AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Umicore

Annual Report Mar 23, 2012

4018_10-k_2012-03-23_80684f24-0750-4a22-a43c-a57d9ed10e66.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Een wereld van mogelijkheden creëren

Jaarverslag 2011

Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/ reporting

Inhoud
Inleiding
1-9
Umicore in het kort 2-3
Kerncijfers & hoogtepunten 4-5
Overzicht van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder 6-9
Management
bespreking
10-23
Economisch overzicht 10-14
Aantrekkelijke werkplek 15-17
Eco-efficiëntie 18-20
Communicatie met de belanghebbenden 21-23
Overzicht
segmenten
24-49
Verklaringen 51-180
Financiële en economische toelichtingen 51-114
Milieuverklaringen 115-124
Sociale verklaringen 125-140
Verklaring inzake deugdelijk bestuur 141-161
Raad van Bestuur, Directiecomité & Senior Management profielen 162-167
Betrouwbaarheidsverklaringen 168-169
Glossarium 170-173
GRI Index 174-178

Over dit verslag

Dit verslag geeft een geïntegreerd overzicht van onze economische, sociale en milieuprestaties in 2011. Onderstaande link geeft u toegang tot het volledige online verslag dat zich in een specifieke rapporteringsectie van de Umicore website bevindt. Voor mobiele gebruikers brengen de QR codes hen onmiddellijk naar de relevante delen van het online verslag.

Ons verslag is extern nagekeken en bereikt het GRI rapporteringniveau B+.

Een volledig overzicht van de reikwijdte van onze rapportering kan gevonden worden op pagina 180.

Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/reporting

Inleiding

Onze benadering

Wij zijn een materiaaltechnologiegroep op wereldschaal. Wij focussen op toepassingsgebieden waar onze expertise in scheikunde, materiaalwetenschappen, metallurgie en recyclage een verschil maken.

Onze activiteiten

Onze activiteiten zijn geconcentreerd rond vier business groups. Iedere business group is opgedeeld in marktgerichte business units die materialen en oplossingen aanbieden die aan de top van technologische ontwikkelingen staan en noodzakelijk zijn in het dagelijkse leven.

Materials for a better life

CATALYSIS

ENERGY MATERIALS

PERFORMANCE MATERIALS

RECYCLING

Umicore in het kort

Umicore, wereldleider in...

autokatalysatoren voor personenwagens.

materialen voor herlaadbare batterijen gebruikt in draagbare elektronica en hybride & elektrische wagens.

germanium substraten en andere materialen die gebruikt worden in nieuwe fotovoltaïsche technologieën.

recyclage edele metalen uit electronisch afval, gebruikte katalysatoren en industriële residu's.

Kerncijfers en hoogtepunten

Economische prestaties (in miljoen € tenzij anders vermeld) 2007 2008 2009 2010 2011
Omzet 8.309,9 9.124,0 6.937,4 9.691,1 14.480,9
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 1.910,0 2.100,3 1.723,2 1.999,7 2.289,8
Recurrente EBIT 359,1 354,6 146,4 342,5 416,1
waarvan geassocieerde ondernemingen 26,8 32,0 -6,1 30,1 22,9
Totale EBIT 334,4 249,1 141,2 324,0 432,7
Recurrente EBIT marge (in %) 17,4 15,4 8,9 15,6 17,2
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) 19,6 17,8 8,1 17,5 18,6
Recurrent nettoresultaat. aandeel van de Groep 225,7 222,1 81,9 263,4 304,6
Nettoresultaat, aandeel van de Groep, inclusief afgesplitste activiteiten 653,1 121,7 73,8 248,7 325,0
Onderzoek- en ontwikkelingskosten 124,5 165,0 135,7 139,3 156,8
Investeringen 152,9 216,0 190,5 172,0 212,6
Netto toename/afname van de kasstromen voor financieringsoperaties 778,6 195,3 258,4 -68,2 308,6
Geconsolideerde netto financiële schuld uit bedrijfsactiviteiten, einde periode 177,9 333,4 176,5 360,4 266,6
Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (in %) 10,4 20,0 11,4 18,6 13,4
Eigen vermogen van de Groep, einde periode 1.491,2 1.290,7 1.314,2 1.517,0 1.667,5
Recurrente winst per aandeel (in €/aandeel) 1,80 1,93 0,73 2,33 2,69
Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten, basisberekening (in €/aandeel) 5,21 1,06 0,66 2,20 2,87
Bruto-dividend (in €/aandeel) 0,65 0,65 0,65 0,80 1,00
Aantrekkelijke werkplek 2007 2008 2009 2010 2011
Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) 14.844 15.450 13.728 14.386 14.572
waarvan geassocieerde ondernemingen 5.018 5.337 4.415 4.828 4.408
Ongevallen met werkverlet 79 87 48 56 60
Frequentiegraad ongevallen met arbeidsverlet 5,30 5,30 3,10 3,50 3,60
Ernstgraad ongevallen met werkverlet 0,13 0,17 0,08 0,13 0,11
Blootstellingsgraad 'alle biomerkers geagregeerd' (in %) - - - - 5,10
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer 52,84 51,21 44,05 43,30 51,94
Vrijwillige vertrekkers 3,40 3,56 2,59 3,78 3,84
Eco-efficiëntie 2007 2008 2009 2010 2011
CO2
e emissies (toepassingsgebied 1+2) (in ton)
599.362 626.568 529.628 543.807 695.733
Metaaluitstoot naar water (vracht in kg) 4.858 6.789 5.915 6.495 5.782
Metaaluitstoot naar water (impact eenheid) 299.664 301.271 442.575 389.676 306.627
Metaaluitstoot naar lucht (vracht in kg) 14.532 16.152 10.579 11.453 12.681
Metaaluitstoot naar lucht (impact eenheid) 367.526 243.801 213.279 181.937 128.714
Communicatie met de belanghebbenden 2007 2008 2009 2010 2011
Donaties (in € duizend) 202,3 1.451,5 1.106,5 1.009,4 1.751,0

Economisch

  • • Sterke inkomstengroei in alle businesses
  • • Recordniveau recurrente EBIT en winst per aandeel. Rendement op kapitaal stijgt tot 19%
  • • Nieuwe strategische investeringen in alle businesses
  • • Hoger dividend

  • • Meer ongevallen met arbeidsverlet in 2011. Programma's opgesteld om de prestaties in de toekomst te verbeteren

  • • Basis gelegd voor verdere verbeteringen op vlak van prestaties als aantrekkelijke werkgever en ontwikkeling van de medewerkers

Eco-efficiëntie

  • • Sterke vooruitgang naar de CO2 verminderingsdoelstelling
  • • Vermindering van metaalemissies overtrof onze doelstellingen
  • • Verdere ontwikkeling van onze nieuwe tool voor het meten van de duurzaamheid van onze producten

Dialoog met belanghebbenden

  • • Gestart met de systematische invoering van ons charter voor duurzame aankopen
  • • Donaties aan goede doelen bereikten een recordniveau

Overzicht van de Voorzitter en de Gedelegeerd bestuurder

Thomas Leysen, Voorzitter van Umicore, en Gedelegeerd bestuurder Marc Grynberg bespreken naast de hoogtepunten en de vooruitgang in 2011 ook de vooruitzichten voor 2012 en de volgende jaren.

Wat waren de hoogtepunten voor u in 2011?

MG: Wel, het feit dat we recordresultaten konden neerzetten – zowel op het vlak van bedrijfsresultaat als winst per aandeel – maakt van 2011 duidelijk een zeer bijzonder jaar. We bereikten een forse omzetgroei in bijna al onze activiteiten. Het ritme van die groei lag bovendien hoger dan dat van de markt, wat de kracht van onze concurrentiepositie onderstreept. Dit was niet alleen het geval in de activiteiten waar we snelle groei verwachten in het kader van onze Vision 2015 ambities, zoals autokatalysatoren of recyclage, maar ook in tal van andere divisies van Umicore.

Het feit dat we zo kort na de crisis van 2008-2009 zo snel een recordomzet en -winst hebben bereikt, geeft ons veel voldoening en we hebben deze resultaten een jaar eerder behaald dan oorspronkelijk verwacht. Onze strategie om het bedrijf door deze crisis te loodsen heeft ons goed geholpen en ons in staat gesteld om onze positie na de crisis nog te versterken.

TL: De combinatie van strikt kapitaalbeheer en het behoud van een sterke balans is altijd een onderdeel van onze filosofie geweest, ook in de periode voor 2008 toen krediet makkelijk te verkrijgen was. Dat is ons de voorbije jaren goed van pas gekomen. Umicore kan zijn groeiambities nog steeds gemakkelijk financieren en dat was tijdens de hele economische cyclus het geval. De voordelen van zo'n consistente positie zijn duidelijk en ik ben blij dat we opnieuw in staat waren om het dividend te verhogen en voor bijna 100 miljoen aandelen terug te kopen in de loop van 2011.

MG: Een ander hoogtepunt was voor mij de toewijding van onze collega's in de hele wereld en niet alleen op het vlak van hun bijdrage aan de geweldige resultaten. Veel collega's werden helaas direct of indirect getroffen door de aardbeving en de tsunami in Japan, de tornado's in het middenwesten van de Verenigde Staten en de overstromingen in Thailand. Ik was erg getroffen en onder de indruk van de solidariteit bij onze mensen onderling tijdens deze rampen. Een buur helpen van wie het huis was vernield, voorraden naar collega's in nood brengen of financiële steun bieden aan gemeenschappen op duizenden kilometers afstand, al deze blijken van samenhorigheid maakten me erg trots.

U hebt in 2011 verschillende investeringen voltooid – hoe zullen ze bijdragen aan de toekomstige groei?

MG: Inderdaad, onze kapitaaluitgaven bereikten eveneens een recordniveau van € 215 miljoen,

Thomas Leysen - Voorzitter Marc Grynberg - Gedelegeerd bestuurder

met enkele belangrijke groei-initiatieven die in de loop van het jaar werden afgerond en een nieuwe golf van investeringen die werd aangekondigd voor de toekomst. De voltooiing van de pilootfabriek voor onze nieuwe recyclagetechnologie was voor mij een bijzonder moment. Ze luidt het begin in van wat volgens ons een boeiende nieuwe fase zal worden in de recyclageactiviteiten van Umicore. Deze technologie werd ontwikkeld om een nooit geziene efficiëntie te bereiken in zowel metaalrecuperatie als energieverbruik. We verwachten dat dit platform ons zal toelaten om in de toekomst een hele reeks nieuwe aanvoermaterialen te recycleren, zoals herlaadbare batterijen, en zo de positie van Umicore als onbetwiste wereldleider in dit domein nog te versterken. We hebben ook een nieuwe fabriek voor batterijmaterialen gebouwd in Japan in het kader van een breder investeringsprogramma in de regio die gericht is op energiegerelateerde toepassingen. We hebben met veel succes nieuwe materialen ontwikkeld en gekwalificeerd voor autotoepassingen. Met de nieuwe fabriek in Kobe beschikken we over een platform om onze klanten in de sector van de herlaadbare batterijen voor voertuigen nog beter te bedienen. Die sector zal de volgende jaren sterk groeien omdat er in de hele wereld meer gebruik zal worden gemaakt van elektrische vervoermiddelen. Een interessant feit is dat Rechargeable Battery Materials in 2012 de eerste business unit van Umicore wordt met

haar hoofdkantoor in Azië, in het centrum van de markt van lithium-ion batterijen en dicht bij onze fabrieken en onderzoekscentra. Dit zal onze marktintroductietijd nog verkorten. We hebben ook ons investeringsprogramma in de katalysatorsector voortgezet met verschillende projecten om ons wereldwijde netwerk van testinstallaties verder te ontwikkelen en onze productiecapaciteit overal in de wereld op te drijven – vooral voor toepassingen voor zware dieselvoertuigen. En tot slot investeren we aanzienlijk in Performance Materials om ons productgamma uit te breiden en ons globaal bereik te vergroten.

TL: De kapitaalinvesteringen zijn eigenlijk het publieke aspect van het groeiverhaal. Een nieuwe fabriek openen trekt de aandacht van de buitenwereld, terwijl onze essentiële ontwikkelingsinspanningen veel minder in het oog springen. Buiten de schijnwerpers werden de onderzoeksen ontwikkelingsinspanningen op hetzelfde niveau voortgezet als tijdens de voorbije jaren en met elf O&O centra in de hele wereld – inclusief nieuwe installaties in Azië – legt Umicore de basis voor nieuwe producten en processen in al zijn activiteiten. Ik ben ook blij dat er meer inspanningen worden geleverd om op zoek te gaan naar gemeenschappelijke thema's in ons onderzoekswerk en om een omgeving te creëren die het leren over de grenzen van de business units heen bevordert.

Hoe gaat u in deze economisch onzekere tijd tewerk?

MG: Ik vind dat we best een consistente strategische koers aanhouden, ongeacht de economische omgeving op korte termijn. We willen sterke kasstromen genereren en in staat blijven om in groei-initiatieven te investeren, ongeacht in welke fase van de economische cyclus we ons bevinden. Het is misschien mede dankzij die consistentie dat we ons met succes handhaven in de onvermijdelijke ups en downs van de wereldeconomie. Tijdens de laatste aanzienlijke vertraging van de wereldeconomie hebben we selectieve en grotendeels tijdelijke maatregelen genomen om de verminderde vraag op te vangen en hebben we besloten om onze onderzoeksprogramma's, groei-investeringen en dividendbetalingen te handhaven. Als we zien wat er vandaag in de wereld gebeurt, is het duidelijk dat de staatsschuldencrisis in de VS en de eurozone tot grote economische onzekerheid leidt en veel prognoses voorspellen een inkrimping van de vraag in deze regio's. Ik ben er zeker van dat het hanteren van dezelfde aanpak als enkele jaren geleden vruchten zal afwerpen en ons in staat zal stellen om onze strategische koers aan te houden.

TL: Consistentie is echter geen synoniem van rigiditeit. Onze gedecentraliseerde benadering stelt

"Medewerkers, klanten, leveranciers en andere betrokkenen in de hele wereld vragen steeds meer bewijzen van duurzaam ondernemen. Op die vraag anticiperen kan een bijkomende factor zijn die Umicore van de concurrentie onderscheidt." Marc Grynberg

de businesses in staat om zelf strategische beslissingen te nemen binnen bepaalde parameters en ervoor te zorgen dat onpraktische initiatieven op het niveau van het bedrijf tot een minimum beperkt blijven. Dat is het geval voor de meeste aspecten van de business en het is een zeer belangrijk aspect om de medewerkers het gevoel te geven dat ze echt een aandeel hebben in het succes van de onderneming.

Was u tevreden met de vorderingen op het vlak van de milieu- en sociale aspecten van Vision 2015?

MG: In het algemeen ben ik zeer tevreden. We mogen niet vergeten dat 2011 het eerste jaar was dat we gestart zijn met onze inspanningen om deze lange termijn doelstellingen te bereiken. Het is dus erg bemoedigend om al zo vroeg zo veel tastbare vooruitgang te zien, vooral op het gebied van de vermindering van de metaal- en koolstofemissies. Wat de CO2 -emissies betreft, is de uitzonderlijke vooruitgang gedeeltelijk te danken aan de voordelen van de energie-efficiëntieprojecten die we de voorbije jaren hebben uitgevoerd. We erkennen ook dat de verminderde emissies deels het resultaat zijn van een gunstigere mix in de energiebevoorrading en van een andere combinatie van de te recycleren materialen.

We mogen dus niet elk jaar verminderingen van deze omvang verwachten!

Een van de grootste uitdagingen die we willen aangaan, is van Umicore een ongevallenvrije werkplek te maken. Onze businesses zijn begonnen met de implementatie van een aantal hoofdzakelijk op gedrag gebaseerde veiligheidsprogramma's die de juiste veiligheidscultuur zullen creëren en – dat hopen we toch – de komende jaren tot baanbrekende prestaties zullen leiden. We moeten deze programma's voldoende tijd geven om resultaat op te leveren. In verschillende van onze industriële sites wordt er duizenden dagen na elkaar gewerkt zonder één ongeval en dat toont aan dat het doel 'nul ongevallen' geen verre droom is, maar een doel dat we echt kunnen bereiken.

Kunt u, na het eerste jaar van Vision 2015, zeggen of het moeilijk was om economische, sociale en milieudoelstellingen te combineren?

MG: Eerst en vooral wil ik zeggen dat dit voor ons niet nieuw is. We hanteren deze benadering nu al bijna tien jaar. In de periode van 2006 tot 2010 wilden we vooral meer inzicht krijgen in de sociale en milieuproblemen waarmee Umicore

geconfronteerd werd, ervoor zorgen dat al onze businesses zich op hetzelfde niveau bevonden en de juiste systemen installeren om onze vorderingen te volgen en te meten. Dat brengt uiteraard kosten met zich mee en complexe problemen. Nu bevinden we ons in een fase waarin we op prestaties focussen. De ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen die we voor de Groep hebben bepaald, vergen uiteraard aanzienlijke bijkomende middelen en de kleinere units of sites zullen deze vereisten moeten afwegen tegenover andere operationele prioriteiten. Als ik terugkijk op het eerste jaar van de implementatie, kan ik zeggen dat we tevreden zijn met de geboekte vooruitgang en denk ik dat we het juiste evenwicht hebben bereikt.

In deze gecombineerde aanpak was het erg belangrijk om dit als een kans te beschouwen. Medewerkers, klanten, leveranciers en andere betrokkenen in de hele wereld vragen steeds meer bewijzen van duurzaam ondernemen. Op die vraag anticiperen kan een bijkomende factor zijn die Umicore van de concurrentie onderscheidt. Onze gesloten kringloopbenadering bijvoorbeeld pakt het probleem van de grondstoffenschaarste aan en speelt in op de groeiende vraag van de klanten naar traceerbaarheid van materialen. Samen met reëel verantwoord ondernemingsbeheer is dit een aantrekkelijke en boeiende combinatie.

Wat was de belangrijkste focus van de Raad van bestuur in 2011?

TL: Het grootste gedeelte van onze tijd gaat – zoals altijd – naar regelmatige evaluaties van de bedrijfsstrategie en de prestaties, maar ook van aspecten zoals het risicoprofiel van het bedrijf en het kader voor het risicobeheer, een jaarlijkse evaluatie van de duurzame ontwikkeling, de analyse van de kapitaalsbeheersprocessen van het bedrijf en de overnamestrategie. Het hoogtepunt van dit jaar was wellicht ons bedrijfsbezoek aan Japan. We bezochten niet alleen de nieuwe fabriek voor batterijmaterialen en andere ontwikkelingsprojecten, maar ik denk dat het bezoek van de Raad zo kort na de vreselijke aardbeving en de tsunami een duidelijk signaal was van de betrokkenheid van Umicore bij zijn klanten in Japan. In 2011 hebben we meer tijd dan gewoonlijk besteed aan de opvolgingsproblemen in de Raad. Na elf jaar ging Jean-Luc Dehaene in april 2011 met pensioen. Jean-Luc verrijkte onze Raad met zijn ruime ervaring en ik hechtte veel waarde aan zijn advies en begeleiding, zowel tijdens mijn periode als CEO, als in deze eerste jaren als voorzitter van Umicore. We waren erg blij met de komst van Ines Kolmsee dit jaar. Haar ervaring in de industrie geeft ons een waardevol perspectief en haar scherpzinnige vragen zijn al een belangrijk element geworden van onze vergaderingen. In 2012 gaat ook Guy Paquot met pensioen en vorig jaar zijn we op zoek gegaan naar een geschikte opvolger, die we op de algemene vergadering eind april zullen voorstellen.

Wat zijn uw prioriteiten voor 2012?

MG: Mijn prioriteit is zonder twijfel het uitvoeren van de strategie die begin 2010 werd gedefinieerd. De pijplijn met groeiprojecten is gevuld en de kapitaalinvesteringen zullen in 2012 waarschijnlijk verder toenemen. In 2010 zei ik dat ons strategisch proces in drie verschillende fasen zou verlopen – voorbereiding, prestaties en tot slot versnelling. Volgend jaar wordt het jaar van de overgang tussen de twee eerste fasen. Hoewel het nog te vroeg is om in 2012 al veel resultaten van onze belangrijke groeiinitiatieven te verwachten, moeten we ervoor zorgen dat we over de juiste talenten en middelen beschikken om in deze groeiomgeving goed te presteren. Het wordt tegelijk uitdagend en fascinerend.

TL: We zullen de verschillende interne groeiinitiatieven die het bedrijf op stapel heeft staan verder volgen en ik ben blij dat Marc nog meer projecten ter evaluatie zal voorleggen in 2012! Naast de standaardevaluaties zal de Raad Umicore aanmoedigen om overnamemogelijkheden in zijn verschillende activiteiten nog proactiever te onderzoeken. Umicore heeft deze overnames zeker niet nodig om te slagen, maar ik denk dat de timing en de concurrentieomgeving gunstig kunnen zijn, zelfs voor overnames van een omvang en belang die 'het verschil kunnen maken' voor Umicore.

Scan hier of gebruik de url om Marc Grynberg's overzicht van 2011 te zien

www.umicore.com/ reporting/ceo

Management bespreking Economisch overzicht

Umicore boekte een recordwinst in 2011. We bleven ook investeren in groeiinitiatieven in de hele wereld.

Voor Umicore was 2011 in economisch en financieel opzicht een uitstekend jaar. Onze inkomsten stegen fors en we boekten een recordwinst. Deze uitstekende resultaten vormen een stevige basis voor het bereiken van onze Vision 2015 groeiambities. Tegelijk genereerden we aanzienlijke kasstromen en combineerden we toenemende investeringen in groeiprojecten met de terugkoop van eigen aandelen en het voorstel om het dividend te verhogen. We verminderden eveneens onze schuldgraad.

Inkomsten, winst en rendement

De inkomsten stegen met 15% ten opzichte van 2010 tot € 2,3 miljard. Dit was het gevolg van de zeer gunstige marktomstandigheden in de sectoren waaraan we leveren en van het feit dat de verkoop in bepaalde activiteiten sneller groeide dan de markt. De activiteiten Catalysis, Energy Materials en Recycling tekenden een tweecijferige inkomstengroei op. De inkomsten van Performance Materials stegen met 6%, in lijn met het groeiprofiel van de verschillende activiteiten in deze business group.

De omzet (inclusief metaalwaarde) lag 50% hoger op jaarbasis als gevolg van de toegenomen activiteit en de hogere gemiddelde metaalprijzen ten opzichte van 2010. Voor Umicore zijn de inkomsten een meer betekenisvolle uitdrukking van de 'top-line' prestatie

dan omzet aangezien ze de impact van de prijs van de metalen uitsluit die aan de klanten worden doorgerekend.

De recurrente EBIT bereikte een recordniveau van € 416,1 miljoen ten opzichte van € 342,5 miljoen in 2010 – een stijging van 21%. De business group Recycling kende de sterkste absolute en relatieve groei met een winststijging van 37%. In de loop van het jaar nam de aanvoer van de verschillende stromen recycleerbare materialen toe wat optimale voorwaarden voor de activiteit Precious Metals Refining creëerde. In Catalysis klom de recurrente winst met 15%. De business groep Catalysis profiteerde niet alleen van het herstel in de autosector, maar ook van het effect van de strengere emissienormen en van een betere productmix. In haar volledig geconsolideerde operaties klom de winst van de Performance Materials business met 3%, De winst van de business group daalde echter met 11%, vooral door de negatieve impact van de winstdaling in de geassocieerde onderneming Element Six Abrasives. Energy Materials kende eveneens een winstdaling op jaarbasis en dit was hoofdzakelijk het resultaat van de opstartkosten in verband met onze nieuwe investeringen in herlaadbare batterijmaterialen en substraten. De netto recurrente bedrijfskosten daalden enigszins ten opzichte van 2010 en bedroegen € 48,6 miljoen.

Niet-recurrente elementen hadden een licht positieve impact van € 1 miljoen op de EBIT. De bijzondere waardeverminderingen in verband met

Umicore steunt op stevige fundamenten. Onze ondernemingsstrategie stelt ons in staat om te anticiperen op de behoeften van onze klanten en groeikansen te benutten. Die strategie wordt aangevuld met een doordacht financieel beheer; dankzij onze sterke balans en gezonde kasstromen kunnen we investeren in de toekomst en onze investeerders een aantrekkelijk rendement bieden.

Ludo Vandervelden - Chief Financial Officer

de devaluatie van de vastliggende metaalvoorraden bedroegen € 9,3 miljoen. Deze waardeverminderingen hebben geen impact op de kasstromen. De herstructureringskosten en voorzieningen bedroegen in totaal € 7,5 miljoen. De verkoop van de inschrijvingsrechten van de deelneming van Umicore in Nyrstar en bewegingen in de pensioenvoorzieningen hadden een positieve impact van respectievelijk € 10,1 miljoen en € 8,2 miljoen. De IAS 39-boekhoudingsregels hadden een positieve impact op de EBIT ten belope van € 15,6 miljoen.

De afschrijvingslasten op materiële en immateriële vaste activa bedroegen € 137,1 miljoen tegenover € 126,2 miljoen in 2010. Dit was het gevolg van de voltooiing van verschillende nieuwe investeringen in 2011. De totale recurrente EBITDA steeg met 18% tot € 553 miljoen.

Het gemiddelde aangewend kapitaal lag 14% hoger dan in 2010, vooral als gevolg van de hogere voorraadwaarderingen en de hogere waarde van de vaste activa nadat enkele belangrijke investeringsprojecten op kruissnelheid waren gekomen. Ondanks deze stijging van het aangewend kapitaal volstond ons winstniveau ruimschoots om een rendement op aangewend kapitaal (ROCE) van 18,6% te genereren, tegenover 17,5% in 2010.

Financiële kosten & belastingen

De netto recurrente financiële lasten bedroegen in totaal € 9,8 miljoen, een stijging van € 11,4 miljoen ten opzichte van 2010. Het verschil is vooral te wijten aan de wisselkoersverschillen en de hogere gemiddelde schuldenlast. De gemiddelde gewogen rente voor de periode bleef stabiel op 3,7%. De totale belastingslast voor de periode beliep € 76 miljoen, een stijging met ongeveer € 22 miljoen tegenover 2010. Deze stijging stemde overeen met de hogere winst en de geografische spreiding van de winst in 2011. De recurrente belastingslast voor de periode bedroeg € 72 miljoen, wat overeenkomt met een algemene effectieve recurrente belastingsvoet van 19,9% op het recurrente geconsolideerde inkomen voor belastingen. Dit was een lichte stijging ten opzichte van 2010.

Kasstromen

De netto operationele kasstroom bedroeg € 515,5 miljoen. De behoefte aan bedrijfskapitaal steeg met € 48,6 miljoen, vooral als gevolg van de inkomstengroei. Hoewel we onze groei met bijkomend bedrijfskapitaal moesten financieren en de kapitaalinvesteringen toenamen, bleef de netto kasstroom voor financiering in 2011 zeer positief met € 308,6 miljoen.

Economisch overzicht

Evolutie netto schuld

De netto financiële schuld bedroeg € 266,6 miljoen op het einde van 2011 ten opzichte van € 360,4 miljoen een jaar eerder. Met een eigen vermogen van € 1.721,7 miljoen resulteerde dit in een gearing ratio (netto financiële schuld / netto financiële schuld + eigen vermogen van de Groep) van 13,4%. De verhouding netto schuld / recurrente EBITDA werd verlaagd van 0.8x op het einde van 2010 tot 0.5x op het einde van 2011. Omdat een gedeelte van de bestaande kredietfaciliteit op vervaldag kwam in juni 2011, werd er een nieuwe gesyndiceerde kredietfaciliteit voor een maximumbedrag van € 250 miljoen onderhandeld voor een periode van vijf jaar.

Investeringen

De investeringen bedroegen € 212,6 miljoen tegenover € 172,0 miljoen in 2010. We investeerden vooral in domeinen die direct verband houden met onze Vision 2015 strategie. De belangrijkste toename van de investeringen vond plaats in de business group Energy Materials, waar we belangrijke groeiprojecten ontwikkelden in de productie van nieuwe batterijmaterialen in Japan, Korea en China en infrastructuurontwikkelingen in Thin Film

Products. In Catalysis bleef het investeringsniveau hoog, met investeringen om de productiecapaciteit te verhogen in Florange (Frankrijk), voor katalysatoren voor zware dieselvoertuigen (HDD) en in Suzhou (China), voor lichte voertuigen en HDD toepassingen. Deze investeringen moeten medio 2012 operationeel zijn. We kondigden ook de bouw van een nieuw technologieontwikkelingscentrum in Suzhou aan, dat einde 2012 wordt opgeleverd. In Recycling stegen de kapitaaluitgaven als gevolg van de voltooiing van de UHT pilootfabriek en het nieuwe investeringprogramma voor bemonsteringoperaties in Hoboken. In Performance Materials was de stijging hoofdzakelijk afkomstig van de business unit Platinum Engineered Materials die een investering in Yokohama (Japan) voltooide.

Onderzoek en ontwikkeling

De totale O&O uitgaven stegen tot € 156,8 miljoen, een stijging van 13% ten opzichte van 2010 dankzij een opdrijving van de onderzoeksinspanningen, vooral in Energy Materials en Recycling. Onze O&O uitgaven vertegenwoordigen 6,2% van de inkomsten. De gekapitaliseerde ontwikkelingskosten bedroegen € 16,5 miljoen. De cijfers van 2010 en de eerste helft van 2011 werden herwerkt volgens de internationaal erkende Frascati Manual definitie. De corporate O&O uitgaven waren in lijn met 2010

en bedroegen € 20,0 miljoen. In totaal werden er 42 nieuwe patentfamilies geregistreerd in de loop van 2011, in lijn met de cijfers van 2010.

Umicore gaf prioriteit aan de O&O programma's die haar Vision 2015 ambities ondersteunen, met focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen in Catalysis, Recycling en Energy Materials. In Catalysis stegen de uitgaven voor de ontwikkeling en het testen van HDD systemen verder in 2011 en in afwachting van de nieuwe wetgeving, zoals Euro 6 in Europa, werden ook de programma's voor roetfilters voor benzinemotoren opgedreven. In Recycling werden de testen van de nieuwe UHT technologie opgestart in de tweede jaarhelft, na de officiële opening van de pilootfabriek in Hoboken, België. De testprogramma's hebben tot doel de verwerkingstechnologie verder te perfectioneren en een aantal nieuwe aanvoerstromen en mengelingen voor recyclage te onderzoeken.

In 2011 verhoogden we ook de onderzoeksinspanningen in Energy Materials. Het onderzoek is vooral gericht op materialen die in lithium-ionbatterijen worden gebruikt om de opkomst van elektrische voertuigen te ondersteunen. We focussen op materialen die beter presteren en tegelijk de metaalkosten voor de klant verminderen. We voeren ook onderzoeksprojecten uit in andere domeinen, zoals roterende targets voor het aanbrengen van transparante geleidende oxidelagen op displays en zonnepanelen.

Het onderzoek naar brandstofcellen vorderde goed in 2011, vooral dankzij onze SolviCore joint venture met Solvay. De membraan elektrode samenstellingen van SolviCore konden op groeiende belangstelling van de autoconstructeurs rekenen en ze werden aan het begin van 2012 geïntegreerd in de grootste PEMEF-cel (proton exchange membrane fuel cell) ter wereld – een systeem van 1MW - geïntegreerd in Lillo (België).

Het O&O centrum van de groep ontwikkelde zijn dienstenaanbod actief in samenwerking met de verschillende business units. Het O&O centrum van de groep ondersteunt de business units onder meer door het delen van kennis, het verlenen van diensten en de terbeschikkingstelling van competenties waaraan behoefte is in het hele bedrijf. Het gaat onder meer om analytische diensten, toxicologische studies en proeven met hoge doorvoer.

In de loop van 2011 voerde het directiecomité vijf specifieke technologische evaluaties uit, naast de gebruikelijke technologische evaluaties die in het budget en het strategische evaluatieproces van elke business unit zijn opgenomen. Deze vijf evaluaties hadden betrekking op het testen van technologie voor elektrische voertuigen (batterij en emissiecontrole), katalyse voor zware dieselvoertuigen, lithium-ionbatterijmaterialen, technologische innovatie en de projectportefeuille en het prestatiebeheer in verband met technologie. In 2011 hebben we onze samenwerking met universiteiten en onderzoeksinstituten in de hele wereld versterkt. We kondigden een versterking aan van ons samenwerking met Universiteit Gent (België) voor nanocoatings, duurzame materiaalprocessen en recyclage. In het domein van de nanocoatings zal Umicore structurele ondersteuning bieden aan de onderzoeksgroep Coating and Contacting of Nanostructures. In het domein van de duurzame materiaalprocessen en recyclage heeft Umicore een mandaat gesponsord van gastprofessor in de onderzoekseenheid Metal Science and Technology van de vakgroep Toegepaste Materiaalwetenschappen.

In 2011 traden we toe tot de nieuwe Europese tak van het Centre for Resource Recovery and Recycling (CR3). CR3 is de eerste alliantie tussen de industrie en de universiteiten die zich inzet voor duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen. CR3 ontwikkelt technologieën en geeft ze door aan de industrie om de duurzaamheid van de materialen te garanderen, van het initiële productontwerp en de productie tot de verwijdering op het einde van de levensduur, op een manier die zowel energiebesparingen als winst genereert.

In maart kenden we de Umicore Scientific Award toe aan Dr. Damien Debecker van het Instituut voor Gecondenseerde Materie en Nanowetenschappen van de Université Catholique de Louvain (UCL) in België. De prijs werd aan Damien

www.umicore.com/ reporting/data

Economisch overzicht

Debecker uitgereikt voor zijn doctoraatswerk over op MoO3 gebaseerde heterogene katalysatoren die gebruikt worden voor de metathese van propyleen. Zijn inzending werd verkozen uit 33 voorstellen die vanuit heel Europa werden ingezonden, onder meer uit Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Italië, Slowakije, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.

Het Umicore aandeel

In 2011 werd de wereldeconomie getroffen door de gevolgen van de staatsschuldencrisis in Europa en de Verenigde Staten. Dit had in het algemeen een negatieve impact op de waarden van de aandelen. Op het einde van het jaar was de waarde van het Umicore aandeel met 20,5% gedaald tegenover het begin van 2011. De daling werd vooral opgetekend in de tweede jaarhelft en begin oktober bereikte de koers een dieptepunt van € 25,35 om daarna opnieuw te stijgen tot € 31,87 op het einde van het jaar.

Het Umicore aandeel verloor ongeveer 8,5% meer dan de Dow Jones Specialty Chemicals Index in relatief opzicht en rekening houdend met de valuta-aanpassing in de loop van 2011. De aandelenkoers evolueerde iets positiever dan onze 'eigen' Bel-20 Index en presteerde 0,34% beter dan deze index. We behielden onze plaats in de FTSE4Good

sustainability index en werden ook opgenomen in andere duurzaamheidsfondsen en -indexen zoals de EPCE Ethical EMU en Kempen SNS Fund. In januari 2012 werden we geselecteerd voor de Green Index, die werd gelanceerd door Living Planet Fund Management Company, een dochteronderneming van WWF International, en Cheuvreux.

In 2011 meldden vier investeringsbedrijven dat ze meer Umicore aandelen in bezit hadden dan de aangiftedrempel van 3%. Op het einde van het jaar bezaten deze bedrijven gezamenlijk 21,27% van de Umicore aandelen. In de loop van 2011 rondden we de inkoop van 3 086 939 eigen aandelen af en gebruikten we 297 448 eigen aandelen voor de uitoefening van aandelenopties door het personeel. Nog eens 22 200 aandelen werden toegewezen aan de leden van de Raad van Bestuur en het Directiecomité. Op het einde van het jaar hadden we 7,7% eigen aandelen in bezit.

Als de voorgestelde winstbestemming door de aandeelhouders wordt goedgekeurd, wordt er voor het boekjaar 2011 een bruto dividend van € 1,00 per aandeel uitbetaald. Rekening houdend met het bruto interim-dividend van € 0,40 dat in september 2011 werd uitbetaald, zal er op 3 mei 2012 een resterend bruto bedrag van € 0,60 per aandeel worden uitbetaald.

Management bespreking Aantrekkelijke werkplek

In 2011 legden we een stevige basis voor verdere verbeteringen in gezondheid- en veiligheidsprestaties en betrokkenheid van de werknemers.

Nul ongevallen

In de loop van de voorbije 15 jaar is onze veiligheidsprestatie drastisch verbeterd. De doelstelling voor 2015, geen ongevallen met arbeidsverlet, is het bewijs van onze wil om het nog beter te doen en geen enkel ongeval als onvermijdelijk te beschouwen.

In 2011 zetten we gemengde veiligheidsprestaties neer. Het totale aantal ongevallen met arbeidsverlet steeg van 56 in 2010 tot 60 in 2011. Dat kwam tot uiting in de frequentiegraad van de ongevallen, die steeg van 3,54 naar 3,61. De

globale ernstgraad van de ongevallen verbeterde tot 0,11 in plaats van 0,13. De meeste ongevallen deden zich voor in vier business units – Precious Metals Refining (17), Jewellery & Industrial Metals en Cobalt & Specialty Materials (beide 9) en Zinc Chemicals (8). De business group Catalysis zette in 2011 veruit de beste veiligheidsprestatie neer en de business unit Automotive Catalysts bereikte de doelstelling van nul ongevallen.

In 2011 werden er verschillende initiatieven gestart of uitgebreid ter bevordering van de diepgewortelde veiligheidscultuur bij Umicore. Op groepsniveau lanceerden we een nieuw veiligheidsbeleid dat een breed kader vormt voor ons

veiligheidsbeheer. We publiceerden ook interne richtlijnen om de sites te helpen bij de implementatie van procedures voor kritische veiligheidsproblemen.

We overhandigden onze eerste Safety Award aan Roger Bries, de winnaar, die door de jury werd geselecteerd uit 73 nominaties die 300 medewerkers omvatte. Deze award wil alle medewerkers aanmoedigen om de verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid op hun werkplaats en de beste voorbeelden met heel het bedrijf te delen. Een nieuw programma beloont ook de sites die meer dan drie jaar werken zonder ongevallen met arbeidsverlet of te registreren incidenten en

Aantrekkelijke werkplek

Ik ben er ongelooflijk trots op dat ik de Safety Award heb gewonnen. Het is een hoogtepunt in mijn carrière bij Umicore en een eerbetoon aan al mijn collega's die actief bijdragen aan de veiligheidscultuur in onze site. Het feit dat verschillende collega's me voor de Safety Award hebben voorgedragen, betekent dat ze mijn werk waarderen. Veiligheid is een manier van leven, voor mij persoonlijk is het een natuurlijke reflex. Ook thuis vind ik aandacht voor veiligheid erg belangrijk.

Roger Bries - Safety Advisor, site in Olen

ongevallen met onderaannemers. Op het einde van 2011 hadden zeven van onze industriële sites meer dan drie jaar lang geen ongeval met arbeidsverlet gehad en drie van hen zelfs vijf jaar – het bewijs dat we het ultieme doel van nul ongevallen kunnen bereiken.

Er werden nog een aantal andere veiligheidsinitiatieven opgestart of versterkt; deze programma's focussen vooral op gedrag en zijn aangepast aan de behoeften van de site. Het gaat zowel om intern ontwikkelde als externe programma's.

Ontwikkeling van medewerkers

Als werkgever hebben we de verantwoordelijkheid om onze collega's de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen en te groeien. Dat kan verschillende aspecten omvatten, van leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, tot regelmatige feedback, talentbeheer en opvolgingsplanning. Een van de doelstellingen die we tegen 2015 willen bereiken, is ervoor te zorgen dat alle medewerkers minstens een keer per jaar worden geëvalueerd met betrekking tot hun persoonlijke ontwikkeling. In 2011 stelden we vast dat 87% van alle medewerkers wordt geëvalueerd. Hoewel dit al een hoog percentage is, moeten we verdere stappen ondernemen om 100% te bereiken. In 2012 zullen we ook de kwaliteit van deze evaluaties analyseren.

Een aanwijzing van de ontwikkeling van de medewerkers is de intensiteit van de opleiding. In 2011 bedroeg het gemiddelde aantal opleidingsuren per medewerker 51,94 uur, het hoogste aantal in vier jaar. Twee factoren liggen aan de basis van de toename van de opleidingen. Eerst en vooral leidden de investeringen in de hele wereld tot een instroom van nieuwe collega's die een introductie en een eerste technische opleiding moesten volgen. Dat was vooral het geval in de activiteiten van Energy Materials in Azië. Een tweede factor is de versterking van de veiligheidsopleidingen in het hele bedrijf. In 2011 besloten we om een Learning Management System te implementeren dat in 2012 en 2013 in het hele bedrijf wordt geïnstalleerd. Dit systeem biedt alle medewerkers een online platform voor tal van verschillende soorten opleidingen. We verwachten ook dat de implementatie van het learning management system meer samenwerking op het werk zal bevorderen wat als een essentieel ontwikkelingsdomein werd geïdentificeerd in de People Survey van 2010 (zie Aantrekkelijke werkplek).

We hebben ons talentbeheer en onze opvolgingsplanning verder ontwikkeld in 2011. Naast het tweejaarlijkse 'Management Potential & Review Process' hebben we de business units ook een Umicore HR business partner van buiten hun organisatie ter beschikking gesteld. Zij helpen de business units met wereldwijde vestigingen

met HR kwesties die de regio's overstijgen. Dat geldt vooral voor het talentbeheer. We zijn ook gestart met het in kaart brengen van de talenten en competenties voor functiefamilies die in alle business units voorkomen. Voor Finance werden alle competenties van de 400 finance medewerkers die Umicore telt al in kaart gebracht.

Aantrekkelijke werkplek

Het wordt steeds moeilijker om medewerkers aan te trekken en te behouden, vooral in technologieintensieve sectoren waarin Umicore actief is. We hebben onze doelstellingen als aantrekkelijke werkgever voor 2015 gebaseerd op de resultaten van de People Survey 2010. Elke site moet een plan opstellen om in de omgeving waar hij actief is als aantrekkelijke werkgever te worden beschouwd. In sommige landen worden de beste werkgevers verkozen, een positie die de zichtbaarheid en de erkenning van de winnaars sterk verhoogt. Dit is vooral het geval in de Europese Unie. Alle sites in België en Frankrijk verkregen nationale erkenning als Beste Werkgever.

Een team van 22 managers analyseerde in 2011 vier thema's waarop we op groepsniveau kunnen focussen: diversiteit, de verwachtingen van de verschillende generaties, mobiliteit en het versterken van de betrokkenheid van de medewerkers.

Het Directiecomité besloot om van het verhogen van de betrokkenheid van de medewerkers een prioriteit te maken. Uit de resultaten van de People Survey 2010 bleek dat de meeste medewerkers Umicore als een goede werkgever beschouwen (tevredenheidsscores in lijn met het gemiddelde in onze sector), maar de managers beschouwden Umicore als een uitstekende werkgever en gaven veel hogere scores dan de high performance norm voor onze sector. In de komende jaren zullen we trachten deze kloof te dichten. In een eerste fase focussen we ons vooral op twee thema's: 'leren en ontwikkeling' en 'communicatie en betrokkenheid'.

Ons personeelsverloop steeg tot 3,84% in 2011. Net als in de vorige jaren – en in lijn met de regionale verschillen – was het verloop het sterkst in Azië, waar de arbeidsmarkt in veel landen erg concurrentieel en beweeglijk is.

In 2011 hernieuwde Umicore haar Sustainable Development Agreement met de International Metal Workers Federation (IMF) en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Worker's Unions (ICEM) voor een periode van vier jaar.

Blootstelling aan beroepsziekten

Umicore stelt alles in het werk om werkgerelateerde ziekten te elimineren en het welzijn op het werk te bevorderen. De belangrijkste risico's in verband met de gezondheid op het werk zijn de blootstelling aan gevaarlijke stoffen (vooral arsenicum, cadmium, kobalt, lood, nikkel en platinazouten) en fysieke gevaren (hoofdzakelijk geluidsoverlast).

We hebben strikte referentieniveaus bepaald voor de blootstelling aan mogelijke gevaarlijke stoffen op het werk. Ze zijn gebaseerd op de niveaus die de American Conference of Government and Industry Hygienists (ACGIH) heeft bepaald en zijn veel strenger dan de wettelijke drempels in de landen waar we actief zijn. In het kader van Vision 2015 is de doelstelling voor gezondheid op het werk de vermindering van het aantal individuele metingen die aangeven dat een medewerker aan hogere dan de interne referentiewaarden werd blootgesteld. Hoewel deze verhoogde meetgegevens niet noodzakelijk betekenen dat de betrokkene gevaar loopt, zijn ze belangrijke indicatoren van recente of langdurige blootstelling en worden ze als basis gebruikt om de situatie in die bepaalde werkomgeving nog verder te verbeteren. Alle medewerkers die op het werk mogelijk blootgesteld zijn aan één van de gevaarlijke metalen (arsenicum, cadmium, kobalt, nikkel,

lood en platinazouten) of andere metalen, worden opgevolgd met een programma voor gezondheid op het werk.

Op groepsniveau stelden we een verhoging van 5,1% vast in 2011. Dit betekent dat de metingen aangaven dat de blootstelling op het werk aan bovengenoemde metalen (behalve platinazouten) bij 195 van de 3 825 medewerkers boven ons referentieniveau lag. De meeste medewerkers worden minstens twee keer per jaar getest. Het hoogste percentage verhoogde waarden werd vastgesteld in de business unit Cobalt & Specialty Chemicals van Energy Materials, waar het percentage 22,6% bedroeg en waarvan de zeven sites verhoogde waarden voor kobalt rapporteerden. De aard van de kobaltmaterialen die we produceren, speelt een rol in deze verhoogde waarden. De producten worden dikwijls vervaardigd van zeer fijne kobaltdeeltjes die moeilijk te controleren zijn in de werkomgeving. Een andere factor is het feit dat we de drempel voor het gehalte in het bloed hebben verlaagd van 30 microgram per gram creatinine naar 15 microgram in 2011, in lijn met de huidige wetenschappelijke literatuur over de toxiciteit van kobalt en de blootstelling aan deze stof op het werk. In 2011 werd bij vier medewerkers overgevoeligheid voor platinazouten vastgesteld en zij werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazouten.

Management bespreking Eco-efficiëntie

Onze inspanningen van de vorige jaren hebben een goede basis gelegd om onze ambitieuze eco-efficiëntiedoelstellingen voor 2015 te bereiken.

Koolstofemissies

In vele landen overal ter wereld neemt de overheid maatregelen als antwoord op de klimaatverandering en de uitdaging om de ecologische voetafdruk van de samenleving te verminderen. Dat blijkt uit internationale overeenkomsten zoals het Kyotoprotocol en talrijke nationale en regionale initiatieven en engagementen. Umicore is actief in verschillende product- en dienstensectoren die een bijdrage kunnen leveren aan de wereldwijde uitdagingen op het gebied van energie en koolstofemissies. Onze strategie Vision 2015 identificeerde ook belangrijke groeimogelijkheden in sectoren die oplossingen bieden voor deze problemen, zoals elektrische auto's, zonnecellen en recyclage.

Voor onze operationele activiteiten hebben we geopteerd om specifieke acties te ondernemen om onze koolstofemissies te verminderen en onze energie-efficiëntie verder te verhogen. Deze beslissing kadert in een beleid dat we in 2011 opstelden met betrekking tot energieefficiëntie en koolstofemissie. De belangrijkste pijler van dit beleid is de groepsdoelstelling om onze CO2 -equivalente emissies tegen 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2006 op basis van dezelfde activiteiten als in 2006.

Andere aspecten die in dit beleid werden opgenomen, zijn:

  • • Kapitaalinvesteringen: alle kapitaalinvesteringen moeten op koolstofneutraliteit worden geëvalueerd.
  • • Overnames: we zullen criteria met betrekking tot koolstofintensiteit opnemen in onze beoordeling van overnames.
  • • Medewerkers en mobiliteit: alle medewerkers moeten worden aangemoedigd om gebruik te maken van vervoermiddelen zonder of met een lage koolstofemissie
  • • Scope 3 CO2 -emissies: we zullen actief meewerken aan de ontwikkeling van een aangepast boekhoudsysteem voor onze Scope 3-emissies, zodat we kunnen aantonen hoe onze producten en diensten bijdragen aan een economie met een lage koolstofemissie.

Op het einde van 2011 hadden we de koolstofemissies met 14% verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2006. Dat betekent dat we bij gelijkwaardige productieniveaus 14% minder koolstofequivalenten hebben uitgestoten in 2011 in vergelijking met 2006. Als we geen rekening houden met de activiteitsaanpassing, hebben we sinds 2006 onze absolute emissies met 6% verminderd. Meer informatie hierover vindt u in onze E3-milieunota's.

Deze belangrijke vooruitgang met betrekking tot deze doelstelling is gedeeltelijk het resultaat van specifieke initiatieven ter verbetering van de energie-efficiëntie in de periode 2006-2010, vooral in Hoboken en Olen. De vermindering is echter grotendeels het resultaat van een gewijzigde energiemix. We gebruiken bijvoorbeeld meer elektriciteit die afkomstig is van energiebronnen met een lage CO2 -uitstoot. Ook het type residu's dat de business group Recycling verwerkt, speelde een rol: we betrekken nu grotere volumes materialen waarvan de verwerking minder energie verbruikt.

Niettegenstaande we verder werken om ons objectief te bereiken, willen we in de komende jaren ook een beter inzicht krijgen of de factoren die bijgedragen hebben tot deze CO2 -reductie van 14% duurzaam zijn. In dit verband lanceerden we een evaluatieprogramma voor 25 sites met de hoogste CO2 -emissies met als doel energieefficiëntieverbeteringen te identifiëren en onze CO2 -emissies te verlagen.

Metaalemissies

In het kader van ons milieubeheerssysteem controleren we al jarenlang onze metaalemissies naar water en lucht en nemen we maatregelen om deze te verminderen. In de landen waar we

aanwezig zijn blijven de emissies van onze sites ver onder de wettelijke drempels en in lijn met de vergunningen.

Elk van de metalen die we uitstoten, heeft een sterk verschillende toxiciteit voor het milieu en de gezondheid. Daarom hebben we ons tot doel gesteld om de milieu-impact van de metaalemissies tegen 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. Hoewel we vooral de emissie van de metalen met de hoogste potentiële toxiciteit willen verminderen, nemen we ook maatregelen om de emissievolumes van de andere metalen te beperken.

We hebben een specifieke methodologie ontwikkeld om de milieu-impact van metaalemissies naar lucht en water te bepalen. Voor emissies naar de lucht zijn de impactfactoren gebaseerd op de grenswaardes voor de werkplaats zoals bepaald door de American Conference of Government and Industry Hygienists (ACGIH). Voor wateremissies zijn de impactfactoren gebaseerd op de PNEC's (predicted no-effect concentrations) die onder andere in de Europese REACH-richtlijn worden gebruikt.

In 2011 bedroegen onze metaalemissies naar lucht 12 681 kg. Dat is een stijging van 11% ten opzichte van 2010, vooral als gevolg van de hogere activiteitsniveaus in onze fabrieken. De enige business group die erin slaagde zijn volume metaalemissies te verlagen was Catalysis, dat de emissievolumes met meer dan 50% kon terugschroeven en dit vooral dankzij het lagere nikkelgehalte in Automotive Catalysts. We konden de milieu-impact van onze metalen met 29% verlagen ten opzichte van 2010. In vergelijking met het referentiejaar 2009 bereikten we een vermindering van bijna 40%. Met betrekking tot de vermindering van de absolute impact ten opzichte van dit referentiejaar hebben de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling een aanzienlijke bijgrage geleverd. De business groep Catalysis heeft procentueel haar emissies eveneens sterk verlaagd, maar dit heeft slechts een geringe invloed op de prestaties van de Groep omdat de metalen die deze business group verwerkt een lagere potentiële impact hebben. We zijn ervan overtuigd dat we deze verlaagde emissieniveaus zullen kunnen handhaven omdat ze werden bereikt dankzij gerichte inspanningen gedurende de afgelopen twee jaar om de emissies van de potentieel meest toxische metalen, zoals arsenicum en cadmium, te verlagen. Deze prestaties zijn beter dan verwacht en overtreffen onze doelstelling voor 2015. We zullen ons de komende jaren echter blijven inspannen om zowel de impact als de omvang van de emissies nog te verminderen.

In 2011 bedroegen onze metaalemissies naar water 5 781 kg. Dat is een vermindering van 11% ten opzichte van 2010. De business group Performance Materials nam het leeuwendeel van de

vermindering voor zijn rekening, vooral dankzij de lagere zinkemissies van de business unit Building Products. Dit kon de lichte stijging van deze emissies voor Zinc Chemicals ruimschoots compenseren. We konden de milieu-impact van onze metalen met 21% verlagen ten opzichte van 2010. In vergelijking met het referentiejaar 2009 bereikten we een vermindering van bijna 31%. In absolute impact ten opzichte van dit referentiejaar leverde vooral de business group Energy Materials een significante bijdrage. De site van Olen rapporteerde 13 kg zilveremissies (een metaal dat een zeer hoge impact heeft op waterorganismen) ten opzichte van 41 kg in 2009. De kobaltemissies daalden van 359 kg in 2009 tot 101 kg in 2011. We zijn ervan overtuigd dat we deze verlaagde emissieniveaus zullen kunnen handhaven omdat ze werden bereikt enerzijds dankzij gerichte inspanningen gedurende de afgelopen twee jaar om de emissies van de metalen met het hoogste toxiciteitspotentieel voor waterorganismen te verlagen en anderzijds dankzij meer accurate bemonsteringsmethoden. Deze prestatie overtreft ook onze doelstelling voor 2015. Zoals voor de emissies naar lucht, zullen we ons de komende jaren blijven inspannen om zowel de impact als het volume van de metaalemissies naar water nog te verminderen. We zullen ook de gevoeligheid van de impactfactoren die we voor elk metaal toepassen verder testen.

Eco-efficiëntie

We ontwikkelen tools om de impact van onze producten en diensten te kennen en te meten. Het is belangrijk voor ons om de impact vanuit verschillende perspectieven te kennen – economisch, sociaal en uiteraard ecologisch. Ons doel is een methodologie voor Umicore te ontwikkelen om dit tegen 2015 op onze vele producten en diensten te kunnen toepassen. Dat zal ons een nog dieper inzicht geven in de duurzaamheidsbijdrage van Umicore.

Staf Laget - Leader Climate, Recycling & Product Sustainability

In het kader van de groepsdoelstellingen 2006- 2010 werden in de sites van Umicore de best beschikbare technologieën om de emissies naar water en lucht te beheren, geïmplementeerd. De komende jaren zullen we ons concentreren op bijkomende verminderingen van de impact en de absolute volumes van de emissies.

Meer informatie over de inspanningen per business group om de emissies te verminderen, vindt u op pagina 26-49.

Duurzaamheid van de producten

We vinden het essentieel om de impact van onze producten vanuit ecologisch, sociaal en economisch standpunt volledig te doorgronden. Daarom hebben we een specifieke doelstelling voor de duurzaamheid van onze producten geïntegreerd in onze strategie Vision 2015. Deze doelstelling verplicht ons om te investeren in instrumenten om de levenscyclus en de impact van onze producten te onderzoeken en te meten. Deze kennis kan van kritisch belang zijn om de duurzaamheid van ons productaanbod aan te tonen. Dit is een essentieel element om onze producten van de concurrentie te onderscheiden en een concurrentieel voordeel te behalen voor bepaalde toepassingen.

In 2011 hebben we vooral gefocust op het ontwikkelen en verfijnen van onze methodologie, die de huidige beste praktijken in de sector in dit domein combineert met onze interne expertise. Met behulp van deze methodologie hebben we een tool ontwikkeld om de duurzaamheid van onze zeer gevarieerde mix van producten en diensten te meten. Om de robuustheid en de geldigheid van de tool te garanderen, zijn we lid geworden van de Internationale Chair on Life Cycle Assessment van de universiteit van Montreal. Het is de bedoeling de experten van deze organisatie te vragen om een 'peer review' uit te voeren en een onafhankelijk wetenschappelijk advies te formuleren over onze benadering.

We willen tussen 2012 en 2015 elk jaar zes producten of diensten te testen, waarbij elke business unit twee producten levert voor het onderzoek. Op die manier beschikken we over een duurzaamheidsprofiel voor een representatief gedeelte van onze activiteiten. In 2011 analyseerden we drie producten en diensten en hun gebruik in specifieke toepassingen. Deze producten waren afkomstig van Zinc Chemicals, Jewellery & Industrial Metals en Electro-Optic Materials. Naarmate we meer inzicht krijgen in de resultaten van de duurzaamheidsprofielen van onze producten zullen we meer informatie verstrekken in de volgende jaarrapporten.

De doelstelling in verband met de duurzaamheid van onze producten voor de periode 2006-2010 bepaalde dat al onze business units voor al hun producten over datasets met de basisgegevens op het vlak van milieu, gezondheid en veiligheid moesten beschikken. We konden deze doelstelling niet volledig realiseren tegen einde 2010, voornamelijk omdat we prioriteiten moesten stellen in verband met de naleving van de REACHrichtlijn. De ontwikkeling van deze datasets blijft een belangrijk aspect van ons productbeleid. De datasets helpen ons om onze communicatie in verband met gevaarlijke stoffen te verbeteren omdat ze onze kennis van de fysische, chemische en toxicologische eigenschappen van de producten uitbreiden, bovenop de informatie die in de standaard veiligheidsinformatiebladen is opgenomen. Op het einde van 2010 was er voor 30% van de producten die binnen het toepassingsdomein van dit initiatief vallen een dataset opgesteld. In 2011 hebben we het aantal producten en diensten met een volledige dataset uitgebreid tot meer dan 40%, waarbij 385 datasets van het totaal van 956 werden voltooid. Momenteel zijn er 550 (58%) datasets in ontwikkeling, 2% moet nog worden opgesteld.

Management bespreking Communicatie met de belanghebbenden

Ons programma voor duurzame aankoop kende een goede start. Onze bijdragen aan de lokale gemeenschappen bereikten een recordniveau in 2011

Duurzame bevoorradingsketen

In 2010 legden we de basis voor een sterker engagement in onze bevoorradingsketen met de introductie van ons charter voor duurzame aankoop. Het charter beschrijft het engagement van Umicore ten opzichte van zijn leveranciers. In ruil vraagt Umicore dat de leveranciers specifieke normen naleven op het gebied van verantwoord milieubeheer, arbeidspraktijken en mensenrechten, zakelijke integriteit en engagement in de bevoorradingsketen.

In 2011 startten onze business units met de implementatie van het charter met hun leveranciers. Het departement Aankoop en Transport van Umicore werd gekozen als de meest geschikte afdeling van het bedrijf om de eerste fase van intensieve en systematische toepassing van het charter uit te voeren. We verwachten dat dit proces ons de nodige ervaring en informatie zal verstrekken om de business units te helpen bij de toepassing van het charter in de komende jaren.

Een van de eerste stappen in de toepassing van het charter was de organisatie van opleidingen rond duurzame aankoop. Deze opleidingen werden georganiseerd om onze medewerkers meer bewust te maken van mogelijke problemen in de bevoorradingsketen en hen meer inzicht te geven in dergelijke kwesties bij leveranciers. De opleiding werd gegeven via een online trainingsmodule. De 'duurzame ontwikkelingskampioen' van elke business unit selecteerde de medewerkers voor de opleiding – vooral de medewerkers die betrokken zijn bij het aankoopproces. In totaal volgden 329 medewerkers deze online training. Er werden ook informatiesessies georganiseerd voor 27 medewerkers van het departement Aankoop en Transport en 69 medewerkers van de business unit Building Products.

Aan het einde van 2011 hadden onze regionale aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië hun kritische leveranciers geselecteerd aan de hand van criteria zoals omvang, geografische locatie en het type producten of diensten (inclusief hun kritisch belang voor de werking van een Umicore entiteit). De geselecteerde ondernemingen waren hoofdzakelijk leveranciers van goederen en diensten en enkele leveranciers van grondstoffen (bv. metalen). In totaal werden 601 leveranciers geselecteerd. De leveranciers die indirecte goederen en diensten leveren, vertegenwoordigden € 337 miljoen, of 65% van de totale uitgaven voor dergelijke producten en diensten.

De leveranciers van grondstoffen vertegenwoordigden ongeveer € 321 miljoen, of 51% van de totale uitgaven voor grondstoffen van de regionale aankoopcentra in Frankrijk en Brazilië. Tegen het einde van 2011 hadden 61% van deze 601

leveranciers formeel bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven.

Umicore gebruikte de diensten van Ecovadis – een interface voor een duurzame bevoorradingsketen – om een risicoprofiel aan te maken voor alle bedrijven die in het uitrollen van het charter waren opgenomen (zie www.ecovadis.com). Dit proces identificeerde 127 leveranciers van de regionale aankoopcentra in België, Frankrijk en Duitsland die nader moesten worden onderzocht (het profiel van de leveranciers van het aankoopcentrum in Brazilië wordt in 2012 opgesteld). De geselecteerde leveranciers, die € 205 miljoen aan geleverde producten en diensten vertegenwoordigen, werd gevraagd om deel te nemen aan een meer diepgaande evaluatie, door middel van een vragenlijst. De antwoorden in deze vragenlijst gaven aanleiding tot een rangschikking van 1 (hoog duurzaamheid risico) tot 10 (uitmuntende duurzaamheid management systemen). Om dit in context te plaatsen, de zelfevaluatie van Umicore met behulp van de Ecovadis-methodologie leidde tot een score van 6 (gepast duurzaamheid management systeemen). Uit de resultaten bleek dat van de 103 bedrijven die de vragenlijst hadden ingevuld, 76% een score haalde van 1 tot 4.

De focus naar het einde van het jaar en gedurende de eerste maanden van 2012 lag op het voltooien van de screening en het opstarten van

Communicatie met de belanghebbenden

Engagement tegenover de betrokkenen heeft alles te maken met dialoog. Op onze site in Hanau informeren we de betrokkenen in de gemeenschap permanent over onze ecologische, sociale en economische activiteiten en prestaties. We betrekken de overheidsinstanties hierbij, het grote publiek en vooral ook onze werknemers. We organiseren publieke evenementen op onze site en dat is altijd een goede gelegenheid om in een ontspannen en positieve sfeer met de mensen in contact te komen. In dat opzicht was 2011 een succesvol jaar voor Hanau met meer dan 5 700 bezoekers op onze opendeurdag in september.

Katharina Brodt - Communications, site in Hanau

gesprekken met de leveranciers die een lage score hadden, evenals met de leveranciers die de vragenlijst niet hadden ingevuld om de redenen hiervoor te achterhalen. Uit de feedback van de eerste gesprekken blijkt dat, hoewel veel leveranciers verklaarden dat ze over een beleid en acties beschikken in verband met de vereisten van het charter, velen van hen nog geen ondersteunende documentatie hebben ingediend.

Het engagementproces wordt in 2012 voorgezet en we zullen stappen ondernemen om met de laag scorende leveranciers actieplannen op te stellen om de duurzaamheid te verbeteren. Indien nodig zullen we de relatie met leveranciers die blijven weigeren om aan het proces deel te nemen, of laag scorende bedrijven die er niet in slagen om beter te presteren, stopzetten. In 2012 start ook het proces voor het delen van kennis met de aankopers van grondstoffen in de business units.

Meer informatie over duurzame aankoop op het niveau van de business units kan gevonden worden in het betreffende hoofdstuk op pagina 26-49 van dit verslag.

In 2011 werd de Dodd Frank Act aanvaard in de Verenigde Staten. Volgens hoofdstuk 1502 van deze wet moeten in de VS genoteerde ondernemingen alle aankopen van mineralen die afkomstig zijn van de Democratische Republiek Congo (DRC) en specifiek tantalum, tin, wolfraam en goud aangeven. Hoewel we geen mineralen uit conflictzones aankopen en zelf niet aan de Dodd Frank Act zijn onderworpen, pakken we dit probleem proactief aan met een aantal van onze klanten. We volgen ook de werkzaamheden van verschillende sectorverenigingen op die pogen een industriewijde aanpak te ontwikkelen voor het probleem van de conflictmineralen, zoals de Responsible Jewelry Council en London Bullion Market Association. Deze werkzaamheden volgen ook de richtlijn "OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas".

De lokale gemeenschap

De doelstelling 2006-2010 van Umicore vereiste dat alle industriële vestigingen een lokaal plan zouden ontwikkelen en uitvoeren aangaande de verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap. In de context van Vision 2015 werd besloten dat betrokkenheid bij de lokale gemeenschap voldoende belangrijk is om onze dialoog met de gemeenschappen waar we werken verder te verbeteren.

Er werd meer focus gelegd op de diepgaande analyse van de stakeholders en de betrokkenheidsprocessen die de sites toepassen. Aan de hand van uitsluitend op kwaliteit gebaseerde definities stelden we vast dat 57% van onze sites over zo'n plan beschikken. In 2011 gebruikten 63% van onze sites gestructureerde communicatiemiddelen in hun contacten met de lokale gemeenschap. Al naargelang de omvang van de site bestaan deze communicaties uit nieuwsbrieven, hoorzittingen, ontmoetingen met de lokale autoriteiten, fabrieksbezoeken voor de lokale gemeenschap en persberichten voor de lokale media.

Van onze grotere sites versterkte Hanau (Duitsland) zijn initiatieven voor betrokkenheid bij de lokale gemeenschap in 2011. Dit hield gedeeltelijk verband met de wens van Umicore om zich als werkgever meer te profileren en bekend te maken. De site – die deel uitmaakt van een groot industriepark – organiseerde een publiciteits- en informatiecampagne in de regio en verwelkomde ook 5 700 lokale inwoners op een opendeurdag in september. Hoboken (België) organiseerde in 2011 ongeveer 200 bedrijfsbezoeken voor leden van de lokale gemeenschap. Het opstarten van de nieuwe UHT recyclagefabriek leidde tot intensieve communicatie met de gemeenschap en op de officiële opening in september waren honderden internationale en lokale geïnteresseerden aanwezig. De site van Olen (België) startte zijn programma van bedrijfsbezoeken voor lokale scholen en omwonenden "Umicore te kijk" opnieuw op en communiceerde ook intensief met de gemeenschap over de afbraak van een ouder gedeelte van de site dat asbestisolatie

bevat. In Guarulhos (Brazilië) ging de aandacht vooral naar contacten met de lokale autoriteiten en omwonenden om de sanering van de bodemen grondwatervervuiling rond de site mogelijk te maken. De site implementeerde ook een nieuw beheerssysteem om de vragen van de omwonenden die vooral betrekking hebben op milieu-, gezondheids- en veiligheidsproblemen beter te registreren en te beantwoorden.

Donaties aan goede doelen maken deel uit van de programma's voor betrokkenheid bij de gemeenschap van de sites. Van de business units wordt verwacht dat ze ongeveer een derde van een procent van hun gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT over de voorbije drie jaar bijdragen aan goede doelen en dit in de vorm van financiële middelen, vrijwilligerswerk, goederen of diensten.

De sites ontwikkelen zelf initiatieven en bijdragen met de steun van de overkoepelende business unit. Globaal droegen de business units een totaal van € 1 013 290 bij aan goede doelen in 2011 en ongeveer 18% van dit bedrag bestond uit vrijwilligerswerk en donaties in natura. Meer informatie over de donaties van de verschillende business units vindt u in het hoofdstuk Overzicht segmenten op pagina 27-49 van dit verslag.

Op het niveau van de Groep bedroegen de donaties aan goede doelen in totaal € 737 732, hoofdzakelijk in de vorm van financiële bijdragen. In tegenstelling tot de donaties van de sites, die aan lokale initiatieven worden besteed, hebben de donaties op het niveau van de Groep een internationaal bereik. De meeste van deze bijdragen gaan naar initiatieven die educatieve projecten realiseren, of die duurzame technologieën promoten. Een gedeelte van de bijdragen gaat ook naar noodhulp bij rampen. In 2011 maakten we donaties over aan Japan, na de tsunami in maart en aan het middenwesten van de Verenigde Staten voor hulp aan de gemeenschappen die door de tornado's van april en mei werden getroffen. In beide gevallen gebruikten onze medewerkers in de sites die zich dichtbij het rampgebied bevinden de fondsen om hun lokale initiatieven aan te vullen (zie onze casestudie op pagina 37). Umicore was opnieuw hoofdsponsor van het Umicore Solar Team – een team van universiteitsstudenten dat elke twee jaar deelneemt aan de World Solar Challenge, een zware race van 3 000 km voor zonnewagens door de Australische outback. Het doel van de race is de voordelen van duurzaam vervoer onder de aandacht te brengen. Als stichtend lid van het Corporate Funding Programme – een initiatief dat ontwikkelingshulp koppelt aan bedrijfssponsors – financierden we ook een zonnepanelenproject in een educatief centrum in Rwanda.

In 2011 gingen we een partnerschap van drie jaar aan met UNICEF voor de ondersteuning van educatieve projecten in verschillende delen van de wereld. De eerste projecten die we steunen, zijn een initiatief om kansarme meisjes uit de provincie Rajasthan in India toegang te geven tot kwaliteitsvol onderwijs en de campagne "Back to School" in Haïti, waarvoor we de bouw van een school financieren voor de kinderen die het slachtoffer waren van de aardbeving in 2010.

Onze strategie Vision 2015

De strategie van Umicore bepaalt economische, sociale en milieudoelstellingen tot 2015 en daarna. In dit Jaarverslag brengen we voor het eerst verslag uit over de vorderingen in verband met deze doelstellingen.

Vision 2015 wordt bepaald door wereldwijde politieke, economische, sociale en milieutrends, namelijk:

grondstoffenschaarste

de steeds strengere emissiecontrole

Op basis van deze trends identificeerden we vier domeinen voor uitzonderlijke groei - herlaadbare batterijmaterialen voor hybride en elektrische voertuigen, nieuwe markten voor autokatalysatoren, nieuwe mogelijkheden voor recyclage en materialen voor fotovoltaïsche toepassingen. We opteerden ervoor om onze groeistrategie op deze vier domeinen te concentreren, waarin we kunnen steunen op onze bestaande competenties, marktposities en onze jarenlange expertise in metallurgie, materiaalwetenschap, kennis van toepassingen en ons kringloopaanbod. In deze vier domeinen kunnen we in de komende jaren een tweecijferige groei bereiken. Onze ambities is om de andere activiteiten in onze business even snel te laten groeien als het globale BBP en ze te beheren voor optimale prestaties. Als bedrijf streven we naar een gemiddeld rendement op aangewend kapitaal van 15-20%.

hernieuwbare energie

de ontwikkeling van de elektrische auto

Ons succes op lange termijn is ook afhankelijk van het verantwoorde beheer van de sociale en milieuaspecten van onze activiteiten. In deze context ontwikkelden we doelstellingen die focussen op drie domeinen: als een aantrekkelijk bedrijf om te werken worden beschouwd (geen ongevallen, vermindering van de blootstelling aan metalen op het werk, ontwikkeling van de medewerkers en een werkgever van eerste keuze zijn), ecoefficiëntie bereiken (de CO2 -emissies verminderen, de impact van metaalemissies verminderen en de duurzaamheid van de producten verhogen) en de betrokkenheid van de stakeholders actief bevorderen (duurzame aankopen en dialoog met de lokale gemeenschap).

Overzicht segmenten

Catalysis

Catalysis speelt een belangrijke rol in het verminderen van de voertuigenemissies wereldwijd. Umicore ontwikkelt autokatalysatoren voor lichte benzine- en dieselvoertuigen en voor zware dieseltoepassingen zoals vrachtwagens en andere zware voertuigen. De business group produceert ook verbindingen op edelmetaalbasis voor gebruik in de sectoren fijne chemicaliën, biowetenschappen en farmaceutica. De business group bestaat uit twee business units: Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry.

ENERGY materials

De materialen geproduceerd door Energy Materials worden aangetroffen in een reeks toepassingen gebruikt bij de productie en opslag van schone energie, zoals herlaadbare batterijen, zonnepanelen en andere toepassingen. De meeste producten zijn hoogzuivere metalen, legeringen, verbindingen en technische producten op basis van kobalt, germanium, nikkel en indium. De business group bestaat uit drie business units: Cobalt and Specialty Materials, Electro-Optic Materials en Thin Film Products .

Performance Materials

Performance Materials past zijn technologie en knowhow toe op de unieke eigenschappen van edele en andere metalen om materialen te produceren waardoor klanten betere, meer gesofistikeerde en veiligere producten kunnen ontwikkelen. Zijn zinkproducten staan bekend om hun beschermende eigenschappen terwijl verbindingen en materialen op edelmetaalbasis essentieel zijn voor uiteenlopende toepassingen als hightech glas, elektriciteit en elektronica. Performance Materials is onderverdeeld in vijf business units: Zinc Chemicals, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Building Products.

meer op pagina 40

Recycling

Recycling behandelt complexe afvalstromen die edele en andere non-ferrometalen bevatten. We kunnen ongeveer 20 van deze metalen recupereren uit een groot gamma inputmaterialen, van industrieel afval tot materialen op het einde van hun levensduur. Recycling is uniek door de waaier van materialen die het kan recycleren en de flexibiliteit van zijn activiteiten. De business group bestaat uit vier business units: Precious Metals Refining, Battery Recycling, Jewellery & Industrial Metals en Precious Metals Management.

meer op pagina 46

meer op pagina 28

meer op pagina 34

Catalysis

Realiseerde een stevige groei in alle markten en een goede veiligheidsprestatie in 2011.

Automotive Catalysts

Precious Metals Chemistry

Economische prestaties

De inkomsten van de business group Catalysis stegen met 16% op jaarbasis. Onze inkomsten groeiden sneller dan de automarkt en profiteerden ook van de hogere vraag naar katalysatoren voor gebruik in life science toepassingen. De recurrente EBIT steeg met 15%. De kapitaaluitgaven klommen met 8% op jaarbasis. Het investeringsniveau in Automotive Catalysts bleef hoog, met investeringen in de loop van het jaar om de productiecapaciteit te verhogen in Florange (Frankrijk), voor katalysatoren voor zware dieselvoertuigen (HDD) en in Suzhou (China), voor lichte voertuigen en HDD-toepassingen.

Deze investeringen zullen medio 2012 operationeel zijn. We kondigden ook de bouw van een nieuw technologieontwikkelingscentrum in Suzhou aan, dat einde 2012 wordt opgeleverd. Meer informatie over de investeringen in China vindt u in de casestudie op pagina 31. De investeringen in Zuid-Amerika verhoogden de kapitaaluitgaven in Precious Metals Chemistry. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling namen met 9% toe als gevolg van de versterking van onze technologieprogramma's in HDD en nieuwe generaties katalysatoren voor gebruik in lichte voertuigen.

In Automotive Catalysts klom de globale productie van lichte voertuigen met 3% op jaarbasis tot ongeveer 76 miljoen eenheden. In vergelijking met de regionale mix van de periode voor de economische crisis van 2008-2009 nemen de autoproducenten van de opkomende landen een veel groter aandeel van de autoproductie voor hun rekening. China was goed voor 23% van de wereldproductie, tegenover 11% in 2008. Onze inkomsten groeiden aanzienlijk sneller dan de automarkt. Dat was te danken aan de sterke toename van de volumes en de verbetering van onze productmix.

In Europa steeg de productie van lichte voertuigen in 2011 met ongeveer 5%, maar enkel in de eerste jaarhelft. De omzetgroei van Umicore overtrof de markt dankzij onze klanten- en platformmix. Dat was vooral het geval voor hoogwaardige katalysatorsystemen, zoals dieselkatalysatoren en roetfilters voor dieselmotoren. We hebben een aanzienlijk aantal contracten afgesloten voor toepassingen voor Euro 6 personenwagens die een hogere dan gemiddelde groei op middellange termijn in de regio zullen steunen.

In Noord-Amerika nam de voertuigenproductie met 10% toe op jaarbasis. Dat was te danken aan de hogere productie van binnenlandse en Zuid-Koreaanse merken. De verkoopvolumes van Umicore stegen aanzienlijk boven dit niveau dankzij gunstige ontwikkelingen in onze klantenportefeuille en de trend naar meer brandstofefficiënte motoren in de markt. In Zuid-Amerika

Catalysis

kende de voertuigenproductie een stijging van 3% die uitsluitend beperkt bleef tot de tweede jaarhelft. De inkomsten van Umicore stegen in lijn met de markt.

De Aziatische voertuigenproductie daalde met 1% op jaarbasis en dat was vooral het gevolg van de productieproblemen na de tsunami in Japan. Hoewel de productie op jaarbasis groeide in de tweede jaarhelft, volstond dit niet om de zware impact van de eerste zes maanden te compenseren en kromp de productie in Japan met 14% op jaarbasis.

De Chinese productie groeide aanzienlijk minder snel dan in de vorige jaren, voornamelijk omdat de overheidssteun werd stopgezet. In Korea bleef de productie op een hoog peil met een groei van 9% tegenover 2010 die vooral het gevolg was van de hogere export. De verkoop van Umicore in Azië was globaal in lijn met de markt, met sterke prestaties in Japan die gedeeltelijk gekoppeld waren aan dieselplatformen bestemd voor export.

In 2011 sloot Umicore een aantal bijkomende contracten af voor toekomstige zware dieseltoepassingen (HDD). In 2012 start de productie van katalysatoren voor enkele van deze nieuwe contracten. Deze contracten werden vooral in Europa en Azië afgesloten, waar binnenkort strengere emissienormen van kracht worden. Het bedrijf blijft zich verder positioneren voor bijkomende business die in de nabije toekomst worden toegekend.

In 2011 stegen de prijzen van zeldzame aardmetalen aanzienlijk. Sommige zeldzame aardmetalen worden als componenten gebruikt in formuleringen voor autokatalysatoren. De prijsstijgingen waren het gevolg van de vermindering van de Chinese exportquota. Hoewel we erin slaagden om de fysische beschikbaarheid van grondstoffen veilig te stellen, vereisten de prijsstijgingen onderhandelingen met de klanten over de manier waarop de hogere grondstoffenkosten in de productprijzen zouden worden geïntegreerd. Tegen het einde van het jaar was Umicore met alle belangrijke klanten processen overeengekomen voor de recuperatie van de prijzen van zeldzame aardmetalen.

In onze activiteit Precious Metals Chemistry stegen de inkomsten op jaarbasis en resulteerde de geoptimaliseerde productmix in hogere marges. De stijging was het sterkst in katalysatoren die worden gebruikt in life science toepassingen. De hogere vraag van de autokatalysatorensector was ook gunstig voor de verkoop van precursors. Met succes startte de business unit de productie en de verkoop van een nieuwe generatie katalysatoren voor brandstofceltoepassingen. Deze katalysatoren werden door Group O&O van Umicore ontwikkeld en worden verkocht aan de joint venture SolviCore en andere producenten. In de Braziliaanse operaties voltooiden we met succes de nieuwe productie-infrastructuur om te profiteren van toekomstige groeimogelijkheden

in deze markt. In Japan registreerden we onze beste prestatie ooit in deze markt. Dit ondanks de problemen veroorzaakt door de tsunami in maart, die tot een tijdelijke sluiting van de fabriek in Tsukuba leidden.

Aantrekkelijke werkplek

Van al onze business groups rapporteerde de business group Catalysis veruit de beste veiligheidsprestaties in 2011. Globaal registreerden we in totaal twee ongevallen met arbeidsverlet ten opzichte van vijf in 2010. Dit komt overeen met een frequentiegraad van 0,6 ongevallen per miljoen gewerkte uren en een ernstgraad van 0,03. De business units Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry implementeren het veiligheidsprogramma SafeStart® met als doel om het aantal ongevallen tegen 2015 tot nul te verminderen tegen 2015 (zie casestudie pagina 30). In de jaren 2009 tot en met 2011 heeft er zich op de site van South Plainfield (VS) geen enkel ongeval met arbeidsverlet of te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan.

Met betrekking tot de blootstelling aan metalen op het werk vinden er in de business group Catalysis geen activiteiten plaats met blootstelling aan de vijf toxische metalen die in onze doelstelling Vision 2015 zijn opgenomen. Het belangrijkste

gezondheidsrisico voor de activiteit Catalysis is overgevoeligheid voor platinazouten, wat kan leiden tot beroepsastma. In 2011 ontwikkelden twee werknemers deze overgevoeligheid ten opzichte van geen enkele werknemer in 2010. Deze werknemers werden overgeplaatst naar een ander deel van de site waar er geen blootstelling is aan platinazouten.

Eco-efficiëntie

De business group Catalysis had de laagste CO2 emissie en was in totaal verantwoordelijk voor 12% van onze CO2 equivalente emissies in 2011, ofwel 82 308 ton CO2 equivalent. De bijdrage van Catalysis aan de globale doelstellingen van de Groep voor de vermindering van de emissies was ten dele het resultaat van wijzigingen in de procestechnologie in de periode 2008-2010, waardoor de energie-intensiteit van bepaalde activiteiten in Automotive Catalyst verlaagden.

Het industriële profiel van Catalysis heeft geen significante impact van metaalemissies naar water of lucht tot gevolg, die beide minder dan 2% van de totale impact van de Groep vertegenwoordigen.

Communicatie met de belanghebbenden

In 2011 nam Automotive Catalysts voorbereidende maatregelen voor zijn bijdrage aan de doelstelling voor duurzame aankopen van Umicore. Medio 2012 zullen alle sites de belangrijkste leveranciers hebben geselecteerd. De screening van de vijf belangrijkste leveranciers van grondstoffen voor elke site moet afgerond zijn in de tweede helft van 2012. De resterende leveranciers worden in de loop van de volgende jaren gescreend.

Op het vlak van verantwoordelijkheid ten opzichte van de lokale gemeenschap droeg de business group ongeveer € 153 000 donaties bij aan goede doelen in 2011. Het aandeel van bijdragen in natura en vrijwilligerswerk in de totale donaties was het grootst van alle business groups en bedroeg bijna 30%. De jarenlange ondersteuning van de Boai school door werknemers van de site in Suzhou (China) werd voortgezet. De Boai school is een ngo die medische verzorging, onderwijs en revalidatie verstrekt aan kinderen met speciale onderwijsbehoeften. De financiële ondersteuning werd aangevuld met vijf dagen vrijwilligerswerk van de medewerkers in de school.

Catalysis

Veiligheid eerst

Collega's wereldwijd wisselen voorbeeldpraktijken uit inzake veiligheid. Een ervan werd enthousiast onthaald door de medewerkers omdat ze is gebaseerd op dialoog en gezond verstand.

Marcos Lucchese leidt twee fabrieken van Umicore Automotive Catalysts – een in Burlington, Ontario, en een in Tulsa, Oklahoma. Daarnaast is hij ook sterk betrokken bij de uitvoering van het programma SafeStart®. "Na een evaluatie van verschillende programma's koos Umicore Automotive Catalysts dit omdat de concepten onmiddellijk in alle situaties kunnen worden toegepast", zegt hij. "Het heeft bovendien een belangrijke familiale component."

Hoe werkt SafeStart? Eerst leiden externe consulenten de facilitators gedurende twee dagen op. "We kiezen interne medewerkers met goede communicatievaardigheden uit alle departementen en van elk niveau", legt Marcos uit. Dan leiden de facilitators halvedagsessies voor groepen van 20 tot 25 medewerkers. Daarin bespreken ze persoonlijke ervaringen: ongevallen, bijna-ongevallen, de oorzaken en hoe we ze kunnen vermijden. Iedereen heeft wel zo'n verhaal te vertellen, dus iedereen kan actief deelnemen.

Proactief handelen

Uit deze ervaringen blijkt dat ongevallen op het werk, thuis en elders meestal worden veroorzaakt door haast, frustratie, vermoeidheid en zelfingenomenheid. Om dat tegen te gaan, kunnen we een 'nieuwe taal' ontwikkelen, zoals Marcos het noemt. "Door erover te praten gaan mensen bewust en proactief handelen. Als iemand onveilig handelt, spreken ze hem of haar aan." Opvolgingssessies versterken dit veiligheidsgedrag. Omdat sterk leiderschap inzake veiligheid essentieel is, richten we speciale sessies in voor managers. "Ze leren hoe ze het programma kunnen ondersteunen. We dringen er ook sterk op aan dat de leidinggevenden alle trainingssessies voor de facilitators bijwonen."

De uitvoering van het SafeStart-programma in Tulsa en Burlington begon in 2010. James Cyr, vakbondsafgevaardigde van de United Auto Workers bij Umicore in Tulsa, nam deel. "SafeStart is het beste sensibiliseringsprogramma voor veiligheid dat ik in mijn vijfentwintig jaar in deze fabriek heb gezien," zegt hij. "Veel andere medewerkers met een lange staat van dienst zeggen hetzelfde."

Gezond verstand

James wijst erop dat SafeStart op gezond verstand is gebaseerd. "Iedereen kan zelfingenomen worden. Ongeacht de taak. Dankzij dit veiligheidsprogramma ontwikkelen de medewerkers de gewoonte om in de eerste plaats na te denken over de mogelijke oorzaken ervan. En het biedt hen instrumenten en technieken om ze te voorkomen. Zolang we niet in een ongevallenvrije maatschappij leven, zouden zulke efficiënte programma's wereldwijd moeten worden ingevoerd."

En dat is precies wat er gebeurt. In 2011 werd het programma ook geïmplementeerd in Automotive Catalysts sites in Noord-Amerika, Argentinië, Brazilië en Zuid-Afrika. Dit jaar staan China, Frankrijk, Duitsland en Zweden op het programma. Als we Marcos vragen waaraan het internationale succes van het programma te danken is, zegt hij gewoon: "De mensen."

Overzicht segmenten Automotive catalysis plant Suzhou, China

Investeren in schone lucht

Umicore wil haar autokatalysatorenactiviteiten uitbreiden met nieuwe technologieën en in groeimarkten. Twee investeringen in China dragen bij tot deze doelstellingen.

De strategie van Umicore kadert in een aantal megatrends dat zich in markten in de hele wereld aftekent. Een daarvan is een strengere emissienorm voor voertuigen. En niet alleen voor personenwagens. De nieuwe regels gelden ook voor vrachtwagens, bussen en andere zware dieselvoertuigen – ook heavy-duty diesel (HDD) genoemd.

Deze strengere normen verspreiden zich snel in groeilanden, zoals China. Dit heeft impact op de business unit Automotive Catalysts van Umicore, die over een zeer competitieve technologie beschikt om de emissies van elk type voertuig te verminderen. In Suzhou (China) werden in 2011 twee nieuwe investeringen opgestart: de uitbreiding van de bestaande productievestiging voor autokatalysatoren en een nieuw technologieontwikkelingscentrum. Beide investeringen zullen bijdragen tot de gezondheid en de duurzaamheid in de regio.

Een groeiende markt

In-Gwan Kim is directeur van de autokatalysatorenfabriek in Suzhou. "Dit is de vierde uitbreiding sinds de bouw van de fabriek in 2005," legt hij uit. "We voegen een vijfde productielijn toe, die medio 2012 operationeel zou moeten zijn."

Dankzij deze nieuwe lijn zullen we niet alleen meer katalysatoren kunnen produceren, maar ook verschillende types katalysatoren, waaronder HDD. "Deze markt is een essentiële groeipool voor Umicore," vervolgt In-Gwan. "In Europa heeft een gezin gemiddeld meer dan één wagen. In China is er maar één wagen per tien gezinnen." Hij voegt eraan toe dat de emissienormen ongetwijfeld zullen verstrengen naarmate de autoproductie groeit.

"Onze HDD-activiteit zal sneller groeien dan de katalysatoren voor personenwagens. Niet alleen omdat het een nieuwe business is," vervolgt In-Gwan, "maar ook omdat vrachtwagens grotere katalysatoren nodig hebben. HDD-katalysatoren bevatten veel meer washcoat."

Dat is het actieve materiaal dat edele metalen zoals platina, palladium en rodium bevat.

O&O dichter bij de klant

Enkele kilometers verder wordt het nieuwe technologieontwikkelingscentrum opgetrokken. De ingenieurs volgen ondertussen al een opleiding in het technische centrum voor katalysatoren in Hanau, Duitsland. Productiemanager Spring Jin en zijn team verwachten dat het centrum af zal zijn in de tweede helft van 2012.

"Het technologieontwikkelingscentrum zal zich richten op de behoeften van de lokale markt van de lichte en zware dieselvoertuigen," legt Spring uit. "Het zal ook onderzoek uitvoeren voor andere motoren, zoals motoren voor hybride elektrische voertuigen. Door innovatieve oplossingen te ontwikkelen in de nabijheid van onze klanten verhogen we onze concurrentiekracht en tonen we ons sterk engagement voor de Chinese markt."

Scan deze QR code om toegang te krijgen tot het volledige online interview www.umicore.com/reporting/suzhou

Energy Materials

Sterke groei in verkoopvolumes, maar lagere winstgevendheid door de opstartkosten van nieuwe investeringen. Matige veiligheidsprestaties.

Electro-Optic

Thin Film

De business group Energy Materials zag zijn inkomsten met 14% stijgen dankzij hogere verkoopvolumes, vooral in Cobalt & Specialty Materials en Thin Film Products. De recurrente EBIT daalde met 7%. Dit was het gevolg van de hoge kwalificatie- en opstartkosten van de groei-investeringen – meer bepaald in de business unit Cobalt & Specialty Materials - en de inkrimping van de vraag in Optics. De business group leed ook door ongunstige wisselkoersen in 2011. De investeringen stegen met bijna € 30 miljoen als gevolg van de investeringen in de productie van nieuwe batterijmaterialen in Azië en de infrastructuurontwikkelingen in Thin Film Products. De O&O uitgaven voor de business group lagen ongeveer 29% hoger, hoofdzakelijk door de opgedreven onderzoeksinspanningen in herlaadbare batterijmaterialen.

In Cobalt & Specialty Materials groeiden de verkoopvolumes van herlaadbare batterijmaterialen aanzienlijk, vooral in de tweede jaarhelft, zodat het totale verkoopvolume tot een recordniveau steeg. Deze stijging is grotendeels te danken aan de groeiende vraag naar nikkel mangaan kobalt (NMC) kathodematerialen die in elektrische voertuigen en draagbare elektronica worden gebruikt. De groei weerspiegelt ook de succesvolle penetratie van de onze producten in de Japanse batterijmarkt, zowel voor auto- als voor draagbare elektronicatoepassingen. De nieuwe fabriek in Kobe (Japan) werd in mei 2011 opgeleverd en heeft belangrijke vorderingen gemaakt in de kwalificatiefase bij de klanten. De uitbreiding van de Zuid-Koreaanse fabriek in Cheonan werd op het einde van het jaar voltooid en de kwalificatie van de nieuwe lijnen zal in 2012 plaatsvinden.

De verkoop van materialen die in keramische en chemische toepassingen worden gebruikt, nam aanzienlijk toe en de verkoopvolumes bereikten een recordniveau. De verkoopvolumes van kobaltverbindingen, zoals carboxylaten, gingen eveneens fors omhoog. De business line bleef profiteren van het succes van haar goed uitgebouwde distributienetwerken. De orders voor kobaltpoeders in de Tool Materials business lagen op het niveau van 2010, met een lichte daling in de tweede jaarhelft ten opzichte van dezelfde periode in 2010. Dat was hoofdzakelijk het gevolg van de voorraadafbouw bij enkele klanten. Toch steeg de bijdrage van deze activiteit dankzij de verbeterde productmix en de hogere operationele efficiëntie. De recyclage- en raffinagediensten voor kobalt en nikkel haalden hoge productieniveaus in de loop van het jaar. De sterke industriële activiteit en de langetermijncontracten voor bevoorrading verhoogden de beschikbaarheid van residu's en concentraten.

De business unit Electro-Optic Materials haalde iets hogere inkomsten dan in 2010. De marges

Energy Materials

leden onder de opstartkosten voor de nieuwe productielijnen in de fabriek van Quapaw (VS), de beperkte vraag naar optische toepassingen en de valuta-effecten. De hogere vraag van klanten in de sector van de fotovoltaïsche concentrators deed de verkoopvolumes van germaniumsubstraten toenemen. De verkoopvolumes van substraten voor ledverlichting daalden na een periode van overbevoorrading in de verlichtingssector. De vraag naar germaniumplaatjes voor optische toepassingen daalde aanzienlijk door de snelle afbouw van de door de overheid gefinancierde programma's. Deze ontwikkeling weegt zowel op de verkoopvolumes als op de premies. In december kondigde Umicore haar intentie aan om de productie van optics te concentreren in Quapaw (VS) – de locatie die zich het dichtst bij de belangrijkste klanten bevindt. De verkoopvolumes van afgewerkte infrarood optica klommen op jaarbasis, vooral dankzij de vraag naar thermografische en andere nachtzichtsystemen buiten de autosector.

De globale inkomsten van de business unit Thin Film Products klommen dankzij de hogere verkoopvolumes van targets voor 'large area coating' toepassingen zoals computer- en televisieschermen en architecturaal glas. De stijging was vooral het gevolg van de goedkeuring van onze nieuwe roterende ITO targets, die een hogere efficiëntie bieden in de productie van geavanceerde LCD schermen voor consumenten

en aanraakschermen. De inkomsten van producten voor optische en elektronische toepassingen bevonden zich op hetzelfde niveau als vorig jaar. De vraag van de sector oftalmisch glas en andere technische toepassingen compenseerde de dalende vraag in de sector van de microelektronica die op het einde van de periode verzwakte.

De business group Energy Materials zette matige veiligheidsprestaties neer. Er werden 12 ongevallen met arbeidsverlet geregistreerd ten opzichte van 9 in 2010. Dit komt overeen met een frequentiegraad van 4,0 wat iets hoger is dan het gemiddelde voor Umicore. De ernstgraad van deze ongevallen lag eveneens iets hoger dan het groepsgemiddelde. Driekwart van de ongevallen vond plaats in de business unit Cobalt & Specialty Materials. De drie sites van Umicore die vijf jaar lang geen enkel ongeval met arbeidsverlet of te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan – een uitstekende prestatie – maken alle drie deel uit van Energy Materials – Dundee (VK), Fort Saskatchewan (Canada) en Hsinchu Hsien (Taiwan).

Met betrekking tot beroepsmatige blootstelling aan metalen in Energy Materials houden vooral arsenicum, kobalt en nikkel een potentieel gevaar in voor de gezondheid. De gemiddelde overschrijding in vergelijking met de drempels die we voor deze metalen hebben bepaald, lag aanzienlijk hoger dan het gemiddelde van Umicore. De belangrijkste overschrijding werd genoteerd voor kobalt (22,6%). Umicore heeft sinds verschillende jaren geleden een beleid voor beroepsmatige kobaltblootstelling op het werk ontwikkeld op basis van biomonitoring en in 2011 verlaagden we de drempel voor het kobaltgehalte in de urine van 30 microgram per gram creatinine tot 15 microgram, in lijn met de huidige wetenschappelijke literatuur over de toxiciteit van kobalt en de blootstelling op het werk. De business unit Cobalt & Specialty Materials stelt actieplannen op om in de komende jaren een doorbraak te bereiken in dit domein. Het onderzoek naar de effecten van blootstelling aan indiumtinoxide op de gezondheid en de vermindering van de blootstelling op het werk in de fabriek van Providence (VS) werd in 2011 voortgezet.

Het aantal vrijwillige vertrekken in Energy Materials lag beduidend hoger dan het gemiddelde van Umicore, vooral als gevolg van de proportioneel grotere aanwezigheid in Korea en China, waar de arbeidsmarkt erg concurrentieel is. Ook het aantal uren opleiding per werknemer lag boven het gemiddelde van de groep, vooral dankzij de introductietraining voor nieuwe collega's in Azië.

Op het vlak van koolstofemissies was de business group Energy Materials in 2011 verantwoordelijk voor 25% van onze CO2 equivalente emissies, of in totaal 174 529 ton. Van alle sites van Energy Materials droeg de site in Olen het sterkst bij aan de vermindering van de emissies. Sinds de toetreding in 2003 tot het Vlaamse Benchmarking Convenant heeft de site een aantal energie-efficiëntiemaatregelen ingevoerd die beantwoorden aan de beste internationale standaarden toepassen.

Voor wat de metaalemissies betreft, stegen de missies naar lucht van Energy Materials met 60% in volume ten opzichte van 2010. Dit was in de eerste plaats te wijten aan het verhoogde activiteitsniveau in de verschillende business units. De impact verminderde echter met 6% ten opzichte van 2010 en met 43% ten opzichte van ons referentiejaar 2009. Een van de belangrijkste redenen voor de vermindering ten opzichte van het referentiejaar was het feit dat de kobaltemissies in de Cheonan site in Korea sinds 2009 sterk afnamen dankzij de installatie van een nieuw zakkenfiltersysteem. Het volume en de impact van metaalemissie naar water bleven stabiel ten opzichte van 2010. De impact daalde met 63% ten opzichte van het referentiejaar 2009 dankzij de lagere zilver- en kobaltvolumes.

belanghebbenden

De business unit Cobalt & Specialty Materials heeft jarenlange ervaring met het beheer van de verantwoorde aanvoer van kobalt uit de Democratische Republiek Congo. De business unit ontwikkelde een specifieke aankoopcode in 2004 en gebruikt alleen materialen die afkomstig zijn van erkende mijnbouwbedrijven. In de relaties met de leveranciers voert Umicore een op documentatie gebaseerde screening uit voor elementen zoals kinderarbeid, milieu, gezondheids- en veiligheidsproblemen en naleving van de Congolese mijnbouwcode. De medewerkers van Umicore brengen regelmatig een bezoek aan de installaties van de leveranciers om de documentatie te controleren en de domeinen voor verbetering met de leveranciers te bespreken.

Thin Film Products in Providence (VS) verkreeg de definitieve goedkeuring van de lokale overheid voor een belangrijke herontwikkelingsinvestering die nieuwe banen zal creëren. De business units in Energy Materials droegen gezamenlijk in totaal € 173 000 bij aan donaties voor het goede doel in 2011. Twee van de zeer zware tornado's die over het middenwesten van de VS trokken in april en mei troffen gemeenschappen waar Energy Materials vestigingen zijn – Quapaw in Oklahoma en

Arab in Alabama. Umicore stortte donaties om de lokale hulpverlening in beide steden te steunen. Een ander belangrijk gemeenschapsinitiatief is een onderwijsproject in Lubumbashi, in de Democratische Republiek Congo, dat wordt gesteund door Cobalt & Specialty Materials.

www.umicore.com/ reporting/data Ga onmiddellijk naar de cijfers .XLS

Energy Materials

Klaar voor een wereld vol batterijen

Japan is van vitaal belang voor Umicore en haar activiteit herlaadbare batterijmaterialen. Vooral omdat de nieuwe generatie voertuigen door batterijen zal worden aangedreven.

Atsuhisa Kobori, Operations Manager van de nieuwe fabriek in Kobe, was getuige van haar opbouw. "De werken begonnen in september 2010. Alles verliep vlot en in nauwelijks zes maanden tijd was het gebouw klaar. We zijn dan begonnen we met de installatie van de apparatuur en de opleiding van onze 40 medewerkers. Op 5 oktober woonden bijna honderd gasten de officiële opening bij, onder wie plaatselijke bestuurders, onze CEO en andere bedrijfsleiders."

Atsuhisa houdt toezicht op het productieproces dat begint met het mengen van twee producten: lithiumcarbonaat en een nikkelmangaankobaltverbinding. Het mengsel wordt verwarmd tot meer dan 900 °C om een chemische transformatie – calcinatie – tot stand te brengen. Het geharde materiaal wordt vergruisd en gezeefd. "We analyseren het zorgvuldig om de kwaliteit te controleren", legt Atsuhisa uit. "We controleren de dichtheid, de zuiverheid, de verdeling van de deeltjesgrootte en de specifieke oppervlakte van de deeltjes." Na een laatste mengproces wordt het poeder verpakt voor verzending.

De kathodematerialen van Umicore zijn cruciale componenten voor de herlaadbare lithium-ion batterijen die we in talloze mobiele telefoons, laptops en tablet computers aantreffen. Het is een gigantische markt. Maar niet ver van de fabriek bereidt Umicore zich voor op een nog grotere markt: batterijen voor (H)EV: hybride en elektrische voertuigen. Volgens sommige ramingen zullen (H)EV's 10% uitmaken van alle nieuwe auto's in 2020. "Daarom hebben we in de fabriek van Kobe een technisch centrum voor deze toepassingen ingericht", zegt Atsuhisa. "Daar kunnen we nieuwe materialen testen in nauwe samenwerking met de autoconstructeurs."

Scan deze QR code om toegang te krijgen tot het volledige online interview www.umicore.com/reporting/kobe

Yoshi Shibuki, Manager Business Development, legt uit: "De vraag naar batterijmaterialen zal deze stijgende trend ongetwijfeld volgen. Vooral in Japan. De industrie van de lithium-ion batterijen is hier ontstaan en de Japanse fabrikanten spelen nog steeds een pioniersrol in de technologische ontwikkeling. Productie- en testinstallaties in Japan zijn onontbeerlijk als Umicore een wereldleider wil blijven in deze industrie."

De activiteit batterijmaterialen van Umicore is gebaseerd op de noodzaak om de CO2 -emissies wereldwijd terug te dringen en sluit aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de onderneming. "Maar er is meer", zegt Yoshi. "Umicore biedt haar klanten diensten met een gesloten kringloop: we kunnen batterijen op het einde van hun levensduur recycleren." Deze kringloop zal steeds belangrijker worden naarmate er wereldwijd meer batterijen worden gebruikt en men zich meer bewust wordt van de schaarste van grondstoffen".

Missie naar Arab

Op 27 april 2011 trof een vernietigende tornado de stad Arab in Alabama, waar een fabriek van Umicore is gevestigd. De daarop volgende hulpactie van Umicore verdient een speciale vermelding.

Toen de tornado toesloeg, bereidde Thomas Vermeire zich in België voor op zijn verhuis naar Arab, waar hij was benoemd tot General Manager. "We maakten ons grote zorgen over de mensen daar. Om informatie te verkrijgen over de situatie, organiseerden we een dagelijks conferentiegesprek met het hoofdkantoor van Umicore in de VS, in Raleigh, North Carolina."

Gelukkig waren de medewerkers van Umicore en hun gezinnen ongedeerd en was er geen schade aan de fabriek, maar er waren wel enkele huizen beschadigd. Voor iedereen was het moeilijk omdat de wegen waren geblokkeerd, de winkels gesloten en er geen elektriciteit was.

De medewerkers van het kantoor in Raleigh maakten zich steeds meer zorgen over de toestand van hun collega's in Arab. Dat gold ook voor Faye Bowen en Meredith Chandler. Faye zegt: "Toen we hoorden wat er was gebeurd, gingen we naar onze manager en vroegen of de vrachtwagen van het bedrijf voorraden naar onze collega's in Arab kon brengen." 'Jullie mogen hem gebruiken', zei hij. Het was toen al vrij laat. Niemand anders kon naar Arab rijden. En dus gingen wij."

Emotie en warme maaltijden

Meredith vertelt verder: "We gingen elk voorraden aankopen: voedsel, lucifers en houtskool om te koken, drinkbaar water, producten voor kinderen. De volgende ochtend zijn we om 5 uur vertrokken." Het kostte hen tien uur om de 925 kilometer naar Arab af te leggen. Daar zagen ze welke vernielingen de tornado had aangericht. "Hoe dichter we Arab naderden, des te desolater werd het landschap", herinnert Meredith zich. "We reden door spookstadjes. Het was echt eng."

De fabrieksmedewerkers waren op de hoogte van de hulpactie en stonden Meredith en Faye met hun gezinnen op te wachten. "Onderweg hadden we nog goederen aangekocht, waaronder warme maaltijden", zegt Faye. "Toen we binnenreden, waren sommigen in tranen, anderen sprakeloos." Iedereen hielp de vrachtwagen lossen. De vrouwen en de kinderen kregen onmiddellijk voedsel en iedereen deelde de geleverde voorraden met elkaar.

Drie weken laten kwam Thomas in Arab aan. "Er waren veel ontwortelde bomen en ingestorte huizen", zegt hij. Maar de stad wordt geleidelijk heropgebouwd. "Umicore schonk 20.000 dollar aan de lokale gemeenschap. De collega's in Raleigh organiseerden ook een inzameling. Ik had dat in België al gedaan voor mijn vertrek. In totaal werd er 3.500 dollar ingezameld. Umicore hielp de medewerkers ook om hun basisbehoeften te dekken."

In dit stadje met 8 000 inwoners is Umicore een belangrijke werkgever. "Op 13 september vierden we onze tiende verjaardag", zegt Thomas trots. "We nodigden ook de bestuurders van de lokale gemeenschap uit. Het was echt een positieve ervaring." Umicore wil niet alleen een goede werkgever zijn, maar vooral ook een goede buur.

Performance Materials

Ondanks stevige inkomstengroei daalden de winsten door lagere bijdragen van geassocieerde ondernemingen. De impact van metaalemissies daalde sterk.

Technical Materials

Economische prestaties

Performance Materials tekende een inkomstengroei van 6% op, hoofdzakelijk dankzij de business units Building Products en Technical Materials. De winst daalde echter met 11%, en dit is voor een groot deel te wijten aan de lagere bijdrage van de geassocieerde onderneming Element Six Abrasives en de moeilijke marktomstandigheden in Zinc Chemicals. De investeringen namen toe, vooral door nieuwe investeringen in Platinum Engineered Materials. De O&O-uitgaven lagen iets hoger dan in 2010.

In Zinc Chemicals bleven de inkomsten stabiel op jaarbasis. De winst leed echter onder de lagere bijdragen van de recyclageactiviteiten, de lagere premies en de ongunstige wisselkoersen. De verkoopvolumes van fijne zinkpoeders groeiden sterk dankzij de forse toename van de vraag naar roestwerende verfpigmenten voor scheepscontainers en industriële infrastructuur en uitrusting in Azië. Ook de leveringen van zinkoxideproducten namen toe in de belangrijkste toepassingsgebieden, zoals chemie, banden en keramiek. De verkoopvolumes van materialen die in primaire batterijen worden gebruikt, bleven onder het historisch hoge niveau van 2010. De geringere beschikbaarheid van recycleerbare materialen verhoogde de concurrentie en had een negatieve impact op de marges van de

recyclageactiviteiten van de business unit.

De inkomsten en de winstgevendheid van Building Products stegen aanzienlijk in 2011. De Europese bouwsector herstelde van de crisis in 2010, met vooral een sterke groei in de privéwoningmarkt. Het herstel werd ook gesteund door de zachtere weersomstandigheden aan het begin en het einde van het jaar. Umicore verhoogde haar verkoopvolumes in alle mature markten en vooral in Duitsland en de Benelux. De vraag naar zinkproducten voor de bouwsector bleef eveneens groeien in andere delen van de wereld, waar Umicore zink introduceert en promoot als een nieuw bouwmateriaal. Umicore stelde een stijgende vraag vast naar zowel natuurlijk zink als voorverweerde of oppervlaktebehandelde producten.

In Platinum Engineered Materials daalden de inkomsten licht ten opzichte van 2010. De displaymarkt bleef groeien, vooral het segment van de kleinere aanraakschermen. Het nieuwe productieatelier in Yokohama (Japan) werd eind oktober officieel geopend en is nu volledig operationeel om de Japanse klanten te ondersteunen (zie casestudie op pagina 43). De verkoop van producten voor gebruik in de meststoffenfabricage bevond zich op hetzelfde niveau als in 2010. Het profiteerde van de succesvolle introductie van een nieuw ontwikkelde katalyselegering die langer meegaat, goedkopere metalen bevat en de emissie

Platinum Engineered Materials

Performance Materials

van broeikasgassen in het productie proces voor meststoffen verlaagt. In 2011 werd gestart met de bouw van een nieuwe productie-installatie in Hanau (Duitsland). Ze zal de productie-infrastructuur optimaliseren en medio 2013 operationeel zijn.

In Technical Materials namen de inkomsten aanzienlijk toe dankzij het herstel van de elektrische uitrustingssector. De verkoop van materialen voor deze sector groeide in lijn met de hogere activiteit in de industriesector en de elektriciteitsdistributie. De hogere vraag uit de werktuigensector stimuleerde de verkoop van soldeerproducten, maar dit werd gedeeltelijk geneutraliseerd door de dalende vraag in de elektrische industrie in de tweede helft van het jaar.

De hoge zilverprijs creëerde nieuwe mogelijkheden voor legeringen met een laag zilvergehalte of zonder zilver om zo de impact van de hoge grondstoffenkosten voor de klanten te verminderen. Op het einde van 2011 ging het Europese verbod op cadmiumhoudende soldeer- en contactmaterialen volledig van kracht. Het productaanbod werd hieraan al proactief aangepast.

Het was een bijzonder goed jaar voor de business unit Electroplating. De inkomsten stegen aanzienlijk en de verkoop van producten op basis van edelmetalen groeide sneller dan de markt. De business had ook met succes een nieuw gamma rodiumlegeringen gelanceerd. De verkoop van materialen voor decoratieve toepassingen, zoals juwelen en lifestyle producten, liep het hele jaar door vlot. De goede verkoopresultaten voor technische toepassingen in het eerste halfjaar verzwakten licht in de tweede jaarhelft, vooral als gevolg van de verminderde vraag van de printplatenproducenten. De verkoop van basismetaaloplossingen gebruikt in consumentengoederen zoals ritsen, daalde omwille van een dalende activiteit in de textielsector.

De verkoop van de geassocieerde onderneming Element Six Abrasives steeg in 2011, maar het nettoresultaat – en dus ook de bijdrage aan Umicore – lag lager, gedeeltelijk als gevolg van de zwakke positie van de USD. De verkoop van wolfraamcarbideproducten voor de mijnbouw¬sector en de slijtageresistente onderdelenindustrie bereikte een recordniveau. Ook de verkoop voor geavanceerde precisietoepassingen nam toe. De verkoop van producten voor olie- en gasboringen nam af omdat de concurrentie in deze sector bijzonder sterk was.

Aantrekkelijke werkplek

De business group Performance Materials presteerde op gebied van veiligheid iets beter dan het gemiddelde voor Umicore. Er werden 14 ongevallen met arbeidsverlet geregistreerd ten opzichte van 12 in 2010. Dat komt overeen met een frequentiegraad van 2,9 en een ernstgraad van 0,09

– beide iets onder het Umicore gemiddelde. Meer dan de helft van de ongevallen deed zich voor in de business unit Zinc Chemicals. Alle business units hebben specifieke veiligheidsprogramma's ontwikkeld om hun veiligheidsprestaties in de komende jaren te verbeteren. Eén daarvan, het veiligheidsprogramma van Building Products, wordt op pagina 49 uitgebreid besproken. In de jaren 2009 tot en met 2011 heeft er zich op de sites van Sancoale (India) en Vicenza (Italië) geen enkel ongeval met arbeidsverlet of te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan.

Met betrekking tot beroepsmatige blootstelling aan metalen telde Performance Materials 5.1% overschrijdingen wat in lijn is met het Umicoregemiddelde De belangrijkste stof in Performance Materials die een mogelijk risico inhoudt is cadmium. Deze stof wordt in de business unit Technical Materials gelegeerd met zilver, hoofdzakelijk voor elektrische toepassingen. Om de blootstelling tot een minimum te beperken passen de sites van Suzhou (China), Glenns Falls (VS) en Vicenza (Italië) strikte procescontroles toe in combinatie met preventiemaatregelen zoals een verhoogde rotatie van medewerkers in verschillende werkplaatsen en een strikte naleving van de voorschriften voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Umicore is een voorloper in de ontwikkeling van cadmiumvrije producten en de vraag hiernaar stijgt, onder meer als gevolg van

de wetgeving. De volumes verwerkt cadmium zullen door deze trend waarschijnlijk dalen in de komende jaren.

het resultaat van de verminderde cadmiumemissies op de site van Glens Falls.

Eco-efficiëntie

Op het vlak van koolstofemissies was de business group Performance Materials in 2011 verantwoordelijk voor 23% van onze CO2 equivalente emissies, of in totaal 156 876 ton. De emissies zijn gespreid over 29 verschillende sites. De sites behorend tot Zinc Chemicals zijn verantwoordelijk voor driekwart van de totale emissies van de business group.

De metaalemissies naar lucht van Performance Materials stegen met 3% in volume ten opzichte van 2010. De impact verminderde echter met 77% ten opzichte van 2010 en met 57% ten opzichte van ons referentiejaar 2009. Deze belangrijke vermindering is vooral het resultaat van de lagere cadmiumemissies in de site van Glens Falls. We verwierven deze activiteit in 2007. Onlangs hebben we de investeringen in nieuwe controlesystemen afgerond, die de emissies hebben verlaagd van 52 kg in 2010 tot minder dan 1 kg in 2011. De emissie in water daalde met 23% ten opzichte van 2010. De impact van de wateremissies lag in 2011 16% onder het niveau van het referentiejaar 2009. Dit was eveneens grotendeels

Communicatie met de belanghebbenden

De businesses Building Products en Platinum Engineered Materials namen dezelfde initiatieven voor duurzame aankopen als de verschillende procurement centers (zie pagina 21), waarbij de leveranciers in 2011 grondig werden gescreend. De andere business units troffen in 2011 voorbereidingen om bij te dragen aan de doelstelling voor duurzame aankopen van Umicore door met de identificatie van de belangrijkste leveranciers te beginnen in 2011.

Het bodemsaneringsproject in de omgeving van de Building Products vestiging in Viviez is een belangrijk engagement naar de gemeenschap. Het project voor de sanering van de historische vervuiling rond de site is een van de grootste projecten van dit type in Frankrijk en vereiste een zeer intensieve dialoog met de lokale autoriteiten en de plaatselijke gemeenschap. In 2011 werd de afgraving van de drie bekkens voltooid. De business units van Performance Materials droegen in 2011 ongeveer € 164 000 bij aan donaties voor het goede doel.

www.umicore.com/ Ga onmiddellijk naar de cijfers .XLS

reporting/data

Performance Materials

Veiligheid: een zaak van iedereen

De Europese sites van Building Products omvatten kantoren, productiesites en logistieke centra. Gaétan Pastorelli beschrijft de ontwikkeling van een veiligheidscultuur in deze activiteiten.

Gaétan, QEHS Director van de business unit, begint zijn verhaal in 2008. "In dat jaar uitte onze Executive Vice-President, Pascal Reymondet, zijn maximaal engagement voor de veiligheid in onze organisatie. Hij vroeg ons team om een programma te ontwikkelen om dat engagement vorm te geven. Dit sterke signaal van het management was een zeer belangrijke succesfactor."

Toen we de ongevallenstatistieken analyseerden, stelden we vast dat de meeste ongevallen, 93%, te wijten waren aan gedrag en organisatie. Om de veiligheid te verbeteren, moesten we dus voorbeeldpraktijken identificeren, met oude gewoonten breken en nieuwe gewoonten ontwikkelen.

Mobilisatie van de betrokkenen

"We onderzochten succesvolle programma's van een twaalftal ondernemingen," vervolgt Gaétan. "We moesten het wiel niet opnieuw uitvinden." De beste programma's werden aangepast aan de cultuur van Building Products. Zo kon iedereen eraan deelnemen. "Al onze medewerkers zijn betrokken en zonder hen zouden we niet kunnen slagen. Onze medewerkers zijn erg competent in het maken van uitstekende producten. Diezelfde

positieve kwaliteiten en inzet wilden we mobiliseren om de veiligheid te verbeteren."

Om dat mogelijk te maken, organiseerden we een grondige opleiding. "Eerst was het ganse management aan de beurt: in hun opleiding werd hen duidelijk gemaakt dat hun taak er niet alleen in bestaat de bedrijfsresultaten te verbeteren, maar ook ongevallen te voorkomen. Daarna richtten we sessies in voor alle medewerkers van Umicore." De eerste les was het belang van de dialoog. "Communicatie is essentieel," benadrukt Gaétan. "Om een echte veiligheidscultuur te creëren, moet over veiligheid praten een gewoonte worden, net zoals we de voetbal- of rugbyresultaten van het weekend bespreken. Het voorbeeldgedrag dat we stelden was ook doeltreffend."

Safety galleries

Niet alleen de opleiding maar ook initiatieven zoals regelmatige interne benchmarking-dagen en 'safety galleries' bevorderen gedragswijziging. Deze brengen vertegenwoordigers van alle productiesites samen om de voorbeeldpraktijken inzake het voorkomen van ongevallen uit te wisselen via foto's en ander visueel materiaal.

Gaétan wijst ook op het belang van rondgangen met speciale aandacht voor het veiligheidsgedrag. In 2011 vonden er meer dan duizend plaats, van gewone veiligheidsevaluaties tot dagelijkse rondes. Ze werden niet alleen uitgevoerd door EHS-personeel, maar door alle managers, inclusief uiteraard het senior management team.

"Sinds de lancering van het programma hebben we het aantal ongevallen drastisch verlaagd," vervolgt Gaétan. Dit jaar wordt het programma uitgebreid. We gaan kijken hoe de medewerkers de veiligheid van hun teamleden kunnen bevorderen door de veiligheid van het bredere team te waarborgen en – uiteraard - van de families. Gaétan merkt op: "Het gaat vooral om proactiviteit: vandaag anticiperen op de ongevallen van morgen. Een gevaarlijke situatie zien en meteen ingrijpen." Umicore Building Products heeft aangetoond dat, wanneer veiligheid een zaak wordt van iedereen, dit een krachtige motor is voor verandering.

Een uitstekende oplossing

Vorig jaar opende Umicore een nieuw atelier in Yokohama, Japan. Het zal lokale klanten uit de glasindustrie bedienen en onze aanwezigheid in deze belangrijke markt verder uitbreiden.

Andreas Stock heeft de leiding over de productie en technologie van het nieuwe atelier. "Umicore is al meer dan 25 jaar aanwezig in de Japanse markt," legt hij uit. "Deze nieuwe investering brengt ons nog dichter bij de klanten, van wie er heel wat in de buurt van het atelier zijn gevestigd."

Het belang van die nabijheid kan niet genoeg worden benadrukt. De bedrijfsstrategie van Umicore bestaat erin om nauwe langetermijnrelaties te ontwikkelen met de klanten. "We moeten inzicht krijgen in hun processen en dat vraagt een grote mate van vertrouwen," zegt Andreas. Een vertrouwensrelatie opbouwen met de klanten is erg belangrijk in Japan, waar vertrouwen en transparantie zeer hoog staan aangeschreven.

Voorsprong in engineering

Het nieuwe atelier produceert op platina gebaseerde apparatuur die klanten gebruiken voor de productie van gespecialiseerd en hoogzuiver glas. De consumenten komen elke dag in aanraking met dit type glas, bijvoorbeeld via computer- en televisieschermen en lenzen van camera's. Hoogzuiver glas wordt ook gebruikt in de fabricage van een aantal technische producten, zoals laboratoriumglas, speciale verlichtingssystemen en hoogwaardige kookplaten.

De vraag naar hoogtechnologische producten van de Japanse bedrijven sluit goed aan bij onze expertise op het vlak van engineering, materiaal en productie. "Wij kunnen oplossingen ontwikkelen die niemand anders kan bieden," zegt Andreas. "We beschikken over alle capaciteiten om onze klanten de best mogelijke oplossing aan te reiken voor hun specifieke behoeften."

Dat vereist een hoog niveau van technische expertise. "Daarom volgen onze nieuwe Japanse collega's een intensieve opleiding in het hoofdkantoor van de business unit in Hanau, Duitsland," voegt Andreas hier aan toe.

rodium, verminderen en energie besparen in het glasproductieproces.

Het atelier bevindt zich in zijn eerste productiejaar en draagt bij aan het doel van de business unit om zijn aanwezigheid in Japan uit te breiden. Andreas voegt hieraan toe: "Dit project is een voorbeeld van de capaciteit van Umicore om in de hele wereld geavanceerde technologie en diensten aan te bieden."

Een voorbeeldproject

Het project bewijst ook dat Umicore haar milieuprestaties nog wil verbeteren. Dankzij de gespecialiseerde producten van Umicore kunnen de klanten het verbruik van grondstoffen, bijvoorbeeld schaarse materialen zoals platina en

Scan deze QR code om toegang te krijgen tot het volledige online interview www.umicore.com/reporting/yokohama

Recycling

Een opmerkelijke economische prestatie dankzij de uitstekende bevoorradingscondities. Inspanningen ter verbetering van veiligheid namen toe.

Economische prestaties

De inkomsten van Recycling kenden een stijging van 20%, de recurrente EBIT klom met 37%. Dat was vooral te danken aan de ruime beschikbaarheid van aanvoermaterialen in Precious Metals Refining. Ook Jewellery & Industrial Metals en Precious Metals Management behaalden uitstekende resultaten. Het globale rendement op aangewend kapitaal bedroeg bijna 70% en weerspiegelt grotendeels de uitmuntende prestaties van de Precious Metals Refining activiteiten. De investeringen namen toe met bijna 11% als gevolg van het nieuwe investeringsprogramma voor bemonstering in Hoboken. De O&O uitgaven van de business klommen met bijna 50% – vooral door de toegenomen activiteit in de UHT pilootfabriek voor recyclage.

In Precious Metals Refining stegen de inkomsten dankzij de hogere verwerkte volumes, verdere verbeteringen in de aanvoermix en de hogere ontvangen metaalprijzen. De aanvoer van residu's uit de non-ferrometaalindustrie lag aanzienlijk hoger dan in 2010. Umicore ontving rijkere residu's uit de koper- en loodindustrie. We behandelden ook hogere volumes complexe bijproducten uit de mijnbouwsector. Dankzij zijn recyclagetechnologie kan Umicore dergelijke complexe materialen efficiënter behandelen dan andere metaalverwerkers, zowel op het vlak van metaalextractie als vanuit milieu oogpunt.

De combinatie van grotere verwerkte volumes en een rijkere mix genereerde hogere inkomsten. Ook de volumes verwerkt elektronisch schroot namen toe dankzij de efficiëntere inzameling van deze materialen in de markt. De onlangs herziene WEEE wetgeving zou de inzameling van deze materialen in Europa nog moeten verbeteren. De aanvoer van andere materialen op het einde van hun levensduur, zoals auto- en industriële katalysatoren, daalde licht, vooral in Europa. De gemiddelde ontvangen metaalprijzen lagen hoger voor de meeste edelmetalen, met rodium als belangrijkste uitzondering. Dat was ook het geval voor de meeste gespecialiseerde metalen, vooral voor selenium en tellurium. In 2011 legden we een deel van de metaalprijscomponent in onze langetermijnbevoorradingscontracten vast voor 2012 en 2013.

In juli kondigden we een aanzienlijke uitbreiding aan van de bemonsteringsoperaties in de belangrijkste recyclagefabriek in Hoboken. De initiële investering ter waarde van € 25 miljoen en zal de capaciteit en de flexibiliteit van het bemonsteringsproces verhogen en ons in staat stellen nog sneller op wijzigingen in de aanvoermix in te spelen. De nieuwe installatie zal operationeel zijn medio 2013.

In Battery Recycling werd de nieuwe pilootrecyclagefabriek in Hoboken in september officieel geopend. Tegen het einde van het jaar werden de eerste partijen gebruikte Li-ion en NiMH

Precious Metals Refining

Jewellery & Industrial Metals

Battery Recycling

Precious Metals Management

Recycling

batterijen verwerkt. De UHT technologie maakt het mogelijk om andere materialen op het einde van hun levensduur en secundaire materialen te behandelen en de pilootfabriek wordt gebruikt om verschillende nieuwe types van aanvoerstromen of mengelingen die Umicore momenteel nog niet verwerkt te testen. In 2011 kondigden we ook aan dat we, in samenwerking met de Solvay dochter Rhodia, een uniek proces hadden ontwikkeld voor de recuperatie van zeldzame aardmetalen uit herlaadbare nikkelmetaalhydridebatterijen. De implementatie van de batterijrichtlijn, waarvan de eerste inzamelingsdoelstelling in 2012 moet worden bereikt, en de nieuwe WEEE richtlijn zullen de inzameling van batterijen uit draagbare elektronische apparaten helpen bevorderen. We versterkten tevens onze samenwerking met (H)EV producenten voor de verwerking van hun gebruikte batterijen.

De winst en de inkomsten stegen sterk in Jewellery & Industrial Metals. De verkoop van op zilver gebaseerde producten en componenten voor industriële toepassingen bleef op een hoog peil in 2011, vooral voor gebruik in de productie van zonnecellen en in chemische processen. De hoge edelmetaalprijzen en de onzekerheid in de financiële markten stimuleerden de vraag naar de investeringsproducten zoals muntplaatjes. Ook de verkoopvolumes van materialen voor juwelen namen toe. We verkochten meer materialen voor gebruik in luxeproducten, maar de verkoop van

materialen voor de sector van de fantasiejuwelen nam af. De hogere edelmetaalprijzen – vooral van zilver – verhoogden de aanvoer voor onze recyclageoperaties in deze activiteit.

De prijsvolatiliteit van de meeste edelmetalen in de loop van het jaar creëerde een gunstige omgeving voor Precious Metals Management. De stevige vraag naar fysische edelmetalen in bijna alle industriële sectoren, gecombineerd met een sterke vraag van de beleggers naar goud- en zilverstaven, droeg eveneens bij tot de uitstekende resultaten van deze business unit.

Aantrekkelijke werkplek

Bijna de helft van het totale aantal ongevallen met arbeidsverlet van de Groep vond plaats in de business group Recycling. Het totale aantal ongevallen lag echter iets lager dan in 2010. De ongevallen frequentiegraad in de business group (7,45 t.o.v. 8,65) en de ernstgraad (0,22 t.o.v. 0,41) verbeterden in vergelijking met 2010. Het totale aantal verloren arbeidsdagen daalde met 40%. Er worden verschillende programma's geïmplementeerd om deze resultaten aanzienlijk te verbeteren. Zo werd in Hoboken een belangrijk initiatief gelanceerd in acht projectdomeinen, met meer dan 1 800 uren veiligheidsopleidingen in 2011. In de jaren 2009 tot en met 2011 heeft

er zich op de site in Markham (Canada) geen enkel ongeval met arbeidsverlet of te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan.

Met betrekking tot metaalblootstelling presteerde Recycling beter dan het Umicore gemiddelde, met een overschrijdingspercentage van 1%. De belangrijkste stoffen die een potentieel gevaar vormen in Recycling zijn lood, arsenicum, nikkel en cadmium. Voor nikkel en cadmium werden geen verhoogde waarden vastgesteld. De fabriek van Hoboken heeft jarenlange ervaring met de monitoring en controle van de blootstelling en de blootstellingsniveaus zijn in de loop der jaren consistent en aanzienlijk gedaald. Het overschrijdingspercentage voor lood bedroeg 1,5%. De blootstelling aan arsenicum is niet eenvoudig te controleren omdat het, in tegenstelling tot de meeste andere metalen, in uiteenlopende concentraties kan worden aangetroffen, al naargelang het type materiaal dat in de fabriek van Hoboken wordt aangevoerd. Dat maakt het moeilijker om de plaatsen waar blootstelling mogelijk is te isoleren. Ondanks dit probleem bedroeg het overschrijdingspercentage in 2011 1,6%, een eerder laag niveau. Bij twee medewerkers van de business group werd overgevoeligheid aan platinazouten vastgesteld. Zij werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazout.

Eco-efficiëntie

Recycling was verantwoordelijk voor in totaal 40% van onze CO2 -equivalente emissies in 2011, hetzij 281 499 ton CO2 -equivalent. Sinds zijn toetreding in 2003 tot de Vlaamse Convenant Benchmarking Convenant heeft de site in Hoboken een aantal energie-efficiëntiemaatregelen ingevoerd die beantwoorden aan de beste internationale standaarden. De business group Recycling droeg ook bij aan de algemene vermindering van de CO2 equivalente emissies van de groep ten opzichte van het referentiejaar 2006 als gevolg van het type residu's dat door de site van Hoboken wordt verwerkt. We ontvangen nu grotere volumes materialen waarvan de verwerking minder energie verbruikt.

Op het vlak van metaalemissies stegen de emissies naar lucht van Recycling met 32% in volume ten opzichte van 2010 en dit als gevolg van de hogere emissies in Hoboken en Bangkok. Op het vlak van impact noteerden we een stijging van 6% ten opzichte van 2010 en een daling van 31% ten opzichte van ons referentiejaar 2009. De hoofdreden voor de aanzienlijke vermindering ten opzichte van het referentiejaar is het lagere niveau van de arsenicumemissies in de site van Hoboken. De metaalemissie naar water daalde met 7% ten opzichte van 2010. In 2011 lag de impact van de emissies naar water 7% hoger

dan in het referentiejaar 2009. We investeren € 15 miljoen in een nieuwe waterzuiveringsinstallatie in Hoboken, die ons zal toelaten om de metaalemissies in het afvalwater van de fabriek verder te verminderen.

Communicatie met de belanghebbenden

Umicore Precious Metals Refining heeft strikte leverancierscontroles ingevoerd op basis van een intern ontwikkeld systeem, Business Partner Screening (BPS). Dit BPS beoordeelt de leveranciersrisico's aan de hand van tien meetgegevens en is een formeel proces dat wordt gehanteerd bij het aangaan van een zakelijk samenwerking met elke leverancier. Daarnaast controleert de business unit alle partijen inkomende materialen op mogelijke gestolen materialen, of materialen die afkomstig zijn uit conflictgebieden. Voor een beperkt aantal grotere leveranciers heeft de business unit Ecovadis de opdracht gegeven om een duurzaamheidsevaluatie uit te voeren. Zowel Precious Metals Refining als Jewellery & Industrial Metals werkten in de loop van het jaar samen met verschillende organen in de sector om op het niveau van de sector een benadering te ontwikkelen voor het probleem van ertsen afkomstig uit conflictgebieden.

In 2011 droegen de sites van de business group Recycling in totaal € 523 610 bij aan donaties, waarvan het grootste bedrag afkomstig was van de site in Hoboken, België. Het belangrijkste initiatief van de site van Hoboken was de sponsoring van het nieuwe Antwerpse museum "Museum aan de Stroom". In 2011 openden we een zilverpaviljoen aan de voet van het museum. Het paviljoen combineert een tentoonstelling van zilveren kunstvoorwerpen met educatief materiaal over recyclage.

Recycling

Talent heeft impact

Talentvolle medewerkers rekruteren en behouden, wordt steeds belangrijker voor alle bedrijven. Het project dat we hier beschrijven, heeft een reële impact in dit kritische domein.

Enkele jaren geleden stond de Precious Metals Refining site van Umicore in Hoboken (België) voor acute personeelsproblemen. Heel wat medewerkers gingen met pensioen terwijl de fabriek werd uitgebreid. Gekwalificeerde medewerkers vinden voor alsmaar technischere functies werd moeilijker. En naast deze schaarste aan talent op de arbeidsmarkt ging Hoboken ook de waardevolle expertise van de toekomstig gepensioneerden verliezen.

In deze omstandigheden lanceerde de site het project IMPACT (IMProve the Approach on Competences & Talent). Het omvatte verschillende doelstellingen: de kennis van de medewerkers die met pensioen gaan identificeren en doorgeven, medewerkers helpen om zowel technische als gedragscompetenties te ontwikkelen, op een meer gestructureerde en transparante wijze mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling bieden en het prestatiebeheer minder op evaluaties en meer op de ontwikkeling van de medewerker baseren.

In eigen handen

"Wanneer mensen vragen hadden in verband met HR, was het niet altijd duidelijk tot wie ze zich konden wenden," vertelt Anne Smekens, HR Project Manager in Hoboken. "We wilden duidelijke processen en instrumenten aanreiken waarmee de medewerkers hun loopbaan in eigen handen konden nemen." Een ander probleem was de functiebeschrijvingen: in besprekingen hanteerden leidinggevenden en medewerkers elk vaak een eigen interpretatie. In samenwerking met externe consultants en vertegenwoordigers van alle departementen ontwikkelden Anne en haar collega's een 'gemeenschappelijke taal'.

Er werden werkgroepen georganiseerd in de fabriek om de vereiste competenties voor elke functie te definiëren. "Medewerkers van alle niveaus werden hierbij betrokken en ze grepen de kans om hieraan mee te werken," zegt Anne. "Het is erg belangrijk dat de medewerkers zelf de inhoud van hun functie verduidelijken." Nadat dit zogenoemde competentiemodel was gedefinieerd, moest het in een softwaretool worden geïntegreerd. Deze tool wordt nu geleidelijk uitgerold.

Een loopbaan die voldoening geeft

Eens het project voltooid, zullen alle medewerkers een duidelijk overzicht hebben van hun huidige functie op basis van de vereiste competenties. Ze kunnen nagaan welke opleidingen er beschikbaar zijn om verder te evolueren in hun functie, of in hoeverre hun competenties passen bij andere functies op de site. Er wordt ook veiligheidsopleiding in het systeem geïntegreerd. Anne wijst erop dat dit systeem voor iedereen voordelen biedt.

Niet alleen helpt het project Hoboken om de vereiste talenten aan te trekken, te behouden en te ontwikkelen; het helpt de medewerkers ook om meer voldoening te vinden in hun functie, en dat is een van de duurzaamheidsdoelstellingen van Umicore. Anne voegt hieraan toe: "Het is essentieel dat mensen zich bewust zijn van hun vaardigheden en talenten en voldoening vinden in hun functie. Wanneer ik bezoekers rondleid op de site, zeggen ze vaak dat de medewerkers verwijzen naar de 'Umicore-familie'. Dat is fijn om te horen."

Een gloednieuwe technologie De ultrahogetemperatuurtechnologie (UHT) van Umicore bereikt nu een nieuwe mijlpaal. Dit baanbrekende project opent de deur naar een veelbelovende toekomst voor recyclage.

In september 2011 werd de UHT-pilootfabriek van Umicore in Hoboken (België) officieel geopend. De fabriek vertegenwoordigt een investering van ongeveer 25 miljoen euro en is de eerste recyclageactiviteit van dit type ter wereld.

Wat dit proces speciaal maakt, is de temperatuur, die veel hoger ligt dan bij andere technologieën voor metaalrecyclage. Ook belangrijk is dat UHT perfect aansluit bij het duurzaamheidsengagement van Umicore. Het proces is ideaal voor een hele reeks recyclageactiviteiten, energie-efficiënt en milieuvriendelijk. Bovendien beschikt Umicore als enige over het eigendomsrecht van de UHTtechnologie en over een aantal octrooien die een ruim gamma toepassingen dekken.

Hoe zal deze baanbrekende technologie worden ingezet? Marc Cardoen is hoofd van Process and Technology Innovation bij Precious Metals Refining. "De eerste toepassing is de recyclage van herlaadbare batterijen op het einde van hun levensduur," zegt hij. "Te beginnen met de batterijen die in kleine apparaten, zoals laptops en mobiele telefoons worden gebruikt." Tal van Europese landen beschikken al over inzamelingsprogramma's voor batterijen die de nieuwe fabriek kunnen bevoorraden.

Een grote toekomstige markt

Dankzij de UHT-technologie kan Umicore een aantal waardevolle metalen, waaronder kobalt en nikkel, op een schone en efficiënte manier herwinnen. Na verdere raffinage door onze business unit Cobalt & Specialty Materials zullen ze terechtkomen in nieuwe batterijen – een perfect voorbeeld van onze 'gesloten kringloop'-benadering. Het restmateriaal, dat lijkt op natuurlijk zand of rots, wordt gebruikt in beton en cement.

Strengere milieuregels en hoge olieprijzen zetten de autoconstructeurs ertoe aan om e-voertuigen te lanceren. De UHT-technologie is ideaal om van deze enorme toekomstige markt te profiteren. Waar een telefoonbatterij slechts enkele grammen weegt, kan een batterij van een elektrisch voertuig tot 200 kg wegen. "De wetgevers zullen de autofabrikanten verplichten om deze batterijen te recycleren," legt Marc uit, "dus de autoproducenten zullen partners zoals Umicore nodig hebben. In feite zullen onze diensten meer waard zijn dan het herwonnen metaal."

De UHT-technologie is ook bruikbaar voor andere toepassingen. Momenteel worden er piloottesten uitgevoerd voor de recyclage van andere bevoorradingsmaterialen. En in samenwerking met het Franse bedrijf Rhodia zal de UHT-smelter zeldzame aardmetalen scheiden van nikkelmetaalhybridebatterijen op het einde van hun levensduur.

Marc besluit: "Onze nieuwe UHT-technologie combineert innovatie met recyclage en lage emissies. Ze past perfect in onze strategische visie."

Scan deze QR code om toegang te krijgen tot het volledige online interview www.umicore.com/reporting/hoboken

Financiële en economische toelichtingen Inhoud

Geconsolideerde jaarrekening 52
Geconsolideerde resultatenrekening 52
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 52
Geconsolideerde balans 53
Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen 54
Geconsolideerde kasstromentabel 55
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 56
F1 Voorstellingsbasis 56
F2 Waarderingsregels 56
F3 Beheer van financiële risico's 63
F4 Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen 66
F5 Groepsondernemingen 67
F6 Waardering vreemde deviezen 68
F7 Segmentinformatie 68
F8 Bedrijfsresultaat 71
F9 Bezoldigingen en aanverwante voordelen 72
F10 Netto financiële kost 73
F11 Opbrengsten van andere financiële activa 73
F12 Belastingen 74
F13 Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill) 75
F14 Goodwill 76
F15 Materiële vaste activa 77
F16 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 78
F17 Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen 79
F18 Voorraden 80
F19 Handels- en overige vorderingen 80
F20 Uitgestelde belastingactiva en -passiva 82
F21 Kas en kasequivalenten 83
F22 Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves 84
F23 Financiële schulden 85
F24 Handels- en overige schulden 87
F25
F26
Liquiditeit van de financiële schulden
Voorzieningen voor personeelsvoordelen
87
88
F27 Aandelenoptieplannen toegestaan door de onderneming 92
F28 Voorzieningen leefmilieu 93
F29 Voorzieningen voor overige risico's en kosten 94
F30 Financiële instrumenten per categorie 95
F31 Reële waarde van financiële instrumenten 98
F32 Toelichting bij de kasstromentabel 100
F33 Rechten en verplichtingen 102
F34 Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen 102
F35 Verbonden partijen 103
F36 Gebeurtenissen na balansdatum 104
F37 Winst per aandeel 104
F38 IFRS ontwikkelingen 105
F39 Audit vergoeding 105
Beknopte jaarrekening van de moederonderneming 106
Economische kerncijfers 108
Niet-recurrente resultaten en IAS 39 impact opgenomen in het resultaat 109
Aansluiting tussen IFRS en niet-IFRS gerelateerde performantie indicatoren 110
Verklaring in verband met de verantwoordelijkheid van het management 114

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde resultatenrekening

(EUR duizend)
Toelichting 2010 2011
Omzet F8 9.691.109 14.480.939
Andere bedrijfsopbrengsten F8 55.107 56.902
BEdRijfsopBREngstEn 9.746.216 14.537.841
Verbruikte handelsgoederen, grond- en hulpstoffen F8 -8.338.353 -12.902.623
Bezoldigingen en personeelsvoordelen F9 -636.847 -672.049
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen F8 -125.696 -165.264
Andere bedrijfskosten F8 -343.314 -402.864
BEdRijfskostEn -9.444.210 -14.142.800
Opbrengsten van andere financiële activa F11 977 10.178
BEdRijfsREsUltaat 302.983 405.220
Financiële baten F10 3.737 5.125
Financiële lasten F10 -27.854 -35.005
Wisselkoersverliezen en -winsten F10 7.442 7.443
Aandeel in het resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F16 21.022 27.436
REsUltaat Uit dE gEwonE BEdRijfsUitoEfEning vooR BElasting 307.330 410.218
Belastingen op het resultaat F12 -54.211 -76.006
REsUltaat Uit vooRtgEzEttE activitEitEn 253.119 334.212
REsUltaat van dE pERiodE 253.119 334.212
waarvan: Aandeel van de Groep 248.727 324.950
Minderheidsbelangen 4.392 9.262
(EUR)
Totale winst per aandeel - basisberekening F37 2,20 2,87
Totale winst per aandeel na verwatering F37 2,19 2,85
Dividend per aandeel 0,80 1,00*

* voorgesteld

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 56 tot 107 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(EUR duizend)
Toelichting 2010 2011
Resultaat van de periode 253.119 334.212
Bewegingen in reserves financiële vaste activa beschikbaar voor verkoop 18.144 -28.939
Bewegingen in kasstroomafdekkings reserves -59.862 62.700
Bewegingen in personeelsvoordelen na uitdiensttreding, voortkomenende uit veranderingen in actuariële
parameters
-11.043 -13.661
Bewegingen in uitgestelde belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen 22.538 -17.828
Bewegingen in omrekeningsverschillen van valuta 78.629 -3.482
componenten van niet-gerealiseerde resultaten F22 48.406 -1.210
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode 301.525 333.002
waarvan : Aandeel van de Groep 289.083 329.754
Minderheidsbelangen 12.442 3.248

Het impact van de latente belastingen op het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten heeft te maken met de kasstroomafdekkingsreserves voor een bedrag van EUR -20,7 miljoen en met de personeelsvoordelenreserves ten bedrage van EUR 1,9 miljoen.

Geconsolideerde balans

Toelichting 31/12/10 31/12/11
vastE activa 1.371.897 1.418.510
Immateriële vaste activa F13, F14 169.497 183.303
Materiële vaste activa F15 804.510 864.336
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F16 197.758 218.923
Financiële activa beschikbaar voor verkoop F17 76.152 47.730
Leningen F17 769 1.096
Handels- en overige vorderingen F19 14.416 14.630
Uitgestelde belastingactiva F20 108.795 88.492
vlottEndE activa 2.139.701 2.294.649
Toegekende leningen F17 50 1.051
Voorraden F18 1.183.034 1.305.010
Handels- en overige vorderingen F19 811.500 867.530
Terug te vorderen belastingen 20.363 17.067
Financiële activa beschikbaar voor verkoop F17 37 10
Kas en kasequivalenten F21 124.717 103.981
totaal der activa 3.511.598 3.713.160
EigEn vERmogEn 1.575.242 1.721.708
Eigen vermogen van de groep 1.516.961 1.667.529
Kapitaal en uitgiftepremies 502.862 502.862
Overgedragen resultaten en reserves 1.234.242 1.461.047
Omrekeningsverschillen en overige reserves F22 -55.541 -43.620
Eigen aandelen (-) -164.602 -252.760
Minderheidsbelangen 58.281 54.179
vERplichtingEn op mEER dan EEn jaaR 551.828 391.507
Voorzieningen voor personeelsvoordelen F26 190.799 193.023
Financiële schulden F23 194.884 23.878
Handels- en overige schulden F24 6.333 15.084
Uitgestelde belastingpassiva F20 43.702 46.089
Voorzieningen F28, F29 116.111 113.434
vERplichtingEn op tEn hoogstE EEn jaaR 1.384.528 1.599.945
Financiële schulden F23 290.195 346.654
Handels- en overige schulden F24 1.022.423 1.148.450
Te betalen belastingen 21.664 57.742
Voorzieningen F28, F29 50.246 47.099
totaal der passiva 3.511.598 3.713.160

Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen

(EUR duizend)
Aandeel van de Groep
Omrekenings
Kapitaal en
uitgifte
premies
Overge
dragen
resultaten
verschillen
en overige
reserves
Eigen
aandelen
Minderheids
belangen
TOTAAL
EIGEN
VERMOGEN
Begin van het vorige boekjaar 502.862 1.086.036 -96.353 -178.356 52.536 1.366.726
Resultaat van de periode 248.727 4.392 253.119
Componenten van niet-gerealiseerde resul
taten
40.356 8.050 48.406
gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten voor de periode
248.727 40.356 12.442 301.525
Bewegingen in op aandelen gebaseerde
vergoedingen reserves
4.018 4.018
Dividenden -110.140 -1.062 -111.202
Overboekingen 9.619 -3.561 -5.640 418
Wijzigingen eigen aandelen 0 13.754 13.754
Perimeterwijzigingen -2 4 1
per einde van het vorige boekjaar 502.862 1.234.242 -55.541 -164.602 58.281 1.575.242
Resultaat van de periode 324.950 9.262 334.212
Componenten van niet-gerealiseerde resul
taten
4.804 -6.014 -1.210
gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten voor de periode
324.950 4.804 3.248 333.002
Bewegingen in op aandelen gebaseerde
vergoedingen reserves 8.342 8.342
Kapitaalsverhoging -6.420 -6.420
Dividenden -99.370 -931 -100.301
Overboekingen 1.225 -1.225 0
Wijzigingen eigen aandelen -88.158 -88.158
per einde van het jaar 502.862 1.461.047 -43.620 -252.760 54.179 1.721.707

De wettelijke reserve van EUR 50.000 duizend, die inbegrepen is in de overgedragen winst, is niet beschikbaar voor uitkering.

Het aandelenkapitaal van de Groep op 31 december 2011 bestond uit 120.000.000 aandelen zonder nominale waarde.

Geconsolideerde kasstromentabel

(EUR duizend)
Toelichting 2010 2011
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 253.119 334.212
Resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode -21.022 -27.436
Aanpassing voor niet-kastransacties F32 90.099 189.926
Aanpassing voor elementen die afzonderlijk vermeld of
geklasseerd moeten worden onder de investerings- of financieringskasstromen F32 68.156 82.183
Wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal F32 -247.031 -48.575
kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 143.321 530.309
Ontvangen dividenden 8.077 15.915
Belastingen betaald in de loop van het boekjaar -47.283 -34.368
Ontvangen kapitaalsubsidies 3.649
kasstRomEn vooRtkomEnd Uit BEdRijfsactivitEitEn F32 104.115 515.505
Verwerving van materiële vaste activa F15 -141.478 -188.018
Verwerving van immateriële vaste activa F13 -30.554 -24.556
Verwerving / kapitaalverhoging van ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode -8.582 -5.500
Verwerving van financiële vaste activa F17 -380 -515
Nieuwe toegekende leningen F17 0 -1.018
subtotaal van de verwervingen -180.993 -219.607
Afstand van materiële vaste activa 2.026 2.134
Afstand van immateriële vaste activa 32
Afstand van dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen (na aftrek van hun liquide middelen) 258
Afstand van financiële vaste activa 23 10.124
Aflossing van leningen F17 6.608 163
subtotaal van de overdrachten 8.689 12.679
kasstRomEn vooRtkomEnd Uit invEstERingsactivitEitEn F32 -172.305 -206.928
Kapitaalverhoging minderheden -6.109
Verkoop (aankoop) van eigen aandelen 13.754 -88.158
Ontvangen interesten 3.564 4.757
Betaalde interesten -15.014 -20.306
Nieuwe leningen (aflossing) 97.279 -91.480
Dividenden uitgekeerd aan Umicore-aandeelhouders -108.807 -98.330
Dividenden uitgekeerd aan de minderheidsaandeelhouders -1.332 -931
kasstRomEn vooRtkomEnd Uit financiERingsactivitEitEn F32 -10.556 -300.558
Invloed van de wisselkoers op de aangehouden liquide middelen -4.856 -6.235
nEtto kas En - kasEqUivalEntEn Uit BEdRijfsactivitEitEn -83.601 1.784
Impact van wijzigingen perimeter in kas- en kasequivalenten openingsbalans 1.675
nEttokas En -kasEqUivalEntEn Bij hEt BEgin van hEt BoEkjaaR F21 180.347 98.421
nEttokas En -kasEqUivalEntEn op hEt EindE van hEt BoEkjaaR F21 98.421 100.205
waarvan kas en kasequivalenten 124.717 103.981
waarvan krediet op bankrekeningen -26.296 -3.776

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening voor de periode eindigend op 31 december 2011 en het jaarverslag, opgesteld in overeenstemming met artikel 119 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en opgenomen op de pagina's 1 tot 49 en 108 tot 180, werd voor publicatie goedgekeurd door de Raad van bestuur van 16 maart 2012. De jaarrekening werd voorbereid overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen voor het opmaken van geconsolideerde jaarrekeningen van Belgische bedrijven. Ze bevat de rekeningen van de onderneming, van haar dochterondernemingen en van haar belangen in ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

F1 Voorstellingsbasis

De Groep presenteert de geconsolideerde jaarrekening volgens alle Internationale Financiële Rapporterings-standaarden (IFRS) zoals voorgeschreven door de Europese Unie (EU).

De geconsolideerde financiële staten worden uitgedrukt in duizenden euro, afgerond op het dichtste duizendtal, en werden opgemaakt op basis van het principe van de historische kost, met uitzondering van de onderdelen gewaardeerd aan reële waarde.

De groep past de herziene versie van IAS 1 toe : presentatie van de jaarrekening. De groep geeft er de voorkeur aan om 2 staten te presenteren : een resultatenrekening en een geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De staat van mutaties in het eigen vermogen van de Groep maakt een onderscheid tussen de wijzigingen in het eigen vermogen die verbonden zijn met de aandeelhouders van het vermogen, dan wel met niet-aandeelhouders.

F2 Waarderingsregels

2.1 Consolidatie en segmenteringprincipes

Umicore past de integrale consolidatie toe voor haar dochterondernemingen, met name die entiteiten die de onderneming controleert, en waarvoor ze in staat is om het financiële en operationele beleid te sturen en de voordelen ervan te verwerven. Men vermoedt dat er controle is wanneer Umicore rechtstreeks of onrechtstreeks via andere dochterondernemingen meer dan 50% van de stemrechten bezit.

Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de controle overgedragen wordt aan de Groep en worden niet langer geconsolideerd vanaf de datum waarop deze controle ophoudt te bestaan.

Toelichting F5 geeft een overzicht van de dochterondernemingen van de Groep op balansdatum.

Een overname wordt geboekt volgens de overnamemethode. De activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van het overgenomen bedrijf worden gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. De kost van een overname wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de afgestane activa, de uitgegeven aandelen of de aangegane verplichtingen op de overnamedatum, vermeerderd met kosten die direct toerekenbaar zijn aan de overname. Het bedrag waarmee de kost van een overname het belang van de Groep in de reële waarde van de nettoactiva van de dochteronderneming overschrijdt, wordt geboekt als goodwill (zie punt 2.6, Immateriële vaste activa). Indien het belang van de Groep in de reële waarde van de nettoactiva hoger is dan de kost van de overname, wordt dit verschil onmiddellijk als een winst in de resultatenrekening genomen.

Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, behalve wanneer een verlies een indicatie is tot een bijzondere waardevermindering. Indien noodzakelijk werden de waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om de samenhang te garanderen met de principes aangenomen door de Umicore Groep.

In een geassocieerde onderneming heeft de Groep een betekenisvolle invloed op het financiële en operationele beleid, maar geen controle. Dit wordt in het algemeen aangetoond door het bezit van 20 tot 50% van de stemgerechtigde aandelen. Een joint venture is een contractuele overeenkomst waarbij de onderneming en andere partijen rechtstreeks of onrechtstreeks een economische activiteit opzetten die zij gezamenlijk controleren.

Zowel geassocieerde ondernemingen als joint ventures worden in de consolidatie opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens deze methode wordt het aandeel van de Groep in de winsten of verliezen na de overname opgenomen in de resultatenrekening en wordt het aandeel in de bewegingen van de reserves na de overname opgenomen in de reserves.

De participaties van de onderneming in geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvatten ook de goodwill op hun overnames, verminderd met de gecumuleerde waardeverminderingen.

Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de onderneming en haar geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden geëlimineerd ten belope van het belang van de onderneming in de geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij de transactie een indicatie levert voor een bijzondere waardevermindering.

Investeringen in ondernemingen die niet geconsolideerd worden via de vermogensmutatiemethode of via de integrale consolidatie, worden opgenomen als financiële activa beschikbaar voor verkoop.

Toelichting F16 geeft een lijst van de belangrijkste geassocieerde ondernemingen en joint ventures van de Groep op balansdatum.

Toelichting F7 toont de segmentinformatie van de Groep, in lijn met IFRS 8. Umicore is georganiseerd in business units. Onder IFRS 8 zijn de operationele segmenten van Umicore ingedeeld naar hun groeidomeinen op gebied van Katalyse, Energy Materials, Performance Materials en Recycling.

Het segment Catalysis produceert zowel autokatalysatoren voor emissiecontrole bij lichte en zware gebruiksvoertuigen als katalysatoren gebruikt bij chemische processen in de chemiesector en de sector van life sciences. Deze katalysatoren zijn vooral gebaseerd op PGM metalen.

Het segment Energy Materials is vooral gericht op materialen die gebruikt worden enerzijds in de groeiende markt van herlaadbare batterijen voor zowel draagbare electronicatoepassingen als voor hybride electrische voertuigen en anderzijds in de markt van zonne-energie. De producten zijn voornamelijk gebaseerd op cobalt, germanium en indium.

Het Recycling segment wint een groot aantal edele en andere metalen terug uit een brede waaier van afvalstromen en industriële residu's. De Recycling operaties omvatten ook de productie van materialen voor de juwelenindustrie (inclusief recyclage diensten) en de recyclage van herlaadbare batterijen.

Het segment Performance Materials bestaat uit een brede portfolio in verschillende industrieën, zoals bouw, automobielindustrie, electriciteits- en electronicatoepassingen. Al deze activiteiten gebruiken edele metalen of zink om de specifieke eigenschappen van de producten te intensiveren.

De wijze waarop de operationele segmenten worden gerapporteerd is consistent met de interne rapportering aan de raad van bestuur en aan het directiecomité. Het directiecomité evalueert de performantie van de operationele segmenten hoofdzakelijk op basis van het resultaat voor interesten en belastingen (EBIT), aangewend kapitaal en het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).

De resultaten van het segment, de activa en passiva bevatten elementen die direct aan het segment kunnen toegewezen worden, of er op een redelijke wijze aan kunnen toegewezen worden.

De prijszetting van verkopen tussen de segmenten is gebaseerd op marktconforme transfert-prijzen. Indien onvoldoende marktreferenties beschikbaar zijn wordt een "kostplus" mechanisme toegepast. De verbonden ondernemingen worden toegevoegd aan die segmenten waarmee hun activiteit het beste overeenstemt.

Een geografisch segment levert goederen en diensten binnen een bepaalde economische omgeving waarvan het rendements- en risicoprofiel verschillend is van segmenten die in andere geografische omgevingen actief zijn.

2.2 Inflatieboekhouding

Op balansdatum was er binnen de Umicore Groep geen enkele dochteronderneming die haar financiële verslaggeving opstelt in de valuta van een economie met hyperinflatie.

2.3 Omrekening van vreemde valuta

Functionele munt: de posten in de financiële staten van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt. De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld in euro, de functionele munt van de moederonderneming. Voor de consolidatie van de Groep en al haar dochterondernemingen worden de jaarrekeningen van de individuele ondernemingen als volgt omgerekend:

  • activa en passiva aan de koers op het einde van de periode, zoals die gepubliceerd wordt door de Europese Centrale Bank;
  • de resultatenrekening aan de gemiddelde wisselkoers van de periode;
  • het eigen vermogen aan de historische wisselkoers.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen tegen de wisselkoers op het einde van de periode, worden geboekt als deel van het eigen vermogen onder "Omrekeningsverschillen".

Wanneer een buitenlandse activiteit gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld of verkocht, worden wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, erkend in de resultatenrekening.

Goodwill en alle aanpassingen van de boekwaarden van activa en verplichtingen aan de reële waarde, die voortvloeien uit de overname van een buitenlandse entiteit, worden verwerkt als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden bijgevolg omgerekend op basis van de slotkoers.

2.4 Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt in de functionele munt van elke entiteit tegen de wisselkoersen die van kracht zijn op de datum van de afsluiting van de transacties. De datum van de afsluiting van de transactie is de datum waarop de transactie voor erkenning in aanmerking komt. Voor praktische redenen kan een wisselkoers worden gebruikt die kort aansluit bij de koers op de datum van de afsluiting van de transacties, bij voorbeeld, de gemiddelde koers van de week of de maand waarin de transacties voorkomen.

Vervolgens worden bij de jaarafsluiting alle monetaire activa en passiva gebaseerd op deze transacties in vreemde valuta, omgerekend tegen de slotkoers op de afsluitdatum van de balans.

Winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties in vreemde valuta en uit de omrekening van monetaire activa en passiva in vreemde valuta, worden in de resultatenrekening opgenomen als een financieel resultaat.

Om zich tegen bepaalde valutarisico's in te dekken, heeft de onderneming een aantal termijncontracten afgesloten (zie verder punt 2.21, Financiële instrumenten).

2.5 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden geboekt tegen historische kost, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en het toewijsbare gedeelte van de indirecte kosten die nodig waren om de activa bedrijfsklaar te maken.

Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan investeringen worden geactiveerd samen met de kost van de activa, in overeenstemming met IAS 23. Financieringskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan een investering worden ten laste genomen van het resultaat in de periode waarin ze ontstaan.

De lineaire afschrijvingsmethode wordt toegepast over de geschatte economische levensduur van de activa. De economische levensduur is de periode tijdens dewelke men verwacht het activa te gebruiken in de onderneming.

Herstellings- en onderhoudskosten worden ten laste genomen in de periode waarin ze werden uitgevoerd, indien ze niet bijdragen tot een verhoging van het toekomstige economische rendement van de activa. Zoniet worden ze beschouwd als een afzonderlijke component van de materiële vaste activa. Componenten van de materiële vaste activa zijn elementen die op regelmatige basis worden vervangen. Zij worden beschouwd als afzonderlijke activa, omdat hun economische levensduur verschilt van de materiële vaste activa waartoe zij behoren. De materiële vaste activa van Umicore, vaak complexe en gespecialiseerde industriële activa, hebben over het algemeen geen

individuele restwaarde buiten de specifieke omgeving van de operaties. Daarom wordt geen restwaarde in beschouwing genomen bij het bepalen van de afschrijfbare waarde.

Als standaardleidraad is de geschatte economische levensduur van de respectievelijke materiële activa als volgt gedefinieerd:

terreinen niet afschrijfbaar
gebouwen
- Industriële gebouwen 20 jaar
- Aanpassingen aan gebouwen 10 jaar
- Andere gebouwen, zoals kantoren en laboratoria 40 jaar
- Onroerend goed 40 jaar
installaties, machines en uitrustingen: 10 jaar
- Ovens 7 jaar
- Kleinere uitrustingen 5 jaar
meubilair en materieel:
- Rollend materieel 5 jaar
- Mobiel materieel voor intern transport 7 jaar
- Informaticamaterieel 3 tot 5 jaar
- Meubilair en kantoormaterieel 5 tot 10 jaar

Voor belangrijke nieuw aangekochte of gebouwde investeringen wordt de economische levensduur expliciet ingeschat op het moment van de investeringsaanvraag waarbij deze kan afwijken van bovenstaande standaarden.

Het management bepaalt de geschatte levensduur en gerelateerde afschrijvingen voor de materiële vaste activa. Ze gebruikt hiervoor standaardschattingen gebaseerd op een combinatie van fysische duurzaamheid en ingeschatte product -of industriële levenscyclussen. De geschatte levensduur kan in grote mate wijzigen ten gevolge van technische vernieuwingen, marktontwikkelingen en/of handelingen gesteld door de concurrentie. Het management zal ofwel de afschrijvingslast verhogen wanneer de levensduur korter is dan voordien werd ingeschat, ofwel zal zij technisch onbruikbare of niet-strategische activa, die verwijderd of verkocht zijn, volledig of gedeeltelijk afschrijven.

2.6 immateriële vaste activa

2.6.1 kapitaaltransactiekosten

Uitgaven voor oprichting en kapitaalverhoging worden afgetrokken van het kapitaal.

2.6.2 goodwill

Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op de datum van de overname. Goodwill wordt geboekt aan kost verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen.

Goodwill van geassocieerde ondernemingen en joint ventures wordt in de balans opgenomen onder "Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode", samen met de investering zelf.

Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroomgenererende eenheid. Op elke balansdatum, wordt voor deze kasstroomgenererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Als de boekwaarde van de goodwill niet volledig recupereerbaar is, wordt de nodige waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Deze waardeverminderingen worden nooit teruggenomen.

Het overschot van het aandeel van de Groep in de reële waarde van de verworven identificeerbare nettoactiva op het ogenblik van de overname tegenover de betaalde overnameprijs, wordt onmiddellijk in resultaat opgenomen.

2.6.3 onderzoek en ontwikkeling

Onderzoekskosten met betrekking tot het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis en inzichten, worden ten laste van het resultaat genomen in de periode waarin ze werden gemaakt.

Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten voor het ontwerpen van nieuwe of aanzienlijk verbeterde producten en processen voorafgaand aan de commerciële productie of het gebruik. Ze worden geactiveerd als, onder andere, aan de volgende voorwaarden voldaan is:

  • de immateriële activa zullen aanleiding geven tot toekomstige economische voordelen, of met andere woorden, het marktpotentieel is duidelijk aangetoond;
  • de kosten met betrekking tot het proces of product kunnen duidelijk geïdentificeerd en betrouwbaar gewaardeerd worden.

Indien het moeilijk is om een duidelijk onderscheid te maken tussen onderzoeks- of ontwikkelingskosten, worden de kosten beschouwd als onderzoekskosten. Als ontwikkelingskosten geactiveerd worden, worden ze lineair afgeschreven over de periode van het verwachte voordeel.

2.6.4 co2 emissie-rechten

In het kader van het Kyoto protocol werd er een tweede emissie periode geopend, voor de periode 2008-2012. De Vlaamse overheid heeft in dat kader emissierechten toegekend aan de Vlaamse sites van een aantal bedrijven, waaronder Umicore. Ieder jaar op het einde van februari, wordt één vijfde van deze emissierechten overgedragen aan een officieel register. De overdracht van de emissierechten aan dit register leidt tot de activering in de immateriële activa, conform de richtlijnen van de Belgische Commissie voor boekhoudkundige normen.

Winsten die voortvloeien uit het erkennen van emissierechten aan reële waarde worden uitgesteld tot de certificaten gebruikt worden. Emissierechten in eigendom zijn onderhevig aan een test op bijzondere waardeverminderingen maar worden niet afgeschreven. Als op een bepaalde afsluitingsdatum de marktwaarde lager is dan de boekwaarde, wordt een waardevermindering geboekt. Op elke afsluitingsdatum, maakt de groep een schatting van het reële gebruik van de emissierechten voor de periode en erkent een voorziening voor de rechten die moet gestort worden aan de overheid. De last verbonden aan de bijzondere waardevemindering of de erkenning van deze provisies wordt volledig gecompenseerd in de resultatenrekening door het vrijmaken van de uitgestelde ontvangsten. Umicore beschikt over de noodzakelijke emissierechten om een normale werking van haar installaties toe te laten.

2.6.5 Andere immateriële activa

Alle volgende categorieën worden geboekt tegen historische kost, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen:

  • Concessies, octrooien, licenties: worden afgeschreven over de periode van hun juridische bescherming;
  • Software en aanverwante interne ontwikkelingskosten: worden standaard afgeschreven over een periode van vijf jaar;
  • Gebruiksrecht van terreinen: wordt standaard afgeschreven over de contractuele periode.

2.7 Lease

2.7.1 Financiële leasing

Leasing waarbij de onderneming vrijwel alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de betrokken activa overneemt, wordt beschouwd als financiële leasing. Financiële leasingcontracten worden in de balans opgenomen aan de reële waarde op het moment van het aangaan van de leasingovereenkomst of, indien deze lager is, tegen de geschatte geactualiseerde waarde van de minimale leasingbetalingen, min gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Elke aflossing wordt deels beschouwd als terugbetaling van de leasingschuld, deels als interestbetaling in een verhouding die maakt dat er over de volledige looptijd een constante interestlast ontstaat in vergelijking met het openstaand kapitaal. De overeenkomstige huurschulden, exclusief de financiële lasten, worden geboekt in de rubriek "Overige langetermijnschulden". Het interestgedeelte wordt over de termijn van de leasingperiode in de resultatenrekening opgenomen. Activa die het voorwerp uitmaken van financiële leasing worden afgeschreven over de kortste termijn van hetzij de verwachte economische levensduur van deze activa, hetzij de duur van het leasingcontract.

2.7.2 Operationele leasing

Leasingovereenkomsten waarbij vrijwel alle wezenlijke voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de activa bij de verhuurder berusten, worden als operationele leasing beschouwd. Operationele leasingbetalingen of ontvangsten worden respectievelijk als een bedrijfskost of -opbrengst geboekt in de resultatenrekening op basis van de lineaire methode.

De groep gaat over tot de leasing van metalen van en aan derden voor een specifieke termijn waarvoor de groep vergoedingen ontvangt of betaalt. Metaal lease contracten worden voornamelijk afgesloten voor periodes van minder dan 1 jaar. De leasing van metalen van en aan derden wordt gerapporteerd onder "Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen".

2.8 Financiële activa beschikbaar voor verkoop, leningen en lange termijn vorderingen

Alle bewegingen in financiële activa beschikbaar voor verkoop, leningen en lange termijn vorderingen worden geboekt op de verhandelingsdatum.

Financiële activa beschikbaar voor verkoop worden gewaardeerd aan reële waarde. Ongerealiseerde winsten en verliezen uit veranderingen in de reële waarde van dergelijke activa, worden opgenomen in het eigen vermogen als financiële vaste activareserves. Wanneer de activa verkocht worden of wanneer er een bijzondere waardevermindering op deze activa dient opgenomen te worden, worden de in het eigen vermogen gecumuleerde aanpassingen voor de reële waarde opgenomen in de resultatenrekening als winst of verlies.

Leningen en vorderingen worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Eigen aandelen worden afgetrokken van het kapitaal.

2.9 Voorraden

Voorraden worden geboekt tegen kostprijs of, indien die lager is, de netto realiseerbare waarde. De kostprijs omvat directe aankoop- of productiekosten en een toewijsbaar deel van de algemene kosten.

Voorraden worden opgesplitst in:

    1. Basisproducten met metaaldekking
    1. Basisproducten zonder metaaldekking
    1. Verbruiksgoederen
    1. Betaalde voorschotten
    1. Bestellingen in uitvoering

Basisproducten met metaaldekking zijn metaalhoudende producten waarbij Umicore blootgesteld is aan metaalprijsschommelingen en waarvoor Umicore een actief en structureel risicobeheer toepast teneinde de mogelijke negatieve effecten op de financiële prestatie van de Groep tot een minimum te beperken. De metaalinhoud wordt gegroepeerd in categorieën die hun specifieke aard en operationele toepassing weerspiegelen, zoals metaalvoorraden die permanent in gebruik zijn of metaalvoorraden die beschikbaar zijn voor commercieel gebruik. Afhankelijk van de metaalvoorraadcategorie, worden gepaste indekkingsmechanismen toegepast. Deze voorraden worden gewaardeerd met de methode van het gewogen gemiddelde, toegepast per voorraadcategorie.

Basisproducten zonder metaaldekking en verbruiksgoederen worden gewaardeerd volgens de methode van het gewogen gemiddelde.

Waardeverminderingen op voorraden worden geboekt in geval van lage voorraadrotatie en wanneer de nettoboekwaarde de marktwaarde overschrijdt, zijnde de geschatte verkoopprijs verminderd met de geschatte kosten voor afwerking en de geschatte kost noodzakelijk voor het afsluiten van een verkoop. Waardeverminderingen worden afzonderlijk vermeld.

Betaalde voorschotten zijn voorafbetalingen op contracten met leveranciers, waarbij de fysieke levering van het onderliggende goed nog niet heeft plaatsgevonden. Zij worden geboekt tegen nominale waarde.

Bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd volgens de methode van de "winstname volgende vordering van de werken".

2.10 Handels- en overige vorderingen

Handelsvorderingen worden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs, d.i. aan de netto huidige waarde van de handelsvordering. Tenzij de impact van actualisatie materieel is, worden vorderingen aan nominale waarde geboekt en afgeschreven indien oninbaar. Alle afschrijven worden op aparte rekeningen gevolgd, en deze worden pas met de boekwaarde gecompenseerd als er geen kans meer is op recuperatie van de vordering.

Handelsvorderingen voor dewelke de risico's en de opbrengsten grotendeels getransfereerd werden, worden van de balans afgeboekt.

Reële waardewinsten uit afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige vorderingen.

2.11 Kas en kasequivalenten

Kasmiddelen omvatten de beschikbare geldmiddelen in contanten en uitstaande bedragen bij banken. Kasequivalenten zijn uiterst liquide kortetermijnbeleggingen die op elk ogenblik kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is, een looptijd hebben van maximum drie maanden en niet onderhevig zijn aan een materieel risico op waardeschommelingen.

Deze elementen worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde of afgeschreven kostprijs. Krediet op bankrekeningen bij de banken worden in de balans opgenomen als financiële schulden op korte termijn.

2.12 Bijzondere waardevermindering van activa

Materiële vaste activa en andere vaste activa, met inbegrip van immateriële activa en financiële activa niet aangehouden voor handelsdoeleinden, worden geëvalueerd op de noodzaak tot boeking van bijzondere waardeverminderingen indien bepaalde gebeurtenissen of veranderde omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde mogelijkerwijs niet kan gerecupereerd worden. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, moet de recupereerbare waarde van de activa geschat worden.

De recupereerbare waarde is de nettoverkoopprijs van de activa of, wanneer deze hoger is, de gebruikswaarde van de activa. Om de recupereerbare waarde van individuele activa te kunnen schatten, bepaalt de onderneming vaak de recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren.

Als de boekwaarde van de activa de recupereerbare waarde overschrijdt, dan wordt onmiddellijk een bijzondere waardevermindering als kost geboekt.

Bijzondere waardeverminderingen worden teruggenomen indien de reden voor de bijzondere waardeverminderingen geboekt voor activa of voor een kasstroomgenererende eenheid, niet langer bestaat of verminderd is. Een bijzondere waardevermindering wordt maximaal teruggenomen voor zover de boekwaarde van de activa niet groter wordt dan de theoretische nettoboekwaarde na afschrijving, bepaald alsof er in de voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering zou zijn opgenomen.

2.13 Kapitaal en overgedragen resultaten

A. Herinkoop van eigen aandelen

Wanneer de onderneming een deel van haar eigen aandelen inkoopt, wordt de betaalde prijs, inclusief de toewijsbare nettotransactiekosten na belasting, afgetrokken van het eigen vermogen en opgenomen als "Eigen aandelen". Er wordt geen winst of verlies geboekt in de resultatenrekening bij aankoop, verkoop, uitgifte of vernietiging. Indien deze aandelen vervolgens verkocht of heruitgegeven worden, wordt elk ontvangen bedrag als eigen vermogen opgenomen.

  • B. Bijkomende kosten die onmiddellijk toewijsbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden in het eigen vermogen opgenomen en in mindering gebracht van het ontvangen bedrag, na aftrek van belastingen.
  • C. Dividenden van de moederonderneming uitkeerbaar aan de gewone uitstaande aandelen worden opgenomen als verplichting nadat ze goedgekeurd zijn door de aandeelhouders.

2.14 Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identificeerbare activa en passiva die geboekt worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstige deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes.

In de resultatenrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de groep apart van het geconsolideerd resultaat van de groep getoond.

2.15 Voorzieningen

Voorzieningen worden aangelegd in de balans indien:

  • er een huidige (wettelijke of feitelijke) verplichting bestaat ten gevolge van een gebeurtenis uit het verleden;
  • het waarschijnlijk is dat er kasuitgaven vereist zijn om de verplichting af te wikkelen;
  • er een betrouwbare schatting van het bedrag van deze uitgave kan gemaakt worden.

Een feitelijke verplichting is een verplichting die ontstaat uit de handelingen van een onderneming, waarbij deze, door een consistent gedrag of door bepaalde gepubliceerde beleidsregels te kennen geeft dat zij bepaalde verantwoordelijkheden aanvaardt, en de onderneming als gevolg daarvan een terecht verwachtingspatroon gecreëerd heeft dat zij die verantwoordelijkheden daadwerkelijk zal opnemen.

Het bedrag opgenomen als voorziening is de best mogelijke schatting op de balansdatum van de uitgaven die vereist zijn om aan de bestaande verplichting te voldoen, rekening houdend met de waarschijnlijkheid van het mogelijke resultaat van de gebeurtenis. Indien de tijdswaarde van het geld belangrijk is, wordt als voorziening de huidige waarde genomen van de verwachte toekomstige vereiste uitgaven om aan de verplichting te voldoen. Het resultaat van de jaarlijkse heractualisatie van de voorzieningen, als ze verricht wordt, wordt opgenomen in de financiële resultaten.

De belangrijkste types van voorzieningen zijn de volgende:

1. Voorzieningen voor personeelsvoordelen (zie 2.16, Personeelsvoordelen)

2. Voorzieningen voor milieuverplichtingen

Milieuvoorzieningen zijn gebaseerd op wettelijke en feitelijke verplichtingen ten gevolge van gebeurtenissen uit het verleden, in overeenstemming met het milieubeleid van de onderneming en de geldende wettelijke verplichtingen. Het volledige bedrag van de geschatte verplichting wordt onmiddellijk opgenomen, op het ogenblik dat de verplichting plaatsvindt. Wanneer de verplichting productie gerelateerd is, wordt de verplichting stapsgewijs opgenomen volgens het normaal gebruik/ productieniveau.

3. Overige voorzieningen

Omvatten voorzieningen voor geschillen, verlieslatende contracten, garanties, risico's op financiële deelnemingen en herstructureringen. Een voorziening voor herstructurering wordt opgenomen als de onderneming een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd, en als de herstructurering al gestart of publiek aangekondigd is vóór de balansdatum. Elke herstructureringsvoorziening omvat enkel de directe uitgaven die voortvloeien uit de herstructurering, welke duidelijk afgebakend zijn en die geen verband houden met de lopende activiteiten van de onderneming.

2.16 Personeelsvoordelen

2.16.1 Personeelsvoordelen op korte termijn

Ze omvatten lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen, vakantiegeld, doorbetaling van loon bij ziekte, bonussen en verloningen in natura. Deze worden als kost geboekt in de betreffende periode. Alle kaderleden van de onderneming komen in aanmerking voor bonussen, op basis van individuele prestaties en financiële doelstellingen. Het bedrag van de bonus wordt ten laste genomen, op basis van een raming op de balansdatum.

2.16.2 Vergoeding na uitdiensttreding (pensioenen, medische zorgverlening)

De onderneming heeft verschillende pensioenprogramma's en programma's voor medische zorgverlening in overeenstemming met de voorwaarden en de praktijken in de landen waar ze actief is. De programma's worden in principe via betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of apart beheerde fondsen gefinancierd.

2.16.2.1 "Te bereiken doel"-plannen

De onderneming neemt alle wettelijke en feitelijke verplichtingen in de boeken op, zowel op basis van de formele bepalingen van de "te bereiken doel"-plannen als van de eerder informele gewoonten van de onderneming.

Het bedrag dat opgenomen wordt in de balans, is gebaseerd op actuariële berekeningen (op basis van de "projected unit credit method") en vertegenwoordigt de huidige waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De voorzieningen worden aangepast voor de pensioenkosten van verleden diensttijd en verminderd met de reële waarde van de eventuele activa van het pensioenplan. Niet-opgenomen pensioenkosten van verleden diensttijd resulteren uit de invoering van nieuwe toekomstige uitkeringsverplichtingen of wijzigingen aan de voordelen die betaalbaar zijn volgens het bestaande plan. De pensioenkosten van verleden diensttijd waarvoor de uitkeringen nog niet verworven zijn (de werknemers moeten eerst nog de arbeidsprestaties verlenen vooraleer de uitkeringen toegekend worden), worden lineair afgeschreven over de gemiddelde periode tot de nieuwe of gewijzigde uitkeringen verworven zijn.

De actuariële winsten en verliezen resulteren uit verschillen tussen werkelijke en geschatte actuariële parameters zoals weerspiegeld in de jaarlijkse bijwerking van de actuariële berekeningen. Deze winsten en verliezen worden opgenomen in het eigen vermogen in de periode waarin ze ontstaan en ze worden opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten als reserves voor personeelsvoordelen na uitdiensttreding.

2.16.2.2 Plannen met "vaste bijdrage"

De onderneming betaalt vaste bijdragen aan openbare of privé-verzekeringsplannen. De betalingen worden ten laste genomen op het moment dat ze verschuldigd zijn, en zijn als dusdanig opgenomen in de personeelskosten.

2.16.3 Andere personeelsvoordelen op lange termijn (anciënniteitspremies)

Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de "te bereiken doel"-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

2.16.4 Loopbaanbeëindigingsvoordelen (brugpensioenplannen, andere gelijkaardige verplichtingen)

Deze vergoedingen zijn verschuldigd als gevolg van de beslissing van de onderneming om het dienstverband van een werknemer te beëindigen vóór de normale pensioendatum of van de beslissing van een werknemer om in ruil voor deze vergoeding vrijwillig ontslag te nemen. Als ze redelijkerwijs voorspelbaar zijn, overeenkomstig de voorwaarden en praktijken in de landen waar de onderneming actief is, worden ook potentieel toekomstige verplichtingen opgenomen.

Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de "te bereiken doel"-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

2.16.5 Vergoedingen in aandelen en aanverwante voordelen (op aandelen gebaseerde vergoedingen IFRS 2)

Dankzij verschillende aandelenoptie of aandelen programma's kunnen zowel de werknemers als het senior management van de onderneming aandelen van Umicore aankopen of verwerven. De optie of aandelen uitoefeningsprijs is gelijk aan de marktprijs van de (onderliggende) aandelen op de datum van de toekenning. Als de opties uitgeoefend worden, worden aandelen komende van de bestaande voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld van de begunstigden. In beide gevallen wordt het kapitaal verhoogd met het bedrag van de ontvangen uitoefeningsprijs. Voor de aandelen programma's, worden aandelen uit de voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld aan de begunstigden.

De opties en de aandelen worden standaard verworven op de datum van de toekenning en hun reële waarde wordt opgenomen als een uitgave voor personeelsvoordelen met als tegenpost het eigen vermogen onder de vorm van reserves van de op aandelen gebaseerde vergoedingen. Voor de opties wordt de kost die moet geboekt worden, berekend door een actuaris die daarvoor een waarderingsmodel gebruikt dat rekening houdt met de karakteristieken van de aandelenopties, de volatiliteit van het onderliggende aandeel en het veronderstelde uitoefeningspatroon.

Zolang de verleende opties niet zijn uitgeoefend wordt hun waarde gerapporteerd onder de geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen van de groep als 'reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen'. De waarde van de uitgeoefende opties gedurende de periode wordt getransfereerd naar 'overgedragen resultaten'.

2.16.6 Presentatie

De personeelsvoordelen worden geboekt als bedrijfsresultaat in de resultatenrekening, met uitzondering van interest en actualiseringsresultaten die opgenomen worden in de financiële resultaten.

2.17 Financiële schulden

Alle bewegingen in financiële schulden worden geboekt op de verhandelingsdatum.

Voor leningen worden de initieel ontvangen bedragen geboekt, verminderd met transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen nettowaarde na afschrijving, op basis van de effectieve interestmethode. De nettowaarde na afschrijving wordt berekend rekening houdend met alle uitgiftekosten en elke korting of premie op het moment van uitgifte. Alle verschillen tussen het geleende bedrag en de terugbetalingswaarde worden opgenomen in de resultatenrekening bij terugbetaling.

2.18 Handels- en overige schulden

Handelsschulden worden geboekt aan kost na afschrijving, met andere woorden aan de netto actuele waarde van het te betalen bedrag. Tenzij het impact van actualisatie materieel is, wordt de nominale waarde genomen.

Reële waardeverliezen uit afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige schulden.

2.19 Belastingen op het resultaat

De belastingen op het resultaat van het boekjaar betreffen de effectieve belastingen alsook de latente belastingen. Deze belastingen worden berekend in overeenstemming met de belastingwetgeving die van toepassing is in elk land waar de onderneming actief is.

De effectieve belastingen omvatten deze die verschuldigd zijn op het belastbaar inkomen van het jaar, op basis van de belastingpercentages die gelden op de balansdatum, evenals elke herziening van de belastingen die verschuldigd (of terugbetaalbaar) zijn voor voorgaande jaren.

Latente belastingen worden berekend volgens de "liability method", op tijdelijke verschillen die bestaan tussen enerzijds de fiscale waarde van de activa en passiva en anderzijds hun boekwaarde in de jaarrekening. Deze belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingpercentages die van kracht zijn op balansdatum of toekomstige belastingpercentages indien formeel aangekondigd door de autoriteiten in het land waar de onderneming actief is.

Latente belastingactiva worden enkel geboekt als het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend.

Latente belastingactiva en -passiva worden gecompenseerd en netto voorgesteld enkel en alleen als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastinginstantie op dezelfde belastbare entiteit..

2.20 Boeking van opbrengsten

2.20.1 Verkoop van goederen en verlening van diensten

De opbrengsten uit de verkoop van goederen uit de verwerkingsactiviteiten worden opgenomen wanneer de belangrijkste voordelen en risico's inzake eigendom ten laste vallen van de koper en er niet langer onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding en de daaraan verbonden transactiekosten of de mogelijke teruggave van de goederen.

Opbrengsten uit raffinageactiviteiten en de levering van diensten worden opgenomen in verhouding tot het niveau van de afwerking van de transactie, als dit op een betrouwbare manier kan gewaardeerd worden.

2.20.2 Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk geboekt in de balans als over te dragen opbrengsten indien er een redelijke garantie is dat de subsidies ontvangen zullen worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies worden vervolgens in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als, en proportioneel aan, de te compenseren kosten.

2.21 Financiële instrumenten

De onderneming gebruikt afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen om de blootstelling aan negatieve schommelingen van

wisselkoersen, metaalprijzen, rentevoeten en andere marktrisico's te beperken. De onderneming gebruikt voornamelijk spot- en termijncontracten voor de indekking van het metaal- en valutarisico en swapcontracten om het renterisico in te dekken. De transacties uitgevoerd op de termijnmarkt zijn niet van speculatieve aard.

2.21.1 Transactionele risico's – reële-waarde indekking

Afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gebruikt om de reële waarde van de onderliggende ingedekte elementen (activa, passiva en vaste overeenkomsten) te beschermen. Deze worden oorspronkelijk aan reële waarde geboekt op de verhandelingsdatum.

Alle afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gewaardeerd op balansdatum aan de reële waarde, volgens het marktwaardevergelijkingsmechanisme ("mark-to-market"). Alle winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening - als een bedrijfsresultaat - indien gerelateerd aan metaal en als een financieel resultaat in alle andere gevallen.

Ingedekte elementen (vooral fysische vaste overeenkomsten en commerciële voorraad) worden ook gewaardeerd aan reële waarde wanneer "hedge accounting" kan gedocumenteerd worden in overeenstemming met de IAS 39-criteria.

In de afwezigheid van het verkrijgen van "hedge accounting" bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de ingedekte elementen aan kost opgenomen en vervolgens onderworpen aan de waarderingsregels die van toepassing zijn voor gelijkaardige niet-ingedekte elementen, o.a. de waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor wat de voorraden betreft, of het boeken van voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de fysische vaste overeenkomsten (zie hoofdstuk 2.22 - IAS 39 impact).

Wanneer er een consistente praktijk bestaat bij een dochteronderneming of een kasstroomgenererende eenheid van de Groep om het onderliggende item geleverd te krijgen om het terug te verkopen op korte termijn met als doel een winst te realiseren op basis van de kortetermijnschommelingen in de prijs of de handelsmarges, dan worden in die gevallen de voorraden gewaardeerd aan reële waarde via de resultatenrekening en worden de verbonden fysische en/of handelsgoederen engagementen geklasseerd als afgeleide financiële instrumenten eveneens met een waardering aan reële waarde via de resultatenrekening.

2.21.2 Structurele risico's – kasstroom indekking

Afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen die gebruikt worden voor de indekking van toekomstige kasstromen, worden toegewezen als indekkingen te behandelen onder "cash flow hedge accounting». Wijzigingen in de reële waarde van de indekkingsinstrumenten die voldoen als effectieve kasstroomindekkingen, worden opgenomen in het eigen vermogen van de Groep. Dit gebeurt onder de vorm van kasstroomindekkingsreserves totdat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen (d.i. een invloed hebben op de resultatenrekening). Op dat moment worden de opgenomen winsten en verliezen van de indekkingsinstrumenten getransfereerd van eigen vermogen naar de resultatenrekening.

Als de ingedekte transacties niet meer waarschijnlijk zijn of wanneer de dekkingsoperaties geen voorwerp meer hebben, dan worden de hieraan verbonden hedging instrumenten onmiddellijk stopgezet en worden alle winsten of verliezen, initieel opgenomen in het eigen vermogen onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.

In de afwezigheid van het verkrijgen van "hedge accounting" bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de wijzigingen in reële waarde van de hedging elementen in de resultatenrekening opgenomen in plaats van in het eigen vermogen en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen. (zie ook hoofdstuk 2.22 – IAS 39 impact)

2.21.3 In uitvoerende contracten besloten derivaten

Uitvoerende contracten ("basis contract") bevatten soms besloten derivaten. Besloten derivaten veroorzaken dat sommige of alle kasstromen die anders kunnen verwacht worden van het basis contract, worden gewijzigd in functie van een specifieke interestvoet, de prijs van een financieel instrument, de prijs van een handelsgoed, een wisselkoers prijs of andere variabele. Als het vaststaat dat dergelijk besloten derivaat niet dicht verbonden is met het basis contract, dan wordt het afgezonderd van het basis contract onder de regels van IAS 39 (reële waarde via resultatenrekening). Het basiscontract wordt geboekt volgens de regels van de uitvoerende contracten, wat wil zeggen dat dergelijk contract niet wordt erkend in de balans of de resultatenrekening voor de contractuele levering plaatsvindt (zie ook hoofdstuk 2.22 - IAS 39 impact).

2.22 Niet-recurrente resultaten en impact van IAS 39 opgenomen in het resultaat

Bevat niet-recurrente elementen voornamelijk met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, bijzondere waardeverminderingen van activa en andere kosten en opbrengsten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming.

De IAS 39-impact heeft betrekking op de tijdsverschillen (zonder impact op de kasstromen) in het boeken van resultaten als gevolg van het niet toepassen of het niet kunnen bekomen van IAS 39 "hedge accounting" bij de creatie bij:

  • a) Transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde kunnen gewaardeerd worden maar gewaardeerd moeten worden volgens waarderingsregels toepasbaar voor vergelijkbare, niet ingedekte elementen, zoals waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor voorraden of voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de commerciële fysische engagementen.
  • b) Structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van de betrokken hedging instrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen, en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen.
  • c) In uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat reële waarde op de besloten derivaten moet toegepast worden en in de resultatenrekening opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar geen reële waarde waardering is toegelaten.

F3 Beheer van financiële risico's

Alle activiteiten van de Groep zijn blootgesteld aan verschillende risico's, waaronder metaalprijsschommelingen, de wisselkoersen, bepaalde marktgedefinieerde commerciële voorwaarden, en rentevoeten alsook krediet- en liquiditeitrisico's. Het globale risicobeheer van de Groep tracht de negatieve invloed op de financiële resultaten van de Groep tot een minimum te beperken, door deze risico's in te dekken met financiële en verzekeringsinstrumenten.

3.1 Wisselkoersrisico

Het wisselkoersrisico waaraan Umicore blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele, transactionele en omrekeningsrisico's.

3.1.1 Structureel risico

De inkomsten van Umicore zijn gedeeltelijk in USD uitgedrukt, alhoewel vele activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (voornamelijk in Europa en Azië). Elke wijziging in de USD wisselkoers versus EUR of andere deviezen die niet aan de USD gekoppeld zijn, heeft daardoor een invloed op de resultaten van de onderneming. Het grootste deel van deze blootstelling aan de wisselkoers vloeit voort uit de in USD uitgedrukte metaalprijzen, die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen.

Umicore heeft een beleid om zich tegen haar structurele wisselkoersblootstelling op termijn in te dekken, zij het in combinatie met de indekking tegen de structurele metaalprijsblootstelling of geïsoleerd, wanneer de wisselkoersen of de in EUR uitgedrukte metaalprijzen boven het historische gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden.

Bij de huidig geldende wisselkoersen bestaat een blootstelling aan de USD die niet gerelateerd is aan de metaalprijzen. Op het einde van 2011 genereerde iedere stijging van 1 US cent ten opzichte van de euro een stijging van iets minder dan EUR 1 miljoen in inkomsten en operationeel resultaat op jaarbasis. Gelijkaardig heeft een daling met 1 cent van de US dollar ten opzichte van de euro een daling van dezelfde omvang op jaarbasis.

Deze gevoeligheden zijn als kortetermijnleidraad op te vatten en zijn enigszins theoretisch, aangezien het wisselkoersniveau vaak een zware invloed heeft op wijzigingen in commerciële voorwaarden die in USD worden onderhandeld en op elementen die Umicore niet zelf in handen heeft, zoals de invloed die de USD wisselkoers op in USD uitgedrukte metaalprijzen zou kunnen hebben. Deze bewegingen hebben een invloed op de resultaten van Umicore (zie metaalprijsrisico hieronder). In mindere mate is er ook een gevoeligheid tegenover enkele andere deviezen zoals de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese Yuan en de Zuid-Afrikaanse rand.

Structurele wisselkoersindekking

Umicore heeft geen structurele wisselkoersindekkingen die gerelateerd zijn met niet-metaal-prijs gerelateerde wisselkoerssensitiviteit, behalve enkele Euro/NOK specifieke contracten in Umicore Noorwegen en USD/KRW in Umicore Korea.

3.1.2 Transactioneel risico

Het bedrijf is ook onderhevig aan transactionele risico's met betrekking tot deviezen, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs met de klant of leverancier wordt bepaald en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Umicore dekt zich systematisch in tegen dergelijke transactionele risico's, voornamelijk via termijncontracten.

3.1.3 Omrekeningsrisico

Umicore is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in EUR rapporteren. Wanneer dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, is het omgerekende bedrag blootgesteld aan waardeschommelingen van zulke lokale valuta's ten opzichte van de EUR. Het betreft voornamelijk de Amerikaanse dollar, de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese yuan en de Zuid-Afrikaanse rand. In principe dekt Umicore zich niet in tegen dit soort risico.

3.2 Metaalprijsrisico

Umicore's metaalprijsrisico kan opgedeeld worden in 3 categorieën: structureel risico, transactioneel risico en risico op metaalvoorraden.

3.2.1 Structureel risico

Umicore is blootgesteld aan structurele metaalprijsrisico's. Die risico's vloeien voornamelijk voort uit de metaalprijzen die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen of andere inkomstenelementen die afhangen van de metaalprijzen. Umicore houdt een beleid aan om dergelijke blootstelling aan metaalprijzen op termijn in te dekken wanneer de forward metaalprijzen uitgedrukt in de functionele wisselkoers van de desbetreffende activiteit boven hun historisch gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden. In welke mate het metaalprijsrisico op termijn ingedekt kan worden hangt af van de liquiditeit van de desbetreffende markten.

In het segment Recycling, recycleert de Groep voornamelijk platina, palladium, rhodium, goud en zilver en andere basis en speciale metalen. In dit segment is de gevoeligheid op de korte termijn van inkomsten en operationele resultaten aan metaal koersen belangrijk. Gezien de variabiliteit in het soort aangevoerde materialen in de loop der jaren, blijft het moeilijk om een specifieke sensitiviteit uit te drukken voor één welbepaald metaal. In het algemeen geldt dat hogere prijzen in een stijging van de inkomsten in het Recycling segment resulteren. Umicore bezit ook een metaalprijssensitiviteit die vooral gelinkt is aan verschillende verwerkings- of raffinage activiteiten die werken binnen zijn andere activiteitssegmenten (Catalysis, Energy Materials en Performance Materials). Deze sensitiviteit is vooral gerelateerd aan recycling/refining duur van metalen in elke activiteit – hoofdzakelijk kobalt, goud, platinagroep metalen en zink. Over het algemeen draagt een hogere metaalprijs bij tot voordelen op korte termijn voor de winstgevendheid van elke activiteit. Nochtans, andere commerciële voorwaarden die grotendeels onafhankelijk zijn van de metaalprijs, zoals product premies, zijn evenzeer significant en onafhankelijk bepalend voor de opbrengsten en de resultaten.

Een prijsverandering voor de andere metalen en in de andere segmenten heeft geen betekenisvolle invloed op het niveau van de groep.

Structurele metaalprijsindekking

Umicore dekt een deel van haar toekomstige blootstelling aan forward metaalkoersen in, en dit voor sommige metalen die genoteerd zijn op termijnmarkten en voor zover toekomstige metaalprijs gebaseerde inkomsten uit gekende en gedocumenteerde commerciële overeenkomsten kunnen aangetoond worden. In voorgaande jaren heeft Umicore reeds een deel van zijn blootstelling van 2011 en 2012 ingedekt. Door meer inzicht in de toekomstige commerciële overeenkomsten, heeft Umicore in 2011 zulke dekkingsovereenkomsten verder aangegaan, ter indekking van prijsrisico's voor 2012 en 2013. Deze contracten zijn vooral verbonden met de terugwinning van platina, palladium, goud, zilver en zink.

3.2.2 Transactioneel risico

De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico's op aangekochte en verkochte metalen.

De meerderheid van de transacties in metalen gebruiken wereldwijde marktreferenties zoals deze van de London Metal Exchange. Als de onderliggende metaalprijs constant zou blijven, dan zou de prijs die Umicore betaalt voor het metaal in de grondstoffen terug aan de klant worden doorgerekend als een deel van de verkoopprijs. Gezien de tijd die nodig is voor de conversie van aangekochte grondstoffen tot eindproducten en de verkoop ervan, zal de volatiliteit in de metaalkoers die als referentie dient, verschillen doen ontstaan tussen de aankoopprijs van de metalen en de verkoopprijs. Er is dus een transactioneel risico ingevolge elke prijswijziging tussen het moment waarop grondstoffen worden aangekocht (meer specifiek, wanneer de aankoopprijs wordt gefixeerd) en het moment waarop producten worden verkocht (meer bepaald, wanneer de verkoopprijs wordt gefixeerd).

Het beleid van de groep bestaat er in om dit transactioneel risico zo veel mogelijk in te dekken, voornamelijk met termijnoperaties.

3.2.3 Risico op metaalvoorraden

De groep is blootgesteld aan metaalkoers risico's op de permanente metaalvoorraden. Het risico heeft te maken met de kans dat metaalkoersen dalen tot onder de boekwaarde van deze voorraden. Umicore dekt zich niet in tegen dit risico.

3.3 Renterisico

De blootstelling van de Groep aan de rentevoetschommelingen houdt verband met de verplichtingen in het kader van de financiële schulden van de Groep. Eind december 2011 bedroeg de netto financiële schuld van de Groep EUR 370,5 miljoen. Rekening houdend met de schuldinstrumenten onderhevig aan vaste rentevoeten, zoals de obligatie op 8 jaar die Umicore in 2004 uitgeschreven heeft, komt het deel van de financiële schulden dat begin 2012 onderhevig is aan de variabele rentevoeten overeen met 55% van de totale bruto financiële schulden.

3.4 Kredietrisico

Kredietrisico en concentratie van kredietrisico

Kredietrisico is het risico op wanbetalingen door eender welke tegenpartij, met betrekking tot de verkoop van goederen of metaalleasingoperaties. Om de kredietblootstelling te beheren, heeft Umicore een kredietbeleid opgesteld met aanvragen voor kredietlimieten, goedkeuringsprocedures, ononderbroken toezicht van de kredietblootstelling en aanmaningsprocedures in het geval van uitstel.

Het kredietrisico ten gevolge van verkopen is tot een bepaalde grens ingedekt via kredietverzekeringen, accreditieven of andere gelijkaardige betalingswijzen. Hiervoor werd één wereldwijd kredietverzekeringscontract aangegaan. Dit contract beschermt de maatschappijen van de groep tegen insolventie, politieke en commerciële risico's met een individualiseerbare franchise van 5% per factuur. De jaarlijkse globale maximale schadeloosstelling beloopt EUR 20 miljoen.

Umicore heeft bepaald dat in een aantal gevallen waar de kredietverzekeringskosten onevenredig zijn met het risico dat verzekerd moet worden of waar de klantenconcentratie niet in overeenstemming is met de provisies van de bestaande kredietverzekeringscontracten geen kredietindekking gezocht wordt.

Er valt op te merken dat enkele omvangrijke transacties, zoals de verkoop van edele metalen door de business groep Recycling, een beperkt kredietrisico hebben, aangezien het een gangbare praktijk is om te betalen vóór levering.

Met betrekking tot het risico tegenover financiële instellingen zoals banken en brokers, past Umicore ook interne kredietlijnen toe. Er worden specifieke limieten gesteld, per financieel instrument, die de diverse risico's moeten indekken die verbonden zijn aan het handelen met deze tegenpartijen.

3.5 Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico wordt behandeld door een voldoende mate van gediversifieerde financieringsbronnen aan te houden. Deze bevatten vastgelegde en niet vastgelegde bilaterale bankfaciliteiten op korte termijn, twee gesyndiceerde bankfaciliteiten op middellange termijn, en een "commercial paper" programma, ( met een bovengrens van EUR 300 miljoen), dit naast de obligatielening op 8 jaar ten bedrage van EUR 150 miljoen uitgegeven in 2004 die in februari 2012 vervalt.

3.6 Belastingrisico

De belastinglast opgenomen in de financiële rapportering is gebaseerd op de door de Groep naar best vermogen berekende belastingschuld. De definitieve belastingschuld komt evenwel slechts vast te staan nadat er belastingcontroles hebben plaatsgevonden. Tot op dat moment hangt er een zekere graad van onzekerheid over de uiteindelijke belastingschuld van deze periode. Het Groepsbeleid is er op gericht om belastingaangiftes binnen de wettelijke termijnen in te dienen en om belastingadministraties tegemoet te komen door te verzekeren dat de belastingposities van de Groep getrouw en actueel zijn en dat alle verschillen in interpretatie van de fiscale wetgeving en regelgeving zo snel mogelijk besproken en opgelost worden. Rekening houdend met de omvang en het internationale karakter van de Groepsactiviteiten en zoals het geval is voor andere internationale bedrijven, vormen BTW, andere omzetbelastingen en intra-groep verrekenprijzen een inherent belastingrisico voor de Groep. Wijzigingen in de belastingwetgeving of in de toepassing ervan inzake verrekenprijzen, BTW, buitenlandse dividenden, O&O belastingkredieten en belastingverminderingen kunnen mogelijkerwijze de werkelijke belastingvoet verhogen en de financiële resultaten van de Groep ongunstig beïnvloeden.

3.7 Kapitaalrisico

In het beheer van haar middelen zal de Groep de continuïteit van de bedrijfsvoering bewaren, de rentabiliteit voor de aandeelhouders en de belangen van de andere belanghebbenden onderhouden en een optimale kapitaalstructuur hanteren om zo de kapitaalkost te verminderen.

Om de kapitaalstructuur te handhaven of aan te passen, kan de Groep bijvoordeeld de dividenden uitbetaald aan de aandeelhouders aanpassen, kapitaal uitkeren aan de aandeelhouders, eigen aandelen inkopen of nieuwe aandelen uitgeven.

De Groep controleert haar kapitaalstructuur door onder meer de 'hefboomratio' te hanteren. Deze ratio wordt berekend door de netto financiële schuld te delen door de som van de netto financiële schuld en het totaal eigen vermogen van de Groep. De netto financiële schuld wordt berekend als de som van de financiële schulden op lange termijn en de financiële schulden op korte termijn, verminderd met de kas en kasequivalenten en leningen toegekend in een niet-operationele context.

De Groep probeert om een voor investeringen een aantrekkelijke kredietwaardigheidratio aan te houden. In deze context, is het de Groep's strategie om in een normale operationele omgeving, een hefboomratio te hanteren lager dan 50%. De Groep kan beslissen dit niveau te overschrijden voor een korte periode in geval van een buitengewone gebeurtenis zoals een grote overname.

3.8 Strategische en operationele risico's

Umicore is blootgesteld aan diverse strategische en operationele risico's, die niet noodzakelijk een financieel karakter hebben, maar die niettemin de financiële performantie van de groep kunnen schaden. Het betreft bevoorradingsrisico's, technologische risico's, en het risico van productsubstitutie bij klanten. We verwijzen naar de pagina's 154 tot 157 over risicobeheer in het hoofdstuk over Corporate Governance voor een beschrijving van deze risico's en een overzicht van de wijze waarop Umicore deze risico's benadert.

F4 Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen

De gebruikte schattingen en beoordelingen bij de opstelling en de toepassing van de financiële verslagen van de geconsolideerde Groep worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op ervaringshistorieken en andere elementen. Toekomstige gebeurtenissen die een financiële impact kunnen hebben op de entiteit en voorzover die onder de gegeven omstandigheden aannemelijk lijken zijn hierin inbegrepen. De geschatte resultaten die hieruit voorvloeien zijn per definitie dan ook maar zelden identiek aan de actuele resultaten.

Hypotheses en inschattingen worden onder andere gemaakt bij:

  • De beoordeling van de noodzaak tot bijzondere waardeverminderingen op vaste activa en een raming hiervan;
  • De waardering van voorzieningen voor personeelsvoordelen;
  • Het boeken en berekenen van voorzieningen voor belastings-, milieu-, garantie- en geschilrisico's alsook voor teruggezonden producten en herstructureringen;
  • Het bepalen van waardeverminderingen op voorraden;
  • Het beoordelen in welke mate uitgestelde belastingactiva gebruikt zullen worden;
  • De economische levensduur van materiële vaste activa; en immateriële vaste activa met uitsluiting van de goodwill.

Hieronder worden de inschattingen en beoordelingen vermeld die een betekenisvolle kans hebben om tijdens het volgende boekjaar een materiele aanpassing in de waarde van de activa en passiva te veroorzaken.

4.1 Waardevermindering van de goodwill

De recupereerbare waarde van de kasstroom genererende activiteiten werd bepaald als de hoogste van de reële waarde van de activa verminderd met de realisatiekosten of hun gebruikswaarde in overeenstemming met de waarderingsregels. Deze berekeningen, waardeverminderingstesten, vereisen het gebruik van schattingen en hypotheses zoals verdisconteringvoeten, wisselkoersen, prijzen van eenheidsproducten, toekomstige kapitaalbehoeften en de verwachte operationele performantie. De interne schatting van de toekomstige bedrijfsperformantie is gebaseerd op de analyse van een combinatie van factoren, zoals de verwachte marktgroei, geschat marktaandeel, competitieve omgeving, prijsniveau en evolutie van de kosten. Zulke analyses combineren zowel intern gegenereerde schattingen als gegevens van externe bronnen. Op 31 december 2011 beliep de waarde van de goodwill voor de geconsolideerde groep EUR 98 229 duizend tegen EUR 97 489 duizend in 2010.

4.2 Verplichtingen tot sanering

Provisies worden aangelegd voor de verwachte kost van de toekomstige sanering van de industriële sites en hun omgeving, voor zover een wettelijke of feitelijke verplichting bestaat in overeenstemming met paragraaf 2.15 van de waarderingsregels. Deze provisies bevatten een schatting van de toekomstige kost verbonden aan herwinning, sluiting van vestigingen, de sluiting van stortplaatsen, bewaking, afbraakkosten, decontaminatie, waterzuivering en permanente opslag van historische residuen. De schatting van deze toekomstige kosten werden verdisconteerd naar hun huidige waarde. De berekening van deze geschatte provisies vereist dat veronderstellingen worden gemaakt over de toepassing van de milieuwetgeving, van de datum waarop vestigingen worden gesloten, van de beschikbare technologie, en de studiekosten. Een wijziging in een van de gebruikte veronderstellingen kan een materiële impact hebben op de effectieve waarde van de provisies voor sanering. Op 31 december 2011 is de waarde van de provisies voor sanering EUR 87 162 duizend tegen EUR 94 314 duizend in 2010.

4.3 Verplichtingen van een "te bereiken doel" plan

Activa of passiva, in verband met pensioenplannen met een "te bereiken doel", worden in de balans opgenomen in overeenstemming met paragraaf 2.16 van de waarderingsregels. De huidige waarde van een verplichting in functie van een plan met een "te bereiken doel" is afhankelijk van een aantal factoren die bepaald worden op een actuariële basis. De geconsolideerde groep bepaalt de toepasselijke verdisconteringvoet die op het einde van ieder jaar moet gebruikt worden. De verplichtingen van de geconsolideerde groep in verband met vergoedingen aan het personeel worden meer uitvoerig behandeld in toelichting F26. Op 31 december 2011 was een provisie als gevolg van verplichtingen aan het personeel opgenomen van EUR 193 023 duizend tegenover EUR 190 800 duizend in 2010.

4.4 Recupereerbaarheid van uitgestelde belastingsactiva

Uitgestelde belastingsactiva voor tijdelijke verschillen, ongebruikte fiscale verliezen en reële waarde reserves worden maar opgenomen indien er toekomstige belastbare winsten (gebaseerd op de het operationeel plan van de Groep) beschikbaar zullen zijn om deze tijdelijke verschillen en verliezen te recupereren. Het effectieve belastingsresultaat in toekomstige periodes kan verschillen van de veronderstelling gemaakt op het ogenblik van de opname van de uitgestelde belastingen.

Andere veronderstellingen en schattingen worden besproken in de respectievelijke toelichtingnota's waar deze veronderstellingen en schattingen werden gebruikt voor de waardering van de respectievelijke elementen.

F5 Groepsondernemingen

Hierna volgt een lijst van de belangrijkste operationele ondernemingen die in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen zijn:

% deelneming 2011
Argentinië Umicore Argentina S.A. 100,00
Australië Umicore Australia Ltd. 100,00
Umicore Marketing Services Australia Pty Ltd. 100,00
Oostenrijk Oegussa GmbH 91,29
België Umicore Financial Services (BE 0428.179.081) 100,00
Umicore Autocatalyst Recycling Belgium N.V. (BE 0466.261.083) 100,00
Umicore Marketing Services Belgium (BE 0402.964.625) 100,00
Umicore Abrasives (BE 0881.426.726) 100,00
Umicore Specialty Materials Brugge (BE 0405.150.984) 100,00
Brazilië Coimpa Industrial Ltda 100,00
Umicore Brasil Ltda 100,00
Clarex Ltda 100,00
Canada Umicore Canada Inc. 100,00
Umicore Autocat Canada Corp. 100,00
Imperial Smelting & Refining Co. of Canada Ltd. 100,00
China Umicore Hunan Fuhong Zinc Chemicals Co., Ltd. 100,00
Umicore Marketing Services (Shanghai) Co., Ltd. 100,00
Umicore Marketing Services (Hong Kong) Ltd. 100,00
Umicore Shanghai Co., Ltd. 75,00
Umicore Autocat (China) Co. Ltd. 100,00
Umicore Technical Materials (Suzhou) Co., Ltd. 100,00
Umicore Jubo Thin Film Products (Beijing) Co., Ltd. 80,00
Umicore Jewellery Material Processing (Foshan) Co., Ltd. 91,21
Frankrijk Umicore France S.A.S. 100,00
Umicore Building Products France S.A.S 100,00
Umicore Climeta S.A.S. 100,00
Umicore IR Glass S.A.S. 100,00
Umicore Autocat France S.A.S. 100,00
Duitsland Umicore AG & Co. KG (*) 100,00
Umicore Bausysteme GmbH 100,00
Umicore Metalle & Oberflächen GmbH 100,00
Allgemeine Gold- und Silberscheideanstalt AG 91,21
Umicore Galvanotechnik GmbH 91,21
Umicore Mining Management GmbH 100,00
Hongarije Umicore Building Products Hungary kft. 100,00
Italië Umicore Building Products Italia s.r.l. 100,00
Italbras S.p.A. 100,00
Japan Umicore Japan KK 100,00
Korea Umicore Korea Ltd. 100,00
Umicore Marketing Services Korea Co., Ltd. 100,00
Liechtenstein Umicore Thin Film Products AG 100,00
Luxemburg Umicore Finance Luxembourg 100,00
Umicore Autocat Luxembourg 100,00
Maleisië Umicore Malaysia Sdn Bhd 100,00
Nederland Schöne Edelmetaal BV 91,21
Noorwegen Umicore Nederland BV
Umicore Norway AS
100,00
100,00
Filippijnen Umicore Specialty Chemicals Subic Inc. 78,20
Polen Umicore Building Products Polska 100,00
Portugal Umicore Portugal S.A. 100,00
Umicore Marketing Services Lusitana Metais Lda 100,00
Zuid-Afrika Umicore South Africa (Pty) Ltd. 100,00
Umicore Autocat South Africa (Pty) Ltd. 65,00
Umicore Marketing Services Africa (Pty) Ltd. 100,00
Umicore Catalyst South Africa (Pty) Ltd. 65,00
Spanje Umicore Building Products Iberica S.L. 100,00
Zweden Umicore Autocat Sweden AB 100,00
Zwitserland Umicore Switzerland Strub 100,00
Allgemeine Suisse SA 91,21
Taiwan Umicore Thin Fim Products Taiwan Co Ltd 100,00
Verenigd Koninkrijk Umicore Coating Services Ltd. 100,00
Umicore Marketing Services UK Ltd 100,00
VS Umicore USA Inc. 100,00
Umicore Autocat USA Inc. 100,00
Umicore Building Products USA Inc. 100,00
Umicore Precious Metals NJ LLC 100,00
Umicore Marketing Services USA Inc. 100,00
Umicore Optical Materials Inc. 100,00
Umicore Technical Materials North America 100,00
Umicore Cobalt and Specialty Materials North America 100,00

Een gedetaileerde lijst van de Groepsondernemingen met hun adressen zal ingediend worden bij de Nationale Bank van Belgie samen met de jaarrekening.

(*) Als gevolg van zijn integratie in de consolidatie in overeenstemming met sectie 325 van de Duitse handelswetgeving, is Umicore AG & Co. KG volgens artikel 264b van de Duitse handelswetgeving vrijgesteld van de opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen.

F6 Waardering vreemde deviezen

Met betrekking tot de belangrijkste gangbare deviezen gebruikt door de geconsolideerde entiteiten en participaties van de Groep zijn de gebruikte koersen voor de omzetting naar de munt waarin de Groep haar financieel verslag opstelt (euro) de hiernavolgende. Alle dochterondernemingen, geassocieerde ondernemingen en joint ventures hebben als functionele waarderingsmunt, de munt van het land waarin zij actief zijn, uitgezonderd voor Element Six Abrasives (Ierland) die de Amerikaanse dollar gebruikt.

Slotkoers Gemiddelde koers
2010 2011 2010 2011
Amerikaanse dollar USD 1,34 1,29 1,33 1,39
Brits pond GBP 0,86 0,84 0,86 0,87
Canadese dollar CAD 1,33 1,32 1,37 1,38
Zwitserse frank CHF 1,25 1,22 1,38 1,23
Japanse yen JPY 108,65 100,20 116,24 110,96
Braziliaanse real BRL 2,23 2,43 2,33 2,33
Zuid-Afrikaanse rand ZAR 8,86 10,48 9,70 10,10
Chinese Yuan CNY 8,82 8,16 8,97 9,00
Zuid-Koreaanse won (100) KRW 14,99 14,99 15,32 15,41

F7 Segmentinformatie

infoRmatiE 2010 pER BUsinEss gRoUp

(EUR duizend)
Energy Performance Corporate
& Niet
Catalysis Materials Materials Recycling toegewezen Eliminaties Totaal
totale omzet per segment 1.581.633 707.346 1.401.589 7.269.112 23.202 -1.291.773 9.691.109
waarvan externe omzet 1.548.336 702.344 1.296.325 6.120.902 23.202 0 9.691.109
waarvan omzet tussen
segmenten 33.297 5.002 105.264 1.148.210 0 -1.291.773 0
Bedrijfsresultaat 68.584 37.358 57.862 182.207 -43.028 0 302.983
Recurrent 72.931 38.214 52.051 195.469 -46.261 312.404
Niet-recurrent -1.449 -539 2.265 -6.825 3.233 -3.315
IAS 39-effect -2.898 -317 3.546 -6.437 0 -6.106
ondernemingen opgenomen
volgens de vermogensmuta
tiemethode 3.768 5.718 20.756 0 -9.220 0 21.022
Recurrent 4.779 5.718 23.159 0 -3.523 30.133
Niet-recurrent 0 0 -137 0 -5.697 -5.834
IAS 39-effect -1.011 0 -2.266 0 0 -3.277
netto financiële kosten -16.675 -16.675
Belasting op het resultaat -54.211 -54.211
Minderheidsbelangen -4.392 -4.392
Nettoresultaat van het jaar 248.727 248.727
geconsolideerd totaal der
activa 928.703 612.843 911.727 1.088.759 432.019 -462.453 3.511.598
Segmentactiva 885.330 584.951 785.046 1.088.759 432.207 -462.453 3.313.840
Investeringen in geassocieerde
ondernemingen 43.374 27.892 126.680 0 -188 0 197.758
geconsolideerd totaal der
passiva 283.188 229.168 312.667 662.882 2.490.353 -466.659 3.511.598
investeringen 45.711 38.308 23.852 50.327 13.809 0 172.006
afschrijvingen 26.938 23.518 26.044 41.202 8.465 0 126.167
Bijzondere waardeverminde
ringen/ (terugneming van
bijzondere waardeverminde
ringen) -3.548 151 -1.881 4.146 276 -0 -856

infoRmatiE 2010 pER gEogRafisch gEBiEd

(EUR duizend)
Europa waarvan
Belgïe
Azië/Oceanië Noord
Amerika
Zuid-Amerika Afrika Totaal
Totale omzet per segment 6.953.497 474.294 985.601 1.074.194 387.774 290.044 9.691.109
Vlottende activa 854.554 269.611 162.301 95.169 55.179 18.606 1.185.809
Investeringen 114.641 73.620 23.171 17.878 12.927 3.388 172.006

infoRmatiE 2011 pER BUsinEss gRoUp

(EUR duizend)
Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate
& Niet
toegewezen
Eliminaties Totaal
totale omzet per segment 1.931.964 729.258 1.618.439 11.649.330 25.887 -1.473.939 14.480.939
waarvan externe omzet 1.896.115 722.725 1.497.359 10.338.853 25.887 14.480.939
waarvan omzet tussen
segmenten 35.850 6.533 121.080 1.310.477 0 -1.473.939 0
Bedrijfsresultaat 89.915 27.824 48.376 274.266 -35.160 405.221
Recurrent 83.709 34.716 53.587 267.170 -46.055 393.127
Niet-recurrent -1.206 -6.377 -10.616 1.286 10.895 -6.018
IAS 39-effect 7.412 -515 5.405 5.810 0 18.112
ondernemingen opgeno
men volgens de vermo
gensmutatiemethode 6.851 6.331 16.757 0 -2.502 27.437
Recurrent 5.743 6.331 13.367 0 -2.502 22.939
Niet-recurrent -46 0 7.086 0 0 7.040
IAS 39-effect 1.154 0 -3.696 0 0 -2.542
Netto financiële kosten -22.438 -22.438
Belasting op het resultaat -76.006 -76.006
Minderheidsbelangen -9.262 -9.262
nettoresultaat van het
jaar
324.952 324.952
geconsolideerd totaal der
activa
1.166.204 735.586 876.641 1.115.423 404.680 -585.374 3.713.160
Segmentactiva 1.117.921 702.959 743.061 1.115.423 400.248 -585.374 3.494.237
Investeringen in geassoci
eerde ondernemingen 48.283 32.627 133.580 0 4.432 0 218.923
geconsolideerd totaal der
passiva 399.262 277.259 315.363 791.025 2.515.625 -585.374 3.713.160
investeringen 49.469 67.571 31.559 55.743 8.232 212.574
afschrijvingen 29.958 26.617 26.842 43.538 10.096 137.051
Bijzondere waardever
minderingen/ (terug
neming van bijzondere
waardeverminderingen)
3.773 7.571 9.429 5.153 2.229 0 28.155

infoRmatiE 2011 pER gEogRafisch gEBiEd

(EUR duizend)
Europa waarvan
Belgïe
Azië/Oceanië Noord
Amerika
Zuid-Amerika Afrika Totaal
Totale omzet per segment 11.014.765 473.427 1.034.153 1.685.034 474.021 272.966 14.480.939
Vlottende activa 871.718 474.446 230.238 101.700 61.667 15.498 1.280.821
Investeringen 124.897 72.056 52.069 17.782 14.858 2.968 212.574

De segmentinformatie wordt voorgesteld volgens de industriële activiteiten waarin de Groep actief is zoals hieronder beschreven.

De resultaten, activa en passiva van de segmenten omvatten elementen die direct toewijsbaar zijn alsook elementen die redelijkerwijs aan een segment kunnen worden toegewezen.

De prijszetting van verkopen tussen segmenten is gebaseerd op een transfertprijs volgens het "arm's length"-principe. Bij gebrek aan relevante marktprijsreferenties worden "cost plus"- mechanismen gebruikt.

Business groups

De Groep is georganiseerd in de volgende segmenten voor rapportering:

Catalysis

Het segment bestaat uit de business units Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry. Hun activiteiten richten zich op de ontwikkeling en productie van katalysatorformuleringen en -systemen die worden gebruikt om de uitstoot van verbrandingsmotoren te verminderen, evenals in chemische en life science toepassingen. Dit segment omvat the joint-ventures Ordeg, ICT USA en ICT Japan.

Energy Materials

Het segment bestaat uit de business units Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials en Thin Film Products. Deze units ontwikkelen en produceren materialen die vooral gebruikt worden in energie-opslag (oplaadbare batterijen) en de productie van groene energie. Het raffineren van metalen gebruikt in deze toepassingen en afkomstig uit secundaire bronnen behoort ook tot de activiteiten van deze eenheden. Dit segment omvat de geassocieerde ondernemingen Ganzhou Yi Hao Umicore Industries, Jiangmen Chancsun Umicore Industry en Todini.

Performance Materials

Het segment bestaat uit de business units Building Products, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Zinc Chemicals. Deze units ontwikkelen en produceren functionele materialen die voornamelijk worden gebruikt in decoratieve, elektronische, elektrische, hoogzuiver glas en bouwtoepassingen. De Zinc Chemicals business unit recycleert ook secundaire zinkproducten om in een deel van haar bevoorrading te voorzien. Het segment omvat ook Umicore's deelneming in Element Six Abrasives Rezinal en Ieqsa.

Recycling

Het segment bestaat uit de business units Precious Metals Refining, Jewellery & Industrial Metals, Precious Metals Management en Battery Recycling. Hun activiteiten richten zich op de recycling van producten die het einde van hun levenscyclus bereikt hebben en de raffinage van industriële afvalstromen die edele en speciale metalen bevatten.

Corporate

Corporate omvat de corporate activiteiten, gedeelde operationele diensten en de gecentraliseerde activeiten in onderzoek en ontwikkeling en in de innovatie activiteiten. Deze bevatten ook het ontwikkelingsprogramma voor brandstofcellen,. met ondermeer de joint ventures Solvicore GmbH en Solvicore Management GmbH.

Deze toelichting refereert enkel naar voortgezette activiteiten, met uitzondering van de balans cijfers. In de secundaire segmentinformatie worden voor de vaste activa de lange termijn investeringen, de lange termijn leningen, de lange termijn vorderingen, uitgestelde belastingactiva en de activa voor personeelsvoordelen niet opgenomen, conform IFRS 8. De prestaties van de segmenten wordt geëvalueerd door het hoogste operationele beslissingsorgaan waarbij de evaluatie voornamelijk gebeurt op basis van de recurrente EBIT / operationeel resultaat. Zoals afgeleid kan worden uit bovenstaande tabel, wordt het verschil tussen de recurrente operationeel resultaat en de totale operationeel resultaat in de resultatenrekening verklaard door de niet-recurrente operationeel resultaat en de IFRS 39 effecten waarvoor de definities worden weergeven in de toelichting.

Geassocieerde ondernemingen zijn toegewezen aan de business group waaraan zij vanuit een marktperspectief het nauwst aansluiten.

F8 Bedrijfsresultaat

(EUR duizend)
2010 2011
omzEt (1)
Omzet 9.626.205 14.420.854
Diensten 64.904 60.085
omzet 9.691.109 14.480.939
andERE BEdRijfsopBREngstEn (2) 55.107 56.902
vERBRUiktE handElsgoEdEREn, gRond- En hUlpstoffEn (3) -8.338.353 -12.902.623
afschRijvingEn En BijzondERE waaRdEvERmindERingEn (4)
Afschrijvingen op vaste activa -126.167 -137.051
Waardeverinderingen op vaste activa -4.745 -8.705
Voorraden en voorziening dubieuze debiteuren 5.215 -19.508
afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen -125.696 -165.264
andERE BEdRijfskostEn (5)
Diensten en uitbestede raffinage en productiekosten -328.365 -376.287
Royalties, licenties, consultancy en commissies -15.342 -24.009
Andere bedrijfskosten -9.007 -6.370
Toevoegingen / Afname aan voorzieningen -16.659 -16.749
Besteding van voorzieningen 28.954 21.470
Minwaarden bij de realisatie van activa -2.893 -919
andere bedrijfskosten -343.314 -402.864
  • 1) Diensten omvatten voornamelijk inkomsten uit maaklooncontracten.
  • 2) Andere bedrijfsopbrengsten bevatten voornamelijk de herfacturatie van kosten aan derden (EUR 31,7 miljoen), operationele subsidies (EUR 5,6 miljoen), royalties en licentie vergoedingen voor EUR 4,6 miljoen en EUR 1,8 miljoen van gerecupereerde belastingen.

De kortingen welke de authoriteiten aan Umicore België toekennen op de bijdragen voor sociale zekerheid, met betrekking tot o.a. premies voor ploegwerk, overuren en O&O, worden vanaf het jaar 2011 opgenomen in de globale kost van sociale zekerheidsbijdragen onder de hoofding "Bezoldigingen" (toelichting F9) en worden niet langer, zoals in voorgaande perioden, geboekt in andere bedrijfsopbrengsten.

  • 3) Verbruikte grondstoffen en hulpstoffen omvatten water, gas en electriciteit voor EUR 82,6 miljoen in 2011 (EUR 75,0 miljoen in 2010).
  • 4) De provisies op inventaris waarde en dubieuze debiteuren zijn vooral te wijten aan waardeverliezen van metaalvoorraden die permanent in gebruik zijn.
  • 5) O&O uitgaven voor de groep bedroegen in 2011 EUR 156,8 miljoen (EUR 139,3 miljoen in 2010), waarvan EUR 141,1 miljoen in de volledig geconsolideerde dochterondernemingen (EUR 124,7 miljoen in 2010). De O&O uitgaven voor 2010 zijn herwerkt overeenkomstig de internationaal erkende definitie volgens de Frascati handleiding. Het deel van de O&O uitgaven dat rechtstreeks wordt geboekt in de andere bedrijfskosten bedraagt 124,7 miljoen (zie ook Economische Kerncijfers). Belastingen andere dan inkomensbelasting inbegrepen in de andere bedrijfskosten bedragen EUR 16,8 miljoen.

F9 Bezoldigingen en aanverwante voordelen

(EUR duizend)
Toelichting 2010 2011
BEzoldigingEn En aanvERwantE vooRdElEn
Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen -451.581 -491.798
Overige personeelskosten -39.025 -26.941
Tijdelijk personeel -10.418 -13.113
Op aandelen gebaseerde vergoedingen -4.018 -8.342
Bezoldigingen -505.042 -540.194
werknemersbijdragen -108.899 -105.663
Bijdragen aan "te bereiken doel" -plannen -20.093 -15.666
Bijdragen tot pensioenplannen met een vaste bijdrage -7.725 -15.104
Vrijwillige bijdragen van de werkgever - andere -1.653 -2.972
Pensioenen rechtstreeks uitgekeerd aan begunstigden -5.362 -5.105
Voorzieningen voor personeelsvoordelen (- toevoegingen / + bestedingen en terugnemingen) 11.928 12.655
pensioenen en andere personeelsvorrdelen -22.905 -26.192
totaal -636.847 -672.049

gEmiddEld pERsonEElsBEstand in dE intEgRaal gEconsolidEERdE dochtERondERnEmingEn

Kaderleden 1.714 1.789
Niet-kaderleden 7.722 8.072
totaal 9.436 9.861

REëlE waaRdE van dE toEgEkEndE optiEs

Aantal toegekende aandelenopties F27 691.750 677.375
Waarderingsmodel Present Economic Value
Veronderstelde volatiliteit (% pa) 30,00 30,00
Risicovrije interestvoet (% pa) 2,85 3,80
Verhoging dividend (% pa) 0,10 0,10
Vertrekkans voor het verwerven van recht op uitoefening NA NA
Vertrekkans na het verwerven van recht op uitoefening (% pa) 5,00 5,00
Minimale winstdrempel (% pa) 50,00 50,00
Populatiedeel dat uitoefent bij het overschrijden van de minimale winstdrempel 30,00 30,00
Reële waarde per toegekend instrument op toekenningsdatum (EUR) 5,14 11,08
totale reële waarde op toekenningsdatum (EUR duizend) 3.556 7.506
REëlE waaRdE van dE toEgEkEndE aandElEn
2.700 aandelen aan 36,32 EUR 98
13.500 aandelen aan 37,966 EUR 513
3.000 aandelen aan 37,95 EUR 114
3.000 aandelen aan 37,27 EUR 112
15.000 aandelen aan 22,018 EUR 330
3.000 aandelen aan 22,15 EUR 66
3.000 aandelen aan 21,975 EUR 66
totaal reële waarde van de toegekende aandelen 462 837

De Groep heeft een last van op aandelen gebaseerde vergoedingen erkend voor EUR 8 342 duizend gedurende het lopende jaar.

Het deel van deze onkosten met betrekking tot aandelenoptieplannen is berekend door een externe actuaris, die gebruik maakt van het "Present Economic Value"-model dat rekening houdt met alle kenmerkende elementen van het aandelenoptieplan en de volatiliteit van het onderliggende aandeel. De volatiliteit is berekend op basis van de historische volatiliteit van de aandeelhoudersvergoeding gespreid over verschillende gemiddelde periodes en verschillende voorwaarden. Er zijn geen andere marktomstandigheden meegenomen in de basis voor de berekening van de reële marktwaarde.

Het deel vrije aandelen in de kost wordt gewaardeerd aan de marktprijs van de aandelen op de dag van de toekenning. In 2011 werden aandelen aan het top management toegekend wat resulteerde in een last van EUR 837 duizend.

De kortingen welke de authoriteiten aan Umicore België toekennen op de bijdragen voor sociale zekerheid, met betrekking tot o.a. premies voor ploegwerk, overuren en O&O, worden vanaf het jaar 2011 opgenomen in de globale kost van sociale zekerheidsbijdragen onder deze toelichting en worden niet langer, zoals in voorgaande perioden, geboekt in andere bedrijfsopbrengsten (toelichting F8).

F10 Netto financiële kost

(EUR duizend)
2010 2011
Interestbaten 3.188 4.646
Interestlasten -15.800 -20.658
Actualisatie van voorzieningen -8.262 -9.811
Wisselkoersverliezen en -winsten 7.442 7.443
Andere financiële baten 549 479
Andere financiële lasten -3.792 -4.536
totaal -16.675 -22.438

De netto-interestlasten in 2011 bedroegen EUR 16 012 duizend. Dit is vergelijkbaar met de EUR 12 612 duizend in 2010.

De actualisatie van voorzieningen op meer dan één jaar heeft voornamelijk betrekking op personeelsvoordelen en in mindere mate op voorzieningen voor leefmilieu. De omvang van dit bedrag wordt beïnvloed door de huidige waarde van de verplichtingen. De verdisconteringvoet, de uitbetaling en de toevoeging van nieuwe verplichtingen op meer dan één jaar beïnvloeden op hun beurt deze huidige waarde. De meeste van de actualisatie resultaten in 2011 zijn geboekt in België, Duitsland en Frankrijk.

Wisselkoersresultaten omvatten de gerealiseerde wisselkoersresultaten en de niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen op monetaire activa en passiva ten opzichte van de slotkoers van het boekjaar. Deze omvatten ook de reële waardewinsten en -verliezen van overige financiële instrumenten (zie toelichting F31).

Andere financiële kosten betreffen toegestane betalingskortingen, bankkosten en andere financiële bijdragen.

F11 Opbrengsten van andere financiële activa

(EUR duizend)
2010 2011
Meerwaarden en minwaarden op de verkoop van financiële participaties 8 9.266
Ontvangen dividenden 566 841
Interesten van financiële activa 19 13
Bijzondere waardeverminderingen op financiële participaties 385 58
totaal 977 10.178

De meerwaarde op verkoop van financiële participaties heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van Nyrstar inschrijvingsrechten.

F12 Belastingen

(EUR duizend)
2010 2011
inkomstEnBElasting
opgenomen in de resultatenrekening
Belastingen op het resultaat -28.481 -72.759
Uitgestelde belastingkost (opbrengst) -25.730 -3.247
totale belastingen -54.211 -76.006
vERBand tUssEn dE BElastingskost (opBREngst) En hEt BoEkhoUdkUndig REsUltaat
Bedrijfsresultaat 302.983 405.220
Netto financiële kosten -16.675 -22.438
Resultaat voor belasting van volledige geconsolideerde participaties 286.308 382.783
Gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet (%) -30,88 -30,34
Belastingen berekend aan de gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet -88.421 -116.122
aanpassingEn
Verworpen uitgaven -5.649 -15.359
Vrijgestelde inkomsten 4.939 8.039
Vrijgestelde dividenden van geconsolideerde en geassocieerde ondernemingen 1.607 -3.250
Winsten en verliezen belast tegen verlaagd tarief 52 0
Fiscale aftrekbare stimuli 20.762 33.432
Belastingen berekend op andere basis -1.958 -1.845
Aanwending van voordien niet geboekte fiscale verliezen 24.803 27.001
Waardevermindering van fiscale uitgestelde activa -3.934 -8.755
Vervandering in toepasbare aanslagvoet -121 559
Fiscale vrijstellingen 4.184 3.221
Andere belastingkredieten (met uitzondering van de kredieten m.b.t. onderzoek & ontwikkeling) 78 49
Niet imputeerbare buitenlandse voorheffingen -3.764 -2.708
Correcties met betrekking tot voorgaand boekjaar -7.100 954
Diverse 311 -1.224
Belastingskost voor het jaar aan het werkelijke belastingstarief -54.211 -76.006

De theoretische gewogen gemiddelde aanslagvoet van de groep is licht geëvolueerd van 30,88 % in 2010 naar 30,34% in 2011.

De invloed van de niet-recurrente uitgestelde belastingen en van de uitgestelde belastingen op de IAS 39-impact buiten beschouwing gelaten, bedroeg het effectieve recurrente belastingtarief voor 2011 19,9 %. Dit is lichtjes hoger dan in 2010 omwille van kleine verschuivingen in de geographische verdeling van de resultaten. Dit effectief tarief is beinvloed door het positieve netto-effect van de belastingskredieten.

F13 Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill)

(EUR duizend)
Geactiveerde
ontwikkelingskosten
Concessies,
octrooien,
licenties,
enz.
Software CO2
emissie
rechten
Andere
immateriele
vaste activa
Totaal
Begin van het vorige boekjaar
Brutowaarde 8.857 11.126 80.449 4.479 18.806 123.717
Gecumuleerde afschrijvingen -10.300 -62.206 0 -5.298 -77.804
netto-boekwaarde begin van het vo
rige boekjaar
8.857 826 18.243 4.479 13.509 45.914
. Toevoegingen 14.914 5 8.880 0 6.755 30.554
. Afschrijvingen (opgenomen in "Afschrijvin
gen en bijzondere waardeverminderingen")
. Geboekte bijzondere waardeverminde
-243 -121 -6.432 -234 -7.030
ringen (opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen")
-184 0 -8 0 0 -192
. Emissie rechten 1.761 1.761
. Omrekeningsverschillen 73 1 253 0 16 343
. Andere wijzigingen 0 323 696 0 -362 657
per einde van het vorige boekjaar 23.418 1.035 21.631 6.240 19.684 72.007
Brutowaarde 23.842 11.016 89.957 6.240 25.154 156.210
Gecumuleerde afschrijvingen -425 -9.981 -68.326 0 -5.469 -84.202
netto-boekwaarde begin van het
boekjaar
23.418 1.035 21.631 6.240 19.684 72.007
. Toevoegingen 16.469 1.936 3.340 0 2.810 24.556
. Afschrijvingen (opgenomen in "Afschrijvin
gen en bijzondere waardeverminderingen")
. Geboekte bijzondere waardeverminde
-2.139 -207 -8.784 -163 -11.293
ringen (opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen")
-253 -3.842 -4.095
. Emissie rechten 1.845 1.845
. Omrekeningsverschillen 353 90 -100 -13 330
. Andere wijzigingen 1.107 20.266 759 -20.399 1.732
per einde van het boekjaar 39.208 2.852 36.092 5.003 1.919 85.074
Brutowaarde 41.793 12.899 112.930 8.845 7.504 183.971
Gecumuleerde afschrijvingen -2.585 -10.047 -76.838 -3.842 -5.586 -98.898
netto-boekwaarde 39.208 2.852 36.092 5.003 1.919 85.074

De lijn "Toevoegingen" bevat voor het grootste deel geactiveerde kosten voor de ontwikkeling van nieuwe informatica systemen en geactiveerde interne ontwikkelingskosten. EUR 13,5 miljoen is gerealiseerd door eigen productie waarvan EUR 12,6 miljoen ontwikkelingskosten en EUR 0,5 miljoen informatica systemen zijn. Het gedeelte van de informatica systeem projecten en ontwikkelingsprojecten die nog niet gefinaliseerd waren op 31/12/2011, worden gerapporteerd als lopende immateriële vaste activa onder 'Andere immateriële vaste activa'.

Er zijn geen hypotheken of beperkingen op de eigendom van de immateriële vaste activa, andere dan deze vermeld in toelichting F33.

F14 Goodwill

(EUR duizend)
31/12/2010 31/12/2011
netto-boekwaarde per einde van het vorige boekjaar
Brutowaarde 95.548 99.991
Gecumuleerde afschrijvingen -2.502 -2.502
netto-boekwaarde begin van het boekjaar 93.046 97.489
. Omrekeningsverschillen 4.487 740
. Andere wijzigingen -44
netto-boekwaarde per einde van het boekjaar 97.489 98.229
Brutowaarde 99.991 100.273
Gecumuleerde afschrijvingen -2.502 -2.044
netto-boekwaarde per einde van het boekjaar 97.489 98.229

Deze tabel bevat enkel de goodwill gerelateerd aan integraal geconsolideerde ondernemingen. De goodwill met betrekking tot ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode wordt besproken in toelichting F16.

De wijziging van de periode werd uitsluitend veroorzaakt door omrekeningsverschillen.

De goodwill werd als volgt aan de segmenten toegewezen:

(EUR duizend)
Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Totaal
31/12/10 36.335 26.932 15.816 18.406 97.489
31/12/11 36.335 27.672 15.807 18.415 98.229

Jaarlijks wordt door het management geverifieerd of de goodwill aan enige waardevermindering is blootgesteld, in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting F2. De recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende entiteiten waaraan goodwill werd toegekend, werd bepaald met een berekening van de waarde-ingebruik gebaseerd op een "discounted cash-flow"-model en vertrekkende van de operationele plannen van de Groep die 5 jaar vooruit kijken. Voor macro-economische parameters zoals deviezen- en metaalkoersen worden in deze test de op dat ogenblik geldende marktvoorwaarden gehanteerd. Het in 2011 opgestelde model was gebaseerd op een gemiddelde aanslagvoet van 25% (25% in 2010) voor de inkomstenbelasting en een gemiddelde gewogen kapitaalkost na belastingen van 8,5% (zoals in 2010). Deze ratio's sluiten aan bij de verwachtingen van de evolutie van de effectieve belastingsvoet en de kapitaalstructuur van de groep. De terminale waarde in het discounted cash-flow model is gebaseerd op een perpetuele groei van gemiddeld 2% (zoals in 2010). De inflatie percentages zijn gebaseerd op de indicaties van nationale en internationale instellingen, zoals de NBB en de ECB.

F15 Materiële vaste activa

(EUR duizend)
Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële vaste
activa
Vaste activa in
aanbouw en
vooruitbetalingen
Totaal
Begin van het vorige boekjaar
Brutowaarde 571.987 1.241.981 172.472 16.786 89.042 2.092.268
Gecumuleerde afschrijvingen -298.918 -891.944 -122.963 -14.654 -1.328.479
netto-boekwaarde begin van het
vorige boekjaar 273.070 350.037 49.509 2.132 89.042 763.790
. Toevoegingen 12.109 50.138 12.158 704 66.368 141.478
. Verkopen -489 -2.509 -711 -20 -231 -3.959
. Afschrijvingen (opgenomen in "Af
schrijvingen en bijzondere waarde
verminderingen") -23.325 -79.802 -15.017 -994 -119.138
. Netto waardeverminderingen
(opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen") -403 -4.103 -49 1 0 -4.554
. Omrekeningsverschillen 7.897 12.855 2.078 207 4.589 27.625
. Andere wijzigingen 12.240 55.148 5.795 98 -74.014 -732
per einde van het vorige boekjaar 281.099 381.763 53.764 2.129 85.755 804.510
Brutowaarde
Gecumuleerde afschrijvingen
596.960
-315.861
1.314.086
-932.323
171.620
-117.856
17.707
-15.578
85.755 2.186.127
-1.381.617
netto-boekwaarde begin van het
boekjaar 281.099 381.763 53.764 2.129 85.755 804.510
. Toevoegingen 11.945 44.728 13.136 2.525 115.684 188.017
. Verkopen -678 -1.191 -326 -2 -212 -2.408
. Afschrijvingen (opgenomen in "Af
schrijvingen en bijzondere waarde
verminderingen")
-25.106 -84.626 -15.300 -563 -125.595
. Netto waardeverminderingen
(opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen") -67 -3.533 -1.153 -11 0 -4.764
. Omrekeningsverschillen 2.683 2.112 11 127 -915 4.019
. Andere wijzigingen 32.825 65.143 8.287 -42 -105.657 555
per einde van het boekjaar 302.701 404.396 58.420 4.164 94.655 864.335
waarvan leasing 1.683 51 96 1.829
Brutowaarde 640.870 1.396.322 184.475 28.414 94.655 2.344.736
Gecumuleerde afschrijvingen -338.169 -991.926 -126.055 -24.250 -1.480.400
netto-boekwaarde per einde van
het boekjaar
302.701 404.396 58.420 4.164 94.655 864.336
Leasing
Brutowaarde 2.406 156 262 2.824
Gecumuleerde afschrijvingen -723 -105 -166 -995
netto-boekwaarde per einde van
het boekjaar
1.683 51 96 1.829

De niet-onderhoudsgerelateerde toevoegingen aan de materiële vaste activa zijn vooral uitgesproken in het segment Energy Materials, en het gevolg van de expansie van de productie van herlaadbare batterij materialen en aan de O&O faciliteiten in Japan en Zuid Korea. Een hoog niveau van investeringen kan ook genoteerd worden in de activiteit Recycling als gevolg van de afwerking van de Ultra-Hoge Temperatuur (UHT) installatie in Hoboken, en in de activiteit Catalysis waar de globale expansie van productie- en test capaciteiten wordt voortgezet. Het hoger niveau van investeringen is afkomstig van "Vision 2015" groei initiatieven.

De lijn "Andere wijzigingen" bevat voornamelijk de overdrachten van materiële vaste activa in aanbouw naar de andere categoriën van materiële vaste activa.

Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendom van de materiële vaste activa, uitgezonderd diegene vermeld in toelichting F33.

F16 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

De deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bestaan uit de volgende dochterondernemingen of joint ventures:

Functionele waarderingsmunt Deelnemingspercentage Deelnemingspercentage
2010 2011
gEassociEERdE ondERnEmingEn
Ganzhou Yi Hao Umicore Industries CNY 40,00 40,00
IEQSA PEN 40,00 40,00
Element Six Abrasives USD 40,22 40,22
Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co.,LTD CNY 40,00 40,00
Todini EUR 48,00 48,00
joint vEntUREs
ICT Japan JPY 50,00 50,00
ICT USA USD 50,00 50,00
Ordeg KRW 50,00 50,00
Rezinal EUR 50,00 50,00
SolviCore GmbH & Co KG EUR 50,00 50,00
SolviCore Management GmbH EUR 50,00 50,00
Hycore NOK 62,82 0,00
(EUR duizend)
-- -- --------------- -- -- -- --
Nettoboekwaarde Goodwill TOTAAL
Begin van het boekjaar 151.465 46.294 197.758
. Kapitaalsverhoging 5.500 5.500
. Resultaat van het boekjaar 27.436 27.436
. Dividenden -11.703 -11.703
. Verkopen -1.859 -1.859
. Bewegingen in overige reserves -5.168 -5.168
. omrekeningsverschillen 4.791 654 5.445
. Overboekingen 1.514 1.514
per einde van het boekjaar 171.976 46.947 218.923
waarvan joint ventures 63.290 355 63.645

In 2011 werd door de groep een kapitaalsverhoging van EUR 5,5 miljoen uitgevoerd in de Solvicore GmbH joint-venture in Germany. Hycore werd geliquideerd en de geassocieerde onderneming opgenomen in de rekeningen van Umicore Optical Materials USA werd verkocht in 2011.

Het deel van Umicore in de totale balans en resultatenrekening van de geassocieerde ondernemingen zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/10 31/12/11
Activa 243.608 253.259
Schulden 130.731 125.820
Omzet 255.227 263.791
Netto resultaat 24.290 23.263

Het deel van Umicore in de totale balans van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/10 31/12/11
Vlottende activa 137.552 164.313
Vaste activa 14.732 13.398
Vlottende passiva 86.547 112.319
Vaste passiva 7.535 818

Het deel van Umicore in de resultatenrekening van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/10 31/12/11
Bedrijfsresultaat 2.193 6.837
Financiële resultaat -1.297 -1.176
Belastingen -2.098 -1.622
Aandeel van de Groep in het resultaat -1.202 4.040

De groep heeft geen bijkomende deelnemingen noch joint-ventures verworven gedurende het boekjaar 2011.

F17 Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen

Financiële
activa
Leningen
beschikbaar
toegekend
voor
op lange
verkoop
termijn
financiElE vastE activa
Begin van het vorige bookjaar
57.910
8.454
. Perimeterwijzigingen
0
-1.219
. Aanschaffingen
377
50
. Afname
-2
-6.608
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere financiële activa")
-248
0
. Omrekeningsverschillen
33
94
. Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen
18.144
. Andere wijzigingen
-62
-1
per einde van het vorige boekjaar
76.152
769
. Aanschaffingen
515
45
. Afname
-41
-13
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere financiële activa")
63
. Omrekeningsverschillen
-17
32
. Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen
(a)
-28.939
. Andere wijzigingen
-2
263
per einde van het boekjaar
47.730
1.096
financiElE vlottEndE activa
per einde van het vorig boekjaar
37
50
. Perimeterwijzigingen
173
. Aanschaffingen
974
. Afname
-6
-150
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere financiële activa")
-5
. Omrekeningsverschillen
-1
6
. Andere wijzigingen
-17
per einde van het boekjaar
10
1.051
(EUR duizend)

(a) Betreft voornamelijk de aanpassing aan reële waarde op de participatie in Nyrstar

F18 Voorraden

(EUR duizend)
31/12/10 31/12/11
analyse van de voorraden
Basisproducten met metaaldekking - brutowaarde 972.513 1.092.256
Basisproducten zonder metaaldekking - brutowaarde 139.620 154.093
Verbruiksgoederen - brutowaarde 70.401 75.084
Waardeverminderingen -43.389 -61.291
Betaalde voorschotten 41.565 35.332
Bestelling in uitvoering 2.325 9.537
totaal voorraden 1.183.034 1.305.010

De waarde van de voorraden is gestegen met EUR 122 miljoen. Dit is te wijten aan een combinatie van hogere prijzen voor enkele metalen en hogere hoeveelheden. Met betrekking tot de permanente metaalvoorraad werden waardeverminderingen geboekt ten belope van EUR 15,0 miljoen.

Indien men zou rekening houden met de metaal- en deviezenkoersen op het ogenblik van de afsluiting, zou de waarde van de metalen in de inventaris ongeveer EUR 993,6 miljoen hoger zijn dan de huidige boekwaarde. Echter, het merendeel van deze voorraden kan niet gerealiseerd worden, omdat ze vastzitten in productie- en commerciële cycli.

Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendom van de voorraden.

F19 Handels- en overige vorderingen

Toelichting 31/12/10 31/12/11
op mEER dan één jaaR
Garanties en deposito's 5.871 6.576
Overige vorderingen op meer dan 1 jaar 8.172 7.682
Personeelsvoordelen 373 372
totaal 14.416 14.630
op tEn hoogstE één jaaR
Handelsvorderingen (bruto) 673.800 748.195
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -14.606 -12.309
Overige vorderingen (bruto) 116.625 78.608
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -6.582 -7.509
Te ontvangen interesten 257 136
Reële waarde vordering financiële instrumenten kasstroomafdekking F31 7.425 16.537
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten F31 23.460 6.490
Overlopende rekeningen 11.122 37.380
totaal 811.500 867.528

Handelsvorderingen op ten hoogste één jaar zijn gestegen met EUR 76,7 miljoen. Deze stijging is in grote mate te wijten aan de verhoogde activiteit. De afname in andere vorderingen op ten hoogste één jaar is te wijten aan BTW vorderingen.

(EUR duizend)
vervallen tussen
Totaal niet
vervallen
0-30 dagen 30-60
dagen
60-90
dagen
>90 dagen
UitstaandE Balans van hEt voRigE BoEk
jaaR
Handelsvorderingen (uitgezonderd dubieuze
debiteuren) - bruto
658.074 555.269 79.729 11.304 2.019 9.752
Overige vorderingen (bruto) 116.625 110.040 3.422 373 58 2.731
UitstaandE Balans van hEt BoEkjaaR
Handelsvorderingen (uitgezonderd dubieuze
debiteuren) - bruto
734.919 616.025 88.999 16.100 2.743 11.052
Overige vorderingen (bruto) 78.608 74.100 3.258 213 108 930

Overige vorderingen op meer dan één jaar bevatten een bedrag van EUR 6.004 duizend met betrekking tot "recht op terugbetaling" binnen het kader van medische kosten dat Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren tijdens de levensduur van deze schulden (zie ook nota F26 over Personeelsvoordelen).

kredietrisico - handelsvorderingen

(EUR duizend)
Handelsvorderingen
(bruto)
Overige
vorderingen
(bruto)
TOTAAL
BEgin van hEt voRigE BoEkjaaR -21.553 -9.369 -30.925
. Waardevermindereingen erkend in resultaat -1.974 -804 -2.778
. Terugneming waardevermindering 8.110 377 8.487
. Afboeken waardevermindering met de bruto waarde 2.044 3.378 5.422
. Andere wijzigingen -35 -82 -117
. Omrekeningsverschillen -1.197 -81 -1.278
per einde van het vorige boekjaar -14.606 -6.581 -21.187
BEgin van hEt BoEkjaaR -14.606 -6.581 -21.187
. Perimeterwijzigingen 594 324 918
. Waardevermindereingen erkend in resultaat -697 -2.149 -2.846
. Terugnemingen waardeverminderingen 1.688 13 1.701
. Afboeken waardevermindering met de bruto waarde 143 143
. Andere wijzigingen 83 888 974
. Omrekeningsverschillen 487 -3 484
per einde van het boekjaar -12.309 -7.508 -19.813

Alle business units hebben standaard een kredietverzekering om het kredietrisico betreffende de handelsvorderingen te beperken. Op groepsniveau zijn EUR 463 miljoen handelsvorderingen gedekt door verzekerde kredietlimieten. De schadeloosstelling in geval van niet betaling loopt op tot 95% met een jaarlijkse maximale limiet van EUR 20 miljoen.

Sommige units hebben geen kredietverzekering maar zetten kredietlimieten op gebaseerd op financiële informatie en kennis van de activiteiten. Deze kredietlimieten worden goedgekeurd door het management. Gedurende 2011 waren beperkte afschrijvingen noodzakelijk.

F20 Uitgestelde belastingactiva en -passiva

(EUR duizend)
31/12/2010 31/12/2011
Belastingactiva en -passiva
Belastingvorderingen van het jaar 20.363 17.067
Uitgestelde belastingactiva 108.795 88.492
Belastingschulden van het jaar -21.664 -57.742
Uitgestelde belastingpassiva -43.702 -46.089
Activa Passiva Netto
2010 2011 2010 2011 2010 2011
per einde van het vorig boekjaar 96.101 108.795 -31.381 -43.702 64.721 65.093
Uitgestelde belastingen geboekt in resultatenreke
ning -7.447 -6.544 -18.283 3.296 -25.730 -3.247
Uitgestelde belastingen geboekt in het eigen ver
mogen 15.796 -11.843 6.499 -5.810 22.295 -17.653
Omrekeningsverschillen 4.352 -1.645 -478 -144 3.874 -1.789
Overboekingen -83 -272 -58 272 -142 -0
Andere wijzigingen 76 -2 0 0 76 -2
per einde van het boekjaar 108.795 88.491 -43.702 -46.089 65.093 42.403
Uitgestelde belastingen voor elk type van tijde
lijke verschillen
Immateriële vaste activa 4.499 11.496 -6.647 -10.875 -2.148 621
Goodwill van volledige geconsolideerde participaties 145 112 -2.152 -1.369 -2.007 -1.257
Materiële vaste activa 6.843 5.130 -24.811 -24.038 -17.968 -18.908
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogens
mutatiemethode 0 87 -178 -206 -178 -119
Handels- en overige vorderingen op meer dan 1 jaar 454 555 -3.302 -2.914 -2.848 -2.359
Voorraden 28.789 28.714 -57.679 -35.988 -28.890 -7.274
Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één
jaar 15.493 8.712 -3.771 -17.230 11.722 -8.518
Eigen vermogen 7 5 -12.161 -8.757 -12.154 -8.752
Financiële schulden lange termijn en overige schul
den 983 666 -535 -1.281 448 -615
Voorzieningen voor personeelsvoordelen - lange
termijn 31.325 32.089 -502 -818 30.823 31.271
Voorzieningen voor leefmilieu - lange termijn 17.359 20.346 -2.926 -2.682 14.433 17.664
Voorzieningen voor overige risico's en kosten - lange
termijn 3.125 7.401 -416 -894 2.709 6.507
Financiële schulden korte termijn 317 656 0 317 656
Voorzieningen voor leefmilieu - korte termijn 7.476 5.458 0 7.476 5.458
Voorzieningen voor overige risico's en kosten - korte
termijn 4.578 5.222 -714 -222 3.864 5.000
Handels- en overige schulden 41.264 26.353 -24.391 -7.470 16.873 18.883
totale uitgestelde belastingen voor tijdelijke
verschillen 162.657 153.002 -140.185 -114.744 22.472 38.258
Over te dragen verliezen 82.506 63.470 82.506 63.470
Investeringsaftrek 4.015 4.006 4.015 4.006
Over te dragen notionele interesten 24.259 23.568 24.259 23.568
Over te dragen belaste inkomsten 43.511 16.413 43.511 16.413
Overige 27.674 1.884 27.674 1.884
Niet-geboekte uitgestelde belastingen -139.344 -105.195 -139.344 -105.195
Totaal belastingactiva/ -passiva 205.278 157.148 -140.185 -114.744 65.093 42.404
Compensatie van activa en passiva binnen dezelfde
juridische entiteit
-96.483 -68.656 96.483 68.656
nettobedrag 108.795 88.492 -43.702 -46.089 65.093 42.404
Basis Basis Belasting Belasting
Bedrag aan aftrekbare tijdelijke verschillen,fiscale
verliezen en belastingkredieten waarvoor geen belas
tingsactiva werden geboekt
Vervaldatum zonder tijdslimiet 433.409 319.701 139.344 105.195

De bewegingen van de tijdelijke verschillen zijn geboekt in de resultatenrekening uitgezonderd deze komende van bewegingen die direct geboekt zijn in het eigen vermogen.

De grote bewegingen in uitgestelde belastingen direct geboekt in eigen vermogen zijn uitgestelde belastingen die het gevolg zijn van tijdelijke verschillen in de lijnen "Handels - en overige schulden op ten hoogste één jaar (negatief impact ten belope van EUR 19 130 duizend) ,"Voorzieningen voor personeelsvoordelen" (positief impact van EUR 2 120 duizend) en " Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar" (negatief impact van EUR 1 593 duizend).

Uitgestelde belastingactiva worden enkel geboekt in de mate dat het gebruik ervan waarschijnlijk is, m.a.w indien belastbare inkomsten verwacht worden in toekomstige perioden. De Groep gaat uit van een gebruik van uitgestelde belastingsactiva over een periode van 5 tot 10 jaar. De werkelijke belastingresultaten in toekomstige perioden kunnen afwijken van de gemaakte schattingen op het moment dat de uitgestelde belastingen werden geboekt.

Niet geboekte uitgestelde belastingen op de activa voor een bedrag van EUR 105.195 duizend komen voornamelijk voort uit fiscale verliezen (EUR 55.791 duizend), overgedragen notionele interesten (EUR 23 568 duizend), overgedragen vrijgestelde dividenden (EUR 16 143 duizend) en tijdelijke verschillen op materiële vaste activa (EUR 2 910 duizend).

In overeenstemming met IAS 12, werden geen uitgestelde belastingpassiva geboekt op de niet belaste reserves van de Belgische vennootschappen omdat het management bevestigt dat deze belastingspassiva niet zullen gerealiseerd worden in de nabije toekomst Deze belastingspassiva zouden potentieel EUR 56 miljoen kunnen bedragen.

F21 Kas en kasequivalenten

(EUR duizend)
31/12/10 31/12/11
kas en kasequivalenten
Beleggingen op korte termijn bij banken 42.453 17.809
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.842 3.439
Financiële instellingen, liquide middelen en andere kasequivalenten 78.421 82.733
totaal kas en kasequivalenten 124.717 103.981
krediet op bankrekeningen 26.296 3.776
(inbegrepen in financiële schulden op ten hoogste één jaar op de balans)
netto kas en -kasequivalenten zoals in de kasstromentabel 98.421 100.205

Alle kas en kasequivalenten zijn volledig beschikbaar voor de Groep.

Een voorzichtig management van het liquiditeitsrisico veronderstelt het aanhouden van voldoende liquide middelen en verhandelbare effecten, het beschikbaar zijn van financiering door een deugdelijk bedrag aan contractueel vastgelegde kredietlijnen en de mogelijkheid om marktposities te sluiten. Door het dynamische karakter van de onderliggende transacties, behoudt de Groep de flexibiliteit van de financiering door het beschikbaar houden van vastgelegde kredietlijnen.

Een overschot aan liquiditeiten wordt belegd voor zeer korte termijn en dit gespreid over een beperkt aantal kredietwaardige bankrelaties.

F22 Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves

Winsten en verliezen opgenomen in het eigen vermogen op financiële activa beschikbaar voor verkoop hebben betrekking op de reële waarde aanpassing van de Nyrstar aandelen (zie toelichting F17, Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen).

(EUR duizend)
Financiële
vaste
activa
reserves
Kasstroom
afdekkings
reserves
Latente
belastingen
rechtstreeks
opgenomen
in het eigen
vermogen
Personeelsvoordelen
na uitdiensttreding,
voortkomenende
uit veranderingen
in actuariële
parameters
Reserves voor
op aandelen
gebaseerde
vergoedingen
Omrekenings
verschillen
TOTAAL
Begin van het
vorige boek
jaar
34.468 -6.155 13.749 -55.284 24.045 -107.176 -96.354
Resultaat recht
streeks opgeno
men in het eigen
vermogen 18.144 -59.976 22.464 -8.456 4.018 -23.806
Winst (verlies)
rechtstreeks
afgeboekt uit het
eigen vermogen 0 312 -195 -71 0 45
Transfer van/
naar overgedra
gen resultaten
-386 -3.561 -3.947
Perimeterwijzi
gingen 0 0 -2 0 0 0 -2
Andere wijzi
gingen
0 0 0 -32 0 -32
Omrekeningsver
schillen 0 -342 234 -1.824 0 70.485 68.554
stand op einde
van het vorige
boekjaar
52.613 -66.161 36.250 -66.054 24.503 -36.691 -55.541
Begin van het
vorige boek
jaar 52.613 -66.161 36.250 -66.054 24.503 -36.691 -55.541
Resultaat recht
streeks opgeno
men in het eigen
vermogen
Winst (verlies)
-28.939 21.845 -4.121 -12.519 8.342 -15.392
rechtstreeks
afgeboekt uit het
eigen vermogen
Transfer van/
0 40.238 -13.520 0 0 26.719
naar overgedra
gen resultaten
-1.225 -1.225
Omrekeningsver
schillen
0 617 -169 -1.198 0 2.570 1.820
Einde van het
boekjaar 23.674 -3.461 18.440 -79.771 31.620 -34.121 -43.620

De netto-winsten opgenomen in eigen vermogen betreffende kasstroom-indekkingen (EUR 21 845 duizend) zijn de veranderingen in reële waarde van nieuwe of bij de opening bestaande kasstroomindekkingsinstrumenten, maar die nog niet vervallen zijn op jaareinde. De netto verliezen afgeboekt uit het eigen vermogen (EUR 40.238 duizend) zijn de reële waarde van de kasstroomindekkingsinstrumenten die bestonden bij de opening en die vervielen tijdens het jaar en waarvan EUR 38,6 miljoen werden gerealiseerd via de resultatenrekening bij het vervallen van cash-flow hedging contracten.

Nieuwe netto actuariële verliezen op de "te bereiken doel"-plannen na uitdiensttreding werden weergegeven in het eigen vermogen voor EUR 12 519 duizend.

De toekenning van het optieplan van 2011 heeft geleid tot een toename van de reserve voor op aandelen gebaseerde vergoedingen van EUR 8 342 duizend (zie toelichting F9, Bezoldigingen en aanverwante voordelen). EUR 1 225 duizend werden getransfereerd naar het overgedragen resultaat als gevolg van de uitoefing van aandelen opties.

De wijziging in omrekeningsverschillen is vooral te wijten aan een combinatie van de appreciatie van CNY, KRW, CHF, AUD en USD tegenover de EUR enerzijds en anderzijds de depreciatie van de ZAR en BRL tegenover de EUR.

F23 Financiële schulden

(EUR duizend)
Bankleningen
op lange
termijn
Overige
langetermijn
leningen
Totaal
op mEER dan EEn jaaR
Begin van het vorige boekjaar 20.511 155.261 175.771
. Toename 20.000 574 20.574
. Afname -509 -643 -1.151
. Overboekingen 0 -311 -311
per einde van het vorige boekjaar 40.002 154.882 194.884
. Toename 10.000 0 10.000
. Afname -30.001 -994 -30.995
. Omrekeningsverschillen 0 -2 -2
. Overboekingen 0 -150.009 -150.009
per einde van het boekjaar 20.001 3.879 23.878
Bankleningen Overige
op lange langetermijn
termijn leningen Totaal
op mEER dan EEn jaaR diE BinnEn hEt jaaR vERvallEn
per einde van het vorige boekjaar 515 1.004 1.519
. Toename / afname -514 149.947 149.433
per einde van het boekjaar 1 150.951 150.952
Bankleningen
op korte
termijn
krediet op
bankrekeningen
Korte termijn
lening:
commercial
paper
Overige
leningen
Totaal
op tEn hoogstE EEn jaaR
per einde van het vorige boekjaar 167.612 26.296 90.976 3.792 288.676
. Toename / afname (inclusief omrekeningsverschillen) -104.166 -22.520 30.508 3.205 -92.973
per einde van het boekjaar 63.446 3.776 121.484 6.997 195.703
(EUR duizend)
2010 2011
Financiële schulden op meer dan een jaar 194.884 23.878
Financiële schulden op meer dan een jaar die binnen het jaar vervallen 1.519 150.952
Financiële schulden op ten hoogste een jaar 288.676 195.703
Kas en kasequivalenten -124.717 -103.981
netto financiële schulden 360.362 266.552

De netto financiële schuld van de Groep is afgenomen met EUR 93,8 miljoen, vooral ten gevolge van een sterke kasstroom generatie in 2011.

De reële waarde van de obligatie van EUR 150 miljoen op 8 jaar uitgegeven in 2004 was EUR 156,9 miljoen op 31 december 2011. De effectieve rentevoet voor deze obligatie is 4,875% wat gelijk is aan de vaste interestvoet.

De langetermijn bankleningen bestaan uit een langetermijn banklening van EUR 20 miljoen met vervaldag in 2013 en met een interestvoet van 5,36% per jaar. De reële waarde bedroeg EUR 21,6 miljoen op 31 december 2011.

Op 31 december 2011 was er geen opname van voorschotten noch op de resterende tranche van EUR 170 miljoen kredietfaciliteit met een Syndicaat van Banken met vervaldag in 2013, noch op de nieuwe kredietfaciliteit van EUR 250 miljoen met een Syndicaat van Banken, vervallend in Juli 2016.

De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen (gearing ratio) voor 2011 bedroeg 13,4% (18,6% in 2010) is helemaal binnen de limieten van de onderneming zoals beschreven in toelichting F3.

De data van prijsherziening van de leningen met variabele interestvoet zijn erg kort en worden opgemaakt in functie van de behoeftes van het thesaurie departement, aan marktcondities, als onderdeel van hun dagelijks beheer van de thesaurie operaties.

Een deel van de financiële schuld op meer dan een jaar is onderhevig aan standaard financiële covenanten, opgenomen in de leningsovereenkomsten.

Umicore heeft geen convenant overtreden en is niet in gebreke gebleven bij leningen, noch in 2011 noch in vorige jaren. Het opvolgen van de financiële covenanten is de verantwoordelijkheid van het Departement "Group Treasury". Tweemaal per jaar maakt dit departement certificaten op die de naleving van de covenanten aantonen en deze worden opgestuurd naar de bankagent. Deze methodologie is een voorwaarde bij de leningovereenkomst en tevens een vereiste, gezien de interestmarge gebaseerd is op de ratio netto schuld ten opzichte van EBITDA.

(EUR duizend)
EUR
Euro
USD
US Dollar
Overige
munten
Totaal
Uitsplitsing van de schulden per munteenheid (inclusief vervallen binnen het jaar)
Bankleningen 20.001 20.001
Overige leningen 154.829 154.829
financiële schulden op lange termijn (inclusief vervallen binnen het jaar) 174.830 174.830
(EUR miljoen)
2010 2011
Netto financiële schuld 360,4 266,6
Eigen Vermogen 1.575,2 1.721,7
Totaal 1.935,6 1.988,3
Hefboom ratio (%) 18,6 13,4

F24 Handels- en overige schulden

(EUR duizend)
Toelichting 31/12/10 31/12/11
op mEER dan EEn jaaR
Handelsschulden 517 1.253
Overige schulden 648 5.105
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen kapitaalsubsidies 5.168 8.726
6.333 15.084
op tEn hoogstE EEn jaaR
Handelsschulden 655.776 780.536
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 17.752 30.431
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 35.869 13.078
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 121.451 127.408
Overige schulden 11.737 28.687
Verschuldigde dividenden 6.770 7.814
Te betalen interesten 7.064 7.571
Reële waarde schulden financiële instrumenten kasstroomafdekking F31 73.357 20.620
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten F31 17.899 22.106
Overlopende rekeningen 74.747 110.198
1.022.423 1.148.450

De handelsschulden zijn gestegen met EUR 124,8 miljoen, vooral door toegenomen volumes.

De belastingsschulden (andere dan inkomstbelastingen) betreffen vooral BTW schulden.

F25 Liquiditeit van de financiële schulden

(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
< 1 1 - 3 3 maand -
maand maand 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
van hEt voRigE BoEkjaaR
financiële schulden
op tEn hoogstE EEn jaaR
Bankleningen op korte termijn 123.451 23.032 21.129 167.612
Krediet op bankrekeningen 18.692 37 7.567 26.296
Korte termijn lening: commercial paper 90.976 0 0 90.976
Overige leningen 3.418 0 374 3.792
Bankleningen op meer dan een jaar die binnen het jaar verval
len 2 130 382 515
Overige leningen op meer dan een jaar die binnen het jaar
vervallen 37 145 821 1.004
op mEER dan EEn jaaR
Bankleningen op meer dan een jaar 40.001 0 40.001
Overige leningen op meer dan een jaar 153.349 1.534 154.883
handels- en overige schulden
op tEn hoogstE EEn jaaR
Handelsschulden 415.981 115.229 124.565 655.776
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 1.295 9.222 7.234 17.752
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 35.541 -19 347 35.869
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 82.553 33.765 5.133 121.451
Overige schulden 6.022 4.774 941 11.737
Verschuldigde dividenden 6.770 0 0 6.770
Te betalen interesten 6.699 305 60 7.064
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomafdekking 1.170 10.495 61.692 73.357
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 3.823 12.957 1.120 17.899
Overlopende rekeningen 58.527 10.312 5.908 74.747
op mEER dan EEn jaaR
Handelsschulden 30 487 517
Overige schulden 647 1 648
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 367 4.801 5.168

(EUR duizend)

Contractuele vervaldag
< 1
maand
1 - 3
maand
3 maand -
1 jaar
1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
van hEt BoEkjaaR
financiële schulden
op tEn hoogstE EEn jaaR
Bankleningen op korte termijn 32.704 13.382 17.360 63.446
Krediet op bankrekeningen 205 0 3.572 3.776
Korte termijn lening: commercial paper 121.484 0 0 121.484
Overige leningen 6.842 0 155 6.997
Bankleningen op meer dan een jaar die binnen het jaar
vervallen
1 0 0 1
Overige leningen op meer dan een jaar die binnen het jaar
vervallen
38 150.076 837 150.951
op mEER dan EEn jaaR
Bankleningen op meer dan een jaar 20.000 0 20.000
Overige leningen op meer dan een jaar 3.045 832 3.878
handels- en overige schulden
op tEn hoogstE EEn jaaR
Handelsschulden 487.191 288.689 4.656 780.536
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 1.331 22.459 6.641 30.431
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 12.048 100 930 13.078
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 50.303 28.646 48.460 127.408
Overige schulden 22.159 3.091 3.438 28.687
Verschuldigde dividenden 7.814 0 0 7.814
Te betalen interesten 6.923 499 149 7.571
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomafdekking 6.550 1.813 12.257 20.620
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 9.779 12.278 48 22.106
Overlopende rekeningen 75.526 14.637 20.035 110.198
op mEER dan EEn jaaR
Handelsschulden 750 503 1.253
Overige schulden 2.448 2.657 5.105
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 493 8.234 8.726

F26 Voorzieningen voor personeelsvoordelen

De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen aangaande plannen met een "te bereiken doel", voornamelijk met betrekking tot de Belgische, Franse en Duitse activiteiten. Het merendeel van deze plannen berekent de verplichtingen op basis van het verwachte eindsalaris.

(EUR duizend)
Vergoedingen
na uitdienst
treding -
pensioenen
en
aanverwante
Vergoedingen
na uitdienst
treding -
overige
Vergoedingen
loopbaan
beëindiging -
brugpensioenen
en aanverwante
Andere
langetermijn
personeel
vergoedingen
Totaal
per einde van het vorige boekjaar 127.222 18.674 30.748 14.155 190.799
. Toename (begrepen in "Bezoldigingen en personeelsvoor
delen")
9.437 198 5.713 858 16.206
. Terugnemingen (Begrepen in "Bezoldigingen en perso
neelsvoordelen")
-659 0 0 -52 -711
. Bestedingen (Begrepen in "Bezoldigingen en personeels
voordelen")
-16.341 -1.503 -9.214 -1.092 -28.150
. Impact interestvoet en actualisering (begrepen in "Finan
ciële kosten")
6.237 482 1.154 591 8.465
. Omrekeningsverschillen 242 -307 8 15 -41
. Overboekingen 0 -965 1.205 -240 0
. Opgenomen in het eigen vermogen 4.682 1.774 -0 0 6.457
per einde van het boekjaar 130.820 18.354 29.614 14.236 193.023

Bovenstaande tabel geeft de waarden van en de bewegingen op de voorzieningen voor personeelsvoordelen van de dochterondernemingen, die onder de integrale consolidatiemethode opgenomen zijn, weer. Er is een verschil tussen de bedragen op de lijn 'opgenomen in eigen vermogen' en de bedragen weergegeven in toelichting F22, daar deze bijlage eveneens de waarden van de geassocieerde ondernemingen en de joint ventures, opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode, bevat.

Het management verwacht op korte termijn dat uitgaande kasstromen van dezelfde grootteorde zullen zijn als deze van het vorige en huidige jaar.

Zoals beschreven in nota F19 werd er een vordering op meer dan één jaar geboekt als "recht op terugbetaling" binnen het kader van medische kosten die Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren gedurende de levensduur van deze schulden. Wanneer er een verandering voorkomt in deze schulden zal deze verandering het recht op terugbetaling onder de lange termijn vorderingen op dezelfde manier beïnvloeden. Als de verandering van de periode gerelateerd is met de verandering van de actuariële veronderstellingen, worden zowel de schulden als de activa aangepast langs de Geconsolideerde staat van gerealiseerd en niet gerealiseerde resultaten van de Groep.

De hierna volgende toelichtingen onder IAS 19 werden overgenomen uit de verslagen opgemaakt door externe actuarissen.

De veronderstellingen worden aanbevolen door de lokale actuarissen in lijn met IAS 19. De standaard referentie voor de Eurozone is de iBOXX AA Index opbrengst en gelijkaardige indici worden gebruikt voor de andere regio's. De tabellen voor levensverwachting zijn specifiek voor elk land.

(EUR duizend)
Bewegingen
31/12/10 2011 31/12/11
België 27.775 -1.272 26.503
Frankrijk 20.870 410 21.280
Duitsland 126.023 899 126.922
subtotaal 174.668 37 174.705
Overige entiteiten 16.129 2.189 18.318
totaal 190.797 2.226 193.023
(EUR duizend)
Recht op terugbetaling
per einde van het vorige boekjaar 6.427
Feitelijke terugbetaling -427
Verwachte rendement 298
Actuariële winsten en verliezen op terugbetalingsrechten -293
per einde van het boekjaar 6.004
(EUR duizend)
2010 2011
wijziging in de verplichtingen voor personeelsvoordelen
verplichting bij het begin van het boekjaar 294.378 312.573
Kosten van diensttijd van het jaar 14.452 15.819
Interestkosten 14.102 14.184
Bijdragen van de planparticipanten 453 559
Planwijzigingen 2.262 -745
Actuariële verliezen en winsten 9.852 1.132
Uitbetaalde voordelen -27.980 -24.664
Betaalde onkosten -66 -81
Netto transferten in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) 783 -68
Combinaties 140
Regelingen -221
Omrekeningsverschillen 4.418 808
verplichting per einde boekjaar 312.573 319.517
2010 2011
veranderingen in planactiva
Reële waarde planactiva bij begin boekjaar 110.898 120.945
Verwacht rendement op de planactiva 5.314 5.252
Actuariële verliezen en winsten 780 -6.871
Bijdragen van de werkgever 27.498 29.796
Bijdragen van de planparticipanten 453 559
Uitkeringen Plan/Bedrijf -27.980 -24.664
Betaalde onkosten -66 -81
Netto transferten in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) 1.037
Omrekeningsverschillen 3.011 849
Reële waarde planactiva bij einde boekjaar 120.945 125.785

De pensioenplannen in België, Frankrijk, Liechtenstein, Nederland, USA, Korea en Noorwegen zijn geheel of gedeeltelijk gefinancierd met planactiva. Alle andere plannen zijn niet-gefinancierde plannen.

(EUR duizend)
2010 2011
Bedragen opgenomen in de balans
Huidige waarde van de gefinancierde verplichtingen 214.160 221.705
Reële waarde van de planactiva van de fondsen 120.945 125.785
tekort (overschot) van gefinancierde plannen 93.215 95.920
Huidige waarde van de niet-gefinancierde plannen 98.413 97.812
Niet geboekte netto actuariële winsten/(verliezen) 12 -1
Niet opgenomen kost of winst voor verleden diensttijd -840 -707
netto passiva (activa) 190.800 193.024
componenten van de pensioenkost
Bedragen geboekt in de resultatenrekening van de periode
Kosten van diensttijd van het jaar 14.452 15.819
Interestkost 14.102 14.184
Verwacht rendement op planactiva -5.314 -5.252
Verwachte rendement van het recht op terugbetaling -304 -298
Afschrijving kosten verleden diensttijd incl. §58 (a) 2.027 -612
Afschrijving netto (winst)/verlies incl. §58 (a) -1.225 1.830
Opgenomen (winst)/verlies planregelingen -221 0
totale pensioenkost opgenomen in de winst/verlies rekening 23.517 25.671
Feitelijke opbrengst van de planactiva 6.094 -1.619
Feitelijke opbrengst van het recht op terugbetaling 305 618
Bedragen rechstreeks opgenomen in het eigenvermogen
Gecumuleerde actuariële verliezen en winsten 38.362 49.210
Actuariële verliezen en winsten van het boekjaar 10.194 6.457
Transfer van/naar overgedragen resultaten 386 0
Minderheidsbelangen -263 47
Actuariële winsten en verliezen van het recht op terugbetaling -1 -1
Andere wijzigingen 32 9
Omrekeningsverschillen 500 184
totaal rechtstreeks opgenomen in het eigenvermogen door geconsolideerde ondernemingen 49.210 55.906
Actuariële verliezen en winsten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures 16.844 23.864
totaal rechstreeks opgenomen in het eigenvermogen 66.054 79.770

De interestkost, het rendement op de planactiva en het impact door verdiscontering van de andere dan na dienstuittreding voordelenplannen opgenomen in de afgeschreven actuariële verliezen of winsten, worden geboekt onder de financiële resultaten in de resultatenrekening (zie toelichting F10). Alle andere elementen van de jaarlijkse kost worden geboekt onder het bedrijfsresultaat onder de rubriek " bezoldigingen en personeelsvoordelen".

De actuariële winsten van het jaar opgenomen in het eigen vermogen hebben hun oorsprong in een verandering van de verdisconteringvoet op de pensioenplannen en verschillen tussen het verwachte en actuele rendement op de planactiva.

2010 2011
voornaamste actuariële veronderstellingen
Gewogen gemiddelde veronderstellingen ter bepaling van de verplichtingen per einde van het jaar
Actualisatievoet (%) 4,60 4,72
Percentage salarisverhogingen (%) 2,99 3,08
Percentage inflatie (%) 2,06 2,07
Percentage van pensioenverhogingen (%) 1,65 1,56
Gewogen gemiddele veronderstellingen ter bepaling van de netto kost
Actualisatievoet (%) 4,91 4,60
Verwachte lange termijn opbrengst op de planbeleggingen gedurende het financiële jaar (%) 4,99 4,60
Verwachte toename van salarissen (%) 2,97 2,99
Percentage inflatie (%) 2,08 2,06
Percentage van pensioenverhogingen (%) 1,56 1,65
2011
Percentage
van
planactiva
Verwacht
rendement
van
planactiva
Planactiva
Aandelen (%) 18,83 5,19
Obligaties (%) 56,21 4,37
Vastgoed (%) 5,27 4,50
Overige (%) 19,68 3,93
totaal (%) 100,00 4,44

Andere planactiva zijn grotendeels geïnvesteerd in verzekeringscontracten en banktermijndeposito's. De veronderstelling inzake de verwachte lange termijn rendementsvoet op de activa is gedocumenteerd voor elk individueel plan zoals aanbevolen door de lokale actuarissen..

2010 2011
historiek ervaringswinst/verlies
Verschil tussen het verwachte en reële rendement op de beleggingen
Bedrag -780 6.871
Percentage van de beleggingen (%) -1,00 5,00
Ervarings(winst)/verlies op de pensioenverplichtingen
Bedrag -476 6.929
Percentage van de huidige waarde van de pensioenverplichtingen (%) -0,15 2,00
2010 2011
verplichte toelichting i.v.m hospitalisatie verzekering voor
gepensioneerden
Verondersteld percentage stijging ziektekosten
Percentage onmiddellijke tendens (%) 4,38 2,65
Percentage ultieme tendens (%) 4,38 2,65
Jaar waarin ultieme tendens wordt bereikt NA NA
2011
Sensitiviteit Sensitiviteit
Gevoeligheid ten opzichte van de tendensveronderstellingen i.v.m +1% -1%
hospitalisatie verzekering voor gepensioneerden
Invloed op totale diensttijdkost en rentekost componenten 55 -42
Invloed op de verplichtingen 441 -350
(EUR duizend)
2010 2011
aansluiting balans
Balans verplichtingen (activa)
182.874 190.799
Opgenomen pensioenkosten in V&W van het boekjaar 23.517 25.671
Bedragen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen van het
boekjaar 10.317 5.841
Werkgeversbijdragen via fondsen gestort in het boekjaar -13.550 -16.458
Werkgeversbijdragen onmiddellijk gestort in het boekjaar -13.949 -13.338
Terugbetaling kredieten 305 618
Netto transferten in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele
bedrijfsacquisities/verkopen) -253 -68
Bedragen geboekt voor combinaties 137
Diverse -4
Omrekeningsverschillen 1.406 -39
Balans verplichtingen (activa) op het jaareinde 190.799 193.023
op 31 dEcEmBER 2007 2008 2009 2010 2011
Huidige waarde van de verplichting 275.282 270.134 294.378 312.573 319.517
Reële waarde planactiva 102.765 106.650 110.898 120.945 125.785
tekort (overschot) van plannen 172.517 163.484 183.480 191.628 193.732
Ervaringsaanpassingen op de fondsbeleggingen 789 10.020 -2.734 -780 6.871
Ervaringsaanpassingen op de verplichtingen 9.129 6.168 1.407 -476 6.929

De verwachte bijdragen te betalen voor de plannen gedurende het boekhoudjaar startend na de balansdatum bedraagt EUR 26,3 miljoen.

F27 Aandelenoptieplannen toegestaan door de onderneming

Uitoefenprijs (EUR) (de
uitoefeningsprijs kan
hoger zijn in bepaalde Aantal opties dat nog
Plan Vervaldatum Uitoefening landen) uitgeoefend moet worden
ISOP 2005 16/06/2012 alle werkdagen van 12,92 68.000
Euronext Brussels 13,66 5.000
73.000
ISOP 2006 02/03/2016 alle werkdagen van 22,55 274.250
Euronext Brussels 24,00 8.000
02/03/2013 22,55 80.375
362.625
ISOP 2007 16/02/2017 alle werkdagen van 26,55 393.000
Euronext Brussels 27,36 10.000
16/02/2014 26,55 133.500
536.500
ISOP 2008 14/04/2018 alle werkdagen van 32,57 375.750
Euronext Brussels 32,71 31.000
14/04/2015 32,57 248.250
32,71 2.500
657.500
ISOP 2009 15/02/2016 alle werkdagen van 14,44 569.625
Euronext Brussels 14,68 25.000
594.625
ISOP 2010 14/02/2017 alle werkdagen van 22,30 691.750
Euronext Brussels
691.750
ISOP 2011 13/02/2018 alle werkdagen van 38,07 581.375
Euronext Brussels 39,25 65.000
38,54 31.000
677.375
totaal 3.593.375

ISOP verwijst naar "Incentive Stock Option Plan" (wereldwijd plan voor kaders).

Aandelenopties, waarvan typisch de rechten werden verworven op de datum van toekenning, zullen vereffend worden met bestaande aandelen. Opties die niet uitgeoefend werden voor de vervaldatum vervallen automatisch.

(EUR duizend)

2010 2011
Aantal opties Gewogen
gemiddelde
uitoefeningsprijs
Aantal opties
Gewogen
gemiddelde
uitoefeningsprijs
UitstaandE aandElEnoptiEs gEdUREndE hEt jaaR
Uitstaande begin van het boekjaar 3.541.825 20,45 3.223.625 22,98
Toegekend tijdens boekjaar 691.750 22,30 677.375 38,20
Uitgeoefend tijdens het jaar 1.009.950 13,63 297.448 17,04
Vervallen tijdens het jaar 10.177
Uitstaande einde boekjaar 3.223.625 22,98 3.593.375 26,35
Uitoefenbaar einde boekjaar 3.223.625 22,98 3.593.375 26,35

De nog niet vervallen opties op het einde van het boekjaar, hebben een gemiddelde gewogen looptijd tot Oktober 2016.

F28 Voorzieningen leefmilieu

(EUR duizend)
Voorzieningen
voor
bodemsanering en
landschapsherstel
Overige
voorzieningen voor
leefmilieu
Totaal
94.314 5.279 99.593
4.714 1.576 6.290
-2.842 0 -2.842
-12.854
1.350
-898
-0
90.639
74.652
14.480 1.507 15.987
waarvan : - op meer dan één jaar
- op ten hoogste één jaar
-10.085
1.350
-898
609
87.162
72.682
-2.769
0
0
-609
3.477
1.969

Voorzieningen voor leefmilieu, volgens wettelijke en feitelijke verplichtingen zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen evenals historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden gekend op de rapporteringdatum. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.

De voorzieningen verminderden met EUR 8.954 duizend, waarbij bijkomende voorzieningen meer dan gecompenseerd werden door bestedingen of terugnemingen van bestaande voorzieningen. Dit is een goede weergave van de bestendige uitvoering van de geïdentifieerde en aangegane saneringsprogramma's.

De nieuwe toename van de voorzieningen voor bodemsanering en herinrichting van de sites heeft hoofdzakelijk betrekking op de herziening van de geschatte kosten van enkele programma's in België (Angleur en Olen), in Frankrijk (Viviez), in Brazilië (de staat Pará) en in de Verenigde Staten (de staat Colorado).

De bestedingen van de voorzieningen van de periode zijn voor het grootste deel verbonden met de realisatie van saneringsprogramma's in Frankrijk (Viviez), in België (Gent en de ruimere omgeving van de Vlaamse sites), in Brazilië (Guarulhos) en in Zuid-Afrika. De terugname van provisies voor bodemsanering en herinrichting van de sites heeft vooral in Frankrijk platsgevonden (Creil, Calais).

Gedurende 2011 vonden geen belangrijke bewegingen plaats op de voorzieningen die werden aangelegd voor het historische radioactief afvalmateriaal in België (Olen). De onderhandelingen met alle bevoegde instanties om een duurzame en aanvaardbare opslagoplossing te vinden duren voort, zij het op een langzaam tempo. De bewegingen in "Overige voorzieningen voor leefmilieu" hebben vooral betrekking op de verplichting tot en afhandeling van de CO2 emissierechten in België.

Het management verwacht dat de belangrijkste kasuitgaven met betrekking tot deze projecten zullen gebeuren binnen de 5 jaar.

F29 Voorzieningen voor overige risico's en kosten

(EUR duizend)
Voorzieningen
voor
bodemsanering en
landschapsherstel
Overige
voorzieningen
voor
leefmilieu
Totaal
per einde van het vorige boekjaar 19.283 47.480 66.763
. Toename 91 25.000 25.092
. Terugnemingen -2.576 -8.047 -10.622
. Bestedingen (begrepen in "Andere bedrijfskosten") -6.513 -2.642 -9.156
. Actualisering (begrepen in "Netto financiële kosten") 45 -2.533 -2.488
. Omrekeningsverschillen 0 -9 -9
. Andere wijzigingen 312 312
per einde van het boekjaar 10.331 59.562 69.892
waarvan : - op meer dan één jaar 3.851 34.931 38.782
- op ten hoogste één jaar 6.480 24.631 31.111

Voorzieningen voor reorganisaties en herstructureringen, voor risico's met betrekking tot belastingen, garanties en geschillen, voor verlieslatende contracten en productterugnames, zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen, alsook historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden die gekend zijn op het ogenblik van de rapporteringdatum. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.

Voorzieningen zijn in het totaal met EUR 3 129 duizend toegenomen,

De aanwendingen en terugnames van voorzieningen voor herstructureringen zijn voornamelijk verbonden met de overheveling van de raffinage activiteiten van Hanau (Duitsland) naar Hoboken (België). De meeste van de personeelsleden van de raffinageactiviteiten in Hanau hebben uiteindelijk een nieuwe functie gekregen op dezelfde site, wat de belangrijke terugname van de oorspronkelijke provisie verklaart.

De toename en terugname van de andere voorzieningen voor overige risico's en kosten betreffen garanties, verlieslatende contracten en geschillen. Deze beïnvloeden een wijde reeks van dochterondernemingen voornamelijk in Duitsland, de Verenigde Staten en België.

Ze omvatten ook voorzieningen voor verlieslatende contracten met betrekking tot het IAS 39-effect (zie Economische kerncijfers). De netto toename gedurende de periode voor deze voorzieningen bedroeg EUR 5 852 duizend. Het eindsaldo van deze voorzieningen bedraagt EUR 10 493 duizend.

Er kan geen schatting gemaakt worden wanneer de kasuitstroom voor de voorziening voor overige risico's en kosten op meer dan één jaar zal plaatsvinden.

F30 Financiële instrumenten per categorie

(EUR duizend)
Boekwaarde
Aangehouden Leningen,
voor verkoop Cash Flow handels Beschikbaar
Reële zonder hedge hedge vorderignen voor
waarde accounting accounting en schulden verkoop
activa
financiële activa beschikbaar voor verkoop
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen
76.189
76.189
76.189
76.189
leningen toegekend 819 819
Leningen toegekend 819 819
handels- en overige vorderingen 825.917 23.460 7.425 795.031
op meer dan één jaar
Garanties en deposito's 5.871 5.871
Overige vorderingen op meer dan 1 jaar 8.172 8.172
Personeelsvoordelen 373 373
op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 673.800 673.800
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -14.606 -14.606
Overige vorderingen (bruto) 116.625 116.625
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -6.582 -6.582
Te ontvangen interesten 257 257
Reële waarde vordering financiële instrumenten
kasstroomafdekking 7.425 7.425
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 23.460 23.460
Overlopende rekeningen 11.122 11.122
kas en kasequivalenten 124.716 124.716
Beleggingen op korte termijn bij banken 42.453 42.453
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.842 3.842
Financiële instellingen, liquide middelen en andere
kasequivalenten 78.421 78.421
totaal financiële instrumenten (activa) 1.027.641 23.460 7.425 920.566 76.189
passiva
financiële schulden 492.339 485.080
op meer dan één jaar
Bankleningen 42.018 40.002
Overige leningen 160.127 154.883
op ten hoogste één jaar
Bankleningen 168.127 168.127
Krediet op bankrekeningen 26.296 26.296
Commercial paper 90.976 90.976
Overige leningen 4.796 4.796
handels- en overige schulden 1.028.755 17.899 73.357 937.499
op meer dan één jaar
Handelsschulden 517 517
Overige schulden 648 648
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 5.168 5.168
op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 655.776 655.776
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 17.752 17.752
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 35.869 35.869
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale
lasten 121.451 121.451
Overige schulden 11.737 11.737
Verschuldigde dividenden 6.770 6.770
Te betalen interesten 7.064 7.064
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomafdekking
73.357 73.357
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 17.899 17.899
Overlopende rekeningen 74.747 74.747
totaal financiële instrumenten (passiva) 1.521.094 17.899 73.357 1.422.579 0

(EUR duizend)

Boekwaarde
Aangehouden Leningen,
voor verkoop Cash Flow handels Beschikbaar
Reële zonder hedge hedge vorderignen voor
waarde accounting accounting en schulden verkoop
activa
financiële activa beschikbaar voor verkoop 47.740 47.740
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen 47.740 47.740
leningen toegekend 2.147 2.147
Leningen toegekend 2.147 2.147
handels- en overige vorderingen 882.159 6.490 16.537 859.132
op meer dan één jaar
Garanties en deposito's 6.576 6.576
Overige vorderingen op meer dan 1 jaar 7.682 7.682
Personeelsvoordelen 372 372
op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 748.195 748.195
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -12.309 -12.309
Overige vorderingen (bruto) 78.608 78.608
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -7.509 -7.509
Te ontvangen interesten 136 136
Reële waarde vordering financiële instrumenten
kasstroomafdekking 16.537 16.537
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 6.490 6.490
Overlopende rekeningen 37.380 37.380
kas en kasequivalenten 103.981 103.981
Beleggingen op korte termijn bij banken 17.809 17.809
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.439 3.439
Financiële instellingen, liquide middelen en andere
kasequivalenten 82.733 82.733
totaal financiële instrumenten (activa) 1.036.027 6.490 16.537 965.260 47.740
passiva
financiële schulden 379.048 370.534
op meer dan één jaar
Bankleningen 21.588 20.001
Overige leningen 3.879 3.879
op ten hoogste één jaar
Bankleningen 63.447 63.447
Krediet op bankrekeningen 3.776 3.776
Commercial paper 121.484 121.484
Overige leningen 164.874 157.947
handels- en overige schulden 1.163.533 22.106 20.620 1.120.807
op meer dan één jaar
Handelsschulden 1.253 1.253
Overige schulden 5.105 5.105
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 8.726 8.726
op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 780.536 780.536
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 30.431 30.431
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 13.078 13.078
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale
lasten 127.408 127.408
Overige schulden 28.687 28.687
Verschuldigde dividenden 7.814 7.814
Te betalen interesten 7.571 7.571
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomafdekking 20.620 20.620
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 22.106 22.106
Overlopende rekeningen 110.198 110.198
totaal financiële instrumenten (passiva) 1.542.581 22.106 20.620 1.491.341 0

De leningen en schulden zijn uitgegeven aan een marktrentevoet welke geen grote verschillen met zich meebrengen vergeleken met de effectieve marktintrestvoet. Alle categorieën van financiële instrumenten van Umicore worden aan hun reële waarde weergeven behalve de langlopende bank- en andere leningen. De boekwaarde van deze verschilt van de reële marktwaarde (zie toelichting F23).

De reële waarde van de financiële instrumenten die verhandeld worden in actieve markten is gebaseerd op de koers in de desbetreffende markt op balansdatum.

De reële waarde van de financiële instrumenten die niet vrij verhandeld worden in een actieve markt wordt bepaald door middel van valorisatietechnieken. Meest gebruikte techniek is de "discounted cash-flow" waarbij de marktomstandigheden deze zijn zoals ze gekend waren op balansdatum.

De reële waarde van intrestvoet swaps, in bijzonder, wordt berekend door de huidige waarde te nemen van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van forward wisselkoers- en metaalcontracten wordt bepaald door de genoteerde wissel- en metaalkoersen op balansdatum te nemen.

De reële waarde van de vrij verhandelde financiële vaste activa welke door de groep gehouden worden, is de genoteerde marktwaarde op balansdatum. De reële waarde van de passiva wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren aan de huidige marktintrestvoet. De genomen marktintrestvoet is deze rentevoet die beschikbaar is voor de groep voor gelijkaardige financiële instrumenten.

Door van de nominale waarde van de handelsvordering en schulden de desbetreffende waardevermindering af te trekken, wordt hun reële waarde benaderd.

30.1 Reële waarde hierarchie

De Groep heeft de wijzigingen in IFRS 7 betreffende de waardering van financiële instrumenten in de balans aan werkelijke waarde, aangenomen vanaf januari 2009. De wijzigingen hebben tot gevolg dat de aanpassing naar reële waarde gerapporteerd worden volgens volgende hierarchie:

Niveau 1: waardering gebaseerd op beurskoersen op actieve markten voor identieke activa of passiva.

Niveau 2: waardering gebaseerd op waarneembare gegevens andere dan beurskoersen.

Niveau 3: waardering gebaseerd op niet waarneembare gegevens.

Binnen de Groep zijn de financiële activa gewaardeerd volgens niveau 1. Uitzondering is echter de Nyrstar obligatie, welke een niveau 2 is. Alle afgeleide producten voor metaal en wisselkoersen zijn gewaardeerd volgens niveau 2.

30.2 Sensitiviteitsanalyse betreffende financiële instrumenten

Umicore is blootgesteld aan fluctuaties van grondstofprijzen, wisselkoersen en intrestvoeten.

30.2.1 Grondstofprijzen

De reële waarde van de financiële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (verkoopcontracten) zou EUR 21,4 miljoen lager/hoger zijn als de metaalprijzen met 10 % zouden stijgen/dalen.

De reële waarde van de financiële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (aankoopcontracten) zou EUR 1,7 miljoen hoger/lager zijn als de electriciteitsprijzen met 10 % zouden stijgen/dalen.

De reële marktwaarde van andere financiële verkoopsinstrumenten zou EUR 13,6 miljoen lager/hoger zijn en deze van andere financiële aankoopinstrumenten zou 16,6 miljoen hoger/lager zijn indien de metaalprijzen met 10 % zouden stijgen/dalen.

30.2.2 Wisselkoersen

De reële waarde van de forward wisselkoerscontracten met betrekking tot de indekking van de kasstromen zou EUR 3,7 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 4,5 miljoen lager zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de verkochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere financiële instrumenten zou EUR 30,9 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 37,8 miljoen lager zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de gekochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere financiële instrumenten zou EUR 6,6 miljoen lager zijn indien de Euro 10 % zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 8,1 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de netto balansonderdelen die zijn blootgesteld aan de USD zou EUR 36,2 miljoen lager zijn indien de Euro 10 % zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 44,2 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

F31 Reële waarde van financiële instrumenten

Umicore dekt zijn structureel en transactiegebonden goederen- (metaal en energie), valuta- en rentevoetrisico's in door gebruik te maken van metaalinstrumenten (voornamelijk deze genoteerd op de London Metal Exchange), valuta-instrumenten en rentevoet-swaps met erkende makelaars en banken.

31.1 financiële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking:

(EUR duizend)
Nominaal of contractueel bedrag Reële waarde
31/12/2010 31/12/2011 31/12/2010 31/12/2011
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht 213.746 217.505 -71.901 3.390
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht -3.212 -18.878 760 -1.537
Termijnovereenkomsten: deviezen verkocht 124.129 105.966 5.209 -5.936
totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde doch
terondernemingen)
-65.932 -4.083
Erkend in handels- en overige vorderingen 7.425 16.537
Erkend in handels- en overige schulden -73.357 -20.620
Totaal reële waarde-impact (voor geassocieerde ondernemingen en
joint ventures)
-229 294
totaal -66.161 -3.789

De principes en de documentatie over de ingedekte risico's als ook de timing gerelateerd aan de kasstroomindekkingsactiviteiten van de Groep zijn vermeld in toelichting F3, Beheer van financiële risico's.

De reële waarden van de effectieve indekkingsinstrumenten worden in eerste instantie erkend in de reële waardereserves opgenomen onder het eigen vermogen. Nadat de onderliggende of aangegane transacties zich voordoen, worden ze afgeboekt uit het eigen vermogen (zie toelichting F22).

De termijnovereenkomsten voor verkochte goederen werden opgezet voor de indekking van oa volgende goederen: goud, zilver, platina ,palladium en zink.

De termijnovereenkomsten voor aangekochte goederen werden opgezet voor de indekking van prijsrisico's op electriciteit.

De termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen werden opgezet voor de indekking van de USD ten opzichte van de EUR, KRW, BRL, NOK en AUD en de EUR ten opzichte van de NOK.

De gemiddelde vervaldag van de financiële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking is December 2012 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte goederen en Januari 2013 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen.

De condities voor alle termijncontracten zijn gangbare marktcondities.

In die omstandigheden waar documentatie voor hedge accounting zoals gedefinieerd onder IAS 39 niet beschikbaar is, worden financiële instrumenten, gebruikt voor het indekken van structurele risico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter wel degelijk gebruikt om toekomstige waarschijnlijke kasstromen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.

De kasstroom-indekking van Umicore is op geen enkele manier ineffectief geweest in 2010, noch in 2011.

31.2 andere financiële instrumenten

31.2
andere financiële instrumenten
(EUR duizend)
Nominaal of contractueel bedrag Reële waarde
31/12/2010 31/12/2011 31/12/2010 31/12/2011
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht 198.210 144.905 -6.349 447
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht -173.953 -175.586 15.613 -9.737
Termijncontracten: deviezen verkocht 291.740 339.767 -2.674 -8.436
Termijncontracten: deviezen aangekocht -84.121 134.443 -1.030 2.110
totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde doch
terondernemingen)
5.560 -15.616
Erkend in handels- en overige vorderingen 23.460 6.490
Erkend in handels- en overige schulden -17.900 -22.106
totaal 5.560 -15.616

De principes en de documentatie over de transactiegebonden indekkingen door de Groep zijn beschreven in toelichting F3, Beheer van financiële risico's. Bij gebrek aan documentatie voor hedge accounting voor deze indekkingsactiviteit zoals gedefinieerd onder IAS 39, worden financiële instrumenten, gebruikt voor het indekken van transactierisico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter wel degelijk gebruikt om bestaande transacties en vaste engagementen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.

De reële waarden zijn rechtstreeks onderkend in de resultatenrekening onder "Andere bedrijfsopbrengsten" voor de basismaterialen gerelateerde instrumenten en onder "Netto financiële kosten" voor de valuta gerelateerde instrumenten.

31.3 derivaten

In 2006 ontstond een contractuele situatie waarbij variabele prijs aanpassingen (besloten derivaat) zijn opgetreden, gekoppeld aan de verkoop (basis contract) in 1992 van de deelneming in en leningen aan Aurifère de Guinée, een goudmijnconcessie in Guinee.

In 2011 werd specifiek hiervoor geen resultaat in de resultatenrekening opgenomen. In de balans is in verband met Aurifère de Guinée geen enkele vordering meer opgenomen onder de rubriek overige vorderingen van de vlottende activa.

(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
1 tot 3 3 maand - 1
Totaal
760
4.154 1.763 4 5.921
3.381 9.859 3.646 90 16.976
358 887 4.057 1.363 6.665
563 563
-1.073 -10.324 -34.445 -26.059 -71.901
-3.618 -6.241 -2.411 -12.270
-1.363 -1.363
-166 -146 -916 -228 -1.456
-3.457 -128 348 -3.237
-1.096 260 -194 -1.030
< 1 maand
79
maand
125
jaar
285
1 tot 5 jaar
271

(EUR duizend)

Contractuele vervaldag
< 1 maand 1 tot 3
maand
3 maand - 1
jaar
1 tot 5 jaar Totaal
activa instRUmEntEn (REëlE waaRdE)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) 0 1.636 4.664 9.966 16.265
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) 1.723 1.708 257 0 3.688
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) 627 74 -6 -3 693
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) 26 49 190 8 272
Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) 1.157 656 297 0 2.110
passiva instRUmEntEn (REëlE waaRdE)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) -1.638 -1.837 -10.714 1.314 -12.874
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (CFH) -29 -25 -535 -949 -1.537
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) -115 -1.303 -1.822 -3.240
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) -1.309 -7.394 -980 -748 -10.430
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) -100 -783 -2.812 -2.513 -6.208
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) -6.515 -1.401 -519 0 -8.436

F32 Toelichting bij de kasstromentabel

32.1 definities

De kasstromentabel bestaat uit de kasstromen afkomstig van respectievelijk de bedrijfs-, de investerings- en de financieringsactiviteiten van de betreffende periode.

Voor de opmaak van de bedrijfskasstromen werd de indirecte methode toegepast. Het nettoresultaat werd aangepast voor:

  • de impact van operaties die geen kasuitgaven inhouden zoals voorzieningen, waardeverminderingen, waardering aan marktwaarde, enz., evenals de wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
  • elementen van de opbrengsten en kosten verbonden aan de investerings- en de financieringsactiviteiten.
(EUR duizend)
2010 2011
aanpassing voor niet-kastransacties
Afschrijvingen 126.167 137.051
Aanpassing IAS 39 4.392 -25.513
(Terugneming van) Bijzondere waardeverminderingen 4.194 8.647
Waardering aan marktwaarde van de voorraden en engagementen -26.474 61.823
Koersverschillen op leningen lange termijn 26 12
Voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren -5.786 12.940
Afschrijving van kapitaalsubsidies 907 -501
Op aandelen gebaseerde vergoedingen 4.018 8.342
Wijziging in voorzieningen -17.346 -12.876
90.099 189.926
aanpassing voor elementen die afzonderlijk vermeld of geklasseerd moeten worden onder de investerings- of
financieringskasstromen
Belastingen van de periode 54.211 76.006
Interestkosten (-opbrengsten) 12.612 16.012
(Meerwaarde) Minwaarde op afstand van vaste activa 1.899 -8.994
Opbrengsten uit dividenden -566 -841
68.156 82.183
wijzigingen in de behoefte aan bedrijfskapitaal
Voorraden -323.452 -121.977
Handels- en overige vorderingen -296.223 -52.948
Handels- en overige schulden 339.264 170.855
als in de geconsolideerde balans -280.411 -4.070
Transacties zonder impact op kasstromen (*) -33.955 8.718
Transacties elders gepubliceerd (**) 21.410 -47.975
Omrekeningsverschillen 45.925 -5.249
als in de geconsolideerde kasstromentabel -247.031 -48.575

(*) De transacties zonder impact op kasstromen komen in de meeste gevallen van de waardering aan marktwaarde van voorraden en engagementen, van strategische en transactionele hedging resultaten en waardeverminderingen van voorraden en dubieuze debiteuren.

(**) De transacties die elders gepubliceerd worden zijn het gevolg van gewijzigde te ontvangen en nog te betalen interesten, dividenden en belastingen.

(EUR duizend)
Netto kas en
-kasequivalenten
Leningen
(zonder
krediet op
bankrekeningen)
Netto
financiële
schulden
Per einde van het vorige boekjaar 98.421 458.783 360.362
Kassstromen van de periode 1.784 -92.027 -93.811
Per einde van het boekjaar 100.205 366.756 266.551

32.2 toename van de kasstromen uit bedrijfsactiviteit

De kasstromen uit bedrijfsactiviteiten na belastingen bedroeg EUR 515,5 miljoen. De bedrijfskapitaalbehoeften stegen met EUR 48,6 miljoen voornamelijk door de stijging van het voorraadvolume.

32.3 afname van de kasstromen uit investeringsactiviteit

De kasstromen gebruikt in investeringsactiviteiten namen met EUR 34,6 miljoen toe in 2011. De investeringen bedroegen EUR 212,6 miljoen. De investeringen namen toe in alle segmenten, maar de toename was het meest uitgesproken in Energy Materials omwille van de expansie van de productie voor herlaadbare batterijen, en door de bouw van R&D faciliteiten in Japan en Zuid-Korea. Het investerinsniveau was eveneens hoog in Recycling, ale een gevolg van de afwerking van de UHT installatie in de fabriek van Hoboken en in Catalyse waar de wereldwijde expansie van productieinstallaties en testfaciliteiten wordt verdergezet. Het hogere investeringsniveau is het resultaat van de groei-initiatieven in het Vision 2015 programma.

De investeringen bevatten ook EUR 24,6 miljoen immateriële vaste activa welke vooral voortkomen uit de de kapitalisatie van Onderzoeks- en ontwikkelingskosten en informatiesystemen (zie ook toelichting F13).

32.4 afname van de kasstromen uit financieringsactiviteit

De kasstroom gebruikt in financieringsactiviteiten is vooral te wijten aan de netto daling van de schuldgraad (EUR 91,5 miljoen) en de netto inkoop van eigen aandelen (EUR 88,2 miljoen), de kapitaalvermindering minderheden (EUR 6,1 miljoen), de betaling van dividenden (EUR 99,2 miljoen) en de betaling van intresten (EUR 15,5 miljoen)

(EUR duizend)
2010 2011
Verwerving van materiële vaste activa 141.478 188.018
Verwerving van immateriële vaste activa 30.554 24.556
investeringen 172.032 212.574

F33 Rechten en verplichtingen

(EUR duizend)
2010 2011
Door derden gestelde zekerheden voor rekening van de Groep 42.341 71.984
Door de Groep gestelde zekerheden voor rekening van derden 3.313 6.388
Ontvangen zekerheden 105.879 104.442
Door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de Groep 585.954 470.002
Verplichtingen tot aankoop en verkoop van vaste activa 1.144 1.037
Commerciële engagementen voor aangekochte basismaterialen (te ontvangen) 113.448 141.834
Commerciële engagementen voor verkochte basismaterialen (te leveren) 211.397 510.692
Goederen en waarden van derden gehouden door de Groep 1.981.574 2.147.323
Diverse rechten en verbintenissen 4.140 2.734
3.049.190 3.456.436

33.1 door derden gestelde zekerheden voor rekening van de groep

zijn gewaarborgde en niet-gewaarborgde zekerheden gegeven door derden aan de schuldeisers van de Groep ter garantie van de aflossing van de actuele en toekomstige schulden en verplichtingen van de Groep.

33.2 door de groep gestelde zekerheden voor rekening van derden

zijn zekerheden of onomkeerbare verbintenissen gegeven door de Groep ten voordele van derden ter garantie van de voldoende aflossing van schulden en bestaande of toekomstige verplichtingen door derden jegens hun schuldeisers.

Er zijn geen engagementen tot leningen aan derde partijen.

33.3 ontvangen zekerheden

dit zijn ontvangen panden en zekerheden die het toereikend voldoen van schulden en bestaande of potentiële engagementen van derden tegenover de onderneming en haar dochterondernemingen garanderen, met uitzondering van kasgaranties en obligaties.

De ontvangen zekerheden hebben betrekking tot crediteuren zekerheden gedekt door financiële instellingen. Deze zekerheden zijn opgemaakt voor het indekken van de goede uitwerking van werken door de crediteuren. Sommige delen van de ontvangen zekerheden hebben ook betrekking tot klanten zekerheden voornamelijk ontvangen van de moederschappij in naam van één van de filialen. Een klein deel ervan van dit bedrag heeft betrekking op huurgaranties.

Deze garanties zijn opgenomen aan normale marktvoorwaarden en de reële waarde van deze items zijn gelijkwaardig aan de netto boekwaarde. Geen enkele van deze zekerheden zijn in onderpand gegeven.

33.4 door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de groep

vertegenwoordigen goederen en waarden opgenomen in de balans van de Groep voor dewelke de onderneming en haar dochterondernemingen de risico's dragen en de opbrengst behouden, maar deze goederen en waarden bevinden zich niet in de panden van de onderneming en haar dochterondernemingen. Het betreft vooral geleasde voorraden aan derden, consignatievoorraden of over voorraden onder maakloonovereenkomsten bij derden.

33.5 commerciële engagementen

dit zijn engagementen gemaakt om metalen te leveren aan klanten of aangeleverd te krijgen van leveranciers tegen vastgestelde prijzen.

33.6 goederen en waarden van derden gehouden door de groep

zijn goederen en waarden die tijdelijk door de onderneming en haar dochterondernemingen bijgehouden worden, maar die de onderneming niet bezit. Het betreft voornamelijk geleasde voorraden, consignatievoorraden of voorraden onder maakloonovereenkomsten met derden.

De groep least metaal (meer specifiek goud en zilver) van en aan banken of andere derde partijen voor specifieke, meestal korte periodes. De groep betaalt of ontvangt hiervoor lease vergoedingen. Op 31 december 2011 was het nettosaldo van deze leaseschuld EUR 772 miljoen tegenover EUR 507 miljoen op het einde van 2010. De toename is vooral veroorzaakt door hogere volumes, die het resultaat zijn van een hogere bedrijfsactiviteit.

F34 Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

De Groep heeft bepaalde hangende dossiers die volgens de IFRS-normen beschouwd kunnen worden als voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.

34.1 milieuproblematiek

In toelichting F28 over voorzieningen voor leefmilieu wordt dit onderwerp in zijn geheel behandeld met inbegrip van de voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.

34.2 Ex-werknemers van gécamines

Meerdere vroegere werknemers van Gécamines, het Congolese staatsbedrijf dat in 1967 de activa van Union Minière overnam na de onteigening ervan, hebben na hun ontslag door dit bedrijf, vorderingen ingediend tegen Umicore voor de betaling van door Gécamines verschuldigde bedragen. Société Générale des Minerais, waarvan de rechten en verplichtingen, na diverse reorganisaties door Umicore zijn overgenomen, had inderdaad van 1967 tot 1974 aanvaard om bepaalde werknemers van Gécamines bepaalde delen van hun salaris te betalen ingeval Gécamines in gebreke zou blijven. In 1974 had Gécamines erin toegestemd om Umicore hiervoor te vrijwaren. Hoewel de geldigheid van deze garantie betwist kan worden, gelooft Umicore dat deze zaak van elke grond ontbloot is.

Ook al verwacht Umicore in sommige gevallen gedwongen te worden om bepaalde bedragen te betalen aan vroegere werknemers, toch gelooft ze dat, globaal genomen en op basis van de huidige heersende jurisprudentie, de uitslag van de vorderingen geen belangrijke financiële weerslag op de Groep zal hebben. Het is echter onmogelijk om enige voorspelling te doen over de definitieve regeling van deze rechtszaak.

34.3 overige

In aanvulling op het voorgaande zijn tegen de Groep een aantal dagvaardingen ingediend die samenhangen met het normale verloop van haar activiteiten. De directie gelooft niet dat dergelijke dagvaardingen globaal genomen van aard zijn om een wezenlijke ongunstige invloed te hebben op de financiële positie van Umicore.

F35 Verbonden partijen

(EUR duizend)
2010 2011
transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Bedrijfsopbrengsten 52.090 59.265
Bedrijfskosten -40.660 -43.863
Financiële opbrengsten 12 10
Financiële kosten -60 -81
Ontvangen dividenden -12.280 -11.703
2010 2011
openstaande posten met joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar 18.694 12.217
Handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar 7.219 5.305
(EUR)
2010 2011
Raad van BEstUUR
Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen 452.000 535.064
Vast gedeelte 200.000 220.000
Variabel gedeelte (op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen) 252.000 217.000
Waarden van de toegekende aandelen 98.064

In 2008 heeft de Raad van Bestuur een vierjarige consultancy overeenkomst met Booischot nv,, een door Thomas Leysen gecontroleerde vennootschap, goedgekeurd.

De overeenkomst met een looptijd van vier jaar trad in werking op 1 januari 2009 en behelst een jaarlijkse vergoeding van EUR 300.000. Op vraag van Thomas Leysen en in overeenstemming met de Raad van Bestuur werd deze overeenkomst op 31 augustus 2011 stopgezet.

Geen enkel variabel vergoedingselement (uitgezonderd de aanwezigheidsvergoeding) is voorzien in het bestuurdersstatuut. Geen enkele lening of waarborg werd door de onderneming aan de leden van de Raad van Bestuur toegekend.

(EUR)
2010 2011
diREctiEcomité
vergoedingen en andere voordelen 7.647.949 8.901.226
Korte-termijn personeelsvoordelen 3.382.042 3.542.226
Personeelsvoordelen na uitdiensttreding 1.637.712 790.398
Andere lange-termijn voordelen 931.950 1.170.913
Aandelengebaseerde waarden 1.696.245 3.397.689

De gegevens hierboven bieden een boekhoudkundig zicht op de vergoeding van de Raad van Bestuur en het Directiecomité en verschillen enigszins van de informatie vervat in het Remuneratieverslag onder het Corporate Governance hoofdstuk.

In de hierboven weergegeven tabellen worden de werkgeversbijdragen op het vlak van de sociale zekerheid, indien toepasselijk, weergegeven en opgenomen onder de korte-termijn personeelsvoordelen. Deze zijn niet vermeld in het Remuneratieverslag.

In verband met de aandelengebaseerde incentives vertegenwoordigen de cijfers met betrekking tot de toekenning van aandelen, zoals opgenomen in de aandelengebaseerde waarden, de waarde van de aandelen toegekend in 2011 voor diensten gepresteerd in 2010. Het Remuneratieverslag vermeldt de waarde van de aandelen toegekend in 2012 voor diensten gepresteerd in het besproken jaar, d.w.z. 2011.

De cijfers met betrekking tot het niet-uitgestelde deel van de 2011 cash bonus, gerelateerd aan de individuele prestaties van 2011, en de cijfers met betrekking op de uitgestelde deel van de cash bonus, gerelateerd aan de eerste schijf die afhangt van de ROCE van 2010 en 2011 zoals opgenomen in de korte-termijn personeelsvoordelen, vertegenwoordigen het niveau van de voorzieningen op de balansdatum. Het Remuneratieverslag vermeldt de werkelijk betaalde bedragen.

De voorzieningen geboekt voor het uitgestelde deel van de 2011 cash bonus en voor de aanpassingen in verband met het uitgestelde deel van de cash bonus van 2010, waarvan de tweede schijf afhangt van de ROCE van de jaren 2010, 2011 en 2012, zijn opgenomen in de andere lange-termijn voordelen. De in 2013 en 2014 te betalen bedragen zullen afhankelijk zijn van prestaties gemeten over een langere termijn en de juiste bedragen zullen opgenomen worden in het Remuneratieverslag van de betrokken jaren.

F36 Gebeurtenissen na balansdatum

Umicore kondigde na de Raad van Bestuur van 8 februari 2012 aan dat ze aan de algemene vergadering van aandeelhouders de uitkering van een brutodividend van EUR 1 per aandeel zal voorstellen, wat overeenkomt met de totale uitbetaling van dividenden ten bedrage van EUR 111 797 431. Hiervan werd reeds EUR 0,40 per aandeel uitbetaald als interim dividend in september 2011.

F37 Winst per aandeel

(EUR)
2010 2011
Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 2,20 2,87
Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 2,19 2,85

De hiernavolgende resultaten worden als teller gebruikt voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:

(EUR duizend)
2010 2011
Geconsolideerd nettoresultaat
- aandeel van de Groep
248.727 324.950

De hiernavolgende aandelenaantallen worden gebruikt als noemer voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:

Voor winst per aandeel - basisberekening:

2010 2011
Aantal uitstaande aandelen per 1 januari 120.000.000 120.000.000
Aantal uitstaande aandelen per 31 december 120.000.000 120.000.000
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen 113.001.404 113.304.188

In 2011 zijn geen nieuwe aandelen uitgegeven als gevolg van de uitoefening van aandelenoptieplannen met daaraan verbonden inschrijvingsrechten. Tijdens het jaar heeft Umicore 297 448 eigen aandelen gebruikt voor de uitoefening van aandelenopties en 22 200 voor de toegekende aandelen. Op 31 december 2011 was Umicore eigenaar van 9 243 938 eigen aandelen, of 7,70 % van het totale aantal uitgegeven aandelen op deze datum.

Het totaal aantal uitstaande aandelen is exclusief de eigen aandelen, die aangehouden worden voor bestaande aandelenoptieplannen of beschikbaar zijn voor verkoop.

Voor winst per aandeel – na verwateringseffect:

2010 2011
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen 113.001.404 113.304.188
Potentiële verwatering door de aandelenoptieplannen 723.487 904.087
Aangepast gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen 113.724.891 114.208.275

De noemer voor de berekening van de winst na verwateringseffect houdt rekening met een correctie voor aandelenopties.

F38 IFRS ontwikkelingen

De nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties hieronder opgelijst omvatten de goedkeuringen door de EU tot en met 31 December 2011.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2012:

* Wijzigingen aan de standaard IFRS 7 'Financiële instrumenten: informatieverschaffing' die een verbetering van de informatieverschaffing over getransfereerde financiële activa vereisen. De wijzigingen zijn toepasbaar op boekjaren die beginnen op of na 1 juli 2011.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2012 maar zijn nog niet goedgekeurd door de EU:

  • * Wijzigingen aan de standaard IFRS 1 'Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards' betreffende ernstige hyperinflatie en de intrekking van de vaste toepassingsdatum voor de eerste toepassers. De wijzigingen zijn toepasbaar op boekjaren die beginnen op of na 1 juli 2011.
  • * Wijzigingen aan de standaard IAS 12 'Winstbelastingen', ingangsdatum 1 januari 2012. De wijzigingen voorzien een praktische aanpak voor de waardering van uitgestelde belastingsvorderingen en verplichtingen voor vastgoedbeleggingen die worden verwerkt volgens het reële-waardemodel.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2012 en zijn nog niet goedgekeurd door de EU:

  • * IFRS 9 'Financiële instrumenten', ingangsdatum 1 januari 2015. De standaard behandelt de classificatie, waardering en het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen.
  • * IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening', ingangsdatum 1 januari 2013. De nieuwe standaard bouwt voort op de bestaande principes door het concept van zeggenschap te identificeren als bepalende factor om een entiteit op te nemen in de geconsolideerde jaarrekening.
  • * IFRS 11 'Gezamenlijke overeenkomsten'', ingangsdatum 1 januari 2013. De nieuwe standaard is eerder gericht op de rechten en verplichtingen dan op de juridische vorm. De proportionele consolidatiemethode is niet langer toegestaan.
  • * IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten', ingangsdatum 1 januari 2013. Deze nieuwe standaard omvat vereisten voor de toelichting van alle vormen van belangen in andere entiteiten.
  • * IFRS 13 'Waardering tegen reële waarde', ingangsdatum 1 januari 2013. De nieuwe standaard licht toe hoe de reële waarde dient gemeten te worden voor financiële verslaggeving.
  • * IAS 19 Herzien 'Personeelsbeloningen', ingangsdatum 1 januari 2013. De herziene standaard resulteert in significante wijzigingen aan de opname en waardering van de pensioenkost van toegezegde pensioenrechten en ontslagvergoedingen, en aan de informatieverschaffing voor alle personeelsbeloningen.
  • * IAS 27 Herzien 'Enkelvoudige jaarrekening', ingangsdatum 1 januari 2013. De herziene standaard omvat de resterende bepalingen met betrekking tot enkelvoudige jaarrekeningen na de opname van de bepalingen betreffende zeggenschap in de nieuwe standaard IFRS 10.
  • * IAS 28 Herzien 'Investeringen in geassocieerde deelnemingen en belangen in joint ventures', ingangsdatum 1 januari 2013. De herziene standaard vereist ten gevolge van de publicatie van IFRS 11, dat de joint ventures, zowel als de geassocieerde deelnemingen, verwerkt worden volgens de vermogensmutatiemethode.
  • * Wijzigingen aan de standaard IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening', ingangsdatum 1 juli 2012. De wijzigingen hebben betrekking op de toelichting van posten gepresenteerd in de niet-gerealiseerde resultaten in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
  • * Wijzigingen aan de standard IAS 32 'Saldering van financiële activa en verplichtingen', ingangsdatum 1 januari 2014. De wijzigingen verduidelijken de vereisten voor saldering van financiële activa en verplichtingen in de balans.
  • * Wijzigingen aan de standaard IFRS 7 'Toelichtingen Saldering van financiële activa en verplichtingen', ingangsdatum 1 januari 2013. De wijziging resulteert uit de samenwerking met de FASB en leidt tot een verbetering van de huidige informatieverschaffing over saldering. De nieuwe toelichtingen vereenvoudingen de vergelijkbaarheid tussen IFRS jaarrekeningen en US GAAP jaarrekeningen.
  • * IFRIC 20 'Afschrapingskosten in de mijnsector', ingangsdatum 1 januari 2013. IFRIC 20 behandelt de boekhoudkundige verwerking van afschrapingskosten in de productiefase van een mijn. De interpretatie kan voor entiteiten actief in de mijnsector de afwaardering vereisen van de bestaande activa via de openingsbalans van de ingehouden winsten indien het bestaande actief niet kan toegewezen worden aan een identificeerbare component van een ertslichaam.

F39 Audit vergoeding

De globale auditvergoeding voor de statutaire auditor en zijn filialen bedroeg EUR 2,6 miljoen, inclusief een bedrag van EUR 2,1 miljoen voor de statutaire auditmissies (EUR 0,5 miljoen voor de audit van de moedermaatschappij) en EUR 0,5 miljoen voor de niet-statutaire audit diensten. Deze omvatten audit gerelateerde en andere certifiëringsdiensten (EUR 0,2 miljoen), tax gerelateerde diensten (EUR 0,2 miljoen) en andere niet-audit gerelateerde diensten (EUR 0,1 miljoen).

Beknopte jaarrekening van de moederonderneming

De jaarrekening van Umicore wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld.

Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van Umicore evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden.

Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij:

UMICORE Broekstraat 31 B-1000 Brussel (België)

In zijn verslag heeft de commissaris geen voorbehoud gemaakt betreffende de jaarrekening van Umicore.

De wettelijke reserve van EUR 50 000 duizend die inbegrepen is in de overgedragen winst is niet beschikbaar voor uitkering.

(EUR duizend)
31/12/2009 31/12/2010 31/12/2011
BEknoptE Balans pER 31 dEcEmBER
1. activa
vaste activa 3.456.279 3.730.163 3.730.403
I. Oprichtingskosten
II. Immateriele vaste activa 41.970 57.818 72.409
III. Materiele vaste activa 291.154 298.155 302.174
IV. Financiele vaste activa 3.123.155 3.374.190 3.355.820
vlottende activa 837.254 1.092.649 1.342.747
V. Vorderingen op meer dan een jaar 848 838 798
VI. Voorraden en bestellingen in Uitvoering 298.047 407.073 566.508
VII. Vorderingen op ten hoogste een jaar 358.270 506.455 508.993
VIII. Geldbeleggingen 173.097 158.852 259.349
IX. Liquide middelen 2.133 4.058 546
X. Overlopende rekeningen 4.859 15.373 6.553
totaal activa 4.293.533 4.822.812 5.073.150
2. passiva
Eigen vermogen 1.153.019 1.368.935 1.415.121
I. Kapitaal 500.000 500.000 500.000
II. Uitgiftepremies 6.610 6.610 6.610
III. Herwaarderingsmeerwaarden 98 91 91
IV. Reserves 373.189 358.973 446.295
V. Overgedragen resultaat 68.824 193.782 298.383
Vbis. Resultaat van de periode 201.577 303.720 156.153
VI. Kapitaalsubsidies 2.721 5.759 7.589
voorzieningen en uitgestelde belastingen
VII.A. Voorzieningen voor risico's en kosten 95.127 90.526 86.205
schulden 3.045.386 3.363.352 3.571.824
VIII. Schulden op meer dan een jaar 868.074 1.888.000 1.528.750
IX. Schulden op ten hoogste een jaar 2.126.766 1.410.378 1.963.445
X. Overlopende rekeningen 50.545 64.974 79.629
totaal passiva 4.293.533 4.822.812 5.073.150
REsUltatEnREkEning
I. Bedrijfsopbrengsten 2.019.945 2.628.689 4.579.923
II. Bedrijfskosten -1.973.314 -2.503.054 -4.421.003
III. Bedrijfsresultaat 46.631 125.635 158.920
IV. Financiele opbrengsten 129.308 28.116 115.398
V. Financiele kosten -18.002 -67.675 -102.423
VI. Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 157.937 86.076 171.896
VII. Uitzonderlijke opbrengsten 40.535 219.320 3.212
VIII. Uitzonderlijke kosten -3.957 -1.748 -20.150
IX. Resultaat van het boekjaar voor belasting 194.516 303.649 154.958
X. Belastingen op het resultaat 7.061 72 1.195
XI. Resultaat van het boekjaar 201.577 303.720 156.153
XII. Onttrekking/overboeking naar belastingvrije reserves
XIII. te bestemmen resultaat v/h Boekjaar 201.577 303.720 156.153
(EUR duizend)
2009 2010 2011
REsUltaatvERwERking
a. Resultaatverwerking 407.630 574.122 653.656
1.
Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar
201.577 303.720 156.153
2.
Overgedragen winst/verlies (-)
206.053 270.401 497.503
c. toevoeging aan het eigen vermogen -63.889 14.217 -87.322
2.
Aan de wettelijke reserve
0 0 0
3.
Aan de reserve voor eigen aandelen
-63.889 14.217 -87.322
4.
Aan het kapitaal
0 0 0
d. over te dragen resultaat (1) 270.401 497.503 454.537
2.
Over te dragen winst/verlies (-)
270.401 497.503 454.537
f. Uit te keren winst (1) -73.341 -90.836 -111.797
1.
Vergoeding van het kapitaal
- gewone aandelen -73.341 -90.836 -111.797
(1) Het totaal bedrag van deze twee rubrieken zal worden aangepast om rekening te houden met het aantal eigen aandelen aangehouden door Umicore op de datum van de algemene

vergadering van aandeelhouders van 24 april 2012. Het brutodividend van EUR 1,00 per aandeel blijft ongewijzigd.

(EUR
duizend)
Aantal
aandelen
staat van hEt kapitaal
a. maatschappelijk kapitaal
Geplaatst
1.
kapitaal
Per einde van het vorig boekjaar 500.000 120.000.000
Per einde van het boekjaar 500.000 120.000.000
2. Samenstelling van het kapitaal
2.1. Soorten aandelen
Gewone aandelen 500.000 120.000.000
2.2. Aandelen op naam of aan toonder
Op naam 7.501.900
Aan toonder 112.498.100
E. toegelaten maar niet geplaatst kapitaal (1) 50.000
Aantal
g. aandeelhouderstructuur (2) % kapitaal aandelen Bekendmaking
Fidelity International Ltd 6,75 8.103.633 13/05/2010
BlackRock Investment Management 8,33 9.996.285 01/12/2009
Fidelity Management and Research 3,15 3.778.809 15/09/2011
Ameriprise Financial Inc 3,04 3.650.564 24/08/2011
Overige aandeelhouders 71,02 85.227.523 31/12/2011
Eigen aandelen in het bezit van Umicore 7,70 9.243.186 31/12/2011
100,00 120.000.000
waarvan free float 100,00 120.000.000

(1) De uitzonderlijke algemene vergadering van 21 november 2007 heeft de raad van bestuur toegelaten het kapitaal te verhogen met EUR 46.000.000

(2) Op 31 december 2011 zijn er nog 3.593.375 opties op aandelen uitstaande. In deze opties zijn er 3.593.375 met recht tot aankoop op bestaande aandelen weerhouden door Umicore.

Economische kerncijfers

(EUR miljoen)
2007 2008 2009 2010 2011
Omzet 8.309,9 9.124,0 6.937,4 9.691,1 14.480,9
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 1.910,0 2.100,3 1.723,2 1.999,7 2.289,8
Recurrente EBITDA 471,3 467,3 262,7 468,7 553,0
Recurrente EBIT 359,1 354,6 146,4 342,5 416,1
waarvan geassocieerde ondernemingen 26,8 32,0 -6,1 30,1 22,9
Niet-recurrente EBIT -28,6 -101,9 -11,4 -9,1 1,0
IAS 39 effect op EBIT 4,0 -3,6 6,2 -9,4 15,6
Totale EBIT 334,4 249,1 141,2 324,0 432,7
Recurrente EBIT marge (in %) 17,4 15,4 8,9 15,6 17,2
Rendement op anngewend kapitaal (ROCE) (in %) 19,6 17,8 8,1 17,5 18,6
Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep 225,7 222,1 81,9 263,4 304,6
Resultaat van afgesplitste activiteiten, aandeel van de Groep 425,8 -2,4 -4,2 0,0 0,0
Nettoresultaat, aandeel can de Groep, inclusief afgesplitste activiteiten 653,1 121,7 73,8 248,7 325,0
Onderzoek- and ontwikkelingskosten 124,5 165,0 135,7 139,3 156,8
Investeringen 152,9 216,0 190,5 172,0 212,6
Netto toename/afname van de kasstromen voor financieringsoperaties 778,6 195,3 258,4 -68,2 308,6
Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, einde periode 3.220,8 3.024,9 2.826,7 3.511,6 3.713,2
Eigen vermogen van de Groep, einde periode 1.491,2 1.290,7 1.314,2 1.517,0 1.667,5
Geconsolideerde netto financiële schuld uit bedrijfsactiviteiten, einde
periode 177,9 333,4 176,5 360,4 266,6
Schuldration uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (in %) 10,4 20,0 11,4 18,6 13,4
Aangewend kapitaal, einde periode 1.888,2 1.902,5 1.781,1 2.181,8 2.168,8
Aangewend kapitaal, gemiddelde 1.827,9 1.997,2 1.797,7 1.961,6 2.233,0

aantaal aandElEn

2007 2008 2009 2010 2011
Totaal aantal uitgegeven aandelen, einde periode 130.986.625 120.000.000 120.000.000 120.000.000 120.000.000
waarvan aandelen in eigen bezit 10.911.770 7.757.722 7.506.197 6.476.647 9.243.938
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen, basisrekening 125.233.789 115.263.300 112.350.457 113.001.404 113.304.188
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen, na verwateringseffect 126.850.152 116.259.507 112.884.977 113.724.891 114.208.275

gEgEvEns pER aandEEl (EUR / aandeel)

2007 2008 2009 2010 2011
Recurrente winst per aandeel 1,80 1,93 0,73 2,33 2,69
Winst per aandeel zonder afgesplitste activiteiten
basisberekening 1,81 1,08 0,69 2,20 2,87
na verwateringseffect 1,79 1,07 0,69 2,19 2,85
Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten
basisberekening 5,21 1,06 0,66 2,20 2,87
na verwateringseffect 5,15 1,05 0,65 2,19 2,85
Bruto-dividend 0,65 0,65 0,65 0,80 1,00
Netto toename/afname van de kasstromen voor financieringsoperaties,
basisberekening 6,22 1,69 2,30 -0,60 2,72
Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, einde periode 26,82 26,95 25,13 30,93 33,53
Eigen vermogen van de Groep, einde periode 12,40 11,50 11,68 13,36 15,06

INKOMSTEN (METAAL NIET INBEGREPEN)

Niet-recurrente resultaten en IAS 39 impact opgenomen in het resultaat

(EUR duizend)
2010 2011
Niet IAS Niet IAS
Totaal Recurrent recurrent 39-impact Totaal Recurrent recurrent 39-impact
Omzet 9.691.109 9.689.798 1.311 0 14.480.939 14.480.939 0 0
Andere bedrijfsopbrengsten 55.107 55.013 2.745 -2.651 56.902 52.107 4.256 539
Bedrijfsopbrengsten 9.746.216 9.744.811 4.056 -2.651 14.537.841 14.533.046 4.256 539
Handelsgoederen, grond- en
hulpstoffen -8.338.353 -8.336.497 -1.045 -811 -12.902.624 -12.933.016 0 30.392
Bezoldigingen en personeels
voordelen -636.847 -637.491 644 0 -672.049 -670.522 -1.527 0
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen -125.696 -121.421 -3.705 -570 -165.264 -143.410 -15.287 -6.567
Andere bedrijfskosten -343.314 -337.325 -3.915 -2.074 -402.863 -393.877 -2.733 -6.253
Bedrijfskosten -9.444.210 -9.432.734 -8.021 -3.455 -14.142.799 -14.140.824 -19.548 17.572
Opbrengsten van andere finan
ciële activa 977 327 650 0 10.178 904 9.274 0
Bedrijfsresultaat 302.983 312.404 -3.315 -6.106 405.220 393.127 -6.018 18.112
Netto bijdrage van de onderne
mingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
21.022 30.133 -5.834 -3.277 27.436 22.939 7.040 -2.542
EBIT 324.005 342.537 -9.149 -9.383 432.656 416.065 1.022 15.570
Financiële kost -16.675 -18.390 0 1.714 -22.437 -29.839 0 7.401
Belastingen op het resultaat -54.211 -56.106 1.302 593 -76.006 -72.386 3.997 -7.617
Netto resultaat 253.119 268.042 -7.847 -7.076 334.212 313.841 5.019 15.354
waarvan minderheidsbelangen 4.392 4.593 -182 -20 9.262 9.275 -95 83
waarvan aandeel van de Groep 248.727 263.449 -7.666 -7.056 324.950 304.565 5.114 15.271
Aantal aandelen (basisbereke
ning)
113.001.404 113.001.404 113.304.188 113.304.188
inst per aandeel (basisbe
rekening) 2,20 2,33 2,87 2,69

Het totaal van de niet recurrente EBIT beliep EUR 1 miljoen. Het verlies als gevolg van de herwaardering van de permanente metaalvoorraden was EUR 9,3 miljoen. Deze herwaarderingen hebbe geen kasstromen veroorzaakt. De herstruktureringskosten en voorzieningen bedroegen EUR 7,5 miljoen. De verkoop van inschrijvingsrechten verbonden aan de aandelen van Nyrstar in het bezit van Umicore en bewegingen in de pensioen provisies hadden een positief effect van respectievelijk EUR 10,1 miljoen en EUR 8,2 miljoen.

De IAS 39 boekhoudregels veroorzaakten een positief impact op EBIT van EUR 15,6 miljoen. Dit bedrag heeft te maken met tijdsverschillen in het boeken van opbrengsten, zoals opgelegd door IFRS, die vooral op de transactionele en structurele indekking van deviezen en metalen betrekking hebben. Alle IAS 39 effecten hebben inherent geen impact op kasstromen.

Aansluiting tussen IFRS en Niet-IFRS gerelateerde performantie indicatoren

(EUR duizend)
2010 Toelichting Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate
& Niet
toegewezen
Eliminaties Totaal
Recurrente bedrijfsre
sultaat
F7 72.931 38.214 52.051 195.469 -46.261 0 312.404
Recurrente resultaat
van ondernemingen
opgenomen volgens
de vermogensmuta
tiemethode F7 4.779 5.718 23.159 0 -3.523 0 30.133
Recurrente EBit 77.710 43.932 75.210 195.469 -49.784 0 342.537
Niet-recurrente be
drijfsresultaat
F7 -1.449 -539 2.265 -6.825 3.233 0 -3.315
Niet-recurrente re
sultaat van onderne
mingen opgenomen
volgens de vermo
gensmutatiemethode F7 0 0 -137 0 -5.697 0 -5.834
niet-recurrente EBit -1.449 -539 2.128 -6.825 -2.464 0 -9.149
IAS 39 effect op
bedrijfsresultaat
F7 -2.898 -317 3.546 -6.437 0 0 -6.106
IAS 39 effect op re
sultaat van onderne
mingen opgenomen
volgens de vermo
gensmutatiemethode
F7 -1.011 0 -2.266 0 0 0 -3.277
ias 39 effect op EBit -3.909 -317 1.280 -6.437 0 0 -9.383
Bedrijfsresultaat F7 68.584 37.358 57.862 182.207 -43.028 0 302.983
Resultaat van
ondernemingen
opgenomen volgens
de vermogensmuta
tiemethode F7 3.768 5.718 20.756 0 -9.220 0 21.022
EBit 72.352 43.076 78.618 182.207 -52.248 0 324.005
Afschrijvingen F7 26.938 23.518 26.044 41.202 8.465 0 126.167
Recurrente EBitda 104.648 67.450 101.254 236.671 -41.319 0 468.704
EBitda 99.290 66.594 104.662 223.409 -43.783 0 450.172

110

(EUR duizend)

Corporate
2011 Toelichting Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling & Niet
toegewezen
Eliminaties Totaal
Recurrente bedrijfs
resultaat F7 83.709 34.716 53.587 267.170 -46.055 0 393.127
Recurrente resultaat
van ondernemingen
opgenomen volgens
de vermogensmuta
tiemethode
F7 5.743 6.331 13.367 0 -2.502 0 22.939
Recurrente EBit 89.452 41.047 66.954 267.170 -48.557 0 416.066
Niet-recurrente
bedrijfsresultaat F7 -1.206 -6.377 -10.616 1.286 10.895 0 -6.018
Niet-recurrente
resultaat van
ondernemingen
opgenomen volgens
de vermogensmuta
tiemethode F7 -46 0 7.086 0 0 0 7.040
niet-recurrente
EBit -1.252 -6.377 -3.530 1.286 10.895 0 1.022
IAS 39 effect op
bedrijfsresultaat F7 7.412 -515 5.405 5.810 0 0 18.112
IAS 39 effect op
resultaat van
ondernemingen
opgenomen volgens
de vermogensmuta
tiemethode F7 1.154 0 -3.696 0 0 0 -2.542
ias 39 effect op
EBit 8.566 -515 1.709 5.810 0 0 15.570
Bedrijfsresultaat F7 89.915 27.824 48.376 274.266 -35.160 0 405.220
Resultaat van
ondernemingen
opgenomen volgens
de vermogensmuta
tiemethode F7 6.851 6.331 16.757 0 -2.502 0 27.436
EBit 96.766 34.155 65.133 274.266 -37.662 0 432.656
Afschrijvingen F7 29.958 26.617 26.842 43.538 10.096 0 137.051
Recurrente EBitda 119.410 67.664 93.796 310.708 -38.461 0 553.117
EBitda 126.724 60.772 91.975 317.804 -27.566 0 569.709
(EUR duizend)
Toelichting 30/12/2010 30/06/2011 31/12/2011
Immateriële vaste activa F13, F14 169.497 178.512 183.303
Materiële vaste activa F15 804.510 813.921 864.336
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F16 197.758 193.126 218.923
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - op meer dan één jaar F17 76.152 70.878 47.730
Voorraden F18 1.183.034 1.275.276 1.305.010
Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar (zonder personeelsvoordelen) F19 14.043 14.268 14.258
Bijgestelde handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar 801.074 895.941 843.455
Handels- en overige schulden op meer dan één jaar F24 6.333 6.051 15.084
Bijgestelde handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar ( 949.066 1.050.271 1.127.830
Terug te vorderen belastingen 20.363 16.546 17.067
Omrekeningsverschillen F22 -36.693 -75.632 -34.121
Voorzieningen op meer dan een jaar F28, F29 116.110 119.725 113.434
Voorzieningen op then hoogste een jaar F28,F29 50.246 38.303 47.099
Te betalen belastingen 21.664 40.253 57.742
aangewend kapitaal 2.159.705 2.279.497 2.167.018
IAS 39 en eliminaties -22.084 -11.137 -1.805
aangewend kapitaal zoals gepubliceerd 2.181.789 2.290.634 2.168.823

De kortlopende vorderingen en schulden die opgenomen werden in de "aangewende kapitalen" houden geen rekening met margin calls en de winsten en verliezen geboekt ingevolge de waardering aan marktwaarde van strategische hedging instrumenten.

(EUR duizend)
Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate
& Niet
toegewezen
Totaal
Aangewend kapitaal 31/12/2010 640.291 390.119 612.518 421.017 117.843 2.181.788
Aangewend kapitaal 30/06/2011 733.164 436.614 615.471 394.851 110.535 2.290.635
Aangewend kapitaal 31/12/2011 768.242 457.434 571.967 321.426 49.754 2.168.823
Gemiddeld aangewend kapitaal, eerste semester 686.728 413.367 613.995 407.934 114.189 2.236.212
Gemiddeld aangewend kapitaal, tweede semes
ter 750.703 447.024 593.719 358.139 80.145 2.229.729
Gemiddeld aangewend kapitaal, jaar 718.715 430.195 603.857 383.036 97.167 2.232.970
Recurrente EBIT 89.452 41.047 66.954 267.170 -48.557 416.066
ROCE 12,45% 9,54% 11,09% 69,75% -49,97% 18,63%

112

(EUR duizend)

Toelichting Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate
& Niet
toegewezen
Totaal
O&O opgenomen in "andere
bedrijfskosten"
F8 61.220 11.795 9.585 9.608 17.234 109.442
O&O opgenomen in resultaat
van ondernemingen opgeno
men volgens de vermogens
mutatiemethode
5.452 6.388 2.779 14.619
O&O gekapitaliseerd in imma
teriële vase activa
F13 13.244 1.274 732 15.250
totaal o&o 79.916 13.069 15.973 10.340 20.013 139.311

(EUR duizend)

Toelichting Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate
& Niet
toegewezen
Totaal
O&O opgenomen in "andere
bedrijfskosten"
F8 68.767 13.695 9.944 14.672 17.606 124.683
O&O opgenomen in resultaat
van ondernemingen opgeno
men volgens de vermogens
mutatiemethode
5.838 7.440 2.383 15.661
O&O gekapitaliseerd in imma
teriële vase activa
F13 12.562 3.207 700 16.469
totaal o&o 87.167 16.902 17.384 15.372 19.989 156.813

ONDERZOEK- AND ONTWIKKELINGSKOSTEN PER BUSINESS GROUP

De kosten voor onderzoek en ontwikkeling beliepen EUR 156,8 miljoen, een toename van 13% sinds 2010, als gevolg van de versterking van de onderzoeksinspanningen, in het bijzonder in het segment Energy Materials. De gekapitaliseerde ontwikkelingskosten beliepen EUR 16,5 miljoen. De resultaten voor 2010 werden retroactief aangepast aan de definities gehanteerd in de internationaal erkende Frascati Manual. Dit had vooral een effect op de O&O cijfers van Recycling.

Verklaring over verantwoordelijkheid van het management

Hierbij verklaren wij - voorzover ons bekend – dat de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2011 opgesteld overeenstemming International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie, en de in België van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving geeft van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

22 maart 2012,

.

Marc Grynberg Gedelegeerd bestuurder

Milieuverklaringen Inhoudsopgave

Kerncijfers milieu 116

Toelichtingen bij de kerncijfers milieu 116
E1 Reikwijdte van de milieuverklaringen 116
E2 Emissies naar water en lucht 116
E3 Broeikasgassen 118
E4 Energie 120
E5 Waterverbruik 120
E6 Producten en materialen 121
E7 Afval 122
E8 Historische vervuiling 122
E9 Naleving van de regelgeving en beheerssysteem 123
E10 Biodiversiteit 124

Kerncijfers milieu

eenheid toelichting 2007 2008 2009 2010 2011
Metaaluitstoot naar water (vracht) kg E2 4.858 6.789 5.915 6.495 5.782
Metaaluitstoot naar water (impact eenheid) E2 299.664 301.271 442.575 389.676 306.627
Chemisch zuurstofverbruik kg E2 268.534 323.653 235.266 258.309 252.681
Metaaluitstoot naar lucht (vracht) kg E2 14.532 16.152 10.579 11.453 12.681
Metaaluitstoot naar lucht (impact eenheid) E2 367.526 243.801 213.279 181.937 128.714
SOx emissies ton E2 810 561 408 468 511
NOx emissies ton E2 534 415 369 426 412
CO2
e emissies (toepassingsgebied 1+2)
ton E3 599.362 626.568 529.628 543.807 695.733
Energieverbruik terajoule E4 7.637 7.843 7.284 7.597 7.807
Waterverbruik duizend m3 E5 4.971 5.220 4.670 4.617 4.567
Duurzaamheidsanalyse producten aantal E6 - - - - 3
Totale afvalproductie ton E7 59.058 83.142 54.300 63.993 71.426
Gevaarlijk afval ton E7 27.578 54.405 34.555 38.533 43.588
waarvan gerecycleerd % E7 14,0 13,1 6,5 7,7 10,9
Ongevaarlijk afval ton E7 31.481 28.737 19.745 25.460 27.837
waarvan gerecycleerd % E7 65,8 70,8 62,3 59,8 64,9
Metingen met limietoverschrijding aantal E9 763 801 618 878 798
Normoverschrijding % E9 1,6 1,3 1,1 1,4 1,4
ISO 14001 gecertificeerde sites % E9 66 79 86 86 92
Sites in of kortbij een gebied met hoge
biodiversiteitswaarde aantal E10 - - 8 8 11

Toelichtingen bij de kerncijfers milieu

E1 Reikwijdte van de milieuverklaringen

De kerncijfers voor het milieu omvatten de gegevens van geconsolideerde productiesites waarover Umicore operationele controle heeft. Eén site (Attleboro, VS, Performance Materials) die zijn productie opstartte, werd aan deze analyse toegevoegd. Dat brengt het totale aantal rapporterende sites voor 2011 op 67 ten opzichte van 66 in 2010. In de gegevens over het energieverbruik zijn ook de twee hoofdkantoren in Brussel (België) en Bagnolet (Frankrijk) opgenomen.

Volgens Umicore's huidige rapporteringssysteem hebben de meeste sites hun milieuprestaties gerapporteerd op het einde van het derde kwartaal samen met de prognose voor het vierde kwartaal. Hanau (Duitsland, Recycling, Catalysis & Performance Materials), Olen (België, Energy Materials & Group R&D), Hoboken (België, Recycling, Group P&T) en Changsha (China, Performance Materials) zijn de vier sites waarvan de activiteiten de grootste milieu-impact hebben in 2011 en die hun cijfers rapporteren over het volledige jaar. Uit een gevoeligheidsanalyse van de gegevens van 2011 blijkt dat de potentiële afwijking van de milieuprestaties voor metaalemissies en energieverbruik van de Group minder dan 4% zou bedragen in geval van een fout van 20% in de prognosegegevens.

Meer informatie over Umicore's milieubeheerstrategie is beschikbaar op www.umicore.com/sustainability/environment/

Vision 2015

E2 Emissies naar water en lucht

Metaaluitstoot naar water wordt gedefinieerd als het totale volume metalen dat na behandeling naar oppervlaktewater wordt afgevoerd aan het/de emissiepunt(en) van de site, uitgedrukt in kg/jaar. Als de site gebruikmaakt van een extern waterzuiveringsstation, wordt er rekening gehouden met de efficiëntie van deze zuivering voor zover gekend door de site.

Metaaluitstoot naar lucht wordt gedefinieerd als het totale volume metalen dat naar lucht wordt uitgestoten in vaste fractie door alle puntbronnen, uitgedrukt in kg/jaar. Voor kwik en arsenicum worden ook bijkomende stoom-/rookfracties meegerekend.

Voor elk metaal dat naar water en lucht wordt uitgestoten, wordt er een impactfactor toegepast om de verschillende toxiciteits- en ecotoxiciteitsniveaus van de verschillende metalen wanneer ze in het milieu terechtkomen in rekening te brengen. Hoe hoger de impactfactor, des te hoger is de toxiciteit voor het ontvangende waterlichaam (voor wateremissies) of voor de menselijke gezondheid (voor luchtemissies).

De impactfactoren voor wateremissies zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens ('predicted no effect concentrations' of PNEC's) gegenereerd voor de REACH-richtlijn. Er werd een impactfactor 1 toegekend aan de PNEC voor antimoon (113 µg/l). De impactfactoren voor emissies naar lucht zijn gebaseerd op de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (referentie: American Conference of Governmental and Industrial Hygienists, 2011). Er werd een impactfactor 1 toegekend aan de grenswaarde voor zink (oxide) van 2 mg/m³. Vervolgens werd voor alle relevante metalen een impactfactor berekend op basis van deze referentiewaardes..

De metaalimpact op lucht en water wordt uitgedrukt in 'impacteenheden/jaar'. De gegevens over de metaalemissies zijn niet genormaliseerd voor het activiteitsniveau.

De SOx - en NOx -emissies worden uitgedrukt in ton/jaar.

Metaaluitstoot naar water

De metaalemissies naar water voor de Groep daalde van 6 495 kg in 2010 tot 5 782 kg in 2011, een niveau dat vergelijkbaar is met 2009. Dit komt overeen met een vermindering van de impact van 21% ten opzichte van 2010 en ongeveer 31% ten opzichte van het referentiejaar 2009.

Ondanks een lichte stijging in 2011 zijn de metaalemissies naar water van de business group Catalysis niet significant in vergelijking met de emissies van de Groep.

De metaalemissies naar water van de business group Energy Materials bleven op het niveau van 2010, maar verminderden met ongeveer 32% ten opzichte van 2009. Dat was vooral het gevolg van de lagere emissies van kobalt, koper, nikkel en in mindere mate van zilver in de site te Olen. Aangezien de impactfactor van kobalt en zilver echter vrij hoog is, daalde de totale impact van metaaluitstoot naar water met 63% ten opzichte van het referentiejaar 2009.

De business group Performance Materials verlaagde zijn metaalemissies naar water van 2 174 kg in 2010 tot 1 683 kg in 2011, een vermindering van 23%. De vermindering ten opzichte van 2009 bedroeg 5%. De impact van de metaalemissies naar water daalde met 16% ten opzichte van 2009.

De metaalemissies naar water in de business group Recycling daalden met ongeveer 7% van 3 351 kg in 2010 tot 3 107 kg in 2011, wat overeenstemt met een vermindering van de impact van 27%. Ten opzichte van het referentiejaar 2009 steeg het impactniveau echter met 7%, van 184 097 impacteenheden in 2009 naar 197 700 impacteenheden in 2011. Dat was vooral het gevolg van de hogere emissies van selenium, thallium en cadmium naar water in de site van Hoboken, terwijl de zilveremissies afnamen.

Metaaluitstoot naar lucht

Het totale volume metaalemissies naar lucht voor de Groep steeg tot 12 681 kg ten opzichte van 11 453 kg in 2010 en 10 579 kg in 2009. Ondanks de stijging van het totale volume daalde de impact van de metaalemissies naar lucht van 213 279 impacteenheden in 2009 naar 128 714 impacteenheden in 2011, een vermindering van ongeveer 40%. Dat was vooral te danken aan de verlaagde emissies van enkele metalen met een hoge impactfactor, zoals cadmium en kobalt.

De metaalemissies van de business group Catalysis daalden van 121 kg in 2010 naar 60 kg in 2011, vooral als gevolg van de verminderde emissies van nikkel naar lucht.

In 2011 rapporteerde de business group Energy Materials een totaal volume metaalemissies naar lucht van 1 178 kg, een stijging van bijna 32% ten opzichte van 2009 en 60% ten opzichte van 2010. Deze stijging is hoofdzakelijk te wijten aan de hogere productievolumes. Ondanks deze toename, daalde de overeenkomstige metaalimpact met 43%, van 66 490 impacteenheden in het referentiejaar 2009 naar 37 720 impacteenheden in 2011. Deze aanzienlijke vermindering werd vooral bereikt dankzij de verminderde emissies van kobalt naar lucht in de site van Cheonan (Korea, Energy Materials) dankzij de ingebruikname van een nieuw type zakkenfilter.

Als gevolg van toenemende productievolumes steeg het totale volume metaalemissies naar lucht in de business group Performance Materials van 7 741 kg in 2009 tot 8 781 kg in 2010 en 9 043 kg in 2011. De business group noteerde echter een aanzienlijke daling van 57% van de impactniveaus ten opzichte van 2009 dankzij het feit dat er vrijwel geen emissies van cadmium naar lucht meer waren op de site van Glens Falls (USA, Performance Materials).

In de business group Recycling stegen de metaalemissies naar lucht van 1 813 kg in 2010 tot 2 400 kg in 2011. Deze stijging is vooral het resultaat van de hogere emissievolumes van antimoon en lood in de site te Hoboken en de hogere zinkemissies in de site te Bangkok (Thailand, Recycling). De arsenicumemissies in de site te Hoboken daalden met 57% ten opzichte van 2009. Dat is ook de belangrijkste oorzaak van de vermindering van de impact van metaalemissies naar lucht met 31% ten opzichte van het referentiejaar 2009.

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Chemisch zuurstofverbruik kg 16.355 73.734 8.353 154.240 252.681
SOx emissies ton 2 3 139 367 511
NOx emissies ton 89 92 115 117 412

De totale COD emissies (chemical oxygen demand) bedroegen 252 681 kg, een lichte vermindering in vergelijking met de 258 309 kg in 2010. De totale SOx emissies bedroegen 511 ton tegenover 468 ton in 2010. De NOx emissies daalden van 426 ton in 2010 tot 412 ton in 2011.

Er werd beslist om specifieke acties te ondernemen om onze koolstofemissies te verminderen en onze energie-efficiëntie verder te verhogen. Om deze beslissing te omkaderen, hebben we in 2011 een 'energie-efficiëntie en koolstofemissie' beleid opgesteld . De belangrijkste pijler van dit beleid is het groepsobjectief om onze CO2 equivalente emissies tegen 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2006 op basis van dezelfde activiteiten als in 2006.

Gegevens voor de Groep - in de context van het groepsobjectief voor de vermindering van de CO2 e-emissies

uitgangswaarde
eenheid 2006 2010 2011
e emissies (toepassingsgebied 1+2, doelstelling) ton 740.886 597.226(1) 635.136

CO2

(1) De baseline 2006 in relatie met 2010 bedroeg 677 542, dit geeft een vermindering van 12% in 2010 ten opzichte van 2006.

Definitie van de CO2 e-emissies in de context van de groepsdoelstelling tot vermindering van de CO2 emissies:

De CO2 -equivalente (CO2 e) emissies worden gedefinieerd als de scope 1-emissies van CO2 e inclusief de belangrijkste proces-emissies (maar beperkt tot CO2 , CH4 en N2 O) en scope 2-emissies van CO2 . Er werd rekening gehouden met een beperkt aantal aanpassingen die volgens het broeikasgasprotocol als optionele informatie mogen worden gerapporteerd (bv. uitsluiting van stoom die aan derden wordt verkocht). Dit meetgegeven wordt afgekort tot: CO2 e (scope1+2, doelstelling)

Om de vermindering van de emissies te berekenen in de context van onze Vision 2015 doelstelling, hebben we voor elke site een baseline 2006 opgesteld door het huidige activiteitsniveau van het rapporteringsjaar (2011) te vermenigvuldigen met de CO2 e-emissie-intensiteit van 2006 (zie voorbeeld). De baseline 2006 van de groep wordt dan berekend door de baselines van alle sites op te tellen. Voorbeelden van activiteitsfactoren van sites zijn: geproduceerd aantal ton per jaar, machine-uren per jaar, ton inputmateriaal voor recyclageprocessen per jaar.

Een voorbeeld:

In 2006 produceerde site A 1.000 ton van metaal X en stootte 100 ton CO2 e uit = intensiteit van 0,1 ton CO2 e / ton van metaal X.

In 2011 produceerde site A 1.100 ton van metaal X en stootte 100 ton CO2 e uit = intensiteit van 0,09 ton CO2 e / ton van metaal X.

De gerapporteerde baseline 2006 in 2011 is: activiteitsniveau van 2011 (1.100 ton) x intensiteit 2006 van 0,1 ton CO2 e / ton = 110 ton CO2 e.

De gemeten 100 ton die in 2011 werd uitgestoten, vertegenwoordigt dus een vermindering van 9% ten opzichte van de uitstoot in de operationele omstandigheden van 2006.

De baseline 2006 wordt jaarlijks herberekend. Ze wordt gedefinieerd als de CO2 e-emissies die we hadden mogen verwachten met de activiteitsvolumes van het rapporteringsjaar (2011), maar met de CO2 e-intensiteit van het referentiejaar 2006. De prestatie voor een bepaald jaar wordt uitgedrukt als een percentage ten opzichte van de berekende groepsbaseline 2006 die voor dat jaar van toepassing is.

De berekening van deze doelstelling omvat de volledig geconsolideerde operaties en activiteiten die deel uitmaken van de Groep op 31 december van elk rapporteringsjaar (tussen 2011 en 2015) en die ook deel uitmaakten van de Groep op 31 december 2010. De prestaties worden gerapporteerd op groepsniveau.

Doelstelling CO2e-emissies

Absolute CO2

In 2011 bedroegen de CO2 e-emissies 635 136 ton volgens de context van de groepsdoelstelling. In 2006 bedroegen deze CO2 e-emissies 673 801 ton. Voor de beoordeling van onze doelstelling werd dit CO2 e-emissieniveau genormaliseerd voor de activiteit van 2011 en bedroeg het 740 886 ton. Op het einde van 2011 hadden we de koolstofemissies dus met 14% verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2006. Dat betekent dat we bij gelijkwaardige productieniveaus 14% minder koolstofequivalenten hebben uitgestoten in 2011 dan in 2006.

Deze belangrijke vooruitgang in het bereiken van onze doelstellingen is gedeeltelijk het resultaat van specifieke initiatieven in de jaren 2006-2010 om de energie-efficiëntie te verbeteren– vooral in Hoboken en Olen. De vermindering is echter grotendeels het resultaat van de gewijzigde energiemix – we gebruiken bijvoorbeeld meer elektriciteit die afkomstig is van energiebronnen met een lage CO2 -uitstoot. Het type residu's dat de business group Recycling verwerkt, speelde eveneens een rol: we ontvangen nu grotere volumes materialen waarvan de verwerking minder energie vereist.

Niettegenstaande we verder werken om ons objectief te bereiken willen we in de komende jaren ook een beter inzicht krijgen of de factoren die bijgedragen hebben tot deze CO2 -reductie van 14% duurzaam zijn. In dit verband lanceerden we een evaluatieprogramma voor 25 sites met de hoogste CO2 emissies met als doel energie-efficiëntie verbeteringen te identificeren en onze CO2 -emissies te verlagen.

Gegevens van de Groep - absolute CO2 e-emissies

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
e emissies (toepassingsgebied 1+2) ton 599.362 626.568 529.628 543.262 695.733

Gegevens van de business groups - absolute CO2 e-emissies

Catalysis Energy Materials Performance Materials
eenheid 2009 2010 2011 2009 2010 2011 2009 2010 2011
Absolute CO2
e emissies
(toepassingsgebied 1+2)
ton 69.921 78.816 82.308 139.649 142.731 174.529 111.637 139.695 156.876
Recycling Umicore Group
eenheid 2009 2010 2011 2009 2010 2011
Absolute CO2
e emissies
(toepassingsgebied 1+2)
ton 207.918 182.020 281.499 529.125 543.262 695.733

Definitie van absolute CO2 e-emissies (scope1+2) in de context van de rapporteringsscope 1+2 voor broeikasgassen:

De absolute CO2 e-emissievolumes worden gerapporteerd op Groeps- en business group niveau. De CO2 e-emissies worden berekend op basis van de definitie en de rapporteringsmethodologie van het broeikasgasprotocol (WBCSD en WRI, herziene editie 2004) voor scope 1 en 2. Scope 2 omvat voor Umicore niet alleen aangekochte elektriciteit, maar ook stoom en perslucht die van derde partijen (bv. industrieparken) worden aangekocht. CO2 e omvat de broeikasgassen CO2 , N2 O en CH4 voor scope 1 en belangrijke proces-emissies. Andere broeikasgassen zijn niet relevant in de activiteiten van Umicore. De scope 2-emissies houden enkel rekening met CO2 .

Absolute CO2e-emissies

De absolute cijfers van de broeikasgasrapportering voor 2011 kunnen onder deze definitie niet worden vergeleken met de vorige jaren.

De rapportering 2011 werd aangepast aan een strikte implementatie van de herziene versie van het broeikasgasprotocol van 2004. In 2011 werden procesemissies gerapporteerd en in gevallen waarin vroeger 'groene stroom' werd gerapporteerd met een CO2 -emissiefactor van 0 ton CO2 /MWh werd als standaardemissiefactor de gemiddelde grid CO2 factor voor elektriciteit gebruikt .

In de rapportering van 2011 werden nog andere kleine correcties aangebracht met de bedoeling om tot een duidelijke en stabiele CO2 e-rapportering te komen. We hebben middelen geïnvesteerd om duidelijke richtlijnen op te stellen voor de sites om een gemeenschappelijke interpretatie en implementatie van de rapporteringsregels te garanderen. Deze wijzigingen aan de rapportering werden opgelegd met het doel een langdurige, accurate en reproduceerbare CO2 e-rapportering te ontwikkelen als basis voor de kwantitatieve doelstelling voor het verminderen van de CO2 e-emissies. Deze beslissing heeft het nadeel dat er discontinuïteit is tussen de gerapporteerde cijfers van 2011 en de cijfers van de vorige jaren in de absolute CO2 e-waarden (scope1+2).

E4 Energie

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Energieverbruik teraJoule 776 2.509 1.949 2.573 7.807

ENERGIEVERBRUIK

Het energieverbruik steeg tussen 2010 en 2011 slechts met 3%, terwijl de inkomsten stegen met 15%. In bijna alle activiteiten van de groep resulteerde een geoptimaliseerd gebruik van de capaciteit in een hogere energie-efficiëntie.

Daarnaast werden er energie - efficiëntieprojecten geïmplementeerd in de belangrijkste sites, in lijn met de groepsdoelstelling voor duurzame ontwikkeling in de periode 2006-2010. Deze projecten droegen ook bij aan een eerder beperkte stijging van het energieverbruik ten opzichte van de toename van de inkomsten en de activiteit.

De belangrijkste energie-efficiëntieprojecten werden gerealiseerd in de sites te Hoboken en Olen in het raam van deVlaamse Benchmarking Convenant, die deze sites eind 2003 ondertekenden. Ook het type residu's dat de business group Recycling verwerkte, speelde een rol; we ontvangen nu grotere volumes materialen waarvan de verwerking minder energie vereist.

Het indirecte energieverbruik van primaire energiebronnen (aangekochte elektriciteit, stoom en perslucht) voor de productiesites en de kantoorgebouwen bedroeg 3.044 terajoules. Het directe energieverbruik van primaire energiebronnen (stookolie, diesel, aardgas, LPG, steenkool en cokes) bedroeg 4.773 terajoules.

Op het niveau van de business groups zien we gelijkaardige patronen als op het niveau van de Groep: groei van de activiteit ten opzichte van de vorige jaren, gecombineerd met een beperkte toename van het energieverbruik.

Het energieverbruik in het rapporteringsjaar 2011 bedraagt min 1% in Catalysis, min 3,5% in Energy Materials, plus 10% in Performance Materials en plus 6% in Recycling ten opzichte van 2010.

E5 Waterverbruik

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Waterverbruik duizend m3 424 1.748 763 1.633 4.567

Het waterverbruik wordt gedefinieerd als het totale volume water, uitgedrukt in duizend m³/jaar afkomstig van leidingwater, grondwaterputten, oppervlakte- en regenwater. Grondwaterextractie voor saneringsdoeleinden en koelwater dat naar het oorspronkelijke waterlichaam wordt afgevoerd, worden niet meegerekend.

Het totale waterverbruik van de Groep lag op ongeveer hetzelfde niveau als de twee vorige jaren. In 2011 bedroeg het 4.567 duizend m³, tegenover een gelijkaardig verbruik van 4.617 duizend m³ in 2010. Er werden geen significante trends vastgesteld voor de verschillende business groups.

E6 Producten en materialen

Gegevens van de Groep

De voorbije twee jaar hebben Group R&D en Corporate EHS een specifieke methodologie ontwikkeld om de duurzaamheid van onze producten en diensten te beoordelen. Deze methodologie wordt 'Assessment of Product (and services) Sustainability' (APS) genoemd. De methodologie omvat een instrument dat bestaat uit 58 vooraf gedefinieerde vragen en antwoorden met scorings- en wegingsfactoren, gegroepeerd rond acht thema's. In 2011 voerde een team van R&D, EHS en experten uit de business units drie proefevaluaties uit om de werkbaarheid van APS te controleren. De business units die bij deze proefevaluaties betrokken waren, zijn Zinc Chemicals, Electro-Optic Materials en Jewellery & Industrial Metals.

Het is de bedoeling om tussen 2012 en 2015 elk jaar zes producten of diensten te testen, waarbij elke business unit twee producten levert voor het onderzoek. Op die manier beschikken we over een duurzaamheidsprofiel voor een representatief gedeelte van onze activiteiten.

In de periode 2006-2010 had Umicore een doelstelling voor de ontwikkeling van een set met toxicologische, ecotoxicologische en fysisch-chemische gegevens die noodzakelijk zijn voor de basiscommunicatie over de gevaren, zoals veiligheidsinformatiebladen. De implementatie van deze doelstelling werd echter sterk beïnvloed door de tijdschema's voor de registratie van stoffen onder de REACH-richtlijn, de timing van de vele consortia en de beschikbaarheid van de informatie van leveranciers. Daarom moesten we in 2011 verder werken om deze doelstelling te bereiken.

In totaal zijn er 956 datasets nodig voor stoffen die binnen deze doelstelling vallen. Op het einde van 2011 was er een volledige dataset beschikbaar voor 40% van deze stoffen. Er werden actief datasets ontwikkeld voor 58% van de stoffen en voor 2% van de stoffen kon er nog geen actieve ontwikkeling van ontbrekende gegevens worden opgestart.. In de volgende jaarverslagen zal er verder gerapporteerd worden tot deze doelstelling bereikt is.

Op het einde van 2011 waren er in totaal 3.650 producten opgenomen in IPDS, het Integrated Product Data System van Umicore. Dit resulteerde in ongeveer 277.000 veiligheidsinformatiebladen voor 110 landen en in 41 talen.

Materialenefficiëntie

Primaire grondstoffen zijn grondstoffen die een directe relatie hebben met hun eerste levensduur, met uitsluiting van stromen van bijproducten.

Secundaire grondstoffen zijn bijproducten van primaire materiaalstromen.

Materialen op het einde van de levensduur zijn materialen die het einde van hun eerste levenscyclus hebben bereikt en na recyclage aan een 2de, 3de … leven zullen beginnen.

Inkomende materialen: worden standaard als primaire grondstoffen beschouwd als hun oorsprong niet gekend is. De ingezamelde gegevens worden uitgedrukt in totaal aantal ton inkomend materiaal.

In 2011 was 46% van de inkomende materialen van Umicore van primaire oorsprong. 54% van de materialen was afkomstig van recyclage of was van secundaire oorsprong. Deze niveaus zijn vergelijkbaar met 2010.

E7 Afval

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Totale afvalproductie ton 3.366 25.112 16.158 26.790 71.426
Gevaarlijk afval ton 1.396 16.594 5.271 20.327 43.588
waarvan gerecycleerd % 40,21 5,63 43,63 4,61 10,86
Ongevaarlijk afval ton 1.971 8.518 10.887 6.462 27.837
waarvan gerecycleerd % 37,34 21,72 89,47 88,87 64,91

GEPRODUCEERD GEVAARLIJK AFVAL

Afval wordt gedefinieerd als het totale volume gegenereerd afval, uitgedrukt in ton/jaar.

De recyclagegraad is de verhouding tussen de hoeveelheid afval dat door derden wordt gerecupereerd (inclusief het afval dat als energie wordt gerecupereerd door middel van verbranding) en de totale hoeveelheid afval.

Het onderscheid tussen gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval wordt gemaakt op basis van de lokale regelgeving voor de regio waar de rapporterende entiteit is gevestigd.

In 2011 werd er in totaal 71 426 ton afval gegenereerd in vergelijking met 63 993 ton in 2010, een stijging van 12%. Het totale volume gevaarlijk afval steeg van 38 532 ton in 2010 tot 43 589 ton in 2011, een toename van 13%. Deze stijging is vooral te wijten aan het hogere volume gevaarlijk afval in de business group Recycling, met hogere volumes afvalwaterslib en zakkenfilters. In tegenstelling tot de trend die zich op groepsniveau aftekende, daalde voor de business group Energy Materials het volume gevaarlijk afval van 17 207 ton in 2010 tot 16 594 ton in 2011 dankzij het lagere volume metaalhoudend schroot en thalliumhoudend slib in de site te Olen. De recyclagegraad voor gevaarlijk afval steeg van 7,7% in 2010 tot ongeveer 10,9% in 2011.

Het totale volume niet-gevaarlijk afval steeg van 25 460 ton in 2010 tot 27 837 ton in 2011. In totaal werd 65% van het niet-gevaarlijke afval gerecycleerd in 2011 ten opzichte van 59% in 2010.

E8 Historische vervuiling

Het programma van Umicore voor de evaluatie en , waar nodig, de sanering van de bodem- en grondwatervervuiling kende de afgelopen jaren een aanzienlijke vooruitgang. In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste lopende programma's en de vooruitgang die in 2011 werd gemaakt.

België

Context: Op 23 april 2004 ondertekende Umicore een overeenkomst met de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de minister van Leefmilieu van het Vlaams Gewest waarbij het bedrijf zich ertoe verbond de volgende 15 jaar € 62 miljoen te besteden aan de sanering van de historische vervuiling in vier Vlaamse vestigingen – waarvan er twee, Balen en Overpelt, nu behoren tot Nyrstar, een activiteit die door Umicore in 2007 werd verkocht.

Om het vervuilde grondwater in te kapselen werd in Hoboken een drainage van 100 m langs de Schelde aangebracht. In 2012 wordt een tweede sectie van 200 m toegevoegd.

In Olen werd in 2011het programma voor grondwatersanering op de site verder gezet. Na afbraak van een oud gebouw, dat op vervuilde grond stond, stelden we vast dat er verdere afgravingswerken moesten worden uitgevoerd. In samenwerking met de autoriteiten (FANC en NIRAS/ONDRAF) werkt Umicore aan een visiedocument waarin de basisprincipes worden vastgelegd voor de ontwikkeling, goedkeuring en implementatie van een algemeen afvalbeheersplan voor radiumhoudend afval dat op de site wordt opgeslagen.

Umicore werkte verder aan andere acties voort zoals voorzien in de overeenkomst, ondermeer het verwijderen van zinkassen van alle privé-opritten in een perimeter van 9 km zoals voorzien in de overeenkomst. Deze werkzaamheden zullen waarschijnlijk voltooid zijn in 2013. Het afgegraven materiaal wordt veilig opgeslagen in de fabriek van Nyrstar te Balen.

Frankrijk

In Viviez (Frankrijk, Performance Materials) startte Umicore met een grootschalig saneringsprogramma dat tussen 2011 en 2015 wordt uitgevoerd. Het project bestaat hoofdzakelijk uit het verwijderen, het inert maken en veilig opslaan van meer dan één miljoen m³ vervuilde grond en afval. Na de installatie van de projectinfrastructuur (bv. neutralisatie-eenheid en transportband) werd 125.000 m³ vervuilde grond en afval tegen het einde van 2011 verwijderd en behandeld. In 2011 bezochten verschillende groepen het project, waaronder de lokale inwoners en de media.

Duitsland

Umicore en zijn voorafgaande bedrijven kunnen terugblikken op een lange geschiedenis van mijnbouw in Duitsland. Hoewel de laatste actieve mijn bij Keulen in 1978 haar activiteiten stopzette, bezit Umicore vandaag nog een aantal ondergrondse mijnbouwconcessies. Ze worden sinds 2009 beheerd door Umicore Mining Heritage GmbH & Co. KG.

In 2011 werd een belangrijk project voltooid waarbij een voormalige flotatiedam te Friedrichssegen bij Koblenz werd versterkt. In het raam van dit project werd de helling van een steile dam gestabiliseerd en werd er een schone laag aarde op het oppervlak aangebracht om het risico voor voorbijgangers te beperken en een goede vegetatiebedekking te creëren. Het project werd uitgevoerd met de goedkeuring en de steun van de lokale en regionale autoriteiten.

VS

Umicore zette de sanering verder van het drainagewater op de voormalige mijnsite in Colorado (VS). Het bedrijf onderzoekt andere technologieën om de metaalconcentraties in het afval te verminderen en zo het volume vast afvalmateriaal te beperken.

Brazilië

Tijdens de milieurisicobeoordeling – die in elk van Umicore's industriële sites wordt uitgevoerd – werd in Guarulhos (Brazilië, Recycling, Catalysis & Performance Materials) grondwatervervuiling vastgesteld. Deze historische vervuiling dateert van voor de aankoop van deze activiteit door Umicore in 2003. Umicore heeft onmiddellijk maatregelen getroffen om de verspreiding van deze vervuiling naar de omgeving te stoppen. Met dat doel werd in 2011 een hydraulische barrière geïnstalleerd en in werking gesteld om het vervuilde grondwater op te vangen. Umicore doet verder onderzoek om de globale grondwatervervuiling op een kostenefficiënte manier aan te pakken.

Zuid-Afrika

In 2005 sloot Umicore zijn kobaltfabriek in Roodepoort. In 2007 werden er al voorbereidende maatregelen getroffen om het afval te verwijderen In 2011 werd de fabriek afgebroken en heeft Umicore op eigen initiatief de bodem gesaneerd. Het terrein is nu klaar om opnieuw te worden gebruikt.

E9 Naleving van de regelgeving en beheerssysteem

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Metingen met limietoverschrijding aantal 78 19 677 24 798
Normoverschrijding % 0,33 0,22 3,77 0,31 1,37

NORMOVERSCHRIJDING

De normoverschrijding is de verhouding tussen het totale aantal overschrijdingen en het totale aantal uitgevoerde metingen. Een overschrijding is een monitoringresultaat dat een drempelwaarde overschrijdt zoals vastgelegd in een vergunning, richtlijn of een andere wettelijke norm.

Het totale aantal uit te voeren metingen wordt bepaald in uitbatingsvergunning, de milieuvergunning of een vergelijkbare norm in de regio waar de rapporterende entiteit actief is. Het totale aantal betekent het totale aantal staalnames, vermenigvuldigd met het aantal parameters per staalname.

In 2011 werden in totaal ongeveer 58 500 milieumetingen uitgevoerd in alle industriële sites van Umicore, ten opzichte van ongeveer 61.500 in 2010. Deze metingen hebben tot doel te controleren of de plaatselijke wettelijke vereisten, vergunningen en/of lokale milieunormen worden nageleefd. Deze metingen omvatten meestal afvalwaterbemonstering en de monitoring van de omgevingslucht, maar ook geluidsmetingen in de omgeving van de sites. Het aantal metingen dat niet aan de wettelijke vereisten of de vergunningen voldeed, bedroeg 1,37% ten opzichte van 1,43% in 2010. Er werden geen significante trends vastgesteld voor de verschillende business groups.

Zes van de 67 productiesites hoeven geen gecertificeerd milieubeheerssysteem te implementeren. Het verkrijgen van deze uitzondering is gebaseerd op een strikte procedure die bevestigt dat deze sites geen significante milieu-impact hebben en dus geen voordeel hebben bij de implementatie van een dergelijk systeem. Van de 61 resterende industriële sites hebben er 56 een ISO 14001-gecertificeerd milieubeheerssysteem geïmplementeerd. De resterende 5 sites hebben de implementatie van een milieubeheerssysteem gepland voor 2012. Alle belangrijke sites met een significante milieu-impact beschikken al vele jaren over een ISO 14001-certificering.

E10 Biodiversiteit

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
Sites in of kortbij een gebied met hoge
biodiversiteitswaarde aantal - - 9 9 11

De biodiversiteitsindicator geeft aan hoeveel sites er actief zijn in of naast een gebied dat door regionale, nationale autoriteiten of internationale conventies als een gebied met hoge biodiversiteitswaarde wordt erkend.

Umicore is van mening dat zijn huidige activiteiten slechts een geringe nadelige invloed hebben op de biodiversiteit van de omgeving rondom de sites. De historische vervuiling veroorzaakt door activiteiten in het verleden wordt aangepakt met specifieke projecten voor bodem- en grondwatersanering (zie toelichting E8).

Elf sites rapporteerden dat ze dichtbij een gebied opereren dat als een gebied met kwetsbare biodiversiteit is geclassificeerd.

Het beleid van Umicore bepaalt dat er bij alle belangrijke investeringen, overnames en transfers van gronden een gedetailleerde milieu-impactbeoordeling wordt uitgevoerd.

Sociale verklaringen Inhoudsopgave

Sociale kerncijfers 126

Toelichtingen bij de sociale kerncijfers 126
S1 Reikwijdte van de sociale verklaringen 126
S2 Personeel 127
S3 Ontwikkeling van de medewerkers 130
S4 Aantrekkelijke werkgever 131
S5 Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap 132
S6 Werknemersrelaties 133
S7 Gedragscode 134
S8 Duurzame aankopen 134
S9 Gezondheid van de werknemers 136
S10 Gezondheid op het werk 136
S11 Veiligheid op het werk 139

Sociale kerncijfers

eenheid notas 2007 2008 2009 2010 2011
Personeelsbestand (inclusief geassocieerde
ondernemingen) S2 14.844 15.450 13.728 14.386 14.572
Tijdelijke contracten % personeelsbestand S2 - 4.60 3,83 4,01 4,77
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer uren/werknemer S3 52,84 51,21 44,05 43,30 51,94
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben % personeelsbestand S3 - - - - 87,16
Vrijwillige vertrekkers % personeelsbestand S4 3,40 3,56 2,59 3,78 3,84
Werknemers die in een site werken die een externe
erkenning hebben ontvangen in het kader van
aantrekkelijke werkgever
% personeelsbestand S4 - - - - 52,64
Donaties € duizend S5 202,30 1.451,46 1.106,48 1.009,38 1.751,02
Sites met extern communicatieplan % sites S5 - - - - 62,69
Werknemers vertegenwoordigd door een vakbond of
gedekt door aan collectieve arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand S6 - 67,81 71,15 68,92 69,81
Werknemers die opleiding gekregen hebben over
duurzame ontwikkeling en aankoop
% werknemers(1) S8 - - - - 36
Ziektegraad % S9 2,79 2,71 2,64 2,86 3,03
Blootstellingsgraad 'alle biomerkers geagregeerd' (2) % S10 - - - - 5,1
Aantal werkgerelateerde aandoeningen S10 - - - - 22
Mensen met platina overgevoeligheid S10 - - - - 4
Dodelijke ongevallen S11 1 0 0 0 0
Ongevallen met arbeidsverlet S11 79 87 48 56 60
Ongevallen met arbeidsverlet contractors S11 - 40 26 20 17
Frequentiegraad ongevallen met arbeidsverlet ongevallen/miljoen
gewerkte uren
S11 5,3 5,3 3,1 3,5 3,6
Ernstgraad ongevallen met arbeidsverlet verloren dagen/
duizend gewerkte
uren
S11 0,13 0,17 0,08 0,13 0,11

(1) van de werknemers die betrokken zijn bij het aankoopproces en/of zij die een specifieke verantwoordelijkheid hebben op vlak van duurzame ontwikkeling

(2) blootstellingsratio: verhouding tussen het totale aantal blootgestelde werknemers en het aantal werknemers van wie het resultaat van de biologische monitoring de drempelwaarde overschrijdt die Umicore voor die gevaarlijke stoffen heeft bepaald.

Toelichtingen bij de sociale kerncijfers

S1 Reikwijdte van de sociale verklaringen

In totaal zijn er 99 geconsolideerde sites opgenomen in de rapportering. Twee sites zijn in 2011 begonnen met hun sociale rapportering (Kobe (Japan, Energy Materials) en Yokohama (Japan, Performance Materials). De site van Cranston (VS, Performance Materials) werd in 2011 gesloten, de werknemers en de activiteiten werden overgebracht naar de site van Attleboro (VS, Performance Materials). Hoewel Cranston op het einde van het jaar niet rapporteerde als een actieve site, heeft de vestiging tijdens het jaar gegevens gerapporteerd die in de relevante sociale indicatoren zijn opgenomen.

32 kleine sites (sites met minder dan 20 werknemers) werden vrijgesteld van de rapportering van de uitsplitsing van het aantal opleidingsuren per genderen werknemerscategorie en van de rapportering van de status van het verbeteringsplan voor de doelstelling van aantrekkelijke werkgever en de doelstelling betreffende communicatie met belanghebbenden.

De sites rapporteren gegevens over het volledige jaar voor de sociale indicatoren. De gegevens in verband met de vorderingen ten opzichte van de sociale doelstellingen worden in het derde kwartaal gerapporteerd en ook de acties die voor het vierde kwartaal zijn gepland, worden in deze rapportering opgenomen.

De voorgestelde indicatoren zijn gebaseerd op gegevens van volledig geconsolideerde bedrijven, tenzij anders vermeld. Onder de betreffende tabel of grafiek werd een opmerking geplaatst om de indicatoren aan te geven die in 2011 voor het eerst werden toegevoegd – ze hebben vooral betrekking op de rapporteringsreikwijdte voor de Vision 2015 strategie. Bij de categorieën van indicatoren die specifiek relevant zijn voor Vision 2015, werd 'Vision 2015' vermeld naast de titel om ze gemakkelijk terug te vinden. Meer informatie over de vorderingen ten opzichte van deze doelstellingen vindt u in de management bespreking van pagina 10 tot 23 en in de overzicht segmenten van pagina 24 tot 49 van dit verslag. Meer informatie over de sociale beheersstrategie van Umicore is beschikbaar op onze website: www.umicore.com/sustainability/social/

S2 Personeel

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) 14.844 15.450 13.728 14.386 14.572
Personeelsbestand geconsolideerde ondernemingen 9.826 10.113 9.313 9.558 10.164
Personeelsbestand geassocieerde ondernemingen 5.018 5.337 4.415 4.828 4.408
Mannelijke werknemers 7.578 7.866 7.353 7.546 7.972
Vrouwelijke werknemers 2.248 2.247 1.960 2.012 2.192
Voltijdse werknemers - - - - 9.494
Deeltijdse werknermers - - - - 670
Werknemers < 25 jaar - - - - 718
Werknemers tussen 25 en 35 jaar - - - - 2.796
Werknemers tussen 36 en 45 jaar - - - - 2.749
Werknemers tussen 46 en 55 jaar - - - - 2.951
Werknemers > 55 jaar - - - - 950
Tijdelijke contracten % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
- 4.60 3,83 4,01 4,77

Totaal aantal personeelsleden: aantal personeelsleden op de loonlijst van Umicore aan het einde van de periode voor de volledig geconsolideerde bedrijven en de geassocieerde ondernemingen. Dit aantal omvat deeltijdse en tijdelijke werknemers, maar geen werknemers met een slapend contract, langdurig zieke werknemers en werknemers in onderaanneming.

Tijdelijk contract: Umicore medewerkers met een tijdelijk contract die deel uitmaken van het personeel van de volledig geconsolideerde bedrijven.

Deeltijds: werknemers die minder ploegendiensten, werkdagen of werkuren presteren in het kader van vrijwillige arbeidsduurvermindering.

2011 Regionale gegevens

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore
Group
Personeelsbestand 7.635 866 1.195 3.251 1.625 14.572
Personeelsbestand geconsolideerde
ondernemingen
6.693 842 710 1.528 391 10.164
Personeelsbestand geassocieerde
ondernemingen
942 24 485 1.723 1.234 4.408
Mannelijke werknemers 5.400 672 527 1.127 246 7.972
Vrouwelijke werknemers 1.293 170 183 401 145 2.192
Voltijdse werknemers 6.051 828 710 1.514 391 9.494
Deeltijdse werknermers 642 14 0 14 0 670
Tijdelijke contracten %
personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
5,54 0,83 1,41 1,64 18,41 4,77

Gegevens van de business groups 2011

Energy Performance Umicore
eenheid Catalysis Materials Materials Recycling Corporate Group
Personeelsbestand 2.182 3.033 5.845 2.329 1.183 14.572
Personeelsbestand geconsolideerde
ondernemingen
1.943 1.827 2.930 2.329 1.135 10.164
Personeelsbestand geassocieerde
ondernemingen 239 1.206 2.915 0 48 4.408
Mannelijke werknemers 1.501 1.551 2.299 1.928 693 7.972
Vrouwelijke werknemers 442 276 631 401 442 2.192
Voltijdse werknemers 1.860 1.703 2.764 2.159 1.008 9.494
Deeltijdse werknermers 83 124 166 170 127 670
Tijdelijke contracten %
personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
8,65 3,72 3,72 4,59 2,91 4,77

Totaal aantal personeelsleden

Het totale aantal personeelsleden steeg met 186 werknemers tot een totaal van 14.572. Voor de volledig geconsolideerde bedrijven steeg het aantal personeelsleden met 606 werknemers. Deze groei is vooral afkomstig van de business groups Catalysis (247), Recycling (161) en Energy Materials (106). In de geassocieerde ondernemingen daalde het personeelsbestand met 420 werknemers, vooral als gevolg van de personeelsvermindering in Element Six Abrasives.

Genderspreiding

Momenteel zijn 22% van de werknemers van de volledig geconsolideerde ondernemingen vrouwen en dit percentage bevond zich de voorbije vijf jaar in een smalle vork tussen 21% en 23%. Vrouwen zijn meer vertegenwoordigd in administratieve en commerciële functies dan in de industriële operaties. Er zijn aanzienlijke regionale verschillen: in Europa en Noord-Amerika ligt het percentage vrouwen lager dan in de rest van de wereld.

Tijdelijke contracten

Het percentage tijdelijke contracten in de volledig geconsolideerde bedrijven bereikte met 4,77% zijn hoogste punt in vijf jaar. Deze stijging van het aantal tijdelijke contracten was vooral het gevolg van de omzetting van externe contracten (outsourcing) in tijdelijke Umicore contracten in de operaties in Zuid-Afrika die resulteerden in een regionaal percentage van iets meer dan 18%.

Genderspreiding – senior managers

Hoewel het totale percentage vrouwelijke werknemers vrijwel stabiel is gebleven (zie hoger), is het percentage vrouwelijke managers geleidelijk aan gestegen van 17% in 2007 tot 20% in 2011. We zien dezelfde trend – beginnend bij een veel lager percentage – bij de vrouwen met senior managementfuncties: van 5% in 2007 tot 8% in 2011.

Globaal overzicht van de sites en de werknemers

Productiesites Andere
sites
Aantal
werknemers
Europa
Oostenrijk 1 137
België 8 (1) 1 3.170 (65)
Tsjechië 1 5
Denemarken 1 14
Frankrijk 5 2 790
Duitsland 8 (2) 3 (2) 2.391 (378)
Hongarije 1 6
Ierland 1 (1) 244 (244)
Italië 1 3 (1) 80 (10)
Liechtenstein 1 130
Luxemburg 2 (1) 11 (2)
Nederland 2 137
Noorwegen 1 55
Polen 1 11
Portugal 1 29
Rusland 1 7
Slovakije 1 40
Spanje 2 (1) 18 (4)
Zweden 2 (1) 1 193 (155)
Zwitserland 1 3 (1) 37 (4)
Verenigd Koninkrijk 1 6 (3) 130 (80)
Azië/Oceanië
Australië 1 2 60
China 11 (4) 7 (2) 2.346 (1.466)
India 2 2 (1) 73 (6)
Japan 4 (1) 2 (1) 184 (95)
Maleisië 1 59
Filippijnen 1 85
Zuid-Korea 2 (1) 1 329 (155)
Taiwan 1 2 (1) 26 (1)
Thailand 1 1 89
Noord-Amerika
Canada 3 217
Verenigde Staten 8 5 (2) 649 (24)
Zuid-Amerika
Argentinië 1 45
Brazilië 3 1 (1) 670 (5)
Peru 1 (1) 480 (480)
Afrika
Zuid-Afrika 3 (1) 1 1.625 (1.234)
Totaal 77 (13) 52 (17) 14.572 (4.408)

De cijfers tussen haakjes betekenen 'waarvan geassocieerde en joint ventureondernemingen". Sites die zowel over productie-installaties als over kantoren beschikken (bv. Hanau, Duitsland) worden enkel als productiesite geclassificeerd.

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande de
opleiding en ontwikkeling van de werknemers te
bevordereren
% sites - - - - 59,60
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben %
personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
- - - - 87,16
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer uren/werknemer 52,84 51,21 44,05 43,30 51,94
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - mannen uren/werknemer - - - - 53,20
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - vrouwen uren/werknemer - - - - 47,37
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer -
kaderpersoneel
uren/werknemer - - - - 61,84
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - andere
werknemers categoriën
uren/werknemer - - - - 48,55

Opleidingsuren: gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer voor alle soorten opleidingen (formeel, training op de werkvloer, e-learning, enz.) die het bedrijf ondersteunt en die relevant zijn voor de business unit of het bedrijf. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het totale aantal werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven.

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMER

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMERSCATEGORIE

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMERSCATEGORIE

2011 Regionale gegevens

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore
Group
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer uren/werknemer 47,95 40,83 66,01 70,27 48,03 51,94
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
87,45 88,95 100,00 75,00 100,00 87,16

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Gemiddeld aantal opleidingsuren per
werknemer
uren/werknemer 55,37 56,62 43,94 55,03 53,61 51,94
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie
hebben
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
81,42 90,70 89,66 87,33 84,58 87,16

Opleidingsuren

In 2011 bedroeg het gemiddelde aantal opleidingsuren per werknemer 51,94 uur, ongeveer hetzelfde niveau als in 2007 en 2008. In 2009 en 2010 werden er minder opleidingen gegeven als gevolg van de verminderde activiteiten bij Umicore. Een belangrijke stimulans voor het aantal opleidingen is het aantal nieuwe werknemers en het opstarten van nieuwe operaties. De stijging van 6% van het aantal werknemers in de volledig geconsolideerde bedrijven en het opstarten van nieuwe fabrieken in Azië Pacific waren de belangrijkste factoren in de toename van het aantal opleidingen.

Uit de gegevens blijkt dat managers meer uren opleiding krijgen (61,84 uur) dan de andere werknemers (48,55 uur). Er wordt een actieplan opgesteld om een internationaal Learning Management System te ontwikkelen dat zal openstaan voor alle werknemers. De hogere opleidingsintensiteit voor mannen (53,20 uur) ten opzichte van vrouwen (47,37 uur) kan worden gekoppeld aan de vaststelling dat mannen sterker vertegenwoordigd zijn bij de nieuw aangeworven medewerkers en in het management.

Jaarlijkse evaluatie

Deze indicator wordt voor het eerst gerapporteerd. In 2011 heeft al 87,16% van alle werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven minstens een keer per jaar een evaluatiegesprek om hun ontwikkeling te bespreken. Hoewel dit een hoog percentage is, zullen er nog meer inspanningen noodzakelijk zijn om 100% te bereiken in 2015.

S4 Voorkeurswerkgever

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande aantrekkelijke
werkgever % sites - - - - 70,15
Vrijwillige vertrekkers - ratio % personeelsbestand 3,40 3,56 2,59 3,78 3,84
Vrijwillige vertrekkers - mannen - - - - 287
Vrijwillige vertrekkers - vrouwen - - - - 96
Vrijwillige vertrekkers ancienniteit < 3 jaar - - - - 222
Vrijwillige vertrekkers ancienniteit > 3 jaar - - - - 161
Werknemers die in een site werken die een externe erkenning
hebben ontvangen in het kader van aantrekkelijke werkgever
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
- - - - 52,64
Externe erkenningen ontvangen in het kader van aantrekkelijke
werkgever
- - - - 18

Vrijwillig vertrek: aantal werknemers dat het bedrijf uit vrije wil verlaat (exclusief pensionering en afloop van een contract van bepaalde duur). Dit cijfer heeft betrekking op de werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven.

Externe erkenning als aantrekkelijke werkgever: externe erkenning of awards die de reputatie van de site of van Umicore als aantrekkelijke werkgever versterken.

2011 Regionale gegevens

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Totaal
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
2,05 5,73 3,64 11,01 6,29 3,84

Vrijwillige vertrekkers - ratio

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Vrijwillige vertrekkers - ratio % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
4,42 6,21 2,95 2,37 4,43 3,84

Vrijwillig vertrek

De voorbije vijf jaar bedroeg het percentage vrijwillige ontslagen 2,6 tot 3,8%, met 3,84% in 2011, het hoogste percentage in vijf jaar. Net als de voorbije jaren stellen we belangrijke regionale verschillen vast. Azië Pacific rapporteert het hoogste percentage personeelsverloop (11%) en Europa het laagste (2%). Het hoge personeelsverloop in Azië Pacific beperkt zich niet tot Umicore en kan worden verklaard door de zeer concurrentiële en beweeglijke arbeidsmarkt in bepaalde groeilanden.

Vrijwillig vertrek – anciënniteit

Voor het eerst werden er bijkomende parameters in de rapportering opgenomen. 25% van de werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten zijn vrouwen. Dat cijfer ligt iets hoger dan het percentage vrouwen (22%) in de volledig geconsolideerde bedrijven. 58% van de werknemers die het bedrijf in 2011 vrijwillig verlieten, deed dat in de eerste drie dienstjaren.

Externe erkenning

Umicore stimuleert de sites om externe erkenning te verwerven als aantrekkelijke werkgever. In sommige landen waar Umicore veel werknemers telt, worden door externe instanties de beste werkgevers verkozen. Zo'n positie verhoogt de zichtbaarheid en de erkenning van de winnaars sterk en geldt vooral voor de Europese Unie. Alle sites in België en Frankrijk verkregen nationale erkenning als Beste Werkgever. Veel sites van Umicore zijn klein tot middelgroot en hun inspanningen om als aantrekkelijke werkgever te worden erkend zijn beperkt tot de lokale stad of regio, waar zelden officiële erkenningsprogramma's worden georganiseerd. In deze gevallen is de erkenning vaak afkomstig van lokale verenigingen, zoals sectorgroeperingen of een lokale krant.

Resultaten personeelsenquête

Om de drie jaar organiseert Umicore een wereldwijde personeelsenquête. De vorige enquête vond plaats in 2010, de volgende wordt georganiseerd in 2013. De resultaten van 2010 werden gerapporteerd in het jaarverslag 2010 van Umicore. In 2011 implementeerden alle grote sites actieplannen om de feedback concreet toe te passen en zo het engagement en het welzijn van de werknemers verder te verbeteren. Op basis van de resultaten werden op Groepsniveau specifieke domeinen voor verbetering geïdentificeerd .Meer hierover vindt u in onze management bespreking op pagina's 16-17 van dit verslag.

S5 Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
Sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande local
community % sites - - - - 57,58
Totaal donaties € duizend 202,30 1.451,46 1.106,48 1.009,38 1.751,02
Geldelijke donaties € duizend - - 966,61 865,34 1.568,80
Donaties in natura € duizend - - 89,10 73,59 104,97
Werknemers vrijgemaakte tijd € duizend - - 50,78 70,46 77,24
Sites die een extern communicatie plan hebben ontwikkeld % sites - - - - 62,69

Donaties: van elke business unit wordt verwacht dat ze in haar jaarlijks budget voldoende donaties en sponsoring opneemt om het programma voor verantwoordelijkheid ten opzichte van de lokale gemeenschap van de site te ondersteunen. Als richtlijn zou dit budget een bedrag moeten zijn dat overeenstemt met een derde van een procent van de gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT van de business units (nl. exclusief geassocieerde bedrijven) van de voorbije drie jaar.

De waarden van de donaties die voor 2007 en 2008 worden vermeld, zijn de totale donaties. Vanaf 2009 werden de donaties onderverdeeld in financiële donaties, donaties in natura en tijd van de medewerkers. De donaties op groepsniveau worden gecoördineerd door een Donatiecomité dat rapporteert aan de Gedelegeerd bestuurder.

Werknemers vrijgemaakte tijd Donaties in natura Geldelijke donaties

2011 Regionale gegevens

Noord Zuid Azië/ Umicore
eenheid Europa Amerika Amerika Oceanië Afrika Group
Totaal donaties € duizend 1.478,78 122,66 56,16 68,79 24,62 1.751,02

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Totaal donaties € duizend 153,13 172,90 163,65 523,61 737,73 1.751,02

Donaties

In 2011 droeg Umicore in totaal EUR 1 751 000 bij in donaties. Voor de business units ligt het totale bedrag van EUR 1 014 000 in lijn met de richtlijn van ongeveer een derde van een procent van hun gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT over de voorbije drie jaar. Er werden nog bijkomende donaties op groepsniveau geschonken voor een bedrag van EUR 737 000.

De donaties van de business units gaan hoofdzakelijk naar goede doelen in de buurt van de sites, ter ondersteuning van de lokale gemeenschap. Sommige hoofdkantoren van business units ondersteunen echter ook goede doelen in andere continenten. Op groepsniveau hebben de donaties waarop het Donatiecomité toezicht houdt een wereldwijd bereik. In 2011 gingen de groepsdonaties voornamelijk naar noodhulp voor Japan en het middenwesten van de Verenigde Staten, ondersteuning van de tweejaarlijkse deelname van een team studenten aan de Veolia World Solar Challenge en steun voor twee grote educatieve projecten van Unicef in Haïti en India.

Externe communicatie

62,69% van de sites beschikt over een extern communicatieplan om op een adequate manier contacten te onderhouden met de lokale gemeenschap. Al naargelang de omvang van de activiteiten en de link met de lokale gemeenschap, omvatten deze communicatieplannen: nieuwsbrieven, publieke informatievergaderingen, vergaderingen met de lokale autoriteiten, fabrieksbezoeken voor de lokale gemeenschap en persberichten voor de lokale media.

Aantal klachten

Als nieuwe indicator werd aan de sites gevraagd om het aantal klachten van de lokale omgeving te rapporteren. Het bijzonder geringe aantal klachten dat via het groepsrapporteringssysteem werd meegedeeld, doet veronderstellen dat deze rapportering niet volledig geïmplementeerd is. In 2012 zullen we trachten de nauwkeurigheid van de rapportering te verhogen om betekenisvolle gegevens te kunnen publiceren in het jaarverslag 2012.

S6 Werknemersrelaties

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
- 67,81 71,15 68,92 69,81

WERKNEMERS VERTEGENWOORDIGD DOOR EEN VAKBOND

Werknemers vertegenwoordigd door een vakbond of gedekt door aan collectieve arbeidsovereenkomst

2011 Regionale gegevens

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore
Group
Werknemers vertegenwoordigd door
een vakbond of gedekt door aan
collectieve arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
86,75 8,55 94,79 22,05 52,94 69,81

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Werknemers vertegenwoordigd door
een vakbond of gedekt door aan
collectieve arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
53,68 54,52 75,22 88,58 69,52 69,81

Vakbonden en Collectieve Arbeidsovereenkomst

In totaal is bijna 70% van de Umicore-werknemers lid van een vakbondsorganisatie en/of wordt over hun loonniveau onderhandeld via een collectieve overeenkomst. Regionaal zijn er grote verschillen in de vakbondsvertegenwoordiging, die het grootst is in Zuid-Amerika en Europa en het kleinst in Noord-Amerika en Azië Pacific.

Akkoord voor Duurzame Ontwikkeling

In 2011 hernieuwde Umicore zijn Sustainable Development Agreement met de International Metal Workers Federation (IMF) en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Worker's Unions (ICEM) voor een periode van vier jaar. In dit akkoord verbindt Umicore zich tot een aantal principes, zoals het verbod op kinder- en gedwongen- arbeid, erkenning van het recht van zijn werknemers om zich te organiseren en deel te nemen aan de collectieve onderhandelingen.

In het kader van dit akkoord bezoekt het monitoringcomité elk jaar één niet-Europese site met vertegenwoordigers van de internationale vakbonden en het management.

Alle sites worden ook jaarlijks intern gescreend. Uit deze screening bleek dat geen enkele site van Umicore een specifiek risico loopt om een inbreuk te plegen op een van de principes van het akkoord.

S7 Gedragscode

In 2011 organiseerde Umicore voor het eerst een systematische rapportering over problemen in verband met de Gedragscode in de hele groep. In totaal werden er 39 gevallen gerapporteerd, waarbij in totaal 51 werknemers betrokken waren. De acties die werden ondernomen, varieerden van een waarschuwingsbrief tot ontslag.

In 2011 publiceerde Umicore de Gedragscode opnieuw en werden bepaalde hoofdstukken aangepast om bepaalde thema's voor de werknemers te verduidelijken, meer bepaald in het domein van de bedrijfsethiek en de belangenconflicten.

Gegevens van de business groups 2011

Directe aankoop Indirecte aankoop
eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate
Werknemers die opleiding gekregen
hebben over duurzame ontwikkeling
en aankoop
% werknemers(1) 30 7 36 49 46
Leveranciers die het Charter
voor Duurzame Aankoop hebben
goedgekeurd
% leveranciers - - - - 61

(1) van de werknemers die betrokken zijn bij het aankoopproces en/of zij die een specifieke verantwoordelijkheid hebben op vlak van duurzame ontwikkeling (2) van de leveranciers naar wie Umicore het Charter voor duurzame aankopen heeft verzonden (alleen de belangrijkste leveranciers van elke business unit)

Reikwijdte voor de opleidingsindicator: de indicator omvat de Umicore werknemers die betrokken zijn bij het directe en indirecte aankoopproces in elke business unit, elk departement van het bedrijf en het overkoepelende operationele departement en die door het departement werden uitgenodigd om aan de e-learning deel te nemen of een informatiesessie bij te wonen, wereldwijd.

Reikwijdte voor de naleving van het Charter: de indicator omvat de belangrijkste leveranciers van de aankoopactiviteiten van het departement Procurement & Transportation van Umicore en meer specifiek de aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië.

Reikwijdte voor bedrijven die door Ecovadis worden geëvalueerd: de indicator omvat 127 leveranciers, geselecteerd uit de 601 leveranciers die werden uitgenodigd om zich bij het Charter voor duurzame aankopen aan te sluiten. Deze leveranciers werden geselecteerd aan de hand van een risicobeoordeling die Ecovadis uitvoerde met betrekking tot kriticiteit, afhankelijkheid, duur van de relatie en uitgaven aan deze leveranciers. De leveranciers bedienen enkel de aankoopcentra in België, Duitsland en Frankrijk en dit voornamelijk voor indirecte aankopen.

Directe aankopen: de aankoop van goederen en diensten door de Business Units en de sites, zoals grondstoffen, en diensten zoals verzekeringen, businessontwikkeling, juridische en financiële diensten.

Indirecte aankopen: aankopen van materialen, investeringen en diensten met betrekking tot de industriële en administratieve activiteiten en voorraadbeheer. Omvat meestal niet de aankoop van grondstoffen.

Gemiddelde score van de geëvalueerde leveranciers per thema – gegevens van de Groep 2011

Corporate
Leefmilieu 4,4
Arbeidspraktijken en mensenrechten 3,9
Zakelijke integriteit 3,6
Bevoorradingsketen 3,3
Totaal 3,9

Duurzame ontwikkeling en aankoopopleiding

Om iedereen in het bedrijf beter vertrouwd te maken met duurzame aankopen werd er in 2011 een module voor web-based learning ontwikkeld. 1 172 werknemers van alle business groups en bedrijfsdepartementen werden uitgenodigd om een opleiding aankopen en duurzame ontwikkeling te volgen. 36% van de uitgenodigde werknemers volgde een opleidingssessie of een speciaal ontwikkelde web-based opleidingsmodule.

Charter voor duurzame aankopen

Eind 2011 hadden onze regionale aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië de 'key suppliers' geselecteerd aan de hand van criteria zoals omvang, geografische locatie en het type producten of diensten (en hun kritisch belang voor de werking van een Umicore entiteit). De geselecteerde ondernemingen waren hoofdzakelijk leveranciers van goederen en diensten en enkele leveranciers van grondstoffen (bv. metalen). In totaal werden 601 leveranciers geselecteerd. Tegen het einde van 2011 had 61% van deze 601 leveranciers formeel bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven.

Evaluatie van de leveranciers

Umicore heeft Ecovadis gevraagd om de duurzaamheidsprestaties van 127 leveranciers te evalueren (zie hoger voor de selectiecriteria). Het resultaat van de evaluatie is een scorekaart met een globale score en een score voor elk van de vier duurzaamheidscategorieën: milieu, arbeid, eerlijke handelspraktijken en bevoorradingsketen. Er werden scores toegekend van 1 tot 10, waarbij 1 een hoog risico vertegenwoordigt voor problemen in verband met duurzaamheid. 24 leveranciers hebben de vragenlijst niet beantwoord. Van de 103 ontvangen scorekaarten hadden 76 bedrijven een score van 3 of 4, wat betekent dat ze basismaatregelen hebben genomen voor thema's in verband met duurzaamheid. Slechts twee bedrijven kregen een score gelijk aan of lager dan 2, die een hoog risico voor problemen in verband met duurzaamheid inhoudt. 25 bedrijven haalden, globaal, een score van meer dan 4, wat betekent dat ze over een 'aangepast beheerssysteem voor duurzaamheid' beschikken.

Wat de gemiddelde score in elke categorie betreft haalden de 103 leveranciers de hoogste gemiddelde score voor milieu en scoorden ze het laagst voor het promoten van duurzaamheid in hun bevoorradingsketen.

Alle scorekaarten werden geëvalueerd ten opzichte van de vier duurzaamheidsprincipes van het Charter voor duurzame aankopen en een geheel van minimumvereisten. Umicore zal met de leveranciers die de vragenlijst niet hebben beantwoord en met de leveranciers die een lage score haalden contact opnemen om een actieplan voor verbetering te ontwikkelen.

Meer informatie over de relatie van Umicore met de leveranciers vindt u in het Relaties met de belanghebbenden in de Verklaring inzake deugdelijk bestuur op pagina's 158-161 en in de management bespreking op pagina's 20-21.

S9 Gezondheid van de werknemers

Gegevens van de Groep

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
Ziektegraad % 2,79 2,71 2,64 2,86 3,03

Ziektedagen: totaal aantal verloren werkdagen als gevolg van ziekte. Verloren dagen als gevolg van langdurige ziekten en moederschapsverlof zijn niet in dit cijfer opgenomen. Dit cijfer wordt gerelateerd aan het totale aantal werkdagen per jaar.

Langdurige ziekte wordt gedefinieerd als beginnend na drie maanden van ononderbroken ziekte.

2011 Regionale gegevens

Noord Zuid Azië/ Umicore
eenheid Europa Amerika Amerika Oceanië Afrika Group
Ziektegraad % 3,35 1,44 7,07 0,98 2,48 3,03

Ziektedagen

De voorbije vijf jaar schommelde het aantal ziektedagen van 2,64% tot 3,03%. Het hoogste percentage werd bereikt in 2011 onder invloed van een uitzonderlijk hoog aantal ziektedagen van 7,07% in Zuid-Amerika. Dit hoge cijfer is het gevolg van een conjunctivitisepidemie die in februari en maart 2011 uitbrak in Sao Paolo in Brazilië.

S10 Gezondheid op het werk

Alle geconsolideerde productiesites waarover Umicore de operationele controle heeft en de twee hoofdkantoren zijn opgenomen in de reikwijdte van de rapportering over gezondheid op het werk. In vergelijking met 2010 rapporteerde één bijkomende site (Attleboro, VS, Performance Materials) zijn gezondheidsgegevens wat het totale aantal sites dat deze rapportering opstelt in 2011 op 67 bracht. Sinds de overname in 2010 rapporteerde Attleboro reeds gegevens over andere sociale prestatie-indicatoren sinds het toetrad tot Umicore in 2010.

De informatie in deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op Umicore werknemers. Ze bevat geen gegevens over gezondheid op het werk bij de onderaannemers.

Meer informatie over het beleid van Umicore inzake gezondheid op het werk vindt u op de website www.umicore.com/sustainability/social/Approach/.

Groepsgegevens

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
Blootstellingsgraad 'alle biomerkers geagregeerd' (1) % - - - - 5,1
Blootstellingsgraad lood (bloed) (1) % - - - - 1,4
Blootstellingsgraad arseen (urine) (1) % - - - - 2,2
Blootstellingsgraad lood (bloed) (1) % - - - - 22,1
Blootstellingsgraad kobalt (urine) (1) % - - - - 0,8
Blootstellingsgraad cadmium (urine) (1) % - - - - 1,1
Blootstellingsgraad nikkel (urine) (1) % - - - - 6
Gemiddelde concentratie lood (bloed) µg/100 ml bloed - - - 7,2 9,2
Gemiddelde concentratie arseen (urine) µg/g creatinine - - - 10,6 9,1
Gemiddelde concentratie kobalt (urine) µg/g creatinine - - - 12,6 12,6
Gemiddelde concentratie cadmium (bloed) µg/100 ml bloed - - - 0,12 0,47
Gemiddelde concentratie nikkel (urine) µg/g creatinine - - - - 10,9
Mensen met platina overgevoeligheid - - - - 4
Mensen met door lawaai veroorzaakt gehoorverlies - - - - 9
Mensen met contactdermatitis - - - - 2
Mensen met beroepsmatige asthma door andere producten - - - - 0
Mensen met musculoskeletale aandoeningen - - - - 11

Umicore heeft zich tot doel gesteld dat tegen 2015 de biomarker concentratie voor iedere blootsgestelde werknemer onder Umicore's drempelwaarde blijft.

De volgende drempelwaarden werden gedefinieerd:

Cadmium: 2 microgram per gram creatinine in urine en 0,5 microgram per 100 ml bloed.

Lood: 30 microgram per 100 ml bloed.

Kobalt: 15 microgram per gram creatinine.

Arsenicum en nikkel: 30 microgram per gram creatinine.

Platinazouten: geen nieuwe gevallen van overgevoeligheid voor platinazout.

De blootstellingsratio voor metalen wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal medewerkers van wie het biologische monitoringresultaat hoger ligt dan de drempelwaarde en het totale aantal blootgestelde werknemers. De drempelwaarden van Umicore zijn gebaseerd op de biologische blootstellingsindices van de American Conference of Governmental and Industrial Hygienists (ref. 2011). Ze zijn strenger dan de bestaande wettelijk opgelegde limieten.

De gemiddelde concentratie wordt gedefinieerd als de gemiddelde metaalconcentratie (in urine of bloed) van alle metingen.

Het aantal beroepsziekten is het aantal medewerkers met een beroepsziekte of met symptomen die aan het werk gerelateerd zijn en waarvan de diagnose tijdens deze rapporteringscyclus werd vastgesteld.

In 2011 waren in totaal 3 825 werknemers op het werk blootgesteld aan een van de bovenvermelde metalen (exclusief platinazouten). 195 personen hadden minstens één meetresultaat dat hoger lag dan de interne drempelwaarde. Dat brengt de totale overschrijdingsgraad op 5,1%. Alle werknemers die op het werk aan metalen zijn blootgesteld, worden regelmatig gecontroleerd door een arbeidsgeneesheer.

Lood

Blootstelling aan lood op het werk is een potentieel gezondheidsrisico in de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling. In totaal werd bij 19 van de 1 358 werknemers die op het werk aan lood blootgesteld zijn een hogere waarde dan de drempelwaarde van 30 µg/100 ml gemeten. Dat brengt de overschrijdingsgraad voor blootstelling aan lood op 1,4%.

In de business group Energy Materials werd bij geen enkele van de blootgestelde werknemers de drempelwaarde overschreden.

In de business group Performance Materials werden in de zinkpoederproductie bij twee werknemers van de 222 werknemers die aan lood zijn blootgesteld loodwaarden in het bloed gemeten die hoger lagen dan de interne drempelwaarde, wat resulteert in een overschrijdingsgraad van 0,9%.

In de business group Recycling werd bij 17 van de 1 120 werknemers de drempelwaarde overschreden, wat resulteert in een overschrijdingsgraad van 1,5%. Bijna alle overschrijdingen waren te wijten aan een hoger loodgehalte in het lichaam als gevolg van vroegere blootstellingen op de site van Hoboken (België, Recycling).

De gemiddelde loodwaarde in het bloed bedroeg in 2011 9,2 microgram per 100 ml bloed.

Werknemers met te hoge gemeten waarden werden naar een andere werkplek overgeplaatst en worden verder gevolgd door een arbeidsgeneesheer.

Arsenicum

Blootstelling aan arsenicum kan voorkomen in de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling. In totaal zijn 721 werknemers blootgesteld aan arsenicum. Bij 16 van hen werden in 2011 te hoge waarden gemeten. Dat brengt de overschrijdingsgraad voor arsenicum op 2,2%.

In de business group Energy Materials zijn 45 werknemers blootgesteld aan arsenicum; bij 6 van hen werd een overschrijding van de drempelwaarde vastgesteld. Al deze werknemers zijn tewerkgesteld in de arsenicumproductie op de site van Olen (België, Energy Materials). Dit resulteerde in een overschrijdingsgraad van 13,3%.

In de business group Performance Materials werden geen overschrijdingen gemeten.

In de business group Recycling vertoonden 10 van de 633 werknemers die aan arsenicum zijn blootgesteld een meetresultaat dat hoger lag dan de interne drempelwaarde. Dit resulteerde in een overschrijdingsgraad van 1,6%.

In 2011 bedroeg de gemiddelde arsenicumconcentratie in urine 9,1 microgram per gram creatinine.

Kobalt

In totaal zijn 529 werknemers blootgesteld aan kobalt, voornamelijk in de business group Energy Materials. Bij 117 werknemers werd een overschrijding van de drempelwaarde vastgesteld. Dit brengt de overschrijdingsgraad op 22,1%, wat aanzienlijk hoger is dan het Umicore gemiddelde.

In de business group Energy Materials zijn de 518 blootgestelde werknemers werkzaam in de kobaltproductiesites van de business unit Cobalt & Specialty Materials. De 117 overschrijdingen werden in deze business unit gemeten wat de overschrijdingsgraad op 22,6% brengt. De business unit voert al vele jaren over een beleid –inclusief biologische monitoring- om de blootstelling aan kobalt op het werk te verlagen, inclusief biologische monitoring. In 2011 werd de biologische drempelwaarde verlaagd in de urine van 30 tot 15 microgram per gram creatinine, in lijn met de meest recente gegevens in de wetenschappelijke literatuur over de toxiciteit van kobalt en de blootstelling aan kobalt op het werk. De business unit werkt aan actieplannen om de blootstelling aan kobalt de komende jaren aanzienlijk te verminderen.

In de business unit Electroplating behorende tot de business group Performance Materials zijn 11 werknemers sporadisch blootgesteld aan kobalt. Geen van deze werknemers vertoonde een overschrijding van de drempelwaarden.

In 2011 bedroeg de gemiddelde waarde van kobalt in urine 12,6 microgram per gram creatinine.

Cadmium

Blootstelling aan cadmium op het werk is een potentieel gezondheidsrisico in de business groups Performance Materials en Recycling.

In 2011 waren in totaal 612 werknemers op het werk blootgesteld aan cadmium. Cadmium in urine een uitstekende biomarker is voor de levenslange blootstelling daar waar het cadmiumgehalte in het bloed een meer de recente blootstelling op het werk weergeeft.

In de business group Performance Materials overschreden 7 werknemers de interne drempelwaarde van 2 microgram per gram creatinine, wat resulteerde in een overschrijdingsgraad van 7,4%. Vijf werknemers hadden een te hoog cadmiumgehalte in het bloed (overschrijdingsgraad: 5,3%). Al deze werknemers waren actief in de business unit Technical Materials. Er worden bijkomende technische maatregelen genomen om de blootstelling verder te verminderen. Daarnaast worden er voorzorgsmaatregelen genomen om de blootstelling tot een minimum te beperken, zoals de rotatie van medewerkers, een strikte naleving van het programma voor de bescherming van adembeschermingsprogramma en persoonlijke hygiënemaatregelen om de blootstelling tot een minimum te beperken.

In de business group Recycling werd bij geen van de blootgestelde werknemers een overschrijding van de drempelwaarde gemeten.

In 2011 bedroeg de gemiddelde concentratie cadmium in urine 0,71 microgram per gram creatinine en de concentratie cadmium in het bloed 0,47 microgram per 100 ml bloed.

Nikkel

In de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling is er mogelijke blootstelling aan nikkel. In 2011 waren in totaal 605 werknemers blootgesteld aan nikkel. Bij 36 van hen werd de interne drempelwaarde overschreden. Dit resulteerde in een overschrijdingsgraad van 6,0%.

In de business group Energy Materials zijn 205 werknemers blootgesteld aan nikkel. Ze werken allemaal in de nikkelproductiesites van de business unit Cobalt & Specialty Materials. 36 werknemers overschreden de interne drempelwaarde en dit brengt de overschrijdingsgraad op 17,6%.

In de business groups Peformance Materials en Recycling werd bij geen van de blootgestelde werknemers een overschrijding van de drempelwaarde gemeten.

De gemiddelde nikkelconcentratie in urine bedroeg 10,9 microgram per gram creatinine.

Platinazouten

In de business groups Catalysis en Recycling zijn werknemers blootgesteld aan platinazouten.

In 2011 werd bij 4 werknemers overgevoeligheid voor platinazouten vastgesteld. Twee van deze werknemers werkten in de business group Catalysis, de twee anderen in de business group Recycling. Deze werknemers werden overgeplaatst naar een werkplek waar ze niet aan platinazouten zijn blootgesteld.

Andere gezondheidsrisico's op het werk

In 2011 werd bij in totaal 9 werknemers gehoorverlies door industrieel lawaai vastgesteld. Twee werknemers ontwikkelden een contactdermatitis en 11 werknemers ontwikkelden een musculo-skeletaire aandoening als gevolg van hun beroepsactiviteit. Alle betrokkenen worden gevolgd door een arbeidsgeneesheer. Er werden maatregelen genomen om een verergering van hun toestand te voorkomen.

S11 Veiligheid op het werk Vision 2015

In totaal nemen 75 geconsolideerde sites deel aan de veiligheidsrapportering. Ten opzichte van 2010 zijn drie sites (Nurnberg, Duitsland, Performance Materials; Alzenau, Duitsland, Catalysis; Nashua, VS, Energy Materials) niet meer in de veiligheidsrapportering opgenomen omdat ze hun activiteiten hebben stopgezet en werden er drie nieuwe sites toegevoegd (Kobe, Japan, Energy Materials; Attleboro, VS, Performance Materials; Yokohama, Japan, Performance Materials). In plaats van 71 sites, zoals vermeld in het Verslag aan de aandeelhouders en de maatschappij van 2010, waren er 75 sites opgenomen in de scope voor de veiligheidsrapportering in 2010. Meer informatie over het veiligheidsbeleid vindt u op de website www.umicore.com/sustainability/social/Approach/.

De Umicore informatie in deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op Umicore-werknemers. Ze bevat geen data over arbeidsveiligheid bij de onderaannemers.

Umicore streeft naar nul ongevallen met arbeidsverlet tegen 2015.

Groepsgegevens

eenheid 2007 2008 2009 2010 2011
Dodelijke ongevallen aantal 1 0 0 0 0
Dodelijke ongevallen contractors aantal 0 0 0 0 0
Ongevallen met werkverlet aantal 79 87 48 56 60
Ongevallen met werkverlet contractors aantal - 40 26 20 17
Frequentiegraad 5,3 5,3 3,1 3,5 3,6
Frequentiegraad contractors - 14,58 11,08 7,91 5,50
Aantal verloren kalenderdagen aantal 1.880 2.840 1.280 2.090 1.771
Ernstgraad 0,13 0,17 0,08 0,13 0,11
Registreerbare ongevallen zonder werkverlet aantal - 371 352 210 221
Frequentiegraad RI - 22,7 22,9 13,3 13,3
Verhouding aantal sites zonder LTA/ totaal aantal rapporterende
sites % - - - - 77
OHSAS 18001 gercertifieerde sites % - - 14,5 28,0 30,0

Umicore-werknemer: een personeelslid van het totale personeelsbestand van Umicore. Een Umicore-werknemer kan een voltijdse, deeltijdse of tijdelijke werknemer zijn.

Onderaannemer: een persoon die geen deel uitmaakt van het personeel van Umicore maar die diensten verleent aan Umicore op één van zijn sites volgens de voorwaarden van een contract.

Dodelijk ongeval: een werkgerelateerd ongeval met dodelijke afloop.

Ongeval met arbeidsverlet: een werkgerelateerd ongeval waarbij de werknemer niet kan werken gedurende meer dan één ploegendienst.

Registreerbare letsel: een werkgerelateerde letsel dat leidt tot meer dan één eerstehulpbehandeling, of tot een aangepast werkprogramma, maar ongevallen met arbeidsverlet niet meegerekend.

Frequentiegraad: aantal ongevallen met arbeidsverlet per miljoen gewerkte uren.

Ernstgraad: aantal verloren kalenderdagen als gevolg van een ongeval met arbeidsverlet per duizend gewerkte uren.

Ongevallen op de weg van en naar het werk zijn niet opgenomen in de veiligheidsgegevens.

Regionale gegevens2011

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore
Group
Ongevallen met arbeidsverlet aantal 45 4 5 6 0 60

Gegevens van de business groups 2011

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Dodelijke ongevallen aantal 0 0 0 0 0 0
Ongevallen met werkverlet aantal 2 12 14 26 6 60
Frekwentiegraad per miljoen
gewerkte uren
0,6 4,0 2,9 7,4 3,0 3,6
Verloren kalenderdagen aantal 113 421 408 776 53 1.771
Ernstgraad per duizend
gewerkte uren
0,03 0,14 0,09 0,22 0,03 0,11

In 2011 werden er in totaal 60 ongevallen met arbeidsverlet geregistreerd, in vergelijking met 56 in 2010. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 3,6 tegenover 3,5 in 2010. In totaal gingen er 1 771 kalenderdagen verloren als gevolg van deze ongevallen met arbeidsverlet. Dit resulteerde in een ernstgraad van 0,11 ten opzichte van 0,13 in 2010.

Er werden 221 registreerbare letsels genoteerd ten opzichte van 210 in 2010. De frequentiegraad van de registreerbare letsels bedroeg 13,3 voor 2011. In totaal werden er 17 ongevallen met arbeidsverlet geregistreerd voor onderaannemers ten opzichte van 20 in 2010. Dat komt overeen met een frequentiegraad van 5,5 tegenover 7,9 in 2010. In 2011 vond in 77% van de rapporterende sites geen enkel ongeval met arbeidsverlet plaats. Dertig sites zijn gecertificeerd volgens het gezondheids- en veiligheidsbeheerssysteem OHSAS 18001.

Er vonden geen dodelijke ongevallen plaats in 2011.

Vijfenveertig ongevallen met arbeidsverlet, of 75% van het totale aantal ongevallen met arbeidsverlet, deden zich voor in Europa, waarvan 29 in Belgische sites. In Noord- en Zuid-Amerika vonden 9 ongevallen plaats, in de regio Azië-Pacific werden 6 ongevallen geregistreerd.

In 2011 vonden in de business group Catalysis twee ongevallen met arbeidsverlet plaats. Beide ongevallen deden zich voor in de business unit Precious Metal Chemistry en ze resulteerden in 113 kalenderdagen arbeidsverlet. In de business unit Automotive Catalysts vonden geen ongevallen met arbeidsverlet plaats. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 0,6 en een ernstgraad van 0,03 voor de business group. De business group implementeert in al haar operationele sites het SafeStart®programma, dat focust op onveilige gewoontes en onopzettelijk onveilig gedrag. Daarnaast investeert de business group sterk in het delen van de beste veiligheidspraktijken en het leren uit schierongevallen. Vorderingen worden gemeten aan de hand van een aantal beleidsindicatoren met betrekking tot veiligheid. De site te South Plainfield (VS, Recycling en Catalysis) had gedurende drie jaar geen enkel ongeval met arbeidsverlet, te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan.

De business group Energy Materials registreerde 12 ongevallen met arbeidsverlet tegenover 9 in 2010. In totaal gingen er 421 kalenderdagen verloren. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 4,0 en een ernstgraad van 0,14. In de business unit Cobalt & Specialty Materials vonden negen ongevallen plaats, de business unit Electro-Optic Materials registreerde twee ongevallen en in de business unit Thin Film Products vond één ongeval plaats. Naast doelgerichte acties op het niveau van de sites implementeert de business unit Cobalt & Specialty Materials een veiligheidsbeleid en een aantal veiligheidsindicatoren om de gemaakte vorderingen op te volgen. Alle sites van de business unit Thin Film Products implementeren een veiligheidsproject met focus op leiderschapsaspecten, veiligheidsopleiding, kritische veiligheidsprocedures en -middelen. In het kader van het veiligheidsproject van de business unit Electro-Optic Materials werd er een opleidingsprogramma voor risico-identificatie gelanceerd voor alle werknemers. Drie sites werden erkend voor hun uitstekend en duurzaam veiligheidsprogramma dat resulteerde in 5 jaar zonder enkel ongeval met arbeidsverlet, te registreren incident of ongeval met onderaannemers: Dundee (VK, Energy Materials), Fort Saskatchewan (Canada, Energy Materials) en Hsinchu Hsien (Taiwan, Energy Materials).

De business group Performance Materials registreerde 14 ongevallen met arbeidsverlet met een verlies van 408 kalenderdagen tot gevolg. De frequentiegraad bedroeg 2,9 en de ernstgraad 0,09. Acht van de 14 ongevallen met arbeidsverlet deden zich voor in de business unit Zinc Chemicals; de business units Technical Materials en Building Products registreerden elk twee ongevallen met arbeidsverlet. In de business unit Electroplating vonden geen ongevallen met arbeidsverlet plaats. Omdat het globale aantal ongevallen met arbeidsverlet hoger ligt, implementeert de business unit Zinc Chemicals een uitgebreid DuPont® Safety Programme waarbij alle medewerkers actief worden betrokken. De belangrijkste elementen van dit programma zijn een hernieuwd veiligheidsbeleid, veiligheidsinspectierondes en procedures met betrekking tot essentiële veiligheidsaspecten. De vorderingen worden gevolgd door het veiligheidscomité van de business unit aan de hand van een aantal veiligheidsindicatoren. De andere business units implementeren intern ontwikkelde veiligheidsprogramma's die specifiek zijn aangepast aan hun behoeften en prioriteiten. Innovatieve elementen van deze programma's zijn in-huis gemaakte veiligheidsvideo's, veiligheidskalenders opgemaakt door de business unit en safety gallery meetings. Op het einde van 2011 hebben de sites in Sancoale (India, Performance Materials) en Vicenza (Italië, Performance Materials) in meer dan drie jaar tijd geen enkel arbeidsongeval of te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan.

In de business group Recycling vonden 26 ongevallen met arbeidsverlet plaats, met een totaal verlies van 776 kalenderdagen. Dit vertegenwoordigt een frequentiegraad van 7,5 en een ernstgraad van 0,22. De business unit Precious Metal Refining telde 17 ongevallen met arbeidsverlet. De Business Unit implementeert een uitgebreid veiligheidsprogramma dat focust op acht domeinen: functies en verantwoordelijkheden, communicatie, procedures voor essentiële veiligheidsaspecten, opleiding, onderzoek van incidenten, netheid, veiligheid bij onderaannemers en veiligheidsindicatoren. De business unit Jewellery & Industrial Materials implementeert het DuPont ® Safety Programme. Op het einde van 2011 had de site Markham (Canada, Recycling) meer dan drie jaar geen enkel ongeval met arbeidsverlet of te registreren incident of ongeval met onderaannemers voorgedaan.

140 Er vonden nog 6 ongevallen met arbeidsverlet plaats in algemene diensten, administratieve gebouwen en onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen.

Verklaring inzake deugdelijk bestuur Inhoudsopgave

Overzicht deugdelijk bestuur 142
G1 Context deugdelijk bestuur 142
G2 Vennootschapstructuur 142
G3 Aandeelhouders 142
G4 De Raad van Bestuur 143
G5 Directiecomité 144
G6 Relevante informatie in geval van een overnamebod 145
G7 Wetboek van vennootschappen - Artikel 523 – 524ter 146
G8 De commissaris 146
G9 Gedragscode 146
G10 Marktmisbruik en handel met voorkennis 146
G11 Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2009 146
Remuneratieverslag 2011 147
G12 Vergoeding van de Raad van Bestuur 147
G13 Vergoeding Gedelegeerd Bestuurder en Directiecomité 149
G14 Eigendom van aandelen en aandelenopties en transacties in 2011 152
G15 Wijzigingen aan de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité sinds het einde van 2011 153
Risicobeheer en interne controle 154
G16 Risicobeheer 154
G17 Risicocategorisatie 155
G18 Beschrijving van de risico's 155
Relaties met de belanghebbenden 157
G19 Leveranciers 158
G20 Klanten 158
G21 Werknemers 158
G22 Investeerders en aandeelhouders 159
G23 Samenleving 159
G24 Geassocieerde ondernemingen en joint ventures 159
G25 Overheidssector en autoriteiten 160
G26 Verdeling van de economische meerwaarde 161
Raad van Bestuur 162
Directiecomité 164
Senior Management 166

Overzicht deugdelijk bestuur

G1 Context deugdelijk bestuur

Umicore heeft de Belgische Corporate Governance Code 2009 aangenomen als haar referentiecode.

De Engelstalige, Nederlandstalige en Franstalige versie van deze Code kunnen geraadpleegd worden op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be).

Het Corporate Governance Charter geeft een gedetailleerde beschrijving van de bestuursstructuur van de Vennootschap en de beleidslijnen en procedures van de Umicore Groep. Het Charter is beschikbaar op de website van Umicore (www.umicore.com/governance) of kan op verzoek verkregen worden bij het departement Group Communications van Umicore.

Umicore heeft haar beleidsverklaring, waarden en organisatorische basisfilosofie uiteengezet in een document met de titel "The Umicore Way". Dit document licht toe hoe Umicore haar relaties met haar klanten, aandeelhouders, werknemers en met de samenleving ziet.

Wat de organisatorische filosofie betreft, gelooft Umicore in decentralisatie en in een ruime mate van autonomie voor elke business unit. De business units zijn op hun beurt dan weer verantwoordelijk voor hun eigen bijdrage tot de waardecreatie voor de Groep en voor het vasthouden aan de strategische oriëntaties, de beleidslijnen, normen en de duurzaamheidbenadering van de Groep.

In deze context meent Umicore dat een goede structuur van deugdelijk bestuur een noodzakelijke voorwaarde is voor haar succes op lange termijn. Dit impliceert een doelmatig beslissingsproces dat steunt op een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden. Het moet een optimaal evenwicht mogelijk maken tussen een cultuur van ondernemerschap op het niveau van haar business units en doeltreffende sturing- en toezichtprocessen. Het Corporate Governance Charter gaat dieper in op de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders, de Raad van Bestuur, de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité, alsook de specifieke rol van het Auditcomité en het Benoemings- en Remuneratiecomité. Deze Verklaring bevat informatie over onderwerpen in verband met deugdelijk bestuur die vooral betrekking hebben op het boekjaar 2011.

G2 Vennootschapstructuur

De Raad van Bestuur is het hoogste beslissingsorgaan van Umicore, behalve voor die materies die op grond van het Wetboek van vennootschappen of de statuten van Umicore voorbehouden zijn aan de aandeelhouders. De Raad wordt bijgestaan door een Auditcomité en een Benoemings- en Remuneratiecomité. Het dagelijks bestuur van Umicore is toevertrouwd aan de Gedelegeerd Bestuurder, die tevens voorzitter is van het Directiecomité. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de uitwerking van de algemene strategie van Umicore en het overmaken voor bespreking en goedkeuring ervan aan de Raad van Bestuur. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de implementatie van deze strategie en voor het verzekeren van een effectief toezicht op de business units en corporate functies. Het Directiecomité staat ook in voor het screenen van de verschillende risico's en opportuniteiten waarmee het bedrijf op de korte, middellange en lange termijn geconfronteerd kan worden (zie hoofdstuk Risicobeheer) en zorgt voor de aanwezigheid van systemen om deze te beheren. Het Directiecomité is collegiaal verantwoordelijk voor het bepalen en toepassen van de strategie voor duurzame ontwikkeling van Umicore.

Umicore is georganiseerd in business groups die op hun beurt bestaan uit business units met gemeenschappelijke kenmerken inzake producten, technologieën en afzetmarkten. Sommige business units zijn verder onderverdeeld in marktgerichte business lines. Als ondersteunende structuur op het niveau van de Groep beschikt Umicore over regionale managementplatformen in Zuid-Amerika, China, Noord-Amerika en Japan. De hoofdzetel van Umicore is gevestigd in België. Deze zetel biedt een aantal algemene en ondersteunende functies op het gebied van financiën, human resources, interne audit, juridische en fiscale zaken, externe relaties en relaties met de beleggers.

G3 Aandeelhouders

3.1 Aandelen in omloop – kapitaalstructuur

Op 31 december 2011 waren er 120 000 000 Umicore-aandelen in omloop. De historiek van de vertegenwoordiging van het kapitaal van Umicore kan geraadpleegd worden op www.umicore.com/investorrelations. De identiteit van de aandeelhouders die per 31 december 2011 een belang van 3 % of meer hadden aangegeven, kan worden geraadpleegd in de rubriek "beknopte jaarrekening van de moederonderneming" (p. 106-107).

Op 31 december 2011 bezat Umicore 9 243 938 eigen aandelen, hetzij 7,70 % van het kapitaal. Informatie over de door de aandeelhouders aan Umicore verleende machtiging om eigen aandelen in te kopen, alsook de stand van zaken inzake deze inkopen kan men vinden in het Corporate Governance Charter of op de website van Umicore.

Tijdens het jaar werden 297 448 eigen aandelen gebruikt in de context van de uitoefening van aandelenopties voor het personeel en werden 22 200 aandelen gebruikt voor toekenningen van aandelen, waarvan 2 700 aan de leden van de Raad van Bestuur en 19 500 aan de leden van het Directiecomité.

3.2 Dividendbeleid en uitkering

Umicore streeft naar de uitbetaling van een stabiel of geleidelijk stijgend dividend. Er is geen vaste uitkeringsverhouding. Het dividend wordt door de Raad van Bestuur voorgesteld op de gewone (of jaarlijkse) algemene vergadering van aandeelhouders. Er zal geen dividend worden uitbetaald als dit de financiële stabiliteit van de Vennootschap in gevaar zou brengen.

In 2011 heeft Umicore een brutodividend uitgekeerd van € 0,80 per aandeel voor het boekjaar 2010. Dit is een stijging van € 0,15 per aandeel ten opzichte van het brutodividend voor het boekjaar 2009.

In augustus 2011 heeft de Raad van Bestuur, in overeenstemming met het dividendbeleid van Umicore, beslist tot de uitkering van een interimdividend ter waarde van 50 % van het totale dividend dat voor het vorige boekjaar werd uitbetaald. Bijgevolg werd vanaf 14 september 2011 een bruto interimdividend betaald van € 0,40 per aandeel. Op 8 februari 2012 heeft de Raad beslist om de aandeelhouders een totaal bruto dividend van € 1,00 per aandeel voor te stellen voor het boekjaar 2011. Indien de voorgestelde winstbestemming door de aandeelhouders wordt goedgekeurd, zal er dus in mei 2012 een bruto dividend ad € 0,60 per aandeel worden uitgekeerd (dit is het totale dividend verminderd met het reeds betaalde interimdividend).

De System Paying Agent die voor de uitbetaling van het dividend van 2011 werd aangesteld, is:

KBC Bank Havenlaan, 2 1080 Brussel

3.3 Algemene vergaderingen van aandeelhouders in 2011

De statuten van Umicore bepalen dat de jaarvergadering plaatsvindt op de laatste dinsdag van april om 17 uur.

In 2011 vond de jaarvergadering plaats op 26 april. Op deze vergadering werden de klassieke besluiten goedgekeurd betreffende de jaarrekening, de resultaatbestemming alsook de kwijtingen voor de Raad van Bestuur en de commissaris voor hun respectieve mandaten in 2010. Daarnaast werden de heren Uwe-Ernst Bufe, Arnoud de Pret en Jonathan Oppenheimer herbenoemd tot bestuurder voor een periode van drie jaar en werd het bestuurdersmandaat van de heer Guy Paquot met één jaar verlengd. De algemene vergadering heeft mevrouw Ines Kolmsee tot nieuwe bestuurder benoemd voor drie jaar. Verder keurde de jaarvergadering de vergoeding van de Raad van Bestuur voor 2011 goed. Details van de vergoeding die in 2011 aan de bestuurders werd betaald, zijn beschikbaar in het Remuneratieverslag. Tot slot heeft de jaarvergadering PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BCVBA/SC-CRL tot commissaris herbenoemd voor drie jaar.

Eveneens op 26 april 2011 besloot een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders tot: 1) de hernieuwing van de toestemming die aan de Raad werd verleend om het kapitaal te verhogen, nu met een maximumbedrag van € 50 000 000, voor een periode van vijf jaar, en 2) statutenwijzigingen ter uitvoering van de wetten van 20 december 2010 en 5 april 2011 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen.

G4 De Raad van Bestuur

4.1 Samenstelling

De Raad van Bestuur, waarvan de leden worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders met een eenvoudige meerderheid van stemmen zonder aanwezigheidsvereiste, moet uit tenminste zes leden bestaan. De bestuurders mogen normaal niet langer dan 4 jaar zetelen. In de praktijk worden ze verkozen voor een periode van drie jaar en zijn ze herverkiesbaar.

Bestuurders kunnen op elk moment worden ontslagen na een besluit van een algemene vergadering die beslist met een eenvoudige meerderheid van stemmen. Er is geen aanwezigheidsvereiste voor het ontslag van bestuurders. De statuten bieden de Raad de mogelijkheid om bestuurders te coöpteren wanneer een plaats openvalt. De volgende algemene vergadering van aandeelhouders moet beslissen over de definitieve benoeming van de bovengenoemde bestuurder. De nieuwe bestuurder vervolledigt de termijn van zijn of haar voorganger.

Op 31 december 2011 bestond de Raad van Bestuur uit tien leden: negen niet-uitvoerende bestuurders en één uitvoerend bestuurder. Op 31 december 2011 waren vijf van de tien bestuurders onafhankelijk in de betekenis van artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en bepaling 2.3 van de Belgische Corporate Governance Code 2009.

Twee (hetzij 20 %) van de tien leden van de Raad van Bestuur die in functie waren op 31 december 2011 zijn vrouwen. Umicore streeft ernaar het minimum vertegenwoordigingsniveau binnen de opgelegde termijn, zoals opgelegd door het Wetboek van vennootschappen (zoals gewijzigd door de wet van 28 juli 2011) en de aanbevelingen van de Belgische Commissie Corporate Governance, te bereiken. Zowel het Benoemings- en Remuneratiecomité als de Raad van Bestuur zullen rekening houden met de vereiste van genderdiversiteit bij de behandeling van vacante bestuursmandaten in de komende jaren.

De samenstelling van de Raad van Bestuur onderging de volgende wijzigingen in 2011: het mandaat van de heer Jean-Luc Dehaene nam een einde op de jaarvergadering van 26 april 2011 als gevolg van de leeftijdsgrens opgelegd door het Corporte Governance Charter. Mevrouw Ines Kolmsee werd benoemd tot nieuwe onafhankelijke bestuurder vanaf dezelfde datum.

4.2 Vergaderingen en onderwerpen

De Raad van Bestuur hield zeven gewone vergaderingen en één uitzonderlijke vergadering via conference call in 2011. De Raad nam ook éénmaal beslissingen via een eenparig schriftelijk besluit.

  • De belangrijkste onderwerpen die de Raad in 2011 behandelde, waren:
  • De financiële prestaties van de Groep;
  • Goedkeuring van de jaarlijkse en de halfjaarlijkse financiële rekeningen;
  • Vaststelling van de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen, inclusief de bestemming van het resultaat en het voorstel van jaarlijks dividend, evenals de statutaire en geconsolideerde jaarverslagen;
  • Het budget;
  • De evaluatie van de Raad van Bestuur (zie het volgende hoofdstuk van de Verklaring inzake deugdelijk bestuur);

  • Investeringsprojecten;

  • Prestaties op het vlak van duurzame ontwikkeling;
  • Beoordeling van de bedrijfsrisico's;
  • Business updates en technologie-reviews;
  • M&A projecten en review Human Resources;
  • Jaarlijkse evaluatieproces van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het Directiecomité voor 2010;
  • Opvolgingsplanning op het niveau van de Raad en het Directiecomité, inclusief de benoeming van de heer Ludo Vandervelden als nieuw lid van het Directiecomité vanaf 1 oktober 2011;
  • Uitkering van een interimdividend;
  • Implementatie van de machtiging tot inkoop van eigen aandelen;
  • Bevoegdheidsgrenzen Directiecomité.

De Raad bezocht ook de battery materials fabriek van Umicore in Kobe Port Island en de autocatalysatorenfabriek in Himeji (beide in Japan).

4.3 Evaluatie van de prestaties van de Raad en zijn comités

De Voorzitter, bijgestaan door het Benoemings- en Remuneratiecomité en een externe deskundige, heeft in 2011 een evaluatieonderzoek doorgevoerd in verband met de prestaties, de omvang en de samenstelling van de Raad van Bestuur en zijn Comités. Dit evaluatieproces behelsde onder meer individuele gesprekken met de bestuurders en de secretaris van de Vennootschap. De resultaten van deze evaluatie werden grondig besproken op de vergadering van de Raad van 8 juni 2011.

4.4 Auditcomité

De samenstelling van het Auditcomité en de kwalificaties van zijn leden zijn volledig in lijn met de vereisten van artikel 526bis van het Wetboek van vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code 2009.

Het Auditcomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders van wie er twee onafhankelijk zijn. De heer Klaus Wendel werd als lid van het Auditcomité vervangen door mevrouw Ines Kolmsee vanaf 26 april 2011. De heer Arnoud de Pret, die reeds lid was van het Auditcomité, werd voorzitter van dit comité vanaf 26 april 2011, eveneens ter vervanging van de heer Klaus Wendel.

Het Auditcomité vergaderde vier maal in 2011. Naast de financiële rekeningen van 2010 en deze van het eerste halfjaar 2011, besprak het Comité de volgende onderwerpen: de status van de interne controleprojecten, het activiteitenverslag van de security officer van de Vennootschap, de roadmap voor de informatiesystemen en de beveiliging, het risicobeoordelingsproces en de activiteitenverslagen van interne audit. Het Auditcomité evalueerde tevens zijn eigen prestaties en de vergoeding van de commissaris.

4.5 Benoemings- en Remuneratiecomité

Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders, van wie er twee onafhankelijk zijn. Het Comité wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad.

In 2011 werd één formele vergadering van het Benoemings- en Remuneratiecomité gehouden. In 2011 besprak het Benoemings- en Remuneratiecomité het remuneratiebeleid voor de leden van de Raad, de leden van de Comités van de Raad en het Directiecomité, en de regels van de aandelen- en optieplannen die in 2011 werden aangeboden, evenals het variabele verloningsprogramma voor 2011.

Het Benoemings- en Remuneratiecomité was actief betrokken bij de benoeming van mevrouw Ines Kolmsee als nieuw lid van de Raad en bij de evaluatie van de prestaties van de Raad. Het Comité stond de Raad ook bij in het kader van de benoeming van de heer Ludo Vandervelden als nieuw lid van het Directiecomité en vervolgens als nieuwe Chief Financial Officer.

G5 Directiecomité

5.1 Samenstelling

Het Directiecomité beantwoordt aan de definitie van artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen.

Het Directiecomité is samengesteld uit minstens vier leden. Het wordt voorgezeten door de Gedelegeerd Bestuurder, die benoemd is door de Raad van Bestuur. De leden van het Directiecomité worden door de Raad van Bestuur benoemd op voorstel van de Gedelegeerd Bestuurder en op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

Op 31 december 2011 bestond het Directiecomité uit acht leden, inclusief de Gedelegeerd Bestuurder.

De heer Ludo Vandervelden werd met ingang van 1 oktober 2011 benoemd tot lid van het Directiecomité en hij werd aangesteld tot Chief Financial Officer vanaf 1 november 2011 ter vervanging van mevrouw Verluyten, die ook ontslag nam als lid van het Directiecomité vanaf 1 januari 2012. Na het ontslag van mevrouw Verluyten zal het Directiecomité uit zeven leden bestaan vanaf 1 januari 2012.

5.2 Prestatiebeoordeling

De prestaties van de leden van het Directiecomité worden jaarlijks individueel beoordeeld door de Gedelegeerd Bestuurder en besproken met het Benoemings- en Remuneratiecomité. De resultaten worden voorgelegd aan, en besproken door de Raad van Bestuur.

De Raad van Bestuur komt tevens jaarlijks in een niet-uitvoerende sessie (d.w.z. zonder de Gedelegeerd Bestuurder) samen om de prestaties van de Gedelegeerd Bestuurder te beoordelen en te bespreken.

Deze evaluaties vonden plaats op 9 februari 2011.

G6 Relevante informatie in geval van een overnamebod

6.1 Beperkingen aandelenoverdracht

De statuten van Umicore leggen geen beperkingen op voor de overdracht van aandelen. Er zijn de Vennootschap tevens geen beperkingen bekend die door de wet worden opgelegd, behalve in het kader van de wetgeving betreffende marktmisbruik.

6.2 Effecten met bijzondere zeggenschapsrechten

De Vennootschap heeft geen effecten met bijzondere zeggenschapsrechten uitgegeven.

6.3 Beperking van het stemrecht

De statuten van de Vennootschap bevatten geen beperkingen op de uitoefening van stemrecht door de aandeelhouders, op voorwaarde dat de betrokken aandeelhouders tot de algemene vergadering werden toegelaten en dat hun rechten niet werden geschorst. De toelatingvoorwaarden met betrekking tot de algemene vergaderingen worden beschreven in artikel 17 van de statuten. Luidens artikel 7 van de statuten worden de rechten verbonden aan aandelen die eigendom zijn van verschillende aandeelhouders opgeschort tot er één persoon als eigenaar werd aangeduid tegenover de Vennootschap.

Voor zover de Raad bekend is, waren geen van de stemrechten verbonden aan aandelen van de Vennootschap wettelijk geschorst op 31 december 2011, behalve met betrekking tot de 9 243 938 aandelen die op deze datum eigendom waren van de Vennootschap zelf (Artikel 622 §1 van het Wetboek van vennootschappen).

6.4 Aandelenplannen voor werknemers waarbij de controlerechten niet direct door de werknemers worden uitgeoefend

De Vennootschap heeft geen dergelijke aandelenplannen uitgegeven.

6.5 Aandeelhoudersovereenkomsten

Voor zover de Raad bekend is, zijn er geen aandeelhoudersovereenkomsten die kunnen leiden tot beperkingen van de overdracht van aandelen en/of de uitoefening van stemrechten.

6.6 Statutenwijzigingen

Behalve voor de kapitaalverhogingen die door de Raad van Bestuur werden beslist binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal, is alleen een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd om de statuten van de Vennootschap te wijzigen. Een algemene vergadering mag alleen beslissen over statutenwijzigingen (zoals kapitaalverhogingen of –verminderingen, fusies, splitsingen en ontbindingen) wanneer minstens 50 % van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is. Als dit quorum niet bereikt is, moet een nieuwe buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die zal beslissen ongeacht het vertegenwoordigde deel van het geplaatste kapitaal. In principe worden statutenwijzigingen enkel aangenomen als ze 75 % van de stemmen hebben verkregen. Het Wetboek van vennootschappen voorziet strengere meerderheidsvereisten in specifieke gevallen, zoals de wijziging van het maatschappelijk doel of de vennootschapsvorm.

De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 26 april 2011 heeft enkele statutaire bepalingen gewijzigd in uitvoering van de wetten van 20 december 2010 en 5 april 2011 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen.

6.7 Toegestaan kapitaal – inkoop van eigen aandelen

Het kapitaal van de Vennootschap kan worden verhoogd na een beslissing van de Raad, binnen de grenzen van het zogenoemde toegestaan kapitaal. Hiervoor moet toestemming worden verleend door een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders; deze machtiging is beperkt in de tijd en onderworpen aan specifieke vereisten op het vlak van rechtvaardiging en doeleinden. De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 26 april 2011 (besluiten gepubliceerd op 10 juni 2011) heeft de Raad van Bestuur machtiging verleend om het kapitaal van de Vennootschap in een of meer keren te verhogen met een maximumbedrag van € 50 000 000. Tot 31 december 2011 werd van deze toestemming nog geen gebruik gemaakt. De machtiging zal op 9 juni 2016 vervallen.

Op grond van een besluit van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 29 oktober 2010 is de Raad gemachtigd om eigen aandelen van de Vennootschap in te kopen op een gereglementeerde markt binnen een grens van 10 % van het geplaatste kapitaal, aan een prijs per aandeel van € 4,00 tot € 75,00 en gedurende een periode van 18 maanden die eindigt op 28 april 2012. Deze machtiging werd ook aan de dochterondernemingen van de Vennootschap verleend. In toepassing van de hoger beschreven toestemming, kocht de Vennootschap in totaal 3 086 939 eigen aandelen op de NYSE Euronext Brussels tussen 16 augustus 2011 en 31 december 2011. De Raad zal aan de buitengewone algemene vergadering van 21 maart 2012 of, indien het wettelijk aanwezigheidsquorum niet bereikt wordt, van 24 april 2012 voorstellen om deze machtiging te hernieuwen.

6.8 Overeenkomsten tussen de Vennootschap en haar bestuurders of werknemers die in een vergoeding voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, zij ontslag nemen, zonder geldige reden worden ontslagen of hun tewerkstelling wordt beëindigd

Alle senior vice-presidents van de Groep hebben recht op een compensatie ter waarde van 36 maanden basisloon in geval van ontslag binnen de twaalf maanden na een overname van de Vennootschap. Voor de leden van het Directiecomité wordt verwezen naar het Remuneratieverslag (p. 152-153).

G7 Wetboek van vennootschappen - Artikel 523 – 524ter

Op 9 februari 2011, voorafgaand aan de bespreking of het nemen van eender welke beslissing, verklaarde de heer Marc Grynberg dat hij een rechtstreeks tegenstrijdig belang van vermogensrechtelijke aard had bij de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur in verband met zijn prestatie-evaluatie en zijn bezoldiging (inclusief de toekenning van aandelen en opties).

In overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen nam de heer Marc Grynberg niet deel aan de beraadslaging door de Raad van Bestuur en nam hij evenmin deel aan de stemming.

Overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen zijn de vermogensrechtelijke gevolgen van deze beslissingen beschreven in het jaarverslag van de Raad van Bestuur over de enkelvoudige jaarrekening.

In 2011 vonden er geen specifieke transacties of contractuele verbintenissen plaats tussen een lid van de Raad van Bestuur of het Directiecomité enerzijds en Umicore of één van haar verbonden ondernemingen anderzijds.

G8 De commissaris

De jaarvergadering van 26 april 2011 heeft het mandaat als commissaris van PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BCVBA/ SCCRL hernieuwd voor een periode van drie jaar. PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BCVBA/SCCRL wordt voor de uitoefening van dit mandaat gezamenlijk vertegenwoordigd door de heer Marc Daelman en mevrouw Emmanuèle Attout.

Een document met de onafhankelijkheidscriteria die Umicore hanteert voor haar commissaris kan worden aangevraagd bij de Vennootschap of geraadpleegd op www.umicore.com/governance.

G9 Gedragscode

Umicore hanteert een Gedragscode voor alle medewerkers, vertegenwoordigers en bestuurders. Deze Gedragscode is fundamenteel voor het creëren en behouden van een vertrouwens- en professionele relatie met de belangrijkste belanghebbenden van de onderneming, namelijk haar personeelsleden, handelspartners, aandeelhouders, overheidsdiensten en het publiek.

Het belangrijkste doel van de Gedragscode van Umicore is ervoor te zorgen dat alle personen die optreden in naam van Umicore hun activiteiten uitvoeren op een ethische manier, in overeenstemming met de wetten en reglementen en met de normen die Umicore bepaalt op basis van haar huidige en toekomstige beleidslijnen, richtlijnen en regels. De Gedragscode bevat een specifieke sectie over klachten en uitingen van bezorgdheid van de kant van de werknemers, alsook over de bescherming van klokkenluiders.

De Gedragscode werd in 2011 aangepast na de lancering van Vision 2015. Ze werd gepubliceerd in Bijlage 4 van het Corporate Governance Charter van Umicore.

G10 Marktmisbruik en handel met voorkennis

Het door Umicore gevoerde beleid inzake marktmisbruik met inbegrip van handel met voorkennis kan geraadpleegd worden in bijlage 5 van het Corporate Governance Charter.

G11 Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2009

De systemen en procedures voor deugdelijk bestuur van Umicore stemmen overeen met de Belgische Corporate Governance Code 2009, met uitzondering van de punten 5.3./6 en 5/4./5 betreffende het vereiste minimumaantal vergaderingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Zoals hierboven vermeld, heeft het Benoemings- en Remuneratiecomité in 2011 slechts één formele vergadering gehouden. Daarnaast werden alle leden van het Benoemingsen Remuneratiecomité buiten het formeel kader van vergaderingen van het Comité actief betrokken bij het selectieproces dat heeft geleid tot de aanwerving van de heer Ludo Vandervelden als nieuwe Chief Financial Officer en de benoeming van mevrouw Ines Kolmsee als nieuw lid van de Raad.

Remuneratieverslag 2011

G12 Vergoeding van de Raad van Bestuur

Remuneratiebeleid voor de Raad van Bestuur

In principe moet de vergoeding voor de niet-uitvoerende leden van de Raad volstaan om personen met het door de Raad gedefinieerde profiel aan te trekken, te behouden en te motiveren. Het remuneratieniveau moet rekening houden met de verantwoordelijkheden en het engagement van de leden van de Raad. De Raad van Bestuur bepaalt het remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders op basis van de aanbevelingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Naast dit principe baseert het Benoemings- en Remuneratiecomité zijn voorstellen op een onderzoek van de geldende marktomstandigheden voor beursgenoteerde ondernemingen die in de BEL 20-index zijn opgenomen en voor andere Europese ondernemingen van gelijkaardige omvang in de sectoren chemie, metaal en materialen. De resultaten van het onderzoek worden in het Benoemings- en Remuneratiecomité besproken en de Raad bepaalt de vergoeding voor niet-uitvoerende bestuurders en leden van de Raad die aan de jaarvergadering zal worden voorgesteld.

Vergoeding niet-uitvoerende bestuurders

Uit een onderzoek dat begin 2011 werd uitgevoerd bij een benchmarkgroep van ondernemingen met een marktkapitalisatie van € 4 tot € 6 miljard bleek dat de vergoedingen voor de leden van de Raad van Umicore Board laag zijn in vergelijking met de benchmark. Daarom heeft de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders voorgesteld om vanaf 2011 een jaarlijkse toekenning van 'restricted stock' toe te voegen aan de bestaande vergoedingsstructuur. Dit voorstel werd goedgekeurd door de jaarvergadering van 26 april 2011. Er worden 300 aandelen toegekend per niet-uitvoerend lid van de Raad (eventueel pro rata temporis berekend). Voor de aandelen geldt een lock-upperiode van drie jaar.

Op voorstel van de Raad van Bestuur gebaseerd op een aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft de jaarvergadering op 26 april 2011 tevens de volgende wijzigingen goedgekeurd met betrekking tot de vergoedingen voor de leden van de Raad van Bestuur en de Comités:

Aan de voorzitter van het Auditcomité, die in 2010 geen vaste vergoeding ontving, wordt een vaste vergoeding van € 10 000 per jaar toegekend. De vergoeding per bijgewoonde vergadering wordt verlaagd van € 6 000 tot € 5 000. Aan de andere leden van het Auditcomité, die in 2010 geen vaste vergoeding ontvingen, wordt een vaste vergoeding toegekend van € 5 000. Hun vergoeding per bijgewoonde vergadering bedraagt € 3 000, tegenover € 4 000 in 2010.

De voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van € 5 000 per bijgewoonde vergadering in plaats van € 4 000 in 2010.

In 2011 bedroeg de vergoeding van de niet-uitvoerende leden van de Raad:

  • Voorzitter: vaste jaarlijkse vergoeding: € 40 000 + € 5 000 per bijgewoonde vergadering + 300 aandelen.
  • Bestuurder: vaste jaarlijkse vergoeding: € 20 000 + € 2 500 per bijgewoonde vergadering + 300 aandelen.

In 2011 bedroeg de vergoeding van de leden van de Raad:

Auditcomité

  • Voorzitter: vaste jaarlijkse vergoeding: € 10 000 + € 5 000 per bijgewoonde vergadering.
  • Lid: vaste jaarlijkse vergoeding: € 5 000 + € 3 000 per bijgewoonde vergadering.

Benoemings- en Remuneratiecomité

  • Voorzitter: € 5 000 per bijgewoonde vergadering.
  • Lid: € 3 000 per bijgewoonde vergadering.

Overzicht vergoeding Raad van Bestuur in 2011

Naam (in €) Bijgewoonde
vergaderingen
Thomas Leysen * (Voorzitter) Raad van bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 40.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 5.000 7/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 5.000 1/1
Totale bezoldiging 90.896
Marc Grynberg Raad van bestuur
(uitvoerend bestuurder) Geen bezoldiging als bestuurder None 7/7
(zie verder bezoldiging Gedelegeerd bestuurder
2011)
Isabelle Bouillot Raad van bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 7/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 1/1
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
5.000
3.000
4/4
Totale bezoldiging 68.396
Uwe-Ernst Bufe Raad van bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 6/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Totale bezoldiging 45.896
Jean-Luc Dehaene Raad van bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 6.301
Bestuursmandaat beëindigd na Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 2/2
de GAV van 26 april 2011 Waarde van de 95 toegewezen aandelen 3.450
Totale bezoldiging 14.751
Arnoud de Pret Raad van bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 7/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding 8.425
Vergoeding per bijgewoonde vergadering als
Voorzitter 5.000 3/3
Vergoeding per bijgewoonde vergadering als lid
Totale bezoldiging
3.000
74.821
1/1
Ines Kolmsee Conseil d'administration
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Compensation fixe annuelle 13.699
Benoemd door de GAV Jetons de présence 2.500 4/5
van 26 april 2011 Valeur des 205 actions octroyées 7.446
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding 3.425
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 2/3
Totale bezoldiging 40.570
Shohei Naito Raad van bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 7/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Totale bezoldiging 48.396
Jonathan Oppenheimer Raad van bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 5/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Totale bezoldiging 43.396
Guy Paquot Raad van bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 7/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 1/1
Totale bezoldiging 51.396
Klaus Wendel Raad van bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 7/7
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 10.896
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding 3.151
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 5.000 1/1
Totale bezoldiging 56.547

* Voordelen van alle aard: bedrijfswagen € 3 075,08

In 2008 keurde de Raad van Bestuur een consultancyovereenkomst goedvan vier jaar met Booischot NV, een vennootschap gecontroleerd door Thomas Leysen. De overeenkomst voor een periode van vier jaar ging in op 1 januari 2009 voor een jaarlijkse vergoeding van € 300 000. Op verzoek van Thomas Leysen en in overleg met de Raad werd besloten om deze overeenkomst te beëindigen met ingang van 31 augustus 2011.

G13 Vergoeding Gedelegeerd Bestuurder en Directiecomité

Remuneratiebeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité

Het Benoemings- en Remuneratiecomité legt de principes vast van het vergoedingsbeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité en legt deze ter goedkeuring voor aan de Raad van bestuur. Het Comité streeft naar een vaste vergoeding in overeenstemming met het verantwoordelijkheidsniveau en de gangbare marktpraktijken, en een aantrekkelijke variabele vergoeding als beloning voor de financiële en duurzaamheidsprestaties van de onderneming.

De vergoeding en de voordelen voor de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité bestaan uit de volgende componenten: vaste vergoeding, variabele vergoeding (cashbonus), aandelengebaseerde incentives onderworpen aan een lock-up periode (toekenning van gratis aandelen en aandelenoptieplannen), pensioenplannen en andere voordelen.

De vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité wordt jaarlijks herzien door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Op basis van een onderzoek wordt de competitiviteit van de verloningspakketten elk jaar geëvalueerd. Umicore vergelijkt de totale directe vergoeding van de leden van het Directiecomité met deze van de BEL 20-bedrijven en vergelijkbare Europese bedrijven.

Vooruitlopend op de wijziging van de Belgische wetgeving betreffende deugdelijk bestuur in verband met de variabele vergoeding van de leden van het Directiecomité heeft de Raad van Bestuur op 10 februari 2010 op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité beslist om vanaf 2010 een nieuw beleid toe te passen voor de cashbonus voor het Directiecomité. Het nieuwe beleid is in overeenstemming met de Belgische wet van 6 april 2010, die onder meer bepaalt dat de helft van de bonussen die worden toegekend aan leden van Directiecomités, gespreid moeten worden uitbetaald en onderworpen zijn aan meerjarendoelstellingen of -criteria.

Voor het gerapporteerde jaar werden de individuele gegevens met betrekking tot alle vergoedingscomponenten voor de Gedelegeerd Bestuurder opgenomen in tabel op pagina 150 van dit remuneratieverslag. Voor de andere leden van het Directiecomité worden de gegevens betreffende de vaste vergoeding, de variabele vergoeding, de pensioen- en andere voordelen globaal voorgesteld, terwijl de gegevens met betrekking tot aandelengebaseerde incentives (aandelen en aandelenoptieplannen) individueel worden gerapporteerd.

Vergoeding en voordelen Gedelegeerd Bestuurder

Vaste vergoeding

De Gedelegeerd Bestuurder ontving in 2011 een vaste vergoeding van € 520 000.

Variabel vergoedingsschema (cashbonus) en evaluatiecriteria

De jaarlijkse cashbonus van de Gedelegeerd Bestuurder kan variëren van 0% tot 100% van de vaste jaarlijkse vergoeding van het referentiejaar, waarvan de helft met niet-uitgestelde uitbetaling op basis van de jaarlijkse individuele prestaties, inclusief de jaarlijkse algemene financiële prestaties van de groep, het bereiken van de jaarlijkse strategische en duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de groep en de naleving van de waarden van de groep.

De andere helft van de bonus – met uitgestelde betaling – is gebaseerd op het rentabiliteitscriterium van de Groep Umicore, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE), dat in het jaarverslag wordt gepubliceerd. De uitgestelde betaling wordt geëvalueerd over een tijdsperiode van enkele jaren. De eerste helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over deze drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5 % (= score van 0%) en het maximum op 17,5% (= score van 100%). Als het bereikte ROCE-percentage zich tussen de bovenvermelde niveaus bevindt, wordt de score evenredig aangepast. De score wordt toegepast op het betreffende doel, nl. een kwartaal van de jaarlijkse vaste vergoeding van het referentiejaar voor elk jaar van uitgestelde betaling.

De Gedelegeerd Bestuurder kan de cashbonus geheel of gedeeltelijk in Umicore aandelen laten omzetten.

Er is geen terugvorderingsrecht voorzien.

Aan het begin van elk referentiejaar worden de individuele doelstellingen besproken tijdens een vergadering van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Ze worden in de vergadering van de Raad van Bestuur voorgesteld door de voorzitter en besproken en goedgekeurd door de Raad.

De prestaties van de Gedelegeerd Bestuurder over het jaar worden beoordeeld door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Tijdens een vergadering waarbij de Gedelegeerd Bestuurder niet aanwezig is, licht de voorzitter de resultaten van deze beoordeling toe aan de Raad van Bestuur, die ze vervolgens bespreekt.

In 2012 ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder een totale cashbonus van € 255 000. Dit vertegenwoordigt de niet-uitgestelde individuele component van zijn bonus voor 2011.

Naast de direct uitbetaalde individuele bonus 2011 ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder in 2012 tevens de eerste helft van zijn groepsbonus met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2010, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2010 en 2011. De ROCE van de groep voor het referentiejaar 2010 bedraagt 17,5% en voor het referentiejaar 2011 is dit 18,6%. De eerste helft van de uitgestelde groepsbonus voor het referentiejaar 2010 bedraagt bijgevolg € 125 000 op basis van zijn vaste jaarlijkse vergoeding van € 500 000 voor het referentiejaar 2010.

Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)

Umicore-aandelen worden door de Raad van Bestuur toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2012 aan de Gedelegeerd Bestuurder werd toegekend voor diensten verleend in 2011 bedroeg 3 000 met een toekenningprijs van € 36,00 per aandeel en een totale waarde bij de toekenning van € 108 000. De toekenning werd door de Raad van Bestuur beslist op 8 februari 2012 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-upperiode van drie jaar.

In 2011 werden er aan de Gedelegeerd Bestuurder 90 000 aandelenopties toegekend in het raam van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2011, dat op 9 februari 2011 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. Deze opties hebben een uitoefenprijs van € 38,07 en hadden bij de toekenning een nominale waarde (berekend op basis van het -Present Economic Value model) van € 997 200. De opties kunnen worden uitgeoefend vanaf 1 maart 2014 tot 13 februari 2018. Aandelenopties stellen de begunstigde in staat om een specifiek aantal Umicore-aandelen te verwerven voor een vaste prijs (uitoefenprijs) binnen een specifieke periode. Aandelenopties zijn niet gekoppeld aan individuele of bedrijfsprestaties en mogen dus niet als een variabele vergoeding worden beschouwd zoals bedoeld in de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010.

Pensioen- en andere voordelen

De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van "te bereiken doel" plannen. Andere voordelen zijn de representatiekosten, de voordelen van alle aard (bedrijfswagen) en verzekeringen.

Totale vergoeding Gedelegeerd Bestuurder voor 2011

Alle componenten van de vergoeding die aan de Gedelegeerd Bestuurder werd toegekend voor het gerapporteerde jaar zijn opgenomen in de onderstaande tabel:

(in €)
Zelfstandige
520.000
380.000
900.000
Niet-cash elementen (notionele waarde in €)
- Waarde van de in 2012 toegewezen aandelen 108.000
- Notionele waarde van de in 2011 toegekende aandelenopties 997.200
- Pensioen
Vaste bijdrageplan 185.534
Te bereiken doelplan (dienstkost) 50.274
- Andere voordelen : Representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen 30.747

Vergoeding en voordelen voor de leden van het Directiecomité

Vaste vergoeding

De vaste vergoeding kan voor elk lid van het Directiecomité verschillend zijn en is afhankelijk van criteria zoals ervaring. Globaal ontving het Directiecomité (met uitzondering van de Gedelegeerd Bestuurder) in 2011 een vaste vergoeding van € 2 005 260.

Variabel vergoedingsschema (cashbonus) en evaluatiecriteria

Umicore heeft een variabel vergoedingsschema aangenomen in de vorm van een cashbonus dat tot doel heeft alle leden van het Directiecomité te belonen in overeenstemming met hun jaarlijkse individuele prestatie en de globale prestatie van de groep Umicore.

Alle leden van het Directiecomité komen in aanmerking voor hetzelfde brutobonuspotentieel van € 0 tot € 280 000 voor het referentiejaar 2011. De helft van de bonus wordt gespreid uitbetaald op basis van de individuele prestaties (naleving van de waarden van de Groep, de milieuprestaties en de maatschappelijke prestatie).

De andere helft van de bonus – met uitgestelde betaling – is gebaseerd op het ROCE-rentabiliteitscriterium van de groep Umicore, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE), dat in het jaarverslag wordt gepubliceerd. De uitgestelde betaling wordt geëvalueerd over een tijdsperiode van enkele jaren, waarbij de helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over de drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5% (= score van 0%) en het maximum op 17,5% (= score van 100%). Als het bereikte ROCE-percentage zich tussen de bovenvermelde niveaus bevindt, wordt de score evenredig aangepast. De score wordt toegepast op de target bonus van € 70 000 voor elk jaar van uitgestelde betaling.

Er is geen terugvorderingsrecht voorzien.

Aan het begin van elk referentiejaar bepaalt de Gedelegeerd Bestuurder de jaarlijkse individuele doelstellingen voor elk lid van het Directiecomité op basis van hun verantwoordelijkheidsdomein. De jaarlijkse individuele doelstellingen zijn specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden, en houden rekening met de duurzaamheidsdoelstellingen op groepsniveau.

De jaarlijkse prestatie van elk lid van het Directiecomité wordt initieel geëvalueerd door de Gedelegeerd Bestuurder. De resultaten van de evaluaties en de bijhorende scores, van 0% tot 100%, worden door de Gedelegeerd Bestuurder aan het Benoemings- en Remuneratiecomité voorgelegd en daarna door de Raad goedgekeurd. De goedgekeurde score wordt toegepast op de target bonus van € 140 000 voor elk lid van het Directiecomité.

In 2012 ontvangt het Directiecomité een totale cashbonus van € 655 000 met betrekking tot de direct uitbetaalde individuele component van de bonussen 2011.

Naast de direct uitbetaalde individuele bonus 2011 ontvangen de leden van het Directiecomité in 2012 tevens de eerste helft van hun groepsbonus met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2010, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2010 en 2011. De ROCE van de groep voor het referentiejaar 2010 bedraagt 17,5% en voor het referentiejaar 2011 is dit 18,6%. De eerste helft van de uitgestelde groepsbonus voor het referentiejaar 2010 bedraagt bijgevolg € 70 000 voor elk lid van het Directiecomité. In geval van een onvolledig referentiejaar 2010 wordt er een evenredige verdeling toegepast. In totaal bedroeg de eerste helft van de groepsbonus met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2010 die aan de leden van het Directiecomité werd toegekend € 385 000.

Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)

Umicore-aandelen worden door de Raad van Bestuur aan de leden van het Directiecomité toegekend als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2012 aan het Directiecomité werd toegekend voor diensten verleend in 2011 bedroeg 18.750 (3 000 per lid met uitzondering van Ludo Vandervelden, die 750 aandelen ontving omdat hij op 1 oktober 2011 lid werd van het Directiecomité). De totale waarde bij de toekenning bedroeg € 676 530. De toekenningsprijs bedroeg € 36,00 per aandeel, behalve voor William Staron en Pascal Reymondet (€ 36,255). De toekenning werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 8 februari 2012 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-upperiode van drie jaar.

In 2011 werden aan het Directiecomité 150 000 aandelenopties toegekend (25 000 opties per lid) in het raam van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2011, dat op 9 februari 2011 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. De opties hebben een uitoefenprijs van € 38,07 voor elk lid van het Directiecomité, behalve voor Pascal Reymondet, die de Franse regels volgt met een uitoefenprijs van € 39,25. De totale nominale waarde bij de toekenning (berekend op basis van het Present Economic Value model) bedroeg € 1 662 000. De opties kunnen worden uitgeoefend van 1 maart 2014 tot 13 februari 2018.

Pensioen- en andere voordelen

De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van "te bereiken doel" plannen. Andere voordelen zijn representatiekosten, bedrijfswagens, verzekeringen en expatvoordelen. Met betrekking tot deze laatste voordelen ontvangen twee leden van het Directiecomité de gebruikelijke expatvoordelen conform de lokale marktpraktijken. Voor Martine Verluyten, die ontslag nam als lid van het Directiecomité met ingang van 1 januari 2012, werden de pensioenverbintenissen verbonden met haar arbeidsovereenkomst uitgevoerd zonder bijkomende kost. De totale pensioenkost van de leden van het Directiecomité bedroeg € 436 738 in 2011.

Totale samengevoegde vergoeding van het Directiecomité voor 2011

Samengevoegde bezoldiging van de leden van het Directiecomité in 2011 (exclusief de gedelegeerd
bestuurder) (in €)
Vaste bezoldiging 2.005.260
Variabele bezoldiging (inclusief € 385.000 uitgestelde bonus 2010) 1.040.000
Totale bruto cashbezoldiging 3.045.260
(notionele waarde
Niet-cash elementen in €)
- Waarde van de in 2012 toegewezen aandelen 676.530
- Notionele waarde van de in 2011 toegekende aandelenopties 1.662.000
- Pensioen
Vaste bijdrageplan 197.854
Te bereiken doelplan (dienstkost) 238.884
- Andere voordelen : Representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen, voordelen verbonden aan expatriëring 351.054

G14 Eigendom van aandelen en aandelenopties en transacties in 2011

Eigendom van aandelenopties en transacties van het Directiecomité in 2011

Naam Aantal
opties op
31/12/2010
Aantal
toegekende
opties in
2011
Aantal
uitgeoefende
opties
Gemiddelde
uitoefenprijs
(in €)
Jaar van
toekenning
van de
uitgeoefende
opties
Aantal
verbeurde
opties
Aantal
opties op
31/12/2012*
Marc Grynberg 240.000 90.000 0 0 330.000
Denis Goffaux 14.000 25.000 10.500 24,52 2007 / 2008 /
2009
0 28.500
Hugo Morel 100.000 25.000 0 0 125.000
Pascal Reymondet 87.500 25.000 12.500 26,55 2007 0 100.000
William Staron 57.500 25.000 32.500 18,62 2008 / 2009 0 50.000
Marc Van Sande 100.000 25.000 35.000 17,90 2007 / 2009 0 90.000
Ludo Vandervelden - - - - - - -
Martine Verluyten 114.625 25.000 0 0 139.625

* Deze opties kunnen worden uitgeoefend aan een uitoefenprijs van € 14,44 tot € 39,25.

Meer informatie over uitgeoefende opties en andere aandelentransacties van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur vindt u op www.fsma.be.

Eigendom van aandelen van het Directiecomité in 2011

Naam Aantal aandelen aangehouden op Aantal aandelen aangehouden op
31/12/2010 31/12/2011
Marc Grynberg 136.000 143.000
Denis Goffaux 0 5.000
Hugo Morel 24.250 27.250
Pascal Reymondet 11.750 14.750
William Staron 5.250 8.250
Marc Van Sande 18.800 21.800
Ludo Vandervelden - 50
Martine Verluyten 15.500 20.900
Totaal 211.550 241.000

Eigendom van aandelen van de Raad van Bestuur in 2011

Naam Aantal aandelen aangehouden op Aantal aandelen aangehouden op
31/12/2010 31/12/2011
Thomas Leysen 1.001.020 871.320
Isabelle Bouillot 0 300
Uwe-Ernst Bufe 0 300
Arnoud de Pret 5.000 5.300
Ines Kolmsee - 205
Shohei Naito 0 300
Jonathan Oppenheimer 0 300
Guy Paquot 2.000 15.300
Klaus Wendel 7.125 7.425
Totaal 1.015.145 900.750

Contractuele relaties

Contract tussen Umicore en Marc Grynberg, Gedelegeerd Bestuurder

Rekening houdend met de anciënniteit van Marc Grynberg in de Umicore Groep, heeft de Raad in 2008 het volgende beslist:

• In geval van beëindiging van de overeenkomst door Umicore, zal aan Marc Grynberg een totale vertrekvergoeding van 18 maanden basissalaris worden uitbetaald.

  • Aan de Gedelegeerd Bestuurder zal ten titel van minimumschadevergoeding een totale vertrekvergoeding van drie jaar van zijn jaarlijks basissalaris worden uitgekeerd indien hij binnen een periode van twaalf maanden na een wijziging van controle als gevolg van een overnamebod wordt ontheven van zijn functie als Gedelegeerd Bestuurder (niet cumulatief met de vorige bepaling).
  • De Raad van Bestuur beslist vrij of de cashbonus deel uitmaakt van een eventuele definitieve vertrekvergoeding.

Overeenkomsten tussen Umicore en leden van het Directiecomité

Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur uit 2007 zal een lid van het Directiecomité, indien hij uit zijn functie zou worden ontheven binnen twaalf maanden na een wijziging van controle over de vennootschap, recht hebben op een totale vergoeding ter waarde van 36 maanden van zijn basissalaris. Dat geldt voor alle leden van het Directiecomité, met uitzondering van Denis Goffaux, wiens arbeidsovereenkomst werd getekend op 1 juli 2010 en Ludo Vandervelden, wiens arbeidsovereenkomst werd getekend op 1 oktober 2011.

Individuele regelingen in geval van beëindiging van de overeenkomst door Umicore

Denis Goffaux werd op 1 juli 2010 tot Chief Technology Officer benoemd. Rekening houdend met de anciënniteit van Denis Goffaux in Umicore Groep zal hem in geval van beëindiging van de overeenkomst een totale vergoeding worden uitbetaald van achttien maanden basissalaris. Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft deze regeling aanbevolen in lijn met de Belgische wet betreffende deugdelijk bestuur van 6 april 2010 en ze werd op 1 juni 2010 door de Raad van Bestuur goedgekeurd. De Raad van Bestuur beslist of de cashbonus deel uitmaakt van een eventuele finale vergoeding.

De overeenkomsten van Hugo Morel en Marc Van Sande werden ondertekend voor de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 van kracht werd. De totale vergoeding in geval van beëindiging van de overeenkomst is gebaseerd op de leeftijd, de anciënniteit in Umicore Groep en de totaliteit van het salaris en de voordelen.

Pascal Reymondet beschikt over een Duitse arbeidsovereenkomst. Er is geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en bijgevolg zal de Duitse wet van toepassing zijn.

William Staron heeft een Amerikaanse arbeidsovereenkomst. Er is geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en bijgevolg zal de Umicore US Termination and Severance Policy van toepassing zijn.

De arbeidsovereenkomst van Martine Verluyten werd ondertekend in 2006. De totale vergoeding in geval van beëindiging van de overeenkomst bedraagt 12 maanden van de totaliteit van het salaris en de voordelen.

De arbeidsovereenkomst van Ludo Vandervelden werd ondertekend in 2011. In overeenstemming met de Belgische wet betreffende deugdelijk bestuur van 6 april 2010, is de totale vergoeding in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst gelijk aan 12 maanden van het jaarlijkse basisloon. De Raad van Bestuur beslist of de cashbonus deel uitmaakt van een eventuele definitieve vertrekvergoeding.

G15 Wijzigingen aan de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité sinds het einde van 2011

Om adequate remuneratieniveaus te bepalen voor de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité onderzocht Umicore op het einde van 2011 het remuneratiepakket van de directieleden van ondernemingen die in de BEL 20-index zijn opgenomen en van andere multinationale ondernemingen met vergelijkbare omvang en complexiteit als Umicore.

De resultaten van dit onderzoek, die op 7 februari 2012 door het Benoemings- en Remuneratiecomité werden geëvalueerd, toonden aan dat de jaarlijkse vaste vergoeding eerder laag is, aanzienlijk lager dan de mediaan, terwijl het totale remuneratiepakket adequaat was gepositioneerd. De onderzoeken toonden meer bepaald aan dat de waarde van de aandelenopties ten opzichte van de vaste vergoeding te hoog was in vergelijking met de marktwaarden.

Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité besloot de Raad van Bestuur op 8 februari 2012 bepaalde componenten van het remuneratiepakket te herschikken zonder de waarde van het totale pakket te wijzigen en keurde de volgende wijzigingen goed, met ingang van januari 2012.

Remuneratiepakket Gedelegeerd Bestuurder

De Raad van Bestuur besloot de jaarlijkse vaste vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder te verhogen tot € 660 000 en de maximale targetbonus tot € 540 000 vanaf 1 januari 2012. Tegelijk wordt het aantal aangeboden aandelenopties vanaf 2012 verminderd van 90 000 tot 75 000. De andere componenten en regels met betrekking tot het remuneratiepakket blijven ongewijzigd.

Remuneratiepakket voor de leden van het Directiecomité

De Raad van Bestuur besloot de jaarlijkse vaste vergoeding aan te passen aan de levensduurte en 7 500 opties om te zetten in een combinatie van vaste en variabele vergoeding voor elk lid van het Directiecomité. Bijgevolg komen alle leden van het Directiecomité vanaf het referentiejaar 2012 in aanmerking voor hetzelfde brutobonuspotentieel van € 0 tot € 300 000, waarvan de helft onderworpen is aan een uitgestelde betaling. Zoals hoger beschreven wordt het aantal aangeboden aandelenopties vanaf 2012 voor elk lid van het Directiecomité verminderd van 25 000 tot 17 500. De andere componenten en regels met betrekking tot het remuneratiepakket blijven ongewijzigd.

Risicobeheer en interne controle

G16 Risicobeheer

Berekende risico's nemen maakt integraal deel uit van de ontwikkeling van elke onderneming. De Raad van Bestuur van Umicore heeft de eindverantwoordelijkheid voor het beoordelen van het risicoprofiel van de onderneming in de context van de bedrijfsstrategie en externe factoren, zoals marktomstandigheden, de positionering van de concurrentie, technologische ontwikkelingen, enz., en om ervoor te zorgen dat de onderneming over de juiste processen beschikt om deze risico's te beheren. De directie van Umicore heeft tot taak de economische opportuniteiten maximaal te benutten en tegelijk mogelijke verliezen te beperken. Om dat te bereiken maakt Umicore gebruik van een uitgebreid risicobeheerssysteem. Dit systeem moet het bedrijf in staat stellen risico's op een proactieve en dynamische manier te identificeren en deze geïdentificeerde risico's waar mogelijk tot een aanvaardbaar niveau te beperken. In alle departementen van de onderneming zijn interne controlemechanismen aanwezig om de directie een aanzienlijke garantie te bieden dat de onderneming in staat is om haar doelstellingen te bereiken. Deze mechanismen controleren de effectiviteit en efficiëntie van de operaties, de betrouwbaarheid van financiële processen en rapportering, de naleving van wetten en regelgeving en beperken fouten en frauderisico's.

16.1 Risicobeheersproces

Alle business units van Umicore zijn onderhevig aan specifieke groeiverwachtingen en verschillende niveaus van markt- en technologische onzekerheid. De belangrijkste bron van risico-identificatie bevindt zich bijgevolg in de business units zelf.

De eerste stap in het systeem voor risicobeheer bestaat erin de verschillende risico's te identificeren en af te bakenen. Umicore heeft een systeem voor risicobeoordeling ontwikkeld dat elke business unit en elk departement moet toepassen. Dit proces vereist dat alle units de risico's in kaart brengen om zo alle belangrijke (financiële en andere) risico's te identificeren die het bedrijf kunnen verhinderen de doelstellingen te bereiken die in de strategische plannen werden vastgelegd. Volgens dit proces moet elk van deze risico's vervolgens gedetailleerd worden beschreven in een risicofiche. Naast een potentiële impact en waarschijnlijkheidsevaluatie, bevat de risicofiche ook informatie over de status van de plannen om de risico's te beheren of te beperken en over de verantwoordelijkheid hiervoor.

De risicofiches worden dan overgemaakt aan het lid van het directiecomité dat verantwoordelijk is voor dit activiteitendomein. Het directiecomité consolideert deze evaluaties en de resultaten worden aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur voorgelegd. In opdracht van de Raad van Bestuur stelt het Auditcomité een jaarlijkse evaluatie op van de interne controle- en risicobeheerssystemen van de onderneming en houdt het permanent toezicht op specifieke aspecten van de interne controle en het risicobeheer.

De business units en business groups zijn verantwoordelijk voor het beperken van hun risico's. Het directiecomité zal echter tussenkomen in gevallen waarin het beheer van een bepaald risico de capaciteiten van een bepaalde business unit overstijgt. Het directiecomité en de CEO zijn in een bredere context ook verantwoordelijk voor de identificatie en het beheer van de risico's die de hele Groep betreffen, zoals strategische positionering, financiering of macroeconomische risico's. Het departement Interne Audit van Umicore vervult een specifieke controlerende rol om een overzicht van het risicobeheersproces te behouden.

16.2 Intern controlesysteem

Umicore gebruikt het COSO-framework voor haar risicobeheer en heeft de verschillende controlecomponenten van dit model aangepast in haar organisatie en processen. De "Umicore Way"(www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/) en de Gedragscode van Umicore zijn de hoekstenen van de interne controleomgeving. Ze vormen het operationele kader voor de onderneming samen met het op doelstellingen gebaseerde managementconcept en de duidelijke afbakening van rollen en verantwoordelijkheden.

De business units ontwikkelden specifieke interne controlemechanismen op hun activiteitsniveau, en gedeelde operationele functies en corporate services richtlijnen ontwikkelen en controles vastleggen voor activiteiten tussen de organisaties. Hieruit zijn specifieke beleidsregels, procedures en charters ontstaan voor domeinen zoals supply chain management, human resources, informatiesystemen, milieu, veiligheid en gezondheid, juridische zaken, veiligheid van de onderneming en onderzoek en ontwikkeling.

In 2008 introduceerde Umicore een systeem van minimale interne controlevereisten (MICR - Minimum Internal Control Requirements), specifiek voor de beperking van de financiële risico's en om de betrouwbaarheid van de financiële rapportering te verhogen.

Het MICR-framework van Umicore vereist dat alle entiteiten van de Groep aan een uniform geheel van interne controles voldoet die 164 controleactiviteiten omvatten in 12 'cycli' en 134 entiteiten van de Groep. Binnen het MICR-framework wordt speciale aandacht besteed aan de scheiding van verplichtingen en de definitie van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Er werd een nalevingsdrempel ingesteld voor elke controleactiviteit, maar het uiteindelijke doel is het maximale nalevingsniveau te bereiken in alle entiteiten van Umicore.

Het proces is nu geïntegreerd en de meeste entiteiten zijn in 2011 van de implementatiefase naar de duurzaamheidsfase overgegaan. Er wordt prioriteit gegeven aan het bereiken van de beoogde controlematuriteit in de processen die voor Umicore uitermate belangrijk zijn, zoals afdekking van de metaalrisico's en voorraadbeheer. De naleving van het MICR wordt opgevolgd door middel van jaarlijkse zelfevaluaties die door het senior management moeten worden goedgekeurd en waarvan het resultaat aan Group Financial Compliance wordt gerapporteerd. Zij leggen jaarlijks een geconsolideerd rapport voor aan het directiecomité en het auditcomité van de Raad van Bestuur. Het departement Interne Audit controleert de nalevingsevaluaties bij de uitvoering van zijn opdrachten.

G17 Risicocategorisatie

De risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd, kunnen in het algemeen in de volgende categorieën worden ondergebracht:

Strategische risico's: zoals macro-economische en financiële omstandigheden, technologische veranderingen, reputatie van het bedrijf, politieke en wetgevende ontwikkelingen.

Operationele risico's: zoals wijzigingen in de vraag van de klanten, aanvoer van grondstoffen, verzending van producten, kredieten, productie, arbeidsrelaties, human resources, IT-infrastructuur, gezondheid en veiligheid op het werk, emissiecontrole, impact van de huidige of vroegere activiteiten op het milieu, productveiligheid, veiligheid van activa en gegevens, herstel na rampen.

Financiële risico's: zoals thesaurie, belastingen, prognoses en budgettering, accurate en tijdige rapportering, naleven van de boekhoudnormen, schommelingen in de metaalprijs en de valuta, indekking.

De meeste industriële bedrijven worden meestal geconfronteerd met een combinatie van de bovenvermelde risico's. Het is niet de bedoeling elk risico waaraan de onderneming is blootgesteld gedetailleerd in dit verslag te beschrijven. Hieronder bespreken we wel de belangrijkste strategische en operationele risico's relevant voor Umicore en de doelstellingen Vision 2015, of voor de manier waarop de onderneming ze aanpakt. Alle financiële risico's worden meer gedetailleerd besproken in toelichting F3 bij de geconsolideerde jaarrekeningen.

G18 Beschrijving van de risico's

18.1 Strategische en operationele risico's

18.1.1 Marktrisico

Umicore beschikt over een gediversifieerde portefeuille van activiteiten die een aantal verschillende marktsegmenten bedienen en is voor de meeste van haar activiteiten wereldwijd aanwezig. Geen enkel marktsegment is goed voor meer dan 50% van de verkoop van Umicore. In termen van algemene blootstelling zijn de belangrijkste eindgebruikersmarkten die door Umicore worden bediend de autosector, consumentenelektronica en de bouw. Het bedrijfsmodel van Umicore focust tevens op de sourcing van secundaire materialen en materialen op het einde van hun levensduur voor recyclage. In vele gevallen is de beschikbaarheid van deze materialen afhankelijk van het activiteitsniveau in specifieke sectoren of bij specifieke klanten waar Umicore kringlooprecyclagediensten levert. Een gediversifieerde portefeuille en een brede geografische aanwezigheid helpen het risico van een te grote blootstelling aan één markt verminderen.

Opmerkingen over 2011: Als gevolg van de staatsschuldencrisis vertoonde de economie tekenen van vertraging in het laatste deel van 2011 in Europa en de VS. Ondanks deze vertraging hielden de markten waarin Umicore actief is gedurende het hele jaar globaal goed stand.

18.1.2 Technologisch risico

Umicore is een materialentechnologiegroep met een sterke focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen. De keuze en de ontwikkeling van deze technologieën vormen op zich zowel de grootste opportuniteit als het grootste risico voor Umicore. Om dit risico te beheersen en de doeltreffendheid van de technologische evaluatie- en implementatieprocessen te verbeteren, voert Umicore drie keer per jaar technologische evaluaties uit op het niveau van het directiecomité. Van de business units wordt eveneens verwacht dat ze jaarlijks een technologische evaluatie uitvoeren. Deze evaluaties hebben tot doel de geschiktheid, het potentieel en de risico's van de gekozen en onderzochte technologieën te verifiëren, en hun overeenstemming met de strategische visie van Umicore te garanderen. In 2009 zette Umicore een systeem op om de kwaliteit van haar onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen op te volgen. Dit systeem is in de eerste plaats gebaseerd op een zelfevaluatietool voor de business units en de afdeling O&O van de Groep.

Op organisatorisch vlak omvatten de O&O-inspanningen van Umicore zowel initiatieven op het niveau van de Groep als op het niveau van de business units. In 2005 creëerde Umicore de functie van Chief Technology Officer (CTO) met als doel de verschillende O&O-inspanningen in de Groep te stimuleren, de overeenstemming van de O&O-planning met de strategische prioriteiten te garanderen en een evenwicht te bereiken tussen de actuele technologiebehoeften en de opportuniteiten op langere termijn. Vijf O&O-platformen bieden een kader voor de meest relevante technologieën in de Groep, namelijk Fine Particle Technology, Recycling & Extraction Technology, Scientific and Technical Operations Support, Environment Health and Safety en Analytical Competences. Er worden tevens inspanningen geleverd om de beste praktijken te promoten op het vlak van kennisbeheer, het uitwisselen van informatie, opleiding en netwerking in de O&O-gemeenschap bij Umicore.

De financiële ondersteuning voor de O&O-activiteiten van de Groep wordt zoveel mogelijk behouden, ongeacht de schommelingen in de financiële prestaties van de Groep op korte termijn. Een IP-comité op groepsniveau coördineert de bescherming van de intellectuele eigendom en bevordert het gebruik van best practices op het niveau van de business units, die over een eigen IP-comité beschikken.

Opmerkingen over 2011: Naast de standaardevaluaties van de technologie die in het jaarlijkse budget en het strategische evaluatieproces van elke business unit zijn opgenomen, voerde het directiecomité vijf specifieke technologie-evaluaties uit in 2011. Deze vijf evaluaties hadden betrekking op het testen van technologie voor elektrische voertuigen (batterij en emissiecontrole), katalyse voor zware dieselvoertuigen, lithium-ionbatterijmaterialen, technologische innovatie en de met technologie verbandhoudende projectportefeuille en prestatiebeheer.

18.1.3 Bevoorradingsrisico

Umicore is afhankelijk van bepaalde metalen of metaalhoudende grondstoffen om haar producten te kunnen fabriceren. Sommige van deze grondstoffen zijn eerder zeldzaam. Om het risico van bevoorradingsschaarste te beperken tracht Umicore waar mogelijk langetermijncontracten aan te gaan met de leveranciers. In sommige gevallen legt de onderneming strategische reservevoorraden aan van bepaalde essentiële grondstoffen. Umicore tracht ook de geografische herkomst van haar grondstoffen te diversifiëren. Omdat Umicore zich op recyclage concentreert, is de bevoorrading slechts gedeeltelijk afhankelijk van natuurlijke bodemrijkdommen en is een aanzienlijk deel van de bevoorrading afkomstig van secundaire industriële bronnen of materialen op het einde van hun levensduur. Umicore tracht zoveel mogelijk een partnerschap aan te gaan met de klanten in een kringloopbedrijfsmodel waarbij de verkoop en de recyclage van de residuen van de klanten in één pakket worden geïntegreerd. Umicore heeft een Sustainable Procurement Charter ontwikkeld dat tot doel heeft het beleid voor duurzame aankopen van de onderneming nog verder te verbeteren en dat bij de leveranciers van Umicore wordt geïmplementeerd.

Opmerkingen over 2011: Twee elementen in verband met de bevoorrading moeten hier worden vermeld. Het eerste betreft de aanzienlijke prijsverhogingen voor zeldzame aardmetalen gebruikt als componenten in formuleringen voor autokatalysatoren. Deze prijsstijgingen waren het gevolg van de vermindering van de Chinese exportquota. Hoewel Umicore erin slaagde om de fysieke beschikbaarheid van grondstoffen veilig te stellen, vereisten de prijsstijgingen onderhandelingen met de klanten over de manier waarop de hogere grondstoffenkosten in de productprijzen zouden worden geïntegreerd. Tegen het einde van het jaar was Umicore met alle belangrijke klanten processen overeengekomen voor de recuperatie van de prijzen van zeldzame aardmetalen.

Het tweede betreft de Dodd Frank Act die in 2011 werd aanvaard in de Verenigde Staten. Volgens hoofdstuk 1502 van deze wet moeten in de VS genoteerde ondernemingen alle aankopen van mineralen die afkomstig zijn van de Democratische Republiek Congo (DRC) en specifiek tantalum, tin, wolfraam en goud aangeven. Hoewel we geen mineralen uit conflictzones aankopen en zelf niet aan de Dodd Frank Act zijn onderworpen, pakken we dit probleem proactief aan met een aantal van onze klanten. We volgen ook de werkzaamheden van verschillende sectorverenigingen op die pogen een industriewijde aanpak te ontwikkelen voor het probleem van de conflictmineralen, zoals de Responsible Jewelry Council en London Bullion Market Association. Deze werkzaamheden volgen ook de richtlijn "OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas".

18.1.4 Vervangingsrisico

Het creëren van een ideale verhouding kosten-prestaties is een prioriteit voor Umicore en haar klanten. Het is altijd mogelijk dat de klanten op zoek gaan naar andere materialen om in hun producten te integreren als ze deze ideale verhouding niet bereiken met de producten van Umicore. Dat risico is vooral aanwezig in sectoren die dure edelmetaalhoudende materialen produceren (vooral de sectoren die historisch gezien een volatiele prijszetting hebben). Umicore tracht actief te voorkomen dat haar klanten op zoek gaan naar vervangingsmaterialen door ze zelf te produceren met behulp van goedkopere materialen met minder prijsvolatiliteit en waar mogelijk zonder prestatieverlies voor de producten van de klant.

Opmerkingen over 2011: In 2011 waren er geen specifieke ontwikkelingen in verband met het vervangingsrisico.

18.1.5 Risico van wetswijzigingen

Net als alle bedrijven krijgt Umicore te maken met de evolutie van de wetgeving in de landen of regio's waar ze actief is. Daarbij dient opgemerkt dat de activiteiten van Umicore profiteren van bepaalde trends op het vlak van regelgeving, vooral die trends die te maken hebben met strengere emissiecontrole voor voertuigen en de opgelegde recyclage van producten aan het einde van hun levensduur, zoals elektronica.

Bepaalde milieuwetgeving stelt Umicore soms ook voor operationele uitdagingen. De REACH-richtlijn trad in juni 2007 in werking in de Europese Unie en leidde tot de noodzaak aan nieuwe operationele procedures op het vlak van de registratie, evaluatie en goedkeuring van chemische stoffen. Umicore heeft een operationeel netwerk van businessunit REACH managers opgezet, gecoördineerd door een REACH implementatiemanager.

Umicore diende bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) 108 lijsten in van 95 verschillende stoffen voor 13 Europese juridische entiteiten. De lijsten werden ofwel voorbereid in samenwerking met andere ondernemingen die als consortium optraden, ofwel door Umicore zelf. Alle kosten verbonden met de REACH-reglementering, inclusief de registratiekosten, worden opgenomen in de gewone bedrijfsuitgaven.

Opmerkingen over 2011: In verband met REACH werden verschillende eerder ingediende lijsten bijgewerkt op basis van nieuwe beschikbare gegevens. Twee registraties werden tevens ingediend voor stoffen gebruikt voor proces- en productgericht onderzoek (PPORD). Verdere vooruitgang werd geboekt met verschillende consortia in verband met de registraties die in 2013 en 2018 moeten worden ingediend.

18.2 Financieel risico

Zoals reeds vermeld, heeft Umicore een aantal specifieke minimale controlevereisten geïmplementeerd om de financiële risico's te beperken. Deze MICR vereisten dekken de volgende 12 specifieke domeinen: Interne Controle-omgeving, Financiële Afsluiting & Rapportering, Vaste Activa, Procure-to-Pay, Order-To-Cash, Stockbeheer, Hedging, Treasury, Tax, Beheer van de Informatiesystemen, Human Resources, Travel & Entertainment. Een interne richtlijn – de Umicore financiële rapporteringsstandaard – biedt het kader voor een gemeenschappelijk begrip van het boekhoudbeleid van Umicore, de toepassing van IFRS en de algemene rapporteringspraktijken. Hieronder worden de drie belangrijkste financiële risico's kort besproken. Een volledige beschrijving van de zuiver financiële risico's en het beheer ervan vindt u in toelichting F3 bij de geconsolideerde jaarrekeningen.

18.2.1 Schuld- en kredietrisico

Umicore wenst haar activiteiten te beschermen via een gezond financieel beheer en een sterke balans. Hoewel er geen vaste doelstelling bestaat voor de schuldgraad, wil de onderneming te allen tijde een status van 'investment grade' kwaliteit behouden. We streven tevens naar een gezond evenwicht tussen schuld op korte en lange termijn, en tussen schuld aangegaan aan vaste en vlottende interestvoeten. Umicore heeft sinds 2008 een monitoringproces ingesteld om banken te screenen op tegenpartijrisico. Umicore is blootgesteld aan het risico van niet-betaling door derden met betrekking tot de verkoop van goederen of andere commerciële transacties. Umicore beheert dit risico door een kredietrisicobeleid toe te passen. Een kredietverzekering wordt vaak toegepast om het globale risiconiveau te verlagen, maar in bepaalde activiteiten wordt er geen verzekering aangegaan. Dat gebeurt vooral in businesses met een belangrijke klantenconcentratie of met een specifieke en nauwe relatie met de klanten en wanneer verzekeringskosten niet gerechtvaardigd zijn in verhouding tot de gelopen risico's. De businessmanagers worden tevens aangemoedigd bijzondere aandacht te besteden aan de evolutie van de handelsvorderingen. Dit geschiedt in de bredere context van het beheer van het werkkapitaal en de inspanningen van de Groep om het aangewend kapitaal te verminderen. Het grootste deel van de variabele verloning van managers is gekoppeld aan het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).

18.2.2 Wisselkoersrisico

Het wisselkoersrisico waaraan Umicore is blootgesteld, omvat zowel structurele, als transactionele en omrekeningsrisico's. Structurele risico's ontstaan wanneer een bedrijf meer inkomsten in een bepaalde valuta betrekt, dan dat ze kosten in dezelfde valuta maakt. De belangrijkste gevoeligheid op dit punt is de blootstelling aan de Amerikaanse dollar. De transactionele wisselkoersblootstelling wordt systematisch afgedekt en de onderneming voorziet soms ook structurele valuta-afdekkingen om de toekomstige kasstromen veilig te stellen.

Umicore wordt ook geconfronteerd met omrekeningsrisico's bij de consolidatie van de opbrengsten van dochterbedrijven die niet in euro rapporteren. Dit risico wordt doorgaans niet ingedekt.

18.2.3 Metaalprijsrisico

Umicore is blootgesteld aan risico's die verbonden zijn aan de metalen die ze verwerkt of recycleert. De structurele metaalprijsrisico's hebben vooral te maken met de impact die metaalprijzen kunnen hebben op het overschot aan teruggewonnen metalen uit materialen die voor verwerking worden aangeleverd. Transactionele metaalprijsrisico's hebben dan weer te maken met de blootstelling aan prijsveranderingen tussen het moment waarop de grondstoffen worden aangekocht (d.w.z. wanneer het metaal "ingeprijsd" wordt) en het moment waarop de producten worden verkocht (d.w.z. wanneer het metaal "uitgeprijsd" wordt). Verder is er ook een risico verbonden met de permanente metaalvoorraden van de onderneming. Dit risico heeft betrekking op het feit dat de marktmetaalprijs tot onder de boekwaarde van deze voorraden kan dalen. De transactionele metaalprijsblootstelling wordt systematisch afgedekt en de onderneming voorziet soms ook structurele metaalprijsafdekkingen om de toekomstige kasstromen veilig te stellen.

18.2.4 Taxatie

De belastingkost die in de jaarrekening is opgenomen, is de beste inschatting van de belastingen die de Groep moet betalen. De uiteindelijk verschuldigde belasting voor de periode blijft onzeker tot na de belastingcontrole door de autoriteiten. Het beleid van de Groep bestaat erin de belastingaangifte binnen de statutair bepaalde termijnen in te dienen en belastingautoriteiten te vragen ervoor te zorgen dat de belastingzaken van de groep zo actueel mogelijk zijn en dat eventuele verschillen in de interpretatie van de fiscale wetgeving zo snel mogelijk worden opgelost. Gezien de omvang en het internationale karakter van de activiteiten van de Groep zijn btw, omzetbelasting en transferprijzen binnen de Groep een inherent belastingrisico, net zoals bij alle internationale bedrijven. Wijzigingen in de belastingwetgeving of de toepassing ervan met betrekking tot transferprijzen, btw, buitenlandse dividenden, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en belastingaftrek kunnen de effectieve belastingvoet voor de Groep verhogen en de financiële resultaten negatief beïnvloeden.

Opmerkingen over 2011: Er vonden in 2011 geen materiële wijzigingen plaats met betrekking tot de aard of het beheer van de financiële risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd.

Relaties met de belanghebbenden

Umicore is een beursgenoteerde onderneming. In die hoedanigheid onderhoudt ze relaties met een aantal partijen die belang hebben bij haar manier van zaken doen. De relatie die het bedrijf met deze belanghebbenden opbouwt, heeft een rechtstreekse impact op het succes van de onderneming.

De relaties met de belanghebbenden zijn bij Umicore in de eerste plaats gebaseerd op een lokale benadering, waarbij alle sites hun respectieve belanghebbenden moeten identificeren en geschikte manieren dienen te ontwikkelen om hen bij hun activiteiten te betrekken. Deze benadering werd geformaliseerd in de Vision 2015 doelstelling met betrekking tot de lokale gemeenschappen. In vele gevallen, zoals in de dialoog met klanten en leveranciers, worden de relaties met de belanghebbenden op de eerste plaats door de business units zelf beheerd, in overeenstemming met de gedecentraliseerde wijze waarop Umicore haar activiteiten beheert.

Op Groepsniveau ontwikkelden we de Vision 2015 doelstellingen gedeeltelijk op basis van de lessen die we konden trekken uit de evaluatie van de duurzaamheidsbenadering en -verslaggeving van Umicore door een extern klankbord in 2009. Dat klankbord vervolledigde een interne oefening met vertegenwoordigers van de business units, de gedeelde operationele functies en de corporate departementen. In 2011 concentreerden we ons op de operationele implementatie van deze doelstellingen in de hele organisatie.

Umicore is een actief lid van verscheidene sectorale verenigingen, waar ze met beleidsmakers in contact komt om bij te dragen aan een beter begrip van sectorgerelateerde kwesties. Deze verenigingen zijn tevens belangrijke platformen om mee te werken aan bredere acties voor duurzame ontwikkeling op sectorniveau. Op een minder formeel niveau wordt dikwijls een beroep gedaan op de leden van het senior management van Umicore, of zijn ze zelf kandidaat, om deel te nemen aan publieke vergaderingen waar de economische prestatie van Umicore of haar duurzaamheidsaanpak worden besproken. Dergelijke evenementen bieden de mogelijkheid om met een reeks groepen in contact te komen, inclusief leidende figuren uit de zakenwereld, academici en de burgerlijke samenleving.

Hieronder beschrijven we de belangrijkste belangengroepen van Umicore. Ze werden zeer algemeen geclassificeerd aan de hand van algemene categorieën van belanghebbenden die voor de meeste industriële organisaties gelden. De beschrijving geeft ook meer inzicht in de aard van de transacties tussen deze belanghebbenden en Umicore en de manier waarop de dialoog verloopt.

G19 Leveranciers

Bijdrage van Umicore: inkomsten

Bijdrage van de leveranciers: grondstoffen, transport, energie en andere goederen en diensten

Umicore beschikt over vier business groups in vijf continenten.Deze business groups hebben niet alleen grondstoffen nodig voor de aanmaak van hun producten, maar ook energie, transport en een aantal andere diensten. Wereldwijd werkt Umicore met meer dan 10 000 leveranciers. Deze leveranciers profiteren van de aanwezigheid van Umicore als klant; in 2011 betaalde Umicore deze leveranciers ongeveer € 12,2 miljard (inclusief de metaalinhoud van grondstoffen).

Umicore staat permanent in contact met haar leveranciers, in de eerste plaats om technische specificaties te bepalen, en ook om wederzijds aanvaardbare voorwaarden te bespreken voor een langdurige samenwerking, zoals snelle en ononderbroken levering van materialen en diensten en tijdige betaling. De business units zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de aankoop van grondstoffen, het departement Purchasing and Transportation staat in voor het transport, energie en andere bevoorradingsnoden van de Groep.

De benadering van Umicore is beschreven in het Charter voor duurzame aankopen (www.umicore.com/sustainability/sustProcCharter/). Dit charter werd in 2010 opgesteld en vormt de basis voor de Vision 2015 doelstelling voor duurzame aankopen. Meer informatie over de vorderingen in het bereiken van deze doelstelling vindt u op pagina 21-22 van dit verslag.

G20 Klanten

Bijdrage van Umicore: materialen en diensten

Bijdrage van de klanten: inkomsten

De ambitie van Umicore bestaat erin materialen voor een beter leven ("materials for a better life") te produceren. We treffen deze materialen aan in een ruim gamma toepassingen die het dagelijkse leven comfortabeler maken en een bijdrage leveren aan een schoner milieu.

De klantenbasis van Umicore wordt steeds internationaler: 44 % van de inkomsten van 2011 werden buiten Europa gegenereerd.

De klanten van Umicore zijn hoofdzakelijk industriële bedrijven die de materialen van Umicore gebruiken voor de aanmaak van hun producten. Slechts enkele van de producten die Umicore vervaardigt, worden rechtstreeks aan het publiek verkocht. De business units zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun klanten teneinde de gevaren en risico's van producten die ofwel al op de markt zijn of nog in ontwikkeling, beter te kunnen begrijpen. De interactie met de klanten is een continu proces dat door de business units wordt beheerd. Alle business units beschikken over een terugkoppelingsproces om de tevredenheid van de klanten over hun producten en diensten geregeld te controleren. In de meer technologisch geavanceerde activiteiten is de relatie met de klant vaak sterk geïntegreerd. Het ontwikkelen van geavanceerde producten vergt vaak jaren van onderzoek en ontwikkeling in directe samenwerking met deze klanten.

G21 Werknemers

Bijdrage van Umicore: bezoldiging, training en leeropportuniteiten

Bijdrage van de werknemers: vaardigheden, bekwaamheden en productiviteit

Umicore en haar geassocieerde ondernemingen stellen wereldwijd zo'n 14 600 mensen tewerk. Het bedrijf investeert aanzienlijke middelen in zijn status als favoriete werkgever in alle regio's waar het actief is. In 2011 betaalde Umicore in totaal € 543 miljoen lonen en andere personeelsvoordelen uit aan de werknemers van haar volledig geconsolideerde ondernemingen. De sociale lasten bedroegen in totaal € 106 miljoen.

Umicore wil haar werknemers niet alleen aantrekkelijke loon- en arbeidsvoorwaarden, maar ook de noodzakelijke professionele opleiding aanbieden.Van de werknemers wordt verwacht dat ze de principes en de beleidslijnen van The Umicore Way en de Gedragscode van Umicore naleven. Umicore hecht veel belang aan een open dialoog met haar medewerkers.In het raam van deze dialoog organiseert Umicore een driejaarlijkse personeelsenquête.

Waar vereist respecteert Umicore het principe van de collectieve onderhandeling. Hoewel dit een gangbare praktijk is in Europa, zijn mechanismen voor collectieve onderhandelingen en vakbonden in andere locaties minder gebruikelijk, of zijn ze onderworpen aan lokale wettelijke beperkingen. In 2011 ondertekende Umicore een hernieuwd akkoord met de International Metalworkers' Federation en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Workers' Unions over de wereldwijde toepassing doorheen de Groep van haar beleid op het vlak van mensenrechten, gelijke kansen, arbeidsvoorwaarden, ethische gedrag en bescherming van het milieu. Dit akkoord laat beide vakbonden toe constructief deel te nemen aan het nastreven van deze doelstellingen. Een gemeenschappelijk controlecomité, dat uit beide partijen bestaat, ziet toe op de implementatie van het "Akkoord over Duurzame Ontwikkeling".

Het intranet van de Groep en het wereldwijde bedrijfsmagazine "umicore.link" zijn bijkomende communicatiekanalen op het niveau van het bedrijf.

G22 Investeerders en aandeelhouders

Bijdrage van Umicore: rendement van de investeringen

Bijdrage van de investeerders: kapitaal en fondsen

De investeerders van Umicore zijn de laatste jaren sterk gediversifieerd. Op het einde van 2011 zijn de meeste aandeelhouders van Umicore nog steeds in Europa en Noord-Amerika terug te vinden. De meest recente informatie over de aandeelhouders vindt u op www.umicore.com/investorrelations.

Umicore streeft ernaar tijdig nauwkeurige bedrijfsinformatie ter beschikking te stellen van de beleggersgemeenschap. Deze communicatie-inspanningen omvatten management roadshows en bedrijfsbezoeken, conferenties, beurzen voor individuele beleggers, webcasts en conference calls. In 2011 breidde Umicore haar analistenbasis uit met 21 beurshuizen die analyserapporten publiceerden over Umicore (tegenover 16 in 2010). Umicore kreeg in 2011 op de European Investor Relations Awards in Londen de "Best Investor Relations" prijs voor een Belgische onderneming en "Best Investor Relations" prijs in haar sector.

De schuldeisers van Umicore zijn hoofdzakelijk banken. Umicore beschikt over kredietlijnen bij talrijke banken in België en het buitenland.

De relaties met de banken worden vooral beheerd door het Departement Financiën, hoewel elke juridische entiteit van Umicore zakelijke relaties onderhoudt met de financiële wereld. Umicore heeft ook een obligatie van € 150 miljoen lopen die op 18 februari 2012 vervalde. De obligatie was genoteerd op de Brusselse beurs.

G23 Samenleving

Bijdrage van Umicore: welvaart en innovatieve producten en processen

Bijdrage van de samenleving: uitbatingsvergunningen

Via tewerkstelling draagt Umicore bij tot de welvaart in de regio's waar ze actief is. Hoewel het creëren van welvaart een duidelijk voordeel is, is ook de manier waarop dit gebeurt erg belangrijk. Uiteindelijk kan Umicore haar activiteiten maar blijven ontplooien als de samenleving dit toelaat. Om deze toestemming te behouden, tracht Umicore zoveel mogelijk te werken op een manier die de duurzame ontwikkeling bevordert. Dat gaat verder dan zich houden aan de wettelijke grenzen die aan elk bedrijf worden opgelegd. Umicore bepaalt haar eigen normen die in de hele Groep worden toegepast en die vaak veel verder gaan dan de wettelijke vereisten in de domeinen waar de onderneming actief is. Naast deze inzet voor duurzame operationele praktijken, streeft Umicore er ook naar materialen te ontwikkelen die de levenskwaliteit verhogen. Contact met de gemeenschappen waar Umicore haar activiteiten ontplooit, is de meest directe manier waarop de onderneming met de samenleving kan wisselwerken. Een open en transparante dialoog met deze gemeenschappen maakt integraal deel uit van de verbintenis van Umicore tegenover haar belanghebbenden en is een van de doelstellingen van Vision 2015. Bepaalde maatschappelijke groeperingen (bekend als niet-gouvernementele organisaties) vragen ook geregeld inspraak in de operaties van Umicore en de manier waarop de onderneming zaken doet. Umicore waardeert deze belangstelling en tracht op een open en constructieve manier met deze groepen in dialoog te treden.

Umicore schenkt op site- en groepsniveau vrijwillige bijdragen aan een aantal goede doelen, in lijn met het interne beleid en de interne richtlijnen. In 2011 richtte Umicore een Group Donations Committee op, dat bevoegd is voor de contacten met de maatschappelijke groeperingen en het bepalen van de dimensie van de samenwerkingsverbanden op Groepsniveau. Meer informatie over deze initiatieven in 2011 vindt u op pagina 22-23 van dit verslag.

G24 Geassocieerde ondernemingen en joint ventures

Bijdrage van Umicore: investeringen en richting verschaffen

Bijdrage van de geassocieerde ondernemingen en joint ventures: bijdrage aan de winst van Umicore, technologische complementariteiten, markttoegang

Umicore investeert in verscheidene economische activiteiten waarin ze geen volledige managementcontrole heeft. Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin Umicore een belangrijke invloed heeft op het financiële en operationele beleid, maar waarvoor ze geen controle heeft. Meestal bezit Umicore 20 tot 50 % van de stemrechten, terwijl bij joint ventures het eigendom en de controle meestal volgens een 50:50 regeling zijn verdeeld. Het bundelen van krachten wordt gezien als een manier om technologische ontwikkelingen te versnellen of toegang te krijgen tot specifieke markten. Van de 10 geassocieerde ondernemingen en joint ventures heeft Umicore de effectieve controle van het management in de helft van de gevallen. Een vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur van geassocieerde ondernemingen of joint ventures is de manier waarop Umicore het management kan controleren en richting verschaffen of de ontwikkeling van de activiteiten kan opvolgen. Hoewel Umicore niet haar eigen beleidskeuzes en procedures kan opleggen aan geassocieerde ondernemingen (of joint ventures waar ze niet over de meerderheid van de stemrechten beschikt) wordt wel duidelijk gecommuniceerd dat Umicore verwacht dat de activiteiten worden gevoerd in overeenstemming met The Umicore Way.

Umicore is zeer strikt in het beschermen van eender welke intellectuele eigendom die ze deelt met geassocieerde ondernemingen of joint venture partners. Een volledige lijst van geassocieerde ondernemingen en joint venture bedrijven is terug te vinden op pagina 78 van dit verslag.

G25 Overheidssector en autoriteiten

Bijdrage van Umicore: belastingen

Bijdrage van de overheidssector en de autoriteiten: diensten en formele toestemming om activiteiten te ontplooien

Umicore in totaal € 93 miljoen belastingen als resultaat van haar activiteiten. Umicore en haar werknemers betaalden in totaal ongeveer € 106 miljoen aan sociale bijdragen. Umicore gaat geregeld samenwerkingen aan met openbare instellingen zoals universiteiten om bepaalde onderzoeksprojecten te bevorderen. Af en toe worden er samenwerkingen aangegaan met en onderzoekstoelagen verkregen van publieke organisaties. In totaal werden er in 2011 ongeveer € 19 miljoen toelagen toegekend, hoofdzakelijk voor geplande O&O -projecten. In 2011 ontving Umicore ongeveer € 13 miljoen uit hoofde van eerder toegekende toelagen. Het beleid van de onderneming sluit schenkingen aan politieke partijen en organisaties uit.

In 2011 versterkte Umicore verder haar inspanningen om de contacten met de publieke overheden wereldwijd te verbeteren. Deze inspanningen worden gecoördineerd via het departement Government Affairs en zijn hoofdzakelijk gericht op Europa en Noord-Amerika. Umicore wil het profiel van en het inzicht in haar technologieën verhogen en deelnemen aan besprekingen over materiaalgerelateerde thema's. In Europa gaat dit vooral over de beschikbaarheid van grondstoffen (hoofdzakelijk vanuit het perspectief van een "circulaire" economie), resource-efficiëntie en de afvalwetgeving. De initiatieven van Umicore hebben ook betrekking op de toegang tot Europese en nationale overheidsfinanciering, vooral voor programma's die baanbrekende technologieën met een gunstig milieueffect ondersteunen.

Als er problemen ontstaan die Umicore aanbelangen, deelt Umicore haar standpunt meestal mee via de sectorale verbanden waarvan ze deel uitmaakt. De onderneming is zich bewust van de gevoeligheden verbonden aan het innemen van standpunten over zaken die van openbaar belang zijn. Met dit in het achterhoofd heeft Umicore richtlijnen voor gans de Groep aangenomen die verduidelijken hoe dit dient te geschieden op een verantwoorde manier (beschikbaar op de website). Hieronder worden de belangrijkste organisaties waarin Umicore momenteel vertegenwoordigd is (zowel op het niveau van de Groep als van de business units) weergegeven:

Corporate:

  • World Business Council for Sustainable Development (WBCSD)
  • European Round Table of Industrialists (ERT)
  • Eurometaux
  • TransAtlantic Business Dialogue (TABD)
  • French Federation of Minerals and Non-Ferrous Metals (FEDEM)
  • Agoria (Belgische multisectorfederatie van de technologische industrie)
  • Fuel Cells Europe

Catalysis:

Emissiecontroleverenigingen op regionaal en nationaal vlak (VS, Zuid-Afrika, Brazilië, China, Europese Unie) – zie www. automotivecatalysts.umicore.com/en/links/ voor een selectie van links

  • Duitse Federatie van Chemiebedrijven (VCI)

Energy Materials:

  • Cobalt Development Institute
  • Nickel Institute
  • European Photovoltaic Industry Association (EPIA)

Performance Materials:

  • International Zinc Association
  • International Platinum Association
  • European Precious Metals Federation
  • German Precious Metals Federation

Recycling:

  • European Electronics Recyclers Association
  • International Association of Electronics Recyclers
  • International Association of Portable Rechargeable Batteries (RECHARGE)
  • International Platinum Association
  • International Precious Metals Institute
  • International Antimony Association

Verschillende business units van Umicore ondertekenden het programma 'Responsible Care' van de chemische industrie en sommige zijn ook lid van de European Chemical Industry Council (CEFIC).

G26 Verdeling van de economische meerwaarde

Umicore gebruikte het grootste deel van haar totale inkomen om het metaalgedeelte van grondstoffen te verkrijgen (deze kost wordt meestal doorgegeven aan de klant). Na aftrek van andere grondstofkosten, energiekosten en afschrijvingen bedroeg de economische meerwaarde voor verdere verdeling € 1.117 miljoen.

Het grootste deel (€ 672 miljoen) betreft lonen en andere werknemersvoordelen. Het grootste deel van de werknemersvoordelen werd in de vorm van lonen uitbetaald. De rest betreft nationale socialezekerheidsbijdragen, pensioenen en andere voordelen.Netto-interesten betaald aan crediteuren bedroeg € 16 miljoen. Umicore betaalde belastingen aan de regeringen en autoriteiten waar ze actief is voor een totaal van € 93 miljoen. De winst die aan de minderheidsaandeelhouders werd uitgekeerd, bedroeg € 9 miljoen.

Het voorgestelde bruto dividend voor het jaar zal, na goedkeuring door de algemene aandeelhoudersvergadering in april 2012, tot € 1,00 per aandeel worden verhoogd en resulteren in een totale voorlopige uitbetaling van € 111 miljoen (gebruikmakend van het aantal uitstaande aandelen aan het einde van 2011). Van dit bedrag werd een deel al uitbetaald in september 2011 onder de vorm van een interimdividend. Het resterende bedrag wordt in 2012 uitbetaald. Dit is conform het beleid van Umicore om een stabiel of geleidelijk groeiend dividend te betalen. Umicore kocht 2.6% van haar eigen aandelen terug in 2011 voor een totaal bedrag van € 93 miljoen. Ook al maakt dit geen deel uit van de grafieken, het kan beschouwd worden als een onrechtstreekse opbrengst voor de aandeelhouders. Umicore besteedde ongeveer € 1,8 miljoen aan donaties voor goede doelen, waarvan € 1,6 miljoen financiële bijdragen zijn.

Raad van Bestuur

Thomas Leysen, 51

Voorzitter, niet-uitvoerend bestuurder

Thomas Leysen werd Voorzitter van Umicore in november 2008 nadat hij Gedelegeerd bestuurder van Umicore was sinds 2000. Sinds 1 oktober 2011 is hij voorzitter van KBC Groep, een bank- en verzekeringsgroep. Hij is tevens voorzitter van Corelio, een Belgische mediagroep, lid van de raad van toezicht van Bank Metzler, Duitsland, en lid van de raad van bestuur van UCB.

Voorzitter sinds: 19 november 2008 Bestuurder sinds: 10 mei 2000 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012 Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 19 november 2008

Isabelle Bouillot, 62 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Isabelle Bouillot studeerde aan de Franse Ecole Nationale d'Administration. Zij bekleedde verscheidene functies in Franse openbare besturen, waaronder economisch adviseur van de Franse President van 1989 tot 1991 en Begrotingsdirecteur bij het Franse Ministerie van Economie en Financiën

van 1991 tot 1995. In 1995 vervoegde ze de Caisse des Dépôts et Consignations als waarnemend Gedelegeerd bestuurder waar zij was belast met financiële en bankactiviteiten. Van 2000 tot 2003 was zij Gedelegeerd bestuurder van de investeringsbank van de Groep CDC IXIS. Zij is momenteel voorzitster van China Equity Links en lid van de raden van bestuur van Saint-Gobain en van Dexia.

Bestuurder sinds: 14 april 2004

Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2013 Lid van het Auditcomité sinds: 13 april 2005

Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 13 april 2005

Jonathan Oppenheimer, 42

Jonathan Oppenheimer vervoegde de De Beers Group in 1994 en werd bestuurder van De Beers S.A. in 2006. Hij is tevens lid van het directiecomité daarvan. Hij is voorzitter van De Beers Canada Inc. en van de bedrijvengroep Element Six Abrasives. Vanwege zijn voorzitterschap van de bedrijvengroep Element Six (waarin Umicore een participatie heeft) wordt hij beschouwd als niet-onafhankelijk bestuurder.

Bestuurder sinds: 5 september 2001 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014

Marc Grynberg, 46 Gedelegeerd bestuurder,

Marc Grynberg werd benoemd tot Gedelegeerd bestuurder van Umicore in november 2008. Hij stond aan het hoofd van Umicore's Automotive Catalysts business unit van 2006 tot 2008 en was Chief Financial Officer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006. Hij kwam bij Umicore in dienst in 1996 als Group Controller. Marc heeft een diploma handelsingeni-

eur van de Universiteit van Brussel (Ecole de Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.

Bestuurder sinds: 19 november 2008 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012

Gedelegeerd bestuurder sinds: 19 november 2008

Guy Paquot, 70

Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Guy Paquot vervoegde in 1969 de groep Bank Nagelmackers en werd Voorzitter en Gedelegeerd bestuurder van Financière Lecocq (een dochteronderneming van Nagelmackers) in 1986. In 1994 veranderde Financière Lecocq haar naam in Compagnie Mobilière et Foncière du Bois Sauvage. In 2003 trad hij af als Gedelegeerd bestuurder en op 30 juni 2010

nam hij ontslag als voorzitter van de raad van bestuur van Compagnie du Bois Sauvage, waar hij nog lid bleef van de raad van bestuur tot 30 juni 2011. Hij is Voorzitter van Neuhaus en lid van de raad van bestuur van Recticel, de Noel groep en Serendip evenals van de Stichting Quartier des Arts. Bestuurder sinds: 13 april 2005

Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 13 april 2005

Uwe-Ernst Bufe, 67

Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Uwe-Ernst Bufe was Gedelegeerd bestuurder van Degussa tot mei 2000. Hij is lid van de raad van bestuur van Akzo Nobel N.V. (Nederland).

Bestuurder sinds: 26 mei 2004 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014

Arnoud de Pret, 67

Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Arnoud de Pret werkte van 1972 tot 1978 bij Morgan Guaranty Trust Company in New York. Van 1978 tot 1981 was hij financieel directeur bij Cockerill-Sambre en tot en met 1990 financieel directeur van de groep en lid van het directiecomité van UCB. Van 1991 tot mei 2000 was hij financieel directeur bij Umicore en lid van het Directiecomité. Hij is lid van de raad van bestuur

van Sibelco, UCB, L'Intégrale en van de Franse vennootschap Lesaffre & Cie. Hij is lid van de raad van toezicht van Euronext BV Amsterdam.

Bestuurder sinds: 10 mei 2000 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014

Lid van het Auditcomité sinds: 1 januari 2001 (Voorzitter sinds 26 april 2011)

Ines Kolmsee, 41 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Ines Kolmsee bezit meerdere ingenieursdiploma's (TU Berlijn, Duitsland en Ecole des Mines de Saint-Etienne, Frankrijk), evenals een MBA diploma (Business School INSEAD – Frankrijk/ Singapore). Sinds 2004 is zij Gedelegeerd bestuurder van SKW Stahl-Metallurgie Group, een specialty chemicals bedrijf dat wereldwijd actief is. Zij bekleedde voordien meerdere

posities, waaronder deze van CFO bij Arques Industries AG. Bestuurder sinds:26 april 2011 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014 Lid van het Auditcomité sinds: 26 april 2011

Shohei Naito, 68

Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Shohei Naito startte zijn loopbaan bij het Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij het Ministerie diende hij als Directeur-Generaal Consulaire Zaken & Migratie alsook als Chef van het Protocol. Dhr. Naito bekleedde verschillende diplomatieke functies in het buitenland en hij werd in 1996 tot

als ambassadeur van Japan in Cambodja, tegelijk Denemarken en Litouwen, en België. Hij verliet de diplomatieke dienst eind 2006 en is nu Senior Fellow bij het Japan Institute of International Affairs. Bestuurder sinds: 25 april 2007

Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2013

ambassadeur benoemd. Sindsdien diende hij

Klaus Wendel, 68

Niet-uitvoerend bestuurder

Na een carrière in financieel beheer bij General Electric (VS), Siemens, Cockerill-Sambre en CBR, vervoegde Klaus Wendel in 1988 de Generale Maatschappij van België als lid van het directiecomité, verantwoordelijk voor beheerscontrole op groepsniveau. Sinds 2000 is hij zelfstandig/onafhankelijk consulent. Bestuurder sinds: 28 december 1989 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012

Karel Vinck Ere-voorzitter

Directiecomité

Marc Grynberg, 46 Gedelegeerd bestuurder

Marc Grynberg werd benoemd tot Gedelegeerd bestuurder van Umicore in november 2008. Hij stond aan het hoofd van Umicore's Automotive Catalysts business unit van 2006 tot 2008 en was Chief Financial Officer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006. Hij kwam bij Umicore in dienst in 1996 als Group Controller. Marc heeft een diploma handelsingenieur van de Universiteit van Brussel (Ecole de Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.

Hugo Morel, 61

Executive Vice-President Recycling

Hugo Morel behaalde een diploma burgerlijk ingenieur metaalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1974 vervoegde bij Umicore waar hij in de loop der jaren diverse functies bekleedde in de productie, de handel, de strategie en de algemene directie. Hij leidde de Zinc Chemicals business unit van 1996 tot 1997 en neemt zijn huidige functie waar sinds 1998. Hij vervoegde het Directiecomité in 2002. Naast zijn functie als hoofd van de Recycling business group, is hij ook verantwoordelijk voor Purchasing & Transportation.

Marc Van Sande, 59

Executive Vice-President Energy Materials

Marc Van Sande behaalde een diploma van doctor in de fysica aan de Universitaire Instelling Antwerpen, evenals een MBA. In 1980 vervoegde hij Umicore en bekleedde er diverse functies in de research-, marketing- en productiediensten. In 1993 werd hij Vice-President van de business unit Electro-Optic Materials en in 1999 vervoegde hij het Directiecomité als Executive Vice-President Advanced Materials. Tussen 2005 en 2010 nam hij de functie aan van Chief Technology Officer, waarna hij aan het hoofd kwam te staan van de business group Energy Materials.

Pascal Reymondet, 52

Executive Vice-President Performance Materials

Pascal Reymondet bezit een Master of Science diploma van de Stanford University en een ingenieursdiploma van de Ecole Centrale te Parijs. Hij oefende verschillende managementfuncties uit binnen de Degussa groep inclusief het management van de autokatalysatorenfabrieken in Port Elizabeth en Burlington. Hij vervoegde het Directiecomité van Umicore in 2003 als hoofd van de Precious Metals Products activiteit. In september 2007 werd hij aange-steld als hoofd van de business group Zinc Specialties. In juni 2010 werd hij verantwoordelijk voor de business group Performance Materials.

William Staron, 63 Executive Vice-President Catalysis

William Staron behaalde een diploma in Mechanical Engineering aan de Universiteit van Ohio en heeft een lange ervaring in de katalysator-industrie. Tijdens zijn periode bij Engelhard (nu BASF), stond hij aan het hoofd van de Environmental Catalysts, Specialty Minerals & Colors, en Chemical Catalyst groepen. William vervoegde Umicore in 2003 als Senior Vice-President voor Automotive Catalysts in Noord-Amerika. In 2007 werd hij benoemd tot Head of Global Research & Technology voor de Automotive Catalysts divisie. In oktober 2008 werd hij hoofd van deze business unit en lid van het Directiecomité.

Denis Goffaux, 44 Chief Technology Officer

Denis Goffaux behaalde een diploma burgerlijk ingenieur mijnbouwkunde aan de Universiteit van Luik. Hij vervoegde Umicore Research in 1995 en woonde en werkte in België, Chili, China en Zuid-Korea. Vroeger leidde Denis de business line Rechargeable Battery Materials en was hij Country Manager Japan, waar hij een stevige basis gelegd heeft voor Umicore om haar economische aanwezigheid en commerciële activiteiten in het land te doen groeien. Hij nam zijn huidige functie in juli 2010 op. Naast zijn functie van Chief Technology Officer, is hij ook verantwoordelijk voor Leefmilieu, Veiligheid & Gezondheid.

Ludo Vandervelden, 56 Chief Financial Officer

Ludo Vandervelden vervoegde Umicore in oktober 2011 als Chief Financial Officer, in opvolging van Martine Verluyten. Daarvoor was hij Senior Vice-President Accounting, Finance, Information Systems & Legal by Toyota Motor Europe. Voorheen hield hij senior management posities bij Daimler / Mercedes Benz in België en in Duitsland. Ludo heeft een diploma handelsingenieur van de Vrije Universiteit Brussel evenals een management diploma van de Boston University School of Management. Hij heeft deskundigheid op gebied van marketing, strategie en ketenintegratie. Hij is ook verantwoordelijk voor informatica.

Senior Management

Catalysis

Dieter Lindner Automotive Catalysts Research & Technology

Michael Neisel Automotive Catalysts Europe & Africa

Arjang Roshan Automotive Catalysts Asia Pacific

Matthias Grehl Precious Metals Chemistry

Energy Materials

Michel Cauwe Electro-Optic Materials

Klaus Ostgathe Thin Film Products

Recycling

Dietmar Becker Jewellery & Industrial Metals

Ralf Drieselmann Precious Metals Management

Koen Demesmaeker Precious Metals Refining

Sybolt Brouwer Battery Recycling

Jan Vliegen Future Business for Energy Materials

Performance Materials Regions

Pierre Van de Bruaene Building Products

Joerg Beuers Technical Materials

Thomas Engert Electroplating

Jürgen Leyrer Platinum Engineered Materials

Bernhard Fuchs Greater China

Franz-Josef Kron South America

Luc Gellens Japan

Ravila Gupta North America

Corporate

Stephan Csoma Government Affairs

Ignace De Ruijter Human Resources

Edwin D'Hondt Information Systems

Guy Ethier Environment, Health & Safety

Egbert Lox Group R&D

Géraldine Nolens Legal Affairs

Betrouwbaarheidsverklaringen

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS VAN DE
VENNOOTSCHAP UMICORE NV OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP
31 DECEMBER 2011
Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij U verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat
ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening evenals de vereiste bijkomende vermeldingen en inlichtingen.
Verklaring over de geconsolideerde jaarrekening zonder voorbehoud
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van Umicore NV (de "vennootschap") en haar dochterondernemingen (de
"Groep") over het boekjaar afgesloten op 31 december 2011, opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards
(IFRS), zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften. Deze
geconsolideerde jaarrekening is opgenomen in het Jaarverslag 2011 en omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2011, en de
geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde staat
van mutaties in het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals de samenvatting
van de voornaamste waarderingsregels en andere toelichtingen. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt EUR (000) 3.713.160 en de
geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar, aandeel Groep, van EUR (000) 324.950.
Het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening valt onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur. Deze verantwoordelijkheid omvat:
het opzetten, implementeren en in stand houden van een interne controle met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de
geconsolideerde jaarrekening die geen afwijkingen bevat van materieel belang als gevolg van fraude of van fouten, alsook het kiezen en toepassen
van geschikte waarderingsregels en het maken van boekhoudkundige ramingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel te geven over deze geconsolideerde jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze
controle uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en volgens de in België geldende controlenormen, zoals uitgevaardigd door het
Instituut van de Bedrijfsrevisoren. Deze controlenormen vereisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en uitgevoerd dat een redelijke mate
van zekerheid wordt verkregen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen bevat van materieel belang.
Overeenkomstig deze normen, hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd ter staving van de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen
bedragen en inlichtingen. De keuze van de uitgevoerde werkzaamheden is afhankelijk van onze beoordeling en van de inschatting van het risico op
materiële afwijkingen in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van deze risico-inschatting, hebben wij
rekening gehouden met de interne controle van de Groep met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de geconsolideerde
jaarrekening om controleprocedures vast te leggen die geschikt zijn in de gegeven omstandigheden, maar niet om een oordeel te geven over de
doeltreffendheid van die interne controle. Wij hebben tevens een beoordeling gemaakt van het passende karakter van de waarderingsregels, de
redelijkheid van de door de groep gemaakte boekhoudkundige ramingen en de voorstelling van de geconsolideerde jaarrekening in haar geheel.
Tenslotte hebben wij van de raad van bestuur en de verantwoordelijken van de Groep de voor onze controle noodzakelijke verduidelijkingen en
inlichtingen bekomen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen informatie een redelijke basis vormt voor het uitbrengen van ons oordeel.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2011, weergegeven op bladzijden 52 tot 107 van het Jaarverslag
2011, een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep evenals van haar resultaten en kasstromen voor het boekjaar
dan eindigend, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de
in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
Bijkomende vermeldingen en inlichtingen
Het opstellen en de inhoud van het geconsolideerde jaarverslag vallen onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.
Het is onze verantwoordelijkheid om in ons verslag de volgende bijkomende vermeldingen en inlichtingen op te nemen die niet van aard zijn om
de draagwijdte van onze verklaring over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
Het geconsolideerde jaarverslag weergegeven op bladzijden 1 tot 51 en 108 tot 173 van het Jaarverslag 2011 behandelt de door de wet vereiste
inlichtingen en stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de
voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de Groep wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de
aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens
geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
vermelding in ons verslag over de jaarrekening van Umicore NV. In het kader van onze controle van de jaarrekening van Umicore NV, hebben wij er ons van verzekerd dat de raad van bestuur van de
vennootschap de wettelijke beschikkingen heeft nageleefd die toepasselijk zijn op situaties van strijdig belang van vermogensrechterlijke
aard. Deze verrichtingen hebben, overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen, het voorwerp uitgemaakt van een bijzondere
Sint-Stevens-Woluwe, 22 maart 2012
De commissaris
PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren
Vertegenwoordigd door
ıοι
Emmanuèle Attout
Bedrijfsrevisor
Marc Daelman
Bedrijfsrevisor

Glossarium

Economische definities

BBP

Bruto binnenlands product (erkende indicator voor economische groei)

Benzinepartikelfilter

Een apparaat dat werd ontworpen om dieseldeeltjes of roet uit de uitlaatgassen van een benzinemotor te verwijderen.

Carboxylaat

Een carboxylaat is een zout van een carboxylzuur (zie 'zout')

Contactmateriaal

Materialen (die gewoonlijk zilver bevatten) die omwille van hun geleidende eigenschappen worden gebruikt in elektrische toepassingen, bv. voor schakelaars.

Dieselpartikelfilter (DPF)

Een apparaat dat werd ontworpen om dieseldeeltjes of roet uit de uitlaatgassen van een dieselmotor te verwijderen.

Dodd Frank Act

Volledige benaming: "Dodd–Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act". De Dodd Frank Act heeft tot doel de financiële stabiliteit van de Verenigde Staten te bevorderen door de aansprakelijkheid en de transparantie in het financiële systeem te verbeteren.

Donatie voor het goede doel

Een donatie aan een non-profitorganisatie zonder commerciële voordelen voor Umicore . Donaties kunnen in geld of in natura worden geschonken. Politieke donaties zijn niet toegelaten.

Electroplating

Electroplating is een proces waarbij metaalionen in een oplossing in beweging worden gebracht door een elektrisch veld om een ander materiaal te coaten. Het proces wordt vooral gebruikt om een laag materiaal te deponeren om dat andere materiaal een bepaalde eigenschap te verlenen.

Euro 6

Europese emissienorm voor uitlaatgassen van nieuwe voertuigen die in 2014 in werking treedt.

Fantasiejuwelen

Juwelen geproduceerd voor het grote publiek.

Fotovoltaïsche concentratoren

Een techniek om zonne-energie te concentreren in een zonnepaneel met behulp van vergrotende lenzen of spiegels.

Frascati Manual

De Frascati Manual is een document dat werd opgesteld en gepubliceerd door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) waarin de methodologie wordt beschreven voor het verzamelen van statistische gegevens over onderzoek en ontwikkeling.

Geassocieerde onderneming

Een entiteit waarin Umicore een aanzienlijke invloed heeft op het financiële en operationele beleid, maar waarover Umicore geen controle uitoefent. Meestal wordt dit vertegenwoordigd door het bezit van 20% tot 50% van de aandelen. Geassocieerde ondernemingen worden in de boekhouding opgenomen via de methode van vermogensmutatie.

Gesloten kringloop

Voor Umicore betekent de 'gesloten kringloop' de terugname van secundaire materialen van klanten (bv. productieresidu's) of materialen op het einde van hun levensduur (bv. gebruikte gsm's, autokatalysatoren) om de metalen te recupereren en ze opnieuw in de economische cyclus te brengen.

HDD – Heavy Duty Diesel

Zware dieselvoertuigen, zowel voor het wegverkeer zoals vrachtwagens en bussen, als voor naast de weg, zoals zware machines voor fabrieken en mijnbouw of nog locomotieven en landbouwmachines.

(H)EV – (Hybried) Elektrisch Voertuig

Voertuig (personenwagen of een ander voertuig) dat geheel of gedeeltelijk (hybried) op elektriciteit in plaats van traditionele brandstof rijdt.

ITO – Indium Tin Oxide

Een transparante geleidend oxide dat in welbepaalde lagen gebruikt wordt voor haar elektrische geleidbaarheid en optische doorzichtbaarheid. Het wordt in diverse toepassingen gebruikt, zoals dunne beeldschermen, zonnecellen en architecturaal glas.

Joint venture

Een contractuele overeenkomst waarbij Umicore en een andere partij een economische activiteit uitvoeren die onderworpen is aan gezamenlijke controle. Joint ventures worden in de boekhouding opgenomen via de methode van vermogensmutatie.

Katalyse / katalysator

Katalyse is een chemisch proces waarbij de katalysator, één van de elementen in het reactieproces, de chemische reactie mogelijk maakt of het proces versnelt zonder dat hij daarbij wordt opgebruikt zodanig dat hij opnieuw in het proces gebruikt kan worden.

Kathode

De kathode is de positieve kant van een (herlaadbare) batterij. In de oplaadfase geeft de kathode ionen vrij en migreren die naar de anode (negatieve kant van de batterij). Hierdoor wordt er elektriciteit opgeslagen. In de ontlaadfase keren de ionen weer naar de kathode en wordt er elektriciteit vrijgegeven.

LCD

Liquid crystal display

LDV - Light Duty Vehicle

Vooral personenwagens, die op diesel, benzine of een andere brandstof rijden.

LED – Licht Emitterende Diode

LED's zijn op halfgeleiders gebaseerde lichtbronnen die vele voordelen bieden tegenover de traditionele gloeilampen, zoals een langere levensduur en een hogere energie-efficiëntie.

Life science-sector

Ook biotechnologiesector genoemd: het domein van de toegepaste biologie waarbij levende organismen en biologische processen worden gebruikt in engineering, technologie, geneeskunde en andere domeinen.

Li-ion – Lithium ion batterij

Lithium ion is een technologie voor herlaadbare batterijen waarbij lithium ionen van de positieve elektrode (de kathode) naar de negatieve elektrode (de anode) bewegen tijdens het opladen en in de andere richting bij het ontladen.

NMC – Lithium (Nikkel Mangaan Kobalt) oxide

Relatief nieuw kathodemateriaal, dat gebruikt wordt in (hybride) elektrische voertuigen, maar ook meer en meer in draagbare elektronica.

Membraanbrandstofcel (PEMFC)

Een type brandstofcel dat membraan elektrode assemblages gebruikt (zie MEA)

Membraanelektrodeassemblage (MEA)

Het hart van een PEM-brandstofcel. Het met katalysator beklede membraan scheidt de positieve en de negatieve kant van de cel. De katalysator splitst de waterstof in protonen en elektronen. De elektronen kunnen niet door het membraan en bewegen naar de andere kant van de cel via een extern kanaal, waarbij ze elektriciteit creëren.

Metaalplaatjes

Een product dat bijna is afgewerkt en dat slechts weinig bewerking vraagt van de klant. Enkele voorbeelden hiervan zijn germaniumplaatjes die nog moeten worden gepolijst voor gebruik in optische toepassingen of zilvermuntplaatjes die nog moeten worden gegraveerd.

NiMH (Nikkelmetaalhydride)

Een type herlaadbare batterij dat in draagbare elektronica van de oudere generatie en in bepaalde hybride voertuigen wordt gebruikt.

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

Platform (auto's)

Een combinatie van een type chassis en motor dat voor een of meer modellen van een personenwagen wordt gebruikt, soms door verschillende fabrikanten.

PGM – Platinum Groep Metalen

Platinum, palladium, rhodium, ruthenium, iridium en osmium (in het geval van Umicore verwijst dit hoofdzakelijk naar de eerste drie metalen).

Printplaat (PCB – printed circuit board)

Een printplaat wordt in computers en andere elektronische producten gebruikt om elektronische componenten mechanisch te ondersteunen en elektrisch te verbinden met behulp van geleidende circuits.

PV – Fotovoltaïsche technologie

Fotovoltaïsche technologie is een methode voor het produceren van elektriciteit waarbij zonnestralen rechtstreeks worden omgezet in elektriciteit.

Roterende target

Een cilindrisch composietmateriaal dat in het proces van dunne film coatings wordt gebruikt voor depositie door middel van sputtering. Het verhoogt de efficiëntie van de materiaaldepositie ten opzichte van conventionele targets.

Solderen

Techniek om metalen met elkaar te verbinden, waarbij een vulmetaal tot boven het smeltpunt wordt verhit en over de twee of meer metalen delen wordt verdeeld.

Sputteren

Sputteren is een proces waarbij atomen uit een vast doelmateriaal worden gedreven door het met energiedeeltjes te bombarderen. Dit proces wordt algemeen gebruikt voor het aanbrengen van dunne lagen.

Substraat

Een oppervlak waarop een laag van een andere substantie wordt aangebracht. In autokatalysatoren is het substraat een honingraatstructuur die de effectieve oppervlakte waarop de katalytische oplossing worden aangebracht, vergroot. In fotovoltaïsche technologie worden halfgeleiders, zoals germanium, als substraat gebruikt. Hierop worden dan actieve lagen op gedeponeerd die samen de zonnecel maken.

Thermografie

Ook thermische beeldvorming genoemd.

Transparent conductive oxide (TCO)

Een dunne laag van een transparant en geleidend materiaal (meestal een metaaloxide zoals indium tin oxide) die wordt gebruikt in optischelektronische apparaten zoals flatscreens en zonnepanelen.

UHT – Ultra Hoge Temperatuur

Umicore heeft een patent genomen op het UHT-proces (>3000°C). Het maakt gebruik van plasmatechnologie voor het behandelen en recycleren van materialen. Dit proces verbruikt minder energie dan de traditionele processen.

Voorverweerd zink

Een techniek voor de bewerking van zinkoppervlakken, waardoor het nieuwe product eruitziet alsof het al aan de elementen is blootgesteld.

Wolfraamcarbide

Een zeer harde anorganische verbinding, bestaande uit wolfraam en koolstof en die wordt gebruikt in industriële machines en werktuigen.

WEEE

Waste Electrical and Electronic Equipment Directive. Deze Europese richtlijn werd een Europese wet in februari 2003 en bepaalde inzamelings-, recyclage- en recuperatiedoelstellingen voor alle soorten elektrische goederen. Ze werd herhaaldelijk gewijzigd en de laatste wijzigingen zullen in 2012 in wetteksten worden omgezet.

Zouten

In de scheikunde zijn zouten ionische verbindingen die uit de neutralisatiereactie van een zuur of een base kunnen ontstaan.

Financiële definities

Aangewend kapitaal

Totaal vermogen – reële waarde reserve + netto financiële schuld + voorzieningen voor personeelsvoordelen – uitgestelde belastingactiva en -passiva – IAS 39-effect.

Beurskapitalisatie

Slotkoers x totaal aantal uitstaande aandelen.

EBIT

Bedrijfsresultaat van integraal geconsolideerde ondernemingen (opbrengsten van andere financiële activa inbegrepen) + aandeel van de Groep in het nettoresultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatie.

EPS

Winst per aandeel voor aandeelhouders.

Gemiddeld aangewend kapitaal

Voor een half jaar: gemiddelde van het aangewend kapitaal aan het begin en aan het einde van de periode; voor het volledige jaar: gemiddelde van de halfjaargemiddelden.

IAS 39 effect

Tijdsverschillen (zonder invloed op de kasstromen) in het boeken van opbrengsten in geval van niet-toepassing of de onmogelijkheid van het bekomen van IAS hedge accounting op:

a) Transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde kunnen gewaardeerd worden, of

b) Structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van betrokken hedging instrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen, en dit voor de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen, of

c) In uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat de wijziging in de reële waarde op de besloten derivaten in de resultatenrekening moet worden opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar de wijziging in reële waarde niet in de resultatenrekening kan worden opgenomen.

Inkomsten (metaal niet inbegrepen)

Alle elementen van de inkomsten – de waarde van de aangekochte metalen.

Inkomsten per regio

Inkomsten die men aan een regio kan toeschrijven, inclusief geassocieerde ondernemingen en joint ventures, rekening houdend met Umicore's deelnemingspercentage. Dit betekent dat voor recyclage-activiteiten de inkomsten verdeeld zijn op basis van de plaats waar de leverancier van de grondstoffen is gevestigd, zoals bepaald door de raffinagepremies.

Investeringen

Gekapitaliseerde investeringen in immateriële en materiële vaste activa.

Kasstromen vóór financieringsactiviteiten

Toename / afname van de bedrijfsthesaurie + toename / afname van de investeringsthesaurie.

Netto financiële schuld

Financiële schulden op meer dan één jaar + financiële schulden op ten hoogste één jaar – kas en kasequivalenten.

Niet-recurrente EBIT

Bevat niet-recurrente elementen met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, waardeverminderingen van activa en andere opbrengsten of kosten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming. Waardeverminderingen op permanent vastgezette metaalvoorraden maken deel uit van de niet-recurrente EBIT van de business groups.

Onderzoek- & ontwikkelingsuitgaven

Bruto onderzoek- & ontwikkelingsuitgaven, gekapitaliseerde kosten inbegrepen.

Recurrente EBIT

EBIT – niet-recurrente EBIT – IAS 39 effect.

Recurrente EBITDA

Recurrente EBIT + recurrente afschrijvingen van integraal geconsolideerde ondernemingen.

Recurrente effectieve belastingvoet

Recurrente effectieve belastingskost / recurrent resultaat voor belasting van de integraal geconsolideerde ondernemingen.

Recurrente operationele marge

Recurrente EBIT van integraal geconsolideerde ondernemingen / opbrengsten (metaal niet inbegrepen).

Recurrente winst per aandeel

Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.

Rendement op aangewend kapitaal (ROCE)

Recurrente EBIT / gemiddeld aangewend kapitaal.

Schuldratio

Netto financiële schuld / (Netto financiële schuld + Eigen vermogen).

Uitstaande aandelen

Uitgegeven aandelen – eigen aandelen.

Winst per aandeel, basisberekening

Nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.

Winst per aandeel, na verwateringseffect

Nettoresultaat, aandeel van de Groep / (gemiddeld aantal uitstaande aandelen + (aantal mogelijke nieuwe aandelen die uitgegeven moeten worden in het kader van de bestaande aandelenoptieplannen x verwateringseffect van de aandelenoptieplannen).

Bovenstaande financiële definities betreffen prestatie-indicatoren die niet gelinkt zijn met IFRS, behalve 'Winst per aandeel, basisberekening' en 'Winst per aandeel, na verwateringseffect'.

Milieu-, sociale en andere definities

Aantal opleidingsuren per persoon

Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer – inclusief interne en externe opleiding en opleiding op de werkvloer. Opleiding op de werkvloer kan het aantal uren inhouden wanneer iemand worden opgeleid op de werkvloer, zonder dat deze volledig productief is. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het personeelsbestand.

Beste beschikbare technologie (BBT)

Een term die wordt gebruikt voor technologie om vervuilende emissies te beperken.

Biodiversiteit

De variatie tussen levende organismen uit alle bronnen, waaronder land, zee en andere aquatische ecosystemen, alsook de ecologische complexen waar zij deel van uitmaken; met inbegrip van diversiteit binnen de soorten; tussen soorten onderling en van ecosystemen.

Blootstellingsbiomarker

Stof of metaboliet gemeten in biologische vloeistoffen (bv. bloed) om de interne lichaamsblootstelling te meten

Broeikasgassen

BKG zijn de zes gassen die in het Kyoto Protocol zijn opgenomen: koolstofdioxide (CO2 ); methaan (CH4 ); stikstofoxide (N2 O); gefluoreerde koolwaterstoffen (HFK); perfluorkoolwaterstoffen (PFK); en zwavelhexafluoride (SF6 ).

Chemisch zuurstofverbruik (COD)

Indirecte maatstaf van de hoeveelheid natuurlijke vervuiling die niet biologisch geoxideerd kan worden in een waterstaal.

CO2-equivalent

De universele meeteenheid om het globale opwarmingspotentieel (GWP) van elk van de zes broeikasgassen weer te geven, uitgedrukt in GWP van één eenheid kooldioxide. Ze wordt gebruikt om de emissies (of het voorkomen van emissies) van verschillende broeikasgassen te evalueren ten opzichte van een gemeenschappelijke basis.

Concentraten

Erts of metaal afgescheiden van erts- of metaalhoudend gesteente of aarde.

COSO-framework

The Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO) is een organisatie van de private sector die op vrijwillige basis werkt. Zij heeft een gemeenschappelijk intern controlemodel opgezet waaran bedrijven en organisaties hun controlesystemen kunnen toetsen.

Dataset (EHS)

Een bepaalde set gegevens over de fysische, chemische en toxicologische eigenschappen van een product.

Decibel

Eenheid van geluidsniveau

EHS

Environment, health & safety (milieu, gezondheid en veiligheid)

Ernstgraad ongevallen met verlet

Aantal verletdagen door arbeidsongevallen per duizend werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.

Frequentiegraad ongevallen met verlet

Aantal arbeidsongevallen met verlet per miljoen werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.

Globaal opwarmingspotentieel

Een factor die de stralingsimpact (schade aan de atmosfeer) beschrijft van één eenheid van een bepaald broeikasgas ten opzichte van één eenheid CO2 .

ISO 14001

Specificatie voor milieubeheersystemen van de "International Standards Organisation" (ref. ISO).

Kyoto Protocol

Het protocol van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Het vraagt van de landen die in Bijlage B zijn opgenomen (ontwikkelde landen) in de periode 2008–12 om doelstellingen te behalen voor het verminderen van hun broeikasgasemissies ten opzichte van hun emissies in 1990.

Levenscyclus (analyse)

Analyse van de som van de effecten van een product (bv. broeikasgasemissies) bij elke stap in zijn levenscyclus, inclusief de winning van degrondstoffen, de productie, het gebruik en het verwijderen van afval.

Microgram per deciliter bloed

Eenheid voor het metaalgehalte in het bloed

Microgram per gram creatinine

Eenheid voor het metaalgehalte in de urine.

Nanomaterialen

Materialen die uit microscopische partikels bestaan met ten minste één dimensie die kleiner is dan 100 nanometer.

OHSAS 18001

"Occupational Health and Safety Assessment Series": een beheersysteem voor veiligheid en gezondheid op het werk.

Ongeval met verlet

Een ongeval dat leidt tot het verlies van minstens één arbeidsdag.

Overschrijding

Een resultaat van een biologische monitoringanalyse dat de (interne) drempelwaarde overschrijdt.

Personeelsverloop

Uitgedrukt in termen van vrijwillige ontslagen: het aantal werknemers dat uit eigen beweging het bedrijf verlaat (exclusief ontslagen, pensioen en einde van contracten van bepaalde duur). Dit aantal wordt gerelateerd aan het totale personeelsbestand.

Procesemissies

Emissies die uit productieprocessen voortvloeien, zoals CO2 dat verwekt wordt bij de afbraak van calciumcarbonaat (CaCO3 ).

Procesveiligheid

Veiligheid met betrekking tot het gebruik en het opslag van gevaarlijke chemische stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor werknemers, buurtbewoners en het leefmilieu.

REACH

"Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen"; nieuw EU beleid inzake chemische stoffen.

Recyclage-materialen

Materialen die hun eerste levenscyclus beëindigd hebben en via recyclage herverwerkt zullen worden waardoor een tweede, derde... levenscyclus wordt ingezet.

Registreerbaar letsel

Een letsel als gevolg van een arbeidsongeval waarvoor meer dan één verzorging nodig is of dat leidt tot een aangepast arbeidsprogramma, maar exclusief ongevallen met verlet niet meegerekend.

Risico-evaluatie

De evaluatie van risico's uitgaande van bestaande stoffen voor de mens, zowel werknemers als consumenten, en het milieu, met het oog op een beter risicobeheer.

Scope 1, 2, 3 CO2e-emissies

Scope 1 CO2 e-emissies: de directe broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie.

Scope 2 CO2 e-emissies: de broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie gerelateerd aan de productie van elektriciteit/verwarming/ koeling, perslucht of stoom die voor eigen gebruik worden aangekocht.

Scope 3 CO2 e-emissies: de indirecte broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie, exclusief de emissies die zijn opgenomen in Scope 2.

Secundaire grondstoffen

Nevenproducten van primaire materiaalstromen.

Terugwinning

De inzameling van afvalmaterialen door een derde partij met het doel ze aan een recyclageproces te onderwerpen.

Tijdelijke werknemers

Umicore werknemers met een tijdelijk contract. Ze worden niet beschouwd als onderdeel van het vaste personeelsbestand, maar worden wel opgenomen in het totale personeelsbestand.

Vrijwillige vertrekkers

Aantal werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten (exclusief afvloeiingen, pensionering en het beëindigen van een vast contract). Dit cijfer is verbonden met het totale personeelsbestand.

Warmtekrachtkoppeling

Het gebruik van warmte om elektriciteit te genereren.

Ziektegraad

Totaal aantal werkdagen verloren door ziekte, exclusief lange termijn ziekte en verloren dagen omwille van zwangerschapsverlof. Dit cijfer staat in verband met het totaal aantal werkdagen per jaar.

GRI Index

Referentie Indicator Pagina
Algemeen
Strategie en analyse
1.1 Verklaring van de Gedelegeerd bestuurder en de Voorzitter 13-16
1.2 Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en
mogelijkheden
13-16; 31; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G17
Organisatieprofiel
2.1 Naam van de organisatie Omslag
2.2 Voornaamste merken, producten en diensten 1-3; 25
2.3 Operationele structuur van de organisatie, met inbegrip van
divisies, werkmaatschappijen, dochterondernemingen en
samenwerkings-verbanden
1-3; 25
2.4 Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie Binnenomslag achterkant; achterkant
2.5 Het aantal landen waar de organisatie actief is en namen van
landen met grootschalige activiteiten
2; Sociale verklaringen: S2
2.6 Eigendomsstructuur en de rechtsvorm Binnenomslag achterkant
2.7 Afzetmarkten 2; 24; 27; 31; 33-34; 36; 39-40; 43; 45-46; 49
2.8 Omvang van de verslaggevende organisatie 1-2; Sociale verklaringen: S2; Financiële en economische toelichtingen:
geconsolideerde balans
2.9 Significante veranderingen wat betreft omvang, structuur of
eigendom
6-9; 180; Sociale verklaringen: S1, S10, S11; Milieuverklaringen: E1
2.10 Onderscheidingen toegekend in 2011 14; 16; Sociale verklaringen: S4; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G22
Verslagparameters
3.1 Verslagperiode Omslag; binnenomslag; 180
3.2 Datum van het meest recente verslag Jaarverslagen: http://www.umicore.com/sustainability/reports
3.3 Verslaggevingscyclus Omslag; binnenomslag; Jaarverslagen: http://www.umicore.com/sustainability/
reports
3.4 Contactpunt voor vragen over het verslag of de inhoud ervan Binnenomslag achterkant
Algemeen: [email protected]
Financieel: [email protected]
Social: [email protected]
Milieu: [email protected]
3.5 Proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag 180; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belanghebbenden
3.6 Afbakening van het verslag 180; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen: E1, E3, E8, E9
3.7 Vermeld eventuele specifieke beperkingen voor de reikwijdte
of afbakening van het verslag
180; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen: E1, E3, E8, E9
3.8 Basis voor verslaggeving over samenwerkings-verbanden en
dochterondernemingen
180; Sociale verklaringen: S1; Milieuverklaringen: E1; Financiële en economische
toelichtingen: F16, F37; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G24
3.9 De technieken en berekeningsgrondslagen voor
gegevensmetingen
180; Sociale verklaringen: S1-S11; Milieuverklaringen: E1-E10; Financiële en
economische toelichtingen: F1
3.10 Uitleg over de gevolgen van eventuele herformuleringen
van eerder verstrekte informatie en de reden voor deze
herformuleringen
180; Sociale verklaringen: S1, S10, S11; Milieuverklaringen: E1; Algemene
beleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/
3.11 Significante veranderingen ten opzichte van vorige
verslagperiodes ten aanzien van reikwijdte, afbakening of
meetmethoden
180; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen: E1, E3
3.12 GRI Index 180; Deze pagina
3.13 Betrekken van externe assurance 180; Algemene beleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/;
Controle en naleving: http://www.umicore.com/governance/en/supervision/
Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid
4.1 De bestuursstructuur van de organisatie Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2, G4, G5; Algemene beleidsaanpak:
http://www.umicore.com/sustainability/
4.2 Geef aan of de voorzitter van het hoogste bestuurs-lichaam
eveneens een leidinggevende functie heeft
162; 164; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2
4.3 Aantal en genderverdeling van de leden van de Raad van
Bestuur en hun status met betrekking tot onafhankelijkheid
en een uitvoerend/niet-uitvoerend mandaat
162-163; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2, G4
4.4 Mechanismen die aandeelhouders en medewerkers de
gelegenheid geven om aanbevelingen te doen aan de Raad
van bestuur
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G3, G9, G10, G11, G21; Deugdelijk Bestuur
Handvest en Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/
4.5 Koppeling tussen vergoedingen en de prestaties van de
organisatie (met inbegrip van sociale en milieu-gerelateerde
prestaties)
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G12-G15; Deugdelijk Bestuur Handvest en
Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/
4.6 Processen waarmee het hoogste bestuurslichaam waarborgt
dat strijdige belangen worden vermeden
Verklaring inzake deugdelijk bestuur:G7, G9-G11; Deugdelijk Bestuur Handvest en
Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/
4.7 Proces voor het bepalen van de kwalificaties en expertise van
de leden van het hoogste bestuurslichaam
Deugdelijk Bestuur Handvest: http://www.umicore.com/governance/nl/
charterN/
4.8 Interne richtlijnen en beleidslijnen Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G1, G9; The Umicore Way: http://www.
umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/; Deugdelijk Bestuur Handvest en
Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/
4.9 Processen om risico's en opportuniteiten te identifiëren Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G16-G18
4.10 Processen voor het evalueren van de eigen prestaties van de
Raad van bestuur
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G4, G5; Deugdelijk Bestuur Handvest:
http://www.umicore.com/governance/nl/charterN/
4.11 Toelichting over de toepassing van het voorzorgsprincipe Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G16, G18
4.12 Extern ontwikkelde economische, milieugerelateerde en
sociale handvesten, principes of andere initiatieven die de
organisatie onderschrijft
COSO; OECD Richtlijnen ; ILO Human Rights; Responsible Care; SRI; FTSE; PACI; GRI;
WBCSD
4.13 Lidmaatschap van industriele verenigingen Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G24
4.14 Lijst van groepen belanghebbenden die de organisatie heeft
betrokken
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G19-G26
4.15 Basis voor de inventarisatie en selectie van belanghebbenden Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belanghebbenden,
G19-G26; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden: http://www.umicore.com/
sustainability/stakeholders/
4.16 Benadering van het betrekken van belanghebbenden,
waaronder de frequentie ervan
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belanghebbenden, G18
- G25; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden: http://www.umicore.com/
sustainability/stakeholders/
4.17 Voornaamste onderwerpen en vraagstukken die naar voren
zijn gekomen door de betrokkenheid van belanghebbenden
en hoe de organisatie hierop heeft gereageerd, onder meer
via haar verslaggeving
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belanghebbenden;
Algemene beleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/; Aanpak
betrokkenheid belanghebbenden: http://www.umicore.com/sustainability/
stakeholders/
Managementbenadering
5 Managementbenadering: http://www.umicore.com/sustainability/context/
Economische prestatie
EC1 (kern) Economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd 4; 10-14; Financiële en economische toelichtingen: F2, F8, F9, F36; Verklaring
inzake deugdelijk bestuur: G26
EC2 (kern) Financiële implicaties en andere risico's en mogelijkheden
voor de activiteiten van de organisatie als gevolg van
klimaatverandering
8; 18; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G18; Milieubeleidsaanpak: http://
www.umicore.com/sustainability/environment/Approach/; The Umicore Way:
http://www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/
EC3 (kern) Dekking van de verplichtingen in verband met het
vastgestelde uitkeringenplan van de organisatie
Financiële en economische toelichtingen: F26
EC4 (kern) Significante financiële steun van een overheid Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
Indirecte economishe effecten
EC8 (kern) Ontwikkeling en gevolgen van investeringen die voornamelijk
ten behoeve van het algemeen nut worden geboden
4; 22-23; 29; 35; 37; 41; 47; Sociale verklaringen: S5; Milieuverklaringen: E8;
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
Milieuprestatie-indicatoren
Materialen
EN2 (kern) Percentage van de gebruikte materialen dat bestaat uit afval
uit externe bronnen
Milieuverklaringen: E6
Energie
EN3 (kern) Direct energieverbruik door primaire energiebron Milieuverklaringen: E4
EN4 (kern) Indirect energieverbruik door primaire bron Milieuverklaringen: E4
EN5 (ove
rige)
Energie die bespaard is door besparingen en
efficiëntieverbeteringen
Milieuverklaringen: E4
EN6 (ove
rige)
Initiatieven ten behoeve van energie-efficiënte of op
duurzame energie gebaseerde producten en diensten
18; 32-37; Milieuverklaringen: E4; Umicore's positieverklaringen over de
vermindering van haar CO2 voetdruk: http://www.umicore.com/sustainability/
environment/positionStatements/carbonReduction.htm (indicator gedeeltelijk
gerapporteerd)
EN7 (ove
rige)
Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en
reeds gerealiseerde verlaging
18; Sociale verklaringen: S8; Umicore's positieverklaringen over de vermindering
van haar CO2 voetdruk: http://www.umicore.com/sustainability/environment/
positionStatements/carbonReduction.htm (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Water
EN8 (kern) Totale wateronttrekking per bron Milieuverklaringen: E5
Biodiversiteit
EN11 (kern) Locatie en oppervlakte van land in of aangrenzend
aan beschermde gebieden en gebieden met hoge
biodiversiteitswaarde buiten de beschermde gebieden
Milieuverklaringen: E10 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen
EN16 (kern) Totale directe en indirecte emissie van broeikasgassen naar
gewicht
Milieuverklaringen statements: E3
EN17 (kern) Andere relevante indirecte emissie van broeikasgassen naar
gewicht
Milieuverklaringen statements: E3
EN18 (ove
rige)
Initiatieven ter verlaging van de emissie van broeikasgassen
en gerealiseerde verlagingen
18; 28; 34-35; 40; 46-47; Milieuverklaringen: E3
EN20 (kern) NO, SO en andere significante luchtemissies naar type en
gewicht
Milieuverklaringen: E2
EN21 (kern) Totale waterafvoer naar kwaliteit en bestemming Milieuverklaringen: E2
EN22 (kern) Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode Milieuverklaringen: E7
Producten en diensten
EN26 (kern) Initiatieven ter compensatie van de milieugevolgen van
producten en diensten
20; 40-41; Milieuverklaringen: E2, E6 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)

uitbanning van gedwongen of verplichte arbeid

Werkgelegenheid
LA1 (kern) Totale personeelsbestand naar type werk,
arbeidsovereenkomst en regio
2; 4; Sociale verklaringen: S2
LA2 (kern) Totaal aantal en snelheid van personeels-verloop 4; 17; 34; 48; Sociale verklaringen: S4
Verhouding tussen werkgever en werknemer
LA4 (kern) Percentage medewerkers dat onder een collectieve
arbeidsovereenkomst valt
Sociale verklaringen: S6
Gezondheid en veiligheid
LA7 (kern) Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en het
aantal werkgerelateerde sterfgevallen per regio
4; 15-16; 28; 30; 34; 40; 42; 46; Sociale verklaringen: S9, S10, S11 (indicator
gedeeltelijk gerapporteerd)
LA9 (ove
rige)
gezondheids-en veiligheidstopics vastgelegd in formele
overeenkomsten met vakbonden
16-17; Sociale verklaringen: S6; Duurzaam Ontwikkelingsakkoord: http://www.
umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/2011SDAgreement.pdf
Opleiding en onderwijs
LA10 (kern) Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt
aan opleidingen, onderverdeeld naar werknemerscategorie
16-17; Sociale verklaringen: S3
LA12 (ove
rige)
Percentage medewerkers dat regelmatig wordt ingelicht
omtrent prestatie- en loopbaanontwikkeling
16-17; Sociale verklaringen: S3 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Diversiteit en kansen
LA13 (kern) Samenstelling van bestuurslichamen en onder
verdeling van medewerkers per categorie, naar
geslacht, leeftijdsgroep, het behoren tot een bepaalde
maatschappelijke minderheid en andere indicatoren van
diversiteit
162-167; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G4, G5; Sociale verklaringen: S2.
Minderheden worden niet geïdentificeerd omdat het verboden is in bepaalde
landen waar Umicore werkzaam is vragen te stellen omtrent dit onderwerp (bv.
U.S.A en Frankrijk)
Mensenrechten
Investerings-en inkoopbeleid
HR2 (kern) Percentage belangrijke leveranciers, onderaannemers
en zakenpartners die getoetst zijn op naleving van de
mensenrechten en op getroffen maatregelen
21-22; Sociale verklaringen: S8; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G18
HR3 (kern) Percentage van en totaal aantal aanmerkelijke
investeringsovereenkomsten waarin clausules over
mensenrechten zijn opgenomen of waar-van de naleving van
de mensenrechten is getoetst
21-22; Sociale verklaringen: S8; Alle medewerkers krijgen informele training over
de Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/en/CodeOfConduct/
Vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen
HR5 (kern) Activiteiten waarvan is vastgesteld dat daarbij een aanzienlijk
risico zou kunnen gelden voor het recht op de uitoefening
van de vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonder
handelingen, alsmede de maatregelen die zijn getroffen ter
ondersteuning van deze rechten
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzame Ontwikkelingsakkoord: http://www.
umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/2011SDAgreement.pdf
Kinderarbeid
HR6 (kern) Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk
risico is van gevallen van kinderarbeid, alsmede de
maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van
kinderarbeid
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzame ontwikkelingsakkoord: http://www.
umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/2011SDAgreement.pdf
Gedwongen en verplichte arbeid
HR7 (kern) Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk
risico is van gevallen van gedwongen of verplichte arbeid,
alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzaam Ontwikkelingsakkoord: http://www.
umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/2011SDAgreement.pdf
Maatschappij
Gemeenschap
SO1 (kern) percentage van aktiviteiten met ingevoerde engagementen
ten aanzien van de lokale gemeenschap, impactanalyses en
ontwikkelingsprogrammas
22-23; Sociale verklaringen: S5
Corruptie
SO2 (kern) Percentage van en totaal aantal bedrijfseenheden
geanalyseerd op corruptiegerelateerde risico's
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G15; G24; Umicore is ondertekenaar van
PACI
SO3 (kern) Percentage van het personeel dat training in
anticorruptiebeleid en -procedures van de organisatie heeft
gevolgd
Alle medewerkers ontvangen informele training over de Gedragscode: http://
www.umicore.com/governance/nl/CodeOfConductN/ wanneer ze het bedrijf
vervoegen
Publiek beleid
SO5 (kern) Standpunten betreffende publiek beleid
en deelname aan de ontwikkeling ervan, evenals lobbyen
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
SO6 (ove
rige)
Totale waarde van financiële en in-natura-bijdragen aan
politieke partijen, politici en gerelateerde instellingen
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
Productverantwoordelijkheid
Gezondheid en veiligheid van consumenten
PR1 (kern) Levensduurstadia waarin de gevolgen van producten
en diensten voor gezondheid en veiligheid worden
beoordeeld met het oog op verbetering en het percentage
van belangrijke product- en dienstencategorieën die aan
dergelijke procedures onderhevig zijn
20; Milieuverklaringen: E6 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Etikettering van producten en diensten
PR3 (kern) Type informatie over producten en diensten dat verplicht
wordt gesteld door procedures en het percentage van
belangrijke producten en diensten die onderhevig zijn aan
dergelijke informatie-eisen
20; Milieuverklaringen: E6

Notities

Over dit verslag

Het Jaarverslag 2011 van Umicore bevat een uitgebreid en geïntegreerd overzicht van de economische, financiële, sociale en milieuprestaties.

Het verslag bestaat uit twee delen – één over de strategie en één die de resultaten bespreekt. Het deel over de strategie (pagina 1 tot 49) bevat een inleiding tot Umicore en zoemt in op de belangrijkste prestaties van 2011 met betrekking tot het strategisch plan Vision 2015. Het deel met de resultaten (pagina 51 tot 180) bevat alle financiële, sociale, milieu- en governanceresultaten en de toelichtingen. Alle elementen van het Jaarverslag 2011 kunnen worden geraadpleegd in het online reporting centre van Umicore op www.umicore. com/reporting.

Een geïntegreerde benadering

Een van de belangrijkste doelstellingen van het Jaarverslag van Umicore bestaat erin een overzicht te geven van de strategische benadering van de onderneming – Vision 2015 – waarin specifieke economische, sociale en milieudoelstellingen zijn opgenomen. Daarom hanteert Umicore vanaf 2011 een rapporteringsmethode waarin de economische, sociale en milieuresultaten nog sterker worden geïntegreerd. Deze rapporteringsmethode werd op punt gesteld na een periode van overleg met de interne en externe belanghebbenden tussen 2009 en 2011 en is geïnspireerd op het concept 'integrated reporting' dat door de International Integrated Reporting Council werd ontwikkeld.

Reikwijdte van de rapportering

Globaal heeft het Jaarverslag 2011 van Umicore betrekking op de activiteiten in het boek-/kalenderjaar 2011. Er werden geen belangrijke wijzigingen aan de reikwijdte aangebracht in 2011. Dit verslag bespreekt het eerste jaar waarin Umicore haar vorderingen rapporteert ten opzichte van de Vision 2015 doelstellingen. Voor het eerst worden ook bepaalde sleutelprestatie-indicatoren gebruikt die de evolutie naar een meer geïntegreerde rapportering weerspiegelen. De sectie van het verslag waarin de resultaten worden besproken, bevat alle doelstellingen en een korte beschrijving van de methodologie die voor alle sleutelprestatie-indicatoren werd toegepast. Daar waar data voorhanden is, worden prestatie-indicatoren in

het document gerapporteerd ten opzichte van een periode van vijf jaar, die teruggaat tot 2007.

De economische reikwijdte van het verslag omvat alle volledig geconsolideerde activiteiten. Daarnaast zijn ook de financiële bijdragen van alle geassocieerde ondernemingen en joint venture bedrijven in de financiële rapportering opgenomen. De scope van de sociale en milieuelementen van het verslag is beperkt tot de volledig geconsolideerde entiteiten – elke afwijking van deze reikwijdte wordt in het overeenkomstige hoofdstuk of in de toelichting in het verslag uitgelegd.

Gegevens

De gegevens voor de economische en financiële elementen van het verslag worden ingezameld via het financiële beheers- en consolidatieproces. De milieu- en sociale gegevens worden ingezameld via milieu- en sociale datamanagementsystemen en samen met de economische en financiële gegevens geïntegreerd in een centrale rapporteringstool.

Controle

Dit verslag werd onafhankelijk gecontroleerd door PwC Bedrijfsrevisoren/Reviseurs d'Entreprises (PwC). De audit van de financiële informatie door PwC is gebaseerd op de volledige IFRS geconsolideerde financiële rekeningen waarover PwC een goedkeurend oordeel heeft uitgesproken. Deze volledige IFRS geconsolideerde financiële rekeningen en het verslag van de bedrijfsrevisor werden in het verslag opgenomen op pagina 52 tot 107 en 168. De sociale en milieuinformatie in dit document is samengesteld op basis van de zelfde erkenningsen meetprincipes gebruikt voor de sociale en milieuresultaten die u vindt op pagina 115 tot 140 van het volledige Jaarverslag. Het onafhankelijke auditverslag van PwC over de sociale en milieuresultaten vindt u op pagina 169 van het Jaarverslag.

Het verslag rapporteert op het B+ niveau van het Global Reporting Initiative (GRI). U vindt een volledige GRI-index op pagina 174-178. Het Global Reporting Initiative (GRI) is een netwerkorganisatie die een pioniersrol heeft vervuld in de ontwikkeling van het wereldwijd meest gebruikte kader voor rapportering over duurzaamheid. Het beschrijft de principes en de prestatie-indicatoren beschrijft die organisaties kunnen gebruiken om hun economische, sociale en milieuprestaties te meten en te rapporteren.

Presentatie en feedback

Umicore wil haar rapportering verbeteren via een permanent proces van betrokkenheid van en dialoog met de stakeholders. De belangrijkste sociale elementen van het verslag worden aan de internationale vakbonden voorgelegd tijdens het gezamenlijke monitoringcomité in maart en het volledige document wordt aan de aandeelhouders gepresenteerd op de Jaarlijkse Algemene Vergadering eind april. Umicore verbindt zich er ook toe om in de opeenvolgende rapporteringscycli rekening te houden met alle te verbeteren punten die de bedrijfsrevisor (PwC) aanbeveelt.

Algemene feedback van de lezers wordt aangemoedigd door de gedrukte en de online versies van het verslag (zie tegenoverliggende pagina voor meer details).

Overige informatie

De overige bijkomende informatie bevat een overzicht van de benadering van Umicore voor het economische, sociale en milieubeheer. Deze elementen werden gepubliceerd op de website van Umicore (http://www.umicore.com/sustainability/) en dienen als een onderdeel van dit verslag te worden beschouwd.

24 april 2012

Algemene Vergadering van aandeelhouders (financieel jaar 2011) Kwartaalupdate eerste drie maanden 2012

27 april 2012

Aandeel zonder dividend verhandeld

3 mei 2012

Start uitkering dividend

30 juli 2012

Resultaten eerste jaarhelft 2012

23 oktober 2012

Kwartaalupdate derde kwartaal 2012

Feedback

Laat ons weten wat u van dit verslag vindt.

Stuur een email naar stakeholder@umicore. com of scan de QR code / gebruik de url onderaan om toegang te krijgen tot de feedback enquête.

www.umicore.com/ reporting/feedback

Financiële kalender (1) Bijkomende informatie

Beursnotering

Euronext Brussels

Algemene informatie

Tim Weekes Phone: 32-2-227.73.98 E-mail: [email protected]

Financiële informatie

Geoffroy Raskin Phone: 32-2-227.71.47 E-mail: [email protected]

Sociale informatie

Mark Dolfyn Phone : 32-2-227.73.22 E-mail : [email protected]

Leefmilieu informatie

Bert Swennen Phone: 32-2-227.74.45 E-mail: [email protected]

Talen

Dit jaarverslag is eveneens beschikbaar in het Frans en het Engels

Internet

Dit jaarverslag kan gedownload worden op de website www.umicore.com/reporting

Maatschappelijke zetel

Broekstraat 31 B-1000 Brussel – België Telefoon: 32-2-227.71.11 Fax: 32-2-227.79.00 Internet: www.umicore.com E-mail: [email protected] Ondernemingsnummer: 0401574852 BTW-nummer: BE 0401 574 852

Verantwoordelijke uitgever

Umicore Group Communications Tim Weekes Phone: 32-2-227.73.98 E-mail: [email protected]

Realisatie

The Crew

Fotografie

Umicore, Dimitri Lowette Foto p.38 Architect: CPG Consultants, Fotograaf: Paul Kozlowski

Albe De Coker

(1) Deze data kunnen wijzigen. Wijzigingen van de financiële kalender zijn beschikbaar op de Umicore-website

Dit verslag werd gedrukt op Heaven 42 Superwhite papier. De processen waardoor dit papier aangemaakt wordt, worden constant bijgesteld om de impact op het leefmilieu zo veel mogelijk te verminderen. Alle fabrieken die dit papier produceren zijn gecertificeerd volgens FSC (Forest Stewardship Council) of PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification Schemes).

Umicore Naamloze Vennootschap Broekstraat 31 B-1000 Brussel, België

Tel +32 2 227 71 11 Fax +32 2 227 79 00 e-mail [email protected] www.umicore.com

BTW BE 0401 574 852 Ondernemingnummer 0401574852 Maatschappelijke zetel: Broekstraat 31 B-1000 Brussel - België

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.