AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

KBC Groupe NV

Annual Report Apr 8, 2011

3968_10-k_2011-04-08_3f20eeab-8b6f-4d2f-ba5a-b3bc4afc3a0b.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

2010

Jaarverslag van KBC

2010

Jaarverslag van KBC

De KBC-groep is een geïntegreerde bank-verzekeraar voor hoofdzakelijk retail-, kmo- en midcapcliënten. De groep concentreert zich op zijn thuismarkten in België en een selectie van landen in Centraal- en Oost-Europa. In de rest van de wereld is de groep selectief aanwezig in bepaalde landen of regio's.

De groep bestaat uit de volgende divisies: Divisie België (retailbankverzekeren, assetmanagement en private banking in België), Divisie Centraal- en Oost-Europa (retailbankverzekeren, assetmanagement, private banking en merchantbanking in Centraal- en Oost-Europa), Divisie Merchantbanking (bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en het buitenland met uitzondering van Centraal- en Oost-Europa) en Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties (aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies).

Aandeelhouders

KBC Ancora 23%
Cera 7%
MRBB 13%
Andere vaste aandeelhouders 11%
KBC-groepsmaatschappijen 5%
Free float 41%
Totaal 100%

Cliënten (schattingen)* 12 miljoen

Personeel (vte)
België 17 537
Centraal- en Oost-Europa 30 760
Rest van de wereld (exclusief KBL EPB) 2 197
Totaal (exclusief KBL EPB) 50 494
Totaal (inclusief KBL EPB) 52 949

Bankkantoren*

België 845
Centraal- en Oost-Europa 1 181

Verzekeringsnetwerk

België 506 exclusieve agentschappen
Centraal- en Oost-Europa verkoop via diverse distributiekanalen

Langetermijnkredietratings, 31-12-2010

Fitch Moody's Standard & Poor's
KBC Bank NV A Aa3 A
KBC Verzekeringen NV A A
KBC Groep NV A A1 A

Informatie

Website www.kbc.com
KBC-Telecenter [email protected]

Gegevens op 31 december 2010, tenzij anders vermeld. Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag. * In de thuismarkten.

Resultaatsontwikkeling (in miljoenen euro)

Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010)

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

Financiële kerncijfers

2005 2006 2007 2008 2009 2010
Geconsolideerde balans en beheerd vermogen per einde periode (in miljoenen euro)
Balanstotaal 325 801 325 400 355 597 355 317 324 231 320 823
Leningen en voorschotten aan cliënten 119 475 127 152 147 051 157 296 153 230 150 666
Effecten 125 810 111 959 105 023 94 897 98 252 89 395
Deposito's van cliënten en schuldpapier 171 572 179 488 192 135 196 733 193 464 197 870
Technische voorzieningen en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen 22 394 25 121 26 833 26 724 29 951 29 948
Eigen vermogen van de aandeelhouders, inclusief niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 15 751 17 219 17 348 14 210 16 662 18 147
Risicogewogen activa op groepsniveau (Basel I t.e.m. 2006, Basel II vanaf 2007) 128 680 140 016 146 998 155 291 143 359 132 034
Beheerd vermogen 196 358 208 560 230 890 206 842 205 234 208 813
Geconsolideerde resultaten volgens IFRS (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten 8 370 9 650 9 802 4 827 4 625 8 378
Exploitatiekosten -4 914 -4 925 -5 219 -5 600 -4 779 -4 436
Bijzondere waardeverminderingen -103 -175 -267 -2 234 -2 725 -1 656
Nettoresultaat, groepsaandeel 2 249 3 430 3 281 -2 484 -2 466 1 860
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) 6,26 9,68 9,46 -7,31 -7,26 3,72
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) 6,15 9,59 9,42 -7,28 -7,26 3,72
Geconsolideerde onderliggende1
resultaten (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten (onderliggend) 8 323 8 738 9 481 9 172 9 111 8 744
Exploitatiekosten (onderliggend) -4 794 -4 976 -5 164 -5 591 -4 888 -4 832
Bijzondere waardeverminderingen (onderliggend) -54 -175 -191 -743 -1 913 -1 525
Nettoresultaat, groepsaandeel (onderliggend) 2 306 2 548 3 143 2 270 1 724 1 710
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) (onderliggend) 6,42 7,19 9,06 6,68 5,08 3,28
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) (onderliggend) 6,27 7,13 9,02 6,66 5,08 3,28
Nettoresultaat per divisie (onderliggend)
België 1 080 1 050 1 051
Centraal- en Oost-Europa 469 161 406
Merchantbanking 461 300 133
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 258 213 120
KBC-aandeel
Aantal uitstaande aandelen per einde periode (in duizenden) 366 567 363 217 355 115 357 753 357 918 357 938
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, per einde periode (in euro) 43,8 49,2 50,7 31,5 28,4 32,8
Hoogste koers tijdens het boekjaar (in euro) 79,0 93,3 106,2 95,0 39,4 38,0
Laagste koers tijdens het boekjaar (in euro) 56,0 76,2 85,9 18,2 5,5 25,5
Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) 66,4 85,9 95,8 65,2 20,9 32,6
Slotkoers boekjaar (in euro) 78,7 92,9 96,2 21,5 30,4 25,5
Brutodividend per aandeel (in euro)2 2,51 3,31 3,78 0,0 0,0 0,75
Marktkapitalisatie per einde periode (in miljarden euro) 28,8 33,7 34,2 7,7 10,9 9,1
Ratio's
Rendement op eigen vermogen 18% 24% 21% -18% -23% 12%
Rendement op eigen vermogen, gebaseerd op onderliggend resultaat 18% 18% 20% 16% 16% 11%
Kosten-inkomstenratio, bankieren 60% 53% 56% 104% 104% 56%
Kosten-inkomstenratio, bankieren, gebaseerd op onderliggend resultaat 58% 58% 57% 64% 55% 56%
Gecombineerde ratio, schadeverzekeringen 96% 96% 96% 95% 101% 100%
Kredietkostenratio, bankieren 0,01% 0,13% 0,13% 0,70% 1,11% 0,91%
Tier 1-ratio, groep (Basel I t.e.m. 2006, Basel II vanaf 2007) 10,2% 9,8% 8,8% 8,9% 10,8% 12,6%

Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen, analyses en het glossarium van gebruikte ratio's verder in dit verslag. We wijzen erop dat door de toepassing van IFRS 5 bepaalde resultaatscomponenten van 2009 retroactief werden aangepast (meer uitleg in hoofdstuk Resultaat in 2010).

1 Een omschrijving van de onderliggende resultaten vindt u in het hoofdstuk Resultaat in 2010. De indeling van de onderliggende resultaten naar divisie werd in 2010 gewijzigd. Daarbij werden ook referentiecijfers voor 2009 en 2008 opgemaakt.

2 Dividend voor 2010 onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.

Inhoud van dit jaarverslag

Verslag van de Raad van Bestuur 1

  • p. 5 Belangrijkste gebeurtenissen in 2010
  • p. 6 Voorwoord
  • p. 8 Strategie en bedrijfsprofiel
  • p. 10 Structuur en management
  • p. 13 Informatie voor aandeel- en obligatiehouders
  • p. 15 Resultaat in 2010
  • p. 23 Divisie België
  • p. 29 Divisie Centraal- en Oost-Europa
  • p. 35 Divisie Merchantbanking
  • p. 40 Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties
  • p. 44 Groepscenter
  • p. 48 Waarde- en risicobeheer
  • p. 48 Risicobeleid
  • p. 51 Kredietrisico
  • p. 61 Marktrisico in niet-tradingactiviteiten
  • p. 67 Liquiditeitsrisico
  • p. 68 Marktrisico in tradingactiviteiten
  • p. 70 Verzekeringstechnisch risico
  • p. 72 Operationeel risico en andere niet-financiële risico's
  • p. 74 Solvabiliteit, economisch kapitaal en embedded value
  • 1 p. 78 Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen
  • p. 81 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Geconsolideerde jaarrekening 2

  • p. 106 Verslag van de commissaris
  • p. 108 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
  • p. 109 Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)
  • p. 110 Geconsolideerde balans
  • p. 111 Geconsolideerde vermogensmutaties
  • p. 112 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
  • p. 114 Toelichtingen in verband met de grondslagen voor financiële verslaggeving
  • p. 114 Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming
  • p. 115 Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
  • p. 121 Toelichtingen in verband met segmentinformatie
  • p. 121 Toelichting 2 a: Segmentering volgens de managementstructuur
  • p. 124 Toelichting 2 b: Segmentering volgens geografisch gebied
  • p. 125 Toelichtingen bij de winst-en-verliesrekening
  • p. 125 Toelichting 3: Nettorente-inkomsten
  • p. 125 Toelichting 4: Dividendinkomsten

  • p. 125 Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

  • p. 127 Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
  • p. 127 Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten
  • p. 127 Toelichting 8: Overige netto-inkomsten
  • p. 128 Toelichting 9: Verzekeringsresultaten
  • p. 129 Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies
  • p. 130 Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak
  • p. 131 Toelichting 12: Exploitatiekosten
  • p. 132 Toelichting 13: Personeel
  • p. 132 Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen (impairments) – winst-en-verliesrekening
  • p. 133 Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
  • p. 133 Toelichting 16: Belastingen
  • p. 134 Toelichting 17: Winst per aandeel
  • p. 135 Toelichtingen bij de financiële instrumenten op de balans
  • p. 136 Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product
  • p. 138 Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land
  • p. 138 Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd
  • p. 139 Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit
  • p. 141 Toelichting 22: Maximaal kredietrisico
  • p. 142 Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten algemeen
  • p. 143 Toelichting 24: Reële waarde van financiële instrumenten waarderingshiërarchie
  • p. 144 Toelichting 25: Reële waarde van financiële instrumenten overdrachten tussen niveau 1 en 2
  • p. 146 Toelichting 26: Reële waarde van financiële instrumenten focus op niveau 3
  • p. 149 Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico
  • p. 149 Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten
  • p. 150 Toelichting 29: Derivaten
  • p. 153 Toelichtingen bij de andere posten op de balans
  • p. 153 Toelichting 30: Overige activa
  • p. 153 Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen
  • p. 154 Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen
  • p. 155 Toelichting 33: Materiële vaste activa inclusief vastgoedbeleggingen

  • p. 156 Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa

  • p. 158 Toelichting 35: Technische voorzieningen verzekeringen
  • p. 160 Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten
  • p. 161 Toelichting 37: Overige verplichtingen
  • p. 162 Toelichting 38: Pensioenverplichtingen
  • p. 164 Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten
  • p. 165 Andere toelichtingen
  • 2 p. 165 Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties
  • p. 166 Toelichting 41: Leasing
  • p. 167 Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen
  • p. 168 Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris
  • p. 169 Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen
  • p. 170 Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring
  • p. 170 Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)
  • p. 172 Toelichting 47: Risicobeheer
  • p. 172 Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum
  • p. 173 Toelichting 49: Algemene informatie (IAS 1)

Vennootschappelijke jaarrekening 3

  • p. 176 Balans, resultaten en resultaatsverwerking
  • p. 179 Toelichtingen bij de vennootschappelijke jaarrekening
  • p. 179 Toelichting 1: Financiële vaste activa
  • p. 179 Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen
  • p. 179 Toelichting 3: Gedetailleerde ontwikkeling van het kapitaal en de uitgiftepremies
  • p. 180 Toelichting 4: Aandeelhouders
  • p. 181 Toelichting 5: Balans
  • p. 181 Toelichting 6: Resultaten
  • p. 181 Toelichting 7: Vergoeding van de commissaris
  • p. 181 Toelichting 8: Bijkantoren
  • p. 181 Toelichting 9: Overige informatie

3 Overige informatie 4

  • p. 184 Kapitaal- en garantieverrichtingen met de overheid in 2008 en 2009
  • p. 185 Glossarium van gebruikte ratio's
  • p. 186 Verklaring van verantwoordelijke personen
  • p. 187 Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2010
  • p. 196 Contactadressen en financiële kalender

Opmerkingen voor de lezer

Naam van de vennootschap Overal waar in dit jaarverslag sprake is van KBC, de groep of de KBC-groep, wordt de geconsolideerde entiteit bedoeld, dat is KBC Groep NV inclusief al zijn dochter- en kleindochterondernemingen. Waar sprake is van KBC Groep NV wordt alleen de niet-geconsolideerde entiteit bedoeld. KBL European Private Bankers wordt in dit jaarverslag afgekort als KBL EPB.

Vertaling Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels, waarbij de Nederlandse versie de originele is en de andere versies officieuze vertalingen zijn. KBC verzekert dat al het redelijkerwijs mogelijke werd gedaan om inhoudelijke verschillen tussen de taalversies te vermijden. Mochten er toch zulke verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang.

Toekomstgerichte verklaringen De in dit jaarverslag geformuleerde verwachtingen, prognoses en uitspraken over de toekomstige ontwikkelingen zijn vanzelfsprekend gebaseerd op veronderstellingen en zijn afhankelijk van een aantal toekomstige factoren. Het is dan ook mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Jaarverslag van KBC Bank, KBL EPB en KBC Verzekeringen KBC is een bank-verzekeraar en de financiële informatie in dit verslag is bijgevolg grotendeels geïntegreerd (d.w.z. bank- en verzekeringsinformatie samen). Als u geïnteresseerd bent in aparte gegevens over de bank- of verzekeringsactiviteiten en -resultaten van KBC, kunt u dat vinden in de aparte jaarverslagen van KBC Bank NV, KBL European Private Bankers SA (KBL EPB) en KBC Verzekeringen NV. Artikel 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen Deze artikelen leggen vast wat de minimale inhoud is van de door de wet vereiste jaarverslagen over de vennootschappelijke en de geconsolideerde jaarrekening. De betreffende informatie is verwerkt in de diverse hoofdstukken van het hiernavolgende Verslag van de Raad van Bestuur, dat daarnaast bijkomende, niet-verplichte informatie bevat. In bepaalde gevallen wordt in dat deel, om herhaling van informatie te vermijden, verwezen naar informatie die al in de andere delen van deze brochure wordt vermeld. Overeenkomstig artikel 119 van het Wetboek van Vennootschappen combineert KBC Groep NV het jaarverslag over de vennootschappelijke jaarrekening met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. 4

Verslag van de Raad van Bestuur

Belangrijkste gebeurtenissen in 2010

Januari

• Verdere uitwerking en doorvoering van de nieuwe strategie, die de groep omvormt tot een nog meer gefocuste, regionale Europese financiële speler, met een conservatief risicoprofiel.

Februari

• Verkoopovereenkomst voor portefeuille van omgekeerde hypotheken (reverse mortgage) van KBC Financial Products.

Maart

• Desinvestering Japanse aandelenactiviteiten.

April

• Wijziging in het Groeps-Directiecomité: John Hollows wordt chief risk officer, als opvolger van Chris Defrancq, die met pensioen gaat. John Hollows wordt als CEO van Divisie Centraal- en Oost-Europa opgevolgd door Marko Voljcˇ.

Mei

  • • Publicatie resultaten eerste kwartaal 2010: nettowinst bedraagt 442 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 543 miljoen euro. Onderliggend kwartaalresultaat wordt onder meer gesteund door gezonde deposito- en kredietmarges, geleidelijk herstel van provisie-inkomsten, stevige dealingroomactiviteiten, goede kostencontrole en lagere kredietverliezen. Publicatie van risico op overheidsobligaties van geselecteerde Zuid-Europese landen en Ierland; voor Griekenland bedraagt de portefeuille overheidsobligaties op dat moment 1,9 miljard euro, maar daalt tegen het einde van het jaar tot 0,6 miljard euro.
  • • Verkoopovereenkomst met de Hinduja-groep met betrekking tot KBL EPB. Midden maart 2011 blijkt echter dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet kan doorgaan (zie verder in hoofdstuk Groepscenter).

Juni

  • • Managementbuy-out voor de Britse activiteiten van KBC Asset Management en verkoopovereenkomst voor de Ierse activiteiten van KBC Asset Management. Voltooiing van aanzienlijke vermindering kredietderivatenrisico bij KBC Financial Products.
  • • Toelichting over de uitrol van de nieuwe strategie van de groep door het topmanagement tijdens een Investor Lunch in Londen.

Juli

  • • Verkoopovereenkomsten voor de activiteiten Global Convertible Bonds en Asian Equity Derivatives van KBC Financial Products en voor Secura, de herverzekeringsmaatschappij van KBC. Managementbuy-outtransacties voor KBC Securities Baltic Investment Company (in Letland) en voor KBC Peel Hunt.
  • • Publicatie van de EU-stresstestresultaten bevestigt dat KBC Bank voldoende beantwoordt aan de wettelijke en marktvereisten op het vlak van solvabiliteit.

Augustus

• Publicatie resultaten tweede kwartaal 2010: nettowinst bedraagt 149 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren (zoals de goodwillafboeking in verband met de verkoopovereenkomst voor KBL EPB) bedraagt de onderliggende nettowinst 554 miljoen euro. Onderliggend kwartaalresultaat opnieuw gesteund door relatief goede nettorente-inkomsten, stijgende provisie-inkomsten, goede kostenbeheersing en lagere kredietverliezen; wel zwakke dealingroomresultaten en negatieve invloed van overstromingen in Centraal-Europa op schadeverzekeringen.

September

• Verkoopovereenkomst voor KBC Business Capital (VK), gespecialiseerd in asset based lending.

November

  • • Overeenkomst over de verkoop van de Amerikaanse Life Settlement-portefeuille van KBC Financial Products.
  • • Publicatie resultaten derde kwartaal 2010: nettowinst bedraagt 545 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 445 miljoen euro. Onderliggend kwartaalresultaat onder meer gesterkt door stabiele nettorenteinkomsten, goede dealingroominkomsten en kostencontrole; evenwel lagere provisie-inkomsten, hogere kredietverliezen en invloed van nieuwe Hongaarse bankenheffing.
  • • Wijziging in het Groeps-Directiecomité: Etienne Verwilghen, CEO van de voormalige divisie Europese Private Banking, gaat met pensioen.

December

  • • In het kader van de verdere uitbreiding van de dienstverlening kondigt KBC een hertekening aan van de commerciële aanpak in het Belgische distributienetwerk. In de komende jaren wordt het distributienetwerk in België verder geoptimaliseerd en nog beter afgestemd op het verwachtingspatroon van de cliënten.
  • • Verhoging belang in Bulgaarse CIBank tot 100%.

Belangrijke gebeurtenissen begin 2011

  • • Januari: de Raad van Bestuur beslist om Thomas Leysen tijdens de Algemene Vergadering voor te dragen als bestuurder, met het oog op de opvolging van Jan Huyghebaert als voorzitter van de Raad van Bestuur vanaf 1 oktober 2011.
  • • Februari: publicatie resultaten vierde kwartaal 2010: nettowinst bedraagt 724 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren (meerwaarden bij desinvesteringen, positieve waardeaanpassingen van gestructureerde kredieten, enz.) bedraagt de onderliggende nettowinst 168 miljoen euro. De onderliggende kwartaalwinst is gesteund door goede nettorente- en nettoprovisie-inkomsten en een verbeterde gecombineerde ratio, maar wordt negatief beïnvloed door bijkomende voorzieningen voor de Ierse kredietportefeuille en door een zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK.
  • • Maart: KBC maakt bekend dat Luc Popelier met ingang van 1 mei 2011 CFO van de groep wordt, in opvolging van Luc Philips. Luc Popelier wordt als CEO van Divisie Merchantbanking opgevolgd door Luc Gijsens.
  • • Maart: overeenkomst met Landbouwkrediet over de verkoop van Centea voor een totaalbedrag van 527 miljoen euro.
  • • Maart: aankondiging dat verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat (zie verder in hoofdstuk Groepscenter).

Beste lezer,

Onze groep eindigde het jaar met een nettowinst van bijna 1,9 miljard euro. Dat is een aanzienlijke ommekeer tegenover de twee vorige jaren, waarin onder meer waardeverliezen op gestructureerde producten onze resultaten diep in het rood duwden. Als we de uitzonderlijke en nietoperationele factoren even terzijde laten, bedroeg onze onderliggende nettowinst in 2010 een uitstekende 1,7 miljard euro. Dat was vooral te danken aan de goede nettorente-inkomsten, een sterk herstel van onze provisie-inkomsten uit assetmanagementactiviteiten, een voortzetting van de strenge kostencontrole en per saldo lagere waardeverminderingen op onze kredietportefeuille.

Onze kernactiviteiten in België en Centraal- en Oost-Europa presteerden zeer goed in 2010. Het onderliggend resultaat van Divisie België lag met 1 051 miljoen euro op een vergelijkbaar hoog niveau als het jaar voordien. Deze divisie tekent nu voor 61% van onze onderliggende groepswinst. Divisie Centraal- en Oost-Europa genereerde een onderliggend resultaat van 406 miljoen euro, dat is 2,5 keer zoveel als het jaar voordien, vooral door hogere opbrengsten en lagere kredietverliezen. Divisie Merchantbanking klokte af op slechts 133 miljoen euro, maar dat had vooral te maken met de aanleg van bijkomende waardeverminderingen voor de kredietportefeuille van onze Ierse dochtermaatschappij en met de invloed van de onregelmatigheden bij een groepsmaatschappij. Groepscenter ten slotte, waarin ook de maatschappijen opgenomen zijn die volgens ons strategische plan in de komende jaren zullen worden gedesinvesteerd, haalde een onderliggend resultaat van 120 miljoen euro in 2010.

We zijn goed opgeschoten met de uitvoering van ons strategische plan. Dat plan heeft tot doel ons om te vormen tot een nog meer gefocuste, regionale Europese speler met een aanzienlijk lager risicoprofiel. We hebben ons risicobeheer hertekend en hebben al heel wat stappen gezet in de uitvoering van ons desinvesteringsplan. Zo bouwden we al een belangrijk deel af van onze niet-thuismarktgebonden internationale kredietverlening. We stopten of verkochten bovendien een aantal andere niet-kernactiviteiten en we zijn goed gevorderd in het voorbereidingsproces voor de verkoop van diverse andere activa in België en in het buitenland. In maart 2011 sloten we bijvoorbeeld al een overeenkomst voor

de verkoop van Centea. We lichten al die projecten uiteraard in detail toe verder in dit jaarverslag. Ook al konden en kunnen we niets doen aan het feit dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat, toch ontkennen we niet dat dat voor ons een ontgoocheling is. Het brengt echter de uit-

voering van ons strategische plan niet in gevaar. Het verkoopproces wordt opnieuw opgestart. De herfocussering, samen met de interne winstgeneratie in de komende jaren, moet ons tegelijkertijd in staat stellen middelen op te bouwen om de aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest verkochte kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Eind 2010 bedroeg onze Tier 1-kapitaalratio, volgens Basel II en inclusief de vermelde kernkapitaaleffecten, een sterke 12,6%. Ook de Europese stresstestoefening, waarvan de resultaten in juli 2010 werden bekendgemaakt, bewees alvast dat KBC Bank voldoende gekapitaliseerd is. Bovendien lijken ook de nieuwe strengere kapitaalvereisten van Basel III mee te vallen voor onze groep.

We maken duidelijke keuzes voor onze kernactiviteiten.

We concentreerden ons in 2010 niet alleen op de afbouw van niet-kernactiviteiten. We hebben in 2010 ook bijzonder veel tijd besteed aan de verdere uitwerking van de strategie voor de activiteiten die de kern zullen vormen van het toekomstige KBC. Het gaat meer bepaald over de bankverzekeringsactiviteiten in België en een selectie van landen in Centraal-Europa, met de nadruk op retail-, kmo- en midcapcliënten. We kiezen daarbij voor een aangepaste en gerichte marktbenadering, waarbij we ons op sommige markten positioneren bij de marktleiders, met een algemene benadering van de markt, of als selectieve kampioen, waarbij we ons richten op specifieke cliëntensegmenten en producten die een bovengemiddeld rendement moeten opleveren. Door een doordachte keuze betreffende lokale of centrale productontwikkeling zullen we bovendien onze efficiëntie verder versterken. De verschillende bedrijfsactiviteiten worden verantwoordelijk gesteld voor de risico's die ze nemen en het kapitaal dat ze gebruiken, en dat binnen een algemeen conservatief maar dynamisch waarde- en risicobeheerkader.

Met blijvende aandacht voor al onze stakeholders.

Ook al waren de uitdagingen in het afgelopen jaar niet min, toch verwaarloosden we ook onze taak als lid van de maatschappij niet. Het is en blijft onze bedoeling onze activiteiten uit te oefenen op een maatschappelijk verantwoorde wijze en we werken continu verder aan de uitvoering daarvan. In het nieuwe KBC blijft de cliënt centraal staan en gaan we respectvol met medewerkers om. De continu hoge cliëntenen medewerkerstevredenheid bewijzen dat. Net als in vorige jaren namen we bovendien in 2010 opnieuw diverse initiatieven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. We raken enkele voorbeelden daarvan verder in dit jaarverslag aan. U vindt uitvoerige informatie over dat onderwerp in ons speciaal daaraan gewijde Corporate Social Responsability-rapport.

We blijven voorzichtig optimistisch voor de komende jaren.

Het macro-economische klimaat op onze thuismarkten is over het algemeen gesproken bemoedigend. Uiteraard zijn we ons tegelijkertijd ten volle bewust van de uitdagingen die voor de deur staan. De budgettaire problemen van sommige Europese landen blijven voor onzekerheid zorgen. We worden bovendien, zoals onze sectorgenoten, geconfronteerd met hogere kapitaalvereisten, toegenomen regulering en versterkt toezicht, en een hevigere concurrentie. Dankzij ons nieuwe strategische plan zijn we evenwel klaar voor de toekomst. We weten waar we willen staan binnen enkele jaren en zullen er alles aan doen om onze ambities waar te maken. We danken oprecht al onze cliënten, onze medewerkers, onze aandeelhouders en alle andere stakeholders voor het vertrouwen dat zij hebben getoond in onze groep. We zullen dat vertrouwen niet beschamen.

voorzitter van het Directiecomité

Jan Huyghebaert, voorzitter van de Raad van Bestuur Jan Vanhevel,

"Het nieuwe KBC wordt een nog meer gefocuste, regionale Europese bank-verzekeraar, met een conservatief risicoprofiel, die zich in eerste instantie richt op retail-, kmo- en midcapcliënten in België en een selectie van landen in Centraal- en

Oost-Europa" Jan Vanhevel, CEO KBC-groep

Eind 2009 kondigde KBC zijn vernieuwde strategische plan aan. Dat plan vormde ook de basis van het hervormingsplan dat de Europese Commissie heeft goedgekeurd in het kader van de ontvangen overheidssteun. De groep wordt verder omgevormd tot een meer gefocuste, regionale Europese speler met een lager risicoprofiel en dat met behoud van de sterktes uit het verleden, meer bepaald het succesvolle bankverzekeringsconcept en de extra groeimotor in Centraal- en Oost-Europa. In 2010 werkte de groep aan de verdere uitvoering van deze nieuwe strategie, die hieronder wordt samengevat.

Pijlers van de nieuwe groep

  • • Geïntegreerde bank-verzekeraar.
  • • Lokale verankering: focus op retail-, kmo- en midcapcliënten in België en een selectie van landen in Centraal- en Oost-Europa, met een gedifferentieerde marktbenadering per land.
  • • Maximale globale efficiëntie door een onderbouwde keuze tussen lokale of centrale oplossingen.
  • • Gestroomlijnde samenwerking tussen de distributiekanalen en productontwikkelaars via een partnershipmodel.
  • • Verantwoorde aanwending van het beschikbare kapitaal binnen een globaal conservatief risicoprofiel.

De groep focust op de dienstverlening aan retail-, kmo- en midcapcliënten op zijn thuismarkten, namelijk België en Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Polen en Bulgarije). KBC gaat ervan uit dat de aanwezigheid in de Centraal- en Oost-Europese regio een extra groeimotor voor de groep vormt, gezien de verwachte inhaalbeweging op het vlak van economische groei en penetratie van financiële producten in die regio. De aanwezigheid buiten de thuismarkten wordt voornamelijk gericht op het bedienen van zogenaamde netwerkcliënten, dus cliënten die ook diensten afnemen van of een link hebben met KBC op zijn thuismarkten.

We zijn sterk lokaal verankerd op onze thuismarkten. Binnen dat geografische doelgebied gaan we voor een gerichte en aangepaste marktbenadering. In sommige markten willen we ons (blijven) positioneren bij de marktleiders, dat wil zeggen een top vijf-speler met een algemene benadering van de markt. Op andere markten zien we ons meer als een zogenaamde selectieve kampioen, waarbij we ons zullen richten op specifieke cliëntensegmenten en/of producten waarvoor we een comparatief voordeel hebben en/of die een bovengemiddeld rendement opleveren. Ons productaanbod zal uiteraard rekening houden met de keuzes die we op het vlak van marktbenadering maken. We zijn en blijven een bank-verzekeraar, maar zowel de bank als de verzekeraar moet ook elk afzonderlijk rendabel zijn op elke thuismarkt.

Dankzij de lokale verankering kan de groep beter inspelen op de lokale behoeften van de cliënten in elke thuismarkt. Als producten of diensten erg verbonden zijn met de lokale omgeving, zullen ze ook effectief lokaal ontwikkeld worden. Als de ontwikkeling van diensten en producten efficiënter kan worden georganiseerd op groepsniveau, kiezen we voor een groepswijde, centrale productontwikkeling. Voor de groep als geheel moet dat uitmonden in een maximale globale efficiëntie. De (lokale en groepswijde) productaanbieders zullen bovendien op elke betrokken markt effectieve partnerships aangaan met de lokale distributeurs (banken en verzekeraars) van de groep, die dicht bij de cliënt staan en dus weten welke producten de cliënt wenst. Aan beide kanten worden duidelijke afspraken en doelstellingen geformaliseerd.

Bij alle belangrijke bedrijfsbeslissingen houden we rekening met risico en een verantwoorde aanwending van kapitaal. Binnen een duidelijk afgelijnd risicoprofiel worden de verschillende bedrijfsactiviteiten verantwoordelijk voor de genomen risico's en het gebruikte kapitaal.

Als belangrijke speler op elk van onze thuismarkten hebben we, naast rendement en efficiëntie, ook bijzonder veel aandacht voor de sociale en milieuaspecten van onze activiteiten. Dat vertaalt zich onder meer in een respectvol omgaan met cliënten en medewerkers, en diverse initiatieven op het gebied van milieu en met een maatschappelijke insteek, waarvan we verder in dit jaarverslag enkele voorbeelden geven.

De nieuwe focus en strategie van de groep zullen worden vertaald in nieuwe financiële doelstellingen. Tot dan gelden de bestaande doelstellingen. De belangrijkste daarvan zijn de Tier 1-ratio van minimaal 10% onder Basel II (waarvan 8% core Tier 1-ratio) en de onderliggende kosten-opbrengstenratio voor de bankactiviteiten van maximaal 55%.

De herfocussering van de groep betekent ook dat een aanzienlijk deel van de niet-kernactiviteiten wordt afgebouwd in de komende jaren. In totaal komen voor ongeveer 39 miljard euro risicogewogen activa in aanmerking voor afbouw of verkoop in de periode 2009–2013, of ongeveer 25% van het groepstotaal ten opzichte van de situatie eind 2008. Het gaat daarbij vooral over de verkoop van het Europese privatebankingnetwerk, de verkoop, op termijn, van de activiteiten in Rusland, Servië en Slovenië, de verkoop, stopzetting of geleidelijke afbouw van diverse gespecialiseerde investmentbankactiviteiten en de afbouw van een groot deel van de kredietportefeuilles buiten de thuismarkten.

Om de aan de Belgische en Vlaamse overheid uitgegeven kernkapitaaleffecten (zie verder) binnen een redelijke termijn terug te kunnen betalen, bevat het plan, naast de afbouw van die niet-kernactiviteiten, nog andere acties, waaronder de verkoop van de complementaire distributiekanalen Centea en Fidea in België en Z. agiel (consumentenkredietverlening) in Polen, en de IPO van een minderheidsaandeel in onze Tsjechische bankdochtermaatschappij. In 2010 werd bijzonder veel aandacht besteed aan de voorbereiding van die projecten. Daarnaast kunnen bijkomende maatregelen worden genomen, zoals de verkoop van de eigen aandelen die momenteel op de balans worden gehouden. In de komende jaren plant de groep geen belangrijke overnames.

Eind 2010 was de uitvoering van het desinvesteringsprogramma al goed opgeschoten en werden diverse activiteiten en ondernemingen verkocht. Bovendien werd al een groot deel van de geplande afbouw van de kredietportefeuille buiten de thuismarkten voltooid. In maart 2011 tekenden we een verkoopovereenkomst voor Centea. De oorspronkelijke overeenkomst met de Hinduja-groep voor de verkoop van KBL EPB kon echter niet doorgaan. Meer details vindt u in de hoofdstukken over de respectieve divisies, verder in dit jaarverslag.

  • Afgebouwde niet-kernactiviteiten en andere acties
  • • Verkoop of afbouw diverse niet-kernactiviteiten al verkocht: Secura, KBC Peel Hunt, KBC Securities Baltic Investment Company, Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management, KBC Business Capital, diverse activiteiten van KBC Financial Products.
  • • Verkoop/afbouw groot deel van kredietportefeuilles buiten de thuismarkten sterke daling risicogewogen activa bedrijfsbankieren.
  • • Verkoop complementaire kanalen in België verkoopovereenkomst getekend voor Centea in maart 2011.

Grotendeels als gevolg van het desinvesteringsprogramma en de afbouw van een deel van de kredietportefeuille, daalden de risicogewogen activa van de groep in 2010 met ruwweg 8%. De Tier 1-kapitaalratio verbeterde van 10,8% eind 2009 tot 12,6% eind 2010.

De huidige kapitaalbasis omvat nog 7 miljard euro aan kernkapitaaleffecten waarop in 2008 en 2009 werd ingetekend door de Belgische en de Vlaamse overheid. KBC neemt zich voor die kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Het daarvoor vereiste kapitaal en de middelen voor de financiering van de interne groei zullen worden opgebouwd door winstgeneratie in de komende jaren en door het kapitaal dat vrijkomt als gevolg van de hierboven beschreven afbouw of verkoop van activiteiten en andere acties. U vindt meer informatie over de aan de Belgische en de Vlaamse overheid verkochte kernkapitaaleffecten en ook over de in 2009 overeengekomen CDO-garantieregeling met de Belgische overheid in het deel Overige informatie van dit verslag.

Kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheid

  • • 7 miljard euro kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest (elk 3,5 miljard euro) in 2008 en 2009.
  • • Terugbetaling kernkapitaaleffecten binnen redelijke termijn, door winstgeneratie in komende jaren en kapitaalvrijgave uit desinvesteringen, afbouw activiteiten en bijkomende maatregelen.

Juridische structuur

De juridische structuur van de groep wordt in het schema weergegeven. De groep bestaat vereenvoudigd uit een holdingmaatschappij – KBC Groep NV – die drie onderliggende vennootschappen controleert: KBC Bank, KBC Verzekeringen en KBL EPB. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochter- en kleindochtermaatschappijen. De belangrijkste daarvan worden opgesomd in Toelichting 44 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Onze divisies

De managementstructuur van de groep is opgebouwd rond een aantal divisies die we verder in dit jaarverslag bespreken. De opdeling in divisies is gebaseerd op geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa, de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies.

Elke divisie wordt geleid door een managementcomité dat opereert onder het Directiecomité. De managementcomités worden voorgezeten door een chief executive officer of CEO (in het geval van Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties door de chief operating officer of COO). De divisie-CEO's en de COO vormen samen met de groeps-CEO, de chief financial officer (CFO) en de chief risk officer (CRO) het Directiecomité van de groep.

De segment- of divisieresultaten die verder in dit jaarverslag worden besproken, zijn gebaseerd op de bovenvermelde divisies, met twee uitzonderingen:

  • • Aan Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties worden geen resultaten toegewezen, aangezien alle opbrengsten en kosten van deze divisie aan de andere divisies worden toegerekend en in hun resultaten zijn vervat. Deze divisie wordt dus niet als een apart segment getoond in de rapportering over de segmentresultaten.
  • • Vanaf 2010 (met aanpassing van de referentiecijfers) worden alle groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden verkocht, samengebundeld in een zogenaamd Groepscenter. Daarnaast bevat Groepscenter nog, zoals vroeger, een (beperkt bedrag met betrekking tot) bepaalde centrale diensten en niet-toewijsbare kosten.

Voorstelling van het Directiecomité

Op 31 december 2010 bestond het Directiecomité (DC) van de groep uit zeven leden. Het wordt voorgezeten door de groeps-CEO. De leden van het DC worden benoemd door de Raad van Bestuur en enkele leden van het DC hebben ook zitting in de Raad van Bestuur als gedelegeerd bestuurder. Meer informatie over het bestuur van onze groep, inclusief de wijzigingen die zich in de samenstelling van het DC hebben voorgedaan in 2010, vindt u onder Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

Jan Vanhevel °1948

Doctor in de Rechten en Licentiaat Notariële Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven) Bij KBC sinds 1971 Groeps-CEO en CEO van de bedrijfsbankieractiviteiten van Divisie Merchantbanking

Danny De Raymaeker °1959 Handels- en bedrijfseconomisch ingenieur (Katholieke Universiteit Leuven) Master Interne Audit (Universiteit Antwerpen) Bij KBC sinds 1984 Chief Operating Officer (COO)

John Hollows °1956

Licentiaat Rechten en Economie (Universiteit Cambridge) Bij KBC sinds 1996 Chief Risk Officer (CRO)

Luc Philips °1951 Licentiaat Handels- en Financiële Wetenschappen (Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen Brussel) Bij KBC sinds 1971 Chief Financial Officer (CFO)

Luc Popelier °1964 Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Antwerpen) Bij KBC sinds 1988 CEO van de marktactiviteiten van Divisie Merchantbanking*

Johan Thijs °1965

Licentiaat Wetenschappen (Toegepaste Wiskunde) en Actuariële Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven) Bij KBC sinds 1988 CEO Divisie België

Marko Voljcˇ °1949 Licentiaat in de Economie (Universiteit van Ljubljana en Belgrado) Bij KBC sinds 2004 CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa

Aandeelhoudersstructuur

De tabel geeft een overzicht van het aandeelhouderschap van KBC Groep NV. Voor de vaste aandeelhouders betreft het de toestand vermeld in de recentste transparantiemelding of (indien recenter) als gevolg van meldingen in het kader van de wetgeving inzake openbare overnamebiedingen. Voor de andere gegevens betreft het 31 december 2010. Op balansdatum waren er geen in aandelen converteerbare obligaties in omloop. Een overzicht van de in 2010 ontvangen meldingen en informatie over eigen aandelen bij groepsmaatschappijen vindt u in de hoofdstukken Verklaring inzake deugdelijk bestuur en/of de Vennootschappelijke jaarrekening.

Aandeelhoudersstructuur, 31-12-2010 Aantal gewone aandelen In procenten
KBC Ancora 82 216 380 23%
Cera 26 127 166 7%
MRBB 46 289 864 13%
Andere vaste aandeelhouders 39 652 997 11%
Subtotaal vaste aandeelhouders 194 286 407 54%
KBC-groepsmaatschappijen 18 171 795 5%
Free float* 145 479 991 41%
Totaal 357 938 193 100%

* Waaronder BlackRock Inc. (volgens kennisgeving m.b.t. situatie op 15 september 2010 bezat deze groep op die datum 3,09% van het totaal aantal KBC-aandelen). Na 31 december 2010 werd een nieuwe kennisgeving van BlackRock Inc. ontvangen met betrekking tot de toestand op 2 maart 2011 (daling tot 2,99%).

Kredietratings

In de tabel worden de langetermijn- en kortetermijnkredietratings vermeld van KBC Groep NV, KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV, op 31 december 2010. In de loop van 2010 deden er zich geen wijzigingen voor in deze ratings.

Kredietratings*, 31-12-2010 Langetermijnrating (+ outlook) Kortetermijnrating
Fitch
KBC Bank NV A (Stabiel) F1
KBC Verzekeringen NV A (Stabiel)
KBC Groep NV A (Stabiel) F1
Moody's
KBC Bank NV Aa3 (Negatief) P-1
KBC Groep NV A1 (Negatief) P-1
Standard & Poor's
KBC Bank NV A (Stabiel) A1
KBC Verzekeringen NV A (Stabiel)
KBC Groep NV A- (Stabiel) A2

* Voor de definiëring van de verschillende ratings en onderliggende methodologieën verwijzen we naar de respectieve ratingagentschappen.

Dividend

In 2008 en 2009 leed de groep een nettoverlies en betaalde geen dividend uit. Over het boekjaar 2010 (uitkering in 2011) wordt opnieuw een dividend in het vooruitzicht gesteld, van bruto 0,75 euro per dividendgerechtigd aandeel, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 28 april 2011.

De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (zie deel Overige informatie) is gerelateerd aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen: als een dividend wordt uitgekeerd, wordt ook een coupon betaald. Met betrekking tot het boekjaar 2010 wordt in dat kader bijgevolg (in 2011) in totaal 595 miljoen euro (8,5% op 7 miljard euro) betaald aan de betrokken overheden (de boekhoudkundige verwerking in IFRS is vergelijkbaar met die van dividenden).

Het KBC-aandeel in 2010

Hierna volgt informatie over de ontwikkeling van het KBC-aandeel. In 2010 werd een beperkt aantal nieuwe KBC-aandelen uitgegeven ingevolge een kapitaalverhoging voorbehouden voor het personeel (zie verder in het deel Vennootschappelijke jaarrekening). Een referentie naar de analyses van internationale beurshuizen over onze groep en het KBC-aandeel vindt u op www.kbc.com/investor relations.

Gegevens KBC-aandeel 2009 2010
Aantal uitstaande aandelen op 31 december (in duizenden) 357 918 357 938
Aantal dividendgerechtigde aandelen op 31 december (in duizenden) 344 392 344 558
Hoogste koers tijdens het boekjaar (in euro) 39,4 38,0
Laagste koers tijdens het boekjaar (in euro) 5,5 25,5
Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) 20,9 32,6
Slotkoers boekjaar (in euro) 30,4 25,5
Marktkapitalisatie, in miljarden euro, op 31 december 10,9 9,1
Gemiddelde dagelijkse omzet (aantal miljoenen aandelen) 1,56 0,74
Gemiddelde dagelijkse omzet (in miljoenen euro) 31,1 24,2
Eigen vermogen per aandeel 28,4 32,8
DJ EURO
Rendement op jaarbasis (inclusief dividenden) KBC Groep NV STOXX Banks
1 jaar, 2009–2010 -16% -25%
3 jaar, 2007–2010 -35% -24%
5 jaar, 2005–2010 -18% -12%

Financiële kalender en contactgegevens

De recentste versie van de financiële kalender vindt u op www.kbc.com/investor relations. Informatie over producten, diensten en publicaties van de groep is beschikbaar bij het KBC-Telecenter. Aandeelhouders en pers kunnen bovendien terecht bij onze Persdienst en ons Investor Relations Office. U vindt de financiële kalender en de betreffende contactgegevens in het deel Overige informatie.

Resultaat in 2010

✓ Nettorente-inkomsten

2% stijging tegenover 2009 (onderliggend); verbetering nettorentemarge en 6% aangroei depositovolume; daling kredietvolume vooral door intentionele afbouw van niet-thuismarktgebonden internationale kredietverlening.

✓ Verzekeringen

In België stijging verkoop schadeverzekeringen en uitstekende gecombineerde ratio, maar in Centraal- en Oost-Europa wordt gecombineerde ratio negatief beïnvloed door weersomstandigheden. Stijging verkoop levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen compenseert gedaalde verkoop levensverzekeringen met rentegarantie.

✓ Nettoprovisie-inkomsten

Sterk herstel tegenover 2009 (+6% onderliggend), onder meer dankzij groei provisie-inkomsten uit assetmanagement.

✓ Trading- en reëlewaarderesultaat

Belangrijke verbetering na bijzonder negatieve invloed van onder meer CDO-waardeveranderingen in 2009.

✓ Andere opbrengsten

Omvat gerealiseerde meerwaarden uit beleggingsportefeuilles, dividendinkomsten uit aandelenbeleggingen en overige nettoinkomsten. Overige netto-inkomsten negatief beïnvloed door zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK.

✓ Kosten

Status quo tegenover 2009 (onderliggend), door volgehouden kostenefficiëntiemaatregelen en afbouw merchantbankingactiviteiten, ondanks negatieve invloed van onder meer nieuwe bankenheffing in Hongarije.

✓ Waardeverminderingen

Kredietvoorzieningen aanzienlijk lager dan in 2009, onder meer dankzij Centraal- en Oost-Europa, Rusland en de buitenlandse kantoren; wel stijging in Ierland; ook aanzienlijk lagere afwaardering van goodwill en voor verkoop beschikbare effecten.

✓ Nettoresultaat

Per saldo 1,9 miljard euro nettowinst tegenover 2,5 miljard euro nettoverlies in 2009. Zonder uitzonderlijke elementen 1,7 miljard euro onderliggende nettowinst in 2010, vergelijkbaar met het jaar daarvoor.

Overzicht van de winst-en-verliesrekening

IFRS Onderliggend resultaat
Geconsolideerde resultaten van de KBC-groep (in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Nettorente-inkomsten 5 817 6 245 5 497 5 603
Rente-inkomsten 11 687 10 542 * *
Rentelasten -5 871 -4 297 * *
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 4 848 4 616 4 856 4 621
Niet-leven 1 925 1 916 1 925 1 916
Leven 2 923 2 700 2 931 2 705
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -4 412 -4 261 -4 416 -4 281
Niet-leven -1 244 -1 249 -1 224 -1 249
Leven -3 168 -3 012 -3 192 -3 031
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -63 -8 -64 -9
Dividendinkomsten 139 97 96 73
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-3 485 -77 938 855
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 224 90 293 98
Nettoprovisie-inkomsten 1 132 1 224 1 569 1 666
Provisie-inkomsten 2 059 2 156 * *
Provisielasten -927 -932 * *
Overige netto-inkomsten 427 452 342 118
Totale opbrengsten 4 625 8 378 9 111 8 744
Exploitatiekosten -4 779 -4 436 -4 888 -4 832
Bijzondere waardeverminderingen -2 725 -1 656 -1 913 -1 525
Op leningen en vorderingen -1 901 -1 483 -1 883 -1 481
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -326 -31 -16 -34
Op goodwill -483 -88 0 0
Op overige -14 -54 -15 -10
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -25 -63 -22 -61
Resultaat vóór belastingen -2 904 2 224 2 289 2 326
Belastingen 256 -82 -507 -587
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 101 -254 0 0
Resultaat na belastingen -2 547 1 888 1 782 1 739
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan minderheidsbelangen -82 28 58 29
Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
-2 466 1 860 1 724 1 710
Opdeling naar divisie
Divisie België 504 1 187 1 050 1 051
Divisie Centraal- en Oost-Europa -87 440 161 406
Divisie Merchantbanking 411 172 300 133
Groepscenter -3 293 62 213 120
Rendement op eigen vermogen -23% 12% 16% 11%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 104% 56% 55% 56%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 101% 100% 101% 100%
Kredietkostenratio, bankieren 1,11% 0,91% 1,11% 0,91%

Voor een definitie van de ratio's: zie Glossarium van gebruikte ratio's. Voor de (gewijzigde) opdeling in divisies: zie Structuur en management. Voor een omschrijving van onderliggend resultaat: zie verder in dit hoofdstuk. Door de toepassing van IFRS 5 werden bepaalde resultaatselementen in 2009 gewijzigd (zie verder in dit hoofdstuk onder Bijkomende informatie).

* Niet beschikbaar, aangezien de analyse van deze onderliggenderesultaatscomponenten op nettobasis gebeurt in de groep.

In dit hoofdstuk worden de geconsolideerde resultaten besproken. Een korte bespreking van de niet-geconsolideerde resultaten en balans vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

IFRS-resultaat versus onderliggend resultaat

Naast resultaten opgesteld in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de EU (resultaten volgens IFRS in dit jaarverslag), verstrekt KBC ook resultaten waarbij alle uitzonderlijke elementen worden uitgesloten en bepaalde elementen worden herschikt om de resultaten van de gewone bedrijfsontwikkeling duidelijker te maken (onderliggende resultaten). Deze onderliggende resultaten zijn als segmentrapportering in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en zijn dus conform IFRS 8. IFRS 8 legt op af te wijken van de IFRS-principes als daarmee de management view wordt weergegeven. Dat is effectief het geval, aangezien de onderliggende resultaten een belangrijk element zijn in de beoordeling en sturing van de divisies. Ze verschaffen immers inzicht in de bedrijfsresultaten, na uitsluiting van eenmalige of uitzonderlijke factoren. De commissaris heeft de segmentrapportering, als onderdeel van de geconsolideerde financiële staten, geauditeerd.

Een beschrijving van de verschillen tussen de IFRS-resultaten en de onderliggende resultaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie. Hieronder vindt u een samenvatting en een overzicht van de in 2009 en 2010 uit het onderliggend resultaat uitgesloten elementen met invloed op het nettoresultaat.

Vereenvoudigd overzicht
van de verschillen tussen de resultaten
volgens IFRS en de onderliggende resultaten Resultaten volgens IFRS Onderliggende resultaten
Reëlewaardeveranderingen van Onder Nettoresultaat uit
ALM-afdekkingsinstrumenten financiële instrumenten tegen reële waarde Uitgesloten
Reëlewaardeveranderingen
van eigen schuldinstrumenten Inbegrepen Uitgesloten
Uitzonderlijke elementen (waaronder resultaten
bij effectieve desinvesteringen en uitzonderlijke
waardeverliezen op financiële activa – CDO's,
aandelen e.d. – als gevolg van de financiële crisis) Inbegrepen Uitgesloten
Onder Nettoresultaat uit
Rente i.v.m. ALM-afdekkingsinstrumenten financiële instrumenten tegen reële waarde Onder Nettorente-Inkomsten
Opbrengsten van professionele tradingactiviteiten Verdeeld over verschillende componenten Samengebracht onder Nettoresultaat uit
financiële instrumenten tegen reële waarde
Resultaatsbijdrage van beëindigde bedrijfsactiviteiten Onder Nettoresultaat na belastingen
uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bij de verschillende resultaatscomponenten
Overzicht van de uit het onderliggend resultaat uitgesloten elementen (in miljoenen euro)1 2009 2010
Bedragen vóór belastingen en belangen van derden
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 79 -278
Winsten of verliezen gerelateerd aan CDO's -1 849 564
Vergoeding voor overheidsgarantieregeling i.v.m. CDO-gerelateerde risico's -1 409 -103
Waardeverliezen op voor verkoop beschikbare aandelen -367 0
(Terugname van) waardeverliezen i.v.m. in moeilijkheden verkerende Amerikaanse en IJslandse banken 65 13
Winst op terugkoop hybride Tier 1-effecten 128 0
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -493 -119
Verlies m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) -1 078 -260
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten 44 53
Resultaten bij desinvesteringen2 0 -186
Overige 141 -22
Belastingen en belangen van derden i.v.m. bovenvermelde elementen3 549 487

Totaal uitzonderlijke elementen -4 190 150

1 Deze elementen worden toegelicht in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met de segmentinformatie.

2 Omvat ook de -0,3 miljard euro invloed van de goodwillafboeking in verband met de in mei 2010 aangegane verkoopovereenkomst voor KBL EPB (midden maart 2011 werd bekend dat de verkoop aan de Hinduja-groep niet doorgaat).

3 Cijfer voor 2010 beïnvloed door boeking (in 2kw2010) van 0,4 miljard euro positieve belastinglatentie m.b.t. vroegere CDO-verliezen.

Kerncijfers geconsolideerde balans, solvabiliteit en beheerd vermogen

Geselecteerde balans- en solvabiliteitsinformatie en beheerd vermogen, KBC-groep (in miljoenen euro) 2009 2010
Balanstotaal 324 231 320 823
Leningen en voorschotten aan cliënten1 153 230 150 666
Effecten (eigenvermogensinstrumenten en schuldinstrumenten)1 98 252 89 395
Deposito's van cliënten en schuldpapier1 193 464 197 870
Technische voorzieningen vóór herverzekering en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen1 29 951 29 948
Risicogewogen activa 143 359 132 034
Totaal eigen vermogen2 17 177 18 674
Eigen vermogen van de aandeelhouders 9 662 11 147
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 7 000 7 000
Belangen van derden 515 527
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, in euro 28,4 32,8
Tier 1-ratio, groep (Basel II) 10,8% 12,6%
Core Tier 1-ratio, groep (Basel II) 9,2% 10,9%
Beheerd vermogen (in miljarden euro) 205 209

1 In overeenstemming met IFRS 5 werden de activa en verplichtingen van bepaalde desinvesteringsdossiers (KBL EPB) verplaatst naar de posten Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten in 2010. Daarom zijn bepaalde balanscijfers op 31 december 2010 niet perfect vergelijkbaar met 31 december 2009.

2 Details over de ontwikkeling van het eigen vermogen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties. Specifieke informatie over de ontwikkeling van het kapitaal, eigen aandelen in bezit van de vennootschap en dergelijke vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

Bijkomende informatie

  • • Tegenover het vorige jaarverslag werden de namen van enkele posten van de winst-en-verliesrekening vereenvoudigd. Een overzicht daarvan vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichting 1 a.
  • • De resultaatsvergelijking tussen 2009 en 2010 wordt beïnvloed door het lopende desinvesteringsprogramma (waarover meer verder in dit jaarverslag):
  • Wat de al in 2010 afgeronde desinvesteringen betreft (vooral Secura, KBC Peel Hunt en diverse activiteiten van KBC Financial Products), bedraagt de invloed op de groepsresultaten samen ongeveer 0,15 miljard euro op een totaal nettoresultaat van de groep van 1,86 miljard euro. Dat omvat vooral de meer- en minderwaarden bij verkoop (het merendeel via de post Overige nettoinkomsten, maar uitgesloten uit de onderliggende cijfers) en een zeer beperkt bedrag naar aanleiding van het ten dele wegvallen van de resultaatsbijdrage van de verkochte maatschappijen/activiteiten.
  • De (materiële) desinvesteringen die eind 2010 nog niet waren afgerond, maar wel onder IFRS 5 vielen, betreffen alleen KBL EPB (incl. VITIS Life), dat bovendien als beëindigde bedrijfsactiviteit wordt gekwalificeerd. Dat wil zeggen dat in de IFRS-winst-enverliesrekening alle betreffende posten, inclusief de resultaten m.b.t. de verkoop (-0,3 miljard euro), samengebundeld werden in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsresultaten, met aanpassing van de referentiecijfers voor 2009 (in de onderliggende resultaten blijven de resultaten van KBL EPB nog onder alle relevante resultaatsposten staan en het resultaat van de verkoop zelf wordt beschouwd als uitzonderlijk element en dus uitgesloten). Opgelet: midden maart 2011 werd bekend dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat (zie verder in het hoofdstuk Groepscenter).
  • Ook de balans wordt beïnvloed door de in 2010 afgeronde desinvesteringen (komen niet meer voor op de balans per 31 december 2010) en diegene die onder IFRS 5 vallen (de betreffende activa en verplichtingen worden samengebundeld in de posten Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten, evenwel zonder aanpassing van de referentiecijfers voor 2009). In Toelichting 18 van de geconsolideerde jaarrekening wordt voor de voornaamste producten een berekening gegeven van de cijfers voor 2009 zonder de betreffende desinvesteringen (ter vergelijking met 2010).
  • • De totale invloed op het nettoresultaat van wisselkoersverschillen van de belangrijkste niet-euromunten samen was zeer beperkt (in de orde van grootte van +20 miljoen euro).
  • • Informatie over (het gebruik van) financiële instrumenten en hedge accounting vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening (onder meer Toelichting 1 b, 5 en 18–29) en in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Nettorente-inkomsten

De nettorente-inkomsten bedroegen 6 245 miljoen euro in 2010. Op onderliggende basis is dat 5 603 miljoen euro, een verbetering met 2% tegenover 2009. De nettorentemarge bedroeg 1,92%, i.e. ruwweg 8 basispunten hoger dan in 2009 (onder meer dankzij Centraal- en Oost-Europa). Het totale kredietvolume daalde met 2% in de loop van 2010, op vergelijkbare basis. Daarbij werd de stijging van de Belgische retailkredieten (+5%) gecompenseerd door de verdere intentionele afbouw van de internationale kredietportefeuilles buiten de thuismarkten (kredietportefeuille Divisie Merchantbanking -13%) als gevolg van de strategische herfocussering. In Centraal- en Oost-Europa vertoonde de kredietportefeuille een kleine daling (-3%), met de grootste relatieve daling in Hongarije. Het totale depositovolume steeg met 6% in 2010, op vergelijkbare basis, met een aangroei in zowel Divisie België, Divisie Centraal- en Oost-Europa als Divisie Merchantbanking.

Schadeverzekeringspremies

In 2010 bedroegen de verdiende premies van schadeverzekeringen 1 916 miljoen euro, vergelijkbaar met het jaar daarvoor. In België was er opnieuw een groei van 3% (exclusief Secura, dat in 2010 werd verkocht), terwijl in Centraal- en Oost-Europa de premie-inkomsten uit schadeverzekeringen licht daalden. De stormen en overstromingen in 2010 zorgden vooral in Centraal- en Oost-Europa voor relatief hoge schadelasten, waardoor de gecombineerde ratio er uitkwam op 108%. In België bleef de gecombineerde ratio evenwel met 95% op een uitstekend niveau. Daardoor bleef in 2010 de ratio voor de groep als geheel op 100%, vergelijkbaar met het jaar daarvoor.

Levensverzekeringspremies

De verdiende premies van levensverzekeringen bedroegen 2 700 miljoen euro in 2010. Dat is, conform IFRS, exclusief bepaalde types levensverzekeringen (vooral levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen, de tak 23-producten). Als de premie-inkomsten voor die producten worden meegeteld, bedragen de totale premie-inkomsten uit levensverzekeringen 4,6 miljard euro, vergelijkbaar met 2009. Daarbij werd de gedaalde verkoop van producten met rentegarantie gecompenseerd door een gestegen verkoop van levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen. In totaal maakten de producten met rentegarantie in 2010 ongeveer 61% uit van de levensverzekeringspremie-inkomsten. De levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen namen 39% voor hun rekening. Op 31 december 2010 bedroegen de totale Levenreserves van de groep 26 miljard euro (zonder VITIS Life). Divisie België neemt daarvan het grootste deel voor haar rekening (83%), terwijl Divisie Centraal- en Oost-Europa tekent voor 8% (en Groepscenter 9%).

Nettoprovisie-inkomsten

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 224 miljoen euro in 2010, of 1 666 miljoen euro op onderliggende basis, een sterke verbetering (+6%) ten opzichte van het jaar daarvoor. Het herstel van de provisie-inkomsten is onder meer te danken aan de stijging van de provisie-inkomsten uit assetmanagementactiviteiten, wat uiteraard in verband staat met de verbetering van het beleggingsklimaat.

Eind 2010 bedroeg het totale beheerd vermogen van de groep (beleggingsfondsen en vermogensbeheer voor particuliere en institutionele beleggers) om en bij de 209 miljard euro. Dat is licht hoger dan eind 2009. Het grootste deel van het beheerd vermogen per eind 2010 slaat op Divisie België (146 miljard euro). Divisie Centraal- en Oost-Europa nam eind 2010 ruwweg 13 miljard beheerd vermogen voor haar rekening, en Groepscenter – dat is vooral KBL EPB en Centea – ongeveer 50 miljard euro.

Trading- en reëlewaarderesultaten

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (verder tradingen reëlewaarderesultaat) bedroeg in 2010 -77 miljoen euro, tegenover -3 485 miljoen euro het jaar daarvoor. 2009 was immers bijzonder negatief beïnvloed door relatief hoge verliezen in verband met de legacy gestructureerde derivatenactiviteiten van KBC Financial Products en negatieve waardeaanpassingen op CDO's. In 2010 waren de waarde-aanpassingen op CDO's per saldo positief, vooral dankzij de hogere marktprijs voor bedrijfskredieten, maar was er onder meer een negatieve invloed van de waardeaanpassingen voor bepaalde PIIGS-overheidsobligaties (gebruikt in het kader van de reëlewaardeoptie) ad circa 0,3 miljard euro. Als we die en andere uitzonderlijke elementen uitsluiten en bovendien alle tradinggerelateerde inkomsten die volgens IFRS onder andere opbrengstenposten vallen bij dat trading- en reëlewaarderesultaat tellen, dan bedraagt het onderliggende tradingen reëlewaarderesultaat een positieve 855 miljoen euro in 2010.

Overige inkomsten

De dividendinkomsten bedroegen 73 miljoen euro in 2010 (onderliggend), een kwart lager dan in het jaar daarvoor. Het onderliggende Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa bedroeg 98 miljoen euro, een daling tegenover het jaar daarvoor, dat begunstigd was door aanzienlijke meerwaarden op de verkoop van obligaties, terwijl 2010 (onder meer) minderwaarden bij de verkoop van bepaalde overheidsobligaties van PIIGS-landen bevat. De onderliggende Overige nettoinkomsten bedroegen 118 miljoen euro, tegenover 342 miljoen euro in 2009. Die post werd in 2010 negatief beïnvloed door het boeken van 175 miljoen euro (vóór belastingen) voor een uitzonderlijke zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK. Noteer dat het IFRS-cijfer voor 2010 (452 miljoen euro) ook een 0,2 miljard euro gerealiseerde meerwaarde naar aanleiding van afgeronde desinvesteringen omvat (uitgesloten uit de onderliggende cijfers).

Trading- en reëlewaarderesultaten (onderliggend, in miljoenen euro)

1 666

2009 2010

1 569

Exploitatiekosten

De exploitatiekosten bedroegen 4 436 miljoen euro in 2010, of 4 832 miljoen euro op onderliggende basis, vergelijkbaar (-1%) met het jaar daarvoor, ondanks bijkomende kosten gerelateerd aan een nieuwe bankenheffing in Hongarije (Divisie Centraal- en Oost-Europa) en het Belgische depositogarantiestelsel (Divisie België). In Divisie Merchantbanking en Groepscenter is er een kostendaling. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de groep (exploitatiekosten / totale opbrengsten) bedroeg in 2010 daardoor 56%, in de lijn van het jaar daarvoor. De kostenratio van de verzekeringsactiviteiten van de groep (kosten / geboekte premies) bedroeg 32%, hetzelfde percentage als in 2009.

Waardeverminderingen op kredieten

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) bedroegen 1,5 miljard euro in 2010. Dat is, ondanks de hogere kredietvoorzieningen in Ierland (525 miljoen euro in 2010, 176 miljoen euro in 2009), een aanzienlijke verbetering ten opzichte van 1,9 miljard euro in 2009, die vooral te danken is aan de lagere kredietvoorzieningen in Centraal- en Oost-Europa (vooral in Polen en Tsjechië) en in Rusland, in de buitenlandse kantoren en bij Amerikaanse door activa gedekte effecten (die als leningen en vorderingen worden geboekt). De kredietkostenratio van de groep daalt daardoor van 111 basispunten in 2009 naar 91 basispunten in 2010 (138 basispunten in Divisie Merchantbanking, 122 basispunten in Divisie Centraal- en Oost-Europa en een bijzonder gunstige 15 basispunten in Divisie België). Op 31 december 2010 bedroeg het aandeel van de non-performing kredieten in de totale kredietportefeuille 4,1%, ten opzichte van 3,4% in 2009.

Andere waardeverminderingen

De waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa bedroegen 31 miljoen euro in 2010 en betreffen nagenoeg uitsluitend afwaarderingen op aandelen uit de beleggingsportefeuille. Dat is een grote verbetering tegenover 2009. De andere waardeverminderingen omvatten vooral waardeverminderingen van goodwill met betrekking tot bepaalde dochtermaatschappijen en geassocieerde maatschappijen (opnieuw aanzienlijk minder dan in 2009). Dergelijke goodwillafwaarderingen zijn geëlimineerd uit de onderliggende resultaten. De goodwillafboeking in verband met het in mei 2010 aangegane (maar nadien niet-doorgegane) akkoord over de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep wordt, conform IFRS 5, in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten opgenomen (en ook uitgesloten uit de onderliggende cijfers).

Nettoresultaat per divisie

Het IFRS-nettoresultaat van de groep in 2010 wordt als volgt verdeeld over de divisies van de groep: België 1 187 miljoen euro, Centraal- en Oost-Europa 440 miljoen euro, Merchantbanking 172 miljoen euro en Groepscenter (dat ook de resultaten van de te desinvesteren groepsmaatschappijen omvat) 62 miljoen euro. Na correctie voor uitzonderlijke elementen bedraagt het onderliggend resultaat 1 051 miljoen voor Divisie België (vergelijkbaar met het jaar daarvoor), 406 miljoen euro voor Divisie Centraal- en Oost-Europa (2,5 keer zoveel als het jaar daarvoor, onder meer dankzij lagere kredietverliezen), 133 miljoen euro voor Divisie Merchantbanking (-56% tegenover 2009, onder meer door hogere waardeverminderingen op kredieten in Ierland en de invloed van een zaak van onregelmatigheden bij een groepsmaatschappij) en 120 miljoen euro voor Groepscenter. Een overzicht van alle uit het onderliggend resultaat uitgesloten elementen vindt u hierboven in dit hoofdstuk. Een analyse van de resultaten per divisie vindt u in de betreffende hoofdstukken.

Balans en solvabiliteit

Eind 2010 bedroeg het geconsolideerde balanstotaal van de KBC-groep 321 miljard euro, 1% lager dan per einde 2009. De risicogewogen activa daalden met 8% tot 132 miljard euro op 31 december 2010, vooral door de intentionele afbouw van de niet-thuismarktgebonden kredietportefeuilles en de desinvesteringen. De belangrijkste producten op de actiefzijde blijven de Leningen en voorschotten aan cliënten (kredieten, 141 miljard euro per einde 2010, zonder omgekeerde repos) en Effecten (89 miljard euro, waarvan 96% schuldinstrumenten). Op vergelijkbare basis daalden de kredieten met 2%, vooral als gevolg van de afbouw van de internationale kredietportefeuilles buiten de thuismarkten. Op de thuismarkten bleef de kredietverlening min of meer op peil (Divisie België +5%, Divisie Centraal- en Oost-Europa -3%). De belangrijkste kredietproducten (cijfers inclusief omgekeerde repos) blijven de termijnkredieten (72 miljard euro) en de woningkredieten (62 miljard euro, +7% tegenover eind 2009). Op vergelijkbare basis stegen de totale cliëntendeposito's (zonder repos) van de groep met 6% tot 182 miljard euro. De deposito's groeiden aan in alle divisies (België, Centraal- en Oost-Europa en Merchantbanking). De voornaamste depositoproducten (cijfers inclusief repos) blijven de termijndeposito's (59 miljard euro), de zichtdeposito's (48 miljard euro) en de depositoboekjes (40 miljard euro, een stijging van 1,6 miljard euro in 2010). De technische voorzieningen en de schulden met betrekking tot de beleggingscontracten van de verzekeraar bedroegen samen 30 miljard euro per eind 2010.

Op 31 december 2010 bedroeg het totale eigen vermogen van de groep 18,7 miljard euro. Dat eigen vermogen omvat het eigen vermogen van de aandeelhouders (11,1 miljard euro), belangen van derden (0,5 miljard euro) en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (7 miljard euro – meer uitleg in het deel Overige informatie). Het totale eigen vermogen groeide in 2010 per saldo aan met 1,5 miljard euro, hoofdzakelijk door de inclusie van het positieve jaarresultaat (+1,9 miljard euro) en de daling met 0,4 miljard euro van herwaarderingsreserve met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa. Eind 2010 bedroeg de Tier 1-ratio van de groep daardoor een stevige 12,6%. Een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.

Divisie België

Onderliggend nettoresultaat 1,1 miljard euro,

op hetzelfde niveau als 2009

Stijging nettorente-inkomsten en herstel

nettoprovisie-inkomsten

kredietverliezen

Stijging verkoop schadeverzekeringen

en uitstekende gecombineerde ratio

Gunstig kostenniveau en blijvend lage

Start van de optimalisering van de commerciële aanpak van het distributienetwerk

Nieuwe strategie blijft gefocust op bankverzekeren

Begin maart 2011: overeenkomst over de verkoop

Johan Thijs, CEO Divisie België

Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010) Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010)

van Centea

Divisie België omvat de activiteiten op het gebied van retail- en privatebankverzekeren van de groep in België. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2010 tot deze divisie behoorden, zijn ADD, CBC Banque, KBC Asset Management, KBC Bank (Belgische retail- en privatebankingactiviteiten), KBC Verzekeringen, KBC Lease (retail België), Secura (ondertussen verkocht), Assurisk (vanaf dit jaarverslag bij deze divisie) en Groep VAB.

Ook Centea en Fidea, die in overeenstemming met het strategische plan zullen worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter (waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat).

via fijnmazig verkoopnetwerk en uniek bankverzekeringsmodel

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Divisie België* (in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Nettorente-inkomsten 2 375 2 496 2 144 2 243
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 3 315 2 886 3 315 2 886
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -3 226 -2 851 -3 206 -2 851
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -44 -11 -44 -11
Dividendinkomsten 66 50 62 50
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-430 -252 69 60
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 111 51 139 51
Nettoprovisie-inkomsten 653 770 653 770
Overige netto-inkomsten 129 248 129 119
Totale opbrengsten 2 949 3 388 3 262 3 318
Exploitatiekosten -1 899 -1 703 -1 700 -1 702
Bijzondere waardeverminderingen -322 -109 -75 -104
Op leningen en vorderingen -74 -82 -74 -82
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -245 -23 -1 -23
Op goodwill -3 -6 0 0
Op overige 0 0 0 0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0 0 0
Resultaat vóór belastingen 728 1 576 1 488 1 513
Belastingen -242 -384 -433 -457
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 486 1 192 1 055 1 056
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -18 5 5 5
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 504 1 187 1 050 1 051
Bankactiviteiten 646 599 667 725
Verzekeringsactiviteiten -143 588 383 326
Risicogewogen activa groep per einde periode (Basel II) 28 542 28 744 28 542 28 744
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 709 2 751 2 709 2 751
Rendement op toegewezen kapitaal 15% 42% 36% 37%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 63% 59% 57% 55%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 97% 95% 97% 95%

* We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter (zie verder), en ook de referentiecijfers voor 2009 daarvoor werden aangepast. Voor een toelichting bij de berekening van de onderliggende cijfers verwijzen we naar het hoofdstuk Resultaat in 2010 en naar de aansluitingstabel hieronder.

Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij:

aansluiting IFRS – onderliggend (in miljoenen euro)1 2009 2010
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 1 050 1 051
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 123 -216
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's -366 210
Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie2 -245 -17
Waardeverliezen op voor verkoop beschikbare aandelen -268 0
Winst op terugkoop hybride Tier 1-effecten 22 0
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -3 -6
Resultaten bij desinvesteringen 0 78
Overige 103 15
Belastingen en belangen van derden i.v.m. bovenvermelde elementen 87 72
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 504 1 187

1 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen bij de segmentinformatie.

2 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

In 2010 genereerde Divisie België een nettoresultaat van 1 187 miljoen euro, ten opzichte van 504 miljoen euro het jaar daarvoor. Op onderliggende basis bedroeg het nettoresultaat 1 051 miljoen euro, vergelijkbaar met het cijfer van het jaar daarvoor, ondanks de hogere kosten met betrekking tot het depositogarantiesysteem. We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter.

In 2010 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 2 496 miljoen euro. Op onderliggende basis was dat 2 243 miljoen euro, een verbetering van 5% ten opzichte van het jaar daarvoor. Bij de bankactiviteiten daalde de nettorentemarge met 12 basispunten tot 1,46%, maar stegen de volumes: de kredieten groeiden aan met 5%, een reflectie van het geleidelijke economische herstel, en ook het depositovolume nam verder toe, met ongeveer 8% in een jaar tijd. Ook de obligatieportefeuille van de verzekeringsactiviteiten groeide verder aan, met een positieve invloed op de nettorente-inkomsten.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 2 886 miljoen euro, waarvan 1 885 miljoen euro voor levensverzekeringen en 1 001 miljoen euro voor schadeverzekeringen. Die laatste zetten hun gestage stijging van de afgelopen jaren voort (+3% in 2010, exclusief Secura, dat werd verkocht in 2010) en zetten opnieuw een goed technisch resultaat neer, wat tot uiting komt in een gecombineerde ratio van 95%. De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen of tak 23-producten), klokten af op 2,6 miljard euro, 8% minder dan in 2009 (stijging bij tak 23-producten, maar daling bij producten met rentegarantie (tak 21)). Het merendeel (72%) van de in 2010 verkochte levensverzekeringen betreft, ondanks de daling in 2010, nog altijd de producten met rentegarantie. Eind 2010 bedroegen de uitstaande Levenreserves van deze divisie 22 miljard euro, een stijging van 9% tegenover eind 2009.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 770 miljoen euro. Bij de ontvangen provisies (in het bankbedrijf) zette de sinds het tweede kwartaal van 2009 ingezette herstelbeweging zich voort in 2010, wat leidde tot een sterke stijging van 12% in 2010, vooral dankzij groeiende provisie-inkomsten uit assetmanagementactiviteiten. Het beheerd vermogen steeg licht op jaarbasis (+1%), tot 146 miljard euro (exclusief Centea). De (voornamelijk aan agenten in het verzekeringsbedrijf) betaalde provisies daalden met 7% in 2010.

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 51 miljoen euro (minder dan in 2009, dat was begunstigd door meerwaarden op de verkoop van een obligatieportefeuille), de dividendinkomsten uit aandelenbeleggingen bedroegen 50 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg -252 miljoen euro (op onderliggende basis, dus onder meer na verschuiving van alle tradinggerelateerde inkomsten die onder IFRS bij andere inkomstenposten zijn geteld, was dat 60 miljoen euro) en de overige netto-inkomsten bedroegen 248 miljoen euro (119 miljoen euro meer dan in 2009, onder meer dankzij de meerwaarde bij de verkoop van Secura in 2010).

In 2010 totaliseerden de exploitatiekosten 1 703 miljoen euro. Dat is op onderliggende basis – ondanks hogere kosten (+47 miljoen euro) in verband met het depositogarantiestelsel – een status quo tegenover het jaar daarvoor, waarbij de hogere variabele vergoeding en de daling van het personeelsbestand elkaar deels uitvlakten. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten bedroeg daardoor een goede 55% (57% in 2009), terwijl de kostenratio van de verzekeringsactiviteiten iets minder dan 30% bedroeg.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen 82 miljoen euro. Net zoals het jaar daarvoor resulteerde dat in een bijzonder gunstige kredietkostenratio (15 basispunten in 2010, vergelijkbaar met 2009). Op 31 december 2010 was circa 1,5% van de portefeuille Belgische retailkredieten non-performing, wat opnieuw vergelijkbaar is met het cijfer van het jaar daarvoor. De waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare activa daalden van 245 miljoen euro in 2009 (vooral gerelateerd aan de daling van de beurskoersen in het eerste kwartaal van dat jaar) tot 23 miljoen euro in 2010.

2010
Divisie België 2009 2010 zonder Centea
en Fidea
Netwerk
Retailbankkantoren, KBC Bank en CBC Banque1 809 793 793
Privatebankingkantoren, KBC Bank en CBC Banque 26 26 26
Bankagentschappen, Centea 687 667
Verzekeringsagentschappen, KBC Verzekeringen 498 506 506
Beheerd vermogen
Totaal beheerd vermogen (in miljarden euro) 146 148 146
Marktaandelen (schattingen)
Kredieten 23% 23% 21%
Deposito's 18% 18% 17%
Beleggingsfondsen 39% 39% 37%
Levensverzekeringen (tak 21 en tak 23) 17% 17% 16%
Schadeverzekeringen 10% 10% 8%
Indicatoren van het elektronische betalingsverkeer in België
Aandeel van betalingstransacties via elektronische kanalen 94% 94% 94%
Aantal KBC- en CBC-Matic-geldautomaten 1 254 1 246 1 246
Maandelijks aantal geldopnemingen aan KBC- en CBC-Matic-geldautomaten (in miljoenen) 4,7 4,7 4,7
Actieve gebruikers KBC-internet- en -pc-bankieren 884 000 992 000 879 000
Cliëntentevredenheid
Percentage van ondervraagden dat het KBC-bankkantoor een score goed of zeer goed geeft
(min. 8/10)
74% 74%
Kredietportefeuille2
Toegestaan bedrag (in miljarden euro) 57,5 60,1
Belang in de totale kredietportefeuille van de groep 29% 31%

1 Inclusief de socialprofitkantoren. Exclusief de zogenaamde succursales van CBC (die in het hoofdstuk Merchantbanking worden vermeld).

2 Centea wordt opgenomen in de kredietportefeuille van Groepscenter, voor zowel 2009 als 2010.

Macro-economische ontwikkeling in 2010 en verwachtingen

In het zog van de uitzonderlijk hoge Duitse groei presteerde de Belgische economie in 2010 met een reële bbp-groei van 2,1% dubbel zo sterk als wat in vroege ramingen bij het begin van dat jaar was geschat. Het activiteitsherstel werd voornamelijk door de uitvoer getrokken, maar ook de binnenlandse vraag won in 2010 aan dynamiek onder meer dankzij de verrassende verbetering op de arbeidsmarkt. In 2010 bleef het tekort op het Belgische overheidsbudget beperkt tot 4,6%, beneden de doelstelling van het Europese Stabiliteitsprogramma. In 2011 verwachten we dat de groei wordt gesteund door een verdere versteviging van de binnenlandse vraag, terwijl de groei van de uitvoer wellicht wat vaart zal minderen door de wat geringere trekkracht van de wereldconjunctuur. Met een geraamde bbp-groei van 2% in 2011 blijft het groeitempo in België allicht wat sneller dan voor de hele EMU (1,9%).

Strategie en Net 3.0

De strategie van Divisie België bouwt voort op de succesrecepten uit het verleden. Daarbij denken we vooral aan de sterke lokale verankering, gebaseerd op relatiebankverzekeren via een fijnmazig netwerk van bankkantoren en verzekeringsagentschappen, ondersteund door een complementair internetkanaal.

Ook het unieke en succesvolle samenwerkingsmodel tussen bankkantoren en verzekeringsagentschappen in micromarkten draagt in belangrijke mate bij tot de goede resultaten van deze divisie. Met dat model kan KBC zijn cliënten een volledig productaanbod leveren dat op hun behoeften is afgestemd. Dat concept stimuleert ook de kruisverkoop: zo verkocht KBC in 2010 bijvoorbeeld bij ongeveer 8 op 10 woningkredieten ook een woningpolis en bij zo'n drie vierden een schuldsaldoverzekering. In 2010 namen de bankkantoren ruwweg 80% van de verkopen van levensverzekeringen voor hun rekening. Voor schadeverzekeringen zijn de verzekeringsagenten het belangrijkste verkoopkanaal (ongeveer twee derden), en bedraagt het aandeel van de bankkantoren al ongeveer een vijfde.

Met als doel de positie van KBC veilig te stellen in een zeer concurrerende en continu veranderende omgeving, werd in 2010 een programma opgestart om de structuur van het commerciële netwerk in België verder te optimaliseren. Voor Vlaanderen en Brussel draagt dat project de naam Net 3.0 en wordt vanaf begin 2011 uitgerold. KBC neemt daarbij een drievoudig engagement op ten overstaan van zijn cliënten, te weten (1) relatiebeheer op maat van iedere cliënt, (2) vlot toegankelijke expertise voor iedere cliënt en (3) nabijheid en bereikbaarheid via een multikanaalnetwerk. Nieuwe aspecten in het model zijn:

  • • een verdere uitbreiding van onlinediensten,
  • • verruimde openingstijden en mogelijkheid tot afspraken met relatiebeheerders buiten de openingstijden,
  • • uitbreiding relatiebeheer voor kmo's, lokale ondernemingen, zelfstandigen en vrije beroepen,
  • • oprichting van KBC Corporate Insurance voor een nog betere verzekeringsdienstverlening aan ondernemingen vanaf een bepaalde grootte,
  • • nieuwe KBC Premium Banking-service voor retailcliënten met een bij KBC belegd vermogen tussen 250 000 en 1 miljoen euro,
  • • de oprichting van een wealth management-kantoor binnen het privatebankingsegment voor cliënten met vermogens groter dan 5 miljoen euro,
  • • verdere investeringen in de uitbreiding van het verzekeringsagentennetwerk.

In Wallonië en Brussel richt CBC Banque & Assurance zich naar lokale ondernemingen en (vermogende) cliënten, met focus op personal banking voor vermogens tussen 75 000 en 500 000 euro en private banking voor vermogens groter dan 500 000 euro.

Verkoopproces voor Centea en Fidea

Het strategische plan van de groep voorziet erin dat, in het kader van de focus op de kernactiviteiten en het genereren van middelen om de ontvangen overheidssteun terug te betalen, bepaalde entiteiten worden gedesinvesteerd. Voor België betreft het Centea en Fidea. In 2010 werd daarvoor heel wat voorbereidend werk verricht. Het zogenaamde ontvlechtingsproces werd midden 2010 voltooid, waarna werd gestart met de voorbereiding van het eigenlijke verkoopproces. In maart 2011 werd voor Centea een verkoopovereenkomst getekend met Landbouwkrediet (meer informatie in het hoofdstuk Groepscenter – afronding van de verkoop later dit jaar verwacht).

In 2010 werd ook Secura, de herverzekeringsmaatschappij van KBC, verkocht. Meer daarover vind u in het hoofdstuk Groepscenter.

Uitbreiding directe kanalen

Ook het internet krijgt een belangrijke plaats in het vernieuwde distributienetwerk, en wel als ondersteunend kanaal met specifieke accenten voor specifieke cliëntengroepen.

In 2010 werd de website www.kbc.be alvast verrijkt met een hele reeks verkooptoepassingen. Elke maand zijn er duizenden aandelenen fondsentransacties, en talloze aanvragen van kredieten, rekeningen, kaarten en verzekeringen. De KBC-website heeft maandelijks meer dan 20 miljoen bezoeken en bijna 2 miljoen unieke bezoekers. Naast de gewone website werd in 2010 ook een mobiele site (m.kbc.be) gelanceerd, die bereikbaar is via een breed scala van smartphones. Ook KBC-Online werd verder uitgebreid. Zo werd onder meer de veiligheid nog verder verhoogd door een extra beveiliging bij het overschrijven van grote bedragen. Eind 2010 telden KBC-Online en CBC-Online samen bijna 900 000 actieve gebruikers, opnieuw een belangrijke stijging tegenover het jaar daarvoor.

Marktaandelen

Ondanks hernemende beurzen bleven de meeste cliënten kiezen voor beleggingen met laag risico. Het volume op spaarrekeningen groeide aan tot 40 miljard euro. Daarnaast werd meer focus gelegd op termijnrekeningen met een aanzienlijke aangroei tot gevolg. Ook op het vlak van beleggingsproducten ging de voorkeur van de cliënt uit naar producten met weinig risico. Opnieuw werden diverse innovatieve beleggingsfondsen en beleggingsverzekeringen gelanceerd. Zo was er in 2010 onder meer de succesvolle lancering van het nieuwe product KBC Safe4Life, een flexibele beleggingsverzekering gecombineerd met een overlijdensverzekering.

In een toch wel concurrerende omgeving bleef het marktaandeel van KBC, op basis van voorlopige gegevens, vrijwel stabiel, dat wil zeggen ongeveer 17% voor deposito's en 21% voor kredietverlening (telkens zonder Centea). Het aandeel in de verzekeringsmarkt bedroeg (telkens zonder Fidea) naar schatting 16% voor Leven (tak 21 en tak 23 samen). Voor Schade bedraagt het iets meer dan 8%, een stijging ten opzichte van het jaar daarvoor. Inzake beleggingsfondsen scoort de groep zoals in de voorgaande jaren zeer hoog met een geschat marktaandeel van 37% (zonder Centea).

De groep schat, zonder Centea en Fidea, het aantal cliënten in België op circa 3,4 miljoen.

Cliënten- en werknemerstevredenheid

De aanpak van KBC op het vlak van relatiebankverzekeren werd opnieuw beloond met zeer goede cliëntentevredenheidscijfers. De meest recente enquête met betrekking tot de bankkantoren bevestigt dat de cliënten over het algemeen zeer tevreden zijn: 95% van de cliënten is tevreden, en 74% is zelfs heel tevreden (en geeft het kantoor een 8/10 of meer).

Ook bij zijn medewerkers behaalt KBC zeer goede scores. De laatste enquête geeft aan dat het aandeel tevreden en zeer tevreden medewerkers niet minder dan 96% bedraagt, in overeenstemming met de resultaten van de laatste jaren. Die goede score wordt bevestigd in de enquête Beste Werkgever door Vlerick Leuven Gent Management School en Great Place to Work® Institute in samenwerking met Vacature. Net als in de voorgaande jaren werd KBC in 2010 opnieuw uitgeroepen tot een van de Beste Werkgevers in België.

Niet alleen zijn relatie met cliënten en medewerkers is voor KBC, als grote bank-verzekeraar, van groot belang. Dat geldt eveneens voor zijn rol in de maatschappij in het algemeen. Dat uit zich in diverse initiatieven op het gebied van mecenaat en bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling (bijvoorbeeld samenwerking met het buurthuis Bonnevie en het buurtcentrum Foyer), milieu, productaanbod (onder andere groene woningkredieten, duurzame fondsen) en maatschappelijke betrokkenheid (zoals de betrokkenheid van de medewerkers bij bloedinzamelacties). U vindt meer informatie over onze maatschappelijke projecten in ons CSR Report, dat beschikbaar is op www.kbc.com.

Divisie Centraal- en Oost-Europa

2,5 keer dat van 2009

Stijging totale opbrengsten en vrijwel stabiele kosten, ondanks invloed van nieuwe Hongaarse bankenheffing Aanzienlijke daling kredietverliezen Nieuwe strategie focust op bankverzekeren op

0,4 miljard euro nettoresultaat in 2010

Onderliggend nettoresultaat ook 0,4 miljard euro,

Marko Voljcˇ, CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa

Verkoop van aanwezigheid in niet-kernlanden als marktomstandigheden daarvoor optimaal zijn

Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010) Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010)

geselecteerde kernlanden

Divisie Centraal- en Oost-Europa omvat alle activiteiten van de groep in de Centraal- en Oost-Europese regio. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2010 tot deze divisie behoorden, zijn CIBANK (Bulgarije), Cˇ SOB (Tsjechië), Cˇ SOB (Slowakije), Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB Poist'ovˇna (Slowakije), DZI Insurance (Bulgarije), K&H Bank (Hongarije), K&H Insurance (Hongarije), Kredyt Bank (Polen) en WARTA (Polen).

Ook Absolut Bank (Rusland), KBC Banka (Servië), NLB Vita (Slovenië) en Nova Ljubljanska banka (Slovenië, minderheidsbelang), die in overeenstemming met het strategische plan zullen worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter.

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Divisie Centraal- en Oost-Europa* (in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Nettorente-inkomsten 1 595 1 877 1 656 1 855
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 083 1 360 1 083 1 360
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -748 -1 054 -748 -1 054
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -25 -9 -25 -9
Dividendinkomsten 9 3 9 3
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
165 177 63 183
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 17 22 17 20
Nettoprovisie-inkomsten 295 284 295 284
Overige netto-inkomsten 103 81 103 54
Totale opbrengsten 2 494 2 740 2 453 2 696
Exploitatiekosten -1 535 -1 532 -1 477 -1 532
Bijzondere waardeverminderingen -918 -467 -641 -464
Op leningen en vorderingen -630 -452 -630 -452
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -16 0 0 0
Op goodwill -262 -3 0 0
Op overige -11 -11 -11 -11
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 2 1 2 1
Resultaat vóór belastingen 42 742 337 701
Belastingen -24 -90 -36 -86
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 18 652 301 615
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 105 212 140 210
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -87 440 161 406
Bankactiviteiten -81 408 93 376
Verzekeringsactiviteiten -6 32 69 30
Risicogewogen activa groep per einde periode (Basel II) 34 112 33 288 34 112 33 288
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 890 2 821 2 890 2 821
Rendement op toegewezen kapitaal -2% 19% 7% 17%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 60% 53% 59% 54%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 107% 108% 107% 108%

* We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter (zie verder), en ook de referentiecijfers voor 2009 daarvoor werden aangepast. Voor een toelichting bij de berekening van de onderliggende cijfers verwijzen we naar het hoofdstuk Resultaat in 2010 en naar de aansluitingstabel hieronder.

Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij:

aansluiting IFRS – onderliggend (in miljoenen euro)* 2009 2010
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 161 406
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -21 14
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's -14 30
Waardeverliezen op voor verkoop beschikbare aandelen -16 0
(Terugneming van) waardevermindering op in moeilijkheden verkerende banken in de VS en IJsland 19 0
Winst op terugkoop hybride Tier 1-effecten 36 0
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -262 -3
Overige 21 0
Belastingen en belangen van derden i.v.m. bovenvermelde elementen -9 -6
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS -87 440

* Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen bij de segmentinformatie.

In 2010 genereerde Divisie Centraal- en Oost-Europa een nettowinst van 440 miljoen euro, ten opzichte van een nettoverlies van 87 miljoen euro in 2009. Op onderliggende basis bedroeg de nettowinst 406 miljoen euro, ongeveer 2,5 keer zoveel als in 2009. Hieronder wordt voor de berekening van de organische groeicijfers de invloed van wisselkoersveranderingen buiten beschouwing gelaten. We herhalen dat de resultaten van de groepsbedrijven die volgens het strategische plan in de toekomst zullen worden verkocht, werden verplaatst naar Groepscenter. Dat geldt ook voor het minderheidsbelang in Cˇ SOB (Tsjechië) waarvoor het strategische plan een beursintroductie voorziet.

In 2010 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 1 877 miljoen euro. Op onderliggende basis is dat 1 855 miljoen euro, een organische stijging van 7% ten opzichte van 2009. Voor de regio als geheel daalde de kredietportefeuille in 2010 met 3%, met de relatief grootste daling in Hongarije (-11%). Het totale depositovolume in de regio steeg met 3% in 2010 (vooral dankzij Polen en Tsjechië). De gemiddelde rentemarge bedroeg 3,23% in 2010, een stijging van 21 basispunten ten opzichte van 2009.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 1 360 miljoen euro, waarvan 568 miljoen euro met betrekking tot levensverzekeringen en 792 miljoen euro met betrekking tot schadeverzekeringen. De schadeverzekeringspremies waren iets lager dan het jaar daarvoor (-3% op organische basis), en werden voor het grootste gedeelte gerealiseerd in Polen (472 miljoen euro) en in Tsjechië (154 miljoen euro). Onder meer de stormen en overstromingen in de regio zorgden ook in 2010 voor een relatief hoge gecombineerde ratio van 108%. In Tsjechië bleef de gecombineerde ratio, met 96%, onder 100%, maar in de andere landen oversteeg de ratio die grens. De verdiende levensverzekeringspremies, inclusief de premies voor levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (die, conform IFRS, niet inbegrepen zijn in de verdiende premies, ruwweg de tak 23-producten), bedroegen 1 miljard euro in 2010, vergelijkbaar met 2009, op organische basis (daling in tak 21, stijging in tak 23). Opnieuw werd het grootste deel van het premie-inkomen uit levensverzekeringen gerealiseerd in Polen (628 miljoen euro) en in Tsjechië (248 miljoen euro). De uitstaande Levenreserves bedroegen eind 2010 ongeveer 2 miljard euro.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 284 miljoen euro in 2010. Op organische basis is dat, op het eerste gezicht, 7% minder dan in het jaar daarvoor, maar deze daling komt op rekening van een verschuiving van de aan de Tsjechische Post betaalde distributieprovisies vanuit de kostenpost naar betaalde provisies in 2010 (ongeveer 35 miljoen euro). Zonder die verschuiving zouden de nettoprovisie-inkomsten op organische basis ongeveer 5% gestegen zijn. Het beheerd vermogen van de divisie bereikte eind 2010 circa 13 miljard euro.

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 22 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 3 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 177 miljoen euro (op onderliggende basis was dat 183 miljoen euro, aanzienlijk beter dan in 2009) en de overige netto-inkomsten bedroegen 81 miljoen euro.

De exploitatiekosten bedroegen 1 532 miljoen euro. Dat is, op organische basis en exclusief de hierboven vermelde verschuiving tussen kosten en betaalde provisies, een beperkte stijging, die daarenboven (meer dan) volledig op rekening komt van de nieuwe bankenheffing in Hongarije (invloed 57 miljoen euro). De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van deze divisie verbeterde van 59% in 2009 tot 54% in 2010.

In 2010 bedroegen de waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) 452 miljoen euro, aanzienlijk beter dan de 630 miljoen euro in 2009. De daling doet zich vooral voor in Tsjechië en Polen (in 2009 omvatte het cijfer voor Polen een belangrijk bedrag met betrekking tot consumentenkredieten). In Hongarije werd in 2010 per saldo 133 miljoen euro kredietvoorzieningen aangelegd. Hypothecaire kredieten in vreemde valuta maken voor de divisie als geheel ruwweg 14% van de totale kredietportefeuille uit (vooral geconcentreerd in Polen en Hongarije). Per saldo daalde de kredietkostenratio van de divisie van 170 basispunten (bp) in 2009 tot 122 bp in 2010 (75 bp in Tsjechië, 96 bp in Slowakije, 198 bp in Hongarije, 145 bp in Polen en 200 bp in Bulgarije). Eind 2010 was circa 5,6% van de kredietportefeuille op de thuismarkten in Centraal- en Oost-Europa non-performing, tegenover 4,1% eind 2009.

De waardeverminderingen op effecten waren verwaarloosbaar in 2010 (16 miljoen euro in 2009). In 2010 werd 3 miljoen euro waardeverminderingen op voor de maatschappijen uit deze divisie uitstaande goodwill geboekt, heel wat lager dan de 262 miljoen euro die in 2009 werd geboekt (vooral op Bulgarije en Slowakije). Waardeverminderingen op goodwill worden uitgesloten in de onderliggende cijfers.

Hierna wordt het onderliggend resultaat uitgesplitst naar land. Overige omvat vooral de financieringskosten van de goodwill op overnames en enkele toegewezen overheadkosten.

Divisie Centraal- en Oost-Europa,
per land
Tsjechië* Slowakije Hongarije Polen Bulgarije Overige
(in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010 2009 2010 2009 2010 2009 2010 2009 2010
Resultaat na belastingen, toere
kenbaar aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij
277 334 13 51 72 78 -12 36 -3 4 -185 -97
Bankactiviteiten 224 300 7 44 58 75 -36 36 -1 0 -159 -81
Verzekeringsactiviteiten 53 34 6 7 14 3 23 0 -2 3 -26 -17
Risicogewogen activa groep
per einde periode (Basel II)
14 689 13 496 4 125 4 142 6 042 6 219 8 222 8 544 1 026 877
Toegewezen kapitaal
per einde periode
1 220 1 127 338 341 496 510 736 758 99 84
Rendement op toegewezen kapitaal 28% 38% 0% 10% 7% 10% -6% 1% -26% -19%
Kosten-inkomstenratio
bankactiviteiten
45% 44% 69% 57% 55% 57% 65% 59% 69% 69%
Gecombineerde ratio
schadeverzekeringsactiviteiten
93% 96% 96% 106% 85% 111% 115% 111% 112% 109%

* (Een werkhypothese van) 40% van het nettoresultaat van CˇSOB Bank werd verplaatst naar Groepscenter.

Feiten en cijfers

Divisie Centraal- en Oost-Europa,

31-12-2010 Tsjechië Slowakije Hongarije Polen Bulgarije Servië1 Rusland1
Netwerk
Banken van de groep CˇSOB CˇSOB K&H Bank Kredyt Bank CIBANK KBC Banka Absolut Bank
Verzekeringsmaatschappijen
van de groep
CˇSOB
Pojišt'ovna
CˇSOB
Poist'ovnˇ a
K&H
Insurance
WARTA DZI
Insurance
Bankkantoren2 301 129 252 381 118 63 71
Beheerd vermogen
Totaal (in miljarden euro) 5,6 0,9 2,5 3,0
Marktaandelen (schatting op basis
van voorlopige gegevens)
Traditionele bankproducten
(gemiddelde van aandeel
in kredieten en deposito's)
23%3 10% 9% 4% 3% >1% <1%
Beleggingsfondsen
Levensverzekeringen 32%
9%
11%
5%
20%
3%
5%
8%

13%


Schadeverzekeringen 5% 2% 4% 9% 12%
Kredietportefeuille
Toegestaan bedrag (in miljarden euro) 21,8 4,7 7,8 9,1 0,8 0,3 2,4
Belang in de totale kredietportefeuille
van de groep
11% 2% 4% 5% 0,4% 0,1% 1%

1 De resultaten van deze bedrijven worden opgenomen in het resultaat van Groepscenter. Dat geldt ook voor het minderheidsbelang in Nova Ljubljanska banka en het belang in NLB Vita (Slovenië).

2 De verzekeringsinstellingen van de groep werken via diverse verkoopkanalen, zoals exclusieve agenten, brokers, multi-agenten en de bankkantoren van de groep.

3 Het marktaandeel inzake kredieten en deposito's van CMSS (55% joint venture) wordt voor 100% meegeteld in deze berekening. Als maar 55% van CMSS wordt meegerekend, bedraagt het geschatte marktaandeel 20 à 21%

Macro-economische ontwikkeling in 2010 en verwachtingen

De thuismarkten van KBC in Centraal-Europa groeiden in 2010 als geheel met 3% (reëel). Net als in België trok het herstel zich op aan Duitsland, de belangrijkste handelspartner van de regio, en droeg vooral de uitvoer er tot de economische groei bij. Polen, dat eerder al als enige lidstaat van de EU de recessie wist te ontlopen, zal naar verwachting ook in 2011 relatief sterk presteren en met een geraamde 4% de hoogste groei neerzetten. Voor Hongarije wordt de groei in 2011 op ongeveer 2,7% geraamd, vooral gedragen door de externe vraag. Voor de thuismarkten samen ramen we de groei van het reële bbp in 2011 op 3,5% (voor Rusland – dat niet tot de thuismarkten behoort – bedroeg de reële groei in 2010 ongeveer 4% en verwachten we een groei van iets meer dan 4% voor 2011). KBC gaat ervan uit dat Centraal- en Oost-Europa in de toekomst zijn rol als groeimotor voor de groep zal blijven vervullen, en baseert zich daarvoor op de verwachting dat de economieën in die regio zullen blijven toegroeien naar het West-Europese niveau. Concreet wordt niet alleen een inhaalbeweging verwacht op het vlak van het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, maar ook wat betreft de penetratie van financiële producten.

Strategie

actieplannen.

In Centraal- en Oost-Europa focust KBC zich, zoals vermeld, op een aantal zogenaamde thuismarkten (Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Polen en Bulgarije). De strategie van de groep in elk land hangt af van de positie van KBC op elke specifieke markt. Op sommige markten positioneert de groep zich bij de marktleiders, met een algemene, brede benadering van de markt. Op andere markten wil de groep – in de nieuwe strategie – veeleer een selectieve kampioen zijn, met focus op bepaalde cliëntensegmenten en/of producten. Net zoals dat in België het geval is, rust het bankverzekeringsmodel van KBC in zijn Centraal-Europese thuismarkten op een sterke samenwerking tussen de bank- en verzekeringsnetwerken van de groep. Terwijl KBC in België werkt met een netwerk van exclusieve agenten, werken de Centraal- en Oost-Europese verzekeraars van de groep ook samen met andere distributiekanalen, waaronder verzekeringsmakelaars en multi-agenten. Bankverzekeren in Centraal- en Oost-Europa heeft bovendien een regionale dimensie. De lokale verantwoordelijken voor distributie komen er op een gestructureerde wijze samen om de uitvoering te bewaken van lokale

De aanwezigheid in Centraal- en Oost-Europa wordt eveneens getoetst aan de efficiëntiedoelstellingen en -politiek van de groep. Waar het efficiënter is om lokaal producten te ontwikkelen, zal dat lokaal gebeuren. Als een centrale productontwikkeling efficiënter is, zal dat gebeuren door groepswijde productaanbieders. Zij zullen met de distributeurs (bankkantoren, verzekeringsagentschappen e.d.) op elke lokale markt afzonderlijk duidelijke en resultaatsgerichte afspraken maken.

Geplande desinvesteringen

In het kader van de herfocussering van de groep is het de bedoeling om in de toekomst de aanwezigheid van de groep in Servië (KBC Banka), Rusland (Absolut Bank) en Slovenië (NLB Vita en minderheidsaandeel in Nova Ljubljanska banka) te verkopen, zodra de marktomstandigheden daarvoor optimaal zijn. In Polen plant de groep bovendien de verkoop van Z . agiel (consumentenkredieten via een specialistenmodel).

Daarnaast houdt het strategische plan een introductie op de Praagse beurs in van een minderheidsbelang in Cˇ SOB, de Tsjechische bankdochtermaatschappij. KBC wil op die manier bijkomend kapitaal genereren voor de toekomstige terugbetaling van de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid. In 2010 werd deze IPO alvast grondig voorbereid.

In het kader van de nieuwe strategie zal de groep in de komende jaren geen belangrijke overnames doen in de regio. In 2010 werd wel, als gevolg van een overeenkomst met de minderheidsaandeelhouder, die de putovereenkomst uitoefende die hij enkele jaren geleden met KBC had gesloten, het aandeel in de Bulgaarse CIBank verhoogd naar 100%. Die transactie had geen wezenlijke invloed op de kapitaalpositie van de groep.

Ontwikkeling marktaandelen

Over het algemeen bleef het marktaandeel van KBC in kredieten en deposito's (gemiddelde van de twee) ongeveer gelijk tijdens 2010 (circa 23% in Tsjechië (inclusief CMSS ad 100%), 10% in Slowakije, 9% in Hongarije, 4% in Polen en 3% in Bulgarije). Het marktaandeel in Servië en Rusland is beperkt (zie tabel).

Net zoals dat in België het geval is, overstijgt het marktaandeel in beleggingsfondsen dat van de traditionele depositoproducten. Eind 2010 wordt het marktaandeel op het vlak van beleggingsfondsen geraamd op 32% in Tsjechië, op 11% in Slowakije, op 20% in Hongarije en op 5% in Polen. In totaal bedraagt het door de groep beheerde vermogen in die regio 13 miljard euro eind 2010. De marktaandelen op de verzekeringsmarkt worden geraamd op (telkens voor Leven en Schade): 9% en 5% in Tsjechië, 5% en 2% in Slowakije, 3% en 4% in Hongarije, 8% en 9% in Polen, en 13% en 12% in Bulgarije.

Rekening houdend met gemeenschappelijke cliënten van banken en verzekeraars van de groep in elk land, raamt KBC het aantal cliënten in Centraal- en Oost-Europa op ongeveer 8 miljoen (exclusief Rusland en Servië).

Maatschappelijk verantwoorde aanpak en prijzen

Als grote financiële speler in de Centraal- en Oost-Europese regio behartigt KBC, net als in België, zijn rol in de maatschappij. Een voorbeeld van initiatief op het gebied van milieubetrokkenheid is het nieuwe hoofdkantoor van K&H in Boedapest (operationeel eind 2011), waar milieuvriendelijkheid en duurzaamheid belangrijk zijn. De mogelijkheid tot verlenging van de terugbetalingstermijn van consumentenkredieten en andere acties voor slachtoffers van de rode modderstroom in Hongarije, of de installatie van ATM's aangepast voor blinden in Tsjechië zijn dan weer voorbeelden van maatschappelijke betrokkenheid. U vindt meer informatie over onze duurzaamheidsinitiatieven in ons CSR Report, dat beschikbaar is op www.kbc.com.

Net zoals in de voorgaande jaren haalden diverse groepsmaatschappijen in 2010 verschillende gerenommeerde prijzen binnen. Bij de bekendmaking van de jaarlijkse best banks awards van het magazine Global Finance, bijvoorbeeld, vielen opnieuw diverse Centraal-Europese groepsmaatschappijen in de prijzen. Cˇ SOB werd uitgeroepen tot Best Bank, Best Trade Finance Bank, Best Foreign Exchange Provider en Best Sub-custodian Bank in Tsjechië. Ook K&H Bank en Cˇ SOB Slowakije vielen in de prijzen bij Global Finance. In Bulgarije ontving DZI Insurance de prijs The Accurate Insurer in General Insurance van de Bulgarian Association of People Insured and Victims in Car Accidents (BAZK). Deze prijs beloont verzekeringsmaatschappijen die fair, open en loyaal zijn tegenover hun cliënten.

Divisie Merchantbanking

172 miljoen euro nettoresultaat in 2010, onderliggend 133 miljoen euro

Opbrengsten uit rente, commissies en trading samen vrijwel stabiel, maar daling van overige netto-inkomsten als gevolg van een zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK

Afbouw internationale kredietportefeuilles goed opgeschoten en diverse investmentbankactiviteiten buiten de kernmarkten al verkocht

Daling kostenniveau

Divisie Merchantbanking omvat het bedrijfsbankieren (dienstverlening aan grotere kmo- en bedrijvencliënten) en de marktactiviteiten in België en het buitenland (met uitzondering van Centraal- en Oost-Europa). De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2010 tot deze divisie behoorden, zijn KBC Bank (merchantbankactiviteiten en het buitenlandse kantorennet), KBC Commercial Finance, KBC Bank Ireland, KBC Clearing, KBC Credit Investments, KBC Lease (corporate), KBC Internationale Financieringsmaatschappij, KBC Real Estate, KBC Private Equity (waar overeenkomstig het strategische plan al verschillende participaties werden verkocht) en KBC Securities. Ook Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, KBC Finance Ireland (Global Trade and Project Finance, in afbouw), KBC Financial Products (verschillende activiteiten al verkocht), KBC Peel Hunt (al verkocht), die in overeenstemming met het strategische plan zullen worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter (waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat).

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Divisie Merchantbanking* (in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Nettorente-inkomsten 1 498 1 428 829 836
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 0 0 0 0
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering 0 0 0 0
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 0 0 0 0
Dividendinkomsten 24 21 10 6
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
3 -21 549 539
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 73 7 57 3
Nettoprovisie-inkomsten 200 206 201 225
Overige netto-inkomsten 82 -15 133 -70
Totale opbrengsten 1 881 1 626 1 779 1 540
Exploitatiekosten -676 -580 -594 -576
Bijzondere waardeverminderingen -810 -823 -814 -796
Op leningen en vorderingen -786 -789 -812 -789
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -1 -7 0 -7
Op goodwill -22 -27 0 0
Op overige -1 1 -1 1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0 0 0
Resultaat vóór belastingen 395 223 371 168
Belastingen 15 -35 -3 -19
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 410 188 368 149
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -1 16 69 16
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 411 172 300 133
Bankactiviteiten 410 166 299 127
Verzekeringsactiviteiten 1 6 1 6
Risicogewogen activa groep per einde periode (Basel II) 53 597 47 317 53 597 47 317
Toegewezen kapitaal per einde periode 4 288 3 785 4 288 3 785
Rendement op toegewezen kapitaal 9% 4% 8% 3%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 36% 36% 33% 37%

* We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter (zie verder), en ook de referentiecijfers voor 2009 daarvoor werden aangepast. Voor een toelichting bij de berekening van de onderliggende cijfers verwijzen we naar het hoofdstuk Resultaat in 2010 en naar de aansluitingstabel hieronder.

Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij:

aansluiting IFRS – onderliggend (in miljoenen euro)* 2009 2010
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 300 133
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -27 -40
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 90 154
Waardeverliezen op voor verkoop beschikbare aandelen -1 0
(Terugneming van) waardevermindering op in moeilijkheden verkerende banken in de VS en IJsland 41 13
Winst op terugkoop hybride Tier 1-effecten 70 0
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -22 -27
Resultaten bij desinvesteringen 0 -9
Overige -17 -37
Belastingen en belangen van derden i.v.m. bovenvermelde elementen -23 -16
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 411 172

* Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen bij de segmentinformatie.

In 2010 genereerde Divisie Merchantbanking een nettoresultaat van 172 miljoen euro, tegenover 411 miljoen euro in het jaar daarvoor. Op onderliggende basis bedroeg het nettoresultaat 133 miljoen euro, tegenover 300 miljoen euro in 2009. We herhalen dat de resultaten van de groepsbedrijven die volgens het strategische plan in de toekomst zullen worden verkocht, werden verplaatst naar Groepscenter.

De totale opbrengsten van deze divisie bedroegen 1 626 miljoen euro in 2010. Op onderliggende basis is dat 1 540 miljoen euro, 13% minder dan in 2009.

De nettorente-inkomsten (836 miljoen euro in 2010, onderliggend) bleven ongeveer op hetzelfde niveau als het jaar voordien. De 13% daling van de kredietportefeuille van Divisie Merchantbanking in 2010 is gerelateerd aan de herfocussering van de groep op zijn thuismarkten, wat leidde tot een daling van de niet-thuismarktgebonden internationale kredietportefeuilles. Het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg -21 miljoen euro in 2010. Na verschuiving van alle tradinggerelateerde inkomsten die in de IFRS-cijfers bij andere inkomstenposten zijn geteld, en na uitsluiting van de als uitzonderlijk aangemerkte elementen, bedraagt het onderliggende tradingresultaat 539 miljoen euro in 2010, 2% minder dan in 2009. De nettoprovisie-inkomsten (206 miljoen euro) stegen met 12% op onderliggende basis.

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 7 miljoen euro (aanzienlijk minder dan in 2009, dat was begunstigd door meerwaarden op de verkoop van een obligatieportfeuille), de dividendinkomsten bedroegen 21 miljoen euro en de overige netto-inkomsten bedroegen -15 miljoen euro, aanzienlijk minder dan in 2009, onder meer door het boeken van 175 miljoen euro voor een zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK.

De exploitatiekosten van deze divisie bedroegen 580 miljoen euro. Op onderliggende basis is dat een daling van 3% tegenover het jaar daarvoor. De onderliggende kosten-inkomstenratio van deze divisie kwam uit op 37%, tegenover 33% in 2009.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen 789 miljoen euro in 2010, ongeveer hetzelfde niveau als in 2009. Dat was het resultaat van een stijging voor de Ierse kredietportefeuille (aanleg van 525 miljoen euro waardeverminderingen in 2010), en een daling voor de kredietportefeuilles van de buitenlandse kantoren en voor Amerikaanse door activa gedekte effecten. De kredietkostenratio steeg van 119 basispunten in 2009 tot 138 basispunten in 2010 (67 basispunten zonder Ierland). Op 31 december 2010 was ongeveer 5,2% van de kredietportefeuille van deze divisie non-performing, tegenover 3,9% het jaar daarvoor. Details over Ierland vindt u verder in dit hoofdstuk.

De andere waardeverminderingen waren – net zoals in 2009 – relatief beperkt (33 miljoen euro in 2010, 24 miljoen euro in 2009) en betroffen vooral goodwillafboekingen.

Divisie Merchantbanking omvat zowel het bedrijfsbankieren (de dienstverlening aan kmo's en grotere ondernemingen), dat in 2010 een onderliggend nettoresultaat van -149 miljoen euro neerzette, als de marktactiviteiten (zoals valutahandel, effectenhandel en corporate finance), die een onderliggend nettoresultaat van 281 miljoen euro genereerden in 2010.

Onderliggende resultaten Divisie Merchantbanking, per activiteit Bedrijfsbankieren Marktactiviteiten
(in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
192 -149 108 281
Bankactiviteiten 191 -155 108 281
Verzekeringsactiviteiten 1 6 0 0
Risicogewogen activa groep per einde periode (Basel II) 40 215 32 993 13 382 14 324
Toegewezen kapitaal per einde periode 3 217 2 639 1 071 1 146
Rendement op toegewezen kapitaal 6% -6% 15% 26%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 31% 39% 37% 35%

Feiten en cijfers

Divisie Merchantbanking 2009 2010
Netwerk
Bedrijvenkantoren in België, inclusief succursales van CBC Banque 26 26
Bankkantoren buiten de thuismarkten1
, inclusief vertegenwoordigingskantoren
32 28
Marktaandelen (schattingen)
Kredietverlening aan bedrijven in België 24% 25%
Kredietportefeuille2
Toegestaan bedrag (in miljarden euro) 78,9 69,1
Belang in de totale toegestane kredietportefeuille 39% 36%

1 Het betreft bedrijvenkantoren van KBC Bank NV, KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland.

2 De kredietportefeuilles van de ondernemingen waarvoor een desinvestering is gepland, worden opgenomen in de kredietportefeuille van Groepscenter.

Strategie

In de nieuwe strategie richt Divisie Merchantbanking zich vooral op bedrijfsbankieren (kredietverlening, cashmanagement, betalingsverkeer, handelsfinanciering, leasing, enz.) en marktactiviteiten (treasurydiensten, kapitaalmarktproducten, aandelenmakelaardij, corporate finance, enz.) voor cliënten die verbonden zijn met de thuismarkten van KBC in België en Centraal- en Oost-Europa. Activiteiten met andere professionele of institutionele tegenpartijen worden afhankelijk gemaakt van de mate waarin ze de kernactiviteiten van de groep ondersteunen.

Deze focus betekent dat een groot deel van de niet-thuismarktgebonden merchantbankingactiviteiten wordt afgebouwd. De activiteiten die zullen worden stopgezet of afgebouwd, vertegenwoordigen ongeveer 23 miljard euro aan risicogewogen activa (gerekend op de positie eind 2008).

In 2010 werden al diverse activiteiten (zoals converteerbare obligaties en Aziatische aandelenderivaten, KBC Peel Hunt, KBC Business Capital) verkocht. De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verschoven naar het resultaat van Groepscenter; de al in 2010 uitgevoerde desinvesteringen worden in datzelfde hoofdstuk becommentarieerd.

Bovendien worden ook diverse activiteiten in de buitenlandse kantoren afgebouwd. De kredietportefeuille van die kantoren is vooral gelokaliseerd in West-Europa (buiten België), de VS en Zuidoost-Azië, en een groot deel daarvan betreft puur lokale buitenlandse bedrijvencliënten of nicheactiviteitsdomeinen, waarvoor geen natuurlijke band bestaat met de cliëntenbasis van KBC op zijn kernmarkten. Dergelijke kredieten zullen op hun vervaldag worden stopgezet of, wanneer dat mogelijk is, tussentijds worden verkocht. Eind 2010 was de groep al goed opgeschoten met de afbouw van deze internationale kredietportefeuille. Mede daardoor daalden de risicogewogen activa van de bedrijfsbankieractiviteiten met ongeveer 7 miljard euro in één jaar tijd. Tegelijkertijd werd in 2010 een aantal buitenlandse kantoren gesloten. Ook hier is het de bedoeling het buitenlandse kantorennetwerk zo aan te passen dat KBC de cliënten en activiteiten op de thuismarkten optimaal kan ondersteunen.

Activiteiten

Afgezien van de hogere kredietvoorzieningen in Ierland en de invloed van een zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK deden de merchantbankactiviteiten het relatief goed in 2010.

De dealingrooms in België en daarbuiten haalden goede resultaten, hoewel niet op het uitzonderlijke niveau van 2009. KBC Securities zag, uitzonderlijke elementen buiten beschouwing gelaten, zijn inkomsten weliswaar licht terugvallen door lagere transactievolumes in Hongarije, lagere tradingresultaten en druk op de marges in het algemeen, maar het aantal retailcliënten groeide verder aan in alle kernlanden waar een onlinetradingplatform wordt aangeboden (Bolero (België), Equitas (Hongarije) of Patria Direct (Tsjechië)). De corporatefinanceteams zetten een zeer sterke prestatie neer in België en Tsjechië, en de professionele diensten aan derden werden verder uitgebouwd. In België werd de positie op het vlak van institutionele brokerage verder verstevigd en werd KBC Securities door Euronext Brussels uitgeroepen tot First Brokerage House for Cash Markets.

De bedrijfsbankieractiviteiten in België presteerden eveneens goed, gesteund door hogere provisie-inkomsten en kostenbeheersing. Ondanks de aan de gang zijnde afbouw van de buitenlandse kredietportefeuilles werd ook hier een goed resultaat behaald, mede dankzij aanzienlijk lagere kredietverliezen. De situatie in Ierland wordt hierna apart besproken.

Situatie in Ierland

De internationale portefeuille omvat ook een Ierse kredietportefeuille van ongeveer 17 miljard euro bij KBC Bank Ireland. Het grootste deel van deze portefeuille (ongeveer drie vierden) slaat op hypothecaire kredieten, 13% is kmo- en bedrijfskredieten en de rest (11%) is leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars. Eind 2010 was ongeveer 10% van de totale Ierse kredietportefeuille non-performing. In 2010 legde de groep per saldo voor 0,5 miljard euro bijkomende waardeverminderingen aan voor deze Ierse portefeuille, wat overeenkomt met een kredietkostenratio van 298 basispunten. Eind 2010 bedraagt de dekkingsgraad van de Ierse portefeuille (alle kredietprovisies ten opzichte van de non-performing kredietportefeuille) daardoor 42%. De stijging van de waardeverminderingen weerspiegelt uiteraard de moeilijke economische toestand in Ierland.

Hoewel Ierland niet tot het geografische kerngebied van de groep behoort, werd in het strategische plan van de groep voor de activiteiten van KBC Bank Ierland nog geen beslissing genomen, opnieuw gezien het moeilijke economische klimaat in dat land.

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties

Voortdurende verbetering dienstverlening

door synergieën en verspreiden best practices

Optimalisering productaanbod door afspraken

tussen productaanbieders en distributienetwerk

Verhoging efficiëntie door initiatieven

voor procesverbetering

Danny De Raymaeker, CEO Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties fungeert als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies. Ze overkoepelt een aantal diensten die producten toeleveren aan de andere divisies van de groep.

De belangrijkste diensten die in 2010 tot deze divisie behoorden, zijn Assetmanagement, Betalingsverkeer, Consumentenkredietverlening, Handelsfinanciering, ICT, Leasing en Organisatie.

Bijdrage tot het groepsresultaat

Voor deze divisie wordt geen resultaat gerapporteerd, aangezien alle opbrengsten en kosten ervan worden doorberekend aan de andere divisies van de groep.

Feiten en cijfers

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties 2009 2010
Assetmanagement
Beheerd vermogen in België (in miljarden euro, inclusief Centea, exclusief KBL EPB-groepsmaatschappijen) 146 148
Beheerd vermogen in Centraal- en Oost-Europa (in miljarden euro) 12 13
Geschat marktaandeel in beleggingsfondsen
België 39% 39%
Tsjechië 34% 32%
Slowakije 13% 11%
Hongarije 20% 20%
Polen 5% 5%
Betalingsverkeer (in miljoenen)
Aantal betalingstransacties* in België 514 534
Aantal betalingstransacties* in Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Polen) 522 535
Leasing
Uitstaand kapitaal aan leasingcontracten in België (in miljarden euro) 2,9 3,0
Uitstaand kapitaal aan leasingcontracten in Centraal- en Oost-Europa
(Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Polen, Roemenië) (in miljarden euro)
2,3 2,0
Uitstaand kapitaal aan leasingcontracten in de rest van de wereld (West-Europa zonder België) (in miljarden euro) 1,3 0,8
Geschat marktaandeel in leasing
België (algemene leasing, autoleasing) 22%; 12% 21%; 12%
Tsjechië 10% 11%
Slowakije 13% 16%
Hongarije 3% 4%
Polen 1% 1%

* Kaart- en kasgeldtransacties, binnenlandse en buitenlandse overschrijvingen, en internationaal cashmanagement. De berekeningsbasis werd licht aangepast.

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties heeft als uitdrukkelijke doelstelling om zijn interne cliënten (zoals de distributiekanalen van de groep) een gepaste dienstverlening te bezorgen tegen een competitieve prijs. Daarom worden er tal van initiatieven genomen om de efficiëntie naar een hoger niveau te tillen en de kosten te drukken. Precies met dat doel werd in 2010 het Lean-project opgestart, en in enkele diensten als pilootproject uitgevoerd. Het is de bedoeling dat dat programma tegen eind 2012 uitgerold is in alle diensten van de divisie.

Betalingsverkeer

In het domein van het betalingsverkeer werden in 2010 opnieuw verdere stappen gezet inzake SEPA (Single Euro Payments Area) met de lancering van SEPA Direct Debit in België en Slowakije. In Polen werden de ATM's EMV-slim (Europay, MasterCard, Visa) gemaakt. Bovendien startte Betalingsverkeer in 2010 met de integratie van de activiteiten in Bulgarije. Daarbij werd een beroep gedaan op best practices op de andere thuismarkten van de groep. De geïntegreerde en groepswijde aanpak van de dienst leidt trouwens tot een voortdurende optimalisering van de dienstverlening in alle betrokken landen, en landoverstijgende synergieën en samenwerking. Voorbeelden daarvan zijn de aansluiting van de Centraal-Europese groepsmaatschappijen op een centrale SWIFT-hub en de ontwikkelingen met betrekking tot de aansluiting van Tsjechië en Slowakije op het groepsplatform voor grensoverschrijdende betalingen. Voor de komende jaren ligt de prioriteit van Betalingsverkeer bij het verder consolideren van alle SEPA-betalingsproducten op groepsplatformen, het uitbouwen van een performante organisatie door middel van efficiënte procesverbeteringsvoorstellen en – in het kader van de nieuwe groepsstrategie – het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten met het verkoopnetwerk, met als doel nog meer op elke markt de juiste producten aan te bieden.

Handelsfinanciering

In 2010 werden de eerste geïntegreerde modules van het nieuwe groepsverwerkingsplatform voor handelsfinanciering succesvol uitgerold en in 2011 is de aansluiting van alle handelsfinancieringsafdelingen van de Centraal-Europese thuismarkten gepland. De zoektocht van cliënten naar meer zekerheid en het herontdekken van de traditionele buitenlandsehandelproducten (documentaire kredieten) en financieringsvormen (disconto à forfait) hebben ervoor gezorgd dat de herleving van de wereldeconomie zich vertaald heeft in een recordjaar wat betreft het aantal verwerkte handelstransacties en volumes. Dat is uiteraard ook te danken aan de aanpak van deze dienst, die een doorgedreven cliëntgerichtheid combineert met een snelle en accurate verwerking van de import- en exporttransacties. De aanpak van KBC op het vlak van handelsfinanciering werd trouwens beloond met de titel Best Trade Finance Bank van het magazine Global Finance in België (KBC Bank), Tsjechië (Cˇ SOB) en Hongarije (K&H Bank).

Assetmanagement

In zijn beleggingsstrategie focuste KBC Asset Management in 2010 op het langzame conjunctuurherstel in de westerse economieën gekoppeld aan een sterke groei op de opkomende markten, met aandacht voor het inbouwen van veiligheidsmechanismen in de portefeuilles. Het succesrijkst waren de producten met bewaking van de bodemgrens (die producten leggen een vloer onder het kapitaal, waardoor de verlieskansen beperkt worden). Op de institutionele markt werden nieuwe mandaten afgesloten met pensioen- en reservefondsen en werden andere mandaten hernieuwd via een aanbesteding op die markt. Met zijn institutionele indexfondsen bezit KBC Asset Management over bijzonder competitieve producten. Daarnaast eisen ook almaar meer institutionele partijen een maatschappelijk verantwoorde toetsing van hun beleggingen, een terrein waarop KBC Asset Management sterk inzet en een belangrijke positie inneemt.

De strategie van KBC Asset Management ligt volledig in de lijn van die van de KBC-groep. De focus ligt dus op België en Centraal-Europa. In België bleef KBC op het gebied van fondsenverkoop met een ruime voorsprong marktleider, met een marktaandeel van ongeveer 39% in 2010. Ook in Centraal- en Oost-Europa heeft de groep een sterke positie op het gebied van assetmanagement (zie tabel). Naast die kernmarkten heeft KBC Asset Management eveneens een aanwezigheid in enkele opkomende markten. In dat kader opende KBC Asset Management eind maart 2010 samen met Union Bank of India de kantoren van hun joint venture voor vermogensbeheer in India, Union KBC Asset Management. De aanwezigheid in de rest van de wereld wordt, in overeenstemming met de strategische herfocussering van de KBC-groep, afgebouwd. Zo werd in juni een verkoopovereenkomst gesloten met betrekking tot de Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management.

Leasing

De KBC Lease-groep verstrekt financiële en operationele leasing en fullserviceleasing van wagens via verschillende kanalen. Zoals dat voor andere groepsmaatschappijen het geval is, werden de activiteiten en strategie van de KBC Lease-groep in 2010 verder aangepast en ingebed in de nieuwe KBC-groepsstrategie. Dat betekent een duidelijke herfocussering op het kerncliënteel en de kernsegmenten van de groep in België en Centraal- en Oost-Europa, en een afbouw van de activiteiten daarbuiten. De verfijning van het businessmodel leidde alvast tot goede resultaten, vooral in België, Tsjechië en Slowakije. In Slowakije steeg het marktaandeel trouwens van circa 13% naar 16%.

Tijdens het vierde kwartaal toonden interne controles bij KBC Lease UK onregelmatigheden aan in sommige contracten die het had afgesloten met derden. Voor het maximale nettobedrag dat de onregelmatigheden eventueel zouden kosten, werden de nodige bedragen geboekt. KBC heeft bepaalde preventieve juridische maatregelen getroffen die het noodzakelijk acht om zijn belangen te verdedigen en de schade zoveel mogelijk te kunnen recupereren. Met dat doel heeft het ook een verzekeringsclaim ingediend.

Consumentenkredietverlening

Op het vlak van consumentenkredietverlening ligt de focus op verkoop via de bankkanalen van de groep. Het is vanuit dat oogpunt de bedoeling om in Polen de consumentenkredietspecialist Z . agiel te verkopen (na een doorstart met de bedoeling het bedrijf aantrekkelijker te maken voor mogelijke overnemers). Bovendien werd de nieuwe geografische focus van de groep vertaald in de beslissing om consumentenkredietverlening in Roemenië stop te zetten en alleen nog de bestaande portefeuille te beheren.

Ondanks de naweeën van de crisis liet de consumentenkredietverlening van de groep goede resultaten zien in 2010, onder meer als gevolg van een redelijke volumegroei, gekoppeld aan goede kosten- en risicocontrole. Bovendien werd, net zoals dat bij de andere diensten van de divisie het geval is, bijzonder veel aandacht besteed aan synergieën en aan het verspreiden van best practices op alle afzetmarkten. Een voorbeeld daarvan is de introductie in Tsjechië van de succesvolle kredietkaart met extended warranty die in België op de markt is gebracht. In de toekomst is eveneens een lancering in Slowakije, Polen en Hongarije gepland.

Organisatie

De aandacht van de groepsdienst Organisatie ging in 2010, in samenwerking met de betrokken diensten uit de groep, vooral uit naar het uitwerken en het ten uitvoer brengen van de vernieuwde strategie van de groep. Dat vertaalde zich onder meer in een actieve betrokkenheid bij het uitwerken van een vernieuwd model voor het retail- en privatebankverzekeringsnetwerk in België, de definiëring van een nieuw kantoormodel en de ondersteuning van de verdere integratie van de Centraal-Europese entiteiten in de groep. De groepsdienst speelde, net zoals vorige jaren, bovendien een belangrijke rol bij het verbeteren van de dienstverlening aan interne en externe cliënten door de processen te verbeteren, de cliëntgerichtheid te versterken, synergieprojecten te ondersteunen en een cultuur van duurzame optimalisering van dienstverlening te introduceren.

ICT

Ook ICT is een belangrijke betrokken partij in de nieuwe strategie van de groep, en meer bepaald wat haar bijdrage betreft bij het streven naar optimale efficiëntie. In 2010 werden opnieuw belangrijke optimaliseringsprojecten opgestart. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan de opstart van een project voor de vernieuwing van de bankplatforms in Tsjechië en Polen, en de uitrol van het Synergy Insurance System (een nieuw systeem voor de verkoop en naverwerking van verzekeringscontracten en claims) voor de verzekeringsagenten in België, dat trouwens in 2011 ook in Polen zal worden geïntroduceerd. Daarnaast werd in Hongarije de bouw voltooid van nieuwe twindatacentra in de buurt van Boedapest (het is de bedoeling dat alle Centraal- en Oost-Europese bedrijven van de groep hun ICT-verwerking daarin onderbrengen, in plaats van in diverse centra per land) en werd in de Centraal-Europese groepsmaatschappijen gestart met het programma voor de standaardisatie van werkstations.

Onderzoek en ontwikkeling

Binnen de groep worden continu nieuwe producten en diensten ontwikkeld, met als doel het aanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de marktvraag. De meeste departementen hebben een eigen productontwikkelingsafdeling. Producten/diensten worden goedgekeurd in een van de comités die daartoe werden opgericht. Er werd een project opgestart dat als doel heeft om het goedkeuringsproces van nieuwe en gewijzigde producten/diensten binnen de KBC Groep verder te optimaliseren en te harmoniseren. Producten/ diensten die niet meer voldoen aan de huidige marktvereisten worden eveneens geregeld onderzocht en gewijzigd of zelfs afgeschaft indien nodig.

In dit jaarverslag worden diverse voorbeelden aangehaald van nieuwe productontwikkelingen in 2010, zoals de ontwikkeling van een nieuwe mobiele website, nieuwe beleggingsfondsen en beleggingsverzekeringen (zoals KBC Safe4Life) en nieuwe verwerkingssystemen (zoals Synergy Insurance System). Vaak gaat de ontwikkeling van nieuwe producten/diensten samen met het ontwikkelen van nieuwe software. Gegevens over intern ontwikkelde software vindt u in Toelichting 34 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Groepscenter

62 miljoen euro nettoresultaat in 2010, onderliggend nettoresultaat 120 miljoen euro Resultaten te verkopen maatschappijen tekenen voor 206 miljoen euro onderliggend

Diverse desinvesteringsdossiers al afgerond in 2010

resultaat in 2010

Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010) Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2010)

Groepscenter omvat onder meer de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV, een beperkt (niet aan de andere divisies toewijsbaar) deel van de resultaten van de dochtermaatschappijen KBC Bank NV, KBC Global Services NV en KBC Verzekeringen NV en de eliminatie van intersegmenttransacties. Groepscenter omvat ook (vanaf dit jaarverslag) de resultaten van de maatschappijen die volgens het strategische plan aangemerkt zijn om te worden gedesinvesteerd. De belangrijkste daarvan zijn Centea, Fidea, Absolut Bank, KBC Banka, NLB Vita en het minderheidsbelang in NLB, Z . agiel, KBC Financial Products, KBC Peel Hunt, KBC Finance Ireland (Global Trade and Project Finance), Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en de KBL EPB-groep (inclusief VITIS Life). Voor enkele van de vermelde desinvesteringen werd al in 2010 een verkoopovereenkomst getekend of afgerond.

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Groepscenter* (in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Nettorente-inkomsten 348 444 868 668
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 449 370 458 374
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -438 -356 -462 -376
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 6 11 6 11
Dividendinkomsten 39 24 15 14
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-3 223 20 257 72
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 23 10 80 23
Nettoprovisie-inkomsten -17 -36 419 387
Overige netto-inkomsten 113 138 -23 15
Totale opbrengsten -2 700 624 1 617 1 190
Exploitatiekosten -669 -620 -1 117 -1 022
Bijzondere waardeverminderingen -675 -257 -383 -162
Op leningen en vorderingen -412 -160 -367 -158
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -64 -1 -15 -4
Op goodwill -197 -52 0 0
Op overige -2 -44 -2 0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -26 -64 -24 -62
Resultaat vóór belastingen -4 069 -317 93 -56
Belastingen 507 428 -35 -25
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 101 -254 0 0
Resultaat na belastingen -3 461 -143 58 -82
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -168 -205 -155 -202
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -3 293 62 213 120
Bankactiviteiten -3 276 367 206 119
Verzekeringsactiviteiten -18 24 28 27
Holdingactiviteiten 1 -329 -20 -26
Risicogewogen activa groep per einde periode (Basel II) 27 107 22 685 27 107 22 685
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 255 1 894 2 255 1 894

* We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter, en ook de referentiecijfers voor 2009 daarvoor werden aangepast. Voor een toelichting bij de berekening van de onderliggende cijfers verwijzen we naar het hoofdstuk Resultaat in 2010 en naar de aansluitingstabel hieronder.

Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij:

aansluiting IFRS – onderliggend (in miljoenen euro)1
2009
2010
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend
213
120
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten
4
-36
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's
-1 559
171
Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie2
-1 164
-86
Waardeverliezen op voor verkoop beschikbare aandelen
-78
0
(Terugneming van) waardevermindering op in moeilijkheden verkerende banken in de VS en IJsland
5
0
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen
-207
-83
Verlies m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products)
-1 078
-260
Reëlewaardeveranderingen eigen schuldinstrumenten
44
53
Resultaten bij desinvesteringen
0
-255
Overige
34
0
Belastingen en belangen van derden i.v.m. bovenvermelde elementen
491
437
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS
-3 293
62

1 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen bij de segmentinformatie.

2 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

In 2010 genereerde Groepscenter een nettowinst van 62 miljoen euro, tegenover een nettoverlies van 3 293 miljoen euro in het jaar daarvoor. Als we alle als uitzonderlijk aangemerkte elementen uitsluiten, bedraagt de onderliggende nettowinst van Groepscenter 120 miljoen euro, tegenover 213 miljoen euro in 2009.

De als uitzonderlijk aangemerkte elementen worden opgesomd in de tabel en betreffen vooral de CDO-gerelateerde waardeaanpassingen (die in 2009 bijzonder negatief waren, maar per saldo positief in 2010), de vergoeding voor de garantieregeling met de Belgische overheid met betrekking tot het overblijvende CDO-risico (waarvan een groot deel upfront werd geboekt in 2009 – zie verder in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening), de verliezen met betrekking tot de legacy gestructureerde derivatenactiviteiten van KBC Financial Products, de invloed van desinvesteringen (in 2010 vooral de goodwillafwaardering voor KBL EPB) en waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde maatschappijen, telkens inclusief de gerelateerde belastinginvloed (zie ook de commentaar bij Toelichting 16 van de Geconsolideerde jaarrekening).

Na uitsluiting van die elementen bestaat het merendeel van het onderliggende nettoresultaat van Groepscenter in 2010 uit de onderliggende resultaten van de ondernemingen die volgens het strategische plan zullen worden gedesinvesteerd, inclusief het resultaat van de ondernemingen die al in 2010 werden gedesinvesteerd (tot op het moment van de verkoop). In 2010 namen die samen een onderliggend resultaat van 206 miljoen euro voor hun rekening. Onderverdeeld naar de vroegere divisie geeft dat:

  • • 108 miljoen euro voor België (dat is Centea en Fidea samen),
  • • 102 miljoen voor Centraal- en Oost-Europa (waarbij vooral de aanzienlijke resultaatsverbetering voor Absolut Bank, van -107 miljoen euro in 2009 naar -5 miljoen euro in 2010, vooral dankzij lagere kredietverliezen, opvalt). Ook de resultaten van het minderheidsaandeel in Cˇ SOB dat volgens het strategische plan op de beurs zal worden gebracht, is in het groepscenter opgenomen,
  • • 16 miljoen euro voor Merchantbanking,
  • • 74 miljoen euro voor Europese Private Banking,
  • • -94 miljoen euro (vooral financiering met betrekking tot goodwill met betrekking tot te desinvesteren bedrijven).

Feiten en cijfers

Groepscenter 2009 2010
Opdeling onderliggend resultaat na belastingen, toegewezen aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
(in miljoenen euro)
Resultaat van groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd 284 206
Overige resultaten -71 -86
Totaal 213 120
Beheerd vermogen
Totaal* (in miljarden euro) 48 50
Kredietportefeuille
Toegestaan bedrag (in miljarden euro, inclusief KBL EPB) 22,3 21,9
Belang in de totale kredietportefeuille 11% 11%

* KBL EPB en Centea.

Zoals vermeld, bevatten de resultaten van Groepscenter hoofdzakelijk de resultaten van de belangrijkste maatschappijen die in het kader van het strategische plan worden gedesinvesteerd. Dat desinvesteringsprogramma is al gestart en in 2010 werden al een aantal ondernemingen en activiteiten verkocht.

Hieronder volgt een korte toelichting bij de in 2010 gerealiseerde verkopen. Enkele maatschappijen (zoals Secura) behoren weliswaar tot andere divisies dan Groepscenter, maar worden omwille van de volledigheid ook hier vermeld.

Verkochte activiteiten van KBC Financial Products

Bij KBC Financial Products werden verschillende activiteiten verkocht. De in 2010 verkochte activiteiten omvatten onder meer de portefeuille Amerikaanse omgekeerde hypotheken (reverse mortgages), de cashequityactiviteiten in Japan (overname door BNP Paribas van een groot aantal van de in deze domeinen werkende personeelsleden) en de Amerikaanse Life Settlement-portefeuille (aan bepaalde fondsen beheerd door vennootschappen van de Fortress-groep), telkens met beperkte financiële invloed.

Ook de activiteiten in verband met converteerbare obligaties en Aziatische aandelenderivaten werden verkocht (aan Daiwa Capital Markets), en dat voor een totaal bedrag van ongeveer 1,2 miljard USD, wat voor KBC ongeveer 0,2 miljard USD aan kapitaal vrijmaakte en de Tier 1-ratio van de groep met ongeveer 10 basispunten verhoogde. Bovendien werd ook, in het kader van de herstructurering van KBC Financial Products, de kredietderivatenexposure sterk afgebouwd in het eerste halfjaar. Alle hierboven opgesomde transacties werden afgerond voor het einde van 2010.

Managementbuy-out voor KBC Peel Hunt

Eind juli bereikten KBC en KBC Peel Hunt een overeenkomst over een buy-out van KBC Peel Hunt voor een totaal bedrag van 74 miljoen GBP. KBC Peel Hunt is een gerespecteerde speler op de Britse markt in onder meer advies voor bedrijfsfinanciering, onderzoek, makelaardij en marketmaking voor mid- en smallcaps. Het akkoord kreeg de steun van het personeel van KBC Peel Hunt en van een groep van externe investeerders. De invloed van de verkoop op het kapitaal en de winst-en-verliesrekening van KBC is beperkt. De transactie werd afgerond op 29 november 2010.

Verkoop herverzekeringsmaatschappij Secura

In juli werd een verkoopovereenkomst gesloten met de Australische herverzekeraar QBE Insurance Group voor Secura, de herverzekeringsmaatschappij van KBC. De verkoopprijs bedraagt 0,3 miljard euro. De transactie maakte voor KBC 0,1 miljard euro aan kapitaal vrij en heeft een positieve invloed van ongeveer 10 basispunten op de Tier 1-ratio van de groep. De transactie werd afgerond op 2 november 2010.

Overige verkopen in 2010

In de eerste helft van 2010 werd een verkoopovereenkomst gesloten met betrekking tot de Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management. Voor de Britse activiteiten werd de managementbuy-outtransactie gesloten op 1 juni 2010. De Ierse activiteiten werden verkocht aan RHJ International. Die transactie werd afgerond op 11 oktober 2010. De invloed van beide verkopen op het resultaat en het kapitaal van KBC is verwaarloosbaar.

In juli sloot KBC Securities een managementbuy-outtransactie voor KBC Securities Baltic Investment Company, zijn Letse corporatefinancedochter, af. De transactie werd afgerond op 7 juli 2010. In september sloot de groep een overeenkomst af voor de verkoop van KBC Business Capital, zijn Britse divisie gespecialiseerd in asset based lending (ABL), aan de PNC Financial Services Group. De transactie werd afgerond op 22 november 2010. In beide gevallen was de financiële invloed van de verkoop voor de groep verwaarloosbaar.

Verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep gaat niet door

Op 21 mei 2010 kondigde KBC Groep NV aan dat het een overeenkomst had bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van zijn privatebankingdochter KBL European Private Bankers (KBL EPB). Daarna heeft de Hinduja-groep, zoals gebruikelijk is, de transactie ter goedkeuring voorgelegd aan de hoofdtoezichthouder (CSSF) in Luxemburg en de toezichthouders in de negen andere Europese landen waar KBL EPB actief is. KBC Groep NV zelf was uiteraard geen betrokken partij bij dat goedkeuringsproces. Midden maart 2011 bevestigde de hoofdtoezichthouder CSSF in Luxemburg dat hij de evaluatie van de overname van KBL EPB door de Hinduja-groep stopzet. De CSSF is tot het besluit gekomen dat zijn beslissing geweest zou zijn dat hij zich verzet tegen de overname. De CSSF is tot dat besluit gekomen op basis van de toepassing van de criteria voorzien door de wet op de financiële sector en na overleg met de andere bevoegde autoriteiten. Concreet betekent dat dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. KBC Groep NV neemt akte van die beslissing en zal, in het kader van de uitvoering van zijn strategische plan, de verschillende opties grondig in kaart brengen om in functie van de huidige marktomstandigheden, en in nauw overleg met de Europese Commissie, de gepaste beslissing met betrekking tot de toekomst van KBL EPB te kunnen nemen.

Verkopen begin 2011

Begin maart 2011 bereikte KBC een overeenkomst met Landbouwkrediet over de verkoop van Centea voor een totaalbedrag van 527 miljoen euro. Deze transactie maakt voor KBC een bedrag van ongeveer 0,4 miljard euro aan kapitaal vrij, voornamelijk door een verlaging van de risicogewogen activa met 4,2 miljard euro. Dat leidt uiteindelijk tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met ongeveer 0,4% (impact berekend op 31 december 2010). De meerwaarde op deze transactie is verwaarloosbaar. Landbouwkrediet, Centea en Fidea zijn overeengekomen dat Fidea in een eerste fase zijn Leven- en Niet-levenproducten zal kunnen blijven aanbieden via de Centea-agenten en bijkomend ook via het netwerk van Landbouwkrediet. Die samenwerking opent dus perspectieven en groeimogelijkheden voor Fidea. Het afronden van de transactie is afhankelijk van de gebruikelijke goedkeuring door de toezichthouder(s).

Waarde- en risicobeheer

Uitgebreide informatie over het waarde- en risicobeheer van KBC vindt u in het Risk Report 2010 op www.kbc.com

De KBC-groep is hoofdzakelijk actief als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder en is daardoor blootgesteld aan een aantal typische risico's en onzekerheden voor de sector, zoals – maar zeker niet exclusief – kredietrisico (inclusief landenrisico), interestrisico, marktrisico, muntrisico, liquiditeitsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, operationeel risico, risico ten aanzien van opkomende markten, wijzigingen in regelgeving, betwistingen van cliënten en de economie in het algemeen. Bovendien is het blootgesteld aan bedrijfsrisico, aangezien zowel de macro-economische omgeving als de lopende herstructureringsplannen een negatieve invloed kunnen hebben op de waarden of bijkomende kosten kunnen genereren boven de verwachte niveaus. De activiteiten van een grote financiële groep zijn ook inherent blootgesteld aan andere risico's die pas achteraf duidelijk worden. In dit hoofdstuk van het jaarverslag concentreren we ons op de risicogovernance van KBC en op de meeste belangrijke die KBC loopt, namelijk het kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, verzekeringstechnisch risico, operationeel risico en zijn solvabiliteit.

De informatie in dit hoofdstuk die deel uitmaakt van de IFRS-jaarrekening werd geauditeerd door de commissaris. Het betreft de volgende delen:

  • • Risicogovernance: volledig;
  • • Kredietrisico: de inleiding, Beheer van het kredietrisico, de tabel Krediet- en beleggingsportefeuille bankactiviteiten (geauditeerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij de tabel), de tabel Andere kredietrisico's, de tabel Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep, de delen Overzicht van blootstelling aan overheidsobligaties, Details over de kredietportefeuille van KBC Bank Ireland, Details over de kredietportefeuille van K&H Bank (Hongarije) en de tabel Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse;
  • • Marktrisico in niet-tradingactiviteiten: de inleiding, de delen Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten, Renterisico (met uitzondering van de tabellen Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep en Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten) en Wisselkoersrisico;
  • • Liquiditeitsrisico: volledig;
  • • Marktrisico in tradingactiviteiten: volledig;
  • • Verzekeringstechnische risico's: volledig;
  • • Solvabiliteit, economisch kapitaal en embedded value: de inleiding, Beheer van de solvabiliteit, de tabellen in Solvabiliteit op groepsniveau en Solvabiliteit bank- en verzekeringsactiviteiten afzonderlijk (geauditeerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij die tabellen), de delen Economisch kapitaal (met uitzondering van de tabel) en embedded value Levenbedrijf.

Tenzij anders vermeld, zijn de gegevens voor 2010 van KBL EPB (inclusief VITIS Life), dat volgens IFRS 5 wordt beschouwd als een beëindigde bedrijfsactiviteit, niet opgenomen in de verschillende tabellen (maar apart vermeld in een voetnoot), om consequent te blijven met de weergave van beëindigde bedrijfsactiviteiten in de balans en de winst-en-verliesrekening. We wijzen erop dat midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat (meer informatie vindt u in het hoofdstuk Groepscenter). Zoals kan worden afgeleid uit de in de diverse voetnoten opgenomen gegevens voor KBL EPB, is de invloed van KBL EPB op de diverse risico-indicatoren relatief beperkt.

Risicobeleid

In 2010 onderging het risicobeheer van KBC belangrijke wijzigingen met betrekking tot het beleid en de structuur. Het uiteindelijke doel van die wijzigingen was het vermogen van de groep om daadkrachtig het hoofd te bieden aan ingrijpende economische gebeurtenissen in de toekomst verder te versterken. Daarvoor heeft de KBC-groep een aangepast en uitgebreid geïntegreerd model uitgewerkt dat alle aspecten van risico-, kapitaal- en waardebeheer op één lijn brengt.

De belangrijkste kenmerken van het risicobeleidsmodel zijn:

  • • de Raad van Bestuur (bijgestaan door het Audit-, Risico- en Compliancecomité) die jaarlijks de risicobereidheid bepaalt;
  • • een geïntegreerde architectuur rond het Directiecomité die risicobereidheid, strategie en het bepalen van performancedoelstellingen via kapitaalallocatie koppelt aan limieten en doelstellingen. Aangevuld met een bewakingsproces, creëert dat de parameters voor de business om autonoom risico's te nemen binnen de algemene strategische keuzes van de groep;

  • • het Risico- en Kapitaaltoezichtcomité op groepsniveau (Group Risk and Capital Oversight Committee) en het Groepsrisicobeheercomité (Group Risk Management Committee), twee risicocomités die ervoor zorgen dat het Directiecomité zijn tijd optimaal kan benutten;

  • • één enkele, onafhankelijke, voor de hele groep bevoegde risicofunctie die de chief risk officer van de groep (groeps-CRO, lid van het Directiecomité), lokale CRO's en groeps- en lokale risicofuncties omvat;
  • • risicogerichte commerciële managers die de kennis en de vaardigheid hebben om de juiste afwegingen te maken tussen risico en rendement en die tegelijk optreden als eerste verdedigingslinie voor een gezond risicobeheer binnen de groep. Risico en Compliance vormen de tweede verdedigingslinie en Interne Audit de derde.

Om de bovenstaande doelstellingen te bereiken:

  • • heeft KBC het volledige risico- en kapitaalbeheer ondergebracht bij het Groeps-Directiecomité (Groeps-DC), dat onder meer de volgende belangrijke taken zal opnemen:
  • voorstellen doen aan de Raad van Bestuur over de risico- en kapitaalstrategie en de risicobereidheid;
  • afspraken maken over het kader voor risico- en kapitaalbeleid dat in de hele groep moeten worden toegepast;
  • kapitaal toewijzen aan activiteiten om het risicogewogen rendement te maximaliseren;
  • de risicoblootstelling van de groep bewaken zodat die blijft overeenstemmen met de risicobereidheid.
  • • heeft KBC een Risico- en Kapitaaltoezichtcomité op groepsniveau opgericht (Group Risk and Capital Oversight Committee, GRCOC) dat onder meer:
  • het geïntegreerde risicoprofiel bewaakt (rekening houdend met o.a. marktcontext, solvabiliteit, liquiditeit, performance) om ervoor te zorgen dat risicolimieten en -bereidheid worden nageleefd, en dat verborgen risico's identificeert;
  • aan het Groeps-DC maatregelen voorstelt om de risicoblootstelling terug te dringen wanneer die de limieten zou overschrijden;
  • het Groeps-DC advies verleent over alle beslissingen/aangelegenheden waarbij risico's (mogelijk) een rol spelen en autonoom beslissingen neemt over minder belangrijke risico's;
  • De permanente leden van het comité zijn de Groeps-CRO en de Groeps-CFO (beiden zijn ook lid van het Groeps-DC), de algemeen directeurs van het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep en van Financiën Groep, de thesauriebeheerder van de groep en de directeur Strategie Groep. Het comité biedt ook een platform voor de verschillende bedrijfsentiteiten. Het nodigt de betrokken directeurs uit op vergaderingen over de kwesties in hun expertisedomein.
  • • heeft KBC een Groepsrisicobeheercomité opgericht (Group Risk Management Committee; GRMC) dat onder meer:
  • de toereikendheid van het risico- en kapitaalbeheer bewaakt en verzekert, en het Groeps-DC informeert over tekortkomingen en inefficiënties;
  • aan het Groeps-DC belangrijke wijzigingen aan de risico- en kapitaalbeheerskaders voorstelt, en autonoom beslist over niet-essentiële wijzigingen aan die kaders;
  • risicobeleid actief promoot binnen de groep (bijvoorbeeld via opleiding, communicatie).
  • modelkaders en hun implementatie beheert en bewaakt;
  • De permanente leden van dat comité zijn de Groeps-CRO, de algemeen directeur van het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep en de lokale CRO's. Ook hier wordt de business gehoord, via de lokale CRO's of door de betrokken directeurs te raadplegen over alle onderwerpen en/of kaders die een invloed hebben op hun activiteit.
  • • heeft KBC in de hele groep lokale chief risk officers (LCRO's) aangesteld volgens een logische segmentatie op basis van entiteit en/ of divisie. Een nauwe samenwerking met de business is verzekerd omdat ze deelnemen aan het lokale beslissingsproces. De onafhankelijkheid van de LCRO's is verzekerd door hun rechtstreekse rapportering aan de Groeps-CRO. De LCRO's hebben een aantal verantwoordelijkheden, zoals:
  • de business voortdurend bijstaan in het identificeren, meten en beheren van risico's binnen hun organisatie;
  • bewaking van het lokale geïntegreerde risicoprofiel en ervoor zorgen dat de lokale limieten worden nageleefd;
  • zorgen voor een directe informatiedoorstroming naar de groep over lokaal opkomende risico's;
  • aanbevelingen doen en advies verlenen aan de groepsrisicofunctie over onder meer de beheerskaders zodat die beter zijn aangepast aan het lokale niveau.
  • • De specifieke risicocomités (zoals het Groeps-Kredietrisicocomité, het Groeps-Tradingrisicocomité of het Groeps-ALCO), die waren georganiseerd als risicosilo's, heeft KBC afgeschaft. Alle verantwoordelijkheden en openstaande todo's werden overgedragen naar de nieuwe comités op groepsniveau of naar het lokale niveau (via de LCRO). Het proces voor het afschaffen van de vroegere lokale risicocomités is nog aan de gang.

  • • de groepsrisicofunctie (het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep). Die bewaakt, onder andere, risico's en kapitaal op groepsniveau, ontwikkelt risicomodellen (terwijl de businessmodellen worden ontwikkeld door de business), voert onafhankelijke (d.w.z. afzonderlijk van de medewerkers die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de modellen) waarderingen uit van alle ontwikkelde risico- en businessmodellen, ontwikkelt groepswijde beheerskaders en geeft advies en rapporteert over kwesties die worden behandeld door het Groeps-DC en de risicocomités;

  • • Interne Audit Groep. Die dienst is verantwoordelijk voor de auditplanning en controleert dus of het kader voor risicobeheer in overeenstemming is met de wettelijke en reglementaire voorschriften, controleert de efficiëntie en effectiviteit van het risicobeheerssysteem en de overeenstemming ervan met het risicobeheerskader en de manier waarop het lijnmanagement omgaat met risico's buiten dat formele kader.

Kredietrisico

Kredietrisico is de potentiële negatieve afwijking ten opzichte van de verwachte waarde van een financieel instrument als gevolg van wanbetaling of wanprestatie door een kredietnemer (van een lening), een emittent (van een schuldinstrument), een garantieverstrekker of herverzekeraar, of een tegenpartij (in een professionele transactie), als gevolg van de insolvabiliteit of de betalingsonwil van die partij, of als gevolg van maatregelen van politieke of monetaire autoriteiten in een bepaald land. Kredietrisico omvat niet alleen het risico van in gebreke blijven en landenrisico, maar ook het ratingmigratierisico (het risico op nadelige bewegingen van kredietratings).

Beheer van het kredietrisico

Het kredietrisico wordt zowel op transactioneel als op portefeuilleniveau beheerd. Het beheer op transactioneel niveau houdt in dat er degelijke procedures, processen en toepassingen (systemen, instrumenten) bestaan om de risico's te identificeren en te meten voor en na de acceptatie van individuele kredietrisico's. Er zijn limieten vastgelegd om het maximaal toegestane kredietrisico te bepalen. Het beheer op portefeuilleniveau omvat onder meer de periodieke meting van en rapportering over het kredietrisico dat is ingebed in de geconsolideerde krediet- en beleggingsportefeuille, de controle op de naleving van limieten, het stresstesten van kredietrisico in verschillende scenario's, het nemen van risicobeperkende maatregelen en de optimalisering van het algemene kredietrisicoprofiel.

Kredietrisicobeheer op transactieniveau

Acceptatie. Er bestaan degelijke acceptatiebeleidslijnen en -procedures voor alle soorten van kredietrisico. De omschrijving hier is beperkt tot risico's verbonden aan klassieke bedrijfskredieten en aan kredietverlening aan particulieren, omdat die het grootste deel uitmaken van het kredietrisico van de groep.

Voor kredietverlening aan bedrijven wordt bij een voorstel van een commerciële entiteit een advies van een kredietadviseur gevoegd, tenzij het gaat om een klein bedrag of een laag risico. In principe worden belangrijke beslissingen gezamenlijk genomen door twee of meer personen. Het beslissingsechelon wordt bepaald op basis van matrices die onder meer rekening houden met parameters als het groepsrisicototaal (het totale risico dat de gehele KBC-groep heeft op de groep waartoe de tegenpartij behoort), de risicoklasse (hoofdzakelijk bepaald op basis van intern ontwikkelde ratingmodellen) en de aard van de tegenpartij (financiële instellingen, overheden, bedrijven, enz.).

Kredietverlening aan particulieren (zoals hypothecaire leningen) is onderworpen aan een gestandaardiseerd proces, waarbij de resultaten van scoremodellen een belangrijke rol spelen in de acceptatieprocedure. Kredieten aan particulieren worden doorgaans toegestaan in lokale munt, met uitzondering van bepaalde Centraal- en Oost-Europese landen en Rusland, waar vaak kredieten in vreemde valuta worden verleend wegens het aanzienlijke verschil tussen de rente in lokale munt en de rente in andere munten. De laatste jaren is de aandacht toegenomen voor het inherente risico dat voortvloeit uit schommelingen in de wisselkoersen, waardoor KBC een erg voorzichtige houding heeft aangenomen tegenover dat type van kredietverlening.

Toezicht en bewaking. Voor de meeste soorten kredietrisico wordt de bewaking in hoofdzaak gestuurd door de risicoklasse, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de Probability of Default (PD), of de kans op een in gebreke blijven, en de Loss Given Default (LGD), of het verwachte verlies in het geval dat een debiteur in gebreke blijft. De kans daarop wordt geschat als de PD. Om de risicoklasse te bepalen, heeft KBC diverse ratingmodellen ontwikkeld. Enerzijds om de kredietwaardigheid van debiteuren te meten en anderzijds om het verwachte verlies van de verschillende types van transacties in te schatten. Een aantal uniforme modellen wordt in de hele groep gebruikt (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, projectfinanciering, enz.). Andere verschillen naargelang van de geografische markt waarop ze worden gebruikt (kmo's, particulieren, enz.). In de hele groep wordt dezelfde interneratingschaal gebruikt.

De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van 1 (laagste risico) tot 9 (hoogste risico) voor de PD. Een debiteur die in gebreke is gebleven, krijgt een interne rating toegekend van PD 10 tot PD 12. PD-klasse 12 wordt toegekend als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis de terugneming van de waarborg beveelt. Klasse 11 omvat debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet beantwoorden aan de criteria van PD 12. PD-klasse 10 wordt toegekend aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die nog performing zijn en niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12. Elk kwartaal wordt voor de grotere dossiers een overzicht van alle debiteuren in gebreke voorgelegd aan het Groeps-Directiecomité.

Kredieten aan grote ondernemingen worden minstens jaarlijks herzien. Daarbij wordt minstens de interne rating geactualiseerd. Als de ratings niet tijdig worden geactualiseerd, wordt een boete opgelegd. Kredieten aan kleinere en middelgrote ondernemingen worden vooral herzien op basis van risicosignalen (bijvoorbeeld een beduidende wijziging van de risicoklasse). Kredieten aan particulieren worden gezamenlijk herzien tijdens periodieke screenings.

Ook kredietbeslissingen worden bewaakt. Een lid van een hoger kredietcomité houdt namelijk toezicht op de beslissingen van het onmiddellijk lagere beslissingsechelon en toetst ze aan het kredietbeleid.

Bijzondere waardeverminderingen. Op kredieten aan debiteuren in de PD-klassen 10, 11 en 12 (impaired kredieten) past KBC bijzondere waardeverminderingen toe op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Die schatting gebeurt op individuele basis en voor kleinere kredieten op statistische basis. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier als een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).

Om te vermijden dat een debiteur die in financiële moeilijkheden verkeert uiteindelijk in gebreke blijft, kan worden beslist om zijn kredieten te herschikken. Een herschikking kan betekenen dat het contractuele aflossingsplan wordt gewijzigd, de rente- of provisiebetalingen worden verlaagd of uitgesteld of een andere geschikte maatregel wordt getroffen. Bij een herschikking naar aanleiding van een verslechtering van de financiële situatie van de debiteur, waarbij de betalingsvoorwaarden worden gewijzigd, wordt een PD-klasse 9 of hoger toegekend. Als de herschikking betekent dat het financiële actief (volledig of gedeeltelijk) wordt kwijtgescholden, wordt minstens een PD-klasse 10 toegekend. Voor de retailportefeuille wordt de PD-klasse bepaald op basis van de gedragsscore. In dergelijke gevallen kan de PD lager zijn dan 9. Na een herschikking wordt de toestand van de debiteur (in principe) na een jaar opnieuw beoordeeld en kan hij terugkeren naar een betere klasse dan PD 9 als die beoordeling positief is. In dat geval spreekt men niet meer van een debiteur met een herschikt krediet.

Eind 2009 maakten kredieten die werden herschikt om bijzondere waardeverminderingen te vermijden 2,2% uit van de totale kredietportefeuille (uitstaand bedrag). Eind 2010 was dat cijfer gestegen tot 2,5% (de tabel hiernaast geeft een verdere uitsplitsing). In Divisie Merchantbanking komt het grootste deel van de herschikte portefeuille op rekening van KBC Bank Ireland, waar eind 2010 bijna 9,0% van de totale portefeuille werd herschikt (eind 2009 was dat 5,8%).

Herschikte kredieten waardoor bijzondere waardeverminderingen werden vermeden
(in procenten van de totale portefeuille herschikte kredieten)*
31-12-2009
31-12-2010
Divisie België
16%
16%
Divisie Centraal- en Oost-Europa
23%
20%
Tsjechië
3%
4%
Slowakije
3%
2%
Hongarije
10%
10%
Polen
1%
1%
Bulgarije
7%
3%
Divisie Merchantbanking
53%
61%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen)
7%
3%
Totaal
100%
100%
(in miljarden euro)
3,7
4,0

* KBL EPB neemt circa 0,1% van de totale portefeuille herschikte kredieten voor zijn rekening.

Kredietrisicobeheer op portefeuilleniveau

Het toezicht op portefeuillebasis gebeurt onder meer met een kwartaalrapportering over de geconsolideerde kredietportefeuille om te verzekeren dat het kredietbeleid en de limieten worden nageleefd. De belangrijkste risicoconcentraties worden extra bewaakt op basis van periodieke en ad-hocrapporten. Er bestaan limieten op debiteur-, garantieverstrekker-, emittent- of tegenpartijniveau, op sectorniveau en voor specifieke activiteiten of geografische zones. Bovendien worden stresstests uitgevoerd op bepaalde soorten kredieten (zoals hypothecaire leningen, kredieten aan specifieke bedrijfssectoren), maar ook op alle kredietrisico's.

Terwijl sommige limieten nog zijn uitgedrukt in termen van gecontracteerde bedragen, worden ook concepten zoals verwacht verlies (Expected Loss) en verlies bij in gebreke blijven (Loss Given Default) gebruikt. Die concepten vormen, samen met de kans op een in gebreke blijven (Probability of Default), de bouwstenen voor de berekening van de reglementaire kapitaalvereisten voor kredietrisico, aangezien KBC heeft geopteerd voor de Basel II Internal Rating Based (IRB)-benadering.

De overstap naar de Basel II IRB-benadering gebeurt in fasen. In 2007 stapten KBC Bank NV en de meeste van haar belangrijke dochterondernemingen al over naar de IRB Foundation-benadering. Van de belangrijke groepsmaatschappijen stapte K&H Bank in 2008 over naar de standaardbenadering van Basel II en zal het in 2011 de IRB Foundation-benadering toepassen. Andere maatschappijen – zoals Kredyt Bank en Cˇ SOB Slovakia – doen dat later (onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder). De minder belangrijke entiteiten van de KBC-groep stapten in 2008 over op de standaardbenadering van Basel II en zullen die blijven gebruiken. Nieuwe stappen naar de IRB Advanced-benadering zijn voorzien vanaf 2012.

Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten

Kredietrisico's doen zich voor in zowel de bank- als de verzekeringsactiviteiten van de groep. Kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten worden in het volgende deel beschreven. Ze doen zich hoofdzakelijk voor in de beleggingsportefeuille (ten aanzien van emittenten van schuldinstrumenten) en ten aanzien van herverzekeraars. De beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten en overheidsobligaties worden beschreven in aparte hoofdstukken verderop.

Wat de bankactiviteiten betreft, ligt het kredietrisico voornamelijk in de krediet- en beleggingsportefeuille (zie tabel). Die portefeuille is het resultaat van pure, traditionele kredietactiviteiten. Hij omvat alle (bevestigde en niet-bevestigde) bedrijfskapitaalfinancieringen, investeringskredieten, garantiekredieten, kredietderivaten (verkochte protectie) en niet-overheidseffecten in de beleggingsportefeuilles van de bankentiteiten van de groep. Daarnaast treedt er ook kredietrisico op bij andere bankactiviteiten. Tradingactiviteiten bijvoorbeeld leiden tot blootstelling aan het emittentenrisico, terwijl transacties met professionele tegenpartijen (plaatsingen en verhandeling van derivaten) een tegenpartijrisico inhouden. Internationale handelsfinanciering is ook een bron van kredietrisico, omdat het een kortetermijnrisico op financiële instellingen inhoudt. Ten slotte brengen ook de overheidsobligaties in de beleggingsportefeuille, voornamelijk aangehouden voor ALM- en liquiditeitsdoeleinden, kredietrisico met zich mee.

De krediet- en beleggingsportefeuille zoals die in dit hoofdstuk is bepaald, verschilt sterk van de post Leningen en voorschotten aan cliënten, zoals vermeld in Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening (die post omvat bijvoorbeeld niet de leningen en voorschotten aan banken, de garantiekredieten en kredietderivaten, het niet-opgenomen gedeelte van kredieten en de bedrijfs- en bankobligaties, maar bevat wel repotransacties met niet-banken). De krediet- en beleggingsportefeuille wordt ingedeeld volgens verschillende criteria in de onderstaande tabel.

Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten 31-12-2009 31-12-20105
Totale kredietportefeuille (in miljarden euro)
Toegestaan bedrag 201,6 192,2
Uitstaand bedrag 166,5 161,3
Kredietportefeuille naar divisie (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)
België 29% 31%
Centraal- en Oost-Europa 21% 23%
Merchantbanking 39% 36%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 11% 10%
Totaal 100% 100%
Kredietportefeuille naar krediettype (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)
Kredieten en garantiekredieten 94% 96%
Bedrijfs- en bankobligaties 6% 4%
Totaal 100% 100%
Kredietportefeuille naar sector van de tegenpartij (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1
Particulieren 34% 37%
Financiële en verzekeringsdiensten 9% 7%
Overheden 3% 3%
Bedrijven 54% 52%
Niet-financiële diensten 10% 10%
Klein- en groothandel 8% 8%
Vastgoed 7% 7%
Bouw 4% 5%
Elektriciteit 3% 2%
Voedingsindustrie 2% 2%
Auto-industrie 2% 2%
Landbouw, veeteelt en visserij 2% 2%
Chemische nijverheid 2% 2%
Overige2 14% 13%
Totaal 100% 100%
Kredietportefeuille naar regio (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1
West-Europa 67% 68%
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 23% 24%
Noord-Amerika 6% 5%
Latijns-Amerika 1% 1%
Midden-Oosten 0% 0%
Azië 2% 2%
Afrika 0% 0%
Oceanië 1% 1%
Internationale instellingen 0% 0%
Totaal 100% 100%
Kredietportefeuille naar risicoklasse (deel van de portefeuille, in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1, 3
PD 1 (laagste risico, kans op in gebreke blijven van 0,00% tot 0,10%, niet inbegrepen) 23% 25%
PD 2 (0,10% – 0,20%) 12% 12%
PD 3 (0,20% – 0,40%) 16% 18%
PD 4 (0,40% – 0,80%) 16% 15%
PD 5 (0,80% – 1,60%) 14% 11%
PD 6 (1,60% – 3,20%) 9% 8%
PD 7 (3,20% – 6,40%) 4% 6%
PD 8 (6,40% – 12,80%) 2% 2%
PD 9 (hoogste risico, ≥ 12,80%) 3% 3%
Totaal 100% 100%
Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten (vervolg) 31-12-2009 31-12-20105
Impaired kredieten4
, PD 10 + 11 + 12 (in miljoenen euro of in procenten)
Impaired kredieten 8 982 10 950
Bijzondere waardeverminderingen 3 884 4 696
Portefeuillegerelateerde waardeverminderingen 328 352
Kredietkostenratio
Divisie België 0,15% 0,15%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 1,70% 1,22%
Tsjechië 1,12% 0,75%
Slowakije 1,56% 0,96%
Hongarije 2,01% 1,98%
Polen 2,59% 1,45%
Bulgarije 2,22% 2,00%
Divisie Merchantbanking 1,19% 1,38%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 2,15% 1,05%
Totaal 1,11% 0,91%
Non-performing (NP) kredieten, PD 11 + 12 (in miljoenen euro of in procenten)
Uitstaand bedrag 5 595 6 551
Bijzondere waardeverminderingen voor non-performing kredieten 2 790 3 283
Non-performing ratio
Divisie België 1,5% 1,5%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 4,1% 5,6%
Divisie Merchantbanking 3,9% 5,2%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 5,1% 5,3%
Totaal 3,4% 4,1%
Dekkingsratio
[Bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten]/[uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 50% 50%
Totaal exclusief hypothecaire leningen 60% 60%
[Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten]/
[uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 75% 77%
Totaal exclusief hypothecaire leningen 90% 96%

Voor een definitie van de ratio's zie het Glossarium van gebruikte ratio's.

1 Gegevens geauditeerd door de commissaris.

2 Individuele sectoraandelen niet groter dan 2%.

3 Interneratingschaal.

4 Cijfers wijken af van die in Toelichting 21 in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening wegens verschillen in consolidatiekring.

5 De blootstelling van KBL EPB is niet opgenomen in de cijfers van 2010. Zijn portefeuille toegestane kredieten bedroeg 3,1 miljard euro (waarvan 2,9 miljard euro uitstaand) en concentreert zich voornamelijk in de sectoren financiële diensten en particulieren. De non-performing ratio van KBL EPB bedraagt 4,0% (4,6% exclusief hypothecaire kredieten) terwijl 93% van de portefeuille non-performing kredieten gedekt is door specifieke waardeverminderingen.

Naast de kredietrisico's verbonden aan de krediet- en beleggingsportefeuille zijn er ook kredietrisico's verbonden aan andere bankactiviteiten. De belangrijkste zijn:

Commerciële transacties op korte termijn. Deze activiteit betreft de financiering van export of import en brengt alleen risico's tegenover financiële instellingen met zich mee. Het gaat om documentaire kredieten, pre-exportfinancieringen, post-importfinancieringen en aanverwante transacties, met een restlooptijd van niet meer dan twee jaar. Niettegenstaande het relatief hoge aandeel van non-investment grade-banken in de risicopositie (ruwweg 24%), zijn de verliezen historisch zeer laag, in het bijzonder voor documentaire kredieten. Het risicobeheer met betrekking tot deze activiteit gebeurt op basis van limieten per financiële instelling en per land of landengroep.

Effecten in de handelsportefeuille. Deze effecten houden een emittentenrisico in (potentieel verlies als gevolg van wanbetaling door de emittent). De blootstelling aan dat risico wordt gemeten op basis van de marktwaarde van het effect. Het emittentenrisico wordt beperkt door het gebruik van limieten, zowel per emittent als per ratingklasse. De blootstelling aan effecten met activa als onderpand (Asset Backed Securities) en CDO's (Collateralised Debt Obligations) in de handelsportefeuille is niet opgenomen in de cijfers in de tabel (zie Overzicht van de posities in gestructureerde kredieten).

Professionele transacties (plaatsingen bij professionele tegenpartijen en verhandeling van derivaten). Die transacties brengen tegenpartijrisico met zich mee. De in de tabel weergegeven bedragen zijn de presettlementrisico's van de groep, gemeten als de som van de (positieve) huidige vervangingswaarde (mark-to-market) van een transactie en de toepasselijke toeslag bepaald volgens de huidige risicometingsmethode onder Basel II. Plaatsingen maken iets meer dan 20% van het totale bedrag uit. Het overgrote deel van de plaatsingen staat uit op banken met een investment grade-rating. De risico's worden beperkt door het gebruik van limieten (afzonderlijke limieten voor zowel presettlement- als settlementrisico) per tegenpartij. Er wordt ook gebruikgemaakt van close-out netting en zekerheden. Financiële zekerheden worden alleen in aanmerking genomen als de betrokken activa worden beschouwd als risicobeperkend voor berekeningen van het reglementair kapitaal (Basel II). Dat impliceert onder andere dat er voldoende juridische zekerheid is over de eigendom van de zekerheid voor elke relevante jurisdictie.

Overheidseffecten in de beleggingsportefeuille. De risicopositie ten aanzien van overheden wordt gemeten in termen van nominale of boekwaarde en is in hoofdzaak te situeren bij EU-overheden (in het bijzonder België). Het DC heeft limieten vastgelegd voor dat type van kredietrisico, meer bepaald voor zogenaamde posities in overheidsobligaties van niet-thuislanden, en die worden aangevuld met waarschuwingssignalen voor de positie in overheidsobligaties van thuislanden (d.w.z. blootstelling aan België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Polen en Bulgarije). Meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties voor bank- en verzekeringsactiviteiten samen geven we in een apart hoofdstuk verderop.

Andere kredietrisico's (in miljarden euro) 31-12-2009 31-12-20102
Commerciële transacties op korte termijn 2,0 2,5
Emittentenrisico1 0,8 0,4
KBC Financial Products 0,1 0,0
Andere entiteiten 0,7 0,4
Tegenpartijrisico van professionele transacties3 18,6 12,7
Overheidsobligaties in de beleggingsportefeuille 46,2 49,1

1 Exclusief OESO-overheidsobligaties met rating A- of hoger.

2 Blootstelling KBL EPB niet opgenomen in de cijfers voor 2010. Zijn blootstelling aan het emittentenrisico bedraagt ongeveer 0,13 miljard euro en het tegenpartijrisico bedraagt meer dan 1 miljard euro. KBL EPB heeft ook voor ongeveer 1,8 miljard euro aan overheidsobligaties in zijn beleggingsportefeuille.

3 Na aftrek van ontvangen zekerheden en uitkeringen voor netting.

Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten

Voor de verzekeringsactiviteiten liggen de kredietrisico's vooral op het vlak van de beleggingsportefeuille (emittenten van schuldinstrumenten) en de herverzekeraars. Het GRCOC heeft richtlijnen vastgelegd om het kredietrisico in de beleggingsportefeuille te beheersen. Zo zijn er normen die bepalen welk deel van de portefeuille moet zijn belegd in overheidseffecten van OESO-landen, normen die emittenten een minimumrating opleggen, en dergelijke. De volgende tabel geeft een overzicht van de samenstelling van de totale beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de groep.

Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep (in miljoenen euro, marktwaarde)1
Per balanspost
31-12-2009 31-12-20105
Effecten 22 242 23 396
Obligaties en soortgelijke effecten 20 746 21 832
Aangehouden tot einde looptijd 3 517 3 493
Voor verkoop beschikbaar 17 019 18 131
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen
in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden
149 136
Als leningen en vorderingen 62 72
Aandelen en soortgelijke 1 463 1 534
Voor verkoop beschikbaar 1 461 1 531
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen
in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden
2 3
Overige 33 30
Leningen en voorschotten aan cliënten 203 285
Leningen en voorschotten aan banken 2 898 3 155
Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 523 566
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 23 18
Overige 103 13
Beleggingscontracten, tak 232 7 957 7 329
Totaal 33 949 34 761
Details over obligaties en soortgelijke effecten
Naar rating3, 4
AA- en hoger 68% 69%
A- en hoger 94% 95%
BBB- en hoger 100% 100%
Naar sector3
Overheden 62% 66%
Financiële instellingen 20% 18%
Overige 18% 16%
Totaal 100% 100%
Naar munt3
Euro 92% 92%
Andere Europese munten 8% 8%
Amerikaanse dollar 0% 0%
Totaal 100% 100%
Naar restlooptijd3
Maximaal 1 jaar 4% 7%
Tussen 1 en 3 jaar 19% 22%
Tussen 3 en 5 jaar 24% 20%
Tussen 5 en 10 jaar 34% 34%
Meer dan 10 jaar 18% 16%
Totaal 100% 100%

Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep (in miljoenen euro, marktwaarde)1

1 De totale boekwaarde bedroeg 34 408 miljoen euro in december 2010 en 33 598 miljoen euro in december 2009.

2 Deze post vertegenwoordigt de actiefzijde van tak 23-producten en wordt volledig gespiegeld aan de passiefzijde. Er is geen kredietrisico voor KBC Verzekeringen.

3 Exclusief beleggingen verbonden aan tak 23-levensverzekeringen. In bepaalde gevallen gebaseerd op extrapolaties en schattingen.

4 Externeratingschaal.

5 Exclusief VITIS Life. Op 31 december 2010 bedroeg de beleggingsportefeuille van VITIS Life 2,3 miljard euro.

KBC staat ook bloot aan een kredietrisico ten aanzien van (her)verzekeraars, aangezien die in gebreke zouden kunnen blijven voor hun verplichtingen die voortvloeien uit met KBC gesloten (her)verzekeringscontracten. Dat type van kredietrisico wordt onder meer gemeten via een nominale benadering (het maximale verlies) en het verwachte verlies. Er gelden naamconcentratielimieten. De PD, en bij uitbreiding het verwachte verlies, wordt berekend op basis van de interne of externe ratings. De Exposure at Default wordt bepaald door de nettoschadereserves en de premies op te tellen, en het Loss Given Default (LGD)-percentage is vastgesteld op 50%.

Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse EAD EAD EL EL
Exposure at Default (EaD) en verwacht verlies (EL)* (in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
AAA tot en met A- 353 423 0,07 0,07
BBB+ tot en met BB- 111 137 0,16 0,13
Lager dan BB- 0 0 0,00 0,00
Zonder rating 16 15 0,35 0,34
Totaal 479 576 0,59 0,54

* EAD: geauditeerde cijfers. EL: cijfers niet geauditeerd door de commissaris.

Overzicht van blootstelling aan overheidsobligaties (bank- en verzekeringsportefeuille samen)

De groep heeft voor ongeveer 60 miljard euro aan overheidsobligaties in zijn beleggingsportefeuille (voor verkoop beschikbaar, tot einde looptijd aangehouden en gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, maar exclusief de handelsportefeuille), voornamelijk als gevolg van zijn aanzienlijke liquiditeitsoverschot en de herbelegging van verzekeringsreserves in vastrentende instrumenten. In de onderstaande grafiek en tabel geven we een uitsplitsing per land voor de situatie op 31 december 2010 (de gegevens in de grafiek zijn zonder KBL EPB en VITIS Life, die samen tekenen voor ongeveer 3,5% van het totaal).

De volgende tabel geeft meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties van een aantal Zuid-Europese landen en Ierland per einde 2010.

Blootstelling aan overheidsobligaties van
geselecteerde Europese landen op 31-12-2010
Totaal Bank- en verzekeringsportefeuille
(in miljarden euro, boekwaarde)1 Bank- en
verzekerings
portefeuille2
Handels
portefeuille
Totaal Bedragen met
vervaldag in
2011
Bedragen met
vervaldag in
2012
Bedragen met
vervaldag na
2012
Griekenland 0,6 0,0 0,6 0,1 0,1 0,4
Portugal 0,3 0,0 0,3 0,0 0,1 0,2
Spanje 2,2 0,1 2,3 0,1 0,5 1,6
Italië 6,4 0,2 6,6 0,9 0,4 5,1
Ierland 0,5 0,0 0,5 0,0 0,0 0,5

1 KBL EPB en VITIS Life zijn opgenomen.

2 Voor verkoop beschikbaar, tot einde looptijd aangehouden en aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.

De turbulentie op de markt voor overheidsobligaties heeft geen relevante invloed gehad op de liquiditeitspositie en strategie van KBC. Alle overheidsobligaties blijven in aanmerking komen als zekerheid bij de Europese Centrale Bank. Er werden voor die obligaties geen bijzondere waardeverminderingen geboekt. Over het boekjaar 2010 heeft KBC een totaal bedrag van -303 miljoen euro (vóór belastingen) aan reëlewaardeveranderingen geboekt in de winst-en-verliesrekening voor overheidsobligaties gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (waarvan -200 miljoen euro betrekking heeft op Italië en -98 miljoen euro op Griekenland; invloed inclusief de reëlewaardeverandering van de betrokken ALM-derivaten), en een tradingresultaat van -31 miljoen euro. KBC boekte een totaal nettoverlies van 43 miljoen euro op de verkoop van voor verkoop beschikbare overheidsobligaties.

Details over de kredietportefeuille van KBC Bank Ireland

Gezien de moeilijke situatie op de Ierse markt geven we hieronder meer informatie over de kredietportefeuille van KBC Bank Ireland.

KBC Bank Ireland – kredietportefeuille1 31-12-2009 31-12-2010
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 18 17
Indeling naar krediettype
Woningkredieten 74% 76%
Kmo- en bedrijfskredieten 15% 13%
Vastgoedbelegging en vastgoedontwikkeling 11% 11%
Verdeling naar risicoklasse
Laag risico (PD 1–4) 44% 38%
Gemiddeld risico (PD 5–7) 38% 35%
Hoog risico (PD 8–9) 11% 13%
Impaired, maar nog performing (PD 10) 1% 3%
Impaired, non-performing (PD 11+12) 6% 10%
Kredietkostenratio2 0,96% 2,98%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen]/[uitstaande non-performing kredieten] 20% 42%
Herschikte distressed kredieten3, 4 6% 9%

1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten.

2 Niet geauditeerd door de commissaris.

3 We schenken ook bijzondere aandacht aan herschikte distressed kredieten, d.w.z. kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden vermeden door opnieuw te onderhandelen over de voorwaarden. Zoals blijkt uit de tabel groeit dat deel van de portefeuille, voornamelijk als gevolg van de economische situatie in Ierland.

4 Daarnaast kunnen KBC Homeloans-woningkredieten (zoals dat algemeen gangbaar is op de Ierse en Britse hypotheekmarkten) traditioneel aan cliënten de mogelijkheid bieden om gedurende een beperkte periode alleen interest terug te betalen.

Details over de kredietportefeuille van K&H Bank (Hongarije)

K&H Bank – kredietportefeuille1 31-12-2009 31-12-2010
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 7 7
Indeling naar krediettype
Retailkredieten 47% 53%
Hypothecaire kredieten in vreemde valuta 32% 35%
Kmo- en bedrijfskredieten 53% 47%
Verdeling naar risicoklasse
Laag risico (PD 1–4) 58% 52%
Gemiddeld risico (PD 5–7) 24% 25%
Hoog risico (PD 8–9) 10% 9%
Impaired, maar nog performing (PD 10) 3% 3%
Impaired, non-performing (PD 11+12) 5% 8%
Zonder rating 0% 3%
Kredietkostenratio2 2,01% 1,98%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen]/[uitstaande non-performing kredieten] 80% 71%
Herschikte distressed kredieten 5% 6%

1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten.

2 Niet geauditeerd door de commissaris.

Overzicht van de positie in gestructureerde kredieten (bank- en verzekeringsportefeuille samen)

In het verleden was KBC actief in het domein van gestructureerde krediettransacties en investeerde het ook zelf in zulke gestructureerde kredietproducten.

  • • KBC trad (via zijn dochteronderneming KBC Financial Products) op als originator door het structureren van CDO-transacties (op basis van activa van derden) voor zichzelf of voor derde beleggers. Voor verscheidene transacties werd bescherming gekocht van kredietverzekeraars, voornamelijk MBIA, een Amerikaanse monolineverzekeraar (in de tabel Afgedekt risico ten aanzien van CDO's).
  • • KBC belegde in gestructureerde kredietproducten, zowel in CDO's (notes en andere super senior-tranches) grotendeels door KBC zelf uitgegeven (in de tabel Niet-afgedekt CDO-risico) als in andere ABS (in de tabel Andere ABS). Het voornaamste doel toen was

de spreiding van het risico en verbetering van het rendement van de herbelegging van de verzekeringsreserves en bankdeposito's die niet werden aangewend voor kredietverlening.

Blootstelling aan gestructureerde kredieten (CDO's en andere
ABS)*, 31-12-2010 (in miljarden euro, vóór belastingen)
Afgedekt risico ten
aanzien van CDO's
(verzekerd door
kredietverzekeraars)
Niet-afgedekt
CDO-risico
Andere ABS
Totaal nominaal bedrag 14,9 7,7 4,7
Initiële waardeverminderingen op equity en junior CDO-tranches -0,6
Cumulatieve waardeaanpassingen -1,2 -4,2 -1,0

* Inclusief KBL EPB.

Tussen begin 2010 en 7 januari 2011 leden de niet-afgedekte CDO-posities die KBC in portefeuille heeft een effectief verlies van in totaal 1,1 miljard euro, als gevolg van afgewikkelde kredietgebeurtenissen (settled credit events) in de lagere tranches van de CDOstructuur. Die hadden geen verdere invloed op de winst-en-verliesrekening, omdat voor die CDO-tranches in het verleden al een volledige afwaardering werd geboekt.

Het totale uitstaande nominale bedrag in de niet-afgedekte portefeuille daalde met 2,2 miljard euro door het vervallen van de CDO Aldersgate. Dat had geen noemenswaardige invloed op de winst-en-verliesrekening.

Meer informatie over de waardering van CDO's vindt u onder Toelichting 26 in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening.

Afgedekt risico ten aanzien van CDO's

Zoals hierboven vermeld, kocht KBC kredietbescherming voor een groot deel van het (super senior) CDO-gerelateerde risico waarvoor het als originator optrad. Een relatief beperkt deel van die verzekering werd afgesloten bij Channel en het grootste deel bij MBIA, een Amerikaanse monolineverzekeraar. In februari 2009 maakte MBIA een herstructureringsplan bekend, met onder meer een afsplitsing van waardevolle activa, waardoor zijn kredietwaardigheid fors afnam. Door de verhoging van de marktwaarde van de onderliggende swap en het hogere tegenpartijrisico zag KBC zich verplicht belangrijke additionele negatieve waardeaanpassingen te boeken. Het resterende risico verbonden aan de verzekeringsdekking van MBIA is sterk verminderd, omdat het vervat is in de garantieovereenkomst die op 14 mei 2009 werd bereikt met de Belgische staat (meer details vindt u in het hoofdstuk Overige informatie).

(in miljarden euro)
Totaal verzekerd bedrag (gecontracteerd bedrag van super senior-swaps)
MBIA 14,4
Channel 0,4
Invloed van afgewikkelde kredietgebeurtenissen2 -0,3
Details over verzekeringsdekking MBIA
Totaal verzekerd bedrag (gecontracteerd bedrag van de super senior-swap) 14,7
Reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking
(gemodelleerde vervangingswaarde, rekening houdend met de garantieovereenkomst3
)
1,7
Waardeaanpassing m.b.t. tegenpartijrisico MBIA -1,2
(In procenten van de reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking4
)
70%

Afgedekt risico ten aanzien van CDO's1 (verzekering van CDO-gerelateerde risico's door kredietverzekeraars), 31-12-2010 (in miljarden euro)

1 Inclusief KBL EPB.

2 Tot 7 januari 2011.

3 Het door MBIA verzekerde bedrag is vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat.

4 Rekening houdend met cumulatieve omrekeningsverschillen.

Niet-afgedekt CDO-risico en andere ABS

Deze rubriek betreft de CDO's die KBC kocht als belegging en die niet vallen onder de verzekeringsdekking van MBIA of andere externe kredietverzekeraars (Niet-afgedekt CDO-risico in de onderstaande tabel) en andere ABS in de portefeuille (Andere ABS in de tabel). Voor de CDO's heeft KBC tot op heden al aanzienlijke negatieve waardeaanpassingen doorgevoerd. Het resterende risico is ingeperkt doordat de niet-afgedekte super senior CDO-tranches vervat zijn in de garantieovereenkomst met de Belgische staat (meer details vindt u in het hoofdstuk Overige informatie).

Bovendien worden de waardeaanpassingen op de CDO's bij KBC verwerkt via de winst-en-verliesrekening (in plaats van rechtstreeks via het eigen vermogen), omdat de CDO's van de groep grotendeels synthetisch van aard zijn (dat betekent dat de onderliggende activa afgeleide producten zijn, zoals credit default-swaps op bedrijven). Het synthetische karakter is ook de reden waarom de CDO's van KBC niet in aanmerking komen voor boekhoudkundige herklassering volgens IFRS om hun invloed op de resultaten te neutraliseren.

Tot 2008 werden waardeaanpassingen op andere ABS grotendeels geboekt via het eigen vermogen. Eind 2008 herklasseerde KBC het grootste deel van de ABS-portefeuille als Leningen en vorderingen. Sindsdien worden ze opgenomen in de waardeverminderingsprocedure voor de kredietportefeuille (dergelijke bijzondere waardeverminderingen hebben een invloed op de winst-en-verliesrekening).

Niet-afgedekt CDO-risico en andere ABS1
, 31-12-2010
(in miljarden euro)
Niet-afgedekt
CDO-risico
Andere ABS
Totaal nominaal bedrag 7,7 4,7
Initiële waardeverminderingen op equity en junior CDO-tranches -0,6
Invloed van afgewikkelde kredietgebeurtenissen2 -0,7
Totaal nominaal bedrag, na aftrek van voorzieningen voor equity en junior-tranches
en na aftrek van afgewikkelde kredietgebeurtenissen
6,4 4,7
Super senior-tranches (vervat in garantieovereenkomst met de Belgische staat) 3,6
Niet-super senior-tranches 2,8
Cumulatieve waardeaanpassingen -4,2 -1,0

1 Inclusief KBL EPB.

2 Tot 7 januari 2011 (exclusief de invloed van de voorziening voor equity en junior-tranches).

Details over de onderliggende activa van de CDO's en ABS

Details over de onderliggende activa van de CDO's en ABS vindt u in het Risk Report (beschikbaar op www.kbc.com), waar de nominale waarde van het afgedekte CDO-risico, het niet-afgedekte CDO-risico (na aftrek van initiële waardeverminderingen op junior en equity CDO-tranches) en de ABS in portefeuille wordt ingedeeld volgens de aard en rating van de onderliggende activa.

Marktrisico in niet-tradingactiviteiten

Het beheersproces van de structurele marktrisico's die KBC loopt (zoals het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, wisselkoersrisico en inflatierisico) wordt Asset-Liability Management (ALM) genoemd.

Met structurele risico's worden alle risico's bedoeld die inherent deel uitmaken van de commerciële activiteit van KBC of de langetermijnposities aangehouden door de groep (bank en verzekeraar). De tradingactiviteiten vallen daar dus niet onder. De structurele risico's kunnen ook worden omschreven als de combinatie van:

  • • onevenwichtigheden in de bankactiviteiten verbonden aan het aantrekken van werkmiddelen door het kantorennetwerk en de aanwending ervan (via onder meer kredietverlening);
  • • onevenwichtigheden in de verzekeringsactiviteiten tussen de verplichtingen in het Leven- en Niet-levenbedrijf en de ter afdekking daarvan aangehouden beleggingsportefeuilles;
  • • de risico's verbonden aan het aanhouden van een beleggingsportefeuille ter herbelegging van het eigen vermogen;
  • • de structurele wisselkoerspositie, die voortvloeit uit de activiteiten in het buitenland (participaties in vreemde valuta's, geboekte resultaten van buitenlandse vestigingen, wisselrisico gekoppeld aan de valutamismatch tussen verplichtingen en beleggingen bij de verzekeraar).

Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten

Binnen het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep is een team belast met de ondersteuning van het GRCOC en de uitbouw van het ALM. Soortgelijke teams bestaan ook binnen de verschillende divisies. Ook de taken in verband met het risicobeheer voor het Levenbedrijf vallen onder het ALM.

De ALM-strategie wordt gecoördineerd door de nieuw opgerichte Group Treasury-functie en wordt lokaal geïmplementeerd door frontofficefuncties. In het verleden gebeurde dat door een centrale investeringsfunctie.

De belangrijkste elementen van het ALM-raamwerk binnen KBC zijn:

• de focus op economische waarde als hoeksteen van het ALM-beleid, met daarnaast aandacht voor maatstaven als inkomsten, solvabiliteit en liquiditeit;

  • • het gebruik van een Value-at-Risk (VAR)-meetmethode voor de verschillende risicocategorieën binnen de hele groep in het kader van de risicobudgettering en -begrenzing. Die VAR meet het maximale verlies dat kan optreden over een tijdshorizon van één jaar met een bepaald betrouwbaarheidsniveau als gevolg van rentebewegingen en andere marktwaardeschommelingen. Sommige risicoparameters (nl. inflatieverwachtingen, vastgoedramingen en correlaties verbonden aan die risicoklassen) zijn gebaseerd op adviezen van experts;
  • • de bepaling van een ALM-VAR-limiet op groepsniveau en de verdeling van die limiet in verschillende risicosoorten en entiteiten;
  • • het gebruik van de VAR, die berekend wordt op basis van reëlewaardemodellen voor niet-looptijdgebonden producten, rekening houdend met verschillende in de portefeuille ingebedde opties en garanties;
  • • VAR wordt aangevuld met andere risicomeetmethodes, zoals Basis-Point-Value (BPV), gecontracteerde bedragen, enz.

Marktrisico in niet-tradingactiviteiten van de KBC-groep, verdeling naar risicocategorie

(VAR 99%, één jaar tijdshorizon, marginale contributie van verschillende risicosoorten in de VAR)

(in miljarden euro)1 31-12-2009 31-12-20103
Renterisico 0,85 0,90
Aandelenrisico 0,84 0,57
Vastgoedrisico 0,14 0,10
Andere risico's2 0,08 0,11
Totaal gediversifieerde VAR (groep) 1,91 1,68

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. De vermelde VAR houdt nog geen rekening met de volgende (materiële) risico's: corporate credit spread, sovereign spread en cyclische voorafbetalingsopties ingebed in hypothecaire kredieten.

2 Wisselkoersrisico en inflatierisico.

3 Exclusief KBL EPB en VITIS Life. De invloed van beide entiteiten op de ALM-VAR van de groep bedraagt 90 miljoen euro als gevolg van hun aandelenportefeuilles.

Renterisico

KBC hanteert twee hoofdtechnieken om renterisico's te meten, namelijk BPV en de al vermelde VAR. De BPV geeft de waardeverandering van de portefeuille weer bij een stijging van de rentevoeten over de volledige curve met tien basispunten (negatieve cijfers wijzen op een daling van de waarde van de portefeuille). BPV-limieten worden zo bepaald dat de renteposities samen met de overige structurele risico's (aandelen, vastgoed, enz.) binnen de totale VAR-limieten blijven. Daarnaast worden ook technieken gehanteerd zoals rentevoetgevoeligheidsanalyse (gap analysis), durationbenadering, scenarioanalyse en stresstesting (zowel vanuit een economischewaardeperspectief als vanuit inkomstenperspectief).

Over de gevoeligheid van de hele groep aan schommelingen van rentevoeten wordt regelmatig verslag uitgebracht, zowel voor de bank- als de verzekeringsactiviteiten. De tabel illustreert de invloed van een stijging van de rentecurve met 100 basispunten, rekening houdend met de posities op de datum van verslaggeving.

Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep1

Invloed op de nettowinst, IFRS3
Invloed op de waarde2, 3
(in miljoenen euro) 2009 2010 2009 2010
Verzekeringsactiviteiten -8 -5 -130 -67
Bankactiviteiten -110 -56 -506 -504
Totaal -118 -61 -635 -572

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Volledige marktwaarde, ongeacht de boekhoudkundige categorie of waardeverminderingsregels.

3 Exclusief KBL EPB en VITIS Life. Een stijging van de rentecurve met 100 basispunten zou een erg beperkte invloed hebben op de nettowinst van KBL EPB en VITIS Life (-0,65 miljoen euro). De invloed op de marktwaarde van KBL EPB en VITIS Life zou -23 miljoen euro bedragen.

Bankactiviteiten

De ALM-renteposities van de bankentiteiten worden beheerd op basis van een marktgerichte interne prijsstelling voor looptijdgebonden producten en een replicating portfolio-techniek, op dynamische basis herzien, voor de niet-looptijdgebonden producten (bijvoorbeeld zicht- en spaarrekeningen).

Het eigen vermogen van de bank wordt belegd in vaste activa, strategische participaties en overheidsobligaties. Daarnaast kan de bank ook renteposities aanhouden via overheidsobligaties, gericht op het verwerven van rente-inkomsten, zowel in de obligatieportefeuille die dient ter herbelegging van het eigen vermogen als in een op korte termijn gefinancierde obligatieportefeuille.

De tabel illustreert de ontwikkeling van het renterisico van de bank in 2009 en 2010.

BPV van het ALM-boek, bankactiviteiten*

(in miljoenen euro)
Gemiddelde 1kw2009 -89
Gemiddelde 2kw2009 -94
Gemiddelde 3kw2009 -85
Gemiddelde 4kw2009 -67
31-12-2009 -62
Maximum in 2009 -98
Minimum in 2009 -62
Gemiddelde 1kw2010 -63
Gemiddelde 2kw2010 -68
Gemiddelde 3kw2010 -69
Gemiddelde 4kw2010 -62
31-12-2010 -55
Maximum in 2010 -69
Minimum in 2010 -55

* KBL EPB is niet opgenomen in de cijfers over 2010. Als KBL EPB wordt meegerekend, zou dat een totale BPV voor de bankactiviteiten geven van -57 miljoen euro per einde 2010.

Conform Basel II wordt regelmatig een 2%-stresstest uitgevoerd. Die zet het gehele renterisico van de bankportefeuille (bij een parallelle beweging van de rente met 2%) af tegen het totale eigen vermogen. Voor de bankportefeuille op KBC-groepsniveau (exclusief KBL EPB) bedroeg dat risico 4,48% van het totale eigen vermogen op 31 december 2010 (ruim onder de drempel van 20%, vanaf waar een bank wordt beschouwd als outlier bank, met een hoger reglementair kapitaalbeslag als mogelijk gevolg).

De volgende tabel toont de renterisicogap van de ALM-bankportefeuille. Om de renterisicogap te bepalen, wordt de boekwaarde van activa (positief bedrag) en passiva (negatief bedrag) ingedeeld naar de vroegste van contractuele herberekeningsdatum en vervaldag, om de lengte te kennen van de periode waarvoor de rente vast is. Derivaten, die hoofdzakelijk worden gebruikt om het risico als gevolg van schommelingen van rentevoeten te beperken, werden meegeteld volgens hun gecontracteerd bedrag en repricingdatum.

Renterisicogap ALM-boek (inclusief derivaten), bankactiviteiten1, 2

1-3 3-12 Niet-rente
(in miljoenen euro) ≤ 1 maand maanden maanden 1-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar dragend Totaal
31-12-2009 1 363 7 884 -3 629 1 590 5 874 3 275 -16 358 0
31-12-2010 -5 116 -558 626 1 513 5 226 3 852 -5 542 0
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.
2 KBL EPB is niet opgenomen in de cijfers over 2010. Die cijfers vermelden we apart hieronder:
-140 55 88 528 140 18 -689 0

De renterisicogap toont dat KBC Groep een longpositie heeft inzake renterisico. Activa hebben typisch een langere looptijd dan passiva, wat betekent dat de nettorente-inkomsten baat hebben bij een normale rentecurve. De economische waarde van KBC Groep is voornamelijk gevoelig aan bewegingen in het langere eind van de rentecurve.

Verzekeringsactiviteiten

Wat de verzekeringsactiviteiten van de groep betreft, worden de vastrentende beleggingen voor de Niet-levenreserves belegd in overeenstemming met de verwachte uitbetalingspatronen voor claims, op basis van uitgebreide actuariële analyses.

De tak 21-Levenactiviteiten combineren een rentegarantie met een discretionaire, door de verzekeringsmaatschappij te bepalen, winstdeling. De belangrijkste risico's waaraan de verzekeraar in dat soort activiteiten is blootgesteld, zijn het lagerenterisico (het risico dat de beleggingsopbrengst beneden het gegarandeerde renteniveau zakt) en het risico dat de beleggingsopbrengst niet volstaat om een concurrerende winstdeling te verzekeren. Het lagerenterisico wordt beheerd via een politiek van cashflowmatching, toegepast op het deel van de Levenportefeuilles dat door vastrentende effecten wordt gedekt. Het afkooprisico (risico dat het verwachte afkoopgedrag van de cliënten verandert) en de verwachte winstdelingspolitiek worden beheerd met een gemengde beleggingsportefeuille van vastrentende beleggingen en aandelen.

Tak 23-beleggingsverzekeringen worden hier niet besproken omdat die activiteit geen marktrisico's met zich meebrengt.

De tabel geeft een overzicht van het renterisico in het Levenbedrijf van KBC. De activa en passiva met betrekking tot levensverzekeringen met rentegarantie worden ingedeeld naar verwacht tijdstip van kasstromen.

Verwachte kasstromen, niet-verdisconteerd, Levenbedrijf1

(in miljoenen euro) 0-5 jaar 5-10 jaar 10-15 jaar 15-20 jaar > 20 jaar Totaal
31-12-2009
Vastrentende activa 11 447 7 154 2 313 1 605 1 243 23 763
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 9 229 4 982 1 876 1 549 2 306 19 942
Verschil in verwachte kasstromen 2 218 2 172 437 57 -1 063 3 821
Gemiddelde duration van activa 5,38 jaar
Gemiddelde duration van passiva 5,94 jaar
31-12-20102
Vastrentende activa 12 353 7 245 2 250 1 504 1 074 24 425
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 9 814 6 287 2 140 1 723 2 560 22 524
Verschil in verwachte kasstromen 2 539 958 109 -219 -1 487 1 901
Gemiddelde duration van activa 5,40 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,36 jaar

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Exclusief VITIS Life. Die entiteit heeft 573 miljoen euro aan vastrentende activa die 508 miljoen euro aan gegarandeerde verplichtingen dekken.

Zoals hierboven vermeld, ligt het belangrijkste renterisico voor de verzekeraar in de daling van de rentevoeten. KBC voert een politiek die rekening houdt met de mogelijke negatieve gevolgen van een aanhoudende rentedaling en bouwde belangrijke supplementaire reserves op, in eerste instantie voor de producten die het meest aan het renterisico onderhevig zijn. Zo worden in België (waar het merendeel van de Levenreserves te situeren is) de technische voorzieningen voor producten met een gegarandeerde rentevoet van 4,75% berekend tegen een disconteringsvoet van 4%. Daarnaast worden sinds 2000 aanvullende voorzieningen opgebouwd ingevolge de knipperlichtprocedure. Die procedure verplicht KBC Verzekeringen en Fidea om extra voorzieningen aan te leggen zodra de gegarandeerde rentevoet van een premie de knipperlichtdrempel met meer dan 0,1% overschrijdt (die drempel is gelijk aan 80% van de gemiddelde rentevoet over de laatste 5 jaar van overheidsobligaties op 10 jaar). Eind 2010 verkreeg KBC een vrijstelling van 80% voor de verdere opbouw van die reserve, nadat het had bewezen dat de huidige beschikbare reserves volstaan om het mogelijke verlies van economische waarde als gevolg van een daling van de rentevoeten op te vangen.

Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten1 31-12-2009 31-12-20103
5,00% en hoger2 3% 3%
Meer dan 4,25% tot en met 4,99% 12% 11%
Meer dan 3,50% tot en met 4,25% 17% 7%
Meer dan 3,00% tot en met 3,50% 31% 33%
Meer dan 2,50% tot en met 3,00% 25% 22%
2,50% en lager 9% 19%
0,00% 4% 5%
Totaal 100% 100%

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Betreft contracten in Centraal- en Oost-Europa.

3 Exclusief VITIS Life. Die entiteit is goed voor 2,5% van het totale nominale risico (waarvan 68% in de categorie Meer dan 2,50% tot en met 3,00%).

De verschillende groepsmaatschappijen voeren toereikendheidstoetsen (liability adequacy tests) uit die in overeenstemming zijn met de lokale en IFRS-vereisten. De berekeningen zijn gebaseerd op prospectieve methodes (kasstroomprojecties rekening houdend met mogelijke afkopen en een verdisconteringsvoet die per verzekeringsentiteit werd bepaald en waarbij de lokale macro-economische toestand en regelgeving in acht werden genomen). Daarbij worden extra marktwaardemarges ingebouwd om met de onzekerheid in een aantal berekeningsparameters rekening te houden. Omdat er eind 2010 geen tekorten werden vastgesteld, hoefde er geen ontoereikendheidsreserve te worden opzijgezet binnen de KBC-groep.

Aandelenrisico

Het aandelenrisicoprofiel is grotendeels afhankelijk van de kernactiviteit (bank of verzekeringen) van de groepsmaatschappij. Verzekeringsmaatschappijen houden traditiegetrouw een relatief grote aandelenportefeuille aan, omdat aandelen kunnen dienen als afdekking voor de discretionaire winstdeling van verzekeringsverplichtingen (met name winstdeling op de Belgische markt). Naast de verzekeringsentiteiten houden ook andere entiteiten van de groep (KBC Bank, KBL EPB, KBC Asset Management en KBC Private Equity) kleinere aandelenportefeuilles aan.

De boekhoudkundige technieken en waardeverminderingsprocedure voor aandelen worden beschreven in Toelichting 1 b in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening. Elk kwartaal komt een waardeverminderingscomité samen om te bepalen of er bijzondere waardeverminderingen moeten worden opgenomen. De beslissing van het comité is gebaseerd op een aantal samenhangende indicatoren.

Het aandelenrisico wordt bewaakt door middel van een VAR-techniek (99% eenzijdige betrouwbaarheidsinterval, tijdshorizon van één jaar), waarbij een limiet is vastgelegd voor het totale aandelenrisico van de ALM-activiteiten van de groep. De aandelenposities van de bankentiteiten zijn ook opgenomen in de Basel II-pijler 1-berekening van het kredietrisico.

De tabellen hieronder geven meer informatie over de totale niet-tradingaandelenposities bij KBC. Alle minderheidsbelangen worden beschouwd als aandelenposities (zoals de participatie in Nova Ljubljanska banka). De eerste tabel splitst het totale aandelenrisico uit in genoteerde en niet-genoteerde posities. De tweede tabel geeft een overzicht van de concentratie volgens sector.

De tabel geeft een overzicht van de samenstelling van de aandelenportefeuille van de KBC-groep.

Aandelenportefeuille KBC-groep1 Bankactiviteiten Verzekeringsactiviteiten Groep
(in miljarden euro) 31-12-2009 31-12-20102 31-12-2009 31-12-20102 31-12-2009 31-12-20102
Totaal aandelenrisico 1,3 1,1 1,3 1,4 2,6 2,6
Waarvan niet-genoteerd 0,6 0,5 0,1 0,1 0,7 0,6

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Exclusief KBL EPB en VITIS Life. KBL EPB heeft een aandelenportefeuille van 0,28 miljard euro, waarvan 52% belegd is in niet-genoteerde aandelen. De portefeuille van VITIS Life (45 miljoen euro) is volledig belegd in genoteerde aandelen.

De tabel geeft een overzicht van de samenstelling van de aandelenportefeuille van de KBC-groep, ingedeeld naar sector.

Aandelenportefeuille KBC-groep1, 2 Bankactiviteiten Verzekeringsactiviteiten Groep
(naar sector, in procenten) 31-12-2009 31-12-20103 31-12-2009 31-12-20103 31-12-2009 31-12-20103
Financiële instellingen 17% 46% 26% 21% 23% 32%
Niet-cyclische consumentensectoren 22% 15% 17% 8% 19% 11%
Communicatie 4% 2% 6% 6% 5% 4%
Energie 8% 5% 9% 8% 9% 7%
Industriële sectoren 8% 5% 8% 10% 8% 8%
Nutsbedrijven 4% 4% 5% 5% 5% 4%
Cyclische consumentensectoren 8% 7% 8% 20% 8% 15%
Basismaterialen 5% 8% 8% 9% 7% 8%
Overige en niet bepaald 24% 8% 12% 13% 17% 11%

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Een aantal niet-genoteerde participaties (de belangrijkste is Nova Ljubljanska banka) zijn sinds 2010 opgenomen in de verslaggeving. Dat verklaart de belangrijke jaar-op-jaar-stijging voor de sector Financiële instellingen (onder Bankactiviteiten).

3 Exclusief KBL EPB en VITIS Life.

De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de inkomsten en de economische waarde voor schommelingen op de aandelenmarkten. De cijfers omvatten ook de gevoeligheid van niet-genoteerde aandelen in de verschillende portefeuilles.

Invloed van een 12,5%-daling van de aandelenkoersen1 Invloed op de nettowinst, IFRS Invloed op de waarde
(in miljoenen euro) 2009 20102 2009 20102
Verzekeringsactiviteiten -3 -13 -120 -100
Bankactiviteiten -29 -27 -165 -142
Totaal -33 -40 -285 -242

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Exclusief KBL EPB en VITIS Life. Een daling van de aandelenkoersen met 12,5% zou leiden tot een economisch verlies van 35 miljoen euro voor KBL EPB en 5,6 miljoen euro voor VITIS Life. Volgens de waardeverminderingsregels van KBC zou ongeveer 1 miljoen euro van die verliezen zichtbaar zijn in de winst-en-verliesrekening.

Jaarverslag KBC 2010 65

De tabel geeft een overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde meerwaarden op de aandelenportefeuille.

Niet-tradingaandelenpositie 1
Niet-tradingaandelenpositie1 31-12-2009
31-12-20103
(in miljoenen euro) Netto gerealiseerde
winst (in winst-en
verliesrekening)
Netto niet-gereali
seerde winst op
posities per einde jaar
(in eigen vermogen)
Netto gerealiseerde
winst (in winst-en
verliesrekening)
Netto niet-gereali
seerde winst op
posities per einde jaar
(in eigen vermogen)
KBC-groep2 95 387 64 377
Bankentiteiten 34 121 21 91
Verzekeringsentiteiten 58 293 45 338

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Het totale cijfer omvat winsten van enkele aandelenposities rechtstreeks toe te schrijven aan de KBC-groep. Winsten uit gezamenlijke deelnemingen met bank- en verzekeringsentiteiten van de KBC-groep zijn uitgesloten.

3 KBL EPB en VITIS Life zijn niet opgenomen in de cijfers van de KBC-groep. Voor die entiteiten bedragen de netto gerealiseerde winsten 9 miljoen euro (opgenomen in de winst-en-verliesrekening) en de verliezen op posities per einde jaar bedragen 98 miljoen euro (opgenomen in het eigen vermogen).

Vastgoedrisico

Binnen de vastgoedactiviteiten van de groep wordt een beperkte vastgoedbeleggingsportefeuille aangehouden met het oog op de realisatie van meerwaarden op lange termijn. KBC Verzekeringen houdt ook een gediversifieerde vastgoedportefeuille aan, als belegging voor zowel Niet-levenreserves als Levenactiviteiten op lange termijn. De vastgoedpositie wordt hierbij gezien als een langetermijnafdekking van inflatierisico's en als een manier om het risico-rendementprofiel van deze portefeuilles te optimaliseren.

De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de economische waarde voor schommelingen op de vastgoedmarkten.

Invloed van een 12,5%-daling van de vastgoedprijzen1
Invloed op de waarde
(in miljoenen euro)
2009
20102
Bankportefeuilles
-93
-80
Verzekeringsportefeuilles
-21
-30
Totaal
-114
-110

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen.

2 Exclusief KBL EPB (VITIS Life draagt geen groot vastgoedrisico).

Wisselkoersrisico

Bij het beheer van de structurele wisselposities volgt KBC een voorzichtig beleid, dat er in essentie in bestaat het wisselrisico te vermijden. De wisselposities in de ALM-boeken van de bankentiteiten met een handelsportefeuille worden overgedragen naar de handelsportefeuille, waar ze worden beheerd binnen de toegekende handelslimieten. De wisselpositie van bankentiteiten zonder handelsportefeuille, van verzekerings- en van andere entiteiten moet worden afgedekt als ze van betekenis is. Aandelen in niet-euromunten die deel uitmaken van de beleggingsportefeuille hoeven niet te worden afgedekt. Participaties in vreemde valuta's worden in principe voor het bedrag van de nettoactiva, exclusief goodwill, gefinancierd door een lening in de desbetreffende vreemde munt.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een onderneming niet in staat is om een toename van activa te financieren of verplichtingen tijdig na te komen, tenzij tegen onaanvaardbare kosten.

De voornaamste doelstelling van het liquiditeitsbeheer van KBC is de groep te financieren en ervoor te zorgen dat de kernactiviteiten van de groep zelfs in ongunstige omstandigheden inkomsten blijven voortbrengen. Sinds de financiële crisis is er in de hele sector meer aandacht voor liquiditeitsrisicobeheer en dat werd nog versterkt door de minimale liquiditeitsvereisten die zijn vastgelegd door het Basel-comité. Op sectorniveau verwachten we dat de grotere vraag naar wholesale- of retailfinanciering op lange termijn de financieringskosten van financiële instellingen onder toenemende druk zal zetten.

KBC bereidt zich voor op Basel III door de ideeën van Basel III geleidelijk te verwerken in zijn liquiditeits- en financieringskaders en in zijn financiële planning. Het liquiditeitsrisicobewustzijn in de hele organisatie wordt niet alleen verzekerd door het instellen van limieten, maar ook door het verwerken van de liquiditeitskosten in het funds transfer pricing-mechanisme van de groep.

Beheer van het liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsbeheerskader en de liquiditeitslimieten voor de groep worden vastgelegd door de Raad van Bestuur. Het liquiditeitsbeheer is georganiseerd binnen Group Treasury, dat de collateralmanagementactiviteiten en het aantrekken van langetermijnfinanciering centraliseert. De eerstelijnsverantwoordelijkheid voor het operationeleliquiditeitsbeheer ligt bij de respectieve groepsentiteiten, aangezien zij het best de specifieke kenmerken van hun lokale producten en markten kennen en rechtstreeks de contacten onderhouden met lokale regelgevers en dergelijke. Het liquiditeitscontingencyplan voorziet evenwel in een escalatie naar het groepsniveau voor alle belangrijke lokale liquiditeitsproblemen. De operationeleliquiditeitsrisico's van de hele groep worden ook dagelijks samengevoegd en centraal bewaakt, en worden periodiek gerapporteerd aan het GRCOC, het Groeps-DC en het Audit-, Risico- en Compliancecomité.

Het liquiditeitskader van KBC steunt op de volgende pijlers:

• Het contingencyliquiditeitsrisico. Dit risico wordt beoordeeld op basis van liquiditeitsstresstests die meten hoe de liquiditeitsbuffer van de bankentiteiten van de groep verandert in extreme stresssituaties. De liquiditeitsbuffer is gebaseerd op veronderstellingen inzake liquiditeitsuitstroom (zoals het gedrag van de retail- en professionele cliënten en kredietopnames van bevestigde kredietlijnen) en inzake instromen uit liquiditeitsverhogende acties (zoals het belenen van de obligatieportefeuille en het verminderen van ongedekte interbancaire kredietverlening).

De liquiditeitsbuffer moet volstaan om de liquiditeitsbehoeften te dekken (nettokas- en collateraluitstromen) over (i) de periode die nodig is om het vertrouwen van de markt in de groep te herstellen na een KBC-gebonden gebeurtenis, (ii) de periode die de markten nodig hebben om te herstellen van een algemene marktgebeurtenis, en (iii) een gecombineerd scenario, waarbij rekening wordt gehouden met zowel een KBC-gebonden gebeurtenis als een algemene marktgebeurtenis. Het algemene doel van het liquiditeitskader is voldoende liquiditeit te behouden in noodsituaties, zonder toevlucht te nemen tot liquiditeitsverhogende acties die aanzienlijke kosten met zich meebrengen of de kernactiviteiten van de bankgroep verstoren.

• Structureel liquiditeitsrisico. De financieringsstructuur van de groep wordt zo beheerd dat er een substantiële diversificatie wordt behouden, dat financieringsconcentraties in tijdsperiodes worden geminimaliseerd en dat de mate van afhankelijkheid van wholesalefinanciering beperkt blijft. Daartoe wordt de verwachte structuur van de balans regelmatig herzien en worden de gepaste financieringsstrategieën en -opties uitgewerkt en geïmplementeerd. Sinds eind 2009 worden maatstaven vergelijkbaar met de Basel III-normen in acht genomen.

Ter illustratie van het structurele liquiditeitsrisico worden in de tabel hieronder activa en passiva gegroepeerd naar restlooptijd (tot contractuele vervaldag). Het verschil tussen de kasinstroom en -uitstroom is de nettoliquiditeitsgap (net liquidity gap). Per einde 2010 trok KBC voor 44 miljard euro financiering aan uit de professionele markt. Als we ook rekening houden met de interbancaire kredietverlening, daalde de financiering door de professionele markt naar 18 miljard euro.

• Operationeleliquiditeitsrisico. Het operationeleliquiditeitsbeheer gebeurt in de thesaurieafdelingen en is gebaseerd op ramingen van de financieringsbehoeften. De meest volatiele componenten van de balans worden dagelijks gecontroleerd door Group Treasury, dat ervoor moet zorgen dat er op elk ogenblik een voldoende grote buffer beschikbaar is om het hoofd te bieden aan extreme liquiditeitsgebeurtenissen waarbij wholesalefinanciering niet mogelijk is.

Structureel liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico op 31 december 2010 (exclusief intercompanytransacties)1

1-3 3-12 Niet
(in miljarden euro) <= 1 maand maanden maanden 1-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar bepaald Totaal
31-12-2009
Totale instroom 55 13 23 70 42 40 45 288
Totale uitstroom2 69 22 23 29 7 3 136 288
Professionele financiering 34 9 13 1 0 1 0 59
Cliëntenfinanciering 22 7 7 6 1 1 91 135
Schuldcertificaten 9 6 3 21 6 1 0 46
Overige3 4 0 0 0 0 0 45 49
Liquiditeitsgap (exclusief
niet-opgenomen verbintenissen)
-14 -8 -1 41 35 37 -91 0
Niet-opgenomen verbintenissen -34
Financiële garanties -17
Nettoliquiditeitsgap (inclusief
niet-opgenomen verbintenissen)
-14 -8 -1 41 35 37 -142 -51
31-12-20104
Totale instroom 49 12 23 64 44 46 37 276
Totale uitstroom2 65 16 14 31 6 2 141 276
Professionele financiering 36 5 1 1 0 0 0 44
Cliëntenfinanciering 17 8 8 13 3 2 99 149
Schuldcertificaten 8 4 5 17 3 0 0 36
Overige3 4 0 0 0 0 0 43 47
Liquiditeitsgap (exclusief
niet-opgenomen verbintenissen) -16 -4 9 34 38 44 -105 0
Niet-opgenomen verbintenissen -34
Financiële garanties -12
Nettoliquiditeitsgap (inclusief
niet-opgenomen verbintenissen)
-16 -4 9 34 38 44 -151 -46

1 Kasstromen zijn exclusief rentestromen conform de interne en reglementaire liquiditeitsrapportering. Er is geen instroom/uitstroom gemeld als gevolg van margin calls voor/van MtM-posities van derivaten. Het is de bedoeling van deze tabel om contractueel bepaalde stromen weer te geven, terwijl potentiële stromen als gevolg van margin calls afhankelijk zijn van toekomstige MtM-ontwikkelingen.

2 Professionele financiering omvat alle deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, alsook alle repos.

3 MtM-derivaten worden vermeld in het niet bepaald-segment.

4 Exclusief KBL EPB. Gezien zijn privatebankingactiviteiten trekt KBL EPB grote volumes aan kortetermijncliëntendeposito's aan en kent het lage volumes aan cliëntenkredieten toe (LTD van 17%).

Typisch voor een bankgroep worden langetermijnactiva in zekere mate gefinancierd met kortetermijnpassiva, wat tot een negatieve liquiditeitsgap leidt in de korteretermijnbuckets en een positieve liquiditeitsgap in de langeretermijnbuckets. Een dergelijke positie leidt tot liquiditeitsrisico, als KBC niet in staat zou zijn om zijn kortetermijnfinanciering te vernieuwen. Het KBC-liquiditeitskader voorziet in een financieringsstrategie die ervoor zorgt dat het betreffende liquiditeitsrisico binnen de risicotolerantie van de groep blijft.

Marktrisico in tradingactiviteiten

Het marktrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte economische waarde van een financieel instrument veroorzaakt door marktbewegingen van rente, wisselkoersen, aandelen- of grondstoffenprijzen. Het risico van prijsschommelingen van verhandelbare effecten als gevolg van kredietrisico, landenrisico en liquiditeitsrisico maakt eveneens deel uit van het marktrisico. De rente-, valuta- en aandelenrisico's van de bancaire niet-tradingposities en van de posities van de verzekeraar zijn integraal bij de marktrisico's in niet-tradingactiviteiten opgenomen.

Het doel van marktrisicobeheer is het marktrisico van de gehele tradingpositie op groepsniveau te meten en te rapporteren, rekening houdend met de voornaamste risicofactoren en specifieke risico's.

KBC loopt marktrisico via de handelsportefeuilles van de dealingrooms in West-Europa, Centraal- en Oost-Europa, de Verenigde Staten en Azië. De klassieke dealingrooms, waarbij de dealingroom in Brussel het leeuwendeel van de limieten en risico's voor zijn rekening neemt, richten zich vooral op de handel in rente-instrumenten. De activiteit op de wisselmarkten was traditiegetrouw beperkt. De dealingrooms buiten België concentreren zich hoofdzakelijk op de bediening van de cliënten met geld- en kapitaalmarktproducten, op de financiering van de lokale bankactiviteit, en voeren, in lokale niches, een beperkte handel voor eigen rekening.

KBC zette de desinvestering van tradingactiviteiten in zijn gespecialiseerde dochtermaatschappijen voort in 2010 (KBC Financial Products en KBC Peel Hunt). KBC Peel Hunt werd verkocht via een managementbuy-out. De volgende activiteiten van KBC Financial Products werden in de loop van het jaar verkocht: verzekeringsderivaten, de Japanse cash equity-activiteiten, Convertible Bonds, Asian Equity Derivatives en Amerikaanse Reverse Mortgages. De portefeuille exotische aandelenderivaten werd nagenoeg volledig afgedekt of op vervaldag stopgezet. KBC Financial Products bouwde ook zijn resterende activiteiten, zoals fondsderivaten en kredietderivaten, verder af.

Beheer van het marktrisico

Het belangrijkste instrument voor de berekening en bewaking van marktrisico's in de handelsportefeuille is de Historical Value-at-Riskmethode (HVAR). VAR beoogt binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een raming te geven van de economische waarde die een bepaalde portefeuille over een bepaalde houdperiode kan verliezen door marktrisico. De meting houdt rekening met het marktrisico van de huidige portefeuille. KBC hanteert de historische simulatiemethode (HVAR), conform de Basel II-standaarden ter zake (99% eenzijdige betrouwbaarheidsinterval, 10 dagen houdperiode, historische gegevens van minstens 250 werkdagen). KBC werkt met een gegevensoverzicht van 500 werkdagen. De HVAR-methodiek maakt geen veronderstellingen wat de verdeling van koerssprongen of onderlinge correlaties betreft, maar gaat uit van het historische ervaringspatroon van de twee voorgaande jaren.

Risicoconcentraties worden bewaakt via een reeks van secundaire limieten. De belangrijkste daarbij is een driedimensionale scenariolimiet, gebaseerd op bewegingen van spotkoersen, volatiliteiten en creditspreads. Andere secundaire limieten zijn concentratielimieten voor aandelen en valuta's en Basis-Point-Value-limieten voor het renterisico. Er gelden bovendien ook concentratielimieten voor risico's verbonden aan opties (de zogenaamde Greeks) of voor het specifieke risico van een bepaalde emittent of een bepaald land. Complexe en/of illiquide instrumenten, die niet zijn inbegrepen in de HVAR-berekeningen, zijn onderworpen aan nominale of scenariolimieten.

Naast de HVAR-berekeningen worden uitgebreide stresstests uitgevoerd. Terwijl het HVAR-model mogelijke verliezen in normale marktomstandigheden berekent, tonen stresstests de invloed van bijzondere omstandigheden en gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid. De historische en hypothetische stresstestscenario's omvatten zowel het marktrisico als de liquiditeitsaspecten van marktverstoringen.

Een van de elementen van een gezond risicobeheer is een voorzichtige waardering. Dagelijks wordt in het middle-office een onafhankelijke waardering van frontofficeposities uitgevoerd. Kan het onafhankelijke karakter of de betrouwbaarheid van het waarderingsproces niet worden gegarandeerd, dan wordt een parameterherziening uitgevoerd. Waar nodig worden reëlewaardeaanpassingen toegepast in verband met close-outkosten, aanpassingen voor minder liquide posities of markten, aanpassingen gekoppeld aan markto-modelwaarderingen, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten.

Naast de parameterherziening worden ook periodiek risicocontroles uitgevoerd die alle controles omvatten waarbij geen parameters of resultaten worden getoetst (dat gebeurt bij de parameterherziening), maar die nodig zijn voor een goed risicobeheer. Bovendien wordt voor elk nieuw product en elke nieuwe activiteit een businesscase opgestart om de risico's te analyseren en na te gaan hoe die zullen worden beheerd (gemeten, beperkt, bewaakt en gerapporteerd). Voor elke nieuwe productbusinesscase moet een schriftelijk advies worden geformuleerd door het Groeps- of lokale Waarde- en Risicobeheer voor hij aan het Nieuw- en Actiefproductcomité (NAPC) wordt voorgelegd.

Risicoanalyse en -kwantificering

Een globale VAR wordt berekend voor elke gespecialiseerde dochtermaatschappij en voor alle tradingentiteiten over de hele wereld. Voor deze laatste (zie KBC Bank in de tabel) omvat de VAR zowel de lineaire als de niet-lineaire posities van de klassieke dealingrooms. De VAR van KBC Financial Products wordt ook in de tabel weergegeven. Per einde 2010 bedroeg de VAR voor KBC Securities 0,3 miljoen euro (niet opgenomen in de tabel). De berekening is gebaseerd op een eendaagse houdperiode.

De HVAR voor KBC Financial Products omvat alle tradingactiviteiten. Activiteiten die meer illiquide zijn en eerder de vorm van een krediet hebben, zoals fondsderivaten, zijn niet opgenomen in de HVAR. De handel in fondsderivaten wordt beschouwd als een legacy business (er wordt dus geen nieuwe tradingactiviteit uitgevoerd) en wordt bewaakt op basis van Key Performance Indicators die betrekking hebben op bijvoorbeeld de ontwikkeling van de uitoefenprijs en de aflossingen.

KBC Bank en KBC Financial Products hebben de toestemming verkregen van de Belgische regelgever om hun respectieve VAR-model te gebruiken voor de bepaling van de reglementairekapitaalvereisten voor een deel van hun marktactiviteiten. Cˇ SOB (Tsjechië) heeft ook de goedkeuring gekregen van de lokale regelgever om zijn VAR-model te gebruiken voor de bepaling van de kapitaalvereisten.

De betrouwbaarheid van het VAR-model wordt dagelijks getest met een backtest, waarbij het eendaagse VAR-cijfer wordt vergeleken met de no-action P&L (dat wil zeggen dat de posities ongewijzigd blijven, maar de marktgegevens worden gewijzigd in die van de volgende dag). Dat gebeurt zowel op het topniveau als op het niveau van de verschillende entiteiten en desks.

Een overzicht van de derivaten volgt in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 29.

Marktrisico, VAR, eendaagse houdperiode

(in miljoenen euro) KBC Bank1, 2 KBC Financial Products3
Gemiddelde 1kw2009 10 14
Gemiddelde 2kw2009 8 15
Gemiddelde 3kw2009 6 9
Gemiddelde 4kw2009 6 10
31-12-2009 5 11
Maximum in 2009 13 21
Minimum in 2009 5 6
Gemiddelde 1kw2010 6 9
Gemiddelde 2kw2010 8 9
Gemiddelde 3kw2010 6 8
Gemiddelde 4kw2010 5 8
31-12-2010 4 7
Maximum in 2010 15 13
Minimum in 2010 4 6

1 Exclusief specifiek renterisico (dat wordt berekend met behulp van andere technieken en swapbasisrisico).

2 Geïntegreerde HVAR (KBL EPB opgenomen in 2009, maar uitgesloten in 2010). Omdat KBL EPB voornamelijk actief is in cliëntondersteunende diensten en niet in handel voor eigen rekening, draagt het maar in beperkte mate bij aan de HVAR van KBC Bank.

3 Exclusief de CDO- en fondsderivatenactiviteiten van Avebury.

Verzekeringstechnisch risico

Verzekeringstechnische risico's vloeien voort uit de onzekerheid over de frequentie van het zich voordoen van verzekerde schadegevallen en over de schadegrootte. Al die risico's worden onder controle gehouden door een gepast acceptatie-, tariferings-, schadereserverings-, herverzekerings- en schadebeheersingsbeleid van het lijnmanagement enerzijds en een onafhankelijk verzekeringsrisicobeheer anderzijds.

Beheer van het verzekeringstechnisch risico

Het verzekeringsrisicobeheer is gebaseerd op het principe dat in eerste instantie het lijnmanagement verantwoordelijk is voor de beheersing van de risico's en dat de entiteiten belast met het waarde- en risicobeheer onafhankelijk van het lijnmanagement moeten functioneren. De opdracht van het centre of excellence Verzekeringsrisico, dat behoort tot het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep, bestaat erin een groepskader voor het beheer van verzekeringsrisico's te ontwikkelen. De verzekeringsmaatschappijen hebben lokale entiteiten voor waarde- en risicobeheer die rapporteren aan hun lokale chief risk officer. Op groepsniveau is de opdracht van het centre of excellence Verzekeringsrisico meer bepaald het ondersteunen van de lokale implementatie- en organisatieprocessen en het functioneel aansturen van het verzekeringsrisicobeheer van die dochtermaatschappijen. Aangezien de taken van het risicobeheer grotendeels samenvallen met de taken die wetgevers of toezichthouders opleggen aan de actuarissen, in hun hoedanigheid van certificerend actuaris, aangewezen actuaris of andere, zijn die actuarissen meestal (maar niet altijd) opgenomen in de lokale risicobeheersorganen.

Risicomodellering

KBC ontwikkelt geleidelijk modellen, van beneden naar boven, voor alle belangrijke verzekeringsverplichtingen van de groep, te weten (i) de toekomstige schadegevallen die zich binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon zullen voordoen, inclusief hun schadeafwikkelingspatroon; (ii) de toekomstige afwikkeling van schadegevallen (al dan niet al aangegeven aan de verzekeraar) die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar nog niet volledig zijn geregeld en (iii) de weerslag van het herverzekeringsprogramma op voormelde schadegevallen.

Die modellen worden gebruikt om de verzekeringsinstellingen van de groep te sturen in de richting van de creatie van meer aandeelhouderswaarde met behulp van toepassingen om het economisch kapitaal te berekenen, beslissingen met betrekking tot herverzekeringsprogramma's te onderbouwen, de ex-postwinstgevendheid van specifieke deelportefeuilles te berekenen en de economischekapitaalvereisten te verrekenen met de vergoeding ervan in de tarifering van de verzekeringspolissen.

Stresstesting

De gevoeligheid van de technische verzekeringsresultaten voor extreme gebeurtenissen wordt onder meer getest binnen het kader van het Financial Sector Assessment-programma van het Internationaal Monetair Fonds of met de uniforme stresstests voor verzekeringsmaatschappijen van de Nationale Bank van België. Er worden scenario's gebruikt om bijvoorbeeld de invloed in te schatten, met en zonder herverzekering, van schadegevallen die dubbel zo groot zijn als de schadegevallen naar aanleiding van de grootste natuurramp die zich de laatste 20 jaar heeft voorgedaan (de storm Daria in 1990), van een schaderatio van het schadebedrijf die gelijk is aan 150% van de slechtste schaderatio van de laatste 10 jaar, van op- en neerwaartse verschuivingen van 20% in het aantal afkopen van levensverzekeringen, enz.

Dankzij de interne natuurrampmodellen kan KBC de verwachte schadekosten ramen, mochten natuurrampen uit het verleden zich vandaag opnieuw voordoen. Daarnaast bieden zij de mogelijkheid om te bepalen welke invloed op de netto economische winst kan worden verwacht van natuurrampen die zich gemiddeld maar één keer binnen een bepaald tijdsbestek (van bijvoorbeeld 100 of 250 jaar) voordoen.

De mogelijke invloed van stresssituaties als gevolg van een terroristische aanslag of pandemie wordt berekend en gerapporteerd op jaarbasis.

In het Levenbedrijf wordt een gevoeligheidsanalyse typisch uitgevoerd binnen het kader van de jaarlijkse berekening van de embedded value. Er wordt gerapporteerd over het resultaat van drie gevoeligheidsfactoren voor verzekeringsrisico's, namelijk mortaliteit: plus en minus 5%, verval: plus en minus 10%, kosten: plus en minus 10%.

Herverzekering

De verzekeringsportefeuilles worden via herverzekering beschermd tegen de invloed van zware schadegevallen of de opeenstapeling van verliezen (bijvoorbeeld door een concentratie van verzekerde risico's). De herverzekeringsprogramma's zijn opgesplitst in drie grote blokken: zaakschadeverzekeringen, aansprakelijkheidsverzekeringen en personenverzekeringen, die elk jaar opnieuw worden geëvalueerd en waarover wordt onderhandeld.

Het overgrote deel van de herverzekeringscontracten is op niet-proportionele basis afgesloten, waardoor de invloed van heel zware schadegevallen of schadegebeurtenissen wordt afgedekt. Het is ook de opdracht van het onafhankelijke verzekeringsrisicobeheer om te adviseren over de herstructurering van de herverzekeringsprogramma's, vooral vanuit het oogpunt van de creatie van aandeelhouderswaarde. Deze benadering leidde tot een optimalisering van het eigen behoud van de KBC-groep, in het bijzonder met betrekking tot zijn blootstelling aan natuurrampenrisico's.

Technische voorzieningen en schadeafwikkelingsdriehoeken, Niet-leven

In het kader van het onafhankelijke beheer van de verzekeringsrisico's voert het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep regelmatig diepgaande studies uit. Die bevestigen dat de aangelegde technische voorzieningen van de groepsmaatschappijen met een hoge graad van waarschijnlijkheid toereikend zijn. De toereikendheidstoetsen worden uitgevoerd per bedrijfsactiviteit op het niveau van de groepsmaatschappij en de algemene toereikendheid wordt beoordeeld op het niveau van de groepsmaatschappij voor alle bedrijfsactiviteiten samen.

De tabel toont de schadeafwikkelingsgegevens in Niet-leven over de laatste jaren en omvat KBC Verzekeringen NV, Fidea, Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije, sinds boekjaar 2008), DZI Insurance (sinds boekjaar 2008), K&H Insurance, Secura (tot en met boekjaar 2009), Assurisk (sinds boekjaar 2005) en WARTA (sinds boekjaar 2004). Alle voorzieningen voor te betalen schadevergoedingen aan het einde van 2010 zijn opgenomen. In de schadeafwikkelingsgegevens werden alle bedragen meegenomen die aan individuele schadegevallen kunnen worden toegewezen, inclusief de incurred but not reported (IBNR)- en incurred but not enough reserved (IBNER)-voorzieningen en de bedragen voor externe beheerskosten voor het regelen van schadegevallen, maar niet de bedragen in verband met interne schaderegelingskosten en de voorzieningen voor verwachte recuperaties. De opgenomen cijfers zijn vóór herverzekering en zijn niet gezuiverd voor intercompanybedragen.

De eerste rij in de tabel op de volgende pagina geeft de totale schadelast (uitkeringen plus voorzieningen) weer voor de schadegevallen die plaatshadden tijdens een bepaald jaar, zoals geraamd aan het einde van het voorvalsjaar. De volgende rijen geven de situatie aan het einde van de volgende kalenderjaren weer. De bedragen werden herberekend tegen de wisselkoersen per 31 december 2010.

Schadeafwikkelingsdriehoeken, KBC Verzekeringen

(in miljoenen euro) Voorvals
jaar 2001
Voorvals
jaar 2002
Voorvals
jaar 2003
Voorvals
jaar 20041
Voorvals
jaar 2005²
Voorvals
jaar 2006
Voorvals
jaar 2007
Voorvals
jaar 20083
Voorvals
jaar 2009
Voorvals
jaar 2010
Raming aan het
einde van het
voorvalsjaar 816 933 774 1 080 1 110 1 194 1 267 1 400 1 480 1 477
1 jaar later 759 820 796 982 1 014 1 083 1 174 1 345 1 185
2 jaar later 709 830 763 938 978 1 055 1 132 1 180
3 jaar later 729 824 743 924 977 1 041 1 000
4 jaar later 721 814 727 915 958 906
5 jaar later 709 799 699 910 871
6 jaar later 715 793 691 851
7 jaar later 711 787 652
8 jaar later 713 755
9 jaar later 674
Huidige raming 674 755 652 851 871 906 1 000 1 180 1 185 1 477
Cumulatieve
betalingen -590 -667 -565 -735 -729 -747 -791 -912 -801 -626
Huidige
voorzieningen 84 88 86 116 142 160 208 268 384 851

1 Sinds boekjaar 2004 worden de cijfers van WARTA opgenomen. Exclusief deze maatschappij zouden we de volgende bedragen hebben verkregen voor boekjaar 2004 (bedrag en voorvalsjaar): 695 voor 2001, 780 voor 2002 en 690 voor 2003.

2 Sinds boekjaar 2005 worden de cijfers van Assurisk opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2005 (bedrag en voorvalsjaar): 715 voor 2001, 816 voor 2002, 761 voor 2003 en 953 voor 2004.

3 Sinds boekjaar 2008 worden de cijfers van CˇSOB Poist'ovnˇ a (Slowakije) en DZI Insurance (Bulgarije) opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2008 (bedrag en voorvalsjaar): 710 voor 2001, 791 voor 2002, 696 voor 2003, 912 voor 2004, 960 voor 2005, 1 039 voor 2006 en 1 132 voor 2007.

Specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten van de groep vindt u in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichtingen 9, 10, 11 en 35. Een verdeling van de verdiende premies en technische lasten naar divisie vindt u in de Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

Operationeel risico en andere niet-financiële risico's

Het operationeel risico is de kans op schade als gevolg van ontoereikendheden of tekortkomingen in de werkwijzen en systemen, menselijke fouten of externe gebeurtenissen. Operationele risico's omvatten ook fraude-, juridische, compliance- en fiscale risico's.

Informatie over juridische geschillen vindt u in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 36.

Beheer van het operationeel risico

KBC heeft één globaal kader voor het beheer van het operationeel risico op groepsniveau. Het bestaat uit een uniforme operationeelrisicotaal ingebed in controlemechanismen voor de hele groep, één methodologie, één pakket centraal ontwikkelde ICT-applicaties, en centrale en decentrale rapportering.

De ontwikkeling en implementatie van dat kader wordt ondersteund door een uitgebreid operationeelrisicobeleidsmodel. Het kader omvat alle entiteiten van de groep en werd in 2010 hertekend. Het zal geleidelijk worden ingevoerd in 2011–2012.

Het belangrijkste uitgangspunt van het operationeelrisicobeheer is dat de eindverantwoordelijkheid voor het beheren van operationele risico's ondubbelzinnig bij het lijnmanagement ligt, dat wordt ondersteund door lokale operationeelrisicobeheerders en gecontroleerd door lokale onafhankelijke risicofuncties.

Het Groepsrisicobeheercomité (GRMC) adviseert het Groeps-Directiecomité aangaande het groepskader voor het beheren van operationele risico's, en het Risico- en Kapitaaltoezichtcomité op groepsniveau (GRCOC) ziet toe op de belangrijkste operationele risico's. Naast die groepscomités zijn er diverse risicocomités op het niveau van de divisies en van de diverse groepsmaatschappijen. Die zien van nabij toe op de praktische implementatie van het operationeelrisicobeheerskader en nemen ook concrete maatregelen, rechtstreeks of via het lijnmanagement. Alle diensten die op de een of andere manier betrokken zijn bij het beheren van operationele risico's kunnen, wanneer ze dat nodig achten, toegang krijgen tot de risicocomités.

Het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep (WRB) is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het uitwerken van het kader voor het beheren van de operationele risico's in de hele KBC-groep. Dat kader wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het GRMC en het Groeps-Directiecomité. Het directoraat is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de praktische uitvoering van dat kader door het lijnmanagement. WRB bewaakt bovendien de kwaliteit van het risicobeheersproces, analyseert de voornaamste risicodata en rapporteert aan het GRCOC.

Het Directoraat Waarde- en Risicobeheer Groep creëert een omgeving waarin risicospecialisten (in verschillende domeinen, waaronder informatierisicobeheer, bedrijfscontinuïteit en disaster recovery, compliance, fraudebestrijding en juridische en fiscale zaken) kunnen samenwerken (het stellen van prioriteiten, het gebruiken van dezelfde taal en dezelfde instrumenten, uniforme rapportering, enz.). Het wordt bijgestaan door de lokale waarde- en risicobeheersafdelingen, die eveneens onafhankelijk zijn van de business.

Bouwstenen voor het operationeelrisicobeheer

In zijn methodiek om operationele risico's te beheren, gebruikt KBC een aantal bouwstenen, die alle aspecten van het operationeelrisicobeheer dekken. Dat zijn:

  • • de Loss Event Database. Alle operationele verliezen van 1 000 euro en meer worden sinds 2004 geregistreerd in een centrale gegevensbank. Die gegevensbank omvat ook alle juridische vorderingen ingesteld tegen vennootschappen van de groep. Op regelmatige basis wordt een rapport over de geconsolideerde schade voorgelegd aan het GRCOC, het Directiecomité en het Audit-, Risico- en Compliancecomité.
  • • Risicoscans (bottom-up en top-down). Deze interne beoordelingen hebben aandacht voor huidige (= overblijvende) belangrijke operationele risico's op kritieke punten in het proces of de organisatie die nog niet volledig zijn verholpen en voor de nieuwe of opduikende operationele risico's die relevant zijn op het (sub)niveau van de groep.
  • • Group Key Controls. Ongeveer 25 Groepsstandaarden zijn omgezet in controlemechanismen op groepsniveau (Group Key Controls) om ervoor te zorgen dat belangrijke operationele risico's over de hele groep op een uniforme manier worden beheerd. Elke entiteit van de groep moet die controlemechanismen vertalen naar eigen procedures die zijn aangepast aan de lokale situatie. De verschillende risicocomités zien toe op de correcte implementatie van de controlemechanismen en kunnen ook afwijkingen daarvan toestaan (op voorwaarde dat een strikte afwijkingsprocedure wordt nageleefd). De naleving van de controlemechanismen wordt gecontroleerd door Waarde- en Risicobeheer Groep en door Interne Audit.
  • • Beoordeling aan de hand van Praktijkgevallen (Case Study Assessment). Die wordt gebruikt om de effectiviteit te testen van de bescherming die bestaande controles verlenen tegen grote operationele risico's die elders in de financiële sector daadwerkelijk tot verliesgebeurtenissen hebben geleid. Een dergelijke beoordeling werd onder meer gebruikt voor het testen van de interne controles ter voorkoming en vaststelling van rogue trading.
  • • Belangrijkste Risico-indicatoren (Key Risk Indicators). Deze indicatoren helpen de blootstelling aan bepaalde operationele risico's te bewaken en onderzoeken het bestaan en de effectiviteit van de interne controles.

Operationeel risico en reglementairekapitaalvereisten

KBC berekent het operationeelrisicokapitaal in het kader van Basel II volgens de Standaardbenadering. Eind 2010 bedroeg het operationeelrisicokapitaal voor KBC Bank op geconsolideerd niveau in totaal 860 miljoen euro (exclusief KBL EPB, dat ongeveer 72 miljoen euro bijdraagt tot het totale operationeelrisicokapitaal van de KBC-groep).

Andere niet-financiële risico's

Reputatierisico

Reputatierisico is het risico dat het gevolg is van de negatieve perceptie van cliënten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers, schuldhouders, marktanalisten, andere betrokken partijen of toezichthouders die een ongunstige invloed kan hebben op de mogelijkheid van een financiële instelling om bestaande zakelijke relaties te behouden of er nieuwe op te bouwen en op de voortdurende toegang tot financieringsbronnen (bijvoorbeeld via de interbancaire of de effectiseringsmarkt). Het reputatierisico is een secundair of afgeleid risico omdat het meestal verbonden is aan en zich alleen voordoet samen met een ander risico.

De business is verantwoordelijk voor het proactieve en reactieve beheer van het reputatierisico en wordt daarin bijgestaan door heel wat gespecialiseerde afdelingen (Persdienst, Investor Relations, enz.). Er wordt een speciaal kenniscentrum voor reputatierisicobeheer opgericht om het bestaande kader voor het beheer van dat type risico voor de hele groep verder te ontwikkelen.

Volgens de pijler 2-benadering van kapitaaltoereikendheid wordt de invloed van het reputatierisico op de huidige activiteiten in de eerste plaats gedekt door het kapitaalbeslag voor primaire risico's (zoals krediet- of operationeel risico). Dat wordt ook gedekt door het kapitaal dat is gereserveerd voor bedrijfsrisico's.

Bedrijfsrisico

Het bedrijfsrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte economische waarde als gevolg van wijzigingen in de macroeconomische omgeving, de financiëledienstensector en/of de markt voor producten en diensten, en van de ontoereikendheid van bedrijfsmiddelen die een invloed hebben op het potentieel van het bedrijf.

Er wordt onder meer rekening gehouden met risicofactoren als macro-economische omstandigheden, wijzigingen in de wet of reglementen, acties van concurrenten, wijzigingen in de distributiekanalen of -modellen, gewijzigde cliëntenbehoeften, personeelszaken en ICT-middelen. Het bedrijfsrisico wordt beoordeeld op basis van gestructureerde risicoscans.

KBC reserveert een pijler 2-kapitaalbeslag speciaal voor bedrijfsrisico's. Het bedrijfsrisicokapitaal is afhankelijk van de exploitatiekosten van de verschillende KBC-groepsentiteiten. Het deel van de exploitatiekosten dat moet worden gereserveerd als economisch kapitaal voor bedrijfsrisico's varieert naargelang van het risiconiveau van de activiteiten van elke entiteit. Dat niveau wordt bepaald op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de activiteiten van alle KBC-groepsentiteiten.

Solvabiliteit, economisch kapitaal en embedded value

Het solvabiliteitsrisico is het risico dat de kapitaalbasis van de groep, de bank of de verzekeraar beneden een aanvaardbaar niveau valt. In de praktijk wordt dat vertaald in een toetsing van de solvabiliteit aan de minimale reglementaire en interne solvabiliteitsratio's. De solvabiliteit, of kapitaaltoereikendheid, wordt zowel vanuit reglementair oogpunt als vanuit intern (economisch) oogpunt benaderd.

Beheer van de solvabiliteit

KBC rapporteert de solvabiliteit van de groep, van het bank- en het verzekeringsbedrijf, berekend op basis van IFRS-gegevens en volgens de door de Belgische regelgever opgestelde richtlijnen ter zake.

Voor de solvabiliteit van de groep wordt de zogenaamde building block-methode gebruikt. Die omvat een vergelijking van het reglementair kapitaal van de groep (het eigen vermogen van aandeelhouders min immateriële vaste activa en een deel van de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa, plus achtergestelde schulden, enz.) met de som van elk van de minimale reglementaire solvabiliteitsvereisten voor KBC Bank, KBL EPB en de holdingmaatschappij (na aftrek van transacties tussen die entiteiten) en KBC Verzekeringen. Het totaal gewogen risicovolume van verzekeringsmaatschappijen wordt berekend als de vereiste solvabiliteitsmarge volgens Solvency I gedeeld door 8%.

Interne solvabiliteitsdoelstelling op groepsniveau (Basel II) – 2010
Tier 1-ratio 10%
Core Tier 1-ratio 8%

De reglementaire minimale solvabiliteitsdoelstellingen werden in 2010 ruim overtroffen, niet alleen per einde jaar maar ook gedurende het volledige boekjaar.

In overeenstemming met Basel II, pijler 2, heeft KBC een Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Dat proces maakt gebruik van een economischkapitaalmodel (zie verder) om de kapitaalvereisten te meten op basis van alle groepswijde risico's en vergelijkt die vereisten met het voor risicodekking beschikbare kapitaal. Het ICAAP beoordeelt zowel de huidige als de toekomstige kapitaaltoestand. Voor die laatste beoordeling wordt een driejarenraming van vereist en beschikbaar kapitaal opgesteld, volgens een basisscenario dat rekening houdt met de verwachte interne en externe groei, en volgens verschillende waarschijnlijke alternatieve scenario's en een recessiescenario.

Kapitaalversterkende maatregelen afgesproken met de Belgische staat en de Vlaamse overheid

In 2008 en 2009 werd een aantal kapitaalversterkende maatregelen genomen. Zo werden kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid, en werd een garantieovereenkomst ondertekend met de Belgische staat voor de resterende CDO-risico's (meer informatie hierover vindt u in het hoofdstuk Overige informatie).

Solvabiliteit op groepsniveau

Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, inclusief KBL EPB, Basel II) (in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 20 414 21 726
Tier 1-kapitaal1 15 426 16 656
Eigen vermogen van aandeelhouders 9 662 11 147
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 7 000 7 000
Immateriële vaste activa (-) -398 -429
Consolidatieverschillen (-) -2 918 -2 517
Innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 554 598
Niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 1 642 1 689
Belangen van derden 159 161
Aandelengarantie (Belgische staat) 601 446
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa (-) -457 -66
Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) 374 443
Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-) -151 -190
Belang van derden in voor verkoop beschikbare reserve en afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) -1 -3
Egalisatievoorziening (-) -131 -128
Dividenduitkering (-)2 0 -854
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 -77 0
Beperking van belastinglatenties 0 -243
Aftrekposten (-)4 -433 -397
Tier 2- en Tier 3-kapitaal 4 988 5 069
Perpetuele leningen, inclusief hybride Tier 1-instrumenten niet opgenomen in Tier 1-kapitaal 321 30
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 348 392
Belangen van derden in herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 0 0
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 -77 0
IRB-voorzieningsoverschot (+)3 0 132
Achtergestelde schulden 4 685 4 730
Tier 3-kapitaal 145 182
Aftrekposten (-)4 -433 -397
Totaal gewogen risico's 143 359 132 034
Bankactiviteiten 128 303 116 129
Verzekeringsactiviteiten5 15 022 15 676
Holdingactiviteiten 86 264
Eliminatie van transacties tussen bank- en holdingactiviteiten -52 -34
Solvabiliteitsratio's
Tier 1-ratio 10,8% 12,6%
Core Tier 1-ratio 9,2% 10,9%
CAD-ratio 14,2% 16,5%

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris met uitzondering van IRB-voorzieningstekort).

2 Omvat het dividend op gewone aandelen en de coupon op niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid.

3 Overschot/tekort wordt gedefinieerd als het (positieve/negatieve) verschil tussen de effectief geboekte waardeverminderingen op kredieten en het berekende verwachte verlies (expected loss).

4 Aftrekposten, die in tweeën verdeeld zijn over Tier 1- en Tier 2-kapitaal, omvatten hoofdzakelijk participaties in en achtergestelde vorderingen op financiële instellingen waarin KBC een belang tussen 10% en 50% heeft (hoofdzakelijk NLB).

5 Gewogen risico's voor verzekeringen worden berekend door het kapitaal volgens Solvency I te vermenigvuldigen met 12,5 (8%-regel vergelijkbaar met de relatie tussen RWA en kapitaal voor bankactiviteiten, d.i. Basel II).

Sinds 31 december 2010 gelden er nieuwe regels voor de eigenschappen en verhoudingen van hybride instrumenten die kunnen worden opgenomen in pijler 1-Tier 1-kapitaal (CRD II). De instrumenten die door KBC zijn uitgegeven, beantwoorden nog niet volledig aan die nieuwe vereisten. De Europese Richtlijn en de Belgische reglementering voorzien echter in een overgangsperiode. Tijdens die periode kunnen instrumenten die niet langer voldoen, toch worden opgenomen in het Tier 1-kapitaal. De eerste tien jaar zal er geen bijkomende limiet zijn op die grandfathered instrumenten.

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk

De tabel hieronder toont de Tier 1- en de CAD-ratio voor KBC Bank, berekend volgens Basel II, en de solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen. Meer informatie over de solvabiliteit van KBC Bank en KBC Verzekeringen vindt u in hun geconsolideerde jaarrekening en in het Risk Report van KBC, dat beschikbaar is op www.kbc.com (het Risk Report werd niet geauditeerd door de commissaris).

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
KBC Bank (geconsolideerd, Basel II)
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 17 761 18 552
Tier 1-kapitaal1 13 440 13 809
Tier 2- en Tier 3-kapitaal 4 320 4 743
Totaal gewogen risico's 123 074 111 711
Waarvan kredietrisico 107 133 97 683
Waarvan marktrisico2 5 062 3 279
Waarvan operationeel risico 10 879 10 749
Tier 1-ratio 10,9% 12,4%
Waarvan core Tier 1-ratio 9,0% 10,5%
CAD-ratio 14,4% 16,6%
KBC Verzekeringen (geconsolideerd, Solvency I)
Beschikbaar kapitaal1 3 130 2 712
Vereiste solvabiliteitsmarge 1 202 1 254
Solvabiliteitsratio (in procenten) 260% 216%
Solvabiliteitssurplus 1 928 1 458

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris.

2 Tegenpartijrisico werd retroactief verschoven van marktrisico naar kredietrisico.

Europese stresstests

De resultaten van de Europese stresstests werden gepubliceerd op 23 juli 2010. Die tests werden gecoördineerd door het Committee of European Banking Supervisors (CEBS), in samenwerking met de Europese Centrale Bank, het CBFA (Belgische toezichthouder) en de Nationale Bank van België. Wat KBC betreft, was de stresstest toegespitst op KBC Bank op geconsolideerd niveau. Voor de oefening werd gebruikgemaakt van de scenario's, methodologie en assumpties van het CEBS (zie het globale rapport dat is gepubliceerd op www.eba.europa.eu).

Als gevolg van de veronderstelde schokken in het ongunstige scenario zou de geschatte geconsolideerde Tier 1-kapitaalratio dalen naar 9,8% in 2011, in vergelijking met 10,9% eind 2009. KBC is tevreden dat het resultaat van de stresstest bewijst dat de bank zelfs in die stresstestscenario's voldoende beantwoordt aan de wettelijke en marktvereisten op het vlak van solvabiliteit. Meer informatie hierover vindt u in het persbericht van 23 juli 2010, dat beschikbaar is op www.kbc.com.

De European Banking Authority (EBA), de nieuw opgerichte Europese autoriteit die de taken van het CEBS officieel sinds 1 januari 2011 heeft overgenomen, plant in 2011 nieuwe stresstests.

Basel III

Het zogenaamde Basel III-akkoord, dat nieuwe, strengere kapitaalvereisten aan financiële instellingen oplegt, werd bekendgemaakt op 16 december 2010. Volgens dat akkoord zal het wettelijke minimum voor de Tier 1-ratio, dat onder Basel II 4% bedroeg, verhoogd worden tot 4,5% in 2013 en geleidelijk verder worden opgetrokken tot 6% in 2015 (met een common equity ratio van 4,5%). Daarbovenop zullen een zogenaamde conservation buffer (0% in 2013, wordt geleidelijk opgetrokken tot 2,50% in 2019), een countercyclical buffer (tussen 0% en 2,5%, te bepalen door de nationale regelgever) en een extra vergoeding voor wereldwijde systemische banken worden toegepast. Bepaalde elementen die worden gebruikt bij de berekening van het reglementair eigen vermogen worden geleidelijk afgebouwd of gewijzigd. De kapitaalinjecties ontvangen van de overheid (voor KBC de 7 miljard euro aan kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 werden verkocht aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid) worden geclassificeerd als aanvullend Tier 1-kapitaal en grandfathered tot 2018. Op basis van schattingen en behoudens onvoorziene omstandigheden zal KBC voldoen aan de nieuwe kapitaal- en liquiditeitsvereisten zoals die momenteel worden beoogd in de huidige Basel III-voorstellen.

Economisch kapitaal

Een economischkapitaalmodel wordt gebruikt om het totale risico te berekenen dat KBC loopt als gevolg van zijn verschillende activiteiten, rekening houdend met de verschillende risicofactoren. De ramingen van dat economischkapitaalmodel worden elk kwartaal bezorgd aan het GRCOC, het Groeps-Directiecomité, het Audit-, Risico- en Compliancecomité en de Raad van Bestuur.

KBC definieert economisch kapitaal als het vereiste kapitaal om onverwachte verliezen in reële waarde die de groep in een tijdshorizon van één jaar kan oplopen, te dekken, in overeenstemming met de risicobereidheid die de Raad van Bestuur heeft bepaald. Het economisch kapitaal wordt berekend per risicocategorie volgens een gemeenschappelijke noemer (dezelfde tijdshorizon van één jaar en hetzelfde betrouwbaarheidsinterval) en daarna bijeengeteld. Omdat het uiterst onwaarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen, wordt rekening gehouden met diversificatievoordelen bij het optellen van de individuele risico's.

Zoals eerder vermeld, vormt economisch kapitaal een belangrijke bouwsteen voor ICAAP (Basel II, pijler 2). Bovendien biedt het essentiële input voor internewaarderingsmodellen zoals de Market Consistent Embedded Value-methodiek (zie verder).

In de tabel wordt het economisch kapitaal van KBC uitgesplitst per risicosoort. De duidelijke wijziging in de verdeling van het economisch kapitaal over de verschillende risicosoorten houdt maar gedeeltelijk verband met de wijzigingen in de risico's. Voor het grootste deel zijn de verschillen het resultaat van wijzigingen in het economischkapitaalmodel. Dat model is het resultaat van een interne beoordeling en wordt regelmatig herzien.

Verdeling economisch kapitaal KBC-groep1 2009 20102
Kredietrisico 64% 69%
Marktrisico in niet-tradingactiviteiten 14% 12%
Marktrisico in tradingactiviteiten 3% 3%
Bedrijfsrisico 8% 6%
Operationeel risico 6% 5%
Verzekeringsrisico 3% 3%
Financieringskostenrisico 2% 2%
Totaal 100% 100%

1 Alle percentages hebben betrekking op de cijfers van eind september.

2 Exclusief KBL EPB en VITIS Life. Hun bijdrage tot het economisch kapitaal van KBC lag rond 4%.

Embedded value Levenbedrijf

De waarde van de Levenportefeuille wordt uitgedrukt in de embedded value. Dat is de som van het bedrijfseconomisch eigen vermogen van KBC Verzekeringen (Adjusted Net Asset Value of ANAV) en de contante waarde van alle toekomstige kasstromen uit de bestaande portefeuille (Value of Business in Force of VBI), rekening houdend met het kapitaalbeslag van deze activiteit. Elke vorm van goodwill of waarde van toekomstige nieuwe zaken wordt buiten beschouwing gelaten.

KBC past de Market Consistent Embedded Value-methodiek toe, die een marktconforme waardering van de verzekeringsportefeuilles geeft, onder meer rekening houdend met de kostprijs van de aan de cliënt verschafte ingebedde opties. Die berekeningsmethodologie wordt ook gebruikt voor de analyse van de toegevoegde waarde van nieuwe contracten (Value of New Business of VNB) en voor het rentabiliteitsonderzoek van producten in de ontwikkelingsfase (Profit Testing).

Gedetailleerde embedded value-informatie wordt gepubliceerd op www.kbc.com.

Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen

Uitgebreide informatie over ons maatschappelijk verantwoord ondernemen vindt u in het CSR Report 2010

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in onze groep

Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Social Responsibility of CSR) is een langetermijnproces dat een continue aanpassing en verbetering nastreeft van de wijze waarop een bedrijf zijn activiteiten uitvoert, niet alleen met als doel winst te maken, maar ook om te beantwoorden aan de steeds strenger wordende eisen van de maatschappij en de stakeholders (zoals werknemers, cliënten, aandeelhouders en leveranciers) op het gebied van transparantie en verantwoordelijkheid.

KBC verwoordt zijn visie op CSR in zijn beleidsverklaring en beschrijft meer specifieke richtlijnen in het document Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

De groep maakt sinds enkele jaren zijn visie en prestaties op het gebied van CSR bekend in een afzonderlijke jaarlijkse publicatie, het CSR Report (duurzaamheidsverslag). Dat rapport bevat CSR-informatie over de hele groep, inclusief kwantitatieve gegevens over het personeel en zijn ecologische voetafdruk, en is in overeenstemming met de rapporteringsvereisten van de G3-richtlijnen van het Global Reporting Initiative en de Global Compact-principes van de Verenigde Naties. Het rapport is beschikbaar op www.kbc.com.

Voorbeelden van initiatieven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2010

Net als in vorige jaren nam KBC in 2010 diverse nieuwe initiatieven op het gebied van CSR. U vindt een uitgebreide beschrijving daarvan in ons CSR Report. Hierna volgt een greep uit de initiatieven en prijzen op het gebied van milieu en gemeenschapsbetrokkenheid.

  • • Bekroning als Solidaritest® Kampioen: net als het jaar daarvoor werd KBC in 2010 bekroond als een van de Solidaritest® Kampioenen. Solidaritest® is de jaarlijkse enquête naar de effectieve inspanningen van Belgische bedrijven op het vlak van maatschappelijke solidariteit. Voor KBC gaat het dan onder meer over de actieve deelname aan campagnes zoals de actie Levenslijn ten voordele van jonge verkeersslachtoffers, het drugspreventiecentrum De Sleutel en het Solidariteitsplan, dat personeelsleden ondersteunt die betrokken zijn bij lokale sociale initiatieven.
  • • KBC Team Renewable Energy: KBC heeft in België een goede marktpenetratie inzake financiering van projecten in verband met hernieuwbare energie. Hierbij denken we onder meer aan de financiering van biogasinstallaties of zonnepanelen in industriële projecten. Sinds 2007 verzamelt een speciaal Team Renewable Energy kennis en ondersteunt het netwerk en de beslissers. Het Team telt een twintigtal leden uit verschillende domeinen binnen KBC.

In België zijn een groot aantal KBC-medewerkers structureel bloeddonor in het kader van de actie Bloed geven doet leven. Daarnaast organiseert KBC jaarlijks een bloedinzamelactie in zijn administratieve gebouwen in Brussel en Leuven met honderden bloeddonoren. Wegens zijn deelname aan beide acties kent het Rode Kruis KBC het logo van Onderneming met een hart toe.

  • • Restrictief beleid ten opzichte van bedrijven die controversiële wapens produceren. In het najaar stelde KBC Asset Management, op voorstel van de Externe Adviesraad Duurzaamheidsanalyse, een nieuwe uitgebreide zwarte lijst op van producenten van controversiële wapens. De lijst bevat nu 49 bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkeling, het testen, opslaan of vervaardigen van (essentiële onderdelen van) controversiële wapensystemen. Bedrijven op die lijst komen niet in aanmerking voor opname in KBC-beleggingsfondsen. De lijst is onder meer gebaseerd op informatie aangereikt door het onderzoeksbureau Ethix SRI Advisors.
  • • Vrijwilligerswerk in Tsjechië: Cˇ SOB organiseert al langer een Vrijwilligersdag voor de medewerkers. Tijdens die dag voeren medewerkers vrijwilligerswerk uit in non-profitorganisaties. In de zomer van 2010 sprongen ze onmiddellijk op de kar van de grote solidariteitsstroom die op gang kwam naar aanleiding van de overstromingen die er grote schade aanrichtten. De medewerkers van Cˇ SOB kregen de kans mee te helpen puin te ruimen.

  • • Liefdadigheidsactie in Bulgarije: in september startte CIBank, in samenwerking met MasterCard, een liefdadigheidsactie om fondsen te werven voor kinderen met ernstige nierziekten. Met het ingezamelde bedrag kopen ze moderne apparatuur voor the Clinic of Nephrology and Hemodialysis of the University Children's Hospital.

  • • Financiële educatie in België: in samenwerking met de educatieve uitgeverij Van In stelde KBC in juni twee lespakketten voor over financiële educatie, ter vervanging van de vroegere educatieve brochures: het ene pakket is bestemd voor leerlingen uit de derde graad van het Nederlandstalige basisonderwijs en het andere voor leerlingen van de eerste graad van het Nederlandstalige secundaire onderwijs. Beide pakketten kregen de titel Een bank vooruit! Je klare kijk op geld (en verzekeringen). KBC komt met dat initiatief tegemoet aan een steeds groter wordende vraag vanuit de onderwijswereld naar didactisch materiaal over financiële thema's.
  • • Speelgoedinzameling in Hongarije: sinds een aantal jaren steunt K&H de Hongaarse kinderziekenhuizen in het kader van het K&H Medi Magic Programme. In 2010 zamelde K&H gedurende een maand meer dan 5 000 kinderboeken en speelgoed bij cliënten in, en dat via 22 K&H-kantoren verspreid over het land. De ingezamelde boeken en speelgoed werden geschonken aan diverse kinderziekenhuizen.
  • • Groener bedrijfswagenpark: KBC Autolease neemt deel aan het Cleaner Car Contracts-programma, dat werd opgezet door een internationale groep van zes milieuorganisaties, waaronder Bond Beter Leefmilieu in België. KBC Autolease gaat de Gold Fleet-uitdaging aan met als doel om de gemiddelde CO2 -uitstoot van de nieuw bestelde leasewagens tegen 2012 terug te brengen tot maximaal 120 gram/km.
Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep in België, per vte*
2009
2010
Energieverbruik (in GJ)
Elektriciteit
24,8
24,3
Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie
100%
100%
Fossiele brandstoffen (gas en stookolie)
14,5
15,0
Vervoer (in km)
Woon-werkverkeer
10 427
9 542
Dienstritten
7 202
5 294
Papier- en waterverbruik, afval
Papier (in ton)
0,17
0,17
Water (in m3
)
12,9
9,3
Afval (in ton)
0,23
0,23
Emissie van broeikasgassen (in ton)
2,2
2,2

* Gebaseerd op partiële gegevens voor België (circa 16 300 vte in 2010); methodologische informatie vindt u in het CSR Report van de groep.

Onze medewerkers

Onze werknemers zijn essentieel voor het succes van onze groep. KBC wil zijn medewerkers dan ook alle kansen bieden voor hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.

Personeelstevredenheid is een belangrijke factor voor het aantrekken en behoud van gemotiveerde medewerkers. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Leuven Gent Management School en Great Place to Work® Institute behoorde KBC in 2010 opnieuw tot de tien beste werkgevers in België. KBC meet ook zelf periodiek de tevredenheid van zijn medewerkers en onderneemt op basis van de resultaten gerichte acties.

Door het permanent evalueren en bijsturen van het beloningsbeleid afhankelijk van de nieuwe arbeidsmarktontwikkelingen wil de groep de groeikansen van zijn medewerkers verbeteren en hen belonen evenredig met hun prestaties. Daarbij gaat ook aandacht naar het actualiseren van het functieclassificatiesysteem, naar het groeipad van nieuwe jonge kaderleden en naar alternatieve beloningsmogelijkheden zoals het cafetariaplan, waarbij medewerkers de keuze krijgen tussen een pakket dat volledig uit loon bestaat of uit loon aangevuld met door de medewerker gekozen voordelen. De groep heeft ook oog voor de mobiliteitsproblematiek van zijn medewerkers met onder meer projecten betreffende decentraal en thuiswerken, het inleggen van gratis pendelbussen tussen de stations en de hoofdkantoren, het faciliteren van carpoolen, fietsgebruik en openbaar vervoer, en het vergroenen van het wagenpark.

De KBC-groep maakt in het personeelsstatuut, het selectie- en promotiebeleid en de evaluatiesystemen geen enkel onderscheid naar geslacht, geloofsovertuiging, afkomst of seksuele geaardheid. De gelijke behandeling van personeelsleden is ook opgenomen in de KBC-Gedragslijn en is onderwerp van meerdere niet-discriminatiemanifesten en charters die KBC onderschreef.

De groep besteedt bijzonder veel aandacht aan opleiding en biedt dan ook een uitgebreid ontwikkelingsaanbod ten dienste van de werknemers. Het omvat een aantal opleidingsvormen, die elkaar aanvullen en versterken (klassikaal leren, zelfstudie, e-leren, werkplekleren en mentoring). Ontwikkelingsnoden zijn ook een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse evaluatiegesprek tussen de medewerker en zijn leidinggevende.

KBC werkt nauw samen met de werknemersorganisaties, door het overleg in de vergaderingen van de ondernemingsraad en zijn commissievergaderingen, in de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk en in de vergaderingen met de vakbondsafvaardiging. De Centraal- en Oost-Europese vestigingen nemen deel aan de Europese Ondernemingsraad. Eind november 2010 werd in België met de sociale partners een nieuwe cao gesloten voor de variabele beloning over de boekjaren 2011 en 2012. Deze cao gaat uit van eerder overeengekomen basisprincipes zoals inkomenszekerheid, duurzaamheid en transparantie.

In de tabel vindt u het totale personeelsbestand van de groep en een verdeling daarvan naar diverse criteria. In 2010 daalde het totale personeelsbestand van de groep verder tot iets meer dan 50 000 vte (exclusief KBL EPB) of bijna 53 000 vte (inclusief KBL EPB). Dat was onder meer het gevolg van de strategische herfocussering, waarbij bepaalde dochtermaatschappijen en activiteiten worden verkocht of afgebouwd.

U vindt bijkomende informatie over personeelskosten, aandelenopties voor het personeel en het gemiddelde personeelsbestand in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichtingen 12 en 13.

Personeelsbestand van de KBC-groep, eind 2010 31-12-2009 31-12-2010
In vte* 54 185 50 494 (excl. KBL EPB)
52 949 (incl. KBL EPB)
In procenten (op basis van cijfers exclusief KBL EPB)
België 33% 35%
Centraal- en Oost-Europa en Rusland 58% 61%
Rest van de wereld 9% 4%
Divisie België 21% 23%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 41% 43%
Divisie Merchantbanking 7% 6%
Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties 16% 17%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 15% 11%
Mannen 41% 40%
Vrouwen 59% 60%
Voltijders 85% 84%
Deeltijders 15% 16%
Gemiddelde leeftijd (in jaren) 39 40
Gemiddelde anciënniteit (in jaren) 10,4 11,5

* Enkele cijfers voor 2009 werden aangepast naar aanleiding van een methodologische verfijning. Voor de verzekeringsmaatschappijen wordt het distributienetwerk niet meegerekend.

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Meer informatie over de corporate governance van KBC vindt u in het Corporate Governance Charter op www.kbc.com

Informatie over de corporate governance van onze groep en de toepasselijke code

KBC Groep NV gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2009 (Code) als referentiecode. U kunt die Code raadplegen op de website van de Commissie Corporate Governance: www.corporategovernancecommittee.be. De Code streeft naar transparantie op het gebied van corporate governance via de bekendmaking door elke beursgenoteerde vennootschap van informatie in twee verschillende documenten: het Corporate Governance Charter (Charter) en de Corporate Governance Verklaring (Verklaring).

Het Charter licht de voornaamste aspecten van het beleid van de vennootschap op het vlak van corporate governance toe, zoals de bestuursstructuur, de interne reglementen van de Raad van Bestuur, zijn comités en het Directiecomité, en andere belangrijke onderwerpen. KBC Groep NV publiceert zijn Charter op zijn website www.kbc.com.

De Verklaring wordt in het jaarverslag opgenomen en bevat meer feitelijke informatie over de corporate governance van de vennootschap, zoals een beschrijving van de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, relevante gebeurtenissen tijdens het boekjaar, bepalingen van de Code waarvan eventueel wordt afgeweken, het remuneratieverslag en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen.

Op 23 april 2010 werd de Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven (…) van 6 april 2010 (Wet) gepubliceerd. In toepassing van de Europese reglementering worden de genoteerde vennootschappen door deze wet verplicht om hun jaarverslag uit te breiden met een verklaring inzake deugdelijk bestuur die een minimaal aantal gegevens moet bevatten.

Hierna worden alle punten behandeld waarvan de Code en de Wet de openbaarmaking vereisen. Daarnaast zijn ook enkele wettelijk vereiste bekendmakingen opgenomen. De beschouwde periode in deze Verklaring loopt, tenzij anders is vermeld, van 1 januari tot 31 december 2010.

Samenstelling van de Raad van Bestuur en zijn comités

In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de samenstelling van de Raad van Bestuur (de Raad) en zijn comités op 31 december 2010. Een lijst van de externe mandaten van alle leden van de Raad van Bestuur, volgens de bepalingen van de Belgische toezichthouder, vindt u op www.kbc.com. Op dezelfde website vindt u eveneens een kort curriculum vitae van elke bestuurder.

Naam Hoofdfunctie Raad van Bestuur in 2010
Periode in de
Einde huidig mandaat raadsvergaderingen
Bijgewoonde
Niet-uitvoerend
bestuurders
Vertegenwoordigers
kernaandeelhouders
Onafhankelijke
bestuurders
Overheidsbestuurders Leden Directiecomité Audit-, Compliance en
Risicocomité
Benoemingscomité Vergoedingscomité
Aantal vergaderingen in 2010 13 8 4 6
Jan Huyghebaert Voorzitter van de Raad van Bestuur Volledig
jaar
2012 13 n 4*
Philippe Vlerick Ondervoorzitter van de Raad van
Bestuur CEO Vlerick Group
Volledig
jaar
2013 11 n n 3
Jan Vanhevel Voorzitter Directiecomité
en gedelegeerd bestuurder
Volledig
jaar
2014 13 n * 4
Paul Borghgraef Bestuurder van vennootschappen Volledig
jaar
2013 13 n n
Alain Bostoen Gedelegeerd bestuurder
Christeyns NV
8 maan
den
2014 10 n n
Jo Cornu Bestuurder van vennootschappen Volledig
jaar
2012 12 n n 2 6*
Marc De Ceuster Hoogleraar Departement
Accounting en Financiering
Universiteit Antwerpen
Volledig
jaar
2014 12 n n 7
Franky Depickere Gedelegeerd bestuurder Cera
Beheersmaatschappij NV en Almancora
Beheersmaatschappij NV, voorzitter
Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA
Volledig
jaar
2011 13 n n 8* 4 4
Luc Discry Gedelegeerd bestuurder
Cera Beheersmaatschappij NV en
Almancora Beheersmaatschappij NV, lid
Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA
4 maan
den
Coöp
tatie
tot AV
2011
3 n n
Frank Donck Gedelegeerd bestuurder 3D NV Volledig
jaar
2011 13 n n
Jean-Pierre Hansen Lid Uitvoerend Comité GDF SUEZ 8 maan
den
2014 9 n n
Dirk Heremans Professor em. aan de Faculteit
Economische en Bedrijfswetenschappen,
Katholieke Universiteit Leuven
Volledig
jaar
2013 13 n n 8
Lode Morlion Burgemeester van Lo-Reninge
en voorzitter Raad van Bestuur
Cera Beheersmaatschappij NV
Volledig
jaar
2012 13 n n
Philippe Naert Bestuurder van
vennootschappen
Volledig
jaar
2013 13 n n 7 5
Luc Philips Gedelegeerd bestuurder 8 maan
den
2014 9 n
Theodoros Roussis CEO Ravago Plastics NV Volledig
jaar
2012 12 n n 7
Hendrik Soete Voorzitter Groep Aveve en
bestuurder MRBB CVBA
Volledig
jaar
2013 12 n n
Eric Stroobants Ere-Secretaris-generaal van de Vlaamse
overheid, houder van diverse mandaten
Volledig
jaar
2014 11 n n 5
Alain Tytgadt Gedelegeerd bestuurder
Metalunion CVBA
Volledig
jaar
2013 12 n n
Ghislaine Van Kerckhove Advocaat en ondervoorzitter
Raad van Bestuur Cera
Beheersmaatschappij NV
Volledig
jaar
2012 12 n n
Charles Van Wymeersch Gewoon hoogleraar Facultés Universi
taires Notre-Dame de la Paix (Namur) en
Louvain School of Management
Volledig
jaar
2013 10 n n
Piet Vanthemsche Voorzitter Boerenbond en MRBB CVBA 8 maan
den
2014 7 n n 1
Marc Wittemans Gedelegeerd bestuurder MRBB CVBA Volledig
jaar
2014 13 n n 7

Commissaris: Ernst & Young, Bedrijfsrevisoren BCVBA, vertegenwoordigd door Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders.

Secretaris van de Raad van Bestuur: Tom Debacker.

* Voorzitter van dit comité.

In de loop van 2010 traden de volgende wijzigingen op in de samenstelling van de Raad van Bestuur:

Op de jaarvergadering van 29 april 2010:

  • • Paul Bostoen en Luc Debaillie, van wie het mandaat van bestuurder wegens het bereiken van de leeftijdsgrens op de jaarvergadering afliep, stelden hun mandaat ter beschikking. Bij die gelegenheid legde ook Noël Devisch om persoonlijke redenen zijn mandaat neer. Ten slotte ging Chris Defrancq, gedelegeerd bestuurder, op diezelfde datum met pensioen.
  • • Jean-Pierre Hansen en Eric Stroobants, als vertegenwoordigers van de federale overheid, en professor Marc De Ceuster, als vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid, werden benoemd als bestuurder voor een periode van vier jaar.
  • • Jan Vanhevel, die met ingang van 1 september 2009 door de Raad van Bestuur tot bestuurder werd gecoöpteerd als opvolger van André Bergen, werd, op advies van het Benoemingscomité, definitief benoemd voor een periode van vier jaar. Hij draagt de titel van gedelegeerd bestuurder.
  • • Germain Vantieghem en Marc Wittemans werden, op advies van het Benoemingscomité, herbenoemd als bestuurder voor een periode van vier jaar.
  • • Alain Bostoen, Piet Vanthemsche en Luc Philips werden, op advies van het Benoemingscomité, tot bestuurder benoemd voor een periode van vier jaar. Luc Philips draagt de titel van gedelegeerd bestuurder.
  • • Jo Cornu werd bevestigd als onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code.

Een kort curriculum vitae van de nieuwe bestuurders werd al opgenomen in het vorige jaarverslag.

In de verdere loop van het boekjaar hadden nog de volgende ontwikkelingen plaats:

  • • Germain Vantieghem ging op 13 augustus 2010 met pensioen en werd op 23 september 2010 via de procedure van coöptatie opgevolgd door Luc Discry.
  • • Etienne Verwilghen, gedelegeerd bestuurder en CEO van Divisie Europese Private Banking, legde op 15 november 2010 zijn mandaat van bestuurder neer met het oog op zijn pensionering.

Op de Algemene Vergadering van 28 april 2011:

  • • zal Luc Philips zijn mandaat van bestuurder ter beschikking stellen;
  • • zal de Raad van Bestuur op advies van het Benoemingscomité aan de Algemene Vergadering voorstellen om:
  • Luc Discry definitief tot bestuurder te benoemen voor een periode van vier jaar;
  • Franky Depickere en Frank Donck, van wie beiden het mandaat van bestuurder op de algemene vergadering afloopt, te herbenoemen als bestuurder voor een periode van vier jaar;
  • Thomas Leysen, John Hollows en Luc Popelier tot bestuurder te benoemen voor een periode van vier jaar.

Curriculum vitae van de nieuwe bestuurders:

  • • Luc Discry
  • Geboren in 1951 in Wilrijk

Opleiding: handelsingenieur (1974 R.U.C. Antwerpen), bedrijfsrevisor (1982), revisor erkend door de CBFA voor banken (1984), beleggingsfondsen (1984) en verzekeringsmaatschappijen (1986).

Loopbaan: supervisor bij Ernst & Young (1975–1981), vennoot bij Hendrickx, Van Woensel & Co (1981–1997), vennoot bij PricewaterhouseCoopers (1997–2009) waar hij Lead Partner van de afdeling Financial Services werd (2001–2010). Commissarisopdrachten onder toezicht van de CBFA en de Controledienst voor Verzekeringen bij heel wat financiële instellingen en beursgenoteerde vennootschappen. Daarnaast ook commissaris bij nationale en internationale groepen, kmo's, pensioenfondsen, enz. Sinds augustus 2010 is hij gedelegeerd bestuurder van Cera Beheersmaatschappij NV en Almancora Beheersmaatschappij NV en lid van het Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA.

• Thomas Leysen

Geboren in 1960 in Wilrijk

Opleiding: Master of Law (1983 K.U.Leuven)

Loopbaan: CEO Transcor-groep (1983–1988), lid van het Directiecomité (1993–1998), Executive Vice-President (1998–2000), CEO (2000–2008) en ten slotte voorzitter van Umicore (2008 tot heden), lid van de Raad van Bestuur van KBC Bankverzekeringsholding (1997–2002), voorzitter van de Raad van Bestuur van Corelio en lid van de Raad van Bestuur van CMB, UCB en Etex Group, lid van de Raad van Toezicht van Bank Metzler in Frankfurt, voorzitter van het Verbond van de Belgische Ondernemingen (tot maart 2011), voorzitter van de Belgium-Japan Association, lid van de Trilaterale Commissie en Europese Ronde Tafel van Industriëlen.

• John Hollows en Luc Popelier

U vindt een kort curriculum vitae van beide personen in het jaarverslag 2009.

De agenda van de Algemene Vergadering is beschikbaar op de website www.kbc.com.

Binnen de comités van de Raad van Bestuur vonden de volgende ontwikkelingen plaats:

  • • Marc De Ceuster, vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid, werd na zijn benoeming als bestuurder op de jaarvergadering van 29 april 2010, permanent lid van het Audit-, Risico- en Compliancecomité waarvan hij tot dan waarnemend lid was.
  • • Piet Vanthemsche werd na zijn benoeming tot bestuurder in opvolging van Noël Devisch op voormelde jaarvergadering van 29 april 2010 op advies van het Benoemingscomité door de Raad van Bestuur op 23 september 2010 aangesteld tot lid van het Benoemingscomité. Op 28 januari 2011 besliste de Raad van Bestuur eveneens op advies van het Benoemingscomité Jean-Pierre Hansen, bestuurder en vertegenwoordiger van de federale overheid, aan te stellen tot lid van het Benoemingscomité.
  • • Eric Stroobants, vertegenwoordiger van de federale overheid, werd na zijn benoeming als bestuurder op voormelde jaarvergadering permanent lid van het Vergoedingscomité waarvan hij tot dan waarnemend lid was.
  • • Op advies van het Benoemingscomité keurde de Raad van Bestuur op 25 maart 2010 een wijziging van de samenstelling van het Vergoedingscomité goed: Franky Depickere werd lid van het comité en Jan Huyghebaert nam ontslag. Op 28 februari 2011 werd Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder, op advies van het Benoemingscomité door de Raad van Bestuur eveneens aangesteld tot lid.

Samenstelling van het Directiecomité

De tabel geeft een overzicht van de samenstelling van het Directiecomité (DC) op 31 december 2010. Meer informatie over de leden van het DC vindt u in het hoofdstuk Structuur en management en op www.kbc.com onder Corporate Governance.

Naam Periode in het Directiecomité in 2010
Leden Directiecomité op 31-12-2010
Jan Vanhevel (voorzitter) Volledig jaar
Danny De Raymaeker Volledig jaar
John Hollows Volledig jaar
Luc Philips Volledig jaar
Luc Popelier Volledig jaar
Johan Thijs Volledig jaar
Marko Voljcˇ Sinds eind april 2010
Leden die het Directiecomité verlieten in 2010
Chris Defrancq Tot eind april 2010
Etienne Verwilghen Tot 15 november 2010

In de loop van 2010 traden de volgende wijzigingen op in de samenstelling van het DC:

  • • John Hollows, tot dan CEO van Divisie Centraal- en Oost-Europa, werd op advies van het Benoemingscomité op 29 april 2010 benoemd als CRO (chief risk officer) van de groep als opvolger van Chris Defrancq, die met pensioen ging. John Hollows werd op advies van het Benoemingscomité in zijn vroegere functie opgevolgd door Marko Voljcˇ. Een kort curriculum vitae van John Hollows en Marko Voljcˇ vindt u in het jaarverslag 2009.
  • • Etienne Verwilghen, CEO van Divisie Europese Private Banking, legde op 15 november 2010 zijn functies als lid van het Directiecomité en als bestuurder van KBC Groep NV neer, met het oog op zijn pensionering.

Luc Philips, CFO (chief financial officer) van de groep, zal naar aanleiding van de neerlegging van zijn mandaat van bestuurder op de Algemene Vergadering van 28 april 2011 ook ontslag nemen als lid van het DC. Op advies van het Benoemingscomité zal hij als CFO van de groep worden opgevolgd door Luc Popelier. Deze laatste zal, op advies van het Benoemingscomité, in zijn vroegere functie van CEO van Divisie Merchantbanking worden opgevolgd door Luc Gijsens, van wie hierna een kort curriculum vitae is opgenomen.

Luc Gijsens Geboren in 1953 in Leuven Opleiding: licentiaat in de Rechten (1976 K.U.Leuven) Indiensttreding: 1977 Loopbaan: Vanaf 1977 diverse functies waarvan vanaf 1981 representative in Kredietbank Hong Kong, vanaf 1984 branch manager in

Kredietbank Bahrein, vanaf 1986 agency manager in Kredietbank Los Angeles, vanaf 1994 directeur Bedrijvenzetel Kredietbank Antwerpen, vanaf 2000 algemeen directeur Investment Banking KBC Bank, vanaf 2001 algemeen directeur Bedrijven en Instellingen KBC Bank, vanaf 2006 algemeen directeur Corporate Banking en vanaf 2009 Corporate Services. Sinds 2006 lid van het Managementcomité Merchantbanking. Voorzitter van de Raad van Bestuur van Antwerpse Diamantbank, KBC Real Estate, KBC Finance Ireland en KBC Commercial Finance.

Activiteitsverslag van de Raad van Bestuur

In 2010 vergaderde de Raad van Bestuur dertienmaal. Nagenoeg alle leden woonden altijd de vergaderingen bij (zie tabel). Naast het vervullen van de taken die door het Wetboek van Vennootschappen zijn opgelegd, het vaststellen van de kwartaalresultaten en de kennisname van de werkzaamheden van het Audit-, Risico- en Compliancecomité, het Benoemingscomité en het Vergoedingscomité, behandelde de Raad van Bestuur in 2010 nog onder meer de volgende onderwerpen:

  • • Strategie 2014
  • • Status uitvoering Europees herstructureringsplan
  • • Integratie KBC Financial Products
  • • Verkoop Convertible Bonds en Asian Equity Derivatives-activiteit
  • • Economisch kapitaal per 31 maart 2010
  • • Basel III
  • • Life Business Market Consistent Embedded Value boekjaar 2009
  • • Strategie Asset Management
  • • Wijzigingen regelgeving kapitaalvereisten
  • • Actualisering Corporate Governance Charter
  • • Actualisering Groepsmemorandum Internal Governance
  • • Actualisering Audit Charter
  • • Jaarlijkse evaluatie Onverenigbaarheidscode
  • • Jaarlijkse evaluatie Groepsmemorandum Internal Governance
  • • Kennisname van de beslissing van het Comité van onafhankelijke bestuurders dat het niet nodig is om een integrale procedure voorgeschreven door art. 524q W.Venn. toe te passen op verrichtingen tussen KBC Bank en KBC Verzekeringen in het kader van bepaalde projecten
  • • Verslaggeving effectieve leiding inzake beoordeling van het interne controlesysteem
  • • Principes nieuw risicobeheer
  • • Integrated Group Risk Report
  • • Jaarverslag Waarde- en Risicobeheer
  • • Jaarverslag Business Continuity Management
  • • Stresstests
  • • Kredietverlening in België
  • • Verkoop KBL EPB
  • • Neerlegging mandaat bestuurder
  • • Herbenoeming commissaris

Maandelijks bracht het Directiecomité ook verslag uit over de resultaatsontwikkeling en de algemene gang van zaken bij de verschillende divisies van de groep.

Activiteitsverslag van de comités van de Raad van Bestuur

Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC)

Het ARCC vergaderde achtmaal in aanwezigheid van de voorzitter van het Directiecomité, de groeps-chief risk officer, de interne auditor en de compliance officer. Ook de vertegenwoordigers van de commissarissen woonden de vergaderingen bij.

Het verslag van de interne auditor, het verslag van de compliance officer en het verslag van de risicofunctie vormden vaste agendapunten.

De periodieke rapportering van de risicofunctie omvatte voornamelijk een toelichting over het verloop en de methodologische ontwikkelingen op het gebied van het ALM- en liquiditeitsrisico, marktrisico, kredietrisico, operationeel risico en verzekeringsrisico van de groep. Daarbij ging bijzondere aandacht uit naar de afbouw van de activiteiten van KBC Financial Products.

Het verslag van de interne auditor verstrekte telkens een overzicht van de recente auditverslagen, inclusief de belangrijkste auditverslagen van de onderliggende groepsentiteiten. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de auditplanning voor 2010 en keurde de auditplanning voor 2011 goed. Het ARCC werd periodiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de auditaanbevelingen.

Op 10 februari 2010 nam het ARCC kennis van de inhoud van de vennootschappelijke en geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2009 en keurde het persbericht goed. De vertegenwoordigers van de commissaris verstrekten toelichting bij hun belangrijkste controlebevindingen. Op 11 mei, 4 augustus en 9 november 2010 lichtten zij hun belangrijkste bevindingen toe naar aanleiding van hun controle van de kwartaalafsluiting respectievelijk per 31 maart, 30 juni en 30 september. Ook keurde het ARCC telkens het persbericht goed.

In de loop van het jaar besprak het ARCC een aantal bijzondere rapporteringen: verklaring effectieve leiding over de beoordeling van de interne controle, jaarverslag waarde- en risicobeheer, nieuwe risico-organisatie (Harbour), jaarverslag Business Continuity Management, ICAAP-programma, bepaling risk appetite, 2010 CEBS-stresstests, jaarrapport bijzondere onderzoeken, MiFID.

Benoemingscomité

In 2010 vergaderde het Benoemingscomité viermaal en behandelde tijdens die vergaderingen onder meer de volgende onderwerpen:

  • • Opvolging binnen het Directiecomité
  • • Samenstelling van het Vergoedingscomité
  • • Benoemingen en herbenoemingen in de Raad van Bestuur en diverse comités
  • • Kennisname van de benoemingen op niveau algemeen directeur.

Vergoedingscomité

In 2010 vergaderde het Vergoedingscomité zesmaal. De volgende onderwerpen werden besproken:

  • • Financieel statuut van de leden van het Directiecomité
  • • Vaste vergoeding voor de bestuurders
  • • Vergoeding voor de leden en de voorzitter van het Audit-, Risico- en Compliancecomité
  • • Taken van de Raad van Bestuur en het Vergoedingscomité in het kader van de gewijzigde reglementering
  • • Uitzonderingen op de Remuneration Policy
  • • Werking van het Vergoedingscomité
  • • Pensioenreglement voor de leden van het Directiecomité
  • • Vergelijkende studie omtrent de vergoedingen voor topmanagement
  • • Vergoeding van de voorzitter van de Raad van Bestuur
  • • CEBS Guidelines on Remuneration en de implementatie daarvan.

Voor een meer algemene beschrijving van de werking van de Raad van Bestuur en zijn comités wordt verwezen naar hoofdstukken 5 en 6 van het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV, dat u kunt raadplegen op zijn website www.kbc.com.

Activiteitsverslag van het Directiecomité (DC)

In 2010 vergaderde het DC 56 maal. Tijdens die vergaderingen besprak het DC tal van onderwerpen en nam ook 357 formele beslissingen. Als belangrijkste onderwerpen kunnen worden vermeld:

  • • Opvolging van de werking van de divisies
  • • Opvolging resultaten en kredietkosten
  • • Evaluatie senior management
  • • Benoemingen in het senior management
  • • ICT-budgetten
  • • Financiële planning
  • • Onregelmatigheden KBC Lease UK
  • • KBC Bank Ireland
  • • Implementatie Harbour-project (risicobeheer)
  • • Strategie Kredyt Bank
  • • Strategie Absolut Bank
  • • De verschillende desinvesteringsdossiers
  • • Opzet van een Group Treasury-functie
  • • Opvolging liquiditeitspositie
  • • NLB
  • • Opvolging personeelsaantallen
  • • Opvolging KBC Financial Products
  • • Strategie 2014
  • • Vergoedingsbeleid en implementatie ervan
  • • Implementatie CEBS Guidelines on Remuneration
  • • Blootstelling op diverse overheden
  • • Strategie inzake bijkomend pensioen

Het DC had bovendien twee meerdaagse vergaderingen om enkele belangrijke thema's uit te diepen. Thema's die daar behandeld werden, zijn onder meer de opvolgingspolitiek op het niveau van de directie en binnen het DC zelf, de strategie en de uitvoering daarvan en de werking van het DC zelf.

Voor een meer algemene beschrijving van de werking van het Directiecomité wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van het Corporate Governance Charter van KBC dat u kunt raadplegen op de website www.kbc.com.

Audit-, Risico- en Compliancecomité: toepassing artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen

In het Audit-, Risico- en Compliancecomité van KBC Groep NV zetelen twee onafhankelijke bestuurders:

  • • Dirk Heremans is doctor in de Rechten, licentiaat in het Notariaat en licentiaat in de Economische Wetenschappen van de K.U.Leuven. Hij behaalde het diploma in de Etudes supérieures sciences économiques aan de Faculté de Droit et des Sciences Economiques van de Université de Paris (Sorbonne) en werd Master of Arts, C. Phil. en Ph. D. in Economics aan de University of California (UCLA). Hij is professor emeritus aan de Faculteit Economische en Bedrijfswetenschappen aan de K.U.Leuven. Hij was adviseur bij het kabinet van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën, en voerde expertopdrachten uit bij de Europese Commissie. Hij is erelid van de raad van bestuur van de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005.
  • • Philippe Naert is burgerlijk elektrotechnisch ingenieur van de K.U.Leuven. Hij behaalde een postgraduaat in Management Science aan de University of Manchester (VK) en een Ph. D. in Business Administration aan de Cornell University (VS). Hij was bestuurder van het Intercollegiaal Centrum voor Managementwetenschappen en van het European Institute for Advanced Studies in Management. Hij was decaan van INSEAD, de Universiteit van Nyenrode en de TiasNimbas Business School van de Universiteit van Tilburg en Technische Universiteit Eindhoven. Hij voerde consultancy-opdrachten uit bij tal van bedrijven. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005.

Beide onafhankelijke bestuurders werden op de jaarvergadering van 2009 herbenoemd als onafhankelijke bestuurders in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code voor een periode van vier jaar.

Op basis van voorgaande gegevens kan worden besloten dat beide onafhankelijke bestuurders als lid van het Audit-, Risico- en Compliancecomité van KBC Groep NV voldoen aan de in artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen gestelde onafhankelijkheid en deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.

Beleid inzake transacties tussen de vennootschap en haar bestuurders, die niet onder de wettelijke belangenconflicten vallen

De Raad van Bestuur van KBC Groep NV werkte een regeling uit betreffende transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap (met inbegrip van met haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders, die niet onder de belangenconflictenregeling van artikel 523 of 524ter van het Wetboek van Vennootschappen vallen. Deze regeling werd opgenomen in het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV (te raadplegen op www.kbc.com). In de loop van 2010 werd deze regeling nageleefd met betrekking tot bepaalde verrichtingen in het kader van de desinvestering van KBL European Private Bankers. Voor de recente ontwikkelingen met betrekking tot KBL EPB: zie hoofdstuk Groepscenter.

Maatregelen in verband met misbruik van voorkennis en marktmisbruik

In het kader van de Richtlijn 2003/6/EC betreffende misbruik van voorkennis en marktmisbruik, en na de publicatie van het Koninklijk Besluit van 24 augustus 2005 tot wijziging, wat de bepalingen inzake marktmisbruik betreft, van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, heeft de Raad van Bestuur van KBC Groep NV een verhandelingsreglement opgesteld dat onder meer voorziet in de opstelling van een lijst van sleutelmedewerkers, de bepaling van jaarlijkse sperperiodes en de kennisgeving aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) van verhandelingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door met hen verbonden personen. De principes van dat reglement werden opgenomen als bijlage bij het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV. Het reglement trad in werking op 10 mei 2006.

Belangrijkste kenmerken van het evaluatieproces van de Raad van Bestuur, zijn comités en zijn individuele leden

De Raad van Bestuur streeft op permanente wijze naar een optimalisering van zijn werking. Met het oog daarop gaat hij minstens om de twee jaar onder leiding van zijn voorzitter en bijgestaan door het Benoemingscomité over tot een evaluatie van de volgende aspecten van zijn werking: samenstelling van de Raad, selectie, benoeming en vorming van de leden, praktische werking (agenda, vergaderingen), informatie aan de Raad, cultuur binnen de Raad, taakvervulling, vergoeding, relaties met het Directiecomité en met de aandeelhouders, comités van de Raad en betrokkenheid van de Raad bij een aantal specifieke domeinen.

Op initiatief van de voorzitter heeft in het kader van de hernieuwing van de mandaten een individuele evaluatie van de betrokken bestuurders plaats, waarbij de nadruk wordt gelegd op hun inzet en effectiviteit binnen de Raad (onder meer wat betreft hun actieve deelname aan de vergaderingen en de vormingssessies van de Raad en hun kritische inbreng). De individuele evaluatie van de voorzitter, waarbij de nadruk wordt gelegd op zijn leiderscapaciteiten, zijn coördinatievermogen, zijn initiatiefzin en zijn contactuele eigenschappen, gebeurt in zijn afwezigheid door de Raad onder leiding van de ondervoorzitter of een door de leden aangewezen bestuurder. De niet-uitvoerend bestuurders beoordelen eens per jaar in afwezigheid van de uitvoerend bestuurders hun interactie met hen.

Jaarlijks evalueert ieder comité van de Raad zijn eigen samenstelling en zijn werking en brengt daarover verslag uit bij de Raad, waarbij indien nodig voorstellen worden gedaan. Bij die gelegenheid worden onder andere de vereiste bekwaamheden en ervaring voor het specifieke domein waarvoor het comité verantwoordelijk is, geanalyseerd.

Naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder maken de voorzitters van de comités het voorwerp uit van een individuele evaluatie door de andere leden van de comités. Daarbij komen vooral hun coördinatievermogen, gespecialiseerde kennis, inzicht en verslaggeving ter sprake.

Een evaluatie van de voorzitter van het Directiecomité en de andere gedelegeerd bestuurders gebeurt onder leiding van de voorzitter van de Raad van Bestuur naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder (zie hierboven).

Remuneratieverslag over boekjaar 2010

Beschrijving van de procedures om het vergoedingsbeleid te ontwikkelen alsook de vergoeding te bepalen van individuele bestuurders en leden van het Directiecomité

Algemeen

Het vergoedingsbeleid van de KBC-groep wat betreft Raad van Bestuur en Directiecomité stoelt op de toepasselijke wetgeving, de Corporate Governance Code en marktgegevens. Het wordt door het Vergoedingscomité van de Raad van Bestuur – daarin bijgestaan door in deze materie gespecialiseerde medewerkers – bewaakt en regelmatig getoetst aan de ontwikkelingen in de wetgeving, de voornoemde code en de courante marktpraktijken en -tendenzen. De voorzitter van het Vergoedingscomité informeert de Raad van Bestuur over de werkzaamheden van het comité en adviseert hem over aanpassingen van het vergoedingsbeleid en de concrete uitvoering daarvan. De Raad van Bestuur kan echter ook op eigen initiatief of op voorstel van het Directiecomité het Vergoedingscomité opdracht geven mogelijke aanpassingen van het vergoedingsbeleid te onderzoeken en de Raad van Bestuur daarover te adviseren. Indien wettelijk vereist, legt de Raad op zijn beurt aanpassingen van het vergoedingsbeleid ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.

Raad van Bestuur

Ieder jaar trekt de Raad van Bestuur, op advies van het Vergoedingscomité, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid en binnen de door de statuten aangegeven limiet, een bedrag uit ten laste van de nettowinst. Dat bedrag, de vaste vergoeding, wordt aan de Algemene Vergadering voorgelegd en na goedkeuring door haar onder de leden van de Raad van Bestuur verdeeld, rekening houdend met het aantal maanden tijdens welke zij hun mandaat hebben uitgeoefend.

Directiecomité

De Raad van Bestuur – op advies van het Vergoedingscomité – bepaalt jaarlijks, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid, de vergoeding van de leden van het Directiecomité en evalueert deze op geregelde tijdstippen. Die vergoeding wordt opgedeeld in een vaste component en in een resultaat- en prestatiegebonden component.

Verklaring over het tijdens het door het jaarverslag behandelde boekjaar gehanteerde vergoedingsbeleid ten aanzien van de leden van de Raad van Bestuur en van het Directiecomité

Het Vergoedingscomité verklaart het volgende:

Principes van het vergoedingsbeleid met inachtneming van de relatie tussen vergoeding en prestaties

Zowel voor niet-uitvoerend bestuurders als voor uitvoerend bestuurders en andere leden van het Directiecomité geldt als basisbeginsel dat zij recht hebben op een billijke vergoeding die in verhouding staat met de door hen geleverde bijdrage aan het beleid en de groei van de groep.

Voor niet-uitvoerend bestuurders geldt:

  • • De vergoeding van niet-uitvoerend bestuurders bestaat uitsluitend uit een jaarlijkse, niet-prestatiegebonden, vaste vergoeding en een presentiegeld per bijgewoonde vergadering. Zoals al vermeld, wordt de vaste vergoeding afgenomen van de in dat jaar geboekte nettowinst, terwijl het presentiegeld als kosten van dat jaar wordt geboekt. De vaste vergoeding wordt jaarlijks op voorstel van de Raad van Bestuur door de Algemene Vergadering goedgekeurd binnen de limieten van de wet, de statuten en het vergoedingsbeleid van de KBC-groep zoals dat door het Vergoedingscomité wordt vastgelegd.
  • • Gelet op zijn ruime tijdsbesteding als verantwoordelijke voor het permanente toezicht op de zaken van de KBC-groep, geniet de voorzitter van de Raad van Bestuur van KBC Groep NV een afzonderlijk vergoedingsregime. Hij krijgt een hogere vaste vergoeding uitgekeerd. Die vergoeding wordt jaarlijks afzonderlijk vastgelegd door het Vergoedingscomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
  • • De bestuurders die in het ARCC van KBC Groep NV zitting hebben, ontvingen een extra vergoeding (presentiegeld) voor de prestaties die ze in dat kader leveren. Ook hier is het zo dat de voorzitter van dat comité een extra vaste vergoeding ontvangt. Bestuurders die in het Benoemingscomité of het Vergoedingscomité zitting hebben, ontvingen daarvoor geen extra vergoedingen.
  • • KBC Groep NV staat geen kredieten noch waarborgen toe aan bestuurders. Dergelijke kredieten of waarborgen kunnen evenwel worden toegestaan door de bankdochtermaatschappijen van KBC Groep NV overeenkomstig artikel 28 van de Bankwet, wat betekent dat kredieten kunnen worden verleend tegen cliëntvoorwaarden.

  • • De Raad van Bestuur bepaalt de vergoeding van de uitvoerend bestuurders en van de andere leden van het Directiecomité op basis van het advies van zowel het Vergoedingscomité als van de voorzitter van het Directiecomité.

  • • Overeenkomstig het nieuwe vergoedingsbeleid van de KBC-groep (van kracht vanaf 2010) was de individuele vergoeding van de leden van het Directiecomité samengesteld uit de volgende componenten:
  • een vaste maandvergoeding,
  • een jaarlijkse variabele vergoeding die afhankelijk is van de geconsolideerde winst van KBC Groep NV,
  • een jaarlijkse variabele vergoeding op basis van de geleverde prestaties (geëvalueerd op basis van vooraf afgesproken criteria),
  • de eventuele vergoeding van mandaten die worden uitgeoefend in opdracht van KBC Groep NV (uitzonderlijk).
  • • Het totale bedrag van de op deze manier samengestelde vergoeding van de voorzitter van het Directiecomité van KBC Groep NV bedroeg ten hoogste 25% meer dan het bedrag dat aan de andere leden van het Directiecomité wordt uitgekeerd.
  • • De leden genoten verder een stelsel van rust- en overlevingspensioen dat voorziet in een aanvullend ouderdomspensioen of als de verzekerde overlijdt in actieve dienst en een echtgenoot achterlaat – een overlevingspensioen, alsook een invaliditeitsdekking.

Relatief belang van de verschillende componenten van de vergoeding

In de loop van 2010 ontvingen de leden van het Directiecomité enkel een vaste vergoeding. Gezien het negatieve resultaat van de groep in 2009 zagen de leden van het Directiecomité over dat boekjaar immers af van enige variabele vergoeding. Over het boekjaar 2010 werd (in 2011) wel een resultaats- en een prestatiegebonden variabele vergoeding uitgekeerd. Bij de beslissing tot toekenning van die variabele vergoeding heeft de Raad van Bestuur voornamelijk rekening gehouden met de voorafgaande evaluatie door het Vergoedingscomité van de uitvoering van het Europese herstelplan. Op het ogenblik van de redactie van deze tekst waren de uitbetalingsvoorwaarden (cash en/of aandelengerelateerde instrumenten en timing) van de variabele vergoeding nog niet duidelijk. In geen enkel geval wordt meer dan 50% van de bedoelde vergoeding in 2011 uitgekeerd en de betaling wordt over ten minste drie jaar gespreid.

Informatie over het vergoedingsbeleid voor de komende twee boekjaren

Eind 2009 keurde de Raad van Bestuur, op advies van het Vergoedingscomité, het vernieuwde vergoedingsbeleid van de KBC-groep goed. Daarin werden vooral met betrekking tot de variabele vergoeding een aantal principes vastgelegd die in de hele groep van toepassing zijn. De belangrijkste zijn:

  • • Het variabele loon moet altijd bestaan uit een resultaatsgebonden deel (waarvan ten minste 10% gebaseerd is op de resultaten van de KBC-groep) en een prestatiegebonden deel.
  • • Ten minste 50% van het resultaatsgebonden variabele loon wordt niet onmiddellijk uitbetaald, en de betaling wordt gespreid over drie jaar.
  • • Er worden geen voorschotten op het variabele loon uitgekeerd en er wordt in een clawback/holdback-mogelijkheid voorzien.
  • • De verhouding tussen vaste en variabele vergoeding wordt voor het overgrote deel van de groep bepaald op maximaal een op een. • Voor de variabele vergoeding geldt een plafond van 750 000 euro.

Nadien werden er een reeks nieuwe wetten en reglementen omtrent beloningsbeleid uitgevaardigd (de Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij genoteerde ondernemingen, de circulaire 2009_34 van de CBFA met aanbevelingen inzake behoorlijk beloningsbeleid, de CEBS Guidelines on Remuneration, de circulaire 2011_05 van de CBFA inzake behoorlijk beloningsbeleid). Hoewel het eind 2009 goedgekeurde vergoedingsbeleid grotendeels voldoet aan die nieuwe bepalingen, is er vooral op het vlak van governance en de vergoedingen van de key identified staff (topmanagement) toch enige bijsturing nodig. Er werden ter zake al een aantal voorstellen uitgewerkt en aan de CBFA overgemaakt met het oog op een definitieve goedkeuring ervan.

Vergoedingen op individuele basis die aan de niet-uitvoerend bestuurders van KBC Groep NV werden toegekend

Gelet op het negatieve resultaat dat KBC over 2009 boekte en het feit dat, als gevolg daarvan, over 2009 geen dividend werd uitgekeerd, heeft noch KBC Groep NV noch enige andere vennootschap van de KBC-groep in België of in het buitenland waarin sommige niet-uitvoerend bestuurders van KBC Groep NV in de loop van 2009 een bestuurdersmandaat uitoefenden, in de loop van 2010 een vaste vergoeding over het boekjaar 2009 aan de niet-uitvoerend bestuurders uitgekeerd. Wel ontvingen de niet-uitvoerend bestuurders presentiegeld in verhouding tot het aantal door hen bijgewoonde vergaderingen van de Raad van Bestuur van KBC Groep NV en, in voorkomend geval, van andere vennootschappen van de KBC-groep in België of in het buitenland.

Vergoeding per individuele bestuurder
(op geconsolideerde basis, in euro)
Vaste vergoeding
(betaald in 2010 m.b.t.
boekjaar 2010)
Vergoeding
Audit-, Risico- en
Compliancecomité
(betaald in 2010 m.b.t.
boekjaar 2009)
Presentiegeld
(betaald in 2010 m.b.t.
boekjaar 2009)
Huyghebaert Jan1 455 000 0 95 000
Borghgraef Paul 0 0 41 250
Bostoen Paul 0 0 35 000
Cornu Jo 0 0 35 000
Debaillie Luc 0 0 37 500
Depickere Franky 0 46 000 116 250
Devisch Noël 0 0 55 000
Discry Luc 0 0 0
Donck Frank 0 0 41 250
Géradin Jean-Marie2 0 0 7 500
Heremans Dirk 0 18 000 35 000
Leysen Christian2 0 0 10 000
Morlion Lode 0 0 35 000
Naert Philippe 0 16 000 32 500
Roussis Theodoros 0 12 000 22 500
Soete Hendrik 0 0 35 000
Tytgadt Alain 0 0 35 000
Van Kerckhove Ghislaine 0 0 32 500
Van Waeyenberge Jozef2 0 0 10 000
Van Wymeersch Charles 0 0 31 250
Vantieghem Germain 0 0 70 000
Vlerick Philippe 0 0 117 500
Wittemans Marc 0 32 000 62 500
De Ceuster Marc 0 2 000 12 500
Stroobants Eric 0 0 12 500
Wunsch Pierre 0 0 30 000
Bostoen Alain 0 0 2 500
Vanthemse Piet 0 0 0
Hansen Jean-Pierre 0 0 0

1 Voorzitter van de Raad van Bestuur.

2 Niet-uitvoerend bestuurder tot na afloop van de jaarvergadering van 30 april 2009.

Informatie over het bedrag van de vergoeding die leden van het Directiecomité van KBC Groep NV die ook lid zijn van de Raad van Bestuur, in die hoedanigheid zouden hebben ontvangen

Er werd noch een vaste vergoeding noch presentiegeld uitgekeerd aan de leden van het Directiecomité die als gedelegeerd bestuurder lid zijn van de Raad van Bestuur.

Evaluatiecriteria gebaseerd op de prestaties van de KBC-groep en/of van de betrokkene(n) bij de toekenning van variabele vergoedingen

De resultaatsgebonden variabele vergoeding van de leden van het Directiecomité wordt bepaald als een percentage van het nettoresultaat van KBC Groep NV (geconsolideerd). De prestatiegebonden variabele vergoeding van de leden van het Directiecomité wordt bepaald als een percentage van de vaste vergoeding (tussen 0% en 30%) na een evaluatie van de geleverde prestaties op grond van enkele vooraf afgesproken criteria.

Vergoeding van de voorzitter en de andere leden van het Directiecomité van KBC Groep NV

Het Directiecomité (DC) van KBC Groep NV is een collegiaal en solidair orgaan waarvan de voorzitter primus inter pares is en geen CEO in de zin van enige operationele en verantwoordelijke vertegenwoordiger van het bedrijf. Niettemin worden in de tabel, ter uitvoering van de bepalingen van de Corporate Governance Code en zoals vereist zal zijn door de Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen, op individuele basis de vergoedingen van de voorzitter van het Directiecomité weergegeven.

In de tabel wordt bovendien opgave gedaan van de gezamenlijke vergoedingen die KBC Groep NV en zijn directe en indirecte dochtervennootschappen uitkeerden aan andere leden van het Directiecomité van KBC Groep NV dan de voorzitter van het comité met betrekking tot boekjaar 2010. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de samenstelling van het Directiecomité in de loop van 2010 een aantal wijzigingen onderging waarvan sommige een weerslag hadden op het vergoedingstotaal. In de totaalbedragen werden dan ook de volgende vergoedingen opgenomen:

  • • de vergoeding die Chris Defrancq ontving tot zijn pensionering;
  • • de vergoeding die Marko Voljcˇ ontving vanaf zijn opname in het DC;
  • • de vergoeding die Etienne Verwilghen ontving tot zijn pensionering;
  • • de vergoedingen die Danny De Raymaeker, Luc Philips, Luc Popelier, Johan Thijs en John Hollows ontvingen over heel 2010.
Vergoeding van het DC van KBC Groep NV (uitbetaald bedrag in euro) in 2010 Jan Vanhevel
(volledig boekjaar)
Andere leden van het
DC (samen)
Vaste basisvergoeding 712 500 3 653 233
Winstgebonden variabele vergoeding over het boekjaar 20101 372 059 1 810 687
Prestatiegebonden variabele vergoeding over het boekjaar 20101 106 875 550 367
Aanvullendpensioenplan2
(betaalde toelagen)
8 718 2 245 784
Aanvullendpensioenplan met vaste bijdragen3
(aan het pensioenfonds overgemaakte toelage)
over 2010
46 507 46 507

1 De vermelde brutobedragen zijn de bedragen die over het boekjaar 2010 werden toegekend. Van de variabele vergoedingen wordt de helft in 2011 uitbetaald. De rest wordt gespreid over de komende drie jaar. Van elke betaling wordt de helft in cash en de andere helft in aandelengerelateerde instrumenten uitgekeerd.

2 Bij de financiering van de aanvullende pensioenvoorziening wordt rekening gehouden met de pensioenrechten die de leden van het DC eventueel daarvoor al hebben verworven als werknemer van een van de vennootschappen van de groep, en met hun leeftijd op het ogenblik dat zij lid werden van het DC. Daardoor verschillen de toelagen die aan de pensioeninstelling worden betaald.

3 In 2007 werd een aanvullendpensioenplan met vaste bijdragen opgezet. De omvang van de jaarlijkse toelage is afhankelijk van de ontwikkeling van de winst per aandeel van de groep.

Naast die vergoedingen genoten de leden van het Directiecomité ook een representatievergoeding van 400 euro per maand, alsook een aantal voordelen in natura. De belangrijkste zijn een bedrijfswagen (privégebruik wordt aan de leden van het Directiecomité gefactureerd op basis van een forfait van 7 500 km per jaar), gsm, hospitalisatieverzekering, verzekering personenbijstand, enz.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen KBC Groep NV te verwerven, toegekend, uitgeoefend of vervallen in de loop van het boekjaar, op individuele basis

In de loop van 2010 werden geen aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen KBC Groep NV te verwerven, toegekend of uitgeoefend, en bereikten er ook geen hun vervaldag.

Bepalingen omtrent vertrekvergoedingen voor uitvoerend bestuurders en leden van het Directiecomité van KBC Groep NV op individuele basis

Als gevolg van de door de federale en de Vlaamse overheid bedongen voorwaarden naar aanleiding van de kernkapitaaloperaties in 2008 en 2009, werd de vertrekvergoeding voor uitvoerend bestuurders en leden van het Directiecomité sinds eind oktober 2008 beperkt tot 12 maanden vaste vergoeding.

Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen

Hierna wordt in toepassing van bepalingen in het Wetboek van Vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code een beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen binnen KBC. Deel 1 geeft een beschrijving van het interne controle- en risicobeheerssysteem in het algemeen. In Deel 2 wordt deze beschrijving verbijzonderd tot een beschrijving van de interne controlemaatregelen die van toepassing zijn op het financiële rapporteringsproces.

Deel 1: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen binnen KBC

1 Een duidelijke strategie, organisatiestructuur en bevoegdheidsverdeling vormen het kader voor een deugdelijke bedrijfsvoering De strategie en organisatiestructuur van de KBC-groep worden besproken in de hoofdstukken Strategie en bedrijfsprofiel en Structuur en management van dit jaarverslag.

KBC wil een efficiënte bank-verzekeraar en vermogensbeheerder zijn met een sterke affiniteit met zijn cliënten en ruime aandacht voor zijn medewerkers. KBC richt zich tot particulieren, zelfstandigen, vrije beroepers, kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps in geselecteerde Europese landen en streeft cliëntgerichtheid, werknemerstevredenheid en gezond risicobeheer verantwoorde rendementsdoelstellingen na. KBC tracht ook om zich te identificeren met de verschillende gemeenschappen waarin het werkzaam is door lokale bedrijfsmerken te hanteren, lokaal management tewerk te stellen en aan te sluiten bij het sociaal verantwoord ondernemen volgens de normen van de betreffende landen.

De beleidsstructuur binnen de KBC-groep is op een functioneel duale structuur naar Belgisch model geschoeid:

  • • De Raad van Bestuur tekent de strategie en het algemeen beleid uit. Hij oefent alle verantwoordelijkheden en handelingen uit die hem krachtens het Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden. De Raad van Bestuur beslist, op voorstel van het Directiecomité, over het niveau van de te nemen risico's (risk appetite).
  • • Het Directiecomité is belast met het operationele bestuur van de vennootschap binnen de door de Raad van Bestuur goedgekeurde algemene strategie en het algemene beleid. Om zijn specifieke verantwoordelijkheden inzake financieel beleid en risicobeheer waar te nemen, heeft het Directiecomité in zijn midden een chief financial officer (CFO) en chief risk officer (CRO) aangesteld.

Het Corporate Governance Charter van KBC beschrijft voor beide beleidsorganen hun bevoegdheden, samenstelling en werking, alsook de kwalificatievereisten voor hun leden. Concrete informatie over samenstelling en werking is opgenomen in andere delen van deze Verklaring.

2 Integriteit en ethisch handelen zijn in de KBC-bedrijfscultuur ingebed

KBC wil met zijn activiteiten bijdragen tot de economische, sociale en ecologische vooruitgang in zijn werkgebieden. KBC oefent zijn activiteiten dan ook uit met respect voor de geldende wetten en reglementen, en past die zowel naar de letter als naar de geest toe. Het houdt daarbij rekening met het evoluerende normbesef van de maatschappij en schenkt prioritaire aandacht aan de behoeften en de belangen van zijn cliënten, aandeelhouders, personeel en maatschappelijke omgeving. In zijn relatie met hen legt KBC zich regels op inzake billijkheid en redelijkheid, openheid en transparantie, discretie en zorg voor privacy. Die principes zijn onder meer vervat in het integriteitsbeleid, specifieke codes, onderrichtingen en gedragslijnen. U vindt de belangrijkste richtlijnen en beleidsnota's in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen op onze website www.kbc.com/duurzaam ondernemen.

De belangrijkste richtlijnen inzake integriteitsbeleid zijn:

  • • de KBC-Gedragslijn: een algemeen document dat gebaseerd is op de waarden van de groep en aan al zijn medewerkers een gedrag voorschrijft dat daarmee in overeenstemming is. Het vormt de basis voor de ontwikkeling van gespecialiseerde gedragslijnen voor specifieke doelgroepen en beleidslijnen op groepsniveau.
  • • bijzondere groepswijde complianceregels met betrekking tot:
  • witwasbestrijding en financiering van terrorisme,
  • fiscaal preventiebeleid waaronder de bijzondere mechanismen van belastingontduiking,
  • bescherming van de belegger en voorkoming van belangenconflicten (MiFID),
  • marktmisbruik en gebruik van voorkennis,
  • bescherming van het privéleven, vertrouwelijkheid van informatie en professionele discretieplicht.
  • • deontologie en fraudebestrijding:
  • De deontologie van de medewerker zit verweven in de gedragslijn en diverse andere beleidslijnen die in dit onderdeel werden aangegeven;
  • Verschillende diensten zoals Compliance, Inspectie, Interne Audit en ook de business zijn actief bezig met de preventie en het

opsporen van fraude. Voor externe productgerelateerde fraude ligt het hoofdaccent bij de business. Voor fraude en deontologische inbreuken door personeelsleden voeren diensten die los van de business staan controles en onderzoeken uit. Voor complexe fraudedossiers en/of zaken met een invloed op groepsniveau voert en/of coördineert Compliance Groep het onderzoek en dat in haar hoedanigheid van groepscompetentiecentrum voor fraude;

  • Het Beleid voor de bescherming van klokkenluiders in de KBC-groep biedt bescherming aan de medewerkers die te goeder trouw tekenen van fraude en ernstige wanpraktijken signaleren.

Het document Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen beschrijft de visie van KBC inzake Corporate Social Responsibility (raadpleegbaar op www.kbc.com).

3 Het drielijnsverdedigingsmodel beschermt KBC tegen risico's die het behalen van de doelstellingen in het gedrang kunnen brengen

Om zijn strategische opdracht te ondersteunen en zich te wapenen tegen risico's die het realiseren van die opdracht kunnen verhinderen, heeft het Directiecomité, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van de Raad van Bestuur, een gelaagd intern controlesysteem geïmplementeerd. Dat systeem is bekend als het drielijnsverdedigingsmodel (Three Lines of Defense-model).

3.1 De business draagt de verantwoordelijkheid voor de beheersing van zijn risico's

Business is er eerstelijns verantwoordelijk voor de risico's binnen zijn domein te kennen en over aangepaste en effectieve controles te beschikken, inclusief het opzetten van een aangepast delegatiebeleid. Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over alle risicotypes, inclusief fraude, en de naleving van de reglementaire of wettelijke voorschriften. Zij kunnen daarbij een beroep doen op een aantal ondersteunende diensten zoals Inspectie, Waarde- en Risicobeheer, Compliance, Juridische en Fiscale Zaken, Personeelsdienst, Boekhouding en Interne Audit.

3.2 Waarde- en Risicobeheer en Compliance vormen als onafhankelijke controlefuncties de tweedelijnscontrole

Onafhankelijk van de business en in navolging van geavanceerde industriestandaarden heeft Waarde-en Risicobeheer als doel een kader voor waarde-, risico- en kapitaalbeheer binnen de hele groep uit te tekenen, de implementatie van dat raamwerk te controleren en assistentie te verlenen aan het lijnmanagement bij het gebruik van waarde-, risico- en kapitaalbeheersinstrumenten en -technieken. Meer informatie over Waarde- en Risicobeheer vindt u in het desbetreffende hoofdstuk in dit jaarverslag.

KBC installeerde local chief risk officers (LCRO's) op verschillende niveaus binnen de organisatie. Enerzijds staan de LCRO's kort bij de business, aangezien ze deelnemen aan het lokale beslissingsproces. Anderzijds rapporteren ze aan de groeps-chief risk officer, wat hun onafhankelijkheid moet garanderen.

De Compliancefunctie is een onafhankelijke functie binnen de KBC-groep, wat wordt gevrijwaard door het aangepaste statuut ervan (zoals opgenomen in het Compliance Charter), de plaats in het organigram (hiërarchisch onder de voorzitter van het Directiecomité) en de rapporteringslijnen (rapportering aan het ARCC als hoogste orgaan). De doelstelling van Compliance is te voorkomen dat de KBCgroep enige financiële, juridische, reputatie- of sanctieschade zou oplopen als gevolg van de niet-naleving van toepasselijke wetten, besluiten en interne normen of nog als gevolg van het niet-beantwoorden aan de wettige verwachtingen van de cliënten, het personeel en de samenleving in haar geheel en dat meer bepaald in de domeinen die haar zijn toebedeeld in het integriteitsbeleid.

3.3 Interne Audit ondersteunt, als onafhankelijke derdelijnscontrole, het Directiecomité en het ARCC bij de bewaking van de effectiviteit en efficiëntie van het interne controle- en risicobeheerssysteem

Interne Audit gaat na of de risico's in de KBC-groep op een adequate manier worden beheerst, en waar mogelijk worden beperkt of geëlimineerd. Zij ziet er ook op toe dat de bedrijfsprocessen en de samenwerking tussen de verschillende geledingen van de instelling op een efficiënte manier verloopt, en dat de continuïteit van de activiteiten verzekerd is.

Het werkgebied van Interne Audit bestrijkt alle wettelijke entiteiten, activiteiten en divisies, inbegrepen de verschillende controlefuncties, binnen de KBC-groep.

Verantwoordelijkheden, kenmerken, organisatiestructuur en rapporteringslijnen, toepassingsgebied, auditmethodologie, samenwerking tussen interne auditafdelingen van de KBC-groep en uitbesteding van interne audit-activiteiten worden beschreven en toegelicht in het Auditcharter van KBC Groep NV. Dat charter beantwoordt aan de bepalingen van de Circulaire D1 97/4 (banken) en PPB-2006-8-CPA (verzekeringen) van de CBFA.

Conform internationale professionele auditstandaarden wordt de auditfunctie op regelmatige tijdstippen door een externe, derde partij doorgelicht. Dat gebeurde voor het laatst in 2009. De resultaten van die oefening werden aan het Directiecomité en het ARCC gerapporteerd in het kader van hun toezicht op en evaluatie van Interne Audit.

4 Het KBC-Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC) speelt een centrale rol in de monitoring van het interne controleen risicobeheerssysteem

Het Directiecomité beoordeelt jaarlijks de aangepastheid van het interne controle- en risicobeheerssysteem en rapporteert daarover aan het ARCC.

Het ARCC houdt namens de Raad van Bestuur toezicht op de integriteit en doeltreffendheid van de interne controlemaatregelen en van het risicobeheer zoals dat onder de verantwoordelijkheid van het Directiecomité is opgezet, met specifieke aandacht voor een correcte financiële verslaggeving. Het comité volgt ook de door de vennootschap opgezette procedures op om aan de wet en andere reglementeringen te voldoen.

De rol, samenstelling, werking en kwalificatie van zijn leden zijn vastgelegd in het ARCC-charter waarvan de recentste versie op 23 september 2010 door de Raad van Bestuur van KBC Groep NV werd goedgekeurd. In andere delen van deze Verklaring vindt u bijkomende informatie over het ARCC.

Deel 2: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen in verband met het proces van financiële verslaggeving

De periodieke rapportering op vennootschappelijk niveau bij KBC Groep resulteert uit een gedocumenteerd boekhoudkundig proces. Een handleiding over boekhoudprocedures en het financieel rapporteringsproces is beschikbaar. De periodieke financiële staten worden rechtstreeks aangemaakt vanuit het grootboek. De boekhoudkundige rekeningen worden aangesloten met de achterliggende inventarissen. Het resultaat van deze controles kan worden aangetoond. De periodieke financiële staten worden opgesteld conform de locale waarderingsregels. De periodieke rapportering over het eigen vermogen wordt opgesteld conform het Besluit van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 17 oktober 2006.

De belangrijkste verbonden ondernemingen beschikken over een aangepaste boekhoudkundige en administratieve organisatie en hebben procedures voor financiële interne controles. Een beschrijvend document over het consolidatieproces is beschikbaar. Het consolidatiesysteem en het consolidatieproces zijn al geruime tijd operationeel en bevatten talrijke consistentiecontroles.

De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld conform de IFRS-waarderingsregels, die van toepassing zijn voor alle vennootschappen opgenomen in de consolidatiekring. De verantwoordelijke financiële directies (CFO's) van de dochterondernemingen certifiëren de juistheid en de volledigheid van de gerapporteerde financiële cijfers conform de groepswaarderingsregels. Het fiatteringscomité (approval commission) dat door de algemeen directeur Group Finance wordt voorgezeten, controleert de naleving van de IFRS-waarderingsregels. Conform de Wet van 15 mei 2007 ter wijziging van de wet van 22 maart 1993 heeft het Directiecomité van de KBC-groep een evaluatie gemaakt van het interne controlesysteem met betrekking tot het proces van financiële verslaggeving en daarover een verslag opgesteld.

Het bestaan en de opvolging van de groepswijde standaarden inzake boekhoudkundige controles (Group Standard Accounting Controls) is een van de sterke pijlers van de interne controle van het boekhoudkundige proces (Corporate Accounting Proces). De Group Standard Accounting Controls stelt regels vast om de voornaamste operationele risico's van het corporate accounting process te beheersen en heeft betrekking op het opzetten en onderhouden van de architectuur van het boekhoudkundige proces, het opstellen en onderhouden van waarderingsregels en boekhoudschema's, het naleven van regels inzake autorisatie en functiescheiding bij de boekhoudkundige registratie van verrichtingen en het opzetten van een gepast eerstelijns- en tweedelijnsrekeningbeheer.

Er is een project lopende voor het in de groep institutionaliseren van een – jaarlijks te evalueren – formele risicomatrix (Key Risks Key Risk Drivers Key Risk Controls Key Risk Indicators) die de KBC-vennootschappen ertoe zal aanzetten de end-to-endrisico's in hun financieel rapporteringsproces continu doeltreffend te beheren. De jaarlijkse beoordeling van het interne controlesysteem zal worden gekoppeld aan deze evolutieve risicomatrix.

De uitrol van procedures in de groep in het kader van versnelde afsluiting (Fast Close), de opvolging van verrichtingen tussen groepsmaatschappijen (Intercompanies) en de permanente opvolging van een aantal risico-, prestatie- en kwaliteitsindicatoren (Key Risk Indicators/Key Performance Indicators) hebben bijgedragen tot de verhoging van de kwaliteit van het proces van de financiële verslaggeving. Ook het opzetten en de follow-up van zelfevaluaties (Self Assessments) dragen bij tot een constante bekommernis om het systeem van interne controle te verbeteren.

Het externe rapporteringsproces, zowel statutair als geconsolideerd, wordt minstens om de drie jaar end to end geauditeerd door de Interne Audit van KBC Groep.

Voor het toezicht dat het ARCC uitoefent, verwijzen we naar de tweede paragraaf onder punt 4 van Deel 1.

Afwijkingen van de Code

Zoals vermeld bij het begin van dit hoofdstuk, moet de Verklaring inzake deugdelijk bestuur in het jaarverslag eveneens een opsomming en uitleg geven van de bepalingen van de Code waarvan wordt afgeweken (zie het zogenaamde comply or explain-principe). Hieronder volgt dat overzicht:

Bepaling 2.1. van de Belgische Corporate Governance Code (Code) stelt dat de samenstelling van de Raad van Bestuur onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit.

De Raad van Bestuur van KBC Groep NV telt in zijn huidige samenstelling één vrouw en tweeëntwintig mannen. Deze samenstelling is historisch zo gegroeid. De Raad, die het beginsel van genderdiversiteit genegen is, zal een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in zijn midden nastreven.

Bepaling 5.2./1 van Bijlage C bij de Code schrijft voor dat de Raad van Bestuur een Auditcomité opricht dat uitsluitend bestaat uit nietuitvoerend bestuurders. Bepaling 5.2./4 van dezelfde bijlage C stelt dat op zijn minst een meerderheid van de leden van dit comité onafhankelijk is. Bepaling 5.3./1 van Bijlage D bij de Code schrijft voor dat de Raad van Bestuur een Benoemingscomité opricht dat bestaat uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurders. Volgens bepaling 5.4./1 van de Bijlage E bij de Code is op zijn minst een meerderheid van de leden van het Remuneratiecomité onafhankelijk.

Op 31 december 2010 was het Audit-, Risico- en Compliancecomité van KBC Groep NV samengesteld uit zes niet-uitvoerend bestuurders van wie twee onafhankelijke en één die door de overheid werd aangewezen. De onafhankelijke bestuurders maakten dus niet de meerderheid uit in het Auditcomité.

Het Benoemingscomité van KBC Groep NV was op dezelfde datum samengesteld uit vijf niet-uitvoerend bestuurders, van wie één onafhankelijke en één uitvoerend bestuurder. De onafhankelijke bestuurders maakten dus in dit comité niet de meerderheid uit. Op 28 januari 2011 werd Jean-Pierre Hansen, vertegenwoordiger van de federale overheid, tot lid van het comité aangesteld door de Raad van Bestuur.

Zowel bij de samenstelling van het Audit-, Risico- en Compliancecomité als bij die van het Benoemingscomité wordt – zoals voor de Raad – rekening gehouden met de specificiteit van de aandeelhoudersstructuur van KBC Groep NV en in het bijzonder met de aanwezigheid van de kernaandeelhouders: Cera, KBC Ancora, MRBB en de andere vaste aandeelhouders. Op die manier wordt een evenwicht in stand gehouden dat heilzaam is voor de stabiliteit en de continuïteit van de groep.

In het Vergoedingscomité zetelden op 31 december 2010 vier niet-uitvoerend bestuurders onder wie twee onafhankelijke en één bestuurder die door de overheid werd aangewezen. Op 28 februari 2011 stelde de Raad van Bestuur ook professor Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV, aan als lid van het comité in het kader van de wettelijke vereisten en de bepalingen van de Code.

Belangenconflicten die onder artikel 523 of 524 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vallen

Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 24 juni 2010 werd een belangenconflictenprocedure conform artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen nageleefd, en dat naar aanleiding van de bespreking van de bestuurdersaansprakelijkheid van – onder meer – een aantal leden van de Raad van Bestuur van KBC Groep NV uit hoofde van hun mandaat in de Raad van Bestuur van KBL European Private Bankers SA en in een Beperkt Comité binnen deze Raad. De notulen van voormelde vergadering van de Raad over dat agendapunt luiden als volgt:

Inleiding

De Raad van Bestuur verwijst naar de aandelenoverdrachtsovereenkomst tussen KBC Groep NV als Verkoper en Hinduja Luxembourg Holding S.A als Koper met betrekking tot de verkoop van alle aandelen in het bezit van KBC Groep NV in KBL European Private Bankers S.A. dd. 20 mei 2010 (de Aandelenoverdrachtsovereenkomst, de Transactie).

Binnen het kader van de Transactie treden de volgende bestuurders van KBL European Private Bankers S.A af als bestuurder na afronding van de Transactie:

Philippe Vlerick Franky Depickere Marc Wittemans Marie-Christine Santens Diego du Monceau Luc Philips Edmond Müller Jan Huyghebaert

(alle bovenstaanden worden hierna de Bestuurders en ieder individueel een Bestuurder genoemd)

Tot de afronding behouden de Bestuurders hun functie en in die hoedanigheid blijven zij betrokken bij enkele transacties voorzien in de Aandelenoverdrachtsovereenkomst. Die Transacties hebben betrekking op, onder andere, het afstoten van bepaalde activa en het doen van een voorstel tot uitkering van een interimdividend. In dat kader vormen Jan Maarten de Jong, Luc Philips en Franky Depickere een 'Beperkt Comité' dat binnen de Raad van Bestuur van KBL European Private Bankers S.A. is opgericht en onder andere de afstotingstransacties zal afhandelen.

De Aandelenoverdrachtsovereenkomst bepaalt dat de Koper die Bestuurders op de volgende relevante jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van KBL European Private Bankers SA kwijting verleent voor de uitoefening van hun mandaat tot de afronding. De Hindujagroep heeft zich er verder in de Aandelenoverdrachtsovereenkomst toe verbonden geen gerechtelijke procedures op te starten tegen een van de bovenvermelde Bestuurders.

Voorstel van besluit

De Raad van Bestuur stelt voor om voor goedkeuring van een besluit te stemmen waardoor KBC Groep NV:

(i) zich er onherroepelijk toe verbindt om geen gerechtelijke procedures op te starten tegen een van de Bestuurders van KBL European Private Bankers S.A. en/of de heer Jan Maarten de Jong in hun hoedanigheid van bestuurder of, in voorkomend geval in hun hoedanigheid als lid van het 'Beperkt Comité' in het kader van de uitvoering van de Transactie; en

(ii) zich akkoord verklaart die Bestuurders van KBL European Private Bankers S.A. en Jan Maarten de Jong te vrijwaren tegen claims op grond van de aansprakelijkheid van de bestuurders en de heer Jan Maarten de Jong in die hoedanigheid en binnen dat kader.

Belangenconflict

De Raad van Bestuur past de procedure toe zoals uiteengezet in artikel 523 BCC alvorens te starten met de beraadslaging en stemming over het voorstel van besluit.

A. Verklaring en rechtvaardigingsgrond van het belangenconflict

De volgende bestuurders brengen de Raad van Bestuur op de hoogte van een mogelijk belangenconflict zoals bepaald in artikel 523 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot het voorstel van besluit (aangezien zij de begunstigde zijn van een dergelijk besluit):

Philippe Vlerick Franky Depickere Luc Philips Jan Huyghebaert Marc Wittemans

Die bestuurders nemen niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over het voorstel van besluit. De commissaris-revisor van de vennootschap wordt op de hoogte gebracht van dat belangenconflict.

B. Rechtvaardigingsgrond

De vennootschap heeft een duidelijk belang bij een succesvolle afronding van de Transactie. Voor een succesvolle afronding is een besluitvorming zoals uiteengezet in de Aandelenoverdrachtovereenkomst door de Raad van Bestuur van KBL European Private Bankers S.A. vereist. In dat opzicht lijkt het gerechtvaardigd dat de Bestuurders van KBL European Private Bankers S.A. en de heer Jan Maarten de Jong vrijwaring zullen kunnen genieten door de vennootschap en dat de vennootschap geen gerechtelijke procedures zal opstarten tegen die bestuurders. Bij fusies en overnames in het algemeen is het niet ongebruikelijk te garanderen dat de bestuurders van een over te nemen bedrijf na afronding van de overname niet verder aansprakelijk zijn en dat elke aansprakelijkheid met betrekking tot de bedrijfsvoering vóór de afwikkeling geregeld wordt in de contractuele relatie tussen verkoper en koper.

C. Financiële gevolgen

Het is moeilijk de financiële gevolgen weer te geven in absolute bedragen – mogelijk kunnen de financiële gevolgen oplopen tot het bedrag van een aansprakelijkheidsclaim (verhoogd met enkele indirecte kosten, zoals de verdedigingskosten). Men kan redelijkerwijs aannemen dat de mogelijke financiële gevolgen minder belangrijk zullen zijn in vergelijking met de financiële voordelen voor de vennootschap bij een succesvolle afronding van de Transactie.

D. Bedrijfsbelang

In het licht van het bovenstaande is het voorgestelde besluit in het belang van de vennootschap.

Besluit

De Raad (exclusief de bestuurders die verklaard hebben dat ze een belangenconflict hebben) neemt unaniem het volgende besluit: De vennootschap:

  • (i) verbindt zich er onherroepelijk toe om geen gerechtelijke procedures op te starten tegen een van de Bestuurders van KBL European Private Bankers S.A. en/of de heer Jan Maarten de Jong (beide in hun hoedanigheid van bestuurder van KBL European Private Bankers S.A. of, in voorkomend geval in hun hoedanigheid als lid van het 'Beperkt Comité') in het kader van de uitvoering van de Transactie;
  • (ii) stemt ermee in om die Bestuurders en de heer Jan Maarten de Jong te vrijwaren tegen de aansprakelijkheid die de bestuurders en de heer Jan Maarten de Jong zouden oplopen in die hoedanigheid en binnen dat kader; en
  • (iii)de verklaring van afstand en de vrijwaring onder (i) en (ii) sluiten strafrechtelijke aansprakelijkheid uit en vormen een aanvulling op een eventueel verhaalrecht dat de Bestuurder of de heer Jan Maarten de Jong kan verkrijgen van een derde partij (bijv. verzekering).

Commissaris

De Algemene Vergadering van KBC Groep NV van 29 april 2010 hernieuwde het mandaat van commissaris van Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA voor een periode van drie jaar, met als vertegenwoordigers Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. De bezoldiging van de commissaris vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichting 43 (volledige groep – geconsolideerde cijfers) en in het deel Vennootschappelijke jaarrekening, in Toelichting 7 (KBC Groep NV).

Aandeelhoudersstructuur per 31 december 2010 zoals die blijkt uit ontvangen kennisgevingen in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen

Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken (de statuten zijn beschikbaar op www.kbc.com). KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op zijn website www.kbc.com/investor relations. In de tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per einde 2010, resulterend uit alle kennisgevingen ontvangen tot 31 december 2010. In het hoofdstuk Vennootschappelijke jaarrekening vindt u eveneens een overzicht van de ontvangen kennisgevingen. We wijzen erop dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Kennisgeving
betreft situatie per
Adres Aantal KBC-aandelen
(tegenover de som van het op
het moment van kennisgeving
bestaande aantal aandelen)
KBC Ancora Comm.VA1 1 september 2008 Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 82 216 380 (23,15%)
Cera CVBA1 1 september 2008 Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 25 903 183 (7,29%)
MRBB CVBA1 1 september 2008 Diestsevest 40, 3000 Leuven, België 42 562 675 (11,99%)
Andere vaste aandeelhouders1 1 september 2008 P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2,
8510 Bellegem, België
39 867 989 (11,23%)
Vennootschappen behorend
tot de KBC-groep
1 september 2008 Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 18 240 777 (5,14%)
BlackRock Inc.2 15 september 2010 King William Street 33,
EC4R9AS Londen, Verenigd Koninkrijk
11 047 165 (3,09%)

Aandeelhouderschap 31-12-2010, volgens meest recente kennisgevingen overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007

1 Hiervan werden de volgende aantallen aandelen in onderling overleg ingebracht: 32 634 899 door KBC Ancora Comm.VA, 10 080 938 door Cera CVBA, 26 436 213 aandelen door MRBB CVBA en alle 39 867 989 aandelen door Andere vaste aandeelhouders. Deze aandelen waren het voorwerp van een afzonderlijke kennisgeving.

2 Na 31 december 2010 werd een nieuwe kennisgeving van BlackRock Inc. ontvangen met betrekking tot de toestand op 2 maart 2011 (daling tot 2,99% van het aantal stemrechten).

Bekendmaking ter uitvoering van artikel 34 van het Belgische KB van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

1 Kapitaalstructuur op 31 december 2010

Het maatschappelijk kapitaal is volgestort en wordt vertegenwoordigd door 357 938 193 maatschappelijke aandelen zonder nominale waarde. Meer informatie over het kapitaal van de groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

2 Wettelijke of statutaire beperking van overdracht van effecten

Jaarlijks voert KBC Groep NV een kapitaalverhoging door waarbij de inschrijving is gereserveerd voor het personeel van KBC Groep NV en bepaalde van zijn Belgische dochtervennootschappen. Als de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen een korting vertoont ten opzichte van de in de uitgiftevoorwaarden bepaalde referentiekoers, kunnen die nieuwe aandelen door het personeelslid niet worden overgedragen gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de betaaldatum, tenzij in geval van overlijden van het personeelslid. Op 31 december 2010 waren er in dat kader in totaal 165 303 aandelen geblokkeerd, die alle zullen vrijkomen vóór eind 2011. De opties op aandelen KBC Groep NV die in handen zijn van medewerkers van diverse vennootschappen van de KBC-groep en die in het kader van op verschillende tijdstippen opgezette aandelenoptieplannen aan deze medewerkers werden toegekend, zijn niet overdraagbaar onder levenden. Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel vindt u in Toelichting 12 in het hoofdstuk Geconsolideerde jaarrekening.

3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn Nihil.

4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend Nihil.

5 Wettelijke of statutaire beperking van de uitoefening van het stemrecht

De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen, zijn geschorst. Op 31 december 2010 betrof het 18 171 795 aandelen, dat is 5,077% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

6 Aan KBC Groep NV bekende aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht

Een groep rechtspersonen en natuurlijke personen treden in onderling overleg op en vormen de vaste aandeelhouderskern van KBC Groep NV. Volgens de door hen ingestuurde kennisgeving beschikten zij op 1 september 2008 over de volgende aantallen stemrechten in onderling overleg:

  • • KBC Ancora Comm.VA: 32 634 899
  • • Cera CVBA: 10 080 938
  • • MRBB CVBA: 26 436 213
  • • Andere Vaste Aandeelhouders: 39 867 989.

In totaal zijn dat 109 020 039 stemrechten of 30,70% van het totaal aantal stemrechten (inclusief de geschorste: zie hierboven) op 1 september 2008 (355 122 707). Vergeleken met het totale aantal stemrechten op 31 december 2010 (357 938 193), zou dat neerkomen op 30,46%. Tussen die partijen werd een aandeelhoudersovereenkomst gesloten om het algemeen beleid van KBC Groep NV te ondersteunen en te coördineren, en op de toepassing van dat beleid toe te zien. De overeenkomst voorziet in een contractueel aandeelhouderssyndicaat. In de aandeelhoudersovereenkomst zijn bepalingen over de overdracht van effecten en de uitoefening van het stemrecht binnen het kader van het syndicaat opgenomen.

In het kader van de kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro door KBC Groep NV waarop midden december 2008 door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij NV werd ingetekend, zijn de kernaandeelhouders van KBC Groep NV onder meer de volgende formele verbintenis aangegaan. Zij zullen hun aandelen niet aanbieden in geval van een vrijwillig of verplicht openbaar overnamebod op alle KBC-aandelen of, naargelang het geval, geen KBC-aandelen in die mate verkopen dat daardoor een verplicht bod zou ontstaan of, naargelang het geval, hun aandelen vóór de aanvang, gedurende of na afloop van een openbaar overnamebod niet overdragen aan (een) (aanstaande) bieder(s) of verwante partij noch enig recht daartoe verlenen, zonder de formele verbintenis van de (aanstaande) bieder(s) dat deze na afloop van het bod KBC zal (zullen) verplichten alle uitstaande kernkapitaaleffecten terug te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de CBFA) of zelf alle uitstaande kernkapitaaleffecten zal (zullen) inkopen, in beide gevallen tegen een prijs gelijk aan 44,25 euro per effect. Deze verbintenis van de kernaandeelhouders is eveneens toepasselijk op de tweede kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro van KBC Groep NV, waarop midden juli 2009 door het Vlaams Gewest werd ingeschreven.

7 De regels voor de benoeming en vervanging van leden van het bestuursorgaan en voor de wijziging van de statuten van KBC Groep NV

Hier wordt verwezen naar de bestaande regels in het Corporate Governance Charter en in de statuten van KBC Groep NV die kunnen worden geraadpleegd op de website www.kbc.com onder corporate governance. Wat de wijziging van de statuten betreft, wordt verwezen naar de desbetreffende artikelen van het Wetboek van Vennootschappen.

8 Bevoegdheden van de Raad van Bestuur met betrekking tot uitgifte of inkoop van eigen aandelen

De Algemene Vergadering heeft de Raad van Bestuur tot en met 21 mei 2014 gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meer keren te verhogen met in totaal 900 miljoen euro, in geld of in natura en zowel door uitgifte van aandelen als van al dan niet achtergestelde, converteerbare obligaties of van warrants die al dan niet verbonden zijn aan al dan niet achtergestelde obligaties. In dat kader kan de Raad het voorkeurrecht opheffen of beperken binnen de wettelijke en statutaire grenzen. De Raad kan deze machtiging gebruiken onder de voorwaarden en binnen de grenzen van het Wetboek van Vennootschappen, ook na de datum van ontvangst van de mededeling van de CBFA dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap. Deze bijzondere machtiging geldt tot 29 april 2012. Op 31 december 2010 bedroeg het toegestaan kapitaal 899 354 909 euro. Hiermee kunnen – rekening houdend met het boekhoudkundige pari van het aandeel op 31 december 2010 – nog maximaal 258 435 318 nieuwe aandelen worden uitgegeven, dat is 72,2% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

Op 9 november 2010 besliste de Raad van Bestuur gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren ten gunste van het personeel. Tegen een intekenprijs per aandeel van 33,10 euro en een maximum van 21 aandelen per personeelslid kon het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 23 december 2010 worden verhoogd met 69 837 euro, vertegenwoordigd door 20 068 nieuwe aandelen.

De door de Algemene Vergadering aan de Raad van Bestuur van KBC Groep NV en van zijn rechtstreekse dochtervennootschappen verleende machtiging om eigen aandelen KBC Groep NV onder bepaalde voorwaarden te verwerven en in pand te nemen, verviel op 23 oktober 2009 en werd niet hernieuwd.

Wel zijn de Raad van Bestuur van KBC Groep NV en van de rechtstreekse dochtervennootschappen tot 27 mei 2013 gemachtigd om eigen aandelen KBC Groep NV in te kopen of te verkopen, wanneer de verkrijging of de vervreemding ervan noodzakelijk is om te voorkomen dat KBC Groep NV een dreigend, ernstig nadeel zou lijden.

Ten slotte heeft de Algemene Vergadering voornoemde Raden van Bestuur machtiging verleend om de aandelen KBC Groep NV in hun bezit te vervreemden op de beurs of buiten de beurs, dat laatste tegen een vergoeding die niet lager mag zijn dan de op het ogenblik van de vervreemding geldende beurskoers verminderd met 5%. Op 31 december 2010 hadden KBC Groep NV en zijn rechtstreekse dochtervennootschappen, hoofdzakelijk in het kader van het door de Algemene Vergadering goedgekeurde inkoopprogramma en de afdekking van de KBC-optieplannen voor het personeel, in totaal 18 168 752 aandelen KBC Groep NV in bezit, dat is 5,076% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

9 Belangrijke overeenkomsten waarbij KBC Groep NV partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over KBC Groep na een openbaar overnamebod

Nihil.

10 Tussen KBC en zijn bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt Nihil.

Mededelingen in het kader van artikel 74 van de Belgische Wet op openbare overnamebiedingen

In het kader van vermelde wet ontving KBC Groep NV in 2010 een aantal geactualiseerde mededelingen. Op basis daarvan wordt hierna een bijgewerkte tabel van de ontvangen mededelingen weergegeven. De vermelde personen treden op in onderling overleg. De opgegeven aantallen aandelen zijn evenwel niet noodzakelijk allemaal ingebracht in onderling overleg: sommige aantallen kunnen ook vrije aandelen bevatten.

A Mededelingen door

a rechtspersonen,

b natuurlijke personen die 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 c rechtspersonen die de controle hebben over rechtspersonen onder a,

d natuurlijke personen die via controle over rechtspersonen onder a indirect 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 .

,

Aandeelhouder Participatie,
aantal
In procenten2 Controleren de persoon Aandeelhouder Participatie,
aantal
In procenten2 Controlerende
persoon
KBC Ancora Comm.VA 82 216 3803 22,97% Cera CVBA Algimo NV 320 8163 0,09% Natuurlijke
perso(o)n(en)
MRBB CVBA 46 289 8643 12,93% HBB vzw Rodep Comm.VA 303 0003 0,08% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Cera CVBA 26 127 1663 7,30% – SAK Berkenstede 268 9703 0,08%
SAK AGEV 12 604 6953 3,52% – Robor NV 238 9883 0,07% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Plastiche NV 2 989 4823 0,84% Natuurlijke perso(o)n(en) Efiga Invest sprl 233 8063 0,07% Moulins de
Kleinbettingen
SA
3D NV 2 323 0853 0,65% SAK Iberanfra La Pérégrina 220 5884 0,06% ING Trust
Setas SA 1 626 4013 0,45% SAK Setas Promark
International NV
189 0083 0,05% Natuurlijke
perso(o)n(en)
SAK Pula 1 434 2503 0,40% – Hermes Invest NV 180 2253 0,05%
Vrij en Vrank CVBA 1 335 2583 0,37% SAK Prof.
Vlerick
SAK Hermes Controle
en Beheersmij
148 5273 0,04%
Basil Finance SA 1 260 0003 0,35% – Lineago Trust 148 4003 0,04%
De Berk BVBA 1 138 2083 0,32% Natuurlijke
perso(o)n(en) Tradisud NV
146 5004 0,04%
De Lelie GCV 1 000 0003 0,28% – SAK Iberanfra 121 2733 0,03%
Rainyve SA 941 9583 0,26% – Cobeton NV 115 8393 0,03% SAK Hermes
Controle en
Beheersmaat
schappij
Stichting Amici Almae
Matris
912 7313 0,26% I.B.P. Ravago
Pensioenfonds
115 8333 0,03%
Van Holsbeeck nv 770 8373 0,22% Natuurlijke perso(o)n(en) Inkao-Invest bvba 113 6793 0,03% Robor NV
Ceco c.v.a. 568 8493 0,16% Natuurlijke
perso(o)n(en) Meralpa NV
98 5774 0,03%
Nascar Finance SA 560 0003 0,16% – Edilu NV 70 0004 0,02%
Partapar SA 559 8183 0,16% Natuurlijke
perso(o)n(en) Wilig NV
42 4724 0,01%
Cordalia SA 425 2503 0,12% Natuurlijke perso(o)n(en) Mercurius Invest NV 40 2303 0,01%
Mapicius SA 425 2503 0,12% Natuurlijke perso(o)n(en) Bevek Vlam 21 39 0064 0,01% ABN Amro
Cecan Invest NV 397 5633 0,11% SAK Prof. Vlerick Filax Stichting 38 5293 0,01% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Plastiche Holding Sarl 375 0003 0,10% – Lycol NV 31 9394 0,01%
Mercator NV 366 4273 0,10% Bâloise-holding Van Vuchelen en Co
CVA
27 7854 0,01%
VIM CVBA 361 5623 0,10% Natuurlijke
perso(o)n(en) Asphalia NV
14 2413 0,00% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Sereno SA 333 4083 0,09% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Kristo Van Holsbeeck
bvba
6 9503 0,00% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Colver NV 322 0994 0,09% – Christeyns NV 3 2713 0,00%
Participatie, Participatie, Participatie, Participatie,
aantal In procenten2 aantal In procenten2 aantal In procenten2 aantal In procenten2
330 8033 0,09% 48 8003 0,01% 15 1323 0,00% 4 5494 0,00%
274 8393 0,08% 48 1413 0,01% 15 1323 0,00% 3 7594 0,00%
235 0003 0,07% 46 4413 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
141 4663 0,04% 46 2003 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
107 5003 0,03% 45 4413 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
96 9033 0,03% 43 2003 0,01% 14 5223 0,00% 3 3754 0,00%
96 9033 0,03% 39 2644 0,01% 13 9054 0,00% 3 3754 0,00%
96 9033 0,03% 33 0694 0,01% 13 9054 0,00% 3 2404 0,00%
84 0783 0,02% 32 9943 0,01% 12 5394 0,00% 2 8003 0,00%
82 2633 0,02% 32 9943 0,01% 11 0424 0,00% 2 2954 0,00%
75 0003 0,02% 32 9783 0,01% 11 0394 0,00% 2 0253 0,00%
69 5003 0,02% 32 9783 0,01% 10 9924 0,00% 1 3504 0,00%
67 5003 0,02% 25 5004 0,01% 9 7614 0,00% 1 2694 0,00%
67 5003 0,02% 24 7254 0,01% 8 8504 0,00% 1 0003 0,00%
63 5994 0,02% 22 6114 0,01% 8 5564 0,00% 8774 0,00%
64 5503 0,02% 22 3434 0,01% 8 4844 0,00% 7744 0,00%
57 8413 0,02% 22 3434 0,01% 8 3164 0,00% 5134 0,00%
56 9503 0,02% 22 3424 0,01% 8 2124 0,00% 5003 0,00%
55 4064 0,02% 21 8973 0,01% 8 2124 0,00% 3244 0,00%
54 9864 0,02% 20 0074 0,01% 7 8843 0,00% 2434 0,00%
52 4993 0,01% 19 5464 0,01% 6 9934 0,00% 2284 0,00%
52 0003 0,01% 16 7334 0,00% 6 5404 0,00% 273 0,00%
49 6003 0,01% 16 0003 0,00% 4 5904 0,00% 243 0,00%

.

B Mededelingen door natuurlijke personen die minder dan 3% van de effecten met stemrecht houden (deze mededelingen hoeven geen melding te maken van de identiteit van de betrokken natuurlijke personen)5

1 Er werden geen dergelijke mededelingen ontvangen.

2 Totaal aantal bestaande aandelen op 30 juni en 1 september 2010: 357 918 125.

3 Toestand per 30 juni 2010.

4 Toestand per 1 september 2010.

5 Sommige van deze participaties werden in blote eigendom zonder stemrecht aangegeven en andere in vruchtgebruik met stemrecht.

Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro) Toelichting 2009 2010
Nettorente-inkomsten 3 5 817 6 245
Rente-inkomsten 3 11 687 10 542
Rentelasten 3 -5 871 -4 297
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 9 4 848 4 616
Niet-leven 11 1 925 1 916
Leven 10 2 923 2 700
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering 9 -4 412 -4 261
Niet-leven 9 -1 244 -1 249
Leven 9 -3 168 -3 012
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 9 -63 -8
Dividendinkomsten 4 139 97
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
5 -3 485 -77
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 6 224 90
Nettoprovisie-inkomsten 7 1 132 1 224
Provisie-inkomsten 7 2 059 2 156
Provisielasten 7 -927 -932
Overige netto-inkomsten 8 427 452
TOTALE OPBRENGSTEN 4 625 8 378
Exploitatiekosten 12 -4 779 -4 436
Personeelskosten 12 -2 589 -2 529
Algemene beheerskosten 12 -1 814 -1 546
Afschrijvingen vaste activa 12 -376 -361
Bijzondere waardeverminderingen 14 -2 725 -1 656
Op leningen en vorderingen 14 -1 901 -1 483
Op voor verkoop beschikbare financiële activa 14 -326 -31
Op goodwill 14 -483 -88
Op overige 14 -14 -54
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 15 -25 -63
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN -2 904 2 224
Belastingen 16 256 -82
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 46 101 -254
RESULTAAT NA BELASTINGEN -2 547 1 888
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -82 28
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -2 466 1 860
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 101 -254
Winst per aandeel (in euro)
Gewoon 17 -7,26 3,72
Verwaterd 17 -7,26 3,72
  • • Eind 2009 kondigde de groep een vernieuwd strategisch plan aan. Dat plan diende als basis voor de Europese Commissie om te beoordelen of KBC in staat is de effecten verkocht aan de overheid binnen een redelijke termijn terug te kopen. De Europese Commissie heeft het plan eind november 2009 goedgekeurd. U vindt meer informatie over de uitwerking van de nieuwe strategie van de groep in het hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel (de erkende commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd).
  • • In het kader van dat plan sloot KBC onder meer in mei 2010 een verkoopovereenkomst met betrekking tot KBL EPB (die de activiteiten van de voormalige Divisie Europese Private Banking omvat, inclusief VITIS Life). Dat wordt gekwalificeerd als een beëindigde bedrijfsactiviteit. Bijgevolg werden de resultaten van KBL EPB, in overeenstemming met IFRS 5, niet meer onder de verschillende posten van de winst-en-verliesrekening opgenomen, maar samengebundeld in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. Alle referentiecijfers werden aangepast. Alle gegevens vereist volgens IFRS 5 vindt u in Toelichting 46. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

• Andere wijzigingen in de voorstelling van de winst-en-verliesrekening: zie Toelichting 1 a.

  • • Dividendvoorstel over het boekjaar 2010: onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering bedraagt het brutodividend 0,75 euro per dividendgerechtigd aandeel over het boekjaar 2010. Het totale te betalen dividend bedraagt dan 258 miljoen euro. De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (zie deel Overige informatie) is gerelateerd aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Met betrekking tot het boekjaar 2010 wordt in dit kader bijgevolg (in 2011) in totaal een coupon van 595 miljoen euro (8,5% van 7 miljard euro) betaald aan de betrokken overheden (de boekhoudkundige verwerking in IFRS is vergelijkbaar met die van gewone dividenden (in 2011 in aftrek van het eigen vermogen)). Merk op dat die coupon in rekening wordt gebracht bij de berekening van de winst per aandeel (zie Toelichting 17).
  • • De belangrijkste bestanddelen van de resultatenrekening worden besproken in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder Resultaat in 2010 en de daaropvolgende hoofdstukken over de divisies (de commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd).

Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)

(in miljoenen euro) 2009 2010
RESULTAAT NA BELASTINGEN -2 547 1 888
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -82 28
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -2 466 1 860
NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ERKEND IN EIGEN VERMOGEN
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor aandelen 450 49
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 300 105
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde -17 -7
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 167 -48
Bijzondere waardeverminderingen 152 9
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 17 -60
Uitgestelde belastingen -2 3
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor obligaties 1 138 -427
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 1 337 -874
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde -478 297
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 279 151
Bijzondere waardeverminderingen 33 -54
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 109 17
Proratering en bijzondere waardevermindering op herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa
naar aanleiding van herklassering naar leningen en vorderingen
209 284
Uitgestelde belastingen -72 -96
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor andere activa 0 1
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 0 1
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 0 0
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 0 0
Bijzondere waardeverminderingen 0 0
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 0 0
Uitgestelde belastingen 0 0
Nettowijziging van de afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) -26 -68
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -59 -131
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 11 54
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 21 8
Brutobedrag 27 10
Uitgestelde belastingen -5 -2
Nettowijziging van de omrekeningsverschillen -155 63
Brutobedrag -167 -6
Uitgestelde belastingen 12 70
Overige mutaties 3 -1
TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN -1 137 1 505
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -84 35
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -1 053 1 470

Geconsolideerde balans

ACTIVA
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2009 31-12-2010
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 7 173 15 292
Financiële activa 18–29 304 057 281 240
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 40 563 30 287
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 18–29 30 520 25 545
Voor verkoop beschikbaar 18–29 56 120 54 143
Leningen en vorderingen 18–29 164 598 157 024
Tot einde looptijd aangehouden 18–29 12 045 13 955
Afdekkingsderivaten 18–29 213 286
Deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen, verzekeringen 35 284 280
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 259 218
Belastingvorderingen 31 2 214 2 534
Actuele belastingvorderingen 31 367 167
Uitgestelde belastingvorderingen 31 1 847 2 367
Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten 46 70 12 938
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 32 608 496
Vastgoedbeleggingen 33 762 704
Materiële vaste activa 33 2 890 2 693
Goodwill en andere immateriële vaste activa 34 3 316 2 256
Overige activa 30 2 597 2 172
TOTAAL ACTIVA 324 231 320 823
VERPLICHTINGEN EN EIGEN VERMOGEN
(in miljoenen euro) Toelichting 31-12-2009 31-12-2010
Financiële verplichtingen 18–29 279 450 260 582
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
18–29 29 891 24 136
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 18–29 31 309 34 615
Tegen geamortiseerde kostprijs 18–29 217 163 200 707
Afdekkingsderivaten
Technische voorzieningen vóór herverzekering
18–29
35
1 087
22 012
1 124
23 255
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 0 0
Belastingverplichtingen 31 519 468
Actuele belastingverplichtingen 31 379 345
Uitgestelde belastingverplichtingen 31 140 123
Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 46 0 13 341
Voorziening voor risico's en kosten 36 651 600
Overige verplichtingen 37 4 422 3 902
TOTAAL VERPLICHTINGEN 307 054 302 149
Totaal eigen vermogen 39 17 177 18 674
Eigen vermogen van de aandeelhouders 39 9 662 11 147
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 39 7 000 7 000
Belangen van derden 515 527

• In overeenstemming met IFRS 5 werden de activa en verplichtingen van sommige desinvesteringen niet meer onder de verschillende posten van de balans opgenomen, maar samengebundeld in Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten. De referentiecijfers werden niet aangepast (niet vereist door IFRS 5). Meer informatie over desinvesteringen en alle gegevens vereist volgens IFRS 5 vindt u in Toelichting 46. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

• Andere wijzigingen in de voorstelling van de balans: zie Toelichting 1 a.

(in miljoenen euro) Geplaatst en volgestort
aandelenkapitaal
Uitgiftepremie Eigen aandelen Herwaarderingsreserve
(voor verkoop beschik
bare financiële activa)
(kasstroomafdekkingen)
Afdekkingsreserve
Reserves Omrekeningsverschillen Eigen vermogen van
aandeelhouders
Niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
Belangen van derden Totaal eigen vermogen
2009
Saldo aan het begin van het jaar 1 244 4 335 -1 561 -1 131 -352 8 359 -184 10 710 3 500 1 165 15 376
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 -2 466 0 -2 466 0 -82 -2 547
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 1 588 -22 3 -156 1 413 0 -3 1 410
Subtotaal van baten en lasten over de periode 0 0 0 1 588 -22 -2 463 -156 -1 053 0 -84 -1 137
Dividenden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kapitaalverhoging 1 5 0 0 0 -2 0 4 3 500 0 3 504
Inkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen 0 0 2 0 0 0 0 2 0 0 2
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -566 -566
Totaal wijzigingen 1 5 2 1 588 -22 -2 465 -156 -1 048 3 500 -650 1 801
Saldo aan het einde van de periode 1 245 4 339 -1 560 457 -374 5 894 -339 9 662 7 000 515 17 177
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 387
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties 70
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa
dan obligaties en aandelen
0
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0
2010
Saldo aan het begin van het jaar 1 245 4 339 -1 560 457 -374 5 894 -339 9 662 7 000 515 17 177
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 1 860 0 1 860 0 28 1 888
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 -379 -69 -1 58 -390 0 7 -383
Subtotaal van baten en lasten over de periode 0 0 0 -379 -69 1 860 58 1 470 0 35 1 505
Dividenden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kapitaalverhoging 0 1 0 0 0 0 0 1 0 0 1
Inkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 1
Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen 0 0 31 0 0 0 0 31 0 0 31
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 -6 0 -6 0 0 -6
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -23 -23
Wijzigingen in scope 0 0 0 -12 0 0 0 -12 0 -1 -13
Totaal wijzigingen 0 1 31 -391 -69 1 855 58 1 485 0 12 1 497
Saldo aan het einde van de periode 1 245 4 340 -1 529 66 -443 7 749 -281 11 147 7 000 527 18 674
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 435
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties -370
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa
dan obligaties en aandelen
1
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
3 0 10 12 0 12

• Voor informatie over het aantal aandelen en de kapitaalversterkende transacties afgesloten met de Belgische federale overheid en het Vlaams Gewest, zie Toelichting 39.

• Structuur van het aandeelhouderschap op de balansdatum: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening, onder Toelichting 4.

(in miljoenen euro) 2009 2010
Bedrijfsactiviteiten
Resultaat vóór belastingen -2 904 2 224
Aanpassingen voor
Resultaat vóór belastingen m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 123 66
Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van (im)materiële activa, vastgoedbeleggingen en effecten 1 275 603
Winst of verlies uit de vervreemding van beleggingen -21 -192
Wijziging in bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 1 903 1 481
Wijziging in technische voorzieningen vóór herverzekering 3 199 2 436
Wijziging in deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen -38 -83
Wijzigingen in overige voorzieningen 42 -49
Overige niet-gerealiseerde winst of verlies* -3 940 -136
Opbrengsten van geassocieerde ondernemingen 22 61
Kasstromen uit bedrijfswinst vóór belastingen en vóór wijzigingen in bedrijfsactiva en -verplichtingen -339 6 411
Wijzigingen in bedrijfsactiva (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) 22 661 8 933
Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden 25 278 9 516
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -2 413 4 983
Voor verkoop beschikbare financiële activa -8 766 430
Leningen en vorderingen 8 497 2 167
Afdekkingsderivaten 66 -204
Bedrijfsactiva in verband met groepen activa die worden afgestoten 0 -7 959
Wijzigingen in bedrijfsverplichtingen (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) -25 347 2 056
Deposito's tegen geamortiseerde kostprijs -3 319 -6 232
In schuldbewijzen belichaamde schulden tegen geamortiseerde kostprijs 2 000 -1 485
Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden -13 280 -5 031
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -10 919 3 305
Afdekkingsderivaten 171 38
Bedrijfsverplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten 0 11 461
Betaalde belastingen -157 -363
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten -3 181 17 037
Investeringsactiviteiten
Aankoop van tot einde looptijd aangehouden effecten -2 763 -3 975
Opbrengst van de terugbetaling van tot einde looptijd aangehouden effecten op de eindvervaldag 1 707 2 039
Overname van een dochteronderneming of een bedrijfsonderdeel zonder de overgenomen geldmiddelen
(inclusief stijgingen in participatiepercentages)
-18 -108
Opbrengst van de afstoting van een dochteronderneming of bedrijfsonderdeel zonder de afgestoten geldmiddelen
(inclusief dalingen in participatiepercentages)
0 1 194
Aankoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 0 0
Opbrengst van de verkoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 0 0
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen 5 1
Aankoop van vastgoedbeleggingen -31 -18
Opbrengst van de verkoop van vastgoedbeleggingen 17 20
Aankoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) -168 -142
Opbrengst van de verkoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 25 34
Aankoop van materiële vaste activa -549 -533
Opbrengst van de verkoop van materiële vaste activa 215 293
Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -1 561 -1 194
Financieringsactiviteiten
Inkoop of verkoop van eigen aandelen 2 1
Uitgifte of terugbetaling van promessen en andere schuldbewijzen -1 480 -1 686
Opbrengst van of terugbetaling van achtergestelde schulden -315 547
Kapitaalaflossingen van financiële leasing 0 0
Opbrengst van de uitgifte van aandelenkapitaal 4 1
Opbrengst van de uitgifte van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 3 500 0
Opbrengst van de uitgifte van bevoorrechte aandelen -655 0
Uitgekeerde dividenden 0 0
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten 1 056 -1 137
Mutatie geldmiddelen en kasequivalenten
Nettotoename of -afname van geldmiddelen en kasequivalenten -3 686 14 706
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het boekjaar 9 461 5 487
Gevolgen van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode
-287
5 487
364
20 557

Geconsolideerd kasstroomoverzicht (vervolg)

(in miljoenen euro)
2009
2010
Overige informatie
Betaalde rente
-5 983
-4 577
Ontvangen rente
12 049
11 053
Ontvangen dividenden (inclusief vermogensmutatiemethode)
150
104
Componenten van geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken
7 172
15 292
Leningen en voorschotten aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden
10 205
6 866
Deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar
-11 890
-4 449
Geldmiddelen en kasequivalenten inbegrepen in groepen activa die worden afgesloten 0
2 849
Totaal
5 487
20 557
Waarvan niet beschikbaar 0
0

* Bedrag in 2009 betreft voornamelijk de waarderingsverschillen m.b.t. de portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's) inclusief de gerelateerde geboekte vergoedingen voor de garantie van de Belgische staat met betrekking tot de CDO-portefeuille, die voor het grootste gedeelte niet gerealiseerd zijn en aldus geen kasstroom vertegenwoordigen.

  • • KBC brengt verslag uit over kasstromen van bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode.
  • • Zoals vermeld in Toelichting 46 wordt KBL EPB naar aanleiding van de in mei 2010 aangegane verkoopovereenkomst als een beëindigde bedrijfsactiviteit gekwalificeerd. De verkoopovereenkomst zou voornamelijk de volgende invloed op de kasstromen met betrekking tot investeringsactiviteiten hebben: ontvangst van de verkoopprijs: 1 350 miljoen euro; vermindering van geldmiddelen en kasequivalenten die tot de groep activa die wordt afgestoten, behoren: 2 miljard euro (be-

drag per 31 december 2009) en 2,8 miljard euro (bedrag per 31 december 2010). Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

• De belangrijkste overnames en vervreemdingen van geconsolideerde dochterondernemingen en activiteiten worden hieronder toegelicht (in 2009 waren er geen belangrijke overnames noch vervreemdingen). Alle (materiële) overnames en verkopen van groepsondernemingen of activiteiten werden in geld voldaan.

Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten

2010 2010 2010
Global Convertible
Bonds & Asian
Equity Derivatives
(in miljoenen euro) Secura KBC Peel Hunt activiteiten
Aankoop of verkoop verkoop verkoop verkoop
Percentage aandelen gekocht (+) of verkocht (-) in het betrokken jaar 100% 100%
Totaal percentage aandelen aan het einde van het betrokken jaar 0% 0%
Betreffende divisie/segment België Groepscenter Groepscenter
Datum sluiting transactie, maand en jaar november 2010 november 2010 november 2010
Aankoopprijs of verkoopprijs 315 86 866
Kasstroom voor de aankoop of verkoop van bedrijven
min aangekochte of verkochte geldmiddelen en kasequivalenten
290 75 824
Activa en verplichtingen gekocht of verkocht
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 0 0 0
Financiële activa 753 511 906
Aangehouden voor handelsdoeleinden 0 26 864
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
0 0 0
Voor verkoop beschikbaar 639 2 0
Leningen en vorderingen 0 483 42
Tot einde looptijd aangehouden 114 0 0
Afdekkingsderivaten 0 0 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 25 11 42
Financiële verplichtingen 0 402 392
Aangehouden voor handelsdoeleinden 0 15 392
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
0 0 0
Tegen geamortiseerde kostprijs 0 387 0
Afdekkingsderivaten 0 0 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 0 0 0
Technische voorzieningen vóór herverzekering 862 0 0

Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming

De geconsolideerde jaarrekening, inclusief alle toelichtingen, werd op 24 maart 2011 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van KBC Groep NV.

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs) en bevat vergelijkende informatie over één jaar. Alle bedragen zijn uitgedrukt in miljoenen euro en afgerond op het miljoental.

De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2010 en werden toegepast in deze rapportering:

• Herziening van IFRS 3 (Bedrijfscombinaties) en wijzigingen in IAS 27 (de geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening): deze herziening en wijzigingen zijn het gevolg van een gezamenlijk project van de IASB en de FASB met als doel meer convergentie tussen de IFRSnormen en de Amerikaanse normen. De herziening van IFRS 3 zal prospectief worden toegepast en kan een belangrijke invloed hebben op de manier waarop bedrijfscombinaties en wijzigingen in aandeelhouderschap in de toekomst boekhoudkundig zullen worden verwerkt.

De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2010 en hebben geen invloed op deze rapportering.

  • • Wijzigingen in IFRS 2 (op aandelen gebaseerde betalingen) met betrekking tot de afwikkeling in contanten van transacties tussen groepsentiteiten.
  • • Wijziging in IAS 39 (Financiële instrumenten: opname en waardering) met betrekking tot in aanmerking komende afgedekte posities.
  • • IFRIC 17 (Uitkeringen van activa in natura aan de eigenaars).
  • • IFRIC 18 (Overdracht van activa van klanten).

De onderstaande IFRS-normen en IFRIC-interpretaties werden gepubliceerd, maar waren voor de KBC-groep nog niet van kracht op 31 december 2010. KBC zal die standaarden en interpretaties toepassen vanaf het moment dat ze voor de KBC-groep verplicht toepasbaar zijn:

  • • IAS 24 (Informatieverschaffing over verbonden partijen). De definitie van een verbonden partij is verduidelijkt, meer bepaald door een gedeeltelijke uitzondering voor met de overheid verbonden partijen. Daarop is IAS 24 niet van toepassing. Ter compensatie zijn andere toelichtingen (identiteit, aard van verbondenheid, aard en bedrag van transactie) vereist, die in de toekomstige rapporteringen zullen moeten worden vermeld.
  • • In november 2009 publiceerde het IASB IFRS 9 (Financiële instrumenten) met betrekking tot de classificatie en de waardering van financiële instrumenten ter vervanging van de desbetreffende vereisten in de huidige IAS 39 (Financiële instrumenten: opname en waardering). De ingangsdatum van de nieuwe norm is 1 januari 2013. De norm werd door de EU evenwel nog niet goedgekeurd voor toepassing in de EU. De impactstudie maakt deel uit van het momenteel lopende IFRS 9-programma in KBC.
  • • IFRIC 19 (Het delgen van financiële schulden met eigenvermogensinstrumenten).

Wijzigingen in de voorstelling van de winst-en-verliesrekening in 2010:

• De post Voorzieningen voor risico's en kosten werd niet langer behouden als subpost van Exploitatiekosten. Vanaf nu worden toevoegingen en terugnemingen m.b.t. de balanspost Voorzieningen voor risico's en kosten in de winst-en-verliesrekening geboekt onder de post waarin de toekomstige kosten m.b.t. deze voorziening zullen worden opgenomen (Personeelskosten, Algemene beheerskosten, Belastingen en Overige netto-inkomsten). In de referentiecijfers werden de bedragen die voorheen onder Voorzieningen voor risico's en kosten in de winsten-verliesrekening waren vermeld, toegevoegd aan Algemene beheerskosten.

  • • De boekhoudkundige voorstelling van bepaalde kosten en inkomsten werd verder geharmoniseerd binnen de groep. Dat veroorzaakte een lichte afwijking betreffende de vergelijkbaarheid tussen de cijfers van 2009 en 2010. Mochten de wijzigingen in boekhoudkundige voorstelling worden toegepast op 2009, dan zouden de Nettoprovisie-inkomsten in 2009 36 miljoen euro lager zijn geweest, de Overige nettoinkomsten 25 miljoen hoger en de Exploitatiekosten 11 miljoen minder negatief.
  • • Omwille van de duidelijkheid en eenvoud werden diverse posten van de winst-en-verliesrekening herbenoemd:
Vroegere naam Nieuwe naam
Bruto verdiende premies, verzekeringen Verdiende verzekeringspremies vóór
herverzekering
Bruto technische lasten, verzekeringen Verzekeringstechnische lasten vóór
herverzekering
Netto (niet-)gerealiseerde winst uit
financiële instrumenten tegen reële
waarde met …
Nettoresultaat uit financiële instru
menten tegen reële waarde met …
Netto gerealiseerde winst uit voor
verkoop beschikbare financiële activa
Netto gerealiseerd resultaat uit voor
verkoop beschikbare financiële activa
Winst vóór belastingen Resultaat vóór belastingen
Winst na belastingen … Resultaat na belastingen …
Nettowinst na belastingen uit
beëindigde bedrijfsactiviteiten
Nettoresultaat na belastingen uit
beëindigde bedrijfsactiviteiten

Naar analogie werd ook de balanspost Bruto technische voorzieningen, verzekeringen aangepast naar Technische voorzieningen vóór herverzekering.

Wijzigingen in de voorstelling van de segmentrapportering in 2010:

• Na het herstructureringsplan, dat eind 2009 door de EU werd goedgekeurd, zullen de resultaten voor de komende jaren aanzienlijk beïnvloed worden door de geplande desinvesteringen, en dat in alle divisies. Om meer transparantie te creëren en zware verstoringen in de resultaten van de divisies te vermijden, werd de segmentering gewijzigd. De nieuwe segmentering omvat Divisie België, Divisie Centraalen Oost-Europa, Divisie Merchantbanking en Groepscenter. Dat laatste omvat het voormalige Groepscenter én (nieuw) alle bedrijven die zullen worden gedesinvesteerd volgens het strategische plan. Bijgevolg worden de ontwikkelingen van de resultaten van de nieuwe divisies in de toekomst niet verstoord door toekomstige desinvesteringen. De cijfers voor 2009 werden aangepast om vergelijkbaar te zijn.

Wijzigingen in de inhoud en vorm van de toelichtingen in 2010:

  • • Als gevolg van het opnemen van bijkomende informatie, en met als algemeen doel de informatie nog transparanter voor te stellen, werden diverse toelichtingen herwerkt naar vorm en inhoud (het betreft onder meer de toelichtingen in verband met financiële instrumenten, verzekeringsresultaten, transacties met verbonden partijen, enz.). Als gevolg van die herwerking werden de toelichtingen ook hernummerd.
  • • Alle informatie vereist door IFRS 5 wordt samengevat in een nieuwe Toelichting 46.
  • • De jaarrekening bevat ook specifieke informatie over risicobeheer. In Toelichting 47 wordt daarvoor verwezen naar het hoofdstuk Waardeen risicobeheer.

Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving

a Criteria voor consolidatie en voor opname in de geconsolideerde rekeningen volgens de vermogensmutatiemethode

De methode van integrale consolidatie wordt toegepast voor alle (materiële) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent.

(Materiële) Ondernemingen waarover direct of indirect een gezamenlijke controle wordt uitgeoefend, worden geconsolideerd volgens de methode van de proportionele consolidatie.

De vermogensmutatiemethode wordt gehanteerd voor (materiële) investeringen in geassocieerde ondernemingen (dat zijn ondernemingen waarin KBC een invloed van betekenis op het beleid uitoefent).

Zoals volgens IAS 28 (investeringen in geassocieerde ondernemingen) en IAS 31 (belangen in joint ventures) is toegestaan, worden investeringen aangehouden door risicokapitaalondernemingen, geklasseerd als gehouden voor handelsdoeleinden (gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening). Veranderingen in zeggenschap in een deelneming (die niet resulteren in een verlies van controle) worden verwerkt als een mutatie in eigen vermogen en hebben geen invloed op goodwill en resultaat.

b Effecten van wijzigingen in wisselkoersen

Monetaire activa en verplichtingen, uitgedrukt in vreemde munt, worden omgerekend in hun tegenwaarde in de functionele munt tegen de contantkoers op de balansdatum.

Negatieve en positieve waarderingsverschillen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de financiering van aandelen en deelnemingen van geconsolideerde ondernemingen in vreemde munt, worden opgenomen in het resultaat.

De niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd op basis van hun historische kostprijs, worden omgerekend in de functionele munt tegen de wisselkoers van de transactiedatum.

Niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd tegen reële waarde, worden omgerekend op basis van de contantkoers van de dag waarop de reële waarde werd bepaald.

Omrekeningsverschillen worden samen met schommelingen in reële waarde gerapporteerd.

In vreemde munt uitgedrukte opbrengsten en kosten worden in het resultaat verwerkt tegen de koers die gold op het tijdstip van hun opname.

De balansen van de buitenlandse dochterondernemingen worden omgerekend in de presentatiemunt (euro) tegen de contantkoers op de balansdatum (uitgezonderd het eigen vermogen, dat tegen de historische koers wordt omgezet). De winst-en-verliesrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van het boekjaar, als beste benadering van de wisselkoers op de transactiedatum.

De verschillen die voortvloeien uit het gebruik van een verschillende koers voor de activa en verplichtingen enerzijds en de elementen van het eigen vermogen anderzijds, worden (samen met de koersverschillen – na uitgestelde belastingen – op de leningen die werden afgesloten ter financiering van de deelnemingen in vreemde munt) voor het aandeel van KBC opgenomen onder het eigen vermogen.

c Financiële activa en verplichtingen (IAS 39)

Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat KBC een betrokken partij wordt met betrekking tot de contractuele voorzieningen van de instrumenten. Aanen verkopen van alle financiële activa die volgens standaardmarktconventies worden afgewikkeld, worden in de balans verwerkt op de afwikkelingsdatum.

Alle financiële activa en verplichtingen – inclusief derivaten – moeten worden opgenomen in de balans op basis van de door IAS 39 bepaalde classificaties. Elke classificatie vereist een specifieke waardering.

IAS 39 onderscheidt de volgende classificaties:

  • • Leningen en vorderingen: alle niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet genoteerd zijn op een actieve markt.
  • • Tot einde looptijd aangehouden beleggingen: alle niet-afgeleide financiële activa met een vaste eindvervaldag en vaste of bepaalbare betalingen, waarbij KBC stellig voornemens en in staat is deze aan te houden tot het einde van de looptijd.
  • • Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: deze categorie bevat de financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden én enig ander financieel actief vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (RW). Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden zijn financiële activa die worden aangehouden met de bedoeling om ze op korte termijn te verkopen of die deel uitmaken van een portefeuille van dergelijke activa. Alle derivaten met een positieve vervangingswaarde worden beschouwd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsinstrumenten. RW-activa worden op dezelfde wijze gewaardeerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden. KBC kan deze optie van de reële waarde toepassen, wanneer dat meer relevante informatie oplevert. Dat kan immers de waarderings- of opname-inconsistentie (soms ook boekhoudkundige mismatch genoemd) elimineren of aanzienlijk beperken die anders zou ontstaan bij het waarderen op verschillende basis van activa of verplichtingen of bij het opnemen van de winsten of verliezen erop. De optie van de reële waarde kan ook worden toegepast op financiële activa met besloten derivaten.
  • • Voor verkoop beschikbare financiële activa: dat zijn alle niet-afgeleide financiële activa die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Deze activa worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het eigen vermogen tot realisatie van de activa of tot het moment dat zich een bijzondere waardevermindering voordoet. In dat geval worden de cumulatieve herwaarderingsresultaten opgenomen in het resultaat van het boekjaar.
  • • Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden zijn schulden aangehouden met het oog op terugkoop op korte termijn. Alle derivaten met een negatieve vervangingswaarde worden beschouwd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Deze verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening.
  • • Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (RW): deze financiële verplichtingen worden op dezelfde manier gewaardeerd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden. De optie van de reële waarde kan onder dezelfde omstandigheden worden gebruikt als bij de RW-activa. Bovendien kan

deze categorie worden gebruikt voor de boekhoudkundige verwerking van (afgesplitste) depositocomponenten (dat wil zeggen financiële verplichtingen zonder discretionaire winstdeling) zoals bepaald in IFRS 4.

  • • Andere financiële verplichtingen: dat zijn alle andere niet-afgeleide financiële schulden die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Deze verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
  • • Afdekkingsderivaten: dat zijn derivaten gebruikt als afdekkingsinstrument.

Financiële instrumenten worden voorgesteld tegen dirty price. De geprorateerde rente wordt in dezelfde post gepresenteerd als de financiële instrumenten waarvoor die rente werd geprorateerd.

KBC past de volgende algemene regels toe:

• Vorderingen: deze werden geklasseerd als Leningen en vorderingen. Ze worden bij verwerving gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten. Leningen met vaste vervaldag worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet; dat is de rentevoet die exact alle toekomstige verwachte kasstromen van de vordering verdisconteert tot de nettoboekwaarde. Deze rentevoet houdt rekening met alle gerelateerde vergoedingen en transactiekosten. Leningen zonder vaste vervaldag worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen voor vorderingen waarvoor – hetzij individueel, hetzij op portefeuillebasis – een indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat op de balansdatum. Deze indicatie wordt bepaald aan de hand van de Probability of Default (PD). Karakteristieken van kredieten zoals het type krediet, de bedrijfstak waartoe de kredietnemer behoort, de geografische locatie van de kredietnemer en andere karakteristieken die belangrijk zijn voor het risicoprofiel van een kredietnemer, worden gebruikt voor het bepalen van de PD. Kredieten die dezelfde PD hebben, hebben bijgevolg een gelijksoortig kredietrisicoprofiel.

  • Leningen en vorderingen met een PD van 12 (individuele probleemkredieten met de hoogste PD) worden individueel getest op een waardevermindering (en eventueel individueel afgeschreven). Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun huidige waarde.
  • Leningen en vorderingen met een PD van 10 of 11 worden ook als individuele probleemkredieten beschouwd. Belangrijke leningen (van meer dan 1,25 miljoen euro) worden individueel getest. Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun huidige waarde. Minder belangrijke leningen (van minder dan 1,25 miljoen euro) worden getest op statistische basis. Het bedrag van de waardevermindering volgens de statistische methode is gebaseerd op drie componenten: het uitstaande bedrag van de leningen, een reclassificatiepercentage dat de bewegingen van leningen tussen de verschillende PD-klassen weerspiegelt en een verliespercentage dat het gemiddelde verlies voor elk product weerspiegelt.
  • Leningen en vorderingen met een PD lager dan 10 worden beschouwd als normale kredieten. Incurred but not reported (IBNR) verliezen worden opgenomen voor kredieten met een PD van 1 tot en met 9. Deze IBNR-verliezen zijn gebaseerd op de IRB Advancedmodellen (PD x LGD x EAD) met correcties van alle parameters om het point in time-karakter van de IBNR-verliezen te weerspiegelen. De voornaamste correctie heeft betrekking op de PD: de tijdshorizon van de PD wordt ingekort op basis van de emergenceperiode. De emergenceperiode is de periode tussen het zich voordoen van een gebeurtenis die zal leiden tot een waardevermindering en het

moment dat KBC die gebeurtenis ontdekt, en is afhankelijk van de reviewfrequentie, de locatie en de betrokkenheid met de tegenpartijen.

• In geval van een waardevermindering wordt de boekwaarde van de lening verminderd via een specifieke rekening voor waardeverminderingen en het verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als het bedrag aan geschatte waardeverminderingen in een daaropvolgende periode stijgt of daalt door een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat de bijzondere waardevermindering was erkend, dan wordt de voorheen geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door aanpassing van de specifieke rekening voor waardeverminderingen. Leningen en de gerelateerde bedragen opgenomen op de specifieke rekeningen voor waardeverminderingen worden afgeschreven wanneer er geen realistisch vooruitzicht op toekomstige recuperatie bestaat of wanneer de lening wordt kwijtgescholden. Een gehernegotieerde lening blijft getest worden op bijzondere waardeverminderingen, berekend op basis van de originele effectieve rentevoet van de lening.

Voor buitenbalansverplichtingen (verbinteniskredieten) die geklasseerd worden als onzeker of oninbaar en dubieus, worden voorzieningen opgenomen als aan de algemene voorwaarden van IAS 37 is voldaan en als aan het meer dan waarschijnlijk-criterium is voldaan. Deze voorzieningen worden erkend tegen hun huidige waarde.

Rente op kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden toegepast, wordt berekend aan de hand van de rentevoet die werd gebruikt om de waardevermindering te berekenen.

• Effecten: naargelang ze al dan niet worden verhandeld op een actieve markt en afhankelijk van de intentie bij verwerving, worden effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen, Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, RW-activa of als Voor verkoop beschikbare financiële activa.

Effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen of Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde wordt over de resterende looptijd van de effecten als rente in het resultaat opgenomen. De opname gebeurt op actuariële basis, uitgaande van de effectieve rentevoet bij aankoop. Individuele bijzondere waardeverminderingen van effecten die geklasseerd zijn als Leningen en vorderingen of als Tot einde looptijd aangehouden effecten worden – volgens dezelfde methode als voor de bovenvermelde vorderingen – opgenomen als er bewijs is van de bijzondere waardevermindering op de balansdatum.

Effecten geklasseerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (exclusief transactiekosten) en daarna tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar.

Effecten geklasseerd als RW die niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden op dezelfde wijze gewaardeerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.

Effecten geklasseerd als Voor verkoop beschikbare financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en worden daarna gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen tot de verkoop van de effecten of tot het moment dat ze een bijzondere waardevermindering ondergaan. In dat geval wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt van het eigen vermogen naar het resultaat van het boekjaar. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt als daarvoor een indicatie bestaat. Voor genoteerde aandelen en andere niet-vastrentende effecten wordt een indicatie van bijzondere waardevermindering bepaald aan de hand van een aanzienlijke (meer dan 30%) of langdurige (meer dan 1 jaar) daling van de reële waarde. Voor vastrentende effecten wordt de bijzondere waardevermindering bepaald op basis van de recupereerbaarheid van de aanschaffingswaarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar. Voor aandelen en andere niet-vastrentende effecten gebeuren terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen via een aparte post van het eigen vermogen. Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op vastrentende effecten gebeuren via het resultaat van het boekjaar.

  • • Derivaten: alle derivaten worden geklasseerd als financiële activa of verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden met een positieve vervangingswaarde worden op de actiefzijde van de balans getoond, die met een negatieve vervangingswaarde op de passiefzijde.
  • • Verschuldigde bedragen: schulden uit ontvangen voorschotten of gelddeposito's worden in de balans opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de ter beschikking gestelde gelden en de nominale waarde wordt pro rata temporis verwerkt in de winst-enverliesrekening. De opname gebeurt op geactualiseerde basis, rekening houdend met het reële rentepercentage.
  • • In contracten besloten derivaten: derivaten die besloten zitten in contracten die op een pro-ratabasis worden gewaardeerd (Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Leningen en vorderingen, Andere financiële verplichtingen) of die tegen reële waarde worden gewaardeerd met schommelingen van de reële waarde in het eigen vermogen (Voor verkoop beschikbare financiële activa), worden afgescheiden van het contract en tegen reële waarde gewaardeerd (waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen) als op het moment dat KBC het contract verwerft, geoordeeld wordt dat het risico van het besloten derivaat niet nauw verbonden is met het risico van het basiscontract. Achteraf mag er geen herbeoordeling gebeuren van het risico, behalve bij gewijzigde contractvoorwaarden die een substantiële invloed hebben op de kasstromen van het contract. Contracten met besloten derivaten worden evenwel voornamelijk geklasseerd als RW, zodat een afscheiding van het besloten derivaat onnodig wordt, omdat het volledige financiële instrument tegen reële waarde wordt gewaardeerd, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen.
  • • Afdekkingstransacties (hedge accounting): KBC maakt gebruik van afdekkingstransacties als aan alle daartoe vereiste voorwaarden is voldaan (volgens de vereisten voor hedge accounting die niet zijn geschrapt in de versie van IAS 39 zoals goedgekeurd door de EU, de zogenaamde carve-outversie). Die voorwaarden zijn de aanwezigheid van formele documentatie van de afdekkingsrelatie aan het begin van de afdekking, de verwachting dat de afdekking zeer effectief zal zijn, de mogelijkheid om de afdekkingseffectiviteit op betrouwbare wijze te meten en de continue meting tijdens de gerapporteerde periode waarin de afdekking als effectief kan worden bestempeld.

Bij reëlewaardeafdekkingen worden zowel de derivaten ter afdekking van het risico als de afgedekte posities gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties of als het afdekkingsinstrument vervalt of wordt verkocht. In dat geval wordt het herwaarderingsresultaat van de afgedekte positie (in het geval van vastrentende financiële instrumenten) op een pro-ratabasis in het resultaat van het boekjaar opgenomen tot de eindvervaldag.

Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille past KBC toe om het renterisico van een portefeuille leningen af te dekken met renteswaps. De renteswaps worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van deze renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het afgedekte bedrag aan leningen wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De reële waarde van het afgedekte bedrag wordt als een aparte post bij de activa opgenomen in de balans. KBC past de carveoutversie van IAS 39 toe, zodat er geen ineffectiviteit ontstaat als gevolg van vervroegde terugbetalingen, zolang er sprake is van een underhedging. In geval van een niet-effectieve afdekking zal de cumulatieve reëlewaardeschommeling van het afgedekte bedrag worden afgeschreven in de winst-en-verliesrekening, en wel over de resterende levensduur van de afgedekte activa, of onmiddellijk worden weggeboekt uit de balans als de ineffectiviteit is ontstaan als gevolg van het feit dat de betreffende leningen niet langer worden erkend.

Bij kasstroomafdekkingen worden de derivaten ter afdekking van de risico's gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde toe te wijzen aan het effectieve deel van de afdekking worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het niet-effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in het resultaat van het boekjaar. De afdekkingstransactie wordt gestopt, als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties. In dat geval worden de derivaten beschouwd als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en als zodanig gewaardeerd.

Vreemdemuntfinanciering van het nettoactief van een buitenlandse participatie wordt verwerkt als een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit. Deze vorm van hedge accounting wordt toegepast voor participaties die niet zijn uitgedrukt in euro. Omrekeningsverschillen (rekening houdend met uitgestelde belastingen) op de financiering worden opgenomen in het eigen vermogen, samen met omrekeningsverschillen op het nettoactief.

  • • Een financiëlegarantiecontract: is een contract op grond waarvan de emittent verplicht is bepaalde betalingen te verrichten om de houder te compenseren voor een door hem geleden verlies, omdat een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Een financiëlegarantiecontract wordt initieel gewaardeerd tegen reële waarde, daarna wordt het gewaardeerd tegen het hoogste van de volgende bedragen:
  • 1 het bedrag dat overeenkomstig IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa is bepaald; en
  • 2 het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen, verminderd met, in voorkomend geval, de cumulatieve amortisatie die is opgenomen in overeenstemming met IAS 18 Opbrengsten.
  • • Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments): aanpassingen van de reële waarde worden opgenomen op alle financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Deze aanpassingen van de reële waarde bevatten alle afwikkelingskosten, correcties voor minder liquide instrumenten of markten, correcties verbonden aan mark-to-modelwaarderingen en correcties ingevolge tegenpartijrisico.

d Goodwill en andere immateriële vaste activa

Goodwill wordt beschouwd als het deel van de aanschaffingskosten boven op de reële waarde van de aangekochte identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, zoals verondersteld op de datum van de aankoop. Hij wordt opgenomen als een immaterieel vast actief en wordt gewaardeerd tegen kostprijs min bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen. Die worden toegepast als de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden waartoe de goodwill behoort, hoger is dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill kunnen niet worden teruggenomen.

Software wordt – als de voorwaarden voor opname als actief zijn vervuld – opgenomen onder de immateriële vaste activa. Systeemsoftware wordt als actief opgenomen en volgt het afschrijvingstempo van de hardware (namelijk drie jaar) vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Standaardsoftware en door een derde partij ontwikkelde maatsoftware worden als een actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Interne en externe ontwikkelingskosten van intern gegenereerde software van investeringsprojecten worden als actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar. Investeringsprojecten zijn grootschalige projecten die een belangrijk bedrijfsdoel of -model introduceren of vervangen. Interne en externe onderzoekskosten verbonden aan deze projecten en alle kosten van overige ICT-projecten aangaande intern gegenereerde software (andere dan investeringsprojecten) worden onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen.

e Materiële vaste activa (inclusief vastgoedbeleggingen)

Alle materiële vaste activa worden opgenomen tegen aanschaffingswaarde (inclusief direct toewijsbare kosten van aanschaffing), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingspercentages zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur en worden lineair toegepast zodra de activa gebruiksklaar zijn. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt als de boekwaarde van de activa hoger is dan hun realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de bedrijfswaarde en de reële waarde min verkoopkosten). Geboekte bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop van materiële vasta activa worden gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen. Bij vernietiging wordt het resterende af te schrijven bedrag onmiddellijk in de winst-enverliesrekening opgenomen.

De boekhoudkundige regels voor materiële vaste activa gelden ook voor vastgoedbeleggingen.

Externe financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het verwerven van een actief worden bij de activa opgenomen als onderdeel van de kosten van dat actief. Alle andere financieringskosten worden opgenomen als kosten tijdens de periode waarin ze werden gemaakt. Zodra er kosten worden gemaakt voor een actief, zodra er financieringskosten ontstaan en zodra er activiteiten aan de gang zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop, worden die kosten bij de activa opgenomen. Als het proces onderbroken wordt, worden de financieringskosten niet meer geactiveerd. De activering van financieringskosten stopt wanneer alle activiteiten om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop achter de rug zijn.

f Technische voorzieningen

Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's

Voor het rechtstreekse bedrijf wordt de voorziening voor niet-verdiende premies in principe dagelijks berekend op basis van de brutopremies, na aftrek van commissielonen.

Voor de ontvangen herverzekering wordt de voorziening voor niet-verdiende premies voor elke overeenkomst afzonderlijk bepaald op basis van de door de cedent meegedeelde informatie, en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

De voorziening voor niet-verdiende premies voor de activiteit Leven wordt opgenomen onder de voorziening voor de activiteitsgroep Leven.

Voorziening voor verzekeringen Leven

Deze voorziening wordt, met uitzondering van de tak 23-producten, berekend volgens de geldende actuariële principes waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor niet-verdiende premies, de vergrijzingsvoorziening, de voorziening voor nog uit te keren maar niet vervallen rente, en andere.

In principe wordt deze voorziening voor elke verzekeringsovereenkomst afzonderlijk berekend.

Voor geaccepteerde zaken wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk een voorziening aangelegd op basis van de door de cedent meegedeelde informatie en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzichten.

Als aanvulling bij de onderstaande regels wordt er conform de wettelijke bepalingen een aanvullende voorziening aangelegd.

Daarbij geldt het volgende:

  • • Waardering volgens de prospectieve methode: deze methode wordt toegepast voor de voorzieningen van klassieke tak 21-levensverzekeringen, moderne tak 21-levensverzekeringen met gegarandeerde rente op toekomstige premies en voor de voorziening voor aanvullende voordelen voor personeelsleden wat de geldende rente betreft. De berekening volgens prospectieve actuariële formules is gesteund op de technische bepalingen van de contracten.
  • • Waardering volgens de retrospectieve methode: deze methode wordt toegepast voor de voorziening voor moderne tak 21-levensverzekeringen en voor de voorziening voor aanvullende personeelsvoordelen om nieuwe aanvullende premies te betalen. De berekeningen volgens retrospectieve actuariële formules steunen op de technische bepalingen van de contracten, zij het dan zonder rekening te houden met toekomstige stortingen.

Voorziening voor te betalen schaden

Voor de aangegeven schaden wordt de voorziening in principe per schadegeval berekend, op basis van de bekende elementen van het dossier, tot beloop van de nog verschuldigde sommen aan de slachtoffers of begunstigden en verhoogd met de externe kosten nodig voor de afhandeling van de schadegevallen. Wanneer een schadevergoeding in de vorm van een periodieke betaling moet worden uitgekeerd, worden de daartoe te reserveren bedragen op basis van erkende actuariële methoden berekend.

Voor schadegevallen claims incurred but not reported (IBNR) op de balansdatum wordt een IBNR-voorziening aangelegd. Voor het rechtstreekse bedrijf is die IBNR-voorziening gebaseerd op een forfaitaire som per verzekeringstak, afhankelijk van opgedane ervaringen en de ontwikkeling van de verzekerde portefeuille. Voor buitengewone gebeurtenissen wordt de IBNR-voorziening verhoogd met extra bedragen.

Voor schadegevallen claims incurred but not enough reserved (IBNER) op de balansdatum wordt een IBNER-voorziening aangelegd, als de procedures aantonen dat de andere schadevoorzieningen niet toereikend zijn voor de toekomstige verplichtingen. Die voorziening bevat bedragen voor schadegevallen die wel al gemeld zijn, maar die om technische redenen nog niet konden worden opgenomen in het schadedossier. Waar passend wordt, op voorzichtige basis, een voorziening aangelegd voor mogelijke verplichtingen uit al afgesloten schadedossiers.

Er wordt een voorziening voor de interne schaderegelingskosten berekend waarvan het toegepaste percentage wordt bepaald op basis van opgedane ervaringen uit het verleden.

Verder worden op basis van wettelijke bepalingen ook aanvullende voorzieningen aangelegd, zoals voor arbeidsongevallen.

Voorziening voor winstdeling en restorno's

In deze post wordt de voorziening opgenomen die betrekking heeft op de verdeelde maar nog niet toegekende winstdeling bij het afsluiten van het boekjaar zowel voor de activiteitsgroep Leven als Niet-leven.

Toereikendheidstoets met betrekking tot verplichtingen

Er wordt een toereikendheidstoets (liability adequacy test) uitgevoerd om de geldende verplichtingen te evalueren, mogelijke tekorten op te sporen en ze te erkennen als winst of verlies.

Afgestane herverzekering en retrocessie

Het effect van afgestane herverzekeringen en retrocessies wordt als actief opgenomen, berekend voor elke overeenkomst afzonderlijk en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

g Verzekeringscontracten gewaardeerd volgens IFRS 4 – fase 1

De regels voor deposit accounting gelden voor financiële instrumenten zonder discretionaire winstdeling en voor de depositocomponent van tak 23-verzekeringscontracten. Dat betekent dat de depositocomponent en de verzekeringscomponent apart worden gewaardeerd. Via deposit accounting wordt het deel van de premies dat gerelateerd is aan de depositocomponent – net als de resulterende boeking van de verplichting – niet opgenomen in het resultaat. Beheerskosten en commissielonen worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bij latere koerswijzigingen van de tak 23-beleggingen wordt zowel de schommeling van het actief als de resulterende schommeling van de verplichting onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Daarom wordt de depositocomponent, na de eerste opname, gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening. Die reële waarde wordt bepaald door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de waarde van de eenheid, die gebaseerd is op de reële waarde van de onderliggende financiële instrumenten. Uitkeringen met betrekking tot de depositocomponent worden niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening, maar resulteren in een afboeking van de verplichting.

Financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling en de verzekeringscomponent van tak 23-verzekeringscontracten (gekoppeld aan een beleggingsfonds) worden gewaardeerd als verzekeringscontracten die niet aan een beleggingsfonds zijn verbonden (zie f Technische voorzieningen). De depositocomponent van de financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling wordt dus niet afgesplitst van de verzekeringscomponent. Op de balansdatum wordt aan de hand van de toereikendheidstoets (liability adequacy test) beoordeeld of de verplichtingen voortkomend uit die financiële instrumenten of verzekeringscontracten adequaat zijn. Als het bedrag van die verplichtingen lager is dan hun verwachte toekomstige verdisconteerde kasstromen, dan wordt het tekort in de winst-en-verliesrekening opgenomen tegenover een verhoging van de verplichting.

h Pensioenverplichtingen

De pensioenverplichtingen zijn opgenomen onder Overige verplichtingen en hebben betrekking op verplichtingen voor rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijksoortige pensioenen of renten.

Toegezegdpensioenregelingen zijn plannen waarbij KBC een wettelijke of constructieve verplichting heeft om extra bijdragen te betalen aan het pensioenfonds, als dat fonds onvoldoende activa bezit om alle verplichtingen tegenover het personeel te betalen die ontstaan zijn uit huidige dienstprestaties en dienstprestaties in het verleden.

De pensioenverplichtingen voortvloeiend uit deze plannen voor het personeel worden berekend volgens IAS 19 aan de hand van de Projected Unit Credit Method, waarbij elke dienstprestatieperiode aanleiding geeft tot een aanvullend recht op pensioen.

Actuariële winsten en verliezen worden verwerkt aan de hand van de zogenaamde corridor approach. Het excedent aan actuariële winsten of verliezen wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de gemiddelde verwachte looptijd van elke loopbaan.

i Belastingverplichtingen

Deze post bevat de actuele én de latente belastingverplichtingen.

Actuele belastingverplichtingen worden bepaald aan de hand van het verwachte te betalen bedrag, berekend op basis van de belastingvoeten die geldig zijn op de balansdatum.

Latente belastingverplichtingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen. Ze worden berekend aan de hand van de belastingvoeten die geldig zullen zijn op het moment van realisatie van de activa of de verplichtingen waarop ze betrekking hebben. Latente belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waardoor deze aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt.

j Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen in de balans als:

  • • er een (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting bestaat op de balansdatum, als gevolg van een gebeurtenis in het verleden; en
  • • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichtingen af te wikkelen; en
  • • het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

k Eigen vermogen

Het eigen vermogen is het nettoactief na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten worden onderscheiden van financiële instrumenten volgens de regels van IAS 32:

  • • De kernkapitaaleffecten zonder stemrecht (ook Yield Enhanced Securities of YES genaamd) waarop werd ingetekend door de Belgische en de Vlaamse overheid worden beschouwd als eigenvermogensinstrumenten waarbij de coupon rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt. Aangezien de uitbetaling van de coupon op de YES afhankelijk is van het uitkeren van een dividend op gewone aandelen, worden de coupons op hetzelfde tijdstip geboekt als het dividend op gewone aandelen (dus geen proratering van de coupon in het eigen vermogen).
  • • De aanschaffingskosten van de eigen aandelen van KBC Groep NV worden afgetrokken van het eigen vermogen. Resultaten van verkoop,

uitgifte of vernietiging van eigen aandelen worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen.

  • • Transacties met derivaten van KBC-aandelen worden eveneens gerapporteerd in het eigen vermogen, tenzij ze netto werden afgewikkeld in geldmiddelen.
  • • Aandelenopties op KBC-aandelen die onder het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen, worden gewaardeerd tegen reële waarde op de toekenningsdatum. Die reële waarde wordt gespreid over de dienstprestatieperiode in de winst-en-verliesrekening opgenomen als personeelskosten met als tegenpost een aparte post van het eigen vermogen. De aandelenoptieplannen van 2000–2002 vallen buiten het toepassingsgebied van IFRS 2.
  • • De herwaarderingsresultaten op voor verkoop beschikbare financiële

activa worden opgenomen in het eigen vermogen tot de verkoop van de activa of tot wanneer zich een bijzondere waardevermindering voordoet. Dan wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt naar het resultaat van het boekjaar.

Putopties op minderheidsbelangen (en, indien van toepassing, combinaties van put- en callopties in forwardcontracten) worden erkend als financiële verplichtingen tegen de actuele waarde van hun uitoefenprijs. Het overeenstemmende minderheidsbelang wordt uit het eigen vermogen gehaald. Het verschil tussen beide wordt ofwel als een actief erkend (goodwill) ofwel opgenomen in de winst-en-verliesrekening (negatieve goodwill).

l Gebruikte wisselkoersen

Wisselkoers op 31-12-2010 Wisselkoersgemiddelde in 2010
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van 31-12-2009
positief: appreciatie tegenover EUR
negatief: depreciatie tegenover EUR
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van gemiddelde in 2009
positief: appreciatie tegenover EUR
negatief: depreciatie tegenover EUR
CZK 25,06 6% 25,32 5%
GBP 0,861 3% 0,857 4%
HUF 278,0 -3% 276,2 2%
PLN 3,975 3% 4,010 8%
USD 1,336 8% 1,325 5%

m Wijzigingen in de waarderingsregels tijdens 2010

Er waren geen materiële wijzigingen in de waarderingsregels tegenover 2009.

Toelichting 2 a: segmentering volgens de managementstructuur

De segmenten of divisies van de groep

De managementstructuur van de KBC-groep is opgebouwd rond enkele segmenten of divisies, te weten: België, Centraal- en Oost-Europa, Merchantbanking en Gemeenschappelijke Diensten en Operaties. Die opdeling is gebaseerd op een combinatie van geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa als de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies (ICT, leasing, betalingsverkeer, assetmanagement, enz.).

De segmentinformatie (zie hieronder) is daarop gebaseerd, maar:

  • • Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties wordt niet als een apart segment getoond, aangezien alle opbrengsten en kosten van deze divisie aan de andere divisies worden toegerekend en in hun resultaten zijn vervat.
  • • De divisies worden aangevuld met een segment Groepscenter, dat, naast enkele niet-toewijsbare resultaten (zie verder), ook alle groepsmaatschappijen bundelt die volgens het nieuwe strategische plan in de toekomst zullen worden verkocht. Op die manier wordt een duidelijk inzicht verschaft in de resultaten m.b.t. toekomstige desinvesteringen versus de langetermijnactiviteiten.

Voor rapporteringsdoeleinden zijn de segmenten of divisies dus als volgt:

  • • België (retailbankverzekeren, assetmanagement en private banking in België; ondernemingen die volgens het strategische plan zullen worden gedesinvesteerd, worden opgenomen onder Groepscenter).
  • • Centraal- en Oost-Europa (retailbankverzekeren, assetmanagement, private banking en merchantbanking in Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Polen en Bulgarije; ondernemingen in andere landen die zullen worden gedesinvesteerd, worden opgenomen onder Groepscenter, evenals de geplande IPO van een minderheidsaandeel in Cˇ SOB).
  • • Merchantbanking (bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en een selectie van landen in Europa, Amerika en Zuidoost-Azië; ondernemingen die zullen worden gedesinvesteerd, worden opgenomen onder Groepscenter).
  • • Groepscenter (alle bedrijven die zullen worden gedesinvesteerd (en het minderheidsaandeel in Cˇ SOB waarvoor een beursintroductie is gepland), KBC Groep NV, en enkele toegewezen resultaten (die niet op een betrouwbare manier kunnen worden toegewezen aan de segmenten) van KBC Bank NV, KBC Global Services NV en KBC Verzekeringen NV).

Noteer:

  • • Een groepsmaatschappij wordt in principe volledig toegewezen aan hetzelfde segment (zie Toelichting 44). Belangrijke uitzonderingen op die regel worden alleen gemaakt voor kosten die niet op een eenduidige manier aan een bepaald segment kunnen worden toegewezen (worden gegroepeerd en vermeld onder Groepscenter) en voor KBC Bank (toegewezen aan verschillende segmenten en Groepscenter door middel van een set van toewijzingsregels).
  • • De financieringskosten van de goodwill gerelateerd aan participaties van KBC Bank en KBC Verzekeringen worden aan het segment toegewezen waartoe de betrokken participatie behoort. De financieringskosten met betrekking tot de leveraging op niveau KBC Groep NV

worden niet aan een segment toegewezen.

  • • Transacties tussen de segmenten onderling gebeuren at arm's length.
  • • In de segmentinformatie worden de nettorente-inkomsten vermeld zonder opdeling in renteopbrengsten en rentelasten, wat toegelaten is door IFRS, omdat het merendeel van de opbrengsten van de segmenten uit rente bestaat en het management zich vooral baseert op nettorente-inkomsten bij de beoordeling en sturing van de divisies.
  • • Er wordt geen informatie verstrekt in verband met opbrengsten uit verkoop aan externe cliënten per (groep van) producten of diensten, aangezien de informatie op geconsolideerd niveau vooral per divisie, en niet per cliëntgroep of productgroep, wordt opgemaakt.

De onderliggende resultaten per segment

De gegevens van de segmentrapportering werden opgesteld volgens de algemene KBC-boekhoudmethodologie (zie Toelichting 1) en zijn dus in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs). Er werden enkele wijzigingen aangebracht aan deze methodologie, om een beter inzicht te verschaffen in de onderliggende bedrijfsuitoefening. De daaruit resulterende cijfers worden onderliggende resultaten genoemd. Die onderliggende resultaten zijn een belangrijk element in de interne beoordeling en sturing van de divisies. De verschillen tussen de gewone IFRScijfers (verder cijfers volgens IFRS) en de onderliggende resultaten zijn:

  • • In de onderliggende resultaten worden uitzonderlijke factoren die niet regelmatig voorkomen in de normale gang van zaken buiten beschouwing gelaten. Die factoren omvatten bijvoorbeeld ook uitzonderlijke verliezen en winsten, zoals die met betrekking tot beleggingen in CDO's (inclusief kostprijs CDO-garantieovereenkomst), op blootstellingen aan banken in moeilijkheden (Lehman Brothers, Washington Mutual, IJslandse banken), op tradingposities die werden afgewikkeld als gevolg van het stopzetten van activiteiten van KBC Financial Products en op effectieve desinvesteringen (bijvoorbeeld gerelateerde meerwaarden). Gezien hun uitzonderlijke aard en omvang is het belangrijk die factoren af te zonderen voor een goed begrip van de resultaatstrend.
  • • In de IFRS-cijfers wordt een groot deel van de ALM-afdekkingsderivaten (die welke niet vallen onder de zogenaamde reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille) aangezien als tradinginstrumenten en bijgevolg wordt rente in verband met dergelijke instrumenten vermeld onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de rente in verband met het gerelateerde actief is opgenomen onder Nettorenteinkomsten. In de onderliggende cijfers wordt de rente op die derivaten daarom verplaatst naar Nettorente-inkomsten (waar de renteresultaten van de gerelateerde activa al zijn opgenomen), zonder invloed op het nettoresultaat.
  • • Voorts worden de reëlewaardeveranderingen (als gevolg van markingto-market) van de hierboven vermelde ALM-afdekkingsinstrumenten vermeld onder Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de meeste onderliggende activa niet tegen reële waarde worden geboekt (d.i. niet marked-to-market). Om de volatiliteit resulterend uit deze marking-to-market te beperken, werd een (overheids) obligatieportefeuille aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (fair value-optie). De overblijvende volatiliteit van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende ALM-afdekkingsderivaten ten opzichte van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende obligatieportefeuille wordt uit de onderliggende resultaten geëlimineerd.
  • • In de IFRS-cijfers zijn de opbrengsten van de professionele marktactiviteiten verdeeld over verschillende componenten. Terwijl trading-

winsten worden opgenomen onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, worden de financieringskosten en de provisies betaald om die winsten te realiseren respectievelijk opgenomen onder Nettorente-inkomsten en Nettoprovisie-inkomsten. Bovendien is een deel van de Dividendinkomsten, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Overige netto-inkomsten evenzeer gerelateerd aan marktactiviteiten. In de onderliggende cijfers worden alle aan marktactiviteiten gerelateerde componenten verschoven naar Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde, zonder invloed op het nettoresultaat.

  • • In de IFRS-cijfers wordt rekening gehouden met de invloed van veranderingen in de eigen creditspreads om de reële waarde te bepalen van de verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst- en verliesrekening, wat heeft geleid tot waardeveranderingen met een invloed op het gerapporteerde nettoresultaat. Aangezien dat een niet-operationeel element betreft, wordt die invloed geëlimineerd uit de onderliggende cijfers.
  • • In de IFRS-cijfers worden beëindigde bedrijfsactiviteiten (in het nieuwe

strategische plan van KBC betreft dat alleen KBL EPB) geboekt volgens IFRS 5. Dat wil zeggen dat alle resultaten met betrekking tot een dergelijke beëindigde bedrijfsactiviteit worden verplaatst van de verschillende resultaatsposten naar één post, te weten Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, zodra aan de criteria voor IFRS 5 is voldaan. In de onderliggende cijfers volgen beëindigde bedrijfsactiviteiten dezelfde behandeling als de andere ondernemingen die zullen worden gedesinvesteerd (alle betreffende resultaatsposten m.b.t. de desinvestering of de beëindigde bedrijfsactiviteit worden versleept naar Groepscenter). Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

De resultaten per divisie worden besproken in de respectieve hoofdstukken van het deel Verslag van de Raad van Bestuur in dit jaarverslag. Daar wordt ook voor elke divisie een reconciliatietabel tussen IFRS en onderliggend resultaat verstrekt. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd. De volgende tabel geeft de aansluiting weer op groepsniveau.

Aansluiting van het resultaat volgens IFRS
en het onderliggend resultaat
Voet Belangrijkste betrokken post(en)
(in miljoenen euro) noot in de winst-en-verliesrekening 2009 2010
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van
de moedermaatschappij, onderliggend
1 724 1 710
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 1 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde 79 -278
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 2 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde -1 849 564
Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie 3 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde -1 409 -103
Waardeverliezen op voor verkoop beschikbare aandelen 4 Bijzondere waardeverminderingen, Netto gerealiseerd
resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
-367 0
(Terugname van) waardevermindering op
in moeilijkheden verkerende banken in de VS en IJsland
5 Bijzondere waardeverminderingen, Nettoresultaat uit
financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gereali
seerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
65 13
Winst op terugkoop hybride Tier 1-effecten 6 Zie voetnoot 128 0
Waardeverminderingen op goodwill
en geassocieerde ondernemingen
7 Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en op overige -493 -119
Verlies m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten
(KBC Financial Products)
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde -1 078 -260
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde 44 53
Resultaten bij desinvesteringen 8 Overige netto-inkomsten, Nettoresultaat na belastingen uit
beëindigde bedrijfsactiviteiten
-186
Overige 141 -22
Belastingen en belangen van derden
i.v.m. bovenvermelde elementen
9 Belastingen en Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan minderheidsbelangen
549 487
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij, IFRS
-2 466 1 860

Aansluiting IFRS-resultaat en onderliggend resultaat

1 Zie uitleg in de bovenstaande tekst. In 2010 resulteerde de negatieve kredietomgeving in een reëlewaardevermindering van sommige overheidsobligaties (zie toename van de creditspreads, onder meer in de PIIGS-landen).

2 Omvat vooral reëlewaardeschommelingen van de CDO-risico's (waardering: zie Toelichting 26), wijzigingen in voorzieningen en schadeuitkeringen voor CDO-gerelateerde claims.

3 Betreft de met de Belgische staat afgesloten CDO-garantieregeling in 2009 (zie deel Overige informatie).

4 Sterk negatief cijfer in 2009 heeft vooral te maken met de sterke daling van de beurskoersen in het eerste kwartaal.

5 Betreft Lehman Brothers, Washington Mutual en diverse IJslandse banken.

6 In het derde kwartaal van 2009 startte KBC Bank een terugkoopprogramma voor een aantal uitstaande Tier 1-effecten tegen 70% van hun nominale waarde. Het programma werd afgesloten op 13 oktober 2009. De meerwaarde na belastingen op de inkoop van de hybride effecten uitgegeven door KBC Bank Funding Trust werd afgetrokken van het Resultaat na belastingen toerekenbaar aan belangen van derden en toegevoegd aan het Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij.

7 In 2009 betrof dit vooral groepsmaatschappijen in Rusland, Bulgarije en Slowakije. In 2010 betrof het vooral groepsmaatschappijen in Polen en Roemenië en geassocieerde ondernemingen in Slovenië.

8 Bevat in 2010 vooral 0,3 miljard euro waardevermindering op goodwill gerelateerd aan de verkoopovereenkomst voor KBL EPB (midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat; u vindt meer informatie in Toelichting 48), en de (per saldo) 0,2 miljard euro meerwaarde voor de andere desinvesteringen.

9 Bevat in 2010 onder meer de boeking van 0,4 miljard euro positieve belastinglatentie in het tweede kwartaal van 2010 (zie Toelichting 16).

Onderliggende resultaten per segment (divisie)

(in miljoenen euro) Divisie
België
Divisie
Centraal- en
Oost-Europa
Divisie
Merchant
banking
Groeps
center (excl.
eliminaties
tussen
segmenten)
Eliminaties
tussen
segmenten
KBC-groep
ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2009
Nettorente-inkomsten 2 144 1 656 829 868 0 5 497
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 3 315 1 083 0 499 -41 4 856
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -3 206 -748 0 -474 12 -4 416
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -44 -25 0 -9 15 -64
Dividendinkomsten 62 9 10 15 0 96
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
69 63 549 257 0 938
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 139 17 57 80 0 293
Nettoprovisie-inkomsten 653 295 201 419 0 1 569
Overige netto-inkomsten 129 103 133 25 -48 342
TOTALE OPBRENGSTEN 3 262 2 453 1 779 1 679 -62 9 111
Exploitatiekostena -1 700 -1 477 -594 -1 180 62 -4 888
Bijzondere waardeverminderingen -75 -641 -814 -383 0 -1 913
Op leningen en vorderingen -74 -630 -812 -367 0 -1 883
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -1 0 0 -15 0 -16
Op goodwill 0 0 0 0 0 0
Op overige 0 -11 -1 -2 0 -15
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 2 0 -24 0 -22
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 488 337 371 93 0 2 289
Belastingen -433 -36 -3 -35 0 -507
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 055 301 368 58 0 1 782
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 5 140 69 -155 0 58
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 050 161 300 213 0 1 724
a Waarvan niet-kaskosten -90 -173 -65 -115 0 -444
Afschrijvingen vaste activa -67 -157 -43 -132 0 -398
Overige -23 -16 -22 16 0 -45
Aanschaffing vaste activa* 95 191 328 212 0 827
ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2010
Nettorente-inkomsten 2 243 1 855 836 668 0 5 603
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 886 1 360 0 467 -93 4 621
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 851 -1 054 0 -444 68 -4 281
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -9 0 -10 21 -9
Dividendinkomsten 50 3 6 14 0 73
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
60 183 539 72 0 855
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 51 20 3 23 0 98
Nettoprovisie-inkomsten 770 284 225 387 0 1 666
Overige netto-inkomsten 119 54 -70 28 -12 118
TOTALE OPBRENGSTEN 3 318 2 696 1 540 1 205 -16 8 744
Exploitatiekostena -1 702 -1 532 -576 -1 037 16 -4 832
Bijzondere waardeverminderingen -104 -464 -796 -162 0 -1 525
Op leningen en vorderingen -82 -452 -789 -158 0 -1 481
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -23 0 -7 -4 0 -34
Op goodwill 0 0 0 0 0 0
Op overige 0 -11 1 0 0 -10
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 1 0 -62 0 -61
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 513 701 168 -56 0 2 326
Belastingen -457 -86 -19 -25 0 -587
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 056 615 149 -82 0 1 739
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 5 210 16 -202 0 29
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 051 406 133 120 0 1 710
a Waarvan niet-kaskosten -57 -124 -39 -174 0 -394
Afschrijvingen vaste activa -59 -123 -35 -165 0 -381
Overige 1 0 -4 -10 0 -12
Aanschaffing vaste activa* 65 181 275 215 0 736

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill, en andere immateriële vaste activa.

Balansinformatie per segment (divisie)

De onderstaande tabel geeft een segmentindeling van enkele belangrijke producten uit de balans.

Divisie Divisie
Divisie Centraal- en Merchant Groeps
(in miljoenen euro) België Oost-Europa banking center KBC-groep
BALANS 31-12-2009
Totaal leningen aan cliënten 49 593 33 767 52 298 17 571 153 230
Waarvan hypotheekleningen 25 029 12 075 13 383 8 693 59 180
Waarvan reverse repos 0 3 096 3 199 0 6 295
Deposito's van cliënten 64 827 42 088 63 237 23 313 193 464
Waarvan repos 320 3 138 9 741 0 13 199
BALANS 31-12-2010
Totaal leningen aan cliënten 51 961 35 760 48 202 14 742 150 666
Waarvan hypotheekleningen 26 952 14 506 12 809 7 310 61 577
Waarvan reverse repos 0 4 036 5 450 0 9 486
Deposito's van cliënten 69 595 44 251 71 606 12 418 197 870
Waarvan repos 0 3 219 12 179 0 15 398

Toelichting 2 b: Segmentering volgens geografisch gebied

De geografische segmentering is gebaseerd op geografische gebieden die de focus van KBC weerspiegelen op zijn twee thuismarkten – België en Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland in de tabel) – en zijn selectieve aanwezigheid in andere landen (Rest van de wereld, hoofdzakelijk de Verenigde Staten, Zuidoost-Azië en West-Europa met uitzondering van België).

De geografische segmentering is gebaseerd op de locatie van de geleverde diensten. Aangezien ten minste 95% van de cliënten lokale cliënten betreft, wordt zowel voor de balans als voor de winst-en-verliesrekening het geografische segment bepaald door de locatie van het kantoor of de dochteronderneming.

De geografische segmentering verschilt aanzienlijk van de segmentering volgens divisie, onder meer door een andere toewijzingsmethodologie en door het feit dat het geografische segment België niet alleen Divisie België, maar ook de Belgische activiteiten van Divisie Merchantbanking omvat.

Meer details in verband met de geografische opdeling van balansgegevens vindt u in de verschillende toelichtingen bij de balans. De opdeling in deze toelichtingen is gebaseerd op de geografische locatie van de tegenpartij.

(in miljoenen euro) België Centraal
en Oost
Europa en
Rusland
Rest van de
wereld
Eliminaties
tussen
segmenten
KBC-groep
2009
Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) 4 060 2 886 2 166 0 9 111
Totaal activa, per einde periode 208 551 58 411 57 268 324 231
Totaal verplichtingen, per einde periode 187 689 52 289 67 077 307 054
Aanschaffing vaste activa*, per einde periode 495 236 96 827
2010
Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) 3 889 3 000 1 855 0 8 744
Totaal activa, per einde periode 209 103 61 269 50 452 320 823
Totaal verplichtingen, per einde periode 194 672 55 030 52 447 302 149
Aanschaffing vaste activa*, per einde periode 460 226 49 736

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen, goodwill en andere immateriële vaste activa.

Toelichtingen bij de winst-en-verliesrekening

We herhalen dat als gevolg van de toepassing van IFRS 5 met betrekking tot de in mei 2010 aangegane overeenkomst over de verkoop van KBL EPB alle referentiecijfers in de winst-en-verliesrekening werden aangepast. Informatie over de toepassing van IFRS 5 vindt u in Toelichting 46. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hindujagroep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

Toelichting 3: Nettorente-inkomsten

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
5 817
6 245
Rente-inkomsten
11 687
10 542
Voor verkoop beschikbare activa
1 908
1 949
Leningen en vorderingen
7 440
6 706
Tot einde looptijd aangehouden activa
487
567
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde
47
28
Subtotaal rente-inkomsten uit financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
9 881
9 251
Waarvan rente-inkomsten op financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen werden aangelegd
50
90
Activa aangehouden voor handelsdoeleinden
588
351
Afdekkingsderivaten
432
338
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
786
603
Rentelasten
-5 871
-4 297
Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
-4 455
-3 173
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde
-16
-3
Beleggingscontracten tegen geamortiseerde kostprijs
0
0
Subtotaal rentelasten uit financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-4 471
-3 175
Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden
-90
-85
Afdekkingsderivaten
-788
-794
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening
-523
-243

Toelichting 4: Dividendinkomsten

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
139
97
Aandelen aangehouden voor handelsdoeleinden
41
31
Aandelen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 1
3
Voor verkoop beschikbare aandelen
96
63

Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
-3 485
-77
Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden
(inclusief rente en marktwaardeveranderingen van derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden)
-3 709
-145
Andere financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
26
-250
Waarvan winst/verlies eigen kredietrisico
44
53
Wisselbedrijf
203
317
Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties
-4
0
Microhedging
-2
2
Reëlewaardeafdekkingen
-1
2
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten
18
35
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging
-19
-33
Kasstroomafdekkingen
-1
1
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel
-1
1
Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, niet-effectieve deel
0
0
Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille
-2
-2
Reëlewaardeafdekkingen van renterisico
0
0
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten
84
35
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging
-84
-35
Kasstroomafdekkingen van renterisico
-2
-2
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel
-2
-2
  • • Waardeveranderingen CDO's: de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bevat ook de invloed van de waardeveranderingen van de CDO's in portefeuille. In 2009 bedroeg die invloed per saldo -2,9 miljard (dat omvat ook de invloed van de aangekochte overheidsgarantie, inclusief de daarvoor aangerekende vergoedingen – zie verder – en de negatieve invloed van het verhogen van de dekking van het CDO-gerelateerde tegenpartijrisico op MBIA, de Amerikaanse monolineverzekeraar, van 40% naar 70%). In 2010 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten, gereflecteerd in de credit default swap spreads, wat zorgde voor een positieve waardeaanpassing van de CDO's van KBC (ad circa 0,4 miljard euro).
  • • CDO-garantieregeling met Belgische staat: in mei 2009 tekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie met betrekking tot een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan betreft, vereenvoudigd voorgesteld, een notioneel bedrag van oorspronkelijk in totaal 20 miljard euro, bestaande uit 5,5 miljard

euro notionele waarde van de niet-afgedekte super senior CDO-beleggingen en 14,4 miljard notionele waarde van het tegenpartijrisico op MBIA. Tegen betaling van een garantieprovisie koopt KBC een garantie van de staat die 90% van het risico op wanbetaling dekt, na een eerste eigenverliesdeel. Door het op vervaldag komen van een CDO in 2010 zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd (totaal nu 18,1 miljard euro). Details over deze garantieregeling vindt u in het deel Overige informatie.

• Kostprijs CDO-garantieregeling met de Belgische staat: de totale door KBC aan de Belgische staat te betalen garantieprovisie voor de derde schijf (cashgarantie) bedraagt ongeveer 1,1 miljard euro (actuele waarde bij de start van de garantieregeling. Dat bedrag werd in 2009 upfront geboekt. Er was eveneens een positief effect op de mark-to-market van de gegarandeerde posities. Daarnaast betaalt KBC aan de Belgische staat ook een bereidstellingsprovisie van ongeveer 60 miljoen euro per halfjaar voor de tweede schijf (equitygarantie). Dat contract, inclusief de te betalen provisie, wordt tegen zijn reële waarde opgenomen in het resultaat.

Invloed op winst-en-verliesrekening van kostprijs van CDO-garantieregeling met de Belgische staat

(in miljoenen euro), vóór belastingen
2009
2010
Cashgarantie (voor de derde schijf)
Upfrontboeking in 2009
-1 121
Reëlewaardeverandering
-126
-36
Equitygarantie (voor de tweede schijf)
-162
-67
Totaal in winst-en-verliesrekening
-1 409
-103
  • • Informatie over de invloed van de reëlewaardeveranderingen van overheidsobligaties van zogenaamde PIIGS-landen vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, bij Kredietrisico.
  • • Resultaten van Wisselbedrijf in de tabel: betreffen de totale wisselkoersverschillen, exclusief die welke werden geboekt op financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
  • • Invloed wijzigingen in eigen kredietrisico: zie Toelichting 27.
  • • Gebruik van ALM-derivaten: met uitzondering van de microhedgederivaten, die slechts beperkt worden gebruikt binnen de groep, geldt dat voor ALM-derivaten die vallen onder de Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille, de betreffende rente wordt weergegeven onder Nettorente-inkomsten. De reëlewaardeveranderingen van deze derivaten worden weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening, maar aangezien ook de reëlewaardeveranderingen van de afgedekte activa in dezelfde post worden weergegeven, en het een effectieve afdekking betreft, is het saldo van deze post nihil. Voor andere ALM-derivaten wordt de betreffende rente weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (-308 miljoen euro in 2009 en -431 miljoen euro in 2010). Ook de reëlewaardeveranderingen worden weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Deze laatste worden voor een groot deel (maar niet volledig) gecompenseerd door de reëlewaardeveranderingen van een obligatieportefeuille die werd geklasseerd als Financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (zie waarderingsregels).
  • • Effectiviteit van afdekkingen: effectiviteit wordt bepaald aan de hand van de volgende methodes:
  • Voor microhedge-reëlewaardeafdekkingen wordt op kwartaalbasis de dollaroffsetmethode gebruikt, waarbij reëlewaardeschommelin-

gen van de afgedekte positie en reëlewaardeschommelingen van het afdekkingsinstrument elkaar moeten compenseren binnen een range van 80%–125%. Dat is momenteel het geval.

  • Voor microhedge-kasstroomafdekkingen wordt het aangegeven afdekkingsinstrument vergeleken met een perfect hedge van de afgedekte kasstromen. Deze vergelijking gebeurt prospectief (via BPVmeting) en retrospectief (via vergelijking van de reële waarde van het aangegeven afdekkingsinstrument met de perfect hedge). De effectiviteit van beide tests moet zich in een range van 80%–125% bevinden. Dat is momenteel het geval.
  • Voor reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille wordt de effectiviteit beoordeeld volgens de regels voorgeschreven in de Europese versie van IAS 39 (carve out). IFRS staat niet toe om nettoposities aan te geven als afgedekte posities, maar staat wel toe om de afdekkingsinstrumenten toe te wijzen aan de brutopositie van activa (of eventueel de brutopositie van verplichtingen). Concreet wordt ervoor gezorgd dat het volume activa (of verplichtingen) in elk looptijdsegment groter is dan het volume afdekkingsinstrumenten dat aan hetzelfde segment wordt toegewezen.
  • • Dag 1-winsten: wanneer de transactieprijs op een niet-actieve markt verschillend is van de reële waarde van andere observeerbare markttransacties in hetzelfde instrument of van de reële waarde gebaseerd op een waarderingstechniek waarvan de variabelen alleen data van observeerbare markten bevatten, dan wordt het verschil tussen de transactieprijs en de reële waarde (een dag 1-winst) opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als dat niet het geval is (als de variabelen dus niet alleen data van observeerbare markten bevatten), wordt de dag 1-winst gereserveerd en opgenomen in de winst-en-verliesrekening tijdens de looptijd en uiterlijk op de eindvervaldag van het financiële instrument. De bewegingen in de uitgestelde dag 1-winsten kunnen als volgt worden samengevat:
(in miljoenen euro)
2009
2010
Uitgestelde dag 1-winsten, beginsaldo 1 januari
86
27
Nieuwe uitgestelde dag 1-winsten
0
0
Dag 1-winsten erkend in de winst-en-verliesrekening tijdens de periode
Afschrijving van de dag 1-winsten
-49
-15
Niet langer opgenomen financiële instrumenten
-4
-4
Wisselkoersverschillen
-6
2
Uitgestelde dag 1-winsten, eindsaldo 31 december
27
11

Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa

(in miljoenen euro) 2009 2010
Totaal 224 90
Vastrentende effecten 135 26
Aandelen 89 64

Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
1 132
1 224
Ontvangen provisies
2 059
2 156
Effecten en assetmanagement
1 049
1 118
Provisies i.v.m. beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (deposit accounting)
22
28
Verbinteniskredieten
270
252
Betalingsverkeer
496
522
Overige
222
236
Betaalde provisies
-927
-932
Provisies betaald aan tussenpersonen
-432
-489
Overige
-495
-443

• Het overgrote deel van de provisies gerelateerd aan kredietverlening is opgenomen onder Nettorente-inkomsten (in het kader van de effectieve rentevoetberekening).

Toelichting 8: Overige netto-inkomsten

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
427
452
Waarvan meer- of minderwaarden als gevolg van
De verkoop van leningen en vorderingen
10
4
De verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa
-5
1
De verkoop van financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
1
0
Andere, waaronder
422
447
Inkomsten uit (voornamelijk operationele) leasingactiviteiten, KBC Lease-groep
74
76
Inkomsten van geconsolideerde private-equityparticipaties
56
54
Inkomsten van Groep VAB
79
65
Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen
0
191
Onregelmatigheden bij KBC Lease UK
0
-175
  • • Tijdens het vierde kwartaal van 2010 toonden interne controles bij KBC Lease UK onregelmatigheden aan in sommige contracten die het had afgesloten met derden. Voor het maximale nettobedrag dat de onregelmatigheden zouden kunnen kosten, werden de nodige bedragen geboekt.
  • • De vermelde meerwaarden bij desinvesteringen hebben betrekking op de verkoop van Secura en de Global Convertible Bonds and Asian Equity Derivatives-activiteiten van KBC Financial Products.

Toelichting 9: Verzekeringsresultaten

Niet
(in miljoenen euro) Leven Niet-leven technische
rekening
Totaal
2009
Technisch resultaat -353 303 26 -24
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 927 1 947 0 4 874
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -3 168 -1 245 0 -4 413
Nettoprovisie-inkomsten -111 -342 31 -422
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -2 -56 -6 -63
Financieel resultaat 729 157 -196 691
Nettorente-inkomsten 944 944
Dividendinkomsten 58 58
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-361 -361
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 50 50
Toewijzing aan de technische rekeningen 729 157 -887 0
Algemene beheerskosten -120 -333 -10 -463
Interne schaderegelingskosten -8 -85 0 -93
Indirecte acquisitiekosten -38 -91 0 -130
Administratiekosten -73 -157 0 -230
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 -10 -10
Overige netto-inkomsten 30 30
Bijzondere waardeverminderingen -362 -362
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 257 127 -512 -129
Belastingen -13
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 4
RESULTAAT NA BELASTINGEN -137
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 3
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -140
2010
Technisch resultaat -424 345 35 -43
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 705 1 937 0 4 642
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -3 012 -1 250 0 -4 262
Nettoprovisie-inkomsten -115 -339 39 -415
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -2 -2 -4 -8
Financieel resultaat 885 176 228 1 288
Nettorente-inkomsten 1 002 1 002
Dividendinkomsten 47 47
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
195 195
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 44 44
Toewijzing aan de technische rekeningen 885 176 -1 060 0
Algemene beheerskosten -136 -364 -9 -509
Interne schaderegelingskosten -8 -75 0 -83
Indirecte acquisitiekosten -38 -89 0 -127
Administratiekosten -90 -201 0 -291
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 -9 -9
Overige netto-inkomsten 95 95
Bijzondere waardeverminderingen -19 -19
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 325 157 329 811
Belastingen -142
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 11
RESULTAAT NA BELASTINGEN 679
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 4
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 675
  • • Opmerking: cijfers m.b.t. de verdiende premies bevatten niet de beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, die ruwweg overeenkomen met de tak 23-producten.
  • • Als bank-verzekeraar presenteert KBC zijn financiële informatie op een geïntegreerde manier (bank- en verzekeringsactiviteiten samen). Meer informatie over de bankactiviteiten en verzekeringsactiviteiten afzonderlijk vindt u in de respectieve jaarverslagen van KBC Bank, KBL EPB

en KBC Verzekeringen. De bovenstaande toelichting geeft alvast informatie over de verzekeringsresultaten apart. De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (resultaten m.b.t. verzekeringen die werden gesloten tussen de bankentiteiten en verzekeringsentiteiten binnen de groep, rente die de verzekeringsondernemingen ontvangen op de bij de bankentiteiten geplaatste deposito's, betaalde provisies van de verzekeringsentiteiten aan de bankkantoren voor de verkoop van verzekeringen, enz.), om een juister beeld te geven van de rentabiliteit van de verzekeringsactiviteiten. Bijkomende specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten afzonderlijk, die is opgenomen in dit jaarverslag, vindt u in de volgende toelichtingen:

  • Verdiende levensverzekeringspremies (Toelichting 10)
  • Verzekeringen Niet-leven per tak (Toelichting 11)
  • Technische voorzieningen, verzekeringen (Toelichting 35)
  • Lijst van voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen (Toelichting 44, deel KBC Verzekeringen)

Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies

  • Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico)
  • Renterisico, aandelenrisico en vastgoedrisico verzekeringsactiviteiten (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Marktrisico in niettradingactiviteiten)
  • Verzekeringstechnisch risico (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Verzekeringstechnisch risico)
  • Solvabiliteit verzekeringsactiviteiten en embedded value Levenbedrijf (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Solvabiliteit, economisch kapitaal en embedded value).
(in miljoenen euro) 2009 2010
Totaal 2 923 2 700
Opdeling per IFRS-categorie
Verzekeringscontracten 852 1 112
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 2 070 1 588
Opdeling per type
Aangenomen herverzekering 25 27
Rechtstreekse zaken 2 897 2 673
Opdeling van de rechtstreekse zaken
Individueel versus groep
Individuele premies 2 600 2 131
Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten 297 542
Periodiek versus koopsom
Periodieke premies 792 910
Koopsommen 2 105 1 763
Zonder versus met winstdeling
Premies van overeenkomsten zonder winstdeling 200 214
Premies van overeenkomsten met winstdeling 2 602 2 134
Overige 95 325

• Conform IFRS wordt voor beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling deposit accounting toegepast. Dat betekent dat de premie-inkomsten (en technische lasten) van deze contracten niet worden getoond onder de post Verdiende verzekeringspremies (en Technische lasten) vóór herverzekering, maar dat de marge erop wordt vermeld onder Nettoprovisie-inkomsten. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling komen ruwweg overeen met tak 23-contracten, die goed waren voor een premie-inkomen van 1,3 miljard euro in 2009 en 1,8 miljard euro in 2010.

Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak

(in miljoenen euro) Verdiende
premies
(vóór her
verzekering)
Schaden
(vóór her
verzekering)
Bedrijfs
kosten
(vóór her
verzekering)
Afgestane
her
verzekering
Totaal
2009
Totaal 1 945 -1 276 -590 -56 23
Aangenomen herverzekering 237 -180 -50 -13 -5
Rechtstreekse zaken 1 708 -1 096 -541 -43 28
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 147 -68 -48 -2 30
Arbeidsongevallen, tak 1 77 -67 -15 -3 -8
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 488 -337 -145 -6 0
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 314 -214 -94 0 5
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 45 -30 -12 -6 -3
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 456 -244 -165 -23 23
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 106 -90 -40 -3 -26
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 6 -7 -2 1 -2
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 14 -10 -5 -1 -2
Rechtsbijstand, tak 17 41 -22 -11 0 8
Hulpverlening, tak 18 14 -6 -5 -1 3
2010
Totaal 1 937 -1 278 -628 -2 28
Aangenomen herverzekering 185 -156 -33 4 -1
Rechtstreekse zaken 1 752 -1 122 -595 -6 29
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 140 -51 -57 1 33
Arbeidsongevallen, tak 1 76 -58 -16 -1 1
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 505 -334 -158 1 13
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 314 -208 -101 0 5
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 43 -25 -11 -7 -1
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 478 -332 -183 17 -20
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 114 -70 -43 -16 -16
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 8 -1 -2 -1 4
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 13 -13 -5 2 -2
Rechtsbijstand, tak 17 43 -23 -12 0 9
Hulpverlening, tak 18 17 -6 -8 -1 2

• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en de verzekeringsentiteiten van de groep (zie Toelichting 9).

Toelichting 12: Exploitatiekosten

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
-4 779
-4 436
Personeelskosten
-2 589
-2 529
Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met eigen aandelen -1 0
Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met geldmiddelen 1 0
Algemene beheerskosten
-1 814
-1 546
Afschrijvingen van vaste activa -376 -361
  • • De algemene beheerskosten (zie tabel) omvatten herstel- en onderhoudskosten, reclamekosten, huur, professionele vergoedingen, verschillende (niet-inkomsten)belastingen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het cijfer voor 2010 omvat onder meer de kosten gerelateerd aan de nieuwe bijzondere bankenheffing voor financiële instellingen in Hongarije (57 miljoen euro voor 2010, aftrekbare kosten) en hogere kosten met betrekking tot het Belgische depositogarantiesysteem.
  • • Op eigen aandelen gebaseerde personeelsvoordelen zijn opgenomen onder Personeelskosten.

Informatie met betrekking tot de belangrijkste overeenkomsten afgewikkeld met eigen aandelen:

  • Sinds 2000 heeft KBC Bankverzekeringsholding NV (ondertussen KBC Groep NV) verschillende aandelenoptieplannen opgezet. De aandelenopties werden toegekend aan alle of bepaalde personeelsleden van de vennootschap en diverse dochterondernemingen. De aandelenopties werden gratis toegekend aan het personeel, dat alleen op het moment van de toekenning de belastingen op de gratis verstrekking moest betalen. De aandelenopties hebben een looptijd van zeven tot tien jaar na de datum van uitgifte en kunnen, in de jaren waarin ze uitoefenbaar zijn, alleen in juni, september en december worden uitgeoefend. De aandelenopties kunnen ook gedeeltelijk worden uitgeoefend. Een personeelslid kan bij het uitoefenen ofwel de aandelen bewaren op zijn effectenrekening, ofwel ze onmiddellijk verkopen op NYSE Euronext Brussels.

  • Aanvullend heeft KBC Bankverzekeringsholding NV (nu KBC Groep NV) drie aandelenoptieplannen uit 1999 en 2000 van KBC Peel Hunt overgenomen, waardoor de betrokken personeelsleden van KBC Peel Hunt aandelenopties van KBC Groep NV krijgen in plaats van aandelenopties KBC Peel Hunt. In de loop van 2010 werden alle nog uitstaande opties bij Peel Hunt uitgeoefend.

  • KBC Groep NV heeft eigen aandelen ingekocht om aandelen te kunnen leveren aan personeelsleden wanneer die hun opties uitoefenen.
  • IFRS 2 werd niet toegepast op de met eigen aandelen afgewikkelde optieplannen die dateren van vóór 7 november 2002, aangezien die buiten het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen. De optieplannen die dateren van na 7 november 2002 waren beperkt in omvang.
  • Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel wordt in de tabel gegeven. In 2010 bedroeg de gemiddelde koers van het KBC-aandeel 32,6 euro. In 2010 werden er geen nieuwe opties op KBC-aandelen voor het personeel uitgegeven.
2009 2010
Opties Aantal
opties1
Gemiddelde
uitoefenprijs
Aantal
opties1
Gemiddelde
uitoefenprijs
Uitstaand aan het begin van de periode 981 425 47,83 978 045 48,09
Toegekend tijdens de periode 0 0
Uitgeoefend tijdens de periode 0 -4 527 28,41
Vervallen tijdens de periode -3 380 42,58 -306 922 44,47
Opgegeven tijdens de periode 0 0
Uitstaand aan het einde van de periode2 978 045 48,09 666 596 49,89
Uitoefenbaar aan het einde van de periode 910 395 44,03 651 996 49,07

1 In equivalenten van aandelen.

2 2009: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 27 maanden.

2010: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 17 maanden.

In 2010 werd aan personeelsleden van de KBC-groep de mogelijkheid geboden om tegen 33,10 euro per aandeel in te tekenen op de kapitaalverhoging van de groep. Dat leidde niet tot het boeken van een personeelsvoordeel, omdat de uitgifteprijs geen korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers (versus een boeking van 1 miljoen euro in 2009).

Toelichting 13: Personeel

2009 2010
Gemiddeld personeelsbestand, in vte 56 939 52 110
Indeling volgens juridische structuur
KBC Bank 40 735 38 972
KBC Verzekeringen 8 277 7 496
KBL EPB 2 741
KBC Groep NV (de holding) 5 186 5 642
Indeling volgens statuut
Arbeiders 903 1 022
Bedienden 53 952 50 693
Directieleden (senior management) 2 084 395

• De cijfers vermeld in de tabel betreffen jaargemiddelden, die kunnen afwijken van de eindejaarstotalen vermeld in het hoofdstuk Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

• KBL EPB is niet in de cijfers voor 2010 vervat (het gemiddelde personeelsbestand van KBL EPB bedroeg 2 600 vte in 2010). Vanaf 2010 worden alleen de personen die het Directiecomité van KBC Groep NV als directielid benoemt aangezien als directie. Voorheen bevatte het aantal directieleden ook de personen die lokaal als directie worden aangezien. De cijfers van 2009 en 2010 zijn dus niet vergelijkbaar.

Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen (impairments) – winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro)
2009
2010
Totaal
-2 725
-1 656
Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen
-1 901
-1 483
Indeling naar type
Bijzondere waardeverminderingen voor kredieten op balans
-1 809
-1 452
Voorzieningen voor verbinteniskredieten buiten balans
-13
-19
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen
-79
-12
Indeling naar divisie
België
-74
-82
Centraal- en Oost-Europa
-630
-452
Merchantbanking
-786
-789
Groepscenter
-412
-160
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa
-326
-31
Indeling naar type
Aandelen
-325
-32
Andere
-2
0
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill
-483
-88
Bijzondere waardeverminderingen op overige
-14
-54
Immateriële vaste activa (zonder goodwill)
0
0
Materiële vaste activa, inclusief vastgoedbeleggingen
-8
-4
Tot einde looptijd aangehouden financiële activa
-2
0
Geassocieerde ondernemingen, goodwill
0
-31
Overige
-4
-18
  • • Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen: betreffen in hoofdzaak leningen en voorschotten aan cliënten. De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Merchantbanking omvatten in 2010 onder meer 0,5 miljard euro aan bijzondere waardeverminderingen voor kredieten in Ierland als gevolg van de economische toestand in dat land en meer in het bijzonder op de vastgoedmarkt. Dat kan leiden tot hoge(re) werkloosheid en een toename van achterstallen en wanbetalingen op hypothecaire kredieten. De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Centraal- en Oost-Europa (452 miljoen euro) in 2010 zijn als volgt verdeeld: Tsjechië 138 miljoen euro, Slowakije 52 miljoen euro, Hongarije 133 miljoen euro, Polen 112 miljoen euro, Bulgarije 15 miljoen euro en rest 3 miljoen euro.
  • • Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa: de daling van de waardeverminderingen bij de aandelen heeft te maken met het verbeterde beursklimaat (en de lagere aandelenportefeuille).
  • • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill: in 2009 omvatte deze post onder meer een bedrag van 399 miljoen euro met betrekking tot groepsmaatschappijen in Centraal- en Oost-Europa (vooral Rusland, Bulgarije en Slowakije). In 2010 bevatte deze post onder meer 52 miljoen euro met betrekking tot groepsmaatschappijen in Centraal- en Oost-Europa (Polen en Roemenië). In de meeste gevallen weerspiegelde de waardevermindering het verschil tussen de boekwaarde vóór de bijzondere waardevermindering en de gebruikswaarde. Opmerking: de 0,3 miljard euro bijzondere waardevermindering op goodwill gerelateerd aan de verkoopovereenkomst met betrekking tot KBL EPB werd, zoals vereist door IFRS 5, opgenomen onder de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.
  • • Bijzondere waardeverminderingen op overige: in 2009 omvatte deze post onder meer bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste

activa (8 miljoen euro) en op tot einde looptijd aangehouden effecten (2 miljoen euro). De waardevermindering betreft telkens het verschil in boekwaarde vóór waardeverminderingen en de gebruikswaarde van de betrokken (materiële en immateriële) activa. In 2010 omvatte deze post onder meer een bijzondere waardevermindering ad 31 miljoen euro geboekt op de minderheidsparticipatie in Nova Ljubljanska banka (Slovenië, gebaseerd op verhoogde kredietverliezen) en bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa (4 miljoen euro).

• Informatie over de totale bijzondere waardeverminderingen op balans vindt u in Toelichting 21.

Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro) 2009 2010
Totaal -25 -63
Waarvan Nova Ljubljanska banka -27 -64

• Bijzondere waardeverminderingen van (goodwill op) geassocieerde ondernemingen zijn inbegrepen bij Bijzondere waardeverminderingen (zie Toelichting 14). Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen houdt bijgevolg geen rekening met deze bijzondere waardeverminderingen.

Toelichting 16: Belastingen

(in miljoenen euro) 2009 2010
Totaal 256 -82
Indeling naar type
Actuele belastingen -159 -358
Uitgestelde belastingen 415 276
Componenten van de belastingberekening
Resultaat vóór belastingen -2 904 2 224
Winstbelastingen tegen het Belgische statutaire tarief 33,99% 33,99%
Berekende winstbelastingen 987 -756
Plus of min belastinggevolgen toe te schrijven aan
Verschillen in belastingtarieven, België–buitenland 83 162
Belastingvrije winst 142 323
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 172 18
Aanpassingen beginsaldo uitgestelde belastingen toe te schrijven aan wijziging belastingtarief 2 4
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden
aangewend om de huidige belastingkosten te verminderen 28 0
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden
aangewend om de uitgestelde belastingkosten te verminderen
78 604
Terugboeking van vroeger erkende uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van fiscale verliezen -4 -13
Overige, hoofdzakelijk niet-aftrekbare uitgaven -1 233 -425
Totaalbedrag van tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen, geassocieerde
ondernemingen en belangen in joint ventures, waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen zijn opgenomen*
698 687

* Bestaat uit de reserves van (al dan niet) gezamenlijke dochtermaatschappijen, geassocieerde ondernemingen en kantoren die bij uitkering voor sommige entiteiten volledig belast zullen worden (voor 100% opgenomen) en waarbij voor een belangrijk aantal entiteiten de DBI-regeling van toepassing is (voor 5% opgenomen, aangezien 95% definitief belast is).

  • • Informatie over belastingvorderingen en belastingverplichtingen vindt u in Toelichting 31.
  • • KBC boekte in 2009 een negatief resultaat van 2,5 miljard euro, en dat was voor een groot deel het gevolg van de (reëlewaarde-) verliezen op zijn CDO-portefeuille en daarmee gerelateerde activiteiten. Tot 31 maart 2010 boekte KBC voor het grootste deel van die verliezen geen belastingimpact. De verliezen deden zich immers voor in dochterondernemingen met onvoldoende toekomstige belastbare winsten om die invloed te compenseren. Om een van de belangrijke betrokken dochtermaatschappijen te herkapitaliseren, stelde KBC aan de lokale regelgever en de Belgische belastingautoriteiten een debt waiver voor

ten gunste van de betrokken dochtermaatschappij. Eind april 2010 deed de Belgische fiscale rulingcommissie een positieve uitspraak daarover en bevestigde daarmee het algemene principe dat, wanneer aan bepaalde criteria is voldaan, een debt waiver fiscaal aftrekbaar is. In de praktijk betekent dat dat KBC in het tweede kwartaal van 2010 netto positieve uitgestelde belastingopbrengsten van 0,4 miljard euro heeft geboekt. Die uitgestelde belastingvordering wordt verantwoord door de aanwezigheid van voldoende belastbare winst in een redelijk nabije toekomst (de geschatte toekomstige winsten zijn gebaseerd op macro-economische veronderstellingen en houden rekening met conservatieve scenario's).

Toelichting 17: Winst per aandeel

(in miljoenen euro) 2009 2010
Gewone winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -2 466 1 860
Coupon op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid 0 -595
Nettoresultaat voor de berekening van gewone winst per aandeel -2 466 1 265
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) 339 569 339 737
Gewone winst per aandeel (in euro) -7,26 3,72
Verwaterde winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -2 466 1 860
Eliminatie van rentelasten op vrij in aandelen terugbetaalbare obligaties, netto na belastingen 0 0
Coupon op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid 0 -595
Nettoresultaat voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel -2 466 1 265
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) 339 569 339 737
Potentieel aantal aandelen die tot verwatering kunnen leiden (in duizenden eenheden) 7 4*
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen voor verwaterde winst (in duizenden eenheden) 339 576 339 741
Verwaterde winst per aandeel (in euro) -7,26 3,72

* Er wordt geen rekening gehouden met 662 875 nog uitstaande personeelsopties die een verwaterende invloed kunnen hebben als de beurskoers de uitoefenprijs overstijgt.

  • • Een definitie van gewone winst per aandeel en verwaterde winst per aandeel vindt u in het glossarium van gebruikte ratio's.
  • • Overzicht van instrumenten die tot verwatering kunnen leiden:
  • Vrij in aandelen terugbetaalbare obligaties: geen.
  • Opties op aandelen van KBC Groep NV, toegewezen aan personeelsleden: meer gedetailleerde informatie vindt u in Toelichting 12.

De hiernavolgende toelichtingen in verband met financiële instrumenten werden tegenover het vorige jaarverslag uitgebreid en herschikt, om de transparantie verder te verhogen.

We herhalen dat als gevolg van de toepassing van IFRS 5 met betrekking tot de verkoopovereenkomst voor KBL EPB de referentiecijfers in de winsten-verliesrekening werden aangepast, maar dat dat (zoals toegestaan door IFRS) niet het geval is voor de referentiecijfers in de balans. Omwille van de vergelijkbaarheid werd in Toelichting 18 evenwel een aparte kolom toegevoegd, waarbij, voor de referentiedatum 31 december 2009, de in 2010 afgesloten desinvesteringen en de desinvesteringen die onder IFRS 5 vallen, werden uitgesloten. Meer informatie over de toepassing van IFRS 5 vindt u in Toelichting 46. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

Financiële instrumenten worden ingedeeld in categorieën (portefeuilles). U vindt meer informatie over de portefeuilles en de waardering in Toelichting 1 b, onder Financiële activa en verplichtingen (IAS 39).

Wanneer in de tabellen of teksten van dit deel sprake is van de categorie Gewaardeerd tegen reële waarde, dan wordt daarmee bedoeld Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (reëlewaardeoptie).

Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product

(in miljoenen euro) Aange
houden
voor
handels
doel
einden
Gewaar
deerd te
gen reële
waarde1
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aange
houden
Afdek
kings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal Totaal,
zonder
desinves
teringen
in 20102
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2009
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingena 566 3 708 0 16 930 21 204c 17 929
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 3 169 6 133 0 143 928 153 230 150 332
Disconto- en acceptkredieten 0 9 0 116 125 114
Afbetalingskredieten 0 0 0 4 947 4 947 4 940
Hypotheekleningen 0 2 349 0 56 830 59 180 57 609
Termijnkredieten 3 169 3 579 0 64 904 71 652 71 228
Financiële leasing 0 0 0 5 569 5 569 5 569
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 5 123 5 123 4 535
Overige 0 196 0 6 439 6 635 6 337
Eigenvermogensinstrumenten 2 977 20 2 418 5 414 4 649
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 957 7 957 6 867
Schuldinstrumenten van 12 653 12 457 52 694 3 270 11 765 92 838 86 291
Publiekrechtelijke emittenten 8 056 11 202 39 439 3 10 662 69 362 66 010
Kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
Ondernemingen
2 512
2 085
327
928
6 297
6 958
0
3 267
767
335


9 903
13 572
8 787
11 494
Derivaten 20 995 165 21 160 20 864
Geprorateerde rente 203 245 1 008 470 280 48 2 254 2 149
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 40 563 30 520 56 120 164 598 12 045 213 304 057 289 081
a Waarvan reverse repos3 6 297 3 924
b Waarvan reverse repos3 6 295 6 295
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden 10 205 7 191
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Leningen en voorschotten aan krediet­­­
instellingen en beleggingsondernemingena 696 1 808 0 12 998 15 502c
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 4 109 6 471 0 140 087 150 666
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 119 119
Afbetalingskredieten 0 0 0 4 274 4 274
Hypotheekleningen 0 380 0 61 198 61 577
Termijnkredieten 4 109 6 025 0 61 548 71 681
Financiële leasing 0 0 0 4 909 4 909
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 4 456 4 456
Overige 0 66 0 3 583 3 649
Eigenvermogensinstrumenten 1 717 19 2 098 3 833
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 329 7 329
Schuldinstrumenten van 7 709 9 727 51 020 3 477 13 629 85 562
Publiekrechtelijke emittenten 5 806 8 852 40 612 132 12 712 68 114
Kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
731 266 5 075 224 584 6 879
Ondernemingen 1 172 610 5 333 3 122 333 10 569
Derivaten 15 758 213 15 970
Geprorateerde rente 299 192 1 025 463 325 73 2 378
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240
a Waarvan reverse repos3 2 284
b Waarvan reverse repos3 9 486
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden 6 866

1 De leningen en voorschotten in de kolom Gewaardeerd tegen reële waarde betreffen overwegend reverserepotransacties en een beperkte portefeuille van woningkredieten. Telkens benadert de boekwaarde het maximale kredietrisico. 2 Totaal zonder in 2010 afgeronde desinvesteringen en aangekondigde desinvesteringen die al in 2010 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2010)

3 Een reverse repotransactie is een transactie waarbij een partij (KBC) effecten koopt van een andere partij en zich ertoe verbindt om die effecten terug te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de reverse repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde reverse repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk ontlenen van obligaties. Bij die ontlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij de tegenpartij. Het bedrag van de reverse repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (uitgeleende) activa.

Aange
houden
voor
handels
doel
Gewaar
deerd te
gen reële
Voor
verkoop
beschik
Leningen
en vorde
Tot einde
looptijd
aange
Afdek
kings
Tegen
geamor
tiseerde
Totaal,
zonder
desinves
teringen
(in miljoenen euro) einden waarde baar ringen houden derivaten kostprijs Totaal in 20101
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2009
Deposito's van kredietinstellingen
en beleggingsondernemingena
211 6 678 38 555 45 444c 42 128
Deposito's van cliënten en schuldpapierb 834 16 695 175 935 193 464 185 363
Zichtdeposito's 0 150 44 271 44 421 39 383
Termijndeposito's 0 12 992 44 448 57 441 55 254
Depositoboekjes 0 0 38 645 38 645 38 645
Deposito's van bijzondere aard 0 0 3 677 3 677 3 677
Overige deposito's 0 11 1 124 1 135 1 091
Depositocertificaten 0 42 15 746 15 788 15 788
Kasbons 0 0 2 583 2 583 2 579
Converteerbare obligaties 0 0 0 0 0
Niet-converteerbare obligaties 834 3 218 16 311 20 363 20 352
Converteerbare achtergestelde schulden 0 0 0 0 0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden 0 282 9 129 9 411 8 595
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 7 685 254 7 939 6 849
Derivaten 26 304 882 27 185 26 703
Baisseposities 2 147 2 147 1 736
In eigenvermogensinstrumenten 486 486 213
In schuldinstrumenten 1 661 1 661 1 523
Overige 250 168 1 514 1 931 1 759
Geprorateerde rente 146 83 205 905 1 339 1 282
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 29 891 31 309 1 087 217 163 279 450 265 820
a Waarvan repos2 11 513 10 444
b Waarvan repos2 13 199 13 199
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 11 890 10 678
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
Deposito's van kredietinstellingen
en beleggingsondernemingena
21 6 911 20 924 27 856c
Deposito's van cliënten en schuldpapierb 648 20 971 176 252 197 870
Zichtdeposito's 0 57 48 189 48 246
Termijndeposito's 0 17 012 42 131 59 142
Depositoboekjes 0 0 40 245 40 245
Deposito's van bijzondere aard 0 0 4 005 4 005
Overige deposito's 0 0 1 281 1 281
Depositocertificaten 0 22 14 965 14 987
Kasbons 0 0 2 155 2 155
Converteerbare obligaties 0 0 0 0
Niet-converteerbare obligaties 648 3 600 14 427 18 674
Converteerbare achtergestelde schulden 0 0 0 0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden 0 280 8 854 9 134
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 6 514 179 6 693
Derivaten 22 317 849 23 166
Baisseposities 1 119 1 119
In eigenvermogensinstrumenten 10 10
In schuldinstrumenten 1 110 1 110
Overige 0 145 2 564 2 709
Geprorateerde rente 31 74 276 789 1 169
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 24 136 34 615 1 124 200 707 260 582
a Waarvan repos2
b Waarvan repos2
8 265
15 398
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 4 449

1 Totaal zonder in 2010 afgeronde desinvesteringen en aangekondigde desinvesteringen die al in 2010 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2010).

2 Een repotransactie is een transactie waarbij een partij effecten koopt van een andere partij (KBC) en zich ertoe verbindt om die effecten terug te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk uitlenen van obligaties. Bij die uitlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij KBC. Het bedrag van de repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (ontleende) activa.

Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aange
houden
Afdekkings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2009
België 3 971 8 725 18 587 74 903 1 803 70 108 059
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 7 351 1 094 12 411 35 686 6 837 141 63 521
Rest van de wereld 29 240 20 701 25 121 54 009 3 405 2 132 478
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 40 563 30 520 56 120 164 598 12 045 213 304 057
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
België 3 342 7 189 21 742 75 261 1 407 105 109 046
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 8 439 986 10 694 36 327 9 172 180 65 799
Rest van de wereld 18 506 17 370 21 707 45 436 3 376 0 106 395
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2009
België 4 242 7 285 760 86 617 98 904
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 950 5 535 134 42 495 49 114
Rest van de wereld 24 699 18 489 194 88 051 131 432
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 29 891 31 309 1 087 217 163 279 450
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
België 3 279 7 491 929 87 282 98 981
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 1 142 5 501 124 44 234 51 001
Rest van de wereld 19 715 21 623 72 69 191 110 600
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 24 136 34 615 1 124 200 707 260 582

Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aange
houden
Afdekkings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2009
Tot 1 jaar 9 416 8 725 9 583 56 309 1 614 85 648
Meer dan 1 jaar 6 627 14 951 43 873 104 305 10 431 180 186
Niet bepaald* 24 520 6 844 2 663 3 983 0 213 38 224
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 40 563 30 520 56 120 164 598 12 045 213 304 057
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Tot 1 jaar 6 336 9 003 7 836 47 023 1 653 71 851
Meer dan 1 jaar 2 229 9 291 25 413 106 369 12 301 155 602
Niet bepaald* 21 723 7 252 20 894 3 633 0 286 53 788
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2009
Tot 1 jaar 1 862 19 568 143 503 164 933
Meer dan 1 jaar 1 140 5 472 34 186 40 798
Niet bepaald* 26 890 6 270 1 087 39 473 73 720
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 29 891 31 309 1 087 217 163 279 450
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
Tot 1 jaar 1 325 23 822 127 623 152 770
Meer dan 1 jaar 94 5 477 32 110 37 681
Niet bepaald* 22 717 5 317 1 124 40 974 70 132
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 24 136 34 615 1 124 200 707 260 582

* Met Niet bepaald wordt bedoeld dat de vervaldag onbepaald is of dat het niet zinvol is het financiële instrument volgens vervaldag te klasseren. De financiële activa met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten en tradingaandelen (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden), een groot deel van de beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde), aandelen voor verkoop beschikbaar (kolom Voor verkoop beschikbaar) en voorschotten in rekening-courant en oninbare/dubieuze vorderingen (kolom Leningen en vorderingen). De financiële verplichtingen met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de depositoboekjes (kolom Tegen geamortiseerde kostprijs), de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden) en een groot deel van de schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde).

• Het verschil tussen de financiële activa op korte termijn en de financiële verplichtingen op korte termijn is onder meer een reflectie van de basisactiviteit van een bank, namelijk het omzetten van deposito's op kortere termijn naar kredieten op langere termijn. Dat resulteert in een groter volume van deposito's op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële verplichtingen) in vergelijking met de kredieten op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële activa). Die verhouding geeft aanleiding tot een liquiditeitsrisico. De liquiditeitsrisico's van de hele groep worden dagelijks samengevoegd en centraal bewaakt, en worden periodiek gerapporteerd aan het Group Risk and Capital Oversight Committee, het Directiecomité en het Audit-, Risicoen Compliancecomité. Meer informatie over het liquiditeitsrisico en de bewaking ervan vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit

Financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aange
houden
Afdekkings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2009
Activa waarvoor geen bijzondere waarde
verminderingen zijn geboekt (unimpaired)
40 563 30 520 55 602 160 060 12 044 213 299 002
Activa waarvoor bijzondere
waardeverminderingen zijn geboekt (impaired)
924 8 506 6 9 437
Bijzondere waardeverminderingen -407 -3 969 -6 -4 381
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 40 563 30 520 56 120 164 598 12 045 213 304 057
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Activa waarvoor geen bijzondere waarde
verminderingen zijn geboekt (unimpaired)
30 278 25 545 53 825 151 403 13 955 286 275 301
Activa waarvoor bijzondere
waardeverminderingen zijn geboekt (impaired)
572 10 543 0 11 114
Bijzondere waardeverminderingen -254 -4 921 -0 -5 175
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240

• Het begrip bijzondere waardevermindering (impairment) is relevant voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Vastrentende financiële activa zijn impaired wanneer er een individuele indicatie van een bijzondere waardevermindering bestaat. Voor leningen is dat het geval als de lening een Probability of Default (PD, zie verder) rating van 10, 11 of 12 heeft. De bijzondere waardevermindering wordt vastgesteld op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier wanneer een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).

• Om de PD-klasse te bepalen, heeft KBC diverse ratingmodellen ontwikkeld. Een aantal modellen zijn uniform voor de hele groep (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, projectfinanciering, enz.). Andere verschillen naargelang van de geografische markt waarop ze worden gebruikt (kmo's, particulieren, enz.). In de hele groep wordt dezelfde interneratingschaal gebruikt. De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van PD 1 (laagste risico) tot PD 9 (hoogste risico). Een debiteur die in gebreke is gebleven, krijgt een interne rating toegekend van PD 10, PD 11 of PD 12. PD 12 wordt toegekend als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis het aanslaan van de waarborg beveelt. PD 11 betreft debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet beantwoorden aan de criteria van PD 12. PD 10 wordt toegekend aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die nog performing zijn en niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12.

Voor verkoop beschikbaar Tot einde
looptijd aan
gehouden
Leningen
en vorderingen
Voorzieningen voor
verbinteniskredieten
buiten balans*
(in miljoenen euro) Vastren
tende
activa
Aandelen Vastren
tende
activa
Met indi
viduele
bijzondere
waardever
mindering
Met op
portefeuille
basis
berekende
bijzondere
waardever
mindering
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN 31-12-2009
Beginsaldo 333 788 19 2 352 244 112
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 17 338 2 2 454 164 116
Teruggenomen -5 0 0 -644 -84 -103
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen 0 0 -15 -463 0 -15
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 -6 0 0
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0
Overige -217 -846 -1 -26 -22 1
Eindsaldo 127 280 6 3 667 302 111
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2010
Beginsaldo 127 280 6 3 667 302 111
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 0 32 0 2 906 214 119
Teruggenomen -1 0 0 -1 454 -199 -104
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen -50 -11 0 -391 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 -23 -5 -16 -2 0
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-55 0 0 -122 0 0
Overige -13 -32 0 4 11 -11
Eindsaldo 9 245 0 4 594 327 116

* Deze voorzieningen staan op de passiefzijde van de balans. Wijzigingen in dergelijke voorzieningen worden opgenomen bij de bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de winst-en-verliesrekening.

• Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare aandelen: de -846 miljoen euro vermeld bij Overige in 2009 heeft te maken met de verkoop van aandelen uit de verzekeringsportefeuille, waarop al in vorige jaren bijzondere waardeverminderingen werden geboekt. Bij verkoop verdwijnen de vroeger geboekte waardeverminderingen, zonder invloed op de winst-en-verliesrekening (alleen het verschil tussen de verkoopwaarde en de boekwaarde minus gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen heeft een invloed op de winst-en-verliesrekening).

• Invloed van wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op de winst-en-verliesrekening: zie Toelichting 14.

• Bijkomende informatie met betrekking tot de bijzondere waardeverminderingen i.v.m. de kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Achterstallige activa die unimpaired zijn

(in miljoenen euro) Minder dan 30
dagen achterstallig
30 of meer, maar
minder dan 90 dagen
achterstallig
31-12-2009
Leningen en vorderingen 3 696 1 235
Schuldinstrumenten 8 4
Derivaten 0 0
Totaal 3 704 1 239
31-12-2010
Leningen en vorderingen 3 677 1 316
Schuldinstrumenten 0 1
Derivaten 0 0
Totaal 3 677 1 317

• Financiële activa zijn achterstallig (past due) wanneer een tegenpartij nalaat een betaling te doen op het contractueel afgesproken tijdstip. Het begrip achterstallig geldt per contract en niet per tegenpartij. Als bijvoorbeeld een tegenpartij nalaat haar maandelijkse aflossing te betalen, wordt de gehele lening als achterstallig beschouwd, maar dat betekent niet dat andere leningen aan deze tegenpartij als achterstallig worden beschouwd.

• Financiële activa die 90 dagen of meer achterstallig zijn, worden altijd als impaired beschouwd.

Ontvangen garanties

• Zie Toelichting 40.

Kredietherschikkingen waardoor bijzondere waardeverminderingen werden vermeden

• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Specifieke informatie over het risico van KBC inzake gestructureerde kredieten en overheidsobligaties

• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Toelichting 22: Maximaal kredietrisico

(in miljoenen euro)
31-12-2009
31-12-2010
Maximaal kredietrisico
Eigenvermogensinstrumenten
5 414
3 833
Schuldinstrumenten
92 838
85 562
Leningen en voorschotten
174 434
166 167
Waarvan gewaardeerd tegen reële waarde
9 841
8 279
Derivaten
21 160
15 970
Overige (inclusief geprorateerde rente)
41 320
37 076
Totaal
335 166
308 609
Boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven
Voor verplichtingen
40 327
30 419
Voor eventuele verplichtingen
6 800
4 151
  • • Het maximale kredietrisico van een financieel actief is meestal de brutoboekwaarde, na aftrek van de bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met IAS 39. Het maximale kredietrisico bevat – naast de bedragen op balans – ook nog het niet-opgenomen deel van onherroepelijke verstrekte kredietlijnen, de verstrekte financiële garanties en de andere onherroepelijke verstrekte verbintenissen. Deze zijn opgenomen onder de post Overige in de tabel.
  • • De kredietportefeuille omvat het belangrijkste deel van de financiële activa. Op basis van interne managementrapportering wordt in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (onder Kredietrisico) uitgebreide uitleg gegeven over de samenstelling en kwaliteit van de kredietportefeuille. De door de commissaris geauditeerde delen uit dat hoofdstuk worden vooraan in dat hoofdstuk opgesomd.

Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten – algemeen

  • • KBC definieert reële waarde als het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn. Deze definitie ligt in de lijn van de IFRS-definitie. De reële waarde is niet het bedrag dat een entiteit zou ontvangen of betalen op grond van een gedwongen transactie, een onvrijwillige liquidatie of een gedwongen verkoop. Een verstoring van het evenwicht tussen vraag en aanbod (bijvoorbeeld minder kopers dan verkopers, waardoor de prijs moet zakken) is niet hetzelfde als een gedwongen transactie of een gedwongen verkoop. Gedwongen verkopen of onvrijwillige transacties zijn occasionele transacties als gevolg van, bijvoorbeeld, wijzigingen in de regelgevende omgeving of transacties die niet marktgestuurd maar ondernemingsspecifiek (cliëntspecifiek) gestuurd zijn.
  • • Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments) worden geboekt op alle posten die tegen reële waarde zijn gewaardeerd, waarbij wijzigingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Aanpassingen van de reële waarde omvatten close-outkosten, aanpassingen voor minder liquide posities of markten, aanpassingen verbonden aan waarderingen gebaseerd op een waarderingsmodel, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten. Bij de berekening van market value adjustments met betrekking tot het tegenpartijrisico (exclusief MBIA) op derivaten, neemt de groep ook zijn eigen kredietrisico met betrekking tot derivaten waarvan de reële waarde negatief is in rekening.

  • • Conform de vereisten van IFRS werd er bij de bepaling van de reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde rekening gehouden met de invloed van veranderingen in de eigen financieringspreads. Bij de opgave van de reële waarde van de financiële instrumenten die niet tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen (zie tabel) werd geen rekening gehouden met ontwikkelingen in creditspreads of prepayment risks.

  • • De reële waarde van zichtdeposito's en depositoboekjes (beide onmiddellijk opvraagbaar) wordt verondersteld gelijk te zijn aan de boekwaarde.
  • • Het grootste deel van de wijzigingen in de marktwaarde van de leningen en voorschotten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde wordt verklaard door bewegingen van de rente. Het effect van veranderingen in kredietrisico is verwaarloosbaar.
  • • Financiële activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd, zijn de volgende: voor verkoop beschikbaar, aangehouden voor handelsdoeleinden, aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening (gewaardeerd tegen reële waarde in de tabellen) en afdekkingsderivaten. De andere financiële activa en verplichtingen (leningen en vorderingen, financiële activa tot einde looptijd aangehouden, financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs), worden op de balans niet tegen reële waarde gewaardeerd, maar in de tabel wordt ter informatie hun reële waarde vermeld.
Reële waarde van financiële instrumenten die niet tegen reële Leningen en vorderingen Financiële activa tot einde looptijd aangehouden Financiële verplichtingen
tegen geamortiseerde
kostprijs
waarde op de balans zijn opgenomen
(in miljoenen euro)
boek
waarde
reële
waarde
boek
waarde
reële
waarde
boek
waarde
reële
waarde
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2009
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen
en beleggingsondernemingen
16 930 16 987
Leningen en voorschotten aan cliënten 143 928 146 043
Schuldinstrumenten 3 270 3 387 11 765 12 184
Geprorateerde rente 470 470 280 280
Totaal, inclusief geprorateerde rente 164 598 166 886 12 045 12 463
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen
en beleggingsondernemingen
12 998 13 168
Leningen en voorschotten aan cliënten 140 087 141 209
Schuldinstrumenten 3 477 3 536 13 629 13 920
Geprorateerde rente 463 463 325 325
Totaal, inclusief geprorateerde rente 157 024 158 375 13 955 14 245
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2009
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 38 555 39 840
Deposito's van cliënten en schuldpapier 175 935 178 379
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 254 254
Overige 1 514 1 514
Geprorateerde rente 905 905
Totaal, inclusief geprorateerde rente 217 163 220 892
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 20 924 21 347
Deposito's van cliënten en schuldpapier 176 252 177 834
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 179 179
Overige 2 564 2 564
Geprorateerde rente 789 789
Totaal, inclusief geprorateerde rente 200 707 202 713

Toelichting 24: Reële waarde van financiële instrumenten – waarderingshiërarchie

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Waarderingshiërarchie Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingen 0 566 0 566 0 686 10 696
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 3 169 0 3 169 0 4 109 0 4 109
Eigenvermogensinstrumenten 1 104 1 801 72 2 977 537 187 993 1 717
Schuldinstrumenten 10 355 2 152 146 12 653 5 651 1 443 614 7 709
Derivaten 243 16 603 4 150 20 995 63 13 622 2 073 15 758
Geprorateerde rente 203 299
Gewaardeerd tegen reële waarde
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingen
0 3 708 0 3 708 0 1 808 0 1 808
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 6 133 0 6 133 0 6 445 26 6 471
Eigenvermogensinstrumenten 3 17 0 20 2 15 1 19
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 607 350 0 7 957 7 325 4 0 7 329
Schuldinstrumenten 11 298 927 231 12 457 9 097 256 373 9 727
Geprorateerde rente 245 192
Voor verkoop beschikbaar
Eigenvermogensinstrumenten 2 061 33 325 2 418 1 665 35 398 2 098
Schuldinstrumenten 49 090 3 442 162 52 694 48 677 1 845 497 51 020
Geprorateerde rente 1 008 1 025
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 165 0 165 0 213 0 213
Geprorateerde rente 48 73
Totaal, inclusief geprorateerde rente 81 760 39 065 5 085 127 415 73 017 30 668 4 986 110 261
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 211 0 211 0 0 21 21
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 729 105 834 0 624 24 648
Derivaten 209 20 516 5 579 26 304 44 15 868 6 406 22 317
Baisseposities 1 900 227 20 2 147 1 076 44 0 1 119
Overige 0 250 0 250 0 0 0 0
Geprorateerde rente 146 31
Gewaardeerd tegen reële waarde
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 6 678 0 6 678 0 6 911 0 6 911
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 13 281 3 414 16 695 0 17 165 3 806 20 971
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 7 354 331 0 7 685 6 514 0 0 6 514
Overige 0 0 168 168 0 0 145 145
Geprorateerde rente 83 74
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 882 0 882 0 849 0 849
Geprorateerde rente 205 276
Totaal, inclusief geprorateerde rente 9 463 43 105 9 285 62 288 7 634 41 459 10 402 59 875
  • • De IAS 39-waarderingshiërarchie verdeelt de waarderingstechnieken, samen met de respectieve waarderingsparameters waarop deze gebaseerd zijn, op basis van prioriteit in drie niveaus:
  • 1 De waarderingshiërarchie kent de hoogste prioriteit toe aan parameters van niveau 1.

Dat betekent dat, wanneer er een actieve markt bestaat, gepubliceerde prijsnoteringen moeten worden gebruikt om het financiële actief of passief tegen reële waarde te waarderen. Parameters van niveau 1 zijn gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, een handelaar, een makelaar, een sectorgroep, een waarderingsdienst (pricing service) of een regelgevende instantie. Die prijzen zijn op een eenvoudige wijze en op regelmatige basis beschikbaar en zijn ontleend aan huidige en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen op actieve markten die voor KBC toegankelijk zijn. Het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten die beschikken over gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, is gebaseerd op de marktwaarde die wordt afgeleid van de huidige beschikbare transactieprijzen. Er wordt geen waarderingstechniek (model) gebruikt.

2 Als er geen prijsnoteringen beschikbaar zijn, bepaalt de entiteit de reële waarde met behulp van een waarderingstechniek (model) op basis van waarneembare of niet-waarneembare parameters. Het gebruik van waarneembare parameters moet worden gemaximaliseerd, terwijl het gebruik van niet-waarneembare parameters moet worden geminimaliseerd.

Waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 2 genoemd en weerspiegelen alle factoren die marktdeelnemers in beschouwing zouden nemen bij de waardering van het actief of de verplichting tegen reële waarde, op basis van marktgegevens afkomstig van bronnen die onafhankelijk zijn van de rapporterende entiteit. Daarnaast weerspiegelen waarneembare parameters een actieve markt. Waarneembare waarderingsparameters zijn bijvoorbeeld de risicovrije rente, wisselkoersen van vreemde valuta's, aandelenkoersen en de impliciete volatiliteit. Waarderingstechnieken op basis van waarneembare parameters zijn onder andere: de verdiscontering van toekomstige kasstromen, de vergelijking met de huidige of recente reële waarde van een ander soortgelijk instrument, en prijsstelling door derden, op voorwaarde dat die prijs in de lijn ligt van alternatieve observeerbare marktgegevens.

Niet-waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 3 genoemd en weerspiegelen de eigen veronderstellingen van de entiteit omtrent de assumpties die marktpartijen zouden gebruiken in de waardering van het actief of de verplichting (inclusief assumpties over de betrokken risico's). Niet-waarneembare parameters weerspiegelen een markt die niet actief is. Waarderingsparameters die benaderingen zijn voor niet-waarneembare parameters (proxy) en correlatiefactoren kunnen worden beschouwd als niet-waarneembaar op de markt.

  • • Als de parameters, gebruikt om de reële waarde van een actief of passief te bepalen, in verscheidene niveaus van de waarderingshiërarchie kunnen worden ondergebracht, dan wordt de reële waarde van het gehele actief of passief geklasseerd volgens het laagste niveau van de desbetreffende toepasselijke parameter, die een belangrijke invloed heeft op de totale reële waarde van het actief of passief. Bijvoorbeeld: als de berekening van de reële waarde gebaseerd is op waarneembare parameters, waarbij belangrijke aanpassingen van die waarde nodig zijn, gestoeld op niet-waarneembare parameters, dan valt deze waarderingsmethode onder niveau 3 van de waarderingshiërarchie.
  • • De waarderingsmethodologie en overeenkomstige classificatie in de waarderingshiërarchie van de meest gebruikte financiële instrumenten vindt u in de tabel. De tabel geeft een overzicht van het niveau waaronder financiële instrumenten doorgaans worden geklasseerd, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Met andere woorden: hoewel de meerderheid van een bepaald type financiële instrumenten geklasseerd wordt onder het in de tabel vermelde niveau, kan een klein deel van die instrumenten geklasseerd zijn onder een ander niveau.
  • • Overdrachten tussen de verschillende niveaus: zie verder.

Toelichting 25: Reële waarde van financiële instrumenten – overdrachten tussen niveau 1 en 2

• In 2010 vonden een aantal aanzienlijke overdrachten van niveau 1 naar niveau 2 van de IAS 39-waarderingshiërarchie en omgekeerd plaats. Die overdrachten zijn het gevolg van een verfijning van de classificatiemethode in de hele groep en het actiever worden van de financiële markten. De gerapporteerde herclassificaties hebben volledig betrekking op de rubriek Schuldinstrumenten. In het bijzonder werden bepaalde obligatieportefeuilles in de loop van 2010 actiever verhandeld dan in het jaar daarvoor, wat aanleiding gaf tot overdrachten van niveau 2 naar niveau 1. Daarnaast had de verfijning van de classificatiemethode als gevolg dat bepaalde portefeuilles schuldinstrumenten (zoals ABS) die vorig jaar grotendeels aan één niveau werden toegewezen, nu meer verspreid zijn over de verschillende niveaus van de hiërarchie. Daarom werden op 31 december 2010 posities met een gezamenlijke waarde van ongeveer 1,1 miljard euro geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 1. Daarnaast werden ook voor circa 0,1 miljard euro posities geherklasseerd van niveau 1 naar niveau 2.

Soort instrument Producten Type waardering
Niveau 1 Liquide financiële instrumenten waarvoor
genoteerde koersen regelmatig beschikbaar zijn
Valutacontantcontracten, Beursgenoteerde
financiële futures, Beursgenoteerde opties, Beurs
genoteerde aandelen, Liquide overheidsobligaties,
Andere liquide obligaties, Liquide Asset Backed
Securities op actieve markten
Mark-to-market (gepubliceerde prijsnoteringen op
een actieve markt)
Niveau 2 Plain vanilla/Liquide derivaten (Cross-Currency) Renteswaps (IRS), Valutaswaps,
Valutatermijncontracten, Rentetermijncontracten
(FRA), Inflatieswaps, Reverse floaters, Opties op
obligatiefutures, Opties op rentefutures, Overnight
Index Swaps, FX Reset
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Caps en Floors, Renteopties, Aandelenopties,
Europese en Amerikaanse valutaopties, Forward
start-opties, Digitale valutaopties, FX Strips van
Eenvoudige opties, Europese swaptions, Constant
Maturity Swaps (CMS), European Cancelable IRS
Waarderingsmodel voor opties op basis van waar
neembare parameters (bv. volatiliteit)
Credit Default Swaps (CDS) CDS-model op basis van creditspreads
Lineaire financiële activa (zonder optionele
kenmerken) – cashinstrumenten
Deposito's, Eenvoudige kasstromen,
Transacties in het kader van repos
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Asset Backed Securities Half liquide Asset Backed Securities Prijsstelling door derden (bv. leadmanager); prijs
controle a.d.h.v. alternatieve observeerbare markt
gegevens, of via vergelijkbare spreadmethode
Lineaire financiële passiva (cashinstrumenten) Leningen, thesauriebewijzen Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Niveau 3 Exotische derivaten Target Profit Forward, Bermudan Swaptions,
Digitale renteopties, Quanto Digital FX Options,
FX Asian Options, FX Simple/Double European
Barrier Options, FX Simple Digital Barrier Options,
FX Touch Rebate, Double Average Rate Option,
Inflatieopties, Cancelable Reverse Floaters,
American and Bermudan Cancelable IRS, CMS
Spread Options, CMS Interest Rate Caps/Floors,
(Callable) Range Accruals
Waarderingsmodel voor opties op basis van niet
waarneembare parameters (bv. correlatie)
Illiquide instrumenten met kredietkoppeling Collateralised Debt Obligations (CDO's, notes en
super senior-tranches, inclusief de gerelateerde
garantie van de Belgische staat)
Waarderingsmodel op basis van de correlatie
tussen de respectieve defaultkansen van de
onderliggende activa
Private Equity Investments Private equity en niet-genoteerde deelnemingen Op basis van de waarderingsrichtlijnen van de
EVCA (European Private Equity & Venture Capital
Association)
Illiquide bonds / ABS Illiquide bonds/Asset Backed Securities die indica
tief worden geprijsd door één prijsleverancier op
een niet-actieve markt
Prijsstelling door derden (bv. leadmanager), geen
prijscontrole mogelijk ten gevolge van gebrek aan
beschikbare/betrouwbare alternatieve
marktgegevens
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van niet-observeerbare parameters
(financieringsspread)

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2009 (in miljoenen euro)

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3

Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
kingsde
beschikbaar
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Derivaten en voorschotten
Leningen
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Eigenvermogens
instrumenten
instrumenten
Schuld
Derivaten
Beginsaldo 0 121 0 74 6 631 0 0 0 103 336 147 0
Winsten en verliezen 0 -29 0 -91 -2 808 0 0 0 133 -5 11 0
In winst-en-verliesrekening* 0 -29 0 -91 -2 808 0 0 0 133 0 17 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -5 -6 0
Aanschaffingen 0 19 0 164 742 0 0 0 55 42 4 0
Vervreemdingen 0 -39 0 -1 -66 0 0 0 -60 -46 0 0
Afwikkelingen 0 0 0 0 -349 0 0 0 0 -2 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 72 0 146 4 150 0 0 0 231 325 162 0
Totale winsten (positieve cijfers) en
verliezen (negatieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor activa
aan het einde van de periode
0 0 0 73 -2 107 0 0 0 101 -3 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde rivaten
Deposito's van
instellingen
krediet
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige Deposito's van
instellingen
krediet
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 0 291 0 6 336 106 0 0 4 859 0 101 0
Winsten en verliezen 0 25 0 1 228 -83 0 0 -85 0 67 0
In winst-en-verliesrekening* 0 25 0 1 228 -83 0 0 -85 0 67 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 35 0 -1 834 10 0 0 0 0 0 0
Terugkopen 0 -246 0 -151 -13 0 0 -1 360 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen
activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 105 0 5 579 20 0 0 3 414 0 168 0
Totale winsten (negatieve cijfers) en
verliezen (positieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verlies-rekening voor verplichtingen
aan het einde van de periode
0 25 0 1 225 -73 0 0 -8 0 0 0

Afdekkingsde-

* Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking in de winst-en-verliesrekening, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2010 (in miljoenen euro)

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3

Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
beschikbaar
Afdek
kingsde
rivaten
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Derivaten en voorschotten
Leningen
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Eigenvermogens
instrumenten
instrumenten
Schuld
Derivaten
Beginsaldo 0 72 0 146 4 150 0 0 0 231 325 162 0
Winsten en verliezen 8 20 0 -22 -671 -2 0 0 102 -6 1 0
In winst-en-verliesrekening* 8 20 0 -22 -671 -2 0 0 102 -9 9 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 -8 0
Aanschaffingen 0 21 0 140 9 0 1 0 7 121 0 0
Vervreemdingen 0 -14 0 -135 -6 0 0 0 -60 -32 0 0
Afwikkelingen 0 0 0 0 -1 838 0 0 0 2 0 -1 0
Overdracht naar niveau 3 2 902 0 479 116 28 0 0 43 100 335 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 -28 0 0 0 0 -109 0 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -8 0 8 341 0 0 0 2 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 46 0 0 0
Eindsaldo 10 993 0 614 2 073 26 1 0 373 398 497 0
Totale winsten (positieve cijfers) en
verliezen (negatieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor activa
aan het einde van de periode
8 20 0 117 -848 0 0 0 84 -3 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde kingsde
rivaten
Deposito's van
instellingen
krediet
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige Deposito's van
instellingen
krediet
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 0 105 0 5 579 20 0 0 3 414 0 168 0
Winsten en verliezen 0 -89 0 -1 439 0 0 0 -149 0 -23 0
In winst-en-verliesrekening* 0 -89 0 -1 439 0 0 0 -149 0 23 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 16 0 0 0 630 0 0 0
Terugkopen 0 -1 0 -533 -22 0 0 -105 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 28 0 0 2 496 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 -45 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen
activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen -7 9 0 331 2 0 0 17 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 21 24 0 6 406 0 0 0 3 806 0 145 0
Totale winsten (negatieve cijfers) en
verliezen (positieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verlies-rekening voor verplichtingen
aan het einde van de periode
0 -89 0 -1 134 0 0 0 -2 0 0 0

* Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking in de winst-en-verliesrekening, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

Afdek-

  • • De procedure om financiële instrumenten te klasseren volgens de waarderingshiërarchie werd verfijnd in 2010. De activiteit van de markt (beschikbaarheid en frequentie van gepubliceerde prijsnoteringen en transacties, beschikbaarheid van vraag- en aanbodvolumes, onveranderlijke prijzen) en de observeerbaarheid van de onderliggende waarderingsparameters werden daarbij in rekening gebracht. Die verfijning, in combinatie met een wijziging in de observeerbaarheid van waarderingsparameters gedurende 2010, leidde tot de hiernavolgende herclassificatie. Illiquide Asset Backed Securities (ABS), bonds en Credit Default Swaps (CDS) waarvoor de respectievelijke markt niet-actief is, werden geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 3. Zeer liquide ABS en bonds, waarvoor gepubliceerde prijsnoteringen beschikbaar zijn op dagelijkse basis, werden geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 1. ABS, bonds en CDS die bijvoorbeeld gebaseerd zijn op indicatieve prijsnoteringen, waarvan de betrouwbaarheid wordt gecontroleerd door middel van observeerbare alternatieve marktgegevens (bv. alternatieve prijsnoteringen, spreadanalyse) bleven behouden in niveau 2. De herclassificaties van niveau 2 naar niveau 1 en 3 waren vooral een gevolg van de verfijnde klasseringsprocedure.
  • • KBC gebruikt sinds 2009 een Gaussian Copula Mixture-model voor de waardering van zijn CDO's. Het Gaussian Copula-model modelleert een distributie van defaultmomenten en -kansen bij de onderliggende bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS. De bepaling van het in gebreke blijven van activa gebeurt op basis van credit default swap spreads op de markt. De correlatie tussen defaults wordt bepaald aan de hand van Gaussian Copulas en wordt dus gesimuleerd. Door het verdisconteren van de kasstromen samenhangend met de verschillende defaultcurven wordt de waarde van een CDO-tranche bepaald. Het model verzekert ook dat de inner tranches marktconform worden gewaardeerd via een kalibratie met CDX- en iTraxx-creditspread-indices.
  • • De CDO-notes worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van: (1) de waarde van de CDO-notes volgens het Gaussian Copula Mixturemodel (gecorrigeerd voor een aanpassing van de reële waarde (market value adjustment) voor illiquiditeit) en (2) de verwachte fundamentele waarde (met een aanpassing van de reële waarde voor illiquiditeit) van de CDO-notes per einde boekjaar. Deze waarderingsmethode werd gebruikt om rekening te houden met een reserve voor modelrisico met betrekking tot niet-waarneembare parameters.
  • • Onderstaande tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products. De gevoeligheid wordt berekend door wijzigingen in de creditspreads van de onderliggende activa. Wijzigingen in correlatie werden niet meegenomen. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 70% voor MBIA in beschouwing. De draagwijdte omvat de volledige CDO-portefeuille (gedekt en niet-gedekt), exclusief CDO's in run-off (niet gestructureerd door KBC FP), CDO super senior-tranche gedekt door Channel, Aldersgate (vervallen), Avebury en Wadsworth (waardering op basis van Residential Mortgage Loss-model in plaats van Gaussian Copula Mixture-model).

Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS (in miljarden euro)

Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2009 1,1 0,4 0,2 -0,2 -0,3 -0,7
31-12-2010 0,9 0,3 0,2 -0,1 -0,3 -0,6

• In de bovenstaande winst-en-verliesgevoeligheidstoets werden wijzigingen in correlatie buiten beschouwing gelaten. Aangezien de correlatie (voor zowel de inner als outer tranches) een belangrijke parameter is in het Gaussian Copula Mixture-model werd ook een analyse uitgevoerd waarin de gecombineerde invloed van wijzigingen in de correlatie en creditspreadparameters van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products wordt berekend. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 70% voor MBIA in beschouwing. De draagwijdte omvat de volledige CDO-portefeuille (gedekt en niet-gedekt), exclusief CDO's in run-off (niet gestructureerd door KBC FP), Aldersgate (vervallen), Chiswell en Lancaster (waardering op basis van Single Tranchemodel in plaats van Gaussian Copula Mixture-model). Wanneer de creditspreads toenemen met 50% en er ook een stijging van de correlaties plaatsvindt, dan zou dat leiden tot een bijkomend verlies van 0,4 miljard euro. Als de creditspreads afnemen met 50% en er zich ook een daling van de correlaties voordoet, dan zou dat aanleiding geven tot een bijkomende winst van 0,7 miljard euro.

• De volgende tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen op de voorziening voor het MBIA-tegenpartijrisico, waarbij niet alleen de creditspreads van de onderliggende activa van KBC FP CDO's veranderen, maar ook de voorziening voor MBIAtegenpartijrisico. De huidige voorziening bedraagt 70%.

Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS en gebaseerd op wijzigingen in de voorziening voor tegenpartijrisico voor MBIA, 31-12-2010 (in miljarden euro)*

Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
MBIA 60% 0,9 0,4 0,3 0,1 0,0 -0,3
MBIA 70% 0,4 0,2 0,1 -0,1 -0,1 -0,3
MBIA 80% 0,3 0,0 -0,1 -0,3 -0,3 -0,5
MBIA 90% 0,2 -0,1 -0,2 -0,4 -0,5 -0,7
MBIA 100% 0,1 -0,3 -0,4 -0,6 -0,7 -1,0

* Merk op dat de resultaten alleen de invloed op de voorziening voor MBIA weergeven; de invloed van creditspreadbewegingen op de eigen KBC FP CDO-posities is niet meegerekend.

  • • Omdat de verdisconteringsfactor voor liquiditeit een belangrijke parameter is voor het bepalen van de huidige reserve op fund derivatives, werd daarvoor een winst-en-verliesgevoeligheidstoets uitgevoerd (op posities op 15 februari 2011). De huidige verdisconteringsfactor voor liquiditeit bedraagt 20%. Als de verdisconteringsfactor voor liquiditeit zou afnemen tot 15%, dan zou 0,02 miljard euro van de huidige reserve moeten worden vrijgegeven (met positieve invloed op het resultaat). Als deze factor zou toenemen tot 25%, dan zou een additionele reserve van 0,01 miljard euro moeten worden aangelegd (met negatieve invloed op het resultaat).
  • • Meer informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's en andere ABS) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
  • • In het deel Overige informatie vindt u informatie over de garantieovereenkomst met de Belgische staat aangaande de CDO-risico's. De bepaling van de reële waarde van de equitygarantie met de Belgische overheid (en de corresponderende bereidstellingspremie) gebeurt aan de hand van een niveau 3-model dat onder meer rekening houdt met de achtergestelde CDS-spreadbeweging van KBC tegenover de start van het garantiecontract en met de reëlewaardebeweging van het gedekte super senior-risico tegenover de start van het garantiecontract. Als we de reële waarde van de super senior-posities per 31 december 2009 respectievelijk 31 december 2010 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 11 miljoen euro en 5 miljoen euro. Als we de achtergestelde creditspread van KBC per 31 december 2009 respectievelijk 31 december 2010 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 8 miljoen euro en 8 miljoen euro.
  • • Wijzigingen in eigen kredietrisico worden ook grotendeels via een niveau 3-techniek bepaald. Zie verder onder Toelichting 27.

Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico

(in miljoenen euro) (+: winst, -: verlies, bedragen vóór belastingen)
Eigen schulduitgiften gewaardeerd tegen reële waarde, 31-12-2009
Invloed van de verandering in eigen creditspreads op de winst-en-verliesrekening 44
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 204
Eigen schulduitgiften gewaardeerd tegen reële waarde, 31-12-2010
Invloed van de verandering in eigen creditspreads op de winst-en-verliesrekening 53
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 258

• De reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houdt rekening met het eigen kredietrisico. Het grootste deel van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening betreft KBC Ifimauitgiften. Voor de waardering van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening wordt rekening gehouden met het eigen kredietrisico door het gebruik van de effectieve financieringsspread van KBC. De totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg ongeveer 3,8 miljard euro per 31 december 2010, rekening houdend met het eigen kredietrisico van KBC. Resultaten van gevoeligheidstoetsen op de totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften per 31 december 2010 waarbij de effectieve financieringsspread verschoven wordt, worden weergegeven in de onderstaande tabel.

Winst-en-verliesgevoeligheid gebaseerd op een relatieve verschuiving van de financieringsspread (in miljarden euro, 31-12-2010)

Spreads Spreads Spreads Spreads Spreads Spreads
-50% -20% -10% +10% +20% +50%
-0,2 -0,07 -0,04 +0,04 +0,07 +0,2

• Als geen rekening wordt gehouden met de invloed van veranderingen in eigen kredietrisico, is het verschil tussen de boekwaarde en de terugbetalingsprijs van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening beperkt (dat is minder dan 0,1 miljard euro).

Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten

Financiële activa beschikbaar voor verkoop geherklasseerd naar Leningen en vorderingen op 31-12-2008, in miljoenen euro, situatie op 31 december 2010

Boekwaarde 2 746
Reële waarde 2 776
Indien
niet geherklasseerd
(voor verkoop beschikbaar)
Na
herclassificatie
(leningen en vorderingen)
Invloed
Invloed op de uitstaande herwaarderingsreserve
(voor verkoop beschikbare financiële activa), vóór belastingen
-479 -519 -40
Invloed op de winst-en-verliesrekening, vóór belastingen -18 -62 -44
  • • In oktober 2008 publiceerde de IAS Board aanpassingen van IAS 39 en IFRS 7 onder de noemer herclassificatie van financiële activa (op 15 oktober 2008 bekrachtigd door de Europese Unie). Naar aanleiding van die aanpassingen heeft de KBC-groep een aantal activa geherklasseerd van de categorie Voor verkoop beschikbaar naar de categorie Leningen en vorderingen, omdat die activa minder liquide waren geworden. Die activa voldeden op datum van herclassificatie aan de definitie van Leningen en vorderingen en de groep heeft de intentie en de mogelijkheid om die activa aan te houden voor de voorzienbare toekomst of tot op de vervaldag. KBC heeft ervoor gekozen om die herclassificaties door te voeren op 31 december 2008.
  • • De herclassificatie resulteerde in een negatief effect ad 40 miljoen euro op het eigen vermogen (en een positieve invloed op retained earnings wat betreft de invloed van de resultaten in 2009) en in een negatieve invloed ad 44 miljoen euro op de winst-en-verliesrekening (naast specifieke bijzondere waardeverminderingen werd ook 8 miljoen euro uitgetrokken voor op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen). Op datum van herclassificatie (31 december 2008) bedroeg de verwachte recupereerbare kasstroom voor die activa 5 miljard euro en varieerde de effectieve rentevoet tussen 5,88% en 16,77%.
Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek-
king van het renterisico van een portefeuille
Toelichting 29: Derivaten
Gecontracteerde Gecontracteerde Gecontracteerde Gecontracteerde
Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen
(in miljoenen euro) Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
Activa Verplich-
tingen
31-12-2009
Totaal 20 995 26 304 917 155 905 786 43 187 4 371 4 340 119 434 18 773 18 757 3 261 8 181 8 181
Indeling naar type
Rentecontracten 11 136 13 154 567 887 568 046 43 186 4 356 4 323 72 425 18 287 18 287 3 260 8 176 8 176
Renteswaps 10 322 12 675 503 165 503 832 43 186 4 356 4 323 72 425 18 287 18 287 3 260 8 176 8 176
Rentetermijncontracten 15 14 9 636 9 715 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 13 4 10 845 7 427 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 786 459 44 236 47 056 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 2 5 15 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 1 568 1 627 182 225 184 935 0 1 7 8 47 8 486 470 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 274 313 83 409 85 226 0 0 0 0 0 2 30 32 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 1 047 1 166 82 202 83 229 0 1 7 8 47 3 266 224 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 248 148 16 613 16 481 0 0 0 0 1 4 190 214 0 0 0 0
Aandelencontracten 3 132 3 807 35 838 44 464 0 0 9 9 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 381 951 24 095 24 118 0 0 9 9 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 14 1 26 7 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 11 15 764 901 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 722 2 811 10 945 16 866 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 5 28 7 2 573 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 5 108 7 687 130 975 108 110 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Credit default swaps 5 108 7 687 130 975 108 110 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Total return swaps 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
50 28 231 231 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5 5

Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

*

150 Jaarverslag KBC 2010

Toelichting 29: Derivaten

Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek
king van het renterisico van een portefeuille
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Verplich Verplich- Verplich- Verplich- Verplich- Verplich- Verplich- Verplich-
(in miljoenen euro) Activa tingen Activa tingen Activa tingen Activa tingen Activa tingen Activa tingen Activa tingen Activa tingen
31-12-2010
Totaal 15 758 22 317 702 353 710 423 30 101 4 466 4 466 178 529 19 938 19 907 5 218 5 457 5 457
Indeling naar type
Rentecontracten 8 788 10 436 431 187 440 724 30 101 4 466 4 466 132 523 19 519 19 519 5 218 5 457 5 457
Renteswaps 7 734 9 894 373 901 371 458 30 101 4 466 4 466 132 523 19 519 19 519 5 218 5 457 5 457
Rentetermijncontracten 4 3 6 207 13 266 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 12 0 6 558 8 000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 038 510 44 511 47 739 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 29 10 262 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 1 566 1 829 198 541 199 112 0 0 0 0 46 6 418 387 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 191 267 100 451 99 908 0 0 0 0 0 1 34 34 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 1 144 1 329 74 560 75 623 0 0 0 0 46 5 304 262 0 0 0 0
Futures 0 0 17 17 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 231 233 23 514 23 565 0 0 0 0 0 1 81 91 0 0 0 0
Aandelencontracten 2 155 2 760 29 436 36 162 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 109 950 22 216 22 217 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 9 1 13 4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 030 1 781 7 200 9 837 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 6 28 6 4 104 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 3 201 7 256 42 622 33 859 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Credit default swaps 3 134 7 256 41 817 33 053 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Total return swaps 67 0 806 806 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
47 35 567 567 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

  • • De boekwaarde in de tabellen betreft een dirty price voor derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en een clean price voor afdekkingsderivaten. Voor die laatste categorie bedragen de geprorateerde rente-inkomsten 48 miljoen euro in 2009 en 73 miljoen euro in 2010, en de geprorateerde rentelasten 205 miljoen euro in 2009 en 276 miljoen euro in 2010.
  • • De gecontracteerde bedragen zijn (net als de boekwaarde) ook exclusief KBL EPB (zie IFRS 5) in 2010. Meer informatie in Toelichting 46.
  • • De Asset-Liability Management (ALM)-dienst van de groep beheert het renterisico onder meer door middel van derivaten. De boekhoudkundig asymmetrische waardering te wijten aan die afdekkingsactiviteiten (derivaten tegenover activa of verplichtingen) wordt opgevangen op twee manieren:
  • door reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille, welke techniek wordt gebruikt om het renterisico op een bepaalde kredietportefeuille (termijnkredieten, woningkredieten, leningen op afbetaling en vaste voorschotten) af te dekken met behulp van renteswaps; de afdekkingen worden opgezet volgens de vereisten van de carve-outversie van IAS 39;
  • door het gebruik van de classificatie Financiële activa of verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (de optie van de reële waarde). Deze techniek wordt gebruikt om de waarderings- of opname-inconsistentie (boekhoudkundig asymmetrische waarderingen die zouden ontstaan als gevolg van het op een verschillende basis waarderen van activa of verplichtingen, of de erkenning van winsten en verliezen daarop) te elimineren of aanzienlijk te beperken. Die methode wordt meer specifiek gebruikt om de resterende asymmetrische waardering met betrekking tot de kredietportefeuille (gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs) en de renteswaps (gewaardeerd tegen reële waarde) in het ALM te vermijden. Daartoe werd een portefeuille (overheids)obligaties aangemerkt als financieel actief tegen reële waarde door winst of verlies. De optie van de reële waarde wordt ook toegepast op CDO's met besloten derivaten en voor bepaalde financiële verplichtingen met besloten derivaten met een nauw verband qua economische kenmerken en risico's met het basiscontract (sommige emissies van KBC Ifima), die anders aanleiding zouden geven tot een boekhoudkundige mismatch met de afdekkingsinstrumenten.
  • • KBC gebruikt eveneens de volgende microhedgeafdekkingstechnieken conform de principes van IAS 39 om de volatiliteit van het resultaat te beperken:

  • reëlewaardeafdekking: wordt toegepast in bepaalde assetswapconstructies, waarbij KBC een obligatie koopt ter wille van de creditspread. Het renterisico van de obligatie wordt afgedekt door een renteswap. Deze techniek wordt bovendien toegepast op bepaalde schuldbewijzen met een vaste looptijd uitgegeven door KBC Bank;

  • kasstroomafdekking: wordt voornamelijk gebruikt om obligaties met variabele rente (floating rate notes) te swappen naar vaste looptijden;
  • afdekking van een netto-investering in buitenlandse entiteiten: het wisselrisico verbonden aan de participaties in vreemde munt wordt afgedekt door financieringsmiddelen in vreemde munten aan te trekken op het niveau van de entiteit die deze participatie heeft.
  • • Voor individuele, grote, duidelijk afzonderbare transacties wordt meestal een van de individueel te documenteren microhedgetechnieken toegepast. Voor het ALM-beheer (per definitie een macrobeheer) wordt gekozen voor de specifiek daarvoor verschafte mogelijkheden binnen IAS 39, te weten de optie van de reële waarde en reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille volgens de carve-outversie.
  • • Voor de verhouding tussen risicobeheer en boekhoudkundig afdekkingsbeleid geldt dat het economische beheer prioritair is en de risico's moeten worden afgedekt volgens het algemene ALM-kader. Vervolgens wordt geoordeeld welke de meest efficiënte mogelijkheid is om de (eventuele) boekhoudkundige mismatch die daardoor ontstaat te beperken via een van de hierboven genoemde afdekkingstechnieken.
  • • Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties: zie Toelichting 5.
  • • De opdeling van verwachte kasstromen van kasstroomafdekkingsderivaten per tijdskorf volgt in de tabel.

Verwachte kasstromen van kasstroom-

afdekkingsderivaten (in miljoenen euro) Instroom Uitstroom
Maximaal 3 maanden 24 -30
Meer dan 3 maanden en maximaal 6 maanden 53 -72
Meer dan 6 maanden en maximaal 1 jaar 109 -183
Meer dan 1 jaar en maximaal 2 jaar 255 -437
Meer dan 2 jaar en maximaal 5 jaar 790 -1 040
Meer dan 5 jaar 2 413 -2 633

Toelichtingen bij de andere posten op de balans

We herhalen dat als gevolg van de toepassing van IFRS 5 met betrekking tot de in mei 2010 aangegane overeenkomst over de verkoop van KBL EPB de referentiecijfers in de winst-en-verliesrekening werden aangepast, maar dat dat, zoals toegestaan door IFRS, niet het geval is voor de referentiecijfers in de balans. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

Toelichting 30: Overige activa

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Totaal 2 597 2 172
Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen 282 293
Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen 90 22
Overige vorderingen en opgevraagd, niet-gestort kapitaal 0 0
Deposito's bij cederende ondernemingen 103 13
Te ontvangen opbrengsten (andere dan rente-opbrengsten uit financiële activa) 720 1 033
Overige 1 402 811

Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
ACTUELE BELASTINGEN
Actuele belastingvorderingen 367 167
Actuele belastingverplichtingen 379 345
UITGESTELDE BELASTINGEN 1 706 2 243
Uitgestelde belastingvorderingen, per type van tijdelijk verschil 3 684 3 678
Personeelsbeloningen 222 230
Fiscaal overgedragen verliezen 828 960
Materiële en immateriële vaste activa 84 83
Voorziening voor risico's en kosten 56 71
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 330 448
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen
1 160 859
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen
en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
796 884
Technische voorzieningen 82 62
Overige 125 81
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden 1 358 980
Uitgestelde belastingverplichtingen, per type van tijdelijk verschil 1 978 1 435
Personeelsbeloningen 42 33
Fiscaal overgedragen verliezen 0 0
Materiële en immateriële vaste activa 127 128
Voorziening voor risico's en kosten 49 41
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 120 110
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen
717 558
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen
en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
645 357
Technische voorzieningen 101 27
Overige 176 180
Opgenomen in de balans als volgt
Uitgestelde belastingvorderingen 1 847 2 367
Uitgestelde belastingverplichtingen 140 123
  • • Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden hebben betrekking op fiscale verliezen van de groepsmaatschappijen die niet werden geactiveerd wegens onvoldoende bewijs van toekomstige belastbare winst. De meeste niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden zijn overdraagbaar gedurende twintig jaar of meer.
  • • In 2010 beslisten de Belgische belastingautoriteiten dat een kwijtschelding van intercompanyschulden, gerelateerd aan de verliezen in de CDO-portefeuille opgelopen in de afgelopen jaren, onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar is van de belastingen. In de praktijk betekent dat dat KBC voor 0,4 miljard euro aan positieve belastinglatenties kon boeken in het tweede kwartaal van 2010.
  • • Uitgestelde belastingvorderingen m.b.t. fiscaal overgedragen verliezen worden verantwoord door de aanwezigheid van voldoende belastbare winsten in een redelijk nabije toekomst gebaseerd op macro-economische voorspellingen en rekening houdend met conservatieve scenario's.
  • • De nettowijziging van de uitgestelde belastingen (+537 miljoen euro) is als volgt verdeeld:
  • afname van de uitgestelde belastingvorderingen: -6 miljoen euro;
  • afname van de uitgestelde belastingverplichtingen: -543 miljoen euro.
  • • De afname van de uitgestelde belastingvorderingen wordt als volgt verklaard:
  • toename via resultaat: +292 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: fiscaal overgedragen verliezen, waarbij voor de recupe

reerbare termijn rekening gehouden wordt met het bedrijfsmodel van de onderneming: +186 miljoen euro; bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten: +118 miljoen euro; financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingstransacties: -12 miljoen euro);

  • toename van de uitgestelde belastingvorderingen door de afname van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: +59 miljoen euro;
  • andere factoren: -357 miljoen euro (vooral door kringschommelingen en een herclassificatie tussen uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen).
  • • De afname van de uitgestelde belastingverplichtingen wordt als volgt verklaard:

  • afname van de uitgestelde belastingverplichtingen door de afname van de marktwaarde van voor verkoop beschikbare effecten: -209 miljoen euro;

  • toename via resultaat: +16 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en reëlewaardeafdekkingstransacties: +89 miljoen euro; afname van de uitgestelde belastingverplichtingen op technische voorzieningen: -94 miljoen euro; voorzieningen voor risico's en kosten: +12 miljoen euro)
  • andere factoren: -350 miljoen euro (vooral door kringschommelingen en een herclassificatie tussen uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen).

Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro)
31-12-2009
31-12-2010
Totaal
608
496
Overzicht van investeringen inclusief goodwill
Nova Ljubljanska banka
582
488
Overige
26
8
Goodwill op geassocieerde ondernemingen
Brutobedrag
210
210
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen
0
-31
Indeling naar type
Niet-beursgenoteerd
608
496
Beursgenoteerd
0
0
Reële waarde van investeringen in beursgenoteerde geassocieerde ondernemingen
0
0
MUTATIETABEL
2009
2010
Beginsaldo, 1 januari
27
608
Overnames
0
0
Boekwaarde overboekingen
0
0
Aandeel in het resultaat voor de periode
-22
-63
Uitgekeerde dividenden
-5
-1
Aandeel in de winsten en verliezen niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening
9
1
Omrekeningsverschillen
0
0
Wijzigingen in goodwill
0
-31
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
601
-15
Overige mutaties
-2
-3
Eindsaldo, 31 december
608
496
  • • Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarbij KBC een belangrijke invloed uitoefent op het management, maar zonder directe of indirecte, volledige of gezamenlijke controle. KBC heeft over het algemeen een aandeelhouderschap van 20% tot 50% in dergelijke ondernemingen.
  • • De geassocieerde vennootschappen betreffen hoofdzakelijk Nova Ljubljanska banka (groep) met de volgende kerncijfers (laatst beschikbare jaarverslag – 2009): totaal activa 19,6 miljard euro, totaal verplichtingen 18,4 miljard euro, totale opbrengsten 0,6 miljard euro en resultaat na belastingen (deel groep) -0,1 miljard euro.
  • • Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. Er werd een waardeverminderingstoets uitgevoerd en de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill werden geboekt (zie tabel). De bijzondere waardevermindering op goodwill in 2010 betreft Nova Ljubljanska banka (zie ook Toelichting 14).

Toelichting 33: Materiële vaste activa – inclusief vastgoedbeleggingen

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Materiële vaste activa 2 890 2 693
Vastgoedbeleggingen 762 704
Huurinkomsten 70 60
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die huurinkomsten hebben gegenereerd 18 15
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die geen huurinkomsten hebben gegenereerd 2 5
MUTATIETABEL Terreinen en
gebouwen IT-apparatuur
Overige
uitrusting
Totaal
materiële
vaste activa
Vastgoed
beleggingen
2009
Beginsaldo 1 732 182 1 051 2 964 689
Overnames 90 82 378 550 31
Vervreemdingen -23 -5 -176 -205 -11
Afschrijvingen -92 -89 -65 -246 -24
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -1 -2 0 -3 -6
Teruggenomen 0 0 0 0 2
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-1 0 -9 -9 0
Omrekeningsverschillen 8 0 1 9 1
Wijzigingen in de consolidatiekring -1 0 -6 -7 70
Overige mutaties 0 8 -170 -163 11
Eindsaldo 1 712 176 1 003 2 890 762
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen
1 072 617 247 1 937 189
Waarvan kosten van activa in opbouw 16 1 7 24
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 1 1
Reële waarde 31-12-2009 886
2010
Beginsaldo 1 712 176 1 003 2 890 762
Overnames 110 110 331 550 19
Vervreemdingen -19 -19 -148 -186 -12
Afschrijvingen -82 -89 -52 -223 -24
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -3 0 -1 -4 -1
Teruggenomen 2 0 0 2 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-158 -16 -30 -204 -39
Omrekeningsverschillen 23 2 8 32 4
Wijzigingen in de consolidatiekring -3 0 -6 -10 -5
Overige mutaties -3 -2 -150 -154 1
Eindsaldo 1 579 160 954 2 693 704
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen
1 031 615 728 2 374 196
Waarvan kosten van activa in opbouw 45 0 6 52
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 1 1
Reële waarde 31-12-2010 862
  • • Voor materiële activa en vastgoedbeleggingen hanteert KBC de volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages: hoofdzakelijk 3% voor gebouwen (inclusief vastgoedbeleggingen), 33% voor IT-apparatuur, tussen 10% en 33% voor overige uitrusting. Op terreinen wordt geen afschrijving toegepast.
  • • Er bestaan geen materiële verplichtingen voor de verwerving van materiële vaste activa. Er bestaan evenmin materiële beperkingen op eigendom en materiële vaste activa die als zekerheid dienen voor verplichtingen.
  • • De meeste vastgoedbeleggingen worden periodiek gewaardeerd door een onafhankelijke expert en jaarlijks door eigen materiespecialisten.

Die waardering is hoofdzakelijk gebaseerd op:

  • de kapitalisatie van de geschatte huurwaarde,
  • eenheidsprijzen van soortgelijke onroerende goederen; daarbij wordt rekening gehouden met alle marktparameters die beschikbaar zijn op de datum van de schatting (onder meer ligging en marktsituatie, bouwwijze en constructie, staat van onderhoud en bestemming).
  • • Eigen specialisten waarderen jaarlijks een aantal andere vastgoedbeleggingen en baseren zich daarbij op:
  • de actuele jaarhuur per gebouw,
  • een geïndividualiseerde kapitalisatievoet per gebouw.

Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa

Intern
ontwikkelde
Extern
ontwikkelde
(in miljoenen euro)
2009
Goodwill software software Overige Totaal
Beginsaldo 3 479 183 149 55 3 866
Overnames 39 76 79 14 208
Vervreemdingen 0 -4 -2 -19 -25
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -55 -63 -15 -132
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -509 0 0 0 -509
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen -16 0 0 1 -16
Wijzigingen in de consolidatiekring -72 0 0 0 -72
Overige mutaties -4 0 -8 6 -5
Eindsaldo 2 918 201 155 42 3 316
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 546 268 620 71 1 505
2010
Beginsaldo 2 918 201 155 42 3 316
Overnames 11 58 79 19 167
Vervreemdingen 0 0 -27 -9 -36
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -41 -62 -11 -115
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -88 0 0 0 -88
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-994 -10 -5 -1 -1 009
Omrekeningsverschillen 28 0 2 1 30
Wijzigingen in de consolidatiekring -20 0 0 0 -20
Overige mutaties 6 1 -2 6 11
Eindsaldo 1 861 208 140 47 2 256
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 634 299 586 74 1 594
  • • De kolom Goodwill omvat de goodwill betaald op ondernemingen uit de consolidatiekring en betaald bij de overname van activiteiten. Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. Er werd een waardeverminderingstoets uitgevoerd en de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill werden geboekt (zie tabel). Gezien de volatiele marktomstandigheden werd deze waardeverminderingstoets in 2009 en 2010 elk kwartaal uitgevoerd (in plaats van jaarlijks).
  • • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill als gevolg van de toepassing van IAS 36 worden in het resultaat opgenomen, als het realiseerbare bedrag van een investering lager is dan de boekwaarde ervan. Het realiseerbare bedrag wordt bepaald als het hoogste van de bedrijfswaarde (bepaald op basis van de Discounted Cash Flow-methode) en de reële waarde (via multiple analyse, regressieanalyse en dergelijke) min directe verkoopkosten.
  • • Bij de Discounted Cash Flow-methode wordt het realiseerbare bedrag van een investering berekend als de huidige waarde van alle toekomstige vrije kasstromen van het bedrijf. Daarbij wordt uitgegaan van langetermijnprognoses over de activiteit van de onderneming en de daaruit resulterende kasstromen (enerzijds gaat het om voorspellingen voor een aantal jaren in de toekomst (variërend tussen vijf en twintig jaar), anderzijds om de terminale waarde van het bedrijf na deze expliciete voorspellingsperiode). Voor de bepaling van de terminale groeivoet wordt een langetermijngemiddelde van de groei van de markt gebruikt. De huidige waarde van deze toekomstige kasstromen wordt berekend door het toepassen van een samengestelde discontovoet. Deze samengestelde discontovoet wordt bepaald aan de hand van de CAPM-

theorie (capital asset pricing-model). Hierbij wordt een risicovrije rente gebruikt, samen met een marktrisicopremie (vermenigvuldigd met een activiteitsafhankelijke bèta). Bovendien wordt een landenrisicopremie toegevoegd om de invloed van de economische toestand van het land waar KBC activiteiten uitoefent in rekening te brengen. Binnen KBC werden twee specifieke discounted cash flow-modellen ontwikkeld: een bankmodel en een verzekeringsmodel. In beide gevallen worden als vrije kasstromen beschouwd: de dividenden die kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van het bedrijf, rekening houdend met de reglementaire vereisten qua minimumkapitaal.

  • • Bij de multiple analyse wordt het realiseerbare bedrag van een investering berekend in verhouding tot de waarde van vergelijkbare bedrijven. Daarbij wordt de waarde bepaald op basis van relevante verhoudingen tussen de waarde van het vergelijkbare bedrijf en bijvoorbeeld de boekwaarde of de winst van dat bedrijf. Ter vergelijking wordt zowel rekening gehouden met beursgenoteerde bedrijven (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de marktkapitalisatie) als met bedrijven betrokken in fusies of overnametransacties (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de verkoopwaarde).
  • • Bij de regressieanalyse wordt het realiseerbare bedrag van een investering berekend op basis van een regressieanalyse van vergelijkbare, beursgenoteerde bedrijven. Voor banken wordt hier in het bijzonder rekening gehouden met de verhouding tussen de marktkapitalisatie van het bedrijf, de nettoactiefwaarde en de rentabiliteit. Op basis van statistische analyse is immers vastgesteld dat er een sterke correlatie bestaat tussen deze parameters. Daarbij wordt aangenomen dat een bedrijf met een vergelijkbare nettoactiefwaarde en een vergelijkbare rentabiliteit een vergelijkbare waarde heeft.

• De voornaamste groepsmaatschappijen waarop de goodwill betrekking heeft, vindt u in de onderstaande tabel (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen).

Uitstaande goodwill (in miljoenen euro)
31-12-2009
31-12-2010
KBL EPB
994
*
Absolut Bank
356
379
K&H Bank
255
248
Cˇ SOB (Tsjechië)
253
267
Cˇ SOB (Slowakije)
191
191
CIBank
171
170
WARTA
156
159
DZI Insurance
144
145
Kredyt Bank
72
69
Rest
326
233
Totaal
2 918
1 861

* KBL EPB gekwalificeerd als beëindigde bedrijfsactiviteit (IFRS 5). Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat; u vindt meer informatie in Toelichting 48.

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Technische voorzieningen vóór herverzekering (= bruto) 22 012 23 255
Verzekeringscontracten 10 244 10 425
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 504 532
Voorziening voor Leven 5 493 6 580
Voorziening voor te betalen schade 3 770 3 095
Voorziening voor winstdeling en restorno's 29 32
Andere technische voorzieningen 449 186
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 11 768 12 830
Voorziening voor Leven 11 715 12 768
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 53 62
Aandeel herverzekeraar 284 280
Verzekeringscontracten 284 280
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 15 20
Voorziening voor Leven 7 3
Voorziening voor te betalen schade 262 257
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
Andere technische voorzieningen 0 0
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 0 0
Voorziening voor Leven 0 0
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
2009 2010
MUTATIETABEL Bruto Herverzekeringen Bruto Herverzekeringen
VERZEKERINGSCONTRACTEN, LEVEN
Beginsaldo 5 547 17 5 904 16
Nettostortingen en/of gevorderde premies 731 0 980 0
Bruto-uitkeringen -362 0 -524 0
(Theoretische) risicopremies -147 0 -161 0
Renteopbrengsten 145 0 185 0
Toegekende winstdeling 73 0 43 0
Overname en/of overdracht portefeuille 0 0 -3 0
Wisselkoersverschillen 12 0 38 0
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
0 0 -68 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 -71 -14
Overige mutaties -94 -1 355 2
Eindsaldo 5 904 16 6 678 4
VERZEKERINGSCONTRACTEN, NIET-LEVEN
Beginsaldo 4 152 263 4 340 268
Uitkeringen schadegevallen vorige boekjaren -453 -24 -402 -27
Overschot en/of tekort voorziening voor schadegevallen vorige boekjaren -94 12 -238 -2
Nieuwe schadegevallen 689 20 587 39
Overname en/of overdracht portefeuille 0 0 0 63
Overboekingen 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 40 5 32 5
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 0 0 0 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 -726 -81
Overige mutaties 7 -8 152 11
Eindsaldo 4 340 268 3 746 276
BELEGGINGSCONTRACTEN MET DISCRETIONAIRE WINSTDELING, LEVEN
Beginsaldo 9 824 0 11 768 0
Nettostortingen en/of gevorderde premies 1 959 0 1 492 0
Bruto-uitkeringen -500 0 -469 0
Theoretische risicopremies -4 0 0 0
Renteopbrengsten 492 0 407 0
Toegekende winstdeling 62 0 106 0
Overname of overdracht portefeuille 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 0 0 3 0
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 0 0 -430 0
Overige mutaties -67
11 768
0 -47
12 830
0
Eindsaldo 0 0
  • • Technische voorzieningen houden verband met verzekeringscontracten en met beleggingscontracten met een discretionaire winstdeling.
  • • Verplichtingen uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling worden gewaardeerd volgens IAS 39 (deposit accounting). Het gaat daarbij meestal om tak 23-contracten. Deze worden opgenomen bij de financiële verplichtingen (zie Toelichting 18).
  • • De technische voorzieningen voor verzekeringen Leven worden berekend op basis van verschillende assumpties, die op een oordeelkundige manier worden geschat. Daarbij wordt gebruikgemaakt van diverse interne en externe informatiebronnen. Wat betreft de erkenning van technische voorzieningen verwijst IFRS 4 momenteel in grote mate naar de lokale boekhoudstandaarden. Bijgevolg worden technische voorzieningen vaak berekend op basis van de technische parameters geldend op het moment van initiatie van het contract en zijn ze onderhevig aan de toereikendheidstoets (liability adequacy test). De belangrijkste parameters zijn:
  • de ziekte- en sterftecijfers: die zijn gebaseerd op de standaardsterftetabellen en worden waar nodig aangepast op basis van opgedane ervaringen;

  • assumpties m.b.t. kosten: die zijn gebaseerd op huidige kostenniveaus en kostenopslagen;

  • de discontovoet: die wordt doorgaans gelijkgesteld aan de technische rentevoet (3–5%), blijft constant gedurende de looptijd van het contract, en wordt in een aantal gevallen gecorrigeerd voor wettelijke bepalingen en interne beleidsbeslissingen.
  • • De assumpties voor de technische voorzieningen voor verzekeringen Niet-leven zijn gebaseerd op opgedane ervaringen (inclusief een aantal assumpties met betrekking tot het aantal schadegevallen, de schadevergoedingen, de schaderegelingskosten), gecorrigeerd voor factoren als de verwachte marktontwikkeling, inflatie in schadegevallen, en externe factoren zoals gerechtelijke beslissingen en wetgeving. De technische voorzieningen voor verzekeringen Niet-leven worden niet verdisconteerd, behalve in het geval van langetermijnverplichtingen en/of schadevergoedingen in de vorm van een periodieke betaling (ziekenhuisopname, arbeidsongevallen, enz.).
  • • Er waren in 2010 geen belangrijke wijzigingen in assumpties die de waardering van de verzekeringsactiva en -verplichtingen in belangrijke mate wijzigen.

Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten

(in miljoenen euro) Voorzie
ningen voor
herstruc
turering
Voorzie
ningen voor
belastingen
en lopende
rechts
geschillen
Overige Subtotaal Voorzienin
gen voor
verbintenis
kredieten
buiten
balans
Totaal
2009
Beginsaldo 72 337 97 506 113 619
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 18 180 15 213 116 329
Bedragen gebruikt -24 -84 -9 -117 0 -117
Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid -18 -26 -10 -54 -103 -156
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -11 11 -9 -9 -15 -24
Eindsaldo 37 419 84 539 111 651
2010
Beginsaldo 37 419 84 539 111 651
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 25 37 11 73 119 192
Bedragen gebruikt -20 -79 -6 -106 0 -106
Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid -1 -10 -5 -16 -104 -119
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
-8 -3 -15 -26 0 -26
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -6 23 2 20 -11 9
Eindsaldo 27 387 70 484 116 600
  • • Voor het grootste deel van de aangelegde voorzieningen kan redelijkerwijs niet worden geschat wanneer ze zullen worden gebruikt.
  • • Voorzieningen voor herstructurering: hadden in hoofdzaak betrekking op (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen, in miljoenen euro): KBC Financial Products (2009: 21, 2010: 16) en de Centraal- en Oost-Europese dochtermaatschappijen van KBC Bank (samen: 2009: 3, 2010: 5). Ten gevolge van de toepassing van IFRS 5 zijn er geen voorzieningen meer opgenomen voor KBL EPB (in 2009: 8).
  • • Voorzieningen voor belastingen en rechtsgeschillen: het resterende bedrag in de voorziening voor commerciële betwistingen in verband met CDO's bedraagt 0,1 miljard euro per einde 2010.
  • • Overige voorzieningen: omvatten voorzieningen voor diverse risico's en toekomstige uitgaven.
  • • Toelichting met betrekking tot de belangrijkste hangende rechtsgeschillen: vorderingen ingesteld tegen maatschappijen van de KBC-groep worden overeenkomstig de IFRS-regels gewaardeerd naargelang van hun risico-inschatting (waarschijnlijk, mogelijk of onwaarschijnlijk). Voor de dossiers met risico-inschatting waarschijnlijk verlies worden voorzieningen aangelegd (zie Toelichtingen bij de grondslagen voor financiële verslaggeving). Als de vordering slechts als mogelijk wordt ingeschat (de dossiers met risico-inschatting mogelijk verlies), worden geen voorzieningen aangelegd, maar wordt er wel een toelichting gegeven in de jaarrekening wanneer ze een betekenisvolle invloed zouden kunnen hebben op de balans (dat is wanneer de vordering kan leiden tot een mogelijke uitstroom van meer dan 25 miljoen euro). Alle andere vorderingen (met risico-inschatting onwaarschijnlijk verlies), ongeacht hun orde van grootte, die maar een gering of geen risico vertonen, hoeven niet te worden vermeld. Toch licht KBC, om redenen van transparantie, ook de actuele status van de belangrijkste dossiers in deze categorie toe.

De belangrijkste dossiers worden hierna opgesomd. De informatie wordt beperkt gehouden om de positie van de groep in lopende rechtszaken niet te hinderen.

• Waarschijnlijk verlies:

  • In 2003 kwam een belangrijke fraudezaak bij K&H Equities Hongarije aan het licht. Tal van cliënten leden aanzienlijke verliezen op hun effectenportefeuille als gevolg van niet-toegestane speculatie en mogelijk gepleegde verduisteringen. Opdrachten en portefeuilleoverzichten werden vervalst. In augustus 2008 werden strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken. Een beroepsprocedure is aanhangig. De meeste eisen werden al geregeld, hetzij bij minnelijke schikking hetzij ingevolge scheidsrechterlijke uitspraak of vonnis. Voor de nog openstaande vorderingen werden gepaste voorzieningen aangelegd, rekening houdend met de tussenkomst van een externe verzekeraar.
  • Van eind 1995 tot begin 1997 waren KBC Bank en KB Consult betrokken bij de overdracht van kasgeldvennootschappen. KBC Bank en/of KB Consult zijn betrokken in meerdere burgerlijke procedures aanhangig voor de rechtbank. Daarnaast werd KB Consult samen met KBC Bank en KBC Groep NV opgeroepen voor de regeling van de procedure voor de Raadkamer in Brugge, die in de loop van 2011 in verschillende rechtszittingen zal worden voortgezet. Een voorziening ad 48 miljoen euro is aangelegd om de mogelijke invloed van eisen tot schadevergoeding in dat verband op te vangen. De overdracht van een kasgeldvennootschap is op zichzelf een volledig wettelijke transactie. Desondanks is achteraf gebleken dat sommige kopers te kwader trouw handelden, aangezien ze helemaal niet investeerden en geen belastingaangiften indienden voor de kasgeldvennootschappen die ze hadden aangekocht. KBC Bank en KB Consult namen onmiddellijk de nodige maatregelen om verder zakendoen met die partijen stop te zetten.
  • In maart 2000 werden Rebeo en Trustimmo, twee dochtervennootschappen van Almafin (een dochtervennootschap van KBC Bank), samen met vier voormalige bestuursleden van Broeckdal Vastgoedmaatschappij, voor de burgerlijke rechtbank in Brussel gedagvaard door het Ministerie van Financiën van de Belgische staat met het oog op de betaling van 16,7 miljoen euro belastingen verschuldigd door voornoemde vastgoedvennootschap. Broeckdal Vastgoedmaatschappij heeft deze fiscale vorderingen evenwel betwist en is in

december 2002 zelf gestart met een procedure tegen het Ministerie van Financiën van de Belgische staat voor de burgerlijke rechtbank in Antwerpen. De burgerlijke rechtszaak hangende voor de Brusselse rechtbank wordt geschorst totdat een einduitspraak wordt geveld in de fiscale procedure hangende voor de rechtbank in Antwerpen. Er werd een voorziening van 26 miljoen euro aangelegd om het mogelijke risico af te dekken.

  • • Onwaarschijnlijk verlies:
  • In het correctionele proces dat op 3 april 2009 werd ingeleid tegen elf (vroegere) bestuurders en personeelsleden van KBC Bank en KBL European Private Bankers (KBL EPB) op betichting van medewerking aan belastingontduiking bedreven door cliënten van KBC Bank en KBL EPB, heeft de correctionele rechtbank van Brussel op 8 december 2009 beslist dat de strafvordering onontvankelijk is. De rechtbank was van oordeel dat, gezien de bijzonder twijfelachtige omstandigheden waarin de stukken die de openbare aanklager heeft ingediend in handen van het gerecht zijn gekomen, die stukken niet in aanmerking konden worden genomen als bewijsstukken in een gerechtelijke procedure. Na een nauwkeurig onderzoek naar de manier waarop de betwiste documenten bij de processtukken zijn gevoegd, heeft de rechtbank beslist dat het strafonderzoek niet

op een billijke en onpartijdige wijze is gevoerd. Op 10 december 2010 bevestigde het hof van beroep in Brussel het eerste vonnis en benadrukte dat de onderzoeksrechter niet onpartijdig had gehandeld. Het Openbaar Ministerie tekende cassatieberoep aan.

  • Cˇ SOB (en voor één eis ook KBC Bank) is partij in een aantal rechtszaken die gerelateerd zijn aan de Overeenkomst voor de Verkoop van een Onderneming, die op 19 juni 2000 werd gesloten tussen Investiˇcní a Poštovní banka (IPB) en Cˇ SOB, en aan de garanties die in dat verband werden verleend door de Tsjechië en de Tsjechische Nationale Bank. In een van deze procedures heeft Cˇ SOB met betrekking tot voornoemde garanties op 13 juni 2007 een arbitrageprocedure bij de Internationale Kamer van Koophandel opgestart tegen de Tsjechië met betrekking tot het betalen van (omgerekend) 62 miljoen euro plus rente. In dat kader had de Tsjechische overheid een tegeneis, provisioneel begroot op (omgerekend) 1 miljard euro plus rente, geformuleerd. Op 29 december 2010 volgde de scheidsrechterlijke uitspraak waarbij de vordering van Cˇ SOB werd ingewilligd en de tegenvordering van de Tsjechische overheid volledig werd afgewezen.

Toelichting 37: Overige verplichtingen

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Totaal 4 422 3 902
Indeling naar type
Werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen 1 146 993
Deposito's van herverzekeraars 95 93
Toe te rekenen kosten (andere dan van rente-uitgaven i.v.m. financiële verplichtingen) 843 839
Overige 2 339 1 978

• Voor meer informatie over pensioenverplichtingen: zie Toelichting 38.

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN
Aansluiting van brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen
Brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het begin van het jaar 1 884 1 997
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 110 101
Rentekosten 96 74
Wijzigingen in de pensioenregeling -21 -8
Actuariële winst of actuarieel verlies 5 -156
Betaalde uitkeringen -111 -133
Wisselkoersverschillen 0 2
Inperkingen 0 -2
Overdracht i.v.m. IFRS 5 0 -183
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 -28
Overige 35 -20
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het einde van het jaar 1 997 1 645
Aansluiting van de reële waarde van fondsbeleggingen
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het begin van het jaar 1 293 1 529
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 189 105
Bijdragen van de werkgever 93 82
Bijdragen van de deelnemers aan de regeling 21 17
Betaalde uitkeringen -111 -133
Wisselkoersverschillen 4 2
Afwikkelingen 0 0
Overdracht i.v.m. IFRS 5 0 -115
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 -26
Overige 40 -22
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van het jaar 1 529 1 439
Waarvan financiële instrumenten uitgegeven door de groep 13 11
Financieringsstatus
Fondsbeleggingen meer dan brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen -468 -204
Niet-erkende netto actuariële winst -43 -231
Niet-erkend transactiebedrag 0 0
Niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd 0 0
Niet-erkende activa -1 -2
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -512 -437
Mutatie in de nettoverplichting of het nettoactief
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het begin van het jaar -512 -512
Netto periodieke pensioenkosten -95 -74
Bijdragen van de werkgever -93 82
Wisselkoersverschillen 0 0
Overdracht i.v.m. IFRS 5 0 63
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 2
Overige 2 3
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het einde van het jaar -512 -437
In de balans opgenomen bedragen
Vooruitbetaalde pensioenkosten 58 75
Te betalen pensioenverplichting -570 -512
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -512 -437
In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 110 101
Rentekosten 96 74
Verwacht rendement op fondsbeleggingen -64 -73
Aanpassingen ingevolge limiet vooruitbetaalde pensioenkosten 1 -2
Afschrijving van niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd -21 -8
Afschrijving van niet-erkende nettowinst of niet-erkend nettoverlies -8 -1
Bijdragen van werknemers -18 -17
Inperkingen 0 -2
Afwikkelingen 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Actuariële netto periodieke pensioenkosten* 95 74
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 14,7% 6,9%
(in miljoenen euro)
31-12-2009
31-12-2010
Voornaamste gehanteerde actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden)
Disconteringsvoet
5,0%
3,8%
Verwacht rendement op fondsbeleggingen
5,2%
5,2%
Verwacht percentage van loonsverhoging
3,4%
3,4%
Percentage van pensioenverhoging
0,8%
0,5%
TOEGEZEGDEBIJDRAGEREGELINGEN
Kosten voor toegezegdebijdrageregelingen
6
0

* Deze kosten worden opgenomen onder Personeelskosten (zie Toelichting 12).

• De pensioenaanspraken van de personeelsleden van de verschillende vennootschappen van de KBC-groep zijn afgedekt door pensioenfondsen en groepsverzekeringen, waarvan de meeste toegezegdpensioenregelingen zijn. De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn het KBC-Pensioenfonds, waartoe KBC Bank, KBC Verzekeringen (sinds 2007) en het grootste deel van hun Belgische dochterondernemingen behoren, de groepsverzekering van KBC Verzekeringen (diensttijd voor 1 januari 2007) en de pensioenplannen (bestaande uit zowel groepsverzekeringen als pensioenfondsen) van KBL EPB (voor KBL EPB werd in 2010 een verkoopovereenkomst aangegaan; midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hindujagroep niet doorgaat; u vindt meer informatie in Toelichting 48). De fondsbeleggingen van de twee eerstgenoemde pensioenplannen worden beheerd door KBC Asset Management. De voordelen zijn onder meer afhankelijk van de anciënniteit van de medewerker en van zijn loon in de jaren voorafgaand aan zijn pensionering. De jaarlijkse financieringsbehoeften voor deze plannen worden bepaald volgens actuariëlekostenmethoden.

• Het verwachte rendement op beleggingen wordt bepaald op basis van de OLO-rente, rekening houdend met de beleggingsmix van het plan. ROA = (X x rente op OLO T jaar) + (Y x (rente OLO T jaar + 3%)) + (Z x (rente OLO T jaar + 1,75%)), waarbij:

T = looptijd van de OLO gebruikt bij de actualisatievoet,

X = percentage vastrentende effecten,

  • Y = percentage aandelen,
  • Z = percentage vastgoed.

De risicopremies, respectievelijk 3% en 1,75%, zijn gebaseerd op het langetermijnrendement van aandelen en vastgoed.

• Bijkomende informatie vindt u in de onderstaande tabel.

Bijkomende informatie pensioenverplichtingen (in miljoenen euro)

Ontwikkeling belangrijkste elementen uit hoofdtabel 2006 2007 2008 2009 2010
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen 1 717 1 786 1 884 1 997 1 645
Reële waarde van fondsbeleggingen 1 497 1 520 1 293 1 529 1 439
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -474 -508 -512 -512 -437
Samenstelling grootste pensioenplannen van de groep aandelen obligaties vastgoed liquiditeiten
31-12-2009
KBC Pensioenfonds 40% 48% 9% 3%
Groepsverzekering KBC Verzekeringen 8% 88% 2% 2%
Pensioenplan KBL EPB 39% 54% 3% 4%
31-12-2010
KBC Pensioenfonds 43% 45% 9% 3%
Groepsverzekering KBC Verzekeringen 8% 89% 2% 1%
Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen
voor actuariële berekening van planactiva en brutoverplichtingen* 2006 2007 2008 2009 2010
Invloed op planactiva +1 -1 0 0 0
Invloed op brutoverplichtingen -40 -7 -88 -18 -84
Verwachte bijdragen in 2011
KBC Pensioenfonds 58
Groepsverzekering KBC Verzekeringen 4

* Uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Plus bij een positieve invloed, min bij een negatieve invloed, betreft de in het bovenstaande deel vermelde pensioenregelingen samen.

Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten

In aantal 31-12-2009 31-12-2010
Gewone aandelen 357 918 125 357 938 193
Waarvan gewone aandelen die de houder recht geven op een dividenduitkering 344 392 245 344 557 548
Waarvan eigen aandelen 18 189 217 18 171 795
Verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 237 288 134 237 288 134
Overige informatie
Fractiewaarde per aandeel (in euro) 3,48 3,48
Aantal uitgegeven maar niet volgestorte aandelen 0 0
Niet
MUTATIETABEL
In aantal
Gewone aandelen stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
2009
Beginsaldo 357 752 822 118 644 067
Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten 165 303 118 644 067
Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Overige mutaties 0 0
Eindsaldo 357 918 125 237 288 134
2010
Beginsaldo 357 918 125 237 288 134
Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten 20 068 0
Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Overige mutaties 0 0
Eindsaldo 357 938 193 237 288 134
  • • Gewone aandelen: het aandelenkapitaal van KBC Groep NV bestaat uit gewone aandelen zonder nominale waarde. Alle gewone aandelen dragen stemrecht en elk aandeel vertegenwoordigt één stem. Er zijn geen winstbewijzen of aandelen zonder stemrecht uitgegeven.
  • • Eigen aandelen: op 31 december 2010 hadden de vennootschappen van de KBC-groep 18 171 795 gewone KBC-aandelen in portefeuille (voornamelijk eigen aandelen ingekocht in het kader van vroegere aandeleninkoopprogramma's en eigen aandelen die dienen als dekking voor de aandelenoptieplannen voor het personeel). De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen zijn geschorst.
  • • Voor informatie over aandelenoptieplannen, zie Toelichting 12.
  • • Voor informatie over de machtiging voor het toegestaan kapitaal en de kapitaalverhoging voor het personeel, zie deel Vennootschappelijke jaarrekening.
  • • Preferente aandelen (357 miljoen euro eind 2009, 366 miljoen euro eind 2010) zijn niet opgenomen onder Eigen vermogen van de aandeelhouders, maar onder Belangen van derden. Deze instrumenten voldoen aan de IAS 32-definitie van een eigenvermogensinstrument. Aangezien die instrumenten niet de eigendom zijn van de aandeelhouders, werden ze evenwel als belangen van derden voorgesteld.
  • • Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht: sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, en waarop werd ingetekend door de Belgische staat (de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De transactie met de Belgische staat werd getekend in december 2008, de overeenkomst met het Vlaams Gewest werd afgerond in juli 2009. De opbrengst van deze transacties werd gebruikt door KBC Groep NV om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met in totaal 5,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV) en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV). De overige kenmerken van de transacties vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaal- en garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009.

Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Niet-opgenomen deel van committed kredietlijnen
Verstrekt 34 097 33 587
Onherroepelijk 20 209 22 199
Herroepelijk 13 888 11 388
Ontvangen 3 469 1 139
Financiële garanties
Verstrekt 17 029 12 359
Ontvangen garanties en zekerheden 185 631 149 855
Voor impaired of achterstallige activa 7 888 7 781
Niet-financiële activa 3 751 4 408
Financiële activa 4 136 3 373
Voor activa die niet impaired noch achterstallig zijn 177 744 142 074
Niet-financiële activa 147 464 120 553
Financiële activa 30 279 21 520
Andere verbintenissen
Verstrekt 1 848 144
Onherroepelijk 1 828 140
Herroepelijk 20 4
Ontvangen 257 105
  • • De gegevens voor 31 december 2010 zijn exclusief KBL EPB (naar analogie met balansgegevens). Gegevens over verstrekte en ontvangen verbintenissen voor KBL EPB in 2010: zie Toelichting 46.
  • • De reële waarde van de financiële garanties is gebaseerd op de beschikbare marktwaarde. Voor niet-financiële garanties is de reële waarde gebaseerd op de waarde op het moment van aangaan van de lening (bijvoorbeeld het bedrag van de hypothecaire inschrijving) of de persoonlijke borgstelling.
  • • Het onderpand en andere zekerheden voor impaired activa en achterstallige activa die unimpaired zijn, bedroeg per einde 2010 7,8 miljard euro (per einde 2009 was dat 7,9 miljard euro).
  • • KBC Groep NV garandeert onherroepelijk en onvoorwaardelijk alle op 31 december 2010 bestaande verplichtingen (all the sums, indebtedness, obligations and liabilities outstanding) opgesomd in Section 5 (c) van de Ierse Companies (Amendment) Act, van de hierna vermelde Ierse ondernemingen. Deze garantie wordt gesteld om het voor deze ondernemingen mogelijk te maken in aanmerking te komen voor ontheffing van bepaalde publicatieverplichtingen zoals vermeld in Section 17 van de Ierse Companies (Amendment) Act 1986:
  • KBC Financial Services (Ireland) Limited,
  • Eperon Asset Management Limited.

Aangezien beide vennootschappen in de consolidatie zijn opgenomen, betreft dat een intragroepstransactie en wordt deze garantie niet in bovenstaande tabel opgenomen.

• Voor de aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar – zie tabel) bestaat de verplichting die terug te geven in hun oorspronkelijke vorm, of eventueel in geldmiddelen. Waarborgen kunnen worden opgeëist wanneer kredieten worden beëindigd om verschillende redenen, zoals wanbetaling en faillissement. Bij faillissement worden de waarborgen verkocht door de curator. In de andere gevallen regelt de bank zelf de verkoop van de waarborgen. Waarborgen zelf in eigendom nemen wordt maar bij uitzondering gedaan (wat de beperkte bedragen in de tabel verklaart). Waarborgen verworven door uitwinning zijn niet materieel. Ontvangen waarborgen met betrekking tot OTC-derivaten betreffen vooral geldmiddelen die door KBC worden erkend op de balans (en niet in de tabel zijn opgenomen).

Reële waarde
van verkochte of
31-12-2009 31-12-2010 31-12-2009 31-12-2010
17 958 15 423 9 403 9 015
47 37 0 0
17 762 15 199 9 403 9 015
140 184 0 0
8 4 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Reële waarde van
ontvangen waarborgen
doorverpande waarborgen
Waarborgen verworven door uitwinning (in miljoenen euro)
31-12-2009
31-12-2010
Vaste activa aangehouden voor verkoop
0
0
Materiële vaste activa
27
4
Vastgoedbeleggingen
0
0
Eigenvermogensinstrumenten en schuldpapier
54
43
Geldmiddelen
174
218
Overige
81
15
Totaal
337
281

Toelichting 41: Leasing

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Vorderingen financiële leasing
Bruto-investering in financiële leasing, vordering 6 682 5 790
Tot 1 jaar 2 047 1 668
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 3 286 2 814
Meer dan 5 jaar 1 349 1 308
Niet-verdiende toekomstige financieringsinkomsten met betrekking tot financiële leasing 1 054 836
Netto-investering in financiële leasing 5 601 4 915
Tot 1 jaar 1 749 1 440
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 858 2 461
Meer dan 5 jaar 994 1 014
Waarvan niet-gegarandeerde restwaarden voor de leasinggever 18 12
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen voor oninbare leasingvorderingen 187 192
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 15 105
Vorderingen operationele leasing
Toekomstige minimaal te ontvangen leasingbetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leasing 729 856
Tot 1 jaar 231 309
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 485 519
Meer dan 5 jaar 13 28
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 0 2

• Er zijn geen belangrijke gevallen waarin KBC optreedt als leasingnemer in operationele en financiële leasing.

• Er werden conform de bepalingen van IFRIC 4 geen operationele noch financiële leasingcontracten, besloten in andere contracten, vastgesteld.

• Financiële leasing: het merendeel van de financiële leasing wordt verstrekt via aparte maatschappijen die hoofdzakelijk in België en Centraal-Europa actief zijn. KBC biedt financiëleleasingproducten aan, gaande van leasing van uitrusting en voertuigen tot vastgoedleasing. Financiële leasing wordt in België typisch in het kantorennetwerk van de KBC-groep aangeboden.

• Operationele leasing betreft hoofdzakelijk fullserviceverhuur van wagens. Deze service wordt verkocht zowel via het kantorennetwerk van KBC Bank en CBC Banque als door een intern verkoopteam. Ook in Centraal-Europa wordt de fullserviceverhuur verder ontwikkeld.

Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen, exclusief key management (in miljoenen euro) 2009 2010
tschappijen
Dochtermaa
ijen
maatschapp
de
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west*
Vlaams Ge
Overige* Totaal tschappijen
Dochtermaa
ijen
maatschapp
de
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west
Vlaams Ge
Overige Totaal
Activa 394 282 47 28 511 950 1 043 31 226 618 228 110 28 958 1 198 1 148 32 260
Leningen en voorschotten 54 170 36 111 0 1 043 1 414 55 107 73 71 0 1 119 1 425
Voorschotten in rekening-courant 1 0 0 12 0 293 306 2 1 0 0 0 367 369
Termijnkredieten 53 170 36 99 0 750 1 107 53 107 73 71 0 753 1 056
Financiële leasing 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Afbetalingskredieten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Hypotheekleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eigenvermogensinstrumenten 256 8 4 0 0 0 268 283 32 29 0 0 0 344
Voor handelsdoeleinden 45 5 0 0 0 0 50 34 0 0 0 0 0 34
Voor beleggingsdoeleinden 212 3 4 0 0 0 218 250 32 29 0 0 0 310
Overige vorderingen 84 103 8 28 400 950 0 29 545 280 88 8 28 888 1 198 28 30 490
Verplichtingen 164 247 12 321 0 41 785 934 174 32 294 0 23 1 457
Deposito's 157 208 12 226 0 41 643 902 133 32 176 0 22 1 266
Deposito's 156 85 12 226 0 41 519 902 132 32 176 0 22 1 264
Overige 1 123 0 0 0 0 124 1 1 0 0 0 0 2
Andere financiële verplichtingen 1 30 0 0 0 0 31 23 20 0 0 0 0 43
Schuldbewijzen 1 30 0 0 0 0 31 1 20 0 0 0 0 21
Achtergestelde schulden 0 0 0 0 0 0 0 22 0 0 0 0 0 22
Share-based payments, toegestaan 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Share-based payments, uitgeoefend 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige verplichtingen 6 10 0 95 0 0 110 9 21 0 118 0 1 148
Winst-en-verliesrekening -4 12 4 920 14 -3 942 -14 0 2 951 39 -1 977
Nettorente-inkomsten 9 9 3 920 14 0 953 15 3 2 951 39 0 1 009
Verdiende verzekeringspremies
vóór herverzekering
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Dividendinkomsten 4 7 1 0 0 0 12 4 5 0 0 0 0 9
Nettoprovisie-inkomsten 3 0 0 0 0 -1 1 -1 -3 0 0 0 -2 -5
Overige netto-inkomsten 6 1 1 0 0 0 8 3 0 0 0 0 1 4
Algemene beheerskosten -26 -5 0 0 0 -2 -33 -35 -5 0 0 0 0 -40
Garanties
Garanties gegeven door de groep 0 0
Garanties ontvangen door de groep 0 0

* Aangepaste cijfers (in het vorige jaarverslag werden activa ad 1,9 miljard euro niet opgenomen).

Transacties met key management (leden Raad van Bestuur en Directiecomité van KBC Groep NV)

(in miljoenen euro)* 2009 2010
Totaal* 9 10
Indeling naar type bezoldiging
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 6 7
Vergoedingen na uitdiensttreding 4 3
Toegezegdpensioenregelingen 4 3
Toegezegdebijdrageregelingen 0 0
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen 0 0
Vergoedingen bij uitdiensttreding 1 1
Betalingen in aandelen 0 0
Aandelenopties, in eenheden
Aan het begin van het jaar 111 600 52 100
Toegestaan 0 0
Uitgeoefend 0 0
Verandering samenstelling -59 500 -17 000
Aan het einde van het jaar 52 100 35 100
Voorschotten en leningen toegestaan aan key management en partners 2 1

* Bedragen van de bezoldiging van bestuurders of partners van de consoliderende onderneming, op grond van hun werkzaamheden in de consoliderende onderneming, haar dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, met inbegrip van het bedrag van aan gewezen bestuurders of zaakvoerders op die grond toegekende rustpensioenen.

  • • Overige in de eerste tabel omvat vooral KBC Ancora, Cera en MRBB.
  • • Alle transacties met verbonden partijen gebeuren at arm's length.
  • • Belgische staat en Vlaams Gewest: wordt stricto sensu beschouwd (m.a.w. exclusief ondernemingen gecontroleerd door deze partijen).
  • • Er waren geen materiële andere niet in de tabel inbegrepen transacties met geassocieerde ondernemingen.
  • • Het key management zijn de leden van de Raad van Bestuur en het Groeps-Directiecomité. Meer informatie over de vergoedingen van het topmanagement vindt u in het hoofdstuk Corporate governance.

Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris

KBC Groep NV en zijn dochtervennootschappen samen betaalden in 2010 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 15 659 361 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten. Voor de overige diensten werd in 2010 een vergoeding betaald van 3 041 628 euro, verdeeld als • KBC ging in 2009 een garantieovereenkomst aan met de Belgische staat die het mogelijke neerwaartse risico met betrekking tot zijn CDO-exposure voor een groot deel dekt. De resultaten van 2010 bevatten de boeking van daarmee verwante kosten van 103 miljoen euro, in de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening.

volgt: andere controleopdrachten: 1 058 666 euro; belastingadviesopdrachten: 143 773 euro; andere opdrachten buiten de revisoraatsopdrachten: 1 839 189 euro.

Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen

Onderneming Geregistreerde
zetel
Percentage aan
deelhouderschap
op groepsniveau
Divisie* Activiteit
KBC BANK
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
Absolut Bank Moskou – RU 95,00 GR Kredietinstelling
Antwerpse Diamantbank NV Antwerpen – BE 100,00 GR Kredietinstelling
CBC Banque SA Brussel – BE 100,00 B Kredietinstelling
Centea NV Antwerpen – BE 99,56 GR Kredietinstelling
CIBANK AD Sofia – BG 100,00 CEE Kredietinstelling
Cˇ SOB a.s. (Tsjechië) Praag – CZ 100,00 CEE Kredietinstelling
Cˇ SOB a.s. (Slowakije) Bratislava – SK 100,00 CEE Kredietinstelling
KBC Asset Management NV Brussel – BE 100,00 B Assetmanagement
KBC Bank NV Brussel – BE 100,00 B/MB/GR Kredietinstelling
KBC Bank Deutschland AG Bremen – DE 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Bank Funding LLC & Trust, groep New York – US 100,00 MB Uitgifte van preferente aandelen
KBC Bank Ireland Plc Dublin – IE 100,00 MB Kredietinstelling
KBC Clearing NV Amsterdam – NL 100,00 MB Clearing
KBC Commercial Finance Brussel – BE 100,00 MB Factoring
KBC Credit Investments NV Brussel – BE 100,00 MB Investeringen in kredietgerelateerde effecten
KBC Finance Ireland Dublin – IE 100,00 GR Kredietverlening
KBC Financial Products (groep) Diverse locaties 100,00 GR Aandelen- en derivatenhandel
KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV Rotterdam – NL 100,00 MB Uitgifte van obligaties
KBC Lease (groep) Diverse locaties 100,00 MB/CEE/B Leasing
KBC Private Equity NV Brussel – BE 100,00 MB Risicokapitaal
KBC Real Estate NV Brussel – BE 100,00 MB Vastgoed
KBC Securities NV Brussel – BE 100,00 MB Beursmakelaar, corporate finance
K&H Bank Rt. Boedapest – HU 100,00 CEE Kredietinstelling
Kredyt Bank SA Warschau – PL 80,00 CEE Kredietinstelling
Geassocieerde ondernemingen
Nova Ljubljanska banka d.d. (groep) Ljubljana – SI 30,57 GR Kredietinstelling
KBC VERZEKERINGEN
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
ADD NV Heverlee – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
Assurisk NV Luxemburg – LU 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
Cˇ SOB Pojišt'ovna, Tsjechië Pardubice – CZ 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
Cˇ SOB Poist'ovˇna a.s., Slowakije Bratislava – SK 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
DZI Insurance Sofia – BG 90,35 CEE Verzekeringsmaatschappij
Fidea NV Antwerpen – BE 100,00 GR Verzekeringsmaatschappij
Groep VAB Zwijndrecht – BE 74,81 B Autobijstand
K&H Insurance Rt. Boedapest – HU 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
KBC Banka A.D. Belgrado – RS 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Verzekeringen NV Leuven – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
TUiR WARTA S.A. Warschau – PL 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
Proportioneel geconsolideerde dochterondernemingen
NLB Vita d.d. Ljubljana – SI 50,00 GR Verzekeringsmaatschappij
KBL EPB
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
Brown, Shipley & Co Ltd. Londen – GB 99,91 GR Kredietinstelling
KBL Richelieu Banque Privée Parijs – FR 99,91 GR Kredietinstelling
KBL European Private Bankers SA Luxemburg – LU 99,91 GR Kredietinstelling
KBL (Switzerland) Ltd. Genève – CH 99,90 GR Kredietinstelling
Merck Finck & Co. München – DE 99,91 GR Kredietinstelling
Puilaetco Dewaay Private Bankers SA Brussel – BE 99,91 GR Kredietinstelling
Theodoor Gilissen Bankiers NV Amsterdam – NL 99,91 GR Kredietinstelling
VITIS Life SA Luxemburg – LU 99,91 GR Verzekeringsmaatschappij
KBC GROEP NV (overige directe dochterondernemingen)
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
KBC Global Services NV Brussel – BE 100,00 GR Kostendelende structuur
KBC Groep NV Brussel – BE 100,00 GR Holding

* Divisie (voor opname in resultaat): Afkortingen: B = België; CEE = Centraal- en Oost-Europa; MB = Merchantbanking; GR = Groepscenter.

• Zoals bepaald in de grondslagen voor financiële verslaggeving wordt de methode van integrale consolidatie toegepast voor alle (materiële) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent. Voor de beoordeling of SPV's al dan niet moeten worden geconsolideerd, hanteert KBC de principes zoals uiteengezet in SIC12. Bovendien hanteert KBC materialiteitsdrempels voor opname in consolidatie. Een onderneming die in aanmerking komt voor consolidatie wordt ook werkelijk in consolidatie opgenomen, als twee van de volgende criteria worden overschreden: (a) het deel van de groep in het eigen vermogen > 2,5 miljoen euro (b) het deel van de groep in het resultaat > 1 miljoen euro (c) het balanstotaal > 100 miljoen euro. Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal. Voor een aantal SPV's is maar één van die drie criteria overschreden, waardoor (zolang het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen niet meer bedraagt dan 1% van het geconsolideerde

balanstotaal) ze de facto niet worden geconsolideerd. Per einde 2010 betrof het voornamelijk SPV's opgericht in het kader van de CDO-activiteiten. Noteer dat deze SPV's maar één materialiteitsdrempel overschrijden (balanstotaal), aangezien ze altijd een zeer beperkt eigen vermogen en nettoresultaat hebben. De CDO-gerelateerde resultaten zitten bij KBC Financial Products, dat uiteraard wel geconsolideerd wordt. Niet-consolidatie van deze SPV's heeft dan ook alleen invloed op de geconsolideerde balanspresentatie en niet op het eigen vermogen, het resultaat of de solvabiliteit.

• Een volledige lijst (31 december 2010) van de vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen vindt u in het deel Overige informatie. Op www.kbc.com vindt u altijd de meest recente lijst.

Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring

Moedermaatschappij Onderneming Consolidatie
methode
Percentage aandeelhouderschap
op groepsniveau
Commentaar
31-12-2009 31-12-2010
Toevoegingen
Geen
Afstotingen
KBC Verzekeringen Secura integraal 95,04 Verkocht in 4kw10
KBC Bank KBC Peel Hunt integraal 100,00 Verkocht in 4kw10
KBC Bank KBC Financial
Products
integraal 100,00 100,00 Verscheidene
activiteiten verkocht
Wijzigingen in percentage aandeelhouderschap en interne fusies
KBC Bank CIBank integraal 81,69 100,00 Verhoging participatie

In 2010 hadden de wijzigingen in de consolidatiekring maar een beperkte invloed op de winst-en-verliesrekening en balans, met uitzondering van de gerealiseerde meerwaarden op enkele verkochte maatschappijen en activiteiten (vooral Secura en de Global Convertible Bonds & Asian Equity Derivatives-activiteiten – zie Toelichting 8).

Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)

  • • IFRS 5 bepaalt dat een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) moet worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, als de boekwaarde ervan hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Wil daarvan sprake zijn, dan moet het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop. Bovendien moet de verkoop zeer waarschijnlijk zijn. Om te beoordelen of een verkoop zeer waarschijnlijk is, somt IFRS 5 een aantal voorwaarden op die alle moeten voldaan zijn, alvorens IFRS 5 van toepassing is.
  • 1 Verbintenis van het management voor een verkoopplan.
  • 2 Opstart van een operationeel plan om een koper te vinden en het plan te voltooien.
  • 3 Gewenste prijs die redelijk is ten opzichte van de actuele reële waarde.
  • 4 Verkoop binnen één jaar na datum van classificatie.
  • 5 Onwaarschijnlijk dat belangrijke wijzigingen aan het plan zullen worden aangebracht of dat het plan zal worden ingetrokken.
  • • Als aan alle vijf bovenstaande criteria is voldaan, worden de activa en verplichtingen van deze desinvesteringen onder een aparte post van de balans getoond (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten (de

referentiecijfers voor 2009 worden, zoals toegestaan door IFRS, niet aangepast). Als de groepen activa die worden afgestoten bovendien gekwalificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteit, worden de resultaten ervan (ook voor de referentiecijfers) onder één post in de winst-en-verliesrekening getoond (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten).

  • • In 2010 werden diverse desinvesteringen getekend en afgerond. De enige materiële nog niet afgeronde desinvestering op 31 december 2010 betrof KBL EPB (inclusief VITIS Life). Deze desinvestering viel op 31 december 2010 onder IFRS 5 en werd bovendien als een beëindigde bedrijfsactiviteit gekwalificeerd. Midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.
  • • De overige participaties die voor desinvestering in aanmerking komen, voldoen niet aan de gestelde criteria per 31 december 2010: voor een aantal is de verkoop niet binnen het jaar gepland, en/of is het verkoopproject nog niet opgestart, en/of is het voorbarig in de huidige volatiele financiële markten te stellen dat de gewenste verkoopprijs haalbaar is, waardoor nog belangrijke wijzigingen aan het plan kunnen worden aangebracht. Noteer bovendien dat IFRS 5 ook niet van toepassing is op de stopzetting van activiteiten via een geleidelijke afbouw (bijvoorbeeld afbouw deel internationale kredietportefeuilles)

• Hierna volgt informatie over de desinvesteringen die per 31 december 2010 onder IFRS 5 vallen.

KBL EPB

Activiteit: Kredietinstelling

Segment: Groepscenter

Datum verkoopovereenkomst: 21 mei 2010

Overige informatie: De KBC-groep heeft een overeenkomst bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van zijn privatebankingdochtermaatschappij KBL European Private Bankers voor een totaal bedrag van 1,35 miljard euro. Met die transactie zou ongeveer 1,3 miljard euro aan kapitaal worden vrijgemaakt, gebaseerd op een berekening daterend van 30 juni 2010 (nettokapitaalinvloed inclusief het vrijmaken van risicogewogen activa, goodwill en een waardevermindering van 0,3 miljard euro die werd geboekt in de resultaten van het tweede kwartaal). Midden maart 2011 werd echter bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. U vindt meer informatie in Toelichting 48.

• In de volgende tabel volgt bijkomende informatie over de beëindigde bedrijfsactiviteiten en/of vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten.

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
A BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst-en-verliesrekening
Winst-en-verliesrekening KBL EPB (inclusief VITIS Life)
Nettorente-inkomsten 249 159
Nettoprovisie-inkomsten 361 381
Andere netto-inkomsten 75 62
Totale opbrengsten 685 602
Exploitatiekosten -513 -495
Bijzondere waardeverminderingen -52 -42
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 3 2
Resultaat vóór belastingen 123 66
Belastingen -21 -19
Resultaat na belastingen 101 47
Resultaat van verkoopovereenkomst m.b.t. KBL EPB (inclusief VITIS Life)
Bijzondere waardeverminderingen n.a.v. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten -301
Belastingen m.b.t. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten (uitgestelde belastingen) 0
Resultaat van verkoop, na belastingen -301
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 101 -254
Kasstroomoverzicht KBL EPB (inclusief VITIS Life) 2009 2010
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten 195 202
Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -34 -84
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten -70 -33
Nettokasuitstroom/-instroom
91
85
Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten KBL EPB (inclusief VITIS Life) 2009 2010
Gewoon 0,30 -0,75
Verwaterd 0,30 -0,75
Verbintenissen KBL EPB (inclusief VITIS Life) 31-12-2010
Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – verstrekt 2 774
Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – ontvangen 2 621
Financiële garanties – verstrekt 4 403
Financiële garanties – ontvangen 33 217
Andere verbintenissen – verstrekt 594
Andere verbintenissen – ontvangen 0
2010 2010
Derivaten – gecontracteerde bedragen KBL EPB (inclusief VITIS Life) activa verplichtingen
Voor handelsdoeleinden
Rentecontracten 17 857 17 857
Valutacontracten 5 244 5 267
Aandelencontracten 2 847 2 847
Kredietcontracten 1 1
Grondstoffen- en andere contracten 15 15
Microhedging: reëlewaardeafdekkingen
Rentecontracten 553 553
Valutacontracten 7 9
Aandelencontracten 0 0
Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille
Rentecontracten 168 168

B VASTE ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN EN VERPLICHTINGEN I.V.M. GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN

Balans (tussen haakjes: waarvan beëindigde bedrijfsactiviteiten)
Activa
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 0 (0) 437 (437)
Financiële activa 56 (0) 11 359 (11 299)
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 0 (0) 7 (7)
Belastingvorderingen 0 (0) 83 (83)
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 0 (0) 14 (14)
Vastgoedbeleggingen en andere materiële vaste activa 0 (0) 240 (234)
Goodwill en andere immateriële vaste activa 0 (0) 690 (690)
Overige activa 14 (0) 109 (101)
Totaal activa 70 (0) 12 938 (12 863)
Verplichtingen
Financiële verplichtingen 0 (0) 12 489 (12 489)
Technische voorzieningen vóór herverzekering 0 (0) 466 (466)
Belastingverplichtingen 0 (0) 11 (11)
Voorzieningen voor risico's en kosten 0 (0) 28 (28)
Overige verplichtingen 0 (0) 349 (348)
Totaal verplichtingen 0 (0) 13 341 (13 341)
Niet-gerealiseerde resultaten
Herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa 0 (0) 9 (8)
Uitgestelde belastingen op bovenstaande 0 (0) -6 (-6)
Omrekeningsverschillen 0 (0) 10 (10)
Totaal 0 (0) 12 (12)

Toelichting 47: Risicobeheer

De vereiste informatie in verband met aard en bedrag van risico's (volgens IFRS 4 en IFRS 7) en de informatie in verband met kapitaal (volgens IAS 1) werd opgenomen in de door de commissaris geauditeerde delen van het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Dat hoofdstuk omvat – bij de

Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum zijn (positieve of negatieve) gebeurtenissen die voorkomen tussen de balansdatum (31 december 2010) en de datum van goedkeuring tot publicatie van de jaarrekeningen door de Raad van Bestuur en omvatten zowel gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die bewijs leveren van de bestaande toestand op de balansdatum) waardoor in de jaarrekening opgenomen bedragen moesten worden aangepast, als gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die wijzen op een toestand die ontstond na de balansdatum) waardoor geen aanpassingen van opgenomen bedragen vereist waren. De eerste soort van gebeurtenissen leidt in principe tot een aanpassing van de jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de gebeurtenis, terwijl de tweede soort in principe alleen de jaarrekening van de volgende periode beïnvloedt.

De belangrijkste gebeurtenissen na balansdatum die niet hebben geleid tot aanpassingen, waren:

• Begin maart 2011 bereikte KBC een overeenkomst met Landbouwkrediet over de verkoop van Centea voor een totaalbedrag van 527 miljoen euro. Die transactie maakt voor KBC een (positief) bedrag van ongeveer 0,4 miljard euro aan kapitaal vrij, voornamelijk door een verlaging van de risicogewogen activa met 4,2 miljard euro. Dat leidt uiteindelijk tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met ongeveer 0,4% (invloed berekend op 31 december 2010). De meerwaarde op de transactie is verwaarloosbaar. Landbouwkrediet, Centea en Fidea zijn overeengekomen dat Fidea in een eerste fase zijn Leven- en Niet-levenproducten zal kunnen blijven aanbieden via de Centeaagenten en bijkomend ook via het netwerk van Landbouwkrediet. Het afronden van de transactie is afhankelijk van de gebruikelijke goedkeuring door de toezichthouder(s).

informatie over kredietrisico – ook gegevens met betrekking tot het risico inzake overheidsobligaties van een selectie van landen en informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten.

• Op 21 mei 2010 kondigde KBC Groep NV aan dat het een overeenkomst had bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van zijn privatebankingdochter KBL European Private Bankers (KBL EPB). Nadien heeft de Hinduja-groep, zoals gebruikelijk is, de transactie ter goedkeuring voorgelegd aan de hoofdtoezichthouder (CSSF) in Luxemburg en de toezichthouders in de negen andere Europese landen waar KBL EPB actief is. KBC Groep NV zelf was uiteraard geen betrokken partij bij dat goedkeuringsproces. Midden maart 2011 bevestigde de hoofdtoezichthouder CSSF in Luxemburg dat hij de evaluatie van de overname van KBL EPB door de Hinduja-groep stopzet. De CSSF is tot het besluit gekomen dat zijn beslissing zou geweest zijn dat hij zich verzet tegen de overname. De CSSF is tot dat besluit gekomen op basis van de toepassing van de criteria voorzien door de wet op de financiële sector en na overleg met de andere bevoegde autoriteiten. Concreet betekent dat dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. KBC Groep NV neemt akte van deze beslissing en zal, in het kader van de uitvoering van zijn strategische plan, de verschillende opties grondig in kaart brengen om in functie van de huidige marktomstandigheden, en in nauw overleg met de Europese Commissie, de gepaste beslissing met betrekking tot de toekomst van KBL EPB te kunnen nemen. De resultaatsimpact van de diverse opties kan op dit moment niet op een betrouwbare wijze worden ingeschat. KBL EPB is evenwel een gezond bedrijf en in de voorbije maanden werd bovendien het efficiëntieverbeteringsprogramma verder uitgerold en werden talrijke nieuwe cliënten en private bankers aangetrokken. KBL EPB blijft dus uitstekend gepositioneerd om in te spelen op de groeiende markt van private banking.

Toelichting 49: Algemene informatie (IAS 1)

  • • Naam: KBC Groep NV
  • • Oprichting: 9 februari 1935 als Kredietbank NV; huidige naam sinds 2 maart 2005
  • • Oprichtingsland: België
  • • Zetel van de vennootschap: Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
  • • Btw: BE 0403.227.515
  • • RPR: Brussel
  • • Juridische vorm: naamloze vennootschap naar Belgisch recht die een publiek beroep doet of heeft gedaan op het spaarwezen; de vennootschap is een financiële holding die onder het prudentieel toezicht valt van het Comité voor systeemrisico's en systeemrelevante financiële instellingen (CSRSFI). Vanaf 1 april 2011 zal het prudentieel toezicht worden uitgeoefend door de Nationale Bank van België.
  • • Doel: de vennootschap is een financiële holding die tot doel heeft het direct of indirect houden en beheren van participaties in andere ondernemingen, waaronder – maar niet beperkt tot – kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en andere financiële instellingen. De vennootschap heeft ook tot doel ondersteunende diensten te verlenen ten behoeve van derden, als lasthebber of anderszins, in het bijzonder ten behoeve van ondernemingen waarin de vennootschap direct of indirect een participatie heeft (artikel 2 van de statuten).
  • • Plaatsen waar de voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden ingezien: de statuten van de vennootschap liggen ter inzage op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel van Brussel. De jaarrekeningen worden bij de Nationale Bank van België neergelegd. De beslissingen aangaande de benoeming, het ontslag en de afzetting van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur worden in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De financiële berichten over de vennootschap en de oproepingen voor de Algemene Vergaderingen verschijnen eveneens in de financiële dagbladen en/ of op www.kbc.com. De jaarverslagen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op haar zetel en/of op www.kbc.com. Ze worden elk jaar verstuurd naar de houders van aandelen op naam en naar de personen die daarom hebben gevraagd.
  • • Algemene Vergadering van Aandeelhouders: jaarlijks wordt op de zetel van de vennootschap of op een andere in de oproeping vermelde plaats een Algemene Vergadering gehouden op de laatste donderdag van april om 10 uur of, als die dag een wettelijke feestdag is, op de laatste daaraan voorafgaande werkdag, om 16 uur. Aan de Buitengewone Algemene Vergadering van 28 april 2011 zal worden voorgesteld om te beslissen tot wijziging van de statutaire datum van de Algemene Vergadering, door deze vast te leggen op de eerste donderdag van mei om tien uur of, als die dag een wettelijke feestdag of banksluitingsdag is, op de laatste daaraan voorafgaande bankwerkdag om tien uur.
  • • Om tot de Algemene Vergadering te worden toegelaten, moeten de houders van aandelen, obligaties of warrants aan toonder, alsook de houders van certificaten aan toonder die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven, deze ten minste vier werkdagen voor de Algemene Vergadering neerleggen op de zetel van de vennootschap of op een andere in de oproeping vermelde plaats. Ook de eigenaars van aandelen, obligaties of warrants op naam, of van certificaten op naam die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven, moeten binnen dezelfde termijn op de zetel van de vennootschap schriftelijk hun voornemen te kennen geven de Algemene Vergadering bij te wonen. De houders van gedematerialiseerde aandelen, obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven, moeten, als ze tot de Algemene Vergadering wensen te worden toegelaten, ten minste vier werkdagen voor de vergadering op de zetel van de vennootschap of op een andere in de oproeping vermelde plaats een attest neerleggen dat is opgesteld door de erkende rekeninghouder of door de vereffeningsinstelling, en waarin de onbeschikbaarheid van de aandelen, obligaties, warrants of certificaten tot op de datum van de Algemene Vergadering wordt vastgesteld. De houders van obligaties, warranthouders en houders van certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven, hebben het recht om de Algemene Vergadering bij te wonen, maar alleen met raadgevende stem. In afwijking van wat voorafgaat in dit artikel, kan de Raad van Bestuur beslissen dat de houders van aandelen, obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven, om tot de Algemene Vergadering te worden toegelaten, het bewijs moeten leveren dat zij op de registratiedatum om vierentwintig uur houder zijn van deze effecten, en dat ongeacht het aantal effecten dat zij bezitten op de dag van de Algemene Vergadering. Deze registratiedatum kan niet vroeger dan vijftien dagen en niet later dan vijf werkdagen voor de Algemene Vergadering worden vastgesteld. In een door de Raad van Bestuur aangewezen register wordt dan ingeschreven hoeveel effecten elke effectenhouder bezit op de registratiedatum om vierentwintig uur. In de oproeping tot de Algemene Vergadering wordt de registratiedatum vermeld alsook de wijze waarop de effectenhouders zich kunnen laten registreren.

Aan de Buitengewone Algemene Vergadering van 28 april 2011 zal worden voorgesteld om te beslissen tot wijziging van de statutaire bepalingen die betrekking hebben op de toelating van de effectenhouders tot de Algemene Vergadering en op de uitoefening van de rechten van de aandeelhouders, om de statuten in overeenstemming te brengen met de Wet van 20 december 2010 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen.

3 Vennootschappelijke jaarrekening

De vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV wordt hier voorgesteld in een verkorte versie. Conform de wettelijke voorschriften worden de vennootschappelijke jaarrekening, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. Deze documenten zijn gratis opvraagbaar bij: KBC Groep NV, Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België. Na neerlegging zijn deze documenten eveneens beschikbaar op de website www.kbc.com.

De commissaris heeft over de vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV een verklaring zonder voorbehoud afgegeven.

De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld rekening houdend met Belgische boekhoudnormen (B-GAAP) en is bijgevolg niet vergelijkbaar met de volgens IFRS opgestelde gegevens uit de andere hoofdstukken van dit jaarverslag.

Balans (B-GAAP, vennootschappelijk)

Vennootschappelijke balans na winstverdeling, gebaseerd op Belgische boekhoudnormen

Vaste activa
17 094
16 928
Financiële vaste activa
17 094
16 928
Verbonden ondernemingen
17 083
16 918
Deelnemingen
16 833
16 668
Vorderingen
250
250
Ondernemingen met deelnemingsverhouding
11
11
Deelnemingen
1
1
Vorderingen
10
10
Vlottende activa
545
431
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar
23
25
Handelsvorderingen
2
0
Overige vorderingen
22
25
Geldbeleggingen
467
370
Eigen aandelen
436
369
Overige beleggingen
30
0
Liquide middelen
43
26
Overlopende rekeningen
12
10
Totaal activa
17 638
17 359
Eigen vermogen
9 415
8 198
Kapitaal
1 245
1 245
Geplaatst kapitaal
1 245
1 245
Uitgiftepremies
4 336
4 336
Reserves
1 445
1 445
Wettelijke reserves
124
124
Onbeschikbare reserves
438
371
Belastingvrije reserves
190
190
Beschikbare reserves
693
760
Overgedragen winst
2 390
1 171
Voorzieningen en uitgestelde belastingen
0
0
Voorzieningen voor risico's en kosten
0
0
Schulden
8 223
9 162
Schulden op meer dan 1 jaar
7 835
7 633
Financiële schulden
7 835
7 633
Achtergestelde leningen
7 000
7 000
Niet-achtergestelde obligatieleningen
635
633
Kredietinstellingen
0
0
Overige leningen
200
0
Schulden op ten hoogste 1 jaar
351
1 491
Schulden op meer dan 1 jaar die binnen een jaar vervallen
250
200
Financiële schulden
83
424
Kredietinstellingen
0
240
Overige leningen
83
184
Handelsschulden
0
1
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
1
1
Belastingen
0
0
Bezoldigingen en sociale lasten
1
1
Overige schulden
16
865
Overlopende rekeningen
38
37
Totaal passiva
17 638
17 359
(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010

Resultaten (B-GAAP, vennootschappelijk)*

Vennootschappelijke resultaten, gebaseerd op Belgische boekhoudnormen

(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010
Bedrijfsopbrengsten 12 3
Andere bedrijfsopbrengsten 12 3
Bedrijfskosten 33 31
Diensten en diverse goederen 30 27
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 3 4
Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen (+) en terugnemingen (-)) 0 0
Andere bedrijfskosten 0 0
Bedrijfswinst (+) / Bedrijfsverlies (-) -22 -28
Financiële opbrengsten 277 45
Opbrengsten uit financiële vaste activa 266 33
Opbrengsten uit vlottende activa 6 4
Andere financiële opbrengsten 5 7
Financiële kosten -61 709
Kosten van schulden 57 641
Waardeverminderingen op vlottende activa: toevoegingen (+) / terugnemingen (-) -119 67
Andere financiële kosten 1 1
Winst (+) / Verlies (-) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting 316 -693
Uitzonderlijke opbrengsten 0 0
Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa 0 0
Uitzonderlijke kosten 177 266
Waardeverminderingen op financiële vaste activa 177 266
Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa 0 0
Winst (+) / Verlies (-) van het boekjaar vóór belasting 139 -959
Belastingen op het resultaat -20 0
Belastingen 0 0
Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen 20 0
Winst (+) / Verlies (-) van het boekjaar 159 -959
Te bestemmen winst (+) / Verlies (-) van het boekjaar 159 -959

* Sinds dit jaar wordt, omwille van de eenvormigheid, het schema van de resultatenrekening van het standaardmodel van de volledige jaarrekening gebruikt in plaats van het voorheen toegepaste schema (opgelet: in dit schema worden kosten ook met een positief teken vermeld, in tegenstelling tot de voorstellingswijze van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening).

Resultaatsverwerking (B-GAAP, vennootschappelijk)

Resultaatsverwerking, gebaseerd op Belgische boekhoudnormen

Te bestemmen winst (+) / verlies (-)
2 390
1 431
Te bestemmen winst (+) / verlies (-) van het boekjaar
159
-959
Overgedragen winst (+) / verlies (-) van het vorige boekjaar
2 230
2 390
Toevoeging aan het eigen vermogen
0
0
Aan de wettelijke reserve
0
0
Aan de overige reserves
0
0
Over te dragen winst (+) / verlies (-)
2 390
1 171
Uit te keren winst
0
260
Vergoeding van het kapitaal
0
258
Bestuurders of zaakvoerders
0
1
Andere rechthebbenden, werknemersparticipatie
0
0
(in miljoenen euro) 31-12-2009 31-12-2010

Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het te bestemmen winstsaldo voor 2010 te verdelen zoals in de tabel is aangegeven. Als dat voorstel wordt goedgekeurd, bedraagt het brutodividend 0,75 euro per dividendgerechtigd aandeel over het boekjaar 2010 (na inhouding van de Belgische roerende voorheffing van 25% bedraagt het nettodividend 0,5625 euro per gewoon aandeel en voor aandelen met VV-strip bedraagt de roerende voorheffing 15% en het nettodividend 0,6375 euro). Voor de berekening van het aantal dividendgerechtigde aandelen (344 557 548) werd rekening gehouden met het feit dat de 20 068 aandelen uitgegeven in het kader van de kapitaalverhoging voor het personeel in 2010 pas dividendgerechtigd zijn vanaf het boekjaar 2011 en met de schorsing van dividend op 13 360 577 ingekochte aandelen resulterend uit de voorbije aandeleninkoopprogramma's.

Toelichting 1: Financiële vaste activa (B-GAAP, vennootschappelijk)

Financiële vaste activa, gebaseerd op Belgische boekhoudnormen

(in miljoenen euro) Deelnemingen
in verbonden
ondernemingen
Vorderingen op
verbonden
ondernemingen
Deelnemingen in
ondernemingen met
deelnemingsverhouding
Vorderingen op
ondernemingen met
deelnemingsverhouding
Boekwaarde 31-12-2009 16 833 250 1 10
Aanschaffingen in 2010 101 0 0 0
Vervreemdingen in 2010 0 0 0 0
Andere wijzigingen in 2010 -266 0 0 0
Boekwaarde 31-12-2010 16 668 250 1 10

De deelnemingen in verbonden ondernemingen van KBC Groep NV betreffen voornamelijk de participatie in:

  • • KBC Bank NV (99,99%)
  • • KBC Verzekeringen NV (99,99%)
  • • KBC Asset Management NV (48,14%)
  • • KBL European Private Bankers (KBL EPB; 99,91%): een verkoopovereenkomst voor deze maatschappij werd getekend in mei 2010. We wijzen erop dat midden maart 2011 werd bekendgemaakt dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat (meer informatie vindt u in het hoofdstuk Groepscenter in het deel Verslag van de Raad van Bestuur).
  • • KBC Global Services NV (99,99%)

De voornaamste wijzigingen tegenover 31 december 2009 betreffen de overname van de aandelen KBL EPB in portefeuille bij Kredietcorp SA (101 miljoen euro) en een waardevermindering op de aandelen KBL EPB (266 miljoen euro).

De vorderingen op verbonden ondernemingen betreffen een achtergestelde perpetuele lening aan KBC Bank NV ad 250 miljoen euro. De vorderingen op ondernemingen met deelnemingsverhouding betreffen het deel van een in 2005 door Nova Ljubljanska banka uitgegeven obligatielening waarop KBC Groep NV heeft ingetekend.

Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2009 Kapitaalverhoging
voor het personeel
Resultaats
aanwending
31-12-2010
Kapitaal 1 245 0 0 1 245
Uitgiftepremies 4 336 1 0 4 336
Reserves 1 445 0 0 1 445
Overgedragen winst 2 390 0 -1 219 1 171
Eigen vermogen 9 415 1 -1 219 8 198

Toelichting 3: Gedetailleerde ontwikkeling van het kapitaal en de uitgiftepremies (B-GAAP, vennootschappelijk)

Ontwikkeling van het kapitaal en de uitgiftepremies in 2009 en 2010, gebaseerd op Belgische boekhoudnormen

(in euro) Datum Kapitaal Uitgiftepremies Aantal aandelen
Kapitaalverhoging voor het personeel 31-12-2009 1 244 910 127 4 335 763 116 357 918 125
Kapitaalverhoging voor het personeel 31-12-2010 1 244 979 964 4 336 357 530 357 938 193

Op 31 december 2010 bereikte het geplaatst maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 1 244 979 964 euro, verdeeld in 357 938 193 aandelen. Het maatschappelijk kapitaal is volgestort.

In 2010 steeg het maatschappelijk kapitaal met 69 837 euro, en het aantal aandelen met 20 068. Deze nieuwe aandelen (van het VV-type) werden uitgegeven naar aanleiding van een kapitaalverhoging waartoe de Raad van Bestuur besliste in het kader van het toegestaan kapitaal en waarop alleen de personeelsleden van KBC Groep NV en sommige van zijn Belgische dochtervennootschappen konden intekenen. Het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders werd dan ook opgeheven. De aandelen werden uitgegeven tegen 33,10 euro en zijn niet geblokkeerd, aangezien de uitgifteprijs geen korting vertoont ten opzichte van

de beurskoers van het KBC-aandeel. Met deze kapitaalverhoging beoogt de groep de band met zijn personeel nauwer aan te halen. Door de geringe omvang van de kapitaalverhoging zijn de financiële gevolgen voor de bestaande aandeelhouders uiterst beperkt. Alle aandelen die in de loop van 2010 werden uitgegeven, zijn pas dividendgerechtigd vanaf boekjaar 2011. Eind 2010 waren er 58 304 505 uitgegeven VV-strips (een VV-strip geeft recht op een verminderde voorheffing op het dividend, namelijk 15% in plaats van 25%).

De machtiging voor het toegestaan kapitaal kan nog tot en met 21 mei 2014 worden gebruikt voor een bedrag van 899 354 909 euro. Gerekend tegen een fractiewaarde van 3,48 euro per aandeel, kunnen dus nog maximaal 258 435 318 nieuwe aandelen KBC Groep NV ingevolge deze machtiging worden uitgegeven.

Toelichting 4: Aandeelhouders

Aandeelhoudersstructuur op 31 december 2010 op grond van kennisgevingen ontvangen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken (de statuten zijn beschikbaar op www.kbc.com). KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op zijn website www.kbc.com/investor relations.

Hierna wordt een overzicht gegeven van de in de loop van 2010 ontvangen kennisgevingen. In de volgende tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per einde 2010, resulterend uit alle ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007. We vestigen er de aandacht op dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Kennisgevingen ontvangen in 2010

Kennisgeving betreft
situatie per
Uitleg Aantal aangehouden
KBC-aandelen op
betreffende datum
% van totale
stemrechten op
betreffende datum
BlackRock Inc. 2 februari 2010 Update van deelneming waardoor 3%-rappor
teringsdrempel neerwaarts wordt overschreden
10 709 212 2,99%
BlackRock Inc. 4 augustus 2010 Update van deelneming waardoor
3%-rapporteringsdrempel wordt overschreden
10 810 030 3,02%
BlackRock Inc. 12 augustus 2010 Update van deelneming waardoor 3%-rappor
teringsdrempel neerwaarts wordt overschreden
10 693 173 2,99%
BlackRock Inc. 15 september 2010 Update van deelneming waardoor
3%-rapporteringsdrempel wordt overschreden
11 047 165 3,09%

Na 31 december 2010 werd een nieuwe kennisgeving van BlackRock Inc. ontvangen met betrekking tot de toestand op 2 maart 2011 (daling tot 2,99% van het aantal stemrechten).

Aandeelhouderschap 31 december 2010, volgens meest recente kennisgevingen overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007

Kennisgeving betreft
situatie per
Adres Aantal KBC-aandelen
(tegenover de som van het op
het moment van kennisgeving
bestaande aantal aandelen)
KBC Ancora Comm.VA* 1 september 2008 Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 82 216 380 (23,15%)
Cera CVBA* 1 september 2008 Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 25 903 183 (7,29%)
MRBB CVBA* 1 september 2008 Diestsevest 40, 3000 Leuven, België 42 562 675 (11,99%)
Andere vaste aandeelhouders* 1 september 2008 P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2, 8510 Bellegem, België 39 867 989 (11,23%)
Vennootschappen
behorend tot de KBC-groep
1 september 2008 Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 18 240 777 (5,14%)
BlackRock Inc. 15 september 2010 King William Street 33, EC4R9AS Londen, Verenigd Koninkrijk 11 047 165 (3,09%)

* Hiervan werden de volgende aantallen aandelen in onderling overleg ingebracht: 32 634 899 door KBC Ancora Comm.VA, 10 080 938 door Cera CVBA, 26 436 213 aandelen door MRBB CVBA en alle 39 867 989 aandelen door Andere vaste aandeelhouders. Deze aandelen waren het voorwerp van een afzonderlijke kennisgeving.

Informatie over de eigen aandelen in bezit van vennootschappen behorend tot de KBC-groep (artikel 624 en 631 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen)

Aandeelhouderschap 31 december 2010, kennisgeving overeenkomstig art. 631 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen

Adres Aantal KBC-aandelen
Assurisk SA Avenue de la Gare 8-10, 1610 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg 300
KBC Bank NV Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 3 919 045
KBC Investments Limited 111 Old Broad Street, EC2N 1FP Londen, Verenigd Koninkrijk 341
KBC Securities NV Havenlaan 12, 1080 Brussel, België 2
VITIS Life Luxembourg SA Boulevard Royal 7, BP 803, 2018 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg 2 400
Totaal 3 922 088
In procent van het totaal aantal aandelen 1,1%
Aantal
Eigen aandelen bij KBC Groep NV, 31-12-2010 Adres KBC-aandelen
KBC Groep NV Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 14 249 707

De gemiddelde fractiewaarde van het KBC-aandeel in 2010 bedroeg 3,48 euro. Op 31 december 2010 vertegenwoordigden de eigen aandelen in handen van groepsmaatschappijen (inclusief KBC Groep NV zelf) 5,1% van het geplaatst maatschappelijk kapitaal. Het aantal eigen aandelen in handen van groepsmaatschappijen veranderde maar minimaal in 2010 (daling van 17 422 aandelen, fractiewaarde 0,06 miljoen euro, of 0,005% van het geplaatst kapitaal; verkoopprijs van de overgedragen aandelen: 0,6 miljoen euro).

We vestigen er nogmaals de aandacht op dat de in de tabel opgenomen aantallen aandelen kunnen afwijken van de aantallen zoals vermeld in de kennisgevingen conform de Belgische Wet van 2 mei 2007, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Toelichting 5: Balans

Op 31 december 2010 bedroeg het balanstotaal 17 359 miljoen euro. De financiële vaste activa worden besproken in Toelichting 1. Bij de vlottende activa bedragen de geldbeleggingen 370 miljoen euro op 31 december 2010. De afname ten opzichte van het jaar voordien (-97 miljoen euro) is het gevolg van het verdwijnen van de termijnbeleggingen (-30 miljoen euro) en een afname van de eigen aandelen (-67 miljoen euro). Dat laatste is het gevolg van de afwaardering tegen lower of cost to market (LOCOM) van de portefeuille eigen aandelen. Het eigen vermogen wordt besproken in Toelichting 2 en 3. De Schulden op meer dan één jaar bedroegen 7 633 miljoen euro op 31 december 2010. De afname ten opzichte van 31 december 2009 (-202 miljoen euro) is vooral het gevolg van de overboeking van een lening (200 miljoen euro) naar Schulden op minder dan 1 jaar. De Financiële schulden op ten hoogste één jaar bedroegen 424 miljoen euro op 31 december 2010. De toename ten opzichte van 31 december 2009 (341 miljoen euro) is vooral te wijten aan de opname van een kaskrediet (240 miljoen euro) en de schuld ten overstaan van Kredietcorp SA ingevolge de aankoop van aandelen KBL EPB (101 miljoen euro). De Overige schulden bedroegen 865 miljoen euro op 31 december 2010. De toename ten opzichte van 31 december 2009 (850 miljoen euro) is vooral te wijten aan de coupon (595 miljoen euro) te betalen op de 7 miljard euro kernkapitaaleffecten waarop de Belgische en Vlaamse overheid intekenden en het te betalen dividend (258 miljoen euro).

Toelichting 6: Resultaten

In 2010 bedroeg het nettoverlies van KBC Groep NV 959 miljoen euro, tegenover een nettowinst van 159 miljoen euro het jaar voordien. De belangrijkste financiële opbrengsten en kosten in 2010 waren de dividendontvangsten van 28 miljoen euro (daling met 231 miljoen euro ten opzichte van het jaar voordien, vooral toe te schrijven aan een lager dividend uitgekeerd door KBC Asset Management en het niet-uitkeren van een dividend door Kredietcorp SA en KBL EPB), de waardevermindering (67 miljoen euro) ten gevolge van de LOCOM-waardering van de eigen aandelen in portefeuille en de couponbetaling op de aan de Belgische en Vlaamse overheid uitgegeven kernkapitaaleffecten (8,5% van 7 miljard euro, of 595 miljoen euro). De belangrijkste uitzonderlijke kosten in 2010 betreffen een bijkomende waardevermindering op de participatie in KBL EPB (266 miljoen euro).

Toelichting 7: Vergoeding van de commissaris

KBC Groep NV betaalde in 2010 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 91 683 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten. Voor nietauditdiensten werd een vergoeding betaald van 197 030 euro, verdeeld als volgt: andere controleopdrachten: 55 466 euro en andere opdrachten buiten de controleopdrachten: 141 564 euro.

Toelichting 8: Bijkantoren

KBC Groep NV heeft geen bijkantoren (noch in België, noch in het buitenland).

Toelichting 9: Overige informatie

De vereiste wettelijke informatie (artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen) die niet hierboven werd vermeld, vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Dat Verslag omvat ook de vereiste Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

4 Overige informatie

Om zijn kapitaalbasis op een voldoende hoog niveau te houden, gaf KBC in 2008 en 2009 kapitaalversterkende instrumenten uit waarop de Belgische federale overheid en de Vlaamse regionale overheid intekenden. Bovendien tekende KBC in 2009 een garantieovereenkomst met de Belgische staat met betrekking tot CDO- en MBIA-gerelateerd risico.

7 miljard euro kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest

Sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV in totaal voor 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, waarop werd ingetekend door de Belgische staat (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De transactie met de Belgische staat werd gesloten in december 2008, terwijl de overeenkomst met het Vlaams Gewest werd afgerond in juli 2009. De opbrengst van die transacties werd gebruikt door KBC om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met 5,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV) en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV).

Overige kenmerken van de transacties (vereenvoudigd):

  • • uitgifteprijs: 29,50 euro per effect;
  • • couponrente: het hoogste van (i) 2,51 euro per effect (wat overeenstemt met een interest van 8,5%) en (ii) 120% van het uitgekeerde dividend op gewone aandelen voor 2009 (voor de interestbetaling in 2010) en 125% voor 2010 en de volgende jaren (voor de interestbetaling in 2011 en later); er is geen coupon verschuldigd als er geen dividend wordt uitgekeerd;
  • • terugkoopoptie: KBC Groep NV heeft op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten terug te kopen (onder voorbehoud van goedkeuring door de financiële toezichthouder) tegen 150% van de uitgifteprijs (44,25 euro), contant te betalen;
  • • omruilingsoptie (alleen geldig voor de transactie met de Belgische staat): na afloop van drie jaar (dus in december 2011) heeft KBC Groep NV op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten te ruilen in gewone aandelen op een een-voor-eenbasis; als KBC Groep NV daarvoor kiest, kan de staat opteren voor contante terugbetaling van de effecten. Het contante bedrag zal 115% van de uitgifteprijs bedragen vanaf het vierde jaar en zal elk volgend jaar met 5 procentpunten worden verhoogd tot een maximum van 150%.

Garantieovereenkomst voor CDO- en MBIA-gerelateerd risico

In mei 2009 ondertekende KBC een akkoord met de Belgische staat betreffende de garantie met betrekking tot een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan betreft, vereenvoudigd voorgesteld, een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro, en omvat 5,5 miljard euro aan niet-afgedekte super senior CDO-beleggingen en 14,4 miljard euro aan tegenpartijrisico op MBIA. De transactie is als volgt gestructureerd (de CDO-portefeuille bestaat uit verschillende CDO's; de garantiestructuur geldt per CDO; de hierna vermelde cijfers betreffen de som van alle CDO's die onder het plan vallen). Door het op vervaldag komen van een CDO (Aldersgate) zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd.

  • • eerste tranche ad 3,1 (oorspronkelijk 3,2) miljard euro: alle kredietverliezen worden gedragen door KBC;
  • • tweede tranche ad 1,9 (oorspronkelijk 2,0) miljard euro: kredietverliezen worden gedragen door KBC; KBC heeft de optie om aan de Belgische staat te vragen in te schrijven op nieuw uitgegeven KBC-aandelen

tegen marktwaarde, voor 90% van het verlies in deze tranche (KBC behoudt 10% eigen risico);

• derde tranche ad 13,0 (oorspronkelijk 14,8) miljard euro: de kredietverliezen worden voor 90% in contanten gecompenseerd door de staat (KBC behoudt 10% risico).

Door deze overeenkomst wordt de mogelijke negatieve invloed van de betreffende MBIA- en CDO-risico's voor een groot deel uitgeschakeld. Er blijft niettemin enige resultaatsvolatiliteit in de toekomst, aangezien bijvoorbeeld stijgende marktwaarden ertoe kunnen leiden dat bestaande waardeverliezen worden teruggeboekt (met positieve invloed op het resultaat). Als daarna de marktwaarde van de betrokken producten opnieuw daalt, moeten er evenwel nieuwe waardeverliezen worden geboekt. In elk geval wordt het gecumuleerde totaal van waardeverliezen afgetopt door de garantieovereenkomst (waarbij KBC, zoals vermeld, wel een eigenrisicodeel moet dragen).

KBC moet voor deze garantieregeling een provisie betalen. Meer informatie over de invloed op de winst-en-verliesrekening in 2009 en 2010 vindt u in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

EU-goedkeuring

In het kader van de ontvangen overheidssteun legde KBC op 30 september 2009 aan de Europese Commissie een gedetailleerd plan voor dat, naast de vernieuwde strategie, ook een terugbetalingsplan voor de voornoemde kernkapitaaleffecten omvatte. De Europese Commissie keurde het plan op 18 november 2009 goed.

CAD-ratio

[reglementair eigen vermogen] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Dekkingsratio

[individuele bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten]. Voor een definitie van non-performing, zie Non-performing ratio. De teller kan in voorkomend geval worden uitgebreid met de individuele bijzondere waardeverminderingen op performing kredieten en de op portefeuillebasis geboekte bijzondere waardeverminderingen.

Dividend per aandeel

[bedrag dividenduitkering] / [aantal dividendgerechtigde aandelen per einde periode].

Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel

[eigen vermogen van de aandeelhouders] / [aantal gewone aandelen en verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties, min eigen aandelen (per einde periode)].

Gecombineerde ratio (schadeverzekeringen)

[verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / verdiende verzekeringspremies] + [bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering). In 2010 werd de definitie verfijnd, met aanpassing van de referentiecijfers voor 2009.

Kosten-inkomstenratio

[exploitatiekosten van de bankactiviteiten] / [totale opbrengsten van de bankactiviteiten].

Kostenratio, verzekeringen

[bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering).

Kredietkostenratio

[nettowijziging in de individuele en op portefeuillebasis gebaseerde bijzondere waardeverminderingen voor kredietrisico's] / [gemiddelde uitstaande kredietportefeuille]. De kredietportefeuille wordt gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Marktkapitalisatie

[slotkoers KBC-aandeel] x [aantal gewone aandelen].

Nettorentemarge

[onderliggende nettorente-inkomsten bankactiviteiten / [gemiddelde rentedragende activa van de bankactiviteiten].

Non-performing ratio

[uitstaand bedrag van non-performing kredieten (leningen waarvan rente- of hoofdsombetalingen meer dan 90 dagen achterstallig of in overschrijding zijn)] / [totale uitstaande kredietportefeuille].

Rendement op eigen vermogen

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddeld eigen vermogen van de aandeelhouders, exclusief de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa]. Als er een coupon wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Rendement op toegewezen eigen vermogen, van een divisie

[resultaat na belastingen (inclusief belangen van derden) van een divisie, aangepast om rekening te houden met toegewezen in plaats van effectief eigen vermogen] / [gemiddeld toegewezen eigen vermogen van de divisie]. Het resultaat van een divisie is de som van de nettowinst of -verlies van alle ondernemingen die tot die divisie behoren, aangepast voor toegewezen centrale overheadkosten en de financieringskosten op betaalde goodwill. Het aan een divisie toegewezen kapitaal is gebaseerd op de risicogewogen activa voor bankactiviteiten en risicogewogen-activa-equivalenten voor verzekeringsactiviteiten.

Solvabiliteitsratio, verzekeringsactiviteiten

[beschikbaar solvabiliteitskapitaal] / [vereist solvabiliteitskapitaal].

(Core) Tier 1-ratio

[Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Voor de berekening van de core Tier 1-ratio wordt in de teller geen rekening gehouden met hybride instrumenten (wel met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid).

Winst per aandeel, gewoon

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, plus verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties, min eigen aandelen]. Als er een coupon wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Winst per aandeel, verwaterd

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, gecorrigeerd voor rente-uitgaven (na belastingen) op niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, plus verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties, min eigen aandelen, plus verwaterend effect van opties (aantal aandelenopties die zijn toegekend aan het personeel met een uitoefenprijs onder de marktprijs) en niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties]. Als er een coupon wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

"Ik, Luc Philips, chief financial officer van de KBC-groep, verklaar namens het Directiecomité van KBC Groep NV dat, voor zover mij bekend, de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen en dat het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden."

Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2010

Naam Zetel Nationaal
identificatie
nummer
Gehouden deel
van het kapitaal op
groepsniveau (in %)
KBC Bank: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBC Bank NV Brussel – BE 0462.920.226 100,00
Commercial bank "Absolut Bank" (ZAO) Moskou – RU 95,00
Absolut Capital (Luxembourg) SA Luxemburg – LU 95,00
Absolut Finance SA Luxemburg – LU 95,00
Limited liability company "Absolut Leasing" Moskou – RU 95,00
Limited liability company Leasing company "Absolut" Moskou – RU 95,00
Antwerpse Diamantbank NV Antwerpen – BE 0404.465.551 100,00
ADB Asia Pacific Limited Singapore – SG 100,00
Banque Diamantaire (Suisse) SA Genève – CH 100,00
Radiant Limited Partnership Jersey – GB 80,00
CBC Banque SA Brussel – BE 0403.211.380 100,00
Centea NV
Cˇ eskoslovenská Obchodná Banka a.s.
Antwerpen – BE 0404.477.528 99,56
Cˇ SOB Asset Management, spáv. spol., a.s. Bratislava – SK 100,00
Cˇ SOB d.s.s. a.s. Bratislava – SK 100,00
Bratislava – SK 100,00
Cˇ SOB Factoring a.s. Bratislava – SK 100,00
Cˇ SOB Leasing a.s. Bratislava – SK 100,00
Cˇ SOB Leasing Poist'ovaci Maklér s.r.o. Bratislava – SK 100,00
Cˇ SOB Stavebná Sporitel'ˇna a.s. Bratislava – SK 100,00
Istrofinance s.r.o. Bratislava – SK 100,00
Cˇ eskoslovenská Obchodní Banka a.s. Praag – CZ 100,00
Auxilium a.s. Praag – CZ 100,00
Bankovní Informaˇcní Technologie s.r.o. Praag – CZ 100,00
Centrum Radlická a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Asset Management a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Factoring a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Investiˇcní Spole ˇcnost a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Investment Banking Service a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Leasing a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Leasing Pojist'ovaci Maklér s.r.o. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Penzijní fond Progres a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Penzijní fond Stabilita a.s. Praag – CZ 100,00
Cˇ SOB Property Fund a.s. Praag – CZ 100,00
Merrion Properties a.s. Praag – CZ 100,00
Property Skalika s.r.o. Bratislava – SK 100,00
Hypote ˇcní Banka a.s. Praag – CZ 100,00
CIBANK AD Sofia – BG 100,00
IIB Finance Ireland Dublin – IE 100,00
KBC Finance Ireland Dublin – IE 100,00
K&H Bank Zrt. Boedapest – HU 100,00
K&H Csoportszolgáltató Központ Kft. Boedapest – HU 100,00
K&H Equities Consulting Private Limited Company Boedapest – HU 100,00
K&H Ertékpapir Befektetési Alapkezelö Rt. Boedapest – HU 100,00
K&H Factor Zrt. Boedapest – HU 100,00
K&H Pannonlizing Rt. Boedapest – HU 100,00
K&H Alkusz Kft. Boedapest – HU 100,00
K&H Autófinanszirozó Pénzügyl Szolgátató Rt. Boedapest – HU 100,00
K&H Autópark Bérleti és Szolg Kft. Boedapest – HU 100,00
K&H Eszközfinanszirozó Rt. Boedapest – HU 100,00
K&H Eszközlizing Gép-és Thrgj. Bérleti Kft. Boedapest – HU 100,00
K&H Ingatlanlizing Kft. Boedapest – HU 100,00
K&H Lizing Zrt. Boedapest – HU 100,00
KBC Asset Management NV Brussel – BE 0469.444.267 100,00
Eperon Asset Management Limited Dublin – IE 100,00
KBC Asset Management SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Conseil Service SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Access SA Luxemburg – LU 100,00
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
KBC Participations Bonds SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Cash SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Districlick SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Equity SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Invest SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Life SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Money SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Partners SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Participations Renta SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Towarzystwo Funduszy Inwestycyjnych a.s. Warschau – PL 94,00
KBC Bank Deutschland AG Bremen – DE 100,00
KBC Bank Funding LLC II New York – US 100,00
KBC Bank Funding LLC III New York – US 100,00
KBC Bank Funding LLC IV New York – US 100,00
KBC Bank Funding Trust II New York – US 100,00
KBC Bank Funding Trust III New York – US 100,00
KBC Bank Funding Trust IV New York – US 100,00
KBC Bank Ireland Plc. Dublin – IE 100,00
Bencrest Properties Limited Dublin – IE 100,00
Boar Lane Nominee (Number 1) Limited Dublin – IE 100,00
Boar Lane Nominee (Number 2) Limited Dublin – IE 100,00
Boar Lane Nominee (Number 3) Limited Dublin – IE 100,00
Danube Holdings Limited Dublin – IE 100,00
Glare Nominee Limited Dublin – IE 100,00
IIB Finance Limited Dublin – IE 100,00
IIB Asset Finance Limited Dublin – IE 100,00
IIB Commercial Finance Limited Dublin – IE 100,00
IIB Leasing Limited Dublin – IE 100,00
Lease Services Limited Dublin – IE 100,00
IIB Homeloans and Finance Limited Dublin – IE 100,00
Cluster Properties Company Dublin – IE 100,00
Demilune Limited Dublin – IE 100,00
KBC Homeloans and Finance Limited Dublin – IE 100,00
Premier Homeloans Limited Surrey – GB 100,00
Intercontinental Finance Dublin – IE 100,00
Irish Homeloans and Finance Limited Dublin – IE 100,00
KBC Nominees Limited Dublin – IE 100,00
KBC Mortgage Finance Dublin – IE 100,00
Linkway Developments Limited Dublin – IE 100,00
Maurevel Investment Company Limited Dublin – IE 100,00
Meridian Properties Limited Dublin – IE 100,00
Merrion Commercial Leasing Limited Surrey – GB 100,00
Merrion Equipment Finance Limited Surrey – GB 100,00
Merrion Leasing Assets Limited Surrey – GB 100,00
Merrion Leasing Finance Limited Surrey – GB 100,00
Merrion Leasing Industrial Limited Surrey – GB 100,00
Merrion Leasing Limited Surrey – GB 100,00
Merrion Leasing Services Limited Surrey – GB 100,00
Monastersky Limited Dublin – IE 100,00
Needwood Properties Limited Dublin – IE 100,00
Perisda Limited Dublin – IE 100,00
Phoenix Funding 2 Limited Dublin – IE 100,00
Phoenix Funding 3 Limited Dublin – IE 100,00
Phoenix Funding 4 Limited Dublin – IE 100,00
Quintor Limited Dublin – IE 100,00
Rolata Limited Douglas – IM 100,00
Staple Properties Limited Dublin – IE 100,00
Stepstone Mortgage Services Limited Dublin – IE 100,00
KBC Clearing NV Amsterdam – NL 100,00
KBC Commercial Finance NV Brussel – BE 0403.278.488 100,00
KBC Consumer Finance IFN sa Boekarest – RO 100,00
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
KBC Consumer Finance NV Brussel – BE 0473.404.540 60,01
KBC Credit Investments NV Brussel – BE 0887.849.512 100,00
KBC Financial Products UK Limited Londen – GB 100,00
Baker Street Finance Limited Jersey – GB 100,00
Baker Street USD Finance Limited Jersey – GB 100,00
Dorset Street Finance Limited Jersey – GB 100,00
Hanover Street Finance Limited Jersey – GB 100,00
KBC Financial Products Hong Kong Limited Hongkong – HK 100,00
Pembridge Square Limited Jersey – GB 100,00
Picaros Funding Plc. Dublin – IE 100,00
Picaros Purchasing No.3 Limited Dublin – IE 100,00
Regent Street Finance Limited Jersey – GB 100,00
Sydney Street Finance Limited Jersey – GB 100,00
KBC Financial Holding Inc. Wilmington – US 100,00
KBC Financial Products (Cayman Islands) Limited "Cayman I" George Town – KY 100,00
KBC Financial Products International Limited "Cayman III" George Town – KY 100,00
Corona Delaware LLC Wilmington – US 100,00
KBC Financial Products USA Inc. Wilmington – US 100,00
Pacifica Group LLC Wilmington – US 100,00
Equity Key LLC Wilmington – US 100,00
Equity Key Real Estate Option LLC San Diego – US 100,00
EK002 LLC San Diego – US 100,00
EK003 LLC San Diego – US 100,00
EK045 LLC San Diego – US 100,00
Lonsdale LLC Wilmington – US 100,00
Midas Life Settlements LLC Delaware – US 100,00
Upright RM Holdings LLC New York – US 100,00
Reverse Mortgage Trust I New York – US 100,00
Upright Holdings FP Inc. New York – US 100,00
World Alliance Financial Corporation New York – US 100,00
KBC Investments Hong Kong Limited Hongkong – HK 100,00
KBC Consultancy Services (Shenzhen) Limited Shenzhen – CN 100,00
KBC Investments Asia Limited Hongkong – HK 100,00
KBC Investments Cayman Islands Limited "Cayman IV" George Town – KY 100,00
KBC Investments Cayman Islands V Limited George Town – KY 100,00
KBC Investments Limited Londen – GB 100,00
KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV Rotterdam – NL 100,00
KBC Lease Holding NV Leuven – BE 0403.272.253 100,00
Fitraco NV Leuven – BE 0425.012.626 100,00
INK Consultanta – Broker de Asigurare SRL Boekarest – RO 100,00
KBC Autolease NV Leuven – BE 0422.562.385 100,00
KBC Bail Immobilier France sas Parijs – FR 100,00
KBC Immolease NV Leuven – BE 0444.058.872 100,00
KBC Lease Belgium NV Leuven – BE 0426.403.684 100,00
KBC Autolease Polska Sp z.o.o. Warschau – PL 100,00
KBC Lease France SA Lyon – FR 100,00
KBC Bail France sas Lyon – FR 100,00
KBC Lease (Nederland) BV Bussum – NL 100,00
Cathar BV Bussum – NL 100,00
Gooieen BV Bussum – NL 100,00
Hospiveen BV Bussum – NL 100,00
Mercala 1 BV Bussum – NL 100,00
Mercala 2 BV Bussum – NL 100,00
KBC Lease (UK) Limited Surrey – GB 100,00
KBC Lease (Deutschland) GmbH & Co. KG Kronberg – DE 92,00
KBC Lease (Deutschland) Vermietungs GmbH Kronberg – DE 92,00
KBC Vendor Lease (Deutschland) Service GmbH Kronberg – DE 92,00
KBC Vendor Finance (Deutschland) GmbH Kronberg – DE 92,00
Protection One Service GmbH Kronberg – DE 92,00
KBC Lease (Deutschland) Verwaltungs GmbH Kronberg – DE 76,00
KBC Lease España SA Madrid – ES 100,00
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
KBC Lease Italia S.p.A. Verona – IT 100,00
KBC Lease (Luxembourg) SA Strassen – LU 100,00
Romstal Leasing IFN SA Bucharest – RO 99,83
Securitas sam Monaco – MC 100,00
KBC North American Finance Corporation New York – US 100,00
KBC Private Equity NV Brussel – BE 0403.226.228 100,00
Boxco NV Harelbeke – BE 0874.529.234 100,00
Allbox NV Harelbeke – BE 0417.348.339 100,00
Degen Emballages SA Herstal – BE 0425.206.230 100,00
Verkoopkantoor Allbox en Desouter NV Harelbeke – BE 0419.278.540 100,00
Descar NV Harelbeke – BE 0405.322.613 100,00
Dynaco Group NV Moorsel – BE 0893.428.495 89,54
Dynaco Europe NV Moorsel – BE 0439.752.567 89,54
Dynaco USA Inc. Mundelein – US 89,54
KBC ARKIV NV Brussel – BE 0878.498.316 52,00
Novaservis a.s. Brno – CZ 91,58
2 B Delighted NV Roeselare – BE 0891.731.886 99,58
ILLUM BV Leimuiden – NL 99,58
Wever & Ducré NV Roeselare – BE 0412.881.191 99,58
Asia Pacific Trading & Investment Co Limited Hongkong – HK 99,58
Dark NV Roeselare – BE 0472.730.389 99,58
Limis Beyond Light NV Roeselare – BE 0806.059.310 99,58
Wever & Ducré Asia Pacific Limited Hongkong – HK 99,58
Wever & Ducré BV Den Haag – NL 99,58
Wever & Ducré GmbH Herzogenrath – DE 99,58
Wever & Ducré Iluminación SL Madrid – ES 99,58
Wever & Ducré Shanghai Limited Sjanghai – CN 99,58
KBC Real Estate Luxembourg SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Real Estate NV Brussel – BE 0404.040.632 100,00
Almafin Real Estate NV Brussel – BE 0403.355.494 100,00
Almafin Real Estate Services NV Brussel – BE 0416.030.525 100,00
Immo Arenberg NV Brussel – BE 0471.901.337 100,00
KBC Vastgoedinvesteringen NV Brussel – BE 0455.916.925 99,00
KBC Vastgoedportefeuille België NV Brussel – BE 0438.007.854 100,00
KBC Rusthuisvastgoed NV Brussel – BE 0864.798.253 100,00
Novoli Investors BV Amsterdam – NL 83,33
Poelaert Invest NV Zaventem – BE 0478.381.531 99,99
Vastgoed Ruimte Noord NV Brussel – BE 0863.201.515 100,00
KBC Securities NV Brussel – BE 0437.060.521 100,00
KBC Equitas LLC Boedapest – HU 100,00
KBC Securitas a.d. Beograd Belgrado – RS 100,00
KBC Securities Romania SA Boekarest – RO 100,00
SAI Swiss Capital Asset Management SA Boekarest – RO 100,00
Patria Finance a.s. Praag – CZ 100,00
Patria Direct a.s. Praag – CZ 100,00
Kredyt Bank SA Warschau – PL 80,00
Kredyt Lease SA Warschau – PL 80,00
Kredyt Trade Sp z.o.o. Warschau – PL 80,00
Reliz SA Katowice – PL 80,00
Loan Invest NV "Institutionele VBS naar Belgisch recht" Brussel – BE 0889.054.884 100,00
Old Broad Street Invest NV Brussel – BE 0871.247.565 100,00
111 OBS Limited Partnership Londen – GB 100,00
111 OBS (General Partner) Limited Londen – GB 100,00
Quasar Securitisation Company NV Brussel – BE 0475.526.860 100,00
Z
agiel SA
Warschau – PL 100,00
KBC Bank: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden
111 OBS (Nominee) Limited1 Londen – GB 100,00
2 B Delighted Italia Srl1 Torino – IT 99,58
Absolut Capital Trust Limited1 Limasol – CY 95,00
ADB Private Equity Limited1 Jersey – GB 80,00
ADB Private Equity Research BVBA1 Antwerpen – BE 0894.314.363 80,00
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
Aldersgate Finance Limited1 Jersey – GB 100,00
Almaloisir & Immobilier sas1 Nice – FR 100,00
Apicinq NV1 Brussel – BE 0469.891.457 97,99
Apitri NV1 Diegem – BE 0469.889.873 99,98
Applied Maths Inc.1 Austin – US 65,92
Applied Maths NV1 Sint-Martens-Latem – BE 0453.444.712 65,92
Avebury Limited1 Dublin – IE 100,00
Bankowy Fundusz Inwestycyjny Serwis Sp z.o.o.1
Warschau – PL 80,00
Brussels North Distribution NV1 Brussel – BE 0476.212.887 99,05
Chiswell Street Finance Limited1 Jersey – GB 100,00
City Hotels NV1 Zaventem – BE 0416.712.394 85,51
Clifton Finance Street Limited1
Cˇ SOB Foundation1
Jersey – GB 100,00
Bratislava – SK 100,00
Dala Beheer BV1 Amsterdam – NL 100,00
Dala Property Holding III BV1 Amsterdam – NL 100,00
Dala Property Holding XV BV1 Amsterdam – NL 100,00
Di Legno Interiors NV1 Genk – BE 0462.681.783 62,50
DLI International NV1 Genk – BE 0892.881.535 62,50
Eurincasso s.r.o.1 Praag – CZ 100,00
Fulham Road Finance Limited1 Jersey – GB 100,00
Gie Groupe KBC Paris1 Parijs – FR 100,00
Gulliver Kereskedelmi és Szolgátáto Kft1 Boedapest – HU 100,00
Immo-Antares NV2 Brussel – BE 0456.398.361 95,00
Immo-Basilix NV2 Brussel – BE 0453.348.801 95,00
Immo-Beaulieu NV2 Brussel – BE 0450.193.133 50,00
Immobilière Distri-Land NV2 Brussel – BE 0436.440.909 87,52
Immo Genk-Zuid NV1 Zaventem – BE 0464.358.497 100,00
Immo Kolonel Bourgstraat NV2 Brussel – BE 0461.139.879 50,00
Immolease-Trust NV1 Brussel – BE 0406.403.076 100,00
Immo-Llan NV2 Brussel – BE 0448.079.820 99,56
Immo Lux-Airport SA2 Luxemburg – LU 100,00
Immo Marcel Thiry NV2 Brussel – BE 0450.997.441 95,00
Immo-Quinto NV1 Brussel – BE 0466.000.470 100,00
Immo Zenobe Gramme NV2 Brussel – BE 0456.572.664 99,99
IPCOS BV1 Boxtel – NL 60,00
IPCOS NV1 Heverlee – BE 0454.964.840 60,00
Julienne S.à.r.l.1 Bertrange – LU 100,00
Julienne Holdings S.à.r.l.1 Luxemburg – LU 90,00
Julie LH BVBA1 Brussel – BE 0890.935.201 90,00
Juliette FH BVBA1 Brussel – BE 0890.935.397 90,00
KB-Consult NV1 Brussel – BE 0437.623.220 100,00
KBC Alternative Investment Management Belgium NV1 Brussel – BE 0883.054.940 100,00
KBC Alternative Investment Management Limited1 Londen – GB 100,00
KBC Alternative Investment Management (USA) Inc.1 Delaware – US 100,00
KBCAM Australia Limited1 Sydney – AU 51,00
KBC Concord Asset Management Co. Limited1 Taipei – TW 55,46
KBC Diversified Fund (part of KBC AIM Master Fund)1 George Town – KY 100,00
KBC Financial Services (Ireland) Limited1 Dublin – IE 100,00
KBC Life Harvest Capital Fund1 Dublin – IE 63,06
KBC International Finance NV1 Rotterdam – NL 100,00
KBC Life Opportunity Fund1 Dublin – IE 100,00
KBC Participations Frequent SA1 Luxemburg – LU 100,00
KBC Private Equity Advisory Services Limited Liability Company1 Boedapest – HU 100,00
KBC Private Equity Advisory Services Sp.z.o.o.1 Warschau – PL 100,00
KBC Securities Corporate Finance LLC1 Belgrado – RS 60,00
KBC Securities LLC1 Moskou – RU 100,00
KBC Structured Finance Limited1 Sydney – AU 100,00
Kredietfinance Corporation (June) Limited1 Surrey – GB 100,00
Kredietfinance Corporation (September) Limited1 Surrey – GB 100,00
Kredietlease (UK) Limited1 Surrey – GB 100,00
Kredyt Bank SA i TUiR WARTA SA1 Warschau – PL 90,00
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
Lancaster Place Finance Limited1 Jersey – GB 100,00
Lancier LLC1 Delaware – US 100,00
Ligeva NV1 Mortsel – BE 0437.002.519 100,00
Limited liability company "Absolut Capital"1 Moskou – RU 95,00
LIZAR Sp z.o.o.1 Warschau – PL 80,00
Luxembourg North Distribution SA1 Luxemburg – LU 99,11
Mechelen City Center NV1 Heffen – BE 0471.562.332 100,00
Mezzafinance NV1 Brussel – BE 0453.042.260 100,00
Motokov a.s.1 Praag – CZ 69,10
Newcourt Street Finance Limited1 Jersey – GB 100,00
NV ACTIEF NV1 Brussel – BE 0824.213.750 66,67
Oxford Street Finance Limited1 Jersey – GB 100,00
Parkeergarage De Panne NV1 Brussel – BE 0881.909.548 90,00
Patria Finance CF a.s. 1 Praag – CZ 100,00
Patria Finance Slovakia a.s. 1 Bratislava – SK 100,00
Patria Online a.s. 1 Praag – CZ 100,00
Pericles Invest NV1
Brussel – BE 0871.593.005 99,50
Picaros Purchasing No.1 Limited1 Dublin – IE 100,00
Picaros Purchasing No.2 Limited1 Dublin – IE 100,00
Property LM s.r.o.1 Praag – CZ 100,00
Quercus Scientific NV1 Sint-Martens-Latem – BE 0884.920.310 65,92
Risk Kft.1 Boedapest – HU 100,00
Servipolis Management Company NV1 Zaventem – BE 0442.552.206 70,00
Sicalis BV1 Amsterdam – NL 100,00
TEE Square Limited1 Road Town – VG 100,00
Tormenta Investment Sp.z.o.o.1 Warschau – PL 100,00
Vermögensverwaltungsgesellschaft Merkur mbH1 Bremen – DE 100,00
Weyveld Vastgoedmaatschappij NV1 Brussel – BE 0425.517.818 100,00
Willowvale Company1 Dublin – IE 100,00
Zipp Skutery Sp.z.o.o.1 Przasnysz – PL 100,00
KBC Bank: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
Cˇ eskomoravská Stavební Spoˇritelna a.s. Praag – CZ 55,00
Immobiliare Novoli S.p.A. Firenze – IT 44,80
KBC Goldstate Fund Management Co. Limited Sjanghai – CN 49,00
UNION KBC Asset Mangement Private Limited Mumbai – IN 49,00
KBC Bank: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
Atrium Development SA Luxemburg – LU 25,00
Barbarahof NV Leuven – BE 0880.789.197 30,00
Consorzio Sandonato Est Firenze – IT 20,24
Covent Garden Development NV Brussel – BE 0892.236.187 25,00
Covent Garden Real Estate NV Zaventem – BE 0872.941.897 50,00
Flex Park Prague s.r.o. Praag – CZ 50,00
FM-A Invest NV Diegem – BE 0460.902.725 50,00
Jesmond Amsterdam NV Amsterdam – NL 50,00
Miedziana Sp. z.o.o. Warschau – PL 47,75
Panton Kortenberg Vastgoed NV "Pako Vastgoed" Sint-Niklaas – BE 0437.938.766 50,00
Amdale Holdings Limited NV Diegem – BE 0452.146.563 50,00
Pakobo NV Diegem – BE 0474.569.526 49,99
Rumst Logistics NV Machelen – BE 0862.457.583 49,99
Perifund NV Brussel – BE 0465.369.673 50,00
Prague Real Estate NV Zaventem – BE 0876.309.678 50,00
Real Estate Participation NV Zaventem – BE 0473.018.817 50,00
Resiterra NV Leuven – BE 0460.925.588 50,00
Rumst Logistics II NV Machelen – BE 0880.830.076 50,00
Rumst Logistics III NV Machelen – BE 0860.829.383 50,00
Sandonato Parcheggi Srl Firenze – IT 44,80
Sandonato Srl Firenze – IT 44,80
UNION KBC Trustee Company Private Limited Mumbai – IN 49,00
Val d'Europe Holding NV Zaventem – BE 0808.932.092 45,00
Val d'Europe Invest sas Parijs – FR 45,00
Xiongwei Lighting (Guangzhou) Co., Ltd. Guangzhou – CN 49,79
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
KBC Bank: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
Giro Elszámolásforgáltátó Rt. Boedapest – HU 20,99
HAGE Hajdúsági Agráripari Résvényatársaság Boedapest – HU 25,00
K&H Lizingház Rt. (in vereffening) Boedapest – HU 100,00
Kvantum Követeléskezelõ és Befektetési Rt. (in vereffening) Boedapest – HU 100,00
Nova Ljubljanska banka d.d. Ljubljana – SI 30,57
KBC Bank: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1
Banking Funding Company NV Brussel – BE 0884.525.182 20,93
BCC Corporate NV Brussel – BE 0883.523.807 23,95
Bedrijvencentrum Noordoost-Antwerpen NV Antwerpen – BE 0455.474.485 21,28
Bedrijvencentrum Regio Roeselare NV Roeselare – BE 0428.378.724 22,22
Bedrijvencentrum Rupelstreek NV Aartselaar – BE 0427.329.936 33,33
Brand and Licence Company NV Brussel – BE 0884.499.250 20,00
Czech Banking Credit Bureau a.s. Praag – CZ 20,00
Etoiles d'Europe sas Parijs – FR 45,00
Isabel NV Brussel – BE 0455.530.509 25,33
Justinvest NV Antwerpen – BE 0476.658.097 33,33
Kattendijkdok NV Antwerpen – BE 0863.854.482 39,00
První Certifikaˇcní Autorita a.s. Praag – CZ 23,25
Rabot Invest NV Antwerpen – BE 0479.758.733 25,00
Sea Gate Logistics NV Aalst – BE 0480.040.627 25,00
Xenarjo cvba Mechelen – BE 0899.749.531 24,99
KBC Verzekeringen: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBC Verzekeringen NV Leuven – BE 0403.552.563 100,00
ADD NV Heverlee – BE 0406.080.350 100,00
Assurisk SA Luxemburg – LU 100,00
Anglesea Financial Products Limited Dublin – IE 100,00
KBC Financial Indemnity Insurance SA Luxemburg – LU 100,00
Cˇ SOB Pojišt'ovna a.s. Pardubice – CZ 100,00
Cˇ SOB Poist'ovˇna a.s.
Bratislava – SK 100,00
Double U Building BV Rotterdam – NL 100,00
DZI Insurance Plc Sofia – BG 90,35
DZI – General Insurance JSC Sofia – BG 90,35
DZI – Health Insurance AD Sofia – BG 90,35
Medical Center DZI EOOD Sofia – BG 90,35
Fidea NV Antwerpen – BE 0406.006.069 100,00
Groep VAB NV Zwijndrecht – BE 0456.267.594 74,81
Red Holding NV Sint-Niklaas – BE 0881.519.172 74,81
VRG Rijscholen NV Borgerhout – BE 0448.109.811 74,81
Baert Sint-Niklaas NV Sint-Niklaas – BE 0451.656.645 74,81
VAB NV Zwijndrecht – BE 0436.267.594 74,80
K&H Insurance Rt. Boedapest – HU 100,00
KBC Banka A.D. Beograd Belgrado – RS 100,00
KBC Life Fund Management SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Verzekeringen Vastgoed Nederland I BV Rotterdam – NL 100,00
RTI Invest Kft Boedapest – HU 100,00
Towarzystwo Ubezpiecze ´n i Reasekuracji WARTA SA Warschau – PL 100,00
KBC Alpha SFIO Warschau – PL 100,00
PTE WARTA SA Warschau – PL 100,00
˙
Towarzystwo Ubezpiecze ´n na Zycie WARTA SA
Warschau – PL 100,00
KBC Verzekeringen: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1
Almarisk NV Merelbeke – BE 0420.104.030 100,00
Antwerpse Rijscholenmaatschappij NV Antwerpen – BE 0425.748.242 74,81
Brika 2000 NV Hoboken – BE 0471.300.531 74,81
Car Dent Benelux NV Zwijndrecht – BE 0460.861.351 74,81
Cˇ SOB Insurance Service Limited Pardubice – CZ 100,00
Depannage 2000 NV Hoboken – BE 0403.992.429 74,81
European Rental Systems NV Antwerpen – BE 0444.503.785 74,81
Fundacja WARTA Warschau – PL 100,00
Gdynia America Shipping Lines (London) Limited Londen – GB 73,68
Immo Campus Blairon NV Brussel – BE 0475.910.902 100,00
Nationaal
identificatie
Gehouden deel
van het kapitaal op
Naam Zetel nummer groepsniveau (in %)
KBC Life Fund Management Ireland Limited Dublin – IE 9,00
KBC Life Group Services Ireland Limited Dublin – IE 100,00
KBC Zakenkantoor NV Leuven – BE 0462.315.361 100,00
Limburgse Autorijschool BVBA Hasselt – BE 0420.345.342 74,81
Maatschappij voor Brandherverzekering cvba Leuven – BE 0403.552.761 90,55
Net Fund Administration Sp z.o.o. Warschau – PL 99,22
Omnia NV Leuven – BE 0413.646.305 100,00
Probemo Dubbele Bediening NV Sint-Niklaas – BE 0435.357.180 74,81
Rijscholen Erasmus BVBA Hoboken – BE 0465.442.226 74,81
Rijscholen Sanderus NV Mechelen – BE 0413.004.719 74,81
Rij Wijs BVBA Zwijndrecht – BE 0861.204.701 74,81
VAB Fleet Services NV Zwijndrecht – BE 0866.583.053 52,19
VIV Docu Kft Boedapest – HU 100,00
VIV Server Kft Boedapest – HU 100,00
WARTA Finance SA Warschau – PL 100,00
WARTA 24 Plus Sp.z.o.o. Warschau – PL 100,00
WARTA Nieruchomosci Sp.z.o.o. Warschau – PL 100,00
24+ NV Zwijndrecht – BE 0895.810.836 87,41
KBC Verzekeringen: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
NLB Vita d.d. Ljubljana – SI 50,00
KBC Verzekeringen: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
Sepia NV Brussel – BE 0403.251.467 50,00
KBC Verzekeringen: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
KBC Verzekeringen: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1
AIA-Pool cvba Brussel – BE 0453.634.752 33,50
AssurCard NV Leuven – BE 0475.433.127 33,33
Optimobil Belgium NV Brussel – BE 0471.868.277 33,33
KBL EPB: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBL European Private Bankers SA Luxemburg – LU 99,91
Brown, Shipley & Co. Limited Londen – GB 99,91
Cawood, Smithie & Co. Londen – GB 99,91
Fairmount Group Nominees Limited Leatherhead – GB 99,91
Fairmount Pension Trustee Limited Londen – GB 99,91
Fairmount Trustee Services Limited Leatherhead – GB 99,91
KBL Investment Funds Limited Londen – GB 99,91
Slark Trustee Company Leatherhead – GB 99,91
The Brown Shipley Pension Portfolio Limited Londen – GB 99,91
White Rose Nominee Limited Londen – GB 99,91
Fidef Ingénierie Patrimoniale SA La Rochelle – FR 99,91
Financière et Immobilière SA Luxemburg – LU 99,91
KB Lux Immo SA Luxemburg – LU 99,91
Centre Europe SA Luxemburg – LU 99,91
Rocher Limited Douglas – IM 99,91
sci KB Luxembourg Immo III (Monaco) Monaco – MC 99,91
KBL Beteiligungs AG Mainz – DE 99,91
Merck Finck & Co. München – DE 99,91
Merck Finck Pension Fund München – DE 99,91
Merck Finck Treuhand AG München – DE 99,91
Unterstützungseinrichtung des Bankhauses Merck Finck & Co München – DE 99,91
Modernisierungsgesellschaft Lübecker Strasse Mainz – DE 78,99
KBL Monaco Private Bankers SA Monaco – MC 99,91
sci KB Luxembourg Immo I (Monaco) Monaco – MC 99,91
KBL Monaco Conseil et Courtage en Assurance Monaco – MC 99,91
KBL Richelieu Banque Privée SA Parijs – FR 99,91
KBL France Gestion Parijs – FR 99,91
S.E.V. Parijs – FR 68,92
Kredietbank Informatique GIE Luxemburg – LU 99,91
KBL (Switzerland) Ltd. Genève – CH 99,90
Privagest SA Genève – CH 99,90
Kredietrust Luxembourg SA Luxemburg – LU 99,91
Naam Zetel Nationaal
identificatie
nummer
Gehouden deel
van het kapitaal op
groepsniveau (in %)
Puilaetco Dewaay Private Bankers SA Brussel – BE 0403.236.126 99,91
Banque Puilaetco Luxembourg SA Luxemburg – LU 99,91
Theodoor Gilissen Bankiers NV Amsterdam – NL 99,91
Administratiekantoor Interland BV Amsterdam – NL 99,91
Trust- en Administratiekantoor Mij. Interland BV Amsterdam – NL 99,91
Lange Voorbehout BV Amsterdam – NL 99,91
Stroeve Asset Mangement BV Amsterdam – NL 99,91
TG Fund Management BV Amsterdam – NL 99,91
TG Ventures BV Amsterdam – NL 99,91
Theodoor Gilissen Global Custody BV Amsterdam – NL 99,91
Theodoor Gilissen Trust BV Amsterdam – NL 99,91
Wereldeffect BV Amsterdam – NL 99,91
VITIS Life SA Luxemburg – LU 99,91
Data Office NV Leuven – BE 0413.719.252 99,91
KBL EPB: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1
Plateau Real Estate Limited Douglas – IM 99,91
sci KB Luxembourg Immo II (Monaco) Monaco – MC 99,91
Steubag Gesellschaft für Betriebswirtschafts- und Bankendienstleistungsberatung in
Rheinland-Pfalz mbH
Mainz – DE 99,91
KBL EPB: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
KBL EPB: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
EFA Partners SA
Luxemburg – LU 52,65
European Fund Administration SA Luxemburg – LU 52,65
European Fund Administration France sas Parijs – FR 52,65
KBL EPB: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1
Damsigt scp Utrecht – NL 24,56
Forest Value Management Investment SA Luxemburg – LU 26,67
KBC Groep: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBC Groep NV Brussel – BE 0403.227 515 100,00
KBC Bank NV Brussel – BE 0462.920.226 100,00
KBC Global Services NV Brussel – BE 0465.746.488 100,00
KBC Verzekeringen NV Brussel – BE 0403.552.563 100,00
KBL European Private Bankers SA Luxemburg – LU 99,91
Kredietcorp SA Luxemburg – LU 100,00
KBC Groep: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1
Gebema NV Mortsel – BE 0461.454.338 100,00
ValueSource NV Brussel – BE 0472.685.453 100,00
ValueSource Technologies Private Limited Alwarpet – IN 99,99
KBC Groep: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
KBC Groep: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
KBC Groep: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
KBC Groep: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1

Reden voor uitsluiting: 1 Te verwaarlozen betekenis.

2 Vastgoedcertificaten en maatschappijen waarbij het resultaat niet wordt toegewezen aan de groep.

Een onderneming die voor consolidatie in aanmerking komt, wordt ook werkelijk in consolidatie opgenomen, als twee van de volgende criteria worden overschreden: het deel van de groep in het eigen vermogen overschrijdt 2,5 miljoen euro;

het deel van de groep in het resultaat overschrijdt 1 miljoen euro;

het balanstotaal overschrijdt 100 miljoen euro.

Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerd balanstotaal.

U vindt de meest recente versie van de lijst op www.kbc.com.

Contactgegevens

Informatie over producten, diensten en publicaties van de KBC-groep is beschikbaar bij het KBC-Telecenter, bereikbaar op werkdagen van 8 tot 22 uur en op zaterdag en banksluitingsdagen van 9 tot 17 uur. Aandeelhouders en pers kunnen bovendien terecht bij onze Persdienst en ons Investor Relations Office, waarvan u de contactgegevens vindt in de tabel.

Contactgegevens

KBC-Telecenter
Tel. +32 78 152 153 (Nederlands), +32 78 152 154 (Frans, Engels, Duits)
E-mail [email protected]
Investor Relations Office
E-mail [email protected]
Website www.kbc.com
Adres KBC Groep NV, Investor Relations Office – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
Pers
Communicatie Groep/Persdienst Viviane Huybrecht (directeur Communicatie Groep, woordvoerster)
Tel. + 32 2 429 85 45
E-mail [email protected]
Website www.kbc.com
Adres KBC Groep NV, Communicatie Groep – GCM, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België

Communicatie met aandeelhouders

KBC stelt alles in het werk om zo transparant en open mogelijk met zijn aandeelhouders te communiceren. Tijdens het boekjaar organiseert de groep diverse contactmogelijkheden tussen het management en de beleggers/aandeelhouders. Het gaat dan onder meer over beleggersevents, conferenties, roadshows (bijvoorbeeld naar aanleiding van de bekendmaking van de resultaten of andere belangrijke aangelegenheden) en Investor Days of Investor Lunches, waarop specifieke items naar voren worden gebracht. Dergelijke contacten worden begeleid vanuit de dienst Investor Relations, die het hele jaar door ook vragen van beleggers behartigt. De groep verspreidt bovendien het hele jaar door informatie via persberichten, presentaties e.d. en stelt ter gelegenheid van de bekendmaking van de resultaten ook kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen ter beschikking. Deze informatie vindt u ook op de website www.kbc.com, die daarnaast diverse wettelijke verplichte meldingen (onder meer met betrekking tot de Algemene Vergaderingen), algemene bedrijfsinformatie en specifieke rapporten bevat, zoals risicorapporten en rapporten over duurzaam ondernemen.

Financiële kalender

De meest actuele versie van de financiële kalender, inclusief de publicatiedata van de resultaten en de data van analisten- en beleggersvergaderingen, is beschikbaar op www.kbc.com, onder Investor Relations.

Financiële kalender

Publicatie resultaten: 10 februari 2011
Publicatie embedded value levensverzekeringen: 1 april 2011
Jaarverslag, Risk Report en CSR Report over 2010 beschikbaar: 8 april 2011
Algemene Vergadering: 28 april 2011 (agenda beschikbaar op www.kbc.com)
Boekjaar 2010 Ex-coupon en betaalbaarstelling dividend: 3 mei en 6 mei 2011
1kw2011 Publicatie resultaten: 12 mei 2011
2kw2011 Publicatie resultaten: 9 augustus 2011
3kw2011 Publicatie resultaten: 10 november 2011
4kw2011 Publicatie resultaten: 9 februari 2012

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.