Earnings Release • Sep 1, 2025
Earnings Release
Open in ViewerOpens in native device viewer

Together towards a sustainable future.

Gereguleerde informatie Deze mededeling bevat marktgevoelige informatie zoals bepaald in artikel 7 van de EU-marktmisbruikregulering nr. 596/2014.
Deinze (België), 1 september 2025 – 07:30 a.m. CEST – Vandaag publiceert Ekopak (EKOP:xbru) de resultaten voor de periode van 6 maanden eindigend op 30 juni 2025.
Een groeiende orderportefeuille en pijplijn aangevuld met operationele maatregelen onderbouwen het vertrouwen in groei over het hele jaar
Ekopak (de "Onderneming") realiseerde in de eerste helft van 2025 een geconsolideerde omzet van 21,7 miljoen euro, wat een groei van 44% betekent ten opzichte van de tweede helft van 2024. Vergeleken met de eerste helft van 2024 ligt de omzet echter lager (32,6 miljoen euro), een periode die positief werd beïnvloed door uitgesproken cyclische factoren wat een directe vergelijking bemoeilijkt.
Voor het volledige jaar 2025 blijft de Onderneming vertrouwen houden in een omzetgroei ten opzichte van 2024, ondersteund door voortdurende investeringen in business development. Deze inspanningen hebben geleid tot een aanzienlijke toename van de orderportefeuille (+60% t.o.v. 1H 2024) en een sterke pijplijn van éénmalige en WaaS-projecten. Deze ontwikkelingen bevestigen niet alleen de groeivooruitzichten van de Onderneming, maar ondersteunen ook de duurzaamheidsinitiatieven van de klanten op het gebied van waterbeheer.
Om de groei te versnellen en de werking te optimaliseren heeft Ekopak het leiderschapsteam verder versterkt en de organisatie gestroomlijnd. Tegelijkertijd zijn initiatieven genomen om de kosten te rationaliseren en de efficiëntie en prestaties op lange termijn te verbeteren.
In mei 2025 werd met succes 15 miljoen euro aan nieuw kapitaal aangetrokken, wat getuigt van sterke steun van de aandeelhouders en hun engagement voor de langetermijn groeiambities van Ekopak.

| In duizenden EUR |
1H 2025 | 1H 2024 | 1H 2025 / 1H 2024 |
|---|---|---|---|
| Omzet | |||
| Project Business | 15.498 | 26.941 | -42% |
| Recurrente Business | 6.189 | 5.640 | 10% |
| Totaal | 21.687 | 32.581 | -33% |
| Aangepaste EBITDA | |||
| Project Business | -2.682 | 2.192 | -222% |
| Recurrente Business | -1.099 | -184 | 497% |
| Totaal | -3.781 | 2.008 | |
| Als % van de omzet | -17% | 6% |
De Onderneming rapporteert een geconsolideerde omzet van 21,69 miljoen euro voor de eerste helft van 2025, wat neerkomt op een daling van 33% ten opzichte van de eerste helft van 2024. Ten opzichte van de tweede helft van 2024 liet de geconsolideerde omzet een groei van 44% zien.
Terwijl de terugkerende inkomsten stegen tot 6,2 miljoen euro (tegenover 5,6 miljoen euro in de eerste helft van 2024), daalden de projectgebonden inkomsten tot 15,5 miljoen euro (tegenover 26,9 miljoen euro in de eerste helft van 2024).
De daling ten opzichte van de eerste jaarhelft van 2024 is het gevolg van een combinatie van een cyclisch vergelijkingseffect - door een uitzonderlijke concentratie van omzet in mei-juni 2024 - en van vertragingen in bepaalde projectorders als gevolg van geopolitieke en handelsgerelateerde onzekerheden. Op 28 juli bereikten de VS en de EU een akkoord over invoerrechten, waarmee de handelsspanningen werden verminderd en de marktonzekerheid afnam. Dit versterkt de positie van de onderneming voor een hernieuwde solide groei in de komende periode.
Als direct gevolg van de omzetdaling boekte de Onderneming een nettoverlies van 7,2 miljoen euro voor de eerste helft van het jaar.

De Onderneming heeft maatregelen genomen om de groei te versnellen en de werking te optimaliseren. In mei 2025 nam Jos De Vuyst1 de functie van Voorzitter van de Raad van Bestuur op zich, gevolgd door de benoeming van Geert Bossuyt2 als Chief Financial Officer in juni 2025. Vanaf september 2025 neemt Jean-Baptiste De Cuyper3 de functie van Chief Executive Officer op zich.
Vanaf september 2025 zal de Onderneming ook de organisatie stroomlijnen rond twee gespecialiseerde business units – Project Omzet en Recurrente Omzet – met duidelijke mandaten over juridische en fiscale entiteiten heen. Deze meer gestroomlijnde en logischere structuur heeft tot doel de klantgerichtheid te versterken, de operationele efficiëntie te verhogen en een betere kennisuitwisseling te bevorderen.
Daarnaast heeft de Onderneming een kostenrationalisatieprogramma opgestart dat aanzienlijke structurele besparingen moet opleveren, waardoor de mogelijkheden om duurzame groei en waardecreatie te realiseren verder worden versterkt.
De netto schuld van de Onderneming bedraagt 68,4 miljoen euro.
Binnen het Water-as-a-Service-model financiert Ekopak momenteel de bouw- en ontwikkelingsfasen intern en op de balans, met monetarisatie via sale-and-leaseback met financiële instellingen na oplevering. Met de toename van internationale WaaSprojecten onderzoekt de Onderneming alternatieve financieringsopties voor haar business unit Recurrente Omzet.
Voor het volledige jaar 2025 blijft Ekopak vertrouwen hebben in een omzetgroei ten opzichte van 2024. Belangrijke indicatoren zijn onder meer:
1 In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van DEVUMA BV
2 In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van BOSVAN BV
3 In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van ACEAN BV

• Ten slotte is er een robuuste pijplijn voor beide business units mede ondersteund door initiatieven zoals WaaS Asia.
De huidige vooruitzichten houden geen rekening met mogelijke bijdragen van het Waterkracht-project. Indien relevant zal hierover een aparte update worden gepubliceerd.
Verklaring met betrekking tot de informatie gegeven in dit tussentijds financieel verslag voor de periode van 6 maanden, eindigend op 30 juni 2025.
De Raad van Bestuur verklaart dat:

Ekopak is een Belgische onderneming gespecialiseerd in oplossingen voor industriële waterbehandeling en afvalwaterbehandeling. De oplossingen van de groep bieden industriële klanten de mogelijkheid om hun waterverbruik op een duurzame, betrouwbare en rendabele manier te verlagen en om hun afvalwater te zuiveren. Ekopak stelt haar klanten ook in staat om zich los te koppelen van het reguliere waternetwerk en een circulair watergebruik op te starten. Ekopak focust daarbij op een optimalisatie van het watergebruik met behulp van modulaire waterzuiveringsunits die netonafhankelijke waterbronnen zoals regen-, oppervlakte- en/of afvalwater omzetten in zuiverder water dat in de industriële processen van de klant kan worden gebruikt en hergebruikt.
Ekopak biedt haar oplossingen wereldwijd aan en opereert vanuit kantoren in België, Frankrijk, Nederland, Spanje, Marokko, de Filippijnen, Thailand, Mexico, Singapore en de VS.
Alle Ekopak-aandelen zijn genoteerd aan de Euronext Brussels (ticker EKOP). Meer informatie: www.ekopakwater.com

Melissa Vanhoecke – Marketing & Communication – [email protected] +32 (0) 51 75 51 05
Deze aankondiging kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Dergelijke verklaringen weerspiegelen de huidige inzichten van het management aangaande toekomstige gebeurtenissen en impliceren gekende en ongekende risico's, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de uiteindelijke resultaten materieel verschillen van toekomstige resultaten, prestaties of verwezenlijking die in dergelijke toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of geïmpliceerd. Ekopak geeft in deze verklaring de informatie op dag van vandaag en neemt geen verplichting op zich om enige toekomstgerichte verklaring uit deze aankondiging bij te werken in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of enige andere zaak. Ekopak wijst elke verantwoordelijkheid af voor verklaringen die door derden worden gemaakt of gepubliceerd, en neemt geen verplichting op zich tot rechtzetting wanneer die inaccuraat zouden zijn.
30 Juni 2025
| Tussentijdse verkorte geconsolideerde resultatenrekening 3 | ||
|---|---|---|
| Tussentijdse verkorte geconsolideerde totaalresultaat 4 | ||
| Tussentijdse verkorte geconsolideerde balans 5 | ||
| Tussentijds verkort geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 7 | ||
| Tussentijdse verkorte geconsolideerde kasstroomtabel 9 | ||
| Toelichtingen bij de IFRS geconsolideerde financiële staten 11 | ||
| 1. | Bedrijfsinformatie 11 | |
| 2. | Voornaamste boekhoudprincipes 11 | |
| 3. | Nieuwe en gewijzigde standaarden 12 | |
| 4. | Boekhoudkundige beoordelingen, schattingen en veronderstellingen 13 | |
| 5. | Segmentinformatie 18 | |
| 6. | Opbrengsten en kosten 20 | |
| 7. | Belastingen 22 | |
| 8. | Goodwill 23 | |
| 9. | Immateriële vaste activa 23 | |
| 10. | Materiële vaste activa 25 | |
| 11. | Contractactiva, contractverplichtingen en handels- en overige vorderingen 28 | |
| 12. | Geldmiddelen en kasequivalenten 29 | |
| 13. | Eigen vermogen 29 | |
| 14. | Winst per aandeel 30 | |
| 15. | Leningen en leaseverplichtingen 31 | |
| 16. | Reële waarde 32 | |
| 17. | Voorzieningen en toegezegde pensioenplannen 33 | |
| 18. | Kortlopende verplichtingen 35 | |
| 19. | Relaties met verbonden partijen 35 | |
| 20. | Gebeurtenissen na balansdatum 36 | |
| 21. | Belangen in andere entiteiten 37 | |
| 22. | Gezamenlijke overeenkomsten 37 | |
| 23. | NON-GAAP maatstaven 38 |
| Voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
|||
|---|---|---|---|
| in 000€ | Toe lichting |
2025 | 2024 |
| Omzet | 6 | 21 687 | 32 581 |
| Overige bedrijfsopbrengsten** | 2 043 | 184 | |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 23 730 | 32 765 | |
| Aankoop van materiaal | 6 | -12 281 | -19 322 |
| Diensten en diverse goederen** | 6 | -4 066 | -3 439 |
| Personeelsbeloningen** | 6 | -10 031 | -7 902 |
| Afschrijvingen | -4 487 | -3 325 | |
| Overige bedrijfskosten | -334 | -331 | |
| Operationele winst | -7 469 | -1 554 | |
| Financiële kosten | -1 741 | -1 121 | |
| Financiële opbrengsten | 265 | 186 | |
| (Verlies)/winst voor het boekjaar | -8 945 | -2 489 | |
| Belastingen | 7 | 1 871 | 627 |
| Netto (verlies)/winst van het boekjaar * | -7 074 | -1 862 | |
| Aandeel in de winst of het verlies van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
-110 | ||
| Netto verlies van het boekjaar * | -7 184 | -1 862 | |
| Winst per aandeel voor de aandeelhouders van de moeder | |||
| Gewoon | 13 | -0,41 | -0,13 |
| Verwaterd | 13 | -0,41 | -0,13 |
* Het netto (verlies)/winst van het boekjaar is volledig toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moeder
**Management- en interim-personeelsvergoedingen zijn geherclassificeerd van diensten en diverse goederen naar personeelsbeloningen voor personen die niet op de loonlijst van Ekopak staan maar als langdurige contractant van Ekopak fungeren.
De terugvordering van voordelen in natura en loonheffingen zijn geherclassificeerd van overige bedrijfsopbrengsten naar personeelskosten.
De resultatenrekening over 2024 is overeenkomstig aangepast.
| in 000€ | Toe lichting |
Voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
|
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Netto (verlies)/winst van het halfjaar | -7 184 | -1 862 | |
| Niet gerealiseerd (verlies)/opbrengst | |||
| Items welke getransfereerd kunnen worden naar de resultatenrekening |
|||
| Reserve voor kasstroomindekkingen, netto na belastingen | 46 | 173 | |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | -70 | 23 | |
| Items welke niet getransfereerd kunnen worden naar de resultatenrekening |
|||
| Herwaardering van de toegezegde pensioenregeling, netto na belastingen |
− | − | |
| Niet gerealiseerd (verlies)/opbrengst, na belastingen | -24 | 196 | |
| Totaal (verlies)/winst voor het boekjaar, na belastingen * | -7 208 | -1 666 |
* Het totaal (verlies)/winst voor het boekjaar is volledig toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moeder
| Op 30 juni | Op 31 december |
||
|---|---|---|---|
| in 000€ | Toe lichting |
2025 | 2024 |
| Activa | |||
| Langlopende activa | |||
| Goodwill | 8 | 19 349 | 19 349 |
| Immateriële vaste activa | 9 | 29 491 | 30 830 |
| Materiële vaste activa | 10 | 62 548 | 56 490 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 7 | 8 594 | 6 913 |
| Overige financiële activa | 474 | 293 | |
| Totaal langlopende activa | 120 456 | 113 875 | |
| Kortlopende activa | |||
| Contract activa | 11 | 4 755 | 6 246 |
| Voorraden | 8 344 | 8 563 | |
| Handelsvorderingen | 11 | 11 985 | 12 397 |
| Overige kortlopende activa | 11 | 8 669 | 5 194 |
| Liquide middelen en kasequivalenten | 12 | 5 898 | 9 706 |
| Totaal kortlopende activa | 39 652 | 42 107 | |
| Totaal activa | 160 108 | 155 982 |
| Op 30 juni | Op 31 december |
||
|---|---|---|---|
| in 000€ | Toe lichting |
2025 | 2024 |
| Eigen vermogen | |||
| Kapitaal | 13 | 7 876 | 6 671 |
| Uitgiftepremie | 13 | 68 911 | 55 116 |
| Overige reserves | 13 | -2 336 | -2 268 |
| Geaccumuleerde (verliezen)/winsten | -25 504 | -18 314 | |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders | 48 947 | 41 205 | |
| Totaal eigen vermogen | 48 947 | 41 205 | |
| Schulden | |||
| Langlopende schulden | |||
| Leningen | 15 | 49 230 | 48 549 |
| Leasingschulden | 15 | 5 633 | 4 824 |
| Uitgestelde belastingschuld | 7 | 7 181 | 7 443 |
| Voorzieningen | 17 | 861 | 1 169 |
| Totaal langlopende schulden | 62 905 | 61 984 | |
| Kortlopende schulden | |||
| Leningen | 15 | 25 049 | 22 691 |
| Leasingschulden | 15 | 1 778 | 1 434 |
| Handels- en overige schulden | 18 | 9 421 | 15 362 |
| Belastingschulden | 379 | 653 | |
| Contractverplichtingen | 11 | 11 508 | 12 588 |
| Overige kortlopende schulden | 18 | 122 | 65 |
| Totaal kortlopende schulden | 48 256 | 52 793 | |
| Totaal schulden | 111 161 | 114 777 | |
| Totaal eigen vermogen en schulden | 160 108 | 155 982 |
De bijgevoegde toelichtingen op pagina 11 tot 39 maken integraal deel uit van deze IFRS Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten.
.
| in 000€ | Kapitaal | Uitgiftepremie | Overige reserves |
Geaccumuleer de (verliezen)/wins ten |
Eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouder s van de moeder |
Non controlling interest |
Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Op 1 januari, 2025 | 6 671 | 55 116 | -2 268 | -18 314 | 41 205 | − | 41 205 |
| Netto winst / (verlies) | − | − | − | -7 184 | -7 184 | − | -7 184 |
| Niet-gerealiseerde opbrengst | − | − | -24 | − | -24 | − | -24 |
| Totaal winst / (verlies) | − | − | -24 | -7 184 | -7 208 | − | -7 208 |
| Betaalde dividenden | − | − | − | − | − | − | − |
| Kapitaalsverhoging | 1 205 | 13 795 |
− | − | 15 000 |
− | 15 000 |
| Kost van uitgifte van aandelen na aftrek van belastingen |
− | − | -44 | − | -44 | − | -44 |
| Op aandelen gebaseerde betalingskosten |
− | − | − | − | − | − | − |
| Transfers binnen eigen vermogen | − | − | − | -7 | -7 | − | -7 |
| Op 30 juni, 2025 | 7 876 | 68 911 | -2 336 | -25 504 | 48 947 | − | 48 947 |
| in 000€ | Kapitaal | Uitgiftepremie | Overige reserves | Geaccumuleer de (verliezen)/wins ten |
Eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moeder |
Non controlling interest |
Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Op 1 januari, 2024 | 6 671 | 55 116 | -2 309 | -5 961 | 53 517 | − | 53 517 |
| Netto winst / (verlies) | − | − | − | -1 862 | -1 862 | − | -1 862 |
| Niet-gerealiseerde winst / (verlies) | − | − | 196 | − | 196 | − | 196 |
| Totaal winst / (verlies) | − | − | 196 | -1 862 | -1 666 | − | -1 666 |
| Initiële erkenning minderheid WaaSia | − | − | − | − | − | 122 | 122 |
| Op aandelen gebaseerde betalingskosten |
− | − | 1 − |
1 | − | 1 | |
| Op 30 juni, 2024 | 6 671 | 55 116 | -2 112 | -7 822 | 51 853 | 122 | 51 975 |
| Voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
|||
|---|---|---|---|
| in 000€ | Toelichting | 2025 | 2024 |
| Operationele activiteiten | |||
| Netto (verlies)/winst | -7.184 | -1.862 | |
| Niet kaskosten en operationele aanpassingen | |||
| Afschrijvingen materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa |
9 | 2.748 | 1.942 |
| Afschrijvingen van immateriële vaste activa | 8 | 1.715 | 1.387 |
| Aandeel in de winst of het verlies van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
110 | − | |
| Meerwaarde/(verlies) Verkoop van materiële vaste activa | 9 | -1.647 | -11 |
| Toename in voorzieningen | 16 | -308 | 73 |
| Waardeverminderingen op vlottende activa | 310 | − | |
| Interesten en overige financiële opbrengsten | -265 | -189 | |
| Interesten en overige financiële kosten | 1.741 | 1.121 | |
| Niet gerealiseerde wisselkoersverschillen | 45 | − | |
| Uitgestelde belastingen | 7 | -1.967 | -904 |
| Belastingen | 7 | 96 | 278 |
| Kost van op aandelen gebaseerde betalingen | 13.1 | − | 1 |
| Hedging | -358 | − | |
| Overige | 188 | − | |
| Bewegingen van het werkkapitaal | |||
| Daling/(Toename) van handels- en overige vorderingen | 10 | 993 | -2.261 |
| Daling/(Toename) van voorraden | -246 | -209 | |
| (Daling)/Toename van handels- en overige schulden | 17 | -6.153 | 3.703 |
| Daling/(Toename) van contract activa | 10 | 1.599 | -4.762 |
| (Daling)/toename van contract schulden | 10 | -1.081 | -1.491 |
| Daling/(Toename) van kasgaranties | 10 | -43 | |
| Ontvangen/(betaalde) belastingen | 7 | -616 | -7 |
| Netto kasstroom (gebruikt in)/uit operationele activiteiten | -10.270 | -3.234 |
| Investeringsactiviteiten | |||
|---|---|---|---|
| Aankoop van materiële vaste activa | 10 | -8 044 | -20 063 |
| Aankoop van immateriële vaste activa | 9 | -631 | -148 |
| Ontvangen uit verkoop van materiële vaste activa | 10 | 34 | 2 754 |
| Aankoopinvesteringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
22 | -301 | − |
| Ontvangen interest | 42 | 0 | |
| Netto kasstroom gebruikt voor investeringsactiviteiten | -8 900 | -17 457 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Ontvangsten uit leningen | 15 | 7 209 | 19 356 |
| Terugbetalingen van schulden | 15 | -4 182 | -2 694 |
| Terugbetalingen van leasing schulden | 15 | -883 | -601 |
| Ontvangsten uit kapitaalverhoging | 13 | 15 000 | − |
| Betaalde kosten kapitaalverhoging | 13 | -44 | − |
| Inbreng van kapitaal in dochteronderneming door minderheidsbelang |
− | 122 | |
| Betaalde interest | -1 559 | -1 038 | |
| Overige financiële kosten, netto | -65 | 105 | |
| Netto kasstroom (gebruikt in)/uit financieringsactiviteiten | 15 476 | 15 250 | |
| Netto kasstroom | -3 694 | -5 441 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 12 | 9 706 | 12 679 |
| Wisselkoersverschillen op geldmiddelen en kasequivalenten | -114 | 26 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van de periode |
12 | 5 898 | 7 264 |
Ekopak NV (verder genoemd "Ekopak" of "De Vennootschap") is een naamloze vennootschap opgericht en gedomicilieerd in België welke beursgenoteerd is op Euronext Brussel. De zetel is gesitueerd op 13 Souverainestraat, 9800 Deinze in België. Ekopak NV en haar dochterondernemingen worden hierna de "Groep" genoemd.
Ekopak is een verantwoordelijke en duurzame leverancier van essentieel industrieel proceswater aan klanten wereldwijd. Het bedrijf biedt een gespecialiseerd assortiment oplossingen voor industriële waterbehandeling en afvalwaterbehandeling.
Informatie over de overige verbonden partijen met de Vennootschap wordt weergegeven in toelichting 19.
De IFRS Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten (verder genoemd als "de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten") van Ekopak NV voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2025 werden goedgekeurd voor publicatie in overeenstemming met de beslissing van de bestuurders op 27 augustus 2025.
De tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten van de Vennootschap werden opgesteld in overeenstemming met de vereisten van IAS 34 - Tussentijdse financiële verslaggeving, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en de interpretaties zoals uitgegeven door het IFRS-interpretatiecomité van toepassing voor vennootschappen welke rapporteren onder IFRS.
De verkorte geconsolideerde financiële staten worden gepresenteerd in euro en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde duizendtal (€000), tenzij anders toegelicht.
De opstelling van de geconsolideerde financiële staten in overeenstemming met de goedgekeurde IFRS vereist het gebruik van bepaalde significante boekhoudkundige schattingen. Het vereist eveneens dat groepsmanagement beoordelingen doet bij het toepassen van de boekhoudregels van de Vennootschap. De domeinen waarbij significante beoordelingen en schattingen zijn gebeurd bij het opstellen van de geconsolideerde financiële staten en de impact ervan zijn weergegeven in toelichting 4. De boekhoudregels worden consistent toegepast.
De geconsolideerde financiële staten werden niet onderworpen aan een audit of review.
De tussentijdse geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van het continuïteitsbeginsel, waarbij wordt uitgegaan van de realisatie van activa en de nakoming van verplichtingen in het kader van de normale bedrijfsvoering. Rekening houdend met de kapitaalverhoging die in mei 2025 is uitgevoerd en de organisatorische herstructurering die vanaf september 2025 zal worden doorgevoerd, is de Raad van Bestuur van mening dat Ekopak in staat is om haar strategie uit te voeren. Niettemin onderzoekt de Raad van Bestuur een reeks initiatieven om de balans van Ekopak verder te versterken. Mogelijke maatregelen zijn onder meer efficiëntieverbeteringen en optimalisatie van de behoefte aan werkkapitaal, en het onderzoeken van aanvullende financieringsmogelijkheden.
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten waarover de "Groep" controle heeft. De "Groep" controleert een entiteit wanneer de "Groep" onderhevig is aan, of rechten heeft op, de variabele rendementen vanuit haar betrokkenheid bij de onderneming en wanneer de "Groep" de mogelijkheid heeft om deze rendementen te beïnvloeden vanuit zijn zeggenschap over de onderneming. De dochterondernemingen worden integraal geconsolideerd op datum van verwerving van controle. Ze worden gedeconsolideerd op het moment dat de "Groep" de controle verliest.
Alle transacties tussen de ondernemingen van de "Groep", alle balansen en alle niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsondernemingen, worden bij consolidatie geëlimineerd. Nietgerealiseerde verliezen worden ook geëlimineerd op dezelfde manier als niet-gerealiseerde winsten, tenzij een bijzondere afschrijving van toepassing is op het actief dat onderwerp is van de transactie. De boekhoudprincipes van dochterondernemingen worden in lijn gebracht met die van de "Groep" om de consistentie te verzekeren in de rapportering.
Onder IFRS 11 "Gezamenlijke overeenkomsten" worden investeringen in gezamenlijke overeenkomsten geclassificeerd als ofwel gezamenlijke activiteiten ofwel joint ventures. De classificatie is afhankelijk van de contractuele rechten en verplichtingen van elke investeerder en niet van de juridische structuur van de gezamenlijke overeenkomst. We verwijzen naar toelichting 4.1 voor de belangrijke beoordelingen met betrekking tot de classificatie van joint ventures door de onderneming. Belangen in joint ventures worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na initieel tegen kostprijs te zijn opgenomen in de geconsolideerde balans.
Volgens de vermogensmutatiemethode worden de investeringen aanvankelijk opgenomen tegen kostprijs, waarin de transactiekosten zijn inbegrepen. Na de eerste opname van deze investeringen bevat de geconsolideerde jaarrekening het aandeel van de "Groep" in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, tot aan de datum waarop voor het laatst sprake is van invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap. Dividenden ontvangen of te ontvangen van geassocieerde deelnemingen en joint ventures worden opgenomen als een verlaging van de boekwaarde van de investering.
Wanneer het aandeel van de "Groep" in de verliezen van een investering verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode gelijk is aan of groter is dan haar belang in de entiteit, met inbegrip van eventuele andere ongedekte vorderingen op lange termijn, neemt de "Groep" geen verdere verliezen op, tenzij zij verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft verricht namens de andere entiteit.
Niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen de "Groep" en haar geassocieerde deelnemingen en joint ventures worden geëlimineerd a rato van het belang van de "Groep" in deze entiteiten. Nietgerealiseerde verliezen worden ook geëlimineerd, tenzij de transactie aanleiding geeft tot een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief. Waar nodig zijn de waarderingsgrondslagen van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode aangepast om consistentie met de waarderingsgrondslagen van de "Groep" te waarborgen. De boekwaarde van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode wordt getoetst op bijzondere waardevermindering in overeenstemming met de grondslag beschreven in toelichting 2.3.11 van het jaarverslag.
De tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten bevatten niet alle informatie en toelichtingen die vereist zijn in de jaarrekening. De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening moet worden gelezen in combinatie met de geconsolideerde jaarrekening van de "Groep" per 31 december 2024.
De grondslagen voor financiële verslaggeving die zijn toegepast bij de opstelling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten zijn consistent met deze die gevolgd zijn bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de "Groep" voor het jaar eindigend op 31 december 2024, met uitzondering van de toepassing van nieuwe standaarden die van kracht zijn vanaf 1 januari 2025 en de toevoeging van joint ventures aan de consolidatieprincipes.
De "Groep" heeft geen enkele standaard, interpretatie of wijziging vervroegd toegepast die is uitgegeven maar nog niet van kracht is. De volgende wijzigingen zijn voor het eerst van toepassing in 2025, maar hebben geen materiële impact op de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten van de "Groep":
• Wijzigingen aan IAS 21 'De effecten van wijzigingen in wisselkoersen: gebrek aan uitwisselbaarheid' (van kracht per 1 januari 2025).
Bepaalde nieuwe boekhoudnormen en interpretaties zijn gepubliceerd die niet verplicht zijn voor de rapporteringsperiode van 30 juni 2025 en die niet vervroegd zijn toegepast door de Vennootschap.
De impact van IFRS 18 op de jaarrekening van de entiteit moet nog worden beoordeeld. De andere standaarden zullen naar verwachting geen materiële impact hebben op de onderneming in de huidige of toekomstige verslagperiodes en op voorzienbare toekomstige transacties.
Om de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten op te stellen dient het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen te maken die invloed hebben op de gepubliceerde bedragen van opbrengsten, kosten, activa en verplichtingen in de jaarrekening en in de bijbehorende toelichtingen. De onzekerheid welke deze schattingen en veronderstellingen inherent met zich meebrengen kunnen resulteren in belangrijke aanpassingen aan de boekwaarde van de activa of verplichtingen in toekomstige periodes.
Op continue basis evalueert de Vennootschap haar beoordelingen, schattingen en veronderstellingen.
De schattingen en veronderstellingen zijn gebaseerd op de informatie welke beschikbaar was op het ogenblik dat de verkorte geconsolideerde financiële staten werden voorbereid. Deze informatie kan in de toekomst echter wijzigen als gevolg van veranderingen in de markt of omstandigheden welke buiten de controle van de "Groep" vallen. Deze wijzigingen op de boekhoudkundige assumpties worden opgenomen in de periode waarin de herziening heeft plaatsgevonden.
De gebieden die een hogere mate van oordeelsvorming of complexiteit met zich meebrengen, komen overeen met deze die zijn vermeld in de geconsolideerde jaarrekening van de "Groep" voor het jaar eindigend op 31 december 2024.
De Vennootschap heeft een joint venture, Circeaulair I genaamd, zoals beschreven in toelichting 22.
De joint venture overeenkomsten met betrekking tot Circeaulair I bevatten 3 fasen.
Fase 1 loopt van de oprichtingsdatum tot de financiële afsluiting van de onderliggende projecten. Tijdens deze fase vereisen alle beslissingen unanieme instemming van alle partijen voor alle relevante activiteiten.
Fase 2 loopt van de financiële afsluiting tot de laatste definitieve oplevering van de onderliggende projecten. Tijdens deze fase is er een uitgebreide lijst van voorbehouden zaken gedefinieerd die meer zijn dan beschermingsrechten waarbij consensus van de raad van bestuur nodig is om beslissingen te nemen.
Fase 3 loopt vanaf de eerste dag na de laatste definitieve oplevering van de onderliggende projecten. Tijdens deze fase is er een beperkte lijst van gereserveerde zaken, eerder beschermende rechten, waarvoor consensus van de raad van bestuur nodig is om beslissingen te nemen. Vanaf deze fase 3 heeft Ekopak NV een call-optie, wat betekent dat Ekopak NV het recht heeft, niet de plicht, om een aandeel te verwerven dat recht geeft om een bijkomende bestuurder van de JV-partner aan te stellen.
De Vennootschap heeft bepaald dat zij momenteel in Fase 1 geen zeggenschap heeft over Circeaulair I ook al bezit zij 51% van de aandelen, maar dat zij gezamenlijke zeggenschap heeft op basis van de volgende elementen ten gunste van gezamenlijke zeggenschap:
De Vennootschap heeft geïnvesteerd in een joint venture, genaamd WaaS Asia, zoals beschreven in toelichting 22. De investering wordt beschouwd als een joint venture waarin de Vennootschap gedeelde controle heeft, op basis van de volgende elementen:
De Vennootschap heeft klantencontracten voor verkopen onder het DBFMO-model, zoals uitgelegd in de boekhoudprincipes. De beoordeling of een contract een leaseovereenkomst is of bevat, kan een oordeel vereisen omtrent het toepassen van de definitie van een leaseovereenkomst op deze DBFMOovereenkomsten. Een DBFMO-overeenkomst omvat significante diensten, dus het beoordelen opdat het contract het recht geeft tot het gebruik van een geïdentificeerd activa is subjectief.
Bij aanvang van het contract beoordeelt de Vennootschap of het contract een leaseovereenkomst is of bevat. Een contract is of bevat een leaseovereenkomst als deze het recht geeft om het gebruik van een geïdentificeerd actief gedurende een periode van tijd te controleren.
De Vennootschap oordeelt dat de DBFMO-afspraken geen leaseovereenkomsten bevatten, hoewel de klant alle economische voordelen van de proceswaterinstallatie verkrijgt, omdat:
• Er is geen geïdentificeerde activa. Substantiële vervangingsrechten gelden gedurende de gebruiksperiode, aangezien de Vennootschap de activa kan vervangen door een ander actief dat hetzelfde volume en dezelfde kwaliteit water produceert. In een DBFMO-contract is de prestatieverplichting het leveren van een minimale hoeveelheid water, die voldoet aan de contractuele kwaliteitseisen, gedurende de contractperiode. Daarnaast is de proceswaterinstallatie in regel ingebouwd in een afnamecontainer die eenvoudig te transporteren is en aansluit op de klantinstallaties en watertank. Dit vervangingsrecht wordt door de Vennootschap als substantief beschouwd, aangezien de Vennootschap als gevolg van veranderende technologie haar productieproces, het leveren van het vereiste water in volume en kwaliteits aan de klant, wil optimaliseren en verbeteren vanuit een kostenvoordeel.
• De klant kan het gebruik van de activa niet sturen, aangezien de verantwoordelijkheid voor het bedienen en onderhouden van de proceswaterinstallatie enkel bij de Vennootschap ligt en de klant alleen toegang heeft tot het observeren van de proceswaterinstallatie. De installatie levert het watervolume in een buffertank die eigendom is van de klant. De contractuele levering van een minimale hoeveelheid water is de combinatie van de output van de proceswaterinstallatie en leidingwater. De Vennootschap kan, naar eigen goeddunken en voor een periode die door de Vennootschap wordt bepaald, beslissen om de productie van het waterproces stop te zetten voor onderhoud of om andere redenen.
Als gevolg hiervan wordt de WaaS-overeenkomst verantwoord in overeenstemming met IFRS 15 contracten met klanten.
De Vennootschap heeft vijf mogelijke prestatieverplichtingen geïdentificeerd (ontwerp/engineering, inkoop, uitrusting/transport, terreinwerkzaamheden, inbedrijfstelling/opstart) en beoordeeld of deze prestatieverplichtingen onderscheidend zijn en binnen de context van het contract als onderscheiden worden beschouwd. De Vennootschap kwam tot de conclusie dat de geïdentificeerde prestatieverplichtingen niet te onderscheiden zijn binnen de context van het contract op basis van de onderlinge afhankelijkheid en de onderlinge verbanden van de geleverde diensten en goederen, aangezien de klant verwacht een werkende afvalwaterzuiveringsinstallatie als eindproduct te ontvangen.
De omzet van deze inkomstenstroom wordt in de loop van de tijd erkend, aangezien de prestatie van de entiteit geen actief creëert met een alternatief gebruik voor de entiteit en de entiteit een afdwingbaar recht op betaling heeft voor de tot op datum voltooide prestaties.
Bij het bepalen van de omzet die aan het einde van de rapporteringsperiode moet worden erkend, heeft de Vennootschap de (i) voortgang in de tijd en (ii) de marge die voor het project zal worden gerealiseerd, geschat.
De voortgang in de tijd wordt geschat op basis van de bereikte mijlpalen en de verwachte marge aan het einde van de rapporteringsperiode. De bereikte mijlpalen zijn een relevante indicator van de voortgang in de tijd en de contractuele prijsstelling per mijlpaal weerspiegelt de omzet die bij elke mijlpaal moet worden erkend. De Vennootschap heeft de volgende mijlpalen geïdentificeerd en aan elke mijlpaal is een bepaald percentage van de totale geschatte marge toegewezen:
De terreinwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd door het bedrijf of door een onderaannemer. In het geval dat de terreinwerkzaamheden worden uitgevoerd door een onderaannemer, controleert het bedrijf de goederen en diensten voordat ze aan de klant worden overgedragen en heeft het de discretie bij het vaststellen van de prijs van deze terreinwerkzaamheden. Het bedrijf is daarom opdrachtgever en erkent de omzet op brutobasis.
Net als bij het ontwerp en de bouw van een afvalwaterzuiveringsinstallatie heeft het bedrijf geoordeeld dat er één prestatieverplichting is en erkent het de omzet volgens het projectbusinessmodel en het DBMO-model voor de bouw van de waterzuiveringsinstallatie in de loop van de tijd, d.w.z. gedurende de periode waarin de installatie wordt ontworpen en gebouwd. Bij het bepalen van de omzet die aan het einde van de rapporteringsperiode moet worden opgenomen, heeft het bedrijf een schatting gemaakt van (i) de voortgang in de tijd en (ii) de marge die voor het project zal worden gerealiseerd.
Voor contracten die vóór 1 januari 2025 zijn gestart, wordt de voortgang in de tijd geschat op basis van de gemaakte directe kosten ten opzichte van de totale begrote kosten. De begrote kosten en de geschatte marge op het project voor het ontwerp en de bouw van de proceswaterinstallatie worden bij elke rapportageperiode geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.
Voor contracten die na 1 januari 2025 zijn gestart, wordt de voortgang in de tijd geschat op basis van bereikte mijlpalen en de verwachte marge aan het einde van de rapporteringsperiode. Na een grondige analyse van de bedrijfsmodellen met betrekking tot het ontwerp en de bouw van de afvalwaterzuiveringsinstallaties en de proceswaterinstallaties, heeft het management besloten dat er geen reden is om andere grondslagen voor financiële verslaggeving toe te passen voor de opbrengstverantwoording. Deze wijziging is ook in overeenstemming met de interne herstructurering, die resulteert in één business unit waarin het management verantwoordelijk is voor de bouw van alle installaties die worden verkocht in het projectbusiness model. Zie toelichting 5 voor meer informatie over de herstructurering. De onderneming heeft de volgende mijlpalen geïdentificeerd en aan elke mijlpaal is een bepaald percentage van de totale geschatte marge toegewezen:
De Vennootschap heeft actieve groepsverzekeringsplannen in België met een gegarandeerd minimumrendement dat gebaseerd is op een gemiddeld rendement op 10-jarige overheidsobligaties met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75% (momenteel gelijk aan 2,50%) voor alle bijdragen die worden geboekt als een toegezegd pensioenplan. De Vennootschap maakt gebruik van een deskundige bij het uitvoeren van de actuariële berekeningen volgens de "project unit credit" methode. De actuariële berekening vereist een aanzienlijke schatting met betrekking tot de disconteringsvoet, het inflatiepercentage, salarisverhogingen en het opnamepercentage. Bij het maken van deze schattingen maakt het management, samen met de deskundige, gebruik van objectieve bronnen en historische informatie. Meer informatie over de schatting wordt gegeven in toelichting 17.
De Vennootschap heeft ook twee slapende Belgische pensioenplannen "Tak 21" (voor kaderleden en voor de werknemers). Vanaf 1 juli 2021 worden werkgeversbijdragen voor nieuwe en bestaande werknemers betaald met betrekking tot de actieve pensioenregelingen "Tak 23".
Daarnaast heeft de vennootschap ook pensioenplannen in de Filipijnen, Thailand en Frankrijk. Meer informatie hierover is te vinden in toelichting 17.
De Vennootschap boekt een uitgestelde belastingvordering slechts in de mate dat het meer dan waarschijnlijk is dat de toekomstige belastbare winsten zullen gegenereerd worden tegen de welke de belastingvorderingen kunnen worden afgezet. Een belangrijke beoordeling van het management is vereist om het bedrag van de opgenomen belastingvorderingen te bepalen, gebaseerd op een ingeschatte timing alsook het bedrag van toekomstige belastbare winsten samen met toekomstige belastingplanningsstrategieën.
De Vennootschap beschikt over KEUR 35 699 overgedragen fiscale verliezen. Deze verliezen vervallen niet en zijn niet gerelateerd aan structurele verliezen. De Vennootschap heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor overgedragen fiscale verliezen voor een bedrag van KEUR 8 048. De Vennootschap heeft bepaald dat ze uitgestelde belastingvorderingen kan erkennen op de overgedragen fiscale verliezen, aangezien de Vennootschap verwacht deze verliezen te compenseren door belastbare winst. Hoewel de onderneming niet verwacht in 2025 een nettowinst te genereren, verwacht zij een stijging van de omzet en de bedrijfswinst als gevolg van het toenemende belang van het DBFMO- en Circeaulair-bedrijfsmodel in de nabije toekomst. Zij onderzoekt mogelijkheden voor fiscale planning en is er dan ook van overtuigd dat de overgedragen fiscale verliezen in de nabije toekomst zullen worden teruggewonnen.
Bij het verantwoorden van intern gegenereerde immateriële activa is zorgvuldige beoordeling vereist om vast te stellen of de kosten die tijdens de ontwikkelingsfase zijn gemaakt voldoen aan de erkenningscriteria zoals beschreven in IAS 38 Immateriële Activa. Intern gegenereerde immateriële activa moeten worden geëvalueerd om te beoordelen of ze kunnen worden erkend als activa, in plaats van als gemaakte kosten te worden geboekt.
Om te voldoen aan de erkenningscriteria moet het management vaststellen dat het activum identificeerbaar is, beheerd wordt door de entiteit en naar verwachting toekomstige economische voordelen zal opleveren. Dit omvat het beoordelen of het activum afzonderlijk kan worden geïdentificeerd en of het waarschijnlijk is dat de entiteit toekomstige kasstromen uit het activum zal genereren.
Een belangrijke uitdaging bij het beoordelen van intern gegenereerde immateriële activa is het onderscheid maken tussen de onderzoeks- en ontwikkelingsfasen van een project. Kosten die tijdens de onderzoeksfase worden gemaakt, moeten als kosten worden geboekt, aangezien ze als onzeker worden beschouwd en niet direct kunnen worden toegerekend aan de creatie van een identificeerbaar activum. Kosten die tijdens de ontwikkelingsfase worden gemaakt, kunnen echter worden gekapitaliseerd als aan bepaalde criteria wordt voldaan. Deze omvatten het aantonen van technische haalbaarheid, de intentie om het activum te voltooien, de mogelijkheid om het te gebruiken of te verkopen, en de mogelijkheid om de kosten die aan het activum kunnen worden toegerekend, op betrouwbare wijze te meten.
Beoordeling is ook nodig bij het vaststellen van de betrouwbare meting van kosten. Het management moet in staat zijn om kosten die direct aan de creatie van het activum kunnen worden toegerekend, zoals directe arbeids- en materiaalkosten, toe te wijzen en te meten, zonder algemene overheadkosten op te nemen, tenzij deze direct aan het activum kunnen worden gekoppeld.
Bij het schatten van de verwachte gebruiksduur en restwaarde van immateriële en materiële vaste activa is oordeelsvorming vereist. De restwaarde is het geschatte bedrag dat momenteel zou worden verkregen uit de vervreemding van het activum, na aftrek van de geschatte kosten voor de vervreemding, indien het activum zich al in de verwachte staat en leeftijd aan het einde van zijn verwachte gebruiksduur zou bevinden. De Vennootschap beoordeelt jaarlijks de geschatte verwachte gebruiksduur en de restwaarde van immateriële en materiële vaste activa.
Voor de waardering van de WaaS installaties is specifieke oordeelvorming vereist met betrekking tot de levensduur van de installaties. Hoewel een WaaS contract een aankoopoptie van EUR 1 bevat bij het einde van de contractuele niet-opzegbare termijn, is de Vennootschap ervan overtuigd dat de klant het contract zal verlengen onder dezelfde commerciële voorwaarden, en de cashflow dus verder gegarandeerd zijn na de minimale contractperiode.
Er is sprake van waardevermindering wanneer de boekwaarde van een activum of kasstroom genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wat het hogere is van de reële waarde min de verkoopkosten en de gebruikswaarde. De reële waarde min de verkoopkosten is gebaseerd op beschikbare gegevens van bindende verkooptransacties in een transactie tussen onafhankelijke partijen van vergelijkbare activa of op waarneembare marktprijzen, min de extra kosten voor de vervreemding van het activum. De gebruikswaarde is gebaseerd op een verdisconteerde kasstroommethode die kasstromen bevat voor de volgende vijf jaar en een restwaarde vanaf jaar zes. De schattingen in de waarderingsmethode zijn gebaseerd op ervaring uit het verleden, bestaande overeenkomsten en toekomstgerichte informatie van bestaande klanten en partners, waar relevant aangevuld met relevante marktontwikkelingen.
Voorraden worden gewaardeerd aan het laagste van de kostprijs en de netto realiseerbare waarde. Het schatten van de netto realiseerbare waarde vereist aanzienlijke beoordelingsvrijheid, aangezien het management moet beoordelen wat de toekomstige economische voordelen van de voorraaddelen zijn en bepalen of er aanpassingen nodig zijn vanwege factoren zoals veranderingen in marktomstandigheden, technologische veroudering of productvraag.
Het proces van het bepalen van de netto realiseerbare waarde omvat het schatten van de verkoopprijs van de voorraad in de normale bedrijfsvoering, verminderd met de kosten om de voorraad te voltooien en te verkopen. Deze schattingen vereisen aannames over toekomstige verkoopprijzen, productiekosten en andere relevante factoren. In sommige gevallen moet het management mogelijk rekening houden met de specifieke toestand van individuele voorraaditems of groepen van items, inclusief de mogelijkheid van waardevermindering, beschadigde goederen of voorraden die bijna hun houdbaarheidsdatum hebben bereikt of verouderd zijn.
Voorraaditems die weinig beweging vertonen, worden afgeschreven op basis van de voorraadrotatie. De voorraadrotatie wordt berekend op basis van het gemiddelde verbruik van de laatste 2 jaar:
Chemische goederen met een lage beweging zijn voor 60% afgeschreven, ongeacht de rotatie, omdat deze goederen een vervaldatum hebben.
Met name wat betreft voorraaditems die al in 2023 zijn geassembleerd en gedemonteerd vanwege een commerciële regeling met de klant, is extra beoordeling vereist bij het schatten van de netto realiseerbare waarde. De Vennootschap is van plan om de meeste items te gebruiken voor de productie van nieuwe WaaS-installaties in de loop van 2025 , wat resulteert in een beperkte afschrijving.
Vanaf januari 2025 zijn de segmenten aangepast, wat resulteert in de volgende twee segmenten:
Deze segmenten worden weerspiegeld in de interne rapportage vanaf januari 2025 en de organisatorische herstructurering die vanaf september 2025 zal worden doorgevoerd. Vanaf 1 september 2025 zal de onderneming opereren via twee gespecialiseerde business units, namelijk Project Business en Recurring Business, elk met een eigen mandaat, die juridische en fiscale entiteiten overschrijden. Deze structuur verbetert de klantgerichtheid, de operationele efficiëntie en de kennisuitwisseling.
Er zijn geen operationele segmenten samengevoegd om de bovengenoemde operationele segmenten te vormen. De waarderingsprincipes die door de "Groep" worden gebruikt bij het opstellen van deze segmentrapportering, vormen ook de basis voor de beoordeling van de prestaties van de segmenten en zijn in overeenstemming met IFRS. De cockpit bestaande uit de Chief Executive Officer, de Chief Finance Officer en de Chief Strategy & Growth Officer fungeert als de beslissingsnemende eenheid. Als prestatieindicator controleert de operationele beslissingsnemer de prestaties op basis van de omzet van het bedrijf, de aangepaste EBITDA en EBITDA.
De volgende tabel geeft een overzicht van de segmentrapportering voor de periode eindigend op 30 juni 2025.
| in 000€ | PROJECT BUSINESS |
RECURRENT E BUSINESS |
TOTAAL |
|---|---|---|---|
| Omzet | 15 498 | 6 189 | 21 687 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 262 | 203 | 465 |
| Aankoop van materiaal | -10 117 | -2 141 | -12 258 |
| Diensten en diverse goederen | -2 011 | -1 648 | -3 659 |
| Personeelsbeloningen | -6 247 | -3 648 | -9 895 |
| Overige bedrijfskosten | -67 | -54 | -121 |
| Aangepaste EBITDA | -2 682 | -1 099 | -3 781 |
| EBITDA-correcties | 361 | 438 | 799 |
| EBITDA | -2 321 | -661 | -2 982 |
| Afschrijvingen | -2 420 | -2 067 | -4 487 |
| Operationele winst | -4 741 | -2 728 | -7 469 |
| Financiële kosten | -1 217 | -524 | -1 741 |
| Financiële opbrengsten | 185 | 80 | 265 |
| (Verlies)/winst voor het boekjaar | -5 773 | -3 172 | -8 945 |
| Segment activa | − | 20 818 | 20 818 |
| Segment schulden | − | − | − |
De totale activa bedragen KEUR 160 108 . De activa die niet aan een van de segmenten zijn oegewezen, zijn bedrijfsactiva die de bedrijfsactiviteiten als geheel ondersteunen.
De volgende tabel geeft een overzicht van de segmentrapportering voor de periode eindigend op 30 juni 2024.
| in 000€ | PROJECT BUSINESS |
RECURRENT E BUSINESS |
TOTAAL |
|---|---|---|---|
| Omzet | 26 941 | 5 640 | 32 581 |
| Overige bedrijfsopbrengsten* | 102 | 82 | 184 |
| Aankoop van materiaal | -17 372 | -1 950 | -19 322 |
| Diensten en diverse goederen* | -1 993 | -1 374 | -3 367 |
| Personeelsbeloningen* | -5 395 | -2 507 | -7 902 |
| Overige bedrijfskosten | -91 | -75 | -166 |
| Aangepaste EBITDA | 2 192 | -184 | 2 008 |
| EBITDA-correcties | -237 | − | -237 |
| EBITDA | 1 955 | -184 | 1 771 |
| Afschrijvingen | -1 909 | -1 416 | -3 325 |
| Operationele winst | 46 | -1 600 | -1 554 |
| Financiële kosten | -605 | -516 | -1 121 |
| Financiële opbrengsten | 113 | 73 | 186 |
| (Verlies)/winst voor het boekjaar | -446 | -2 043 | -2 489 |
| Segment activa | − | 19 335 | 19 335 |
| Segment schulden | − | − | − |
De totale activa bedragen KEUR 155 982. De activa die niet aan een van de segmenten zijn oegewezen, zijn bedrijfsactiva die de bedrijfsactiviteiten als geheel ondersteunen.
**Management- en interim-personeelsvergoedingen zijn geherclassificeerd van diensten en diverse goederen naar personeelsbeloningen voor personen die niet op de loonlijst van Ekopak staan maar als langdurige contractant van Ekopak fungeren.
De terugvordering van voordelen in natura en loonheffingen zijn geherclassificeerd van overige bedrijfsopbrengsten naar personeelskosten.
De resultatenrekening over 2024 is overeenkomstig aangepast.
De EBITDA-correcties in 2024 hebben betrekking op kosten voor claims (KEUR 14) en kosten gerelateerd aan de overname van GWE (KEUR 223), terwijl de EBITDA-correcties in 2025 voornamelijk betrekking hebben op de verkooop van het oude hoofdkantoor in Tielt (KEUR 1 828 winst en KEUR 250 gemaakte kosten), de afwikkeling van een rechtszaak (KEUR 249), opstartkosten van buitenlandse activiteiten (KEUR 408), aanwerving van de nieuwe CFO en CEO (KEUR 85) en ontslagvergoedingen (KEUR 37).
Het grootste deel van de langlopende activa min uitgestelde belastingen situeert zich in Europa.
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| België | 101 038 | 96 914 |
| Rest van Europa | 10 384 | 9 808 |
| APAC | 416 | 202 |
| Afrika | 3 | 3 |
| Amerika | 21 | 35 |
| Totale langlopende activa | 111 862 | 106 962 |
De omzet per product en dienst kan als volgt worden weergegeven:
| Voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
|||
|---|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 | |
| Verbruiksgoederen | 1 011 | 1 059 | |
| Diensten | 3 065 | 3 174 | |
| WaaS omzet | 2 113 | 1 507 | |
| Project Business | 15 498 | 26 841 | |
| Totale omzet per product type | 21 687 | 32 581 |
Opbrengsten uit verbruiksgoederen en diensten worden op een bepaald moment gerealiseerd. Omzet uit diensten, WaaS en eenmalige verkopen van proceswaterinstallaties en afvalwaterzuiveringsinstallaties wordt in de loop van de tijd erkend. De daling van de omzet uit projectactiviteiten is het gevolg van een combinatie van een cyclisch effect en enkele vertragingen bij projectorders als gevolg van geopolitieke en handelsgerelateerde onzekerheid.
De omzet kan als volgt worden weergegeven per geografisch gebied, op basis van de regio waarin de klant is gevestigd:
| Voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
||
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| België | 5 794 | 8 751 |
| Rest van Europa | 5 797 | 9 798 |
| APAC | 1 828 | 644 |
| Afrika | 778 | 1 050 |
| Amerika | 7 490 | 12 338 |
| Totale omzet per geografisch gebied | 21 687 | 32 581 |
Eén klant vertegenwoordigt via verschillende dochterondernemingen 2.688 KEUR of 13% van de geconsolideerde omzet in de eerste zes maanden van 2025. De totale contractwaarde van de verschillende projecten bedraagt 35.656 KEUR, waarvan 29.865 KEUR reeds is betaald. Er zijn diensten geleverd voor een totale waarde van 28.679 KEUR, wat resulteert in een contractuele verplichting van 186 KEUR.
| Voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
||
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Aankoop van materiaal | -10 473 | -15 205 |
| Overige aankopen | -1 808 | -4 117 |
| Totale aankoop van materialen | -12 281 | -19 322 |
| -363 | ||
| Vloot kosten | -354 | |
| Huisvesting | -377 | -341 |
| Vergoedingen voor aanwerving en sociaal kantoor* | -162 | -96 |
| IT-kosten | -370 | -362 |
| Kantoor kosten | -307 | -165 |
| Professionele vergoedingen* | -839 | -963 |
| Verkoop- en promotiekosten | -1 578 | -1 068 |
| Kleine materialen | -79 | -81 |
| Totaal diensten en diverse goederen | -4 066 | -3 439 |
**Management- en interim-personeelsvergoedingen zijn geherclassificeerd van diensten en diverse goederen naar personeelsbeloningen voor personen die niet op de loonlijst van Ekopak staan maar als langdurige contractant van Ekopak fungeren.
De resultatenrekening over 2024 is overeenkomstig aangepast.
De aankoop van materialen betreft de aangekochte materialen voor de bouw van de proceswater- en afvalwaterinstallaties alsmede de aanschaf van verbruiksmaterialen. De overige aankopen hebben betrekking op uitbestede productiecapaciteit. De aankoop van materialen is gedaald in lijn met de omzet.
De professionele kosten omvatten de vergoedingen die zijn betaald aan de accountants, advocaten, ontwerpstudio's en andere dienstverleners van de onderneming.
De vergoedingen voor aanwerving zijn gestegen als gevolg van de aanwerving van een nieuwe CFO en CEO in 2025.
De kantoorkosten zijn gestegen als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe hoofdkantoor en de afwikkeling van een rechtszaak met een klant.
De verkoop- en promotiekosten zijn gestegen als gevolg van hogere sponsorkosten en de opening van het nieuwe hoofdkantoor in 2025.
| voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
|||
|---|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 | |
| Brutolonen** | -5 626 | -4 630 | |
| Sociale Zekerheid | -1 380 | -1 046 | |
| Lonen zelfstandigen en tijdelijk personeel* | -2 030 | -1 486 | |
| Groepsverzekering | -228 | -202 | |
| Kost van op aandelen gebaseerde betalingen | − | -1 | |
| Overige verzekering | -121 | -89 | |
| Overige personeelskosten | -646 | -448 | |
| Totaal personeelsbeloningen | -10 031 | -7 902 |
*Management- en interim-personeelsvergoedingen zijn geherclassificeerd van diensten en diverse goederen naar personeelsbeloningen voor personen die niet op de loonlijst van Ekopak staan maar als langdurige contractant van Ekopak fungeren.
**De terugvordering van voordelen in natura en loonheffingen zijn geherclassificeerd van overige bedrijfsopbrengsten naar personeelskosten.
De resultatenrekening over 2024 is overeenkomstig aangepast.
Het totale aantal FTE's per 30 juni 2025 bedraagt 290,0 in vergelijking met 225,1 per 30 juni 2024, wat de algemene stijging van de personeelsbeloningen verklaart.
De brutolonen in 2025 werden verminderd met de geactiveerde arbeidskosten ter hoogte van 1.109 KEUR (30 juni 2024: 1.503 KEUR). Deze kosten zijn geactiveerd in het kader van de productie van WaaSinstallaties.
De belangrijkste componenten van de inkomstenbelastingen zijn:
| voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
||
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Geconsolideerde resultatenrekening | ||
| Verwachte belastinglast voor de periode | -96 | -270 |
| Betaalde belastingen | − | -8 |
| Uitgestelde belastingen: | ||
| Betreft het ontstaan en terugdraaien van tijdelijke verschillen | 309 | -1 203 |
| Betreft overdraagbaarheid van fiscale verliezen | 1 658 | 2 108 |
| Belastingen gerapporteerd in de geconsolideerde resultatenrekening | 1 871 | 627 |
| Geconsolideerd totaalresultaat | ||
| Uitgestelde belasting met betrekking tot de niet-gerealiseerde resultaten | − | − |
Het binnenlandse belastingtarief is 25%.
De Vennootschap beschikt over KEUR 35 699 overgedragen fiscale verliezen. Deze verliezen vervallen niet en zijn niet gerelateerd aan structurele verliezen. De Vennootschap heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor overgedragen fiscale verliezen voor een bedrag van KEUR 8 048. De Vennootschap heeft bepaald dat ze uitgestelde belastingvorderingen kan erkennen op de overgedragen fiscale verliezen, aangezien de Vennootschap verwacht deze verliezen te compenseren door belastbare winst. Hoewel de onderneming niet verwacht in 2025 een nettowinst te genereren, verwacht zij een stijging van de omzet en de bedrijfswinst als gevolg van het toenemende belang van het DBFMO- en Circeaulair-bedrijfsmodel in de nabije toekomst. Zij onderzoekt mogelijkheden voor fiscale planning en is er dan ook van overtuigd dat de overgedragen fiscale verliezen in de nabije toekomst zullen worden teruggewonnen.
Als gevolg van de nieuwe organisatiestructuur zijn de kasstroomgenererende eenheden binnen de "Groep" gewijzigd. De drie kasstroomgenererende eenheden zijn nu: WaaS, recurrente business en project business. De goodwill per 30 juni 2025 is als volgt toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheden:
| Op 30 juni | Op 31 December |
||
|---|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 | |
| WaaS | 1 035 | 1 035 | |
| Recurrente Business | 933 | 933 | |
| Project Business | 17 380 | 17 380 | |
| Total non-current assets | 19 349 | 19 349 |
De immateriële activa per 30 juni 2025 bestaan uit een klantenlijst, software, technologie en andere immateriële activa.
De software betreft geactiveerde standaardsoftware die is aangekocht of gelicentieerd van derden, evenals het cloudplatform dat wordt gebruikt voor het monitoren van de serviceactiviteiten. De andere immateriële activa bestaan voornamelijk uit een elektronische 3D-ontwerpbibliotheek voor componenten, waarvoor externe kosten van technische ontwerpers zijn geactiveerd.
VLAIO (Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen) heeft 2 subsidies toegekend aan de Vennootschap voor onderzoek naar verbeterde technieken voor waterzuivering voor een totaalbedrag van 483 KEUR, wat volledig werd uitbetaald en in mindering gebracht van de activa.
De klantenlijst is ontstaan uit de overnames van iServ BV, H2O Production SAS en de GWE-groep. De klantenlijst wordt lineair afgeschreven over een periode van 12 tot 15 jaar.
De technologie is ontstaan uit de overname van de GWE-groep en wordt lineair afgeschreven over een periode van 9 jaar.
De investeringen hebben voornamelijk betrekking op de ontwikkeling van nieuwe engineering- en ontwerpsoftware.
De transfers hebben betrekking op een herclassificatie naar materiële vaste activa na een correctie van een onjuiste classificatie.
De bewegingen in immateriële activa kunnen als volgt worden gepresenteerd:
| in 000€ | Klanten portefeuille |
Software | Technologie | Overige immateriële vaste activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||||
| Op 1 januari 2025 | 23 307 | 1 048 | 10 049 | 1 387 | 35 791 |
| Investeringen | − | 36 | − | 596 | 632 |
| Verkopen | − | -204 | − | − | -204 |
| Transfers | − | − | − | -255 | -255 |
| Other | − | − | − | -3 | -3 |
| Op 30 juni 2025 | 23 307 | 880 | 10 049 | 1 725 | 35 961 |
| Afschrijvingen | |||||
| Op 1 januari 2025 | -2 947 | -487 | -1 488 | -38 | -4 960 |
| Toevoegingen | -946 | -210 | -558 | − | -1 714 |
| Verkopen | − | 204 | − | − | 204 |
| Op 30 juni 2025 | -3 893 | -493 | -2 046 | -38 | -6 470 |
| Netto boekwaarde | |||||
| Op 30 juni 2025 | 19 414 | 387 | 8 003 | 1 687 | 29 491 |
| Klanten | Overige immateriële |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| in 000€ | portefeuille | Software | Technologie | vaste activa | Totaal |
| Aanschaffingswaarde | |||||
| Op 1 januari 2024 | 21 924 | 911 | 9 972 | 941 | 33 748 |
| Investeringen | − | 82 | − | 66 | 148 |
| Op 30 juni 2024 | 21 924 | 993 | 9 972 | 1 007 | 33 896 |
| Afschrijvingen | |||||
| Op 1 januari 2024 | -918 | -301 | -369 | -38 | -1 626 |
| Toevoegingen | -744 | -91 | -554 | − | -1 389 |
| Op 30 juni 2024 | -1 662 | -392 | -923 | -38 | -3 015 |
| Netto boekwaarde | |||||
| Op 30 juni 2024 | 20 262 | 601 | 9 049 | 969 | 30 881 |
De grond en gebouwen hebben betrekking op de eigendommen van Ekopak die worden gebruikt als productie- en administratieve faciliteiten. De investeringen in 2025 hebben betrekking op de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen in De Prijkels in Deinze voor een bedrag van KEUR 5 108. KEUR 15 527 werd overgeboekt van de gebouwen in aanbouw, wat verband houdt met de administratieve faciliteiten die in maart 2025 in gebruik zijn genomen.
De verkoop heeft betrekking op het oude hoofdkantoor in Tielt, dat voor KEUR 3 120 is verkocht. De nettoboekwaarde van de grond, het gebouw en het meubilair bedroeg op de datum van de verkoop KEUR 1 292. Er zijn KEUR 250 aan kosten gemaakt om de verkoop te faciliteren, wat resulteerde in een meerwaarde van KEUR 1 578.
De terreinen en gebouwen hebben een hypotheek ten gunste van een bank voor een totaalbedrag van KEUR 130 en hypotheekmandaten voor een totaalbedrag van KEUR 27 510. Er zijn geen andere beperkingen of pandrechten op de materiële vaste activa.
In vergelijking met 31 december 2024 zijn de WaaS-, verhuur- en pilootinstallaties in aanbouw met een nettobedrag van KEUR 1 738 gedaald. Een totaalbedrag van KEUR 3 366 is getransfereerd wat bestaat uit kapitalisaties van Waas, verhuur- en pilootinstallaties.
Verschillende WaaS- en Piiloot-installaties en verhuurcontainers zijn in een sale and leaseback transactie gegaan met een financiële instelling. De boekwaarde van deze gefinancierde installaties bedraagt KEUR 8 842 op 30 juni 2025. De juridische eigendom van deze activa gaat over op de financiële instelling. Ekopak heeft een terugkoopoptie.
De machines en apparatuur bestaan uit magazijnapparatuur, computerapparatuur en diverse gereedschappen, apparatuur en machines die worden gebruikt voor de productie van installaties. De machines en apparatuur omvatten ook huurcontainers die worden aangehouden als reservecontainers om vervangingen of reparaties aan actieve installaties uit te kunnen voeren, evenals verbruiksgoederen die nodig zijn om na verloop van tijd in actieve installaties te vervangen.
De gebruiksrechten hebben voornamelijk betrekking op leasevoertuigen en gebouwen. De investeringen hebben hoofdzakelijk betrekking op zonnepanelen en audio visueel materiaal op de site in Deinze en een nieuw kantoor in de Filipijnen.
De veranderingen in de boekwaarde van de materiële vaste activa per 30 juni 2025 kunnen als volgt worden gepresenteerd:
| Terreinen en gebouwen |
DBFMO Installaties |
Machines en uitrusting |
Meubilair en uitrusting |
Rollend materieel |
Recht-op gebruik activa |
Constructie in aanbouw - gebouwen |
Constructie in aanbouw - DBFMO |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde (in 000€) | |||||||||
| Op 1 januari 2025 | 18 829 | 15 837 | 2 101 | 737 | 743 | 8 750 | 13 591 | 7 843 | 68 430 |
| Investeringen | 3 054 | 552 | 136 | 315 | 19 | 1 952 | 2 152 | 1 816 | 9 996 |
| Verkopen | -2 677 | -24 | -74 | -136 | -38 | -282 | - | -188 | -3 419 |
| Lease modificaties | - | - | - | - | - | 64 | - | - | 64 |
| Transfers | 15 527 |
3 686 | 49 | 4 | 5 | - | -15 649 |
-3 366 | 256 |
| Currency Translation | - | - | -7 | -15 | -3 | -25 | - | - | -50 |
| Other | -2 | - | - | - | - | 1 | - | - | -1 |
| Op 30 juni 2025 | 34 731 | 20 051 | 2 205 | 905 | 726 | 10 460 | 94 | 6 105 | 75 276 |
| Afschrijvingen (in 000€) | |||||||||
| Op 1 januari 2025 | -2 674 | -4 348 | -1 325 | -440 | -478 | -2 676 | - | - | -11 942 |
| Investeringen | -569 | -976 | -165 | -53 | -46 | -939 | - | - | -2 748 |
| Verkopen | 1 398 | 4 | 73 | 121 | 27 | 272 | - | - | 1 895 |
| Lease modificaties | - | - | - | - | - | 47 | - | - | 47 |
| Transfers | 2 | -21 | 21 | - | -2 | - | - | - | - |
| Currency Translation | - | - | 4 | 3 | 3 | 8 | - | - | 18 |
| Op 30 juni 2025 | -1 843 | -5 341 | -1 392 | -369 | -496 | -3 288 | - | - | -12 730 |
| Netto boekwaarde | |||||||||
| Op 30 juni 2025 | 32 888 | 14 710 | 813 | 536 | 230 | 7 172 | 94 | 6 105 | 62 548 |
| Terreinen en gebouwen |
DBFMO Installaties |
Machines en uitrusting |
Meubilair en uitrusting |
Rollend materieel |
Recht-op gebruik activa |
Constructie in aanbouw - gebouwen |
Constructie in aanbouw - DBFMO |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde (in 000€) | |||||||||
| Op 1 januari 2024 | 12 288 | 10 245 | 4 695 | 507 | 795 | 4 907 | 2 946 | 4 341 | 40 724 |
| Investeringen | 97 | 1 191 | 1 770 | 109 | 63 | 740 | 11 127 |
5 707 | 20 804 |
| Verkopen | - | -1 557 | -1 240 | -4 | -79 | -81 | -4 | - | -2 965 |
| Lease modificaties | - | - | - | - | - | 136 | - | - | 136 |
| Transfers | 1 | 1 366 | 4 | 10 | 16 | - | -19 | -1 366 | 12 |
| Op 30 juni 2024 | 12 386 | 11 245 | 5 229 | 622 | 795 | 5 702 | 14 050 | 8 682 | 58 711 |
| Afschrijvingen (in 000€) | |||||||||
| Op 1 januari 2024 | -2 037 | -2 436 | -1 232 | -374 | -474 | -1 480 | - | -2 103 | -10 136 |
| Investeringen | -239 | -573 | -352 | -35 | -63 | -682 | - | - | -1 944 |
| Verkopen | - | 62 | 30 | 4 | 46 | 68 | - | - | 210 |
| Op 30 juni 2024 | -2 276 | -2 947 | -1 554 | -405 | -491 | -2 094 | - | -2 103 | -11 870 |
| Netto boekwaarde | |||||||||
| Op 30 juni 2024 | 10 110 | 8 298 | 3 675 | 217 | 304 | 3 608 | 14 050 | 6 579 | 46 841 |
Contractactiva worden in eerste instantie erkend voor erkende opbrengsten uit het ontwerp en de bouw van de proceswaterinstallaties en afvalwaterzuiveringsinstallaties in het project business model die nog niet gefactureerd zijn.
De contractactiva bedragen KEUR 4 755 per 30 juni 2025 en KEUR 6 246 per 31 december 2024. De contractactiva hebben betrekking op verschillende openstaande projecten. De daling houdt verband met een afname van het aantal lopende projecten op de verslagdatum ten opzichte van 31 december 2024 evenals de voltooiingsstatus van de projecten.
Contractverplichtingen worden voornamelijk erkend voor het ontwerp en de bouw van proceswaterinstallaties en afvalwaterzuiveringsinstallaties in het project business model, waarbij de omzet werd gefactureerd, maar het werk dat met die omzet samenhangt, nog niet is voltooid.
De contractverplichtingen bedragen KEUR 11 508 per 30 juni 2025 en 12 588 per 31 december 2024.
Handels- en overige vorderingen omvatten het volgende:
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Handelsvorderingen | 11 985 | 12 397 |
| Vordering op verkoper - waarborg op de verpakkingen | 76 | 62 |
| Te ontvangen btw | 585 | 1 061 |
| Te ontvangen belastingen | 789 | 288 |
| Uitgestelde opbrengsten en toegerekende kosten | 4 363 | 773 |
| Overige kortlopende activa | 2 856 | 3 010 |
| Totaal handels- en overige vorderingen | 20 654 | 17 591 |
De Vennootschap paste de vereenvoudigde benadering van IFRS 9 toe om verwachte kredietverliezen te meten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een levenslange voorziening voor verwachte verliezen voor alle handelsvorderingen op basis van historische verliezen. De historische verliezen zijn zeer beperkt gebleven omdat de Vennootschap enkel samenwerkt met klanten die actief zijn in de chemische, farmaceutische en voedingsindustrie met een uitstekende kredietwaardigheid. Als zodanig is de voorziening voor verwachte kredietverliezen niet materieel. Handelsvorderingen zijn niet-rentedragend en hebben over het algemeen een betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum.
De Vennootschap heeft haar klanten vooruitbetalings—en uitvoeringsgaranties verleend voor een totaalbedrag van KEUR 3 117. Deze garanties beschermen de klanten tegen niet-nakoming van het contract door de Vennootschap.
De vordering op verkoper – emballagegarantie heeft betrekking op de aan de verkopers betaalde prijs voor de emballage die zal worden terugbetaald bij retournering van de emballage. Tegelijkertijd heeft het bedrijf een schuld tegenover de klanten voor de verpakkingen die aan de klanten zijn geleverd en door de klanten zijn betaald. De vordering wordt regelmatig beoordeeld op verwachte kredietverliezen en alle vorderingen die meer dan 24 maanden uitstaan, worden volledig afgewaardeerd.
De uitgestelde inkomsten bevatten een vordering ten bedrage van KEUR 3 120 met betrekking tot de verkoop van het oude hoofdkantoor in Tielt.
Het saldo van de overige vlottende activa heeft voornamelijk betrekking op soft en directe engineeringkosten om gecontracteerde Circeaulair projecten uit te voeren. Deze kosten zullen in kost worden genomen wanneer de omzet wordt gegenereerd en deels worden gecompenseerd met het resterende deel van een te ontvangen subsidie voor een totaalbedrag van 2 554 KEUR, waarvan 766 KEUR reeds is ontvangen in 2023. Het project heeft vertraging opgelopen ten opzichte van het moment dat de subsidie werd toegekend, maar op basis van communicatie met de subsidieverstrekker is de Vennootschap ervan overtuigd dat het volledige bedrag van de subsidie nog steeds zal worden verkregen.
De geldmiddelen en kasequivalenten kunnen als volgt worden gepresenteerd:
| in 000€ | Op 30 juni | Op 31 december 2024 |
|---|---|---|
| 2025 | ||
| Geldmiddelen | 5 898 | 5 706 |
| Termijnrekeningen | − | 4 000 |
| Bank overdrafts | − | − |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 5 898 | 9 706 |
Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan voornamelijk uit geldmiddelen bij banken en geldmiddelen op spaarrekeningen met een oorspronkelijke looptijd van minder dan 3 maanden. De geldmiddelen en kasequivalenten zoals hierboven vermeld bevatten geen beperkingen.
De termijnrekening per 31 december 2024 had een termijn van 1 maand die liep tot 20 januari 2025.
De Vennootschap heeft gewone aandelen zonder nominale waarde uitgegeven.
In mei 2025 werd een kapitaalverhoging ten belope van KEUR 15 000 voltooid. Er werden 2.678.571 nieuwe aandelen uitgegeven tegen een prijs van 5,60 euro per aandeel. Bij de kapitaalverhoging schreef Alychlo NV in voor KEUR 14 100, terwijl op het resterende bedrag door andere investeerders werd ingeschreven.
Daarnaast heeft Pilovan BV 1.084.637 aandelen aan Alychlo NV verkocht tegen dezelfde prijs per aandeel als de uitgifteprijs van de kapitaalverhoging.
Als gevolg hiervan bezit Alychlo NV de meerderheid (56,6%) van de aandelen in de Vennootschap, 24,9% is in handen van Pilovan BV en er is een free float van 18,5%.
| Totaal aantal gewone aandelen (in '000 aandelen) |
Totaal aandelenk apitaal in €000 |
Totaal uitgiftepre mie in €000 |
Nominale waarde per gewoon aandeel (per aandeel) |
|
|---|---|---|---|---|
| Openstaand op 1 januari 2024 | 14 824 | 6 671 | 55 116 | 0,45 |
| Openstaand op 31 december 2024 | 14 824 | 6 671 | 55 116 | 0,45 |
| Openstaand op 1 januari 2025 | 14 824 | 6 671 | 55 116 | 0,45 |
| Kapitaalverhoging in contanten - openbaar aanbod en onderhandse plaatsing |
2 679 | 1 205 | 13 795 | 0,45 |
| Openstaand op 30 juni 2025 | 17 503 | 7 876 | 68 911 | 0,45 |
De overige reserves bestaan uit:
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Beperkte reserve – wettelijke reserve | 6 | 6 |
| Overige reserves | -2 257 | -2 213 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen reserve | 112 | 112 |
| Niet-gerealiseerd verlies: | ||
| Actuariële winsten (verliezen) op toegezegde pensioenplannen | -47 | -47 |
| Valutaverschil bij omrekening | -61 | 9 |
| Kasstroom hedge reserve | -89 | -135 |
| Totale reserves | -2 336 | -2 268 |
De negatieve overige reserves worden voor KEUR 2 268 verklaard door het deel van de IPO-kosten (na belastingen) daterende uit 2021 dat rechtstreeks via het eigen vermogen werd geboekt en KEUR 44 kosten gerelateerd aan de kapitaalverhoging doorgevoerd in mei 2025.
Op 30 december 2020 heeft de Vennootschap 30 000 warranten goedgekeurd en uitgegeven in het kader van een aandelenplan voor werknemers (de ESOP Warranten) aan bepaalde leden van het Uitvoerend Management. Op 16 december 2021 heeft de Vennootschap 5.000 bijkomende warranten goedgekeurd en uitgegeven. De ESOP Warranten zijn gratis toegekend. De gewogen gemiddelde reële waarde van de warranten bedraagt EUR 3,21.
Alle warranten zijn verworven en momenteel uitoefenbaar. Geen van de warranten werden reeds uitgeoefend.
De bedragen van de gewone winst per aandeel worden berekend door de nettowinst (het verlies) over het jaar toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij te delen door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen gedurende het jaar. De Vennootschap heeft 35 000 potentieel verwaterde gewone aandelen m.b.t. de ESOP warranten. De Vennootschap verkeert in een verliesgevende positie in 2025 en 2024 en als zodanig zouden de potentiële gewone aandelen het verlies per aandeel verminderen, wat resulteert in een niet-verwaterend effect. Als zodanig is de gewone winst per aandeel gelijk aan de verwaterde winst per aandeel per 30 juni 2025 en per 30 juni 2024.
De volgende netto winst en aandelengegevens zijn gebruikt bij de berekeningen van de winst per aandeel:
| voor de zes maanden eindigend op 30 juni |
||
|---|---|---|
| In 000€, uitgezonderd gegevens per aandeel in '000 | 2025 | 2024 |
| Nettowinst toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij voor gewone winst en verwaterde winst per aandeel |
-7 184 | -1 862 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel |
17 503 | 14 825 |
De bewegingen van de leningen en leaseverplichtingen worden weergegeven in onderstaande tabel:
| in 000€ | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Op 1 januari | 77 498 | 42 957 |
| Ontvangsten uit leningen | 7 209 | 19 356 |
| Acquisitie via bedrijfscombinatie | − | − |
| Terugbetalingen van leningen | -4 182 | -2 694 |
| Nieuwe leases (niet-kas) | 1 952 | 740 |
| Huuraanpassingen | 113 | 136 |
| Buitengebruikstelling van leases (niet-kas) | − | − |
| Terugbetaling van leasingschulden | -883 | -601 |
| Currency translation | -17 | |
| Op 30 juni | 81 690 | 59 894 |
| Korte termijn leningen | 25 049 | 9 478 |
| Lange termijn leningen | 49 230 | 46 724 |
| Korte termijn leaseverplichtingen | 1 778 | 2 475 |
| Lange termijn leaseverplichtingen | 5 633 | 122 |
Van de nieuwe leningen heeft KEUR 4 000 betrekking op de financiering van het nieuwe pand in Deinze (de cumulatieve lening in dat verband bedraagt KEUR 24 384), KEUR 2 300 op de opname van gewone leningen en KEUR 879 op de sale-and-leaseback van een WaaS-installatie.
De nieuwe leases hebben voornamelijk betrekking op de lease van zonnepanelen en audio visueel materiaal in het nieuwe pand in Deinze en een nieuwe kantoorlease in de Filipijnen.
Onderstaande tabel toont de verschillende types leningen:
| At June 30 | At December 31 |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Leasingschulden | 7 410 | 6 258 |
| Investeringskrediet | 47 910 | 46 278 |
| Straight loan | 17 750 | 16 450 |
| Investeringsleningen voor specifieke klantprojecten | 8 465 | 8 317 |
| Overige leningen | 155 | 195 |
| Totaal leningen | 81 690 | 77 498 |
De boekwaarde van de financiële activa en de financiële verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:
| Boekwaarde | |||
|---|---|---|---|
| Op 30 juni | Op 31 december |
||
| in 000€ | 2025 | 2024 | |
| Financiële activa | |||
| Financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | |||
| Handelsvorderingen | 11 985 | 12 397 | |
| Overige kortlopende vorderingen | 2 932 | 3 073 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 5 898 | 9 706 | |
| Totale financiële activa | 20 815 | 25 176 | |
| Financial assets at fair value through profit or loss | |||
| Derivatives | 433 | 0 | |
| Total financial assets measured at fair value | 433 | 0 | |
| Financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | |||
| Leningen | 74 279 | 71 240 | |
| Leasingschulden | 7 411 | 6 258 | |
| Handelsschulden | 6 364 | 12 242 | |
| Overige kortlopende schulden | 122 | 65 | |
| Totale financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | 88 176 | 89 805 | |
| Financiële schulden gewaardeerd aan reële waarde | |||
| Derivaten | 194 | 180 | |
| Totaal financiële schulden gewaardeerd aan reële waarde | 243 | 180 | |
| Totaal langlopend | 54 863 | 53 372 | |
| Totaal kortlopend | 33 556 | 36 613 |
De reële waarde van de financiële activa en de financiële verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:
| Reële waarde | |||
|---|---|---|---|
| Op 30 juni | Op 31 december |
||
| in 000€ | 2025 | 2024 | |
| Financiële activa | |||
| Financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | |||
| Handelsvorderingen | 11 985 | 12 397 | |
| Overige kortlopende vorderingen | 2 932 | 3 073 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 5 898 | 9 706 | |
| Totale financiële activa | 20 815 | 25 176 | |
| Financial assets at fair value through profit or loss | |||
| Derivatives | 433 | 0 | |
| Total financial assets measured at fair value | 433 | 0 | |
| Financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | |||
| Leningen | 74 095 | 65 792 | |
| Leasingschulden | 7 411 | 6 258 | |
| Handelsschulden | 6 364 | 12 242 | |
| Overige kortlopende schulden | 122 | 65 | |
| Totale financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | 87 992 | 84 357 | |
| Financiële schulden gewaardeerd aan reële waarde | |||
| Derivaten | 194 | 180 | |
| Totaal financiële schulden gewaardeerd aan reële waarde | 243 | 180 | |
| Totaal langlopend | 54 697 | 53 372 | |
| Totaal kortlopend | 33 538 | 31 165 |
Voorzieningen zijn onder meer:
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Voorziening Legale Claim van klanten | − | -286 |
| Netto toegezegde pensioenverplichting | -861 | -883 |
| Totaal voorzieningen en toegezegde pensioenplannen | -861 | -1 169 |
Bewegingen in de voorziening gedurende het boekjaar worden hieronder weergegeven:
| in 000€ | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Op 1 januari | -286 | -267 |
| Addities | -2 | -14 |
| Gebruik | 288 | − |
| Terugname | − | − |
| Op 30 juni | − | -281 |
Op 19 februari 2025 oordeelde Het Hof dat de rechtsvordering van een klant tegen Ekopak gegrond was en dat de overeenkomst moest worden ontbonden. Dit betekent dat de partijen de wederzijds geleverde prestaties moesten teruggeven, Ekopak de installatie moest terugnemen en de klant een bedrag van 243 KEUR moest terugbetalen.
De Vennootschap heeft pensioenverplichtingen in verschillende landen:
De toegezegde pensioenregelingen hebben betrekking op groepsverzekeringen voor management en werknemers die classificeren als toegezegde pensioenregelingen vanwege het minimaal gegarandeerd rendement van 2,50% waaraan de regelingen zijn onderworpen.
De netto toegezegde pensioenregelingen zijn als volgt:
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Netto toegezegde pensioenplannen aan het begin van het jaar | 100 | 307 |
| Toegezegde pensioenverplichting opgenomen in resultatenrekening | 2 | 43 |
| Totale herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerd resultaat | − | − |
| Werkgeversbijdragen | − | − |
| Netto toegezegde pensioenplannen aan het einde van de periode | 102 | 350 |
De werkgeversbijdragen zijn onderhevig aan een minimaal gegarandeerd rendement, dat is gebaseerd op een gemiddelde van de rendementen op 10-jaars staatsobligaties, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75% (momenteel gelijk aan 2,50%). Dit geldt voor alle bijdragen die leiden tot de classificatie van de bedrijfsverzekeringsschema's als een pensioenregeling met gedefinieerde uitkeringen.
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Netto toegezegde pensioenplannen aan het begin van het jaar | 30 | 39 |
| Toegezegde pensioenverplichting opgenomen in resultatenrekening | -2 | − |
| Totale herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerd resultaat | − | − |
| Werkgeversbijdragen | − | − |
| Netto toegezegde pensioenplannen aan het einde van de periode | 28 | 39 |
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Netto toegezegde pensioenplannen aan het begin van het jaar | 617 | 424 |
| Toegezegde pensioenverplichting opgenomen in resultatenrekening | 40 | 18 |
| Totale herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerd resultaat | − | − |
| Currency translation | -58 | − |
| Netto toegezegde pensioenplannen aan het einde van de periode | 599 | 442 |
De kortlopende verplichtingen zijn de volgende:
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Handels- en overige schulden | ||
| Handelsschulden | -6 364 | -12 242 |
| Schulden uit personeelsbeloningen | -2 351 | -2 093 |
| Uitgestelde opbrengsten en toe te rekenen kosten | -706 | -1 027 |
| Totaal handels- en overige schulden | -9 421 | -15 362 |
| Overige kortlopende verplichtingen | ||
| Contractaansprakelijkheid - vooruitbetalingen | -71 | -57 |
| Overige | -51 | -8 |
| Totaal overige kortlopende verplichtingen | -122 | -65 |
Het bedrag dat aan de klanten verschuldigd is voor waarborg op de verpakkingen is de verwachte terugbetaling van de prijs die door elke klant is betaald voor de verpakkingsmaterialen die door de Vennootschap aan de klant worden geleverd wanneer ze door de klant aan de Vennootschap worden geretourneerd. Deze vordering heeft betrekking op de vordering op de leveranciers voor waarborg op de verpakkingen. Er zijn geen andere materiële verplichtingen voor andere retourzendingen, terugbetalingen of garanties.
Deze toelichting geeft een overzicht van alle transacties met verbonden partijen.
Wijzigingen in het leiderschapsteamIn mei 2025 werd Jos De Vuyst in zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van DEVUMA BV, benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur. In juni nam Geert Bossuyt, in zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van BOSVAN BV, de functie van CFO op.
Jean-Baptiste De Cuyper, in zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van ACEAN BV, zal vanaf 1 september 2025 de functie van CEO opnemen.
Het sleutelmanagement wordt tewerkgesteld via managementovereenkomsten en loondienst. Daarnaast heeft de Vennootschap een groepsverzekering ten voordele van het sleutelmanagement.
| in 000€ | Voor het halfjaar eindigend op 30 juni |
||
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Korte-termijn beloningen | 733 | 1 029 | |
| Beloningen na uitdiensttreding | 14 | 14 | |
| Totaal | 747 | 1 043 |
Het sleutelmanagement bestaat uit 8 personen (inclusief de CEO).
Er werden 35 000 warranten toegekend aan bepaalde leden van het sleutelmanagement per 30 juni 2025 (35 000 op 30 juni 2024).
De bestuurders worden bezoldigd voor de uitvoering van hun mandaat. Het totale bedrag van bestuurdersvergoedingen die in de bedrijfskosten werden opgenomen bedraagt KEUR 43.
De "Groep" heeft nog geen transacties met de joint venture Circeaulair I op 30 juni 2025.
De onderneming heeft in de eerste zes maanden van 2025 KEUR 300 aan extra kapitaal aan haar joint venture WaaSia gestort.
Het bedrijf werkt aan een project voor een andere dochteronderneming van Alychlo NV, de belangrijkste aandeelhouder van het bedrijf en belangrijkste deelnemer aan de kapitaalsverhoging in mei 2025. Het project heeft een totale projectwaarde van KEUR 303. KEUR 269 aan inkomsten met betrekking tot dit project is opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de eerste zes maanden van 2025.
Het handelsconflict met de Verenigde Staten had een impact op de activiteiten, aangezien het bedrijf enkele pijpleidingprojecten is kwijtgeraakt. Het nieuw ingestelde tarief van 15% zorgt voor minder gunstige handelsvoorwaarden, maar de grootste impact kwam niet voort uit het tarief zelf, maar uit de langdurige periode van onzekerheid. Gezien de sterke marktpositie van GWE in de VS en de huidige overeenkomst, meent het bedrijf dat de toekomstige impact op onze resultaten beperkt zal zijn.
De heer Jean-Baptiste De Cuyper, in zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van ACEAN BV, zal vanaf 1 september 2025 de functie van CEO opnemen.
Vanaf 1 september 2025 zal het uitvoerend management worden geleid door een nieuw gevormd leiderschapsteam ("Cockpit") bestaande uit de CEO, de CFO en de Chief Strategy and Growth Officer, de heer Pieter Loose.
Vanaf 1 september 2025 zal de onderneming opereren via twee gespecialiseerde business units, Project Business en Recurring Business, elk met een eigen mandaat, die juridische als fiscale entiteiten overschrijden. Deze structuur verbetert de klantgerichtheid, de operationele efficiëntie en de kennisuitwisseling.
De belangrijkste dochterondernemingen van de "Groep" worden hieronder uiteengezet.
| Eigendomsbelang aangehouden door de groep |
|||
|---|---|---|---|
| Naam van de entiteit | Op 30 juni | Op 31 december |
|
| Land van oprichting |
2025 | 2024 | |
| Ekopak NV | België | 100% | 100% |
| Ekopak France SAS | Frankrijk | 100% | 100% |
| H2O Production SAS | Frankrijk | 100% | 100% |
| Covalente SAS | Frankrijk | 100% | 100% |
| SCI du Cèdre Bleu | Frankrijk | 100% | 100% |
| Global Water Engineering BV | België | 100% | 100% |
| D.W.S. BV | België | 100% | 100% |
| GWE Asia BV | België | 100% | 100% |
| GWE BV | Nederland | 100% | 100% |
| Glowateng Corporation | Filipijnen | 100% | 100% |
| GWE (Thailand) Co. Ltd. | Thailand | 100% | 100% |
| Global Water&Energy LLC | Verenigde Staten |
100% | 100% |
| Circeaulair Maroc SA | Marokko | 100% | 100% |
| Ekopak Spain | Spanje | 100% | 100% |
Tenzij anders vermeld, hebben ze een aandelenkapitaal dat uitsluitend bestaat uit gewone aandelen die rechtstreeks door de "Groep" worden aangehouden, en het aandeel van de eigendomsbelangen dat wordt aangehouden is gelijk aan de stemrechten die door de "Groep" worden aangehouden. Het land van oprichting of registratie is ook hun hoofdzetel.
| Naam van de entiteit | Eigendomsbelang aangehouden door de groep |
||
|---|---|---|---|
| Land van oprichting |
Op 30 juni | Op 31 december |
|
| Circeaulair I BV | België | 51% | 51% |
| Water-as-a-service Asia PTE. LTD. | Singapore | 51% | 51% |
De joint venture Circeaulair I is opgezet om bedrijven en bedrijventerreinen te voorzien van circulair water. Het effluent afkomstig van de waterzuiveringsinstallatie van Aquafin wordt via een door Ekopak geïnstalleerde waterzuiveringsinstallatie omgezet in proceswater voor industriële doeleinden en via een nieuw leidingnet rechtstreeks naar het bedrijf of bedrijventerrein getransporteerd.
De joint venture Water-as-a-service Asia is opgericht om de watervoetafdruk van industriële klanten in heel Azië te verminderen.
We verwijzen naar toelichting 4 voor de beschrijving van de belangrijke beoordelingen met betrekking tot de classificatie van de joint ventures.
Ekopak NV heeft een overeenkomst getekend op 5 juni 2023 als leverancier van de proceswaterinstallatie met de joint venture Circeaulair I. In deze overeenkomst heeft Ekopak NV de volgende verbintenissen jegens de joint ventures:
De onderstaande tabel geeft de aansluiting weer met de boekwaarde van de joint venture:
| in € | Circeaulair I | Water-as-a service Asia |
|---|---|---|
| Aandeel van de groep in % | 51% | 51% |
| Aandeel van de groep in EUR | 5 | 510 |
| Boekwaarde van belang in joint venture | − | 245 |
De boekwaarde van de investering in Circeaulair I bedraagt EUR 0 omdat de eliminiatie van niet gerealiseerde winsten ten opzichte van de entiteit het bedrag van de investeringen overschrijdt.
De boekwaarde van de investering in Waas-as-a-service Asia bedraagt KEUR 245 omdat de geleden verliezen in mindering zijn gebracht van de boekwaarde van de aandelen volgens de vermogensmutatiemethode. Aangezien de entiteit pas in 2024 is opgericht, genereert ze nog geen inkomsten
Aangepaste EBITDA wordt gebruikt als een van de grondslagen voor de prestatiemeting van de segmenten om een beter inzicht te krijgen in de recurrente prestaties. We berekenen de aangepaste EBITDA als operationele winst/(verlies) min afschrijvingenen EBITDA-aanpassingen. EBITDA-aanpassingen zijn posten die het bedrijf niet als onderdeel van de normale bedrijfsvoering beschouwt en omvatten kosten voor claims, herstructurering en overnamekosten.
EBITDA wordt gebruikt als een van de grondslagen voor de prestatiemeting van de segmenten. We berekenen EBITDA als bedrijfswinst plus afschrijvingskosten.
| in 000€ | Voor het halfjaar eindigend op 30 juni |
||
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Operationele winst (a) | -7 469 | -1 554 | |
| Afschrijvingen (b) | -4 487 | -3 325 | |
| Totale EBITDA (c) = a-b | -2 982 | 1 771 | |
| EBITDA-correcties (d) | 799 | -237 | |
| Aangepaste EBITDA = c-d | -3 781 | 2 008 |
Het netto werkkapitaal wordt berekend als: totale kortlopende activa, exclusief liquide middelen en kasequivalenten, minus totale kortlopende verplichtingen, exclusief leningen en leases.
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Kortlopende activa (a) | 39 652 | 42 107 |
| Liquide middelen en kasequivalenten (b) | 5 898 | 9 706 |
| Kortlopende schulden zonder leningen en leases (c) | 21 429 | 28 668 |
| Nettowerkkapitaal = a-b-c | 12 325 | 3 733 |
De solvabiliteitsratio wordt gedefinieerd als eigen vermogen op eigen vermogen plus vreemd vermogen.
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Eigen vermogen (a) | 48 947 | 41 205 |
| Vreemd vermogen (b) | 111 161 | 114 777 |
| Solvabiliteitsratio c = a/(a+b) | 31% | 26% |
De netto financiële schuld wordt gedefinieerd als kortlopende en langlopende leningen, exclusief leasing schulden minus geldmiddelen en kasequivalenten.
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Leningen exclusief leaseovereenkomsten (a) | 74 279 | 71 240 |
| Geldmiddelen (b) | 5 898 | 9 706 |
| Netto financiële schuld (f) = (a-b) | 68 381 | 61 534 |
De hefboom is de verhouding van de leningen (exclusief leases en kapitaaluitgaven in verband met bedrijfsruimtes) tot EBITDA.
| Op 30 juni | Op 31 december |
|
|---|---|---|
| in 000€ | 2025 | 2024 |
| Aangepaste EBITDA verwacht over het volledige jaar (a) | -2 618 | -3 950 |
| Leningen (b) | 74 279 | 71 240 |
| Leningen voor kapitaaluitgaven (c) | 25 689 | 22 454 |
| Geldmiddelen (d) | 5 898 | 9 706 |
| Hefboom = (b-c-d) / a | -16,31 | -9,89 |
| Netto financiële schuld (f) / aangepaste EBITDA (a+b) | -26,12 | -15,58 |
Have a question? We'll get back to you promptly.