Annual Report • Apr 3, 2012
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
De KBC-groep is een geïntegreerde bank-verzekeraar voor hoofdzakelijk retail-, kmo- en midcapcliënten. De groep concentreert zich op zijn thuismarkten in België en een selectie van landen in Centraal- en Oost-Europa. In de rest van de wereld is de groep selectief aanwezig in bepaalde landen.
| KBC Ancora | 23% |
|---|---|
| Cera | 7% |
| MRBB | 13% |
| Andere vaste aandeelhouders | 11% |
| KBC-groepsmaatschappijen | 5% |
| Free float | 41% |
| Totaal | 100% |
vier thuismarkten in Centraal- en Oost-Europa) 9 miljoen
| Totaal, in vte | 47 530 |
|---|---|
| België | 844 |
|---|---|
| Centraal- en Oost-Europa (vier thuismarkten) | 806 |
| België | 492 exclusieve agentschappen |
|---|---|
| Centraal- en Oost-Europa (vier thuismarkten) | diverse distributiekanalen |
| Fitch | Moody's | Standard & Poor's | |
|---|---|---|---|
| KBC Bank NV | A- | A1 | A |
| KBC Verzekeringen NV | A- | – | A |
| KBC Groep NV | A- | A2 | BBB+ |
| Website | www.kbc.com |
|---|---|
| KBC-Telecenter | [email protected] |
Gegevens op 31 december 2011, tenzij anders vermeld. Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.
1 Zonder maatschappijen die op balansdatum onder IFRS 5 vielen (Fidea, KBL EPB, WARTA).
2 De outlook/watch/review bij deze ratings vindt u verder in dit verslag.
Resultaatsontwikkeling
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde balans en beheerd vermogen per einde periode (in miljoenen euro) | |||||
| Balanstotaal | 355 597 | 355 317 | 324 231 | 320 823 | 285 382 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 147 051 | 157 296 | 153 230 | 150 666 | 138 284 |
| Effecten | 105 023 | 94 897 | 98 252 | 89 395 | 65 036 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 192 135 | 196 733 | 193 464 | 197 870 | 165 226 |
| Technische voorzieningen en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen | 26 833 | 26 724 | 29 951 | 29 948 | 26 928 |
| Totaal eigen vermogen (incl. niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten) | 18 487 | 15 376 | 17 177 | 18 674 | 16 772 |
| Risicogewogen activa op groepsniveau (Basel II) | 146 998 | 155 291 | 143 359 | 132 034 | 126 333 |
| Beheerd vermogen | 230 890 | 206 842 | 205 234 | 208 813 | 192 795 |
| Geconsolideerde resultaten volgens IFRS (in miljoenen euro) | |||||
| Totale opbrengsten | 9 802 | 4 827 | 4 625 | 8 378 | 7 310 |
| Exploitatiekosten | -5 219 | -5 600 | -4 779 | -4 436 | -4 344 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -267 | -2 234 | -2 725 | -1 656 | -2 123 |
| Nettoresultaat, groepsaandeel | 3 281 | -2 484 | -2 466 | 1 860 | 13 |
| Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) | 9,46 | -7,31 | -7,26 | 3,72 | -1,93 |
| Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) | 9,42 | -7,28 | -7,26 | 3,72 | -1,93 |
| Geconsolideerde onderliggende1 resultaten (in miljoenen euro) |
|||||
| Totale opbrengsten (onderliggend) | 9 481 | 9 172 | 9 111 | 8 744 | 8 182 |
| Exploitatiekosten (onderliggend) | -5 164 | -5 591 | -4 888 | -4 832 | -4 686 |
| Bijzondere waardeverminderingen (onderliggend) | -191 | -743 | -1 913 | -1 525 | -1 909 |
| Nettoresultaat, groepsaandeel (onderliggend) | 3 143 | 2 270 | 1 724 | 1 710 | 1 098 |
| Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) (onderliggend) | 9,06 | 6,68 | 5,08 | 3,28 | 1,26 |
| Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) (onderliggend) | 9,02 | 6,66 | 5,08 | 3,28 | 1,26 |
| Nettoresultaat per divisie (onderliggend) | |||||
| België | – | – | – | 1 051 | 802 |
| Centraal- en Oost-Europa (vier kernmarkten) | – | – | – | 570 | 327 |
| Merchantbanking | – | – | – | 133 | -110 |
| Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) | – | – | – | -44 | 79 |
| KBC-aandeel | |||||
| Aantal uitstaande aandelen per einde periode (in duizenden) | 355 115 | 357 753 | 357 918 | 357 938 | 357 980 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, per einde periode (in euro) | 50,7 | 31,5 | 28,4 | 32,8 | 28,7 |
| Hoogste koers tijdens het boekjaar (in euro) | 106,2 | 95,0 | 39,4 | 38,0 | 32,6 |
| Laagste koers tijdens het boekjaar (in euro) | 85,9 | 18,2 | 5,5 | 25,5 | 7,7 |
| Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) | 95,8 | 65,2 | 20,9 | 32,6 | 22,3 |
| Slotkoers boekjaar (in euro) | 96,2 | 21,5 | 30,4 | 25,5 | 9,7 |
| Brutodividend per aandeel (in euro)2 | 3,78 | 0,0 | 0,0 | 0,75 | 0,01 |
| Marktkapitalisatie per einde periode (in miljarden euro) | 34,2 | 7,7 | 10,9 | 9,1 | 3,5 |
| Ratio's | |||||
| Rendement op eigen vermogen | 21% | -18% | -23% | 12% | -6% |
| Rendement op eigen vermogen, gebaseerd op onderliggend resultaat | 20% | 16% | 16% | 11% | 5% |
| Kosten-inkomstenratio, bankieren, gebaseerd op onderliggend resultaat | 57% | 64% | 55% | 56% | 60% |
| Gecombineerde ratio, schadeverzekeringen | 96% | 95% | 101% | 100% | 92% |
| Kredietkostenratio, bankieren | 0,13% | 0,70% | 1,11% | 0,91% | 0,82% |
| Tier 1-ratio, groep (Basel II) | 8,8% | 8,9% | 10,8% | 12,6% | 12,3% |
Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen, analyses en het Glossarium van gebruikte ratio's verder in dit verslag. 1 Een omschrijving van de onderliggende resultaten vindt u in het hoofdstuk Resultaat in 2011. In 2011 werd de divisie-indeling gewijzigd, met retroactieve aanpassing van de referentiecijfers voor 2010.
2 Dividend voor 2011 onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.
p. 131 Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies
p. 132 Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak
Naam van de vennootschap Overal waar in dit jaarverslag sprake is van KBC, de groep of de KBC-groep wordt de geconsolideerde entiteit bedoeld, dat is KBC Groep NV inclusief alle in de consolidatiekring opgenomen groepsmaatschappijen (dochter- en kleindochterondernemingen, enz.). Waar sprake is van KBC Groep NV wordt alleen de niet-geconsolideerde entiteit bedoeld. KBL European Private Bankers wordt in dit jaarverslag afgekort als KBL EPB.
Vertaling Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels, waarbij de Nederlandse versie de originele is en de andere versies officieuze vertalingen zijn. KBC verzekert dat al het redelijkerwijs mogelijke werd gedaan om inhoudelijke verschillen tussen de taalversies te vermijden. Mochten er toch zulke verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang.
Toekomstgerichte verklaringen De in dit jaarverslag opgenomen verwachtingen, prognoses en verklaringen over toekomstige ontwikkelingen zijn gebaseerd op veronderstellingen en inschattingen. Toekomstgerichte verklaringen zijn uit hun aard risicovol en onzeker, omdat ze betrekking hebben op toekomstige gebeurtenissen en afhangen van toekomstige omstandigheden. Diverse factoren, met inbegrip van maar niet beperkt tot de factoren beschreven in dit jaarverslag in het kader van dergelijke toekomstgerichte verklaringen, kunnen ertoe leiden dat de uiteindelijke werkelijke resultaten en ontwikkelingen sterk afwijken van degene die impliciet of expliciet vervat zijn in dergelijke toekomstgerichte verklaringen.
Jaarverslag van KBC Bank en KBC Verzekeringen KBC is een bank-verzekeraar en de financiële informatie in dit verslag is bijgevolg grotendeels geïntegreerd (d.w.z. bank- en verzekeringsinformatie samen). Als u geïnteresseerd bent in aparte gegevens over de bank- of verzekeringsactiviteiten en -resultaten van KBC, kunt u die vinden in de aparte jaarverslagen van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.
Artikel 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen Deze artikelen leggen vast wat de minimale inhoud is van de door de wet vereiste jaarverslagen over de vennootschappelijke en de geconsolideerde jaarrekening. De betreffende informatie is verwerkt in de diverse hoofdstukken van het hiernavolgende Verslag van de Raad van Bestuur, dat daarnaast bijkomende, niet-verplichte informatie bevat. In bepaalde gevallen wordt in dat deel, om herhaling van informatie te vermijden, verwezen naar informatie die al in de andere delen van deze brochure wordt vermeld. Overeenkomstig artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen combineert KBC Groep NV het jaarverslag over de vennootschappelijke jaarrekening met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Het Risk Report en het CSR Report, waarnaar in bepaalde paragrafen wordt verwezen, maken geen deel uit van dit jaarverslag.
• Introductie op de Belgische markt van een nieuwe generatie Mobile Banking voor KBC-cliënten.
• Publicatie resultaten derde kwartaal 2011: geconsolideerd nettoverlies bedraagt -1 579 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt het onderliggende nettoverlies -248 miljoen euro. Enerzijds werden de resultaten negatief beïnvloed door de waardedaling van CDO's, verliezen bij desinvesteringen, kredietvoorzieningen in Hongarije, Bulgarije en Ierland, waardeverminderingen op aandelen en de impact van Griekenland; anderzijds was er ook een belangrijke afbouw van de overheidsobligaties op Zuid-Europese landen en van de CDO-/ABS-blootstelling.
Op economisch en financieel gebied was 2011 opnieuw een bijzonder woelig jaar. De turbulenties met betrekking tot de overheidsschuldencrisis, de onzekerheid over de euro, de daling van de aandelenbeurzen en de verslechterde economische toestand hadden een grote invloed op onze resultaten. Niettemin eindigen we het jaar met een, weliswaar erg bescheiden, positief nettoresultaat. Belangrijker nog was dat we een doorslaggevende vooruitgang konden boeken in de uitvoering van ons desinvesteringsplan. Begin 2012 was al een zeer belangrijk deel daarvan gerealiseerd. We slaagden er ook in om ons risicoprofiel op diverse terreinen verder naar beneden te halen.
Ons geconsolideerde nettoresultaat voor 2011 bedroeg maar 13 miljoen euro. Dat is heel wat lager dan in 2010, maar die daling is voor een groot deel te wijten aan niet-operationele elementen, zoals waardedalingen van onze portefeuille gestructureerde producten en de negatieve resultaatsimpact van enkele grote desinvesteringen. Als we de belangrijkste niet-operationele factoren buiten beschouwing laten, realiseerden we een onderliggend resultaat van 1,1 miljard euro in 2011, tegenover 1,7 miljard euro in 2010. Als positieve elementen in dat onderliggende resultaat onthouden we onder meer de goede nettorente-inkomsten, de uitstekende technische verzekeringsresultaten en de volgehouden kostencontrole. Negatieve elementen waren de hoge kredietvoorzieningen in Hongarije, Bulgarije en Ierland, de hogere waardeverminderingen op aandelen en de invloed van de overheidsschuldencrisis, in het bijzonder Griekenland. Dat ons onderliggende resultaat ondanks die voor een groot deel extern bepaalde elementen afklokte op 1,1 miljard euro, bewijst dat ons bedrijfsmodel fundamenteel gezond is en blijft. Zonder de invloed van Griekenland en van de nieuwe Hongaarse wetgeving inzake terugbetaling van hypothecaire kredieten in vreemde munten, zou onze onderliggende nettowinst trouwens op hetzelfde niveau hebben gelegen als in 2010. Gezien het bescheiden nettoresultaat besliste het Directiecomité in november om voor het boekjaar 2011 af te zien van zijn variabele loon.
2011 was een beslissend jaar voor de verdere uitvoering van ons strategische plan. Dat heeft tot doel ons verder om te vormen tot een nog meer gefocuste, regionale Europese speler met een lager risicoprofiel. Het bevat eveneens de nodige maatregelen, zoals de desinvestering van enkele groepsmaatschappijen, waarmee we – samen met de interne winstgeneratie – middelen opbouwen om de door de Belgische staat en het Vlaams Gewest onderschreven kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Begin 2012 gingen we daarmee van start, en betaalden we alvast
0,5 miljard euro en 15% premie daarop terug aan de Belgische staat. Midden 2011 kondigden we een wijziging aan in dat strategische plan: enkele maatregelen, waaronder bijvoorbeeld de geplande beursintroductie van een minderheidsaandeel in onze Tsjechische bankdochter Cˇ SOB, werden vervangen door andere maatregelen, met name de verkoop van onze Poolse dochtermaatschappijen Kredyt Bank en WARTA. Die wijziging werd vooral ingegeven door bepaalde veranderingen in de regelgeving, die de oorspronkelijk voorziene maatregelen minder effectief maakten. Begin 2012 konden we trouwens al een verkoopovereenkomst voor WARTA aankondigen en eind februari 2012 kondigden we aan dat we met Banco Santander een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van onze respectieve Poolse dochters Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank, waarbij het de uiteindelijke bedoeling is dat KBC zijn resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert. Aan de uitvoering van de andere maatregelen uit het oorspronkelijke strategische plan werd uiteraard ook in 2011 verder gewerkt en vooral in de tweede jaarhelft kwamen we in een stroomversnelling terecht, met verkoopovereenkomsten voor belangrijke dossiers zoals Centea, Fidea en KBL EPB. Daarmee hebben we begin 2012 het grootste deel van ons desinvesteringsprogramma voltooid.
Daarnaast werkten we ook verder aan andere risicoverminderende maatregelen. We bouwden bijvoorbeeld ons risico op Zuid-Europese en Ierse overheidsobligaties verder af, van iets meer dan 10 miljard euro bij het begin van het boekjaar naar 4,8 miljard euro aan het einde van het boekjaar. Ook onze CDO- en ABS-exposure werd verder naar beneden gehaald, met bijna 7 miljard euro in één jaar tijd.
Eind 2011 bedroeg onze pro-forma Tier 1-kapitaalratio, inclusief de invloed van de verkoopovereenkomsten voor WARTA, Fidea en KBL EPB, een stevige 13,8% volgens Basel II en inclusief de overblijvende kernkapitaaleffecten onderschreven door de overheid. Dat is ons inziens een comfortabele kapitaalpositie, vooral omdat de Belgische toezichthouder bevestigde dat de kernkapitaaleffecten erkend worden als common equity onder het huidige CRD4-voorstel. Ook onze liquiditeitspositie – traditioneel een sterkhouder van onze groep – blijft stevig en steunt op een stabiele retailcliëntendepositobasis in onze thuismarkten.
In onze bedrijfsvoering hebben we, naast financiële doelstellingen, ook veel aandacht voor onze taak als lid van de maatschappij. Dat uit zich onder meer in de talrijke initiatieven die we het afgelopen jaar hebben genomen inzake gemeenschapsbetrokkenheid en milieu. Daarbij denken we dan onder meer aan de goedkeuring en implementatie van een nieuwe groepswijde Climate Change Policy. Uitvoerige informatie over die initiatieven vindt u in onze Corporate Social Responsability-rapportering.
In woelige tijden is het niet vanzelfsprekend om een uitspraak te doen over de verwachte economische ontwikkeling in de nabije toekomst. We zijn ons ten volle bewust van de talrijke uitdagingen die ons te wachten staan. De ontwikkeling van de wereldeconomie blijft immers onzeker en de overheidsschuldencrisis in de eurozone blijft een prominente plaats opeisen. De neerwaartse economische spiraal lijkt evenwel gestopt en indicatoren van het producentenvertrouwen wijzen zelfs in de richting van een geleidelijk conjunctuurherstel.
We hebben bovendien in de voorbije twee jaar bewezen dat, dankzij de volgehouden inzet van onze medewerkers, we er opnieuw staan. We zijn meer dan ooit gefocust op ons kernmetier, bankverzekeren in een weloverwogen selectie van landen, en we zijn goed op weg om de erfenissen uit het verleden af te bouwen.
We danken al onze cliënten, onze medewerkers, onze aandeelhouders en alle andere stakeholders, waaronder ook de Belgische en Vlaamse overheid, voor het vertrouwen dat zij hebben gesteld in onze groep. De financiële sector ligt regelmatig onder vuur in het maatschappelijke debat, dat weten we, maar van onze kant zullen we er alles aan doen om het vertrouwen in onze groep te versterken.
Een bijzonder woord van dank ten slotte aan Jan Huyghebaert, die in september zijn loopbaan bij KBC beëindigde. Hij was de architect bij uitstek van de huidige KBC-groep en leidde onze groep jarenlang in goede banen als voorzitter van de Raad van Bestuur. Zowel in kalme als in de recente moeilijke jaren deed hij dat met gezag en met stijl. KBC is hem uiterst veel erkentelijkheid verschuldigd.
Jan Vanhevel, voorzitter van het Directiecomité
Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur
Eind 2009 kondigden we ons nieuwe strategische plan aan. Dat plan vormde de basis van het hervormingsplan dat de Europese Commissie heeft goedgekeurd in het kader van de ontvangen overheidssteun. Midden 2011 kondigden we enkele wijzigingen aan dit plan aan, waarover verder meer. Het uitgangspunt blijft evenwel ongewijzigd: we vormen onze groep verder om tot een nog meer gefocuste, regionale Europese bank-verzekeraar met een lager risicoprofiel en met behoud van de sterktes uit het verleden, meer bepaald het succesvolle bankverzekeringsconcept en de aanwezigheid in Centraal- en Oost-Europa.
De KBC-groep focust op financiële dienstverlening aan retail-, kmo- en midcapcliënten op een aantal thuismarkten, namelijk België en een selectie van landen in Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije). De aanwezigheid buiten die thuismarkten is voornamelijk gericht op het bedienen van netwerkcliënten, dus cliënten die ook diensten afnemen van of een link hebben met KBC op zijn thuismarkten. Het overgrote deel van de andere aanwezigheid wordt afgebouwd of verkocht (zie verder).
Op onze thuismarkten zijn we sterk lokaal verankerd en kiezen we voor een aangepaste benadering per markt. In sommige markten willen we ons (blijven) positioneren bij de marktleiders, dat wil zeggen een top vijf-speler met een algemene benadering van de markt. Op andere markten zien we ons meer als een selectieve kampioen, waarbij we ons richten op specifieke cliëntensegmenten en/of producten waarvoor we een comparatief voordeel hebben en/of die een bovengemiddeld rendement opleveren. In al onze thuismarkten zijn we een bank-verzekeraar, maar het blijft de bedoeling dat zowel de bank als de verzekeraar ook elk afzonderlijk rendabel zijn op elke thuismarkt.
De ontwikkeling van de producten en diensten gebeurt centraal of lokaal, afhankelijk van waar dat het meest efficiënt kan gebeuren. De productaanbieders gaan bovendien op elke betrokken markt effectieve partnerships aan met de lokale distributeurs (banken en verzekeraars) van de groep, die dicht bij de cliënt staan en dus weten welke producten de cliënt wenst.
Bij alle belangrijke bedrijfsbeslissingen houden we rekening met risico en een verantwoorde aanwending van kapitaal.
Voor de groep als geheel moet de Tier 1-ratio onder Basel II minimaal 11% bedragen.
We hechten, naast rendement en efficiëntie, als belangrijke speler op onze thuismarkten, ook bijzonder veel belang aan de sociale en milieuaspecten van onze activiteiten. Dat vertaalt zich onder meer in een respectvol omgaan met cliënten en medewerkers, en diverse projecten en initiatieven inzake milieu en gemeenschapsbetrokkenheid, waarvan enkele voorbeelden verder in dit verslag worden aangehaald. Een uitvoerigere beschrijving leest u in onze CSR-rapportering op www.kbc.com.
De focus van de groep betekent ook dat een aanzienlijk deel van de niet-kernactiviteiten en aanwezigheid op niet-kernmarkten werd of wordt afgebouwd. Het strategische plan van de groep bevat bijgevolg een opsomming van de groepsmaatschappijen en -activiteiten die moeten worden gedesinvesteerd.
Dat plan werd midden 2011 wat bijgestuurd. Immers, onder meer als gevolg van de impact van bepaalde wijzigingen in de regelgeving, waaronder vooral Basel III en de ontwerp-IFRS-regels met betrekking tot leasing, waren bepaalde maatregelen minder effectief geworden. De Europese Commissie heeft er daarom mee ingestemd om de oorspronkelijk geplande beursintroducties van minderheidsparticipaties in Cˇ SOB Bank in Tsjechië en K&H Bank in Hongarije en de sale and lease back van het hoofdkantoor van KBC in België te vervangen door de verkoop van de Poolse bank- en verzekeringsdochters Kredyt Bank en WARTA, en de verkoop of afbouw van geselecteerde ABS- of CDO-activa.
Een vereenvoudigd overzicht van de belangrijkste elementen van het desinvesteringsprogramma en de huidige stand van zaken vindt u in onderstaand schema. Meer details vindt u in de hoofdstukken over de divisies.
| Project | Stand van zaken* (tot begin maart 2012) | |
|---|---|---|
| Verkoop van complementaire distributiekanalen in België |
Centea verkocht midden 2011. Verkoopovereenkomst voor Fidea getekend in oktober 2011. |
|
| Verkoop, stopzetting of afbouw van diverse gespecialiseerde (vooral investmentbank-) niet-kernactiviteiten |
Verkocht in 2010: Secura, KBC Peel Hunt, KBC Securities Baltic Investment Company, Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management, KBC Business Capital, diverse activiteiten van KBC Financial Products. Verkocht in 2011 en begin 2012: participatie in KBC Concord Asset Management (Taiwan) en KBC Goldstate (China), Roemeense en Servische activiteiten van KBC Securities. Nog te desinvesteren: Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en enkele andere activiteiten (private equity, real estate development). |
|
| Afbouw van een belangrijk deel van de kredietportefeuilles buiten de thuismarkten |
Voor het grootste deel gerealiseerd. De risicogewogen activa van de bedrijfsbankieractiviteiten daalden met meer dan 9 miljard euro in twee jaar tijd. |
|
| Verkoop van het Europese privatebankingnetwerk |
Verkoopovereenkomst voor KBL EPB bereikt in oktober 2011. | |
| Desinvestering van Poolse dochtermaatschappijen Kredyt Bank en WARTA |
Begin 2012 verkoopovereenkomst voor WARTA getekend. Eind februari 2012 aankondiging dat we met Banco Santander S.A. een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van onze respectieve Poolse dochters, Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A., waarbij het de uiteindelijke bedoeling is dat KBC zijn resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert. |
|
| Verkoop van de activiteiten in Rusland, Servië en Slovenië |
– | Gepland voor 2012/2013. |
| Verkoop/afbouw van bepaalde CDO- en ABS-activa |
CDO- en ABS-exposure gedaald met bijna 7 miljard euro nominaal in 2011, meer dan in plan voorziene afbouw (zie volgende paragraaf). |
|
| De grafiek illustreert de ontwikkeling van de risicogewogen activa (RWA) van de groep. Hoewel die ontwikkeling ook wordt beïnvloed door andere factoren (onder meer wijzigingen in de te behouden activiteiten, nieuwe regelgeving (CRD-III, enz.)), is de belangrijke afbouw vooral een reflectie van de al uitgevoerde desinvesteringen en activiteitenafbouw. |
155 eind 2008 |
Ontwikkeling RWA van de groep (Basel II, in miljarden euro) 143 132 -19% 126 eind 2009 eind 2010 eind 2011 |
* = nagenoeg volledig voltooid; = grotendeels voltooid; = deels voltooid. Gebaseerd op het bereiken van een verkoopovereenkomst, niet op de afronding (closing) ervan, die voor som-
mige dossiers nog niet is gebeurd.
Naast de in het desinvesteringsplan opgenomen maatregelen, verminderde de groep zijn algemene risicoprofiel ook verder door andere maatregelen. Daarbij denken we onder meer aan:
Beide onderwerpen worden uitvoeriger besproken in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
Na de al vermelde terugbetaling van 0,5 miljard euro en 15% premie (betaald op 2 januari 2012, en verwerkt in de cijfers per eind 2011, zie commentaar bij de tabel Geconsolideerde vermogensmutaties in het deel Geconsolideerde jaarrekening) bevat de huidige kapitaalbasis nog 6,5 miljard euro aan kernkapitaaleffecten waarop in 2008 en 2009 werd ingetekend door de Belgische en Vlaamse overheid. Meer informatie daarover en over de in 2009 overeengekomen CDO-garantieregeling met de Belgische staat vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.
KBC neemt zich voor alle resterende kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Het blijft onze ambitie om 4,7 miljard euro terug te betalen (vóór premies) tegen eind 2013, zoals vastgelegd in het Europese plan.
De juridische structuur van de groep wordt hierna vereenvoudigd weergegeven en bestaat in essentie uit een holdingmaatschappij – KBC Groep NV – die twee grote onderliggende vennootschappen controleert: KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. KBL EPB wordt niet meer vermeld wegens de in oktober 2011 bereikte verkoopovereenkomst. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochter- en kleindochtermaatschappijen. De belangrijkste daarvan worden opgesomd in Toelichting 44 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
De managementstructuur van de groep is opgebouwd rond een aantal divisies die we verder apart bespreken. De opdeling in divisies is gebaseerd op geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa, de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies.
Elke divisie wordt geleid door een managementcomité dat opereert onder het Directiecomité van de groep. De managementcomités worden voorgezeten door een CEO en, in het geval van Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties, door de chief operating officer of COO. De divisie-CEO's en de COO vormen samen met de groeps-CEO, de chief financial officer (CFO) en de chief risk officer (CRO) het Directiecomité van de groep.
De segment- of divisieresultaten die verder worden besproken, zijn gebaseerd op de divisies, met twee uitzonderingen:
Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie
bevat Groepscenter nog de resultaten van de holdingmaatschappij en bepaalde centrale diensten en niet-toewijsbare kosten.
In 2011 werd de segmentindeling licht gewijzigd om rekening te houden met de verandering in het strategische plan midden 2011. Concreet werden de resultaten van Kredyt Bank en WARTA verplaatst van Divisie Centraal- en Oost-Europa naar Groepscenter, bij de andere te desinvesteren bedrijven, terwijl het deel in het resultaat van Cˇ SOB in Tsjechië, dat ingevolge de oorspronkelijk geplande beursintroductie van een minderheidsbelang in deze maatschappij in Groepscenter was vervat, nu opnieuw bij Divisie Centraal- en Oost-Europa wordt opgenomen. Die wijzigingen werden retroactief doorgevoerd om de vergelijkbaarheid te waarborgen.
| Divisie België |
Divisie Centraal- en Oost-Europa1 |
Divisie Merchantbanking |
Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties |
|---|---|---|---|
| Korte omschrijving | |||
| Retail- en privatebankverzekeren in België |
Retail- en privatebankverzekeren en merchantbanking in Centraal- en Oost-Europa |
Bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en het buitenland (uitgezonderd Centraal- en Oost-Europa) |
Diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies |
| Belangrijkste groepsmaatschappijen of diensten zonder de te verkopen of af te bouwen activiteiten (opsomming daarvan in de respectieve hoofdstukken per divisie) |
|||
| KBC Bank (retail- en privatebankactiviteiten), KBC Verzekeringen, CBC Banque, KBC Asset Management, ADD, KBC Lease (retail België), KBC Group Re, KBC Consumer Finance, VAB |
Cˇ SOB en Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB en Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije), K&H Bank en K&H Insurance (Hongarije), CIBANK en DZI Insurance (Bulgarije) |
KBC Bank (merchant bankingactiviteiten), KBC Commercial Finance, KBC Bank Ireland, KBC Credit Investments, KBC Lease (corporate), KBC Internationale Financieringsmaatschappij, KBC Securities |
assetmanagement, betalingsverkeer, consumenten kredietverlening, handelsfinanciering, ICT, leasing, organisatie |
| Netwerk | |||
| 818 retail- en privatebankingkantoren, 492 verzekerings agentschappen, diverse elektronische kanalen |
806 bankkantoren in de vier thuismarkten, verkoop verzekeringen via verschillende kanalen, diverse elektronische kanalen |
26 kantoren in België, 24 kantoren buiten België2, diverse elektronische kanalen |
– |
| Bijdrage aan het onderliggende nettoresultaat van de groep in 2011 (exclusief Groepscenter, dat tekent voor 79 miljoen euro) |
|||
| 802 miljoen euro | 327 miljoen euro | -110 miljoen euro | – |
| Financiële ratio's, gebaseerd op onderliggende resultaten (definitie: zie Glossarium) |
|||
| Rendement op toegewezen kapitaal: 27% Kosten-inkomstenratio: 63% Kredietkostenratio: 0,10% Gecombineerde ratio: 90% |
Rendement op toegewezen kapitaal: 11% Kosten-inkomstenratio: 54% Kredietkostenratio: 1,59% Gecombineerde ratio: 93% |
Rendement op toegewezen kapitaal: -3% Kosten-inkomstenratio: 46% Kredietkostenratio: 1,36% |
– |
| Meer informatie | |||
| hoofdstuk Divisie België |
hoofdstuk Divisie Centraal- en Oost-Europa |
hoofdstuk Divisie Merchantbanking |
hoofdstuk Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties |
| dit jaarverslag Divisie Centraal- en Oost-Europa genoemd. | 1 Voluit Divisie Centraal- en Oost-Europa en Rusland, maar omwille van de eenvoud en aangezien de resultaten van (onder meer) Rusland verschoven zijn naar Groepscenter, wordt deze divisie verder in |
2 Kantoren van KBC Bank, KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland.
Jan Vanhevel Danny
Doctor in de Rechten, Licentiaat Notariële Wetenschappen (KU Leuven)
Bij KBC sinds 1971 Bij KBC sinds 1984 Bij KBC sinds 1977
Groeps-CEO Chief operating officer CEO Divisie Merchantbanking
Licentiaat Rechten en Economie (Universiteit Cambridge)
KU Leuven: Katholieke Universiteit Leuven (België).
John Hollows Luc Popelier Johan Thijs Marko Voljcˇ °1956 °1964 °1965 °1949 Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Antwerpen)
Bij KBC sinds 1996 Bij KBC sinds 1988 Bij KBC sinds 1988 Bij KBC sinds 2004
De Raymaeker
Bedrijfseconomisch Ingenieur (KU Leuven), Master Interne Audit (Universiteit Antwerpen)
Handels- en
Licentiaat in de Rechten
(KU Leuven)
Licentiaat Wetenschappen (Toegepaste Wiskunde) en Actuariële Wetenschappen (KU Leuven)
Informatie over het bestuur (Raad van Bestuur, Directiecomité, enz.) van onze groep vindt u onder Verklaring inzake deugdelijk bestuur. Op 31 december 2011 bestond het Directiecomité van de groep uit zeven leden.
Licentiaat in de Economie (Universiteit van Ljubljana en Belgrado)
Chief risk officer Chief financial officer CEO Divisie België CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa
Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur: "KBC heeft enorm veel te danken aan Jan Vanhevel. Hij was in 2009 bereid de teugels in handen te nemen in erg moeilijke omstandigheden en daarvoor zijn pensioen, dat hij oorspronkelijk dat jaar had willen nemen, uit te stellen. Met onvoorwaardelijke toewijding aan de groep had hij sindsdien de leiding van de uitwerking en doorvoering van een verregaand herstructureringsplan. Nu de moeilijkste fase van de desinvesteringen bijna achter de rug is, heeft de Raad van Bestuur Jans wens ingewilligd om een nieuwe CEO het roer te laten overnemen."
Hieronder volgt een overzicht van het aandeelhouderschap van KBC Groep NV. Voor de vaste aandeelhouders betreft het de toestand vermeld in de recentste transparantiemelding of, indien recenter, als gevolg van meldingen in het kader van de wet inzake openbare overnamebiedingen. Voor de KBC-groepsmaatschappijen betreft het 31 december 2011. Een overzicht van de in 2011 ontvangen meldingen en informatie over eigen aandelen bij groepsmaatschappijen vindt u in de hoofdstukken Verklaring inzake deugdelijk bestuur en/of de Vennootschappelijke jaarrekening.
| Aandeelhoudersstructuur, 31-12-2011 |
Aantal aandelen |
In procenten |
|---|---|---|
| KBC Ancora | 82 216 380 | 23% |
| Cera | 26 127 166 | 7% |
| MRBB | 46 289 864 | 13% |
| Andere vaste aandeelhouders | 39 202 997 | 11% |
| Subtotaal vaste aandeelhouders | 193 836 407 | 54% |
| KBC-groepsmaatschappijen | 18 169 054 | 5% |
| Free float | 145 974 852 | 41% |
| Totaal | 357 980 313 | 100% |
In de tabel worden de langetermijn- en kortetermijnkredietratings vermeld van KBC Groep NV, KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. In de loop van 2011 en begin 2012 deden zich de volgende wijzigingen voor in die ratings:
| Kredietratings*, 29-02-2012 | Langetermijnrating | outlook/watch/review | Kortetermijnrating |
|---|---|---|---|
| Fitch | |||
| KBC Bank NV | A- | (Stabiele outlook) | F1 |
| KBC Verzekeringen NV | A- | (Stabiele outlook) | – |
| KBC Groep NV | A- | (Stabiele outlook) | F1 |
| Moody's | |||
| KBC Bank NV | A1 | (Under review – down) | P-1 |
| KBC Groep NV | A2 | (Under review – down) | P-1 |
| Standard & Poor's | |||
| KBC Bank NV | A- | (Stabiele outlook) | A-2 |
| KBC Verzekeringen NV | A- | (Stabiele outlook) | – |
| KBC Groep NV | BBB+ | (Stabiele outlook) | A-2 |
* Voor de definiëring van de verschillende ratings en methodologieën verwijzen we naar de respectieve ratingagentschappen.
Over het boekjaar 2011 (uitkering in 2012) wordt een dividend in het vooruitzicht gesteld van bruto 0,01 euro per dividendgerechtigd aandeel, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 3 mei 2012. De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid is gerelateerd aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Met betrekking tot het boekjaar 2011 wordt in dit kader bijgevolg in 2012 in totaal 595 miljoen euro (8,5% op 7 miljard euro) betaald aan de betrokken overheden. De boekhoudkundige verwerking in IFRS is vergelijkbaar met die van dividenden.
| 2010 | 2011 | |
|---|---|---|
| Aantal uitstaande aandelen op | ||
| 31 december (in miljoenen) | 357,9 | 358,0 |
| Wijziging in aantal aandelen in 2011 | Toename met 42 120, | |
| ingevolge de kapitaalverhoging | ||
| voorbehouden aan het personeel1 | ||
| Aantal dividendgerechtigde | ||
| aandelen op 31 december | ||
| (in miljoenen) | 344,6 | 344,6 |
| Koersontwikkeling2 | ||
| Hoogste koers van het boekjaar | ||
| (in euro) | 38,0 | 32,6 |
| Laagste koers van het boekjaar | ||
| (in euro) | 25,5 | 7,7 |
| Gemiddelde koers van het | ||
| boekjaar (in euro) | 32,6 | 22,3 |
| Slotkoers van het boekjaar | ||
| (in euro) | 25,5 | 9,7 |
| Verschil koers einde boekjaar | ||
| versus begin boekjaar | -16% | -62% |
| Marktkapitalisatie | ||
| op 31 december (in miljarden euro) | 9,1 | 3,5 |
| Gemiddelde dagelijkse omzet | ||
| (NYSE Euronext Brussels – bron | ||
| Bloomberg) | ||
| Aantal miljoenen aandelen | 0,74 | 0,89 |
| In miljoenen euro | 24,2 | 19,3 |
| Eigen vermogen per aandeel | ||
| (in euro) | 32,8 | 28,7 |
| 1 Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening. |
2 Op basis van slotkoersen; afgerond op één cijfer na komma.
U vindt de financiële kalender en contactgegevens achteraan in het deel Overige informatie. De recentste versie van de financiële kalender vindt u op www.kbc.com/InvestorRelations.
✓ Goede onderliggende nettorente-inkomsten en stijging technisch verzekeringsresultaat en gerealiseerde meerwaarden, maar daling nettoprovisie-inkomsten, trading- en reëlewaarderesultaten en overige netto-inkomsten.
✓ Onderliggende kosten licht lager.
✓ Stijging waardeverminderingen: hoge kredietverliezen in Ierland, Hongarije en Bulgarije, en aanzienlijke waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en op aandelen.
✓ Onderliggend nettoresultaat per saldo 1,1 miljard euro; inclusief alle uitzonderlijke en nietoperationele elementen bedraagt IFRS-nettoresultaat 13 miljoen euro.
✓ Totaal eigen vermogen bedraagt 16,8 miljard euro.
| IFRS | Onderliggend resultaat | |||
|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde resultaten van de KBC-groep (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Nettorente-inkomsten | 6 245 | 5 479 | 5 603 | 5 404 |
| Rente-inkomsten | 10 542 | 11 883 | 1 | 1 |
| Rentelasten | -4 297 | -6 404 | 1 | 1 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 4 616 | 4 119 | 4 621 | 4 122 |
| Niet-leven | 1 916 | 1 861 | 1 916 | 1 861 |
| Leven | 2 700 | 2 258 | 2 705 | 2 261 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -4 261 | -3 541 | -4 281 | -3 556 |
| Niet-leven | -1 249 | -996 | -1 249 | -996 |
| Leven | -3 012 | -2 545 | -3 031 | -2 560 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -8 | -44 | -9 | -44 |
| Dividendinkomsten | 97 | 85 | 73 | 74 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
-77 | -178 | 855 | 509 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 90 | 169 | 98 | 191 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 1 224 | 1 164 | 1 666 | 1 535 |
| Provisie-inkomsten | 2 156 | 2 043 | 1 | 1 |
| Provisielasten | -932 | -878 | 1 | 1 |
| Overige netto-inkomsten | 452 | 56 | 118 | -52 |
| Totale opbrengsten | 8 378 | 7 310 | 8 744 | 8 182 |
| Exploitatiekosten | -4 436 | -4 344 | -4 832 | -4 686 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -1 656 | -2 123 | -1 525 | -1 909 |
| Op leningen en vorderingen | -1 483 | -1 333 | -1 481 | -1 335 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -31 | -417 | -34 | -453 |
| Op goodwill | -88 | -120 | 0 | 0 |
| Op overige | -54 | -253 | -10 | -121 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | -63 | -58 | -61 | -57 |
| Resultaat vóór belastingen | 2 224 | 786 | 2 326 | 1 530 |
| Belastingen | -82 | -320 | -587 | -397 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -254 | -419 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 1 888 | 47 | 1 739 | 1 133 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 28 | 34 | 29 | 35 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1 860 | 13 | 1 710 | 1 098 |
| Opdeling naar divisie | ||||
| Divisie België | 1 187 | 421 | 1 051 | 802 |
| Divisie Centraal- en Oost-Europa2 | 609 | 289 | 570 | 327 |
| Divisie Merchantbanking | 172 | -208 | 133 | -110 |
| Groepscenter2 | -107 | -489 | -44 | 79 |
| Rendement op eigen vermogen | 12% | -6% | 11% | 5% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 56% | 61% | 56% | 60% |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 100% | 92% | 100% | 92% |
| Kredietkostenratio, bankieren | 0,91% | 0,82% | 0,91% | 0,82% |
Definitie van de ratio's: zie Glossarium van gebruikte ratio's. Omschrijving van onderliggend resultaat: zie verder in dit hoofdstuk.
1 Niet beschikbaar, aangezien de analyse van deze onderliggenderesultaatscomponenten op nettobasis gebeurt in de groep.
2 Ingevolge de wijziging in de strategie werd de onderverdeling in divisies (ook retroactief) aangepast. Zie hoofdstuk Structuur en management.
In dit hoofdstuk worden de geconsolideerde resultaten besproken. Een bespreking van de niet-geconsolideerde resultaten en balans vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
Naast resultaten opgesteld in overeenstemming met IFRS, zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de EU (resultaten volgens IFRS in dit jaarverslag), verstrekt KBC ook resultaten waarbij bepaalde uitzonderlijke en niet-operationele elementen worden uitgesloten en bepaalde elementen worden herschikt om de resultaten van de gewone bedrijfsontwikkeling duidelijker te maken (onderliggende resultaten). Deze onderliggende resultaten zijn als segmentrapportering in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en zijn dus conform IFRS 8. IFRS 8 legt op af te wijken van de IFRS-principes als daarmee de management view wordt weergegeven. Dat is effectief het geval, aangezien onderliggende resultaten een belangrijk element zijn bij beoordeling en sturing van de divisies. De commissaris heeft de segmentrapportering, als onderdeel van de geconsolideerde financiële staten, geauditeerd.
Een beschrijving van de verschillen tussen de IFRS-resultaten en de onderliggende resultaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie. Hieronder volgt een samenvatting en een overzicht van de in 2010 en 2011 uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen met invloed op het nettoresultaat.
| Vereenvoudigd overzicht van de verschillen tussen de resultaten |
||
|---|---|---|
| volgens IFRS en de onderliggende resultaten | Resultaten volgens IFRS | Onderliggende resultaten |
| Reëlewaardeveranderingen van ALM afdekkingsinstrumenten* |
Onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde |
Uitgesloten |
| Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten |
Inbegrepen | Uitgesloten |
| Uitzonderlijke elementen (waaronder resultaten bij effectieve desinvesteringen, waardeveranderingen van CDO's, waardevermindering op goodwill, enz.) |
Inbegrepen | Uitgesloten |
| Rente i.v.m. ALM-afdekkingsinstrumenten | T.e.m. boekjaar 2010 onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde (vanaf 2011 onder Nettorente-inkomsten) |
Onder Nettorente-inkomsten |
| Opbrengsten van professionele tradingactiviteiten | Verdeeld over verschillende componenten | Samengebracht onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde |
| Resultaatsbijdrage van beëindigde bedrijfsactiviteiten | Onder Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten |
Bij de verschillende resultaatscomponenten |
* Meer uitleg bij de Toelichtingen in verband met segmentinformatie.
| Overzicht van de uit het onderliggend resultaat uitgesloten elementen (in miljoenen euro, na belastingen) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten | -179 | -273 |
| Winsten of verliezen gerelateerd aan CDO's | 1 027 | -416 |
| Vergoeding voor overheidsgarantieregeling i.v.m. CDO-gerelateerde risico's | -68 | -52 |
| Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen | -118 | -115 |
| Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) | -372 | 50 |
| Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten | 39 | 359 |
| Resultaten bij desinvesteringen | -176 | -640 |
| Overige | -4 | 0 |
| Totaal uitzonderlijke elementen | 150 | -1 085 |
De -0,6 miljard euro invloed van de desinvesteringen in 2011 heeft vooral betrekking op KBL EPB en Fidea. De -0,4 miljard euro gerelateerd aan CDO's in 2011 is vooral het gevolg van de verbreding van de credit spreads op bedrijfsobligaties en ABS'en, wat zorgde voor een lagere waardering van onze CDO-positie. Meer toelichting over deze en de andere uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met de segmentinformatie.
| Geselecteerde balans- en solvabiliteitsinformatie, KBC-groep (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Balanstotaal | 320 823 | 285 382 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 150 666 | 138 284 |
| Effecten (eigenvermogensinstrumenten en schuldinstrumenten) | 89 395 | 65 036 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 197 870 | 165 226 |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen | 29 948 | 26 928 |
| Risicogewogen activa | 132 034 | 126 333 |
| Totaal eigen vermogen* | 18 674 | 16 772 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders | 11 147 | 9 756 |
| Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht | 7 000 | 6 500 |
| Belangen van derden | 527 | 516 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, in euro | 32,8 | 28,7 |
| Tier 1-ratio, groep (Basel II) | 12,6% | 12,3% |
| Core Tier 1-ratio, groep (Basel II) | 10,9% | 10,6% |
* Ontwikkeling van het eigen vermogen: zie deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties. Ontwikkeling van het kapitaal, eigen aandelen in bezit van de vennootschap en dergelijke: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening.
• De resultaatsvergelijking tussen 2010 en 2011 wordt beïnvloed door het lopende desinvesteringsprogramma:
De nettorente-inkomsten bedroegen 5 479 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis is dat 5 404 miljoen euro; zonder Centea (verkocht midden 2011) en Secura (verkocht eind 2010) ligt dat ongeveer in de lijn van 2010. De onderliggende nettorentemarge van de bankactiviteiten bedroeg 1,96% in 2011, i.e. ruwweg 4 basispunten hoger dan in 2010. Op vergelijkbare basis steeg het totale uitstaande kredietvolume met 2% in de loop van 2011. Daarbij werd de 6%-stijging van de portefeuille in de divisies België en Centraal- en Oost-Europa deels tenietgedaan door de verdere intentionele afbouw van de internationale kredietportefeuilles buiten de thuismarkten (kredietportefeuilles Divisie Merchantbanking -1% en Groepscenter -1%) als gevolg van de strategische herfocussering. Het totale depositovolume groeide in 2011, op vergelijkbare basis, met 5% in Divisie België en 4% in Divisie Centraal- en Oost-Europa. Er was evenwel een 45%-daling in divisie Merchantbanking door een daling van (volatiele) kortetermijndeposito's van bedrijven en institutionelen buiten de thuismarkten (zie verder in het hoofdstuk Merchantbanking).
In 2011 bedroegen de verdiende premies van schadeverzekeringen 1 861 miljoen euro; exclusief Secura (dat in de loop van 2010 werd verkocht) is dat 5% meer dan het jaar daarvoor. In België was er, net als de vorige jaren, opnieuw een groei van 2%, exclusief Secura, terwijl in de vier kernmarkten in Centraal- en Oost-Europa samen de premie-inkomsten uit schadeverzekeringen organisch met 4% aangroeiden en in Groepscenter de groei bijna 10% bedroeg, dankzij WARTA. Op groepsniveau verbeterde de gecombineerde ratio van 100% naar 92%. Deze ratio bedroeg een uitstekende 90% in België, een verdere verbetering tegenover 95% in 2010, vooral dankzij minder grote claims en stormen in 2011. In Centraal- en Oost-Europa (de vier thuismarkten samen) bedroeg de ratio 93%, aanzienlijk beter dan in 2010 (103%), dat onder meer negatief was beïnvloed door stormen en overstromingen in dat jaar.
De verdiende premies van levensverzekeringen bedroegen 2 258 miljoen euro in 2011. Hierbij zijn echter, conform IFRS, bepaalde types levensverzekeringen uitgesloten (vereenvoudigd: de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen). Wanneer de premie-inkomsten voor die producten worden meegeteld, bedragen de totale premie-inkomsten uit levensverzekeringen ongeveer 4 miljard euro (exclusief VITIS Life), 3% meer dan in 2010. Zowel in België als in Centraal- en Oost-Europa was er een stijging, waarbij in beide gevallen de gedaalde verkopen van producten met rentegarantie (tak 21-producten) gecompenseerd zijn door gestegen verkopen van levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23-producten). In totaal maakten in 2011 de producten met rentegarantie nog ongeveer 53% uit van de levensverzekeringspremie-inkomsten, en namen de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen al 47% voor hun rekening. Op 31 december 2011 bedroegen de Leven-reserves van de groep 22,3 miljard euro voor Divisie België en 1,6 miljard euro voor Divisie Centraal- en Oost-Europa.
Verkoop levensverzekeringen met rentegarantie (in miljoenen euro, exclusief VITIS Life, niet-IFRS-cijfers)
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 164 miljoen euro in 2011. Onderliggend is dat 1 535 miljoen euro, een 8%-daling ten opzichte van het jaar daarvoor, die, naast de desinvesteringen, onder meer toe te wijzen is aan een daling van de provisie-inkomsten uit assetmanagementactiviteiten, wat op zijn beurt deels gerelateerd is aan de daling van het door de groep beheerde vermogen en de lagere risicoappetijt van beleggers. Positieve elementen in 2011 waren evenwel een hogere bijdrage van tak 23-producten en de commissies ontvangen met betrekking tot de verkoop van de Belgische staatsbons in België.
Eind 2011 bedroeg het totale beheerd vermogen van de groep (beleggingsfondsen en vermogensbeheer voor particuliere en institutionele beleggers) om en bij de 193 miljard euro, 8% minder dan eind 2010, door een combinatie van een negatief volume- en prijseffect. Het grootste deel van het beheerd vermogen per eind 2011 slaat op Divisie België (138 miljard euro). Divisie Centraal- en Oost-Europa nam eind 2011 ruwweg 11 miljard beheerd vermogen voor haar rekening, en Groepscenter (KBL EPB) ongeveer 44 miljard euro.
Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (kortweg trading- en reëlewaarderesultaat) bedroeg in 2011 -178 miljoen euro, tegenover -77 miljoen euro het jaar daarvoor. Deze post wordt aanzienlijk beïnvloed door verschillende uitzonderlijke en niet-operationele elementen, zoals waardeaanpassingen op CDO's (-0,4 miljard euro in 2011), waardeaanpassingen van bepaalde overheidsobligaties gebruikt in het kader van de reëlewaardeoptie (-0,3 miljard euro in 2011) en reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten. Als we die en andere uitzonderlijke elementen uitsluiten en bovendien alle tradinggerelateerde inkomsten die volgens IFRS onder andere opbrengstenposten vallen, bij dat tradingen reëlewaarderesultaat tellen, dan bedraagt het onderliggende trading- en reëlewaarderesultaat een positieve 509 miljoen euro in 2011, tegenover 855 miljoen euro het jaar daarvoor, onder meer een reflectie van minder sterke dealingroomresultaten, een lagere bijdrage van te desinvesteren maatschappijen en een negatieve ontwikkeling van counterparty value adjustments (aanpassingen aan de reële waarde om rekening te houden met het kredietrisico) voor afgeleide financiële instrumenten in 2011.
De dividenden, gerealiseerde meerwaarden en overige netto-inkomsten bedroegen samen 310 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis is dat 213 miljoen euro, 76 miljoen euro minder dan in 2010. Dat verschil is vooral het gevolg van de combinatie van hogere gerealiseerde meerwaarden uit voor verkoop beschikbare aandelen en obligaties, en aanzienlijk lagere overige netto-inkomsten. Die laatste post werd in 2010 negatief beïnvloed door de boeking van 175 miljoen euro voor een uitzonderlijke zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK. In 2011 werd deze post negatief beïnvloed door de boeking van 334 miljoen euro gerelateerd aan het 5-5-5-beleggingsproduct (deels gerelateerd aan Griekenland; meer uitleg over dit product bij Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening).
Trading- en reëlewaarderesultaten (onderliggend, in miljoenen euro)
Andere inkomstenposten (onderliggend, in miljoenen euro) 191
1 666 1 535
2010 2011
-8%
De exploitatiekosten bedroegen 4 344 miljoen euro in 2011, of 4 686 miljoen euro op onderliggende basis. Dat laatste is een 3%-daling in vergelijking met het jaar daarvoor, wat onder meer te maken heeft met de desinvesteringen en activiteitenafbouw (vooral gereflecteerd in Groepscenter), ondanks wat hogere personeelskosten door inflatiedruk. Noteer bovendien dat zowel 2010 als 2011 bijkomende kosten bevatten (58 en 6 miljoen euro) gerelateerd aan de nieuwe bankenheffing in Hongarije, waarbij het bedrag in 2011 lager is als gevolg van een gedeeltelijke compensatie van de verliezen gerelateerd aan de nieuwe wetgeving op hypotheekleningen in vreemde valuta in Hongarije. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de groep (exploitatiekosten / totale opbrengsten) bedroeg in 2011 ongeveer 60%, of 57% zonder de invloed van het 5-5-5-product, iets hoger dan het jaar daarvoor (56%). Voor Divisie België was dat 63%, voor Divisie Centraal- en Oost-Europa 54% en voor Divisie Merchantbanking 46%.
De waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) bedroegen 1,3 miljard euro in 2011, tegenover 1,5 miljard euro in 2010. Die daling is het resultaat van lagere kredietvoorzieningen in onder meer Polen, Rusland, Tsjechië, Slowakije en op Amerikaanse door activa gedekte effecten, deels tenietgedaan door hogere kredietvoorzieningen in Hongarije (vooral gerelateerd aan de nieuwe wetgeving inzake leningen in vreemde munt) en Bulgarije, terwijl de kredietvoorzieningen in Ierland op een relatief hoog niveau bleven (510 miljoen euro in 2011, 525 miljoen euro in 2010). Per saldo verbeterde de kredietkostenratio van de groep van 91 basispunten in 2010 naar 82 basispunten in 2011. Dat was 136 basispunten in Divisie Merchantbanking, 159 basispunten in Divisie Centraal- en Oost-Europa en een bijzonder gunstige 10 basispunten in Divisie België. Op 31 december 2011 bedroeg het aandeel van de non-performing kredieten in de totale kredietportefeuille 4,9%, ten opzichte van 4,1% in 2010.
De andere waardeverminderingen in 2011 betreffen in hoofdzaak de boeking van 0,4 miljard euro voor Griekse overheidsobligaties, waarbij er een afwaardering tot reële waarde gebeurde, wat overeenkomt met ongeveer 71% waardevermindering. Daarnaast werd in 2011 nog 114 miljoen waardeverminderingen geboekt voor aandelen uit de beleggingsportefeuilles, door de gedaalde beurskoersen. Waardeverminderingen op goodwill met betrekking tot bepaalde dochtermaatschappijen en geassocieerde maatschappijen (dergelijke goodwillafwaarderingen zijn geëlimineerd uit de onderliggende resultaten) bedroegen 120 miljoen euro in 2011, en betroffen vooral Bulgarije. De goodwillafwaardering in verband met de desinvestering van KBL EPB werd, conform IFRS 5, in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten opgenomen en uitgesloten uit de onderliggende cijfers.
Het IFRS-nettoresultaat van de groep in 2011 wordt als volgt verdeeld over de divisies van de groep: België 421 miljoen euro, Centraal- en Oost-Europa 289 miljoen euro, Merchantbanking -208 miljoen euro en Groepscenter, dat ook de resultaten van de te desinvesteren groepsmaatschappijen omvat, -489 miljoen euro. Na correctie voor uitzonderlijke elementen bedraagt het onderliggende resultaat 802 miljoen voor Divisie België (24%-daling tegenover 2010 nagenoeg volledig door de voorziening voor het 5-5-5-product en de waardeverminderingen met betrekking tot Griekenland), 327 miljoen euro voor Divisie Centraal- en Oost-Europa (-43% tegenover 2010, vooral door de bijkomende waardeverminderingen in Hongarije en Bulgarije, en voor Griekenland), -110 miljoen euro voor Divisie Merchantbanking (243 miljoen euro minder dan in 2010, onder meer door lagere dealingroomresultaten, de impact van het 5-5-5-product en relatief hoge kredietvoorzieningen voor Ierland), en 79 miljoen euro voor Groepscenter.
Een overzicht van alle uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen vindt u hierboven in dit hoofdstuk. Een verdere analyse van de resultaten per divisie vindt u in de betreffende hoofdstukken van dit verslag.
Verdeling onderliggend nettoresultaat
Eind 2011 bedroeg het geconsolideerde balanstotaal van de KBC-groep 285 miljard euro, 11% lager dan per einde 2010. De risicogewogen activa daalden in 2011 met 4% tot 126 miljard euro. Die dalende trend heeft vooral te maken met de voortgezette intentionele afbouw van de niet-thuismarktgebonden kredietportefeuilles en de desinvesteringen.
De belangrijkste producten op de actiefzijde van de balans blijven de Leningen en voorschotten aan cliënten (kredieten, 137 miljard euro per einde 2011, zonder reverse repos) en Effecten (65 miljard euro, waarvan 96% schuldinstrumenten). Op vergelijkbare basis stegen de kredieten met 2%, als gevolg van de combinatie van de afbouw van de niet-thuismarktgebonden kredietportefeuilles, en een stijging in Divisie België (+6%) en Divisie Centraal- en Oost-Europa (+6%). De belangrijkste kredietproducten (cijfers inclusief reverse repos) blijven de termijnkredieten (64 miljard euro) en de woningkredieten (57 miljard euro, +3% tegenover eind 2010). Op vergelijkbare basis daalden de totale cliëntendeposito's (zonder repos) van de groep met 14% tot 149 miljard euro. De deposito's groeiden aan in Divisie België (+5%) en Divisie Centraal- en Oost-Europa (+4%), maar daalden sterk in Divisie Merchantbanking (-45%, zie onder nettorente-inkomsten). De voornaamste depositoproducten (cijfers inclusief repos) blijven de termijndeposito's (59 miljard euro), de zichtdeposito's (37 miljard euro) en de depositoboekjes (33 miljard euro). De technische voorzieningen en de schulden met betrekking tot de beleggingscontracten van de verzekeraar bedroegen samen 27 miljard euro per eind 2011.
Op 31 december 2011 bedroeg het totale eigen vermogen van de groep 16,8 miljard euro. Dat bestond uit het eigen vermogen van de aandeelhouders (9,8 miljard euro), belangen van derden (0,5 miljard euro) en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (6,5 miljard euro). Het totale eigen vermogen verminderde in 2011 per saldo met 1,9 miljard euro, hoofdzakelijk door een combinatie van de daling met 0,3 miljard euro van de herwaarderingsreserve met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa en de reserve voor kasstroomafdekkingen, de uitkering van het dividend over 2010 en de couponbetaling op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheden met betrekking tot 2010 (samen -0,85 miljard euro) en de terugbetaling van 0,5 miljard euro (plus 15% premie) aan de Belgische staat. Eind 2011 bedroeg de Tier 1-ratio van de groep 12,3% (core Tier 1-ratio: 10,6%). Een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.
Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)
Leningen en cliëntendeposito's (in miljarden euro, op vergelijkbare basis)
Divisie België omvat de activiteiten op het gebied van retail- en privatebankverzekeren van de groep in België. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn ADD, CBC Banque, KBC Asset Management, KBC Bank (Belgische retail- en privatebankingactiviteiten), KBC Verzekeringen, KBC Lease (retail België), KBC Group Re, KBC Consumer Finance en Groep VAB. Secura werd verkocht in 2010.
Ook Centea en Fidea, die in overeenstemming met het strategische plan werden of worden gedesinvesteerd, behoren of behoorden tot op het moment van de verkoop tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter, waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat.
* Alle gegevens zonder Fidea. Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen. Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en deposito's. Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: opgenomen bedrag, zonder
| IFRS | Onderliggend | |||
|---|---|---|---|---|
| Divisie België* (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Nettorente-inkomsten | 2 496 | 2 320 | 2 243 | 2 320 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 2 886 | 2 135 | 2 886 | 2 135 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -2 851 | -2 025 | -2 851 | -2 025 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -11 | -24 | -11 | -24 |
| Dividendinkomsten | 50 | 52 | 50 | 52 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
-252 | -512 | 60 | 45 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 51 | 98 | 51 | 98 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 770 | 700 | 770 | 700 |
| Overige netto-inkomsten | 248 | -31 | 119 | -39 |
| Totale opbrengsten | 3 388 | 2 712 | 3 318 | 3 260 |
| Exploitatiekosten | -1 703 | -1 790 | -1 702 | -1 790 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -109 | -316 | -104 | -312 |
| Op leningen en vorderingen | -82 | -59 | -82 | -59 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -23 | -230 | -23 | -230 |
| Op goodwill | -6 | -4 | 0 | 0 |
| Op overige | 0 | -22 | 0 | -22 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | 1 576 | 607 | 1 513 | 1 159 |
| Belastingen | -384 | -183 | -457 | -355 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 1 192 | 423 | 1 056 | 804 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 5 | 2 | 5 | 2 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 187 | 421 | 1 051 | 802 |
| Bankactiviteiten | 599 | 297 | 725 | 534 |
| Verzekeringsactiviteiten | 588 | 124 | 326 | 268 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 28 744 | 28 929 | 28 744 | 28 929 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 2 751 | 2 746 | 2 751 | 2 746 |
| Rendement op toegewezen kapitaal | 42% | 13% | 37% | 27% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 59% | 74% | 55% | 63% |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 95% | 90% | 95% | 90% |
* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en de aansluitingstabel hieronder.
| Aansluiting IFRS – onderliggend1 (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend | 1 051 | 802 |
| Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten | -143 | -251 |
| Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's | 205 | -118 |
| Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie2 | -11 | -9 |
| Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen | -6 | -4 |
| Resultaten bij desinvesteringen | 79 | 0 |
| Overige | 11 | 0 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS | 1 187 | 421 |
1 Meer uitleg in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.
2 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.
In 2011 genereerde Divisie België een nettoresultaat van 421 miljoen euro, ten opzichte van 1 187 miljoen euro het jaar daarvoor. Op onderliggende basis was dat 802 miljoen euro, 249 miljoen euro lager dan het jaar daarvoor, maar nagenoeg volledig te wijten aan de waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en de boeking van een provisie voor het 5-5-5-beleggingsproduct (impact samen -213 miljoen euro na belastingen). We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren of gedesinvesteerde maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter.
In 2011 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 2 320 miljoen euro. Onderliggend en zonder Secura, dat in de loop van 2010 werd verkocht, is dat 5% meer dan in 2010, vooral dankzij hogere inkomsten gerelateerd aan kredietverlening en deposito's. De nettorentemarge van KBC Bank daalde weliswaar lichtjes, met 4 basispunten tot 1,42%, maar de krediet- en depositovolumes namen toe, met respectievelijk 6% en 5% in een jaar tijd. De nettorente-inkomsten werden ook positief beïnvloed door hogere inkomsten (hogere return) van de obligatieportefeuille van de verzekeringsactiviteiten.
De verdiende verzekeringspremies bedroegen 2 135 miljoen euro, waarvan 1 263 miljoen euro voor levensverzekeringen en 872 miljoen euro voor schadeverzekeringen. Op vergelijkbare basis (zonder Secura) stegen de schadeverzekeringspremies met ruwweg 2%, een voortzetting van de gestage groei in de voorgaande jaren. De gecombineerde ratio bedroeg een uitstekende 90%, een verdere verbetering van 5 procentpunten ten overstaan van 2010, deels wegens lagere schadeclaims (minder grote claims, minder stormen, enz.) in 2011.
De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (ruwweg hetzelfde als tak 23-producten), klokte af op 2,6 miljard euro. Dat is licht hoger dan in 2010 en is vooral te danken aan een gestegen verkoop van tak 23-producten (bv. KBC-Life MI Interest-producten, zie verder), die de daling van de tak 21-producten meer dan compenseerde. Daardoor tekenden per saldo de producten met rentegarantie (tak 21) voor 48% van de levensverzekeringsverkopen in 2011, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23) voor 52%. Eind 2011 bedroegen de uitstaande Levenreserves van deze divisie 22 miljard euro, 3% meer dan eind 2010.
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 700 miljoen euro. Dat is 9% minder dan in 2010 (-12% zonder Secura), wat onder meer te maken heeft met lagere ontvangen provisies uit assetmanagementactiviteiten (cfr. gedaalde instap- en beheersvergoedingen met betrekking tot beleggingsfondsen) en gerelateerd is aan het moeilijkere beleggingsklimaat. Dat werd slechts deels goedgemaakt door een gestegen bijdrage van de verkoop van tak 23-producten (de marge erop wordt onder deze resultaatspost opgenomen volgens IFRS), en de commissies op de verkoop van de Belgische staatsbon. Het door deze divisie beheerde vermogen daalde op jaarbasis met 6% tot 138 miljard euro, door een combinatie van een negatief volume-effect en, in mindere mate, een negatief prijseffect.
De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 98 miljoen euro (+47 miljoen euro; stijging zowel voor aandelen als obligaties), de dividendinkomsten bedroegen 52 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg -512 miljoen euro (onderliggend, dus onder meer na aftrek van uitzonderlijke en niet-operationele elementen, was dat 45 miljoen euro) en de overige netto-inkomsten bedroegen -31 miljoen euro. Dat laatste is 279 miljoen euro minder dan in 2010, dat was begunstigd door de meerwaarde bij de verkoop van Secura, terwijl 2011 negatief is beïnvloed door de boeking van -167 miljoen euro met betrekking tot het 5-5-5-beleggingsproduct (zie Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening).
In 2011 bedroegen de exploitatiekosten van deze divisie 1 790 miljoen euro. Dat is ongeveer 5% meer dan het jaar daarvoor (+6% zonder Secura), wat onder meer te maken heeft met de hogere bijdrage aan het depositogarantiefonds in België, gestegen personeelskosten en inflatie in het algemeen. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten bedroeg 63%. Zonder de provisie voor het 5-5-5-product is dat 59%, ten opzichte van 55% in 2010.
De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen een lage 59 miljoen euro in 2011. Dat resulteert, net zoals in voorgaande jaren, in een bijzonder gunstige kredietkostenratio van 10 basispunten in 2011, tegenover 15 basispunten in 2010. Eind 2011 was ongeveer 1,5% van de portefeuille Belgische retailkredieten geclassificeerd als non-performing, status-quo ten opzichte van eind 2010. De andere waardeverminderingen betreffen voornamelijk aandelen (-97 miljoen euro in 2011, cfr. de algemene daling van de beurskoersen) en Griekse overheidsobligaties (-156 miljoen euro in 2011, cfr. afwaardering naar marktwaarde).
De kentering van de conjunctuur sinds het voorjaar van 2011 bracht de Belgische economie in de tweede jaarhelft opnieuw in recessie. De sanering van de overheidsbegroting zal zich in 2012 laten voelen in het inkomen en de consumptie van de gezinnen. Aan de kant van de bedrijven klaart het klimaat evenwel stilaan wat op. Met een beperkte, uitvoergeleide groei van ongeveer 0,2% wordt 2012 niettemin een mager jaar. Dat zwakke cijfer is evenwel een betere prestatie dan de verwachte nulgroei voor de gehele eurozone. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin maart 2012. Het is dus vanzelfsprekend mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.
De strategie van Divisie België is gebaseerd op een sterke lokale verankering via een fijnmazig netwerk van bankkantoren en verzekeringsagentschappen, ondersteund door een complementair internetkanaal. Eind 2011 bestond dat netwerk uit een 800-tal retail- en privatebankingkantoren van KBC Bank en CBC Banque en een 500-tal exclusieve verzekeringsagentschappen van KBC Verzekeringen en CBC Assurances.
De nadruk ligt op relatiebankverzekeren, op maat van iedere cliënt, met vlot toegankelijke expertise voor iedere cliënt. De aanpak van KBC wordt bovendien gekenmerkt door een uniek samenwerkingsmodel tussen KBC-bankkantoren en KBC-verzekeringsagentschappen in zogenaamde micromarkten. Met dat model kan KBC zijn cliënten een volledig productaanbod leveren dat op hun behoeften is afgestemd en wordt de kruisverkoop tussen bank- en verzekeringsproducten
gestimuleerd. In recente jaren werd bijvoorbeeld bij tussen 70% en 80% van de woningkredieten tegelijkertijd een brandverzekering van de groep verkocht. Hetzelfde geldt voor de relatie woningkrediet-schuldsaldoverzekering.
In 2011 namen de bankkantoren ruwweg 87% van de verkopen van levensverzekeringen voor hun rekening. Voor schadeverzekeringen zijn de verzekeringsagenten het belangrijkste verkoopkanaal (ongeveer drie vierden), en bedraagt het aandeel van de bankkantoren al meer dan 20%. Centea en Fidea werden niet meegenomen in deze berekeningen.
In 2010 werd, met als doel de positie van KBC veilig te stellen in een zeer concurrerende en continu veranderende omgeving, een programma opgestart om de structuur van het commerciële netwerk in België te optimaliseren (meer informatie daarover vindt u in het Jaarverslag 2010). Voor Vlaanderen en Brussel draagt dat project de naam Net 3.0. Dat programma werd vanaf begin 2011 uitgerold. In 2011 werden alvast de structuren uitgerold ter ondersteuning van het ondernemerssegment en het private- en premiumbankingcliëntensegment. Zo werd bijvoorbeeld het Wealth Office opgericht, dat staat voor een specifieke aanpak voor privatebankingcliënten met een beheerd vermogen van meer dan 5 miljoen euro bij KBC. Het Wealth Office biedt vanaf 2012 specifieke diensten aan vanuit een competentiecentrum in Brussel, dat samenwerkt met de bestaande privatebankingkantoren van de groep in België.
Het strategische plan van de groep voorziet in de desinvestering van bepaalde groepsmaatschappijen. Voor België betreft het Centea en Fidea. In maart 2011 werd voor Centea een verkoopovereenkomst getekend met het Belgische Landbouwkrediet en deze verkoop werd afgerond op 1 juli 2011. Voor Fidea werd in oktober 2011 een verkoopovereenkomst met J.C. Flowers & Co. getekend. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Groepscenter, waar u een overzicht krijgt van alle desinvesteringen.
Het internet heeft een belangrijke plaats in het vernieuwde distributienetwerk, als ondersteunend kanaal met specifieke accenten voor specifieke cliëntengroepen. De KBC-website www.kbc.be werd in 2011 opnieuw verrijkt met een hele reeks verkooptoepassingen en telde in 2011 maandelijks meer dan 1,4 miljoen unieke bezoekers. Ook KBC-Online werd verder uitgebreid: zo is het nu bijvoorbeeld mogelijk om cash (euro's of deviezen) te reserveren via KBC-Online. Eind 2011 telden KBC-Online en CBC-Online samen ruwweg 950 000 actieve abonnees, dat is ongeveer 8% meer dan het jaar daarvoor.
In 2011 lanceerde KBC ook mobiel bankieren voor smartphones, iPads en dergelijke, een extra service voor cliënten die geabonneerd zijn op KBC-Online. Dat betekent dat cliënten voortaan ook via smartphone en tablet hun rekeningsaldo kunnen raadplegen, geld kunnen overschrijven en hun rekeningoverzicht kunnen bekijken. Met dat nieuwe mobiele aanbod speelt KBC in op veranderende behoeften van cliënten, die aangeven steeds meer te willen bankieren wanneer zij dat willen en via het platform dat zij verkiezen. In februari 2012 won de KBC-Mobile Banking-app trouwens de publieksprijs Accenture Innovation Award in de categorie Financial Services. Daarnaast werden ook andere mobiele applicaties ontwikkeld, zoals een KBC-Woongids-app die cliënten begeleidt bij hun bouw- en verbouwprojecten. KBC lanceerde in 2011 ook een primeur op de Belgische markt: scashen, het op een zeer eenvoudige manier geld overmaken via een smartphone door middel van een scashcode.
KBC past zijn productaanbod uiteraard voortdurend aan aan de zich wijzigende behoeften van zijn cliënteel en maatschappelijke trends. Een mooi voorbeeld daarvan is de introductie door KBC Verzekeringen in april 2011 van een tak 21-spaarverzekering ter voorfinanciering van een KBC-Hospitalisatieverzekering. Dat KBC-Hospitalisatieplan zorgt ervoor dat de cliënt een levenslange dekking op zijn maat geniet, terwijl de verzekering ook op latere leeftijd betaalbaar blijft. Andere voorbeelden zijn de lancering van een optionele hondenverzekering binnen de KBC-Gezinspolis die extra bescherming biedt voor eigenaars van honden, de lancering van KBC-Life MI Inflation, beleggingsverzekeringen waarvan het rendement is gekoppeld aan de geharmoniseerde index van consumptieprijzen exclusief tabak van de eurozone, en de al vermelde nieuwe elektronische applicaties.
In 2011 bleef het marktaandeel van KBC, op basis van voorlopige gegevens en eigen schattingen, vrijwel stabiel op vergelijkbare basis (zonder Centea en Fidea), dat wil zeggen ruwweg 21% voor kredietverlening en iets meer dan 17% voor deposito's, waarbij er in 2011 een verschuiving was van spaarboekjes naar diverse spaar- en beleggingsproducten van de groep, zoals termijnrekeningen en beleggingsfondsen en -verzekeringen, en ook deels naar de Belgische staatsbon uitgegeven in december 2011.
Het aandeel op de verzekeringsmarkt bedroeg naar schatting 16% voor Leven (tak 21 en tak 23 samen) en iets meer dan 8% voor Schade (lichte vooruitgang tegenover 2010). Inzake beleggingsfondsen scoort de groep zoals in de voorgaande jaren zeer hoog met een geschat marktaandeel van bijna 40%.
Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgt KBC de tevredenheid van de cliënten op de voet. De halfjaarenquête 2011 over de bankkantoren bevestigt de trend van de afgelopen jaren, dat wil zeggen een aangehouden sterke tevredenheid van het cliënteel. In cijfers: 96% van de cliënten is tevreden, in 2010 was dat 95%.
Ook bij zijn medewerkers haalt KBC zeer goede tevredenheidsscores. KBC werd trouwens opnieuw, voor de zesde keer op rij, uitgeroepen tot een van de Beste Werkgevers in België in de enquête Beste Werkgever door Great Place to Work® Institute in samenwerking met Vlerick Leuven Gent Management School. KBC ontving in 2011 van het magazine Global Finance ook de award voor beste bank in België.
Naast de relatie met cliënten en medewerkers hecht de groep groot belang aan zijn rol in de maatschappij in het algemeen. Dat uit zich in diverse initiatieven op het gebied van mecenaat en bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling, milieu, productaanbod en maatschappelijke betrokkenheid. U vindt meer informatie over onze maatschappelijke projecten in onze CSR-rapportering, die beschikbaar is op www.kbc.com.
Divisie Centraal- en Oost-Europa omvat alle activiteiten van de groep in de Centraal- en Oost-Europese regio. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn CIBANK en DZI Insurance in Bulgarije, CˇSOB en Cˇ SOB Poist'ovnˇ a in Slowakije, CˇSOB en Cˇ SOB Pojišt'ovna in Tsjechië, en K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije. Ook Absolut Bank (Rusland), KBC Banka (Servië), NLB Vita (Slovenië), Nova Ljubljanska banka (Slovenië, minderheidsbelang) en Kredyt Bank en WARTA (Polen), die in overeenstemming met het strategische plan worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in Groepscenter, waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat.
| bankproducten | beleggingsfondsen | levensverzekeringen | schadeverzekeringen | |
|---|---|---|---|---|
| Tsjechië | 20% | 31% | 13% | 6% |
| Slowakije | 10% | 10% | 5% | 2% |
| Hongarije | 9% | 20% | 3% | 5% |
| Bulgarije | 3% | – | 13% | 13% |
* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen. Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's (voor Tsjechië: rekening houdend met pro rata-marktaandeel van de 55% joint venture CMSS). Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: opgenomen bedrag, zonder reverse repos. Deposito's: zonder repos. Bulgarije 117 (+ ongeveer 500 kantoren in de niet-thuismarkten Polen, Servië en Rusland samen). Verdeling per land van kredietportefeuille (in miljarden euro): Tsjechië 17, Slowakije 4, Hongarije 5,
| IFRS | Onderliggend | |||
|---|---|---|---|---|
| Divisie Centraal- en Oost-Europa* (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Nettorente-inkomsten | 1 549 | 1 524 | 1 527 | 1 524 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 657 | 745 | 657 | 745 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -504 | -548 | -504 | -548 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -11 | -21 | -11 | -21 |
| Dividendinkomsten | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
146 | 131 | 154 | 74 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 13 | 32 | 12 | 32 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 308 | 329 | 308 | 329 |
| Overige netto-inkomsten | 58 | 32 | 30 | 38 |
| Totale opbrengsten | 2 219 | 2 226 | 2 175 | 2 175 |
| Exploitatiekosten | -1 184 | -1 192 | -1 184 | -1 192 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -350 | -694 | -350 | -619 |
| Op leningen en vorderingen | -340 | -477 | -340 | -477 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | 0 | -127 | 0 | -127 |
| Op goodwill | 0 | -75 | 0 | 0 |
| Op overige | -9 | -14 | -9 | -14 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Resultaat vóór belastingen | 686 | 341 | 643 | 365 |
| Belastingen | -77 | -53 | -73 | -38 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 609 | 289 | 570 | 327 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 609 | 289 | 570 | 327 |
| Bankactiviteiten | 578 | 266 | 540 | 291 |
| Verzekeringsactiviteiten | 31 | 23 | 30 | 36 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 24 771 | 26 128 | 24 771 | 26 128 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 2 065 | 2 184 | 2 065 | 2 184 |
| Rendement op toegewezen kapitaal | 24% | 9% | 22% | 11% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 52% | 52% | 53% | 54% |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 103% | 93% | 103% | 93% |
* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en de aansluitingstabel hieronder. Als gevolg van de wijziging in het strategische plan midden 2011 werd de onderverdeling in divisies (ook retroactief) aangepast. Zie hoofdstuk Structuur en management.
| Aansluiting IFRS – onderliggend* (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend | 570 | 327 |
| Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten | 10 | 43 |
| Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's | 29 | -1 |
| Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen | 0 | -75 |
| Resultaten bij desinvesteringen | 0 | -5 |
| Overige | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS | 609 | 289 |
* Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.
In 2011 behaalde Divisie Centraal- en Oost-Europa een nettowinst van 289 miljoen euro, ten opzichte van 609 miljoen euro in 2010. Op onderliggende basis was dat 327 miljoen euro, 43% minder dan in 2010, vooral door de waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en bijkomende kredietvoorzieningen in Hongarije en Bulgarije.
Hieronder worden voor de berekening van de organische groeicijfers de wisselkoersveranderingen buiten beschouwing gelaten. We herhalen dat de resultaten van de groepsbedrijven die volgens het (midden 2011 herwerkte) strategische plan worden verkocht, verplaatst werden naar Groepscenter. Dat betekent dat, naast Absolut Bank, KBC Banka en de NLB-groep, nu ook de resultaten van Kredyt Bank en WARTA werden verschoven naar Groepscenter, en dat Cˇ SOB opnieuw voor 100% in de nettowinst van Divisie Centraal- en Oost-Europa is opgenomen (vroeger was 40% verschoven naar Groepscenter). Ook de referentiecijfers voor 2010 werden aangepast.
In 2011 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 1 524 miljoen euro, een organische daling van 2% ten opzichte van 2010 (op onderliggende basis). De kredietportefeuille van deze divisie steeg in 2011 organisch met 6%, met een aanzienlijke groei in Tsjechië en Slowakije, en een daling vooral in Hongarije. Het depositovolume in de regio steeg met 4% in 2011, vooral dankzij Tsjechië. De gemiddelde rentemarge bedroeg 3,29% in 2011, ongeveer status-quo ten opzichte van 2010.
De verdiende verzekeringspremies bedroegen 745 miljoen euro, waarvan 411 miljoen euro voor levensverzekeringen en 334 miljoen euro voor schadeverzekeringen. De schadeverzekeringspremies stegen in 2011 met ongeveer 4% op organische basis, en werden voor het grootste gedeelte (159 miljoen euro) gerealiseerd in Tsjechië. De gecombineerde ratio verbeterde sterk tot 93% na de relatief hoge 103% in 2010, die ongunstig was beïnvloed door stormen en overstromingen in de regio. De ratio in 2011 bleef bovendien onder 100% in Tsjechië, Slowakije en Hongarije, en bedroeg 100% in Bulgarije.
De verdiende levensverzekeringspremies, inclusief de premies voor bepaalde levensverzekeringen die conform IFRS niet inbegrepen zijn in de verdiende premies, bedroegen 0,4 miljard euro in 2011, bijna een vierde hoger dan in 2010, waarbij de stijging bij de tak 23-producten (vooral in Tsjechië) de daling bij de tak 21-producten meer dan compenseerde. Het grootste deel van het totale premie-inkomen uit levensverzekeringen werd gerealiseerd in Tsjechië (333 miljoen euro). De uitstaande Levenreserves voor de vier thuismarkten samen bedroegen eind 2011 ongeveer 1,6 miljard euro.
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 329 miljoen euro in 2011. Dat is, op organische basis, 5% meer dan in het jaar daarvoor als gevolg van diverse elementen, waaronder een stijging van de provisie-inkomsten met betrekking tot betalingsverkeer. Het beheerde vermogen van de divisie bedroeg eind 2011 ongeveer 11 miljard euro. De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 32 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 2 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 131 miljoen euro (op onderliggende basis was dat 74 miljoen euro) en de overige netto-inkomsten bedroegen 32 miljoen euro.
De exploitatiekosten bedroegen 1 192 miljoen euro. Dat is, op organische basis, ruwweg status-quo, waarbij diverse elementen elkaar opheffen. De kosten bevatten bijvoorbeeld ook de speciale bankenheffing in Hongarije met een invloed van 58 miljoen euro in 2010 en 6 miljoen euro in 2011 (dat laatste is lager omdat een deel van de kosten van de kredietvoorzieningen in verband met hypothecaire kredieten in vreemde munt (zie verder) kon worden afgezet tegen de speciale bankenheffing). De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van deze divisie bedroeg 54% in 2011, in de lijn van de 53% het jaar daarvoor.
In 2011 bedroegen de waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) 477 miljoen euro, ten opzichte van 340 miljoen euro in 2010. In Tsjechië en Slowakije daalden de kredietvoorzieningen tegenover 2010, maar er was een belangrijke stijging voor Bulgarije (106 miljoen euro aanleg in 2011) en Hongarije (288 miljoen euro aanleg in 2011, meer dan dubbel zo hoog als in 2010, vooral als gevolg van een nieuwe wet die het mogelijk maakt leningen in vreemde valuta terug te betalen in lokale munt tegen een voordelige wisselkoers – zie verder). Per saldo steeg daardoor de kredietkostenratio van de divisie van 116 basispunten in 2010 tot 159 basispunten in 2011. Eind 2011 was ongeveer 5,6% van de kredietportefeuille van de vier thuismarkten samen geclassificeerd als non-performing, tegenover 5,3% eind 2010. De andere waardeverminderingen betreffen voornamelijk waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties (129 miljoen euro in 2011, cfr. afwaardering naar marktwaarde) en op goodwill (75 miljoen euro, grotendeels met betrekking tot Bulgarije in 2011, uitgesloten in de onderliggende cijfers).
| Onderliggende resultaten | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Divisie Centraal- en Oost-Europa, per land |
Tsjechië | Slowakije | Hongarije | Bulgarije | Overige* | |||||
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
534 | 481 | 51 | 78 | 78 | -19 | 4 | 2 | -97 | -215 |
| Bankactiviteiten | 500 | 452 | 44 | 66 | 75 | -26 | 0 | -3 | -81 | -198 |
| Verzekeringsactiviteiten | 34 | 28 | 7 | 12 | 3 | 7 | 3 | 5 | -17 | -17 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) |
13 496 | 14 869 | 4 142 | 4 261 | 6 219 | 6 123 | 877 | 848 | – | – |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 1 127 | 1 241 | 341 | 352 | 510 | 507 | 84 | 82 | – | – |
| Rendement op toegewezen kapitaal | 37% | 33% | 10% | 18% | 10% | -9% | -19% | -22% | – | – |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 44% | 46% | 57% | 62% | 57% | 48% | 69% | 76% | – | – |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten |
96% | 90% | 106% | 81% | 111% | 96% | 109% | 100% | – | – |
* Overige omvat vooral de financieringskosten van de goodwill betaald voor de ondernemingen uit deze divisie en enkele niet aan de individuele landen / maatschappijen toegewezen elementen.
De vier thuismarkten van KBC in Centraal-Europa lieten in 2011 een heterogeen beeld zien. Slowakije tekende nog een groei van 3,3% op. De groei in Bulgarije (1,9%), Tsjechië (1,7%) en Hongarije (1,7%) lag wat minder hoog. In 2012 zal de divergentie zich voortzetten. De zwakke groei in de eurozone, gecombineerd met besparingsprogramma's om het begrotingstekort terug te dringen, zullen ervoor zorgen dat de groei in Tsjechië rond 0% zal schommelen. Slowakije en Bulgarije doen het beter en zullen positieve groeicijfers laten zien, terwijl in Hongarije een krimp mogelijk is door structurele binnenlandse problemen die de gezinsbestedingen en investeringen onder druk zetten. KBC ziet de groei in de regio, met uitzondering van Hongarije, vanaf 2013 opnieuw sneller aantrekken dan in de EMU. Die verwachte sterkere economische groei en de verwachte verdere inhaalbeweging inzake de penetratiegraad van bank- en verzekeringsproducten maken dat de aanwezigheid van KBC in deze markten effectief als groeimotor voor de groep kan worden beschouwd. Opmerking: het betreft hier prognoses opgemaakt begin maart 2012. Het is vanzelfsprekend mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.
Zoals vermeld, focust KBC zich in Centraal- en Oost-Europa op een aantal zogenaamde thuismarkten. Sinds de goedkeuring van de wijziging in het strategische plan midden 2011 betreft het Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. In elk van die vier landen bezit de groep een bank en een verzekeraar die nauw samenwerken. Terwijl KBC in België uitsluitend werkt met een netwerk van exclusieve agenten, werken de Centraal- en Oost-Europese verzekeraars van de groep ook samen met andere distributiekanalen, waaronder verzekeringsmakelaars en multi-agenten.
De wijzigingen in het strategische plan midden 2011 worden beschreven in het hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel. Voor Divisie Centraal- en Oost-Europa houdt dat in dat de oorspronkelijk geplande beursintroductie van een minderheidsaandeel in Cˇ SOB Bank in Tsjechië en in K&H Bank in Hongarije wordt vervangen door de geplande verkoop van de Poolse groepsondernemingen
Kredyt Bank en WARTA. Dat was vooral het gevolg van wijzigingen in de regelgeving (vooral de behandeling van minderheidsbelangen onder Basel III) die het plan minder effectief maakten en het feit dat de introductie van de speciale bankenheffing in Hongarije een succesvolle beursintroductie van een minderheidsbelang in K&H Bank bemoeilijkte. Begin 2012 werd alvast een verkoopovereenkomst voor WARTA getekend. Eind februari 2012 kondigden we aan dat we met Banco Santander S.A. een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van onze respectieve Poolse dochters, Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A., waarbij het de uiteindelijke bedoeling is dat KBC zijn resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert (zie verder bij Groepscenter).
Naast de hierboven vermelde geplande desinvestering van de Poolse activiteiten blijft het ook de bedoeling, zoals vermeld in het oorspronkelijke strategische plan, om de activiteiten van KBC in Rusland (Absolut Bank), Servië, (KBC Banka) en Slovenië (NLB Vita en minderheidsaandeel in Nova Ljubljanska banka) te verkopen.
In het kader van de nieuwe strategie zal de groep in de komende jaren in principe geen overnames doen in de regio. KBC Bank en IFC (International Finance Corporation) ondertekenden evenwel een overeenkomst waardoor KBC Bank een groot deel van de deelneming van 5% van IFC in Absolut Bank overneemt. De transactie is het gevolg van het feit dat IFC zijn putoptie uitoefende die het in 2007 met KBC Bank was overeengekomen. Daardoor heeft KBC Bank nu een belang van 99% in Absolut Bank. Bovendien verhoogde KBC, als gevolg van een openbaar bod, zijn aandeel in de Bulgaarse verzekeraar DZI Insurance van 90,35% naar 99,95% eind 2011. Beide transacties hebben geen wezenlijke invloed op de kapitaalpositie van KBC.
Het geschatte marktaandeel van KBC in traditionele bankproducten (kredieten en deposito's, gemiddelde van de twee) bleef ongeveer gelijk in 2011. Voor Tsjechië bedroeg het marktaandeel ruwweg 20%, voor Slowakije bijna 10%, voor Hongarije bijna 9% en voor Bulgarije bijna 3%.
Net zoals dat in België het geval is, overstijgt het marktaandeel in beleggingsfondsen dat van de traditionele depositoproducten. Eind 2011 wordt dat marktaandeel geraamd op 31% in Tsjechië, op 10% in Slowakije en op 20% in Hongarije. Opnieuw is dat vergelijkbaar met het jaar voordien.
De marktaandelen op de verzekeringsmarkt worden geraamd op (telkens voor Leven en Schade): 13% en 6% in Tsjechië (stijging tegenover 2010), 5% en 2% in Slowakije (ruwweg status-quo), 3% en 5% in Hongarije (stijging tegenover 2010) en 13% en 13% in Bulgarije (ruwweg status-quo).
In de niet-thuismarkten bedragen de geschatte marktaandelen in traditionele bankproducten iets meer dan 1% in Servië, minder dan 1% in Rusland, en tussen 3% en 4% in Polen. Het geschatte marktaandeel van WARTA op de Poolse verzekeringsmarkt bedroeg 8% voor Leven en 9% voor Schade.
Een overzicht van de kredietportefeuille van K&H Bank vindt u in het hoofdstuk Waarde- en Risicobeheer. Specifiek voor het retailgedeelte van die portefeuille is het relatief grote aandeel van leningen in vreemde valuta, vooral Zwitserse frank. In 2011 werd in Hongarije een nieuwe wet van kracht die het, vereenvoudigd gesteld, cliënten mogelijk maakt hypotheekleningen in vreemde valuta in een keer volledig terug te betalen in Hongaarse forint, tegen een door de wet vastgestelde wisselkoers, die voor de cliënt gunstiger uitvalt en waarbij de banken het verschil dragen tussen die gunstige koers en de reële marktkoers. In het laatste kwartaal van 2011 werden bijkomende maatregelen genomen, onder meer voor niet-omgezette defaulted hypotheekleningen in vreemde valuta.
In 2011 boekte KBC bijkomende waardeverminderingen op de hypotheekportefeuille van K&H Bank ad 173 miljoen euro (gebaseerd op een berekening waarbij 30% van de debiteuren hun krediet in vreemde valuta vervroegd zullen terugbetalen). Dat brengt de totale waardeverminderingen op kredieten in Hongarije in 2011 op een relatief hoge 288 miljoen euro vóór belastingen, wat zich vertaalt in een kredietkostenratio van 438 basispunten (175 basispunten zonder invloed van de wet inzake hypotheekleningen in vreemde valuta). Eind 2011 was ruwweg 10,5% van de kredietportefeuille geklasseerd als non-performing.
Ook in 2011 moesten K&H Bank en K&H Insurance de speciale bankenheffing betalen. Als gevolg van een overeenkomst tussen de banksector en de Hongaarse overheid eind 2011 kan 30% van de kosten als gevolg van de nieuwe wetgeving op hypotheekleningen in vreemde valuta evenwel worden afgetrokken van de verschuldigde bankenheffing. Voor 2011 komt daardoor de speciale bankenheffing neer op per saldo 6 miljoen euro, tegenover 58 miljoen euro in 2010.
Als grote financiële speler in de Centraal- en Oost-Europese regio behartigt KBC, net als in België, zijn rol in de maatschappij. Voorbeelden van initiatieven op het gebied van milieu- en gemeenschapsbetrokkenheid vindt u in onze CSR-rapportering, die beschikbaar is op www.kbc.com.
Zoals elk jaar maakte het magazine Global Finance ook in 2011 de awards bekend voor de beste banken. In Tsjechië viel Cˇ SOB die eer te beurt. In Hongarije werd K&H Bank door het magazine The Banker uitgeroepen tot The Bank of the Year in Hungary. Ook de verzekeraars van de groep vallen regelmatig in de prijzen. Zo won DZI in Bulgarije in 2011 de prijs Verzekeraar van het Jaar in niet-levenverzekeringen, georganiseerd door de Hogeschool voor Verzekeringen en Financiën, de Vereniging van Bulgaarse Verzekeraars, de Bulgaarse Vereniging voor Aanvullende Pensioenverzekeringen, en de Professor Veleslav Gavriiski Stichting. Cˇ SOB Poist'ovnˇ a ontving van het magazine World Finance de titel Insurance company of the year 2011 in Slowakije.
Divisie Merchantbanking omvat het bedrijfsbankieren (dienstverlening aan grotere kmo- en bedrijvencliënten) en de marktactiviteiten in België en het buitenland, met uitzondering van Centraalen Oost-Europa. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn KBC Bank (merchantbankactiviteiten), KBC Commercial Finance, KBC Bank Ireland, KBC Credit Investments, KBC Lease (corporate), KBC Internationale Financieringsmaatschappij, en KBC Securities. Ook Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, KBC Financial Products (verschillende activiteiten al verkocht) en KBC Peel Hunt (al verkocht), die in overeenstemming met het strategische plan werden of zullen worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter, waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat.
de succursales van CBC Banque. Aantal bedrijvenkantoren buiten België betreft bankkantoren en vertegenwoordigingskantoren van KBC Bank, KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland. 802
| IFRS | Onderliggend | |||
|---|---|---|---|---|
| Divisie Merchantbanking* (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Nettorente-inkomsten | 1 428 | 944 | 836 | 663 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dividendinkomsten | 21 | 18 | 6 | 7 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
-21 | -3 | 539 | 405 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 7 | 31 | 3 | 35 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 206 | 194 | 225 | 202 |
| Overige netto-inkomsten | -15 | -36 | -70 | -76 |
| Totale opbrengsten | 1 626 | 1 148 | 1 540 | 1 236 |
| Exploitatiekosten | -580 | -576 | -576 | -569 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -823 | -785 | -796 | -768 |
| Op leningen en vorderingen | -789 | -725 | -789 | -725 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -7 | -6 | -7 | -6 |
| Op goodwill | -27 | -17 | 0 | 0 |
| Op overige | 1 | -37 | 1 | -37 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | 223 | -214 | 168 | -101 |
| Belastingen | -35 | 20 | -19 | 6 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 188 | -194 | 149 | -95 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 16 | 14 | 16 | 15 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 172 | -208 | 133 | -110 |
| Bankactiviteiten | 166 | -212 | 127 | -114 |
| Verzekeringsactiviteiten | 6 | 4 | 6 | 4 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 47 317 | 42 126 | 47 317 | 42 126 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 3 785 | 3 370 | 3 785 | 3 370 |
| Rendement op toegewezen kapitaal | 4% | -6% | 3% | -3% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 36% | 50% | 37% | 46% |
* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen worden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en aansluitingstabel hieronder.
| Aansluiting IFRS – onderliggend* (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend | 133 | -110 |
| Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten | -23 | -58 |
| Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's | 113 | -7 |
| Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen | -27 | -17 |
| Resultaten bij desinvesteringen | -9 | -17 |
| Overige | -15 | 0 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS | 172 | -208 |
* Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.
In 2011 genereerde Divisie Merchantbanking een nettoresultaat van -208 miljoen euro, tegenover 172 miljoen euro in het jaar daarvoor. Op onderliggende basis was dat -110 miljoen euro, tegenover 133 miljoen euro in 2010. 2011 werd negatief beïnvloed door de boeking van een voorziening voor het 5-5-5-beleggingsproduct in België, lagere dealingroomresultaten en opnieuw relatief hoge kredietvoorzieningen voor Ierland. Zonder Ierland zou het onderliggende nettoresultaat van de divisie benaderend een positieve 212 miljoen zijn geweest in 2011.
We herhalen dat de resultaten van de groepsbedrijven die volgens het strategische plan in de toekomst zullen worden verkocht of al werden verkocht, werden verplaatst naar Groepscenter.
De totale opbrengsten van deze divisie bedroegen 1 148 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis is dat 1 236 miljoen euro, 20% minder dan in 2010.
De nettorente-inkomsten bedroegen 944 miljoen euro in 2011, wat op onderliggende basis 21% minder is dan in het jaar daarvoor en onder meer te maken heeft met de ingekrompen kredietportefeuille (-14% in twee jaar tijd). De daling van de kredietportefeuille is gerelateerd aan de herfocussering van de groep op zijn thuismarkten, wat leidde tot een afbouw van de niet-thuismarktgebonden internationale kredietportefeuilles. Het depositovolume daalde sterk, met 45%, vooral door een daling van institutionele en corporate deposito's buiten de thuismarkten, als gevolg van de risicoaversie met betrekking tot de eurozone in sommige buitenlandse markten en de daling van de kortetermijnrating van KBC Bank bij Standard & Poor's.
Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg -3 miljoen euro in 2011. Na verschuiving van alle tradinggerelateerde inkomsten die in de IFRS-cijfers bij andere inkomstenposten zijn geteld, en na uitsluiting van de als uitzonderlijk aangemerkte elementen, bedraagt dat onderliggend 405 miljoen euro in 2011. Dat is ongeveer een kwart minder dan in 2010, door minder sterke dealingroomresultaten en een negatieve ontwikkeling van credit value adjustments voor derivaten in 2011.
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 194 miljoen euro, wat op onderliggende basis een daling is van 10%, en opnieuw grotendeels is gerelateerd aan de activiteitenafbouw (onder andere de verkoop van enkele vestigingen van KBC Securities). De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 31 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 18 miljoen euro en de overige netto-inkomsten bedroegen -36 miljoen euro, tegenover -15 miljoen euro in 2010. De laatstgenoemde post was in 2010 negatief beïnvloed door de boeking van -175 miljoen euro voor een zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK, en in 2011 door de boeking van -167 miljoen met betrekking tot het 5-5-5-beleggingsproduct (zie Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening).
De exploitatiekosten van deze divisie bedroegen -576 miljoen euro. Op onderliggende basis is dat nagenoeg status-quo tegenover het jaar daarvoor, waarbij de impact van de activiteitenafbouw, iets hogere personeelkosten en enkele andere elementen elkaar compenseerden. De onderliggende kosten-inkomstenratio van deze divisie bedroeg 46%, of 41% zonder de invloed van de voorziening voor het 5-5-5-product, tegenover 37% in 2010.
De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen 725 miljoen euro in 2011, iets lager dan de 789 miljoen euro in 2010. Die daling was vooral gesitueerd bij KBC Bank in België, vooral met betrekking tot Amerikaanse door activa gedekte effecten. Bij KBC Ireland werd in 2011, net als in 2010, een relatief hoog bedrag aan waardeverminderingen voor de Ierse kredietportefeuille geboekt (510 miljoen euro tegenover 525 miljoen euro in 2010, zie verder). Op het niveau van de divisie daalde de kredietkostenratio niettemin lichtjes naar 136 basispunten in 2011, tegenover 138 basispunten in 2010. Zonder Ierland zou dat 59 basispunten (2011) en 67 basispunten (2010) zijn geweest. Op 31 december 2011 was ongeveer 7,8% van de kredietportefeuille van de divisie non-performing, tegenover 5,2% het jaar daarvoor. De andere waardeverminderingen bedroegen 60 miljoen euro in 2011 en betroffen onder meer Griekse overheidsobligaties (18 miljoen euro in 2011, cfr. afwaardering tot marktwaarde) en investment property (21 miljoen euro).
Hierna vindt u een opdeling van het onderliggende nettoresultaat van de divisie in bedrijfsbankieren (de dienstverlening aan kmo's en grotere ondernemingen) en marktactiviteiten (zoals valutahandel, effectenhandel en corporate finance).
| Onderliggende resultaten Divisie Merchantbanking, per activiteit | Bedrijfsbankieren (cijfer tussen haakjes: zonder Ierland) |
Marktactiviteiten | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 | |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
-149 [62] | -229 [93] | 281 | 119 | |
| Bankactiviteiten | -155 [56] | -233 [89] | 281 | 119 | |
| Verzekeringsactiviteiten | 6 [6] | 4 [4] | 0 | 0 | |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 32 993 | 31 065 | 14 324 | 11 061 | |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 2 639 | 2 485 | 1 146 | 885 | |
| Rendement op toegewezen kapitaal | -6% | -9% | 26% | 12% | |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 39% | 41% | 35% | 58% |
Divisie Merchantbanking omvat zowel de marktactiviteiten (geldmarktactiviteiten, kapitaalmarktproducten, aandelenhandel, corporate finance, enz.) als het bedrijfsbankieren (kredietverlening, cashmanagement, betalingsverkeer, handelsfinanciering, leasing, factoring, enz.) voor cliënten in België en in het buitenland, zolang er een link is met de thuismarkten van KBC in België of Centraal-Europa. Activiteiten met andere professionele of institutionele tegenpartijen worden afhankelijk gemaakt van de mate waarin ze de kernactiviteiten van de groep ondersteunen.
De dienstverlening gebeurt via een netwerk van 26 kantoren in België (13 bedrijvencentra van KBC Bank en 13 succursales van CBC Banque), een 24-tal buitenlandse vestigingen (kleine daling tegenover eind 2010), en diverse gespecialiseerde diensten en dochtermaatschappijen. Ook KBC Bank Ireland behoort tot Divisie Merchantbanking, maar die activiteit wordt hierna afzonderlijk toegelicht. Het marktaandeel inzake bedrijfskredieten van KBC in België wordt geschat op ruwweg 24%.
In het buitenland werden de activiteiten maximaal geheroriënteerd naar de ondersteuning van cliënten uit de thuismarkten. Activiteiten die daarbuiten vallen, werden of worden stopgezet of afgebouwd. In 2010 en 2011 werden al diverse activiteiten verkocht, waaronder KBC Peel Hunt, bepaalde dochtermaatschappijen van KBC Securities, diverse activiteiten van KBC Financial Products, KBC Business Capital, en werd de portefeuille van KBC Private Equity verder gedesinvesteerd. De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verschoven naar het resultaat van Groepscenter. De al uitgevoerde desinvesteringen worden in datzelfde hoofdstuk becommentarieerd.
Bovendien werden en worden ook diverse activiteiten in de buitenlandse kantoren afgebouwd. De kredietportefeuille van die kantoren bestond immers voor een groot deel uit puur lokale buitenlandse bedrij-
vencliënten of nicheactiviteitsdomeinen waarvoor geen natuurlijke band bestond met de cliëntenbasis van KBC op zijn thuismarkten. Eind 2011 was de groep al bijzonder goed opgeschoten met de afbouw van deze internationale kredietportefeuille. Mee daardoor daalden de risicogewogen activa van de bedrijfsbankieractiviteiten met ongeveer 9 miljard euro in twee jaar tijd. Tegelijkertijd werden in de laatste jaren ook een aantal buitenlandse kantoren gesloten. In de tekening vindt u een overzicht van de resterende buitenlandse bedrijvencentra van KBC Bank (inclusief KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland) eind 2011.
KBC Securities, een dochtermaatschappij van KBC en gespecialiseerd in aandelenmakelaardij, effectendiensten en corporate finance, bezit, behalve in België, ook diverse vestigingen in Centraal- en Oost-Europa. Het is en blijft daar een van de grotere regionale spelers. In het kader van de strategische heroriëntering van de groep in zijn thuismarkten werden in 2011 evenwel managementbuy-outs gesloten met betrekking tot de Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities. Bij KBC Securities staat innovatie hoog in het vaandel: zo werd midden 2011 in België een volledig vernieuwd tradingplatform KBC Securities Trader gelanceerd, dat onder meer gekenmerkt is door de snelle orderrouting en de mogelijke integratie in het bestaande Bolero-platform. Innovatie en aanpassingsvermogen staan ook hoog in het vaandel bij de andere geledingen van de divisie. Zo is KBC als Belgische grootbank meer en meer betrokken bij projecten in het kader van de Publiek-Private Samenwerking (PPS). Voorbeelden daarvan zijn de deelname aan de bouw van de grootste sluis ter wereld, de Deurganckdoksluis in Antwerpen, en diverse middelgrote projecten zoals de aanleg van gewestelijke verbindingswegen.
De Deurganckdoksluis zorgt voor een betere toegang tot de dokken aan de linkeroever van de Schelde in Antwerpen. Ze wordt net zo groot als de Berendrechtsluis. Die sluis is momenteel de grootste ter wereld, maar de nieuwe sluis wordt dieper. KBC financiert mee de sluis.
De internationale portefeuille omvat ook een Ierse kredietportefeuille van ongeveer 17 miljard euro bij KBC Bank Ireland. Het grootste deel van die portefeuille (ongeveer drie vierden) slaat op hypothecaire kredieten, en de rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen kmo- en bedrijfskredieten enerzijds en leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars anderzijds.
In 2011 herstelde de Ierse binnenlandse markt zich minder goed dan verwacht en de besparingsmaatregelen wegen op de gezinnen. In combinatie met de moeilijke economische toestand zorgt dat ervoor dat het klimaat op de kredietmarkt moeilijk blijft. Dat wordt bovendien versterkt door de aanhoudende neerwaartse prijsdruk op de onderliggende activawaarden en door stijgende financieringskosten die leiden tot stijgende rentevoeten, die druk zetten op de kredietnemers. Dat leidde per saldo voor 2011 tot een extra aanleg van kredietvoorzieningen van ruwweg 0,5 miljard euro, na de eveneens 0,5 miljard euro geboekt in 2010. Eind 2011 was ongeveer 17,7% van de totale Ierse kredietportefeuille non-performing, tegenover 10% eind 2010. De kredietkostenratio in 2011 bedroeg 301 basispunten en de dekkingsgraad van de Ierse portefeuille (alle kredietvoorzieningen ten opzichte van de non-performing kredietportefeuille) 42%. Ook voor 2012 houdt de groep rekening met relatief hoge waardeverminderingen voor de Ierse portefeuille.
Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties fungeert als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies. Ze overkoepelt een aantal diensten die producten toeleveren aan de andere divisies van de groep. De belangrijkste diensten die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn Assetmanagement, Betalingsverkeer, Consumentenkredietverlening, Handelsfinanciering, ICT, Leasing en Organisatie.
Voor deze divisie wordt geen resultaat gerapporteerd, aangezien alle opbrengsten en kosten ervan worden doorberekend aan de andere divisies van de groep.
1 Marktaandelen en aantal betalingstransacties zijn eigen schattingen. Betalingstransacties: kaart- en kasgeldtransacties, binnenlandse en buitenlandse overschrijvingen en internationaal cashmanagement. Consumentenkredieten: cijfer voor België betreft alleen revolving kredietkaarten.
Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties heeft als doel om haar interne cliënten (zoals de distributiekanalen van de groep) en externe cliënten een gepaste dienstverlening te bezorgen tegen een competitieve prijs. Daarom worden er voortdurend initiatieven genomen om de efficiëntie en de dienstverlening naar een hoger niveau te tillen en ook de kosten te drukken. Precies met dat doel werd medio 2010 het Lean-project opgestart. Lean wil een cultuur creëren van continue verbetering, waarin iedereen verantwoordelijk is voor het identificeren en wegwerken van verspilling. Dat moet zodanig gebeuren dat er maximaal waarde voor de cliënten wordt gecreëerd. Het is de bedoeling dat tegen eind 2012 alle betrokken diensten werken volgens de Lean-principes.
In overeenstemming met de strategie van de groep ligt de geografische focus van deze divisie op de thuismarkten in België en Centraalen Oost-Europa en worden de activiteiten daarbuiten grotendeels afgebouwd. Voorbeelden daarvan zijn de verkoop van de Ierse en Britse activiteiten van KBC Asset Management in 2010, en in 2011 en begin 2012 de verkoop van het aandeel dat KBC Asset Management aanhield in KBC Concord (Taiwan) en in KBC Goldstate (China). Bij de KBC Lease-groep werden de Roemeense (INK), Spaanse en Italiaanse activiteiten verkocht. In het kader van de geplande desinvestering van Kredyt Bank en WARTA in Polen tekende KBC Asset Management een overeenkomst met die twee maatschappijen voor de overname van hun aandeel (van telkens 30%) in de Poolse assetmanager KBC TFI, waardoor KBC Asset Management 100% eigenaar wordt van KBC TFI. Langs deze weg zal KBC Asset Mangement activiteiten op de Poolse markt blijven uitoefenen.
De diensten die tot deze divisie behoren, streven – net zoals de andere entiteiten van de groep – naar een voortdurende verbetering van de dienstverlening, meer bepaald door synergieën uit te buiten en best practices te verspreiden. Voorbeelden daarvan zijn, inzake betalingsverkeer, het aansluiten van Centraal- en Oost-Europese landen op een centrale SWIFT-hub en op het groepsplatform voor internationale betalingen, en het opzetten van een Shared Services Center in Brno (Tsjechië) waar enkele activiteiten en processen worden samengebracht die momenteel op verschillende locaties in de groep worden uitgevoerd. De start van het nieuwe dubbele datacentrum nabij Boedapest, ter geleidelijke vervanging van de meer dan twintig datacentra van de groep in Centraal- en Oost-Europa, is inzake ICT een mooi voorbeeld.
Ook het productaanbod wordt regelmatig gescreend en geoptimaliseerd. Dat gebeurt in overleg tussen de productaanbieders van deze divisie en het distributienetwerk in de verschillende landen en markten waarin de groep actief is. Die samenwerking wordt vastgelegd in effectieve samenwerkingsovereenkomsten, met duidelijke afspraken en doelstellingen. Binnen KBC Asset Management werden opnieuw tal van innoverende beleggingsproducten ontwikkeld, zoals de formule KBC-Participation Flexible Portfolio, een beleggingsstrategie die op zeer actieve en gecontroleerde wijze keuzes maakt tussen aandelen- en obligatiebeleggingen. Een ander voorbeeld is het gamma KBC-Life MI Inflation-producten, dat naast een vast rendement ook een inflatiegebonden rendement genereert. Ook de dienst Consumer Finance (consumentenkredietverlening) lanceerde tal van nieuwe producten, zoals KBC-Visa Vision en KBC-MasterCard Globe in België. Het succesvolle businessmodel van die dienst, waarbij de focus ligt op verkoop via het bancaire kanaal en dat al werd uitgerold in België, Tsjechië en Polen, werd in 2011 ook in Hongarije geïmplementeerd en in Slowakije opgestart.
De aanpak van deze divisie leidde tot succes, wat zich onder meer vertaalt in de blijvend sterke marktaandelen inzake beleggingsfondsen in België en Centraal- en Oost-Europa, waar de groep aanzienlijk hoger scoort dan bij de traditionele krediet- en depositoproducten. Bovendien mocht de groep opnieuw diverse awards in ontvangst nemen. Zo ontving KBC Bank de titel Best Trade Finance Provider van het magazine Global Finance in België. Ook de fondsen van KBC Asset Management zijn een vaste waarde bij binnen- en buitenlandse Fund Award-uitreikingen. Bovendien werd KBC in 2011 bekroond met de prijs voor beste Belgische distributeur bij de StructuredRetailProducts.com – Euromoney Awards.
Binnen de groep worden continu nieuwe producten en diensten ontwikkeld met als doel het aanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de marktvraag. Dat was ook het geval in 2011. Om het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten nog beter te ondersteunen, werd in 2011 een nieuw proces uitgerold in de groep. Dat proces zorgt ervoor dat de business op een efficiënte manier een beslissing verkrijgt om een nieuw product te lanceren. Tegelijkertijd impliceert dat een grondige analyse van alle betrokken risico's, waarbij eventueel ook acties voorgesteld worden om dergelijke risico's te vermijden of te beheersen. Bovendien worden alle producten op regelmatige basis herzien, zodat bestaande producten kunnen worden aangepast aan gewijzigde cliëntenbehoeften en veranderingen in de marktomstandigheden.
In dit jaarverslag worden, naast de in dit hoofdstuk vermelde projecten en producten, ook in de andere hoofdstukken diverse voorbeelden aangehaald van nieuwe productontwikkelingen in 2011, zoals KBC Securities Trader, de lancering van de tak 21-spaarverzekering ter voorfinanciering van een KBC-Hospitalisatieverzekering in België en diverse nieuwe mobilebankingapps. Vaak gaat de ontwikkeling van nieuwe producten/diensten samen met de ontwikkeling van nieuwe software. Gegevens over intern ontwikkelde software vindt u in Toelichting 34 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
Groepscenter omvat onder meer de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV, KBC Global Services, een beperkt, niet aan de andere divisies toewijsbaar, deel van de resultaten van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV en de eliminatie van intersegmenttransacties.
Groepscenter omvat ook de resultaten van de maatschappijen die volgens het strategische plan aangemerkt zijn om te worden gedesinvesteerd.
De belangrijkste daarvan zijn Centea, Fidea, Absolut Bank, KBC Banka, NLB Vita en het minderheidsbelang in NLB, Kredyt Bank, WARTA, KBC Financial Products, KBC Peel Hunt, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en de KBL EPB-groep. Voor diverse desinvesteringen werd al in 2010 of 2011 een verkoopovereenkomst getekend of afgerond.
| KBL EPB). | * Kredietportefeuille opgenomen bedrag, zonder reverse repos; deposito's: zonder repos (telkens exclusief | ||
|---|---|---|---|
| IFRS | Onderliggend | |||
|---|---|---|---|---|
| Groepscenter* (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Nettorente-inkomsten | 772 | 691 | 997 | 897 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 1 073 | 1 239 | 1 077 | 1 241 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -906 | -969 | -926 | -984 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | 13 | 1 | 13 | 0 |
| Dividendinkomsten | 25 | 13 | 15 | 13 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
50 | 206 | 101 | -15 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 18 | 8 | 32 | 26 |
| Nettoprovisie-inkomsten | -60 | -57 | 363 | 304 |
| Overige netto-inkomsten | 161 | 92 | 39 | 26 |
| Totale opbrengsten | 1 146 | 1 224 | 1 711 | 1 510 |
| Exploitatiekosten | -968 | -786 | -1 370 | -1 135 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -374 | -328 | -276 | -210 |
| Op leningen en vorderingen | -272 | -71 | -270 | -73 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -1 | -54 | -4 | -90 |
| Op goodwill | -55 | -24 | 0 | 0 |
| Op overige | -46 | -180 | -2 | -47 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | -64 | -59 | -62 | -58 |
| Resultaat vóór belastingen | -261 | 51 | 2 | 106 |
| Belastingen | 414 | -104 | -38 | -10 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -254 | -419 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | -101 | -471 | -36 | 97 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 7 | 18 | 7 | 18 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | -107 | -489 | -44 | 79 |
| Bankactiviteiten | 172 | 139 | -45 | 96 |
| Verzekeringsactiviteiten | 50 | -127 | 27 | 38 |
| Holdingactiviteiten | -329 | -501 | -26 | -55 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 31 202 | 29 149 | 31 202 | 29 149 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 2 650 | 2 491 | 2 650 | 2 491 |
* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en aansluitingstabel hieronder. Als gevolg van de wijziging aan het strategische plan midden 2011 werd de onderverdeling in divisies (ook retroactief) aangepast. Zie hoofdstuk Structuur en management.
| Aansluiting IFRS – onderliggend1 (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend | -44 | 79 |
| Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten | -23 | -7 |
| Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's | 680 | -290 |
| Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie2 | -57 | -43 |
| Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen | -86 | -19 |
| Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) | -372 | 50 |
| Reëlewaardeveranderingen eigen schuldinstrumenten | 39 | 359 |
| Resultaten bij desinvesteringen | -246 | -618 |
| Overige | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS | -107 | -489 |
1 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.
2 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.
In 2011 genereerde Groepscenter een nettoverlies van -489 miljoen euro, tegenover -107 miljoen euro in het jaar daarvoor. Wanneer we alle als uitzonderlijk aangemerkte elementen uitsluiten, bedraagt het onderliggende nettoresultaat 79 miljoen euro, tegenover -44 miljoen euro in 2010. We herhalen dat de wijziging in het strategische plan midden 2011 ook retroactief in de cijfers zijn verwerkt. Concreet betekent dat dat Cˇ SOB in Tsjechië nu voor 100% in de nettowinst van Divisie Centraal- en Oost-Europa is opgenomen (vroeger was 40% verschoven naar Groepscenter) en dat de resultaten van Kredyt Bank en WARTA in Polen (vroeger opgenomen bij Divisie Centraal- en Oost-Europa) nu zijn opgenomen bij Groepscenter, telkens met aanpassing van de referentiecijfers.
De invloed van de als uitzonderlijk aangemerkte elementen wordt opgesomd in de tabel. Het betreft vooral de CDO-gerelateerde waardeaanpassingen, de vergoeding voor de garantieregeling met de Belgische overheid met betrekking tot het CDO-risico (zie verder in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening), de winsten of verliezen met betrekking tot de legacy gestructureerde derivatenactiviteiten van KBC Financial Products, de invloed van desinvesteringen, waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde maatschappijen en de waardering van het eigen kredietrisico. Na uitsluiting van die elementen bestaat een groot deel van het onderliggende nettoresultaat van Groepscenter uit de resultaten van de ondernemingen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd. In 2011 namen die samen een onderliggend resultaat van 148 miljoen euro voor hun rekening, tegenover 42 miljoen euro in 2010. Daarbij werd de positieve invloed van significant lagere kredietvoorzieningen (197 miljoen minder dan in 2010) bij onder meer Absolut Bank, Kredyt Bank en Antwerpse Diamantbank voor een deel gecompenseerd door onder meer de negatieve invloed van de waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties in enkele entiteiten (-98 miljoen euro samen) en de deconsolidatie van bepaalde andere entiteiten (bijvoorbeeld Centea).
| (in miljoenen euro), Groepscenter | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Resultaat van groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd | 42 | 148 |
| Ex-Divisie België (Centea (opgenomen in het resultaat tot verkoop midden 2011) en Fidea) | 108 | 39 |
| Ex-Divisie Centraal- en Oost-Europa (vooral Absolut Bank, KBC Banka, NLB-groep, Kredyt Bank, WARTA) | -62 | 111 |
| Ex-Divisie Merchantbanking (Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, enz.) | 16 | 18 |
| Ex-Divisie Europese Private Banking (KBL EPB) | 75 | 54 |
| Overige (vooral financiering van goodwill met betrekking tot te desinvesteren bedrijven) | -94 | -74 |
| Overige resultaten* | -86 | -69 |
| Totaal | -44 | 79 |
* Omvat vooral de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV en van KBC Global Services en enkele resultaten die niet toewijsbaar zijn aan de andere divisies.
Hieronder volgt een korte toelichting bij de in 2010 en 2011 gerealiseerde desinvesteringen, als onderdeel van de nieuwe, meer gefocuste strategie van de groep. Enkele maatschappijen behoren weliswaar tot andere divisies dan Groepscenter, maar worden omwille van de volledigheid ook hier vermeld.
De belangrijkste verkochte activiteiten en groepsmaatschappijen in 2010 waren:
De belangrijkste verkochte activiteiten en groepsmaatschappijen in 2011 en begin 2012 waren (sommige verkopen zijn nog niet definitief afgerond, zie verder):
Voor Kredyt Bank: zie verder.
Midden 2011 rondden KBC Groep NV en Groep Landbouwkrediet de verkoop van Centea af voor 527 miljoen euro. Naast de verkoopprijs ontving KBC van Centea nog een dividend van 66 miljoen euro over het boekjaar 2010. De transactie maakte voor KBC ongeveer 0,4 miljard euro aan kapitaal vrij, vooral door een verlaging van de risicogewogen activa met 4,2 miljard euro, wat leidde tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC Groep met ongeveer 0,4%. De meerwaarde op deze transactie was beperkt.
In maart 2011 werd bekendgemaakt dat de oorspronkelijke overeenkomst die de groep had bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van KBL EPB niet doorging (meer daarover vindt u in het jaarverslag over 2010). Het verkoopproces werd nadien heropgestart en in oktober 2011 bereikte KBC een akkoord met Precision Capital voor de verkoop van KBL EPB voor ruwweg 1 miljard euro. De transactie houdt de verkoop in van het totale belang dat KBC heeft in KBL EPB en omvat alle privatebankingdochters en effectenbewarings- en levensverzeke-
ringsactiviteiten van KBL EPB. De transactie zal voor KBC in totaal ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijmaken. Dat leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met 0,6%. De transactie heeft ook een negatieve invloed op de winst-en-verliesrekening van ongeveer 0,4 miljard euro in het derde kwartaal van 2011. KBC zal privatebankingdiensten blijven aanbieden in België en Centraal- en Oost-Europa via zijn privatebankingactiviteiten onder de merknaam KBC. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.
In oktober 2011 bereikte KBC een overeenkomst met de private-equitygroep J.C. Flowers & Co. over de verkoop van Fidea voor ongeveer 0,2 miljard euro. In totaal zal deze transactie voor KBC een bedrag van ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrijmaken, voornamelijk door een vermindering van de risicogewogen activa met 1,8 miljard euro, maar ook rekening houdende met het feit dat de transactie de resultaten van KBC met ongeveer 0,1 miljard euro negatief beïnvloedt. De transactie leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met ongeveer 0,1%.
Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.
In januari 2012 werd een verkoopovereenkomst gesloten met Talanx International AG voor WARTA, de Poolse verzekeringsmaatschappij van de groep, voor 770 miljoen euro, aan te passen op basis van wijzigingen in de netto-actiefwaarde tussen 30 juni 2011 en het moment van afronding van de transactie. Op basis van de cijfers van 30 september 2011 wordt verwacht dat de transactie bijna 0,7 miljard euro aan kapitaal zal vrijmaken voor KBC. De Tier 1-ratio van KBC zou daardoor met bijna 0,7% stijgen. De transactie zal een positieve impact van ongeveer 0,3 miljard euro hebben op het resultaat van KBC op het ogenblik dat de transactie wordt afgerond.
Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.
In februari 2012 kondigden Banco Santander S.A. en KBC aan dat ze een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A. in Polen. Met bijna 900 kantoren en 3,5 miljoen particuliere cliënten wordt de fusiebank de op twee na grootste Poolse bank gemeten naar deposito's, kredieten, aantal kantoren en winst. Na de voorgestelde fusie zal Banco Santander ongeveer 76,5% van de fusiebank in handen hebben, KBC ongeveer 16,4%. Banco Santander heeft zich ertoe verbonden KBC onmiddellijk na de fusie te helpen zijn deelneming in de fusiebank te verlagen tot minder dan 10%. Bovendien is het de bedoeling van KBC om zijn resterende deelneming te desinvesteren. Na de deconsolidatie van Kredyt Bank ten gevolge van de voor-
gestelde fusie en na de beloofde reductie van de deelneming van KBC tot beneden 10% kort na de registratie van de fusie zal (tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging) ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijkomen, voornamelijk dankzij een vermindering van de risicogewogen activa. Dat stemt overeen met een positieve Tier 1-impact van ongeveer 0,8% (op basis van de cijfers van eind 2011), of 0,9% (op basis van de cijfers van eind 2011) bij volledige uitstap. Bovendien zal de transactie, tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging, een positief effect hebben op het resultaat van ongeveer +0,1 miljard euro bij afronding van de transactie. De fusie is onderworpen aan de onafhankelijke beoordeling door Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank en verbonden aan de voorwaarde dat de goedkeuring verkregen wordt van de Poolse financiële toezichthouder en van de bevoegde mededingingsautoriteiten. Banco Santander heeft zich er ook toe verbonden Z˙agiel, de consumentenkredietarm van KBC in Polen, te verwerven tegen gecorrigeerd nettoactief, na goedkeuring door de bevoegde mededingingsautoriteiten. U vindt bijkomende informatie in het betreffende persbericht op www.kbc.com. De aldaar vermelde juridische informatie geldt onverkort.
Overige Verkopen In april 2011 werd een verkoopovereenkomst gesloten met Value Partners Ltd. voor het aandeel van 55,46% dat KBC Asset Management aanhield in KBC Concord Asset Management Co. Ltd. in Taiwan. De transactie werd afgerond op 10 augustus 2011. Begin 2012 werd eveneens met Value Partners Ltd. een verkoopovereenkomst bereikt voor het 49%-aandeel dat KBC Asset Management aanhield in KBC Goldstate (China). In augustus 2011 rondde KBC Securities de desinvesteringen van zijn activiteiten in Servië en Roemenië af via managementbuyouttransacties met de lokale managementteams. De invloed van deze transacties op de winst en het kapitaal van KBC is verwaarloosbaar.
Begin 2012 was het grootste deel van de oorspronkelijk voorziene afbouw van risicogewogen activa (RWA) voltooid, en dat als gevolg van de bovengenoemde desinvesteringen en de afbouw van de internationale kredietportefeuille. In het hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel vindt u een grafische voorstelling van de ontwikkeling van de totale RWA van de KBC-groep.
De belangrijkste nog uit te voeren desinvesteringen betreffen Absolut Bank (Rusland), KBC Banka (Servië), NLB Vita en minderheidsbelang in NLB (Slovenië), Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, en enkele andere activiteiten (private equity, real estate development). Voor de meeste van die projecten werd al voorbereidend werk verricht. Er werd trouwens met de Europese Commissie overeengekomen om de oorspronkelijke deadline inzake de verkoop van de Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland te verlengen.
Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Social Responsibility of CSR) is een langetermijnproces dat een continue aanpassing en verbetering nastreeft van de wijze waarop een bedrijf zijn activiteiten uitvoert, niet alleen met als doel winst te behalen, maar ook om te beantwoorden aan de steeds strenger wordende eisen van de maatschappij en de stakeholders (zoals werknemers, cliënten, aandeelhouders en leveranciers) op het gebied van transparantie en verantwoordelijkheid. KBC verwoordt zijn visie op CSR in zijn beleidsverklaring, en beschrijft meer specifieke richtlijnen in het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.
De groep maakt sinds enkele jaren zijn visie en prestaties op het gebied van CSR bekend in een afzonderlijke jaarlijkse publicatie, het CSR Report. Dat rapport bevat CSR-informatie over de hele groep, inclusief kwantitatieve gegevens over het personeel en zijn ecologische voetafdruk, en is in overeenstemming met de rapporteringsvereisten van de G3-richtlijnen van het Global Reporting Initiative en de Global Compact-principes van de Verenigde Naties. Het rapport is beschikbaar op www.kbc.com.
Begin 2012 heeft de groep ook beslist om een breder Verslag aan de samenleving te publiceren, waarin KBC rapporteert over alle maatschappelijk relevante thema's die aan bod zijn gekomen bij de bedrijfsvoering in het afgelopen jaar.
Ook in 2011 nam KBC diverse nieuwe initiatieven op het gebied van CSR. U vindt een uitgebreide beschrijving daarvan in ons CSR Report. Hierna volgt een greep uit de initiatieven en prijzen op het gebied van milieu en gemeenschapsbetrokkenheid.
| Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep in België, per vte 2010 |
2011 |
|---|---|
| Energieverbruik (in GJ) | |
| Elektriciteit 24,3 |
21,3 |
| Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie 100% |
100% |
| Fossiele brandstoffen (gas en stookolie) 15,0 |
12,6 |
| Vervoer (in km) | |
| Woon-werkverkeer 9 542 |
9 175 |
| Dienstritten 5 294 |
5 388 |
| Papier- en waterverbruik | |
| Papier (in ton) 0,17 |
0,14 |
| Water (in m3 ) 9,3 |
8,2 |
| Emissie van broeikasgassen (in ton) 2,2 |
1,9 |
Personeelstevredenheid is een belangrijke factor voor het aantrekken en behouden van gemotiveerde medewerkers. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Leuven Gent Management School en Great Place to Work® Institute behoorde KBC in 2011 opnieuw tot de tien beste werkgevers in België. KBC kreeg ook de award voor Lifelong Learning voor zijn opleidingsinspanningen. Daarnaast meet KBC zelf jaarlijks de tevredenheid van zijn medewerkers en onderneemt op basis van de resultaten gerichte acties.
Door het beloningsbeleid, afhankelijk van de nieuwe arbeidsmarktontwikkelingen, permanent te evalueren en bij te sturen, wil de groep de groeikansen van zijn medewerkers verbeteren en hen evenredig met hun prestaties belonen. KBC startte in 2011 in België met een grondige actualisering van zijn personeelsbeleid onder de noe-
mer HRinEvolution. Dit jaar werd werk gemaakt van het actualiseren van het functieclassificatiesysteem, van een vernieuwd beleid voor talentontwikkeling, van een groeipad voor nieuwe jonge kaderleden en van verdere alternatieve beloningsmogelijkheden. Een voorbeeld daarvan is het cafetariaplan, waarbij medewerkers de keuze krijgen tussen een pakket dat volledig uit loon bestaat of uit loon aangevuld met door de medewerker gekozen voordelen. In 2012 wordt het vernieuwde personeelsbeleid verder uitgerold naar de kaderleden. De groep heeft ook oog voor de mobiliteitsproblematiek van zijn medewerkers met onder meer projecten betreffende decentraal en thuiswerken, gratis pendelbussen tussen de stations en de hoofdkantoren, carpoolen, gebruik van fiets en openbaar vervoer, en een groen wagenpark.
De KBC-groep maakt in het personeelsstatuut, het selectie- en promotiebeleid en de evaluatiesystemen geen enkel onderscheid tussen geslacht, geloofsovertuiging, afkomst of seksuele geaardheid. De gelijke behandeling van personeelsleden is ook opgenomen in de KBC-Gedragslijn en is onderwerp van meerdere niet-discriminatiemanifesten en charters die KBC onderschreef.
De groep besteedt bijzonder veel aandacht aan opleiding en biedt dan ook een uitgebreid ontwikkelingsaanbod ten dienste van de werknemers. Het omvat een aantal opleidingsvormen die elkaar aanvullen en versterken, waaronder klassikaal leren, zelfstudie, e-leren, werkplekleren en mentoring. Ontwikkelingsnoden zijn ook een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse evaluatiegesprek tussen de medewerker en zijn leidinggevende.
KBC werkt nauw samen met de werknemersorganisaties door het overleg in de vergaderingen van de ondernemingsraad en zijn commissievergaderingen, in de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk en in de vergaderingen met de vakbondsafvaardiging. Het sociaal overleg resulteerde onder meer in cao's voor de periode 2012–2013 over koopkracht en werkgelegenheid. De Centraal- en Oost-Europese vestigingen nemen deel aan de Europese Ondernemingsraad.
In de tabel vindt u het totale personeelsbestand van de groep en een verdeling daarvan naar diverse criteria. In 2011 daalde het totale personeelsbestand van de groep verder tot 47 530 vte. In de totalen zijn de maatschappijen uitgesloten die per einde boekjaar onder IFRS 5 vielen (i.e. waarvoor een verkoopovereenkomst is getekend maar nog niet gefinaliseerd). U vindt bijkomende informatie over personeelskosten, aandelenopties voor het personeel en het gemiddelde personeelsbestand in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichtingen 12 en 13.
| Personeelsbestand | ||
|---|---|---|
| van de KBC-groep | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
| In vte* | 50 494 (exclusief KBL EPB) |
47 530 (exclusief KBL EPB, Fidea en WARTA) |
| In procenten | ||
| België | 35% | 35% |
| Centraal- en Oost-Europa en Rusland | 61% | 60% |
| Rest van de wereld | 4% | 4% |
| Divisie België | 23% | 24% |
| Divisie Centraal- en Oost-Europa | 31% | 33% |
| Divisie Merchantbanking | 6% | 6% |
| Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties |
17% | 18% |
| Groepscenter (geplande desinvesteringen) |
23% | 18% |
| Mannen | 40% | 41% |
| Vrouwen | 60% | 59% |
| Voltijders | 84% | 84% |
| Deeltijders | 16% | 16% |
| Gemiddelde leeftijd (in jaren) | 40 | 40 |
| Gemiddelde anciënniteit (in jaren) | 11,5 | 11,6 |
* De opdeling in divisies is (ook retroactief) gewijzigd als gevolg van de aanpassing aan het strategische plan midden 2011.
De KBC-groep is hoofdzakelijk actief als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder, en is daardoor blootgesteld aan een aantal typische risico's en onzekerheden voor de sector, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico (inclusief landenrisico), interestrisico, wisselkoersrisico, liquiditeitsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, operationele risico's, risico ten aanzien van opkomende markten, wijzigingen in regelgeving, betwistingen van cliënten en de economie in het algemeen. Bovendien is de KBC-groep blootgesteld aan bedrijfsrisico's, waarbij zowel de macro-economische omgeving als de lopende herstructureringsplannen een negatieve invloed kunnen hebben op de waarde van de activa of bijkomende kosten kunnen genereren boven de verwachte niveaus. De activiteiten van een grote financiële groep zijn ook inherent blootgesteld aan andere risico's die pas achteraf duidelijk worden.
In dit hoofdstuk van het jaarverslag concentreren we ons op het risicobeleid van KBC en op de belangrijkste risico's die KBC loopt, namelijk het kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, verzekeringstechnisch risico, operationeel risico en de kapitaaltoereikendheid.
De informatie in dit hoofdstuk die deel uitmaakt van de IFRS-jaarrekening werd geauditeerd door de commissaris. Het betreft de volgende delen:
Let wel:
De belangrijkste kenmerken van het risicobeleidsmodel van KBC zijn:
• het Risico- en Kapitaaltoezichtcomité Groep (Group Risk and Capital Oversight Committee), het activiteitgebonden Asset-Liability Management Committee (ALCO), het Risicobeheercomité Groep (Group Risk Management Committee) en activiteitgebonden risicosubcomités die ervoor zorgen dat het Directiecomité zijn tijd optimaal kan benutten;
• één enkele, onafhankelijke, voor de hele groep bevoegde risicofunctie die de chief risk officer van de groep (CRO), lokale CRO's en groeps- en lokale risicofuncties omvat;
Relevante risicobeheerorganen en controlefuncties:
Kredietrisico is de potentiële negatieve afwijking ten opzichte van de verwachte waarde van een financieel instrument voortvloeiend uit de wanbetaling of wanprestatie door een contracterende partij (bijvoorbeeld een kredietnemer, garantieverstrekker, verzekeraar of herverzekeraar, tegenpartij in een professionele transactie of emittent van een schuldinstrument), als gevolg van de insolvabiliteit, het onvermogen of de betalings- of performanceonwil van die partij, of als gevolg van maatregelen van politieke of monetaire autoriteiten in een bepaald land (landenrisico). Kredietrisico omvat dus het wanbetalingsrisico en het landenrisico, maar ook het migratierisico, namelijk het risico van nadelige wijzigingen van kredietratings.
Het kredietrisico wordt zowel op transactie- als op portefeuilleniveau beheerd. Het beheer op transactieniveau houdt in dat er degelijke processen, instrumenten en toepassingen bestaan om de risico's te identificeren en te meten voor en na de acceptatie van individuele kredietrisico's. Er worden limieten en machtigingen vastgelegd (op basis van parameters als internerisicoklasse, de aard van de tegenpartij) om het maximaal toegestane kredietrisico te bepalen en het niveau waarop acceptatiebeslissingen worden genomen. Het beheer op portefeuilleniveau omvat onder meer de periodieke meting en analyse van en rapportering over het kredietrisico dat is ingebed in de geconsolideerde krediet- en beleggingsportefeuille, de controle op de naleving van limieten, het stresstesten van kredietrisico in verschillende scenario's, het nemen van risicobeperkende maatregelen en de optimalisering van het algemene kredietrisicoprofiel.
Er bestaan degelijke acceptatiebeleidslijnen en -procedures voor alle soorten van kredietrisico. De omschrijving hier is beperkt tot risico's verbonden aan klassieke bedrijfskredieten en aan kredietverlening aan particulieren, omdat die het grootste deel uitmaken van het kredietrisico van de groep.
Kredietverlening aan particulieren (zoals hypothecaire leningen) is onderworpen aan een gestandaardiseerd proces, waarbij de resultaten van scoremodellen een belangrijke rol spelen in de acceptatieprocedure. Kredietverlening aan bedrijven is onderworpen aan een meer geïntegreerd acceptatieproces waarbij rekening wordt gehouden met relatiebeheer, kredietacceptatiecomités (cfr. delegaties) en de resultaten van modellen.
Voor de meeste soorten kredietrisico wordt het toezicht in hoofdzaak gestuurd door de risicoklasse, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de Probability of Default (PD), of de kans op een in gebreke blijven, en de Loss Given Default (LGD), of het verwachte verlies in het geval dat een debiteur in gebreke blijft.
Om de risicoklasse te bepalen, heeft KBC diverse ratingmodellen ontwikkeld. Enerzijds om de kredietwaardigheid van debiteuren te meten en anderzijds om het verwachte verlies van de verschillende types van transacties in te schatten. Een aantal uniforme modellen wordt in de hele groep gebruikt (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, enz.), andere zijn ontwikkeld voor specifieke geografische markten (kmo's, particulieren, enz.) of types van transacties. In de hele groep wordt dezelfde interneratingschaal gebruikt.
De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van 1 (laagste risico) tot 9 (hoogste risico) voor de PD. Een debiteur die in gebreke is gebleven, krijgt een interne rating toegekend van PD 10 tot PD 12. PD-klasse 12 wordt toegekend als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis de terugneming van de waarborg beveelt. Klasse 11 omvat debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet beantwoorden aan de criteria van PD 12. PD-klasse 10 wordt toegekend aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die nog performing zijn en niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12.
Kredieten aan grote ondernemingen worden minimaal één keer per jaar herzien. Daarbij wordt minstens de interne rating geactualiseerd. Als de ratings niet tijdig worden geactualiseerd, wordt een kapitaaltoeslag in rekening gebracht. Kredieten aan kleinere en middelgrote ondernemingen worden vooral herzien op basis van risicosignalen (bijvoorbeeld een beduidende wijziging van de risicoklasse). Kredieten aan particulieren worden gezamenlijk herzien tijdens periodieke screenings.
Op kredieten aan debiteuren in gebreke in de PD-klassen 10, 11 en 12 (impaired kredieten) past KBC bijzondere waardeverminderingen toe op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Die schatting gebeurt op individuele basis (en voor kleinere kredietenfaciliteiten op statistische basis). Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier als een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).
Om te vermijden dat een debiteur die in financiële moeilijkheden verkeert uiteindelijk in gebreke blijft, kan worden beslist om zijn kredieten te herschikken. Een herschikking kan betekenen dat het contractuele aflossingsplan wordt gewijzigd, de rente- of provisiebetalingen worden verlaagd of uitgesteld, of een andere geschikte maatregel wordt getroffen. Eind 2011 maakten kredieten die werden herschikt om bijzondere waardeverminderingen te vermijden 2,6% uit van de totale kredietportefeuille (uitstaand bedrag), tegenover 2,5% eind 2010. Meer details daarover vindt u in het Risk Report 2011 op www.kbc.com.
Het toezicht op portefeuillebasis gebeurt onder meer met een kwartaalrapportering over de geconsolideerde kredietportefeuille om te verzekeren dat het kredietbeleid en de limieten worden nageleefd. Daarnaast worden de belangrijkste risicoconcentraties extra bewaakt op basis van periodieke en ad-hocrapporten. Er bestaan limieten op debiteur-, garantieverstrekker-, emittent- of tegenpartijniveau, op sectorniveau en voor specifieke activiteiten of geografische zones. Bovendien worden stresstests uitgevoerd op bepaalde soorten kredieten (zoals hypothecaire leningen), maar ook op de volledige kredietrisicoscope.
Terwijl sommige limieten nog zijn uitgedrukt in termen van gecontracteerde bedragen, worden ook concepten zoals verwacht verlies (Expected Loss) en verlies bij in gebreke blijven (Loss Given Default) gebruikt. Die concepten vormen, samen met de kans op een in gebreke blijven (Probability of Default) en het uitstaande risico bij een in gebreke blijven (Exposure at Default), de bouwstenen voor de berekening van de reglementaire kapitaalvereisten voor kredietrisico, aangezien KBC heeft geopteerd voor de Basel II Internal Rating Based (IRB)-benadering. Bijgevolg gebruiken de belangrijkste groepsentiteiten nu de IRB Foundation-benadering en zullen ze overstappen naar de IRB Advanced-benadering. Andere entiteiten bereiden zich nog voor op de IRB Foundation- en Advanced-benaderingen. De kleinere entiteiten zullen de standaardbenadering van Basel II blijven gebruiken.
Kredietrisico's doen zich voor in zowel de bank- als de verzekeringsactiviteiten van de groep. De kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, de beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten en overheidsobligaties, en de Ierse en Hongaarse portefeuilles van KBC worden meer gedetailleerd besproken in aparte delen verderop.
Wat de bankactiviteiten betreft, ligt het kredietrisico voornamelijk in de krediet- en beleggingsportefeuille, samengevat in de volgende tabel. Die portefeuille is voornamelijk het resultaat van pure, traditionele kredietactiviteiten. Hij omvat alle kredietverlening aan particulieren, zoals hypotheekleningen en consumentenkredieten, alle kredietverlening aan bedrijven, zoals (bevestigde en niet-bevestigde) bedrijfskapitaalfinancieringen, investeringskredieten, garantiekredieten en kredietderivaten (verkochte protectie) en alle niet-overheidseffecten in de beleggingsportefeuilles van de bankentiteiten van de groep. Andere kredietrisico's, zoals het tradingrisico (emittentenrisico), het tegenpartijrisico verbonden aan professionele transacties, internationale handelsfinanciering (documentair krediet, enz.) en overheidsobligaties zijn niet opgenomen in de tabel. Die elementen worden verderop apart beschreven.
De krediet- en beleggingsportefeuille zoals die in dit hoofdstuk is bepaald, verschilt sterk van de post Leningen en voorschotten aan cliënten, zoals vermeld in Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening (de post in die toelichting omvat bijvoorbeeld niet de leningen en voorschotten aan banken, de garantiekredieten en kredietderivaten, het niet-opgenomen gedeelte van kredieten en de bedrijfs- en bankobligaties, maar bevat wel repotransacties met niet-banken). De krediet- en beleggingsportefeuille wordt ingedeeld volgens verschillende criteria in de onderstaande tabel.
| Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten 31-12-20105 |
31-12-20115 |
|---|---|
| Totale kredietportefeuille (in miljarden euro) | |
| Toegestaan bedrag 192,2 |
186,1 |
| Uitstaand bedrag 161,3 |
155,9 |
| Kredietportefeuille naar divisie (in procenten van portefeuille toegestane kredieten) | |
| België 31% |
34% |
| Centraal- en Oost-Europa 18% |
19% |
| Merchantbanking 36% |
37% |
| Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 15% |
10% |
| Totaal 100% |
100% |
| Kredietportefeuille naar sector van de tegenpartij (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1 | |
| Particulieren 37% |
36% |
| Financiële en verzekeringsdiensten 7% |
6% |
| Overheden 3% |
4% |
| Bedrijven 52% |
54% |
| Niet-financiële diensten 10% |
10% |
| Klein- en groothandel 8% |
8% |
| Vastgoed 7% |
7% |
| Bouw 5% |
5% |
| Overige2 22% |
23% |
| Totaal 100% |
100% |
| Kredietportefeuille naar regio (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1 | |
| West-Europa 68% |
68% |
| Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 25% |
25% |
| Noord-Amerika 4% |
4% |
| Overige 3% |
3% |
| Totaal 100% |
100% |
| Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten (vervolg) | 31-12-20105 | 31-12-20115 |
|---|---|---|
| Kredietportefeuille naar risicoklasse (deel van de portefeuille, in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1, 3 | ||
| PD 1 (laagste risico, kans op in gebreke blijven van 0,00% tot 0,10%) | 25% | 27% |
| PD 2 (0,10%–0,20%) | 12% | 12% |
| PD 3 (0,20%–0,40%) | 18% | 17% |
| PD 4 (0,40%–0,80%) | 15% | 15% |
| PD 5 (0,80%–1,60%) | 11% | 11% |
| PD 6 (1,60%–3,20%) | 8% | 7% |
| PD 7 (3,20%–6,40%) | 6% | 5% |
| PD 8 (6,40%–12,80%) | 2% | 2% |
| PD 9 (hoogste risico, ≥ 12,80%) | 3% | 3% |
| Totaal | 100% | 100% |
| Impaired kredieten4 (PD 10 + 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten) |
||
| Impaired kredieten | 10 950 | 11 234 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 4 696 | 4 870 |
| Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen (d.i. op basis van PD 1 tot 9) | 353 | 371 |
| Kredietkostenratio | ||
| Divisie België | 0,15% | 0,10% |
| Divisie Centraal- en Oost-Europa | 1,16% | 1,59% |
| Tsjechië | 0,75% | 0,37% |
| Slowakije | 0,96% | 0,25% |
| Hongarije | 1,98% | 4,38% |
| Bulgarije | 2,00% | 14,73% |
| Divisie Merchantbanking | 1,38% | 1,36% |
| Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) | 1,17% | 0,36% |
| Totaal | 0,91% | 0,83%6 |
| Non-performing (NP) kredieten, PD 11 + 12 (in miljoenen euro of in procenten) | ||
| Uitstaand bedrag | 6 551 | 7 580 |
| Bijzondere waardeverminderingen voor non-performing kredieten | 3 283 | 3 875 |
| Non-performing ratio | ||
| Divisie België | 1,5% | 1,5% |
| Divisie Centraal- en Oost-Europa | 5,3% | 5,6% |
| Divisie Merchantbanking | 5,2% | 7,8% |
| Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) | 5,8% | 5,5% |
| Totaal | 4,1% | 4,9% |
| Dekkingsratio | ||
| [Bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten] | ||
| Totaal | 50% | 51% |
| Totaal exclusief hypothecaire leningen | 60% | 62% |
| [Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten] |
||
| Totaal | 77% | 69% |
| Totaal exclusief hypothecaire leningen | 96% | 89% |
| Voor een definitie van de ratio's zie het Glossarium van gebruikte ratio's. |
1 Cijfers geauditeerd door de commissaris.
2 Individuele sectoraandelen niet groter dan 3%.
3 Interneratingschaal.
4 Cijfers wijken af van die in Toelichting 21 in het deel Geconsolideerde jaarrekening wegens verschillen in consolidatiekring.
5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Eind 2011 tekenden zij voor 3,1 miljard euro toegestane kredieten, waarvan 2,9 miljard euro uitstaand (3,1 miljard euro in 2010, waarvan 2,9 miljard euro uitstaand), voornamelijk in de sectoren Financiële en verzekeringsdiensten en Particulieren. De non-performing ratio van KBL EPB bedraagt 1,9% (4,0% in 2010), terwijl 68% van zijn portefeuille non-performing kredieten gedekt is door specifieke waardeverminderingen (93% in 2010).
6 Inclusief KBL EPB: 0,82%.
Voor de krediet- en beleggingsportefeuille in Ierland en Hongarije wordt hieronder bijkomende informatie gegeven, gezien de specifieke situatie op die markten.
| KBC Bank Ireland (Ierland) – krediet- en beleggingsportefeuille1 Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 17 17 Indeling naar krediettype Woningkredieten 76% 77% Kmo- en bedrijfskredieten 13% 12% Vastgoedbelegging en vastgoedontwikkeling 11% 11% Verdeling naar risicoklasse Normaal performing (PD 1–9) 87% 78% Impaired, maar nog performing (PD 10) 3% 4% Impaired, non-performing (PD 11 + 12) 10% 18% Kredietkostenratio2 2,98% 3,01% Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)] / [uitstaande non-performing kredieten] 42% 42% Herschikte distressed kredieten3 9% 9% K&H Bank (Hongarije) – krediet- en beleggingsportefeuille1 Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 7 6 Indeling naar krediettype Retailkredieten 53% 50% Hypothecaire kredieten in vreemde valuta 35% 33% Kmo- en bedrijfskredieten 47% 50% Verdeling naar risicoklasse Normaal performing (PD 1–9) 86% 88% Impaired, maar nog performing (PD 10) 3% 2% Impaired, non-performing (PD 11 + 12) 8% 10% Zonder rating 3% 0% Kredietkostenratio2 1,98% 4,38% Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)] / [uitstaande non-performing kredieten] 71% 77% Herschikte distressed kredieten 6% 8% |
31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten (d.i. exclusief onder meer overheidsobligaties).
2 Niet geauditeerd door de commissaris.
3 We schenken ook bijzondere aandacht aan herschikte distressed kredieten, d.w.z. kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden vermeden door opnieuw te onderhandelen over de voorwaarden. Daarnaast bieden KBC Ireland Homeloans-woningkredieten (zoals dat algemeen gangbaar is op de Ierse en Britse hypotheekmarkten) traditioneel aan cliënten de mogelijkheid om gedurende een beperkte periode alleen interest terug te betalen.
Voor K&H Bank is de historische portefeuille van hypothecaire kredieten in vreemde valuta een belangrijk aandachtspunt. Eind 2011 bedroeg die 1,9 miljard euro. Door een wijziging in de lokale wetgeving werd het mogelijk die hypotheekleningen volledig terug te betalen tegen een vaste wisselkoers die ongunstig is voor de bank. Bijgevolg werd in 2011 een bijkomende waardevermindering van 173 miljoen euro geboekt (95 miljoen euro voor verliezen geleden in 2011 en de rest voor toekomstige verliezen).
Naast de kredietrisico's verbonden aan de krediet- en beleggingsportefeuille zijn er ook kredietrisico's verbonden aan andere bankactiviteiten. De belangrijkste zijn:
Commerciële transacties op korte termijn. Deze activiteit betreft de financiering van export of import (documentaire kredieten, preexport- en post-importfinancieringen, enz.) en brengt alleen risico's tegenover financiële instellingen met zich mee. Het risicobeheer met betrekking tot deze activiteit gebeurt op basis van limieten per financiële instelling en per land of landengroep.
Effecten in de tradingportefeuille. Deze effecten houden een emittentenrisico in (potentieel verlies als gevolg van wanbetaling door de emittent). De blootstelling aan dat risico wordt gemeten op basis van de marktwaarde van het effect. Het emittentenrisico wordt beperkt door het gebruik van limieten, zowel per emittent als per ratingklasse. De blootstelling aan effecten met activa als onderpand (Asset Backed Securities) en CDO's (Collateralised Debt Obligations) in de tradingportefeuille is niet opgenomen in de cijfers in de tabel, maar wordt afzonderlijk gerapporteerd (zie Overzicht van de uitstaande positie in gestructureerde kredieten).
Professionele transacties (plaatsingen bij professionele tegenpartijen en verhandeling van derivaten). Die transacties brengen tegenpartijrisico met zich mee. De in de tabel weergegeven bedragen zijn de presettlementrisico's van de groep, gemeten als de som van de (positieve) huidige vervangingswaarde (mark-to-market) van een transactie en de toepasselijke toeslag (add-on). De risico's worden beperkt door het gebruik van limieten per tegenpartij. Er wordt ook gebruikgemaakt van close-out netting en zekerheden. Financiële zekerheden worden alleen in aanmerking genomen als de betrokken activa worden beschouwd als risicobeperkend voor berekeningen van het reglementaire kapitaal (Basel II).
Overheidseffecten in de beleggingsportefeuille van bankentiteiten. De risicopositie ten aanzien van overheden wordt gemeten in termen van nominale en boekwaarde en heeft in hoofdzaak betrekking op EU-overheden (in het bijzonder België). Er zijn limieten vastgelegd voor posities in overheidsobligaties van niet-thuislanden. Die werden aangevuld met waarschuwingssignalen voor de posities in overheidsobligaties van thuislanden (d.w.z. blootstelling aan België en de kernlanden in Centraal- en Oost-Europa). Die signalen worden vanaf 2012 evenwel eveneens vervangen door limieten. Meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties voor banken verzekeringsactiviteiten samen geven we in een aparte paragraaf verderop.
| Andere kredietrisico's, bankactiviteiten1 (in miljarden euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Commerciële transacties op korte termijn | 2,5 | 2,8 |
| Emittentenrisico2 | 0,4 | 0,3 |
| Tegenpartijrisico van professionele transacties3 | 12,7 | 11,6 |
| Overheidsobligaties in de beleggingsportefeuille | 49,1 | 34,1 |
1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Hun blootstelling aan het emittentenrisico bedraagt ongeveer 0,8 miljard euro (0,13 miljard euro in 2010) en hun tegenpartijrisico bedraagt meer dan 1,6 miljard euro (meer dan 1 miljard euro in 2010). Ze hebben ook ongeveer 1,9 miljard euro aan overheidsobligaties in hun beleggingsportefeuilles (1,8 miljard euro in 2010).
2 Exclusief OESO-overheidsobligaties met rating A- of hoger.
3 Na aftrek van ontvangen zekerheden en uitkeringen voor netting.
Voor de verzekeringsactiviteiten liggen de kredietrisico's vooral op het vlak van de beleggingsportefeuille (emittenten van schuldinstrumenten) en de herverzekeraars. Er zijn richtlijnen vastgelegd om het kredietrisico in de beleggingsportefeuille te beheersen, bijvoorbeeld met betrekking tot de portefeuillesamenstelling en de ratings. De tabel geeft een overzicht van de totale beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de groep.
| Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep1 (in miljoenen euro, marktwaarde) | ||
|---|---|---|
| Per balanspost | 31-12-20105 | 31-12-20115 |
| Effecten | 22 677 | 18 447 |
| Obligaties en soortgelijke effecten | 21 139 | 17 490 |
| Aangehouden tot einde looptijd | 3 483 | 3 518 |
| Voor verkoop beschikbaar | 17 448 | 13 912 |
| Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden |
136 | 49 |
| Als leningen en vorderingen | 72 | 9 |
| Aandelen en soortgelijke | 1 534 | 948 |
| Voor verkoop beschikbaar | 1 531 | 946 |
| Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden |
3 | 2 |
| Overige | 4 | 8 |
| Leningen en voorschotten aan banken | 87 | 20 |
| Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 566 | 381 |
| Beleggingscontracten, tak 232 | 7 329 | 7 652 |
| Overige | 298 | 326 |
| Totaal | 30 957 | 26 824 |
| Details over obligaties en soortgelijke effecten | ||
| Naar rating3, 4 | ||
| Investment grade | 97% | 98% |
| Non-investment grade | 0% | 1% |
| Zonder rating | 3% | 1% |
| Totaal | 100% | 100% |
| Naar sector3 | ||
| Overheden | 66% | 66% |
| Financiële instellingen | 18% | 23% |
| Overige | 16% | 11% |
| Totaal | 100% | 100% |
| Naar munt3 | ||
| Euro | 92% | 94% |
| Andere Europese munten | 8% | 5% |
| Amerikaanse dollar | 0% | 0% |
| Totaal | 100% | 100% |
| Naar restlooptijd3 | ||
| Maximaal 1 jaar | 7% | 8% |
| Tussen 1 en 3 jaar | 22% | 22% |
| Tussen 3 en 5 jaar | 20% | 14% |
| Tussen 5 en 10 jaar | 34% | 34% |
| Meer dan 10 jaar | 16% | 21% |
| Totaal | 100% | 100% |
1 De totale boekwaarde bedroeg 26 613 miljoen euro per einde 2011 (exclusief VITIS Life, Fidea en WARTA) en 30 732 miljoen euro per einde 2010 (exclusief VITIS Life).
2 Deze post vertegenwoordigt de actiefzijde van tak 23-producten en wordt volledig gespiegeld aan de passiefzijde. Er is geen kredietrisico voor KBC Verzekeringen.
3 Exclusief beleggingen verbonden aan tak 23-levensverzekeringen. In bepaalde gevallen gebaseerd op extrapolaties en schattingen.
4 Externeratingschaal.
5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. In 2011 bedroegen hun beleggingsportefeuilles 6,5 miljard euro (2,2 miljard euro voor VITIS Life, 3,1 miljard euro voor Fidea en 1,2 miljard euro voor WARTA), tegenover 2,3 miljard euro in 2010 (heeft alleen betrekking op de beleggingsportefeuille van VITIS Life). Sinds het jaarverslag 2010 is de scope gewijzigd en daarom zijn de bedragen voor 2010 aangepast (intercompanytransacties met bank- en verzekeringsentiteiten werden uit de cijfers voor 2011 gefilterd (in 2010 werden alleen intercompanytransacties met verzekeringsentiteiten uitgesloten)).
KBC staat ook bloot aan een kredietrisico ten aanzien van (her)verzekeraars, aangezien die in gebreke zouden kunnen blijven voor hun verplichtingen die voortvloeien uit met KBC gesloten (her)verzekeringscontracten. Dat type van kredietrisico wordt onder meer gemeten via een nominale benadering (het maximale verlies) en het verwachte verlies. Er gelden naamconcentratielimieten. De PD, en bij uitbreiding het verwachte verlies, wordt berekend op basis van de interne of externe ratings. De Exposure at Default wordt bepaald door de nettoschadereserves en de premies op te tellen, en het Loss Given Default (LGD)-percentage is vastgesteld op 50%.
| Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse1 | EAD | EL | EAD | EL |
|---|---|---|---|---|
| Exposure at Default (EAD) en verwacht verlies (EL)2 (in miljoenen euro) | 2010 | 2010 | 2011 | 2011 |
| AAA tot en met A- | 423 | 0,07 | 309 | 0,06 |
| BBB+ tot en met BB- | 137 | 0,13 | 150 | 0,17 |
| Lager dan BB- | 0 | 0,00 | 0 | 0 |
| Zonder rating | 15 | 0,34 | 5 | 0,10 |
| Totaal | 576 | 0,54 | 463 | 0,33 |
1 Op basis van interne ratings, indien beschikbaar. Anders op basis van in externe ratings.
2 EAD-gegevens zijn geauditeerd, EL-gegevens zijn niet geauditeerd.
De groep heeft een belangrijke portefeuille overheidsobligaties, voornamelijk als gevolg van zijn aanzienlijke liquiditeitsoverschot en de herbelegging van verzekeringsreserves in vastrentende instrumenten. In de onderstaande tabel geven we een uitsplitsing per land.
| Overzicht blootstelling aan overheidsobligaties per einde 2011, boekwaarde1 (in miljarden euro) | |
|---|---|
| Totaal | Verdeling naar restlooptijd |
| Voor verkoop |
Aange houden tot einde |
Bank- en verzekeringsportefeuille Gewaar deerd tegen reële waarde met verwer king van waardever minderingen in de winst en-verlies |
Leningen en | Aange houden voor han delsdoel einden |
Totaal | Ter ver gelijking: totaal per einde 2010 |
Bedragen met vervaldag in 2012 |
Bedragen met vervaldag in 2013 |
Bedragen met vervaldag in 2014 en later |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| beschikbaar | looptijd | rekening | vorderingen | |||||||
| PIIGS-landen | ||||||||||
| Griekenland | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,6 | 0,1 | 0,0 | 0,1 |
| Portugal | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,3 | 0,0 | 0,0 | 0,1 |
| Spanje | 1,7 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 1,9 | 2,3 | 0,5 | 0,4 | 1,0 |
| Italië | 1,6 | 0,4 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 2,1 | 6,6 | 0,2 | 0,3 | 1,5 |
| Ierland KBC-thuislanden |
0,1 | 0,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,4 |
| België | 17,7 | 1,7 | 3,2 | 0,0 | 0,3 | 22,9 | 28,6 | 1,6 | 4,0 | 17,4 |
| Tsjechië | 2,1 | 5,3 | 0,2 | 0,0 | 0,9 | 8,6 | 9,7 | 0,6 | 0,6 | 7,3 |
| Hongarije | 0,5 | 1,3 | 0,1 | 0,2 | 0,2 | 2,2 | 3,3 | 0,3 | 0,6 | 1,4 |
| Slowakije | 0,6 | 0,6 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 1,3 | 1,8 | 0,1 | 0,2 | 1,0 |
| Bulgarije | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,1 |
| Andere landen | ||||||||||
| Frankrijk | 2,1 | 1,4 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 3,4 | 3,3 | 0,2 | 0,2 | 3,0 |
| Polen | 1,9 | 0,9 | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 2,8 | 3,8 | 0,4 | 0,4 | 2,0 |
| Duitsland | 0,9 | 0,3 | 0,0 | 0,0 | 1,0 | 2,1 | 2,5 | 0,7 | 0,2 | 1,2 |
| Oostenrijk | 0,3 | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,8 | 0,9 | 0,2 | 0,1 | 0,6 |
| Nederland | 0,5 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,7 | 0,9 | 0,1 | 0,0 | 0,6 |
| Finland | 0,2 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,3 | 0,4 | 0,0 | 0,0 | 0,3 |
| Overige2 | 2,3 | 0,5 | 0,1 | 0,0 | 0,4 | 3,3 | 4,1 | 1,4 | 0,1 | 1,8 |
| Totaal | 32,7 | 13,8 | 3,6 | 0,3 | 3,1 | 53,5 | 69,7 | 6,5 | 7,3 | 39,7 |
1 Inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten (Fidea, KBL EPB en WARTA, samen goed voor 4 miljard euro per einde 2011 en 1,6 miljard euro (KBL EPB alleen) per einde 2010). Met uitsluiting van blootstelling aan supranationale entiteiten van geselecteerde landen. De cijfers van 2010 werden aangepast van gecontracteerde bedragen naar boekwaarde om de huidige situatie beter te weerspiegelen.
2 Som van landen met een individuele blootstelling van minder dan 0,5 miljard euro per einde 2011.
De turbulentie op de markt voor overheidsobligaties heeft geen relevante invloed gehad op de liquiditeitspositie en strategie van KBC.
Vanaf het tweede kwartaal van 2011 besliste KBC dat er voor de Griekse overheidsobligaties waardeverminderingen moesten worden geboekt. Als gevolg van de daling van de verhandelde volumes in het derde kwartaal van 2011 besliste KBC dat een niveau 1-classificatie voor die instrumenten niet langer gepast was. Toch was het nog altijd mogelijk de reële waarde van die obligaties te bepalen aan de hand van waarneembare parameters. Daarom herklasseerde KBC zijn portefeuille Griekse overheidsobligaties (boekwaarde van 0,3 miljard euro op 30 september 2011) van niveau 1 naar niveau 2 (zie Toelichting 25 in het deel Geconsolideerde jaarrekening voor meer informatie).
Voor het boekjaar 2011 werden in totaal de volgende waardeverminderingen geboekt op Griekse overheidsobligaties:
Er werden geen waardeverminderingen geboekt op de overheidsobligaties van andere Europese landen, omdat er op dat ogenblik geen bewijs was dat de toekomstige kasstromen van die effecten negatief beïnvloed zouden worden.
Over het boekjaar 2011 heeft KBC een totaal bedrag van -201 miljoen euro aan reëlewaardeveranderingen geboekt in de winst-enverliesrekening voor overheidsobligaties gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening (-114 miljoen euro voor Italië, -81 miljoen euro voor Griekenland, 14 miljoen euro voor Spanje, 6 miljoen euro voor Portugal en -23 miljoen euro voor België). KBC boekte ook een gerealiseerd resultaat van -55 miljoen euro op de verkoop van voor verkoop beschikbare overheidsobligaties en -12 miljoen euro op de verkoop van tot einde looptijd aangehouden overheidsobligaties. Op 31 december 2011 omvatten de boekwaarden van voor verkoop beschikbare overheidsobligaties een negatieve herwaardering. Dat effect bedroeg in totaal -162 miljoen euro (na belastingen) en werd opgenomen in de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa (-95 miljoen euro voor Italië, -23 miljoen euro voor Portugal, -53 miljoen euro voor Spanje, -22 miljoen euro voor Ierland, -46 miljoen euro voor Hongarije, en 76 miljoen euro voor België).
De volgende tabel geeft informatie over de gevoeligheidsanalyse voor de portefeuille overheidsobligaties.
| Invloed van een parallelle stijging van de rentecurves van overheidsobligaties met 10 basispunten (31-12-2011) (in miljoenen euro) |
Impact op eigen vermogen |
Impact op winst-en verliesrekening |
Gewogen gemiddelde duration (in jaren) |
|---|---|---|---|
| Totaal | -123 | -14 | 4,7 |
| Waarvan België | -74 | -13 | 4,4 |
* Impact werd grotendeels ongedaan gemaakt, omdat de meeste overheidsobligaties Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening werden gebruikt ter afdekking van het mark-to-marking effect van renteswaps.
In het verleden was KBC actief in het domein van gestructureerde krediettransacties en investeerde het ook zelf in dergelijke gestructureerde kredietproducten.
De gerapporteerde cijfers zijn exclusief alle vervallen, ontbonden en stopgezette CDO's.
| Beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten (CDO's en andere ABS'en)* (in miljarden euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Totaal nominaal bedrag | 27,2 | 20,4 |
| Afgedekt risico ten aanzien van CDO's | 14,9 | 10,9 |
| Niet-afgedekt CDO-risico | 7,7 | 6,4 |
| Risico ten aanzien van andere ABS'en | 4,7 | 3,1 |
| Cumulatieve waardeaanpassingen* (medio 2007 tot nu) | -6,3 | -5,5 |
| Waarvan waardeaanpassingen | -5,2 | -4,5 |
| Voor niet-afgedekt CDO-risico | -4,2 | -4,1 |
| Voor risico ten aanzien van andere ABS'en | -1,0 | -0,4 |
| Waarvan waardeaanpassingen m.b.t. dekking MBIA | -1,2 | -1,0 |
* De waardeaanpassingen op de CDO's van KBC worden verwerkt via de winst-en-verliesrekening (in plaats van rechtstreeks via het eigen vermogen), omdat de CDO's van de groep grotendeels synthetisch van aard zijn (dat betekent dat de onderliggende activa afgeleide producten zijn, zoals credit default swaps op bedrijven). Het synthetische karakter is ook de reden waarom de CDO's van KBC niet in aanmerking komen voor boekhoudkundige herklassering volgens IFRS om hun invloed op de resultaten te neutraliseren.
In 2011 was er een daling van de totale nominale bedragen met 6,8 miljard euro, voornamelijk als gevolg van:
• de verkoop van afgewaardeerde activa in de voormalige Atomium-portefeuille, samen met enkele kleinere verkopen, afschrijvingen en vooruitbetalingen (-1,4 miljard euro risico ten aanzien van andere ABS'en en CDO's).
Intussen bouwt KBC zijn risico's ten aanzien van CDO's en gestructureerde kredieten verder af, zoals blijkt uit de collaps (i.e. de-risking) van twee CDO's in januari 2012. Meer informatie daarover vindt u onder Toelichting 48 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
Sinds hun aanvang tot 9 januari 2012 ondergingen de open CDO-posities die KBC in portefeuille heeft als gevolg van geclaimde kredietgebeurtenissen een nettoverlies in de lagere tranches van de CDO-structuur voor een totaal bedrag van -2,1 miljard euro. Daarvan werd voor 1,8 miljard euro aan kredietgebeurtenissen afgewikkeld (settled credit events). Die hebben geen verdere invloed gehad op de winst-en verliesrekening, omdat voor die CDO-tranches in het verleden al een volledige afwaardering in de winst-en verliesrekening werd geboekt.
Zoals hierboven vermeld, kocht KBC van MBIA kredietbescherming voor een groot deel van het (super senior) CDO-gerelateerde risico waarvoor het als originator optrad. In februari 2009 maakte MBIA een herstructureringsplan bekend, met onder meer een afsplitsing van waardevolle activa, waardoor zijn kredietwaardigheid fors afnam. Door de verhoging van de marktwaarde van de onderliggende swap en het hogere tegenpartijrisico zag KBC zich verplicht belangrijke additionele negatieve waardeaanpassingen te boeken. Naar aanleiding van dat herstructureringsplan begonnen KBC en andere instellingen een rechtszaak tegen MBIA. KBC bereikte een buitengerechtelijke schikking met MBIA en liet op 6 september 2011 zijn klacht vallen. Dat heeft evenwel geen invloed op de bescherming die het van MBIA kocht voor de nog uitstaande CDO's.
Bovendien is het resterende risico verbonden aan de verzekeringsdekking van MBIA sterk verminderd, omdat het vervat is in de garantieovereenkomst die op 14 mei 2009 werd bereikt met de Belgische staat. Op 31 december 2011 had die overeenkomst betrekking op een nominale waarde van 13,9 miljard euro, waarvan 10,9 miljard euro betrekking heeft op het risico verzekerd door MBIA. De resterende 3 miljard euro die is vervat in de overeenkomst met de Belgische staat heeft betrekking op het niet-afgedekte gedeelte. Van die portefeuille (d.w.z. het CDO-risico waarvoor geen kredietbescherming werd gekocht van MBIA) zitten de super senior-activa eveneens vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat. Meer details daarover vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.
| (in miljarden euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Totaal verzekerd bedrag (gecontracteerd bedrag van super senior-swaps)1 | ||
| MBIA | 14,4 | 10,9 |
| Channel | 0,4 | 0,0 |
| Invloed van afgewikkelde kredietgebeurtenissen2 | -0,3 | -0,2 |
| Details over verzekeringsdekking MBIA | ||
| Reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking (gemodelleerde vervangingswaarde, rekening houdend met de garantieovereenkomst) |
1,7 | 1,4 |
| Waardeaanpassing m.b.t. tegenpartijrisico, MBIA | -1,2 | -1,0 |
| (In procenten van de reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking) | 70% | 70% |
1 Het door MBIA verzekerde bedrag is vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat (14 mei 2009).
2 Tot 9 januari 2012.
Details over de onderliggende activa van de CDO's en ABS'en vindt u in het Risk Report 2011 (beschikbaar op www.kbc.com).
Het beheersproces van de structurele marktrisico's die KBC loopt (zoals het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, wisselkoersrisico en inflatierisico) wordt Asset-Liability Management (ALM) genoemd.
Met structurele risico's worden alle risico's bedoeld die inherent deel uitmaken van de commerciële activiteit van KBC of de langetermijnposities aangehouden door de groep (bank en verzekeraar). De tradingactiviteiten vallen daar dus niet onder. De structurele risico's kunnen ook worden omschreven als de combinatie van:
Het marktrisico in niet-tradingactiviteiten wordt beheerd door het ALCO, ondersteund door Treasury Groep, dat optreedt als eerste verdedigingslinie voor die activiteit. De tweede verdedigingslinie, namelijk risicocontrole, is de verantwoordelijkheid van een team binnen Waarde- en Risicobeheer Groep. Dat team ondersteunt het GRCOC en het Groeps-Directiecomité met advies en rapporten. Soortgelijke teams bestaan ook binnen de verschillende divisies.
Treasury Groep ontwikkelt en implementeert de ALM-strategieën die zijn goedgekeurd door het ALCO, binnen de grenzen van het ALM-risicobeheerskader dat werd ontwikkeld door Waarde- en Risicobeheer Groep.
De belangrijkste elementen van het ALM-risicobeheerskader binnen KBC zijn:
| (VAR 99%, 1 jaar tijdshorizon, marginale contributie van verschillende risicosoorten in de VAR)1 | ||||
|---|---|---|---|---|
| (in miljarden euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Renterisico | 0,90 | 0,67 |
| Aandelenrisico | 0,57 | 0,19 |
| Vastgoedrisico | 0,10 | 0,06 |
| Andere risico's2 | 0,11 | 0,05 |
| Totaal gediversifieerde VAR (groep) | 1,68 | 0,96 |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. De VAR in deze tabel houdt nog geen rekening met de volgende (belangrijke) risico's: corporate credit spread, sovereign credit spread en cyclische voorafbetalingsopties ingebed in hypothecaire kredieten. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Hun invloed op de AML-VAR van de groep bedroeg eind 2010 90 miljoen euro en eind 2011 89 miljoen euro.
2 Wisselkoersrisico en inflatierisico.
KBC hanteert twee hoofdtechnieken om renterisico's te meten, namelijk 10 BPV en de al vermelde VAR. De 10 BPV geeft de waardeverandering van de portefeuille weer bij een stijging van de rentevoeten over de volledige curve met tien basispunten (negatieve cijfers wijzen op een daling van de waarde van de portefeuille). 10 BPV-limieten worden zo bepaald dat de renteposities samen met de overige structurele risico's (aandelen, vastgoed, enz.) binnen de totale VAR-limieten blijven. Daarnaast worden ook technieken gehanteerd zoals rentevoetgevoeligheidsanalyse (gap analysis), durationbenadering, scenarioanalyse en stresstesting (zowel vanuit een economischewaardeperspectief als vanuit inkomstenperspectief).
Over de IFRS-gevoeligheid van de hele groep aan schommelingen van rentevoeten wordt eveneens regelmatig verslag uitgebracht, zowel voor de bank- als de verzekeringsactiviteiten. De tabel illustreert de invloed van een stijging van de rentecurve met 100 basispunten, rekening houdend met de posities op de datum van verslaggeving.
| Invloed op de nettowinst, IFRS | Invloed op de waarde2 | |||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 |
| Verzekeringsactiviteiten | -5 | -8 | -67 | 55 |
| Bankactiviteiten | -56 | -27 | -504 | -315 |
| Totaal | -61 | -35 | -572 | -260 |
1 Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn niet opgenomen. Een stijging van de rentecurve met 100 basispunten zou een erg beperkte invloed hebben op de nettowinst van die entiteiten (-0,6 miljoen euro) en de invloed op de marktwaarde zou -25 miljoen euro bedragen (in 2010 waren die bedragen respectievelijk -0,65 miljoen euro en -23 miljoen euro).
2 Volledige marktwaarde, ongeacht de boekhoudkundige categorie of waardeverminderingsregels.
De ALM-renteposities van de bankentiteiten worden beheerd op basis van een marktgerichte interne prijsstelling voor looptijdgebonden producten en een replicating portfolio-techniek, op dynamische basis herzien, voor de niet-looptijdgebonden producten (bijvoorbeeld zicht- en spaarrekeningen).
De bank houdt voornamelijk renteposities aan via overheidsobligaties, gericht op het verwerven van rente-inkomsten, zowel in de obligatieportefeuille die dient ter herbelegging van het eigen vermogen als in een op korte termijn gefinancierde obligatieportefeuille.
De tabel illustreert het renterisico van de bank op basis van de 10 BPV.
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Gemiddelde 1kw | -63 | -61 |
| Gemiddelde 2kw | -68 | -62 |
| Gemiddelde 3kw | -69 | -58 |
| Gemiddelde 4kw | -62 | -45 |
| Op 31 december | -55 | -40 |
| Maximum in jaar | -69 | -65 |
| Minimum in jaar | -55 | -40 |
* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten (als die entiteiten worden meegerekend, zou dat een totale BPV voor de bankactiviteiten geven van -57 miljoen euro per einde 2010 en -34 miljoen euro per einde 2011).
Conform Basel II wordt regelmatig een 200 basispunten-stresstest uitgevoerd. Die zet het gehele renterisico van de bankportefeuille (bij een parallelle beweging van de rente met 2%) af tegen het totale eigen vermogen. Voor de bankportefeuille op KBC-groepsniveau (exclusief KBL EPB) bedroeg dat risico 11% van het totale eigen vermogen op 31 december 2011 (ruim onder de drempel van 20%, vanaf waar een bank wordt beschouwd als outlier bank, met een hoger reglementair kapitaalbeslag als mogelijk gevolg).
De volgende tabel toont de renterisicogap van de ALM-bankportefeuille. Om de renterisicogap te bepalen, wordt de boekwaarde van activa (positief bedrag) en passiva (negatief bedrag) ingedeeld volgens de eerste renteherprijzingsdatum of vervaldag, om de lengte te kennen van de periode waarvoor de rente vast is. Derivaten, die hoofdzakelijk worden gebruikt om het risico als gevolg van schommelingen van rentevoeten te beperken, werden mee opgenomen volgens hun nominale bedrag en herprijzingsdatum.
| 1-3 | 3-12 | Niet-rente | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | ≤ 1 maand | maanden | maanden | 1-5 jaar | 5-10 jaar | > 10 jaar | dragend | Totaal |
| 31-12-2010 | -5 116 | -558 | 626 | 1 513 | 5 226 | 3 852 | -5 542 | 0 |
| 31-12-2011 | -8 138 | 3 220 | 2 563 | 7 107 | 2 822 | 2 900 | -10 474 | 0 |
| * Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (de cijfers voor die entiteiten vermelden we hieronder). | ||||||||
| 31-12-2010 | -140 | 55 | 88 | 528 | 140 | 18 | -689 | 0 |
| 31-12-2011 | -114 | 43 | 125 | 580 | 129 | 15 | -777 | 0 |
De renterisicogap toont dat de KBC-groep een algemene longpositie heeft inzake renterisico. Activa hebben typisch een langere looptijd dan passiva, wat betekent dat de nettorente-inkomsten van KBC baat hebben bij een normale rentecurve. De economische waarde van de KBC-groep is voornamelijk gevoelig voor bewegingen aan het langere eind van de rentecurve.
Wat de verzekeringsactiviteiten van de groep betreft, worden de vastrentende beleggingen voor de Niet-levenreserves belegd in overeenstemming met de verwachte uitbetalingspatronen voor claims, op basis van uitgebreide actuariële analyses.
De tak 21-Levenactiviteiten combineren een rentegarantie met een discretionaire, door de verzekeringsmaatschappij te bepalen, winstdeling. De belangrijkste risico's waaraan de verzekeraar in dat soort activiteiten is blootgesteld, zijn het lagerenterisico (het risico dat de beleggingsopbrengst beneden het gegarandeerde renteniveau zakt) en het risico dat de beleggingsopbrengst niet volstaat om een concurrerende winstdeling te verzekeren. Het lagerenterisico wordt beheerd via een politiek van cash-flow matching, toegepast op het deel van de Levenportefeuilles dat door vastrentende effecten wordt gedekt.
Tak 23-beleggingsverzekeringen worden hier niet besproken, omdat die activiteit geen marktrisico's met zich meebrengt voor KBC.
De tabel geeft een overzicht van het renterisico in het Levenbedrijf van KBC. De activa en passiva met betrekking tot levensverzekeringen met rentegarantie worden ingedeeld naar het verwachte tijdstip van de kasstromen.
| (in miljoenen euro) | 0–5 jaar | 5–10 jaar | 10–15 jaar | 15–20 jaar | > 20 jaar | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2010 | ||||||
| Vastrentende activa | 12 353 | 7 245 | 2 250 | 1 504 | 1 074 | 24 425 |
| Verplichtingen volgend uit rentegarantie | 9 814 | 6 287 | 2 140 | 1 723 | 2 560 | 22 524 |
| Verschil in verwachte kasstromen | 2 539 | 958 | 109 | -219 | -1 487 | 1 901 |
| Gemiddelde duration van activa | 5,40 jaar | |||||
| Gemiddelde duration van passiva | 6,36 jaar | |||||
| 31-12-2011 | ||||||
| Vastrentende activa | 12 408 | 6 197 | 1 842 | 1 333 | 753 | 22 534 |
| Verplichtingen volgend uit rentegarantie | 10 020 | 4 330 | 1 751 | 1 341 | 1 945 | 19 387 |
| Verschil in verwachte kasstromen | 2 388 | 1 867 | 91 | -7 | -1 192 | 3 147 |
| Gemiddelde duration van activa | 5,44 jaar | |||||
| Gemiddelde duration van passiva | 6,03 jaar |
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (eind 2011 hadden die 3 552 miljoen euro aan vastrentende activa die 3 643 miljoen euro aan gegarandeerde verplichtingen dekten (eind 2010 was dat respectievelijk 573 en 508 miljoen euro)).
Zoals hierboven vermeld, ligt het belangrijkste renterisico voor de verzekeraar in de daling van de rentevoeten. KBC concentreert zich in zijn ALM-benadering op het beperken van het renterisico in overeenstemming met de risicobereidheid van KBC. Voor het resterende renterisico voert KBC een beleid dat rekening houdt met de mogelijke negatieve gevolgen van een aanhoudende rentedaling en bouwde het al belangrijke supplementaire reserves op.
| Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten1 31-12-2010 |
31-12-2011 |
|---|---|
| 5,00% en hoger2 3% |
3% |
| Meer dan 4,25% tot en met 4,99% 11% |
6% |
| Meer dan 3,50% tot en met 4,25% 7% |
11% |
| Meer dan 3,00% tot en met 3,50% 33% |
33% |
| Meer dan 2,50% tot en met 3,00% 22% |
24% |
| 2,50% en lager 19% |
22% |
| 0,00% 5% |
2% |
| Totaal 100% |
100% |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. VITIS Life, WARTA en Fidea, die eind 2011 goed waren voor 15,2% van het totale nominale risico (waarvan 19% in de categorie Meer dan 2,50% tot en met 3,00%) werden ook niet opgenomen.
2 Betreft contracten in Centraal- en Oost-Europa.
Het grootste aandelenrisico ligt in het verzekeringsbedrijf, waar de ALM-strategieën gebaseerd zijn op een risico-rendementberekening, rekening houdend met het marktrisico dat verbonden is aan open aandelenposities. Een groot deel van de aandelenportefeuille wordt aangehouden voor de discretionaire winstdeling van verzekeringsverplichtingen (met name winstdeling op de Belgische markt). Naast de verzekeringsentiteiten houden ook andere entiteiten van de groep (KBC Bank, KBL EPB, KBC Asset Management en KBC Private Equity) kleinere aandelenportefeuilles aan. De tabellen hieronder geven meer informatie over de totale niet-tradingaandelenposities bij KBC.
| Aandelenportefeuille KBC-groep* | Bankactiviteiten Verzekeringsactiviteiten |
Groep | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (naar sector, in procenten) | 31-12-2010 | 31-12-2011 | 31-12-2010 | 31-12-2011 | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
| Financiële instellingen | 46% | 32% | 21% | 19% | 32% | 21% |
| Niet-cyclische consumentensectoren | 15% | 9% | 8% | 14% | 11% | 11% |
| Communicatie | 2% | 2% | 6% | 3% | 4% | 3% |
| Energie | 5% | 0% | 8% | 10% | 7% | 8% |
| Industriële sectoren | 5% | 28% | 10% | 18% | 8% | 18% |
| Nutsbedrijven | 4% | 3% | 5% | 3% | 4% | 4% |
| Cyclische consumentensectoren | 7% | 3% | 20% | 8% | 15% | 7% |
| Basismaterialen | 8% | 13% | 9% | 8% | 8% | 8% |
| Overige en niet bepaald | 8% | 10% | 13% | 15% | 11% | 21% |
| Totaal | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
| In miljarden euro | 1,1 | 0,2 | 1,4 | 0,9 | 2,6 | 1,6 |
| Waarvan niet-genoteerd | 0,5 | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,6 | 0,2 |
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (eind 2011 bedroegen hun aandelenportefeuilles 0,39 miljard euro (0,28 miljard euro het jaar voordien). 28% daarvan was belegd in niet-genoteerde aandelen (32% het jaar voordien)). Voor 2011 werd de aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (0,5 miljard euro) alleen opgenomen in de kolom Groep en niet in de kolommen Bankactiviteiten of Verzekeringsactiviteiten; in 2010 werd hij opgenomen onder Bankactiviteiten. De participatie in Nova Ljubljanska banka werd in 2010 beschouwd als een aandelenpositie (sector Financiële instellingen), maar is niet opgenomen in de cijfers voor 2011.
De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de inkomsten en de economische waarde voor schommelingen op de aandelenmarkten.
| Invloed van een 12,5%-daling van de aandelenkoersen1 | Invloed op de nettowinst, IFRS | Invloed op de waarde | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 | 2010 | 2011 | |
| Verzekeringsactiviteiten | -13 | -36 | -100 | -57 | |
| Bankactiviteiten | -27 | -28 | -142 | -26 | |
| Totaal2 | -40 | -67 | -242 | -145 |
1 Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn niet opgenomen. Een daling van de aandelenkoersen met 12,5% per einde 2011 zou een invloed hebben van -6 miljoen euro op de nettowinst van die entiteiten en een invloed van -37 miljoen euro op de economische waarde.
2 Het totaal voor 2011 omvat het KBC-Pensioenfonds, dat een invloed heeft van -3 miljoen euro op de nettowinst en -61 miljoen euro op de economische waarde
De tabel geeft een overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde meerwaarden op de aandelenportefeuille.
| Niet-tradingaandelenpositie1 | 31-12-2010 | 31-12-2011 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Netto gerealiseerde winst (in winst-en verliesrekening) |
Netto niet-gerealiseerde winst op posities per einde jaar (in eigen vermogen) |
Netto gerealiseerde winst (in winst-en verliesrekening) |
Netto niet-gerealiseerde winst op posities per einde jaar (in eigen vermogen) |
||
| KBC-groep2 | 64 | 377 | 106 | 202 | ||
| Bankentiteiten | 21 | 91 | 31 | 29 | ||
| Verzekeringsentiteiten | 45 | 338 | 74 | 171 |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen. Voor die entiteiten bedragen de netto niet-gerealiseerde winsten 71 miljoen euro (opgenomen in het eigen vermogen) (58 miljoen euro in 2010) en de verliezen op posities per einde jaar bedragen 4 miljoen euro (opgenomen in de winst-enverliesrekening) (0 miljoen euro in 2010).
2 Het totale cijfer omvat winsten van enkele aandelenposities rechtstreeks toe te schrijven aan de KBC-groep. Winsten uit gezamenlijke deelnemingen met bank- en verzekeringsentiteiten van de KBC-groep zijn uitgesloten, omdat die deelnemingen op groepsniveau geconsolideerd worden.
Binnen de vastgoedactiviteiten van de groep wordt een beperkte vastgoedbeleggingsportefeuille aangehouden met het oog op de realisatie van meerwaarden op lange termijn. KBC Verzekeringen houdt ook een gediversifieerde vastgoedportefeuille aan, als belegging voor zowel levenreserves op lange termijn als niet-levenreserves. De vastgoedpositie wordt daarbij gezien als een langetermijnafdekking van inflatierisico's en als een manier om het risico-rendementprofiel van deze portefeuilles te optimaliseren.
De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de economische waarde voor schommelingen op de vastgoedmarkten.
| Invloed van een 12,5%-daling van de vastgoedprijzen1 | Invloed op de waarde | |
|---|---|---|
| (in miljoenen euro) 2010 |
2011 | |
| Bankportefeuilles -80 |
-68 | |
| Verzekeringsportefeuilles -30 |
-43 | |
| KBC-groep2 -110 |
-124 |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (voor Fidea had een daling van de vastgoedprijzen met 12,5% een invloed van -8 miljoen euro in 2011).
2 Voor 2011 werd het KBC-Pensioenfonds opgenomen in de lijn KBC-groep en niet in Bankportefeuilles of Verzekeringsportefeuilles. In 2010 werd het opgenomen onder Bankportefeuilles.
Bij het beheer van de structurele wisselposities volgt KBC een voorzichtig beleid, dat er in essentie in bestaat het wisselrisico te vermijden. De wisselposities in de ALM-boeken van de bankentiteiten met een tradingportefeuille worden overgedragen naar de tradingportefeuille, waar ze worden beheerd binnen de toegekende tradinglimieten. De wisselpositie van bankentiteiten zonder tradingportefeuille, van verzekerings- en van andere entiteiten moet worden afgedekt als ze van betekenis is. Aandelen in niet-euromunten die deel uitmaken van de beleggingsportefeuille hoeven niet te worden afgedekt. Participaties in vreemde valuta worden in principe voor het bedrag van de nettoactiva, exclusief goodwill, gefinancierd door een lening in de desbetreffende vreemde munt.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat een bedrijf niet in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen tijdig na te komen zonder onaanvaardbare verliezen te lijden.
Het liquiditeitsrisicobeheerskader van de KBC-groep is alleen van toepassing op de bankentiteiten. Bankactiviteiten hebben meestal betrekking op activa met een langere looptijd dan de overeenstemmende passiva, waardoor een liquiditeitsrisico ontstaat. Verzekeringsentiteiten hebben doorgaans stabielere passiva. De liquiditeit van een verzekeringsentiteit wordt beheerd door de kasstromen op elkaar af te stemmen (cash-flow matching) en erop toe te zien dat er voldoende wordt belegd in liquide activa, zodat onverwacht hoge afkopen gedekt kunnen worden door het verkopen of repoing van liquide activa.
De voornaamste doelstelling van het liquiditeitsbeheer van KBC is de groep te financieren en ervoor te zorgen dat de kernactiviteiten van de groep zelfs in ongunstige omstandigheden inkomsten blijven voortbrengen. Sinds de financiële crisis is er in de hele sector meer aandacht voor liquiditeitsrisicobeheer en die focus werd nog versterkt door de liquiditeitsvereisten die zijn vastgelegd door het Baselcomité.
KBC bereidt zich voor op Basel III door de concepten van Basel III te verwerken in zijn liquiditeits- en financieringskaders en in zijn financiële planning.
Het liquiditeitsbeheerskader en de liquiditeitslimieten voor de groep worden vastgelegd door de Raad van Bestuur. Het liquiditeitsbeheer wordt georganiseerd binnen Treasury Groep, dat verantwoordelijk is voor het algemene liquiditeits- en financieringsbeheer van de KBC-groep. Treasury Groep bewaakt en stuurt het liquiditeitsprofiel dagelijks en bepaalt de beleidslijnen en aansturingsmechanismen voor het financieringsbeheer (intragroepsfinanciering, funds transfer pricing). Die beleidslijnen geven het lokale management een drijfveer om te streven naar een gezond financieringsprofiel. De lokale treasury-afdelingen in de dochterondernemingen implementeren die beleidslijnen en rapporteren aan Treasury Groep, dat op zijn beurt de collateralmanagementactiviteiten en het aantrekken van langetermijnfinanciering centraliseert. De lokale treasury-afdelingen zijn rechtstreeks verantwoordelijk voor het liquiditeitsbeheer in hun respectieve entiteiten. Het liquiditeitscontingencyplan voorziet evenwel in een escalatie naar het groepsniveau voor alle belangrijke lokale liquiditeitsproblemen. De liquiditeitsrisico's van de hele groep worden ook dagelijks samengevoegd en centraal bewaakt, en worden periodiek gerapporteerd aan het GRCOC, het Groeps-Directiecomité en het ARCC.
Het liquiditeitsrisicobeheerskader van KBC steunt op de volgende pijlers:
Ter illustratie van het structurele liquiditeitsrisico worden in de tabel hieronder activa en passiva gegroepeerd naar restlooptijd (tot contractuele vervaldag). Het verschil tussen de kasinstroom en -uitstroom is de nettoliquiditeitsgap (net liquidity gap). Per einde 2011 trok KBC voor 43 miljard euro financiering aan uit de professionele interbancaire en repomarkt. De financiering in USD aangetrokken uit de professionele interbancaire en repomarkt bedroeg eind december ongeveer 7 miljard euro (op een totaal financieringsbedrag in USD van 13 miljard euro).
• Operationeleliquiditeitsrisico. Het operationeleliquiditeitsbeheer gebeurt in de thesaurieafdelingen en is gebaseerd op ramingen van de financieringsbehoeften. De groepswijde tendensen in financieringsliquiditeit en financieringsbehoeften worden dagelijks gecontroleerd door Treasury Groep, dat ervoor moet zorgen dat er op elk ogenblik een voldoende grote buffer beschikbaar is om het hoofd te bieden aan extreme liquiditeitsgebeurtenissen waarbij wholesalefinanciering niet mogelijk is.
* Kasstromen zijn exclusief rentestromen conform de interne en reglementaire liquiditeitsrapportering. In- en uitgaande bewegingen als gevolg van margin calls voor/van MtM-posities in derivaten worden vermeld in het segment Niet bepaald. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (balanstotaal voor KBL EPB: 12,6 miljard euro). Professionele financiering omvat alle deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, alsook alle repos.
Typisch voor een bankgroep hebben financieringsbronnen meestal een kortere looptijd dan de activa die ze financieren. Dat leidt tot een negatieve nettoliquiditeitsgap in de korteretermijnbuckets en een positieve nettoliquiditeitsgap in de langeretermijnbuckets. Dat creëert een liquiditeitsrisico als KBC niet in staat zou zijn om zijn kortetermijnfinanciering te vernieuwen. Het KBC-liquiditeitskader voorziet in een financieringsstrategie die ervoor zorgt dat het liquiditeitsrisico binnen de risicobereidheid van de groep blijft.
Ondanks de moeilijke marktomstandigheden op het vlak van liquiditeit, heeft KBC nog altijd een stevige liquiditeitspositie. KBC heeft altijd al een aanzienlijke hoeveelheid liquide middelen gehad. Per einde 2011 had KBC Bank (op geconsolideerd niveau) voor 48 miljard euro aan beleenbare activa, waarvan 34 miljard euro in de vorm van liquide overheidsobligaties. Ongeveer 15 miljard euro werd gebruikt als onderpand voor het aantrekken van repofinanciering.
De loan-to-depositratio van KBC Bank bedroeg eind 2011 94%, tegenover 81% eind 2010. Die stijging is het resultaat van de uitstroom van een aantal volatiele deposito's van bedrijven en institutionele cliënten, voornamelijk buiten onze kernmarkten, als gevolg van de verlaging van onze kortetermijnrating door S&P (van A1 naar A2 in december 2011) en de risicoaversie ten aanzien van de Europese markten in het algemeen. De depositobasis van bedrijven en particulieren in de kernmarkten bleef stabiel.
In 2011 maakte KBC Bank gebruik van het EMTN-programma om 4,3 miljard euro financiering op lange termijn op te halen. Dankzij het succes van dat programma en de uitgifte van langetermijnfinanciering in het retailnetwerk (KBC Bank en CBC Banque: 6,7 miljard euro in 2011) is er voldoende langetermijnfinanciering beschikbaar om de terugbetaling te dekken van langetermijnfinanciering die in de loop van 2012 zal vervallen. Bovendien zal de nieuwe regelgeving die de uitgifte van gedekte obligaties in België mogelijk maakt, de mogelijkheden om langetermijnfinanciering op de wholesalemarkt aan te trekken, wellicht vergroten.
KBC heeft deelgenomen aan op de langetermijnfinancieringen (LTRO) van de ECB in december 2011 en februari 2012 voor een totaal bedrag van 8,67 miljard euro.
Het marktrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte waarde van een financieel instrument (of portefeuille van dergelijke instrumenten) veroorzaakt door wijzigingen van (de volatiliteit van) de rente, wisselkoersen, aandelen- of grondstoffenprijzen. Het risico van prijsschommelingen van verhandelbare effecten als gevolg van kredietrisico, landenrisico en liquiditeitsrisico maakt eveneens deel uit van het marktrisico. De rente-, valuta- en aandelenrisico's van de bancaire niet-tradingposities en van de posities van de verzekeraar zijn integraal bij de marktrisico's in niet-tradingactiviteiten opgenomen.
Het doel van marktrisicobeheer is het marktrisico van de gehele tradingpositie op groepsniveau te meten en te rapporteren, rekening houdend met de voornaamste risicofactoren en specifieke risico's.
KBC loopt marktrisico via de tradingportefeuilles van de dealingrooms in West-Europa, Centraal- en Oost-Europa, de Verenigde Staten en Azië. De klassieke dealingrooms, waarbij de dealingroom in Brussel het leeuwendeel van de limieten en risico's voor zijn rekening neemt, richten zich vooral op de handel in rente-instrumenten. De activiteit op de wisselmarkten was traditiegetrouw beperkt. De dealingrooms buiten België concentreren zich hoofdzakelijk op de bediening van de cliënten met geld- en kapitaalmarktproducten, op de financiering van de lokale bankactiviteit, en voeren, in lokale niches, een beperkte handel voor eigen rekening.
KBC zette de desinvestering van tradingactiviteiten in zijn dochtermaatschappijen voort, onder meer door de verkoop van KBL EPB, de verdere afbouw van de resterende activiteiten bij KBC Financial Products en de verkoop of ontbinding van geselecteerde ABS- en CDO-activa.
Het belangrijkste instrument voor de berekening en bewaking van marktrisico's in de tradingportefeuille is de Historical Value-at-Riskmethode (HVAR). VAR beoogt binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een raming te geven van de economische waarde die een bepaalde portefeuille over een bepaalde houdperiode kan verliezen door marktrisico. De meting houdt rekening met het marktrisico van de huidige portefeuille. KBC hanteert de historische simulatiemethode (HVAR), conform de Basel II-standaarden ter zake (99% eenzijdig betrouwbaarheidsinterval, 10 dagen houdperiode, historische gegevens van minstens 250 werkdagen). KBC werkt met marktgegevens van 500 werkdagen. De HVAR-methodiek maakt geen veronderstellingen wat de verdeling van koerssprongen of onderlinge correlaties betreft, maar gaat uit van het historische ervaringspatroon van de twee voorgaande jaren. Complexe en/of illiquide instrumenten, die niet zijn inbegrepen in de HVAR-berekeningen, zijn onderworpen aan nominale of scenariolimieten.
Risicoconcentraties worden bewaakt via een reeks van secundaire limieten. De belangrijkste daarbij is een driedimensionale scenariolimiet, gebaseerd op bewegingen van spotkoersen, volatiliteit en credit spreads. Andere secundaire limieten zijn concentratielimieten voor aandelen en valuta's, en Basis-Point-Value-limieten voor het renterisico. Er gelden ook concentratielimieten voor het specifieke risico van een bepaalde emittent of een bepaald land. Daarnaast bestaan er secundaire limieten om de risico's te bewaken die verbonden zijn aan opties (de zogenaamde Greeks).
Naast de HVAR-berekeningen worden uitgebreide stresstests uitgevoerd. Terwijl het HVAR-model mogelijke verliezen in normale marktomstandigheden berekent, tonen stresstests de invloed van bijzondere omstandigheden en gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid. De historische en hypothetische stresstestscenario's omvatten zowel het marktrisico als de liquiditeitsaspecten van marktverstoringen.
Een van de elementen van een gezond risicobeheer is een voorzichtige waardering. Dagelijks wordt in het middle-office een onafhankelijke waardering van frontofficeposities uitgevoerd. Kan het onafhankelijke karakter of de betrouwbaarheid van het waarderingsproces niet worden gegarandeerd, dan wordt een parameterherziening uitgevoerd. Waar nodig worden reëlewaardeaanpassingen toegepast in verband met close-outkosten, aanpassingen gekoppeld aan mark-to-modelwaarderingen, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten.
Naast de parameterherziening worden ook periodiek risicocontroles uitgevoerd die alle controles omvatten waarbij geen parameters of resultaten worden getoetst (dat gebeurt bij de parameterherziening), maar die nodig zijn voor een goed risicobeheer. Bovendien wordt voor elk nieuw product en elke nieuwe activiteit een businesscase opgestart om de risico's te analyseren en na te gaan hoe die zullen worden beheerd.
Een globale VAR wordt berekend voor elke gespecialiseerde dochtermaatschappij en voor alle tradingentiteiten over de hele wereld. Voor die laatste (zie KBC Bank in de tabel) omvat de VAR zowel de lineaire als de niet-lineaire posities van de klassieke dealingrooms. De VAR van KBC Financial Products wordt ook in de tabel weergegeven. Per einde 2011 bedroeg de VAR voor KBC Securities 0,6 miljoen euro (niet opgenomen in de tabel). De berekening is gebaseerd op een eendaagse houdperiode.
De HVAR voor KBC Financial Products omvat alle tradingactiviteiten. Activiteiten die meer illiquide zijn en eerder de vorm van een krediet hebben, zoals fondsderivaten, zijn niet geschikt voor VAR-modellering en zijn daarom niet opgenomen in de HVAR. De handel in fondsderivaten wordt beschouwd als een legacy business (er wordt dus geen nieuwe tradingactiviteit uitgevoerd) en wordt bewaakt op basis van Key Performance Indicators die betrekking hebben op bijvoorbeeld de trends van de uitoefenprijs en de terugbetalingen.
KBC Bank en KBC Financial Products hebben de toestemming verkregen van de Belgische regelgever om hun respectieve VAR-model te gebruiken voor de bepaling van de reglementairekapitaalvereisten voor een deel van hun marktactiviteiten. Cˇ SOB (Tsjechië) heeft ook de goedkeuring gekregen van de lokale regelgever om zijn VAR-model te gebruiken voor de bepaling van de kapitaalvereisten. Die modellen zullen ook worden gebruikt voor de berekening van de Stressed VAR, een van de nieuwe reglementairekapitaalvereisten volgens CRD III die gelden vanaf 31 december 2011. De berekening van een Stressed VAR-maatstaf is gebaseerd op de normale VARberekeningen en gaat uit van dezelfde methodologische assumpties, maar is samengesteld alsof de relevante marktfactoren werden blootgesteld aan een periode van stress. De stressperiode is gebaseerd op het recente verleden en wordt regelmatig aangepast.
Daarnaast heeft KBC Financial Products modellen geïmplementeerd (in overeenstemming met CRD III) om een Incremental Risk Charge (IRC) te berekenen en te rapporteren voor de kredietposities die een wanbetalings- en migratierisico inhouden (d.w.z. de single name-CDS van bedrijven). Het risico wordt gemeten als een verlies van 99,9% over een eenjaarse houdperiode voor een constant risiconiveau (constante positie). De liquiditeitshorizon voor de beoogde portefeuille is vastgesteld op een jaar. Verder wordt een Comprehensive Risk Measure berekend om alle prijsrisico's in de op maat gemaakte CDO-tranches te dekken. Het risico dat vervat is in ABS'en en behouden CDO-posities volgt het kader voor (her-)securitisaties.
De betrouwbaarheid van het VAR-model wordt dagelijks getest met een backtest, waarbij het eendaagse VAR-cijfer wordt vergeleken met de no-action P&L (dat wil zeggen dat de posities ongewijzigd blijven, maar de marktgegevens worden gewijzigd in die van de volgende dag). Dat gebeurt zowel op het topniveau als op het niveau van de verschillende entiteiten en desks.
Een overzicht van de derivaten volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 29.
| Marktrisico (VAR)1 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2010 | 2011 | 2011 | 2011 | 2011 | |
| (in miljoenen euro) | KBC Bank | KBC Financial Products |
KBC Bank | KBC Financial Products |
SVAR2 KBC Bank |
SVAR2 KBC Financial Products |
| Houdperiode | 1 dag | 1 dag | 1 dag | 1 dag | 10 dagen | 10 dagen |
| Gemiddelde 1kw | 6 | 9 | 4 | 6 | – | – |
| Gemiddelde 2kw | 8 | 9 | 4 | 5 | – | – |
| Gemiddelde 3kw | 6 | 8 | 4 | 8 | – | – |
| Gemiddelde 4kw | 5 | 8 | 8 | 3 | 46 | 14 |
| Op 31 december | 4 | 7 | 9 | 6 | 36 | 17 |
| Maximum in jaar | 15 | 13 | 10 | 11 | 60 | 19 |
| Minimum in jaar | 4 | 6 | 3 | 1 | 24 | 11 |
1 KBC Bank: exclusief specifiek renterisico (dat wordt berekend met behulp van andere technieken); swapbasisrisico wordt pas opgenomen sinds 22 oktober 2011. KBC Financial Products: exclusief de CDO Avebury en de fondsderivatenactiviteiten.
2 SVAR (stressed VAR) pas berekend vanaf het vierde kwartaal van 2011 (niet-geauditeerde cijfers).
Verzekeringstechnische risico's vloeien voort uit de onzekerheid over de frequentie van het zich voordoen van verzekerde schadegevallen en over de schadegrootte. Al die risico's worden onder controle gehouden door een gepast acceptatie-, tariferings-, schadereserverings-, herverzekerings- en schaderegelingsbeleid van het lijnmanagement enerzijds en een onafhankelijk verzekeringsrisicobeheer anderzijds.
Het centre of excellence Verzekeringsrisico, dat behoort tot Waarde- en Risicobeheer Groep, zorgt voor de ontwikkeling en uitrol van een groepskader voor het beheer van verzekeringsrisico's. Het is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale implementatie en het functioneel aansturen van het verzekeringsrisicobeheer van de verzekeringsdochtermaatschappijen.
Het verzekeringsrisicobeheerskader is hoofdzakelijk opgebouwd rond de volgende bouwstenen:
KBC ontwikkelt modellen voor alle belangrijke verzekeringsverplichtingen van de groep, te weten (i) de toekomstige schadegevallen die zich binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon zullen voordoen, inclusief hun schadeafwikkelingspatroon; (ii) de toekomstige afwikkeling van schadegevallen (al dan niet al aangegeven aan de verzekeraar) die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar nog niet volledig zijn geregeld en (iii) de impact van het herverzekeringsprogramma op voormelde schadegevallen. Die modellen worden gebruikt om de verzekeringsinstellingen van de groep te sturen in de richting van de creatie van meer aandeelhouderswaarde door middel van toepassingen in de economischkapitaalberekeningen, door beslissingen met betrekking tot herverzekeringsprogramma's te ondersteunen, de ex-postwinstgevendheid van specifieke deelportefeuilles te berekenen en economischkapitaalvereisten in de tarifering van de verzekeringspolissen te verrekenen.
In 2011 werd de gevoeligheid van de verzekeringstechnische risico's voor extreme gebeurtenissen voornamelijk geanalyseerd door deelname aan de stresstests van de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (zie Kapitaaltoereikendheid). Het doel van die tests was de impact van verschillende stressscenario's op de financiële positie van de verzekeringsgroep te analyseren. Voor zowel Leven als Niet-leven omvatten ze rampen en ernstige verzekeringsgebeurtenissen.
Naast de reglementair vereiste stresstests worden ook interne stresstests uitgevoerd. Voor Schadeverzekeringen kan KBC aan de hand van de interne natuurrampmodellen de verwachte schadelast ramen, mochten natuurrampen uit het verleden zich vandaag opnieuw voordoen. Daarnaast bieden die modellen de mogelijkheid om de impact op de netto economische winst te bepalen van natuurrampen die zich gemiddeld maar één keer binnen een bepaald tijdsbestek (van bijvoorbeeld 100 of 250 jaar) voordoen.
In het Levenbedrijf wordt een gevoeligheidsanalyse typisch uitgevoerd binnen het kader van de jaarlijkse berekening van de market consistent embedded value. Het resultaat van de sensitiviteitsanalyse voor drie verzekeringsrisico's wordt gerapporteerd, namelijk mortaliteit: plus en minus 5%, verval: plus en minus 10%, kosten: plus en minus 10%.
De verzekeringsportefeuilles worden via herverzekering beschermd tegen de invloed van zware schadegevallen of de accumulatie van verliezen (bijvoorbeeld door een concentratie van verzekerde risico's). De herverzekeringsprogramma's kunnen worden opgesplitst in drie grote blokken, namelijk zaakschade-, aansprakelijkheids- en personenverzekeringen, en worden elk jaar opnieuw geëvalueerd en onderhandeld.
Het overgrote deel van de herverzekeringscontracten zijn op niet-proportionele basis afgesloten, waardoor de impact van heel zware schadegevallen of schadegebeurtenissen wordt afgedekt. Het is ook de opdracht van het onafhankelijke verzekeringsrisicobeheer om te adviseren over de herstructurering van de herverzekeringsprogramma's, vooral vanuit het oogpunt van de creatie van aandeelhouderswaarde. Die benadering leidde tot een optimalisering van het eigen behoud van de KBC-groep, in het bijzonder met betrekking tot zijn blootstelling aan natuurrampenrisico's.
In het kader van de onafhankelijke bewaking van de verzekeringsrisico's voert Waarde- en Risicobeheer Groep regelmatig gedetailleerde studies uit. Die bevestigen dat de aangelegde technische voorzieningen Niet-leven van de groepsmaatschappijen met een hoge graad van waarschijnlijkheid toereikend zijn. De toereikendheid wordt gecontroleerd per productgroep op het niveau van de groepsmaatschappij en de algemene toereikendheid wordt beoordeeld op het niveau van de groepsmaatschappij voor alle productgroepen samen.
Daarnaast voeren de verschillende groepsmaatschappijen ook voor de technische voorzieningen Leven toereikendheidstesten (liability adequacy tests) uit die in overeenstemming zijn met de lokale en IFRS-vereisten. De berekeningen zijn gebaseerd op prospectieve methodes (kasstroomprojecties rekening houdend met mogelijke afkopen en een verdisconteringsvoet die per verzekeringsentiteit werd bepaald rekening houdend met de lokale macro-economische toestand en regelgeving). Daarbij worden extra risicomarges ingebouwd om met de onzekerheid in een aantal berekeningsparameters rekening te houden. Omdat er eind 2011 geen tekorten werden vastgesteld, hoefde er geen ontoereikendheidsreserve te worden opzijgezet binnen de KBC-groep.
De tabel toont de schadeafwikkelingsgegevens in Niet-leven over de laatste jaren en omvat KBC Verzekeringen NV, Fidea (tot en met boekjaar 2010), Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije, sinds boekjaar 2008), DZI Insurance (sinds boekjaar 2008), K&H Insurance, Secura (tot en met boekjaar 2009), KBC Group Re (sinds boekjaar 2005) en WARTA (sinds boekjaar 2004 tot en met boekjaar 2010). Alle voorzieningen voor te betalen schadevergoedingen aan het einde van 2011 zijn opgenomen. In de schadeafwikkelingsgegevens werden alle bedragen meegenomen die aan individuele schadegevallen kunnen worden toegewezen, inclusief de incurred but not reported (IBNR)- en incurred but not enough reserved (IBNER)-voorzieningen en de bedragen voor externe beheerskosten voor het regelen van schadegevallen, maar niet de bedragen in verband met interne schaderegelingskosten en de voorzieningen voor verwachte recuperaties. De opgenomen cijfers zijn vóór herverzekering en zijn niet gezuiverd voor intercompanybedragen.
De eerste rij in de tabel geeft de totale schadelast (uitkeringen plus voorzieningen) weer voor de schadegevallen die plaatshadden tijdens een bepaald jaar, zoals geraamd aan het einde van het voorvalsjaar. De volgende rijen geven de situatie aan het einde van de volgende kalenderjaren weer. De bedragen werden herberekend tegen de wisselkoersen per 31 december 2011.
| (in miljoenen euro) | Voorvals jaar 2002 |
Voorvals jaar 2003 |
Voorvals jaar 20041 |
Voorvals jaar 2005² |
Voorvals jaar 2006 |
Voorvals jaar 2007 |
Voorvals jaar 20083 |
Voorvals jaar 2009 |
Voorvals jaar 2010 |
Voorvals jaar 20114 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Raming aan het | ||||||||||
| einde van het voorvalsjaar |
925 | 769 | 1 048 | 1 077 | 1 159 | 1 230 | 1 360 | 1 436 | 1 420 | 808 |
| 1 jaar later | 813 | 778 | 950 | 981 | 1 048 | 1 140 | 1 305 | 1 144 | 1 033 | – |
| 2 jaar later | 818 | 746 | 907 | 946 | 1 022 | 1 098 | 1 141 | 987 | – | – |
| 3 jaar later | 811 | 726 | 893 | 945 | 1 008 | 966 | 1 051 | – | – | – |
| 4 jaar later | 801 | 711 | 884 | 926 | 874 | 892 | – | – | – | – |
| 5 jaar later | 787 | 683 | 880 | 839 | 821 | – | – | – | – | – |
| 6 jaar later | 781 | 676 | 821 | 803 | – | – | – | – | – | – |
| 7 jaar later | 776 | 637 | 778 | – | – | – | – | – | – | – |
| 8 jaar later | 744 | 609 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| 9 jaar later | 719 | – | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Huidige raming | 719 | 609 | 778 | 803 | 821 | 892 | 1 051 | 987 | 1 033 | 808 |
| Cumulatieve betalingen |
-662 | -556 | -714 | -709 | -729 | -776 | -896 | -801 | -763 | -322 |
| Huidige voorzieningen |
57 | 54 | 64 | 94 | 91 | 116 | 155 | 186 | 270 | 486 |
1 Sinds boekjaar 2004 worden de cijfers van WARTA opgenomen. Exclusief deze maatschappij zouden we de volgende bedragen hebben verkregen voor boekjaar 2004 (bedrag en voorvalsjaar): 773 voor 2002 en 684 voor 2003.
2 Sinds boekjaar 2005 worden de cijfers van KBC Group Re opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2005 (bedrag en voorvalsjaar): 803 voor 2002, 744 voor 2003 en 922 voor 2004.
3 Sinds boekjaar 2008 worden de cijfers van CˇSOB Poist'ovnˇ a (Slowakije) en DZI Insurance (Bulgarije) opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2008 (bedrag en voorvalsjaar): 780 voor 2002, 681 voor 2003, 882 voor 2004, 928 voor 2005, 1 005 voor 2006 en 1 097 voor 2007.
4 Voor boekjaar 2011 zijn WARTA en Fidea niet opgenomen. Inclusief die maatschappijen zouden we de volgende bedragen hebben verkregen voor boekjaar 2011 (bedrag en voorvalsjaar): 736 voor 2002, 633 voor 2003, 812 voor 2004, 838 voor 2005, 861 voor 2006, 958 voor 2007, 1 129 voor 2008, 1 074 voor 2009, 1 255 voor 2010 en 1 251 voor 2011.
Specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten van de groep vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichtingen 9, 10, 11 en 35. Een verdeling van de verdiende premies en technische lasten naar divisie vindt u in de toelichtingen met betrekking tot de gesegmenteerde informatie.
Het operationeel risico is de kans op schade als gevolg van ontoereikendheden of tekortkomingen in de werkwijzen en systemen, menselijke fouten of externe gebeurtenissen. Operationele risico's omvatten ook fraude-, juridische, compliance- en fiscale risico's. Informatie over juridische geschillen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 36.
KBC heeft één globaal kader voor het beheer van het operationeel risico op groepsniveau. Het bestaat uit een uniform taalgebruik ingebed in controlemechanismen voor de hele groep, één methodologie, één pakket centraal ontwikkelde ICT-applicaties, en centrale en decentrale rapportering.
Waarde- en Risicobeheer Groep is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het uitwerken van het kader voor het beheren van de operationele risico's in de hele KBC-groep. De ontwikkeling en implementatie van dat kader worden ondersteund door een uitgebreid beleidsmodel dat geldt voor alle entiteiten van de groep. Het werd in 2010 hertekend en zal geleidelijk worden ingevoerd tegen 2014.
Waarde- en Risicobeheer Groep creëert een omgeving waarin risicospecialisten (in verschillende domeinen, waaronder informatierisicobeheer, bedrijfscontinuïteit en rampenherstel, compliance, fraudebestrijding en juridische en fiscale zaken) kunnen samenwerken (het stellen van prioriteiten, het gebruiken van dezelfde taal en dezelfde instrumenten, uniforme rapportering, enz.). Het wordt bijgestaan door de lokale waarde- en risicobeheersafdelingen, die eveneens onafhankelijk zijn van de business.
In zijn methodiek om operationele risico's te beheren, gebruikt KBC een aantal bouwstenen die alle aspecten van het operationeelrisicobeheer dekken.
In 2011 werd bijzondere aandacht geschonken aan de gestructureerde opmaak van procesgestuurde controles op groepsniveau (Group Key Controls), die de voormalige Groepsstandaarden geleidelijk zullen vervangen. Group Key Controls zijn opgelegde controledoelstellingen die worden gebruikt om belangrijke risico's die inherent zijn aan de processen van KBC-entiteiten te beperken. Ze vormen dan ook een essentiële bouwsteen van het operationeelrisicobeheer.
Een eerste reeks controleobjectieven werd in 2011 goedgekeurd voor de processen van Kredieten, Leven, Niet-leven, Persoonlijk Financieel Advies, Juridische Zaken, Fiscale Zaken, Bedrijfscontinuïteitsbeheer en Risico- en Kapitaalbeheer. Die Group Key Controls worden beoordeeld door de business en (lokale) controlefuncties. De interne beoordelingen van risico's worden geconsolideerd door Waardeen Risicobeheer Groep en verzekeren dat er een consistente relatie is tussen (i) processen, (ii) risico's, (iii) controleactiviteiten en (iv) beoordelingsscores. KBC creëerde zo een objectief beheersinstrument om zijn internecontroleomgeving te evalueren en de aanpak in alle entiteiten af te toetsen.
Naast de Group Key Controls zijn er nog een aantal andere bouwstenen:
De kwaliteit van de internecontroleomgeving en de daarmee gepaard gaande risicoblootstelling die aan de hand van de bouwstenen wordt geïdentificeerd, beoordeeld en beheerd, worden gemeld aan het senior management van KBC via een management dashboard en aan de Nationale Bank van België en de FSMA via de jaarlijkse Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding). Informatie over de systemen voor interne controle en risicobeheer vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
KBC berekent het operationeelrisicokapitaal in het kader van Basel II volgens de Standaardbenadering. Eind 2011 bedroeg het operationeelrisicokapitaal voor KBC Bank op geconsolideerd niveau 862 miljoen euro, tegenover 860 miljoen euro eind 2010. (In die cijfers is KBL EPB niet opgenomen. Eind 2011 droeg dat ongeveer 78 miljoen euro bij tot het totale operationeelrisicokapitaal van de KBC-groep, tegenover 72 miljoen euro eind 2010.)
Reputatierisico is het risico dat het gevolg is van de negatieve perceptie van cliënten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers, schuldhouders, marktanalisten, andere betrokken partijen of toezichthouders die een ongunstige invloed kan hebben op de mogelijkheid van een financiële instelling om bestaande zakelijke relaties te behouden of er nieuwe op te bouwen en om voortdurende toegang tot financieringsbronnen te hebben (bijvoorbeeld via de interbancaire of de effectiseringsmarkt). Het reputatierisico is een secundair of afgeleid risico omdat het meestal verbonden is aan en zich alleen voordoet samen met een ander risico.
Het reputatierisicobeheerskader wordt momenteel verder uitgewerkt in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC. De business is verantwoordelijk voor het proactieve en reactieve beheer van het reputatierisico en wordt daarin bijgestaan door heel wat gespecialiseerde afdelingen (Communicatie Groep, Investor Relations, enz.).
Volgens de pijler 2-benadering van kapitaaltoereikendheid wordt de invloed van het reputatierisico op de huidige activiteiten in de eerste plaats gedekt door het kapitaalbeslag voor primaire risico's (zoals krediet- of operationeel risico). Het wordt ook gedekt door het kapitaal dat is gereserveerd voor bedrijfsrisico's.
Het bedrijfsrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte economische waarde als gevolg van wijzigingen in de macroeconomische omgeving, de financiëledienstensector en/of de markt voor producten en diensten, en van de ontoereikendheid van bedrijfsmiddelen die een invloed hebben op het potentieel van het bedrijf.
Er wordt onder meer rekening gehouden met risicofactoren als macro-economische omstandigheden, wijzigingen in de wet of reglementen, acties van concurrenten, wijzigingen in de distributiekanalen of -modellen, gewijzigde cliëntenbehoeften, personeelszaken en ICT-middelen. Het bedrijfsrisico wordt beoordeeld op basis van gestructureerde risicoscans.
KBC reserveert een pijler 2-kapitaalbeslag speciaal voor bedrijfsrisico's. Het bedrijfsrisicokapitaal is afhankelijk van de exploitatiekosten van de verschillende KBC-groepsentiteiten. Het deel van de exploitatiekosten dat als economisch kapitaal voor bedrijfsrisico's moet worden gereserveerd, varieert naargelang van het risiconiveau van de activiteiten van elke entiteit. Dat niveau wordt bepaald op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de activiteiten van alle KBC-groepsentiteiten.
Het kapitaaltoereikendheidsrisico (of solvabiliteitsrisico) is het risico dat de kapitaalbasis van de groep, de bank of de verzekeraar beneden een aanvaardbaar niveau valt. In de praktijk wordt dat vertaald in een toetsing van de solvabiliteit aan de minimale reglementaire en interne solvabiliteitsratio's. Kapitaaltoereikendheid wordt zowel vanuit reglementair oogpunt als vanuit intern (economisch) oogpunt benaderd.
KBC rapporteert de solvabiliteit van de groep, van het bank- en het verzekeringsbedrijf, berekend op basis van IFRS-gegevens en volgens de door de Belgische regelgever opgestelde richtlijnen ter zake.
Voor de solvabiliteit van de groep wordt de zogenaamde building block-methode gebruikt. Die omvat een vergelijking van het reglementair kapitaal van de groep (het eigen vermogen van aandeelhouders gezuiverd voor een aantal posten (zie tabel)) met de som van elk van de minimale reglementaire solvabiliteitsvereisten voor KBC Bank, KBL EPB en de holdingmaatschappij (na aftrek van transacties tussen die entiteiten) en KBC Verzekeringen. Het totaal gewogen risicovolume van verzekeringsmaatschappijen wordt berekend als de vereiste solvabiliteitsmarge volgens Solvency I gedeeld door 8%.
De Tier 1-solvabiliteitsdoelstelling van de KBC-groep volgens Basel II is 11%.
De reglementaire minimale solvabiliteitsdoelstellingen werden in 2011 ruim overtroffen, niet alleen per einde jaar maar ook gedurende het volledige boekjaar.
In overeenstemming met Basel II, pijler 2, heeft KBC een Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Dat proces maakt gebruik van een economischkapitaalmodel (zie verder) om de kapitaalvereisten te meten op basis van alle groepswijde risico's en om die vereisten te vergelijken met het voor risicodekking beschikbare kapitaal. Het ICAAP beoordeelt zowel de huidige als de toekomstige kapitaaltoestand. Voor die laatste beoordeling wordt een driejarenraming van vereist en beschikbaar kapitaal opgesteld, volgens een basisscenario dat rekening houdt met de verwachte interne en externe groei, en volgens verschillende waarschijnlijke alternatieve scenario's en een recessiescenario.
In 2008 en 2009 werd een aantal kapitaalversterkende maatregelen genomen. Zo werden kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid, en werd een garantieovereenkomst ondertekend met de Belgische staat voor de CDO-risico's (meer informatie daarover vindt u in het deel Overige informatie).
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling | 21 726 | 19 687 |
| Tier 1-kapitaal1 | 16 656 | 15 523 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders | 11 147 | 9 756 |
| Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | 7 000 | 6 500 |
| Immateriële vaste activa (-) | -429 | -446 |
| Consolidatieverschillen (-) | -2 517 | -1 804 |
| Innovatieve hybride Tier 1-instrumenten | 598 | 420 |
| Niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten | 1 689 | 1 690 |
| Belangen van derden | 161 | 145 |
| Aandelengarantie (Belgische staat) | 446 | 564 |
| Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa (-) | -66 | 117 |
| Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) | 443 | 594 |
| Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-) | -190 | -550 |
| Belang van derden in voor verkoop beschikbare reserve en afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) | -3 | -3 |
| Egalisatievoorziening (-) | -128 | -139 |
| Dividenduitkering (-)2 | -854 | -598 |
| IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 | 0 | 0 |
| Beperking van belastinglatenties | -243 | -384 |
| Aftrekposten (-)4 | -397 | -338 |
| Tier 2- en Tier 3-kapitaal | 5 069 | 4 164 |
| Perpetuele leningen, inclusief hybride Tier 1-instrumenten niet opgenomen in Tier 1-kapitaal | 30 | 30 |
| Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) | 392 | 246 |
| Belangen van derden in herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) | 0 | 0 |
| IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 | 0 | 0 |
| IRB-voorzieningsoverschot (+)3 | 132 | 403 |
| Achtergestelde schulden | 4 730 | 3 778 |
| Tier 3-kapitaal | 182 | 45 |
| Aftrekposten (-)4 | -397 | -338 |
| Totaal gewogen risico's | 132 034 | 126 333 |
| Bankactiviteiten | 116 129 | 110 355 |
| Verzekeringsactiviteiten5 | 15 676 | 15 791 |
| Holdingactiviteiten | 264 | 286 |
| Eliminatie van transacties tussen bank- en holdingactiviteiten | -34 | -100 |
| Solvabiliteitsratio's | ||
| Tier 1-ratio | 12,6% | 12,3% |
| Core Tier 1-ratio | 10,9% | 10,6% |
| CAD-ratio | 16,5% | 15,6% |
1 Cijfers geauditeerd door de commissaris (met uitzondering van IRB-voorzieningstekort/-overschot).
2 Omvat het dividend op gewone aandelen en de coupon op niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid.
3 Overschot/tekort wordt gedefinieerd als het (positieve/negatieve) verschil tussen de effectief geboekte waardeverminderingen op kredieten en het berekende verwachte verlies (expected loss).
4 Aftrekposten, die in tweeën verdeeld zijn over Tier 1- en Tier 2-kapitaal, omvatten hoofdzakelijk participaties in en achtergestelde vorderingen op financiële instellingen waarin KBC een belang tussen 10% en 50% heeft (hoofdzakelijk Nova Ljubljanska banka).
5 Gewogen risico's voor verzekeringen worden berekend door het kapitaal volgens Solvency I te vermenigvuldigen met 12,5 (8%-regel vergelijkbaar met de relatie tussen RWA en kapitaal voor bankactiviteiten).
Opmerkingen:
De tabel hieronder toont de Tier 1- en de CAD-ratio voor KBC Bank, berekend volgens Basel II, en de solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen. Uitgebreidere informatie over de solvabiliteit van KBC Bank en KBC Verzekeringen vindt u in hun geconsolideerde jaarrekening en in het Risk Report van KBC, dat beschikbaar is op www.kbc.com (het Risk Report werd niet geauditeerd door de commissaris).
| Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| KBC Bank (geconsolideerd, Basel II) | ||
| Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling | 18 552 | 16 364 |
| Waarvan Tier 1-kapitaal* | 13 809 | 12 346 |
| Totaal gewogen risico's | 111 711 | 106 256 |
| Tier 1-ratio | 12,4% | 11,6% |
| Waarvan core Tier 1-ratio | 10,5% | 9,6% |
| CAD-ratio | 16,6% | 15,4% |
| KBC Verzekeringen (geconsolideerd, Solvency I) | ||
| Beschikbaar kapitaal* | 2 712 | 2 533 |
| Vereiste solvabiliteitsmarge | 1 254 | 1 263 |
| Solvabiliteitsratio (in procenten) | 216% | 201% |
| Solvabiliteitssurplus | 1 458 | 1 270 |
* Cijfers geauditeerd door de commissaris.
Als onderdeel van de Europese kapitaaltoereikendheidsoefeningen heeft KBC in 2011 deelgenomen aan de stresstests uitgevoerd door de Europese Bankenautoriteit (EBA) en de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen. Volgens de resultaten van die stresstests is KBC voldoende gekapitaliseerd en behaalde het een bevredigende core Tier 1-ratio en solvabiliteitsratio.
Het Basel III-akkoord en de in overeenstemming daarmee opgestelde Europese richtlijn inzake kapitaalvereisten (CRD IV) leggen nieuwe, strengere kapitaalvereisten op aan de financiële instellingen. Volgens die voorstellen zal het wettelijke minimum voor de Tier 1-ratio, dat onder Basel II 4% bedroeg, verhoogd worden tot 4,5% in 2013 en geleidelijk verder worden opgetrokken tot 6% in 2015 (met een common equity ratio van 4,5%). Daarbovenop zullen een zogenaamde conservation buffer (0% in 2013, wordt geleidelijk opgetrokken tot 2,50% in 2019), een countercyclical buffer (tussen 0% en 2,5%, te bepalen door de nationale regelgever) en een extra vergoeding voor wereldwijde systemische banken worden toegepast. Bepaalde elementen die worden gebruikt bij de berekening van het reglementair kapitaal worden geleidelijk afgebouwd of gewijzigd. De kapitaalinjecties ontvangen van de overheid (voor KBC de 7 miljard euro aan kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 werden verkocht aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid) worden volgens het huidige CRD IV-ontwerp geclassificeerd als Tier 1-kernkapitaal en grandfathered tot 2018.
Basel 2.5, overeengekomen in juli 2009, verfijnt de meting van risico's verbonden aan securitisatie- en tradingportefeuilleposities en voert hogere kapitaalvereisten in voor dat type van posities. Basel 2.5 werd van kracht per einde 2011.
Solvency II is het nieuwe gereguleerde solvabiliteitsregime voor alle verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen van de EU. Terwijl de huidige solvabiliteitsvereisten voor verzekeringen (Solvency I) gebaseerd zijn op volume, gaat Solvency II uit van de risico's. Het wil solvabiliteitsvereisten invoeren die de risico's van ondernemingen beter weerspiegelen en een toezichtsysteem introduceren dat voor alle EU-lidstaten consistent is.
Het was de bedoeling dat Solvency II begin 2013 in werking zou treden, maar de Europese autoriteiten hebben voorgesteld om de datum voor de volledige invoering uit te stellen tot 1 januari 2014 door de vertragingen in de ontwikkeling en goedkeuring van het regelgevende kader.
Een economischkapitaalmodel wordt gebruikt om het totale risico te berekenen dat KBC loopt als gevolg van zijn verschillende activiteiten, rekening houdend met de verschillende risicofactoren. De ramingen van dat economischkapitaalmodel worden elk kwartaal bezorgd aan het GRCOC, het Groeps-Directiecomité, het ARCC en de Raad van Bestuur.
KBC definieert economisch kapitaal als het vereiste kapitaal om heel zware verliezen op te vangen, uitgedrukt in de potentiële daling van de economische waarde van de groep (d.w.z. het verschil tussen de huidige economische waarde en de ongunstigste economische waarde over een tijdshorizon van één jaar en met een bepaald betrouwbaarheidsniveau), in overeenstemming met de risicobereidheid die de Raad van Bestuur heeft bepaald. Het economisch kapitaal wordt berekend per risicocategorie volgens een gemeenschappelijke noemer (dezelfde tijdshorizon van één jaar en hetzelfde betrouwbaarheidsinterval) en daarna bijeengeteld. Omdat het uiterst onwaarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen, wordt rekening gehouden met diversificatievoordelen bij het optellen van de individuele risico's.
Zoals eerder vermeld, vormt economisch kapitaal een belangrijke bouwsteen voor ICAAP (Basel II, pijler 2). Bovendien biedt het essentiële input voor het meten van risicogewogen prestaties en internewaarderingsmodellen zoals de Market Consistent Embedded Value-methodiek.
In de tabel wordt het economisch kapitaal van KBC uitgesplitst per risicosoort. De wijziging in de verdeling van het economisch kapitaal over de verschillende risicosoorten houdt maar gedeeltelijk verband met de wijzigingen in de risico's. Verschillen kunnen ook het resultaat zijn van wijzigingen in het economischkapitaalmodel. Dat model is immers het resultaat van een interne beoordeling en wordt regelmatig herzien.
| Verdeling economisch kapitaal KBC-groep* 2010 |
2011 |
|---|---|
| Kredietrisico 69% |
68% |
| Marktrisico in niet-tradingactiviteiten 12% |
12% |
| Marktrisico in tradingactiviteiten 3% |
2% |
| Bedrijfsrisico 6% |
8% |
| Operationeel risico 5% |
6% |
| Verzekeringstechnisch risico 3% |
3% |
| Financieringskosten en bied-laatspreadrisico 2% |
1% |
| Totaal 100% |
100% |
* Alle percentages hebben betrekking op de cijfers van eind september. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Hun bijdrage tot het economisch kapitaal van KBC lag in 2011 rond 5% (4% in 2010).
KBC Groep NV gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2009 (Code) als referentiecode. U kunt die Code raadplegen op www.corporategovernancecommittee.be. De Code streeft naar transparantie op het gebied van corporate governance via de bekendmaking van informatie in het Corporate Governance Charter (Charter) en de Verklaring inzake deugdelijk bestuur of Corporate Governance Verklaring (Verklaring).
Het Charter licht de voornaamste aspecten van het beleid van de vennootschap op het vlak van corporate governance toe, zoals de bestuursstructuur, de interne reglementen van de Raad van Bestuur, zijn comités en het Directiecomité, en andere belangrijke onderwerpen. KBC Groep publiceert zijn Charter op www.kbc.com.
De Verklaring wordt in het jaarverslag opgenomen en bevat meer feitelijke informatie over de corporate governance van de vennootschap, zoals een beschrijving van de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, relevante gebeurtenissen tijdens het boekjaar, bepalingen van de Code waarvan eventueel wordt afgeweken, het remuneratieverslag en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen.
De beschouwde periode loopt, tenzij anders is vermeld, van 1 januari tot 31 december 2011.
In de Verklaring zijn ook enkele andere wettelijke bepalingen opgenomen.
De volgende termen worden in dit hoofdstuk als volgt afgekort:
In 2011 had in de KBC-groep een grondige bezinning plaats over de wenselijke ontwikkelingen op het gebied van deugdelijk bestuur van de groep. Het opzet was de slagkracht en de efficiëntie van de bestuursorganen te verhogen.
Vandaag telt de Raad van Bestuur van KBC Groep 25 leden, een aantal dat aanzienlijk hoger ligt dan wat vooropgesteld wordt in hedendaagse principes van deugdelijk bestuur. Het ontbreekt de Raad ook aan niet-uitvoerende bestuurders met een sterke achtergrond in onze Centraal-Europese thuismarkten, en het aantal vrouwelijke leden in de Raad ligt ver van het nagestreefde aandeel.
In samenspraak met zijn Benoemingscomité besliste de Raad om naar aanleiding van de jaarvergadering van 3 mei 2012 zijn huidige bezetting te herleiden van vijfentwintig tot tweeëntwintig leden. Het is de bedoeling om dat aantal in de komende jaren verder te reduceren. De heren Borghgraef, Naert, Soete en Van Wymeersch werden bereid gevonden om op vrijwillige basis en in het uitsluitende belang van de groep een jaar eerder dan de vervaldag van hun (hernieuwbare) lopende mandaat af te treden als bestuurder. De Raad is hen bijzonder erkentelijk voor hun beslissing, die een versnelde en grondige modernisering van het bestuur van de groep mogelijk maakt, en bedankt hen uitdrukkelijk voor hun bijdrage tot de Raad in de voorbije jaren.
Ook wordt mevrouw Vladimira Papirnik voorgedragen als nieuwe onafhankelijke bestuurder (zie verder). In de komende jaren zal de groep verder actief op zoek gaan naar bijkomende onafhankelijke bestuurders die de internationale dimensie van de Raad versterken. KBC Groep zal stapsgewijs ook het wettelijk gestelde quotum van een derde vrouwen in de Raad verwezenlijken. Ten slotte zal de Raad van Bestuur er bij de verwezenlijking van die doelstellingen naar streven een aantal niet-uitvoerende bestuurders met een grondige bancaire en/of verzekeringsexpertise aan te trekken.
Met de bedoeling de efficiëntie van het beslissingsproces binnen de groep als geïntegreerde bankverzekeringsgroep te optimaliseren, werd ook de beslissing genomen om de Raden van Bestuur van KBC Groep, KBC Bank en KBC Verzekeringen dezelfde samenstelling te geven, op de onafhankelijke bestuurders na. Die Raden zullen in beginsel gemeenschappelijk vergaderen. Om dat mogelijk te maken, nemen alle niet-uitvoerende bestuurders van KBC Bank en KBC Verzekeringen – op de onafhankelijke bestuurders en de niet-uitvoerende bestuurders die tevens lid zijn van de Raad van Bestuur van KBC Groep NV na – vrijwillig ontslag uit hun respectievelijke Raad naar aanleiding van de komende jaarvergadering en worden de niet-uitvoerende bestuurders – met uitzondering van de onafhankelijke bestuurders en de overheidsbestuurders – van KBC Groep in hun plaats benoemd. Ook hier is de Raad de aftredende bestuurders bijzonder erkentelijk voor hun bereidheid om die stroomlijning versneld mogelijk te maken.
Die fundamentele ingrepen in het bestuur van de groep zullen de efficiëntie en de slagkracht van KBC als geïntegreerde bankverzekeringsgroep ongetwijfeld aanzienlijk verhogen, en dat in het belang van al zijn stakeholders.
In de tabel vindt u een overzicht van de samenstelling van de Raad en zijn comités op 31 december 2011. Een lijst van de externe mandaten van alle leden van de Raad vindt u op www.kbc.com. Daar vindt u eveneens een kort curriculum vitae van elke bestuurder.
| Naam | Hoofdfunctie | Periode in de Raad in 2011 | Einde huidig mandaat | raadsvergaderingen Bijgewoonde |
Niet-uitvoerend bestuurders | Vertegenwoordigers kernaandeelhouders |
Onafhankelijke bestuurders | Overheidsbestuurders | Leden DC | ARCC | Benoemingscomité | Vergoedingscomité |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal vergaderingen in 2011 | 16 | 10 | 6 | 9 | ||||||||
| Thomas Leysen | Voorzitter van de Raad2 | 8 maanden | 2015 | 10 | n | 02 | ||||||
| Philippe Vlerick | Ondervoorzitter van de Raad CEO Vlerick Group |
Volledig jaar | 2013 | 14 | n | n | 5 | |||||
| Jan Vanhevel | Voorzitter DC en gedelegeerd bestuurder |
Volledig jaar | 2014 | 16 | n1 | 6 | ||||||
| Paul Borghgraef | Bestuurder van diverse vennootschappen |
Volledig jaar | 2013 | 15 | n | n | ||||||
| Alain Bostoen | Gedelegeerd bestuurder Christeyns NV |
Volledig jaar | 2014 | 14 | n | n | ||||||
| Jo Cornu | Bestuurder van diverse vennootschappen |
Volledig jaar | 2012 | 14 | n | n | 4 | 91 | ||||
| Marc De Ceuster | Hoogleraar Departement Accounting en Financiering Universiteit Antwerpen |
Volledig jaar | 2014 | 16 | n | n | 10 | |||||
| Tom Dechaene | Bestuurder van diverse vennootschappen |
7 maanden3 | 2012 | 8 | n | n | 2 | |||||
| Franky Depickere | Gedelegeerd bestuurder Cera Beheersmaatschappij NV en Almanco ra Beheersmaatschappij NV, voorzitter Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA |
Volledig jaar | 2015 | 16 | n | n | 101 | 6 | 9 | |||
| Luc Discry | Gedelegeerd bestuurder Cera Be heersmaatschappij NV en Almancora Beheersmaatschappij NV, lid Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA |
Volledig jaar | 2015 | 15 | n | n | ||||||
| Frank Donck | Gedelegeerd bestuurder 3D NV | Volledig jaar | 2015 | 14 | n | n | ||||||
| Jean-Pierre Hansen | Lid Uitvoerend Comité GDF SUEZ | Volledig jaar | 2014 | 12 | n | n | 4 | |||||
| Dirk Heremans | Professor em. aan de Faculteit Economische en Bedrijfswetenschap pen, Katholieke Universiteit Leuven |
Volledig jaar | 2013 | 14 | n | n | 9 | 6 | ||||
| John Hollows | Gedelegeerd bestuurder | 8 maanden | 2015 | 10 | n | |||||||
| Lode Morlion | Burgemeester van Lo-Reninge en voorzitter Raad van Bestuur Cera Beheersmaatschappij NV |
Volledig jaar | 2012 | 16 | n | n | ||||||
| Philippe Naert | Bestuurder van diverse vennootschappen |
Volledig jaar | 2013 | 15 | n | n | 10 | 7 | ||||
| Luc Popelier | Gedelegeerd bestuurder | 8 maanden | 2015 | 8 | n | |||||||
| Theodoros Roussis | CEO Ravago Plastics NV | Volledig jaar | 2012 | 13 | n | n | 8 | |||||
| Hendrik Soete | Voorzitter Groep Aveve en bestuurder MRBB CVBA |
Volledig jaar | 2013 | 16 | n | n | ||||||
| Eric Stroobants | Ere-secretaris-generaal van de Vlaamse overheid, houder van diverse mandaten |
Volledig jaar | 2014 | 14 | n | n | 9 | |||||
| Alain Tytgadt | Gedelegeerd bestuurder Metalunion CVBA |
Volledig jaar | 2013 | 15 | n | n | ||||||
| Ghislaine Van Kerckhove | Advocaat en ondervoorzitter Raad van Bestuur Cera Beheersmaatschappij NV |
Volledig jaar | 2012 | 13 | n | n | ||||||
| Charles Van Wymeersch | Gewoon hoogleraar Facultés Universi taires Notre-Dame de la Paix (Namur) en Louvain School of Management |
Volledig jaar | 2013 | 13 | n | n | ||||||
| Piet Vanthemsche | Voorzitter Boerenbond en MRBB CVBA |
Volledig jaar | 2014 | 13 | n | n | 6 | |||||
| Marc Wittemans | Gedelegeerd bestuurder MRBB CVBA | Volledig jaar | 2014 | 16 | n | n | 10 | |||||
Commissaris: Ernst & Young, Bedrijfsrevisoren BCVBA, vertegenwoordigd door Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. Secretaris van de Raad: Tom Debacker.
1 Voorzitter van dit comité.
2 Voorzitter met ingang van 1 oktober 2011.
3 Waarvan vier maanden als vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid. Met ingang van 1 oktober 2011 gecoöpteerd als bestuurder
Geboren in 1965 in Genk (België)
Opleiding: licentiaat in de Wetenschappen, groep Toegepaste Wiskunde (1987 KU Leuven); licentiaat in de Actuariële Wetenschappen (1989 KU Leuven)
Loopbaan: vanaf 1988 bekleedde hij diverse actuariaatsfuncties in Leven- en Niet-levenverzekeringen. Van 1990 tot 2000 klom hij op in kaderfuncties met steeds meer verantwoordelijkheid en werd hij algemeen directeur Niet-leven. Vanaf 2006 was hij ook lid van het Managementcomité van Divisie België voor zowel bank als verzekeringen. In 2009 werd hij lid van het DC en werd hij benoemd tot CEO van Divisie België. Zo kreeg hij de leiding van alle retail- en verzekeringsactiviteiten in de grootste markt van KBC.
Geboren in 1959 in Schoten (België)
Opleiding: master in Rechten (1985 Centrale Examencommissie), master in Toegepaste Economische Wetenschappen (1986 UFSIA Antwerpen) en MBA (1991 INSEAD Fontainebleau)
Loopbaan: Bank Brussel Lambert (1986–1990): verschillende departementen, waaronder Corporate Finance gedurende de laatste drie jaar; Morgan Grenfell & Co Ltd in Londen (1991–1998): Corporate Finance-departement waarvan de laatste drie jaar als hoofd van het European Telecoms, Media & Tech Transactions Team; Deutsche Bank (1998–1999): director van Principal Investments Group in Londen; SurfCast Inc., SurfCast (VK) Ltd, SurfCast (Denemarken) ApS (2000–2001): medestichter en CFO; niet-uitvoerend/onafhankelijk bestuurder van Agenus, Transics International NV, SurfCast Inc en Bourn Hall International Ltd.
Opleiding: Doctor Juris (1982 Northwestern University USA), gecombineerde bachelor en master in de Duitse taal en Duitse literatuur (1978, Northwestern University USA)
Loopbaan: Advocatenkantoor Hopkins & Sutter in Chicago: advocaat gespecialiseerd in financieel recht (1982–1989) en partner (1989– 1995); advocatenkantoor Squire Sanders in Chicago: partner en na verhuizing naar Praag (1995) office managing partner aldaar (1996) tot 2011; sinds 2011 werkzaam voor Squire Sanders, zowel in Praag als in Chicago met specialisatie in internationaal bankrecht, projectfinanciering en vennootschapsrecht (fusies en overnames, corporate governance); actief lid van de Raad van Bestuur van de American Chamber of Commerce in Tsjechië en lid van het Directiecomité ervan (1999–2008); lid van de Board of Trustees in de International School of Prague als hoofd van het corporate governance-comité van de Trustees gedurende vier jaar en lid van de Board of Trustees van de CMC School of Business gedurende drie jaar.
De agenda van de Algemene Vergadering is beschikbaar op www.kbc.com.
De tabel geeft een overzicht van de samenstelling van het DC op 31 december 2011. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Structuur en management, en op www.kbc.com.
| Naam | Periode in het DC in 2011 |
|---|---|
| Leden DC op 31-12-2011 | |
| Jan Vanhevel (voorzitter) | Volledig jaar |
| Danny De Raymaeker | Volledig jaar |
| Luc Gijsens | Vanaf 1 mei 2011 |
| John Hollows | Volledig jaar |
| Luc Popelier | Volledig jaar |
| Johan Thijs | Volledig jaar |
| Marko Voljcˇ | Volledig jaar |
| Leden die het DC verlieten in 2011 | |
| Luc Philips | Tot eind april 2011 |
• Jan Vanhevel, voorzitter van het Directiecomité en CEO van de KBC-groep, heeft zijn wens te kennen gegeven met inwerkingtreding op de jaarvergadering van 3 mei 2012 met pensioen te gaan en stelt dus zijn mandaat ter beschikking. Op dat moment zal hij zijn volledige loopbaan van bijna 41 jaar bij KBC hebben doorgebracht, waarvan zestien jaar als lid van het Directiecomité van KBC. Als voorzitter wordt hij opgevolgd door Johan Thijs.
Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur: "Johan Thijs heeft in zijn hoedanigheid van lid van het Directiecomité van de KBC-groep en meer specifiek als CEO van Divisie België de activiteiten van KBC in zijn grootste markt doorheen turbulente tijden geloodst. Met hem heeft de Raad van Bestuur, op advies van het Benoemingscomité, gekozen voor een energieke leider die tijdens zijn gehele loopbaan zijn kwaliteiten heeft bewezen. Samen met zijn collega's in het Directiecomité zal hij KBC naar een nieuw prestatieniveau leiden."
• Op advies van het Benoemingscomité wordt Johan Thijs als CEO van Divisie België opgevolgd door Daniel Falque die dan ook tot lid van het Directiecomité wordt benoemd. Hierna wordt een kort curriculum vitae weergegeven.
Geboren in 1963 in Mol (België)
Opleiding: licentiaat in Internationale Betrekkingen, faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen (1989 UCL)
Loopbaan: verzekeringsmaatschappij De Vaderlandsche NV: productie-inspecteur (1989–1991); Deutsche Bank AG, België: credit analist (1991), corporate relationship manager kleine en middelgrote ondernemingen (1991–1997), vicepresident verantwoordelijk voor de middelgrote ondernemingen (1997–1999), directeur verantwoordelijk voor de grote ondernemingen en coördinatiecentra (1999–2001), algemeen directeur, hoofd van corporate en investment banking (2001–2004); Deutsche Bank AG, Frankfurt / (Brussel): algemeen directeur, hoofd van global transaction banking Western & Eastern Europe and Middle East, verantwoordelijke voor cash management, trade finance, capital markets sales, trust & securities services en corporate relationship management (2004–2009); CBC Banque & Assurance: gedelegeerd bestuurder, voorzitter van het Directiecomité en lid van het KBC-Managementcomité België (2009–nu).
Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk.
Activiteiten / behandelde onderwerpen: naast het vervullen van de taken die door het Wetboek van Vennootschappen zijn opgelegd, het vaststellen van de kwartaalresultaten en de kennisname van de werkzaamheden van het ARCC, het Benoemingscomité en het Vergoedingscomité, en de behandeling en beslissing van de door deze comités voorgelegde dossiers, behandelde de Raad in 2011 nog onder meer de volgende onderwerpen:
• Life Business Market Consistent Embedded Value boekjaar 2010
• remuneratiepolitiek
Maandelijks bracht het DC ook verslag uit over de resultaatsontwikkeling en de algemene gang van zaken bij de verschillende divisies van de groep. Er werd ook regelmatig aandacht besteed aan de strategie en de specifieke uitdagingen van de verschillende activiteitsgebieden.
Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk. Het ARCC vergaderde in aanwezigheid van de voorzitter van het Directiecomité, de groeps-chief risk officer, de groeps-chief financial officer, de interne auditor en de compliance officer. De vergaderingen werden ook bijgewoond door de erkende revisoren. Het verslag van de interne auditor, het verslag van de compliance officer en het verslag van de risicofunctie vormden vaste agendapunten. De periodieke rapportering van de risicofunctie omvatte voornamelijk een toelichting over de ontwikkeling op het gebied van het ALM- en liquiditeitsrisico, marktrisico, kredietrisico, operationeel risico, verzekeringsrisico evenals van de kapitaalsvereisten van de KBC-groep. Het verslag van de interne auditor verstrekte telkens een overzicht van de recente auditverslagen, inclusief de belangrijkste auditverslagen van de onderliggende groepsentiteiten. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de auditplanning 2011 en keurde de auditplanning 2012 goed. Het ARCC werd periodiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de auditaanbevelingen.
Op 9 februari 2011 nam het ARCC kennis van de inhoud van de vennootschappelijke en geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2010 en keurde het persbericht goed. De revisor verstrekte toelichting bij zijn belangrijkste controlebevindingen. Op 11 mei, 8 augustus en 9 november 2011 lichtten de revisoren hun belangrijkste bevindingen toe naar aanleiding van hun controle van de kwartaalafsluiting respectievelijk per 31 maart, 30 juni en 30 september. Ook keurde het ARCC telkens het persbericht goed.
In de loop van het jaar besprak het ARCC een aantal bijzondere rapporteringen: verklaring effectieve leiding over de beoordeling van de interne controle, jaarverslag waarde- en risicobeheer, implementatie nieuwe risico-organisatie (Harbour), jaarverslag Business Continuity Management, status afbouw activiteiten KBC Financial Products, ALM-beheer, Solvency II, bepaling risk appetite, afbouw CDOportefeuille, CEBS-stresstests, strategisch plan KBC Groep 2012.
Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk. De belangrijkste onderwerpen die behandeld werden, waren:
Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk. Het Vergoedingscomité vergaderde veelal in aanwezigheid van de voorzitter van de Raad en de voorzitter van het DC. Ook het hoofd van HR Groep nam regelmatig aan de vergaderingen deel.
De belangrijkste onderwerpen die behandeld werden, waren:
• toepassing van de Remuneration Policy en uitzonderingen daarop
• CEBS Guidelines on Remuneration en de implementatie ervan
Voor een meer algemene beschrijving van de werking van de Raad en zijn comités wordt verwezen naar hoofdstukken 5 en 6 van het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV op www.kbc.com.
In het ARCC van KBC Groep NV zetelen twee onafhankelijke bestuurders in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code:
Op basis van voorgaande gegevens kan worden besloten dat beide onafhankelijke bestuurders als lid van het ARCC voldoen aan de in artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen gestelde onafhankelijkheid en deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.
De Raad werkte een regeling uit betreffende transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap (met inbegrip van met haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders die niet onder de belangenconflictenregeling van artikel 523 of 524ter van het Wetboek van Vennootschappen vallen. Die regeling werd opgenomen in het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV (op www.kbc.com). In de loop van 2011 hoefde geen beroep te worden gedaan op de regeling.
In het kader van de Richtlijn 2003/6/EC betreffende misbruik van voorkennis en marktmisbruik en na de publicatie van het Koninklijk Besluit van 24 augustus 2005 tot wijziging, wat de bepalingen inzake marktmisbruik betreft, van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, heeft de Raad van KBC Groep NV een Dealing Code opgesteld dat onder meer voorziet in de opstelling van een lijst van sleutelmedewerkers, de bepaling van jaarlijkse sperperiodes en de kennisgeving aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van verhandelingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door met hen verbonden personen. De principes van die Code werden opgenomen als bijlage bij het Corporate Governance Charter. Het reglement trad in werking op 10 mei 2006. De Raad keurde een bijgewerkte versie goed op 8 augustus 2011.
De Raad streeft op permanente wijze naar een optimalisering van zijn werking. Met het oog daarop gaat hij jaarlijks onder leiding van zijn voorzitter over tot een evaluatie van zijn werking. Daarbij komen met name de volgende aspecten aan bod: samenstelling van de Raad, selectie, benoeming en vorming van de leden, praktische werking (agenda, vergaderingen, voorzitterschap, secretariaat), informatie aan de Raad, cultuur binnen de Raad, taakvervulling, vergoeding, relaties met het DC en met de aandeelhouders en andere stakeholders, comités van de Raad en betrokkenheid van de Raad bij een aantal specifieke domeinen.
Op initiatief van de voorzitter heeft in het kader van de hernieuwing van de mandaten een individuele evaluatie van de betrokken bestuurders plaats, waarbij de nadruk wordt gelegd op hun inzet en effectiviteit binnen de Raad (onder meer wat betreft hun actieve deelname aan de vergaderingen en de vormingssessies van de Raad en hun kritische inbreng). De niet-uitvoerend bestuurders beoordelen eens per jaar in afwezigheid van de uitvoerend bestuurders hun interactie met hen.
Jaarlijks evalueert ieder comité van de Raad zijn eigen samenstelling en werking en brengt daarover verslag uit bij de Raad, waarbij indien nodig voorstellen worden gedaan. Bij die gelegenheid worden onder andere de vereiste bekwaamheden en ervaring voor het specifieke domein waarvoor het comité verantwoordelijk is, geanalyseerd. Naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder maken de voorzitters van de comités het voorwerp uit van een individuele evaluatie door de andere leden van de comités. Daarbij komen vooral hun coördinatievermogen, gespecialiseerde kennis, inzicht en verslaggeving ter sprake.
Een evaluatie van de voorzitter van het DC en de andere gedelegeerd bestuurders gebeurt onder leiding van de voorzitter van de Raad naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder.
Beschrijving van de procedures om het vergoedingsbeleid te ontwikkelen en de vergoeding te bepalen van individuele bestuurders en leden van het DC
Het vergoedingsbeleid wat betreft Raad en DC stoelt op de toepasselijke wetgeving, de Corporate Governance Code en marktgegevens. Het wordt door het Vergoedingscomité – daarin bijgestaan door in deze materie gespecialiseerde medewerkers – bewaakt en regelmatig getoetst aan de ontwikkelingen in de wetgeving, de voornoemde Code en de courante marktpraktijken en -tendensen. De voorzitter van het Vergoedingscomité informeert de Raad over de werkzaamheden van het comité en adviseert hem over aanpassingen van het vergoedingsbeleid en de concrete uitvoering daarvan. De Raad kan ook op eigen initiatief of op voorstel van het DC het Vergoedingscomité opdracht geven mogelijke aanpassingen van het vergoedingsbeleid te onderzoeken en de Raad daarover te adviseren. Indien wettelijk vereist, legt de Raad op zijn beurt aanpassingen van het vergoedingsbeleid ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.
Ieder jaar trekt de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid en binnen de door de statuten aangegeven limiet, een bedrag uit ten laste van de nettowinst. Dat bedrag, de vaste vergoeding, wordt aan de Algemene Vergadering voorgelegd en na goedkeuring door haar onder de leden van de Raad verdeeld, rekening houdend met het aantal maanden tijdens welke zij hun mandaat hebben uitgeoefend.
De Raad, op advies van het Vergoedingscomité, bepaalt jaarlijks, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid, de vergoeding van de leden van het DC en evalueert deze op geregelde tijdstippen. Die vergoeding wordt opgedeeld in een vaste component en in een resultaats- en prestatiegebonden component.
Verklaring over het tijdens het door het jaarverslag behandelde boekjaar gehanteerde vergoedingsbeleid ten aanzien van de leden van de Raad en van het DC Het Vergoedingscomité verklaart het volgende:
Zowel voor niet-uitvoerend bestuurders als voor uitvoerend bestuurders en andere leden van het DC geldt als basisbeginsel dat zij recht hebben op een billijke vergoeding die in verhouding staat met de door hen geleverde bijdrage aan het beleid en de groei van de groep. Voor niet-uitvoerend bestuurders geldt:
Voor de uitvoerend bestuurders en andere leden van het DC geldt:
Over het boekjaar 2011 ontvingen de leden van het DC alleen een vaste vergoeding. Gelet op het verlies dat in het derde kwartaal van 2011 geboekt werd en ondanks het toch nog positieve jaarresultaat, zagen de leden van het DC, over dat boekjaar, immers af van elke variabele vergoeding.
De betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding (zowel de resultaatsgebonden als de prestatiegebonden variabele vergoeding) van de leden van het DC wordt gespreid over vier jaar: 50% het eerste jaar en de rest gelijkmatig gespreid over de volgende drie jaar. Bovendien wordt 50% van de totale jaarlijkse variabele vergoeding toegekend in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten, meer bepaald phantom stocks waarvan de waarde gekoppeld is aan de koers van het aandeel van KBC Groep NV. Die phantom stocks zijn onderworpen aan een retentieperiode van een jaar vanaf toekenning. Net zoals voor het cashgedeelte van de variabele vergoeding wordt ook de toekenning daarvan gespreid over een periode van vier jaar. Voor de berekening van het aantal phantom stocks waarop elk lid van het DC recht heeft, wordt de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van het jaar gebruikt. Een jaar later worden de phantom stocks dan omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van dat jaar. Concreet werden in 2011 aan de leden van het DC ten belope van 25% van hun totale jaarlijkse variabele vergoeding over 2010 phantom stocks toegekend op basis van een koers van 28,69 euro per aandeel. De phantom stocks worden in april 2012 omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van 2012. De phantom stocks zijn onderhevig aan de toekennings- en verwervingsvoorwaarden die hierna beschreven worden onder Terugvorderingsbepalingen.
Wat de vergoeding van de niet-uitvoerend bestuurders betreft, is het de bedoeling om de vaste vergoeding die nu afgenomen wordt van de nettowinst om te vormen tot een echte niet-prestatiegebonden en niet-winstgebonden vaste vergoeding die, net zoals de presentiegelden, als kosten wordt geboekt. Tegelijkertijd zal de verhouding tussen de vaste vergoeding en de presentiegelden herbekeken worden met het oog op een vermindering van de vaste vergoeding en een verhoging van de presentiegelden.
Wat de leden van het management betreft, werd het vergoedingsbeleid door de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, goedgekeurd. Het wordt beschreven in de zogenaamde Remuneration Policy. Daarin werden vooral met betrekking tot het variabele loon een aantal principes vastgelegd die in de hele groep van toepassing zijn. De belangrijkste zijn:
Naast de risk gateway zal er, voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding voor de prestaties vanaf boekjaar 2012, eveneens een Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid worden geïntroduceerd. Het basisidee van het Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid dat gebruikt wordt voor de toewijzing van kapitaal, is dat noch het economische kapitaal, noch het reglementaire kapitaal geschikt is als de enige drijfveer voor kapitaaltoewijzing. Reglementair kapitaal heeft een beperkte dekking in termen van risicotypes en weerspiegelt slechts gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van KBC van diens risicoprofiel, maar is momenteel niet op hetzelfde gedetailleerde niveau beschikbaar. Gegeven die beperkingen, werd gekozen om kapitaal toe te wijzen op basis van een RWA (risicogewogen activa)-coëfficiënt die de inzichten van economisch kapitaal reflecteert.
Dit beleid introduceert het begrip RAP (Risk-Adjusted Profit) als (absolute) maatstaf van de winstgevendheid van een bedrijf, maar met een intrinsieke correctie voor kapitaal- en risico-elementen. Voor bepaalde categorieën van key identified staff waarvoor de RAP als risico-aanpassingsmechanisme als ontoereikend werd beoordeeld door de bevoegde controlefunctie, wordt dat framework aangevuld met extra prestatie-indicatoren die een betere risicomaatstaf zijn.
Het is de bedoeling om de werking van dit nieuwe framework na een jaar te evalueren en zo nodig bij te sturen.
Verder zal op basis van een objectieve marktvergelijking de opdeling tussen het vaste en het variabele gedeelte van het totale vergoedingspakket opnieuw kritisch onderzocht en zo nodig bijgestuurd worden.
Zoals hiervoor al toegelicht, wordt de betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding niet alleen gespreid in tijd, maar wordt de helft ervan ook uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar.
De variabele vergoeding, inclusief het uitgestelde gedeelte ervan, wordt slechts verworven wanneer dat met de financiële toestand van de instelling in zijn geheel te verenigen is, en door de prestaties van de KBC-groep en door de prestaties van het DC gerechtvaardigd wordt.
In de volgende omstandigheden kan er worden ingegrepen op de betaling van de uitgestelde, maar nog niet verworven bedragen (malus):
• belangrijke wijzigingen in de economische of regulatoire kapitaalbasis van de instelling.
Daarover wordt door de Raad een beslissing genomen op advies van het Vergoedingscomité.
In de volgende omstandigheden wordt de al verworven variabele vergoeding uitzonderlijk teruggevorderd (claw back):
Gelet op het beperkte resultaat dat KBC over 2011 boekte en het feit dat, als gevolg daarvan, over 2011 slechts een symbolisch dividend wordt uitgekeerd, keert noch KBC Groep NV noch enige andere vennootschap van de KBC-groep in België of in het buitenland waarin sommige niet-uitvoerend bestuurders van KBC Groep NV in de loop van 2011 een bestuurdersmandaat uitoefenden, ten laste van de winst een vaste vergoeding uit over het boekjaar 2011 aan de niet-uitvoerend bestuurders. Wel ontvangen de niet-uitvoerend bestuurders presentiegeld in verhouding tot het aantal door hen bijgewoonde vergaderingen van de Raad van KBC Groep NV en, in voorkomend geval, van andere vennootschappen van de KBC-groep in België of in het buitenland. Zoals hierboven al vermeld, ontvangen de voorzitter van de Raad en de voorzitter van het ARCC wel de specifieke vergoeding die aan hun functie gekoppeld is.
| Vergoeding per individuele bestuurder (op geconsolideerde basis, in euro) |
Vergoeding (m.b.t. boekjaar 2011) |
Vergoeding ARCC (m.b.t. boekjaar 2011) |
Presentiegeld (m.b.t. boekjaar 2011) |
|---|---|---|---|
| Thomas Leysen1 | 137 500 | 0 | 30 000 |
| Paul Borghgraef | 0 | 0 | 37 500 |
| Alain Bostoen | 0 | 0 | 35 000 |
| Jo Cornu | 0 | 0 | 35 000 |
| Marc De Ceuster | 0 | 30 000 | 40 000 |
| Tom Dechaene² | 0 | 6 000 | 20 000 |
| Franky Depickere | 0 | 187 000 | 176 250 |
| Luc Discry | 0 | 0 | 75 000 |
| Frank Donck | 0 | 0 | 41 250 |
| Jean-Pierre Hansen | 0 | 0 | 30 000 |
| Dirk Heremans | 0 | 27 000 | 35 000 |
| Lode Morlion | 0 | 0 | 40 000 |
| Philippe Naert | 0 | 30 000 | 37 500 |
| Theodoros Roussis | 0 | 24 000 | 32 500 |
| Hendrik Soete | 0 | 0 | 40 000 |
| Eric Stroobants | 0 | 0 | 35 000 |
| Alain Tytgadt | 0 | 0 | 37 500 |
| Ghislaine Van Kerckhove | 0 | 0 | 32 500 |
| Charles Van Wymeersch | 0 | 0 | 40 000 |
| Piet Vanthemsche | 0 | 0 | 50 000 |
| Philippe Vlerick | 0 | 0 | 105 000 |
| Marc Wittemans | 0 | 60 000 | 60 000 |
| Jan Huyghebaert³ | 311 000 | 0 | 101 500 |
1 Voorzitter van de Raad sinds 1 oktober 2011. De hier vermelde vergoeding betreft enerzijds de vaste vergoeding die hij als voorzitter genoot sinds 1 oktober 2011 en anderzijds de presentiegelden die hij als bestuurder genoot sinds zijn benoeming op 28 april 2011 tot 1 oktober 2011.
2 Waarnemer sinds 11 mei 2011 en bestuurder sinds 1 oktober 2011.
3 Voorzitter van de Raad tot 1 oktober 2011.
Er werd noch een vaste vergoeding noch presentiegeld uitgekeerd aan de leden van het DC die als gedelegeerd bestuurder lid zijn van de Raad.
De resultaatsgebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald als een percentage van het nettoresultaat van KBC Groep NV (geconsolideerd). De prestatiegebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald als een percentage van de vaste vergoeding (tussen 0% en 30%) na een evaluatie van de geleverde prestaties op grond van enkele vooraf afgesproken criteria. Over het jaar 2011 zagen de leden van het DC af van elke variabele vergoeding.
Het DC van KBC Groep NV is een collegiaal en solidair orgaan waarvan de voorzitter primus inter pares is en geen CEO in de zin van enige operationele en verantwoordelijke vertegenwoordiger van het bedrijf. Niettemin worden in de tabel, ter uitvoering van de vennootschapswetgeving en de Code, op individuele basis de vergoedingen van de voorzitter van het DC weergegeven.
In de tabel wordt bovendien opgave gedaan van de gezamenlijke vergoedingen die KBC Groep NV en zijn directe en indirecte dochtervennootschappen uitkeerden aan andere leden van het DC van KBC Groep NV dan de voorzitter van het comité met betrekking tot boekjaar 2011. De samenstelling van het DC in de loop van 2011 onderging een aantal wijzigingen waarvan sommige een weerslag hadden op het vergoedingstotaal. In de totaalbedragen werden dan ook de volgende vergoedingen opgenomen:
| Vergoeding van het DC van KBC Groep NV (uitbetaald bedrag in euro) over 2011 | Jan Vanhevel (volledig boekjaar) |
Andere leden van het DC (samen) |
|---|---|---|
| Statuut | zelfstandige | zelfstandige |
| Vaste basisvergoeding | 727 605 | 3 151 949 |
| Resultaatsgebonden variabele vergoeding over het boekjaar 2011 | 0 | 0 |
| Prestatiegebonden variabele vergoeding over het boekjaar 2011 | 0 | 0 |
| Resultaatsgebonden variabele vergoeding over voorgaande boekjaren1 | 0 | 372 059 |
| Prestatiegebonden variabele vergoeding over voorgaande boekjaren1 | 0 | 116 956 |
| Totaal | 727 605 | 3 640 964 |
| Pensioen² | ||
| Aanvullend pensioenplan type vaste prestaties (service cost) | 106 321 | 637 927 |
| Aanvullend pensioenplan met vaste bijdragen (aan het pensioenfonds overgemaakte toelage) over 2011 | 0 | 0 |
| Andere voordelen³ | 167 | 89 028 |
1 Over het boekjaar 2010 werd zowel een resultaatsgebonden als een prestatiegebonden variabele vergoeding toegekend. Van het cashgedeelte daarvan (50%) zou normaal gezien de helft in 2011 zijn uitbetaald. De betaling van de andere helft wordt gespreid over de boekjaren 2012, 2013 en 2014. Begin 2011 heeft het DC evenwel beslist om het tijdstip van verwerving (vesting) van de eerste schijf een jaar te verschuiven en te koppelen aan de terugbetaling aan de overheid. Dat betekent dat zowel het eerste gedeelte als het eerste deel van het uitgestelde gedeelte werden verworven in 2011 (betaling in 2012). Het hier vermelde bedrag is dan ook 66,66% van het cashgedeelte van de variabele vergoeding over 2010. Jan Vanhevel, voorzitter van het DC, besliste om de uitbetaling van de hem over het boekjaar 2010 toekomende variabele vergoeding (zowel resultaats- als prestatiegebonden) verder uit te stellen.
2 Het pensioenstelsel van de leden van het DC bestaat uit twee delen: een klein gedeelte in de vorm van het type vaste bijdragen en het belangrijkste gedeelte in de vorm van het type vaste prestaties. Het vastebijdragenplan is van toepassing op alle leden van het DC vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de betrokkene gedurende drie jaar deel uitmaakt van het DC. KBC financiert dat plan met een jaarlijkse toelage (aan het pensioenfonds van KBC) waarvan de omvang uitgedrukt wordt als een percentage van de geconsolideerde nettowinst van KBC Groep. Bedoeld percentage is afhankelijk van de ontwikkeling van de winst per aandeel. Gelet op de geringe omvang van het geconsolideerde nettoresultaat, worden er over 2011 geen toelagen betaald. Het vasteprestatiesplan is van toepassing voor elk lid van het DC vanaf het ogenblik van opname in het DC. Een volledig aanvullend rustpensioen wordt verworven na 25 jaar dienst in de KBC-groep, waarvan ten minste zes jaar als lid van het DC. Elk aanvullend pensioen (tenzij het opgebouwd werd met persoonlijke bijdragen) dat in welke hoedanigheid ook (zelfstandige of werknemer) elders in de groep verworven werd, wordt in rekening gebracht bij de berekening van dit rustpensioen (er is dus geen cumul mogelijk).
3 Elk lid van het DC ontvangt een maandelijkse representatievergoeding van 400 euro. Aangezien het hier om een forfaitaire terugbetaling van kosten gaat, werd dat bedrag niet in de tabel opgenomen. Elk lid van het DC heeft ook een bedrijfswagen. Het privégebruik ervan werd aan de leden van het DC gefactureerd op basis van een forfait van 7 500 km per jaar. Voordelen die de leden van het DC wel genieten, zijn een hospitalisatieverzekering en een bijstandsverzekering. De twee leden van het DC met een buitenlandse nationaliteit die geëxpatrieerd zijn, genieten bovendien huisvesting en een ziektekostenverzekering.
In het financieel statuut van de leden van het DC is niet in een langetermijn-cashbonus voorzien.
Zoals hierboven beschreven, wordt de helft van de totale jaarlijkse variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar. Aangezien het DC over 2011 afzag van elke variabele vergoeding, worden er over dat boekjaar ook geen phantom stocks toegekend.
Aangezien het phantom stock-plan pas in 2011 (m.b.t. het boekjaar 2010) werd opgestart, zullen de eerste phantom stocks pas in cash worden omgezet in 2012.
Als gevolg van de door de federale en de Vlaamse overheid bedongen voorwaarden naar aanleiding van de kernkapitaaloperaties in 2008 en 2009, werd de vertrekvergoeding (betaalbaar bij vertrek op initiatief van het bedrijf) voor uitvoerend bestuurders en leden DC sinds eind oktober 2008 beperkt tot 12 maanden vaste vergoeding.
Hierna wordt in toepassing van bepalingen in het Wetboek van Vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code een beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC (Deel 1 in het algemeen, Deel 2 verbijzonderd tot het financiële rapporteringsproces).
1 Een duidelijke strategie, organisatiestructuur en bevoegdheidsverdeling zetten het kader voor een deugdelijke bedrijfsvoering De strategie en organisatiestructuur van de KBC-groep worden besproken in de hoofdstukken Strategie en bedrijfsprofiel en Structuur en management van dit jaarverslag.
KBC wil een efficiënte bank-verzekeraar en vermogensbeheerder zijn met een sterke affiniteit met zijn cliënten en ruime aandacht voor zijn medewerkers. Daarbij focust KBC op particulieren, zelfstandigen, vrije beroepen, kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps in geselecteerde Europese landen, waarbij door efficiëntie, cliëntgerichtheid, werknemerstevredenheid en gezond risicobeheer verantwoorde rendementsdoelstellingen worden nagestreefd.
KBC tracht ook om zich te identificeren met de verschillende gemeenschappen waarin het bedrijf werkzaam is door lokale bedrijfsmerken te hanteren, lokaal management in dienst te nemen en aan te sluiten bij het sociaal verantwoord ondernemen volgens de normen van de betreffende landen.
De beleidsstructuur binnen de KBC-groep is op een functioneel-duale structuur naar Belgisch model geschoeid:
Het Corporate Governance Charter van KBC beschrijft voor beide beleidsorganen hun onderlinge bevoegdheden, hun samenstelling en werking alsook de kwalificatievereisten van hun leden. Concrete informatie over samenstelling en werking is opgenomen in andere delen van deze Verklaring.
KBC oefent zijn activiteiten uit met respect voor de geldende wetten en reglementen en past die zowel naar de letter als naar de geest toe. KBC houdt daarbij ook rekening met het evoluerende normbesef van de maatschappij en wil met zijn activiteiten bijdragen tot de economische, sociale en ecologische vooruitgang van zijn werkgebieden. KBC schenkt prioritaire aandacht aan de behoeften en de belangen van zijn cliënten, aandeelhouders, personeel en maatschappelijke omgeving. In zijn relatie met hen legt KBC zichzelf regels op inzake billijkheid en redelijkheid, openheid en transparantie, discretie en zorg voor privacy.
Die principes zijn onder andere vervat in het integriteitsbeleid alsook specifieke codes, onderrichtingen en gedragslijnen. De belangrijkste richtlijnen en beleidsnota's in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn te vinden op www.kbc.com/duurzaam ondernemen.
De belangrijkste richtlijnen inzake het integriteitsbeleid zijn:
Het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen beschrijft de visie van KBC inzake Corporate Social Responsibility (beschikbaar op www.kbc.com).
Om zijn strategische opdracht te ondersteunen en zich te wapenen tegen de risico's die het realiseren van deze opdracht kunnen verhinderen, heeft het DC, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van de Raad, een gelaagd intern controlesysteem geïmplementeerd. Dat systeem is algemeen bekend als het drielijnsverdedigingsmodel (Three Lines of Defense-model).
Business is er eerstelijns verantwoordelijk voor de risico's binnen zijn domein te kennen en over aangepaste en effectieve controles te beschikken. Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over alle risicotypes, inclusief fraude en de naleving van de reglementaire of wettelijke voorschriften. Zij kan daarbij een beroep doen op een aantal ondersteunende diensten zoals Inspectie, Waarde- en Risicobeheer, Compliance, Juridische en Fiscale Zaken, Personeel, Boekhouding en Interne Audit.
Onafhankelijk van business en in navolging van geavanceerde industriestandaarden heeft Waarde- en Risicobeheer als doel om een groepswijd kader voor waarde-, risico- en kapitaalbeheer uit te tekenen, de implementatie van dat raamwerk te controleren en assistentie te verlenen aan het lijnmanagement bij het gebruik van waarde-, risico- en kapitaalbeheerinstrumenten en -technieken. Meer informatie over Waarde- en Risicobeheer vindt u in het betreffende hoofdstuk van dit jaarverslag.
KBC installeerde local chief risk officers (LCRO's) op verschillende niveaus binnen de organisatie. De LCRO's staan kort bij de business, aangezien zij deelnemen aan het lokale beslissingsproces. Zij rapporteren aan de groeps-CRO, wat hun onafhankelijkheid moet garanderen.
De Compliancefunctie is een onafhankelijke functie binnen de KBC-groep, wat wordt gevrijwaard door het aangepaste statuut van deze functie (zoals opgenomen in het Compliance Charter), de plaats in het organogram (hiërarchisch onder de voorzitter van het DC) en de rapporteringslijnen (rapportering aan het ARCC als hoogste orgaan). De doelstelling van Compliance is te voorkomen dat de KBC-groep enige financiële, juridische, reputatie- of sanctieschade zou oplopen als gevolg van de niet-naleving van toepasselijke wetten, besluiten en interne normen of nog als gevolg van het niet-beantwoorden aan de wettige verwachtingen van het cliënteel, het personeel en de samenleving in haar geheel en wel in de domeinen haar toebedeeld in het integriteitsbeleid.
Interne Audit gaat na of de risico's in de KBC-groep op een adequate manier worden beheerst, en waar mogelijk worden beperkt of geëlimineerd. Zij ziet er ook op toe dat de bedrijfsprocessen en de samenwerking tussen de verschillende geledingen van de instelling op een efficiënte en doelmatige manier verloopt, en dat de continuïteit van de operaties verzekerd is.
Het werkgebied van Interne Audit bestrijkt alle wettelijke entiteiten, activiteiten en divisies, inbegrepen de verschillende controlefuncties, binnen de KBC-groep.
Verantwoordelijkheden, kenmerken, organisatiestructuur en rapporteringslijnen, toepassingsgebied, auditmethodologie, samenwerking tussen interneauditafdelingen van de KBC-groep, en uitbesteding van interneauditactiviteiten worden beschreven en toegelicht in het Auditcharter van KBC Groep NV. Dat charter beantwoordt aan de bepalingen van de Circulaire D1 97/4 (banken) en PPB-2006-8-CPA (verzekeringen) van de CBFA (de huidige FSMA).
Conform internationale professionele auditstandaarden wordt de auditfunctie op regelmatige tijdstippen door een externe, derde partij doorgelicht. Dat gebeurde voor het laatst in 2009. De resultaten van die oefening werden aan het Directiecomité en het ARCC gerapporteerd in het kader van hun toezicht op en evaluatie van Interne Audit.
Het Directiecomité beoordeelt jaarlijks de aangepastheid van het interne controle- en risicobeheersysteem en rapporteert daarover aan het ARCC.
Het ARCC houdt namens de Raad toezicht op de integriteit en doeltreffendheid van de interne controlemaatregelen en van het opgezette risicobeheer zoals dat onder de verantwoordelijkheid van het DC is opgezet, met specifieke aandacht voor een correcte financiële verslaggeving. Het comité volgt ook de door de vennootschap opgezette procedures op om aan de wet en andere reglementeringen te voldoen.
De rol, samenstelling, werking en kwalificatie van zijn leden zijn vastgelegd in het ARCC-charter waarvan de recentste versie op 23 september 2010 door de Raad werd goedgekeurd. In andere paragrafen vindt u bijkomende informatie over het ARCC.
Het is van cruciaal belang dat de financiële verslaggeving tijdig, accuraat en inzichtelijk is zowel naar interne als externe stakeholders. Daartoe moet het onderliggende proces voldoende robuust zijn om die doelstelling te kunnen bereiken.
De periodieke rapportering op vennootschappelijk niveau bij KBC Groep resulteert uit een gedocumenteerd boekhoudkundig proces. Een handleiding over boekhoudprocedures en het financiële rapporteringproces is beschikbaar. De periodieke financiële staten worden rechtstreeks aangemaakt vanuit het grootboek. De boekhoudkundige rekeningen worden aangesloten met de achterliggende inventarissen. Het resultaat van die controles kan worden aangetoond.
De periodieke financiële staten worden opgesteld conform de lokale waarderingsregels. De periodieke rapportering over het eigen vermogen wordt opgesteld conform het Besluit van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 17 oktober 2006.
De belangrijkste verbonden ondernemingen beschikken over een aangepaste boekhoudkundige en administratieve organisatie en hebben procedures voor financiële interne controles. Een beschrijvend document over het consolidatieproces is beschikbaar. Het consolidatiesysteem en het consolidatieproces zijn al geruime tijd operationeel en bevatten talrijke consistentiecontroles.
De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld conform de IFRS-waarderingsregels, die van toepassing zijn voor alle vennootschappen opgenomen in de consolidatieperimeter. De verantwoordelijke financiële directies (CFO's) van de dochterondernemingen certifiëren de juistheid en de volledigheid van de gerapporteerde financiële cijfers, conform de groepswaarderingsregels. Het fiatteringscomité (approval commission), dat wordt voorgezeten door de algemeen directeur Group Finance, controleert de naleving van de IFRS-waarderingsregels.
Conform de Wet van 15 mei 2007 heeft het Directiecomité van KBC Groep een evaluatie gemaakt van het interne controlesysteem met betrekking tot het proces van de financiële verslaggeving en daarover een verslag opgesteld.
Het bestaan (sinds 2006) en de opvolging van de groepswijde standaarden inzake boekhoudkundige controles (Group Standard Accounting Controls) is een van de sterke pijlers van de interne controle van het boekhoudkundige proces (Corporate Accounting Process). De Group Standard Accounting Controls stelt regels vast om de voornaamste operationele risico's van het corporate accounting process te beheersen en heeft betrekking op het opzetten en onderhouden van de architectuur van het boekhoudkundige proces: het opstellen en onderhouden van waarderingsregels en boekhoudschema's, het naleven van regels inzake autorisatie en functiescheiding bij de boekhoudkundige registratie van verrichtingen, het opzetten van een gepast eerstelijns- en tweedelijnsrekeningbeheer.
Ook de groepswijde uitrol van procedures voor versnelde afsluiting (Fast Close), de opvolging van verrichtingen tussen groepsmaatschappijen (Intercompanies) en de permanente follow-up van een aantal risico-, prestatie- en kwaliteitsindicatoren (Key Risk Indicators / Key Performance Indicators) dragen continu bij tot de verhoging van de kwaliteit van het proces van de financiële verslaggeving.
Door de ontwikkeling en de ingebruikname van het Reporting Framework werd in 2011 het in het proces van de financiële verslaggeving ingebedde interne controle- en risicobeheersysteem vervolledigd.
Dit Reporting Framework definieert een robuuste governance en beschrijft duidelijk alle rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren met als doel eenduidig te kunnen aantonen hoe de risico's eigen aan het proces van de financiële verslaggeving onder controle worden gehouden. Jaarlijks (en voor het eerst met betrekking tot 2011) moeten, ter voorbereiding van de groepswijde evaluatie van het interne controlesysteem, alle CFO's van de betrokken entiteiten hun Entity Accountability Excel en de onderliggende Departmental Reference Documents (RACIs) aan de expert local operational risk manager van Group Finance bezorgen. Daarmee bevestigen ze formeel en onderbouwd dat binnen hun entiteit alle gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het end-to-endproces van de financiële verslaggeving adequaat worden genomen. De waarheidsgetrouwheid van deze bevestiging kan te allen tijde worden geverifieerd door alle betrokken interne en externe stakeholders.
In de loop van 2012 zal de essentie van het interne controle- en risicobeheersysteem worden veiliggesteld in de Group Key Control Financial Reporting. Elke entiteit zal het al dan niet voldoen aan de Group Key Control moeten beoordelen in het beoordelingssysteem van Waarde- en Risicobeheer Groep. Dat zal resulteren in een meer toegankelijke follow-up van de beoordelingen.
Het externe rapporteringsproces, zowel statutair als geconsolideerd, wordt minstens om de drie jaar end-to-end geauditeerd door de Interne Audit van KBC Groep.
Voor het toezicht dat het ARCC uitoefent, verwijzen we naar de tweede paragraaf onder punt 4 van Deel 1.
De Verklaring inzake deugdelijk bestuur in het jaarverslag moet eveneens een opsomming en uitleg geven van de bepalingen van de Code waarvan wordt afgeweken (comply or explain-principe). Hieronder volgt dat overzicht:
Bepaling 2.1. van de Belgische Corporate Governance Code (de Code) stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit. Zie verder in de paragraaf over Genderdiversiteit.
Bepaling 5.2./1 van Bijlage C bij de Code schrijft voor dat de Raad een Auditcomité opricht dat uitsluitend bestaat uit niet-uitvoerend bestuurders. Bepaling 5.2./4 van dezelfde Bijlage C stelt dat op zijn minst een meerderheid van de leden van dat comité onafhankelijk is. Bepaling 5.3./1 van Bijlage D bij de Code schrijft voor dat de Raad een Benoemingscomité opricht dat bestaat uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurders.
Op 31 december 2011 was het ARCC samengesteld uit zeven niet-uitvoerend bestuurders van wie twee onafhankelijke, twee die door respectievelijk de federale en de Vlaamse overheid werden aangewezen en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus niet de meerderheid uit in het Auditcomité.
Het Benoemingscomité was op dezelfde datum samengesteld uit zeven niet-uitvoerend bestuurders, van wie de voorzitter van de Raad, een onafhankelijke bestuurder, een overheidsbestuurder, een uitvoerend bestuurder en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus in dit comité niet de meerderheid uit. Op advies van het comité werd op 19 maart 2012 Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder, door de Raad aangesteld als lid van het comité.
Zowel bij de samenstelling van het ARCC als bij die van het Benoemingscomité wordt – zoals voor de Raad – rekening gehouden met de specificiteit van de aandeelhoudersstructuur van KBC Groep NV en in het bijzonder met de aanwezigheid van de kernaandeelhouders: Cera, KBC Ancora, MRBB en de andere vaste aandeelhouders. Op die manier wordt een evenwicht in stand gehouden dat heilzaam is voor de stabiliteit en de continuïteit van de groep. Bovendien kunnen de kernaandeelhouders door de aanwezigheid van hun vertegenwoordigers in deze comités van de Raad de operationele verslaggeving (ARCC) en de rekruterings- en benoemingsdossiers (Benoemingscomité) met kennis van zaken opvolgen. Dat komt evenwicht, kwaliteit en efficiëntie van het beslissingsproces binnen de Raad van Bestuur ten goede.
In 2011 is in de vennootschapswetgeving een bepaling opgenomen waardoor de Raad op termijn ten minste een derde leden moet bevatten van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Bepaling 2.1 van de Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit.
De Raad telt in zijn huidige samenstelling een vrouw en vierentwintig mannen. De Raad, die het beginsel van genderdiversiteit genegen is, streeft een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in zijn midden na. Momenteel worden voorbereidingen getroffen om in de komende jaren stelselmatig het aantal vrouwelijke bestuurders te verhogen en ten laatste in 2017 het vereiste quotum te behalen.
In de loop van boekjaar 2011 kwamen geen belangenconflicten voor die een toepassing van artikel 523 of 524 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vereisten.
De Algemene Vergadering van KBC Groep NV van 29 april 2010 hernieuwde het mandaat van commissaris van Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA voor een periode van drie jaar, met als vertegenwoordigers Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. De bezoldiging van de commissaris vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichting 43 (volledige groep – geconsolideerde cijfers) en in het deel Vennootschappelijke jaarrekening, in Toelichting 6 (KBC Groep NV).
Aandeelhoudersstructuur per 31 december 2011 zoals die blijkt uit ontvangen kennisgevingen in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV (beschikbaar op www.kbc.com) legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert die ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. In de tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per einde 2011, resulterend uit alle kennisgevingen ontvangen tot 31 december 2011. In het deel Vennootschappelijke jaarrekening vindt u eveneens een overzicht van de ontvangen kennisgevingen in 2010 en 2011. We wijzen erop dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.
| Kennisgeving betreft situatie per |
Adres | Aantal KBC-aandelen (tegenover de som van het op het moment van kennisgeving bestaande aantal aandelen) |
|
|---|---|---|---|
| KBC Ancora Comm.VA1 | 1 september 2008 | Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België | 82 216 380 (23,15%) |
| Cera CVBA1 | 1 september 2008 | Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België | 25 903 183 (7,29%) |
| MRBB CVBA1 | 1 september 2008 | Diestsevest 40, 3000 Leuven, België | 42 562 675 (11,99%) |
| Andere vaste aandeelhouders1 | 1 september 2008 | P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2, 8510 Bellegem, België |
39 867 989 (11,23%) |
| Vennootschappen behorend tot de KBC-groep |
1 september 2008 | Havenlaan 2, 1080 Brussel, België | 18 240 777 (5,14%) |
| BlackRock Inc.2 | 2 december 2011 | Throgmorton Avenue 12, EC2N 2DL Londen, Verenigd Koninkrijk |
10 518 102 (2,94%)2 |
1 Hiervan werden de volgende aantallen aandelen in onderling overleg ingebracht: 32 634 899 door KBC Ancora Comm.VA, 10 080 938 door Cera CVBA, 26 436 213 aandelen door MRBB CVBA en alle 39 867 989 aandelen door Andere vaste aandeelhouders. Deze aandelen waren het voorwerp van een afzonderlijke kennisgeving.
2 Betreft kennisgeving van het neerwaarts overschrijden van de 3%-rapporteringsdrempel. Meer informatie in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
Het maatschappelijk kapitaal is volgestort en wordt vertegenwoordigd door 357 980 313 maatschappelijke aandelen zonder nominale waarde. Meer informatie over het kapitaal van de groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening
Jaarlijks voert KBC Groep NV een kapitaalverhoging door waarbij de inschrijving is gereserveerd voor het personeel van KBC Groep NV en bepaalde van zijn Belgische dochtervennootschappen. Als de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen een korting vertoont ten opzichte van de in de uitgiftevoorwaarden bepaalde referentiekoers, kunnen die nieuwe aandelen door het personeelslid niet worden overgedragen gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de betaaldatum, tenzij in geval van overlijden van het personeelslid. Op 31 december 2011 waren er in dat kader geen aandelen geblokkeerd.
De opties op aandelen KBC Groep NV die in handen zijn van medewerkers van diverse vennootschappen van de KBC-groep en die in het kader van op verschillende tijdstippen opgezette aandelenoptieplannen aan deze medewerkers werden toegekend, zijn niet overdraagbaar onder levenden. Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel vindt u in Toelichting 12 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn Nihil.
De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen, zijn geschorst. Op 31 december 2011 betrof het 18 169 054 aandelen, dat is 5,08% van het aantal aandelen die op dat ogenblik in omloop waren.
Een groep rechtspersonen en natuurlijke personen treden in onderling overleg op en vormen de vaste aandeelhouderskern van KBC Groep NV. Volgens de door hen ingestuurde kennisgeving beschikten zij op 1 september 2008 over de volgende aantallen stemrechten in onderling overleg:
In totaal zijn dat 109 020 039 stemrechten of 30,70% van het totaal aantal stemrechten (inclusief de geschorste: zie hierboven) op 1 september 2008 (355 122 707). Vergeleken met het totale aantal stemrechten op 31 december 2011 (357 980 313) zou dat neerkomen op 30,45%. Tussen die partijen werd een aandeelhoudersovereenkomst gesloten om het algemene beleid van KBC Groep NV te ondersteunen en te coördineren, en op de toepassing van dat beleid toe te zien. De overeenkomst voorziet in een contractueel aandeelhouderssyndicaat. In de aandeelhoudersovereenkomst zijn bepalingen over de overdracht van effecten en de uitoefening van het stemrecht binnen het kader van het syndicaat opgenomen.
In het kader van de kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro door KBC Groep NV waarop midden december 2008 door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij NV werd ingetekend, zijn de kernaandeelhouders van KBC Groep NV onder meer de volgende formele verbintenis aangegaan. Zij zullen hun aandelen niet aanbieden in geval van een vrijwillig of verplicht openbaar overnamebod op alle KBC-aandelen of, naargelang het geval, geen KBC-aandelen in die mate verkopen dat daardoor een verplicht bod zou ontstaan of, naargelang het geval, hun aandelen vóór de aanvang, gedurende of na afloop van een openbaar overnamebod niet overdragen aan (een) (aanstaande) bieder(s) of verwante partij noch enig recht daartoe verlenen, zonder de formele verbintenis van de (aanstaande) bieder(s) dat deze na afloop van het bod KBC zal (zullen) verplichten alle uitstaande kernkapitaaleffecten terug te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de NBB) of zelf alle uitstaande kernkapitaaleffecten zal (zullen) inkopen, in beide gevallen tegen een prijs gelijk aan 44,25 euro per effect. Deze verbintenis van de kernaandeelhouders is eveneens toepasselijk op de tweede kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro van KBC Groep NV, waarop midden juli 2009 door het Vlaams Gewest werd ingeschreven.
De benoeming van kandidaat-bestuurders en de herbenoeming van bestuurders worden door de Raad na advies van de NBB ter goedkeuring voorgesteld aan de Algemene Vergadering. Elk voorstel wordt vergezeld van een gedocumenteerde aanbeveling door de Raad, gebaseerd op het advies van het Benoemingscomité.
Onverminderd de toepasselijke wettelijke voorschriften worden de voorstellen tot benoeming ten minste dertig dagen vóór de Algemene Vergadering meegedeeld als een afzonderlijk punt op de agenda van de Algemene Vergadering.
In geval van benoeming van een onafhankelijk bestuurder geeft de Raad aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het Wetboek van Vennootschappen.
De Algemene Vergadering benoemt de bestuurders bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
De Raad kiest onder zijn niet-uitvoerende leden een voorzitter en eventueel een of meer ondervoorzitters.
Aftredende bestuurders zijn altijd herbenoembaar.
Als in de loop van een boekjaar een plaats van bestuurder openvalt wegens overlijden, ontslag of door een andere oorzaak, kunnen de overige bestuurders voorlopig in de vacature voorzien en een nieuwe bestuurder benoemen. In dat geval zal de Algemene Vergadering tijdens haar eerstvolgende bijeenkomst tot een definitieve benoeming overgaan. Een bestuurder die wordt benoemd ter vervanging van een bestuurder wiens mandaat niet was voltooid, beëindigt dat mandaat tenzij de Algemene Vergadering bij de definitieve benoeming een andere duur voor het mandaat bepaalt.
Tenzij anders is bepaald, heeft de Algemene Vergadering het recht om wijzigingen aan te brengen in de statuten. De Algemene Vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, wanneer de voorgestelde wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en wanneer de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij drie vierden van de stemmen heeft verkregen (art. 558 Wetboek Venn.).
Indien de statutenwijziging betrekking heeft op het doel van de vennootschap, moet de Raad de voorgestelde wijziging omstandig verantwoorden in een verslag dat in de agenda vermeld wordt. Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd die niet méér dan drie maanden voordien is vastgesteld. De commissarissen brengen afzonderlijk verslag uit over die staat. Een exemplaar van deze verslagen kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535 van het Wetboek van Vennootschappen. Het ontbreken van deze verslagen heeft de nietigheid van de beslissing van de Algemene Vergadering tot gevolg. De Algemene Vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten, wanneer de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen (…). Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een tweede bijeenroeping nodig. Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er vertegenwoordigd is. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier vijfden van de stemmen heeft verkregen. (…) (uittreksel uit art.559 Wetboek Venn.)
De Algemene Vergadering heeft de Raad tot en met 21 mei 2014 gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meer keren te verhogen met in totaal 900 miljoen euro, in geld of in natura, en zowel door uitgifte van aandelen als van al dan niet achtergestelde, converteerbare obligaties of van warrants die al dan niet verbonden zijn aan al dan niet achtergestelde obligaties. In dat kader kan de Raad het voorkeurrecht opheffen of beperken binnen de wettelijke en statutaire grenzen. De Raad kan die machtiging gebruiken onder de voorwaarden en binnen de grenzen van het Wetboek van Vennootschappen, ook na de datum van ontvangst van de mededeling van de FSMA dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap. Die bijzondere machtiging geldt tot 28 april 2014. Op 31 december 2011 bedroeg het toegestane kapitaal 899 208 331 euro. Daarmee kunnen – rekening houdend met het boekhoudkundige pari van het aandeel op 31 december 2011 – nog maximaal 258 393 198 nieuwe aandelen worden uitgegeven, dat is 72,2% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.
Op 22 september 2011 besliste de Raad gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren ten gunste van het personeel. Tegen een intekenprijs per aandeel van 14,63 euro en een maximum van 49 aandelen per personeelslid kon het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 25 november 2011 worden verhoogd met 146 577,60 euro, vertegenwoordigd door 42 120 nieuwe aandelen.
De door de Algemene Vergadering aan de Raad van KBC Groep NV en van zijn rechtstreekse dochtervennootschappen verleende machtiging om eigen aandelen KBC Groep NV onder bepaalde voorwaarden te verwerven en in pand te nemen, verviel op 23 oktober 2009 en werd niet hernieuwd.
Wel zijn de Raad van KBC Groep NV en van de rechtstreekse dochtervennootschappen tot 27 mei 2013 gemachtigd om eigen aandelen KBC Groep NV in te kopen of te verkopen, wanneer de verkrijging of de vervreemding ervan noodzakelijk is om te voorkomen dat KBC Groep NV een dreigend, ernstig nadeel zou lijden. Aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 3 mei 2012 zal onder meer worden voorgesteld die machtiging te hernieuwen voor een periode van drie jaar te rekenen van de bekendmaking van de beslissing tot de hernieuwing.
Ten slotte heeft de Algemene Vergadering voornoemde Raden van Bestuur machtiging verleend om de aandelen KBC Groep NV in hun bezit te vervreemden op de beurs of buiten de beurs, dat laatste tegen een vergoeding die niet lager mag zijn dan de op het ogenblik van de vervreemding geldende beurskoers verminderd met 5%. Aan de jaarvergadering op 3 mei 2012 zal onder meer worden voorgesteld dat percentage te verhogen tot 10%. Op 31 december 2011 hadden KBC Groep NV en zijn rechtstreekse dochtervennootschappen, hoofdzakelijk in het kader van het door de Algemene Vergadering goedgekeurde inkoopprogramma en de afdekking van de KBC-optieplannen voor het personeel, in totaal 18 168 752 aandelen KBC Groep NV in bezit, dat is 5,075% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.
10 Tussen KBC en zijn bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt Nihil.
In het kader van vermelde wet ontving KBC Groep NV in 2011 een aantal geactualiseerde mededelingen. Op basis daarvan wordt hierna een bijgewerkte tabel van de ontvangen mededelingen weergegeven. De vermelde personen treden op in onderling overleg. De opgegeven aantallen aandelen zijn evenwel niet noodzakelijk allemaal ingebracht in onderling overleg: sommige aantallen kunnen ook vrije aandelen bevatten.
d natuurlijke personen die via controle over rechtspersonen onder a indirect 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 .
| Aandeelhouder | Participatie, aantal |
In procenten2 |
Controlerende | persoon Aandeelhouder | Participatie, aantal |
In procenten2 |
Controlerende persoon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| KBC Ancora Comm.VA | 82 216 3803 | 22,97% | Cera CVBA Algimo NV | 320 8163 | 0,09% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
|
| MRBB | 46 289 8643 | 12,93% | HBB vzw Rodep Comm.VA | 303 0003 | 0,08% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
|
| Cera CVBA | 26 127 1663 | 7,30% | – SAK Berkenstede | 268 9703 | 0,08% | – | |
| SAK AGEV | 12 354 6953 | 3,45% | – Robor NV | 238 9883 | 0,07% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
|
| Plastiche NV | 3 189 4823 | 0,89% | Natuurlijke | perso(o)n(en) Efiga Invest sprl | 233 8063 | 0,07% | Moulins de Kleinbettingen SA |
| 3D NV | 2 323 0853 | 0,65% | SAK Iberanfra La Pérégrina | 220 5884 | 0,06% | ING Trust | |
| Setas SA | 1 626 4013 | 0,45% | SAK Setas | Promark International NV |
189 0083 | 0,05% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
| SAK Pula | 1 434 2503 | 0,40% | – Hermes Invest NV | 180 2253 | 0,05% | – | |
| Vrij en Vrank CVBA | 1 335 2583 | 0,37% | SAK Prof. Vlerick |
SAK Hermes Controle en Beheersmij |
148 5273 | 0,04% | – |
| De Berk BVBA | 1 138 2083 | 0,32% | Natuurlijke | perso(o)n(en) Lineago Trust | 148 4003 | 0,04% | – |
| De Lelie GCV | 1 000 0003 | 0,28% | – Tradisud NV | 146 5004 | 0,04% | – | |
| Rainyve SA | 941 9583 | 0,26% | – SAK Iberanfra | 121 2733 | 0,03% | – | |
| Stichting Amici Almae Matris |
912 7313 | 0,26% | – | Sinfonia Investments NV |
115 8393 | 0,03% | SAK Hermes Controle en Beheersmaat schappij |
| Basil Finance SA | 860 0003 | 0,24% | – | I.B.P. Ravago Pensioenfonds |
115 8333 | 0,03% | – |
| Van Holsbeeck nv | 770 8373 | 0,22% | Natuurlijke | perso(o)n(en) Inkao-Invest bvba | 113 6793 | 0,03% | Robor NV |
| Ceco c.v.a. | 568 8493 | 0,16% | Natuurlijke perso(o)n(en) Meralpa NV |
98 5774 | 0,03% | – | |
| Nascar Finance SA | 560 0003 | 0,16% | – Edilu NV | 70 0004 | 0,02% | – | |
| Partapar SA | 559 8183 | 0,16% | Natuurlijke perso(o)n(en)- Wilig NV |
42 4724 | 0,01% | – | |
| Cordalia SA | 425 2503 | 0,12% | Natuurlijke | perso(o)n(en) Mercurius Invest NV | 40 2303 | 0,01% | – |
| Mapicius SA | 425 2503 | 0,12% | Natuurlijke | perso(o)n(en) Bevek Vlam 21 | 39 0064 | 0,01% | ABN Amro |
| Cecan Invest NV | 397 5633 | 0,11% | SAK Prof. | Vlerick Filax Stichting | 38 5293 | 0,01% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
| Plastiche Holding Sarl | 375 0003 | 0,10% | – Lycol NV | 31 9394 | 0,01% | – | |
| Mercator NV | 366 4273 | 0,10% | Bâloise-holding | Van Vuchelen en Co CVA |
27 7854 | 0,01% | – |
| VIM CVBA | 361 5623 | 0,10% | Natuurlijke perso(o)n(en) Asphalia NV |
14 2413 | 0,00% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
|
| Sereno SA | 333 4083 | 0,09% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
Kristo Van Holsbeeck bvba |
6 9503 | 0,00% | Natuurlijke perso(o)n(en) |
| Colver NV | 322 0994 | 0,09% | – Christeyns NV | 3 2713 | 0,00% | – |
| Participatie, | Participatie, | Participatie, | Participatie, | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| aantal | In procenten2 | aantal | In procenten2 | aantal | In procenten2 | aantal | In procenten2 |
| 330 8033 | 0,09% | 48 8003 | 0,01% | 15 1323 | 0,00% | 4 5494 | 0,00% |
| 274 8393 | 0,08% | 48 1413 | 0,01% | 15 1323 | 0,00% | 3 7594 | 0,00% |
| 235 0003 | 0,07% | 46 4413 | 0,01% | 15 0003 | 0,00% | 3 3754 | 0,00% |
| 141 4663 | 0,04% | 46 2003 | 0,01% | 15 0003 | 0,00% | 3 3754 | 0,00% |
| 107 5003 | 0,03% | 45 4413 | 0,01% | 15 0003 | 0,00% | 3 3754 | 0,00% |
| 96 9033 | 0,03% | 43 2003 | 0,01% | 14 5223 | 0,00% | 3 3754 | 0,00% |
| 96 9033 | 0,03% | 39 2644 | 0,01% | 13 9054 | 0,00% | 3 3754 | 0,00% |
| 96 9033 | 0,03% | 33 0694 | 0,01% | 13 9054 | 0,00% | 3 2404 | 0,00% |
| 84 0783 | 0,02% | 32 9943 | 0,01% | 12 5394 | 0,00% | 2 8003 | 0,00% |
| 82 2633 | 0,02% | 32 9943 | 0,01% | 11 0424 | 0,00% | 2 2954 | 0,00% |
| 75 0003 | 0,02% | 32 9783 | 0,01% | 11 0394 | 0,00% | 2 0253 | 0,00% |
| 69 5003 | 0,02% | 32 9783 | 0,01% | 10 9924 | 0,00% | 1 3504 | 0,00% |
| 67 5003 | 0,02% | 25 5004 | 0,01% | 9 7614 | 0,00% | 1 2694 | 0,00% |
| 67 5003 | 0,02% | 24 7254 | 0,01% | 8 8504 | 0,00% | 1 0003 | 0,00% |
| 63 5994 | 0,02% | 22 6114 | 0,01% | 8 5564 | 0,00% | 8774 | 0,00% |
| 64 5503 | 0,02% | 22 3434 | 0,01% | 8 4844 | 0,00% | 7744 | 0,00% |
| 57 8413 | 0,02% | 22 3434 | 0,01% | 8 3164 | 0,00% | 5134 | 0,00% |
| 56 9503 | 0,02% | 22 3424 | 0,01% | 8 2124 | 0,00% | 5003 | 0,00% |
| 55 4064 | 0,02% | 21 8973 | 0,01% | 8 2124 | 0,00% | 3244 | 0,00% |
| 54 9864 | 0,02% | 20 0074 | 0,01% | 7 8843 | 0,00% | 2434 | 0,00% |
| 52 4993 | 0,01% | 19 5464 | 0,01% | 6 9934 | 0,00% | 2284 | 0,00% |
| 52 0003 | 0,01% | 16 7334 | 0,00% | 6 5404 | 0,00% | 273 | 0,00% |
| 49 6003 | 0,01% | 16 0003 | 0,00% | 4 5904 | 0,00% | 243 | 0,00% |
1 Er werden geen dergelijke mededelingen ontvangen.
2 Totaal aantal bestaande aandelen op 30 juni en 1 september 2011: 357 938 193.
3 Toestand per 30 juni 2011.
4 Toestand per 1 september 2011.
5 Sommige van deze participaties werden in blote eigendom zonder stemrecht aangegeven en andere in vruchtgebruik met stemrecht.
| Nettorente-inkomsten 3 6 245 5 479 Rente-inkomsten 3 10 542 11 883 Rentelasten 3 -4 297 -6 404 Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 9 4 616 4 119 Niet-leven 11 1 916 1 861 Leven 10 2 700 2 258 Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering 9 -4 261 -3 541 Niet-leven 9 -1 249 -996 Leven 9 -3 012 -2 545 Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 9 -8 -44 Dividendinkomsten 4 97 85 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 5 -77 -178 Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 6 90 169 Nettoprovisie-inkomsten 7 1 224 1 164 Provisie-inkomsten 7 2 156 2 043 Provisielasten 7 -932 -878 Overige netto-inkomsten 8 452 56 TOTALE OPBRENGSTEN 8 378 7 310 Exploitatiekosten 12 -4 436 -4 344 Personeelskosten 12 -2 529 -2 569 Algemene beheerskosten 12 -1 546 -1 449 Afschrijvingen vaste activa 12 -361 -326 Bijzondere waardeverminderingen 14 -1 656 -2 123 Op leningen en vorderingen 14 -1 483 -1 333 Op voor verkoop beschikbare financiële activa 14 -31 -417 Op goodwill 14 -88 -120 Op overige 14 -54 -253 Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 15 -63 -58 RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 2 224 786 Belastingen 16 -82 -320 Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 46 -254 -419 RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 888 47 Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 28 34 Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 860 13 Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten -254 -419 Winst per aandeel (in euro) Gewoon 17 3,72 -1,93 Verwaterd 17 3,72 -1,93 |
(in miljoenen euro) | Toelichting | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 1 888 | 47 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 28 | 34 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 860 | 13 |
| NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ERKEND IN EIGEN VERMOGEN | ||
| Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor aandelen | 49 | -162 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | 105 | -171 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | -7 | 12 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | -48 | -3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 9 | 40 |
| Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding | -60 | -43 |
| Uitgestelde belastingen | 3 | 0 |
| Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor obligaties | -427 | -32 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | -874 | -251 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | 297 | 48 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | 151 | 171 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -54 | 158 |
| Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding | 17 | -22 |
| Proratering en bijzondere waardevermindering op herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa naar aanleiding van herklassering naar leningen en vorderingen |
284 | 81 |
| Uitgestelde belastingen | -96 | -46 |
| Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor andere activa | 1 | -1 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | 1 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | 0 | 0 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | 0 | -1 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 0 | 0 |
| Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding | 0 | -1 |
| Uitgestelde belastingen | 0 | 0 |
| Nettowijziging van de afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) | -68 | -150 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | -131 | -336 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | 54 | 127 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | 8 | 58 |
| Brutobedrag | 10 | 89 |
| Uitgestelde belastingen | -2 | -32 |
| Nettowijziging van de omrekeningsverschillen | 63 | -154 |
| Brutobedrag | -6 | -40 |
| Uitgestelde belastingen | 70 | -114 |
| Overige mutaties | -1 | 1 |
| TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 1 505 | -451 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 35 | 21 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 470 | -471 |
| ACTIVA (in miljoenen euro) |
Toelichting | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | 15 292 | 6 218 | |
| Financiële activa | 18–29 | 281 240 | 249 439 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 18–29 | 30 287 | 26 936 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde | |||
| met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 18–29 | 25 545 | 13 940 |
| Voor verkoop beschikbaar | 18–29 | 54 143 | 39 491 |
| Leningen en vorderingen | 18–29 | 157 024 | 153 894 |
| Tot einde looptijd aangehouden | 18–29 | 13 955 | 14 396 |
| Afdekkingsderivaten | 18–29 | 286 | 782 |
| Deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen, verzekeringen | 35 | 280 | 150 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille | – | 218 | 197 |
| Belastingvorderingen | 31 | 2 534 | 2 646 |
| Actuele belastingvorderingen | 31 | 167 | 201 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 31 | 2 367 | 2 445 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten | 46 | 12 938 | 19 123 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 32 | 496 | 431 |
| Vastgoedbeleggingen | 33 | 704 | 758 |
| Materiële vaste activa | 33 | 2 693 | 2 651 |
| Goodwill en andere immateriële vaste activa | 34 | 2 256 | 1 898 |
| Overige activa | 30 | 2 172 | 1 871 |
| TOTAAL ACTIVA | 320 823 | 285 382 | |
| VERPLICHTINGEN EN EIGEN VERMOGEN (in miljoenen euro) |
Toelichting | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
| Financiële verplichtingen | 18–29 | 260 582 | 225 804 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 18–29 | 24 136 | 27 355 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
18–29 | 34 615 | 28 678 |
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 18–29 | 200 707 | 167 842 |
| Afdekkingsderivaten | 18–29 | 1 124 | 1 929 |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering | 35 | 23 255 | 19 914 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille | – | 0 | 4 |
| Belastingverplichtingen | 31 | 468 | 545 |
| Actuele belastingverplichtingen | 31 | 345 | 255 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 31 | 123 | 290 |
| Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | 46 | 13 341 | 18 132 |
| Voorziening voor risico's en kosten | 36 | 600 | 889 |
| Overige verplichtingen | 37 | 3 902 | 3 322 |
| TOTAAL VERPLICHTINGEN | 302 149 | 268 611 | |
| Totaal eigen vermogen | 39 | 18 674 | 16 772 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders | 39 | 11 147 | 9 756 |
| Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | 39 | 7 000 | 6 500 |
| Belangen van derden | – | 527 | 516 |
• In overeenstemming met IFRS 5 werden de activa en verplichtingen van sommige desinvesteringen niet meer onder de verschillende posten van de balans opgenomen, maar gebundeld in Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten. De gegevens vereist volgens IFRS 5 vindt u in Toelichting 46.
| Geplaatst en volgestort aandelenkapitaal |
Uitgiftepremie | aandelen Eigen |
(voor verkoop beschikbare Herwaarderingsreserve financiële activa) |
(kasstroomafdekkingen) Afdekkingsreserve |
Reserves | Omrekeningsverschillen | Eigen vermogen van aandeelhouders |
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten |
Belangen van derden | Totaal eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | |||||||||||
| 2010 | |||||||||||
| Saldo aan het begin van het jaar | 1 245 | 4 339 | -1 560 | 457 | -374 | 5 894 | -339 | 9 662 | 7 000 | 515 | 17 177 |
| Nettoresultaat over de periode | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 860 | 0 | 1 860 | 0 | 28 | 1 888 |
| Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | -379 | -69 | -1 | 58 | -390 | 0 | 7 | -383 |
| Subtotaal | 0 | 0 | 0 | -379 | -69 | 1 860 | 58 | 1 470 | 0 | 35 | 1 505 |
| Dividenden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalverhoging | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Inkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen | 0 | 0 | 31 | 0 | 0 | 0 | 0 | 31 | 0 | 0 | 31 |
| Invloed van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -6 | 0 | -6 | 0 | 0 | -6 |
| Wijzigingen in belangen van derden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -23 | -23 |
| Wijzigingen in scope | 0 | 0 | 0 | -12 | 0 | 0 | 0 | -12 | 0 | -1 | -13 |
| Totaal wijzigingen | 0 | 1 | 31 | -391 | -69 | 1 855 | 58 | 1 485 | 0 | 12 | 1 497 |
| Saldo aan het einde van de periode | 1 245 | 4 340 | -1 529 | 66 | -443 | 7 749 | -281 | 11 147 | 7 000 | 527 | 18 674 |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen | – | – | – | 435 | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa dan obligaties en aandelen |
– – |
– – |
– – |
-370 1 |
– – |
– – |
– – |
– – |
– – |
– – |
– – |
| Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
– | – | – | 3 | 0 | – | 10 | 12 | – | 0 | 12 |
| 2011 | |||||||||||
| Saldo aan het begin van het jaar | 1 245 | 4 340 | -1 529 | 66 | -443 | 7 749 | -281 | 11 147 | 7 000 | 527 | 18 674 |
| Nettoresultaat over de periode | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 13 | 0 | 13 | 0 | 34 | 47 |
| Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | -194 | -151 | 1 | -141 | -484 | 0 | -13 | -498 |
| Subtotaal | 0 | 0 | 0 | -194 | -151 | 14 | -141 | -471 | 0 | 21 | -451 |
| Dividenden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -851 | 0 | -851 | 0 | 0 | -851 |
| Kapitaalverhoging | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Terugbetaling niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -75 | 0 | -75 | -500 | 0 | -575 |
| Inkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Invloed van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -6 | 0 | -6 | 0 | 0 | -6 |
| Wijzigingen in belangen van derden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -32 | -32 |
| Wijzigingen in scope | 0 | 0 | 0 | 11 | 0 | 0 | 0 | 11 | 0 | 0 | 11 |
| Totaal wijzigingen | 0 | 0 | 0 | -183 | -151 | -917 | -141 | -1 391 | -500 | -11 | -1 902 |
| Saldo aan het einde van de periode | 1 245 | 4 341 | -1 529 | -117 | -594 | 6 831 | -422 | 9 756 | 6 500 | 516 | 16 772 |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen | – | – | – | 274 | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties | – | – | – | -391 | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa dan obligaties en aandelen |
– | – | – | 0 | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
– | – | – | 0 | 0 | – | 7 | 7 | – | 0 | 7 |
over het boekjaar 2010 ook de uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (595 miljoen euro, dit is 8,5% van 7 miljard euro).
• Op 2 januari betaalde KBC Groep 0,5 miljard euro (+ penaltypremie van 15%) terug aan de Belgische overheid. Dat werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Bedrijfsactiviteiten | ||
| Resultaat vóór belastingen | 2 224 | 786 |
| Aanpassingen voor | ||
| Resultaat vóór belastingen m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten | 66 | 19 |
| Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van (im)materiële activa, vastgoedbeleggingen en effecten | 603 | 1 274 |
| Winst of verlies uit de vervreemding van beleggingen | -192 | -130 |
| Wijziging in bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten | 1 481 | 1 335 |
| Wijziging in technische voorzieningen vóór herverzekering | 2 436 | 1 038 |
| Wijziging in deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen | -83 | -4 |
| Wijzigingen in overige voorzieningen | -49 | 352 |
| Overige niet-gerealiseerde winst of verlies | -136 | 30 |
| Opbrengsten van geassocieerde ondernemingen | 61 | 57 |
| Kasstromen uit bedrijfswinst vóór belastingen en vóór wijzigingen in bedrijfsactiva en -verplichtingen | 6 411 | 4 756 |
| Wijzigingen in bedrijfsactiva (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) | 8 933 | 21 133 |
| Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden | 9 516 | 7 255 |
| Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 4 983 | 10 659 |
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | 430 | 12 345 |
| Leningen en vorderingen | 2 167 | -4 964 |
| Afdekkingsderivaten | -204 | -734 |
| Bedrijfsactiva in verband met groepen activa die worden afgestoten | -7 959 | -3 427 |
| Wijzigingen in bedrijfsverplichtingen (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) | 2 056 | -26 858 |
| Deposito's tegen geamortiseerde kostprijs | -6 232 | -14 922 |
| In schuldbewijzen belichaamde schulden tegen geamortiseerde kostprijs | -1 485 | -10 548 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden | -5 031 | 3 352 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 3 305 | -5 937 |
| Afdekkingsderivaten | 38 | 806 |
| Bedrijfsverplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten | 11 461 | 390 |
| Betaalde belastingen | -363 | -328 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten | 17 037 | -1 296 |
| Investeringsactiviteiten | ||
| Aankoop van tot einde looptijd aangehouden effecten | -3 975 | -2 913 |
| Opbrengst van de terugbetaling van tot einde looptijd aangehouden effecten op de eindvervaldag | 2 039 | 1 521 |
| Overname van een dochteronderneming of een bedrijfsonderdeel zonder de overgenomen geldmiddelen (inclusief stijgingen in participatiepercentages) |
-108 | 0 |
| Opbrengst van de afstoting van een dochteronderneming of bedrijfsonderdeel zonder de afgestoten geldmiddelen (inclusief dalingen in participatiepercentages) |
1 194 | 498 |
| Aankoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Opbrengst van de verkoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen | 1 | 1 |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | -18 | -31 |
| Opbrengst van de verkoop van vastgoedbeleggingen | 20 | 26 |
| Aankoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | -142 | -145 |
| Opbrengst van de verkoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 34 | 10 |
| Aankoop van materiële vaste activa | -533 | -634 |
| Opbrengst van de verkoop van materiële vaste activa | 293 | 244 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten | -1 194 | -1 423 |
| Financieringsactiviteiten | ||
| Inkoop of verkoop van eigen aandelen | 1 | 0 |
| Uitgifte of terugbetaling van promessen en andere schuldbewijzen | -1 686 | -964 |
| Opbrengst van of terugbetaling van achtergestelde schulden | 547 | -1 460 |
| Kapitaalaflossingen van financiële leasing | 0 | 0 |
| Opbrengst van de uitgifte van aandelenkapitaal | 1 | 0 |
| Terugbetaling van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | 0 | -575 |
| Opbrengst van de uitgifte van bevoorrechte aandelen | 0 | 0 |
| Uitgekeerde dividenden | 0 | -851 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten | -1 137 | -3 850 |
| Mutatie geldmiddelen en kasequivalenten | ||
| Nettotoename of -afname van geldmiddelen en kasequivalenten | 14 706 | -6 568 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het boekjaar | 5 487 | 20 557 |
| Gevolgen van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten | 364 | 9 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 20 557 | 13 997 |
| (in miljoenen euro) 2010 |
2011 |
|---|---|
| Overige informatie | |
| Betaalde rente -4 577 |
-6 533 |
| Ontvangen rente 11 053 |
12 163 |
| Ontvangen dividenden (inclusief vermogensmutatiemethode) 104 |
90 |
| Componenten van geldmiddelen en kasequivalenten | |
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 15 292 |
6 217 |
| Leningen en voorschotten aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden 6 866 |
11 721 |
| Deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar -4 449 |
-8 472 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten inbegrepen in groepen activa die worden afgestoten 2 849 |
4 532 |
| Totaal 20 557 |
13 997 |
| Waarvan niet beschikbaar 0 |
0 |
WARTA en 32 miljoen euro voor Fidea (bedragen per 31 december 2011).
| Jaar | 2010 | 2010 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|
| Global Convertible Bonds & Asian Equity Derivatives |
||||
| (in miljoenen euro) | Secura | KBC Peel Hunt | activiteiten | Centea |
| Aankoop of verkoop | verkoop | verkoop | verkoop | verkoop |
| Percentage aandelen gekocht (+) of verkocht (-) in het betrokken jaar | 100% | 100% | – | 100% |
| Totaal percentage aandelen aan het einde van het betrokken jaar | 0% | 0% | – | 0% |
| Betreffende divisie/segment | België | Groepscenter | Groepscenter | Groepscenter |
| Datum sluiting transactie, maand en jaar | november 2010 | november 2010 | november 2010 | juli 2011 |
| Resultaten van betreffende maatschappij opgenomen in resultaat van de groep tot en met |
30-09-2010 | 30-09-2010 | 19-11-2010 | 30-06-2011 |
| Aankoopprijs of verkoopprijs | 315 | 86 | 866 | 527 |
| Kasstroom voor de aankoop of verkoop van bedrijven min aangekochte of verkochte geldmiddelen en kasequivalenten |
290 | 75 | 824 | 498 |
| Activa en verplichtingen gekocht of verkocht | ||||
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | 0 | 0 | 0 | 23 |
| Financiële activa | 753 | 511 | 906 | 9 856 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 0 | 26 | 864 | 0 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
0 | 0 | 0 | 1 233 |
| Voor verkoop beschikbaar | 639 | 2 | 0 | 1 200 |
| Leningen en vorderingen | 0 | 483 | 42 | 7 424 |
| Tot einde looptijd aangehouden | 114 | 0 | 0 | 0 |
| Afdekkingsderivaten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten | 25 | 11 | 42 | 30 |
| Financiële verplichtingen | 0 | 402 | 392 | 8 637 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 0 | 15 | 392 | 0 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 0 | 387 | 0 | 8 637 |
| Afdekkingsderivaten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering | 862 | 0 | 0 | 0 |
De geconsolideerde jaarrekening, inclusief alle toelichtingen, werd op 19 maart 2012 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van KBC Groep NV.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs) en bevat vergelijkende informatie over een jaar. Alle bedragen zijn uitgedrukt in miljoenen euro en afgerond op het miljoental.
De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2011 en werden toegepast in deze rapportering. Deze aanpassingen hebben geen significante impact.
De onderstaande IFRS-normen en IFRIC-interpretaties werden gepubliceerd, maar waren voor de KBC-groep nog niet van kracht op 31 december 2011. KBC zal die standaarden en interpretaties toepassen vanaf het moment dat ze voor de KBC-groep verplicht toepasbaar zijn:
gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen.
• Aanpassing van IAS 19 (Personeelsbeloningen), die in voege treedt vanaf 1 januari 2013. De belangrijkste wijziging betreft de afschaffing van de corridor die in de huidige norm toelaat om de actuariële winsten en verliezen te spreiden over meerdere jaren. De actuariële winsten en verliezen zullen vanaf dan als niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen erkend moeten worden en zullen nooit meer als resultaatscomponent in winst- en verliesrekening geboekt worden. Ook zijn de vereiste toelichtingen gewijzigd en uitgebreid.
Wijzigingen in de voorstelling van de winst-en-verliesrekening in 2011:
• Om de transparantie te verbeteren, wordt vanaf 2011 de rente van de ALM-afdekkingsderivaten (die niet vallen onder de zogenaamde reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille) gepresenteerd als Nettorente-inkomsten, terwijl die voorheen opgenomen werden onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde. De rente in verband met het gerelateerde actief is opgenomen onder Nettorente-inkomsten en vanaf 2011 wordt dus (niet retroactief) de rente van de ALM-afdekkingsderivaten ook gepresenteerd in die rubriek. De nettorente-inkomsten op de ALM-afdekkingsderivaten opgenomen onder Nettorente-inkomsten in 2011 bedragen -0,4 miljard euro.
Wijziging in de toelichtingen bij de balans in 2011:
Wijzigingen in de voorstelling van de segmentrapportering in 2011:
• Zie Toelichting bij de segmentinformatie.
De methode van integrale consolidatie wordt toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent.
(Belangrijke) Ondernemingen waarover direct of indirect een gezamenlijke controle wordt uitgeoefend, worden geconsolideerd volgens de methode van de proportionele consolidatie.
De vermogensmutatiemethode wordt gehanteerd voor (belangrijke) investeringen in geassocieerde ondernemingen (dat zijn ondernemingen waarin KBC een invloed van betekenis op het beleid uitoefent).
Zoals volgens IAS 28 (Investeringen in geassocieerde ondernemingen) en IAS 31 (Belangen in joint ventures) is toegestaan, worden investeringen aangehouden door risicokapitaalondernemingen, geklasseerd als gehouden voor handelsdoeleinden (gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening). Veranderingen in zeggenschap in een deelneming (die niet resulteren in een verlies van controle) worden verwerkt als een mutatie in eigen vermogen en hebben geen invloed op goodwill en resultaat.
Monetaire activa en verplichtingen, uitgedrukt in vreemde munt, worden omgerekend in hun tegenwaarde in de functionele munt tegen de contantkoers op de balansdatum.
Negatieve en positieve waarderingsverschillen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de financiering van aandelen en deelnemingen van geconsolideerde ondernemingen in vreemde munt, worden opgenomen in het resultaat.
De niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd op basis van hun historische kostprijs, worden omgerekend in de functionele munt tegen de wisselkoers van de transactiedatum.
Niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd tegen reële waarde, worden omgerekend op basis van de contantkoers van de dag waarop de reële waarde werd bepaald.
Omrekeningsverschillen worden samen met schommelingen in reële waarde gerapporteerd.
In vreemde munt uitgedrukte opbrengsten en kosten worden in het resultaat verwerkt tegen de koers die gold op het tijdstip van hun opname. De balansen van de buitenlandse dochterondernemingen worden omgerekend in de presentatiemunt (euro) tegen de contantkoers op de balansdatum (uitgezonderd het eigen vermogen, dat tegen de historische koers wordt omgezet). De winst-en-verliesrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van het boekjaar, als beste benadering van de wisselkoers op de transactiedatum.
De verschillen die voortvloeien uit het gebruik van een verschillende koers voor de activa en verplichtingen enerzijds en de elementen van het eigen vermogen anderzijds worden (samen met de koersverschillen – na uitgestelde belastingen – op de leningen die werden afgesloten ter financiering van de deelnemingen in vreemde munt) voor het aandeel van KBC opgenomen onder het eigen vermogen.
Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat KBC een betrokken partij wordt met betrekking tot de contractuele voorzieningen van de instrumenten. Aanen verkopen van alle financiële activa die volgens standaardmarktconventies worden afgewikkeld, worden in de balans verwerkt op de afwikkelingsdatum.
Alle financiële activa en verplichtingen – inclusief derivaten – moeten worden opgenomen in de balans op basis van de door IAS 39 bepaalde classificaties. Elke classificatie vereist een specifieke waardering.
IAS 39 onderscheidt de volgende classificaties:
king van (afgesplitste) depositocomponenten (dat wil zeggen financiële verplichtingen zonder discretionaire winstdeling) zoals bepaald in IFRS 4.
Financiële instrumenten worden voorgesteld tegen dirty price. De geprorateerde rente wordt in dezelfde post gepresenteerd als de financiële instrumenten waarvoor die rente werd geprorateerd.
KBC past de volgende algemene regels toe:
• Vorderingen: deze werden geklasseerd als Leningen en vorderingen. Ze worden bij verwerving gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten. Leningen met vaste vervaldag worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet; dat is de rentevoet die exact alle toekomstige verwachte kasstromen van de vordering verdisconteert tot de nettoboekwaarde. Die rentevoet houdt rekening met alle gerelateerde vergoedingen en transactiekosten. Leningen zonder vaste vervaldag worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen voor vorderingen waarvoor – hetzij individueel, hetzij op portefeuillebasis – een indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat op de balansdatum. Deze indicatie wordt bepaald aan de hand van de Probability of Default (PD). Karakteristieken van kredieten, zoals het type krediet, de bedrijfstak waartoe de kredietnemer behoort, de geografische locatie van de kredietnemer en andere karakteristieken die belangrijk zijn voor het risicoprofiel van een kredietnemer, worden gebruikt voor het bepalen van de PD. Kredieten die dezelfde PD hebben, hebben bijgevolg een gelijksoortig kredietrisicoprofiel.
• In geval van een waardevermindering wordt de boekwaarde van de lening verminderd via een specifieke rekening voor waardeverminderingen en wordt het verlies opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als in een daaropvolgende periode het bedrag aan geschatte waardeverminderingen stijgt of daalt door een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat de bijzondere waardevermindering was erkend, dan wordt de voorheen geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door aanpassing van de specifieke rekening voor waardeverminderingen. Leningen en de gerelateerde bedragen opgenomen op de specifieke rekeningen voor waardeverminderingen worden afgeschreven wanneer er geen realistisch vooruitzicht op toekomstige recuperatie bestaat of wanneer de lening wordt kwijtgescholden. Een gehernegotieerde lening blijft getest worden op bijzondere waardeverminderingen, berekend op basis van de originele effectieve rentevoet van de lening.
Voor buitenbalansverplichtingen (verbinteniskredieten) die geklasseerd worden als onzeker of oninbaar en dubieus, worden voorzieningen opgenomen als aan de algemene voorwaarden van IAS 37 is voldaan en als aan het meer dan waarschijnlijk-criterium is voldaan. Deze voorzieningen worden erkend tegen hun huidige waarde.
Rente op kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden toegepast, wordt berekend aan de hand van de contractuele rentevoet die werd gebruikt om de waardevermindering te berekenen.
• Effecten: naargelang ze al dan niet worden verhandeld op een actieve markt en afhankelijk van de intentie bij verwerving, worden effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen, Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, RW-activa of als Voor verkoop beschikbare financiële activa.
Effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen of Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde wordt over de resterende looptijd van de effecten als rente in het resultaat opgenomen. De opname gebeurt op actuariële basis, uitgaande van de effectieve rentevoet bij aankoop. Individuele bijzondere waardeverminderingen van effecten die geklasseerd zijn als Leningen en vorderingen of als Tot einde looptijd aangehouden effecten worden – volgens dezelfde methode als voor de bovenvermelde vorderingen – opgenomen als er bewijs is van de bijzondere waardevermindering op de balansdatum.
Effecten geklasseerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (exclusief transactiekosten) en daarna tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar.
Effecten geklasseerd als RW die niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden op dezelfde wijze gewaardeerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.
Effecten geklasseerd als Voor verkoop beschikbare financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en worden daarna gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen tot de verkoop van de effecten of tot het moment dat ze een bijzondere waardevermindering ondergaan. In dat geval wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt van het eigen vermogen naar het resultaat van het boekjaar. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt als daarvoor een indicatie bestaat. Voor genoteerde aandelen en andere niet-vastrentende effecten wordt een indicatie van bijzondere waardevermindering bepaald aan de hand van een aanzienlijke (meer dan 30%) of langdurige (meer dan 1 jaar) daling van de reële waarde. Voor vastrentende effecten wordt de bijzondere waardevermindering bepaald op basis van de recupereerbaarheid van de aanschaffingswaarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar. Voor aandelen en andere niet-vastrentende effecten gebeuren terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen via een aparte post van het eigen vermogen. Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op vastrentende effecten gebeuren via het resultaat van het boekjaar. Wanneer evenwel niet op een objectieve manier kan worden aangetoond dat de aanleiding tot duurzame waardevermindering niet langer bestaat (de gebeurtenis die aan de oorsprong ligt van de waardevermindering is niet volledig verdwenen), wordt elke stijging in reële waarde opgenomen in het eigen vermogen. De erkenning in eigen vermogen stopt wanneer de indicatie voor waardevermindering niet langer bestaat. Op dat moment wordt de waardevermindering volledig teruggenomen in het resultaat met erkenning in eigen vermogen van elk verschil in reële waarde.
Bij reëlewaardeafdekkingen worden zowel de derivaten ter afdekking van het risico als de afgedekte posities gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties of als het afdekkingsinstrument vervalt of wordt verkocht. In dat geval wordt het herwaarderingsresultaat van de afgedekte positie (in het geval van vastrentende financiële instrumenten) op een pro-ratabasis in het resultaat van het boekjaar opgenomen tot de eindvervaldag.
KBC maakt gebruik van reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille om het renterisico van een portefeuille leningen en spaardeposito's af te dekken met renteswaps. De renteswaps worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van deze renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het afgedekte bedrag aan leningen wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De reële waarde van het afgedekte bedrag wordt als een aparte post bij de activa opgenomen in de balans. KBC past de carve-outversie van IAS 39 toe, zodat er geen ineffectiviteit ontstaat als gevolg van vervroegde terugbetalingen, zolang er sprake is van een underhedging. In geval van een nieteffectieve afdekking zal de cumulatieve reëlewaardeschommeling van het afgedekte bedrag worden afgeschreven in de winst-en-verliesrekening, en wel over de resterende levensduur van de afgedekte activa, of onmiddellijk worden weggeboekt uit de balans als de ineffectiviteit is ontstaan als gevolg van het feit dat de betreffende leningen niet langer worden erkend.
Bij kasstroomafdekkingen worden de derivaten ter afdekking van de risico's gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde toe te wijzen aan het effectieve deel van de afdekking worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het niet-effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in het resultaat van het boekjaar. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties. In dat geval worden de derivaten beschouwd als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en als zodanig gewaardeerd.
Vreemdemuntfinanciering van het nettoactief van een buitenlandse participatie wordt verwerkt als een afdekking van een nettoinvestering in een buitenlandse entiteit. Deze vorm van hedge accounting wordt toegepast voor participaties die niet zijn uitgedrukt in euro. Omrekeningsverschillen (rekening houdend met uitgestelde belastingen) op de financiering worden opgenomen in het eigen vermogen, samen met omrekeningsverschillen op het nettoactief.
waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Deze aanpassingen van de reële waarde bevatten alle afwikkelingskosten, correcties voor minder liquide instrumenten of markten, correcties verbonden aan mark-to-modelwaarderingen en correcties ingevolge tegenpartijrisico.
Goodwill wordt beschouwd als het deel van de aanschaffingskosten boven op de reële waarde van de aangekochte identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, zoals verondersteld op de datum van de aankoop. Hij wordt opgenomen als een immaterieel vast actief en wordt gewaardeerd tegen kostprijs min bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt getest op bijzondere waardeverminderingen en dat minstens jaarlijks ofwel als daartoe interne of externe indicaties bestaan. Die worden toegepast als de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden waartoe de goodwill behoort, hoger is dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill kunnen niet worden teruggenomen. Voor elke nieuwe bedrijfscombinatie moet KBC een keuze maken inzake de waardering van de minderheidsbelangen, hetzij tegen reële waarde, hetzij volgens hun evenredige deel in het eigen vermogen. De te maken keuze bepaalt het bedrag van de goodwill.
Software wordt – als de voorwaarden voor opname als actief zijn vervuld – opgenomen onder de immateriële vaste activa. Systeemsoftware wordt als actief opgenomen en volgt het afschrijvingstempo van de hardware (namelijk drie jaar) vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Standaardsoftware en door een derde partij ontwikkelde maatsoftware worden als een actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Interne en externe ontwikkelingskosten van intern gegenereerde software van investeringsprojecten worden als actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar. Investeringsprojecten zijn grootschalige projecten die een belangrijk bedrijfsdoel of -model introduceren of vervangen. Interne en externe onderzoekskosten verbonden aan deze projecten en alle kosten van overige ICT-projecten aangaande intern gegenereerde software (andere dan investeringsprojecten) worden onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen.
Alle materiële vaste activa worden opgenomen tegen aanschaffingswaarde (inclusief direct toewijsbare kosten van aanschaffing), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingspercentages zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur en worden lineair toegepast zodra de activa gebruiksklaar zijn. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt als de boekwaarde van de activa hoger is dan hun realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de bedrijfswaarde en de reële waarde min verkoopkosten). Geboekte bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop van materiële vaste activa worden gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen. Bij vernietiging wordt het resterende af te schrijven bedrag onmiddellijk in de winst-enverliesrekening opgenomen.
De boekhoudkundige regels voor materiële vaste activa gelden ook voor vastgoedbeleggingen.
Externe financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het verwerven van een actief worden bij de activa opgenomen als onderdeel van de kosten van dat actief. Alle andere financieringskosten worden opgenomen als kosten tijdens de periode waarin ze werden gemaakt. Zodra er kosten worden gemaakt voor een actief, financieringskosten ontstaan en activiteiten aan de gang zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop, worden die kosten bij de activa opgenomen. Als het proces onderbroken wordt, worden de financieringskosten niet meer geactiveerd. De activering van financieringskosten stopt wanneer alle activiteiten om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop achter de rug zijn.
Voor het rechtstreekse bedrijf wordt de voorziening voor niet-verdiende premies in principe dagelijks berekend op basis van de brutopremies.
Voor de ontvangen herverzekering wordt de voorziening voor niet-verdiende premies voor elke overeenkomst afzonderlijk bepaald op basis van de door de cedent meegedeelde informatie, en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.
De voorziening voor niet-verdiende premies voor de activiteit Leven wordt opgenomen onder de voorziening voor de activiteitsgroep Leven.
Deze voorziening wordt, met uitzondering van de tak 23-producten, berekend volgens de geldende actuariële principes waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor niet-verdiende premies, de vergrijzingsvoorziening, de voorziening voor nog uit te keren maar niet vervallen rente, en andere.
In principe wordt deze voorziening voor elke verzekeringsovereenkomst afzonderlijk berekend.
Voor geaccepteerde zaken wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk een voorziening aangelegd op basis van de door de cedent meegedeelde informatie en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzichten.
Als aanvulling bij de onderstaande regels wordt er conform de wettelijke bepalingen een aanvullende voorziening aangelegd.
Daarbij geldt het volgende:
Voor de aangegeven schaden wordt de voorziening in principe per schadegeval berekend, op basis van de bekende elementen van het dossier, tot beloop van de nog verschuldigde sommen aan de slachtoffers of begunstigden en verhoogd met de externe kosten nodig voor de afhandeling van de schadegevallen. Wanneer een schadevergoeding in de vorm van een periodieke betaling moet worden uitgekeerd, worden de daartoe te reserveren bedragen op basis van erkende actuariële methoden berekend.
Voor schadegevallen claims incurred but not reported (IBNR) op de balansdatum wordt een IBNR-voorziening aangelegd. Voor het rechtstreekse bedrijf is die IBNR-voorziening gebaseerd op een forfaitaire som per verzekeringstak, afhankelijk van opgedane ervaringen en de ontwikkeling van de verzekerde portefeuille. Voor buitengewone gebeurtenissen wordt de IBNR-voorziening verhoogd met extra bedragen.
Voor schadegevallen claims incurred but not enough reserved (IBNER) op de balansdatum wordt een IBNER-voorziening aangelegd, als de procedures aantonen dat de andere schadevoorzieningen niet toereikend zijn voor de toekomstige verplichtingen. Die voorziening bevat bedragen voor schadegevallen die wel al gemeld zijn, maar die om technische redenen nog niet konden worden opgenomen in het schadedossier. Waar passend, wordt (op voorzichtige basis) een voorziening aangelegd voor mogelijke verplichtingen uit al afgesloten schadedossiers.
Er wordt een voorziening voor de interne schaderegelingskosten berekend waarvan het toegepaste percentage wordt bepaald op basis van opgedane ervaringen uit het verleden.
Verder worden op basis van wettelijke bepalingen ook aanvullende voorzieningen aangelegd, zoals voor arbeidsongevallen.
In deze post wordt de voorziening opgenomen die betrekking heeft op de verdeelde maar nog niet toegekende winstdeling bij het afsluiten van het boekjaar, zowel voor de activiteitsgroep Leven als Niet-leven.
Er wordt een toereikendheidstoets (liability adequacy test) uitgevoerd om de geldende verplichtingen te evalueren, mogelijke tekorten op te sporen en ze te erkennen als winst of verlies.
Het effect van afgestane herverzekeringen en retrocessies wordt als actief opgenomen, berekend voor elke overeenkomst afzonderlijk en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.
De regels voor deposit accounting gelden voor financiële instrumenten zonder discretionaire winstdeling en voor de depositocomponent van tak 23-verzekeringscontracten. Dat betekent dat de depositocomponent en de verzekeringscomponent apart worden gewaardeerd. Via deposit accounting wordt het deel van de premies dat gerelateerd is aan de depositocomponent – net als de resulterende boeking van de verplichting – niet opgenomen in het resultaat. Beheerskosten en commissielonen worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bij latere koerswijzigingen van de tak 23-beleggingen wordt zowel de schommeling van het actief als de resulterende schommeling van de verplichting onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Daarom wordt de depositocomponent, na de eerste opname, gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening. Die reële waarde wordt bepaald door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de waarde van de eenheid, die gebaseerd is op de reële waarde van de onderliggende financiële instrumenten. Uitkeringen met betrekking tot de depositocomponent worden niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening, maar resulteren in een afboeking van de verplichting.
Financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling en de verzekeringscomponent van tak 23-verzekeringscontracten (gekoppeld aan een beleggingsfonds) worden gewaardeerd als verzekeringscontracten die niet aan een beleggingsfonds zijn verbonden (zie f Technische voorzieningen). De depositocomponent van de financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling wordt dus niet afgesplitst van de verzekeringscomponent. Op de balansdatum wordt aan de hand van de toereikendheidstoets (liability adequacy test) beoordeeld of de verplichtingen voortkomend uit die financiële instrumenten of verzekeringscontracten adequaat zijn. Als het bedrag van die verplichtingen lager is dan hun verwachte toekomstige verdisconteerde kasstromen, dan wordt het tekort in de winst-en-verliesrekening opgenomen tegenover een verhoging van de verplichting.
De pensioenverplichtingen zijn opgenomen onder Overige verplichtingen en hebben betrekking op verplichtingen voor rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijksoortige pensioenen of renten.
Toegezegdpensioenregelingen zijn plannen waarbij KBC een wettelijke of constructieve verplichting heeft om extra bijdragen te betalen aan het pensioenfonds, als dat fonds onvoldoende activa bezit om alle verplichtingen tegenover het personeel te betalen die ontstaan zijn uit huidige dienstprestaties en dienstprestaties in het verleden.
De pensioenverplichtingen voortvloeiend uit deze plannen voor het personeel worden berekend volgens IAS 19 aan de hand van de Projected Unit Credit Method, waarbij elke dienstprestatieperiode aanleiding geeft tot een aanvullend recht op pensioen.
Actuariële winsten en verliezen worden verwerkt aan de hand van de zogenaamde corridor approach. Het excedent aan actuariële winsten of verliezen wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de gemiddelde verwachte looptijd van elke loopbaan.
Deze post bevat de actuele én de latente belastingverplichtingen.
Actuele belastingverplichtingen worden bepaald aan de hand van het verwachte te betalen bedrag, berekend op basis van de belastingvoeten die geldig zijn op de balansdatum.
Latente belastingverplichtingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen. Ze worden berekend aan de hand van de belastingvoeten die geldig zijn op het moment van realisatie van de activa of de verplichtingen waarop ze betrekking hebben. Latente belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waardoor deze aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans als:
Het eigen vermogen is het nettoactief na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten worden onderscheiden van financiële instrumenten volgens de regels van IAS 32:
• De kernkapitaaleffecten zonder stemrecht (ook Yield Enhanced Securities of YES'en genaamd) waarop werd ingetekend door de Belgische en de Vlaamse overheid worden beschouwd als eigenvermogensinstrumenten waarbij de coupon rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt. Aangezien de uitbetaling van de coupon op de YES'en afhankelijk is van het uitkeren van een dividend op gewone aandelen, worden de coupons op hetzelfde tijdstip geboekt als het dividend op gewone aandelen (dus geen proratering van de coupon in het eigen vermogen).
Putopties op minderheidsbelangen (en, indien van toepassing, combinaties van put- en callopties in forwardcontracten) worden erkend als financiële verplichtingen tegen de actuele waarde van hun uitoefenprijs. Het overeenstemmende minderheidsbelang wordt uit het eigen vermogen gehaald. Het verschil tussen beide wordt ofwel als een actief erkend (goodwill) ofwel opgenomen in de winst-en-verliesrekening (negatieve goodwill).
| Wisselkoers op 31-12-2011 | Wisselkoersgemiddelde in 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 EUR = … … vreemde munt |
Wijziging ten opzichte van 31-12-2010 positief: appreciatie tegenover EUR negatief: depreciatie tegenover EUR |
1 EUR = … … vreemde munt |
Wijziging ten opzichte van gemiddelde in 2010 positief: appreciatie tegenover EUR negatief: depreciatie tegenover EUR |
|
| CZK | 25,79 | -3% | 24,57 | +3% |
| GBP | 0,8353 | +3% | 0,8723 | -2% |
| HUF | 314,6 | -12% | 279,1 | -1% |
| PLN | 4,458 | -11% | 4,118 | -3% |
| USD | 1,294 | +3% | 1,402 | -5% |
* Afgeronde cijfers.
Er waren geen belangrijke wijzigingen in de waarderingsregels tegenover 2010.
De managementstructuur van de KBC-groep is opgebouwd rond enkele segmenten of divisies, namelijk: België, Centraal- en Oost-Europa, Merchantbanking en Gemeenschappelijke Diensten en Operaties. Die opdeling is gebaseerd op een combinatie van geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa als de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies (ICT, leasing, enz.).
De segmentinformatie is daarop gebaseerd, maar:
Als gevolg van de wijziging in het strategische plan van de groep (zie hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel) werd in 2011 de segmentering aangepast, met retroactieve aanpassing van de referentiecijfers:
Na deze aanpassingen zijn, voor rapporteringsdoeleinden, de segmenten of divisies dus als volgt:
taten (die niet op een betrouwbare manier kunnen worden toegewezen aan de segmenten) van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.
De gegevens van de segmentrapportering werden opgesteld volgens de algemene KBC-boekhoudmethodologie (zie Toelichting 1) en zijn dus in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs). Er werden enkele wijzigingen aangebracht aan deze methodologie, om een beter inzicht te verschaffen in de onderliggende bedrijfsuitoefening. De daaruit resulterende cijfers worden onderliggende resultaten genoemd. Die onderliggende resultaten zijn een belangrijk element in de interne beoordeling en sturing van de divisies.
De verschillen tussen de gewone IFRS-cijfers (verder cijfers volgens IFRS) en de onderliggende resultaten zijn:
• In de IFRS-cijfers werd, tot en met 2010, een groot deel van de ALMafdekkingsderivaten (die welke niet vallen onder de zogenaamde reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille) aangezien als tradinginstrumenten en bijgevolg werd rente in verband met dergelijke instrumenten vermeld onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de rente in verband met het gerelateerde actief is opgenomen onder Nettorente-inkomsten. In de onderliggende cijfers werd de rente op die derivaten daarom verplaatst naar Nettorente-inkomsten (waar de renteresultaten van de gerelateerde activa al zijn opgenomen), zonder invloed op het nettoresultaat. Vanaf 2011 wordt de rente op ALMafdekkingsderivaten in de IFRS-cijfers evenwel sowieso geboekt onder Nettorente-inkomsten (zie Toelichting 1a).
• De reëlewaardeveranderingen (als gevolg van marking-to-market) van de hierboven vermelde ALM-afdekkingsinstrumenten worden vermeld onder Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de meeste gerelateerde activa niet tegen reële waarde worden geboekt. Om de volatiliteit resulterend uit deze marking-to-market te beperken, werd een overheidsobligatieportefeuille aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (fair value-optie). De overblijvende volatiliteit van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende ALM-afdekkingsderivaten ten opzichte van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende obligatieportefeuille wordt uit de onderliggende resultaten geëlimineerd.
De resultaten per divisie worden besproken in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Daar wordt ook voor elke divisie een reconciliatietabel tussen IFRS-resultaat en onderliggend resultaat verstrekt. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd. De volgende tabel geeft de aansluiting weer op groepsniveau.
| en het onderliggend resultaat | Belangrijkste betrokken post(en) | |||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Voetnoot | in de winst-en-verliesrekening | 2010 | 2011 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend | 1 710 | 1 098 | ||
| Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten | 1 | Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
-179 | -273 |
| Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's | 2 | Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
1 027 | -416 |
| Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie | 3 | Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
-68 | -52 |
| Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen |
4 | Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en op overige |
-118 | -115 |
| Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) |
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
-372 | 50 | |
| Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten (ten gevolge van eigen kretietrisico) |
5 | Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
39 | 359 |
| Resultaten bij desinvesteringen | 6 | Overige netto-inkomsten, Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten |
-176 | -640 |
| Overige | – | -4 | 0 | |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS | 1 860 | 13 | ||
Opmerking: vanaf dit jaarverslag betreft het bedragen na belastingen en belangen van derden.
1 Zie uitleg in de bovenstaande tekst, derde punt. In 2011 vooral veroorzaakt door de toename van de credit spreads van bepaalde overheidsobligaties.
2 Omvat vooral reëlewaardeschommelingen van de CDO-risico's (zie Toelichting 5 en Toelichting 26), wijzigingen in voorzieningen en schade-uitkeringen voor CDO-gerelateerde claims. Bevat in 2010 ook de boeking van 0,4 miljard euro positieve belastinglatentie (zie Toelichting 16).
3 Gerelateerd aan de met de Belgische staat afgesloten CDO-garantieregeling in 2009 (zie deel Overige informatie).
4 In 2010 betrof het vooral groepsmaatschappijen in Polen en Roemenië en geassocieerde ondernemingen in Slovenië. In 2011 betrof het onder meer Bulgarije.
5 Het positieve bedrag in 2011 heeft te maken met de verhoogde risicoaversie ten opzichte van Europese banken (dus ook KBC), wat leidde tot een lagere marktwaarde van de eigen schuldinstrumenten geklasseerd als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
6 Bevat in 2010 -0,3 miljard euro met betrekking tot de oorspronkelijke, maar nadien niet doorgegane verkoop van KBL EPB aan Hinduja. In oktober 2011 werd een nieuwe verkoopovereenkomst met Precision Capital bereikt en werd -0,4 miljard euro geboekt. Daarnaast bevat deze post per saldo +0,2 en -0,2 miljard euro met betrekking tot andere desinvesteringen in respectievelijk 2010 en 2011.
| (in miljoenen euro) | Divisie België |
Divisie Centraal- en Oost-Europa |
Divisie Merchant banking |
Groeps center (excl. eliminaties tussen segmenten) |
Eliminaties tussen segmenten |
KBC-groep |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2010 | ||||||
| Nettorente-inkomsten | 2 243 | 1 527 | 836 | 997 | 0 | 5 603 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 2 886 | 657 | 0 | 1 170 | -93 | 4 621 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -2 851 | -504 | 0 | -994 | 68 | -4 281 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -11 | -11 | 0 | -8 | 21 | -9 |
| Dividendinkomsten | 50 | 2 | 6 | 15 | 0 | 73 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
60 | 154 | 539 | 101 | 0 | 855 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 51 | 12 | 3 | 32 | 0 | 98 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 770 | 308 | 225 | 363 | 0 | 1 666 |
| Overige netto-inkomsten | 119 | 30 | -70 | 51 | -12 | 118 |
| TOTALE OPBRENGSTEN | 3 318 | 2 175 | 1 540 | 1 726 | -16 | 8 744 |
| Exploitatiekostena | -1 702 | -1 184 | -576 | -1 386 | 16 | -4 832 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -104 | -350 | -796 | -276 | 0 | -1 525 |
| Op leningen en vorderingen | -82 | -340 | -789 | -270 | 0 | -1 481 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -23 | 0 | -7 | -4 | 0 | -34 |
| Op goodwill | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Op overige | 0 | -9 | 1 | -2 | 0 | -10 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 1 | 0 | -62 | 0 | -61 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 1 513 | 643 | 168 | 2 | 0 | 2 326 |
| Belastingen | -457 | -73 | -19 | -38 | 0 | -587 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 1 056 | 570 | 149 | -36 | 0 | 1 739 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 5 | 0 | 16 | 7 | 0 | 29 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 051 | 570 | 133 | -44 | 0 | 1 710 |
| a Waarvan niet-kaskosten | -57 | -92 | -39 | -206 | 0 | -394 |
| Afschrijvingen vaste activa | -59 | -91 | -35 | -197 | 0 | -381 |
| Overige | 1 | -1 | -4 | -9 | 0 | -12 |
| Aanschaffing vaste activa* | 65 | 141 | 275 | 255 | 0 | 736 |
| ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2011 | ||||||
| Nettorente-inkomsten | 2 320 | 1 524 | 663 | 897 | 0 | 5 404 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 2 135 | 745 | 0 | 1 301 | -60 | 4 122 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -2 025 | -548 | 0 | -1 028 | 44 | -3 556 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -24 | -21 | 0 | -11 | 12 | -44 |
| Dividendinkomsten | 52 | 2 | 7 | 13 | 0 | 74 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
45 | 74 | 405 | -15 | 0 | 509 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 98 | 32 | 35 | 26 | 0 | 191 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 700 | 329 | 202 | 304 | 0 | 1 535 |
| Overige netto-inkomsten | -39 | 38 | -76 | 33 | -8 | -52 |
| TOTALE OPBRENGSTEN | 3 260 | 2 175 | 1 236 | 1 521 | -11 | 8 182 |
| Exploitatiekostena | -1 790 | -1 192 | -569 | -1 146 | 11 | -4 686 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -312 | -619 | -768 | -210 | 0 | -1909 |
| Op leningen en vorderingen | -59 | -477 | -725 | -73 | 0 | -1 335 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -230 | -127 | -6 | -90 | 0 | -453 |
| Op goodwill | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Op overige | -22 | -14 | -37 | -47 | 0 | -121 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 1 | 0 | -58 | 0 | -57 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 1 159 | 365 | -101 | 106 | 0 | 1 530 |
| Belastingen | -355 | -38 | 6 | -10 | 0 | -397 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 804 | 327 | -95 | 97 | 0 | 1 133 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 2 | 0 | 15 | 18 | 0 | 35 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 802 | 327 | -110 | 79 | 0 | 1 098 |
| a Waarvan niet-kaskosten | -54 | -86 | -25 | -200 | 0 | -365 |
| Afschrijvingen vaste activa | -54 | -79 | -18 | -198 | 0 | -348 |
| Overige | 0 | -7 | -8 | -2 | 0 | -18 |
| Aanschaffing vaste activa* | 64 | 205 | 343 | 200 | 0 | 812 |
* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.
De onderstaande tabel geeft een segmentindeling van enkele belangrijke producten uit de balans.
| Divisie Centraal- en |
Divisie Merchant |
Groeps | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Divisie België | Oost-Europa | banking | center | KBC-groep |
| BALANS 31-12-2010 | |||||
| Totaal leningen aan cliënten | 51 961 | 28 960 | 48 202 | 21 543 | 150 666 |
| Waarvan hypotheekleningen | 26 952 | 10 503 | 12 809 | 11 313 | 61 577 |
| Waarvan reverse repos | 0 | 4 035 | 5 450 | 1 | 9 486 |
| Deposito's van cliënten* | 67 663 | 38 192 | 73 538 | 18 477 | 197 870 |
| Waarvan repos | 0 | 3 219 | 12 179 | 0 | 15 398 |
| BALANS 31-12-2011 | |||||
| Totaal leningen aan cliënten | 55 254 | 25 648 | 43 832 | 13 550 | 138 284 |
| Waarvan hypotheekleningen | 29 417 | 10 533 | 12 288 | 5 194 | 57 431 |
| Waarvan reverse repos | 0 | 16 | 1 413 | 0 | 1 429 |
| Deposito's van cliënten | 71 156 | 38 216 | 46 168 | 9 687 | 165 226 |
| Waarvan repos | 0 | 3 209 | 12 633 | 0 | 15 841 |
* De verdeling van de deposito's van cliënten op 31 december 2010 werd aangepast naar aanleiding van een gewijzigde toewijzing van KBC Bank NV naar Divisie België en Divisie Merchantbanking.
De geografische segmentering is gebaseerd op de gebieden die de focus van KBC weerspiegelen op zijn twee thuismarkten – België en Centraalen Oost-Europa – en zijn selectieve aanwezigheid in de rest van de wereld (hoofdzakelijk de Verenigde Staten, Zuidoost-Azië en West-Europa met uitzondering van België).
ning het geografische segment bepaald door de locatie van het kantoor of de dochteronderneming.
De geografische segmentering verschilt aanzienlijk van de segmentering volgens divisie, onder meer door een andere toewijzingsmethodologie en door het feit dat het geografische segment België niet alleen Divisie België, maar ook de Belgische activiteiten van Divisie Merchantbanking omvat.
De geografische segmentering is gebaseerd op de locatie van de geleverde diensten. Aangezien ten minste 95% van de cliënten lokale cliënten betreft, wordt zowel voor de balans als voor de winst-en-verliesreke-
| (in miljoenen euro) | België | Centraal en Oost Europa (en Rusland) |
Rest van de wereld |
KBC-groep |
|---|---|---|---|---|
| 2010 | ||||
| Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) | 3 889 | 3 000 | 1 855 | 8 744 |
| Totaal activa, per einde periode | 209 103 | 61 269 | 50 452 | 320 823 |
| Totaal verplichtingen, per einde periode | 194 672 | 55 030 | 52 447 | 302 149 |
| Aanschaffing vaste activa*, per einde periode | 460 | 226 | 49 | 736 |
| 2011 | ||||
| Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) | 3 576 | 3 091 | 1 515 | 8 182 |
| Totaal activa, per einde periode | 181 036 | 60 898 | 43 448 | 285 382 |
| Totaal verplichtingen, per einde periode | 171 262 | 55 189 | 42 159 | 268 611 |
| Aanschaffing vaste activa*, per einde periode | 525 | 251 | 35 | 812 |
* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen, goodwill en andere immateriële vaste activa.
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | 6 245 | 5 479 |
| Rente-inkomsten | 10 542 | 11 883 |
| Voor verkoop beschikbare activa | 1 949 | 1 791 |
| Leningen en vorderingen | 6 706 | 6 600 |
| Tot einde looptijd aangehouden activa | 567 | 633 |
| Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde | 28 | 34 |
| Subtotaal rente-inkomsten uit financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
9 251 | 9 059 |
| Waarvan rente-inkomsten op financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen werden aangelegd | 90 | 84 |
| Activa aangehouden voor handelsdoeleinden* | 351 | 1 779 |
| Afdekkingsderivaten | 338 | 528 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 603 | 517 |
| Rentelasten | -4 297 | -6 404 |
| Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs | -3 173 | -3 235 |
| Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde | -3 | -12 |
| Beleggingscontracten tegen geamortiseerde kostprijs | 0 | 0 |
| Subtotaal rentelasten uit financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
-3 175 | -3 247 |
| Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden* | -85 | -2 026 |
| Afdekkingsderivaten | -794 | -788 |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
-243 | -344 |
* Vanaf 2011 inclusief rente op afdekkingsderivaten (1 506 miljoen euro rente-inkomsten en -1 943 miljoen euro rentelasten). Meer uitleg in Toelichting 1a.
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | 97 | 85 |
| Aandelen aangehouden voor handelsdoeleinden | 31 | 13 |
| Aandelen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde | ||
| met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 3 | 2 |
| Voor verkoop beschikbare aandelen | 63 | 70 |
| (in miljoenen euro) 2010 |
2011 |
|---|---|
| Totaal -77 |
-178 |
| Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (inclusief rente* en marktwaardeveranderingen van derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden) -145 |
-478 |
| Andere financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -250 |
15 |
| Waarvan winst/verlies eigen kredietrisico 53 |
484 |
| Wisselbedrijf 317 |
365 |
| Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties 0 |
-80 |
| Microhedging 2 |
3 |
| Reëlewaardeafdekkingen 2 |
0 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten 35 |
-117 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging -33 |
117 |
| Kasstroomafdekkingen 1 |
3 |
| Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel 1 |
3 |
| Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, niet-effectieve deel 0 |
0 |
| Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille -2 |
0 |
| Reëlewaardeafdekkingen van renterisico 0 |
0 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten 35 |
-25 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging -35 |
25 |
| Kasstroomafdekkingen van renterisico -2 |
0 |
| Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel -2 |
0 |
| Stopzetting van hedge accounting in geval van kasstroomafdekking 0 |
-82 |
* Vanaf 2011 exclusief rente op afdekkingsderivaten (zie Toelichting 3).
(details daarover vindt u in het deel Overige informatie). Kostprijs: de totale door KBC aan de Belgische staat te betalen garantieprovisie voor de derde schijf (cashgarantie) bedraagt ongeveer 1,1 miljard euro (actuele waarde bij start van de garantieregeling; in 2009 upfront geboekt). Er was eveneens een positief effect op de mark-to-market van de gegarandeerde posities. Daarnaast betaalt KBC een bereidstellingsprovisie van ongeveer 60 miljoen euro per halfjaar voor de tweede schijf (equitygarantie). Het contract, inclusief de te betalen provisie, wordt tegen zijn reële waarde opgenomen in het resultaat.
| (in miljoenen euro, vóór belastingen) | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|
| Cashgarantie (voor de derde schijf) | |||
| Upfrontboeking in 2009 | -1 121 | – | – |
| Reëlewaardeverandering | -126 | -36 | -25 |
| Equitygarantie (voor de tweede schijf) | -162 | -67 | -53 |
| Totaal in winst-en-verliesrekening | -1 409 | -103 | -79 |
de dollaroffsetmethode gebruikt, waarbij reëlewaardeschommelingen van de afgedekte positie en reëlewaardeschommelingen van het afdekkingsinstrument elkaar moeten compenseren binnen een range van 80%–125%. Dat is momenteel het geval.
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Uitgestelde dag 1-winsten, beginsaldo 1 januari | 27 | 11 |
| Nieuwe uitgestelde dag 1-winsten | 0 | 0 |
| Dag 1-winsten erkend in de winst-en-verliesrekening tijdens de periode | ||
| Afschrijving van de dag 1-winsten | -15 | -3 |
| Niet langer opgenomen financiële instrumenten | -4 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 2 | 0 |
| Uitgestelde dag 1-winsten, eindsaldo 31 december | 11 | 8 |
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | 90 | 169 |
| Vastrentende effecten | 26 | 59 |
| Aandelen | 64 | 110 |
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | 1 224 | 1 164 |
| Ontvangen provisies | 2 156 | 2 043 |
| Effecten en assetmanagement | 1 118 | 898 |
| Provisies i.v.m. beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (deposit accounting) | 28 | 50 |
| Verbinteniskredieten | 252 | 302 |
| Betalingsverkeer | 522 | 577 |
| Overige | 236 | 215 |
| Betaalde provisies | -932 | -878 |
| Provisies betaald aan tussenpersonen | -489 | -470 |
| Overige | -443 | -408 |
• Het overgrote deel van de provisies gerelateerd aan kredietverlening is opgenomen onder Nettorente-inkomsten (in het kader van de effectieve rentevoetberekening).
| (in miljoenen euro) 2010 |
2011 |
|---|---|
| Totaal 452 |
56 |
| Waarvan meer- of minderwaarden als gevolg van | |
| De verkoop van leningen en vorderingen 4 |
-29 |
| De verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa 1 |
-14 |
| De terugkoop van financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs 0 |
-3 |
| Andere, waaronder 447 |
102 |
| Inkomsten uit (voornamelijk operationele) leasingactiviteiten, KBC Lease-groep 76 |
96 |
| Inkomsten van geconsolideerde private-equityparticipaties 54 |
48 |
| Inkomsten van Groep VAB 65 |
65 |
| Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen 191 |
68 |
| Onregelmatigheden bij KBC Lease UK -175 |
15 |
| Voorziening m.b.t. 5-5-5-product 0 |
-334 |
april en mei 2013 verkocht aan cliënten voor een totaal bedrag van 670 miljoen euro. Die 5-5-5-obligaties zijn gekoppeld aan de kredietwaardigheid van België, Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland. Een credit event (zoals bepaald door ISDA) in een van die landen zou een nadelige impact hebben op het belegde kapitaal en er zouden geen coupons meer betaald worden. Naar aanleiding van de Griekse financiële crisis heeft KBC Bank beslist om alle retailcliënten van 5-5-5-obligaties comfort te verschaffen door de intentie van KBC bekend te maken om de obligaties over te kopen, aan een prijs gelijk aan het belegde kapitaal verminderd met de door de uitgever betaalde coupons (alle bedragen vóór kosten en belastingen), mocht er zich een credit event voordoen. Op balansdatum had er zich nog geen credit event voorgedaan. Aangezien de financiële markten eind 2011 de probabiliteit van een credit event in een van die vijf landen nog voor mei 2013 op hoger dan 50% schatten, heeft KBC daarvoor in de resultaten een voorziening van 334 miljoen euro aangelegd. Zie verder onder Toelichting 48 (Gebeurtenissen na balansdatum).
| Niet | ||||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Leven | Niet-leven | technische rekening |
Totaal |
| 2010 | ||||
| Technisch resultaat | -424 | 345 | 35 | -43 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 2 705 | 1 937 | 0 | 4 642 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -3 012 | -1 250 | 0 | -4 262 |
| Nettoprovisie-inkomsten | -115 | -339 | 39 | -415 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -2 | -2 | -4 | -8 |
| Financieel resultaat | 885 | 176 | 228 | 1 288 |
| Nettorente-inkomsten | – | – | 1 002 | 1 002 |
| Dividendinkomsten | – | – | 47 | 47 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
– | – | 195 | 195 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | – | – | 44 | 44 |
| Toewijzing aan de technische rekeningen* | 885 | 176 | -1 060 | 0 |
| Algemene beheerskosten | -136 | -364 | -9 | -509 |
| Interne schaderegelingskosten | -8 | -75 | 0 | -83 |
| Indirecte acquisitiekosten | -38 | -89 | 0 | -127 |
| Administratiekosten | -90 | -201 | 0 | -291 |
| Beheerskosten voor beleggingen | 0 | 0 | -9 | -9 |
| Overige netto-inkomsten | – | – | 95 | 95 |
| Bijzondere waardeverminderingen | – | – | -19 | -19 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | – | – | 0 | 0 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 325 | 157 | 329 | 811 |
| Belastingen | – | – | – | -142 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | – | – | – | 11 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | – | – | – | 679 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | – | – | – | 4 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | – | – | – | 675 |
| 2011 | ||||
| Technisch resultaat | -401 | 499 | 42 | 140 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 2 262 | 1 880 | 0 | 4 142 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -2 548 | -1 007 | 0 | -3 555 |
| Nettoprovisie-inkomsten | -112 | -333 | 42 | -403 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -2 | -42 | 0 | -44 |
| Financieel resultaat | 690 | 137 | 152 | 979 |
| Nettorente-inkomsten | – | – | 1 019 | 1 019 |
| Dividendinkomsten Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde |
– | – | 55 | 55 |
| met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | – | – | -178 | -178 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | – | – | 83 | 83 |
| Toewijzing aan de technische rekeningen* | 690 | 137 | -827 | 0 |
| Algemene beheerskosten | -150 | -376 | -1 | -527 |
| Interne schaderegelingskosten | -10 | -81 | 0 | -92 |
| Indirecte acquisitiekosten | -53 | -108 | 0 | -161 |
| Administratiekosten | -87 | -187 | 0 | -274 |
| Beheerskosten voor beleggingen | 0 | 0 | -1 | -1 |
| Overige netto-inkomsten | – | – | 10 | 10 |
| Bijzondere waardeverminderingen | – | – | -473 | -473 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | – | – | 0 | 0 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 139 | 260 | -270 | 129 |
| Belastingen | – | – | – | -85 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | – | – | – | -17 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | – | – | – | 27 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | – | – | – | 2 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | – | – | – | 25 |
* Bevat ook de toewijzing van de bijzondere waardeverminderingen.
derlijk vindt u in de respectieve jaarverslagen van KBC Bank, KBL EPB en KBC Verzekeringen. De bovenstaande toelichting geeft alvast informatie over de verzekeringsresultaten apart. De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (resultaten m.b.t. verzekeringen die werden gesloten tussen de bankentiteiten en verzekeringsentiteiten binnen de groep, rente die de verzekeringsondernemingen ontvangen op de bij de bankentiteiten geplaatste deposito's, betaalde provisies van de verzekeringsentiteiten aan de bankkantoren voor de verkoop van verzekeringen, enz.), om een juister beeld te geven van de rentabiliteit van de verzekeringsactiviteiten.
ondernemingen (Toelichting 44, deel KBC Verzekeringen)
| (in miljoenen euro) 2010 |
2011 |
|---|---|
| Totaal 2 700 |
2 258 |
| Opdeling per IFRS-categorie | |
| Verzekeringscontracten 1 112 |
1 223 |
| Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 1 588 |
1 035 |
| Opdeling per type | |
| Aangenomen herverzekering 27 |
1 |
| Rechtstreekse zaken 2 673 |
2 258 |
| Opdeling van de rechtstreekse zaken | |
| Individueel versus groep | |
| Individuele premies 2 131 |
1 938 |
| Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten 542 |
320 |
| Periodiek versus koopsom | |
| Periodieke premies 910 |
945 |
| Koopsommen 1 763 |
1 313 |
| Zonder versus met winstdeling | |
| Premies van overeenkomsten zonder winstdeling 214 |
235 |
| Premies van overeenkomsten met winstdeling 2 134 |
1 545 |
| Overige 325 |
477 |
• Conform IFRS wordt voor beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling deposit accounting toegepast. Dat betekent dat de premie-inkomsten (en technische lasten) van deze contracten niet worden getoond onder de post Verdiende verzekeringspremies (en Technische lasten) vóór herverzekering, maar dat de marge erop wordt vermeld onder Nettoprovisie-inkomsten. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling komen ruwweg overeen met tak 23-contracten, die goed waren voor een premie-inkomen van 1,8 miljard euro in 2010 en 2,0 miljard euro in 2011 (VITIS Life inbegrepen).
| (in miljoenen euro) | Verdiende premies (vóór her verzekering) |
Schaden (vóór her verzekering) |
Bedrijfs kosten (vóór her verzekering) |
Afgestane her verzekering |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | |||||
| Totaal | 1 937 | -1 278 | -628 | -2 | 28 |
| Aangenomen herverzekering | 185 | -156 | -33 | 4 | -1 |
| Rechtstreekse zaken | 1 752 | -1 122 | -595 | -6 | 29 |
| Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen | 140 | -51 | -57 | 1 | 33 |
| Arbeidsongevallen, tak 1 | 76 | -58 | -16 | -1 | 1 |
| Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 | 505 | -334 | -158 | 1 | 13 |
| Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 | 314 | -208 | -101 | 0 | 5 |
| Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 | 43 | -25 | -11 | -7 | -1 |
| Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 | 478 | -332 | -183 | 17 | -20 |
| Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 | 114 | -70 | -43 | -16 | -16 |
| Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 | 8 | -1 | -2 | -1 | 4 |
| Diverse geldelijke verliezen, tak 16 | 13 | -13 | -5 | 2 | -2 |
| Rechtsbijstand, tak 17 | 43 | -23 | -12 | 0 | 9 |
| Hulpverlening, tak 18 | 17 | -6 | -8 | -1 | 2 |
| 2011 | |||||
| Totaal | 1 880 | -1 039 | -637 | -42 | 163 |
| Aangenomen herverzekering | 37 | 6 | -7 | -10 | 26 |
| Rechtstreekse zaken | 1 843 | -1 046 | -629 | -32 | 136 |
| Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen | 146 | -61 | -51 | 0 | 33 |
| Arbeidsongevallen, tak 1 | 72 | -52 | -17 | 0 | 3 |
| Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 | 549 | -370 | -172 | -3 | 4 |
| Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 | 328 | -196 | -103 | 0 | 28 |
| Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 | 42 | -32 | -10 | 9 | 8 |
| Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 | 505 | -224 | -204 | -29 | 49 |
| Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 | 118 | -65 | -44 | -4 | 5 |
| Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 | 5 | 0 | -2 | -1 | 1 |
| Diverse geldelijke verliezen, tak 16 | 16 | -9 | -7 | -3 | -3 |
| Rechtsbijstand, tak 17 | 45 | -26 | -13 | 0 | 7 |
| Hulpverlening, tak 18 | 19 | -10 | -7 | 0 | 2 |
• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (zie Toelichting 9).
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | -4 436 | -4 344 |
| Personeelskosten | -2 529 | -2 569 |
| Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met eigen aandelen | 0 | 0 |
| Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met geldmiddelen | 0 | -4 |
| Algemene beheerskosten | -1 546 | -1 449 |
| Afschrijvingen van vaste activa | -361 | -326 |
• De algemene beheerskosten omvatten herstel- en onderhoudskosten, reclamekosten, huur, professionele vergoedingen, verschillende (nietinkomsten)belastingen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het omvat ook onder meer de kosten gerelateerd aan de bijzondere bankenheffing voor financiële instellingen in Hongarije (respectievelijk 58 en 6 miljoen euro voor 2010 en 2011, aftrekbare kosten. Het bedrag in 2011 is lager omdat een deel van de verliezen die de groep leed door de nieuwe wetgeving inzake hypothecaire leningen in vreemde valuta in Hongarije kon worden afgezet tegen de verschuldigde bankenheffing – zie verder).
• Op eigen aandelen gebaseerde personeelsvoordelen zijn opgenomen onder Personeelskosten. Informatie met betrekking tot de belangrijkste overeenkomsten afgewikkeld met eigen aandelen:
Sinds 2000 heeft KBC Bankverzekeringsholding NV (ondertussen KBC Groep NV) verschillende aandelenoptieplannen opgezet. De aandelenopties werden toegekend aan alle of bepaalde personeelsleden van de vennootschap en diverse dochterondernemingen. De aandelenopties werden gratis toegekend aan het personeel, dat alleen op het moment van de toekenning de belastingen op de gratis verstrekking moest betalen. De aandelenopties hebben een looptijd van zeven tot tien jaar na de datum van uitgifte en kunnen, in de jaren waarin ze uitoefenbaar zijn, alleen in juni, september en december worden uitgeoefend. De aandelenopties kunnen ook gedeeltelijk worden uitgeoefend. Een personeelslid kan bij het uitoefenen ofwel de aandelen bewaren op zijn effectenrekening, ofwel ze onmiddellijk verkopen op NYSE Euronext Brussels. KBC Groep NV heeft eigen aandelen ingekocht om aandelen te kunnen leveren aan personeelsleden wanneer die hun opties uitoefenen.
IFRS 2 werd niet toegepast op de met eigen aandelen afgewikkelde optieplannen die dateren van vóór 7 november 2002, aangezien die buiten het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen. De optieplannen die dateren van na 7 november 2002 waren beperkt in omvang.
Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel wordt in de tabel gegeven.
| 2010 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| Opties | Aantal opties1 |
Gemiddelde uitoefenprijs |
Aantal opties1 |
Gemiddelde uitoefenprijs |
| Uitstaand aan het begin van de periode | 978 045 | 48,09 | 666 596 | 49,89 |
| Toegekend tijdens de periode | 0 | – | 0 | – |
| Uitgeoefend tijdens de periode | -4 527 | 28,41 | 0 | – |
| Vervallen tijdens de periode | -306 922 | 44,47 | -35 600 | 41,98 |
| Opgegeven tijdens de periode | 0 | – | 0 | – |
| Uitstaand aan het einde van de periode2 | 666 596 | 49,89 | 630 996 | 50,34 |
| Uitoefenbaar aan het einde van de periode | 651 996 | 49,07 | 623 696 | 50,05 |
1 In equivalenten van aandelen.
2 2010: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 25 maanden.
2011: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 14 maanden.
Informatie over de kapitaalverhoging voorbehouden aan personeelsleden van de KBC-groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening. Dat leidde, net als in 2010, niet tot het boeken van een personeelsvoordeel, omdat de uitgifteprijs geen korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers.
Informatie over de (hoogste, laagste, gemiddelde, enz.) koers van het KBC-aandeel vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders.
Informatie over de belangrijkste overeenkomsten op basis van eigen aandelen afgewikkeld met geldmiddelen: de personeelskosten over 2011 omvatten kosten van 4 miljoen euro voor een phantomaandelenplan.
| 2010 | 2011 | |
|---|---|---|
| Gemiddeld personeelsbestand, in vte | 52 110 | 51 127 |
| Indeling volgens juridische structuur | ||
| KBC Bank | 38 972 | 37 663 |
| KBC Verzekeringen | 7 496 | 7 377 |
| KBC Groep NV (de holding) | 5 642 | 6 087 |
| Indeling volgens statuut | ||
| Arbeiders | 1 022 | 928 |
| Bedienden | 50 693 | 49 835 |
| Directieleden (senior management) | 395 | 364 |
• KBL EPB is niet in de cijfers vervat.
• De cijfers vermeld in de tabel betreffen jaargemiddelden, die kunnen afwijken van de eindejaarstotalen vermeld in het hoofdstuk Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen (de personeelsaantallen vermeld in dat hoofdstuk zijn bovendien zonder Fidea en WARTA, en zonder personeelsleden met meer dan een jaar inactiviteit).
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | -1 656 | - 2 123 |
| Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen | -1 483 | -1 333 |
| Indeling naar type | ||
| Bijzondere waardeverminderingen voor kredieten op balans | -1 452 | -1 316 |
| Voorzieningen voor verbinteniskredieten buiten balans | -19 | 17 |
| Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen | -12 | -33 |
| Indeling naar divisie | ||
| België | -82 | -59 |
| Centraal- en Oost-Europa | -340 | -477 |
| Merchantbanking | -789 | -725 |
| Groepscenter | -272 | -71 |
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa | -31 | -417 |
| Indeling naar type | ||
| Aandelen | -32 | -114 |
| Andere | 0 | -303 |
| Bijzondere waardeverminderingen op goodwill | -88 | -120 |
| Bijzondere waardeverminderingen op overige | -54 | -253 |
| Immateriële vaste activa (zonder goodwill) | 0 | -7 |
| Materiële vaste activa, inclusief vastgoedbeleggingen | -4 | -30 |
| Tot einde looptijd aangehouden financiële activa | 0 | -66 |
| Geassocieerde ondernemingen, goodwill | -31 | 0 |
| Overige | -18 | -150 |
de boekwaarde van de Griekse overheidsobligaties op 31 december 2011 bedraagt daardoor gemiddeld 29% van het nominale bedrag van de obligaties in de bovenvermelde portefeuilles;
tradingboek en portefeuille vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: al opgenomen tegen reële waarde via winst-en-verliesrekening; een extra aanpassing is daarom niet nodig.
men onder de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. Meer informatie over goodwill: zie Toelichting 34.
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | -63 | -58 |
| Waarvan Nova Ljubljanska banka | -64 | -59 |
• Bijzondere waardeverminderingen van (goodwill op) geassocieerde ondernemingen zijn inbegrepen bij Bijzondere waardeverminderingen (zie Toelichting 14). Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen houdt bijgevolg geen rekening met deze bijzondere waardeverminderingen.
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal | -82 | -320 |
| Indeling naar type | ||
| Actuele belastingen | -358 | -328 |
| Uitgestelde belastingen | 276 | 7 |
| Componenten van de belastingberekening | ||
| Resultaat vóór belastingen | 2 224 | 786 |
| Winstbelastingen tegen het Belgische statutaire tarief | 33,99% | 33,99% |
| Berekende winstbelastingen | -756 | -267 |
| Plus of min belastinggevolgen toe te schrijven aan | ||
| Verschillen in belastingtarieven, België–buitenland | 162 | 104 |
| Belastingvrije winst | 323 | 466 |
| Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren | 18 | 9 |
| Aanpassingen beginsaldo uitgestelde belastingen toe te schrijven aan wijziging belastingtarief | 4 | -5 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden aangewend om de huidige belastingkosten te verminderen |
0 | 11 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden aangewend om de uitgestelde belastingkosten te verminderen |
604 | 72 |
| Terugboeking van vroeger erkende uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van fiscale verliezen | -13 | -37 |
| Overige, hoofdzakelijk niet-aftrekbare uitgaven | -425 | -672 |
| Totaalbedrag van tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen, geassocieerde ondernemingen en belangen in joint ventures, waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen zijn opgenomen* |
687 | 692 |
* Bestaat uit de reserves van (al dan niet) gezamenlijke dochtermaatschappijen, geassocieerde ondernemingen en kantoren die bij uitkering voor sommige entiteiten volledig belast zullen worden (voor 100% opgenomen) en waarbij voor een belangrijk aantal entiteiten de DBI-regeling van toepassing is (voor 5% opgenomen, aangezien 95% definitief belast is).
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Gewone winst per aandeel | ||
| Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 860 | 13 |
| Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid | -595 | -670 |
| Nettoresultaat voor de berekening van gewone winst per aandeel | 1 265 | -657 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) | 339 737 | 339 774 |
| Gewone winst per aandeel (in euro) | 3,72 | -1,93 |
| Verwaterde winst per aandeel | ||
| Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 860 | 13 |
| Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid | -595 | -670 |
| Nettoresultaat voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel | 1 265 | -657 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) | 339 737 | 339 774 |
| Potentieel aantal aandelen die tot verwatering kunnen leiden (in duizenden eenheden)* | 4 | 0 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen voor verwaterde winst (in duizenden eenheden) | 339 741 | 339 774 |
| Verwaterde winst per aandeel (in euro) | 3,72 | -1,93 |
* Er wordt geen rekening gehouden met nog uitstaande personeelsopties (630 996 in 2011 en 662 875 in 2010) die een verwaterende invloed kunnen hebben als de beurskoers de uitoefenprijs overstijgt.
Financiële instrumenten worden ingedeeld in categorieën (portefeuilles). U vindt meer informatie over de portefeuilles en de waardering in Toelichting 1 b, onder Financiële activa en verplichtingen (IAS 39). Wanneer in dit deel sprake is van de categorie Gewaardeerd tegen reële waarde, dan wordt daarmee bedoeld Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (reëlewaardeoptie).
Ingevolge de toepassing van IFRS 5 werden de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46) verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten), zonder aanpassing van de referentiecijfers, wat de vergelijkbaarheid van de cijfers licht aantast. Voor 2010 betreft dat KBL EPB, voor 2011 betreft het KBL EPB, Fidea en WARTA. Om de vergelijkbaarheid te waarborgen, werd in Toelichting 18 een aparte kolom toegevoegd, waarbij, voor de referentiedatum 31 december 2010 (naast de in 2011 afgeronde desinvesteringen), ook de desinvesteringen die onder IFRS 5 vallen, werden uitgesloten.
| Aange houden voor han delsdoel |
Gewaar deerd te gen reële |
Voor verkoop beschik |
Leningen en vorde |
Tot einde looptijd aange |
Afdek kingsderi |
Tegen geamor tiseerde |
Totaal, zonder desinves teringen |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010 |
einden | waarde1 | baar | ringen | houden | vaten | kostprijs | Totaal | in 20112 |
| Leningen en voorschotten aan krediet instellingen en beleggingsondernemingena |
696 | 1 808 | 0 | 12 998 | – | – | – | 15 502c | 15 487 |
| Leningen en voorschotten aan cliëntenb | 4 109 | 6 471 | 0 | 140 087 | – | – | – | 150 666 | 143 183 |
| Disconto- en acceptkredieten | 0 | 0 | 0 | 119 | – | – | – | 119 | 114 |
| Afbetalingskredieten | 0 | 0 | 0 | 4 274 | – | – | – | 4 274 | 4 024 |
| Hypotheekleningen | 0 | 380 | 0 | 61 198 | – | – | – | 61 577 | 55 517 |
| Termijnkredieten | 4 109 | 6 025 | 0 | 61 548 | – | – | – | 71 681 | 70 750 |
| Financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 4 909 | – | – | – | 4 909 | 4 909 |
| Voorschotten in rekening-courant | 0 | 0 | 0 | 4 456 | – | – | – | 4 456 | 4 376 |
| Overige | 0 | 66 | 0 | 3 583 | – | – | – | 3 649 | 3 494 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 1 717 | 19 | 2 098 | – | – | – | – | 3 833 | 3 576 |
| Beleggingscontracten, verzekeringen | – | 7 329 | – | – | – | – | – | 7 329 | 7 036 |
| Schuldinstrumenten van | 7 709 | 9 727 | 51 020 | 3 477 | 13 629 | – | – | 85 562 | 79 681 |
| Publiekrechtelijke emittenten | 5 806 | 8 852 | 40 612 | 132 | 12 712 | – | – | 68 114 | 63 284 |
| Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
731 | 266 | 5 075 | 224 | 584 | – | – | 6 879 | 6 508 |
| Ondernemingen | 1 172 | 610 | 5 333 | 3 122 | 333 | – | – | 10 569 | 9 890 |
| Derivaten | 15 758 | – | – | – | – | 213 | – | 15 970 | 15 968 |
| Geprorateerde rente | 299 | 192 | 1 025 | 463 | 325 | 73 | – | 2 378 | 2 246 |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 30 287 | 25 545 | 54 143 | 157 024 | 13 955 | 286 | – | 281 240 | 267 178 |
| a Waarvan reverse repos3 | 2 284 | 2 284 | |||||||
| b Waarvan reverse repos3 | 9 486 | 9 486 | |||||||
| c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden | 6 866 | 6 857 | |||||||
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011 | |||||||||
| Leningen en voorschotten aan krediet instellingen en beleggingsondernemingena |
4 600 | 305 | 0 | 14 253 | – | – | – | 19 158c | |
| Leningen en voorschotten aan cliëntenb | 203 | 1 879 | 0 | 136 201 | – | – | – | 138 284 | |
| Disconto- en acceptkredieten | 0 | 0 | 0 | 137 | – | – | – | 137 | |
| Afbetalingskredieten | 0 | 0 | 0 | 3 910 | – | – | – | 3 910 | |
| Hypotheekleningen | 0 | 178 | 0 | 57 253 | – | – | – | 57 431 | |
| Termijnkredieten | 203 | 1 531 | 0 | 61 880 | – | – | – | 63 614 | |
| Financiële leasing | 0 | 11 | 0 | 4 647 | – | – | – | 4 658 | |
| Voorschotten in rekening-courant | 0 | 0 | 0 | 4 876 | – | – | – | 4 876 | |
| Overige | 0 | 159 | 0 | 3 499 | – | – | – | 3 659 | |
| Eigenvermogensinstrumenten | 1 028 | 28 | 1 446 | – | – | – | – | 2 501 | |
| Beleggingscontracten, verzekeringen | – | 7 652 | – | – | – | – | – | 7 652 | |
| Schuldinstrumenten van | 4 286 | 3 997 | 37 299 | 2 890 | 14 063 | – | – | 62 535 | |
| Publiekrechtelijke emittenten | 3 101 | 3 594 | 29 183 | 224 | 13 365 | – | – | 49 467 | |
| Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
647 | 204 | 3 862 | 211 | 491 | – | – | 5 415 | |
| Ondernemingen | 538 | 199 | 4 255 | 2 455 | 207 | – | – | 7 653 | |
| Derivaten | 16 750 | – | – | – | – | 624 | – | 17 375 | |
| Geprorateerde rente | 69 | 79 | 746 | 549 | 334 | 158 | – | 1 934 | |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 26 936 | 13 940 | 39 491 | 153 894 | 14 396 | 782 | – | 249 439 | |
| a Waarvan reverse repos3 | 5 982 | ||||||||
| b Waarvan reverse repos3 | 1 429 | ||||||||
| c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden | 11 721 |
1 De leningen en voorschotten in de kolom Gewaardeerd tegen reële waarde betreffen overwegend reverserepotransacties en een beperkte portefeuille van woningkredieten. Telkens benadert de boekwaarde het maximale kredietrisico.
2 Totaal zonder in 2011 afgeronde desinvesteringen (Centea) en aangekondigde desinvesteringen die al in 2011 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2011). 3 Een reverserepotransactie is een transactie waarbij een partij (KBC) effecten koopt van een andere partij en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de reverserepoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde reverserepotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk ontlenen van obligaties. Bij die ontlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij de tegenpartij. Het bedrag van de reverse repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (uitgeleende) activa.
| (in miljoenen euro) | Aange houden voor han delsdoel einden |
Gewaar deerd te gen reële waarde |
Voor verkoop beschik baar |
Leningen en vorde ringen |
Tot einde looptijd aange houden |
Afdek kingsderi vaten |
Tegen geamor tiseerde kostprijs |
Totaal | Totaal, zonder desinves teringen in 20111 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010 | |||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen | 21 | 6 911 | – | – | – | – | 20 924 | 27 856c | 27 802 |
| en beleggingsondernemingena | |||||||||
| Deposito's van cliënten en schuldpapierb | 648 | 20 971 | – | – | – | – | 176 252 | 197 870 | 189 518 |
| Zichtdeposito's | 0 | 57 | – | – | – | – | 48 189 | 48 246 | 47 571 |
| Termijndeposito's | 0 | 17 012 | – | – | – | – | 42 131 | 59 142 | 58 957 |
| Depositoboekjes | 0 | 0 | – | – | – | – | 40 245 | 40 245 | 34 056 |
| Deposito's van bijzondere aard | 0 | 0 | – | – | – | – | 4 005 | 4 005 | 4 005 |
| Overige deposito's | 0 | 0 | – | – | – | – | 1 281 | 1 281 | 1 276 |
| Depositocertificaten | 0 | 22 | – | – | – | – | 14 965 | 14 987 | 14 987 |
| Kasbons | 0 | 0 | – | – | – | – | 2 155 | 2 155 | 858 |
| Converteerbare obligaties | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 | 0 |
| Niet-converteerbare obligaties | 648 | 3 600 | – | – | – | – | 14 427 | 18 674 | 18 674 |
| Converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 | 0 |
| Niet-converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 280 | – | – | – | – | 8 854 | 9 134 | 9 134 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | 6 514 | – | – | – | – | 179 | 6 693 | 6 463 |
| Derivaten | 22 317 | – | – | – | – | 849 | – | 23 166 | 23 165 |
| Baisseposities | 1 119 | – | – | – | – | – | – | 1 119 | 1 119 |
| In eigenvermogensinstrumenten | 10 | – | – | – | – | – | – | 10 | 10 |
| In schuldinstrumenten | 1 110 | – | – | – | – | – | – | 1 110 | 1 110 |
| Overige | 0 | 145 | – | – | – | – | 2 564 | 2 709 | 2 644 |
| Geprorateerde rente | 31 | 74 | – | – | – | 276 | 789 | 1 169 | 1 125 |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 24 136 | 34 615 | – | – | – | 1 124 | 200 707 | 260 582 | 251 837 |
| a Waarvan repos2 | 8 265 | 8 212 | |||||||
| b Waarvan repos2 | 15 398 | 15 398 | |||||||
| c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar | 4 449 | 4 449 | |||||||
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011 | |||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingena |
843 | 3 831 | – | – | – | – | 21 259 | 25 934c | |
| Deposito's van cliënten en schuldpapierb | 4 288 | 17 565 | – | – | – | – | 143 373 | 165 226 | |
| Zichtdeposito's | 0 | 0 | – | – | – | – | 37 472 | 37 472 | |
| Termijndeposito's | 3 774 | 13 277 | – | – | – | – | 42 010 | 59 061 | |
| Depositoboekjes | 0 | 0 | – | – | – | – | 32 624 | 32 624 | |
| Deposito's van bijzondere aard | 0 | 0 | – | – | – | – | 3 887 | 3 887 | |
| Overige deposito's | 0 | 0 | – | – | – | – | 1 417 | 1 417 | |
| Depositocertificaten | 0 | 20 | – | – | – | – | 4 597 | 4 617 | |
| Kasbons | 0 | 0 | – | – | – | – | 710 | 710 | |
| Converteerbare obligaties | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 | |
| Niet-converteerbare obligaties | 514 | 4 167 | – | – | – | – | 12 694 | 17 375 | |
| Converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 | |
| Niet-converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 101 | – | – | – | – | 7 961 | 8 063 | |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | 7 014 | – | – | – | – | 0 | 7 014 | |
| Derivaten | 21 699 | – | – | – | – | 1 601 | – | 23 300 | |
| Baisseposities | 497 | – | – | – | – | – | – | 497 | |
| In eigenvermogensinstrumenten | 4 | – | – | – | – | – | – | 4 | |
| In schuldinstrumenten | 493 | – | – | – | – | – | – | 493 | |
| Overige | 0 | 173 | – | – | – | – | 2 408 | 2 581 | |
| Geprorateerde rente | 27 | 94 | – | – | – | 328 | 801 | 1 251 | |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 27 355 | 28 678 | – | – | – | 1 929 | 167 842 | 225 804 | |
| a Waarvan repos2 | 6 574 | ||||||||
| b Waarvan repos2 | 15 841 | ||||||||
| c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar | 8 472 |
1 Totaal zonder in 2011 afgeronde desinvesteringen (Centea) en aangekondigde desinvesteringen die al in 2011 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2011).
2 Een repotransactie is een transactie waarbij een partij effecten koopt van een andere partij (KBC) en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk uitlenen van obligaties. Bij die uitlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij KBC. Het bedrag van de repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (ontleende) activa.
| (in miljoenen euro) | Aangehou den voor handels doeleinden |
Gewaar deerd tegen reële waarde |
Voor verkoop beschikbaar |
Leningen en vorderingen |
Tot einde looptijd aangehou den |
Afdekkings derivaten |
Tegen geamor tiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010 | ||||||||
| België | 3 342 | 7 189 | 21 742 | 75 261 | 1 407 | 105 | – | 109 046 |
| Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) | 8 439 | 986 | 10 694 | 36 327 | 9 172 | 180 | – | 65 799 |
| Rest van de wereld | 18 506 | 17 370 | 21 707 | 45 436 | 3 376 | 0 | – | 106 395 |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 30 287 | 25 545 | 54 143 | 157 024 | 13 955 | 286 | – | 281 240 |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011 | ||||||||
| België | 2 798 | 4 841 | 17 527 | 72 705 | 1 626 | 556 | – | 100 052 |
| Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) | 7 907 | 808 | 7 213 | 37 562 | 8 575 | 226 | – | 62 290 |
| Rest van de wereld | 16 232 | 8 292 | 14 751 | 43 626 | 4 196 | 0 | – | 87 097 |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 26 936 | 13 940 | 39 491 | 153 894 | 14 396 | 782 | – | 249 439 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010 | ||||||||
| België | 3 279 | 7 491 | – | – | – | 929 | 87 282 | 98 981 |
| Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) | 1 142 | 5 501 | – | – | – | 124 | 44 234 | 51 001 |
| Rest van de wereld | 19 715 | 21 623 | – | – | – | 72 | 69 191 | 110 600 |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 24 136 | 34 615 | – | – | – | 1 124 | 200 707 | 260 582 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011 | ||||||||
| België | 1 301 | 9 455 | – | – | – | 1 750 | 78 407 | 90 913 |
| Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) | 5 880 | 955 | – | – | – | 128 | 43 265 | 50 227 |
| Rest van de wereld | 20 174 | 18 268 | – | – | – | 52 | 46 170 | 84 663 |
| Boekwaarde inclusief geprorateerde rente | 27 355 | 28 678 | – | – | – | 1 929 | 167 842 | 225 804 |
| (in miljoenen euro) | Aangehou den voor handels doeleinden |
Gewaar deerd tegen reële waarde |
Voor verkoop beschikbaar |
Leningen en vorderingen |
Tot einde looptijd aangehou den |
Afdekkings derivaten |
Tegen geamor tiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 6 336 | 9 003 | 7 836 | 47 023 | 1 653 | – | – | 71 851 |
| Meer dan 1 jaar | 2 229 | 9 291 | 25 413 | 106 369 | 12 301 | – | – | 155 602 |
| Niet bepaald* | 21 723 | 7 252 | 20 894 | 3 633 | 0 | 286 | – | 53 788 |
| Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente | 30 287 | 25 545 | 54 143 | 157 024 | 13 955 | 286 | – | 281 240 |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 6 768 | 2 064 | 5 165 | 52 631 | 1 345 | – | – | 67 971 |
| Meer dan 1 jaar | 2 390 | 4 228 | 32 709 | 97 330 | 13 052 | – | – | 149 709 |
| Niet bepaald* | 17 779 | 7 648 | 1 617 | 3 933 | 0 | 782 | – | 31 759 |
| Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente | 26 936 | 13 940 | 39 491 | 153 894 | 14 396 | 782 | – | 249 439 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 1 325 | 23 822 | – | – | – | – | 127 623 | 152 770 |
| Meer dan 1 jaar | 94 | 5 477 | – | – | – | – | 32 110 | 37 681 |
| Niet bepaald* | 22 717 | 5 317 | – | – | – | 1 124 | 40 974 | 70 132 |
| Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente | 24 136 | 34 615 | – | – | – | 1 124 | 200 707 | 260 582 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 5 369 | 16 857 | – | – | – | – | 100 403 | 122 629 |
| Meer dan 1 jaar | 284 | 7 089 | – | – | – | – | 32 439 | 39 812 |
| Niet bepaald* | 21 702 | 4 732 | – | – | – | 1 929 | 35 000 | 63 363 |
| Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente | 27 355 | 28 678 | – | – | – | 1 929 | 167 842 | 225 804 |
* Met Niet bepaald wordt bedoeld dat de vervaldag onbepaald is of dat het niet zinvol is het financiële instrument volgens vervaldag te klasseren. De financiële activa met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten en tradingaandelen (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden), een groot deel van de beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde), aandelen voor verkoop beschikbaar (kolom Voor verkoop beschikbaar) en voorschotten in rekening-courant en oninbare/dubieuze vorderingen (kolom Leningen en vorderingen). De financiële verplichtingen met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de depositoboekjes (kolom Tegen geamortiseerde kostprijs), de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden) en een groot deel van de schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde).
• Het verschil tussen de financiële activa op korte termijn en de financiële verplichtingen op korte termijn is onder meer een reflectie van de basisactiviteit van een bank, namelijk het omzetten van deposito's op kortere termijn naar kredieten op langere termijn. Dat resulteert in een groter volume van deposito's op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële verplichtingen) in vergelijking met de kredieten op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële activa). Die verhouding geeft aanleiding tot een liquiditeitsrisico. Meer informatie over het liquiditeitsrisico en de bewaking ervan vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
| (in miljoenen euro) | Aangehou den voor handelsdoel einden |
Gewaardeerd tegen reële waarde |
Voor verkoop beschikbaar |
Leningen en vorderingen |
Tot einde looptijd aan gehouden |
Afdekkings derivaten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010 | |||||||
| Activa waarvoor geen bijzondere waarde verminderingen zijn geboekt (unimpaired) |
30 287 | 25 545 | 53 825 | 151 403 | 13 955 | 286 | 275 301 |
| Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt (impaired) |
– | – | 572 | 10 543 | 0 | – | 11 114 |
| Bijzondere waardeverminderingen | – | – | -254 | -4 921 | 0 | – | -5 175 |
| Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente | 30 287 | 25 545 | 54 143 | 157 024 | 13 955 | 286 | 281 240 |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011 | |||||||
| Activa waarvoor geen bijzondere waarde verminderingen zijn geboekt (unimpaired) |
26 936 | 13 940 | 39 196 | 148 229 | 14 377 | 782 | 243 461 |
| Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt (impaired) |
– | – | 735 | 10 814 | 75 | – | 11 623 |
| Bijzondere waardeverminderingen | – | – | -440 | -5 149 | -56 | – | -5 645 |
| Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente | 26 936 | 13 940 | 39 491 | 153 894 | 14 396 | 782 | 249 439 |
• Het begrip bijzondere waardevermindering (impairment) is relevant voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Vastrentende financiële activa zijn impaired wanneer er een individuele indicatie van een bijzondere waardevermindering bestaat. Voor leningen is dat het geval als de lening een Probability of Defaultrating (PD, zie verder) van 10, 11 of 12 heeft. De bijzondere waardevermindering wordt vastgesteld op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier wanneer een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).
• Om de PD-klasse te bepalen, heeft KBC diverse ratingmodellen ontwikkeld. De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van PD 1 (laagste risico) tot PD 9 (hoogste risico). Meer informatie over PD vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.
| Tot einde looptijd aan |
Voorzieningen voor verbintenis kredieten |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Voor verkoop beschikbaar Vastrentende activa |
Aandelen | gehouden Vastrentende activa |
Met individu ele bijzondere waardever mindering |
Leningen en vorderingen Met op por tefeuillebasis berekende bijzondere waardever mindering |
buiten balans* |
| BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2010 | ||||||
| Beginsaldo | 127 | 280 | 6 | 3 667 | 302 | 111 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Aangelegd | 0 | 32 | 0 | 2 906 | 214 | 119 |
| Teruggenomen | -1 | 0 | 0 | -1 454 | -199 | -104 |
| Mutaties zonder resultaatsimpact | ||||||
| Afschrijvingen | -50 | -11 | 0 | -391 | 0 | 0 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | -23 | -5 | -16 | -2 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
-55 | 0 | 0 | -122 | 0 | 0 |
| Overige | -13 | -32 | 0 | 4 | 11 | -11 |
| Eindsaldo | 9 | 245 | 0 | 4 594 | 327 | 116 |
| BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2011 | ||||||
| Beginsaldo | 9 | 245 | 0 | 4 594 | 327 | 116 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Aangelegd | 305 | 114 | 66 | 2 495 | 354 | 91 |
| Teruggenomen | -1 | 0 | 0 | -1 179 | -311 | -117 |
| Mutaties zonder resultaatsimpact | ||||||
| Afschrijvingen | 0 | -40 | 0 | -642 | 0 | 0 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -3 | -8 | 0 | -75 | -3 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
-42 | -34 | -10 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | -1 | -104 | 0 | -399 | -12 | -1 |
| Eindsaldo | 267 | 173 | 56 | 4 795 | 354 | 89 |
* Deze voorzieningen staan op de passiefzijde van de balans. Wijzigingen in dergelijke voorzieningen worden opgenomen bij de bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de winst-en-verliesrekening.
• Verklaring van lijn Overige in 2011: -104 miljoen euro met betrekking tot aandelen betreft verkochte aandelen waarvoor al waardeverminderingen waren geboekt; -399 miljoen euro bij Leningen en vorderingen heeft voor een groot deel betrekking op het afboeken van waardeverminderingen bij de verkoop van Atomium-obligaties
| (in miljoenen euro) | Minder dan 30 dagen achterstallig |
30 of meer, maar minder dan 90 dagen achterstallig |
|---|---|---|
| 31-12-2010 | ||
| Leningen en vorderingen | 3 677 | 1 316 |
| Schuldinstrumenten | 0 | 1 |
| Derivaten | 0 | 0 |
| Totaal | 3 677 | 1 317 |
| 31-12-2011 | ||
| Leningen en vorderingen | 3 643 | 2 039 |
| Schuldinstrumenten | 0 | 0 |
| Derivaten | 0 | 0 |
| Totaal | 3 643 | 2 039 |
• Financiële activa zijn achterstallig (past due) wanneer een tegenpartij nalaat een betaling te doen op het contractueel afgesproken tijdstip. Het begrip achterstallig geldt per contract en niet per tegenpartij. Als bijvoorbeeld een tegenpartij nalaat haar maandelijkse aflossing te betalen, wordt de volledige lening als achterstallig beschouwd, maar dat betekent niet dat andere leningen aan die tegenpartij als achterstallig worden beschouwd.
• Financiële activa die 90 dagen of meer achterstallig zijn, worden altijd als impaired beschouwd.
• Zie Toelichting 22 en 40.
• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto | Ontvangen waarborgen/ collateral |
Netto | Bruto | Ontvangen waarborgen/ collateral |
Netto | ||
| Maximaal kredietrisico | |||||||
| Eigenvermogensinstrumenten | 3 833 | 1 | 3 832 | 2 501 | 0 | 2 501 | |
| Schuldinstrumenten | 85 562 | 0 | 85 562 | 62 535 | 0 | 62 535 | |
| Leningen en voorschotten | 166 167 | 84 124 | 82 043 | 157 442 | 78 303 | 79 139 | |
| Waarvan gewaardeerd tegen reële waarde | 8 279 | 7 935 | 344 | 2 185 | 1 904 | 281 | |
| Derivaten | 15 970 | 1 536 | 14 434 | 17 375 | 1 485 | 15 889 | |
| Overige (inclusief geprorateerde rente) | 37 076 | 9 276 | 27 799 | 35 824 | 7 936 | 27 889 | |
| Totaal | 308 609 | 94 938 | 213 671 | 275 678 | 87 724 | 187 954 |
• Het maximale kredietrisico van een financieel actief is meestal de brutoboekwaarde, na aftrek van de bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met IAS 39. Het maximale kredietrisico bevat – naast de bedragen op balans – ook nog het niet-opgenomen deel van onherroepelijk verstrekte kredietlijnen, de verstrekte financiële garanties en de andere onherroepelijke verstrekte verbintenissen. Die zijn opgenomen onder de post Overige in de tabel.
activa. Op basis van interne managementrapportering wordt in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (onder Kredietrisico) uitgebreide uitleg gegeven over de samenstelling en kwaliteit van de kredietportefeuille. De door de commissaris geauditeerde delen uit dat hoofdstuk worden vooraan in dat hoofdstuk opgesomd.
• Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments) worden geboekt op alle posten die tegen reële waarde zijn gewaardeerd, waarbij wijzigingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Ze omvatten closeoutkosten, aanpassingen voor minder liquide posities of markten, aanpassingen verbonden aan waarderingen gebaseerd op een waarderingsmodel, tegenpartijrisico en exploitatiekosten. Bij de berekening van market value adjustments met betrekking tot het tegenpartijrisico (exclusief MBIA) op derivaten, neemt de groep ook zijn eigen kredietrisico in rekening voor derivaten waarvan de reële waarde negatief is.
• Conform de vereisten van IFRS werd er bij de bepaling van de reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde rekening gehouden met de invloed van veranderingen in de eigen financieringspreads. Bij de opgave van de reële waarde van de financiële instrumenten die niet tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen (zie tabel) werd geen rekening gehouden met ontwikkelingen in credit spreads of prepayment risks.
| Reële waarde van financiële instrumenten die niet tegen reële | Leningen en vorderingen | Financiële activa tot einde looptijd aangehouden |
Financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| waarde op de balans zijn opgenomen (in miljoenen euro) |
Boek waarde |
Reële waarde |
Boek waarde |
Reële waarde |
Boek waarde |
Reële waarde |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010 | ||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
12 998 | 13 168 | – | – | – | – |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 140 087 | 141 209 | – | – | – | – |
| Schuldinstrumenten | 3 477 | 3 536 | 13 629 | 13 920 | – | – |
| Geprorateerde rente | 463 | 463 | 325 | 325 | – | – |
| Totaal, inclusief geprorateerde rente | 157 024 | 158 375 | 13 955 | 14 245 | – | – |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011 | ||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
14 253 | 14 503 | – | – | – | – |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 136 201 | 140 897 | – | – | – | – |
| Schuldinstrumenten | 2 890 | 2 868 | 14 063 | 14 347 | – | – |
| Geprorateerde rente | 549 | 549 | 334 | 334 | – | – |
| Totaal, inclusief geprorateerde rente | 153 894 | 158 818 | 14 396 | 14 681 | – | – |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010 | ||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen | – | – | – | – | 20 924 | 21 347 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | – | – | – | – | 176 252 | 177 834 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | – | – | – | 179 | 179 |
| Overige | – | – | – | – | 2 564 | 2 564 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | – | 789 | 789 |
| Totaal, inclusief geprorateerde rente | – | – | – | – | 200 707 | 202 713 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011 | ||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen | – | – | – | – | 21 259 | 21 206 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | – | – | – | – | 143 373 | 149 337 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Overige | – | – | – | – | 2 408 | 2 408 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | – | 801 | 801 |
| Totaal, inclusief geprorateerde rente | – | – | – | – | 167 842 | 173 752 |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarderingshiërarchie | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||||||
| Leningen en voorschotten aan krediet | ||||||||
| instellingen en beleggingsondernemingen | 0 | 686 | 10 | 696 | 0 | 4 600 | 0 | 4 600 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 0 | 4 109 | 0 | 4 109 | 0 | 203 | 0 | 203 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 537 | 187 | 993 | 1 717 | 170 | 108 | 749 | 1 028 |
| Schuldinstrumenten | 5 651 | 1 443 | 614 | 7 709 | 2 981 | 1 108 | 198 | 4 286 |
| Derivaten | 63 | 13 622 | 2 073 | 15 758 | 22 | 11 737 | 4 991 | 16 750 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 299 | – | – | – | 69 |
| Gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Leningen en voorschotten aan krediet instellingen en beleggingsondernemingen |
0 | 1 808 | 0 | 1 808 | 0 | 305 | 0 | 305 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 0 | 6 445 | 26 | 6 471 | 0 | 1 852 | 27 | 1 879 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 2 | 15 | 1 | 19 | 2 | 18 | 8 | 28 |
| Beleggingscontracten, verzekeringen | 7 325 | 4 | 0 | 7 329 | 7 636 | 16 | 0 | 7 652 |
| Schuldinstrumenten | 9 097 | 256 | 373 | 9 727 | 3 642 | 218 | 136 | 3 997 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 192 | – | – | – | 79 |
| Voor verkoop beschikbaar | ||||||||
| Eigenvermogensinstrumenten | 1 665 | 35 | 398 | 2 098 | 1 111 | 76 | 259 | 1 446 |
| Schuldinstrumenten | 48 677 | 1 845 | 497 | 51 020 | 33 595 | 3 207 | 498 | 37 299 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 1 025 | – | – | – | 746 |
| Afdekkingsderivaten | ||||||||
| Derivaten | 0 | 213 | 0 | 213 | 0 | 624 | 0 | 624 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 73 | – | – | – | 158 |
| Totaal, inclusief geprorateerde rente | 73 017 | 30 668 | 4 986 | 110 261 | 49 160 | 24 072 | 6 866 | 81 149 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
0 | 0 | 21 | 21 | 0 | 843 | 0 | 843 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 0 | 624 | 24 | 648 | 0 | 4 285 | 4 | 4 288 |
| Derivaten | 44 | 15 868 | 6 406 | 22 317 | 56 | 12 201 | 9 442 | 21 699 |
| Baisseposities | 1 076 | 44 | 0 | 1 119 | 493 | 4 | 0 | 497 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 31 | – | – | – | 27 |
| Gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
0 | 6 911 | 0 | 6 911 | 0 | 3 831 | 0 | 3 831 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 0 | 17 165 | 3 806 | 20 971 | 0 | 16 213 | 1 352 | 17 565 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | 6 514 | 0 | 0 | 6 514 | 7 014 | 0 | 0 | 7 014 |
| Overige | 0 | 0 | 145 | 145 | 0 | 0 | 173 | 173 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 74 | – | – | – | 94 |
| Afdekkingsderivaten | ||||||||
| Derivaten | 0 | 849 | 0 | 849 | 0 | 1 601 | 0 | 1 601 |
| Geprorateerde rente | – | – | – | 276 | – | – | – | 328 |
| Totaal, inclusief geprorateerde rente | 7 634 | 41 459 | 10 402 | 59 875 | 7 563 | 38 979 | 10 970 | 57 962 |
• De IAS 39-waarderingshiërarchie verdeelt de waarderingstechnieken, samen met de respectieve waarderingsparameters waarop die gebaseerd zijn, op basis van prioriteit in drie niveaus:
1 De waarderingshiërarchie kent de hoogste prioriteit toe aan parameters van niveau 1.
Dat betekent dat, wanneer er een actieve markt bestaat, gepubliceerde prijsnoteringen moeten worden gebruikt om het financiële actief of passief tegen reële waarde te waarderen. Parameters van niveau 1 zijn gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, een handelaar, een makelaar, een sectorgroep, een waarderingsdienst (pricing service) of een regelgevende instantie. Die prijzen zijn op een eenvoudige wijze en op regelmatige basis beschikbaar en zijn ontleend aan huidige en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen op actieve markten die voor KBC toegankelijk zijn. Het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten die beschikken over gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, is gebaseerd op de marktwaarde die wordt afgeleid van de huidige beschikbare transactieprijzen. Er wordt geen waarderingstechniek (model) gebruikt.
2 Als er geen prijsnoteringen beschikbaar zijn, bepaalt de entiteit de reële waarde met behulp van een waarderingstechniek (model) op basis van waarneembare of niet-waarneembare parameters. Het gebruik van waarneembare parameters moet worden gemaximaliseerd, terwijl het gebruik van niet-waarneembare parameters moet worden geminimaliseerd.
Waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 2 genoemd en weerspiegelen alle factoren die marktdeelnemers in beschouwing zouden nemen bij de waardering van het actief of de verplichting tegen reële waarde, op basis van marktgegevens afkomstig van bronnen die onafhankelijk zijn van de rapporterende entiteit. Daarnaast weerspiegelen waarneembare parameters een actieve markt. Waarneembare waarderingsparameters zijn bijvoorbeeld de risicovrije rente, wisselkoersen van vreemde valuta, aandelenkoersen en de impliciete volatiliteit. Waarderingstechnieken op basis van waarneembare parameters zijn onder andere: de verdiscontering van toekomstige kasstromen, de vergelijking met de huidige of recente reële waarde van een ander soortgelijk instrument, en prijsstelling door derden, op voorwaarde dat die prijs in de lijn ligt van alternatieve observeerbare marktgegevens.
Niet-waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 3 genoemd en weerspiegelen de eigen veronderstellingen van de entiteit omtrent de assumpties die marktpartijen zouden gebruiken in de waardering van het actief of de verplichting (inclusief assumpties over de betrokken risico's). Niet-waarneembare parameters weerspiegelen een markt die niet actief is. Waarderingsparameters die benaderingen zijn voor niet-waarneembare parameters (proxy) en correlatiefactoren kunnen worden beschouwd als niet-waarneembaar op de markt.
• Als de parameters, gebruikt om de reële waarde van een actief of passief te bepalen, in verscheidene niveaus van de waarderingshiërarchie kunnen worden ondergebracht, dan wordt de reële waarde van het gehele actief of passief geklasseerd volgens het laagste niveau van de desbetreffende toepasselijke parameter, die een belangrijke invloed heeft op de totale reële waarde van het actief of passief. Bijvoorbeeld: als de berekening van de reële waarde gebaseerd is op waarneembare parameters, waarbij belangrijke aanpassingen van die waarde nodig zijn, gestoeld op niet-waarneembare parameters, dan valt deze waarderingsmethode onder niveau 3 van de waarderingshiërarchie.
| Soort instrument | Producten | Type waardering | |
|---|---|---|---|
| Niveau 1 | Liquide financiële instrumenten waarvoor genoteerde koersen regelmatig beschikbaar zijn |
Valutacontantcontracten, Beursgenoteerde financiële futures, Beursgenoteerde opties, Beurs genoteerde aandelen, Liquide overheidsobligaties, Andere liquide obligaties, Liquide Asset Backed Securities op actieve markten |
Mark-to-market (gepubliceerde prijsnoteringen op een actieve markt) |
| Niveau 2 | Plain vanilla / liquide derivaten | (Cross-Currency) Renteswaps (IRS), Valutaswaps, Valutatermijncontracten, Rentetermijncontracten (FRA), Inflatieswaps, Reverse floaters, Opties op obligatiefutures, Opties op rentefutures, Overnight Index Swaps, FX Reset |
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op basis van verdisconterings- en inschattingscurves (op basis van gepubliceerde depositoquoteringen, FX swaps en (CC)IRS) |
| Caps en Floors, Renteopties, Aandelenopties, Europese en Amerikaanse valutaopties, Forward start-opties, Digitale valutaopties, FX Strips van Eenvoudige opties, Europese swaptions, Constant Maturity Swaps (CMS), European Cancelable IRS |
Waarderingsmodel voor opties op basis van waarneembare parameters (bv. volatiliteit) |
||
| Credit Default Swaps (CDS) | CDS-model op basis van credit spreads | ||
| Lineaire financiële activa (zonder optionele kenmerken) – cashinstrumenten |
Deposito's, Eenvoudige kasstromen, Transacties in het kader van repos |
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op basis van verdisconterings- en inschattingscurves (op basis van gepubliceerde depositoquoteringen, FX swaps en (CC)IRS) |
|
| Asset Backed Securities | Halfliquide Asset Backed Securities | Prijsstelling door derden (bv. leadmanager); prijs controle a.d.h.v. alternatieve observeerbare markt gegevens, of via vergelijkbare spreadmethode |
|
| Schuldinstrumenten | Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) | Verdiscontering van toekomstige kasstromen en waardering van gerelateerde derivaten op basis van observeerbare parameters |
|
| Lineaire financiële passiva (cashinstrumenten) | Leningen, thesauriebewijzen | Verdiscontering van toekomstige kasstromen op basis van verdisconterings- en inschattingscurves (op basis van gepubliceerde depositoquoteringen, FX swaps en (CC)IRS) |
|
| Niveau 3 | Exotische derivaten | Target Profit Forward, Bermudan Swaptions, Digitale renteopties, Quanto Digital FX Options, FX Asian Options, FX Simple/Double European Barrier Options, FX Simple Digital Barrier Options, FX Touch Rebate, Double Average Rate Option, Inflatieopties, Cancelable Reverse Floaters, American and Bermudan Cancelable IRS, CMS Spread Options, CMS Interest Rate Caps/Floors, (Callable) Range Accruals |
Waarderingsmodel voor opties op basis van niet waarneembare parameters (bv. correlatie) |
| Illiquide instrumenten met kredietkoppeling | Collateralised Debt Obligations (CDO's, notes en super senior- tranches, inclusief de gerelateerde garantie van de Belgische staat) |
Waarderingsmodel op basis van de correlatie tussen de respectieve defaultkansen van de onderliggende activa |
|
| Private Equity Investments | Private equity en niet-genoteerde deelnemingen | Op basis van de waarderingsrichtlijnen van de EVCA (European Private Equity & Venture Capital Association) |
|
| Illiquide bonds / ABS | Illiquide bonds / Asset Backed Securities die indicatief worden geprijsd door één prijsleverancier op een niet-actieve markt |
Prijsstelling door derden (bv. leadmanager), geen prijscontrole mogelijk ten gevolge van gebrek aan beschikbare/betrouwbare alternatieve marktgegevens |
|
| Schuldinstrumenten | Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) | Verdiscontering van toekomstige kasstromen en waardering van gerelateerde derivaten op basis van niet-observeerbare parameters (indicatieve prijsstelling door derden voor de derivaten) |
In 2010 gebeurden een aantal aanzienlijke overdrachten van niveau 1 naar niveau 2 van de IAS 39-waarderingshiërarchie, en omgekeerd. Die overdrachten zijn het gevolg van een verfijning van de classificatiemethode in de hele groep en het actiever worden van de financiële markten. De gerapporteerde herclassificaties hebben volledig betrekking op de rubriek Schuldinstrumenten. In het bijzonder werden bepaalde obligatieportefeuilles in de loop van 2010 actiever verhandeld dan in het jaar daarvoor, wat aanleiding gaf tot overdrachten van niveau 2 naar niveau 1. Daarnaast had de verfijning van de classificatiemethode als gevolg dat bepaalde portefeuilles schuldinstrumenten (zoals ABS'en) die in het jaar voordien grotendeels aan één niveau werden toegewezen, nu meer verspreid zijn over de verschillende niveaus van de hiërarchie. Daarom werden op 31 december 2010 posities met een gezamenlijke waarde van ongeveer 1,1 miljard euro geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 1. Daarnaast werden ook voor circa 0,1 miljard euro posities geherklasseerd van niveau 1 naar niveau 2.
In 2011 besliste KBC om een aantal obligaitieposities te herklasseren van niveau 1 naar niveau 2 als gevolg van de vermindering in de verhandelde volumes. Het gaat in totaal over 1,2 miljard euro, waarvan 0,2 miljard euro met betrekking tot Griekse obligaties (cijfers exclusief groepen activa die worden afgestoten). Volgens KBC kan de reële waarde van Griekse overheidsobligaties nog altijd worden bepaald op basis van waarneembare parameters. Meer in het bijzonder worden prijzen nog altijd opgemaakt door verschillende marktpartijen en die prijzen liggen in dezelfde lijn. Bovendien worden de prijzen regelmatig geactualiseerd, en worden bied- en laathoeveelheden ook gequoteerd. Daarnaast werd een beperkt volume obligaties geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 1 (voor ongeveer 0,1 miljard euro).
Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2010
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | Voor verkoop beschikbaar |
Afdek kingsde rivaten |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| voorschotten Leningen en |
Eigenvermogens instrumenten |
verzekeringen contracten, Beleggings |
instrumenten Schuld |
Derivaten | voorschotten Leningen en |
Eigenvermogens instrumenten |
verzekeringen contracten, Beleggings |
instrumenten Schuld |
Eigenvermogens instrumenten |
instrumenten Schuld |
Derivaten | |
| Beginsaldo | 0 | 72 | 0 | 146 | 4 150 | 0 | 0 | 0 | 231 | 325 | 162 | 0 |
| Winsten en verliezen | 8 | 20 | 0 | -22 | -671 | -2 | 0 | 0 | 102 | -6 | 1 | 0 |
| In winst-en-verliesrekening* | 8 | 20 | 0 | -22 | -671 | -2 | 0 | 0 | 102 | -9 | 9 | 0 |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3 | -8 | 0 |
| Aanschaffingen | 0 | 21 | 0 | 140 | 9 | 0 | 1 | 0 | 7 | 121 | 0 | 0 |
| Vervreemdingen | 0 | -14 | 0 | -135 | -6 | 0 | 0 | 0 | -60 | -32 | 0 | 0 |
| Afwikkelingen | 0 | 0 | 0 | 0 | -1 838 | 0 | 0 | 0 | 2 | 0 | -1 | 0 |
| Overdracht naar niveau 3 | 2 | 902 | 0 | 479 | 116 | 28 | 0 | 0 | 43 | 100 | 335 | 0 |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | -28 | 0 | 0 | 0 | 0 | -109 | 0 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aange houden voor verkoop |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | -8 | 0 | 8 | 341 | 0 | 0 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 46 | 0 | 0 | 0 |
| Eindsaldo | 10 | 993 | 0 | 614 | 2 073 | 26 | 1 | 0 | 373 | 398 | 497 | 0 |
| Totale winsten (positieve cijfers) en verliezen (negatieve cijfers) opgenomen in winst-en-verliesrekening voor activa aan het einde van de periode |
8 | 20 | 0 | 117 | -848 | 0 | 0 | 0 | 84 | -3 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | kingsde rivaten |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| kredietinstellingen Deposito's van |
van cliënten en schuldpapier Deposito's |
Schulden m.b.t. beleggings contracten |
Derivaten | Baisseposities | Overige | kredietinstellingen Deposito's van |
van cliënten en schuldpapier Deposito's |
Schulden m.b.t. beleggings contracten |
Overige | Derivaten | |
| Beginsaldo | 0 | 105 | 0 | 5 579 | 20 | 0 | 0 | 3 414 | 0 | 168 | 0 |
| Winsten en verliezen | 0 | -89 | 0 | -1 439 | 0 | 0 | 0 | -149 | 0 | -23 | 0 |
| In winst-en-verliesrekening* | 0 | -89 | 0 | -1 439 | 0 | 0 | 0 | -149 | 0 | -23 | 0 |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgiften | 0 | 0 | 0 | 16 | 0 | 0 | 0 | 630 | 0 | 0 | 0 |
| Terugkopen | 0 | -1 | 0 | -533 | -22 | 0 | 0 | -105 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht naar niveau 3 | 28 | 0 | 0 | 2 496 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | -45 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -7 | 9 | 0 | 331 | 2 | 0 | 0 | 17 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eindsaldo | 21 | 24 | 0 | 6 406 | 0 | 0 | 0 | 3 806 | 0 | 145 | 0 |
| Totale winsten (negatieve cijfers) en verliezen (positieve cijfers) opgenomen in winst-en-verliesrekening voor verplichtingen aan het einde van de periode |
0 | -89 | 0 | -1 134 | 0 | 0 | 0 | -2 | 0 | 0 | 0 |
Afdek-
* Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | Afdek Voor verkoop kingsde beschikbaar rivaten |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| voorschotten Leningen en |
Eigenvermogens instrumenten |
verzekeringen contracten, Beleggings |
instrumenten Schuld |
Derivaten | en voorschotten Leningen |
Eigenvermogens instrumenten |
verzekeringen contracten, Beleggings |
instrumenten Schuld |
Eigenvermogens instrumenten |
instrumenten Schuld |
Derivaten | |
| Beginsaldo | 10 | 993 | 0 | 614 | 2 073 | 26 | 1 | 0 | 373 | 398 | 497 | 0 |
| Winsten en verliezen | 0 | -183 | 0 | 47 | 1 694 | 3 | -1 | 0 | -90 | -7 | -1 | 0 |
| In winst-en-verliesrekening1 | 0 | -183 | 0 | 47 | 1 694 | 3 | -1 | 0 | -90 | 0 | 5 | 0 |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -7 | -5 | 0 |
| Aanschaffingen | 0 | 9 | 0 | 3 | 309 | 0 | 0 | 0 | 58 | 22 | 57 | 0 |
| Vervreemdingen | -10 | -72 | 0 | -321 | -428 | -2 | 0 | 0 | -1 | -99 | 0 | 0 |
| Afwikkelingen | 0 | 0 | 0 | -132 | -1 245 | 0 | 0 | 0 | -224 | 0 | -28 | 0 |
| Overdracht naar niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14 | 0 | 0 | 0 | 68 | 41 | 172 | 0 |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -43 | 0 | -14 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop |
0 | -8 | 0 | 0 | 0 | 0 | 8 | 0 | -10 | -75 | -20 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 10 | 0 | -14 | 74 | 1 | 1 | 0 | 5 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | -21 | -166 | 0 |
| Eindsaldo | 0 | 749 | 0 | 198 | 4 991 | 27 | 8 | 0 | 136 | 259 | 498 | 0 |
| Totale winsten (positieve cijfers) en verliezen (negatieve cijfers) opgenomen in winst-en-verliesrekening voor activa aan het einde van de periode |
0 | -127 | 0 | -46 | 2 041 | 3 | -1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | kingsde rivaten |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| kredietinstellingen Deposito's van |
Deposito's van schuldpapier cliënten en |
Schulden m.b.t. beleggings contracten |
Derivaten | Baisseposities | Overige | kredietinstellingen Deposito's van |
Deposito's van schuldpapier cliënten en |
Schulden m.b.t. beleggings contracten |
Overige | Derivaten | |
| Beginsaldo | 21 | 24 | 0 | 6 406 | 0 | 0 | 0 | 3 806 | 0 | 145 | 0 |
| Winsten en verliezen | 0 | -14 | 0 | 520 | 0 | 0 | 0 | -237 | 0 | 28 | 0 |
| In winst-en-verliesrekening1 | 0 | -14 | 0 | 520 | 0 | 0 | 0 | -237 | 0 | 28 | 0 |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgiften | 0 | 0 | 0 | 1 087 | 0 | 0 | 0 | 856 | 0 | 0 | 0 |
| Terugkopen | 0 | 0 | 0 | -1 527 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afwikkelingen | -20 | -6 | 0 | -405 | 0 | 0 | 0 | -267 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht naar niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -2 806 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -1 | -1 | 0 | 150 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige2 | 0 | 0 | 0 | 3 211 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eindsaldo | 0 | 4 | 0 | 9 442 | 0 | 0 | 0 | 1 352 | 0 | 173 | 0 |
| Totale winsten (negatieve cijfers) en verliezen (positieve cijfers) opgenomen in winst-en-verliesrekening voor verplichtingen aan het einde van de periode |
0 | -1 | 0 | 834 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 28 | 0 |
1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.
2 De bedragen in de lijn Overige in de kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden – Derivaten betreffen een aanpassing naar aanleiding van een verfijning van de doorstroming van derivaten op de balans naar de niveau 3-mutatietabel. Sommige niveau 3-activa zijn geassocieerd of economisch gehedged door identieke niveau 3-verplichtingen, waardoor de blootstelling van KBC aan niet-observeerbare parameters lager is dan uit de brutocijfers in de tabel zou kunnen blijken.
Afdek-
| Spreads -50% |
Spreads -20% |
Spreads -10% |
Spreads +10% |
Spreads +20% |
Spreads +50% |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2010 | 0,9 | 0,3 | 0,2 | -0,1 | -0,3 | -0,6 |
| 31-12-2011 | 0,8 | 0,3 | 0,1 | -0,1 | -0,2 | -0,5 |
• In de bovenstaande winst-en-verliesgevoeligheidstoets werden wijzigingen in correlatie buiten beschouwing gelaten. Aangezien de correlatie (voor zowel de inner als outer tranches) een belangrijke parameter in het Gaussian Copula Mixture-model is, werd ook een analyse uitgevoerd waarin de gecombineerde invloed van wijzigingen in de correlatie en creditspreadparameters van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products wordt berekend. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 70% voor MBIA in beschouwing. De scope van deze analyse is dezelfde als in de bovenstaande tabel. Wanneer de credit spreads toenemen met 50% en er ook een stijging van de correlaties plaatsvindt, dan zou dat leiden tot een bijkomend verlies van 0,3 miljard euro; als de credit spreads afnemen met 50% en er zich ook een daling van de correlaties voordoet, dan zou dat aanleiding geven tot een bijkomende winst van 0,8 miljard euro (voor 2010 was dat respectievelijk een verlies van 0,4 miljard euro en een winst van 0,7 miljard euro).
• De volgende tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen op de voorziening voor het MBIA-tegenpartijrisico, waarbij niet alleen de credit spreads van de onderliggende activa van KBC FP CDO's veranderen, maar ook de voorziening voor MBIA-tegenpartijrisico. De huidige voorziening bedraagt 70%.
Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en en gebaseerd op wijzigingen in de voorziening voor tegenpartijrisico voor MBIA* (in miljarden euro)
| Spreads -50% |
Spreads -20% |
Spreads -10% |
Spreads +10% |
Spreads +20% |
Spreads +50% |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2010 | ||||||
| MBIA 60% | 0,9 | 0,4 | 0,3 | 0,1 | 0,0 | -0,3 |
| MBIA 70% | 0,4 | 0,2 | 0,1 | -0,1 | -0,1 | -0,3 |
| MBIA 80% | 0,3 | 0,0 | -0,1 | -0,3 | -0,3 | -0,5 |
| MBIA 90% | 0,2 | -0,1 | -0,2 | -0,4 | -0,5 | -0,7 |
| MBIA 100% | 0,1 | -0,3 | -0,4 | -0,6 | -0,7 | -1,0 |
| 31-12-2011 | ||||||
| MBIA 60% | 0,5 | 0,3 | 0,2 | 0,1 | 0,0 | -0,1 |
| MBIA 70% | 0,5 | 0,2 | 0,1 | -0,1 | -0,1 | -0,3 |
| MBIA 80% | 0,4 | 0,0 | -0,1 | -0,2 | -0,3 | -0,5 |
| MBIA 90% | 0,3 | -0,1 | -0,2 | -0,4 | -0,4 | -0,6 |
| MBIA 100% | 0,2 | -0,2 | -0,3 | -0,5 | -0,6 | -0,8 |
* Merk op dat de resultaten alleen de invloed op de voorziening voor MBIA weergeven; de invloed van creditspreadbewegingen op de eigen KBC FP CDO-posities is niet meegerekend.
| (in miljoenen euro) (+: winst, -: verlies, bedragen vóór belastingen) | |||
|---|---|---|---|
| EIGEN SCHULDUITGIFTEN GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE, 31-12-2010 | |
|---|---|
| Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening | 53 |
| Totale gecumuleerde invloed op balansdatum | 258 |
| EIGEN SCHULDUITGIFTEN GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE, 31-12-2011 | |
| Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening | 484 |
| Totale gecumuleerde invloed op balansdatum | 742 |
• De reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houdt rekening met het eigen kredietrisico. Het grootste deel van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening betreft KBC Ifima-uitgiften. Voor de waardering van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening wordt rekening gehouden met het eigen kredietrisico door het gebruik van de effectieve financieringsspread van KBC. De totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg ongeveer 3,9 miljard euro per 31 december 2011, rekening houdend met het eigen kredietrisico van KBC. Resultaten van gevoeligheidstoetsen op de totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften waarbij de effectieve financieringsspread verschoven wordt, worden weergegeven in de tabel.
| Spreads -50% |
Spreads -20% |
Spreads -10% |
Spreads +10% |
Spreads +20% |
Spreads +50% |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2010 | -0,2 | -0,07 | -0,04 | +0,04 | +0,07 | +0,2 |
| 31-12-2011 | -0,4 | -0,15 | -0,08 | +0,08 | +0,15 | +0,4 |
• Het grote verschil in winst- en verliesgevoeligheid tussen eind 2010 en eind 2011 is te verklaren door het niveau van de spreads. Op 31 december 2010 was de spread gemiddeld gelijk aan 200 basispunten, op 31 december 2011 was dat 480 basispunten. Wanneer we die spreads met een bepaald percentage verhogen of verlagen, is de invloed in 2011 dus ook veel groter dan in 2010.
• Als er geen rekening wordt gehouden met de invloed van veranderingen in eigen kredietrisico, is het verschil tussen de boekwaarde en de terugbetalingsprijs van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening beperkt (minder dan 0,1 miljard euro).
Financiële activa beschikbaar voor verkoop geherklasseerd naar Leningen en vorderingen (in miljoenen euro) situatie op 31 december 2011
| Boekwaarde | 2 287 | ||
|---|---|---|---|
| Reële waarde | 2 071 | ||
| Indien niet geherklasseerd (voor verkoop beschikbaar) |
Na herclassificatie (leningen en vorderingen) |
Invloed | |
| Invloed op uitstaande herwaarderingsreserve (voor verkoop beschikbare financiële activa), vóór belastingen |
-541 | -353 | 188 |
| Invloed op winst-en-verliesrekening, vóór belastingen | -14 | 5 | 19 |
• In oktober 2008 publiceerde de IAS Board aanpassingen van IAS 39 en IFRS 7 onder de noemer herclassificatie van financiële activa. Naar aanleiding van die aanpassingen heeft de KBC-groep een aantal activa geherklasseerd van de categorie Voor verkoop beschikbaar naar de categorie Leningen en vorderingen, omdat die activa minder liquide waren geworden. Die activa voldeden op datum van herclassificatie aan de definitie van Leningen en vorderingen en de groep heeft de intentie en de mogelijkheid om die activa aan te houden voor de voorzienbare toekomst of tot op de vervaldag. KBC heeft ervoor gekozen om die herclassificaties door te voeren op 31 december 2008. Op datum van herclassificatie (31 december 2008) bedroeg de verwachte recupereerbare kasstroom voor die activa 5 miljard euro en varieerde de effectieve rentevoet tussen 5,88% en 16,77%.
| Voor handelsdoeleinden | Microhedging: reëlewaardeafdekkingen | Microhedging: kasstroomafdekkingen* | Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek- king van het renterisico van een portefeuille |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gecontracteerde | Gecontracteerde | Gecontracteerde | Gecontracteerde | |||||||||||||
| Boekwaarde | bedragen | Boekwaarde | bedragen | Boekwaarde | bedragen | Boekwaarde | bedragen | |||||||||
| (in miljoenen euro) | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht |
| 31-12-2010 | ||||||||||||||||
| Totaal | 15 758 | 22 317 | 716 047 | 696 729 | 30 | 101 | 4 466 | 4 466 | 178 | 529 | 19 938 | 19 907 | 5 | 218 | 5 457 | 5 457 |
| Indeling naar type | ||||||||||||||||
| Rentecontracten | 8 788 | 10 436 | 426 561 | 411 750 | 30 | 101 | 4 466 | 4 466 | 132 | 523 | 19 519 | 19 519 | 5 | 218 | 5 457 | 5 457 |
| Renteswaps | 7 734 | 9 894 | 373 901 | 371 458 | 30 | 101 | 4 466 | 4 466 | 132 | 523 | 19 519 | 19 519 | 5 | 218 | 5 457 | 5 457 |
| Rentetermijncontracten | 4 | 3 | 6 207 | 13 266 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 12 | 0 | 6 558 | 8 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 1 038 | 510 | 39 885 | 18 765 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 0 | 29 | 10 | 262 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutacontracten | 1 566 | 1 829 | 198 207 | 199 446 | 0 | 0 | 0 | 0 | 46 | 6 | 418 | 387 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutatermijncontracten | 191 | 267 | 100 451 | 99 908 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 34 | 34 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valuta- en renteswaps | 1 144 | 1 329 | 74 560 | 75 623 | 0 | 0 | 0 | 0 | 46 | 5 | 304 | 262 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 17 | 17 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 231 | 233 | 23 180 | 23 899 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 81 | 91 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelencontracten | 2 155 | 2 760 | 48 090 | 51 108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelenswaps | 1 109 | 950 | 22 216 | 22 217 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 9 | 1 | 13 | 4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 1 030 | 1 781 | 25 854 | 24 783 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Warrants | 6 | 28 | 6 | 4 104 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kredietcontracten | 3 201 | 7 256 | 42 622 | 33 859 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Credit default swaps | 3 134 | 7 256 | 41 817 | 33 053 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Creditspreadopties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Total return swaps | 67 | 0 | 806 | 806 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Grondstoffen- en andere contracten |
47 | 35 | 567 | 567 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voor handelsdoeleinden | Microhedging: reëlewaardeafdekkingen | Microhedging: kasstroomafdekkingen* | Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek king van het renterisico van een portefeuille |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gecontracteerde | Gecontracteerde | Gecontracteerde | Gecontracteerde | |||||||||||||
| Boekwaarde | bedragen | Boekwaarde | bedragen | Boekwaarde | bedragen | Boekwaarde | bedragen | |||||||||
| (in miljoenen euro) | Activa | Verplich tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht |
| 31-12-2011 | ||||||||||||||||
| Totaal | 16 750 | 21 699 | 593 601 | 572 961 | 212 | 350 | 6 209 | 6 209 | 406 | 1 058 | 24 495 | 24 490 | 6 | 194 | 4 497 | 4 497 |
| Indeling naar type | ||||||||||||||||
| Rentecontracten | 8 964 | 9 581 | 365 443 | 349 721 | 212 | 350 | 6 209 | 6 209 | 380 | 1 054 | 24 244 | 24 259 | 6 | 194 | 4 497 | 4 497 |
| Renteswaps | 7 865 | 8 998 | 285 443 | 285 526 | 212 | 350 | 6 209 | 6 209 | 380 | 1 054 | 24 244 | 24 259 | 6 | 194 | 4 497 | 4 497 |
| Rentetermijncontracten | 8 | 11 | 8 681 | 12 644 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 13 | 0 | 10 179 | 7 676 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 1 078 | 521 | 61 140 | 43 504 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 0 | 51 | 0 | 370 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutacontracten | 1 676 | 1 429 | 151 987 | 153 820 | 0 | 0 | 0 | 0 | 25 | 4 | 251 | 232 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutatermijncontracten | 415 | 314 | 72 576 | 72 570 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 | 0 | 25 | 25 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valuta- en renteswaps | 1 005 | 883 | 61 121 | 61 664 | 0 | 0 | 0 | 0 | 23 | 4 | 226 | 206 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 170 | 170 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 255 | 233 | 18 120 | 19 416 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelencontracten | 2 629 | 3 507 | 40 708 | 43 277 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelenswaps | 1 400 | 1 856 | 35 074 | 35 445 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 4 | 1 | 4 | 4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 1 224 | 1 639 | 5 630 | 7 336 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Warrants | 1 | 12 | 1 | 492 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kredietcontracten | 3 453 | 7 162 | 34 956 | 25 639 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Credit default swaps | 3 453 | 7 162 | 34 956 | 25 639 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Creditspreadopties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Total return swaps | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Grondstoffen- en andere contracten |
28 | 19 | 507 | 504 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.
door het gebruik van de classificatie Financiële activa of verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (de optie van de reële waarde); die techniek wordt gebruikt om de waarderings- of opname-inconsistentie (boekhoudkundig asymmetrische waarderingen die zouden ontstaan als gevolg van het op een verschillende basis waarderen van activa of verplichtingen, of de erkenning van winsten en verliezen daarop) te beperken. Die methode wordt meer specifiek gebruikt om de resterende asymmetrische waardering met betrekking tot de kredietportefeuille (gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs) en de renteswaps (gewaardeerd tegen reële waarde) in het ALM te vermijden. Daartoe werd een portefeuille (overheids)obligaties aangemerkt als financieel actief tegen reële waarde door winst of verlies. De optie van de reële waarde wordt ook toegepast op CDO's met besloten derivaten en voor bepaalde financiële verplichtingen met besloten derivaten met een nauw verband qua economische kenmerken en risico's met het basiscontract (sommige emissies van KBC IFIMA), die anders aanleiding zouden geven tot een boekhoudkundige mismatch met de afdekkingsinstrumenten.
• KBC gebruikt eveneens de volgende microhedgeafdekkingstechnieken conform de principes van IAS 39 om de volatiliteit van het resultaat te beperken:
| afdekkingsderivaten (in miljoenen euro) | Instroom | Uitstroom |
|---|---|---|
| Maximaal 3 maanden | 51 | -58 |
| Meer dan 3 maanden en maximaal 6 maanden | 94 | -106 |
| Meer dan 6 maanden en maximaal 1 jaar | 176 | -236 |
| Meer dan 1 jaar en maximaal 2 jaar | 333 | -487 |
| Meer dan 2 jaar en maximaal 5 jaar | 890 | -1 128 |
| Meer dan 5 jaar | 1 963 | -2 571 |
Ingevolge de toepassing van IFRS 5 werden de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46) verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten), zonder aanpassing van de referentiecijfers, wat de vergelijkbaarheid van de cijfers licht aantast. Voor 2010 betreft het KBL EPB, voor 2011 betreft het KBL EPB, Fidea en WARTA.
| (in miljoenen euro) 31-12-2010 |
31-12-2011 |
|---|---|
| Totaal 2 172 |
1 871 |
| Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen 293 |
123 |
| Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen 22 |
18 |
| Overige vorderingen en opgevraagd, niet-gestort kapitaal 0 |
0 |
| Deposito's bij cederende ondernemingen 13 |
10 |
| Te ontvangen opbrengsten (andere dan rente-opbrengsten uit financiële activa) 1 033 |
694 |
| Overige 811 |
1 026 |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| ACTUELE BELASTINGEN | ||
| Actuele belastingvorderingen | 167 | 201 |
| Actuele belastingverplichtingen | 345 | 255 |
| UITGESTELDE BELASTINGEN | 2 243 | 2 155 |
| Uitgestelde belastingvorderingen, per type van tijdelijk verschil | 3 678 | 3 653 |
| Personeelsbeloningen | 230 | 205 |
| Fiscaal overgedragen verliezen | 960 | 982 |
| Materiële en immateriële vaste activa | 83 | 82 |
| Voorziening voor risico's en kosten | 71 | 175 |
| Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten | 448 | 395 |
| Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen |
859 | 811 |
| Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten |
884 | 897 |
| Technische voorzieningen | 62 | 45 |
| Overige | 81 | 61 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 980 | 1 441 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen, per type van tijdelijk verschil | 1 435 | 1 498 |
| Personeelsbeloningen | 33 | 36 |
| Fiscaal overgedragen verliezen | 0 | 0 |
| Materiële en immateriële vaste activa | 128 | 116 |
| Voorziening voor risico's en kosten | 41 | 36 |
| Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten | 110 | 116 |
| Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen |
558 | 615 |
| Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten |
357 | 423 |
| Technische voorzieningen | 27 | 10 |
| Overige | 180 | 146 |
| Netto opgenomen in de balans als volgt | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 2 367 | 2 445 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 123 | 290 |
worden verantwoord door de aanwezigheid van voldoende belastbare winsten in een redelijk nabije toekomst gebaseerd op macro-economische voorspellingen en rekening houdend met conservatieve scenario's.
+110 miljoen euro; bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten: -17 miljoen euro; financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: +13 miljoen euro); personeelsbeloningen: -20 miljoen euro; andere -31 miljoen euro)
van de marktwaarde van voor verkoop beschikbare effecten: +30 miljoen euro;
| (in miljoenen euro) 31-12-2010 |
31-12-2011 |
|---|---|
| Totaal 496 |
431 |
| Overzicht van investeringen inclusief goodwill | |
| Nova Ljubljanska banka 488 |
424 |
| Overige 8 |
7 |
| Goodwill op geassocieerde ondernemingen | |
| Brutobedrag 210 |
210 |
| Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen -31 |
-31 |
| Indeling naar type | |
| Niet-beursgenoteerd 496 |
431 |
| Beursgenoteerd 0 |
0 |
| Reële waarde van investeringen in beursgenoteerde geassocieerde ondernemingen 0 |
0 |
| MUTATIETABEL 2010 |
2011 |
| Beginsaldo, 1 januari 608 |
496 |
| Overnames 0 |
0 |
| Boekwaarde overboekingen 0 |
0 |
| Aandeel in het resultaat voor de periode -63 |
-58 |
| Kapitaalverhoging 0 |
5 |
| Uitgekeerde dividenden -1 |
-1 |
| Aandeel in de winsten en verliezen niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening 1 |
-12 |
| Omrekeningsverschillen 0 |
2 |
| Wijzigingen in goodwill -31 |
0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten -15 |
0 |
| Overige mutaties -3 |
0 |
| Eindsaldo, 31 december 496 |
431 |
• Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarbij KBC een belangrijke invloed uitoefent op het management, maar zonder directe of indirecte, volledige of gezamenlijke controle. KBC heeft over het algemeen een aandeelhouderschap van 20% tot 50% in dergelijke ondernemingen. De geassocieerde vennootschappen betreffen hoofdzakelijk Nova Ljubljanska banka (groep) met de volgende kerncijfers (laatst beschikbare jaarverslag – 2010): totaal activa 17,9 miljard euro, totaal verplichtingen 16,9 miljard euro, totale opbrengsten 0,6 miljard euro en resultaat na belastingen (deel groep) -0,2 miljard euro.
• Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. Er werd een waardeverminderingstoets uitgevoerd en de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill werden geboekt (zie tabel). De bijzondere waardevermindering op goodwill in 2010 betreft Nova Ljubljanska banka (zie ook Toelichting 14).
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Materiële vaste activa | 2 693 | 2 651 | |||
| Vastgoedbeleggingen | 704 | 758 | |||
| Huurinkomsten | 60 | 63 | |||
| Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die huurinkomsten hebben gegenereerd | 15 | 56 | |||
| Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die geen huurinkomsten hebben gegenereerd | 5 | 4 | |||
| Totaal | |||||
| Terreinen en | IT | Overige | materiële | Vastgoed | |
| MUTATIETABEL | gebouwen | apparatuur | uitrusting | vaste activa | beleggingen |
| 2010 | |||||
| Beginsaldo | 1 712 | 176 | 1 003 | 2 890 | 762 |
| Overnames | 110 | 110 | 331 | 550 | 19 |
| Vervreemdingen | -19 | -19 | -148 | -186 | -12 |
| Afschrijvingen | -82 | -89 | -52 | -223 | -24 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -3 | 0 | -1 | -4 | -1 |
| Teruggenomen | 2 | 0 | 0 | 2 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
-158 | -16 | -30 | -204 | -39 |
| Omrekeningsverschillen | 23 | 2 | 8 | 32 | 4 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -3 | 0 | -6 | -10 | -5 |
| Overige mutaties | -3 | -2 | -150 | -154 | 1 |
| Eindsaldo | 1 579 | 160 | 954 | 2 693 | 704 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
1 031 | 615 | 728 | 2 374 | 196 |
| Waarvan kosten van activa in opbouw | 45 | 0 | 6 | 52 | – |
| Waarvan financiële leasing als leasingnemer | 0 | 0 | 1 | 1 | – |
| Reële waarde 31-12-2010 | – | – | – | – | 862 |
| 2011 | |||||
| Beginsaldo | 1 579 | 160 | 954 | 2 693 | 704 |
| Overnames | 126 | 80 | 429 | 634 | 31 |
| Vervreemdingen | -33 | -1 | -151 | -185 | -16 |
| Afschrijvingen | -84 | -81 | -43 | -207 | -28 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | -30 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
- 11 - |
3 - | 2 - | 17 | -29 |
| Omrekeningsverschillen | -25 | -2 | -11 | -38 | -7 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -16 | 0 | -25 | -41 | 113 |
| Overige mutaties | -20 | -2 | -166 | -187 | 20 |
| Eindsaldo | 1 516 | 150 | 985 | 2 651 | 758 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | 995 | 621 | 704 | 2 320 | 222 |
| Waarvan kosten van activa in opbouw | 46 | 0 | 7 | 53 | – |
| Waarvan financiële leasing als leasingnemer | 0 | 0 | 0 | 0 | – |
| Reële waarde 31-12-2011 | – | – | – | – | 892 |
• De meeste vastgoedbeleggingen worden periodiek gewaardeerd door een onafhankelijke expert en jaarlijks door eigen materiespecialisten. Die waardering is hoofdzakelijk gebaseerd op:
de kapitalisatie van de geschatte huurwaarde,
| Intern ontwikkelde |
Extern ontwikkelde |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Goodwill | software | software | Overige | Totaal |
| 2010 | |||||
| Beginsaldo | 2 918 | 201 | 155 | 42 | 3 316 |
| Overnames | 11 | 58 | 79 | 19 | 167 |
| Vervreemdingen | 0 | 0 | -27 | -9 | -36 |
| Wijzigingen uit latere identificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | 0 | -41 | -62 | -11 | -115 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -88 | 0 | 0 | 0 | -88 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor | |||||
| verkoop en groepen activa die worden afgestoten | -994 | -10 | -5 | -1 | -1 009 |
| Omrekeningsverschillen | 28 | 0 | 2 | 1 | 30 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -20 | 0 | 0 | 0 | -20 |
| Overige mutaties | 6 | 1 | -2 | 6 | 11 |
| Eindsaldo | 1 861 | 208 | 140 | 47 | 2 256 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | 634 | 299 | 586 | 74 | 1 594 |
| 2011 | |||||
| Beginsaldo | 1 861 | 208 | 140 | 47 | 2 256 |
| Overnames | 2 | 69 | 58 | 17 | 147 |
| Vervreemdingen | 0 | -1 | -1 | -7 | -10 |
| Wijzigingen uit latere identificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | 0 | -55 | -52 | -12 | -119 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -120 | 0 | -3 | -4 | -127 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor | |||||
| verkoop en groepen activa die worden afgestoten | -160 | 0 | -1 | -1 | -162 |
| Omrekeningsverschillen | -41 | 0 | -4 | -3 | -48 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -2 | 0 | 0 | 0 | -2 |
| Overige mutaties | -38 | 1 | -3 | 3 | -37 |
| Eindsaldo | 1 502 | 222 | 134 | 40 | 1 898 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | 754 | 189 | 584 | 0 | 1 527 |
toepassen van een samengestelde discontovoet. Die samengestelde discontovoet wordt bepaald aan de hand van de CAPM-theorie (Capital Asset Pricing Model). Daarbij wordt een risicovrije rente gebruikt, samen met een marktrisicopremie (vermenigvuldigd met een activiteitsafhankelijke bèta). Bovendien wordt een landenrisicopremie toegevoegd om de invloed van de economische toestand van het land waar KBC activiteiten uitoefent in rekening te brengen. Binnen KBC werden twee specifieke Discounted Cash Flow-modellen ontwikkeld: een bankmodel en een verzekeringsmodel. In beide gevallen worden als vrije kasstromen beschouwd: de dividenden die kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van het bedrijf, rekening houdend met de reglementaire vereisten qua minimumkapitaal.
• Bij de multiple analyse wordt het realiseerbare bedrag van een investering berekend in verhouding tot de waarde van vergelijkbare bedrijven. Daarbij wordt de waarde bepaald op basis van relevante verhoudingen tussen de waarde van het vergelijkbare bedrijf en bijvoorbeeld de boekwaarde of de winst van dat bedrijf. Ter vergelijking wordt zowel rekening gehouden met beursgenoteerde bedrijven (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de marktkapitalisatie) als met bedrijven betrokken in fusies of overnametransacties (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de verkoopwaarde).
• De voornaamste groepsmaatschappijen waarop de goodwill betrekking heeft, vindt u in de tabel (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen)
| Discontovoeten over de expliciete periode van kasstroomprognose heen |
|||
|---|---|---|---|
| Uitstaande goodwill (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 | (31-12-2011) |
| Absolut Bank | 379 | 362 | 16,9%–10,3% |
| K&H Bank | 248 | 219 | 16,6%–10,3% |
| Cˇ SOB (Tsjechië) | 267 | 254 | * |
| Cˇ SOB (Slowakije) | 191 | 191 | 12,2%–10,1% |
| CIBANK | 170 | 117 | 14,4%–10,3% |
| WARTA | 159 | – | – |
| DZI Insurance | 145 | 130 | 14,4%–10,5% |
| Kredyt Bank | 69 | 66 | * |
| Rest | 233 | 163 | – |
| Totaal | 1 861 | 1 502 | – |
* Via reëlewaardeanalyse.
zijn gemodelleerd, wordt de toename van de discontovoet van het eerste jaar dan gradueel afnemend overgedragen als (verhoogde) discontovoeten voor de komende jaren. Buiten de entiteiten waarop in 2011 al een impairment werd geboekt (CIBank en DZI Insurance) zou uit bovenstaande lijst maar één entiteit, Cˇ SOB in Slowakije, vatbaar worden voor impairment onder het extrastressscenario (de realiseerbare waarde zou de boekwaarde evenaren als de discontovoet in het eerste jaar absoluut met 0,4% zou toenemen en als die verhoging ook gradueel afnemend wordt overgedragen naar de discontovoeten in de volgende jaren).
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 | ||
|---|---|---|---|---|
| Technische voorzieningen vóór herverzekering (= bruto) | 23 255 | 19 914 | ||
| Verzekeringscontracten | 10 425 | 8 156 | ||
| Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's | 532 | 342 | ||
| Voorziening voor Leven | 6 580 | 5 194 | ||
| Voorziening voor te betalen schade | 3 095 | 2 163 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 32 | 10 | ||
| Andere technische voorzieningen | 186 | 447 | ||
| Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling | 12 830 | 11 758 | ||
| Voorziening voor Leven | 12 768 | 11 674 | ||
| Voorziening voor Niet-leven | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 62 | 83 | ||
| Aandeel herverzekeraar | 280 | 150 | ||
| Verzekeringscontracten | 280 | 150 | ||
| Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's | 20 | 1 | ||
| Voorziening voor Leven | 3 | 0 | ||
| Voorziening voor te betalen schade | 257 | 148 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 0 | 0 | ||
| Andere technische voorzieningen | 0 | 0 | ||
| Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor Leven | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor Niet-leven | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 0 | 0 | ||
| 2010 | 2011 | |||
| MUTATIETABEL | Bruto | Herverzekeringen | Bruto | Herverzekeringen |
| VERZEKERINGSCONTRACTEN, LEVEN | ||||
| Beginsaldo | 5 904 | 16 | 6 678 | 4 |
| Stortingen exclusief commissies | 980 | 0 | 686 | 0 |
| Uitbetaalde voorzieningen | -524 | 0 | -431 | 0 |
| Gecrediteerde interest | 185 | 0 | 167 | 0 |
| Kosten van winstdeling | 43 | 0 | 7 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 38 | 0 | -50 | 0 |
| Overdracht van of naar verplichtingen | ||||
| i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | -68 | 0 | -1 344 | -1 |
| Wijziging in consolidatiekring | -71 | -14 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | 191 | 2 | -91 | 0 |
| Eindsaldo | 6 678 | 4 | 5 623 | 3 |
| VERZEKERINGSCONTRACTEN, NIET-LEVEN | ||||
| Beginsaldo | 4 340 | 268 | 3 746 | 276 |
| Wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies | 28 | 5 | 8 | 0 |
| Uitkeringen schadegevallen vorige boekjaren | -402 | -27 | -262 | -9 |
| Overschot en/of tekort voorziening voor schadegevallen vorige boekjaren |
-238 | -2 | -174 | -10 |
| Voorziening voor nieuwe schadegevallen | 587 | 39 | 281 | 15 |
| Overboekingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 32 | 5 | -41 | -4 |
| Overdracht van of naar verplichtingen | ||||
| i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | 0 | 0 | -1 234 | -121 |
| Wijziging in consolidatiekring | -726 | -81 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | 124 | 69 | 209 | 0 |
| Eindsaldo | 3 746 | 276 | 2 533 | 147 |
| BELEGGINGSCONTRACTEN MET DISCRETIONAIRE WINSTDELING, LEVEN | ||||
| Beginsaldo | 11 768 | 0 | 12 830 | 0 |
| Stortingen exclusief commissies | 1 492 | 0 | 782 | 0 |
| Uitbetaalde voorzieningen | -469 | 0 | -649 | 0 |
| Gecrediteerde interest | 407 | 0 | 344 | 0 |
| Kosten van winstdeling | 106 | 0 | 1 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 3 | 0 | -2 | 0 |
| Overdracht van of naar verplichtingen | ||||
| i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | -430 | 0 | -1 297 | 0 |
| Overige mutaties | -47 | 0 | -251 | 0 |
| Eindsaldo | 12 830 | 0 | 11 758 | 0 |
assumpties m.b.t. kosten; die zijn gebaseerd op huidige kostenniveaus en kostenopslagen;
de discontovoet; die wordt doorgaans gelijkgesteld aan de technische rentevoet (3–5%), blijft constant gedurende de looptijd van het contract, en wordt in een aantal gevallen gecorrigeerd voor wettelijke bepalingen en interne beleidsbeslissingen.
| (in miljoenen euro) | Voorzienin gen voor herstructure ring |
Voorzienin gen voor belastingen en lopende rechtsge schillen |
Overige | Subtotaal | Voorzienin gen voor verbintenis kredieten buiten balans |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | ||||||
| Beginsaldo | 37 | 419 | 84 | 539 | 111 | 651 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Bedragen aangelegd | 25 | 37 | 11 | 73 | 119 | 192 |
| Bedragen gebruikt | -20 | -79 | -6 | -106 | 0 | -106 |
| Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid | -1 | -10 | -5 | -16 | -104 | -119 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
-8 | -3 | -15 | -26 | 0 | -26 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | -6 | 23 | 2 | 20 | -11 | 9 |
| Eindsaldo | 27 | 387 | 70 | 484 | 116 | 600 |
| 2011 | ||||||
| Beginsaldo | 27 | 387 | 70 | 484 | 116 | 600 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Bedragen aangelegd | 24 | 382 | 21 | 427 | 91 | 518 |
| Bedragen gebruikt | -20 | -39 | -2 | -61 | 0 | -61 |
| Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid | -3 | -9 | -3 | -15 | -117 | -132 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
0 | -1 | -7 | -8 | 0 | -8 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | -1 | -26 | -1 | -28 | -1 | -29 |
| Eindsaldo | 27 | 695 | 78 | 800 | 89 | 889 |
• Voor het grootste deel van de aangelegde voorzieningen kan redelijkerwijs niet worden geschat wanneer ze zullen worden gebruikt.
De belangrijkste dossiers worden hierna opgesomd. De informatie
wordt beperkt gehouden om de positie van de groep in lopende rechtszaken niet te hinderen.
maatschappij, voor de burgerlijke rechtbank in Brussel gedagvaard door het Ministerie van Financiën van de Belgische staat met het oog op de betaling van 16,7 miljoen euro belastingen verschuldigd door voornoemde vastgoedvennootschap. Broeckdal Vastgoedmaatschappij heeft die fiscale vorderingen evenwel betwist en is in december 2002 zelf gestart met een procedure tegen het Ministerie van Financiën van de Belgische staat voor de burgerlijke rechtbank in Antwerpen. De burgerlijke rechtszaak hangende voor de Brusselse rechtbank wordt geschorst totdat een einduitspraak wordt geveld in de fiscale procedure hangende voor de rechtbank in Antwerpen. Er werd een voorziening van 26 miljoen euro aangelegd om het mogelijke risico af te dekken.
door cliënten van KBC Bank en KBL EPB, heeft de correctionele rechtbank van Brussel op 8 december 2009 beslist dat de strafvordering onontvankelijk is. De rechtbank was van oordeel dat, gezien de bijzonder twijfelachtige omstandigheden waarin de stukken die de openbare aanklager heeft ingediend in handen van het gerecht zijn gekomen, die stukken niet in aanmerking konden worden genomen als bewijsstukken in een gerechtelijke procedure. Na een nauwkeurig onderzoek naar de manier waarop de betwiste documenten bij de processtukken zijn gevoegd, heeft de rechtbank beslist dat het strafonderzoek niet op een billijke en onpartijdige wijze is gevoerd. Op 10 december 2010 bevestigde het hof van beroep in Brussel het eerste vonnis en benadrukte dat de onderzoeksrechter niet onpartijdig had gehandeld. Het Openbaar Ministerie tekende cassatieberoep aan. Op 31 mei 2011 velde het Hof van Cassatie een arrest waarin het het arrest van het Hof van Beroep in Brussel bevestigde, als gevolg waarvan deze strafzaak volledig afgelopen is.
| (in miljoenen euro) 31-12-2010 |
31-12-2011 |
|---|---|
| Totaal 3 902 |
3 322 |
| Indeling naar type | |
| Werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen 993 |
886 |
| Deposito's van herverzekeraars 93 |
69 |
| Toe te rekenen kosten (andere dan van rente-uitgaven i.v.m. financiële verplichtingen) 839 |
727 |
| Overige 1 978 |
1 640 |
• Voor meer informatie over pensioenverplichtingen: zie Toelichting 38.
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN | ||
| Aansluiting van brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | ||
| Brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het begin van het jaar | 1 997 | 1 645 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 101 | 88 |
| Rentekosten | 74 | 80 |
| Wijzigingen in de pensioenregeling | -8 | 0 |
| Actuariële winst of actuarieel verlies | -156 | 129 |
| Betaalde uitkeringen | -133 | -117 |
| Wisselkoersverschillen | 2 | 4 |
| Inperkingen | -2 | -2 |
| Overdracht i.v.m. IFRS 5 | -183 | -11 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -28 | -2 |
| Overige | -20 | 9 |
| Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het einde van het jaar | 1 645 | 1 823 |
| Aansluiting van de reële waarde van fondsbeleggingen | ||
| Reële waarde van fondsbeleggingen aan het begin van het jaar | 1 529 | 1 439 |
| Feitelijk rendement op fondsbeleggingen | 105 | 95 |
| Bijdragen van de werkgever | 82 | 125 |
| Bijdragen van de deelnemers aan de regeling | 17 | 18 |
| Betaalde uitkeringen | -133 | -117 |
| Wisselkoersverschillen | 2 | 1 |
| Afwikkelingen | 0 | -2 |
| Overdracht i.v.m. IFRS 5 | -115 | -7 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -26 | -1 |
| Overige | -22 | 6 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van het jaar | 1 439 | 1 557 |
| Waarvan financiële instrumenten uitgegeven door de groep | 11 | 4 |
| Financieringsstatus | ||
| Fondsbeleggingen meer dan brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | -204 | -265 |
| Niet-erkende netto actuariële winst | -231 | -104 |
| Niet-erkend transactiebedrag | 0 | 0 |
| Niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0 | 0 |
| Niet-erkende activa | -2 | 0 |
| Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten | -437 | -372 |
| Mutatie in de nettoverplichting of het nettoactief | ||
| Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het begin van het jaar | -512 | -437 |
| Netto periodieke pensioenkosten | -74 | -51 |
| Bijdragen van de werkgever | 82 | 125 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Overdracht i.v.m. IFRS 5 | 63 | 1 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 2 | 0 |
| Overige | 3 | -11 |
| Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het einde van het jaar | -437 | -372 |
| In de balans opgenomen bedragen | ||
| Vooruitbetaalde pensioenkosten | 75 | 80 |
| Te betalen pensioenverplichting | -512 | -452 |
| Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten | -437 | -372 |
| In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen | ||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 101 | 88 |
| Rentekosten | 74 | 80 |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | -73 | -80 |
| Aanpassingen ingevolge limiet vooruitbetaalde pensioenkosten | -2 | -1 |
| Afschrijving van niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd | -8 | 0 |
| Afschrijving van niet-erkende nettowinst of niet-erkend nettoverlies | -1 | -16 |
| Bijdragen van werknemers | -17 | -18 |
| Inperkingen | -2 | -2 |
| Afwikkelingen | 0 | -1 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Actuariële netto periodieke pensioenkosten* | 74 | 51 |
| Feitelijk rendement op fondsbeleggingen | 6,9% | 6,6% |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Voornaamste gehanteerde actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden) | ||
| Disconteringsvoet | 3,8% | 4,6% |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 5,2% | 5,5% |
| Verwacht percentage van loonsverhoging | 3,4% | 3,1% |
| Percentage van pensioenverhoging | 0,5% | 0,4% |
| TOEGEZEGDEBIJDRAGEREGELINGEN | ||
| Kosten voor toegezegdebijdrageregelingen | 0 | 0 |
* Deze kosten worden opgenomen onder Personeelskosten (zie Toelichting 12).
• De pensioenaanspraken van de personeelsleden van de verschillende vennootschappen van de KBC-groep zijn afgedekt door pensioenfondsen en groepsverzekeringen, waarvan de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn. De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn de plannen beheerd door het OFP Pensioenfonds KBC en het OFP Pensioenfonds Senior Management KBC, waarbij KBC Bank, KBC Verzekeringen (sinds 2007) en het grootste deel van hun Belgische dochterondernemingen zijn aangesloten, en de groepsverzekering van KBC Verzekeringen (diensttijd voor 1 januari 2007). Het vermogen van de twee eerstgenoemde pensioenplannen wordt hoofdzakelijk beheerd door KBC Asset Management. De voordelen zijn onder meer afhankelijk van de anciënniteit van de medewerker en van zijn loon in de jaren voorafgaand aan zijn pensionering. De jaarlijkse financieringsbehoeften voor die plannen worden bepaald volgens gebruikelijke actuariële financieringsmethoden.
• Het verwachte rendement op beleggingen wordt bepaald op basis van de OLO-rente, rekening houdend met de strategische assetallocatie voor de beheerde vermogens.
ROA = (X x rente op OLO T jaar) + (Y x (rente OLO T jaar + 3%)) + (Z x (rente OLO T jaar + 1,75%)), waarbij:
T = looptijd van de OLO gebruikt bij de actualisatievoet,
X = percentage vastrentende effecten,
Y = percentage aandelen,
Z = percentage vastgoed.
De risicopremies, respectievelijk 3% en 1,75%, zijn gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van aandelen en vastgoed.
| Ontwikkeling belangrijkste elementen uit hoofdtabel | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|
| Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | 1 786 | 1 884 | 1 997 | 1 645 | 1 823 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 1 520 | 1 293 | 1 529 | 1 439 | 1 557 |
| Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten | -508 | -512 | -512 | -437 | -372 |
| Samenstelling grootste pensioenplannen van de groep | aandelen | obligaties | vastgoed | liquiditeiten | |
| 31-12-2010 | |||||
| KBC-Pensioenfonds | 43% | 45% | 9% | 3% | |
| Groepsverzekering KBC Verzekeringen | 8% | 89% | 2% | 1% | |
| 31-12-2011 | |||||
| KBC-Pensioenfonds | 33% | 52% | 9% | 6% | |
| Groepsverzekering KBC Verzekeringen | 32% | 51% | 9% | 8% | |
| Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen voor actuariële berekening van | |||||
| planactiva en brutoverplichtingen* | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
| Invloed op planactiva | -1 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Invloed op brutoverplichtingen | -7 | -88 | -18 | -84 | -76 |
| Verwachte bijdragen in 2012 | |||||
| KBC-Pensioenfonds | 92 | ||||
| Groepsverzekering KBC Verzekeringen | 7 |
* Uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Plus bij een positieve invloed, min bij een negatieve invloed, betreft de in het bovenstaande deel vermelde pensioenregelingen samen.
| In aantal aandelen | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Gewone aandelen | 357 938 193 | 357 980 313 |
| Waarvan gewone aandelen die de houder recht geven op een dividenduitkering | 344 557 548 | 344 619 736 |
| Waarvan eigen aandelen | 18 171 795 | 18 169 054 |
| Verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties | 0 | 0 |
| Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht | 237 288 134 | 220 338 982 |
| Overige informatie | ||
| Fractiewaarde per aandeel (in euro) | 3,48 | 3,48 |
| Aantal uitgegeven maar niet volgestorte aandelen | 0 | 0 |
| Niet | ||
| MUTATIETABEL | stemrechtverlenende |
In aantal aandelen Gewone aandelen kernkapitaaleffecten
| 2010 | ||
|---|---|---|
| Beginsaldo | 357 918 125 | 237 288 134 |
| Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten | 20 068 | 0 |
| Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties | 0 | 0 |
| Overige mutaties | 0 | 0 |
| Eindsaldo | 357 938 193 | 237 288 134 |
| 2011 | ||
| Beginsaldo | 357 938 193 | 237 288 134 |
| Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten | 42 120 | -16 949 152 |
| Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties | 0 | 0 |
| Overige mutaties | 0 | 0 |
| Eindsaldo | 357 980 313 | 220 338 982 |
deelhouders, maar onder Belangen van derden. Die instrumenten voldoen aan de IAS 32-definitie van een eigenvermogensinstrument. Aangezien die instrumenten geen eigendom zijn van de aandeelhouders, werden ze als belangen van derden voorgesteld.
• Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht: sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, en waarop werd ingetekend door de Belgische staat (de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De overige kenmerken van de transacties vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaalen garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009. Op 2 januari 2012 betaalde KBC alvast 0,5 miljard (plus een premie van 15%) terug aan de Belgische staat. Dat werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).
| (in miljoenen euro) 31-12-2010 |
31-12-2011 |
|---|---|
| Niet-opgenomen deel van committed kredietlijnen | |
| Verstrekt 32 422 |
33 218 |
| Onherroepelijk 20 799 |
21 291 |
| Herroepelijk 11 623 |
11 927 |
| Ontvangen 1 139 |
1 090 |
| Financiële garanties | |
| Verstrekt 12 180 |
12 456 |
| Ontvangen garanties en zekerheden 53 975 |
47 790 |
| Voor impaired of achterstallige activa 4 808 |
3 981 |
| Voor activa die niet impaired noch achterstallig zijn 49 167 |
43 809 |
| Andere verbintenissen | |
| Verstrekt 144 |
147 |
| Onherroepelijk 140 |
143 |
| Herroepelijk 4 |
4 |
| Ontvangen 105 |
93 |
| Boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven | |
| Voor verplichtingen 30 419 |
46 963 |
| Voor eventuele verplichtingen 4 151 |
4 682 |
Aangezien beide vennootschappen in de consolidatie zijn opgenomen, betreft dat een intragroepstransactie en wordt die garantie niet in bovenstaande tabel opgenomen.
• Voor de aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar – zie tabel) bestaat de verplichting die terug te geven in hun oorspronkelijke vorm, of eventueel in geldmiddelen. Waarborgen kunnen worden opgeëist wanneer kredieten worden beëindigd om verschillende redenen, zoals wanbetaling en faillissement. Bij faillissement worden de waarborgen verkocht door de curator. In de andere gevallen regelt de bank zelf de uitwinning of neemt de waarborgen in eigendom. Ontvangen waarborgen met betrekking tot OTC-derivaten betreffen vooral geldmiddelen die door KBC worden erkend op de balans (en niet in de tabel zijn opgenomen).
| Aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar) (in miljoenen euro) |
Reële waarde van ontvangen waarborgen |
doorverpande waarborgen | Reële waarde van verkochte of |
|
|---|---|---|---|---|
| 31-12-2010 | 31-12-2011 | 31-12-2010 | 31-12-2011 | |
| Financiële activa | 15 423 | 10 470 | 9 015 | 7 018 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 37 | 12 | 0 | 0 |
| Schuldinstrumenten | 15 199 | 10 255 | 9 015 | 7 018 |
| Leningen en voorschotten | 184 | 202 | 0 | 0 |
| Liquiditeiten | 4 | 1 | 0 | 0 |
| Andere activa | 0 | 4 | 0 | 0 |
| Materiële vaste activa | 0 | 4 | 0 | 0 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarborgen in eigendom genomen (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 |
| Materiële vaste activa | 4 | 0 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 170 |
| Eigenvermogensinstrumenten en schuldpapier | 43 | 0 |
| Geldmiddelen | 218 | 237 |
| Overige | 15 | 8 |
| Totaal | 281 | 414 |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Vorderingen financiële leasing | ||
| Bruto-investering in financiële leasing, vordering | 5 790 | 5 489 |
| Tot 1 jaar | 1 668 | 1 464 |
| Meer dan 1 jaar tot 5 jaar | 2 814 | 2 690 |
| Meer dan 5 jaar | 1 308 | 1 335 |
| Niet-verdiende toekomstige financieringsinkomsten met betrekking tot financiële leasing | 836 | 826 |
| Netto-investering in financiële leasing | 4 915 | 4 659 |
| Tot 1 jaar | 1 440 | 1 277 |
| Meer dan 1 jaar tot 5 jaar | 2 461 | 2 340 |
| Meer dan 5 jaar | 1 014 | 1 043 |
| Waarvan niet-gegarandeerde restwaarden voor de leasinggever | 12 | 10 |
| Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen voor oninbare leasingvorderingen | 192 | 191 |
| Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening | 105 | 104 |
| Vorderingen operationele leasing | ||
| Toekomstige minimaal te ontvangen leasingbetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leasing* | 856 | 430 |
| Tot 1 jaar | 309 | 146 |
| Meer dan 1 jaar tot 5 jaar | 519 | 260 |
| Meer dan 5 jaar | 28 | 23 |
| Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening | 2 | 0 |
* De restwaarden van operationele leasing zijn vanaf 2011 niet meer inbegrepen in de toekomstige minimale leasebetalingen (in 2010: 426 miljoen euro).
gaande van leasing van uitrusting en voertuigen tot vastgoedleasing. Financiële leasing wordt in België typisch in het kantorennetwerk van de KBC-groep aangeboden. Ook in Centraal-Europa wordt dat model steeds belangrijker.
• Operationele leasing betreft hoofdzakelijk fullserviceverhuur van auto's. Die service wordt zowel via het kantorennetwerk van KBC Bank en CBC Banque als door een intern verkoopteam verkocht. Ook in Centraal-Europa wordt de fullserviceverhuur verder ontwikkeld.
| Transacties met verbonden partijen, exclusief key management (in miljoenen euro) | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 | |||||||||||||
| tschappijen Dochtermaa |
ijen maatschapp de Geassocieer |
es Joint ventur |
Belgische st aat |
west Vlaams Ge |
Overige | Totaal | tschappijen Dochtermaa |
ijen maatschapp de Geassocieer |
es Joint ventur |
Belgische st aat |
west Vlaams Ge |
Overige | Totaal | |
| Activa | 618 | 228 | 110 | 28 958 | 1 198 | 1 148 | 32 260 | 263 | 268 | 122 | 23 142 | 1 280 | 1 164 | 26 238 |
| Leningen en voorschotten | 55 | 107 | 73 | 71 | 0 | 1 119 | 1 425 | 58 | 154 | 85 | 762 | 0 | 1 137 | 2 196 |
| Voorschotten in rekening-courant | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 367 | 369 | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 379 | 381 |
| Termijnkredieten | 53 | 107 | 73 | 71 | 0 | 753 | 1 056 | 56 | 153 | 85 | 762 | 0 | 759 | 1 815 |
| Financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afbetalingskredieten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Hypotheekleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 283 | 32 | 29 | 0 | 0 | 0 | 344 | 115 | 36 | 28 | 0 | 0 | 0 | 178 |
| Voor handelsdoeleinden | 34 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 34 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voor beleggingsdoeleinden | 250 | 32 | 29 | 0 | 0 | 0 | 310 | 115 | 36 | 28 | 0 | 0 | 0 | 178 |
| Overige vorderingen | 280 | 88 | 8 | 28 888 | 1 198 | 28 | 30 490 | 91 | 78 | 9 | 22 380 | 1 280 | 26 | 23 864 |
| Verplichtingen | 934 | 174 | 32 | 294 | 0 | 23 | 1 457 | 741 | 146 | 30 | 166 | 0 | 25 | 1 109 |
| Deposito's | 902 | 133 | 32 | 176 | 0 | 22 | 1 266 | 733 | 134 | 30 | 0 | 0 | 25 | 922 |
| Deposito's | 902 | 132 | 32 | 176 | 0 | 22 | 1 264 | 732 | 133 | 30 | 0 | 0 | 25 | 920 |
| Overige | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| Andere financiële verplichtingen | 23 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 43 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5 |
| Schuldbewijzen | 1 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 21 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Achtergestelde schulden | 22 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5 |
| Share-based payments, toegestaan | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Share-based payments, uitgeoefend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige verplichtingen | 9 | 21 | 0 | 118 | 0 | 1 | 148 | 3 | 12 | 0 | 166 | 0 | 0 | 182 |
| Winst-en-verliesrekening | -14 | 0 | 2 | 951 | 39 | 39 | 1 018 | 12 | 0 | 4 | 957 | 42 | 42 | 1 056 |
| Nettorente-inkomsten* | 15 | 3 | 2 | 951 | 39 | 40 | 1 050 | 16 | 0 | 2 | 957 | 42 | 43 | 1 061 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dividendinkomsten | 4 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9 | 3 | 4 | 1 | 0 | 0 | 0 | 9 |
| Nettoprovisie-inkomsten | -1 | -3 | 0 | 0 | 0 | -2 | -5 | 0 | -1 | 0 | 0 | 0 | -2 | -3 |
| Overige netto-inkomsten | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 4 | 4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 6 |
| Algemene beheerskosten | -35 | -5 | 0 | 0 | 0 | 0 | -40 | -12 | -3 | 0 | 0 | 0 | -2 | -17 |
| Garanties | ||||||||||||||
| Garanties gegeven door de groep | 0 | 0 | ||||||||||||
| Garanties ontvangen door de groep | 0 | 0 | ||||||||||||
* Aangepast bedrag in kolom Overige in 2010 (nettorente-inkomsten waren niet inbegrepen).
| (in miljoenen euro) | 2010 | 2011 |
|---|---|---|
| Totaal* | 10 | 12 |
| Indeling naar type bezoldiging | ||
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 7 | 6 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 3 | 6 |
| Toegezegdpensioenregelingen | 3 | 6 |
| Toegezegdebijdrageregelingen | 0 | 0 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | 0 | 0 |
| Vergoedingen bij uitdiensttreding | 1 | 0 |
| Betalingen in aandelen | 0 | 0 |
| Aandelenopties, in eenheden | ||
| Aan het begin van het jaar | 52 100 | 35 100 |
| Toegestaan | 0 | 0 |
| Uitgeoefend | 0 | 0 |
| Verandering samenstelling | -17 000 | -14 800 |
| Aan het einde van het jaar | 35 100 | 20 300 |
| Voorschotten en leningen toegestaan aan key management en partners | 1 | 1 |
* Bedragen van de bezoldiging van bestuurders of partners van de consoliderende onderneming, op grond van hun werkzaamheden in de consoliderende onderneming, haar dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, met inbegrip van het bedrag van aan gewezen bestuurders of zaakvoerders op die grond toegekende rustpensioenen.
KBC Groep NV en zijn dochtervennootschappen samen betaalden in 2011 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 15 530 397 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten (in 2010: 15 659 361 euro). Voor de overige diensten werd in 2011 een vergoeding betaald van 4 105 087 euro (in 2010: 3 041 628 euro), verdeeld als volgt: staat die het mogelijke neerwaartse risico met betrekking tot zijn CDO exposure voor een groot deel dekt. De resultaten van 2011 bevatten de boeking van daarmee verwante kosten van -79 miljoen euro, in de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
• In 2011 betaalde KBC een coupon op de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 waren uitgegeven aan de Belgische en Vlaamse overheden (ad 595 miljoen euro). Op 2 januari betaalde KBC Groep 0,5 miljard euro hoofdsom (+ penaltypremie van 15%) terug aan de Belgische overheid. Dat werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).
andere controleopdrachten: 1 282 382 euro; belastingadviesopdrachten: 174 338 euro; andere opdrachten buiten de revisoraatsopdrachten: 2 648 367 euro (in 2010 respectievelijk 1 058 666, 143 773 en 1 839 189 euro).
| Onderneming | Geregistreerde zetel |
Percentage aan deelhouderschap op groepsniveau |
Divisie* | Activiteit |
|---|---|---|---|---|
| KBC BANK | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| Absolut Bank | Moskou – RU | 99,00 | GR | Kredietinstelling |
| Antwerpse Diamantbank NV | Antwerpen – BE | 100,00 | GR | Kredietinstelling |
| CBC Banque SA | Brussel – BE | 100,00 | B | Kredietinstelling |
| CIBANK AD | Sofia – BG | 100,00 | CEE | Kredietinstelling |
| Cˇ SOB a.s. (Tsjechië) | Praag – CZ | 100,00 | CEE | Kredietinstelling |
| Cˇ SOB a.s. (Slowakije) | Bratislava – SK | 100,00 | CEE | Kredietinstelling |
| KBC Asset Management NV | Brussel – BE | 100,00 | B | Assetmanagement |
| KBC Bank NV | Brussel – BE | 100,00 | B/MB/GR | Kredietinstelling |
| KBC Bank Deutschland AG | Bremen – DE | 100,00 | GR | Kredietinstelling |
| KBC Bank Funding LLC & Trust, groep | New York – US | 100,00 | MB | Uitgifte van preferente aandelen |
| KBC Bank Ireland Plc | Dublin – IE | 100,00 | MB | Kredietinstelling |
| KBC Clearing NV | Amsterdam – NL | 100,00 | MB | Clearing |
| KBC Commercial Finance NV | Brussel – BE | 100,00 | MB | Factoring |
| KBC Consumer Finance NV | Brussel – BE | 100,00 | B | Consumentenkredietverlening |
| KBC Credit Investments NV | Brussel – BE | 100,00 | MB | Investeringen in kredietgerelateerde effecten |
| KBC Finance Ireland | Dublin – IE | 100,00 | GR | Kredietverlening |
| KBC Financial Products (groep) | Diverse locaties | 100,00 | GR | Aandelen- en derivatenhandel |
| KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV | Rotterdam – NL | 100,00 | MB | Uitgifte van obligaties |
| KBC Lease (groep) | Diverse locaties | 100,00 | MB/CEE/B | Leasing |
| KBC Private Equity NV | Brussel – BE | 100,00 | MB | Risicokapitaal |
| KBC Real Estate NV | Brussel – BE | 100,00 | MB | Vastgoed |
| KBC Securities NV | Brussel – BE | 100,00 | MB | Beursmakelaar, corporate finance |
| K&H Bank Rt. | Boedapest – HU | 100,00 | CEE | Kredietinstelling |
| Kredyt Bank SA (zie Toelichting 48) | Warschau – PL | 80,00 | GR | Kredietinstelling |
| Geassocieerde ondernemingen | ||||
| Nova Ljubljanska banka d.d. (groep) | Ljubljana – SI | 25,00 | GR | Kredietinstelling |
| KBC VERZEKERINGEN | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| ADD NV | Heverlee – BE | 100,00 | B | Verzekeringsmaatschappij |
| Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië) | Pardubice – CZ | 100,00 | CEE | Verzekeringsmaatschappij |
| Cˇ SOB Poist'ovnˇa a.s. (Slowakije) | Bratislava – SK | 100,00 | CEE | Verzekeringsmaatschappij |
| DZI Insurance | Sofia – BG | 99,95 | CEE | Verzekeringsmaatschappij |
| Fidea NV (verkoopovereenkomst getekend) | Antwerpen – BE | 100,00 | GR | Verzekeringsmaatschappij |
| Groep VAB | Zwijndrecht – BE | 74,81 | B | Autobijstand |
| K&H Insurance Rt. | Boedapest – HU | 100,00 | CEE | Verzekeringsmaatschappij |
| KBC Banka A.D. | Belgrado – RS | 100,00 | GR | Kredietinstelling |
| KBC Group Re SA (vroegere Assurisk) | Luxemburg – LU | 100,00 | B | Verzekeringsmaatschappij |
| KBC Verzekeringen NV | Leuven – BE | 100,00 | B | Verzekeringsmaatschappij |
| TUiR WARTA S.A. (verkoopovereenkomst getekend) | Warschau – PL | 100,00 | GR | Verzekeringsmaatschappij |
| Evenredig geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| NLB Vita d.d. | Ljubljana – SI | 50,00 | GR | Verzekeringsmaatschappij |
| KBL EPB (verkoopovereenkomst getekend) | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| Brown, Shipley & Co Ltd. | Londen – GB | 99,91 | GR | Kredietinstelling |
| KBL Richelieu Banque Privée | Parijs – FR | 99,91 | GR | Kredietinstelling |
| KBL European Private Bankers SA | Luxemburg – LU | 99,91 | GR | Kredietinstelling |
| KBL (Switzerland) Ltd. | Genève – CH | 99,90 | GR | Kredietinstelling |
| Merck Finck & Co. | München – DE | 99,91 | GR | Kredietinstelling |
| Puilaetco Dewaay Private Bankers SA | Brussel – BE | 99,91 | GR | Kredietinstelling |
| Theodoor Gilissen Bankiers NV | Amsterdam – NL | 99,91 | GR | Kredietinstelling |
| VITIS Life SA | Luxemburg – LU | 99,91 | GR | Verzekeringsmaatschappij |
| KBC GROEP NV (overige directe dochterondernemingen) | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| KBC Global Services NV | Brussel – BE | 100,00 | GR | Diensten aan de groep |
| KBC Groep NV | Brussel – BE | 100,00 | GR | Holding |
* Divisie (voor opname in resultaat): Afkortingen: B = België; CEE = Centraal- en Oost-Europa; MB = Merchantbanking; GR = Groepscenter.
• Zoals bepaald in de grondslagen voor financiële verslaggeving wordt de methode van integrale consolidatie toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent. Voor de beoordeling of SPV's al dan niet moeten worden geconsolideerd, hanteert KBC de principes zoals uiteengezet in SIC12. Bovendien hanteert KBC materialiteitsdrempels voor opname in consolidatie. Een onderneming die in aanmerking komt voor consolidatie wordt ook werkelijk in consolidatie opgenomen als twee van de volgende criteria worden overschreden: (a) het deel van de groep in het eigen vermogen > 2,5 miljoen euro (b) het deel van de groep in het resultaat > 1 miljoen euro (c) het balanstotaal > 100 miljoen euro. Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal. Voor een aantal SPV's is maar een van die drie criteria overschreden,
waardoor (zolang het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen niet meer bedraagt dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal) ze de facto niet worden geconsolideerd. Het betreft voornamelijk SPV's opgericht in het kader van de CDO-activiteiten. Noteer dat die SPV's maar een materialiteitsdrempel overschrijden (balanstotaal), aangezien ze altijd een zeer beperkt eigen vermogen en nettoresultaat hebben. De CDO-gerelateerde resultaten zitten bij KBC Financial Products, dat uiteraard wel geconsolideerd wordt. Nietconsolidatie van die SPV's heeft dan ook alleen een invloed op de geconsolideerde balanspresentatie en niet op het eigen vermogen, het resultaat of de solvabiliteit.
• Een volledige lijst (31 december 2011) van de vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen vindt u in het deel Overige informatie en op www.kbc.com.
| Onderneming | Moedermaat schappij |
Consolidatie methode |
Percentage aandeelhouderschap op groepsniveau |
Commentaar | |
|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2010 | 31-12-2011 | ||||
| Toevoegingen | |||||
| Geen | |||||
| Afstotingen | |||||
| Centea | KBC Bank | Integraal | 100,00 | – | Verkocht op 1 juli 2011 |
| Naamsveranderingen | |||||
| Assurisk werd KBC Group Re SA | KBC Verzekeringen | Integraal | 100,00 | 100,00 | – |
| Wijzigingen in percentage aandeelhouderschap en interne fusies | |||||
| Vermogens | |||||
| Nova Ljubljanska banka | KBC Bank | mutatie | 30,57 | 25,00 | Afname met 5,57% |
| Absolut Bank | KBC Bank | Integraal | 95,00 | 99,00 | Toename met 4,00% |
| KBC Consumer Finance NV | KBC Bank | Integraal | 60,01 | 100,00 | Toename met 39,99% |
| DZI Insurance | KBC Verzekeringen | Integraal | 90,35 | 99,95 | Toename met 9,61% |
In 2011 hadden de wijzigingen in de consolidatiekring maar een beperkte invloed op de winst-en-verliesrekening en balans, met uitzondering van het effect van de verkoop van Centea, die werd gefinaliseerd op 1 juli 2011 (de groepsresultaten bevatten dus alleen maar de resultaten van Centea over de eerste zes maanden van 2011 (16 miljoen euro na belastingen). Zie ook Toelichting 8.
referentiecijfers worden, zoals toegestaan door IFRS, niet aangepast). Als de groepen activa die worden afgestoten bovendien gekwalificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteit, worden de resultaten ervan (ook voor de referentiecijfers) onder één post in de winst-enverliesrekening getoond (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten).
Activiteit: Kredietinstelling
Segment: Groepscenter
Beschrijving: In maart 2011 werd bekendgemaakt dat de oorspronkelijke overeenkomst die de groep had bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van KBL EPB niet doorging. Het verkoopproces werd nadien heropgestart en in oktober 2011 bereikte KBC een akkoord met Precision Capital voor de verkoop van KBL EPB voor ongeveer 1 miljard euro. De transactie zal voor KBC in totaal ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijmaken. Dat leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met 0,6%. De transactie had ook een negatieve invloed op de winst-en-verliesrekening van ongeveer 0,4 miljard euro in het derde kwartaal van 2011. KBC zal privatebankingdiensten blijven aanbieden in België en Centraal- en Oost-Europa via zijn privatebankingactiviteiten onder de merknaam KBC. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.
Activiteit: Verzekeringsonderneming
Segment: Groepscenter
Beschrijving: In oktober 2011 bereikte KBC een overeenkomst met de private-equitygroep J.C. Flowers & Co. over de verkoop van Fidea voor ongeveer 0,2 miljard euro. In totaal maakt die transactie voor KBC een bedrag van ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrij, voornamelijk door een vermindering van de risicogewogen activa met 1,8 miljard euro, maar ook rekening houdende met het feit dat de transactie de resultaten van KBC met ongeveer 0,1 miljard euro negatief beïnvloedt. De transactie leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met ongeveer 0,1%. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.
Activiteit: Verzekeringsonderneming
Segment: Groepscenter
Beschrijving: In januari 2012 werd een verkoopovereenkomst gesloten met Talanx International AG voor WARTA in Polen voor 770 miljoen euro, aan te passen op basis van wijzigingen in de netto-inventariswaarde tussen 30 juni 2011 en het moment van afronding van de transactie. Op basis van de cijfers van 30 september 2011 wordt verwacht dat de transactie bijna 0,7 miljard euro aan kapitaal zal vrijmaken voor KBC. De Tier 1-ratio van KBC zou daardoor met bijna 0,7% stijgen. De transactie zal een positieve impact van ongeveer 0,3 miljard euro hebben op het resultaat van KBC op het ogenblik dat de transactie wordt afgerond. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| A BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN | ||
| Winst-en-verliesrekening | ||
| Winst-en-verliesrekening KBL EPB | ||
| Nettorente-inkomsten | 159 | 151 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 381 | 349 |
| Andere netto-inkomsten | 62 | 63 |
| Totale opbrengsten | 602 | 563 |
| Exploitatiekosten | -495 | -437 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -42 | -107 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 2 | 1 |
| Resultaat vóór belastingen | 66 | 19 |
| Belastingen | -19 | 6 |
| Resultaat na belastingen | 47 | 25 |
| Resultaat van verkoopovereenkomst m.b.t. KBL EPB | ||
| Bijzondere waardeverminderingen n.a.v. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten | -301 | -444 |
| Belastingen m.b.t. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten (uitgestelde belastingen) | 0 | 0 |
| Resultaat van verkoop, na belastingen | -301 | -444 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -254 | -419 |
| Kasstroomoverzicht KBL EPB | 2010 | 2011 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten | 202 | 2 200 |
| Nettokassstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten | -84 | -8 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten | -33 | -569 |
| Nettokasuitstroom/-instroom | 85 | 1 623 |
| Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten KBL EPB | 2010 | 2011 |
| Gewoon | -0,75 | -1,23 |
| Verwaterd | -0,75 | -1,23 |
| Verbintenissen KBL EPB | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
| Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – verstrekt | 2 774 | 3 053 |
| Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – ontvangen | 2 621 | 2 682 |
| Financiële garanties – verstrekt | 4 403 | 3 378 |
| Financiële garanties – ontvangen | 3 982 | 5 218 |
| Andere verbintenissen – verstrekt | 594 | 39 |
| Andere verbintenissen – ontvangen | 0 | 0 |
| 2010 | 2011 | |
|---|---|---|
| activa / | activa / | |
| Derivaten – gecontracteerde bedragen KBL EPB | verplichtingen | verplichtingen |
| Voor handelsdoeleinden | ||
| Rentecontracten | 17 857 / 17 857 | 12 810 / 12 810 |
| Valutacontracten | 5 244 / 5 267 | 8 392 / 8 326 |
| Aandelencontracten | 2 847 / 2 847 | 2 597 / 2 597 |
| Kredietcontracten | 1 / 1 | 2 / 2 |
| Grondstoffen- en andere contracten | 15 / 15 | 19 / 19 |
| Microhedging: reëlewaardeafdekkingen | ||
| Rentecontracten | 553 / 553 | 1 235 / 1 235 |
| Valutacontracten | 7 / 9 | 7 / 10 |
| Aandelencontracten | 0 / 0 | 0 / 0 |
| Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille | ||
| Rentecontracten | 168 / 168 | 171 / 171 |
| B VASTE ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN EN VERPLICHTINGEN I.V.M. GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN |
||
| Balans (tussen haakjes: waarvan beëindigde bedrijfsactiviteiten) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
| Activa | ||
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | 437 (437) | 1 076 (1 076) |
| Financiële activa | 11 359 (11 299) | 16 797 (12 523) |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille | 7 (7) | 12 (12) |
| Belastingvorderingen | 83 (83) | 110 (95) |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 14 (14) | 13 (13) |
| Vastgoedbeleggingen en andere materiële vaste activa | 240 (234) | 278 (224) |
| Goodwill en andere immateriële vaste activa | 690 (690) | 352 (196) |
| Overige activa | 109 (101) | 485 (103) |
| Totaal activa | 12 938 (12 863) | 19 123 (14 242) |
| Verplichtingen | ||
| Financiële verplichtingen | 12 489 (12 489) | 12 901 (12 710) |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering | 466 (466) | 4 533 (424) |
| Belastingverplichtingen | 11 (11) | 38 (6) |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 28 (28) | 30 (22) |
| Overige verplichtingen | 349 (348) | 631 (304) |
| Totaal verplichtingen | 13 341 (13 341) | 18 132 (13 466) |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 2010 | 2011 |
| Herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa | 9 (8) | -81 (-72) |
| Uitgestelde belastingen op bovenstaande | -6 (-6) | 29 (20) |
| Omrekeningsverschillen | 10 (10) | 7 (7) |
| Totaal | 12 (12) | -45 (-46) |
De vereiste informatie in verband met aard en bedrag van risico's (volgens IFRS 4 en IFRS 7) en de informatie in verband met kapitaal (volgens IAS 1) werd opgenomen in de door de commissaris geauditeerde delen van het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Dat hoofdstuk omvat – bij de
Gebeurtenissen na balansdatum zijn (positieve of negatieve) gebeurtenissen die voorkomen tussen de balansdatum (31 december 2011) en de datum van goedkeuring tot publicatie van de jaarrekeningen door de Raad van Bestuur en omvatten zowel gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die bewijs leveren van de bestaande toestand op de balansdatum) waardoor in de jaarrekening opgenomen bedragen moesten worden aangepast, als gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die wijzen op een toestand die ontstond na de balansdatum) waardoor geen aanpassingen van opgenomen bedragen vereist waren. De eerste soort van gebeurtenissen leidt in principe tot een aanpassing van de jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de gebeurtenis, terwijl de tweede soort in principe alleen de jaarrekening van de volgende periode beïnvloedt.
De belangrijkste gebeurtenissen na balansdatum die niet hebben geleid tot aanpassingen, waren:
• 20 januari 2012: verkoopovereenkomst voor WARTA (Polen): zie informatie bij Toelichting 46.
informatie over kredietrisico – ook gegevens met betrekking tot het risico inzake overheidsobligaties van een selectie van landen en informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten.
toren en winst. Na de voorgestelde fusie zal Banco Santander ongeveer 76,5% van de fusiebank in handen hebben, KBC ongeveer 16,4%. Banco Santander heeft zich ertoe verbonden KBC onmiddellijk na de fusie te helpen zijn deelneming in de fusiebank te verlagen tot minder dan 10%. Bovendien is het de bedoeling van KBC om zijn resterende deelneming te desinvesteren. Na de deconsolidatie van Kredyt Bank ten gevolge van de voorgestelde fusie en na de beloofde reductie van de deelneming van KBC tot beneden 10% kort na de registratie van de fusie zal (tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging) ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijkomen, voornamelijk dankzij een vermindering van de risicogewogen activa. Dat stemt overeen met een positieve Tier 1-impact van ongeveer 0,8% of 0,9% bij volledige uitstap (telkens op basis van de cijfers van eind 2011). Bovendien zal de transactie, tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging, een positief effect hebben op het resultaat van ongeveer +0,1 miljard euro bij afronding van de transactie. De fusie is onderworpen aan de onafhankelijke beoordeling door Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank en verbonden aan de voorwaarde dat de goedkeuring verkregen wordt van de Poolse financiële toezichthouder en van de bevoegde mededingingsautoriteiten. Banco Santander heeft zich er ook toe verbonden Z∙ agiel, de consumentenkredietarm van KBC in Polen, te verwerven tegen gecorrigeerd nettoactief, na goedkeuring door de bevoegde mededingingsautoriteiten. U vindt bijkomende informatie in het betreffende persbericht op www.kbc.com.
De daarin vermelde juridische informatie geldt onverkort.
sluitingsdag is, op de laatste daaraan voorafgaande bankwerkdag, om 10 uur.
• Het recht van een aandeelhouder om deel te nemen aan de Algemene Vergadering en om er het stemrecht uit te oefenen, wordt slechts verleend op grond van de boekhoudkundige registratie van de aandelen op naam van de aandeelhouder op de registratiedatum, dat is op de veertiende dag voor de Algemene Vergadering om vierentwintig uur Belgische tijd, hetzij door hun inschrijving in het register van de aandelen op naam, hetzij door hun inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van een vereffeningsinstelling, hetzij door voorlegging van de aandelen aan toonder aan een financiële tussenpersoon, ongeacht het aantal aandelen dat de aandeelhouder bezit op de dag van de Algemene Vergadering. Het recht van een houder van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven om deel te nemen aan de Algemene Vergadering wordt op dezelfde wijze slechts verleend op grond van de boekhoudkundige registratie van die effecten op zijn naam, op de registratiedatum. Iedere aandeelhouder en iedere houder van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven die aan de Algemene Vergadering wil deelnemen, moet dat uiterlijk op de zesde dag voor de datum van de Algemene Vergadering melden aan de vennootschap of aan een daartoe door de vennootschap aangestelde persoon met opgave van het aantal effecten waarmee hij wil deelnemen. Wil hij aan de Algemene Vergadering deelnemen met effecten aan toonder of in gedematerialiseerde vorm, dan moet hij er ook voor zorgen dat de vennootschap of een daartoe door de vennootschap aangestelde persoon uiterlijk op dezelfde dag in het bezit wordt gesteld van een attest, afgeleverd door de financiële tussenpersoon, de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling, waaruit blijkt met hoeveel effecten aan toonder of gedematerialiseerde effecten die zijn voorgelegd of die op zijn naam op zijn rekeningen zijn ingeschreven op de registratiedatum, hij heeft aangegeven te willen deelnemen aan de Algemene Vergadering. De voorschriften van dit artikel gelden eveneens voor de houders van winstbewijzen, naargelang zij op naam dan wel gedematerialiseerd zijn, in die gevallen waar zij het recht hebben om de Algemene Vergadering bij te wonen.
De vennootschappelijke (of enkelvoudige) jaarrekening van KBC Groep NV wordt hier voorgesteld in een verkorte versie. De volledige vennootschappelijke jaarrekening wordt aan de Algemene Vergadering van 3 mei 2012 voorgelegd ter goedkeuring.
Conform de wettelijke voorschriften worden de vennootschappelijke jaarrekening, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. Die documenten zijn gratis opvraagbaar bij KBC Groep NV, Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België, en zijn na neerlegging beschikbaar op www.kbc.com.
De commissaris heeft over de vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV een verklaring zonder voorbehoud afgegeven.
De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld rekening houdend met Belgische boekhoudnormen (B-GAAP) en is bijgevolg niet vergelijkbaar met de volgens IFRS opgestelde gegevens uit de andere hoofdstukken van dit verslag.
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 16 928 | 16 493 |
| Financiële vaste activa | 16 928 | 16 493 |
| Verbonden ondernemingen | 16 918 | 16 482 |
| Deelnemingen | 16 668 | 16 232 |
| Vorderingen | 250 | 250 |
| Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 11 | 11 |
| Deelnemingen | 1 | 1 |
| Vorderingen | 10 | 10 |
| Vlottende activa | 431 | 1 907 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 25 | 21 |
| Handelsvorderingen | 0 | 0 |
| Overige vorderingen | 25 | 20 |
| Geldbeleggingen | 370 | 1 849 |
| Eigen aandelen | 369 | 154 |
| Overige beleggingen | 0 | 1 695 |
| Liquide middelen | 26 | 28 |
| Overlopende rekeningen | 10 | 9 |
| Totaal activa | 17 359 | 18 400 |
| Eigen vermogen | 8 198 | 10 016 |
| Kapitaal | 1 245 | 1 245 |
| Geplaatst kapitaal | 1 245 | 1 245 |
| Uitgiftepremies | 4 336 | 4 337 |
| Reserves | 1 445 | 1 445 |
| Wettelijke reserves | 124 | 125 |
| Onbeschikbare reserves | 371 | 156 |
| Belastingvrije reserves | 190 | 190 |
| Beschikbare reserves | 760 | 975 |
| Overgedragen winst (verlies (-)) | 1 171 | 2 989 |
| Schulden | 9 162 | 8 384 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 7 633 | 6 901 |
| Financiële schulden | 7 633 | 6 901 |
| Achtergestelde leningen | 7 000 | 6 500 |
| Niet-achtergestelde obligatieleningen | 633 | 401 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 1 491 | 1 457 |
| Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen | 200 | 730 |
| Financiële schulden | 424 | 113 |
| Kredietinstellingen | 240 | 0 |
| Overige leningen | 184 | 113 |
| Handelsschulden | 1 | 6 |
| Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | 1 | 1 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 1 | 1 |
| Overige schulden | 865 | 607 |
| Overlopende rekeningen | 37 | 26 |
| Totaal passiva | 17 359 | 18 400 |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 3 | 2 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 3 | 2 |
| Bedrijfskosten | 31 | 57 |
| Diensten en diverse goederen | 27 | 52 |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 4 | 5 |
| Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies (-)) | -28 | -56 |
| Financiële opbrengsten | 45 | 3 226 |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 33 | 3 216 |
| Opbrengsten uit vlottende activa | 4 | 8 |
| Andere financiële opbrengsten | 7 | 3 |
| Financiële kosten | 709 | 921 |
| Kosten van schulden | 641 | 706 |
| Waardeverminderingen op vlottende activa: toevoegingen (terugnemingen (-)) | 67 | 215 |
| Andere financiële kosten | 1 | 1 |
| Winst (Verlies (-)) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting | -693 | 2 249 |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 0 | 6 |
| Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa | 0 | 6 |
| Uitzonderlijke kosten | 266 | 434 |
| Waardeverminderingen op financiële vaste activa | 266 | 434 |
| Winst (Verlies (-)) van het boekjaar vóór belasting | -959 | 1 821 |
| Belastingen op het resultaat | 0 | 0 |
| Winst (Verlies (-)) van het boekjaar | -959 | 1 821 |
| Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar | -959 | 1 821 |
In dit schema worden kosten ook met een positief teken vermeld (in tegenstelling tot de voorstellingswijze van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening).
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | 31-12-2011 |
|---|---|---|
| Te bestemmen winst (verlies (-)) | 1 431 | 2 992 |
| Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar | -959 | 1 821 |
| Overgedragen winst (verlies (-)) van het vorige boekjaar | 2 390 | 1 171 |
| Toevoeging aan het eigen vermogen | 0 | 0 |
| Aan de wettelijke reserve | 0 | 0 |
| Aan de overige reserves | 0 | 0 |
| Over te dragen winst (verlies (-)) | 1 171 | 2 989 |
| Uit te keren winst | 260 | 3 |
| Vergoeding van het kapitaal | 258 | 3 |
| Bestuurders of zaakvoerders | 1 | 0 |
| Andere rechthebbenden, werknemersparticipatie | 0 | 0 |
Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het te bestemmen winstsaldo voor 2011 te verdelen zoals in de tabel is aangegeven. Als dat voorstel wordt goedgekeurd, bedraagt het brutodividend 0,01 euro per dividendgerechtigd aandeel over het boekjaar 2011. De Belgische roerende voorheffing bedraagt momenteel 25% (met mogelijkheid van 21% voor aandelen met VV-strip). Voor de berekening van het aantal dividendgerechtigde aandelen (344 619 736) wordt rekening gehouden met de schorsing van dividend op 13 360 577 ingekochte aandelen resulterend uit de voorbije aandeleninkoopprogramma's.
| (in miljoenen euro) | Deelnemingen in verbonden ondernemingen |
Vorderingen op verbonden ondernemingen |
Deelnemingen in ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat |
Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat |
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde 31-12-2010 | 16 668 | 250 | 1 | 10 |
| Aanschaffingen in 2011 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vervreemdingen in 2011 | -2 | 0 | 0 | 0 |
| Andere wijzigingen in 2011 | -434 | 0 | 0 | 0 |
| Boekwaarde 31-12-2011 | 16 232 | 250 | 1 | 10 |
De deelnemingen in verbonden ondernemingen van KBC Groep NV betreffen voornamelijk de participatie in:
De voornaamste wijziging in 2011 betreft een bijkomende waardevermindering op de participatie KBL EPB van 434 miljoen euro.
De vorderingen op verbonden ondernemingen betreffen een achtergestelde perpetuele lening aan KBC Bank NV ad 250 miljoen euro. De vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, betreffen het deel van een in 2005 door Nova Ljubljanska banka uitgegeven obligatielening waarop KBC Groep NV heeft ingetekend.
| (in miljoenen euro) | 31-12-2010 | Kapitaalverhoging voor het personeel |
Resultaats aanwending |
31-12-2011 |
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | 1 245 | 0 | 0 | 1 245 |
| Uitgiftepremies | 4 336 | 0 | 0 | 4 337 |
| Reserves | 1 445 | 0 | 0 | 1 445 |
| Overgedragen resultaat | 1 171 | 0 | 1 818 | 2 989 |
| Eigen vermogen | 8 198 | 1 | 1 818 | 10 016 |
Op 31 december 2011 bereikte het geplaatst maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 1 245 126 541,75 euro, verdeeld in 357 980 313 aandelen. Het maatschappelijk kapitaal is volgestort. In 2011 steeg het maatschappelijk kapitaal met 146 577,60 euro, en het aantal aandelen met 42 120. Die nieuwe aandelen (van het VV-type) werden uitgegeven naar aanleiding van een kapitaalverhoging waartoe de Raad van Bestuur besliste in het kader van het toegestaan kapitaal en waarop alleen de personeelsleden van KBC Groep NV en sommige van zijn Belgische dochterondernemingen konden intekenen. Het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders werd dan ook opgeheven. De aandelen werden uitgegeven tegen 14,63 euro en zijn niet geblokkeerd, aangezien de uitgifteprijs geen korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers van het KBC-aandeel. Met die kapitaalverhoging wil KBC Groep NV de band met zijn personeel en met het personeel van de Belgische dochterondernemingen nauwer aanhalen. Door de geringe omvang van de kapitaalverhoging zijn de financiële gevolgen voor de bestaande aandeelhouders uiterst beperkt. Alle aandelen die in de loop van 2011 werden uitgegeven, zijn ook dividendgerechtigd vanaf boekjaar 2011 (voor uitbetaling dividend in 2012).
Eind 2011 waren er 58 346 625 uitgegeven VV-strips (een VV-strip geeft recht op een verminderde voorheffing op het dividend).
De machtiging voor het toegestaan kapitaal kan nog tot en met 21 mei 2014 worden gebruikt voor een bedrag van 899 208 331,32 euro. Gerekend tegen een fractiewaarde van 3,48 euro per aandeel, kunnen dus nog maximaal 258 393 198 nieuwe aandelen KBC Groep NV ingevolge die machtiging worden uitgegeven.
Hierna volgt een overzicht van de in 2010 en 2011 ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 10bis van de statuten (beschikbaar op www.kbc.com) van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. We vestigen er de aandacht op dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.
| Kennisgevingen* ontvangen in 2010 en 2011 |
Kennisgeving betreft situatie per |
Uitleg | Aantal aangehouden KBC-aandelen (= stemrechten) op betreffende datum |
% van totale stemrechten op betreffende datum |
|---|---|---|---|---|
| BlackRock Inc. | 2 februari 2010 | Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 709 212 | 2,99% |
| BlackRock Inc. | 4 augustus 2010 | Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 810 030 | 3,02% |
| BlackRock Inc. | 12 augustus 2010 | Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 693 173 | 2,99% |
| BlackRock Inc. | 15 september 2010 | Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 11 047 165 | 3,09% |
| BlackRock Inc. | 2 maart 2011 | Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 701 448 | 2,99% |
| BlackRock Inc. | 6 juni 2011 | Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 833 173 | 3,03% |
| BlackRock Inc. | 23 juni 2011 | Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 392 675 | 2,90% |
| BlackRock Inc. | 11 juli 2011 | Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 840 797 | 3,03% |
| BlackRock Inc. | 2 december 2011 | Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel | 10 518 102 | 2,94% |
* Details vindt u in de respectieve kennisgevingsformulieren die beschikbaar zijn op www.kbc.com.
In het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per eind 2011, resulterend uit alle ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007.
| KBC-aandelen bij KBC-groepsmaatschappijen | Adres | Aantal KBC-aandelen |
|---|---|---|
| Bij KBC Group Re SA (Assurisk) | Place de la Gare 5, 1616 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 300 |
| Bij KBC Bank NV* | Havenlaan 2, 1080 Brussel, België | 3 919 045 |
| Bij KBC Securities NV | Havenlaan 12, 1080 Brussel, België | 2 |
| Totaal | 3 919 347 | |
| In procent van het totaal aantal aandelen | 1,1% | |
| Bij KBC Groep NV zelf | Havenlaan 2, 1080 Brussel, België | 14 249 707 |
| Totaal, inclusief bij KBC Groep NV zelf | 18 169 054 | |
| In procent van het totaal aantal aandelen | 5,1% |
* Rechtstreekse dochteronderneming.
De gemiddelde fractiewaarde van het KBC-aandeel in 2011 bedroeg 3,48 euro. Het aantal eigen aandelen in handen van groepsmaatschappijen veranderde maar minimaal in 2011 (daling van 2 741 aandelen, fractiewaarde 0,009 miljoen euro, of 0,0008% van het geplaatst kapitaal; verkoopprijs van de overgedragen aandelen: 0,1 miljoen euro).
We vestigen er de aandacht op dat de in de tabel opgenomen aantallen aandelen kunnen afwijken van de aantallen die worden vermeld in de kennisgevingen conform de Belgische Wet van 2 mei 2007, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.
Op 31 december 2011 bedraagt het balanstotaal 18 400 miljoen euro. De financiële vaste activa worden besproken in Toelichting 1. Bij de vlottende activa bedragen de geldbeleggingen 1 849 miljoen euro op 31 december 2011. De toename ten opzichte van 2010 (+1 479 miljoen euro) betreft de belegging op korte termijn van het ontvangen interimdividend van KBC Bank in december 2011.
Het eigen vermogen bedraagt 10 016 miljoen euro op 31 december 2011 en wordt besproken in Toelichting 2.
De Schulden bedragen 8 384 miljoen euro op 31 december 2011, een daling van 778 miljoen euro tegenover 31 december 2010. Binnen de
In 2011 bedraagt de nettowinst van KBC Groep NV 1 821 miljoen euro, tegenover een nettoverlies van 959 miljoen in 2010.
De belangrijkste financiële opbrengsten en kosten in 2011 zijn:
KBC Groep NV betaalde in 2011 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 81 200 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten. Voor niet-auditdiensten werd een vergoeding betaald van 269 032 euro,
KBC Groep NV heeft geen bijkantoren (noch in België, noch in het buitenland).
De vereiste wettelijke informatie (artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen) die hierboven niet werd vermeld, vindt u in het schuldrubrieken zijn er verschuivingen van lange termijn naar korte termijn: het betreft de terugbetaling in 2012 van een niet-achtergestelde lening van 230 miljoen euro, en de overeengekomen terugbetaling van 500 miljoen euro aan kernkapitaaleffecten waarop de Belgische overheid had ingetekend (terugbetaald in januari 2012). De belangrijkste redenen voor de vermindering van de totale schulden liggen bij de te betalen dividenden (-255 miljoen euro), de terugbetaling van een niet-achtergestelde obligatielening (-200 miljoen euro), de aanzuivering van een opgenomen kaskrediet (-240 miljoen euro) en de betaling van een openstaande schuld aan een dochteronderneming (-101 miljoen euro).
De belangrijkste uitzonderlijke kosten in 2011 betreffen een bijkomende waardevermindering van 434 miljoen euro op KBL EPB.
verdeeld als volgt: andere controleopdrachten: 9 516 euro en andere opdrachten buiten de controleopdrachten: 259 516 euro.
deel Verslag van de Raad van Bestuur. Dat Verslag omvat ook de vereiste Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
Sinds eind 2008 heeft KBC Groep NV in totaal voor 7 miljard euro uitgegeven aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, waarop werd ingetekend door de Belgische staat (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De transactie met de Belgische staat werd gesloten in december 2008, terwijl de overeenkomst met het Vlaams Gewest werd afgerond in juli 2009. De opbrengst van die transacties werd gebruikt door KBC om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met 5,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV) en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV).
Overige kenmerken van de transacties (vereenvoudigd):
Op 2 januari 2012 betaalde KBC een eerste tranche van 500 miljoen euro terug aan de federale overheid, inclusief een penaltypremie van 15% (zie hierboven bij omruilingsoptie). De Vlaamse regering heeft ermee ingestemd om af te zien van haar pari passu-rechten voor die terugbetaling en de bijkomende terugbetalingen die vóór eind 2012 worden uitgevoerd. De vermelde terugbetaling werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).
In mei 2009 ondertekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan betreft, vereenvoudigd voorgesteld, een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro (nu 13,9 miljard euro, zie verder), en omvat 5,5 miljard euro aan niet-afgedekte super senior CDObeleggingen en 14,4 miljard euro aan tegenpartijrisico op MBIA. De transactie is als volgt gestructureerd (de CDO-portefeuille bestaat uit verschillende CDO's; de garantiestructuur geldt per CDO; de hierna vermelde cijfers betreffen de som van alle CDO's die onder het plan vallen). Opmerking vooraf: aangezien de CDO-blootstelling ondertussen is gedaald, zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd. Hierna worden telkens bedragen voor 31 december 2011 en het oorspronkelijke bedrag vermeld:
Door die overeenkomst wordt de mogelijke negatieve invloed van de betreffende MBIA- en CDO-risico's voor een aanzienlijk deel uitgeschakeld. Er blijft niettemin resultaatsvolatiliteit in de toekomst, aangezien bijvoorbeeld stijgende of dalende marktwaarden ertoe kunnen leiden dat bestaande waardeverliezen worden teruggeboekt of vermeerderd. In elk geval wordt het gecumuleerde totaal van waardeverliezen afgetopt door de garantieovereenkomst (waarbij KBC, zoals vermeld, wel een eigenrisicodeel moet dragen). KBC moet voor die garantieregeling een premie betalen. Meer informatie over de invloed daarvan op de winsten-verliesrekening vindt u in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.
[reglementair eigen vermogen] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
[bijzondere waardeverminderingen op kredieten] / [uitstaande nonperforming kredieten]. Voor een definitie van non-performing, zie Non-performing ratio. De teller kan in voorkomend geval worden beperkt tot de individuele bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten.
[eigen vermogen van de aandeelhouders] / [aantal gewone aandelen, min eigen aandelen (per einde periode)].
[verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / verdiende verzekeringspremies] + [bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering).
[exploitatiekosten van de bankactiviteiten] / [totale opbrengsten van de bankactiviteiten].
[nettowijziging in de bijzondere waardeverminderingen voor kredietrisico's] / [gemiddelde uitstaande kredietportefeuille]. De kredietportefeuille wordt gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (overheidsobligaties zijn bijvoorbeeld niet inbegrepen).
[slotkoers KBC-aandeel] x [aantal gewone aandelen].
[onderliggende nettorente-inkomsten van de bankactiviteiten] / [gemiddelde rentedragende activa van de bankactiviteiten].
[uitstaand bedrag van non-performing kredieten (leningen waarvan rente- of hoofdsombetalingen meer dan 90 dagen achterstallig of in overschrijding zijn)] / [totale uitstaande kredietportefeuille].
[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddeld eigen vermogen van de aandeelhouders, exclusief de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.
[resultaat na belastingen (inclusief belangen van derden) van een divisie, aangepast om rekening te houden met toegewezen in plaats van effectief eigen vermogen] / [gemiddeld toegewezen eigen vermogen van de divisie]. Het resultaat van een divisie is de som van het nettoresultaat van alle ondernemingen die tot die divisie behoren, aangepast voor toegewezen centrale overheadkosten en de financieringskosten op betaalde goodwill. Het aan een divisie toegewezen kapitaal is gebaseerd op de risicogewogen activa voor bankactiviteiten en risicogewogen-activa-equivalenten voor verzekeringsactiviteiten.
[beschikbaar solvabiliteitskapitaal] / [vereist solvabiliteitskapitaal].
[Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Voor de berekening van de core Tier 1-ratio wordt in de teller geen rekening gehouden met hybride instrumenten (wel met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid).
[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.
[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, gecorrigeerd voor rente-uitgaven (na belastingen) op niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, min eigen aandelen, plus verwaterend effect van opties (aantal aandelenopties die zijn toegekend aan het personeel met een uitoefenprijs onder de marktprijs) en niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.
"Ik, Luc Popelier, chief financial officer van de KBC-groep, verklaar namens het Directiecomité van KBC Groep NV dat, voor zover mij bekend, de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden."
| Naam | Zetel | Nationaal identificatie nummer |
Gehouden deel van het kapitaal op groepsniveau (%)* |
|---|---|---|---|
| KBC Bank: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden | |||
| KBC Bank NV | Brussel – BE | 0462.920.226 | 100 |
| Commercial bank "Absolut Bank" (ZAO) | Moskou – RU | – | 99 |
| Limited liability company "Absolut Leasing" | Moskou – RU | – | 99 |
| Limited liability company Leasing company "Absolut" | Moskou – RU | – | 99 |
| Antwerpse Diamantbank NV | Antwerpen – BE | 0404.465.551 | 100 |
| ADB Asia Pacific Limited | Singapore – SG | – | 100 |
| Banque Diamantaire (Suisse) SA | Genève – CH | – | 100 |
| CBC Banque SA | Brussel – BE | 0403.211.380 | 100 |
| Cˇeskoslovenská Obchodná Banka a.s. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Cˇ SOB Asset Management, správ. spol., a.s. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Cˇ SOB Factoring a.s. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Cˇ SOB Leasing a.s. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Cˇ SOB Leasing Poist'ovaci Maklér s.r.o. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Cˇ SOB Stavebná Sporitel'nˇa a.s. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Istrofinance s.r.o. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Cˇeskoslovenská Obchodní Banka a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Auxilium a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Bankovní Informacˇní Technologie s.r.o. | Praag – CZ | – | 100 |
| Centrum Radlická a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Asset Management a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Factoring a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Investicˇní Spolecˇnost a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Investment Banking Service a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Leasing a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Leasing Pojist'ovaci Maklér s.r.o. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Penzijní fond Stabilita a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Property Fund a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Merrion Properties a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Property Skalika s.r.o. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Hypotecˇní Banka a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| CIBANK AD | Sofia – BG | – | 100 |
| Management of Assets for Sale – 2 EOOD | Sofia – BG | – | 100 |
| Katarino Spa Hotel EAD | Sofia – BG | – | 100 |
| IIB Finance Ireland | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Finance Ireland | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Asset Management NV | Brussel – BE | 0469.444.267 | 100 |
| KBC Asset Management SA | Luxemburg – LU | – | 100 |
| KBC Fund Management Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Participations Renta B | Luxemburg – LU | – | 100 |
| KBC Participations Renta C | Luxemburg – LU | – | 100 |
| KBC Participations Renta SA | Luxemburg – LU | – | 100 |
| KBC Towarzystwo Funduszy Inwestycyjnych a.s. | Warschau – PL | – | 94 |
| KBC Bank Deutschland AG | Bremen – DE | – | 100 |
| KBC Bank Funding LLC II | New York – US | – | 100 |
| KBC Bank Funding LLC III | New York – US | – | 100 |
| KBC Bank Funding LLC IV | New York – US | – | 100 |
| KBC Bank Funding Trust II | New York – US | – | 100 |
| KBC Bank Funding Trust III | New York – US | – | 100 |
| KBC Bank Funding Trust IV | New York – US | – | 100 |
| KBC Bank Ireland Plc. | Dublin – IE | – | 100 |
| Bencrest Properties Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Boar Lane Nominee (Number 1) Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Boar Lane Nominee (Number 2) Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Boar Lane Nominee (Number 3) Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Danube Holdings Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Fermion Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Glare Nominee Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| IIB Finance Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| IIB Asset Finance Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| IIB Commercial Finance Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| IIB Leasing Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Lease Services Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| IIB Homeloans and Finance Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Cluster Properties Company | Dublin – IE | – | 100 |
| Demilune Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Homeloans and Finance Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Nationaal | Gehouden deel | ||
|---|---|---|---|
| Naam | Zetel | identificatie nummer |
van het kapitaal op groepsniveau (%)* |
| Premier Homeloans Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Intercontinental Finance | Dublin – IE | – | 100 |
| Irish Homeloans and Finance Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Mortgage Finance | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Nominees Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Linkway Developments Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Maurevel Investment Company Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Merrion Commercial Leasing Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Merrion Equipment Finance Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Merrion Leasing Assets Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Merrion Leasing Finance Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Merrion Leasing Industrial Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Merrion Leasing Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| Merrion Leasing Services Limited Monastersky Limited |
Surrey – GB Dublin – IE |
– – |
100 100 |
| Needwood Properties Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Phoenix Funding 2 Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Phoenix Funding 3 Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Phoenix Funding 4 Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Quintor Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| Rolata Limited | Douglas – IM | – | 100 |
| KBC Clearing NV | Amsterdam – NL | – | 100 |
| KBC Commercial Finance NV | Brussel – BE | 0403.278.488 | 100 |
| KBC Consumer Finance NV | Brussel – BE | 0473.404.540 | 100 |
| KBC Credit Investments NV | Brussel – BE | 0887.849.512 | 100 |
| KBC Financial Products UK Limited | Londen – GB | – | 100 |
| Baker Street Finance Limited | Jersey – GB | – | 100 |
| Baker Street USD Finance Limited | Jersey – GB | – | 100 |
| Dorset Street Finance Limited | Jersey – GB | – | 100 |
| Hanover Street Finance Limited KBC Financial Products Hong Kong Limited |
Jersey – GB Hongkong – HK |
– – |
100 100 |
| Pembridge Square Limited | Jersey – GB | – | 100 |
| Regent Street Finance Limited | Jersey – GB | – | 100 |
| Sydney Street Finance Limited | Jersey – GB | – | 100 |
| KBC Financial Holding Inc. | Wilmington – US | – | 100 |
| KBC Financial Products (Cayman Islands) Limited "Cayman I" | George Town – KY | – | 100 |
| KBC Financial Products USA Inc. | Wilmington – US | – | 100 |
| Pacifica Group LLC | Wilmington – US | – | 100 |
| Equity Key LLC | Wilmington – US | – | 100 |
| Equity Key Real Estate Option LLC | San Diego – US | – | 100 |
| EK002 LLC | San Diego – US | – | 100 |
| EK003 LLC | San Diego – US | – | 100 |
| EK045 LLC | San Diego – US | – | 100 |
| Lonsdale LLC | Wilmington – US | – | 100 |
| Midas Life Settlements LLC Upright RM Holdings LLC |
Delaware – US New York – US |
– – |
100 100 |
| Reverse Mortgage Trust I | New York – US | – | 100 |
| Upright Holdings FP Inc. | New York – US | – | 100 |
| World Alliance Financial Corporation | New York – US | – | 100 |
| KBC Financial Products International Limited "Cayman III" | George Town – KY | – | 100 |
| KBC Investments Hong Kong Limited | Hongkong – HK | – | 100 |
| KBC Investments Asia Limited | Hongkong – HK | – | 100 |
| KBC Investments Cayman Islands Limited "Cayman IV" | George Town – KY | – | 100 |
| KBC Investments Cayman Islands V Limited | George Town – KY | – | 100 |
| KBC Investments Limited | Londen – GB | – | 100 |
| KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV | Rotterdam – NL | – | 100 |
| KBC Lease Holding NV | Leuven – BE | 0403.272.253 | 100 |
| Fitraco NV | Leuven – BE | 0425.012.626 | 100 |
| KBC Autolease NV | Leuven – BE | 0422.562.385 | 100 |
| KBC Bail France sas | Lyon – FR | – | 100 |
| KBC Bail Immobilier France sas | Parijs – FR | – | 100 |
| KBC Immolease NV | Leuven – BE | 0444.058.872 | 100 |
| KBC Lease Belgium NV | Leuven – BE | 0426.403.684 | 100 |
| KBC Autolease Polska Sp z.o.o. KBC Lease France SA |
Warschau – PL Lyon – FR |
– – |
100 100 |
| KBC Lease (Nederland) BV | Bussum – NL | – | 100 |
| KBC Lease (UK) Limited | Surrey – GB | – | 100 |
| KBC Lease (Deutschland) GmbH & Co. KG | Kronberg – DE | – | 92 |
| KBC Lease (Deutschland) Vermietungs GmbH | Kronberg – DE | – | 92 |
| KBC Vendor Lease (Deutschland) Service GmbH | Kronberg – DE | – | 92 |
| Nationaal | Gehouden deel | ||
|---|---|---|---|
| Naam | Zetel | identificatie nummer |
van het kapitaal op groepsniveau (%)* |
| KBC Vendor Finance (Deutschland) GmbH | Kronberg – DE | – | 92 |
| Protection One Service GmbH | Kronberg – DE | – | 92 |
| KBC Lease (Deutschland) Verwaltungs GmbH | Kronberg – DE | – | 76 |
| KBC Lease España SA | Madrid – ES | – | 100 |
| KBC Lease Italia S.p.A. | Verona – IT | – | 100 |
| KBC Lease (Luxembourg) SA | Bertrange – LU | – | 100 |
| Romstal Leasing IFN SA | Boekarest – RO | – | 100 |
| Securitas sam | Monaco – MC | – | 100 |
| KBC North American Finance Corporation | New York – US | – | 100 |
| KBC Private Equity NV | Brussel – BE | 0403.226.228 | 100 |
| Boxco NV | Harelbeke – BE | 0874.529.234 | 95 |
| Allbox NV | Harelbeke – BE | 0417.348.339 | 95 |
| Degen Emballages SA | Herstal – BE | 0425.206.230 | 95 |
| Verkoopkantoor Allbox en Desouter NV | Harelbeke – BE | 0419.278.540 | 95 |
| Descar NV | Harelbeke – BE | 0405.322.613 | 95 |
| Dynaco Group NV | Moorsel – BE | 0893.428.495 | 89,54 |
| Dynaco Europe NV | Moorsel – BE | 0439.752.567 | 89,54 |
| Dynaco USA Inc. | Mundelein – US | – | 89,54 |
| KBC ARKIV NV | Brussel – BE | 0878.498.316 | 52 |
| 2 B Delighted NV | Roeselare – BE | 0891.731.886 | 99,58 |
| Wever & Ducré NV | Roeselare – BE | 0412.881.191 | 99,58 |
| Asia Pacific Trading & Investment Co Limited | Hongkong – HK | – | 99,58 |
| Dark NV | Roeselare – BE | 0472.730.389 | 99,58 |
| Limis Beyond Light NV | Roeselare – BE | 0806.059.310 | 99,58 |
| Wever & Ducré BV | Den Haag – NL | – | 99,58 |
| Wever & Ducré GmbH | Herzogenrath – DE | – | 99,58 |
| Wever & Ducré Iluminación SL KBC Real Estate Luxembourg SA |
Madrid – ES Luxemburg – LU |
– – |
99,58 100 |
| KBC Real Estate NV | Brussel – BE | 0404.040.632 | 100 |
| Almafin Real Estate NV | Brussel – BE | 0403.355.494 | 100 |
| Almafin Real Estate Services NV | Brussel – BE | 0416.030.525 | 100 |
| Immo Arenberg NV | Brussel – BE | 0471.901.337 | 100 |
| Julienne Holdings S.à.r.l. | Luxemburg – LU | – | 93 |
| Julie LH BVBA | Brussel – BE | 0890.935.201 | 93 |
| Juliette FH BVBA | Brussel – BE | 0890.935.397 | 93 |
| KBC Vastgoedinvesteringen NV | Brussel – BE | 0455.916.925 | 100 |
| KBC Vastgoedportefeuille België NV | Brussel – BE | 0438.007.854 | 100 |
| KBC Rusthuisvastgoed NV | Brussel – BE | 0864.798.253 | 100 |
| Novoli Investors BV | Amsterdam – NL | – | 83,33 |
| Poelaert Invest NV | Brussel – BE | 0478.381.531 | 100 |
| Vastgoed Ruimte Noord NV | Brussel – BE | 0863.201.515 | 100 |
| KBC Securities NV | Brussel – BE | 0437.060.521 | 100 |
| Patria Finance a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| Patria Direct a.s. | Praag – CZ | – | 100 |
| K&H Bank Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Csoportszolgáltató Központ Kft. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Equities Consulting Private Limited Company | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Értékpapir Befektetési Alapkezelo˝ Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Factor Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Alkusz Kft. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Autófinanszirozó Pénzügyí Szolgáltató Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Autópark Bérleti és Szolgáltató Kft. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Eszközfinanszírozó Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Eszközlizing Gép-és Thrgj. Bérleti Kft. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Ingatlanlizing Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| K&H Lizing Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| Kredyt Bank SA | Warschau – PL | – | 80 |
| Kredyt Lease SA | Warschau – PL | – | 80 |
| Kredyt Trade Sp z.o.o. Reliz SA |
Warschau – PL Katowice – PL |
– – |
80 80 |
| Loan Invest NV "Institutionele VBS naar Belgisch recht" | Brussel – BE | 0889.054.884 | 100 |
| Old Broad Street Invest NV | Brussel – BE | 0871.247.565 | 100 |
| 111 OBS Limited Partnership | Londen – GB | – | 100 |
| 111 OBS (General Partner) Limited | Londen – GB | – | 100 |
| Z˙agiel SA | Warschau – PL | – | 100 |
| KBC Bank: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden | |||
| 111 OBS (Nominee) Limited1 | Londen – GB | – | 100 |
| 2 B Delighted Italia Srl1 | Torino – IT | – | 99,58 |
| Aldersgate Finance Limited1 | Jersey – GB | – | 100 |
| Almaloisir & Immobilier sas1 | Nice – FR | – | 100 |
| Nationaal | Gehouden deel | ||
|---|---|---|---|
| identificatie | van het kapitaal | ||
| Naam | Zetel | nummer | op groepsniveau (%)* |
| Apicinq NV1 | Brussel – BE | 0469.891.457 | 100 |
| Apitri NV1 | Brussel – BE | 0469.889.873 | 100 |
| Applied Maths Inc.1 | Austin – US | – | 65,92 |
| Applied Maths NV1 | Sint-Martens-Latem – BE | 0453.444.712 | 65,92 |
| Avebury Limited1 | Dublin – IE | – | 100 |
| Bankowy Fundusz Inwestycyjny Serwis Sp z.o.o.1 | Warschau – PL | – | 80 |
| Brussels North Distribution NV1 | Brussel – BE | 0476.212.887 | 100 |
| Clifton Finance Street Limited1 | Jersey – GB | – | 100 |
| Cˇ SOB Nadácia1 | Bratislava – SK | – | 100 |
| Dala Beheer BV1 | Amsterdam – NL | – | 100 |
| Dala Property Holding III BV1 | Amsterdam – NL | – | 100 |
| Dala Property Holding XV BV1 | Amsterdam – NL | – | 100 |
| Di Legno Interiors NV1 | Genk – BE | 0462.681.783 | 62,50 |
| DLI International NV1 | Genk – BE | 0892.881.535 | 62,50 |
| Eurincasso s.r.o.1 | Praag – CZ | – | 100 |
| Fulham Road Finance Limited1 | Jersey – GB | – | 100 |
| Gulliver Kereskedelmi és Szolgáltató Kft.1 | Boedapest – HU | – | 100 |
| Immo-Antares NV2 | Brussel – BE | 0456.398.361 | 100 |
| Immo-Basilix NV2 | Brussel – BE | 0453.348.801 | 100 |
| Immo-Beaulieu NV2 | Brussel – BE | 0450.193.133 | 50 |
| Immobilière Distri-Land NV2 | Brussel – BE | 0436.440.909 | 87,52 |
| Immo Genk-Zuid NV2 | Brussel – BE | 0464.358.497 | 100 |
| Immo Kolonel Bourgstraat NV2 | Brussel – BE | 0461.139.879 | 50 |
| Immolease-Trust NV1 | Brussel – BE | 0406.403.076 | 100 |
| Immo Lux-Airport SA2 | Luxemburg – LU | – | 100 |
| Immo Marcel Thiry NV2 | Brussel – BE | 0450.997.441 | 100 |
| Immo NamOtt NV2 | Brussel – BE | 0840.412.849 | 100 |
| Immo NamOtt Tréfonds NV1 | Brussel – BE | 0840.620.014 | 100 |
| Immo-Quinto NV1 | Brussel – BE | 0466.000.470 | 100 |
| Immo Zenobe Gramme NV2 | Brussel – BE | 0456.572.664 | 100 |
| IPCOS BV1 | Boxtel – NL | – | 60 |
| IPCOS NV1 | Heverlee – BE | 0454.964.840 | 60 |
| IPCOS (UK) Ltd.1 | Cambridge – GB | – | 60 |
| IPCOS Engineering Solutions Pvt. Ltd.1 | Chandigarh – IN | – | 60 |
| KB-Consult NV1 | Brussel – BE | 0437.623.220 | 100 |
| KBC Alternative Investment Limited1 | Londen – GB | – | 100 |
| KBC Diversified Fund (part of KBC AIM Master Fund)1 | George Town – KY | – | 100 |
| KBC Financial Services (Ireland) Limited1 | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC International Finance NV1 | Rotterdam – NL | – | 100 |
| KBC Life Harvest Capital Fund1 | Dublin – IE | – | 67,92 |
| KBC Life Opportunity Fund1 | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Private Equity Advisory Services Limited Liability Company1 | Boedapest – HU | – | 100 |
| KBC Private Equity Advisory Services Sp.z.o.o.1 | Warschau – PL | – | 100 |
| KBC Securities LLC1 | Moskou – RU | – | 100 |
| KBC Structured Finance Limited1 | Sydney – AU | – | 100 |
| Kredietfinance Corporation (June) Limited1 | Surrey – GB | – | 100 |
| Kredietfinance Corporation (September) Limited1 | Surrey – GB | – | 100 |
| Kredietlease (UK) Limited1 | Surrey – GB | – | 100 |
| Kredyt Bank SA i TUiR WARTA SA1 | |||
| Warschau – PL | – | 90 | |
| Lancier LLC1 | Delaware – US | – | 100 |
| Limited liability company "Absolut Capital"1 | Moskou – RU | – | 95 |
| LIZAR Sp z.o.o.1 | Warschau – PL | – | 80 |
| Luxembourg North Distribution SA1 | Luxemburg – LU | – | 100 |
| Mechelen City Center NV1 | Brussel – BE | 0471.562.332 | 100 |
| Mezzafinance NV1 | Brussel – BE | 0453.042.260 | 100 |
| Motokov a.s.1 | Praag – CZ | – | 69,10 |
| Newcourt Street Finance Limited1 | Jersey – GB | – | 100 |
| NV ACTIEF NV1 | Brussel – BE | 0824.213.750 | 57,14 |
| Oxford Street Finance Limited1 | Jersey – GB | – | 100 |
| Patria Finance CF a.s.1 | Praag – CZ | – | 100 |
| Patria Finance Online a.s.1 | Praag – CZ | – | 100 |
| Patria Finance Slovakia a.s.1 | Bratislava – SK | – | 100 |
| Pericles Invest NV1 | Brussel – BE | 0871.593.005 | 100 |
| Property LM s.r.o.1 | Bratislava – SK | – | 100 |
| Quasar Securitisation Company NV1 | Brussel – BE | 0475.526.860 | 100 |
| Quercus Scientific NV1 | Sint-Martens-Latem – BE | 0884.920.310 | 65,92 |
| Radiant Limited Partnership1 | Jersey – GB | – | 80 |
| Risk Kft.1 | Boedapest – HU | – | 100 |
| Servipolis Management Company NV1 | Zaventem – BE | 0442.552.206 | 70 |
| Sicalis BV1 | Amsterdam – NL | – | 100 |
| Nationaal | Gehouden deel | ||
|---|---|---|---|
| Naam | Zetel | identificatie nummer |
van het kapitaal op groepsniveau (%)* |
| TEE Square Limited1 | |||
| Maagdeneilanden – VG | – | 100 | |
| Tormenta Investment Sp.z.o.o.1 | Warschau – PL | – | 100 |
| Vermögensverwaltungsgesellschaft Merkur mbH1 | Bremen – DE | – | 100 |
| Weyveld Vastgoedmaatschappij NV1 | Brussel – BE | 0425.517.818 | 100 |
| Willowvale Company1 | Dublin – IE | – | 100 |
| Zipp Skutery Sp.z.o.o.1 | Przasnysz – PL | – | 100 |
| KBC Bank: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden | |||
| Cˇeskomoravská Stavební Sporˇitelna (CMSS) | Praag – CZ | – | 55 |
| Immobiliare Novoli S.p.A. | Firenze – IT | – | 44,98 |
| KBC Goldstate Fund Management Co. Limited | Sjanghai – CN | – | 49 |
| Union KBC Asset Management Private Limited | Mumbai – IN | – | 49 |
| KBC Bank: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1 | |||
| Atrium Development SA | Luxemburg – LU | – | 25 |
| Barbarahof NV | Leuven – BE | 0880.789.197 | 30 |
| Consorzio Sandonato Est. | Firenze – IT | – | 20,32 |
| Covent Garden Development NV | Brussel – BE | 0892.236.187 | 25 |
| Covent Garden Real Estate NV | Zaventem – BE | 0872.941.897 | 50 |
| Flex Park Prague s.r.o. | Praag – CZ | – | 50 |
| FM-A Invest NV | Diegem – BE | 0460.902.725 | 50 |
| Jesmond Amsterdam NV | Amsterdam – NL | – | 50 |
| Miedziana Sp z.o.o. | Warschau – PL | – | 47,75 |
| Panton Kortenberg Vastgoed NV "Pako Vastgoed" | Sint-Niklaas – BE | 0437.938.766 | 50 |
| Amdale Holdings Limited NV | Diegem – BE | 0452.146.563 | 50 |
| Pakobo NV | Diegem – BE | 0474.569.526 | 50 |
| Rumst Logistics NV | Diegem – BE | 0862.457.583 | 50 |
| Perifund NV | Brussel – BE | 0465.369.673 | 50 |
| Prague Real Estate NV | Zaventem – BE | 0876.309.678 | 50 |
| Real Estate Participation NV | Zaventem – BE | 0473.018.817 | 50 |
| Resiterra NV | Leuven – BE | 0460.925.588 | 50 |
| Rumst Logistics II NV | Diegem – BE | 0880.830.076 | 50 |
| Rumst Logistics III NV | Diegem – BE | 0860.829.383 | 50 |
| Sandonato Parcheggi Srl | Firenze – IT | – | 44,98 |
| Sandonato Srl | Firenze – IT | – | 44,98 |
| UNION KBC Trustee Company Private Limited | Mumbai – IN | – | 49 |
| Val d'Europe Holding NV | Zaventem – BE | 0808.932.092 | 45 |
| Val d'Europe Invest sas | Parijs – FR | – | 45 |
| Xiongwei Lighting (Guangzhou) Co., Ltd. | Guangzhou – CN | – | 49,79 |
| KBC Bank: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | |||
| Giro Elszámolásforgáltátó Rt. | Boedapest – HU | – | 20,99 |
| HAGE Hajdúsági Agráripari Részvénytársaság | Nádudvar – HU | – | 25 |
| K&H Lizingház Zrt. (in vereffening) | Boedapest – HU | – | 100 |
| Nova Ljubljanska banka d.d. | Ljubljana – SI | – | 25 |
| KBC Bank: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1 | |||
| Bancontact-MisterCash NV | Brussel – BE | 0884.499.250 | 20 |
| Banking Funding Company NV | Brussel – BE | 0884.525.182 | 20,93 |
| BCC Corporate NV | Brussel – BE | 0883.523.807 | 23,95 |
| Bedrijvencentrum Regio Roeselare NV | Roeselare – BE | 0428.378.724 | 22,22 |
| Bedrijvencentrum Rupelstreek NV | Aartselaar – BE | 0427.329.936 | 33,33 |
| Czech Banking Credit Bureau a.s. | Praag – CZ | – | 20 |
| Etoiles d'Europe sas | Parijs – FR | – | 45 |
| Isabel NV | Brussel – BE | 0455.530.509 | 25,33 |
| Justinvest NV | Antwerpen – BE | 0476.658.097 | 33,33 |
| První Certifikacˇni Autorita a.s. | Praag – CZ | – | 23,25 |
| Rabot Invest NV | Antwerpen – BE | 0479.758.733 | 25 |
| Sea Gate Logistics NV | Aalst – BE | 0480.040.627 | 25 |
| Xenarjo cvba | Mechelen – BE | 0899.749.531 | 22,95 |
| KBC Verzekeringen: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden | |||
| KBC Verzekeringen NV | Leuven – BE | 0403.552.563 | 100 |
| ADD NV | Heverlee – BE | 0406.080.350 | 100 |
| KBC Group Re SA | Luxemburg – LU | – | 100 |
| Anglesea Financial Products Limited | Dublin – IE | – | 100 |
| KBC Financial Indemnity Insurance SA | Luxemburg – LU | – | 100 |
| Cˇ SOB Pojišt'ovna a.s. | Pardubice – CZ | – | 100 |
| Cˇ SOB Poist'ovnˇ a a.s. | Bratislava – SK | – | 100 |
| Double U Building BV | Rotterdam – NL | – | 100 |
| DZI Insurance Plc. | Sofia – BG | – | 99,95 |
| DZI – General Insurance JSC | Sofia – BG | – | 99,95 |
| DZI – Health Insurance AD | Sofia – BG | – | 99,95 |
| Fidea NV | Antwerpen – BE | 0406.006.069 | 100 |
| Groep VAB NV | Zwijndrecht – BE | 0456.267.594 | 74,81 |
| Nationaal | Gehouden deel | ||
|---|---|---|---|
| identificatie | van het kapitaal | ||
| Naam | Zetel | nummer | op groepsniveau (%)* |
| VAB Rijschool NV | Sint-Niklaas – BE | 0448.109.811 | 74,81 |
| VAB NV | Zwijndrecht – BE | 0436.267.594 | 74,80 |
| K&H Biztosító Zrt. | Boedapest – HU | – | 100 |
| KBC Banka A.D. Beograd | Belgrado – RS | – | 100 |
| KBC Life Fund Management SA | Luxemburg – LU | – | 100 |
| KBC Verzekeringen Vastgoed Nederland I BV | Rotterdam – NL | – | 100 |
| Towarzystwo Ubezpieczen' i Reasekuracji WARTA SA | Warschau – PL | – | 100 |
| KBC Alpha SFIO | Warschau – PL | – | 100 |
| PTE Warta SA | Warschau – PL | – | 100 |
| Towarzystwo Ubezpieczen' na Z˙ ycie WARTA SA | Warschau – PL | – | 100 |
| KBC Verzekeringen: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1 | |||
| Almarisk NV | Merelbeke – BE | 0420.104.030 | 100 |
| Brika 2000 NV | Hoboken – BE | 0471.300.531 | 74,81 |
| Car Dent Benelux NV Cˇ SOB Insurance Service Limited |
Zwijndrecht – BE | 0460.861.351 | 74,81 |
| Pardubice – CZ | – | 100 | |
| Depannage 2000 NV | Hoboken – BE | 0403.992.429 | 74,81 |
| Fundacja WARTA | Warschau – PL | – | 100 |
| Gdynia America Shipping Lines (London) Limited | Londen – GB | – | 73,68 |
| Immo Campus Blairon NV | Brussel – BE | 0475.910.902 | 100 |
| KBC Life Fund Management Ireland Limited | Dublin – IE | – | 99 |
| KBC Zakenkantoor NV | Leuven – BE | 0462.315.361 | 100 |
| Maatschappij voor Brandherverzekering cvba | Leuven – BE | 0403.552.761 | 90,55 |
| Net Fund Administration Sp z.o.o. | Warschau – PL | – | 99,22 |
| Omnia NV | Leuven – BE | 0413.646.305 | 100 |
| Probemo Dubbele Bedieningen NV | Sint-Niklaas – BE | 0435.357.180 | 74,81 |
| Rijscholen Sanderus NV | Mechelen – BE | 0413.004.719 | 74,81 |
| Rij Wijs BVBA | Zwijndrecht – BE | 0861.204.701 | 74,81 |
| VAB Fleet Services NV | Zwijndrecht – BE | 0866.583.053 | 52,19 |
| WARTA Finance SA | Warschau – PL | – | 100 |
| WARTA 24 Plus Sp.z.o.o. | Warschau – PL | – | 100 |
| WARTA Nieruchomos'ci Sp.z.o.o. | Warschau – PL | – | 100 |
| 24+ NV | Zwijndrecht – BE | 0895.810.836 | 87,40 |
| KBC Verzekeringen: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden | |||
| NLB Vita d.d. | Ljubljana – SI | – | 50 |
| KBC Verzekeringen: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1 | |||
| Sepia NV | Brussel – BE | 0403.251.467 | 50 |
| KBC Verzekeringen: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | |||
| – | |||
| KBC Verzekeringen: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1 | |||
| AIA-Pool cvba | Brussel – BE | 0453.634.752 | 33,47 |
| AssurCard NV | Leuven – BE | 0475.433.127 | 33,33 |
| Optimobil Belgium NV | Brussel – BE | 0471.868.277 | 25,33 |
| KBL EPB: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden | |||
| KBL European Private Bankers SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| Brown, Shipley & Co. Limited | Londen – GB | – | 99,91 |
| Cawood Smithie & Co. | Londen – GB | – | 99,91 |
| Fairmount Pension Trustee Limited | Londen – GB | – | 99,91 |
| Fairmount Trustee Services Limited | Leatherhead – GB | – | 99,91 |
| Slark Trustee Company | Leatherhead – GB | – | 99,91 |
| The Brown Shipley Pension Portfolio Limited | Londen – GB | – | 99,91 |
| White Rose Nominee Limited | Londen – GB | – | 99,91 |
| Fidef Ingénierie Patrimoniale SA | La Rochelle – FR | – | 99,91 |
| Financière et Immobilière SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| KB Lux Immo SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| Centre Europe SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| Rocher Limited | Douglas – IM | – | 99,91 |
| sci KB Luxembourg Immo III (Monaco) | Monaco – MC | – | 99,91 |
| KBL Beteiligungs AG | Mainz – DE | – | 99,91 |
| Merck Finck & Co. | München – DE | – | 99,91 |
| Merck Finck Pension Fund | München – DE | – | 99,91 |
| Merck Finck Treuhand AG | München – DE | – | 99,91 |
| Modernisierungsgesellschaft Lübecker Strasse | Mainz – DE | – | 78,99 |
| KBL Monaco Private Bankers SA | Monaco – MC | – | 99,91 |
| sci KB Luxembourg Immo I (Monaco) | Monaco – MC | – | 99,91 |
| KBL Monaco Conseil et Courtage en Assurance | Monaco – MC | – | 99,91 |
| KBL Richelieu Banque Privée SA | Parijs – FR | – | 99,91 |
| KBL France Gestion | Parijs – FR | – | 99,91 |
| S.E.V. | Parijs – FR | – | 68,92 |
| Kredietbank Informatique GIE | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| KBL (Switzerland) Ltd. | Genève – CH | – | 99,90 |
| Naam | Zetel | Nationaal identificatie nummer |
Gehouden deel van het kapitaal op groepsniveau (%)* |
|---|---|---|---|
| Privagest SA | Genève – CH | – | 99,90 |
| Kredietrust Luxembourg SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| Puilaetco Dewaay Private Bankers SA | Brussel – BE | 0403.236.126 | 99,91 |
| Banque Puilaetco Luxembourg SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| Theodoor Gilissen Bankiers NV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| Lange Voorbehout BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| Stroeve Asset Mangement BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| TG Fund Management BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| TG Ventures BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| Theodoor Gilissen Global Custody BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| Theodoor Gilissen Trust BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| Wereldeffect BV | Amsterdam – NL | – | 99,91 |
| VITIS Life SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| KBL EPB: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1 | |||
| Data Office | Leuven – BE | 0413.719.252 | 99,91 |
| Plateau Real Estate Limited | Douglas – IM | – | 99,91 |
| sci KB Luxembourg Immo II (Monaco) | Monaco – MC | – | 99,91 |
| Steubag Gesellschaft für Betriebswirtschafts- und Bankendienstleistungsberatung in Rheinland-Pfalz mbH Mainz |
Mainz – DE | – | 99,91 |
| KBL EPB: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden – KBL EPB: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1 – |
|||
| KBL EPB: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | |||
| EFA Partners SA | Luxemburg – LU | – | 52,65 |
| European Fund Administration SA | Luxemburg – LU | – | 51,09 |
| European Fund Administration France sas | Parijs – FR | – | 52,65 |
| KBL EPB: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1 | |||
| Damsigt scp | Utrecht – NL | – | 24,56 |
| Forest Value Management Investment SA | Luxemburg – LU | – | 26,67 |
| KBC Groep: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden | |||
| KBC Groep NV | Brussel – BE | 0403.227.515 | 100 |
| KBC Bank NV | Brussel – BE | 0462.920.226 | 100 |
| KBC Global Services NV | Brussel – BE | 0465.746.488 | 100 |
| KBC Verzekeringen NV | Brussel – BE | 0403.552.563 | 100 |
| KBL European Private Bankers SA | Luxemburg – LU | – | 99,91 |
| Kredietcorp SA | Luxemburg – LU | – | 100 |
| RTI Invest Kft. | Boedapest – HU | – | 100 |
| ValueSource NV | Brussel – BE | 0472.685.453 | 100 |
| ValueSource Technologies Private Limited | Alwarpet – IN | – | 100 |
| KBC Groep: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1 | |||
| Gebema NV | Brussel – BE | 0461.454.338 | 100 |
| KBC Groep: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden – |
|||
| KBC Groep: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1 | |||
| – | |||
| KBC Groep: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | |||
| – | |||
| KBC Groep: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1 |
* Opmerking: Special Purpose Vehicles (SPV's) opgericht door KBC worden in het overzicht van de dochterondernemingen voorgesteld als met een gehouden deel van het kapitaal op groepsniveau van 100% als ze voldoen aan de consolidatieregels van IFRS (SIC-12). Die regels houden onder meer rekening met de besluitvormingsbevoegdheden van het beheersorgaan van die SPV's.
Reden voor uitsluiting:
–
1 Te verwaarlozen betekenis.
2 Vastgoedcertificaten en maatschappijen waarbij het resultaat niet wordt toegewezen aan de groep.
Een onderneming die voor consolidatie in aanmerking komt, wordt ook werkelijk in consolidatie opgenomen als twee van de volgende criteria worden overschreden:
• het deel van de groep in het eigen vermogen overschrijdt 2,5 miljoen euro;
• het deel van de groep in het resultaat overschrijdt 1 miljoen euro;
• het balanstotaal overschrijdt 100 miljoen euro.
Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal.
U vindt de meest recente versie van de lijst op www.kbc.com.
| (voor informatie over producten, diensten en publicaties van de KBC-groep; op werkdagen van 8 tot 22 uur, op zaterdag en banksluitingsdagen van 9 tot 17 uur) |
|---|
| +32 78 152 153 (Nederlands), +32 78 152 154 (Frans, Engels, Duits) |
| [email protected] |
| Investor Relations Office |
| [email protected] |
| www.kbc.com |
| KBC Groep NV, Investor Relations Office – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België |
| Pers |
| Viviane Huybrecht (directeur Communicatie Groep, woordvoerster) |
| [email protected] |
| www.kbc.com |
| KBC Groep NV, Communicatie Groep – GCM, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België |
KBC wil zo transparant en open mogelijk met zijn aandeelhouders communiceren. Tijdens het boekjaar organiseert de groep daarvoor diverse contactmogelijkheden tussen het management en de beleggers/aandeelhouders. Het gaat dan onder meer over beleggersevents, conferenties, roadshows of Investor Days, waarop specifieke items naar voren worden geschoven. Dergelijke contacten worden begeleid vanuit de dienst Investor Relations, die het hele jaar door ook vragen van beleggers behartigt. De groep verspreidt bovendien het hele jaar door informatie via onder meer persberichten en presentaties, en stelt ter gelegenheid van de bekendmaking van de resultaten ook kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen ter beschikking. Die informatie vindt u op www.kbc.com, dat daarnaast diverse wettelijk verplichte meldingen (onder meer met betrekking tot de Algemene Vergaderingen), algemene bedrijfsinformatie en specifieke rapporten bevat, zoals risicorapporten en rapporten over duurzaam ondernemen.
De meest actuele versie van de financiële kalender is beschikbaar op www.kbc.com.
| Boekjaar 2011 | Publicatie resultaten: 9 februari 2012 |
|---|---|
| Publicatie Jaarverslag 2011 en Risk Report 2011: 3 april 2012 | |
| Publicatie CSR Report 2011: 2 mei 2012 | |
| Algemene Vergadering: 3 mei 2012 (agenda op www.kbc.com) | |
| Ex-coupon / record date / betaalbaarstelling dividend: 9 / 11 / 14 mei 2012 | |
| 1kw2012 | Publicatie resultaten: 10 mei 2012 |
| 2kw2012 | Publicatie resultaten: 7 augustus 2012 |
| 3kw2012 | Publicatie resultaten: 8 november 2012 |
| 4kw2012 | Publicatie resultaten: 14 februari 2013 |
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.