AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

KBC Groupe NV

Annual Report Apr 3, 2012

3968_10-k_2012-04-03_64f6f9de-e04b-48d6-ac06-1c0c8743d0d5.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Werkgebied

De KBC-groep is een geïntegreerde bank-verzekeraar voor hoofdzakelijk retail-, kmo- en midcapcliënten. De groep concentreert zich op zijn thuismarkten in België en een selectie van landen in Centraal- en Oost-Europa. In de rest van de wereld is de groep selectief aanwezig in bepaalde landen.

Aandeelhouders

KBC Ancora 23%
Cera 7%
MRBB 13%
Andere vaste aandeelhouders 11%
KBC-groepsmaatschappijen 5%
Free float 41%
Totaal 100%

Cliënten (schattingen, België en

vier thuismarkten in Centraal- en Oost-Europa) 9 miljoen

Personeel1

Totaal, in vte 47 530

Bankkantoren

België 844
Centraal- en Oost-Europa (vier thuismarkten) 806

Verzekeringsnetwerk

België 492 exclusieve agentschappen
Centraal- en Oost-Europa (vier thuismarkten) diverse distributiekanalen

Langetermijnkredietratings2, 29-02-2012

Fitch Moody's Standard & Poor's
KBC Bank NV A- A1 A
KBC Verzekeringen NV A- A
KBC Groep NV A- A2 BBB+

Informatie

Website www.kbc.com
KBC-Telecenter [email protected]

Gegevens op 31 december 2011, tenzij anders vermeld. Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.

1 Zonder maatschappijen die op balansdatum onder IFRS 5 vielen (Fidea, KBL EPB, WARTA).

2 De outlook/watch/review bij deze ratings vindt u verder in dit verslag.

Resultaatsontwikkeling

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

Financiële kerncijfers

2007 2008 2009 2010 2011
Geconsolideerde balans en beheerd vermogen per einde periode (in miljoenen euro)
Balanstotaal 355 597 355 317 324 231 320 823 285 382
Leningen en voorschotten aan cliënten 147 051 157 296 153 230 150 666 138 284
Effecten 105 023 94 897 98 252 89 395 65 036
Deposito's van cliënten en schuldpapier 192 135 196 733 193 464 197 870 165 226
Technische voorzieningen en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen 26 833 26 724 29 951 29 948 26 928
Totaal eigen vermogen (incl. niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten) 18 487 15 376 17 177 18 674 16 772
Risicogewogen activa op groepsniveau (Basel II) 146 998 155 291 143 359 132 034 126 333
Beheerd vermogen 230 890 206 842 205 234 208 813 192 795
Geconsolideerde resultaten volgens IFRS (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten 9 802 4 827 4 625 8 378 7 310
Exploitatiekosten -5 219 -5 600 -4 779 -4 436 -4 344
Bijzondere waardeverminderingen -267 -2 234 -2 725 -1 656 -2 123
Nettoresultaat, groepsaandeel 3 281 -2 484 -2 466 1 860 13
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) 9,46 -7,31 -7,26 3,72 -1,93
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) 9,42 -7,28 -7,26 3,72 -1,93
Geconsolideerde onderliggende1
resultaten (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten (onderliggend) 9 481 9 172 9 111 8 744 8 182
Exploitatiekosten (onderliggend) -5 164 -5 591 -4 888 -4 832 -4 686
Bijzondere waardeverminderingen (onderliggend) -191 -743 -1 913 -1 525 -1 909
Nettoresultaat, groepsaandeel (onderliggend) 3 143 2 270 1 724 1 710 1 098
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) (onderliggend) 9,06 6,68 5,08 3,28 1,26
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) (onderliggend) 9,02 6,66 5,08 3,28 1,26
Nettoresultaat per divisie (onderliggend)
België 1 051 802
Centraal- en Oost-Europa (vier kernmarkten) 570 327
Merchantbanking 133 -110
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) -44 79
KBC-aandeel
Aantal uitstaande aandelen per einde periode (in duizenden) 355 115 357 753 357 918 357 938 357 980
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, per einde periode (in euro) 50,7 31,5 28,4 32,8 28,7
Hoogste koers tijdens het boekjaar (in euro) 106,2 95,0 39,4 38,0 32,6
Laagste koers tijdens het boekjaar (in euro) 85,9 18,2 5,5 25,5 7,7
Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) 95,8 65,2 20,9 32,6 22,3
Slotkoers boekjaar (in euro) 96,2 21,5 30,4 25,5 9,7
Brutodividend per aandeel (in euro)2 3,78 0,0 0,0 0,75 0,01
Marktkapitalisatie per einde periode (in miljarden euro) 34,2 7,7 10,9 9,1 3,5
Ratio's
Rendement op eigen vermogen 21% -18% -23% 12% -6%
Rendement op eigen vermogen, gebaseerd op onderliggend resultaat 20% 16% 16% 11% 5%
Kosten-inkomstenratio, bankieren, gebaseerd op onderliggend resultaat 57% 64% 55% 56% 60%
Gecombineerde ratio, schadeverzekeringen 96% 95% 101% 100% 92%
Kredietkostenratio, bankieren 0,13% 0,70% 1,11% 0,91% 0,82%
Tier 1-ratio, groep (Basel II) 8,8% 8,9% 10,8% 12,6% 12,3%

Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen, analyses en het Glossarium van gebruikte ratio's verder in dit verslag. 1 Een omschrijving van de onderliggende resultaten vindt u in het hoofdstuk Resultaat in 2011. In 2011 werd de divisie-indeling gewijzigd, met retroactieve aanpassing van de referentiecijfers voor 2010.

2 Dividend voor 2011 onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.

Inhoud van dit verslag

Verslag van de Raad van Bestuur 1

  • p. 5 Belangrijkste gebeurtenissen in 2011
  • p. 6 Voorwoord
  • p. 8 Strategie en bedrijfsprofiel
  • p. 11 Structuur en management
  • p. 14 Informatie voor aandeel- en obligatiehouders
  • p. 16 Resultaat in 2011
  • p. 24 Divisie België
  • p. 30 Divisie Centraal- en Oost-Europa
  • p. 36 Divisie Merchantbanking
  • p. 41 Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties
  • p. 44 Groepscenter
  • p. 49 Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen
  • p. 52 Waarde- en risicobeheer
  • p. 82 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Geconsolideerde jaarrekening 2

  • p. 108 Verslag van de commissaris
  • p. 110 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
  • p. 111 Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)
  • p. 112 Geconsolideerde balans
  • p. 113 Geconsolideerde vermogensmutaties
  • p. 114 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
  • p. 116 Toelichtingen in verband met de grondslagen voor financiële verslaggeving
  • p. 116 Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming
  • p. 117 Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
  • p. 123 Toelichtingen in verband met segmentinformatie
  • p. 123 Toelichting 2 a: Segmentering volgens de managementstructuur
  • p. 126 Toelichting 2 b: Segmentering volgens geografisch gebied
  • p. 127 Toelichtingen bij de winst-en-verliesrekening
  • p. 127 Toelichting 3: Nettorente-inkomsten
  • p. 127 Toelichting 4: Dividendinkomsten
  • p. 127 Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
  • p. 129 Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
  • p. 129 Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten
  • p. 129 Toelichting 8: Overige netto-inkomsten
  • p. 130 Toelichting 9: Verzekeringsresultaten
  • p. 131 Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies

  • p. 132 Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak

  • p. 133 Toelichting 12: Exploitatiekosten
  • p. 134 Toelichting 13: Personeel
  • p. 134 Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen (impairments) – winst-en-verliesrekening
  • p. 135 Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
  • p. 135 Toelichting 16: Belastingen
  • p. 136 Toelichting 17: Winst per aandeel
  • p. 137 Toelichtingen bij de financiële instrumenten op de balans
  • p. 138 Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product
  • p. 140 Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land
  • p. 140 Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd
  • p. 141 Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit
  • p. 143 Toelichting 22: Maximaal kredietrisico
  • 1 3 p. 144 Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten – algemeen
  • p. 145 Toelichting 24: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – waarderingshiërarchie
  • p. 147 Toelichting 25: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – overdrachten tussen niveau 1 en 2
  • p. 148 Toelichting 26: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – focus op niveau 3
  • p. 151 Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico
  • p. 151 Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten
  • p. 152 Toelichting 29: Derivaten
  • p. 155 Toelichtingen bij de andere posten op de balans
  • p. 155 Toelichting 30: Overige activa
  • p. 155 Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen
  • p. 156 Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen
  • p. 157 Toelichting 33: Materiële vaste activa inclusief vastgoedbeleggingen
  • p. 158 Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa
  • p. 160 Toelichting 35: Technische voorzieningen verzekeringen
  • p. 162 Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten
  • p. 163 Toelichting 37: Overige verplichtingen
  • p. 164 Toelichting 38: Pensioenverplichtingen
  • 2 p. 166 Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten

p. 167 Andere toelichtingen

  • p. 167 Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties
  • p. 168 Toelichting 41: Leasing
  • p. 169 Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen
  • p. 170 Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris
  • p. 171 Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen
  • p. 172 Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring
  • p. 172 Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)
  • p. 174 Toelichting 47: Risicobeheer
  • p. 174 Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum
  • p. 175 Toelichting 49: Algemene informatie (IAS 1)

Vennootschappelijke jaarrekening 3

  • p. 178 Balans, resultaten en resultaatsverwerking
  • p. 181 Toelichtingen bij de vennootschappelijke jaarrekening
  • 3 p. 181 Toelichting 1: Financiële vaste activa (B-GAAP, vennootschappelijk)
  • p. 181 Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen en ontwikkeling van het kapitaal (B-GAAP, vennootschappelijk)
  • p. 182 Toelichting 3: Aandeelhouders
  • p. 183 Toelichting 4: Balans
  • p. 183 Toelichting 5: Resultaten
  • p. 183 Toelichting 6: Vergoeding van de commissaris
  • p. 183 Toelichting 7: Bijkantoren
  • p. 183 Toelichting 8: Overige informatie

Overige informatie 4

  • p. 186 Kapitaal- en garantieverrichtingen met de overheid in 2008 en 2009
  • p. 187 Glossarium van gebruikte ratio's
  • p. 188 Verklaring van verantwoordelijke personen
  • p. 189 Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie, en geassocieerde ondernemingen 4
  • p. 196 Contactadressen en financiële kalender

Opmerkingen voor de lezer

Naam van de vennootschap Overal waar in dit jaarverslag sprake is van KBC, de groep of de KBC-groep wordt de geconsolideerde entiteit bedoeld, dat is KBC Groep NV inclusief alle in de consolidatiekring opgenomen groepsmaatschappijen (dochter- en kleindochterondernemingen, enz.). Waar sprake is van KBC Groep NV wordt alleen de niet-geconsolideerde entiteit bedoeld. KBL European Private Bankers wordt in dit jaarverslag afgekort als KBL EPB.

Vertaling Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels, waarbij de Nederlandse versie de originele is en de andere versies officieuze vertalingen zijn. KBC verzekert dat al het redelijkerwijs mogelijke werd gedaan om inhoudelijke verschillen tussen de taalversies te vermijden. Mochten er toch zulke verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang.

Toekomstgerichte verklaringen De in dit jaarverslag opgenomen verwachtingen, prognoses en verklaringen over toekomstige ontwikkelingen zijn gebaseerd op veronderstellingen en inschattingen. Toekomstgerichte verklaringen zijn uit hun aard risicovol en onzeker, omdat ze betrekking hebben op toekomstige gebeurtenissen en afhangen van toekomstige omstandigheden. Diverse factoren, met inbegrip van maar niet beperkt tot de factoren beschreven in dit jaarverslag in het kader van dergelijke toekomstgerichte verklaringen, kunnen ertoe leiden dat de uiteindelijke werkelijke resultaten en ontwikkelingen sterk afwijken van degene die impliciet of expliciet vervat zijn in dergelijke toekomstgerichte verklaringen.

Jaarverslag van KBC Bank en KBC Verzekeringen KBC is een bank-verzekeraar en de financiële informatie in dit verslag is bijgevolg grotendeels geïntegreerd (d.w.z. bank- en verzekeringsinformatie samen). Als u geïnteresseerd bent in aparte gegevens over de bank- of verzekeringsactiviteiten en -resultaten van KBC, kunt u die vinden in de aparte jaarverslagen van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.

Artikel 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen Deze artikelen leggen vast wat de minimale inhoud is van de door de wet vereiste jaarverslagen over de vennootschappelijke en de geconsolideerde jaarrekening. De betreffende informatie is verwerkt in de diverse hoofdstukken van het hiernavolgende Verslag van de Raad van Bestuur, dat daarnaast bijkomende, niet-verplichte informatie bevat. In bepaalde gevallen wordt in dat deel, om herhaling van informatie te vermijden, verwezen naar informatie die al in de andere delen van deze brochure wordt vermeld. Overeenkomstig artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen combineert KBC Groep NV het jaarverslag over de vennootschappelijke jaarrekening met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Het Risk Report en het CSR Report, waarnaar in bepaalde paragrafen wordt verwezen, maken geen deel uit van dit jaarverslag.

Verslag van de Raad van Bestuur

Belangrijkste gebeurtenissen in 2011

Maart

  • • Overeenkomst over de verkoop van Centea aan Landbouwkrediet.
  • • Aankondiging dat de verkoop van KBL EPB aan de Hinduja-groep niet doorgaat. Het verkoopproces wordt heropgestart en in oktober wordt een verkoopovereenkomst met Precision Capital bereikt.

April

  • • Overeenkomst met Value Partners Ltd. over de verkoop van het belang in KBC Concord Asset Management Co. in Taiwan. Mei
  • • Luc Popelier wordt CFO van de groep, in opvolging van Luc Philips. Luc Gijsens wordt CEO van Divisie Merchantbanking.
  • • Publicatie resultaten eerste kwartaal 2011: geconsolideerde nettowinst bedraagt 821 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst van het kwartaal 658 miljoen euro.

Juli

  • • Goedkeuring van de Europese Commissie om het strategische plan aan te passen. De belangrijkste veranderingen zijn de geplande verkoop van de Poolse dochtermaatschappijen Kredyt Bank en WARTA, en het niet doorgaan van de beursintroductie van een minderheidsaandeel in Cˇ SOB in Tsjechië en K&H Bank in Hongarije.
  • • Resultaten Europese stresstest bevestigen dat KBC Bank voldoet aan de vastgestelde maatstaf.

Augustus

  • • Publicatie resultaten tweede kwartaal 2011: geconsolideerde nettowinst bedraagt 333 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 528 miljoen euro. De resultaten bevatten ook een waardevermindering geboekt op Griekse overheidsobligaties.
  • • Managementbuy-outs voor de Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities.

September

• Introductie op de Belgische markt van een nieuwe generatie Mobile Banking voor KBC-cliënten.

Oktober

  • • Overeenkomst met Precision Capital voor de verkoop van KBL EPB.
  • • Overeenkomst met J.C. Flowers & Co. voor de verkoop van Fidea.
  • • Thomas Leysen volgt Jan Huyghebaert op als voorzitter van de Raad van Bestuur.
  • • KBC Bank voldoet aan de nieuwe core Tier 1-maatstaf zoals gedefinieerd door de Europese banktoezichthouder.

November

• Publicatie resultaten derde kwartaal 2011: geconsolideerd nettoverlies bedraagt -1 579 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt het onderliggende nettoverlies -248 miljoen euro. Enerzijds werden de resultaten negatief beïnvloed door de waardedaling van CDO's, verliezen bij desinvesteringen, kredietvoorzieningen in Hongarije, Bulgarije en Ierland, waardeverminderingen op aandelen en de impact van Griekenland; anderzijds was er ook een belangrijke afbouw van de overheidsobligaties op Zuid-Europese landen en van de CDO-/ABS-blootstelling.

December

  • • Resultaten van de Europese stresstest bevestigen opnieuw dat KBC Bank voldoet aan de vastgestelde maatstaf.
  • • Goedkeuring van de nieuwe groepswijde Climate Change Policy.
  • • Aankondiging van de terugbetaling van 0,5 miljard euro kernkapitaaleffecten aan de Belgische overheid op 2 januari 2012.

Belangrijke gebeurtenissen begin 2012

  • • Januari 2012: overeenkomst met Talanx voor de verkoop van WARTA in Polen.
  • • Februari 2012: publicatie resultaten vierde kwartaal 2011: geconsolideerde nettowinst bedraagt 437 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 161 miljoen euro. Het volledige jaarresultaat komt daardoor op 13 miljoen euro, of 1 098 miljoen euro op onderliggende basis.
  • • Februari 2012: Banco Santander S.A. en KBC sluiten een overeenkomst met betrekking tot de fusie van hun Poolse bankdochters, Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A.
  • • Februari 2012: aankondiging dat Jan Vanhevel, groeps-CEO, met pensioen gaat na de jaarvergadering op 3 mei 2012. Hij wordt opgevolgd door Johan Thijs, tot dan CEO van Divisie België. Daniel Falque zal Johan Thijs opvolgen als CEO van Divisie België.
  • • Maart 2012: overeenkomst met Value Partners Ltd. over de verkoop van het belang in KBC Goldstate in China.
  • • Maart 2012: uitvoering akkoord over Griekse schuld (zie Toelichting 48 bij de Geconsolideerde jaarrekening).

Beste lezer,

Op economisch en financieel gebied was 2011 opnieuw een bijzonder woelig jaar. De turbulenties met betrekking tot de overheidsschuldencrisis, de onzekerheid over de euro, de daling van de aandelenbeurzen en de verslechterde economische toestand hadden een grote invloed op onze resultaten. Niettemin eindigen we het jaar met een, weliswaar erg bescheiden, positief nettoresultaat. Belangrijker nog was dat we een doorslaggevende vooruitgang konden boeken in de uitvoering van ons desinvesteringsplan. Begin 2012 was al een zeer belangrijk deel daarvan gerealiseerd. We slaagden er ook in om ons risicoprofiel op diverse terreinen verder naar beneden te halen.

Ons geconsolideerde nettoresultaat voor 2011 bedroeg maar 13 miljoen euro. Dat is heel wat lager dan in 2010, maar die daling is voor een groot deel te wijten aan niet-operationele elementen, zoals waardedalingen van onze portefeuille gestructureerde producten en de negatieve resultaatsimpact van enkele grote desinvesteringen. Als we de belangrijkste niet-operationele factoren buiten beschouwing laten, realiseerden we een onderliggend resultaat van 1,1 miljard euro in 2011, tegenover 1,7 miljard euro in 2010. Als positieve elementen in dat onderliggende resultaat onthouden we onder meer de goede nettorente-inkomsten, de uitstekende technische verzekeringsresultaten en de volgehouden kostencontrole. Negatieve elementen waren de hoge kredietvoorzieningen in Hongarije, Bulgarije en Ierland, de hogere waardeverminderingen op aandelen en de invloed van de overheidsschuldencrisis, in het bijzonder Griekenland. Dat ons onderliggende resultaat ondanks die voor een groot deel extern bepaalde elementen afklokte op 1,1 miljard euro, bewijst dat ons bedrijfsmodel fundamenteel gezond is en blijft. Zonder de invloed van Griekenland en van de nieuwe Hongaarse wetgeving inzake terugbetaling van hypothecaire kredieten in vreemde munten, zou onze onderliggende nettowinst trouwens op hetzelfde niveau hebben gelegen als in 2010. Gezien het bescheiden nettoresultaat besliste het Directiecomité in november om voor het boekjaar 2011 af te zien van zijn variabele loon.

2011 was een beslissend jaar voor de verdere uitvoering van ons strategische plan. Dat heeft tot doel ons verder om te vormen tot een nog meer gefocuste, regionale Europese speler met een lager risicoprofiel. Het bevat eveneens de nodige maatregelen, zoals de desinvestering van enkele groepsmaatschappijen, waarmee we – samen met de interne winstgeneratie – middelen opbouwen om de door de Belgische staat en het Vlaams Gewest onderschreven kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Begin 2012 gingen we daarmee van start, en betaalden we alvast

0,5 miljard euro en 15% premie daarop terug aan de Belgische staat. Midden 2011 kondigden we een wijziging aan in dat strategische plan: enkele maatregelen, waaronder bijvoorbeeld de geplande beursintroductie van een minderheidsaandeel in onze Tsjechische bankdochter Cˇ SOB, werden vervangen door andere maatregelen, met name de verkoop van onze Poolse dochtermaatschappijen Kredyt Bank en WARTA. Die wijziging werd vooral ingegeven door bepaalde veranderingen in de regelgeving, die de oorspronkelijk voorziene maatregelen minder effectief maakten. Begin 2012 konden we trouwens al een verkoopovereenkomst voor WARTA aankondigen en eind februari 2012 kondigden we aan dat we met Banco Santander een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van onze respectieve Poolse dochters Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank, waarbij het de uiteindelijke bedoeling is dat KBC zijn resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert. Aan de uitvoering van de andere maatregelen uit het oorspronkelijke strategische plan werd uiteraard ook in 2011 verder gewerkt en vooral in de tweede jaarhelft kwamen we in een stroomversnelling terecht, met verkoopovereenkomsten voor belangrijke dossiers zoals Centea, Fidea en KBL EPB. Daarmee hebben we begin 2012 het grootste deel van ons desinvesteringsprogramma voltooid.

Daarnaast werkten we ook verder aan andere risicoverminderende maatregelen. We bouwden bijvoorbeeld ons risico op Zuid-Europese en Ierse overheidsobligaties verder af, van iets meer dan 10 miljard euro bij het begin van het boekjaar naar 4,8 miljard euro aan het einde van het boekjaar. Ook onze CDO- en ABS-exposure werd verder naar beneden gehaald, met bijna 7 miljard euro in één jaar tijd.

Eind 2011 bedroeg onze pro-forma Tier 1-kapitaalratio, inclusief de invloed van de verkoopovereenkomsten voor WARTA, Fidea en KBL EPB, een stevige 13,8% volgens Basel II en inclusief de overblijvende kernkapitaaleffecten onderschreven door de overheid. Dat is ons inziens een comfortabele kapitaalpositie, vooral omdat de Belgische toezichthouder bevestigde dat de kernkapitaaleffecten erkend worden als common equity onder het huidige CRD4-voorstel. Ook onze liquiditeitspositie – traditioneel een sterkhouder van onze groep – blijft stevig en steunt op een stabiele retailcliëntendepositobasis in onze thuismarkten.

In onze bedrijfsvoering hebben we, naast financiële doelstellingen, ook veel aandacht voor onze taak als lid van de maatschappij. Dat uit zich onder meer in de talrijke initiatieven die we het afgelopen jaar hebben genomen inzake gemeenschapsbetrokkenheid en milieu. Daarbij denken we dan onder meer aan de goedkeuring en implementatie van een nieuwe groepswijde Climate Change Policy. Uitvoerige informatie over die initiatieven vindt u in onze Corporate Social Responsability-rapportering.

In woelige tijden is het niet vanzelfsprekend om een uitspraak te doen over de verwachte economische ontwikkeling in de nabije toekomst. We zijn ons ten volle bewust van de talrijke uitdagingen die ons te wachten staan. De ontwikkeling van de wereldeconomie blijft immers onzeker en de overheidsschuldencrisis in de eurozone blijft een prominente plaats opeisen. De neerwaartse economische spiraal lijkt evenwel gestopt en indicatoren van het producentenvertrouwen wijzen zelfs in de richting van een geleidelijk conjunctuurherstel.

We hebben bovendien in de voorbije twee jaar bewezen dat, dankzij de volgehouden inzet van onze medewerkers, we er opnieuw staan. We zijn meer dan ooit gefocust op ons kernmetier, bankverzekeren in een weloverwogen selectie van landen, en we zijn goed op weg om de erfenissen uit het verleden af te bouwen.

We danken al onze cliënten, onze medewerkers, onze aandeelhouders en alle andere stakeholders, waaronder ook de Belgische en Vlaamse overheid, voor het vertrouwen dat zij hebben gesteld in onze groep. De financiële sector ligt regelmatig onder vuur in het maatschappelijke debat, dat weten we, maar van onze kant zullen we er alles aan doen om het vertrouwen in onze groep te versterken.

Een bijzonder woord van dank ten slotte aan Jan Huyghebaert, die in september zijn loopbaan bij KBC beëindigde. Hij was de architect bij uitstek van de huidige KBC-groep en leidde onze groep jarenlang in goede banen als voorzitter van de Raad van Bestuur. Zowel in kalme als in de recente moeilijke jaren deed hij dat met gezag en met stijl. KBC is hem uiterst veel erkentelijkheid verschuldigd.

Jan Vanhevel, voorzitter van het Directiecomité

Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur

Strategie en bedrijfsprofiel

Eind 2009 kondigden we ons nieuwe strategische plan aan. Dat plan vormde de basis van het hervormingsplan dat de Europese Commissie heeft goedgekeurd in het kader van de ontvangen overheidssteun. Midden 2011 kondigden we enkele wijzigingen aan dit plan aan, waarover verder meer. Het uitgangspunt blijft evenwel ongewijzigd: we vormen onze groep verder om tot een nog meer gefocuste, regionale Europese bank-verzekeraar met een lager risicoprofiel en met behoud van de sterktes uit het verleden, meer bepaald het succesvolle bankverzekeringsconcept en de aanwezigheid in Centraal- en Oost-Europa.

Pijlers van de strategie

  • • Geïntegreerde bank-verzekeraar.
  • • Focus op retail-, kmo- en midcapcliënten.
  • • Focus op de thuismarkten België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije.
  • • Gedifferentieerde benadering per land en/of markt.
  • • Optimale globale efficiëntie door een onderbouwde keuze tussen lokale of centrale oplossingen.
  • • Gestroomlijnde samenwerking tussen de distributiekanalen en productontwikkelaars via een partnershipmodel.
  • • Verantwoorde aanwending van het beschikbare kapitaal binnen een globaal conservatief risicoprofiel.

De KBC-groep focust op financiële dienstverlening aan retail-, kmo- en midcapcliënten op een aantal thuismarkten, namelijk België en een selectie van landen in Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije). De aanwezigheid buiten die thuismarkten is voornamelijk gericht op het bedienen van netwerkcliënten, dus cliënten die ook diensten afnemen van of een link hebben met KBC op zijn thuismarkten. Het overgrote deel van de andere aanwezigheid wordt afgebouwd of verkocht (zie verder).

Op onze thuismarkten zijn we sterk lokaal verankerd en kiezen we voor een aangepaste benadering per markt. In sommige markten willen we ons (blijven) positioneren bij de marktleiders, dat wil zeggen een top vijf-speler met een algemene benadering van de markt. Op andere markten zien we ons meer als een selectieve kampioen, waarbij we ons richten op specifieke cliëntensegmenten en/of producten waarvoor we een comparatief voordeel hebben en/of die een bovengemiddeld rendement opleveren. In al onze thuismarkten zijn we een bank-verzekeraar, maar het blijft de bedoeling dat zowel de bank als de verzekeraar ook elk afzonderlijk rendabel zijn op elke thuismarkt.

De ontwikkeling van de producten en diensten gebeurt centraal of lokaal, afhankelijk van waar dat het meest efficiënt kan gebeuren. De productaanbieders gaan bovendien op elke betrokken markt effectieve partnerships aan met de lokale distributeurs (banken en verzekeraars) van de groep, die dicht bij de cliënt staan en dus weten welke producten de cliënt wenst.

Bij alle belangrijke bedrijfsbeslissingen houden we rekening met risico en een verantwoorde aanwending van kapitaal.

Voor de groep als geheel moet de Tier 1-ratio onder Basel II minimaal 11% bedragen.

We hechten, naast rendement en efficiëntie, als belangrijke speler op onze thuismarkten, ook bijzonder veel belang aan de sociale en milieuaspecten van onze activiteiten. Dat vertaalt zich onder meer in een respectvol omgaan met cliënten en medewerkers, en diverse projecten en initiatieven inzake milieu en gemeenschapsbetrokkenheid, waarvan enkele voorbeelden verder in dit verslag worden aangehaald. Een uitvoerigere beschrijving leest u in onze CSR-rapportering op www.kbc.com.

Uitvoering desinvesteringsprogramma

De focus van de groep betekent ook dat een aanzienlijk deel van de niet-kernactiviteiten en aanwezigheid op niet-kernmarkten werd of wordt afgebouwd. Het strategische plan van de groep bevat bijgevolg een opsomming van de groepsmaatschappijen en -activiteiten die moeten worden gedesinvesteerd.

Dat plan werd midden 2011 wat bijgestuurd. Immers, onder meer als gevolg van de impact van bepaalde wijzigingen in de regelgeving, waaronder vooral Basel III en de ontwerp-IFRS-regels met betrekking tot leasing, waren bepaalde maatregelen minder effectief geworden. De Europese Commissie heeft er daarom mee ingestemd om de oorspronkelijk geplande beursintroducties van minderheidsparticipaties in Cˇ SOB Bank in Tsjechië en K&H Bank in Hongarije en de sale and lease back van het hoofdkantoor van KBC in België te vervangen door de verkoop van de Poolse bank- en verzekeringsdochters Kredyt Bank en WARTA, en de verkoop of afbouw van geselecteerde ABS- of CDO-activa.

Een vereenvoudigd overzicht van de belangrijkste elementen van het desinvesteringsprogramma en de huidige stand van zaken vindt u in onderstaand schema. Meer details vindt u in de hoofdstukken over de divisies.

Uitvoering desinvesteringsprogramma (vereenvoudigd)

Project Stand van zaken* (tot begin maart 2012)
Verkoop van complementaire
distributiekanalen in België
Centea verkocht midden 2011.
Verkoopovereenkomst voor Fidea getekend in oktober 2011.
Verkoop, stopzetting of afbouw
van diverse gespecialiseerde
(vooral investmentbank-)
niet-kernactiviteiten
Verkocht in 2010: Secura, KBC Peel Hunt, KBC Securities Baltic
Investment Company, Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset
Management, KBC Business Capital, diverse activiteiten van
KBC Financial Products. Verkocht in 2011 en begin 2012:
participatie in KBC Concord Asset Management (Taiwan) en
KBC Goldstate (China), Roemeense en Servische activiteiten
van KBC Securities. Nog te desinvesteren: Antwerpse
Diamantbank, KBC Bank Deutschland en enkele andere
activiteiten (private equity, real estate development).
Afbouw van een belangrijk deel
van de kredietportefeuilles
buiten de thuismarkten
Voor het grootste deel gerealiseerd. De risicogewogen activa
van de bedrijfsbankieractiviteiten daalden met meer dan
9 miljard euro in twee jaar tijd.
Verkoop van het Europese
privatebankingnetwerk
Verkoopovereenkomst voor KBL EPB bereikt in oktober 2011.
Desinvestering van Poolse
dochtermaatschappijen
Kredyt Bank en WARTA
Begin 2012 verkoopovereenkomst voor WARTA getekend. Eind
februari 2012 aankondiging dat we met Banco Santander S.A.
een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van onze
respectieve Poolse dochters, Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt
Bank S.A., waarbij het de uiteindelijke bedoeling is dat KBC zijn
resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert.
Verkoop van de activiteiten in
Rusland, Servië en Slovenië
Gepland voor 2012/2013.
Verkoop/afbouw van bepaalde
CDO- en ABS-activa
CDO- en ABS-exposure gedaald met bijna 7 miljard euro
nominaal in 2011, meer dan in plan voorziene afbouw (zie
volgende paragraaf).
De grafiek illustreert de
ontwikkeling van de
risicogewogen activa (RWA) van
de groep. Hoewel die
ontwikkeling ook wordt
beïnvloed door andere factoren
(onder meer wijzigingen in de
te behouden activiteiten,
nieuwe regelgeving (CRD-III,
enz.)), is de belangrijke afbouw
vooral een reflectie van de al
uitgevoerde desinvesteringen
en activiteitenafbouw.
155
eind 2008
Ontwikkeling RWA van de groep
(Basel II, in miljarden euro)
143
132
-19%
126
eind 2009
eind 2010
eind 2011

* = nagenoeg volledig voltooid; = grotendeels voltooid; = deels voltooid. Gebaseerd op het bereiken van een verkoopovereenkomst, niet op de afronding (closing) ervan, die voor som-

mige dossiers nog niet is gebeurd.

Verdere verbetering risicoprofiel

Naast de in het desinvesteringsplan opgenomen maatregelen, verminderde de groep zijn algemene risicoprofiel ook verder door andere maatregelen. Daarbij denken we onder meer aan:

  • • de verlaging van de uitstaande portefeuille overheidsobligaties op de meer risicovolle Zuid-Europese landen en Ierland, met in totaal bijna 5,5 miljard euro in 2011 (of -53%) tot 4,8 miljard euro op 31 december 2011;
  • • de sterker dan in het plan vooropgestelde afbouw van de CDO- en ABS-portefeuilles. Het nominale bedrag van de CDO's en ABS'en verminderde met bijna 7 miljard euro in 2011 (of -25%). Ook begin 2012 werd de CDO-blootstelling verder naar beneden gebracht, met nominaal ongeveer 1,7 miljard euro. Het is de intentie om de CDO- en ABS-blootstelling verder te reduceren.

Beide onderwerpen worden uitvoeriger besproken in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheid

Na de al vermelde terugbetaling van 0,5 miljard euro en 15% premie (betaald op 2 januari 2012, en verwerkt in de cijfers per eind 2011, zie commentaar bij de tabel Geconsolideerde vermogensmutaties in het deel Geconsolideerde jaarrekening) bevat de huidige kapitaalbasis nog 6,5 miljard euro aan kernkapitaaleffecten waarop in 2008 en 2009 werd ingetekend door de Belgische en Vlaamse overheid. Meer informatie daarover en over de in 2009 overeengekomen CDO-garantieregeling met de Belgische staat vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.

KBC neemt zich voor alle resterende kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Het blijft onze ambitie om 4,7 miljard euro terug te betalen (vóór premies) tegen eind 2013, zoals vastgelegd in het Europese plan.

  • • Oorspronkelijk 7 miljard euro kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest (elk 3,5 miljard euro) in 2008 en 2009.
  • • Eerste 0,5 miljard euro terugbetaald op 2 januari 2012 (+ 15% premie).

Structuur

De juridische structuur van de groep wordt hierna vereenvoudigd weergegeven en bestaat in essentie uit een holdingmaatschappij – KBC Groep NV – die twee grote onderliggende vennootschappen controleert: KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. KBL EPB wordt niet meer vermeld wegens de in oktober 2011 bereikte verkoopovereenkomst. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochter- en kleindochtermaatschappijen. De belangrijkste daarvan worden opgesomd in Toelichting 44 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Divisies

De managementstructuur van de groep is opgebouwd rond een aantal divisies die we verder apart bespreken. De opdeling in divisies is gebaseerd op geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa, de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies.

Elke divisie wordt geleid door een managementcomité dat opereert onder het Directiecomité van de groep. De managementcomités worden voorgezeten door een CEO en, in het geval van Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties, door de chief operating officer of COO. De divisie-CEO's en de COO vormen samen met de groeps-CEO, de chief financial officer (CFO) en de chief risk officer (CRO) het Directiecomité van de groep.

De segment- of divisieresultaten die verder worden besproken, zijn gebaseerd op de divisies, met twee uitzonderingen:

  • • Aan Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties worden geen resultaten toegewezen, aangezien alle opbrengsten en kosten van deze divisie aan de andere divisies worden toegerekend en in hun resultaten zijn vervat. Deze divisie wordt dus niet als een apart segment getoond in de rapportering over de segmentresultaten.
  • • Alle groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden verkocht, worden opgenomen in Groepscenter. Daarnaast

Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie

bevat Groepscenter nog de resultaten van de holdingmaatschappij en bepaalde centrale diensten en niet-toewijsbare kosten.

In 2011 werd de segmentindeling licht gewijzigd om rekening te houden met de verandering in het strategische plan midden 2011. Concreet werden de resultaten van Kredyt Bank en WARTA verplaatst van Divisie Centraal- en Oost-Europa naar Groepscenter, bij de andere te desinvesteren bedrijven, terwijl het deel in het resultaat van Cˇ SOB in Tsjechië, dat ingevolge de oorspronkelijk geplande beursintroductie van een minderheidsbelang in deze maatschappij in Groepscenter was vervat, nu opnieuw bij Divisie Centraal- en Oost-Europa wordt opgenomen. Die wijzigingen werden retroactief doorgevoerd om de vergelijkbaarheid te waarborgen.

Divisie
België
Divisie Centraal- en
Oost-Europa1
Divisie
Merchantbanking
Divisie
Gemeenschappelijke
Diensten en Operaties
Korte omschrijving
Retail- en
privatebankverzekeren in
België
Retail- en
privatebankverzekeren
en merchantbanking in
Centraal- en Oost-Europa
Bedrijfsbankieren en
marktactiviteiten in
België en het buitenland
(uitgezonderd Centraal- en
Oost-Europa)
Diensten die fungeren
als ondersteuning en
productaanbieder voor de
andere divisies
Belangrijkste groepsmaatschappijen of diensten
zonder de te verkopen of af te bouwen activiteiten (opsomming daarvan in de respectieve hoofdstukken per divisie)
KBC Bank (retail- en
privatebankactiviteiten),
KBC Verzekeringen,
CBC Banque, KBC Asset
Management, ADD,
KBC Lease (retail België),
KBC Group Re,
KBC Consumer Finance,
VAB
Cˇ SOB en Cˇ SOB Pojišt'ovna
(Tsjechië),
Cˇ SOB en Cˇ SOB Poist'ovnˇ a
(Slowakije), K&H Bank en
K&H Insurance (Hongarije),
CIBANK en DZI Insurance
(Bulgarije)
KBC Bank (merchant
bankingactiviteiten),
KBC Commercial Finance,
KBC Bank Ireland,
KBC Credit Investments,
KBC Lease (corporate),
KBC Internationale
Financieringsmaatschappij,
KBC Securities
assetmanagement,
betalingsverkeer,
consumenten
kredietverlening,
handelsfinanciering, ICT,
leasing, organisatie
Netwerk
818 retail- en
privatebankingkantoren,
492 verzekerings
agentschappen, diverse
elektronische kanalen
806 bankkantoren in
de vier thuismarkten,
verkoop verzekeringen
via verschillende kanalen,
diverse elektronische
kanalen
26 kantoren in België,
24 kantoren buiten België2,
diverse elektronische
kanalen
Bijdrage aan het onderliggende nettoresultaat van de groep in 2011
(exclusief Groepscenter, dat tekent voor 79 miljoen euro)
802 miljoen euro 327 miljoen euro -110 miljoen euro
Financiële ratio's, gebaseerd op onderliggende resultaten
(definitie: zie Glossarium)
Rendement op
toegewezen kapitaal: 27%
Kosten-inkomstenratio: 63%
Kredietkostenratio: 0,10%
Gecombineerde ratio: 90%
Rendement op
toegewezen kapitaal: 11%
Kosten-inkomstenratio: 54%
Kredietkostenratio: 1,59%
Gecombineerde ratio: 93%
Rendement op
toegewezen kapitaal: -3%
Kosten-inkomstenratio: 46%
Kredietkostenratio: 1,36%
Meer informatie
hoofdstuk
Divisie België
hoofdstuk
Divisie Centraal- en
Oost-Europa
hoofdstuk
Divisie Merchantbanking
hoofdstuk
Divisie Gemeenschappelijke
Diensten en Operaties
dit jaarverslag Divisie Centraal- en Oost-Europa genoemd. 1 Voluit Divisie Centraal- en Oost-Europa en Rusland, maar omwille van de eenvoud en aangezien de resultaten van (onder meer) Rusland verschoven zijn naar Groepscenter, wordt deze divisie verder in

2 Kantoren van KBC Bank, KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland.

Jan Vanhevel Danny

°1948 °1959 °1953

Doctor in de Rechten, Licentiaat Notariële Wetenschappen (KU Leuven)

Bij KBC sinds 1971 Bij KBC sinds 1984 Bij KBC sinds 1977

Groeps-CEO Chief operating officer CEO Divisie Merchantbanking

Licentiaat Rechten en Economie (Universiteit Cambridge)

KU Leuven: Katholieke Universiteit Leuven (België).

John Hollows Luc Popelier Johan Thijs Marko Voljcˇ °1956 °1964 °1965 °1949 Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Antwerpen)

Bij KBC sinds 1996 Bij KBC sinds 1988 Bij KBC sinds 1988 Bij KBC sinds 2004

De Raymaeker

Bedrijfseconomisch Ingenieur (KU Leuven), Master Interne Audit (Universiteit Antwerpen)

Handels- en

Licentiaat in de Rechten

(KU Leuven)

Licentiaat Wetenschappen (Toegepaste Wiskunde) en Actuariële Wetenschappen (KU Leuven)

Luc Gijsens Voorstelling van het Directiecomité

Informatie over het bestuur (Raad van Bestuur, Directiecomité, enz.) van onze groep vindt u onder Verklaring inzake deugdelijk bestuur. Op 31 december 2011 bestond het Directiecomité van de groep uit zeven leden.

Licentiaat in de Economie (Universiteit van Ljubljana en Belgrado)

Chief risk officer Chief financial officer CEO Divisie België CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa

Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur: "KBC heeft enorm veel te danken aan Jan Vanhevel. Hij was in 2009 bereid de teugels in handen te nemen in erg moeilijke omstandigheden en daarvoor zijn pensioen, dat hij oorspronkelijk dat jaar had willen nemen, uit te stellen. Met onvoorwaardelijke toewijding aan de groep had hij sindsdien de leiding van de uitwerking en doorvoering van een verregaand herstructureringsplan. Nu de moeilijkste fase van de desinvesteringen bijna achter de rug is, heeft de Raad van Bestuur Jans wens ingewilligd om een nieuwe CEO het roer te laten overnemen."

Aandeelhoudersstructuur

Hieronder volgt een overzicht van het aandeelhouderschap van KBC Groep NV. Voor de vaste aandeelhouders betreft het de toestand vermeld in de recentste transparantiemelding of, indien recenter, als gevolg van meldingen in het kader van de wet inzake openbare overnamebiedingen. Voor de KBC-groepsmaatschappijen betreft het 31 december 2011. Een overzicht van de in 2011 ontvangen meldingen en informatie over eigen aandelen bij groepsmaatschappijen vindt u in de hoofdstukken Verklaring inzake deugdelijk bestuur en/of de Vennootschappelijke jaarrekening.

Aandeelhoudersstructuur,
31-12-2011
Aantal
aandelen
In
procenten
KBC Ancora 82 216 380 23%
Cera 26 127 166 7%
MRBB 46 289 864 13%
Andere vaste aandeelhouders 39 202 997 11%
Subtotaal vaste aandeelhouders 193 836 407 54%
KBC-groepsmaatschappijen 18 169 054 5%
Free float 145 974 852 41%
Totaal 357 980 313 100%

Kredietratings

In de tabel worden de langetermijn- en kortetermijnkredietratings vermeld van KBC Groep NV, KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. In de loop van 2011 en begin 2012 deden zich de volgende wijzigingen voor in die ratings:

  • • In september 2011 verlaagde Moody's de langetermijnratings van KBC Groep van A1 naar A2 en van KBC Bank van Aa3 naar A1, en wijzigde de outlook van negatief naar stabiel. In november werd de outlook opnieuw op negatief gezet. In februari 2012 werden de ratings op under review – down geplaatst.
  • • In december 2011 verlaagde Standard & Poor's de langetermijnratings van KBC Groep van A- naar BBB+, van KBC Bank van A naar A- en van KBC Verzekeringen van A naar A-, en de kortetermijnrating van KBC Bank van A1 naar A2.
  • • Fitch zette in december 2011 de langetermijnratings van KBC Bank, KBC Verzekeringen en KBC Groep op negatieve watch en verlaagde die ratings op 31 januari 2012 van A naar A-, met stabiele outlook.
Kredietratings*, 29-02-2012 Langetermijnrating outlook/watch/review Kortetermijnrating
Fitch
KBC Bank NV A- (Stabiele outlook) F1
KBC Verzekeringen NV A- (Stabiele outlook)
KBC Groep NV A- (Stabiele outlook) F1
Moody's
KBC Bank NV A1 (Under review – down) P-1
KBC Groep NV A2 (Under review – down) P-1
Standard & Poor's
KBC Bank NV A- (Stabiele outlook) A-2
KBC Verzekeringen NV A- (Stabiele outlook)
KBC Groep NV BBB+ (Stabiele outlook) A-2

* Voor de definiëring van de verschillende ratings en methodologieën verwijzen we naar de respectieve ratingagentschappen.

Dividend

Over het boekjaar 2011 (uitkering in 2012) wordt een dividend in het vooruitzicht gesteld van bruto 0,01 euro per dividendgerechtigd aandeel, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 3 mei 2012. De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid is gerelateerd aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Met betrekking tot het boekjaar 2011 wordt in dit kader bijgevolg in 2012 in totaal 595 miljoen euro (8,5% op 7 miljard euro) betaald aan de betrokken overheden. De boekhoudkundige verwerking in IFRS is vergelijkbaar met die van dividenden.

Het KBC-aandeel in 2011

2010 2011
Aantal uitstaande aandelen op
31 december (in miljoenen) 357,9 358,0
Wijziging in aantal aandelen in 2011 Toename met 42 120,
ingevolge de kapitaalverhoging
voorbehouden aan het personeel1
Aantal dividendgerechtigde
aandelen op 31 december
(in miljoenen) 344,6 344,6
Koersontwikkeling2
Hoogste koers van het boekjaar
(in euro) 38,0 32,6
Laagste koers van het boekjaar
(in euro) 25,5 7,7
Gemiddelde koers van het
boekjaar (in euro) 32,6 22,3
Slotkoers van het boekjaar
(in euro) 25,5 9,7
Verschil koers einde boekjaar
versus begin boekjaar -16% -62%
Marktkapitalisatie
op 31 december (in miljarden euro) 9,1 3,5
Gemiddelde dagelijkse omzet
(NYSE Euronext Brussels – bron
Bloomberg)
Aantal miljoenen aandelen 0,74 0,89
In miljoenen euro 24,2 19,3
Eigen vermogen per aandeel
(in euro) 32,8 28,7
1 Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

2 Op basis van slotkoersen; afgerond op één cijfer na komma.

Financiële kalender en contactgegevens

U vindt de financiële kalender en contactgegevens achteraan in het deel Overige informatie. De recentste versie van de financiële kalender vindt u op www.kbc.com/InvestorRelations.

Resultaat in 2011

Goede onderliggende nettorente-inkomsten en stijging technisch verzekeringsresultaat en gerealiseerde meerwaarden, maar daling nettoprovisie-inkomsten, trading- en reëlewaarderesultaten en overige netto-inkomsten.

Onderliggende kosten licht lager.

Stijging waardeverminderingen: hoge kredietverliezen in Ierland, Hongarije en Bulgarije, en aanzienlijke waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en op aandelen.

Onderliggend nettoresultaat per saldo 1,1 miljard euro; inclusief alle uitzonderlijke en nietoperationele elementen bedraagt IFRS-nettoresultaat 13 miljoen euro.

Totaal eigen vermogen bedraagt 16,8 miljard euro.

Overzicht van de winst-en-verliesrekening

IFRS Onderliggend resultaat
Geconsolideerde resultaten van de KBC-groep (in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Nettorente-inkomsten 6 245 5 479 5 603 5 404
Rente-inkomsten 10 542 11 883 1 1
Rentelasten -4 297 -6 404 1 1
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 4 616 4 119 4 621 4 122
Niet-leven 1 916 1 861 1 916 1 861
Leven 2 700 2 258 2 705 2 261
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -4 261 -3 541 -4 281 -3 556
Niet-leven -1 249 -996 -1 249 -996
Leven -3 012 -2 545 -3 031 -2 560
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -8 -44 -9 -44
Dividendinkomsten 97 85 73 74
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-77 -178 855 509
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 90 169 98 191
Nettoprovisie-inkomsten 1 224 1 164 1 666 1 535
Provisie-inkomsten 2 156 2 043 1 1
Provisielasten -932 -878 1 1
Overige netto-inkomsten 452 56 118 -52
Totale opbrengsten 8 378 7 310 8 744 8 182
Exploitatiekosten -4 436 -4 344 -4 832 -4 686
Bijzondere waardeverminderingen -1 656 -2 123 -1 525 -1 909
Op leningen en vorderingen -1 483 -1 333 -1 481 -1 335
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -31 -417 -34 -453
Op goodwill -88 -120 0 0
Op overige -54 -253 -10 -121
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -63 -58 -61 -57
Resultaat vóór belastingen 2 224 786 2 326 1 530
Belastingen -82 -320 -587 -397
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -254 -419 0 0
Resultaat na belastingen 1 888 47 1 739 1 133
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan minderheidsbelangen 28 34 29 35
Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
1 860 13 1 710 1 098
Opdeling naar divisie
Divisie België 1 187 421 1 051 802
Divisie Centraal- en Oost-Europa2 609 289 570 327
Divisie Merchantbanking 172 -208 133 -110
Groepscenter2 -107 -489 -44 79
Rendement op eigen vermogen 12% -6% 11% 5%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 56% 61% 56% 60%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 100% 92% 100% 92%
Kredietkostenratio, bankieren 0,91% 0,82% 0,91% 0,82%

Definitie van de ratio's: zie Glossarium van gebruikte ratio's. Omschrijving van onderliggend resultaat: zie verder in dit hoofdstuk.

1 Niet beschikbaar, aangezien de analyse van deze onderliggenderesultaatscomponenten op nettobasis gebeurt in de groep.

2 Ingevolge de wijziging in de strategie werd de onderverdeling in divisies (ook retroactief) aangepast. Zie hoofdstuk Structuur en management.

In dit hoofdstuk worden de geconsolideerde resultaten besproken. Een bespreking van de niet-geconsolideerde resultaten en balans vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

IFRS-resultaat versus onderliggend resultaat

Naast resultaten opgesteld in overeenstemming met IFRS, zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de EU (resultaten volgens IFRS in dit jaarverslag), verstrekt KBC ook resultaten waarbij bepaalde uitzonderlijke en niet-operationele elementen worden uitgesloten en bepaalde elementen worden herschikt om de resultaten van de gewone bedrijfsontwikkeling duidelijker te maken (onderliggende resultaten). Deze onderliggende resultaten zijn als segmentrapportering in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en zijn dus conform IFRS 8. IFRS 8 legt op af te wijken van de IFRS-principes als daarmee de management view wordt weergegeven. Dat is effectief het geval, aangezien onderliggende resultaten een belangrijk element zijn bij beoordeling en sturing van de divisies. De commissaris heeft de segmentrapportering, als onderdeel van de geconsolideerde financiële staten, geauditeerd.

Een beschrijving van de verschillen tussen de IFRS-resultaten en de onderliggende resultaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie. Hieronder volgt een samenvatting en een overzicht van de in 2010 en 2011 uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen met invloed op het nettoresultaat.

Vereenvoudigd overzicht
van de verschillen tussen de resultaten
volgens IFRS en de onderliggende resultaten Resultaten volgens IFRS Onderliggende resultaten
Reëlewaardeveranderingen van ALM
afdekkingsinstrumenten*
Onder Nettoresultaat
uit financiële instrumenten tegen reële waarde
Uitgesloten
Reëlewaardeveranderingen van eigen
schuldinstrumenten
Inbegrepen Uitgesloten
Uitzonderlijke elementen (waaronder resultaten bij
effectieve desinvesteringen, waardeveranderingen van
CDO's, waardevermindering op goodwill, enz.)
Inbegrepen Uitgesloten
Rente i.v.m. ALM-afdekkingsinstrumenten T.e.m. boekjaar 2010 onder Nettoresultaat uit
financiële instrumenten tegen reële waarde
(vanaf 2011 onder Nettorente-inkomsten)
Onder Nettorente-inkomsten
Opbrengsten van professionele tradingactiviteiten Verdeeld over verschillende componenten Samengebracht onder Nettoresultaat uit
financiële instrumenten tegen reële waarde
Resultaatsbijdrage van beëindigde bedrijfsactiviteiten Onder Nettoresultaat na belastingen
uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bij de verschillende resultaatscomponenten

* Meer uitleg bij de Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

Overzicht van de uit het onderliggend resultaat uitgesloten elementen (in miljoenen euro, na belastingen) 2010 2011
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -179 -273
Winsten of verliezen gerelateerd aan CDO's 1 027 -416
Vergoeding voor overheidsgarantieregeling i.v.m. CDO-gerelateerde risico's -68 -52
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -118 -115
Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) -372 50
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten 39 359
Resultaten bij desinvesteringen -176 -640
Overige -4 0
Totaal uitzonderlijke elementen 150 -1 085

De -0,6 miljard euro invloed van de desinvesteringen in 2011 heeft vooral betrekking op KBL EPB en Fidea. De -0,4 miljard euro gerelateerd aan CDO's in 2011 is vooral het gevolg van de verbreding van de credit spreads op bedrijfsobligaties en ABS'en, wat zorgde voor een lagere waardering van onze CDO-positie. Meer toelichting over deze en de andere uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met de segmentinformatie.

Kerncijfers geconsolideerde balans en solvabiliteit

Geselecteerde balans- en solvabiliteitsinformatie, KBC-groep (in miljoenen euro) 2010 2011
Balanstotaal 320 823 285 382
Leningen en voorschotten aan cliënten 150 666 138 284
Effecten (eigenvermogensinstrumenten en schuldinstrumenten) 89 395 65 036
Deposito's van cliënten en schuldpapier 197 870 165 226
Technische voorzieningen vóór herverzekering en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen 29 948 26 928
Risicogewogen activa 132 034 126 333
Totaal eigen vermogen* 18 674 16 772
Eigen vermogen van de aandeelhouders 11 147 9 756
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 7 000 6 500
Belangen van derden 527 516
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, in euro 32,8 28,7
Tier 1-ratio, groep (Basel II) 12,6% 12,3%
Core Tier 1-ratio, groep (Basel II) 10,9% 10,6%

* Ontwikkeling van het eigen vermogen: zie deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties. Ontwikkeling van het kapitaal, eigen aandelen in bezit van de vennootschap en dergelijke: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening.

Bijkomende informatie

• De resultaatsvergelijking tussen 2010 en 2011 wordt beïnvloed door het lopende desinvesteringsprogramma:

  • Gerealiseerde meer- en minderwaarden bij afgeronde (en waardeverminderingen in verband met getekende, maar nog niet afgeronde) desinvesteringen worden beschouwd als uitzonderlijke elementen en dus uitgesloten uit de onderliggende resultaatsgegevens.
  • De resultaten van de verkochte groepsmaatschappijen zelf zitten tot op het moment van de verkoop in de IFRS- en onderliggende groepsresultaten vervat. In het deel Geconsolideerde jaarrekening, in de tabel Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten vindt u voor de belangrijkste dossiers een indicatie van de periode waarvoor hun resultaten in het groepsresultaat zijn opgenomen.
  • Uiteraard komen de activa en verplichtingen van verkochte maatschappijen niet meer voor op de balans. Op 31 december 2011 waren er voor enkele groepsmaatschappijen verkoopovereenkomsten getekend, maar nog niet afgerond of in een verregaand stadium van onderhandeling (KBL EPB, Fidea en WARTA; in 2010 betrof het alleen KBL EPB). Dergelijke desinvesteringen vallen onder IFRS 5, wat betekent dat op de balans hun activa en verplichtingen worden gebundeld onder Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten, zonder aanpassing van de gegevens van de referentieperiode.
  • KBL EPB wordt in 2010 en 2011 bovendien beschouwd als beëindigde bedrijfsactiviteit. Bijgevolg worden in de IFRS-cijfers alle betreffende resultaatsposten gebundeld in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsresultaten. In de onderliggende resultaten blijven de resultaten van KBL EPB nog onder alle relevante resultaatsposten geboekt.
  • • De totale invloed op het nettoresultaat van wisselkoersverschillen van de belangrijkste niet-euromunten samen was zeer beperkt (in de orde van grootte van +20 miljoen euro).
  • • Informatie over (het gebruik van) financiële instrumenten en hedge accounting vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder meer Toelichting 1b, 5 en 18–29, en in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
  • • Ingevolge de wijziging in de strategie werd de onderverdeling in divisies aangepast (ook retroactief). Zie hoofdstuk Structuur en management.

Nettorente-inkomsten

De nettorente-inkomsten bedroegen 5 479 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis is dat 5 404 miljoen euro; zonder Centea (verkocht midden 2011) en Secura (verkocht eind 2010) ligt dat ongeveer in de lijn van 2010. De onderliggende nettorentemarge van de bankactiviteiten bedroeg 1,96% in 2011, i.e. ruwweg 4 basispunten hoger dan in 2010. Op vergelijkbare basis steeg het totale uitstaande kredietvolume met 2% in de loop van 2011. Daarbij werd de 6%-stijging van de portefeuille in de divisies België en Centraal- en Oost-Europa deels tenietgedaan door de verdere intentionele afbouw van de internationale kredietportefeuilles buiten de thuismarkten (kredietportefeuilles Divisie Merchantbanking -1% en Groepscenter -1%) als gevolg van de strategische herfocussering. Het totale depositovolume groeide in 2011, op vergelijkbare basis, met 5% in Divisie België en 4% in Divisie Centraal- en Oost-Europa. Er was evenwel een 45%-daling in divisie Merchantbanking door een daling van (volatiele) kortetermijndeposito's van bedrijven en institutionelen buiten de thuismarkten (zie verder in het hoofdstuk Merchantbanking).

Schadeverzekeringspremies

In 2011 bedroegen de verdiende premies van schadeverzekeringen 1 861 miljoen euro; exclusief Secura (dat in de loop van 2010 werd verkocht) is dat 5% meer dan het jaar daarvoor. In België was er, net als de vorige jaren, opnieuw een groei van 2%, exclusief Secura, terwijl in de vier kernmarkten in Centraal- en Oost-Europa samen de premie-inkomsten uit schadeverzekeringen organisch met 4% aangroeiden en in Groepscenter de groei bijna 10% bedroeg, dankzij WARTA. Op groepsniveau verbeterde de gecombineerde ratio van 100% naar 92%. Deze ratio bedroeg een uitstekende 90% in België, een verdere verbetering tegenover 95% in 2010, vooral dankzij minder grote claims en stormen in 2011. In Centraal- en Oost-Europa (de vier thuismarkten samen) bedroeg de ratio 93%, aanzienlijk beter dan in 2010 (103%), dat onder meer negatief was beïnvloed door stormen en overstromingen in dat jaar.

Levensverzekeringspremies

De verdiende premies van levensverzekeringen bedroegen 2 258 miljoen euro in 2011. Hierbij zijn echter, conform IFRS, bepaalde types levensverzekeringen uitgesloten (vereenvoudigd: de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen). Wanneer de premie-inkomsten voor die producten worden meegeteld, bedragen de totale premie-inkomsten uit levensverzekeringen ongeveer 4 miljard euro (exclusief VITIS Life), 3% meer dan in 2010. Zowel in België als in Centraal- en Oost-Europa was er een stijging, waarbij in beide gevallen de gedaalde verkopen van producten met rentegarantie (tak 21-producten) gecompenseerd zijn door gestegen verkopen van levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23-producten). In totaal maakten in 2011 de producten met rentegarantie nog ongeveer 53% uit van de levensverzekeringspremie-inkomsten, en namen de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen al 47% voor hun rekening. Op 31 december 2011 bedroegen de Leven-reserves van de groep 22,3 miljard euro voor Divisie België en 1,6 miljard euro voor Divisie Centraal- en Oost-Europa.

Verkoop levensverzekeringen met rentegarantie (in miljoenen euro, exclusief VITIS Life, niet-IFRS-cijfers)

Nettoprovisie-inkomsten

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 164 miljoen euro in 2011. Onderliggend is dat 1 535 miljoen euro, een 8%-daling ten opzichte van het jaar daarvoor, die, naast de desinvesteringen, onder meer toe te wijzen is aan een daling van de provisie-inkomsten uit assetmanagementactiviteiten, wat op zijn beurt deels gerelateerd is aan de daling van het door de groep beheerde vermogen en de lagere risicoappetijt van beleggers. Positieve elementen in 2011 waren evenwel een hogere bijdrage van tak 23-producten en de commissies ontvangen met betrekking tot de verkoop van de Belgische staatsbons in België.

Eind 2011 bedroeg het totale beheerd vermogen van de groep (beleggingsfondsen en vermogensbeheer voor particuliere en institutionele beleggers) om en bij de 193 miljard euro, 8% minder dan eind 2010, door een combinatie van een negatief volume- en prijseffect. Het grootste deel van het beheerd vermogen per eind 2011 slaat op Divisie België (138 miljard euro). Divisie Centraal- en Oost-Europa nam eind 2011 ruwweg 11 miljard beheerd vermogen voor haar rekening, en Groepscenter (KBL EPB) ongeveer 44 miljard euro.

Trading- en reëlewaarderesultaten

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (kortweg trading- en reëlewaarderesultaat) bedroeg in 2011 -178 miljoen euro, tegenover -77 miljoen euro het jaar daarvoor. Deze post wordt aanzienlijk beïnvloed door verschillende uitzonderlijke en niet-operationele elementen, zoals waardeaanpassingen op CDO's (-0,4 miljard euro in 2011), waardeaanpassingen van bepaalde overheidsobligaties gebruikt in het kader van de reëlewaardeoptie (-0,3 miljard euro in 2011) en reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten. Als we die en andere uitzonderlijke elementen uitsluiten en bovendien alle tradinggerelateerde inkomsten die volgens IFRS onder andere opbrengstenposten vallen, bij dat tradingen reëlewaarderesultaat tellen, dan bedraagt het onderliggende trading- en reëlewaarderesultaat een positieve 509 miljoen euro in 2011, tegenover 855 miljoen euro het jaar daarvoor, onder meer een reflectie van minder sterke dealingroomresultaten, een lagere bijdrage van te desinvesteren maatschappijen en een negatieve ontwikkeling van counterparty value adjustments (aanpassingen aan de reële waarde om rekening te houden met het kredietrisico) voor afgeleide financiële instrumenten in 2011.

Andere inkomsten

De dividenden, gerealiseerde meerwaarden en overige netto-inkomsten bedroegen samen 310 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis is dat 213 miljoen euro, 76 miljoen euro minder dan in 2010. Dat verschil is vooral het gevolg van de combinatie van hogere gerealiseerde meerwaarden uit voor verkoop beschikbare aandelen en obligaties, en aanzienlijk lagere overige netto-inkomsten. Die laatste post werd in 2010 negatief beïnvloed door de boeking van 175 miljoen euro voor een uitzonderlijke zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK. In 2011 werd deze post negatief beïnvloed door de boeking van 334 miljoen euro gerelateerd aan het 5-5-5-beleggingsproduct (deels gerelateerd aan Griekenland; meer uitleg over dit product bij Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening).

Trading- en reëlewaarderesultaten (onderliggend, in miljoenen euro)

Andere inkomstenposten (onderliggend, in miljoenen euro) 191

1 666 1 535

2010 2011

-8%

Exploitatiekosten

De exploitatiekosten bedroegen 4 344 miljoen euro in 2011, of 4 686 miljoen euro op onderliggende basis. Dat laatste is een 3%-daling in vergelijking met het jaar daarvoor, wat onder meer te maken heeft met de desinvesteringen en activiteitenafbouw (vooral gereflecteerd in Groepscenter), ondanks wat hogere personeelskosten door inflatiedruk. Noteer bovendien dat zowel 2010 als 2011 bijkomende kosten bevatten (58 en 6 miljoen euro) gerelateerd aan de nieuwe bankenheffing in Hongarije, waarbij het bedrag in 2011 lager is als gevolg van een gedeeltelijke compensatie van de verliezen gerelateerd aan de nieuwe wetgeving op hypotheekleningen in vreemde valuta in Hongarije. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de groep (exploitatiekosten / totale opbrengsten) bedroeg in 2011 ongeveer 60%, of 57% zonder de invloed van het 5-5-5-product, iets hoger dan het jaar daarvoor (56%). Voor Divisie België was dat 63%, voor Divisie Centraal- en Oost-Europa 54% en voor Divisie Merchantbanking 46%.

Waardeverminderingen op leningen en vorderingen

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) bedroegen 1,3 miljard euro in 2011, tegenover 1,5 miljard euro in 2010. Die daling is het resultaat van lagere kredietvoorzieningen in onder meer Polen, Rusland, Tsjechië, Slowakije en op Amerikaanse door activa gedekte effecten, deels tenietgedaan door hogere kredietvoorzieningen in Hongarije (vooral gerelateerd aan de nieuwe wetgeving inzake leningen in vreemde munt) en Bulgarije, terwijl de kredietvoorzieningen in Ierland op een relatief hoog niveau bleven (510 miljoen euro in 2011, 525 miljoen euro in 2010). Per saldo verbeterde de kredietkostenratio van de groep van 91 basispunten in 2010 naar 82 basispunten in 2011. Dat was 136 basispunten in Divisie Merchantbanking, 159 basispunten in Divisie Centraal- en Oost-Europa en een bijzonder gunstige 10 basispunten in Divisie België. Op 31 december 2011 bedroeg het aandeel van de non-performing kredieten in de totale kredietportefeuille 4,9%, ten opzichte van 4,1% in 2010.

Andere waardeverminderingen

De andere waardeverminderingen in 2011 betreffen in hoofdzaak de boeking van 0,4 miljard euro voor Griekse overheidsobligaties, waarbij er een afwaardering tot reële waarde gebeurde, wat overeenkomt met ongeveer 71% waardevermindering. Daarnaast werd in 2011 nog 114 miljoen waardeverminderingen geboekt voor aandelen uit de beleggingsportefeuilles, door de gedaalde beurskoersen. Waardeverminderingen op goodwill met betrekking tot bepaalde dochtermaatschappijen en geassocieerde maatschappijen (dergelijke goodwillafwaarderingen zijn geëlimineerd uit de onderliggende resultaten) bedroegen 120 miljoen euro in 2011, en betroffen vooral Bulgarije. De goodwillafwaardering in verband met de desinvestering van KBL EPB werd, conform IFRS 5, in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten opgenomen en uitgesloten uit de onderliggende cijfers.

Nettoresultaat per divisie

Het IFRS-nettoresultaat van de groep in 2011 wordt als volgt verdeeld over de divisies van de groep: België 421 miljoen euro, Centraal- en Oost-Europa 289 miljoen euro, Merchantbanking -208 miljoen euro en Groepscenter, dat ook de resultaten van de te desinvesteren groepsmaatschappijen omvat, -489 miljoen euro. Na correctie voor uitzonderlijke elementen bedraagt het onderliggende resultaat 802 miljoen voor Divisie België (24%-daling tegenover 2010 nagenoeg volledig door de voorziening voor het 5-5-5-product en de waardeverminderingen met betrekking tot Griekenland), 327 miljoen euro voor Divisie Centraal- en Oost-Europa (-43% tegenover 2010, vooral door de bijkomende waardeverminderingen in Hongarije en Bulgarije, en voor Griekenland), -110 miljoen euro voor Divisie Merchantbanking (243 miljoen euro minder dan in 2010, onder meer door lagere dealingroomresultaten, de impact van het 5-5-5-product en relatief hoge kredietvoorzieningen voor Ierland), en 79 miljoen euro voor Groepscenter.

Een overzicht van alle uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen vindt u hierboven in dit hoofdstuk. Een verdere analyse van de resultaten per divisie vindt u in de betreffende hoofdstukken van dit verslag.

Verdeling onderliggend nettoresultaat

Balans en solvabiliteit

Eind 2011 bedroeg het geconsolideerde balanstotaal van de KBC-groep 285 miljard euro, 11% lager dan per einde 2010. De risicogewogen activa daalden in 2011 met 4% tot 126 miljard euro. Die dalende trend heeft vooral te maken met de voortgezette intentionele afbouw van de niet-thuismarktgebonden kredietportefeuilles en de desinvesteringen.

De belangrijkste producten op de actiefzijde van de balans blijven de Leningen en voorschotten aan cliënten (kredieten, 137 miljard euro per einde 2011, zonder reverse repos) en Effecten (65 miljard euro, waarvan 96% schuldinstrumenten). Op vergelijkbare basis stegen de kredieten met 2%, als gevolg van de combinatie van de afbouw van de niet-thuismarktgebonden kredietportefeuilles, en een stijging in Divisie België (+6%) en Divisie Centraal- en Oost-Europa (+6%). De belangrijkste kredietproducten (cijfers inclusief reverse repos) blijven de termijnkredieten (64 miljard euro) en de woningkredieten (57 miljard euro, +3% tegenover eind 2010). Op vergelijkbare basis daalden de totale cliëntendeposito's (zonder repos) van de groep met 14% tot 149 miljard euro. De deposito's groeiden aan in Divisie België (+5%) en Divisie Centraal- en Oost-Europa (+4%), maar daalden sterk in Divisie Merchantbanking (-45%, zie onder nettorente-inkomsten). De voornaamste depositoproducten (cijfers inclusief repos) blijven de termijndeposito's (59 miljard euro), de zichtdeposito's (37 miljard euro) en de depositoboekjes (33 miljard euro). De technische voorzieningen en de schulden met betrekking tot de beleggingscontracten van de verzekeraar bedroegen samen 27 miljard euro per eind 2011.

Op 31 december 2011 bedroeg het totale eigen vermogen van de groep 16,8 miljard euro. Dat bestond uit het eigen vermogen van de aandeelhouders (9,8 miljard euro), belangen van derden (0,5 miljard euro) en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (6,5 miljard euro). Het totale eigen vermogen verminderde in 2011 per saldo met 1,9 miljard euro, hoofdzakelijk door een combinatie van de daling met 0,3 miljard euro van de herwaarderingsreserve met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa en de reserve voor kasstroomafdekkingen, de uitkering van het dividend over 2010 en de couponbetaling op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheden met betrekking tot 2010 (samen -0,85 miljard euro) en de terugbetaling van 0,5 miljard euro (plus 15% premie) aan de Belgische staat. Eind 2011 bedroeg de Tier 1-ratio van de groep 12,3% (core Tier 1-ratio: 10,6%). Een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

Leningen en cliëntendeposito's (in miljarden euro, op vergelijkbare basis)

Divisie België

Omschrijving

Divisie België omvat de activiteiten op het gebied van retail- en privatebankverzekeren van de groep in België. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn ADD, CBC Banque, KBC Asset Management, KBC Bank (Belgische retail- en privatebankingactiviteiten), KBC Verzekeringen, KBC Lease (retail België), KBC Group Re, KBC Consumer Finance en Groep VAB. Secura werd verkocht in 2010.

Ook Centea en Fidea, die in overeenstemming met het strategische plan werden of worden gedesinvesteerd, behoren of behoorden tot op het moment van de verkoop tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter, waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat.

Marktpositie, 2011*

  • 818 retail- en privatebankingkantoren en 492 verzekeringsagentschappen.
  • 19% geschat marktaandeel voor traditionele bankproducten, 39% voor beleggingsfondsen, 16% voor levensverzekeringen en 8% voor schadeverzekeringen.
  • 3,4 miljoen cliënten.
  • 55 miljard euro kredietportefeuille, 71 miljard euro deposito's.

Resultaatsbijdrage

  • 421 miljoen euro IFRS-nettoresultaat in 2011.
  • • Onderliggend nettoresultaat 802 miljoen euro, 73% van het groepstotaal.

* Alle gegevens zonder Fidea. Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen. Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en deposito's. Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: opgenomen bedrag, zonder

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Divisie België* (in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Nettorente-inkomsten 2 496 2 320 2 243 2 320
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 886 2 135 2 886 2 135
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 851 -2 025 -2 851 -2 025
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -24 -11 -24
Dividendinkomsten 50 52 50 52
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-252 -512 60 45
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 51 98 51 98
Nettoprovisie-inkomsten 770 700 770 700
Overige netto-inkomsten 248 -31 119 -39
Totale opbrengsten 3 388 2 712 3 318 3 260
Exploitatiekosten -1 703 -1 790 -1 702 -1 790
Bijzondere waardeverminderingen -109 -316 -104 -312
Op leningen en vorderingen -82 -59 -82 -59
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -23 -230 -23 -230
Op goodwill -6 -4 0 0
Op overige 0 -22 0 -22
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0 0 0
Resultaat vóór belastingen 1 576 607 1 513 1 159
Belastingen -384 -183 -457 -355
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 1 192 423 1 056 804
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 5 2 5 2
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 187 421 1 051 802
Bankactiviteiten 599 297 725 534
Verzekeringsactiviteiten 588 124 326 268
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 28 744 28 929 28 744 28 929
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 751 2 746 2 751 2 746
Rendement op toegewezen kapitaal 42% 13% 37% 27%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 59% 74% 55% 63%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 95% 90% 95% 90%

* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en de aansluitingstabel hieronder.

Aansluiting IFRS – onderliggend1 (in miljoenen euro) 2010 2011
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 1 051 802
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -143 -251
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 205 -118
Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie2 -11 -9
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -6 -4
Resultaten bij desinvesteringen 79 0
Overige 11 0
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 1 187 421

1 Meer uitleg in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

2 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

In 2011 genereerde Divisie België een nettoresultaat van 421 miljoen euro, ten opzichte van 1 187 miljoen euro het jaar daarvoor. Op onderliggende basis was dat 802 miljoen euro, 249 miljoen euro lager dan het jaar daarvoor, maar nagenoeg volledig te wijten aan de waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en de boeking van een provisie voor het 5-5-5-beleggingsproduct (impact samen -213 miljoen euro na belastingen). We herhalen dat de resultaten van de te desinvesteren of gedesinvesteerde maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter.

In 2011 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 2 320 miljoen euro. Onderliggend en zonder Secura, dat in de loop van 2010 werd verkocht, is dat 5% meer dan in 2010, vooral dankzij hogere inkomsten gerelateerd aan kredietverlening en deposito's. De nettorentemarge van KBC Bank daalde weliswaar lichtjes, met 4 basispunten tot 1,42%, maar de krediet- en depositovolumes namen toe, met respectievelijk 6% en 5% in een jaar tijd. De nettorente-inkomsten werden ook positief beïnvloed door hogere inkomsten (hogere return) van de obligatieportefeuille van de verzekeringsactiviteiten.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 2 135 miljoen euro, waarvan 1 263 miljoen euro voor levensverzekeringen en 872 miljoen euro voor schadeverzekeringen. Op vergelijkbare basis (zonder Secura) stegen de schadeverzekeringspremies met ruwweg 2%, een voortzetting van de gestage groei in de voorgaande jaren. De gecombineerde ratio bedroeg een uitstekende 90%, een verdere verbetering van 5 procentpunten ten overstaan van 2010, deels wegens lagere schadeclaims (minder grote claims, minder stormen, enz.) in 2011.

De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (ruwweg hetzelfde als tak 23-producten), klokte af op 2,6 miljard euro. Dat is licht hoger dan in 2010 en is vooral te danken aan een gestegen verkoop van tak 23-producten (bv. KBC-Life MI Interest-producten, zie verder), die de daling van de tak 21-producten meer dan compenseerde. Daardoor tekenden per saldo de producten met rentegarantie (tak 21) voor 48% van de levensverzekeringsverkopen in 2011, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23) voor 52%. Eind 2011 bedroegen de uitstaande Levenreserves van deze divisie 22 miljard euro, 3% meer dan eind 2010.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 700 miljoen euro. Dat is 9% minder dan in 2010 (-12% zonder Secura), wat onder meer te maken heeft met lagere ontvangen provisies uit assetmanagementactiviteiten (cfr. gedaalde instap- en beheersvergoedingen met betrekking tot beleggingsfondsen) en gerelateerd is aan het moeilijkere beleggingsklimaat. Dat werd slechts deels goedgemaakt door een gestegen bijdrage van de verkoop van tak 23-producten (de marge erop wordt onder deze resultaatspost opgenomen volgens IFRS), en de commissies op de verkoop van de Belgische staatsbon. Het door deze divisie beheerde vermogen daalde op jaarbasis met 6% tot 138 miljard euro, door een combinatie van een negatief volume-effect en, in mindere mate, een negatief prijseffect.

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 98 miljoen euro (+47 miljoen euro; stijging zowel voor aandelen als obligaties), de dividendinkomsten bedroegen 52 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg -512 miljoen euro (onderliggend, dus onder meer na aftrek van uitzonderlijke en niet-operationele elementen, was dat 45 miljoen euro) en de overige netto-inkomsten bedroegen -31 miljoen euro. Dat laatste is 279 miljoen euro minder dan in 2010, dat was begunstigd door de meerwaarde bij de verkoop van Secura, terwijl 2011 negatief is beïnvloed door de boeking van -167 miljoen euro met betrekking tot het 5-5-5-beleggingsproduct (zie Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening).

In 2011 bedroegen de exploitatiekosten van deze divisie 1 790 miljoen euro. Dat is ongeveer 5% meer dan het jaar daarvoor (+6% zonder Secura), wat onder meer te maken heeft met de hogere bijdrage aan het depositogarantiefonds in België, gestegen personeelskosten en inflatie in het algemeen. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten bedroeg 63%. Zonder de provisie voor het 5-5-5-product is dat 59%, ten opzichte van 55% in 2010.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen een lage 59 miljoen euro in 2011. Dat resulteert, net zoals in voorgaande jaren, in een bijzonder gunstige kredietkostenratio van 10 basispunten in 2011, tegenover 15 basispunten in 2010. Eind 2011 was ongeveer 1,5% van de portefeuille Belgische retailkredieten geclassificeerd als non-performing, status-quo ten opzichte van eind 2010. De andere waardeverminderingen betreffen voornamelijk aandelen (-97 miljoen euro in 2011, cfr. de algemene daling van de beurskoersen) en Griekse overheidsobligaties (-156 miljoen euro in 2011, cfr. afwaardering naar marktwaarde).

Macro-economische ontwikkeling in 2011 en verwachtingen

De kentering van de conjunctuur sinds het voorjaar van 2011 bracht de Belgische economie in de tweede jaarhelft opnieuw in recessie. De sanering van de overheidsbegroting zal zich in 2012 laten voelen in het inkomen en de consumptie van de gezinnen. Aan de kant van de bedrijven klaart het klimaat evenwel stilaan wat op. Met een beperkte, uitvoergeleide groei van ongeveer 0,2% wordt 2012 niettemin een mager jaar. Dat zwakke cijfer is evenwel een betere prestatie dan de verwachte nulgroei voor de gehele eurozone. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin maart 2012. Het is dus vanzelfsprekend mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Strategie en Net 3.0

De strategie van Divisie België is gebaseerd op een sterke lokale verankering via een fijnmazig netwerk van bankkantoren en verzekeringsagentschappen, ondersteund door een complementair internetkanaal. Eind 2011 bestond dat netwerk uit een 800-tal retail- en privatebankingkantoren van KBC Bank en CBC Banque en een 500-tal exclusieve verzekeringsagentschappen van KBC Verzekeringen en CBC Assurances.

De nadruk ligt op relatiebankverzekeren, op maat van iedere cliënt, met vlot toegankelijke expertise voor iedere cliënt. De aanpak van KBC wordt bovendien gekenmerkt door een uniek samenwerkingsmodel tussen KBC-bankkantoren en KBC-verzekeringsagentschappen in zogenaamde micromarkten. Met dat model kan KBC zijn cliënten een volledig productaanbod leveren dat op hun behoeften is afgestemd en wordt de kruisverkoop tussen bank- en verzekeringsproducten

gestimuleerd. In recente jaren werd bijvoorbeeld bij tussen 70% en 80% van de woningkredieten tegelijkertijd een brandverzekering van de groep verkocht. Hetzelfde geldt voor de relatie woningkrediet-schuldsaldoverzekering.

In 2011 namen de bankkantoren ruwweg 87% van de verkopen van levensverzekeringen voor hun rekening. Voor schadeverzekeringen zijn de verzekeringsagenten het belangrijkste verkoopkanaal (ongeveer drie vierden), en bedraagt het aandeel van de bankkantoren al meer dan 20%. Centea en Fidea werden niet meegenomen in deze berekeningen.

In 2010 werd, met als doel de positie van KBC veilig te stellen in een zeer concurrerende en continu veranderende omgeving, een programma opgestart om de structuur van het commerciële netwerk in België te optimaliseren (meer informatie daarover vindt u in het Jaarverslag 2010). Voor Vlaanderen en Brussel draagt dat project de naam Net 3.0. Dat programma werd vanaf begin 2011 uitgerold. In 2011 werden alvast de structuren uitgerold ter ondersteuning van het ondernemerssegment en het private- en premiumbankingcliëntensegment. Zo werd bijvoorbeeld het Wealth Office opgericht, dat staat voor een specifieke aanpak voor privatebankingcliënten met een beheerd vermogen van meer dan 5 miljoen euro bij KBC. Het Wealth Office biedt vanaf 2012 specifieke diensten aan vanuit een competentiecentrum in Brussel, dat samenwerkt met de bestaande privatebankingkantoren van de groep in België.

Verkoop van Centea en Fidea

Het strategische plan van de groep voorziet in de desinvestering van bepaalde groepsmaatschappijen. Voor België betreft het Centea en Fidea. In maart 2011 werd voor Centea een verkoopovereenkomst getekend met het Belgische Landbouwkrediet en deze verkoop werd afgerond op 1 juli 2011. Voor Fidea werd in oktober 2011 een verkoopovereenkomst met J.C. Flowers & Co. getekend. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Groepscenter, waar u een overzicht krijgt van alle desinvesteringen.

Uitbreiding directe kanalen

Het internet heeft een belangrijke plaats in het vernieuwde distributienetwerk, als ondersteunend kanaal met specifieke accenten voor specifieke cliëntengroepen. De KBC-website www.kbc.be werd in 2011 opnieuw verrijkt met een hele reeks verkooptoepassingen en telde in 2011 maandelijks meer dan 1,4 miljoen unieke bezoekers. Ook KBC-Online werd verder uitgebreid: zo is het nu bijvoorbeeld mogelijk om cash (euro's of deviezen) te reserveren via KBC-Online. Eind 2011 telden KBC-Online en CBC-Online samen ruwweg 950 000 actieve abonnees, dat is ongeveer 8% meer dan het jaar daarvoor.

In 2011 lanceerde KBC ook mobiel bankieren voor smartphones, iPads en dergelijke, een extra service voor cliënten die geabonneerd zijn op KBC-Online. Dat betekent dat cliënten voortaan ook via smartphone en tablet hun rekeningsaldo kunnen raadplegen, geld kunnen overschrijven en hun rekeningoverzicht kunnen bekijken. Met dat nieuwe mobiele aanbod speelt KBC in op veranderende behoeften van cliënten, die aangeven steeds meer te willen bankieren wanneer zij dat willen en via het platform dat zij verkiezen. In februari 2012 won de KBC-Mobile Banking-app trouwens de publieksprijs Accenture Innovation Award in de categorie Financial Services. Daarnaast werden ook andere mobiele applicaties ontwikkeld, zoals een KBC-Woongids-app die cliënten begeleidt bij hun bouw- en verbouwprojecten. KBC lanceerde in 2011 ook een primeur op de Belgische markt: scashen, het op een zeer eenvoudige manier geld overmaken via een smartphone door middel van een scashcode.

Producten en marktaandelen

KBC past zijn productaanbod uiteraard voortdurend aan aan de zich wijzigende behoeften van zijn cliënteel en maatschappelijke trends. Een mooi voorbeeld daarvan is de introductie door KBC Verzekeringen in april 2011 van een tak 21-spaarverzekering ter voorfinanciering van een KBC-Hospitalisatieverzekering. Dat KBC-Hospitalisatieplan zorgt ervoor dat de cliënt een levenslange dekking op zijn maat geniet, terwijl de verzekering ook op latere leeftijd betaalbaar blijft. Andere voorbeelden zijn de lancering van een optionele hondenverzekering binnen de KBC-Gezinspolis die extra bescherming biedt voor eigenaars van honden, de lancering van KBC-Life MI Inflation, beleggingsverzekeringen waarvan het rendement is gekoppeld aan de geharmoniseerde index van consumptieprijzen exclusief tabak van de eurozone, en de al vermelde nieuwe elektronische applicaties.

In 2011 bleef het marktaandeel van KBC, op basis van voorlopige gegevens en eigen schattingen, vrijwel stabiel op vergelijkbare basis (zonder Centea en Fidea), dat wil zeggen ruwweg 21% voor kredietverlening en iets meer dan 17% voor deposito's, waarbij er in 2011 een verschuiving was van spaarboekjes naar diverse spaar- en beleggingsproducten van de groep, zoals termijnrekeningen en beleggingsfondsen en -verzekeringen, en ook deels naar de Belgische staatsbon uitgegeven in december 2011.

Het aandeel op de verzekeringsmarkt bedroeg naar schatting 16% voor Leven (tak 21 en tak 23 samen) en iets meer dan 8% voor Schade (lichte vooruitgang tegenover 2010). Inzake beleggingsfondsen scoort de groep zoals in de voorgaande jaren zeer hoog met een geschat marktaandeel van bijna 40%.

Cliënten- en werknemerstevredenheid

Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgt KBC de tevredenheid van de cliënten op de voet. De halfjaarenquête 2011 over de bankkantoren bevestigt de trend van de afgelopen jaren, dat wil zeggen een aangehouden sterke tevredenheid van het cliënteel. In cijfers: 96% van de cliënten is tevreden, in 2010 was dat 95%.

Ook bij zijn medewerkers haalt KBC zeer goede tevredenheidsscores. KBC werd trouwens opnieuw, voor de zesde keer op rij, uitgeroepen tot een van de Beste Werkgevers in België in de enquête Beste Werkgever door Great Place to Work® Institute in samenwerking met Vlerick Leuven Gent Management School. KBC ontving in 2011 van het magazine Global Finance ook de award voor beste bank in België.

Naast de relatie met cliënten en medewerkers hecht de groep groot belang aan zijn rol in de maatschappij in het algemeen. Dat uit zich in diverse initiatieven op het gebied van mecenaat en bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling, milieu, productaanbod en maatschappelijke betrokkenheid. U vindt meer informatie over onze maatschappelijke projecten in onze CSR-rapportering, die beschikbaar is op www.kbc.com.

Focus op de toekomst

  • P Verdere uitvoering van het optimalisatieprogramma voor het Belgische distributienetwerk.
  • P Blijvende aandacht voor de rol in de gemeenschap en cliëntgerichtheid.
  • P Verdediging van de marktaandelen en rendabele groei in het marktaandeel Lokale Ondernemers en Vrije Beroepen.
  • P Verdere uitbouw van de dienstverlening via afstandskanalen (KBC-Mobile Banking, KBC-Online, sms-diensten, contactcenter, enz.).
  • P Verdere uitbouw van de gesegmenteerde cliëntbenadering (vermogenden, ondernemers en particulieren).

Omschrijving

Divisie Centraal- en Oost-Europa omvat alle activiteiten van de groep in de Centraal- en Oost-Europese regio. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn CIBANK en DZI Insurance in Bulgarije, CˇSOB en Cˇ SOB Poist'ovnˇ a in Slowakije, CˇSOB en Cˇ SOB Pojišt'ovna in Tsjechië, en K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije. Ook Absolut Bank (Rusland), KBC Banka (Servië), NLB Vita (Slovenië), Nova Ljubljanska banka (Slovenië, minderheidsbelang) en Kredyt Bank en WARTA (Polen), die in overeenstemming met het strategische plan worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in Groepscenter, waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat.

Marktpositie in de thuismarkten, 2011*

  • • Thuismarkten: Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Bulgarije.
  • 806 bankkantoren; verkoop verzekeringen via verschillende kanalen.
  • 6 miljoen cliënten.
  • 26 miljard euro kredietportefeuille, 35 miljard euro deposito's.
  • Marktaandeel:
bankproducten beleggingsfondsen levensverzekeringen schadeverzekeringen
Tsjechië 20% 31% 13% 6%
Slowakije 10% 10% 5% 2%
Hongarije 9% 20% 3% 5%
Bulgarije 3% 13% 13%

Resultaatsbijdrage

  • 289 miljoen euro IFRS-nettoresultaat in 2011.
  • • Onderliggend nettoresultaat 327 miljoen euro, 30% van groepstotaal.

* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen. Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's (voor Tsjechië: rekening houdend met pro rata-marktaandeel van de 55% joint venture CMSS). Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: opgenomen bedrag, zonder reverse repos. Deposito's: zonder repos. Bulgarije 117 (+ ongeveer 500 kantoren in de niet-thuismarkten Polen, Servië en Rusland samen). Verdeling per land van kredietportefeuille (in miljarden euro): Tsjechië 17, Slowakije 4, Hongarije 5,

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Divisie Centraal- en Oost-Europa* (in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Nettorente-inkomsten 1 549 1 524 1 527 1 524
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 657 745 657 745
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -504 -548 -504 -548
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -21 -11 -21
Dividendinkomsten 2 2 2 2
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
146 131 154 74
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 13 32 12 32
Nettoprovisie-inkomsten 308 329 308 329
Overige netto-inkomsten 58 32 30 38
Totale opbrengsten 2 219 2 226 2 175 2 175
Exploitatiekosten -1 184 -1 192 -1 184 -1 192
Bijzondere waardeverminderingen -350 -694 -350 -619
Op leningen en vorderingen -340 -477 -340 -477
Op voor verkoop beschikbare financiële activa 0 -127 0 -127
Op goodwill 0 -75 0 0
Op overige -9 -14 -9 -14
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 1 1 1 1
Resultaat vóór belastingen 686 341 643 365
Belastingen -77 -53 -73 -38
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 609 289 570 327
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 0 0 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 609 289 570 327
Bankactiviteiten 578 266 540 291
Verzekeringsactiviteiten 31 23 30 36
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 24 771 26 128 24 771 26 128
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 065 2 184 2 065 2 184
Rendement op toegewezen kapitaal 24% 9% 22% 11%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 52% 52% 53% 54%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 103% 93% 103% 93%

* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en de aansluitingstabel hieronder. Als gevolg van de wijziging in het strategische plan midden 2011 werd de onderverdeling in divisies (ook retroactief) aangepast. Zie hoofdstuk Structuur en management.

Aansluiting IFRS – onderliggend* (in miljoenen euro) 2010 2011
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 570 327
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 10 43
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 29 -1
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen 0 -75
Resultaten bij desinvesteringen 0 -5
Overige 0 0
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 609 289

* Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

In 2011 behaalde Divisie Centraal- en Oost-Europa een nettowinst van 289 miljoen euro, ten opzichte van 609 miljoen euro in 2010. Op onderliggende basis was dat 327 miljoen euro, 43% minder dan in 2010, vooral door de waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en bijkomende kredietvoorzieningen in Hongarije en Bulgarije.

Hieronder worden voor de berekening van de organische groeicijfers de wisselkoersveranderingen buiten beschouwing gelaten. We herhalen dat de resultaten van de groepsbedrijven die volgens het (midden 2011 herwerkte) strategische plan worden verkocht, verplaatst werden naar Groepscenter. Dat betekent dat, naast Absolut Bank, KBC Banka en de NLB-groep, nu ook de resultaten van Kredyt Bank en WARTA werden verschoven naar Groepscenter, en dat Cˇ SOB opnieuw voor 100% in de nettowinst van Divisie Centraal- en Oost-Europa is opgenomen (vroeger was 40% verschoven naar Groepscenter). Ook de referentiecijfers voor 2010 werden aangepast.

In 2011 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 1 524 miljoen euro, een organische daling van 2% ten opzichte van 2010 (op onderliggende basis). De kredietportefeuille van deze divisie steeg in 2011 organisch met 6%, met een aanzienlijke groei in Tsjechië en Slowakije, en een daling vooral in Hongarije. Het depositovolume in de regio steeg met 4% in 2011, vooral dankzij Tsjechië. De gemiddelde rentemarge bedroeg 3,29% in 2011, ongeveer status-quo ten opzichte van 2010.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 745 miljoen euro, waarvan 411 miljoen euro voor levensverzekeringen en 334 miljoen euro voor schadeverzekeringen. De schadeverzekeringspremies stegen in 2011 met ongeveer 4% op organische basis, en werden voor het grootste gedeelte (159 miljoen euro) gerealiseerd in Tsjechië. De gecombineerde ratio verbeterde sterk tot 93% na de relatief hoge 103% in 2010, die ongunstig was beïnvloed door stormen en overstromingen in de regio. De ratio in 2011 bleef bovendien onder 100% in Tsjechië, Slowakije en Hongarije, en bedroeg 100% in Bulgarije.

De verdiende levensverzekeringspremies, inclusief de premies voor bepaalde levensverzekeringen die conform IFRS niet inbegrepen zijn in de verdiende premies, bedroegen 0,4 miljard euro in 2011, bijna een vierde hoger dan in 2010, waarbij de stijging bij de tak 23-producten (vooral in Tsjechië) de daling bij de tak 21-producten meer dan compenseerde. Het grootste deel van het totale premie-inkomen uit levensverzekeringen werd gerealiseerd in Tsjechië (333 miljoen euro). De uitstaande Levenreserves voor de vier thuismarkten samen bedroegen eind 2011 ongeveer 1,6 miljard euro.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 329 miljoen euro in 2011. Dat is, op organische basis, 5% meer dan in het jaar daarvoor als gevolg van diverse elementen, waaronder een stijging van de provisie-inkomsten met betrekking tot betalingsverkeer. Het beheerde vermogen van de divisie bedroeg eind 2011 ongeveer 11 miljard euro. De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 32 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 2 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 131 miljoen euro (op onderliggende basis was dat 74 miljoen euro) en de overige netto-inkomsten bedroegen 32 miljoen euro.

De exploitatiekosten bedroegen 1 192 miljoen euro. Dat is, op organische basis, ruwweg status-quo, waarbij diverse elementen elkaar opheffen. De kosten bevatten bijvoorbeeld ook de speciale bankenheffing in Hongarije met een invloed van 58 miljoen euro in 2010 en 6 miljoen euro in 2011 (dat laatste is lager omdat een deel van de kosten van de kredietvoorzieningen in verband met hypothecaire kredieten in vreemde munt (zie verder) kon worden afgezet tegen de speciale bankenheffing). De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van deze divisie bedroeg 54% in 2011, in de lijn van de 53% het jaar daarvoor.

In 2011 bedroegen de waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) 477 miljoen euro, ten opzichte van 340 miljoen euro in 2010. In Tsjechië en Slowakije daalden de kredietvoorzieningen tegenover 2010, maar er was een belangrijke stijging voor Bulgarije (106 miljoen euro aanleg in 2011) en Hongarije (288 miljoen euro aanleg in 2011, meer dan dubbel zo hoog als in 2010, vooral als gevolg van een nieuwe wet die het mogelijk maakt leningen in vreemde valuta terug te betalen in lokale munt tegen een voordelige wisselkoers – zie verder). Per saldo steeg daardoor de kredietkostenratio van de divisie van 116 basispunten in 2010 tot 159 basispunten in 2011. Eind 2011 was ongeveer 5,6% van de kredietportefeuille van de vier thuismarkten samen geclassificeerd als non-performing, tegenover 5,3% eind 2010. De andere waardeverminderingen betreffen voornamelijk waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties (129 miljoen euro in 2011, cfr. afwaardering naar marktwaarde) en op goodwill (75 miljoen euro, grotendeels met betrekking tot Bulgarije in 2011, uitgesloten in de onderliggende cijfers).

Onderliggende resultaatsbijdrage per land

Onderliggende resultaten
Divisie Centraal- en Oost-Europa,
per land
Tsjechië Slowakije Hongarije Bulgarije Overige*
(in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011 2010 2011 2010 2011 2010 2011
Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij
534 481 51 78 78 -19 4 2 -97 -215
Bankactiviteiten 500 452 44 66 75 -26 0 -3 -81 -198
Verzekeringsactiviteiten 34 28 7 12 3 7 3 5 -17 -17
Risicogewogen activa per einde periode
(Basel II)
13 496 14 869 4 142 4 261 6 219 6 123 877 848
Toegewezen kapitaal per einde periode 1 127 1 241 341 352 510 507 84 82
Rendement op toegewezen kapitaal 37% 33% 10% 18% 10% -9% -19% -22%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 44% 46% 57% 62% 57% 48% 69% 76%
Gecombineerde ratio
schadeverzekeringsactiviteiten
96% 90% 106% 81% 111% 96% 109% 100%

* Overige omvat vooral de financieringskosten van de goodwill betaald voor de ondernemingen uit deze divisie en enkele niet aan de individuele landen / maatschappijen toegewezen elementen.

Macro-economische ontwikkeling in 2011 en verwachtingen

De vier thuismarkten van KBC in Centraal-Europa lieten in 2011 een heterogeen beeld zien. Slowakije tekende nog een groei van 3,3% op. De groei in Bulgarije (1,9%), Tsjechië (1,7%) en Hongarije (1,7%) lag wat minder hoog. In 2012 zal de divergentie zich voortzetten. De zwakke groei in de eurozone, gecombineerd met besparingsprogramma's om het begrotingstekort terug te dringen, zullen ervoor zorgen dat de groei in Tsjechië rond 0% zal schommelen. Slowakije en Bulgarije doen het beter en zullen positieve groeicijfers laten zien, terwijl in Hongarije een krimp mogelijk is door structurele binnenlandse problemen die de gezinsbestedingen en investeringen onder druk zetten. KBC ziet de groei in de regio, met uitzondering van Hongarije, vanaf 2013 opnieuw sneller aantrekken dan in de EMU. Die verwachte sterkere economische groei en de verwachte verdere inhaalbeweging inzake de penetratiegraad van bank- en verzekeringsproducten maken dat de aanwezigheid van KBC in deze markten effectief als groeimotor voor de groep kan worden beschouwd. Opmerking: het betreft hier prognoses opgemaakt begin maart 2012. Het is vanzelfsprekend mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Aangepaste strategie

Zoals vermeld, focust KBC zich in Centraal- en Oost-Europa op een aantal zogenaamde thuismarkten. Sinds de goedkeuring van de wijziging in het strategische plan midden 2011 betreft het Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. In elk van die vier landen bezit de groep een bank en een verzekeraar die nauw samenwerken. Terwijl KBC in België uitsluitend werkt met een netwerk van exclusieve agenten, werken de Centraal- en Oost-Europese verzekeraars van de groep ook samen met andere distributiekanalen, waaronder verzekeringsmakelaars en multi-agenten.

De wijzigingen in het strategische plan midden 2011 worden beschreven in het hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel. Voor Divisie Centraal- en Oost-Europa houdt dat in dat de oorspronkelijk geplande beursintroductie van een minderheidsaandeel in Cˇ SOB Bank in Tsjechië en in K&H Bank in Hongarije wordt vervangen door de geplande verkoop van de Poolse groepsondernemingen

Kredyt Bank en WARTA. Dat was vooral het gevolg van wijzigingen in de regelgeving (vooral de behandeling van minderheidsbelangen onder Basel III) die het plan minder effectief maakten en het feit dat de introductie van de speciale bankenheffing in Hongarije een succesvolle beursintroductie van een minderheidsbelang in K&H Bank bemoeilijkte. Begin 2012 werd alvast een verkoopovereenkomst voor WARTA getekend. Eind februari 2012 kondigden we aan dat we met Banco Santander S.A. een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van onze respectieve Poolse dochters, Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A., waarbij het de uiteindelijke bedoeling is dat KBC zijn resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert (zie verder bij Groepscenter).

Geplande desinvesteringen

Naast de hierboven vermelde geplande desinvestering van de Poolse activiteiten blijft het ook de bedoeling, zoals vermeld in het oorspronkelijke strategische plan, om de activiteiten van KBC in Rusland (Absolut Bank), Servië, (KBC Banka) en Slovenië (NLB Vita en minderheidsaandeel in Nova Ljubljanska banka) te verkopen.

In het kader van de nieuwe strategie zal de groep in de komende jaren in principe geen overnames doen in de regio. KBC Bank en IFC (International Finance Corporation) ondertekenden evenwel een overeenkomst waardoor KBC Bank een groot deel van de deelneming van 5% van IFC in Absolut Bank overneemt. De transactie is het gevolg van het feit dat IFC zijn putoptie uitoefende die het in 2007 met KBC Bank was overeengekomen. Daardoor heeft KBC Bank nu een belang van 99% in Absolut Bank. Bovendien verhoogde KBC, als gevolg van een openbaar bod, zijn aandeel in de Bulgaarse verzekeraar DZI Insurance van 90,35% naar 99,95% eind 2011. Beide transacties hebben geen wezenlijke invloed op de kapitaalpositie van KBC.

Ontwikkeling marktaandelen

Het geschatte marktaandeel van KBC in traditionele bankproducten (kredieten en deposito's, gemiddelde van de twee) bleef ongeveer gelijk in 2011. Voor Tsjechië bedroeg het marktaandeel ruwweg 20%, voor Slowakije bijna 10%, voor Hongarije bijna 9% en voor Bulgarije bijna 3%.

Net zoals dat in België het geval is, overstijgt het marktaandeel in beleggingsfondsen dat van de traditionele depositoproducten. Eind 2011 wordt dat marktaandeel geraamd op 31% in Tsjechië, op 10% in Slowakije en op 20% in Hongarije. Opnieuw is dat vergelijkbaar met het jaar voordien.

De marktaandelen op de verzekeringsmarkt worden geraamd op (telkens voor Leven en Schade): 13% en 6% in Tsjechië (stijging tegenover 2010), 5% en 2% in Slowakije (ruwweg status-quo), 3% en 5% in Hongarije (stijging tegenover 2010) en 13% en 13% in Bulgarije (ruwweg status-quo).

In de niet-thuismarkten bedragen de geschatte marktaandelen in traditionele bankproducten iets meer dan 1% in Servië, minder dan 1% in Rusland, en tussen 3% en 4% in Polen. Het geschatte marktaandeel van WARTA op de Poolse verzekeringsmarkt bedroeg 8% voor Leven en 9% voor Schade.

Update van de situatie in Hongarije

Een overzicht van de kredietportefeuille van K&H Bank vindt u in het hoofdstuk Waarde- en Risicobeheer. Specifiek voor het retailgedeelte van die portefeuille is het relatief grote aandeel van leningen in vreemde valuta, vooral Zwitserse frank. In 2011 werd in Hongarije een nieuwe wet van kracht die het, vereenvoudigd gesteld, cliënten mogelijk maakt hypotheekleningen in vreemde valuta in een keer volledig terug te betalen in Hongaarse forint, tegen een door de wet vastgestelde wisselkoers, die voor de cliënt gunstiger uitvalt en waarbij de banken het verschil dragen tussen die gunstige koers en de reële marktkoers. In het laatste kwartaal van 2011 werden bijkomende maatregelen genomen, onder meer voor niet-omgezette defaulted hypotheekleningen in vreemde valuta.

In 2011 boekte KBC bijkomende waardeverminderingen op de hypotheekportefeuille van K&H Bank ad 173 miljoen euro (gebaseerd op een berekening waarbij 30% van de debiteuren hun krediet in vreemde valuta vervroegd zullen terugbetalen). Dat brengt de totale waardeverminderingen op kredieten in Hongarije in 2011 op een relatief hoge 288 miljoen euro vóór belastingen, wat zich vertaalt in een kredietkostenratio van 438 basispunten (175 basispunten zonder invloed van de wet inzake hypotheekleningen in vreemde valuta). Eind 2011 was ruwweg 10,5% van de kredietportefeuille geklasseerd als non-performing.

Ook in 2011 moesten K&H Bank en K&H Insurance de speciale bankenheffing betalen. Als gevolg van een overeenkomst tussen de banksector en de Hongaarse overheid eind 2011 kan 30% van de kosten als gevolg van de nieuwe wetgeving op hypotheekleningen in vreemde valuta evenwel worden afgetrokken van de verschuldigde bankenheffing. Voor 2011 komt daardoor de speciale bankenheffing neer op per saldo 6 miljoen euro, tegenover 58 miljoen euro in 2010.

Maatschappelijk verantwoorde aanpak en prijzen

Als grote financiële speler in de Centraal- en Oost-Europese regio behartigt KBC, net als in België, zijn rol in de maatschappij. Voorbeelden van initiatieven op het gebied van milieu- en gemeenschapsbetrokkenheid vindt u in onze CSR-rapportering, die beschikbaar is op www.kbc.com.

Zoals elk jaar maakte het magazine Global Finance ook in 2011 de awards bekend voor de beste banken. In Tsjechië viel Cˇ SOB die eer te beurt. In Hongarije werd K&H Bank door het magazine The Banker uitgeroepen tot The Bank of the Year in Hungary. Ook de verzekeraars van de groep vallen regelmatig in de prijzen. Zo won DZI in Bulgarije in 2011 de prijs Verzekeraar van het Jaar in niet-levenverzekeringen, georganiseerd door de Hogeschool voor Verzekeringen en Financiën, de Vereniging van Bulgaarse Verzekeraars, de Bulgaarse Vereniging voor Aanvullende Pensioenverzekeringen, en de Professor Veleslav Gavriiski Stichting. Cˇ SOB Poist'ovnˇ a ontving van het magazine World Finance de titel Insurance company of the year 2011 in Slowakije.

Focus op de toekomst

  • P Verdere uitvoering van desinvesteringen in de niet-thuismarkten: Rusland, Servië en Slovenië.
  • P Verdere uitvoering van de strategie Marktleider versus selectieve kampioen (zie hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel) voor alle betrokken entiteiten in de Centraal- en Oost-Europese thuismarkten.
  • P Verdere optimalisatie van het bankverzekeringsmodel in de vier thuismarkten.
  • P Nauwe opvolging van de situatie en het wetgevende kader in Hongarije.

Omschrijving

Divisie Merchantbanking omvat het bedrijfsbankieren (dienstverlening aan grotere kmo- en bedrijvencliënten) en de marktactiviteiten in België en het buitenland, met uitzondering van Centraalen Oost-Europa. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn KBC Bank (merchantbankactiviteiten), KBC Commercial Finance, KBC Bank Ireland, KBC Credit Investments, KBC Lease (corporate), KBC Internationale Financieringsmaatschappij, en KBC Securities. Ook Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, KBC Financial Products (verschillende activiteiten al verkocht) en KBC Peel Hunt (al verkocht), die in overeenstemming met het strategische plan werden of zullen worden gedesinvesteerd, behoren tot deze divisie. Hun resultaten worden evenwel opgenomen in het resultaat van Groepscenter, waarin de resultaten van alle te desinvesteren groepsondernemingen zijn vervat.

Marktpositie, 2011*

  • 26 kantoren in België; 24 kantoren buiten België.
  • 24% geschat marktaandeel in bedrijfskredietenmarkt in België.
  • 42 miljard euro kredietportefeuille, 34 miljard euro deposito's.

Resultaatsbijdrage

  • -208 miljoen euro IFRS-nettoresultaat in 2011.
  • • Onderliggend nettoresultaat -110 miljoen euro, -10% van groepstotaal.

de succursales van CBC Banque. Aantal bedrijvenkantoren buiten België betreft bankkantoren en vertegenwoordigingskantoren van KBC Bank, KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland. 802

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Divisie Merchantbanking* (in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Nettorente-inkomsten 1 428 944 836 663
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 0 0 0 0
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering 0 0 0 0
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 0 0 0 0
Dividendinkomsten 21 18 6 7
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-21 -3 539 405
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 7 31 3 35
Nettoprovisie-inkomsten 206 194 225 202
Overige netto-inkomsten -15 -36 -70 -76
Totale opbrengsten 1 626 1 148 1 540 1 236
Exploitatiekosten -580 -576 -576 -569
Bijzondere waardeverminderingen -823 -785 -796 -768
Op leningen en vorderingen -789 -725 -789 -725
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -7 -6 -7 -6
Op goodwill -27 -17 0 0
Op overige 1 -37 1 -37
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0 0 0
Resultaat vóór belastingen 223 -214 168 -101
Belastingen -35 20 -19 6
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 188 -194 149 -95
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 16 14 16 15
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 172 -208 133 -110
Bankactiviteiten 166 -212 127 -114
Verzekeringsactiviteiten 6 4 6 4
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 47 317 42 126 47 317 42 126
Toegewezen kapitaal per einde periode 3 785 3 370 3 785 3 370
Rendement op toegewezen kapitaal 4% -6% 3% -3%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 36% 50% 37% 46%

* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen worden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en aansluitingstabel hieronder.

Aansluiting IFRS – onderliggend* (in miljoenen euro) 2010 2011
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 133 -110
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -23 -58
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 113 -7
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -27 -17
Resultaten bij desinvesteringen -9 -17
Overige -15 0
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 172 -208

* Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

In 2011 genereerde Divisie Merchantbanking een nettoresultaat van -208 miljoen euro, tegenover 172 miljoen euro in het jaar daarvoor. Op onderliggende basis was dat -110 miljoen euro, tegenover 133 miljoen euro in 2010. 2011 werd negatief beïnvloed door de boeking van een voorziening voor het 5-5-5-beleggingsproduct in België, lagere dealingroomresultaten en opnieuw relatief hoge kredietvoorzieningen voor Ierland. Zonder Ierland zou het onderliggende nettoresultaat van de divisie benaderend een positieve 212 miljoen zijn geweest in 2011.

We herhalen dat de resultaten van de groepsbedrijven die volgens het strategische plan in de toekomst zullen worden verkocht of al werden verkocht, werden verplaatst naar Groepscenter.

De totale opbrengsten van deze divisie bedroegen 1 148 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis is dat 1 236 miljoen euro, 20% minder dan in 2010.

De nettorente-inkomsten bedroegen 944 miljoen euro in 2011, wat op onderliggende basis 21% minder is dan in het jaar daarvoor en onder meer te maken heeft met de ingekrompen kredietportefeuille (-14% in twee jaar tijd). De daling van de kredietportefeuille is gerelateerd aan de herfocussering van de groep op zijn thuismarkten, wat leidde tot een afbouw van de niet-thuismarktgebonden internationale kredietportefeuilles. Het depositovolume daalde sterk, met 45%, vooral door een daling van institutionele en corporate deposito's buiten de thuismarkten, als gevolg van de risicoaversie met betrekking tot de eurozone in sommige buitenlandse markten en de daling van de kortetermijnrating van KBC Bank bij Standard & Poor's.

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg -3 miljoen euro in 2011. Na verschuiving van alle tradinggerelateerde inkomsten die in de IFRS-cijfers bij andere inkomstenposten zijn geteld, en na uitsluiting van de als uitzonderlijk aangemerkte elementen, bedraagt dat onderliggend 405 miljoen euro in 2011. Dat is ongeveer een kwart minder dan in 2010, door minder sterke dealingroomresultaten en een negatieve ontwikkeling van credit value adjustments voor derivaten in 2011.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 194 miljoen euro, wat op onderliggende basis een daling is van 10%, en opnieuw grotendeels is gerelateerd aan de activiteitenafbouw (onder andere de verkoop van enkele vestigingen van KBC Securities). De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 31 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 18 miljoen euro en de overige netto-inkomsten bedroegen -36 miljoen euro, tegenover -15 miljoen euro in 2010. De laatstgenoemde post was in 2010 negatief beïnvloed door de boeking van -175 miljoen euro voor een zaak van onregelmatigheden bij KBC Lease UK, en in 2011 door de boeking van -167 miljoen met betrekking tot het 5-5-5-beleggingsproduct (zie Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening).

De exploitatiekosten van deze divisie bedroegen -576 miljoen euro. Op onderliggende basis is dat nagenoeg status-quo tegenover het jaar daarvoor, waarbij de impact van de activiteitenafbouw, iets hogere personeelkosten en enkele andere elementen elkaar compenseerden. De onderliggende kosten-inkomstenratio van deze divisie bedroeg 46%, of 41% zonder de invloed van de voorziening voor het 5-5-5-product, tegenover 37% in 2010.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen 725 miljoen euro in 2011, iets lager dan de 789 miljoen euro in 2010. Die daling was vooral gesitueerd bij KBC Bank in België, vooral met betrekking tot Amerikaanse door activa gedekte effecten. Bij KBC Ireland werd in 2011, net als in 2010, een relatief hoog bedrag aan waardeverminderingen voor de Ierse kredietportefeuille geboekt (510 miljoen euro tegenover 525 miljoen euro in 2010, zie verder). Op het niveau van de divisie daalde de kredietkostenratio niettemin lichtjes naar 136 basispunten in 2011, tegenover 138 basispunten in 2010. Zonder Ierland zou dat 59 basispunten (2011) en 67 basispunten (2010) zijn geweest. Op 31 december 2011 was ongeveer 7,8% van de kredietportefeuille van de divisie non-performing, tegenover 5,2% het jaar daarvoor. De andere waardeverminderingen bedroegen 60 miljoen euro in 2011 en betroffen onder meer Griekse overheidsobligaties (18 miljoen euro in 2011, cfr. afwaardering tot marktwaarde) en investment property (21 miljoen euro).

Onderliggende resultaatsbijdrage per activiteit

Hierna vindt u een opdeling van het onderliggende nettoresultaat van de divisie in bedrijfsbankieren (de dienstverlening aan kmo's en grotere ondernemingen) en marktactiviteiten (zoals valutahandel, effectenhandel en corporate finance).

Onderliggende resultaten Divisie Merchantbanking, per activiteit Bedrijfsbankieren
(cijfer tussen haakjes:
zonder Ierland)
Marktactiviteiten
(in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
-149 [62] -229 [93] 281 119
Bankactiviteiten -155 [56] -233 [89] 281 119
Verzekeringsactiviteiten 6 [6] 4 [4] 0 0
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 32 993 31 065 14 324 11 061
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 639 2 485 1 146 885
Rendement op toegewezen kapitaal -6% -9% 26% 12%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 39% 41% 35% 58%

Strategie en activiteiten

Divisie Merchantbanking omvat zowel de marktactiviteiten (geldmarktactiviteiten, kapitaalmarktproducten, aandelenhandel, corporate finance, enz.) als het bedrijfsbankieren (kredietverlening, cashmanagement, betalingsverkeer, handelsfinanciering, leasing, factoring, enz.) voor cliënten in België en in het buitenland, zolang er een link is met de thuismarkten van KBC in België of Centraal-Europa. Activiteiten met andere professionele of institutionele tegenpartijen worden afhankelijk gemaakt van de mate waarin ze de kernactiviteiten van de groep ondersteunen.

De dienstverlening gebeurt via een netwerk van 26 kantoren in België (13 bedrijvencentra van KBC Bank en 13 succursales van CBC Banque), een 24-tal buitenlandse vestigingen (kleine daling tegenover eind 2010), en diverse gespecialiseerde diensten en dochtermaatschappijen. Ook KBC Bank Ireland behoort tot Divisie Merchantbanking, maar die activiteit wordt hierna afzonderlijk toegelicht. Het marktaandeel inzake bedrijfskredieten van KBC in België wordt geschat op ruwweg 24%.

In het buitenland werden de activiteiten maximaal geheroriënteerd naar de ondersteuning van cliënten uit de thuismarkten. Activiteiten die daarbuiten vallen, werden of worden stopgezet of afgebouwd. In 2010 en 2011 werden al diverse activiteiten verkocht, waaronder KBC Peel Hunt, bepaalde dochtermaatschappijen van KBC Securities, diverse activiteiten van KBC Financial Products, KBC Business Capital, en werd de portefeuille van KBC Private Equity verder gedesinvesteerd. De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verschoven naar het resultaat van Groepscenter. De al uitgevoerde desinvesteringen worden in datzelfde hoofdstuk becommentarieerd.

Bovendien werden en worden ook diverse activiteiten in de buitenlandse kantoren afgebouwd. De kredietportefeuille van die kantoren bestond immers voor een groot deel uit puur lokale buitenlandse bedrij-

vencliënten of nicheactiviteitsdomeinen waarvoor geen natuurlijke band bestond met de cliëntenbasis van KBC op zijn thuismarkten. Eind 2011 was de groep al bijzonder goed opgeschoten met de afbouw van deze internationale kredietportefeuille. Mee daardoor daalden de risicogewogen activa van de bedrijfsbankieractiviteiten met ongeveer 9 miljard euro in twee jaar tijd. Tegelijkertijd werden in de laatste jaren ook een aantal buitenlandse kantoren gesloten. In de tekening vindt u een overzicht van de resterende buitenlandse bedrijvencentra van KBC Bank (inclusief KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland) eind 2011.

KBC Securities, een dochtermaatschappij van KBC en gespecialiseerd in aandelenmakelaardij, effectendiensten en corporate finance, bezit, behalve in België, ook diverse vestigingen in Centraal- en Oost-Europa. Het is en blijft daar een van de grotere regionale spelers. In het kader van de strategische heroriëntering van de groep in zijn thuismarkten werden in 2011 evenwel managementbuy-outs gesloten met betrekking tot de Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities. Bij KBC Securities staat innovatie hoog in het vaandel: zo werd midden 2011 in België een volledig vernieuwd tradingplatform KBC Securities Trader gelanceerd, dat onder meer gekenmerkt is door de snelle orderrouting en de mogelijke integratie in het bestaande Bolero-platform. Innovatie en aanpassingsvermogen staan ook hoog in het vaandel bij de andere geledingen van de divisie. Zo is KBC als Belgische grootbank meer en meer betrokken bij projecten in het kader van de Publiek-Private Samenwerking (PPS). Voorbeelden daarvan zijn de deelname aan de bouw van de grootste sluis ter wereld, de Deurganckdoksluis in Antwerpen, en diverse middelgrote projecten zoals de aanleg van gewestelijke verbindingswegen.

De Deurganckdoksluis zorgt voor een betere toegang tot de dokken aan de linkeroever van de Schelde in Antwerpen. Ze wordt net zo groot als de Berendrechtsluis. Die sluis is momenteel de grootste ter wereld, maar de nieuwe sluis wordt dieper. KBC financiert mee de sluis.

Update van de situatie in Ierland

De internationale portefeuille omvat ook een Ierse kredietportefeuille van ongeveer 17 miljard euro bij KBC Bank Ireland. Het grootste deel van die portefeuille (ongeveer drie vierden) slaat op hypothecaire kredieten, en de rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen kmo- en bedrijfskredieten enerzijds en leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars anderzijds.

In 2011 herstelde de Ierse binnenlandse markt zich minder goed dan verwacht en de besparingsmaatregelen wegen op de gezinnen. In combinatie met de moeilijke economische toestand zorgt dat ervoor dat het klimaat op de kredietmarkt moeilijk blijft. Dat wordt bovendien versterkt door de aanhoudende neerwaartse prijsdruk op de onderliggende activawaarden en door stijgende financieringskosten die leiden tot stijgende rentevoeten, die druk zetten op de kredietnemers. Dat leidde per saldo voor 2011 tot een extra aanleg van kredietvoorzieningen van ruwweg 0,5 miljard euro, na de eveneens 0,5 miljard euro geboekt in 2010. Eind 2011 was ongeveer 17,7% van de totale Ierse kredietportefeuille non-performing, tegenover 10% eind 2010. De kredietkostenratio in 2011 bedroeg 301 basispunten en de dekkingsgraad van de Ierse portefeuille (alle kredietvoorzieningen ten opzichte van de non-performing kredietportefeuille) 42%. Ook voor 2012 houdt de groep rekening met relatief hoge waardeverminderingen voor de Ierse portefeuille.

Focus op de toekomst

  • P Duurzame groei en ontwikkeling van de merchantbankactiviteiten in de kernmarkten.
  • P Verdediging van de sterke marktpositie inzake bedrijfsbankieren in België.
  • P Optimalisatie van het productaanbod op basis van de behoeften van de cliënten, het kapitaalbeslag en liquiditeitsimpact.
  • P Verdere afbouw en kritische evaluatie van niet-kernactiviteiten in het kader van het strategische plan van de groep.
  • P Nauwgezette follow-up van de situatie in Ierland.

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties

Omschrijving

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties fungeert als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies. Ze overkoepelt een aantal diensten die producten toeleveren aan de andere divisies van de groep. De belangrijkste diensten die in 2011 tot deze divisie behoorden, zijn Assetmanagement, Betalingsverkeer, Consumentenkredietverlening, Handelsfinanciering, ICT, Leasing en Organisatie.

Positie, 20111

  • 39% marktaandeel in beleggingsfondsen in België, 31% in Tsjechië, 10% in Slowakije, 4% in Polen en 20% in Hongarije.
  • Meer dan 1 miljard betalingstransacties in de thuismarkten.
  • • Marktaandeel documentaire kredieten 27% in België, 26% in Tsjechië, 16% in Slowakije en 16% in Hongarije.
  • 13%2 / 20%3 marktaandeel in leasing in België, 13% in Tsjechië, 15% in Slowakije en 3% in Hongarije.
  • • Marktaandeel consumentenkredieten 7% in België, 8% in Tsjechië, 4% in Slowakije, 4% in Hongarije.

Resultaatsbijdrage

Voor deze divisie wordt geen resultaat gerapporteerd, aangezien alle opbrengsten en kosten ervan worden doorberekend aan de andere divisies van de groep.

1 Marktaandelen en aantal betalingstransacties zijn eigen schattingen. Betalingstransacties: kaart- en kasgeldtransacties, binnenlandse en buitenlandse overschrijvingen en internationaal cashmanagement. Consumentenkredieten: cijfer voor België betreft alleen revolving kredietkaarten.

Strategie en desinvesteringen

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties heeft als doel om haar interne cliënten (zoals de distributiekanalen van de groep) en externe cliënten een gepaste dienstverlening te bezorgen tegen een competitieve prijs. Daarom worden er voortdurend initiatieven genomen om de efficiëntie en de dienstverlening naar een hoger niveau te tillen en ook de kosten te drukken. Precies met dat doel werd medio 2010 het Lean-project opgestart. Lean wil een cultuur creëren van continue verbetering, waarin iedereen verantwoordelijk is voor het identificeren en wegwerken van verspilling. Dat moet zodanig gebeuren dat er maximaal waarde voor de cliënten wordt gecreëerd. Het is de bedoeling dat tegen eind 2012 alle betrokken diensten werken volgens de Lean-principes.

In overeenstemming met de strategie van de groep ligt de geografische focus van deze divisie op de thuismarkten in België en Centraalen Oost-Europa en worden de activiteiten daarbuiten grotendeels afgebouwd. Voorbeelden daarvan zijn de verkoop van de Ierse en Britse activiteiten van KBC Asset Management in 2010, en in 2011 en begin 2012 de verkoop van het aandeel dat KBC Asset Management aanhield in KBC Concord (Taiwan) en in KBC Goldstate (China). Bij de KBC Lease-groep werden de Roemeense (INK), Spaanse en Italiaanse activiteiten verkocht. In het kader van de geplande desinvestering van Kredyt Bank en WARTA in Polen tekende KBC Asset Management een overeenkomst met die twee maatschappijen voor de overname van hun aandeel (van telkens 30%) in de Poolse assetmanager KBC TFI, waardoor KBC Asset Management 100% eigenaar wordt van KBC TFI. Langs deze weg zal KBC Asset Mangement activiteiten op de Poolse markt blijven uitoefenen.

Optimalisatie van producten en processen

De diensten die tot deze divisie behoren, streven – net zoals de andere entiteiten van de groep – naar een voortdurende verbetering van de dienstverlening, meer bepaald door synergieën uit te buiten en best practices te verspreiden. Voorbeelden daarvan zijn, inzake betalingsverkeer, het aansluiten van Centraal- en Oost-Europese landen op een centrale SWIFT-hub en op het groepsplatform voor internationale betalingen, en het opzetten van een Shared Services Center in Brno (Tsjechië) waar enkele activiteiten en processen worden samengebracht die momenteel op verschillende locaties in de groep worden uitgevoerd. De start van het nieuwe dubbele datacentrum nabij Boedapest, ter geleidelijke vervanging van de meer dan twintig datacentra van de groep in Centraal- en Oost-Europa, is inzake ICT een mooi voorbeeld.

Ook het productaanbod wordt regelmatig gescreend en geoptimaliseerd. Dat gebeurt in overleg tussen de productaanbieders van deze divisie en het distributienetwerk in de verschillende landen en markten waarin de groep actief is. Die samenwerking wordt vastgelegd in effectieve samenwerkingsovereenkomsten, met duidelijke afspraken en doelstellingen. Binnen KBC Asset Management werden opnieuw tal van innoverende beleggingsproducten ontwikkeld, zoals de formule KBC-Participation Flexible Portfolio, een beleggingsstrategie die op zeer actieve en gecontroleerde wijze keuzes maakt tussen aandelen- en obligatiebeleggingen. Een ander voorbeeld is het gamma KBC-Life MI Inflation-producten, dat naast een vast rendement ook een inflatiegebonden rendement genereert. Ook de dienst Consumer Finance (consumentenkredietverlening) lanceerde tal van nieuwe producten, zoals KBC-Visa Vision en KBC-MasterCard Globe in België. Het succesvolle businessmodel van die dienst, waarbij de focus ligt op verkoop via het bancaire kanaal en dat al werd uitgerold in België, Tsjechië en Polen, werd in 2011 ook in Hongarije geïmplementeerd en in Slowakije opgestart.

De aanpak van deze divisie leidde tot succes, wat zich onder meer vertaalt in de blijvend sterke marktaandelen inzake beleggingsfondsen in België en Centraal- en Oost-Europa, waar de groep aanzienlijk hoger scoort dan bij de traditionele krediet- en depositoproducten. Bovendien mocht de groep opnieuw diverse awards in ontvangst nemen. Zo ontving KBC Bank de titel Best Trade Finance Provider van het magazine Global Finance in België. Ook de fondsen van KBC Asset Management zijn een vaste waarde bij binnen- en buitenlandse Fund Award-uitreikingen. Bovendien werd KBC in 2011 bekroond met de prijs voor beste Belgische distributeur bij de StructuredRetailProducts.com – Euromoney Awards.

Onderzoek en ontwikkeling

Binnen de groep worden continu nieuwe producten en diensten ontwikkeld met als doel het aanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de marktvraag. Dat was ook het geval in 2011. Om het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten nog beter te ondersteunen, werd in 2011 een nieuw proces uitgerold in de groep. Dat proces zorgt ervoor dat de business op een efficiënte manier een beslissing verkrijgt om een nieuw product te lanceren. Tegelijkertijd impliceert dat een grondige analyse van alle betrokken risico's, waarbij eventueel ook acties voorgesteld worden om dergelijke risico's te vermijden of te beheersen. Bovendien worden alle producten op regelmatige basis herzien, zodat bestaande producten kunnen worden aangepast aan gewijzigde cliëntenbehoeften en veranderingen in de marktomstandigheden.

In dit jaarverslag worden, naast de in dit hoofdstuk vermelde projecten en producten, ook in de andere hoofdstukken diverse voorbeelden aangehaald van nieuwe productontwikkelingen in 2011, zoals KBC Securities Trader, de lancering van de tak 21-spaarverzekering ter voorfinanciering van een KBC-Hospitalisatieverzekering in België en diverse nieuwe mobilebankingapps. Vaak gaat de ontwikkeling van nieuwe producten/diensten samen met de ontwikkeling van nieuwe software. Gegevens over intern ontwikkelde software vindt u in Toelichting 34 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Focus op de toekomst

  • P Verdere uitvoering van het Lean-optimalisatieprogramma tegen eind 2012 in de diensten Consumentenkredietverlening, Betalingsverkeer, Assetmanagement, Leasing en ICT.
  • P Realiseren van groepswijde synergieën, onder meer door de uitbouw van het Shared Services Center voor bepaalde operationele activiteiten in KBC.
  • P Opzet van een distributed operating model waarbij gelijkaardige deelactiviteiten van verschillende groepsentiteiten, zoals contractmanagement of transfer-pricing management, worden samengevoegd.

Groepscenter

Omschrijving

Groepscenter omvat onder meer de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV, KBC Global Services, een beperkt, niet aan de andere divisies toewijsbaar, deel van de resultaten van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV en de eliminatie van intersegmenttransacties.

Groepscenter omvat ook de resultaten van de maatschappijen die volgens het strategische plan aangemerkt zijn om te worden gedesinvesteerd.

De belangrijkste daarvan zijn Centea, Fidea, Absolut Bank, KBC Banka, NLB Vita en het minderheidsbelang in NLB, Kredyt Bank, WARTA, KBC Financial Products, KBC Peel Hunt, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en de KBL EPB-groep. Voor diverse desinvesteringen werd al in 2010 of 2011 een verkoopovereenkomst getekend of afgerond.

Stand van zaken, 2011*

  • • Al getekende of afgeronde verkopen: diverse gespecialiseerde merchantbankactiviteiten van KBC Financial Products, KBC Peel Hunt, Secura, Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management, KBC Securities Baltic Investment Company, KBC Business Capital, Centea, Fidea, KBC Concord Asset Management, KBC Goldstate (2012), Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities, KBL EPB, WARTA (2012). Kredyt Bank (2012): zie verder.
  • • Belangrijkste nog te desinvesteren bedrijven (situatie einde 2011) tekenen voor 14 miljard euro kredietportefeuille en 10 miljard euro deposito's.

Resultaatsbijdrage

  • -489 miljoen euro IFRS-nettoresultaat in 2011.
  • • Onderliggend nettoresultaat 79 miljoen euro, waarvan 148 miljoen euro afkomstig van nog te desinvesteren bedrijven.
KBL EPB). * Kredietportefeuille opgenomen bedrag, zonder reverse repos; deposito's: zonder repos (telkens exclusief

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Groepscenter* (in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Nettorente-inkomsten 772 691 997 897
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 073 1 239 1 077 1 241
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -906 -969 -926 -984
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 13 1 13 0
Dividendinkomsten 25 13 15 13
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
50 206 101 -15
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 18 8 32 26
Nettoprovisie-inkomsten -60 -57 363 304
Overige netto-inkomsten 161 92 39 26
Totale opbrengsten 1 146 1 224 1 711 1 510
Exploitatiekosten -968 -786 -1 370 -1 135
Bijzondere waardeverminderingen -374 -328 -276 -210
Op leningen en vorderingen -272 -71 -270 -73
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -1 -54 -4 -90
Op goodwill -55 -24 0 0
Op overige -46 -180 -2 -47
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -64 -59 -62 -58
Resultaat vóór belastingen -261 51 2 106
Belastingen 414 -104 -38 -10
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -254 -419 0 0
Resultaat na belastingen -101 -471 -36 97
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 7 18 7 18
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -107 -489 -44 79
Bankactiviteiten 172 139 -45 96
Verzekeringsactiviteiten 50 -127 27 38
Holdingactiviteiten -329 -501 -26 -55
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 31 202 29 149 31 202 29 149
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 650 2 491 2 650 2 491

* De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie hoofdstuk Resultaat in 2011 en aansluitingstabel hieronder. Als gevolg van de wijziging aan het strategische plan midden 2011 werd de onderverdeling in divisies (ook retroactief) aangepast. Zie hoofdstuk Structuur en management.

Aansluiting IFRS – onderliggend1 (in miljoenen euro) 2010 2011
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend -44 79
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -23 -7
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 680 -290
Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie2 -57 -43
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -86 -19
Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) -372 50
Reëlewaardeveranderingen eigen schuldinstrumenten 39 359
Resultaten bij desinvesteringen -246 -618
Overige 0 0
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS -107 -489

1 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

2 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

In 2011 genereerde Groepscenter een nettoverlies van -489 miljoen euro, tegenover -107 miljoen euro in het jaar daarvoor. Wanneer we alle als uitzonderlijk aangemerkte elementen uitsluiten, bedraagt het onderliggende nettoresultaat 79 miljoen euro, tegenover -44 miljoen euro in 2010. We herhalen dat de wijziging in het strategische plan midden 2011 ook retroactief in de cijfers zijn verwerkt. Concreet betekent dat dat Cˇ SOB in Tsjechië nu voor 100% in de nettowinst van Divisie Centraal- en Oost-Europa is opgenomen (vroeger was 40% verschoven naar Groepscenter) en dat de resultaten van Kredyt Bank en WARTA in Polen (vroeger opgenomen bij Divisie Centraal- en Oost-Europa) nu zijn opgenomen bij Groepscenter, telkens met aanpassing van de referentiecijfers.

De invloed van de als uitzonderlijk aangemerkte elementen wordt opgesomd in de tabel. Het betreft vooral de CDO-gerelateerde waardeaanpassingen, de vergoeding voor de garantieregeling met de Belgische overheid met betrekking tot het CDO-risico (zie verder in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening), de winsten of verliezen met betrekking tot de legacy gestructureerde derivatenactiviteiten van KBC Financial Products, de invloed van desinvesteringen, waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde maatschappijen en de waardering van het eigen kredietrisico. Na uitsluiting van die elementen bestaat een groot deel van het onderliggende nettoresultaat van Groepscenter uit de resultaten van de ondernemingen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd. In 2011 namen die samen een onderliggend resultaat van 148 miljoen euro voor hun rekening, tegenover 42 miljoen euro in 2010. Daarbij werd de positieve invloed van significant lagere kredietvoorzieningen (197 miljoen minder dan in 2010) bij onder meer Absolut Bank, Kredyt Bank en Antwerpse Diamantbank voor een deel gecompenseerd door onder meer de negatieve invloed van de waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties in enkele entiteiten (-98 miljoen euro samen) en de deconsolidatie van bepaalde andere entiteiten (bijvoorbeeld Centea).

Opdeling onderliggend resultaat na belastingen, toegewezen aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij

(in miljoenen euro), Groepscenter 2010 2011
Resultaat van groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd 42 148
Ex-Divisie België (Centea (opgenomen in het resultaat tot verkoop midden 2011) en Fidea) 108 39
Ex-Divisie Centraal- en Oost-Europa (vooral Absolut Bank, KBC Banka, NLB-groep, Kredyt Bank, WARTA) -62 111
Ex-Divisie Merchantbanking (Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, enz.) 16 18
Ex-Divisie Europese Private Banking (KBL EPB) 75 54
Overige (vooral financiering van goodwill met betrekking tot te desinvesteren bedrijven) -94 -74
Overige resultaten* -86 -69
Totaal -44 79

* Omvat vooral de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV en van KBC Global Services en enkele resultaten die niet toewijsbaar zijn aan de andere divisies.

Desinvesteringen

Hieronder volgt een korte toelichting bij de in 2010 en 2011 gerealiseerde desinvesteringen, als onderdeel van de nieuwe, meer gefocuste strategie van de groep. Enkele maatschappijen behoren weliswaar tot andere divisies dan Groepscenter, maar worden omwille van de volledigheid ook hier vermeld.

De belangrijkste verkochte activiteiten en groepsmaatschappijen in 2010 waren:

  • • KBC Peel Hunt
  • • diverse gespecialiseerde merchantbankactiviteiten van KBC Financial Products (convertible bonds, Asian equity derivatives, insurance derivatives, reverse mortgages, enz.)
  • • Secura (herverzekeringsmaatschappij)
  • • de Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management
  • • KBC Securities Baltic Investment Company
  • • KBC Business Capital

De belangrijkste verkochte activiteiten en groepsmaatschappijen in 2011 en begin 2012 waren (sommige verkopen zijn nog niet definitief afgerond, zie verder):

  • • Centea
  • • Fidea
  • • KBL EPB
  • • KBC Concord Asset Management en KBC Goldstate
  • • Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities
  • • WARTA

Voor Kredyt Bank: zie verder.

Midden 2011 rondden KBC Groep NV en Groep Landbouwkrediet de verkoop van Centea af voor 527 miljoen euro. Naast de verkoopprijs ontving KBC van Centea nog een dividend van 66 miljoen euro over het boekjaar 2010. De transactie maakte voor KBC ongeveer 0,4 miljard euro aan kapitaal vrij, vooral door een verlaging van de risicogewogen activa met 4,2 miljard euro, wat leidde tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC Groep met ongeveer 0,4%. De meerwaarde op deze transactie was beperkt.

In maart 2011 werd bekendgemaakt dat de oorspronkelijke overeenkomst die de groep had bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van KBL EPB niet doorging (meer daarover vindt u in het jaarverslag over 2010). Het verkoopproces werd nadien heropgestart en in oktober 2011 bereikte KBC een akkoord met Precision Capital voor de verkoop van KBL EPB voor ruwweg 1 miljard euro. De transactie houdt de verkoop in van het totale belang dat KBC heeft in KBL EPB en omvat alle privatebankingdochters en effectenbewarings- en levensverzeke-

ringsactiviteiten van KBL EPB. De transactie zal voor KBC in totaal ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijmaken. Dat leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met 0,6%. De transactie heeft ook een negatieve invloed op de winst-en-verliesrekening van ongeveer 0,4 miljard euro in het derde kwartaal van 2011. KBC zal privatebankingdiensten blijven aanbieden in België en Centraal- en Oost-Europa via zijn privatebankingactiviteiten onder de merknaam KBC. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.

In oktober 2011 bereikte KBC een overeenkomst met de private-equitygroep J.C. Flowers & Co. over de verkoop van Fidea voor ongeveer 0,2 miljard euro. In totaal zal deze transactie voor KBC een bedrag van ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrijmaken, voornamelijk door een vermindering van de risicogewogen activa met 1,8 miljard euro, maar ook rekening houdende met het feit dat de transactie de resultaten van KBC met ongeveer 0,1 miljard euro negatief beïnvloedt. De transactie leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met ongeveer 0,1%.

Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.

In januari 2012 werd een verkoopovereenkomst gesloten met Talanx International AG voor WARTA, de Poolse verzekeringsmaatschappij van de groep, voor 770 miljoen euro, aan te passen op basis van wijzigingen in de netto-actiefwaarde tussen 30 juni 2011 en het moment van afronding van de transactie. Op basis van de cijfers van 30 september 2011 wordt verwacht dat de transactie bijna 0,7 miljard euro aan kapitaal zal vrijmaken voor KBC. De Tier 1-ratio van KBC zou daardoor met bijna 0,7% stijgen. De transactie zal een positieve impact van ongeveer 0,3 miljard euro hebben op het resultaat van KBC op het ogenblik dat de transactie wordt afgerond.

Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.

In februari 2012 kondigden Banco Santander S.A. en KBC aan dat ze een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A. in Polen. Met bijna 900 kantoren en 3,5 miljoen particuliere cliënten wordt de fusiebank de op twee na grootste Poolse bank gemeten naar deposito's, kredieten, aantal kantoren en winst. Na de voorgestelde fusie zal Banco Santander ongeveer 76,5% van de fusiebank in handen hebben, KBC ongeveer 16,4%. Banco Santander heeft zich ertoe verbonden KBC onmiddellijk na de fusie te helpen zijn deelneming in de fusiebank te verlagen tot minder dan 10%. Bovendien is het de bedoeling van KBC om zijn resterende deelneming te desinvesteren. Na de deconsolidatie van Kredyt Bank ten gevolge van de voor-

gestelde fusie en na de beloofde reductie van de deelneming van KBC tot beneden 10% kort na de registratie van de fusie zal (tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging) ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijkomen, voornamelijk dankzij een vermindering van de risicogewogen activa. Dat stemt overeen met een positieve Tier 1-impact van ongeveer 0,8% (op basis van de cijfers van eind 2011), of 0,9% (op basis van de cijfers van eind 2011) bij volledige uitstap. Bovendien zal de transactie, tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging, een positief effect hebben op het resultaat van ongeveer +0,1 miljard euro bij afronding van de transactie. De fusie is onderworpen aan de onafhankelijke beoordeling door Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank en verbonden aan de voorwaarde dat de goedkeuring verkregen wordt van de Poolse financiële toezichthouder en van de bevoegde mededingingsautoriteiten. Banco Santander heeft zich er ook toe verbonden Z˙agiel, de consumentenkredietarm van KBC in Polen, te verwerven tegen gecorrigeerd nettoactief, na goedkeuring door de bevoegde mededingingsautoriteiten. U vindt bijkomende informatie in het betreffende persbericht op www.kbc.com. De aldaar vermelde juridische informatie geldt onverkort.

Overige Verkopen In april 2011 werd een verkoopovereenkomst gesloten met Value Partners Ltd. voor het aandeel van 55,46% dat KBC Asset Management aanhield in KBC Concord Asset Management Co. Ltd. in Taiwan. De transactie werd afgerond op 10 augustus 2011. Begin 2012 werd eveneens met Value Partners Ltd. een verkoopovereenkomst bereikt voor het 49%-aandeel dat KBC Asset Management aanhield in KBC Goldstate (China). In augustus 2011 rondde KBC Securities de desinvesteringen van zijn activiteiten in Servië en Roemenië af via managementbuyouttransacties met de lokale managementteams. De invloed van deze transacties op de winst en het kapitaal van KBC is verwaarloosbaar.

Belangrijkste nog te desinvesteren groepsmaatschappijen

Begin 2012 was het grootste deel van de oorspronkelijk voorziene afbouw van risicogewogen activa (RWA) voltooid, en dat als gevolg van de bovengenoemde desinvesteringen en de afbouw van de internationale kredietportefeuille. In het hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel vindt u een grafische voorstelling van de ontwikkeling van de totale RWA van de KBC-groep.

De belangrijkste nog uit te voeren desinvesteringen betreffen Absolut Bank (Rusland), KBC Banka (Servië), NLB Vita en minderheidsbelang in NLB (Slovenië), Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, en enkele andere activiteiten (private equity, real estate development). Voor de meeste van die projecten werd al voorbereidend werk verricht. Er werd trouwens met de Europese Commissie overeengekomen om de oorspronkelijke deadline inzake de verkoop van de Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland te verlengen.

Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in onze groep

Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Social Responsibility of CSR) is een langetermijnproces dat een continue aanpassing en verbetering nastreeft van de wijze waarop een bedrijf zijn activiteiten uitvoert, niet alleen met als doel winst te behalen, maar ook om te beantwoorden aan de steeds strenger wordende eisen van de maatschappij en de stakeholders (zoals werknemers, cliënten, aandeelhouders en leveranciers) op het gebied van transparantie en verantwoordelijkheid. KBC verwoordt zijn visie op CSR in zijn beleidsverklaring, en beschrijft meer specifieke richtlijnen in het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

De groep maakt sinds enkele jaren zijn visie en prestaties op het gebied van CSR bekend in een afzonderlijke jaarlijkse publicatie, het CSR Report. Dat rapport bevat CSR-informatie over de hele groep, inclusief kwantitatieve gegevens over het personeel en zijn ecologische voetafdruk, en is in overeenstemming met de rapporteringsvereisten van de G3-richtlijnen van het Global Reporting Initiative en de Global Compact-principes van de Verenigde Naties. Het rapport is beschikbaar op www.kbc.com.

Begin 2012 heeft de groep ook beslist om een breder Verslag aan de samenleving te publiceren, waarin KBC rapporteert over alle maatschappelijk relevante thema's die aan bod zijn gekomen bij de bedrijfsvoering in het afgelopen jaar.

Voorbeelden van initiatieven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2011

Ook in 2011 nam KBC diverse nieuwe initiatieven op het gebied van CSR. U vindt een uitgebreide beschrijving daarvan in ons CSR Report. Hierna volgt een greep uit de initiatieven en prijzen op het gebied van milieu en gemeenschapsbetrokkenheid.

  • • Eind 2011 werd een nieuwe groepswijde Climate Change Policy goedgekeurd, waarmee KBC zijn engagement wil benadrukken om zijn impact op het milieu te verminderen. De groep wil zich onder meer in zijn dagelijkse werking concentreren op energie-efficiëntie, de uitstoot van broeikasgassen door zijn leasevloot voor woon-werkverkeer te compenseren, onderzoek naar nieuwe trends in wetenschap en technologie te volgen en het groene bewustzijn van zijn werknemers te stimuleren. De groep wil bovendien meer aandacht besteden aan zijn impact op klimaatverandering via de keuze van leveranciers en het aanbod aan producten en diensten. De Climate Change Policy maakt deel uit van het CSR action plan dat begin 2011 werd goedgekeurd.
  • • KBC België behoort tot de top honderd van groenste bedrijven: KBC België bekleedt de 98e plaats in Newsweek's Green Rankings 2011. Met dat resultaat is KBC het best scorende Belgische bedrijf in de Green Rankings.
  • • Met zijn maatschappelijke sponsoring kiest KBC voor projecten die inzetten op gezondheid en verkeersveiligheid, met focus op preventie. KBC is in België sinds jaren partner van de verkeersveiligheidscampagnes van Levenslijn en Mobiel 21. In 2011 werd de groep ook partner van Velocitie, een nieuw fietsproject van de Stichting Vlaamse Schoolsport, dat jongeren warm maakt voor een actief en veilig gebruik van de fiets.
  • • In Tsjechië steunt het Foundation Programme of Education van Cˇ SOB, een dochtermaatschappij van KBC, een aantal projecten die tot doel hebben de financiële geletterdheid te bevorderen. In 2011 werd een miljoen Tsjechische kronen verdeeld onder elf ingediende daarmee verwante projecten.
  • • Universiteit Antwerpen en KBC lanceerden een leerstoel over financieel risicobeheer: risicobeheer is een zeer actueel onderwerp in de financiële sector. Daarom sloegen de Universiteit Antwerpen en KBC de handen in elkaar: de KBC-leerstoel in Risk Management, die in februari 2011 gelanceerd werd, focust op financieel risicobeheer. Ook in andere thuismarkten van de groep wordt aandacht besteed aan financiële educatie. In Hongarije bijvoorbeeld organiseert K&H Bank de nationale wedstrijd K&H Ready, Steady, Money, waarin studenten worden getest op hun financiële kennis.
  • • KBC4Society: om de teamgeest te versterken, organiseren de diensten en kantoren van KBC in België jaarlijks een teamactiviteit. Vanaf september 2011 kunnen ze die HR-activiteit nu ook op een nieuwe manier invullen, door de tijd en het budget daarvan te spenderen aan een project met een sociale, culturele of ecologische meerwaarde. Voor dat initiatief werkt KBC samen met Time4Society, een vzw die dat soort projecten al geruime tijd uitvoert samen met andere bedrijven.
  • • Actie Bloed Geven Doet Leven in België: naar jaarlijkse gewoonte organiseerde KBC in 2011 opnieuw diverse bloedinzamelingen in zijn hoofdkantoren, in samenwerking met het Rode Kruis.
Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep in België, per vte
2010
2011
Energieverbruik (in GJ)
Elektriciteit
24,3
21,3
Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie
100%
100%
Fossiele brandstoffen (gas en stookolie)
15,0
12,6
Vervoer (in km)
Woon-werkverkeer
9 542
9 175
Dienstritten
5 294
5 388
Papier- en waterverbruik
Papier (in ton)
0,17
0,14
Water (in m3
)
9,3
8,2
Emissie van broeikasgassen (in ton)
2,2
1,9

Onze medewerkers

Personeelstevredenheid is een belangrijke factor voor het aantrekken en behouden van gemotiveerde medewerkers. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Leuven Gent Management School en Great Place to Work® Institute behoorde KBC in 2011 opnieuw tot de tien beste werkgevers in België. KBC kreeg ook de award voor Lifelong Learning voor zijn opleidingsinspanningen. Daarnaast meet KBC zelf jaarlijks de tevredenheid van zijn medewerkers en onderneemt op basis van de resultaten gerichte acties.

Door het beloningsbeleid, afhankelijk van de nieuwe arbeidsmarktontwikkelingen, permanent te evalueren en bij te sturen, wil de groep de groeikansen van zijn medewerkers verbeteren en hen evenredig met hun prestaties belonen. KBC startte in 2011 in België met een grondige actualisering van zijn personeelsbeleid onder de noe-

mer HRinEvolution. Dit jaar werd werk gemaakt van het actualiseren van het functieclassificatiesysteem, van een vernieuwd beleid voor talentontwikkeling, van een groeipad voor nieuwe jonge kaderleden en van verdere alternatieve beloningsmogelijkheden. Een voorbeeld daarvan is het cafetariaplan, waarbij medewerkers de keuze krijgen tussen een pakket dat volledig uit loon bestaat of uit loon aangevuld met door de medewerker gekozen voordelen. In 2012 wordt het vernieuwde personeelsbeleid verder uitgerold naar de kaderleden. De groep heeft ook oog voor de mobiliteitsproblematiek van zijn medewerkers met onder meer projecten betreffende decentraal en thuiswerken, gratis pendelbussen tussen de stations en de hoofdkantoren, carpoolen, gebruik van fiets en openbaar vervoer, en een groen wagenpark.

De KBC-groep maakt in het personeelsstatuut, het selectie- en promotiebeleid en de evaluatiesystemen geen enkel onderscheid tussen geslacht, geloofsovertuiging, afkomst of seksuele geaardheid. De gelijke behandeling van personeelsleden is ook opgenomen in de KBC-Gedragslijn en is onderwerp van meerdere niet-discriminatiemanifesten en charters die KBC onderschreef.

De groep besteedt bijzonder veel aandacht aan opleiding en biedt dan ook een uitgebreid ontwikkelingsaanbod ten dienste van de werknemers. Het omvat een aantal opleidingsvormen die elkaar aanvullen en versterken, waaronder klassikaal leren, zelfstudie, e-leren, werkplekleren en mentoring. Ontwikkelingsnoden zijn ook een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse evaluatiegesprek tussen de medewerker en zijn leidinggevende.

KBC werkt nauw samen met de werknemersorganisaties door het overleg in de vergaderingen van de ondernemingsraad en zijn commissievergaderingen, in de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk en in de vergaderingen met de vakbondsafvaardiging. Het sociaal overleg resulteerde onder meer in cao's voor de periode 2012–2013 over koopkracht en werkgelegenheid. De Centraal- en Oost-Europese vestigingen nemen deel aan de Europese Ondernemingsraad.

In de tabel vindt u het totale personeelsbestand van de groep en een verdeling daarvan naar diverse criteria. In 2011 daalde het totale personeelsbestand van de groep verder tot 47 530 vte. In de totalen zijn de maatschappijen uitgesloten die per einde boekjaar onder IFRS 5 vielen (i.e. waarvoor een verkoopovereenkomst is getekend maar nog niet gefinaliseerd). U vindt bijkomende informatie over personeelskosten, aandelenopties voor het personeel en het gemiddelde personeelsbestand in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichtingen 12 en 13.

Personeelsbestand
van de KBC-groep 31-12-2010 31-12-2011
In vte* 50 494
(exclusief
KBL EPB)
47 530
(exclusief
KBL EPB, Fidea
en WARTA)
In procenten
België 35% 35%
Centraal- en Oost-Europa en Rusland 61% 60%
Rest van de wereld 4% 4%
Divisie België 23% 24%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 31% 33%
Divisie Merchantbanking 6% 6%
Divisie Gemeenschappelijke Diensten
en Operaties
17% 18%
Groepscenter
(geplande desinvesteringen)
23% 18%
Mannen 40% 41%
Vrouwen 60% 59%
Voltijders 84% 84%
Deeltijders 16% 16%
Gemiddelde leeftijd (in jaren) 40 40
Gemiddelde anciënniteit (in jaren) 11,5 11,6

* De opdeling in divisies is (ook retroactief) gewijzigd als gevolg van de aanpassing aan het strategische plan midden 2011.

De KBC-groep is hoofdzakelijk actief als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder, en is daardoor blootgesteld aan een aantal typische risico's en onzekerheden voor de sector, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico (inclusief landenrisico), interestrisico, wisselkoersrisico, liquiditeitsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, operationele risico's, risico ten aanzien van opkomende markten, wijzigingen in regelgeving, betwistingen van cliënten en de economie in het algemeen. Bovendien is de KBC-groep blootgesteld aan bedrijfsrisico's, waarbij zowel de macro-economische omgeving als de lopende herstructureringsplannen een negatieve invloed kunnen hebben op de waarde van de activa of bijkomende kosten kunnen genereren boven de verwachte niveaus. De activiteiten van een grote financiële groep zijn ook inherent blootgesteld aan andere risico's die pas achteraf duidelijk worden.

In dit hoofdstuk van het jaarverslag concentreren we ons op het risicobeleid van KBC en op de belangrijkste risico's die KBC loopt, namelijk het kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, verzekeringstechnisch risico, operationeel risico en de kapitaaltoereikendheid.

De informatie in dit hoofdstuk die deel uitmaakt van de IFRS-jaarrekening werd geauditeerd door de commissaris. Het betreft de volgende delen:

  • • Risicobeleid: volledig;
  • • Kredietrisico: de inleiding, Beheer van het kredietrisico, de tabel Krediet- en beleggingsportefeuille bankactiviteiten (gecontroleerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij de tabel), de tabellen betreffende de krediet- en beleggingsportefeuille van KBC Bank Ireland en K&H Bank, de tabel Andere kredietrisico's bankactiviteiten, de tabel Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep, de tabel Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse en het deel Overzicht van blootstelling aan overheidsobligaties (bank- en verzekeringsportefeuille samen);
  • • Marktrisico in niet-tradingactiviteiten: de inleiding, de delen Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten, Renterisico (met uitzondering van de tabellen Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep en Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten) en Wisselkoersrisico;
  • • Liquiditeitsrisico, Marktrisico in tradingactiviteiten en Verzekeringstechnisch risico: volledig;
  • • Kapitaaltoereikendheid: de inleiding, Beheer van de solvabiliteit, de tabellen in Solvabiliteit op groepsniveau en Solvabiliteit KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (gecontroleerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij die tabellen) en Economisch kapitaal (met uitzondering van de tabel).

Let wel:

  • • Tenzij anders vermeld zijn KBL EPB (in 2010 en 2011), Fidea (2011) en WARTA (2011), die volgens IFRS 5 worden beschouwd als groepen activa die worden afgestoten, niet opgenomen in de verschillende tabellen (maar worden ze apart vermeld in voetnoten) om consequent te blijven met hun weergave in de balans.
  • • Als gevolg van de wijziging van het strategische plan midden 2011 (zie hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel) is de uitsplitsing naar divisie van sommige cijfers met terugwerkende kracht aangepast om de vergelijkbaarheid te waarborgen.

Uitgebreide informatie over het waarde- en risicobeheer van KBC vindt u in het Risk Report 2011 op www.kbc.com

Risicobeleid

De belangrijkste kenmerken van het risicobeleidsmodel van KBC zijn:

  • • de Raad van Bestuur (bijgestaan door het Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC)) die jaarlijks de risicobereidheid bepaalt, de risico's bewaakt en indien nodig acties voorstelt. Meer informatie over de Raad van Bestuur en het ARCC vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur;
  • • een geïntegreerde architectuur rond het Directiecomité die risicobereidheid, strategie en het bepalen van performancedoelstellingen via kapitaalallocatie koppelt aan limieten en doelstellingen. Aangevuld met een bewakingsproces creëert dat de parameters voor de business om risico's te nemen binnen de algemene strategische keuzes en risicobereidheid van de groep;
  • • het Risico- en Kapitaaltoezichtcomité Groep (Group Risk and Capital Oversight Committee), het activiteitgebonden Asset-Liability Management Committee (ALCO), het Risicobeheercomité Groep (Group Risk Management Committee) en activiteitgebonden risicosubcomités die ervoor zorgen dat het Directiecomité zijn tijd optimaal kan benutten;

  • • één enkele, onafhankelijke, voor de hele groep bevoegde risicofunctie die de chief risk officer van de groep (CRO), lokale CRO's en groeps- en lokale risicofuncties omvat;

  • • risicobewuste commerciële managers die optreden als eerste verdedigingslinie voor een gezond risicobeheer binnen de groep. Risico en Compliance vormen de tweede verdedigingslinie en Interne Audit de derde.

Relevante risicobeheerorganen en controlefuncties:

  • • Groeps-Directiecomité:
  • doet voorstellen aan de Raad van Bestuur over de risico- en kapitaalstrategie en de risicobereidheid;
  • maakt afspraken over het kader voor risico- en kapitaalbeleid dat in de hele groep moet worden toegepast;
  • wijst kapitaal toe aan activiteiten om het risicogewogen rendement te maximaliseren;
  • bewaakt de voornaamste risicoblootstelling van de groep zodat die blijft overeenstemmen met de risicobereidheid.
  • • Risico- en Kapitaaltoezichtcomité Groep (Group Risk and Capital Oversight Committee, GRCOC):
  • bewaakt het geïntegreerde risicoprofiel om ervoor te zorgen dat risicolimieten en -bereidheid worden nageleefd en stelt aan het Groeps-Directiecomité maatregelen voor om de risicoblootstelling terug te dringen als die niet overeenstemt met de limieten of risicobereidheid;
  • verleent het Groeps-Directiecomité advies over alle beslissingen of aangelegenheden waarbij belangrijke risico's (mogelijk) een rol spelen en neemt autonoom beslissingen over minder belangrijke risico's;
  • De permanente leden van het comité zijn de Groeps-CRO en de Groeps-CFO, de algemeen directeurs van Waarde- en Risicobeheer Groep en Financiën Groep, de directeur Treasury Groep en de directeur Strategie Groep en senior businessmanagers.
  • Vier activiteitgebonden risicosubcomités (kredietverlening, trading, verzekeringen en interne controle) ondersteunen het GRCOC. In elk subcomité zit minstens een lid van het Groeps-Directiecomité en de Groeps-CRO treedt op als voorzitter. Naast leden van het Groeps-Directiecomité zitten in de subcomités de algemeen directeur van Waarde- en Risicobeheer Groep en de directeurs van de betrokken bedrijfsactiviteiten. De subcomités hebben beslissingsrechten gekregen.
  • • Risicobeheercomité Groep (Group Risk Management Committee):
  • bewaakt en verzekert de toereikendheid van het risico- en kapitaalbeheer en informeert het Groeps-Directiecomité over tekortkomingen en inefficiënties;
  • stelt aan het Groeps-Directiecomité belangrijke wijzigingen aan de risico- en kapitaalbeheerskaders voor en beslist autonoom over niet-essentiële wijzigingen aan die kaders;
  • beheert en bewaakt modelkaders en hun implementatie;
  • De permanente leden van dit comité zijn de Groeps-CRO, de algemeen directeur van Waarde- en Risicobeheer Groep en de lokale CRO's. De business wordt gehoord via de lokale CRO's of door de betrokken directeurs te raadplegen over alle onderwerpen en/ of kaders die een invloed hebben op hun activiteit.
  • • In de hele groep zijn lokale chief risk officers (LCRO's) aanwezig volgens een logische segmentatie op basis van entiteit en/of divisie. Een nauwe samenwerking met de business is verzekerd omdat ze deelnemen aan het lokale beslissingsproces. De onafhankelijkheid van de LCRO's is verzekerd door hun rechtstreekse rapportering aan de Groeps-CRO.
  • • De groepsrisicofunctie (Waarde- en Risicobeheer Groep). Die bewaakt, onder andere, risico's en kapitaal op groepsniveau, ontwikkelt risicomodellen (terwijl de businessmodellen worden ontwikkeld door de business), voert onafhankelijke (d.w.z. afzonderlijk van de medewerkers die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de modellen) waarderingen uit van alle ontwikkelde risico- en businessmodellen, ontwikkelt groepswijde beheerskaders, verzamelt waarschuwingen en observaties uit de groep voor het GRCOC, en geeft advies en rapporteert over kwesties die worden behandeld door het Groeps-Directiecomité en de risicocomités.
  • • Interne Audit Groep is verantwoordelijk voor de auditplanning en controleert dus of het kader voor risicobeheer in overeenstemming is met de wettelijke en reglementaire voorschriften, controleert de efficiëntie en effectiviteit van het risicobeheersysteem en de overeenstemming ervan met het risicobeheerskader en de manier waarop het lijnmanagement omgaat met risico's buiten dat formele kader.
  • • Het New and Active Product Process voert een soepele, maar robuuste en transparante procedure in voor het goedkeuren van nieuwe producten en het (regelmatig) herbekijken van de bestaande producten, waarbij commerciële overwegingen worden afgewogen tegen risico- en operationele overwegingen.

Kredietrisico

Kredietrisico is de potentiële negatieve afwijking ten opzichte van de verwachte waarde van een financieel instrument voortvloeiend uit de wanbetaling of wanprestatie door een contracterende partij (bijvoorbeeld een kredietnemer, garantieverstrekker, verzekeraar of herverzekeraar, tegenpartij in een professionele transactie of emittent van een schuldinstrument), als gevolg van de insolvabiliteit, het onvermogen of de betalings- of performanceonwil van die partij, of als gevolg van maatregelen van politieke of monetaire autoriteiten in een bepaald land (landenrisico). Kredietrisico omvat dus het wanbetalingsrisico en het landenrisico, maar ook het migratierisico, namelijk het risico van nadelige wijzigingen van kredietratings.

Beheer van het kredietrisico

Het kredietrisico wordt zowel op transactie- als op portefeuilleniveau beheerd. Het beheer op transactieniveau houdt in dat er degelijke processen, instrumenten en toepassingen bestaan om de risico's te identificeren en te meten voor en na de acceptatie van individuele kredietrisico's. Er worden limieten en machtigingen vastgelegd (op basis van parameters als internerisicoklasse, de aard van de tegenpartij) om het maximaal toegestane kredietrisico te bepalen en het niveau waarop acceptatiebeslissingen worden genomen. Het beheer op portefeuilleniveau omvat onder meer de periodieke meting en analyse van en rapportering over het kredietrisico dat is ingebed in de geconsolideerde krediet- en beleggingsportefeuille, de controle op de naleving van limieten, het stresstesten van kredietrisico in verschillende scenario's, het nemen van risicobeperkende maatregelen en de optimalisering van het algemene kredietrisicoprofiel.

Kredietrisicobeheer op transactieniveau

Er bestaan degelijke acceptatiebeleidslijnen en -procedures voor alle soorten van kredietrisico. De omschrijving hier is beperkt tot risico's verbonden aan klassieke bedrijfskredieten en aan kredietverlening aan particulieren, omdat die het grootste deel uitmaken van het kredietrisico van de groep.

Kredietverlening aan particulieren (zoals hypothecaire leningen) is onderworpen aan een gestandaardiseerd proces, waarbij de resultaten van scoremodellen een belangrijke rol spelen in de acceptatieprocedure. Kredietverlening aan bedrijven is onderworpen aan een meer geïntegreerd acceptatieproces waarbij rekening wordt gehouden met relatiebeheer, kredietacceptatiecomités (cfr. delegaties) en de resultaten van modellen.

Voor de meeste soorten kredietrisico wordt het toezicht in hoofdzaak gestuurd door de risicoklasse, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de Probability of Default (PD), of de kans op een in gebreke blijven, en de Loss Given Default (LGD), of het verwachte verlies in het geval dat een debiteur in gebreke blijft.

Om de risicoklasse te bepalen, heeft KBC diverse ratingmodellen ontwikkeld. Enerzijds om de kredietwaardigheid van debiteuren te meten en anderzijds om het verwachte verlies van de verschillende types van transacties in te schatten. Een aantal uniforme modellen wordt in de hele groep gebruikt (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, enz.), andere zijn ontwikkeld voor specifieke geografische markten (kmo's, particulieren, enz.) of types van transacties. In de hele groep wordt dezelfde interneratingschaal gebruikt.

De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van 1 (laagste risico) tot 9 (hoogste risico) voor de PD. Een debiteur die in gebreke is gebleven, krijgt een interne rating toegekend van PD 10 tot PD 12. PD-klasse 12 wordt toegekend als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis de terugneming van de waarborg beveelt. Klasse 11 omvat debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet beantwoorden aan de criteria van PD 12. PD-klasse 10 wordt toegekend aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die nog performing zijn en niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12.

Kredieten aan grote ondernemingen worden minimaal één keer per jaar herzien. Daarbij wordt minstens de interne rating geactualiseerd. Als de ratings niet tijdig worden geactualiseerd, wordt een kapitaaltoeslag in rekening gebracht. Kredieten aan kleinere en middelgrote ondernemingen worden vooral herzien op basis van risicosignalen (bijvoorbeeld een beduidende wijziging van de risicoklasse). Kredieten aan particulieren worden gezamenlijk herzien tijdens periodieke screenings.

Op kredieten aan debiteuren in gebreke in de PD-klassen 10, 11 en 12 (impaired kredieten) past KBC bijzondere waardeverminderingen toe op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Die schatting gebeurt op individuele basis (en voor kleinere kredietenfaciliteiten op statistische basis). Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier als een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).

Om te vermijden dat een debiteur die in financiële moeilijkheden verkeert uiteindelijk in gebreke blijft, kan worden beslist om zijn kredieten te herschikken. Een herschikking kan betekenen dat het contractuele aflossingsplan wordt gewijzigd, de rente- of provisiebetalingen worden verlaagd of uitgesteld, of een andere geschikte maatregel wordt getroffen. Eind 2011 maakten kredieten die werden herschikt om bijzondere waardeverminderingen te vermijden 2,6% uit van de totale kredietportefeuille (uitstaand bedrag), tegenover 2,5% eind 2010. Meer details daarover vindt u in het Risk Report 2011 op www.kbc.com.

Kredietrisicobeheer op portefeuilleniveau

Het toezicht op portefeuillebasis gebeurt onder meer met een kwartaalrapportering over de geconsolideerde kredietportefeuille om te verzekeren dat het kredietbeleid en de limieten worden nageleefd. Daarnaast worden de belangrijkste risicoconcentraties extra bewaakt op basis van periodieke en ad-hocrapporten. Er bestaan limieten op debiteur-, garantieverstrekker-, emittent- of tegenpartijniveau, op sectorniveau en voor specifieke activiteiten of geografische zones. Bovendien worden stresstests uitgevoerd op bepaalde soorten kredieten (zoals hypothecaire leningen), maar ook op de volledige kredietrisicoscope.

Terwijl sommige limieten nog zijn uitgedrukt in termen van gecontracteerde bedragen, worden ook concepten zoals verwacht verlies (Expected Loss) en verlies bij in gebreke blijven (Loss Given Default) gebruikt. Die concepten vormen, samen met de kans op een in gebreke blijven (Probability of Default) en het uitstaande risico bij een in gebreke blijven (Exposure at Default), de bouwstenen voor de berekening van de reglementaire kapitaalvereisten voor kredietrisico, aangezien KBC heeft geopteerd voor de Basel II Internal Rating Based (IRB)-benadering. Bijgevolg gebruiken de belangrijkste groepsentiteiten nu de IRB Foundation-benadering en zullen ze overstappen naar de IRB Advanced-benadering. Andere entiteiten bereiden zich nog voor op de IRB Foundation- en Advanced-benaderingen. De kleinere entiteiten zullen de standaardbenadering van Basel II blijven gebruiken.

Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten

Kredietrisico's doen zich voor in zowel de bank- als de verzekeringsactiviteiten van de groep. De kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, de beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten en overheidsobligaties, en de Ierse en Hongaarse portefeuilles van KBC worden meer gedetailleerd besproken in aparte delen verderop.

Wat de bankactiviteiten betreft, ligt het kredietrisico voornamelijk in de krediet- en beleggingsportefeuille, samengevat in de volgende tabel. Die portefeuille is voornamelijk het resultaat van pure, traditionele kredietactiviteiten. Hij omvat alle kredietverlening aan particulieren, zoals hypotheekleningen en consumentenkredieten, alle kredietverlening aan bedrijven, zoals (bevestigde en niet-bevestigde) bedrijfskapitaalfinancieringen, investeringskredieten, garantiekredieten en kredietderivaten (verkochte protectie) en alle niet-overheidseffecten in de beleggingsportefeuilles van de bankentiteiten van de groep. Andere kredietrisico's, zoals het tradingrisico (emittentenrisico), het tegenpartijrisico verbonden aan professionele transacties, internationale handelsfinanciering (documentair krediet, enz.) en overheidsobligaties zijn niet opgenomen in de tabel. Die elementen worden verderop apart beschreven.

De krediet- en beleggingsportefeuille zoals die in dit hoofdstuk is bepaald, verschilt sterk van de post Leningen en voorschotten aan cliënten, zoals vermeld in Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening (de post in die toelichting omvat bijvoorbeeld niet de leningen en voorschotten aan banken, de garantiekredieten en kredietderivaten, het niet-opgenomen gedeelte van kredieten en de bedrijfs- en bankobligaties, maar bevat wel repotransacties met niet-banken). De krediet- en beleggingsportefeuille wordt ingedeeld volgens verschillende criteria in de onderstaande tabel.

Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten
31-12-20105
31-12-20115
Totale kredietportefeuille (in miljarden euro)
Toegestaan bedrag
192,2
186,1
Uitstaand bedrag
161,3
155,9
Kredietportefeuille naar divisie (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)
België
31%
34%
Centraal- en Oost-Europa
18%
19%
Merchantbanking
36%
37%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen)
15%
10%
Totaal
100%
100%
Kredietportefeuille naar sector van de tegenpartij (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1
Particulieren
37%
36%
Financiële en verzekeringsdiensten
7%
6%
Overheden
3%
4%
Bedrijven
52%
54%
Niet-financiële diensten
10%
10%
Klein- en groothandel
8%
8%
Vastgoed
7%
7%
Bouw
5%
5%
Overige2
22%
23%
Totaal
100%
100%
Kredietportefeuille naar regio (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1
West-Europa
68%
68%
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland)
25%
25%
Noord-Amerika
4%
4%
Overige
3%
3%
Totaal
100%
100%
Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten (vervolg) 31-12-20105 31-12-20115
Kredietportefeuille naar risicoklasse (deel van de portefeuille, in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1, 3
PD 1 (laagste risico, kans op in gebreke blijven van 0,00% tot 0,10%) 25% 27%
PD 2 (0,10%–0,20%) 12% 12%
PD 3 (0,20%–0,40%) 18% 17%
PD 4 (0,40%–0,80%) 15% 15%
PD 5 (0,80%–1,60%) 11% 11%
PD 6 (1,60%–3,20%) 8% 7%
PD 7 (3,20%–6,40%) 6% 5%
PD 8 (6,40%–12,80%) 2% 2%
PD 9 (hoogste risico, ≥ 12,80%) 3% 3%
Totaal 100% 100%
Impaired kredieten4
(PD 10 + 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten)
Impaired kredieten 10 950 11 234
Bijzondere waardeverminderingen 4 696 4 870
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen (d.i. op basis van PD 1 tot 9) 353 371
Kredietkostenratio
Divisie België 0,15% 0,10%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 1,16% 1,59%
Tsjechië 0,75% 0,37%
Slowakije 0,96% 0,25%
Hongarije 1,98% 4,38%
Bulgarije 2,00% 14,73%
Divisie Merchantbanking 1,38% 1,36%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 1,17% 0,36%
Totaal 0,91% 0,83%6
Non-performing (NP) kredieten, PD 11 + 12 (in miljoenen euro of in procenten)
Uitstaand bedrag 6 551 7 580
Bijzondere waardeverminderingen voor non-performing kredieten 3 283 3 875
Non-performing ratio
Divisie België 1,5% 1,5%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 5,3% 5,6%
Divisie Merchantbanking 5,2% 7,8%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 5,8% 5,5%
Totaal 4,1% 4,9%
Dekkingsratio
[Bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 50% 51%
Totaal exclusief hypothecaire leningen 60% 62%
[Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten] /
[uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 77% 69%
Totaal exclusief hypothecaire leningen 96% 89%
Voor een definitie van de ratio's zie het Glossarium van gebruikte ratio's.

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris.

2 Individuele sectoraandelen niet groter dan 3%.

3 Interneratingschaal.

4 Cijfers wijken af van die in Toelichting 21 in het deel Geconsolideerde jaarrekening wegens verschillen in consolidatiekring.

5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Eind 2011 tekenden zij voor 3,1 miljard euro toegestane kredieten, waarvan 2,9 miljard euro uitstaand (3,1 miljard euro in 2010, waarvan 2,9 miljard euro uitstaand), voornamelijk in de sectoren Financiële en verzekeringsdiensten en Particulieren. De non-performing ratio van KBL EPB bedraagt 1,9% (4,0% in 2010), terwijl 68% van zijn portefeuille non-performing kredieten gedekt is door specifieke waardeverminderingen (93% in 2010).

6 Inclusief KBL EPB: 0,82%.

Voor de krediet- en beleggingsportefeuille in Ierland en Hongarije wordt hieronder bijkomende informatie gegeven, gezien de specifieke situatie op die markten.

KBC Bank Ireland (Ierland) – krediet- en beleggingsportefeuille1
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro)
17
17
Indeling naar krediettype
Woningkredieten
76%
77%
Kmo- en bedrijfskredieten
13%
12%
Vastgoedbelegging en vastgoedontwikkeling
11%
11%
Verdeling naar risicoklasse
Normaal performing (PD 1–9)
87%
78%
Impaired, maar nog performing (PD 10)
3%
4%
Impaired, non-performing (PD 11 + 12)
10%
18%
Kredietkostenratio2
2,98%
3,01%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)] /
[uitstaande non-performing kredieten]
42%
42%
Herschikte distressed kredieten3
9%
9%
K&H Bank (Hongarije) – krediet- en beleggingsportefeuille1
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro)
7
6
Indeling naar krediettype
Retailkredieten
53%
50%
Hypothecaire kredieten in vreemde valuta
35%
33%
Kmo- en bedrijfskredieten
47%
50%
Verdeling naar risicoklasse
Normaal performing (PD 1–9)
86%
88%
Impaired, maar nog performing (PD 10)
3%
2%
Impaired, non-performing (PD 11 + 12)
8%
10%
Zonder rating
3%
0%
Kredietkostenratio2
1,98%
4,38%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)] /
[uitstaande non-performing kredieten]
71%
77%
Herschikte distressed kredieten
6%
8%
31-12-2010 31-12-2011

1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten (d.i. exclusief onder meer overheidsobligaties).

2 Niet geauditeerd door de commissaris.

3 We schenken ook bijzondere aandacht aan herschikte distressed kredieten, d.w.z. kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden vermeden door opnieuw te onderhandelen over de voorwaarden. Daarnaast bieden KBC Ireland Homeloans-woningkredieten (zoals dat algemeen gangbaar is op de Ierse en Britse hypotheekmarkten) traditioneel aan cliënten de mogelijkheid om gedurende een beperkte periode alleen interest terug te betalen.

Voor K&H Bank is de historische portefeuille van hypothecaire kredieten in vreemde valuta een belangrijk aandachtspunt. Eind 2011 bedroeg die 1,9 miljard euro. Door een wijziging in de lokale wetgeving werd het mogelijk die hypotheekleningen volledig terug te betalen tegen een vaste wisselkoers die ongunstig is voor de bank. Bijgevolg werd in 2011 een bijkomende waardevermindering van 173 miljoen euro geboekt (95 miljoen euro voor verliezen geleden in 2011 en de rest voor toekomstige verliezen).

Naast de kredietrisico's verbonden aan de krediet- en beleggingsportefeuille zijn er ook kredietrisico's verbonden aan andere bankactiviteiten. De belangrijkste zijn:

Commerciële transacties op korte termijn. Deze activiteit betreft de financiering van export of import (documentaire kredieten, preexport- en post-importfinancieringen, enz.) en brengt alleen risico's tegenover financiële instellingen met zich mee. Het risicobeheer met betrekking tot deze activiteit gebeurt op basis van limieten per financiële instelling en per land of landengroep.

Effecten in de tradingportefeuille. Deze effecten houden een emittentenrisico in (potentieel verlies als gevolg van wanbetaling door de emittent). De blootstelling aan dat risico wordt gemeten op basis van de marktwaarde van het effect. Het emittentenrisico wordt beperkt door het gebruik van limieten, zowel per emittent als per ratingklasse. De blootstelling aan effecten met activa als onderpand (Asset Backed Securities) en CDO's (Collateralised Debt Obligations) in de tradingportefeuille is niet opgenomen in de cijfers in de tabel, maar wordt afzonderlijk gerapporteerd (zie Overzicht van de uitstaande positie in gestructureerde kredieten).

Professionele transacties (plaatsingen bij professionele tegenpartijen en verhandeling van derivaten). Die transacties brengen tegenpartijrisico met zich mee. De in de tabel weergegeven bedragen zijn de presettlementrisico's van de groep, gemeten als de som van de (positieve) huidige vervangingswaarde (mark-to-market) van een transactie en de toepasselijke toeslag (add-on). De risico's worden beperkt door het gebruik van limieten per tegenpartij. Er wordt ook gebruikgemaakt van close-out netting en zekerheden. Financiële zekerheden worden alleen in aanmerking genomen als de betrokken activa worden beschouwd als risicobeperkend voor berekeningen van het reglementaire kapitaal (Basel II).

Overheidseffecten in de beleggingsportefeuille van bankentiteiten. De risicopositie ten aanzien van overheden wordt gemeten in termen van nominale en boekwaarde en heeft in hoofdzaak betrekking op EU-overheden (in het bijzonder België). Er zijn limieten vastgelegd voor posities in overheidsobligaties van niet-thuislanden. Die werden aangevuld met waarschuwingssignalen voor de posities in overheidsobligaties van thuislanden (d.w.z. blootstelling aan België en de kernlanden in Centraal- en Oost-Europa). Die signalen worden vanaf 2012 evenwel eveneens vervangen door limieten. Meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties voor banken verzekeringsactiviteiten samen geven we in een aparte paragraaf verderop.

Andere kredietrisico's, bankactiviteiten1 (in miljarden euro) 31-12-2010 31-12-2011
Commerciële transacties op korte termijn 2,5 2,8
Emittentenrisico2 0,4 0,3
Tegenpartijrisico van professionele transacties3 12,7 11,6
Overheidsobligaties in de beleggingsportefeuille 49,1 34,1

1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Hun blootstelling aan het emittentenrisico bedraagt ongeveer 0,8 miljard euro (0,13 miljard euro in 2010) en hun tegenpartijrisico bedraagt meer dan 1,6 miljard euro (meer dan 1 miljard euro in 2010). Ze hebben ook ongeveer 1,9 miljard euro aan overheidsobligaties in hun beleggingsportefeuilles (1,8 miljard euro in 2010).

2 Exclusief OESO-overheidsobligaties met rating A- of hoger.

3 Na aftrek van ontvangen zekerheden en uitkeringen voor netting.

Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten

Voor de verzekeringsactiviteiten liggen de kredietrisico's vooral op het vlak van de beleggingsportefeuille (emittenten van schuldinstrumenten) en de herverzekeraars. Er zijn richtlijnen vastgelegd om het kredietrisico in de beleggingsportefeuille te beheersen, bijvoorbeeld met betrekking tot de portefeuillesamenstelling en de ratings. De tabel geeft een overzicht van de totale beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de groep.

Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep1 (in miljoenen euro, marktwaarde)
Per balanspost 31-12-20105 31-12-20115
Effecten 22 677 18 447
Obligaties en soortgelijke effecten 21 139 17 490
Aangehouden tot einde looptijd 3 483 3 518
Voor verkoop beschikbaar 17 448 13 912
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening
en aangehouden voor handelsdoeleinden
136 49
Als leningen en vorderingen 72 9
Aandelen en soortgelijke 1 534 948
Voor verkoop beschikbaar 1 531 946
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening
en aangehouden voor handelsdoeleinden
3 2
Overige 4 8
Leningen en voorschotten aan banken 87 20
Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 566 381
Beleggingscontracten, tak 232 7 329 7 652
Overige 298 326
Totaal 30 957 26 824
Details over obligaties en soortgelijke effecten
Naar rating3, 4
Investment grade 97% 98%
Non-investment grade 0% 1%
Zonder rating 3% 1%
Totaal 100% 100%
Naar sector3
Overheden 66% 66%
Financiële instellingen 18% 23%
Overige 16% 11%
Totaal 100% 100%
Naar munt3
Euro 92% 94%
Andere Europese munten 8% 5%
Amerikaanse dollar 0% 0%
Totaal 100% 100%
Naar restlooptijd3
Maximaal 1 jaar 7% 8%
Tussen 1 en 3 jaar 22% 22%
Tussen 3 en 5 jaar 20% 14%
Tussen 5 en 10 jaar 34% 34%
Meer dan 10 jaar 16% 21%
Totaal 100% 100%

1 De totale boekwaarde bedroeg 26 613 miljoen euro per einde 2011 (exclusief VITIS Life, Fidea en WARTA) en 30 732 miljoen euro per einde 2010 (exclusief VITIS Life).

2 Deze post vertegenwoordigt de actiefzijde van tak 23-producten en wordt volledig gespiegeld aan de passiefzijde. Er is geen kredietrisico voor KBC Verzekeringen.

3 Exclusief beleggingen verbonden aan tak 23-levensverzekeringen. In bepaalde gevallen gebaseerd op extrapolaties en schattingen.

4 Externeratingschaal.

5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. In 2011 bedroegen hun beleggingsportefeuilles 6,5 miljard euro (2,2 miljard euro voor VITIS Life, 3,1 miljard euro voor Fidea en 1,2 miljard euro voor WARTA), tegenover 2,3 miljard euro in 2010 (heeft alleen betrekking op de beleggingsportefeuille van VITIS Life). Sinds het jaarverslag 2010 is de scope gewijzigd en daarom zijn de bedragen voor 2010 aangepast (intercompanytransacties met bank- en verzekeringsentiteiten werden uit de cijfers voor 2011 gefilterd (in 2010 werden alleen intercompanytransacties met verzekeringsentiteiten uitgesloten)).

KBC staat ook bloot aan een kredietrisico ten aanzien van (her)verzekeraars, aangezien die in gebreke zouden kunnen blijven voor hun verplichtingen die voortvloeien uit met KBC gesloten (her)verzekeringscontracten. Dat type van kredietrisico wordt onder meer gemeten via een nominale benadering (het maximale verlies) en het verwachte verlies. Er gelden naamconcentratielimieten. De PD, en bij uitbreiding het verwachte verlies, wordt berekend op basis van de interne of externe ratings. De Exposure at Default wordt bepaald door de nettoschadereserves en de premies op te tellen, en het Loss Given Default (LGD)-percentage is vastgesteld op 50%.

Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse1 EAD EL EAD EL
Exposure at Default (EAD) en verwacht verlies (EL)2 (in miljoenen euro) 2010 2010 2011 2011
AAA tot en met A- 423 0,07 309 0,06
BBB+ tot en met BB- 137 0,13 150 0,17
Lager dan BB- 0 0,00 0 0
Zonder rating 15 0,34 5 0,10
Totaal 576 0,54 463 0,33

1 Op basis van interne ratings, indien beschikbaar. Anders op basis van in externe ratings.

2 EAD-gegevens zijn geauditeerd, EL-gegevens zijn niet geauditeerd.

Overzicht van blootstelling aan overheidsobligaties (bank- en verzekeringsportefeuille samen)

De groep heeft een belangrijke portefeuille overheidsobligaties, voornamelijk als gevolg van zijn aanzienlijke liquiditeitsoverschot en de herbelegging van verzekeringsreserves in vastrentende instrumenten. In de onderstaande tabel geven we een uitsplitsing per land.

Overzicht blootstelling aan overheidsobligaties per einde 2011, boekwaarde1 (in miljarden euro)
Totaal Verdeling naar restlooptijd
Voor
verkoop
Aange
houden
tot einde
Bank- en verzekeringsportefeuille
Gewaar
deerd tegen
reële waarde
met verwer
king van
waardever
minderingen
in de winst
en-verlies
Leningen en Aange
houden
voor han
delsdoel
einden
Totaal Ter ver
gelijking:
totaal per
einde 2010
Bedragen
met
vervaldag
in 2012
Bedragen
met
vervaldag
in 2013
Bedragen
met
vervaldag
in 2014 en
later
beschikbaar looptijd rekening vorderingen
PIIGS-landen
Griekenland 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2 0,6 0,1 0,0 0,1
Portugal 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0 0,1 0,3 0,0 0,0 0,1
Spanje 1,7 0,2 0,0 0,0 0,0 1,9 2,3 0,5 0,4 1,0
Italië 1,6 0,4 0,0 0,0 0,0 2,1 6,6 0,2 0,3 1,5
Ierland
KBC-thuislanden
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,4 0,5 0,0 0,0 0,4
België 17,7 1,7 3,2 0,0 0,3 22,9 28,6 1,6 4,0 17,4
Tsjechië 2,1 5,3 0,2 0,0 0,9 8,6 9,7 0,6 0,6 7,3
Hongarije 0,5 1,3 0,1 0,2 0,2 2,2 3,3 0,3 0,6 1,4
Slowakije 0,6 0,6 0,0 0,0 0,1 1,3 1,8 0,1 0,2 1,0
Bulgarije 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,0 0,0 0,1
Andere landen
Frankrijk 2,1 1,4 0,0 0,0 0,0 3,4 3,3 0,2 0,2 3,0
Polen 1,9 0,9 0,0 0,1 0,0 2,8 3,8 0,4 0,4 2,0
Duitsland 0,9 0,3 0,0 0,0 1,0 2,1 2,5 0,7 0,2 1,2
Oostenrijk 0,3 0,5 0,0 0,0 0,0 0,8 0,9 0,2 0,1 0,6
Nederland 0,5 0,2 0,0 0,0 0,0 0,7 0,9 0,1 0,0 0,6
Finland 0,2 0,1 0,0 0,0 0,0 0,3 0,4 0,0 0,0 0,3
Overige2 2,3 0,5 0,1 0,0 0,4 3,3 4,1 1,4 0,1 1,8
Totaal 32,7 13,8 3,6 0,3 3,1 53,5 69,7 6,5 7,3 39,7

1 Inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten (Fidea, KBL EPB en WARTA, samen goed voor 4 miljard euro per einde 2011 en 1,6 miljard euro (KBL EPB alleen) per einde 2010). Met uitsluiting van blootstelling aan supranationale entiteiten van geselecteerde landen. De cijfers van 2010 werden aangepast van gecontracteerde bedragen naar boekwaarde om de huidige situatie beter te weerspiegelen.

2 Som van landen met een individuele blootstelling van minder dan 0,5 miljard euro per einde 2011.

De turbulentie op de markt voor overheidsobligaties heeft geen relevante invloed gehad op de liquiditeitspositie en strategie van KBC.

Vanaf het tweede kwartaal van 2011 besliste KBC dat er voor de Griekse overheidsobligaties waardeverminderingen moesten worden geboekt. Als gevolg van de daling van de verhandelde volumes in het derde kwartaal van 2011 besliste KBC dat een niveau 1-classificatie voor die instrumenten niet langer gepast was. Toch was het nog altijd mogelijk de reële waarde van die obligaties te bepalen aan de hand van waarneembare parameters. Daarom herklasseerde KBC zijn portefeuille Griekse overheidsobligaties (boekwaarde van 0,3 miljard euro op 30 september 2011) van niveau 1 naar niveau 2 (zie Toelichting 25 in het deel Geconsolideerde jaarrekening voor meer informatie).

Voor het boekjaar 2011 werden in totaal de volgende waardeverminderingen geboekt op Griekse overheidsobligaties:

  • • Voor de portefeuille voor verkoop beschikbaar werd de waardevermindering berekend als het verschil tussen de geamortiseerde kostprijs en de reële waarde per einde 2011. Dat leidde tot een bijzondere waardevermindering van 330 miljoen euro (vóór belastingen) die werd opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
  • • Voor de portefeuille tot einde looptijd aangehouden werd de waardevermindering berekend als het verschil tussen de geamortiseerde kostprijs en de reële waarde per einde 2011. Dat leidde tot een bijzondere waardevermindering van 71 miljoen euro (vóór belastingen) die werd opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
  • • In totaal bedroeg de boekwaarde van Griekse overheidsobligaties op 31 december 2011 gemiddeld 29% van de nominale waarde van die obligaties in de portefeuilles voor verkoop beschikbaar en tot einde looptijd aangehouden.
  • • De obligaties in de portefeuilles gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden werden al geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, zodat er geen bijkomende aanpassing nodig was.

Er werden geen waardeverminderingen geboekt op de overheidsobligaties van andere Europese landen, omdat er op dat ogenblik geen bewijs was dat de toekomstige kasstromen van die effecten negatief beïnvloed zouden worden.

Over het boekjaar 2011 heeft KBC een totaal bedrag van -201 miljoen euro aan reëlewaardeveranderingen geboekt in de winst-enverliesrekening voor overheidsobligaties gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening (-114 miljoen euro voor Italië, -81 miljoen euro voor Griekenland, 14 miljoen euro voor Spanje, 6 miljoen euro voor Portugal en -23 miljoen euro voor België). KBC boekte ook een gerealiseerd resultaat van -55 miljoen euro op de verkoop van voor verkoop beschikbare overheidsobligaties en -12 miljoen euro op de verkoop van tot einde looptijd aangehouden overheidsobligaties. Op 31 december 2011 omvatten de boekwaarden van voor verkoop beschikbare overheidsobligaties een negatieve herwaardering. Dat effect bedroeg in totaal -162 miljoen euro (na belastingen) en werd opgenomen in de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa (-95 miljoen euro voor Italië, -23 miljoen euro voor Portugal, -53 miljoen euro voor Spanje, -22 miljoen euro voor Ierland, -46 miljoen euro voor Hongarije, en 76 miljoen euro voor België).

De volgende tabel geeft informatie over de gevoeligheidsanalyse voor de portefeuille overheidsobligaties.

Invloed van een parallelle stijging van de rentecurves van
overheidsobligaties met 10 basispunten (31-12-2011)
(in miljoenen euro)
Impact op eigen
vermogen
Impact op winst-en
verliesrekening
Gewogen gemiddelde
duration (in jaren)
Totaal -123 -14 4,7
Waarvan België -74 -13 4,4

* Impact werd grotendeels ongedaan gemaakt, omdat de meeste overheidsobligaties Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening werden gebruikt ter afdekking van het mark-to-marking effect van renteswaps.

Overzicht van de uitstaande positie in gestructureerde kredieten (bank- (inclusief KBL EPB) en verzekeringsportefeuille samen)

In het verleden was KBC actief in het domein van gestructureerde krediettransacties en investeerde het ook zelf in dergelijke gestructureerde kredietproducten.

  • • KBC trad (via zijn dochteronderneming KBC Financial Products) op als originator door CDO-transacties (op basis van activa van derden) voor zichzelf of voor derde beleggers te structureren. Voor verscheidene transacties werd bescherming gekocht van MBIA, een Amerikaanse monolineverzekeraar (Afgedekt risico m.b.t. CDO's in de tabel).
  • • KBC belegde in gestructureerde kredietproducten, zowel in CDO's (notes en super senior-tranches) grotendeels door KBC zelf uitgegeven (Niet-afgedekt risico m.b.t. CDO's in de tabel) als in andere ABS'en (Risico m.b.t. andere ABS'en in de tabel). Het voornaamste doel toen was de spreiding van het risico en verbetering van het rendement van de herbelegging van de verzekeringsreserves en bankdeposito's die niet werden aangewend voor kredietverlening.

De gerapporteerde cijfers zijn exclusief alle vervallen, ontbonden en stopgezette CDO's.

Beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten (CDO's en andere ABS'en)* (in miljarden euro) 31-12-2010 31-12-2011
Totaal nominaal bedrag 27,2 20,4
Afgedekt risico ten aanzien van CDO's 14,9 10,9
Niet-afgedekt CDO-risico 7,7 6,4
Risico ten aanzien van andere ABS'en 4,7 3,1
Cumulatieve waardeaanpassingen* (medio 2007 tot nu) -6,3 -5,5
Waarvan waardeaanpassingen -5,2 -4,5
Voor niet-afgedekt CDO-risico -4,2 -4,1
Voor risico ten aanzien van andere ABS'en -1,0 -0,4
Waarvan waardeaanpassingen m.b.t. dekking MBIA -1,2 -1,0

* De waardeaanpassingen op de CDO's van KBC worden verwerkt via de winst-en-verliesrekening (in plaats van rechtstreeks via het eigen vermogen), omdat de CDO's van de groep grotendeels synthetisch van aard zijn (dat betekent dat de onderliggende activa afgeleide producten zijn, zoals credit default swaps op bedrijven). Het synthetische karakter is ook de reden waarom de CDO's van KBC niet in aanmerking komen voor boekhoudkundige herklassering volgens IFRS om hun invloed op de resultaten te neutraliseren.

In 2011 was er een daling van de totale nominale bedragen met 6,8 miljard euro, voornamelijk als gevolg van:

  • • het vervallen van de CDO Chiswell (-1,4 miljard euro afgedekt CDO-risico en -0,2 miljard euro niet-afgedekt CDO-risico);
  • • de verkoop van de CDO Avebury (-0,5 miljard euro niet-afgedekt CDO-risico);
  • • het ontbinden van de CDO Lancaster (-0,4 miljard euro afgedekt CDO-risico, gegarandeerd door Channel, en -0,1 miljard euro niet-afgedekt CDO-risico);
  • • de vervroegde stopzetting van de CDO Fulham Road (-1,7 miljard euro afgedekt risico en -0,3 miljard euro niet-afgedekt CDO-risico);
  • • de verkoop van de positie in de CDO Wadsworth (-0,5 miljard euro afgedekt CDO-risico);
  • • de verkoop van de onderliggende ABS-activa voor de vervallen CDO's Aldersgate en Chiswell (-0,3 miljard euro);

• de verkoop van afgewaardeerde activa in de voormalige Atomium-portefeuille, samen met enkele kleinere verkopen, afschrijvingen en vooruitbetalingen (-1,4 miljard euro risico ten aanzien van andere ABS'en en CDO's).

Intussen bouwt KBC zijn risico's ten aanzien van CDO's en gestructureerde kredieten verder af, zoals blijkt uit de collaps (i.e. de-risking) van twee CDO's in januari 2012. Meer informatie daarover vindt u onder Toelichting 48 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Sinds hun aanvang tot 9 januari 2012 ondergingen de open CDO-posities die KBC in portefeuille heeft als gevolg van geclaimde kredietgebeurtenissen een nettoverlies in de lagere tranches van de CDO-structuur voor een totaal bedrag van -2,1 miljard euro. Daarvan werd voor 1,8 miljard euro aan kredietgebeurtenissen afgewikkeld (settled credit events). Die hebben geen verdere invloed gehad op de winst-en verliesrekening, omdat voor die CDO-tranches in het verleden al een volledige afwaardering in de winst-en verliesrekening werd geboekt.

Afgedekt risico met betrekking tot CDO's

Zoals hierboven vermeld, kocht KBC van MBIA kredietbescherming voor een groot deel van het (super senior) CDO-gerelateerde risico waarvoor het als originator optrad. In februari 2009 maakte MBIA een herstructureringsplan bekend, met onder meer een afsplitsing van waardevolle activa, waardoor zijn kredietwaardigheid fors afnam. Door de verhoging van de marktwaarde van de onderliggende swap en het hogere tegenpartijrisico zag KBC zich verplicht belangrijke additionele negatieve waardeaanpassingen te boeken. Naar aanleiding van dat herstructureringsplan begonnen KBC en andere instellingen een rechtszaak tegen MBIA. KBC bereikte een buitengerechtelijke schikking met MBIA en liet op 6 september 2011 zijn klacht vallen. Dat heeft evenwel geen invloed op de bescherming die het van MBIA kocht voor de nog uitstaande CDO's.

Bovendien is het resterende risico verbonden aan de verzekeringsdekking van MBIA sterk verminderd, omdat het vervat is in de garantieovereenkomst die op 14 mei 2009 werd bereikt met de Belgische staat. Op 31 december 2011 had die overeenkomst betrekking op een nominale waarde van 13,9 miljard euro, waarvan 10,9 miljard euro betrekking heeft op het risico verzekerd door MBIA. De resterende 3 miljard euro die is vervat in de overeenkomst met de Belgische staat heeft betrekking op het niet-afgedekte gedeelte. Van die portefeuille (d.w.z. het CDO-risico waarvoor geen kredietbescherming werd gekocht van MBIA) zitten de super senior-activa eveneens vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat. Meer details daarover vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.

Details over het afgedekte risico ten aanzien van CDO's (verzekering van CDO-gerelateerde risico's door MBIA)

(in miljarden euro) 31-12-2010 31-12-2011
Totaal verzekerd bedrag (gecontracteerd bedrag van super senior-swaps)1
MBIA 14,4 10,9
Channel 0,4 0,0
Invloed van afgewikkelde kredietgebeurtenissen2 -0,3 -0,2
Details over verzekeringsdekking MBIA
Reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking
(gemodelleerde vervangingswaarde, rekening houdend met de garantieovereenkomst)
1,7 1,4
Waardeaanpassing m.b.t. tegenpartijrisico, MBIA -1,2 -1,0
(In procenten van de reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking) 70% 70%

1 Het door MBIA verzekerde bedrag is vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat (14 mei 2009).

2 Tot 9 januari 2012.

Details over de onderliggende activa van de CDO's en ABS'en

Details over de onderliggende activa van de CDO's en ABS'en vindt u in het Risk Report 2011 (beschikbaar op www.kbc.com).

Marktrisico in niet-tradingactiviteiten

Het beheersproces van de structurele marktrisico's die KBC loopt (zoals het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, wisselkoersrisico en inflatierisico) wordt Asset-Liability Management (ALM) genoemd.

Met structurele risico's worden alle risico's bedoeld die inherent deel uitmaken van de commerciële activiteit van KBC of de langetermijnposities aangehouden door de groep (bank en verzekeraar). De tradingactiviteiten vallen daar dus niet onder. De structurele risico's kunnen ook worden omschreven als de combinatie van:

  • • onevenwichtigheden in de bankactiviteiten verbonden aan het aantrekken van werkmiddelen door het kantorennetwerk en de aanwending ervan (via onder meer kredietverlening);
  • • onevenwichtigheden in de verzekeringsactiviteiten tussen de verplichtingen in het Leven- en Niet-levenbedrijf en de ter afdekking daarvan aangehouden beleggingsportefeuilles;
  • • de risico's verbonden aan het aanhouden van een beleggingsportefeuille ter herbelegging van het eigen vermogen;
  • • de structurele wisselkoerspositie die voortvloeit uit de activiteiten in het buitenland (participaties in vreemde valuta, geboekte resultaten van buitenlandse vestigingen, wisselrisico gekoppeld aan de valutaonevenwichtigheid tussen verplichtingen en beleggingen bij de verzekeraar).

Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten

Het marktrisico in niet-tradingactiviteiten wordt beheerd door het ALCO, ondersteund door Treasury Groep, dat optreedt als eerste verdedigingslinie voor die activiteit. De tweede verdedigingslinie, namelijk risicocontrole, is de verantwoordelijkheid van een team binnen Waarde- en Risicobeheer Groep. Dat team ondersteunt het GRCOC en het Groeps-Directiecomité met advies en rapporten. Soortgelijke teams bestaan ook binnen de verschillende divisies.

Treasury Groep ontwikkelt en implementeert de ALM-strategieën die zijn goedgekeurd door het ALCO, binnen de grenzen van het ALM-risicobeheerskader dat werd ontwikkeld door Waarde- en Risicobeheer Groep.

De belangrijkste elementen van het ALM-risicobeheerskader binnen KBC zijn:

  • • de focus op economische waarde als hoeksteen van het ALM-beleid, met daarnaast aandacht voor maatstaven als inkomsten, solvabiliteit en liquiditeit;
  • • het gebruik van een uniforme ALM-meetmethodologie voor bank- en verzekeringsactiviteiten, gebaseerd op reëlewaardemodellen die een raming bieden van de waarde van een productgroep in verschillende marktscenario's en die worden vertaald in replicating portfolios (combinaties van marktinstrumenten die het mogelijk maken de betrokken productgroepen af te dekken met het minste risico);
  • • het gebruik van een Value-at-Risk(VAR)-meetmethode voor de verschillende risicocategorieën binnen de hele groep in het kader van de risicobudgettering en -begrenzing. Die VAR meet het maximale verlies dat kan optreden over een tijdshorizon van een jaar met een bepaald betrouwbaarheidsniveau als gevolg van rentebewegingen en andere marktwaardeschommelingen;
  • • de bepaling van een ALM-VAR-limiet op groepsniveau en de verdeling van die limiet in verschillende risicosoorten en entiteiten;
  • • het gebruik van de VAR, die berekend wordt op basis van reëlewaardemodellen voor niet-looptijdgebonden producten, rekening houdend met verschillende in de portefeuille ingebedde opties en garanties;
  • • VAR wordt aangevuld met andere risicomeetmethodes, zoals Basis-Point-Value (BPV), nominale bedragen, enz.

Marktrisico in niet-tradingactiviteiten van de KBC-groep, verdeling naar risicocategorie

(VAR 99%, 1 jaar tijdshorizon, marginale contributie van verschillende risicosoorten in de VAR)1
(in miljarden euro) 31-12-2010 31-12-2011
Renterisico 0,90 0,67
Aandelenrisico 0,57 0,19
Vastgoedrisico 0,10 0,06
Andere risico's2 0,11 0,05
Totaal gediversifieerde VAR (groep) 1,68 0,96

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. De VAR in deze tabel houdt nog geen rekening met de volgende (belangrijke) risico's: corporate credit spread, sovereign credit spread en cyclische voorafbetalingsopties ingebed in hypothecaire kredieten. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Hun invloed op de AML-VAR van de groep bedroeg eind 2010 90 miljoen euro en eind 2011 89 miljoen euro.

2 Wisselkoersrisico en inflatierisico.

Renterisico

KBC hanteert twee hoofdtechnieken om renterisico's te meten, namelijk 10 BPV en de al vermelde VAR. De 10 BPV geeft de waardeverandering van de portefeuille weer bij een stijging van de rentevoeten over de volledige curve met tien basispunten (negatieve cijfers wijzen op een daling van de waarde van de portefeuille). 10 BPV-limieten worden zo bepaald dat de renteposities samen met de overige structurele risico's (aandelen, vastgoed, enz.) binnen de totale VAR-limieten blijven. Daarnaast worden ook technieken gehanteerd zoals rentevoetgevoeligheidsanalyse (gap analysis), durationbenadering, scenarioanalyse en stresstesting (zowel vanuit een economischewaardeperspectief als vanuit inkomstenperspectief).

Over de IFRS-gevoeligheid van de hele groep aan schommelingen van rentevoeten wordt eveneens regelmatig verslag uitgebracht, zowel voor de bank- als de verzekeringsactiviteiten. De tabel illustreert de invloed van een stijging van de rentecurve met 100 basispunten, rekening houdend met de posities op de datum van verslaggeving.

Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep1

Invloed op de nettowinst, IFRS Invloed op de waarde2
(in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Verzekeringsactiviteiten -5 -8 -67 55
Bankactiviteiten -56 -27 -504 -315
Totaal -61 -35 -572 -260

1 Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn niet opgenomen. Een stijging van de rentecurve met 100 basispunten zou een erg beperkte invloed hebben op de nettowinst van die entiteiten (-0,6 miljoen euro) en de invloed op de marktwaarde zou -25 miljoen euro bedragen (in 2010 waren die bedragen respectievelijk -0,65 miljoen euro en -23 miljoen euro).

2 Volledige marktwaarde, ongeacht de boekhoudkundige categorie of waardeverminderingsregels.

Bankactiviteiten

De ALM-renteposities van de bankentiteiten worden beheerd op basis van een marktgerichte interne prijsstelling voor looptijdgebonden producten en een replicating portfolio-techniek, op dynamische basis herzien, voor de niet-looptijdgebonden producten (bijvoorbeeld zicht- en spaarrekeningen).

De bank houdt voornamelijk renteposities aan via overheidsobligaties, gericht op het verwerven van rente-inkomsten, zowel in de obligatieportefeuille die dient ter herbelegging van het eigen vermogen als in een op korte termijn gefinancierde obligatieportefeuille.

De tabel illustreert het renterisico van de bank op basis van de 10 BPV.

BPV (10 basispunten) van het ALM-boek, bankactiviteiten*

(in miljoenen euro) 2010 2011
Gemiddelde 1kw -63 -61
Gemiddelde 2kw -68 -62
Gemiddelde 3kw -69 -58
Gemiddelde 4kw -62 -45
Op 31 december -55 -40
Maximum in jaar -69 -65
Minimum in jaar -55 -40

* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten (als die entiteiten worden meegerekend, zou dat een totale BPV voor de bankactiviteiten geven van -57 miljoen euro per einde 2010 en -34 miljoen euro per einde 2011).

Conform Basel II wordt regelmatig een 200 basispunten-stresstest uitgevoerd. Die zet het gehele renterisico van de bankportefeuille (bij een parallelle beweging van de rente met 2%) af tegen het totale eigen vermogen. Voor de bankportefeuille op KBC-groepsniveau (exclusief KBL EPB) bedroeg dat risico 11% van het totale eigen vermogen op 31 december 2011 (ruim onder de drempel van 20%, vanaf waar een bank wordt beschouwd als outlier bank, met een hoger reglementair kapitaalbeslag als mogelijk gevolg).

De volgende tabel toont de renterisicogap van de ALM-bankportefeuille. Om de renterisicogap te bepalen, wordt de boekwaarde van activa (positief bedrag) en passiva (negatief bedrag) ingedeeld volgens de eerste renteherprijzingsdatum of vervaldag, om de lengte te kennen van de periode waarvoor de rente vast is. Derivaten, die hoofdzakelijk worden gebruikt om het risico als gevolg van schommelingen van rentevoeten te beperken, werden mee opgenomen volgens hun nominale bedrag en herprijzingsdatum.

Renterisicogap ALM-boek (inclusief derivaten), bankactiviteiten*

1-3 3-12 Niet-rente
(in miljoenen euro) ≤ 1 maand maanden maanden 1-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar dragend Totaal
31-12-2010 -5 116 -558 626 1 513 5 226 3 852 -5 542 0
31-12-2011 -8 138 3 220 2 563 7 107 2 822 2 900 -10 474 0
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (de cijfers voor die entiteiten vermelden we hieronder).
31-12-2010 -140 55 88 528 140 18 -689 0
31-12-2011 -114 43 125 580 129 15 -777 0

De renterisicogap toont dat de KBC-groep een algemene longpositie heeft inzake renterisico. Activa hebben typisch een langere looptijd dan passiva, wat betekent dat de nettorente-inkomsten van KBC baat hebben bij een normale rentecurve. De economische waarde van de KBC-groep is voornamelijk gevoelig voor bewegingen aan het langere eind van de rentecurve.

Verzekeringsactiviteiten

Wat de verzekeringsactiviteiten van de groep betreft, worden de vastrentende beleggingen voor de Niet-levenreserves belegd in overeenstemming met de verwachte uitbetalingspatronen voor claims, op basis van uitgebreide actuariële analyses.

De tak 21-Levenactiviteiten combineren een rentegarantie met een discretionaire, door de verzekeringsmaatschappij te bepalen, winstdeling. De belangrijkste risico's waaraan de verzekeraar in dat soort activiteiten is blootgesteld, zijn het lagerenterisico (het risico dat de beleggingsopbrengst beneden het gegarandeerde renteniveau zakt) en het risico dat de beleggingsopbrengst niet volstaat om een concurrerende winstdeling te verzekeren. Het lagerenterisico wordt beheerd via een politiek van cash-flow matching, toegepast op het deel van de Levenportefeuilles dat door vastrentende effecten wordt gedekt.

Tak 23-beleggingsverzekeringen worden hier niet besproken, omdat die activiteit geen marktrisico's met zich meebrengt voor KBC.

De tabel geeft een overzicht van het renterisico in het Levenbedrijf van KBC. De activa en passiva met betrekking tot levensverzekeringen met rentegarantie worden ingedeeld naar het verwachte tijdstip van de kasstromen.

Verwachte kasstromen, niet-verdisconteerd, Levenbedrijf*

(in miljoenen euro) 0–5 jaar 5–10 jaar 10–15 jaar 15–20 jaar > 20 jaar Totaal
31-12-2010
Vastrentende activa 12 353 7 245 2 250 1 504 1 074 24 425
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 9 814 6 287 2 140 1 723 2 560 22 524
Verschil in verwachte kasstromen 2 539 958 109 -219 -1 487 1 901
Gemiddelde duration van activa 5,40 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,36 jaar
31-12-2011
Vastrentende activa 12 408 6 197 1 842 1 333 753 22 534
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 10 020 4 330 1 751 1 341 1 945 19 387
Verschil in verwachte kasstromen 2 388 1 867 91 -7 -1 192 3 147
Gemiddelde duration van activa 5,44 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,03 jaar

* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (eind 2011 hadden die 3 552 miljoen euro aan vastrentende activa die 3 643 miljoen euro aan gegarandeerde verplichtingen dekten (eind 2010 was dat respectievelijk 573 en 508 miljoen euro)).

Zoals hierboven vermeld, ligt het belangrijkste renterisico voor de verzekeraar in de daling van de rentevoeten. KBC concentreert zich in zijn ALM-benadering op het beperken van het renterisico in overeenstemming met de risicobereidheid van KBC. Voor het resterende renterisico voert KBC een beleid dat rekening houdt met de mogelijke negatieve gevolgen van een aanhoudende rentedaling en bouwde het al belangrijke supplementaire reserves op.

Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten1
31-12-2010
31-12-2011
5,00% en hoger2
3%
3%
Meer dan 4,25% tot en met 4,99%
11%
6%
Meer dan 3,50% tot en met 4,25%
7%
11%
Meer dan 3,00% tot en met 3,50%
33%
33%
Meer dan 2,50% tot en met 3,00%
22%
24%
2,50% en lager
19%
22%
0,00%
5%
2%
Totaal
100%
100%

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. VITIS Life, WARTA en Fidea, die eind 2011 goed waren voor 15,2% van het totale nominale risico (waarvan 19% in de categorie Meer dan 2,50% tot en met 3,00%) werden ook niet opgenomen.

2 Betreft contracten in Centraal- en Oost-Europa.

Aandelenrisico

Het grootste aandelenrisico ligt in het verzekeringsbedrijf, waar de ALM-strategieën gebaseerd zijn op een risico-rendementberekening, rekening houdend met het marktrisico dat verbonden is aan open aandelenposities. Een groot deel van de aandelenportefeuille wordt aangehouden voor de discretionaire winstdeling van verzekeringsverplichtingen (met name winstdeling op de Belgische markt). Naast de verzekeringsentiteiten houden ook andere entiteiten van de groep (KBC Bank, KBL EPB, KBC Asset Management en KBC Private Equity) kleinere aandelenportefeuilles aan. De tabellen hieronder geven meer informatie over de totale niet-tradingaandelenposities bij KBC.

Aandelenportefeuille KBC-groep* Bankactiviteiten
Verzekeringsactiviteiten
Groep
(naar sector, in procenten) 31-12-2010 31-12-2011 31-12-2010 31-12-2011 31-12-2010 31-12-2011
Financiële instellingen 46% 32% 21% 19% 32% 21%
Niet-cyclische consumentensectoren 15% 9% 8% 14% 11% 11%
Communicatie 2% 2% 6% 3% 4% 3%
Energie 5% 0% 8% 10% 7% 8%
Industriële sectoren 5% 28% 10% 18% 8% 18%
Nutsbedrijven 4% 3% 5% 3% 4% 4%
Cyclische consumentensectoren 7% 3% 20% 8% 15% 7%
Basismaterialen 8% 13% 9% 8% 8% 8%
Overige en niet bepaald 8% 10% 13% 15% 11% 21%
Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100%
In miljarden euro 1,1 0,2 1,4 0,9 2,6 1,6
Waarvan niet-genoteerd 0,5 0,1 0,1 0,0 0,6 0,2

* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (eind 2011 bedroegen hun aandelenportefeuilles 0,39 miljard euro (0,28 miljard euro het jaar voordien). 28% daarvan was belegd in niet-genoteerde aandelen (32% het jaar voordien)). Voor 2011 werd de aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (0,5 miljard euro) alleen opgenomen in de kolom Groep en niet in de kolommen Bankactiviteiten of Verzekeringsactiviteiten; in 2010 werd hij opgenomen onder Bankactiviteiten. De participatie in Nova Ljubljanska banka werd in 2010 beschouwd als een aandelenpositie (sector Financiële instellingen), maar is niet opgenomen in de cijfers voor 2011.

De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de inkomsten en de economische waarde voor schommelingen op de aandelenmarkten.

Invloed van een 12,5%-daling van de aandelenkoersen1 Invloed op de nettowinst, IFRS Invloed op de waarde
(in miljoenen euro) 2010 2011 2010 2011
Verzekeringsactiviteiten -13 -36 -100 -57
Bankactiviteiten -27 -28 -142 -26
Totaal2 -40 -67 -242 -145

1 Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn niet opgenomen. Een daling van de aandelenkoersen met 12,5% per einde 2011 zou een invloed hebben van -6 miljoen euro op de nettowinst van die entiteiten en een invloed van -37 miljoen euro op de economische waarde.

2 Het totaal voor 2011 omvat het KBC-Pensioenfonds, dat een invloed heeft van -3 miljoen euro op de nettowinst en -61 miljoen euro op de economische waarde

De tabel geeft een overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde meerwaarden op de aandelenportefeuille.

Niet-tradingaandelenpositie1 31-12-2010 31-12-2011
(in miljoenen euro) Netto gerealiseerde
winst (in winst-en
verliesrekening)
Netto niet-gerealiseerde
winst op posities
per einde jaar
(in eigen vermogen)
Netto gerealiseerde
winst (in winst-en
verliesrekening)
Netto niet-gerealiseerde
winst op posities
per einde jaar
(in eigen vermogen)
KBC-groep2 64 377 106 202
Bankentiteiten 21 91 31 29
Verzekeringsentiteiten 45 338 74 171

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen. Voor die entiteiten bedragen de netto niet-gerealiseerde winsten 71 miljoen euro (opgenomen in het eigen vermogen) (58 miljoen euro in 2010) en de verliezen op posities per einde jaar bedragen 4 miljoen euro (opgenomen in de winst-enverliesrekening) (0 miljoen euro in 2010).

2 Het totale cijfer omvat winsten van enkele aandelenposities rechtstreeks toe te schrijven aan de KBC-groep. Winsten uit gezamenlijke deelnemingen met bank- en verzekeringsentiteiten van de KBC-groep zijn uitgesloten, omdat die deelnemingen op groepsniveau geconsolideerd worden.

Vastgoedrisico

Binnen de vastgoedactiviteiten van de groep wordt een beperkte vastgoedbeleggingsportefeuille aangehouden met het oog op de realisatie van meerwaarden op lange termijn. KBC Verzekeringen houdt ook een gediversifieerde vastgoedportefeuille aan, als belegging voor zowel levenreserves op lange termijn als niet-levenreserves. De vastgoedpositie wordt daarbij gezien als een langetermijnafdekking van inflatierisico's en als een manier om het risico-rendementprofiel van deze portefeuilles te optimaliseren.

De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de economische waarde voor schommelingen op de vastgoedmarkten.

Invloed van een 12,5%-daling van de vastgoedprijzen1 Invloed op de waarde
(in miljoenen euro)
2010
2011
Bankportefeuilles
-80
-68
Verzekeringsportefeuilles
-30
-43
KBC-groep2
-110
-124

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (voor Fidea had een daling van de vastgoedprijzen met 12,5% een invloed van -8 miljoen euro in 2011).

2 Voor 2011 werd het KBC-Pensioenfonds opgenomen in de lijn KBC-groep en niet in Bankportefeuilles of Verzekeringsportefeuilles. In 2010 werd het opgenomen onder Bankportefeuilles.

Wisselkoersrisico

Bij het beheer van de structurele wisselposities volgt KBC een voorzichtig beleid, dat er in essentie in bestaat het wisselrisico te vermijden. De wisselposities in de ALM-boeken van de bankentiteiten met een tradingportefeuille worden overgedragen naar de tradingportefeuille, waar ze worden beheerd binnen de toegekende tradinglimieten. De wisselpositie van bankentiteiten zonder tradingportefeuille, van verzekerings- en van andere entiteiten moet worden afgedekt als ze van betekenis is. Aandelen in niet-euromunten die deel uitmaken van de beleggingsportefeuille hoeven niet te worden afgedekt. Participaties in vreemde valuta worden in principe voor het bedrag van de nettoactiva, exclusief goodwill, gefinancierd door een lening in de desbetreffende vreemde munt.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een bedrijf niet in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen tijdig na te komen zonder onaanvaardbare verliezen te lijden.

Het liquiditeitsrisicobeheerskader van de KBC-groep is alleen van toepassing op de bankentiteiten. Bankactiviteiten hebben meestal betrekking op activa met een langere looptijd dan de overeenstemmende passiva, waardoor een liquiditeitsrisico ontstaat. Verzekeringsentiteiten hebben doorgaans stabielere passiva. De liquiditeit van een verzekeringsentiteit wordt beheerd door de kasstromen op elkaar af te stemmen (cash-flow matching) en erop toe te zien dat er voldoende wordt belegd in liquide activa, zodat onverwacht hoge afkopen gedekt kunnen worden door het verkopen of repoing van liquide activa.

De voornaamste doelstelling van het liquiditeitsbeheer van KBC is de groep te financieren en ervoor te zorgen dat de kernactiviteiten van de groep zelfs in ongunstige omstandigheden inkomsten blijven voortbrengen. Sinds de financiële crisis is er in de hele sector meer aandacht voor liquiditeitsrisicobeheer en die focus werd nog versterkt door de liquiditeitsvereisten die zijn vastgelegd door het Baselcomité.

KBC bereidt zich voor op Basel III door de concepten van Basel III te verwerken in zijn liquiditeits- en financieringskaders en in zijn financiële planning.

Beheer van het liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsbeheerskader en de liquiditeitslimieten voor de groep worden vastgelegd door de Raad van Bestuur. Het liquiditeitsbeheer wordt georganiseerd binnen Treasury Groep, dat verantwoordelijk is voor het algemene liquiditeits- en financieringsbeheer van de KBC-groep. Treasury Groep bewaakt en stuurt het liquiditeitsprofiel dagelijks en bepaalt de beleidslijnen en aansturingsmechanismen voor het financieringsbeheer (intragroepsfinanciering, funds transfer pricing). Die beleidslijnen geven het lokale management een drijfveer om te streven naar een gezond financieringsprofiel. De lokale treasury-afdelingen in de dochterondernemingen implementeren die beleidslijnen en rapporteren aan Treasury Groep, dat op zijn beurt de collateralmanagementactiviteiten en het aantrekken van langetermijnfinanciering centraliseert. De lokale treasury-afdelingen zijn rechtstreeks verantwoordelijk voor het liquiditeitsbeheer in hun respectieve entiteiten. Het liquiditeitscontingencyplan voorziet evenwel in een escalatie naar het groepsniveau voor alle belangrijke lokale liquiditeitsproblemen. De liquiditeitsrisico's van de hele groep worden ook dagelijks samengevoegd en centraal bewaakt, en worden periodiek gerapporteerd aan het GRCOC, het Groeps-Directiecomité en het ARCC.

Het liquiditeitsrisicobeheerskader van KBC steunt op de volgende pijlers:

  • • Contingencyliquiditeitsrisico. Dit risico wordt beoordeeld op basis van liquiditeitsstresstests die meten hoe de liquiditeitsbuffer van de bankentiteiten van de groep verandert in extreme stresssituaties. De liquiditeitsbuffer is gebaseerd op veronderstellingen inzake liquiditeitsuitstroom (zoals het gedrag van de retail- en professionele cliënten en kredietopnames van bevestigde kredietlijnen) en inzake instromen uit liquiditeitsverhogende acties (zoals het belenen van de obligatieportefeuille en het verminderen van ongedekte interbancaire kredietverlening). De liquiditeitsbuffer moet volstaan om de liquiditeitsbehoeften te dekken (nettokas- en collateraluitstromen) over (i) de periode die nodig is om het vertrouwen van de markt in de groep te herstellen na een KBC-gebonden gebeurtenis, (ii) de periode die de markten nodig hebben om te herstellen van een algemene marktgebeurtenis, en (iii) een gecombineerd scenario, waarbij rekening wordt gehouden met zowel een KBC-gebonden gebeurtenis als een algemene marktgebeurtenis. Het algemene doel van het liquiditeitskader is voldoende liquiditeit te behouden in noodsituaties, zonder toevlucht te nemen tot liquiditeitsverhogende acties die aanzienlijke kosten met zich meebrengen of de kernactiviteiten van de bankgroep verstoren.
  • • Structureel liquiditeitsrisico. De financieringsstructuur van de groep wordt zo beheerd dat er een substantiële diversificatie wordt behouden, dat financieringsconcentraties in tijdsperiodes worden geminimaliseerd en dat de mate van afhankelijkheid van wholesalefinanciering op korte termijn beperkt blijft. De structurele financieringspositie wordt beheerd als onderdeel van het geïntegreerde strategische planningproces, waarin financiering – naast kapitaal, winst en risico's – een van de belangrijke factoren is. Momenteel is de strategie van KBC voor de komende jaren erop gericht een voldoende buffer op te bouwen met betrekking tot de LCR- en NSFR-vereisten in het kader van Basel III. Het wil dat doen via een nieuw financieringsbeheerskader, dat duidelijke financieringsdoelstellingen bepaalt voor de dochterondernemingen (eigen financiering, afhankelijkheid van financiering binnen de groep) en voorziet in verdere stimulansen via een systeem van interne prijsstelling voor zover de dochterondernemingen in hun financiering een onevenwichtigheid vertonen.

Ter illustratie van het structurele liquiditeitsrisico worden in de tabel hieronder activa en passiva gegroepeerd naar restlooptijd (tot contractuele vervaldag). Het verschil tussen de kasinstroom en -uitstroom is de nettoliquiditeitsgap (net liquidity gap). Per einde 2011 trok KBC voor 43 miljard euro financiering aan uit de professionele interbancaire en repomarkt. De financiering in USD aangetrokken uit de professionele interbancaire en repomarkt bedroeg eind december ongeveer 7 miljard euro (op een totaal financieringsbedrag in USD van 13 miljard euro).

• Operationeleliquiditeitsrisico. Het operationeleliquiditeitsbeheer gebeurt in de thesaurieafdelingen en is gebaseerd op ramingen van de financieringsbehoeften. De groepswijde tendensen in financieringsliquiditeit en financieringsbehoeften worden dagelijks gecontroleerd door Treasury Groep, dat ervoor moet zorgen dat er op elk ogenblik een voldoende grote buffer beschikbaar is om het hoofd te bieden aan extreme liquiditeitsgebeurtenissen waarbij wholesalefinanciering niet mogelijk is.

Structureel liquiditeitsrisico

(in miljarden euro) <= 1 maand 1–3 maanden 3–12 maanden 1–5 jaar 5–10 jaar > 10 jaar Niet bepaald Totaal 31-12-2010 Totale instroom 49 12 23 64 44 46 37 276 Totale uitstroom 65 16 14 31 6 2 141 276 Professionele financiering 36 5 1 1 0 0 0 44 Cliëntenfinanciering 17 8 8 13 3 2 99 149 Schuldcertificaten 8 4 5 17 3 0 0 36 Overige 4 0 0 0 0 0 43 47 Liquiditeitsgap (exclusief niet-opgenomen verbintenissen) -16 -4 9 34 38 44 -105 0 Niet-opgenomen verbintenissen – – – – – – -34 – Financiële garanties – – – – – – -12 – Nettoliquiditeitsgap (inclusief niet-opgenomen verbintenissen) -16 -4 9 34 38 44 -151 -46 31-12-2011 Totale instroom 32 11 17 55 40 36 50 241 Totale uitstroom 51 17 12 36 5 2 118 241 Professionele financiering 28 10 1 4 0 0 0 43 Cliëntenfinanciering 17 6 8 11 3 1 77 123 Schuldcertificaten 3 2 3 20 2 1 1 31 Overige 3 0 0 0 0 0 40 43 Liquiditeitsgap (exclusief niet-opgenomen verbintenissen) -20 -6 5 19 36 34 -68 0 Niet-opgenomen verbintenissen – – – – – – -34 – Financiële garanties – – – – – – -12 – Nettoliquiditeitsgap (inclusief niet-opgenomen verbintenissen) -20 -6 5 19 36 34 -114 -46

Liquiditeitsrisico op 31 december 2011 (exclusief intercompanytransacties)*

* Kasstromen zijn exclusief rentestromen conform de interne en reglementaire liquiditeitsrapportering. In- en uitgaande bewegingen als gevolg van margin calls voor/van MtM-posities in derivaten worden vermeld in het segment Niet bepaald. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (balanstotaal voor KBL EPB: 12,6 miljard euro). Professionele financiering omvat alle deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, alsook alle repos.

Typisch voor een bankgroep hebben financieringsbronnen meestal een kortere looptijd dan de activa die ze financieren. Dat leidt tot een negatieve nettoliquiditeitsgap in de korteretermijnbuckets en een positieve nettoliquiditeitsgap in de langeretermijnbuckets. Dat creëert een liquiditeitsrisico als KBC niet in staat zou zijn om zijn kortetermijnfinanciering te vernieuwen. Het KBC-liquiditeitskader voorziet in een financieringsstrategie die ervoor zorgt dat het liquiditeitsrisico binnen de risicobereidheid van de groep blijft.

Ondanks de moeilijke marktomstandigheden op het vlak van liquiditeit, heeft KBC nog altijd een stevige liquiditeitspositie. KBC heeft altijd al een aanzienlijke hoeveelheid liquide middelen gehad. Per einde 2011 had KBC Bank (op geconsolideerd niveau) voor 48 miljard euro aan beleenbare activa, waarvan 34 miljard euro in de vorm van liquide overheidsobligaties. Ongeveer 15 miljard euro werd gebruikt als onderpand voor het aantrekken van repofinanciering.

De loan-to-depositratio van KBC Bank bedroeg eind 2011 94%, tegenover 81% eind 2010. Die stijging is het resultaat van de uitstroom van een aantal volatiele deposito's van bedrijven en institutionele cliënten, voornamelijk buiten onze kernmarkten, als gevolg van de verlaging van onze kortetermijnrating door S&P (van A1 naar A2 in december 2011) en de risicoaversie ten aanzien van de Europese markten in het algemeen. De depositobasis van bedrijven en particulieren in de kernmarkten bleef stabiel.

In 2011 maakte KBC Bank gebruik van het EMTN-programma om 4,3 miljard euro financiering op lange termijn op te halen. Dankzij het succes van dat programma en de uitgifte van langetermijnfinanciering in het retailnetwerk (KBC Bank en CBC Banque: 6,7 miljard euro in 2011) is er voldoende langetermijnfinanciering beschikbaar om de terugbetaling te dekken van langetermijnfinanciering die in de loop van 2012 zal vervallen. Bovendien zal de nieuwe regelgeving die de uitgifte van gedekte obligaties in België mogelijk maakt, de mogelijkheden om langetermijnfinanciering op de wholesalemarkt aan te trekken, wellicht vergroten.

KBC heeft deelgenomen aan op de langetermijnfinancieringen (LTRO) van de ECB in december 2011 en februari 2012 voor een totaal bedrag van 8,67 miljard euro.

Marktrisico in tradingactiviteiten

Het marktrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte waarde van een financieel instrument (of portefeuille van dergelijke instrumenten) veroorzaakt door wijzigingen van (de volatiliteit van) de rente, wisselkoersen, aandelen- of grondstoffenprijzen. Het risico van prijsschommelingen van verhandelbare effecten als gevolg van kredietrisico, landenrisico en liquiditeitsrisico maakt eveneens deel uit van het marktrisico. De rente-, valuta- en aandelenrisico's van de bancaire niet-tradingposities en van de posities van de verzekeraar zijn integraal bij de marktrisico's in niet-tradingactiviteiten opgenomen.

Het doel van marktrisicobeheer is het marktrisico van de gehele tradingpositie op groepsniveau te meten en te rapporteren, rekening houdend met de voornaamste risicofactoren en specifieke risico's.

KBC loopt marktrisico via de tradingportefeuilles van de dealingrooms in West-Europa, Centraal- en Oost-Europa, de Verenigde Staten en Azië. De klassieke dealingrooms, waarbij de dealingroom in Brussel het leeuwendeel van de limieten en risico's voor zijn rekening neemt, richten zich vooral op de handel in rente-instrumenten. De activiteit op de wisselmarkten was traditiegetrouw beperkt. De dealingrooms buiten België concentreren zich hoofdzakelijk op de bediening van de cliënten met geld- en kapitaalmarktproducten, op de financiering van de lokale bankactiviteit, en voeren, in lokale niches, een beperkte handel voor eigen rekening.

KBC zette de desinvestering van tradingactiviteiten in zijn dochtermaatschappijen voort, onder meer door de verkoop van KBL EPB, de verdere afbouw van de resterende activiteiten bij KBC Financial Products en de verkoop of ontbinding van geselecteerde ABS- en CDO-activa.

Beheer van het marktrisico

Het belangrijkste instrument voor de berekening en bewaking van marktrisico's in de tradingportefeuille is de Historical Value-at-Riskmethode (HVAR). VAR beoogt binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een raming te geven van de economische waarde die een bepaalde portefeuille over een bepaalde houdperiode kan verliezen door marktrisico. De meting houdt rekening met het marktrisico van de huidige portefeuille. KBC hanteert de historische simulatiemethode (HVAR), conform de Basel II-standaarden ter zake (99% eenzijdig betrouwbaarheidsinterval, 10 dagen houdperiode, historische gegevens van minstens 250 werkdagen). KBC werkt met marktgegevens van 500 werkdagen. De HVAR-methodiek maakt geen veronderstellingen wat de verdeling van koerssprongen of onderlinge correlaties betreft, maar gaat uit van het historische ervaringspatroon van de twee voorgaande jaren. Complexe en/of illiquide instrumenten, die niet zijn inbegrepen in de HVAR-berekeningen, zijn onderworpen aan nominale of scenariolimieten.

Risicoconcentraties worden bewaakt via een reeks van secundaire limieten. De belangrijkste daarbij is een driedimensionale scenariolimiet, gebaseerd op bewegingen van spotkoersen, volatiliteit en credit spreads. Andere secundaire limieten zijn concentratielimieten voor aandelen en valuta's, en Basis-Point-Value-limieten voor het renterisico. Er gelden ook concentratielimieten voor het specifieke risico van een bepaalde emittent of een bepaald land. Daarnaast bestaan er secundaire limieten om de risico's te bewaken die verbonden zijn aan opties (de zogenaamde Greeks).

Naast de HVAR-berekeningen worden uitgebreide stresstests uitgevoerd. Terwijl het HVAR-model mogelijke verliezen in normale marktomstandigheden berekent, tonen stresstests de invloed van bijzondere omstandigheden en gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid. De historische en hypothetische stresstestscenario's omvatten zowel het marktrisico als de liquiditeitsaspecten van marktverstoringen.

Een van de elementen van een gezond risicobeheer is een voorzichtige waardering. Dagelijks wordt in het middle-office een onafhankelijke waardering van frontofficeposities uitgevoerd. Kan het onafhankelijke karakter of de betrouwbaarheid van het waarderingsproces niet worden gegarandeerd, dan wordt een parameterherziening uitgevoerd. Waar nodig worden reëlewaardeaanpassingen toegepast in verband met close-outkosten, aanpassingen gekoppeld aan mark-to-modelwaarderingen, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten.

Naast de parameterherziening worden ook periodiek risicocontroles uitgevoerd die alle controles omvatten waarbij geen parameters of resultaten worden getoetst (dat gebeurt bij de parameterherziening), maar die nodig zijn voor een goed risicobeheer. Bovendien wordt voor elk nieuw product en elke nieuwe activiteit een businesscase opgestart om de risico's te analyseren en na te gaan hoe die zullen worden beheerd.

Risicoanalyse en -kwantificering

Een globale VAR wordt berekend voor elke gespecialiseerde dochtermaatschappij en voor alle tradingentiteiten over de hele wereld. Voor die laatste (zie KBC Bank in de tabel) omvat de VAR zowel de lineaire als de niet-lineaire posities van de klassieke dealingrooms. De VAR van KBC Financial Products wordt ook in de tabel weergegeven. Per einde 2011 bedroeg de VAR voor KBC Securities 0,6 miljoen euro (niet opgenomen in de tabel). De berekening is gebaseerd op een eendaagse houdperiode.

De HVAR voor KBC Financial Products omvat alle tradingactiviteiten. Activiteiten die meer illiquide zijn en eerder de vorm van een krediet hebben, zoals fondsderivaten, zijn niet geschikt voor VAR-modellering en zijn daarom niet opgenomen in de HVAR. De handel in fondsderivaten wordt beschouwd als een legacy business (er wordt dus geen nieuwe tradingactiviteit uitgevoerd) en wordt bewaakt op basis van Key Performance Indicators die betrekking hebben op bijvoorbeeld de trends van de uitoefenprijs en de terugbetalingen.

KBC Bank en KBC Financial Products hebben de toestemming verkregen van de Belgische regelgever om hun respectieve VAR-model te gebruiken voor de bepaling van de reglementairekapitaalvereisten voor een deel van hun marktactiviteiten. Cˇ SOB (Tsjechië) heeft ook de goedkeuring gekregen van de lokale regelgever om zijn VAR-model te gebruiken voor de bepaling van de kapitaalvereisten. Die modellen zullen ook worden gebruikt voor de berekening van de Stressed VAR, een van de nieuwe reglementairekapitaalvereisten volgens CRD III die gelden vanaf 31 december 2011. De berekening van een Stressed VAR-maatstaf is gebaseerd op de normale VARberekeningen en gaat uit van dezelfde methodologische assumpties, maar is samengesteld alsof de relevante marktfactoren werden blootgesteld aan een periode van stress. De stressperiode is gebaseerd op het recente verleden en wordt regelmatig aangepast.

Daarnaast heeft KBC Financial Products modellen geïmplementeerd (in overeenstemming met CRD III) om een Incremental Risk Charge (IRC) te berekenen en te rapporteren voor de kredietposities die een wanbetalings- en migratierisico inhouden (d.w.z. de single name-CDS van bedrijven). Het risico wordt gemeten als een verlies van 99,9% over een eenjaarse houdperiode voor een constant risiconiveau (constante positie). De liquiditeitshorizon voor de beoogde portefeuille is vastgesteld op een jaar. Verder wordt een Comprehensive Risk Measure berekend om alle prijsrisico's in de op maat gemaakte CDO-tranches te dekken. Het risico dat vervat is in ABS'en en behouden CDO-posities volgt het kader voor (her-)securitisaties.

De betrouwbaarheid van het VAR-model wordt dagelijks getest met een backtest, waarbij het eendaagse VAR-cijfer wordt vergeleken met de no-action P&L (dat wil zeggen dat de posities ongewijzigd blijven, maar de marktgegevens worden gewijzigd in die van de volgende dag). Dat gebeurt zowel op het topniveau als op het niveau van de verschillende entiteiten en desks.

Een overzicht van de derivaten volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 29.

Marktrisico (VAR)1
2010 2010 2011 2011 2011 2011
(in miljoenen euro) KBC Bank KBC Financial
Products
KBC Bank KBC Financial
Products
SVAR2
KBC Bank
SVAR2
KBC Financial
Products
Houdperiode 1 dag 1 dag 1 dag 1 dag 10 dagen 10 dagen
Gemiddelde 1kw 6 9 4 6
Gemiddelde 2kw 8 9 4 5
Gemiddelde 3kw 6 8 4 8
Gemiddelde 4kw 5 8 8 3 46 14
Op 31 december 4 7 9 6 36 17
Maximum in jaar 15 13 10 11 60 19
Minimum in jaar 4 6 3 1 24 11

1 KBC Bank: exclusief specifiek renterisico (dat wordt berekend met behulp van andere technieken); swapbasisrisico wordt pas opgenomen sinds 22 oktober 2011. KBC Financial Products: exclusief de CDO Avebury en de fondsderivatenactiviteiten.

2 SVAR (stressed VAR) pas berekend vanaf het vierde kwartaal van 2011 (niet-geauditeerde cijfers).

Verzekeringstechnisch risico

Verzekeringstechnische risico's vloeien voort uit de onzekerheid over de frequentie van het zich voordoen van verzekerde schadegevallen en over de schadegrootte. Al die risico's worden onder controle gehouden door een gepast acceptatie-, tariferings-, schadereserverings-, herverzekerings- en schaderegelingsbeleid van het lijnmanagement enerzijds en een onafhankelijk verzekeringsrisicobeheer anderzijds.

Beheer van het verzekeringstechnisch risico

Het centre of excellence Verzekeringsrisico, dat behoort tot Waarde- en Risicobeheer Groep, zorgt voor de ontwikkeling en uitrol van een groepskader voor het beheer van verzekeringsrisico's. Het is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale implementatie en het functioneel aansturen van het verzekeringsrisicobeheer van de verzekeringsdochtermaatschappijen.

Het verzekeringsrisicobeheerskader is hoofdzakelijk opgebouwd rond de volgende bouwstenen:

  • • De identificatie en analyse van belangrijke verzekeringrisico's door, onder andere, de analyse van ontluikende risico's, concentratie- of accumulatierisico's en de ontwikkeling van vroege waarschuwingssignalen.
  • • De juiste risicomaatstaven en het gebruik ervan om toepassingen te ontwikkelen die het bedrijf moeten helpen om maximale aandeelhouderswaarde te creëren. Voorbeelden daarvan zijn best estimate-waarderingen van verzekeringsverplichtingen, ex-postwinstgevendheidsanalyses, de modellering van natuurrampen en andere Leven-, Niet-leven- en gezondheidsrisico's, stresstests en berekeningen van het vereiste economisch kapitaal.
  • • Het bepalen van verzekeringsrisicolimieten en controleren of die worden nageleefd, alsook het geven van advies over herverzekeringsprogramma's.

Risicomodellering

KBC ontwikkelt modellen voor alle belangrijke verzekeringsverplichtingen van de groep, te weten (i) de toekomstige schadegevallen die zich binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon zullen voordoen, inclusief hun schadeafwikkelingspatroon; (ii) de toekomstige afwikkeling van schadegevallen (al dan niet al aangegeven aan de verzekeraar) die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar nog niet volledig zijn geregeld en (iii) de impact van het herverzekeringsprogramma op voormelde schadegevallen. Die modellen worden gebruikt om de verzekeringsinstellingen van de groep te sturen in de richting van de creatie van meer aandeelhouderswaarde door middel van toepassingen in de economischkapitaalberekeningen, door beslissingen met betrekking tot herverzekeringsprogramma's te ondersteunen, de ex-postwinstgevendheid van specifieke deelportefeuilles te berekenen en economischkapitaalvereisten in de tarifering van de verzekeringspolissen te verrekenen.

Stresstesting

In 2011 werd de gevoeligheid van de verzekeringstechnische risico's voor extreme gebeurtenissen voornamelijk geanalyseerd door deelname aan de stresstests van de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (zie Kapitaaltoereikendheid). Het doel van die tests was de impact van verschillende stressscenario's op de financiële positie van de verzekeringsgroep te analyseren. Voor zowel Leven als Niet-leven omvatten ze rampen en ernstige verzekeringsgebeurtenissen.

Naast de reglementair vereiste stresstests worden ook interne stresstests uitgevoerd. Voor Schadeverzekeringen kan KBC aan de hand van de interne natuurrampmodellen de verwachte schadelast ramen, mochten natuurrampen uit het verleden zich vandaag opnieuw voordoen. Daarnaast bieden die modellen de mogelijkheid om de impact op de netto economische winst te bepalen van natuurrampen die zich gemiddeld maar één keer binnen een bepaald tijdsbestek (van bijvoorbeeld 100 of 250 jaar) voordoen.

In het Levenbedrijf wordt een gevoeligheidsanalyse typisch uitgevoerd binnen het kader van de jaarlijkse berekening van de market consistent embedded value. Het resultaat van de sensitiviteitsanalyse voor drie verzekeringsrisico's wordt gerapporteerd, namelijk mortaliteit: plus en minus 5%, verval: plus en minus 10%, kosten: plus en minus 10%.

Herverzekering

De verzekeringsportefeuilles worden via herverzekering beschermd tegen de invloed van zware schadegevallen of de accumulatie van verliezen (bijvoorbeeld door een concentratie van verzekerde risico's). De herverzekeringsprogramma's kunnen worden opgesplitst in drie grote blokken, namelijk zaakschade-, aansprakelijkheids- en personenverzekeringen, en worden elk jaar opnieuw geëvalueerd en onderhandeld.

Het overgrote deel van de herverzekeringscontracten zijn op niet-proportionele basis afgesloten, waardoor de impact van heel zware schadegevallen of schadegebeurtenissen wordt afgedekt. Het is ook de opdracht van het onafhankelijke verzekeringsrisicobeheer om te adviseren over de herstructurering van de herverzekeringsprogramma's, vooral vanuit het oogpunt van de creatie van aandeelhouderswaarde. Die benadering leidde tot een optimalisering van het eigen behoud van de KBC-groep, in het bijzonder met betrekking tot zijn blootstelling aan natuurrampenrisico's.

Technische voorzieningen en schadeafwikkelingsdriehoeken

In het kader van de onafhankelijke bewaking van de verzekeringsrisico's voert Waarde- en Risicobeheer Groep regelmatig gedetailleerde studies uit. Die bevestigen dat de aangelegde technische voorzieningen Niet-leven van de groepsmaatschappijen met een hoge graad van waarschijnlijkheid toereikend zijn. De toereikendheid wordt gecontroleerd per productgroep op het niveau van de groepsmaatschappij en de algemene toereikendheid wordt beoordeeld op het niveau van de groepsmaatschappij voor alle productgroepen samen.

Daarnaast voeren de verschillende groepsmaatschappijen ook voor de technische voorzieningen Leven toereikendheidstesten (liability adequacy tests) uit die in overeenstemming zijn met de lokale en IFRS-vereisten. De berekeningen zijn gebaseerd op prospectieve methodes (kasstroomprojecties rekening houdend met mogelijke afkopen en een verdisconteringsvoet die per verzekeringsentiteit werd bepaald rekening houdend met de lokale macro-economische toestand en regelgeving). Daarbij worden extra risicomarges ingebouwd om met de onzekerheid in een aantal berekeningsparameters rekening te houden. Omdat er eind 2011 geen tekorten werden vastgesteld, hoefde er geen ontoereikendheidsreserve te worden opzijgezet binnen de KBC-groep.

De tabel toont de schadeafwikkelingsgegevens in Niet-leven over de laatste jaren en omvat KBC Verzekeringen NV, Fidea (tot en met boekjaar 2010), Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije, sinds boekjaar 2008), DZI Insurance (sinds boekjaar 2008), K&H Insurance, Secura (tot en met boekjaar 2009), KBC Group Re (sinds boekjaar 2005) en WARTA (sinds boekjaar 2004 tot en met boekjaar 2010). Alle voorzieningen voor te betalen schadevergoedingen aan het einde van 2011 zijn opgenomen. In de schadeafwikkelingsgegevens werden alle bedragen meegenomen die aan individuele schadegevallen kunnen worden toegewezen, inclusief de incurred but not reported (IBNR)- en incurred but not enough reserved (IBNER)-voorzieningen en de bedragen voor externe beheerskosten voor het regelen van schadegevallen, maar niet de bedragen in verband met interne schaderegelingskosten en de voorzieningen voor verwachte recuperaties. De opgenomen cijfers zijn vóór herverzekering en zijn niet gezuiverd voor intercompanybedragen.

De eerste rij in de tabel geeft de totale schadelast (uitkeringen plus voorzieningen) weer voor de schadegevallen die plaatshadden tijdens een bepaald jaar, zoals geraamd aan het einde van het voorvalsjaar. De volgende rijen geven de situatie aan het einde van de volgende kalenderjaren weer. De bedragen werden herberekend tegen de wisselkoersen per 31 december 2011.

Schadeafwikkelingsdriehoeken, KBC Verzekeringen

(in miljoenen euro) Voorvals
jaar 2002
Voorvals
jaar 2003
Voorvals
jaar 20041
Voorvals
jaar 2005²
Voorvals
jaar 2006
Voorvals
jaar 2007
Voorvals
jaar 20083
Voorvals
jaar 2009
Voorvals
jaar 2010
Voorvals
jaar 20114
Raming aan het
einde van het
voorvalsjaar
925 769 1 048 1 077 1 159 1 230 1 360 1 436 1 420 808
1 jaar later 813 778 950 981 1 048 1 140 1 305 1 144 1 033
2 jaar later 818 746 907 946 1 022 1 098 1 141 987
3 jaar later 811 726 893 945 1 008 966 1 051
4 jaar later 801 711 884 926 874 892
5 jaar later 787 683 880 839 821
6 jaar later 781 676 821 803
7 jaar later 776 637 778
8 jaar later 744 609
9 jaar later 719
Huidige raming 719 609 778 803 821 892 1 051 987 1 033 808
Cumulatieve
betalingen
-662 -556 -714 -709 -729 -776 -896 -801 -763 -322
Huidige
voorzieningen
57 54 64 94 91 116 155 186 270 486

1 Sinds boekjaar 2004 worden de cijfers van WARTA opgenomen. Exclusief deze maatschappij zouden we de volgende bedragen hebben verkregen voor boekjaar 2004 (bedrag en voorvalsjaar): 773 voor 2002 en 684 voor 2003.

2 Sinds boekjaar 2005 worden de cijfers van KBC Group Re opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2005 (bedrag en voorvalsjaar): 803 voor 2002, 744 voor 2003 en 922 voor 2004.

3 Sinds boekjaar 2008 worden de cijfers van CˇSOB Poist'ovnˇ a (Slowakije) en DZI Insurance (Bulgarije) opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2008 (bedrag en voorvalsjaar): 780 voor 2002, 681 voor 2003, 882 voor 2004, 928 voor 2005, 1 005 voor 2006 en 1 097 voor 2007.

4 Voor boekjaar 2011 zijn WARTA en Fidea niet opgenomen. Inclusief die maatschappijen zouden we de volgende bedragen hebben verkregen voor boekjaar 2011 (bedrag en voorvalsjaar): 736 voor 2002, 633 voor 2003, 812 voor 2004, 838 voor 2005, 861 voor 2006, 958 voor 2007, 1 129 voor 2008, 1 074 voor 2009, 1 255 voor 2010 en 1 251 voor 2011.

Specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten van de groep vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichtingen 9, 10, 11 en 35. Een verdeling van de verdiende premies en technische lasten naar divisie vindt u in de toelichtingen met betrekking tot de gesegmenteerde informatie.

Operationeel risico en andere niet-financiële risico's

Het operationeel risico is de kans op schade als gevolg van ontoereikendheden of tekortkomingen in de werkwijzen en systemen, menselijke fouten of externe gebeurtenissen. Operationele risico's omvatten ook fraude-, juridische, compliance- en fiscale risico's. Informatie over juridische geschillen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 36.

Beheer van het operationeel risico

KBC heeft één globaal kader voor het beheer van het operationeel risico op groepsniveau. Het bestaat uit een uniform taalgebruik ingebed in controlemechanismen voor de hele groep, één methodologie, één pakket centraal ontwikkelde ICT-applicaties, en centrale en decentrale rapportering.

Waarde- en Risicobeheer Groep is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het uitwerken van het kader voor het beheren van de operationele risico's in de hele KBC-groep. De ontwikkeling en implementatie van dat kader worden ondersteund door een uitgebreid beleidsmodel dat geldt voor alle entiteiten van de groep. Het werd in 2010 hertekend en zal geleidelijk worden ingevoerd tegen 2014.

Waarde- en Risicobeheer Groep creëert een omgeving waarin risicospecialisten (in verschillende domeinen, waaronder informatierisicobeheer, bedrijfscontinuïteit en rampenherstel, compliance, fraudebestrijding en juridische en fiscale zaken) kunnen samenwerken (het stellen van prioriteiten, het gebruiken van dezelfde taal en dezelfde instrumenten, uniforme rapportering, enz.). Het wordt bijgestaan door de lokale waarde- en risicobeheersafdelingen, die eveneens onafhankelijk zijn van de business.

Bouwstenen voor het operationeelrisicobeheer

In zijn methodiek om operationele risico's te beheren, gebruikt KBC een aantal bouwstenen die alle aspecten van het operationeelrisicobeheer dekken.

In 2011 werd bijzondere aandacht geschonken aan de gestructureerde opmaak van procesgestuurde controles op groepsniveau (Group Key Controls), die de voormalige Groepsstandaarden geleidelijk zullen vervangen. Group Key Controls zijn opgelegde controledoelstellingen die worden gebruikt om belangrijke risico's die inherent zijn aan de processen van KBC-entiteiten te beperken. Ze vormen dan ook een essentiële bouwsteen van het operationeelrisicobeheer.

Een eerste reeks controleobjectieven werd in 2011 goedgekeurd voor de processen van Kredieten, Leven, Niet-leven, Persoonlijk Financieel Advies, Juridische Zaken, Fiscale Zaken, Bedrijfscontinuïteitsbeheer en Risico- en Kapitaalbeheer. Die Group Key Controls worden beoordeeld door de business en (lokale) controlefuncties. De interne beoordelingen van risico's worden geconsolideerd door Waardeen Risicobeheer Groep en verzekeren dat er een consistente relatie is tussen (i) processen, (ii) risico's, (iii) controleactiviteiten en (iv) beoordelingsscores. KBC creëerde zo een objectief beheersinstrument om zijn internecontroleomgeving te evalueren en de aanpak in alle entiteiten af te toetsen.

Naast de Group Key Controls zijn er nog een aantal andere bouwstenen:

  • • De Loss Event Database. Alle operationele verliezen van 1 000 euro en meer worden sinds 2004 geregistreerd in een centrale gegevensbank. Die gegevensbank omvat ook alle juridische vorderingen ingesteld tegen vennootschappen van de groep. Op regelmatige basis wordt een rapport over de geconsolideerde schade voorgelegd aan het GRCOC, het Groeps-Directiecomité en het ARCC.
  • • Risicoscans (bottom-up en top-down). Deze interne beoordelingen zijn gericht op de identificatie van belangrijke operationele risico's op kritieke punten in het proces of de organisatie die nog niet volledig zijn verholpen en op de nieuwe of opduikende operationele risico's die relevant zijn op het (sub)niveau van de groep.
  • • Beoordeling aan de hand van Praktijkgevallen (Case-Study Assessments). Die wordt gebruikt om de effectiviteit te testen van de bescherming die bestaande controles verlenen tegen grote operationele risico's die elders in de financiële sector daadwerkelijk tot verliesgebeurtenissen hebben geleid. Een dergelijke beoordeling werd onder meer gebruikt voor het testen van de interne controles ter voorkoming en vaststelling van rogue trading.
  • • Belangrijke Risico-indicatoren (Key Risk Indicators, KRI). Een beperkte reeks KRI's wordt gebruikt om de blootstelling aan bepaalde operationele risico's te bewaken, en het bestaan en de effectiviteit van de interne controles te onderzoeken.

De kwaliteit van de internecontroleomgeving en de daarmee gepaard gaande risicoblootstelling die aan de hand van de bouwstenen wordt geïdentificeerd, beoordeeld en beheerd, worden gemeld aan het senior management van KBC via een management dashboard en aan de Nationale Bank van België en de FSMA via de jaarlijkse Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding). Informatie over de systemen voor interne controle en risicobeheer vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

Operationeel risico en reglementairekapitaalvereisten

KBC berekent het operationeelrisicokapitaal in het kader van Basel II volgens de Standaardbenadering. Eind 2011 bedroeg het operationeelrisicokapitaal voor KBC Bank op geconsolideerd niveau 862 miljoen euro, tegenover 860 miljoen euro eind 2010. (In die cijfers is KBL EPB niet opgenomen. Eind 2011 droeg dat ongeveer 78 miljoen euro bij tot het totale operationeelrisicokapitaal van de KBC-groep, tegenover 72 miljoen euro eind 2010.)

Andere niet-financiële risico's

Reputatierisico

Reputatierisico is het risico dat het gevolg is van de negatieve perceptie van cliënten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers, schuldhouders, marktanalisten, andere betrokken partijen of toezichthouders die een ongunstige invloed kan hebben op de mogelijkheid van een financiële instelling om bestaande zakelijke relaties te behouden of er nieuwe op te bouwen en om voortdurende toegang tot financieringsbronnen te hebben (bijvoorbeeld via de interbancaire of de effectiseringsmarkt). Het reputatierisico is een secundair of afgeleid risico omdat het meestal verbonden is aan en zich alleen voordoet samen met een ander risico.

Het reputatierisicobeheerskader wordt momenteel verder uitgewerkt in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC. De business is verantwoordelijk voor het proactieve en reactieve beheer van het reputatierisico en wordt daarin bijgestaan door heel wat gespecialiseerde afdelingen (Communicatie Groep, Investor Relations, enz.).

Volgens de pijler 2-benadering van kapitaaltoereikendheid wordt de invloed van het reputatierisico op de huidige activiteiten in de eerste plaats gedekt door het kapitaalbeslag voor primaire risico's (zoals krediet- of operationeel risico). Het wordt ook gedekt door het kapitaal dat is gereserveerd voor bedrijfsrisico's.

Bedrijfsrisico

Het bedrijfsrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte economische waarde als gevolg van wijzigingen in de macroeconomische omgeving, de financiëledienstensector en/of de markt voor producten en diensten, en van de ontoereikendheid van bedrijfsmiddelen die een invloed hebben op het potentieel van het bedrijf.

Er wordt onder meer rekening gehouden met risicofactoren als macro-economische omstandigheden, wijzigingen in de wet of reglementen, acties van concurrenten, wijzigingen in de distributiekanalen of -modellen, gewijzigde cliëntenbehoeften, personeelszaken en ICT-middelen. Het bedrijfsrisico wordt beoordeeld op basis van gestructureerde risicoscans.

KBC reserveert een pijler 2-kapitaalbeslag speciaal voor bedrijfsrisico's. Het bedrijfsrisicokapitaal is afhankelijk van de exploitatiekosten van de verschillende KBC-groepsentiteiten. Het deel van de exploitatiekosten dat als economisch kapitaal voor bedrijfsrisico's moet worden gereserveerd, varieert naargelang van het risiconiveau van de activiteiten van elke entiteit. Dat niveau wordt bepaald op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de activiteiten van alle KBC-groepsentiteiten.

Kapitaaltoereikendheid

Het kapitaaltoereikendheidsrisico (of solvabiliteitsrisico) is het risico dat de kapitaalbasis van de groep, de bank of de verzekeraar beneden een aanvaardbaar niveau valt. In de praktijk wordt dat vertaald in een toetsing van de solvabiliteit aan de minimale reglementaire en interne solvabiliteitsratio's. Kapitaaltoereikendheid wordt zowel vanuit reglementair oogpunt als vanuit intern (economisch) oogpunt benaderd.

Beheer van de solvabiliteit

KBC rapporteert de solvabiliteit van de groep, van het bank- en het verzekeringsbedrijf, berekend op basis van IFRS-gegevens en volgens de door de Belgische regelgever opgestelde richtlijnen ter zake.

Voor de solvabiliteit van de groep wordt de zogenaamde building block-methode gebruikt. Die omvat een vergelijking van het reglementair kapitaal van de groep (het eigen vermogen van aandeelhouders gezuiverd voor een aantal posten (zie tabel)) met de som van elk van de minimale reglementaire solvabiliteitsvereisten voor KBC Bank, KBL EPB en de holdingmaatschappij (na aftrek van transacties tussen die entiteiten) en KBC Verzekeringen. Het totaal gewogen risicovolume van verzekeringsmaatschappijen wordt berekend als de vereiste solvabiliteitsmarge volgens Solvency I gedeeld door 8%.

De Tier 1-solvabiliteitsdoelstelling van de KBC-groep volgens Basel II is 11%.

De reglementaire minimale solvabiliteitsdoelstellingen werden in 2011 ruim overtroffen, niet alleen per einde jaar maar ook gedurende het volledige boekjaar.

In overeenstemming met Basel II, pijler 2, heeft KBC een Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Dat proces maakt gebruik van een economischkapitaalmodel (zie verder) om de kapitaalvereisten te meten op basis van alle groepswijde risico's en om die vereisten te vergelijken met het voor risicodekking beschikbare kapitaal. Het ICAAP beoordeelt zowel de huidige als de toekomstige kapitaaltoestand. Voor die laatste beoordeling wordt een driejarenraming van vereist en beschikbaar kapitaal opgesteld, volgens een basisscenario dat rekening houdt met de verwachte interne en externe groei, en volgens verschillende waarschijnlijke alternatieve scenario's en een recessiescenario.

In 2008 en 2009 werd een aantal kapitaalversterkende maatregelen genomen. Zo werden kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid, en werd een garantieovereenkomst ondertekend met de Belgische staat voor de CDO-risico's (meer informatie daarover vindt u in het deel Overige informatie).

Solvabiliteit op groepsniveau

Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, inclusief KBL EPB, WARTA en Fidea, volgens Basel II)

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 21 726 19 687
Tier 1-kapitaal1 16 656 15 523
Eigen vermogen van de aandeelhouders 11 147 9 756
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 7 000 6 500
Immateriële vaste activa (-) -429 -446
Consolidatieverschillen (-) -2 517 -1 804
Innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 598 420
Niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 1 689 1 690
Belangen van derden 161 145
Aandelengarantie (Belgische staat) 446 564
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa (-) -66 117
Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) 443 594
Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-) -190 -550
Belang van derden in voor verkoop beschikbare reserve en afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) -3 -3
Egalisatievoorziening (-) -128 -139
Dividenduitkering (-)2 -854 -598
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 0 0
Beperking van belastinglatenties -243 -384
Aftrekposten (-)4 -397 -338
Tier 2- en Tier 3-kapitaal 5 069 4 164
Perpetuele leningen, inclusief hybride Tier 1-instrumenten niet opgenomen in Tier 1-kapitaal 30 30
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 392 246
Belangen van derden in herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 0 0
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 0 0
IRB-voorzieningsoverschot (+)3 132 403
Achtergestelde schulden 4 730 3 778
Tier 3-kapitaal 182 45
Aftrekposten (-)4 -397 -338
Totaal gewogen risico's 132 034 126 333
Bankactiviteiten 116 129 110 355
Verzekeringsactiviteiten5 15 676 15 791
Holdingactiviteiten 264 286
Eliminatie van transacties tussen bank- en holdingactiviteiten -34 -100
Solvabiliteitsratio's
Tier 1-ratio 12,6% 12,3%
Core Tier 1-ratio 10,9% 10,6%
CAD-ratio 16,5% 15,6%

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris (met uitzondering van IRB-voorzieningstekort/-overschot).

2 Omvat het dividend op gewone aandelen en de coupon op niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid.

3 Overschot/tekort wordt gedefinieerd als het (positieve/negatieve) verschil tussen de effectief geboekte waardeverminderingen op kredieten en het berekende verwachte verlies (expected loss).

4 Aftrekposten, die in tweeën verdeeld zijn over Tier 1- en Tier 2-kapitaal, omvatten hoofdzakelijk participaties in en achtergestelde vorderingen op financiële instellingen waarin KBC een belang tussen 10% en 50% heeft (hoofdzakelijk Nova Ljubljanska banka).

5 Gewogen risico's voor verzekeringen worden berekend door het kapitaal volgens Solvency I te vermenigvuldigen met 12,5 (8%-regel vergelijkbaar met de relatie tussen RWA en kapitaal voor bankactiviteiten).

Opmerkingen:

  • • Inclusief de impact van de verkoop van KBL EPB, WARTA en Fidea bedroeg de pro forma Tier 1-ratio ongeveer 13,8% op 31 december 2011.
  • • De totaal gewogen risico's omvatten het (toegenomen) effect van de hogere risicoweging voor marktrisico's van de bankactiviteiten na implementatie van CRD III (ongeveer 6 miljard euro).
  • • KBC betaalde op 2 januari 2012 0,5 miljard euro terug aan de Belgische staat (en betaalde daarop een penaltypremie van 15%). Dat werd eind 2011 opgenomen in de balans en dus ook in de solvabiliteitsberekening (waardoor 0,5 miljard euro is verschoven van eigen vermogen naar passiva, en de penaltypremie werd afgetrokken van het eigen vermogen door ze voor te stellen als schuld).
  • • De Belgische toezichthouder heeft bevestigd dat de niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten volledig zullen worden toegelaten (grandfathered) als kernkapitaal (common equity) in het huidige CRD IV-voorstel.

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk

De tabel hieronder toont de Tier 1- en de CAD-ratio voor KBC Bank, berekend volgens Basel II, en de solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen. Uitgebreidere informatie over de solvabiliteit van KBC Bank en KBC Verzekeringen vindt u in hun geconsolideerde jaarrekening en in het Risk Report van KBC, dat beschikbaar is op www.kbc.com (het Risk Report werd niet geauditeerd door de commissaris).

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
KBC Bank (geconsolideerd, Basel II)
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 18 552 16 364
Waarvan Tier 1-kapitaal* 13 809 12 346
Totaal gewogen risico's 111 711 106 256
Tier 1-ratio 12,4% 11,6%
Waarvan core Tier 1-ratio 10,5% 9,6%
CAD-ratio 16,6% 15,4%
KBC Verzekeringen (geconsolideerd, Solvency I)
Beschikbaar kapitaal* 2 712 2 533
Vereiste solvabiliteitsmarge 1 254 1 263
Solvabiliteitsratio (in procenten) 216% 201%
Solvabiliteitssurplus 1 458 1 270

* Cijfers geauditeerd door de commissaris.

Als onderdeel van de Europese kapitaaltoereikendheidsoefeningen heeft KBC in 2011 deelgenomen aan de stresstests uitgevoerd door de Europese Bankenautoriteit (EBA) en de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen. Volgens de resultaten van die stresstests is KBC voldoende gekapitaliseerd en behaalde het een bevredigende core Tier 1-ratio en solvabiliteitsratio.

Basel III

Het Basel III-akkoord en de in overeenstemming daarmee opgestelde Europese richtlijn inzake kapitaalvereisten (CRD IV) leggen nieuwe, strengere kapitaalvereisten op aan de financiële instellingen. Volgens die voorstellen zal het wettelijke minimum voor de Tier 1-ratio, dat onder Basel II 4% bedroeg, verhoogd worden tot 4,5% in 2013 en geleidelijk verder worden opgetrokken tot 6% in 2015 (met een common equity ratio van 4,5%). Daarbovenop zullen een zogenaamde conservation buffer (0% in 2013, wordt geleidelijk opgetrokken tot 2,50% in 2019), een countercyclical buffer (tussen 0% en 2,5%, te bepalen door de nationale regelgever) en een extra vergoeding voor wereldwijde systemische banken worden toegepast. Bepaalde elementen die worden gebruikt bij de berekening van het reglementair kapitaal worden geleidelijk afgebouwd of gewijzigd. De kapitaalinjecties ontvangen van de overheid (voor KBC de 7 miljard euro aan kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 werden verkocht aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid) worden volgens het huidige CRD IV-ontwerp geclassificeerd als Tier 1-kernkapitaal en grandfathered tot 2018.

Basel 2.5, overeengekomen in juli 2009, verfijnt de meting van risico's verbonden aan securitisatie- en tradingportefeuilleposities en voert hogere kapitaalvereisten in voor dat type van posities. Basel 2.5 werd van kracht per einde 2011.

Solvency II

Solvency II is het nieuwe gereguleerde solvabiliteitsregime voor alle verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen van de EU. Terwijl de huidige solvabiliteitsvereisten voor verzekeringen (Solvency I) gebaseerd zijn op volume, gaat Solvency II uit van de risico's. Het wil solvabiliteitsvereisten invoeren die de risico's van ondernemingen beter weerspiegelen en een toezichtsysteem introduceren dat voor alle EU-lidstaten consistent is.

Het was de bedoeling dat Solvency II begin 2013 in werking zou treden, maar de Europese autoriteiten hebben voorgesteld om de datum voor de volledige invoering uit te stellen tot 1 januari 2014 door de vertragingen in de ontwikkeling en goedkeuring van het regelgevende kader.

Economisch kapitaal

Een economischkapitaalmodel wordt gebruikt om het totale risico te berekenen dat KBC loopt als gevolg van zijn verschillende activiteiten, rekening houdend met de verschillende risicofactoren. De ramingen van dat economischkapitaalmodel worden elk kwartaal bezorgd aan het GRCOC, het Groeps-Directiecomité, het ARCC en de Raad van Bestuur.

KBC definieert economisch kapitaal als het vereiste kapitaal om heel zware verliezen op te vangen, uitgedrukt in de potentiële daling van de economische waarde van de groep (d.w.z. het verschil tussen de huidige economische waarde en de ongunstigste economische waarde over een tijdshorizon van één jaar en met een bepaald betrouwbaarheidsniveau), in overeenstemming met de risicobereidheid die de Raad van Bestuur heeft bepaald. Het economisch kapitaal wordt berekend per risicocategorie volgens een gemeenschappelijke noemer (dezelfde tijdshorizon van één jaar en hetzelfde betrouwbaarheidsinterval) en daarna bijeengeteld. Omdat het uiterst onwaarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen, wordt rekening gehouden met diversificatievoordelen bij het optellen van de individuele risico's.

Zoals eerder vermeld, vormt economisch kapitaal een belangrijke bouwsteen voor ICAAP (Basel II, pijler 2). Bovendien biedt het essentiële input voor het meten van risicogewogen prestaties en internewaarderingsmodellen zoals de Market Consistent Embedded Value-methodiek.

In de tabel wordt het economisch kapitaal van KBC uitgesplitst per risicosoort. De wijziging in de verdeling van het economisch kapitaal over de verschillende risicosoorten houdt maar gedeeltelijk verband met de wijzigingen in de risico's. Verschillen kunnen ook het resultaat zijn van wijzigingen in het economischkapitaalmodel. Dat model is immers het resultaat van een interne beoordeling en wordt regelmatig herzien.

Verdeling economisch kapitaal KBC-groep*
2010
2011
Kredietrisico
69%
68%
Marktrisico in niet-tradingactiviteiten
12%
12%
Marktrisico in tradingactiviteiten
3%
2%
Bedrijfsrisico
6%
8%
Operationeel risico
5%
6%
Verzekeringstechnisch risico
3%
3%
Financieringskosten en bied-laatspreadrisico
2%
1%
Totaal
100%
100%

* Alle percentages hebben betrekking op de cijfers van eind september. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten. Hun bijdrage tot het economisch kapitaal van KBC lag in 2011 rond 5% (4% in 2010).

Informatie over de corporate governance van onze groep en de toepasselijke Code

KBC Groep NV gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2009 (Code) als referentiecode. U kunt die Code raadplegen op www.corporategovernancecommittee.be. De Code streeft naar transparantie op het gebied van corporate governance via de bekendmaking van informatie in het Corporate Governance Charter (Charter) en de Verklaring inzake deugdelijk bestuur of Corporate Governance Verklaring (Verklaring).

Het Charter licht de voornaamste aspecten van het beleid van de vennootschap op het vlak van corporate governance toe, zoals de bestuursstructuur, de interne reglementen van de Raad van Bestuur, zijn comités en het Directiecomité, en andere belangrijke onderwerpen. KBC Groep publiceert zijn Charter op www.kbc.com.

De Verklaring wordt in het jaarverslag opgenomen en bevat meer feitelijke informatie over de corporate governance van de vennootschap, zoals een beschrijving van de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, relevante gebeurtenissen tijdens het boekjaar, bepalingen van de Code waarvan eventueel wordt afgeweken, het remuneratieverslag en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen.

De beschouwde periode loopt, tenzij anders is vermeld, van 1 januari tot 31 december 2011.

In de Verklaring zijn ook enkele andere wettelijke bepalingen opgenomen.

De volgende termen worden in dit hoofdstuk als volgt afgekort:

  • • Raad van Bestuur van KBC Groep NV Raad
  • • Directiecomité van KBC Groep NV DC
  • • Audit-, Risk- en Compliancecomité van KBC Groep NV ARCC

Ontwikkelingen in het deugdelijk bestuur van KBC Groep

In 2011 had in de KBC-groep een grondige bezinning plaats over de wenselijke ontwikkelingen op het gebied van deugdelijk bestuur van de groep. Het opzet was de slagkracht en de efficiëntie van de bestuursorganen te verhogen.

Vandaag telt de Raad van Bestuur van KBC Groep 25 leden, een aantal dat aanzienlijk hoger ligt dan wat vooropgesteld wordt in hedendaagse principes van deugdelijk bestuur. Het ontbreekt de Raad ook aan niet-uitvoerende bestuurders met een sterke achtergrond in onze Centraal-Europese thuismarkten, en het aantal vrouwelijke leden in de Raad ligt ver van het nagestreefde aandeel.

In samenspraak met zijn Benoemingscomité besliste de Raad om naar aanleiding van de jaarvergadering van 3 mei 2012 zijn huidige bezetting te herleiden van vijfentwintig tot tweeëntwintig leden. Het is de bedoeling om dat aantal in de komende jaren verder te reduceren. De heren Borghgraef, Naert, Soete en Van Wymeersch werden bereid gevonden om op vrijwillige basis en in het uitsluitende belang van de groep een jaar eerder dan de vervaldag van hun (hernieuwbare) lopende mandaat af te treden als bestuurder. De Raad is hen bijzonder erkentelijk voor hun beslissing, die een versnelde en grondige modernisering van het bestuur van de groep mogelijk maakt, en bedankt hen uitdrukkelijk voor hun bijdrage tot de Raad in de voorbije jaren.

Ook wordt mevrouw Vladimira Papirnik voorgedragen als nieuwe onafhankelijke bestuurder (zie verder). In de komende jaren zal de groep verder actief op zoek gaan naar bijkomende onafhankelijke bestuurders die de internationale dimensie van de Raad versterken. KBC Groep zal stapsgewijs ook het wettelijk gestelde quotum van een derde vrouwen in de Raad verwezenlijken. Ten slotte zal de Raad van Bestuur er bij de verwezenlijking van die doelstellingen naar streven een aantal niet-uitvoerende bestuurders met een grondige bancaire en/of verzekeringsexpertise aan te trekken.

Met de bedoeling de efficiëntie van het beslissingsproces binnen de groep als geïntegreerde bankverzekeringsgroep te optimaliseren, werd ook de beslissing genomen om de Raden van Bestuur van KBC Groep, KBC Bank en KBC Verzekeringen dezelfde samenstelling te geven, op de onafhankelijke bestuurders na. Die Raden zullen in beginsel gemeenschappelijk vergaderen. Om dat mogelijk te maken, nemen alle niet-uitvoerende bestuurders van KBC Bank en KBC Verzekeringen – op de onafhankelijke bestuurders en de niet-uitvoerende bestuurders die tevens lid zijn van de Raad van Bestuur van KBC Groep NV na – vrijwillig ontslag uit hun respectievelijke Raad naar aanleiding van de komende jaarvergadering en worden de niet-uitvoerende bestuurders – met uitzondering van de onafhankelijke bestuurders en de overheidsbestuurders – van KBC Groep in hun plaats benoemd. Ook hier is de Raad de aftredende bestuurders bijzonder erkentelijk voor hun bereidheid om die stroomlijning versneld mogelijk te maken.

Die fundamentele ingrepen in het bestuur van de groep zullen de efficiëntie en de slagkracht van KBC als geïntegreerde bankverzekeringsgroep ongetwijfeld aanzienlijk verhogen, en dat in het belang van al zijn stakeholders.

Samenstelling van de Raad en zijn comités

In de tabel vindt u een overzicht van de samenstelling van de Raad en zijn comités op 31 december 2011. Een lijst van de externe mandaten van alle leden van de Raad vindt u op www.kbc.com. Daar vindt u eveneens een kort curriculum vitae van elke bestuurder.

Naam Hoofdfunctie Periode in de Raad in 2011 Einde huidig mandaat raadsvergaderingen
Bijgewoonde
Niet-uitvoerend bestuurders Vertegenwoordigers
kernaandeelhouders
Onafhankelijke bestuurders Overheidsbestuurders Leden DC ARCC Benoemingscomité Vergoedingscomité
Aantal vergaderingen in 2011 16 10 6 9
Thomas Leysen Voorzitter van de Raad2 8 maanden 2015 10 n 02
Philippe Vlerick Ondervoorzitter van de Raad
CEO Vlerick Group
Volledig jaar 2013 14 n n 5
Jan Vanhevel Voorzitter DC en
gedelegeerd bestuurder
Volledig jaar 2014 16 n1 6
Paul Borghgraef Bestuurder van diverse
vennootschappen
Volledig jaar 2013 15 n n
Alain Bostoen Gedelegeerd bestuurder
Christeyns NV
Volledig jaar 2014 14 n n
Jo Cornu Bestuurder van diverse
vennootschappen
Volledig jaar 2012 14 n n 4 91
Marc De Ceuster Hoogleraar Departement Accounting
en Financiering Universiteit Antwerpen
Volledig jaar 2014 16 n n 10
Tom Dechaene Bestuurder van diverse
vennootschappen
7 maanden3 2012 8 n n 2
Franky Depickere Gedelegeerd bestuurder Cera
Beheersmaatschappij NV en Almanco
ra Beheersmaatschappij NV, voorzitter
Comité van Dagelijks Bestuur Cera
CVBA
Volledig jaar 2015 16 n n 101 6 9
Luc Discry Gedelegeerd bestuurder Cera Be
heersmaatschappij NV en Almancora
Beheersmaatschappij NV, lid Comité
van Dagelijks Bestuur Cera CVBA
Volledig jaar 2015 15 n n
Frank Donck Gedelegeerd bestuurder 3D NV Volledig jaar 2015 14 n n
Jean-Pierre Hansen Lid Uitvoerend Comité GDF SUEZ Volledig jaar 2014 12 n n 4
Dirk Heremans Professor em. aan de Faculteit
Economische en Bedrijfswetenschap
pen, Katholieke Universiteit Leuven
Volledig jaar 2013 14 n n 9 6
John Hollows Gedelegeerd bestuurder 8 maanden 2015 10 n
Lode Morlion Burgemeester van Lo-Reninge en
voorzitter Raad van Bestuur
Cera Beheersmaatschappij NV
Volledig jaar 2012 16 n n
Philippe Naert Bestuurder van diverse
vennootschappen
Volledig jaar 2013 15 n n 10 7
Luc Popelier Gedelegeerd bestuurder 8 maanden 2015 8 n
Theodoros Roussis CEO Ravago Plastics NV Volledig jaar 2012 13 n n 8
Hendrik Soete Voorzitter Groep Aveve
en bestuurder MRBB CVBA
Volledig jaar 2013 16 n n
Eric Stroobants Ere-secretaris-generaal van de
Vlaamse overheid, houder van diverse
mandaten
Volledig jaar 2014 14 n n 9
Alain Tytgadt Gedelegeerd bestuurder
Metalunion CVBA
Volledig jaar 2013 15 n n
Ghislaine Van Kerckhove Advocaat en ondervoorzitter Raad van
Bestuur Cera Beheersmaatschappij NV
Volledig jaar 2012 13 n n
Charles Van Wymeersch Gewoon hoogleraar Facultés Universi
taires Notre-Dame de la Paix (Namur)
en Louvain School of Management
Volledig jaar 2013 13 n n
Piet Vanthemsche Voorzitter Boerenbond en MRBB
CVBA
Volledig jaar 2014 13 n n 6
Marc Wittemans Gedelegeerd bestuurder MRBB CVBA Volledig jaar 2014 16 n n 10

Commissaris: Ernst & Young, Bedrijfsrevisoren BCVBA, vertegenwoordigd door Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. Secretaris van de Raad: Tom Debacker.

1 Voorzitter van dit comité.

2 Voorzitter met ingang van 1 oktober 2011.

3 Waarvan vier maanden als vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid. Met ingang van 1 oktober 2011 gecoöpteerd als bestuurder

Wijzigingen in de Raad in 2011

  • • Op de jaarvergadering van 28 april 2011:
  • Luc Philips stelde zijn mandaat van bestuurder ter beschikking;
  • Luc Discry werd definitief benoemd tot bestuurder voor een periode van vier jaar;
  • Franky Depickere en Frank Donck werden herbenoemd als bestuurder voor een periode van vier jaar;
  • Thomas Leysen, John Hollows en Luc Popelier werden tot bestuurder benoemd voor een periode van vier jaar.
  • • Na de jaarvergadering van 28 april 2011:
  • Jan Huyghebaert, voorzitter, ging op 1 oktober 2011 met pensioen en Thomas Leysen volgde hem vanaf die datum op als voorzitter;
  • Tom Dechaene werd op 11 mei 2011 door de Raad aangesteld als waarnemer in de Raad als vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid. Op 22 september 2011 besliste de Raad op advies van het Benoemingscomité hem met ingang van 1 oktober 2011 tot bestuurder te coöpteren.

Wijzigingen in de comités van de Raad in 2011

  • • Jean-Pierre Hansen, bestuurder en vertegenwoordiger van de federale overheid, werd op 28 januari 2011 op advies van het Benoemingscomité door de Raad aangesteld tot lid van het Benoemingscomité.
  • • Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder, werd op 28 februari 2011 op advies van het Benoemingscomité door de Raad aangesteld tot lid van het Vergoedingscomité.
  • • Tom Dechaene, vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid die op 22 september 2011 op advies van het Benoemingscomité door de Raad met ingang van 1 oktober 2011 tot bestuurder werd gecoöpteerd, werd bij die gelegenheid ook aangesteld tot lid van het ARCC.

Wijzigingen in de Raad, voorgesteld aan de Algemene Vergadering van 3 mei 2012

  • • Jan Vanhevel, gedelegeerd bestuurder en voorzitter van het DC, gaf zijn wens te kennen op de jaarvergadering met pensioen te gaan en stelt dus zijn mandaat ter beschikking.
  • • Johan Thijs, lid van het Directiecomité en CEO van Divisie België: op advies van het Benoemingscomité, benoeming tot bestuurder als opvolger van Jan Vanhevel; als lid van het Directiecomité verkrijgt hij daarbij de hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder.
  • • Tom Dechaene: op advies van het Benoemingscomité, definitieve benoeming tot bestuurder voor een periode van vier jaar.
  • • Lode Morlion, Theodoros Roussis, Ghislaine Van Kerckhove, van wie het mandaat van bestuurder op de algemene vergadering afloopt: op advies van het Benoemingscomité, herbenoeming als bestuurder voor een periode van vier jaar.
  • • Jo Cornu, van wie het mandaat van onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code, op de algemene vergadering afloopt: op advies van het Benoemingscomité, herbenoeming als onafhankelijk bestuurder volgens dezelfde criteria voor een periode van vier jaar.
  • • Paul Borghgraef, Philippe Naert, Hendrik Soete en Charles Van Wymeersch treden op vrijwillige basis en in het uitsluitende belang van de groep een jaar eerder dan de vervaldag van hun (hernieuwbare) lopende mandaat af als bestuurder.
  • • Vladimira Papirnik: op advies van het Benoemingscomité, benoeming als onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code voor een periode van vier jaar.

Curriculum vitae van de nieuwe bestuurders

Johan Thijs

Geboren in 1965 in Genk (België)

Opleiding: licentiaat in de Wetenschappen, groep Toegepaste Wiskunde (1987 KU Leuven); licentiaat in de Actuariële Wetenschappen (1989 KU Leuven)

Indiensttreding: 1988 ABB Verzekeringen

Loopbaan: vanaf 1988 bekleedde hij diverse actuariaatsfuncties in Leven- en Niet-levenverzekeringen. Van 1990 tot 2000 klom hij op in kaderfuncties met steeds meer verantwoordelijkheid en werd hij algemeen directeur Niet-leven. Vanaf 2006 was hij ook lid van het Managementcomité van Divisie België voor zowel bank als verzekeringen. In 2009 werd hij lid van het DC en werd hij benoemd tot CEO van Divisie België. Zo kreeg hij de leiding van alle retail- en verzekeringsactiviteiten in de grootste markt van KBC.

Tom Dechaene

Geboren in 1959 in Schoten (België)

Opleiding: master in Rechten (1985 Centrale Examencommissie), master in Toegepaste Economische Wetenschappen (1986 UFSIA Antwerpen) en MBA (1991 INSEAD Fontainebleau)

Loopbaan: Bank Brussel Lambert (1986–1990): verschillende departementen, waaronder Corporate Finance gedurende de laatste drie jaar; Morgan Grenfell & Co Ltd in Londen (1991–1998): Corporate Finance-departement waarvan de laatste drie jaar als hoofd van het European Telecoms, Media & Tech Transactions Team; Deutsche Bank (1998–1999): director van Principal Investments Group in Londen; SurfCast Inc., SurfCast (VK) Ltd, SurfCast (Denemarken) ApS (2000–2001): medestichter en CFO; niet-uitvoerend/onafhankelijk bestuurder van Agenus, Transics International NV, SurfCast Inc en Bourn Hall International Ltd.

Vladimira Papirnik

Geboren in 1956 in Kolin (Tsjechië)

Opleiding: Doctor Juris (1982 Northwestern University USA), gecombineerde bachelor en master in de Duitse taal en Duitse literatuur (1978, Northwestern University USA)

Loopbaan: Advocatenkantoor Hopkins & Sutter in Chicago: advocaat gespecialiseerd in financieel recht (1982–1989) en partner (1989– 1995); advocatenkantoor Squire Sanders in Chicago: partner en na verhuizing naar Praag (1995) office managing partner aldaar (1996) tot 2011; sinds 2011 werkzaam voor Squire Sanders, zowel in Praag als in Chicago met specialisatie in internationaal bankrecht, projectfinanciering en vennootschapsrecht (fusies en overnames, corporate governance); actief lid van de Raad van Bestuur van de American Chamber of Commerce in Tsjechië en lid van het Directiecomité ervan (1999–2008); lid van de Board of Trustees in de International School of Prague als hoofd van het corporate governance-comité van de Trustees gedurende vier jaar en lid van de Board of Trustees van de CMC School of Business gedurende drie jaar.

Wijzigingen in de comités van de Raad in 2012

  • • Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder, werd op 19 maart 2012, op advies van het Benoemingscomité, door de Raad aangesteld als lid van het Benoemingscomité.
  • • Vladimira Papirnik zal na haar benoeming tot onafhankelijk bestuurder, op advies van het Benoemingscomité, door de Raad van Bestuur worden aangesteld als lid van het Auditcomité als opvolgster van Philippe Naert.
  • • Johan Thijs zal na zijn benoeming tot gedelegeerd bestuurder, op advies van het Benoemingscomité, door de Raad worden aangesteld als lid van het Benoemingscomité als opvolger van Jan Vanhevel.

Agenda van de Algemene Vergadering van 3 mei 2012

De agenda van de Algemene Vergadering is beschikbaar op www.kbc.com.

Samenstelling van het DC

De tabel geeft een overzicht van de samenstelling van het DC op 31 december 2011. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Structuur en management, en op www.kbc.com.

Naam Periode in het DC in 2011
Leden DC op 31-12-2011
Jan Vanhevel (voorzitter) Volledig jaar
Danny De Raymaeker Volledig jaar
Luc Gijsens Vanaf 1 mei 2011
John Hollows Volledig jaar
Luc Popelier Volledig jaar
Johan Thijs Volledig jaar
Marko Voljcˇ Volledig jaar
Leden die het DC verlieten in 2011
Luc Philips Tot eind april 2011

Wijzigingen in het DC in 2011

  • • Luc Philips, CFO (chief financial officer) van de groep, nam naar aanleiding van de neerlegging van zijn mandaat van bestuurder op de Algemene Vergadering van 28 april 2011 ook ontslag als lid van het DC. Hij werd als CFO opgevolgd door Luc Popelier.
  • • Luc Popelier werd, in zijn vroegere functie van CEO van Divisie Merchantbanking, opgevolgd door Luc Gijsens (van wie een kort curriculum vitae is opgenomen in het vorige jaarverslag).

Wijzigingen in het DC in 2012

• Jan Vanhevel, voorzitter van het Directiecomité en CEO van de KBC-groep, heeft zijn wens te kennen gegeven met inwerkingtreding op de jaarvergadering van 3 mei 2012 met pensioen te gaan en stelt dus zijn mandaat ter beschikking. Op dat moment zal hij zijn volledige loopbaan van bijna 41 jaar bij KBC hebben doorgebracht, waarvan zestien jaar als lid van het Directiecomité van KBC. Als voorzitter wordt hij opgevolgd door Johan Thijs.

Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur: "Johan Thijs heeft in zijn hoedanigheid van lid van het Directiecomité van de KBC-groep en meer specifiek als CEO van Divisie België de activiteiten van KBC in zijn grootste markt doorheen turbulente tijden geloodst. Met hem heeft de Raad van Bestuur, op advies van het Benoemingscomité, gekozen voor een energieke leider die tijdens zijn gehele loopbaan zijn kwaliteiten heeft bewezen. Samen met zijn collega's in het Directiecomité zal hij KBC naar een nieuw prestatieniveau leiden."

• Op advies van het Benoemingscomité wordt Johan Thijs als CEO van Divisie België opgevolgd door Daniel Falque die dan ook tot lid van het Directiecomité wordt benoemd. Hierna wordt een kort curriculum vitae weergegeven.

Daniel Falque

Geboren in 1963 in Mol (België)

Opleiding: licentiaat in Internationale Betrekkingen, faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen (1989 UCL)

Loopbaan: verzekeringsmaatschappij De Vaderlandsche NV: productie-inspecteur (1989–1991); Deutsche Bank AG, België: credit analist (1991), corporate relationship manager kleine en middelgrote ondernemingen (1991–1997), vicepresident verantwoordelijk voor de middelgrote ondernemingen (1997–1999), directeur verantwoordelijk voor de grote ondernemingen en coördinatiecentra (1999–2001), algemeen directeur, hoofd van corporate en investment banking (2001–2004); Deutsche Bank AG, Frankfurt / (Brussel): algemeen directeur, hoofd van global transaction banking Western & Eastern Europe and Middle East, verantwoordelijke voor cash management, trade finance, capital markets sales, trust & securities services en corporate relationship management (2004–2009); CBC Banque & Assurance: gedelegeerd bestuurder, voorzitter van het Directiecomité en lid van het KBC-Managementcomité België (2009–nu).

Activiteitsverslag van de Raad

Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk.

Activiteiten / behandelde onderwerpen: naast het vervullen van de taken die door het Wetboek van Vennootschappen zijn opgelegd, het vaststellen van de kwartaalresultaten en de kennisname van de werkzaamheden van het ARCC, het Benoemingscomité en het Vergoedingscomité, en de behandeling en beslissing van de door deze comités voorgelegde dossiers, behandelde de Raad in 2011 nog onder meer de volgende onderwerpen:

  • • audit werking bestuursorganen
  • • verslaggeving effectieve leiding inzake beoordeling van het interne controlesysteem
  • Integrated Group Risk Report (maandelijks)
  • • jaarlijkse evaluatie werking Raad van Bestuur
  • • jaarlijkse evaluatie interactie met Directiecomité
  • • maandelijkse evaluatie van de status uitvoering Europees herstructureringsplan
  • • verkoop KBL EPB
  • • verkoop Centea
  • • verkoop Fidea
  • • terugbetaling 500 miljoen euro aan federale overheid
  • • opvolging voorzitter Raad van Bestuur
  • • benoemingen in de verschillende comités
  • • neerlegging mandaat gedelegeerd bestuurder Benoeming gedelegeerd bestuurder Benoeming lid DC
  • • jaarverslag Waarde- en risicobeheer
  • • jaarverslag Business Continuity Management
  • • Life Business Market Consistent Embedded Value boekjaar 2010

  • • remuneratiepolitiek

  • • Risk Appetite Framework en Statements
  • • ICAAP-rapportering
  • • EBA Europe Wide Bank Stress Test
  • • Griekse overheidsobligaties
  • • wijziging waarderingsregels
  • • actualisering Dealing Code KBC Groep
  • • jaarlijkse evaluatie Onverenigbaarheidscode
  • • rating KBC

Maandelijks bracht het DC ook verslag uit over de resultaatsontwikkeling en de algemene gang van zaken bij de verschillende divisies van de groep. Er werd ook regelmatig aandacht besteed aan de strategie en de specifieke uitdagingen van de verschillende activiteitsgebieden.

Activiteitsverslag van de comités van de Raad

Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC)

Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk. Het ARCC vergaderde in aanwezigheid van de voorzitter van het Directiecomité, de groeps-chief risk officer, de groeps-chief financial officer, de interne auditor en de compliance officer. De vergaderingen werden ook bijgewoond door de erkende revisoren. Het verslag van de interne auditor, het verslag van de compliance officer en het verslag van de risicofunctie vormden vaste agendapunten. De periodieke rapportering van de risicofunctie omvatte voornamelijk een toelichting over de ontwikkeling op het gebied van het ALM- en liquiditeitsrisico, marktrisico, kredietrisico, operationeel risico, verzekeringsrisico evenals van de kapitaalsvereisten van de KBC-groep. Het verslag van de interne auditor verstrekte telkens een overzicht van de recente auditverslagen, inclusief de belangrijkste auditverslagen van de onderliggende groepsentiteiten. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de auditplanning 2011 en keurde de auditplanning 2012 goed. Het ARCC werd periodiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de auditaanbevelingen.

Op 9 februari 2011 nam het ARCC kennis van de inhoud van de vennootschappelijke en geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2010 en keurde het persbericht goed. De revisor verstrekte toelichting bij zijn belangrijkste controlebevindingen. Op 11 mei, 8 augustus en 9 november 2011 lichtten de revisoren hun belangrijkste bevindingen toe naar aanleiding van hun controle van de kwartaalafsluiting respectievelijk per 31 maart, 30 juni en 30 september. Ook keurde het ARCC telkens het persbericht goed.

In de loop van het jaar besprak het ARCC een aantal bijzondere rapporteringen: verklaring effectieve leiding over de beoordeling van de interne controle, jaarverslag waarde- en risicobeheer, implementatie nieuwe risico-organisatie (Harbour), jaarverslag Business Continuity Management, status afbouw activiteiten KBC Financial Products, ALM-beheer, Solvency II, bepaling risk appetite, afbouw CDOportefeuille, CEBS-stresstests, strategisch plan KBC Groep 2012.

Benoemingscomité

Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk. De belangrijkste onderwerpen die behandeld werden, waren:

  • • benoemingen en herbenoemingen in de Raad en de diverse comités
  • • kennisname van de benoemingen op het niveau van algemeen directeur
  • • samenstelling van het Vergoedingscomité
  • • opvolging van de voorzitter van de Raad
  • • samenstelling van het DC
  • • opvolgingsplanning van de voorzitter van het DC

Vergoedingscomité

Samenstelling, aantal vergaderingen en aanwezigheden in 2011: zie tabel vooraan in dit hoofdstuk. Het Vergoedingscomité vergaderde veelal in aanwezigheid van de voorzitter van de Raad en de voorzitter van het DC. Ook het hoofd van HR Groep nam regelmatig aan de vergaderingen deel.

De belangrijkste onderwerpen die behandeld werden, waren:

  • • evaluatie van de werking van het Vergoedingscomité
  • • vaste vergoeding voor de bestuurders
  • • toepassing van de Remuneration Policy en uitzonderingen daarop

  • • CEBS Guidelines on Remuneration en de implementatie ervan

  • • evaluatie van de werking van het DC over 2010
  • • vergoeding van de voorzitter van de Raad
  • • vergoedingsstatuut van de leden van het DC
  • • accelerated vesting van uitgestelde bedragen bij pensionering
  • • Phantom Stock Rules
  • • houding van KBC ten aanzien van het publieke debat omtrent bonussen
  • • retentie- en incentivation-schema voor WARTA, Kredyt Bank en Absolut Bank
  • • praktische toepassing van retentieschema voor KBL EPB
  • • invoering van een kwantitatief risk alignment framework voor key identified staff
  • • contacten met CBFA/NBB omtrent de Remuneration Policy

Voor een meer algemene beschrijving van de werking van de Raad en zijn comités wordt verwezen naar hoofdstukken 5 en 6 van het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV op www.kbc.com.

ARCC: toepassing artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen

In het ARCC van KBC Groep NV zetelen twee onafhankelijke bestuurders in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code:

  • • Dirk Heremans is doctor in de Rechten, licentiaat in het Notariaat en licentiaat in de Economische Wetenschappen van de KU Leuven. Hij behaalde het diploma in de Etudes supérieures sciences économiques aan de Faculté de Droit et des Sciences Economiques van de Université de Paris (Sorbonne) en werd Master of Arts, C. Phil. en Ph. D. in Economics aan de University of California (UCLA). Hij is professor emeritus aan de Faculteit Economische en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. Hij was adviseur bij het kabinet van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën en voerde expertopdrachten uit bij de Europese Commissie. Hij is erelid van de Raad van Bestuur van de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005.
  • • Philippe Naert is burgerlijk elektrotechnisch ingenieur van de KU Leuven. Hij behaalde een postgraduaat in Management Science aan de University of Manchester (VK) en een Ph. D. in Business Administration aan de Cornell University (VS). Hij was bestuurder van het Intercollegiaal Centrum voor Managementwetenschappen en van het European Institute for Advanced Studies in Management. Hij was decaan van INSEAD, de Universiteit van Nyenrode en de TiasNimbas Business School van de Universiteit van Tilburg en Technische Universiteit Eindhoven. Hij voerde consultancy-opdrachten uit bij tal van bedrijven. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005.

Op basis van voorgaande gegevens kan worden besloten dat beide onafhankelijke bestuurders als lid van het ARCC voldoen aan de in artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen gestelde onafhankelijkheid en deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.

Beleid inzake transacties tussen de vennootschap en haar bestuurders die niet onder de wettelijke belangenconflicten vallen

De Raad werkte een regeling uit betreffende transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap (met inbegrip van met haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders die niet onder de belangenconflictenregeling van artikel 523 of 524ter van het Wetboek van Vennootschappen vallen. Die regeling werd opgenomen in het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV (op www.kbc.com). In de loop van 2011 hoefde geen beroep te worden gedaan op de regeling.

Maatregelen in verband met misbruik van voorkennis en marktmisbruik

In het kader van de Richtlijn 2003/6/EC betreffende misbruik van voorkennis en marktmisbruik en na de publicatie van het Koninklijk Besluit van 24 augustus 2005 tot wijziging, wat de bepalingen inzake marktmisbruik betreft, van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, heeft de Raad van KBC Groep NV een Dealing Code opgesteld dat onder meer voorziet in de opstelling van een lijst van sleutelmedewerkers, de bepaling van jaarlijkse sperperiodes en de kennisgeving aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van verhandelingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door met hen verbonden personen. De principes van die Code werden opgenomen als bijlage bij het Corporate Governance Charter. Het reglement trad in werking op 10 mei 2006. De Raad keurde een bijgewerkte versie goed op 8 augustus 2011.

Belangrijkste kenmerken van het evaluatieproces van de Raad, zijn comités en zijn individuele leden

De Raad streeft op permanente wijze naar een optimalisering van zijn werking. Met het oog daarop gaat hij jaarlijks onder leiding van zijn voorzitter over tot een evaluatie van zijn werking. Daarbij komen met name de volgende aspecten aan bod: samenstelling van de Raad, selectie, benoeming en vorming van de leden, praktische werking (agenda, vergaderingen, voorzitterschap, secretariaat), informatie aan de Raad, cultuur binnen de Raad, taakvervulling, vergoeding, relaties met het DC en met de aandeelhouders en andere stakeholders, comités van de Raad en betrokkenheid van de Raad bij een aantal specifieke domeinen.

Op initiatief van de voorzitter heeft in het kader van de hernieuwing van de mandaten een individuele evaluatie van de betrokken bestuurders plaats, waarbij de nadruk wordt gelegd op hun inzet en effectiviteit binnen de Raad (onder meer wat betreft hun actieve deelname aan de vergaderingen en de vormingssessies van de Raad en hun kritische inbreng). De niet-uitvoerend bestuurders beoordelen eens per jaar in afwezigheid van de uitvoerend bestuurders hun interactie met hen.

Jaarlijks evalueert ieder comité van de Raad zijn eigen samenstelling en werking en brengt daarover verslag uit bij de Raad, waarbij indien nodig voorstellen worden gedaan. Bij die gelegenheid worden onder andere de vereiste bekwaamheden en ervaring voor het specifieke domein waarvoor het comité verantwoordelijk is, geanalyseerd. Naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder maken de voorzitters van de comités het voorwerp uit van een individuele evaluatie door de andere leden van de comités. Daarbij komen vooral hun coördinatievermogen, gespecialiseerde kennis, inzicht en verslaggeving ter sprake.

Een evaluatie van de voorzitter van het DC en de andere gedelegeerd bestuurders gebeurt onder leiding van de voorzitter van de Raad naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder.

Remuneratieverslag over boekjaar 2011

Beschrijving van de procedures om het vergoedingsbeleid te ontwikkelen en de vergoeding te bepalen van individuele bestuurders en leden van het DC

Algemeen

Het vergoedingsbeleid wat betreft Raad en DC stoelt op de toepasselijke wetgeving, de Corporate Governance Code en marktgegevens. Het wordt door het Vergoedingscomité – daarin bijgestaan door in deze materie gespecialiseerde medewerkers – bewaakt en regelmatig getoetst aan de ontwikkelingen in de wetgeving, de voornoemde Code en de courante marktpraktijken en -tendensen. De voorzitter van het Vergoedingscomité informeert de Raad over de werkzaamheden van het comité en adviseert hem over aanpassingen van het vergoedingsbeleid en de concrete uitvoering daarvan. De Raad kan ook op eigen initiatief of op voorstel van het DC het Vergoedingscomité opdracht geven mogelijke aanpassingen van het vergoedingsbeleid te onderzoeken en de Raad daarover te adviseren. Indien wettelijk vereist, legt de Raad op zijn beurt aanpassingen van het vergoedingsbeleid ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.

Raad

Ieder jaar trekt de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid en binnen de door de statuten aangegeven limiet, een bedrag uit ten laste van de nettowinst. Dat bedrag, de vaste vergoeding, wordt aan de Algemene Vergadering voorgelegd en na goedkeuring door haar onder de leden van de Raad verdeeld, rekening houdend met het aantal maanden tijdens welke zij hun mandaat hebben uitgeoefend.

DC

De Raad, op advies van het Vergoedingscomité, bepaalt jaarlijks, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid, de vergoeding van de leden van het DC en evalueert deze op geregelde tijdstippen. Die vergoeding wordt opgedeeld in een vaste component en in een resultaats- en prestatiegebonden component.

Verklaring over het tijdens het door het jaarverslag behandelde boekjaar gehanteerde vergoedingsbeleid ten aanzien van de leden van de Raad en van het DC Het Vergoedingscomité verklaart het volgende:

Principes van het vergoedingsbeleid met inachtneming van de relatie tussen vergoeding en prestaties

Zowel voor niet-uitvoerend bestuurders als voor uitvoerend bestuurders en andere leden van het DC geldt als basisbeginsel dat zij recht hebben op een billijke vergoeding die in verhouding staat met de door hen geleverde bijdrage aan het beleid en de groei van de groep. Voor niet-uitvoerend bestuurders geldt:

  • • Hun vergoeding bestaat uitsluitend uit een jaarlijkse, niet-prestatiegebonden, vaste vergoeding en een presentiegeld per bijgewoonde vergadering. De vaste vergoeding wordt afgenomen van de in dat jaar geboekte nettowinst, terwijl het presentiegeld als kosten van dat jaar wordt geboekt. De vaste vergoeding wordt jaarlijks op voorstel van de Raad door de Algemene Vergadering goedgekeurd binnen de limieten van de wet, de statuten en het vergoedingsbeleid zoals dat door het Vergoedingscomité wordt vastgelegd. Het is de bedoeling om het vergoedingsregime voor de niet-uitvoerende bestuurders vanaf 2012 fundamenteel te hervormen door enerzijds de vaste vergoeding te beperken en anderzijds de presentiegelden op te trekken. Om de vaste vergoeding volledig los te koppelen van het resultaat van de onderneming, zou die niet langer deel uitmaken van de winstverdeling. Ze zou net zoals de presentiegelden als kosten geboekt worden. De presentiegelden zouden enerzijds verhoogd worden, maar, in geval van vergaderingen die samen met de Raad van Bestuur van KBC Bank en/of KBC Verzekeringen plaatsvinden, aan de bestuurders die in meerdere van die Raden zetelen, eenmaal uitgekeerd worden. Op die manier wordt niet alleen een besparing gerealiseerd, maar komt de groep ook verder tegemoet aan de in de Code opgenomen aanbeveling om geen resultaatsgebonden vergoedingen uit te keren aan de niet-uitvoerende bestuurders.
  • • Gelet op zijn ruime tijdsbesteding als verantwoordelijke voor het permanente toezicht op de zaken van de KBC-groep, geniet de voorzitter van de Raad een afzonderlijk vergoedingsregime dat uitsluitend bestaat uit een vaste vergoeding. Die vergoeding wordt afzonderlijk vastgelegd door het Vergoedingscomité en goedgekeurd door de Raad.
  • • De bestuurders die in het ARCC zitting hebben, ontvangen een extra vergoeding (presentiegeld) voor de prestaties die ze in dat kader leveren. Ook hier is het zo dat de voorzitter van dat comité een extra vaste vergoeding ontvangt. Bestuurders die in het Benoemingscomité of het Vergoedingscomité zitting hebben, ontvangen daarvoor geen extra vergoedingen.
  • • KBC Groep NV staat geen kredieten noch waarborgen toe aan bestuurders. Dergelijke kredieten of waarborgen kunnen evenwel worden toegestaan door de bankdochtermaatschappijen van KBC Groep NV overeenkomstig artikel 28 van de Bankwet, wat betekent dat kredieten kunnen worden verleend tegen cliëntvoorwaarden.

Voor de uitvoerend bestuurders en andere leden van het DC geldt:

  • • De Raad bepaalt hun vergoeding op basis van het advies van het Vergoedingscomité en van de voorzitter van het DC.
  • • Overeenkomstig het vergoedingsbeleid van de KBC-groep is de individuele vergoeding van de leden van het DC samengesteld uit de volgende componenten:
  • een vaste maandvergoeding,
  • een jaarlijkse variabele vergoeding die afhankelijk is van het geconsolideerde resultaat van KBC Groep NV,
  • een jaarlijkse variabele vergoeding op basis van de geleverde prestaties (geëvalueerd op basis van vooraf afgesproken criteria),
  • de eventuele vergoeding van mandaten die worden uitgeoefend in opdracht van KBC Groep NV (uitzonderlijk).
  • • Voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding wordt bovendien een kwantitatief risico-aanpassingmechanisme gehanteerd, de zogenaamde risk gateway. Dat mechanisme bevat een aantal parameters die gericht zijn op kapitaal en liquiditeit die bereikt moeten worden alvorens enige resultaatsgebonden variabele vergoeding kan worden toegekend. De concrete parameters worden jaarlijks vastgelegd door de Raad. Als (een van) de opgelegde parameters niet wordt bereikt, wordt er niet alleen geen resultaatsgebonden variabele vergoeding toegekend, maar wordt bovendien de uitbetaling van in relatie tot voorgaande jaren uitgestelde bedragen opgeschort tot een volgend jaar. Als de risk gateway niet wordt bereikt gedurende drie opeenvolgende jaren, vervallen de nog uitstaande uitgestelde bedragen.
  • • De bepaling van de prestatiegebonden variabele vergoeding gebeurt door de Raad op advies van het Vergoedingscomité aan de hand van de evaluatie van een aantal vooraf afgesproken criteria. Voor 2011 waren deze:
  • verdere uitvoering van het Europese herstructureringsplan;
  • relaties met de overheid in het kader van de terugbetaling van de overheidssteun: een stabiel plan voor de terugbetaling aan de overheden;
  • implementatie van het risk framework;
  • behoud van personeels- en cliëntentevredenheid;
  • collegiale werking van het DC.
  • • Het totale bedrag van de op deze manier samengestelde vergoeding van de voorzitter van het DC bedroeg ten hoogste 25% meer dan het bedrag dat aan de andere leden van het DC wordt uitgekeerd.
  • • De leden genoten verder een stelsel van rust- en overlevingspensioen dat voorziet in een aanvullend ouderdomspensioen of als de verzekerde overlijdt in actieve dienst en een echtgenoot achterlaat – een overlevingspensioen, alsook een invaliditeitsdekking.

Relatief belang van de verschillende componenten van de vergoeding

Over het boekjaar 2011 ontvingen de leden van het DC alleen een vaste vergoeding. Gelet op het verlies dat in het derde kwartaal van 2011 geboekt werd en ondanks het toch nog positieve jaarresultaat, zagen de leden van het DC, over dat boekjaar, immers af van elke variabele vergoeding.

De kenmerken van prestatiepremies in aandelen, opties of andere rechten om aandelen te verwerven

De betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding (zowel de resultaatsgebonden als de prestatiegebonden variabele vergoeding) van de leden van het DC wordt gespreid over vier jaar: 50% het eerste jaar en de rest gelijkmatig gespreid over de volgende drie jaar. Bovendien wordt 50% van de totale jaarlijkse variabele vergoeding toegekend in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten, meer bepaald phantom stocks waarvan de waarde gekoppeld is aan de koers van het aandeel van KBC Groep NV. Die phantom stocks zijn onderworpen aan een retentieperiode van een jaar vanaf toekenning. Net zoals voor het cashgedeelte van de variabele vergoeding wordt ook de toekenning daarvan gespreid over een periode van vier jaar. Voor de berekening van het aantal phantom stocks waarop elk lid van het DC recht heeft, wordt de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van het jaar gebruikt. Een jaar later worden de phantom stocks dan omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van dat jaar. Concreet werden in 2011 aan de leden van het DC ten belope van 25% van hun totale jaarlijkse variabele vergoeding over 2010 phantom stocks toegekend op basis van een koers van 28,69 euro per aandeel. De phantom stocks worden in april 2012 omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van 2012. De phantom stocks zijn onderhevig aan de toekennings- en verwervingsvoorwaarden die hierna beschreven worden onder Terugvorderingsbepalingen.

Informatie over het vergoedingsbeleid voor de komende twee boekjaren

Wat de vergoeding van de niet-uitvoerend bestuurders betreft, is het de bedoeling om de vaste vergoeding die nu afgenomen wordt van de nettowinst om te vormen tot een echte niet-prestatiegebonden en niet-winstgebonden vaste vergoeding die, net zoals de presentiegelden, als kosten wordt geboekt. Tegelijkertijd zal de verhouding tussen de vaste vergoeding en de presentiegelden herbekeken worden met het oog op een vermindering van de vaste vergoeding en een verhoging van de presentiegelden.

Wat de leden van het management betreft, werd het vergoedingsbeleid door de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, goedgekeurd. Het wordt beschreven in de zogenaamde Remuneration Policy. Daarin werden vooral met betrekking tot het variabele loon een aantal principes vastgelegd die in de hele groep van toepassing zijn. De belangrijkste zijn:

  • • Het variabele loon moet altijd bestaan uit een resultaatsgebonden deel (waarvan ten minste 10% gebaseerd is op de resultaten van de KBC-groep) en een prestatiegebonden deel.
  • • Ten minste 50% van het variabele loon voor het topmanagement, de zogenaamde key identified staff (KIS), wordt niet onmiddellijk uitbetaald en de betaling daarvan wordt gespreid over drie jaar.
  • • Voor deze KIS wordt de helft van de totale variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten.
  • • Er worden geen voorschotten op het variabele loon uitgekeerd en er wordt in een clawback/holdback-mogelijkheid voorzien.
  • • De verhouding tussen vast en variabel loon wordt voor het overgrote deel van de groep bepaald op maximaal een op een.
  • • Voor het variabele loon geldt een plafond van 750 000 euro.

Naast de risk gateway zal er, voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding voor de prestaties vanaf boekjaar 2012, eveneens een Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid worden geïntroduceerd. Het basisidee van het Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid dat gebruikt wordt voor de toewijzing van kapitaal, is dat noch het economische kapitaal, noch het reglementaire kapitaal geschikt is als de enige drijfveer voor kapitaaltoewijzing. Reglementair kapitaal heeft een beperkte dekking in termen van risicotypes en weerspiegelt slechts gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van KBC van diens risicoprofiel, maar is momenteel niet op hetzelfde gedetailleerde niveau beschikbaar. Gegeven die beperkingen, werd gekozen om kapitaal toe te wijzen op basis van een RWA (risicogewogen activa)-coëfficiënt die de inzichten van economisch kapitaal reflecteert.

Dit beleid introduceert het begrip RAP (Risk-Adjusted Profit) als (absolute) maatstaf van de winstgevendheid van een bedrijf, maar met een intrinsieke correctie voor kapitaal- en risico-elementen. Voor bepaalde categorieën van key identified staff waarvoor de RAP als risico-aanpassingsmechanisme als ontoereikend werd beoordeeld door de bevoegde controlefunctie, wordt dat framework aangevuld met extra prestatie-indicatoren die een betere risicomaatstaf zijn.

Het is de bedoeling om de werking van dit nieuwe framework na een jaar te evalueren en zo nodig bij te sturen.

Verder zal op basis van een objectieve marktvergelijking de opdeling tussen het vaste en het variabele gedeelte van het totale vergoedingspakket opnieuw kritisch onderzocht en zo nodig bijgestuurd worden.

Terugvorderingsbepalingen

Zoals hiervoor al toegelicht, wordt de betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding niet alleen gespreid in tijd, maar wordt de helft ervan ook uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar.

De variabele vergoeding, inclusief het uitgestelde gedeelte ervan, wordt slechts verworven wanneer dat met de financiële toestand van de instelling in zijn geheel te verenigen is, en door de prestaties van de KBC-groep en door de prestaties van het DC gerechtvaardigd wordt.

In de volgende omstandigheden kan er worden ingegrepen op de betaling van de uitgestelde, maar nog niet verworven bedragen (malus):

  • • bewijs van wangedrag of grove fout van de medewerker (bijvoorbeeld schending van de gedragscode en andere interne regels, in het bijzonder met betrekking tot risico's);
  • • een belangrijke terugval in de financiële prestaties van de KBC-groep te wijten aan beslissingen genomen in het jaar van toekenning van de variabele vergoeding;
  • • vaststelling van belangrijke tekortkomingen in het risicobeheer van de KBC-groep;

• belangrijke wijzigingen in de economische of regulatoire kapitaalbasis van de instelling.

Daarover wordt door de Raad een beslissing genomen op advies van het Vergoedingscomité.

In de volgende omstandigheden wordt de al verworven variabele vergoeding uitzonderlijk teruggevorderd (claw back):

  • • bewijs van fraude;
  • • (gebruik van) misleidende informatie.

Vergoedingen op individuele basis die aan de niet-uitvoerend bestuurders van KBC Groep NV werden toegekend

Gelet op het beperkte resultaat dat KBC over 2011 boekte en het feit dat, als gevolg daarvan, over 2011 slechts een symbolisch dividend wordt uitgekeerd, keert noch KBC Groep NV noch enige andere vennootschap van de KBC-groep in België of in het buitenland waarin sommige niet-uitvoerend bestuurders van KBC Groep NV in de loop van 2011 een bestuurdersmandaat uitoefenden, ten laste van de winst een vaste vergoeding uit over het boekjaar 2011 aan de niet-uitvoerend bestuurders. Wel ontvangen de niet-uitvoerend bestuurders presentiegeld in verhouding tot het aantal door hen bijgewoonde vergaderingen van de Raad van KBC Groep NV en, in voorkomend geval, van andere vennootschappen van de KBC-groep in België of in het buitenland. Zoals hierboven al vermeld, ontvangen de voorzitter van de Raad en de voorzitter van het ARCC wel de specifieke vergoeding die aan hun functie gekoppeld is.

Vergoeding per individuele bestuurder
(op geconsolideerde basis, in euro)
Vergoeding
(m.b.t. boekjaar 2011)
Vergoeding ARCC
(m.b.t. boekjaar 2011)
Presentiegeld
(m.b.t. boekjaar 2011)
Thomas Leysen1 137 500 0 30 000
Paul Borghgraef 0 0 37 500
Alain Bostoen 0 0 35 000
Jo Cornu 0 0 35 000
Marc De Ceuster 0 30 000 40 000
Tom Dechaene² 0 6 000 20 000
Franky Depickere 0 187 000 176 250
Luc Discry 0 0 75 000
Frank Donck 0 0 41 250
Jean-Pierre Hansen 0 0 30 000
Dirk Heremans 0 27 000 35 000
Lode Morlion 0 0 40 000
Philippe Naert 0 30 000 37 500
Theodoros Roussis 0 24 000 32 500
Hendrik Soete 0 0 40 000
Eric Stroobants 0 0 35 000
Alain Tytgadt 0 0 37 500
Ghislaine Van Kerckhove 0 0 32 500
Charles Van Wymeersch 0 0 40 000
Piet Vanthemsche 0 0 50 000
Philippe Vlerick 0 0 105 000
Marc Wittemans 0 60 000 60 000
Jan Huyghebaert³ 311 000 0 101 500

1 Voorzitter van de Raad sinds 1 oktober 2011. De hier vermelde vergoeding betreft enerzijds de vaste vergoeding die hij als voorzitter genoot sinds 1 oktober 2011 en anderzijds de presentiegelden die hij als bestuurder genoot sinds zijn benoeming op 28 april 2011 tot 1 oktober 2011.

2 Waarnemer sinds 11 mei 2011 en bestuurder sinds 1 oktober 2011.

3 Voorzitter van de Raad tot 1 oktober 2011.

Informatie over het bedrag van de vergoeding die leden van het DC van KBC Groep NV die ook lid zijn van de Raad in die hoedanigheid zouden hebben ontvangen

Er werd noch een vaste vergoeding noch presentiegeld uitgekeerd aan de leden van het DC die als gedelegeerd bestuurder lid zijn van de Raad.

Evaluatiecriteria gebaseerd op de prestaties van de KBC-groep en/of van de betrokkene(n) bij de toekenning van variabele vergoedingen

De resultaatsgebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald als een percentage van het nettoresultaat van KBC Groep NV (geconsolideerd). De prestatiegebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald als een percentage van de vaste vergoeding (tussen 0% en 30%) na een evaluatie van de geleverde prestaties op grond van enkele vooraf afgesproken criteria. Over het jaar 2011 zagen de leden van het DC af van elke variabele vergoeding.

Vergoeding van de voorzitter en de andere leden van het DC van KBC Groep NV

Het DC van KBC Groep NV is een collegiaal en solidair orgaan waarvan de voorzitter primus inter pares is en geen CEO in de zin van enige operationele en verantwoordelijke vertegenwoordiger van het bedrijf. Niettemin worden in de tabel, ter uitvoering van de vennootschapswetgeving en de Code, op individuele basis de vergoedingen van de voorzitter van het DC weergegeven.

In de tabel wordt bovendien opgave gedaan van de gezamenlijke vergoedingen die KBC Groep NV en zijn directe en indirecte dochtervennootschappen uitkeerden aan andere leden van het DC van KBC Groep NV dan de voorzitter van het comité met betrekking tot boekjaar 2011. De samenstelling van het DC in de loop van 2011 onderging een aantal wijzigingen waarvan sommige een weerslag hadden op het vergoedingstotaal. In de totaalbedragen werden dan ook de volgende vergoedingen opgenomen:

  • • de vergoeding die Luc Gijsens ontving vanaf zijn opname in het DC;
  • • de vergoeding die Luc Philips ontving tot zijn pensionering;
  • • de vergoedingen die Danny De Raymaeker, Marko Voljcˇ, Luc Popelier, Johan Thijs en John Hollows ontvingen over heel 2011.
Vergoeding van het DC van KBC Groep NV (uitbetaald bedrag in euro) over 2011 Jan Vanhevel
(volledig boekjaar)
Andere leden van
het DC (samen)
Statuut zelfstandige zelfstandige
Vaste basisvergoeding 727 605 3 151 949
Resultaatsgebonden variabele vergoeding over het boekjaar 2011 0 0
Prestatiegebonden variabele vergoeding over het boekjaar 2011 0 0
Resultaatsgebonden variabele vergoeding over voorgaande boekjaren1 0 372 059
Prestatiegebonden variabele vergoeding over voorgaande boekjaren1 0 116 956
Totaal 727 605 3 640 964
Pensioen²
Aanvullend pensioenplan type vaste prestaties (service cost) 106 321 637 927
Aanvullend pensioenplan met vaste bijdragen (aan het pensioenfonds overgemaakte toelage) over 2011 0 0
Andere voordelen³ 167 89 028

1 Over het boekjaar 2010 werd zowel een resultaatsgebonden als een prestatiegebonden variabele vergoeding toegekend. Van het cashgedeelte daarvan (50%) zou normaal gezien de helft in 2011 zijn uitbetaald. De betaling van de andere helft wordt gespreid over de boekjaren 2012, 2013 en 2014. Begin 2011 heeft het DC evenwel beslist om het tijdstip van verwerving (vesting) van de eerste schijf een jaar te verschuiven en te koppelen aan de terugbetaling aan de overheid. Dat betekent dat zowel het eerste gedeelte als het eerste deel van het uitgestelde gedeelte werden verworven in 2011 (betaling in 2012). Het hier vermelde bedrag is dan ook 66,66% van het cashgedeelte van de variabele vergoeding over 2010. Jan Vanhevel, voorzitter van het DC, besliste om de uitbetaling van de hem over het boekjaar 2010 toekomende variabele vergoeding (zowel resultaats- als prestatiegebonden) verder uit te stellen.

2 Het pensioenstelsel van de leden van het DC bestaat uit twee delen: een klein gedeelte in de vorm van het type vaste bijdragen en het belangrijkste gedeelte in de vorm van het type vaste prestaties. Het vastebijdragenplan is van toepassing op alle leden van het DC vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de betrokkene gedurende drie jaar deel uitmaakt van het DC. KBC financiert dat plan met een jaarlijkse toelage (aan het pensioenfonds van KBC) waarvan de omvang uitgedrukt wordt als een percentage van de geconsolideerde nettowinst van KBC Groep. Bedoeld percentage is afhankelijk van de ontwikkeling van de winst per aandeel. Gelet op de geringe omvang van het geconsolideerde nettoresultaat, worden er over 2011 geen toelagen betaald. Het vasteprestatiesplan is van toepassing voor elk lid van het DC vanaf het ogenblik van opname in het DC. Een volledig aanvullend rustpensioen wordt verworven na 25 jaar dienst in de KBC-groep, waarvan ten minste zes jaar als lid van het DC. Elk aanvullend pensioen (tenzij het opgebouwd werd met persoonlijke bijdragen) dat in welke hoedanigheid ook (zelfstandige of werknemer) elders in de groep verworven werd, wordt in rekening gebracht bij de berekening van dit rustpensioen (er is dus geen cumul mogelijk).

3 Elk lid van het DC ontvangt een maandelijkse representatievergoeding van 400 euro. Aangezien het hier om een forfaitaire terugbetaling van kosten gaat, werd dat bedrag niet in de tabel opgenomen. Elk lid van het DC heeft ook een bedrijfswagen. Het privégebruik ervan werd aan de leden van het DC gefactureerd op basis van een forfait van 7 500 km per jaar. Voordelen die de leden van het DC wel genieten, zijn een hospitalisatieverzekering en een bijstandsverzekering. De twee leden van het DC met een buitenlandse nationaliteit die geëxpatrieerd zijn, genieten bovendien huisvesting en een ziektekostenverzekering.

Betaalde langetermijn-cashbonus

In het financieel statuut van de leden van het DC is niet in een langetermijn-cashbonus voorzien.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen KBC Groep NV te verwerven, toegekend in de loop van het boekjaar, op individuele basis

Zoals hierboven beschreven, wordt de helft van de totale jaarlijkse variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar. Aangezien het DC over 2011 afzag van elke variabele vergoeding, worden er over dat boekjaar ook geen phantom stocks toegekend.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen KBC Groep NV te verwerven, uitgeoefend of vervallen in de loop van het boekjaar, op individuele basis

Aangezien het phantom stock-plan pas in 2011 (m.b.t. het boekjaar 2010) werd opgestart, zullen de eerste phantom stocks pas in cash worden omgezet in 2012.

Bepalingen omtrent vertrekvergoedingen voor uitvoerend bestuurders en leden van het DC van KBC Groep NV op individuele basis

Als gevolg van de door de federale en de Vlaamse overheid bedongen voorwaarden naar aanleiding van de kernkapitaaloperaties in 2008 en 2009, werd de vertrekvergoeding (betaalbaar bij vertrek op initiatief van het bedrijf) voor uitvoerend bestuurders en leden DC sinds eind oktober 2008 beperkt tot 12 maanden vaste vergoeding.

Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen

Hierna wordt in toepassing van bepalingen in het Wetboek van Vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code een beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC (Deel 1 in het algemeen, Deel 2 verbijzonderd tot het financiële rapporteringsproces).

Deel 1: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC

1 Een duidelijke strategie, organisatiestructuur en bevoegdheidsverdeling zetten het kader voor een deugdelijke bedrijfsvoering De strategie en organisatiestructuur van de KBC-groep worden besproken in de hoofdstukken Strategie en bedrijfsprofiel en Structuur en management van dit jaarverslag.

KBC wil een efficiënte bank-verzekeraar en vermogensbeheerder zijn met een sterke affiniteit met zijn cliënten en ruime aandacht voor zijn medewerkers. Daarbij focust KBC op particulieren, zelfstandigen, vrije beroepen, kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps in geselecteerde Europese landen, waarbij door efficiëntie, cliëntgerichtheid, werknemerstevredenheid en gezond risicobeheer verantwoorde rendementsdoelstellingen worden nagestreefd.

KBC tracht ook om zich te identificeren met de verschillende gemeenschappen waarin het bedrijf werkzaam is door lokale bedrijfsmerken te hanteren, lokaal management in dienst te nemen en aan te sluiten bij het sociaal verantwoord ondernemen volgens de normen van de betreffende landen.

De beleidsstructuur binnen de KBC-groep is op een functioneel-duale structuur naar Belgisch model geschoeid:

  • • De Raad van Bestuur tekent de strategie en het algemene beleid uit. Hij oefent alle verantwoordelijkheden en handelingen uit die hem krachtens het Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden. De Raad van Bestuur beslist, op voorstel van het DC, over het niveau van de te nemen risico's (risk appetite).
  • • Het Directiecomité (DC) is belast met het operationele bestuur van de vennootschap binnen de door de Raad goedgekeurde algemene strategie en het algemene beleid. Om zijn specifieke verantwoordelijkheden inzake financieel beleid en risicobeheer waar te nemen, heeft het DC in zijn midden een chief financial officer (CFO) en chief risk officer (CRO) aangesteld.

Het Corporate Governance Charter van KBC beschrijft voor beide beleidsorganen hun onderlinge bevoegdheden, hun samenstelling en werking alsook de kwalificatievereisten van hun leden. Concrete informatie over samenstelling en werking is opgenomen in andere delen van deze Verklaring.

2 Integriteit en ethisch handelen zijn in de KBC-bedrijfscultuur ingebed

KBC oefent zijn activiteiten uit met respect voor de geldende wetten en reglementen en past die zowel naar de letter als naar de geest toe. KBC houdt daarbij ook rekening met het evoluerende normbesef van de maatschappij en wil met zijn activiteiten bijdragen tot de economische, sociale en ecologische vooruitgang van zijn werkgebieden. KBC schenkt prioritaire aandacht aan de behoeften en de belangen van zijn cliënten, aandeelhouders, personeel en maatschappelijke omgeving. In zijn relatie met hen legt KBC zichzelf regels op inzake billijkheid en redelijkheid, openheid en transparantie, discretie en zorg voor privacy.

Die principes zijn onder andere vervat in het integriteitsbeleid alsook specifieke codes, onderrichtingen en gedragslijnen. De belangrijkste richtlijnen en beleidsnota's in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn te vinden op www.kbc.com/duurzaam ondernemen.

De belangrijkste richtlijnen inzake het integriteitsbeleid zijn:

  • • de KBC-Gedragslijn, een algemeen document dat gebaseerd is op de waarden van de groep en aan al zijn medewerkers een gedrag voorschrijft dat daarmee in overeenstemming is. Het vormt de basis voor de ontwikkeling van gespecialiseerde gedragslijnen voor specifieke doelgroepen en beleidslijnen op groepsniveau;
  • • bijzondere groepswijde complianceregels met betrekking tot:
  • bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme en het naleven van embargo's;
  • fiscaal preventiebeleid waaronder de bijzondere mechanismen van belastingontduiking;
  • bescherming van de belegger en voorkoming van belangenconflicten (MiFID);
  • marktmisbruik, waaronder misbruik van voorkennis;
  • bescherming van het privéleven, vertrouwelijkheid van informatie en professionele discretieplicht.
  • • deontologie en fraudebestrijding:
  • de deontologie van de medewerker zit verweven in de gedragslijn en diverse andere beleidslijnen die in dit onderdeel al werden aangegeven;
  • verschillende diensten, zoals Compliance, Inspectie, Interne Audit en ook de business zijn actief bezig met de preventie en het opsporen van fraude. Voor externe productgerelateerde fraude ligt het hoofdaccent bij de business. Voor fraude en deontologische inbreuken door personeelsleden worden controles en onderzoeken uitgevoerd door diensten die los van de business staan. Voor complexe fraudedossiers en/of zaken met een invloed op groepsniveau wordt het onderzoek gevoerd en/of gecoördineerd door Compliance Groep in haar hoedanigheid van groepscompetentiecentrum voor fraude;
  • het Beleid voor de bescherming van klokkenluiders in de KBC-groep biedt bescherming aan de medewerkers die te goeder trouw tekenen van fraude en ernstige wanpraktijken signaleren;
  • het Anticorruptiebeleid bevestigt de houding van KBC in de strijd tegen en de voorkoming van corruptie bij de uitoefening van zijn werkzaamheden en bevat een omschrijving van de daartoe genomen en te nemen maatregelen. Een onderdeel daarvan is het beleid inzake geschenken, giften en sponsoring: KBC wil zowel zijn medewerkers als zijn tegenpartijen beschermen door criteria op te stellen voor transparant en redelijk gedrag.

Het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen beschrijft de visie van KBC inzake Corporate Social Responsibility (beschikbaar op www.kbc.com).

3 Het drielijnsverdedigingsmodel wapent KBC tegen risico's die het behalen van de vooropgestelde doelstellingen in het gedrang kunnen brengen

Om zijn strategische opdracht te ondersteunen en zich te wapenen tegen de risico's die het realiseren van deze opdracht kunnen verhinderen, heeft het DC, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van de Raad, een gelaagd intern controlesysteem geïmplementeerd. Dat systeem is algemeen bekend als het drielijnsverdedigingsmodel (Three Lines of Defense-model).

3.1 De business draagt de verantwoordelijkheid voor het beheersen van zijn risico's

Business is er eerstelijns verantwoordelijk voor de risico's binnen zijn domein te kennen en over aangepaste en effectieve controles te beschikken. Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over alle risicotypes, inclusief fraude en de naleving van de reglementaire of wettelijke voorschriften. Zij kan daarbij een beroep doen op een aantal ondersteunende diensten zoals Inspectie, Waarde- en Risicobeheer, Compliance, Juridische en Fiscale Zaken, Personeel, Boekhouding en Interne Audit.

3.2 Waarde- en Risicobeheer en Compliance vormen als onafhankelijke controlefuncties de tweedelijnscontrole

Onafhankelijk van business en in navolging van geavanceerde industriestandaarden heeft Waarde- en Risicobeheer als doel om een groepswijd kader voor waarde-, risico- en kapitaalbeheer uit te tekenen, de implementatie van dat raamwerk te controleren en assistentie te verlenen aan het lijnmanagement bij het gebruik van waarde-, risico- en kapitaalbeheerinstrumenten en -technieken. Meer informatie over Waarde- en Risicobeheer vindt u in het betreffende hoofdstuk van dit jaarverslag.

KBC installeerde local chief risk officers (LCRO's) op verschillende niveaus binnen de organisatie. De LCRO's staan kort bij de business, aangezien zij deelnemen aan het lokale beslissingsproces. Zij rapporteren aan de groeps-CRO, wat hun onafhankelijkheid moet garanderen.

De Compliancefunctie is een onafhankelijke functie binnen de KBC-groep, wat wordt gevrijwaard door het aangepaste statuut van deze functie (zoals opgenomen in het Compliance Charter), de plaats in het organogram (hiërarchisch onder de voorzitter van het DC) en de rapporteringslijnen (rapportering aan het ARCC als hoogste orgaan). De doelstelling van Compliance is te voorkomen dat de KBC-groep enige financiële, juridische, reputatie- of sanctieschade zou oplopen als gevolg van de niet-naleving van toepasselijke wetten, besluiten en interne normen of nog als gevolg van het niet-beantwoorden aan de wettige verwachtingen van het cliënteel, het personeel en de samenleving in haar geheel en wel in de domeinen haar toebedeeld in het integriteitsbeleid.

3.3 Interne Audit ondersteunt, als onafhankelijke derdelijnscontrole, het DC en het ARCC bij de bewaking van de effectiviteit en efficiëntie van het interne controle- en risicobeheersysteem

Interne Audit gaat na of de risico's in de KBC-groep op een adequate manier worden beheerst, en waar mogelijk worden beperkt of geëlimineerd. Zij ziet er ook op toe dat de bedrijfsprocessen en de samenwerking tussen de verschillende geledingen van de instelling op een efficiënte en doelmatige manier verloopt, en dat de continuïteit van de operaties verzekerd is.

Het werkgebied van Interne Audit bestrijkt alle wettelijke entiteiten, activiteiten en divisies, inbegrepen de verschillende controlefuncties, binnen de KBC-groep.

Verantwoordelijkheden, kenmerken, organisatiestructuur en rapporteringslijnen, toepassingsgebied, auditmethodologie, samenwerking tussen interneauditafdelingen van de KBC-groep, en uitbesteding van interneauditactiviteiten worden beschreven en toegelicht in het Auditcharter van KBC Groep NV. Dat charter beantwoordt aan de bepalingen van de Circulaire D1 97/4 (banken) en PPB-2006-8-CPA (verzekeringen) van de CBFA (de huidige FSMA).

Conform internationale professionele auditstandaarden wordt de auditfunctie op regelmatige tijdstippen door een externe, derde partij doorgelicht. Dat gebeurde voor het laatst in 2009. De resultaten van die oefening werden aan het Directiecomité en het ARCC gerapporteerd in het kader van hun toezicht op en evaluatie van Interne Audit.

4 Het KBC-Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC) speelt een centrale rol in de monitoring van het interne controleen risicobeheersysteem

Het Directiecomité beoordeelt jaarlijks de aangepastheid van het interne controle- en risicobeheersysteem en rapporteert daarover aan het ARCC.

Het ARCC houdt namens de Raad toezicht op de integriteit en doeltreffendheid van de interne controlemaatregelen en van het opgezette risicobeheer zoals dat onder de verantwoordelijkheid van het DC is opgezet, met specifieke aandacht voor een correcte financiële verslaggeving. Het comité volgt ook de door de vennootschap opgezette procedures op om aan de wet en andere reglementeringen te voldoen.

De rol, samenstelling, werking en kwalificatie van zijn leden zijn vastgelegd in het ARCC-charter waarvan de recentste versie op 23 september 2010 door de Raad werd goedgekeurd. In andere paragrafen vindt u bijkomende informatie over het ARCC.

Deel 2: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen in verband met het proces van financiële verslaggeving

Het is van cruciaal belang dat de financiële verslaggeving tijdig, accuraat en inzichtelijk is zowel naar interne als externe stakeholders. Daartoe moet het onderliggende proces voldoende robuust zijn om die doelstelling te kunnen bereiken.

De periodieke rapportering op vennootschappelijk niveau bij KBC Groep resulteert uit een gedocumenteerd boekhoudkundig proces. Een handleiding over boekhoudprocedures en het financiële rapporteringproces is beschikbaar. De periodieke financiële staten worden rechtstreeks aangemaakt vanuit het grootboek. De boekhoudkundige rekeningen worden aangesloten met de achterliggende inventarissen. Het resultaat van die controles kan worden aangetoond.

De periodieke financiële staten worden opgesteld conform de lokale waarderingsregels. De periodieke rapportering over het eigen vermogen wordt opgesteld conform het Besluit van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 17 oktober 2006.

De belangrijkste verbonden ondernemingen beschikken over een aangepaste boekhoudkundige en administratieve organisatie en hebben procedures voor financiële interne controles. Een beschrijvend document over het consolidatieproces is beschikbaar. Het consolidatiesysteem en het consolidatieproces zijn al geruime tijd operationeel en bevatten talrijke consistentiecontroles.

De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld conform de IFRS-waarderingsregels, die van toepassing zijn voor alle vennootschappen opgenomen in de consolidatieperimeter. De verantwoordelijke financiële directies (CFO's) van de dochterondernemingen certifiëren de juistheid en de volledigheid van de gerapporteerde financiële cijfers, conform de groepswaarderingsregels. Het fiatteringscomité (approval commission), dat wordt voorgezeten door de algemeen directeur Group Finance, controleert de naleving van de IFRS-waarderingsregels.

Conform de Wet van 15 mei 2007 heeft het Directiecomité van KBC Groep een evaluatie gemaakt van het interne controlesysteem met betrekking tot het proces van de financiële verslaggeving en daarover een verslag opgesteld.

Het bestaan (sinds 2006) en de opvolging van de groepswijde standaarden inzake boekhoudkundige controles (Group Standard Accounting Controls) is een van de sterke pijlers van de interne controle van het boekhoudkundige proces (Corporate Accounting Process). De Group Standard Accounting Controls stelt regels vast om de voornaamste operationele risico's van het corporate accounting process te beheersen en heeft betrekking op het opzetten en onderhouden van de architectuur van het boekhoudkundige proces: het opstellen en onderhouden van waarderingsregels en boekhoudschema's, het naleven van regels inzake autorisatie en functiescheiding bij de boekhoudkundige registratie van verrichtingen, het opzetten van een gepast eerstelijns- en tweedelijnsrekeningbeheer.

Ook de groepswijde uitrol van procedures voor versnelde afsluiting (Fast Close), de opvolging van verrichtingen tussen groepsmaatschappijen (Intercompanies) en de permanente follow-up van een aantal risico-, prestatie- en kwaliteitsindicatoren (Key Risk Indicators / Key Performance Indicators) dragen continu bij tot de verhoging van de kwaliteit van het proces van de financiële verslaggeving.

Door de ontwikkeling en de ingebruikname van het Reporting Framework werd in 2011 het in het proces van de financiële verslaggeving ingebedde interne controle- en risicobeheersysteem vervolledigd.

Dit Reporting Framework definieert een robuuste governance en beschrijft duidelijk alle rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren met als doel eenduidig te kunnen aantonen hoe de risico's eigen aan het proces van de financiële verslaggeving onder controle worden gehouden. Jaarlijks (en voor het eerst met betrekking tot 2011) moeten, ter voorbereiding van de groepswijde evaluatie van het interne controlesysteem, alle CFO's van de betrokken entiteiten hun Entity Accountability Excel en de onderliggende Departmental Reference Documents (RACIs) aan de expert local operational risk manager van Group Finance bezorgen. Daarmee bevestigen ze formeel en onderbouwd dat binnen hun entiteit alle gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het end-to-endproces van de financiële verslaggeving adequaat worden genomen. De waarheidsgetrouwheid van deze bevestiging kan te allen tijde worden geverifieerd door alle betrokken interne en externe stakeholders.

In de loop van 2012 zal de essentie van het interne controle- en risicobeheersysteem worden veiliggesteld in de Group Key Control Financial Reporting. Elke entiteit zal het al dan niet voldoen aan de Group Key Control moeten beoordelen in het beoordelingssysteem van Waarde- en Risicobeheer Groep. Dat zal resulteren in een meer toegankelijke follow-up van de beoordelingen.

Het externe rapporteringsproces, zowel statutair als geconsolideerd, wordt minstens om de drie jaar end-to-end geauditeerd door de Interne Audit van KBC Groep.

Voor het toezicht dat het ARCC uitoefent, verwijzen we naar de tweede paragraaf onder punt 4 van Deel 1.

Afwijkingen van de Code

De Verklaring inzake deugdelijk bestuur in het jaarverslag moet eveneens een opsomming en uitleg geven van de bepalingen van de Code waarvan wordt afgeweken (comply or explain-principe). Hieronder volgt dat overzicht:

Bepaling 2.1. van de Belgische Corporate Governance Code (de Code) stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit. Zie verder in de paragraaf over Genderdiversiteit.

Bepaling 5.2./1 van Bijlage C bij de Code schrijft voor dat de Raad een Auditcomité opricht dat uitsluitend bestaat uit niet-uitvoerend bestuurders. Bepaling 5.2./4 van dezelfde Bijlage C stelt dat op zijn minst een meerderheid van de leden van dat comité onafhankelijk is. Bepaling 5.3./1 van Bijlage D bij de Code schrijft voor dat de Raad een Benoemingscomité opricht dat bestaat uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurders.

Op 31 december 2011 was het ARCC samengesteld uit zeven niet-uitvoerend bestuurders van wie twee onafhankelijke, twee die door respectievelijk de federale en de Vlaamse overheid werden aangewezen en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus niet de meerderheid uit in het Auditcomité.

Het Benoemingscomité was op dezelfde datum samengesteld uit zeven niet-uitvoerend bestuurders, van wie de voorzitter van de Raad, een onafhankelijke bestuurder, een overheidsbestuurder, een uitvoerend bestuurder en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus in dit comité niet de meerderheid uit. Op advies van het comité werd op 19 maart 2012 Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder, door de Raad aangesteld als lid van het comité.

Zowel bij de samenstelling van het ARCC als bij die van het Benoemingscomité wordt – zoals voor de Raad – rekening gehouden met de specificiteit van de aandeelhoudersstructuur van KBC Groep NV en in het bijzonder met de aanwezigheid van de kernaandeelhouders: Cera, KBC Ancora, MRBB en de andere vaste aandeelhouders. Op die manier wordt een evenwicht in stand gehouden dat heilzaam is voor de stabiliteit en de continuïteit van de groep. Bovendien kunnen de kernaandeelhouders door de aanwezigheid van hun vertegenwoordigers in deze comités van de Raad de operationele verslaggeving (ARCC) en de rekruterings- en benoemingsdossiers (Benoemingscomité) met kennis van zaken opvolgen. Dat komt evenwicht, kwaliteit en efficiëntie van het beslissingsproces binnen de Raad van Bestuur ten goede.

Genderdiversiteit

In 2011 is in de vennootschapswetgeving een bepaling opgenomen waardoor de Raad op termijn ten minste een derde leden moet bevatten van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Bepaling 2.1 van de Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit.

De Raad telt in zijn huidige samenstelling een vrouw en vierentwintig mannen. De Raad, die het beginsel van genderdiversiteit genegen is, streeft een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in zijn midden na. Momenteel worden voorbereidingen getroffen om in de komende jaren stelselmatig het aantal vrouwelijke bestuurders te verhogen en ten laatste in 2017 het vereiste quotum te behalen.

Belangenconflicten die onder artikel 523 of 524 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vallen

In de loop van boekjaar 2011 kwamen geen belangenconflicten voor die een toepassing van artikel 523 of 524 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vereisten.

Commissaris

De Algemene Vergadering van KBC Groep NV van 29 april 2010 hernieuwde het mandaat van commissaris van Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA voor een periode van drie jaar, met als vertegenwoordigers Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. De bezoldiging van de commissaris vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichting 43 (volledige groep – geconsolideerde cijfers) en in het deel Vennootschappelijke jaarrekening, in Toelichting 6 (KBC Groep NV).

Aandeelhoudersstructuur per 31 december 2011 zoals die blijkt uit ontvangen kennisgevingen in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV (beschikbaar op www.kbc.com) legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert die ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. In de tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per einde 2011, resulterend uit alle kennisgevingen ontvangen tot 31 december 2011. In het deel Vennootschappelijke jaarrekening vindt u eveneens een overzicht van de ontvangen kennisgevingen in 2010 en 2011. We wijzen erop dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Kennisgeving betreft
situatie per
Adres Aantal KBC-aandelen
(tegenover de som van het op
het moment van kennisgeving
bestaande aantal aandelen)
KBC Ancora Comm.VA1 1 september 2008 Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 82 216 380 (23,15%)
Cera CVBA1 1 september 2008 Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 25 903 183 (7,29%)
MRBB CVBA1 1 september 2008 Diestsevest 40, 3000 Leuven, België 42 562 675 (11,99%)
Andere vaste aandeelhouders1 1 september 2008 P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2,
8510 Bellegem, België
39 867 989 (11,23%)
Vennootschappen behorend tot de
KBC-groep
1 september 2008 Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 18 240 777 (5,14%)
BlackRock Inc.2 2 december 2011 Throgmorton Avenue 12, EC2N 2DL Londen,
Verenigd Koninkrijk
10 518 102 (2,94%)2

Aandeelhouderschap 31-12-2011, volgens meest recente kennisgevingen overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007

1 Hiervan werden de volgende aantallen aandelen in onderling overleg ingebracht: 32 634 899 door KBC Ancora Comm.VA, 10 080 938 door Cera CVBA, 26 436 213 aandelen door MRBB CVBA en alle 39 867 989 aandelen door Andere vaste aandeelhouders. Deze aandelen waren het voorwerp van een afzonderlijke kennisgeving.

2 Betreft kennisgeving van het neerwaarts overschrijden van de 3%-rapporteringsdrempel. Meer informatie in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

Bekendmaking ter uitvoering van artikel 34 van het Belgische KB van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

1 Kapitaalstructuur op 31 december 2011

Het maatschappelijk kapitaal is volgestort en wordt vertegenwoordigd door 357 980 313 maatschappelijke aandelen zonder nominale waarde. Meer informatie over het kapitaal van de groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening

2 Wettelijke of statutaire beperking van overdracht van effecten

Jaarlijks voert KBC Groep NV een kapitaalverhoging door waarbij de inschrijving is gereserveerd voor het personeel van KBC Groep NV en bepaalde van zijn Belgische dochtervennootschappen. Als de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen een korting vertoont ten opzichte van de in de uitgiftevoorwaarden bepaalde referentiekoers, kunnen die nieuwe aandelen door het personeelslid niet worden overgedragen gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de betaaldatum, tenzij in geval van overlijden van het personeelslid. Op 31 december 2011 waren er in dat kader geen aandelen geblokkeerd.

De opties op aandelen KBC Groep NV die in handen zijn van medewerkers van diverse vennootschappen van de KBC-groep en die in het kader van op verschillende tijdstippen opgezette aandelenoptieplannen aan deze medewerkers werden toegekend, zijn niet overdraagbaar onder levenden. Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel vindt u in Toelichting 12 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn Nihil.

4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend Nihil

5 Wettelijke of statutaire beperking van de uitoefening van het stemrecht

De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen, zijn geschorst. Op 31 december 2011 betrof het 18 169 054 aandelen, dat is 5,08% van het aantal aandelen die op dat ogenblik in omloop waren.

6 Aan KBC Groep NV bekende aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht

Een groep rechtspersonen en natuurlijke personen treden in onderling overleg op en vormen de vaste aandeelhouderskern van KBC Groep NV. Volgens de door hen ingestuurde kennisgeving beschikten zij op 1 september 2008 over de volgende aantallen stemrechten in onderling overleg:

  • • KBC Ancora Comm.VA: 32 634 899
  • • Cera CVBA: 10 080 938
  • • MRBB CVBA: 26 436 213
  • • Andere Vaste Aandeelhouders: 39 867 989.

In totaal zijn dat 109 020 039 stemrechten of 30,70% van het totaal aantal stemrechten (inclusief de geschorste: zie hierboven) op 1 september 2008 (355 122 707). Vergeleken met het totale aantal stemrechten op 31 december 2011 (357 980 313) zou dat neerkomen op 30,45%. Tussen die partijen werd een aandeelhoudersovereenkomst gesloten om het algemene beleid van KBC Groep NV te ondersteunen en te coördineren, en op de toepassing van dat beleid toe te zien. De overeenkomst voorziet in een contractueel aandeelhouderssyndicaat. In de aandeelhoudersovereenkomst zijn bepalingen over de overdracht van effecten en de uitoefening van het stemrecht binnen het kader van het syndicaat opgenomen.

In het kader van de kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro door KBC Groep NV waarop midden december 2008 door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij NV werd ingetekend, zijn de kernaandeelhouders van KBC Groep NV onder meer de volgende formele verbintenis aangegaan. Zij zullen hun aandelen niet aanbieden in geval van een vrijwillig of verplicht openbaar overnamebod op alle KBC-aandelen of, naargelang het geval, geen KBC-aandelen in die mate verkopen dat daardoor een verplicht bod zou ontstaan of, naargelang het geval, hun aandelen vóór de aanvang, gedurende of na afloop van een openbaar overnamebod niet overdragen aan (een) (aanstaande) bieder(s) of verwante partij noch enig recht daartoe verlenen, zonder de formele verbintenis van de (aanstaande) bieder(s) dat deze na afloop van het bod KBC zal (zullen) verplichten alle uitstaande kernkapitaaleffecten terug te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de NBB) of zelf alle uitstaande kernkapitaaleffecten zal (zullen) inkopen, in beide gevallen tegen een prijs gelijk aan 44,25 euro per effect. Deze verbintenis van de kernaandeelhouders is eveneens toepasselijk op de tweede kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro van KBC Groep NV, waarop midden juli 2009 door het Vlaams Gewest werd ingeschreven.

7 De regels voor de benoeming en vervanging van leden van het bestuursorgaan en voor de wijziging van de statuten van KBC Groep NV

Benoeming en vervanging van leden van de Raad:

De benoeming van kandidaat-bestuurders en de herbenoeming van bestuurders worden door de Raad na advies van de NBB ter goedkeuring voorgesteld aan de Algemene Vergadering. Elk voorstel wordt vergezeld van een gedocumenteerde aanbeveling door de Raad, gebaseerd op het advies van het Benoemingscomité.

Onverminderd de toepasselijke wettelijke voorschriften worden de voorstellen tot benoeming ten minste dertig dagen vóór de Algemene Vergadering meegedeeld als een afzonderlijk punt op de agenda van de Algemene Vergadering.

In geval van benoeming van een onafhankelijk bestuurder geeft de Raad aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het Wetboek van Vennootschappen.

De Algemene Vergadering benoemt de bestuurders bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

De Raad kiest onder zijn niet-uitvoerende leden een voorzitter en eventueel een of meer ondervoorzitters.

Aftredende bestuurders zijn altijd herbenoembaar.

Als in de loop van een boekjaar een plaats van bestuurder openvalt wegens overlijden, ontslag of door een andere oorzaak, kunnen de overige bestuurders voorlopig in de vacature voorzien en een nieuwe bestuurder benoemen. In dat geval zal de Algemene Vergadering tijdens haar eerstvolgende bijeenkomst tot een definitieve benoeming overgaan. Een bestuurder die wordt benoemd ter vervanging van een bestuurder wiens mandaat niet was voltooid, beëindigt dat mandaat tenzij de Algemene Vergadering bij de definitieve benoeming een andere duur voor het mandaat bepaalt.

Wijziging van de statuten:

Tenzij anders is bepaald, heeft de Algemene Vergadering het recht om wijzigingen aan te brengen in de statuten. De Algemene Vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, wanneer de voorgestelde wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en wanneer de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij drie vierden van de stemmen heeft verkregen (art. 558 Wetboek Venn.).

Indien de statutenwijziging betrekking heeft op het doel van de vennootschap, moet de Raad de voorgestelde wijziging omstandig verantwoorden in een verslag dat in de agenda vermeld wordt. Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd die niet méér dan drie maanden voordien is vastgesteld. De commissarissen brengen afzonderlijk verslag uit over die staat. Een exemplaar van deze verslagen kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535 van het Wetboek van Vennootschappen. Het ontbreken van deze verslagen heeft de nietigheid van de beslissing van de Algemene Vergadering tot gevolg. De Algemene Vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten, wanneer de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen (…). Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een tweede bijeenroeping nodig. Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er vertegenwoordigd is. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier vijfden van de stemmen heeft verkregen. (…) (uittreksel uit art.559 Wetboek Venn.)

8 Bevoegdheden van de Raad met betrekking tot uitgifte of inkoop van eigen aandelen

De Algemene Vergadering heeft de Raad tot en met 21 mei 2014 gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meer keren te verhogen met in totaal 900 miljoen euro, in geld of in natura, en zowel door uitgifte van aandelen als van al dan niet achtergestelde, converteerbare obligaties of van warrants die al dan niet verbonden zijn aan al dan niet achtergestelde obligaties. In dat kader kan de Raad het voorkeurrecht opheffen of beperken binnen de wettelijke en statutaire grenzen. De Raad kan die machtiging gebruiken onder de voorwaarden en binnen de grenzen van het Wetboek van Vennootschappen, ook na de datum van ontvangst van de mededeling van de FSMA dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap. Die bijzondere machtiging geldt tot 28 april 2014. Op 31 december 2011 bedroeg het toegestane kapitaal 899 208 331 euro. Daarmee kunnen – rekening houdend met het boekhoudkundige pari van het aandeel op 31 december 2011 – nog maximaal 258 393 198 nieuwe aandelen worden uitgegeven, dat is 72,2% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

Op 22 september 2011 besliste de Raad gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren ten gunste van het personeel. Tegen een intekenprijs per aandeel van 14,63 euro en een maximum van 49 aandelen per personeelslid kon het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 25 november 2011 worden verhoogd met 146 577,60 euro, vertegenwoordigd door 42 120 nieuwe aandelen.

De door de Algemene Vergadering aan de Raad van KBC Groep NV en van zijn rechtstreekse dochtervennootschappen verleende machtiging om eigen aandelen KBC Groep NV onder bepaalde voorwaarden te verwerven en in pand te nemen, verviel op 23 oktober 2009 en werd niet hernieuwd.

Wel zijn de Raad van KBC Groep NV en van de rechtstreekse dochtervennootschappen tot 27 mei 2013 gemachtigd om eigen aandelen KBC Groep NV in te kopen of te verkopen, wanneer de verkrijging of de vervreemding ervan noodzakelijk is om te voorkomen dat KBC Groep NV een dreigend, ernstig nadeel zou lijden. Aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 3 mei 2012 zal onder meer worden voorgesteld die machtiging te hernieuwen voor een periode van drie jaar te rekenen van de bekendmaking van de beslissing tot de hernieuwing.

Ten slotte heeft de Algemene Vergadering voornoemde Raden van Bestuur machtiging verleend om de aandelen KBC Groep NV in hun bezit te vervreemden op de beurs of buiten de beurs, dat laatste tegen een vergoeding die niet lager mag zijn dan de op het ogenblik van de vervreemding geldende beurskoers verminderd met 5%. Aan de jaarvergadering op 3 mei 2012 zal onder meer worden voorgesteld dat percentage te verhogen tot 10%. Op 31 december 2011 hadden KBC Groep NV en zijn rechtstreekse dochtervennootschappen, hoofdzakelijk in het kader van het door de Algemene Vergadering goedgekeurde inkoopprogramma en de afdekking van de KBC-optieplannen voor het personeel, in totaal 18 168 752 aandelen KBC Groep NV in bezit, dat is 5,075% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

9 Belangrijke overeenkomsten waarbij KBC Groep NV partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over KBC Groep na een openbaar overnamebod Nihil.

10 Tussen KBC en zijn bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt Nihil.

Mededelingen in het kader van artikel 74 van de Belgische Wet op openbare overnamebiedingen

In het kader van vermelde wet ontving KBC Groep NV in 2011 een aantal geactualiseerde mededelingen. Op basis daarvan wordt hierna een bijgewerkte tabel van de ontvangen mededelingen weergegeven. De vermelde personen treden op in onderling overleg. De opgegeven aantallen aandelen zijn evenwel niet noodzakelijk allemaal ingebracht in onderling overleg: sommige aantallen kunnen ook vrije aandelen bevatten.

A Mededelingen door

a rechtspersonen,

b natuurlijke personen die 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 , c rechtspersonen die de controle hebben over rechtspersonen onder a,

d natuurlijke personen die via controle over rechtspersonen onder a indirect 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 .

Aandeelhouder Participatie,
aantal
In
procenten2
Controlerende persoon Aandeelhouder Participatie,
aantal
In
procenten2
Controlerende
persoon
KBC Ancora Comm.VA 82 216 3803 22,97% Cera CVBA Algimo NV 320 8163 0,09% Natuurlijke
perso(o)n(en)
MRBB 46 289 8643 12,93% HBB vzw Rodep Comm.VA 303 0003 0,08% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Cera CVBA 26 127 1663 7,30% – SAK Berkenstede 268 9703 0,08%
SAK AGEV 12 354 6953 3,45% – Robor NV 238 9883 0,07% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Plastiche NV 3 189 4823 0,89% Natuurlijke perso(o)n(en) Efiga Invest sprl 233 8063 0,07% Moulins de
Kleinbettingen
SA
3D NV 2 323 0853 0,65% SAK Iberanfra La Pérégrina 220 5884 0,06% ING Trust
Setas SA 1 626 4013 0,45% SAK Setas Promark
International NV
189 0083 0,05% Natuurlijke
perso(o)n(en)
SAK Pula 1 434 2503 0,40% – Hermes Invest NV 180 2253 0,05%
Vrij en Vrank CVBA 1 335 2583 0,37% SAK Prof.
Vlerick
SAK Hermes Controle
en Beheersmij
148 5273 0,04%
De Berk BVBA 1 138 2083 0,32% Natuurlijke perso(o)n(en) Lineago Trust 148 4003 0,04%
De Lelie GCV 1 000 0003 0,28% – Tradisud NV 146 5004 0,04%
Rainyve SA 941 9583 0,26% – SAK Iberanfra 121 2733 0,03%
Stichting Amici Almae
Matris
912 7313 0,26% Sinfonia
Investments NV
115 8393 0,03% SAK Hermes
Controle en
Beheersmaat
schappij
Basil Finance SA 860 0003 0,24% I.B.P. Ravago
Pensioenfonds
115 8333 0,03%
Van Holsbeeck nv 770 8373 0,22% Natuurlijke perso(o)n(en) Inkao-Invest bvba 113 6793 0,03% Robor NV
Ceco c.v.a. 568 8493 0,16% Natuurlijke
perso(o)n(en) Meralpa NV
98 5774 0,03%
Nascar Finance SA 560 0003 0,16% – Edilu NV 70 0004 0,02%
Partapar SA 559 8183 0,16% Natuurlijke
perso(o)n(en)- Wilig NV
42 4724 0,01%
Cordalia SA 425 2503 0,12% Natuurlijke perso(o)n(en) Mercurius Invest NV 40 2303 0,01%
Mapicius SA 425 2503 0,12% Natuurlijke perso(o)n(en) Bevek Vlam 21 39 0064 0,01% ABN Amro
Cecan Invest NV 397 5633 0,11% SAK Prof. Vlerick Filax Stichting 38 5293 0,01% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Plastiche Holding Sarl 375 0003 0,10% – Lycol NV 31 9394 0,01%
Mercator NV 366 4273 0,10% Bâloise-holding Van Vuchelen
en Co CVA
27 7854 0,01%
VIM CVBA 361 5623 0,10% Natuurlijke
perso(o)n(en) Asphalia NV
14 2413 0,00% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Sereno SA 333 4083 0,09% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Kristo Van
Holsbeeck bvba
6 9503 0,00% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Colver NV 322 0994 0,09% – Christeyns NV 3 2713 0,00%
Participatie, Participatie, Participatie, Participatie,
aantal In procenten2 aantal In procenten2 aantal In procenten2 aantal In procenten2
330 8033 0,09% 48 8003 0,01% 15 1323 0,00% 4 5494 0,00%
274 8393 0,08% 48 1413 0,01% 15 1323 0,00% 3 7594 0,00%
235 0003 0,07% 46 4413 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
141 4663 0,04% 46 2003 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
107 5003 0,03% 45 4413 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
96 9033 0,03% 43 2003 0,01% 14 5223 0,00% 3 3754 0,00%
96 9033 0,03% 39 2644 0,01% 13 9054 0,00% 3 3754 0,00%
96 9033 0,03% 33 0694 0,01% 13 9054 0,00% 3 2404 0,00%
84 0783 0,02% 32 9943 0,01% 12 5394 0,00% 2 8003 0,00%
82 2633 0,02% 32 9943 0,01% 11 0424 0,00% 2 2954 0,00%
75 0003 0,02% 32 9783 0,01% 11 0394 0,00% 2 0253 0,00%
69 5003 0,02% 32 9783 0,01% 10 9924 0,00% 1 3504 0,00%
67 5003 0,02% 25 5004 0,01% 9 7614 0,00% 1 2694 0,00%
67 5003 0,02% 24 7254 0,01% 8 8504 0,00% 1 0003 0,00%
63 5994 0,02% 22 6114 0,01% 8 5564 0,00% 8774 0,00%
64 5503 0,02% 22 3434 0,01% 8 4844 0,00% 7744 0,00%
57 8413 0,02% 22 3434 0,01% 8 3164 0,00% 5134 0,00%
56 9503 0,02% 22 3424 0,01% 8 2124 0,00% 5003 0,00%
55 4064 0,02% 21 8973 0,01% 8 2124 0,00% 3244 0,00%
54 9864 0,02% 20 0074 0,01% 7 8843 0,00% 2434 0,00%
52 4993 0,01% 19 5464 0,01% 6 9934 0,00% 2284 0,00%
52 0003 0,01% 16 7334 0,00% 6 5404 0,00% 273 0,00%
49 6003 0,01% 16 0003 0,00% 4 5904 0,00% 243 0,00%

B Mededelingen door natuurlijke personen die minder dan 3% van de effecten met stemrecht houden (deze mededelingen hoeven geen melding te maken van de identiteit van de betrokken natuurlijke personen)5

1 Er werden geen dergelijke mededelingen ontvangen.

2 Totaal aantal bestaande aandelen op 30 juni en 1 september 2011: 357 938 193.

3 Toestand per 30 juni 2011.

4 Toestand per 1 september 2011.

5 Sommige van deze participaties werden in blote eigendom zonder stemrecht aangegeven en andere in vruchtgebruik met stemrecht.

Nettorente-inkomsten
3
6 245
5 479
Rente-inkomsten
3
10 542
11 883
Rentelasten
3
-4 297
-6 404
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering
9
4 616
4 119
Niet-leven
11
1 916
1 861
Leven
10
2 700
2 258
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering
9
-4 261
-3 541
Niet-leven
9
-1 249
-996
Leven
9
-3 012
-2 545
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering
9
-8
-44
Dividendinkomsten
4
97
85
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
5
-77
-178
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
6
90
169
Nettoprovisie-inkomsten
7
1 224
1 164
Provisie-inkomsten
7
2 156
2 043
Provisielasten
7
-932
-878
Overige netto-inkomsten
8
452
56
TOTALE OPBRENGSTEN
8 378
7 310
Exploitatiekosten
12
-4 436
-4 344
Personeelskosten
12
-2 529
-2 569
Algemene beheerskosten
12
-1 546
-1 449
Afschrijvingen vaste activa
12
-361
-326
Bijzondere waardeverminderingen
14
-1 656
-2 123
Op leningen en vorderingen
14
-1 483
-1 333
Op voor verkoop beschikbare financiële activa
14
-31
-417
Op goodwill
14
-88
-120
Op overige
14
-54
-253
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
15
-63
-58
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN
2 224
786
Belastingen
16
-82
-320
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
46
-254
-419
RESULTAAT NA BELASTINGEN
1 888
47
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen
28
34
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten
0
0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
1 860
13
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten
-254
-419
Winst per aandeel (in euro)
Gewoon
17
3,72
-1,93
Verwaterd
17
3,72
-1,93
(in miljoenen euro) Toelichting 2010 2011
  • • Eind 2009 kondigde de groep een nieuw strategisch plan aan. Dat plan diende als basis voor de Europese Commissie om te beoordelen of KBC in staat is de effecten verkocht aan de overheid binnen een redelijke termijn terug te kopen. De Europese Commissie heeft het plan eind november 2009 goedgekeurd. Midden 2011 werden enkele aanpassingen aan dat plan doorgevoerd. U vindt meer informatie daarover in het hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel (de commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd).
  • • KBL EPB wordt sinds 2010 gekwalificeerd als een beëindigde bedrijfsactiviteit. Bijgevolg werden de resultaten van KBL EPB, in overeenstemming met IFRS 5, niet meer onder de verschillende posten van de winst-en-verliesrekening opgenomen, maar gebundeld in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. Voor KBL EPB werd oorspronkelijk in mei 2010 een verkoopovereenkomst gesloten, maar in maart 2011 werd bekendgemaakt dat die verkoop niet doorging. Het verkoopproces voor KBL EPB werd nadien heropgestart en in oktober 2011 werd een verkoopovereenkomst bereikt met Precision Capital. Alle gegevens vereist volgens IFRS 5 vindt u in Toelichting 46.
  • • Dividendvoorstel over het boekjaar 2011: onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering bedraagt het brutodividend 0,01 euro per dividendgerechtigd aandeel over het boekjaar 2011. Het totale te betalen dividend bedraagt dan 3,4 miljoen euro. De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid (zie deel Overige informatie) is gerelateerd aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Met betrekking tot het boekjaar 2011 wordt in dat kader (in 2012) in totaal een coupon van 595 miljoen euro betaald aan de betrokken overheden (de boekhoudkundige verwerking in IFRS is vergelijkbaar met die van gewone dividenden (in 2012 in aftrek van het eigen vermogen)). Merk op dat die coupon in rekening wordt gebracht bij de berekening van de winst per aandeel (Toelichting 17).
  • • De belangrijkste bestanddelen van de resultatenrekening worden besproken in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Resultaat in 2011 en de daaropvolgende hoofdstukken over de divisies (de commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd).

Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)

(in miljoenen euro) 2010 2011
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 888 47
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 28 34
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 860 13
NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ERKEND IN EIGEN VERMOGEN
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor aandelen 49 -162
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 105 -171
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde -7 12
Overboeking van reserve naar nettoresultaat -48 -3
Bijzondere waardeverminderingen 9 40
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding -60 -43
Uitgestelde belastingen 3 0
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor obligaties -427 -32
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -874 -251
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 297 48
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 151 171
Bijzondere waardeverminderingen -54 158
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 17 -22
Proratering en bijzondere waardevermindering op herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa
naar aanleiding van herklassering naar leningen en vorderingen
284 81
Uitgestelde belastingen -96 -46
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor andere activa 1 -1
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 1 0
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 0 0
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 0 -1
Bijzondere waardeverminderingen 0 0
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 0 -1
Uitgestelde belastingen 0 0
Nettowijziging van de afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) -68 -150
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -131 -336
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 54 127
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 8 58
Brutobedrag 10 89
Uitgestelde belastingen -2 -32
Nettowijziging van de omrekeningsverschillen 63 -154
Brutobedrag -6 -40
Uitgestelde belastingen 70 -114
Overige mutaties -1 1
TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN 1 505 -451
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 35 21
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 470 -471

Geconsolideerde balans

ACTIVA
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2010 31-12-2011
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 15 292 6 218
Financiële activa 18–29 281 240 249 439
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 30 287 26 936
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 18–29 25 545 13 940
Voor verkoop beschikbaar 18–29 54 143 39 491
Leningen en vorderingen 18–29 157 024 153 894
Tot einde looptijd aangehouden 18–29 13 955 14 396
Afdekkingsderivaten 18–29 286 782
Deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen, verzekeringen 35 280 150
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 218 197
Belastingvorderingen 31 2 534 2 646
Actuele belastingvorderingen 31 167 201
Uitgestelde belastingvorderingen 31 2 367 2 445
Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten 46 12 938 19 123
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 32 496 431
Vastgoedbeleggingen 33 704 758
Materiële vaste activa 33 2 693 2 651
Goodwill en andere immateriële vaste activa 34 2 256 1 898
Overige activa 30 2 172 1 871
TOTAAL ACTIVA 320 823 285 382
VERPLICHTINGEN EN EIGEN VERMOGEN
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2010 31-12-2011
Financiële verplichtingen 18–29 260 582 225 804
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 24 136 27 355
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
18–29 34 615 28 678
Tegen geamortiseerde kostprijs 18–29 200 707 167 842
Afdekkingsderivaten 18–29 1 124 1 929
Technische voorzieningen vóór herverzekering 35 23 255 19 914
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 0 4
Belastingverplichtingen 31 468 545
Actuele belastingverplichtingen 31 345 255
Uitgestelde belastingverplichtingen 31 123 290
Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 46 13 341 18 132
Voorziening voor risico's en kosten 36 600 889
Overige verplichtingen 37 3 902 3 322
TOTAAL VERPLICHTINGEN 302 149 268 611
Totaal eigen vermogen 39 18 674 16 772
Eigen vermogen van de aandeelhouders 39 11 147 9 756
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 39 7 000 6 500
Belangen van derden 527 516

• In overeenstemming met IFRS 5 werden de activa en verplichtingen van sommige desinvesteringen niet meer onder de verschillende posten van de balans opgenomen, maar gebundeld in Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten. De gegevens vereist volgens IFRS 5 vindt u in Toelichting 46.

Geplaatst en volgestort
aandelenkapitaal
Uitgiftepremie aandelen
Eigen
(voor verkoop beschikbare
Herwaarderingsreserve
financiële activa)
(kasstroomafdekkingen)
Afdekkingsreserve
Reserves Omrekeningsverschillen Eigen vermogen van
aandeelhouders
Niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
Belangen van derden Totaal eigen vermogen
(in miljoenen euro)
2010
Saldo aan het begin van het jaar 1 245 4 339 -1 560 457 -374 5 894 -339 9 662 7 000 515 17 177
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 1 860 0 1 860 0 28 1 888
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 -379 -69 -1 58 -390 0 7 -383
Subtotaal 0 0 0 -379 -69 1 860 58 1 470 0 35 1 505
Dividenden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kapitaalverhoging 0 1 0 0 0 0 0 1 0 0 1
Inkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 1
Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen 0 0 31 0 0 0 0 31 0 0 31
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 -6 0 -6 0 0 -6
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -23 -23
Wijzigingen in scope 0 0 0 -12 0 0 0 -12 0 -1 -13
Totaal wijzigingen 0 1 31 -391 -69 1 855 58 1 485 0 12 1 497
Saldo aan het einde van de periode 1 245 4 340 -1 529 66 -443 7 749 -281 11 147 7 000 527 18 674
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 435
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa
dan obligaties en aandelen



-370
1







Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
3 0 10 12 0 12
2011
Saldo aan het begin van het jaar 1 245 4 340 -1 529 66 -443 7 749 -281 11 147 7 000 527 18 674
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 13 0 13 0 34 47
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 -194 -151 1 -141 -484 0 -13 -498
Subtotaal 0 0 0 -194 -151 14 -141 -471 0 21 -451
Dividenden 0 0 0 0 0 -851 0 -851 0 0 -851
Kapitaalverhoging 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 1
Terugbetaling niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
0 0 0 0 0 -75 0 -75 -500 0 -575
Inkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 -6 0 -6 0 0 -6
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -32 -32
Wijzigingen in scope 0 0 0 11 0 0 0 11 0 0 11
Totaal wijzigingen 0 0 0 -183 -151 -917 -141 -1 391 -500 -11 -1 902
Saldo aan het einde van de periode 1 245 4 341 -1 529 -117 -594 6 831 -422 9 756 6 500 516 16 772
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 274
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties -391
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa
dan obligaties en aandelen
0
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 7 7 0 7
  • • Informatie over het aantal aandelen: zie Toelichting 39.
  • • Informatie over de kapitaalversterkende transacties afgesloten met de Belgische federale overheid en het Vlaams Gewest: zie deel Overige informatie.
  • • Informatie over de structuur van het aandeelhouderschap: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening, onder Toelichting 3, en deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
  • • De post Dividenden in 2011 omvat naast de boeking van het brutodividend (258 miljoen euro, waarvan 4 miljoen euro op eigen aandelen)

over het boekjaar 2010 ook de uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid (595 miljoen euro, dit is 8,5% van 7 miljard euro).

• Op 2 januari betaalde KBC Groep 0,5 miljard euro (+ penaltypremie van 15%) terug aan de Belgische overheid. Dat werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).

(in miljoenen euro) 2010 2011
Bedrijfsactiviteiten
Resultaat vóór belastingen 2 224 786
Aanpassingen voor
Resultaat vóór belastingen m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 66 19
Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van (im)materiële activa, vastgoedbeleggingen en effecten 603 1 274
Winst of verlies uit de vervreemding van beleggingen -192 -130
Wijziging in bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 1 481 1 335
Wijziging in technische voorzieningen vóór herverzekering 2 436 1 038
Wijziging in deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen -83 -4
Wijzigingen in overige voorzieningen -49 352
Overige niet-gerealiseerde winst of verlies -136 30
Opbrengsten van geassocieerde ondernemingen 61 57
Kasstromen uit bedrijfswinst vóór belastingen en vóór wijzigingen in bedrijfsactiva en -verplichtingen 6 411 4 756
Wijzigingen in bedrijfsactiva (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) 8 933 21 133
Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden 9 516 7 255
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 4 983 10 659
Voor verkoop beschikbare financiële activa 430 12 345
Leningen en vorderingen 2 167 -4 964
Afdekkingsderivaten -204 -734
Bedrijfsactiva in verband met groepen activa die worden afgestoten -7 959 -3 427
Wijzigingen in bedrijfsverplichtingen (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) 2 056 -26 858
Deposito's tegen geamortiseerde kostprijs -6 232 -14 922
In schuldbewijzen belichaamde schulden tegen geamortiseerde kostprijs -1 485 -10 548
Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden -5 031 3 352
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 3 305 -5 937
Afdekkingsderivaten 38 806
Bedrijfsverplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten 11 461 390
Betaalde belastingen -363 -328
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten 17 037 -1 296
Investeringsactiviteiten
Aankoop van tot einde looptijd aangehouden effecten -3 975 -2 913
Opbrengst van de terugbetaling van tot einde looptijd aangehouden effecten op de eindvervaldag 2 039 1 521
Overname van een dochteronderneming of een bedrijfsonderdeel zonder de overgenomen geldmiddelen
(inclusief stijgingen in participatiepercentages)
-108 0
Opbrengst van de afstoting van een dochteronderneming of bedrijfsonderdeel zonder de afgestoten geldmiddelen
(inclusief dalingen in participatiepercentages)
1 194 498
Aankoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 0 0
Opbrengst van de verkoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 0 0
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen 1 1
Aankoop van vastgoedbeleggingen -18 -31
Opbrengst van de verkoop van vastgoedbeleggingen 20 26
Aankoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) -142 -145
Opbrengst van de verkoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 34 10
Aankoop van materiële vaste activa -533 -634
Opbrengst van de verkoop van materiële vaste activa 293 244
Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -1 194 -1 423
Financieringsactiviteiten
Inkoop of verkoop van eigen aandelen 1 0
Uitgifte of terugbetaling van promessen en andere schuldbewijzen -1 686 -964
Opbrengst van of terugbetaling van achtergestelde schulden 547 -1 460
Kapitaalaflossingen van financiële leasing 0 0
Opbrengst van de uitgifte van aandelenkapitaal 1 0
Terugbetaling van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 0 -575
Opbrengst van de uitgifte van bevoorrechte aandelen 0 0
Uitgekeerde dividenden 0 -851
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten -1 137 -3 850
Mutatie geldmiddelen en kasequivalenten
Nettotoename of -afname van geldmiddelen en kasequivalenten 14 706 -6 568
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het boekjaar 5 487 20 557
Gevolgen van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten 364 9
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode 20 557 13 997

Geconsolideerd kasstroomoverzicht (vervolg)

(in miljoenen euro)
2010
2011
Overige informatie
Betaalde rente
-4 577
-6 533
Ontvangen rente
11 053
12 163
Ontvangen dividenden (inclusief vermogensmutatiemethode)
104
90
Componenten van geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken
15 292
6 217
Leningen en voorschotten aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden
6 866
11 721
Deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar
-4 449
-8 472
Geldmiddelen en kasequivalenten inbegrepen in groepen activa die worden afgestoten
2 849
4 532
Totaal
20 557
13 997
Waarvan niet beschikbaar
0
0
  • • KBC brengt verslag uit over kasstromen van bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode.
  • • Zoals in Toelichting 46 vermeld, worden KBL EPB, Fidea en WARTA gekwalificeerd als groepen activa die worden afgestoten. Die desinvesteringen zullen voornamelijk de volgende invloed hebben op de kasstromen met betrekking tot investeringsactiviteiten: ontvangst van de verkoopprijs: ruwweg 1 miljard euro voor KBL EPB, 0,2 miljard euro voor Fidea, 0,8 miljard euro voor WARTA. Vermindering van geldmiddelen en kasequivalenten die behoren tot de groepen activa die worden afgestoten: 4,5 miljard euro voor KBL EPB, 10 miljoen euro voor

WARTA en 32 miljoen euro voor Fidea (bedragen per 31 december 2011).

  • • De belangrijkste overnames en vervreemdingen van geconsolideerde dochterondernemingen en activiteiten worden hieronder toegelicht. Alle (belangrijke) overnames en verkopen van groepsondernemingen of activiteiten werden in geld voldaan.
  • • Meer informatie over de belangrijkste desinvesteringen vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Groepscenter (niet geauditeerd door de commissaris).

Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten

Jaar 2010 2010 2010 2011
Global Convertible
Bonds & Asian
Equity Derivatives
(in miljoenen euro) Secura KBC Peel Hunt activiteiten Centea
Aankoop of verkoop verkoop verkoop verkoop verkoop
Percentage aandelen gekocht (+) of verkocht (-) in het betrokken jaar 100% 100% 100%
Totaal percentage aandelen aan het einde van het betrokken jaar 0% 0% 0%
Betreffende divisie/segment België Groepscenter Groepscenter Groepscenter
Datum sluiting transactie, maand en jaar november 2010 november 2010 november 2010 juli 2011
Resultaten van betreffende maatschappij
opgenomen in resultaat van de groep tot en met
30-09-2010 30-09-2010 19-11-2010 30-06-2011
Aankoopprijs of verkoopprijs 315 86 866 527
Kasstroom voor de aankoop of verkoop van bedrijven
min aangekochte of verkochte geldmiddelen en kasequivalenten
290 75 824 498
Activa en verplichtingen gekocht of verkocht
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 0 0 0 23
Financiële activa 753 511 906 9 856
Aangehouden voor handelsdoeleinden 0 26 864 0
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
0 0 0 1 233
Voor verkoop beschikbaar 639 2 0 1 200
Leningen en vorderingen 0 483 42 7 424
Tot einde looptijd aangehouden 114 0 0 0
Afdekkingsderivaten 0 0 0 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 25 11 42 30
Financiële verplichtingen 0 402 392 8 637
Aangehouden voor handelsdoeleinden 0 15 392 0
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
0 0 0 0
Tegen geamortiseerde kostprijs 0 387 0 8 637
Afdekkingsderivaten 0 0 0 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 0 0 0 0
Technische voorzieningen vóór herverzekering 862 0 0 0

Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming

De geconsolideerde jaarrekening, inclusief alle toelichtingen, werd op 19 maart 2012 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van KBC Groep NV.

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs) en bevat vergelijkende informatie over een jaar. Alle bedragen zijn uitgedrukt in miljoenen euro en afgerond op het miljoental.

De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2011 en werden toegepast in deze rapportering. Deze aanpassingen hebben geen significante impact.

  • • IAS 24 (Informatieverschaffing over verbonden partijen). De definitie van een verbonden partij is verduidelijkt, meer bepaald door een gedeeltelijke uitzondering voor met de overheid verbonden partijen. Ter compensatie zijn andere toelichtingen (identiteit, aard van verbondenheid, aard en bedrag van transactie) vereist.
  • • IFRIC 14 (Beperking van activa uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, vooruitbetaling minimale financieringsverplichtingen).
  • • IFRIC 19 (Het delgen van financiële schulden met eigenvermogensinstrumenten, te erkennen tegen reële waarde)
  • • Verbeteringen aan bestaande standaarden (gepubliceerd in mei 2010): een verzameling van aanpassingen aan bestaande standaarden en interpretaties.

De onderstaande IFRS-normen en IFRIC-interpretaties werden gepubliceerd, maar waren voor de KBC-groep nog niet van kracht op 31 december 2011. KBC zal die standaarden en interpretaties toepassen vanaf het moment dat ze voor de KBC-groep verplicht toepasbaar zijn:

  • • In november 2009 publiceerde het IASB IFRS 9 (Financiële instrumenten) met betrekking tot de classificatie en de waardering van financiële instrumenten ter vervanging van de desbetreffende vereisten in de huidige IAS 39 (Financiële instrumenten: opname en waardering). De ingangsdatum van de nieuwe norm werd recentelijk uitgesteld naar 1 januari 2015. De EU heeft de norm evenwel nog niet goedgekeurd voor toepassing in de EU. De impactstudie maakt deel uit van het momenteel lopende IFRS 9-programma in KBC.
  • • Aanpassing van IAS 12 (Winstbelastingen uitgestelde belastingen: inbaarheid van onderliggende activa). Er is geen impact omdat KBC vastgoedbeleggingen waardeert tegen kostprijs.
  • • Aanpassing van IFRS 7 (Financiële instrumenten: informatieverschaffing – overdracht van financiële activa). In voege vanaf 1 januari 2012. Meer gedetailleerde toelichting is vereist voor overgedragen activa waarvoor nog verplichtingen bestaan (bijvoorbeeld gegeven garantie met betrekking tot overgedragen activa) of die niet volledig zijn overgedragen.
  • • IFRS 10, 11 en 12 zijn de nieuwe consolidatienormen die van kracht worden vanaf 1 januari 2013. IFRS 10 bepaalt een nieuwe definitie van controle met wijzigingen van de consolidatiekring tot gevolg. Onder IFRS 11 mogen gemeenschappelijke ondernemingen niet meer geconsolideerd worden volgens de proportionele methode, maar alleen volgens de vermogensmutatiemethode. IFRS 12 bundelt alle toelichtingsvereisten inzake dochterondernemingen, gemeenschappelijke en geaffilieerde ondernemingen alsook inzake structured entities (= de nieuwe naam voor Special Purpose Entities). Naar verwachting leidt dat tot een beperkte wijziging van de consolidatiekring van KBC.
  • • IFRS 13 (Reële waardering) bepaalt de methode om de reële waarde te berekenen wanneer een IFRS-standaard de reële waardering van een actief of passief voorschrijft of oplegt. De norm wordt van kracht op 1 januari 2013. KBC verwacht dat de manier waarop reële waarden worden bepaald slechts beperkt zal veranderen. Het belangrijkste

gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen.

• Aanpassing van IAS 19 (Personeelsbeloningen), die in voege treedt vanaf 1 januari 2013. De belangrijkste wijziging betreft de afschaffing van de corridor die in de huidige norm toelaat om de actuariële winsten en verliezen te spreiden over meerdere jaren. De actuariële winsten en verliezen zullen vanaf dan als niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen erkend moeten worden en zullen nooit meer als resultaatscomponent in winst- en verliesrekening geboekt worden. Ook zijn de vereiste toelichtingen gewijzigd en uitgebreid.

Wijzigingen in de voorstelling van de winst-en-verliesrekening in 2011:

• Om de transparantie te verbeteren, wordt vanaf 2011 de rente van de ALM-afdekkingsderivaten (die niet vallen onder de zogenaamde reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille) gepresenteerd als Nettorente-inkomsten, terwijl die voorheen opgenomen werden onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde. De rente in verband met het gerelateerde actief is opgenomen onder Nettorente-inkomsten en vanaf 2011 wordt dus (niet retroactief) de rente van de ALM-afdekkingsderivaten ook gepresenteerd in die rubriek. De nettorente-inkomsten op de ALM-afdekkingsderivaten opgenomen onder Nettorente-inkomsten in 2011 bedragen -0,4 miljard euro.

Wijziging in de toelichtingen bij de balans in 2011:

  • • Toelichting 22: als gevolg van wijzigingen aan IFRS 7 wordt het maximale kredietrisico nu ook op nettobasis gepresenteerd, rekening houdend met de actuele waarborgen en garanties.
  • • Toelichting 29: de voorstelling van de gecontracteerde (notionele) bedragen van de derivaten is gewijzigd: die bedragen worden op de actiefzijde benoemd als gecontracteerd aangekocht en op de passiefzijde als gecontracteerd verkocht. De wijziging slaat alleen op de opties. De referentiecijfers werden ook aangepast.
  • • Toelichting 40: de lijn Ontvangen financiële garanties en zekerheden omvat niet langer de niet-financiële activa. Het onderscheid tussen de financiële en niet-financiële garanties werd ook aangepast: persoonlijke garanties en kredietverzekeringen behoren nu tot de financiële garanties. De informatie over de boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven, die in het voorgaande jaarverslag in Toelichting 22 vermeld werd, is nu opgenomen in deze toelichting. De referentiecijfers werden ook aangepast.

Wijzigingen in de voorstelling van de segmentrapportering in 2011:

• Zie Toelichting bij de segmentinformatie.

Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving

a Criteria voor consolidatie en voor opname in de geconsolideerde rekeningen volgens de vermogensmutatiemethode

De methode van integrale consolidatie wordt toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent.

(Belangrijke) Ondernemingen waarover direct of indirect een gezamenlijke controle wordt uitgeoefend, worden geconsolideerd volgens de methode van de proportionele consolidatie.

De vermogensmutatiemethode wordt gehanteerd voor (belangrijke) investeringen in geassocieerde ondernemingen (dat zijn ondernemingen waarin KBC een invloed van betekenis op het beleid uitoefent).

Zoals volgens IAS 28 (Investeringen in geassocieerde ondernemingen) en IAS 31 (Belangen in joint ventures) is toegestaan, worden investeringen aangehouden door risicokapitaalondernemingen, geklasseerd als gehouden voor handelsdoeleinden (gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening). Veranderingen in zeggenschap in een deelneming (die niet resulteren in een verlies van controle) worden verwerkt als een mutatie in eigen vermogen en hebben geen invloed op goodwill en resultaat.

b Effecten van wijzigingen in wisselkoersen

Monetaire activa en verplichtingen, uitgedrukt in vreemde munt, worden omgerekend in hun tegenwaarde in de functionele munt tegen de contantkoers op de balansdatum.

Negatieve en positieve waarderingsverschillen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de financiering van aandelen en deelnemingen van geconsolideerde ondernemingen in vreemde munt, worden opgenomen in het resultaat.

De niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd op basis van hun historische kostprijs, worden omgerekend in de functionele munt tegen de wisselkoers van de transactiedatum.

Niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd tegen reële waarde, worden omgerekend op basis van de contantkoers van de dag waarop de reële waarde werd bepaald.

Omrekeningsverschillen worden samen met schommelingen in reële waarde gerapporteerd.

In vreemde munt uitgedrukte opbrengsten en kosten worden in het resultaat verwerkt tegen de koers die gold op het tijdstip van hun opname. De balansen van de buitenlandse dochterondernemingen worden omgerekend in de presentatiemunt (euro) tegen de contantkoers op de balansdatum (uitgezonderd het eigen vermogen, dat tegen de historische koers wordt omgezet). De winst-en-verliesrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van het boekjaar, als beste benadering van de wisselkoers op de transactiedatum.

De verschillen die voortvloeien uit het gebruik van een verschillende koers voor de activa en verplichtingen enerzijds en de elementen van het eigen vermogen anderzijds worden (samen met de koersverschillen – na uitgestelde belastingen – op de leningen die werden afgesloten ter financiering van de deelnemingen in vreemde munt) voor het aandeel van KBC opgenomen onder het eigen vermogen.

c Financiële activa en verplichtingen (IAS 39)

Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat KBC een betrokken partij wordt met betrekking tot de contractuele voorzieningen van de instrumenten. Aanen verkopen van alle financiële activa die volgens standaardmarktconventies worden afgewikkeld, worden in de balans verwerkt op de afwikkelingsdatum.

Alle financiële activa en verplichtingen – inclusief derivaten – moeten worden opgenomen in de balans op basis van de door IAS 39 bepaalde classificaties. Elke classificatie vereist een specifieke waardering.

IAS 39 onderscheidt de volgende classificaties:

  • • Leningen en vorderingen: alle niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet genoteerd zijn op een actieve markt.
  • • Tot einde looptijd aangehouden beleggingen: alle niet-afgeleide financiële activa met een vaste eindvervaldag en vaste of bepaalbare betalingen, waarbij KBC stellig voornemens en in staat is deze aan te houden tot het einde van de looptijd.
  • • Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: deze categorie bevat de financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden én enig ander financieel actief vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (RW). Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden zijn financiële activa die worden aangehouden met de bedoeling om ze op korte termijn te verkopen of die deel uitmaken van een portefeuille van dergelijke activa. Alle derivaten met een positieve vervangingswaarde worden beschouwd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsinstrumenten. RW-activa worden op dezelfde wijze gewaardeerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden. KBC kan de optie van de reële waarde toepassen, wanneer dat meer relevante informatie oplevert. Dat kan immers de waarderings- of opname-inconsistentie (soms ook boekhoudkundige mismatch genoemd) elimineren of aanzienlijk beperken die anders zou ontstaan bij het waarderen op verschillende basis van activa of verplichtingen of bij het opnemen van de winsten of verliezen erop. De optie van de reële waarde kan ook worden toegepast op financiële activa met besloten derivaten.
  • • Voor verkoop beschikbare financiële activa: dat zijn alle niet-afgeleide financiële activa die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Deze activa worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het eigen vermogen tot realisatie van de activa of tot het moment dat zich een bijzondere waardevermindering voordoet. In dat geval worden de cumulatieve herwaarderingsresultaten opgenomen in het resultaat van het boekjaar.
  • • Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden zijn schulden aangehouden met het oog op terugkoop op korte termijn. Alle derivaten met een negatieve vervangingswaarde worden beschouwd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Deze verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening.
  • • Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (RW): deze financiële verplichtingen worden op dezelfde manier gewaardeerd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden. De optie van de reële waarde kan onder dezelfde omstandigheden worden gebruikt als bij de RW-activa. Bovendien kan deze categorie worden gebruikt voor de boekhoudkundige verwer-

king van (afgesplitste) depositocomponenten (dat wil zeggen financiële verplichtingen zonder discretionaire winstdeling) zoals bepaald in IFRS 4.

  • • Andere financiële verplichtingen: dat zijn alle andere niet-afgeleide financiële schulden die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Deze verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
  • • Afdekkingsderivaten: dat zijn derivaten gebruikt als afdekkingsinstrument.

Financiële instrumenten worden voorgesteld tegen dirty price. De geprorateerde rente wordt in dezelfde post gepresenteerd als de financiële instrumenten waarvoor die rente werd geprorateerd.

KBC past de volgende algemene regels toe:

• Vorderingen: deze werden geklasseerd als Leningen en vorderingen. Ze worden bij verwerving gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten. Leningen met vaste vervaldag worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet; dat is de rentevoet die exact alle toekomstige verwachte kasstromen van de vordering verdisconteert tot de nettoboekwaarde. Die rentevoet houdt rekening met alle gerelateerde vergoedingen en transactiekosten. Leningen zonder vaste vervaldag worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen voor vorderingen waarvoor – hetzij individueel, hetzij op portefeuillebasis – een indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat op de balansdatum. Deze indicatie wordt bepaald aan de hand van de Probability of Default (PD). Karakteristieken van kredieten, zoals het type krediet, de bedrijfstak waartoe de kredietnemer behoort, de geografische locatie van de kredietnemer en andere karakteristieken die belangrijk zijn voor het risicoprofiel van een kredietnemer, worden gebruikt voor het bepalen van de PD. Kredieten die dezelfde PD hebben, hebben bijgevolg een gelijksoortig kredietrisicoprofiel.

  • Leningen en vorderingen met een PD van 12 (individuele probleemkredieten met de hoogste PD) worden individueel getest op een waardevermindering (en eventueel individueel afgeschreven). Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun huidige waarde.
  • Leningen en vorderingen met een PD van 10 of 11 worden ook als individuele probleemkredieten beschouwd. Belangrijke leningen worden individueel getest. Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun huidige waarde. Minder belangrijke leningen worden getest op statistische basis. Het bedrag van de waardevermindering volgens de statistische methode is gebaseerd op de IRB Advancedmodellen (PD x LGD x EAD).
  • Leningen en vorderingen met een PD lager dan 10 worden beschouwd als normale kredieten. Incurred but not reported (IBNR) verliezen worden opgenomen voor kredieten met een PD van 1 tot en met 9. Die IBNR-verliezen zijn gebaseerd op de IRB Advancedmodellen (PD x LGD x EAD) met correcties van alle parameters om het point in time-karakter van de IBNR-verliezen te weerspiegelen. De voornaamste correctie heeft betrekking op de PD: de tijdshorizon van de PD wordt ingekort op basis van de emergenceperiode. De emergenceperiode is de periode tussen het zich voordoen van een gebeurtenis die zal leiden tot een waardevermindering en het moment dat KBC die gebeurtenis ontdekt, en is afhankelijk van de reviewfrequentie, de locatie en de betrokkenheid met de tegenpartijen.

• In geval van een waardevermindering wordt de boekwaarde van de lening verminderd via een specifieke rekening voor waardeverminderingen en wordt het verlies opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als in een daaropvolgende periode het bedrag aan geschatte waardeverminderingen stijgt of daalt door een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat de bijzondere waardevermindering was erkend, dan wordt de voorheen geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door aanpassing van de specifieke rekening voor waardeverminderingen. Leningen en de gerelateerde bedragen opgenomen op de specifieke rekeningen voor waardeverminderingen worden afgeschreven wanneer er geen realistisch vooruitzicht op toekomstige recuperatie bestaat of wanneer de lening wordt kwijtgescholden. Een gehernegotieerde lening blijft getest worden op bijzondere waardeverminderingen, berekend op basis van de originele effectieve rentevoet van de lening.

Voor buitenbalansverplichtingen (verbinteniskredieten) die geklasseerd worden als onzeker of oninbaar en dubieus, worden voorzieningen opgenomen als aan de algemene voorwaarden van IAS 37 is voldaan en als aan het meer dan waarschijnlijk-criterium is voldaan. Deze voorzieningen worden erkend tegen hun huidige waarde.

Rente op kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden toegepast, wordt berekend aan de hand van de contractuele rentevoet die werd gebruikt om de waardevermindering te berekenen.

• Effecten: naargelang ze al dan niet worden verhandeld op een actieve markt en afhankelijk van de intentie bij verwerving, worden effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen, Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, RW-activa of als Voor verkoop beschikbare financiële activa.

Effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen of Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde wordt over de resterende looptijd van de effecten als rente in het resultaat opgenomen. De opname gebeurt op actuariële basis, uitgaande van de effectieve rentevoet bij aankoop. Individuele bijzondere waardeverminderingen van effecten die geklasseerd zijn als Leningen en vorderingen of als Tot einde looptijd aangehouden effecten worden – volgens dezelfde methode als voor de bovenvermelde vorderingen – opgenomen als er bewijs is van de bijzondere waardevermindering op de balansdatum.

Effecten geklasseerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (exclusief transactiekosten) en daarna tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar.

Effecten geklasseerd als RW die niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden op dezelfde wijze gewaardeerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.

Effecten geklasseerd als Voor verkoop beschikbare financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en worden daarna gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen tot de verkoop van de effecten of tot het moment dat ze een bijzondere waardevermindering ondergaan. In dat geval wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt van het eigen vermogen naar het resultaat van het boekjaar. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt als daarvoor een indicatie bestaat. Voor genoteerde aandelen en andere niet-vastrentende effecten wordt een indicatie van bijzondere waardevermindering bepaald aan de hand van een aanzienlijke (meer dan 30%) of langdurige (meer dan 1 jaar) daling van de reële waarde. Voor vastrentende effecten wordt de bijzondere waardevermindering bepaald op basis van de recupereerbaarheid van de aanschaffingswaarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar. Voor aandelen en andere niet-vastrentende effecten gebeuren terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen via een aparte post van het eigen vermogen. Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op vastrentende effecten gebeuren via het resultaat van het boekjaar. Wanneer evenwel niet op een objectieve manier kan worden aangetoond dat de aanleiding tot duurzame waardevermindering niet langer bestaat (de gebeurtenis die aan de oorsprong ligt van de waardevermindering is niet volledig verdwenen), wordt elke stijging in reële waarde opgenomen in het eigen vermogen. De erkenning in eigen vermogen stopt wanneer de indicatie voor waardevermindering niet langer bestaat. Op dat moment wordt de waardevermindering volledig teruggenomen in het resultaat met erkenning in eigen vermogen van elk verschil in reële waarde.

  • • Derivaten: alle derivaten worden geklasseerd als financiële activa of verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden met een positieve vervangingswaarde worden op de actiefzijde van de balans getoond, die met een negatieve vervangingswaarde op de passiefzijde.
  • • Verschuldigde bedragen: schulden uit ontvangen voorschotten of gelddeposito's worden in de balans opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de ter beschikking gestelde gelden en de nominale waarde wordt pro rata temporis verwerkt in de winst-enverliesrekening. De opname gebeurt op geactualiseerde basis, rekening houdend met het reële rentepercentage.
  • • In contracten besloten derivaten: derivaten die besloten zitten in contracten die op een pro-ratabasis worden gewaardeerd (Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Leningen en vorderingen, Andere financiële verplichtingen) of die tegen reële waarde worden gewaardeerd met schommelingen van de reële waarde in het eigen vermogen (Voor verkoop beschikbare financiële activa), worden afgescheiden van het contract en tegen reële waarde gewaardeerd (waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen) als op het moment dat KBC het contract verwerft, geoordeeld wordt dat het risico van het besloten derivaat niet nauw verbonden is met het risico van het basiscontract. Achteraf mag er geen herbeoordeling gebeuren van het risico, behalve bij gewijzigde contractvoorwaarden die een substantiële invloed hebben op de kasstromen van het contract. Contracten met besloten derivaten worden evenwel voornamelijk geklasseerd als RW, zodat een afscheiding van het besloten derivaat onnodig wordt, omdat het volledige financiële instrument tegen reële waarde wordt gewaardeerd, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen.
  • • Afdekkingstransacties (hedge accounting): KBC maakt gebruik van afdekkingstransacties als aan alle daartoe vereiste voorwaarden is voldaan (volgens de vereisten voor hedge accounting die niet zijn geschrapt in de versie van IAS 39 zoals goedgekeurd door de EU, de zogenaamde carve-outversie). Die voorwaarden zijn de aanwezigheid van formele documentatie van de afdekkingsrelatie aan het begin van de afdekking, de verwachting dat de afdekking zeer effectief zal zijn, de mogelijkheid om de afdekkingseffectiviteit op betrouwbare wijze te meten en de continue meting tijdens de gerapporteerde periode waarin de afdekking als effectief kan worden bestempeld.

Bij reëlewaardeafdekkingen worden zowel de derivaten ter afdekking van het risico als de afgedekte posities gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties of als het afdekkingsinstrument vervalt of wordt verkocht. In dat geval wordt het herwaarderingsresultaat van de afgedekte positie (in het geval van vastrentende financiële instrumenten) op een pro-ratabasis in het resultaat van het boekjaar opgenomen tot de eindvervaldag.

KBC maakt gebruik van reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille om het renterisico van een portefeuille leningen en spaardeposito's af te dekken met renteswaps. De renteswaps worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van deze renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het afgedekte bedrag aan leningen wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De reële waarde van het afgedekte bedrag wordt als een aparte post bij de activa opgenomen in de balans. KBC past de carve-outversie van IAS 39 toe, zodat er geen ineffectiviteit ontstaat als gevolg van vervroegde terugbetalingen, zolang er sprake is van een underhedging. In geval van een nieteffectieve afdekking zal de cumulatieve reëlewaardeschommeling van het afgedekte bedrag worden afgeschreven in de winst-en-verliesrekening, en wel over de resterende levensduur van de afgedekte activa, of onmiddellijk worden weggeboekt uit de balans als de ineffectiviteit is ontstaan als gevolg van het feit dat de betreffende leningen niet langer worden erkend.

Bij kasstroomafdekkingen worden de derivaten ter afdekking van de risico's gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde toe te wijzen aan het effectieve deel van de afdekking worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het niet-effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in het resultaat van het boekjaar. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties. In dat geval worden de derivaten beschouwd als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en als zodanig gewaardeerd.

Vreemdemuntfinanciering van het nettoactief van een buitenlandse participatie wordt verwerkt als een afdekking van een nettoinvestering in een buitenlandse entiteit. Deze vorm van hedge accounting wordt toegepast voor participaties die niet zijn uitgedrukt in euro. Omrekeningsverschillen (rekening houdend met uitgestelde belastingen) op de financiering worden opgenomen in het eigen vermogen, samen met omrekeningsverschillen op het nettoactief.

  • • Een financiëlegarantiecontract: is een contract op grond waarvan de emittent verplicht is bepaalde betalingen te verrichten om de houder te compenseren voor een door hem geleden verlies, omdat een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Een financiëlegarantiecontract wordt initieel gewaardeerd tegen reële waarde, daarna wordt het gewaardeerd tegen het hoogste van de volgende bedragen:
  • 1 het bedrag dat overeenkomstig IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa is bepaald, en
  • 2 het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen, verminderd met, in voorkomend geval, de cumulatieve amortisatie die is opgenomen in overeenstemming met IAS 18 Opbrengsten.
  • • Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments): aanpassingen van de reële waarde worden opgenomen op alle financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd met

waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Deze aanpassingen van de reële waarde bevatten alle afwikkelingskosten, correcties voor minder liquide instrumenten of markten, correcties verbonden aan mark-to-modelwaarderingen en correcties ingevolge tegenpartijrisico.

d Goodwill en andere immateriële vaste activa

Goodwill wordt beschouwd als het deel van de aanschaffingskosten boven op de reële waarde van de aangekochte identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, zoals verondersteld op de datum van de aankoop. Hij wordt opgenomen als een immaterieel vast actief en wordt gewaardeerd tegen kostprijs min bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt getest op bijzondere waardeverminderingen en dat minstens jaarlijks ofwel als daartoe interne of externe indicaties bestaan. Die worden toegepast als de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden waartoe de goodwill behoort, hoger is dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill kunnen niet worden teruggenomen. Voor elke nieuwe bedrijfscombinatie moet KBC een keuze maken inzake de waardering van de minderheidsbelangen, hetzij tegen reële waarde, hetzij volgens hun evenredige deel in het eigen vermogen. De te maken keuze bepaalt het bedrag van de goodwill.

Software wordt – als de voorwaarden voor opname als actief zijn vervuld – opgenomen onder de immateriële vaste activa. Systeemsoftware wordt als actief opgenomen en volgt het afschrijvingstempo van de hardware (namelijk drie jaar) vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Standaardsoftware en door een derde partij ontwikkelde maatsoftware worden als een actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Interne en externe ontwikkelingskosten van intern gegenereerde software van investeringsprojecten worden als actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar. Investeringsprojecten zijn grootschalige projecten die een belangrijk bedrijfsdoel of -model introduceren of vervangen. Interne en externe onderzoekskosten verbonden aan deze projecten en alle kosten van overige ICT-projecten aangaande intern gegenereerde software (andere dan investeringsprojecten) worden onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen.

e Materiële vaste activa (inclusief vastgoedbeleggingen)

Alle materiële vaste activa worden opgenomen tegen aanschaffingswaarde (inclusief direct toewijsbare kosten van aanschaffing), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingspercentages zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur en worden lineair toegepast zodra de activa gebruiksklaar zijn. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt als de boekwaarde van de activa hoger is dan hun realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de bedrijfswaarde en de reële waarde min verkoopkosten). Geboekte bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop van materiële vaste activa worden gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen. Bij vernietiging wordt het resterende af te schrijven bedrag onmiddellijk in de winst-enverliesrekening opgenomen.

De boekhoudkundige regels voor materiële vaste activa gelden ook voor vastgoedbeleggingen.

Externe financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het verwerven van een actief worden bij de activa opgenomen als onderdeel van de kosten van dat actief. Alle andere financieringskosten worden opgenomen als kosten tijdens de periode waarin ze werden gemaakt. Zodra er kosten worden gemaakt voor een actief, financieringskosten ontstaan en activiteiten aan de gang zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop, worden die kosten bij de activa opgenomen. Als het proces onderbroken wordt, worden de financieringskosten niet meer geactiveerd. De activering van financieringskosten stopt wanneer alle activiteiten om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop achter de rug zijn.

f Technische voorzieningen

Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's

Voor het rechtstreekse bedrijf wordt de voorziening voor niet-verdiende premies in principe dagelijks berekend op basis van de brutopremies.

Voor de ontvangen herverzekering wordt de voorziening voor niet-verdiende premies voor elke overeenkomst afzonderlijk bepaald op basis van de door de cedent meegedeelde informatie, en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

De voorziening voor niet-verdiende premies voor de activiteit Leven wordt opgenomen onder de voorziening voor de activiteitsgroep Leven.

Voorziening voor verzekeringen Leven

Deze voorziening wordt, met uitzondering van de tak 23-producten, berekend volgens de geldende actuariële principes waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor niet-verdiende premies, de vergrijzingsvoorziening, de voorziening voor nog uit te keren maar niet vervallen rente, en andere.

In principe wordt deze voorziening voor elke verzekeringsovereenkomst afzonderlijk berekend.

Voor geaccepteerde zaken wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk een voorziening aangelegd op basis van de door de cedent meegedeelde informatie en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzichten.

Als aanvulling bij de onderstaande regels wordt er conform de wettelijke bepalingen een aanvullende voorziening aangelegd.

Daarbij geldt het volgende:

  • • Waardering volgens de prospectieve methode: deze methode wordt toegepast voor de voorzieningen van klassieke tak 21-levensverzekeringen, moderne tak 21-levensverzekeringen met gegarandeerde rente op toekomstige premies en voor de voorziening voor aanvullende voordelen voor personeelsleden wat de geldende rente betreft. De berekening volgens prospectieve actuariële formules steunt op de technische bepalingen van de contracten.
  • • Waardering volgens de retrospectieve methode: deze methode wordt toegepast voor de voorziening voor moderne tak 21-levensverzekeringen en voor de voorziening voor aanvullende personeelsvoordelen om nieuwe aanvullende premies te betalen. De berekeningen volgens retrospectieve actuariële formules steunen op de technische bepalingen van de contracten, zij het dan zonder rekening te houden met toekomstige stortingen.

Voorziening voor te betalen schaden

Voor de aangegeven schaden wordt de voorziening in principe per schadegeval berekend, op basis van de bekende elementen van het dossier, tot beloop van de nog verschuldigde sommen aan de slachtoffers of begunstigden en verhoogd met de externe kosten nodig voor de afhandeling van de schadegevallen. Wanneer een schadevergoeding in de vorm van een periodieke betaling moet worden uitgekeerd, worden de daartoe te reserveren bedragen op basis van erkende actuariële methoden berekend.

Voor schadegevallen claims incurred but not reported (IBNR) op de balansdatum wordt een IBNR-voorziening aangelegd. Voor het rechtstreekse bedrijf is die IBNR-voorziening gebaseerd op een forfaitaire som per verzekeringstak, afhankelijk van opgedane ervaringen en de ontwikkeling van de verzekerde portefeuille. Voor buitengewone gebeurtenissen wordt de IBNR-voorziening verhoogd met extra bedragen.

Voor schadegevallen claims incurred but not enough reserved (IBNER) op de balansdatum wordt een IBNER-voorziening aangelegd, als de procedures aantonen dat de andere schadevoorzieningen niet toereikend zijn voor de toekomstige verplichtingen. Die voorziening bevat bedragen voor schadegevallen die wel al gemeld zijn, maar die om technische redenen nog niet konden worden opgenomen in het schadedossier. Waar passend, wordt (op voorzichtige basis) een voorziening aangelegd voor mogelijke verplichtingen uit al afgesloten schadedossiers.

Er wordt een voorziening voor de interne schaderegelingskosten berekend waarvan het toegepaste percentage wordt bepaald op basis van opgedane ervaringen uit het verleden.

Verder worden op basis van wettelijke bepalingen ook aanvullende voorzieningen aangelegd, zoals voor arbeidsongevallen.

Voorziening voor winstdeling en restorno's

In deze post wordt de voorziening opgenomen die betrekking heeft op de verdeelde maar nog niet toegekende winstdeling bij het afsluiten van het boekjaar, zowel voor de activiteitsgroep Leven als Niet-leven.

Toereikendheidstoets met betrekking tot verplichtingen

Er wordt een toereikendheidstoets (liability adequacy test) uitgevoerd om de geldende verplichtingen te evalueren, mogelijke tekorten op te sporen en ze te erkennen als winst of verlies.

Afgestane herverzekering en retrocessie

Het effect van afgestane herverzekeringen en retrocessies wordt als actief opgenomen, berekend voor elke overeenkomst afzonderlijk en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

g Verzekeringscontracten gewaardeerd volgens IFRS 4 – fase 1

De regels voor deposit accounting gelden voor financiële instrumenten zonder discretionaire winstdeling en voor de depositocomponent van tak 23-verzekeringscontracten. Dat betekent dat de depositocomponent en de verzekeringscomponent apart worden gewaardeerd. Via deposit accounting wordt het deel van de premies dat gerelateerd is aan de depositocomponent – net als de resulterende boeking van de verplichting – niet opgenomen in het resultaat. Beheerskosten en commissielonen worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bij latere koerswijzigingen van de tak 23-beleggingen wordt zowel de schommeling van het actief als de resulterende schommeling van de verplichting onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Daarom wordt de depositocomponent, na de eerste opname, gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening. Die reële waarde wordt bepaald door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de waarde van de eenheid, die gebaseerd is op de reële waarde van de onderliggende financiële instrumenten. Uitkeringen met betrekking tot de depositocomponent worden niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening, maar resulteren in een afboeking van de verplichting.

Financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling en de verzekeringscomponent van tak 23-verzekeringscontracten (gekoppeld aan een beleggingsfonds) worden gewaardeerd als verzekeringscontracten die niet aan een beleggingsfonds zijn verbonden (zie f Technische voorzieningen). De depositocomponent van de financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling wordt dus niet afgesplitst van de verzekeringscomponent. Op de balansdatum wordt aan de hand van de toereikendheidstoets (liability adequacy test) beoordeeld of de verplichtingen voortkomend uit die financiële instrumenten of verzekeringscontracten adequaat zijn. Als het bedrag van die verplichtingen lager is dan hun verwachte toekomstige verdisconteerde kasstromen, dan wordt het tekort in de winst-en-verliesrekening opgenomen tegenover een verhoging van de verplichting.

h Pensioenverplichtingen

De pensioenverplichtingen zijn opgenomen onder Overige verplichtingen en hebben betrekking op verplichtingen voor rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijksoortige pensioenen of renten.

Toegezegdpensioenregelingen zijn plannen waarbij KBC een wettelijke of constructieve verplichting heeft om extra bijdragen te betalen aan het pensioenfonds, als dat fonds onvoldoende activa bezit om alle verplichtingen tegenover het personeel te betalen die ontstaan zijn uit huidige dienstprestaties en dienstprestaties in het verleden.

De pensioenverplichtingen voortvloeiend uit deze plannen voor het personeel worden berekend volgens IAS 19 aan de hand van de Projected Unit Credit Method, waarbij elke dienstprestatieperiode aanleiding geeft tot een aanvullend recht op pensioen.

Actuariële winsten en verliezen worden verwerkt aan de hand van de zogenaamde corridor approach. Het excedent aan actuariële winsten of verliezen wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de gemiddelde verwachte looptijd van elke loopbaan.

i Belastingverplichtingen

Deze post bevat de actuele én de latente belastingverplichtingen.

Actuele belastingverplichtingen worden bepaald aan de hand van het verwachte te betalen bedrag, berekend op basis van de belastingvoeten die geldig zijn op de balansdatum.

Latente belastingverplichtingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen. Ze worden berekend aan de hand van de belastingvoeten die geldig zijn op het moment van realisatie van de activa of de verplichtingen waarop ze betrekking hebben. Latente belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waardoor deze aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt.

j Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen in de balans als:

  • • er een (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting bestaat op de balansdatum, als gevolg van een gebeurtenis in het verleden; en
  • • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichtingen af te wikkelen; en
  • • het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

k Eigen vermogen

Het eigen vermogen is het nettoactief na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten worden onderscheiden van financiële instrumenten volgens de regels van IAS 32:

• De kernkapitaaleffecten zonder stemrecht (ook Yield Enhanced Securities of YES'en genaamd) waarop werd ingetekend door de Belgische en de Vlaamse overheid worden beschouwd als eigenvermogensinstrumenten waarbij de coupon rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt. Aangezien de uitbetaling van de coupon op de YES'en afhankelijk is van het uitkeren van een dividend op gewone aandelen, worden de coupons op hetzelfde tijdstip geboekt als het dividend op gewone aandelen (dus geen proratering van de coupon in het eigen vermogen).

  • • De aanschaffingskosten van de eigen aandelen van KBC Groep NV worden afgetrokken van het eigen vermogen. Resultaten van verkoop, uitgifte of vernietiging van eigen aandelen worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen.
  • • Transacties met derivaten van KBC-aandelen worden eveneens gerapporteerd in het eigen vermogen, tenzij ze netto werden afgewikkeld in geldmiddelen.
  • • Aandelenopties op KBC-aandelen die onder het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen, worden gewaardeerd tegen reële waarde op de toekenningsdatum. Die reële waarde wordt gespreid over de dienstprestatieperiode in de winst-en-verliesrekening opgenomen als personeelskosten met als tegenpost een aparte post van het eigen vermogen. De aandelenoptieplannen van 2000–2002 vallen buiten het toepassingsgebied van IFRS 2.
  • • De herwaarderingsresultaten op voor verkoop beschikbare financiële activa worden opgenomen in het eigen vermogen tot de verkoop van de activa of tot wanneer zich een bijzondere waardevermindering voordoet. Dan wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt naar het resultaat van het boekjaar.

Putopties op minderheidsbelangen (en, indien van toepassing, combinaties van put- en callopties in forwardcontracten) worden erkend als financiële verplichtingen tegen de actuele waarde van hun uitoefenprijs. Het overeenstemmende minderheidsbelang wordt uit het eigen vermogen gehaald. Het verschil tussen beide wordt ofwel als een actief erkend (goodwill) ofwel opgenomen in de winst-en-verliesrekening (negatieve goodwill).

l Gebruikte wisselkoersen*

Wisselkoers op 31-12-2011 Wisselkoersgemiddelde in 2011
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van 31-12-2010
positief: appreciatie tegenover EUR
negatief: depreciatie tegenover EUR
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van gemiddelde in 2010
positief: appreciatie tegenover EUR
negatief: depreciatie tegenover EUR
CZK 25,79 -3% 24,57 +3%
GBP 0,8353 +3% 0,8723 -2%
HUF 314,6 -12% 279,1 -1%
PLN 4,458 -11% 4,118 -3%
USD 1,294 +3% 1,402 -5%

* Afgeronde cijfers.

m Wijzigingen in de waarderingsregels tijdens 2011

Er waren geen belangrijke wijzigingen in de waarderingsregels tegenover 2010.

Toelichting 2 a: Segmentering volgens de managementstructuur

De segmenten of divisies van de groep

De managementstructuur van de KBC-groep is opgebouwd rond enkele segmenten of divisies, namelijk: België, Centraal- en Oost-Europa, Merchantbanking en Gemeenschappelijke Diensten en Operaties. Die opdeling is gebaseerd op een combinatie van geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa als de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies (ICT, leasing, enz.).

De segmentinformatie is daarop gebaseerd, maar:

  • • Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties wordt niet als een apart segment getoond, aangezien alle opbrengsten en kosten van deze divisie aan de andere divisies worden toegerekend en in hun resultaten zijn vervat;
  • • De divisies worden aangevuld met een segment Groepscenter, dat naast enkele niet-toewijsbare resultaten (zie verder) ook alle groepsmaatschappijen bundelt die volgens het nieuwe strategische plan in de toekomst zullen worden verkocht. Op die manier wordt een duidelijk inzicht verschaft in de resultaten van toekomstige desinvesteringen versus de langetermijnactiviteiten.

Als gevolg van de wijziging in het strategische plan van de groep (zie hoofdstuk Strategie en bedrijfsprofiel) werd in 2011 de segmentering aangepast, met retroactieve aanpassing van de referentiecijfers:

  • • Het deel (40%) van het resultaat van Cˇ SOB in Tsjechië, gerelateerd aan de oorspronkelijk geplande beursintroductie van een minderheidsaandeel in deze maatschappij, en dat vroeger bij Groepscenter werd geteld, werd teruggeplaatst bij Divisie Centraal- en Oost-Europa;
  • • De resultaten van Kredyt Bank en WARTA (beide in Polen), die vroeger bij Divisie Centraal- en Oost-Europa werden geteld, zijn nu verschoven naar Groepscenter (bij de overige te desinvesteren ondernemingen);
  • • Als gevolg van de retroactieve aanpassing veranderde het onderliggende resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij voor 2010 als volgt:
  • Divisie Centraal- en Oost-Europa: in vorig jaarverslag 406 miljoen euro, in dit jaarverslag 570 miljoen euro;
  • Groepscenter: in vorig jaarverslag 120 miljoen euro, in dit jaarverslag -44 miljoen euro;
  • Het resultaat van de andere divisies en van de groep als geheel bleven ongewijzigd.

Na deze aanpassingen zijn, voor rapporteringsdoeleinden, de segmenten of divisies dus als volgt:

  • • België (retailbankverzekeren, assetmanagement en private banking in België; ondernemingen die volgens het strategische plan zullen worden gedesinvesteerd, worden opgenomen onder Groepscenter).
  • • Centraal- en Oost-Europa (retailbankverzekeren, assetmanagement, private banking en merchantbanking in Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije; ondernemingen in andere landen die zullen worden gedesinvesteerd, worden opgenomen onder Groepscenter).
  • • Merchantbanking (bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en een selectie van landen in Europa, Amerika en Zuidoost-Azië; ondernemingen die zullen worden gedesinvesteerd, worden opgenomen onder Groepscenter).
  • • Groepscenter (alle bedrijven die zullen worden gedesinvesteerd, KBC Groep NV, KBC Global Services NV en enkele toegewezen resul-

taten (die niet op een betrouwbare manier kunnen worden toegewezen aan de segmenten) van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.

Noteer:

  • • Een groepsmaatschappij wordt in principe volledig toegewezen aan hetzelfde segment (zie Toelichting 44). Uitzonderingen worden alleen gemaakt voor kosten die niet op een eenduidige manier aan een bepaald segment kunnen worden toegewezen (vermeld onder Groepscenter) en voor KBC Bank (toegewezen aan verschillende segmenten en Groepscenter door middel van toewijzingsregels).
  • • De financieringskosten van de goodwill gerelateerd aan participaties van KBC Bank en KBC Verzekeringen worden aan het segment toegewezen waartoe de betrokken participatie behoort. De financieringskosten met betrekking tot de leveraging op het niveau van KBC Groep NV zijn vervat in Groepscenter en worden niet verder toegewezen.
  • • Transacties tussen de segmenten onderling worden voorgesteld at arm's length.
  • • In de segmentinformatie worden de nettorente-inkomsten vermeld zonder opdeling in renteopbrengsten en rentelasten, wat toegestaan is door IFRS. Het merendeel van de opbrengsten van de segmenten bestaat immers uit rente, en het management baseert zich vooral op nettorente-inkomsten bij de beoordeling en sturing van de divisies.
  • • Er wordt geen informatie verstrekt over opbrengsten uit verkoop aan externe cliënten per (groep van) producten of diensten, aangezien de informatie op geconsolideerd niveau vooral per divisie, en niet per cliëntgroep of productgroep, wordt opgemaakt.

De onderliggende resultaten per segment

De gegevens van de segmentrapportering werden opgesteld volgens de algemene KBC-boekhoudmethodologie (zie Toelichting 1) en zijn dus in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs). Er werden enkele wijzigingen aangebracht aan deze methodologie, om een beter inzicht te verschaffen in de onderliggende bedrijfsuitoefening. De daaruit resulterende cijfers worden onderliggende resultaten genoemd. Die onderliggende resultaten zijn een belangrijk element in de interne beoordeling en sturing van de divisies.

De verschillen tussen de gewone IFRS-cijfers (verder cijfers volgens IFRS) en de onderliggende resultaten zijn:

  • • In de onderliggende resultaten worden uitzonderlijke factoren die niet regelmatig voorkomen in de normale gang van zaken buiten beschouwing gelaten (zoals verliezen en winsten met betrekking tot beleggingen in CDO's, op tradingposities die werden afgewikkeld als gevolg van het stopzetten van activiteiten van KBC Financial Products, en op effectieve desinvesteringen). Gezien hun uitzonderlijke aard en omvang is het belangrijk die factoren af te zonderen voor een goed begrip van de resultaatstrend.
  • • In de IFRS-cijfers werd, tot en met 2010, een groot deel van de ALMafdekkingsderivaten (die welke niet vallen onder de zogenaamde reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille) aangezien als tradinginstrumenten en bijgevolg werd rente in verband met dergelijke instrumenten vermeld onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de rente in verband met het gerelateerde actief is opgenomen onder Nettorente-inkomsten. In de onderliggende cijfers werd de rente op die derivaten daarom verplaatst naar Nettorente-inkomsten (waar de renteresultaten van de gerelateerde activa al zijn opgenomen), zonder invloed op het nettoresultaat. Vanaf 2011 wordt de rente op ALMafdekkingsderivaten in de IFRS-cijfers evenwel sowieso geboekt onder Nettorente-inkomsten (zie Toelichting 1a).

  • • De reëlewaardeveranderingen (als gevolg van marking-to-market) van de hierboven vermelde ALM-afdekkingsinstrumenten worden vermeld onder Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de meeste gerelateerde activa niet tegen reële waarde worden geboekt. Om de volatiliteit resulterend uit deze marking-to-market te beperken, werd een overheidsobligatieportefeuille aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (fair value-optie). De overblijvende volatiliteit van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende ALM-afdekkingsderivaten ten opzichte van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende obligatieportefeuille wordt uit de onderliggende resultaten geëlimineerd.

  • • In de IFRS-cijfers zijn de opbrengsten van de professionele marktactiviteiten verdeeld over verschillende componenten. Terwijl tradingwinsten worden opgenomen onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, worden de financieringskosten en de provisies betaald om die winsten te realiseren respectievelijk opgenomen onder Nettorente-inkomsten en Nettoprovisie-inkomsten. Bovendien is een deel van de andere inkomstenposten evenzeer gerelateerd aan marktactiviteiten. In de onderliggende cijfers worden alle aan marktactiviteiten gerelateerde componenten verschoven naar Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde, zonder invloed op het nettoresultaat.
  • • In de IFRS-cijfers wordt rekening gehouden met de invloed van veranderingen in het eigen kredietrisico om de reële waarde te bepalen van de verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening, wat leidt tot waardeveranderingen met een invloed op het nettoresultaat. Aangezien dat een niet-operationeel element betreft, wordt die invloed geëlimineerd uit de onderliggende cijfers.
  • • In de IFRS-cijfers worden beëindigde bedrijfsactiviteiten (betreft alleen KBL EPB) geboekt volgens IFRS 5. Dat betekent dat alle resultaten met betrekking tot een dergelijke beëindigde bedrijfsactiviteit worden verplaatst van de verschillende resultaatsposten naar één post (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten). In de onderliggende cijfers krijgen beëindigde bedrijfsactiviteiten dezelfde behandeling als de andere ondernemingen die zullen worden gedesinvesteerd. Dat betekent dat ze vervat blijven in alle verschillende resultaatsposten (uiteraard na correctie voor de hierboven opgesomde elementen).

De resultaten per divisie worden besproken in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Daar wordt ook voor elke divisie een reconciliatietabel tussen IFRS-resultaat en onderliggend resultaat verstrekt. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd. De volgende tabel geeft de aansluiting weer op groepsniveau.

Aansluiting IFRS-resultaat en onderliggend resultaat

Aansluiting van het resultaat volgens IFRS

en het onderliggend resultaat Belangrijkste betrokken post(en)
(in miljoenen euro) Voetnoot in de winst-en-verliesrekening 2010 2011
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 1 710 1 098
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 1 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
-179 -273
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's 2 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
1 027 -416
Reële waarde van CDO-garantie- en bereidstellingsprovisie 3 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
-68 -52
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde
ondernemingen
4 Bijzondere waardeverminderingen
op goodwill en op overige
-118 -115
Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten
(KBC Financial Products)
Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
-372 50
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten
(ten gevolge van eigen kretietrisico)
5 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
39 359
Resultaten bij desinvesteringen 6 Overige netto-inkomsten, Nettoresultaat na belastingen
uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
-176 -640
Overige -4 0
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 1 860 13

Opmerking: vanaf dit jaarverslag betreft het bedragen na belastingen en belangen van derden.

1 Zie uitleg in de bovenstaande tekst, derde punt. In 2011 vooral veroorzaakt door de toename van de credit spreads van bepaalde overheidsobligaties.

2 Omvat vooral reëlewaardeschommelingen van de CDO-risico's (zie Toelichting 5 en Toelichting 26), wijzigingen in voorzieningen en schade-uitkeringen voor CDO-gerelateerde claims. Bevat in 2010 ook de boeking van 0,4 miljard euro positieve belastinglatentie (zie Toelichting 16).

3 Gerelateerd aan de met de Belgische staat afgesloten CDO-garantieregeling in 2009 (zie deel Overige informatie).

4 In 2010 betrof het vooral groepsmaatschappijen in Polen en Roemenië en geassocieerde ondernemingen in Slovenië. In 2011 betrof het onder meer Bulgarije.

5 Het positieve bedrag in 2011 heeft te maken met de verhoogde risicoaversie ten opzichte van Europese banken (dus ook KBC), wat leidde tot een lagere marktwaarde van de eigen schuldinstrumenten geklasseerd als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.

6 Bevat in 2010 -0,3 miljard euro met betrekking tot de oorspronkelijke, maar nadien niet doorgegane verkoop van KBL EPB aan Hinduja. In oktober 2011 werd een nieuwe verkoopovereenkomst met Precision Capital bereikt en werd -0,4 miljard euro geboekt. Daarnaast bevat deze post per saldo +0,2 en -0,2 miljard euro met betrekking tot andere desinvesteringen in respectievelijk 2010 en 2011.

Onderliggende resultaten per segment (divisie)

(in miljoenen euro) Divisie
België
Divisie
Centraal- en
Oost-Europa
Divisie
Merchant
banking
Groeps
center (excl.
eliminaties
tussen
segmenten)
Eliminaties
tussen
segmenten
KBC-groep
ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2010
Nettorente-inkomsten 2 243 1 527 836 997 0 5 603
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 886 657 0 1 170 -93 4 621
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 851 -504 0 -994 68 -4 281
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -11 0 -8 21 -9
Dividendinkomsten 50 2 6 15 0 73
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
60 154 539 101 0 855
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 51 12 3 32 0 98
Nettoprovisie-inkomsten 770 308 225 363 0 1 666
Overige netto-inkomsten 119 30 -70 51 -12 118
TOTALE OPBRENGSTEN 3 318 2 175 1 540 1 726 -16 8 744
Exploitatiekostena -1 702 -1 184 -576 -1 386 16 -4 832
Bijzondere waardeverminderingen -104 -350 -796 -276 0 -1 525
Op leningen en vorderingen -82 -340 -789 -270 0 -1 481
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -23 0 -7 -4 0 -34
Op goodwill 0 0 0 0 0 0
Op overige 0 -9 1 -2 0 -10
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 1 0 -62 0 -61
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 513 643 168 2 0 2 326
Belastingen -457 -73 -19 -38 0 -587
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 056 570 149 -36 0 1 739
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 5 0 16 7 0 29
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 051 570 133 -44 0 1 710
a Waarvan niet-kaskosten -57 -92 -39 -206 0 -394
Afschrijvingen vaste activa -59 -91 -35 -197 0 -381
Overige 1 -1 -4 -9 0 -12
Aanschaffing vaste activa* 65 141 275 255 0 736
ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2011
Nettorente-inkomsten 2 320 1 524 663 897 0 5 404
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 135 745 0 1 301 -60 4 122
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 025 -548 0 -1 028 44 -3 556
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -24 -21 0 -11 12 -44
Dividendinkomsten 52 2 7 13 0 74
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
45 74 405 -15 0 509
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 98 32 35 26 0 191
Nettoprovisie-inkomsten 700 329 202 304 0 1 535
Overige netto-inkomsten -39 38 -76 33 -8 -52
TOTALE OPBRENGSTEN 3 260 2 175 1 236 1 521 -11 8 182
Exploitatiekostena -1 790 -1 192 -569 -1 146 11 -4 686
Bijzondere waardeverminderingen -312 -619 -768 -210 0 -1909
Op leningen en vorderingen -59 -477 -725 -73 0 -1 335
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -230 -127 -6 -90 0 -453
Op goodwill 0 0 0 0 0 0
Op overige -22 -14 -37 -47 0 -121
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 1 0 -58 0 -57
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 159 365 -101 106 0 1 530
Belastingen -355 -38 6 -10 0 -397
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 804 327 -95 97 0 1 133
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 2 0 15 18 0 35
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 802 327 -110 79 0 1 098
a Waarvan niet-kaskosten -54 -86 -25 -200 0 -365
Afschrijvingen vaste activa -54 -79 -18 -198 0 -348
Overige 0 -7 -8 -2 0 -18
Aanschaffing vaste activa* 64 205 343 200 0 812

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.

Balansinformatie per segment (divisie)

De onderstaande tabel geeft een segmentindeling van enkele belangrijke producten uit de balans.

Divisie
Centraal- en
Divisie
Merchant
Groeps
(in miljoenen euro) Divisie België Oost-Europa banking center KBC-groep
BALANS 31-12-2010
Totaal leningen aan cliënten 51 961 28 960 48 202 21 543 150 666
Waarvan hypotheekleningen 26 952 10 503 12 809 11 313 61 577
Waarvan reverse repos 0 4 035 5 450 1 9 486
Deposito's van cliënten* 67 663 38 192 73 538 18 477 197 870
Waarvan repos 0 3 219 12 179 0 15 398
BALANS 31-12-2011
Totaal leningen aan cliënten 55 254 25 648 43 832 13 550 138 284
Waarvan hypotheekleningen 29 417 10 533 12 288 5 194 57 431
Waarvan reverse repos 0 16 1 413 0 1 429
Deposito's van cliënten 71 156 38 216 46 168 9 687 165 226
Waarvan repos 0 3 209 12 633 0 15 841

* De verdeling van de deposito's van cliënten op 31 december 2010 werd aangepast naar aanleiding van een gewijzigde toewijzing van KBC Bank NV naar Divisie België en Divisie Merchantbanking.

Toelichting 2 b: Segmentering volgens geografisch gebied

De geografische segmentering is gebaseerd op de gebieden die de focus van KBC weerspiegelen op zijn twee thuismarkten – België en Centraalen Oost-Europa – en zijn selectieve aanwezigheid in de rest van de wereld (hoofdzakelijk de Verenigde Staten, Zuidoost-Azië en West-Europa met uitzondering van België).

ning het geografische segment bepaald door de locatie van het kantoor of de dochteronderneming.

De geografische segmentering verschilt aanzienlijk van de segmentering volgens divisie, onder meer door een andere toewijzingsmethodologie en door het feit dat het geografische segment België niet alleen Divisie België, maar ook de Belgische activiteiten van Divisie Merchantbanking omvat.

De geografische segmentering is gebaseerd op de locatie van de geleverde diensten. Aangezien ten minste 95% van de cliënten lokale cliënten betreft, wordt zowel voor de balans als voor de winst-en-verliesreke-

(in miljoenen euro) België Centraal
en Oost
Europa
(en Rusland)
Rest
van de wereld
KBC-groep
2010
Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) 3 889 3 000 1 855 8 744
Totaal activa, per einde periode 209 103 61 269 50 452 320 823
Totaal verplichtingen, per einde periode 194 672 55 030 52 447 302 149
Aanschaffing vaste activa*, per einde periode 460 226 49 736
2011
Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) 3 576 3 091 1 515 8 182
Totaal activa, per einde periode 181 036 60 898 43 448 285 382
Totaal verplichtingen, per einde periode 171 262 55 189 42 159 268 611
Aanschaffing vaste activa*, per einde periode 525 251 35 812

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen, goodwill en andere immateriële vaste activa.

Toelichting 3: Nettorente-inkomsten

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal 6 245 5 479
Rente-inkomsten 10 542 11 883
Voor verkoop beschikbare activa 1 949 1 791
Leningen en vorderingen 6 706 6 600
Tot einde looptijd aangehouden activa 567 633
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde 28 34
Subtotaal rente-inkomsten uit financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
9 251 9 059
Waarvan rente-inkomsten op financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen werden aangelegd 90 84
Activa aangehouden voor handelsdoeleinden* 351 1 779
Afdekkingsderivaten 338 528
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 603 517
Rentelasten -4 297 -6 404
Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs -3 173 -3 235
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde -3 -12
Beleggingscontracten tegen geamortiseerde kostprijs 0 0
Subtotaal rentelasten uit financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-3 175 -3 247
Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden* -85 -2 026
Afdekkingsderivaten -794 -788
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening
-243 -344

* Vanaf 2011 inclusief rente op afdekkingsderivaten (1 506 miljoen euro rente-inkomsten en -1 943 miljoen euro rentelasten). Meer uitleg in Toelichting 1a.

Toelichting 4: Dividendinkomsten

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal 97 85
Aandelen aangehouden voor handelsdoeleinden 31 13
Aandelen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 3 2
Voor verkoop beschikbare aandelen 63 70

Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro)
2010
2011
Totaal
-77
-178
Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden
(inclusief rente* en marktwaardeveranderingen van derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden)
-145
-478
Andere financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-250
15
Waarvan winst/verlies eigen kredietrisico
53
484
Wisselbedrijf
317
365
Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties
0
-80
Microhedging
2
3
Reëlewaardeafdekkingen
2
0
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten
35
-117
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging
-33
117
Kasstroomafdekkingen
1
3
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel
1
3
Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, niet-effectieve deel
0
0
Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille
-2
0
Reëlewaardeafdekkingen van renterisico
0
0
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten
35
-25
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging
-35
25
Kasstroomafdekkingen van renterisico
-2
0
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel
-2
0
Stopzetting van hedge accounting in geval van kasstroomafdekking
0
-82

* Vanaf 2011 exclusief rente op afdekkingsderivaten (zie Toelichting 3).

  • • Waardeveranderingen CDO's: deze resultaatspost bevat ook de invloed van de waardeveranderingen van de CDO's in portefeuille. In 2010 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten, gereflecteerd in de credit default swap spreads, wat zorgde voor een positieve waardeaanpassing van de CDO's van KBC (ad circa 0,4 miljard euro). In 2011 was er per saldo een verslechtering, met een negatieve waardeaanpassing tot gevolg (ad circa -0,4 miljard euro).
  • • CDO-garantieregeling met Belgische staat: in mei 2009 tekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie met betrekking tot een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten

(details daarover vindt u in het deel Overige informatie). Kostprijs: de totale door KBC aan de Belgische staat te betalen garantieprovisie voor de derde schijf (cashgarantie) bedraagt ongeveer 1,1 miljard euro (actuele waarde bij start van de garantieregeling; in 2009 upfront geboekt). Er was eveneens een positief effect op de mark-to-market van de gegarandeerde posities. Daarnaast betaalt KBC een bereidstellingsprovisie van ongeveer 60 miljoen euro per halfjaar voor de tweede schijf (equitygarantie). Het contract, inclusief de te betalen provisie, wordt tegen zijn reële waarde opgenomen in het resultaat.

Invloed op winst-en-verliesrekening van kostprijs van CDO-garantieregeling met de Belgische staat

(in miljoenen euro, vóór belastingen) 2009 2010 2011
Cashgarantie (voor de derde schijf)
Upfrontboeking in 2009 -1 121
Reëlewaardeverandering -126 -36 -25
Equitygarantie (voor de tweede schijf) -162 -67 -53
Totaal in winst-en-verliesrekening -1 409 -103 -79
  • • Informatie over de invloed van de reëlewaardeveranderingen van overheidsobligaties van geselecteerde Europese landen vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, bij Kredietrisico.
  • • Resultaten van Wisselbedrijf in de tabel: betreffen de totale wisselkoersverschillen, exclusief die welke werden geboekt op financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
  • • Invloedwijzigingen in eigen kredietrisico: zie Toelichting 27.
  • • Gebruik van ALM-derivaten: met uitzondering van de microhedgederivaten, die maar beperkt worden gebruikt binnen de groep, geldt dat voor ALM-derivaten die vallen onder de Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille, de betreffende rente wordt weergegeven onder Nettorente-inkomsten. De reëlewaardeveranderingen van deze derivaten worden weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Het saldo van die post is evenwel nihil, aangezien ook de reëlewaardeveranderingen van de afgedekte activa in diezelfde post worden weergegeven, en het een effectieve afdekking betreft. Voor andere ALM-derivaten wordt vanaf 2011 de betreffende rente weergegeven onder Nettorente-inkomsten (tot en met 2010 onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: -431 miljoen euro in 2010). De reëlewaardeveranderingen worden weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening. Deze laatste worden ten dele beperkt door de reëlewaardeveranderingen van een obligatieportefeuille die werd geklasseerd als Financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (zie waarderingsregels).
  • • Effectiviteit van afdekkingen: effectiviteit wordt bepaald aan de hand van de volgende methodes:
  • Voor microhedge-reëlewaardeafdekkingen wordt op kwartaalbasis

de dollaroffsetmethode gebruikt, waarbij reëlewaardeschommelingen van de afgedekte positie en reëlewaardeschommelingen van het afdekkingsinstrument elkaar moeten compenseren binnen een range van 80%–125%. Dat is momenteel het geval.

  • Voor microhedge-kasstroomafdekkingen wordt het aangegeven afdekkingsinstrument vergeleken met een perfect hedge van de afgedekte kasstromen. Deze vergelijking gebeurt prospectief (via BPVmeting) en retrospectief (via vergelijking van de reële waarde van het aangegeven afdekkingsinstrument met de perfect hedge). De effectiviteit van beide tests moet zich in een range van 80%–125% bevinden. Dat is momenteel het geval.
  • Voor reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille wordt de effectiviteit beoordeeld volgens de regels voorgeschreven in de Europese versie van IAS 39 (carve out). IFRS staat niet toe om nettoposities aan te geven als afgedekte posities, maar staat wel toe om de afdekkingsinstrumenten toe te wijzen aan de brutopositie van activa (of eventueel de brutopositie van verplichtingen). Concreet wordt ervoor gezorgd dat het volume activa (of verplichtingen) in elk looptijdsegment groter is dan het volume afdekkingsinstrumenten dat aan hetzelfde segment wordt toegewezen.
  • • Dag 1-winsten: wanneer de transactieprijs op een niet-actieve markt verschillend is van de reële waarde van andere observeerbare markttransacties in hetzelfde instrument of van de reële waarde gebaseerd op een waarderingstechniek waarvan de variabelen alleen data van observeerbare markten bevatten, dan wordt het verschil tussen de transactieprijs en de reële waarde (een dag 1-winst) opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als dat niet het geval is (als de variabelen dus niet alleen data van observeerbare markten bevatten), wordt de dag 1-winst gereserveerd en opgenomen in de winst-en-verliesrekening tijdens de looptijd en uiterlijk op de eindvervaldag van het financiële instrument. Samenvatting van de bewegingen in de uitgestelde dag 1-winsten:
(in miljoenen euro) 2010 2011
Uitgestelde dag 1-winsten, beginsaldo 1 januari 27 11
Nieuwe uitgestelde dag 1-winsten 0 0
Dag 1-winsten erkend in de winst-en-verliesrekening tijdens de periode
Afschrijving van de dag 1-winsten -15 -3
Niet langer opgenomen financiële instrumenten -4 0
Wisselkoersverschillen 2 0
Uitgestelde dag 1-winsten, eindsaldo 31 december 11 8

Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal 90 169
Vastrentende effecten 26 59
Aandelen 64 110

Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal 1 224 1 164
Ontvangen provisies 2 156 2 043
Effecten en assetmanagement 1 118 898
Provisies i.v.m. beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (deposit accounting) 28 50
Verbinteniskredieten 252 302
Betalingsverkeer 522 577
Overige 236 215
Betaalde provisies -932 -878
Provisies betaald aan tussenpersonen -489 -470
Overige -443 -408

• Het overgrote deel van de provisies gerelateerd aan kredietverlening is opgenomen onder Nettorente-inkomsten (in het kader van de effectieve rentevoetberekening).

Toelichting 8: Overige netto-inkomsten

(in miljoenen euro)
2010
2011
Totaal
452
56
Waarvan meer- of minderwaarden als gevolg van
De verkoop van leningen en vorderingen
4
-29
De verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa
1
-14
De terugkoop van financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
0
-3
Andere, waaronder
447
102
Inkomsten uit (voornamelijk operationele) leasingactiviteiten, KBC Lease-groep
76
96
Inkomsten van geconsolideerde private-equityparticipaties
54
48
Inkomsten van Groep VAB
65
65
Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen
191
68
Onregelmatigheden bij KBC Lease UK
-175
15
Voorziening m.b.t. 5-5-5-product
0
-334
  • • Meer- en minderwaarden bij desinvesteringen: in 2010 betreft het de verkoop van Secura en de Global Convertible Bonds and Asian Equity Derivatives-activiteiten van KBC Financial Products. In 2011 betreft het vooral Centea (63 miljoen euro meerwaarde; daarnaast zorgt de verkoop voor een negatief nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening van -85 miljoen euro gerelateerd aan de afbouw van kasstroomafdekkingen die economisch verbonden waren met Centea).
  • • In 2010 brachten interne controles bij KBC Lease UK onregelmatigheden aan het licht in een belangrijk gedeelte van de contracten die via een bepaalde makelaar werden aangebracht. Voor het maximale nettobedrag dat de onregelmatigheden zouden kunnen kosten, werden de nodige bedragen geboekt. KBC Lease UK heeft diverse acties ondernomen om bedragen te recupereren van diverse bronnen.
  • • Voorziening m.b.t. 5-5-5-product: in de loop van april en mei 2008 werden door KBC Bank en zijn Belgische dochtermaatschappijen gestructureerde 5-5-5-obligaties First to default met eindvervaldag in

april en mei 2013 verkocht aan cliënten voor een totaal bedrag van 670 miljoen euro. Die 5-5-5-obligaties zijn gekoppeld aan de kredietwaardigheid van België, Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland. Een credit event (zoals bepaald door ISDA) in een van die landen zou een nadelige impact hebben op het belegde kapitaal en er zouden geen coupons meer betaald worden. Naar aanleiding van de Griekse financiële crisis heeft KBC Bank beslist om alle retailcliënten van 5-5-5-obligaties comfort te verschaffen door de intentie van KBC bekend te maken om de obligaties over te kopen, aan een prijs gelijk aan het belegde kapitaal verminderd met de door de uitgever betaalde coupons (alle bedragen vóór kosten en belastingen), mocht er zich een credit event voordoen. Op balansdatum had er zich nog geen credit event voorgedaan. Aangezien de financiële markten eind 2011 de probabiliteit van een credit event in een van die vijf landen nog voor mei 2013 op hoger dan 50% schatten, heeft KBC daarvoor in de resultaten een voorziening van 334 miljoen euro aangelegd. Zie verder onder Toelichting 48 (Gebeurtenissen na balansdatum).

Toelichting 9: Verzekeringsresultaten

Niet
(in miljoenen euro) Leven Niet-leven technische
rekening
Totaal
2010
Technisch resultaat -424 345 35 -43
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 705 1 937 0 4 642
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -3 012 -1 250 0 -4 262
Nettoprovisie-inkomsten -115 -339 39 -415
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -2 -2 -4 -8
Financieel resultaat 885 176 228 1 288
Nettorente-inkomsten 1 002 1 002
Dividendinkomsten 47 47
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
195 195
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 44 44
Toewijzing aan de technische rekeningen* 885 176 -1 060 0
Algemene beheerskosten -136 -364 -9 -509
Interne schaderegelingskosten -8 -75 0 -83
Indirecte acquisitiekosten -38 -89 0 -127
Administratiekosten -90 -201 0 -291
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 -9 -9
Overige netto-inkomsten 95 95
Bijzondere waardeverminderingen -19 -19
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 325 157 329 811
Belastingen -142
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 11
RESULTAAT NA BELASTINGEN 679
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 4
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 675
2011
Technisch resultaat -401 499 42 140
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 262 1 880 0 4 142
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 548 -1 007 0 -3 555
Nettoprovisie-inkomsten -112 -333 42 -403
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -2 -42 0 -44
Financieel resultaat 690 137 152 979
Nettorente-inkomsten 1 019 1 019
Dividendinkomsten
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
55 55
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -178 -178
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 83 83
Toewijzing aan de technische rekeningen* 690 137 -827 0
Algemene beheerskosten -150 -376 -1 -527
Interne schaderegelingskosten -10 -81 0 -92
Indirecte acquisitiekosten -53 -108 0 -161
Administratiekosten -87 -187 0 -274
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 -1 -1
Overige netto-inkomsten 10 10
Bijzondere waardeverminderingen -473 -473
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 139 260 -270 129
Belastingen -85
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -17
RESULTAAT NA BELASTINGEN 27
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 2
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 25

* Bevat ook de toewijzing van de bijzondere waardeverminderingen.

  • • Cijfers m.b.t. de verdiende premies bevatten niet de beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, die ruwweg overeenkomen met de tak 23-producten.
  • • Als bank-verzekeraar presenteert KBC zijn financiële informatie op een geïntegreerde manier (bank- en verzekeringsactiviteiten samen). Meer informatie over de bankactiviteiten en verzekeringsactiviteiten afzon-

derlijk vindt u in de respectieve jaarverslagen van KBC Bank, KBL EPB en KBC Verzekeringen. De bovenstaande toelichting geeft alvast informatie over de verzekeringsresultaten apart. De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (resultaten m.b.t. verzekeringen die werden gesloten tussen de bankentiteiten en verzekeringsentiteiten binnen de groep, rente die de verzekeringsondernemingen ontvangen op de bij de bankentiteiten geplaatste deposito's, betaalde provisies van de verzekeringsentiteiten aan de bankkantoren voor de verkoop van verzekeringen, enz.), om een juister beeld te geven van de rentabiliteit van de verzekeringsactiviteiten.

  • • Bijkomende informatie over de verzekeringsactiviteiten afzonderlijk, die is opgenomen in dit jaarverslag, vindt u in de volgende toelichtingen:
  • Verdiende levensverzekeringspremies (Toelichting 10)
  • Verzekeringen Niet-leven per tak (Toelichting 11)
  • Technische voorzieningen, verzekeringen (Toelichting 35)
  • Lijst van voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde

Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies

ondernemingen (Toelichting 44, deel KBC Verzekeringen)

  • Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico)
  • Renterisico, aandelenrisico en vastgoedrisico verzekeringsactiviteiten (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Marktrisico in niettradingactiviteiten)
  • Verzekeringstechnisch risico (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Verzekeringstechnisch risico)
  • Solvabiliteit KBC Verzekeringen (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kapitaaltoereikendheid).
(in miljoenen euro)
2010
2011
Totaal
2 700
2 258
Opdeling per IFRS-categorie
Verzekeringscontracten
1 112
1 223
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling
1 588
1 035
Opdeling per type
Aangenomen herverzekering
27
1
Rechtstreekse zaken
2 673
2 258
Opdeling van de rechtstreekse zaken
Individueel versus groep
Individuele premies
2 131
1 938
Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten
542
320
Periodiek versus koopsom
Periodieke premies
910
945
Koopsommen
1 763
1 313
Zonder versus met winstdeling
Premies van overeenkomsten zonder winstdeling
214
235
Premies van overeenkomsten met winstdeling
2 134
1 545
Overige
325
477

• Conform IFRS wordt voor beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling deposit accounting toegepast. Dat betekent dat de premie-inkomsten (en technische lasten) van deze contracten niet worden getoond onder de post Verdiende verzekeringspremies (en Technische lasten) vóór herverzekering, maar dat de marge erop wordt vermeld onder Nettoprovisie-inkomsten. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling komen ruwweg overeen met tak 23-contracten, die goed waren voor een premie-inkomen van 1,8 miljard euro in 2010 en 2,0 miljard euro in 2011 (VITIS Life inbegrepen).

Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak

(in miljoenen euro) Verdiende
premies
(vóór her
verzekering)
Schaden
(vóór her
verzekering)
Bedrijfs
kosten
(vóór her
verzekering)
Afgestane
her
verzekering
Totaal
2010
Totaal 1 937 -1 278 -628 -2 28
Aangenomen herverzekering 185 -156 -33 4 -1
Rechtstreekse zaken 1 752 -1 122 -595 -6 29
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 140 -51 -57 1 33
Arbeidsongevallen, tak 1 76 -58 -16 -1 1
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 505 -334 -158 1 13
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 314 -208 -101 0 5
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 43 -25 -11 -7 -1
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 478 -332 -183 17 -20
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 114 -70 -43 -16 -16
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 8 -1 -2 -1 4
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 13 -13 -5 2 -2
Rechtsbijstand, tak 17 43 -23 -12 0 9
Hulpverlening, tak 18 17 -6 -8 -1 2
2011
Totaal 1 880 -1 039 -637 -42 163
Aangenomen herverzekering 37 6 -7 -10 26
Rechtstreekse zaken 1 843 -1 046 -629 -32 136
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 146 -61 -51 0 33
Arbeidsongevallen, tak 1 72 -52 -17 0 3
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 549 -370 -172 -3 4
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 328 -196 -103 0 28
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 42 -32 -10 9 8
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 505 -224 -204 -29 49
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 118 -65 -44 -4 5
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 5 0 -2 -1 1
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 16 -9 -7 -3 -3
Rechtsbijstand, tak 17 45 -26 -13 0 7
Hulpverlening, tak 18 19 -10 -7 0 2

• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (zie Toelichting 9).

Toelichting 12: Exploitatiekosten

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal -4 436 -4 344
Personeelskosten -2 529 -2 569
Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met eigen aandelen 0 0
Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met geldmiddelen 0 -4
Algemene beheerskosten -1 546 -1 449
Afschrijvingen van vaste activa -361 -326

• De algemene beheerskosten omvatten herstel- en onderhoudskosten, reclamekosten, huur, professionele vergoedingen, verschillende (nietinkomsten)belastingen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het omvat ook onder meer de kosten gerelateerd aan de bijzondere bankenheffing voor financiële instellingen in Hongarije (respectievelijk 58 en 6 miljoen euro voor 2010 en 2011, aftrekbare kosten. Het bedrag in 2011 is lager omdat een deel van de verliezen die de groep leed door de nieuwe wetgeving inzake hypothecaire leningen in vreemde valuta in Hongarije kon worden afgezet tegen de verschuldigde bankenheffing – zie verder).

• Op eigen aandelen gebaseerde personeelsvoordelen zijn opgenomen onder Personeelskosten. Informatie met betrekking tot de belangrijkste overeenkomsten afgewikkeld met eigen aandelen:

Sinds 2000 heeft KBC Bankverzekeringsholding NV (ondertussen KBC Groep NV) verschillende aandelenoptieplannen opgezet. De aandelenopties werden toegekend aan alle of bepaalde personeelsleden van de vennootschap en diverse dochterondernemingen. De aandelenopties werden gratis toegekend aan het personeel, dat alleen op het moment van de toekenning de belastingen op de gratis verstrekking moest betalen. De aandelenopties hebben een looptijd van zeven tot tien jaar na de datum van uitgifte en kunnen, in de jaren waarin ze uitoefenbaar zijn, alleen in juni, september en december worden uitgeoefend. De aandelenopties kunnen ook gedeeltelijk worden uitgeoefend. Een personeelslid kan bij het uitoefenen ofwel de aandelen bewaren op zijn effectenrekening, ofwel ze onmiddellijk verkopen op NYSE Euronext Brussels. KBC Groep NV heeft eigen aandelen ingekocht om aandelen te kunnen leveren aan personeelsleden wanneer die hun opties uitoefenen.

IFRS 2 werd niet toegepast op de met eigen aandelen afgewikkelde optieplannen die dateren van vóór 7 november 2002, aangezien die buiten het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen. De optieplannen die dateren van na 7 november 2002 waren beperkt in omvang.

Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel wordt in de tabel gegeven.

2010 2011
Opties Aantal
opties1
Gemiddelde
uitoefenprijs
Aantal
opties1
Gemiddelde
uitoefenprijs
Uitstaand aan het begin van de periode 978 045 48,09 666 596 49,89
Toegekend tijdens de periode 0 0
Uitgeoefend tijdens de periode -4 527 28,41 0
Vervallen tijdens de periode -306 922 44,47 -35 600 41,98
Opgegeven tijdens de periode 0 0
Uitstaand aan het einde van de periode2 666 596 49,89 630 996 50,34
Uitoefenbaar aan het einde van de periode 651 996 49,07 623 696 50,05

1 In equivalenten van aandelen.

2 2010: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 25 maanden.

2011: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 14 maanden.

Informatie over de kapitaalverhoging voorbehouden aan personeelsleden van de KBC-groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening. Dat leidde, net als in 2010, niet tot het boeken van een personeelsvoordeel, omdat de uitgifteprijs geen korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers.

Informatie over de (hoogste, laagste, gemiddelde, enz.) koers van het KBC-aandeel vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders.

Informatie over de belangrijkste overeenkomsten op basis van eigen aandelen afgewikkeld met geldmiddelen: de personeelskosten over 2011 omvatten kosten van 4 miljoen euro voor een phantomaandelenplan.

Toelichting 13: Personeel

2010 2011
Gemiddeld personeelsbestand, in vte 52 110 51 127
Indeling volgens juridische structuur
KBC Bank 38 972 37 663
KBC Verzekeringen 7 496 7 377
KBC Groep NV (de holding) 5 642 6 087
Indeling volgens statuut
Arbeiders 1 022 928
Bedienden 50 693 49 835
Directieleden (senior management) 395 364

• KBL EPB is niet in de cijfers vervat.

• De cijfers vermeld in de tabel betreffen jaargemiddelden, die kunnen afwijken van de eindejaarstotalen vermeld in het hoofdstuk Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen (de personeelsaantallen vermeld in dat hoofdstuk zijn bovendien zonder Fidea en WARTA, en zonder personeelsleden met meer dan een jaar inactiviteit).

Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen (impairments) – winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal -1 656 - 2 123
Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen -1 483 -1 333
Indeling naar type
Bijzondere waardeverminderingen voor kredieten op balans -1 452 -1 316
Voorzieningen voor verbinteniskredieten buiten balans -19 17
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen -12 -33
Indeling naar divisie
België -82 -59
Centraal- en Oost-Europa -340 -477
Merchantbanking -789 -725
Groepscenter -272 -71
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa -31 -417
Indeling naar type
Aandelen -32 -114
Andere 0 -303
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill -88 -120
Bijzondere waardeverminderingen op overige -54 -253
Immateriële vaste activa (zonder goodwill) 0 -7
Materiële vaste activa, inclusief vastgoedbeleggingen -4 -30
Tot einde looptijd aangehouden financiële activa 0 -66
Geassocieerde ondernemingen, goodwill -31 0
Overige -18 -150
  • • Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen: betreffen vooral leningen en voorschotten aan cliënten.
  • De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Merchantbanking omvatten onder meer 0,5 miljard euro (zowel in 2010 als in 2011) aan bijzondere waardeverminderingen voor kredieten in Ierland als gevolg van de economische toestand in dat land en meer in het bijzonder de vastgoedmarkt.
  • De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Centraal- en Oost-Europa in 2011 (477 miljoen euro, tegenover 340 miljoen euro in 2010) zijn als volgt verdeeld: Tsjechië 72 miljoen euro (2010: 138 miljoen euro), Slowakije 10 miljoen euro (2010: 52 miljoen euro), Hongarije 288 miljoen euro (2010: 133 miljoen euro; cijfer voor 2011 negatief beïnvloed door de nieuwe wetgeving inzake hypothecaire kredieten in vreemde munt (zie deel Verslag van de Raad van Bestuur, Divisie Centraal- en Oost-Europa, onder Update van de situatie in Hongarije), Bulgarije 106 miljoen euro (2010: 15 miljoen euro; cijfer voor 2011 negatief beïnvloed door bijkomende aanleg voor de legacy portefeuille).
  • De bijzondere waardeverminderingen in Groepscenter in 2011 omvatten onder meer een nettoterugname van 41 miljoen euro bij Absolut Bank (2010: 21 miljoen euro nettotoevoeging), 39 miljoen euro bij Kredyt Bank (2010: 112 miljoen euro) en 25 miljoen euro bij Antwerpse Diamantbank (2010: 70 miljoen euro).
  • • Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa en tot einde looptijd aangehouden financiële activa: in 2011 bevatten deze posten vooral de waardevermindering op aandelen (114 miljoen euro, gerelateerd aan de ontwikkeling van het beursklimaat) en op Griekse overheidsobligaties (401 miljoen euro, waarvan 30 miljoen euro (gerelateerd aan KBL EPB) geboekt onder Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsresultaten. Er werden geen waardeverminderingen geboekt op de overheidsobligaties van andere Europese landen, omdat er op balansdatum geen bewijs is dat de toekomstige kasstromen met betrekking tot deze effecten negatief zullen worden beïnvloed. De waardevermindering op Griekse overheidsobligaties in 2011 is als volgt berekend:
  • portefeuille voor verkoop beschikbaar: verschil tussen de geamortiseerde kostprijs en de reële waarde per 31 december 2011. Dat resulteert in een waardevermindering in de resultatenrekening ad 330 miljoen euro vóór belastingen;
  • portefeuille tot einde looptijd aangehouden: verschil tussen de geamortiseerde kostprijs en de reële waarde per 31 december 2011. Dat resulteert in een waardevermindering in de resultatenrekening ad 71 miljoen euro vóór belastingen;
  • de boekwaarde van de Griekse overheidsobligaties op 31 december 2011 bedraagt daardoor gemiddeld 29% van het nominale bedrag van de obligaties in de bovenvermelde portefeuilles;

  • tradingboek en portefeuille vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: al opgenomen tegen reële waarde via winst-en-verliesrekening; een extra aanpassing is daarom niet nodig.

  • • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill: in 2011 bevatte dit onder meer 68 miljoen euro met betrekking tot Bulgarije (cfr. verslechterde economische situatie en verminderde verwachte kasstromen van de Bulgaarse activiteiten verdisconteerd tegen een hogere discontovoet). In 2010 bevatte dit onder meer 54 miljoen euro met betrekking tot groepsmaatschappijen in Roemenië en Polen. In de meeste gevallen weerspiegelde de waardevermindering het verschil tussen de boekwaarde vóór de bijzondere waardevermindering en de gebruikswaarde. Opmerking: bijzondere waardeverminderingen op goodwill met betrekking tot KBL EPB werden, zoals vereist door IFRS 5, opgeno-

men onder de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. Meer informatie over goodwill: zie Toelichting 34.

  • • Andere bijzondere waardeverminderingen: in 2010 ging het vooral om een bijzondere waardevermindering ad 31 miljoen euro geboekt op de minderheidsparticipatie in Nova Ljubljanska banka (gebaseerd op verhoogde kredietverliezen). In 2011 betrof het 138 miljoen euro met betrekking tot de verkoopovereenkomst voor Fidea, tegen een prijs onder de boekwaarde. Met betrekking tot de voor verkoop beschikbare portefeuille van Fidea bevat het eigen vermogen van de aandeelhouders op 31 december 2011 een niet-gerealiseerde meerwaarde van 41 miljoen euro (na belastingen), die ten laatste bij de afronding van de verkoop zal worden overgeboekt van eigen vermogen naar resultaat.
  • • Informatie over de totale bijzondere waardeverminderingen op balans vindt u in Toelichting 21.

Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal -63 -58
Waarvan Nova Ljubljanska banka -64 -59

• Bijzondere waardeverminderingen van (goodwill op) geassocieerde ondernemingen zijn inbegrepen bij Bijzondere waardeverminderingen (zie Toelichting 14). Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen houdt bijgevolg geen rekening met deze bijzondere waardeverminderingen.

Toelichting 16: Belastingen

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal -82 -320
Indeling naar type
Actuele belastingen -358 -328
Uitgestelde belastingen 276 7
Componenten van de belastingberekening
Resultaat vóór belastingen 2 224 786
Winstbelastingen tegen het Belgische statutaire tarief 33,99% 33,99%
Berekende winstbelastingen -756 -267
Plus of min belastinggevolgen toe te schrijven aan
Verschillen in belastingtarieven, België–buitenland 162 104
Belastingvrije winst 323 466
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 18 9
Aanpassingen beginsaldo uitgestelde belastingen toe te schrijven aan wijziging belastingtarief 4 -5
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden
aangewend om de huidige belastingkosten te verminderen
0 11
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden
aangewend om de uitgestelde belastingkosten te verminderen
604 72
Terugboeking van vroeger erkende uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van fiscale verliezen -13 -37
Overige, hoofdzakelijk niet-aftrekbare uitgaven -425 -672
Totaalbedrag van tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen, geassocieerde
ondernemingen en belangen in joint ventures, waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen zijn opgenomen*
687 692

* Bestaat uit de reserves van (al dan niet) gezamenlijke dochtermaatschappijen, geassocieerde ondernemingen en kantoren die bij uitkering voor sommige entiteiten volledig belast zullen worden (voor 100% opgenomen) en waarbij voor een belangrijk aantal entiteiten de DBI-regeling van toepassing is (voor 5% opgenomen, aangezien 95% definitief belast is).

  • • Informatie over belastingvorderingen en belastingverplichtingen vindt u in Toelichting 31.
  • • In 2010 beslisten de Belgische belastingautoriteiten dat een kwijtschelding van intercompanyschulden, gerelateerd aan de verliezen in de CDO-portefeuille opgelopen in de afgelopen jaren, onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar is van de belastingen. In de praktijk betekende dat dat KBC voor 0,4 miljard euro aan positieve belastinglatenties kon boeken in het tweede kwartaal van 2010.
(in miljoenen euro) 2010 2011
Gewone winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 860 13
Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid -595 -670
Nettoresultaat voor de berekening van gewone winst per aandeel 1 265 -657
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) 339 737 339 774
Gewone winst per aandeel (in euro) 3,72 -1,93
Verwaterde winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 860 13
Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid -595 -670
Nettoresultaat voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel 1 265 -657
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) 339 737 339 774
Potentieel aantal aandelen die tot verwatering kunnen leiden (in duizenden eenheden)* 4 0
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen voor verwaterde winst (in duizenden eenheden) 339 741 339 774
Verwaterde winst per aandeel (in euro) 3,72 -1,93

* Er wordt geen rekening gehouden met nog uitstaande personeelsopties (630 996 in 2011 en 662 875 in 2010) die een verwaterende invloed kunnen hebben als de beurskoers de uitoefenprijs overstijgt.

  • • Een definitie van gewone winst per aandeel en verwaterde winst per aandeel vindt u in het glossarium van gebruikte ratio's.
  • • Overzicht van instrumenten die tot verwatering kunnen leiden:
  • vrij in aandelen terugbetaalbare obligaties: geen;
  • opties op aandelen van KBC Groep NV, toegewezen aan personeelsleden: meer gedetailleerde informatie vindt u in Toelichting 12.

Financiële instrumenten worden ingedeeld in categorieën (portefeuilles). U vindt meer informatie over de portefeuilles en de waardering in Toelichting 1 b, onder Financiële activa en verplichtingen (IAS 39). Wanneer in dit deel sprake is van de categorie Gewaardeerd tegen reële waarde, dan wordt daarmee bedoeld Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (reëlewaardeoptie).

Ingevolge de toepassing van IFRS 5 werden de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46) verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten), zonder aanpassing van de referentiecijfers, wat de vergelijkbaarheid van de cijfers licht aantast. Voor 2010 betreft dat KBL EPB, voor 2011 betreft het KBL EPB, Fidea en WARTA. Om de vergelijkbaarheid te waarborgen, werd in Toelichting 18 een aparte kolom toegevoegd, waarbij, voor de referentiedatum 31 december 2010 (naast de in 2011 afgeronde desinvesteringen), ook de desinvesteringen die onder IFRS 5 vallen, werden uitgesloten.

Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product

Aange
houden
voor han
delsdoel
Gewaar
deerd te
gen reële
Voor
verkoop
beschik
Leningen
en vorde
Tot einde
looptijd
aange
Afdek
kingsderi
Tegen
geamor
tiseerde
Totaal,
zonder
desinves
teringen
(in miljoenen euro)
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
einden waarde1 baar ringen houden vaten kostprijs Totaal in 20112
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingena
696 1 808 0 12 998 15 502c 15 487
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 4 109 6 471 0 140 087 150 666 143 183
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 119 119 114
Afbetalingskredieten 0 0 0 4 274 4 274 4 024
Hypotheekleningen 0 380 0 61 198 61 577 55 517
Termijnkredieten 4 109 6 025 0 61 548 71 681 70 750
Financiële leasing 0 0 0 4 909 4 909 4 909
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 4 456 4 456 4 376
Overige 0 66 0 3 583 3 649 3 494
Eigenvermogensinstrumenten 1 717 19 2 098 3 833 3 576
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 329 7 329 7 036
Schuldinstrumenten van 7 709 9 727 51 020 3 477 13 629 85 562 79 681
Publiekrechtelijke emittenten 5 806 8 852 40 612 132 12 712 68 114 63 284
Kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
731 266 5 075 224 584 6 879 6 508
Ondernemingen 1 172 610 5 333 3 122 333 10 569 9 890
Derivaten 15 758 213 15 970 15 968
Geprorateerde rente 299 192 1 025 463 325 73 2 378 2 246
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240 267 178
a Waarvan reverse repos3 2 284 2 284
b Waarvan reverse repos3 9 486 9 486
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden 6 866 6 857
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingena
4 600 305 0 14 253 19 158c
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 203 1 879 0 136 201 138 284
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 137 137
Afbetalingskredieten 0 0 0 3 910 3 910
Hypotheekleningen 0 178 0 57 253 57 431
Termijnkredieten 203 1 531 0 61 880 63 614
Financiële leasing 0 11 0 4 647 4 658
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 4 876 4 876
Overige 0 159 0 3 499 3 659
Eigenvermogensinstrumenten 1 028 28 1 446 2 501
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 652 7 652
Schuldinstrumenten van 4 286 3 997 37 299 2 890 14 063 62 535
Publiekrechtelijke emittenten 3 101 3 594 29 183 224 13 365 49 467
Kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
647 204 3 862 211 491 5 415
Ondernemingen 538 199 4 255 2 455 207 7 653
Derivaten 16 750 624 17 375
Geprorateerde rente 69 79 746 549 334 158 1 934
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439
a Waarvan reverse repos3 5 982
b Waarvan reverse repos3 1 429
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden 11 721

1 De leningen en voorschotten in de kolom Gewaardeerd tegen reële waarde betreffen overwegend reverserepotransacties en een beperkte portefeuille van woningkredieten. Telkens benadert de boekwaarde het maximale kredietrisico.

2 Totaal zonder in 2011 afgeronde desinvesteringen (Centea) en aangekondigde desinvesteringen die al in 2011 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2011). 3 Een reverserepotransactie is een transactie waarbij een partij (KBC) effecten koopt van een andere partij en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de reverserepoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde reverserepotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk ontlenen van obligaties. Bij die ontlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij de tegenpartij. Het bedrag van de reverse repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (uitgeleende) activa.

(in miljoenen euro) Aange
houden
voor han
delsdoel
einden
Gewaar
deerd te
gen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aange
houden
Afdek
kingsderi
vaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal Totaal,
zonder
desinves
teringen
in 20111
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
Deposito's van kredietinstellingen 21 6 911 20 924 27 856c 27 802
en beleggingsondernemingena
Deposito's van cliënten en schuldpapierb 648 20 971 176 252 197 870 189 518
Zichtdeposito's 0 57 48 189 48 246 47 571
Termijndeposito's 0 17 012 42 131 59 142 58 957
Depositoboekjes 0 0 40 245 40 245 34 056
Deposito's van bijzondere aard 0 0 4 005 4 005 4 005
Overige deposito's 0 0 1 281 1 281 1 276
Depositocertificaten 0 22 14 965 14 987 14 987
Kasbons 0 0 2 155 2 155 858
Converteerbare obligaties 0 0 0 0 0
Niet-converteerbare obligaties 648 3 600 14 427 18 674 18 674
Converteerbare achtergestelde schulden 0 0 0 0 0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden 0 280 8 854 9 134 9 134
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 6 514 179 6 693 6 463
Derivaten 22 317 849 23 166 23 165
Baisseposities 1 119 1 119 1 119
In eigenvermogensinstrumenten 10 10 10
In schuldinstrumenten 1 110 1 110 1 110
Overige 0 145 2 564 2 709 2 644
Geprorateerde rente 31 74 276 789 1 169 1 125
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 24 136 34 615 1 124 200 707 260 582 251 837
a Waarvan repos2 8 265 8 212
b Waarvan repos2 15 398 15 398
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 4 449 4 449
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
Deposito's van kredietinstellingen
en beleggingsondernemingena
843 3 831 21 259 25 934c
Deposito's van cliënten en schuldpapierb 4 288 17 565 143 373 165 226
Zichtdeposito's 0 0 37 472 37 472
Termijndeposito's 3 774 13 277 42 010 59 061
Depositoboekjes 0 0 32 624 32 624
Deposito's van bijzondere aard 0 0 3 887 3 887
Overige deposito's 0 0 1 417 1 417
Depositocertificaten 0 20 4 597 4 617
Kasbons 0 0 710 710
Converteerbare obligaties 0 0 0 0
Niet-converteerbare obligaties 514 4 167 12 694 17 375
Converteerbare achtergestelde schulden 0 0 0 0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden 0 101 7 961 8 063
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 7 014 0 7 014
Derivaten 21 699 1 601 23 300
Baisseposities 497 497
In eigenvermogensinstrumenten 4 4
In schuldinstrumenten 493 493
Overige 0 173 2 408 2 581
Geprorateerde rente 27 94 328 801 1 251
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 27 355 28 678 1 929 167 842 225 804
a Waarvan repos2 6 574
b Waarvan repos2 15 841
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 8 472

1 Totaal zonder in 2011 afgeronde desinvesteringen (Centea) en aangekondigde desinvesteringen die al in 2011 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2011).

2 Een repotransactie is een transactie waarbij een partij effecten koopt van een andere partij (KBC) en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk uitlenen van obligaties. Bij die uitlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij KBC. Het bedrag van de repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (ontleende) activa.

Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschikbaar
Leningen en
vorderingen
Tot einde
looptijd
aangehou
den
Afdekkings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
België 3 342 7 189 21 742 75 261 1 407 105 109 046
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 8 439 986 10 694 36 327 9 172 180 65 799
Rest van de wereld 18 506 17 370 21 707 45 436 3 376 0 106 395
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
België 2 798 4 841 17 527 72 705 1 626 556 100 052
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 7 907 808 7 213 37 562 8 575 226 62 290
Rest van de wereld 16 232 8 292 14 751 43 626 4 196 0 87 097
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
België 3 279 7 491 929 87 282 98 981
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 1 142 5 501 124 44 234 51 001
Rest van de wereld 19 715 21 623 72 69 191 110 600
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 24 136 34 615 1 124 200 707 260 582
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
België 1 301 9 455 1 750 78 407 90 913
Centraal- en Oost-Europa (inclusief Rusland) 5 880 955 128 43 265 50 227
Rest van de wereld 20 174 18 268 52 46 170 84 663
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 27 355 28 678 1 929 167 842 225 804

Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschikbaar
Leningen en
vorderingen
Tot einde
looptijd
aangehou
den
Afdekkings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Tot 1 jaar 6 336 9 003 7 836 47 023 1 653 71 851
Meer dan 1 jaar 2 229 9 291 25 413 106 369 12 301 155 602
Niet bepaald* 21 723 7 252 20 894 3 633 0 286 53 788
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Tot 1 jaar 6 768 2 064 5 165 52 631 1 345 67 971
Meer dan 1 jaar 2 390 4 228 32 709 97 330 13 052 149 709
Niet bepaald* 17 779 7 648 1 617 3 933 0 782 31 759
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
Tot 1 jaar 1 325 23 822 127 623 152 770
Meer dan 1 jaar 94 5 477 32 110 37 681
Niet bepaald* 22 717 5 317 1 124 40 974 70 132
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 24 136 34 615 1 124 200 707 260 582
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
Tot 1 jaar 5 369 16 857 100 403 122 629
Meer dan 1 jaar 284 7 089 32 439 39 812
Niet bepaald* 21 702 4 732 1 929 35 000 63 363
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 27 355 28 678 1 929 167 842 225 804

* Met Niet bepaald wordt bedoeld dat de vervaldag onbepaald is of dat het niet zinvol is het financiële instrument volgens vervaldag te klasseren. De financiële activa met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten en tradingaandelen (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden), een groot deel van de beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde), aandelen voor verkoop beschikbaar (kolom Voor verkoop beschikbaar) en voorschotten in rekening-courant en oninbare/dubieuze vorderingen (kolom Leningen en vorderingen). De financiële verplichtingen met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de depositoboekjes (kolom Tegen geamortiseerde kostprijs), de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden) en een groot deel van de schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde).

• Het verschil tussen de financiële activa op korte termijn en de financiële verplichtingen op korte termijn is onder meer een reflectie van de basisactiviteit van een bank, namelijk het omzetten van deposito's op kortere termijn naar kredieten op langere termijn. Dat resulteert in een groter volume van deposito's op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële verplichtingen) in vergelijking met de kredieten op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële activa). Die verhouding geeft aanleiding tot een liquiditeitsrisico. Meer informatie over het liquiditeitsrisico en de bewaking ervan vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit

Financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handelsdoel
einden
Gewaardeerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschikbaar
Leningen en
vorderingen
Tot einde
looptijd aan
gehouden
Afdekkings
derivaten
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Activa waarvoor geen bijzondere waarde
verminderingen zijn geboekt (unimpaired)
30 287 25 545 53 825 151 403 13 955 286 275 301
Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen
zijn geboekt (impaired)
572 10 543 0 11 114
Bijzondere waardeverminderingen -254 -4 921 0 -5 175
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 30 287 25 545 54 143 157 024 13 955 286 281 240
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Activa waarvoor geen bijzondere waarde
verminderingen zijn geboekt (unimpaired)
26 936 13 940 39 196 148 229 14 377 782 243 461
Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen
zijn geboekt (impaired)
735 10 814 75 11 623
Bijzondere waardeverminderingen -440 -5 149 -56 -5 645
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439

• Het begrip bijzondere waardevermindering (impairment) is relevant voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Vastrentende financiële activa zijn impaired wanneer er een individuele indicatie van een bijzondere waardevermindering bestaat. Voor leningen is dat het geval als de lening een Probability of Defaultrating (PD, zie verder) van 10, 11 of 12 heeft. De bijzondere waardevermindering wordt vastgesteld op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier wanneer een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).

• Om de PD-klasse te bepalen, heeft KBC diverse ratingmodellen ontwikkeld. De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van PD 1 (laagste risico) tot PD 9 (hoogste risico). Meer informatie over PD vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Tot einde
looptijd aan
Voorzieningen
voor
verbintenis
kredieten
(in miljoenen euro) Voor verkoop beschikbaar
Vastrentende
activa
Aandelen gehouden
Vastrentende
activa
Met individu
ele bijzondere
waardever
mindering
Leningen en vorderingen
Met op por
tefeuillebasis
berekende
bijzondere
waardever
mindering
buiten balans*
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2010
Beginsaldo 127 280 6 3 667 302 111
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 0 32 0 2 906 214 119
Teruggenomen -1 0 0 -1 454 -199 -104
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen -50 -11 0 -391 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 -23 -5 -16 -2 0
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-55 0 0 -122 0 0
Overige -13 -32 0 4 11 -11
Eindsaldo 9 245 0 4 594 327 116
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2011
Beginsaldo 9 245 0 4 594 327 116
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 305 114 66 2 495 354 91
Teruggenomen -1 0 0 -1 179 -311 -117
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen 0 -40 0 -642 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring -3 -8 0 -75 -3 0
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-42 -34 -10 0 0 0
Overige -1 -104 0 -399 -12 -1
Eindsaldo 267 173 56 4 795 354 89

* Deze voorzieningen staan op de passiefzijde van de balans. Wijzigingen in dergelijke voorzieningen worden opgenomen bij de bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de winst-en-verliesrekening.

• Verklaring van lijn Overige in 2011: -104 miljoen euro met betrekking tot aandelen betreft verkochte aandelen waarvoor al waardeverminderingen waren geboekt; -399 miljoen euro bij Leningen en vorderingen heeft voor een groot deel betrekking op het afboeken van waardeverminderingen bij de verkoop van Atomium-obligaties

  • • Invloed van wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op de winst-en-verliesrekening: zie Toelichting 14.
  • • Bijkomende informatie met betrekking tot de bijzondere waardeverminderingen i.v.m. de kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Achterstallige activa die niet impaired zijn

(in miljoenen euro) Minder dan 30
dagen achterstallig
30 of meer, maar
minder dan 90 dagen
achterstallig
31-12-2010
Leningen en vorderingen 3 677 1 316
Schuldinstrumenten 0 1
Derivaten 0 0
Totaal 3 677 1 317
31-12-2011
Leningen en vorderingen 3 643 2 039
Schuldinstrumenten 0 0
Derivaten 0 0
Totaal 3 643 2 039

• Financiële activa zijn achterstallig (past due) wanneer een tegenpartij nalaat een betaling te doen op het contractueel afgesproken tijdstip. Het begrip achterstallig geldt per contract en niet per tegenpartij. Als bijvoorbeeld een tegenpartij nalaat haar maandelijkse aflossing te betalen, wordt de volledige lening als achterstallig beschouwd, maar dat betekent niet dat andere leningen aan die tegenpartij als achterstallig worden beschouwd.

• Financiële activa die 90 dagen of meer achterstallig zijn, worden altijd als impaired beschouwd.

Ontvangen garanties

• Zie Toelichting 22 en 40.

Specifieke informatie over het risico van KBC inzake gestructureerde kredieten en overheidsobligaties

• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Toelichting 22: Maximaal kredietrisico

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Bruto Ontvangen
waarborgen/
collateral
Netto Bruto Ontvangen
waarborgen/
collateral
Netto
Maximaal kredietrisico
Eigenvermogensinstrumenten 3 833 1 3 832 2 501 0 2 501
Schuldinstrumenten 85 562 0 85 562 62 535 0 62 535
Leningen en voorschotten 166 167 84 124 82 043 157 442 78 303 79 139
Waarvan gewaardeerd tegen reële waarde 8 279 7 935 344 2 185 1 904 281
Derivaten 15 970 1 536 14 434 17 375 1 485 15 889
Overige (inclusief geprorateerde rente) 37 076 9 276 27 799 35 824 7 936 27 889
Totaal 308 609 94 938 213 671 275 678 87 724 187 954

• Het maximale kredietrisico van een financieel actief is meestal de brutoboekwaarde, na aftrek van de bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met IAS 39. Het maximale kredietrisico bevat – naast de bedragen op balans – ook nog het niet-opgenomen deel van onherroepelijk verstrekte kredietlijnen, de verstrekte financiële garanties en de andere onherroepelijke verstrekte verbintenissen. Die zijn opgenomen onder de post Overige in de tabel.

activa. Op basis van interne managementrapportering wordt in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (onder Kredietrisico) uitgebreide uitleg gegeven over de samenstelling en kwaliteit van de kredietportefeuille. De door de commissaris geauditeerde delen uit dat hoofdstuk worden vooraan in dat hoofdstuk opgesomd.

  • • De ontvangen waarborgen / collateral worden opgenomen tegen marktwaarde en beperkt tot het uitstaande bedrag van de betreffende leningen.
  • • De kredietportefeuille omvat het belangrijkste deel van de financiële

Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten – algemeen

  • • KBC definieert reële waarde als het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn. Die definitie ligt in de lijn van de IFRS-definitie. De reële waarde is niet het bedrag dat een entiteit zou ontvangen of betalen op grond van een gedwongen transactie, een onvrijwillige liquidatie of een gedwongen verkoop. Een verstoring van het evenwicht tussen vraag en aanbod (bijvoorbeeld minder kopers dan verkopers, waardoor de prijs moet zakken) is niet hetzelfde als een gedwongen transactie of een gedwongen verkoop. Gedwongen verkopen of onvrijwillige transacties zijn occasionele transacties als gevolg van, bijvoorbeeld, wijzigingen in de regelgevende omgeving of transacties die niet marktgestuurd, maar ondernemingsspecifiek (cliëntspecifiek) gestuurd zijn.
  • • Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments) worden geboekt op alle posten die tegen reële waarde zijn gewaardeerd, waarbij wijzigingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Ze omvatten closeoutkosten, aanpassingen voor minder liquide posities of markten, aanpassingen verbonden aan waarderingen gebaseerd op een waarderingsmodel, tegenpartijrisico en exploitatiekosten. Bij de berekening van market value adjustments met betrekking tot het tegenpartijrisico (exclusief MBIA) op derivaten, neemt de groep ook zijn eigen kredietrisico in rekening voor derivaten waarvan de reële waarde negatief is.

  • • Conform de vereisten van IFRS werd er bij de bepaling van de reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde rekening gehouden met de invloed van veranderingen in de eigen financieringspreads. Bij de opgave van de reële waarde van de financiële instrumenten die niet tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen (zie tabel) werd geen rekening gehouden met ontwikkelingen in credit spreads of prepayment risks.

  • • De reële waarde van zichtdeposito's en depositoboekjes (beide onmiddellijk opvraagbaar) wordt verondersteld gelijk te zijn aan de boekwaarde.
  • • Het grootste deel van de wijzigingen in de marktwaarde van de leningen en voorschotten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde wordt verklaard door bewegingen van de rente. Het effect van veranderingen in kredietrisico is verwaarloosbaar.
  • • Financiële activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd, zijn de volgende: voor verkoop beschikbaar, aangehouden voor handelsdoeleinden, aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (gewaardeerd tegen reële waarde in de tabellen) en afdekkingsderivaten. De andere financiële activa en verplichtingen (leningen en vorderingen, financiële activa tot einde looptijd aangehouden, financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs) worden op de balans niet tegen reële waarde gewaardeerd, maar in de tabel wordt ter informatie hun reële waarde vermeld.
Reële waarde van financiële instrumenten die niet tegen reële Leningen en vorderingen Financiële activa tot einde
looptijd aangehouden
Financiële verplichtingen
tegen geamortiseerde
kostprijs
waarde op de balans zijn opgenomen
(in miljoenen euro)
Boek
waarde
Reële
waarde
Boek
waarde
Reële
waarde
Boek
waarde
Reële
waarde
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2010
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
12 998 13 168
Leningen en voorschotten aan cliënten 140 087 141 209
Schuldinstrumenten 3 477 3 536 13 629 13 920
Geprorateerde rente 463 463 325 325
Totaal, inclusief geprorateerde rente 157 024 158 375 13 955 14 245
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
14 253 14 503
Leningen en voorschotten aan cliënten 136 201 140 897
Schuldinstrumenten 2 890 2 868 14 063 14 347
Geprorateerde rente 549 549 334 334
Totaal, inclusief geprorateerde rente 153 894 158 818 14 396 14 681
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2010
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 20 924 21 347
Deposito's van cliënten en schuldpapier 176 252 177 834
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 179 179
Overige 2 564 2 564
Geprorateerde rente 789 789
Totaal, inclusief geprorateerde rente 200 707 202 713
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 21 259 21 206
Deposito's van cliënten en schuldpapier 143 373 149 337
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 0 0
Overige 2 408 2 408
Geprorateerde rente 801 801
Totaal, inclusief geprorateerde rente 167 842 173 752

Toelichting 24: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – waarderingshiërarchie

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Waarderingshiërarchie Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingen 0 686 10 696 0 4 600 0 4 600
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 4 109 0 4 109 0 203 0 203
Eigenvermogensinstrumenten 537 187 993 1 717 170 108 749 1 028
Schuldinstrumenten 5 651 1 443 614 7 709 2 981 1 108 198 4 286
Derivaten 63 13 622 2 073 15 758 22 11 737 4 991 16 750
Geprorateerde rente 299 69
Gewaardeerd tegen reële waarde
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingen
0 1 808 0 1 808 0 305 0 305
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 6 445 26 6 471 0 1 852 27 1 879
Eigenvermogensinstrumenten 2 15 1 19 2 18 8 28
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 325 4 0 7 329 7 636 16 0 7 652
Schuldinstrumenten 9 097 256 373 9 727 3 642 218 136 3 997
Geprorateerde rente 192 79
Voor verkoop beschikbaar
Eigenvermogensinstrumenten 1 665 35 398 2 098 1 111 76 259 1 446
Schuldinstrumenten 48 677 1 845 497 51 020 33 595 3 207 498 37 299
Geprorateerde rente 1 025 746
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 213 0 213 0 624 0 624
Geprorateerde rente 73 158
Totaal, inclusief geprorateerde rente 73 017 30 668 4 986 110 261 49 160 24 072 6 866 81 149
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 0 21 21 0 843 0 843
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 624 24 648 0 4 285 4 4 288
Derivaten 44 15 868 6 406 22 317 56 12 201 9 442 21 699
Baisseposities 1 076 44 0 1 119 493 4 0 497
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0
Geprorateerde rente 31 27
Gewaardeerd tegen reële waarde
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 6 911 0 6 911 0 3 831 0 3 831
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 17 165 3 806 20 971 0 16 213 1 352 17 565
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 6 514 0 0 6 514 7 014 0 0 7 014
Overige 0 0 145 145 0 0 173 173
Geprorateerde rente 74 94
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 849 0 849 0 1 601 0 1 601
Geprorateerde rente 276 328
Totaal, inclusief geprorateerde rente 7 634 41 459 10 402 59 875 7 563 38 979 10 970 57 962

• De IAS 39-waarderingshiërarchie verdeelt de waarderingstechnieken, samen met de respectieve waarderingsparameters waarop die gebaseerd zijn, op basis van prioriteit in drie niveaus:

1 De waarderingshiërarchie kent de hoogste prioriteit toe aan parameters van niveau 1.

Dat betekent dat, wanneer er een actieve markt bestaat, gepubliceerde prijsnoteringen moeten worden gebruikt om het financiële actief of passief tegen reële waarde te waarderen. Parameters van niveau 1 zijn gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, een handelaar, een makelaar, een sectorgroep, een waarderingsdienst (pricing service) of een regelgevende instantie. Die prijzen zijn op een eenvoudige wijze en op regelmatige basis beschikbaar en zijn ontleend aan huidige en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen op actieve markten die voor KBC toegankelijk zijn. Het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten die beschikken over gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, is gebaseerd op de marktwaarde die wordt afgeleid van de huidige beschikbare transactieprijzen. Er wordt geen waarderingstechniek (model) gebruikt.

2 Als er geen prijsnoteringen beschikbaar zijn, bepaalt de entiteit de reële waarde met behulp van een waarderingstechniek (model) op basis van waarneembare of niet-waarneembare parameters. Het gebruik van waarneembare parameters moet worden gemaximaliseerd, terwijl het gebruik van niet-waarneembare parameters moet worden geminimaliseerd.

Waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 2 genoemd en weerspiegelen alle factoren die marktdeelnemers in beschouwing zouden nemen bij de waardering van het actief of de verplichting tegen reële waarde, op basis van marktgegevens afkomstig van bronnen die onafhankelijk zijn van de rapporterende entiteit. Daarnaast weerspiegelen waarneembare parameters een actieve markt. Waarneembare waarderingsparameters zijn bijvoorbeeld de risicovrije rente, wisselkoersen van vreemde valuta, aandelenkoersen en de impliciete volatiliteit. Waarderingstechnieken op basis van waarneembare parameters zijn onder andere: de verdiscontering van toekomstige kasstromen, de vergelijking met de huidige of recente reële waarde van een ander soortgelijk instrument, en prijsstelling door derden, op voorwaarde dat die prijs in de lijn ligt van alternatieve observeerbare marktgegevens.

Niet-waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 3 genoemd en weerspiegelen de eigen veronderstellingen van de entiteit omtrent de assumpties die marktpartijen zouden gebruiken in de waardering van het actief of de verplichting (inclusief assumpties over de betrokken risico's). Niet-waarneembare parameters weerspiegelen een markt die niet actief is. Waarderingsparameters die benaderingen zijn voor niet-waarneembare parameters (proxy) en correlatiefactoren kunnen worden beschouwd als niet-waarneembaar op de markt.

• Als de parameters, gebruikt om de reële waarde van een actief of passief te bepalen, in verscheidene niveaus van de waarderingshiërarchie kunnen worden ondergebracht, dan wordt de reële waarde van het gehele actief of passief geklasseerd volgens het laagste niveau van de desbetreffende toepasselijke parameter, die een belangrijke invloed heeft op de totale reële waarde van het actief of passief. Bijvoorbeeld: als de berekening van de reële waarde gebaseerd is op waarneembare parameters, waarbij belangrijke aanpassingen van die waarde nodig zijn, gestoeld op niet-waarneembare parameters, dan valt deze waarderingsmethode onder niveau 3 van de waarderingshiërarchie.

  • • De waarderingshiërarchie en overeenkomstige classificatie in de waarderingshiërarchie van de meest gebruikte financiële instrumenten vindt u in de tabel. De tabel geeft een overzicht van het niveau waaronder financiële instrumenten doorgaans worden geklasseerd, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Met andere woorden: hoewel de meerderheid van een bepaald type financiële instrumenten geklasseerd wordt onder het in de tabel vermelde niveau, kan een klein deel van die instrumenten geklasseerd zijn onder een ander niveau.
  • • Overdrachten tussen de verschillende niveaus: zie verder.
Soort instrument Producten Type waardering
Niveau 1 Liquide financiële instrumenten waarvoor
genoteerde koersen regelmatig beschikbaar zijn
Valutacontantcontracten, Beursgenoteerde
financiële futures, Beursgenoteerde opties, Beurs
genoteerde aandelen, Liquide overheidsobligaties,
Andere liquide obligaties, Liquide Asset Backed
Securities op actieve markten
Mark-to-market (gepubliceerde prijsnoteringen op
een actieve markt)
Niveau 2 Plain vanilla / liquide derivaten (Cross-Currency) Renteswaps (IRS), Valutaswaps,
Valutatermijncontracten, Rentetermijncontracten
(FRA), Inflatieswaps, Reverse floaters, Opties op
obligatiefutures, Opties op rentefutures, Overnight
Index Swaps, FX Reset
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Caps en Floors, Renteopties, Aandelenopties,
Europese en Amerikaanse valutaopties, Forward
start-opties, Digitale valutaopties, FX Strips van
Eenvoudige opties, Europese swaptions, Constant
Maturity Swaps (CMS), European Cancelable IRS
Waarderingsmodel voor opties op basis van
waarneembare parameters (bv. volatiliteit)
Credit Default Swaps (CDS) CDS-model op basis van credit spreads
Lineaire financiële activa (zonder optionele
kenmerken) – cashinstrumenten
Deposito's, Eenvoudige kasstromen,
Transacties in het kader van repos
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Asset Backed Securities Halfliquide Asset Backed Securities Prijsstelling door derden (bv. leadmanager); prijs
controle a.d.h.v. alternatieve observeerbare markt
gegevens, of via vergelijkbare spreadmethode
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) Verdiscontering van toekomstige kasstromen en
waardering van gerelateerde derivaten op basis
van observeerbare parameters
Lineaire financiële passiva (cashinstrumenten) Leningen, thesauriebewijzen Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Niveau 3 Exotische derivaten Target Profit Forward, Bermudan Swaptions,
Digitale renteopties, Quanto Digital FX Options,
FX Asian Options, FX Simple/Double European
Barrier Options, FX Simple Digital Barrier Options,
FX Touch Rebate, Double Average Rate Option,
Inflatieopties, Cancelable Reverse Floaters,
American and Bermudan Cancelable IRS, CMS
Spread Options, CMS Interest Rate Caps/Floors,
(Callable) Range Accruals
Waarderingsmodel voor opties op basis van niet
waarneembare parameters (bv. correlatie)
Illiquide instrumenten met kredietkoppeling Collateralised Debt Obligations (CDO's, notes en
super senior- tranches, inclusief de gerelateerde
garantie van de Belgische staat)
Waarderingsmodel op basis van de correlatie
tussen de respectieve defaultkansen
van de onderliggende activa
Private Equity Investments Private equity en niet-genoteerde deelnemingen Op basis van de waarderingsrichtlijnen van de
EVCA (European Private Equity & Venture Capital
Association)
Illiquide bonds / ABS Illiquide bonds / Asset Backed Securities
die indicatief worden geprijsd door één
prijsleverancier op een niet-actieve markt
Prijsstelling door derden (bv. leadmanager),
geen prijscontrole mogelijk ten gevolge
van gebrek aan beschikbare/betrouwbare
alternatieve marktgegevens
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) Verdiscontering van toekomstige kasstromen
en waardering van gerelateerde derivaten op basis
van niet-observeerbare parameters
(indicatieve prijsstelling door derden voor de
derivaten)

Toelichting 25: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – overdrachten tussen niveau 1 en 2

In 2010 gebeurden een aantal aanzienlijke overdrachten van niveau 1 naar niveau 2 van de IAS 39-waarderingshiërarchie, en omgekeerd. Die overdrachten zijn het gevolg van een verfijning van de classificatiemethode in de hele groep en het actiever worden van de financiële markten. De gerapporteerde herclassificaties hebben volledig betrekking op de rubriek Schuldinstrumenten. In het bijzonder werden bepaalde obligatieportefeuilles in de loop van 2010 actiever verhandeld dan in het jaar daarvoor, wat aanleiding gaf tot overdrachten van niveau 2 naar niveau 1. Daarnaast had de verfijning van de classificatiemethode als gevolg dat bepaalde portefeuilles schuldinstrumenten (zoals ABS'en) die in het jaar voordien grotendeels aan één niveau werden toegewezen, nu meer verspreid zijn over de verschillende niveaus van de hiërarchie. Daarom werden op 31 december 2010 posities met een gezamenlijke waarde van ongeveer 1,1 miljard euro geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 1. Daarnaast werden ook voor circa 0,1 miljard euro posities geherklasseerd van niveau 1 naar niveau 2.

In 2011 besliste KBC om een aantal obligaitieposities te herklasseren van niveau 1 naar niveau 2 als gevolg van de vermindering in de verhandelde volumes. Het gaat in totaal over 1,2 miljard euro, waarvan 0,2 miljard euro met betrekking tot Griekse obligaties (cijfers exclusief groepen activa die worden afgestoten). Volgens KBC kan de reële waarde van Griekse overheidsobligaties nog altijd worden bepaald op basis van waarneembare parameters. Meer in het bijzonder worden prijzen nog altijd opgemaakt door verschillende marktpartijen en die prijzen liggen in dezelfde lijn. Bovendien worden de prijzen regelmatig geactualiseerd, en worden bied- en laathoeveelheden ook gequoteerd. Daarnaast werd een beperkt volume obligaties geherklasseerd van niveau 2 naar niveau 1 (voor ongeveer 0,1 miljard euro).

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2010

(in miljoenen euro) Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3

Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
beschikbaar
Afdek
kingsde
rivaten
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Derivaten voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Eigenvermogens
instrumenten
instrumenten
Schuld
Derivaten
Beginsaldo 0 72 0 146 4 150 0 0 0 231 325 162 0
Winsten en verliezen 8 20 0 -22 -671 -2 0 0 102 -6 1 0
In winst-en-verliesrekening* 8 20 0 -22 -671 -2 0 0 102 -9 9 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 -8 0
Aanschaffingen 0 21 0 140 9 0 1 0 7 121 0 0
Vervreemdingen 0 -14 0 -135 -6 0 0 0 -60 -32 0 0
Afwikkelingen 0 0 0 0 -1 838 0 0 0 2 0 -1 0
Overdracht naar niveau 3 2 902 0 479 116 28 0 0 43 100 335 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 -28 0 0 0 0 -109 0 0
Overdracht van/naar vaste activa aange
houden voor verkoop
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -8 0 8 341 0 0 0 2 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 46 0 0 0
Eindsaldo 10 993 0 614 2 073 26 1 0 373 398 497 0
Totale winsten (positieve cijfers) en
verliezen (negatieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor activa
aan het einde van de periode
8 20 0 117 -848 0 0 0 84 -3 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde kingsde
rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 0 105 0 5 579 20 0 0 3 414 0 168 0
Winsten en verliezen 0 -89 0 -1 439 0 0 0 -149 0 -23 0
In winst-en-verliesrekening* 0 -89 0 -1 439 0 0 0 -149 0 -23 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 16 0 0 0 630 0 0 0
Terugkopen 0 -1 0 -533 -22 0 0 -105 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 28 0 0 2 496 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 -45 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen
activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen -7 9 0 331 2 0 0 17 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 21 24 0 6 406 0 0 0 3 806 0 145 0
Totale winsten (negatieve cijfers) en
verliezen (positieve cijfers) opgenomen in
winst-en-verliesrekening voor verplichtingen
aan het einde van de periode
0 -89 0 -1 134 0 0 0 -2 0 0 0

Afdek-

* Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2011 (in miljoenen euro)

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3

Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Afdek
Voor verkoop
kingsde
beschikbaar
rivaten
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Derivaten en voorschotten
Leningen
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Eigenvermogens
instrumenten
instrumenten
Schuld
Derivaten
Beginsaldo 10 993 0 614 2 073 26 1 0 373 398 497 0
Winsten en verliezen 0 -183 0 47 1 694 3 -1 0 -90 -7 -1 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -183 0 47 1 694 3 -1 0 -90 0 5 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -7 -5 0
Aanschaffingen 0 9 0 3 309 0 0 0 58 22 57 0
Vervreemdingen -10 -72 0 -321 -428 -2 0 0 -1 -99 0 0
Afwikkelingen 0 0 0 -132 -1 245 0 0 0 -224 0 -28 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 14 0 0 0 68 41 172 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 -43 0 -14 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop
0 -8 0 0 0 0 8 0 -10 -75 -20 0
Omrekeningsverschillen 0 10 0 -14 74 1 1 0 5 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige2 0 0 0 0 2 500 0 0 0 0 -21 -166 0
Eindsaldo 0 749 0 198 4 991 27 8 0 136 259 498 0
Totale winsten (positieve cijfers) en
verliezen (negatieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor activa
aan het einde van de periode
0 -127 0 -46 2 041 3 -1 0 0 0 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde kingsde
rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige kredietinstellingen
Deposito's van
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 21 24 0 6 406 0 0 0 3 806 0 145 0
Winsten en verliezen 0 -14 0 520 0 0 0 -237 0 28 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -14 0 520 0 0 0 -237 0 28 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 1 087 0 0 0 856 0 0 0
Terugkopen 0 0 0 -1 527 0 0 0 0 0 0 0
Afwikkelingen -20 -6 0 -405 0 0 0 -267 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 -2 806 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen
activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen -1 -1 0 150 0 0 0 0 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige2 0 0 0 3 211 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 4 0 9 442 0 0 0 1 352 0 173 0
Totale winsten (negatieve cijfers) en
verliezen (positieve cijfers) opgenomen in
winst-en-verliesrekening voor verplichtingen
aan het einde van de periode
0 -1 0 834 0 0 0 0 0 28 0

1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

2 De bedragen in de lijn Overige in de kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden – Derivaten betreffen een aanpassing naar aanleiding van een verfijning van de doorstroming van derivaten op de balans naar de niveau 3-mutatietabel. Sommige niveau 3-activa zijn geassocieerd of economisch gehedged door identieke niveau 3-verplichtingen, waardoor de blootstelling van KBC aan niet-observeerbare parameters lager is dan uit de brutocijfers in de tabel zou kunnen blijken.

Afdek-

  • • KBC gebruikt een Gaussian Copula Mixture-model voor de waardering van alle resterende CDO's van KBC Financial Products. Het Gaussian Copula-model modelleert een distributie van defaultmomenten en -kansen bij de onderliggende bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en. De bepaling van het in gebreke blijven van activa gebeurt op basis van credit default swap spreads op de markt. De correlatie tussen defaults wordt bepaald aan de hand van Gaussian Copulas en wordt dus gesimuleerd. De waarde van een CDO-tranche wordt bepaald door de kasstromen te verdisconteren die samenhangen met de verschillende defaultcurven. Het model verzekert ook dat de inner tranches marktconform worden gewaardeerd via een kalibratie met CDXen iTraxx-credit spread-indices.
  • • De CDO notes worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van: (1) de waarde van de CDO notes volgens het Gaussian Copula Mixturemodel (gecorrigeerd voor een aanpassing van de reële waarde (market value adjustment) voor illiquiditeit) en (2) de verwachte fundamentele waarde (inclusief de verwachte verdisconteerde coupons voor de eerstkomende zes kwartalen) van de CDO notes per einde boekjaar. Deze waarderingsmethode werd gebruikt om rekening te houden met een reserve voor modelrisico met betrekking tot niet-waarneembare parameters.
  • • Onderstaande tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products. De gevoeligheid wordt berekend door wijzigingen in de credit spreads van de onderliggende activa. Wijzigingen in correlatie werden niet meegenomen. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 70% voor MBIA in beschouwing. De draagwijdte omvat de volledige resterende portefeuille (gedekt en niet-gedekt) van door KBC Financial Products gestructureerde CDO's. Vervallen, verkochte of unwound CDO's werden niet meegenomen.

Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en (in miljarden euro)

Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2010 0,9 0,3 0,2 -0,1 -0,3 -0,6
31-12-2011 0,8 0,3 0,1 -0,1 -0,2 -0,5

• In de bovenstaande winst-en-verliesgevoeligheidstoets werden wijzigingen in correlatie buiten beschouwing gelaten. Aangezien de correlatie (voor zowel de inner als outer tranches) een belangrijke parameter in het Gaussian Copula Mixture-model is, werd ook een analyse uitgevoerd waarin de gecombineerde invloed van wijzigingen in de correlatie en creditspreadparameters van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products wordt berekend. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 70% voor MBIA in beschouwing. De scope van deze analyse is dezelfde als in de bovenstaande tabel. Wanneer de credit spreads toenemen met 50% en er ook een stijging van de correlaties plaatsvindt, dan zou dat leiden tot een bijkomend verlies van 0,3 miljard euro; als de credit spreads afnemen met 50% en er zich ook een daling van de correlaties voordoet, dan zou dat aanleiding geven tot een bijkomende winst van 0,8 miljard euro (voor 2010 was dat respectievelijk een verlies van 0,4 miljard euro en een winst van 0,7 miljard euro).

• De volgende tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen op de voorziening voor het MBIA-tegenpartijrisico, waarbij niet alleen de credit spreads van de onderliggende activa van KBC FP CDO's veranderen, maar ook de voorziening voor MBIA-tegenpartijrisico. De huidige voorziening bedraagt 70%.

Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en en gebaseerd op wijzigingen in de voorziening voor tegenpartijrisico voor MBIA* (in miljarden euro)

Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2010
MBIA 60% 0,9 0,4 0,3 0,1 0,0 -0,3
MBIA 70% 0,4 0,2 0,1 -0,1 -0,1 -0,3
MBIA 80% 0,3 0,0 -0,1 -0,3 -0,3 -0,5
MBIA 90% 0,2 -0,1 -0,2 -0,4 -0,5 -0,7
MBIA 100% 0,1 -0,3 -0,4 -0,6 -0,7 -1,0
31-12-2011
MBIA 60% 0,5 0,3 0,2 0,1 0,0 -0,1
MBIA 70% 0,5 0,2 0,1 -0,1 -0,1 -0,3
MBIA 80% 0,4 0,0 -0,1 -0,2 -0,3 -0,5
MBIA 90% 0,3 -0,1 -0,2 -0,4 -0,4 -0,6
MBIA 100% 0,2 -0,2 -0,3 -0,5 -0,6 -0,8

* Merk op dat de resultaten alleen de invloed op de voorziening voor MBIA weergeven; de invloed van creditspreadbewegingen op de eigen KBC FP CDO-posities is niet meegerekend.

  • • Omdat de verdisconteringsfactor voor liquiditeit een belangrijke parameter is voor het bepalen van de huidige reserve op fund derivatives, werd daarvoor een winst-en-verliesgevoeligheidstoets uitgevoerd (op posities op 31 december 2011). De huidige verdisconteringsfactor voor liquiditeit bedraagt 20%. Als de verdisconteringsfactor voor liquiditeit zou afnemen tot 15%, dan zou 0,01 miljard euro van de huidige reserve moeten worden vrijgegeven, met positieve invloed op het resultaat: als die factor zou toenemen tot 25%, dan zou een additionele reserve van 0,02 miljard euro moeten worden aangelegd, met negatieve invloed op het resultaat (voor 2010 was dat respectievelijk 0,02 miljard euro en 0,01 miljard euro).
  • • Meer informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's en andere ABS'en) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
  • • In het deel Overige informatie vindt u informatie over de garantieovereenkomst met de Belgische staat aangaande de CDO-risico's. De bepaling van de reële waarde van de equitygarantie met de Belgische overheid (en de corresponderende bereidstellingsprovisie) gebeurt aan de hand van een niveau 3-model dat onder meer rekening houdt met de achtergestelde CDS-spreadbeweging van KBC tegenover de start van het garantiecontract en met de reëlewaardebeweging van het gedekte super senior-risico tegenover de start van het garantiecontract. Als we de reële waarde van de super senior-posities per 31 december 2010 respectievelijk 31 december 2011 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 5 miljoen euro en 2 miljoen euro. Als we de achtergestelde credit spread van KBC per 31 december 2010 respectievelijk 31 december 2011 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 8 miljoen euro en 6 miljoen euro.

Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico

(in miljoenen euro) (+: winst, -: verlies, bedragen vóór belastingen)
EIGEN SCHULDUITGIFTEN GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE, 31-12-2010
Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening 53
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 258
EIGEN SCHULDUITGIFTEN GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE, 31-12-2011
Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening 484
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 742

• De reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houdt rekening met het eigen kredietrisico. Het grootste deel van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening betreft KBC Ifima-uitgiften. Voor de waardering van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening wordt rekening gehouden met het eigen kredietrisico door het gebruik van de effectieve financieringsspread van KBC. De totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg ongeveer 3,9 miljard euro per 31 december 2011, rekening houdend met het eigen kredietrisico van KBC. Resultaten van gevoeligheidstoetsen op de totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften waarbij de effectieve financieringsspread verschoven wordt, worden weergegeven in de tabel.

Winst-en-verliesgevoeligheid gebaseerd op een relatieve verschuiving van de financieringsspread (in miljarden euro)

Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2010 -0,2 -0,07 -0,04 +0,04 +0,07 +0,2
31-12-2011 -0,4 -0,15 -0,08 +0,08 +0,15 +0,4

• Het grote verschil in winst- en verliesgevoeligheid tussen eind 2010 en eind 2011 is te verklaren door het niveau van de spreads. Op 31 december 2010 was de spread gemiddeld gelijk aan 200 basispunten, op 31 december 2011 was dat 480 basispunten. Wanneer we die spreads met een bepaald percentage verhogen of verlagen, is de invloed in 2011 dus ook veel groter dan in 2010.

• Als er geen rekening wordt gehouden met de invloed van veranderingen in eigen kredietrisico, is het verschil tussen de boekwaarde en de terugbetalingsprijs van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening beperkt (minder dan 0,1 miljard euro).

Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten

Financiële activa beschikbaar voor verkoop geherklasseerd naar Leningen en vorderingen (in miljoenen euro) situatie op 31 december 2011

Boekwaarde 2 287
Reële waarde 2 071
Indien
niet geherklasseerd
(voor verkoop beschikbaar)
Na
herclassificatie
(leningen en vorderingen)
Invloed
Invloed op uitstaande herwaarderingsreserve
(voor verkoop beschikbare financiële activa), vóór belastingen
-541 -353 188
Invloed op winst-en-verliesrekening, vóór belastingen -14 5 19

• In oktober 2008 publiceerde de IAS Board aanpassingen van IAS 39 en IFRS 7 onder de noemer herclassificatie van financiële activa. Naar aanleiding van die aanpassingen heeft de KBC-groep een aantal activa geherklasseerd van de categorie Voor verkoop beschikbaar naar de categorie Leningen en vorderingen, omdat die activa minder liquide waren geworden. Die activa voldeden op datum van herclassificatie aan de definitie van Leningen en vorderingen en de groep heeft de intentie en de mogelijkheid om die activa aan te houden voor de voorzienbare toekomst of tot op de vervaldag. KBC heeft ervoor gekozen om die herclassificaties door te voeren op 31 december 2008. Op datum van herclassificatie (31 december 2008) bedroeg de verwachte recupereerbare kasstroom voor die activa 5 miljard euro en varieerde de effectieve rentevoet tussen 5,88% en 16,77%.

  • • In 2011 werd voor 0,2 miljard euro aan Hongaarse gemeentelijke obligaties geherklasseerd van Voor verkoop beschikbaar naar Leningen en vorderingen.
  • • Beide bovengenoemde herclassificaties resulteerden in een positief effect ad 188 miljoen euro op het eigen vermogen en in een positieve invloed ad 19 miljoen euro op de winst-en-verliesrekening (waarvan naast specifieke bijzondere waardeverminderingen ook een terugname van 5 miljoen euro werd geboekt op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen).
  • • Overige herclassificaties in 2011: voor 1,9 miljard euro aan overheidsobligaties met een hoge rating werd geherklasseerd van Voor verkoop beschikbaar naar Tot einde looptijd aangehouden.
Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek-
king van het renterisico van een portefeuille
Gecontracteerde Gecontracteerde Gecontracteerde Gecontracteerde
Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen
(in miljoenen euro) Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht
31-12-2010
Totaal 15 758 22 317 716 047 696 729 30 101 4 466 4 466 178 529 19 938 19 907 5 218 5 457 5 457
Indeling naar type
Rentecontracten 8 788 10 436 426 561 411 750 30 101 4 466 4 466 132 523 19 519 19 519 5 218 5 457 5 457
Renteswaps 7 734 9 894 373 901 371 458 30 101 4 466 4 466 132 523 19 519 19 519 5 218 5 457 5 457
Rentetermijncontracten 4 3 6 207 13 266 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 12 0 6 558 8 000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 038 510 39 885 18 765 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 29 10 262 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 1 566 1 829 198 207 199 446 0 0 0 0 46 6 418 387 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 191 267 100 451 99 908 0 0 0 0 0 1 34 34 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 1 144 1 329 74 560 75 623 0 0 0 0 46 5 304 262 0 0 0 0
Futures 0 0 17 17 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 231 233 23 180 23 899 0 0 0 0 0 1 81 91 0 0 0 0
Aandelencontracten 2 155 2 760 48 090 51 108 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 109 950 22 216 22 217 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 9 1 13 4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 030 1 781 25 854 24 783 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 6 28 6 4 104 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 3 201 7 256 42 622 33 859 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Credit default swaps 3 134 7 256 41 817 33 053 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Total return swaps 67 0 806 806 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
47 35 567 567 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

Toelichting 29: Derivaten

Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek
king van het renterisico van een portefeuille
Gecontracteerde Gecontracteerde Gecontracteerde Gecontracteerde
Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen Boekwaarde bedragen
(in miljoenen euro) Activa Verplich
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht
31-12-2011
Totaal 16 750 21 699 593 601 572 961 212 350 6 209 6 209 406 1 058 24 495 24 490 6 194 4 497 4 497
Indeling naar type
Rentecontracten 8 964 9 581 365 443 349 721 212 350 6 209 6 209 380 1 054 24 244 24 259 6 194 4 497 4 497
Renteswaps 7 865 8 998 285 443 285 526 212 350 6 209 6 209 380 1 054 24 244 24 259 6 194 4 497 4 497
Rentetermijncontracten 8 11 8 681 12 644 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 13 0 10 179 7 676 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 078 521 61 140 43 504 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 51 0 370 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 1 676 1 429 151 987 153 820 0 0 0 0 25 4 251 232 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 415 314 72 576 72 570 0 0 0 0 2 0 25 25 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 1 005 883 61 121 61 664 0 0 0 0 23 4 226 206 0 0 0 0
Futures 0 0 170 170 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 255 233 18 120 19 416 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelencontracten 2 629 3 507 40 708 43 277 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 400 1 856 35 074 35 445 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 4 1 4 4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 224 1 639 5 630 7 336 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 1 12 1 492 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 3 453 7 162 34 956 25 639 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Credit default swaps 3 453 7 162 34 956 25 639 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Total return swaps 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
28 19 507 504 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

  • • De boekwaarde in de tabellen betreft een dirty price voor derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en een clean price voor afdekkingsderivaten. Voor die laatste categorie bedragen de geprorateerde rente-inkomsten 73 miljoen euro in 2010 en 158 miljoen euro in 2011, en de geprorateerde rentelasten 276 miljoen euro in 2010 en 328 miljoen euro in 2011.
  • • De gecontracteerde bedragen zijn (net als de boekwaarde) exclusief KBL EPB in 2010, en KBL EPB, WARTA en Fidea in 2011, cfr. IFRS 5. Meer informatie in Toelichting 46.
  • • De Asset-Liability Management (ALM)-dienst van de groep beheert het renterisico onder meer door middel van derivaten. De boekhoudkundig asymmetrische waardering te wijten aan die afdekkingsactiviteiten (derivaten tegenover activa of verplichtingen) wordt opgevangen op twee manieren:
  • door reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille; die techniek wordt gebruikt om het renterisico op een bepaalde kredietportefeuille (termijnkredieten, woningkredieten, leningen op afbetaling en vaste voorschotten) af te dekken met behulp van renteswaps; de afdekkingen worden opgezet volgens de vereisten van de carve-outversie van IAS 39;
  • door het gebruik van de classificatie Financiële activa of verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (de optie van de reële waarde); die techniek wordt gebruikt om de waarderings- of opname-inconsistentie (boekhoudkundig asymmetrische waarderingen die zouden ontstaan als gevolg van het op een verschillende basis waarderen van activa of verplichtingen, of de erkenning van winsten en verliezen daarop) te beperken. Die methode wordt meer specifiek gebruikt om de resterende asymmetrische waardering met betrekking tot de kredietportefeuille (gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs) en de renteswaps (gewaardeerd tegen reële waarde) in het ALM te vermijden. Daartoe werd een portefeuille (overheids)obligaties aangemerkt als financieel actief tegen reële waarde door winst of verlies. De optie van de reële waarde wordt ook toegepast op CDO's met besloten derivaten en voor bepaalde financiële verplichtingen met besloten derivaten met een nauw verband qua economische kenmerken en risico's met het basiscontract (sommige emissies van KBC IFIMA), die anders aanleiding zouden geven tot een boekhoudkundige mismatch met de afdekkingsinstrumenten.

  • • KBC gebruikt eveneens de volgende microhedgeafdekkingstechnieken conform de principes van IAS 39 om de volatiliteit van het resultaat te beperken:

  • reëlewaardeafdekking: wordt toegepast in bepaalde assetswapconstructies, waarbij KBC een obligatie koopt ter wille van de credit spread. Het renterisico van de obligatie wordt afgedekt door een renteswap. Deze techniek wordt bovendien toegepast voor bepaalde schuldbewijzen met een vaste looptijd uitgegeven door KBC Bank;
  • kasstroomafdekking: wordt voornamelijk gebruikt om passiva met variabele rente (floating rate liabilities) te swappen naar vaste looptijden;
  • afdekking van een netto-investering in buitenlandse entiteiten: het wisselrisico verbonden aan de participaties in vreemde munt wordt afgedekt door financieringsmiddelen in vreemde munten aan te trekken op het niveau van de entiteit die deze participatie heeft.
  • • Voor individuele, grote, duidelijk afzonderbare transacties wordt meestal een van de individueel te documenteren microhedgetechnieken toegepast. Voor het ALM-beheer (per definitie een macrobeheer) wordt gekozen voor de specifiek daarvoor verschafte mogelijkheden binnen IAS 39, te weten de optie van de reële waarde en reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille volgens de carve-outversie.
  • • Voor de verhouding tussen risicobeheer en boekhoudkundig afdekkingsbeleid geldt dat het economische beheer prioritair is en de risico's moeten worden afgedekt volgens het algemene ALM-kader. Vervolgens wordt geoordeeld wat de meest efficiënte mogelijkheid is om de (eventuele) boekhoudkundige mismatch die daardoor ontstaat te beperken via een van de hierboven genoemde afdekkingstechnieken.
  • • Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties: zie Toelichting 5.
  • • De opdeling van verwachte kasstromen van kasstroomafdekkingsderivaten per tijdskorf volgt in de tabel.

Verwachte kasstromen van kasstroom-

afdekkingsderivaten (in miljoenen euro) Instroom Uitstroom
Maximaal 3 maanden 51 -58
Meer dan 3 maanden en maximaal 6 maanden 94 -106
Meer dan 6 maanden en maximaal 1 jaar 176 -236
Meer dan 1 jaar en maximaal 2 jaar 333 -487
Meer dan 2 jaar en maximaal 5 jaar 890 -1 128
Meer dan 5 jaar 1 963 -2 571

Toelichtingen bij de andere posten op de balans

Ingevolge de toepassing van IFRS 5 werden de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46) verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten), zonder aanpassing van de referentiecijfers, wat de vergelijkbaarheid van de cijfers licht aantast. Voor 2010 betreft het KBL EPB, voor 2011 betreft het KBL EPB, Fidea en WARTA.

Toelichting 30: Overige activa

(in miljoenen euro)
31-12-2010
31-12-2011
Totaal
2 172
1 871
Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen
293
123
Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen
22
18
Overige vorderingen en opgevraagd, niet-gestort kapitaal
0
0
Deposito's bij cederende ondernemingen
13
10
Te ontvangen opbrengsten (andere dan rente-opbrengsten uit financiële activa)
1 033
694
Overige
811
1 026

Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
ACTUELE BELASTINGEN
Actuele belastingvorderingen 167 201
Actuele belastingverplichtingen 345 255
UITGESTELDE BELASTINGEN 2 243 2 155
Uitgestelde belastingvorderingen, per type van tijdelijk verschil 3 678 3 653
Personeelsbeloningen 230 205
Fiscaal overgedragen verliezen 960 982
Materiële en immateriële vaste activa 83 82
Voorziening voor risico's en kosten 71 175
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 448 395
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen
859 811
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen
en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
884 897
Technische voorzieningen 62 45
Overige 81 61
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden 980 1 441
Uitgestelde belastingverplichtingen, per type van tijdelijk verschil 1 435 1 498
Personeelsbeloningen 33 36
Fiscaal overgedragen verliezen 0 0
Materiële en immateriële vaste activa 128 116
Voorziening voor risico's en kosten 41 36
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 110 116
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen
558 615
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen
en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
357 423
Technische voorzieningen 27 10
Overige 180 146
Netto opgenomen in de balans als volgt
Uitgestelde belastingvorderingen 2 367 2 445
Uitgestelde belastingverplichtingen 123 290
  • • Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden hebben betrekking op fiscale verliezen van de groepsmaatschappijen die niet werden geactiveerd wegens onvoldoende bewijs van toekomstige belastbare winst. De meeste niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden zijn overdraagbaar gedurende twintig jaar of meer.
  • • In 2010 beslisten de Belgische belastingautoriteiten dat een kwijtschelding van intercompanyschulden, gerelateerd aan de verliezen in de CDO-portefeuille opgelopen in de afgelopen jaren, onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar is van de belastingen. In de praktijk betekent dit dat KBC voor 0,4 miljard euro aan positieve belastinglatenties kon boeken in het tweede kwartaal van 2010.
  • • Uitgestelde belastingvorderingen m.b.t. fiscaal overgedragen verliezen

worden verantwoord door de aanwezigheid van voldoende belastbare winsten in een redelijk nabije toekomst gebaseerd op macro-economische voorspellingen en rekening houdend met conservatieve scenario's.

  • • De nettowijziging van de uitgestelde belastingen (-88 miljoen euro in 2011) is als volgt verdeeld:
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen: -26 miljoen euro;
  • toename van uitgestelde belastingverplichtingen: +62 miljoen euro.
  • • De wijziging van de uitgestelde belastingvorderingen wordt als volgt verklaard:
  • toename van uitgestelde belastingvorderingen via resultaat: +83 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: fiscaal overgedragen verliezen: +25 miljoen euro; voorzieningen voor risico's en kosten:

+110 miljoen euro; bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten: -17 miljoen euro; financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: +13 miljoen euro); personeelsbeloningen: -20 miljoen euro; andere -31 miljoen euro)

  • toename van uitgestelde belastingvorderingen door de afname van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: +147 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door wijzigingen in consolidatiekring: -142 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door een belangrijke toename van de marktwaarde van afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten: -101 miljoen euro.
  • • De wijziging van de uitgestelde belastingverplichtingen wordt als volgt verklaard:
  • toename van de uitgestelde belastingverplichtingen via resultaat: +75 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: +104 miljoen euro; andere: -25 miljoen euro).
  • toename van uitgestelde belastingverplichtingen door de toename

van de marktwaarde van voor verkoop beschikbare effecten: +30 miljoen euro;

  • toename van uitgestelde belastingverplichtingen door de toename van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: +23 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingverplichtingen door consolidatiekringwijzigingen: -71 miljoen euro.
  • • De uitgestelde belastingvorderingen, zoals opgenomen in de balans, zijn grotendeels gesitueerd bij KBC Bank en KBC Credit Investments. Bij laatstgenoemde betreft het deels uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot notionele interestaftrek. Momenteel bestaat er een voorstel tot wijziging van de wetgeving over de notionele interestaftrek. Als dat voorstel onverkort wordt goedgekeurd, zal KBC Credit Investments een versnelde afbouw van die uitgestelde belastingvorderingen boeken in plaats van de huidige graduele afbouw. Dat zou resulteren in een negatieve resultaatsimpact in 2012 van ongeveer 55 miljoen euro (gebaseerd op de situatie per 31 december 2011; bedrag afhankelijk van het kwartaal waarin die goedkeuring zou plaatshebben). De negatieve resultaatsimpact in 2012 zou worden geneutraliseerd in 2013 en 2014, aangezien de graduele afbouw dan niet langer nodig zou zijn.

Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro)
31-12-2010
31-12-2011
Totaal
496
431
Overzicht van investeringen inclusief goodwill
Nova Ljubljanska banka
488
424
Overige
8
7
Goodwill op geassocieerde ondernemingen
Brutobedrag
210
210
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen
-31
-31
Indeling naar type
Niet-beursgenoteerd
496
431
Beursgenoteerd
0
0
Reële waarde van investeringen in beursgenoteerde geassocieerde ondernemingen
0
0
MUTATIETABEL
2010
2011
Beginsaldo, 1 januari
608
496
Overnames
0
0
Boekwaarde overboekingen
0
0
Aandeel in het resultaat voor de periode
-63
-58
Kapitaalverhoging
0
5
Uitgekeerde dividenden
-1
-1
Aandeel in de winsten en verliezen niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening
1
-12
Omrekeningsverschillen
0
2
Wijzigingen in goodwill
-31
0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-15
0
Overige mutaties
-3
0
Eindsaldo, 31 december
496
431

• Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarbij KBC een belangrijke invloed uitoefent op het management, maar zonder directe of indirecte, volledige of gezamenlijke controle. KBC heeft over het algemeen een aandeelhouderschap van 20% tot 50% in dergelijke ondernemingen. De geassocieerde vennootschappen betreffen hoofdzakelijk Nova Ljubljanska banka (groep) met de volgende kerncijfers (laatst beschikbare jaarverslag – 2010): totaal activa 17,9 miljard euro, totaal verplichtingen 16,9 miljard euro, totale opbrengsten 0,6 miljard euro en resultaat na belastingen (deel groep) -0,2 miljard euro.

• Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. Er werd een waardeverminderingstoets uitgevoerd en de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill werden geboekt (zie tabel). De bijzondere waardevermindering op goodwill in 2010 betreft Nova Ljubljanska banka (zie ook Toelichting 14).

Toelichting 33: Materiële vaste activa – inclusief vastgoedbeleggingen

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Materiële vaste activa 2 693 2 651
Vastgoedbeleggingen 704 758
Huurinkomsten 60 63
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die huurinkomsten hebben gegenereerd 15 56
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die geen huurinkomsten hebben gegenereerd 5 4
Totaal
Terreinen en IT Overige materiële Vastgoed
MUTATIETABEL gebouwen apparatuur uitrusting vaste activa beleggingen
2010
Beginsaldo 1 712 176 1 003 2 890 762
Overnames 110 110 331 550 19
Vervreemdingen -19 -19 -148 -186 -12
Afschrijvingen -82 -89 -52 -223 -24
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -3 0 -1 -4 -1
Teruggenomen 2 0 0 2 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-158 -16 -30 -204 -39
Omrekeningsverschillen 23 2 8 32 4
Wijzigingen in de consolidatiekring -3 0 -6 -10 -5
Overige mutaties -3 -2 -150 -154 1
Eindsaldo 1 579 160 954 2 693 704
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen
1 031 615 728 2 374 196
Waarvan kosten van activa in opbouw 45 0 6 52
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 1 1
Reële waarde 31-12-2010 862
2011
Beginsaldo 1 579 160 954 2 693 704
Overnames 126 80 429 634 31
Vervreemdingen -33 -1 -151 -185 -16
Afschrijvingen -84 -81 -43 -207 -28
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen 0 0 0 0 -30
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-
11 -
3 - 2 - 17 -29
Omrekeningsverschillen -25 -2 -11 -38 -7
Wijzigingen in de consolidatiekring -16 0 -25 -41 113
Overige mutaties -20 -2 -166 -187 20
Eindsaldo 1 516 150 985 2 651 758
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 995 621 704 2 320 222
Waarvan kosten van activa in opbouw 46 0 7 53
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 0 0
Reële waarde 31-12-2011 892
  • • Voor materiële activa en vastgoedbeleggingen hanteert KBC de volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages: hoofdzakelijk 3% voor gebouwen (inclusief vastgoedbeleggingen), 33% voor IT-apparatuur, tussen 5% en 33% voor overige uitrusting. Op terreinen wordt geen afschrijving toegepast.
  • • Er bestaan geen materiële verplichtingen voor de verwerving van materiële vaste activa. Er bestaan evenmin materiële beperkingen op eigendom en materiële vaste activa die als zekerheid dienen voor verplichtingen.
  • • De meeste vastgoedbeleggingen worden periodiek gewaardeerd door een onafhankelijke expert en jaarlijks door eigen materiespecialisten. Die waardering is hoofdzakelijk gebaseerd op:

  • de kapitalisatie van de geschatte huurwaarde,

  • eenheidsprijzen van soortgelijke onroerende goederen; daarbij wordt rekening gehouden met alle marktparameters die beschikbaar zijn op de datum van de schatting (onder meer ligging en marktsituatie, bouwwijze en constructie, staat van onderhoud en bestemming).
  • • Eigen specialisten waarderen jaarlijks een aantal andere vastgoedbeleggingen en baseren zich daarbij op:
  • de actuele jaarhuur per gebouw en de verwachte ontwikkeling ervan,
  • een geïndividualiseerde kapitalisatievoet per gebouw.

Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa

Intern
ontwikkelde
Extern
ontwikkelde
(in miljoenen euro) Goodwill software software Overige Totaal
2010
Beginsaldo 2 918 201 155 42 3 316
Overnames 11 58 79 19 167
Vervreemdingen 0 0 -27 -9 -36
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -41 -62 -11 -115
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -88 0 0 0 -88
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten -994 -10 -5 -1 -1 009
Omrekeningsverschillen 28 0 2 1 30
Wijzigingen in de consolidatiekring -20 0 0 0 -20
Overige mutaties 6 1 -2 6 11
Eindsaldo 1 861 208 140 47 2 256
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 634 299 586 74 1 594
2011
Beginsaldo 1 861 208 140 47 2 256
Overnames 2 69 58 17 147
Vervreemdingen 0 -1 -1 -7 -10
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -55 -52 -12 -119
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -120 0 -3 -4 -127
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten -160 0 -1 -1 -162
Omrekeningsverschillen -41 0 -4 -3 -48
Wijzigingen in de consolidatiekring -2 0 0 0 -2
Overige mutaties -38 1 -3 3 -37
Eindsaldo 1 502 222 134 40 1 898
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 754 189 584 0 1 527
  • • De kolom Goodwill omvat de goodwill betaald op ondernemingen uit de consolidatiekring en betaald bij de overname van activiteiten. Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. Er werd een waardeverminderingstoets uitgevoerd en de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill werden geboekt (zie tabel). Die waardeverminderingstoets wordt minstens jaarlijks uitgevoerd, en op kwartaalbasis voor participaties waarvoor een indicatie van impairment bestaat. In die toets wordt elke entiteit als een aparte kasstroomgenererende eenheid (KGE) beschouwd. De entiteiten op zich hebben een specifiek risicoprofiel en binnen de entiteiten zelf komen in veel mindere mate verschillende profielen voor.
  • • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill als gevolg van de toepassing van IAS 36 worden in het resultaat opgenomen als het realiseerbare bedrag van een investering lager is dan de boekwaarde ervan. Het realiseerbare bedrag wordt bepaald als het hoogste van de bedrijfswaarde (bepaald op basis van de Discounted Cash Flow-methode) en de reële waarde (via multiple analyse en dergelijke) min directe verkoopkosten.
  • • Bij de Discounted Cash Flow-methode wordt het realiseerbare bedrag van een investering berekend als de huidige waarde van alle toekomstige vrije kasstromen van het bedrijf. Daarbij wordt uitgegaan van langetermijnprognoses over de activiteit van de onderneming en de daaruit resulterende kasstromen (enerzijds gaat het om voorspellingen voor een aantal jaren in de toekomst (meestal twintig jaar), anderzijds om de terminale waarde van het bedrijf na die expliciete voorspellingsperiode). Voor de bepaling van de terminale groeivoet wordt een langetermijngemiddelde van de groei van de markt gebruikt. De huidige waarde van die toekomstige kasstromen wordt berekend door het

toepassen van een samengestelde discontovoet. Die samengestelde discontovoet wordt bepaald aan de hand van de CAPM-theorie (Capital Asset Pricing Model). Daarbij wordt een risicovrije rente gebruikt, samen met een marktrisicopremie (vermenigvuldigd met een activiteitsafhankelijke bèta). Bovendien wordt een landenrisicopremie toegevoegd om de invloed van de economische toestand van het land waar KBC activiteiten uitoefent in rekening te brengen. Binnen KBC werden twee specifieke Discounted Cash Flow-modellen ontwikkeld: een bankmodel en een verzekeringsmodel. In beide gevallen worden als vrije kasstromen beschouwd: de dividenden die kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van het bedrijf, rekening houdend met de reglementaire vereisten qua minimumkapitaal.

• Bij de multiple analyse wordt het realiseerbare bedrag van een investering berekend in verhouding tot de waarde van vergelijkbare bedrijven. Daarbij wordt de waarde bepaald op basis van relevante verhoudingen tussen de waarde van het vergelijkbare bedrijf en bijvoorbeeld de boekwaarde of de winst van dat bedrijf. Ter vergelijking wordt zowel rekening gehouden met beursgenoteerde bedrijven (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de marktkapitalisatie) als met bedrijven betrokken in fusies of overnametransacties (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de verkoopwaarde).

• De voornaamste groepsmaatschappijen waarop de goodwill betrekking heeft, vindt u in de tabel (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen)

Discontovoeten over de
expliciete periode van
kasstroomprognose heen
Uitstaande goodwill (in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011 (31-12-2011)
Absolut Bank 379 362 16,9%–10,3%
K&H Bank 248 219 16,6%–10,3%
Cˇ SOB (Tsjechië) 267 254 *
Cˇ SOB (Slowakije) 191 191 12,2%–10,1%
CIBANK 170 117 14,4%–10,3%
WARTA 159
DZI Insurance 145 130 14,4%–10,5%
Kredyt Bank 69 66 *
Rest 233 163
Totaal 1 861 1 502

* Via reëlewaardeanalyse.

  • • De periode waarop de kasstroombudgetten en prognoses betrekking hebben, is voornamelijk 20 jaar. Die langere periode wordt gebruikt om de ontwikkelingsdynamiek van de Centraal- en Oost-Europese economieën te kunnen weergeven.
  • • Het gebruikte groeipercentage voor de extrapolatie van de kasstroomprognoses na de periode van 20 jaar bedraagt meestal 2% boven een inflatie van 2%.
  • • Er werd een sensitiviteitsanalyse op de discontovoeten uitgevoerd. De discontovoet van het eerste jaar werd absoluut met 2% verhoogd. Volgend uit de manier waarop de (ontwikkeling van) discontovoeten

zijn gemodelleerd, wordt de toename van de discontovoet van het eerste jaar dan gradueel afnemend overgedragen als (verhoogde) discontovoeten voor de komende jaren. Buiten de entiteiten waarop in 2011 al een impairment werd geboekt (CIBank en DZI Insurance) zou uit bovenstaande lijst maar één entiteit, Cˇ SOB in Slowakije, vatbaar worden voor impairment onder het extrastressscenario (de realiseerbare waarde zou de boekwaarde evenaren als de discontovoet in het eerste jaar absoluut met 0,4% zou toenemen en als die verhoging ook gradueel afnemend wordt overgedragen naar de discontovoeten in de volgende jaren).

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Technische voorzieningen vóór herverzekering (= bruto) 23 255 19 914
Verzekeringscontracten 10 425 8 156
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 532 342
Voorziening voor Leven 6 580 5 194
Voorziening voor te betalen schade 3 095 2 163
Voorziening voor winstdeling en restorno's 32 10
Andere technische voorzieningen 186 447
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 12 830 11 758
Voorziening voor Leven 12 768 11 674
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 62 83
Aandeel herverzekeraar 280 150
Verzekeringscontracten 280 150
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 20 1
Voorziening voor Leven 3 0
Voorziening voor te betalen schade 257 148
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
Andere technische voorzieningen 0 0
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 0 0
Voorziening voor Leven 0 0
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
2010 2011
MUTATIETABEL Bruto Herverzekeringen Bruto Herverzekeringen
VERZEKERINGSCONTRACTEN, LEVEN
Beginsaldo 5 904 16 6 678 4
Stortingen exclusief commissies 980 0 686 0
Uitbetaalde voorzieningen -524 0 -431 0
Gecrediteerde interest 185 0 167 0
Kosten van winstdeling 43 0 7 0
Wisselkoersverschillen 38 0 -50 0
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten -68 0 -1 344 -1
Wijziging in consolidatiekring -71 -14 0 0
Overige mutaties 191 2 -91 0
Eindsaldo 6 678 4 5 623 3
VERZEKERINGSCONTRACTEN, NIET-LEVEN
Beginsaldo 4 340 268 3 746 276
Wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies 28 5 8 0
Uitkeringen schadegevallen vorige boekjaren -402 -27 -262 -9
Overschot en/of tekort voorziening voor
schadegevallen vorige boekjaren
-238 -2 -174 -10
Voorziening voor nieuwe schadegevallen 587 39 281 15
Overboekingen 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 32 5 -41 -4
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 0 0 -1 234 -121
Wijziging in consolidatiekring -726 -81 0 0
Overige mutaties 124 69 209 0
Eindsaldo 3 746 276 2 533 147
BELEGGINGSCONTRACTEN MET DISCRETIONAIRE WINSTDELING, LEVEN
Beginsaldo 11 768 0 12 830 0
Stortingen exclusief commissies 1 492 0 782 0
Uitbetaalde voorzieningen -469 0 -649 0
Gecrediteerde interest 407 0 344 0
Kosten van winstdeling 106 0 1 0
Wisselkoersverschillen 3 0 -2 0
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten -430 0 -1 297 0
Overige mutaties -47 0 -251 0
Eindsaldo 12 830 0 11 758 0
  • • Technische voorzieningen houden verband met verzekeringscontracten en met beleggingscontracten met een discretionaire winstdeling.
  • • Verplichtingen uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling worden gewaardeerd volgens IAS 39 (deposit accounting). Het gaat daarbij meestal om tak 23-contracten. Die worden opgenomen bij de financiële verplichtingen (zie Toelichting 18).
  • • De technische voorzieningen voor verzekeringen Leven worden berekend op basis van verschillende assumpties, die op een oordeelkundige manier worden geschat. Daarbij worden diverse interne en externe informatiebronnen gebruikt. Wat betreft de erkenning van technische voorzieningen verwijst IFRS 4 momenteel in grote mate naar de lokale boekhoudstandaarden. Technische voorzieningen worden vaak berekend op basis van de technische parameters geldend op het moment van initiatie van het contract en zijn onderhevig aan de toereikendheidstoets (liability adequacy test). De belangrijkste parameters zijn:
  • de ziekte- en sterftecijfers; die zijn gebaseerd op de standaardsterftetabellen en worden waar nodig aangepast op basis van opgedane ervaringen;
  • assumpties m.b.t. kosten; die zijn gebaseerd op huidige kostenniveaus en kostenopslagen;

  • de discontovoet; die wordt doorgaans gelijkgesteld aan de technische rentevoet (3–5%), blijft constant gedurende de looptijd van het contract, en wordt in een aantal gevallen gecorrigeerd voor wettelijke bepalingen en interne beleidsbeslissingen.

  • • De assumpties voor de technische voorzieningen voor verzekeringen Niet-leven zijn gebaseerd op opgedane ervaringen (inclusief een aantal assumpties met betrekking tot het aantal schadegevallen, de schadevergoedingen, de schaderegelingskosten), gecorrigeerd voor factoren als de verwachte marktontwikkeling, inflatie in schadegevallen, en externe factoren zoals gerechtelijke beslissingen en wetgeving. De technische voorzieningen voor verzekeringen Niet-leven worden niet verdisconteerd, behalve in het geval van langetermijnverplichtingen en/of schadevergoedingen in de vorm van een periodieke betaling (ziekenhuisopname, arbeidsongevallen, enz.).
  • • Er waren in 2011 geen belangrijke wijzigingen in assumpties die de waardering van de verzekeringsactiva en -verplichtingen in belangrijke mate wijzigen.
(in miljoenen euro) Voorzienin
gen voor
herstructure
ring
Voorzienin
gen voor
belastingen
en lopende
rechtsge
schillen
Overige Subtotaal Voorzienin
gen voor
verbintenis
kredieten
buiten
balans
Totaal
2010
Beginsaldo 37 419 84 539 111 651
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 25 37 11 73 119 192
Bedragen gebruikt -20 -79 -6 -106 0 -106
Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid -1 -10 -5 -16 -104 -119
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
-8 -3 -15 -26 0 -26
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -6 23 2 20 -11 9
Eindsaldo 27 387 70 484 116 600
2011
Beginsaldo 27 387 70 484 116 600
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 24 382 21 427 91 518
Bedragen gebruikt -20 -39 -2 -61 0 -61
Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid -3 -9 -3 -15 -117 -132
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
0 -1 -7 -8 0 -8
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -1 -26 -1 -28 -1 -29
Eindsaldo 27 695 78 800 89 889

• Voor het grootste deel van de aangelegde voorzieningen kan redelijkerwijs niet worden geschat wanneer ze zullen worden gebruikt.

  • • Voorzieningen voor herstructurering: hadden in hoofdzaak betrekking op (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen, in miljoenen euro): KBC Financial Products (2010: 16, 2011: 16), de Centraal- en Oost-Europese dochtermaatschappijen van KBC Bank (samen: 2010: 5, 2011: 1) en KBC Lease Deutschland (2010: 0, 2011: 6).
  • • Voorzieningen voor belastingen en rechtsgeschillen:
  • CDO's: het resterende bedrag in de voorziening voor commerciële betwistingen in verband met CDO's bedraagt 0,06 miljard euro per einde 2011;
  • 5-5-5-product: daarvoor verwijzen we naar de uitleg bij Toelichting 8;
  • informatie over rechtsgeschillen: zie verder.
  • • Overige voorzieningen: omvatten voorzieningen voor diverse risico's en toekomstige uitgaven.
  • • Toelichting met betrekking tot de belangrijkste hangende rechtsgeschillen: vorderingen ingesteld tegen maatschappijen van de KBC-groep worden overeenkomstig de IFRS-regels gewaardeerd naargelang van hun risico-inschatting (waarschijnlijk, mogelijk of onwaarschijnlijk). Voor de dossiers met risico-inschatting waarschijnlijk verlies worden voorzieningen aangelegd (zie Toelichtingen bij de grondslagen voor financiële verslaggeving). Als de vordering slechts als mogelijk wordt ingeschat (de dossiers met risico-inschatting mogelijk verlies), worden geen voorzieningen aangelegd, maar wordt er wel een toelichting gegeven in de jaarrekening, wanneer ze een betekenisvolle invloed zouden kunnen hebben op de balans (dat is wanneer de vordering kan leiden tot een mogelijke uitstroom van meer dan 25 miljoen euro). Alle andere vorderingen (met risico-inschatting onwaarschijnlijk verlies), ongeacht hun orde van grootte, die maar een gering of geen risico vertonen, hoeven niet te worden vermeld. Toch licht KBC, om redenen van transparantie, ook de actuele status van de belangrijkste dossiers in die categorie toe.

De belangrijkste dossiers worden hierna opgesomd. De informatie

wordt beperkt gehouden om de positie van de groep in lopende rechtszaken niet te hinderen.

  • • Waarschijnlijk verlies:
  • In 2003 kwam een belangrijke fraudezaak bij K&H Equities Hongarije aan het licht. Tal van cliënten leden aanzienlijke verliezen op hun effectenportefeuille als gevolg van niet-toegestane speculatie en mogelijk gepleegde verduisteringen. Opdrachten en portefeuilleoverzichten werden vervalst. In augustus 2008 werden strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken. Een beroepsprocedure is aanhangig. De meeste eisen werden al geregeld, hetzij bij minnelijke schikking hetzij ingevolge scheidsrechterlijke uitspraak of vonnis. Voor de nog openstaande vorderingen werden gepaste voorzieningen aangelegd, rekening houdend met de tussenkomst van een externe verzekeraar.
  • Van eind 1995 tot begin 1997 waren KBC Bank en KB Consult betrokken bij de overdracht van kasgeldvennootschappen. KBC Bank en/of KB Consult zijn betrokken in meerdere burgerlijke procedures aanhangig voor de rechtbank. Daarnaast werd KB Consult samen met KBC Bank en KBC Groep NV opgeroepen voor de regeling van de procedure voor de Raadkamer in Brugge. Bij beschikking van de Raadkamer van 9 november 2011 werd KBC Groep NV buiten vervolging gesteld, maar werden KB Consult en KBC Bank verwezen naar de correctionele rechtbank. De Belgische staat heeft inmiddels evenwel beroep aangetekend bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Een voorziening ad 48 miljoen euro is aangelegd om de mogelijke invloed van eisen tot schadevergoeding in dat verband op te vangen. De overdracht van een kasgeldvennootschap is op zichzelf een volledig wettelijke transactie. Desondanks is achteraf gebleken dat sommige kopers te kwader trouw handelden, aangezien ze helemaal niet investeerden en geen belastingaangiften indienden voor de kasgeldvennootschappen die ze hadden aangekocht. KBC Bank en KB Consult namen onmiddellijk de nodige maatregelen om verder zakendoen met die partijen stop te zetten.
  • In maart 2000 werden Rebeo en Trustimmo, twee dochtervennootschappen van Almafin (een dochtervennootschap van KBC Bank), samen met vier voormalige bestuursleden van Broeckdal Vastgoed

maatschappij, voor de burgerlijke rechtbank in Brussel gedagvaard door het Ministerie van Financiën van de Belgische staat met het oog op de betaling van 16,7 miljoen euro belastingen verschuldigd door voornoemde vastgoedvennootschap. Broeckdal Vastgoedmaatschappij heeft die fiscale vorderingen evenwel betwist en is in december 2002 zelf gestart met een procedure tegen het Ministerie van Financiën van de Belgische staat voor de burgerlijke rechtbank in Antwerpen. De burgerlijke rechtszaak hangende voor de Brusselse rechtbank wordt geschorst totdat een einduitspraak wordt geveld in de fiscale procedure hangende voor de rechtbank in Antwerpen. Er werd een voorziening van 26 miljoen euro aangelegd om het mogelijke risico af te dekken.

  • • Onwaarschijnlijk verlies:
  • In het correctionele proces dat op 3 april 2009 werd ingeleid tegen elf (vroegere) bestuurders en personeelsleden van KBC Bank en Kredietbank Luxembourgeoise (KBL European Private Bankers; KBL EPB) op betichting van medewerking aan belastingontduiking bedreven

door cliënten van KBC Bank en KBL EPB, heeft de correctionele rechtbank van Brussel op 8 december 2009 beslist dat de strafvordering onontvankelijk is. De rechtbank was van oordeel dat, gezien de bijzonder twijfelachtige omstandigheden waarin de stukken die de openbare aanklager heeft ingediend in handen van het gerecht zijn gekomen, die stukken niet in aanmerking konden worden genomen als bewijsstukken in een gerechtelijke procedure. Na een nauwkeurig onderzoek naar de manier waarop de betwiste documenten bij de processtukken zijn gevoegd, heeft de rechtbank beslist dat het strafonderzoek niet op een billijke en onpartijdige wijze is gevoerd. Op 10 december 2010 bevestigde het hof van beroep in Brussel het eerste vonnis en benadrukte dat de onderzoeksrechter niet onpartijdig had gehandeld. Het Openbaar Ministerie tekende cassatieberoep aan. Op 31 mei 2011 velde het Hof van Cassatie een arrest waarin het het arrest van het Hof van Beroep in Brussel bevestigde, als gevolg waarvan deze strafzaak volledig afgelopen is.

Toelichting 37: Overige verplichtingen

(in miljoenen euro)
31-12-2010
31-12-2011
Totaal
3 902
3 322
Indeling naar type
Werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen
993
886
Deposito's van herverzekeraars
93
69
Toe te rekenen kosten (andere dan van rente-uitgaven i.v.m. financiële verplichtingen)
839
727
Overige
1 978
1 640

• Voor meer informatie over pensioenverplichtingen: zie Toelichting 38.

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN
Aansluiting van brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen
Brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het begin van het jaar 1 997 1 645
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 101 88
Rentekosten 74 80
Wijzigingen in de pensioenregeling -8 0
Actuariële winst of actuarieel verlies -156 129
Betaalde uitkeringen -133 -117
Wisselkoersverschillen 2 4
Inperkingen -2 -2
Overdracht i.v.m. IFRS 5 -183 -11
Wijzigingen in de consolidatiekring -28 -2
Overige -20 9
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het einde van het jaar 1 645 1 823
Aansluiting van de reële waarde van fondsbeleggingen
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het begin van het jaar 1 529 1 439
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 105 95
Bijdragen van de werkgever 82 125
Bijdragen van de deelnemers aan de regeling 17 18
Betaalde uitkeringen -133 -117
Wisselkoersverschillen 2 1
Afwikkelingen 0 -2
Overdracht i.v.m. IFRS 5 -115 -7
Wijzigingen in de consolidatiekring -26 -1
Overige -22 6
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van het jaar 1 439 1 557
Waarvan financiële instrumenten uitgegeven door de groep 11 4
Financieringsstatus
Fondsbeleggingen meer dan brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen -204 -265
Niet-erkende netto actuariële winst -231 -104
Niet-erkend transactiebedrag 0 0
Niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd 0 0
Niet-erkende activa -2 0
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -437 -372
Mutatie in de nettoverplichting of het nettoactief
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het begin van het jaar -512 -437
Netto periodieke pensioenkosten -74 -51
Bijdragen van de werkgever 82 125
Wisselkoersverschillen 0 0
Overdracht i.v.m. IFRS 5 63 1
Wijzigingen in de consolidatiekring 2 0
Overige 3 -11
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het einde van het jaar -437 -372
In de balans opgenomen bedragen
Vooruitbetaalde pensioenkosten 75 80
Te betalen pensioenverplichting -512 -452
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -437 -372
In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 101 88
Rentekosten 74 80
Verwacht rendement op fondsbeleggingen -73 -80
Aanpassingen ingevolge limiet vooruitbetaalde pensioenkosten -2 -1
Afschrijving van niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd -8 0
Afschrijving van niet-erkende nettowinst of niet-erkend nettoverlies -1 -16
Bijdragen van werknemers -17 -18
Inperkingen -2 -2
Afwikkelingen 0 -1
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Actuariële netto periodieke pensioenkosten* 74 51
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 6,9% 6,6%
(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Voornaamste gehanteerde actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden)
Disconteringsvoet 3,8% 4,6%
Verwacht rendement op fondsbeleggingen 5,2% 5,5%
Verwacht percentage van loonsverhoging 3,4% 3,1%
Percentage van pensioenverhoging 0,5% 0,4%
TOEGEZEGDEBIJDRAGEREGELINGEN
Kosten voor toegezegdebijdrageregelingen 0 0

* Deze kosten worden opgenomen onder Personeelskosten (zie Toelichting 12).

• De pensioenaanspraken van de personeelsleden van de verschillende vennootschappen van de KBC-groep zijn afgedekt door pensioenfondsen en groepsverzekeringen, waarvan de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn. De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn de plannen beheerd door het OFP Pensioenfonds KBC en het OFP Pensioenfonds Senior Management KBC, waarbij KBC Bank, KBC Verzekeringen (sinds 2007) en het grootste deel van hun Belgische dochterondernemingen zijn aangesloten, en de groepsverzekering van KBC Verzekeringen (diensttijd voor 1 januari 2007). Het vermogen van de twee eerstgenoemde pensioenplannen wordt hoofdzakelijk beheerd door KBC Asset Management. De voordelen zijn onder meer afhankelijk van de anciënniteit van de medewerker en van zijn loon in de jaren voorafgaand aan zijn pensionering. De jaarlijkse financieringsbehoeften voor die plannen worden bepaald volgens gebruikelijke actuariële financieringsmethoden.

• Het verwachte rendement op beleggingen wordt bepaald op basis van de OLO-rente, rekening houdend met de strategische assetallocatie voor de beheerde vermogens.

ROA = (X x rente op OLO T jaar) + (Y x (rente OLO T jaar + 3%)) + (Z x (rente OLO T jaar + 1,75%)), waarbij:

T = looptijd van de OLO gebruikt bij de actualisatievoet,

X = percentage vastrentende effecten,

Y = percentage aandelen,

Z = percentage vastgoed.

De risicopremies, respectievelijk 3% en 1,75%, zijn gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van aandelen en vastgoed.

Bijkomende informatie pensioenverplichtingen (in miljoenen euro)

Ontwikkeling belangrijkste elementen uit hoofdtabel 2007 2008 2009 2010 2011
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen 1 786 1 884 1 997 1 645 1 823
Reële waarde van fondsbeleggingen 1 520 1 293 1 529 1 439 1 557
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -508 -512 -512 -437 -372
Samenstelling grootste pensioenplannen van de groep aandelen obligaties vastgoed liquiditeiten
31-12-2010
KBC-Pensioenfonds 43% 45% 9% 3%
Groepsverzekering KBC Verzekeringen 8% 89% 2% 1%
31-12-2011
KBC-Pensioenfonds 33% 52% 9% 6%
Groepsverzekering KBC Verzekeringen 32% 51% 9% 8%
Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen voor actuariële berekening van
planactiva en brutoverplichtingen* 2007 2008 2009 2010 2011
Invloed op planactiva -1 0 0 0 0
Invloed op brutoverplichtingen -7 -88 -18 -84 -76
Verwachte bijdragen in 2012
KBC-Pensioenfonds 92
Groepsverzekering KBC Verzekeringen 7

* Uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Plus bij een positieve invloed, min bij een negatieve invloed, betreft de in het bovenstaande deel vermelde pensioenregelingen samen.

Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten

In aantal aandelen 31-12-2010 31-12-2011
Gewone aandelen 357 938 193 357 980 313
Waarvan gewone aandelen die de houder recht geven op een dividenduitkering 344 557 548 344 619 736
Waarvan eigen aandelen 18 171 795 18 169 054
Verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 237 288 134 220 338 982
Overige informatie
Fractiewaarde per aandeel (in euro) 3,48 3,48
Aantal uitgegeven maar niet volgestorte aandelen 0 0
Niet
MUTATIETABEL stemrechtverlenende

In aantal aandelen Gewone aandelen kernkapitaaleffecten

2010
Beginsaldo 357 918 125 237 288 134
Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten 20 068 0
Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Overige mutaties 0 0
Eindsaldo 357 938 193 237 288 134
2011
Beginsaldo 357 938 193 237 288 134
Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten 42 120 -16 949 152
Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Overige mutaties 0 0
Eindsaldo 357 980 313 220 338 982
  • • Gewone aandelen: het aandelenkapitaal van KBC Groep NV bestaat uit gewone aandelen zonder nominale waarde. Alle gewone aandelen dragen stemrecht en elk aandeel vertegenwoordigt één stem. Er zijn geen winstbewijzen of aandelen zonder stemrecht uitgegeven.
  • • Eigen aandelen: op 31 december 2011 hadden de vennootschappen van de KBC-groep 18 169 054 gewone KBC-aandelen in portefeuille (voornamelijk eigen aandelen ingekocht in het kader van vroegere aandeleninkoopprogramma's en eigen aandelen die dienen als dekking voor de aandelenoptieplannen voor het personeel). De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen zijn geschorst.
  • • Voor informatie over aandelenoptieplannen, zie Toelichting 12.
  • • Voor informatie over de machtiging voor het toegestaan kapitaal en de kapitaalverhoging voor het personeel, zie deel Vennootschappelijke jaarrekening.
  • • Preferente aandelen (366 miljoen euro eind 2010, 370 miljoen euro eind 2011) zijn niet opgenomen onder Eigen vermogen van de aan-

deelhouders, maar onder Belangen van derden. Die instrumenten voldoen aan de IAS 32-definitie van een eigenvermogensinstrument. Aangezien die instrumenten geen eigendom zijn van de aandeelhouders, werden ze als belangen van derden voorgesteld.

• Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht: sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, en waarop werd ingetekend door de Belgische staat (de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De overige kenmerken van de transacties vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaalen garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009. Op 2 januari 2012 betaalde KBC alvast 0,5 miljard (plus een premie van 15%) terug aan de Belgische staat. Dat werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).

Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties

(in miljoenen euro)
31-12-2010
31-12-2011
Niet-opgenomen deel van committed kredietlijnen
Verstrekt
32 422
33 218
Onherroepelijk
20 799
21 291
Herroepelijk
11 623
11 927
Ontvangen
1 139
1 090
Financiële garanties
Verstrekt
12 180
12 456
Ontvangen garanties en zekerheden
53 975
47 790
Voor impaired of achterstallige activa
4 808
3 981
Voor activa die niet impaired noch achterstallig zijn
49 167
43 809
Andere verbintenissen
Verstrekt
144
147
Onherroepelijk
140
143
Herroepelijk
4
4
Ontvangen
105
93
Boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven
Voor verplichtingen
30 419
46 963
Voor eventuele verplichtingen
4 151
4 682
  • • De definiëring van de financiële garanties werd gewijzigd in 2011 en de referentiecijfers werden aangepast (zie Toelichting 1a).
  • • De reële waarde van de financiële garanties is gebaseerd op de beschikbare marktwaarde.
  • • KBC Groep NV garandeert onherroepelijk en onvoorwaardelijk alle op 31 december 2011 bestaande verplichtingen (all the sums, indebtedness, obligations and liabilities outstanding) opgesomd in Section 5 (c) van de Ierse Companies (Amendment) Act, van de hierna vermelde Ierse ondernemingen. Die garantie wordt gesteld zodat deze ondernemingen in aanmerking kunnen komen voor ontheffing van bepaalde publicatieverplichtingen zoals vermeld in Section 17 van de Ierse Companies (Amendment) Act 1986:
  • KBC Financial Services (Ireland) Limited,
  • KBC Fund Management Limited.

Aangezien beide vennootschappen in de consolidatie zijn opgenomen, betreft dat een intragroepstransactie en wordt die garantie niet in bovenstaande tabel opgenomen.

• Voor de aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar – zie tabel) bestaat de verplichting die terug te geven in hun oorspronkelijke vorm, of eventueel in geldmiddelen. Waarborgen kunnen worden opgeëist wanneer kredieten worden beëindigd om verschillende redenen, zoals wanbetaling en faillissement. Bij faillissement worden de waarborgen verkocht door de curator. In de andere gevallen regelt de bank zelf de uitwinning of neemt de waarborgen in eigendom. Ontvangen waarborgen met betrekking tot OTC-derivaten betreffen vooral geldmiddelen die door KBC worden erkend op de balans (en niet in de tabel zijn opgenomen).

Aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke
blijven van de eigenaar) (in miljoenen euro)
Reële waarde van
ontvangen waarborgen
doorverpande waarborgen Reële waarde
van verkochte of
31-12-2010 31-12-2011 31-12-2010 31-12-2011
Financiële activa 15 423 10 470 9 015 7 018
Eigenvermogensinstrumenten 37 12 0 0
Schuldinstrumenten 15 199 10 255 9 015 7 018
Leningen en voorschotten 184 202 0 0
Liquiditeiten 4 1 0 0
Andere activa 0 4 0 0
Materiële vaste activa 0 4 0 0
Vastgoedbeleggingen 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0
Waarborgen in eigendom genomen (in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Vaste activa aangehouden voor verkoop 0 0
Materiële vaste activa 4 0
Vastgoedbeleggingen 0 170
Eigenvermogensinstrumenten en schuldpapier 43 0
Geldmiddelen 218 237
Overige 15 8
Totaal 281 414

Toelichting 41: Leasing

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Vorderingen financiële leasing
Bruto-investering in financiële leasing, vordering 5 790 5 489
Tot 1 jaar 1 668 1 464
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 814 2 690
Meer dan 5 jaar 1 308 1 335
Niet-verdiende toekomstige financieringsinkomsten met betrekking tot financiële leasing 836 826
Netto-investering in financiële leasing 4 915 4 659
Tot 1 jaar 1 440 1 277
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 461 2 340
Meer dan 5 jaar 1 014 1 043
Waarvan niet-gegarandeerde restwaarden voor de leasinggever 12 10
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen voor oninbare leasingvorderingen 192 191
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 105 104
Vorderingen operationele leasing
Toekomstige minimaal te ontvangen leasingbetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leasing* 856 430
Tot 1 jaar 309 146
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 519 260
Meer dan 5 jaar 28 23
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 2 0

* De restwaarden van operationele leasing zijn vanaf 2011 niet meer inbegrepen in de toekomstige minimale leasebetalingen (in 2010: 426 miljoen euro).

  • • Er zijn geen belangrijke gevallen waarin KBC optreedt als leasingnemer in operationele en financiële leasing.
  • • Er werden conform de bepalingen van IFRIC 4 geen operationele noch financiële leasingcontracten, besloten in andere contracten, vastgesteld.
  • • Financiële leasing: het merendeel van de financiële leasing wordt verstrekt via aparte maatschappijen die hoofdzakelijk in België en Centraal-Europa actief zijn. KBC biedt financiëleleasingproducten aan,

gaande van leasing van uitrusting en voertuigen tot vastgoedleasing. Financiële leasing wordt in België typisch in het kantorennetwerk van de KBC-groep aangeboden. Ook in Centraal-Europa wordt dat model steeds belangrijker.

• Operationele leasing betreft hoofdzakelijk fullserviceverhuur van auto's. Die service wordt zowel via het kantorennetwerk van KBC Bank en CBC Banque als door een intern verkoopteam verkocht. Ook in Centraal-Europa wordt de fullserviceverhuur verder ontwikkeld.

Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen, exclusief key management (in miljoenen euro)
2010 2011
tschappijen
Dochtermaa
ijen
maatschapp
de
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west
Vlaams Ge
Overige Totaal tschappijen
Dochtermaa
ijen
maatschapp
de
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west
Vlaams Ge
Overige Totaal
Activa 618 228 110 28 958 1 198 1 148 32 260 263 268 122 23 142 1 280 1 164 26 238
Leningen en voorschotten 55 107 73 71 0 1 119 1 425 58 154 85 762 0 1 137 2 196
Voorschotten in rekening-courant 2 1 0 0 0 367 369 2 1 0 0 0 379 381
Termijnkredieten 53 107 73 71 0 753 1 056 56 153 85 762 0 759 1 815
Financiële leasing 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Afbetalingskredieten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Hypotheekleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eigenvermogensinstrumenten 283 32 29 0 0 0 344 115 36 28 0 0 0 178
Voor handelsdoeleinden 34 0 0 0 0 0 34 0 0 0 0 0 0 0
Voor beleggingsdoeleinden 250 32 29 0 0 0 310 115 36 28 0 0 0 178
Overige vorderingen 280 88 8 28 888 1 198 28 30 490 91 78 9 22 380 1 280 26 23 864
Verplichtingen 934 174 32 294 0 23 1 457 741 146 30 166 0 25 1 109
Deposito's 902 133 32 176 0 22 1 266 733 134 30 0 0 25 922
Deposito's 902 132 32 176 0 22 1 264 732 133 30 0 0 25 920
Overige 1 1 0 0 0 0 2 1 1 0 0 0 0 2
Andere financiële verplichtingen 23 20 0 0 0 0 43 5 0 0 0 0 0 5
Schuldbewijzen 1 20 0 0 0 0 21 0 0 0 0 0 0 0
Achtergestelde schulden 22 0 0 0 0 0 22 5 0 0 0 0 0 5
Share-based payments, toegestaan 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Share-based payments, uitgeoefend 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige verplichtingen 9 21 0 118 0 1 148 3 12 0 166 0 0 182
Winst-en-verliesrekening -14 0 2 951 39 39 1 018 12 0 4 957 42 42 1 056
Nettorente-inkomsten* 15 3 2 951 39 40 1 050 16 0 2 957 42 43 1 061
Verdiende verzekeringspremies
vóór herverzekering
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Dividendinkomsten 4 5 0 0 0 0 9 3 4 1 0 0 0 9
Nettoprovisie-inkomsten -1 -3 0 0 0 -2 -5 0 -1 0 0 0 -2 -3
Overige netto-inkomsten 3 0 0 0 0 1 4 4 0 0 0 0 1 6
Algemene beheerskosten -35 -5 0 0 0 0 -40 -12 -3 0 0 0 -2 -17
Garanties
Garanties gegeven door de groep 0 0
Garanties ontvangen door de groep 0 0

* Aangepast bedrag in kolom Overige in 2010 (nettorente-inkomsten waren niet inbegrepen).

Transacties met key management (leden Raad van Bestuur en Directiecomité van KBC Groep NV)*

(in miljoenen euro) 2010 2011
Totaal* 10 12
Indeling naar type bezoldiging
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 7 6
Vergoedingen na uitdiensttreding 3 6
Toegezegdpensioenregelingen 3 6
Toegezegdebijdrageregelingen 0 0
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen 0 0
Vergoedingen bij uitdiensttreding 1 0
Betalingen in aandelen 0 0
Aandelenopties, in eenheden
Aan het begin van het jaar 52 100 35 100
Toegestaan 0 0
Uitgeoefend 0 0
Verandering samenstelling -17 000 -14 800
Aan het einde van het jaar 35 100 20 300
Voorschotten en leningen toegestaan aan key management en partners 1 1

* Bedragen van de bezoldiging van bestuurders of partners van de consoliderende onderneming, op grond van hun werkzaamheden in de consoliderende onderneming, haar dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, met inbegrip van het bedrag van aan gewezen bestuurders of zaakvoerders op die grond toegekende rustpensioenen.

  • • Overige in de eerste tabel omvat vooral KBC Ancora, Cera en MRBB. De inbaarheid van de vorderingen die uitstaan ten opzichte van Cera en KBC Ancora is in zekere mate afhankelijk van de ontwikkelingen bij de KBC-groep.
  • • Alle transacties met verbonden partijen gebeuren at arm's length.
  • • Belgische staat en Vlaams Gewest: wordt stricto sensu beschouwd (m.a.w. exclusief ondernemingen gecontroleerd door deze partijen).
  • • Er waren geen belangrijke andere niet in de tabel inbegrepen transacties met geassocieerde ondernemingen.
  • • Het key management zijn de leden van de Raad van Bestuur en het Groeps-Directiecomité. Meer informatie over de vergoedingen van het topmanagement vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
  • • KBC ging in 2009 een garantieovereenkomst aan met de Belgische

Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris

KBC Groep NV en zijn dochtervennootschappen samen betaalden in 2011 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 15 530 397 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten (in 2010: 15 659 361 euro). Voor de overige diensten werd in 2011 een vergoeding betaald van 4 105 087 euro (in 2010: 3 041 628 euro), verdeeld als volgt: staat die het mogelijke neerwaartse risico met betrekking tot zijn CDO exposure voor een groot deel dekt. De resultaten van 2011 bevatten de boeking van daarmee verwante kosten van -79 miljoen euro, in de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.

• In 2011 betaalde KBC een coupon op de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 waren uitgegeven aan de Belgische en Vlaamse overheden (ad 595 miljoen euro). Op 2 januari betaalde KBC Groep 0,5 miljard euro hoofdsom (+ penaltypremie van 15%) terug aan de Belgische overheid. Dat werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).

andere controleopdrachten: 1 282 382 euro; belastingadviesopdrachten: 174 338 euro; andere opdrachten buiten de revisoraatsopdrachten: 2 648 367 euro (in 2010 respectievelijk 1 058 666, 143 773 en 1 839 189 euro).

Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2011

Onderneming Geregistreerde
zetel
Percentage aan
deelhouderschap
op groepsniveau
Divisie* Activiteit
KBC BANK
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
Absolut Bank Moskou – RU 99,00 GR Kredietinstelling
Antwerpse Diamantbank NV Antwerpen – BE 100,00 GR Kredietinstelling
CBC Banque SA Brussel – BE 100,00 B Kredietinstelling
CIBANK AD Sofia – BG 100,00 CEE Kredietinstelling
Cˇ SOB a.s. (Tsjechië) Praag – CZ 100,00 CEE Kredietinstelling
Cˇ SOB a.s. (Slowakije) Bratislava – SK 100,00 CEE Kredietinstelling
KBC Asset Management NV Brussel – BE 100,00 B Assetmanagement
KBC Bank NV Brussel – BE 100,00 B/MB/GR Kredietinstelling
KBC Bank Deutschland AG Bremen – DE 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Bank Funding LLC & Trust, groep New York – US 100,00 MB Uitgifte van preferente aandelen
KBC Bank Ireland Plc Dublin – IE 100,00 MB Kredietinstelling
KBC Clearing NV Amsterdam – NL 100,00 MB Clearing
KBC Commercial Finance NV Brussel – BE 100,00 MB Factoring
KBC Consumer Finance NV Brussel – BE 100,00 B Consumentenkredietverlening
KBC Credit Investments NV Brussel – BE 100,00 MB Investeringen in kredietgerelateerde effecten
KBC Finance Ireland Dublin – IE 100,00 GR Kredietverlening
KBC Financial Products (groep) Diverse locaties 100,00 GR Aandelen- en derivatenhandel
KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV Rotterdam – NL 100,00 MB Uitgifte van obligaties
KBC Lease (groep) Diverse locaties 100,00 MB/CEE/B Leasing
KBC Private Equity NV Brussel – BE 100,00 MB Risicokapitaal
KBC Real Estate NV Brussel – BE 100,00 MB Vastgoed
KBC Securities NV Brussel – BE 100,00 MB Beursmakelaar, corporate finance
K&H Bank Rt. Boedapest – HU 100,00 CEE Kredietinstelling
Kredyt Bank SA (zie Toelichting 48) Warschau – PL 80,00 GR Kredietinstelling
Geassocieerde ondernemingen
Nova Ljubljanska banka d.d. (groep) Ljubljana – SI 25,00 GR Kredietinstelling
KBC VERZEKERINGEN
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
ADD NV Heverlee – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië) Pardubice – CZ 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
Cˇ SOB Poist'ovnˇa a.s. (Slowakije) Bratislava – SK 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
DZI Insurance Sofia – BG 99,95 CEE Verzekeringsmaatschappij
Fidea NV (verkoopovereenkomst getekend) Antwerpen – BE 100,00 GR Verzekeringsmaatschappij
Groep VAB Zwijndrecht – BE 74,81 B Autobijstand
K&H Insurance Rt. Boedapest – HU 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
KBC Banka A.D. Belgrado – RS 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Group Re SA (vroegere Assurisk) Luxemburg – LU 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
KBC Verzekeringen NV Leuven – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
TUiR WARTA S.A. (verkoopovereenkomst getekend) Warschau – PL 100,00 GR Verzekeringsmaatschappij
Evenredig geconsolideerde dochterondernemingen
NLB Vita d.d. Ljubljana – SI 50,00 GR Verzekeringsmaatschappij
KBL EPB (verkoopovereenkomst getekend)
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
Brown, Shipley & Co Ltd. Londen – GB 99,91 GR Kredietinstelling
KBL Richelieu Banque Privée Parijs – FR 99,91 GR Kredietinstelling
KBL European Private Bankers SA Luxemburg – LU 99,91 GR Kredietinstelling
KBL (Switzerland) Ltd. Genève – CH 99,90 GR Kredietinstelling
Merck Finck & Co. München – DE 99,91 GR Kredietinstelling
Puilaetco Dewaay Private Bankers SA Brussel – BE 99,91 GR Kredietinstelling
Theodoor Gilissen Bankiers NV Amsterdam – NL 99,91 GR Kredietinstelling
VITIS Life SA Luxemburg – LU 99,91 GR Verzekeringsmaatschappij
KBC GROEP NV (overige directe dochterondernemingen)
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
KBC Global Services NV Brussel – BE 100,00 GR Diensten aan de groep
KBC Groep NV Brussel – BE 100,00 GR Holding

* Divisie (voor opname in resultaat): Afkortingen: B = België; CEE = Centraal- en Oost-Europa; MB = Merchantbanking; GR = Groepscenter.

• Zoals bepaald in de grondslagen voor financiële verslaggeving wordt de methode van integrale consolidatie toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent. Voor de beoordeling of SPV's al dan niet moeten worden geconsolideerd, hanteert KBC de principes zoals uiteengezet in SIC12. Bovendien hanteert KBC materialiteitsdrempels voor opname in consolidatie. Een onderneming die in aanmerking komt voor consolidatie wordt ook werkelijk in consolidatie opgenomen als twee van de volgende criteria worden overschreden: (a) het deel van de groep in het eigen vermogen > 2,5 miljoen euro (b) het deel van de groep in het resultaat > 1 miljoen euro (c) het balanstotaal > 100 miljoen euro. Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal. Voor een aantal SPV's is maar een van die drie criteria overschreden,

waardoor (zolang het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen niet meer bedraagt dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal) ze de facto niet worden geconsolideerd. Het betreft voornamelijk SPV's opgericht in het kader van de CDO-activiteiten. Noteer dat die SPV's maar een materialiteitsdrempel overschrijden (balanstotaal), aangezien ze altijd een zeer beperkt eigen vermogen en nettoresultaat hebben. De CDO-gerelateerde resultaten zitten bij KBC Financial Products, dat uiteraard wel geconsolideerd wordt. Nietconsolidatie van die SPV's heeft dan ook alleen een invloed op de geconsolideerde balanspresentatie en niet op het eigen vermogen, het resultaat of de solvabiliteit.

• Een volledige lijst (31 december 2011) van de vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen vindt u in het deel Overige informatie en op www.kbc.com.

Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring

Onderneming Moedermaat
schappij
Consolidatie
methode
Percentage aandeelhouderschap
op groepsniveau
Commentaar
31-12-2010 31-12-2011
Toevoegingen
Geen
Afstotingen
Centea KBC Bank Integraal 100,00 Verkocht op 1 juli 2011
Naamsveranderingen
Assurisk werd KBC Group Re SA KBC Verzekeringen Integraal 100,00 100,00
Wijzigingen in percentage aandeelhouderschap en interne fusies
Vermogens
Nova Ljubljanska banka KBC Bank mutatie 30,57 25,00 Afname met 5,57%
Absolut Bank KBC Bank Integraal 95,00 99,00 Toename met 4,00%
KBC Consumer Finance NV KBC Bank Integraal 60,01 100,00 Toename met 39,99%
DZI Insurance KBC Verzekeringen Integraal 90,35 99,95 Toename met 9,61%

In 2011 hadden de wijzigingen in de consolidatiekring maar een beperkte invloed op de winst-en-verliesrekening en balans, met uitzondering van het effect van de verkoop van Centea, die werd gefinaliseerd op 1 juli 2011 (de groepsresultaten bevatten dus alleen maar de resultaten van Centea over de eerste zes maanden van 2011 (16 miljoen euro na belastingen). Zie ook Toelichting 8.

Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)

  • • IFRS 5 bepaalt dat een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) moet worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, als de boekwaarde ervan hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Wil daarvan sprake zijn, dan moet het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop. Bovendien moet de verkoop zeer waarschijnlijk zijn. Om te beoordelen of een verkoop zeer waarschijnlijk is, somt IFRS 5 een aantal voorwaarden op waaraan voldaan moet zijn alvorens IFRS 5 van toepassing is:
  • 1 Verbintenis van het management voor een verkoopplan.
  • 2 Opstart van een operationeel plan om een koper te vinden en het plan te voltooien.
  • 3 Gewenste prijs die redelijk is ten opzichte van de actuele reële waarde.
  • 4 Verkoop binnen één jaar na datum van classificatie.
  • 5 Onwaarschijnlijk dat belangrijke wijzigingen aan het plan zullen worden aangebracht of dat het plan zal worden ingetrokken.
  • • Als aan alle vijf bovenstaande criteria is voldaan, worden de activa en verplichtingen van die desinvesteringen onder een aparte post van de balans getoond (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten (de

referentiecijfers worden, zoals toegestaan door IFRS, niet aangepast). Als de groepen activa die worden afgestoten bovendien gekwalificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteit, worden de resultaten ervan (ook voor de referentiecijfers) onder één post in de winst-enverliesrekening getoond (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten).

  • • Vielen onder IFRS 5 (belangrijke nog niet afgeronde desinvesteringen):
  • Per 31 december 2010: KBL EPB,
  • Per 31 december 2011: KBL EPB, Fidea, WARTA,
  • Opmerking: KBL EPB wordt bovendien als een beëindigde bedrijfsactiviteit gekwalificeerd.
  • • De overige participaties die voor desinvestering in aanmerking komen, voldoen niet aan de gestelde criteria per 31 december 2011. Voor een aantal is de verkoop niet binnen het jaar gepland, en/of is het verkoopproject nog niet opgestart, en/of is het voorbarig in de huidige volatiele financiële markten te stellen dat de gewenste verkoopprijs haalbaar is, waardoor nog belangrijke wijzigingen aan het plan kunnen worden aangebracht. Noteer bovendien dat IFRS 5 ook niet van toepassing is op de stopzetting van activiteiten via een geleidelijke afbouw (bijvoorbeeld afbouw deel internationale kredietportefeuilles).
  • • Hierna volgt informatie over de desinvestering(en) die per 31 december 2011 onder IFRS 5 vallen.

KBL EPB

Activiteit: Kredietinstelling

Segment: Groepscenter

Beschrijving: In maart 2011 werd bekendgemaakt dat de oorspronkelijke overeenkomst die de groep had bereikt met de Hinduja-groep voor de verkoop van KBL EPB niet doorging. Het verkoopproces werd nadien heropgestart en in oktober 2011 bereikte KBC een akkoord met Precision Capital voor de verkoop van KBL EPB voor ongeveer 1 miljard euro. De transactie zal voor KBC in totaal ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijmaken. Dat leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met 0,6%. De transactie had ook een negatieve invloed op de winst-en-verliesrekening van ongeveer 0,4 miljard euro in het derde kwartaal van 2011. KBC zal privatebankingdiensten blijven aanbieden in België en Centraal- en Oost-Europa via zijn privatebankingactiviteiten onder de merknaam KBC. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.

Fidea

Activiteit: Verzekeringsonderneming

Segment: Groepscenter

Beschrijving: In oktober 2011 bereikte KBC een overeenkomst met de private-equitygroep J.C. Flowers & Co. over de verkoop van Fidea voor ongeveer 0,2 miljard euro. In totaal maakt die transactie voor KBC een bedrag van ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrij, voornamelijk door een vermindering van de risicogewogen activa met 1,8 miljard euro, maar ook rekening houdende met het feit dat de transactie de resultaten van KBC met ongeveer 0,1 miljard euro negatief beïnvloedt. De transactie leidt tot een verhoging van de Tier 1-ratio van KBC met ongeveer 0,1%. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.

WARTA

Activiteit: Verzekeringsonderneming

Segment: Groepscenter

Beschrijving: In januari 2012 werd een verkoopovereenkomst gesloten met Talanx International AG voor WARTA in Polen voor 770 miljoen euro, aan te passen op basis van wijzigingen in de netto-inventariswaarde tussen 30 juni 2011 en het moment van afronding van de transactie. Op basis van de cijfers van 30 september 2011 wordt verwacht dat de transactie bijna 0,7 miljard euro aan kapitaal zal vrijmaken voor KBC. De Tier 1-ratio van KBC zou daardoor met bijna 0,7% stijgen. De transactie zal een positieve impact van ongeveer 0,3 miljard euro hebben op het resultaat van KBC op het ogenblik dat de transactie wordt afgerond. Op het moment van de redactie van dit jaarverslag was de transactie nog niet definitief afgerond.

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
A BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst-en-verliesrekening
Winst-en-verliesrekening KBL EPB
Nettorente-inkomsten 159 151
Nettoprovisie-inkomsten 381 349
Andere netto-inkomsten 62 63
Totale opbrengsten 602 563
Exploitatiekosten -495 -437
Bijzondere waardeverminderingen -42 -107
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 2 1
Resultaat vóór belastingen 66 19
Belastingen -19 6
Resultaat na belastingen 47 25
Resultaat van verkoopovereenkomst m.b.t. KBL EPB
Bijzondere waardeverminderingen n.a.v. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten -301 -444
Belastingen m.b.t. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten (uitgestelde belastingen) 0 0
Resultaat van verkoop, na belastingen -301 -444
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -254 -419
Kasstroomoverzicht KBL EPB 2010 2011
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten 202 2 200
Nettokassstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -84 -8
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten -33 -569
Nettokasuitstroom/-instroom 85 1 623
Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten KBL EPB 2010 2011
Gewoon -0,75 -1,23
Verwaterd -0,75 -1,23
Verbintenissen KBL EPB 31-12-2010 31-12-2011
Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – verstrekt 2 774 3 053
Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – ontvangen 2 621 2 682
Financiële garanties – verstrekt 4 403 3 378
Financiële garanties – ontvangen 3 982 5 218
Andere verbintenissen – verstrekt 594 39
Andere verbintenissen – ontvangen 0 0
2010 2011
activa / activa /
Derivaten – gecontracteerde bedragen KBL EPB verplichtingen verplichtingen
Voor handelsdoeleinden
Rentecontracten 17 857 / 17 857 12 810 / 12 810
Valutacontracten 5 244 / 5 267 8 392 / 8 326
Aandelencontracten 2 847 / 2 847 2 597 / 2 597
Kredietcontracten 1 / 1 2 / 2
Grondstoffen- en andere contracten 15 / 15 19 / 19
Microhedging: reëlewaardeafdekkingen
Rentecontracten 553 / 553 1 235 / 1 235
Valutacontracten 7 / 9 7 / 10
Aandelencontracten 0 / 0 0 / 0
Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille
Rentecontracten 168 / 168 171 / 171
B VASTE ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN EN
VERPLICHTINGEN I.V.M. GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN
Balans (tussen haakjes: waarvan beëindigde bedrijfsactiviteiten) 31-12-2010 31-12-2011
Activa
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 437 (437) 1 076 (1 076)
Financiële activa 11 359 (11 299) 16 797 (12 523)
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 7 (7) 12 (12)
Belastingvorderingen 83 (83) 110 (95)
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 14 (14) 13 (13)
Vastgoedbeleggingen en andere materiële vaste activa 240 (234) 278 (224)
Goodwill en andere immateriële vaste activa 690 (690) 352 (196)
Overige activa 109 (101) 485 (103)
Totaal activa 12 938 (12 863) 19 123 (14 242)
Verplichtingen
Financiële verplichtingen 12 489 (12 489) 12 901 (12 710)
Technische voorzieningen vóór herverzekering 466 (466) 4 533 (424)
Belastingverplichtingen 11 (11) 38 (6)
Voorzieningen voor risico's en kosten 28 (28) 30 (22)
Overige verplichtingen 349 (348) 631 (304)
Totaal verplichtingen 13 341 (13 341) 18 132 (13 466)
Niet-gerealiseerde resultaten 2010 2011
Herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa 9 (8) -81 (-72)
Uitgestelde belastingen op bovenstaande -6 (-6) 29 (20)
Omrekeningsverschillen 10 (10) 7 (7)
Totaal 12 (12) -45 (-46)

Toelichting 47: Risicobeheer

De vereiste informatie in verband met aard en bedrag van risico's (volgens IFRS 4 en IFRS 7) en de informatie in verband met kapitaal (volgens IAS 1) werd opgenomen in de door de commissaris geauditeerde delen van het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Dat hoofdstuk omvat – bij de

Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum zijn (positieve of negatieve) gebeurtenissen die voorkomen tussen de balansdatum (31 december 2011) en de datum van goedkeuring tot publicatie van de jaarrekeningen door de Raad van Bestuur en omvatten zowel gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die bewijs leveren van de bestaande toestand op de balansdatum) waardoor in de jaarrekening opgenomen bedragen moesten worden aangepast, als gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die wijzen op een toestand die ontstond na de balansdatum) waardoor geen aanpassingen van opgenomen bedragen vereist waren. De eerste soort van gebeurtenissen leidt in principe tot een aanpassing van de jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de gebeurtenis, terwijl de tweede soort in principe alleen de jaarrekening van de volgende periode beïnvloedt.

De belangrijkste gebeurtenissen na balansdatum die niet hebben geleid tot aanpassingen, waren:

• 20 januari 2012: verkoopovereenkomst voor WARTA (Polen): zie informatie bij Toelichting 46.

informatie over kredietrisico – ook gegevens met betrekking tot het risico inzake overheidsobligaties van een selectie van landen en informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten.

  • • 23 januari 2012: verdere desinvestering van de portefeuille van KBC Private Equity: KBC Private Equity en de andere aandeelhouders van Dynaco Group NV (Dynaco) hebben een overeenkomst bereikt met Assa Abloy AB over de overname van Dynaco. De transactie zal naar alle verwachting worden afgerond in de eerste helft van 2012, na goedkeuring door de betreffende mededingingsautoriteiten. De transactie heeft geen wezenlijke invloed op de winst of het kapitaal van KBC.
  • • In januari 2012 werden twee CDO's afgewikkeld (de-risked), wat leidde tot een verdere daling van het notionele bedrag met 1,7 miljard euro. Dat leidde niet tot een belangrijke kapitaalbesparing en heeft een negatieve invloed op de winst-en-verliesrekening van ruwweg 0,1 miljard euro na belastingen.
  • • Op 28 februari 2012 kondigden Banco Santander S.A. en KBC aan dat ze een overeenkomst hebben gesloten over de fusie van Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A. in Polen. Met bijna 900 kantoren en 3,5 miljoen particuliere cliënten wordt de fusiebank de op twee na grootste Poolse bank gemeten naar deposito's, kredieten, aantal kan

toren en winst. Na de voorgestelde fusie zal Banco Santander ongeveer 76,5% van de fusiebank in handen hebben, KBC ongeveer 16,4%. Banco Santander heeft zich ertoe verbonden KBC onmiddellijk na de fusie te helpen zijn deelneming in de fusiebank te verlagen tot minder dan 10%. Bovendien is het de bedoeling van KBC om zijn resterende deelneming te desinvesteren. Na de deconsolidatie van Kredyt Bank ten gevolge van de voorgestelde fusie en na de beloofde reductie van de deelneming van KBC tot beneden 10% kort na de registratie van de fusie zal (tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging) ongeveer 0,7 miljard euro aan kapitaal vrijkomen, voornamelijk dankzij een vermindering van de risicogewogen activa. Dat stemt overeen met een positieve Tier 1-impact van ongeveer 0,8% of 0,9% bij volledige uitstap (telkens op basis van de cijfers van eind 2011). Bovendien zal de transactie, tegen de marktwaarderingen op het moment van de aankondiging, een positief effect hebben op het resultaat van ongeveer +0,1 miljard euro bij afronding van de transactie. De fusie is onderworpen aan de onafhankelijke beoordeling door Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank en verbonden aan de voorwaarde dat de goedkeuring verkregen wordt van de Poolse financiële toezichthouder en van de bevoegde mededingingsautoriteiten. Banco Santander heeft zich er ook toe verbonden Z∙ agiel, de consumentenkredietarm van KBC in Polen, te verwerven tegen gecorrigeerd nettoactief, na goedkeuring door de bevoegde mededingingsautoriteiten. U vindt bijkomende informatie in het betreffende persbericht op www.kbc.com.

Toelichting 49: Algemene informatie (IAS 1)

  • • Naam: KBC Groep
  • • Oprichting: 9 februari 1935 als Kredietbank; huidige naam sinds 2 maart 2005
  • • Oprichtingsland: België
  • • Zetel van de vennootschap: Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
  • • Btw: BE 0403.227.515
  • • RPR: Brussel
  • • Juridische vorm: naamloze vennootschap naar Belgisch recht die een publiek beroep doet of heeft gedaan op het spaarwezen; de vennootschap is een financiële holding die onder het prudentieel toezicht valt van de Nationale Bank van België.
  • • Duur van de vennootschap: onbepaald
  • • Doel: de vennootschap is een financiële holding die tot doel heeft het rechtstreeks of onrechtstreeks houden en beheren van participaties in andere ondernemingen, waaronder – maar niet beperkt tot – kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en andere financiële instellingen. De vennootschap heeft ook tot doel ondersteunende diensten te verlenen ten behoeve van derden, als lasthebber of anderszins, in het bijzonder ten behoeve van ondernemingen waarin de vennootschap direct of indirect een participatie heeft (artikel 2 van de statuten).
  • • Plaatsen waar de voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden ingezien: de statuten van de vennootschap liggen ter inzage op de griffie van de Rechtbank van Koophandel van Brussel en worden bekendgemaakt op www.kbc.com. De jaarrekeningen en het jaarverslag worden bij de Nationale Bank van België neergelegd. Die documenten zijn ook verkrijgbaar op de zetel van de vennootschap en op www. kbc.com. De beslissingen aangaande de benoeming en de beëindiging van de mandaten van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur worden in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De financiële berichten over de vennootschap verschijnen in de financiële dagbladen en/of op www.kbc.com. De oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, in financiële dagbladen, in de media en op www.kbc.com.
  • • Algemene Vergadering van Aandeelhouders: jaarlijks wordt op de zetel van de vennootschap of op een andere in de oproeping vermelde plaats een Algemene Vergadering gehouden op de eerste donderdag van mei om 10 uur of, als die dag een wettelijke feestdag of een bank-

De daarin vermelde juridische informatie geldt onverkort.

  • • 8 maart 2012: verkoopovereenkomst met Value Partners Ltd. met betrekking tot het 49%-belang dat KBC Asset Management aanhoudt in KBC Goldstate (China). De transactie moet nog worden goedgekeurd door het ministerie van Handel van China en zal geen wezenlijke invloed hebben op de winst en het kapitaal van KBC.
  • • Op 8 maart 2012 heeft de Griekse overheid met succes de omruiloperatie van overheidsobligaties met de private sector afgerond. De uiteindelijke invloed op het resultaat van KBC, rekening houdend met de al geboekte waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties per 31 december 2011 (-71%), is afhankelijk van de reële waarde van de nieuwe obligaties die de obligatiehouders in ruil ontvangen. Die reële waarde wordt mee bepaald door de marktrente op Griekenland op het ogenblik dat de omruiling effectief wordt gerealiseerd. Op 9 maart 2012 heeft de ISDA beslist de Griekse schuldherschikking als een credit event te beschouwen in het kader van de CDS-contracten, aangezien de Griekse overheid de Collective Action Clause heeft gebruikt om onwillige obligatiehouders te verplichten deel te nemen aan de schuldherschikking. In het kader van het engagement dat KBC nam ten aanzien van de retailcliënten van de 5-5-5-obligaties heeft KBC op 31 december 2011 al een voorziening van 334 miljoen euro aangelegd (zie Toelichting 8). De uiteindelijke invloed op het resultaat van KBC is mee afhankelijk van de uitkomst van het veilingproces dat de ISDA op 19 maart organiseert in het kader van de afwikkeling van de CDS-contracten.

sluitingsdag is, op de laatste daaraan voorafgaande bankwerkdag, om 10 uur.

• Het recht van een aandeelhouder om deel te nemen aan de Algemene Vergadering en om er het stemrecht uit te oefenen, wordt slechts verleend op grond van de boekhoudkundige registratie van de aandelen op naam van de aandeelhouder op de registratiedatum, dat is op de veertiende dag voor de Algemene Vergadering om vierentwintig uur Belgische tijd, hetzij door hun inschrijving in het register van de aandelen op naam, hetzij door hun inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van een vereffeningsinstelling, hetzij door voorlegging van de aandelen aan toonder aan een financiële tussenpersoon, ongeacht het aantal aandelen dat de aandeelhouder bezit op de dag van de Algemene Vergadering. Het recht van een houder van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven om deel te nemen aan de Algemene Vergadering wordt op dezelfde wijze slechts verleend op grond van de boekhoudkundige registratie van die effecten op zijn naam, op de registratiedatum. Iedere aandeelhouder en iedere houder van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven die aan de Algemene Vergadering wil deelnemen, moet dat uiterlijk op de zesde dag voor de datum van de Algemene Vergadering melden aan de vennootschap of aan een daartoe door de vennootschap aangestelde persoon met opgave van het aantal effecten waarmee hij wil deelnemen. Wil hij aan de Algemene Vergadering deelnemen met effecten aan toonder of in gedematerialiseerde vorm, dan moet hij er ook voor zorgen dat de vennootschap of een daartoe door de vennootschap aangestelde persoon uiterlijk op dezelfde dag in het bezit wordt gesteld van een attest, afgeleverd door de financiële tussenpersoon, de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling, waaruit blijkt met hoeveel effecten aan toonder of gedematerialiseerde effecten die zijn voorgelegd of die op zijn naam op zijn rekeningen zijn ingeschreven op de registratiedatum, hij heeft aangegeven te willen deelnemen aan de Algemene Vergadering. De voorschriften van dit artikel gelden eveneens voor de houders van winstbewijzen, naargelang zij op naam dan wel gedematerialiseerd zijn, in die gevallen waar zij het recht hebben om de Algemene Vergadering bij te wonen.

3 Vennootschappelijke jaarrekening

De vennootschappelijke (of enkelvoudige) jaarrekening van KBC Groep NV wordt hier voorgesteld in een verkorte versie. De volledige vennootschappelijke jaarrekening wordt aan de Algemene Vergadering van 3 mei 2012 voorgelegd ter goedkeuring.

Conform de wettelijke voorschriften worden de vennootschappelijke jaarrekening, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. Die documenten zijn gratis opvraagbaar bij KBC Groep NV, Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België, en zijn na neerlegging beschikbaar op www.kbc.com.

De commissaris heeft over de vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV een verklaring zonder voorbehoud afgegeven.

De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld rekening houdend met Belgische boekhoudnormen (B-GAAP) en is bijgevolg niet vergelijkbaar met de volgens IFRS opgestelde gegevens uit de andere hoofdstukken van dit verslag.

Balans na winstverdeling (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Vaste activa 16 928 16 493
Financiële vaste activa 16 928 16 493
Verbonden ondernemingen 16 918 16 482
Deelnemingen 16 668 16 232
Vorderingen 250 250
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 11 11
Deelnemingen 1 1
Vorderingen 10 10
Vlottende activa 431 1 907
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 25 21
Handelsvorderingen 0 0
Overige vorderingen 25 20
Geldbeleggingen 370 1 849
Eigen aandelen 369 154
Overige beleggingen 0 1 695
Liquide middelen 26 28
Overlopende rekeningen 10 9
Totaal activa 17 359 18 400
Eigen vermogen 8 198 10 016
Kapitaal 1 245 1 245
Geplaatst kapitaal 1 245 1 245
Uitgiftepremies 4 336 4 337
Reserves 1 445 1 445
Wettelijke reserves 124 125
Onbeschikbare reserves 371 156
Belastingvrije reserves 190 190
Beschikbare reserves 760 975
Overgedragen winst (verlies (-)) 1 171 2 989
Schulden 9 162 8 384
Schulden op meer dan 1 jaar 7 633 6 901
Financiële schulden 7 633 6 901
Achtergestelde leningen 7 000 6 500
Niet-achtergestelde obligatieleningen 633 401
Schulden op ten hoogste 1 jaar 1 491 1 457
Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen 200 730
Financiële schulden 424 113
Kredietinstellingen 240 0
Overige leningen 184 113
Handelsschulden 1 6
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1 1
Bezoldigingen en sociale lasten 1 1
Overige schulden 865 607
Overlopende rekeningen 37 26
Totaal passiva 17 359 18 400

Resultaten (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Bedrijfsopbrengsten 3 2
Andere bedrijfsopbrengsten 3 2
Bedrijfskosten 31 57
Diensten en diverse goederen 27 52
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 4 5
Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies (-)) -28 -56
Financiële opbrengsten 45 3 226
Opbrengsten uit financiële vaste activa 33 3 216
Opbrengsten uit vlottende activa 4 8
Andere financiële opbrengsten 7 3
Financiële kosten 709 921
Kosten van schulden 641 706
Waardeverminderingen op vlottende activa: toevoegingen (terugnemingen (-)) 67 215
Andere financiële kosten 1 1
Winst (Verlies (-)) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting -693 2 249
Uitzonderlijke opbrengsten 0 6
Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa 0 6
Uitzonderlijke kosten 266 434
Waardeverminderingen op financiële vaste activa 266 434
Winst (Verlies (-)) van het boekjaar vóór belasting -959 1 821
Belastingen op het resultaat 0 0
Winst (Verlies (-)) van het boekjaar -959 1 821
Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar -959 1 821

In dit schema worden kosten ook met een positief teken vermeld (in tegenstelling tot de voorstellingswijze van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening).

Resultaatsverwerking (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2010 31-12-2011
Te bestemmen winst (verlies (-)) 1 431 2 992
Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar -959 1 821
Overgedragen winst (verlies (-)) van het vorige boekjaar 2 390 1 171
Toevoeging aan het eigen vermogen 0 0
Aan de wettelijke reserve 0 0
Aan de overige reserves 0 0
Over te dragen winst (verlies (-)) 1 171 2 989
Uit te keren winst 260 3
Vergoeding van het kapitaal 258 3
Bestuurders of zaakvoerders 1 0
Andere rechthebbenden, werknemersparticipatie 0 0

Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het te bestemmen winstsaldo voor 2011 te verdelen zoals in de tabel is aangegeven. Als dat voorstel wordt goedgekeurd, bedraagt het brutodividend 0,01 euro per dividendgerechtigd aandeel over het boekjaar 2011. De Belgische roerende voorheffing bedraagt momenteel 25% (met mogelijkheid van 21% voor aandelen met VV-strip). Voor de berekening van het aantal dividendgerechtigde aandelen (344 619 736) wordt rekening gehouden met de schorsing van dividend op 13 360 577 ingekochte aandelen resulterend uit de voorbije aandeleninkoopprogramma's.

Toelichting 1: Financiële vaste activa (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) Deelnemingen
in verbonden
ondernemingen
Vorderingen
op verbonden
ondernemingen
Deelnemingen in
ondernemingen
waarmee een
deelnemingsverhouding
bestaat
Vorderingen op
ondernemingen
waarmee een
deelnemingsverhouding
bestaat
Boekwaarde 31-12-2010 16 668 250 1 10
Aanschaffingen in 2011 0 0 0 0
Vervreemdingen in 2011 -2 0 0 0
Andere wijzigingen in 2011 -434 0 0 0
Boekwaarde 31-12-2011 16 232 250 1 10

De deelnemingen in verbonden ondernemingen van KBC Groep NV betreffen voornamelijk de participatie in:

  • • KBC Bank NV (99,99%)
  • • KBC Verzekeringen NV (99,99%)
  • • KBC Asset Management NV (48,14%)
  • • KBL European Private Bankers (KBL EPB; 99,91%; verkoopovereenkomst bereikt in oktober 2011, maar nog niet definitief afgerond)
  • • KBC Global Services NV (99,99%).

De voornaamste wijziging in 2011 betreft een bijkomende waardevermindering op de participatie KBL EPB van 434 miljoen euro.

De vorderingen op verbonden ondernemingen betreffen een achtergestelde perpetuele lening aan KBC Bank NV ad 250 miljoen euro. De vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, betreffen het deel van een in 2005 door Nova Ljubljanska banka uitgegeven obligatielening waarop KBC Groep NV heeft ingetekend.

Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen en ontwikkeling van het kapitaal (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2010 Kapitaalverhoging
voor het personeel
Resultaats
aanwending
31-12-2011
Kapitaal 1 245 0 0 1 245
Uitgiftepremies 4 336 0 0 4 337
Reserves 1 445 0 0 1 445
Overgedragen resultaat 1 171 0 1 818 2 989
Eigen vermogen 8 198 1 1 818 10 016

Op 31 december 2011 bereikte het geplaatst maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 1 245 126 541,75 euro, verdeeld in 357 980 313 aandelen. Het maatschappelijk kapitaal is volgestort. In 2011 steeg het maatschappelijk kapitaal met 146 577,60 euro, en het aantal aandelen met 42 120. Die nieuwe aandelen (van het VV-type) werden uitgegeven naar aanleiding van een kapitaalverhoging waartoe de Raad van Bestuur besliste in het kader van het toegestaan kapitaal en waarop alleen de personeelsleden van KBC Groep NV en sommige van zijn Belgische dochterondernemingen konden intekenen. Het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders werd dan ook opgeheven. De aandelen werden uitgegeven tegen 14,63 euro en zijn niet geblokkeerd, aangezien de uitgifteprijs geen korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers van het KBC-aandeel. Met die kapitaalverhoging wil KBC Groep NV de band met zijn personeel en met het personeel van de Belgische dochterondernemingen nauwer aanhalen. Door de geringe omvang van de kapitaalverhoging zijn de financiële gevolgen voor de bestaande aandeelhouders uiterst beperkt. Alle aandelen die in de loop van 2011 werden uitgegeven, zijn ook dividendgerechtigd vanaf boekjaar 2011 (voor uitbetaling dividend in 2012).

Eind 2011 waren er 58 346 625 uitgegeven VV-strips (een VV-strip geeft recht op een verminderde voorheffing op het dividend).

De machtiging voor het toegestaan kapitaal kan nog tot en met 21 mei 2014 worden gebruikt voor een bedrag van 899 208 331,32 euro. Gerekend tegen een fractiewaarde van 3,48 euro per aandeel, kunnen dus nog maximaal 258 393 198 nieuwe aandelen KBC Groep NV ingevolge die machtiging worden uitgegeven.

Toelichting 3: Aandeelhouders

Ontvangen kennisgevingen

Hierna volgt een overzicht van de in 2010 en 2011 ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 10bis van de statuten (beschikbaar op www.kbc.com) van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. We vestigen er de aandacht op dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Kennisgevingen*
ontvangen in 2010 en 2011
Kennisgeving betreft
situatie per
Uitleg Aantal aangehouden
KBC-aandelen
(= stemrechten) op
betreffende datum
% van totale
stemrechten op
betreffende
datum
BlackRock Inc. 2 februari 2010 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 709 212 2,99%
BlackRock Inc. 4 augustus 2010 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 810 030 3,02%
BlackRock Inc. 12 augustus 2010 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 693 173 2,99%
BlackRock Inc. 15 september 2010 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 11 047 165 3,09%
BlackRock Inc. 2 maart 2011 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 701 448 2,99%
BlackRock Inc. 6 juni 2011 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 833 173 3,03%
BlackRock Inc. 23 juni 2011 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 392 675 2,90%
BlackRock Inc. 11 juli 2011 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 840 797 3,03%
BlackRock Inc. 2 december 2011 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 518 102 2,94%

* Details vindt u in de respectieve kennisgevingsformulieren die beschikbaar zijn op www.kbc.com.

Aandeelhouderstructuur op 31 december 2011

In het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per eind 2011, resulterend uit alle ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007.

Eigen aandelen in bezit van vennootschappen behorend tot de KBC-groep

KBC-aandelen bij KBC-groepsmaatschappijen Adres Aantal KBC-aandelen
Bij KBC Group Re SA (Assurisk) Place de la Gare 5, 1616 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg 300
Bij KBC Bank NV* Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 3 919 045
Bij KBC Securities NV Havenlaan 12, 1080 Brussel, België 2
Totaal 3 919 347
In procent van het totaal aantal aandelen 1,1%
Bij KBC Groep NV zelf Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 14 249 707
Totaal, inclusief bij KBC Groep NV zelf 18 169 054
In procent van het totaal aantal aandelen 5,1%

* Rechtstreekse dochteronderneming.

De gemiddelde fractiewaarde van het KBC-aandeel in 2011 bedroeg 3,48 euro. Het aantal eigen aandelen in handen van groepsmaatschappijen veranderde maar minimaal in 2011 (daling van 2 741 aandelen, fractiewaarde 0,009 miljoen euro, of 0,0008% van het geplaatst kapitaal; verkoopprijs van de overgedragen aandelen: 0,1 miljoen euro).

We vestigen er de aandacht op dat de in de tabel opgenomen aantallen aandelen kunnen afwijken van de aantallen die worden vermeld in de kennisgevingen conform de Belgische Wet van 2 mei 2007, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Toelichting 4: Balans

Op 31 december 2011 bedraagt het balanstotaal 18 400 miljoen euro. De financiële vaste activa worden besproken in Toelichting 1. Bij de vlottende activa bedragen de geldbeleggingen 1 849 miljoen euro op 31 december 2011. De toename ten opzichte van 2010 (+1 479 miljoen euro) betreft de belegging op korte termijn van het ontvangen interimdividend van KBC Bank in december 2011.

Het eigen vermogen bedraagt 10 016 miljoen euro op 31 december 2011 en wordt besproken in Toelichting 2.

De Schulden bedragen 8 384 miljoen euro op 31 december 2011, een daling van 778 miljoen euro tegenover 31 december 2010. Binnen de

Toelichting 5: Resultaten

In 2011 bedraagt de nettowinst van KBC Groep NV 1 821 miljoen euro, tegenover een nettoverlies van 959 miljoen in 2010.

De belangrijkste financiële opbrengsten en kosten in 2011 zijn:

  • • de dividendontvangsten uit financiële vaste activa van 3 210 miljoen euro (jaar voordien maar 28 miljoen euro);
  • • de waardevermindering (215 miljoen euro) ten gevolge van de marktwaardering van de eigen aandelen in portefeuille;

Toelichting 6: Vergoeding van de commissaris

KBC Groep NV betaalde in 2011 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 81 200 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten. Voor niet-auditdiensten werd een vergoeding betaald van 269 032 euro,

Toelichting 7: Bijkantoren

KBC Groep NV heeft geen bijkantoren (noch in België, noch in het buitenland).

Toelichting 8: Overige informatie

De vereiste wettelijke informatie (artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen) die hierboven niet werd vermeld, vindt u in het schuldrubrieken zijn er verschuivingen van lange termijn naar korte termijn: het betreft de terugbetaling in 2012 van een niet-achtergestelde lening van 230 miljoen euro, en de overeengekomen terugbetaling van 500 miljoen euro aan kernkapitaaleffecten waarop de Belgische overheid had ingetekend (terugbetaald in januari 2012). De belangrijkste redenen voor de vermindering van de totale schulden liggen bij de te betalen dividenden (-255 miljoen euro), de terugbetaling van een niet-achtergestelde obligatielening (-200 miljoen euro), de aanzuivering van een opgenomen kaskrediet (-240 miljoen euro) en de betaling van een openstaande schuld aan een dochteronderneming (-101 miljoen euro).

  • • de couponbetaling op de aan de Belgische en Vlaamse overheid uitgegeven kernkapitaaleffecten (595 miljoen euro);
  • • de (15%) premie (75 miljoen euro), betaald aan de Belgische overheid, met betrekking tot de terugbetaling van 500 miljoen euro aan kernkapitaaleffecten.

De belangrijkste uitzonderlijke kosten in 2011 betreffen een bijkomende waardevermindering van 434 miljoen euro op KBL EPB.

verdeeld als volgt: andere controleopdrachten: 9 516 euro en andere opdrachten buiten de controleopdrachten: 259 516 euro.

deel Verslag van de Raad van Bestuur. Dat Verslag omvat ook de vereiste Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

4 Overige informatie

Kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest

Sinds eind 2008 heeft KBC Groep NV in totaal voor 7 miljard euro uitgegeven aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, waarop werd ingetekend door de Belgische staat (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De transactie met de Belgische staat werd gesloten in december 2008, terwijl de overeenkomst met het Vlaams Gewest werd afgerond in juli 2009. De opbrengst van die transacties werd gebruikt door KBC om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met 5,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV) en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro (via een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV).

Overige kenmerken van de transacties (vereenvoudigd):

  • • uitgifteprijs: 29,50 euro per effect;
  • • couponrente: het hoogste van (i) 2,51 euro per effect (wat overeenstemt met een interest van 8,5%) en (ii) 120% van het uitgekeerde dividend op gewone aandelen voor 2009 (voor de interestbetaling in 2010) en 125% voor 2010 en de volgende jaren (voor de interestbetaling in 2011 en later); er is geen coupon verschuldigd als er geen dividend wordt uitgekeerd;
  • • terugkoopoptie: KBC Groep NV heeft op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten terug te kopen (onder voorbehoud van goedkeuring door de financiële toezichthouder) tegen 150% van de uitgifteprijs (44,25 euro), contant te betalen;
  • • omruilingsoptie (alleen geldig voor de transactie met de Belgische staat): na afloop van drie jaar (dus vanaf december 2011) heeft KBC Groep NV op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten te ruilen in gewone aandelen op een een-voor-eenbasis; als KBC Groep NV daarvoor kiest, kan de staat opteren voor contante terugbetaling van de effecten. Het contante bedrag zal 115% (i.e. 15% penaltypremie) van de uitgifteprijs bedragen vanaf het vierde jaar en zal elk volgend jaar met 5 procentpunten worden verhoogd tot een maximum van 150%.

Op 2 januari 2012 betaalde KBC een eerste tranche van 500 miljoen euro terug aan de federale overheid, inclusief een penaltypremie van 15% (zie hierboven bij omruilingsoptie). De Vlaamse regering heeft ermee ingestemd om af te zien van haar pari passu-rechten voor die terugbetaling en de bijkomende terugbetalingen die vóór eind 2012 worden uitgevoerd. De vermelde terugbetaling werd al in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011 (verschuiving van 0,5 miljard euro van eigen vermogen naar schulden, en onttrekking van de penaltypremie aan het eigen vermogen door die als een schuld te presenteren).

Garantieovereenkomst voor CDO- en MBIA-gerelateerd risico

In mei 2009 ondertekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan betreft, vereenvoudigd voorgesteld, een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro (nu 13,9 miljard euro, zie verder), en omvat 5,5 miljard euro aan niet-afgedekte super senior CDObeleggingen en 14,4 miljard euro aan tegenpartijrisico op MBIA. De transactie is als volgt gestructureerd (de CDO-portefeuille bestaat uit verschillende CDO's; de garantiestructuur geldt per CDO; de hierna vermelde cijfers betreffen de som van alle CDO's die onder het plan vallen). Opmerking vooraf: aangezien de CDO-blootstelling ondertussen is gedaald, zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd. Hierna worden telkens bedragen voor 31 december 2011 en het oorspronkelijke bedrag vermeld:

  • • eerste tranche ad 1,9 miljard euro (oorspronkelijk 3,2 miljard euro): alle kredietverliezen worden gedragen door KBC;
  • • tweede tranche ad 1,6 miljard euro (oorspronkelijk 2,0 miljard euro): kredietverliezen worden gedragen door KBC; KBC heeft de optie om aan de Belgische staat te vragen in te schrijven op nieuw uitgegeven KBC-aandelen tegen marktwaarde, voor 90% van het verlies in deze tranche (KBC behoudt 10% eigen risico);
  • • derde tranche ad 10,3 miljard euro (oorspronkelijk 14,8 miljard euro): de kredietverliezen worden voor 90% in contanten gecompenseerd door de Belgische staat (KBC behoudt 10% risico).

Door die overeenkomst wordt de mogelijke negatieve invloed van de betreffende MBIA- en CDO-risico's voor een aanzienlijk deel uitgeschakeld. Er blijft niettemin resultaatsvolatiliteit in de toekomst, aangezien bijvoorbeeld stijgende of dalende marktwaarden ertoe kunnen leiden dat bestaande waardeverliezen worden teruggeboekt of vermeerderd. In elk geval wordt het gecumuleerde totaal van waardeverliezen afgetopt door de garantieovereenkomst (waarbij KBC, zoals vermeld, wel een eigenrisicodeel moet dragen). KBC moet voor die garantieregeling een premie betalen. Meer informatie over de invloed daarvan op de winsten-verliesrekening vindt u in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

CAD-ratio

[reglementair eigen vermogen] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Dekkingsratio

[bijzondere waardeverminderingen op kredieten] / [uitstaande nonperforming kredieten]. Voor een definitie van non-performing, zie Non-performing ratio. De teller kan in voorkomend geval worden beperkt tot de individuele bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten.

Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel

[eigen vermogen van de aandeelhouders] / [aantal gewone aandelen, min eigen aandelen (per einde periode)].

Gecombineerde ratio (schadeverzekeringen)

[verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / verdiende verzekeringspremies] + [bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering).

Kosten-inkomstenratio

[exploitatiekosten van de bankactiviteiten] / [totale opbrengsten van de bankactiviteiten].

Kredietkostenratio

[nettowijziging in de bijzondere waardeverminderingen voor kredietrisico's] / [gemiddelde uitstaande kredietportefeuille]. De kredietportefeuille wordt gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (overheidsobligaties zijn bijvoorbeeld niet inbegrepen).

Marktkapitalisatie

[slotkoers KBC-aandeel] x [aantal gewone aandelen].

Nettorentemarge van de groep

[onderliggende nettorente-inkomsten van de bankactiviteiten] / [gemiddelde rentedragende activa van de bankactiviteiten].

Non-performing ratio

[uitstaand bedrag van non-performing kredieten (leningen waarvan rente- of hoofdsombetalingen meer dan 90 dagen achterstallig of in overschrijding zijn)] / [totale uitstaande kredietportefeuille].

Rendement op eigen vermogen

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddeld eigen vermogen van de aandeelhouders, exclusief de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Rendement op toegewezen eigen vermogen, van een divisie

[resultaat na belastingen (inclusief belangen van derden) van een divisie, aangepast om rekening te houden met toegewezen in plaats van effectief eigen vermogen] / [gemiddeld toegewezen eigen vermogen van de divisie]. Het resultaat van een divisie is de som van het nettoresultaat van alle ondernemingen die tot die divisie behoren, aangepast voor toegewezen centrale overheadkosten en de financieringskosten op betaalde goodwill. Het aan een divisie toegewezen kapitaal is gebaseerd op de risicogewogen activa voor bankactiviteiten en risicogewogen-activa-equivalenten voor verzekeringsactiviteiten.

Solvabiliteitsratio, verzekeringsactiviteiten

[beschikbaar solvabiliteitskapitaal] / [vereist solvabiliteitskapitaal].

(Core) Tier 1-ratio

[Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Voor de berekening van de core Tier 1-ratio wordt in de teller geen rekening gehouden met hybride instrumenten (wel met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid).

Winst per aandeel, gewoon

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Winst per aandeel, verwaterd

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, gecorrigeerd voor rente-uitgaven (na belastingen) op niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, min eigen aandelen, plus verwaterend effect van opties (aantal aandelenopties die zijn toegekend aan het personeel met een uitoefenprijs onder de marktprijs) en niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

"Ik, Luc Popelier, chief financial officer van de KBC-groep, verklaar namens het Directiecomité van KBC Groep NV dat, voor zover mij bekend, de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden."

Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2011

Naam Zetel Nationaal
identificatie
nummer
Gehouden deel
van het kapitaal
op groepsniveau (%)*
KBC Bank: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBC Bank NV Brussel – BE 0462.920.226 100
Commercial bank "Absolut Bank" (ZAO) Moskou – RU 99
Limited liability company "Absolut Leasing" Moskou – RU 99
Limited liability company Leasing company "Absolut" Moskou – RU 99
Antwerpse Diamantbank NV Antwerpen – BE 0404.465.551 100
ADB Asia Pacific Limited Singapore – SG 100
Banque Diamantaire (Suisse) SA Genève – CH 100
CBC Banque SA Brussel – BE 0403.211.380 100
Cˇeskoslovenská Obchodná Banka a.s. Bratislava – SK 100
Cˇ SOB Asset Management, správ. spol., a.s. Bratislava – SK 100
Cˇ SOB Factoring a.s. Bratislava – SK 100
Cˇ SOB Leasing a.s. Bratislava – SK 100
Cˇ SOB Leasing Poist'ovaci Maklér s.r.o. Bratislava – SK 100
Cˇ SOB Stavebná Sporitel'nˇa a.s. Bratislava – SK 100
Istrofinance s.r.o. Bratislava – SK 100
Cˇeskoslovenská Obchodní Banka a.s. Praag – CZ 100
Auxilium a.s. Praag – CZ 100
Bankovní Informacˇní Technologie s.r.o. Praag – CZ 100
Centrum Radlická a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Asset Management a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Factoring a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Investicˇní Spolecˇnost a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Investment Banking Service a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Leasing a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Leasing Pojist'ovaci Maklér s.r.o. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Penzijní fond Stabilita a.s. Praag – CZ 100
Cˇ SOB Property Fund a.s. Praag – CZ 100
Merrion Properties a.s. Praag – CZ 100
Property Skalika s.r.o. Bratislava – SK 100
Hypotecˇní Banka a.s. Praag – CZ 100
CIBANK AD Sofia – BG 100
Management of Assets for Sale – 2 EOOD Sofia – BG 100
Katarino Spa Hotel EAD Sofia – BG 100
IIB Finance Ireland Dublin – IE 100
KBC Finance Ireland Dublin – IE 100
KBC Asset Management NV Brussel – BE 0469.444.267 100
KBC Asset Management SA Luxemburg – LU 100
KBC Fund Management Limited Dublin – IE 100
KBC Participations Renta B Luxemburg – LU 100
KBC Participations Renta C Luxemburg – LU 100
KBC Participations Renta SA Luxemburg – LU 100
KBC Towarzystwo Funduszy Inwestycyjnych a.s. Warschau – PL 94
KBC Bank Deutschland AG Bremen – DE 100
KBC Bank Funding LLC II New York – US 100
KBC Bank Funding LLC III New York – US 100
KBC Bank Funding LLC IV New York – US 100
KBC Bank Funding Trust II New York – US 100
KBC Bank Funding Trust III New York – US 100
KBC Bank Funding Trust IV New York – US 100
KBC Bank Ireland Plc. Dublin – IE 100
Bencrest Properties Limited Dublin – IE 100
Boar Lane Nominee (Number 1) Limited Dublin – IE 100
Boar Lane Nominee (Number 2) Limited Dublin – IE 100
Boar Lane Nominee (Number 3) Limited Dublin – IE 100
Danube Holdings Limited Dublin – IE 100
Fermion Limited Dublin – IE 100
Glare Nominee Limited Dublin – IE 100
IIB Finance Limited Dublin – IE 100
IIB Asset Finance Limited Dublin – IE 100
IIB Commercial Finance Limited Dublin – IE 100
IIB Leasing Limited Dublin – IE 100
Lease Services Limited Dublin – IE 100
IIB Homeloans and Finance Limited Dublin – IE 100
Cluster Properties Company Dublin – IE 100
Demilune Limited Dublin – IE 100
KBC Homeloans and Finance Limited Dublin – IE 100
Nationaal Gehouden deel
Naam Zetel identificatie
nummer
van het kapitaal
op groepsniveau (%)*
Premier Homeloans Limited Surrey – GB 100
Intercontinental Finance Dublin – IE 100
Irish Homeloans and Finance Limited Dublin – IE 100
KBC Mortgage Finance Dublin – IE 100
KBC Nominees Limited Dublin – IE 100
Linkway Developments Limited Dublin – IE 100
Maurevel Investment Company Limited Dublin – IE 100
Merrion Commercial Leasing Limited Surrey – GB 100
Merrion Equipment Finance Limited Surrey – GB 100
Merrion Leasing Assets Limited Surrey – GB 100
Merrion Leasing Finance Limited Surrey – GB 100
Merrion Leasing Industrial Limited Surrey – GB 100
Merrion Leasing Limited Surrey – GB 100
Merrion Leasing Services Limited
Monastersky Limited
Surrey – GB
Dublin – IE

100
100
Needwood Properties Limited Dublin – IE 100
Phoenix Funding 2 Limited Dublin – IE 100
Phoenix Funding 3 Limited Dublin – IE 100
Phoenix Funding 4 Limited Dublin – IE 100
Quintor Limited Dublin – IE 100
Rolata Limited Douglas – IM 100
KBC Clearing NV Amsterdam – NL 100
KBC Commercial Finance NV Brussel – BE 0403.278.488 100
KBC Consumer Finance NV Brussel – BE 0473.404.540 100
KBC Credit Investments NV Brussel – BE 0887.849.512 100
KBC Financial Products UK Limited Londen – GB 100
Baker Street Finance Limited Jersey – GB 100
Baker Street USD Finance Limited Jersey – GB 100
Dorset Street Finance Limited Jersey – GB 100
Hanover Street Finance Limited
KBC Financial Products Hong Kong Limited
Jersey – GB
Hongkong – HK

100
100
Pembridge Square Limited Jersey – GB 100
Regent Street Finance Limited Jersey – GB 100
Sydney Street Finance Limited Jersey – GB 100
KBC Financial Holding Inc. Wilmington – US 100
KBC Financial Products (Cayman Islands) Limited "Cayman I" George Town – KY 100
KBC Financial Products USA Inc. Wilmington – US 100
Pacifica Group LLC Wilmington – US 100
Equity Key LLC Wilmington – US 100
Equity Key Real Estate Option LLC San Diego – US 100
EK002 LLC San Diego – US 100
EK003 LLC San Diego – US 100
EK045 LLC San Diego – US 100
Lonsdale LLC Wilmington – US 100
Midas Life Settlements LLC
Upright RM Holdings LLC
Delaware – US
New York – US

100
100
Reverse Mortgage Trust I New York – US 100
Upright Holdings FP Inc. New York – US 100
World Alliance Financial Corporation New York – US 100
KBC Financial Products International Limited "Cayman III" George Town – KY 100
KBC Investments Hong Kong Limited Hongkong – HK 100
KBC Investments Asia Limited Hongkong – HK 100
KBC Investments Cayman Islands Limited "Cayman IV" George Town – KY 100
KBC Investments Cayman Islands V Limited George Town – KY 100
KBC Investments Limited Londen – GB 100
KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV Rotterdam – NL 100
KBC Lease Holding NV Leuven – BE 0403.272.253 100
Fitraco NV Leuven – BE 0425.012.626 100
KBC Autolease NV Leuven – BE 0422.562.385 100
KBC Bail France sas Lyon – FR 100
KBC Bail Immobilier France sas Parijs – FR 100
KBC Immolease NV Leuven – BE 0444.058.872 100
KBC Lease Belgium NV Leuven – BE 0426.403.684 100
KBC Autolease Polska Sp z.o.o.
KBC Lease France SA
Warschau – PL
Lyon – FR

100
100
KBC Lease (Nederland) BV Bussum – NL 100
KBC Lease (UK) Limited Surrey – GB 100
KBC Lease (Deutschland) GmbH & Co. KG Kronberg – DE 92
KBC Lease (Deutschland) Vermietungs GmbH Kronberg – DE 92
KBC Vendor Lease (Deutschland) Service GmbH Kronberg – DE 92
Nationaal Gehouden deel
Naam Zetel identificatie
nummer
van het kapitaal
op groepsniveau (%)*
KBC Vendor Finance (Deutschland) GmbH Kronberg – DE 92
Protection One Service GmbH Kronberg – DE 92
KBC Lease (Deutschland) Verwaltungs GmbH Kronberg – DE 76
KBC Lease España SA Madrid – ES 100
KBC Lease Italia S.p.A. Verona – IT 100
KBC Lease (Luxembourg) SA Bertrange – LU 100
Romstal Leasing IFN SA Boekarest – RO 100
Securitas sam Monaco – MC 100
KBC North American Finance Corporation New York – US 100
KBC Private Equity NV Brussel – BE 0403.226.228 100
Boxco NV Harelbeke – BE 0874.529.234 95
Allbox NV Harelbeke – BE 0417.348.339 95
Degen Emballages SA Herstal – BE 0425.206.230 95
Verkoopkantoor Allbox en Desouter NV Harelbeke – BE 0419.278.540 95
Descar NV Harelbeke – BE 0405.322.613 95
Dynaco Group NV Moorsel – BE 0893.428.495 89,54
Dynaco Europe NV Moorsel – BE 0439.752.567 89,54
Dynaco USA Inc. Mundelein – US 89,54
KBC ARKIV NV Brussel – BE 0878.498.316 52
2 B Delighted NV Roeselare – BE 0891.731.886 99,58
Wever & Ducré NV Roeselare – BE 0412.881.191 99,58
Asia Pacific Trading & Investment Co Limited Hongkong – HK 99,58
Dark NV Roeselare – BE 0472.730.389 99,58
Limis Beyond Light NV Roeselare – BE 0806.059.310 99,58
Wever & Ducré BV Den Haag – NL 99,58
Wever & Ducré GmbH Herzogenrath – DE 99,58
Wever & Ducré Iluminación SL
KBC Real Estate Luxembourg SA
Madrid – ES
Luxemburg – LU

99,58
100
KBC Real Estate NV Brussel – BE 0404.040.632 100
Almafin Real Estate NV Brussel – BE 0403.355.494 100
Almafin Real Estate Services NV Brussel – BE 0416.030.525 100
Immo Arenberg NV Brussel – BE 0471.901.337 100
Julienne Holdings S.à.r.l. Luxemburg – LU 93
Julie LH BVBA Brussel – BE 0890.935.201 93
Juliette FH BVBA Brussel – BE 0890.935.397 93
KBC Vastgoedinvesteringen NV Brussel – BE 0455.916.925 100
KBC Vastgoedportefeuille België NV Brussel – BE 0438.007.854 100
KBC Rusthuisvastgoed NV Brussel – BE 0864.798.253 100
Novoli Investors BV Amsterdam – NL 83,33
Poelaert Invest NV Brussel – BE 0478.381.531 100
Vastgoed Ruimte Noord NV Brussel – BE 0863.201.515 100
KBC Securities NV Brussel – BE 0437.060.521 100
Patria Finance a.s. Praag – CZ 100
Patria Direct a.s. Praag – CZ 100
K&H Bank Zrt. Boedapest – HU 100
K&H Csoportszolgáltató Központ Kft. Boedapest – HU 100
K&H Equities Consulting Private Limited Company Boedapest – HU 100
K&H Értékpapir Befektetési Alapkezelo˝ Zrt. Boedapest – HU 100
K&H Factor Zrt. Boedapest – HU 100
K&H Alkusz Kft. Boedapest – HU 100
K&H Autófinanszirozó Pénzügyí Szolgáltató Zrt. Boedapest – HU 100
K&H Autópark Bérleti és Szolgáltató Kft. Boedapest – HU 100
K&H Eszközfinanszírozó Zrt. Boedapest – HU 100
K&H Eszközlizing Gép-és Thrgj. Bérleti Kft. Boedapest – HU 100
K&H Ingatlanlizing Zrt. Boedapest – HU 100
K&H Lizing Zrt. Boedapest – HU 100
Kredyt Bank SA Warschau – PL 80
Kredyt Lease SA Warschau – PL 80
Kredyt Trade Sp z.o.o.
Reliz SA
Warschau – PL
Katowice – PL

80
80
Loan Invest NV "Institutionele VBS naar Belgisch recht" Brussel – BE 0889.054.884 100
Old Broad Street Invest NV Brussel – BE 0871.247.565 100
111 OBS Limited Partnership Londen – GB 100
111 OBS (General Partner) Limited Londen – GB 100
Z˙agiel SA Warschau – PL 100
KBC Bank: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden
111 OBS (Nominee) Limited1 Londen – GB 100
2 B Delighted Italia Srl1 Torino – IT 99,58
Aldersgate Finance Limited1 Jersey – GB 100
Almaloisir & Immobilier sas1 Nice – FR 100
Nationaal Gehouden deel
identificatie van het kapitaal
Naam Zetel nummer op groepsniveau (%)*
Apicinq NV1 Brussel – BE 0469.891.457 100
Apitri NV1 Brussel – BE 0469.889.873 100
Applied Maths Inc.1 Austin – US 65,92
Applied Maths NV1 Sint-Martens-Latem – BE 0453.444.712 65,92
Avebury Limited1 Dublin – IE 100
Bankowy Fundusz Inwestycyjny Serwis Sp z.o.o.1 Warschau – PL 80
Brussels North Distribution NV1 Brussel – BE 0476.212.887 100
Clifton Finance Street Limited1 Jersey – GB 100
Cˇ SOB Nadácia1 Bratislava – SK 100
Dala Beheer BV1 Amsterdam – NL 100
Dala Property Holding III BV1 Amsterdam – NL 100
Dala Property Holding XV BV1 Amsterdam – NL 100
Di Legno Interiors NV1 Genk – BE 0462.681.783 62,50
DLI International NV1 Genk – BE 0892.881.535 62,50
Eurincasso s.r.o.1 Praag – CZ 100
Fulham Road Finance Limited1 Jersey – GB 100
Gulliver Kereskedelmi és Szolgáltató Kft.1 Boedapest – HU 100
Immo-Antares NV2 Brussel – BE 0456.398.361 100
Immo-Basilix NV2 Brussel – BE 0453.348.801 100
Immo-Beaulieu NV2 Brussel – BE 0450.193.133 50
Immobilière Distri-Land NV2 Brussel – BE 0436.440.909 87,52
Immo Genk-Zuid NV2 Brussel – BE 0464.358.497 100
Immo Kolonel Bourgstraat NV2 Brussel – BE 0461.139.879 50
Immolease-Trust NV1 Brussel – BE 0406.403.076 100
Immo Lux-Airport SA2 Luxemburg – LU 100
Immo Marcel Thiry NV2 Brussel – BE 0450.997.441 100
Immo NamOtt NV2 Brussel – BE 0840.412.849 100
Immo NamOtt Tréfonds NV1 Brussel – BE 0840.620.014 100
Immo-Quinto NV1 Brussel – BE 0466.000.470 100
Immo Zenobe Gramme NV2 Brussel – BE 0456.572.664 100
IPCOS BV1 Boxtel – NL 60
IPCOS NV1 Heverlee – BE 0454.964.840 60
IPCOS (UK) Ltd.1 Cambridge – GB 60
IPCOS Engineering Solutions Pvt. Ltd.1 Chandigarh – IN 60
KB-Consult NV1 Brussel – BE 0437.623.220 100
KBC Alternative Investment Limited1 Londen – GB 100
KBC Diversified Fund (part of KBC AIM Master Fund)1 George Town – KY 100
KBC Financial Services (Ireland) Limited1 Dublin – IE 100
KBC International Finance NV1 Rotterdam – NL 100
KBC Life Harvest Capital Fund1 Dublin – IE 67,92
KBC Life Opportunity Fund1 Dublin – IE 100
KBC Private Equity Advisory Services Limited Liability Company1 Boedapest – HU 100
KBC Private Equity Advisory Services Sp.z.o.o.1 Warschau – PL 100
KBC Securities LLC1 Moskou – RU 100
KBC Structured Finance Limited1 Sydney – AU 100
Kredietfinance Corporation (June) Limited1 Surrey – GB 100
Kredietfinance Corporation (September) Limited1 Surrey – GB 100
Kredietlease (UK) Limited1 Surrey – GB 100
Kredyt Bank SA i TUiR WARTA SA1
Warschau – PL 90
Lancier LLC1 Delaware – US 100
Limited liability company "Absolut Capital"1 Moskou – RU 95
LIZAR Sp z.o.o.1 Warschau – PL 80
Luxembourg North Distribution SA1 Luxemburg – LU 100
Mechelen City Center NV1 Brussel – BE 0471.562.332 100
Mezzafinance NV1 Brussel – BE 0453.042.260 100
Motokov a.s.1 Praag – CZ 69,10
Newcourt Street Finance Limited1 Jersey – GB 100
NV ACTIEF NV1 Brussel – BE 0824.213.750 57,14
Oxford Street Finance Limited1 Jersey – GB 100
Patria Finance CF a.s.1 Praag – CZ 100
Patria Finance Online a.s.1 Praag – CZ 100
Patria Finance Slovakia a.s.1 Bratislava – SK 100
Pericles Invest NV1 Brussel – BE 0871.593.005 100
Property LM s.r.o.1 Bratislava – SK 100
Quasar Securitisation Company NV1 Brussel – BE 0475.526.860 100
Quercus Scientific NV1 Sint-Martens-Latem – BE 0884.920.310 65,92
Radiant Limited Partnership1 Jersey – GB 80
Risk Kft.1 Boedapest – HU 100
Servipolis Management Company NV1 Zaventem – BE 0442.552.206 70
Sicalis BV1 Amsterdam – NL 100
Nationaal Gehouden deel
Naam Zetel identificatie
nummer
van het kapitaal
op groepsniveau (%)*
TEE Square Limited1
Maagdeneilanden – VG 100
Tormenta Investment Sp.z.o.o.1 Warschau – PL 100
Vermögensverwaltungsgesellschaft Merkur mbH1 Bremen – DE 100
Weyveld Vastgoedmaatschappij NV1 Brussel – BE 0425.517.818 100
Willowvale Company1 Dublin – IE 100
Zipp Skutery Sp.z.o.o.1 Przasnysz – PL 100
KBC Bank: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
Cˇeskomoravská Stavební Sporˇitelna (CMSS) Praag – CZ 55
Immobiliare Novoli S.p.A. Firenze – IT 44,98
KBC Goldstate Fund Management Co. Limited Sjanghai – CN 49
Union KBC Asset Management Private Limited Mumbai – IN 49
KBC Bank: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
Atrium Development SA Luxemburg – LU 25
Barbarahof NV Leuven – BE 0880.789.197 30
Consorzio Sandonato Est. Firenze – IT 20,32
Covent Garden Development NV Brussel – BE 0892.236.187 25
Covent Garden Real Estate NV Zaventem – BE 0872.941.897 50
Flex Park Prague s.r.o. Praag – CZ 50
FM-A Invest NV Diegem – BE 0460.902.725 50
Jesmond Amsterdam NV Amsterdam – NL 50
Miedziana Sp z.o.o. Warschau – PL 47,75
Panton Kortenberg Vastgoed NV "Pako Vastgoed" Sint-Niklaas – BE 0437.938.766 50
Amdale Holdings Limited NV Diegem – BE 0452.146.563 50
Pakobo NV Diegem – BE 0474.569.526 50
Rumst Logistics NV Diegem – BE 0862.457.583 50
Perifund NV Brussel – BE 0465.369.673 50
Prague Real Estate NV Zaventem – BE 0876.309.678 50
Real Estate Participation NV Zaventem – BE 0473.018.817 50
Resiterra NV Leuven – BE 0460.925.588 50
Rumst Logistics II NV Diegem – BE 0880.830.076 50
Rumst Logistics III NV Diegem – BE 0860.829.383 50
Sandonato Parcheggi Srl Firenze – IT 44,98
Sandonato Srl Firenze – IT 44,98
UNION KBC Trustee Company Private Limited Mumbai – IN 49
Val d'Europe Holding NV Zaventem – BE 0808.932.092 45
Val d'Europe Invest sas Parijs – FR 45
Xiongwei Lighting (Guangzhou) Co., Ltd. Guangzhou – CN 49,79
KBC Bank: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
Giro Elszámolásforgáltátó Rt. Boedapest – HU 20,99
HAGE Hajdúsági Agráripari Részvénytársaság Nádudvar – HU 25
K&H Lizingház Zrt. (in vereffening) Boedapest – HU 100
Nova Ljubljanska banka d.d. Ljubljana – SI 25
KBC Bank: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1
Bancontact-MisterCash NV Brussel – BE 0884.499.250 20
Banking Funding Company NV Brussel – BE 0884.525.182 20,93
BCC Corporate NV Brussel – BE 0883.523.807 23,95
Bedrijvencentrum Regio Roeselare NV Roeselare – BE 0428.378.724 22,22
Bedrijvencentrum Rupelstreek NV Aartselaar – BE 0427.329.936 33,33
Czech Banking Credit Bureau a.s. Praag – CZ 20
Etoiles d'Europe sas Parijs – FR 45
Isabel NV Brussel – BE 0455.530.509 25,33
Justinvest NV Antwerpen – BE 0476.658.097 33,33
První Certifikacˇni Autorita a.s. Praag – CZ 23,25
Rabot Invest NV Antwerpen – BE 0479.758.733 25
Sea Gate Logistics NV Aalst – BE 0480.040.627 25
Xenarjo cvba Mechelen – BE 0899.749.531 22,95
KBC Verzekeringen: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBC Verzekeringen NV Leuven – BE 0403.552.563 100
ADD NV Heverlee – BE 0406.080.350 100
KBC Group Re SA Luxemburg – LU 100
Anglesea Financial Products Limited Dublin – IE 100
KBC Financial Indemnity Insurance SA Luxemburg – LU 100
Cˇ SOB Pojišt'ovna a.s. Pardubice – CZ 100
Cˇ SOB Poist'ovnˇ a a.s. Bratislava – SK 100
Double U Building BV Rotterdam – NL 100
DZI Insurance Plc. Sofia – BG 99,95
DZI – General Insurance JSC Sofia – BG 99,95
DZI – Health Insurance AD Sofia – BG 99,95
Fidea NV Antwerpen – BE 0406.006.069 100
Groep VAB NV Zwijndrecht – BE 0456.267.594 74,81
Nationaal Gehouden deel
identificatie van het kapitaal
Naam Zetel nummer op groepsniveau (%)*
VAB Rijschool NV Sint-Niklaas – BE 0448.109.811 74,81
VAB NV Zwijndrecht – BE 0436.267.594 74,80
K&H Biztosító Zrt. Boedapest – HU 100
KBC Banka A.D. Beograd Belgrado – RS 100
KBC Life Fund Management SA Luxemburg – LU 100
KBC Verzekeringen Vastgoed Nederland I BV Rotterdam – NL 100
Towarzystwo Ubezpieczen' i Reasekuracji WARTA SA Warschau – PL 100
KBC Alpha SFIO Warschau – PL 100
PTE Warta SA Warschau – PL 100
Towarzystwo Ubezpieczen' na Z˙ ycie WARTA SA Warschau – PL 100
KBC Verzekeringen: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1
Almarisk NV Merelbeke – BE 0420.104.030 100
Brika 2000 NV Hoboken – BE 0471.300.531 74,81
Car Dent Benelux NV
Cˇ SOB Insurance Service Limited
Zwijndrecht – BE 0460.861.351 74,81
Pardubice – CZ 100
Depannage 2000 NV Hoboken – BE 0403.992.429 74,81
Fundacja WARTA Warschau – PL 100
Gdynia America Shipping Lines (London) Limited Londen – GB 73,68
Immo Campus Blairon NV Brussel – BE 0475.910.902 100
KBC Life Fund Management Ireland Limited Dublin – IE 99
KBC Zakenkantoor NV Leuven – BE 0462.315.361 100
Maatschappij voor Brandherverzekering cvba Leuven – BE 0403.552.761 90,55
Net Fund Administration Sp z.o.o. Warschau – PL 99,22
Omnia NV Leuven – BE 0413.646.305 100
Probemo Dubbele Bedieningen NV Sint-Niklaas – BE 0435.357.180 74,81
Rijscholen Sanderus NV Mechelen – BE 0413.004.719 74,81
Rij Wijs BVBA Zwijndrecht – BE 0861.204.701 74,81
VAB Fleet Services NV Zwijndrecht – BE 0866.583.053 52,19
WARTA Finance SA Warschau – PL 100
WARTA 24 Plus Sp.z.o.o. Warschau – PL 100
WARTA Nieruchomos'ci Sp.z.o.o. Warschau – PL 100
24+ NV Zwijndrecht – BE 0895.810.836 87,40
KBC Verzekeringen: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
NLB Vita d.d. Ljubljana – SI 50
KBC Verzekeringen: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
Sepia NV Brussel – BE 0403.251.467 50
KBC Verzekeringen: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
KBC Verzekeringen: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1
AIA-Pool cvba Brussel – BE 0453.634.752 33,47
AssurCard NV Leuven – BE 0475.433.127 33,33
Optimobil Belgium NV Brussel – BE 0471.868.277 25,33
KBL EPB: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBL European Private Bankers SA Luxemburg – LU 99,91
Brown, Shipley & Co. Limited Londen – GB 99,91
Cawood Smithie & Co. Londen – GB 99,91
Fairmount Pension Trustee Limited Londen – GB 99,91
Fairmount Trustee Services Limited Leatherhead – GB 99,91
Slark Trustee Company Leatherhead – GB 99,91
The Brown Shipley Pension Portfolio Limited Londen – GB 99,91
White Rose Nominee Limited Londen – GB 99,91
Fidef Ingénierie Patrimoniale SA La Rochelle – FR 99,91
Financière et Immobilière SA Luxemburg – LU 99,91
KB Lux Immo SA Luxemburg – LU 99,91
Centre Europe SA Luxemburg – LU 99,91
Rocher Limited Douglas – IM 99,91
sci KB Luxembourg Immo III (Monaco) Monaco – MC 99,91
KBL Beteiligungs AG Mainz – DE 99,91
Merck Finck & Co. München – DE 99,91
Merck Finck Pension Fund München – DE 99,91
Merck Finck Treuhand AG München – DE 99,91
Modernisierungsgesellschaft Lübecker Strasse Mainz – DE 78,99
KBL Monaco Private Bankers SA Monaco – MC 99,91
sci KB Luxembourg Immo I (Monaco) Monaco – MC 99,91
KBL Monaco Conseil et Courtage en Assurance Monaco – MC 99,91
KBL Richelieu Banque Privée SA Parijs – FR 99,91
KBL France Gestion Parijs – FR 99,91
S.E.V. Parijs – FR 68,92
Kredietbank Informatique GIE Luxemburg – LU 99,91
KBL (Switzerland) Ltd. Genève – CH 99,90
Naam Zetel Nationaal
identificatie
nummer
Gehouden deel
van het kapitaal
op groepsniveau (%)*
Privagest SA Genève – CH 99,90
Kredietrust Luxembourg SA Luxemburg – LU 99,91
Puilaetco Dewaay Private Bankers SA Brussel – BE 0403.236.126 99,91
Banque Puilaetco Luxembourg SA Luxemburg – LU 99,91
Theodoor Gilissen Bankiers NV Amsterdam – NL 99,91
Lange Voorbehout BV Amsterdam – NL 99,91
Stroeve Asset Mangement BV Amsterdam – NL 99,91
TG Fund Management BV Amsterdam – NL 99,91
TG Ventures BV Amsterdam – NL 99,91
Theodoor Gilissen Global Custody BV Amsterdam – NL 99,91
Theodoor Gilissen Trust BV Amsterdam – NL 99,91
Wereldeffect BV Amsterdam – NL 99,91
VITIS Life SA Luxemburg – LU 99,91
KBL EPB: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1
Data Office Leuven – BE 0413.719.252 99,91
Plateau Real Estate Limited Douglas – IM 99,91
sci KB Luxembourg Immo II (Monaco) Monaco – MC 99,91
Steubag Gesellschaft für Betriebswirtschafts- und Bankendienstleistungsberatung in
Rheinland-Pfalz mbH Mainz
Mainz – DE 99,91
KBL EPB: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden

KBL EPB: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
KBL EPB: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
EFA Partners SA Luxemburg – LU 52,65
European Fund Administration SA Luxemburg – LU 51,09
European Fund Administration France sas Parijs – FR 52,65
KBL EPB: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1
Damsigt scp Utrecht – NL 24,56
Forest Value Management Investment SA Luxemburg – LU 26,67
KBC Groep: dochterondernemingen die integraal geconsolideerd worden
KBC Groep NV Brussel – BE 0403.227.515 100
KBC Bank NV Brussel – BE 0462.920.226 100
KBC Global Services NV Brussel – BE 0465.746.488 100
KBC Verzekeringen NV Brussel – BE 0403.552.563 100
KBL European Private Bankers SA Luxemburg – LU 99,91
Kredietcorp SA Luxemburg – LU 100
RTI Invest Kft. Boedapest – HU 100
ValueSource NV Brussel – BE 0472.685.453 100
ValueSource Technologies Private Limited Alwarpet – IN 100
KBC Groep: dochterondernemingen die niet integraal geconsolideerd worden1
Gebema NV Brussel – BE 0461.454.338 100
KBC Groep: gemeenschappelijke dochterondernemingen die evenredig geconsolideerd worden
KBC Groep: gemeenschappelijke dochterondernemingen die niet evenredig geconsolideerd worden1
KBC Groep: ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
KBC Groep: ondernemingen die niet worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode1

* Opmerking: Special Purpose Vehicles (SPV's) opgericht door KBC worden in het overzicht van de dochterondernemingen voorgesteld als met een gehouden deel van het kapitaal op groepsniveau van 100% als ze voldoen aan de consolidatieregels van IFRS (SIC-12). Die regels houden onder meer rekening met de besluitvormingsbevoegdheden van het beheersorgaan van die SPV's.

Reden voor uitsluiting:

1 Te verwaarlozen betekenis.

2 Vastgoedcertificaten en maatschappijen waarbij het resultaat niet wordt toegewezen aan de groep.

Een onderneming die voor consolidatie in aanmerking komt, wordt ook werkelijk in consolidatie opgenomen als twee van de volgende criteria worden overschreden:

• het deel van de groep in het eigen vermogen overschrijdt 2,5 miljoen euro;

• het deel van de groep in het resultaat overschrijdt 1 miljoen euro;

• het balanstotaal overschrijdt 100 miljoen euro.

Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal.

U vindt de meest recente versie van de lijst op www.kbc.com.

Contactgegevens

KBC-Telecenter

(voor informatie over producten, diensten en publicaties van de KBC-groep; op werkdagen van 8 tot 22 uur, op zaterdag en banksluitingsdagen van 9 tot 17 uur)
+32 78 152 153 (Nederlands), +32 78 152 154 (Frans, Engels, Duits)
[email protected]
Investor Relations Office
[email protected]
www.kbc.com
KBC Groep NV, Investor Relations Office – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
Pers
Viviane Huybrecht (directeur Communicatie Groep, woordvoerster)
[email protected]
www.kbc.com
KBC Groep NV, Communicatie Groep – GCM, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België

Communicatie met aandeelhouders

KBC wil zo transparant en open mogelijk met zijn aandeelhouders communiceren. Tijdens het boekjaar organiseert de groep daarvoor diverse contactmogelijkheden tussen het management en de beleggers/aandeelhouders. Het gaat dan onder meer over beleggersevents, conferenties, roadshows of Investor Days, waarop specifieke items naar voren worden geschoven. Dergelijke contacten worden begeleid vanuit de dienst Investor Relations, die het hele jaar door ook vragen van beleggers behartigt. De groep verspreidt bovendien het hele jaar door informatie via onder meer persberichten en presentaties, en stelt ter gelegenheid van de bekendmaking van de resultaten ook kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen ter beschikking. Die informatie vindt u op www.kbc.com, dat daarnaast diverse wettelijk verplichte meldingen (onder meer met betrekking tot de Algemene Vergaderingen), algemene bedrijfsinformatie en specifieke rapporten bevat, zoals risicorapporten en rapporten over duurzaam ondernemen.

Financiële kalender

De meest actuele versie van de financiële kalender is beschikbaar op www.kbc.com.

Boekjaar 2011 Publicatie resultaten: 9 februari 2012
Publicatie Jaarverslag 2011 en Risk Report 2011: 3 april 2012
Publicatie CSR Report 2011: 2 mei 2012
Algemene Vergadering: 3 mei 2012 (agenda op www.kbc.com)
Ex-coupon / record date / betaalbaarstelling dividend: 9 / 11 / 14 mei 2012
1kw2012 Publicatie resultaten: 10 mei 2012
2kw2012 Publicatie resultaten: 7 augustus 2012
3kw2012 Publicatie resultaten: 8 november 2012
4kw2012 Publicatie resultaten: 14 februari 2013

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.