Annual Report • Mar 28, 2014
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
P. 1-25 Lees meer over onze vooruitgang op vlak van duurzaamheid
P. 26-41 Ontdek meer over onze verschillende activiteiten
P. 42-190 Volledige fi nanciële en duurzaamheidsverklarigen
Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/reporting
Inleiding Umicore in het kort 1-3 Kerncijfers 4-5
Overzicht van de Voorzitter en de Gedelegeerd Bestuurder 6-7 Economisch overzicht 8-13 Aantrekkelijke werkplek 14-17 Eco-effi ciëntie 18-21 Communicatie met belanghebbenden 22-25
Catalysis 26-29 Energy Materials 30-33 Performance Materials 34-37 Recycling 38-41
Economische & fi nanciële verklaringen 42-118 Milieuverklaringen 119-130 Sociale verklaringen 131-147 Verklaringen inzake deugdelijk bestuur 149-173 Raad van Bestuur, Directiecomité & Senior Management 174-177 Betrouwbaarheidsverklaringen 178-179 Glossarium 180-183 GRI Index 184-188
Dit jaarverslag geeft een geïntegreerd overzicht van onze economische, sociale en milieuprestaties in 2013. Onderstaande link geeft u toegang tot het volledige online verslag dat zich in een specifi eke rapporteringsectie van de Umicore-website bevindt. Voor mobiele gebruikers: de QR codes brengen u onmiddellijk naar de relevante delen van ons online verslag.
Ons verslag is extern nagekeken en bereikt het GRI-rapporteringniveau B+. Een volledig overzicht van de reikwijdte van onze rapportering kan gevonden worden op pagina 190.
Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/reporting
Over Umicore
We zijn een materiaaltechnologie- en recyclagegroep op wereldschaal. We richten ons op toepassingen waar onze expertise in scheikunde, materiaalwetenschappen, metallurgie en recyclage een verschil maken.
Onze activiteiten zijn geconcentreerd rond vier business groups – Catalysis, Energy Materials, Performance Materials en Recycling. Iedere business group is opgedeeld in marktgerichte business units die materialen en oplossingen aanbieden die aan de top van nieuwe technologische ontwikkelingen staan en noodzakelijk zijn in het dagelijkse leven.
Onze groeistrategie Vision 2015 richt zich op het leveren van oplossingen voor wereldwijde trends op vlak van economie, maatschappij en leefmilieu. Onze competentie, marktpositie en expertise in metallurgie, materiaalwetenschappen, toepassingen en recyclage geven ons een sterk groeipotentieel in de volgende domeinen:
Grondstoffenschaarste: in de wereld van vandaag zijn metalen gegeerd maar ook schaarser aan het worden. Umicore's recyclagecapaciteiten herwinnen 26 elementen waarvan edele en andere metalen.
Schonere lucht: de strengere uitstootwetgeving biedt wereldwijde groeiopportuniteiten voor autokatalysatoren voor personenwagens en zware dieselvoertuigen.
Elektrifi catie van het wagenpark: de groeiende markt voor lithium-ion batterijen in elektrische wagens verhoogt de vraag naar onze herlaadbare-batterijkathodematerialen.
Hernieuwbare energie: Umicore ontwikkelt materialen die de basis vormen van hoog-effi ciënte zonnetechnologieën en die andere energie-effi ciënte producten mogelijk maken.
Onze Vision 2015-doelstellingen omvatten economische ambities maar ook uitdagende doelen op het vlak van onze sociale en leefmilieuprestaties:
Groei en rendement: onze belangrijkste groeiprojecten hebben het potentieel om een 'double digit' inkomstengroei te realiseren. Onze langetermijndoelstelling is om een gemiddeld rendement op aangewend kapitaal te realiseren van meer dan 15%.
Veiligheid: we streven naar nul ongevallen met werkverlet.
Vermindering blootstelling op het werk: we willen de concentratie in het lichaam verminderen van specifi eke metalen waaraan onze werknemers zijn blootgesteld, met name Cd, Pb, Co, Ni, As en Pt.
Persoonlijke ontwikkeling: alle werknemers wereldwijd zullen een jaarlijkse evaluatie krijgen waarin hun individuele ontwikkeling besproken wordt.
Aantrekkelijke werkgever: we zullen onze acties richten op basis van de personeelsenquête 2010.
Vermindering van de CO2 -voetafdruk: we streven ernaar onze CO2 -emissies met 20% te verminderen in vergelijking met het niveau in 2006 en met hetzelfde bereik als toen.
Vermindering emissies: we streven ernaar de impact van metaalemissies naar water en lucht met 20% te verminderen in vergelijking met het niveau in 2009.
Productduurzaamheid: we investeren in middelen om de levenscyclus en de impact van onze producten beter te begrijpen en te meten.
Duurzaam aankoopbeleid: we integreren het nieuwe Charter voor duurzame aankopen in onze activiteiten.
Lokale gemeenschap: we verwachten dat al onze sites verdere stappen zetten in de identifi catie van belangrijke belanghebbenden en het betrekken van de lokale gemeenschap.
| Economische prestaties (in miljoen € tenzij anders vermeld) |
2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 6.937,4 | 9.691,1 | 14.480,9 | 12.548,0 | 9.819,3 |
| Inkomsten (metaal niet inbegrepen) | 1.723,2 | 1.999,7 | 2.318,6 | 2.427,4 | 2.390,0 |
| Recurrente EBIT | 146,4 | 342,5 | 416,1 | 372,1 | 304,0 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen | -6,1 | 30,1 | 22,9 | 22,2 | 11,8 |
| Totale EBIT | 141,2 | 324,0 | 432,7 | 328,6 | 260,0 |
| Recurrente operationele marge (in %) | 8,9 | 15,6 | 16,9 | 14,4 | 12,2 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) | 8,1 | 17,5 | 18,6 | 16,7 | 13,6 |
| Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep | 139,7 | 158,0 | 304,6 | 275,2 | 218,0 |
| Nettoresultaat, aandeel van de Groep | 73,8 | 248,7 | 325,0 | 233,4 | 179,0 |
| Onderzoek- & Ontwikkelingskosten | 119,5 | 119,2 | 136,7 | 149,0 | 140,6 |
| Investeringen | 181,6 | 156,6 | 196,2 | 235,7 | 279,6 |
| Netto toename/afname van de kasstromen vóór fi nancieringsoperaties |
258,4 | -68,2 | 308,6 | 150,3 | 185,9 |
| Geconsolideerde netto fi nanciële schuld uit bedrijfsactiviteiten, einde periode |
176,5 | 360,4 | 266,6 | 222,5 | 215,0 |
| Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (in %) | 11,4 | 18,6 | 13,4 | 11,0 | 11,1 |
| Eigen vermogen van de Groep, einde periode | 1.314,2 | 1.517,0 | 1.667,5 | 1.751,7 | 1.677,1 |
| Recurrente winst per aandeel (in €/aandeel) | 0,73 | 2,33 | 2,69 | 2,47 | 1,96 |
| Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten, basisberekening (in €/aandeel) |
0,66 | 2,20 | 2,87 | 2,09 | 1,61 |
| Brutodividend (in €/aandeel) | 0,65 | 0,80 | 1,00 | 1,00 | 1,00 |
| Aantrekkelijke werkplek | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
| Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) | 13.728 | 14.386 | 14.572 | 14.438 | 14.057 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen | 4.415 | 4.828 | 4.408 | 4.042 | 3.867 |
| Ongevallen met werkverlet | 48 | 56 | 60 | 49 | 35 |
| Frequentiegraad ongevallen met werkverlet | 3,12 | 3,54 | 3,61 | 2,86 | 2,08 |
| Ernstgraad ongevallen met werkverlet | 0,08 | 0,13 | 0,11 | 0,11 | 0,10 |
| Blootstellingsgraad 'alle biomarkers geaggregeerd' (in %) | - | - | 5,15 | 4,32 | 2,60 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer | 44,05 | 43,30 | 51,94 | 50,72 | 45,18 |
| Vrijwillige vertrekkers | 2,59 | 3,78 | 3,84 | 3,20 | 3,33 |
| Eco-effi ciëntie | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
| CO2 e-emissies (Scope 1+2) (in ton) |
529.628 | 543.807 | 695.733 | 701.898 | 693.839 |
| Metaaluitstoot naar water (volume in kg) | 5.915 | 6.495 | 5.781 | 5.701 | 5.560 |
| Metaaluitstoot naar water (impact eenheid) | 442.575 | 389.676 | 306.627 | 245.935 | 313.883 |
| Metaaluitstoot naar lucht (volume in kg) | 11.950 | 13.582 | 13.867 | 16.614 | 12.533 |
| Relaties met de belanghebbenden | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Donaties (in duizend €) | 1.106,5 | 1.009,4 | 1.751,0 | 1.759,2 | 1.612,8 |
Metaaluitstoot naar lucht (impact eenheid) 214.650 184.066 129.900 135.059 140.349
De toepassingen van de defi nities voor Onderzoek- & Ontwikkelingskosten en Investeringen werden herzien en de cijfers werden volgens dezelfde methodologie aangepast om de vergelijking mogelijk te maken. De nieuwe defi nities worden uitgelegd in het glossarium p. 181-182.
O&O-uitgave in % van inkomsten 6 %
J Secundaire grondstoffen J Primaire grondstoffen
J Materialen aan het einde van hun levensduur
J Europ a J Noord-Amerika J Zuid-Amerika
2%
Inkomsten per regio (inclusief geassocieerde ondernemingen)
24%
J Afrika J Azië/Oceanië
Thomas Leysen, Voorzitter van Umicore, en Marc Grynberg, Gedelegeerd Bestuurder, blikken terug op 2013 en geven hun visie op de vooruitzichten en prioriteiten voor 2014 en de volgende jaren.
Zoals we vorig jaar al hadden verwacht, bleek 2013 een uitdagend jaar voor een aantal activiteiten van Umicore. Onze recurrente EBIT van € 304 miljoen lag iets lager dan de recordwinst die we in 2011 realiseerden. De belangrijkste oorzaken van deze daling zijn de impact van de lagere metaalprijzen en de economische crisis in Europa. De metaalprijzen, die de voorbije jaren de wind in de zeilen hadden, zijn fors gedaald en wogen op de winstgevendheid van Recycling. Toch bleven de Recycling-activiteiten veruit het beste resultaat neerzetten van al onze activiteiten. In Catalysis bleef een minder gunstige product- en regionale mix, gecombineerd met hogere opstartkosten, op de winstgevendheid wegen. Het resultaat van Energy Materials verbeterde ten opzichte van het dieptepunt in 2012 en Performance Materials zette een stevige prestatie neer gezien de uiterst uitdagende economische context. De moeilijke maar noodzakelijke inspanningen om de kosten te verminderen die in 2012 werden aangevat en in 2013 voortgezet, hebben bijgedragen aan de verbetering van de concurrentiekracht en de winstgevendheid in een aantal business units.
In 2013 zijn we fors blijven investeren in de groei-initiatieven van
onze Vision 2015-strategie. We hebben € 280 miljoen besteed aan investeringen die vooral focusten op de activiteiten met het hoogste groeipotentieel. In Catalysis hebben we de uitrol van nieuwe productieinfrastructuur voortgezet om onze klanten te helpen om te voldoen aan de strengere emissienormen overal ter wereld. De investeringen omvatten onder meer nieuwe productielijnen voor katalysatoren voor zware dieselvoertuigen en technologieontwikkelingscentra in Japan en Zuid-Amerika. In Energy Materials richtten we ons op de verdere uitbreiding van de productiecapaciteit voor herlaadbare-batterijmaterialen om aan de groeiende vraag in toepassingen voor de autosector te kunnen voldoen. In Recycling werden een aantal investeringen in de site van Hoboken bijna voltooid en kondigden we een belangrijk capaciteitsuitbreidingsproject aan, waarvoor we de defi nitieve vergunningen verwachten in de loop van 2014. We bleven ook sterk investeren in onderzoeks- en
ontwikkelingsprogramma's, hoewel de uitgaven in absoluut opzicht niet het niveau haalden van vorige jaren omdat een aantal essentiële projecten naar de commercialiseringsfase zijn overgegaan. Hoewel die investeringen het bewijs leveren van ons vertrouwen in onze groeivooruitzichten, wegen de hogere afschrijvings- en opstartkosten ook op de fi nanciële resultaten op korte termijn.
De bedrijfskasstromen bleven positief gedurende het jaar. Ondanks de bovenvermelde grote investeringen en de betaling van een middelgrote overname in Energy Materials zagen we de nettokasstroom vóór fi nanciering op jaarbasis nog steeds stijgen. We hebben ook dit jaar eigen aandelen ingekocht en keerden bij dit proces ongeveer € 85 miljoen uit aan de aandeelhouders. De Raad van Bestuur heeft de uitkering van een stabiel dividend van € 1,00 aanbevolen en dit vertegenwoordigt een dividendrendement van meer dan 3%. Samen vertegenwoordigden de
"De metaalprijzen, die de voorbije jaren de wind in de zeilen hadden, zijn fors gedaald en wogen op de winstgevendheid van Recycling. "
inkoop van eigen aandelen en het voorgestelde dividend een uitkering van bijna € 200 miljoen aan de aandeelhouders over het jaar.
Het feit dat we die aanzienlijke kasstromen kunnen blijven produceren bewijst dat de fi nanciële positie van Umicore uitermate solide blijft. Niettegenstaande de lagere winst en de hoge investeringen is de netto fi nanciële schuld verder gedaald in 2013. Dat zal ons in staat stellen om diverse groeiprojecten te blijven fi nancieren en geeft ons ook de fi nanciële fl exibiliteit om naar grotere overnameopportuniteiten uit te kijken als ze een aantrekkelijke strategische aanvulling vormen en – uiteraard – beschikbaar zijn voor de juiste prijs.
We hebben opnieuw goede vooruitgang gemaakt op het vlak van onze duurzaamheidsprestaties. Op het gebied van milieu hebben we onze CO2 -emissies verder verminderd ten opzichte van het referentiejaar. Het belangrijkste deel van de verbeteringen is van duurzame aard en is het resultaat van gerichte energie-effi ciëntiemaatregelen die nu resultaat opleveren. Hoewel de metaalemissies naar lucht en water zijn gestegen, voornamelijk als gevolg van de toegenomen activiteit, blijft de globale milieu-impact van die emissies nog steeds ver onder de uitdagende doelstellingen die we voor 2015 hebben bepaald. Inzake productduurzaamheid hebben we nu een ruim staal van onze producten en diensten aan een duurzaamheidsbeoordeling onderworpen. De uitdaging voor de komende jaren bestaat erin de resultaten van die beoordeling te gebruiken om waarde te realiseren
voor onze klanten en een vollediger beeld te geven van onze duurzaamheidsbijdrage als Groep.
Onze initiatieven om duurzaamheid in de bevoorradingsketen te bevorderen zijn in een hogere versnelling geschakeld. We verkregen de status van confl ictvrije smelter voor onze belangrijkste recyclageactiviteiten en hebben stappen gezet om nog meer van onze activiteiten te laten certifi ceren in 2014. We hebben ons Charter voor duurzame aankopen ook verder uitgerold naar onze leveranciers en tegen het einde van het jaar hadden meer dan 1.000 belangrijke leveranciers dit charter ondertekend. Bepaalde leveranciers ertoe aanzetten om verbeteringen aan te brengen is, in sommige gevallen, een moeilijk en complex proces maar de globale vooruitgang stemt ons erg tevreden.
We blijven streven naar erkenning als aantrekkelijke werkgever nu de grote meerderheid van onze medewerkers in sites werken die deze erkenning hebben gekregen. In 2014 organiseren we de volgende editie van onze personeelsenquête. Die zal een barometer zijn voor de vooruitgang die we sinds de vorige enquête in 2011 hebben gemaakt en een indicatie geven van de punten die we nog kunnen verbeteren. Onze inspanningen op het vlak van gezondheid op het werk – vooral in het domein van blootstelling aan metalen op het werk – hebben in 2013 ook aanzienlijke vorderingen gemaakt.
De veiligheidsresultaten van Umicore zijn in 2013 verder verbeterd. Het aantal ongevallen is met meer dan een kwart gedaald en de grote meerderheid van onze sites kon het jaar afsluiten zonder ongevallen. Het tragische ongeval in Olen in januari 2014, waarbij twee medewerkers het leven lieten, nam alle tevredenheid weg die we hadden gehaald uit die verbeteringen. We zijn gestart met een actie om de focus op procesveiligheid in het hele bedrijf te versterken en we zijn vastbesloten om de noodzakelijke lessen te trekken uit dit ongeval. Overal waar dat nodig is, zullen we verbeteringen aanbrengen om het risico op een gelijkaardig ongeval in de toekomst verder te verminderen, zowel in Olen als in de andere sites van Umicore. We zijn meer dan ooit vastbesloten om onze doelstelling om van Umicore een onderneming zonder ongevallen te maken, te halen.
Voor 2014 zien we positieve signalen maar er blijven nog onzekerheden. Een aantal van onze belangrijkste markten vertonen stilaan tekenen van herstel. De Europese economie heeft de recessie achter zich gelaten en tekent een bescheiden groei op. Veel van onze activiteiten kunnen van deze trend profi teren en zijn vanuit concurrentie-oogpunt beter gepositioneerd dan in de periode voor
de economische crisis. Bovendien zullen een aantal recente investeringen stilaan inkomsten en winst genereren voor de Groep. De wereldeconomie blijft voortdurend veranderen en de impact van de wijzigingen in het monetaire beleid op de groei van de opkomende markten wordt sinds kort aandachtig gevolgd. We moeten nog afwachten welke impact al
deze factoren zullen hebben op de metaalprijzen.
In de vooruitzichten voor 2014 die we in februari publiceerden, gaven we aan dat de recurrente EBIT over het volledige jaar iets lager zou kunnen liggen dan in 2013 indien de huidige metaalprijzen onveranderd blijven. Hoewel we een duidelijke verbetering in de resultaten van onze productgerelateerde activiteiten verwachten, is dit misschien onvoldoende om de impact van de lagere metaalprijzen op de winstgevendheid van de business group Recycling volledig te compenseren.
De vooruitzichten op langere termijn voor Umicore zijn gezond en goed erkend. We beschikken over de fi nanciële slagkracht, de producten, technologieën en mensen om succes te boeken. Door te focussen op de juiste prioriteiten zal 2014 ons dichter bij onze Vision 2015-doelstellingen brengen. Ons uiteindelijke doel is deze doelstellingen te bereiken en onze economische prestaties cyclus na cyclus te verbeteren. We mogen ons niet uitsluitend richten op langetermijngroei of op het goede beheer van de huidige economische situatie: om te slagen zijn beide nodig.
We willen van deze gelegenheid gebruikmaken om onze dank en waardering uit te drukken voor de inzet van onze medewerkers in 2013, voor de onafgebroken steun van onze aandeelhouders en voor de niet-afl atende loyaliteit van onze andere zakenpartners.
De winst daalde als gevolg van de impact van de lagere metaalprijzen op de recyclagemarges, mixeffecten en investeringsgerelateerde kosten.
Hoewel een aantal activiteiten tijdens het jaar tekenen van herstel vertoonden, volstond dit niet om de impact van de lagere metaalprijzen op de recyclage-inkomsten en -marges te compenseren. De inkomsten daalden op jaarbasis als gevolg van een combinatie van dit metaalprijseffect, de mixeffecten en de hogere kosten gekoppeld aan de Vision 2015 groei-initiatieven. Sommige business units zagen hun rentabiliteit licht verbeteren dankzij de selectieve kostenverminderingsmaatregelen die in vorige perioden en in 2013 werden genomen.
Op fi nancieel vlak behield Umicore haar sterke positie. De kasstromen waren sterk en we konden de netto schuld verder afbouwen, zelfs na de inkoop van meer dan 2% eigen aandelen tijdens het jaar en een overname.
De inkomsten zijn ten opzichte van 2012 met 2% gedaald tot € 2,4 miljard. De toename bij Catalysis and Energy Materials kon de daling bij Recycling niet compenseren.
De omzet (inclusief metaalwaarden) daalde met 22% op jaarbasis. Dit was het gevolg van de aanzienlijke prijsdaling van de meeste edel- en speciale metalen vanaf het tweede kwartaal. Voor Umicore zijn de inkomsten een meer betekenisvolle maat voor de 'top-line' prestatie dan de omzet, omdat de metaalprijzen die aan de klanten worden doorgerekend niet in de inkomsten zijn opgenomen.
De recurrente EBIT daalde met 18% ten opzichte van 2012 en bedroeg € 304 miljoen. Dit weerspiegelt vooral de impact van de lagere prijzen van edel- en spe ciale metalen en dit effect was het meest uitgesproken in de tweede jaarhelft. Sommige van onze activiteiten leden onder de minder gunstige product- en regionale mix, andere zagen hun rentabiliteit licht
verbeteren dankzij de selectieve maatregelen om de kosten te verminderen. In Catalysis daalde de recurrente EBIT met 19% als gevolg van de minder gunstige mix en de hogere kosten verbonden met de start van nieuwe groei-investeringen en bijkomende afschrijvingskosten. De inkomsten in Energy Materials stegen aanzienlijk onder invloed van de toenemende verkoop van materialen voor herlaadbare batterijen. De recurrente winst in Energy Materials herstelde fors dankzij de kostenverminderingsprogramma's die sinds 2012 werden geïmplementeerd. In Performance Materials daalden de inkomsten met 3% maar de recurrente EBIT bevond zich op het zelfde niveau van 2012. Voor verschillende
Umicore | Jaarverslag 2013
26 tot 41.
zich ongeveer op het niveau van 2012 en bedroegen € 48 miljoen. De gedetailleerde bespreking van de economische prestaties per segment vindt u op de pagina's
De niet-recurrente elementen
ten opzichte van € 152 miljoen in 2012. Dit was te wijten aan het feit dat er in 2013 meer nieuwe groeiinvesteringen werden afgerond. De globale recurrente EBITDA daalde met 12% tot € 463 miljoen.
Het gemiddeld aangewend kapitaal steeg licht ten opzichte van 2012, omdat de hogere vaste activa de effecten van de lagere werkkapitaalvereisten ruimschoots compenseerden. Umicore genereerde een rendement op aangewend kapitaal (ROCE) van 13,6% tegenover 16,7% in 2012. Dit was lager dan de Vision 2015-doelstelling van een rendement op aangewend kapitaal van meer dan 15%.
De netto recurrente fi nanciële kosten bedroegen in totaal € 23 miljoen, vergelijkbaar met het niveau van 2012. Negatieve wisselkoersresultaten deden het effect van lagere rentelasten teniet. De gemiddelde gewogen nettorente daalde verder naar 1,61% (vergeleken met 1,92% in 2012).
De recurrente belastingen voor de periode bedroegen € 57 miljoen. De totale recurrente effectieve belastingsvoet voor de periode was 21,3%, vergeleken met 20,6% in 2012 .
De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten steeg met 8,7% tot € 523 miljoen, met inbegrip van het vrijmaken van € 97 miljoen werkkapitaal, deels als gevolg van lagere metaalprijzen.
De netto kasstromen vóór fi nanciering stegen tot € 186 miljoen, met inbegrip van het bedrag betaald voor de overname van Palm Commodities International.
business units compenseerde het resultaat van de kostenverminderingsmaatregelen de ongunstige economische context. De inkomsten en de recurrente EBIT voor Recycling daalden respectievelijk met 13% en 23% als gevolg van de sterke daling van de metaalprijzen.
De lagere vraag in bepaalde eindmarkten van Jewellery & Industrial Metals en de geringere bijdrage van de recyclageactiviteiten hadden eveneens een negatieve impact op de inkomsten en de resultaten van de business group. De netto recurrente bedrijfskosten bevonden
Nettoschuld / (Nettoschuld + eigen vermogen)
INVESTERINGEN
De totale netto kasstroom voor de periode bedroeg € -33 miljoen, met inbegrip van € 196 miljoen cash dat aan de aandeelhouders werd teruggegeven in de vorm van inkoop van eigen aandelen en dividenden. Dit komt overeen met 38% van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten.
Op 31 december 2013 bedroeg de netto fi nanciële schuld van Umicore € 215 miljoen ten opzichte van € 222 miljoen aan het begin van het jaar. Het vermogen van de Groep bedroeg € 1.723 miljoen en de schuldgraad (nettoschuld / nettoschuld + eigen vermogen) was 11,1%. De ratio gemiddelde nettoschuld tot recurrente EBITDA bedroeg 0,4x.
Investeringen bedroegen in totaal € 280 miljoen. De overgrote meerderheid van de investeringen had betrekking op Vision 2015-groeiprojecten. In vergelijking met 2012 stegen de investeringen in Catalysis, gekoppeld aan de toevoeging van productiecapaciteiten voor personenwagens en zware dieselvoertuigen in Azië en Europa en de bouw van de technologieontwikkelingscentra in Japan en Brazilië. De investeringen stegen ook in Energy Materials met capaciteitsinvesteringen voor kathodematerialen in Korea en China en de bouw van een nieuwe precursorenfabriek in Korea. In Recycling bleven de investeringen op een hoog niveau als gevolg van de uitbreiding van de bemonsteringfaciliteiten en de nieuwe waterzuiveringsinstallatie en gasreinigingsapparatuur in Hoboken, België. In Performance Materials bleven de investeringen stabiel. Umicore heeft haar defi nitie van kapitaalinvesteringen in 2013 herzien en die investeringen sluiten nu gekapitaliseerde O&Okosten uit (zie glossarium voor de
nieuwe defi nitie). De cijfers van vorige jaren werden dienovereenkomstig aangepast.
De O&O-investeringen in de volledig geconsolideerde ondernemingen bedroegen € 141 miljoen, wat overeenkomt met een ratio O&Ouitgaven ten opzichte van de inkomsten van 6%. De globale netto O&O-uitgaven voor 2013 lagen iets lager dan in 2012, aangezien sommige projecten intussen gecommercialiseerd werden en omwille van hogere ontvangen subsidies.
De belangrijkste domeinen van productgerelateerde O&O-uitgaven bevonden zich in autokatalysatoren, brandstofcelkatalysatoren en herlaadbare batterij-materialen. De meerderheid van procesgerelateerde O&O-uitgaven was gewijd aan recyclagetechnologieën alsook processen voor de productie van
katalysatoren en herlaadbarebatterijmaterialen. Umicore heeft besloten om vanaf 2013 de ontvangen onderzoeksubsidies van derden af te trekken van haar gerapporteerde O&O-cijfers. We hebben ook een aantal verdere aanpassingen gemaakt aan de O&O-kosten op basis van de defi nities uit het internationaal erkende Frascati-handboek. De cijfers van de O&O-uitgaven van vorige perioden werden overeenkomstig aangepast. De O&O-uitgaven van de verbonden bedrijven zijn niet in de gerapporteerde O&O-cijfers van dit verslag opgenomen.
Onze joint venture voor brandstofcelmaterialen, SolviCore, breidde haar deelname aan projecten voor duurzame mobiliteit verder uit.
In totaal werden er 36 nieuwe patentfamilies geregistreerd in de loop van 2013, tegenover 45 in 2012.
De Umicore Scientifi c Award van € 10.000 ging naar de Duitse fysicus Dominik Berg voor zijn doctoraatsverhandeling over dunnefi lmzonnecellen in het kader van zijn studie aan het Laboratory for Photovoltaics van de Universiteit van Luxemburg. Het werk van Dominik werd geselecteerd uit 35 inzendingen uit heel Europa.
Marc Grynberg, CEO van Umicore, verklaart: "Het was een plezier de 2013 Umicore Scientifi c Award te overhandigen aan Dominik voor zijn briljante scriptie. Ik hecht veel waarde aan deze award die wetenschappelijk onderzoek van hoog niveau wil belonen en die past in onze missie om materialen te ontwikkelen voor toepassingen van schone technologie."
De Award wordt toegekend aan een doctor (PhD) die door zijn of haar onderzoek bijdraagt aan de wetenschap in domeinen die cruciaal zijn voor de groei van
Umicore's activiteiten en voor de ontwikkeling van een duurzame maatschappij. Het gaat om domeinen als fi jnedeeltjestechnologie en -toepassingen; technologie voor metaalhoudende verbindingen zoals recyclage; thema's in verband met duurzame energie; katalyse en tot slot economische en maatschappelijke vraagstukken in verband met metaalhoudende verbindingen.
Umicore en haar partners hebben sinds de lancering van de Scientifi c awards meer dan 200 inzendingen beoordeeld en ongeveer € 120.000 toegekend aan 28 wetenschappers uit heel Europa.
LED-lampen zijn de spectaculairste ontwikkeling in verlichting sinds de gloeilamp. Ze gaan lang mee, leveren een fl inke besparing op en zijn milieuvriendelijk. Door ervoor te zorgen dat LED's helderder branden, helpt Umicore haar klanten om de prestaties van hun producten te verbeteren.
Een LED (Light Emitting Diode) is een halfgeleider die gloeit van zodra er een elektrische stroom doorheen gestuurd wordt. De LEDhalfgeleiderkristallen hebben een draagsysteem nodig om het licht naar buiten te weerkaatsen en in dat domein speelt Umicore een cruciale rol.
Er wordt een aanzienlijke groei verwacht in de markt van de LEDverlichting en Umicore beschikt over alle troeven om een voorloper te zijn in de ontwikkeling van heldere verlichting voor de toekomst. LED-draagsystemen waarop de nieuwe ARGUNA® 630 en ARGUNA® 4500 zilverelektrolyten van Umicore werden aangebracht, weerkaatsen het licht als spiegels. Daardoor zijn schermen van smartphones en tablet-pc's bijzonder helder – zelfs bij laag stroomverbruik. In tv-toestellen zorgen met ARGUNA® beklede hoogperformante LED's voor stralende kleuren in een extreem hoge resolutie.
"Dankzij onze doorgedreven kennis van elektrolytische bekleding kunnen onze klanten de effi ciëntie van hun processen verhogen", zegt Thomas Engert, Vice-President Electroplating. "Op basis van onze expertise konden we bijvoorbeeld de proces- en de thermische stabiliteit van de zilverlaag op LED-draagsystemen verbeteren om de helderheid van de LED-lampen te versterken." Dat betekent niet alleen een beter product maar ook lagere kosten voor de klanten.
De klanten kiezen voor Umicore vanwege haar betrouwbaarheid en competentie in het domein van de elektrolytische bekleding met edele metalen. Shenzhen ChongHui Surface Technology Development in China werkt nauw samen met onze afdeling Electroplating in China. Zheng Jianguo, Managing Director, verklaart: "Naast de uitstekende
prestaties van de bekledingen helpt het lokale team van Umicore in China me ook op het terrein om de elektrolytische bekledingsprocessen aan te passen aan de specifi eke vereisten van onze productieomgeving. Daardoor kunnen we de effi ciëntie van het hele proces verhogen."
Elektrolytische bekleding is een techniek waarbij een dun laagje metaal op een product wordt aangebracht om het uitzicht of de oppervlakte-eigenschappen ervan te veranderen. De bekleding beschermt het product tegen corrosie of voegt waarde toe dankzij zijn schitterend metaaloppervlak. Het is echter niet eenvoudig om de samenstelling van de scheikundige ingrediënten precies af te stemmen op de specifi eke toepassing en de procesomstandigheden. Dankzij haar aanzienlijke expertise en ervaring kan Umicore de klanten hierbij waardevolle hulp bieden.
Een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk is de elektrolytische bekleding van een metalen halsketting met een laagje goud om het een rijkere kleur te geven of oppervlaktegebreken te verbergen. De bekledingslaag is uitzonderlijk dun: een laagje goud dat zo wordt aangebracht, is meestal 50 keer dunner dan een menselijk haar. Elektrolytische bekleding wordt niet alleen in de juwelen- en LED-sector gebruikt maar ook in tal van andere toepassingen, zoals autobumpers en velgen, kantoormeubilair, badkameruitrusting, telecomschakelaars en elektronische toestellen.
Scan de QR-code voor de volledige casestudie
online
We hebben voorrang gegeven aan de O&O-programma's die onze Vision 2015-ambities maximaal ondersteunen, met focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen in Catalysis, Recycling en Energy Materials. Het Directiecomité focust zijn technologie-evaluaties op de tien belangrijkste innovatieprojecten vervat in de Vision 2015-groeiambities om de kwaliteit van de implementatie en de snelle uitvoering te garanderen. Deze tien belangrijkste projecten omvatte producttechnologieën in autokatalysatoren, brandstofcelkatalysatoren en herlaadbare-batterijmaterialen. Ze omvatten ook recyclagetechnologieën en processen voor de productie van katalysatoren, herlaadbare-batterijmaterialen en dunnefi lmmaterialen. In 2013 voerde het Directiecomité zes specifi eke technologie-evaluaties uit.
Vanuit een open innovatieperspectief hebben we ons samenwerkingsnetwerk met universiteiten en onderzoeksinstituten uit de hele wereld in 2013 verder ontwikkeld. We boden opnieuw bijna honderd stageplaatsen aan voor studenten in het kader van hun master- en bacheloropleiding en sponsorden 26 doctoraatsstudenten rechtstreeks tijdens hun studie. Umicore heeft vier gastprofessoraten aan universiteiten en de onderzoeksen technische medewerkers van Umicore gaven vele lezingen aan universiteiten in de hele wereld. We hebben ook talrijke samenwerkingen met universiteiten voor onderzoek en het delen van diensten en infrastructuur.
In mei kenden we de Umicore Scientifi c Award toe aan de Duitse fysicus Dominik Berg voor zijn doctoraatsverhandeling over dunnefi lmzonnecellen in het kader van zijn studie aan het Laboratory for Photovoltaics van de Universiteit van Luxemburg. We ontvingen 35 inzendingen uit heel Europa.
Umicore | Jaarverslag 2013
Economisch overzicht
De Award wordt toegekend aan een doctor (PhD) die door zijn of haar onderzoek bijdraagt aan de wetenschap in domeinen die cruciaal zijn voor de groei van de activiteiten van Umicore en voor de ontwikkeling van een duurzame maatschappij. Het gaat om domeinen zoals fi jnedeeltjestechnologie en -toepassingen, technologie voor metaalhoudende verbindingen zoals recyclage, thema's in verband met duurzame energie, katalyse en tot slot economische en maatschappelijke vraagstukken in verband met metaalhoudende verbindingen. Sinds de lancering van de Award in 2007 hebben Umicore en haar partners meer dan 200 inzendingen beoordeeld en ongeveer € 120.000 toegekend aan 28 wetenschappers uit heel Europa.
Globaal herstelden de aandelenmarkten in de loop van 2013. Hoewel de wereldeconomie eerder onvoorspelbaar bleef en het herstel in Europa traag en grillig verliep, kregen de beleggers weer vertrouwen in aandelen dankzij de monetaire steunmaatregelen en het groeiende optimisme over wereldwijde groei.
In 2013 daalde de koers van het Umicore-aandeel met 18,6%, van € 41,69 tot € 33,96, in tegenstelling tot de relatieve en valuta-aangepaste stijging van de Dow Jones Specialty Chemicals Index met 8,5%. De aandelenkoers lag 31% lager dan onze 'eigen' Bel-20 Index. Die daling was voornamelijk te wijten
aan de negatieve evolutie van de edelmetaalprijzen in de loop van het jaar. We behielden onze plaats in de FTSE4Good sustainability index en een aantal andere op duurzaamheid gerichte fondsen.
Eind 2013 hadden vier investeringsbedrijven meer Umicore-aandelen in bezit dan de aangiftedrempel van 3%. Op het einde van het jaar bezaten deze bedrijven gezamenlijk 16,06% aangegeven aandelen. In de loop van 2013 kocht Umicore 2.437.385 eigen aandelen in. In de loop van het jaar gebruikte Umicore 296.912 eigen aandelen voor de uitoefening van aandelenopties door het personeel en werden er 21.900 aandelen toegewezen aan de leden van de Raad van Bestuur en het Directiecomité. Op het einde van het jaar hadden we 10.228.661 of 8,5% eigen aandelen in bezit.
Als de voorgestelde winstbestemming door de aandeelhouders wordt goedgekeurd, wordt er voor het boekjaar 2013 een stabiel brutodividend van € 1,00 per aandeel uitbetaald. Rekening houdend met het bruto interimdividend van € 0,50 dat in september 2013 werd uitbetaald, zal er in mei 2014 een resterend brutobedrag van € 0,50 per aandeel worden uitbetaald.
In september bekroonde bandenfabrikant Michelin Umicore voor haar uitzonderlijke bijdrage als leverancier van kobaltzouten en zinkoxiden. Umicore is een van zes leveranciers uit de hele wereld die deze prijs ontving, het resultaat van vele jaren van toegewijde dienstverlening en levering van kobalt- en zinkproducten van topkwaliteit.
Guy Beke, Senior Vice-President Zinc Chemicals, zegt: "Het is een grote eer om deze prestigieuze prijs te ontvangen van een toonaangevende bandenfabrikant. Die buitengewone erkenning zou niet mogelijk zijn geweest zonder het grote engagement van onze medewerkers, elke dag, gedurende meer dan 20 jaar."
Jan Vliegen, Senior Vice-President Cobalt & Specialty Materials, voegt hieraan toe: "We leveren al meer dan tien jaar hoogkwalitatieve kobaltproducten aan de groep
Michelin. Ik ben trots op onze collega's, die de klant een toegewijde dienstverlening bieden. Dankzij hun inzet is Michelin een van onze vijf belangrijkste klanten voor kobaltproducten geworden."
Zinkoxide wordt als versneller gebruikt in het zogenoemde vulkaniseringsproces, dat het rubber sterk genoeg maakt om het in banden te gebruiken. Kobaltzouten worden gebruikt als 'rubber adhesion promoter' die de binding van rubber met staaldraden bevordert en zo de band verstevigen.
Michelin maakte gebruik van de EcoVadis scorecard, die aangeeft dat Umicore een uitstekend niveau van maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft bereikt.
(Zie de grafi eken op p.15)
In 2013 heeft Umicore haar veiligheidsprestaties verbeterd met 25%. We registreerden 35 ongevallen met werkverlet ten opzichte van 49 het voorgaande jaar. Dat resulteerde in een frequentiegraad van 2,1 (ten opzichte van 2,9 in 2012) en een ernstgraad van 0,10 (ten opzichte van 0,11 in 2012). Een interessant gegeven is dat bijna 80% van al onze sites ongevalvrij waren in 2013 en dat twee sites verantwoordelijk waren voor de helft van de ongevallen met werkverlet in het hele bedrijf.
Een toenemend aantal sites en business units hebben indicatoren bepaald om de effi ciëntie van hun ongevallenpreventie te meten, zoals het aantal afgewerkte actiepunten na de veiligheidsaudits, maatregelen die werden genomen na de rapportering van bijna-ongevallen, het aantal uren veiligheidsopleiding of het aantal preventieve maatregelen dat de medewerkers hebben voorgesteld. Die metingen worden als kernindicatoren gebruikt voor de veiligheid op de sites en stellen het management van de sites beter in staat om het risiconiveau te beoordelen en de noodzakelijke acties te ondernemen. Er worden nog andere veiligheidsinitiatieven genomen in de business units, die zowel intern ontwikkelde als externe programma's zoals SafeStart® inhouden. Meer details over enkele
van die initiatieven vindt u in de besprekingen van de business groups op pagina 26 en 41.
In 2013 organiseerden we de derde editie van de Safety Award. De winnaar, het Maintenance Team van de Automotive Catalysts site in Tulsa, werd door de jury
Scan de QR-code voor de volledige casestudie online
"Ik werk graag bij Umicore omdat Umicore ons de kans geeft te groeien. "
Mykhailo Guch, Markham, Canada
Aantrekkelijke werkplek
GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMER
geselecteerd uit 62 nominaties van meer dan 500 medewerkers. De jury was erg onder de indruk van de manier waarop het team van negen medewerkers veiligheid heeft geïntegreerd in alle aspecten van het werk en de manier waarop ze een zorgvuldige risicobeoordeling combineren met een sterke klantenfocus. Hun gedrag heeft ook de veiligheidsprestaties in de hele Tulsa-fabriek beïnvloed, waar medewerkers in de afgelopen vijf jaar geen ongevallen met werkverlet meer hebben gehad. De award heeft tot doel alle medewerkers aan te moedigen om hun verantwoordelijkheid te nemen voor veiligheid op hun werkplaats en de beste praktijken in heel het bedrijf met elkaar te delen. Naast de individuele awards huldigden we ook de sites die de kaap van drie of vijf jaar zonder ongevallen met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers hebben gehaald. Eind 2013 hadden 11 sites de kaap van drie jaar gehaald. Vijf van deze sites bereikten ook de kaap van vijf jaar.
In januari 2014 kostte een ongeval in de fabriek van Olen in België twee Umicore-medewerkers het leven. De eerste vaststellingen wijzen erop dat het ongeval zich heeft voorgedaan door een onverwachte opstapeling van waterstof in de opslagtank waarop twee werknemers onderhoudswerken aan het uitvoeren waren. Er werd een voorlopig verslag overgemaakt aan de Inspectie Toezicht op het Welzijn op het Werk en er werd een proces opgestart om de lessen die uit het ongeval werden getrokken doorheen de Groep te delen.
ONGEVALLEN MET WERKVERLET
2009 2010 2011 2012 2013
Als werkgever hebben we de verantwoordelijkheid om onze collega's de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen en te groeien door onder meer regelmatige feedback, talentbeheer en opvolgingsplanning. Eén van de doelstellingen die we tegen 2015 willen bereiken, is ervoor zorgen dat alle medewerkers minstens één keer per jaar worden geëvalueerd met betrekking tot hun persoonlijke ontwikkeling.
In 2011 stelden we vast dat 87% van alle medewerkers reeds werd geëvalueerd. In 2013 hebben we verdere vooruitgang geboekt in dit domein en tegen het einde van het jaar was 96% van de medewerkers geëvalueerd.
De opleidingsintensiteit is een indicatie van de ontwikkeling van de medewerkers. In 2013 bedroeg het gemiddelde aantal opleidingsuren per werknemer 45,18 ten opzichte van 50,72 uur in 2012. De vermindering ten opzichte van de hoge cijfers in 2011/2012 is gedeeltelijk toe te schrijven aan de aanzienlijke daling van de on-boarding training omdat er minder medewerkers werden aangeworven en aan het feit dat er geen grote nieuwe sites in gebruik werden genomen in de loop van het jaar. In 2013 hebben we onze focus op 'on-thejob' trainingen verder versterkt. Daarbij is het leren gericht op het verwerven van praktische ervaring en/of wordt deze geïntegreerd in de dagelijkse werkomgeving. We organiseerden meer dan 50 'Lunch & Learn'-seminaries gedurende het jaar, rond een groot aantal thema's.
In 2013 installeerden we het nieuwe learning management platform, My Campus. Het platform werd eerst geïnstalleerd in de sites in België, daarna in de grotere sites in Duitsland, gevolgd door de sites in Brazilië, de VS en China. Het doel van dit platform is samenwerking te verbeteren – een aspect dat als een belangrijk ontwikkelingsdomein werd aangeduid in de personeelsenquête 2011. My Campus is een online platform dat de medewerkers toegang geeft tot verschillende soorten training en persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden, zoals e-learning modules voor duurzame aankopen en prestatiebeheer. Het platform bevat ook het prestatiebeheersplatform en een collaborative networking tool.
In 2013 voltooide onze managementpopulatie van zo'n 1.900 medewerkers de tweejaarlijkse Talent Review, die het talent in de Groep in kaart brengt. In dit proces kunnen managers hun loopbaanen mobiliteitsverwachtingen meedelen en ze laten evalueren in een loopbaanpanel. We hebben ook specifi eke competentie- en talentprogramma's voltooid in Noord-Amerika en Zuidoost-Azië. Het nieuwe platform voor commerciële functies bij Umicore organiseerde twee topmeetings in Europa en Azië, onder meer om de verkoop- en marketingcompetenties in het bedrijf verder te ontwikkelen .
Het wordt een steeds grotere uitdaging om medewerkers aan te trekken en te behouden, vooral in technologie-intensieve sectoren zoals die waarin Umicore actief is. We hebben onze Vision 2015-doelstellingen als aantrekkelijke werkgever gebaseerd op de resultaten van de personeelsenquête 2010. Elke site moet een plan opstellen om in de omgeving waar hij actief is als aantrekkelijke werkgever te worden beschouwd. In sommige landen worden de beste werkgevers verkozen, een positie die de zichtbaarheid en de erkenning van de winnaars sterk verhoogt.
Dit is vooral het geval in de Europese Unie.
Alle sites in België, Frankrijk en Brazilië en de grootste sites in Duitsland verkregen nationale erkenning als Beste Werkgever. Tegen eind 2013 werkte 73% van de medewerkers in een site die in de lokale omgeving als een aantrekkelijke werkgever wordt beschouwd. In 2012 was dit 68%. Tegen eind 2013 beschikte 82% van de sites over een plan om als aantrekkelijke werkgever te worden beschouwd, tegenover 76% in 2012. De site van Hanau werd nogmaals bekroond met het Berufundfamilie-certifi caat voor haar gezinsgericht beleid. De site heeft die award sinds 2007 al elk jaar ontvangen.
In 2013 bleef het personeelsverloop vrij stabiel met 3,3% tegenover 3,2% in 2012. Net als in de vorige jaren – en in lijn met de regionale verschillen – was het verloop het sterkst in Azië, waar de arbeidsmarkt in veel landen erg concurrentieel en in beweging is.
In het kader van de Duurzame Ontwikkelingsovereenkomst met de internationale vakbond IndustriALL namen we deel aan een vergadering van het
Monitoring Committee in het hoofdkantoor van IndustriALL in Genève, waar we informatie deelden over thema's zoals arbeidsomstandigheden, opleiding, educatie en sociaal beleid.
We hebben verdere stappen gezet om ons diversiteitsbeleid in 2013 te verfi jnen. We lanceerden een pilootprogramma voor mentoring dat vrouwelijke managers in het midden van hun loopbaan in contact brengt met mentors uit het senior management. Het doel hiervan is ervaringen te delen, vrouwen in het midden van hun loopbaan beter kennis te laten maken met het senior management en de mogelijke loopbaantrajecten in de onderneming beter bekend te maken. Umicore werd als een van de twee best presterende bedrijven in België geselecteerd in het Vigeo Assessment voor de preventie van discriminatie en de promotie van diversiteit.
De volgende editie van onze personeelsenquête is gepland voor 2014 en er zal een overzicht van de resultaten worden gegeven in het jaarverslag 2014 .
Scan de QR-code voor de volledige casestudie online
"Veiligheid staat op één. Wij doen er alles voor om wat we doen veilig te doen. " Steve Kotsiris, Auburn Hills, VS
Umicore | Jaarverslag 2013
De medewerkers van de Automotive Catalysts site in Burlington (Canada) lanceerden enkele innovatieve ideeën om een veiligheidscultuur te creëren en dat leverde hen een nominatie op voor de Umicore Safety Award.
Posters en slogans
Een van de ideeën in Burlington werd meteen toegepast. Op elke familiedag of -evenement maken de medewerkers posters waarop alle aanwezige gezinsleden letterlijk hun stempel drukken. Dat kan een hand- of voetafdruk zijn, met hun naam erbij. De posters worden dan overal in de fabriek opgehangen.
"De posters herinneren ons eraan dat we veilig moeten werken, omdat we na het werk veilig naar ons gezin willen terugkeren", zegt Hilsia Ponce, Production Support Administrator.
Een ander idee leidde tot een wedstrijd waaraan iedere medewerker kon deelnemen met zelfbedachte ideeën en slogans rond veiligheid. De winnaars werden gekozen en de winnende slogans werden overal in de fabriek uitgehangen, zodat iedereen ze elke dag kan zien en lezen.
De site van Burlington lanceerde het 'SafeStart' veiligheidsprogramma, dat de medewerkers helpt om in de eerste plaats na te denken over mogelijke oorzaken van ongevallen en dat middelen en technieken biedt om ongevallen te voorkomen.
SafeStart begon in Burlington met een bezoek van externe consulenten aan de fabriek, die gedurende twee dagen begeleiders opleidden. Veiligheidsbegeleiders zijn medewerkers uit alle afdelingen en van elk niveau die over goede communicatievaardigheden beschikken. Na de opleiding konden zij dan veiligheidssessies van een halve dag organiseren voor groepen van 20 tot 25 deelnemers. Een belangrijk onderdeel van deze sessies is het delen van persoonlijke verhalen over ongevallen en bijna-ongevallen, de oorzaken ervan en hoe ze kunnen worden voorkomen.
"Als we deze manier van denken kunnen integreren in ons dagelijks leven thuis en op het werk, kunnen we zelf aan onze veiligheid werken: onze gewoonten veranderen en gevaarlijke situaties analyseren die een letsel kunnen veroorzaken", legt Steve De Rubeis, EHS Specialist, uit.
Elk jaar gaan de medewerkers van Burlington bewuster om met veiligheid. Als resultaat hiervan werd de site voor de Umicore Safety Award genomineerd. "Die nominatie is een hele eer, want we werden voor de Award voorgedragen door de mensen met wie we samenwerken", zegt Sean Gahagan, Account Manager. "Het is geen nominatie van bovenaf, ze is afkomstig van onze collega's."
Scan de QR-code voor de volledige casestudie online
Umicore stelt alles in het werk om werkgerelateerde ziekten te elimineren en het welzijn op het werk te bevorderen. De belangrijkste gezondheidsrisico's op het werk zijn de blootstelling aan gevaarlijke stoffen (vooral arseen, cadmium, kobalt, lood, nikkel en platinazouten) en aan fysische factoren (hoofdzakelijk geluidsoverlast). We hebben streefwaardes vastgelegd voor de blootstelling aan mogelijke gevaarlijke stoffen op het werk. Die zijn gebaseerd op de niveaus die de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH) heeft bepaald. Ze zijn op zijn minst even streng als de wettelijke drempels in de landen waar we actief zijn. De Vision 2015-doelstelling voor gezondheid is het tot nul herleiden van het aantal individuele metingen van blootgestelde werknemers die de interne streefwaardes overschrijden. Hoewel die verhoogde meetwaardes niet noodzakelijk betekenen dat de betrokkene gevaar loopt, zijn ze belangrijke indicatoren van recente of langdurige blootstelling en worden ze als basis gebruikt om de werkomstandigheden aan die bepaalde werkpost nog verder te verbeteren. Alle medewerkers die op het werk aan één van de gevaarlijke metalen (arseen, cadmium, kobalt, nikkel, lood en platinazouten) of andere metalen kunnen worden blootgesteld, worden opgevolgd via het bedrijfsgezondheidsprogramma.
Op groepsniveau overschreden in 2013 2,6% van alle analyses de referentiewaarde. Dat is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het niveau van 4,3% in 2012. Van de 4.461 metingen bij medewerkers die aan de bovengenoemde metalen (behalve platinazouten) op het werk zijn blootgesteld, gaven de resultaten bij 118 medewerkers
aan dat de blootstelling aan het metaal boven onze streefwaarde lag. De meeste medewerkers worden minstens twee keer per jaar getest. De belangrijkste dalingen vonden plaats in de business group Energy Materials dankzij de vermindering van het aantal te hoge waarden voor kobalt en nikkel. Dit was het resultaat van de systematische implementatie van programma's voor het verbeteren van de arbeidshygiëne in een aantal sites van de business units Cobalt & Specialty Materials en Rechargeable Battery Materials.
In 2013 werd bij vier medewerkers overgevoeligheid aan platinazouten vastgesteld. Zij werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazout of werden gevraagd om striktere persoonlijke beschermmiddelen te dragen.
In 2013 bleek uit een studie van het US National Toxicology Program dat kobaltmetaalpoeder mogelijk een carcinogeen effect kan hebben op mensen. Op basis van dit nieuwe inzicht werd de classifi catie verstrengd. Umicore neemt samen met groepen uit de sector deel aan bijkomende studies die nagaan welke andere maatregelen noodzakelijk zijn met betrekking tot blootstelling op het werk en product stewardship. In onze fabriek in Providence, VS, hebben Umicore en het Amerikaanse National Institute for Occupational Safety & Health (NIOSH) verder gewerkt aan een project om de doeltreffendheid te beoordelen van de preventieve maatregelen die genomen worden om de blootstelling van werknemers aan indiumtinoxide (ITO) te beperken.
We hebben onze CO2 -emissies verder verminderd en het duurzaamheidsprofi el van meer producten getest.
In heel wat regio's overal ter wereld neemt de overheid maatregelen als antwoord op de klimaatverandering en de uitdaging om de ecologische voetafdruk van de samenleving te verminderen. Dat blijkt uit internationale overeenkomsten zoals het Kyoto-protocol en talrijke nationale en regionale initiatieven en verbintenissen. Umicore is actief in verschillende product- en dienstensectoren die kunnen bijdragen tot oplossingen voor de wereldwijde uitdagingen met betrekking tot
energie en koolstofemissies. Onze Vision 2015-strategie identifi ceert belangrijke groeimogelijkheden in sectoren zoals elektrische auto's, zonnecellen en recyclage die oplossingen bieden voor deze problemen.
Voor onze operationele activiteiten nemen we specifi eke maatregelen om koolstofemissies te verminderen en onze energie-effi ciëntie verder te verhogen. Deze beslissing kadert in een energie-effi ciëntiebeleid dat we in 2011 opstelden.
De belangrijkste pijler van dit beleid is de groepsdoelstelling om onze
CO2 -equivalente emissies tegen 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2006 en dit op basis van hetzelfde activiteitenniveau als in 2006.
Andere aspecten die in dit beleid werden opgenomen, zijn:
worden aangemoedigd om gebruik te maken van vervoermiddelen zonder of met een lage koolstofemissie.
• Scope 3 CO2 -emissies : we zullen actief meewerken aan de ontwikkeling van een aangepast boekhoudsysteem voor onze Scope 3-emissies, om te kunnen aantonen hoeveel onze producten en diensten bijdragen aan een economie met een lage koolstofemissie.
Op het einde van 2013 verminderden we de koolstofemissies met 17% ten opzichte van het referentiejaar 2006. Dat betekent dat we
Umicore | Jaarverslag 2013
bij gelijkwaardige productieniveaus 17% minder CO2 -equivalenten hebben uitgestoten. Dit resultaat moet vergeleken worden met de vermindering van 12% die we eind 2012 hadden bereikt. De verbetering in 2013 is bijna volledig te danken aan de site van Hoboken in België. De grondstoffenmix speelt hier een belangrijke rol in het bepalen van de CO2 e-emissies, want het recyclageproces voor sommige residustromen vereist meer energie en stoot meer CO2 -equivalenten uit dan voor andere residustromen. De input-mix in 2013 was in dit opzicht positief. Ook de emissies van de hoogoven daalden dankzij de aanpassingen
die in de voorgaande jaren werden aangebracht en waarvan de resultaten nu voelbaar worden (in het jaarverslag 2012 worden deze verbeteringen beschreven). We boekten ook verdere vooruitgang in de 24 andere sites die, samen met Hoboken, voor de hoogste uitstoot in de Groep zorgen. Voor die sites die aan het einde van 2012 deel uitmaakten van Umicore en geen rekening houdend met de activiteitsfactor die we toepassen voor het evalueren van onze doelstelling, hebben we sinds 2006 de absolute emissies met 4% verminderd, ten opzichte van 3% eind
Naast de introductie van procesverbeteringen op de sites met de hoogste niveaus van absolute emissies hangt onze mogelijkheid om de verminderingsdoelstelling van 20% tegen 2015 te behalen af van de evolutie van zowel de grondstoffenmix in Hoboken als de elektriciteitsmix naarmate Europa wegstapt van energiebronnen met lagere koolstofemissies (zie het jaarverslag 2012).
We hebben in enkele grotere sites verdere initiatieven genomen om de voetafdruk van het vervoer van de werknemers te verlagen. Dit omvat onder meer het gebruik van elektrische voertuigen op de sites in Olen, Hanau en Brussel. De medewerkers kunnen deze nulemissievoertuigen reserveren voor verplaatsingen in het kader van het werk of voor weekends .
In het kader van onze aanpak inzake leefmilieubeheer controleren we sinds lange tijd metaalemissies naar water en lucht en nemen we maatregelen om die te verminderen. De emissies van onze sites blijven ver onder de wettelijke limieten en vergunningsvoorwaarden in de landen waar we aanwezig zijn.
De metalen die we uitstoten, hebben ieder een sterk verschillende toxiciteit voor het milieu en de gezondheid. Daarom hebben we ons tot doel gesteld om tegen 2015 de impact van de metaalemissies met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. Hoewel we ons hierbij vooral concentreren op metalen met de hoogste potentiële toxiciteit, nemen we uiteraard ook maatregelen om de emissievolumes van de andere metalen te verminderen.
We ontwikkelden een specifi eke methodologie om de impact van metaalemissies naar lucht en water te bepalen. Voor emissies naar lucht zijn de impactfactoren gebaseerd op de op de werkplaats geldende grenswaardes zoals bepaald door de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH). Voor emissies naar water zijn de impactfactoren gebaseerd op de PNEC's (predicted no-effect concentrations) die onder andere in de Europese REACH-richtlijn worden gebruikt.
Een nieuwe waterzuiveringsinstallatie in de recyclagefabriek voor edele metalen van Umicore in Hoboken zal 99% van het seleen en nitraat uit het afvalwater kunnen verwijderen. Daarmee is het waterzuiveringsproces in Hoboken één van de meest effi ciënte in de sector.
"In Hoboken zetten we ons maximaal in om aan de strengste wettelijke normen inzake het verwijderen van nitraat, seleen en andere metalen uit afvalwater te voldoen en ze zelfs te overtreffen", zegt Peter Van Herck, Manager Environmental Affairs, Umicore Hoboken.
"Daarom begonnen we in 2008 te experimenteren met nieuwe waterzuiveringstechnieken, die we over een langere termijn hebben uitgetest. We kozen uiteindelijk voor een biologisch proces, ontwikkeld door GE, dat volledig aansluit bij onze milieufi losofi e."
Een hoog slaagpercentage De nieuwe waterzuiveringsinstallatie zal vanaf februari 2014 operationeel zijn en kan tot 160 kubieke meter afvalwater per uur behandelen.
"Deze energiezuinige, biologische technologie helpt ons om aan de nieuwe, zeer strenge Europese regelgeving te voldoen en is
het bewijs van ons engagement voor een milieuvriendelijke werking van de fabriek", voegt Peter hieraan toe. "Een bijkomend voordeel is dat we de metalen die we uit het afvalwater verwijderen, kunnen hergebruiken."
Natuurlijke schoonmakers Het systeem is gebaseerd op de Advanced Biological Metals Removal Process (ABMet) bioreactortechnologie van GE. Met deze technologie worden niet-ziekteverwekkende microben die in de natuur voorkomen in een bed van geactiveerde koolstof geplaatst dat als groeimedium dient, zodat de microben een biofi lm kunnen ontwikkelen.
Het afvalwater wordt door de biofi lm geleid en er ontstaat een reductiereactie. Oplosbaar seleen wordt omgezet in elementair seleen, dat vervolgens samen met andere metalen en nitraat wordt verwijderd. Een product op basis van melasse dient als voedingsbodem voor de microben. Op deze voedingsbodem na, houdt dit systeem zichzelf in stand eens het is opgestart.
In 2013 bedroegen metaalemissies naar lucht 12.533 kg. Dit is een daling van 25% ten opzichte van 2012 en die is bijna uitsluitend te danken aan de lagere emissies in onze business unit Zinc Chemicals, waar we acties implementeerden om het beheer van de zakkenfi lters in alle sites te verbeteren. Van alle metalen die Umicore uitstoot, heeft zink de kleinste impact op de gezondheid en daarom hadden de aanzienlijk lagere zinkemissies geen materieel effect op de globale milieu-impact van onze emissies naar lucht die stegen met 4% ten opzichte van 2012. Dit was het gevolg van de hogere emissies van metalen met een grotere impact, zoals kobalt en cadmium. De hogere kobaltemissies waren het resultaat van de toegenomen activiteit in Energy Materials. De hogere cadmiumemissies waren gedeeltelijk te wijten aan een wijziging in de materiaalaanvoer en procesineffi ciënties in de Sancoale-fabriek in India die momenteel worden aangepakt. Ondanks de stijging op jaarbasis was de globale impact van onze emissies naar lucht in vergelijking met het referentiejaar 2009 tegen eind 2013 met 35% verminderd (37% op het einde van 2012). Daarmee blijven we ruimschoots voor op de verminderingsdoelstelling van 20% beschreven in de Vision 2015-strategie.
In 2013 bedroegen onze metaalemissies naar water in volume 5.560 kg. Dat is een daling van 2,5% in vergelijking met 2012. De business groups Catalysis, Energy Materials en Recycling zagen hun emissievolume dalen, maar dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door hogere zinkemissies naar water in Performance Materials. In termen van impact van metaalemissies naar water stegen onze emissies met 28% ten opzichte van 2012. Dat was vooral te wijten aan de hogere arseen- en thalliumemissies in de fabriek van Hoboken. We verwachten dat het
nieuwe biologische waterzuiveringsstation in Hoboken, dat in 2014 wordt opgeleverd, de impact van de metaalemissies naar water in de komende jaren nog verder zal verlagen (zie de casestudie op andere zijde). Ondanks deze stijging was de globale impact van onze emissies naar water in vergelijking met het referentiejaar 2009 tegen eind 2013 met 29% verminderd (44% op het einde van 2012). Daarmee blijven we ruimschoots boven de verminderingsdoelstelling van 20% beschreven in de Vision 2015-strategie.
Meer informatie over de inspanningen van de business groups om de emissies te verminderen vindt u op p. 26-41.
Het is voor ons essentieel om de impact van onze producten vanuit ecologisch, sociaal en economisch standpunt volledig te doorgronden. Daarom hebben we een specifi eke doelstelling met betrekking tot de duurzaamheid van onze producten geïntegreerd in onze Vision 2015-strategie. Deze doelstelling omvat het ontwikkelen van methodes die de levenscyclus en de impact van onze producten onderzoeken en meten. Deze kennis kan van kritisch belang zijn om de duurzaamheid van ons productaanbod aan te tonen, dat een essentieel element is om onze producten van de concurrentie te onderscheiden en een concurrentieel voordeel te behalen voor bepaalde toepassingen.
In de voorbije vier jaar hebben Groep O&O en Corporate EHS een specifi eke methodologie ontwikkeld om de duurzaamheid van producten en diensten te beoordelen. Deze methodologie wordt 'Assessment of Product (and services) Sustainability' (APS)
Umicore | Jaarverslag 2013
genoemd. In deze methodologie wordt gebruik gemaakt van een instrument dat bestaat uit een geheel van vooraf gedefi nieerde vragen en antwoorden met score- en wegingsfactoren, gegroepeerd rond acht thema's. In 2011 voerde een team van O&O, EHS en experten uit de business units drie proefevaluaties uit om de werkbaarheid van APS te controleren. Het is de bedoeling om tussen 2012 en 2015 elk jaar zes producten of diensten te testen, waarbij elke business unit er twee levert voor het onderzoek. Op die manier zullen we over een duurzaamheidsprofi el voor een representatief gedeelte van onze activiteiten beschikken.
In 2013 werden er verder zes producten en diensten getest in de business units Cobalt & Specialty Materials, Precious Metals Management, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Zinc Chemicals en Jewellery & Industrial Metals. De zestien dossiers die we in de periode 2011-2013 hebben beoordeeld, omvatten zowel producten en diensten die in nichemarkten worden aangeboden, 'vlaggenschip'-producten en diensten als producten in ontwikkeling. Tegen het einde van 2013 vertegenwoordigde het aantal producten en diensten dat met deze methodologie was gescreend iets meer dan 10% van de inkomsten van Umicore.
Via ons lidmaatschap van de Life Cycle Chair aan de universiteit van Montreal (www.ciraig.com) vroegen we verder wetenschappelijk advies en peer reviews van onze aanpak. Dit omvatte een beoordeling van de mogelijke koolstofbesparingen die de metaalrecyclage in onze fabriek in Hoboken oplevert in vergelijking met mijnbouw.
In 2013 was 41% van de inkomende materialen van Umicore van primaire oorsprong. 59% van de materialen was van secundaire oorsprong of afkomstig van producten op het einde van hun levensduur. Deze niveaus zijn vergelijkbaar met 2012.
Tegen juni 2013 – de deadline voor de tweede REACH-registratie – had Umicore nog eens 21 registraties voor 17 verschillende stoffen ingediend bij het ECHA (European Chemicals Agency). De lijsten werden ofwel voorbereid in samenwerking met andere ondernemingen die als consortium optraden, ofwel door Umicore zelf. Ongeveer een derde van alle dossiers werd in 2013 bijgewerkt met bijkomende informatie of nieuwe beschikbare gegevens. De verkochte Umicore-producten die stoffen bevatten die in de REACHkandidaatlijst zijn opgenomen,
Umicore heeft berekend hoeveel broeikasgasemissies de grondstoffenmix in de recyclagefabriek in Hoboken, België, heeft bespaard in vergelijking met een gelijkwaardige hoeveelheid metalen die uitsluitend wordt geproduceerd in primaire productie. Afhankelijk van de variaties in de aanvoer van grondstoffen – materialen op het einde van hun levensduur, industriële bijproducten en primaire materialen – varieerde de mogelijke besparing aan CO2 e-emissies van het proces in Hoboken tussen 657.000 ton in 2010 en 1.085.000 ton in 2011.
vertegenwoordigen in totaal minder dan 0,5% van Umicore's inkomsten. Meer informatie over onze werkzaamheden in verband met het naleven van REACH vindt u in Milieuverklaring E6.
Onze activiteiten in Hoboken en Pforzheim doorliepen met succes een onafhankelijke audit van de London Bullion Market Association (LBMA) en werden gecertifi ceerd als 'confl ictvrije smelters' in 2013.
Het Charter voor duurzame aankopen beschrijft Umicore's engagement omtrent gedrag en praktijken ten opzichte van haar leveranciers. In ruil daarvoor vraagt Umicore dat de leveranciers specifi eke normen naleven op het gebied van verantwoord milieubeheer, arbeidspraktijken en mensenrechten, zakelijke integriteit en engagement in de bevoorradingsketen.
Umicore's Purchasing & Transportation departement werd
geselecteerd als de meest geschikte entiteit om de eerste fase van intensieve en systematische toepassing van het charter uit te voeren. De lessen uit dit proces en de opgedane ervaringen helpen de business units bij hun toepassing van het charter.
In de loop van 2013 gingen onze regionale aankoopcentra verder met de selectie van de belangrijkste leveranciers aan de hand van criteria zoals omvang, geografi sche locatie en het type producten of diensten (en hun kritisch belang voor de werking van een Umicoreentiteit). Verscheidene business
units selecteerden ook hun belangrijkste leveranciers en vroegen hen om de principes van het Charter voor duurzame aankopen ('het charter') te erkennen.
Bij de geselecteerde ondernemingen waren veel leveranciers van goederen en diensten en enkele leveranciers van grondstoffen (bv. metalen). In totaal werden 671 leveranciers geselecteerd, tegenover 642 eind 2012. Tegen het einde van 2013 had 84% van deze 671 leveranciers formeel bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. Daarnaast selecteerden de business units 396
leveranciers, van wie 86% tegen eind 2013 formeel had bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. Het aantal leveranciers dat in de business units de naleving van het charter heeft bevestigd, is nu ongeveer identiek aan dat van de regionale aankoopcentra. De totale uitgaven aan leveranciers die tot het charter zijn toegetreden in 2013 bedragen ongeveer € 800 miljoen.
Umicore heeft Ecovadis gevraagd om de duurzaamheidprestaties van 272 van de 1.067 bovenvermelde leveranciers te evalueren. Deze leveranciers werden geselecteerd
Umicore | Jaarverslag 2013
aan de hand van een risicobeoordeling die Ecovadis uitvoerde met betrekking tot kriticiteit, afhankelijkheid, duur van de relatie en uitgaven aan deze leveranciers. Dit resulteerde in een scorekaart met een globale score en een score voor elk van de vier duurzaamheidcategorieën: milieu, arbeid, eerlijke handelspraktijken en bevoorradingsketen. Er werden scores toegekend van 1 tot 10, waarbij 1 een hoog duurzaamheidrisico vertegenwoordigt.
Van de 272 geselecteerde leveranciers hebben er 57 de vragenlijst niet ingevuld. Van de 215 ontvangen scorekaarten hadden 152 bedrijven een score van 3 of 4, wat betekent dat ze basismaatregelen hebben genomen voor thema's in verband met duurzaamheid. Slechts 4 bedrijven kregen een score gelijk aan of lager dan 2, wat een hoog risico op problemen in verband met duurzaamheid vertegenwoordigt. 55 bedrijven kregen een globale score van meer dan 4, wat betekent dat ze over 'een degelijk
De activiteiten van Umicore Precious Trad à recevoir Metals Refi ning in Hoboken, België, kregen in juni twee belangrijke certifi ceringen met betrekking tot de herkomst van de materialen die ze recycleren. Ze slaagden voor de 'Responsible Gold Audit' van de London Bullion Market Association, een toonaangevende beroepsvereniging voor de zilver- en goudindustrie. Zij werden ook erkend als confl ictvrije smelter door de Electronics Industry Citizenship Coalition. Beide erkenningen getuigen van het engagement van Umicore om eerlijk en ethisch te ondernemen en zij zullen ook het vertrouwen van klanten in de oorsprong van haar materialen versterken.
duurzaamheidbeheersysteem' beschikken en 4 bedrijven kregen een nog hogere score omdat ze geavanceerde duurzaamheidpraktijken toepassen. Wat de gemiddelde score in elke categorie betreft, haalden de leveranciers de hoogste gemiddelde score voor milieu en scoorden ze het laagst voor het promoten van duurzaamheid in hun bevoorradingsketen.
De Umicore Groep werd door Ecovadis geëvalueerd en haalde een score van 6,7. Dat plaatst de onderneming in de categorie gevorderden met een "gestructureerde en proactieve CSR-aanpak, engagementen, beleid en concrete acties voor belangrijke problemen, met gedetailleerde informatie over de implementatie en een signifi cante CSR-rapportering over de acties en de prestatie-indicatoren".
In de loop van 2013 hebben verschillende business units een programma gelanceerd met laag scorende leveranciers om een actieplan voor verbetering
op te stellen. Voor de regionale aankoopcentra werden een aantal verbeteringsplannen uitgevoerd met leveranciers van de regionale aankoopcentra in België, Brazilië en Frankrijk.
Om iedereen in het bedrijf beter vertrouwd te maken met duurzame aankopen werd in 2013 een online learning tool ter beschikking gesteld op het nieuwe My Campusplatform. In 2013 volgden 337 medewerkers deze e-learning module. In Brazilië werd een specifi ek opleidingsprogramma uitgerold over 11 on-site opleidingssessies. In het kader hiervan volgden 122 medewerkers een opleiding duurzame aankopen.
In 2012 publiceerde de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) een defi nitieve richtlijn over confl ictmineralen op basis van sectie 1502 van de Dodd-Frank Act. Die richtlijn verplicht bedrijven die op de Amerikaanse beurs zijn genoteerd om te rapporteren of het tin, tantalium, wolfraam en goud in hun producten afkomstig is van de Democratische Republiek Congo of een aangrenzend land. Hoewel Umicore niet onderworpen is aan de Dodd-Frankrapporteringsvereisten, volgen we de bovenvermelde richtlijn voor onze activiteiten. In het kader hiervan hebben onze Precious Metals Refi ning activiteiten in Hoboken en Pforzheim in 2013 met succes een onafhankelijke audit van de London Bullion Market Association (LBMA) doorlopen en dit voor hun activiteiten van 2012 (zie ook nieuwsberichten). Onze Jewellery & Industrial Metals activiteiten in Pforzheim en Bangkok werden door de Responsible Jewellery Council (RJC) gecertifi ceerd voor hun Chain of Custody programma en dit voor een periode van drie jaar. Gelijkaardige onafhankelijke audits worden
uitgevoerd of ingepland voor twee andere sites van Umicore.
Naast de bestaande beleidsrichtlijnen en charters zoals de Umicore Gedragscode, het Mensenrechtenbeleid en het Charter voor duurzame aankopen heeft Umicore in 2013 een specifi eke beleidsrichtlijn gepubliceerd betreffende 'Verantwoorde wereldwijde bevoorradingsketen van mineralen uit confl ictzones en zones met hoog risico'.
www.umicore.com/ sustainability/stakeholders/ Confl ictMineralsPolicy/ confl ictMineralsPolicy.htm
Umicore's doelstelling 2006-2010 in dit domein vereiste dat alle industriële vestigingen een lokaal plan zouden ontwikkelen en uitvoeren inzake hun verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap. In de context van Vision 2015 werd besloten dat betrokkenheid bij de lokale gemeenschap voldoende belangrijk is om onze dialoog met de gemeenschappen waar we werken verder te verbeteren. Er werd meer aandacht gevestigd op de diepgaande analyse van de belanghebbenden en het proces van betrokkenheid van de sites. Eind 2013 beschikten ongeveer 65% van onze sites over zo'n plan. Dat is iets meer dan in 2012. In 2013 bleef het aantal sites dat gestructureerde communicatiemiddelen gebruikt in hun contacten met de lokale gemeenschap stabiel. Naargelang de omvang van de site bestaat deze lokale communicatie uit nieuwsbrieven, hoorzittingen, ontmoetingen met de autoriteiten, fabrieksbezoeken voor de gemeenschap en persberichten voor de media.
In het kader van haar duurzaamheidsdoelstellingen is Umicore een samenwerkingsverband met UNICEF aangegaan voor de fi nanciering van onderwijsprojecten. Een van de projecten die Umicore steunt, bevindt zich in Jaipur, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Rajastan. De sterke discriminatie van vrouwen en meisjes in deze regio heeft tot gevolg dat er een grote opleidingskloof is tussen meisjes en jongens. Het programma van UNICEF heeft als doel meisjes de kans te geven om naar school te gaan en hun studies voort te zetten. Het programma helpt ambtenaren en leerkrachten ook om hun kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen.
Het programma besteedt veel aandacht aan de dialoog met de gemeenschappen om de mentaliteit te veranderen. Het feit dat meisjes niet naar school gaan wordt op de agenda van dorpsvergaderingen geplaatst en besproken. Dankzij theater, straatspelen en poppenkastvertoningen worden ook resultaten geboekt. Lokale gemeenschapswerkers leggen de voordelen van een opleiding uit en wijzen er bijvoorbeeld op dat goed opgeleide meisjes met een baan hun ouders beter zullen kunnen bijstaan op latere leeftijd.
In de zogenoemde stammengebieden, waar de inwoners het armst zijn en er erg weinig vrouwelijke leerkrachten zijn, werkt UNICEF samen met 'meester trainers' die de leerkrachten trainen om hun gendergevoeligheid te verhogen.
Van onze grotere sites organiseerde Hoboken, België, in 2013 ongeveer 200 bezoeken voor leden van de lokale gemeenschap. Er werden initiatieven genomen zoals onder meer de Ecomagie-goochelshow over milieubewustzijn die in 100 scholen uit de omgeving werd opgevoerd en de sponsoring van het Antwerpse Museum aan de Stroom. De site steunde ook het initiatief Engage+ van de stad Antwerpen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. De site van Olen, België, zette zijn programma 'Umicore te kijk' verder met bezoeken van lokale scholen en omwonenden en verwelkomde 1.300 bezoekers op de Vlaamse Wetenschapsdag. De site nodigde de omwonenden ook uit om een grootschalige SEVESOveiligheidsoefening bij te wonen. De site lanceerde ook een kunstproject met de naam 'Glamuur' waarbij lokale kunstenaars en schoolkinderen muurschilderingen aanbrachten op de muren rond de site. In Guarulhos, Brazilië, zetten we de besprekingen met de lokale autoriteiten verder over het probleem van bodem- en grondwatervervuiling rond de site en steunden we de projecten 'Better Life' voor
meer dan 100 minderbedeelde kinderen. De site van Hanau, Duitsland, bood stageplaatsen aan voor lokale studenten. Talrijke medewerkers van de site namen ook deel aan lokale sportevenementen zoals de JP Morgan Corporate Challenge en de Hanau City Run, waarvan Umicore hoofdsponsor is. De site steunde ook het provinciale Albert Schweitzer-Kinderdorf dat in Hanau is gevestigd. Deze instellingen vangen kinderen op die om een of andere reden niet in hun eigen gezin kunnen opgroeien.
Donaties aan goede doelen maken deel uit van de programma's voor betrokkenheid van de sites bij de gemeenschap. Van de business units wordt verwacht dat ze ongeveer een derde van een procent van hun gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT over de voorbije drie jaar bijdragen aan goede doelen en dit in de vorm van fi nanciële middelen, vrijwilligerswerk, goederen of diensten. De sites ontwikkelen zelf initiatieven en bijdragen op basis van de richtlijnen van de overkoepelende business unit. Globaal droegen de business units een totaal van € 1.044.840 bij aan
Umicore heeft € 40.000 geschonken voor de noodhulp na de drie natuurrampen die de Filippijnen hebben getroffen op het einde van 2013: de tyfoons Usagi en Haiyan en de aardbeving in Bohol. De helft van dit bedrag ging naar Artsen zonder Grenzen.
goede doelen in 2013 ten opzichte van € 1.016.860 in 2012 en ongeveer 15% van dit bedrag bestond uit vrijwilligerswerk en donaties in natura (tegenover 23% in 2012 toen er een grote hoeveelheid materiaal voor zonne-energieprojecten in België, Benin, Congo en Tanzania werd geschonken). Meer informatie over de donaties van de verschillende business units vindt u in het hoofdstuk met het overzicht van de business groups op pagina 26 en 41 van dit verslag.
Naast de bijdragen van de business groups doneerde de Groep € 567.960, hoofdzakelijk in de vorm van fi nanciële bijdragen. In tegenstelling tot de donaties van de sites, die aan lokale initiatieven worden besteed, hebben de donaties op groepsniveau een internationaal
Umicore werkt samen met WorldLoop om een milieuvriendelijke oplossing te bieden voor elektronisch afval dat wordt verzameld en ontmanteld in Afrika. Het samenwerkingsverband was een van de fi nalisten in de categorie 'Internationale samenwerkingsverbanden' van de Belgian Business Awards for the Environment.
De jury van de Belgian Business Awards zei: "Dit project – dat is gebaseerd op een solide, economische en milieuvriendelijke logica – maakt het mogelijk om het negatieve imago van de handelsrelaties tussen Noord en Zuid te doorbreken en de fi losofi e van het beste van de twee werelden te promoten."
In dit samenwerkingsverband brengt WorldLoop de lokale ondernemers, die elektronisch afval ontmantelen en sorteren, in contact met de uitmuntende recyclagetechnologie van Umicore. Het doel is het ongecontroleerd dumpen van elektronisch afval te vermijden en te voorkomen dat het afval op een ongeschikte manier wordt ontmanteld, verbrand of gaat lekken en zo milieu- en gezondheidsproblemen veroorzaakt in ontwikkelingslanden.
Het samenwerkingsverband spitst zich specifi ek toe op ICT-materiaal uit ontwikkelingslanden dat het einde van zijn gebruiksduur heeft bereikt. Er werden
recyclagefaciliteiten voor elektronisch afval gebouwd in Kenia, Tanzania, Rwanda en Chili, die meer dan 750 ton elektronisch afval hebben verwerkt. Daarvan werd 50 ton gevaarlijk afval naar Europa gestuurd voor effi ciënte recyclage met een lagere milieuimpact dan de lokale verwerking of storten. Van dit gevaarlijk afval werd 25 ton printplaten naar de recyclagefabriek van Umicore in Hoboken gestuurd. Umicore verwerkt het afval en herwint edele en andere metalen. De opbrengst hiervan wordt geïnvesteerd in de fi nanciering van nieuwe inzamelingen en recyclage.
Umicore schenkt ook haar eigen pc's die het einde van hun gebruiksduur bereiken aan Close the Gap, een strategische partner van WorldLoop. Close the Gap zamelt computers in bij bedrijven, knapt ze weer op voor gebruik en schenkt deze IT-uitrusting dan aan sociaal-educatieve projecten (scholen, ziekenhuizen) in Afrika. Als die pc's het einde van hun gebruiksduur hebben bereikt, zorgt WorldLoop ervoor dat ze door lokale recyclagebedrijven worden ingezameld en ontmanteld en dat het gevaarlijke afval naar Umicore wordt gestuurd… voor recyclage.
Scan de QR-code voor de volledige casestudie online
bereik. De meeste van die bijdragen gaan naar initiatieven die educatieve projecten realiseren of die schone technologieën beter bekendmaken.
In 2011 gingen we een samenwerking van drie jaar aan met UNICEF voor de ondersteuning van educatieve projecten in verschillende delen van de wereld. De eerste projecten die we steunen zijn enerzijds een initiatief om kansarme meisjes uit de provincie Rajasthan in India toegang te geven tot kwaliteitsvol onderwijs en anderzijds de campagne 'Back to School' in Haïti, waarvoor we de bouw van een school fi nancieren voor de kinderen die het slachtoffer waren van de aardbeving in 2010. U kunt een casestudie over het UNICEF-project in Rajasthan lezen op pagina 24.
We bleven de initiatieven van Ondernemers voor Ondernemers (www.cfp.be) steunen in de Filippijnen, Cambodja en Tanzania en de programma's van Humasol waarbij groepen van ingenieursstudenten zonne-energie installeren in afgelegen gebieden in Oeganda en Senegal (www.humasol.be).
We hebben een nieuw initiatief gelanceerd om duurzame projecten van studenten aan diverse universiteiten te steunen. Dit initiatief, 'Powered by Umicore', verleent fi nanciële en andere steun aan studentenprojecten voor de ontwikkeling van voertuigen, aangedreven door batterijen, zonne-energie of brandstofcellen. Meer informatie over Powered by Umicore vindt u op onze website.
We hebben verscheidene donaties overgemaakt aan de Filippijnen – waar Umicore een productiesite heeft – voor de noodhulp na de ravage die door de tyfoons Usagi en Haiyan werd aangericht.
Catalysis speelt een belangrijke rol in de wereldwijde vermindering van voertuigenemissies. Umicore ontwikkelt autokatalysatoren voor lichte benzine- en dieselvoertuigen en voor zware dieseltoepassingen zoals vrachtwagens en andere zware voertuigen. De business group produceert ook verbindingen op edelmetaalbasis voor gebruik in de sectoren fi jne chemicaliën, biowetenschappen en farmaceutica.
Precious Metals Chemistry
Catalysis tekende een inkomstenstijging op maar de winstgevendheid leed onder de minder gunstige mix en de opstartkosten van diverse groei-investeringen.
(Zie de grafi eken op p. 27)
De inkomsten van de business group stegen met 3% dankzij de volumegroei en de eerste consolidatie van Umicore Shokubai Japan, die de lagere doorvoerkosten ruimschoots compenseerden. De recurrente EBIT daalde met 19% als gevolg van de minder gunstige regionale en productmix, kosten voor de lancering van nieuwe producten en infrastructuurkosten. De investeringen bleven stijgen omdat we investeerden in nieuwe productie- en technologiecapaciteit. De globale O&O-uitgaven waren lager omdat sommige projecten intussen gecommercialiseerd werden.
Automotive Catalysts zag de autoproductie in 2013 wereldwijd met 3% toenemen. De groei in China en op het Amerikaanse continent woog ruimschoots op tegen de daling in Zuid-Korea en Japan. In Europa bleef de productie stabiel op jaarbasis. Zonder het effect van de consolidatie van Umicore Shokubai en de lagere doorvoerkosten zijn de inkomsten van de katalysatorenactiviteit van Umicore gestegen op jaarbasis. De marges leden echter onder de bovengenoemde
mixeffecten, de kosten voor de introductie van katalysatoren voor zware dieselvoertuigen en producten voor lichte voertuigen die aan de Euro 6-norm voldoen, evenals de uitbreiding van de infrastructuur voor technologieontwikkeling.
Na een daling in het eerste halfjaar stabiliseerde de Europese autoproductie in de tweede jaarhelft om het jaar af te sluiten met een lichte stijging op jaarbasis. De productie over het volledige jaar lag op het niveau van 2012. De aankooptrend naar kleinere wagens hield aan en het aandeel geproduceerde dieselwagens stabiliseerde op ongeveer
45% van de totale markt. De verkoopvolumes van Umicore lagen in lijn met de autoproductie, terwijl de inkomsten daalden door de minder gunstige productmix.
In Noord-Amerika steeg de autoproductie met 5% en wonnen de kleine en middelgrote wagens aan marktaandeel. De verkoopvolumes van Umicore volgden deze trend, de inkomsten groeiden minder snel als gevolg van de platformmix. In Zuid-Amerika werden 4% meer auto's geproduceerd ondanks de vertraging op het einde van het jaar. Umicore zag haar verkoopvolumes in deze regio groeien in lijn met de markt.
De Aziatische autoproductie nam globaal toe. In China werden op jaarbasis 13% meer auto's geproduceerd. Umicore's inkomsten uit de katalysatoractiviteit in China bleven sneller groeien dan de markt. In Zuid-Korea en Japan nam de autoproductie respectievelijk af met 2% en 4%, met een zwakke binnenlandse verkoop in tegenstelling tot het succes van de Koreaanse en Japanse productie in de buitenlandse markten. Umicore Shokubai verbeterde haar positie bij de Japanse autofabrikanten wat leidde tot bijkomende wereldwijde contracten.
Umicore nam in 2013 twee specifi eke productielijnen voor katalysatoren voor zware dieselvoertuigen in gebruik in Florange, Frankrijk. De bouw van een derde lijn werd aangevat op het einde van het jaar en zou tegen eind 2014 voltooid moeten zijn. De bouw van de productie-installatie voor zware dieselvoertuigen in Suzhou, China, vordert goed en de productie zal worden opgestart in de eerste helft van 2014. In Japan en Brazilië werden nieuwe technologieontwikkelingscentra opgeleverd. De installatie van nieuwe productiecapaciteit in Onsan,
pilootlijn opgestart voor verbindingen in MOCVD-toepassingen (Metal Organic Chemical Vapour Deposition). Die verbindingen worden voornamelijk gebruikt voor de productie van hoogperformante microprocessoren. De bouw van de nieuwe productiefaciliteit in Tulsa, VS, maakte goede vorderingen in 2013. Die faciliteit, waarvan de opening gepland is voor 2014, zal de volledige portefeuille van de op edelmetalen gebaseerde katalysatoren en chemicaliën van de business unit produceren, inclusief hoogtechnologische producten zoals ruthenium-gebaseerde katalysatoren voor metathese en palladium-gebaseerde katalysatoren voor chemische kruiskoppeling. De kosten van die ontwikkelingsprojecten wogen op de globale resultaten van de business unit.
Hoewel de business group Catalysis nog steeds veruit de beste veiligheidsresultaten van al onze business groups rapporteerde, waren deze in 2013 toch minder goed dan in 2012. Net als in 2012 vonden er in totaal 4 ongevallen met werkverlet plaats en bedroeg
Zuid-Korea, en Suzhou, China, gaat goed vooruit en zal klaar zijn in de eerste helft van 2014. De installatie in Bad Säckingen, Duitsland, met twee nieuwe productielijnen voor katalysatoren die aan de Euro 6-norm voor lichte dieselvoertuigen voldoen, werd in 2013 volledig in gebruik genomen. De kosten voor de afwerking en het opstarten van die nieuwe lijnen en de bijbehorende hogere afschrijvingslasten wogen op de winstgevendheid van de business unit in de tweede helft van 2013.
In Precious Metals Chemistry lagen de verkoopvolumes aanzienlijk hoger dan in 2012 maar daalden de inkomsten als gevolg van de minder gunstige regionale en productmix.
Er was meer vraag naar precursoren voor katalytische en niet-katalytische toepassingen. De producten voor toepassingen in bulkchemicaliën volgden deze trend. De verkoop van organometaalkatalysatoren voor de sector life sciences nam echter af. De verkoop van API's (Active Pharmaceutical Ingredients) bleef sterk groeien. Umicore verkoopt nu ook API's buiten Zuid-Amerika aan klanten in Azië en Europa en verhoogde daarvoor de productiecapaciteit in Argentinië. In Duitsland werd een
de frequentiegraad 1,1 ongeval per miljoen gewerkte uren maar de ernstgraad was hoger in 2013 (0,11 tegenover 0,05 in 2012). Dat was te wijten aan een zwaar ongeval op de site van Hanau, Duitsland. De business units Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry werkten verder aan de invoering van het veiligheidsprogramma SafeStart® om tegen 2015 het aantal ongevallen tot nul te herleiden. Op het einde van 2013 hadden op de site van South Plainfi eld in de VS meer dan vijf jaar geen ongevallen met werkverlet of registreerbare verwondingen bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers plaatsgevonden. De sites in Americana (Brazilië), Auburn Hills (VS), Tsukuba (Japan) en Suzhou (China) bereikten de mijlpaal van drie jaar.
Op het vlak van beroepsmatige metaalblootstelling zijn er in de business group Catalysis geen werkplaatsen met blootstelling aan de vijf gevaarlijke metalen die in onze Vision 2015-doelstelling zijn opgenomen. Het belangrijkste gezondheidsprobleem voor de activiteit Catalysis is het gevaar voor overgevoeligheid voor platinazouten die beroepsastma kan veroorzaken. In 2013 werd bij twee werknemers deze overgevoeligheid vastgesteld – hetzelfde aantal als in 2012. Deze werknemers werden overgeplaatst naar een ander deel van de site waar er geen blootstelling is aan platinazout.
De business group Catalysis genereerde de laagste CO2 -emissie en was in totaal verantwoordelijk voor 12,5% van onze CO2 -equivalente emissies in 2013, hetzij 86.928 ton CO2 -equivalent. In 2012 bedroegen de emissies 87.135 ton in Catalysis.
Het industriële profi el van Catalysis geeft geen aanleiding tot een
signifi cante impact van metalen op water of lucht, die beide minder dan een half procent van de totale impact van de Groep op water of lucht vertegenwoordigen. De business units slaagden erin de globale emissies van metalen naar water en lucht te verminderen in 2013.
De business units maakten verdere vooruitgang met de uitrol van het Charter voor duurzame aankopen. In 2012 had 26% van de geselecteerde leveranciers naar wie het charter werd gestuurd het ondertekend. Tegen eind 2013 was dit percentage gestegen tot 88%. De business unit Automotive Catalysts beschikt over een systeem dat de belangrijkste leveranciers over de hele wereld elke drie jaar aan een audit onderwerpt met specifi eke aandacht voor kwaliteit, milieu, gezondheid en veiligheid.
Op het vlak van verantwoordelijkheid ten opzichte van de lokale gemeenschap droeg de business group € 190.390 bij aan donaties voor goede doelen in 2013. Belangrijke projecten waren de steun aan SOS Kinderdorpen, het Umicare-onderwijsproject in Port Elizabeth, Zuid-Afrika, en de Boaischool voor kinderen met speciale educatieve behoeften in Suzhou, China. De site van Burlington vierde de 20ste verjaardag van steun aan United Way – een organisatie die mensen mobiliseert en gemeenschappelijke acties organiseert om geld in te zamelen voor de meest kwetsbare leden van de gemeenschap. In de voorbije 20 jaar heeft de site ongeveer een half miljoen Canadese dollar aan United Way geschonken.
De behoefte aan schone lucht is nooit groter geweest dan vandaag. Overal in de wereld leggen wetgevers strengere normen op voor de uitstoot van voertuigen. De technologieën van Umicore zorgen ervoor dat deze verbeteringen gerealiseerd kunnen worden.
In de voorbije jaren is het aantal voertuigen op onze wegen zeer sterk toegenomen. Sinds 1970 hebben de regeringen luchtkwaliteitsnormen ingevoerd om de schadelijke effecten van de uitstoot van auto's op de menselijke gezondheid te beperken. Vandaag zijn bijna alle nieuwe auto's wereldwijd met een autokatalysator uitgerust. In Europa werden in januari 2014 de Euro VI-normen van kracht voor zware dieselvoertuigen. Een nieuwe wetgeving om de NOx -emissies (stikstofoxiden) in dieselwagens met meer dan 50% te verminderen zal ingevoerd worden in september 2014. Waarschijnlijk zullen ook de emissies van roetdeeltjes door benzine motoren in een volgende fase aan banden gelegd worden.
In 2013 bestelde Umicore een nieuwe productielijn voor katalygen (HDD) in Florange, Frankrijk. Op de Green Week rond het thema 'Schone lucht' die de Europese Commissie in mei in Brussel organiseerde, kondigde Umicore productielijn aan. Plant manager Nicolas Clerc legt uit: "De vraag
naar autokatalysatoren neemt toe en om aan die vraag te kunnen voldoen, investeert Umicore overal in de wereld. Hier in Frankrijk zullen we voortaan niet alleen dieselvoertuigen hoogkwalitatieve producten kunnen leveren."
In 2013 ging ook de productie van start in de nieuwe productieinstallatie voor autokatalysatoren van Umicore in Bad Säckingen, in Duitsland. Deze installatie zal voornamelijk roetfi lters en NOx opslagkatalysatoren voor dieselwagens produceren.
Umicore produceerde haar eerste autokatalysator al in 1968. Sindsdien heeft de katalysatortechnologie van Umicore miljoenen ton vervuilende stoffen uit de lucht gehaald. Dat maakt de lucht die we inademen veiliger en is beter voor het milieu. De medewerkers die deze producten maken, zijn daar bijzonder trots op. David Cunha, een medewerker van de site van Florange, is erg enthousiast: "Het is echt boeiend Iedereen gebruikt onze producten elke dag in de auto ook al zijn ze zich daar niet van bewust. Het is geweldig om actief mee te werken aan een beter milieu en schonere lucht."
De materialen geproduceerd door Energy Materials worden aangetroffen in toepassingen die gebruikt worden bij de productie en opslag van schone energie, zoals herlaadbare batterijen en zonnepanelen, en in andere toepassingen. De meeste producten zijn hoogzuivere metalen, legeringen, verbindingen en technische producten op basis van kobalt, germanium, nikkel en indium.
(Zie de grafi eken op p. 31)
De inkomsten voor Energy Materials stegen met 10%, vooral dankzij de groei in de business units Rechargeable Battery Materials en Cobalt & Specialty Materials. De globale winstgevendheid van de business group verbeterde ook dankzij de kostenbesparende maatregelen die eind 2012 werden opgestart.
De kapitaaluitgaven namen aanzienlijk toe ten opzichte van 2012 omdat een groot aantal investeringen werd voltooid, voornamelijk in Rechargeable Battery Materials. De O&O-uitgaven voor de business group namen toe omdat de inspanningen om nieuwe generaties herlaadbare-batterijmaterialen te ontwikkelen, werden opgedreven.
De inkomsten voor de business unit Cobalt & Specialty Materials klommen op jaarbasis, voornamelijk dankzij de hogere bijdrage van de kobalt- en nikkelraffi nage en -recyclage. De lagere gemiddelde premies als gevolg van de sterke concurrentie in de verschillende eindmarkten wogen op de winst. De activiteit keramische producten en chemicaliën noteerde hogere inkomsten omdat de hogere verkoopvolumes voor zowel kobaltals nikkelverbindingen de
lagere premies compenseerden. De verkoop van metaalcarboxylaten bleef stijgen dankzij de uitbreiding van het productgamma en de succesvolle lancering van de producten in nieuwe markten. De verkoopvolumes in werktuigmaterialen bleven stabiel over het jaar, omdat de volumegroei in Azië werd geneutraliseerd door de dalende vraag van de bouwsector in Europa en Noord-Amerika.
Eind 2013 verwierf de business unit Palm Commodities International, een toonaangevende producent en verdeler van materialen voor de oppervlaktebehandelingssector in Noord-Amerika. Deze overname zal Umicore in staat stellen om haar
activiteit uit te breiden naar de Amerikaanse plateringsmarkt.
zag zijn verkoopvolumes en inkomsten fors groeien. De sterke vraag naar polymeercellen voor gebruik in gesofi stikeerde draagbare elektronische apparaten zoals smartphones, tablets en ultrabooks verhoogde de vraag naar kathodematerialen met een hoge energiedensiteit. Dankzij de door Umicore ontwikkelde High Energy LCO-technologie en een brede klantenportefeuille kon de business unit haar leiderspositie in dit segment nog versterken. De wereldwijde verkoop van NMC-kathodematerialen (nikkelmangaan-kobalt) daalde op jaarbasis omdat er minder vraag was naar traditionele notebook pc's waarvoor NMC-materialen met een eerder standaard kwaliteit worden gebruikt. De vraag naar NMCproducten voor autotoepassingen steeg dankzij de geleidelijke toename van de verkoop van elektrische en hybride voertuigen. Deze trend zal waarschijnlijk aanhouden nu steeds meer autofabrikanten nieuwe hybride en elektrische modellen lanceren. Umicore kon zich met succes kwalifi ceren als leverancier voor bijkomende platformen wat onze groei in dit segment verder zal ondersteunen. De capaciteitsinvestering voor kathodematerialen in Korea en China werden in de loop van 2013 met succes afgerond en de precursorinstallatie in Korea werd opgeleverd.
Materials (RBM) is in de voorbije jaren
Een tevreden klant
inkomsten in germaniumsubstraten was vooral te wijten aan de verdere achteruitgang in de markt van de fotovoltaïsche concentratoren voor niet-ruimtevaarttoepassingen. De verkoop in de sector van de LED-verlichting daalde eveneens. De leveringen van gecertifi ceerde substraten voor ruimtevaarttoepassingen namen toe omdat Umicore een aantal nieuwe contracten afsloot met klanten in dit segment. In de markt van de substraten vindt een overgang plaats naar grotere germaniumwafers en Umicore is uitstekend geplaatst om van deze trend te profi teren. De activiteit hoogzuivere chemicaliën profi teerde van de fors hogere vraag naar germaniumtetrachloride van Umicore dat gebruikt wordt in glasvezel. Ook de verkoop van afgewerkte optische producten klom op jaarbasis terwijl de vraag naar germaniumplaatjes beperkt bleef in een zeer concurrentiële markt.
In Thin Film Products stegen de inkomsten ten opzichte van het voorgaande jaar dankzij de hogere inkomsten uit toepassingen voor grote oppervlaktebehandeling. De globale activiteit profi teerde ook van de kostenverminderingen die eind 2012 werden aangevat. De verkoopvolumes voor ITOtargets (indiumtinoxide) stegen op jaarbasis dankzij het succes van de uiterst effi ciënte roterende sputtertechnologie. De hogere vraag was voornamelijk het resultaat van nieuwe investeringen in Azië in productie-installaties voor grote beeldschermen en de aanpassing van bestaande installaties in de sector van de aanraakschermen, die overstapt van vlakke naar roterende targets. De lagere inkomsten voor optische evaporatiematerialen waren het gevolg van een licht dalende vraag, terwijl de vraag vanuit de micro-elektronicasector grotendeels stabiel bleef op jaarbasis.
32
Umicore | Jaarverslag 2013
De veiligheidsresultaten van de business group Energy Materials verbeterden verder in 2013. Er werden 6 ongevallen met werkverlet geregistreerd tegenover 9 in 2012. Dat komt overeen met een frequentiegraad van 2,00 tegenover 3,00 in 2012. De ernstgraad van deze ongevallen bedroeg 0,12 en lag hoger dan in 2012 (0,05). De business unit Rechargeable Battery Materials heeft een leiderschapsprogramma over veiligheid geïmplementeerd op basis van een gedragsobservatie- en interventietechniek als deel van haar veiligheidsprogramma ACCE (Awareness, Competence, Compliance, Excellence). Net als in 2012 bereikten drie sites in Energy Materials de mijlpaal van vijf jaar zonder ongevallen met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers: Dundee (VK), Fort Saskatchewan (Canada) en Hsinchu Hsien (Taiwan).
Op het vlak van blootstelling aan metalen op het werk zijn in Energy Materials vooral arseen, kobalt en nikkel een potentieel gevaar voor de gezondheid. Het aantal te hoge gemeten waarden voor kobalt en nikkel daalde aanzienlijk in 2013 en er werden ook minder overschrijdingen gemeten voor arseen. Dat is te danken aan de systematische implementatie van engineeringverbeteringen en programma's voor hygiëne op het werk. In de fabriek te Providence, VS werd het onderzoek naar de effecten van blootstelling aan indiumtinoxide op de gezondheid en de vermindering van de blootstelling op het werk voortgezet in 2013.
In 2013 was de business group Energy Materials verantwoordelijk voor 25,5% van onze CO2 equivalente emissies of in totaal 176.723 ton, ten opzichte van 169.995 ton in 2012. De hogere productievolumes in Rechargeable Battery Materials waren de
belangrijkste reden voor deze toename. Van alle sites in Energy Materials produceerden de sites van Olen, België, en Cheonan, Zuid-Korea, het grootste aandeel van de emissies. Sedert de toetreding in 2003 tot de Vlaamse Energiebenchmarking heeft de site van Olen een aantal energieeffi ciëntiemaatregelen ingevoerd die beantwoorden aan de beste internationale standaarden.
Een productfamilie van Cobalt & Specialty Materials werd gescreend in de derde reeks duurzaamheidevaluaties uitgevoerd met de APStool van Umicore. Deze evaluaties maken deel uit van een lopend project om de duurzaamheid van een representatief staal van producten en diensten van Umicore te evalueren (zie p. 20-21).
Het volume metaalemissies naar lucht van de business unit Energy Materials steeg met 1,6% ten opzichte van 2012. De impact steeg met 17% ten opzichte van 2012, voornamelijk als gevolg van de toegenomen productie in de business units Cobalt & Specialty Materials en Rechargeable Battery Materials. Ondanks deze productiegerelateerde toename lag de emissie-impact 45% lager dan in het referentiejaar 2009. Het volume emissies naar water daalde met 22,5% op jaarbasis. De emissie-impact steeg met 9% als gevolg van een toename van de zilveremissies in de site van Olen. De impactniveaus zijn met 71% gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2009.
De business units maakten verdere vooruitgang met de uitrol van het Charter voor duurzame aankopen. In 2012 had 9% van de geselecteerde leveranciers naar wie het charter werd gestuurd het ondertekend. Tegen eind 2013 was dit percentage gestegen tot 84%. De business unit Cobalt & Specialty Materials verfi jnde verder de aanpak voor het bevorderen van een duurzame bevoorradingsketen in samenwerking met een externe auditor. In het proces worden verschillende tools gebruikt om deze leveranciers regelmatig te screenen en de risico's of onzekere factoren omtrent hun bevoorradingsketen te beperken.
De business units in Energy Materials droegen in 2013 in totaal € 132.040 bij aan donaties voor het goede doel. Een aanzienlijk deel van dit bedrag werd door Cobalt & Specialty Materials besteed aan een onderwijsproject in Lubumbashi, in de Democratische Republiek Congo, voor 800 meisjes en jongens van 6 tot 14 jaar. De business unit droeg ook bij aan de noodhulp na de tyfoons Usagi en Haiyan die in de herfst over de Filippijnen raasden. Andere initiatieven waren de steun voor het Youchouang educatief fonds in Jiangmen en een beurs voor een technologiestudent in het secundair onderwijs in Quapaw. De site van Fort Saskatchewan werd door de overheid van Alberta benoemd tot Envirovista Champion voor zijn milieuprestaties.
Performance Materials past zijn technologie en knowhow toe op de unieke eigenschappen van edele en andere metalen om materialen te produceren waardoor klanten betere, meer gesofi stikeerde en veiligere producten kunnen ontwikkelen. Zijn zinkproducten staan bekend om hun beschermende eigenschappen terwijl verbindingen en materialen op edelmetaalbasis essentieel zijn voor uiteenlopende toepassingen als hightech glas, elektriciteit en elektronica. Performance Materials is georganiseerd rond vijf business units.
(Zie de grafi eken op p. 35)
De inkomsten in Performance Materials daalden met 3% op jaarbasis. De recurrente EBIT bevond zich op het niveau van 2012, omdat het resultaat van de maatregelen om kosten te verminderen die vorig jaar werden ingevoerd de ongunstige economische context voor verschillende business units compenseerde. De investeringen bevonden zich op hetzelfde niveau als in 2012, de O&O-uitgaven zijn licht gedaald.
De verkoopvolumes en de inkomsten in Building Products bleven stabiel op jaarbasis. De verkoop kwam erg traag op gang in het eerste deel van het jaar, voornamelijk als gevolg van de lange en strenge winter in de belangrijkste Europese markten van Umicore. Hoewel er in sommige markten een lichte verbetering optrad, bleef het activiteitsniveau in de Europese bouwsector zwak. De vraag naar zinkmaterialen voor de bouwsector in de nieuwe markten buiten Europa bleef groeien. Het aandeel producten voor oppervlaktebehandeling in de productmix nam verder toe en de bouw van de nieuwe fabriek voor oppervlaktebehandelingsproducten in Viviez, Frankrijk, is bijna voltooid. Op het einde van 2013 nam de business maatregelen om de kosten te verminderen en de concurrentiekracht te verhogen.
In Electroplating bleven de inkomsten stabiel met hogere verkoopvolumes in alle productcategorieën die de druk op de premies in bepaalde segmenten compenseerden. De verkoop voor decoratieve toepassingen zoals fantasiejuwelen nam toe en de marktomstandigheden bleven heel het jaar door gunstig. De verkoop van elektrolyten die worden gebruikt in de productie van printplaten lag aanzienlijk hoger dan in 2012 en ook de verkoop van niet-edelmetaalhoudende producten voor de bescherming tegen slijtage nam toe. In de markt voor minder complexe verbindingen
op basis van edelmetalen was de prijsdruk door de concurrentie het sterkst voelbaar. De verkoop van zilverplateringsoplossingen voor LED's van Umicore bleef profi teren van de stijgende vraag, vooral in Azië (zie casestudie p. 12).
Materials bleven de inkomsten stabiel en de business unit profi teerde van de maatregelen om de kosten te verminderen en de productie-effi ciëntie te verhogen. De vraag voor toepassingen in de glassector lag op het niveau van 2012, met een toename van de inkomsten in de tweede jaarhelft, vooral in de technische glasmarkt. De inkomsten van platinumgaaskatalysatoren bleven hoog dankzij de degelijke vraag naar op platinum gebaseerd ammoniakoxidatiegaas en -vangstoffen die in de meststoffenindustrie en de sector van chemische hulpstoffen worden gebruikt.
In Technical Materials stegen de inkomsten licht op jaarbasis en de business unit profi teerde van de maatregelen om kosten te verminderen die in de loop van het jaar werden ingevoerd. De globale vraag naar soldeerlegeringen bleef zwak. Dat was vooral het gevolg van de recessie in Europa en de toenemende concurrentie van lokale spelers in China. De verkoop van contact- en powertechnologiematerialen bleef stabiel en er was weinig verandering in de vraagcycli van de sector elektrische apparatuur. Het orderniveau van dichtingsmaterialen voor middenspanningstoepassingen en materialen die in verlichting met hoge energie-effi ciëntie worden gebruikt, herstelde in de loop van het jaar. Tegen het einde van het jaar stroomlijnde de business unit zijn productaanbod in China.
Zinc Chemicals genereerde gelijkaardige inkomsten als vorig jaar. Er waren nog steeds weinig
zinkhoudende residuen beschikbaar en in combinatie met de lagere zinkprijs leidde dit tot lagere recyclagemarges. De vraag naar fi jne zinkpoeders die in roestwerende verf worden gebruikt liep terug en de regionale mix was minder gunstig voor de marges. De verkoop van materialen voor chemische toepassingen bleef vlak. In Europa daalden de verkoopvolumes voor zinkoxide als gevolg van de dalende orders van de banden- en chemische sector. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de toegenomen verkoop van materialen voor diervoeder en keramische toepassingen. De verkoopvolumes van zinkpoeder voor gebruik in primaire batterijen nam toe. De productie-installatie in Australië werd in december gesloten en de productiecapaciteit in Maleisië wordt verhoogd om aan de vraag van klanten in Zuidoost-Azië te voldoen.
In Element Six Abrasives (een voor 40% geassocieerde onderneming) daalden de verkoopvolumes en de inkomsten op jaarbasis. Hard Materials bleef kampen met moeilijke omstandigheden in de markt voor mijnbouw- en slijtageonderdelen. De inkomsten voor Oil & Gas stegen ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk dankzij de introductie van nieuwe producten. De inkomsten in Advanced Materials verbeterden in de tweede jaarhelft omdat de verkoop van producten voor precisiewerktuigen herstelde. In 2013 sloot Element Six Abrasives de productie-installatie Advanced Materials in Zuid-Afrika en opende het grootste en technologisch meest geavanceerde onderzoeken ontwikkelingscentrum voor synthetische diamant: het Global Innovation Centre (GIC) in Harwell bij Oxford.
Op het gebied van veiligheid presteerde de business group Performance Materials iets beter dan het gemiddelde voor Umicore. Er werden negen ongevallen met werkverlet geregistreerd tegenover 10 in 2012. Dit vertegenwoordigde een frequentiegraad van 2,00 en een ernstgraad van 0,09. Zes van de 9 ongevallen met werkverlet gebeurden in de business unit Zinc Chemicals. De business unit zette de implementatie en de verbetering van haar programma 'Safety for a better life' voort. Alle medewerkers worden hierbij actief betrokken onder leiding van een veiligheidscomité. Belangrijke elementen in dit programma zijn veiligheidsobservatierondes met het management team van de business unit, opleiding en de implementatie van standaarden voor essentiële veiligheidsaspecten. Eind 2013 hadden er op de site in Vicenza, Italië, in meer dan vijf jaar geen ongevallen plaatsgevonden met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers
of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers en de site in Vilvoorde, België, bereikte de mijlpaal van drie jaar.
Op het vlak van blootstelling aan metalen op het werk overschreden, binnen Performance Materials, 0,7% van de individuele blootstellingsmetingen de drempelwaardes. Dat is een daling ten opzichte van de 1,4% in 2012. De toenemende trend naar cadmiumvrije producten in combinatie met strengere werkplaatsvoorwaarden leidde tot een daling van het cadmiumgehalte in urine – vooral in de business unit Technical Materials.
De business group Performance Materials was in 2013 verantwoordelijk voor 23% van de CO2 equivalente emissies van de Groep of 162.017 ton CO2 -equivalent. In 2012 bedroeg dit 158.417 ton. De emissies waren gespreid over ongeveer 30 industriële sites. De sites van de business unit Zinc Chemicals waren verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de totale emissies van de business group.
Producten van Zinc Chemicals, Electroplating en Platinum Engineered Materials werden in de derde reeks duurzaamheidevaluaties onderzocht met de APS-tool van Umicore. Deze evaluaties maken deel uit van een lopend project om de duurzaamheid van een representatief staal van producten en diensten van Umicore te evalueren (zie p. 20-21).
Het volume metaalemissies naar lucht van de business unit Performance Materials daalde met 29% ten opzichte van 2012. Deze daling is voornamelijk het resultaat van de lagere zinkemissies in onze business unit Zinc Chemicals, waar acties werden genomen om het beheer van de zakkenfi lters in alle sites te verbeteren. Op het vlak van impact noteerden we een stijging van 39% in vergelijking met 2012 als gevolg van de hogere cadmiumemissies van de gewijzigde grondstoffenaanvoer en
procesineffi ciënties in de Sancoalefabriek in India die momenteel worden aangepakt. Op het einde van het jaar hadden we een daling van 41% bereikt ten opzichte van het referentiejaar 2009. Het volume en de impact van de wateremissies stegen met 16% ten opzichte van 2012 als gevolg van de hogere zinkemissies in de fabriek van Viviez. Op het einde van het jaar lag de emissie-impact 31% lager dan in het referentiejaar 2009.
De business units maakten verdere vooruitgang met de uitrol van het Charter voor duurzame aankopen. In 2012 had 38% van de geselecteerde leveranciers naar wie het charter werd gestuurd het ondertekend. Tegen eind 2013 was dit percentage gestegen tot 86%.
Op het vlak van engagement tegenover de gemeenschap maakte het bodemsaneringsproject in de omgeving van Building Products in Viviez verdere vorderingen in 2013. Verschillende groepen, waaronder lokale omwonenden en de media, bezochten het project en in samenwerking met de lokale (nationale en gemeentelijke) autoriteiten verstevigde Umicore de openbare weg die toegang geeft tot het project. Globaal droegen de business units in Performance Materials in 2013 € 163.610 bij aan donaties voor het goede doel. Dit was het resultaat van talrijke acties die de 30 sites van deze business units ondernamen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de steun aan het Metallurgiemuseum in Luik door de site van Angleur, België, bijdragen aan het St Jude Children's Hospital door de site in Attleboro, VS, en het aanbieden van werkervaring aan schoolkinderen op de site in Wenen, Oostenrijk.
De business line BrazeTec van Technical Materials verraste zijn klanten in 2013 positief met de lancering van BlueBraze. Deze innovatieve zilverbraseerlegering bevat 10% minder zilver en betekent een aanzienlijke kostenreductie voor de klant.
Het werd altijd als een vaststaand feit beschouwd dat de braseertemperatuur stijgt als je het zilvergehalte van een braseerlegering verlaagt – met negatieve gevolgen voor de kosten en het milieu. Maar de business line BrazeTec besloot om dat gegeven opnieuw en met andere ogen te bekijken.
Een gemengd O&O-team van Technical Materials in Hanau, Duitsland, en Groep O&O in Olen, België, kwam bijeen om nieuwe ideeën te bespreken. Uit samenwerking ontstond innovatie. Er werden heel wat interessante mogelijkheden geopperd en het meest veelbelovende voorstel werd aan een aantal testen onderworpen. Na een intensieve periode van testen werd een eerste zilverbraseerlegering ontwikkeld met een lager zilvergehalte en smelttemperaturen die vergelijkbaar zijn met die van de bestaande legeringen.
Die innovatieve nieuwe braseerlegering werd medio september gelanceerd onder de productnaam BlueBraze op de internationale handelsbeurs Joining Cutting Surfacing in Essen, Duitsland, waar ze klanten en concurrenten verbaasde. "We hebben er altijd van gedroomd om dit soort product te ontwikkelen", zegt Hartmut Schmoor, Business Line Manager BrazeTec. "Geen van onze concurrenten heeft iets dergelijks. BlueBraze zorgde voor sensatie in Essen."
De reden voor die commotie is dat BlueBraze 10% minder zilver bevat dan conventionele braseerlegeringen en daardoor aanzienlijke voordelen biedt op het vlak van kostprijs en milieu. De ingenieurs van Umicore garanderen bovendien dat het nieuwe product dezelfde hoge kwaliteit en eigenschappen heeft als de bestaande legeringen. Voor het eerst is een producent van braseerlegeringen erin geslaagd het zilvergehalte aanzienlijk te verlagen en tegelijk alle bestaande eigenschappen te behouden. BlueBraze voldoet ook in alle opzichten aan de RoHS- en de REACH-richtlijn.
Voor de klanten biedt BlueBraze een aanzienlijke kostenreductie omdat het minder zilver bevat en omdat er meer staven in een kilogram gaan dankzij de lagere densiteit van de metalen die het zilver vervangen. Bovendien verhoogt de innovatieve braseerlegering van BrazeTec de planningzekerheid, omdat de klanten minder zijn blootgesteld aan de schommelingen van de zilverprijs.
BlueBraze is ook een duurzaam product, want het zilver voor de braseerlegering is grotendeels afkomstig van de interne recyclage van edele metalen. Dankzij de verlaging van het zilvergehalte in de BlueBraze-legeringen en het gebruik van gerecycleerd materiaal helpt BrazeTec kostbare natuurlijke hulpbronnen te sparen.
De BlueBraze-legeringen zijn geschikt voor gebruik in de HVACR-industrie (verwarming, ventilatie, airconditioning en koeling). Voorbeelden van toepassingen zijn de productie van vaste en mobiele airconditioningsystemen en koelkasten, diepvriezers en compressoren.
"We hebben een ambitieus plan ontwikkeld om grote volumes BlueBraze te verkopen in de komende vijf jaar en zo de verkoop van zilversoldeerlegeringen van Umicore aanzienlijk te verhogen", besluit Hartmut. "De productie gaat van start in Hanau, waar de productie-installaties slechts licht moeten worden aangepast, en in een later stadium wordt een rollout naar andere Technical Materials sites overwogen."
38
Recycling behandelt complexe afvalstromen die edele en andere non-ferrometalen bevatten. We kunnen ongeveer 20 van deze metalen herwinnen uit een groot gamma materialen, gaande van industrieel afval tot materialen op het einde van hun levensduur. Recycling is uniek door de waaier van materialen die het kan recycleren en de fl exibiliteit van zijn activiteiten.
De lagere metaalprijzen wogen op de rentabiliteit maar de aanvoer van materialen bleef positief. Recycling haalt nog steeds het hoogste rendement op kapitaal van al onze businesses.
De inkomsten en de recurrente EBIT voor Recycling daalden respectievelijk met 13% en 23% als gevolg van de sterke daling van de metaalprijzen. De lagere vraag in bepaalde eindmarkten van Jewellery & Industrial Metals en de geringere bijdrage van de recyclageactiviteiten hadden eveneens een negatieve impact op de inkomsten en de resultaten van de business group. De investeringsuitgaven zijn aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2012 als gevolg van de hogere
investeringen in de fabriek van Hoboken en investeringen in zilverrecyclage en -raffi nage in Duitsland en Thailand. De O&O-uitgaven bleven op het niveau van 2012.
daalden de inkomsten op jaarbasis als gevolg van de forse daling van de metaalprijzen. De business verwerkte een groter volume dan in 2012 ondanks een tweede stillegging van de smelter in Hoboken voor onderhoud, wat leidde tot verhoogde raffi nage-inkomsten.
In industriële bijproducten stegen de verwerkte volumes ten opzichte van het voorgaande jaar dankzij hogere volumes van de non-ferrometaalsector. Hoewel de concurrentie in dit marktsegment is toegenomen, is Umicore erin geslaagd bijkomende aanvoerstromen vast te leggen en haar klantenportefeuille uit te breiden. De aanvoer van materialen op het einde van hun levensduur daalde op jaarbasis. Er was minder elektronisch schroot beschikbaar als gevolg van de toenemende concurrentie, vooral in de markt van minder complexe materialen. Umicore bleef goed geplaatst in de markt van de meer complexe materialen. Voor gebruikte autokatalysatoren
bleven de aanvoervolumes en de commerciële voorwaarden minder gunstig, terwijl Umicore haar sterke positie in de markt voor industriële katalysatoren handhaafde.
De metaalprijzen daalden fors ten opzichte van het voorgaande jaar, behalve voor palladium. Voor sommige edelmetalen werd de impact op de winst beperkt omdat Umicore de prijzen op langere termijn had vastgelegd in vorige periodes. De lagere spotprijzen voor bepaalde speciale metalen zoals selenium, tellurium, ruthenium en iridium, die niet kunnen worden afgedekt, bleven de marges negatief beïnvloeden.
De investeringen om het capaciteitstekort van de fabriek in Hoboken op te lossen, vorderen goed. De tweede fase van de upgrade en uitbreiding van de bemonsteringsinstallatie en de investeringen om de milieuprestaties van de fabriek nog te verbeteren zijn bijna voltooid. In lijn met haar strategie om haar recyclageactiviteiten uit te breiden, kondigde Umicore de intentie aan om de verwerkingscapaciteit in Hoboken op te trekken tot 500.000 ton per jaar – ongeveer 40% meer dan vandaag. Umicore staat in contact met de overheidsdiensten om de noodzakelijke vergunningen te verkrijgen (zie casestudie p. 40).
De inkomsten in Precious Metals Management daalden op jaarbasis. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de lagere bijdrage van de tradingactiviteit die leed onder de ongunstige prijsvolatiliteit en de lagere metaalprijzen. In 2013 was er meer vraag van beleggers naar goud- en zilverstaven, omdat de lagere prijzen een aantrekkelijk instapmoment creëerde voor bepaalde beleggers. De fysieke vraag naar edelmetalen bleef grotendeels stabiel. De hogere vraag naar zilver voor gebruik in industriële
INVESTERINGEN
VEILIGHEIDSINDICATOREN
Frequentiegraad ongevallen met verlet Ernstgraad ongevallen met verlet
METAALEMISSIES
Omdat de aanvoer van complexe residuen in de komende jaren ongetwijfeld zal toenemen, plant Umicore tussen 2014 en 2016 belangrijke groei-investeringen
In 2013 onderzocht Umicore de mogelijkheden voor de uitbreiding van de activiteit Precious Metals Refi ning. De gekozen optie zal de capaciteit in Hoboken aanzienlijk paciteit op 500.000 ton brengen, een toename met 40%.
Het plan voorziet investeringen ter waarde van ongeveer € 100 voornamelijk om de capaciteit van complexe residuen die afkomstig
Die materialen vertegenwoordideel van de aanvoer in Hoboken en dat volume zal in de komende jaren nog stijgen. Waarom? De grondstoffen worden schaarser en dus moeten er meer complexe meer onzuiverheden bevatten. plexe bijproducten.
Metals Refi ning Luc Gellens licht toe: "Door in Hoboken te investede hele wereld te verwerken. Wij beschikken over alle competenties gebaseerd op economische overwegingen. We zijn trots op plan stelt ons in staat om op een hebben onlangs fors geïnvesteerd in biologische water- en gaszuiveringsinstallaties om ervoor strengste normen voor luchten water emissies voldoet."
Luc voegt hieraan toe: "We zullen andere mogelijkheden voor langetermijngroei blijven onderzoeken, waaronder verdere verbeteringen in Hoboken en het benutten nieuwe markten."
De defi nitieve goedkeuring van de Raad van Bestuur wordt lijke vergunningen.
toepassingen en palladium voor de auto-industrie compenseerde de verminderde vraag naar platinum
voor industrieel gebruik.
Industrial Metals zag haar inkomsten dalen op jaarbasis, vooral door de lagere bijdrage van de recyclageactiviteiten. De raffi nagevolumes en -inkomsten in Europa daalden ten opzichte van het vorige jaar, omdat de forse daling van de edelmetaalprijzen de globale beschikbaarheid van goud- en zilverhoudende residuen verminderde, waarbij vooral de markt voor goudresiduen achteruitging. De zilverrecyclageactiviteit van Umicore in Thailand bleef groeien en de capaciteit wordt uitgebreid om aan de vraag te kunnen voldoen. De uitbreiding van de zilverrecyclageactiviteit in Pforzheim, Duitsland, vorderde volgens plan en de opstart van de productie is gepland voor de tweede helft van 2014. De verkoop voor zilverhoudende industriële toepassingen daalde eveneens op jaarbasis. De verkoop van producten aan de juwelensector lag iets lager dan vorig jaar, zowel in het segment luxejuwelen als in de zilverhoudende fantasiejuwelen. Door de lagere metaalprijzen steeg de vraag naar goud- en zilverstaven als belegging, terwijl het orderniveau voor zilveren muntplaatjes in de Duitse markt daalde op jaarbasis.
Umicore haar samenwerking met (H)EV-producenten voor de verwerking van gebruikte batterijen met succes versterkt. Er werden een aantal technische verbeteringen aangebracht aan de UHT-smelter (Ultra High Temperature) op basis van de resultaten van de tests voor gebruikte batterijen en andere aangevoerde materialen. Deze technische aanpassingen moeten Umicore toelaten om haar processen en operationele effi ciëntie verder te verbeteren voor deze marktopportuniteit op langetermijn.
Hoewel de business group Recycling nog steeds verantwoordelijk is voor een hoog percentage (43%) van de ongevallen met werkverlet bij Umicore, is het totale aantal ongevallen in 2013 sterk gedaald tot slechts 15 ongevallen met werkverlet tegenover 23 in 2012. De ongevallenfrequentie van de business group (4,20 t.o.v. 6,24) daalde eveneens aanzienlijk en ook de ernstgraad verbeterde (0,15 t.o.v. 0,25). De business unit Precious Metals Refi ning verbeterde de veiligheidsprestaties via het SafeStart®-programma, vooral op de site in Hoboken, waar alle managers en supervisors ook een SafeMap® leiderschapstraining volgen. De business unit Jewellery
Umicore | Jaarverslag 2013
Recycling
& Industrial Materials voltooide de implementatie van een veiligheidsprogramma dat focust op vier pijlers: rollen en verantwoordelijkheden, normen en opleiding, veiligheidsdialogen en onderzoek van incidenten.
Met betrekking tot de blootstelling aan metalen presteerde Recycling beter dan het Umicore-gemiddelde, met een overschrijdingspercentage van 0,8%. De belangrijkste stoffen die een potentieel gevaar vormen in Recycling zijn lood, arseen, nikkel, kobalt en cadmium. Voor nikkel en kobalt werden geen verhoogde waarden vastgesteld. Voor cadmium bedroeg het overschrijdingspercentage 0,7%, tegenover 2,5% in 2012. Het overschrijdingspercentage voor arseen bleef stabiel, het overschrijdingspercentage voor lood steeg licht van 0,6% tot 1,0%. Bij twee medewerkers werd overgevoeligheid voor platinazouten vastgesteld. Zij werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazouten of kregen werkkleding en -uitrusting die hen nog beter beschermt .
Recycling was verantwoordelijk voor in totaal 39% van onze CO2 equivalente emissies in 2013, hetzij 267.627 ton CO2 -equivalent. In 2012 bedroeg dit 285.879 ton. De verbetering in 2013 is bijna volledig te danken aan de site van Hoboken in België. De grondstoffenmix speelt hier een belangrijke rol in het bepalen van de CO2 -emissies want het recyclageproces voor sommige residustromen vereist meer energie en stoot meer CO2 equivalenten uit dan voor andere residustromen. De input-mix in 2013 was in dit opzicht positief. Ook de emissies van de hoogoven daalden dankzij de aanpassingen die in de voorgaande jaren werden aangebracht en waarvan de resultaten nu voelbaar worden.
De producten en diensten van Jewellery & Industrial Metals en Precious Metals Management werden opgenomen in de derde reeks duurzaamheidevaluaties die werden uitgevoerd met de APStool van Umicore. Die evaluaties maken deel uit van een lopend project om de duurzaamheid van een representatief staal van producten en diensten van Umicore te evalueren (zie p. 21- 20). Precious Metals Refi ning in Hoboken heeft een peer-reviewed beoordeling uitgevoerd van de CO2 -emissiebesparingen die de recyclage van metalen op de site kan opleveren ten opzichte van mijnbouw. U vindt een samenvatting van de resultaten op p. 21.
Het volume emissies naar lucht van Recycling daalde ten opzichte van 2012. Op het vlak van impact werd er een daling van 7% genoteerd ten opzichte van 2012 dankzij de lagere emissie van arseen in de site van Hoboken. De emissie-impact lag 26% lager dan in het referentiejaar 2009. Het volume emissies naar water daalde ten opzichte van 2012 maar de impact lag 35% hoger dan in 2012. Dit was voornamelijk het gevolg van de hogere emissies arseen en thallium op de site van Hoboken. We verwachten dat het nieuwe biologische waterzuiveringsstation in Hoboken, dat in 2014 wordt opgeleverd, de impact van de metaalemissies naar water in de komende jaren nog verder zal verlagen (zie de casestudie op pagina 20). Aan het einde van het jaar lag de emissie-impact 25% hoger dan in het referentiejaar 2009 .
Umicore Precious Metals Refi ning zette de invoering voort van strikte leverancierscontroles op basis van een intern ontwikkeld systeem, Business Partner Screening (BPS), waarin alle grondstoffenleveranciers zijn opgenomen. We ondernamen ook verdere stappen om onze klanten garanties te bieden voor de confl ictvrije herkomst van het goud dat we recycleren en produceren. In Precious Metals Refi ning verkregen we de status van 'confl ictvrije smelter' na een audit van onze processen en aanvoerstromen in Hoboken en Guarulhos door de London Bullion Market Association (LBMA). Jewellery & Industrial Metals volgde een gelijkaardig onderzoeksproces voor haar activiteiten in Bangkok en Pforzheim in samenwerking met het Responsible Jewellery Council (RJC).
In 2013 droegen de sites van de business group Recycling in totaal € 558.800 bij aan donaties, waarvan het grootste bedrag afkomstig als de Ecomagie-goochelshow over milieubewustzijn die in 100 scholen uit de omgeving werd opgevoerd, de sponsoring van het Antwerpse Museum aan de Stroom en de steun aan het Casa Blanca Festival in het nabijgelegen Hemiksem. De site steunde ook het initiatief Engage+ van de stad Antwerpen om jeugdwerkloosheid aan te pakken. Umicore Precious Metals Refi ning heeft zijn samenwerking met WorldLoop verder uitgebreid. Het doel van die samenwerking is een milieuvriendelijke oplossing ter beschikking te stellen voor elektronisch schroot dat in Afrika wordt verzameld en ontmanteld. De samenwerking was een van de fi nalisten van de Belgian Business Awards for the Environment in de categorie 'international business cooperation'. U vindt een casestudie over de samenwerking op pagina 25.
was van de site in Hoboken, België. Er werden initiatieven genomen zo-
van Jewellery & Industrial Metals Responsible Jewellery Council (RJC). RJC gecertifi ceerd lidmaatschap maar Duitse leverancier op de edelmetaal-
| KERNCIJFERS | |
|---|---|
| (in miljoen EUR tenzij anders vermeld) | Toelichting | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 6.937,4 | 9.691,1 | 14.480,9 | 12.548,0 | 9.819,3 | |
| Inkomsten (metaal niet inbegrepen) | 1.723,2 | 1.999,7 | 2.318,6 | 2.427,4 | 2.390,0 | |
| Recurrente EBITDA | F9 | 262,7 | 468,7 | 553,0 | 524,1 | 462,6 |
| Recurrente EBIT | F9 | 146,4 | 342,5 | 416,1 | 372,1 | 304,0 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen | F9 | -6,1 | 30,1 | 22,9 | 22,2 | 11,8 |
| Niet-recurrente EBIT | F9 | -11,4 | -9,1 | 1,0 | -46,7 | -43,4 |
| IAS 39 effect op EBIT | F9 | 6,2 | -9,4 | 15,6 | 3,2 | -0,5 |
| Totale EBIT | F9 | 141,2 | 324,0 | 432,7 | 328,6 | 260,0 |
| Recurrente operationele marge (in %) | 8,9 | 15,6 | 16,9 | 14,4 | 12,2 | |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) | F31 | 8,1 | 17,5 | 18,6 | 16,7 | 13,6 |
| Gemiddelde gewogen nettorente (in %) | F11 | 3,9 | 3,8 | 3,7 | 1,9 | 1,6 |
| Recurrente belastingsgraad (in %) | F13 | 20,7 | 19,1 | 19,9 | 20,6 | 21,3 |
| Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep | F9 | 81,9 | 263,4 | 304,6 | 275,2 | 218,0 |
| Resultaat van afgesplitste activiteiten, aandeel van de Groep |
-4,2 | 0,0 | -0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Nettoresultaat, aandeel van de Groep | F9 | 73,8 | 248,7 | 325,0 | 233,4 | 179,0 |
| Onderzoek- & Ontwikkelingskosten | F9 | 119,5 | 119,2 | 136,7 | 149,0 | 140,6 |
| Investeringen | F34 | 181,6 | 156,6 | 196,2 | 235,7 | 279,6 |
| Netto toename/afname van de kasstromen vóór fi nancieringsoperaties | F34 | 258,4 | -68,2 | 308,6 | 150,3 | 185,9 |
| Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, einde periode | 2.826,7 | 3.511,6 | 3.713,2 | 3.667,9 | 3.512,3 | |
| Eigen vermogen van de Groep, einde periode | 1.314,2 | 1.517,0 | 1.667,5 | 1.751,7 | 1.677,1 | |
| Geconsolideerde netto fi nanciële schuld uit bedrijfsactiviteiten, einde periode |
F24 | 176,5 | 360,4 | 266,6 | 222,5 | 215,0 |
| Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (in %) | F24 | 11,4 | 18,6 | 13,4 | 11,0 | 11,1 |
| Gemiddelde nettoschuld / recurrente EBITDA (in %) | 94,0 | 54,3 | 59,8 | 47,7 | 44,2 | |
| Aangewend kapitaal, einde periode | F31 | 1.781,1 | 2.181,8 | 2.168,8 | 2.259,4 | 2.233,6 |
| Aangewend kapitaal, gemiddelde | F31 | 1.797,7 | 1.961,6 | 2.233,0 | 2.224,5 | 2.241,3 |
De toepassingen van de defi nities voor Onderzoek- & Ontwikkelingskosten en Investeringen werden herzien en de cijfers werden volgens dezelfde methodologie aangepast om de vergelijking mogelijk te maken. De nieuwe defi nities worden uitgelegd in het glossarium p. 181-182.
| (in EUR / aandeel) | Toelichting | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Winst per aandeel | ||||||
| Recurrente winst per aandeel | F39 | 0,73 | 2,33 | 2,69 | 2,47 | 1,96 |
| Winst per aandeel, aangepast, zonder afgesplitste activiteiten | F39 | |||||
| basisberekening | F39 | 0,69 | 2,20 | 2,87 | 2,09 | 1,61 |
| na verwateringseffect | F39 | 0,69 | 2,19 | 2,85 | 2,08 | 1,60 |
| Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten | F39 | |||||
| basisberekening | F39 | 0,66 | 2,20 | 2,87 | 2,09 | 1,61 |
| na verwateringseffect | F39 | 0,65 | 2,19 | 2,85 | 2,08 | 1,60 |
| Brutodividend | 0,65 | 0,80 | 1,00 | 1,00 | 1,00 | |
| Netto toename/afname van de kasstromen vóór fi nancieringsoperaties, basisberekening |
F34 | 2,30 | -0,60 | 2,72 | 1,35 | 1,67 |
| Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, einde periode | 25,13 | 30,93 | 33,53 | 32,78 | 32,00 | |
| Eigen vermogen van de Groep, einde periode | 11,68 | 13,36 | 15,06 | 15,66 | 15,28 | |
| Koers van het aandeel | ||||||
| Hoogste | 24,32 | 40,37 | 40,09 | 44,12 | 42,12 | |
| Laagste | 11,89 | 21,19 | 25,35 | 32,30 | 31,54 | |
| Gemiddelde | 17,75 | 28,58 | 34,21 | 38,57 | 35,72 | |
| Slot | 23,40 | 38,92 | 31,87 | 41,69 | 33,96 |
| Toelichting | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal aantal uitgegeven aandelen, einde periode | F39 | 120.000.000 | 120.000.000 | 120.000.000 | 120.000.000 | 120.000.000 |
| waarvan uitstaande aandelen | F39 | 112.493.803 | 113.523.353 | 110.756.062 | 111.886.512 | 109.771.339 |
| waarvan aandelen in eigen bezit | F39 | 7.506.197 | 6.476.647 | 9.243.938 | 8.113.488 | 10.228.661 |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen, basisrekening | F39 | 112.350.457 | 113.001.404 | 113.304.188 | 111.593.474 | 111.257.259 |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen, na verwateringseffect | F39 | 112.884.977 | 113.724.891 | 114.208.275 | 112.346.081 | 111.733.165 |
O&O-UITGAVEN
2009 2010 2011 2012 2013
BRUTODIVIDEND
NETTO FINANCIËLE SCHULD
miljoen €
AANDELENKOERS
2009 2010 2011 2012 2013
2009 2010 2011 2012 2013
1,6%
Recurrente belastingsgraad Gemiddelde gewogen rente
Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode
Gemiddelde nettoschuld / recurrente EBITDA
2009 2010 2011 2012 2013
| (in miljoen EUR tenzij anders vermeld) | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale omzet | 1.155,7 | 1.548,3 | 1.932,0 | 1.871,9 | 2.020,2 |
| Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) | 585,8 | 698,7 | 814,2 | 866,1 | 893,5 |
| Recurrente EBITDA | 39,5 | 104,6 | 119,4 | 124,4 | 112,8 |
| Recurrente EBIT | 16,7 | 77,7 | 89,5 | 91,0 | 73,3 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen * | -7,1 | 4,8 | 5,7 | 10,5 | 2,5 |
| Totale EBIT | 13,2 | 72,4 | 96,8 | 83,8 | 73,7 |
| Recurrente operationele marge (in %) | 4,1 | 10,4 | 10,3 | 9,3 | 7,9 |
| Onderzoek- & Ontwikkelingskosten | 75,4 | 73,6 | 78,8 | 85,8 | 82,0 |
| Investeringen | 40,0 | 32,3 | 36,9 | 75,7 | 84,4 |
| Aangewend kapitaal, einde periode | 554,4 | 640,3 | 768,2 | 795,5 | 809,5 |
| Aangewend kapitaal, gemiddelde | 558,5 | 611,3 | 718,7 | 797,6 | 804,6 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) | 3,0 | 12,7 | 12,4 | 11,4 | 9,1 |
| Personeelsbestand, einde periode | 1.903 | 1.921 | 2.182 | 2.281 | 2.340 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen * | 241 | 225 | 239 | 161 | 167 |
* Automotive Catalysts: Ordeg Korea, ICT Co. Japan (tot september 2012), ICT Inc. USA (tot september 2012)
| (in miljoen EUR tenzij anders vermeld) | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale omzet | 541,4 | 702,3 | 729,3 | 763,7 | 825,7 |
| Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) | 305,1 | 347,6 | 358,3 | 366,3 | 402,6 |
| Recurrente EBITDA | 44,7 | 67,5 | 67,7 | 50,6 | 55,2 |
| Recurrente EBIT | 23,9 | 43,9 | 41,0 | 18,2 | 24,7 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen * | 7,4 | 5,7 | 6,3 | 4,2 | 2,7 |
| Totale EBIT | 31,7 | 43,1 | 34,2 | -11,3 | 21,4 |
| Recurrente operationele marge (in %) | 5,4 | 11,0 | 9,7 | 3,8 | 5,5 |
| Onderzoek- & Ontwikkelingskosten | 11,2 | 12,1 | 16,9 | 15,8 | 16,2 |
| Investeringen | 50,1 | 37,0 | 64,4 | 52,8 | 64,3 |
| Aangewend kapitaal, einde periode | 346,2 | 390,1 | 457,4 | 476,3 | 470,2 |
| Aangewend kapitaal, gemiddelde | 353,9 | 371,5 | 430,2 | 475,2 | 476,2 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) | 6,7 | 11,8 | 9,5 | 3,8 | 5,2 |
| Personeelsbestand, einde periode | 2.879 | 3.035 | 3.033 | 2.933 | 2.884 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen * | 1.232 | 1.314 | 1.206 | 1.057 | 1.056 |
* Cobalt & Specialty Materials: Ganzhou Yi Hao Umicore Industries Co. Ltd., Todini and Co.; Rechargeable Battery Materials: Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co. Ltd., beLife
| (in miljoen EUR tenzij anders vermeld) | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale omzet | 899,4 | 1.296,3 | 1.618,4 | 1.508,4 | 1.388,4 |
| Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) | 404,2 | 446,3 | 519,5 | 523,2 | 509,7 |
| Recurrente EBITDA | 61,1 | 101,3 | 93,6 | 82,9 | 83,4 |
| Recurrente EBIT | 36,6 | 75,2 | 67,0 | 54,5 | 54,7 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen * | 0,8 | 23,2 | 13,4 | 9,9 | 9,1 |
| Totale EBIT | 38,5 | 78,6 | 65,1 | 57,1 | 24,9 |
| Recurrente operationele marge (in %) | 8,9 | 11,7 | 10,2 | 8,5 | 8,9 |
| Onderzoek- & Ontwikkelingskosten | 6,8 | 9,2 | 11,3 | 11,9 | 10,8 |
| Investeringen | 23,9 | 23,9 | 31,6 | 29,3 | 29,4 |
| Aangewend kapitaal, einde periode | 534,1 | 612,5 | 572,0 | 572,9 | 504,8 |
| Aangewend kapitaal, gemiddelde | 533,8 | 589,7 | 603,9 | 587,3 | 555,5 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) | 6,9 | 12,8 | 11,1 | 9,3 | 9,8 |
| Personeelsbestand, einde periode | 5.687 | 6.121 | 5.845 | 5.629 | 5.331 |
| waarvan geassocieerde ondernemingen * | 2.888 | 3.244 | 2.915 | 2.775 | 2.594 |
* Zinc Chemicals: Rezinal; Building Products: Ieqsa; Element Six Abrasives
Umicore | Jaarverslag 2013
88,0%
69,8%
58,2%
7,7
| (in miljoen EUR tenzij anders vermeld) | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale omzet | 4.323,0 | 6.120,9 | 11.649,3 | 9.589,6 | 6.663,3 |
| Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) | 426,7 | 506,1 | 636,8 | 681,2 | 590,2 |
| Recurrente EBITDA | 158,2 | 236,7 | 310,7 | 306,2 | 248,7 |
| Recurrente EBIT | 117,7 | 195,5 | 267,2 | 258,8 | 199,6 |
| Totale EBIT | 109,8 | 182,2 | 274,3 | 251,8 | 200,0 |
| Recurrente operationele marge (in %) | 27,6 | 38,6 | 42,0 | 38,0 | 33,8 |
| Onderzoek- & Ontwikkelingskosten | 7,7 | 9,1 | 14,2 | 18,6 | 18,4 |
| Investeringen | 52,9 | 49,6 | 55,1 | 67,8 | 87,0 |
| Aangewend kapitaal, einde periode | 273,8 | 421,0 | 321,4 | 327,3 | 397,2 |
| Aangewend kapitaal, gemiddelde | 288,6 | 301,8 | 383,0 | 294,2 | 342,8 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) | 40,8 | 64,8 | 69,8 | 88,0 | 58,2 |
| Personeelsbestand, einde periode | 2.162 | 2.168 | 2.329 | 2.394 | 2.345 |
48 Financiële toelichtingen
| Geconsolideerde jaarrekening | 50 |
|---|---|
| Geconsolideerde resultatenrekening | 50 |
| Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
50 |
| Geconsolideerde balans | 51 |
| Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen | 52 |
| Geconsolideerde kasstromentabel | 53 |
| Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening | 54 |
| F1 Voorstellingsbasis | 54 |
| F2 Waarderingsregels | 54 |
| F3 Beheer van fi nanciële risico's | 62 |
| F4 Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen | 65 |
| F5 Groepsondernemingen | 66 |
| F6 Waardering vreemde deviezen | 67 |
| F7 Segmentinformatie | 68 |
| F8 Bedrijfsacquisities | 72 |
| F9 Bedrijfsresultaat | 73 |
| F10 Bezoldigingen en aanverwante voordelen | 75 |
| F11 Netto fi nanciële kost | 76 |
| F12 Opbrengsten van andere fi nanciële activa | 76 |
| F13 Belastingen | 77 |
| F14 Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill) | 78 |
| F15 Goodwill | 79 |
| F16 Materiële vaste activa | 80 |
| F17 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 81 | |
| F18 Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen | 82 |
| F19 Voorraden | 83 |
| F20 Handels- en overige vorderingen | 83 |
| F21 Uitgestelde belastingactiva en -passiva | 85 |
| F22 Kas en kasequivalenten | 86 |
| F23 Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves | 87 |
| F24 Financiële schulden | 88 |
| F25 Handels- en overige schulden | 90 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | |
|---|---|
| F26 Liquiditeit van de fi nanciële schulden | 90 |
| F27 Voorzieningen voor personeelsvoordelen | 92 |
| F28 Aandelenoptieplannen toegekend door de onderneming | 98 |
| F29 Voorzieningen leefmilieu | 99 |
| F30 Voorzieningen voor overige risico's en kosten | 100 |
| F31 Aangewend kapitaal | 101 |
| F32 Financiële instrumenten per categorie | 102 |
| F33 Reële waarde van fi nanciële instrumenten | 105 |
| F34 Toelichting bij de kasstromentabel | 108 |
| F35 Rechten en verplichtingen | 109 |
| F36 Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen | 110 |
| F37 Verbonden partijen | 111 |
| F38 Gebeurtenissen na balansdatum | 112 |
| F39 Winst per aandeel | 112 |
| F40 IFRS-ontwikkelingen | 112 |
| F41 Audit vergoeding | 114 |
| Beknopte jaarrekening van de moederonderneming | 115 |
| Verklaring over verantwoordelijkheid van het management | 118 |
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 2012 | 2013 | |
| Omzet | F9 | 12.548.014 | 9.819.255 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | F9 | 62.670 | 76.232 |
| Bedrijfsopbrengsten | 12.610.684 | 9.895.487 | |
| Verbruikte handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | F9 | -10.996.184 | -8.344.694 |
| Bezoldigingen en personeelsvoordelen | F10 | -717.025 | -707.151 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | F9 | -181.696 | -169.862 |
| Andere bedrijfskosten | F9 | -410.388 | -411.179 |
| Bedrijfskosten | -12.305.293 | -9.632.886 | |
| Opbrengsten van andere fi nanciële activa | F12 | 988 | -2.074 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 306.379 | 260.527 | |
| Financiële baten | F11 | 3.288 | 4.332 |
| Financiële lasten | F11 | -23.946 | -19.052 |
| Wisselkoersverliezen en -winsten | F11 | -10.345 | -8.131 |
| Aandeel in het resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
F17 | 22.218 | -511 |
| Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening voor belasting | 297.594 | 237.165 | |
| Belastingen op het resultaat | F13 | -59.688 | -52.386 |
| RESULTAAT VAN DE PERIODE | 237.905 | 184.779 | |
| waarvan: Aandeel van de Groep | 233.444 | 179.029 | |
| Minderheidsbelangen | 4.461 | 5.750 | |
| (EUR) | |||
| Totale winst per aandeel, basisberekening | F39 | 2,09 | 1,61 |
| Totale winst per aandeel na verwatering | F39 | 2,08 | 1,60 |
| Dividend per aandeel | 1,00 | 1,00 |
De begeleidende toelichtingen op de pagina's 54 tot 117 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde fi nanciële rekeningen.
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 2012 | 2013 | |
| Resultaat van de periode | 237.905 | 184.779 | |
| Elementen in de niet-gerealiseerde resultaten die niet in de resultatenrekening overgeboekt zullen worden |
|||
| Bewegingen in personeelsvoordelen na uitdiensttreding, voortkomende uit veranderingen in actuariële parameters |
-57.316 | -1.319 | |
| Bewegingen in uitgestelde belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen | 17.272 | 1.333 | |
| Elementen in de niet-gerealiseerde resultaten die vervolgens in de resultatenrekening overgeboekt kunnen worden |
|||
| Bewegingen in reserves van fi nanciële vaste activa beschikbaar voor verkoop | -10.788 | -12.102 | |
| Bewegingen in kasstroomindekkingsreserves | 7.400 | 1.914 | |
| Bewegingen in uitgestelde belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen | -2.274 | -428 | |
| Bewegingen in omrekeningsverschillen van valuta | -14.021 | -61.545 | |
| Componenten van niet-gerealiseerde resultaten | F23 | -59.726 | -72.146 |
| GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN VOOR DE PERIODE | 178.179 | 112.633 | |
| waarvan : Aandeel van de Groep | 176.265 | 112.108 | |
| Minderheidsbelangen | 1.914 | 524 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | |||
|---|---|---|---|
| De impact van de latente belastingen op het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten heeft te maken met de | |||
| kasstroomafdekkingsreserves voor een bedrag van EUR -0,3 miljoen en met de personeelsvoordelenreserves ten bedrage van EUR 1,3 miljoen. | |||
| De begeleidende toelichtingen op de pagina's 54 tot 117 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde fi nanciële rekeningen. | |||
| Geconsolideerde balans | |||
| (EUR duizend) | |||
| Toelichting | 31/12/2012 | 31/12/2013 | |
| Vaste activa | 1.478.168 | 1.551.228 | |
| Immateriële vaste activa | F14, F15 | 200.902 | 218.251 |
| Materiële vaste activa | F16 | 912.268 | 998.563 |
| Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | F17 | 214.015 | 201.391 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | F18 | 37.105 | 21.183 |
| Leningen | F18 | 5.087 | 4.971 |
| Handels- en overige vorderingen | F20 | 17.019 | 16.339 |
| Uitgestelde belastingactiva | F21 | 91.772 | 90.530 |
| Vlottende activa | 2.189.731 | 1.961.069 | |
| Toegekende leningen | F18 | 4.960 | 5.933 |
| Voorraden | F19 | 1.235.107 | 1.106.259 |
| Handels- en overige vorderingen | F20 | 788.377 | 716.405 |
| Terug te vorderen belastingen Financiële activa beschikbaar voor verkoop |
F18 | 29.861 3 |
33.227 0 |
| Kas en kasequivalenten | F22 | 131.427 | 99.245 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 3.667.899 | 3.512.297 | |
| Eigen vermogen | 1.805.805 | 1.723.428 | |
| Eigen vermogen van de groep | 1.751.664 | 1.677.141 | |
| Kapitaal en uitgiftepremies | 502.862 | 502.862 | |
| Overgedragen resultaten en reserves | 1.577.658 | 1.647.378 | |
| Omrekeningsverschillen en overige reserves | F23 | -102.020 | -167.438 |
| Eigen aandelen (-) | -226.836 | -305.661 | |
| Minderheidsbelangen | 54.141 | 46.287 | |
| Verplichtingen op meer dan één jaar | 422.446 | 439.054 | |
| Voorzieningen voor personeelsvoordelen | F27 | 258.975 | 267.837 |
| Financiële schulden | F24 | 2.861 | 26.396 |
| Handels- en overige schulden | F25 | 13.922 | 12.908 |
| Uitgestelde belastingpassiva | F21 | 36.417 | 28.164 |
| Voorzieningen | F29, F30 | 110.271 | 103.749 |
| Verplichtingen op ten hoogste één jaar | 1.439.648 | 1.349.814 | |
| Financiële schulden | F24 | 351.047 | 287.839 |
| Handels- en overige schulden | F25 | 1.022.363 | 966.767 |
| Te betalen belastingen | 35.519 | 64.697 | |
| Voorzieningen | F29, F30 | 30.719 | 30.511 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 3.667.899 | 3.512.297 |
De begeleidende toelichtingen op de pagina's 54 tot 117 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde fi nanciële rekeningen.
(EUR duizend)
| Aandeel van de Groep | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Omrekenings | ||||||
| Kapitaal en | Overge | verschillen | Minder | Totaal | ||
| uitgifte | dragen | en overige | Eigen | heids | eigen | |
| premies | resultaten | reserves | aandelen | belangen | vermogen | |
| Begin van het vorige boekjaar | 502.862 | 1.461.047 | -43.620 | -252.760 | 54.179 | 1.721.707 |
| Resultaat van de periode | 233.444 | 4.457 | 237.901 | |||
| Componenten van niet-gerealiseerde resultaten | -57.183 | -2.543 | -59.726 | |||
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 233.444 | -57.183 | 1.914 | 178.175 | ||
| voor de periode | ||||||
| Bewegingen in reserves voor op aandelen | 5.325 | 5.325 | ||||
| gebaseerde vergoedingen | ||||||
| Kapitaalsverhoging | 6.283 | 6.283 | ||||
| Dividenden | -122.929 | -6.882 | -129.810 | |||
| Overboekingen | 6.542 | -6.542 | 0 | |||
| Wijzigingen in eigen aandelen | 25.924 | 25.924 | ||||
| Perimeterwijzigingen | -444 | -1.357 | -1.801 | |||
| Per einde van het vorige boekjaar | 502.862 | 1.577.658 | -102.020 | -226.832 | 54.141 | 1.805.805 |
| Resultaat van de periode | 179.030 | 5.749 | 184.779 | |||
| Componenten van niet-gerealiseerde resultaten | -66.921 | -5.225 | -72.146 | |||
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode |
179.030 | -66.921 | 524 | 112.633 | ||
| Bewegingen in reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen |
4.337 | 4.337 | ||||
| Kapitaalsverhoging | ||||||
| Kapitaalvermindering | -5.848 | -5.848 | ||||
| Wijzigingen in boekhoudkundige regels | 525 | -1.296 | -771 | |||
| Dividenden | -111.373 | -3.764 | -115.137 | |||
| Overboekingen | 1.538 | -1.538 | 0 | |||
| Wijzigingen eigen aandelen | -78.825 | -78.825 | ||||
| Andere wijzigingen | 112 | 112 | ||||
| Perimeterwijzigingen | 1.121 | 1.121 | ||||
| Per einde van het jaar | 502.862 | 1.647.378 | -167.438 | -305.661 | 46.287 | 1.723.428 |
De wettelijke reserve van EUR 50.000 duizend, die inbegrepen is in de overgedragen winst, is niet beschikbaar voor uitkering.
Het aandelenkapitaal van de Groep op 31 december 2013 bestond uit 120.000.000 aandelen zonder nominale waarde.
IAS 19 (herzien) over personeelsbeloningen is van toepassing voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2013 en werd door Umicore niet vroegtijdig toegepast. Op basis van berekeningen van de actuarissen werd beslist dat de impact van IAS 19 (herzien) niet materieel is. Hierdoor werd de impact van EUR 0,7 miljoen in de staat van mutaties in het eigen vermogen in 2013 opgenomen maar werd deze van 2012 niet herwerkt.
De perimeterwijziging in de minderheidsbelangen is gekoppeld aan de verkoop van Foshan (China).
De begeleidende toelichtingen op de pagina's 54 tot 117 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde fi nanciële rekeningen.
| Umicore Jaarverslag 2013 Geconsolideerde kasstromentabel (EUR duizend) Toelichting 2012 2013 Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 237.905 184.779 Resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode -22.218 511 Aanpassing voor niet-kastransacties F34 166.220 188.618 Aanpassing voor elementen die afzonderlijk vermeld of F34 64.922 51.811 geklasseerd moeten worden onder de investerings- of fi nancieringskasstromen Wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal F34 34.060 96.873 Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 480.889 522.592 Ontvangen dividenden 27.015 15.249 Belastingen betaald in de loop van het boekjaar -93.788 -37.556 Ontvangen kapitaalsubsidies 1.394 485 KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN F34 415.509 500.770 Verwerving van materiële vaste activa F16 -227.770 -266.741 Verwerving van immateriële vaste activa F14 -25.688 -26.970 Verwerving van nieuwe dochterondernemingen (na aftrek van hun liquide middelen) -11.180 -21.968 Verwerving / kapitaalverhoging van ondernemingen opgenomen volgens de -116 -7.573 vermogensmutatiemethode Verwerving van extra aandelen in dochterondernemingen -1.181 0 Verwerving van fi nanciële vaste activa F18 -70 -173 Nieuwe toegekende leningen F18 -7.531 -1.158 Subtotaal van de verwervingen -273.535 -324.583 Overdracht van materiële vaste activa 2.937 7.800 Overdracht van immateriële vaste activa 28 1.874 Overdracht van dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen 2.062 11 (na aftrek van hun liquide middelen) Kapitaalvermindering van geassocieerde ondernemingen 2.409 0 Overdracht van fi nanciële vaste activa 489 14 Afl ossing van leningen F18 381 7 Subtotaal van de overdrachten 8.306 9.706 KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN F34 -265.229 -314.877 Kapitaalverhoging minderheden 5.483 -5.848 Verkoop (aankoop) van eigen aandelen 25.924 -78.825 Ontvangen interesten 2.916 4.035 Betaalde interesten -15.950 -6.607 Nieuwe leningen (afl ossing) -16.793 -38.547 Dividenden uitgekeerd aan Umicore-aandeelhouders -122.468 -111.427 Dividenden uitgekeerd aan minderheidsaandeelhouders -6.881 -3.764 KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN F34 -127.769 -240.983 Invloed van de wisselkoers op de aangehouden liquide middelen 8.271 22.415 NETTOKAS EN - KASEQUIVALENTEN UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN 30.783 -32.675 Nettokas en -kasequivalenten bij het begin van het boekjaar F22 100.205 130.988 Nettokas en -kasequivalenten op het einde van het boekjaar F22 130.989 98.313 waarvan kas en kasequivalenten 131.427 99.245 |
|||
|---|---|---|---|
| waarvan krediet op bankrekeningen | -438 | -932 |
De begeleidende toelichtingen op de pagina's 54 tot 117 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde fi nanciële rekeningen.
De geconsolideerde jaarrekening voor de periode eindigend op 31 december 2013 en het jaarverslag, opgesteld in overeenstemming met artikel 119 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en opgenomen op de pagina's 1 tot 118, werd voor publicatie goedgekeurd door de Raad Van Bestuur van 13 maart 2014. De jaarrekening werd voorbereid overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen voor het opmaken van geconsolideerde jaarrekeningen van Belgische bedrijven. Ze bevat de rekeningen van de onderneming, van haar dochterondernemingen en van haar belangen in ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
De Groep presenteert de geconsolideerde jaarrekening volgens alle Internationale Financiële Rapporteringstandaarden (IFRS) zoals voorgeschreven door de Europese Unie (EU).
De geconsolideerde fi nanciële staten worden uitgedrukt in duizenden euro, afgerond op het dichtste duizendtal, en werden opgemaakt op basis van het principe van de historische kost, met uitzondering van de onderdelen gewaardeerd aan reële waarde.
Umicore past de integrale consolidatie toe voor haar dochterondernemingen, met name die entiteiten die de onderneming controleert, en waarvoor ze in staat is om het fi nanciële en operationele beleid te sturen en de voordelen ervan te verwerven. Men vermoedt dat er controle is wanneer Umicore rechtstreeks of onrechtstreeks via andere dochterondernemingen meer dan 50% van de stemrechten bezit.
Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de controle overgedragen wordt aan de Groep en worden niet langer geconsolideerd vanaf de datum waarop deze controle ophoudt te bestaan.
Toelichting F5 geeft een overzicht van de dochterondernemingen van de Groep op balansdatum.
Een overname wordt geboekt volgens de overnamemethode. De activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van het overgenomen bedrijf worden gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. De kost van een overname wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de afgestane activa, de uitgegeven aandelen of de aangegane verplichtingen op de overnamedatum, vermeerderd met kosten die direct toerekenbaar zijn aan de overname. Het bedrag waarmee de kost van een overname het belang van de Groep in de reële waarde van de netto-activa van de dochteronderneming overschrijdt, wordt geboekt als goodwill (zie punt 2.6, immateriële vaste activa). Indien het belang van de Groep in de reële waarde van de netto-activa hoger is dan de kost van de overname, wordt dit verschil onmiddellijk als een winst in de resultatenrekening opgenomen.
Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, behalve wanneer een verlies een indicatie is tot een bijzondere waardevermindering. Indien noodzakelijk werden de waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om de samenhang te garanderen met de principes aangenomen door de Umicore Groep.
In een geassocieerde onderneming heeft de Groep een betekenisvolle invloed op het fi nanciële en operationele beleid, maar geen controle. Dit wordt in het algemeen aangetoond door het bezit van 20 tot 50% van de stemgerechtigde aandelen. Een joint venture is een contractuele overeenkomst waarbij de onderneming en andere partijen rechtstreeks of onrechtstreeks een economische activiteit opzetten die zij gezamenlijk controleren.
Zowel geassocieerde ondernemingen als joint ventures worden in de consolidatie opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens deze methode wordt het aandeel van de Groep in de winsten of verliezen na de overname opgenomen in de resultatenrekening en wordt het aandeel in de bewegingen van de reserves na de overname opgenomen in de reserves.
De participaties van de onderneming in geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvatten ook de goodwill op hun overnames, verminderd met de gecumuleerde waardeverminderingen.
Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de onderneming en haar geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden geëlimineerd ten belope van het belang van de onderneming in de geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij de transactie een indicatie levert voor een bijzondere waardevermindering.
Investeringen in ondernemingen die niet geconsolideerd worden via de vermogensmutatiemethode of via de integrale consolidatie, worden opgenomen als fi nanciële activa beschikbaar voor verkoop.
Toelichting F17 geeft een lijst van de belangrijkste geassocieerde ondernemingen en joint ventures van de Groep op balansdatum.
Toelichting F7 toont de segmentinformatie van de Groep, in lijn met IFRS 8. Umicore is georganiseerd in business units. Onder IFRS 8 zijn de operationele segmenten van Umicore ingedeeld naar hun groeidomeinen op gebied van Catalysis, Energy Materials, Performance Materials en Recycling.
Het segment Catalysis produceert zowel autokatalysatoren voor emissiecontrole bij lichte en zware gebruiksvoertuigen als katalysatoren gebruikt bij chemische processen in de chemiesector en de sector van life sciences. Deze katalysatoren zijn vooral gebaseerd op pgm-metalen.
Het segment Energy Materials is vooral gericht op materialen die gebruikt worden enerzijds in de groeiende markt van herlaadbare batterijen voor zowel draagbare elektronicatoepassingen als voor hybride elektrische voertuigen en anderzijds in de markt van zonne-energie. De producten zijn voornamelijk gebaseerd op kobalt, germanium en indium.
Het segment Recycling wint een groot aantal edele en andere metalen terug uit een brede waaier van afvalstromen en industriële residuen. De Recyclingoperaties omvatten ook de productie van materialen voor de juwelenindustrie (inclusief recyclage-diensten) en de recyclage van herlaadbare batterijen.
Het segment Performance Materials bestaat uit een breed portfolio voor verschillende industrieën zoals de bouw- en automobielindustrie en voor elektriciteits- en elektronicatoepassingen. Al deze activiteiten gebruiken edele metalen of zink om de specifi eke eigenschappen van de producten te verbeteren.
De wijze waarop de operationele segmenten worden gerapporteerd is consistent met de interne rapportering aan de Raad van Bestuur en aan het Directiecomité. Het Directiecomité evalueert de prestatie van de operationele segmenten hoofdzakelijk op basis van het resultaat voor interesten en belastingen (EBIT), het aangewend kapitaal en het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).
De resultaten van het segment, de activa en passiva bevatten elementen die direct aan het segment kunnen toegewezen worden, of er op een redelijke wijze aan kunnen toegewezen worden.
De prijszetting van verkopen tussen de segmenten is gebaseerd op marktconforme transferprijzen. Indien onvoldoende marktreferenties beschikbaar zijn wordt een 'kost-plus' mechanisme toegepast. De verbonden ondernemingen worden toegevoegd aan die segmenten waarmee hun activiteit het beste overeenstemt.
Een geografi sch segment levert goederen en diensten binnen een bepaalde economische omgeving waarvan het rendements- en risicoprofi el verschillend is van segmenten die in andere geografi sche omgevingen actief zijn.
Op balansdatum was er binnen de Umicore Groep geen enkele dochteronderneming die haar fi nanciële verslaggeving opstelde in de valuta van een economie met hyperinfl atie.
Functionele munt: de posten in de fi nanciële staten van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt. De geconsolideerde fi nanciële staten worden opgesteld in euro, de functionele munt van de moederonderneming. Voor de consolidatie van de Groep en al haar dochterondernemingen worden de jaarrekeningen van de individuele ondernemingen als volgt omgerekend:
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de wisselkoers op het einde van de periode, worden geboekt als deel van het eigen vermogen onder 'Omrekeningsverschillen'.
Wanneer een buitenlandse activiteit gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld of verkocht, worden wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, erkend in de resultatenrekening.
Goodwill en alle aanpassingen van de boekwaarden van activa en verplichtingen aan de reële waarde, die voortvloeien uit de overname van een buitenlandse entiteit, worden verwerkt als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden bijgevolg omgerekend op basis van de slotkoers.
Transacties in vreemde valuta worden geboekt in de functionele munt van elke entiteit tegen de wisselkoersen die van kracht zijn op de datum van de afsluiting van de transacties. De datum van de afsluiting van de transactie is de datum waarop de transactie voor erkenning in aanmerking komt. Voor praktische redenen kan een wisselkoers worden gebruikt die kort aansluit bij de koers op de datum van de afsluiting van de transacties, bijvoorbeeld de gemiddelde koers van de week of de maand waarin de transacties voorkomen.
Vervolgens worden bij de jaarafsluiting alle monetaire activa en passiva gebaseerd op deze transacties in vreemde valuta, omgerekend tegen de slotkoers op het einde van de periode.
Winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties in vreemde valuta en uit de omrekening van monetaire activa en passiva in vreemde valuta, worden in de resultatenrekening opgenomen als een fi nancieel resultaat.
Om zich tegen bepaalde valutarisico's in te dekken heeft de onderneming een aantal termijncontracten afgesloten (zie verder punt 2.21, Financiële instrumenten).
Materiële vaste activa worden geboekt tegen historische kost verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en het toewijsbare gedeelte van de indirecte kosten die nodig waren om de activa bedrijfsklaar te maken.
Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan investeringen worden geactiveerd samen met de kost van de activa, in overeenstemming met IAS 23. Financieringskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan een investering worden ten laste genomen van het resultaat in de periode waarin ze ontstaan.
De lineaire afschrijvingsmethode wordt toegepast over de geschatte economische levensduur van de activa. De economische levensduur is de periode tijdens dewelke men verwacht de activa te gebruiken in de onderneming.
Herstellings- en onderhoudskosten worden ten laste genomen in de periode waarin ze werden uitgevoerd, indien ze niet bijdragen tot een verhoging van het toekomstige economische rendement van de activa. Zoniet worden ze beschouwd als een afzonderlijke component van de materiële vaste activa. Componenten van de materiële vaste activa zijn elementen die op regelmatige basis worden vervangen. Zij worden beschouwd als afzonderlijke activa, omdat hun economische levensduur verschilt van de materiële vaste activa waartoe zij behoren. De materiële vaste activa van Umicore, vaak complexe en gespecialiseerde industriële activa, hebben over het algemeen geen individuele restwaarde buiten de specifi eke omgeving van de operaties. Daarom wordt geen restwaarde in beschouwing genomen bij het bepalen van de afschrijfbare waarde.
Als standaardleidraad is de geschatte economische levensduur van de respectievelijke materiële activa als volgt gedefi nieerd:
| Terreinen | Niet afschrijfbaar |
|---|---|
| Gebouwen | |
| - Industriële gebouwen | 20 jaar |
| - Aanpassingen aan gebouwen | 10 jaar |
| - Andere gebouwen, zoals kantoren en laboratoria | 40 jaar |
| - Onroerend goed | 40 jaar |
| Installaties, machines en uitrustingen: | 10 jaar |
| - Ovens | 7 jaar |
| - Kleinere uitrustingen | 5 jaar |
| Meubilair en materieel: | |
| - Rollend materieel | 5 jaar |
| - Mobiel materieel voor intern transport | 7 jaar |
| - Informaticamaterieel | 3 tot 5 jaar |
| - Meubilair en kantoormaterieel | 5 tot 10 jaar |
Voor belangrijke nieuw aangekochte of gebouwde investeringen wordt de economische levensduur expliciet ingeschat op het moment van de investeringsaanvraag waarbij deze kan afwijken van bovenstaande standaarden.
Het management bepaalt de geschatte levensduur en gerelateerde afschrijvingen voor de materiële vaste activa. Ze gebruikt hiervoor standaardschattingen gebaseerd op een combinatie van fysieke duurzaamheid en ingeschatte industriële of productlevencyclussen. De geschatte levensduur kan in grote mate wijzigen ten gevolge van technische vernieuwingen, marktontwikkelingen en/of handelingen gesteld door de concurrentie. Het management zal ofwel de afschrijvingslast verhogen wanneer de levensduur korter is dan voordien werd ingeschat, ofwel zal zij technisch onbruikbare of niet-strategische activa, die verwijderd of verkocht zijn, volledig of gedeeltelijk afschrijven.
Uitgaven voor oprichting en kapitaalverhoging worden afgetrokken van het kapitaal.
Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identifi ceerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op de datum van de overname. Goodwill wordt geboekt aan kost verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
Goodwill van geassocieerde ondernemingen en joint ventures wordt in de balans opgenomen onder 'Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode', samen met de investering zelf.
Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroomgenererende eenheid. Op elke balansdatum wordt voor deze kasstroomgenererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Als de boekwaarde van de goodwill niet volledig recupereerbaar is, wordt de nodige waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Deze waardeverminderingen worden nooit teruggenomen.
Het overschot van het aandeel van de Groep in de reële waarde van de verworven identifi ceerbare netto-activa op het ogenblik van de overname tegenover de betaalde overnameprijs, wordt onmiddellijk in het resultaat opgenomen.
Onderzoekskosten met betrekking tot het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis en inzichten, worden ten laste van het resultaat genomen in de periode waarin ze werden gemaakt.
Ontwikkelingskosten worden gedefi nieerd als kosten voor het ontwerpen van nieuwe of aanzienlijk verbeterde producten en processen voorafgaand aan de commerciële productie of het gebruik. Ze worden geactiveerd als, onder andere, aan de volgende voorwaarden voldaan is:
• de immateriële activa zullen aanleiding geven tot toekomstige economische voordelen, of met andere woorden, het marktpotentieel is duidelijk aangetoond;
• de kosten met betrekking tot het proces of product kunnen duidelijk geïdentifi ceerd en betrouwbaar gewaardeerd worden.
Indien het moeilijk is om een duidelijk onderscheid te maken tussen onderzoeks- of ontwikkelingskosten, worden de kosten beschouwd als onderzoekskosten. Als ontwikkelingskosten geactiveerd worden, worden ze lineair afgeschreven over de periode van het verwachte voordeel.
In het kader van het Kyoto-protocol werd er een tweede emissieperiode geopend, voor de periode 2008-2012. De Vlaamse overheid heeft in dat kader emissierechten toegekend aan de Vlaamse sites van een aantal bedrijven, waaronder Umicore. Ieder jaar, op het einde van februari, wordt één vijfde van deze emissierechten overgedragen aan een offi cieel register. De overdracht van de emissierechten aan dit register leidt tot de activering in de immateriële activa, conform de richtlijnen van de Belgische Commissie voor boekhoudkundige normen.
Winsten die voortvloeien uit het erkennen van emissierechten aan reële waarde worden uitgesteld tot de certifi caten gebruikt worden. Emissierechten in eigendom zijn onderhevig aan een test op bijzondere waardeverminderingen maar worden niet afgeschreven. Als op een bepaalde afsluitingsdatum de marktwaarde lager is dan de boekwaarde wordt een waardevermindering geboekt. Op elke afsluitingsdatum maakt de Groep een schatting van het reële gebruik van de emissierechten voor de periode en erkent een voorziening voor de rechten die moet gestort worden aan de overheid. De last verbonden aan de bijzondere waardevermindering of de erkenning van deze provisies wordt volledig gecompenseerd in de resultatenrekening door het vrijmaken van de uitgestelde ontvangsten. Umicore beschikt over de noodzakelijke emissierechten om een normale werking van haar installaties toe te laten.
Alle volgende categorieën worden geboekt tegen historische kost, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen:
Leasing waarbij de onderneming vrijwel alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de betrokken activa overneemt, wordt beschouwd als fi nanciële leasing. Financiële leasingcontracten worden in de balans opgenomen aan de reële waarde op het moment van het aangaan van de leasingovereenkomst of, indien deze lager is, tegen de geschatte geactualiseerde waarde van de minimale leasingbetalingen, min gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
Elke afl ossing wordt deels beschouwd als terugbetaling van de leasingschuld, deels als interestbetaling in een verhouding die maakt dat er over de volledige looptijd een constante interestlast ontstaat in vergelijking met het openstaand kapitaal. De overeenkomstige huurschulden, exclusief de fi nanciële lasten, worden geboekt in de rubriek 'Overige langetermijnschulden'. Het interestgedeelte wordt over de termijn van de leasingperiode in de resultatenrekening opgenomen. Activa die het voorwerp uitmaken van fi nanciële leasing worden afgeschreven over de kortste termijn van hetzij de verwachte economische levensduur van deze activa, hetzij de duur van het leasingcontract.
Leasingovereenkomsten waarbij vrijwel alle wezenlijke voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de activa bij de verhuurder berusten, worden als operationele leasing beschouwd. Operationele leasingbetalingen of ontvangsten worden respectievelijk als een bedrijfskost of -opbrengst geboekt in de resultatenrekening op basis van de lineaire methode.
De Groep gaat over tot de leasing van metalen van en aan derden voor een specifi eke termijn waarvoor de Groep vergoedingen ontvangt of betaalt. Metaal-leasecontracten worden voornamelijk afgesloten voor periodes van minder dan één jaar. De leasing van metalen van en aan derden wordt gerapporteerd onder 'Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen'.
Alle bewegingen in fi nanciële activa beschikbaar voor verkoop, leningen en langetermijnvorderingen worden geboekt op de verhandelingsdatum.
Financiële activa beschikbaar voor verkoop worden gewaardeerd aan reële waarde. Ongerealiseerde winsten en verliezen uit veranderingen in de reële waarde van dergelijke activa worden opgenomen in het eigen vermogen als fi nanciële vaste activareserves. Wanneer de activa verkocht worden of wanneer er een bijzondere waardevermindering op deze activa dient opgenomen te worden, worden de in het eigen vermogen gecumuleerde aanpassingen voor de reële waarde opgenomen in de resultatenrekening als winst of verlies.
Financiële activa worden afgeboekt wanneer de rechten op kasstromen van investeringen tot een einde gekomen zijn of wanneer ze getransfereerd zijn en de Groep vrijwel alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom hiervan getransfereerd heeft.
Leningen en vorderingen worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Eigen aandelen worden afgetrokken van het kapitaal.
Voorraden worden geboekt tegen kostprijs of, indien die lager is, de netto realiseerbare waarde. De kostprijs omvat directe aankoop- of productiekosten en een toewijsbaar deel van de algemene kosten.
Voorraden worden opgesplitst in:
Basisproducten met metaaldekking zijn metaalhoudende producten waarbij Umicore blootgesteld is aan metaalprijsschommelingen en waarvoor Umicore een actief en structureel risicobeheer toepast teneinde de mogelijke negatieve effecten op de fi nanciële prestatie van de Groep tot een minimum te beperken. De metaalinhoud wordt gegroepeerd in categorieën die hun specifi eke aard en operationele toepassing weerspiegelen, zoals metaalvoorraden die permanent in gebruik zijn of metaalvoorraden die beschikbaar zijn voor commercieel gebruik. Afhankelijk van de metaalvoorraadcategorie, worden gepaste indekkingsmechanismen toegepast. Deze voorraden worden gewaardeerd met de methode van het gewogen gemiddelde, toegepast per voorraadcategorie.
Basisproducten zonder metaaldekking en verbruiksgoederen worden gewaardeerd volgens de methode van het gewogen gemiddelde.
Waardeverminderingen op voorraden worden geboekt in geval van lage voorraadrotatie en wanneer de nettoboekwaarde de marktwaarde overschrijdt, zijnde de geschatte verkoopprijs verminderd met de geschatte kosten voor afwerking en de geschatte kost noodzakelijk voor het afsluiten van een verkoop. Waardeverminderingen worden afzonderlijk vermeld.
Betaalde voorschotten zijn voorafbetalingen op contracten met leveranciers, waarbij de fysieke levering van het onderliggende goed nog niet heeft plaatsgevonden. Zij worden geboekt tegen nominale waarde.
Bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd volgens de methode van de 'winstname volgende vordering van de werken'.
Handelsvorderingen worden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs, d.i. aan de netto huidige waarde van de handelsvordering. Tenzij de impact van actualisatie materieel is, worden vorderingen aan nominale waarde geboekt en afgeschreven indien oninbaar. Alle afschrijven worden op aparte rekeningen gevolgd, en deze worden pas met de boekwaarde gecompenseerd als er geen kans meer is op recuperatie van de vordering.
Handelsvorderingen voor dewelke de risico's en de opbrengsten grotendeels getransfereerd werden, worden van de balans afgeboekt.
Reële waardewinsten uit afgeleide fi nanciële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige vorderingen.
Kasmiddelen omvatten de beschikbare geldmiddelen in contanten en uitstaande bedragen bij banken. Kasequivalenten zijn uiterst liquide kortetermijnbeleggingen die op elk ogenblik kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is, een looptijd hebben van maximum drie maanden en niet onderhevig zijn aan een materieel risico op waardeschommelingen.
Deze elementen worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde of afgeschreven kostprijs. Krediet op bankrekeningen bij de banken worden in de balans opgenomen als fi nanciële schulden op korte termijn.
Materiële vaste activa en andere vaste activa, met inbegrip van immateriële activa en fi nanciële activa niet aangehouden voor handelsdoeleinden, worden geëvalueerd op de noodzaak tot boeking van bijzondere waardeverminderingen indien bepaalde gebeurtenissen of veranderde omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde mogelijkerwijs niet kan gerecupereerd worden. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, moet de recupereerbare waarde van de activa geschat worden.
De recupereerbare waarde is de nettoverkoopprijs van de activa of, wanneer deze hoger is, de gebruikswaarde van de activa. Om de recupereerbare waarde van individuele activa te kunnen schatten, bepaalt de onderneming vaak de recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren.
Als de boekwaarde van de activa de recupereerbare waarde overschrijdt, dan wordt onmiddellijk een bijzondere waardevermindering als kost geboekt.
Bijzondere waardeverminderingen worden teruggenomen indien de reden voor de bijzondere waardeverminderingen geboekt voor activa of voor een kasstroomgenererende eenheid, niet langer bestaat of verminderd is. Een bijzondere waardevermindering wordt maximaal teruggenomen voor zover de boekwaarde van de activa niet groter wordt dan de theoretische nettoboekwaarde na afschrijving, bepaald alsof er in de voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering zou zijn opgenomen.
A. Herinkoop van eigen aandelen
Wanneer de onderneming een deel van haar eigen aandelen inkoopt, wordt de betaalde prijs, inclusief de toewijsbare nettotransactiekosten na belasting, afgetrokken van het eigen vermogen en opgenomen als 'Eigen aandelen'. Er wordt geen winst of verlies geboekt in de resultatenrekening bij aankoop, verkoop, uitgifte of vernietiging. Indien deze aandelen vervolgens verkocht of heruitgegeven worden, wordt elk ontvangen bedrag als eigen vermogen opgenomen.
Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identifi ceerbare activa en passiva die geboekt worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstige deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes.
In de resultatenrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de Groep apart van het geconsolideerd resultaat van de Groep getoond.
Voorzieningen worden aangelegd in de balans indien:
Een feitelijke verplichting is een verplichting die ontstaat uit de handelingen van een onderneming, waarbij deze door een consistent gedrag of door bepaalde gepubliceerde beleidsregels te kennen geeft dat zij bepaalde verantwoordelijkheden aanvaardt, en de onderneming als gevolg daarvan een terecht verwachtingspatroon gecreëerd heeft dat zij die verantwoordelijkheden daadwerkelijk zal opnemen.
Het bedrag opgenomen als voorziening is de best mogelijke schatting op het einde van de rapporteringsperiode van de uitgaven die vereist zijn om aan de bestaande verplichting te voldoen, rekening houdend met de waarschijnlijkheid van het mogelijke resultaat van de gebeurtenis. Indien de tijdswaarde van het geld belangrijk is, wordt als voorziening de huidige waarde genomen van de verwachte toekomstige vereiste uitgaven om aan de verplichting te voldoen. Het resultaat van de jaarlijkse heractualisatie van de voorzieningen, als ze verricht wordt, wordt opgenomen in de fi nanciële resultaten.
De belangrijkste types van voorzieningen zijn de volgende:
Milieuvoorzieningen zijn gebaseerd op wettelijke en feitelijke verplichtingen ten gevolge van gebeurtenissen uit het verleden, in overeenstemming met het milieubeleid van de onderneming en de geldende wettelijke verplichtingen. Het volledige bedrag van de geschatte verplichting wordt onmiddellijk opgenomen op het ogenblik dat de verplichting plaatsvindt. Wanneer de verplichting productiegerelateerd is, wordt de verplichting stapsgewijs opgenomen volgens het normaal gebruik/productieniveau.
Deze omvatten voorzieningen voor geschillen, verlieslatende contracten, garanties, risico's op fi nanciële deelnemingen en herstructureringen. Een voorziening voor herstructurering wordt opgenomen als de onderneming een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en als de herstructurering al gestart of publiek aangekondigd is voor het einde van de rapporteringsperiode. Elke herstructureringsvoorziening omvat enkel de directe uitgaven die voortvloeien uit de herstructurering, welke duidelijk afgebakend zijn en die geen verband houden met de lopende activiteiten van de onderneming. ken in de landen waar ze actief is. De programma's worden in principe via betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of apart beheerde fondsen gefi nancierd. Umicore | Jaarverslag 2013
Ze omvatten lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen, vakantiegeld, doorbetaling van loon bij ziekte, bonussen en verloningen in natura. Deze worden als kost geboekt in de betreffende periode. Alle kaderleden van de onderneming komen in aanmerking voor bonussen op basis van individuele prestaties en fi nanciële doelstellingen. Het bedrag van de bonus wordt ten laste genomen, op basis van een raming op het einde van de rapporteringsperiode.
De onderneming heeft verschillende pensioenprogramma's en programma's voor medische zorgverlening in overeenstemming met de voorwaarden en de praktij-
De onderneming neemt alle wettelijke en feitelijke verplichtingen in de boeken op, zowel op basis van de formele bepalingen van de 'te bereiken doel' plannen als van de eerder informele gewoonten van de onderneming.
Het bedrag dat opgenomen wordt in de balans is gebaseerd op actuariële berekeningen (op basis van de 'projected unit credit method') en vertegenwoordigt de huidige waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De voorzieningen worden verminderd met de reële waarde van de eventuele activa van het pensioenplan.
Niet-opgenomen pensioenkosten van verleden diensttijd resulteren uit de invoering van nieuwe toekomstige uitkeringsverplichtingen of wijzigingen aan de voordelen die betaalbaar zijn volgens het bestaande plan. De pensioenkosten van verleden diensttijd worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening sinds IAS 19 (herzien).
De actuariële winsten en verliezen resulteren uit verschillen tussen werkelijke en geschatte actuariële parameters zoals weerspiegeld in de jaarlijkse bijwerking van de actuariële berekeningen. Deze winsten en verliezen worden opgenomen via de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze ontstaan en ze worden opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als reserves voor personeelsvoordelen na uitdiensttreding.
De onderneming betaalt vaste bijdragen aan openbare of privéverzekeringsplannen. De betalingen worden ten laste genomen op het moment dat ze verschuldigd zijn en zijn als dusdanig opgenomen in de personeelskosten.
Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de 'te bereiken doel'-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.
Deze vergoedingen zijn verschuldigd als gevolg van de beslissing van de onderneming om het dienstverband van een werknemer te beëindigen vóór de normale pensioendatum of van de beslissing van een werknemer om in ruil voor deze vergoeding vrijwillig ontslag te nemen. Als ze redelijkerwijs voorspelbaar zijn, overeenkomstig de voorwaarden en praktijken in de landen waar de onderneming actief is, worden ook potentieel toekomstige verplichtingen opgenomen.
Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de 'te bereiken doel'-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.
Dankzij verschillende aandelenoptie- of aandelenprogramma's kunnen zowel de werknemers als het senior management van de onderneming aandelen van Umicore aankopen of verwerven. De optie- of aandelenuitoefeningsprijs is gelijk aan de marktprijs van de (onderliggende) aandelen op de datum van de toekenning. Als de opties uitgeoefend worden, worden aandelen komende van de bestaande voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld van de begunstigden. In beide gevallen wordt het kapitaal verhoogd met het bedrag van de ontvangen uitoefeningsprijs. Voor de aandelenprogramma's, worden aandelen uit de voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld aan de begunstigden.
De opties en de aandelen worden standaard verworven op de datum van de toekenning en hun reële waarde wordt opgenomen als een uitgave voor personeelsvoordelen met als tegenpost het eigen vermogen onder de vorm van reserves van de op aandelen gebaseerde vergoedingen. Voor de opties wordt de kost die moet geboekt worden, berekend door een actuaris die daarvoor een waarderingsmodel gebruikt dat rekening houdt met de karakteristieken van de aandelenopties, de volatiliteit van het onderliggende aandeel en het veronderstelde uitoefeningspatroon.
Zolang de verleende opties niet zijn uitgeoefend wordt hun waarde gerapporteerd onder de geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen van de Groep als 'reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen'. De waarde van de uitgeoefende opties gedurende de periode wordt getransfereerd naar 'overgedragen resultaten'.
De personeelsvoordelen worden geboekt als bedrijfsresultaat in de resultatenrekening, met uitzondering van interest en actualiseringsresultaten die opgenomen worden in de fi nanciële resultaten.
Alle bewegingen in fi nanciële schulden worden geboekt op de verhandelingsdatum.
Voor leningen worden de initieel ontvangen bedragen geboekt, verminderd met transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen nettowaarde na afschrijving, op basis van de effectieve interestmethode. De nettowaarde na afschrijving wordt berekend rekening houdend met alle uitgiftekosten en elke korting of premie op het moment van uitgifte. Alle verschillen tussen het geleende bedrag en de terugbetalingswaarde worden opgenomen in de resultatenrekening bij terugbetaling.
Handelsschulden worden geboekt aan kost na afschrijving, met andere woorden aan de netto actuele waarde van het te betalen bedrag. Tenzij de impact van actualisatie materieel is, wordt de nominale waarde genomen.
Reële waardeverliezen uit afgeleide fi nanciële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige schulden.
De belastingen op het resultaat van het boekjaar betreffen de effectieve belastingen alsook de latente belastingen. Deze belastingen worden berekend in overeenstemming met de belastingwetgeving die van toepassing is in elk land waar de onderneming actief is.
De effectieve belastingen omvatten deze die verschuldigd zijn op het belastbaar inkomen van het jaar, op basis van de belastingpercentages die gelden op het einde van de rapporteringsperiode, evenals elke herziening van de belastingen die verschuldigd (of terugbetaalbaar) zijn voor voorgaande jaren.
Latente belastingen worden berekend volgens de 'liability method', op tijdelijke verschillen die bestaan tussen enerzijds de fi scale waarde van de activa en passiva en anderzijds hun boekwaarde in de jaarrekening. Deze belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingpercentages die van kracht zijn op het einde van de rapporteringsperiode of toekomstige belastingpercentages indien formeel aangekondigd door de autoriteiten in het land waar de onderneming actief is.
Latente belastingactiva worden enkel geboekt als het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend.
Latente belastingactiva en -passiva worden gecompenseerd en netto voorgesteld enkel en alleen als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastinginstantie op dezelfde belastbare entiteit.
De opbrengsten uit de verkoop van goederen uit de verwerkingsactiviteiten worden opgenomen wanneer de belangrijkste voordelen en risico's inzake eigendom ten laste vallen van de koper en er niet langer onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding en de daaraan verbonden transactiekosten of de mogelijke teruggave van de goederen.
Opbrengsten uit raffi nage-activiteiten en de levering van diensten worden opgenomen in verhouding tot het niveau van de afwerking van de transactie, als dit op een betrouwbare manier kan gewaardeerd worden.
Overheidssubsidies worden aanvankelijk geboekt in de balans als over te dragen opbrengsten indien er een redelijke garantie is dat de subsidies ontvangen zullen worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies worden vervolgens in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als, en proportioneel aan, de te compenseren kosten.
De onderneming gebruikt afgeleide fi nanciële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen om de blootstelling aan negatieve schommelingen van wisselkoersen, metaalprijzen, rentevoeten en andere marktrisico's te beperken. De onderneming gebruikt voornamelijk spot- en termijncontracten voor de indekking van het metaal- en valutarisico en swapcontracten om het renterisico in te dekken. De transacties uitgevoerd op de termijnmarkt zijn niet van speculatieve aard.
Afgeleide fi nanciële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gebruikt om de reële waarde van de onderliggende ingedekte elementen (activa, passiva en vaste overeenkomsten) te beschermen. Deze worden oorspronkelijk aan reële waarde geboekt op de verhandelingsdatum.
Alle afgeleide fi nanciële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gewaardeerd op het einde van de rapporteringsperiode aan de reële waarde, volgens het marktwaardevergelijkingsmechanisme ('mark-to-market'). Alle winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening – als een bedrijfsresultaat – indien gerelateerd aan metaal en als een fi nancieel resultaat in alle andere gevallen.
Ingedekte elementen (vooral fysische vaste overeenkomsten en commerciële voorraad) worden ook gewaardeerd aan reële waarde wanneer 'hedge accounting' kan gedocumenteerd worden in overeenstemming met de IAS 39-criteria.
In de afwezigheid van het verkrijgen van 'hedge accounting' bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de ingedekte elementen aan kost opgenomen en vervolgens onderworpen aan de waarderingsregels die van toepassing zijn voor gelijkaardige niet-ingedekte elementen, o.a. de waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor wat de voorraden betreft, of het boeken van voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de fysieke vaste overeenkomsten (zie hoofdstuk 2.22 IAS 39- impact).
Wanneer er een consistente praktijk bestaat bij een dochteronderneming of een kasstroomgenererende eenheid van de Groep om het onderliggende item geleverd te krijgen om het terug te verkopen op korte termijn met als doel een winst te realiseren op basis van de kortetermijnschommelingen in de prijs of de handelsmarges, dan worden in die gevallen de voorraden gewaardeerd aan reële waarde via de resultatenrekening en worden de verbonden fysieke en/of handelsgoederen engagementen geklasseerd als afgeleide fi nanciële instrumenten eveneens met een waardering aan reële waarde via de resultatenrekening.
Afgeleide fi nanciële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen die gebruikt worden voor de indekking van toekomstige kasstromen, worden toegewezen als indekkingen te behandelen onder 'cash fl ow hedge accounting'. Wijzigingen in de reële waarde van de indekkingsinstrumenten die voldoen als effectieve kasstroomindekkingen, worden opgenomen in het eigen vermogen van de Groep. Dit gebeurt onder de vorm van kasstroomindekkingsreserves totdat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen (d.i. een invloed hebben op de resultatenrekening). Op dat moment worden de opgenomen winsten en verliezen van de indekkingsinstrumenten getransfereerd van eigen vermogen naar de resultatenrekening.
Als de ingedekte transacties niet meer waarschijnlijk zijn of wanneer de dekkingsoperaties geen voorwerp meer hebben, dan worden de hieraan verbonden hedginginstrumenten onmiddellijk stopgezet en worden alle winsten of verliezen, initieel opgenomen in het eigen vermogen onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.
In afwezigheid van het verkrijgen van 'hedge accounting' bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de wijzigingen in reële waarde van de hedgingelementen in de resultatenrekening opgenomen in plaats van in het eigen vermogen en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen (zie ook paragraaf 2.22 IAS 39-impact).
Uitvoerende contracten ('basiscontract') bevatten soms besloten derivaten. Besloten derivaten veroorzaken dat sommige of alle kasstromen die anders kunnen verwacht worden van het basiscontract, worden gewijzigd in functie van een specifi eke rentevoet, de prijs van een fi nancieel instrument, de prijs van een handelsgoed, een wisselkoersprijs of andere variabelen. Als het vaststaat dat dergelijk besloten derivaat niet dicht verbonden is met het basiscontract, dan wordt het afgezonderd van het basiscontract onder de regels van IAS 39 (reële waarde via resultatenrekening). Het basiscontract wordt geboekt volgens de regels van de uitvoerende contracten, wat wil zeggen dat dergelijk contract niet wordt erkend in de balans of de resultatenrekening voor de contractuele levering plaatsvindt (zie ook hoofdstuk 2.22 IAS 39-impact).
Bevat niet-recurrente elementen voornamelijk met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, bijzondere waardeverminderingen van activa en andere kosten en opbrengsten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming.
De IAS 39-impact heeft betrekking op de tijdsverschillen (zonder invloed op de kasstromen) in het boeken van inkomsten als gevolg van het niet toepassen of het niet kunnen bekomen van IAS 39 'hedge accounting' op:
Alle activiteiten van de Groep zijn blootgesteld aan verschillende risico's, waaronder metaalprijsschommelingen, de wisselkoersen, bepaalde marktgedefi nieerde commerciële voorwaarden, en rentevoeten alsook krediet- en liquiditeitrisico's. Het globale risicobeheer van de Groep tracht de negatieve invloed op de fi nanciële resultaten van de Groep tot een minimum te beperken, door deze risico's in te dekken met fi nanciële en verzekeringsinstrumenten.
Het wisselkoersrisico waaraan Umicore blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele, transactionele en omrekeningsrisico's.
De inkomsten van Umicore zijn gedeeltelijk in USD uitgedrukt, alhoewel vele activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (voornamelijk in Europa en Azië). Elke wijziging in de USD-wisselkoers versus EUR of andere deviezen die niet aan de USD gekoppeld zijn, heeft daardoor een invloed op de resultaten van de onderneming. Het grootste deel van deze blootstelling aan de wisselkoers vloeit voort uit de in USD uitgedrukte metaalprijzen, die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen.
Umicore heeft een beleid om zich tegen haar structurele wisselkoersblootstelling op termijn in te dekken, zij het in combinatie met de indekking tegen de structurele metaalprijsblootstelling of geïsoleerd, wanneer de wisselkoersen of de in EUR uitgedrukte metaalprijzen boven het historische gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden.
Bij de huidig geldende wisselkoersen op het einde van 2013 bestaat een blootstelling aan de USD die niet gerelateerd is aan de metaalprijzen. Op het einde van 2013, gaf iedere stijging van 1 US dollarcent ten opzichte van de euro naar schatting een stijging van iets meer dan EUR 1 miljoen in inkomsten en operationeel resultaat op jaarbasis. Gelijkaardig heeft een daling met 1 US dollarcent ten opzichte van de euro een daling van dezelfde omvang op jaarbasis.
Deze gevoeligheden zijn als kortetermijnleidraad op te vatten en zijn enigszins theoretisch, aangezien het wisselkoersniveau vaak een zware invloed heeft
op wijzigingen in commerciële voorwaarden die in USD worden onderhandeld en op elementen die Umicore niet zelf in handen heeft, zoals de invloed die de USD-wisselkoers op in USD uitgedrukte metaalprijzen zou kunnen hebben. Deze bewegingen hebben een invloed op de resultaten van Umicore (zie metaalprijsrisico hieronder). In mindere mate is er ook een gevoeligheid tegenover enkele andere deviezen zoals de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese yuan en de Zuid-Afrikaanse rand.
Umicore heeft enkele structurele wisselkoersindekkingen die gerelateerd zijn met niet-metaalprijsgerelateerde wisselkoerssensitiviteit, EUR/NOK en USD/ NOK contracten bij Umicore Noorwegen, USD/KRW transacties bij Umicore Zuid-Korea en EUR/ZAR bij Umicore AG & Co KG in Duitsland.
Het bedrijf is ook onderhevig aan transactionele risico's met betrekking tot deviezen, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs met de klant of leverancier wordt bepaald en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Umicore dekt zich systematisch in tegen dergelijke transactionele risico's, voornamelijk via termijncontracten.
Umicore is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in EUR rapporteren. Wanneer dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, is het omgerekende bedrag blootgesteld aan waardeschommelingen van zulke lokale valuta's ten opzichte van de EUR. Het betreft voornamelijk de Amerikaanse dollar, de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese yuan en de Zuid-Afrikaanse rand. In principe dekt Umicore zich niet in tegen dit soort risico.
Umicore's metaalprijsrisico kan opgedeeld worden in 3 categorieën: structureel risico, transactioneel risico en risico op metaalvoorraden.
Umicore is blootgesteld aan structurele metaalprijsrisico's. Die risico's vloeien voornamelijk voort uit de metaalprijzen die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen of andere inkomstenelementen die afhangen van de metaalprijzen. Het beleid van Umicore laat toe om dergelijke blootstelling aan metaalprijzen op termijn in te dekken wanneer de forward-metaalprijzen uitgedrukt in de functionele wisselkoers van de desbetreffende activiteit boven hun historisch gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden. In welke mate het metaalprijsrisico op termijn ingedekt kan worden hangt af van de liquiditeit van de desbetreffende markten.
In het segment Recycling, recycleert de Groep voornamelijk platina, palladium, rhodium, goud en zilver en andere basis- en speciale metalen. In dit segment is de gevoeligheid op de korte termijn van inkomsten en operationele resultaten aan metaalkoersen belangrijk. Gezien de variabiliteit in het soort aangevoerde materialen in de loop der jaren, blijft het moeilijk om een specifi eke sensitiviteit uit te drukken voor één welbepaald metaal. In het algemeen geldt dat hogere prijzen in een stijging van de inkomsten in het Recycling segment resulteren. Umicore bezit ook een metaalprijssensitiviteit die vooral gelinkt is aan verschillende verwerkings- of raffi nage-activiteiten die werken binnen haar andere segmenten (Catalysis, Energy Materials en Performance Materials). Deze sensitiviteit is vooral gerelateerd aan recyclage- en raffi nageduur van metalen in elke activiteit – hoofdzakelijk kobalt, goud, platinagroepmetalen en zink. Over het algemeen draagt een hogere metaalprijs bij tot voordelen op korte termijn voor de winstgevendheid van elke activiteit. Nochtans, andere commerciële voorwaarden die grotendeels onafhankelijk zijn van de metaalprijs, zoals productpremies, zijn evenzeer signifi cant en onafhankelijk bepalend voor de opbrengsten en de resultaten.
Umicore dekt een deel van haar toekomstige blootstelling aan forward metaalkoersen in, en dit voor sommige metalen die genoteerd zijn op termijnmarkten en voor zover toekomstige op de metaalprijs gebaseerde inkomsten uit gekende en gedocumenteerde commerciële overeenkomsten kunnen aangetoond worden. In voorgaande jaren heeft Umicore reeds een deel van haar blootstelling van 2014 ingedekt. Door meer inzicht in de toekomstige commerciële overeenkomsten, heeft Umicore in 2013 zulke dekkingsovereenkomsten verder aangegaan, ter indekking van prijsrisico's voor 2014 en 2015. Deze contracten zijn vooral verbonden met de terugwinning van palladium, goud, zilver en koper.
De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico's op aangekochte en verkochte metalen.
De meerderheid van de transacties in metalen gebruiken wereldwijde marktreferenties zoals deze van de London Metal Exchange. Als de onderliggende metaalprijs constant zou blijven, dan zou de prijs die Umicore betaalt voor het metaal in de grondstoffen terug aan de klant worden doorgerekend als een deel van de verkoopprijs. Gezien de tijd die nodig is voor de conversie van aangekochte grondstoffen tot eindproducten en de verkoop ervan, zal de volatiliteit in de metaalkoers die als referentie dient, verschillen doen ontstaan tussen de aankoopprijs van de metalen en de verkoopprijs. Er is dus een transactioneel risico ingevolge elke prijswijziging tussen het moment waarop grondstoffen worden aangekocht (meer specifi ek, wanneer de aankoopprijs wordt gefi xeerd) en het moment waarop producten worden verkocht (meer bepaald, wanneer de verkoopprijs wordt gefi xeerd).
Het beleid van de Groep bestaat er in om dit transactioneel risico zo veel mogelijk in te dekken, voornamelijk met termijnoperaties.
De Groep is blootgesteld aan metaalkoersrisico's op de permanente metaalvoorraden. Het risico heeft te maken met de kans dat metaalkoersen dalen tot onder de boekwaarde van deze voorraden. Umicore dekt zich niet in tegen dit risico.
De blootstelling van de Groep aan de rentevoetschommelingen houdt verband met de verplichtingen in het kader van de fi nanciële schulden van de Groep. Eind december 2013 bedroeg de netto fi nanciële schuld van de Groep EUR 313 miljoen, waarvan 26 miljoen met een vaste rentevoet. In januari 2013 heeft de Groep een rentevoetswap aangegaan, en daarmee de interestvoet gefi xeerd voor EUR 150 miljoen.
Kredietrisico is het risico op wanbetalingen door eender welke tegenpartij, met betrekking tot de verkoop van goederen of metaalleasingoperaties. Om de kredietblootstelling te beheren, heeft Umicore een kredietbeleid opgesteld met aanvragen voor kredietlimieten, goedkeuringsprocedures, ononderbroken toezicht van de kredietblootstelling en aanmaningsprocedures in het geval van uitstel.
Het kredietrisico ten gevolge van verkopen is tot een bepaalde grens ingedekt via kredietverzekeringen, accreditieven of andere gelijkaardige betalingswijzen. Hiervoor werd één wereldwijd kredietverzekeringscontract aangegaan. Dit contract beschermt de maatschappijen van de Groep tegen insolventie, politieke en commerciële risico's met een individualiseerbare franchise van 5% per factuur. De jaarlijkse globale maximale schadeloosstelling beloopt EUR 20 miljoen.
Umicore heeft bepaald dat in een aantal gevallen waar de kredietverzekeringskosten onevenredig zijn met het risico dat verzekerd moet worden, geen dergelijke wereldwijde kredietverzekeringsindekking gezocht wordt. Voor deze bedrijven, gekarakteriseerd door een signifi cante klantenconcentratie of door een specifi eke en nauwe band met de klanten, kunnen specifi eke verzekeringscontracten afgesloten worden voor een bepaalde tijdspanne.
Er valt op te merken dat enkele omvangrijke transacties, zoals de verkoop van edele metalen door de business group Recycling, een beperkt kredietrisico hebben, aangezien het een gangbare praktijk is om te betalen vóór levering.
Met betrekking tot het risico tegenover fi nanciële instellingen zoals banken en brokers, past Umicore ook interne kredietlijnen toe. Er worden specifi eke limieten gesteld, per fi nancieel instrument, die de diverse risico's moeten indekken die verbonden zijn aan het handelen met deze tegenpartijen.
Liquiditeitsrisico wordt behandeld door een voldoende mate van gediversifi eerde fi nancieringsbronnen aan te houden. Deze bevatten vastgelegde en niet vastgelegde bilaterale bankfaciliteiten op korte termijn, twee gesyndiceerde bankfaciliteiten op middellange termijn, en een 'commercial paper'- programma (met een bovengrens van EUR 300 miljoen).
De belastinglast opgenomen in de fi nanciële rapportering is gebaseerd op de door de Groep naar best vermogen berekende belastingschuld. De defi nitieve belastingschuld komt evenwel slechts vast te staan nadat er belastingcontroles hebben plaatsgevonden. Tot op dat moment hangt er een zekere graad van onzekerheid over de uiteindelijke belastingschuld van deze periode. Het Groepsbeleid is er op gericht om belastingaangiftes binnen de wettelijke termijnen in te dienen en om belastingadministraties tegemoet te komen door te verzekeren dat de belastingposities van de Groep getrouw en actueel zijn en dat alle verschillen in interpretatie van de fi scale wetgeving en regelgeving zo snel mogelijk besproken en opgelost worden. Rekening houdend met de omvang en het internationale karakter van de Groepsactiviteiten en zoals het geval is voor andere internationale bedrijven, vormen BTW, andere omzetbelastingen en intra-groepverrekenprijzen een inherent belastingrisico voor de Groep. Wijzigingen in de belastingwetgeving of in de toepassing ervan inzake verrekenprijzen, BTW, buitenlandse dividenden, O&O-belastingkredieten en belastingverminderingen kunnen mogelijkerwijze de werkelijke belastingvoet verhogen en de fi nanciële resultaten van de Groep ongunstig beïnvloeden.
In het beheer van haar middelen zal de Groep de continuïteit van de bedrijfsvoering bewaren, de rentabiliteit voor de aandeelhouders en de belangen van de andere belanghebbenden onderhouden en een optimale kapitaalstructuur hanteren om zo de kapitaalkost te verminderen.
Om de kapitaalstructuur te handhaven of aan te passen, kan de Groep bijvoordeeld de dividenden uitbetaald aan de aandeelhouders aanpassen, kapitaal uitkeren aan de aandeelhouders, eigen aandelen inkopen of nieuwe aandelen uitgeven.
De Groep controleert haar kapitaalstructuur door onder meer de 'hefboomratio' te hanteren. Deze ratio wordt berekend door de netto fi nanciële schuld te delen door de som van de netto fi nanciële schuld en het totaal eigen vermogen van de Groep. De netto fi nanciële schuld wordt berekend als de som van de fi nanciële schulden op lange termijn en de fi nanciële schulden op korte termijn, verminderd met de kas en kasequivalenten en leningen toegekend in een nietoperationele context. De cijfers voor de gepresenteerde periodes worden gedetailleerd in de toelichting F24 Financiële schulden.
In normale bedrijfsomstandigheden zal de Groep streven naar een kapitaalsstruktuur die overeenstemt met een voor investeringen aantrekkelijke kredietwaardigheidscore ('investment grade'). De Groep kan overwegen om de hiermee overeenstemmende schuldgraad tijdelijk te overschrijden in het kader van een bijzonder gebeurtenis, zoals een belangrijke acquisitie.
Umicore is blootgesteld aan diverse strategische en operationele risico's, die niet noodzakelijk een fi nancieel karakter hebben, maar die niettemin de fi nanciële prestatie van de Groep kunnen schaden. Het betreft bevoorradingsrisico's, technologische risico's, en het risico van productsubstitutie bij klanten. We verwijzen naar de pagina's 165 tot 168 over risicobeheer in het hoofdstuk over Corporate Governance voor een beschrijving van deze risico's en een overzicht van de wijze waarop Umicore deze risico's benadert.
De gebruikte schattingen en beoordelingen bij de opstelling en de toepassing van de fi nanciële verslagen van de geconsolideerde Groep worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op ervaringshistorieken en andere elementen. Toekomstige gebeurtenissen die een fi nanciële impact kunnen hebben op de entiteit en voorzover die onder de gegeven omstandigheden aannemelijk lijken zijn hierin inbegrepen. De geschatte resultaten die hieruit voortvloeien zijn per defi nitie dan ook maar zelden identiek aan de actuele resultaten.
Hypotheses en inschattingen worden onder andere gemaakt bij:
Hieronder worden de inschattingen en beoordelingen vermeld die een betekenisvolle kans hebben om tijdens het volgende boekjaar een materiele aanpassing in de waarde van de activa en passiva te veroorzaken.
De recupereerbare waarde van de kasstroom genererende activiteiten werd bepaald als de hoogste van de reële waarde van de activa verminderd met de realisatiekosten of hun gebruikswaarde in overeenstemming met de waarderingsregels. Deze berekeningen, waardeverminderingstesten, vereisen het gebruik van schattingen en hypotheses zoals verdisconteringvoeten, wisselkoersen, prijzen van eenheidsproducten, toekomstige kapitaalbehoeften en de verwachte operationele performantie. De interne schatting van de toekomstige bedrijfsperformantie is gebaseerd op de analyse van een combinatie van factoren, zoals de verwachte marktgroei, geschat marktaandeel, competitieve omgeving, prijsniveau en evolutie van de kosten. Zulke analyses combineren zowel intern gegenereerde schattingen als gegevens van externe bronnen. Op 31 december 2013 beliep de waarde van de goodwill voor de geconsolideerde groep EUR 108.475 duizend tegen EUR 99.348 duizend in 2012.
Provisies worden aangelegd voor de verwachte kost van de toekomstige sanering van de industriële sites en hun omgeving, voor zover een wettelijke of feitelijke verplichting bestaat in overeenstemming met paragraaf 2.15 van de waarderingsregels. Deze provisies bevatten een schatting van de toekomstige kost verbonden aan herwinning, sluiting van vestigingen, de sluiting van stortplaatsen, bewaking, afbraakkosten, decontaminatie, waterzuivering en permanente opslag van historische residuen. De schatting van deze toekomstige kosten werden verdisconteerd naar hun huidige waarde. De berekening van deze geschatte provisies vereist dat veronderstellingen worden gemaakt over de toepassing van de milieuwetgeving, van de datum waarop vestigingen worden gesloten, van de beschikbare technologie, en de studiekosten. Een wijziging in een van de gebruikte veronderstellingen kan een materiële impact hebben op de effectieve waarde van de provisies voor sanering. Op 31 december 2013 is de waarde van de provisies voor sanering EUR 76.732 duizend tegen EUR 80.441 duizend in 2012.
Activa of passiva, in verband met pensioenplannen met een 'te bereiken doel', worden in de balans opgenomen in overeenstemming met paragraaf 2.16 van de waarderingsregels. De huidige waarde van een verplichting in functie van een plan met een 'te bereiken doel' is afhankelijk van een aantal factoren die bepaald worden op een actuariële basis. De geconsolideerde groep bepaalt de toepasselijke verdisconteringvoet die op het einde van ieder jaar moet gebruikt worden. De verplichtingen van de geconsolideerde groep in verband met vergoedingen aan het personeel worden meer uitvoerig behandeld in toelichting F27. Op 31 december 2013 was een provisie als gevolg van verplichtingen aan het personeel opgenomen van EUR 267.837 duizend tegenover EUR 258.975 duizend in 2012.
Uitgestelde belastingsactiva voor tijdelijke verschillen, ongebruikte fi scale verliezen en reële waardereserves worden maar opgenomen indien er toekomstige belastbare winsten (gebaseerd op de het operationeel plan van de Groep) beschikbaar zullen zijn om deze tijdelijke verschillen en verliezen te recupereren. Het effectieve belastingresultaat in toekomstige periodes kan verschillen van de veronderstelling gemaakt op het ogenblik van de opname van de uitgestelde belastingen.
Andere veronderstellingen en schattingen worden besproken in de respectievelijke toelichtingnota's waar deze veronderstellingen en schattingen werden gebruikt voor de waardering van de respectievelijke elementen.
Hierna volgt een lijst van de belangrijkste operationele ondernemingen die in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen zijn:
| % deelneming in 2012 | % deelneming in 2013 | ||
|---|---|---|---|
| Argentinië | Umicore Argentina S.A. | 100,00 | 100,00 |
| Australië | Umicore Australia Ltd. | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Marketing Services Australia Pty Ltd. | 100,00 | 100,00 | |
| Oostenrijk | Oegussa GmbH | 91,29 | 91,29 |
| België | Umicore Financial Services (BE 0428.179.081) | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Marketing Services Belgium (BE 0402.964.625) | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Abrasives (BE 0881.426.726) | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Specialty Materials Brugge (BE 0405.150.984) | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Finance | 100,00 | 100,00 | |
| Brazilië | Coimpa Industrial Ltda | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Brasil Ltda | 100,00 | 100,00 | |
| Clarex Ltda | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Shokubai Brasil Ltda | 60,00 | 60,00 | |
| Canada | Umicore Canada Inc. | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Autocat Canada Corp. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Precious Metals Canada Inc, | 100,00 | 100,00 | |
| China | Umicore Hunan Fuhong Zinc Chemicals Co., Ltd. | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Marketing Services (Shanghai) Co., Ltd. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Marketing Services (Hong Kong) Ltd. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Shanghai Co., Ltd. | 75,00 | 75,00 | |
| Umicore Autocat (China) Co. Ltd. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Technical Materials (Suzhou) Co., Ltd. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Jubo Thin Film Products (Beijing) Co., Ltd. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Shokubai China Co Ltd | 60,00 | 60,00 | |
| Frankrijk | Umicore France S.A.S. | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Building Products France S.A.S | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Climeta S.A.S. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore IR Glass S.A.S. | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Autocat France S.A.S. | 100,00 | 100,00 | |
| Duitsland | Umicore AG & Co. KG (*) | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Bausysteme GmbH | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Metalle & Oberfl ächen GmbH | 100,00 | 100,00 | |
| Allgemeine Gold- und Silberscheideanstalt AG Umicore Galvanotechnik GmbH |
91,21 91,21 |
91,21 91,21 |
|
| Hongarije | Umicore Building Products Hungary kft. | 100,00 | 100,00 |
| Italië | Umicore Building Products Italia s.r.l. | 100,00 | 100,00 |
| Italbras S.p.A. | 100,00 | 100,00 | |
| Indië | Umicore Autocat India Pvt Ltd | 100,00 | 100,00 |
| Japan | Umicore Japan KK | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Shokubai Japan Co Ltd | 60,00 | 60,00 | |
| Liechtenstein | Umicore Thin Film Products AG | 100,00 | 100,00 |
| Luxemburg | Umicore International | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Autocat Luxembourg | 100,00 | 100,00 | |
| Umicore Shokubai | 60,00 | 60,00 | |
| Maleisië | Umicore Malaysia Sdn Bhd | 100,00 | 100,00 |
| Nederland | Schöne Edelmetaal BV | 91,21 | 91,21 |
| Umicore Nederland BV | 100,00 | 100,00 | |
| Noorwegen | Umicore Norway AS | 100,00 | 100,00 |
| Umicore Finance Norway | 100,00 | 100,00 | |
| Filippijnen | Umicore Specialty Chemicals Subic Inc. | 78,20 | 78,20 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Polen | Umicore Building Products Polska | % deelneming in 2012 100,00 |
% deelneming in 2013 100,00 |
||
| Portugal | Umicore Portugal S.A. | 100,00 | 100,00 | ||
| Umicore Marketing Services Lusitana Metais Lda | 100,00 | 100,00 | |||
| Zuid-Afrika | Umicore South Africa (Pty) Ltd. | 100,00 | 100,00 | ||
| Umicore Marketing Services Africa (Pty) Ltd. | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Catalyst South Africa (Pty) Ltd. | 65,00 | 100,00 | |||
| Zuid-Korea | Umicore Korea Ltd. | 100,00 | 100,00 | ||
| Umicore Marketing Services Korea Co., Ltd. | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Materials Korea Ltd | 100,00 | 100,00 | |||
| Spanje | Umicore Building Products Iberica S.L. | 100,00 | 100,00 | ||
| Zweden | Umicore Autocat Sweden AB | 100,00 | 100,00 | ||
| Zwitserland | Allgemeine Suisse SA | Umicore Strub | 100,00 91,21 |
100,00 91,21 |
|
| Taiwan | Umicore Thin Fim Products Taiwan Co Ltd | 100,00 | 100,00 | ||
| Thailand | Umicore Precious Metals Thailand Ltd | 91,21 | 91,21 | ||
| Verenigd Koninkrijk | Umicore Coating Services Ltd. | 100,00 | 100,00 | ||
| Umicore Marketing Services UK Ltd | 100,00 | 100,00 | |||
| VS | Umicore USA Inc. | 100,00 | 100,00 | ||
| Umicore Autocat USA Inc. | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Building Products USA Inc. | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Precious Metals NJ LLC | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Precious Metal Chemistry USA LLC | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Marketing Services USA Inc. | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Optical Materials USA Inc. | 100,00 | 100,00 | |||
| Umicore Shokubai USA Inc, | 60,00 | 100,00 | |||
| Umicore Technical Materials North America | 100,00 | 100,00 | |||
| Een gedetaileerde lijst van de Groepsondernemingen met hun adressen zal ingediend worden bij de Nationale Bank van België samen met de jaarrekening. (*) Als gevolg van zijn integratie in de consolidatie in overeenstemming met sectie 325 van de Duitse handelswetgeving, is Umicore AG & Co. KG volgens artikel 264b van de Duitse handelswetgeving vrijgesteld van de opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen. |
|||||
| F6 Waardering vreemde deviezen | Met betrekking tot de belangrijkste gangbare deviezen gebruikt door de geconsolideerde entiteiten en participaties van de Groep zijn de gebruikte koersen voor de omzetting naar de munt waarin de Groep haar fi nancieel verslag opstelt (euro) de hiernavolgende. Alle dochterondernemingen, geassocieerde |
||||
| Abrasives (Ierland) die de Amerikaanse dollar gebruikt. | ondernemingen en joint ventures hebben als functionele waarderingsmunt, de munt van het land waarin zij actief zijn, uitgezonderd voor Element Six | ||||
| Slotkoers | Gemiddelde koers | ||||
| 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | ||
| Amerikaanse dollar | USD | 1,319 | 1,379 | 1,285 | 1,328 |
| Britse pond | GBP | 0,816 | 0,834 | 0,811 | 0,849 |
| Canadese dollar | CAD | 1,314 | 1,467 | 1,284 | 1,368 |
| Zwitserse frank | CHF | 1,207 | 1,228 | 1,205 | 1,231 |
| Japanse yen | JPY | 113,610 | 144,720 | 102,492 | 129,663 |
| Braziliaanse real | BRL | 2,696 | 3,231 | 2,511 | 2,866 12,833 |
| Zuid-Afrikaanse rand Chinese yuan |
ZAR | 11,173 | 14,566 | 10,551 | |
| Thailandese Baht | CNY THB |
8,221 40,347 |
8,349 45,178 |
8,105 39,928 |
8,165 40,830 |
| Slotkoers | Gemiddelde koers | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | ||
| Amerikaanse dollar | USD | 1,319 | 1,379 | 1,285 | 1,328 |
| Britse pond | GBP | 0,816 | 0,834 | 0,811 | 0,849 |
| Canadese dollar | CAD | 1,314 | 1,467 | 1,284 | 1,368 |
| Zwitserse frank | CHF | 1,207 | 1,228 | 1,205 | 1,231 |
| Japanse yen | JPY | 113,610 | 144,720 | 102,492 | 129,663 |
| Braziliaanse real | BRL | 2,696 | 3,231 | 2,511 | 2,866 |
| Zuid-Afrikaanse rand | ZAR | 11,173 | 14,566 | 10,551 | 12,833 |
| Chinese yuan | CNY | 8,221 | 8,349 | 8,105 | 8,165 |
| Thailandese Baht | THB | 40,347 | 45,178 | 39,928 | 40,830 |
INFORMATIE 2012 PER BUSINESS GROUP
Toelichting Catalysis Energy Materials Performance Materials Recycling Corporate & Niet toegewezen Eliminaties Totaal Totale omzet 1.871.884 763.694 1.508.441 9.589.561 28.797 -1.214.361 12.548.014 Externe omzet 1.845.081 757.176 1.348.793 8.568.167 28.797 12.548.014 Omzet tussen segmenten 26.802 6.518 159.648 1.021.393 -1.214.361 0 Totale inkomsten (zonder metaal) 866.147 366.413 523.248 681.257 -9.500 2.427.565 Externe inkomsten 865.347 366.413 523.248 672.557 2.427.565 Inkomsten tussen segmenten 800 8.700 -9.500 0 Bedrijfsresultaat F9 73.980 -15.505 46.517 251.791 -50.403 306.379 Recurrent bedrijfsresultaat 80.410 13.994 44.580 258.775 -47.905 349.854 Niet-recurrent bedrijfsresultaat -5.704 -29.975 1.223 -7.859 -2.498 -44.813 IAS 39-effect op bedrijfsresultaat -726 476 714 875 0 1.339 Ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F9 9.850 4.202 10.600 -2.433 22.219 Recurrent 10.546 4.202 9.930 -2.435 22.243 Niet-recurrent -8 -1.834 1 -1.841 IAS 39-effect -688 2.504 1 1.817 EBIT F9 83.830 -11.303 57.117 251.791 -52.836 328.599 Recurrente EBIT 90.956 18.196 54.510 258.775 -50.340 372.097 Niet-recurrente EBIT -5.712 -29.975 -611 -7.859 -2.497 -46.654 IAS 39-effect op EBIT -1.414 476 3.218 875 1 3.156 Afschrijvingen F9 33.442 32.378 28.431 47.398 10.310 151.959 EBITDA F9 117.272 21.075 85.548 299.189 -42.526 0 480.558 Recurrente EBITDA 124.398 50.574 82.941 306.173 -40.030 0 524.056 Geconsolideerd totaal der activa 1.201.072 765.669 802.992 945.081 441.704 -488.619 3.667.899 Segmentactiva 1.153.830 731.683 677.105 945.081 429.896 -488.619 3.448.976 Investeringen in geassocieerde ondernemingen 47.242 33.986 125.887 11.808 218.923 Geconsolideerd totaal der passiva 415.472 285.383 244.936 616.138 2.594.588 -488.619 3.667.899 Aangewend kapitaal op 31/12 van voorgaand jaar F31 768.242 457.434 571.967 321.426 49.754 2.168.823 Aangewend kapitaal op 30/06 F31 813.419 483.506 602.240 264.060 71.636 2.234.861 Aangewend kapitaal op 31/12 F31 795.496 476.273 572.949 327.338 87.341 2.259.397 Gemiddeld aangewend kapitaal in eerste semester F31 790.831 470.470 587.104 292.743 60.695 2.201.842 Gemiddeld aangewend kapitaal in tweede semester F31 804.458 479.890 587.595 295.699 79.489 2.247.129 Gemiddeld aangewend kapitaal in het jaar F31 797.644 475.180 587.349 294.221 70.092 2.224.486 ROCE F31 11,40% 3,83% 9,28% 87,95% -71,82% 16,73% Investeringen F34 75.672 52.780 29.328 67.785 10.180 235.745 Totaal O&O F9 85.778 15.830 11.878 18.616 16.920 149.023 O&O opgenomen in bedrijfskosten F9 72.663 11.232 11.878 18.616 16.920 131.309 O&O gekapitaliseerd in immateriële vaste activa F34 13.115 4.598 17.713
(EUR duizend)
Umicore | Jaarverslag 2013
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| INFORMATIE 2013 PER BUSINESS GROUP | (EUR duizend) | |||||||
| Corporate & | ||||||||
| Energy | Performance | Niet toege | ||||||
| Toelichting | Catalysis | Materials | Materials | Recycling | wezen | Eliminaties | Totaal | |
| Totale omzet Externe omzet |
2.020.189 1.990.567 |
825.732 820.108 |
1.388.441 1.256.605 |
6.663.286 5.718.955 |
33.020 33.020 |
-1.111.413 | 9.819.255 9.819.255 |
|
| Omzet tussen segmenten | 29.622 | 5.624 | 131.836 | 944.330 | 0 | -1.111.413 | 0 | |
| Totale inkomsten (zonder | ||||||||
| metaal) | 893.530 | 402.587 | 509.736 | 590.210 | 0 | -6.050 | 2.390.013 | |
| Externe inkomsten | 892.800 | 402.587 | 509.736 | 584.890 | 0 | 2.390.013 | ||
| Inkomsten tussen segmenten | 730 | 5.320 | -6.050 | 0 | ||||
| Bedrijfsresultaat | F9 | 70.728 | 18.662 | 28.598 | 200.042 | -57.503 | 260.527 | |
| Recurrent bedrijfsresultaat | 70.800 | 22.028 | 45.602 | 199.552 | -45.848 | 292.134 | ||
| Niet-recurrent bedrijfsresultaat | -324 | -3.569 | -16.832 | 1.767 | -11.655 | -30.613 | ||
| IAS 39-effect op bedrijfsresultaat | 252 | 203 | -172 | -1.277 | 0 | -994 | ||
| Ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
F9 | 2.962 | 2.702 | -3.709 | 0 | -2.467 | -512 | |
| Recurrent | 2.534 | 2.702 | 9.064 | 0 | -2.467 | 11.833 | ||
| Niet-recurrent | -49 | 0 | -12.773 | 0 | 0 | -12.822 | ||
| IAS 39-effect | 477 | 0 | 0 | 0 | 0 | 477 | ||
| EBIT | F9 | 73.690 | 21.364 | 24.889 | 200.042 | -59.970 | 0 | 260.015 |
| Recurrente EBIT | 73.334 | 24.730 | 54.666 | 199.552 | -48.315 | 0 | 303.967 | |
| Niet-recurrente EBIT | -373 | -3.569 | -29.605 | 1.767 | -11.655 | 0 | -43.435 | |
| IAS 39-effect op EBIT | 729 | 203 | -172 | -1.277 | 0 | 0 | -517 | |
| Afschrijvingen | F9 | 39.427 | 30.452 | 28.702 | 49.122 | 10.919 | 158.622 | |
| EBITDA | F9 | 113.117 | 51.816 | 53.591 | 249.164 | -49.051 | 0 | 418.637 |
| Recurrente EBITDA | 112.761 | 55.182 | 83.368 | 248.674 | -37.396 | 0 | 462.589 | |
| Geconsolideerd totaal der activa | 1.172.091 | 798.157 | 683.405 | 907.787 | 407.927 | -457.070 | 3.512.297 | |
| Segmentactiva Investeringen in geassocieerde |
1.118.681 | 764.139 | 571.945 | 907.787 | 405.362 | -457.070 | 3.310.843 | |
| ondernemingen | 53.410 | 34.018 | 111.460 | 0 | 2.565 | 0 | 201.454 | |
| Geconsolideerd totaal der passiva |
396.070 | 332.953 | 210.786 | 517.347 | 2.512.211 | -457.070 | 3.512.297 | |
| Aangewend kapitaal op 31/12 | F31 | 795.496 | 476.273 | 572.949 | 327.338 | 87.341 | 2.259.397 | |
| van voorgaand jaar Aangewend kapitaal op 30/06 |
F31 | 806.703 | 479.141 | 572.031 | 323.290 | 54.939 | 2.236.103 | |
| Aangewend kapitaal op 31/12 | F31 | 809.472 | 470.175 | 504.834 | 397.161 | 51.926 | 2.233.568 | |
| Gemiddeld aangewend kapitaal | ||||||||
| in eerste semester | F31 | 801.100 | 477.707 | 572.490 | 325.314 | 71.140 | 2.247.750 | |
| Gemiddeld aangewend kapitaal in tweede semester |
F31 | 808.088 | 474.658 | 538.433 | 360.226 | 53.433 | 2.234.836 | |
| Gemiddeld aangewend kapitaal | F31 | 804.594 | 476.183 | 555.461 | 342.770 | 62.286 | 2.241.293 | |
| in het jaar ROCE |
F31 | 9,11% | 5,19% | 9,84% | 58,22% | -77,57% | 13,56% | |
| Investeringen | F34 | 84.423 | 64.283 | 29.432 | 87.015 | 14.440 | 279.614 | |
| Totaal O&O | F9 | 81.991 | 16.150 | 10.780 | 18.379 | 13.249 | 140.549 | |
| O&O opgenomen in bedrijfskosten | F9 | 71.565 | 13.047 | 10.741 | 18.379 | 12.722 | 126.453 | |
| O&O gekapitaliseerd in immateriële vaste activa |
F34 | 10.427 | 3.103 | 39 | 0 | 527 | 14.096 | |
| (EUR duizend) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| waarvan | Azië/ | Noord | Zuid | |||||
| Toelichting | Europa | Belgïe | Oceanië | Amerika | Amerika | Afrika | Totaal | |
| Totale omzet | 9.463.047 | 332.547 | 1.170.643 | 1.282.130 | 424.937 | 207.257 | 12.548.014 | |
| Vlottende activa | 948.379 | 541.625 | 255.944 | 106.141 | 19.193 | 14.095 | 1.343.752 | |
| Investeringen | F34 | 142.558 | 80.977 | 63.167 | 17.594 | 11.656 | 770 | 235.745 |
| (EUR duizend) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Toelichting | Europa | waarvan Belgïe |
Azië/ Oceanië |
Noord Amerika |
Zuid Amerika |
Afrika | Totaal | |
| Totale omzet | 6.881.672 | 258.911 | 1.450.249 | 949.677 | 383.466 | 154.191 | 9.819.255 | |
| Vlottende activa | 905.679 | 415.162 | 325.828 | 137.207 | 56.156 | 9.188 | 1.434.060 | |
| Investeringen | F34 | 167.116 | 106.598 | 84.880 | 17.053 | 9.527 | 1.039 | 279.614 |
De segmentinformatie wordt voorgesteld volgens de industriële activiteiten waarin de Groep actief is zoals hieronder beschreven.
De resultaten, activa en passiva van de segmenten omvatten elementen die direct toewijsbaar zijn alsook elementen die redelijkerwijs aan een segment kunnen worden toegewezen.
De prijszetting van verkopen tussen segmenten is gebaseerd op een transferprijs volgens het 'arm's length'-principe. Bij gebrek aan relevante marktprijsreferenties worden 'cost plus'- mechanismen gebruikt. Intragroep transacties worden mee opgenomen in omzet en opbrengsten van elk segment. Deze hebben vooral te maken met recyclagediensten en -verkopen van geraffi neerd metaal aan andere groepssegmenten en zijn van belang om de prestaties van de betrokken segmenten correct in te schatten. Omdat deze transacties niet als externe verrichtingen kunnen beschouwd worden, worden ze op Groepsniveau geëlimineerd, om zodoende een nettocijfer weer te geven.
De Groep is georganiseerd in de volgende segmenten voor rapportering:
Het segment bestaat uit de business units Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry. Hun activiteiten richten zich op de ontwikkeling en productie van katalysatorformuleringen en -systemen die worden gebruikt om de uitstoot van verbrandingsmotoren te verminderen, evenals in chemische en life science toepassingen. Dit segment omvat de joint venture Ordeg.
Het segment bestaat uit de business units Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials, Rechargeable Battery Materials en Thin Film Products. Deze units ontwikkelen en produceren materialen die vooral gebruikt worden in energie-opslag (oplaadbare batterijen) en de productie van groene energie. Het raffi neren van metalen gebruikt in deze toepassingen en afkomstig uit secundaire bronnen behoort ook tot de activiteiten van deze eenheden. Dit segment omvat de geassocieerde ondernemingen beLife, beLife intermediates, Ganzhou Yi Hao Umicore Industries, Jiangmen Chancsun Umicore Industry en Todini.
Het segment bestaat uit de business units Building Products, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Zinc Chemicals. Deze units ontwikkelen en produceren functionele materialen die voornamelijk worden gebruikt in decoratieve, elektronische, elektrische, hoogzuiver glas en bouwtoepassingen. De Zinc Chemicals business unit recycleert ook secundaire zinkproducten om in een deel van haar bevoorrading te voorzien. Het segment omvat ook Umicore's deelneming in Element Six Abrasives Rezinal en Ieqsa.
Het segment bestaat uit de business units Precious Metals Refi ning, Jewellery & Industrial Metals, Precious Metals Management en Battery Recycling. Hun activiteiten richten zich op de recyclage van producten die het einde van hun levenscyclus bereikt hebben en de raffi nage van industriële afvalstromen die edele en speciale metalen bevatten.
Corporate omvat de corporate activiteiten, gedeelde operationele diensten en de gecentraliseerde activiteiten in onderzoek en ontwikkeling en in de innovatie activiteiten. Deze bevatten ook het ontwikkelingsprogramma voor brandstofcellen, met ondermeer de joint ventures Solvicore GmbH en Solvicore Management GmbH.
Deze toelichting refereert enkel naar voortgezette activiteiten, met uitzondering van de balanscijfers. In de secundaire segmentinformatie worden voor de vaste activa de langetermijninvesteringen, de langetermijnleningen, de langetermijnvorderingen, uitgestelde belastingactiva en de activa voor personeelsvoordelen niet opgenomen, conform IFRS 8. De prestaties van de segmenten wordt geëvalueerd door het hoogste operationele beslissingsorgaan waarbij de evaluatie voornamelijk gebeurt op basis van de recurrente EBIT/operationeel resultaat. Zoals afgeleid kan worden uit bovenstaande tabel, wordt het verschil tussen het recurrente operationeel resultaat en de totale operationeel resultaat in de resultatenrekening verklaard door het niet-recurrente operationeel resultaat en de IFRS 39- effecten waarvoor de defi nities worden weergeven in de toelichting.
Umicore heeft haar defi nitie voor investeringen in 2013 herzien en de investeringen sluiten nu gekapitaliseerde O&O-kosten uit (zie Umicore-defi nitie in het Glossarium). De 2012 cijfers werden dienovereenkomstig aangepast. Bovendien heeft Umicore besloten om vanaf 2013 de O&O-inkomsten zoals de ontvangen onderzoeksubsidies van derden af te trekken van haar gerapporteerde O&O-uitgaven en de O&O-kosten van de verbonden bedrijven uit te sluiten. Umicore past de defi nities uit het internationaal erkende Frascati-handboek toe om de O&O-uitgaven te defi niëren. De cijfers van de O&O-uitgaven voor 2012 zijn dienovereenkomstig aangepast.
Geassocieerde ondernemingen zijn toegewezen aan de segmenten waarbij zij vanuit een marktperspectief het nauwst aansluiten.
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| Toelichting | Reële waarde | |
| Vaste activa | 5.733 | |
| Vlottende activa | 9.335 | |
| Schulden op meer dan één jaar | 2.258 | |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 8.572 | |
| Netto verworven activa | 4.238 | |
| Goodwill | F15 | 18.071 |
| Aankoopprijs | 22.307 | |
| Netto verworven kas en kasequivalenten | 336 | |
| Netto bestede kasmiddelen voor dochterondernemingen | 21.972 | |
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| Umicore verwierf op 30 december 2013 Palm Commodities International, een toonaangevende producent en verdeler van materialen voor de oppervlaktebehandelingssector in Noord-Amerika. Palm Commodities, gebaseerd in Nashville (USA), transformeert nikkel en kobalt in chemicaliën voor oppervlaktebehandeling en biedt een uitgebreide klantenportfolio, uitmundende logistieke support en klantendienst. Palm Commodities maakt deel uit van de Business Unit Cobalt and Specialty Materials en zal Umicore in staat stellen haar activiteit uit te breiden naar de Amerikaanse oppervlaktebehandelingsmarkt, waar de klanten producten leveren aan diverse sectoren, zoals de auto-industrie, de bouw- en elektronicasector. |
||
| F9 Bedrijfsresultaat | ||
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN EN -KOSTEN | (EUR duizend) | |
| 2012 | 2013 | |
| Verkopen | 12.476.292 | 9.717.176 |
| Diensten Omzet (1) |
71.722 12.548.014 |
102.079 9.819.255 |
| Andere bedrijfsopbrengsten (2) | 62.670 | 76.232 |
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 12.610.684 | 9.895.487 |
| Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (3) | -10.996.184 | -8.344.694 |
| Bezoldigingen en personeelsvoordelen | -717.025 | -707.151 |
| Afschrijvingen op vaste activa | -151.959 | -158.622 |
| Waardeverinderingen op vaste activa | -29.856 | -11.392 |
| Voorraden en voorziening voor dubieuze debiteuren | 119 | 151 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (4) | -181.696 | -169.862 |
| Diensten en uitbestede raffi nage en productiekosten | -396.188 | -380.095 |
| Royalties, licenties, consultancy en commissies Andere bedrijfskosten |
-24.314 -3.230 |
-23.665 -4.878 |
| Toevoegingen / Afname aan voorzieningen | -2.980 | -20.820 |
| Besteding van voorzieningen | 20.269 | 21.217 |
| Minwaarden bij de realisatie van activa | -3.945 | -2.938 |
| Andere bedrijfskosten (5) | -410.388 | -411.179 |
| BEDRIJFSKOSTEN | -12.305.293 | -9.632.886 |
| 1) Diensten omvatten voornamelijk inkomsten uit maaklooncontracten. 2) Andere bedrijfsopbrengsten bevatten voornamelijk de herfacturatie van kosten aan derden (EUR 37,1 miljoen), operationele subsidies (EUR 5,3 miljoen), royalties en licentievergoedingen voor EUR 4,2 miljoen, EUR 3,6 miljoen die voortkomen uit emmissierechten, EUR 2,5 miljoen van uitkeringen in verzekeringsdossiers, EUR 4,3 miljoen voor de verkoop van activa en EUR 1,4 miljoen van gerecupereerde belastingen. 3) Verbruikte grondstoffen en hulpstoffen omvatten water, gas en electriciteit voor EUR 91,2 miljoen in 2013 (EUR 80,8 miljoen in 2012). |
||
| 4) De in het resultaat opgenomen afwaarderingen van de vaste activa werden naar het niet-recurrente resultaat getransfereerd. Deze zijn hoofdzakelijk het gevolg van aanpassingen aan de productiecapaciteit.5) Belastingen, andere dan inkomensbelastingen die zijn inbegrepen in de andere bedrijfskosten bedragen EUR 17,1 miljoen (EUR 16,0 miljoen in 2012). |
||
| O&O-UITGAVEN | (EUR duizend) | |
| Toelichting 2012 |
2013 | |
| O&O opgenomen in 'andere bedrijfskosten' | 131.309 | 126.453 |
| O&O gekapitaliseerd in immateriële vase activa | F14 17.713 |
14.096 |
| Totale O&O-uitgaven | 149.023 | 140.549 |
| O&O-UITGAVEN | (EUR duizend) | ||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 2012 | 2013 | |
| O&O opgenomen in 'andere bedrijfskosten' | 131.309 | 126.453 | |
| O&O gekapitaliseerd in immateriële vase activa | F14 | 17.713 | 14.096 |
De totale uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling beliepen EUR 140,5 miljoen in de volledig geconsolideerde fi lialen. Het deel van de rechtstreeks in overige operationele kosten opgenomen O&O-inspanningen beloopt EUR 126,4 miljoen.
Vanaf 2013 heeft Umicore besloten om de O&O-inkomsten zoals de ontvangen onderzoeksubsidies van derden af te trekken van haar gerapporteerde O&O-uitgaven en de O&O-kosten van de verbonden bedrijven uit te sluiten. Umicore past de defi nities uit het internationaal erkende Frascati-handboek toe om de O&O-uitgaven te defi niëren. De cijfers van de O&O-uitgaven voor 2012 zijn dienovereenkomstig aangepast.
| 2012 | 2013 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Niet | IAS 39- | Niet | IAS 39- | |||||
| Toelichting | Totaal | Recurrent | recurrent | impact | Totaal | Recurrent | recurrent | impact |
| Omzet | 12.548.014 | 12.548.014 | 9.819.256 | 9.819.194 | 61 | 0 | ||
| Andere bedrijfsopbrengsten | 62.670 | 61.071 | 1.861 | -262 | 76.232 | 74.555 | 423 | 1.254 |
| Bedrijfsopbrengsten | 12.610.685 | 12.609.086 | 1.861 | -262 | 9.895.487 | 9.893.749 | 484 | 1.254 |
| Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen |
-10.996.184 | -10.985.023 | -3.116 | -8.045 | -8.344.695 | -8.342.134 | -168 | -2.394 |
| Bezoldigingen en personeelsvoordelen |
-717.025 | -711.950 | -5.074 | 0 | -707.151 | -702.921 | -4.230 | 0 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
-181.696 | -160.775 | -24.986 | 4.065 | -169.862 | -165.476 | -5.423 | 1.037 |
| waarvan afschrijvingen | -151.959 | -151.959 | -158.622 | -158.622 | 0 | 0 | ||
| Andere bedrijfskosten | -410.388 | -402.471 | -13.497 | 5.580 | -411.179 | -391.692 | -18.595 | -891 |
| Bedrijfskosten | -12.305.293 | -12.260.220 | -46.674 | 1.600 | -9.632.887 | -9.602.222 | -28.417 | -2.248 |
| Opbrengsten van andere fi nanciële activa |
988 | 988 | -2.074 | 606 | -2.680 | 0 | ||
| Bedrijfsresultaat | 306.379 | 349.854 | -44.813 | 1.339 | 260.526 | 292.133 | -30.613 | -994 |
| Nettobijdrage van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
22.218 | 22.243 | -1.841 | 1.817 | -511 | 11.833 | -12.822 | 477 |
| EBIT | 328.598 | 372.097 | -46.654 | 3.155 | 260.016 | 303.967 | -43.435 | -517 |
| EBITDA | 480.556 | 524.055 | -46.654 | 3.155 | 418.638 | 462.589 | -43.435 | -517 |
| Financiële kost | F11 -31.004 |
-23.388 | 0 | -7.616 | -22.851 | -22.823 | 0 | -28 |
| Belastingen op het resultaat | F13 -59.688 |
-67.325 | 5.418 | 2.219 | -52.386 | -57.413 | 4.728 | 299 |
| Nettoresultaat | 237.906 | 281.383 | -41.237 | -2.242 | 184.778 | 223.731 | -38.707 | -246 |
| waarvan minderheidsbelangen |
4.461 | 6.148 | -1.733 | 46 | 5.749 | 5.689 | 158 | -99 |
| waarvan aandeel van de Groep |
233.444 | 275.235 | -39.504 | -2.288 | 179.029 | 218.042 | -38.865 | -148 |
De niet-recurrente elementen hadden een negatieve impact op het resultaat ten belope van EUR 43,4 miljoen. Herstructureringskosten namen EUR 30,6 miljoen voor hun rekening, waarvan het merendeel betrekking had op de sluiting van de vestiging van Element Six in China, bijzondere waardeverminderingen van activa in het Element Six bedrijf in Zuid-Afrika, de sluiting van de fabriek van Zinc Chemicals in Melbourne, Australië, evenals de implementatie van de kostreductiemaatregelen in Building Products. De lijn 'Opbrengsten van andere fi nanciële activa' bevat ook de bijzondere waardeverminderingen op de Pangaea-vorderingen.
Umicore heeft ook bijkomende milieuvoorzieningen, verbonden aan de sanering van de historische vervuiling op de omgeving van sites, geboekt voor EUR 7,7 miljoen. Bijzondere waardeverminderingen op permanente voorraden als gevolg van lagere metaalprijzen bedroegen EUR 1,5 miljoen. De impact van de niet-recurrente kosten op het nettoresultaat (aandeel van de Groep) bedroeg EUR 38,9 miljoen.
De IAS 39-boekhoudregels hadden een negatief effect van EUR -0,5 miljoen op EBIT, en een negatief effect van EUR 0,2 miljoen op het nettoresultaat (aandeel van de Groep). Dit bedrag heeft te maken met tijdsverschillen in het boeken van opbrengsten, zoals opgelegd door IFRS, die vooral op de transactionele en structurele indekking van deviezen en metalen betrekking hebben. Alle IAS 39-effecten hebben inherent geen impact op kasstromen.
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| F10 Bezoldigingen en aanverwante voordelen | ||
| BEZOLDIGINGEN EN AANVERWANTE VOORDELEN | (EUR duizend) | |
| 2012 | 2013 | |
| Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen | -524.350 | -515.260 |
| Overige personeelskosten | -25.783 | -28.311 |
| Tijdelijk personeel | -10.435 | -11.867 |
| Op aandelen gebaseerde vergoedingen | -5.325 | -4.337 |
| Bezoldigingen | -565.893 | -559.775 |
| Werknemersbijdragen | -112.743 | -113.794 |
| Bijdragen aan 'te bereiken doel' -plannen | -14.438 | -11.411 |
| Bijdragen tot pensioenplannen met een vaste bijdrage | -13.696 | -16.712 |
| Vrijwillige bijdragen van de werkgever - andere | -5.526 | -3.662 |
| Pensioenen rechtstreeks uitgekeerd aan begunstigden | -5.000 | -4.220 |
| Voorzieningen voor personeelsvoordelen (- toevoegingen / + bestedingen en terugnemingen) | 272 | 2.420 |
| Pensioenen en andere personeelsvorrdelen BEZOLDIGINGEN EN AANVERWANTE VOORDELEN |
-38.388 -717.025 |
-33.585 -707.151 |
| GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND IN DE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN | 2012 | 2013 |
| Kaderleden Niet-kaderleden |
1.872 8.409 |
1.901 8.392 |
| Totaal | 10.281 | 10.293 |
| 2012 | 2013 | |
|---|---|---|
| Kaderleden | 1.872 | 1.901 |
| Niet-kaderleden | 8.409 | 8.392 |
| OP AANDELEN GEBASEERDE VERGOEDINGEN | |
|---|---|
| OP AANDELEN GEBASEERDE VERGOEDINGEN | (EUR duizend) | ||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 2012 | 2013 | |
| Aantal toegekende aandelenopties | F28 | 603.375 | 589.250 |
| Waarderingsmodel | Present Economic Value | ||
| Veronderstelde volatiliteit (% pa) | 30,00 | 25,00 | |
| Risicovrije interestvoet (% pa) | 1,40 | 0,83 | |
| Verhoging dividend (% pa) | 0,10 | 0,10 | |
| Vertrekkans voor het verwerven van recht op uitoefening (%pa) | NA | NA | |
| Vertrekkans na het verwerven van recht op uitoefening (% pa) | 10,00 | 10,00 | |
| Minimale winstdrempel (% pa) | 30,00 | 30,00 | |
| Populatiedeel dat uitoefent bij het overschrijden van de minimale winstdrempel | 100,00 | 100,00 | |
| Reële waarde per toegekend instrument op toekenningsdatum (EUR) | 7,36 | 5,80 | |
| Totale reële waarde van de toegekende opties | 4.439 | 3.416 | |
| 2.900 aandelen aan 36,725 EUR | 107 | ||
| 19.000 aandelen aan 36,36 EUR | 691 | ||
| 3.400 aandelen aan 36,185 EUR | 123 | ||
| 2.700 aandelen aan 37,51 EUR | 101 | ||
| 21.750 aandelen aan 36,07 EUR | 785 | ||
| Totaal reële waarde van de toegekende aandelen | 886 | 920 | |
| OP AANDELEN GEBASEERDE VERGOEDINGEN | 5.325 | 4.337 |
De Groep heeft gedurende het lopende jaar een last van EUR 4.337 duizend op aandelen gebaseerde vergoedingen erkend.
Het deel van deze onkosten met betrekking tot aandelenoptieplannen is berekend door een externe actuaris, die gebruik maakt van het 'Present Economic Value'-model dat rekening houdt met alle kenmerkende elementen van het aandelenoptieplan en de volatiliteit van het onderliggende aandeel. De volatiliteit is berekend op basis van de historische volatiliteit van de aandeelhoudersvergoeding gespreid over verschillende gemiddelde periodes en verschillende voorwaarden. Er zijn geen andere marktomstandigheden meegenomen in de basis voor de berekening van de reële marktwaarde.
Het deel vrije aandelen in de kost wordt gewaardeerd aan de marktprijs van de aandelen op de dag van de toekenning. In 2013 werden aandelen aan het topmanagement toegekend, wat resulteerde in een last van EUR 920 duizend.
De kortingen welke de autoriteiten aan Umicore België toekennen op de bijdragen voor sociale zekerheid, die betrekking hebben op premies voor ploegwerk, overuren en O&O, worden opgenomen in de globale kost van sociale zekerheidsbijdragen onder deze toelichting.
| (EUR duizend) | |
|---|---|
| 2012 | 2013 |
| Interestbaten 2.903 |
4.004 |
| Interestlasten -9.006 |
-6.613 |
| Actualisatie van voorzieningen -10.937 |
-8.601 |
| Wisselkoersverliezen en -winsten -10.345 |
-8.131 |
| Andere fi nanciële baten 385 |
328 |
| Andere fi nanciële lasten -4.004 |
-3.838 |
| Totaal -31.004 |
-22.851 |
De netto-interestlasten in 2013 bedroegen EUR 2.609 duizend. Dit is een daling in vergelijking met de EUR 6.103 duizend in 2012, vooral omwille van de dalende gewogen gemiddelde rentevoet.
De actualisatie van voorzieningen op meer dan één jaar heeft voornamelijk betrekking op personeelsvoordelen en in mindere mate op voorzieningen voor leefmilieu. De omvang van dit bedrag wordt beïnvloed door de huidige waarde van de verplichtingen. De verdisconteringvoet, de uitbetaling en de toevoeging van nieuwe verplichtingen op meer dan één jaar beïnvloeden op hun beurt deze huidige waarde. De meeste van die actualisatieresultaten in 2013 zijn geboekt in België, Duitsland en Frankrijk.
Wisselkoersresultaten omvatten de gerealiseerde wisselkoersresultaten en de niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen op monetaire activa en passiva ten opzichte van de slotkoers van het boekjaar. Deze omvatten ook de reële waardewinsten en -verliezen van overige fi nanciële instrumenten (zie toelichting F33).
Andere fi nanciële kosten betreffen toegestane betalingskortingen, bankkosten en andere fi nanciële bijdragen.
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| Meerwaarden en minwaarden op de verkoop van fi nanciële participaties | -499 | 964 |
| Ontvangen dividenden | 913 | 918 |
| Interesten van fi nanciële activa | 43 | 9 |
| Bijzondere waardeverminderingen op fi nanciële participaties | 531 | -3.965 |
| Totaal | 988 | -2.074 |
De resultaten van de bijzondere waardeverminderingen op fi nanciële activa bevatten hoofdzakelijk de bijzondere waardeverminderingen op de aandelen van Pangaea.
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| F13 Belastingen | ||
| 2012 | (EUR duizend) 2013 |
|
| INKOMSTENBELASTING | ||
| Opgenomen in de resultatenrekening | ||
| Belastingen op het resultaat | -58.734 | -63.490 |
| Uitgestelde belastingkost (opbrengst) | -954 | 11.104 |
| Totale belastingen | -59.688 | -52.386 |
| VERBAND TUSSEN DE BELASTINGSKOST (OPBRENGST) EN HET BOEKHOUDKUNDIG RESULTAAT | ||
| Bedrijfsresultaat | 306.379 | 260.526 |
| Netto fi nanciële kosten | -31.004 | -22.851 |
| Resultaat voor belasting van volledige geconsolideerde participaties | 275.375 | 237.676 |
| Gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet (%) | -29,86 | -30,33 |
| Belastingen berekend aan de gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet | -82.214 | -72.077 |
| Aanpassingen | ||
| Verworpen uitgaven | -12.917 | -11.825 |
| Vrijgestelde inkomsten | 1.371 | 5.134 |
| Vrijgestelde dividenden van geconsolideerde en geassocieerde ondernemingen | -1.116 | -331 |
| Winsten en verliezen belast tegen verlaagd tarief | 0 | |
| Fiscale aftrekbare stimuli | 31.956 | 31.723 |
| Belastingen berekend op andere basis | -1.100 | -886 |
| Aanwending van voordien niet geboekte fi scale verliezen | 32.769 | 12.350 |
| Waardevermindering van fi scale uitgestelde activa | -15.376 | -11.019 |
| Verandering in toepasbare aanslagvoet | -65 | 484 |
| Fiscale vrijstellingen | 1.404 | 1.068 |
| Andere belastingkredieten (met uitzondering van de kredieten m.b.t. onderzoek & ontwikkeling) | 230 | 1.137 |
| Niet imputeerbare buitenlandse voorheffi ngen | -6.831 | -5.023 |
| Correcties met betrekking tot voorgaand boekjaar | -1.363 | -7.038 |
| Diverse | -6.436 | 3.916 |
| Belastingskost voor het jaar aan het werkelijke belastingstarief | -59.688 | -52.386 |
De theoretische gewogen gemiddelde aanslagvoet van de Groep is geëvolueerd van 29,86% in 2012 naar 30,33% in 2013.
De invloed van de niet-recurrente uitgestelde belastingen en van de uitgestelde belastingen op de IAS 39-impact buiten beschouwing gelaten, bedroeg het effectieve recurrente belastingtarief voor 2013 21,3%. Dit is lichtjes hoger dan in 2012 en bevat de impact van de verschuivingen in de geographische verdeling van de resultaten. Dit effectief tarief is beinvloed door het positieve netto-effect van de belastingsactiva.
| (EUR duizend) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Geactiveerde ontwikke lingskosten |
Concessies, octrooien, licenties, enz. |
Software | CO2 emis sie rech ten |
Andere im materiele vaste activa |
Totaal | |
| Begin van het vorige boekjaar | ||||||
| Brutowaarde | 41.793 | 12.899 | 112.930 | 8.845 | 7.504 | 183.971 |
| Gecumuleerde afschrijvingen | -2.585 | -10.047 | -76.838 | -3.842 | -5.586 | -98.898 |
| Nettoboekwaarde begin van het vorige | ||||||
| boekjaar | 39.208 | 2.852 | 36.092 | 5.003 | 1.919 | 85.074 |
| . Aankoop door bedrijfsacquisities | 2 | 2 | 5 | |||
| . Toevoegingen | 17.414 | 19 | 1.506 | 6.748 | 25.688 | |
| . Verkopen | -640 | -17 | 0 | -2.257 | -2.914 | |
| . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
-5.585 | -331 | -8.557 | -104 | -14.577 | |
| . Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
-401 | -1.899 | -2.300 | |||
| . Terugneming van geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
25 | 321 | 346 | |||
| . Emissierechten | 2.419 | 2.419 | ||||
| . Omrekeningsverschillen | -229 | -21 | -376 | -11 | -636 | |
| . Andere wijzigingen | 640 | 9.222 | -1.408 | 8.453 | ||
| Per einde van het vorige boekjaar | 50.407 | 2.521 | 37.898 | 5.843 | 4.887 | 101.557 |
| Brutowaarde | 58.959 | 12.889 | 122.068 | 9.522 | 10.568 | 214.006 |
| Gecumuleerde afschrijvingen | -8.552 | -10.368 | -84.169 | -3.679 | -5.684 | -112.452 |
| Nettoboekwaarde begin van het boekjaar | 50.407 | 2.521 | 37.898 | 5.843 | 4.884 | 101.554 |
| . Aankoop door bedrijfsacquisities | 2.861 | 2.861 | ||||
| . Toevoegingen | 14.096 | 11 | 5.673 | 2.617 | 4.291 | 26.689 |
| . Verkopen | 0 | 0 | 0 | -64 | -64 | |
| . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
-9.869 | -446 | -8.746 | -99 | -19.159 | |
| . Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
-859 | 0 | -34 | -549 | 0 | -1.442 |
| . Terugneming van geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
0 | 0 | -569 | 0 | -569 | |
| . Emissierechten | 1.574 | 1.574 | ||||
| . Omrekeningsverschillen | -676 | -36 | -688 | 0 | -172 | -1.572 |
| . Andere wijzigingen | 716 | 0 | 1.101 | 0 | -1.917 | -100 |
| Per einde van het boekjaar | 53.816 | 2.050 | 35.205 | 8.916 | 9.787 | 109.775 |
| Brutowaarde | 72.853 | 12.792 | 126.578 | 11.325 | 15.559 | 239.108 |
| Gecumuleerde afschrijvingen | -19.037 | -10.742 | -91.373 | -2.409 | -5.772 | -129.333 |
| Nettoboekwaarde | 53.816 | 2.050 | 35.205 | 8.916 | 9.787 | 109.775 |
Umicore | Jaarverslag 2013
| Umicore Jaarverslag 2013 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| De lijn 'Toevoegingen' bevat voor het grootste deel geactiveerde kosten voor de ontwikkeling van nieuwe informaticasystemen en geactiveerde interne ontwikkelingskosten. EUR 15,9 miljoen is gerealiseerd door eigen productie. Hiervan zijn EUR 12,5 miljoen ontwikkelingskosten. |
|||||
| De andere immateriële vaste activa bevatten hoofdzakelijk de klantenportfolio aangeworven in Palm Commodities International and toevoegingen in O&O en informaticasystem in aanbouw. |
|||||
| De lijn 'Andere wijzigingen' bevat vooral de overdrachten tussen immateriële activa in aanbouw (geboekt onder overige immateriële activa) en de andere categorieën van immateriële activa. |
|||||
| Er zijn geen hypotheken of beperkingen op de eigendom van de immateriële vaste activa dan deze vermeld in toelichting F35. | |||||
| F15 Goodwill | |||||
| 31/12/2012 | (EUR duizend) 31/12/2013 |
||||
| Nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar | |||||
| Brutowaarde | 100.273 | 101.353 | |||
| Gecumuleerde afschrijvingen | -2.044 | -2.005 | |||
| Nettoboekwaarde begin van het boekjaar | 98.229 | 99.348 | |||
| . Aankoop door bedrijfsacquisities | 993 | 18.071 | |||
| . Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') |
0 | -5.958 | |||
| . Omrekeningsverschillen | 127 | -2.986 | |||
| . Andere wijzigingen | |||||
| Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar | 99.348 | 108.475 | |||
| Brutowaarde | 101.353 | 115.788 | |||
| Gecumuleerde afschrijvingen | -2.005 | -7.313 | |||
| Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar | 99.348 | 108.475 | |||
| Deze tabel bevat enkel de goodwill gerelateerd aan integraal geconsolideerde ondernemingen. De goodwill met betrekking tot ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode wordt besproken in toelichting F17. |
|||||
| De wijziging van de periode houdt verband met de nieuwe goodwill toegewezen aan de overname van Palm Commodities International (uitgelegd in toe lichting F8), aan de bijzondere waardeverminderingen in de entiteiten in Australië, Frankrijk en China en aan wisselkoersverschillen. |
|||||
| De goodwill werd als volgt aan de segmenten toegewezen: | |||||
| (EUR duizend) | |||||
| Energy | Performance | ||||
| Catalysis | Materials | Materials | Recycling | Totaal | |
| 31/12/2012 | 37.238 | 27.650 | 16.038 | 18.421 | 99.348 |
| 31/12/2013 | 37.062 | 44.185 | 8.922 | 18.306 | 108.475 |
| (EUR duizend) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Totaal | |
| 31/12/2012 | 37.238 | 27.650 | 16.038 | 18.421 | 99.348 |
Jaarlijks wordt door het management geverifi eerd of de goodwill aan enige waardevermindering is blootgesteld, in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting F2. De recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende entiteiten waaraan goodwill werd toegekend, werd bepaald met een berekening van de waarde-in-gebruik gebaseerd op een 'discounted cash-fl ow'-model en vertrekkende van de operationele plannen van de Groep die vijf jaar vooruit kijken. Voor macro-economische parameters zoals deviezen- en metaalkoersen worden in deze test de op dat ogenblik geldende marktvoorwaarden gehanteerd. Het in 2013 opgestelde model was gebaseerd op een gemiddelde aanslagvoet van 25% (ook 25% in 2012) voor de inkomstenbelasting en een gemiddelde gewogen kapitaalkost na belastingen van 8,5% (zoals in 2012). Deze ratio's sluiten aan bij de verwachtingen van de evolutie van de effectieve belastingvoet en de kapitaalstructuur van de Groep. De terminale waarde in het discounted cash-fl ow model is gebaseerd op een perpetuele groei van gemiddeld 2% (zoals in 2012). De infl atie percentages zijn gebaseerd op de indicaties van nationale en internationale instellingen, zoals de NBB en de ECB.
(EUR duizend) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair en rollend materieel Overige materiële vaste activa Vaste activa in aanbouw en voorafbetalingen Totaal Begin van het vorige boekjaar Brutowaarde 640.870 1.396.322 184.475 28.414 94.655 2.344.736 Gecumuleerde afschrijvingen -338.169 -991.926 -126.055 -24.250 -1.480.400 Nettoboekwaarde begin van het vorige boekjaar 302.701 404.396 58.420 4.164 94.655 864.336 aankoop door bedrijfsacquisities 42 6.898 569 128 7.636 . Toevoegingen 32.530 48.246 10.911 566 135.611 227.864 . Verkopen -86 -3.365 -1.645 -273 53 -5.316 . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -27.322 -92.567 -16.539 -967 -137.395 . Nettowaardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -8.377 -18.785 -728 -27.890 . Omrekeningsverschillen -1.749 -5.035 -1.022 -310 -657 -8.774 . Andere wijzigingen 23.268 71.806 8.456 994 -112.719 -8.195 Per einde van het vorige boekjaar 321.008 411.595 58.420 4.174 117.070 912.268 waarvan leasing 1.565 87 1.652 Brutowaarde 691.172 1.473.474 186.519 30.379 117.070 2.498.615 Gecumuleerde afschrijvingen -370.164 -1.061.879 -128.099 -26.204 -1.586.346 Nettoboekwaarde begin van het boekjaar 321.008 411.595 58.420 4.174 117.070 912.268 Leasing aankoop door bedrijfsacquisities 2.872 2.872 . Toevoegingen 7.886 36.030 10.077 187 212.610 266.790 . Verkopen -2.223 -810 -884 -74 -2.661 -6.653 . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -28.341 -93.751 -16.829 -553 -139.474 . Nettowaardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -2.893 -454 -54 0 -3.402 . Omrekeningsverschillen -9.233 -16.149 -2.362 -559 -5.487 -33.790 . Andere wijzigingen 40.967 96.666 10.964 460 -149.105 -49 Per einde van het boekjaar 327.171 435.999 59.332 3.633 172.427 998.563 waarvan leasing 1.447 0 82 1.529 Brutowaarde 715.044 1.528.248 192.939 29.965 172.427 2.638.623 Gecumuleerde afschrijvingen -387.874 -1.092.249 -133.606 -26.332 -1.640.060 Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar 327.171 435.999 59.332 3.633 172.427 998.563 Leasing Brutowaarde 2.406 59 140 2.606 Gecumuleerde afschrijvingen -960 -59 -58 -1.077
De niet-onderhoudsgerelateerde toevoegingen aan de materiële vaste activa zijn gestegen in het segment Catalysis. Dit is een gevolg van de uitbreiding van de productiecapaciteit voor toepassingen voor lichte motoren en zwaardere dieselmotoren in Azië en Europa en tenslotte wegens de uitbouw van technische onderzoekscentra in Japan en Brazilië. De investeringen in Energy Materials waren eveneens hoger met investeringen in extra capaciteit voor kathodematerialen in Zuid-Korea en China en de opbouw van een nieuwe precursorenfabriek in Zuid-Korea. In het segment Recycling bleven de investeringen op een hoog niveau als gevolg van de uitbreiding van de bemonsteringsinstallaties en de nieuwe water- en gaszuiveringsinstallaties in Hoboken in België. Investeringen in het segment Performance Materials bleven stabiel.
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar 1.447 0 82 1.529
De lijn 'Andere wijzigingen' bevat voornamelijk de overdrachten van materiële vaste activa in aanbouw naar de andere categorieën van materiële vaste activa.
Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendomsrechten op de materiële vaste activa, uitgezonderd diegene vermeld in toelichting F35.
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||
|---|---|---|---|---|
| F17 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | ||||
| De deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bestaan uit de volgende dochterondernemingen of joint ventures: | ||||
| DEELNEMINGEN OPGENOMEN VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE | ||||
| Functionele | Deelnemings | Deelnemings | ||
| Land | waarderingsmunt | percentage | percentage | |
| GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | 2012 | 2013 | ||
| Ganzhou Yi Hao Umicore Industries | China | CNY | 40,00 | 40,00 |
| IEQSA | Peru | PEN | 40,00 | 40,00 |
| Element Six Abrasives | Luxemburg | USD | 40,22 | 40,22 |
| Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co., Ltd. | China | CNY | 40,00 | 40,00 |
| Todini | Italië | EUR | 48,00 | 48,00 |
| JOINT VENTURES | ||||
| ICT Japan ICT USA |
Japan VS |
JPY USD |
50,00 50,00 |
0,00 0,00 |
| Ordeg | Zuid-Korea | KRW | 50,00 | 50,00 |
| Rezinal | België | EUR | 50,00 | 50,00 |
| SolviCore GmbH & Co KG | Duitsland | EUR | 50,00 | 50,00 |
| SolviCore Management GmbH | Duitsland | EUR | 50,00 | 50,00 |
| BeLife | België | EUR | 49,00 | 49,00 |
| BeLife intermediate | België | EUR | 51,00 | 51,00 |
| Het kapitaal van de joint venture Ordeg (Zuid-Korea) werd verhoogd met een bedrag van EUR 7,5 miljoen. De bewegingen in andere reserves hebben veelal betrekking op de wijzigingen in de 'te bereiken doel'-plannen. Deze wijzigingen komen voort uit wijzigingen in actuariële parameters bij Element Six Abrasives en bij Solvicore. Voorts werden de reserves beïnvloed door wijzigingen in kasstroom |
||||
| indekkingsreserves bij Rezinal. | (EUR duizend) | |||
| Nettoboekwaarde | Goodwill | Totaal | ||
| Begin van het boekjaar | 166.928 | 47.088 | 214.017 | |
| . Kapitaalsverhoging | 7.573 | 7.573 | ||
| . Resultaat van het boekjaar | -511 | -511 | ||
| . Dividenden . Aankoop |
-14.331 | -14.331 | ||
| . Verkopen | ||||
| . Bewegingen in overige reserves | 381 | 381 | ||
| . Omrekeningsverschillen . Overboekingen |
-4.897 -143 |
-697 | -5.594 -143 |
|
| Per einde van het boekjaar | 155.001 | 46.390 | 201.390 | |
| waarvan joint ventures | 64.451 | 355 | 62.806 | |
| Het deel van Umicore in de totale balans en resultatenrekening van de geassocieerde ondernemingen zou het volgende geweest zijn: | ||||
| (EUR duizend) | ||||
| 31/12/12 | 31/12/13 | |||
| Activa | 230.903 | 220.395 | ||
| Schulden | 106.261 | 109.314 | ||
| Omzet | 299.397 | 277.239 | ||
| Nettoresultaat | 13.849 | 1.426 |
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| Totaal | ||
| 214.017 | ||
| 7.573 | ||
| -511 | ||
| -14.331 | ||
| 381 | 381 | |
| -4.897 | -697 | -5.594 |
| -143 | ||
| 155.001 | 46.390 | 201.390 |
| 64.451 | 355 | 62.806 |
| Nettoboekwaarde 166.928 7.573 -511 -14.331 -143 |
Goodwill 47.088 |
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 31/12/12 | 31/12/13 | |
| Activa | 230.903 | 220.395 |
| Schulden | 106.261 | 109.314 |
| Omzet | 299.397 | 277.239 |
Het deel van Umicore in de totale balans van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 31/12/12 | 31/12/13 | |
| Vlottende activa | 112.843 | 90.529 |
| Vaste activa | 24.438 | 27.158 |
| Vlottende passiva | 65.685 | 44.369 |
| Vaste passiva | 7.853 | 7.279 |
Het deel van Umicore in de resultatenrekening van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 31/12/12 | 31/12/13 | |
| Bedrijfsresultaat | 12.634 | -167 |
| Financiële resultaat | -1.359 | -1.069 |
| Belastingen | -2.906 | -700 |
| Aandeel van de Groep in het resultaat | 8.369 | -1.936 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop |
(EUR duizend) Leningen toegekend op lange termijn |
||
|---|---|---|---|
| FINANCIELE VASTE ACTIVA | |||
| Begin van het vorige bookjaar | 47.730 | 1.095 | |
| . Toename | 0 | 87 | |
| . Afname | 70 | 3.858 | |
| . Geboekte waardeverminderingen | -399 | -7 | |
| (opgenomen in 'Opbrengsten van andere fi nanciële activa') | |||
| . Terugneming van bijzondere waardeverminderingen | 505 | 0 | |
| (opgenomen in 'Opbrengsten van andere fi nanciële activa') | |||
| . Omrekeningsverschillen | -19 | 54 | |
| . Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen | -10.788 | 0 | |
| . Andere wijzigingen | 6 | 0 | |
| Per einde van het vorige boekjaar | 37.105 | 5.087 | |
| . Perimeterwijzigingen | |||
| . Toename | 190 | 41 | |
| . Afname | -12 | -7 | |
| . Geboekte waardeverminderingen | (a) | -3.967 | 0 |
| (opgenomen in 'Opbrengsten van andere fi nanciële activa') | |||
| . Omrekeningsverschillen | -29 | -149 | |
| . Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen | (b) | -12.102 | 0 |
| . Andere wijzigingen | |||
| Per einde van het boekjaar | 21.183 | 4.971 | |
| FINANCIELE VLOTTENDE ACTIVA | |||
| Per einde van het vorig boekjaar | 3 | 4.960 | |
| . Perimeterwijzigingen | 0 | -131 | |
| . Toename | 0 | 1.100 | |
| . Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in 'Opbrengsten van andere fi nanciële activa') |
-3 | 0 | |
| . Omrekeningsverschillen | 0 | -4 | |
| . Andere wijzigingen | 0 | 8 | |
| Per einde van het boekjaar | 0 | 5.933 | |
| (a) Betreft voornamelijk de bijzondere waardeverminderingen op de Nyrstar obligaties en Pangaea. (b) Betreft voornamelijk de aanpassing aan reële waarde op de participatie in Nyrstar en Pangaea. |
| Umicore Jaarverslag 2013 |
|---|
| (EUR duizend) |
| 31/12/12 31/12/13 |
| 1.053.766 962.710 |
| 143.951 129.497 |
| 80.377 64.402 |
| -59.844 -59.084 |
| 11.047 1.866 |
| 5.811 6.869 |
| 1.235.108 1.106.259 |
De waarde van de voorraden is gedaald met EUR 128,8 miljoen. Dit is vooral te wijten aan lagere hoeveelheden en lagere metaalprijzen. Met betrekking tot de permanente metaalvoorraad werden bijzondere waardeverminderingen geboekt ten belope van EUR 1,5 miljoen.
Indien men zou rekening houden met de metaal- en deviezenkoersen op het ogenblik van de afsluiting, zou de waarde van de metalen in de inventaris ongeveer EUR 707,4 miljoen hoger zijn dan de huidige boekwaarde. Echter, het merendeel van deze voorraden kan niet gerealiseerd worden, omdat ze vastzitten in productie- en commerciële cycli.
Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendom van de voorraden.
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 31/12/12 | 31/12/13 | |
| OP MEER DAN ÉÉN JAAR | |||
| Garanties en deposito's | 8.304 | 8.193 | |
| Overige vorderingen op meer dan 1 jaar | 8.261 | 7.662 | |
| Personeelsvoordelen | 453 | 483 | |
| Totaal | 17.018 | 16.338 | |
| OP TEN HOOGSTE ÉÉN JAAR | |||
| Handelsvorderingen (bruto) | 671.963 | 622.472 | |
| Handelsvorderingen (waardeverminderingen) | -10.202 | -8.275 | |
| Overige vorderingen (bruto) | 82.782 | 71.488 | |
| Overige vorderingen (waardeverminderingen) | -6.905 | -5.801 | |
| Te ontvangen interesten | 124 | 92 | |
| Reële waarde van te vorderen fi nanciële instrumenten voor kasstroomafdekking | F33 | 8.452 | 9.248 |
| Reële waarde van te vorderen andere fi nanciële instrumenten | F33 | 8.437 | 6.863 |
| Overlopende rekeningen | 33.726 | 20.324 | |
| Totaal | 788.377 | 716.412 |
Handelsvorderingen op ten hoogste één jaar zijn gedaald met EUR 72,0 miljoen. Deze daling is in grote mate te wijten aan de verlaagde activiteit.
De afname in andere vorderingen op ten hoogste één jaar is te wijten aan BTW-vorderingen.
Overige vorderingen op meer dan één jaar bevatten een bedrag van EUR 6.240 duizend met betrekking tot 'recht op terugbetaling' binnen het kader van medische kosten dat Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren tijdens de levensduur van deze schulden (zie ook nota F27 over Personeelsvoordelen).
| Niet | Vervallen tussen | |||
|---|---|---|---|---|
| 0-30 | 30-60 | 60-90 | >90 dagen |
|
| 6.941 | ||||
| 1.394 | ||||
| 14.933 | ||||
| 674 | ||||
| Totaal 660.721 82.781 612.390 71 487 |
vervallen 559.568 76.421 513.422 69 219 |
dagen 75.475 4.050 67.360 520 |
dagen 17.316 897 13.738 1 261 |
dagen 1.420 19 2.939 -187 |
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen (bruto) |
Overige vorderingen (bruto) |
Totaal | |
| BEGIN VAN HET VORIGE BOEKJAAR | -12.309 | -7.508 | -19.813 |
| . Perimeterwijzigingen | |||
| . Waardeverminderingen erkend in resultaat | -994 | -994 | |
| . Terugneming waardevermindering | 977 | 504 | 1.481 |
| . Afboeken waardevermindering met de brutowaarde | 1.498 | 1.498 | |
| . Andere wijzigingen | 89 | 97 | 186 |
| . Omrekeningsverschillen | 538 | 3 | 541 |
| Per einde van het vorige boekjaar | -10.202 | -6.905 | -17.105 |
| BEGIN VAN HET BOEKJAAR | -10.202 | -6.905 | -17.105 |
| . Perimeterwijzigingen | 70 | 70 | |
| . Waardevermindereingen erkend in resultaat | -2.849 | -462 | -3.311 |
| . Terugnemingen waardeverminderingen | 3.346 | 1.558 | 4.904 |
| . Afboeken waardevermindering met de brutowaarde | 43 | 43 | |
| . Andere wijzigingen | 413 | -3 | 410 |
| . Omrekeningsverschillen | 899 | 10 | 909 |
| Per einde van het boekjaar | -8.282 | -5.802 | -14.082 |
In principe gebruikt Umicore kredietverzekering om het kredietrisico betreffende de handelsvorderingen te beperken. Twee kredietpolissen zijn afgesloten met twee verschillende verzekeraars. Op groepsniveau zijn EUR 375 miljoen handelsvorderingen gedekt door een polis waarbij de schadeloosstelling in geval van niet-betaling oploopt tot 95% met een jaarlijkse maximale limiet van EUR 20 miljoen. De andere polis dekt EUR 102 miljoen handelsvorderingen met een wereldwijde jaarlijkse aftrek van EUR 5 miljoen en een jaarlijkse maximale limiet van EUR 50 miljoen.
Tenslotte functioneren sommige van onze bedrijven zonder kredietverzekering, maar worden in plaats daarvan kredietlimieten ingesteld gebaseerd op fi nanciële informatie en kennis van de activiteiten. Deze kredietlimieten worden goedgekeurd door het management.
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| F21 Uitgestelde belastingactiva en -passiva | (EUR duizend) | |||||
| 31/12/2012 | 31/12/2013 | |||||
| BELASTINGACTIVA EN -PASSIVA Belastingvorderingen van het jaar Uitgestelde belastingactiva Belastingschulden van het jaar Uitgestelde belastingpassiva |
29 861 91 772 -35 519 -36 417 |
33 227 90 530 -64 696 -28 164 |
||||
| Activa | Passiva | Netto | ||||
| 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | |
| Per einde van het vorige boekjaar | 88.491 | 91.772 | -46.089 | -36.417 | 42.402 | 55.355 |
| Uitgestelde belastingen geboekt in de resultatenrekening | 2.509 | 3.567 | -3.463 | 7.537 | -954 | 11.104 |
| Uitgestelde belastingen geboekt in het eigen vermogen | 1.998 | 715 | 12.946 | 848 | 14.945 | 1.563 |
| Aankoop door bedrijfsacquisities | 508 | -2.259 | 0 | 508 | -2.259 | |
| Omrekeningsverschillen | -1.720 | -3.820 | 105 | 430 | -1.615 | -3.390 |
| Overboekingen Andere wijzigingen |
-16 3 |
561 -6 |
83 0 |
-562 0 |
67 3 |
-6 |
| Per einde van het boekjaar | 91.772 | 90.530 | -36.417 | -28.164 | 55.355 | 62.366 |
| UITGESTELDE BELASTINGEN VOOR ELK TYPE VAN TIJDELIJKE VERSCHILLEN |
||||||
| Immateriële vaste activa | 13.244 | 14.931 | -14.259 | -16.302 | -1.015 | -1.371 |
| Goodwill van volledige geconsolideerde participaties | 186 | 174 | -1.515 | -1.657 | -1.329 | -1.483 |
| Materiële vaste activa | 4.595 | 4.379 | -22.925 | -21.998 | -18.330 | -17.619 |
| Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar | 414 | 339 | -3.075 | -3.318 | -2.661 | -2.972 |
| Voorraden | 27.462 | 22.187 | -36.294 | -26.720 | -8.832 | -4.533 |
| Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar | 12.455 | 6.052 | -5.243 | -6.808 | 7.212 | -756 |
| Eigen vermogen | 93 | 95 | -6.979 | -6.447 | -6.886 | -6.352 |
| Financiële schulden op lange termijn en overige schulden | 448 | 331 | -1.483 | -1.335 | -1.035 | -1.004 |
| Voorzieningen voor personeelsvoordelen op lange termijn | 49.761 | 50.725 | -412 | -975 | 49.349 | 49.750 |
| Voorzieningen voor leefmilieu op lange termijn Voorzieningen voor overige risico's en kosten op lange |
19.289 | 19.120 | -2.749 | -2.828 | 16.540 | 16.292 |
| termijn | 7.970 | 7.673 | -942 | -612 | 7.028 | 7.061 |
| Financiële schulden op korte termijn | 339 | 2.015 | 0 | 0 | 339 | 2.015 |
| Voorzieningen voor leefmilieu op korte termijn | 4.510 | 5.135 | -153 | 0 | 4.357 | 5.135 |
| Voorzieningen voor overige risico's en kosten op korte termijn |
2.885 | 3.622 | -161 | -51 | 2.724 | 3.571 |
| Handels- en overige schulden | 15.919 | 13.664 | -15.106 | -2.532 | 813 | 11.132 |
| Totale uitgestelde belastingen voor tijdelijke | 159.570 | 150.442 | -111.296 | -91.583 | 48.274 | 58.859 |
| verschillen | ||||||
| Over te dragen verliezen | 62.580 | 47.923 | 62.580 | 47.923 | ||
| Investeringsaftrek Over te dragen notionele interesten |
5.023 17.506 |
3.771 10.425 |
5.023 17.506 |
3.771 10.425 |
||
| Over te dragen belaste inkomsten | 1.603 | 1.117 | 1.603 | 1.117 | ||
| Overige | -1.428 | -670 | -1.428 | -670 | ||
| Niet-geboekte uitgestelde belastingen | -78.203 | -59.059 | -78.203 | -59.059 | ||
| Totaal belastingactiva/-passiva | 166.651 | 153.949 | -111.296 | -91.583 | 55.355 | 62.366 |
| Compensatie van activa en passiva binnen dezelfde juridische entiteit |
-74.879 | -63.419 | 74.879 | 63.419 | 0 | 0 |
| Nettobedrag | 91.772 | 90.530 | -36.417 | -28.164 | 55.355 | 62.366 |
| 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|
| Basis | Basis | Belasting | Belasting | |
| BEDRAG AAN AFTREKBARE TIJDELIJKE VERSCHILLEN, FISCALE VERLIEZEN EN BELASTINGKREDIETEN WAARVOOR GEEN BELASTINGSACTIVA WERDEN GEBOEKT |
||||
| Vervaldatum zonder tijdslimiet | 241.120 | 207.629 | 78.203 | 59.059 |
De bewegingen van de tijdelijke verschillen zijn geboekt in de resultatenrekening uitgezonderd deze komende van bewegingen die direct geboekt zijn in 'componenten van niet gerealiseerd resultaten'.
De grote bewegingen in uitgestelde belastingen direct geboekt in 'componenten van niet gerealiseerd resultaten' zijn uitgestelde belastingen die het gevolg zijn van tijdelijke verschillen in de lijnen 'Handels - en overige schulden op ten hoogste één jaar' (negatieve impact ten belope van EUR 321 duizend) en 'Voorzieningen voor personeelsvoordelen' (positieve impact van EUR 1.851 duizend).
Uitgestelde belastingactiva worden enkel geboekt in de mate dat het gebruik ervan waarschijnlijk is, m.a.w indien belastbare inkomsten verwacht worden in toekomstige perioden. De Groep gaat uit van een gebruik van uitgestelde belastingsactiva over een periode van 5 tot 10 jaar. De werkelijke belastingresultaten in toekomstige perioden kunnen afwijken van de gemaakte schattingen op het moment dat de uitgestelde belastingen werden geboekt.
Niet geboekte uitgestelde belastingen op de activa voor een bedrag van EUR 59.059 duizend komen voornamelijk voort uit fi scale verliezen (EUR 39.367 duizend), overgedragen notionele interesten (EUR 10.425 duizend), overgedragen vrijgestelde dividenden (EUR 1.060 duizend), investeringsaftrek (EUR 3.771 duizend) en tijdelijke verschillen op materiële vaste activa (EUR 3.753 duizend).
In overeenstemming met IAS 12, werden geen uitgestelde belastingpassiva geboekt op de niet-belaste reserves van de Belgische vennootschappen omdat het management bevestigt dat deze belastingspassiva niet zullen gerealiseerd worden in de nabije toekomst. Deze belastingspassiva zouden potentieel EUR 56 miljoen kunnen bedragen.
| (EUR duizend) | |
|---|---|
| 31/12/12 | 31/12/13 |
| KAS EN KASEQUIVALENTEN | |
| Beleggingen op korte termijn bij banken | 11.826 13.636 |
| Beleggingen op korte termijn (andere) | 142 -21 |
| Financiële instellingen, liquide middelen en andere kasequivalenten | 119.458 85.630 |
| Totaal kas en kasequivalenten 131.427 |
99.245 |
| krediet op bankrekeningen | 439 932 |
| (inbegrepen in fi nanciële schulden op ten hoogste één jaar op de balans) | |
| Nettokas en -kasequivalenten zoals in de kasstromentabel 130.988 |
98.313 |
Alle kas en kasequivalenten zijn volledig beschikbaar voor de Groep.
Een voorzichtig management van het liquiditeitsrisico veronderstelt het aanhouden van voldoende liquide middelen en verhandelbare effecten, het beschikbaar zijn van fi nanciering door een deugdelijk bedrag aan contractueel vastgelegde kredietlijnen en de mogelijkheid om marktposities te sluiten. Door het dynamische karakter van de onderliggende transacties, behoudt de Groep de fl exibiliteit van de fi nanciering door het beschikbaar houden van vastgelegde kredietlijnen.
Een overschot aan liquiditeiten wordt belegd voor zeer korte termijn en dit gespreid over een beperkt aantal kredietwaardige bankrelaties.
(EUR duizend) Financiële vaste activa reserves Kasstroomindekkingsreserves Latente belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen Personeelsvoordelen na uitdiensttreding, voortkomenende uit veranderingen in actuariële parameters Reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen Omrekeningsverschillen Totaal Begin van het vorige boekjaar 23.674 -3.461 18.440 -79.771 31.620 -34.121 -43.620 Resultaat rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen -10.788 -3.410 18.829 -57.025 5.325 -47.069 Winst (verlies) rechtstreeks afgeboekt uit het eigen vermogen 10.834 -4.063 6.771 Transfer van/naar overgedragen resultaten 655 -7.197 -6.542 Perimeterwijzigingen 43 43 Andere wijzigingen Omrekeningsverschillen -24 32 370 -11.980 -11.602 Per einde van het vorige boekjaar 12.886 3.939 33.237 -135.728 29.748 -46.101 -102.020 Begin van het vorige boekjaar 12.886 3.939 33.237 -135.728 29.748 -46.101 -102.020 Resultaat rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen -12.102 6.306 -725 -2.701 4.337 -4.884 Winst/verlies rechtstreeks afgeboekt uit het eigen vermogen -4.459 1.779 -2.680 Transfer van/naar overgedragen resultaten 4 -1.538 -1.534 Wijzigingen in boekhoudkundige regels -1.296 -1.296 Perimeterwijzigingen Andere wijzigingen -11 -12 Omrekeningsverschillen 67 -100 1.389 -56.368 -55.012 Per einde van het boekjaar 784 5.853 34.191 -138.343 32.547 -102.469 -167.437Umicore | Jaarverslag 2013
Hieronder volgt de detail van het aandeel van de Groep in de valuta omrekeningsverschillen en andere reserves:
Winsten en verliezen opgenomen in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten op fi nanciële activa beschikbaar voor verkoop hebben betrekking op de reële waardeaanpassing van de Nyrstar aandelen en de investering in Pangaea (zie toelichting F18, Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen).
De nettowinsten opgenomen in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten betreffende kasstroomindekkingen (EUR 6.306 duizend) zijn de veranderingen in reële waarde van nieuwe of bij de opening bestaande kasstroomindekkingsinstrumenten, maar die nog niet vervallen zijn op jaareinde. De nettowinsten afgeboekt uit het eigen vermogen (EUR 4.459 duizend) zijn de reële waarde van de kasstroomindekkingsinstrumenten die bestonden bij de opening en die vervielen tijdens het jaar. Een winst van EUR 17,6 miljoen werd gerealiseerd via de resultatenrekening bij het vervallen van kasstroomindekkingenscontracten.
Nieuwe netto actuariële verliezen op de 'te bereiken doel'-plannen na uitdiensttreding werden weergegeven in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten voor EUR 2.701 duizend. De invoering van IAS 19 (herzien) heeft een impact gehad van EUR 1.296 duizend op de componenten van nietgerealiseerde resultaten.
De toekenning van het optieplan van 2013 heeft geleid tot een toename van de reserve voor op aandelen gebaseerde vergoedingen van EUR 4.337 duizend (zie toelichting F10, Bezoldigingen en aanverwante voordelen). EUR 1.538 duizend werden getransfereerd naar het overgedragen resultaat als gevolg van de uitoefening van aandelen opties.
De wijziging in omrekeningsverschillen is vooral te wijten aan de depreciatie van de ZAR, CNY, USD, BRL, KRW, NOK, ARS, PEN, INR, CAD en JPY tegenover de EUR.
| Bankleningen op lange | Overige langetermijn | ||
|---|---|---|---|
| termijn | leningen | Totaal | |
| OP MEER DAN ÉÉN JAAR | |||
| Begin van het vorige boekjaar | 20.001 | 3.879 | 23.878 |
| . Afname | 0 | -1.007 | -1.007 |
| . Overboekingen | -20.000 | -10 | -20.010 |
| Per einde van het vorige boekjaar | 0 | 2.862 | 2.861 |
| . Toename | 20.000 | 4.229 | 24.229 |
| . Afname | 0 | -689 | -689 |
| . Omrekeningsverschillen | 0 | -3 | -3 |
| . Overboekingen | 0 | -2 | -2 |
| Per einde van het boekjaar | 20.000 | 6.397 | 26.396 |
| Bankleningen op lange | Overige langetermijn | ||
|---|---|---|---|
| termijn | leningen | Totaal | |
| OP MEER DAN ÉÉN JAAR DIE BINNEN HET JAAR VERVALLEN | |||
| Per einde van het vorige boekjaar | 100.000 | 930 | 100.930 |
| . Toename/afname | -100.000 | -250 | -100.250 |
| Per einde van het boekjaar | 0 | 680 | 680 |
| Bankleningen op korte termijn |
krediet op bank rekeningen |
Korte termijn lening: commercial paper |
Overige leningen |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| OP TEN HOOGSTE EEN JAAR | |||||
| Per einde van het vorige boekjaar | 32.387 | 438 | 213.565 | 3.727 | 250.117 |
| . Toename / afname (inclusief omrekeningsverschillen) | 40.164 | 493 | -7.771 | 4.156 | 37.042 |
| Per einde van het boekjaar | 72.551 | 932 | 205.794 | 7.882 | 287.159 |
Niettegenstaande de EUR 78,8 miljoen aan netto-inkoop van eigen aandelen, is de netto fi nanciële schuld van de Groep afgenomen met EUR 7 miljoen, vooral ten gevolge van de positieve operationele kasstroom in 2013.
De leningen bij de bank bestaan vooral uit:
• een langetermijnbanklening van EUR 20 miljoen met vervaldag in 2018. De reële waarde bedroeg EUR 19,9 miljoen op 31 december 2013 op basis van de DCF methode.
• kortetermijnleningen van EUR 72,6 miljoen. De vervaldagen van deze bankleningen zijn erg kort en worden beslist in functie van de behoeftes van het thesaurie-departement en marktcondities, als onderdeel van hun dagelijks beheer van de thesaurie-operaties.
EUR 205,8 miljoen 'Commercial Paper' met een termijn onder één jaar zijn inbegrepen in de fi nanciële schulden op ten hoogste één jaar.
Op 31 december 2013 waren er geen voorschotten op de kredietfaciliteit van EUR 250 miljoen met een Syndicaat van Banken, vervallend in juli 2016, evenmin op nieuwe kredietfaciliteit van EUR 215 miljoen met een Syndicaat van Banken, vervallend in september 2018.
De voorvermelde kredietfaciliteiten met een Syndicaat van Banken verplichten de Groep om te voldoen aan standaard fi nanciële covenanten.
Umicore heeft geen convenant overtreden noch in 2013 noch in vorige jaren.
De langetermijnleningen bevatten voornamelijk schulden in euro, behalve voor EUR 4,1 miljoen, die oorspronkelijk een JPY lening is.
De nettoverhouding eigen vermogen/vreemd vermogen (net gearing ratio) op het einde van 2013 bedroeg 11,1% (11,0% in 2012) en is helemaal binnen de vooropgestelde limieten van de kapitaalstructuur van de Groep.
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||
|---|---|---|---|---|
| BRUTO UITSTAANDE SCHULD | ||||
| 72% 25% 3% Andere Bankleningen op korte termijn bankfaciliteiten Commercial paper |
||||
| (EUR duizend) | ||||
| EUR | USD | Overige | ||
| Euro | US Dollar | munten | Totaal | |
| Uitsplitsing van de schulden per munteenheid (inclusief die die vervallen binnen het jaar) |
||||
| Bankleningen | 20.000 | 20.000 | ||
| Overige leningen | 2.848 | 81 | 4.147 | 7.076 |
| Financiële schulden op lange termijn (inclusief die die vervallen binnen het jaar) |
22.848 | 81 | 4.147 | 27.076 |
| 2012 | 2013 |
|---|---|
| Financiële schulden op meer dan één jaar 2.861 |
26.396 |
| Financiële schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen 100.930 |
680 |
| Financiële schulden op ten hoogste één jaar 250.117 |
287.159 |
| Kas en kasequivalenten -131.427 |
-99.245 |
| Netto fi nanciële schulden 222.481 |
214.990 |
| (EUR miljoen) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| Netto fi nanciële schuld | 222,5 | 215,0 |
| Eigen Vermogen | 1.805,8 | 1.723,4 |
| Totaal | 2.028,3 | 1.938,4 |
| Hefboomratio (%) | 11,0 | 11,1 |
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| Toelichting | 31/12/12 | 31/12/13 |
| OP MEER DAN EEN JAAR | ||
| Handelsschulden | 0 | 0 |
| Overige schulden | 4.639 | 4.461 |
| Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen van kapitaalsubsidies | 9.283 | 8.447 |
| 13.922 | 12.908 | |
| OP TEN HOOGSTE EEN JAAR | ||
| Handelsschulden | 728.311 | 710.729 |
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering | 21.564 | 17.937 |
| Belastingen andere dan belastingen op het resultaat | 16.664 | 8.796 |
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 125.835 | 118.271 |
| Overige schulden | 18.067 | 16.639 |
| Verschuldigde dividenden | 7.518 | 7.485 |
| Te betalen interesten | 600 | 373 |
| Reële waarde van verschuldigde fi nanciële instrumenten voor kasstroomindekking F33 |
4.535 | 3.382 |
| Reële waarde van verschuldigde andere fi nanciële instrumenten F33 |
8.708 | 7.938 |
| Overlopende rekeningen | 90.559 | 75.218 |
| 1.022.361 | 966.767 |
De handelsschulden zijn gedaald met EUR 55,6 miljoen, vooral door afgenomen volumes.
De belastingsschulden (andere dan inkomstbelastingen) betreffen vooral BTW schulden.
| (EUR duizend) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Contractuele vervaldag | ||||||
| < 1 | 1 - 3 | 3 maand - | ||||
| Van het vorige boekjaar | maand | maand | 1 jaar | 1 - 5 jaar | > 5 jaar | Totaal |
| FINANCIËLE SCHULDEN | ||||||
| Op ten hoogste een jaar | ||||||
| Bankleningen op korte termijn | 2.535 | 5.635 | 24.218 | 32.387 | ||
| Krediet op bankrekeningen | 219 | 220 | 439 | |||
| Kortetermijnlening: commercial paper | 213.565 | 213.565 | ||||
| Overige leningen | 152 | 3.726 | -152 | 3.726 | ||
| Bankleningen op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen |
100.000 | 100.000 | ||||
| Overige leningen op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen |
39 | 78 | 813 | 930 | ||
| Op meer dan een jaar | ||||||
| Bankleningen op meer dan één jaar | ||||||
| Overige leningen op meer dan één jaar | 2.861 | 2.861 | ||||
| HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN | ||||||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Handelsschulden | 476.548 | 245.914 | 5.849 | 728.311 | ||
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering | 3.324 | 11.645 | 6.595 | 21.564 | ||
| Belastingen andere dan belastingen op het resultaat | 18.089 | -4.225 | 2.809 | 16.673 | ||
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 48.061 | 28.087 | 49.686 | 125.834 | ||
| Overige schulden | 4.293 | 11.742 | 2.032 | 18.067 | ||
| Verschuldigde dividenden | 7.518 | 7.518 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Contractuele vervaldag | (EUR duizend) | |||||
| < 1 | 1 - 3 | 3 maand - | ||||
| Van het vorige boekjaar | maand | maand | 1 jaar | 1 - 5 jaar | > 5 jaar | Totaal |
| Te betalen interesten | 11 | 571 | 18 | 600 | ||
| Reële waarde van verschuldigde fi nanciële instrumenten kasstroomafdekking |
2 | 499 | 3.326 | 708 | 4.535 | |
| Reële waarde van verschuldigde andere fi nanciële instrumenten | 3.100 | 3.811 | 1.797 | 0 | 8.708 | |
| Overlopende rekeningen | 71.918 | 9.341 | 9.300 | 90.559 | ||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Handelsschulden | ||||||
| Overige schulden | 4.639 | 4.639 | ||||
| Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen van kapitaalsubsidies |
1.354 | 7.929 | 9.283 |
| Contractuele vervaldag | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 | 1 - 3 | 3 maand - | ||||
| Van het boekjaar | maand | maand | 1 jaar | 1 - 5 jaar | > 5 jaar | Totaal |
| FINANCIËLE SCHULDEN | ||||||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Bankleningen op korte termijn | 69.515 | 2.626 | 410 | 72.551 | ||
| Krediet op bankrekeningen | 932 | 932 | ||||
| Kortetermijnlening: commercial paper | 50.840 | 20.206 | 134.748 | 205.794 | ||
| Overige leningen | 7.882 | 7.882 | ||||
| Bankleningen op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen |
||||||
| Overige leningen op meer dan één jaar die binnen het | 39 | 78 | 563 | 680 | ||
| jaar vervallen | ||||||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Bankleningen op meer dan één jaar | 20.000 | 20.000 | ||||
| Overige leningen op meer dan één jaar | 6.396 | 6.396 | ||||
| HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN | ||||||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Handelsschulden | 470.663 | 219.383 | 20.683 | 710.729 | ||
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering | 700 | 3.284 | 13.953 | 17.937 | ||
| Belastingen andere dan belastingen op het resultaat | 9.037 | -871 | 630 | 8.796 | ||
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 44.777 | 26.709 | 46.785 | 118.271 | ||
| Overige schulden | 6.100 | 1.765 | 8.774 | 16.639 | ||
| Verschuldigde dividenden | 7.485 | 0 | 0 | 7.485 | ||
| Te betalen interesten | 14 | 356 | 3 | 373 | ||
| Reële waarde schulden fi nanciële instrumenten kasstroomafdekking |
251 | 842 | 1.992 | 297 | 3.382 | |
| Reële waarde schulden andere fi nanciële instrumenten | 1.842 | 4.391 | 1.656 | 49 | 7.938 | |
| Overlopende rekeningen | 61.907 | 7.226 | 6.086 | 75.218 | ||
| Op meer dan een jaar | ||||||
| Handelsschulden | ||||||
| Overige schulden | 2.031 | 2.429 | 4.461 | |||
| Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies | 1.745 | 6.702 | 8.447 |
De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen aangaande plannen met een 'te bereiken doel', voornamelijk met betrekking tot de Belgische, Franse en Duitse activiteiten. Het merendeel van deze plannen berekent de verplichtingen op basis van het verwachte eindsalaris.
| (EUR duizend) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vergoedingen na uitdienst treding - pensioenen en aanverwante |
Vergoedingen na uitdienst treding - overige |
Vergoedingen loopbaan beëindiging - brugpensioenen en aanverwante |
Andere langetermijn personeel vergoedingen |
Totaal | |
| Per einde van het vorige boekjaar | 186.721 | 22.379 | 33.207 | 16.669 | 258.975 |
| . Wijzigingen in boekhoudkundige regels | 1.164 | 0 | -412 | 0 | 753 |
| . Toename (inbegrepen in 'Bezoldigingen en personeelsvoordelen') |
16.784 | 337 | 6.741 | 1.944 | 25.806 |
| . Terugnemingen (inbegrepen in 'Bezoldigingen en personeelsvoordelen') |
-1.101 | -399 | 0 | -343 | -1.844 |
| . Bestedingen (inbegrepen in 'Bezoldigingen en personeelsvoordelen') |
-14.633 | -469 | -9.840 | -1.528 | -26.470 |
| . Impact interestvoet en actualisering (inbegrepen in 'Financiële kosten') |
6.492 | 652 | 653 | 473 | 8.270 |
| . Omrekeningsverschillen | -473 | -496 | -60 | -40 | -1.069 |
| . Overboekingen | -7 | -368 | 530 | -155 | 0 |
| . Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | 3.535 | -85 | 0 | 0 | 3.451 |
| . Andere wijzigingen | -8 | -62 | 35 | 0 | -35 |
| Per einde van het boekjaar | 198.474 | 21.489 | 30.855 | 17.020 | 267.837 |
| Bewegingen | |||
|---|---|---|---|
| 31/12/12 | 2013 | 31/12/13 | |
| België | 39.688 | 4.309 | 43.997 |
| Frankrijk | 27.476 | 184 | 27.660 |
| Duitsland | 173.933 | 8.660 | 182.593 |
| Subtotaal | 241.097 | 13.153 | 254.250 |
| Overige entiteiten | 17.878 | -4.291 | 13.587 |
| Totaal | 258.975 | 8.862 | 267.837 |
| (EUR duizend) | |
|---|---|
| Recht op terugbetaling | |
| Per einde van het vorige boekjaar | 6.674 |
| Feitelijke terugbetaling | -407 |
| Verwacht rendement | 210 |
| Actuariële winsten en verliezen op terugbetalingsrechten | -237 |
| Per einde van het boekjaar | 6.240 |
Bovenstaande tabel geeft de waarden van en de bewegingen op de voorzieningen voor personeelsvoordelen van de dochterondernemingen, die onder de integrale consolidatiemethode opgenomen zijn, weer. Er is een verschil tussen de bedragen op de lijn 'opgenomen in eigen vermogen' en de bedragen weergegeven in toelichting F23, daar deze bijlage eveneens de waarden van de geassocieerde ondernemingen en de joint ventures, opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode, bevat.
Zoals beschreven in nota F20 werd er een vordering op meer dan één jaar geboekt als 'recht op terugbetaling' binnen het kader van medische kosten die Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren gedurende de levensduur van deze schulden. Wanneer er een verandering voorkomt in deze schulden zal deze verandering het recht op terugbetaling onder de langetermijnvorderingen op dezelfde manier beïnvloeden. Als de verandering van de periode gerelateerd is met de verandering van de actuariële veronderstellingen, worden zowel de schulden als de activa aangepast langs de geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de Groep.
De hierna volgende toelichtingen onder IAS 19 werden overgenomen uit de verslagen opgemaakt door externe actuarissen.
Umicore | Jaarverslag 2013
Umicore's 'te bereiken doel'-pensioenplannen voor de 3 belangrijkste landen zijn als volgt:
Umicore-bedrijven in België hanteren 'te bereiken doel'-plannen die pensioensvoordelen geven welke afhankelijk zijn van het salaris, leeftijd en anciënniteit. Deze pensioenplannen vertegenwoordigen verplichtingen verbonden aan het 'te bereiken doel'-plan van EUR 163,1 miljoen en activa van EUR 119,1 milljoen. Ze voorzien in een forfaitaire betaling op pensionering en voordelen in geval van overlijden of onbekwaamheid voorafgaand het pensioen.
De plannen worden extern gefi nancierd door ofwel verzekeringsmaatschappijen of onafhankelijke instellingen die pensioenplannen beheren ('IORP'). Voor de IORP worden de noodzakelijke deugdelijk bestuurprocessen inzake risicobeheer toegepast. Eén van de risicomaatregelen is om regelmatig een 'Continuiteitstest' uit te voeren waarbij de gevolgen van strategische investeringsbeleiden geanalyseerd worden inzake risico-en rendementprofi elen en solvabiliteitsmaatregelen. Een verklaring van investeringsprincipes en het fi nancieringsbeleid worden hieruit afgeleid. Het is de bedoeling om een goed gediversifi eerd toewijzing van activa te verkrijgen om zo het risico te beheersen.
De reële waarden van aandelen- en schuldinstrumenten worden op basis van de beurskoersen op actieve markten bepaald (Niveau 1 reële waardeclassifi catie). De plannen houden geen directe positie in van Umicore-aandelen of -obligaties, evenmin bezitten ze eigendommen gebruikt door een entiteit van Umicore. De beleggingen zijn goed gediversifi eerd zodat het falen van enige belegging geen materiële invloed zou hebben op het globale niveau van activa.
De personeelsvoordelen na uitdiensttreding zijn voornamelijk niet-gefi nancierde pensioenplannen van het type 'te bereiken doel', die voordelen verschaffen in geval van pensioen, onbekwaamheid en overlijden. Alle plannen zijn gebaseerd op het uiteindelijke of gemiddelde uiteindelijke salaris, behalve het uitgesteld compensatieplan. De voordelen van het uitgesteld compensatieplan zijn gebaseerd op de jaarlijkse omgezette salaris en zorgt voor een gegarandeerde interestvoet van 3,0% p.a. (6,0% p.a. voor salarisomzettingen voor 2014). De gezamenlijke pensioenplannen vertegenwoordigen verplichtingen aangaande de 'te bereiken doel'- plannen van EUR 189,9 miljoen en activa van EUR 7,3 miljoen.
Zoals hierboven vermeld, zijn de personeelsvoordelen na uitdiensttreding voornamelijk niet-gefi nancierde plannen. Een minderheid wordt gefi nancierd door gewaardborgde herverzekeringscontracten.
Alle planactiva houden verband met gewaarborgde verzekeringscontracten en hebben geen beurskoers.
In Frankrijk zijn er 3 belangrijke 'te bereiken doel'-plannen in plaats.
De gezamenlijke pensioenplannen vertegenwoordigen verplichtingen aangaande 'te bereiken doel'-plannen van EUR 29,5 miljoen en activa van EUR 1,8 miljoen.
De fi nanciering gebeurt via een algemeen EURO fonds van een levensverzekeringsmaatschappij. Dit fonds bestaat hoofdzakelijk uit vaste rentevoetobligaties (80%), aandelen (9%) en onroerend goed (4%) van hoge kwaliteit.
De reële waarden van aandelen- en schuldinstrumenten worden op basis van de beurskoersen op actieve markten bepaald.
Een herstructureringsplan vond plaats vanaf 18 december 2013. Dit betreft 13 leidinggevende werknemers en 25 niet-leidinggevende werknemers.
De belangrijkste risico's met betrekking tot de 'te bereiken doel'-plannen zijn:
Er zijn bijkomende risico's in Duitsland:
Volgend risico's gelinkt aan België:
• Onder de Belgische wetgeving die van toepassing is op de 2e pijler van de pensioenplannen (de zogenaamde 'Wet Vandenbroucke'), moeten alle Belgische plannen met 'vaste bijdrage' onder IFRS beschouwd worden als 'te bereiken doel'-plannen. De wet Vandenbroucke verklaart dat in het kader van plannen met 'vaste bijdrage', de werkgever een minimum rendement van 3,75% moet garanderen op de bijdrage van de werknemers en 3,25% op de bijdrage van de werknemer.
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| WIJZIGING IN DE VERPLICHTINGEN VOOR PERSONEELSVOORDELEN | ||
| Verplichting bij het begin van het boekjaar | 319.517 | 399.193 |
| Wijzigingen in boekhoudkundige regels | -835 | |
| Kosten van diensten geleverd in het jaar | 21.526 | 21.781 |
| Interestkosten | 14.782 | 13.250 |
| Bijdragen van de planparticipanten | 553 | 464 |
| Planwijzigingen | 899 | 0 |
| Actuariële verliezen en winsten – wijzigingen in de demografi sche veronderstellingen | 1.346 | 3.088 |
| Actuariële verliezen en winsten – wijzigingen in de fi nanciële veronderstellingen | 59.602 | 27.421 |
| Actuariële verliezen en winsten – ervaringsaanpassingen | 5.515 | 5.274 |
| Uitbetaalde voordelen | -24.241 | -25.056 |
| Betaalde onkosten | -75 | -983 |
| Nettotransfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) | -62 | 3 |
| Omrekeningsverschillen | -169 | -2.843 |
| Verplichting per einde van het boekjaar | 399.193 | 440.757 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| (EUR duizend) | ||
| 2012 | 2013 | |
| VERANDERINGEN IN DE PLANACTIVA | ||
| Reële waarde van de planactiva bij begin van het boekjaar | 125.785 | 139.573 |
| Wijzigingen in boekhoudkundige regels | 0 | -920 |
| Verwacht rendement op de planactiva | 5.434 | 4.586 |
| Actuariële verliezen en winsten | 5.834 | 31.125 |
| Bijdragen van de werkgever | 26.397 | 26.036 |
| Bijdragen van de planparticipanten | 553 | 464 |
| Uitkeringen van het plan/bedrijf | -24.241 | -25.056 |
| Betaalde onkosten | -75 | -1.057 |
| Nettotransfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) | 1 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -115 | -1.797 |
| Reële waarde van de planactiva per einde van het boekjaar | 139.573 | 172.954 |
De pensioenplannen in België, Frankrijk, Liechtenstein, Nederland, USA, Japan en Noorwegen zijn geheel of gedeeltelijk gefi nancierd met planactiva. Alle andere plannen zijn niet-gefi nancierde plannen.
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| BEDRAGEN OPGENOMEN IN DE BALANS | ||
| Verplichtingen aangaande toegezegde pensioenrechten | 399.193 | 440.757 |
| Reële waarde van de planactiva van de fondsen | 139.573 | 172.954 |
| Tekort/overschot van gefi nancierde plannen | 259.620 | 267.803 |
| Effecten van het activaplafond / verlieslatende verplichtingen | ||
| Netto passiva/activa | 259.620 | 267.803 |
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST | ||
| Bedragen geboekt in de resultatenrekening van de periode | ||
| Kosten van diensttijd van het jaar | 22.485 | 21.781 |
| Interestkost | 14.782 | 13.250 |
| Interestbaten van planactiva | -5.434 | -4.586 |
| Verwacht rendement op de terugbetalingsrechten | -261 | -210 |
| Herwaarderingen van Andere langetermijnvoordelen | 3.561 | 1.287 |
| Administratieve kosten en belastingen | 0 | 71 |
| Totale pensioenkost opgenomen in de winst/verlies rekening | 35.133 | 31.593 |
| Bedragen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | ||
| Gecumuleerde actuariële verliezen en winsten bij het begin van het boekjaar | 55.906 | 110.872 |
| Wijzigingen in boekhoudkundige regels | 1.296 | |
| Actuariële verliezen en winsten van het boekjaar | 54.872 | 3.689 |
| Transfer van/naar overgedragen resultaten | ||
| Minderheidsbelangen | 669 | -96 |
| Actuariële winsten en verliezen van het recht op terugbetaling | 1 | |
| Andere wijzigingen | -698 | 7 |
| Omrekeningsverschillen | 121 | -360 |
| Totaal opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten door geconsolideerde ondernemingen | 110.872 | 115.408 |
| Actuariële verliezen en winsten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 24.856 | 22.934 |
| Totaal opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | 135.728 | 138.342 |
| Herwaarderingen (geboekt in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten) | ||
| Effect van wijzigingen in de demografi sche veronderstellingen | 662 | 2.984 |
| Effect van wijzigingen in de fi nanciële veronderstellingen | 57.477 | 27.284 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 4.767 | 4.205 |
| Rendement op de planactiva (exclusief interestbaten) | -5.835 | -31.100 |
| Rendement op rechten op terugbetaling (exclusief interestbaten) | -826 | 237 |
| Wijzigingen in activaplafond / verlieslatende verplichtingen | 0 | 0 |
| Totaal herwaarderingen in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten | 56.245 | 3.610 |
De interestkost, het rendement op de planactiva en de impact door verdiscontering van de andere 'na dienstuittreding voordelenplannen' worden geboekt onder de fi nanciële resultaten in de resultatenrekening (zie toelichting F11). Alle andere elementen van de jaarlijkse kost worden geboekt onder het bedrijfsresultaat onder de rubriek 'bezoldigingen en personeelsvoordelen'.
De actuariële winsten van het jaar opgenomen in het eigen vermogen hebben hun oorsprong in een verandering van de verdisconteringvoet op de pensioenplannen en verschillen tussen het verwachte en actuele rendement op de planactiva.
| 2012 | 2013 | |
|---|---|---|
| VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN | ||
| Gewogen gemiddelde veronderstellingen ter bepaling van de verplichtingen per einde van het jaar | ||
| Actualisatievoet (%) | 3,29 | 3,38 |
| Percentage van salarisverhogingen (%) | 2,95 | 2,99 |
| Percentage van de infl atie (%) | 2,07 | 2,05 |
| Percentage van pensioenverhogingen (%) | 1,60 | 1,64 |
| Gewogen gemiddele veronderstellingen ter bepaling van de nettokost | ||
| Actualisatievoet (%) | 4,72 | 3,30 |
| Verwachte toename van salarissen (%) | 3,08 | 2,96 |
| Percentage van de infl atie (%) | 2,07 | 2,07 |
| Percentage van pensioenverhogingen (%) | 1,56 | 1,60 |
| 2013 | |||
|---|---|---|---|
| Reële waarde van alle planactiva |
Reële waarde van planactiva met beurskoers |
||
| Planactiva | |||
| Kas en kasequivalenten | 4.517 | 4.419 | |
| aandeleninstrumenten | 35.914 | 35.736 | |
| Schuldinstrumenten | 64.751 | 63.291 | |
| Onroerend goed | 8.132 | 8.068 | |
| Afgeleide fi nanciële instrumenten | |||
| Beleggingsfondsen | |||
| Activa aangehouden door verzekeringsmaatschappijen | 58.985 | ||
| Overige | 656 | 607 | |
| Niet toegewezen activa | |||
| Totaal planactiva | 172.955 | 112.121 |
De veronderstellingen worden aanbevolen door de lokale actuarissen in lijn met IAS 19 (herzien). De standaardreferentie voor de Eurozone is de iBOXX AA Index opbrengst en gelijkaardige indici worden gebruikt voor de andere regio's. De tabellen voor de levensverwachting zijn specifi ek voor elk land.
Andere planactiva zijn grotendeels geïnvesteerd in verzekeringscontracten en banktermijndeposito's. De veronderstelling inzake de verwachte langetermijnrendementsvoet op de activa is gedocumenteerd voor elk individueel plan zoals aanbevolen door de lokale actuarissen.
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| 2013 | ||
| Sensitiviteit | Sensitiviteit | |
| +0,25% | -0,25% | |
| Sensitiviteit van veronderstellingen van tendenspercentage op actualisatievoet | ||
| Effect op de verplichtingen aangaande toegezegde pensioenrechten | 427.959 | 454.140 |
| Gewogen gemiddelde periode van toegezegde pensioenrechten | 12,89 | 13,10 |
| Sensitiviteit van veronderstellingen van tendenspercentage op infl atiepercentage | ||
| Effect op de verplichtingen aangaande toegezegde pensioenrechten | 449.032 | 433.020 |
| Sensitiviteit van veronderstellingen van tendenspercentage op verhogingspercentage | ||
| Effect op de verplichtingen aangaande toegezegde pensioenrechten | 446.170 | 436.169 |
| (EUR duizend) | ||
| 2012 | 2013 | |
| Aansluiting balans | ||
| Balans verplichtingen (activa) bij het begin van het boekjaar | 193.023 | 258.975 |
| Wijzigingen in boekhoudkundige regels | 753 | |
| Opgenomen pensioenkosten in W&V van het boekjaar | 35.132 | 31.593 |
| Bedragen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen van het boekjaar | 56.249 | 3.610 |
| Werkgeversbijdragen via fondsen gestort in het boekjaar | -13.356 | -12.528 |
| Werkgeversbijdragen onmiddellijk gestort in het boekjaar | -13.042 | -13.508 |
| Terugbetaling van kredieten | 1.087 | -27 |
| Netto transfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) | -65 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -56 | -1.031 |
| Balans verplichtingen/activa op het jaareinde | 258.975 | 267.837 |
| Aansluiting balans | |
|---|---|
| Balans verplichtingen (activa) bij het begin van het boekjaar 193.023 |
258.975 |
| Wijzigingen in boekhoudkundige regels | 753 |
| Opgenomen pensioenkosten in W&V van het boekjaar 35.132 |
31.593 |
| Bedragen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen van het boekjaar 56.249 |
3.610 |
| Werkgeversbijdragen via fondsen gestort in het boekjaar -13.356 |
-12.528 |
| Werkgeversbijdragen onmiddellijk gestort in het boekjaar -13.042 |
-13.508 |
| Terugbetaling van kredieten 1.087 |
-27 |
| Netto transfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) -65 |
0 |
| Omrekeningsverschillen -56 |
-1.031 |
| Op 31 december | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|
| Huidige waarde van de verplichting | 294.378 | 312.573 | 319.517 | 399.193 | 440.757 |
| Reële waarde planactiva | 110.898 | 120.945 | 125.785 | 139.573 | 172.954 |
| Tekort/overschot van plannen | 183.480 | 191.628 | 193.732 | 259.620 | 267.803 |
| Ervaringsaanpassingen op de fondsbeleggingen | -2.734 | -780 | 6.871 | -5.834 | -31.125 |
| Ervaringsaanpassingen op de verplichtingen | 1.407 | -476 | 6.929 | 5.515 | 5.274 |
De impact van de IAS 19 (herzien) op de cijfers van 2012 is onbelangrijk ten opzichte van de voorzieningen voor personeelsvoordelen. Hierdoor werd beslist de cijfers van 2012 niet te veranderen, maar om de openingsbalans op 1 januari 2013 te herwerken (onder de lijn Wijzigingen in boekhoudkundige regels).
| VERWACHTE KASSTROMEN VOOR VOLGENDE JAREN Verwachte bijdragen van de werkgever 25.341 Verwachte totaal pensioenrechtenbetalingen Jaar 1 25.378 Jaar 2 19.243 Jaar 3 19.511 Jaar 4 20.971 Jaar 5 18.906 |
2013 | |
|---|---|---|
| De volgende 5 jaren | 102.020 |
| hoger zijn in bepaalde dat nog uitgeoefend Plan Vervaldatum Uitoefening landen) moet worden ISOP 2006 02/03/2016 alle werkdagen van 22,55 92.000 Euronext Brussels 24,00 7.500 02/03/2013 22,55 99.500 ISOP 2007 16/02/2017 alle werkdagen van 26,55 168.500 Euronext Brussels 27,36 10.000 16/02/2014 26,55 ISOP 2008 14/04/2018 alle werkdagen van 32,57 Euronext Brussels 32,71 14/04/2015 32,57 32,71 ISOP 2009 15/02/2016 alle werkdagen van 14,44 Euronext Brussels 14,68 ISOP 2010 14/02/2017 alle werkdagen van 22,30 Euronext Brussels ISOP 2011 13/02/2018 alle werkdagen van 38,07 Euronext Brussels 39,25 38,54 ISOP 2012 12/02/2019 alle werkdagen van 35,32 Euronext Brussels 37,67 36,00 ISOP 2013 12/02/2020 alle werkdagen van 36,38 Euronext Brussels 37,67 |
Uitoefenprijs (EUR) | |||
|---|---|---|---|---|
| (de uitoefeningsprijs kan | Aantal opties | |||
| 0 | ||||
| 4.500 | ||||
| 183.000 | ||||
| 205.250 | ||||
| 26.000 | ||||
| 177.750 | ||||
| 1.250 | ||||
| 410.250 | ||||
| 266.000 | ||||
| 21.000 | ||||
| 287.000 | ||||
| 528.338 | ||||
| 528.338 | ||||
| 581.375 | ||||
| 65.000 | ||||
| 31.000 | ||||
| 677.375 | ||||
| 514.500 | ||||
| 56.500 | ||||
| 32.375 | ||||
| 603.375 | ||||
| 533.750 | ||||
| 55.500 | ||||
| 589.250 | ||||
| Totaal | 3.378.088 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||
|---|---|---|---|---|
| ISOP verwijst naar 'Incentive Stock Option Plan' (wereldwijd plan voor kaders). | ||||
| Aandelenopties, waarvan typisch de rechten werden verworven op de datum van toekenning, worden verwacht om vereffend te worden met bestaande aandelen. Opties die niet uitgeoefend werden voor de vervaldatum vervallen automatisch. |
||||
| (EUR duizend) | ||||
| 2012 Gewogen gemiddelde |
2013 Gewogen gemiddelde |
|||
| Aantal opties | uitoefeningsprijs | Aantal opties | uitoefeningsprijs | |
| UITSTAANDE AANDELENOPTIES GEDURENDE HET JAAR | ||||
| Uitstaande begin van het boekjaar | 3.593.375 | 26,35 | 3.090.750 | 29,17 |
| Toegekend tijdens boekjaar | 603.375 | 35,58 | 589.250 | 36,59 |
| Uitgeoefend tijdens het boekjaar | 1.106.000 | 23,51 | 301.912 | 21,23 |
| Vervallen tijdens het boekjaar Uitstaande einde boekjaar |
3.090.750 | 29,17 | 3.378.088 | 31,18 |
De nog niet vervallen opties op het einde van het boekjaar, hebben een gemiddelde gewogen looptijd tot januari 2018.
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| Voorzieningen voor bodemsanering en landschapsherstel |
Overige voorzieningen voor leefmilieu |
Totaal | |
| Per einde van het vorige boekjaar | 80.441 | 2.549 | 82.990 |
| . Toename | 9.518 | 1.436 | 10.954 |
| . Terugnemingen | -236 | -236 | |
| . Bestedingen (begrepen in 'Andere bedrijfskosten') | -11.523 | -733 | -12.256 |
| . Actualisering (begrepen in 'Netto fi nanciële kosten') | 398 | 398 | |
| . Omrekeningsverschillen | -1.867 | -1.867 | |
| Per einde van het boekjaar | 76.732 | 3.252 | 79.984 |
| waarvan : - op meer dan één jaar | 63.788 | 1.851 | 65.639 |
| - op ten hoogste één jaar | 12.945 | 1.402 | 14.347 |
Voorzieningen voor leefmilieu, volgens wettelijke en feitelijke verplichtingen zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen evenals historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden gekend op het einde van het boekjaar. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.
De voorzieningen verminderden met EUR 3.006 duizend, waarbij bijkomende voorzieningen meer dan gecompenseerd werden door bestedingen of terugnemingen van bestaande voorzieningen. Dit is een goede weergave van de bestendige uitvoering van de geïdentifi eerde en aangegane saneringsprogramma's.
De toename van de voorzieningen voor bodem- en watersanering heeft hoofdzakelijk betrekking op de historische vervuiling veroorzaakt op sites in de omgeving van sites in Brazilië, voor de overname door Umicore.
De bestedingen van de voorzieningen van de periode zijn voor het grootste deel verbonden met de realisatie van saneringsprogramma's in Brazilië (Guarulhos en omgeving), Frankrijk (Viviez) en België (Hoboken, Olen en Angleur).
Gedurende 2013 vonden geen belangrijke bewegingen plaats op de voorzieningen die werden aangelegd voor het historische radioactief afvalmateriaal in Olen, België. De onderhandelingen met alle bevoegde instanties om een duurzame en aanvaardbare opslagoplossing te vinden duren voort, zij het op een langzaam tempo.
Het management verwacht dat de belangrijkste kasuitgaven met betrekking tot deze projecten zullen gebeuren binnen de vijf jaar.
(EUR duizend)
| Voorzieningen voor herstructurering en reorganisatie |
Overige voorzieningen |
Totaal | |
|---|---|---|---|
| Per einde van het vorige boekjaar | 12.940 | 45.060 | 58.000 |
| . Perimeterwijzigingen | |||
| . Toename | 6.312 | 5.208 | 11.520 |
| . Terugnemingen | -750 | -1.684 | -2.434 |
| . Bestedingen (begrepen in 'Andere bedrijfskosten') | -3.375 | -4.655 | -8.030 |
| . Actualisering (begrepen in 'Netto fi nanciële kosten') | -190 | -4.491 | -4.681 |
| . Omrekeningsverschillen | -105 | 0 | -105 |
| . Andere wijzigingen | |||
| Per einde van het boekjaar | 14.831 | 39.443 | 54.270 |
| waarvan: - op meer dan één jaar | 11.459 | 26.650 | 38.109 |
| - op ten hoogste één jaar | 3.372 | 12.793 | 16.165 |
Voorzieningen voor reorganisaties en herstructureringen, voor risico's met betrekking tot belastingen, garanties en geschillen, voor verlieslatende contracten en productterugnames, zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen, alsook historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden die gekend zijn op het einde van het boekjaar. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.
Voorzieningen zijn in het totaal met EUR 3.730 duizend afgenomen. De nieuwe voorzieningen werden meer dan gecompenseerd door aanwendingen, terugnames en omrekeningsverschillen.
De bijkomende voorzieningen voor reorganisaties en herstructureringen werden vooral aangelegd in Frankrijk (de site van Bagnolet en Climeta).
De toename en terugname van de andere voorzieningen voor overige risico's en kosten betreffen garanties, verlieslatende contracten en geschillen. Deze beïnvloeden een wijde reeks van dochterondernemingen voornamelijk in Frankrijk, België en Noord-Amerika.
Ze omvatten ook voorzieningen voor verlieslatende contracten met betrekking tot het IAS 39-effect (zie Economische kerncijfers). De netto-toename gedurende de periode voor deze voorzieningen bedroeg EUR 430 duizend. Het eindsaldo van deze voorzieningen bedraagt EUR 4.857 duizend.
Er kan geen schatting gemaakt worden wanneer de kasuitstroom voor de voorziening voor overige risico's en kosten op meer dan één jaar zal plaatsvinden.
| F31 Aangewend kapitaal AANGEWEND KAPITAAL EN ROCE (EUR duizend) Toelichting 31/12/2012 30/06/2013 31/12/2013 Immateriële vaste activa F14, F15 200.903 202.836 218.251 Materiële vaste activa F16 912.268 935.221 998.563 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F17 214.015 199.683 201.391 Financiële activa beschikbaar voor verkoop - op meer dan één jaar F18 37.105 27.423 21.183 Voorraden F19 1.235.107 1.114.535 1.106.259 Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar F20 16.566 15.991 15.856 (zonder personeelsvoordelen) Bijgestelde handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar 774.633 894.555 705.591 Terug te vorderen belastingen 29.861 23.065 33.227 Activa opgenomen in het aangewend kapitaal 3.420.458 3.413.309 3.300.319 Handels- en overige schulden op meer dan één jaar F25 13.921 13.629 12.907 Bijgestelde handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar 1.017.827 1.049.498 963.385 Omrekeningsverschillen F23 -46.103 -68.233 -102.471 Voorzieningen op meer dan een jaar F29, F30 110.271 111.672 103.749 Voorzieningen op then hoogste een jaar F29, F30 30.720 35.147 30.511 Te betalen belastingen 35.519 46.852 64.696 Passiva opgenomen in het aangewend kapitaal 1.162.155 1.188.564 1.072.778 Aangewend kapitaal 2.258.303 2.224.746 2.227.542 IAS 39 en eliminaties -1.094 -11.358 -6.026 Aangewend kapitaal zoals gepubliceerd 2.259.397 2.236.103 2.233.568 Gemiddeld aangewend kapitaal, in semester voor afsluitingsdatum 2.247.129 2.247.750 2.234.836 Gemiddeld aangewend kapitaal, in jaar 2.224.486 2.241.293 Recurrente EBIT F9 372.097 303.967 |
Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|---|
| ROCE | 16,73% | 13,56% |
Handelsvorderingen en -schulden opgenomen in 'Aangewend kapitaal' omvatten niet de 'margin calls' noch de geboekte winsten of verliezen op de aanpassing naar reële waarde op de strategische indekkingsinstrumenten.
Het gemiddeld aangewend kapitaal voor het half jaar wordt berekend door het gemiddelde te nemen van het aangewend kapitaal op het einde van de periode en het aangewend kapitaal van de vorige periode. Het gemiddeld aangewend kapitaal voor het hele jaar wordt berekend door het gemiddelde te nemen van het gemiddeld aangewend kapitaal van beide halfjaren.
| Boekwaarde | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangehouden | Cash Flow | Leningen, | Beschik | |||
| voor verkoop zon | indek | handels | baar | |||
| Reële | der indekkings | kingsboek | vorderingen | voor | ||
| Per einde van het vorige boekjaar | Niveau | waarde | boekhouding | houding | en schulden | verkoop |
| ACTIVA | ||||||
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | 37.108 | 37.108 | ||||
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen | 1 - 2 | 37.108 | 37.108 | |||
| Leningen toegekend | 10.047 | 10.047 | ||||
| Leningen toegekend | 2 | 10.047 | 10.047 | |||
| Handels- en overige vorderingen | 805.395 | 8.437 | 8.452 | 788.506 | ||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Garanties en deposito's | 3 | 8.304 | 8.304 | |||
| Overige vorderingen op meer dan één jaar | 3 | 8.261 | 8.261 | |||
| Personeelsvoordelen | 3 | 453 | 453 | |||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Handelsvorderingen (bruto) | 3 | 671.963 | 671.963 | |||
| Handelsvorderingen (waardeverminderingen) | 3 | -10.202 | -10.202 | |||
| Overige vorderingen (bruto) | 3 | 82.782 | 82.782 | |||
| Overige vorderingen (waardeverminderingen) | 3 | -6.905 | -6.905 | |||
| Te ontvangen interesten | 3 | 124 | 124 | |||
| Reële waarde vordering fi nanciële instrumenten | ||||||
| kasstroomindekking | 2 | 8.452 | 8.452 | |||
| Reële waarde vordering andere fi nanciële instrumenten | 2 | 8.437 | 8.437 | |||
| Overlopende rekeningen | 3 | 33.726 | 33.726 | |||
| Kas en kasequivalenten | 131.426 | 131.426 | ||||
| Beleggingen op korte termijn bij banken | 11.826 | 11.826 | ||||
| Beleggingen op korte termijn (andere) | 142 | 142 | ||||
| Financiële instellingen, liquide middelen en andere | 119.458 | 119.458 | ||||
| kasequivalenten | ||||||
| TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (ACTIVA) | 983.976 | 8.437 | 8.452 | 929.979 | 37.108 | |
| PASSIVA | ||||||
| Financiële schulden | 354.899 | 353.909 | ||||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Bankleningen | 2 | 0 | 0 | |||
| Overige leningen | 2 | 2.862 | 2.862 | |||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Bankleningen | 2 | 133.377 | 132.387 | |||
| Krediet op bankrekeningen | 2 | 439 | 439 | |||
| Commercial paper | 2 | 213.565 | 213.565 | |||
| Overige leningen | 2 | 4.656 | 4.656 | |||
| Handels- en overige schulden | 1.036.283 | 8.708 | 4.535 | 1.023.040 | ||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Handelsschulden | ||||||
| Overige schulden Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies |
3 3 |
4.639 9.283 |
4.639 9.283 |
|||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Handelsschulden | 3 | 728.311 | 728.311 | |||
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering | 3 | 21.564 | 21.564 | |||
| Belastingen andere dan belastingen op het resultaat | 3 | 16.664 | 16.664 | |||
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 3 | 125.835 | 125.835 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (EUR duizend) | ||||||
| Boekwaarde | ||||||
| Aangehouden | Cash Flow | Leningen, | Beschik | |||
| voor verkoop zon | indek | handels | baar | |||
| Reële | der indekkings | kingsboek | vorderingen | voor | ||
| Per einde van het vorige boekjaar | Niveau | waarde | boekhouding | houding | en schulden | verkoop |
| Overige schulden | 3 | 18.067 | 18.067 | |||
| Verschuldigde dividenden | 3 | 7.518 | 7.518 | |||
| Te betalen interesten | 3 | 600 | 600 | |||
| Reële waarde schulden fi nanciële instrumenten kasstroomindekking |
2 | 4.535 | 4.535 | |||
| Reële waarde schulden andere fi nanciële instrumenten | 2 | 8.708 | 8.708 | |||
| Overlopende rekeningen | 3 | 90.559 | 90.559 | |||
| TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (PASSIVA) | 1.391.182 | 8.708 | 4.535 | 1.376.949 | 0 |
| (EUR duizend) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | ||||||
| Aangehouden | Cash Flow | Leningen, | Beschik | |||
| voor verkoop zon | indek | handels | baar | |||
| Reële | der indekkings | kingsboek | vorderingen | voor | ||
| Per einde van het boekjaar | Niveau | waarde | boekhouding | houding | en schulden | verkoop |
| ACTIVA | ||||||
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | 21.183 | 21.183 | ||||
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen | 1 - 2 | 21.183 | 21.183 | |||
| Leningen toegekend | 10.904 | 10.904 | ||||
| Leningen toegekend | 2 | 10.904 | 10.904 | |||
| Handels- en overige vorderingen | 732.750 | 6.863 | 9.248 | 716.639 | ||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Garanties en deposito's | 3 | 8.193 | 8.193 | |||
| Overige vorderingen op meer dan één jaar | 3 | 7.662 | 7.662 | |||
| Personeelsvoordelen | 3 | 483 | 483 | |||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Handelsvorderingen (bruto) | 3 | 622.472 | 622.472 | |||
| Handelsvorderingen (waardeverminderingen) | 3 | -8.275 | -8.275 | |||
| Overige vorderingen (bruto) | 3 | 71.488 | 71.488 | |||
| Overige vorderingen (waardeverminderingen) | 3 | -5.801 | -5.801 | |||
| Te ontvangen interesten | 3 | 92 | 92 | |||
| Reële waarde vordering fi nanciële instrumenten kasstroomindekking |
2 | 9.248 | 9.248 | |||
| Reële waarde vordering andere fi nanciële instrumenten | 2 | 6.863 | 6.863 | |||
| Overlopende rekeningen | 3 | 20.324 | 20.324 | |||
| Kas en kasequivalenten | 99.245 | 99.245 | ||||
| Beleggingen op korte termijn bij banken | 13.636 | 13.636 | ||||
| Beleggingen op korte termijn (andere) | -21 | -21 | ||||
| Financiële instellingen, liquide middelen en andere | 85.630 | 85.630 | ||||
| kasequivalenten | ||||||
| TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (ACTIVA) | 864.082 | 6.863 | 9.248 | 826.788 | 21.183 | |
| PASSIVA | ||||||
| Financiële schulden | 314.136 | 314.236 | ||||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Bankleningen | 2 | 19.900 | 20.000 | |||
| Overige leningen | 2 | 6.397 | 6.397 |
| (EUR duizend) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | ||||||
| Aangehouden | Cash Flow | Leningen, | Beschik | |||
| voor verkoop zon | indek | handels | baar | |||
| Reële | der indekkings | kingsboek | vorderingen | voor | ||
| Per einde van het boekjaar Niveau |
waarde | boekhouding | houding | en schulden | verkoop | |
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Bankleningen | 2 | 72.551 | 72.551 | |||
| Krediet op bankrekeningen | 2 | 932 | 932 | |||
| Commercial paper | 2 | 205.794 | 205.794 | |||
| Overige leningen | 2 | 8.562 | 8.562 | |||
| Handels- en overige schulden | 979.676 | 7.938 | 3.382 | 968.356 | ||
| Op meer dan één jaar | ||||||
| Handelsschulden | 0 | |||||
| Overige schulden | 3 | 4.461 | 4.461 | |||
| Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies | 3 | 8.447 | 8.447 | |||
| Op ten hoogste één jaar | ||||||
| Handelsschulden | 3 | 710.729 | 710.729 | |||
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering | 3 | 17.937 | 17.937 | |||
| Belastingen andere dan belastingen op het resultaat | 3 | 8.796 | 8.796 | |||
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 3 | 118.271 | 118.271 | |||
| Overige schulden | 3 | 16.639 | 16.639 | |||
| Verschuldigde dividenden | 3 | 7.485 | 7.485 | |||
| Te betalen interesten | 3 | 373 | 373 | |||
| Reële waarde schulden fi nanciële instrumenten | 2 | 3.382 | 3.382 | |||
| kasstroomindekking | ||||||
| Reële waarde schulden andere fi nanciële instrumenten | 2 | 7.938 | 7.938 | |||
| Overlopende rekeningen | 3 | 75.218 | 75.218 | |||
| TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (PASSIVA) | 1.293.812 | 7.938 | 3.382 | 1.282.592 | 0 |
De leningen en schulden zijn uitgegeven aan een marktrentevoet welke geen grote verschillen met zich meebrengt vergeleken met de effectieve markrentevoet. Alle categorieën van fi nanciële instrumenten van Umicore worden aan hun reële waarde weergeven behalve de langlopende bank- en andere leningen. De boekwaarde van deze verschilt van de reële marktwaarde (zie toelichting F24).
De reële waarde van de fi nanciële instrumenten die verhandeld worden in actieve markten is gebaseerd op de koers in de desbetreffende markt op het einde van het boekjaar.
De reële waarde van de fi nanciële instrumenten die niet vrij verhandeld worden in een actieve markt wordt bepaald door middel van valorisatietechnieken. Meest gebruikte techniek is de 'discounted cash-fl ow' waarbij de marktomstandigheden deze zijn zoals ze gekend waren op het einde van het boekjaar.
De reële waarde van rentevoet swaps, in bijzonder, wordt berekend door de huidige waarde te nemen van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van forward wisselkoers- en metaalcontracten wordt bepaald door de genoteerde wissel- en metaalkoersen op het einde van het boekjaar te nemen.
De reële waarde van de vrij verhandelde fi nanciële vaste activa welke door de groep gehouden worden, is de genoteerde marktwaarde op het einde van het boekjaar. De reële waarde van de passiva wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren aan de huidige marktrentevoet. De genomen markrentevoet is deze rentevoet die beschikbaar is voor de groep voor gelijkaardige fi nanciële instrumenten.
Door van de nominale waarde van de handelsvordering en schulden de desbetreffende waardevermindering af te trekken, wordt hun reële waarde benaderd.
De Groep heeft de wijzigingen in IFRS 7 betreffende de waardering van fi nanciële instrumenten in de balans aan werkelijke waarde, aangenomen vanaf januari 2009. De wijzigingen hebben tot gevolg dat de aanpassing naar reële waarde gerapporteerd worden volgens volgende hiërarchie:
Niveau 1: Waardering gebaseerd op beurskoersen op actieve markten voor identieke activa of passiva.
Niveau 2: Waardering gebaseerd op waarneembare gegevens andere dan beurskoersen.
Niveau 3: Waardering gebaseerd op niet-waarneembare gegevens.
Binnen de Groep zijn de fi nanciële activa gewaardeerd volgens niveau 1. Uitzondering is echter de Nyrstar obligatie, welke een niveau 2 is (voor een bedrag van EUR 5,0 miljoen). Alle afgeleide producten voor metaal en wisselkoersen zijn gewaardeerd volgens niveau 2.
Umicore is blootgesteld aan fl uctuaties van grondstofprijzen, wisselkoersen en rentevoeten.
De reële waarde van de fi nanciële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (verkoopcontracten) zou EUR 6,9 miljoen lager/hoger zijn als de metaalprijzen met 10% zouden stijgen/dalen.
De reële waarde van de fi nanciële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (aankoopcontracten) zou EUR 4,1 miljoen hoger/lager zijn als de electriciteitsprijzen met 10% zouden stijgen/dalen.
De reële marktwaarde van andere fi nanciële verkoopsinstrumenten zou EUR 11,8 miljoen lager/hoger zijn en deze van andere fi nanciële aankoopinstrumenten zou 11,8 miljoen hoger/lager zijn indien de metaalprijzen met 10% zouden stijgen/dalen.
De reële waarde van de forward wisselkoerscontracten met betrekking tot de indekking van de kasstromen zou EUR 1,4 miljoen hoger zijn als de Euro 10% apprecieert ten opzichte van de USD en zou EUR 1,8 miljoen lager zijn als de Euro 10% deprecieert ten opzichte van de USD.
De reële waarde van de forward wisselkoerscontracten met betrekking tot de indekking van de kasstromen zou EUR 6,0 miljoen hoger zijn als de Euro 10% apprecieert ten opzichte van de ZAR en zou EUR 4,9 miljoen lager zijn als de Euro 10% deprecieert ten opzichte van de ZAR.
De reële waarde van de forward wisselkoerscontracten met betrekking tot de indekking van de kasstromen zou EUR 1,6 miljoen lager zijn als de USD 10% apprecieert ten opzichte van de KRW en zou EUR 2,3 miljoen hoger zijn als de USD 10% deprecieert ten opzichte van de KRW.
De reële waarde van de verkochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere fi nanciële instrumenten zou EUR 26,3 miljoen hoger zijn als de Euro 10% zou apprecieert ten opzichte van de USD en zou EUR 32,1 miljoen lager zijn als de Euro 10% deprecieert ten opzichte van de USD.
De reële waarde van de gekochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere fi nanciële instrumenten zou EUR 5,3 miljoen lager zijn indien de Euro 10% apprecieert ten opzichte van de USD en zou EUR 6,4 miljoen hoger zijn als de Euro 10% deprecieert ten opzichte van de USD.
De reële waarde van de netto-balansonderdelen die zijn blootgesteld aan de USD zou EUR 22,8 miljoen lager zijn indien de Euro 10% apprecieert ten opzichte van de USD en zou EUR 27,9 miljoen hoger zijn als de Euro 10% deprecieert ten opzichte van de USD.
Umicore dekt zijn structureel en transactiegebonden goederen- (metaal en energie), valuta- en rentevoetrisico's in door gebruik te maken van metaalinstrumenten (voornamelijk deze genoteerd op de London Metal Exchange), valuta-instrumenten en rentevoet-swaps met erkende makelaars en banken.
| (EUR duizend) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Nominaal of contractueel bedrag | Reële waarde | |||
| 31/12/2012 | 31/12/2013 | 31/12/2012 | 31/12/2013 | |
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht | 97.164 | 76.635 | 6.232 | 8.051 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht | -22.201 | -42.678 | -1.857 | -1.695 |
| Termijnovereenkomsten: deviezen verkocht | 88.980 | 121.471 | -458 | -377 |
| Termijnovereenkomsten: deviezen aangekocht | 3.115 | 0 | ||
| Forward rentevoet swapscontracten | -113 | |||
| Totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde dochterondernemingen) |
3.917 | 5.866 | ||
| Erkend in handels- en overige vorderingen | 8.452 | 9.248 | ||
| Erkend in handels- en overige schulden | -4.535 | -3.382 | ||
| Totaal reële waarde-impact (voor geassocieerde ondernemingen en joint ventures) |
22 | -13 | ||
| Totaal | 3.939 | 5.853 |
De principes en de documentatie over de ingedekte risico's als ook de timing gerelateerd aan de kasstroomindekkingsactiviteiten van de Groep zijn vermeld in toelichting F3, Beheer van fi nanciële risico's.
De reële waarden van de effectieve indekkingsinstrumenten worden in eerste instantie erkend in de reële waardereserves opgenomen onder het eigen vermogen. Nadat de onderliggende of aangegane transacties zich voordoen, worden ze afgeboekt uit het eigen vermogen (zie toelichting F23).
De termijnovereenkomsten voor verkochte goederen werden opgezet voor de indekking van oa volgende goederen: goud, zilver, palladium en koper.
De termijnovereenkomsten voor aangekochte goederen werden opgezet voor de indekking van prijsrisico's op electriciteit.
De termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen werden opgezet voor de indekking van de USD ten opzichte van de EUR, KRW, BRL en NOK en de EUR ten opzichte van de NOK en ZAR.
De gemiddelde vervaldag van de fi nanciële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking is december 2014 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte goederen en november 2014 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen.
De condities voor alle termijncontracten zijn gangbare marktcondities.
In die omstandigheden waar documentatie voor hedge accounting zoals gedefi nieerd onder IAS 39 niet beschikbaar is, worden fi nanciële instrumenten, gebruikt voor het indekken van structurele risico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter weldegelijk gebruikt om toekomstige waarschijnlijke kasstromen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.
De kasstroomindekking van Umicore is op geen enkele manier ineffectief geweest in 2012, noch in 2013.
| (EUR duizend) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Nominaal of contractueel bedrag | Reële waarde | |||
| 31/12/2012 | 31/12/2013 | 31/12/2012 | 31/12/2013 | |
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht | 99.771 | 139.201 | 953 | -591 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht | -118.934 | -120.116 | -4.785 | -2.002 |
| Termijncontracten: deviezen verkocht | 362.118 | 305.893 | 3.719 | 3.463 |
| Termijncontracten: deviezen aangekocht | -115.685 | -77.691 | -158 | -1.944 |
| Totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde dochterondernemingen) |
-271 | -1.074 | ||
| Erkend in handels- en overige vorderingen | 8.437 | 6.863 | ||
| Erkend in handels- en overige schulden | -8.708 | -7.938 | ||
| Totaal | -271 | -1.074 |
De principes en de documentatie over de transactiegebonden indekkingen door de Groep zijn beschreven in toelichting F3, Beheer van fi nanciële risico's. Bij gebrek aan documentatie voor hedge accounting voor deze indekkingsactiviteit zoals gedefi nieerd onder IAS 39, worden fi nanciële instrumenten, gebruikt voor het indekken van transactierisico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter wel degelijk gebruikt om bestaande transacties en vaste engagementen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.
De reële waarden zijn rechtstreeks onderkend in de resultatenrekening onder 'Andere bedrijfsopbrengsten' voor de basismaterialen gerelateerde instrumenten en onder 'Netto fi nanciële kosten' voor de valuta-gerelateerde instrumenten.
| Umicore Jaarverslag 2013 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Contractuele vervaldag | (EUR duizend) | ||||
| 1 tot | 3 maand | ||||
| Per einde van het vorige boekjaar | < 1 maand | 3 maand | - 1 jaar | 1 tot 5 jaar | Totaal |
| ACTIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE) | |||||
| Risico verbonden aan metaalprijzen | |||||
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (CFH) | 0 | 1.668 | 4.747 | 0 | 6.415 |
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) | 386 | 899 | 2.468 | 0 | 3.754 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) | 699 | 266 | 19 | -27 | 957 |
| Risico verbonden aan deviezen | |||||
| Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) | 175 | 358 | 1.641 | 1 | 2.174 |
| Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) | 3.405 | -8 | 322 | 0 | 3.719 |
| Termijncontracten: deviezen aankoop (overige) | 4 | 3 | 0 | 0 | 7 |
| PASSIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE) | |||||
| Risico verbonden aan metaalprijzen | |||||
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) | 0 | 19 | -193 | 0 | -174 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aankoop (CFH) | -2 | -52 | -1.112 | -708 | -1.873 |
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) | -1.329 | -1.288 | -5 | 0 | -2.621 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) | -1.709 | -2.403 | -1.810 | 0 | -5.921 |
| Risico verbonden aan deviezen | |||||
| Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) | 0 | -466 | -2.166 | 0 | -2.632 |
| Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) | -63 | -120 | 18 | 0 | -166 |
| (EUR duizend) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Contractuele vervaldag | |||||
| 1 tot | 3 maand | ||||
| Per einde van het boekjaar | < 1 maand | 3 maand | - 1 jaar | 1 tot 5 jaar | Totaal |
| ACTIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE) | |||||
| Risico verbonden aan metaalprijzen | |||||
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) | 578 | 577 | 3.538 | 3.336 | 8.029 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (CFH) | |||||
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) | 91 | 1.168 | 19 | 0 | 1.278 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) | 899 | 871 | 344 | 8 | 2.122 |
| Risico verbonden aan deviezen | |||||
| Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) | 116 | 216 | 861 | 26 | 1.219 |
| Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) | 2.033 | 444 | 541 | 445 | 3.463 |
| Termijncontracten: deviezen aankoop (overige) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| PASSIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE) | |||||
| Renterisico | |||||
| Rentevoetswaps | 0 | 0 | 0 | -113 | -113 |
| Risico verbonden aan metaalprijzen | |||||
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) | 0 | 2 | 8 | 13 | 23 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aankoop (CFH) | 6 | 36 | -735 | -1.002 | -1.695 |
| Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) | -1.036 | -636 | -198 | 0 | -1.870 |
| Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) | -720 | -3.401 | -2 | 0 | -4.124 |
| Risico verbonden aan deviezen | |||||
| Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) | -257 | -880 | -1.266 | 805 | -1.596 |
| Termijncontracten: deviezen aangekocht (CFH) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) | -86 | -354 | -1.456 | -49 | -1.944 |
De kasstromentabel bestaat uit de kasstromen afkomstig van respectievelijk de bedrijfs-, de investerings- en de fi nancieringsactiviteiten van de betreffende periode.
Voor de opmaak van de bedrijfskasstromen werd de indirecte methode toegepast. Het nettoresultaat werd aangepast voor:
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| AANPASSING VOOR NIET-KASTRANSACTIES | ||
| Afschrijvingen | 151.959 | 158.622 |
| Aanpassing IAS 39 | 6.278 | 1.022 |
| (Terugneming van) Bijzondere waardeverminderingen | 29.326 | 15.356 |
| Waardering aan marktwaarde van de voorraden en engagementen | -28.740 | 2.663 |
| Koersverschillen op leningen langetermijnleningen | -341 | 742 |
| Voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | 3.946 | 885 |
| Afschrijving van kapitaalsubsidies | -327 | -385 |
| Op aandelen gebaseerde vergoedingen | 5.325 | 4.337 |
| Wijziging in voorzieningen | -1.206 | 5.375 |
| 166.220 | 188.618 | |
| AANPASSING VOOR ELEMENTEN DIE AFZONDERLIJK VERMELD OF GEKLASSEERD MOETEN WORDEN ONDER DE INVESTERINGS- OF FINANCIERINGSKASSTROMEN |
||
| Belastingen van de periode | 59.688 | 52.386 |
| Interestkosten (-opbrengsten) | 6.103 | 2.609 |
| (Meerwaarde) Minwaarde op overdracht van vaste activa | 43 | -2.267 |
| Opbrengsten uit dividenden | -913 | -918 |
| 64.922 | 51.811 | |
| WIJZIGINGEN IN DE BEHOEFTE AAN BEDRIJFSKAPITAAL | ||
| Voorraden | 69.903 | 128.847 |
| Handels- en overige vorderingen | 63.969 | 69.310 |
| Handels- en overige schulden | -149.473 | -27.432 |
| Zoals in de geconsolideerde balans | -15.601 | 170.725 |
| Transacties zonder impact op kasstromen (*) | 21.485 | -3.314 |
| Elders gepubliceerde transacties (**) | 39.665 | -24.746 |
| Impact van bedrijsfacquisities | 9.131 | 6.509 |
| Omrekeningsverschillen | -20.620 | -52.300 |
| Zoals in de geconsolideerde kasstromentabel | 34.060 | 96.873 |
(*) De transacties zonder impact op kasstromen komen in de meeste gevallen van de waardering aan marktwaarde van voorraden en engagementen, van strategische en transactionele hedging resultaten en waardeverminderingen van voorraden en dubieuze debiteuren.
(**) De transacties die elders gepubliceerd worden zijn het gevolg van gewijzigde te ontvangen en nog te betalen interesten, dividenden en belastingen.
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| Netto kas en -kasequivalenten |
Leningen (zonder krediet op bankrekeningen) |
Netto fi nanciële schulden |
|
| Per einde van het vorige boekjaar | 130.989 | 353.469 | 222.480 |
| Kassstromen van de periode | -32.675 | -40.166 | -7.491 |
| Per einde van het boekjaar | 98.313 | 313.303 | 214.990 |
| (EUR duizend) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | 227.770 | 266.741 |
| Verwerving van immateriële vaste activa | 25.688 | 26.970 |
| Verwerving van vaste activa | 253.458 | 293.711 |
| O&O-investeringen | 17.713 | 14.096 |
| Investeringen | 235.745 | 279.615 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| 34.2 Toename van de kasstromen uit bedrijfsactiviteit | ||
| De kasstromen uit bedrijfsactiviteiten na belastingen bedroegen EUR 500,8 miljoen. De bedrijfskapitaalbehoeften daalden met EUR 96,9 miljoen door lagere volumes evenals door lagere metaalprijzen. |
||
| 34.3 Toename van de kasstromen uit investeringsactiviteit | ||
| De netto-kasstromen gebruikt in investeringsactiviteiten namen met EUR 49,6 miljoen toe in 2013. De investeringen bedroegen EUR 280 miljoen als de gekapitaliseerde O&O-kosten uitgesloten zijn, zoals in de nieuwe Umicore-defi nitie over investeringen (zie Glossarium). Investeringen waren voornamelijk gerelateerd aan Vision 2015 groeiprojecten. In vergelijking met 2012, zijn de investeringen gestegen in het segment Catalysis. Dit is een gevolg van de uitbreiding van de productiecapaciteit voor toepassingen voor lichte motoren en zwaardere dieselmotoren in Azië en Europa en wegens de uitbouw van technische onderzoekscentra in Japan en Brazilië. De investeringen in Energy Materials waren eveneens hoger met investeringen in extra capaciteit voor kathodematerialen in Zuid-Korea en China en de opbouw van een nieuwe precursorenfabriek in Zuid-Korea. In het segment Recycling bleven de investeringen op een hoog niveau als gevolg van de uitbreiding van de bemonsteringsinstallaties en de nieuwe water- en gaszuiveringsinstallaties in Hoboken in België. Investeringen in het segment Performance Materials bleven stabiel. |
||
| De acquisities bevatten ook EUR 25,5 miljoen immateriële vaste activa welke vooral voortkomen uit de de kapitalisatie van O&O-ontwikkelingskosten en informatiesystemen (zie ook toelichting F14). De acquisitie van nieuwe dochterondernemingen heeft betrekking tot de overname van Palm Commodities International. |
||
| 34.4 Afname van de kasstromen uit fi nancieringsactiviteit | ||
| De kasstroom gebruikt in fi nancieringsactiviteiten is vooral te wijten aan de nettodaling van de schuldgraad (EUR 38,5 miljoen), de inkoop van eigen aandelen vermindert met eigen aandelen die gebruikt werden om opties uit te oefenen (EUR 78,8 miljoen), de kapitaalvermindering in minderheden (EUR 5,8 miljoen), de betaling van dividenden (EUR 115,2 miljoen) en de betaling van intresten (EUR 2,6 miljoen). |
||
| (EUR duizend) | ||
| 2012 | 2013 | |
| Verwerving van materiële vaste activa Verwerving van immateriële vaste activa Verwerving van vaste activa |
227.770 25.688 253.458 |
266.741 26.970 293.711 |
| O&O-investeringen Investeringen |
17.713 235.745 |
14.096 279.615 |
| F35 Rechten en verplichtingen | ||
| 2012 | (EUR duizend) 2013 |
|
| Door derden gestelde zekerheden voor rekening van de Groep | 64.008 | 48.258 |
| Door de Groep gestelde zekerheden voor rekening van derden | 8.516 | 4.746 |
| Ontvangen zekerheden | 105.356 | 103.955 |
| Door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de Groep | 414.793 | 293.442 |
| Verplichtingen tot aankoop en verkoop van vaste activa | 225 | 2.060 |
| Commerciële engagementen voor aangekochte te ontvangen basismaterialen | 74.178 | 100.312 |
| Commerciële engagementen voor verkochte te leveren basismaterialen | 133.512 | 141.176 |
| Goederen en waarden van derden gehouden door de Groep Diverse rechten en verbintenissen |
1.878.924 3.884 |
1.080.004 3.542 |
| Totaal | 2.683.396 | 1.777.495 |
Deze zijn gewaarborgde en niet-gewaarborgde zekerheden gegeven door derden aan de schuldeisers van de Groep ter garantie van de afl ossing van de actuele en toekomstige schulden en verplichtingen van de Groep.
Deze zijn zekerheden of onomkeerbare verbintenissen gegeven door de Groep ten voordele van derden ter garantie van de voldoende afl ossing van schulden en bestaande of toekomstige verplichtingen door derden jegens hun schuldeisers.
Er zijn geen engagementen tot leningen aan derde partijen.
Dit zijn ontvangen panden en zekerheden die het toereikend voldoen van schulden en bestaande of potentiële engagementen van derden tegenover de onderneming en haar dochterondernemingen garanderen, met uitzondering van kasgaranties en obligaties.
De ontvangen zekerheden hebben betrekking tot crediteurenzekerheden gedekt door fi nanciële instellingen. Deze zekerheden zijn opgemaakt voor het indekken van de goede uitwerking van werken door de crediteuren. Sommige delen van de ontvangen zekerheden hebben ook betrekking tot klantenzekerheden voornamelijk ontvangen van de moederschappij in naam van één van de fi lialen. Een klein deel ervan van dit bedrag heeft betrekking op huurgaranties.
Deze garanties zijn opgenomen aan normale marktvoorwaarden en de reële waarde van deze items zijn gelijkwaardig aan de nettoboekwaarde. Geen enkele van deze zekerheden zijn in onderpand gegeven.
Deze vertegenwoordigen goederen en waarden opgenomen in de balans van de Groep voor dewelke de onderneming en haar dochterondernemingen de risico's dragen en de opbrengst behouden, maar deze goederen en waarden bevinden zich niet in de panden van de onderneming en haar dochterondernemingen. Het betreft vooral geleasde voorraden aan derden, consignatievoorraden of over voorraden onder maakloonovereenkomsten bij derden.
Dit zijn engagementen gemaakt om metalen te leveren aan klanten of aangeleverd te krijgen van leveranciers tegen vastgestelde prijzen.
Dit zijn goederen en waarden die tijdelijk door de onderneming en haar dochterondernemingen bijgehouden worden, maar die de onderneming niet bezit. Het betreft voornamelijk geleasde voorraden, consignatievoorraden of voorraden onder maakloonovereenkomsten met derden.
De Groep least metaal (meer specifi ek goud en zilver) van en aan banken of andere derde partijen voor specifi eke, meestal korte periodes. De Groep betaalt of ontvangt hiervoor leasevergoedingen. Op 31 december 2013 was het nettosaldo van deze leaseschuld EUR 248 miljoen tegenover EUR 631 miljoen op het einde van 2012. De afname is veroorzaakt door lagere volumes en lagere metaalprijzen.
De Groep heeft bepaalde hangende dossiers die volgens de IFRS-normen beschouwd kunnen worden als voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.
Zoals vorig jaar gepubliceerd, werd in Guarulhos (Brazilië) bodem- en grondwatervervuiling ontdekt rond de site, waaronder in een gebied oorspronkelijk bestemd voor herverstedelijking. Een deel van deze historische vervuiling werd veroorzaakt voordat deze activiteit door Umicore in 2003 werd aangekocht. In 2010 werd er beslist om het gecontamineerde grondwater op de site aan te pakken om de sanering ervan te versnellen. Met dat doel werd een hydraulische barrière geïnstalleerd, samen met de uitvoering van piloottesten, om de meest effectieve complete operatie te ontwerpen. Om het vervuilde water op te vangen. Umicore heeft de impact van de historische vervuiling geëvalueerd op gebieden buiten de operationele fabriek en samen met de lokale authoriteiten zijn ze overeengekomen over een programma. In 2013 heeft Umicore hiervoor voorzieningen geboekt (zie hiervoor toelichting F29 Voorzieningen Leefmilieu).
Naar aanleiding van de stopzetting van een pensioenplan bij Element Six in Ierland in 2011 hebben enkele leden van het plan een klacht ingediend tegen de beheerders van het plan. Element Six heeft een schadevergoeding betaald aan de beheerders van het plan. Deze omvat de klacht en iedere toekenning, verdere schadevergoedingen of kosten gemaakt of opgelegd door de rechtbanken, mocht de aanklager winnen. De beheerders hebben de klacht krachtig verdedigd en een vonnis in hun voordeel werd uitgesproken begin februari 2014. Hoewel dit vonnis onderworpen blijft aan een beroep en verdere juridische acties over dit onderwerp niet uitgesloten kunnen worden, rechtvaardigt de status van de zaak niet dat er voorzieningen aangelegd worden in de jaarrekening van 2013.
In aanvulling op het voorgaande zijn tegen de Groep een aantal dagvaardingen ingediend die samenhangen met het normale verloop van haar activiteiten. De directie gelooft niet dat dergelijke dagvaardingen globaal genomen van aard zijn om een wezenlijke ongunstige invloed te hebben op de fi nanciële positie van Umicore.
| (EUR duizend) | |||
|---|---|---|---|
| 2012 | 2013 | ||
| TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | |||
| Bedrijfsopbrengsten | 87.885 | 136.598 | |
| Bedrijfskosten | -62.788 | -77.285 | |
| Financiële opbrengsten | 130 | 240 | |
| Financiële kosten | -62 | -47 | |
| Ontvangen dividenden | -24.705 | -14.331 | |
| 2012 | 2013 | |
|---|---|---|
| OPENSTAANDE POSTEN MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | ||
| Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar | 4.752 | 2.558 |
| Handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar | 10.341 | 32.222 |
Het kapitaal van de joint venture Ordeg (Zuid-Korea) werd verhoogd met een bedrag van EUR 7,5 miljoen.
| (EUR) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| RAAD VAN BESTUUR | ||
| Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen | 530.045 | 535.952 |
| Vast gedeelte | 220.000 | 230.833 |
| Variabel gedeelte (op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen) | 200.500 | 191.000 |
| Waarden van de toegekende aandelen | 101.288 | 106.507 |
| Voordeel in natura bedrijfswagen voorzitter | 8.257 | 7.612 |
Geen enkel variabel vergoedingselement (uitgezonderd de aanwezigheidsvergoeding) is voorzien in het bestuurdersstatuut. Geen enkele lening of waarborg werd door de onderneming aan de leden van de Raad van Bestuur toegekend.
| (EUR) | ||
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| DIRECTIECOMITÉ | ||
| Vergoedingen en andere voordelen | 8.922.465 | 7.504.592 |
| Kortetermijn personeelsvoordelen | 5.040.724 | 3.291.796 |
| Personeelsvoordelen na uitdiensttreding | 908.448 | 1.576.470 |
| Andere langetermijn voordelen | 864.521 | 877.512 |
| Aandelengebaseerde betalingen | 2.108.772 | 1.758.814 |
De gegevens hierboven bieden een boekhoudkundig zicht op de vergoeding van de Raad van Bestuur en het Directiecomité en verschillen enigszins van de informatie vervat in het Remuneratieverslag onder het Corporate Governance hoofdstuk.
In de hierboven weergegeven tabellen worden de werkgeversbijdragen op het vlak van de sociale zekerheid, indien toepasselijk, weergegeven en opgenomen onder de kortetermijnpersoneelsvoordelen. Deze zijn niet vermeld in het Remuneratieverslag.
In verband met de aandelengebaseerde incentives vertegenwoordigen de cijfers met betrekking tot de toekenning van aandelen, zoals opgenomen in de aandelengebaseerde betalingen, de waarde van de aandelen toegekend in 2013 voor diensten gepresteerd in 2012. Het Remuneratieverslag vermeldt de waarde van de aandelen toegekend in 2014 voor diensten gepresteerd in het besproken jaar, d.w.z. 2013.
De cijfers met betrekking tot het niet-uitgestelde deel van cash-vergoedingen, gerelateerd aan de individuele prestaties van 2013 zijn opgenomen in de kortetermijnpersoneelsvoordelen, vertegenwoordigen het niveau van de voorzieningen op het einde van het boekjaar. Het Remuneratieverslag vermeldt de werkelijk betaalde bedragen.
De voorzieningen geboekt voor het uitgestelde deel van variabele cashvergoeding met als referentiejaar 2013, zijn opgenomen in de andere langetermijnvoordelen. De in 2015 en 2016 te betalen bedragen zullen afhankelijk zijn van prestaties gemeten over een langere termijn en de juiste bedragen zullen opgenomen worden in het Remuneratieverslag van de betrokken jaren.
Umicore kondigde na de Raad van Bestuur van 5 februari 2014 aan dat ze aan de algemene vergadering van aandeelhouders de uitkering van een brutodividend van EUR 1,00 per aandeel zal voorstellen, wat overeenkomt met de totale uitbetaling van dividenden ten bedrage van EUR 110.381 duizend. Hiervan werd reeds EUR 0,50 per aandeel uitbetaald als interimdividend in september 2013.
| WINST PER AANDEEL | (EUR) | |
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| Zonder afgesplitste activiteiten | ||
| Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 2,09 |
1,61 | |
| Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 2,08 |
1,60 | |
| Met afgesplitste activiteiten | ||
| Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 2,09 |
1,61 | |
| Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 2,08 |
1,60 | |
| Recurrente winst per aandeel 2,47 |
1,96 |
De hiernavolgende resultaten worden als teller gebruikt voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:
| Toelichting | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|
| Geconsolideerd nettoresultaat, aandeel van de Groep | F9 | 233.444 | 179.029 |
| Zonder afgesplitste activiteiten | 233.444 | 179.029 | |
| Met afgesplitste activiteiten | 233.444 | 179.029 | |
| Recurrent geconsolideerd nettoresultaat, aandeel van de Groep | F9 | 275.235 | 218.042 |
De hiernavolgende aandelenaantallen worden gebruikt als noemer voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:
| 2012 | 2013 |
|---|---|
| Aantal uitstaande aandelen per 31 december 120.000.000 |
120.000.000 |
| waarvan aandelen in eigen bezit 8.113.488 |
10.228.661 |
| waarvan uitstaande aandelen 111.886.512 |
109.771.339 |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen 111.593.474 |
111.257.259 |
| Potentiële verwatering door de aandelenoptieplannen 752.607 |
475.906 |
| Aangepast gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen 112.346.081 |
111.733.165 |
Het totaal aantal uitstaande aandelen is exclusief de eigen aandelen, die aangehouden worden voor bestaande aandelenoptieplannen of beschikbaar zijn voor verkoop. De noemer voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel houdt rekening met een wijziging in de aandelenopties.
In 2013 zijn geen nieuwe aandelen uitgegeven als gevolg van de uitoefening van aandelenoptieplannen met daaraan verbonden inschrijvingsrechten. Tijdens het jaar heeft Umicore 296.912 eigen aandelen gebruikt voor de uitoefening van aandelenopties en 25.300 voor de toegekende aandelen. Gedurende 2013 heeft Umicore 2.437.385 eigen aandelen ingekocht. Per 31 december 2013 bezat Umicore 10.228.661 eigen aandelen, wat overeenstemt met 8,52% van de totale uitgegeven aandelen op dat moment.
De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2013:
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden werden gepubliceerd en goedgekeurd door de EU, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2013:
| 114 | Financiële toelichtingen | |
|---|---|---|
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
• Wijzigingen aan IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening', IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten' en IAS 27 'Enkelvoudige jaarrekening' voor investeringsentiteiten. Deze aanpassingen zijn verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op of na 1 januari 2014. De aanpassingen voorzien in een vrijstelling voor entiteiten die voldoen aan de defi nitie van een investeringsentiteit en die voldoen aan bepaalde kenmerken voor de administratieve verwerking van dochterondernemingen tegen reële waarde.
De volgende nieuwe standaard, wijzigingen aan standaarden en interpretatie werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2013 en zijn nog niet goedgekeurd door de EU:
Het management gaat momenteel na wat de impact van deze nieuwe standaarden op de activiteiten van de Groep kunnen zijn.
De globale auditvergoeding voor de statutaire auditor en zijn fi lialen bedroeg EUR 2,4 miljoen, inclusief een bedrag van EUR 1,9 miljoen voor de statutaire auditmissies (EUR 0,5 miljoen voor de audit van de moedermaatschappij) en EUR 0,5 miljoen voor de niet-statutaire auditdiensten. Deze omvatten auditgerelateerde en andere certifi ëringsdiensten (EUR 0,1 miljoen) en andere niet-auditgerelateerde diensten (EUR 0,3 miljoen).
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Beknopte jaarrekening van de moederonderneming | ||||
| UMICORE Broekstraat 31 |
De jaarrekening van Umicore wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld. Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van Umicore evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden. Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij: B-1000 Brussel (België) In zijn verslag heeft de commissaris geen voorbehoud gemaakt betreffende de jaarrekening van Umicore. |
|||
| De wettelijke reserve van EUR 50.000 duizend die inbegrepen is in de overgedragen winst is niet beschikbaar voor uitkering. | ||||
| (EUR duizend) | ||||
| 31/12/2011 | 31/12/2012 | 31/12/2013 | ||
| 1. ACTIVA | BEKNOPTE BALANS PER 31 DECEMBER | |||
| Vaste activa | 3.730.403 | 3.787.362 | 3.793.411 | |
| I. | Oprichtingskosten | |||
| II. | Immateriele vaste activa | 72.409 | 79.483 | 84.042 |
| III. | Materiele vaste activa | 302.174 | 317.085 | 347.946 |
| IV. | Financiele vaste activa | 3.355.820 | 3.390.794 | 3.361.423 |
| Vlottende activa | 1.342.747 | 957.086 | 923.789 | |
| V. | Vorderingen op meer dan een jaar | 798 | 783 | 773 |
| VI. | Voorraden en bestellingen in Uitvoering | 566.508 | 465.396 | 394.039 |
| VII. | Vorderingen op ten hoogste een jaar | 508.993 | 259.283 | 220.493 |
| VIII. | Geldbeleggingen | 259.349 | 219.265 | 299.215 |
| IX. X. |
Liquide middelen Overlopende rekeningen |
546 6.553 |
1.348 11.011 |
1.131 8.134 |
| Totaal activa | 5.073.150 | 4.744.448 | 4.717.197 | |
| 2. PASSIVA | ||||
| Eigen vermogen | 1.415.121 | 1.449.756 | 1.426.759 | |
| I. | Kapitaal | 500.000 | 500.000 | 500.000 |
| II. | Uitgiftepremies | 6.610 | 6.610 | 6.610 |
| III. | Herwaarderingsmeerwaarden | 91 | 91 | 91 |
| IV. | Reserves | 446.295 | 419.413 | 497.318 |
| V. | Overgedragen resultaat | 298.383 | 368.999 | 327.502 |
| Vbis. VI. |
Resultaat van de periode Kapitaalsubsidies |
156.153 7.589 |
146.723 7.920 |
87.990 7.248 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | ||||
| VII.A. | Voorzieningen voor risico's en kosten | 86.205 | 96.967 | 105.843 |
| Schulden | 3.571.824 | 3.197.725 | 3.184.594 | |
| VIII. | Schulden op meer dan een jaar | 1.528.750 | 1.664.000 | 2.082.000 |
| IX. | Schulden op ten hoogste een jaar | 1.963.445 | 1.464.758 | 1.053.194 |
| X. | Overlopende rekeningen | 79.629 | 68.967 | 49.400 |
| Totaal passiva | 5.073.150 | 4.744.448 | 4.717.197 |
| (EUR duizend) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 31/12/2011 | 31/12/2012 | 31/12/2013 | ||
| RESULTATENREKENING | ||||
| I. | Bedrijfsopbrengsten | 4.579.923 | 4.473.315 | 3.157.820 |
| II. | Bedrijfskosten | -4.421.003 | -4.313.756 | -3.047.883 |
| III. | Bedrijfsresultaat | 158.920 | 159.559 | 109.937 |
| IV. | Financiele opbrengsten | 115.398 | 78.640 | 103.076 |
| V. | Financiele kosten | -102.423 | -94.046 | -93.979 |
| VI. | Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening | 171.896 | 144.152 | 119.034 |
| VII. | Uitzonderlijke opbrengsten | 3.212 | 52.678 | 911 |
| VIII. | Uitzonderlijke kosten | -20.150 | -50.129 | -27.631 |
| IX. | Resultaat van het boekjaar voor belasting | 154.958 | 146.701 | 92.314 |
| X. | Belastingen op het resultaat | 1.195 | 22 | 4.324 |
| XI. | Resultaat van het boekjaar | 156.153 | 146.723 | 87.990 |
| XII. | Onttrekking/overboeking naar belastingvrije reserves | |||
| XIII. | Te bestemmen resultaat v/h Boekjaar | 156.153 | 146.723 | 87.990 |
| (EUR duizend) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2012 | 2013 | |||
| RESULTAATVERWERKING | |||||
| A. | Resultaatverwerking | 653.656 | 600.668 | 603.778 | |
| 1. | Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar | 156.153 | 146.723 | 87.990 | |
| 2. | Overgedragen winst/verlies (-) | 497.503 | 453.945 | 515.788 | |
| C. | Toevoeging aan het eigen vermogen | -87.322 | 26.882 | -77.905 | |
| 2. | Aan de wettelijke reserve | 0 | 0 | 0 | |
| 3. | Aan de reserve voor eigen aandelen | -87.322 | 26.882 | -77.905 | |
| 4. | Aan het kapitaal | 0 | 0 | 0 | |
| D. | Over te dragen resultaat (1) | 453.945 | 515.788 | 415.493 | |
| 2. | Over te dragen winst/verlies (-) | 453.945 | 515.788 | 415.493 | |
| F. | Uit te keren winst (1) | -112.389 | -111.762 | -110.381 | |
| 1. | Vergoeding van het kapitaal | ||||
| - gewone aandelen | -112.389 | -111.762 | -110.381 |
(1) Het totaal bedrag van deze twee rubrieken zal worden aangepast om rekening te houden met het aantal eigen aandelen aangehouden door Umicore op de datum van de algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2014. Het brutodividend van EUR 1,00 per aandeel blijft ongewijzigd.
| (EUR duizend) | Aantal aandelen | |||
|---|---|---|---|---|
| STAAT VAN HET KAPITAAL | ||||
| A. | Maatschappelijk kapitaal | |||
| 1. Geplaatst kapitaal |
||||
| Per einde van het vorig boekjaar | 500.000 | 120.000.000 | ||
| Per einde van het boekjaar | 500.000 | 120.000.000 | ||
| 2. Samenstelling van het kapitaal |
||||
| 2.1. Soorten aandelen |
||||
| Gewone aandelen | 500.000 | 120.000.000 | ||
| 2.2. Aandelen op naam of aan toonder |
||||
| Op naam | 6.544.778 | |||
| Aan toonder | 113.455.222 | |||
| E. | Toegelaten maar niet geplaatst kapitaal | 50.000 | ||
| % kapitaal | Aantal aandelen | Bekendmaking | ||
| G. | Aandeelhouderstructuur (1) | |||
| Vanguard Precious Metals and Mining Fund | 3,02 | 3.620.000 | 07/12/2012 | |
| Franklin Templeton Institutional LLC | 3,08 | 3.691.759 | 31/10/2013 | |
| Family Trust Desmarais, Albert Frère & Groupe Bruxelles Lambert S.A. | 5,01 | 6.017.276 | 28/11/2013 |
| waarvan free fl oat | 100,00 | 120.000.000 | ||
|---|---|---|---|---|
| 100,00 | 120.000.000 | |||
| Eigen aandelen in het bezit van Umicore | 8,52 | 10.228.661 | 31/12/2013 | |
| Overige aandeelhouders | 75,40 | 90.484.333 | 31/12/2013 | |
| BlackRock Inc. | 4,96 | 5.957.971 | 14/12/2012 |
(1) Op 31 december 2013 zijn er nog 3.378.088 opties op aandelen uitstaande. In deze opties zijn er 3.378.088 met recht tot aankoop op bestaande aandelen weerhouden door Umicore.
Hierbij verklaren wij – voorzover ons bekend – dat de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2012 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie, en de in België van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de fi nanciële toestand en van de resultaten van de Groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving geeft van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
27 maart 2014,
Marc Grynberg Gedelegeerd Bestuurder
| Kerncijfers milieu | 120 |
|---|---|
| Toelichtingen bij de kerncijfers milieu | 120 |
| E1 Reikwijdte van de milieuverklaringen | 120 |
| E2 Emissies naar water en lucht | 121 |
| E3 Broeikasgassen | 122 |
| E4 Energie | 124 |
| E5 Waterverbruik | 125 |
| E6 Producten en materialen | 125 |
| E7 Afval | 127 |
| E8 Historische vervuiling | 127 |
| E9 Naleving van de regelgeving en beheersysteem | 128 |
| E10 Biodiversiteit | 129 |
| eenheid | toelichting | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Metaaluitstoot naar water (volume) | kg | E2 | 5.915 | 6.495 | 5.782 | 5.701 | 5.560 |
| Metaaluitstoot naar water (impact eenheid) | E2 | 442.575 | 389.676 | 306.627 | 245.935 | 313.883 | |
| Chemisch zuurstofverbruik | kg | E2 | 235.266 | 258.309 | 252.681 | 278.131 | 297.490 |
| Metaaluitstoot naar lucht (volume) | kg | E2 | 11.950 | 13.582 | 13.867 | 16.614 | 12.533 |
| Metaaluitstoot naar lucht (impact eenheid) | E2 | 214.650 | 184.066 | 129.900 | 135.059 | 140.349 | |
| SOx -emissies |
ton | E2 | 408 | 468 | 511 | 487 | 702 |
| NOx -emissies |
ton | E2 | 369 | 426 | 412 | 399 | 462 |
| CO2 e-emissies (Scope 1+2) |
ton | E3 | 529.628 | 543.807 | 695.733 | 701.898 | 693.839 |
| Energieverbruik | terajoule | E4 | 7.284 | 7.597 | 7.807 | 7.315 | 7.557 |
| Waterverbruik | duizend m3 | E5 | 4.670 | 4.617 | 4.567 | 4.310 | 4.337 |
| Duurzaamheidsanalyse producten | aantal | E6 | - | - | 3 | 7 | 6 |
| Totale afvalproductie | ton | E7 | 54.300 | 63.993 | 71.426 | 69.702 | 68.520 |
| Gevaarlijk afval | ton | E7 | 34.555 | 38.533 | 43.588 | 47.789 | 45.668 |
| waarvan gerecycleerd | % | E7 | 6,5 | 7,7 | 9,8 | 7,5 | 16,9 |
| Ongevaarlijk afval | ton | E7 | 19.745 | 25.460 | 27.837 | 21.914 | 22.852 |
| waarvan gerecycleerd | % | E7 | 62,3 | 59,8 | 64,9 | 54,7 | 60,1 |
| Metingen met limietoverschrijding | aantal | E9 | 618 | 878 | 798 | 926 | 775 |
| Normoverschrijding | % | E9 | 1,1 | 1,4 | 1,4 | 1,1 | 0,8 |
| Milieuklachten | aantal | - | - | - | 24 | 25 | |
| ISO 14001 gecertifi ceerde sites | % | E9 | 86 | 86 | 92 | 93 | 97 |
| Sites die mogelijk een impact kunnen hebben op een gebied met hoge biodiversiteitswaarde |
aantal | E10 | 8 | 8 | 11 | 15 | 16 |
De kerncijfers voor het milieu omvatten de gegevens van de geconsolideerde productiesites waarover Umicore operationele controle heeft. In vergelijking met 2012 worden de gegevens van één site niet langer gerapporteerd omdat de industriële activiteiten er werden stopgezet (Perafi ta, Portugal, Building Products). Twee sites werden aan de rapportering toegevoegd: Himeji (Japan, Automotive Catalysts) en het testcentrum in Suzhou (China, Automotive Catalysts). Dat brengt het totale aantal rapporterende sites op 66 tegenover 65 in 2012. De gegevens over het energieverbruik zijn inclusief de data van de twee belangrijkste kantoren in Brussel, België, en Bagnolet, Frankrijk.
Volgens Umicore's huidige rapporteringssysteem rapporteert het overgrote deel van de sites hun milieuprestaties op het einde van het derde kwartaal samen met een prognose voor het vierde kwartaal. In januari controleert de site de voorspelde waarden op belangrijke afwijkingen die, indien nodig, worden gecorrigeerd. De vijf sites met de grootste milieu-impact rapporteren hun cijfers over het volledige jaar. Voor 2013 zijn dat Hanau, Duitsland (Catalysis, Performance Materials en Recycling), Olen, België (Energy Materials en Groep O&O), Hoboken, België (Recycling en Group P&T), Changsha, China (Performance Materials) en Cheonan, Zuid-Korea (Energy Materials). Uit een gevoeligheidsanalyse van de gegevens van 2013 blijkt dat de potentiële afwijking van de milieuprestaties voor metaalemissies naar lucht en water en energieverbruik van de Groep minder dan 5% zou bedragen in geval van een fout van 20% in de prognosegegevens.
We wijzen erop dat een aantal gegevens die in het jaarverslag 2012 werden gepubliceerd, in het jaarverslag 2013 werden aangepast als gevolg van de verbeterde analyse- en rapporteringsmethoden (De meerderheid van deze aanpassingen waren minder dan 2% met uitzondering van het watergebruik. Die werd met zo'n 8% aangepast.).
Meer informatie over Umicore's milieubeheerstrategie is beschikbaar op www.umicore.com/sustainability/environment/ .
Umicore stelt zich tot doel om op groepsniveau de impact van metaalemissies naar lucht en water met 20% te verminderen ten opzichte van 2009.
Met metaalemissies naar water bedoelen we het totale volume – uitgedrukt in kg/jaar – aan metalen uit afvalwater dat na behandeling terechtkomt in het oppervlaktewater. Als de site gebruikmaakt van een extern waterzuiveringsstation wordt er rekening gehouden met de effi ciëntie van deze zuivering als dit door de site bekend is.
Metaalemissies naar lucht – uitgedrukt in kg/jaar – worden gedefi nieerd als het totale volume aan metalen dat naar lucht wordt uitgestoten in vaste fractie door alle puntbronnen. Voor kwik en arseen worden ook bijkomende damp- of rookfracties meegerekend.
Voor elk metaal dat naar water en lucht wordt uitgestoten, wordt een impactfactor toegepast om de verschillende toxiciteits- en ecotoxiciteitsniveaus van de verschillende metalen, wanneer ze in het milieu terechtkomen, in rekening te brengen. Hoe hoger de impactfactor, des te hoger is de toxiciteit voor het ontvangende waterlichaam (voor wateremissies) of voor de menselijke gezondheid (voor luchtemissies).
De impactfactoren voor wateremissies zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens ('predicted no effect concentrations' of PNEC's) gegenereerd voor de REACH-richtlijn. Er werd een impactfactor 1 toegekend aan de PNEC voor antimoon (113 μg/l). De impactfactoren voor emissies naar lucht zijn gebaseerd op de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (Occupational Exposure Limits of OEL) (referentie: American Conference of Industrial and Governmental Hygienists, 2011). Er werd een impactfactor 1 toegekend aan de zink(oxide) OEL van 2 mg/m 3 . Daarna werd voor alle relevante metalen een impactfactor berekend op basis van deze referenties. Metaaluitstoot naar lucht (volume) kg 11.950 13.582 13.867 16.614 12.533Umicore | Jaarverslag 2013
De metaalimpact op lucht en water wordt uitgedrukt in 'impacteenheden/jaar'. De gegevens over de metaalemissies zijn niet genormaliseerd voor het activiteitsniveau.
SOx - en NOx -emissies worden uitgedrukt in ton/jaar.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Metaaluitstoot naar water (volume) | kg | 5.915 | 6.495 | 5.782 | 5.701 | 5.560 |
De totale metaalemissies naar water van de Groep daalden licht van 5.701 kg in 2012 tot 5.560 kg in 2013, een daling van 2,5%. De totale metaalimpact steeg echter van 245.935 impacteenheden in 2012 tot 313.883 impacteenheden in 2013 als gevolg van de toegenomen emissie van metalen met een hoge impactfactor (arseen, thallium en zilver). Dit stemt overeen met een toename van de impact met 28% in vergelijking met 2012. In vergelijking met het referentiejaar 2009 stellen we echter nog steeds een daling van 29% vast, aanzienlijk meer dan de doelstelling van 20%. Meer details per business group vindt u in de onderstaande paragrafen.
De business group Catalysis slaagde erin zijn metaalemissies in volume en impact te verminderen maar die emissies zijn zo laag dat ze niet relevant zijn voor de globale wateremissies van de Groep (minder dan 0,5%).
De metaalemissies naar water van de business group Energy Materials daalden met ongeveer 22% van 778 kg in 2012 tot 603 kg in 2013. Dat was vooral het gevolg van de lagere gerapporteerde nikkelemissies in de site te Olen, België. De totale impact van de metaalemissies naar water van de business group steeg echter met 9% tegenover 2012, voornamelijk als gevolg van de hogere zilveremissies in de site van Olen.
De business group Performance Materials rapporteerde een toename van metaalemissies naar water van 1.445 kg in 2012 tot 1.682 kg in 2013, een stijging van 16%. De impact van metaalemissies naar water steeg eveneens met 16% ten opzichte van 2012. De toename van zowel het volume als de impact is voornamelijk te wijten aan de gestegen zinkemissies naar water op de site van Viviez, Frankrijk (Building Products).
De metaalemissies naar water in de business group Recycling daalden met ongeveer 6% van 3.446 kg in 2012 tot 3.253 kg in 2013. Dat was vooral het gevolg van lagere seleniumemissies. De overeenkomstige impact steeg echter aanzienlijk met 35% ten opzichte van 2012, vooral als gevolg van de toename van thallium, een metaal met een hoge impactfactor in het afvalwater. We verwachten een aanzienlijke daling van zowel het totale volume als de impact van metaalemissies naar water zodra de nieuwe waterzuiveringsinstallatie in Hoboken, België (Recycling) in het eerste halfjaar van 2014 in gebruik wordt genomen.
Het totale volume metaalemissies naar lucht van de Groep daalde van 16.614 kg in 2012 tot 12.533 kg in 2013, een vermindering van 25%. De overeenkomstige impact is echter licht gestegen van 135.059 in 2012 tot 140.349 impacteenheden in 2013, een stijging van 4%. De toegenomen impact is vooral te wijten aan de toename van de metaalemissies met een hoge impactfactor (cadmium en kobalt). Desondanks is de impact van de metaalemissies naar lucht met 35% gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2009, een vermindering die aanzienlijk groter is dan de doelstelling van 20%. Meer details per business group vindt u in de onderstaande secties.
Volume noch impact van de metaalemissies van de business group Catalysis zijn relevant in het licht van de globale wateremissies van de Groep (minder dan 0,5%).
De business group Energy Materials rapporteerde een totaal volume metaalemissies naar lucht van 708 kg, een lichte stijging van 2% ten opzichte van 2012. De overeenkomstige metaalimpact steeg met 17% van 31.572 impacteenheden in 2012 tot 36.932 impacteenheden in 2013. Die stijging wordt vooral veroorzaakt door de hogere kobaltemissies op de site in Cheonan, Zuid-Korea (Rechargeable Battery Materials) als gevolg van het toegenomen productievolume.
Het gerapporteerde totale volume metaalemissies naar lucht in de business group Performance Materials daalde van 13.468 kg in 2012 tot 9.594 kg in 2013, een afname met ongeveer 30%. Dit is vooral te danken aan de lagere zinkemissies naar lucht in de business unit Zinc Chemicals met sites in Angleur (België), Eijsden (Nederland) en Changsha (China) waar we acties implementeerden om het beheer van de zakkenfi lters in alle sites te verbeteren. De site in Sancoale, India, rapporteerde een stijging van de zinkemissies naar lucht als gevolg van het gestegen productievolume. In tegenstelling hiermee verhoogde de impact van de business group met 39% ten opzichte van 2012 als gevolg van de toegenomen emissie van cadmium in de site van Sancoale (Zinc Chemicals).
De business group Recycling zag haar metaalemissies licht dalen van 2.443 kg in 2012 tot 2.224 kg in 2013, vooral dankzij lagere zinkemissies in Bangkok, Thailand (Jewellery & Industrial Materials) en lagere arseen- en antimoonemissies naar lucht in Hoboken, België (Precious Metals Refi ning). Dat is ook de belangrijkste reden voor de daling van de impact van metaalemissies naar lucht met 7% ten opzichte van 2012.
| Energy | Performance | Umicore | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Catalysis | Materials | Materials | Recycling | Group | |
| Chemisch zuurstofverbruik | kg | 20.490 | 67.262 | 7.894 | 201.843 | 297.490 |
| SOx -emissies |
ton | 17 | 4 | 118 | 564 | 702 |
| NOx -emissies |
ton | 156 | 99 | 60 | 147 | 462 |
De totale COD-emissie (chemical oxygen demand) bedroeg 297.490 kg, een lichte stijging ten opzichte van de 278.131 kg in 2012. De totale SOx -emissie bedroeg 702 ton ten opzichte van 487 ton in 2012. De NOx -emissies bedroegen 462 ton in 2013 tegenover 399 ton in 2012. Vision
2015
Umicore engageerde zich om gerichte acties te ondernemen om de koolstofemissies te verminderen en onze energie-effi ciëntie verder te verhogen. Deze aanpak werd gekaderd in een energie-effi ciëntie- en koolstofemissiebeleid dat we in 2011 opstelden.
De belangrijkste pijler van dit beleid is de doelstelling van de Groep om onze CO2 -equivalente emissies tegen 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2006 op basis van dezelfde activiteiten als in 2006 (zie gedetailleerde uitleg hierna).
Umicore rapporteert ook haar absolute CO2 e-emissies (bv. zoals per reikwijdte toegelicht in E1).
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gegevens voor de Groep – in de context van de doelstelling voor de vermindering van de CO2 | e-emissies | |||||
| uitgangswaarde | ||||||
| eenheid | 2006 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
| CO2 e-emissies (Scope 1+2, doelstelling) |
ton | 778.718 | 597.226(1) | 635.136(2) | 655.246(3) | 643.800 |
Defi nitie van de CO2 e-emissies in het kader van de doelstelling voor de vermindering van de CO2 e-emissies:
De CO2 -equivalente (CO2 e) emissies worden gedefi nieerd als de Scope 1-emissies van CO2 e inclusief de belangrijkste proces-emissies (maar beperkt tot CO2 , CH4 en N2 O) en Scope 2-emissies van CO2 . Er werd rekening gehouden met een beperkt aantal aanpassingen die volgens het broeikasgasprotocol als optionele informatie mogen worden gerapporteerd (bv. uitsluiting van stoom die aan derden wordt verkocht). Dit meetgegeven wordt afgekort tot: CO2 e (Scope1+2, doelstelling).
Om in de context van onze doelstelling Vision 2015 de vermindering van de emissies te berekenen, hebben we voor elke site een baseline 2006 opgesteld door het huidige activiteitenniveau van het rapporteringsjaar (nl. 2013) te vermenigvuldigen met de CO2 e-emissie-intensiteit van 2006 (zie voorbeeld). De baseline 2006 van de Groep wordt dan berekend door de baselines van alle sites op te tellen. Voorbeelden van activiteitenfactoren van sites zijn: geproduceerd aantal ton per jaar, machine-uren per jaar, ton toevoermateriaal voor recyclageprocessen per jaar.
(1) De baseline 2006 in relatie met 2010 bedroeg 677.542, dit geeft een vermindering van 12% in 2010 ten opzichte van 2006.
(2) De baseline 2006 in relatie met 2011 bedroeg 740.886, dit geeft een vermindering van 14% in 2011 ten opzichte van 2006.
(3) De baseline 2006 in relatie met 2012 bedroeg 745.935, dit geeft een vermindering van 12% in 2012 ten opzichte van 2006.
Een voorbeeld:
In 2006 produceerde site A 1.000 ton van metaal X en stootte 100 ton CO2 e uit = intensiteit van 0,1 ton CO2 e / ton van metaal X.
In 2013 produceerde site A 1.100 ton van metaal X en stootte 100 ton CO2 e uit = intensiteit van 0,09 ton CO2 e / ton van metaal X.
De 2006 baseline gerapporteerd in 2013 is: activiteitenniveau van 2013 (1.100 ton) x intensiteit 2006 van 0,1 ton CO2 e / ton = 110 ton CO2 e.
De gemeten 100 ton die in 2013 werd uitgestoten, vertegenwoordigt dus een vermindering van 9% ten opzichte van de uitstoot in de operationele omstandigheden van 2006.
De baseline 2006 wordt jaarlijks herberekend. Ze wordt gedefi nieerd als de CO2 e-emissies die we hadden mogen verwachten met de activiteitsvolumes van het rapporteringsjaar (nl. 2013) maar met de CO2 e-intensiteit van het referentiejaar 2006. Het resultaat voor elk jaar wordt uitgedrukt als een percentage ten opzichte van de berekende baseline 2006 voor de Groep die voor elk jaar van toepassing is.
De berekening van deze doelstelling omvat de volledig geconsolideerde operaties en activiteiten die deel uitmaken van de Groep op 31 december van elk rapporteringsjaar (tussen 2011 en 2015) en die ook deel uitmaakten van de Groep op 31 december 2010. De resultaten worden gerapporteerd op groepsniveau.
In 2013 bedroegen de CO2 e-emissies volgens de reikwijdte van het objectief 643.800 ton. In 2006 bedroegen de CO2 e-emissies volgens de reikwijdte van het objectief 673.801 ton. Om de vooruitgang van onze doelstelling te beoordelen werd dit CO2 e-emissieniveau genormaliseerd voor de activiteit van 2013. Dit resulteerde in een CO2 e-emissie van 778.718 ton. Op het einde van 2013 hadden we de koolstofemissies dus met 17% verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2006. Dat betekent dat we bij gelijkwaardige productieniveaus 17% minder CO2 -equivalenten hebben uitgestoten ten opzichte van 2006. Dit is te vergelijken met een vermindering van 12% die we eind 2012 hadden bereikt. De vooruitgang in 2013 ten opzichte van 2012 is voornamelijk te danken aan de lagere proces-emissies van CO2 en N2 O in Hoboken. Deze vermindering is toe te schrijven aan de mix van grondstoffen die in 2013 werd gebruikt en aan de verbetering van de processen in de hoogoven. Andere factoren, zoals de CO2 -voetafdruk van elektriciteit, vertoonden een gemengd beeld in 2013 met lagere emissies in sommige sites, gecompenseerd door hogere emissies in andere sites. Als we geen rekening houden met de activiteitenfactor van onze doelstelling, hebben we een vermindering van 4% in absolute emissies bereikt sinds 2006, tegenover een vermindering van 3% die eind 2012 werd geregistreerd.
In 2012 hebben we energie-effi ciëntieaudits uitgevoerd in de 25 sites die het sterkst bijdragen aan onze CO2 -emissies en meer dan 90% van de CO2 e-emissies voor hun rekening nemen. Deze audits hebben tot doel om opportuniteiten te identifi ceren om de energie-effi ciëntie te verhogen en de CO2 -emissies te verlagen. In dit proces werden meer dan 100 energie-effi ciëntieprojecten geïdentifi ceerd die zowel de energie-intensiteit als de kosten
kunnen verminderen. Er werden bijkomende audits uitgevoerd en projecten opgestart in sites met een lagere emissie-voetafdruk. Deze projecten dragen niet essentieel bij aan de emissiedoelstelling van de Groep maar verhogen de effi ciëntie en verminderen de kosten op het niveau van de sites en de business units.
Om onze doelstelling te bereiken, zullen we een groot percentage van de bovengenoemde projecten moeten realiseren en ook het behoud van een gunstige mix van grondstoffen in Hoboken speelt hierin een rol. De wijzigende energiemix in Europa kan het bereiken van deze doelstelling ook in het gedrang brengen, vooral als de landen waar Umicore actief is beslissen om minder gebruik te maken van energiebronnen met lage CO2 -uitstoot.
Naast de introductie van onze procesverbeteringen op de sites met de hoogste niveaus van absolute emissies hangt onze mogelijkheid tot een verminderingsdoelstelling van 20% tegen 2015 af van de evolutie van zowel de grondstoffenmix in Hoboken als de elektriciteitsmix naarmate Europa wegstapt van energiebronnen met lagere koolstofemissies.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Absolute CO2 e-emissies (Scope 1+2) |
ton | 529.628 | 543.262 | 695.733 | 701.898 | 693.839 |
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Absolute CO2 e-emissies (Scope 1+2) |
ton | 86.928 | 176.723 | 162.018 | 267.678 | 693.839 |
Defi nitie van absolute CO2 e-emissies (Scope1+2) in de context van de Scope 1+2 rapportering voor broeikasgassen:
De absolute CO2 e-emissievolumes worden gerapporteerd op business group en op groepsniveau. De CO2 e-emissie wordt berekend op basis van de defi nitie en de rapporteringsmethodologie van het broeikasgasprotocol (WBCSD en WRI, herziene editie 2004) voor Scope 1 en 2. Scope 2 omvat voor Umicore niet alleen aangekochte elektriciteit maar ook stoom en perslucht die van derden (bv. industrieparken) worden aangekocht. CO2 e omvat de broeikasgassen CO2 , N2 O en CH4 voor Scope 1 en belangrijke proces-emissies. Andere broeikasgassen zijn niet relevant voor de activiteiten van Umicore. De Scope 2-emissies houden enkel rekening met CO2 .
De WBCSD Chemical Sector Working Group on GHG Measurement and Reporting waarin Umicore actief deelnam, heeft bijkomende richtlijnen opgesteld om de tekortkomingen in de GHG-rapportering op te lossen. Als actief lid van deze werkgroep heeft Umicore deze richtlijnen toegepast in de rapportering voor 2012. De publicatie van de richtlijnen voor de sector kan u op de website van de WBCSD raadplegen (http://www.wbcsd.org/Pages/EDocument/ EDocumentDetails.aspx?ID=15375&NoSearchContextKey=true).
Context: de rapportering 2011 werd aangepast aan een strikte implementatie van de herziene versie van het broeikasgasprotocol van 2004. Vanaf 2011 werden procesemissies gerapporteerd en in gevallen waarin tot 2010 'groene stroom' werd gerapporteerd met een CO2 -emissiefactor van 0 ton CO2 /MWh werd als standaardemissiefactor de gemiddelde koppelnet CO2 -factor voor elektriciteit gebruikt.
Om tot een duidelijke en stabiele CO2 e-rapportering te komen, werden in de rapportering van 2011 nog andere kleine correcties aangebracht. We hebben inspanningen geleverd om voor de sites duidelijke richtlijnen op te stellen om zo een gemeenschappelijke interpretatie en implementatie van de rapporteringsregels te garanderen. Die wijzigingen aan de rapportering werden opgelegd om een langdurige, accurate en reproduceerbare CO2 e-rapportering te ontwikkelen als basis voor kwantitatieve doelstellingen tot het verminderen van de CO2 e-emissies. Het nadeel van die beslissing is dat er discontinuïteit optreedt tussen de gerapporteerde cijfers van 2011 en de cijfers van de vorige jaren in de absolute CO2 e-waarden (Scope1+2).
De Chemical Sector Guideline van de WBCSD zorgde voor een bijkomende wijziging van de rapporteringsrichtlijnen voor broeikasgasemissies. Deze wijziging had voor 2012 een invloed op de rapportering van de absolute CO2 e-emissie.
De WBCSD Chemical Sector Working Group on GHG Measurement and Reporting waarin Umicore actief deelnam, heeft bijkomende richtlijnen opgesteld om de tekortkomingen in de GHGrapportering op te lossen. Als actief lid van deze werkgroep heeft Umicore deze richtlijnen toegepast in de rapportering voor 2012. De publicatie van de richtlijnen voor de sector kan u op de website van de WBCSD raadplegen.
Door de aanbevelingen van deze richtlijn te volgen, is een discontinuïteit ontstaan tussen de cijfers voor energieverbruik van 2011 en 2012, waardoor de vergelijking van het energieverbruik minder zinvol wordt. Het effect bedraagt ongeveer 300 terajoules in de business group Energy Materials.
In het kader van onze duurzaamheiddoelstellingen voor de periode 2006-2010 werden er energieeffi ciëntieprojecten ingevoerd in de belangrijkste sites. Bovenop deze duurzaamheidprojecten werden er bijkomende energie-effi ciëntieprojecten geïdentifi ceerd tijdens de evaluaties in 2011 en 2012. Kleinere projecten die beperkte investeringen vragen, maar ook een beperkte impact hebben, konden onmiddellijk worden geïmplementeerd. Enkele grotere projecten bevinden zich nog in de engineering fase en zullen pas effect hebben nadat ze volledig zijn geïmplementeerd.
| Energy | Performance | Umicore | |||
|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Catalysis | Materials | Materials | Recycling | Group |
De belangrijkste energie-effi ciëntieprojecten werden gerealiseerd in de sites van Hoboken en Olen, België, in het kader van de Vlaamse Energiebenchmarking, die deze sites eind 2003 ondertekenden. Het type residuen dat de business group Recycling verwerkt, speelde eveneens een rol; we ontvangen nu grotere volumes materialen waarvan de verwerking minder energie verbruikt.
Het indirecte energieverbruik van primaire energiebronnen (aangekochte elektriciteit, stoom en perslucht) voor de productiesites en de kantoorgebouwen bedroeg 2.629 terajoules. Het directe energieverbruik van primaire energiebronnen (stookolie, diesel, aardgas, LPG, steenkool en cokes) bedroeg 4.928 terajoules.
In vergelijking met 2012 is het energieverbruik in Catalysis met 9% gestegen, in Energy Materials met 2%, in Performance Materials met 2% en in Recycling met 4%. Deze lichte stijging van het energieverbruik weerspiegelt de globale toename van het activiteitsniveau.
Het waterverbruik wordt gedefi nieerd als het totale volume water, uitgedrukt in duizend m³/jaar afkomstig van leidingwater, grondwaterputten, oppervlakte- en regenwater. Grondwaterextractie voor saneringsdoeleinden en koelwater dat naar het oorspronkelijke waterlichaam wordt afgevoerd, worden niet meegerekend.
Het totale waterverbruik van de Groep steeg licht van 4.310.000 m 3 in 2012 tot 4.337.000 m 3 in 2013. Er werden geen signifi cante trends vastgesteld voor de verschillende business groups.
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Waterverbruik | duizend m3 | 316 | 1.751 | 697 | 1.574 | 4.337 |
Gegevens voor de Groep
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Duurzaamheidsanalyse producten | aantal | - | - | 3 | 7 | 6 |
In de voorbije vier jaar hebben Groep O&O en Corporate EHS een specifi eke methodologie ontwikkeld om de duurzaamheid van Umicore's producten en diensten te beoordelen. Deze methodologie wordt 'Assessment of Product (and services) Sustainability' (APS) genoemd. De methodologie omvat een instrument dat bestaat uit een geheel van vooraf gedefi nieerde vragen en antwoorden met score- en wegingsfactoren, gegroepeerd rond acht thema's. In 2011 voerde een team van O&O, EHS en experten uit de business units drie proefevaluaties uit om de werkbaarheid van APS te controleren.
Het is de bedoeling om tussen 2012 en 2015 elk jaar zes producten of diensten te testen, waarbij elke business unit er twee levert voor het onderzoek. Op die manier zullen we over een duurzaamheidsprofi el voor een representatief gedeelte van onze activiteiten beschikken.
In 2013 werden verder nog zes producten en diensten beoordeeld in de business units Cobalt Specialty Materials, Precious Metals Management, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Zinc Chemicals en Jewellery & Industrial Metals. De zestien dossiers die we in de periode 2011-2013 hebben beoordeeld, omvatten zowel producten en diensten die in nichemarkten worden aangeboden, 'vlaggenschip'-producten en -diensten als producten in ontwikkeling. Tegen het einde van 2013 vertegenwoordigde het aantal producten en diensten dat met deze methodologie gescreend werd iets meer dan 10% van de inkomsten van Umicore.
Tegen juni 2013, de deadline voor de tweede REACH-registratie, heeft Umicore nog eens 21 registraties voor 17 verschillende stoffen ingediend bij het ECHA (European Chemicals Agency). De lijsten werden ofwel voorbereid in samenwerking met andere ondernemingen die als consortium optraden, ofwel door Umicore zelf. Ongeveer een derde van alle dossiers werd in 2013 bijgewerkt met bijkomende informatie of nieuwe beschikbare gegevens. Alle kosten verbonden met de REACH-reglementering, inclusief de registratiekosten, worden opgenomen in de gewone bedrijfsuitgaven.
Umicore volgt nauwgezet alle interpretatiewijzigingen op, evenals begeleidende documenten die een impact kunnen hebben op haar REACHimplementatiestrategie. Umicore is actief betrokken bij werkgroepen van sectorverenigingen om ervoor te zorgen dat een consistente benadering wordt gehanteerd en dat de metaalspecifi eke aspecten duidelijk zijn voor de overheid en de bedrijven.
Hoewel de regelgeving in de toekomst nog kan veranderen, komen slechts enkele van de stoffen die we vandaag gebruiken voor op de kandidaatlijst voor mogelijke REACH-autorisatie. De verkochte producten die deze stoffen bevatten, vertegenwoordigen in totaal minder dan 0,5% van Umicore's inkomsten. De opname van een stof in de REACH-kandidaatlijst is een eerste stap om die stof aan een robuuste en gedetailleerde wetenschappelijke risicobeoordeling te onderwerpen die zal bepalen of de stof verder mag worden gebruikt of moet worden vervangen als er economisch en technisch haalbare alternatieven voor deze stof bestaan.
Op het einde van 2013 waren er in totaal 4.250 producten opgenomen in het Integrated Product Data System (IPDS) van Umicore. Dit resulteerde in ongeveer 300.000 veiligheidsinformatiebladen voor 119 landen en in 44 talen.
| Umicore Jaarverslag 2013 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Materialeneffi ciëntie | |||||||
| GEBRUIKTE MATERIALEN UMICORE | |||||||
| met uitsluiting van stromen van bijproducten. | Primaire grondstoffen zijn grondstoffen die een directe relatie hebben met hun eerste levensduur, | ||||||
| Secundaire grondstoffen zijn bijproducten van primaire materiaalstromen. | |||||||
| 39% | Materialen op het einde van hun levensduur zijn materialen die het einde van hun eerste levenscyclus hebben bereikt en na recyclage aan een tweede, derde… leven zullen beginnen. |
||||||
| 41% | Als de oorsprong van de materialen niet gekend is, worden ze standaard als primaire materialen beschouwd. De ingezamelde gegevens worden uitgedrukt in totaal aantal ton inkomend materiaal. |
||||||
| 20% | vergelijkbaar met 2012. | In 2013 was 41% van de inkomende materialen van Umicore van primaire oorsprong. 59% van de materialen was afkomstig van recyclage of van secundaire oorsprong. Deze niveaus zijn |
|||||
| Primaire grondstoffen | |||||||
| Secundaire grondstoffen Materialen aan het einde van hun levensduur |
|||||||
| E7 Afval | |||||||
| Gegevens voor de Groep | |||||||
| GEPRODUCEERD GEVAARLIJK AFVAL | Afval wordt gedefi nieerd als het totale volume gegenereerd afval, uitgedrukt in ton/jaar. | ||||||
| ton 3.595 50.000 7.729 4.733 2.986 44.193 40.000 |
De recyclagegraad is de verhouding tussen de hoeveelheid door derden gerecupereerd afval (inclusief het afval dat door middel van verbranding als energie wordt gerecupereerd) en de totale hoeveelheid afval. |
||||||
| 2.234 38.856 37.939 35.546 30.000 32.321 |
regelgeving van de regio waar de rapporterende entiteit is gevestigd. | Het onderscheid tussen gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval wordt gemaakt op basis van de lokale | |||||
| 20.000 10.000 |
een daling van 1,7%. | In 2013 werd in totaal 68.520 ton afval gegenereerd in vergelijking met 69.702 ton in 2012. Dit is | |||||
| 0 2009 2010 2011 2012 2013 |
Het totale volume gevaarlijk afval werd verminderd van 47.789 ton in 2012 tot 45.668 ton in 2013, | ||||||
| Gerecycleerd | afval in Eijsden (Nederland), dat grotendeels werd gerecycleerd. | een daling van 4,4%. De recyclagegraad voor gevaarlijk afval steeg van 7,5% in 2012 tot 16,9% in 2013. Die stijging is vooral te danken aan een aanzienlijke toename van het totale volume gevaarlijk |
|||||
| Niet gerecycleerd | Het totale volume niet-gevaarlijk afval steeg van 21.914 ton in 2012 tot 22.852 ton in 2013. Er werd | ||||||
| in totaal 60% niet-gevaarlijk afval gerecycleerd in 2013, in vergelijking met 55% in 2012. | |||||||
| Gegevens voor de business groups 2013 | |||||||
| Energy | Performance | Umicore | |||||
| eenheid | Catalysis | Materials | Materials | Recycling | Group | ||
| Totale afvalproductie ton |
2.964 | 24.595 | 14.218 | 26.742 | 68.520 | ||
| Gevaarlijk afval ton waarvan gerecycleerd % |
1.531 9,43 |
14.769 1,34 |
8.946 67,76 |
20.422 6,49 |
45.668 16,92 |
||
| Ongevaarlijk afval ton |
1.433 | 9.826 | 5.272 | 6.321 | |||
| 22.852 |
Actief meewerken aan het beheer en de behandeling van risico's die het gevolg zijn van activiteiten in het verleden is een integraal onderdeel van de Umicore Way. In de voorbije tien jaar heeft het proactieve programma van Umicore voor de evaluatie en (waar nodig) de sanering van bodem- en grondwatervervuiling een aanzienlijke vooruitgang gemaakt. In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste lopende programma's en de vooruitgang die in 2013 werd gemaakt.
Context: Op 23 april 2004 ondertekende Umicore een covenant met de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de minister van Leefmilieu van het Vlaams Gewest waarbij het bedrijf zich ertoe verbond de volgende 15 jaar € 62 miljoen te besteden aan de sanering van de historische vervuiling in vier Vlaamse vestigingen waarvan er twee – Balen en Overpelt – nu behoren tot Nyrstar, een activiteit die in 2007 door Umicore werd verkocht.
Activiteiten 2013: In Hoboken werd er met de bevoegde autoriteiten een overeenkomst gesloten om de opslagfaciliteit op de site uit te breiden, zodat de saneringswerken (afgraving) op de site kunnen worden hervat. Het defi nitieve actieplan voor de sanering van het grondwater werd voltooid en bij de overheid ingediend ter goedkeuring.
Het actieve programma voor grondwatersanering op de site in Olen, dat in 2007 werd opgestart, werd voortgezet in 2013. In samenwerking met de autoriteiten (FANC en NIRAS/ONDRAF) werkt Umicore aan een visiedocument waarin de basisprincipes worden vastgelegd voor de ontwikkeling, goedkeuring en implementatie van een algemeen afvalbeheerplan voor radiumhoudend afval dat op de site is opgeslagen.
In het kader van het convenant werkte Umicore verder aan het actieplan, zoals het verwijderen van zinkas van alle privé-opritten in de perimeter van 9 km, die in de overeenkomst is opgenomen. Deze werkzaamheden zullen waarschijnlijk voltooid zijn in 2014 en het afgegraven materiaal wordt veilig opgeslagen in de fabriek van Nyrstar in Balen.
In Viviez heeft Umicore het grootschalige saneringsprogramma voortgezet dat in 2011 werd opgestart. Het project bestaat hoofdzakelijk uit het verwijderen, inert maken en veilig opslaan van meer dan één miljoen m³ vervuilde grond en afval. Op het einde van 2013 was 600.000 m 3 vervuilde grond en afval verwijderd en behandeld. In 2013 bezochten verschillende groepen het project, waaronder de lokale inwoners en de media. In 2013 heeft Umicore in samenwerking met de (nationale en gemeentelijke) overheid een openbare weg aangelegd die toegang geeft tot het project.
Umicore en haar voorgangers kunnen terugblikken op een lange geschiedenis van mijnbouw in Duitsland. Hoewel de laatste actieve mijn nabij Keulen in 1978 haar activiteiten stopzette, bezit Umicore vandaag nog een aantal ondergrondse mijnbouwconcessies. Ze worden sinds 2009 beheerd door Umicore Mining Heritage GmbH & Co. KG. Alle informatie met betrekking tot de locatie van oude schachten en tunnels werd nu door middel van geo-referentie vastgelegd en in een GIS-systeem ingevoerd.
Op de voormalige mijnsite in Colorado, VS, werd de sanering van het drainagewater verdergezet. Het bedrijf onderzoekt alternatieve technologieën om de metaalconcentraties in het afval te verminderen en zo het volume vast afvalmateriaal te beperken.
Na de sluiting van de Maxton-fabriek in North-Carolina werd er bodem- en grondwatervervuiling vastgesteld. Umicore startte met een vrijwillig saneringsprogramma in samenwerking met de autoriteiten.
Ook in Arab, Alabama, begon Umicore met een vrijwillig saneringsprogramma nadat er bodemverontreiniging was vastgesteld.
Tijdens de milieu-risicobeoordeling die werd uitgevoerd na de aankoop, werd in de site van Guarulhos in Brazilië grondwatervervuiling vastgesteld. Die historische vervuiling dateert van vóór de aankoop van de activiteit door Umicore in 2003. Na het eerste onderzoek heeft Umicore maatregelen getroffen om de verspreiding van die vervuiling naar de omgeving te stoppen. Met dat doel werd in 2011 een hydraulische barrière geïnstalleerd en in werking gesteld om het vervuilde grondwater op te vangen aan de grenzen van het terrein. Om het saneringsproces te versnellen, werd in 2012 beslist om de sterkst vervuilde gedeelten van het grondwater op de site aan te pakken. Er werden piloottesten uitgevoerd en vervolgens werden de full-scale operaties gestart. Umicore onderzocht tevens de impact van de historische vervuiling op percelen buiten de fabriek en is in 2013 met de lokale overheid een saneringsprogramma overeengekomen.
De normoverschrijding is de verhouding tussen het totale aantal overschrijdingen en het totale aantal uitgevoerde metingen. Een overschrijding is een monitoringresultaat dat een drempelwaarde overschrijdt zoals vastgelegd in een vergunning, richtlijn of een andere wettelijke norm.
Het totale aantal uit te voeren metingen wordt bepaald in de uitbatingsvergunning, de milieuvergunning of een vergelijkbare norm in de regio waar de rapporterende entiteit actief is. Het totale aantal metingen is het totale aantal staalnames, vermenigvuldigd met het aantal parameters per staalname.
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Umicore Group | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Metingen met limietoverschrijding | aantal | 129 | 5 | 612 | 29 | 775 |
| Normoverschrijding | % | 0,38 | 0,04 | 1,44 | 0,25 | 0,78 |
In 2013 werden er ongeveer 100.000 milieumetingen uitgevoerd in alle industriële sites van Umicore, ten opzichte van ongeveer 83.000 het voorgaande jaar. Deze toename is vooral het gevolg van een verbeterde berekeningsmethode voor het aantal metingen op de site in Larvik, Noorwegen (Performance Materials). Deze metingen hebben tot doel te controleren of de plaatselijke wettelijke vereisten, vergunningen en/of lokale milieunormen worden nageleefd. Ze omvatten meestal afvalwaterbemonstering en de monitoring van de omgevingslucht maar ook geluidsmetingen. Het aantal metingen dat niet aan de wettelijke vereisten of de vergunningen voldeed, daalde tot 0,78% tegenover 1,1% in 2012. Er werden geen signifi cante trends vastgesteld voor de verschillende business groups. een gebied met hoge biodiversiteitswaarde aantal 9 9 11 15 16Umicore | Jaarverslag 2013
Drie van de 64 productiesites zijn vrijgesteld van de implementatie van een gecertifi ceerd milieubeheerssysteem. Het verkrijgen van deze vrijstelling is gebaseerd op een strikte procedure die bevestigt dat die sites geen signifi cante milieu-impact hebben. Dan heeft de implementatie van een dergelijk systeem geen toegevoegde waarde. Van de 61 resterende industriële sites hebben er 59 een ISO 14001-gecertifi ceerd milieubeheersysteem geïmplementeerd. De resterende 2 sites plannen de implementatie van een milieubeheersysteem voor 2014. Alle belangrijke sites met een signifi cante milieu-impact beschikken al vele jaren over een ISO 14001-certifi cering.
In totaal werden er 25 milieuklachten ontvangen. Het ging vooral om geluidsoverlast en geurhinder. 22 klachtendossiers zijn ondertussen afgesloten.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sites die mogelijk een impact kunnen hebben op |
De biodiversiteitsindicator geeft aan hoeveel sites er actief zijn in of naast een gebied dat door regionale en nationale autoriteiten of internationale conventies als een gebied met hoge biodiversiteitswaarde wordt erkend.
Umicore is van mening dat haar huidige activiteiten slechts een geringe nadelige invloed hebben op de biodiversiteit van de omgeving rondom de sites. De historische vervuiling veroorzaakt door activiteiten in het verleden wordt aangepakt met gerichte projecten voor bodem- en grondwatersanering (zie toelichting E8).
Zestien sites rapporteerden dat ze dicht bij een gebied opereren dat als een gebied met kwetsbare biodiversiteit is geclassifi ceerd.
Umicore's beleid vereist dat er bij alle belangrijke investeringen, overnames en transfers van gronden een gedetailleerde milieu-impactbeoordeling wordt uitgevoerd.
130 Sociale verklaringen
| Sociale kerncijfers | 132 |
|---|---|
| Toelichtingen bij de sociale kerncijfers | 132 |
| S1 Reikwijdte van de sociale verklaringen | 132 |
| S2 Personeel | 133 |
| S3 Ontwikkeling van medewerkers | 136 |
| S4 Aantrekkelijke werkgever | 137 |
| S5 Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap | 138 |
| S6 Werknemersrelaties | 139 |
| S7 Gedragscode | 140 |
| S8 Duurzame aankopen | 140 |
| S9 Gezondheid van de werknemers | 142 |
| S10 Gezondheid op het werk | 143 |
| S11 Veiligheid op het werk | 145 |
| eenheid | notas | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) |
aantal | S2 | 13.728 | 14.386 | 14.572 | 14.438 | 14.057 |
| Tijdelijke contracten | % personeelsbestand | S2 | 3,83 | 4,01 | 4,77 | 4,21 | 3,42 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer | uren/werknemer | S3 | 44,05 | 43,30 | 51,94 | 50,72 | 45,18 |
| Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben | % personeelsbestand | S3 | - | - | 87,16 | 91,80 | 95,65 |
| Vrijwillige vertrekkers | % personeelsbestand | S4 | 2,59 | 3,78 | 3,84 | 3,20 | 3,33 |
| Werknemers die in een site werken die een externe | |||||||
| erkenning hebben ontvangen in het kader van aantrekkelijke werkgever |
% personeelsbestand | S4 | - | - | 52,64 | 68,31 | 72,63 |
| Donaties | € duizend | S5 | 1.106,48 | 1.009,38 | 1.751,02 | 1.759,18 | 1.612,80 |
| Sites met extern communicatieplan | % sites | S5 | - | - | 59,70 | 62,69 | 63,24 |
| Werknemers vertegenwoordigd door een vakbond of gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst |
% personeelsbestand | S6 | 71,15 | 68,92 | 69,81 | 70,80 | 71,33 |
| Ziektegraad | % | S9 | 2,64 | 2,86 | 3,03 | 2,69 | 2,76 |
| Blootstellingsgraad 'alle biomarkers geaggregeerd' (1) | % | S10 | - | - | 5,2 | 4,3 | 2,6 |
| Aantal werkgerelateerde aandoeningen | aantal | S10 | - | - | 22 | 20 | 14 |
| Mensen met platina overgevoeligheid | aantal | S10 | - | - | 4 | 6 | 4 |
| Dodelijke ongevallen | aantal | S11 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ongevallen met werkverlet | aantal | S11 | 48 | 56 | 60 | 49 | 35 |
| Ongevallen met werkverlet contractors | aantal | S11 | 26 | 20 | 17 | 33 | 22 |
| Frequentiegraad ongevallen met werkverlet | ongevallen/miljoen gewerkte uren |
S11 | 3,1 | 3,5 | 3,6 | 2,9 | 2,1 |
| Ernstgraad ongevallen met werkverlet | verloren dagen/duizend gewerkte uren |
S11 | 0,08 | 0,13 | 0,11 | 0,11 | 0,10 |
(1) Verhouding tussen het aantal monitoringresultaten die Umicore's streefwaarde, die gedefi nieerd werd voor relevante gevaarlijke stoffen, overschrijden en het totaal aantal monitoringresultaten.
In totaal zijn 102 geconsolideerde sites opgenomen in de sociale rapportering. De volgende nieuwe sites werden toegevoegd: voor Catalysis in Suzhou, China en Bad Säckingen, Duitsland. Voor Energy Materials werd een tweede site operationeel in Cheonan, Zuid-Korea. Performance Materials opende een vertegenwoordigingskantoor in Istanbul, Turkije, en zette haar activiteiten in Melbourne, Australië, stop eind 2013 (de sociale indicatoren voor de site van Melbourne worden nog opgenomen in de rapportering 2013).
34 kleine sites (sites met minder dan 20 werknemers) werden vrijgesteld van de rapportering van de uitsplitsing van het aantal opleidingsuren volgens man/vrouw en per werknemerscategorie en de rapportering van de status van het verbeteringsplan voor de doelstelling van aantrekkelijke werkgever en de doelstelling betreffende communicatie met belanghebbenden.
De sites rapporteren gegevens over het volledige jaar voor de sociale indicatoren. De gegevens in verband met de vorderingen ten opzichte van de sociale doelstellingen worden in het derde kwartaal gerapporteerd en ook de acties die voor het vierde kwartaal zijn gepland, worden in deze rapportering opgenomen.
De voorgestelde indicatoren zijn gebaseerd op gegevens van volledig geconsolideerde bedrijven, tenzij anders vermeld. Onder de betreffende tabel of grafi ek werd een opmerking geplaatst om de indicatoren aan te geven die in 2011 voor het eerst werden toegevoegd – ze hebben vooral betrekking op de rapporteringsreikwijdte voor de Vision 2015-strategie. Bij de categorieën van indicatoren die specifi ek relevant zijn voor Vision 2015 werd 'Vision 2015' vermeld naast de titel om ze gemakkelijk terug te vinden. Meer informatie over de vorderingen ten opzichte van deze doelstellingen vindt u in de terugblik door het management van pagina xx tot xx en in het overzicht van de business groups van pagina xx tot xx van dit verslag. Meer informatie over de sociale beheersstrategie van Umicore is beschikbaar op onze website: www.umicore.com/sustainability/social/.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) |
aantal | 13.728 | 14.386 | 14.572 | 14.438 | 14.057 |
| Personeelsbestand geconsolideerde ondernemingen |
aantal | 9.313 | 9.558 | 10.164 | 10.396 | 10.190 |
| Personeelsbestand geassocieerde ondernemingen |
aantal | 4.415 | 4.828 | 4.408 | 4.042 | 3.867 |
| Mannelijke werknemers | aantal | 7.353 | 7.546 | 7.972 | 8.121 | 7.996 |
| Vrouwelijke werknemers | aantal | 1.960 | 2.012 | 2.192 | 2.275 | 2.194 |
| Voltijdse werknemers | aantal | - | - | 9.494 | 9.699 | 9.491 |
| Deeltijdse werknemers | aantal | - | - | 670 | 697 | 699 |
| Werknemers < 25 jaar | aantal | - | - | 718 | 675 | 603 |
| Werknemers tussen 25 en 35 jaar | aantal | - | - | 2.796 | 2.968 | 2.909 |
| Werknemers tussen 36 en 45 jaar | aantal | - | - | 2.749 | 2.753 | 2.646 |
| Werknemers tussen 46 en 55 jaar | aantal | - | - | 2.951 | 2.982 | 2.937 |
| Werknemers > 55 jaar | aantal | - | - | 950 | 1.018 | 1.095 |
| Tijdelijke contracten | % personeelsbestand (geconsolideerde ondernemingen) |
3,83 | 4,01 | 4,77 | 4,21 | 3,42 |
Totaal aantal personeelsleden: aantal personeelsleden op de loonlijst van Umicore voor de volledig geconsolideerde bedrijven en de geassocieerde ondernemingen aan het einde van de periode. Dit aantal omvat deeltijdse en tijdelijke werknemers maar geen werknemers met een geschorst contract, langdurig zieke werknemers en werknemers in onderaanneming.
Tijdelijk contract: Umicore-medewerkers met een tijdelijk contract die deel uitmaken van het personeel van de volledig geconsolideerde bedrijven.
Deeltijds: werknemers die minder ploegendiensten, werkdagen of werkuren presteren in het kader van vrijwillige arbeidsduurvermindering.
| Noord | Zuid | Azië/ | Umicore | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Europa | Amerika | Amerika | Oceanië | Afrika | Group | |
| Personeelsbestand | aantal | 7.730 | 864 | 1.139 | 3.026 | 1.298 | 14.057 |
| Personeelsbestand geconsolideerde ondernemingen |
aantal | 6.631 | 839 | 702 | 1.698 | 320 | 10.190 |
| Personeelsbestand geassocieerde ondernemingen |
aantal | 1.099 | 25 | 437 | 1.328 | 978 | 3.867 |
| Mannelijke werknemers | aantal | 5.320 | 656 | 529 | 1.292 | 199 | 7.996 |
| Vrouwelijke werknemers | aantal | 1.311 | 183 | 173 | 406 | 121 | 2.194 |
| Voltijdse werknemers | aantal | 5.960 | 828 | 702 | 1.681 | 320 | 9.491 |
| Deeltijdse werknemers | aantal | 671 | 11 | 0 | 17 | 0 | 699 |
| Tijdelijke contracten | % personeelsbestand (geconsolideerde ondernemingen) |
4,71 | 1,31 | 0,14 | 1,24 | 1,25 | 3,42 |
| Energy | Performance | Umicore | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Catalysis | Materials | Materials | Recycling | Corporate | Group | |
| Personeelsbestand | aantal | 2.340 | 2.884 | 5.331 | 2.345 | 1.157 | 14.057 |
| Personeelsbestand geconsoli deerde ondernemingen |
aantal | 2.173 | 1.828 | 2.737 | 2.345 | 1.107 | 10.190 |
| Personeelsbestand geassocieerde ondernemingen |
aantal | 167 | 1.056 | 2.594 | 0 | 50 | 3.867 |
| Mannelijke werknemers | aantal | 1.682 | 1.531 | 2.165 | 1.949 | 669 | 7.996 |
| Vrouwelijke werknemers | aantal | 491 | 297 | 572 | 396 | 438 | 2.194 |
| Voltijdse werknemers | aantal | 2.065 | 1.707 | 2.579 | 2.165 | 975 | 9.491 |
| Deeltijdse werknemers | aantal | 108 | 121 | 158 | 180 | 132 | 699 |
| Tijdelijke contracten | % personeelsbestand (geconsolideerde ondernemingen) |
5,89 | 1,15 | 3,84 | 3,75 | 0,63 | 3,42 |
Het totaal aantal personeelsleden daalde met 381 medewerkers tot in totaal 14.057. Voor de volledig geconsolideerde ondernemingen daalde het aantal personeelsleden met 206 medewerkers tot 10.190. De daling van het aantal personeelsleden was gespreid over alle business groups en Corporate, uitgezonderd de business group Catalysis, die 53 meer medewerkers telde eind 2013. Bij de geassocieerde ondernemingen was er een daling van 175 medewerkers als gevolg van productieaanpassingen.
Het aandeel vrouwen in de werknemerspopulatie van de volledig geconsolideerde ondernemingen bedroeg 21,5%. In de voorbije vijf jaar bleef dit percentage op een niveau van 21% tot 22%. Vrouwen zijn meer vertegenwoordigd in administratieve en commerciële functies dan in de industriële operaties. Er zijn aanzienlijke regionale verschillen: in België, Noord-Europa en Noord-Amerika ligt het percentage vrouwen lager dan in de rest van de wereld.
Het percentage tijdelijke contracten in de volledig geconsolideerde bedrijven daalde tot 3,42% in 2013. Vooral in de tweede jaarhelft werden een aantal tijdelijke contracten niet hernieuwd.
Hoewel het totale percentage vrouwelijke werknemers vrijwel stabiel is gebleven (zie hoger), is het percentage vrouwelijke managers geleidelijk aan gestegen van 18% in 2007 tot 21% in 2013. Ook het percentage vrouwen bij het senior management is gestegen van 7,4% in 2012 tot 8,7% in 2013.
| Productiesites | Andere sites | Aantal werknemers | |
|---|---|---|---|
| Europa | |||
| Oostenrijk | 1 | 140 | |
| België | 8 (1) | 3 (2) | 3.111 (79) |
| Tsjechië | 1 | 2 | |
| Denemarken | 1 | 13 | |
| Frankrijk | 5 | 2 | 785 |
| Duitsland | 8 (2) | 3 (2) | 2.506 (395) |
| Hongarije | 1 | 4 | |
| Ierland | 1 (1) | 240 (240) | |
| Italië | 1 | 3 (1) | 85 (21) |
| Liechtenstein | 1 | 86 | |
| Luxemburg | 1 | 10 | |
| Nederland | 2 | 124 | |
| Noorwegen | 1 | 54 | |
| Polen | 2 (1) | 12 (2) | |
| Portugal | 1 | 10 | |
| Rusland | 1 | 7 | |
| Slovakije | 1 | 42 | |
| Spanje | 2 (1) | 15 (3) | |
| Zweden | 2 (1) | 1 | 201 (159) |
| Zwitserland | 1 | 2 | 30 |
| Turkije | 1 | 1 | |
| Verenigd Koninkrijk | 1 | 7 (4) | 248 (196) |
| Azië/Oceanië | |||
| Australië | 1 | 2 | 18 |
| China | 11 (4) | 6 (1) | 1.994 (1.151) |
| India | 1 | 2 | 82 |
| Japan | 4 | 3 (1) | 176 (10) |
| Maleisië | 1 | 63 | |
| Filippijnen | 1 | 82 | |
| Zuid-Korea | 3 (1) | 1 | 474 (167) |
| Taiwan | 1 | 1 | 23 |
| Thailand | 1 | 1 | 114 |
| Verenigde Arabische Emiraten | 1 (1) | 4 (4) | |
| Noord-Amerika | |||
| Canada | 3 | 234 | |
| Verenigde Staten | 8 | 4 (2) | 630 (25) |
| Zuid-Amerika | |||
| Argentinië | 1 | 44 | |
| Brazilië | 3 | 1 (1) | 659 (1) |
| Peru | 1 (1) | 436 (436) | |
| Afrika | |||
| Zuid-Afrika | 3 (1) | 1 | 1.298 (978) |
| Totaal | 76 (12) | 55 (17) | 14.057 (3.867) |
De cijfers tussen haakjes betekenen 'waarvan geassocieerde en joint-ventureondernemingen'. Sites die zowel over productie-installaties als over kantoren beschikken (bv. Hanau, Duitsland) worden enkel als productiesite geclassifi ceerd.
| Gegevens voor de Groep | ||||
|---|---|---|---|---|
| ------------------------ | -- | -- | -- | -- |
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sites die een lokaal plan ontwikkelen om de opleiding en ontwik keling van de werknemers te bevordereren |
% sites | - | - | 59.60 | 70,10 | 73,53 |
| Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben | % personeelsbestand (geconsolideerde ondernemingen) |
- | - | 87,16 | 91,80 | 95,65 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer | uren/werknemer | 44,05 | 43,30 | 51,94 | 50,72 | 45,18 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - mannen | uren/werknemer | - | - | 53,20 | 51,75 | 45,82 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - vrouwen | uren/werknemer | - | - | 47,37 | 46,04 | 42,26 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - kaderpersoneel |
uren/werknemer | - | - | 61,84 | 64,15 | 41,41 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - andere werknemerscategorieën |
uren/werknemer | - | - | 48,55 | 45,57 | 44,82 |
Opleidingsuren: gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer voor alle soorten opleidingen (formeel, training op de werkvloer, e-learning, enz.) die het bedrijf ondersteunt en die relevant zijn voor de business unit of het bedrijf. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het totale aantal werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven.
| eenheid | Europa | Noord Amerika |
Zuid Amerika |
Azië/ Oceanië |
Afrika | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer |
uren/werknemer | 41,16 | 41,27 | 71,01 | 54,39 | 33,36 | 45,18 |
| Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben |
% personeelsbestand (geconsolideerde ondernemingen) |
98,56 | 94,68 | 100,00 | 81,42 | 100,00 | 95,65 |
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Corporate | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer |
uren/werknemer | 60,51 | 47,26 | 34,11 | 48,53 | 32,98 | 45,18 |
| Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben |
% personeelsbestand (geconsolideerde ondernemingen) |
98,04 | 90,81 | 95,95 | 95,65 | 98,22 | 95,65 |
Umicore | Jaarverslag 2013
In 2013 bedroeg het gemiddelde aantal opleidingsuren per werknemer 45,18 uur. Dit was onder het niveau van 2012 maar in lijn met het gemiddelde aantal opleidingsuren in 2009 en 2010. In 2011 en 2012 is het gemiddelde gestegen onder invloed van het grotere aantal nieuwe aanwervingen en de start van nieuwe operationele activiteiten.
Uit de gegevens blijkt dat managers iets minder uren opleiding krijgen (41,41 uur) dan andere medewerkers (44,82 uur). In 2013 werd het Learning Management System gelanceerd voor alle managers wereldwijd en voor andere medewerkers in België en Duitsland. De verdere roll-out werd voorbereid om geleidelijk alle medewerkers te bereiken.
In 2013 heeft bijna 96% van alle werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven minstens één keer per jaar een evaluatiegesprek om hun ontwikkeling te bespreken. Hoewel dit een hoog percentage is, zullen nog meer inspanningen worden geleverd om 100% te bereiken in 2015. Vision
2015
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande aantrekkelijke werkgever |
% sites | - | - | 70,15 | 76,12 | 82,35 |
| Vrijwillige vertrekkers - ratio | % personeelsbestand (gecon solideerde ondernemingen) |
2,59 | 3,78 | 3,84 | 3,20 | 3,33 |
| Vrijwillige vertrekkers - mannen | aantal | - | - | 287 | 251 | 253 |
| Vrijwillige vertrekkers - vrouwen | aantal | - | - | 96 | 81 | 89 |
| Vrijwillige vertrekkers anciënniteit < 3 jaar | aantal | - | - | 222 | 214 | 217 |
| Vrijwillige vertrekkers anciënniteit > 3 jaar | aantal | - | - | 161 | 118 | 125 |
| Werknemers die in een site werken die een externe erkenning hebben ontvangen in het kader van aantrekkelijke werkgever |
% personeelsbestand (gecon solideerde ondernemingen) |
- | - | 52,64 | 68,31 | 72,63 |
| Externe erkenningen ontvangen in het kader van aantrekkelijke werkgever |
aantal | - | - | 18 | 31 | 33 |
Vrijwillig vertrek: aantal werknemers dat het bedrijf uit vrije wil verlaat (exclusief pensionering en afl oop van een contract van bepaalde duur). Dit cijfer heeft betrekking op de werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven.
Externe erkenning als aantrekkelijke werkgever: externe erkenningen of awards die de reputatie van de site of van Umicore als aantrekkelijke werkgever versterken.
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Corporate | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrijwillige vertrekkers - ratio |
% personeelsbestand (gecon solideerde ondernemingen) |
3,99 | 5,84 | 2,32 | 1,65 | 4,10 | 3,33 |
In de voorbije vijf jaar lag het percentage medewerkers dat het bedrijf vrijwillig verliet tussen 2,6 en 3,8. De 3,3% voor 2013 valt binnen dit bereik. Net als de voorbije jaren stellen we belangrijke regionale verschillen vast. Azië Pacifi c rapporteert het hoogste percentage personeelsverloop (9,3%) en Europa (1,4%) het laagste. Het hoge personeelsverloop in Azië Pacifi c beperkt zich niet tot Umicore en kan worden verklaard door de zeer concurrentiële en beweeglijke arbeidsmarkt in bepaalde groeilanden.
26% van de werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten, zijn vrouwen. Dat cijfer ligt iets hoger dan het percentage vrouwen (21%) in de volledige geconsolideerde bedrijven. 63% van de medewerkers die het bedrijf vrijwillig verlieten in 2013 deed dat in de eerste drie dienstjaren.
Umicore stimuleert de sites om externe erkenning te verwerven als aantrekkelijke werkgever. In sommige landen waar Umicore veel werknemers telt, worden door externe instanties de beste werkgevers verkozen. Zo'n positie verhoogt sterk de zichtbaarheid en de erkenning van de winnaars, vooral in Europa. Alle sites in België, Frankrijk en de grootste sites in Duitsland verkregen nationale erkenning als Beste Werkgever. In 2013 werden de sites in Brazilië erkend als Beste Werkgever. Veel sites van Umicore zijn klein tot middelgroot en hun inspanningen om als aantrekkelijke werkgever te worden erkend, zijn beperkt tot de lokale stad of regio, waar zelden offi ciële erkenningsprogramma's worden georganiseerd. In deze gevallen is de erkenning vaak afkomstig van lokale verenigingen, zoals sectorgroeperingen of een lokale krant. In totaal zijn 72,63% van de medewerkers actief in een site die in 2013 formele externe erkenning kreeg.
Umicore organiseert regelmatig een wereldwijde personeelsenquête. De vorige enquête werd in 2010 georganiseerd en de volgende is gepland voor 2014. In 2013 gingen alle grote sites verder met de implementatie van de actieplannen op basis van de feedback van de enquête van 2010 met als doel de betrokkenheid en het welzijn van de werknemers verder te verbeteren.
2015
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande lokale gemeenschap |
% sites | - | - | 57,58 | 60,82 | 65,69 |
| Totaal donaties | € duizend | 1.106,48 | 1.009,38 | 1.751,02 | 1.759,18 | 1.612,80 |
| Geldelijke donaties | € duizend | 966,61 | 865,34 | 1.568,80 | 1.514,60 | 1.373,82 |
| Donaties in natura | € duizend | 89,10 | 73,59 | 104,97 | 159,98 | 152,27 |
| Werknemers vrijgemaakte tijd | € duizend | 50,78 | 70,46 | 77,24 | 84,60 | 86,71 |
| Sites die een extern communicatieplan hebben ontwikkeld | % sites | - | - | 59,70 | 62,69 | 63,24 |
Donaties: van elke business unit wordt verwacht dat het in zijn jaarlijks budget voldoende donaties en sponsoring opneemt om het programma voor engagement ten opzichte van de lokale gemeenschap van elke site te ondersteunen. Als richtlijn zou dit een bedrag moeten zijn dat overeenstemt met een derde van een procent van de gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT van de business units (exclusief geassocieerde bedrijven) van de voorbije drie jaar.
Vanaf 2009 werden de donaties onderverdeeld in fi nanciële donaties, donaties in natura en tijd van de medewerkers. De donaties op groepsniveau worden gecoördineerd door een Donatiecomité dat rapporteert aan de Gedelegeerd Bestuurder.
| eenheid | Europa | Noord Amerika |
Zuid Amerika |
Azië/ Oceanië |
Afrika | Umicore Group | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal donaties | € duizend | 1.355,61 | 93,71 | 69,42 | 74,39 | 19,67 | 1.612,80 |
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Corporate | Umicore Group | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal donaties | € duizend | 190,39 | 132,04 | 163,61 | 558,80 | 567,96 | 1.612,80 |
In 2013 droeg Umicore in totaal € 1.613.000 bij aan donaties. Voor de business units is het totale bedrag van € 1.045.000 in lijn met de richtlijn van ongeveer een derde van een procent van hun gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT over de voorbij drie jaar. Er werden nog bijkomende donaties op groepsniveau geschonken voor een bedrag van € 568.000.
De donaties van de business units gaan hoofdzakelijk naar goede doelen in de buurt van de sites en dit ter ondersteuning van de lokale gemeenschap. Sommige hoofdkantoren van business units ondersteunen echter ook goede doelen in andere continenten. Op groepsniveau hebben de donaties waarop het Donatiecomité toezicht houdt een wereldwijd bereik. In 2013 gingen de groepsdonaties voornamelijk naar steun voor twee grote educatieve projecten van UNICEF in Haïti en in India, noodhulp voor de Filippijnen, drie projecten die werden gecoördineerd door Ondernemers voor Ondernemers en naar steun voor duurzame mobiliteitsprojecten van studenten.
63,24% van de sites beschikt over een extern communicatieplan om op een adequate manier contacten te onderhouden met de lokale gemeenschap. Naargelang de omvang van de activiteiten en de link met de lokale gemeenschap bestaan deze communicatieplannen uit nieuwsbrieven, publieke informatievergaderingen, vergaderingen met de lokale autoriteiten, fabrieksbezoeken voor de lokale gemeenschap en persberichten voor de lokale media.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Werknemers vertegenwoordigd door een vakbond of gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst |
% personeelsbestand (gecon solideerde ondernemingen) |
71,15 | 68,92 | 69,81 | 70,80 | 71,33 |
| Noord | Zuid | Azië/ | Umicore | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Europa | Amerika | Amerika | Oceanië | Afrika | Group | |
| Werknemers vertegenwoordigd door | % personeelsbestand | ||||||
| een vakbond of gedekt door een | (geconsolideerde | 87,95 | 8,82 | 94,16 | 30,15 | 59,38 | 71,33 |
| collectieve arbeidsovereenkomst | ondernemingen) |
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Corporate | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Werknemers vertegenwoordigd door | % personeelsbestand | ||||||
| een vakbond of gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst |
(geconsolideerde ondernemingen) |
62,95 | 51,48 | 76,21 | 89,64 | 69,74 | 71,33 |
In totaal is 71,3% van de Umicore-werknemers lid van een vakbondsorganisatie en/of wordt over hun loonniveau onderhandeld via een collectieve overeenkomst. Regionaal zijn er grote verschillen in de vakbondsvertegenwoordiging, die het grootst is in Zuid-Amerika en Europa en het kleinst in Noord-Amerika en Azië Pacifi c.
In 2007 ondertekende Umicore een Akkoord voor Duurzame Ontwikkeling met de Internationale vakbond IndustriALL, dat in 2011 werd hernieuwd voor een periode van vier jaar. In dit akkoord verbindt Umicore zich tot een aantal principes, zoals het verbod op kinder- en gedwongen arbeid, erkenning van het recht van haar werknemers om zich te organiseren en deel te nemen aan de collectieve onderhandelingen.
Alle sites worden jaarlijks intern doorgelicht. Uit deze doorlichting bleek dat geen enkele site van Umicore een specifi ek risico loopt om een inbreuk te plegen op één van de principes van dit akkoord.
In 2011 organiseerde Umicore voor het eerst een systematische rapportering over problemen in verband met de gedragscode in de hele Groep. In 2013 werden er in totaal 21 gevallen gerapporteerd, waarbij in totaal 28 werknemers betrokken waren. De acties die werden ondernomen, varieerden van een waarschuwingsbrief tot ontslag. Vision
Gegevens voor de business groups 2013
| Directe en indirecte aankoop | Indirecte aankoop |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Catalysis | Energy Materials |
Performance Materials |
Recycling | Corporate(2) | ||
| Leveranciers (1) die het charter voor duur zame aankoop hebben goedgekeurd |
% leveranciers | 88 | 84 | 86 | 84 | 84 |
(1) Van de leveranciers naar wie Umicore het charter voor duurzame aankopen heeft verzonden (alleen de belangrijkste leveranciers van elke business unit). (2) Corporate omvat het departement Procurement & Transportation en UMS Taiwan.
2015
In de loop van 2013 gingen onze regionale aankoopcentra verder met de selectie van de belangrijkste leveranciers aan de hand van criteria zoals omvang, geografi sche locatie en het type producten of diensten (en hun kritisch belang voor de werking van een Umicore-entiteit). Verscheidene business units selecteerden ook hun belangrijkste leveranciers en vroegen hen om de principes van het Charter voor duurzame aankopen ('het charter') te erkennen.
Bij de geselecteerde ondernemingen waren veel leveranciers van goederen en diensten en enkele leveranciers van grondstoffen (bv. metalen). In totaal werden 671 leveranciers geselecteerd. Tegen het einde van 2013 had 84% van deze 671 leveranciers formeel bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. De business units selecteerden 396 leveranciers, van wie 86% tegen eind 2013 formeel had bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. Het aantal leveranciers dat de naleving heeft bevestigd bij de business units die het verzoek om het charter na te leven hebben verstuurd, is nu ongeveer gelijk aan dat van de regionale aankoopcentra. De totale uitgaven aan leveranciers die tot het charter zijn toegetreden in 2013 bedragen zo'n € 800 miljoen euro.
Umicore heeft Ecovadis gevraagd om de duurzaamheidprestaties van 272 van de 1.067 bovenvermelde leveranciers te evalueren. Deze leveranciers werden geselecteerd aan de hand van een risicobeoordeling die Ecovadis uitvoerde met betrekking tot kriticiteit, afhankelijkheid, duur van de relatie en uitgaven aan deze leveranciers. Dit resulteerde in een scorekaart met een globale score en een score voor elk van de vier duurzaamheidcategorieën: milieu, arbeid, eerlijke handelspraktijken en bevoorradingsketen. Er werden scores toegekend van 1 tot 10, waarbij 1 een hoog duurzaamheidrisico vertegenwoordigt.
| Group | |
|---|---|
| Leefmilieu | 4,4 |
| Arbeidspraktijken en mensenrechten | 4,0 |
| Zakelijke integriteit | 3,7 |
| Bevoorradingsketen | 3,4 |
| Totaal | 4,0 |
Van de 272 geselecteerde leveranciers hebben er 57 de vragenlijst niet ingevuld. Van de 215 ontvangen scorekaarten hadden 152 bedrijven een score van 3 of 4, wat betekent dat ze basismaatregelen hebben genomen voor thema's in verband met duurzaamheid. Slechts 4 bedrijven kregen een score gelijk aan of lager dan 2, wat een hoog risico op problemen in verband met duurzaamheid vertegenwoordigt. 59 bedrijven behaalden een algemene score van meer dan 4. Dat betekent dat ze ofwel 'gepaste duurzaamheid management systemen' hebben (55 bedrijven), ofwel 'geavanceerde duurzaamheid praktijken' gebruiken (4 bedrijven). Wat de gemiddelde score in elke categorie betreft, haalden de leveranciers de hoogste gemiddelde score voor milieu en scoorden ze het laagst voor het promoten van duurzaamheid in hun bevoorradingsketen.
De Umicore Group werd door Ecovadis geëvalueerd en haalde een score van 6.7. Dat plaatst de onderneming in de categorie gevorderden met een 'gestructureerde en proactieve CSR-aanpak, engagementen, beleid en concrete acties voor belangrijke problemen, met gedetailleerde informatie over de implementatie en een signifi cante CSR-rapportering over de acties en de prestatie-indicatoren'.
Sommige business units maken gebruik van bijkomende of alternatieve methoden om de duurzame praktijken van hun leveranciers te controleren:
Umicore Precious Metals Refi ning Hoboken screent zijn leveranciers met het Business Partner Screening process (BPS). De meeste 'leveranciers' van UPMR zijn in feite ook de eindklanten aan wie UPMR recyclagediensten levert. Het BPS is beter geschikt om partners met deze dubbele status klant-leverancier te beoordelen en gaat dieper in op aspecten zoals ethisch ondernemen en veiligheid.
De business unit Cobalt & Specialty Materials verfi jnde verder haar aanpak voor het bevorderen van een duurzame bevoorradingsketen in samenwerking met een externe auditor. In het proces worden verschillende tools gebruikt om deze leveranciers regelmatig te screenen en de risico's of onzekere factoren omtrent hun bevoorradingsketen te beperken.
In de loop van 2013 hebben verschillende business units een programma gelanceerd met 15 laag scorende leveranciers om een actieplan voor verbetering op te stellen. Voor de regionale aankoopcentra werd een aantal verbeteringsplannen uitgevoerd met leveranciers van de regionale aankoopcentra in België, Brazilië en Frankrijk.
Om iedereen in het bedrijf beter vertrouwd te maken met duurzame aankopen werd er in 2013 een online learning tool ter beschikking gesteld op het nieuwe My Campus-platform. In 2013 volgden 337 medewerkers deze e-learningmodule. In Brazilië werd een specifi ek opleidingsprogramma uitgerold over 11 on-site opleidingssessies. In het raam hiervan volgden 122 medewerkers een opleiding duurzame aankopen.
In 2012 publiceerde de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) een defi nitieve richtlijn over confl ictmineralen op basis van sectie 1502 van de Dodd-Frank Act. Deze richtlijn verplicht bedrijven die op de Amerikaanse beurs zijn genoteerd om te rapporteren of het tin, tantalium, wolfraam en goud in hun producten afkomstig is van de Democratische Republiek Congo of een aangrenzend land. Hoewel Umicore niet onderworpen is aan de Dodd-Frank-rapporteringsvereisten, willen we de bovenvermelde richtlijn naleven. In het kader hiervan hebben onze Precious Metals Refi ning activiteiten in Hoboken en Pforzheim in 2013 met succes een onafhankelijke audit voor hun activiteiten van 2012 doorlopen van de London Bullion Market Association (LBMA) (zie nieuwsberichten hier). Onze Jewellery & Industrial Metals activiteiten in Pforzheim en Bangkok werden door de Responsible Jewellery Council (RJC) gecertifi ceerd voor hun Chain of Custody programma en dit voor een periode van drie jaar. Gelijkaardige onafhankelijke audits worden uitgevoerd of ingepland voor twee andere sites van Umicore.
Naast de bestaande policies en charters zoals de Umicore Gedragscode, het Mensenrechtenbeleid en het Charter voor duurzame aankopen heeft Umicore in 2013 een specifi eke beleidslijn gepubliceerd betreffende 'Verantwoorde wereldwijde bevoorradingsketen van mineralen uit confl ictzones en zones met hoog risico'.
Meer informatie over de relatie van Umicore met haar leveranciers vindt u in het hoofdstuk Relaties met de belanghebbenden in de Verklaring inzake deugdelijk bestuur op pagina 169 en in de terugblik door het management op de pagina's 8 en 25.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ziektegraad | % | 2,64 | 2,86 | 3,03 | 2,69 | 2,76 | ||
| ZIEKTEGRAAD | ||||||||
| gerelateerd aan het totale aantal werkdagen per jaar. | Ziektedagen: totaal aantal verloren werkdagen als gevolg van ziekte. Verloren dagen als gevolg van langdurige ziekte en moederschapsverlof zijn niet in dit cijfer opgenomen. Dit cijfer wordt |
3,5 3,0 2,64% |
3,03% 2,86% |
2,69% | 2,76% | |||
| Langdurige ziekte wordt gedefi nieerd als beginnend na drie maanden van ononderbroken ziekte. | 2,5 2,0 1,5 1,0 |
|||||||
| Regionale gegevens 2013 | 0,5 0,0 2009 |
2010 2011 |
2012 | 2013 | ||||
| eenheid | Europa | Noord Amerika |
Zuid Amerika |
Azië/ Oceanië |
Afrika | Umicore Group | ||
| Ziektegraad | % | 3,45 | 1,74 | 1,63 | 0,97 | 3,04 | 2,76 |
De voorbije vijf jaar schommelde het aantal ziektedagen van 2,64% tot 3,03%. In 2013 bedroeg het totale aantal ziektedagen 2,76%. We zien regionale verschillen met een groter aantal ziektedagen in Europa en een kleiner aantal ziektedagen in Azië Pacifi c.
Alle geconsolideerde productiesites waarover Umicore operationele controle heeft, zijn opgenomen in het bereik van de rapportering over gezondheid op het werk. In vergelijking met 2012 worden de gegevens van één site niet langer gerapporteerd omdat de industriële activiteiten er werden stopgezet (Perafi ta, Portugal, Performance Materials). Twee sites werden aan de rapportering toegevoegd: Himeji, Japan (Catalysis) en Suzhou, China (Catalysis - test center). Dat brengt het totale aantal rapporterende sites op 64.
De informatie in deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op Umicore-werknemers. Ze bevat geen gegevens over gezondheid op het werk bij de onderaannemers.
Meer informatie over het beleid van Umicore inzake gezondheid op het werk vindt u op de website www.umicore.com/sustainability/social/.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Blootstellingsgraad 'alle biomarkers geaggregeerd' (1) | % | - | - | 5,2 | 4,3 | 2,6 |
| Blootstellingsgraad lood (bloed) (2) | % | - | - | 1,4 | 0,5 | 0,9 |
| Blootstellingsgraad arseen (urine) (2) | % | - | - | 2,2 | 1,4 | 1,6 |
| Blootstellingsgraad kobalt (urine) (2) | % | - | - | 22,1 | 14,8 | 10,7 |
| Blootstellingsgraad cadmium (bloed) (2) | % | - | - | 0,8 | 1,7 | 0,6 |
| Blootstellingsgraad cadmium (urine) (2) | % | - | - | 1,5 | 3,0 | 1,0 |
| Blootstellingsgraad nikkel (urine) (2) | % | - | - | 6 | 7,1 | 1,1 |
| Mensen met platina overgevoeligheid | aantal | - | - | 4 | 6 | 4 |
| Mensen met door lawaai veroorzaakt gehoorverlies | aantal | - | - | 9 | 4 | 3 |
| Mensen met contactdermatitis | aantal | - | - | 2 | 2 | 2 |
| Mensen met beroepsmatige asthma door andere producten | aantal | - | - | 0 | 1 | 0 |
| Mensen met musculoskeletale aandoeningen | aantal | - | - | 11 | 7 | 5 |
(1) Verhouding tussen het aantal monitoringresultaten die Umicore's streefwaarde, die gedefi nieerd werd voor relevante gevaarlijke stoffen, overschrijden en het totaal aantal monitoringresultaten.
(2) De blootstellingsratio voor een specifi ek metaal wordt gedefi nieerd als de verhouding tussen het aantal medewerkers van wie het biologische monitoringresultaat hoger ligt dan de drempelwaarde en het totale aantal blootgestelde werknemers. De drempelwaarden van Umicore zijn gebaseerd op de biologische blootstellingsindices van de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ref. 2011). Ze zijn op zijn minst even streng als de bestaande wettelijk opgelegde limieten.
Umicore heeft zich tot doel gesteld om tegen 2015 de biomarkerconcentratie voor iedere blootgestelde werknemer onder Umicore's streefwaarde te houden. De volgende streefwaardes werden gedefi nieerd:
Cadmium: 2 microgram per gram creatinine in urine en 0,5 microgram per 100 ml bloed
Lood: 30 microgram per 100 ml bloed
Kobalt: 15 microgram per gram creatinine
Arseen en nikkel: 30 microgram per gram creatinine
Platinazouten: geen nieuwe gevallen van overgevoeligheid voor platinazout
Het aantal beroepsziekten is het aantal medewerkers met een beroepsziekte of met symptomen die aan het werk gerelateerd zijn en waarvan de diagnose tijdens deze rapporteringscyclus werd vastgesteld.
In 2013 werden in totaal 4.461 biologische monsters genomen van werknemers die op het werk zijn blootgesteld aan één van de bovenvermelde metalen (exclusief platinazouten). Het resultaat van 113 metingen lag hoger dan de interne streefwaarde. Dat brengt de totale overschrijdingsgraad op 2,6% ten opzichte van 4,3% in 2012. Alle werknemers met beroepsmatige metaalblootstelling worden regelmatig gecontroleerd door een bedrijfsarts.
In de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling is beroepsmatige blootstelling aan lood een potentieel gezondheidsrisico. In totaal werd bij 13 van de 1.416 werknemers met beroepsmatige loodblootstelling een hogere waarde dan de streefwaarde van 30μg/100ml gemeten. Dat brengt de overschrijdingsgraad voor loodblootstelling op 0,9%, vergelijkbaar met de overschrijdingsgraad van 0,5% in 2012.
Bijna alle overschrijdingen werden gemeten in de business group Recycling en waren te wijten aan een hoger loodgehalte in het lichaam als gevolg van vroegere blootstellingen op de site van Hoboken, België (Recycling).
Werknemers met te hoge gemeten waarden werden naar een andere werkplek overgeplaatst en worden verder gevolgd door een bedrijfsarts.
Blootstelling aan arseen kan voorkomen in de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling. In totaal zijn 864 werknemers blootgesteld aan arseen. Bij 14 van hen werden in 2013 te hoge waarden gemeten. Dat brengt de overschrijdingsgraad voor arseen op 1,6%, een lichte stijging van 1,4% in 2012.
In totaal zijn 698 medewerkers op het werk blootgesteld aan kobalt, voornamelijk in de business group Energy Materials. Bij 75 werknemers werd een overschrijding van de streefwaarde vastgesteld. Dit brengt de overschrijdingsgraad op 10,7%, wat aanzienlijk lager is dan de overschrijdingsgraad van 14,8% in 2012.
Alle overschrijdingen werden gemeten in de business units Cobalt & Specialty Materials en Rechargeable Battery Materials. Deze business units voeren al vele jaren een beleid – inclusief biologische monitoring – om de blootstelling aan kobalt op het werk te verlagen. In 2011 werd de biologische drempelwaarde in urine verlaagd van 30 tot 15 microgram per gram creatinine, in lijn met de meest recente gegevens in de wetenschappelijke literatuur over de toxiciteit van kobalt en de blootstelling aan kobalt op het werk. De business units implementeren actieplannen om de blootstelling aan kobalt op het werk sterk te verminderen. De nieuwe kobaltovens op de site in Olen, België (Energy Materials) werden bijvoorbeeld ontworpen om ze te kunnen bedienen zonder persoonlijke beschermingsmiddelen.
Blootstelling aan cadmium op het werk vormt een potentieel gezondheidsrisico in de business groups Performance Materials en Recycling.
Cadmium in urine is een effi ciënte biomarker voor levenslange blootstelling terwijl het cadmiumgehalte in het bloed meer de recente blootstelling op het werk weergeeft.
In 2013 waren in totaal 686 werknemers op het werk blootgesteld aan cadmium.
Bij 7 medewerkers werd een hoger urinair cadmiumgehalte gemeten dan de streefwaarde. Dat brengt de overschrijdingsgraad op 1,0% ten opzichte van 3,0% in 2012.
In de business group Performance Materials lag het cadmiumgehalte in urine bij 3 medewerkers hoger dan de streefwaarde. Al deze werknemers waren actief in de business unit Technical Materials.
In de business group Recycling werd bij 4 van de blootgestelde medewerkers de drempelwaarde voor het cadmiumgehalte in urine overschreven. Drie van deze werknemers zijn tewerkgesteld in Hoboken, België, en 1 te hoog percentage werd gemeten in Amsterdam, Nederland.
Er worden bijkomende technische maatregelen genomen om de blootstelling verder te verminderen. Daarnaast worden er voorzorgsmaatregelen op de werkvloer genomen, zoals de rotatie van medewerkers, een strikte naleving van het programma voor de bescherming van de ademhaling en persoonlijke hygiënemaatregelen om de blootstelling tot een minimum te beperken.
Bij 4 medewerkers werd de streefwaarde voor cadmium in het bloed overschreden. Dat brengt de overschrijdingsgraad op 0,6%. Cadmium in het bloed is een goede biomarker voor een meer recente blootstelling aan cadmium.
In de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling is blootsteling aan nikkel mogelijk. In 2013 waren er in totaal 797 werknemers aan blootgesteld. Bij 9 van hen werd de interne streefwaarde overschreden, ten opzichte van 54 het voorgaande jaar. Dat resulteerde in een overschrijdingsgraad van 1,1% ten opzichte van 7,1% in 2012.
Deze aanzienlijke verbetering is voornamelijk het resultaat van de implementatie van een ambitieus actieplan op de site Subic, Filippijnen (Energy Materials) dat focust op het verbeteren van de engineeringcontroles in de nikkelcarbonaat- en oxide-installaties en van de voortgezette campagnes voor persoonlijke hygiëne op het werk.
In de business groups Catalysis en Recycling zijn er werkplaatsen met blootstelling aan platinazouten.
In 2013 werd bij 4 werknemers voor de eerste maal een overgevoeligheid voor platinazouten vastgesteld, een daling ten opzichte van de 6 werknemers in 2012. Twee van deze werknemers werkten in de business group Catalysis, de twee andere in de business group Recycling. Deze werknemers werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazout of werden gevraagd striktere persoonlijke beschermmiddelen te dragen. Alle medewerkers die aan platinazouten zijn blootgesteld, worden opgevolgd via een programma voor de verbetering van de gezondheid op het werk en worden regelmatig getest op allergieën.
In 2013 werd bij 3 werknemers gehoorverlies door industrieel lawaai vastgesteld. Twee werknemers ontwikkelden een contactdermatitis en 5 werknemers ontwikkelden een musculoskeletale aandoening als gevolg van hun beroepsactiviteit. Alle betrokkenen worden gevolgd door een bedrijfsarts en er werden maatregelen genomen om een verergering van hun toestand te voorkomen.
In totaal nemen 78 geconsolideerde sites deel aan de veiligheidsrapportering. In vergelijking met 2012 is 1 site (Foshan, China, Recycling) niet meer opgenomen in de veiligheidsrapportering omdat de activiteiten werden stopgezet. Er werden 5 nieuwe sites toegevoegd: Bad Säckingen, Duitsland (Catalysis); Tokoname, Japan (Catalysis); Himeji, Japan (Catalysis); Cheonan, Zuid-Korea (Energy Materials) en Raleigh, VS (administratief kantoor). Meer informatie over het beleid van Umicore inzake veiligheid op het werk vindt u op de website www.umicore.com/sustainability/social/.
De informatie in deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op Umicore-werknemers. Ze bevat geen data over arbeidsveiligheid bij de onderaannemers.
Umicore streeft naar nul ongevallen met werkverlet tegen 2015.
| eenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dodelijke ongevallen | aantal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dodelijke ongevallen onderaannemers | aantal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ongevallen met werkverlet | aantal | 48 | 56 | 60 | 49 | 35 |
| Ongevallen met werkverlet onderaannemers | aantal | 26 | 20 | 17 | 33 | 22 |
| Frequentiegraad | 3,1 | 3,5 | 3,6 | 2,9 | 2,1 | |
| Frequentiegraad contractors | 11,08 | 7,91 | 5,50 | 10,06 | 5,76 | |
| Aantal verloren kalenderdagen | aantal | 1.280 | 2.090 | 1.771 | 1.897 | 1.726 |
| Ernstgraad | 0,08 | 0,13 | 0,11 | 0,11 | 0,10 | |
| Registreerbare ongevallen zonder werkverlet | aantal | 352 | 210 | 221 | 160 | 146 |
| Frequentiegraad RI | 22,9 | 13,3 | 13,3 | 9,3 | 8,7 | |
| Verhouding aantal sites zonder LTA/ totaal aantal rapporterende sites |
% | - | - | 77 | 85 | 79 |
| OHSAS 18001 gercertifi eerde sites | % | 14,5 | 28,0 | 30,0 | 32,0 | 32,8 |
Umicore-werknemer: een personeelslid behorende tot het totale personeelsbestand van Umicore. Een Umicore-werknemer kan een voltijdse, deeltijdse of tijdelijke werknemer zijn.
Onderaannemer: een persoon die geen deel uitmaakt van het totale personeelsbestand van Umicore en die diensten verleent aan Umicore op één van haar sites volgens contractvoorwaarden.
Dodelijk ongeval: een werkgerelateerd ongeval met dodelijke afl oop.
Ongeval met werkverlet: een werkgerelateerd ongeval waarbij de werknemer niet kan werken gedurende meer dan één ploegendienst.
Registreerbaar letsel: een werkgerelateerd letsel dat leidt tot meer dan een eerstehulpbehandeling of tot een aangepast werkprogramma, ongevallen met werkverlet niet meegerekend.
Frequentiegraad: aantal ongevallen met werkverlet per miljoen gewerkte uren.
Ernstgraad: aantal verloren kalenderdagen als gevolg van een ongeval met werkverlet per duizend gewerkte uren.
Ongevallen op de weg van en naar het werk zijn niet opgenomen in de veiligheidsgegevens.
| eenheid | Europa | Noord Amerika |
Zuid Amerika |
Azië/ Oceanië |
Afrika | Umicore Group |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ongevallen met werkverlet | aantal | 26 | 4 | 1 | 4 | 0 | 35 |
| Energy | Performance | Umicore | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| eenheid | Catalysis | Materials | Materials | Recycling | Corporate | Group | |
| Dodelijke ongevallen | aantal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ongevallen met werkverlet | aantal | 4 | 6 | 9 | 15 | 1 | 35 |
| Frequentiegraad | per miljoen gewerkte uren |
1,1 | 2,0 | 2,0 | 4,2 | 0,5 | 2,1 |
| Verloren kalenderdagen | aantal | 416 | 365 | 408 | 532 | 5 | 1 726 |
| Ernstgraad | per duizend gewerkte uren |
0,11 | 0,12 | 0,09 | 0,15 | 0,00 | 0,10 |
In 2013 registreerden we in totaal 35 ongevallen met werkverlet ten opzichte van 49 in 2012. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 2,1 ten opzichte van 2,9 in 2012. In totaal gingen er 1.726 kalenderdagen verloren als gevolg van deze ongevallen met werkverlet. Dit resulteerde in een ernstgraad van 0,10 ten opzichte van 0,11 in 2012.
Er werden 146 registreerbare letsels genoteerd ten opzichte van 160 in 2012. De frequentiegraad van de registreerbare letsels bedroeg 8,7 voor 2013.
In totaal werden 22 ongevallen met werkverlet geregistreerd voor onderaannemers ten opzichte van 33 in 2012. Dat komt overeen met een frequentiegraad van 5,8 tegenover 10,0 in 2012.
In 2013 vond in 79% van de rapporterende sites geen enkel ongeval met werkverlet plaats ten opzichte van 77% in 2012. Eenentwintig van de 64 productiesites hebben een gecertifi ceerd gezondheids- en veiligheidsbeheerssysteem OHSAS 18001 tegenover 20 in 2012.
Zesentwintig ongevallen met werkverlet, of 74% van het totale aantal ongevallen met werkverlet, deden zich voor in Europa. Daarvan gebeurden er 20 in Belgische en 5 in Duitse sites. In Noord- en Zuid-Amerika waren er 5 ongevallen en in de regio Azië Pacifi c werden 4 ongevallen geregistreerd.
In januari 2014 kostte een ongeval in de fabriek van Olen in België twee Umicore-medewerkers het leven. De eerste vaststellingen wijzen erop dat het ongeval zich heeft voorgedaan door een onverwachte opstapeling van waterstof in de opslagtank waarop twee werknemers onderhoudswerken aan het uitvoeren waren. Er werd een voorlopig verslag overgemaakt aan de Inspectie Toezicht op het Welzijn op het Werk en er werd een proces opgestart om de lessen die uit het ongeval werden getrokken doorheen de Groep te delen.
In 2013 registreerde de business group Catalysis 4 ongevallen met werkverlet, waarvan 3 in de business unit Automotive Catalysts. Het totaal aantal verloren arbeidsdagen bedroeg 416. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 1,1 en een ernstgraad van 0,11. De business group zet de implementatie van het SafeStart®-programma verder in al zijn operationele sites. Dit programma concentreert zich op onveilige gewoontes en onopzettelijk onveilig gedrag. Daarnaast investeert de business group sterk in het delen van voorbeeldpraktijken voor veiligheid en ontwikkelde het veiligheidstrainingmatrices voor elke functie. Vorderingen worden gemeten aan de hand van een aantal kernveiligheidsindicatoren. Alle productiesites van Automotive Catalysts zijn OHSAS 18001 gecertifi ceerd. Op de site South Plainfi eld, VS (Recycling en Catalysis) had zich op het einde van het jaar gedurende vijf jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers voorgedaan. De sites in Americana, Brazilië (Catalysis), Karlskoga, Zweden (Catalysis), Auburn Hills, VS (Catalysis), Tsukuba, Japan (Catalysis) en Suzhou, China (Catalysis) hebben minstens 3 jaar gewerkt zonder ongevallen met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet met onderaannemers op de site.
De business group Energy Materials registreerde 6 ongevallen met werkverlet tegenover 9 in 2012. In totaal gingen 365 kalenderdagen verloren. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 2,0 en een ernstgraad van 0,12. Er vonden drie ongevallen plaats in de business unit Cobalt & Specialty Materials: Electro-Optic Materials registreerde 2 ongevallen en Rechargeable Battery Materials 1 ongeval. In de business unit Thin Film Products vonden geen ongevallen met werkverlet plaats. De business unit Rechargeable Battery Materials heeft een veiligheidsleiderschapsprogramma geïmplementeerd op basis van een gedragsobservatie- en interventietechniek als deel van haar veiligheidsprogramma ACCE (Awareness, Competence, Compliance, Excellence). Drie sites werden beloond voor hun uitmuntende en duurzame veiligheidsprestatie, met minstens 5 jaar zonder ongevallen met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet met onderaannemers op de site: Dundee, VK (Energy Materials), Fort Saskatchewan, Canada (Energy Materials) en Hsinchu Hsien, Taiwan (Energy Materials).
De business group Performance Materials registreerde 9 ongevallen met werkverlet tegenover 10 in 2012. In totaal gingen 408 kalenderdagen verloren. De frequentiegraad bedroeg 2,0 en de ernstgraad 0,09. Zes van de 9 ongevallen met werkverlet deden zich voor in de business unit Zinc Chemicals. In de business unit Technical Materials vonden 2 ongevallen met werkverlet plaats. De business unit Building Products registreerde 1 ongeval en in de business units Platinum Engineered Materials en Electroplating deden zich geen ongevallen voor. De business unit Zinc Chemicals zette de implementatie en de verbetering van haar programma 'Safety for a better life' voort. Alle medewerkers worden hierbij actief betrokken onder leiding van een veiligheidscomité van de business unit. De belangrijkste elementen van het programma zijn veiligheidsobservatierondes met het management team van de business unit, opleiding en de implementatie van normen voor essentiële veiligheidsaspecten. Vorderingen worden gemeten aan de hand van een aantal 'leading' en 'lagging' veiligheidsindicatoren. De andere business units zetten de implementatie van intern ontwikkelde veiligheidsprogramma's voort die gericht zijn op hun behoeften en prioriteiten. Innovatieve elementen van deze programma's zijn onder meer veiligheidskalenders en video's van de business unit, safety gallery meetings en workshops. Op het einde van 2013 had zich op de site van Vicenza, Italië (Performance Materials) in meer dan 5 jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers voorgedaan. Op de site in Vilvoorde, België (Building Products) heeft zich gedurende minstens 3 jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicorewerknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers voorgedaan.
De business group Recycling noteerde 15 ongevallen met werkverlet ten opzichte van 23 in 2012. In totaal gingen 532 kalenderdagen verloren. Dit vertegenwoordigt een frequentiegraad van 4,2 en een ernstgraad van 0,15. De business unit Precious Metal Refi ning registreerde 13 ongevallen met werkverlet en gaat verder met de implementatie van het programma SafeStart® in alle afdelingen. De site in Hoboken, België (Recycling) organiseert ook een SafeMap®-leiderschapstraining voor alle managers en supervisors. De business unit Jewellery & Industrial Materials voltooide de implementatie van een veiligheidsprogramma dat focust op vier pijlers: taken en verantwoordelijkheden, normen en opleiding, veiligheidsdialogen en onderzoek van incidenten.
Een bijkomend ongeval met werkverlet heeft zich voorgedaan in Corporate in een van de kantoren van Umicore Marketing Services.
148 Verklaring inzake deugdelijk bestuur
| Overzicht deugdelijk bestuur | 150 |
|---|---|
| G1 Context deugdelijk bestuur | 150 |
| G2 Vennootschapsstructuur | 150 |
| G3 Aandeelhouders | 150 |
| G4 Raad van Bestuur | 151 |
| G5 Directiecomité | 152 |
| G6 Relevante informatie in geval van een overnamebod | 152 |
| G7 Belangenconfl icten (artikel 523 – 524ter Wetboek van vennootschappen) |
155 |
| G8 Commissaris | 155 |
| G9 Gedragscode | 155 |
| G10 Marktmisbruik en handel met voorkennis | 155 |
| G11 Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2009 | 155 |
| Remuneratieverslag 2012 | 156 |
| G12 Vergoeding van de Raad van Bestuur | 156 |
| G13 Vergoeding Gedelegeerd Bestuurder en Directiecomité | 158 |
| G14 Eigendom van aandelen en aandelenopties en transacties in 2013 162 | |
| G15 Wijzigingen aan de remuneratiepolitiek sinds eind 2013 | 163 |
| Risicobeheer en interne controle | 165 |
| G16 Risicobeheer | 165 |
| G17 Risicocategorisatie | 166 |
| G18 Beschrijving van de risico's | 166 |
| Umicore Jaarverslag 2013 | |
|---|---|
| Relaties met belanghebbenden | 169 |
| G19 Leveranciers | 169 |
| G20 Klanten | 169 |
| G21 Werknemers | 170 |
| G22 Investeerders en aandeelhouders | 170 |
| G23 Samenleving | 170 |
| G24 Geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 171 |
| G25 Overheidssector en autoriteiten | 171 |
| G26 Verdeling van de economische meerwaarde | 172 |
| Raad van Bestuur | 174 |
| Directiecomité | 176 |
| Senior Management | 177 |
Umicore heeft de Belgische Corporate Governance Code 2009 aangenomen als haar referentiecode.
De Engelstalige, Nederlandstalige en Franstalige versie van deze Code kunnen geraadpleegd worden op de website van de Commissie Corporate Governance ( www.corporategovernancecommittee.be ).
Het Corporate Governance Charter geeft een gedetailleerde beschrijving van de bestuursstructuur van de Vennootschap en de beleidslijnen en procedures van de Umicore Groep. Het Charter is beschikbaar op de website van Umicore ( www.umicore.com/governance ) of kan op verzoek verkregen worden bij het departement Group Communications van Umicore .
Umicore heeft haar beleidsverklaring, waarden en organisatorische basisfi losofi e uiteengezet in een document met de titel 'The Umicore Way'. Dit document licht toe hoe Umicore haar relaties met haar klanten, aandeelhouders, werknemers en de samenleving ziet.
Wat de organisatiefi losofi e betreft, gelooft Umicore in decentralisatie en in een ruime mate van autonomie voor elke business unit. De business units zijn op hun beurt dan weer verantwoordelijk voor hun eigen bijdrage tot de waardecreatie voor de Groep en voor het vasthouden aan de strategische oriëntaties, de beleidslijnen, de normen en de duurzaamheidbenadering van de Groep.
In deze context meent Umicore dat een goede structuur van deugdelijk bestuur een noodzakelijke voorwaarde is voor haar succes op lange termijn. Dit impliceert een doelmatig beslissingsproces dat steunt op een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden. Het moet een optimaal evenwicht mogelijk maken tussen een cultuur van ondernemerschap op het niveau van haar business units en doeltreffende sturing- en toezichtprocessen. Het Corporate Governance Charter gaat dieper in op de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders, de Raad van Bestuur, de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité, alsook de specifi eke rol van het Auditcomité en het Benoemings- en Remuneratiecomité. Deze Verklaring bevat informatie over onderwerpen van deugdelijk bestuur die vooral betrekking hebben op het boekjaar 2013.
De Raad van Bestuur is het hoogste beslissingsorgaan van Umicore, behalve voor die materies die op grond van het Wetboek van vennootschappen of de statuten van Umicore voorbehouden zijn aan de aandeelhouders. De Raad wordt bijgestaan door een Auditcomité en een Benoemings- en Remuneratiecomité. Het dagelijks bestuur van Umicore is toevertrouwd aan de Gedelegeerd Bestuurder, die tevens voorzitter is van het Directiecomité. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de uitwerking van de algemene strategie van Umicore en het overmaken voor bespreking en goedkeuring ervan aan de Raad van Bestuur. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de implementatie van die strategie en voor het verzekeren van een effectief toezicht op de business units en corporate functies. Het Directiecomité staat ook in voor het screenen van de verschillende risico's en opportuniteiten waarmee het bedrijf op de korte, middellange en lange termijn geconfronteerd kan worden (zie hoofdstuk Risicobeheer) en zorgt voor de aanwezigheid van systemen om die te beheren. Het Directiecomité is collegiaal verantwoordelijk voor het bepalen en toepassen van de strategie voor duurzame ontwikkeling van Umicore.
Umicore is georganiseerd in business groups die op hun beurt bestaan uit business units met gemeenschappelijke kenmerken inzake producten, technologieën en afzetmarkten. Sommige business units zijn verder onderverdeeld in marktgerichte business lines. Als ondersteunende structuur op het niveau van de Groep beschikt Umicore over regionale managementplatformen in Zuid-Amerika, China, Noord-Amerika en Japan. De hoofdzetel van Umicore is gevestigd in België. Die zetel biedt een aantal algemene en ondersteunende functies op het gebied van fi nanciën, human resources, interne audit, juridische en fi scale zaken, externe relaties en relaties met de beleggers.
Op 31 december 2013 waren er 120.000.000 Umicore-aandelen in omloop. De historiek van de vertegenwoordiging van het kapitaal van Umicore kan geraadpleegd worden op www.umicore.com/investorrelations . De identiteit van de aandeelhouders die per 31 december 2013 een belang van 3% of meer hadden aangegeven, kan u vinden in de rubriek 'beknopte jaarrekening van de moederonderneming' (p. 115-117 ).
Umicore bezat 10.228.661 eigen aandelen op 31 december 2013, hetzij 8,52% van het kapitaal. Informatie over de door de aandeelhouders aan Umicore verleende machtiging om eigen aandelen in te kopen, alsook de stand van zaken inzake deze inkopen kan u vinden in het Corporate Governance Charter en op de website van Umicore.
Umicore | Jaarverslag 2013
Tijdens het jaar werden 296.912 eigen aandelen gebruikt in de context van de uitoefening van aandelenopties voor het personeel en werden 25.300 aandelen gebruikt voor toekenningen van aandelen, waarvan 2.900 aan de leden van de Raad van Bestuur, 19.000 aan de leden van het Directiecomité en 3.400 in het kader van de partiële omzetting van de bonus van de Gedelegeerd Bestuurder.
Umicore streeft naar de uitbetaling van een stabiel of geleidelijk stijgend dividend. Er is geen vaste uitkeringsverhouding. Het dividend wordt door de Raad van Bestuur voorgesteld op de gewone (of jaarlijkse) algemene vergadering van aandeelhouders. Er zal geen dividend worden uitbetaald als dit de fi nanciële stabiliteit van de Vennootschap in gevaar zou brengen.
In 2013 heeft Umicore een brutodividend uitgekeerd van € 1,00 per aandeel voor het boekjaar 2012. Dit is hetzelfde bedrag als het brutodividend dat met betrekking tot het boekjaar 2011 werd uitgekeerd.
In augustus 2013 heeft de Raad van Bestuur, in overeenstemming met het dividendbeleid van Umicore, beslist tot de uitkering van een interimdividend ter waarde van 50% van het totale dividend dat voor het vorige boekjaar werd uitbetaald. Bijgevolg werd op 5 september 2013 een bruto interimdividend betaald van € 0,50 per aandeel. Op 5 februari 2014 heeft de Raad beslist om de aandeelhouders een totaal brutodividend van € 1,00 per aandeel voor te stellen voor het boekjaar 2013. Indien de voorgestelde winstbestemming door de aandeelhouders wordt goedgekeurd, zal er dus in mei 2014 een brutodividend van € 0,50 per aandeel worden uitgekeerd (dit is het totale dividend verminderd met het reeds betaalde interimdividend).
De System Paying Agent die werd aangesteld voor de uitbetaling van het dividend van 2013 is:
KBC Bank Havenlaan 2 1080 Brussel
De statuten van Umicore bepalen dat de jaarvergadering plaatsvindt op de laatste dinsdag van april om 17 uur.
De jaarvergadering van 2013 vond plaats op 30 april 2013. Op de vergadering werden de klassieke besluiten goedgekeurd betreffende de jaarrekening, de resultaatbestemming alsook de kwijtingen voor de Raad van Bestuur en de commissaris voor hun respectieve mandaten in 2012. Daarnaast werd Isabelle Bouillot herbenoemd tot bestuurder voor een periode van drie jaar en werd het mandaat van Shohei Naito als onafhankelijk bestuurder met één jaar verlengd. Frans van Daele werd tevens tot nieuwe, onafhankelijke bestuurder benoemd voor drie jaar maar in juli 2013 diende hij zijn ontslag in na zijn aanstelling als kabinetschef van ZM Koning Filip. De aandeelhouders hebben eveneens Barbara Kux als nieuwe, onafhankelijke bestuurder benoemd met ingang van 1 januari 2014 voor een periode eindigend na de jaarvergadering van 2017. Verder keurde de jaarvergadering de vergoeding van de Raad van Bestuur voor 2013 goed. Details van de vergoeding die in 2013 aan de bestuurders werd betaald, zijn beschikbaar in het Remuneratieverslag.
Tenslotte hernieuwde een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, eveneens gehouden op 30 april 2013, de machtiging aan de vennootschap en haar dochterondernemingen om Umicore-aandelen op de gereglementeerde markt te verwerven binnen een grens van 10% van het geplaatste kapitaal, aan een prijs per aandeel van € 4,00 tot € 75,00, en dit voor een periode eindigend op 30 juni 2015.
De Raad van Bestuur, waarvan de leden worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders met een eenvoudige meerderheid van stemmen zonder aanwezigheidsvereiste moet uit tenminste zes leden bestaan. De bestuurders mogen normaal niet langer dan 4 jaar zetelen. In de praktijk worden ze verkozen voor een periode van drie jaar en zijn ze herverkiesbaar.
Bestuurders kunnen op elk moment worden ontslagen na een besluit van een algemene vergadering die beslist met een eenvoudige meerderheid van stemmen. Er is geen aanwezigheidsvereiste voor het ontslag van bestuurders. De statuten bieden de Raad de mogelijkheid om bestuurders te coöpteren wanneer een plaats vrijkomt. De eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders moet beslissen over de defi nitieve benoeming van de bovengenoemde bestuurder. De nieuwe bestuurder vervolledigt de termijn van zijn of haar voorganger.
Op 31 december 2013 was de Raad van Bestuur samengesteld uit tien leden: negen niet-uitvoerende bestuurders en één uitvoerend bestuurder. Op dezelfde datum waren vier bestuurders onafhankelijk in de betekenis van artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en bepaling 2.3 van de Belgische Corporate Governance Code 2009. Ten gevolge van de benoeming van Barbara Kux als nieuwe, onafhankelijke bestuurder per 1 januari 2014 (zoals beslist door de algemene vergadering van 30 april 2013) zal de Raad van Bestuur op die datum uit elf leden bestaan, waaronder tien nietuitvoerende bestuurders en vijf onafhankelijke bestuurders.
Twee (hetzij 20%) van de tien leden van de Raad van Bestuur die in functie waren op 31 december 2013 zijn vrouwen. Na de toetreding van Barbara Kux tot de Raad van Bestuur op 1 januari 2014 zal dit aantal oplopen tot drie (of 27,27%). Umicore streeft ernaar het minimum vertegenwoordigingsniveau van één derde, zoals opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en de aanbevelingen van de Belgische Commissie Corporate Governance, duidelijk binnen de opgelegde termijn, dit wil zeggen vóór 1 januari 2017, te bereiken. Zowel het Benoemings- en Remuneratiecomité als de Raad van Bestuur zullen rekening houden met de vereiste van genderdiversiteit bij de behandeling van vacante bestuursmandaten in de komende jaren.
De samenstelling van de Raad van Bestuur onderging de volgende wijzigingen in 2013:
De Raad van Bestuur heeft vijf gewone vergaderingen gehouden in 2013. Dit is een vermindering met één ten opzichte van 2012 maar dit kan verklaard worden door de verdaging van een oorspronkelijk in december 2013 geplande vergadering naar begin januari 2014. De Raad nam ook één maal beslissingen via een eenparig schriftelijk besluit.
Onder meer de volgende onderwerpen werden in 2013 behandeld door de Raad:
De Raad bezocht ook de Automotive Catalysts fabriek van Umicore in Florange, Frankrijk.
Om de twee jaar organiseert de Voorzitter een evaluatieonderzoek in verband met de samenstelling, de functionering en de prestaties van de Raad van Bestuur en zijn comités.
Het laatste evaluatieproces vond plaats in 2013, aan de hand van een individueel evaluatieformulier. Hierbij werd aan de bestuurders gevraagd om de volgende punten te evalueren: de samenstelling van de Raad, de selectie en benoeming van bestuurders, de werking van de Raad (agenda, vergaderingen, voorzitterschap en secretariaat), de kwaliteit van de informatieverstrekking, de cultuur binnen de Raad, de prestaties van de Raad, de verhouding met het Directiecomité en tot slot het Auditcomité en het Benoemings- en Remuneratiecomité.
De resultaten van de evaluatie werden een eerste maal besproken tijdens de in september 2013 gehouden vergadering van de Raad en werden verder grondig behandeld tijdens een in februari 2014 gehouden vergadering van de Raad.
Umicore | Jaarverslag 2013
De samenstelling van het Auditcomité en de kwalifi caties van zijn leden zijn volledig in lijn met de vereisten van artikel 526bis van het Wetboek van vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code 2009.
Het Auditcomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders van wie er twee onafhankelijk zijn. Isabelle Bouillot, die vanaf 30 april 2013 niet langer als onafhankelijk bestuurder kan worden beschouwd, werd vervangen door Rudi Thomaes als lid van het Comité met ingang van 30 april 2013. Alle leden van het Auditcomité hebben een ruime ervaring op het gebied van boekhouding en audit zoals uit hun curriculum blijkt.
Het Comité heeft vier maal vergaderd in 2013. Naast de fi nanciële rekeningen van 2012 en die van het eerste halfjaar 2013, besprak het Comité de volgende onderwerpen: de aanstelling van een nieuw hoofd van het internal audit departement, treasury-onderwerpen, de hernieuwing van het mandaat van de commissaris, een metaalinventarismethodologie, de stand van zaken inzake minimum interne-controlevereisten ('MICR'), een overzicht van de risico's verbonden aan de werknemersvoordelen binnen de Umicore-Groep en de activiteitenverslagen van de interne audit. Het Auditcomité evalueerde tevens de vergoeding van de commissaris.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders, van wie er twee onafhankelijk zijn. Het Comité wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad. Isabelle Bouillot, die vanaf 30 april 2013 niet langer als onafhankelijk bestuurder kan worden beschouwd, werd op 30 april 2013 vervangen door Shohei Naito als lid van het Comité.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft twee vergaderingen gehouden in 2013. Tijdens dezelfde periode besprak het Comité het remuneratiebeleid voor de leden van de Raad van Bestuur, de leden van de Comités van de Raad en die van het Directiecomité, en de regels van de aandelen- en optieplannen die in 2013 werden aangeboden.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité was actief betrokken bij de benoeming van Frans van Daele (die ontslag nam in juli 2013) en Barbara Kux als nieuwe leden van de Raad, evenals bij de evaluatie van de Raad en zijn Comités. Het Comité besprak ook de opvolgingsplanning op het niveau van de Raad en het Directiecomité.
Het Directiecomité beantwoordt aan de defi nitie van artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen.
Het Directiecomité is samengesteld uit minstens vier leden. Het wordt voorgezeten door de Gedelegeerd Bestuurder, die benoemd is door de Raad van Bestuur. De leden van het Directiecomité worden door de Raad van Bestuur benoemd op voorstel van de Gedelegeerd Bestuurder en op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Op 31 december 2013 bestond het Directiecomité uit zeven leden, inclusief de Gedelegeerd Bestuurder.
De prestaties van de leden van het Directiecomité worden jaarlijks individueel beoordeeld door de Gedelegeerd Bestuurder en besproken met het Benoemings- en Remuneratiecomité. De resultaten worden voorgelegd aan en besproken door de Raad van Bestuur.
De Raad van Bestuur komt tevens jaarlijks in een niet-uitvoerende sessie (d.w.z. zonder de Gedelegeerd Bestuurder) samen om de prestaties van de Gedelegeerd Bestuurder te beoordelen en te bespreken.
Deze evaluaties vonden plaats op 6 februari 2013.
De statuten van Umicore leggen geen beperkingen op voor de overdracht van aandelen of andere effecten.
Er zijn de vennootschap tevens geen beperkingen bekend die door de wet worden opgelegd, behalve in het kader van de wetgeving betreffende marktmisbruik.
De opties op Umicore-aandelen die aan de Gedelegeerd Bestuurder, de leden van het Directiecomité en aangewezen Umicore-werknemers werden toegekend in uitvoering van verschillende Umicore-incentiveringprogramma's mogen niet onder levenden overgedragen worden.
Er zijn geen houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten.
De statuten van de vennootschap leggen geen beperkingen op betreffende de uitoefening van stemrecht door de aandeelhouders, op voorwaarde dat de betrokken aandeelhouders tot de algemene vergadering werden toegelaten en hun rechten niet werden geschorst. De toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de algemene vergaderingen worden beschreven in artikel 17 van de statuten. Luidens artikel 7 van de statuten worden de rechten verbonden aan aandelen die eigendom zijn van verschillende aandeelhouders geschorst tot er één persoon als eigenaar werd aangeduid tegenover de vennootschap.
Voor zover de Raad van Bestuur bekend, waren geen van de aan Umicore aandelen verbonden stemrechten wettelijk geschorst op 31 december 2013, behalve deze met betrekking tot de 10.228.661aandelen die op deze datum eigendom waren van de vennootschap zelf (Artikel 622 §1 van het Wetboek van vennootschappen).
De vennootschap heeft geen dergelijke aandelenplannen uitgegeven.
Voor zover de Raad bekend, zijn er geen aandeelhoudersovereenkomsten die kunnen leiden tot beperkingen van de overdracht van effecten en/of de uitoefening van stemrechten.
Behalve voor de kapitaalverhogingen waartoe door de Raad van Bestuur worden beslist binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal, is alleen een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd om de statuten van de vennootschap te wijzigen. Een algemene vergadering mag alleen beslissen over statutenwijzigingen (zoals kapitaalverhogingen of -verminderingen, fusies, splitsingen en ontbindingen) wanneer minstens 50% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is. Als dit quorum niet bereikt is, moet een nieuwe buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die zal beslissen ongeacht het vertegenwoordigde deel van het geplaatste kapitaal. In principe worden statutenwijzigingen enkel aangenomen als ze 75% van de stemmen hebben verkregen. Het Wetboek van vennootschappen voorziet strengere meerderheidsvereisten in specifi eke gevallen, zoals de wijziging van het maatschappelijk doel of de vennootschapsvorm.
De statuten van de vennootschap werden niet gewijzigd in 2013.
Het kapitaal van de vennootschap kan worden verhoogd na een beslissing van de Raad, binnen de grenzen van het zogenoemde toegestaan kapitaal. Hiervoor moet toestemming worden verleend door een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders; deze machtiging is beperkt in tijd en omvang en onderworpen aan specifi eke vereisten op het vlak van rechtvaardiging en doeleinden. De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 26 april 2011 (besluiten gepubliceerd op 10 juni 2011) heeft de Raad van Bestuur machtiging verleend om het kapitaal van de vennootschap in één of meer keren te verhogen met een maximumbedrag van € 50.000.000. Op 31 december 2013 was van deze toestemming nog geen gebruik gemaakt. De huidige machtiging zal op 9 juni 2016 vervallen.
Op grond van een besluit van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2013 is de Raad gemachtigd om eigen aandelen van de Vennootschap in te kopen op een gereglementeerde markt binnen een grens van 10% van het geplaatste kapitaal, aan een prijs per aandeel van € 4,00 tot € 75,00 tot en met 30 juni 2015. Deze machtiging werd ook aan de dochterondernemingen van de Vennootschap verleend. De Vennootschap heeft in totaal 2.437.385 eigen aandelen ingekocht in 2013 in uitvoering van voormelde machtiging (en van de vorige machtiging de dato 31 mei 2012).
Alle Senior Vice-Presidents van de Groep hebben recht op een compensatie ter waarde van 36 maanden basisloon in geval van ontslag binnen de twaalf maanden na een overname van de vennootschap. Voor de leden van het Directiecomité wordt verwezen naar het Remuneratieverslag (p. 163 ).
Op 6 februari 2013, voorafgaand aan de bespreking of het nemen van eender welke beslissing in dat verband, verklaarde Marc Grynberg dat hij een rechtstreeks tegenstrijdig belang van vermogensrechtelijke aard had bij de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur in verband met zijn prestatie-evaluatie en zijn bezoldiging (inclusief de toekenning van aandelen en opties).
In overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen nam Marc Grynberg niet deel aan de beraadslaging door de Raad van Bestuur en nam hij evenmin deel aan de stemming.
Overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen zijn de vermogensrechtelijke gevolgen van deze beslissingen beschreven in het jaarverslag van de Raad van Bestuur over de enkelvoudige jaarrekening.
In 2013 vonden er geen specifi eke transacties of contractuele verbintenissen plaats tussen een lid van de Raad van Bestuur of het Directiecomité enerzijds en Umicore of één van haar verbonden ondernemingen anderzijds.
De jaarvergadering van 26 april 2011 heeft het mandaat als commissaris van PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BCVBA/ SCCRL hernieuwd voor een periode van drie jaar. De commissaris wordt gezamenlijk vertegenwoordigd door BVBA Marc Daelman, zelf vertegenwoordigd door Marc Daelman, en Emmanuèle Attout.
Een document met de onafhankelijkheidscriteria die Umicore hanteert voor haar commissaris kan worden aangevraagd bij de Vennootschap of geraadpleegd op www.umicore.com/governance/ .
Umicore hanteert een Gedragscode voor alle medewerkers, vertegenwoordigers en bestuurders. Deze Gedragscode is fundamenteel voor de creatie en het behoud van een vertrouwens- en professionele relatie met haar voornaamste belanghebbenden, namelijk haar personeelsleden, haar handelspartners, haar aandeelhouders, de overheidsdiensten en het publiek.
De belangrijkste doelstelling van de Gedragscode van Umicore is ervoor te zorgen dat alle personen die optreden in naam van Umicore hun activiteiten uitvoeren op een ethische manier, in overeenstemming met de wetten en reglementen en met de normen die Umicore bepaalt op basis van haar huidige en toekomstige beleidslijnen, richtlijnen en regels. De Gedragscode bevat een specifi eke sectie over klachten en uitingen van bezorgdheid van de kant van de werknemers, alsook over de bescherming van klokkenluiders.
De Gedragscode werd gepubliceerd in Bijlage 4 van het Corporate Governance Charter van Umicore.
Het door Umicore gevoerde beleid inzake marktmisbruik met inbegrip van handel met voorkennis kan geraadpleegd worden in bijlage 5 van het Corporate Governance Charter.
De systemen en procedures voor deugdelijk bestuur van Umicore stemmen overeen met de Belgische Corporate Governance Code 2009.
In principe moet de vergoeding voor de niet-uitvoerende leden van de Raad volstaan om personen met het door de Raad gedefi nieerde profi el aan te trekken, te behouden en te motiveren. Het remuneratieniveau moet rekening houden met de verantwoordelijkheden en de betrokkenheid van de leden van de Raad, evenals de gangbare internationale marktvoorwaarden. De Raad van Bestuur bepaalt het remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders op basis van de aanbevelingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité inzake remuneratievorm en -structuur. Het Benoemings- en Remuneratiecomité baseert zijn voorstellen op een onderzoek van de geldende marktomstandigheden voor beursgenoteerde ondernemingen die in de BEL 20-index zijn opgenomen en voor andere Europese ondernemingen van gelijkaardige omvang in de sectoren chemie, metaal en materialen. De resultaten van het onderzoek worden in het Benoemings- en Remuneratiecomité besproken en de Raad bepaalt de vergoeding voor niet-uitvoerende bestuurders en leden van de Raad die aan de jaarvergadering zal worden voorgesteld.
De vergoeding van de niet-uitvoerende leden van de Raad bleef in 2013 op hetzelfde niveau als in het vorige jaar en bestond uit de volgende elementen:
In 2012 bedroeg de vergoeding van de leden van de Comités:
| Naam | (in €) | Bijgewoonde vergaderingen |
|
|---|---|---|---|
| Thomas Leysen (Voorzitter) | Raad van Bestuur | ||
| (niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 40.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 5.000 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Benoemings- en bezoldingscomité | |||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 5.000 | 2/2 | |
| Totale bezoldiging | 86.018 | ||
| Voordelen van alle aard bedrijfswagen | 7.612 | ||
| Marc Grynberg | Raad van Bestuur | ||
| (uitvoerend bestuurder) | Geen bezoldiging als bestuurder | - | 5/5 |
| (zie verder bezoldiging Gedelegeerd Bestuurder 2013) |
| Umicore Jaarverslag 2013 |
|---|
| Bijgewoonde | |||
|---|---|---|---|
| Naam | (in €) | vergaderingen | |
| Isabelle Bouillot | Raad van Bestuur | ||
| (onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 4/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Benoemings- en bezoldingscomité | |||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 3.000 | 1/1 | |
| Auditcomité | |||
| Vaste jaarlijkse vergoeding | 1.667 | ||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 3.000 | 2/2 | |
| Totale bezoldiging | 51.685 | ||
| Uwe-Ernst Bufe | Raad van Bestuur | ||
| (onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Totale bezoldiging | 43.518 | ||
| Arnoud de Pret | Raad van Bestuur | ||
| (niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Auditcomité | |||
| Vaste jaarlijkse vergoeding | 10.000 | ||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 5.000 | 4/4 | |
| Totale bezoldiging | 73.518 | ||
| Ines Kolmsee | Raad van Bestuur | ||
| (onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Auditcomité | |||
| Vaste jaarlijkse vergoeding | 5.000 | ||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 3.000 | 4/4 | |
| Totale bezoldiging | 60.518 | ||
| Shohei Naito | Raad van Bestuur | ||
| (onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Benoemings- en bezoldingscomité | |||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 3.000 | 1/1 | |
| Totale bezoldiging | 46.518 | ||
| Jonathan Oppenheimer | Raad van Bestuur | ||
| (niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Totale bezoldiging | 43.518 | ||
| Rudi Thomaes | Raad van Bestuur | ||
| (onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering Waarde van de 300 toegewezen aandelen |
2.500 11.018 |
5/5 | |
| Benoemings- en bezoldingscomité | |||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 3.000 | 2/2 | |
| Auditcomité | |||
| Vaste jaarlijkse vergoeding | 3.333 | ||
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 3.000 | 2/2 | |
| Totale bezoldiging | 58.851 |
| Naam | (in €) | Bijgewoonde vergaderingen |
|
|---|---|---|---|
| Frans van Daele (onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) |
Raad van Bestuur Vaste jaarlijkse vergoeding |
10.833 | |
| Benoemd door de GAV van 30 april 2013 - Aftreding op 23 juli 2013 |
Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 1/1 |
| Waarde van de 200 toegewezen aandelen Totale bezoldiging |
7.345 20.678 |
||
| Klaus Wendel | Raad van Bestuur | ||
| (niet-uitvoerend bestuurder) | Vaste jaarlijkse vergoeding | 20.000 | |
| Vergoeding per bijgewoonde vergadering | 2.500 | 5/5 | |
| Waarde van de 300 toegewezen aandelen | 11.018 | ||
| Totale bezoldiging | 43.518 |
Het Benoemings- en Remuneratiecomité legt de principes vast van het vergoedingsbeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité en legt deze ter goedkeuring voor aan de Raad van Bestuur. Het Comité streeft naar een vaste vergoeding in overeenstemming met het verantwoordelijkheidsniveau en de gangbare marktpraktijken en een aantrekkelijke variabele vergoeding als beloning voor de fi nanciële en duurzaamheidsprestaties van de onderneming.
De vergoeding en de voordelen voor de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité bestaan uit de volgende componenten: een vaste vergoeding, een variabele vergoeding, aandelengebaseerde incentives (toekenning van gratis aandelen en aandelenoptieplannen) onderworpen aan een lock-up periode, pensioenplannen en andere voordelen.
De opname van Umicore-aandelen en aandelenopties als deel van de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité illustreert de wil van de Raad van Bestuur om aandeelhouderswaarde te creëren. Aandelen en aandelenopties zijn niet gekoppeld aan prestatiecriteria op individueel of ondernemingsvlak. Bijgevolg kunnen de op aandelen gebaseerde incentives niet beschouwd worden als een variabele vergoeding zoals bedoeld in de Belgische Corporate Governance wet van 6 april 2010 en zijn ze verworven vanaf hun toekenning.
De vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité wordt jaarlijks geëvalueerd door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Ieder jaar wordt een onderzoek uitgevoerd naar de competitiviteit van de remuneratiepakketten. Umicore vergelijkt de totale vergoeding van de leden van het Directiecomité met deze van de BEL 20-bedrijven en vergelijkbare Europese bedrijven.
In overeenstemming met de Belgische Corporate Governance wet van 6 april 2010 wordt de betaling van de helft van de jaarlijkse variabele vergoeding gespreid uitbetaald en is deze onderworpen aan meerjarendoelstellingen of -criteria.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft op 1 februari 2013 het verloningspakket van de Gedelegeerd Bestuurder geëvalueerd op basis van een vergelijking met vergelijkbare ondernemingen en BEL 20-ondernemingen. Gelet op de uitdagende economische context en op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft de Raad van Bestuur op 6 februari 2013 beslist om het verloningspakket van de Gedelegeerd Bestuurder niet te wijzigen in 2013.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft op 1 februari 2013 het verloningspakket van de leden van het Directiecomité geëvalueerd. Zoals dat het geval was voor het verloningspakket van de Gedelegeerd Bestuurder, is de Raad van Bestuur op 6 februari 2013 ingegaan op het voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité om het verloningspakket van de leden van het Directiecomité ongewijzigd te laten in 2013.
Voor het gerapporteerde jaar werden de individuele gegevens met betrekking tot vergoedingscomponenten voor de Gedelegeerd Bestuurder opgenomen in tabel op pagina 160van dit remuneratieverslag. Voor de andere leden van het Directiecomité worden de gegevens betreffende de vaste vergoeding, de variabele vergoeding, de pensioen- en andere voordelen globaal voorgesteld, terwijl de gegevens met betrekking tot aandelengebaseerde incentives (aandelen en aandelenoptieplannen) individueel worden gerapporteerd.
De Gedelegeerd Bestuurder ontving in 2013 een vaste brutovergoeding van € 660.000.
Vanaf het referentiejaar 2012 bedraagt de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder € 540.000, waarvan de helft met niet-uitgestelde uitbetaling op basis van de jaarlijkse individuele prestaties, inclusief de jaarlijkse algemene fi nanciële prestaties van de Groep, het bereiken van de jaarlijkse strategische en duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Groep en de naleving van de waarden van de Groep.
De andere helft van de variabele vergoeding – met uitgestelde betaling – is gebaseerd op het rentabiliteitscriterium van de Umicore Groep, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE), dat in het jaarverslag wordt gepubliceerd. De uitgestelde betaling wordt geëvalueerd over een tijdsperiode van enkele jaren. De eerste helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over die drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5% (= uitbetaling van 0%) en het maximum op 17,5% (= uitbetaling van 100%). Als het bereikte ROCE-percentage zich tussen de bovenvermelde niveaus bevindt, wordt het uitbetalingspercentage evenredig aangepast. Het uitbetalingspercentage wordt toegepast op de betreffende potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding, nl. één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van het referentiejaar voor elk jaar van uitgestelde betaling.
De Gedelegeerd Bestuurder kan naar eigen goeddunken de variabele cashvergoeding geheel of gedeeltelijk in Umicore-aandelen laten omzetten.
Er zijn geen bepalingen die de vennootschap toelaten om enige aan de Gedelegeerd Bestuurder uitbetaalde variabele vergoeding terug te vorderen.
Aan het begin van elk referentiejaar worden de individuele doelstellingen besproken tijdens een vergadering van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Ze worden tijdens een vergadering van de Raad van Bestuur voorgelegd door de Voorzitter en vervolgens besproken en goedgekeurd door de Raad.
De prestaties van de Gedelegeerd Bestuurder over het jaar worden beoordeeld door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Tijdens een vergadering waarbij de Gedelegeerd Bestuurder niet aanwezig is, licht de Voorzitter de resultaten van deze beoordeling toe aan de Raad van Bestuur, die ze vervolgens bespreekt.
In 2014 zal de Gedelegeerd Bestuurder een bruto variabele cashvergoeding ontvangen van € 393.350. Dit bedrag omvat een bedrag van € 175.000 dat de niet-uitgestelde individuele component van zijn variabele cashvergoeding met betrekking tot de in 2013 geleverde prestaties vertegenwoordigt. Het saldo bestaat uit uitgestelde betalingen voor vorige jaren die als volgt worden berekend. Een bedrag van € 114.400 zal betaald worden als tweede helft van de uitgestelde betaling van zijn variabele cashvergoeding voor het referentiejaar 2011, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2011, 2012 en 2013. De gemiddelde ROCE van de Groep voor deze drie referentiejaren bedroeg 16,3%; dit leidt tot een uitbetaling van 88%, toe te passen op één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2011.
Een bedrag van € 103.950 zal uitbetaald worden als eerste helft van zijn variabele cashvergoeding met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2012, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2012 en 2013 . De gemiddelde ROCE van de Groep over deze twee jaren bedroeg 15,2%; dit leidt tot een uitbetaling van 77%, toe te passen op één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2012.
De Raad van Bestuur kent Umicore-aandelen toe aan de Gedelegeerd Bestuurder als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2014 aan de Gedelegeerd Bestuurder wordt toegekend voor diensten verleend in 2013 bedraagt 3.000 met een toekenningprijs van € 31,595 per aandeel en een totale waarde bij de toekenning van € 94.785. Tot de toekenning werd door de Raad van Bestuur beslist op 5 februari 2014. De toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-up periode van drie jaar doch zonder vervalbepalingen.
In 2013 werden 75.000 aandelenopties aan de Gedelegeerd Bestuurder toegekend in het kader van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2013, dat op 6 februari 2013 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. Deze opties hebben een uitoefenprijs van € 36,375 en hadden bij de toekenning een nominale waarde (berekend op basis van het Present Economic Value model) van € 436.115. Er is geen verwervingsperiode ('vesting period') en de opties kunnen worden uitgeoefend vanaf 1 maart 2016 tot 10 februari 2020. Aandelenopties stellen de begunstigde in staat om een specifi ek aantal Umicoreaandelen te verwerven voor een vaste prijs (uitoefenprijs) binnen een specifi eke periode.
De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van 'te bereiken doel'-plannen. Andere voordelen zijn de representatiekosten, de voordelen van alle aard (bedrijfswagen) en verzekeringen.
| 160 Verklaring inzake deugdelijk bestuur |
|---|
| --------------------------------------------- |
Alle componenten van de vergoeding die aan de Gedelegeerd Bestuurder werd toegekend voor het gerapporteerde jaar zijn opgenomen in de onderstaande tabel:
| Totale bezoldiging van Gedelegeerd Bestuurder Marc Grynberg - in € 2012 |
2013 |
|---|---|
| Statuut van de Gedelegeerd Bestuurder Zelfstandige |
Zelfstandige |
| Vaste bezoldiging 660.000 |
660.000 |
| Variabele bezoldiging | |
| Huidig jaar 150.000 |
175.000 |
| Uitgestelde betaling voor het jaar voordien 130.000 |
103.950 |
| Uitgestelde betaling voor het jaar voorafgaand aan het jaar voordien* 125.000 |
114.400 |
| Totale bruto cashbezoldiging 1.065.000 |
1.053.350 |
| Niet-cashelementen | |
| - Notionele waarde van de toegewezen aandelen (diensten verleend in het ref. jaar) 109.125 |
94.785 |
| - Notionele waarde bij de toekening van de aandelenopties 551.768 |
436.115 |
| - Pensioen | |
| Vaste bijdrageplan 195.030 |
201.630 |
| Te bereiken doelplan (dienstkost) 52.807 |
92.290 |
| - Andere voordelen: representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen 47.092 |
47.519 |
| Totaal 2.020.822 |
1.925.689 |
* Op 25 maart 2013 besliste Marc Grynberg de 2de helft van zijn uitgestelde variabele cashverloning voor het referentiejaar 2010, € 125.000, te converteren in 3.400 Umicore aandelen gebaseerd op de afgesloten aandelenkoers van 25 maart 2013, € 36,185. Het verschil van deze conversie, € 1.971, werd cash betaald. Op 10 februari 2014 besliste Marc Grynberg de 2de helft van zijn uitgestelde variabele cashverloning voor het referentiejaar 2011, € 114.400, te converteren in 3.400 Umicore aandelen gebaseerd op de afgesloten aandelenkoers van 7 februari 2014, € 32,98. Het verschil van deze conversie, € 2.268, werd cash betaald.
De vaste vergoeding kan voor elk lid van het Directiecomité verschillend zijn en is afhankelijk van criteria zoals ervaring. Samen ontving het Directiecomité (met uitzondering van de Gedelegeerd Bestuurder) in 2013 een vaste brutovergoeding van € 2.330.000.
Umicore heeft een variabel cashvergoedingsschema aangenomen dat tot doel heeft alle leden van het Directiecomité te belonen in overeenstemming met hun jaarlijkse individuele prestatie en de globale prestatie van de Umicore Groep. Alle leden van het Directiecomité komen in aanmerking voor dezelfde potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van € 300.000 voor het referentiejaar 2013, waarvan de helft gespreid wordt uitbetaald op basis van de individuele prestaties (naleving van de waarden van de Groep, de milieuprestaties en de maatschappelijke prestatie).
De andere helft – met uitgestelde betaling – is gebaseerd op het ROCE-rentabiliteitscriterium van de Umicore Groep, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE), dat in het jaarverslag wordt gepubliceerd. De uitgestelde betaling wordt geëvalueerd over een tijdsperiode van enkele jaren, waarbij de helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over de drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5% (= uitbetaling van 0%) en het maximum op 17,5% (= uitbetaling van 100%). Als het bereikte ROCE-percentage zich tussen de bovenvermelde niveaus bevindt, wordt het uitbetalingspercentage evenredig aangepast. Het uitbetalingspercentage wordt toegepast op de relevante potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding, nl. één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van het referentiejaar voor elk jaar van uitgestelde betaling.
Er zijn geen bepalingen die de vennootschap toelaten om enige aan de leden van het Directiecomité uitbetaalde variabele vergoeding terug te vorderen.
Aan het begin van elk referentiejaar bepaalt de Gedelegeerd Bestuurder de jaarlijkse individuele doelstellingen voor elk lid van het Directiecomité op basis van hun verantwoordelijkheidsdomein. De jaarlijkse individuele doelstellingen zijn specifi ek, meetbaar, overeengekomen, realistisch en tijdsgebonden, en houden rekening met de duurzaamheidsdoelstellingen op groepsniveau.
De jaarlijkse prestatie van elk lid van het Directiecomité wordt eerst geëvalueerd door de Gedelegeerd Bestuurder. De resultaten van de evaluaties en de voorstellen van individuele variabele cashvergoeding worden door de Gedelegeerd Bestuurder aan het Benoemings- en Remuneratiecomité voorgelegd en daarna door de Raad goedgekeurd.
Umicore | Jaarverslag 2013
| Umicore Jaarverslag 2013 | ||
|---|---|---|
| In 2014 zullen de leden van het Directiecomité samen een variabele cashvergoeding ontvangen van € 630.000 met betrekking tot de direct uitbetaalde individuele component van de variabele cashvergoeding voor 2013. |
||
| Naast de direct uitbetaalde individuele variabele vergoeding voor 2013 zullen de leden van het Directiecomité in 2014 tevens de tweede helft van hun variabele cashvergoeding met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2011 ontvangen, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2011, 2012 en 2013. De gemiddelde ROCE van de Groep voor deze drie referentiejaren bedroeg 16,3%; dit leidt tot een uitbetaling van 88%, toe te passen op één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2011, hetzij € 70.000 voor ieder lid van het Directiecomité dat als Executive VP heeft gefungeerd voor het volledige jaar 2011, dan wel een pro rata bedrag ingeval van een onvolledig referentiejaar 2011. Het totale bedrag is € 246.400. |
||
| De leden van het Directiecomité zullen in 2014 eveneens de eerste helft ontvangen van de uitgestelde betaling van hun variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2012, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2012 en 2013. De gemiddelde ROCE van de Groep voor die jaren bedroeg 15,2%; dit leidt tot een uitbetaling van 77%, toe te passen op één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2012, hetzij € 75.000 voor ieder lid van het Directiecomité dat als Executive VP heeft gefungeerd voor het volledige jaar 2012, dan wel een pro rata bedrag ingeval van een onvolledig dienstenjaar. Het totale bedrag is € 250.250. |
||
| Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties) | ||
| De Raad van Bestuur kent Umicore-aandelen toe aan de leden van het Directiecomité als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2014 aan het Directiecomité werd toegekend voor diensten verleend in 2013 bedraagt 18.000 (3.000 per lid). De totale waarde bij de toekenning bedroeg € 568.710. De toekenningsprijs bedroeg € 31,595 per aandeel. De toekenning werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 5 februari 2014 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-up periode van drie jaar, doch niet aan vervalbepalingen. |
||
| In 2013 werden aan de leden van het Directiecomité in totaal 87.500 aandelenopties toegekend (17.500 opties per lid) in het raam van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2013, dat op 6 februari 2013 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. De opties hebben een uitoefenprijs van € 36,375 voor elk lid van het Directiecomité. De totale nominale waarde bij de toekenning (berekend op basis van het Present Economic Value model) bedroeg € 508.800. Er is geen verwervingsperiode ('vesting period') en de opties kunnen worden uitgeoefend van 1 maart 2016 tot 10 februari 2020. |
||
| Pensioen en andere voordelen | ||
| De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van "te bereiken doel" plannen. Andere voordelen zijn representatiekosten, bedrijfswagens en verzekeringvoordelen. In totaal bedroegen de pensioenkosten voor de leden van het Directiecomité € 623.913 in 2013. |
||
| Totale samengevoegde vergoeding van het Directiecomité voor 2013 | ||
| Samengevoegde bezoldiging van de leden van het Directiecomité in 2013 (exclusief de Gedelegeerd Bestuurder) - in € |
2012 | 2013 |
| Vaste bezoldiging (beëindigingsvergoeding inbegrepen) Variabele bezoldiging |
3.029.251 | 2.330.000 |
| Huidig jaar | 395.000 | 630.000 |
| Uitgestelde betaling voor het jaar voordien Uitgestelde betaling voor het jaar voorafgaand aan het jaar voordien |
350.000 | 250.250 |
| Totale bruto cashbezoldiging | 315.000 4.089.251 |
246.400 3.456.650 |
| Niet-cashelementen | ||
| - Notionele waarde van de toegewezen aandelen (diensten verleend in het ref. jaar) | 581.745 | 568.710 |
| - Notionele waarde bij de toekening van de aandelenopties - Pensioen |
772.476 | 508.800 |
| Vaste bijdrageplan | 238.364 | 209.890 |
| Te bereiken doelplan (dienstkost) | 269.511 | 414.023 |
| - Andere voordelen: representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen, voordelen ver bonden aan expatriëring |
394.701 | 361.926 |
| Totaal | 6.346.048 | 5.519.999 |
Bezit van aandelenopties en transacties van het Directiecomité in 2013
| Naam | Aantal opties op 31/12/2012 |
Aantal toegekende opties in 2013 |
Aantal uit geoefende opties |
Gemiddelde uitoefen prijs (in €) |
Jaar van toe kenning van de uitgeoe fende opties |
Aantal verbeurde opties |
Aantal opties op 31/12/2013* |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Marc Grynberg | 390.000 | 75.000 | 0 | 0 | 465.000 | ||
| Stephan Csoma ** | 21.000 | 0 | 5.000 | 22.30 | 2010 | 0 | 16.000 |
| Denis Goffaux | 46.000 | 17.500 | 0 | 0 | 63.500 | ||
| Hugo Morel | 67.500 | 17.500 | 25.000 | 22.30 | 2010 | 0 | 60.000 |
| Filip Platteeuw ** | 17.500 | 17.500 | 0 | 0 | 35.000 | ||
| Pascal Reymondet | 92.500 | 17.500 | 15.000 | 22.30 | 2010 | 0 | 95.000 |
| Marc Van Sande | 92.500 | 17.500 | 21.162 | 22.30 | 2010 | 0 | 88.838 |
* Deze opties kunnen worden uitgeoefend aan een uitoefenprijs van € 14.44 tot € 39.25
** Het aantal opties gehouden op 31/12/2012 is het aantal opties toegekend in hun functie voor hun aanstelling als lid van het Directiecomité
Meer informatie over uitgeoefende opties en andere aandelentransacties van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur vindt u op www.fsma.be .
| Naam | Aantal aandelen aangehouden op 31/12/2012 |
Aantal aandelen aangehouden op 31/12/2013 |
|---|---|---|
| Marc Grynberg | 146.000 | 152.400 |
| Stephan Csoma | 0 | 500 |
| Denis Goffaux | 4.500 | 7.500 |
| Hugo Morel | 6.000 | 9.000 |
| Filip Platteeuw | 1.000 | 1.500 |
| Pascal Reymondet | 17.750 | 20.750 |
| Marc Van Sande | 15.000 | 9.000 |
| Totaal | 199.500 | 200.650 |
| Naam | Aantal aandelen aangehouden op 31/12/2012 |
Aantal aandelen aangehouden op 31/12/2013 |
|---|---|---|
| Thomas Leysen | 626.620 | 676.920 |
| Isabelle Bouillot | 600 | 900 |
| Uwe-Ernst Bufe | 600 | 900 |
| Arnoud de Pret | 5.600 | 5.900 |
| Ines Kolmsee | 505 | 805 |
| Shohei Naito | 600 | 900 |
| Jonathan Oppenheimer | 600 | 900 |
| Rudi Thomaes | 905 | 1.205 |
| Klaus Wendel | 7.725 | 8.025 |
| Totaal | 643.755 | 696.455 |
Rekening houdend met de anciënniteit van Marc Grynberg in de Umicore Groep heeft de Raad in 2008 het volgende beslist:
Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur uit 2007 zal een lid van het Directiecomité, indien hij uit zijn functie zou worden ontheven binnen twaalf maanden na een wijziging van controle over de vennootschap, recht hebben op een totale vergoeding ter waarde van 36 maanden van zijn basissalaris. Dat geldt voor alle leden van het Directiecomité, met uitzondering van Denis Goffaux, wiens arbeidsovereenkomst werd ondertekend op 1 juli 2010, evenals Stephan Csoma en Filip Platteeuw wier arbeidsovereenkomsten op 1 november 2012 werden ondertekend.
Stephan Csoma en Filip Platteeuw werden op 1 november 2012 benoemd tot lid van het Directiecomité. Rekening houdend met hun anciënniteit binnen de Umicore Groep zal hen in geval van beëindiging van hun overeenkomst een totale vergoeding worden uitbetaald van achttien maanden basissalaris. Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft deze regeling aanbevolen in lijn met de Belgische Corporate Governance wet van 6 april 2010 en deze regeling werd op 18 september 2012 door het Benoemings- en Remuneratiecomitégoedgekeurd onder voorbehoud van bezwaren van de Raad van Bestuur, die niet werden geformuleerd. De Raad van Bestuur beslist of de variabele cashvergoeding deel uitmaakt van een eventuele fi nale vergoeding.
Denis Goffaux werd op 1 juli 2010 tot Chief Technology Offi cer benoemd. Rekening houdend met de anciënniteit van Denis Goffaux binnen de Umicore Groep zal hem in geval van beëindiging van zijn overeenkomst een totale vergoeding worden uitbetaald van achttien maanden basissalaris. Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft deze regeling aanbevolen in lijn met de Belgische Corporate Governance wet van 6 april 2010 en deze regeling werd op 1 juni 2010 door de Raad van Bestuur goedgekeurd. De Raad van Bestuur beslist of de variabele cashvergoeding deel uitmaakt van een eventuele fi nale vergoeding.
De overeenkomsten van Hugo Morel en Marc Van Sande werden ondertekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Corporate Governance wet van 6 april 2010. Hun beëindigingsvergoeding is gebaseerd op hun leeftijd, hun anciënniteit binnen Umicore Groep en het geheel van hun salaris en de voordelen.
De arbeidsovereenkomst van Pascal Reymondet dateert van 1 maart 1989 en is onderworpen aan het Duitse recht. Er is geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en bijgevolg zal de Duitse wet van toepassing zijn.
Met het oog op het vastleggen van passende vergoedingsniveaus voor haar niet-uitvoerende bestuurders heeft Umicore in 2013 onderzocht hoe de bestuurdersvergoeding van Umicore zich positioneert tegenover deze van de BEL 20-ondernemingen en van andere Europese ondernemingen van gelijkaardige omvang in de sectoren chemie, metaal en materialen. De resultaten van dit onderzoek, die op 4 februari 2014 door het Benoemings- en Remuneratiecomité werden besproken, geven aan dat zowel de vergoeding van de Voorzitter als die van de niet-uitvoerende bestuurders eerder laag zijn in vergelijking met gelijkaardige ondernemingen.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft de Raad aanbevolen om het aantal toegekende Umicore-aandelen te verhogen, met name voor iedere nietuitvoerende bestuurder van 300 tot 500 en voor de Voorzitter van de Raad van 500 tot 1.000. De Raad van Bestuur is op 5 februari 2014 ingegaan op dit voorstel en heeft beslist om deze wijzigingen ter goedkeuring voor te leggen aan de aandeelhouders naar aanleiding van de algemene vergadering die op 29 april 2014 zal plaatsvinden.
Op 4 februari 2014 heeft het Benoemings- en Remuneratiecomité het vergoedingspakket van de Gedelegeerd Bestuurder geëvalueerd op basis van een vergelijkend onderzoek van gelijkaardige Europese ondernemingen en BEL-20 ondernemingen.
Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft de Raad van Bestuur op 5 februari 2014 beslist om de vaste brutovergoeding van € 660.000 ongewijzigd te laten in 2014.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft op 4 februari 2014 het vergoedingspakket van de leden van het Directiecomité aan een evaluatie onderworpen. Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité en rekening houdend met het feit dat er geen loonsverhogingen werden toegekend in 2013 heeft de Raad van Bestuur op 5 februari 2014 beslist om de jaarlijkse vaste vergoeding van de leden van het Directiecomité lichtjes te verhogen.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft op 4 februari 2014 de structuur van de huidige variabele cashvergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité besproken.
In deze context zal een analyse gemaakt worden en zal in de loop van de eerste jaarhelft een voorstel voorgelegd worden aan het Benoemingsen Remuneratiecomité.
Berekende risico's nemen maakt integraal deel uit van de ontwikkeling van elke onderneming. De Raad van Bestuur van Umicore heeft de eindverantwoordelijkheid om het risicoprofi el van de onderneming te beoordelen in de context van de bedrijfsstrategie en externe factoren, zoals marktomstandigheden, de positionering van de concurrentie, technologische ontwikkelingen enz. en om ervoor te zorgen dat de onderneming over de juiste processen beschikt om deze risico's te beheren. De directie van Umicore heeft tot taak de economische opportuniteiten maximaal te benutten en tegelijk mogelijke verliezen te beperken. Om dat te bereiken maakt Umicore gebruik van een uitgebreid risicobeheerssysteem. Dit systeem moet het bedrijf in staat stellen risico's op een proactieve en dynamische manier te identifi ceren en die geïdentifi ceerde risico's waar mogelijk tot een aanvaardbaar niveau te beperken. In alle departementen van de onderneming zijn interne controlemechanismen aanwezig om de directie een aanzienlijke garantie te bieden dat de onderneming in staat is om haar doelstellingen te bereiken. Die mechanismen controleren de effectiviteit en effi ciëntie van operaties, de betrouwbaarheid van fi nanciële processen en rapportering, de naleving van wetten en regelgeving en ze beperken fouten en frauderisico's.
Alle business units van Umicore zijn onderhevig aan specifi eke groeiverwachtingen en verschillende niveaus van markt- en technologische onzekerheid. De belangrijkste bron van risico-identifi catie bevindt zich bijgevolg in de business units zelf.
De eerste stap in het systeem voor risicobeheer bestaat erin de verschillende risico's te identifi ceren en af te bakenen. Umicore heeft een systeem voor risicobeoordeling ontwikkeld dat elke business unit en elk departement moet toepassen. Dit proces vereist dat alle units de risico's in kaart brengen om zo alle belangrijke (fi nanciële en andere) risico's te identifi ceren die de business unit kunnen verhinderen de doelstellingen te bereiken die in de strategische plannen werden vastgelegd. Volgens dit proces moet elk van deze risico's vervolgens gedetailleerd worden beschreven in een risicofi che. Naast een potentiële impact en waarschijnlijkheidsevaluatie bevat de risicofi che ook informatie over de status van management actieplannen om risico's te beheren of te beperken en over de verantwoordelijkheid hiervoor.
De risicofi ches worden dan overgemaakt aan het lid van het Directiecomité dat verantwoordelijk is voor dit activiteitendomein. Het Directiecomité consolideert deze evaluaties en de resultaten worden aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur voorgelegd. In opdracht van de Raad van Bestuur stelt het Auditcomité een jaarlijkse evaluatie op van de interne controle- en risicobeheerssystemen van de onderneming en houdt het permanent toezicht op specifi eke aspecten van de interne controle en het risicobeheer.
De business units en business groups zijn verantwoordelijk voor het beperken van hun risico's. Het Directiecomité zal echter ingrijpen in gevallen waarin het beheer van een bepaald risico de capaciteiten van een bepaalde business unit overstijgt. Het Directiecomité en de CEO zijn in een bredere context ook verantwoordelijk voor de identifi catie en het beheer van de risico's die de hele Groep betreffen, zoals strategische positionering, fi nanciering of macro-economische risico's. Het departement Interne Audit van Umicore vervult een specifi eke controlerende rol om een overzicht van het risicobeheersproces te behouden.
Umicore gebruikt het COSO-framework voor haar risicobeheer en heeft de verschillende controlecomponenten van dit model aangepast in haar organisatie en processen. De 'Umicore Way' ( www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/ ) en de Gedragscode van Umicore zijn de hoekstenen van de interne controleomgeving. Ze vormen het operationele kader voor de onderneming samen met het op doelstellingen gebaseerde managementconcept en de duidelijke afbakening van rollen en verantwoordelijkheden.
De business units ontwikkelden specifi eke interne controlemechanismen op hun activiteitenniveau, terwijl gedeelde operationele functies en corporate services richtlijnen ontwikkelen en controles vastleggen voor activiteiten tussen de organisaties. Hieruit zijn specifi eke beleidsregels, procedures en charters ontstaan voor domeinen zoals supply chain management, human resources, informatiesystemen, milieu, veiligheid en gezondheid, juridische zaken, veiligheid van de onderneming en onderzoek en ontwikkeling.
Umicore werkt met een systeem van minimale interne controlevereisten (MICR - Minimum Internal Control Requirements), die specifi ek gericht zijn op de beperking van de fi nanciële risico's en een verhoogde betrouwbaarheid van de fi nanciële rapportering.
Het MICR-framework van Umicore vereist dat alle entiteiten van de Groep voldoen aan een uniform geheel van interne controles die 165 controleactiviteiten omvatten in 12 'cycli' en 131 entiteiten van de Groep. Binnen het MICR-framework wordt speciale aandacht besteed aan de scheiding van verplichtingen en de defi nitie van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Er werd een nalevingsdrempel ingesteld voor elke controleactiviteit maar het uiteindelijke doel is het maximale nalevingsniveau te bereiken in alle entiteiten van Umicore. De meeste entiteiten hebben in 2013 verdere vooruitgang geboekt en de totale gemiddelde nalevingscores zijn met 2 procentpunten verbeterd. Er werd prioriteit gegeven aan het bereiken van de beoogde controlematuriteit in de processen die voor Umicore uitermate belangrijk zijn, zoals afdekking van de metaalrisico's en voorraadbeheer. De naleving van het MICR wordt opgevolgd door middel van jaarlijkse zelfevaluaties die door het senior management moeten worden goedgekeurd en waarvan het resultaat aan het Directiecomité en het Auditcomité van de Raad van Bestuur wordt gerapporteerd. Het departement Interne Audit controleert de nalevingsevaluaties bij de uitvoering van zijn opdrachten.
De risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd, kunnen in het algemeen in de volgende categorieën worden ondergebracht:
Strategische risico's zoals macro-economische en fi nanciële omstandigheden, technologische veranderingen, reputatie van het bedrijf, politieke en wetgevende ontwikkelingen.
Operationele risico's zoals wijzigingen in de vraag van de klanten, aanvoer van grondstoffen, verzending van producten, kredieten, productie, arbeidsrelaties, human resources, IT-infrastructuur, gezondheid en veiligheid op het werk, emissiecontrole, impact van huidige of vroegere activiteiten op het milieu, productveiligheid, veiligheid van activa en gegevens, herstel na rampen.
Financiële risico's zoals thesaurie, belastingen, prognoses en budgettering, accurate en tijdige rapportering, naleven van de boekhoudnormen, schommelingen in de metaalprijzen en de valuta, indekking.
De meeste industriële bedrijven worden normaliter geconfronteerd met een combinatie van de bovenvermelde risico's. Het is niet de bedoeling elk risico waaraan de onderneming is blootgesteld gedetailleerd in dit verslag te beschrijven. Hieronder bespreken we wel de belangrijkste strategische en operationele risico's die relevant zijn voor Umicore en de Vision 2015-doelstellingen of voor de manier waarop de onderneming ze aanpakt. De fi nanciële risico's worden meer gedetailleerd besproken in toelichting F3 bij de geconsolideerde jaarrekeningen.
Umicore beschikt over een gediversifi eerde portefeuille van activiteiten die een aantal verschillende marktsegmenten bedienen en is voor de meeste van haar activiteiten wereldwijd aanwezig. Geen enkel marktsegment is goed voor meer dan 50% van de verkoop van Umicore. In termen van algemene blootstelling zijn de belangrijkste eindgebruikersmarkten die door Umicore worden bediend de autosector, consumentenelektronica en de bouw. Het bedrijfsmodel van Umicore richt zich tevens op de inkoop van secundaire materialen en materialen op het einde van hun levensduur voor recyclage. In vele gevallen is de beschikbaarheid van deze materialen afhankelijk van het activiteitenniveau in specifi eke sectoren of bij specifi eke klanten waar Umicore kringlooprecyclagediensten levert. Een gediversifi eerde portefeuille en een brede geografi sche aanwezigheid helpen om het risico van een te grote blootstelling aan één markt te verminderen.
Opmerkingen over 2013: Moeilijke economische omstandigheden bleven aanhouden in de meeste eindmarkten van Umicore. Verkoopvolumes en inkomsten bleven onder de niveaus van 2012. De belangrijkste negatieve impact vanuit winstoogpunt was het effect van lagere metaalprijzen op de inkomsten van de business group recycling.
Umicore is een materiaaltechnologiegroep met een sterke focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen. De keuze en de ontwikkeling van deze technologieën vormen op zich zowel de grootste opportuniteit als het grootste risico voor Umicore. Om dit risico te beheersen en de doeltreffendheid van de technologische evaluatie- en implementatieprocessen te verbeteren, heeft Umicore een proces voor het beheer van technologische innovatie op groepsniveau geïmplementeerd en voert het elk jaar technologische evaluaties uit op het niveau van het Directiecomité. Van de business units wordt eveneens verwacht dat ze jaarlijks een technologische evaluatie uitvoeren. Deze evaluaties hebben tot doel de geschiktheid, het potentieel en de risico's van de gekozen en onderzochte technologieën te verifi ëren en hun overeenstemming met de strategische visie van Umicore te garanderen. In 2009 zette Umicore een systeem op om de kwaliteit van haar onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen op te volgen. Dit systeem is in de eerste plaats gebaseerd op een zelfevaluatie-instrument voor de business units en de O&O-afdeling van de Groep.
Op organisatorisch vlak omvatten de O&O-inspanningen van Umicore zowel initiatieven op het niveau van de Groep als op het niveau van de business units. In 2005 creëerde Umicore de functie van Chief Technology Offi cer (CTO) met als doel de verschillende O&O-inspanningen in de Groep te stimuleren, de overeenstemming van de O&O-planning met de strategische prioriteiten te garanderen en een evenwicht te bereiken tussen de actuele technologiebehoeften en de opportuniteiten op langere termijn. Vijf O&O-platformen bieden een kader voor de meest relevante technologieën in de Groep, namelijk Fine Particle Technology, Recycling & Extraction Technology, Scientifi c & Technical Operations Support, Environment, Health & Safety en Analytical Competences. Er worden tevens inspanningen geleverd om de beste praktijken te promoten op het vlak van kennisbeheer, het uitwisselen van informatie, opleiding en netwerking in de O&O-gemeenschap bij Umicore.
De fi nanciële ondersteuning voor de O&O-activiteiten van de Groep wordt zoveel mogelijk behouden, ongeacht de schommelingen in de fi nanciële prestaties van de Groep op korte termijn. Een IP-comité op groepsniveau coördineert de bescherming van de intellectuele eigendom en bevordert het gebruik van de voorbeeldpraktijken op het niveau van de business units, die over een eigen IP-comité beschikken.
Opmerkingen over 2013: Nu de voornaamste technologieprojecten goed geïmplementeerd zijn, voerde het Directiecomité in 2013 zes specifi eke technologie-evaluaties uit, tegenover 14 in 2012. Deze evaluaties hadden betrekking op de technologische ontwikkelingen die essentieel zullen zijn om de Vision 2015-groeiambities te bereiken en omvatten zowel product- als procesontwikkelingen in autokatalysatoren, brandstofcelkatalysatoren, herlaadbarebatterijmaterialen en recyclagetechnologieën.
Umicore is afhankelijk van bepaalde metalen of metaalhoudende grondstoffen om haar producten te kunnen vervaardigen. Sommige van deze grondstoffen zijn eerder zeldzaam. Om het risico van bevoorradingsschaarste te beperken tracht Umicore waar mogelijk langetermijncontracten aan te gaan met de leveranciers. In sommige gevallen legt de onderneming strategische reservevoorraden aan van bepaalde essentiële grondstoffen. Umicore tracht ook de geografi sche herkomst van haar grondstoffen te diversifi ëren. Omdat Umicore zich op recyclage concentreert, is de bevoorrading slechts gedeeltelijk afhankelijk van natuurlijke bodemrijkdommen en is een aanzienlijk deel van de bevoorrading afkomstig van secundaire industriële bronnen of materialen op het einde van hun levensduur. Umicore tracht met haar klanten zoveel mogelijk een samenwerking aan te gaan in een kringloopmodel waarbij de verkoop en de recyclage van de residuen van de klanten in één pakket worden geïntegreerd. Umicore heeft een Charter voor duurzame aankopen ontwikkeld dat tot doel heeft het beleid voor duurzame aankopen van de onderneming nog verder te verbeteren en dit bij de leveranciers van Umicore te implementeren.
Opmerkingen over 2013: Umicore boekte in 2013 verdere vooruitgang met haar inspanningen om te bewijzen dat de onderneming zich houdt aan de Dodd-Frank Act in de VS. Hoewel Umicore geen mineralen uit confl ictzones aankoopt en zelf niet aan de Dodd-Frank Act is onderworpen, pakt de onderneming het probleem proactief aan met een aantal van haar klanten en leveranciers. In 2012 had Umicore reeds, in samenwerking met relevante sectorverenigingen, stappen ondernomen om de klanten garanties te bieden omtrent de confl ictvrije aard van het goud dat de onderneming recycleert of in haar producten gebruikt. De Precious Metals Refi ning activiteit van Hoboken en Guarulhos werd in 2013 na een audit van hun processen en aanvoerstromen erkend als confl ictvrije smelter door de London Bullion Market Association (LBMA). Een gelijkaardig proces en erkenning ondernamen de Jewellery & Industrial Metals activiteiten van Pforzheim en Bangkok samen met de Responsible Jewellery Council (RJC). Voor meer informatie verwijzen we u door naar pagina 23. In 2013 heeft Umicore formeel een beleid betreffende confl ictmineralen aangenomen. Een algemene bespreking van de vooruitgang die geboekt werd bij de implementatie van het charter voor duurzame aankopen van Umicore vindt u op pagina 22en in de toelichting S8.
Het creëren van een ideale verhouding kosten versus prestaties is een prioriteit voor Umicore en haar klanten. Het is altijd mogelijk dat de klanten op zoek gaan naar andere materialen om in hun producten te integreren als ze deze ideale verhouding niet bereiken met de producten van Umicore. Dat risico is vooral aanwezig in sectoren die dure edelmetaalhoudende materialen produceren (vooral de sectoren die historisch gezien een volatiele prijszetting hebben). Umicore tracht actief te voorkomen dat haar klanten op zoek gaan naar vervangingsmaterialen door ze zelf te produceren met behulp van goedkopere materialen met minder prijsvolatiliteit en waar mogelijk zonder prestatieverlies voor de producten van de klant.
Opmerkingen over 2013: In 2013 waren er geen specifi eke ontwikkelingen in verband met het vervangingsrisico.
Net als alle bedrijven krijgt Umicore te maken met de evolutie van de wetgeving in de landen of regio's waar ze actief is. Daarbij dient opgemerkt dat de activiteiten van Umicore profi teren van bepaalde trends op het vlak van regelgeving, vooral die trends die te maken hebben met strengere emissiecontrole voor voertuigen en de opgelegde recyclage van producten aan het einde van hun levensduur, zoals elektronica.
Bepaalde milieuwetgevingen zorgen echter ook voor operationele uitdagingen. Zo trad in juni 2007 de REACH-richtlijn in werking in de Europese Unie die leidde tot de noodzaak aan nieuwe operationele procedures op het vlak van de registratie, evaluatie en goedkeuring van chemische stoffen. Umicore heeft een operationeel netwerk van REACH-managers uit alle business units opgezet, dat gecoördineerd wordt door een REACH-implementatiemanager.
Umicore volgt nauwgezet alle veranderingen op vlak van zowel de interpretatie als de begeleidende documenten die haar REACH-implementatiestrategie zouden kunnen beïnvloeden. Umicore is actief betrokken bij werkgroepen van sectorverenigingen om ervoor te zorgen dat een consistente aanpak wordt gevolgd en dat de specifi eke metaalkenmerken door de toezichthouders en de bedrijven worden begrepen.
Hoewel het regelgevende landschap kan veranderen in de toekomst, komen vandaag slechts een paar van onze stoffen voor op de kandidatenlijst voor potentiële REACH-autorisatie. In totaal vertegenwoordigen de verkochte producten die deze stoffen bevatten minder dan 0,5% van de inkomsten van Umicore. De plaatsing van een stof op de REACH-kandidatenlijst is bedoeld als een eerste stap in het onderwerpen van die stof aan een robuuste en gedetailleerde wetenschappelijke risico-evaluatie. Dit dient als basis voor het voortgezette gebruik of ter vervanging wanneer economisch en technisch haalbare alternatieven voor die stof bestaan.
Opmerkingen over 2013: Tegen juni 2013, de deadline voor de tweede REACH-registratie, had Umicore nog eens 21 registraties voor 17 verschillende stoffen ingediend bij het European Chemicals Agency (ECHA). De dossiers werden ofwel gezamenlijk voorbereid met andere bedrijven die handelen in consortia of door Umicore alleen. Ongeveer een derde van alle dossiers werd in 2013 bijgewerkt met aanvullende informatie of nieuwe beschikbare gegevens.
Zoals reeds vermeld, heeft Umicore een aantal specifi eke minimale controlevereisten geïmplementeerd om de fi nanciële risico's te beperken. Deze MICRvereisten dekken de volgende 12 specifi eke domeinen: Interne Controle-omgeving, Financiële Afsluiting & Rapportering, Vaste Activa, Procure-to-Pay, Order-To-Cash, Stockbeheer, Hedging, Treasury, Tax, Beheer van de Informatiesystemen, Human Resources, Travel & Entertainment. Een interne richtlijn – de Umicore fi nanciële rapporteringsstandaard – biedt het kader voor een gemeenschappelijk begrip van het boekhoudbeleid van Umicore, de toepassing van IFRS en de algemene rapporteringspraktijken. Hieronder worden de drie belangrijkste fi nanciële risico's kort besproken. Een volledige beschrijving van de zuiver fi nanciële risico's en het beheer ervan vindt u in toelichting F3 bij de geconsolideerde jaarrekeningen.
Umicore wenst haar activiteiten te beschermen via een gezond fi nancieel beheer en een sterke balans. Hoewel er geen vaste doelstelling bestaat voor de schuldgraad, wil de onderneming te allen tijde een status van 'investment grade'-kwaliteit behouden. We streven ook naar een gezond evenwicht tussen schuld op korte en lange termijn en tussen schuld aangegaan tegen vaste en vlottende interestvoeten. Umicore beschikt over een monitoringproces om banken te screenen op tegenpartijrisico. Umicore is blootgesteld aan het risico van niet-betaling door derden met betrekking tot de verkoop van goederen of andere commerciële transacties. Umicore beheert dit risico door een kredietrisicobeleid toe te passen. Een kredietverzekering wordt vaak toegepast om het globale risiconiveau te verlagen maar in bepaalde activiteiten wordt geen verzekering aangegaan. Dat gebeurt vooral in activiteiten met een belangrijke klantenconcentratie of met een specifi eke en nauwe relatie met de klanten en wanneer verzekeringskosten niet gerechtvaardigd zijn in verhouding tot de gelopen risico's. De businessmanagers worden tevens aangemoedigd bijzondere aandacht te besteden aan de evolutie van de handelsvorderingen. Dit geschiedt in de bredere context van het beheer van het werkkapitaal en de inspanningen van de Groep om het aangewend kapitaal te verminderen. Het grootste deel van de variabele verloning van managers is gekoppeld aan het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).
Het wisselkoersrisico waaraan Umicore is blootgesteld omvat zowel structurele als transactionele en omrekeningsrisico's. Structurele risico's ontstaan wanneer een bedrijf meer inkomsten in een bepaalde valuta genereert, dan dat ze kosten in dezelfde valuta maakt. De belangrijkste gevoeligheid hier is de blootstelling aan de Amerikaanse dollar. De transactionele wisselkoersblootstelling wordt systematisch afgedekt en de onderneming voorziet soms ook structurele valuta-afdekkingen om de toekomstige kasstromen veilig te stellen.
Umicore wordt ook geconfronteerd met omrekeningsrisico's bij de consolidatie van de opbrengsten van dochterbedrijven die niet in euro rapporteren. Dit risico wordt doorgaans niet ingedekt.
Umicore is blootgesteld aan risico's die verbonden zijn aan de prijzen van de metalen die het verwerkt of recycleert. De structurele metaalprijsrisico's hebben vooral te maken met de impact die metaalprijzen kunnen hebben op het overschot aan teruggewonnen metalen uit materialen die voor verwerking worden aangeleverd. Transactionele metaalprijsrisico's hebben dan weer te maken met de blootstelling aan prijsveranderingen tussen het moment waarop de grondstoffen worden aangekocht (d.w.z. wanneer het metaal 'ingeprijsd' wordt) en het moment waarop de producten worden verkocht (d.w.z. wanneer het metaal 'uitgeprijsd' wordt). Verder is er ook een risico verbonden met de permanente metaalvoorraden van de onderneming. Dit risico heeft betrekking op het feit dat de marktmetaalprijs tot onder de boekwaarde van deze voorraden kan dalen. De transactionele metaalprijsblootstelling wordt systematisch afgedekt en de onderneming voorziet soms ook structurele metaalprijsafdekkingen om de toekomstige kasstromen veilig te stellen.
De belastingkosten die in de jaarrekening zijn opgenomen, zijn de beste inschatting van de belastingen die de Groep moet betalen. De uiteindelijk verschuldigde belasting voor de periode blijft onzeker tot na de belastingcontrole door de autoriteiten. Het beleid van de Groep bestaat erin de belastingaangifte binnen de statutair bepaalde termijnen in te dienen en de belastingautoriteiten te vragen ervoor te zorgen dat de belastingzaken van de Groep zo actueel mogelijk zijn en dat eventuele verschillen in de interpretatie van de fi scale wetgeving zo snel mogelijk worden opgelost. Gezien de omvang en het internationale karakter van de activiteiten van de Groep zijn btw, omzetbelasting en transferprijzen binnen de Groep een inherent belastingrisico, net zoals bij alle internationale bedrijven. Wijzigingen in de belastingwetgeving of de toepassing ervan met betrekking tot transferprijzen, btw, buitenlandse dividenden, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en belastingaftrek kunnen de effectieve belastingvoet voor de Groep verhogen en de fi nanciële resultaten negatief beïnvloeden.
Opmerkingen over 2013: Er vonden in 2013 geen belangrijke wijzigingen plaats met betrekking tot de aard of het beheer van de fi nanciële risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd.
Umicore is een beursgenoteerde onderneming. In die hoedanigheid onderhoudt ze relaties met een aantal partijen die belang hebben bij de manier waarop zij zaken doet. De relatie die de onderneming met deze belanghebbenden opbouwt, heeft een rechtstreekse impact op het succes van de onderneming.
De relaties met belanghebbenden zijn bij Umicore in de eerste plaats gebaseerd op een lokale benadering, waarbij alle sites hun respectieve belanghebbenden moeten identifi ceren en geschikte manieren dienen te ontwikkelen om hen bij hun activiteiten te betrekken. Die benadering werd geformaliseerd in de Vision 2015-doelstelling met betrekking tot de lokale gemeenschappen. In vele gevallen, zoals in de dialoog met klanten en leveranciers, worden de relaties met belanghebbenden op de eerste plaats door de business units zelf beheerd, in overeenstemming met de gedecentraliseerde wijze waarop Umicore haar activiteiten beheert.
Op groepsniveau werden de Vision 2015-doelstellingen gedeeltelijk ontwikkeld op basis van de getrokken lessen uit de evaluatie van de duurzaamheidsbenadering en -verslaggeving van Umicore door een extern klankbord in 2009. Dat klankbord vervolledigde een interne oefening met vertegenwoordigers van de business units, de gedeelde operationele functies en de corporate departementen.
Umicore is een actief lid van verscheidene sectorverenigingen, waar ze met beleidsmakers in contact komt om bij te dragen aan een beter begrip van sectorgerelateerde kwesties. Die verenigingen zijn bovendien belangrijke platformen om mee te werken aan bredere acties voor duurzame ontwikkeling op sectorniveau. Op een minder formeel niveau wordt dikwijls een beroep gedaan op de leden van het senior management van Umicore of ze zijn zelf kandidaat om deel te nemen aan publieke vergaderingen waar de economische prestatie van Umicore of haar duurzaamheidsaanpak worden besproken. Dergelijke evenementen bieden de mogelijkheid om met een reeks groepen in contact te komen, inclusief leidende fi guren uit de zakenwereld, academici en de burgerlijke samenleving.
Hieronder beschrijven we de belangrijkste belangengroepen van Umicore. Ze werden zeer algemeen geclassifi ceerd aan de hand van algemene categorieën van belanghebbenden die voor de meeste industriële organisaties gelden. De beschrijving geeft ook meer inzicht in de aard van de transacties tussen deze belanghebbenden en Umicore en de manier waarop de dialoog verloopt.
Umicore beschikt over vier business groups in vijf continenten. Deze business groups hebben niet alleen grondstoffen nodig voor de aanmaak van hun producten maar ook energie, transport en een aantal andere diensten. Wereldwijd werkt Umicore met meer dan 10.000 leveranciers. Die leveranciers profi teren van de aanwezigheid van Umicore als klant; in 2013 betaalde Umicore de leveranciers ongeveer € 8,8 miljard (inclusief de metaalinhoud van grondstoffen).
Umicore staat permanent in contact met haar leveranciers, in de eerste plaats om technische specifi caties te bepalen, en ook om wederzijds aanvaardbare voorwaarden te bespreken voor een langdurige samenwerking, zoals snelle en ononderbroken levering van materialen en diensten en tijdige betaling. De business units zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de aankoop van grondstoffen, het departement Purchasing & Transportation staat in voor het transport, energie en andere bevoorradingsnoden van de Groep.
De benadering van Umicore is beschreven in het Charter voor duurzame aankopen ( www.umicore.com/sustainability/sustProcCharter/ ). Dit charter werd in 2010 opgesteld en vormt de basis voor de Vision 2015-doelstelling voor duurzame aankopen. Meer informatie over de vorderingen in het bereiken van deze doelstelling vindt u op pagina 22-23van dit verslag.
De ambitie van Umicore bestaat erin materialen voor een beter leven ('materials for a better life') te vervaardigen. Die materialen worden teruggevonden in een ruim gamma toepassingen die het dagelijkse leven comfortabeler maken en een bijdrage leveren aan een schoner milieu.
Umicore heeft een internationale klantenbasis: 48% van de inkomsten van 2013 werd buiten Europa gegenereerd.
De klanten van Umicore zijn hoofdzakelijk industriële bedrijven die de materialen van Umicore gebruiken voor de aanmaak van hun producten. Slechts enkele van de producten die Umicore vervaardigt, worden rechtstreeks aan het publiek verkocht. De business units zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun klanten teneinde de gevaren en risico's van producten die ofwel al op de markt zijn of nog in ontwikkeling zijn, beter te kunnen begrijpen. De interactie met de klanten is een continu proces dat door de business units wordt beheerd. Alle business units beschikken over een terugkoppelingsproces om de tevredenheid van de klanten over hun producten en diensten geregeld te controleren. In de meer technologisch geavanceerde activiteiten is de relatie met de klant vaak sterk geïntegreerd. Het ontwikkelen van geavanceerde producten vergt vaak jaren van onderzoek en ontwikkeling in directe samenwerking met deze klanten.
Umicore en haar geassocieerde ondernemingen stellen wereldwijd zo'n 14.000 mensen tewerk. De onderneming investeert aanzienlijke middelen in haar status als aantrekkelijke werkgever in alle regio's waar zij actief is. In 2012 betaalde Umicore in totaal € 560 miljoen lonen en andere personeelsvoordelen uit aan de werknemers van haar volledig geconsolideerde ondernemingen. De sociale lasten bedroegen in totaal € 114 miljoen.
Umicore wil haar werknemers niet alleen competitieve loon- en arbeidsvoorwaarden maar ook de noodzakelijke professionele opleiding aanbieden. Van de werknemers wordt verwacht dat ze de principes en de beleidslijnen van The Umicore Way en de Gedragscode van Umicore naleven. Umicore hecht veel belang aan een open dialoog met haar medewerkers en organiseert in het kader daarvan een driejaarlijkse personeelsenquête.
Waar vereist, respecteert Umicore het principe van de collectieve onderhandeling. Hoewel dit een gangbare praktijk is in Europa, zijn mechanismen voor collectieve onderhandelingen en vakbonden in andere locaties minder gebruikelijk of zijn ze onderworpen aan lokale wettelijke beperkingen. Umicore ondertekende een duurzaam ontwikkelingsakkoord met de International Metalworkers' Federation en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Workers' Unions over de wereldwijde toepassing doorheen de Groep van haar beleid op het vlak van mensenrechten, gelijke kansen, arbeidsvoorwaarden, ethisch gedrag en bescherming van het milieu. Dit akkoord laat beide vakbonden toe constructief deel te nemen aan het nastreven van deze doelstellingen. Een gemeenschappelijk controlecomité, dat uit beide partijen bestaat, ziet toe op de implementatie van het "Akkoord over Duurzame Ontwikkeling".
Het intranet van de Groep, nieuwsbrieven van Umicore en haar business units en het wereldwijde interne magazine 'umicore.link', dat gepubliceerd wordt in zes talen, zijn bijkomende communicatiekanalen op bedrijfsniveau. In 2013 introduceerde Umicore een 'learning management platform' voor de hele Groep genaamd 'my campus' om haar Vision 2015-doelstellingen met betrekking tot persoonlijke ontwikkeling en aantrekkelijke werkgever te ondersteunen. Dit platform omvat ook een sociaal samenwerkingsinstrument dat het delen van kennis binnen de onderneming bevordert.
De investeerders van Umicore zijn grotendeels gediversifi eerd. Op het einde van 2013 situeerden zich de meeste aandeelhouders in Europa en Noord-Amerika. De meest recente informatie over Umicore's aandeelhouders vindt u op www.umicore.com/investorrelations .
Umicore streeft ernaar tijdig nauwkeurige bedrijfsinformatie ter beschikking te stellen van de beleggersgemeenschap. Deze communicatie-inspanningen omvatten management roadshows en bedrijfsbezoeken, conferenties, beurzen voor individuele beleggers, webcasts en conference calls. In 2013 steeg Umicore's analistenverslaggeving licht met 21 beurshuizen die analyserapporten publiceerden over Umicore.
De schuldeisers van Umicore zijn hoofdzakelijk banken. Umicore beschikt over kredietlijnen bij talrijke banken in België en het buitenland.
De relaties met de banken worden vooral beheerd door het departement Financiën, hoewel elke juridische entiteit van Umicore zakelijke relaties onderhoudt met de fi nanciële wereld.
Via tewerkstelling draagt Umicore bij tot de welvaart in de regio's waar ze actief is. Hoewel het creëren van welvaart een duidelijk voordeel is, is ook de manier waarop dit gebeurt erg belangrijk. Uiteindelijk kan Umicore haar activiteiten maar blijven ontplooien als de samenleving dit toelaat. Om deze toestemming te behouden, tracht Umicore zoveel mogelijk te werken op een manier die de duurzame ontwikkeling bevordert. Dat gaat verder dan zich houden aan de wettelijke grenzen die aan elk bedrijf worden opgelegd. Umicore bepaalt haar eigen normen die in de hele Groep worden toegepast en die vaak veel verder gaan dan de wettelijke vereisten in de domeinen waar de onderneming actief is. Naast die inzet voor duurzame operationele praktijken streeft Umicore er ook naar materialen te ontwikkelen die de levenskwaliteit verhogen. Contact met de gemeenschappen waar Umicore haar activiteiten ontplooit, is de meest directe manier waarop de onderneming met de samenleving kan interageren. Een open en transparante dialoog met deze gemeenschappen maakt integraal deel uit van de verbintenis van Umicore tegenover haar belanghebbenden en is een van de doelstellingen van Vision 2015. Bepaalde maatschappelijke groeperingen (bekend als niet-gouvernementele organisaties) vragen ook geregeld inspraak in de operaties van Umicore en de manier waarop zij zaken doet. Umicore waardeert deze belangstelling en tracht op een open en constructieve manier met deze groepen in dialoog te treden.
Umicore schenkt op site- en groepsniveau vrijwillige bijdragen aan een aantal goede doelen, in lijn met het interne beleid en de interne richtlijnen. Umicore beheert betrokkenheidsinspanningen die op groepsniveau geleverd worden via een Groep Donatiecomité, dat bevoegd is voor de contacten met de maatschappelijke groeperingen en het bepalen van de dimensie van de samenwerkingsverbanden op groepsniveau. Meer informatie over deze initiatieven in 2013 vindt u op pagina 23-25van dit verslag.
Umicore investeert in verschillende economische activiteiten waarin ze geen volledige managementcontrole heeft. Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin Umicore een belangrijke invloed heeft op het fi nanciële en operationele beleid maar waarover ze geen controle heeft. Meestal bezit Umicore 20% tot 50% van de stemrechten, terwijl bij joint ventures het eigendom en de controle meestal volgens een 50:50 regeling zijn verdeeld. Het bundelen van krachten wordt gezien als een manier om technologische ontwikkelingen te versnellen of toegang te krijgen tot specifi eke markten. Van de 10 geassocieerde ondernemingen en joint ventures heeft Umicore de effectieve controle van het management in de helft van de gevallen. Door een vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur van geassocieerde ondernemingen of joint ventures kan Umicore het management controleren en richting geven of de ontwikkeling van de activiteiten opvolgen. Hoewel Umicore niet haar eigen beleidskeuzes en procedures kan opleggen aan geassocieerde ondernemingen (of joint ventures waar ze niet over de meerderheid van de stemrechten beschikt), wordt wel duidelijk gecommuniceerd dat Umicore verwacht dat de activiteiten worden gevoerd in overeenstemming met The Umicore Way.
Umicore is zeer strikt in het beschermen van eender welke intellectuele eigendom die ze deelt met geassocieerde ondernemingen of joint-venturepartners. Een volledige lijst van geassocieerde ondernemingen en joint-venturebedrijven is terug te vinden op pagina 81van dit verslag.
Umicore betaalde in totaal € 70 miljoen belastingen als resultaat van haar activiteiten in 2013. Umicore en haar werknemers betaalden in totaal ongeveer € 114 miljoen aan sociale bijdragen. Umicore gaat geregeld samenwerkingen aan met openbare instellingen zoals universiteiten om bepaalde onderzoeksprojecten te bevorderen. Af en toe worden er samenwerkingen aangegaan met en onderzoekstoelagen verkregen van publieke organisaties. In totaal werden er in 2013 ongeveer € 7 miljoen toelagen toegekend, hoofdzakelijk voor geplande O&O-projecten. In 2013 ontving Umicore ongeveer € 5 miljoen uit hoofde van eerder toegekende toelagen. Het beleid van de onderneming sluit schenkingen aan politieke partijen en organisaties uit.
In 2013 versterkte Umicore verder haar inspanningen om beleidsmaking te begeleiden en de contacten met de publieke overheden wereldwijd te bevorderen. Deze inspanningen worden gecoördineerd via het departement Government Affairs en zijn hoofdzakelijk gericht op Europa, Noord-Amerika
en de Volksrepubliek China. Umicore wil het profi el van en het inzicht in haar technologieën verhogen en deelnemen aan besprekingen over materiaalgerelateerde thema's. In Europa omvat dit drie centrale onderwerpen: de beschikbaarheid van grondstoffen (hoofdzakelijk vanuit het perspectief van een 'circulaire' economie) door beleid dat te maken heeft met resource-effi ciëntie en de afvalwetgeving; geadvanceerde materialen als een technologie die koolstofarme technologieën mogelijk maken; materiaaltechnologieën voor de zuivering van uitlaatgassen van auto's en vrachtwagens met brandstofmotoren. De initiatieven van Umicore hebben ook betrekking op de toegang tot Europese en nationale overheidsfi nanciering en innovatienetwerken, vooral voor programma's die baanbrekende technologieën met een gunstig milieu-effect ondersteunen.
In een aantal gevallen worden Umicore-experts uitgenodigd als lid van werkgroepen en panels geïnitieerd door Europese of nationale autoriteiten. In dit opzicht spelen wij een actieve rol, onder meer in het 'European Innovation Partnership for Raw Materials', het 'European Resource Effi ciency Platform', de 'High Level Group on Key Enabling Technologies en het ERA-MIN netwerk voor de industriële verwerking van grondstoffen voor de Europese industrieën.
Als er bepaalde problemen ontstaan die Umicore aanbelangen, deelt Umicore haar standpunt meestal mee via de sectorverenigingen waarvan ze deel uitmaakt. De onderneming is zich bewust van de gevoeligheden verbonden aan het innemen van standpunten over zaken die van openbaar belang zijn. Met dit in het achterhoofd heeft Umicore richtlijnen voor heel de Groep aangenomen die verduidelijken hoe dit dient te gebeuren op een verantwoorde manier (beschikbaar op de website). Hieronder worden de belangrijkste organisaties weergegeven waarin Umicore momenteel vertegenwoordigd is (zowel op het niveau van de Groep als van de business units):
Verschillende business units van Umicore ondertekenden het programma 'Responsible Care' van de chemische industrie en sommige zijn ook lid van de European Chemical Industry Council (CEFIC).
Umicore gebruikte het grootste deel van haar totale inkomen voor het metaalgedeelte van grondstoffen (deze kost wordt meestal doorgerekend aan de klant). Na aftrek van andere grondstofkosten, energiekosten en afschrijvingen bedroeg de economische meerwaarde voor verdere verdeling € 963 miljoen.
Het grootste deel (€ 707 miljoen) werd verdeeld onder de werknemers in de vorm van lonen en andere werknemersvoordelen. Het grootste deel van de werknemersvoordelen werd in de vorm van lonen uitbetaald. De rest omvatte nationale sociale zekerheidsbijdragen, pensioenen en andere voordelen. Netto-interesten aan crediteuren bedroegen € 3 miljoen en de belastingen aan de overheden en autoriteiten waar Umicore actief is bedroegen in het totaal € 70 miljoen. De winst die aan de minderheidsaandeelhouders werd uitgekeerd, bedroeg € 6 miljoen.
Onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders op de algemene aandeelhoudersvergadering in april 2014 zal een brutodividend van € 1,00 per aandeel voor het jaar 2013 uitbetaald worden. Dit zal leiden tot een totale voorlopige uitbetaling van € 110 miljoen (gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen aan het einde van 2013). Een deel van dit bedrag werd al uitbetaald in september 2013 onder de vorm van een interimdividend en het resterende bedrag zal in 2014 worden uitbetaald. Dit is conform het beleid van Umicore om een stabiel of geleidelijk groeiend dividend te betalen. Umicore kocht 2,0% van haar eigen aandelen terug in 2013 voor een totaal bedrag van € 85 miljoen. Ook al maakt dit geen deel uit van de grafi eken, het kan beschouwd worden als een onrechtstreekse opbrengst voor de aandeelhouders. Umicore besteedde ongeveer € 1,5 miljoen aan donaties voor goede doelen.
Voorzitter, niet-uitvoerend bestuurder
Thomas Leysen werd Voorzitter van Umicore in november 2008. Daarvoor was hij sinds 2000 Gedelegeerd Bestuurder van Umicore. Sinds 1 oktober 2011 is hij Voorzitter van KBC Groep, een bank- en verzekeringsgroep. Hij is tevens Voorzitter van Corelio, een Belgische mediagroep, en lid van de raad van toezicht van Bank Metzler, Duitsland.
Gedelegeerd Bestuurder, uitvoerend bestuurder
Marc Grynberg werd benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder van Umicore in november 2008. Hij stond aan het hoofd van Umicore's Automotive Catalysts business unit van 2006 tot 2008 en was Chief Financial Offi cer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006. Hij kwam bij Umicore in dienst in 1996 als Group Controller. Marc heeft een diploma handelsingenieur van de Universiteit van Brussel (Ecole de
Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.
19 november 2008 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2015 Gedelegeerd Bestuurder sinds: 19 november 2008
Niet-uitvoerend bestuurder
Isabelle Bouillot studeerde aan de Franse Ecole Nationale d'Administration. Zij bekleedde verscheidene functies in Franse openbare besturen, waaronder economisch adviseur van de Franse President van 1989 tot 1991 en Begrotingsdirecteur bij het Franse Ministerie van Economie en Financiën van 1991 tot 1995. In 1995 vervoegde ze de Caisse des Dépôts et Consignations als waarnemend Gedelegeerd Bestuurder waar zij was belast met fi nanciële en bankactiviteiten. Van 2000 tot 2003 was zij Gedelegeerd Bestuurder van de investeringsbank van de Groep CDC IXIS. Zij is momenteel voorzitster van China Equity Links en lid van de Raad van Bestuur van Saint-Gobain en Air France.
Uwe-Ernst Bufe, 69 Onafhankelijk, nietuitvoerend bestuurder
Uwe-Ernst Bufe was Gedelegeerd Bestuurder van Degussa tot mei 2000. Hij is lid van de raad van commissarissen van Akzo Nobel N.V. (Nederland).
26 mei 2004 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014
Niet-uitvoerend bestuurder
Arnoud de Pret werkte van 1972 tot 1978 bij Morgan Guaranty Trust Company in New York. Van 1978 tot 1981 was hij fi nancieel directeur bij Cockerill-Sambre en tot en met 1990 fi nancieel directeur van de groep en lid van het Directiecomité van UCB. Van 1991 tot mei 2000 was hij fi nancieel directeur bij Umicore en lid van het Directiecomité. Hij is lid van de Raad van Bestuur van Sibelco, UCB en L'Intégrale. Hij is lid van de Raad van commissarissen van Euronext N.V.
Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014 Lid van het Auditcomité sinds: 1 januari 2001 (Voorzitter sinds 26 april 2011)
Ines Kolmsee bezit meerdere ingenieursdiploma's (TU Berlijn, Duitsland en Ecole des Mines de Saint-Etienne, Frankrijk), evenals een MBA-diploma (Business School INSEAD – Frankrijk/ Singapore). Sinds 2004 is zij Gedelegeerd Bestuurder van SKW Stahl-Metallurgie Group, een specialty chemicals bedrijf dat wereldwijd actief is. Zij is ook lid van de raad van toezicht van Fuchs Petrolub AG. In het verleden bekleedde zij meerdere posities, waaronder deze van CFO bij Arques Industries AG.
26 april 2011 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014 Lid van het Auditcomité sinds : 26 april 2011
Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder
Shohei Naito startte zijn loopbaan bij het Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij het Ministerie diende hij als Directeur-Generaal Consulaire Zaken & Migratie alsook als Chef van het Protocol. Dhr. Naito bekleedde verschillende diplomatieke functies in het buitenland en hij werd in 1996 tot ambassadeur benoemd. Sindsdien diende
hij als ambassadeur van Japan in Cambodja, tegelijk Denemarken en Litouwen, en België. Hij verliet de diplomatieke dienst eind 2006.
25 april 2007
Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 30 april 2013
Niet-uitvoerend bestuurder
Jonathan Oppenheimer is verantwoordelijk voor diverse investeringsactiviteiten van de familie Oppenheimer verdeeld over verschillende categorieën van activa. Binnen de groep is hij Voorzitter van Tana Africa Capital, een op Afrika toegespitste joint venture met Temasek, en zetelt hij in verschillende andere raden van bestuur. Hij bekleedde het mandaat van Uitvoerend Bestuurder van De Beers S.A. tussen 2006-2012 waarbij hij een reeks andere functies uitoefende.
5 september 2001 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014
niet-uitvoerend bestuurder
Rudi Thomaes studeerde rechten aan de Universiteit Antwerpen. Tussen 2004 en september 2012 was hij Gedelegeerd Bestuurder van de Belgische werkgeversorganisatie VBO en Regent van de Nationale Bank van België. Daarvoor was hij actief als Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van het Directiecomité van Alcatel Bell NV. Momenteel is hij Secretaris-Generaal van de Belgian Chapter van de International Chamber of Commerce, Voorzitter van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) NV, Voorzitter van Restore NV, een Antwerps startupbedrijf in energietechnologie, en onafhankelijk Bestuurder bij Armonea NV.
24 april 2012
Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2015 Lid van het Auditcomité sinds: 30 april 2013 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 24 april 2012
Na een carrière in fi nancieel beheer bij General Electric (VS), Siemens, Cockerill-Sambre en CBR vervoegde Klaus Wendel in 1988 de Generale Maatschappij van België als lid van het Directiecomité, verantwoordelijk voor beheerscontrole op groepsniveau.
Sinds 2000 is hij zelfstandig/ onafhankelijk consulent. Bestuurder sinds: 28 december 1989
Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014
Karel Vinck Ere-voorzitter
Marc Grynberg, 48 Gedelegeerd Bestuurder
Marc Grynberg werd benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder van Umicore in november 2008. Hij stond aan het hoofd van Umicore's Automotive Catalysts business unit van 2006 tot 2008 en was Chief Financial Offi cer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006. Hij kwam bij Umicore in dienst in 1996 als Group Controller. Marc heeft een diploma handelsingenieur van de Universiteit van Brussel (Ecole de Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.
Executive Vice-President Recycling
Hugo Morel behaalde een diploma burgerlijk ingenieur metaalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1974 kwam hij in dienst bij Umicore waar hij in de loop der jaren diverse functies bekleedde in de productie, de handel, de strategie en de algemene directie. Hij leidde de Zinc Chemicals business unit van 1996 tot 1997 en neemt zijn huidige functie waar sinds 1998. Hij werd lid van het Directiecomité in 2002. Naast zijn functie als hoofd van de Recycling business group is hij ook verantwoordelijk voor Purchasing & Transportation.
Marc Van Sande behaalde een diploma van doctor in de fysica aan de Universitaire Instelling Antwerpen, evenals een MBA. In 1980 kwam hij in dienst bij Umicore en bekleedde er diverse functies in de research-, marketing- en productiediensten. In 1993 werd hij Vice-President van de business unit Electro-Optic Materials en in 1999 werd hij lid van het Directiecomité als Executive Vice-President Advanced Materials. Tussen 2005 en 2010 nam hij de functie aan van Chief Technology Offi cer, waarna hij aan het hoofd kwam te staan van de business group Energy Materials.
Executive Vice-President Catalysis
Pascal Reymondet bezit een Master of Science diploma van de Stanford University en een ingenieursdiploma van de Ecole Centrale te Parijs. Hij oefende verschillende managementsfuncties uit binnen de Degussa-groep inclusief het management van de autokatalysatorenfabrieken in Port Elizabeth en Burlington. In 2003 werd hij lid van het Directiecomité van Umicore als hoofd van de Precious Metals Products activiteit. In september 2007 werd hij aangesteld als hoofd van de business group Zinc Specialties. Tussen juni 2010 en oktober 2012 leidde hij
de business group Performance Materials. In november 2012 nam hij de functie op van Executive Vice-President Catalysis.
Denis Goffaux behaalde een diploma burgerlijk ingenieur mijnbouwkunde aan de Universiteit van Luik. Hij kwam in dienst bij Umicore Research in 1995 en woonde en werkte in België, Chili, China en Zuid-Korea. Vroeger leidde Denis de business line Rechargeable Battery Materials en was hij Country Manager Japan, waar hij een stevige basis gelegd heeft voor Umicore om haar economische aanwezigheid en commerciële activiteiten in het land te doen groeien. Hij nam zijn huidige functie in juli 2010 op. Naast zijn functie van Chief Technology Offi cer is hij ook verantwoordelijk voor Environment, Health & Safety.
Executive Vice-President Performance Materials
Stephan Csoma kwam in dienst bij Umicore in 1992. Hij behaalde een diploma economie van de Université Catholique de Louvain (UCL) en een diploma Chinees/ Mandarijns van de Fudan University in Shanghai. Hij bezit een uitgebreide strategische, operationele en commerciële ervaring. Hij startte Umicore's eerste industriële operaties op in China
midden de jaren '90 en leidde Umicore's vroegere kobaltindustrie in Zuid-Afrika. Tussen 2001 en 2005 stond hij aan het hoofd van de Zinc Chemicals business unit en van 2005 tot 2009 was hij Senior Vice-President voor Umicore Zuid-Amerika. Daarna werd hij Senior Vice-President Government Affairs. In november 2012 nam hij de functie op van Executive Vice-President Performance Materials. Hij behoudt eveneens het toezicht op de verantwoordelijkheid voor Government Affairs.
Chief Financial Offi cer
Filip Platteeuw kwam in dienst bij Umicore in 2004 en speelde een grote rol in de afsplitsing van Cumerio in 2005. Daarna leidde hij het projectteam bij de oprichting van Nyrstar en haar succesvolle beursgang in 2007. Hij werd Vice-President Corporate Development in 2010. Hij nam de positie van Chief Financial Offi cer (CFO) op in november 2012. Filip heeft een masterdiploma Economische Wetenschappen van de Universtiteit Gent en een masterdiploma Financial Management van de Vlerick Management School. Filip heeft een uitgebreide fi nanciële ervaring waaronder negen jaar in investment banking, corporate banking en equity research bij KBC bank. Hij is ook verantwoordelijk voor Corporate Development.
Franz-Josef Kron Automotive Catalysts Operations Michel Cauwe Thin Film Products Egbert Lox Government Affairs Ignace De Ruijter Human Resources Ludo Vandervelden Information Systems Géraldine Nolens Legal Affairs Guy Ethier Environment, Health & Safety Wilfried Müller Group R&D Guy Beke Strategic Projects Catalysis Joerg Von Roden Automotive Catalysts Sales & Marketing Matthias Grehl Precious Metals Chemistry David Fong China Andreas Tiefenbacher Japan Bernhard Fuchs Marketing Services Marcos Lucchese South America Ravila Gupta North America Performance Materials Pierre Van de Bruaene Building Products Koen Demesmaeker Zinc Chemicals Joerg Beuers Technical Materials Jürgen Leyrer Platinum Engineered Materials Thomas Engert Electroplating Energy Materials Klaus Ostgathe Rechargeable Battery Materials Arjang Roshan Electro-Optic Materials Jan Vliegen Cobalt & Specialty Materials Recycling Luc Gellens Precious Metals Refi ning Dietmar Becker Jewellery & Industrial Metals Sybolt Brouwer Battery Recycling Ralf Drieselmann Precious Metals Management
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening en tevens de vereiste bijkomende verklaring. De geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2013, de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen en de geconsolideerde kasstromentabel voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat.
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van Umicore ("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt EUR (000) 3.512.297 en de geconsolideerde resultatenrekening toont een winst van het boekjaar, aandeel van de Groep, van EUR (000) 179.029.
Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Verantwoordelijkheid van de commissaris
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.
Oordeel zonder voorbehoud
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening, weergegeven op bladzijden 49 tot 114 van het Jaarverslag 2013, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2013 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende verklaring in die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
x Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, weergegeven op bladzijden 1 tot 48 en 115 tot 188 van het Jaarverslag 2013, behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
Sint-Stevens-Woluwe, 27 maart 2014
De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BCVBA Vertegenwoordigd door
Marc Daelman* Emmanuèle Attout
Bedrijfsrevisor Bedrijfsrevisor *Marc Daelman BVBA Lid van de Raad van Bestuur, vertegenwoordigd door zijn vaste vertegenwoordiger, Marc Daelman
PwC Bedrijfsrevisoren cvba, burgerlijke vennootschap met handelsvorm - PwC Reviseurs d'Entreprises scrl, société civile à forme commerciale - Financial Assurance Services Maatschappelijke zetel/Siège social: Woluwe Garden, Woluwedal 18, B-1932 Sint-Stevens-Woluwe T: +32 (0)2 710 4211, F: +32 (0)2 710 4299, www.pwc.com BTW/TVA BE 0429.501.944 / RPR Brussel - RPM Bruxelles / ING BE43 3101 3811 9501 - BIC BBRUBEBB / RBS BE89 7205 4043 3185 - BIC ABNABEBR
LIMITED ASSURANCE RAPPORT VAN DE ONAFHANKELIJKE AUDITOR MET BETREKKING TOT DE SOCIALE EN MILIEUVERKLARINGEN IN HET JAARVERSLAG 2013 VAN UMICORE EN HAAR DOCHTERONDERNEMINGEN
Dit rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden opgenomen in onze opdrachtbrief gedateerd op 4 maart 2011, waarbij we werden aangesteld om een onafhankelijk controle rapport uit te brengen over de Sociale en Milieuverklaringen over het jaar afgesloten op 31 december 2013 in het bijgevoegd Jaarverslag 2013 van Umicore en haar dochterondernemingen (het "Verslag").
De Raad van Bestuur van Umicore ("de Vennootschap") is verantwoordelijk voor het voorbereiden van de informatie en de gegevens in de Sociale en Milieuverklaringen die opgenomen zijn in het Rapport van Umicore en haar dochterondernemingen alsook voor de verklaring dat het rapport is opgesteld in overeenstemming met de vereisten van het "Global Reporting Initiative" ("GRI") G3.1 op toepassingsniveau B+, uiteengezet op bladzijden 119 tot 147 en 184 tot 188 (de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek"), in overeenstemming met de criteria die in de Sociale en Milieuverklaringen beschreven staan en met de aanbevelingen van het GRI (de "Criteria").
Deze verantwoordelijkheid bevat de selectie en toepassing van de meest gepaste methodes om de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" op te stellen, alsook de betrouwbaarheid van de onderliggende informatie en het gebruik van assumpties en schattingen voor de opmaak van individuele toelichtingen inzake duurzaamheid, die redelijk zijn in de gegeven omstandigheden. Bovendien bevat de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur het ontwerpen, het implementeren en het onderhouden van systemen en processen die relevant zijn bij het opstellen van de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek".
Verantwoordelijkheid van de onafhankelijke auditor
Onze verantwoordelijkheid bestaat erin een onafhankelijke conclusie tot uitdrukking te brengen met betrekking tot de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" die opgenomen zijn in het Verslag, gebaseerd op de door ons uitgevoerde werkzaamheden.
We hebben ons werk verricht in overeenstemming met de International Standard on Assurance Engagements (ISAE) 3000 "Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information". Deze standaard schrijft voor dat we voldoen aan de ethische vereisten en dat we de opdracht plannen en uitvoeren om een beperkte mate van zekerheid te verkrijgen of er niets onder onze aandacht is gekomen dat ons doet aannemen dat de informatie over de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" in alle van materieel belang zijnde opzichten niet opgesteld zou zijn overeenkomstig de door de Vennootschap uitgebrachte Criteria.
Het doel van een opdracht met beperkte mate van zekerheid is het uitvoeren van werkzaamheden die wij nodig achten met het oog op het verkrijgen van voldoende en geschikte informatie die een basis vormt voor het tot uitdrukking brengen van een negatieve vorm van onze conclusie, over de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek". De keuze van de uitgevoerde werkzaamheden is afhankelijk van onze beoordeling en van de inschatting van het risico op materiële afwijkingen in de verklaringen van de Raad van Bestuur. De omvang van onze werkzaamheden bestond onder meer uit de volgende procedures:
Wij hebben de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" geëvalueerd tegenover de Criteria. De juistheid en de volledigheid van de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" zijn onderhevig aan inherente beperkingen gezien hun aard en de gebruikte methodes voor het bepalen, berekenen of schatten van zulke informatie. Daarom moet ons limited assurance rapport gelezen worden in samenhang tot de Criteria.
We hebben de onafhankelijkheidsvoorschfiften en andere ethische vereisten van de Code of Ethics for Professional Accountants uitgebracht door de International Ethics Standards Boards for Accountants (IESBA) nageleefd. Deze zijn gebaseerd op de fundamentele principes van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en waakzaamheid, confidentialiteit en professioneel gedrag. Ons bedrijfsrevisorenkantoor past de International Standard on Quality Control (ISQC) n°1 toe en onderhoudt een uitgebreid systeem van kwaliteitscontrole met inbegrip van gedocumenteerde beleidslijnen en procedures met betrekking tot ethische vereisten, professionele standaarden, en van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire vereisten.
Conclusie
Gebaseerd op ons werk, zoals beschreven in dit rapport, is niets ter onze attentie gekomen dat ons doet vermoeden dat de informatie en de gegevens weergegeven in de Sociale en Milieuverklaringen over het jaar afgesloten op 31 december 2013 op bladzijden 119 tot 147 van het Jaarverslag 2013 van Umicore en haar dochterondernemingen, en de verklaring van Umicore dat het rapport voldoet aan de GRI G3.1 toepassingsniveau B+ normen, niet zijn opgesteld in alle van materieel belang zijnde opzichten overeenkomstig de Criteria.
Beperking van het gebruik en de verdeling van ons verslag
Ons controle rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden die opgenomen zijn in onze opdrachtbrief. Ons rapport is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de Vennootschap, met betrekking tot de Sociale en Milieuverklaringen over het jaar afgesloten op 31 december 2013 en kan niet gebruikt worden voor andere doeleinden. Wij zijn niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor dit rapport en onze conclusies ten aanzien van enige derde partij, behalve de Vennootschap.
Sint-Stevens Woluwe, 27 maart 2014
PwC Bedrijfsrevisoren bcvba Vertegenwoordigd door
Marc Daelman* Bedrijfsrevisor
*Marc Daelman BVBA Lid van de Raad van Bestuur, vertegenwoordigd door zijn vaste vertegenwoordiger, Marc Daelman
PwC Bedrijfsrevisoren cvba, burgerlijke vennootschap met handelsvorm - PwC Reviseurs d'Entreprises scrl, société civile à forme commerciale - Financial Assurance Services Maatschappelijke zetel/Siège social: Woluwe Garden, Woluwedal 18, B-1932 Sint-Stevens-Woluwe T: +32 (0)2 710 4211, F: +32 (0)2 710 4299, www.pwc.com
BTW/TVA BE 0429.501.944 / RPR Brussel - RPM Bruxelles / ING BE43 3101 3811 9501 - BIC BBRUBEBB / RBS BE89 7205 4043 3185 - BIC ABNABEBR
Biologisch actieve substantie gebruikt in farmaceutische producten.
Bruto binnenlands product (erkende indicator voor economische groei).
Een carboxylaat is een zout van een carboxylzuur (zie 'zouten').
Materialen (die gewoonlijk zilver bevatten) die omwille van hun geleidende eigenschappen worden gebruikt in elektrische toepassingen, bv. voor schakelaars.
Een apparaat dat werd ontworpen om diesel- of roetdeeltjes uit de uitlaatgassen van een dieselmotor te verwijderen.
Volledige benaming: 'Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act'. De Dodd-Frank Act heeft tot doel de fi nanciële stabiliteit van de Verenigde Staten te bevorderen door de aansprakelijkheid en de transparantie in het fi nanciële systeem te verbeteren.
Dit is een donatie aan een non-profi torganisatie zonder commerciële voordelen voor Umicore. Donaties kunnen in geld of in natura worden geschonken. Politieke donaties zijn niet toegelaten.
In de scheikunde is elektrolyse een methode waarbij directe elektrische stroom (DC) wordt gebruikt om een anders niet-spontane chemische reactie uit te lokken.
Electroplating is een proces waarbij metaalionen in een oplossing in beweging worden gebracht door een elektrisch veld om een ander materiaal te coaten. Het proces wordt vooral gebruikt om een laag materiaal te deponeren om dat andere materiaal een bepaalde eigenschap te verlenen.
Europese emissienorm voor uitlaatgassen van zware dieselvoertuigen die in januari 2014 in werking trad.
Europese emissienorm voor uitlaat gassen van nieuwe personenvoertuigen die in 2014 in werking treedt.
Juwelen geproduceerd voor het grote publiek.
Een techniek om zonne-energie te concentreren in een zonnepaneel met behulp van vergrotende lenzen of spiegels.
De Frascati Manual is een document dat werd opgesteld en gepubliceerd door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) waarin de methodologie wordt beschreven voor het verzamelen van statistische gegevens over onderzoek en ontwikkeling.
Een entiteit waarin Umicore een aanzienlijke invloed heeft op het fi nanciële en operationele beleid maar waarover Umicore geen controle uitoefent. Meestal wordt dit vertegenwoordigd door het bezit van 20% tot 50% van de aandelen. Geassocieerde ondernemingen worden in de boekhouding opgenomen via de methode van vermogensmutatie.
Voor Umicore betekent de gesloten kringloop de terugname van secundaire materialen van klanten (bv. productieresiduen) of materialen op het einde van hun levensduur (bv. gebruikte gsm's, autokatalysatoren) om de metalen te recupereren en ze opnieuw in de economische cyclus te brengen.
Zware dieselvoertuigen, zowel voor het wegverkeer zoals vrachtwagens en bussen, als voor naast de weg, zoals zware machines voor fabrieken en mijnbouw of nog locomotieven en landbouwmachines.
Voertuig (personenwagen of een ander voertuig) dat geheel of gedeeltelijk (hybried) op elektriciteit in plaats van traditionele brandstof rijdt.
Indiumtinoxide, een transparant geleidend oxide dat in welbepaalde lagen gebruikt wordt voor haar elektrische geleidbaarheid en optische doorzichtbaarheid. Het wordt
in diverse toepassingen gebruikt, zoals dunne beeldschermen, zonnecellen en architecturaal glas.
Een contractuele overeenkomst waarbij Umicore en een andere partij een economische activiteit uitvoeren die onderworpen is aan gezamenlijke controle. Joint ventures worden in de boekhouding opgenomen via de methode van vermogensmutatie.
Katalyse is een chemisch proces waarbij de katalysator, één van de elementen in het reactieproces, de chemische reactie mogelijk maakt of het proces versnelt zonder dat het daarbij wordt opgebruikt zodat het opnieuw in het proces gebruikt kan worden.
De kathode is de positieve kant van een (herlaadbare) batterij. In de oplaadfase geeft de kathode ionen vrij en migreren die naar de anode (negatieve kant van de batterij). Hierdoor wordt er elektriciteit opgeslagen. In de ontlaadfase keren de ionen weer naar de kathode en wordt er elektriciteit vrijgegeven.
Liquid crystal display.
Kathodemateriaal gebruikt in lithium ion herlaadbare batterijen, specifi ek gepast voor draagbare elektronische toepassingen.
Vooral personenwagens, die op diesel, benzine of een andere brandstof rijden.
LED's zijn op halfgeleiders gebaseerde lichtbronnen die vele voordelen bieden tegenover de traditionele gloeilampen, zoals een langere levensduur en een hogere energie-effi ciëntie.
Ook biotechnologiesector genoemd: het domein van de toegepaste biologie waarbij levende organismen en biologische processen worden gebruikt in engineering, technologie, geneeskunde en andere domeinen.
Lithium ion is een technologie voor herlaadbare batterijen waarbij lithium ionen van de positieve elektrode (de kathode) naar de negatieve elektrode (de anode) bewegen tijdens het opladen en in de andere richting bij het ontladen.
Relatief nieuw kathodemateriaal dat gebruikt wordt in (hybride) elektrische voertuigen, maar ook meer en meer in draagbare elektronica.
Een product dat bijna is afgewerkt en dat slechts weinig bewerking vraagt van de klant. Enkele voorbeelden hiervan zijn germaniumplaatjes die nog moeten worden gepolijst voor gebruik in optische toepassingen of zilvermuntplaatjes die nog moeten worden gegraveerd.
Methode gebruikt voor de productie van enkel- of polycrystalline dunnefi lmen op een substraat.
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
Een combinatie van een type chassis en motor dat voor één of meer modellen van een personenwagen wordt gebruikt, soms door verschillende fabrikanten.
Platinum, palladium, rhodium, ruthenium, iridium en osmium (in het geval van Umicore verwijst dit hoofdzakelijk naar de eerste drie metalen).
Chemische substantie die deelneemt aan de chemische reactie dewelke een ander component produceert.
Fotovoltaïsche technologie is een methode voor het produceren van elektriciteit waarbij zonnestralen rechtstreeks worden omgezet in elektriciteit.
Techniek om metalen met elkaar te verbinden, waarbij een vulmetaal tot boven het smeltpunt wordt verhit en wordt verdeeld over de twee of meer metalen delen.
Een oppervlak waarop een laag van een andere substantie wordt aangebracht. In autokatalysatoren is het substraat een honingraatstructuur die de effectieve oppervlakte waarop de katalytische oplossing wordt aangebracht, vergroot. In fotovoltaïsche technologie worden halfgeleiders, zoals germanium, als substraat gebruikt. Hierop worden
dan actieve lagen op gedeponeerd die samen de zonnecel maken.
Umicore heeft een patent genomen op het UHT-proces (>3000°C). Het maakt gebruik van plasmatechnologie voor het behandelen en recycleren van materialen. Dit proces verbruikt minder energie dan de traditionele processen.
Totaal vermogen – reële waarde reserve + netto fi nanciële schuld + voorzieningen voor personeelsvoordelen – uitgestelde belastingactiva en -passiva – IAS 39-effect.
Slotkoers x totaal aantal uitstaande aandelen.
Bedrijfsresultaat van integraal geconsolideerde ondernemingen (opbrengsten van andere fi nanciële activa inbegrepen) + aandeel van de Groep in het nettoresultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatie.
Voor een half jaar: gemiddelde van het aangewend kapitaal aan het begin en aan het einde van de periode; voor het volledige jaar: gemiddelde van de halfjaargemiddelden.
Tijdsverschillen (zonder invloed op de kasstromen) in het boeken van opbrengsten in geval van niettoepassing of de onmogelijkheid van het bekomen van IAS hedge accounting op:
a) transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde gewaardeerd kunnen worden, of
b) structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van betrokken hedging instrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen en dit voor de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen, of
c) in uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat de wijziging in de reële waarde op de besloten derivaten in de resultatenrekening moet worden opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar de wijziging in reële waarde niet in de resultatenrekening kan worden opgenomen.
Alle elementen van de inkomsten – de waarde van de aangekochte metalen.
Inkomsten die men aan een regio kan toeschrijven, inclusief geassocieerde ondernemingen en joint ventures, rekening houdend met Umicore's deelnemingspercentage. Dit betekent dat voor recyclageactiviteiten de inkomsten verdeeld zijn op basis van de plaats waar de leverancier van de grondstoffen is gevestigd, zoals bepaald door de raffi nagepremies.
Gekapitaliseerde investeringen in immateriële en materiële vaste activa, exclusief gekapitaliseerde O&O-kosten.
Toename / afname van de bedrijfsthesaurie + toename / afname van de investeringsthesaurie.
Financiële schulden op meer dan één jaar + fi nanciële schulden op ten hoogste één jaar – kas en kasequivalenten.
Bevat niet-recurrente elementen met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, waardeverminderingen van activa en andere opbrengsten of kosten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming. Waardeverminderingen op permanent vastgezette metaalvoorraden maken deel uit van de niet-recurrente EBIT van de business groups.
Netto onderzoek-& ontwikkelingsuitgaven van de volledig geconsolideerde activiteiten (exclusief de O&O-inkomsten zoals onderzoeksubsidies).
EBIT – niet-recurrente EBIT – IAS 39-effect.
Recurrente EBIT + recurrente afschrijvingen van integraal geconsolideerde ondernemingen.
Recurrente effectieve belastingskost / recurrent resultaat vóór belasting van de integraal geconsolideerde ondernemingen.
Recurrente EBIT van integraal geconsolideerde ondernemingen / opbrengsten (metaal niet inbegrepen).
Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.
Recurrente EBIT / gemiddeld aangewend kapitaal.
Netto fi nanciële schuld / (Netto fi nanciële schuld + eigen vermogen).
Uitgegeven aandelen – eigen aandelen.
Nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.
Nettoresultaat, aandeel van de Groep / (gemiddeld aantal uitstaande aandelen + aantal mogelijke nieuwe aandelen die uitgegeven moeten worden in het kader van de bestaande aandelenoptieplannen x verwateringseffect van de aandelenoptieplannen).
Bovenstaande fi nanciële defi nities betreffen prestatie-indicatoren die niet gelinkt zijn met IFRS, behalve 'Winst per aandeel, basisberekening' en 'Winst per aandeel, na verwateringseffect'.
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer – inclusief interne en externe opleiding en opleiding op de werkvloer. Opleiding op de werkvloer kan het aantal uren inhouden wanneer iemand wordt opgeleid op de werkvloer, zonder dat deze volledig productief is. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het personeelsbestand.
Specifi eke methodologie van Umicore om de duurzaamheid van de eigen producten en diensten te beoordelen. APS gebruikt een tool van 58 voorgeformatteerde vragen en antwoorden met scores en gewichtfactoren, georganiseerd rond acht thema's.
De variatie tussen levende organismen uit alle bronnen, waaronder land, zee en andere aquatische ecosystemen, alsook de ecologische complexen waar zij deel van uitmaken; met inbegrip van diversiteit binnen de soorten, tussen soorten onderling en van ecosystemen.
Stof of metaboliet gemeten in biologische vloeistoffen (bv. bloed) om de interne lichaamsblootstelling te meten.
De zes gassen die in het Kyotoprotocol zijn opgenomen: koolstofdioxide (CO2 ), methaan (CH4 ), stikstofoxide (N2 O), gefl uoreerde koolwaterstoffen (HFK), perfl uorkoolwaterstoffen (PFK) en zwavelhexafl uoride (SF6 ).
Indirecte maatstaf van de hoeveelheid natuurlijke vervuiling die niet biologisch geoxideerd kan worden in een waterstaal.
De universele meeteenheid om het globale opwarmingspotentieel (GWP) van elk van de zes broeikasgassen weer te geven, uitgedrukt in GWP van één eenheid kooldioxide. Ze wordt gebruikt om de emissies (of het voorkomen van emissies) van verschillende broeikasgassen te evalueren ten opzichte van een gemeenschappelijke basis.
Erts of metaal afgescheiden van erts- of metaalhoudend gesteente of aarde.
Delfstoffen die worden ontgonnen in een context van gewapende confl icten of schendingen van mensenrechten en waar de Dodd-Frank Act (cf. hoger) betrekking op heeft; dit geldt in het bijzonder voor goud, tin, wolfram en tantalium.
The Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO) is een organisatie van de private sector die op vrijwillige basis werkt. Zij heeft een gemeenschappelijk intern controlemodel opgezet waaraan bedrijven en organisaties hun controlesystemen kunnen toetsen.
Een bepaalde set gegevens over de fysische, chemische en toxicologische eigenschappen van een product.
Eenheid van geluidsniveau.
Environment, health & safety (milieu, gezondheid en veiligheid).
Aantal verletdagen door arbeids ongevallen per duizend werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.
Aantal arbeidsongevallen met verlet per miljoen werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.
Een proces dat gebruik maakt van controleapparatuur rond luchtverontreiniging om bepaalde deeltjes en/of gassen te verwijderen uit industriële uitstootstromen.
Een factor die de stralingsimpact (schade aan de atmosfeer) beschrijft van één eenheid van een bepaald broeikasgas ten opzichte van één eenheid CO2 .
Specifi catie voor milieubeheersystemen van de International Standards Organisation (ref. ISO).
Het protocol van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Het vraagt van de landen die in Bijlage B zijn opgenomen (ontwikkelde landen) in de periode 2008–12 om doelstellingen te behalen voor het verminderen van hun broeikasgasemissies ten opzichte van hun emissies in 1990.
Analyse van de som van de effecten van een product (bv. broeikasgasemissies) bij elke stap in zijn levenscyclus, inclusief de winning van de grondstoffen, de productie,
het gebruik en het verwijderen van afval.
Eenheid voor het metaalgehalte in het bloed.
Eenheid voor het metaalgehalte in urine.
'Occupational Health and Safety Assessment Series': een beheersysteem voor veiligheid en gezondheid op het werk.
Een ongeval dat leidt tot het verlies van minstens één arbeidsdag.
Een resultaat van een biologische monitoringanalyse dat de (interne) drempelwaarde overschrijdt.
Uitgedrukt in termen van vrijwillige ontslagen: het aantal werknemers dat uit eigen beweging het bedrijf verlaat (exclusief ontslagen, pensioen en einde van contracten van bepaalde duur). Dit aantal wordt gerelateerd aan het totale personeelsbestand.
Emissies die worden gegenereerd bij productieprocessen, zoals CO2 dat ontstaat uit de ontbinding van calciumcarbonaat (CaCO3 ).
Veiligheid met betrekking tot het gebruik en de opslag van gevaarlijke chemische stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor werknemers, buurtbewoners en het leefmilieu.
'Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische Stoffen', nieuw EU-beleid inzake chemische stoffen.
Materialen die hun eerste levenscyclus beëindigd hebben en via recyclage herverwerkt zullen worden waardoor een tweede, derde... levenscyclus wordt ingezet.
Een letsel als gevolg van een arbeidsongeval waarvoor meer dan één verzorging nodig is of dat leidt tot een aangepast arbeidsprogramma maar exclusief ongevallen met werkverlet.
De evaluatie van risico's uitgaande van bestaande stoffen voor de mens, zowel werknemers als consumenten, en het milieu, met het oog op een beter risicobeheer.
Een geavanceerd programma van training en vaardigheidsontwikkeling rond veiligheidsbewustzijn.
Scope 1 CO2 e-emissies: de directe broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie.
Scope 2 CO2 e-emissies: de broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie gerelateerd aan de productie van elektriciteit/verwarming/koeling, perslucht of stoom die voor eigen gebruik worden aangekocht.
Scope 3 CO2 e-emissies: de indirecte broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie, exclusief de emissies die zijn opgenomen in Scope 2.
Nevenproducten van primaire materiaalstromen.
Umicore werknemers met een tijdelijk contract. Ze worden niet beschouwd als onderdeel van het vaste personeelsbestand maar worden wel opgenomen in het totale personeelsbestand.
Een stof die wordt geproduceerd voor, en gebruikt of verbruikt bij chemische processen om ze te transformeren tot een andere stof.
Aantal werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten (exclusief afvloeiingen, pensionering en het beëindigen van een vast contract). Dit cijfer is verbonden met het totale personeelsbestand.
Het gebruik van warmte om elektriciteit te genereren.
Totaal aantal werkdagen verloren door ziekte, exclusief langetermijnziekte en verloren dagen omwille van zwangerschapsverlof. Dit cijfer staat in verband met het totaal aantal werkdagen per jaar.
| Referentie | Indicator | Pagina in het jaarverslag 2013 |
|---|---|---|
| Algemeen | ||
| Strategie en analyse | ||
| 1.1 | Verklaring van de Gedelegeerd Bestuurder en de Voorzitter | 6-7 |
| 1.2 | Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en mogelijkheden 6-7; 3; 4; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G18 | |
| Organisatieprofi el | ||
| 2.1 | Naam van de organisatie | Omslag |
| 2.2 | Voornaamste merken, producten en diensten | 1; 3; 5; 12-13; 26; 30; 34; 38 |
| 2.3 | Operationele structuur van de organisatie, met inbegrip van | 1; 3; 5; 26; 30; 34; 38; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2; |
| divisies, werkmaatschappijen, dochterondernemingen en | Economische en fi nanciële toelichtingen: F5, F17 | |
| samenwerkingsverbanden | ||
| 2.4 | Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie | Binnenomslag achterkant; achterkant |
| 2.5 | Het aantal landen waar de organisatie actief is en namen van landen met grootschalige activiteiten |
5; Sociale verklaringen: S2 |
| 2.6 | Eigendomsstructuur en de rechtsvorm | Binnenomslag achterkant |
| 2.7 | Afzetmarkten | 1-3; 5; 8-9; 11-13; 25-29; 32; 34-37; 38-41 |
| 2.8 | Omvang van de verslaggevende organisatie | 4-5; Sociale verklaringen: S2; Economische en fi nanciële toelichtingen: geconsolideerde balans |
| 2.9 | Signifi cante veranderingen wat betreft omvang, structuur of eigendom |
10; 36; Sociale verklaringen: S1, S10, S11; Milieuverklaringen: E1 |
| 2.10 | Onderscheidingen toegekend in 2013 | 1; 13; 16; 23; 25; 33; 41; Sociale verklaringen: S4 |
| Verslagparameters | ||
| 3.1 | Verslagperiode | Omslag; binnenomslag; 190; Milieuverklaringen: E2 |
| 3.2 | Datum van het meest recente verslag | Jaarverslagen: http://www.umicore.com/reporting/Home/Archive/ |
| 3.3 | Verslaggevingscyclus | Omslag; binnenomslag; Jaarverslagen: http://www.umicore.com/reporting/Home/Archive/ |
| 3.4 | Contactpunt voor vragen over het verslag of de inhoud ervan | Binnenomslag achterkant; |
| Algemeen: [email protected]; | ||
| Financieel: [email protected]; Sociale: [email protected]; |
||
| Milieu: [email protected]; | ||
| 3.5 | Proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag | 190; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: Relaties met de belanghebbenden |
| 3.6 | Afbakening van het verslag | 190; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen: E1, |
| E3, E8, E9 | ||
| 3.7 | Vermelding eventuele specifi eke beperkingen voor de reikwijdte of afbakening van het verslag |
190; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen: E1, E3, E8, E9 |
| 3.8 | Basis voor verslaggeving over samenwerkingsverbanden en | 190; Sociale verklaringen: S1; Milieuverklaringen: E1; Economische |
| dochterondernemingen | en fi nanciële toelichtingen: F17; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G24 |
|
| 3.9 | De technieken en berekeningsgrondslagen voor gegevensmetingen |
190; Sociale verklaringen: S1-S11; Milieuverklaringen: E1-E10; Economische en fi nanciële toelichtingen: F1 |
| 3.10 | Uitleg over de gevolgen van eventuele herformuleringen van | 190; Sociale verklaringen: S1, S10, S11; Milieuverklaringen: E1; |
| eerder verstrekte informatie en de reden voor deze | Algemene beleidsaanpak: | |
| herformuleringen | http://www.umicore.com/sustainability/ | |
| Referentie Indicator Pagina in het jaarverslag 2013 3.11 Signifi cante veranderingen ten opzichte van vorige 190; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen: E1, verslagperiodes ten aanzien van reikwijdte, afbakening of E2, E3 meetmethoden 3.12 GRI Index 190; Deze pagina 3.13 Betrekken van externe controle 190; Algemene beleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/; Controle en naleving: http://www.umicore.com/governance/en/supervision/ Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid 4.1 De bestuursstructuur van de organisatie Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2, G4, G5; Algemene beleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/ 4.2 Geef aan of de voorzitter van het hoogste bestuurslichaam 174; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2 eveneens een leidinggevende functie heeft 4.3 Aantal en genderverdeling van de leden van de Raad van 174-175; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2, G4 Bestuur en hun status met betrekking tot onafhankelijkheid en een uitvoerend/niet-uitvoerend mandaat 4.4 Mechanismen die aandeelhouders en medewerkers de Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G3, G9, G10, G11, G21; gelegenheid geven om aanbevelingen te doen aan de Raad Deugdelijk Bestuur Handvest en Gedragscode: van Bestuur http://www.umicore.com/governance/nl/ 4.5 Koppeling tussen vergoedingen en de prestaties van de Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G12-G15; organisatie (met inbegrip van sociale en milieu-gerelateerde Deugdelijk Bestuur Handvest en Gedragscode: prestaties) http://www.umicore.com/governance/nl/ 4.6 Processen waarmee het hoogste bestuurslichaam waarborgt Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G7, G9-G11; dat strijdige belangen worden vermeden Deugdelijk Bestuur Handvest en Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/ 4.7 Proces voor het bepalen van de kwalifi caties en expertise Deugdelijk Bestuur Handvest: http://www.umicore.com/ van de leden van het hoogste bestuurslichaam governance/nl/charterN/ 4.8 Interne richtlijnen en beleidslijnen Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G1, G9; The Umicore Way: http://www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/; Deugdelijk Bestuur Handvest en Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/ 4.9 Processen om risico's en opportuniteiten te identifi ceren Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G16-G18 4.10 Processen voor het evalueren van de eigen prestaties van de Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G4, G5; Deugdelijk Bestuur Raad van Bestuur Handvest: http://www.umicore.com/governance/nl/charterN/ 4.11 Toelichting over de toepassing van het voorzorgsprincipe Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G16, G18 |
|
|---|---|
| 4.12 Extern ontwikkelde economische, milieugerelateerde en sociale COSO; OECD Richtlijnen; ILO Human Rights; Responsible Care; SRI; handvesten, principes of andere initiatieven die de organisatie FTSE; PACI; GRI onderschrijft |
|
| 4.13 Lidmaatschap van industriële verenigingen Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25 |
|
| 4.14 Lijst van groepen belanghebbenden die de organisatie heeft Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G19-G26 betrokken |
|
| 4.15 Basis voor de inventarisatie en selectie van belanghebbenden Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belanghebbenden, G19-G26; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden: http://www.umicore.com/sustainability/stakeholders/ |
|
| 4.16 Benadering van het betrekken van belanghebbenden, Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de waaronder de frequentie ervan belanghebbenden, G19-G26; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden: http://www.umicore.com/sustainability/stakeholders/ |
|
| 4.17 Voornaamste onderwerpen en vraagstukken die naar voren Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de zijn gekomen door de betrokkenheid van belanghebbenden belanghebbenden; Algemene beleidsaanpak: http://www.umicore. en hoe de organisatie hierop heeft gereageerd, onder meer com/sustainability/; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden: via haar verslaggeving http://www.umicore.com/sustainability/stakeholders/ |
| 186 | GRI Index |
|---|---|
| ----- | ----------- |
| Referentie | Indicator | Pagina in het jaarverslag 2013 |
|---|---|---|
| Managementbenadering 5 |
Managementbenadering: http://www.umicore.com/sustainability/context/ |
|
| Economische prestatie-indicatoren | ||
| Economische prestatie EC1 (KERN) |
Economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd | 4-5; 8-13; 26-41; Economische en fi nanciële toelichtingen: F8, F9, F39; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G26 |
| EC2 (KERN) | Financiële implicaties en andere risico's en mogelijkheden voor de activiteiten van de organisatie als gevolg van klimaatverandering |
18-19; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G18; Milieubeleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/ environment/Approach/; The Umicore Way: http://www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/ |
| EC3 (KERN) | Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde uitkeringenplan van de organisatie |
Economische en fi nanciële toelichtingen: F27 |
| EC4 (KERN) | Signifi cante fi nanciële steun van de overheid | Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25 |
| Indirecte economische effecten | ||
| EC8 (KERN) | Ontwikkeling en gevolgen van investeringen ten behoeve van het algemeen nut |
4; 23-25; 29; 33; 37; 41; Sociale verklaringen: S5; Milieuverklaringen: E8; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25 |
| Milieuprestatie-indicatoren | ||
| Materialen | ||
| EN2 (KERN) | Percentage van de gebruikte materialen dat bestaat uit afval uit externe bronnen |
5; Milieuverklaringen: E6 |
| Energie | ||
| EN3 (KERN) | Direct energieverbruik door primaire energiebron | Milieuverklaringen: E4 |
| EN4 (KERN) | Indirect energieverbruik door primaire bron | Milieuverklaringen: E4 |
| EN5 (OVERIGE) | Energie die bespaard is door besparingen en effi ciëntieverbeteringen |
Milieuverklaringen: E4 |
| EN6 (OVERIGE) | Initiatieven ten behoeve van energie-effi ciënte of op duurzame energie gebaseerde producten en diensten |
10-12; 18-21; 31-32; Milieuverklaringen: E4; Umicore's positieverklaringen over de vermindering van haar CO2 -voetafdruk: http://www.umicore.com/sustainability/environment/ positionStatements/carbonReduction.htm (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) |
| EN7 (OVERIGE) | Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en reeds gerealiseerde verlaging |
18-19; Sociale verklaringen: S8; Umicore's positieverklaringen over de vermindering van haar CO2 voetdruk: http://www.umicore.com/ sustainability/environment/positionStatements/carbonReduction. htm (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) |
| Water | ||
| EN8 (KERN) | Totale wateronttrekking per bron | Milieuverklaringen: E5 |
| Biodiversiteit | ||
| EN11 (KERN) | Locatie en oppervlakte van land in of aangrenzend aan beschermde gebieden en gebieden met hoge biodiversiteitswaarde buiten de beschermde gebieden |
Milieuverklaringen: E10 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) |
| Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen | ||
| EN16 (KERN) | Totale directe en indirecte emissie van broeikasgassen naar gewicht |
Milieuverklaringen: E3 |
| EN17 (KERN) | Andere relevante indirecte emissie van broeikasgassen naar gewicht |
Milieuverklaringen: E3 |
| Referentie | Indicator | Pagina in het jaarverslag 2013 |
|---|---|---|
| EN18 (OVERIGE) | Initiatieven ter verlaging van de emissie van broeikasgassen en gerealiseerde verlagingen |
18-21; 29; 33; 36; 41; Milieuverklaringen: E3 |
| EN20 (KERN) | NO, SO en andere signifi cante luchtemissies naar type en gewicht |
Milieuverklaringen: E2 |
| EN21 (KERN) | Totale waterafvoer naar kwaliteit en bestemming | Milieuverklaringen: E2 |
| EN22 (KERN) | Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode | Milieuverklaringen: E7 |
| Producten en diensten | ||
| EN26 (KERN) | Initiatieven ter compensatie van de milieugevolgen van producten en diensten |
12; 18-21; 25; 29; 37; Milieuverklaringen: E2, E6 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) |
| Arbeidsomstandigheden en indicatoren voor volwaardig werk | ||
| Werkgelegenheid | ||
| LA1 (KERN) | Totale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst en regio |
4-5; Sociale verklaringen: S2 |
| LA2 (KERN) | Totaal aantal en snelheid van personeelsverloop | 4-5; 16; Sociale verklaringen: S4 |
| Verhouding tussen werkgever en werknemer | ||
| LA4 (KERN) | Percentage medewerkers dat onder een collectieve | Sociale verklaringen: S6 |
| arbeidsovereenkomst valt | ||
| Gezondheid en veiligheid | ||
| LA7 (KERN) | Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en | 4; 14-15; 27-29; 31-33; 35-36; 39-41; Sociale verklaringen: S9, S10, |
| het aantal werkgerelateerde sterfgevallen per regio | S11 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) | |
| LA9 (OVERIGE) | Gezondheids-en veiligheidstopics vastgelegd in formele | 16; Sociale verklaringen: S6; Duurzaam Ontwikkelingsakkoord: |
| overeenkomsten met vakbonden | http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/ | |
| 2011SDAgreement.pdf | ||
| Opleiding en onderwijs | ||
| LA10 (KERN) | Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt | 4; 15-16; Sociale verklaringen: S3 |
| aan opleidingen, onderverdeeld naar werknemerscategorie | ||
| LA12 (OVERIGE) | Percentage medewerkers dat regelmatig wordt ingelicht | 16; Sociale verklaringen: S3 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) |
| omtrent prestatie- en loopbaanontwikkeling | ||
| Diversiteit en kansen | ||
| LA13 (KERN) | Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van | 174-177; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G4, G5; Sociale |
| medewerkers per categorie, naar geslacht, leeftijdsgroep, het | verklaringen: S2. Minderheden worden niet geïdentifi ceerd omdat | |
| behoren tot een bepaalde maatschappelijke minderheid en andere indicatoren van diversiteit |
het verboden is in bepaalde landen waar Umicore werkzaam is vragen te stellen omtrent dit onderwerp (bv. U.S.A en Frankrijk) |
|
| Mensenrechten | ||
| Investerings- en inkoopbeleid | ||
| HR2 (KERN) | Percentage belangrijke leveranciers, onderaannemers en | 22-23; Sociale verklaringen: S8; Verklaring inzake deugdelijk |
| zakenpartners die getoetst zijn op naleving van de | bestuur: G18 | |
| mensenrechten en op getroffen maatregelen | ||
| HR3 (KERN) | Percentage van en totaal aantal aanmerkelijke | 15-16; Sociale verklaringen: S8; Alle medewerkers krijgen informele |
| investeringsovereenkomsten waarin clausules over | training over de Gedragscode: | |
| mensenrechten zijn opgenomen of waarvan de naleving | http://www.umicore.com/governance/en/CodeOfConduct/ | |
| van de mensenrechten is getoetst | ||
| Vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen | ||
| HR5 (KERN) | Activiteiten waarvan is vastgesteld dat daarbij een aanzienlijk | Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzame Ontwikkelingsakkoord: |
| risico zou kunnen gelden voor het recht op de | http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/ | |
| uitoefening van de vrijheid van vereniging en collectieve | 2011SDAgreement.pdf | |
| arbeidsonderhandelingen, alsmede de maatregelen die zijn | ||
| getroffen ter ondersteuning van deze rechten | ||
188 GRI Index
| Referentie | Indicator | Pagina in het jaarverslag 2013 |
|---|---|---|
| Kinderarbeid | ||
| HR6 (KERN) | Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is van gevallen van kinderarbeid, alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van kinderarbeid |
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzame ontwikkelingsakkoord: http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/ 2011SDAgreement.pdf |
| Gedwongen en verplichte arbeid | ||
| HR7 (KERN) | Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is van gevallen van gedwongen of verplichte arbeid, alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van gedwongen of verplichte arbeid |
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzaam ontwikkelingsakkoord: http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreement/ 2011SDAgreement.pdf |
| Maatschappij | ||
| Gemeenschap | ||
| SO1 (KERN) | Percentage van activiteiten met ingevoerde engagementen ten aanzien van de lokale gemeenschap, impactanalyses en ontwikkelingsprogramma's |
23-25; Sociale verklaringen: S5 |
| Corruptie | ||
| SO2 (KERN) | Percentage van en totaal aantal bedrijfseenheden geanalyseerd op corruptiegerelateerde risico's |
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G15; G24; Umicore is ondertekenaar van PACI |
| SO3 (KERN) | Percentage van het personeel dat training in anticorruptiebeleid en -procedures van de organisatie heeft gevolgd |
Alle medewerkers ontvangen informele training over de Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/ CodeOfConductN/ wanneer ze het bedrijf vervoegen |
| Publiek beleid | ||
| SO5 (KERN) | Standpunten betreffende publiek beleid en deelname aan de ontwikkeling ervan, evenals lobbyen |
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25 |
| SO6 (OVERIGE) | Totale waarde van fi nanciële en in-naturabijdragen aan politieke partijen, politici en gerelateerde instellingen |
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25 |
| Productverantwoordelijkheid | ||
| Gezondheid en veiligheid van consumenten | ||
| PR1 (KERN) | Levensduurstadia waarin de gevolgen van producten en diensten voor gezondheid en veiligheid worden beoordeeld met het oog op verbetering en het percentage van belangrijke product- en dienstencategorieën die aan dergelijke procedures onderhevig zijn |
30; Milieuverklaringen: E6 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd) |
| Etikettering van producten en diensten | ||
| PR3 (KERN) | Type informatie over producten en diensten dat verplicht wordt gesteld door procedures en het percentage van belangrijke producten en diensten die onderhevig zijn aan dergelijke informatie-eisen |
30; Milieuverklaringen: E6 |
| Notities | 189 | |
|---|---|---|
| Umicore $\Big $ Jaarverslag 2013 | ||
| Notities | ||
Het Jaarverslag 2013 van Umicore bevat een uitgebreid en geïntegreerd overzicht van de economische, fi nanciële, sociale en milieuprestaties in 2013.
Het verslag bestaat uit twee delen: de terugblik door het management en de verklaringen. Het deel waar het management terugblikt (pagina 1 tot 41) bevat een inleiding tot Umicore en zoemt in op de belangrijkste prestaties van 2013 met betrekking tot het strategisch plan Vision 2015. Het deel met de verklaringen (pagina 42 tot 190) bevat alle economische, fi nanciële, sociale, milieu- en governanceverklaringen en de toelichtingen. Alle elementen van het Jaarverslag 2013 kunnen worden geraadpleegd in het online reporting centre van Umicore op www.umicore.com/reporting.
Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Jaarverslag van Umicore bestaat erin een overzicht te geven van de strategische benadering van de onderneming – Vision 2015 – waarin specifi eke economische, sociale en milieudoelstellingen zijn opgenomen. Umicore streeft ernaar geïntegreerd te rapporteren over haar economische, sociale en milieuresultaten. Deze benadering van rapporteren werd op punt gesteld na een periode van overleg met de interne en externe belanghebbenden tussen 2009 en 2011 en is geïnspireerd op het concept 'integrated reporting' dat door de International Integrated Reporting Council werd ontwikkeld.
Globaal heeft het Jaarverslag 2013 van Umicore betrekking op de activiteiten in het boek-/kalenderjaar 2013. Er werden geen belangrijke wijzigingen aan de reikwijdte aangebracht in 2013. Dit verslag bespreekt het derde jaar waarin Umicore haar vorderingen rapporteert ten opzichte van de Vision 2015 doelstellingen. Het deel van het verslag met de verklaringen, bevat alle doelstellingen en een korte beschrijving van de methodologie die voor alle sleutelprestatie-indicatoren werd toegepast. Daar waar data voorhanden is, worden prestatie-indicatoren in het document gerapporteerd ten opzichte van een periode van vijf jaar die teruggaat tot 2009.
De economische reikwijdte van het verslag omvat alle volledig geconsolideerde activiteiten. Daarnaast zijn ook de fi nanciële bijdragen van alle geassocieerde ondernemingen en joint venture bedrijven in de fi nanciële rapportering opgenomen. De scope van de sociale en milieu-elementen van het verslag is beperkt tot de volledig geconsolideerde entiteiten – elke afwijking van deze reikwijdte wordt in het overeenkomstige hoofdstuk of in de toelichting in het verslag uitgelegd.
De gegevens voor de economische en fi nanciële elementen van het verslag worden ingezameld via het fi nanciële beheers- en consolidatieproces. De milieu- en sociale gegevens worden ingezameld via milieu- en sociale datamanagementsystemen en samen met de economische en fi nanciële gegevens geïntegreerd in een centrale rapporteringstool.
Dit verslag werd onafhankelijk gecontroleerd door PwC Bedrijfsrevisoren/ Reviseurs d'Entreprises (PwC). De audit van de fi nanciële informatie door PwC is gebaseerd op de volledige IFRS geconsolideerde fi nanciële rekeningen waarover PwC een goedkeurend oordeel heeft uitgesproken. Deze volledige IFRS geconsolideerde fi nanciële rekeningen en het verslag van de bedrijfsrevisor werden in het verslag opgenomen op pagina 50 tot 117 en 178. De sociale en milieu-informatie in dit document is samengesteld op basis van de zelfde erkennings- en meetprincipes gebruikt voor de sociale en milieuresultaten die u vindt op pagina 119 tot 147 van het volledige Jaarverslag. Het onafhankelijke auditverslag van PwC over de sociale en milieuresultaten vindt u op pagina 179 van het Jaarverslag.
Het verslag rapporteert op het B+ niveau van het Global Reporting Initiative (GRI). U vindt een volledige GRI-index op pagina 184-188. Het Global Reporting Initiative (GRI) is een netwerkorganisatie die een pioniersrol heeft vervuld in de ontwikkeling van het wereldwijd meest gebruikte kader voor rapportering over duurzaamheid. Het beschrijft de principes en de prestatieindicatoren die organisaties kunnen gebruiken om hun economische, sociale en milieuprestaties te meten en te rapporteren.
Umicore wil haar rapportering verbeteren via een permanent proces van betrokkenheid van en dialoog met haar belanghebbenden. De belangrijkste sociale elementen van het verslag worden aan de internationale vakbonden voorgelegd tijdens het gezamenlijke monitoringcomité in maart en het volledige document wordt aan de aandeelhouders gepresenteerd op de Jaarlijkse Algemene Vergadering eind april. Umicore verbindt zich er ook toe om in de opeenvolgende rapporteringcycli rekening te houden met alle te verbeteren punten die de bedrijfsrevisor (PwC) aanbeveelt. Algemene feedback van de lezers wordt aangemoedigd door de online versies van het verslag (zie de pagina hiernaast voor meer details).
De overige bijkomende informatie bevat een overzicht van de benadering van Umicore voor het economische, sociale en milieubeheer. Deze elementen werden gepubliceerd op de website van Umicore (http://www.umicore.com/sustainability/) en dienen als een onderdeel van dit verslag te worden beschouwd.
Algemene vergadering van aandeelhouders (fi nancieel jaar 2013) Kwartaalupdate eerste kwartaal 2014
Aandeel zonder dividend verhandeld
31 juli 2014 Resultaten eerste jaarhelft 2014
23 october 2014 Kwartaalupdate derde kwartaal 2014
Tim Weekes Telefoon: +32 2 227 73 98 E-mail: [email protected]
Evelien Goovaerts Telefoon: +32 2 227 78 38 E-mail: [email protected]
Mark Dolfyn Telefoon: +32 2 227 73 22 E-mail: [email protected]
Bert Swennen Telefoon: +32 2 227 74 45 E-mail: [email protected]
Dit jaarverslag is eveneens beschikbaar in het Frans en het Engels.
Dit jaarverslag kan gedownload worden op de website www.umicore.com/reporting.
Broekstraat 31, B-1000 Brussel – België Telefoon: +32 2 227 71 11 Fax: +32 2 227 79 00 Internet: www.umicore.com E-mail: [email protected] Ondernemingsnummer: 0401574852 BTW-nummer: BE 0401 574 852
Umicore Group Communications Tim Weekes Telefoon: +32 2 227 73 98 E-mail: [email protected]
The Crew - www.thecrewcommunication.com
Dimitri Lowette, Jean-Michel Byl, Ronny Van Loock, Anka Van Raemdonck, Shutterstock, UNICEF Belgium, Umicore.
Umicore Naamloze Vennootschap Broekstraat 31 B-1000 Brussel, België
Tel: +32 2 227 71 11 Fax: +32 2 227 79 00 E-mail: [email protected] www.umicore.com
BTW: BE 0401 574 852 Ondernemingnummer: 0401574852 Maatschappelijke zetel: Broekstraat 31 B-1000 Brussel - België
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.