopt, boekte RSGI een nettowinst van 12 miljoen EUR. Tussen 2015 en 2018 groeide de nettowinst van RSGI gemiddeld jaarlijks met 55%.
Dankzij de transactie heeft Ageas nu een belang van 40% in het aandelenkapitaal van RSGI, Sundaram Finance 50% en verschillende andere aandeelhouders de resterende 10%.
Er hebben na de balansdatum geen andere materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de geconsolideerde jaarrekening van Ageas per 31 december 2018.
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2018, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC) en het Verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en toezichtvereisten in België.
De Raad van Bestuur heeft op 26 maart 2018 de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas en het Verslag van de Raad van Bestuur beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur van Ageas verklaart tevens dat het Verslag van de Raad van Bestuur een juist beeld geeft van de ontwikkelingen en resultaten van de dochtermaatschappijen van de groep.
Het jaarverslag van Ageas bestaande uit de Geconsolideerde Jaarrekening en het Verslag van de Raad van Bestuur zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 15 mei 2019.
Brussel, 26 maart 2019
Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans Chief Operating Officer Antonio Cano Bestuurders Richard Jackson
Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lionel Perl Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Jan Zegering Hadders Sonali Chandmal
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap ageas SA/NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2018
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 16 mei 2018, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV uitgevoerd gedurende één boekjaar.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2018 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, de uitgebreide geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen, het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 101.686,3 miljoen en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van EUR 996,9 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2018, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de internationale controlestandaarden zoals door de IAASB van toepassing verklaard op de boekjaren afgesloten vanaf 31 december 2018 en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau toegepast. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Wij vestigen de aandacht op toelichting 46 bij de geconsolideerde jaarrekening, waarin beschreven wordt dat, hoewel het aangevuld en gewijzigd voorstel voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over de voormalige Fortis-groep voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 (de "Schikking") nu definitief werd, de Vennootschap nog betrokken is bij een aantal gerechtelijke procedures in België als gevolg van de voorbenoemde gebeurtenissen. Toelichting 46 bij de geconsolideerde jaarrekening geeft aan dat, aangezien de Schikking nu definitief is, de risico's verbonden aan deze gerechtelijke procedures zijn afgenomen. Onverminderd het feit dat management niet verwacht dat deze overblijvende risico's een significante invloed hebben op de financiële positie van de Vennootschap, kunnen deze gevolgen, in deze fase, niet precies worden ingeschat. Wij gaan akkoord met de visie van het management. Aldus blijft de conclusie van onderhavig verslag een oordeel zonder voorbehoud.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Toereikendheid van het bedrag van de technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten
Per jaareinde 31 december 2018 bedragen de technische voorzieningen, zoals in toelichting 20 bij de geconsolideerde jaarrekening gedetailleerd, EUR 80.783,3 miljoen en vertegenwoordigen ze meer dan 79% van het balanstotaal van de Groep. De technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten niet-leven worden hoofdzakelijk bepaald op basis van de beste inschatting van schadedossiers uitgevoerd door de beheerders van schadedossiers, rekening houdend met de beschikbare informatie op datum van de afsluiting van het boekjaar. De technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten leven worden berekend op basis van de actuariële technieken beschreven in de wet alsook overeenkomstig de technische parameters die uit de verzekeringscontracten voortvloeien. Zoals in toelichting 2.8.7 van de geconsolideerde jaarrekening is vermeld, wordt in het kader van de afsluiting van het boekjaar een test uitgevoerd om de toereikendheid van de verzekeringsverplichtingen (leven en niet-leven) ten aanzien van de geschatte toekomstige kasstromen na te gaan. In voorkomend geval worden de technische voorzieningen verhoogd met het bedrag van de eventuele tekorten die uit de toereikendheidstest zouden voortvloeien.
De toereikendheidstest van de technische voorzieningen is gebaseerd op actuariële technieken. De test is relatief complex aangezien hij steunt op een aantal veronderstellingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen die een belangrijke mate van beoordeling vereisen.
Deze laatste kunnen worden beïnvloed door toekomstige economische omstandigheden en het ondernemingsbeleid alsook door specifieke wet- en regelgeving binnen de verzekeringssector. De veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, hangen voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hoofdzakelijk af van de betaalde bedragen voor schadegevallen, van het aantal opgelopen doch nog niet aangegeven schadegevallen en van de schaderegelingskosten. Voor de verzekeringsactiviteiten leven hangen de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, voornamelijk af van de risico's die verbonden zijn aan sterfte, aan levensverwachting, aan de gevolgen van de vermindering van financiële rendementen (en met name de interestvoeten) alsook aan de algemene kosten. Bovendien heeft de Groep ervoor geopteerd de techniek van schaduwboekhouding ('shadow accounting', een in IFRS omschreven optie) toe te passen en bijgevolg over te gaan tot de eventuele opname van een bijkomende voorziening die door de toepassing van deze boekhoudkundige optie tot stand komt ("de schaduwvoorziening"). Voor de verzekerings- en beleggingscontracten leven die aan IFRS 4 onderworpen zijn en die niet uit afgescheiden
fondsen bestaan, wordt deze schaduwvoorziening bepaald als het negatieve verschil tussen het resultaat van de toereikendheidstest (cf. voorgaande paragraaf) en de netto niet-gerealiseerde meerwaarden van de beleggingen die aan deze contracten zijn toegewezen.
Deze verschillende elementen in combinatie met de eventuele onzekerheid die inherent is aan de technieken van modellering en aan het discretionaire karakter van de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest gehanteerd werden, zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
We hebben tests uitgevoerd met betrekking tot de operationele doeltreffendheid van de controles die de Groep heeft opgezet om zich te vergewissen van de kwaliteit van de gegevens die in de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt worden.
Met de hulp van onze interne experten in actuariële wetenschappen hebben we eveneens de gepastheid van de gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden beoordeeld alsook de geschiktheid ervan gelet op de in de loop van het boekjaar opgenomen technische resultaten.
Voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hebben we, op onafhankelijke wijze, de schadereserves herberekend op basis van erkende actuariële technieken. Vervolgens hebben we onze resultaten vergeleken met de resultaten van de Groep en hebben we de nodige onderliggende documentatie bekomen die de waargenomen significante verschillen verantwoordt.
We hebben ons er bovendien van vergewist dat de (inkomende en uitgaande) kasstromen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt zijn, consistent zijn ten opzichte van de stromen die in de berekening van de beste inschatting van technische voorzieningen onder het referentiekader 'Solvabiliteit II' gehanteerd zijn.
Voor een steekproef van contracten hebben we de juistheid getest van de kerngegevens die in de verschillende technische systemen opgenomen zijn en die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt zijn.
Ten slotte hebben we onze bevindingen gedeeld en bevestigd met de leden van het Auditcomité en van het Directiecomité alsook met de actuariële functie van de Groep.
Op basis van onze controlewerkzaamheden menen we dat de in de toereikendheidstest gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden en gelet op de technische resultaten van het afgelopen boekjaar redelijk zijn.
Waardering van de financiële instrumenten die niet onderworpen zijn aan een notering op een gereglementeerde markt
De Groep bezit financiële instrumenten die niet onderworpen zijn aan een notering op een gereglementeerde markt. Het gaat voornamelijk om obligaties van ondernemingen en aandelen in niet-beursgenoteerde vennootschappen, waarvan de details te vinden zijn in toelichting 11.2 bij de geconsolideerde jaarrekening. De technieken en modellen die worden gebruikt om deze financiële activa te waarderen, maken gebruik van diverse veronderstellingen die, voor veel van hen, gepaard gaan met een bepaalde mate van beoordeling. Hoeveel elementen de reële waarde van het financieel instrument kunnen beïnvloeden hangt overigens af van zowel het type instrument als van het instrument zelf. Bijgevolg zou het gebruik van diverse waarderingstechnieken en -veronderstellingen in sterk uiteenlopende schattingen van reële waarde kunnen resulteren.
De onzekerheid die aan deze evaluatietechnieken en -modellen per type instrument verbonden is, is de voornaamste reden om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
Wij hebben inzicht verkregen in de interne controleomgeving met betrekking tot de waardering van financiële instrumenten, daarin begrepen de uitgevoerde controles op de prijzen en het validatieproces van de modellen.
We hebben steekproefsgewijs financiële instrumenten uitgekozen en, met behulp van onze experten inzake waardering van financiële instrumenten, een nazicht uitgevoerd van de gehanteerde inschattingen en voornaamste gehanteerde veronderstellingen voor het bepalen van de reële waarde, rekening houdend met de marktgegevens. We hebben eveneens, wanneer zulks gepast werd geacht, de basisgegevens die voor de bepaling van de reële waarde gebruikt zijn getest. Onze experten hebben voor de steekproef van de geselecteerde financiële instrumenten de reële waarde op onafhankelijke wijze herberekend. Ten slotte hebben we de naleving van de toepassing van de door de Groep gehanteerde waarderingsregels beoordeeld.
We beschouwen de voornaamste veronderstellingen die bij het bepalen van de marktwaarde gehanteerd zijn als aanvaardbaar. Uit onze onafhankelijke testen is geen uitzondering gebleken wat betreft het bepalen van de marktwaarde van de beleggingen waarvoor geen genoteerde prijs op een actieve markt bestaat.
Wegens het significante volume van de geregistreerde transacties hangt de betrouwbaarheid van de boekhoudkundige en financiële informatie in eerste instantie af van de kwaliteit van de IT-systemen alsook van de daaraan verbonden interfaces en controles.
De geautomatiseerde boekhoudkundige verwerking, de controleomgeving betreffende de IT-systemen en in het bijzonder het IT-beheer alsook de algemene controles van deze systemen moeten op effectieve wijze zijn ontworpen en werken om de betrouwbaarheid van de financiële informatie te garanderen. Het belangrijke aantal geautomatiseerde controles van verscheidene technische systemen en het belang van de interfaces tussen de verschillende IT-systemen onderling en met het boekhoudkundig systeem zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
Met de hulp van onze specialisten inzake IT-audit hebben we inzicht verkregen in de algemene controleomgeving van de Vennootschap met betrekking tot het beheer van de IT-systemen.
In het kader van onze controlewerkzaamheden hebben we tevens de algemene controles die aan de IT-systemen ("ITGC") verbonden zijn beoordeeld, zoals de controles inzake de toegang tot programma's en gegevens en inzake de werking en verdere ontwikkeling van evenals aanpassingen aan deze systemen. Daarnaast omvatten onze controleprocedures de evaluatie van het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de geautomatiseerde controles binnen de kernprocedures die tot de samenstelling van de door de Groep verstrekte financiële informatie leiden. De bestaande controles en de bijkomende substantieve procedures die in het kader van onze controle als noodzakelijk beschouwd zijn, hebben ons ons in staat gesteld om ons te vergewissen van de betrouwbaarheid van de door de IT-systemen geproduceerde boekhoudkundige en financiële informatie.
Ten slotte hebben we ons vergewist van de integriteit van de gegevens die via de verschillende IT-systemen doorgegeven worden naar de systemen die voor het samenstellen van de financiële informatie gebruikt worden.
Per 31 december 2018 bedraagt de boekwaarde van de door de Groep beheerde vastgoedbeleggingen EUR 2.727,3 miljoen. Zoals in toelichting 2.8.2 van de geconsolideerde jaarrekening is vermeld, wordt het vastgoed gewaardeerd op basis van het geamortiseerde-kostprijsmodel overeenkomstig IAS 40, 'Vastgoedbeleggingen'.
In het kader van de afsluiting van de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2018 en teneinde te beoordelen of het boeken van een waardevermindering op deze vastgoedbeleggingen noodzakelijk is, bepaalt de Groep hun reële waarde door een beroep te doen op onafhankelijke experten. Deze experten maken gebruik van waarderingsmodellen die op niet-waarneembare marktgegevens en/of op de discontering van de verwachte kasstromen gebaseerd zijn. Bij het afsluiten van het boekjaar worden de reële waarden onderworpen aan een gedetailleerd nazicht door de Groep teneinde alle gebeurtenissen die zich na de datum van de waarderingen zouden voordoen en die een significante invloed op de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zouden kunnen hebben, vast te stellen.
De waardering van de vastgoedbeleggingen wordt beschouwd als een kernpunt van de controle omdat het bedrag ten opzichte van het totaal van de beleggingen van de Groep significant is alsook wegens de complexiteit en het inherent subjectieve karakter van elke waardebepaling.
We hebben de betrouwbaarheid van de externe waardering beoordeeld en het redelijke karakter van de gehanteerde parameters als volgt bepaald:
Ten slotte hebben we ons vergewist van het redelijke karakter van de informatie die in de toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening verstrekt is.
We beschouwen de voornaamste veronderstellingen die bij het bepalen van de reële waarde van het vastgoed gehanteerd zijn als redelijk. Onze onafhankelijke testen hebben geen uitzonderingen aangetoond wat betreft de bepaling van de reële waarde van deze vastgoedbeleggingen.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017 werd door een andere commissaris gecontroleerd, die op 30 maart 2018 een oordeel zonder voorbehoud met benadrukking van een bepaalde aangelegenheid paragrafen over deze geconsolideerde jaarrekening afgeleverd heeft.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te ontbinden of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten; en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien in 2018) bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag van de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit jaarverslag opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De op grond van artikel 119, §2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de « Sustainable Development Goals » van de Verenigde Naties. Overeenkomstig artikel 148, §1, 5° van het Wetboek van vennootschappen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het vermelde referentiemodel.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Sint-Stevens-Woluwe, 26 maart 2019
De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren cvba Vertegenwoordigd door
Yves Vandenplas Bedrijfsrevisor
Verkorte jaarrekening ageas SA/NV 2018
Het merendeel van de 'algemene informatie' wordt verantwoord in het verslag van de Raad van Bestuur van Ageas. In deze algemene informatie treft u alleen informatie aan over ageas SA/NV, die niet elders is verstrekt.
In juni 2018 verleende de NBB ageas SA/NV een vergunning voor de onderschrijving van herverzekeringsactiviteiten.
Ageas SA/NV is een naamloze vennootschap. De onderneming is statutair gevestigd in de Markiesstraat 1 te 1000 Brussel. Zij kan bij beslissing van de Raad van Bestuur naar eender waar in Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden overgebracht. De vennootschap is ingeschreven in het rechtspersonenregister van Brussel onder nr. 0451.406.524.
De vennootschap is opgericht op 6 november 1993 onder de naam 'Fortis Capital Holding'.
De statuten van de vennootschap kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, op de zetel van de vennootschap en op de website van Ageas.
De beslissingen betreffende de benoeming en afzetting van de leden van de organen van de vennootschap worden onder meer gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten over de vennootschap evenals de oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. De jaarrekeningen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op de zetel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Zij worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en naar de personen die er om gevraagd hebben.
De bedragen in deze jaarrekening zijn in miljoenen euro's, tenzij anders is vermeld.
De jaarrekening is nog niet gepubliceerd. PwC zal een oordeel zonder voorbehoud afgeven, met een toelichtende paragraaf omtrent de jaarrekening van ageas SA/NV.
In juni 2018 heeft de NBB herverzekeringslicenties, voor zowel Niet-Leven als Leven aan de vennootschap toegekend. De herverzekeringsactiviteiten zijn vanaf 1 juli 2018 gestart met een 'Quota-share' overeenkomst met de Niet-Leven entiteiten in Portugal. Uitbreiding van de operaties staat gepland voor begin 2019.
| 2018 | |
|---|---|
| ACTIVA | |
| Immateriële vaste activa | 1 |
| Beleggingen | 7.140 |
| Debiteuren | 82 |
| Overige activa | 551 |
| Vooruitbetalingen en overlopende baten | 14 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 7.788 |
| PASSIVA | |
| Eigen vermogen | 6.160 |
| Technische voorzieningen | 3 |
| Overige voorzieningen | 1.171 |
| Crediteuren | 446 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 8 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 7.788 |
| 2018 | |
|---|---|
| Saldo technische rekening - niet-levensverzekeringen | 1 |
| Saldo technische rekening - levensverzekeringen | |
| Beleggingsbaten | 831 |
| Beleggingskosten | - 17 |
| Overige baten | 93 |
| Overige kosten | - 82 |
| Winst of verlies op normale bedrijfsactiviteiten voor belastingen | 826 |
| Belasting op winst of verlies | - 1 |
| Voor het boekjaar uit te keren winst of verlies | 825 |
| 2018 | |
| Resultaatverwerking | |
| Te bestemmen winstsaldo | 1.029 |
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 825 |
| Overgedragen winst van het vorige boekjaar | 205 |
| Onttrekking aan het eigen vermogen | |
| Aan het kapitaal en de uitgiftepremies | |
| Aan reserves | |
| Toevoeging aan het eigen vermogen | 41 |
| Aan wettelijke reserve | 41 |
| Over te dragen resultaat | 573 |
| Uit te keren winst | 416 |
| Dividenden | 416 |
ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2018 op basis van de Belgische boekhoudregels een nettowinst van EUR 825 miljoen (2017: EUR 289 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 6.160 miljoen (2017: EUR 5.993 miljoen). EUR 1 miljoen kan worden gealloceerd aan de niet-leven-herverzekeringsactiviteiten van de onderneming.
De balans en winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden verklaard.
1.2.2.1 Immateriële vaste activa (2018: EUR 1 miljoen; 2017: EUR 1 miljoen)
(2018: EUR 7,140 miljoen; 2017: EUR 6.791 miljoen)
Beleggingen omvatten de volgende zakten:
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Beleggingen | 7.140 | 6.791 |
| Deelnemingen | 6.440 | 6.441 |
| Ageas Insurance International | 6.436 | 6.436 |
| Royal Park Investments | 4 | 5 |
| Lening aan AG Insurance) | 350 | 350 |
| Staatsobligaties en termijn deposito's | 350 |
(2018: EUR 82 miljoen; 2017: EUR 248 miljoen)
Vorderingen omvatten EUR 3 miljoen gerelateerd aan de herverzekeringsactiviteiten van de onderneming.
(2018: EUR 551 miljoen; 2017: EUR 476 miljoen)
In het kader van inkoopprogramma's eigen aandelen kocht ageas SA/NV 4.791.752 eigen aandelen in voor een bedrag van EUR 207 miljoen. In 2018 werden 6.377.750 eigen aandelen ingetrokken.
143,880 van de eigen aandelen met een waarde van EUR 6 miljoen werden gebruikt om de 'restricted shares' programma's voor sommige personeelsleden en bestuurders van de vennootschap af te dekken.
(2018: EUR 14 miljoen; 2017: EUR 13 miljoen) Dit betreft voornamelijk nog te ontvangen rente op de EUR 350 miljoen lening aan AG Insurance en uitgestelde bedrijfskosten.
(2018: EUR 6.160 miljoen; 2017: EUR 5.993 miljoen)
(2018: EUR 1.502 miljoen; 2017: EUR 1.550 miljoen) De afname van het kapitaal is het gevolg van de vernietiging van eigen aandelen.
(2018: EUR 2.051 miljoen; 2017: EUR 2.247 miljoen) De afname van de uitgiftepremies is het gevolg van de vernietiging van eigen aandelen.
(2018: EUR 55 miljoen; 2017: EUR 14 miljoen) Van de voor winstbestemming beschikbare winst wordt jaarlijks 5% toegevoegd aan de wettelijke reserve.
(2018: EUR 201 miljoen; 2017: EUR 243 miljoen) Onbeschikbare reserves hebben betrekking op eigen aandelen, die gehouden worden door ageas SA/NV.
De toename van de beschikbare reserves heeft betrekking op de verschuiving naar de onbeschikbare reserves in verband met de inkoop van eigen aandelen (minus EUR 207 miljoen), een verschuiving van EUR 6 miljoen van onbeschikbare reserves met betrekking tot de afhandeling van een regeling voor aandelen en de intrekking van eigen aandelen voor EUR 243 miljoen.
(2018: EUR 573 miljoen; 2017: EUR 205 miljoen)
Het boekjaar 2018 sloot af met een winst van EUR 825 miljoen. Dit betekent dat met inachtneming van de toevoeging aan de wettelijke reserves (EUR 41 miljoen) en de voorgestelde dividenduitkering (EUR 419 miljoen, waarvan vorig jaar al 3 miljoen was overgedragen uit de beschikbare reserves), de over te dragen winst EUR 573 miljoen beloopt.
(2018: EUR 1.171 miljoen; 2017: EUR 1.558 miljoen)
De daling in de voorzieningen vloeit voort uit de lagere waarde van RPN(I) (EUR 89 miljoen) en een verlaging van de voorziening voor de schikking als gevolg van de betalingen aan in aanmerking komende aandeelhouders in 2018 (minus EUR 297 miljoen). Zie noot 26 'Voorzieningen' van de Geconsolideerde jaarrekening voor nadere details.
(2018: EUR 446 miljoen; 2017: EUR 437 miljoen)
De toename van de schulden wordt met name verklaard door het aan aandeelhouders uit te betalen dividend over het boekjaar (2018: EUR 415 miljoen; 2017: EUR 410 miljoen). Daarnaast is onder Crediteuren inbegrepen nog niet uitbetaalt dividend met betrekking tot voorgaande jaren (2018: EUR 3 miljoen; 2017: EUR 11 miljoen).
(2018: EUR 8 miljoen; 2017: EUR 17 miljoen)
De overlopende rekeningen hebben met name betrekking op voorzieningen voor de 'restricted share' programma's voor bepaalde personeelsleden en bestuurders van de onderneming en op een aantal voorzieningen voor de kosten van de Nederlandse stichtingen die zich bezighouden met de schikking ten aanzien van de aan de voormalige Fortis-groep gerelateerde rechtszaken.
(2018: EUR 1 miljoen; 2017: nihil)
Resultaat op de herverzekeringsactiviteiten (niet-leven) van de onderneming
(2018: EUR 831 miljoen; 2017: EUR 635 miljoen)
Onder beleggingsbaten vallen dividenden die ontvangen zijn van dochterondernemingen en deelnemingen (2018: EUR 813 miljoen; 2017: EUR 618 miljoen).
(2018: EUR 17 miljoen; 2017: EUR 16 miljoen)
(2018: EUR 93 miljoen; 2017: EUR 10 miljoen) De stijging van de overige baten heeft betrekking op het verwachte lagere bedrag voor de afwikkeling van RPN(I) (EUR 89 miljoen).
(2018: EUR 82 miljoen; 2017: EUR 340 miljoen)
De samenstelling van kosten is als volgt:
Vanwege een belangenconflict en zoals voorzien in artikel 523 van de Vennootschapswetgeving, zijn de notulen van de vergaderingen van de Raad van bestuur van 13 november 2018 opgenomen in het Verslag van de Raad van Bestuur behorende bij de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV.
Zie noot Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst.
De vennootschap heeft geen werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling uitgevoerd.
Als gevolg van de fusie tussen ageas SA/NV en ageas N.V. in 2012, is in Nederland een bijkantoor geopend (Nederlandse vaste inrichting). Dit bijkantoor werd in 2018 gesloten.
Naar onze mening zijn er geen objectieve redenen waarom waarderingsregels op basis van het going concern-beginsel niet zouden kunnen worden toegepast. De verwachting is dat de nog overgedragen verliezen op de balans de komende jaren zullen worden weggewerkt.
Er hebben geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden sinds de balansdatum van de vennootschap waardoor de jaarrekening van ageas SA/NV per 31 december 2018 zou moeten worden aangepast.
1.3.6 Overige informatie die volgens het Belgisch Wetboek van Vennootschappen in dit verslag moeten worden opgenomen
Zoals voorgeschreven in de wet en de statuten van de vennootschap, verzoeken wij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om de Raad van Bestuur en de externe accountant te willen ontlasten van hun mandaat.
In 2018 heeft geen kapitaalverhoging, noch een uitgifte van warrants plaatsgevonden.
De externe accountant heeft in 2018 een aanvullende opdracht uitgevoerd in verband met belastingadvies.
Zie noot 5 Risicomanagement van de Geconsolideerde Jaarrekening.
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4 Corporate Governance Statement in het Jaarverslag.
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4.7 Verslag van het Remuneration Committee in het Jaarverslag.

Bepaalde mededelingen die zijn opgenomen in dit Jaarverslag, waaronder de mededelingen die worden gedaan in de hiervan deel uitmakende hoofdstukken Bericht aan de aandeelhouders, Overzicht activiteiten, Verslag van het Executive Committee en noot 5 Risicomanagement, betreffen toekomstverwachtingen en andere uitspraken over de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige visie, ramingen en aannames van het management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze mededelingen worden gedaan onder voorbehoud van bepaalde risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen wezenlijk afwijken van die welke expliciet of impliciet in deze mededelingen zijn weergegeven, waaronder het niveau van de voorzieningen met betrekking tot de krediet- en beleggingsportefeuilles.
Andere, meer algemene factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zijn onder meer:
De statuten van de vennootschappen ageas SA/NV kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Brussel (ageas SA/NV) en op het hoofdkantoor van de vennootschap.
Het Jaarverslag wordt gedeponeerd bij de Nationale Bank van België (ageas SA/NV). De beslissingen inzake (her)benoeming en vertrek van bestuurders worden onder andere gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (ageas SA/NV).
De financiële berichten over de vennootschappen alsmede de oproepingen tot de algemene vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. Het Jaarverslag van de vennootschappen, evenals een lijst met alle deelnemingen van Ageas, zijn verkrijgbaar op het hoofdkantoor en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Deze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en op verzoek naar de personen die daarom vragen.
Het aandeel Ageas is genoteerd aan de NYSE Euronext Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten.
De aandelen kunnen op naam of gedematerialiseerd worden gehouden.
De vennootschap biedt de aandeelhouders de mogelijkheid om hun gedematerialiseerde aandelen kosteloos te laten registreren. Ageas heeft een snelle omzettingsprocedure ontwikkeld zodat de aandelen op korte tijd als gedematerialiseerde aandelen geleverd kunnen worden.
ageas SA/NV, Corporate Administration Markiesstraat 1, 1000 Brussel, België E-mail: [email protected]
De vennootschap stuurt haar berichten, zoals het jaarverslag, kosteloos aan de houders van geregistreerde gedematerialiseerde aandelen. De vennootschap nodigt elke houder van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden persoonlijk uit om deel te nemen aan de Algemene Vergaderingen en bezorgt hen de agenda, de voorstellen voor besluiten en de volmachten voor hun vertegenwoordiging en voor hun deelname aan de stemming. Op de datum waarop het dividend wordt uitgekeerd, crediteert de vennootschap automatisch de bankrekeningen die haar werden opgegeven door de houders van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden, met het bedrag van de hen toekomende dividenden.
Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.
Een honderste procentpunt (0,01%).
Een levensverzekeringscontract dat het financiële risico, maar geen significant verzekeringsrisico overdraagt.
Het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. In dergelijke gevallen zal de boekwaarde via de resultatenrekening teruggebracht worden tot de reële waarde.
Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.
Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.
De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de opgelopen rente.
De administratieve vereffening van effecten, futures en opties via een verrekeningsagentschap en de eraan verbonden financiële instellingen (clearing members).
Een waarderingsmethode waarbij de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren dat de verwachte kasstroom niet wordt gerealiseerd.
Onder Solvency II maken in principe alle met een verzekeringscontract verband houdende verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen die verband houden met unilaterale rechten van de verzekeringsonderneming om de reikwijdte van de overeenkomst en de met betaalde premies verband houdende verplichtingen te vernieuwen of te verlengen, deel uit van de overeenkomst. De verplichtingen die verband houden met de verzekeringsdekking die door de verzekeringsonderneming wordt geboden na de toekomstige datum waarop de verzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om (a) de overeenkomst te beëindigen, (b) uit hoofde van de overeenkomst te betalen premies af te wijzen of (c) de uit hoofde van de overeenkomst te bepalen premies of uitkeringen zodanig te wijzigen dat de premies de risico's volledig weerspiegelen die niet tot de overeenkomst behoren, tenzij de verzekeringsonderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de toekomstige premies van dat deel te betalen.
Het renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel 'credits' genoemd).
Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank (maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf), waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank, die daarvoor een vergoeding in rekening brengt.
Een financieel instrument zoals een swap, futures- of termijncontract of optie (geschreven of gekocht). Dat financiële instrument heeft een waarde die verandert naar gelang de veranderingen in de onderliggende waarde. Het instrument vergt weinig tot geen aanvangsinvestering en wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Een contractueel recht om, in aanvulling op gegarandeerde voordelen, aanvullende voordelen te ontvangen:
Ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('beleidsbepalende invloed').
Obligaties of andere schuldeffecten, gedekt door schuldinstrumenten (anders dan hypotheken) of schuldvorderingen.
Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Tegenover een dergelijke lening staat veelal een onderpand. Dit type transactie geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om extra rendement te behalen.
Het geheel van niet-verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen.
Een onderneming waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap.
Gestructureerde kredietinstrumenten zijn waardepapieren, die gecreeerd worden door het herverpakken van kasstromen uit financiële contracten en bevatten obligaties gedekt door overige activa (ABS), obligaties gedekt door hypotheken (MBS) en schuldpapieren met onderpand (CDO's).
Dit vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogeninstrumenten plus eventuele direct aan de bedrijfscombinatie toe te schrijven kosten, en anderzijds het belang van Ageas in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.
Verantwoording van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.
De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.
Een identificeerbaar, niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.
Een afgeleid instrument dat in een ander contract, het basiscontract, ligt besloten. Het basiscontract kan een schuld- of aandeleninstrument zijn, een lease, een verzekeringscontract of een verkoop- of aankoopcontract.
Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
| AUD | Australië, dollars |
|---|---|
| CAD | Canada, dollars |
| CHF | Zwitserland, francs |
| CNY | China, yuan/renminbi |
| DKK | Denemarken, kroner |
| GBP | Verenigd Koninkrijk, ponden |
| HKD | Hongkong, dollar |
| HUF | Hongarije, Forint |
| INR | India, Rupees |
| MAD | Marokko, Dirham |
| MYR | Maleisië, ringgit |
| PHP | Filipijnse peso |
| PLN | Polen, Zloty |
| RON | Roemenie, Leu |
| SEK | Zweden, kronor |
| THB | Thailand, baht |
| TRY | Turkije, nieuwe lira |
| TWD | Taiwan, nieuwe dollars |
| USD | Verenigde Staten, dollars |
| ZAR | Zuid-Afrika, rand |
Het verschil tussen alle contractuele kasstromen die aan een entiteit verschuldigd zijn overeenkomstig het contract en alle kasstromen die de entiteit verwacht te ontvangen (d.w.z. alle mankerende bedragen), gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet.
Een metriek die het mogelijk maakt om te beoordelen of de binnenkomende kasstromen van Ageas de liquiditeitspositie garanderen om efficient te kunnen opereren, de reputatie van Ageas in de markt te behouden en het toelaat om onder normale marktcondities de uitgaande kasstromen af te dekken.
De waarde die door de beurs aan de vennootschap wordt toegekend. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.
Non-controlling interest (minderheidsbelang).
Een afdekking van het financiële risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.
De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.
Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
Het bedrijfsresultaat gedeeld door de nettopremies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).
De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen omvatten voornamelijk commissies, uitgaven met betrekking tot tussenpersonen en uitgifte van nieuwe polissen. Deze variëren naar gelang en houden hoofdzakelijk verband met de productie van nieuwe verzekeringen en worden uitgesteld en afgeschreven.
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.
De waarde waarvoor activa (passiva) kan worden gekocht (opgelopen) of verkocht (afgehandeld), tussen kennishebbende en welwillende partijen in een marktconforme transactie.
Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief of een verplichting (dan wel een deel daarvan), of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reele waarde is verbonden aan een specifiek risico en is van invloed op de gerapporteerde netto winst.
Onder IFRS 4 kunnen niet gerealiseerde resultaten op activa die gelden als dekking voor de verzekeringsverplichtingen in de waardering van verzekeringsverplichtingen worden opgenomen op eenzelfde wijze als gerealiseerde resultaten. De hieraan gerelateerde aanpassing van de verzekeringsverplichtingen (of overlopende acquisitiekosten of immateriële activa) worden uitsluitend verantwoord in het eigen vermogen indien de niet-gerealiseerde meerwaarden rechtstreeks is het eigen vermogen worden verantwoord.
Een financieel actief voldoet aan de SPPI-test indien de contractuele voorwaarden van het financieel actief op specifieke data uitsluitend aanleiding zijn voor betaling van aflossingen op de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.
Een metriek die het mogelijk maakt om te beoordelen of de binnenkomende kasstromen van Ageas de liquiditeitspositie garanderen om efficient te kunnen opereren, de reputatie van Ageas in de markt te behouden en verliezen op verplichtingen te voorkomen onder 'gestresste' liquiditeitscondities.
De datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als 'value of business acquired' of 'VOBA') uit verworven verzekeringscontracten. De VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of bruto winst van de polissen.
Afkorting van Value at Risk. Een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.
Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde.
Contracten die aan de ene partij (Ageas, dochtermaatschappijen of deelnemingen) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere Partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.
| AFS | Voor verkoop beschikbaar |
|---|---|
| ALM | Asset and liability management |
| CASHES | Convertible and Subordinated Hybrid Equity-linked Securities |
| CDS | Credit default swap |
| CEU | Continentaal Europa |
| CGU | Cash generating unit (kasstroomgenererende eenheid) |
| DPF | Discretionary participation features (discretionaire winstdelingscomponent) |
| ECL | Verwachte kredietverliezen |
| EPS | Earnings per share (winst per aandeel) |
| Euribor | Euro inter bank offered rate |
| EV | Embedded value |
| FRESH | Floating rate equity linked subordinated hybrid bond |
| HTM | Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) |
| HFT | Held for trading (aangehouden voor handelsdoeleinden) |
| IBNR | Incurred but not reported |
| IFRIC | International Financial Reporting Interpretations Committee |
| IFRS | International Financial Reporting Standards |
| LAT | Liability adequacy test |
| MCS | Mandatory Convertible Securities |
| OTC | Over the counter |
| SPPI | Solely Payments of Principal and Interest (uitsluitend betaling hoofdsom en rente) |
| SPE | Special purpose entity |
| VK | Verenigd Koninkrijk |
Het gewogen gemiddelde van de kredietverliezen met het respectievelijke wanbetalingsrisico als weging.
Voorzieningen zijn verplichtingen die onzekerheden met zich meebrengen in hoogte of tijdstip van betaling. Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande (wettelijke of constructieve) verplichting is tot overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is.

Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Tel: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet: www.ageas.com E-mail: [email protected]
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.