Annual Report • Mar 22, 2024
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer

Foto cover: 's-HertogenBosch - My Jewellery
Alternatieve prestatiemaatstaven zijn maatstaven die Intervest hanteert om haar operationele performantie te meten en op te volgen. De maatstaven worden gebruikt in dit Jaarverslag 2023 maar zijn niet gedefinieerd in een wet of in algemeen aanvaarde boekhoudprincipes (GAAP). De European Securities and Markets Authority (ESMA) heeft richtlijnen uitgevaardigd die van toepassing zijn vanaf 3 juli 2016 voor het gebruik en de toelichting van de alternatieve prestatiemaatstaven. De begrippen die Intervest beschouwt als een alternatieve prestatiemaatstaf zijn opgenomen in het hoofdstuk EPRA & APM van dit Jaarverslag 2023. De alternatieve prestatiemaatstaven zijn gemarkeerd met ★ en voorzien van een definitie, doelstelling en reconciliatie zoals vereist volgens de ESMA-richtlijn.
| Brief aan de aandeelhouders | 4 |
|---|---|
| Intervest in een oogopslag | 6 |
| Wie is Intervest | 6 |
| Highlights 2023 | 6 |
| Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum - | |
| overnamebod | 7 |
| Kerncijfers 2023 | 8 |
| Vergelijkende kerncijfers | 9 |
| Strategie | 10 |
| Vooruitzichten | 10 |
| Financiële kalender 2024 | 11 |
| Geschiedenis en mijlpalen | 12 |
| Vastgoedverslag | 13 |
| Kerncijfers | 13 |
| Transacties en ontwikkelingen in 2023 | 14 |
| Samenstelling van de portefeuille | 16 |
| Conclusies van de vastgoeddeskundigen | 26 |
| De markt van logistiek vastgoed en kantoren | 28 |
| Financieel verslag | 30 |
| Financiële resultaten 2023 | 31 |
| Financiële structuur | 35 |
| Winstbestemming 2023 | 39 |
| Intervest op de beurs | 40 |
| Kerncijfers | 40 |
| Koersgrafiek | 41 |
| Dividendbeleid | 42 |
| Aandeelhouders | 43 |
| Corporate governance verklaring | 44 |
| Algemeen | 44 |
| Bestuursorganen | 45 |
| Diversiteitsbeleid | 54 |
| Remuneratieverslag | 54 |
| Belangenconflicten en overige regelgeving | 62 |
| Risicobeheer en interne controle | 64 |
| Andere betrokken partijen | 66 |
| EPRA & APM | 70 |
| ESG & Niet-financiële staten | 81 |
|---|---|
| Inleiding | 81 |
| Beperking klimaatverandering: | |
| toekomstbestendige gebouwen | 86 |
| Stakeholders: gezondheid, welzijn en inclusie | 88 |
| Corporate governance: zakelijke integriteit en conformiteit |
91 |
| EPRA Sustainability Performance Data 2023 | 91 |
| Onafhankelijk assurance-rapport | 104 |
| Financiële staten | 109 |
| Geconsolideerde resultatenrekening | 110 |
| Geconsolideerd globaalresultaat | 111 |
| Geconsolideerde balans | 112 |
| Mutatieoverzicht van het | |
| geconsolideerd eigen vermogen | 114 |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht | 118 |
| Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening | 120 |
| Verslag van de commissaris | 159 |
| Enkelvoudige jaarrekening Intervest Offices & Warehouses |
166 |
| Risicofactoren | 179 |
| Marktrisico's | 180 |
| Operationele risico's | 181 |
| Financiële risico's | 183 |
| Reglementaire risico's | 184 |
| Algemene inlichtingen | 186 |
| Identificatie | 186 |
| Uittreksel uit de statuten | 189 |
| Commissaris | 191 |
| Liquidity provider | 192 |
| Vastgoeddeskundigen | 192 |
| Vastgoedbeheerders | 192 |
| Groepsstructuur | 193 |
| Wettelijk kader en fiscale stelsels | 194 |
| Historische financiële informatie opgenomen door verwijzing |
196 |
| Vereiste onderdelen van het jaarverslag | 197 |
| Verantwoordelijken voor de inhoud | |
| van het jaarverslag Informatie afkomstig van derden |
197 198 |
| Bijlagen | 199 |
| Begrippenlijst | 199 |
4
Zoals aangekondigd op 28 februari 20241 bezit TPG, via haar volledig gecontroleerde entiteit European Real Estate Holdings NV ("TPG" of de "Bieder") op datum van publicatie van dit jaarverslag, 22 maart 2024, rechtstreeks 89,76% van het totaal aantal aandelen in Intervest Offices & Warehouses NV ("Intervest" of de "Vennootschap") na de afloop van de eerste aanvaardingsperiode voor haar vrijwillig en nu onvoorwaardelijk overnamebod volledig in contanten op alle aandelen van de Vennootschap (het "Bod"). Het Bod werd uitgebracht tegen een biedprijs van € 21,00 per aandeel. TPG heeft een tweede aanvaardingsperiode heropend op 28 februari 2024, die zal aflopen op 28 maart 2024.
Zoals ondersteund door de hoge aanvaardingsgraad tijdens de eerste aanvaardingsperiode, biedt het Bod aan aandeelhouders de mogelijkheid om te genieten van een zekere en onmiddellijke waarde – het Bod van € 21,00 per aandeel vertegenwoordigt een premie van 52,2% over ten opzichte van de slotkoers van het aandeel op 5 oktober 2023, de laatste dag vóór de opschorting van de handel in het Intervest-aandeel door de FSMA, 47,8% over de laatste 1-maand volumegewogen gemiddelde prijs (VWAP), 52,3% over de laatste 3-maand VWAP en 20,2% over de laatste 12-maand VWAP. De biedprijs werd als fair beschouwd op basis van de fairness opinion van Lazard, de investeringsbank weerhouden door de Raad van Toezicht, waarnaar verwezen in de memorie van antwoord. De aantrekkelijke premie die de biedprijs vertegenwoordigt, wordt algemeen erkend door de analistengemeenschap, die aanbevelingen om in te brengen in het kader van het Bod heeft uitgebracht.
Bovendien willen wij de aandacht van onze aandeelhouders vestigen op enkele overwegingen en risico's als zij ervoor kiezen niet deel te nemen aan het Bod. Deze risico's worden uiteengezet in het prospectus en de memorie van antwoord en omvatten:
Hoewel het de bedoeling van TPG is om de 95%-eigendomsdrempel te bereiken die nodig is om een vereenvoudigd uitkoopbod uit te brengen, zou het niet behalen van deze drempel ertoe kunnen leiden dat Intervest wordt omgevormd tot een gewone beursgenoteerde vennootschap en daardoor haar gunstige fiscale statuut verliest.
In het licht van deze risico's wensen de Raad van Toezicht en de Directieraad van Intervest hun unanieme steun voor het Bod te herhalen en de aandeelhouders die hun aandelen nog niet hebben aangeboden aan te bevelen hiertoe over te gaan in het kader van deze tweede aanvaardingsperiode.
TPG heeft de aanvaardingsperiode voor het Bod vrijwillig heropend op 28 februari 2024. Deze daaropvolgende aanvaardingsperiode loopt af 28 maart 2024. De betaling van de biedprijs voor de aandelen die worden aangeboden tijdens de bijkomende aanvaardingsperiode zal plaatsvinden op 18 april 2024.
Aandeelhouders van Intervest kunnen alle nodige informatie over het Bod, met inbegrip van het prospectus, de memorie van antwoord en de aanvaardingsformulieren om hun aandelen aan te bieden terugvinden op de volgende websites in het Engels, het Frans en het Nederlands:
Deze brief maakt reclame uit in de zin van artikel 31 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen (de Overnamewet).
Hoogachtend, Raad van Toezicht en Directieraad
1 Wie is Intervest
6
Intervest Offices & Warehouses NV (hierna Intervest) is een openbaar gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV), actief in de markt van logistieke gebouwen in België (53%) en Nederland (25%) en van kantoren in België (22%), met een stevig groeiplan gericht op investeringen in de logistieke portefeuille mede aangedreven door assetrotatie.
De totale vastgoedportefeuille heeft een waarde van € 1,4 miljard en een verhuurbare oppervlakte van 1,4 miljoen m² op jaareinde 2023.
De aandelen van Intervest zijn sinds 1999 genoteerd op Euronext Brussel (INTO). Op 31 december 2023 bedraagt de beurskapitalisatie € 638 miljoen.
De Raad van Toezicht en de Directieraad van Intervest steunen en bevelen het Bod unaniem aan en geloven dat het in het beste belang is van alle belanghebbenden.
Op 28 februari 2024 heeft Intervest de resultaten bekendgemaakt van het vrijwillige en voorwaardelijke overnamebod in contanten, aangekondigd op 17 oktober 2023, door European Real Estate Holdings NV (de "Bieder"), een entiteit volledig gecontroleerd door TPG, om alle uitstaande aandelen in de Vennootschap te verwerven die de Bieder nog niet bezat (het "Bod") tegen een biedprijs van € 21,00 per aandeel. De Initiële Aanvaardingsperiode van het Bod liep af op 21 februari 2024 om 16 uur.
Gedurende de Initiële Aanvaardingsperiode werden 27.357.807 aandelen, hetzij 88,75% van de aandelen van Intervest aangeboden in het kader van het Bod. Dit omvat de aandelen waarvoor er onherroepelijke verbintenissen ('irrevocable undertakings') werden aangegaan door drie belangrijke aandeelhouders van Intervest ten gunste van de Bieder. Met inbegrip van de aandelen die TPG reeds bezat voorafgaand aan het Bod, bezit TPG rechtstreeks of onrechtstreeks in het totaal 89,76% van de aandelen in Intervest.
De 50% plus 1-aanvaardingsdrempel waaraan het Bod onderhevig was werd derhalve vervuld, waardoor het Bod onvoorwaardelijk is geworden. De prijs van het Bod werd betaalbaar gesteld op 13 maart 2024.
De Bieder heropende het Bod vrijwillig op 28 februari 2024 tot 28 maart 2024. De heropening biedt de aandeelhouders die de Initiële Aanvaardingsperiode hebben gemist of zij die extra liquiditeit zoeken nogmaals de mogelijkheid hun Intervest aandelen aan te bieden in het Bod. De Raad van Toezicht en de Directieraad van Intervest hebben hun unanieme steun voor het Bod herhaald en raden de aandeelhouders die hun aandelen nog niet hebben aangeboden in het Bod aan om dit te doen in deze tweede aanvaardingsperiode. De resultaten van de volgende aanvaardingsperiode ingevolge de heropening zullen worden aangekondigd op of voor 4 april 2024. De betaling van de biedprijs voor de aandelen aangeboden tijdens de volgende aanvaardingsperiode ingevolge de heropening zal betaalbaar worden gesteld op 18 april 2024.
Indien, ingevolge de heropening van de aanvaardingsperiode, TPG ten minste 95% van de aandelen van Intervest heeft verworven en, door aanvaardingen van het Bod, ten minste 90% van de aandelen die voorwerp uitmaakten van het Bod, zal het Bod worden heropend als een vereenvoudigd uitkoopbod, onderhevig aan dezelfde financiële voorwaarden als het Bod.
Voor meer informatie betreffende dit bod, verwijzen wij naar de persberichten d.d. 27 oktober 2023 en 28 februari 2024, beschikbaar op de website van de vennootschap: www.intervest.eu > Nieuws > Persberichten.
2 Voor de aandelen die een volledig jaar dividendgerechtigd zijn en onder voorbehoud van goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 24 april 2024.
3 Het bedrag dat vatbaar is voor uitkering is bepaald conform artikel 13 §1 van het GVV-KB en Hoofdstuk III van bijlage C van het GVV-KB: minstens 80% van de som van het gecorrigeerde resultaat en de nettomeerwaarden op de verkoop van onroerende goederen die niet vrijgesteld zijn van de verplichte uitkering, moet worden uitgekeerd; de vermindering van de schuld tijdens het boekjaar mag echter worden afgetrokken van het uit te keren bedrag
| VASTGOED | FINANCIEEL | DUURZAAMHEID |
|---|---|---|
| € 1,4 miljard Reële waarde van de portefeuille 53% Logistiek BE 25% Logistiek NL 22% Kantoren 93% Bezettingsgraad 96% Logistiek BE 96% Logistiek NL 85% Kantoren 4,4 jaar WALB 4,4 jaar Logistiek BE 5,9 jaar Logistiek NL 3,1 jaar Kantoren 6,4% Brutohuurrendement |
€ 1,25 EPRA resultaat per aandeel € 22,24 EPRA NTA per aandeel 3,1% Gemiddelde rentevoet van de financieringen 3,6 jaar Resterende looptijd langetermijnkredietlijnen 49,7% Schuldgraad 93% Indekkingsratio |
33% Green Buildings 100% Elektriciteit uit duurzame bronnen 19% Groene financieringen 88% van de logistieke vastgoedporte feuille met zonnepanelen: 48 MWp 366 Laadpunten operationeel voor elektrische wagens |
| 5,6% Logistiek BE 6,1% Logistiek NL |
BEURS | TEAM |
| 8,6% Kantoren | € 638 miljoen |
57 |
| Beurskapitalisatie |
58% 42%
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| Vastgoedkerncijfers | ||
| Reële waarde vastgoed | 1.419.893 | 1.333.418 |
| Reële waarde vastgoed beschikbaar voor verhuur | 1.339.223 | 1.233.799 |
| Brutohuurrendement op vastgoed beschikbaar voor verhuur (in %) | 6,4% | 6,0% |
| Brutohuurrendement op vastgoed beschikbaar voor verhuur bij 100% verhuring (in %) | 6,9% | 6,7% |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
4,4 | 4,9 |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten logistieke portefeuille BE (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
4,4 | 5,3 |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten logistieke portefeuille NL (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
5,9 | 6,5 |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten kantoren (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
3,1 | 2,9 |
| Bezettingsgraad totale portefeuille (in %) | 93% | 90% |
| Bezettingsgraad logistieke portefeuille BE (in %) | 96% | 96% |
| Bezettingsgraad logistieke portefeuille NL (in %) | 96% | 100% |
| Bezettingsgraad kantoren (in %) | 85% | 76% |
| Bruto verhuurbare oppervlakte (in duizenden m²) | 1.430 | 1.259 |
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| Financiële kerncijfers | ||
| EPRA resultaat | 37.401 | 45.467 |
| Portefeuilleresultaat - aandeel Groep | -15.238 | -26.010 |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva - aandeel Groep | -16.245 | 32.257 |
| NETTORESULTAAT - AANDEEL GROEP | 5.918 | 51.714 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 30.021.003 | 26.664.878 |
| Beurskoers op afsluitingsdatum (in EUR/aandeel) | 20,70 | 19,24 |
| Nettowaarde (in EUR/aandeel) | 21,89 | 23,72 |
| Premie/Discount t.o.v. reële nettowaarde (in %) | -5,4% | -18,9% |
| Marktkapitalisatie (in miljoen EUR) | 638 | 562 |
| Schuldgraad (max. 65%) | 49,7% | 48,0% |
| Gemiddelde rentevoet van de financieringen (in %) | 3,1% | 2,0% |
| Gemiddelde looptijd van de langetermijnkredietlijnen (in jaren) | 3,6 | 4,0 |
| EPRA kerncijfers | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| EPRA resultaat (EUR per aandeel) (aandeel Groep) | 1,25 | 1,71 |
| EPRA NTA (EUR per aandeel) | 22,24 | 23,50 |
| EPRA NRV (EUR per aandeel) | 24,43 | 25,64 |
| EPRA NDV (EUR per aandeel) | 22,27 | 24,41 |
| EPRA NIR (Netto Initieel Rendement) (%) | 5,1% | 4,8% |
| EPRA aangepast NIR (%) | 5,4% | 5,1% |
| EPRA huurleegstandspercentage (%) | 7,1% | 9,9% |
| EPRA kost ratio (inclusief directe leegstandskosten) (%) | 26,5% | 18,0% |
| EPRA kost ratio (exclusief directe leegstandskosten) (%) | 24,4% | 16,5% |
| EPRA LTV (Loan-to-value) (in %) | 49,3% | 47,9% |
| EPRA kerncijfers (EXCLUSIEF éénmalige elementen) | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| EPRA resultaat (EUR per aandeel) (aandeel Groep) | 1,46 | 1,60 |
| EPRA NTA (EUR per aandeel) | 22,45 | 23,40 |
| EPRA NRV (EUR per aandeel) | 24,64 | 25,55 |
| EPRA NDV (EUR per aandeel) | 22,48 | 24,31 |
| EPRA kost ratio (inclusief directe leegstandskosten) (%) | 18,8% | 18,8% |
| EPRA kost ratio (exclusief directe leegstandskosten) (%) | 16,7% | 17,2% |
Als toonaangevend vastgoedspeler heeft Intervest de strategische keuze gemaakt om te focussen op het logistieke vastgoedsegment, gedreven door veranderende behoeften van consumenten en bedrijven.
Intervest blijft ook in 2024 verder bouwen op haar strategie om de kantorenportefeuille verder af te bouwen ten gunste van logistieke sites om verder te evolueren naar een 'pure player' in logistiek.
Enerzijds, werden in 2023 enkele belangrijke acquisities in logistiek vastgoed gerealiseerd die het toekomstig ontwikkelingspotentieel komen versterken. Anderzijds is er het vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod op alle uitstaande Intervest aandelen door European Real Estate Holdings NV, een entiteit volledig gecontroleerd door TPG, aangekondigd op 17 oktober 2023 en opnieuw geopend op 28 februari 2024. TPG heeft een aanzienlijke ervaring in het doen groeien en opschalen van toonaangevende Europese logistieke platforms.
Op 28 februari 2024 heeft Intervest de resultaten van het bod tot op heden aangekondigd: TPG bezit op datum van de publicatie van dit jaarverslag, 22 maart 2024, rechtstreeks of onrechtstreeks, in totaal 89,76% van de aandelen in Intervest. Ingevolge dit resultaat werd de 50% plus 1-aanvaardingsdrempel waaraan het Bod onderhevig vervuld, waardoor het Bod nu onvoorwaardelijk is geworden. Het Bod werd vrijwillig heropend op 28 februari 2024 en loopt tot 28 maart 2024. De resultaten hiervan zullen worden aangekondigd op of voor 4 april 2024. De betaling van de biedprijs voor de aandelen aangeboden tijdens deze volgende aanvaardingsperiode ingevolge de heropening zal betaalbaar worden gesteld op 18 april 2024. Indien, ingevolge de heropening van de aanvaardingsperiode, TPG ten minst 95% van de aandelen van Intervest heeft verworven en, door aanvaardingen van het Bod, ten minste 90% van de aandelen die voorwerp uitmaakten van het Bod, zal het Bod worden heropend als een vereenvoudigd uitkoopbod, onderhevig aan dezelfde financiële voorwaarden als het Bod.
Intervest heeft ingevolge het Bod en de resultaten ervan gepubliceerd op 28 februari 2024, een meerderheidsaandeelhouder, waarbij dit resultaat bepaalde gevolgen heeft voor de vennootschap die op heden verder behandeld worden, zoals bijvoorbeeld het verlaten van het GVV statuut, corporate governance, dividendbeleid etc. Voor meer informatie hieromtrent wordt verwezen naar het prospectus dat beschikbaar is op de website van de vennootschap: https://www.intervest. eu/nl/overnamebod.
| 22 maart 2024 | Publicatie jaarverslag 2023 |
|---|---|
| 24 april 2024 | Algemene vergadering aandeelhouders |
| 3 mei 2024 | Ex dividend date |
| 6 mei 2024 | Record date dividend |
| 1 augustus 2024 | Halfjaarlijks financieel verslag per 30 juni 2024 |
Voor mogelijke wijzigingen wordt verwezen naar de financiële kalender op de website van Intervest: www.intervest.eu.

VASTGOEDVERSLAG 13
| KERNCIJFERS PER SEGMENT* | 31.12.2023 | 31.12.2022 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Logistiek BE |
Logistiek NL |
Kantoren BE |
TOTAAL | Logistiek BE |
Logistiek NL |
Kantoren BE |
TOTAAL | |
| Reële waarde vastgoedbeleg gingen (in EUR x 1.000) |
757.947 | 348.154 | 313.792 | 1.419.893 | 628.450 | 347.277 | 357.691 | 1.333.418 |
| Reële waarde vastgoedbeleg gingen (in %) |
53% | 25% | 22% | 100% | 47% | 26% | 27% | 100% |
| Reële waarde vastgoed beschikbaar voor verhuur (in EUR x 1.000) |
699.589 | 344.557 | 295.077 | 1.339.223 | 565.502 | 337.611 | 330.686 | 1.233.799 |
| Contractuele huren (in EUR x 1.000) |
39.942 | 20.876 | 25.398 | 86.217 | 34.488 | 19.722 | 22.627 | 76.837 |
| Contractuele huren verhoogd met de geschatte huurwaarde op leegstand (in EUR x 1.000) |
41.617 | 21.746 | 29.441 | 92.803 | 35.845 | 19.722 | 29.287 | 84.854 |
| Brutohuurrendement op vastgoed beschikbaar voor verhuur (in %) |
5,6% | 6,1% | 8,6% | 6,4% | 5,8% | 5,7% | 6,8% | 6,0% |
| Brutohuurrendement (inclusief geschatte huurwaarde op leeg stand) op vastgoed beschikbaar voor verhuur (in %) |
5,9% | 6,3% | 10,0% | 6,9% | 6,0% | 5,7% | 8,9% | 6,7% |
| Gemiddelde resterende loop tijd huurcontracten (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
4,4 | 5,9 | 3,1 | 4,4 | 5,3 | 6,5 | 2,9 | 4,9 |
| Gemiddelde resterende loop tijd huurcontracten (tot einde contract) (in jaren) |
6,0 | 7,3 | 4,6 | 5,9 | 6,8 | 8,2 | 4,3 | 6,4 |
| Bezettingsgraad (EPRA) (in %) | 96% | 96% | 85% | 93% | 96% | 100% | 76% | 90% |
| Aantal verhuurbare gebouwen | 28 | 19 | 30 | 77 | 25 | 19 | 32 | 76 |
| Totale verhuurbare oppervlakte (in duizenden m2) |
871 | 359 | 200 | 1.430 | 698 | 353 | 208 | 1.259 |
* Alle begrippen en hun berekening zijn opgenomen in een lexicon op de website www.intervest.eu, genaamd "Begrippenlijst en alternatieve prestatiemaatstaven" en in dit Jaarverslag.
Begin 2023 heeft Intervest een sale-and-lease-backoperatie met Plasman Belgium NV afgesloten op concessie-eigendom voor een investeringswaarde van € 14,25 miljoen. Het terrein van 56.000 m2, strategisch gelegen aan de Skaldenstraat in de Gentse zeehaven, omvat een productiesite van 22.200 m2 waarop Plasman haar operationele activiteiten uitvoert. Intervest heeft met Plasman een huurcontract van 10 jaar afgesloten, met twee opties tot verlenging van elk 5 jaar aan marktconforme voorwaarden.
Met North Sea Port Flanders is een nieuwe concessieovereenkomst onderhandeld tot 2053, met éénzijdige optie om te verlengen tot 2083. Deze verwerving betekent een belangrijke uitbreiding van de reeds bestaande cluster waarmee Intervest haar positie in de haven van Gent verder verstevigd.
In het derde kwartaal van 2023 is een overeenkomst afgesloten tot een gefaseerde verwerving van een strategische logistieke site in Luik (Herstal) met een terreinoppervlakte van circa 15,5 ha waarvan circa 66.000 m2 verhuurbare oppervlakte. De site biedt de mogelijkheid om in de toekomst circa 70.000 m2 duurzaam te herontwikkelen.
De site is bij verwerving volledig verhuurd, aan een jaarlijkse huur van € 1,27 miljoen, met verschillende looptijden om exibel te kunnen inspelen op het ontwikkelingspotentieel van de locatie. De globale investeringswaarde van het vastgoed bedraagt € 29 miljoen, in lijn met de waardering door de vastgoeddeskundige van de vennootschap.
Intervest verwerft in het eerste kwartaal van 2023 een terrein van circa 5 hectare op een strategische locatie langs de E42 te Saint-Georges-sur-Meuse, nabij de luchthaven van Luik, voor een aanschangswaarde van € 10,4 miljoen. Door deze verwerving beschikt Intervest over een strategische grondpositie om een nieuwe duurzame logistieke site te ontwikkelen.
In 2023 werden 4 kantoorgebouwen voor een totale netto verkoopprijs van € 28 miljoen verkocht. De desinvesteringen van deze kantoorgebouwen passen binnen de strategie van verdere aouw van het kantorensegment ten gunste van logistiek vastgoed. Deze gebouwen, met uitzondering van Zellik-Exiten, stonden op jaareinde 2022 reeds op de balans als vastgoed beschikbaar voor verkoop.
| Ligging | Datum verkoop | ||
|---|---|---|---|
| Dilbeek - Inter Access Park | Q2 2023 | ||
| Hoeilaart - Park Rozendal | Q2 2023 | ||
| Antwerpen - Gateway | Q4 2023 | ||
| Zellik - Exiten | Q4 2023 |
In december 2023 is een verkoopcompromis getekend voor het kantoorgebouw in Aartselaar. De akte is in het eerste kwartaal van 2024 verleden. De verkoopprijs bedraagt € 3,2 miljoen, in lijn met de huidige boekwaarde. Dit gebouw staat op jaareinde 2023 op de balans als vastgoed beschikbaar voor verkoop.
| Segment | Type | GLA in m² | Oplevering | BREEAM | |
|---|---|---|---|---|---|
| Herentals Green Logistics 1B | Logistiek BE | Ontwikkeling | 10.000 | Q1 2023 | Excellent |
| 's-Hertogenbosch | Logistiek NL | Ontwikkeling | 9.700 | Q2 2023 | Excellent |
| Genk Green Logistics unit 18/19 | Logistiek BE | Ontwikkeling | 30.000 | Q2 2023 | Excellent |
| Segment | Type | (Potentiële) GLA in m² |
Verwachte oplevering |
BREEAM | |
|---|---|---|---|---|---|
| Genk Green Logistics unit 7 | Logistiek BE | Ontwikkeling | 12.850 | Q1 2024 | Excellent |
| PROJECTEN | 12.850 | ||||
| Genk Green Logistics | Logistiek BE | Ontwikkeling | 120.150 | 2024-2025 | Excellent |
| Puurs | Logistiek BE | Ontwikkeling | 54.599 | 2024 | Excellent |
| 's-Hertogenbosch | Logistiek NL | Ontwikkeling | 11.500 | 2025 | Excellent |
| Luik (Herstal) | Logistiek BE | Ontwikkeling | 45.098 | 2025 | Excellent |
| Venlo | Logistiek NL | Ontwikkeling | 10.000 | 2025 | Outstanding |
| GRONDRESERVES | 241.347 | ||||
| TOTAAL PROJECTEN & GRONDRESERVES | 254.197 |
| Bouw-/renovatiejaar | Jaar van laatste belang | |
|---|---|---|
| Gebouwen | en uitbreiding | rijke investering Intervest |
| LOGISTIEK VASTGOED BESCHIKBAAR VOOR VERHUUR IN BELGIË | ||
| Antwerpen - Limburg - Luik | ||
| Aarschot - Nieuwlandlaan 321 - 3200 Aarschot | 2005 | nvt |
| Herentals Green Logistics - Atealaan 34b-d/f - 2200 Herentals** | ||
| > Herentals Logistics 1 en 3 - Atealaan 34b/d/f - 2200 Herentals | 2022 | nvt |
| > Herentals Logistics 2 - Atealaan 34c - 2200 Herentals | 2008 - 2012 | 2022 |
| Luik | ||
| > Luik - Deuxième Avenue 31 - 4040 Luik | 2007 | nvt |
| > Luik - Première Avenue 32 - 4040 Luik | 2000-2017 | nvt |
| > Luik -Première Avenue 54 - 4040 Luik | 1973-2019 | nvt |
| Oevel 1 - Nijverheidsstraat 9 - 2260 Oevel | 2004 | nvt |
| Oevel 2 - Nijverheidsstraat 9a-11 - 2260 Oevel | 2007-2013 | nvt |
| Oevel 3 - Nijverheidsstraat 8 - 2260 Oevel | 1995 | nvt |
| Tessenderlo - Havenlaan 6 - 3980 Tessenderlo | 1970-1980 | 1990 |
| Wommelgem - Koralenhoeve 25 - 2160 Wommelgem | 1998-2018 | 2019 |
| Genk Green Logistics - Henry Fordlaan 8 + 4 - 3600 Genk | ||
| > Genk Green Logistics - gebouw 1 | 2020-2022 | nvt |
| > Genk Green Logistics - gebouw 2 | 2022 | nvt |
| > Genk Green Logistics - gebouw 3 | 2023 | nvt |
| Trailerpark | 2023 | nvt |
| Antwerpen - Gent - Brugge | ||
| Gent - Eddastraat 21 - 9042 Gent | 2018 | nvt |
| Gent - Skaldenstraat 72 - 9042 Gent | 1987-2018 | nvt |
| Zeebrugge - Koeweg 50 - 8380 Zeebrugge | 2022 | nvt |
| Antwerpen - Brussel - Nijvel | ||
| Boom - Industrieweg 18 - 2850 Boom | 2015 | nvt |
| Duffel - Stocletlaan 23 - 2570 Duffel | 1998 | nvt |
| Mechelen 1 - Oude Baan 12 - 2800 Mechelen | 2004 | 2019 |
| Mechelen 2 - Dellingstraat 57 - 2800 Mechelen | 1998-2010 | nvt |
| Puurs - Koning Leopoldlaan 5 - 2870 Puurs | 2001 | nvt |
| Schelle - Molenberglei 8 - 2627 Schelle | 1993-2016 | 2019 |
| Wilrijk 1 - Boomsesteenweg 801-803 - 2610 Wilrijk | 2013 | nvt |
| Wilrijk 2 - Geleegweg 1-7 - 2610 Wilrijk | 1989-2017 | nvt |
| Merchtem - Preenakker 20 - 1785 Merchtem | 1992-2020 | nvt |
| Zellik - Brusselsesteenweg 464 - 1731 Zellik | 1994 -2008 | nvt |
Bezettingsgraad*
| Bezettingsgraad* (%) |
Contractuele huur (in EUR x 1.000) |
Verzekerde waarde (in EUR x 1.000) |
Aanschangswaarde (in EUR x 1.000) |
Reële waarde (in EUR x 1.000) |
Verhuurbare oppervlakte (m2) |
|---|---|---|---|---|---|
| 96% | 39.295 | 486.905 | 580.617 | 699.589 | 871.137 |
| 99% | 23.231 | 288.680 | 335.776 | 401.407 | 486.020 |
| 92% | 14.602 | ||||
| 100% | 63.488 | ||||
| 100% | 50.912 | ||||
| 75% | 5.939 | ||||
| 100% | 55.468 | ||||
| 100% | 66.881 | ||||
| 100% | 12.159 | ||||
| 100% | 33.955 | ||||
| 100% | 11.660 | ||||
| 100% | 29.332 | ||||
| 100% | 24.181 | ||||
| 100% | 76.057 | ||||
| 100% | 11.666 | ||||
| 100% | 29.720 | ||||
| 86% | |||||
| 81% | 5.987 | 97.213 | 129.988 | 128.428 | 190.751 |
| 100% | 37.944 | ||||
| 100% | 43.859 | ||||
| 70% | 108.948 | ||||
| 99% | 10.077 | 101.012 | 114.853 | 169.754 | 194.366 |
| 100% | 24.871 | ||||
| 100% | 23.386 | ||||
| 100% | 15.341 | ||||
| 100% | 7.046 | ||||
| 99% | 43.534 | ||||
| 93% | 8.738 | ||||
| 100% | 5.364 | ||||
| 100% | 24.521 | ||||
| 100% | 16.651 | ||||
| 100% | 24.914 |
3 Samenstelling van de portefeuille
| Bouw-/renovatiejaar | Jaar van laatste belang | ||
|---|---|---|---|
| Gebouwen | en uitbreiding | rijke investering Intervest | |
| LOGISTIEK VASTGOED BESCHIKBAAR VOOR VERHUUR IN NEDERLAND | |||
| A58/A67 Bergen-Op-Zoom - Eindhoven - Venlo | |||
| Breda - Steltbeemd 3 - 4824 AP Breda | 2019 | nvt | |
| Eindhoven - Flight Forum | |||
| > Eindhoven Gold Forum - Flight Forum 1500 - 5657 EZ Eindhoven | 2002 | 2020 | |
| > Eindhoven Silver Forum - Flight Forum 1800-1950 - 5657 EZ Eindhoven | 2002 | nvt | |
| Roosendaal 1 - Bosstraat 9-11 - 4704 RL Roosendaal | 2018 - 2020 | 2020 | |
| Roosendaal 2 - Leemstraat 15 - 4705 RT Roosendaal | 1975-2012 | nvt | |
| Roosendaal 3 - Blauwhekken 2 - 4751 XD Roosendaal | 2019 | nvt | |
| Tilburg 1 - Kronosstraat 2 - 5048 CE Tilburg | 2004-2011 | nvt | |
| Tilburg 2 - Belle van Zuylenstraat 10 - 5032 MA Tilburg | 1997- 2019 | nvt | |
| Venlo | |||
| > Venlo 1 - Archimedesweg 12 - 5928 PP Venlo | 2001 | nvt | |
| > Venlo 2 - Celsiusweg 25 - 5928 PR Venlo | 2012 | nvt | |
| > Venlo 3 - Celsiusweg 35 - 5928 PR Venlo | 2011 | nvt | |
| A59 Moerdijk - 's Hertogenbosch - Nijmegen | |||
| Raamsdonksveer 1 - Zalmweg 37 - 4941 SH Raamsdonksveer | 2010 | nvt | |
| Raamsdonksveer 2 - Zalmweg 41 - 4941 SH Raamsdonksveer | 2002 | nvt | |
| Raamsdonksveer 3 - Steurweg 2 - 4941 VR Raamsdonksveer | 1980-2008 | nvt | |
| 's-Hertogenbosch | |||
| > 's-Hertogenbosch 1 - Rietveldenweg 32, 34-36 - 5222 AR 's-Hertogenbosch | 2018-2023 | 2023 | |
| > 's-Hertogenbosch 2 - Koenendelseweg 19-23 - 5222 BG 's-Hertogenbosch | 2018 | nvt | |
| Waalwijk - Mechie Trommelenweg 8 - 5145 ND Waalwijk | 2019 | nvt | |
| A15 Rotterdam - Gorinchem - Nijmegen | |||
| Nijmegen - De Vlotkampweg 67-71 - 6545 AE Nijmegen | 1988-2002 | nvt | |
| Vuren - Hooglandseweg 6 - 4214 KG Vuren | 2018 | nvt | |
Mechelen Campus - Schaliënhoevedreef 20 A-J en T - 2800 Mechelen 2000 - 2005 2012 - 2015 50.668 80%
Bezettingsgraad*
KANTOREN BESCHIKBAAR VOOR VERHUUR IN BELGIË 200.072 295.077 303.219 420.406 25.398 85% Antwerpen 35.859 81.338 84.777 79.512 5.440 85% Antwerpen - Collection at the Singel - Desguinlei 100 - 2018 Antwerpen 2020-2022 nvt 15.364 98% Greenhouse Antwerp - Uitbreidingstraat 66 - 2600 Berchem 2016 nvt 5.763 90% De Arend - Prins Boudewijnlaan 45-49 - 2650 Edegem 1997 nvt 6.931 52% Herentals - Atealaan 34A - 2200 Herentals** 2008 nvt 7.801 74% Brussel en Leuven 45.825 72.461 81.289 92.933 6.083 95% Greenhouse BXL - Berkenlaan 7, 8a en 8b - 1831 Diegem 2018 nvt 18.798 97% Ubicenter - Philipssite 5 - 3001 Leuven 2001 nvt 27.027 93% Mechelen 118.388 141.278 137.153 247.961 13.875 80% Intercity Business Park - Generaal De Wittelaan 9-21 - 2800 Mechelen 1993-1999 / 2016 2019 54.146 87% Mechelen Business Tower - Blarenberglaan 2C - 2800 Mechelen 2001 2014 13.574 65%
TOTAAL VASTGOED BESCHIKBAAR VOOR VERHUUR 1.430.299 1.339.223 1.184.533 1.159.762 85.569 93%
| Bezettingsgraad* (%) |
Contractuele huur (in EUR x 1.000) |
Verzekerde waarde (in EUR x 1.000) |
Aanschangswaarde (in EUR x 1.000) |
Reële waarde (in EUR x 1.000) |
Verhuurbare oppervlakte (m2) |
|---|---|---|---|---|---|
| 96% | 20.876 | 252.451 | 300.697 | 344.557 | 359.090 |
| 100% | 12.609 | 134.007 | 176.850 | 212.380 | 209.993 |
| 100% | 23.571 | ||||
| 100% | 20.691 | ||||
| 100% | 28.695 | ||||
| 100% | 28.199 | ||||
| 100% | 38.162 | ||||
| 100% | 18.029 | ||||
| 100% | 12.250 | ||||
| 100% | 28.493 | ||||
| 100% | 1.446 | ||||
| 100% | 3.989 | ||||
| 100% | 6.468 | ||||
| 89% | 6.312 | 93.050 | 103.495 | 104.637 | 115.918 |
| 100% | 20.653 | ||||
| 100% | 38.573 | ||||
| 100% | 14.524 | ||||
| 45% | 19.604 | ||||
| 100% | 5.457 | ||||
| 100% | 17.107 | ||||
| 100% | 1.955 | 25.394 | 20.352 | 27.539 | 33.179 |
| 100% | 19.159 | ||||
| 100% | 14.020 |
| 200.072 | 295.077 | 303.219 | 420.406 | 25.398 | 85% |
|---|---|---|---|---|---|
| 35.859 | 81.338 | 84.777 | 79.512 | 5.440 | 85% |
| 15.364 | 98% | ||||
| 5.763 | 90% | ||||
| 6.931 | 52% | ||||
| 7.801 | 74% | ||||
| 45.825 | 72.461 | 81.289 | 92.933 | 6.083 | 95% |
| 18.798 | 97% | ||||
| 27.027 | 93% | ||||
| 118.388 | 141.278 | 137.153 | 247.961 | 13.875 | 80% |
| 54.146 | 87% | ||||
| 13.574 | 65% | ||||
| 50.668 | 80% | ||||
| 1.430.299 1.339.223 1.184.533 1.159.762 85.569 |
93% |
|---|---|
| ------------------------------------------------------------ | ----- |
De reële waarde van de vastgoedportefeuille bedraagt eind 2023 € 1.420 miljoen, een toename met € 86 miljoen of 6% ten opzichte van 31 december 2022.

Intervest investeert in logistieke panden in België en Nederland en kantoorgebouwen in België, gebouwen van prima kwaliteit, die verhuurd worden aan eersterangshuurders. Het onroerend goed waarin geïnvesteerd wordt, betreft voornamelijk moderne gebouwen, gelegen op strategische locaties, vaak in clusters.

In het logistiek vastgoed heeft Intervest voornamelijk sites in haar portefeuille op multimodale locaties met kritische omvang (> 25.000 m2). Deze sites bevinden zich op de belangrijkste logistieke assen in België en in Nederland.
69% van de logistieke portefeuille is in België gelegen en bevindt zich op de assen Antwerpen - Brussel - Nijvel, Antwerpen - Limburg - Luik en Antwerpen - Gent - Brugge. 31% van de logistieke portefeuille is gelegen in Nederland en bevindt zich op de logistieke corridors in het zuiden van Nederland.
De kantorenportefeuille is voornamelijk gelegen op de as Antwerpen - Mechelen - Brussel, die nog steeds de belangrijkste en meest liquide kantoorregio van België is. In uitvoering van de strategie wordt de kantorenportefeuille verder afgebouwd ten voordele van investeringen in logistieke panden.
De huurders zijn goed verspreid over een groot aantal verschillende economische sectoren, wat het risico op aanzienlijke leegstand reduceert in geval van een lagere conjunctuur die sommige sectoren harder zou kunnen treffen.
De tien belangrijkste huurders vertegenwoordigen 25% van de huurinkomsten. Het betreft vooraanstaande bedrijven in hun sector die vaak deel uitmaken van internationale concerns. De totale huurinkomsten van Intervest zijn evenwel verspreid over 213 verschillende huurders wat het debiteurenrisico beperkt en de stabiliteit van de huurinkomsten bevordert.

De gemiddelde resterende contractduur tot eerstvolgende breakdatum voor de tien belangrijkste huurders is gemiddeld 4,3 jaar.



De bezettingsgraad van de totale portefeuille beschikbaar voor verhuur stijgt met 3%-punten en bedraagt 93% op 31 december 2023 (90% eind 2022). Voor de logistieke portefeuille van Nederland neemt de bezettingsgraad eind 2023 af met 4%-punten tot 96% (100% eind 2022). Voor de logistieke portefeuille van België blijft de bezettingsgraad eind 2023 stabiel op 96% ten opzichte van jaareinde 2022 (96%). De bezettingsgraad van de kantorenportefeuille stijgt tot 85%, een toename met 9%-punten ten opzichte van jaareinde 2022 (76%).

Tijdens het boekjaar 2023 werden een aantal verhuurtransacties opgetekend. In het Belgische logistieke segment zijn in totaal verhuringen voor een verhuurbare oppervlakte van circa 206.351 m2 opgetekend, met een brutojaarhuur van samen € 7,9 miljoen, welke 23% van de contractuele jaarhuur eind 2022 voor de logistieke portefeuille van België vertegenwoordigt. In de kantorenportefeuille is in totaal circa 33.000 m2 opgetekend, met een brutojaarhuur van € 4,9 miljoen, welke 22% van de contractuele jaarhuur eind 2022 voor de kantorenportefeuille vertegenwoordigt.
Intervest streeft naar een optimale risicospreiding en tracht het relatieve aandeel van de individuele sites in de totale portefeuille te beperken.

De gemiddelde resterende contractduur tot de eerstvolgende vervaldag (WALB) in de volledige portefeuille bedraagt 4,4 jaar op 31 december 2023 (4,9 jaar eind 2022). De logistieke portefeuille België heeft een gemiddelde resterende contractduur tot eerstvolgende vervaldag van 4,4 jaar op 31 december 2023 (5,3 jaar op 31 december 2022). Voor de logistieke portefeuille Nederland bedraagt de gemiddelde resterende contractduur tot de eerstvolgende vervaldatum 5,9 jaar (6,5 jaar op 31 december 2022). Voor de kantorenportefeuille is de gemiddelde huurperiode tot de eerstvolgende vervaldag (WALB) 3,1 jaar eind 2023 (2,9 jaar op 31 december 2022).
De eindvervaldagen van de langetermijnhuurcontracten zijn goed gespreid over de komende jaren. 9% van de contracten heeft, op basis van de contractuele jaarhuren, een eindvervaldatum in 2024. 8% heeft een eindvervaldatum in 2025.
0
5
10
15
20


1 De exibele contracten voor coworking ruimtes en serviced oces worden in de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Ze bedragen momenteel minder dan 1% van de totale contractuele jaarhuur.
Intervest hanteert een proactief beleid inzake het onderhoud van de gebouwen en via een constante monitoring van het investeringsplan wordt de kwaliteit van de portefeuille op peil gehouden. Naast regelmatige investeringen in kwaliteit en duurzaamheid worden herontwikkelingen en renovaties uitgevoerd om de technische en economische levensduur van de gebouwen te optimaliseren. Zo is in 2023 circa € 11 miljoen besteed aan investeringen in de bestaande portefeuille.

De vastgoedportefeuille beschikbaar voor verhuur van Intervest wordt verzekerd voor een totale reconstructiewaarde van € 1,2 miljard, exclusief de terreinen waarop de gebouwen staan, tegenover een reële waarde van de vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur van € 1,3 miljard op 31 december 2023 (weliswaar gronden inbegrepen). De verzekerde waarde bedraagt voor de logistieke portefeuille in België € 487 miljoen, voor het logistiek vastgoed in Nederland € 252 miljoen en voor de kantorenportefeuille € 420 miljoen.
De verzekeringen omvatten eveneens bijkomende waarborgen voor de onbruikbaarheid van de onroerende goederen zoals huurderving, de instandhoudings- en opruimingskosten, het verhaal van huurders en gebruikers en het verhaal van derden. De gederfde huur wordt vergoed zolang het gebouw niet heropgebouwd is, voor zover dit binnen een redelijke termijn, vastgesteld door de expert, gebeurt. Inclusief deze bijkomende waarborgen is de verzekerde waarde € 1,4 miljard. Deze verzekerde waarde wordt gesplitst in € 597 miljoen voor het logistiek vastgoed in België, € 272 miljoen voor het logistiek vastgoed in Nederland en € 526 miljoen voor de kantorenportefeuille.
Intervest is verzekerd tegen aansprakelijkheid voortkomend uit haar activiteiten of haar investeringen middels een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering die lichamelijke en materiële schade dekt tot een bedrag van € 2,5 miljoen per schadegeval en zuiver stoffelijke schade tot €0,5 miljoen. Verder zijn de leden van de raad van toezicht en van de directieraad verzekerd voor bestuurdersaansprakelijkheid waarbij schade wordt gedekt tot een bedrag van € 30 miljoen.
2 De percentages zijn berekend op basis van de reële waarde van het voor verhuur beschikbare vastgoed op 31 december 2023. De ouderdom wordt uitgedrukt ten opzichte van het bouwjaar, zonder rekening te houden met kleine renovaties. Anderzijds wordt de ouderdom aangepast indien een gebouw volledig is gerenoveerd.
De waardering van de vastgoedportefeuille van Intervest is op 31 december 2023 uitgevoerd door de volgende vastgoeddeskundigen:
De waarderingsmethode die hoofdzakelijk gehanteerd wordt door de vastgoeddeskundigen voor de portefeuille van Intervest is de Inkomstenmethode of Inkomstenkapitalisatie. De Inkomstenkapitalisatie wordt aanbevolen voor vastgoed dat inkomsten genereert met een stabiele en voorspelbare cash ow. De waardering is gebaseerd op de verhouding tussen het inkomen dat het vastgoed produceert (markthuur) en het rendement dat een investeerder vereist (kapitalisatievoet).
Het vereiste rendement of de kapitalisatievoet is aankelijk van het verwachte rendement van andere beleggingsmogelijkheden, rekening houdend met de algemene risico's van de investering, evenals het risicovrije rendement, de in atie en de liquiditeit.
De kapitalisatievoet zal de perceptie van deze risico's op de markt weerspiegelen. Deze risico's hebben betrekking op:
De marktwaarde wordt verkregen door de transactiekosten in mindering te brengen op de investeringswaarde na correcties.
Huurwaarden en beleggingsrendementen zijn bepaald op basis van (i) de marktkennis en ervaring van de vastgoeddeskundige, en (ii) recente, vergelijkbare markt- en buitenmarkttransacties, rekening houdend met de kenmerken van het vastgoed, zoals de locatie, bereikbaarheid, zichtbaarheid, de algemene staat van onderhoud en het onderhoud, de grootte, het aantal en type huurders,
de gemiddelde duur van de resterende huurovereenkomsten, enz.
De investeringswaarde vóór correcties wordt verkregen door de markthuur te delen door de juiste kapitalisatievoet. Aankelijk van de situatie moeten een aantal aanpassingen in aanmerking worden genomen om de investeringswaarde na correcties af te leiden.
De meest voorkomende correcties zijn:
De marktwaarde (of kosten koper waarde) wordt verkregen door de transactiekosten in mindering te brengen op de investeringswaarde na correcties.
De fair value of reële waarde is de geschatte waarde exclusief de geschatte te betalen overdrachtskosten op het moment dat het vastgoed kan worden verkocht op de markt op datum van taxatie. De berekening van deze waarde gebeurt door de taxateur volgens IFRS 13 / IAS 40. In het waarderingsverslag van de Nederlandse vastgoedexpert is de reële waarde gelijk aan de marktwaarde.
Op uitdrukkelijke vraag van de revisor, en in overeenstemming met de vereisten van de IFRS 16 regelgeving, hebben de vastgoeddeskundigen een bijzondere taxatieoverweging gemaakt.
Deze houdt in dat de vastgoeddeskundigen uitdrukkelijk en expliciet abstractie maken van alle eventuele vergoedingen die betaald dienen te worden in het kader van tijdelijke gebruiksrechten/eigendomsrechten (zoals daar zijn erfpachten, concessies, etc.) aangezien deze onder IFRS 16 reeds afzonderlijk op de balans vermeld dienen te worden. Alle vermelde waardes in het waarderingsrapport dienen als dusdanig geïnterpreteerd te worden.
| VASTGOEDDESKUNDIGE | Reële waarde (in EUR x 1.000) |
Investeringswaarde (in EUR x 1.000) |
|---|---|---|
| Cushman & Wakefield Belgium | 300.947 | 308.471 |
| Stadim | 603.805 | 618.900 |
| CBRE Valuation Services Belgium | 141.496 | 145.034 |
| JLL Nederland | 344.557 | 383.836 |
| TOTAAL vastgoed beschikbaar voor verhuur en projectontwikkelingen/ grondreserves opgenomen in taxatierapport |
1.390.805 | 1.456.241 |
| TOTAAL GEWAARDEERDE VASTGOEDBELEGGINGEN | 1.390.805 | 1.456.241 |
| Grondreserves (niet geherwaardeerd) | 29.088 | 29.088 |
| VASTGOEDBELEGGINGEN | 1.419.893 | 1.485.329 |
De waardering van de vastgoedportefeuille is als volgt verdeeld over de vastgoeddeskundigen:
Het vastgoed gewaardeerd door de externe vastgoeddeskundigen van intervest omvat de vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur en de projectontwikkelingen in aanbouw en is exclusief de gebouwen beschikbaar voor verkoop en de zonnepanelen en laadpalen.
Met uitzondering van de grondreserve in Genk Green Logistics worden de grondreserves nog niet geherwaardeerd. Gezien voor deze grondreserves nog geen duidelijk beeld over de te maken projectkosten kan gemaakt worden, geen vergunningen bekomen werden of een substantieel deel voorverhuurd werd, is de vennootschap van mening dat de initiële aanschafwaarde nog steeds de reële waarde vertegenwoordigd.
Meer informatie over het ontwikkelingspotentieel is terug te vinden in het Vastgoedverslag , voor verdere informatie over de waardering van het vastgoed wordt verwezen naar de Financiële Staten - Toelichting 15. Vaste Activa.
De vastgoeddeskundigen hebben voor de vastgoedportefeuille van Intervest een totale reële waarde bepaald, op 31 december 2023, van € 1.390.805.000.
| Cushman & Wakefield Belgium | |
|---|---|
| Gregory Lamarche, MRICS Partner Head of Valuation & Advisory as representative of Andram BV |
Victoria Parret Senior Valuer Valuation & Advisory |
| CBRE Valuation Services | |
| Pieter Paepen, MRICS RICS Registered Valuer Senior Director bv/srl |
Pieter-Jan Arts Senior Valuation Surveyor |
| Stadim | |
| Nicolas Janssens Partner JLL Valuation Advisory BV |
Elke De Wael Valuer Advisor |
| J.C.A. Stortelers MSc MRICS RT Registered Valuer |
Abel Govers Consultant Valuation Advisory |
In de huurmarkt bedroeg de logistieke en semi-industriële take-up in totaal 2,11 miljoen m2, verdeeld over 63% logistiek en 37% semi-industrieel. Hoewel dit een stijging is van 13% op jaarbasis, ligt het net onder de piek van 2021. De logistieke activiteit van 1,32 miljoen m2 is echter een nieuw record voor België. De drijvende kracht achter de markt is de expansie van 3PL-spelers, goed voor 300.000 m2 in de tweede helft van 2023 alleen. Hoewel de beschikbare logistiek in België geleidelijk toeneemt, blijft het directe logistieke aanbod in België een van de laagste in Europa. In Q4 2023 bedraagt de leegstand 2,46% of 383.000 m2 magazijnruimte. Meer dan een derde van de leegstand is in feite nieuwe ruimte die op risico op de markt gebracht is als onderdeel van grotere magazijncampuslocaties die werden opgestart (een derde in Vlaanderen). De onderhandelingen voor deze ruimtes zijn lopende en ze zullen naar verwachting binnen een redelijke commercialiseringstermijn in gebruik worden genomen.
Een gunstige dynamiek bij de gebruikers heeft geleid tot een gestage pijplijn van moderne logistieke ruimte. Ondanks de indrukwekkende vraag van de laatste tijd betekenen de hogere kapitaalkosten, bouwkosten en moeilijke vergunningsprocedures echter dat ontwikkelaars waarschijnlijk de voorkeur zullen geven aan BTS-projecten boven speculatieve ontwikkelingen. Andere trends die van invloed zijn op de behoeften van gebruikers: het aanhouden van 'just in case'-voorraden, 'reshoring' en de groeiende behoefte aan 'last mile'-locaties in de buurt van stadscentra. Bovendien worden toplocaties niet langer alleen bepaald door geografische ligging. Multimodale toegankelijkheid en duurzame, kosteneciënte structuren worden steeds belangrijker.
In 2023 werd ongeveer 720.000 m2 aan logistieke magazijnen opgeleverd, waarvan slechts 81.000 m2 nog beschikbaar is.
De huren werden goed ondersteund in 2023. Vooral de A12/E19-markt kende een sterke groei van de tophuren met 17% tot € 68/m2. De E17-markt zag de tophuren ook met 10% stijgen tot € 55/m2.
De vraag naar nieuwe, 'built-to-suit' magazijnen zal op de langere termijn sterk blijven, omdat oudere gebouwen vaak niet voldoen aan de moderne behoeften van huurders op het gebied van plafondhoogte, laaddokcapaciteit, naadloze vloerplaten, robotica-mogelijkheden, zonne-energie-installaties en andere vereisten. Door de beperkte beschikbaarheid van grond en de dure bouwkosten zullen de tophuren in de nabije toekomst waarschijnlijk onder opwaartse druk blijven.
De prijzen van terreinen stabiliseerden zich gedurende het jaar, waarbij alleen de E17-markt een stijging noteerde.
De commerciële investeringen in België en Europa daalden aanzienlijk op jaarbasis, waardoor de investeringen in industrieel vastgoed in België voor 2023 uitkwamen op € 328 miljoen, een daling van 58% ten opzichte van het record van 2022. Off-market, opportunistische en
sale-and-lease-back deals domineerden de markt het afgelopen jaar. Aankopen voor herontwikkeling waren ook populair bij kopers met veel kapitaal. In totaal was de industriële sector goed voor 13,4% van de totale vastgoedinvesteringen in België in 2023, wat hoger is dan het vijaarlijkse gemiddelde. Er dient opgemerkt te worden dat de logistieke en semi-industriële markten de minste impact hebben ondervonden van de terugval van de algemene vraag in de commerciële vastgoedmarkten, wat een dynamisch en gediversifieerd investeringslandschap weerspiegelt.
In de huidige cyclus van renteverhogingen werd de rente in september 2023 voor het laatst verhoogd naar 4,5% (belangrijkste herfinancieringsoperaties). Als gevolg hiervan werden de 'prime yields' voor logistieke en semi-industriële ruimte verder naar boven bijgesteld naar het einde van het jaar toe. De huidige 'prime yield' voor logistiek wordt nu geschat op 5,00%, 150 basispunten hoger dan het cyclische dieptepunt van begin 2022. Voor semi-industriële en magazijnruimte wordt dit geschat op 5,75%.
De logistieke markt heeft de afgelopen jaren een aanzienlijke groei doorgemaakt. In 2023 werd deze sector echter sterk beïnvloed door bewegingen op de wereldwijde kapitaalmarkten, wat leidde tot lagere investeringen en verhuringen.
In de huurmarkt werd in 2023 ongeveer 3,6 miljoen m2 aan industrieel en logistiek vastgoed in gebruik genomen. De take-up ligt daarmee 20% lager dan in dezelfde periode vorig jaar, toen die 4,5 miljoen m2 bedroeg. De daling in take-up is vooral te wijten aan de daling van de take-up in het logistieke segment, dat een daling van 39% liet optekenen in vergelijking met 2022. Het industriële segment registreerde een stijging van 16% ten opzichte van een jaar eerder. Door de veranderende marktdynamiek in de gebruikersmarkt komen de verschillen tussen primaire, secundaire en tertiaire markten weer aan de oppervlakte. Gebruikers worden kritischer in prijsonderhandelingen en de fundamenten, zoals de kwaliteit van het vastgoed, bereikbaarheid en multimodaliteit worden ook belangrijker. De kernmarkten, locaties tussen de grote transportcorridors tussen Rotterdam en de Duitse grens, kunnen blijven rekenen op interesse van gebruikers, terwijl verwacht wordt dat er meer ruimte beschikbaar komt op secundaire of tertiaire locaties.
Door de dalende consumentenbestedingen is er minder activiteit in de gebruikersmarkt in de logistieke sector, wat resulteert in licht toenemende leegstand en meer verborgen leegstand. Logistieke dienstverleners vertonen een lagere expansiedrift en kiezen voor kortere huurperiodes. Hoewel de totale leegstand laag blijft, vlakt de stijging van de tophuren langzaam af.
Wat de investeringsmarkt betreft, daalde het volume tot € 2,4 miljard in 2023 in de industriële en logistieke markt,
1 Bron: CBRE België, Stadim & Cushman & Wakefield
2 Bron: CBRE & Cushman & Wakefield
nog steeds de grootste investeringscategorie in commercieel vastgoed, waarbij een grote meerderheid wordt geïnvesteerd in logistiek vastgoed. De stijging van de rente had ook gevolgen voor deze markt, niet alleen in termen van vastgoedwaarden, maar ook in de richting van een afname van de interesse in de gebruikersmarkt, als gevolg van dalende consumentenbestedingen.
Er ontstaan kansen voor ontwikkelende beleggers om waarde toe te voegen aan oudere, leegstaande panden door verduurzaming en eciënter ruimtegebruik (bv. high bay-distributiecentra of distributiecentra met meerdere verdiepingen). Zo worden deze gebouwen interessanter voor beleggers en gebruikers wanneer de markt weer aantrekt.
Er is nog steeds interesse in vastgoed in de core- en core+-categorieën, maar het prijsniveau van koper en verkoper liggen nog te ver uit elkaar. Door deze afwaardering houden veel investeerders zich nog afzijdig. Daarom domineren value add- en opportunistische beleggingen waarschijnlijk ook in 2024 de markt.
lnvesteerders bereiden zich al langzaam voor op aankopen in de core- en core+-categorieën om competitie voor te zijn en te voorkomen dat ze kopen in een oververhitte markt. Daadwerkelijk overgaan tot aankoop wordt pas weer aantrekkelijk als de rente van de ECB en Fed daalt. We zagen afgelopen jaar al dat sommige investeerders hun beleggingsstrategie door een gebrek aan beleggingsproduct uitbreiden naar andere deelassets, zoals light industrial en last mile. Nu zien we ook dat sommige investeerders hun strategie op basis van geografische ligging spreiden en durven afwijken van de traditionele logistieke hotspots.
Wat betreft de regionale huurmarkt (exclusief de Brusselse kantorenmarkt), en ondanks een marginale daling (8%) van de totale take-up in Vlaanderen in vergelijking met het voorgaande jaar, blijven de cijfers consistent met het gemiddelde sinds 2020. In het vierde kwartaal werd bijna 87.000 m2 opgetekend op de Vlaamse markt, wat resulteert in een jaartotaal dat de 220.000 m2 overschrijdt.
De consistente trend doorheen het jaar wijst op een vraag naar activa van hoge kwaliteit, waarbij gebouwen van klasse A goed zijn voor meer dan een derde van de activiteit in 2023. Er wordt verwacht dat deze trend zal aanhouden en de vraag en de take-up in Vlaanderen verder zal aanwakkeren, vooral omdat de ESG-vereisten steeds strenger worden.
De tophuren in de verschillende districten bleven het hele jaar stabiel, behalve in Antwerpen, waar de tophuur in het derde kwartaal steeg tot € 180/m2/jaar.
Terwijl de tophuren in eersterangs gebouwen stijgen, oefent het gebrek aan activiteit in klasse B- en C-gebouwen een neerwaartse druk uit op de gemiddelde huren, wat resulteert in een daling tot een niveau van € 129/m2/jaar.
Terwijl de in atie bleef dalen in het laatste kwartaal van het jaar, bleef de investeringsmarkt in kantoren daarentegen vertragen. Correcties in rendementen volgen altijd met vertraging de evoluties op de financiële markten. Daarom werden de 'prime yields' eind 2023 opnieuw opwaarts herzien en bereiken ze nu een theoretisch niveau van 6,60% en 7,60% voor Vlaanderen.
Het totale investeringsvolume in de regionale markten (exclusief de Brusselse kantorenmarkt) bedroeg € 255 miljoen voor het jaar.
30
3 Winstbestemming 2023
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ∆ | ∆ % |
|---|---|---|---|---|
| Huurinkomsten - normale bedrijfsuitoefening | 81.081 | 68.619 | 12.462 | 18% |
| Huurinkomsten - éénmalige elementen | 0 | 2.855 | -2.855 | -100% |
| Met verhuur verbonden kosten | -76 | -19 | -57 | 297% |
| NETTOHUURRESULTAAT | 81.005 | 71.455 | 9.550 | 13% |
| Recuperatie van vastgoedkosten | 1.163 | 1.249 | -86 | -7% |
| Recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurder op verhuurde gebouwen |
23.979 | 22.290 | 1.689 | 8% |
| Kosten van de huurder en gedragen door de eigenaar op huurschade en wederinstaatstelling |
-1.138 | -1.629 | 491 | -30% |
| Huurlasten en belastingen normaal gedragen door huurder op verhuurde gebouwen |
-23.979 | -22.290 | -1.689 | 8% |
| Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven | 918 | 939 | -22 | -2% |
| VASTGOEDRESULTAAT | 81.947 | 72.014 | 9.933 | 14% |
| Technische kosten | -1.112 | -931 | -181 | 19% |
| Commerciële kosten | -286 | -432 | 146 | -34% |
| Kosten en taksen van niet-verhuurde gebouwen | -1.688 | -1.086 | -602 | 55% |
| Beheerkosten vastgoed | -6.529 | -4.926 | -1.602 | 33% |
| Andere vastgoedkosten | -1.370 | -1.191 | -178 | 15% |
| Vastgoedkosten | -10.984 | -8.566 | -2.418 | 28% |
| OPERATIONEEL VASTGOEDRESULTAAT | 70.963 | 63.448 | 7.516 | 12% |
| Algemene kosten - normale bedrijfsuitoefening | -4.241 | -4.387 | 144 | -3% |
| Algemene kosten - éénmalige elementen | -6.195 | 0 | -6.195 | |
| Andere operationele opbrengsten en kosten | -903 | -475 | -428 | 90% |
| OPERATIONEEL RESULTAAT VOOR HET RESULTAAT OP PORTEFEUILLE | 59.624 | 58.586 | 1.038 | 2% |
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | -4.733 | 478 | -5.211 | -1.089% |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -810 | -26.106 | 25.296 | -97% |
| Ander portefeuilleresultaat | -2.793 | 3.920 | -6.713 | -171% |
| OPERATIONEEL RESULTAAT | 51.287 | 36.878 | 14.409 | 39% |
| Financiële opbrengsten | 1.612 | 69 | 1.543 | 2.242% |
| Netto-interestkosten - normale bedrijfsuitoefening | -20.205 | -10.655 | -9.550 | 90% |
| Netto-interestkosten - éénmalige elementen | -332 | 0 | -332 | |
| Andere financiële kosten | -627 | -291 | -336 | 116% |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | -16.860 | 32.257 | -49.118 | -152% |
| Financieel resultaat | -36.413 | 21.380 | -57.793 | -270% |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 14.875 | 58.258 | -43.384 | -74% |
| Belastingen | -1.399 | -978 | -421 | 43% |
| NETTORESULTAAT | 13.475 | 57.280 | -43.805 | -76% |
| Nettoresultaat - aandeel éénmalige elementen | -6.527 | 2.855 | -9.382 | |
| Nettoresultaat - normale bedrijfsuitoefening | 20.002 | 54.425 | -34.423 | -63% |
1 De cijfers tussen haakjes zijn de vergelijkende cijfers voor boekjaar 2022.
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| NETTORESULTAAT | 13.475 | 57.280 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Aandeelhouders groep | 5.918 | 51.714 |
| Aandeelhouders Groep exclusief éénmalige elementen | 12.445 | 48.859 |
| Derden | 7.558 | 5.566 |
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| NETTORESULTAAT - aandeel van de Groep | 5.918 | 51.714 |
| Aanpassingen voor de berekening van het EPRA resultaat Uit te sluiten: |
||
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | 4.733 | -478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | 810 | 26.106 |
| Ander portefeuilleresultaat | 2.793 | -3.920 |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | 16.860 | -32.257 |
| Minderheidsbelangen mbt bovenstaande | 6.286 | 4.302 |
| EPRA RESULTAAT | 37.401 | 45.467 |
| EPRA RESULTAAT exclusief éénmalige elementen | 43.928 | 42.612 |
De huurinkomsten van Intervest over 2023 bedragen € 81,1 miljoen (€ 71,5 miljoen). Dit betekent een toename van € 9,6 miljoen of 13% ten opzichte van het boekjaar 2022, ondanks de verbrekingsvergoeding opgenomen in de huurinkomsten van 2022 voor een bedrag van € 2,9 miljoen, ontvangen van huurder Enterprise Services Belgium begin vorig boekjaar naar aanleiding van het vroegtijdig teruggeven van een deel van hun gehuurde oppervlakte in Mechelen Business Tower (om de vergelijkingsbasis te verbeteren, wordt deze verbrekingsvergoeding afzonderlijk weergegeven als een éénmalig element in de cijfers van 2022). De organische huurgroei, zonder rekening te houden met deze verbrekingsvergoeding bedraagt € 11,1 miljoen of 16% en wordt voornamelijk, met name 10%, gedreven door de gerealiseerde huurgroei uit de projectontwikkelingen in Zeebrugge, Genk, Herentals en 's-Hertogenbosch die in de loop van 2022 en 2023 opgeleverd werden en door de indexatie van de huurcontracten, 7%.
Het operationeel resultaat vóór het resultaat op de portefeuille bedraagt € 59,6 miljoen (€ 58,6 miljoen). Dit is een toename van € 1,0 miljoen of 2% ten opzichte van 31 december 2022 die resulteert uit een toename van de huurinkomsten deels gecompenseerd door voornamelijk een toename in de vastgoed- en algemene kosten. De toename in de vastgoedkosten wordt veroorzaakt door een toename in de beheerskosten van het vastgoed en de prijsstijgingen in nutsvoorzieningen en andere kosten die niet kunnen gerecupereerd worden. De toename in de algemene kosten is enerzijds te verklaren door verschillende honoraria van adviseurs in verband met het vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod van European Real Estate Holdings NV (een entiteit gecontroleerd door TPG). Intervest wordt bijgestaan door Allen & Overy als juridisch adviseur en door Lazard als financieel adviseur. Anderzijds is de vennootschap momenteel onderhevig aan een strategische transformatie, waarbij de organisatie wordt afgestemd op de strategie. In dat kader werden een aantal verbrekingsvergoedingen uitbetaald in het eerste semester van 2023, waaronder ook de verbrekingsvergoeding van de ex-ceo. Bovendien ligt de focus intern op de desinvestering van de kantorenportefeuille waardoor de loonkosten die voorheen toegeschreven werden aan de acquisitie- en ontwikkelingspipeline nu meer ten laste blijven van het EPRA resultaat.
Het operationeel resultaat vóór het resultaat op de portefeuille zonder rekening te houden met de hierboven beschreven éénmalige elementen bedraagt € 65,8 miljoen voor boekjaar 2023 tegenover € 55,7 miljoen in 2022, wat een stijging van 10,1 miljoen betekent of 18%.
De operationele marge bedraagt 74% voor 2023, ten opzichte van 82% voor dezelfde periode vorig jaar. Zonder de reeds beschreven éémalige elementen bedraagt de operationele marge 81% in 2023 tegenover 81% in boekjaar 2022.
Het resultaat op verkoop van vastgoedbeleggingen bedraagt -€ 4,7 miljoen. Het betreft het resultaat op de verkoop van vier kantoorsites, een kantoorgebouw in Antwerpen (Gateway), een kantoorgebouw in Hoeilaart, twee kantoorgebouwen in Dilbeek en een in Zellik. De sites, met uitzondering van Zellik, stonden reeds op de balans als vastgoed bestemd voor verkoop.
De variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen bedragen voor het boekjaar 2023 -€ 0,8 miljoen (-€ 26,1 miljoen).
Het ander portefeuilleresultaat bedraagt op 31 december 2023 -€ 2,8 miljoen ( € 3,9 miljoen) en omvat voornamelijk de wijziging in de uitgestelde belastingen op niet-gerealiseerde meerwaarden op de vastgoedbeleggingen die eigendom zijn van de perimetervennootschappen van Intervest in Nederland en België en de variatie in reële waarde van het vastgoed bestemd voor verkoop.
Het financieel resultaat (excl. variaties in reële waarde van financiële activa en passiva) bedraagt voor het boekjaar 2023 -€ 19,6 miljoen ten opzichte van -€ 10,9 miljoen op 31 december 2022. De toename van € 8,7 miljoen is voornamelijk een gevolg van een hogere gemiddelde kapitaalopname en de stijging van de euribor tarieven, alsook een lagere opname in commercial paper gedeeltelijk gecompenseerd door hogere rente-indekkingen.
De variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva bevatten de wijziging in de marktwaarde van de interest rate swaps die niet als cash-flow hedginginstrument kunnen geklasseerd worden, voor een bedrag van -€ 16,9 miljoen (€ 32,3 miljoen).
Het nettoresultaat voor 2023 bedraagt € 13,5 miljoen (€ 57,3 miljoen). Het nettoresultaat – aandeelhouders Groep bedraagt op 31 december 2023 € 5,9 miljoen (€ 51,7 miljoen) en kan opgedeeld worden in:
〉 het EPRA resultaat van € 37,4 miljoen (€ 45,5 miljoen) of een afname van € 8,1 miljoen of 18% is hoofdzakelijk een combinatie van een sterke stijging in de rentekosten, hogere algemene kosten en hogere vastgoedkosten die gedeeltelijk gerecupereerd worden door, ondanks het wegvallen van de eenmalig ontvangen verbrekingsvergoeding in 2022, een toename in huurinkomsten als gevolg van huurgroei uit de projectontwikkelingen die in de loop van 2022 en 2023 opgeleverd werden en de indexatie van de huurcontracten.
Het EPRA resultaat zonder rekening te houden met de eerder beschreven éénmalige elementen bedraagt € 43,9 miljoen in 2023 tegenover € 42,6 miljoen in 2022.
Het EPRA resultaat 2023 bedraagt € 37,4 miljoen ten opzichte van € 45,5 miljoen vorig jaar. Rekening houdend met 30.021.003 gewogen gemiddeld aantal aandelen bedraagt het EPRA resultaat per aandeel € 1,25 ten opzichte van € 1,71 voor 2022 met een gemiddeld aantal aandelen van 26.664.878.
De afname met € 0,46 is te verklaren door:
Het EPRA-resultaat per aandeel exclusief de eerder beschreven éénmalige elementen komt voor 2023 op € 1,46 tegenover € 1,60 in 2022.
| in EUR x 1.000 | 31.12.2023 | 31.12.2022 | ∆ | ∆ % |
|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||
| Vaste activa | 1.452.522 | 1.381.476 | 71.046 | 5% |
| Vlottende activa | 21.653 | 47.304 | -25.651 | -54% |
| TOTAAL ACTIVA | 1.474.175 | 1.428.780 | 45.395 | 3% |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | ||||
| Eigen vermogen | 708.039 | 721.410 | -13.371 | -2% |
| Kapitaal | 278.375 | 264.026 | 14.349 | 5% |
| Uitgiftepremies | 228.247 | 219.354 | 8.893 | 4% |
| Reserves | 162.166 | 158.257 | 3.909 | 2% |
| Nettoresultaat van het boekjaar | 5.918 | 51.714 | -45.797 | -89% |
| Minderheidsbelangen | 33.333 | 28.059 | 5.275 | 19% |
| Verplichtingen | 766.136 | 707.370 | 58.766 | 8% |
| Langlopende verplichtingen | 642.834 | 564.849 | 77.985 | 14% |
| Kortlopende verplichtingen | 123.302 | 142.521 | -19.219 | -13% |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.474.175 | 1.428.780 | 45.395 | 3% |
De vaste activa bedragen € 1.453 miljoen op 31 december 2023 (€ 1.381 miljoen op 31 december 2022) en bestaan voornamelijk uit vastgoedbeleggingen van Intervest. De reële waarde van de vastgoedportefeuille bedraagt eind 2023 € 1.420 miljoen (€ 1.333 miljoen). Deze totale reële waarde omvat het vastgoed beschikbaar voor verhuur van circa € 1.339 miljoen en de projectontwikkelingen en grondreserves van circa € 81 miljoen. De toename in de reële waarde van vastgoedbeleggingen met € 86 miljoen of 6% ten opzichte van 31 december 2022 is als volgt te verklaren.
Op 31 december 2023 bedraagt de nettowaarde (reële waarde) van het aandeel € 21,89 (€ 23,72 op 31 december 2022). Aangezien de beurskoers van het Intervest aandeel (INTO:BB) op 31 december 2023 € 20,70 bedraagt, noteert het aandeel op afsluitingsdatum met een discount van -5,4% ten opzichte van de nettowaarde (reële waarde).
De EPRA NTA per aandeel bedraagt eind 2023 € 22,24 (€ 23,50 op 31 december 2022).
Het eigen vermogen van de vennootschap is in 2023 met € 13 miljoen afgenomen en bedraagt op 31 december 2023 € 708 miljoen, vertegenwoordigd door 30.825.122 aandelen (29.235.067 aandelen op 31 december 2022).
Op het moment dat een gebouw verkocht wordt, worden de eerder opgebouwde gecumuleerde onbeschikbare reserves toewijsbaar aan dit gebouw gerealiseerd en dus beschikbaar voor uitkering. Deze gecumuleerde onbeschikbare reserves kunnen in sommige gevallen echter ook negatief zijn en dus het saldo van de beschikbare reserves negatief beïnvloeden.
Het huidige verkoopproces van de kantorenportefeuille en de timing van de individuele desinvesteringen zou het toekomstig beschikbaar bedrag voor dividenduitkering dus in sterke mate kunnen beïnvloeden, en desgevallend tenietdoen.
De langlopende verplichtingen zijn met € 78 miljoen toegenomen, deze toename situeert zich voornamelijk op de financiële schulden en een bijkomende concessieschuld naar aanleiding van de verwerving van Gent Skaldenstraat.
De kortlopende verplichtingen bedragen per 31 december 2023 € 123 miljoen, wat een daling betekent van 19 miljoen tegenover 31 december 2022. De kortlopende verplichtingen omvatten op jaareinde € 86 miljoen aan financiële verplichtingen, € 24 miljoen aan handelsschulden en andere kortlopende schulden en 13 miljoen uit overlopende rekeningen.
Het financieringsbeleid van Intervest bestaat erin om de vastgoedportefeuille zo optimaal mogelijk te financieren met een ideale mix van schulden en eigen vermogen en dat er bijgevolg voldoende middelen beschikbaar zijn voor de uitvoering van de lopende projecten.
De belangrijkste objectieven zijn daarin:
Intervest heeft ook in de loop van 2023 het financieringsniveau op pijl gehouden onder meer door afsluiting van nieuwe kredieten en verlenging van bestaande overeenkomsten. Op 31 december 2023 bedraagt de totale kredietlijn van Intervest € 823 miljoen met een gemiddelde resterende looptijd van de langetermijnkredietlijnen van 3,6 jaar (4,0 jaar op jaareinde 2022), waarvan circa € 147 miljoen aan niet-opgenomen gecommitteerde kredietlijnen. Deze niet-opgenomen kredietlijnen kunnen gebruikt worden voor financieringen van lopende projectontwikkelingen. Eind 2023 beschikt Intervest over € 170 miljoen groene kredietlijnen (waarvan € 155 miljoen opgetrokken).
Per 31 december 2023 heeft € 47 miljoen of 5,7% van de financieringen een vervaldag binnen één jaar, waarvan €25 miljoen reeds verlengd werd januari 2024. Via het commercial-paperprogramma is € 32 miljoen opgenomen op korte termijn en € 8 miljoen op lange termijn per jaareinde 2023.
De indekkingsratio van de opgenomen kredieten bedraagt 93% (72% op jaareinde 2022). Deze kredieten hebben een vaste rentevoet of zijn gefixeerd door renteswaps. De gemiddelde resterende looptijd is 4,0 jaar op 31 december 2023. De verhoging van de indekkingsratio kwam tot stand door het openbreken en uitbreiden in 2023 van de IRSsen via transacties met KBC Bank, ING België, BNP Parisbas Fortis en Natixis. Het notionele bedrag bedraagt € 455 miljoen (€ 280 miljoen op jaareinde 2022).
De gemiddelde rentevoet van de financieringen bedraagt 3,1% inclusief bankmarges op 31 december 2023 (2,0% op 31 december 2022).

Op 31 december 2023 bedragen de beschikbare kredieten van Intervest € 823 miljoen, met een spreiding van de kredieten over 11 Europese financiële instellingen, een Greenbond, een USPP en een commercial-paperprogramma. € 107 miljoen van deze kredietlijnen of 13% hebben een vervaldag op korte termijn, de vervaldagenkalender van de kredietlijnen geeft het volgende beeld.
De balk 'Commercial paper KT' toont de totale back-uplijn van de begeleidende banken in het commercial-paperprogramma.

2 Het krediet opgenomen in de kolom korte termijnkredieten betreft een krediet zonder eindvervaldag. Het krediet is permanent opzegbaar.
Gezien de stijging van de rentevoeten op de financiële markten heeft Intervest haar indekkingsstrategie aangescherpt. Van de opgenomen kredietlijnen heeft 93% een vaste rentevoet of is gefixeerd door renteswaps en heeft 7% een variabele rentevoet.
Op 31 december 2023 heeft de vennootschap:
De vervaldagenkalender van de indekkingsinstrumenten en financieringen met vaste rentevoet geeft onderstaand beeld3:

Voor het boekjaar 2023 bedraagt het effect op het EPRA resultaat en nettoresultaat van een (hypothetische) stijging van de rentetarieven met 1% ongeveer € -0,5 miljoen (€ -1,7 miljoen in 2022). Bij een (hypothetische) stijging van de rentetarieven met 0,5% nemen de interestkosten toe met € 0,2 miljoen (-€ 0,9 miljoen in 2022).
3 De percentages in de grafiek worden berekend ten opzichte van de totale kredietopname per 31 december 2023.
Voor het boekjaar 2023 bedraagt de gemiddelde rentevoet van de financieringen van Intervest 3,1% inclusief bankmarges (2,0% in 2022).
〉 De gemiddelde interestvoet van de langlopende financiële schulden is voor 2023 3,0% inclusief bank-marges (2,1% in 2022). 〉 De gemiddelde interestvoet van de kortlopende financiële schulden is voor 2023 4,1% inclusief bank-marges (1,1% in 2022).

De interestcover ratio is de verhouding tussen het operationeel resultaat, voor het resultaat op de portefeuille, en het financieel resultaat (exclusief variaties in reële waarde van financiële activa en passiva). Deze ratio bedraagt 3,1 voor het boekjaar 2023 (5,4 voor het boekjaar 2022) wat hoger is dan het vereiste minimum 2 tot 2,5 dat als convenant vastgelegd is in de financieringsovereenkomsten van de vennootschap.
De schuldgraad van de vennootschap bedraagt 49,7% op 31 december 2023 (48% op 31 december 2022). Op basis van de huidige schuldgraad heeft Intervest nog een bijkomend investeringspotentieel van circa € 637 miljoen, zonder hierbij de maximale schuldgraad van 65% te overschrijden. De ruimte voor verdere investeringen bedraagt circa € 376 miljoen alvorens de 60% schuldgraad te overschrijden en circa € 173 miljoen tot de drempel van 55%. Om een proactief beleid van de schuldgraad te waarborgen, dient een GVV met een schuldgraad hoger dan 50%, als gevolg van artikel 24 van het GVV-KB, een financieel plan op te stellen. Dit plan bevat een uitvoeringsschema waarin een beschrijving wordt gegeven van de maatregelen die zullen worden genomen om te verhinderen dat de schuldgraad boven 65% van de geconsolideerde activa zou stijgen.
Het beleid van Intervest bestaat uit het trachten te handhaven van een schuldgraad tussen ongeveer 45% en 50%.

De raad van toezicht stelt voor om het resultaat van het boekjaar 2023 van Intervest Offices & Warehouses NV als volgt te bestemmen.
in EUR x 1.000
| NETTORESULTAAT van het boekjaar 2023* | 5.918 |
|---|---|
| TOEVOEGING/ONTTREKKING RESERVES | |
| Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed: | |
| Boekjaar ■ |
17.725 |
| Vorige boekjaren ■ |
0 |
| Realisatie vastgoed ■ |
4.733 |
| Toevoeging aan de reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstru menten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding (-) |
15.629 |
| Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de 'equity' methode (-/+) |
-6.298 |
| VERGOEDING VAN HET KAPITAAL | 30.880 |
* De huidige winstverdeling is gebaseerd op de enkelvoudige cijfers (zie 8.4 Bijlagen bij de enkelvoudige jaarrekening in de Financieel staten).
Aan de algemene vergadering van aandeelhouders wordt op 24 april 2024 voorgesteld om een brutodividend van € 1,02 per aandeel uit te keren.
Dit komt neer op een nettodividend van € 0,7140 na aftrek van 30% roerende voorheffing.
Rekening houdend met 30 825 122 aandelen die zullen delen in het resultaat van het boekjaar 2023, betekent dit een uit te keren dividend van € 30.879.558.
De aandelen die gecreëerd werden bij de inbreng in natura (acquisitie ILWS) delen slechts pro rata in het resultaat, als gevolg hiervan hebben 944.649 aandelen slechts recht op 5/12 van het dividend.
| 2023 | |
|---|---|
| Geconsolideerd EPRA resultaat per aandeel (EUR) | 1,25 |
| Enkelvoudig EPRA resultaat per aandeel (EUR) | 1,26 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen | 30.825.122 |
| Brutodividend per aandeel (EUR) bestaande aandelen voor 02 augustus 2023 | 1,020 |
| Brutodividend per aandeel (EUR) gecreëerde aandelen in het kader van de inbreng in natura (acquisitie ILWS) |
0,425 |
| Vergoeding van het kapitaal (in EUR x 1.000) | 30.880 |
De uitkering van het EPRA resultaat is conform de GVV-Wet.
1 Kerncijfers
40
| 31.12.2023 | 31.12.2022 | 31.12.2021 | |
|---|---|---|---|
| AANTAL AANDELEN | |||
| Aantal aandelen op het einde van de periode | 30.825.122 | 29.235.067 | 26.300.908 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen | 30.825.122 | 29.235.067 | 26.300.908 |
| Free float (%) | 85% | 85% | 85% |
| BEURSGEGEVENS | |||
| Hoogste slotkoers (EUR) | 21,25 | 29,60 | 28,35 |
| Laagste slotkoers (EUR) | 13,14 | 18,54 | 20,10 |
| Beurskoers op afsluitingsdatum (EUR) | 20,70 | 19,24 | 28,20 |
| Premie/Discount t.o.v. de reële nettowaarde (%) | -5,4% | -19% | 19% |
| Gemiddelde beurskoers (EUR) | 17,33 | 24,88 | 23,92 |
| Verhandeld aantal aandelen per jaar | 13.275.250 | 8.136.081 | 7.646.263 |
| Gemiddeld verhandeld aantal aandelen per dag | 52.060 | 31.658 | 29.637 |
| Omloopsnelheid van het aandeel (%) | 43,1% | 27,8% | 29,1% |
| GEGEVENS PER AANDEEL (EUR) | |||
| Nettowaarde (reële waarde)* | 21,89 | 23,72 | 23,67 |
| EPRA NTA | 22,24 | 23,50 | 24,83 |
| Marktkapitalisatie (miljoen) | 638 | 562 | 742 |
| Uitkeringspercentage (%) | 82% | 90% | 88% |
| Brutodividend | 1,021 | 1,53 | 1,53 |
| Percentage roerende voorheffing (%) | 30% | 30% | 30% |
| Nettodividend | 0,7140 | 1,0710 | 1,0710 |
| Brutodividendrendement (%) | 4,9% | 8,0% | 5,4% |
| Nettodividendrendement (%) | 3,4% | 5,6% | 3,8% |
* De nettowaarde (reële waarde) stemt overeen met de nettowaarde zoals gedefinieerd in artikel 2, 23° van de GVV-Wet.
1 Onder voorbehoud van goedkeuring door de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van 24 april 2024.
Het aandeel van Intervest Offices & Warehouses is sinds 1999 genoteerd op de continumarkt van Euronext Brussel (INTO).
Het aandeel is opgenomen in o.a. de beursindexen EPRA/NAREIT Developed Europe, EPRA/NAREIT Developed Europe REIT's en sinds 2023 ook in de BEL®ESG index.



Het dividendbeleid wordt door de raad van toezicht van Intervest bepaald en na het einde van elk boekjaar ter goedkeuring voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Het bedrag dat vatbaar is voor uitkering is bepaald conform artikel 13 §1 van het GVV-KB en Hoofdstuk III van bijlage C van het GVV-KB.
Intervest is een gereglementeerde vastgoedvennootschap met een wettelijke uitkeringsverplichting van minimaal 80% van het EPRA resultaat, aangepast voor niet-kasstroomelementen. Het brutodividend bedraagt minimum 80% van dit bedrag zodat de GVV voldoet aan haar wettelijke verplichtingen.
De raad van toezicht van Intervest heeft ieder jaar de mogelijkheid om te beslissen dat het dividend over het boekjaar wordt uitgekeerd als keuzedividend. Bij een keuzedividend krijgen de aandeelhouders de mogelijkheid om hun schuldvordering, die ontstaat uit de winstuitkering, in te brengen in het kapitaal van Intervest, tegen de uitgifte van nieuwe aandelen. Dit naast de keuzemogelijkheid om het dividend in cash te ontvangen of te opteren voor een combinatie van de twee voorgaande opties. De dividendvordering die gekoppeld is aan een bepaald aantal bestaande aandelen, geeft recht op één nieuw aandeel, tegen een uitgifteprijs per aandeel, al dan niet met een korting t.o.v. de beurskoers. De raad van toezicht van Intervest zal telkens opnieuw de afweging maken of zij het dividend zal uitkeren onder de vorm van een keuzedividend en indien hij daartoe overgaat, hiervan de modaliteiten vastleggen.
Dividenden uitgekeerd door Intervest, zijn standaard onderworpen aan Belgische roerende voorheffing van 30%. Een gedeeltelijke/volledige vrijstelling van de roerende voorheffing op dividenden kan worden verkregen door aandeelhouders die voldoen aan specifieke voorwaarden opgelegd door de wet.
Op het moment dat een gebouw verkocht wordt, worden de eerder opgebouwde gecumuleerde onbeschikbare reserves toewijsbaar aan dit gebouw gerealiseerd en dus beschikbaar voor uitkering. Deze gecumuleerde onbeschikbare reserves kunnen in sommige gevallen echter ook negatief zijn en dus het saldo van de beschikbare reserves negatief beïnvloeden. Het huidige verkoopproces van de kantorenportefeuille en de timing van de individuele desinvesteringen zou het toekomstig beschikbaar bedrag voor dividenduitkering dus in sterke mate kunnen beïnvloeden, en desgevallend tenietdoen.
Voor de bepaling van het bedrag van verplichte dividenduitkering en het voorgesteld dividend per aandeel voor het boekjaar 2023 wordt verwezen naar sectie 8.6 Bijlagen bij de enkelvoudige jaarrekening.
Per 31 december 2023 is, volgens de ontvangen kennisgevingen, het volgende aandeelhouderschap bekend bij de vennootschap.
| Naam | Aantal (aange geven) stemrechten op datum van de kennisgeving |
Datum laatste transparantie kennisgevingen tot 31.12.2023 |
% aandelen obv noemer op laatste transparantie kennisgeving1 |
% aandelen op basis van noemer op datum kennis geving4 |
|---|---|---|---|---|
| Federale Participatie- en Investerings maatschappij nv / Société Fédérale de Participations et d'Investissement SA (FPIM/SFPI) (inclusief Belfius Groep) |
2.439.890 | 20.08.2019 | 7,92% | 9,90% |
| J.P. Morgan Securities3 | 2.277.819 | 22.12.2023 | 7,39% | 7,39% |
| Allianz | 1.541.253 | 24.11.2023 | 5,00% | 5,00% |
| Patronale Group NV | 1.251.112 | 12.03.2020 | 4,06% | 5,07% |
| Degroof Petercam Asset Management SA | 921.516 | 14.11.2023 | 2,99% | 2,99% |
| BlackRock - gerelateerde bedrijven | 1.716.360 | 19.12.2023 | 5,57% | 5,57% |
| European Real Estate Holdings NV2 | 311.841 | 10.11.2023 | 1,01% | 1,01% |
| Andere aandeelhouders onder de statu taire drempel |
20.365.331 | 66,07% | ||
| TOTAAL | 30.825.122 | 100,00% |
Het percentage wordt berekend in de veronderstelling dat het aantal aandelen niet is gewijzigd sinds de meest recente transparantiekennisgeving en rekening houdend met het totaal aantal uitstaande aandelen van Intervest.
European Real Estate Holdings NV is houder van 1,01% stemrechten en eveneens houder van 16,12% gelijkgestelde financiële
instrumenten op de datum van de kennisgeving.
J.P. Morgan Securities is op de datum van de kennisgeving houder van 4,08% stemrechten en eveneens houder van 3,56% gelijkgestelde financiële instrumenten, waarvan (i) 3,31% zogenaamde "third party shares where right of use held" (en gezamenlijk met de stemrechten verbonden aan aandelen, 7,39%) en (ii) 0,25% stemrechten via een Equity SWAP.
Het percentage aandelen op basis van de noemer op de datum van de transparantiekennisgeving. Deze noemer kan inmiddels gewijzigd zijn.
Voor een overzicht van alle transparantiekennisgevingen die Intervest in 2023 heeft ontvangen, verwijzen wij naar de website www.intervest.eu, onder de rubriek > Investeerders > Aandeelhoudersinformatie > Aandeelhoudersstructuur.
Overeenkomstig de wettelijke voorschriften ter zake is elke natuurlijke of rechtspersoon die aandelen of andere verleende financiële instrumenten van de vennootschap met stemrecht, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, verwerft of afstaat, verplicht zowel de vennootschap als de Financial Services and Markets Authority (FSMA) kennis te geven van het aantal financiële instrumenten dat hij bezit, telkens wanneer de stemrechten verbonden aan deze financiële instrumenten vijf procent (5%) of een veelvoud van vijf procent bereiken van het totale aantal stemrechten op dat ogenblik of op het ogenblik dat zich omstandigheden voordoen op grond waarvan zulke kennisgeving verplicht wordt.
Naast de in vorige paragraaf vermelde wettelijke drempels voorziet de vennootschap tevens in een statutaire drempel van drie procent (3%).
De aangifte is eveneens verplicht in geval van overdracht van aandelen, wanneer ingevolge deze overdracht het aantal stemrechten stijgt boven of daalt onder de drempels zoals bepaald hierboven.
Voor de meest recente aandeelhoudersstructuur op basis van de ontvangen transparantiemeldingen wordt verwezen naar de website www.intervest.eu, onder de rubriek > Investeerders > Aandeelhoudersinformatie > Aandeelhoudersstructuur. Ingevolge het vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod door TPG heeft Intervest een meerderheidsaandeelhouder. Voor meer informatie hieromtrent wordt verwezen naar het hoofdstuk "Intervest in een oogopslag – Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum: overnamebod".
1 Algemeen
44
Sinds 2020 heeft Intervest een nieuwe governance structuur, conform het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ('WVV'): een duaal bestuur.
Een duaal bestuur bestaat uit een raad van toezicht enerzijds en een directieraad anderzijds in vervanging van het monistische systeem met een raad van bestuur en een directiecomité.
De raad van toezicht is bevoegd voor het algemeen beleid en de strategie van de vennootschap en voor alle handelingen die op grond van het WVV en de statuten specifiek worden voorbehouden aan hem. Daarnaast houdt hij toezicht op de directieraad. Ten minste eenmaal om de vijf jaar evalueert de raad van toezicht of de gekozen governance structuur nog steeds geschikt is, en zo niet, stelt hij een nieuwe governance structuur voor aan de algemene vergadering van de vennootschap.
De directieraad oefent alle bestuursbevoegdheden uit die niet aan de raad van toezicht zijn voorbehouden overeenkomstig het WVV en de statuten van de vennootschap.
De raad van toezicht wordt bijgestaan en geadviseerd door drie comités: een audit- en risicocomité, een benoemingsen remuneratiecomité en een investeringscomité.
Overeenkomstig artikel 3:6 §2 WVV en het koninklijk besluit van 12 mei 2019 houdende aanduiding van de na te leven code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen, past Intervest vanaf 1 januari 2020 als referentiecode de Belgische Corporate Governance Code 2020 ('Code 2020') toe, rekening houdend met de GVV-wetgeving. Deze Code 2020 is terug te vinden op de website van het Belgisch Staatsblad en op www.corporategovernancecommittee.be.
De corporate governance principes van Intervest zijn door de raad van toezicht vastgelegd in een aantal richtlijnen:
Deze documenten worden regelmatig herzien, zodat ze steeds in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving en richtlijnen inzake corporate governance. Het volledige Corporate Governance Charter dat de belangrijke interne reglementen van de bestuursorganen van Intervest beschrijft, is voor de laatste maal herzien in februari 2021. Het Corporate Governance Charter, alsook de overige richtlijnen, kunnen geraadpleegd worden op www.intervest.eu.
De Code 2020 hanteert het 'pas-toe-of-leg-uitprincipe ("comply or explain"), waarbij afwijkingen van de aanbevelingen moeten worden verantwoord. Op datum van dit Jaarverslag leeft Intervest de bepalingen van de Code 2020 na, behoudens voor wat betreft de hierna volgende principes.
Principe 7.6 van de Code 2020 stelt dat de leden van de raad van toezicht een deel van hun remuneratie in de vorm van aandelen van de vennootschap dienen te ontvangen.
Intervest wijkt van dit principe af en vergoedt haar leden van de raad van toezicht niet in aandelen. Rekening houdend met de huidige bedragen van hun vergoedingen en met het onafhankelijke karakter van een aantal leden van de raad van toezicht, is Intervest van oordeel dat de (gedeeltelijke) toekenning van een vergoeding in aandelen niet bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen van de Code 2020 om deze leden van de raad van toezicht een langetermijnvisie te laten onderschrijven. De strategie en het algemene beleid van Intervest en de manier waarop de vennootschap werkt, voldoet al aan de doelstelling van principe 7.6 van de Code 2020, die gericht is op het bevorderen van waardecreatie op lange termijn en van een evenwicht tussen de wettige belangen en verwachtingen van de aandeelhouders en alle belanghebbenden. Deze principes zijn met name opgenomen in het Corporate Governance Charter dat door elk lid van de raad van toezicht wordt onderschreven.
Intervest wijkt af van dit principe en bepaalt geen minimumdrempel voor het aanhouden van aandelen door de leden van haar directieraad. Als openbare GVV streeft Intervest ernaar om waarde te creëren voor haar stakeholders door het genereren van solide en terugkerende kasstromen op een goed gediversifieerde vastgoedportefeuille en dit met respect voor duurzaamheid, sociale aspecten en goed bestuur. Het is deze strategie die operationeel uitgerold dient te worden door de leden van de directieraad. De onderliggende performantiecriteria aangaande de variabele verloning op lange termijn van de leden van de directieraad bevatten een duidelijke link met het creëren van stabiele langetermijnkasstromen, zodat Intervest de mening is toegedaan dat zij op deze wijze de leden van de directieraad reeds doet handelen met het perspectief van een langetermijnaandeelhouder.
De leden van de directieraad hebben echter wel de mogelijkheid om individueel aandelen te verwerven van de vennootschap mits inachtneming van de regels aangaande transacties voor eigen rekening in aandelen of andere schuldinstrumenten van de vennootschap of afgeleide of andere financiële instrumenten die ermee verbonden zijn.
De vennootschap wordt geleid door een raad van toezicht die handelt als een college.
De raad van toezicht dient te streven naar duurzame waardecreatie door de vennootschap, rekening houdend met zowel de legitieme belangen van aandeelhouders als van andere stakeholders, middels:
Wat zijn verantwoordelijkheden inzake strategie betreft, dient de raad van toezicht:
〉 de middellange- en langetermijnstrategie van de vennootschap goed te keuren, waarbij hij ook de bereidheid van de vennootschap goedkeurt om risico's te nemen
teneinde deze strategische doelstellingen te behalen, dewelke gebaseerd zijn op voorstellen van de directieraad; hij zal deze tevens regelmatig evalueren
Wat zijn verantwoordelijkheden inzake leiderschap betreft, dient de raad van toezicht:
Wat zijn verantwoordelijkheden inzake toezicht betreft, dient de raad van toezicht:
De raad van toezicht heeft in het jaar 2023 17 maal vergaderd. De belangrijkste agendapunten waarover de raad van toezicht heeft vergaderd en beslist in 2023 zijn:
De raad van toezicht vergadert telkens als het belang van de vennootschap dit vereist, tenminste viermaal per jaar of telkens als de voorzitter van de raad van toezicht of elk ander lid daarom verzoekt. De beraadslagingen en beslissingen van de raad van toezicht worden opgenomen in de notulen die na elke vergadering worden opgesteld door de secretaris van de vennootschap en ondertekend door de voorzitter van de raad van toezicht en de leden van de raad van toezicht die erom verzoeken. De notulen worden bewaard op het secretariaat van de vennootschap in een speciaal daartoe bestemd register.
Voor zover als nodig wordt gepreciseerd dat geen enkel lid van de raad van toezicht de laatste vijf jaar:
Tussen de leden van de raad van toezicht bestaan geen familiebanden tot de tweede graad.
De raad van toezicht bestaat uit minimaal drie leden en maximaal tien leden. De raad van toezicht streeft ernaar dat geen enkel individu of geen enkele groep van leden van de raad van toezicht het beslissingsproces kan domineren. In elk geval zullen minstens drie leden de status van onafhankelijk lid hebben.
Alle leden van de raad van toezicht zijn uitsluitend natuurlijke personen en moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, zoals bepaald in artikel 14, §1 van de GVV-Wet.
De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat er voldoende expertise aanwezig is betreffende de verschillende activiteiten van de vennootschap, alsook een voldoende diversiteit in competenties, achtergrond, leeftijd en geslacht.
Alle leden van de raad van toezicht beschikken over passende deskundigheid en ervaring op het gebied van ESG. Alle leden besteden aandacht aan onderwerpen die verband houden met ESG, zowel wat betreft het milieu-, het sociale als het governance aspect en dit steeds binnen het kader van de strategie.
De leden mogen niet meer dan vijf bestuursmandaten bekleden in beursgenoteerde vennootschappen.
In overeenstemming met artikel 7:86 en 7:106 van het WVV zal tenminste één derde van de leden van de raad van toezicht van een ander geslacht zijn dan de overige leden de raad van toezicht.
| Ann Smolders – Voorzitster, onafhankelijk lid | 17/17 |
|---|---|
| Johan Buijs - Lid | 17/17 |
| Patricia Laureys – Onafhankelijk lid | 11/11* |
| Marc Peeters - Onafhankelijk lid | 15/17 |
| Dirk Vanderschrick - Lid | 17/17 |
| Marleen Willekens - Onafhankelijk lid | 16/17 |
* De algemene jaarvergadering van aandeelhouders van 26 april 2023 heeft Patricia Laureys benoemd tot onafhankelijk lid van de raad van toezicht
Hierna volgt een voorstelling van elk lid van de raad van toezicht in 2023, samen met de vermelding van hun lopende mandaten en hun vroegere mandaten gedurende de laatste vijf kalenderjaren.
Voorzitster, onafhankelijk lid van de raad van toezicht Comités: voorzitster van het benoemings- en remuneratiecomité, lid van het audit- en risicocomité en lid van het investeringscomité van Intervest (beursgenoteerd) Eerste benoeming: mei 2021
Einde mandaat: algemene vergadering van 2024 Huidige functie: gastdocent aan de KU Leuven
Lopende mandaten: onafhankeljk bestuurder Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA)
Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar: Lid van de raad van bestuur van PwC (2000-2020) en lid van het executive committee van ULI België (2014-2020)
(M) (1965)
Lid van de raad van toezicht
Comités: voorzitter van het investeringscomité en lid van het audit- en risicocomité van Intervest (beursgenoteerd) Eerste benoeming: oktober 2011 Einde mandaat: maart 20241
Huidige functie: ceo en co-founder van Spark Real Estate
bv, co-founder van Vybes bv en aandeelhouder/bestuurder bij Easywatersupply (EW Supply bv) Lopende mandaten: lid van de raad van commissarissen van Stadsherstel Historisch Rotterdam NV, lid van de raad van commissarissen van Matrix Innovation Centre Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar: n.v.t.
Onafhankelijk lid van de raad van toezicht Comités: lid van het investeringscomité van Intervest (beursgenoteerd)
Eerste benoeming: april 2023
Einde mandaat: algemene vergadering van 2026 Lopende mandaten: Mandaat bij Voka Antwerpen en Vrouwennet VZW; zetelt in de raad van bestuur van Compagnie Het Zoute
Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar: N/A
Onafhankelijk lid van de raad van toezicht Comités: lid van het investeringscomité van Intervest (beursgenoteerd)
Eerste benoeming: april 20222
Einde mandaat: maart 20243 Huidige functie: ceo en bestuurder van Group S, een
sociale/HR groep, en bestuurder van Kidslife Lopende mandaten: lid van de raad van advies van de Federale Verzekeringen en bestuurder bij Groupe Eloy Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar:
Voorzitter raad van bestuur Group S. Lid van de raad van bestuur van Group S. Bestuurder bij BAM Belgium en haar filialen, bestuurder bij Embuild (Confederatie Bouw) en bestuurder bij ADEB-VBA
(M) (1965)
Lid van de raad van toezicht
Comités: lid van het benoemings- en remuneratiecomité en lid van het investeringscomité van Intervest (beursgenoteerd)
Eerste benoeming: april 20234
Einde mandaat: maart 20245
Lopende mandaten: lid van de raad van bestuur en lid van het investeringscomité van Retail Estates (beursgenoteerd) Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar:
Uitvoerend bestuurder Belfius Bank en Verzekeringen (beursgenoteerd), lid van de raad van bestuur van Montea (beursgenoteerd)
Onafhankelijk lid van de raad van toezicht Comités: benoemings- en remuneratiecomité, en voorzitster van het audit- en risicocomité van Intervest (beursgenoteerd) Eerste benoeming: april 2016
Einde mandaat: algemene vergadering van 2025 Huidige functie: doceert o.m. auditing, financial accounting, en financieel management in de Gezondheidszorg, en geeft ook gastcolleges aan tal van buitenlandse universiteiten, in MBA-programma's en executive programma's. Zij is tevens auteur en co-auteur van diverse artikelen en boeken in het domein van auditing en accounting Lopende mandaten: lid van de raad van bestuur en voorzitster van het auditcomité van Aedifica NV (beursgenoteerd)
Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar: Voorzitster van de Nederlandstalige jury (NL3) van het bekwaamheidsexamen voor bedrijfsrevisor (mandaat beëindigd in 2019)
Eind 2023 is de gemiddelde looptijd van het mandaat van de leden van de raad van toezicht vier jaar.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximum vier jaar door de algemene vergadering van de aandeelhouders. De statuten maken evenwel een benoeming voor een periode van zes jaar mogelijk. De leden van de raad van toezicht zijn herverkiesbaar. De mandaten kunnen driemaal vernieuwd worden. Een herbenoeming is geen automatisme. Voor een onafhankelijk lid van de raad van toezicht bedraagt de maximumduur van de benoeming 12 jaar. Een benoeming kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen.
Het benoemingsproces wordt geleid door het benoemings- en remuneratiecomité dat geschikte kandidaten aanbeveelt aan de raad van toezicht. De raad van toezicht doet vervolgens voorstellen tot (her)benoeming aan de algemene vergadering, die deze al dan niet zal goedkeuren.
Het benoemings- en remuneratiecomité neemt het initiatief tot het opstellen van de selectiecriteria en het competentieprofiel. In het geval van een nieuwe benoeming, vergewissen de voorzitter van de raad van toezicht en de voorzitter van de het benoemings- en remuneratiecomité zich ervan dat de raad van toezicht, alvorens de kandidatuur te overwegen, over voldoende informatie beschikt over de kandidaat.
De keuze van de leden wordt bepaald op basis van de noodzakelijke geslachts- en andere diversiteit en complementariteit inzake bekwaamheid, ervaring, kennis en gedragscompetenties zoals integriteit, afwezigheid van belangenvermenging, oordeelsvorming, probleemanalyse, visie, kennis en ervaring (uit diverse sectoren en invalshoeken). Bij de selectie wordt eveneens gekeken naar de deskundigheid en ervaring met betrekking tot milieu- en
sociale topics. Een kandidaat moet zo goed mogelijk beantwoorden aan de objectieve criteria en aan de vereisten van de GVV-Wet en het GVV-KB.
De algemene vergadering van aandeelhouders stelt de leden van de raad van toezicht aan die ze selecteert uit de kandidaten die door de raad van toezicht worden voorgedragen.
De benoeming van een nieuw lid van de raad van toezicht dient tevens door de FSMA te worden goedgekeurd op grond van de GVV-Wet.
De mandaten van de leden van de raad van toezicht zijn ad nutum herroepbaar. Indien de zetel van een lid van de raad van toezicht gedurende de zittingstermijn vacant wordt, zijn de resterende leden van de raad van toezicht bevoegd om voorlopig een lid van de raad van toezicht aan te duiden dat de termijn zal uitdoen mits bevestiging van het aldus gecoöpteerde lid van de raad van toezicht door de eerstvolgende algemene vergadering.
De raad van toezicht duidt een voorzitter onder zijn leden aan. De voorzitter neemt de leidende rol in alle initiatieven die bedoeld zijn om de goede werking van de raad van toezicht veilig te stellen en dit in een klimaat van vertrouwen en respect.
De voorzitter is een persoon die erkend wordt omwille van zijn professionalisme, onafhankelijkheid van geest, coachende capaciteiten, het vermogen om consensus te bereiken, communicatieve en vergader- en managementvaardigheden.
Aan het hoofd van de vennootschap wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen enerzijds de verantwoordelijkheid voor het organiseren, leiden en informeren van de raad van toezicht, wat toebehoort aan de voorzitter van de raad van toezicht, en anderzijds de uitvoerende verantwoordelijkheid voor het leiden van de vennootschapsactiviteiten, wat toebehoort aan de ceo. De voorzitter dient een nauwe samenwerking met de ceo te onderhouden, waarbij hij de ceo ondersteunt en advies geeft, rekening houdend met de uitvoerende verantwoordelijkheden van de ceo. De functies van voorzitter van de raad van toezicht en die van ceo mogen niet door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend.
De voorzitter zal toezien op de optimale samenstelling van de raad van toezicht en geeft leiding aan de raad van toezicht. Hij geeft de aanzet tot de geregelde evaluatie van de doeltreffendheid van de raad van toezicht en het beheer van de kalender van de vergaderingen. De voorzitter ziet erop toe dat de procedures in verband met de beraadslaging, het goedkeuren van resoluties en de uitvoering van de besluiten correct verlopen. Hij stimuleert een daadwerkelijke interactie tussen de raad van toezicht en de directieraad en zorgt voor een effectieve communicatie met de aandeelhouders en andere belangrijke stakeholders.
De raad van toezicht heeft Kevin De Greef aangeduid als secretaris van de vennootschap. De rol en de taken van de secretaris worden toegewezen door de raad van toezicht. De secretaris rapporteert regelmatig aan de raad van toezicht omtrent de wijze waarop de procedures, regels en reglementen van het Corporate Governance Charter van de raad van toezicht worden opgevolgd en nageleefd. De secretaris voert alle administratieve taken uit (dagorde, notulen, archivering, enz.) en zorgt ervoor dat alle nodige documenten correct worden opgesteld.
De secretaris zorgt voor een efficiënte informatiestroom in de raad van toezicht, tussen de raad van toezicht, de gespecialiseerde comités en de directieraad.
Onder leiding van de voorzitter evalueert de raad van toezicht periodiek en minstens om de drie jaar zijn omvang, samenstelling, werking en doeltreffendheid, alsook de interactie met de directieraad.
Bij dit evaluatieproces zal men:
Indien voormelde evaluatieprocedures bepaalde zwakheden aan het licht brengen zal de raad van toezicht hiervoor de gepaste oplossingen aanbieden. Dit kan leiden tot aanpassingen aan de samenstelling of de werking van de raad van toezicht of een gespecialiseerd comité.
Conform artikel 7:110 van het WVV en artikel 17.1 van de statuten van de vennootschap, bezit de directieraad de meest uitgebreide bevoegdheden om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, met uitzondering van:
In het Corporate Governance Charter zijn bepaalde onderwerpen vastgelegd die de directieraad voorafgaandelijk verplicht ter goedkeuring dient voor te leggen aan de raad van toezicht.
Binnen de directieraad wordt de volgende interne bevoegdheidsverdeling vastgelegd:
De directieraad vergadert tenminste éénmaal per maand, bijeengeroepen door de voorzitter, die een bijeenkomst kan vragen uit eigen beweging, of op het verzoek van tenminste twee leden van de directieraad.
Ieder lid kan een verzoek indienen bij de voorzitter om een punt op de agenda te plaatsen. Bij het begin van elke vergadering zal de directieraad de agenda goedkeuren.
De vergaderingen van de directieraad worden in principe gehouden achter gesloten deuren.
De directieraad kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste de helft van zijn leden aanwezig is of vertegenwoordigd is.
De directieraad beraadslaagt op basis van dossiers die alle nodige informatie bevatten om de beslissingen te nemen, en waarvan elk lid vooraf een exemplaar kreeg.
De beslissingen van de directieraad worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Overeenkomstig artikel 13 van de statuten van de vennootschap en de GVV-Wet wordt de effectieve leiding van de vennootschap door de raad van toezicht aan de leden van de directieraad toevertrouwd. De regels in verband met de samenstelling en werking van de directieraad worden nader beschreven in het Intern reglement van de directieraad van de vennootschap dat kan geraadpleegd worden op www.intervest.eu.
Voor zover als nodig wordt gepreciseerd dat geen enkel lid van de directieraad de laatste vijf jaar:
Tussen de leden van de directieraad bestaan geen familiebanden tot de tweede graad.
De directieraad is samengesteld uit minstens drie natuurlijke personen, die benoemd worden door de raad van toezicht als leden van de directieraad, op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. De leden van de directieraad mogen geen lid zijn van de raad van toezicht.
Alle leden moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken zoals bepaald in de GVV-Wet.
Alle leden van de directieraad beschikken over passende deskundigheid en ervaring op het gebied van ESG. Alle leden besteden aandacht aan onderwerpen die verband houden met ESG, zowel wat betreft het milieu-, het sociale als het governance aspect en dit steeds binnen het kader van de strategie.
De leden van de directieraad worden beschouwd als effectieve leiders van de vennootschap overeenkomstig de GVV-Wet. De leden worden door de raad van toezicht benoemd voor een onbepaalde duur.
De raad van toezicht kiest een voorzitter ("ceo") uit de leden van de directieraad die alle vergaderingen van de directieraad leidt.
In 2023 is de directieraad als volgt samengesteld:
Eind 2023 is de gemiddelde looptijd van het mandaat van de leden van de directieraad 3 jaar.
Hierna volgt een korte beschrijving van het professionele parcours van elk lid van de directieraad, samen met de vermelding van hun lopende mandaten en hun vroegere mandaten gedurende de laatste vijf kalenderjaren.
Joël Gorsele, 1982, (Uitbreidingstraat 66, B-2600 Berchem) is lid van de directieraad en chief executive officer van Intervest en benoemd voor onbepaalde duur.
Joël Gorsele behaalde aan de KU Leuven (campus Brussel) een master bedrijfseconomie en vervolgens een master in real estate management (MRE) aan de Antwerp Management School. Tot zijn aanstelling bij Intervest was hij als investment manager aan de slag bij Redevco Fund management, in het kantoor in London en bekleedde hij er verscheidene Pan-Europese mandaten. In die periode volgde hij het real estate programma aan de Saïd Business School van de Oxford University. Hij groeide door vanuit Redevco Belgium en was eerder aan de slag bij Petercam (het huidige Degroof Petercam), Deloitte Real Estate en daaraan voorafgaand bij Deloitte audit. Van 2008 tot 2015 was hij eveneens bestuurder bij de Real Estate Society (RES VZW - MRE alumni), waarvan de laatste vijf jaar als penningmeester.
Bestuurder van verschillende dochterondernemingen van Intervest. Lid van de raad van bestuur van UPSI-BVS (beroepsvereniging van de Belgische vastgoedsector) (mandaat 2023-2026).
Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar n.v.t.
Chief financial officer, lid van de directieraad
Vincent Macharis, 1972, (Uitbreidingstraat 66, B-2600 Berchem) is lid van de directieraad en chief financial officer van Intervest en benoemd voor onbepaalde duur.
Vincent Macharis behaalde aan de UG (Universiteit Gent) in 1995 een master in de economische wetenschappen. Tijdens zijn loopbaan vulde hij zijn opleidingen aan met een diploma in algemeen management van INSEAD Business School (Fontainebleau en Singapore) in 2017 en in 2018 met het digital strategy programma van Vlerick Business School, Gent. Hij is actief geweest in meerdere sectoren en bedrijven op het vlak van finance & real estate bij beurs- en niet-beursgenoteerde bedrijven o.m. in het vastgoed.
n.v.t.
Aantal aandelen in bezit jaareinde 2023 n.v.t.
Kevin De Greef, 1977, (Uitbreidingstraat 66, B-2600 Berchem) is lid van de directieraad en chief legal officer van Intervest en benoemd voor onbepaalde duur.
Kevin De Greef behaalde aan de KU Leuven een master in de moderne geschiedenis (2000), meteen aangevuld eveneens aan de KU Leuven met een master in de bedrijfseconomie (ma-na-ma) (2001) en een master in de internationale betrekkingen en conflictbeheersing (ma-na-ma) (2002), waarvan een gedeelte via het Erasmusuitwisselingsprogramma aan het Institut d'Etudes Poltiques de Paris. Als werkstudent behaalde hij vervolgens aan de VU Brussel een master in de rechten (2007). In 2012 voltooide hij het postgraduaat vastgoedkunde aan de KU Leuven.
In 2003 startte Kevin zijn loopbaan in het kantoor van gerechtsdeurwaarder Vandenbosch te Halle. Vanaf 2007 was hij actief als advocaat binnen de afdeling Real Estate bij DLA Piper (kantoor Brussel) waar hij zich toelegde op de vastgoedsector met bijzondere aandacht voor corporate real estate transacties, terbeschikkingstelling van vastgoed in het algemeen, capital market transacties en alle aspecten die verband houden met de Belgische REITs (de vroegere vastgoedbevaks en de gereglementeerde vastgoedvennootschappen). In september 2017 heeft hij Intervest vervoegd als legal counsel.
Bestuurder van verschillende dochterondernemingen van Intervest.
Vroegere mandaten gedurende de laatste 5 jaar n.v.t.
Aantal aandelen in bezit jaareinde 2023 n.v.t.
Het is de taak van de directieraad om de nodige informatie voor te bereiden en te presenteren aan de raad van toezicht zodat deze laatste op zijn beurt de aandeelhouders op een geschikte manier kan inlichten.
Bij dit evaluatieproces zal de raad van toezicht:
De leden van de directieraad worden door de raad van toezicht benoemd voor een onbepaalde duur, behoudens uitdrukkelijke afwijking door de raad van toezicht. De mandaten van de leden van directieraad zijn ad nutum herroepbaar.
Het benoemingsproces wordt geleid door het benoemings- en remuneratiecomité dat geschikte kandidaten aanbeveelt aan de raad van toezicht. Het benoemings- en remuneratiecomité neemt het initiatief tot het opstellen van de selectiecriteria en het competentieprofiel.
De keuze van de leden wordt bepaald op basis van complementariteit inzake bekwaamheid, ervaring, kennis en gedragscompetenties zoals integriteit, afwezigheid van belangenvermenging, oordeelsvorming, probleemanalyse, visie, kennis en ervaring (uit diverse sectoren en invalshoeken). Bij de selectie wordt eveneens gekeken naar de deskundigheid en ervaring inzake milieu- en sociale topics. Een kandidaat moet beantwoorden aan de objectieve criteria en aan de vereisten van de GVV-Wet en het GVV-KB.
De benoeming van een nieuw lid van de raad van toezicht dient tevens door de FSMA te worden goedgekeurd op grond van de GVV-Wet.
De raad van toezicht wordt bijgestaan door drie comités die zijn samengesteld uit leden van de raad van toezicht van de vennootschap: het audit- en risicocomité, het benoemings- en remuneratiecomité en het investeringscomité.
Het audit- en risicocomité is een adviserend subcomité van de raad van toezicht, samengesteld uit minstens drie leden van de raad van toezicht. Ten minste één lid van het audit- en risicocomité is een onafhankelijk lid van de raad van toezicht. Deze onafhankelijke leden van de raad van toezicht dienen te voldoen aan de negen onafhankelijkheidscriteria van artikel 7:87 §1 van het WVV en van artikel 3.5 van de Code 2020. Leden van de directieraad kunnen geen lid zijn van het audit- en risicocomité.
De leden van het audit- en risicocomité worden benoemd en kunnen op ieder ogenblik worden afgezet door de raad van toezicht. De duur van een mandaat van een lid van het audit- en risicocomité mag niet langer zijn dan de duur van zijn mandaat als lid van de raad van toezicht.
De voorzitter van het audit- en risicocomité wordt benoemd door de leden van het comité.
De leden van het audit- en risicocomité moeten deskundig zijn. Het onafhankelijke lid van het comité moet individueel onderlegd zijn op het vlak van boekhouding en/of audit. Daarnaast moet het audit- en risicocomité collectief deskundig zijn. Dit op twee vlakken: op het gebied van de activiteiten van Intervest en op het gebied van boekhouding en audit. Het bewijs van die collectieve en individuele deskundigheid moet blijken uit het Jaarverslag van het bestuursorgaan.
| Aanwezigheid op audit- en risicocomité gedurende het | |
|---|---|
| boekjaar 2023 |
| Marleen Willekens – Voorzitster | 8/8 |
|---|---|
| Ann Smolders | 8/8 |
| Johan Buijs | 8/8 |
De looptijd van hun benoeming in het audit- en risicocomité is niet gespecificeerd maar valt samen met de termijn van lid zijn van de raad van toezicht.
Het audit- en risicocomité vergadert minstens vier keer per jaar voorafgaand aan de vergadering van de raad van toezicht. Het comité brengt bij de raad van toezicht geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, en in ieder geval wanneer de raad van toezicht de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en, in voorkomend geval, de voor publicatie bestemde verkorte financiële overzichten opstelt.
Alle vergaderingen van het audit- en risicocomité worden bijgewoond door de ceo en de cfo. In overleg met de cfo stelt de voorzitter van het audit- en risicocomité de agendapunten op van elke vergadering van het audit- en risicocomité. De directieraad is verplicht om alle nodige informatie te leveren.
De directieraad of één van zijn leden kan aan de voorzitter van het audit- en risicocomité vragen om een punt op de agenda van het comité te zetten.
De besluiten en adviezen van het audit- en risicocomité worden met meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
De secretaris van het comité is de secretaris van de vennootschap. De secretaris is ook verantwoordelijk voor het secretariaat van het audit- en risicocomité en het opstellen van de notulen van zijn vergaderingen. Deze bevatten de verschillende standpunten die tijdens de vergadering werden geformuleerd en de definitieve positie die het comité heeft ingenomen.
Het audit- en risicocomité evalueert jaarlijks zijn eigen interne werking en samenstelling en rapporteert daarover aan de raad van toezicht.
Het audit- en risicocomité staat de raad van toezicht bij in de uitvoering van zijn toezicht en controleverantwoordelijkheden en formuleert aanbevelingen betreffende de volgende materies:
Het audit- en risicocomité heeft in het jaar 2023 acht maal vergaderd. De belangrijkste punten die het comité heeft behandeld in 2023 zijn:
〉 de bespreking van de kwartaal-, halfjaar- en jaarcijfers
De vennootschap heeft beslist om het benoemings- en remuneratiecomité te combineren op grond van principe 4.20 van de Code 2020.
Het benoemings- en remuneratiecomité is samengesteld uit ten minste drie leden van de raad van toezicht. Al zijn leden moeten leden van de raad van toezicht zijn, waarvan een meerderheid onafhankelijke leden van de raad van toezicht.
De voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité is ofwel de voorzitter van de raad van toezicht, ofwel een ander lid van de raad van toezicht.
De leden van het benoemings- en remuneratiecomité worden benoemd en kunnen op ieder ogenblik worden afgezet door de raad van toezicht. De duur van een mandaat van een lid van het benoemings- en remuneratiecomité mag niet langer zijn dan de duur van zijn mandaat als lid van de raad van toezicht.
| Ann Smolders – Voorzitster | 7/7 |
|---|---|
| Dirk Vanderschrick | 7/7 |
| Marleen Willekens | 7/7 |
Het benoemings- en remuneratiecomité komt samen telkens wanneer het dit noodzakelijk acht om zijn taken naar behoren te vervullen en ten minste tweemaal per jaar. De vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité worden in principe bijeengeroepen door de voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité. Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité kan echter vragen dat een vergadering wordt bijeengeroepen.
Het aanwezigheidsquorum voor een vergadering wordt gehaald indien ten minste twee van de leden die vergadering bijwonen.
De beslissingen worden door de leden van het comité genomen met meerderheid van de stemmen. Het comité kan andere personen uitnodigen om zijn vergaderingen bij te wonen.
Geen enkel lid van de raad van toezicht of de directieraad woont de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité bij waarop zijn eigen vergoeding wordt
besproken en geen enkel lid van de raad van toezicht of de directieraad mag betrokken zijn bij een beslissing betreffende zijn eigen remuneratie.
Het benoemings- en remuneratiecomité controleert minstens om de twee of drie jaar zijn eigen werkingswijze en doeltreffendheid. Het brengt over zijn evaluatie verslag uit bij de raad van toezicht en legt hem eventueel wijzigingsvoorstellen voor.
Het benoemings- en remuneratiecomité doet aanbevelingen op het vlak van de benoeming en de remuneratie van de leden van de raad van toezicht en van de directieraad, met inbegrip van de voorzitter en de ceo.
Het comité doet meer in het bijzonder voorstellen aan de raad van toezicht omtrent het remuneratiebeleid voor leden van de raad van toezicht en de directieraad, de jaarlijkse evaluatie van de prestaties van de directieraad en de verwezenlijking van de ondernemingsstrategie op basis van overeengekomen prestatiemaatstaven en -doelstellingen.
Het benoemings- en remuneratiecomité leidt het (her)benoemingsproces van de leden van de raad van toezicht en de leden van de directieraad.
Het benoemings- en remuneratiecomité heeft in het jaar 2023 zeven maal vergaderd. De belangrijkste punten die het comité heeft behandeld in 2023 zijn:
Het investeringscomité is samengesteld uit minstens twee leden van de raad van toezicht. Minstens één lid van het investeringscomité moet een onafhankelijk lid van de raad van toezicht zijn.
De voorzitter van het investeringscomité wordt benoemd door en onder de leden van het investeringscomité.
De leden van het investeringscomité worden benoemd en kunnen op ieder ogenblik worden afgezet door de raad van toezicht. De duur van een mandaat van een lid van het investeringscomité mag niet langer zijn dan de duur van zijn mandaat als lid van de raad van toezicht.
| Johan Buijs – Voorzitter | 4/4 |
|---|---|
| Partricia Laureys | 4/4 |
| Marc Peeters | 3/4 |
| Ann Smolders | 4/4 |
| Dirk Vanderschrick | 4/4 |
Het investeringscomité komt zo vaak samen als zijn doeltreffende werking dit vereist en minstens een maal per kwartaal.
De vergaderingen van het investeringscomité worden in principe bijeengeroepen door de voorzitter van het investeringscomité. Elk lid van het investeringscomité kan echter vragen dat een vergadering wordt bijeengeroepen.
Leden van de directieraad (die geen lid zijn van het comité) zullen steeds uitgenodigd worden om comitévergaderingen bij te wonen om relevante informatie en inzichten aan te dragen die betrekking hebben op hun verantwoordelijkheid.
De beslissingen worden door de leden van het comité genomen met meerderheid van stemmen.
Na elke comitévergadering ontvangt de raad van toezicht desgevallend via de secretaris een verslag over de besproken bevindingen en aanbevelingen alsook een mondelinge feedback hierover in de volgende vergadering van de raad van toezicht.
De evaluatie van de prestaties van de (i) leden en (ii) de werking van het investeringscomité gebeurt op permanente basis (i) enerzijds door de leden onderling en (ii) anderzijds door de voltallige raad van toezicht.
Na de evaluatie doet het investeringscomité aanbevelingen aan de raad van toezicht met betrekking tot eventuele wijzigingen.
De raad van toezicht heeft een investeringscomité opgericht met het oog op het verkrijgen van professioneel advies in investeringsdossiers.
Het investeringscomité bereidt de investerings- en desinvesteringsdossiers voor de raad van toezicht voor en adviseert de raad van toezicht en de directieraad inzake de verwerving en de vervreemding van vastgoed en/of overnames van vastgoedvennootschappen. Het investeringscomité heeft in het jaar 2023 vier maal vergaderd.
Diversiteit in al haar aspecten (cultuur, geslacht, taal, beroepservaring, enz.), gelijke kansen en respect voor menselijk kapitaal en mensenrechten zijn inherent aan de bedrijfscultuur van Intervest. Het bedrijf is ervan overtuigd dat deze waarden bijdragen tot evenwichtige interacties, een verrijkte visie en reflectie, tot innovatie en een optimale werkomgeving.
Bij de samenstelling van de raad van toezicht en de directieraad wordt gestreefd naar complementariteit qua vaardigheden, kennis, ervaring en naar diversiteit van opleiding, kennis, geslacht, leeftijd, ervaring, nationaliteit, enz.
Dit vertaalt zich in een evenwichtige samenstelling van de raad van toezicht in termen van vaardigheden, kennis en ervaring. De leden van de directieraad vormen eveneens een evenwichtig team, met voor elk de vereiste profes-
In dit remuneratieverslag voor prestatiejaar 2023 rapporteert de raad van toezicht van Intervest, na voorstellen ontvangen te hebben van het benoemings- en remuneratiecomité, overeenkomstig artikel 3:6 §3 WVV, over de remuneratie van en de toepassing van het remuneratiebeleid op de individuele leden van de raad van toezicht en van de directieraad. De werkelijke prestaties van de leden van de directieraad tegenover de vooropgestelde doelstellingen worden eveneens weergegeven. Dit verslag heeft betrekking op de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
Dit remuneratieverslag vormt een specifiek onderdeel van de Corporate governance verklaring van Intervest en zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de algemene jaarvergadering van aandeelhouders die plaatsvindt op 24 april 2024.
Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van vorig jaar (26 april 2023) is het remuneratieverslag voor
sionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid. Dat komt duidelijk naar voren uit het curriculum vitae van elk van de leden, voorgesteld in de corporate governance verklaring.
De samenstelling van een raad van toezicht bestaande, in 2023, uit drie vrouwen en drie mannen voldoet bovendien aan de wettelijke bepalingen inzake genderdiversiteit (artikel 7:86 en 7:106 WVV).
De Intervest gedragscode onderstreept daarenboven het belang van deze waarden ten aanzien van alle medewerkers en kan geraadpleegd worden op www.intervest.eu. De manier waarop Intervest omgaat met al haar stakeholders kent een stevig fundament van volgende belangrijke waarden: 'professioneel en ondernemend', 'gedreven en enthousiast', 'integer en respectvol' en 'samen en in team'.
boekjaar 2022 goedgekeurd met de volgende stemmen: 94,50% van de uitgebrachte stemmen 'voor', 2,72% van de uitgebrachte stemmen 'tegen' en 2,78% 'onthoudingen'.
Het remuneratiebeleid1 van Intervest is goedgekeurd door de raad van toezicht die heeft plaatsgevonden op 11 februari 2021 en is vastgesteld en goedgekeurd door de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders op 28 april 2021 met een meerderheid van 68% van de aanwezige stemmen. Dit beleid is van toepassing sinds 1 januari 2020.
Het remuneratiebeleid van Intervest is consulteerbaar op de website van Intervest.
Eind 2022 heeft het benoemings- en remuneratiecomité een externe benchmarkoefening laten uitvoeren van vergelijkbare genoteerde Belgische vennootschappen over de vergoedingen van de leden van de raad van toezicht en van de gespecialiseerde comités. Het benoemings- en remuneratiecomité heeft vervolgens aanbevelingen gedaan aan de raad van toezicht. De aangepaste vergoedingen van de leden van de raad van toezicht en van de gespecialiseerde comités zijn, met ingang vanaf 1 januari 2023, door de jaarlijkse algemene vergadering van 26 april 2023 goedgekeurd en zijn als volgt vastgelegd:
1 Het remuneratiebeleid is opgemaakt in overeenstemming met het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), met de wet van 12 mei 2014 betreffende de Gereglementeerde Vastgoedvennootschappen en met de aanbevelingen van de Belgische Corporate Governance Code
De andere componenten van de vergoeding die door de jaarlijkse algemene vergadering van 29 april 2020 werden goedgekeurd, blijven ongewijzigd.
Met de leden van de raad van toezicht is geen enkele arbeidsovereenkomst gesloten en er is geen opzeggingsvergoeding van kracht. De vergoeding van de leden heeft geen rechtstreekse of onrechtstreekse band met de door de vennootschap uitgevoerde verrichtingen. De leden van de raad van toezicht ontvangen geen prestatiegebonden vergoedingen zoals bonussen en incentives voor de lange termijn, geen aandelen gerelateerde vergoeding, noch voordelen in natura of pensioenvoorzieningen. Een specifieke vergoeding kan toegekend worden aan de leden van de raad van toezicht in geval van bijzondere opdrachten opgelegd door de raad.
Overeenstemmend met het remuneratiebeleid bestaat de totale vergoeding van de leden van de directieraad uit volgende elementen.
| ELEMENT - Basisvergoeding | |||
|---|---|---|---|
| Werking en prestatiecriteria |
Bij het bepalen van het vergoedingsniveau wordt rekening gehouden met de individuele rollen, verantwoor delijkheden en vaardigheden. Deze vergoeding wordt, in overeenstemming met de van toepassing zijnde samenwerkingsovereenkomsten afgesloten, jaarlijks op 1 januari (i) geïndexeerd overeenkomstig de normale index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze is van de voorafgaande maand aan de inwer kingtreding van de respectieve overeenkomst en de nieuwe index deze is van de maand voorafgaand aan de maand waarin de indexatie plaatsvindt en met een maximum van 3 procent en (ii) verhoogd met 1 procent. |
| ELEMENT - Risicovoorzieningen en voordelen van alle aard | |||
|---|---|---|---|
| Werking en prestatiecriteria |
De meeste leden van de directieraad komen in aanmerking voor het ontvangen van risicovoorzieningen en voordelen van alle aard in lijn met het remuneratiebeleid van Intervest, dewelke hoofdzakelijk een bedrijfs wagen en een bedrijfsleidersverzekering omvatten. De bedrijfsleidersverzekering kan worden verdeeld over overlijden, pensioen en invaliditeit. |
| ELEMENT - Variabele vergoeding voor de korte termijn | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Werking | Eén jaar variabele | |||||
| BONUSVERGOEDING (IN EUR) | ||||||
| Drempel prestatie | Maximum prestatie | |||||
| ceo | 0 | 175.000 | ||||
| cfo | 0 | 95.000 | ||||
| clo | 0 | 95.000 | ||||
| ratiecomité vastgelegd. | De prestatiecriteria, de drempelwaarden en de targetwaarden (maximum) van de variabele vergoeding voor de korte termijn worden jaarlijks vooraf door de raad van toezicht, na advies van het benoemings- en remune |
| ELEMENT - Variabele vergoeding voor de korte termijn | ||
|---|---|---|
| Prestatiecriteria | De variabele bezoldiging voor de korte termijn is gelinkt aan: collectieve/financiële prestatiecriteria (70%) die kwantitatief en bedrijfsspecifiek gedreven zijn: het ■ EPRA EPS, de bezettingsgraad, de operationele marge, de schuldgraad en ESG en innovatie; de bereke ningen van het EPRA EPS, de operationele marge en de schuldgraad worden gecorrigeerd met de uitzon derlijke kosten gerelateerd aan het voorwaardelijk overnamebod van European Real Estate Holdings NV en éénmalig betaalde verbrekingsvergoedingen. individuele prestatiecriteria (30%) die niet-financieel gedreven zijn; voor de ceo hebben deze individuele ■ criteria betrekking op de bedrijfsstrategie, realisatie van verhuurtransacties, ESG en bedrijfscultuur, waar deze voor de andere leden van de directieraad betrekking hebben op specifieke objectieven voor de func ties in kwestie en de bedrijfscultuur. |
| ELEMENT - Vertrekvergoeding | |
|---|---|
| Werking | Bij beëindiging van het mandaat van een lid van de directieraad door de raad van toezicht van Intervest, bedraagt de opzegvergoeding de tegenwaarde van 12 maanden vaste vergoeding en 8 maanden vaste vergoeding voor de CEO, tenzij andere toepasselijke wettelijke dwingende bepalingen vereisen dat een hoger aantal maanden wordt toegepast of behoudens grove nalatigheid of opzettelijke fout in welke gevallen geen vergoeding verschuldigd is. |
| ELEMENT - Pensioen | ||
|---|---|---|
| Werking | Intervest voorziet in een competitieve vergoeding qua pensioen. In geval deze wordt aangeboden, gebeurt dit in lijn met competitieve marktpraktijken en aan de hand van een systeem van vaste bijdragen. Formele beleidslijnen bepalen de representatieve waarde van deze pensioenvoorzieningen. |
| ELEMENT - Contract | |
|---|---|
| Werking | De leden van de directieraad worden benoemd voor onbepaalde duur. |
| ELEMENT - Terugvorderingsrechten (clawback) | |
|---|---|
| Werking | Dit clawback-mechanisme staat Intervest toe om een variabele remuneratie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen van de begunstigde tot één jaar na uitbetaling ervan indien in die periode blijkt dat de uitbetaling heeft plaatsgevonden op basis van onjuiste informatie over het bereiken van de aan de variabele remuneratie ten grondslag liggende prestatiedoelstellingen of over de omstandigheden waarvan de variabele remune ratie afhankelijk was gesteld en dat dergelijke onjuiste informatie bovendien te wijten is aan fraude door de begunstigde. |
| ELEMENT - Minimumdrempel aandelen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Werking | Intervest wijkt af van principe 7.9 van de Code 2020 doordat er aan de leden van de directieraad niet wordt aanbevolen om een minimumdrempel aandelen van Intervest aan te houden. De vennootschap is van mening dat door middel van de onderliggende performantiecriteria bij de variabele beloning reeds voldoende een link wordt gelegd met de langetermijnbelangen. De context hieromtrent wordt uitgebreid uiteengezet in de Corporate governance verklaring in het jaarverslag. De leden van de directieraad hebben echter wel de mogelijkheid om individueel aandelen te verwerven van de vennootschap mits inachtneming van de regels aangaande transacties voor eigen rekening in aandelen of andere schuldinstrumenten van de vennootschap of afgeleide of andere financiële instrumenten die ermee verbonden zijn. |
In onderstaande tabel wordt de totale individuele remuneratie weergegeven van de leden van de raad van toezicht voor 2023.
| Naam | Vaste vergoeding (in EUR) |
Vaste vergoe ding voorzitter comité (in EUR) |
Zitpenningen (in EUR) |
Totale remuneratie (in EUR) |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Raad van toezicht |
Audit- en risicocomité |
Benoemings- en remuneratiecomité |
Investerings comité |
||||
| Ann Smolders | 60.000 | 5.000 | 17.000 | 8.000 | 7.000 | 4.000 | 101.000 |
| Johan Buijs | 30.000 | 5.000 | 17.000 | 8.000 | nvt | 4.000 | 64.000 |
| Patricia Laureys* | 20.440 | 0 | 11.000 | nvt | nvt | 4.000 | 35.440 |
| Marc Peeters | 30.000 | 0 | 15.000 | nvt | nvt | 3.000 | 48.000 |
| Dirk Vanderschrick | 30.000 | 0 | 17.000 | nvt | 7.000 | 4.000 | 58.000 |
| Marleen Willekens | 30.000 | 5.000 | 16.000 | 8.000 | 7.000 | nvt | 66.000 |
| TOTAAL | 200.440 | 15.000 | 93.000 | 24.000 | 21.000 | 19.000 | 372.440 |
* Tijdens de algemene jaarvergadering van aandeelhouders van 26 april 2023 is de benoeming van Patricia Laureys als lid van de raad van toezicht goedgekeurd
De leden van de raad van toezicht bezitten geen aandelen van de vennootschap noch werden aan de leden van de raad van toezicht opties op aandelen van de vennootschap verleend.
In 2023 zijn geen specifieke vergoedingen toegekend.
De raad van toezicht heeft, op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, de vergoedingen voor 2023 bepaald voor de leden van de directieraad, in overeenstemming met het remuneratiebeleid.
Een overzicht van de totale individuele remuneratie van de leden van de directieraad wordt weergegeven in onderstaande tabel. Voor de leden van de directieraad die nieuw in positie gekomen zijn in de loop van de referentieperiode, wordt een pro-rata lange termijn variabele vergoeding toegekend voor 2 jaar in plaats van 3 jaar.
Bij het lezen van onderstaande tabel dient er rekening mee gehouden te worden dat in 2022 de verworven variabele vergoeding voor de lange termijn voor de volledige driejarige referentieperiode 2020 tot 2022 getoond wordt. Dit vertaalt zich ook in onderstaande tabel in de kolom 'Verhouding vaste en variabele remuneratie'.
| Andere | Verhouding | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam functie | Vaste vergoeding (in EUR) |
Variabele vergoeding (in EUR) |
Pensioen voorziening (in EUR) |
vergoe dingen (in EUR) |
Totale remuneratie (in EUR) |
vaste en variabele remuneratie |
|||
| Basis vergoeding |
Risicovoor zieningen en voordelen van alle aard |
Korte termijn |
Lange termijn |
||||||
| Joël Gorsele | 2023 | 298.642 | 22.990 | 132.563 | 0 | 44.515 | nvt | 498.710 | 73% - 27% |
| ceo* | 2022 | 223.604 | 15.150 | 37.551 | 110.308 | 32.250 | nvt | 418.863 | 65% - 35% |
| Vincent Macharis | 2023 | 232.548 | 15.150 | 63.650 | 0 | 34.882 | nvt | 346.230 | 82% - 18% |
| cfo | 2022 | 223.604 | 15.150 | 36.268 | 110.308 | 33.540 | nvt | 418.870 | 65% - 35% |
| Kevin De Greef clo |
2023 | 263.881 | nvt | 68.353 | 0 | nvt | nvt | 332.234 | 79% - 21% |
| 2022 | 235.760 | nvt | 25.814 | 81.280 | nvt | nvt | 342.854 | 69% - 31% | |
| Gunther Gielen ceo tot 29/03/2023** |
2023 | 80.452 | 4.388 | nvt | 0 | 44.018 431.211** | 560.069 | nvt | |
| 2022 | 316.230 | 19.950 | 41.653 | 304.799 | 48.388 | nvt | 731.020 | 53% - 47% |
* Joël Gorsele, chief executive officer - begin mandaat ceo 24 april 2023 (voorheen chief investment officer Intervest); Gunther Gielen, chief executive officer tot 29 maart 2023
** In 2023 is in gezamenlijk overleg het einde van het mandaat van Gunther Gielen als ceo aangekondigd met ingang van 29 maart 2023. De vertrekvergoeding in dit kader bedraagt € 431.211 en is opgenomen onder 'Andere vergoedingen'

VASTE VERGOEDING
De tabel hierna geeft de basisvergoeding voor 2023 weer per lid van de directieraad.
In de loop van 2023 werd de vergoeding van Kevin De Greef, clo herzien. Joël Gorsele heeft in het kader van zijn nieuwe functie eveneens een aangepaste basisvergoeding. De indexering van de basisvergoeding is begrensd op 4% in overeenstemming met de bepalingen uit de respectieve samenwerkingsovereenkomsten.
| Naam functie | Basisvergoeding (in EUR) |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2022 | % Variatie | |||
| Joël Gorsele ceo* | 298.642 | 223.604 | 34% | ||
| Vincent Macharis cfo | 232.548 | 223.604 | 4% | ||
| Kevin De Greef clo | 263.881 | 235.760 | 20% | ||
| Gunther Gielen ceo tot 29/03/2023* |
80.452 | 316.230 | nvt |
* Joël Gorsele, chief executive officer - begin mandaat ceo 24 april 2023 (voorheen chief investment officer Intervest); Gunther Gielen, chief executive officer tot 29 maart 2023
Het bedrag vermeld in de kolom 'Risicovoorzieningen en voordelen van alle aard' in de totale remuneratie tabel voor de leden van de directieraad onder punt 4.4 - Totale remuneratie van dit verslag verwijst naar het ontvangen van risicovoorzieningen en voordelen van alle aard, dewelke hoofdzakelijk een bedrijfswagen, een GSM en een bedrijfsleidersverzekering omvatten. De bedrijfsleidersverzekering kan worden verdeeld over overlijden, pensioen en invaliditeit.

De verwezenlijking van de prestatiedoelstellingen korte termijn is gemeten gedurende een periode die begint op 1 januari 2023 en eindigt op 31 december 2023.
De realisatie van de collectieve/financiële prestatiecriteria voor de korte termijn resulteert in de volgende weging:
| % Weging | % Werkelijke vergoeding | |
|---|---|---|
| Collectieve/financiële prestatiecriteria | 60,0% | 37,0% |
| EPRA EPS* | 12,0% | 12,0% |
| Bezettingsgraad kantorenportefeuille | 6,0% | 6,0% |
| Bezettingsgraad logistieke portefeuille | 6,0% | 1,8% |
| Operationele marge logistiek | 6,0% | 4,8% |
| Operationele marge overall* | 6,0% | 3,6% |
| Balanspositie versterken* | 12,0% | 2,8% |
| ESG / innovatiedoelstelling | 12,0% | 6,0% |
* gecorrigeerd met de uitzonderlijke kosten gerelateerd aan het voorwaardelijk overnamebod van TPG en éénmalig betaalde verbrekingsvergoedingen
De concrete doelstellingen worden beschouwd als bedrijfsgevoelige informatie en, in lijn met de Belgische marktpraktijk, niet weergegeven.
De individuele prestatiecriteria hebben een procentuele weging van 40% en zijn niet-financieel gedreven.
De realisatie van de collectieve/financiële en de individuele prestatiecriteria resulteert per lid van de directieraad in de volgende totale korte termijn variabele vergoeding uitbetaald in 2024.
| Naam functie | % Weging | % Werkelijke vergoeding weging |
Werkelijke vergoeding (in EUR) |
|
|---|---|---|---|---|
| Joël Gorsele ceo | Collectieve/financiële prestatiecriteria | 60% | 37,0% | 64.750 |
| Individuele prestatiecriteria | 40% | 38,8% | 67.813 | |
| TOTAAL | 100% | 75,8% | 132.563 | |
| Vincent Macharis cfo | Collectieve/financiële prestatiecriteria | 60% | 37,0% | 35.150 |
| Individuele prestatiecriteria | 40% | 30,0% | 28.500 | |
| TOTAAL | 100% | 67,0% | 63.650 | |
| Kevin De Greef clo | Collectieve/financiële prestatiecriteria | 60% | 37,0% | 35.150 |
| Individuele prestatiecriteria | 40% | 35,0% | 33.203 | |
| TOTAAL | 100% | 72,0% | 68.353 |
De driejarige referentieperiode 2023 tot en met 2025 voor de variabele vergoeding voor de lange termijn is nog niet afgelopen. In 2023 is hiervoor bijgevolg geen uitbetaling gebeurd.
In 2023 is in gezamenlijk overleg het einde van het mandaat van Gunther Gielen als ceo aangekondigd met ingang van 29 maart 2023. De vertrekvergoeding in dit kader bedraagt € 431.211 en is opgenomen in dit remuneratieverslag onder 'Andere vergoedingen'. Verder heeft in 2023 geen vertrek van een lid van de directieraad plaats gevonden.
De tabel hierna geeft de pensioenkosten voor 2023 en 2022 weer per lid van de directieraad.
| Naam functie | Pensioenkosten | ||
|---|---|---|---|
| 2023 | 2022 | ||
| Joël Gorsele ceo | 44.515 | 32.250 | |
| Vincent Macharis cfo | 34.882 | 33.540 | |
| Kevin De Greef clo | n.v.t. | n.v.t. | |
| Gunther Gielen ceo tot 29/03/2023 |
44.018 | 48.388 |
Er is in 2023 geen gebruik gemaakt van het contractueel voorziene clawback mechanisme in de overeenkomsten met de leden van de directieraad.
In de uitvoering van het remuneratiebeleid in 2023 is niet afgeweken van de daarin voorziene procedures, noch werden er afwijkingen toegestaan zoals bedoeld in artikel 7:89/1, §5 WVV.
In onderstaande tabel dient rekening gehouden te worden met de toekenning van de variabele vergoeding op lange termijn in 2022 gelinkt aan de driejarige referentieperiode 2020 - 2022 voor de leden van de directieraad. Dit vertaalt zich ook in de procentuele toename in 2022 versus 2021.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale remuneratie voor de leden van de raad van toezicht (in EUR) |
125.000 | 222.500 | 255.678 | 259.000 | 372.440 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in EUR) | 0 | 97.500 | 33.178 | 3.322 | 113.440 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | 0% | 78%2 | 15%3 | 1% | 44%4 |
| Totale remuneratie voor de ceo Joël Gorsele5 (in EUR) | nvt | nvt | 341.120 | 418.863 | 498.710 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in EUR) | 77.743 | 79.847 | |||
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | 23% | 19% | |||
| Totale remuneratie voor de cfo Vincent Macharis6 (in EUR) | nvt | nvt | 289.447 | 418.870 | 346.230 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in EUR) | 129.423 | -72.640 | |||
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | 45% | -17% | |||
| Totale remuneratie voor de clo Kevin De Greef (in EUR) | nvt | 120.000 | 286.697 | 342.854 | 332.234 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in EUR) | 166.697 | 56.157 | -10.620 | ||
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | 139% | 20% | -3% | ||
| Gemiddelde totale vergoeding van de werknemers o.b.v. voltijdse equivalenten – wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) |
7% | 5% | 4% | 18% | |
| PRESTATIE VAN INTERVEST | |||||
| Reële waarde van de vastgoedportefeuille (in EUR x 1.000) |
892.813 | 1.017.958 | 1.208.944 | 1.333.418 | 1.419.893 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | 14% | 19% | 10% | 6% | |
| EPRA resultaat per aandeel (in EUR) | 1,687 | 1,60 | 1,74 | 1,608 | 1,469 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | -5% | 9% | -2% | -9% | |
| Brutodividend per aandeel (in EUR) | 1,53 | 1,53 | 1,53 | 1,53 | 1,02 |
| Wijziging vs vorig gerapporteerd jaar (in %) | 0% | 0% | 0% | -33% |
Voor de leden van de raad van toezicht en de directieraad wordt de variatie berekend vanaf de start van hun benoeming. De verhouding tussen de hoogste vergoeding en de laagste vergoeding van de medewerkers of leden van de directieraad, uitgedrukt als voltijds equivalent, bedraagt 1/12.
Wat preventie van belangenconflicten aangaat, is Intervest tezelfdertijd onderworpen aan:
Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen de vennootschap en de leden van de raad van toezicht en van de directieraad wordt vermeden.
Besluiten tot het aangaan van transacties waarbij tegenstrijdige belangen van de leden van de raad van toezicht en van de directieraad spelen die van patrimoniaal belang zijn voor de vennootschap en/of voor de leden van de raad van toezicht en van de directieraad, behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht.
Een "tegenstrijdig belang" bestaat in ieder geval wanneer de vennootschap voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:
Een lid van de raad van toezicht en/of van de directieraad zal:
noot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad.
Een lid van de raad van toezicht meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van patrimoniaal belang is voor de vennootschap en/of voor het desbetreffend lid terstond aan de voorzitter en aan de overige leden van de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie, inclusief de voor de situatie relevante informatie inzake zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad.
Wanneer blijkt dat één van de leden van de directieraad een rechtstreeks of onrechtstreeks patrimoniaal belang heeft dat strijdig is met het belang van de vennootschap, verwijst de directieraad deze beslissing naar de raad van toezicht.
De raad van toezicht besluit, desgevallend buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de raad van toezicht of het lid van de directieraad, of er sprake is van een tegenstrijdig belang. Het lid van de raad van toezicht of de directieraad neemt geen deel aan de discussie en de besluitvorming over een onderwerp of transactie waarbij het een tegenstrijdig belang heeft. De verklaring en de toelichting van het betrokken lid van de raad van toezicht of de directieraad over de aard van dit strijdig belang worden opgenomen in de notulen van de vergadering van de raad van toezicht die de beslissing moet nemen.
Terzake moeten ook artikel 7:115 en 7:117 van het WVV nageleefd worden en evenzeer conform deze artikelen moeten dergelijke transacties ook gepubliceerd worden in het Jaarverslag van de vennootschap, met vermelding van het tegenstrijdig belang en de verklaring dat de bepalingen dienaangaande zijn nageleefd. Ook dient de commissaris in zijn verslag omtrent de audit van de jaarrekening een afzonderlijk omschrijving op te nemen van de vermogensrechtelijke gevolgen van het besluit voor de vennootschap.
Bij tegenstrijdig belang dient ook de FSMA in bepaalde gevallen voorafgaand geïnformeerd te worden.
Deze procedure diende in 2023 niet te worden toegepast.
De vennootschap dient ook de procedure van artikelen 7:116 en 7:117, §2 van het WVV na te leven indien zij een beslissing neemt of een verrichting uitvoert die verband houdt met:
Beslissingen of verrichtingen over dergelijke aangelegenheden moeten voorafgaandelijk worden onderworpen aan de beoordeling van een comité van drie onafhankelijke leden van de raad van toezicht dat zich als het het nodig acht laat bijstaan door één of meerdere onafhankelijke experts aangesteld door het comité en goedgekeurd door de vennootschap. Het schriftelijk gemotiveerd advies van het comité (met melding van de informatie voorzien in 7:116, §3 van het WVV) wordt voorgelegd aan de raad van toezicht die dan beraadslaagt over de voorgenomen beslissing of verrichting. De raad van toezicht vermeldt in zijn notulen of de omschreven procedure werd nageleefd en, in voorkomend geval, of en op welke gronden van het advies van het comité wordt afgeweken. De commissaris verleent een oordeel of er geen van materieel belang zijnde inconsistenties zijn in de financiële en boekhoudkundige gegevens die vermeld staan in de notulen van de raad van toezicht en in het advies van het comité ten opzichte van de informatie waarover hij beschikt in het kader van zijn opdracht. Dit oordeel wordt aan de notulen van de raad van toezicht gehecht. Verder worden de bepalingen toegepast zoals vermeld in artikel 7:116, § 4/1 van het WVV.
Er deden zich geen dergelijke belangenconflictsituaties voor in 2023.
De regeling van artikelen 37 en 38 van de GVV- Wet is van toepassing op de vennootschap. Artikel 37 van de GVV-Wet bevat een functionele belangenconflictenregeling die inhoudt dat de vennootschap de FSMA moet informeren telkens bepaalde met de vennootschap verbonden personen (opgesomd in hetzelfde artikel, waaronder onder meer de leden van de raad van toezicht en van de directieraad, de personen die de vennootschap controleren of ermee verbonden zijn of er een deelneming in bezitten, de promotor en de andere aandeelhouders van alle dochtervennootschappen van de vennootschap) rechtstreeks
of onrechtstreeks optreden als tegenpartij bij, of enig vermogensvoordeel halen uit, een verrichting met de vennootschap of een van haar dochtervennootschappen. In haar mededeling aan de FSMA moet het belang van de geplande verrichting voor de vennootschap worden aangetoond, alsook dat de betrokken verrichting binnen haar bedrijfsstrategie kadert.
Artikel 38 van de GVV-Wet omschrijft dan weer wanneer de bepalingen van artikel 36 en 37 van de GVV-Wet niet van toepassing zijn:
Verrichtingen waarvoor een functioneel belangenconflict bestaat, dienen tegen normale marktvoorwaarden te worden uitgevoerd. Wanneer een dergelijke verrichting betrekking heeft op vastgoed, is de waardering van de vastgoedexpert bindend als minimumprijs (bij vervreemding door de vennootschap of haar dochtervennootschappen) of als maximumprijs (bij verwerving door de vennootschap of haar dochtervennootschappen).
Dergelijke verrichtingen, alsook de te melden gegevens, worden onmiddellijk openbaar gemaakt. Ze worden in het Jaarverslag en in het Verslag van de commissaris toegelicht.
Er deden zich geen dergelijke belangenconflictsituaties voor in 2023.
Conform artikel 6, 10° van de GVV-Wet zal de vennootschap een beleid moeten uitstippelen inzake het beheer van belangenconflicten wanneer haar dochtervennootschap vastgoeddiensten verleent aan derden (wat thans niet het geval is). Dit beleid moet in het Jaarverslag worden gepubliceerd.
Er deden zich geen dergelijke belangenconflictsituaties voor in 2023.
Intervest heeft de gedragsregels inzake financiële transacties opgenomen in het Corporate Governance Charter en in een apart verhandelingsreglement ('Dealing code') dat geraadpleegd kan worden op www.intervest.eu. Dit verhandelingsreglement maakt deel uit van het Corporate Governance Charter van de vennootschap en werd afgestemd op toepasselijke wet- en regelgevingen (in het bijzonder de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en daaruit voortvloeiende Europese regelgeving (samen de "Verordening Marktmisbruik"), de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en de Corporate Governance Code 2020).
In dit verhandelingsreglement wordt het interne beleid van de vennootschap inzake de voorkoming van misbruik van voorwetenschap en preventie van marktmisbruik vastgelegd.
Intervest heeft een gedragscode opgesteld die van toepassing is op alle werknemers, alsook de leden van de directieraad, de raad van toezicht, het audit- en risicocomité, het benoemings- en remuneratiecomité en het investeringscomité. De gedragscode is ook van toepassing op tijdelijke medewerkers en personen die op contractbasis voor Intervest werken. Deze gedragscode is raadpleegbaar op www.intervest.eu.
Deze gedragscode zet uiteen hoe Intervest zaken wil doen: op een eerlijke, integere en transparante wijze, conform de belangen van Intervest, in het bijzonder wat betreft haar bedrijfs- en financiële doelstellingen. De gedragscode is de basis voor alle procedures bij Intervest. Operationele principes, beleidslijnen of procedures moeten (ontwikkeld worden) in lijn (zijn) met deze gedragscode. De gedragscode helpt gedrag te sturen en is bedoeld als een raamwerk, niet als een reglement, want het is onmogelijk om elke mogelijke situatie in de code te capteren.
Intervest heeft een procedure van melding van onregelmatigheden ingevoerd. Deze procedure beschermt medewerkers en business partners die misstanden binnen het bedrijf melden.
Intervest heeft een systeem voor risicobeheer en interne controle opgezet - aangepast aan haar werking en aan de omgeving waarin ze opereert en evolueert - op basis van het internationaal aanvaarde algemene controle raamwerk ontwikkeld door COSO (Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission). De COSO beheersingscomponenten dienen daarbij als uitgangspunt voor Intervest, nl. de controle-omgeving (gedrag en cultuur), de risico-analyse, controle-activiteiten om de risico's te mitigeren en een periodieke evaluatie van interne controle.
Met het oog op een effectief risicobeheerssysteem hanteert Intervest een organisatiestructuur met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van risicobeheer, nl. het three lines of defense model. Binnen dit model wordt er gebruik gemaakt van drie verschillende lijnen om risicobeheersing in te vullen:
De business (lijnmanagement) is primair zelf verantwoordelijk voor haar eigen processen en de interne controle in deze processen. Hierbij is de business ook zelf verantwoordelijk voor de sturing en de beheersing van de organisatie en de processen.
De tweede lijn is verantwoordelijk voor het ondersteunen, adviseren en coördineren van de eerste lijn. Daarbij bewaakt de tweede lijn ook of het management de verantwoordelijkheden neemt en hier verantwoording over aflegt.
Beide functies leggen verantwoording af aan het auditen risicocomité.
De derde en laatste lijn is verantwoordelijk voor het onafhankelijk en objectief toetsen van de uitvoering van risk management. De derde lijn stelt daarbij mogelijke verbeteringen voor aan het management om overlappingen of ontbrekende controles te implementeren.
Intervest heeft de interne auditfunctie toevertrouwd aan een externe partij nl. BDO Risk & Assurance Services, vertegenwoordigd door Steven Cauwenberghs. waarbij Johan Buijs, lid van de raad van toezicht van Intervest, is aangesteld voor de controle vanuit de vennootschap op de interne auditfunctie zoals waargenomen door BDO Risk & Assurance Services en die aldus te beschouwen is als de eindverantwoordelijke voor de interne audit.
Het audit- en risicocomité ondersteunt de raad van toezicht bij het vervullen van zijn verantwoordelijkheden inzake monitoring met het oog op een controle in de ruimste zin, inclusief de risico's. De verantwoordelijkheden, samenstelling, bevoegdheden en werking van dit audit- en risicocomite zijn beschreven in het intern reglement van het audit- en risicocomité, beschikbaar in het Corporate Governance Charter op de website van Intervest: www.intervest.eu.
Bij risicobeheersing is ook een rol weggelegd voor de externe commissaris. De commissaris is volgens haar beroepsstandaarden verplicht om voorafgaand aan een controle van de jaarrekening een risicoanalyse uit te voeren. In deze risicoanalyse schenkt de revisor aandacht aan de risico's die van invloed kunnen zijn op de jaarrekening.
De inrichting en aansturing van de organisatie en vooral gedrag en cultuur zijn essentieel voor de beheersing van risico's. De belangrijkste beheersingsmaatregelen in de controle-omgeving van Intervest betreffen:
alle medewerkers van Intervest (intern / extern);
De cfo, optredend als risk officer, voert op halfjaarlijkse basis een analyse en evaluatie van de risico's uit doorheen Intervest, haar perimetervennootschappen en de verschillende afdelingen.
De beoordeling en classificatie van de geïdentificeerde risico's gaat volgens vastgelegde criteria voor waarschijnlijkheid van voorkomen (kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet) en mogelijke impact (grootte van de mogelijke gevolgen) als het risico zich voordoet. Op deze manier wordt elk individueel risico op uniforme en consistente wijze beoordeeld.
De vastgelegde drempelwaarde geeft aan welke risico's onder of boven de acceptatiebereidheid van Intervest vallen. Voor alle risico's die boven de drempelwaarde vallen moeten er (bijkomende) maatregelen worden getroffen.
Op jaarlijkse basis, met een korte update voor het halfjaarverslag, wordt het risico-register ter bespreking en goedkeuring voorgelegd aan de raad van toezicht, hetgeen leidt tot de vereiste publicatie in het halfjaarlijks financieel verslag en jaarverslag.
De risico-opvolging zit verankerd in het risicobeheerproces van de onderneming en de verantwoordelijkheid voor de opvolging ligt bij de verschillende niveaus van de organisatie: #TeamIntervest, de directieraad en de raad van toezicht.
In de verschillende afdelingen van Intervest worden er controles uitgevoerd als antwoord op de geïdentificeerde risico's. De belangrijkste beheersingsmaatregelen betreffen:
De commissaris, aangesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders, is Deloitte Bedrijfsrevisoren BV en wordt vertegenwoordigd door Kathleen De Brabander, bedrijfsrevisor.
De vastgoedportefeuille wordt elk kwartaal gewaardeerd door vier onafhankelijke deskundigen, te weten: Cushman & Wakefield Belgium, CBRE Valuation Services (België), JLL Valuation Advisory bv (Nederland) en Stadim, ieder voor een gedeelte van de vastgoedportefeuille, gebaseerd op een rotatieprincipe.
Elke openbare GVV dient in het kader van haar interne controle, invulling te geven aan interne auditprocedures, managers, legal counsel en finance medewerkers);
Zoals reeds hoger vermeld wordt de kwaliteit van de interne controle in de loop van het boekjaar beoordeeld door de commissaris, het audit- en risicocomité en de interne audit.
een risk managementbeleid en een integriteitsbeleid. Daarop wordt toegezien door de persoon belast met, respectievelijk, de interne auditfunctie, de risicobeheerfunctie en de compliancefunctie conform artikel 17, §3, 4 en 5 van de GVV-Wet (dit zijn samen de "onafhankelijke controlefuncties").
De interne audit kan worden begrepen als een onafhankelijke beoordelingsfunctie, ingebed in de organisatie, gericht op het onderzoek en de beoordeling van de goede werking, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de door de vennootschap gehanteerde processen en procedures bij de uitoefening van haar activiteiten. De persoon verantwoordelijk voor de interne audit kan de verschillende leden van de organisatie in het kader van de uitoefening van hun verantwoordelijkheden voorzien van analyses, aanbevelingen, adviezen, evaluaties en informatie omtrent de onderzochte activiteiten.
Deze interne audit heeft onder meer betrekking op de werking, doeltreffendheid en efficiëntie van processen, procedures en activiteiten inzake:
Intervest heeft eind 2021 de externe consulent BDO Risk & Assurance Services, vertegenwoordigd door Steven Cauwenberghs, aangesteld als de personen die belast zijn met de interne audit, waarbij Johan Buijs, lid van de raad van toezicht van Intervest, is aangesteld voor de controle vanuit de vennootschap op de interne auditfunctie zoals waargenomen door BDO Risk & Assurance Services en die aldus te beschouwen is als de eindverantwoordelijke voor de interne audit. Het mandaat van BDO Risk & Assurance Services als externe consulent heeft een duur van drie jaar.
In het kader van het risicobeheerbeleid zal de vennootschap erover waken dat de risico's waaraan ze is blootgesteld (marktrisico's, operationele risico's, financiële risico's en reglementaire risico's) op een doeltreffende manier worden ingeschat, gecontroleerd en opgevolgd.
Intervest heeft met dit doel een persoon belast met de risicobeheerfunctie die verantwoordelijk is voor o.a. het opstellen, uitwerken, bewaken, actualiseren en implementeren van het risicobeheerbeleid en de risicobeheerprocedures.
De onafhankelijke risicobeheerfunctie wordt op 31 december 2023 waargenomen door Vincent Macharis, lid van de directieraad en cfo. Het mandaat is voor onbepaalde duur.
Regels betreffende compliance en integriteit zijn bevat in de functie van de compliance officer. De vennootschap heeft een persoon aangesteld als compliance officer, belast met het toezicht op de naleving van de regels inzake marktmisbruik, zoals deze regels onder meer opgelegd worden door de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en Verordening EU nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik.
De compliance officer ziet er eveneens op toe dat de vennootschap de wetten, de reglementen en de gedragsregels die van toepassing zijn op de vennootschap, naleeft. Om een integere bedrijfscultuur te waarborgen heeft Intervest een interne gedragscode en een procedure voor de melding van onregelmatigheden opgesteld.
Artikel 17, §4 van de GVV-Wet bepaalt dat de openbare GVV "de nodige maatregelen dient te nemen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de openbare GVV, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van het bedrijf van openbare GVV". In artikel 6 van het GVV-KB is bepaald dat de openbare GVV "de nodige maatregelen dient te nemen om permanent te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie. De compliancefunctie is passend wanneer zij met een redelijke zekerheid de naleving verzekert door de openbare GVV, haar leden van de raad van toezicht, effectieve leiders, werknemers en lasthebbers van de rechtsregels in verband met de integriteit van het bedrijf van openbare GVV".
De "onafhankelijke compliancefunctie" kan worden begrepen als een onafhankelijke functie binnen de vennootschap, gericht op het onderzoek naar, en het bevorderen van, de naleving door de onderneming van de regels die verband houden met de integriteit van de activiteiten van de vennootschap. De regels betreffen zowel deze die voortvloeien uit het beleid van de onderneming, het statuut van de onderneming, alsmede andere wettelijke en reglementaire bepalingen. Het gaat met andere woorden om een onderdeel van de bedrijfscultuur, waarbij de nadruk wordt gelegd op eerlijkheid en integriteit en het naleven van hoge ethische normen bij het zakendoen. Daarbij dienen zowel de onderneming als haar medewerkers zich integer te gedragen, d.i. eerlijk, betrouwbaar en geloofwaardig.
Op 31 december 2023 wordt de onafhankelijke compliancefunctie waargenomen door Kevin De Greef, lid van de directieraad en clo. Het mandaat is voor onbepaalde duur.
Gewone aandelen (INTO)
| Aantal | Kapitaal (in EUR) | % |
|---|---|---|
| 30.825.122 | € 280.891.486,69 | 100% |
Het geplaatst kapitaal bedraagt € 280.891.486,69 en is verdeeld over 30.825.122 volledig volgestorte aandelen die elk een gelijk deel ervan vertegenwoordigen. Het zijn
10 Met betrekking tot de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten voor verhandeling op de gereglementeerde markt – zie ook de wet van 1 april 2007 inzake het openbare overnamebod.
30.825.122 gewone aandelen zonder vermelding van nominale waarde.
Er bestaan geen wettelijke of statutaire beperkingen van overdracht van effecten, noch voor de uitoefening van de stemrechten.
Er zijn geen effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn.
De vennootschap heeft geen aandelenoptieplan. De vennootschap heeft een variabel kortetermijn- en langetermijnvergoedingsplan voor de leden van de directieraad, zoals beschreven in het Remuneratieverslag.
Voor zover de vennootschap hiervan kennis heeft, zijn er geen aandeelhouders die in onderling overleg handelen. Er zijn bij de vennootschap geen aandeelhoudersovereenkomsten bekend die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht.
De bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap heeft op 24 mei 2023 een machtiging verleend aan de raad van toezicht om het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap te verhogen in één of meerdere keren met een bedrag van:
leidbaar toewijzingsrecht, of (iii) enige andere vorm van kapitaalverhoging,
met dien verstande dat het kapitaal in het kader van het toegestane kapitaal niet verhoogd zal kunnen worden met een bedrag hoger dan tweehonderdzesenzestig miljoen vierhonderd en tweeduizend tweehonderdzesendertig euro vierentwintig cent (€ 266.402.236,24) in totaal gedurende de periode van vijf jaar te rekenen vanaf de bekendmaking in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van het desbetreffende machtigingsbesluit van de algemene vergadering. Deze machtiging kan worden hernieuwd.
Het toegestaan kapitaal kan niet worden aangewend om het kapitaal te verhogen bij toepassing van artikel 7:202 van het WVV in het kader van een openbaar bod tot aankoop van de effecten van de vennootschap.
Bij elke kapitaalverhoging stelt de raad van toezicht de prijs, de eventuele uitgiftepremie en de voorwaarden van uitgifte van de nieuwe aandelen vast. De kapitaalverhogingen kunnen aanleiding geven tot de uitgifte van aandelen met of zonder stemrecht.
Wanneer de kapitaalverhogingen, door de raad van toezicht beslist ingevolge deze toelating, een uitgiftepremie bevatten, moet het bedrag van deze uitgiftepremie op een speciale onbeschikbare rekening geplaatst worden, genoemd "Uitgiftepremies", die zoals het kapitaal de waarborg uitmaakt voor derden en die niet zal kunnen worden verminderd of afgeschaft mits een beslissing van de algemene vergadering die vergadert volgens de voorwaarden van aanwezigheid en meerderheid voorzien voor een kapitaalvermindering, behoudens de omzetting in kapitaal zoals hierboven voorzien.
Tot nu toe heeft de raad van toezicht gebruik gemaakt van de hem verleende machtiging om bedragen van het toegestaan kapitaal te benutten in het kader van:
〉 de kapitaalverhoging door inbreng in natura die op 02 augustus 2023 werd beslist ten belope van € 8.608.039,31 exclusief een uitgiftepremie van € 4.409.230,27
Elke kapitaalverhoging zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de artikelen 7:177 en volgende van het WVV, onder voorbehoud van wat hierna is vermeld met betrekking tot het voorkeurrecht.
Bovendien moet de vennootschap zich schikken naar de bepalingen betreffende de openbare uitgifte van aandelen voorzien in de artikelen 26 en 27 van de GVV-Wet.
Bij een kapitaalverhoging door inbreng in geld en onverminderd de toepassing van de artikelen 7:188 tot 7:193 van het WVV, kan het voorkeurrecht enkel worden beperkt of opgeheven als aan de bestaande aandeelhouders een onherleidbaar toewijzingsrecht wordt verleend bij de toekenning van nieuwe effecten. Dit onherleidbaar toewijzingsrecht voldoet aan de volgende voorwaarden:
van het deel van het kapitaal dat hun aandelen vertegenwoordigen op het moment van de verrichting
De kapitaalverhogingen door middel van inbrengen in natura zijn onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 7:196 en 7:197 van het WVV. Bovendien, en overeenkomstig artikel 26 §2 van de GVV-Wet, moeten de volgende voorwaarden worden nageleefd:
Bovenstaand is niet van toepassing bij de inbreng van het recht op dividend in het kader van de uitkering van een keuzedividend, voor zover dit effectief voor alle aandeelhouders betaalbaar wordt gesteld.
Conform artikel 9 van de statuten kan de vennootschap haar eigen aandelen verwerven, in pand houden of vervreemden krachtens de beslissing van de algemene vergadering overeenkomstig de bepalingen van het WVV.
Daarenboven mag de raad van toezicht, voor een periode van vijf jaar vanaf de bekendmaking van de beslissing in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, i.e. vanaf 2 juni 2020, voor rekening van de vennootschap, de eigen aandelen van de vennootschap verwerven en in pand nemen (zelfs buiten de beurs) aan een eenheidsprijs die niet lager mag zijn dan 85 % van de beurskoers van de slotnotering van de dag vóór de datum van de transactie (verwerving en in pand nemen) en die niet hoger mag zijn dan 115 % van de beurskoers van de slotnotering van de dag vóór de datum van de transactie (verwerving en in pand nemen) zonder dat de vennootschap meer mag bezitten dan 10 % van het totaal aantal uitgegeven aandelen.
Op 31 december 2023 heeft Intervest, noch haar perimetervennootschappen, eigen aandelen in bezit.
Er zijn geen belangrijke overeenkomsten waarbij Intervest partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap na een openbaar overnamebod, met uitzondering van de gangbare clausules in zo goed als alle financieringsovereenkomsten, waarbij de bank zo snel als mogelijk op de hoogte gebracht dient te worden bij substantiële wijzigingen in de aandeelhoudersstructuur (in sommige contracten gespecificeerd als wijzigingen tussen de 30% en 50%), en die de bank het recht geeft te oordelen dat de kredietovereenkomst gewijzigd of stopgezet dient te worden.
De financieringsovereenkomsten met een 'change of control' clausule worden ter goedkeuring en indien nodig ter bekrachtiging voorgelegd aan de eerstvolgende jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders. In de notulen van de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders worden de desbetreffende financieringsovereenkomsten omschreven. Deze notulen zijn allemaal raadpleegbaar op de website van Intervest www.intervest.eu.
70
Het Jaarverslag 2022 van Intervest sleepte opnieuw een EPRA Gold Award in de wacht tijdens de jaarlijkse conferentie van de European Real Estate Association. Het is de negende keer op rij dat Intervest voor haar jaarverslag een Gold Award mocht ontvangen van deze toonaangevende vereniging die pleit voor een verbetering van transparantie en consistentie in financiële rapportering.
EPRA heeft dit ook uitgebreid naar aanbevelingen en rapportering m.b.t. duurzaamheid, de zgn. sustainability BPR. Het Intervest Duurzaamheidsverslag 2022, de vierde editie, sleept eveneens een EPRA sBPR Gold Award in de wacht.

1 Deze cijfergegevens werden niet geauditeerd door de commissaris met uitzondering van het EPRA resultaat en de EPRA NAV indicatoren.
EPRA is de European Public Real Estate Association die aanbevelingen formuleert om de transparantie en consistentie van financiële rapportering te verhogen, de zogenaamde BPR of Best Practices Recommendations.
In oktober 2019 heeft EPRA's Reporting and Accounting Committee de geactualiseerde EPRA Best Practices Recommendations ('BPR')1 gepubliceerd. Deze BPR bevatten de aanbevelingen betreffende de bepaling van belangrijke prestaties-indicatoren voor de prestaties van de vastgoedportefeuille. Intervest onderschrijft het belang van standaardisering van de rapportage van prestatie-indicatoren uit oogpunt van vergelijkbaarheid en verbetering van de kwaliteit van de informatie aan beleggers en andere gebruikers van het jaarverslag. Om deze reden heeft Intervest er voor gekozen om de belangrijkste prestatie-indicatoren op te nemen in een apart hoofdstuk van het jaarverslag.
De commissaris heeft nagegaan of het "EPRA resultaat", en de "EPRA NTA", beiden opgenomen in de financiële staten, berekend zijn volgens de definities van de EPRA BPR van oktober 2019, en of de financiële gegevens die voor de berekening van deze ratio's worden gebruikt, overeenstemmen met de boekhoudgegevens van de geconsolideerde financiële staten.
| Tabel EPRA-indicatoren | Definities EPRA* | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | EPRA resultaat | Resultaat afkomstig van de strategische operationele activiteiten. |
in EUR x 1.000 | 37.401 | 45.467 |
| Doelstelling: meet het resultaat van de strategische operationele activiteiten, met uitsluiting van (i) de vari aties in de reële waarde van financiële activa en passiva (niet-effectieve hedges), en (ii) het portefeuilleresultaat (de al dan niet gerealiseerde winst of verlies op vast goedbeleggingen). |
|||||
| EUR/aandeel | 1,25 | 1,71 | |||
| 2 | EPRA Net Asset Value (NAV) indicatoren |
Doelstelling: past de IFRS NAW aan om de stakeholders een zo juist mogelijke informatie te verstrekken over de reële waarde van de activa en verplichtingen van een vennootschap die in vastgoed investeert in drie verschil lende gevallen: |
|||
| (i) EPRA Net Reinstatement Value (NRV) geeft een schatting van het bedrag dat nodig is om de vennoot schap opnieuw op te richten via de investeringsmarkten op basis van de huidige kapitaal- en financieringsstruc tuur, inclusief de real estate transfer tax. |
in EUR x 1.000 | 752.975 | 749.666 | ||
| EUR/aandeel | 24,43 | 25,64 | |||
| (ii) EPRA Net Tangible Assets (NTA) gaat uit van de hypothese dat de vennootschap activa verwerft en verkoopt, hetgeen zou resulteren in de realisatie van bepaalde onvermijdelijke uitgestelde belastingen. |
in EUR x 1.000 | 685.639 | 687.015 | ||
| EUR/aandeel | 22,24 | 23,50 | |||
| (iii) EPRA Net Disposal Value (NDV) vertegenwoordigt de waarde die toekomt aan de aandeelhouders van de vennootschap in geval van verkoop van haar activa, hetgeen zou leiden tot de regeling van uitgestelde belas tingen, de liquidatie van de financiële instrumenten en het in rekening nemen van andere verplichtingen aan hun maximum bedrag, min belastingen. |
in EUR x 1.000 | 686.544 | 713.525 | ||
| EUR/aandeel | 22,27 | 24,41 |
1 Het verslag kan geraadpleegd worden op de website van EPRA: www.epra.com.
| Tabel EPRA-indicatoren | Definities EPRA* | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
|---|---|---|---|---|
| 3 | (i) EPRA Netto Initieel Rendement (NIR) |
Geannualiseerde brutohuurinkomsten op basis van de contractuele huren op afsluitingsdatum van de jaarreke ningen, met uitsluiting van de vastgoedkosten, gedeeld door de marktwaarde van de portefeuille verhoogd met de geschatte mutatierechten en –kosten bij hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen. Doelstelling: een indicator om vastgoedportefeuilles te |
5,1% | 4,8% |
| (ii) EPRA aangepast NIR |
vergelijken op basis van rendement. Deze ratio voert een correctie uit op de EPRA NIR voor de afloop van huurvrije periodes (of andere niet-ver vallen huurincentives zoals een huurperiode met korting en getrapte huurprijzen). Doelstelling: een indicator om vastgoedportefeuilles te vergelijken op basis van rendement. |
5,4% | 5,1% | |
| 4 | EPRA huurleegstands percentage |
Geschatte huurwaarde (GHW) van leegstaande opper vlakte, gedeeld door de GHW van de totale portefeuille. Doelstelling: meet de leegstand van de portefeuille vast goedbeleggingen op basis van de GHW (ERV). |
7% | 10,0% |
| 5 | EPRA kost ratio (inclusief directe leegstandskosten) |
EPRA kosten (inclusief directe leegstandskosten) gedeeld door de brutohuurinkomsten verminderd met de vergoe dingen voor recht van opstal en erfpacht. Doelstelling: meet betekenisvolle veranderingen in de alge mene en operationele kosten van de vennootschap. |
26,5% | 18,0% |
| EPRA kost ratio (exclusief directe leegstandskosten) |
EPRA kosten (exclusief directe leegstandskosten) gedeeld door de bruto huurinkomsten verminderd met de vergoe dingen voor recht van opstal en erfpacht. Doelstelling: meet betekenisvolle veranderingen in de alge mene en operationele kosten van de vennootschap zonder effect van wijzigingen in leegstandskosten |
24,4% | 16,5% | |
| 6 | EPRA Loan-to Value (LTV) |
Schuld gedeeld door de marktwaarde van de portefeuille. Doelstelling: meet de verhouding van de schulden ten opzichte van de marktwaarde van de vastgoedporte feuille. |
49,3% | 47,9% |
* Bron: EPRA Best Practices (www.epra.com).
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat IFRS (aandeel Groep) | 5.918 | 51.714 |
| Aanpassingen voor de berekening van het EPRA resultaat | ||
| Uit te sluiten: | ||
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | -4.733 | 478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -810 | -26.106 |
| Ander portefeuilleresultaat | -2.793 | 3.920 |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | -16.860 | 32.257 |
| Minderheidsbelangen mbt bovenstaande | -6.286 | -4.302 |
| EPRA resultaat A |
37.401 | 45.467 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen B |
30.021.003 | 26.664.878 |
| EPRA resultaat per aandeel (in EUR) =A/B |
1,25 | 1,71 |
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EPRA NRV | EPRA NTA | EPRA NDV | EPRA NRV | EPRA NTA | EPRA NDV | ||
| IFRS Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders van de moedermaat schappij |
674.706 | 674.706 | 674.706 | 693.352 | 693.352 | 693.352 | |
| Verwaterde NAV aan reële waarde | 674.706 | 674.706 | 674.706 | 693.352 | 693.352 | 693.352 | |
| Uit te sluiten: | (-) | -14.522 | -10.933 | 6.039 | 6.337 | ||
| Uitgestelde belastingen met betrekking ■ tot de herwaardering aan reële waarde van vastgoedbeleggingen |
-25.536 | -22.222 | -21.775 | -21.761 | |||
| Reële waarde van financiële instru ■ menten |
11.014 | 11.014 | 27.814 | 27.814 | |||
| Immateriële vaste activa volgens de ■ IFRS-balans |
274 | 284 | |||||
| Toe te voegen: | (+) | 63.747 | 11.838 | 62.353 | 20.174 | ||
| Reële waarde van schulden met vaste ■ rentevoet |
11.838 | 20.174 | |||||
| Real estate transfer taks ■ |
63.747 | 62.353 | |||||
| NAV | 752.975 | 685.639 | 686.544 | 749.666 | 687.015 | 713.526 | |
| Verwaterd aantal aandelen | 30.825.122 | 30.825.122 | 30.825.122 | 29.235.067 | 29.235.067 | 29.235.067 | |
| NAV per aandeel (in EUR) | 24,43 | 22,24 | 22,27 | 25,64 | 23,50 | 24,41 |
De EPRA NTA per aandeel bedraagt op 31 december 2023 € 22,24. Dit betekent een daling van € 1,26 tegenover € 23,50 per 31 december 2022 voornamelijk als gevolg van de kapitaalverhoging door het keuzedividend en de acquisitie van ILWS in combinatie met de EPRA resultaat-generatie, de waardedaling van de vastgoedportefeuille en de dividenduitkering over het boekjaar 2022.
| Tabel 3: EPRA Netto Initieel Rendement (NIR) en EPRA aangepast NIR | |
|---|---|
| -------------------------------------------------------------------- | -- |
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen en vastgoed bestemd voor verkoop | 1.423.093 | 1.360.696 | |
| Uit te sluiten: | |||
| Projectontwikkelingen met het oog op verhuring | (-) | 80.670 | 99.619 |
| Vastgoed beschikbaar voor verhuring | 1.342.423 | 1.261.076 | |
| Toe te voegen: | |||
| Geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypothetische vervreemding van vast goedbeleggingen |
(+) | 64.226 | 61.170 |
| Investeringswaarde van het vastgoed beschikbaar voor verhuring - inclusief recht van gebruik gehouden vastgoed |
(B) | 1.406.649 | 1.322.247 |
| Geannualiseerde brutohuurinkomsten | 81.814 | 72.614 | |
| Uit te sluiten: | |||
| Vastgoedkosten* | -9.788 | -9.194 | |
| Geannualiseerde nettohuurinkomsten | (A) | 72.027 | 63.421 |
| Aanpassingen: | |||
| Huur bij afloop van huurvrije periodes of andere huurkortingen | 3.802 | 3.996 | |
| Geannualiseerde 'topped-up' nettohuurinkomsten | (C) | 75.828 | 67.417 |
| EPRA NETTO INITIEEL RENDEMENT (in %) | (A/B) | 5,1% | 4,8% |
| EPRA AANGEPAST NETTO INITIEEL RENDEMENT (in %) | (C/B) | 5,4% | 5,1% |
* De perimeter van de uit te sluiten vastgoedkosten voor de berekening van het EPRA Netto Initieel Rendement wordt vastgelegd in de EPRA Best Practices en stemt niet overeen met de "Vastgoedkosten" zoals ze in de geconsolideerde IFRS-rekeningen worden voorgesteld.
| Geschatte huur | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Segment | Verhuurbare oppervlakte (in m² x 1.000) |
waarde (ERV) voor de leegstand (in EUR x 1.000) |
Geschatte huur waarde (ERV) (in EUR x 1.000) |
EPRA huurleegstand (in %) |
EPRA huurleegstand (in %) |
| Kantoren | 200 | 4.042 | 26.734 | 15% | 24% |
| Logistiek vastgoed België | 871 | 1.674 | 41.837 | 4% | 4% |
| Logistiek vastgoed Nederland | 359 | 870 | 24.757 | 4% | 0% |
| TOTAAL VASTGOED beschikbaar voor verhuring |
1.430 | 6.586 | 93.328 | 7% | 10% |
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
|---|---|---|---|
| Administratieve en operationele uitgaven (IFRS) | 21.457 | 12.888 | |
| Met verhuur verbonden kosten | 76 | 19 | |
| Recuperatie van vastgoedkosten | -1.163 | -1.249 | |
| Recuperatie van huurlasten | |||
| Kosten van de huurders en gedragen door de eigenaar op huurschade en wederin staatstelling |
1.138 | 1.629 | |
| Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven | -918 | -939 | |
| Vastgoedkosten | 10.984 | 8.566 | |
| Algemene kosten | 10.437 | 4.387 | |
| Andere operationele opbrengsten en kosten | 903 | 475 | |
| Uit te sluiten: | |||
| − Vergoedingen voor recht van opstal en erfpacht | -9 | -9 | |
| EPRA kosten (inclusief directe leegstandskosten) | (A) | 21.448 | 12.879 |
| Leegstandskosten | -1.688 | -1.086 | |
| EPRA kosten (exclusief directe leegstandskosten) | (B) | 19.760 | 11.794 |
| Huurinkomsten verminderd met vergoedingen voor recht van opstal en erfpacht | (C) | 81.071 | 71.465 |
| EPRA kost ratio (inclusief leegstandskosten) (in %) | (A/C) | 26,5% | 18,0% |
| EPRA kost ratio (exclusief leegstandskosten) (in %) | (B/C) | 24,4% | 16,5% |
De EPRA LTV voorziet in enkele aanpassingen aan de IFRS-rapportering, de belangrijkste concepten die worden geïntroduceerd zijn de volgende:
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gerapporteerd | Minderheidsbelang | Aandeel groep | ||
| Toe te voegen: | ||||
| Leningen uit kredietinstellingen ■ |
540.591 | 33.805 | 506.786 | |
| Commercial Paper ■ |
40.000 | 40.000 | ||
| Greenbond/USPP ■ |
94.491 | 94.491 | ||
| Nettoschulden/vorderingen ■ |
38.191 | 3.167 | 35.024 | |
| Uit te sluiten: | ||||
| Kas en kasequivalenten ■ |
(-) | -3.123 | -202 | -2.922 |
| EPRA Nettoschuld | (A) | 710.150 | 36.770 | 673.380 |
| Toe te voegen: | ||||
| Vastgoed beschikbaar voor verhuur (incl. zonnepanelen ed.) ■ |
1.351.939 | 56.870 | 1.295.069 | |
| Vastgoed bestemd voor verkoop ■ |
3.200 | 3.200 | ||
| Projectontwikkelingen en grondreserves ■ |
80.670 | 16.434 | 64.237 | |
| Immateriële vaste activa ■ |
274 | 1 | 273 | |
| Financiële activa ■ |
4.103 | 2.052 | 2.052 | |
| EPRA Totaal vastgoedwaarde | (B) | 1.440.187 | 75.357 | 1.364.830 |
| EPRA LTV | =(A/B) | 49,3% | 49,3% |
| in EUR x 1.000 | 31-12-2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerapporteerd | Minderheidsbelang | Aandeel groep | |||
| Toe te voegen: | |||||
| Leningen uit kredietinstellingen ■ |
487.380 | 20.656 | 466.724 | ||
| Commercial Paper ■ |
46.000 | 46.000 | |||
| Greenbond/USPP ■ |
94.382 | 94.382 | |||
| Nettoschulden/vorderingen ■ |
35.600 | 8.021 | 27.579 | ||
| Uit te sluiten: | |||||
| Kas en kasequivalenten ■ |
(-) | -3.053 | -222 | -2.831 | |
| EPRA Nettoschuld | (A) | 660.309 | 28.455 | 631.854 | |
| Toe te voegen: | |||||
| Vastgoed beschikbaar voor verhuur (incl. zonnepanelen ed.) ■ |
1.248.391 | 40.617 | 1.207.774 | ||
| Vastgoed bestemd voor verkoop ■ |
27.277 | 27.277 | |||
| Projectontwikkelingen en grondreserves ■ |
99.619 | 14.598 | 85.021 | ||
| Immateriële vaste activa ■ |
284 | 2 | 282 | ||
| EPRA Totaal vastgoedwaarde | (B) | 1.375.572 | 55.217 | 1.320.355 | |
| EPRA LTV | =(A/B) | 48,0% | 47,9% |
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Segment | Gelijkblijvende samenstelling van de portefeuille gedurende twee jaar |
Acquisities & ontwikke lingen |
Desinves teringen |
Totale netto huur inkomsten |
Gelijkblijvende samenstelling van de portefeuille gedurende twee jaar |
Evolutie nettohuur inkomsten |
Evolutie nettohuur inkomsten (in %) |
| Kantoren | 21.059 | 195 | 2.769 | 24.023 | 22.823 | -1.764 | -8% |
| Wijzigingen ten gevolge van indexatie |
1.492 | 7% | |||||
| Wijzigingen in de bezet tingsgraad |
-392 | -2% | |||||
| Wijzigingen door heronderhandeling met bestaande huurders of nieuwe huurders |
-109 | 0% | |||||
| Wijziging in ontvangen schadevergoedingen |
-3.001 | -13% | |||||
| Wijzigingen Greenhouse | 89 | 0% | |||||
| Wijzigingen in gespreide huurvoordelen als gevolg van onderhande lingen en breakdata |
157 | 1% | |||||
| Logistiek België | 23.510 | 12.396 | 0 | 35.906 | 21.912 | 1.598 | 7% |
| Wijzigingen ten gevolge van indexatie |
1.412 | 6% | |||||
| Wijzigingen in de bezet tingsgraad |
198 | 1% | |||||
| Wijzigingen door heronderhandeling met bestaande huurders of nieuwe huurders |
-69 | 0% |
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijzigingen in ontvangen schadever goedingen |
-39 | 0% | |||||
| Wijzigingen in gespreide huurvoordelen als gevolg van onderhande lingen en breakdata |
96 | 0% | |||||
| Logistiek Nederland | 19.213 | 1.938 | 0 | 21.152 | 17.875 | 1.338 | 7% |
| Wijzigingen ten gevolge van indexatie |
1.518 | 8% | |||||
| Wijzigingen in de bezet tingsgraad |
-180 | -1% | |||||
| Wijzigingen door heronderhandeling met bestaande huurders of nieuwe huurders |
0 | 0% | |||||
| Wijzigingen in ontvangen schadever goedingen |
0 | 0% | |||||
| Wijzigingen in gespreide huurvoordelen als gevolg van onderhande lingen en breakdata |
0 | 0% | |||||
| TOTAAL HUUR INKOMSTEN bij gelijk blijvende samenstelling |
63.782 | 14.529 | 2.769 | 81.081 | 62.610 | 1.172 | 2% |
| Reconciliatie met de geconsolideerde netto huurinkomsten |
|||||||
| Met verhuur verbonden kosten |
-76 | ||||||
| NETTOHUUR RESULTAAT |
81.005 |
Bovenstaande tabel geeft de evolutie van de EPRA huurinkomsten weer bij gelijkblijvende samenstelling van de portefeuille. Dit wil zeggen dat de extra huurinkomsten ontvangen als gevolg van de acquisities uit 2022 en 2023 niet worden opgenomen in de vergelijkingsbasis.
Bij de kantoren is er een daling van 8%, voornamelijk als gevolg van de verbrekingsvergoeding die ontvangen is voor het vroegtijdige vertrek van huurder Enterprise Service Belgium in Mechelen Business Tower in 2022. In het logistieke segment is er zowel in België als in Nederland een toename van 7%, in beide segmenten is dit grotendeels het effect van de indexering van de huurgelden.
| in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kantoren | Logistiek België |
Logistiek Nederland |
Kantoren | Logistiek België |
Logistiek Nederland |
|
| Verwervingen | 0 | 58.500 | 0 | 0 | 65.193 | 30.222 |
| Verwerving van vastgoedbeleggingen | 0 | 29.500 | 0 | 0 | 4.627 | 30.222 |
| Verwerving van vastgoed via aandelen in vastgoedvennootschappen |
0 | 29.000 | 0 | 0 | 60.566 | 0 |
| Investeringen in projectontwikkelingen | 644 | 22.027 | 4.553 | 6.666 | 75.426 | 5.749 |
| Waarvan geactiveerde rente: | 0 | 598 | 149 | 344 | 1.203 | 100 |
| Like-for-like portefeuille* | 1.844 | 5.412 | 3.739 | 935 | 1.414 | 575 |
| Waarvan met bijkomende verhuur bare oppervlakte: |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| TOTAAL | 2.488 | 85.939 | 8.292 | 7.601 | 142.033 | 36.546 |
| Aanpassing niet geldelijke posten | 600 | 2.137 | 0 | 65 | -26.800 | 0 |
| TOTAAL (CASHFLOW) | 3.088 | 88.076 | 8.292 | 7.665 | 115.233 | 36.546 |
* De investeringsuitgaven vermeld bij de "Like-for-like portefeuille" betreffen investeringen en uitbreidingen in gebouwen in bezit van de vennootschap op 1 januari 2022 en nog steeds in bezit op 31 december 2023.
In de logistieke portefeuille in België zijn er in 2023 aankopen geweest in Gent, St.George en Herstal. Er is eveneens geïnvesteerd in de verdere afwerking Genk Green Logistics.
In de Nederlandse logistieke portefeuille is er in 2023 geïnvesteerd in de projectontwikkeling in den Bosch.
De aanpassing voor niet-geldelijke posten in het logistieke segment van België heeft enerzijds betrekking op de variatie in de voorziening voor te ontvangen facturen inzake de afwerking van (voornamelijk) de site in Genk Green Logistics, Anderzijds is in verband met de aandelentransactie van ILWS enkel de effectief betaalde prijs van de aandelen opgenomen in de investeringsuitgaven van het kasstroomoverzicht. Andere niet-cash gerelateerde posten zoals de IFRS16 aanpassing voor de concessievergoeding van het aangekochte pand in Gent Skaldenstraat zijn eveneens niet opgenomen in het cashflowverloop.
Alternatieve prestatiemaatstaven (APM) zijn maatstaven die Intervest hanteert om haar operationele performantie te meten en op te volgen. De maatstaven worden gebruikt in de financiële verslaggeving maar zijn niet gedefinieerd in een wet of in algemeen aanvaarde boekhoudprincipes (GAAP). De European Securities and Markets Authority (ESMA) heeft richtlijnen uitgevaardigd die van toepassing zijn vanaf 3 juli 2016 voor het gebruik en de toelichting van de alternatieve prestatiemaatstaven. De alternatieve prestatiemaatstaven zijn gemarkeerd met ★ en voorzien van een definitie, doelstelling en reconciliatie zoals vereist volgens de ESMA richtlijn. De EPRA-indicatoren die als APM beschouwd worden, zijn opgenomen onder het hoofdstuk "EPRA Kernprestatie-indicatoren".
Definitie - De gemiddelde rentevoet van de financieringen van de vennootschap wordt berekend door de som van netto-interestkosten (op jaarbasis) en de geactiveerde intercalaire interesten te delen door de gewogen gemiddelde schuld van de periode (op basis van de dagelijkse opnames van de financieringen (kredieten bij financiële instellingen, obligatieleningen, enz)). Deze alternatieve prestatiemaatstaf wordt berekend op basis van de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap.
Doelstelling - De gemiddelde rentevoet van de financieringen meet de gemiddelde financieringskost van de schulden en laat toe om de evolutie er van in de tijd op te volgen, in functie van de evoluties van de vennootschap en van de financiële markten.
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
|---|---|---|---|
| Netto-interestkosten | (A) | 20.537 | 10.655 |
| Geactiveerde intercalaire interesten | (B) | 747 | 1.647 |
| Gemiddelde schuld van de periode | (C) | 679.004 | 620.034 |
| Gemiddelde rentevoet van de financieringen (op basis 360/365) (%) | = (A+B)/C | 3,1% | 2,0% |
Definitie - De Net debt-EBITDA verhouding wordt berekend door de langlopende en kortlopende financiële verplichtingen (verminderd met kasgelden) te delen door het operationeel resultaat (voor het resultaat op de portefeuille) gecorrigeerd met de afschrijvingen.
Doelstelling - De Net debt / EBITDA geeft aan hoeveel jaar de vennootschap nodig heeft om haar financiële schulden terug te betalen, in de veronderstelling dat de financiële schulden en EBITDA constant blijven.
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| Financiële schulden | 676.014 | 628.826 |
| Kas en kasequivalenten | -3.123 | -3.053 |
| Net debt (IFRS) A |
672.891 | 625.773 |
| Operationeel resultaat voor het resultaat op portefeuille | 59.624 | 58.586 |
| Afschrijvingen | 1.101 | 773 |
| EBITDA (IFRS) B |
60.725 | 59.359 |
| Net debt/ EBITDA = A/B |
11,1 | 10,5 |
Definitie - Het nettoresultaat per aandeel (aandeel van de Groep) wordt berekend door het nettoresultaat zoals blijkt uit de resultatenrekening, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal aandelen (i.e. het totaal aantal uitgegeven aandelen min de eigen aandelen) gedurende het boekjaar. Deze alternatieve prestatiemaatstaf wordt berekend op basis van de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap.
| Reconciliatie | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
|---|---|---|---|
| Nettoresultaat (aandeel Groep) (in EUR x 1.000) | A | 5.918 | 51.714 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | B | 30.021.003 | 26.664.878 |
| Nettoresultaat per aandeel (aandeel Groep) (in EUR) | =A/B | 0,20 | 1,94 |
Definitie - Totaal eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (dus na aftrek van de minderheidsbelangen), gedeeld door het aantal aandelen op jaareinde (eventueel na aftrek van de eigen aandelen). Deze alternatieve prestatiemaatstaf wordt berekend op basis van de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap.
Doelstelling - De nettowaarde (reële waarde) per aandeel meet de waarde van het aandeel op basis van reële waarde van de vastgoedbeleggingen en maakt een vergelijking met de beurskoers mogelijk.
| Reconciliatie | 31-12-2023 | 31.12.2022 | |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (in EUR x 1.000) |
A | 674.706 | 693.352 |
| Aantal aandelen op jaareinde | B | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Nettowaarde per aandeel (in EUR) | =A/B | 21,89 | 23,72 |
Definitie - De operationele marge is het operationeel resultaat vóór resultaat op de portefeuille gedeeld door de huurinkomsten. Deze alternatieve prestatiemaatstaf wordt berekend op basis van de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap.
Doelstelling - De operationele marge geeft een indicatie over de mogelijkheid van de vennootschap om winst te genereren uit haar operationele activiteiten, zonder rekening te houden met het financieel resultaat, de belastingen en het portefeuilleresultaat.
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
|---|---|---|---|
| Operationeel resultaat vóór resultaat op de portefeuille | A | 59.624 | 58.586 |
| Huurinkomsten | B | 81.081 | 71.474 |
| Operationele marge (%) | =A/B | 74% | 82% |
Definitie - Het portefeuilleresultaat omvat (i) het resultaat op verkoop van vastgoedbeleggingen, (ii) de variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen, en (iii) het ander portefeuilleresultaat. Deze alternatieve prestatiemaatstaf wordt berekend op basis van de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap.
Doelstelling - Het portefeuilleresultaat meet de gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst en verlies verbonden aan de vastgoedbeleggingen, in vergelijking met de waardering van de onafhankelijke vastgoeddeskundigen op het einde van het vorige boekjaar.
| Reconciliatie in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen | -4.733 | 478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -810 | -26.106 |
| Ander portefeuilleresultaat | -2.793 | 3.920 |
| Portefeuilleresultaat | -8.336 | -21.708 |
| Minderheidsbelang | -4.302 | |
| Portefeuilleresultaat (aandeel Groep) | -15.238 | -26.010 |
Dit ESG-hoofdstuk ligt in het verlengde van het nanciële jaarverslag.
Intervest wil een voortrekker zijn op het vlak van duurzaamheid en plaatst duurzaamheid daarom als een essentieel onderdeel van haar strategie, zijnde duurzame waardecreatie, met oog voor continue kwaliteitsverbetering van de gebouwen voor klanten.
Voor Intervest betekent duurzaamheid welzijn op lange termijn voor het eigen team, de klanten en medewerkers. Het uiteindelijke doel is om waarde te creëren voor al haar stakeholders op een duurzame en toekomstbestendige manier.
Onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG) zijn volledig geïntegreerd in de investerings- en managementaanpak van het bedrijf.
Als erkenning van haar inspanningen op het gebied van ESG, maakt het aandeel van Intervest sinds 2023 deel uit van de BEL®ESG index van Euronext. Eeveneens behaalde het 'Sustainability Report 2022' van Intervest opnieuw een EPRA sBPR Gold Award.
ESG & NIET FINANCIËLE STATEN 81
De ESG-strategie is opgebouwd rond drie focusgebieden die de meest relevante trends op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur aanpakken om waarde te creëren voor alle belanghebbenden:
Het verbeteren van de ESG-prestaties van Intervest is een integraal onderdeel van de waardecreatiestrategie op lange termijn en verankerd in het DNA.
Het doel is om gezonde en inspirerende omgevingen te creëren en werkplekken inclusieve steunpilaren te maken met de focus op gezondheid en welzijn van huurders en medewerkers.
Er is een duurzaamheidsteam opgericht op strategisch niveau. Dit team brengt de expertise van verschillende bedrijfsactiviteiten - vastgoedbeheer en project(her) ontwikkeling - samen en wordt ondersteund door de raad van toezicht. Het duurzaamheidsteam is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en opvolging van de ESG-strategie en rapporteert rechtstreeks aan de ceo.
In zijn functie is de ceo verantwoordelijk voor zowel het strategische aspect (de ontwikkeling van een ESGstrategie en actieplan, dialoog aangaan met belanghebbenden inzake duurzaamheid), als het operationele aspect (coördinatie en follow-up van het ESG-actieplan, motivatie en ondersteuning van collega's bij de uitvoering van de verschillende initiatieven). De ceo is ook verantwoordelijk voor het sociale aspect van duurzaamheid en voor de ESGaspecten bij nieuwe investeringen. De technisch directeur zorgt voor de implementatie van de ESG-acties binnen de nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen. De asset managers zijn verantwoordelijk voor de ESG-strategie voor de reeds bestaande gebouwen in de portefeuille. Zij zijn binnen hun gebied verantwoordelijk voor het verspreiden van de duurzaamheidsvisie naar collega's. Ze fungeren ook als antennes om vanuit hun projecten terug te koppelen welke acties er zijn ondernomen en leveren input voor het verbeteren van het ESG-beleid. De cfo is verantwoordelijk voor de ESG-risicobewaking en het groene nancieringsraamwerk.
Op operationeel niveau streeft Intervest ernaar om iedereen binnen het bedrijf te betrekken bij de duurzaamheidsvisie. De afgelopen jaren zijn er al veel duurzaamheidsacties uitgevoerd. Met de ontwikkeling van het ESG-beleid wil Intervest meer structuur en systematiek in de processen brengen.
Intervest bekijkt voortdurend in welke mate haar investerings- en beheerprocessen zijn afgestemd op de volgende internationale normatieve standaarden:
Het verbeteren van de ESG-prestaties van Intervest is een integraal onderdeel van de lange termijn waardecreatiestrategie en verankerd in haar DNA.
Om bij te dragen aan de doelstellingen van de EU Green Deal om de EU klimaatneutraal te maken in 2050, is het van vitaal belang dat investeringen worden gericht op duurzame projecten en activiteiten.
Er is een gemeenschappelijk classicatiesysteem voor duurzame economische activiteiten gecreëerd, oftewel een "EU taxonomie". De taxonomieverordening van de EU werd in juni 2020 door de Europese Unie gepubliceerd en trad in juli 2020 in werking. De Taxonomieverordening stelt zes milieudoelstellingen vast:
Intervest zal toelichtingen doen in lijn met de EU taxonomie geschiktheid.
Het overzicht op de volgende pagina toont de belangrijke onderwerpen voor vastgoedbeleggingen en voor Intervest met betrekking tot ESG, de EU taxonomie, de SDG's en de UN Global Compact Principles. Aan de onderwerpen, onder elk van de rubrieken Milieu, Sociaal en Bestuur (Environmental - Social - Governance), die Intervest het belangrijkst acht voor haar eigen activiteiten, zijn een aantal prestatie-indicatoren gekoppeld die helpen om de doelstellingen te bepalen en de voortdurende monitoring en rapportering op jaarbasis in te kaderen.
1 https://sdgs.un.org/goal
| ESG | SDG | EPRA | GRI | PRINCIPLES OF UN GLOBAL COMPACT |
|---|---|---|---|---|
| ENVIRONMENTAL | ||||
| Climate change mitigation ■ > Green building certicates > Energy consumption > Greenhouse gas emissions > Renewable energy > Responsible rent and lease management > Water consumption Environmental education ■ and awareness Biodiversity and habitat ■ Climate change adaptation ■ |
Elec-Abs Elec-LfL DH&C-Abs DH&C-LfL Fuels-Abs Fuels-LfL Energy-Int GHG-Dir-Abs GHG-Indir-Abs GHG-Int Water-Abs Water-LfL Water-Int Waste-Abs Waste-LfL Cert-Tot |
302-1 302-1 302-1 302-1 302-1 302-1 302-3 305-1 305-2 305-4 303-1 303-1 CRE2 306-2 306-2 CRE8 |
ENVIRONMENTAL Principle 7 ■ Businesses should support a precautionary approach to environ mental challenges Principle 8 ■ Undertake initiatives to promote greater environmental respon sibility Principle 9 ■ Encourage the develop ment and diffusion of environmentally friendly technologies |
|
| SOCIAL | ||||
| Health, well-being and safety ■ > Employees: health, well-being, vitality and personal development > Tenants/Occupiers: health and well-being > Contractors: health and safety Human rights ■ Indoor environmental quality ■ Inclusion/diversity policy ■ |
H&S-Emp H&S-Asset H&S-Comp Emp-Training Emp-Dev Diversity-Emp Diversity-Pay Emp-Turnover |
403-2 416-1 416-2 404-1 404-3 405-1 405-2 401-1 |
HUMAN RIGHTS Principle 1 ■ Businesses should support and respect the protection of internatio nally proclaimed human rights Principle 2 ■ Make sure that they are not complicit in human rights abuses LABOUR Principle 3 ■ Businesses should uphold the freedom of association and the effective recognition of the right to collective bargaining Principle 4 ■ The elimination of all forms of forced and compulsory labour Principle 5 ■ |
|
| GOVERNANCE Business integrity ■ Compliance with EU and ■ national ESG laws and legislation |
Gov-Board Gov-Select Gov-Col |
102-22 102-24 102-25 |
The effective abolition of child labour Principle 6 ■ The elimination of discrimination in respect of employment and occupation ANTI-CORRUPTION Principle 10 ■ Businesses should work against corruption in |
|
| Cybersecurity ■ Data protection, cyber ■ security and privacy |
all its forms, including extortion and bribery |
Intervest wil de hoogste duurzaamheidsstandaarden nastreven, zowel op het vlak van de portefeuille als op het vlak van de nanciering. Intervest heeft immers een zeer brede visie op duurzaamheid en wil een langetermijnrelatie opbouwen met al haar stakeholders.
De stakeholders staan centraal in alles wat Intervest doet. Om zo goed mogelijk te kunnen inspelen op hun prioritaire belangen, is het essentieel om inzicht te hebben in hun verwachtingen.
Het identiceren van de verwachtingen van de stakeholders en het belang dat zij hieraan hechten is een proces van voortdurende en intensieve dialoog dat plaatsvindt binnen de dagelijkse activiteiten van Intervest.
Zo wordt vanuit meerdere invalshoeken en op verschillende manieren een continue dialoog gevoerd met huurders, nanciers en investeerders, de medewerkers, de leveranciers, de overheid en de gemeenschap.
Voor huurders is het eerste aanspreekpunt de commercieel verantwoordelijke van het gebouw. De commercieel manager zal altijd de behoeften van de huurder of potentiële huurder analyseren zodat hij zo goed mogelijk op die behoeften kan inspelen op eender welk moment in de huurdersrelatie. Bovendien houdt de commercieel manager het hele jaar door contact om proactief te beoordelen wat essentieel is voor de desbetreffende huurder. Als er belangrijke veranderingen op komst zijn of als er belangrijke informatie is die alle huurders aangaat, dan worden er huurdersbijeenkomsten georganiseerd waarvoor alle huurders worden uitgenodigd. Een nieuw huurcontract, een uitbreiding of een verlenging van een overeenkomst wordt ook onderhandeld door de commercieel manager.
Daarnaast staat een property manager ter beschikking van de huurder om problemen van bouwkundige aard op te lossen. Ook hier wordt altijd samen met de huurder gezocht naar de best mogelijke oplossing voor gerezen problemen of naar de best mogelijke uitvoering van verbeteringsprojecten in de gebouwen. Hiervoor staat 24/7 een servicedesk paraat die dringende problemen direct kan oplossen.
Deze communicatiestromen geven Intervest een goed inzicht in de verwachtingen van huurders ten aanzien van de te verhuren ruimte, bouwkundige eisen en de manier waarop huurders de werkplek voor hun medewerkers willen.
Als beursgenoteerde onderneming communiceert Intervest open en transparant met potentiële en bestaande investeerders en met nanciële instellingen. Dit gebeurt via het jaarverslag en andere nanciële verslagen op kwartaalbasis en via ad hoc persberichten.
Er wordt echter ook een continue en intensieve tweerichtingsdialoog onderhouden bij gelegenheden zoals roadshows, beleggersbeurzen, groepsbijeenkomsten en 1-op-1 ontmoetingen met analisten en beleggers en op regelmatige overlegmomenten.
Deze communicatie vindt over het algemeen plaats op het niveau van de raad van toezicht en wordt meer speciek onderhouden door de ceo en de cfo.
De dialoog met het personeel is in de eerste plaats informeel. De samenwerking binnen Intervest kenmerkt zich door een hoge mate van openheid onder collega's, een opendeurbeleid op alle niveaus en een hechte onderlinge band tussen collega's, wat de informatiestroom bevordert.
Daarnaast wordt bewust ruimte gecreëerd voor meer informele vormen van communicatie. Leden van de raad van toezicht communiceren transparant met alle medewerkers via het Sharepoint intranetportaal. Er worden regelmatig update-bijeenkomsten gehouden, waarbij vertegenwoordigers van alle afdelingen de huidige status van hun projecten kunnen delen.
Daarnaast geven bedrijfsbrede updatevergaderingen collega's de kans om elkaar hun prestaties van de afgelopen maanden en hun toekomstplannen te presenteren.
Intervest doet op vele vlakken een beroep op leveranciers waarbij een open dialoog, het uitbouwen van een langetermijnrelatie en een correcte manier van zaken doen centraal staan. De wederzijdse afhankelijkheid van een goede samenwerking zorgt ervoor dat er veel aandacht wordt besteed aan een continue dialoog met de belangrijkste leveranciers.
Door de aard van de relatie met de overheid is er veel eenrichtingsverkeer, vooral wat betreft de naleving van regelgeving.
Eind 2023 heeft Intervest drie interne juristen die continu toezien op de naleving van regelgeving.
Daarnaast heeft Intervest een onafhankelijke compliancefunctie opgericht. Deze onafhankelijke compliancefunctie is gericht op het onderzoeken en bevorderen van de naleving door het bedrijf van de regels met betrekking tot de integriteit van haar bedrijfsactiviteiten.
Er wordt ook actief geïnvesteerd in de dialoog met de autoriteiten, zowel op bedrijfsniveau als collectief.
Op bedrijfsniveau is er regelmatig overleg met de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en waar nuttig ook met gemeenten, het kadaster en de belastingdienst. Op collectief niveau speelt de dialoog met de overheid via beroepsorganisaties een belangrijke rol. Dit betreft in het bijzonder de European Public Real Estate Association (EPRA), de BE-REIT Association en de BVS (Beroepsvereniging van de Vastgoedsector). In 2022 werd Joël Gorsele - ceo Intervest, benoemd in de raad van bestuur van de BVS.
Een formele dialoog met de bredere gemeenschap is niet vanzelfsprekend. Natuurlijk worden nieuws, maatschappelijke thema's en ontwikkelingen op de voet gevolgd. Dit blijft echter grotendeels eenrichtingsverkeer.
Specieke interactie met de bredere gemeenschap vindt voornamelijk plaats door deelname aan liefdadigheidsactiviteiten.
Hoewel alle ESG-onderwerpen belangrijk zijn, is Intervest van mening dat bepaalde onderwerpen belangrijker kunnen zijn dan andere bij het nemen van investerings- en/ of managementbeslissingen met betrekking tot haar activa of haar eigen activiteiten. Daarom worden regelmatig materialiteitsbeoordelingen uitgevoerd voor een breed scala aan duurzaamheidsonderwerpen op basis van input van verschillende belanghebbenden, waaronder aandeelhouders, beleggende klanten, huurders, leveranciers, aannemers en natuurlijk werknemers. De uitkomst van deze materialiteitsassessment kan het bedrijf van tijd tot tijd aanmoedigen om de onderwerpen in het ESG-charter bij te werken, gekoppeld aan relevante prestatie-indicatoren om in lijn te blijven met de verwachtingen van de voornaamste belanghebbenden. De materialiteitsindex voor 2023 wordt hieronder weergegeven.

Importance for internal stakeholders Intervest
Future-proof buildings / Energy efficiency Health, well-being & safety Business integrity & compliance
De dialoog met stakeholders en de materialiteitsindex resulteren in de volgende speerpunten die voor Intervest prioriteit hebben in haar duurzaamheidsbeleid:
Deze speerpunten maken de ESG-strategie concreet en worden hieronder verder uitgediept.
Een vastgoedspeler als Intervest kan en moet een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van de klimaatverandering en de impact daarvan. Energie-eciëntie is een logisch aandachtspunt in het professioneel beheer van vastgoed, zowel bij de aankoop van nieuwe als oude gebouwen, bij de ontwikkeling van nieuwe projecten en bij het beheer van de bestaande portefeuille.
Duurzaamheid neemt steevast een prominente plaats in bij het aankoopproces, zowel bij de aankoop van nieuw en ouder vastgoed als bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen.
Over het algemeen wordt, ongeacht het type vastgoed en de leeftijd ervan, veel aandacht besteed aan de locatie. Locatie is natuurlijk belangrijk om een vastgoedinvestering succesvol te laten zijn. Maar ook in het kader van duurzaamheid is locatie en de manier waarop daarmee wordt omgegaan essentieel.
Multimodaliteit, of het feit dat een logistiek gebouw bereikbaar is via verschillende transportkanalen, maakt een substantieel verschil in het verminderen van vrachtverkeer over de weg en het eciënter maken van vrachtverkeer in het algemeen. Gezien het belang van multimodaliteit voor huurders en de gemeenschap is dit een van de belangrijkste criteria voor Intervest bij investeringen in logistiek vastgoed.
Investeringen in gebouwen aan de rand van de stad kunnen op hun beurt geschikt zijn voor stadsdistributie en zo de leefbaarheid in stadscentra verbeteren. Zwaar vrachtverkeer wordt buiten de stadscentra gehouden, les worden vermeden, gevaarlijke situaties worden verminderd en de uitstoot van zware vrachtwagens wordt verminderd of geëlimineerd als kleinere, eventueel elektrische, voertuigen worden gebruikt.
Meer in het algemeen is bij de aankoop van vastgoed dat minder dan vijf jaar oud is, energie-eciëntie een belangrijk investeringscriterium, naast de locatie die belangrijk is in termen van duurzaamheid en toekomstbestendig waardebehoud zoals hierboven aangegeven.
In de duurzaamheidsanalyse wordt de energie-eciëntie van het vastgoed altijd geanalyseerd, zodat bij problemen op dit gebied verbeteringsprocessen in gang kunnen worden gezet. In dezelfde lijn wordt ook steeds gekeken of het dak geschikt is voor het plaatsen van een zonnepark. Als het pand minder goed scoort op het gebied van energie-eciëntie, weegt dit zwaar mee in de uiteindelijke beoordeling van de investeringskans.
Bij de aankoop van oudere panden wordt altijd rekening gehouden met het (duurzame) herontwikkelingspotentieel. Daarom wordt er logischerwijs niet alleen due diligence uitgevoerd op de bestaande gebouwen, maar ook op de bodem- en milieuaspecten om voldoende zekerheid te krijgen dat herontwikkeling op de lange termijn mogelijk is. Immers, als deze panden later worden herontwikkeld tot duurzame panden, wordt het totale vastgoed in de gemeenschap duurzamer zonder dat het nieuwe ruimte inneemt, zoals bij traditionele nieuwbouw het geval is.
De impact en duurzame prestaties van vastgoed zijn vertaald naar hanteerbare indicatoren, die zijn opgenomen in internationale certiceringssystemen voor groene gebouwen zoals BREEAM 1 .
Eind 2023 was 33% van de vastgoedportefeuille gecerti ceerd als ten minste BREEAM "Very Good".
De volgende investeringen zijn gemaakt:
Hierbij is het wel belangrijk dat Intervest steeds de huurder en waardecreatie centraal stelt, zodat de BREEAMassessments niet gezien worden als het afvinken van punten op een lijstje, maar als oplossingen die enkel worden geïmplementeerd als ze daadwerkelijk meerwaarde creëren.
1 BREEAM is een internationaal erkend duurzaamheidslabel voor gebouwen. De BREEAM-methodologie maakt het mogelijk om de duurzaamheid van gebouwen te meten en te beoordelen. De beoordeling wordt uitgevoerd over het volledige spectrum van duurzaamheid: energie, management, gezondheid, water, afval, materialen, transport, landgebruik & ecologie en vervuiling.
Bij nieuwbouwontwikkelingen waarbij Intervest zelf de bouwer is, wordt altijd gestreefd naar een duurzaam en toekomstbestendig ontwerp. Een BREEAM "Very Good" score is de ondergrens op vlak van duurzaamheid. Ook hier wordt een grondige due diligence uitgevoerd, mede met het oog op het inschatten van de kosten voor een duurzaam ontwerp en eventuele subsidiëring van het project.
Gezien Intervest zich engageert om een positieve kracht te zijn in de strijd tegen de klimaatverandering, wordt er in de eerste plaats gefocust op de energie-eciëntie van de activa die beschikbaar zijn voor verhuur, wat een belangrijke vereiste is in het stappenplan naar een net zero carbon portefeuille.
Intervest kiest al enkele jaren resoluut voor de aankoop van duurzame elektriciteit. Hierdoor is 100% van de elektriciteit die Intervest aankoopt afkomstig van hernieuwbare bronnen, wat de totale koolstofuitstoot van deze activa vermindert.
Intervest engageert zich niet alleen om elektriciteit uit hernieuwbare bronnen te verbruiken, maar draagt ook actief bij tot de productie van hernieuwbare elektriciteit. Waar mogelijk zorgt Intervest ervoor dat de daken van haar logistieke gebouwen zijn uitgerust met een fotovoltaïsche installatie. Dit wil niet zeggen dat Intervest altijd zelf investeert in de aankoop van zonnepanelen; in veel gevallen is er een samenwerking met een derde partij voor de nanciering en exploitatie van de zonnepanelen. Op 31 december 2023 is ongeveer 88% van de logistieke sites uitgerust met zonnepanelen, goed voor een installatie van 48 MWp.
Net zo belangrijk als het inkopen van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en het zelf produceren van groene stroom, is het bewust terugdringen van energieverbruik. Om het energieverbruik doelbewust te verminderen, is het eerst en vooral noodzakelijk om ervoor te zorgen dat er een volledig en nauwkeurig beeld is van het huidige verbruik binnen de portefeuille.
Op basis van nauwkeurige meetgegevens kunnen vervolgens verbeterprogramma's worden uitgerold. Intervest heeft vandaag een duidelijk zicht op de verbruiksgegevens van de energie die ze zelf aankoopt, maar belangrijke inspanningen om het verbruik in andere gebouwen te verminderen zijn moeilijker te meten. Daarom installeert Intervest slimme meters om niet alleen haar perimeter voor analyse en rapportering van het energieverbruik te vergroten, maar ook om haar huurders de mogelijkheid te bieden een beter inzicht te krijgen in hun energieverbruik, mede dankzij het onmiddellijk en op afstand aflezen van de resultaten.
Een van de grootste uitdagingen voor ESG-beheer is het volume, de complexiteit en de aggregatie van ESGgegevens, evenals het waarborgen van de kwaliteit en beveiliging van gegevens. Digitale oplossingen kunnen de planning, de controle en het beheer van gegevens ondersteunen.
Intervest wil de werkrelatie tussen haar medewerkers en de communicatie met haar stakeholders optimaliseren en integreert daarom nieuwe digitale technologieën om haar operationele processen te stroomlijnen.
De bebouwde omgeving heeft uiteraard een impact op de lokale biodiversiteit en habitat. Intervest baseert zich voor dit onderwerp op de BREEAM-eisen met betrekking tot landgebruik en ecologie en maakt keuzes om op de belangrijkste momenten in de levenscyclus van de asset (groot onderhoud of herontwikkelingsmomenten) acties op deze eisen op te nemen.
Biodiversiteit komt volledig aan bod in nieuwbouwprojecten door de volgende investeringsbeslissingen te nemen:
De Belgische overheid heeft afgesproken om elektrische bedrijfswagens verplicht te stellen vanaf 2026. Intervest analyseerde de parkeerplaatsen van elke site in portefeuille op mogelijkheden voor de installatie van laadinfrastructuur voor elektrische wagens (PHEV en FEV )2. Op 31 december 2023 zijn 366 oplaadpunten voor elektrische auto's operationeel.
De duurzaamheid van het wagenpark heeft altijd hoog op de agenda van Intervest gestaan.
Het Intervest Mobiliteitsbudget stimuleert medewerkers om nog actiever na te denken over de noodzaak van een auto. Wie niet langer kiest voor een bedrijfswagen, krijgt het budget in de vorm van een maandelijkse vergoeding of een flexibel budget dat bijvoorbeeld besteed kan worden aan extra vakantiedagen of duurzamere vervoersmiddelen zoals een leaseets.
Geleidelijk aan wordt het wagenpark dat uitsluitend bestond uit auto's op fossiele brandstoffen omgevormd tot een milieuvriendelijk wagenpark.
Ook aan de nancieringskant worden hoge duurzaamheidsnormen nagestreefd. Op 31 december 2023 bedraagt de leningenportefeuille ongeveer € 823 miljoen, waarvan € 155 miljoen ofwel 19% uit groene nancieringen bestaat. Deze groene nancieringen worden volgens de 'use of proceeds'-voorwaarde enkel ter beschikking gesteld om duurzame investeringen in gebouwen en projecten te nancieren.
Daarnaast heeft Intervest in 2022 haar Green Finance Framework opgezet. Eind 2023 valt € 90 miljoen aan duurzame obligaties (Green bonds) en nancieringen onder dit kader.
Alle informatie over het Green Finance Framework van Intervest is te vinden op www.intervest.eu.
Sociale thema's hebben te maken met de zorg van het bedrijf voor mensen, werknemers en lokale gemeenschappen. Intervest besteedt dan ook specieke aandacht aan haar medewerkers en klanten en houdt daarbij in het oog hoe ze kan inspelen op de noden van de (lokale) gemeenschap. Op het vlak van inclusie en genderdiversiteit neemt Intervest een actieve rol op volgens de algemene richtlijnen van de VN in het algemeen en meer speciek de "empowerment" principes van UN Women en het UN Global Compact Oce.
Intervest gelooft dat medewerkers het beste kunnen bijdragen aan het succes van het bedrijf als ze zich gelukkig, gezond en betrokken voelen. Vele factoren spelen een rol bij het creëren van een optimale balans. Als werkgever wil Intervest actief een positieve en productieve werkplek creëren en medewerkers de middelen bieden om een gezonde mentale, fysieke en emotionele levensstijl te bevorderen.
Gezondheid en welzijn, en hoe dat te bereiken, heeft verschillende betekenissen voor verschillende mensen. Met een divers personeelsbestand zijn er verscheidene opvattingen over hoe werknemers het beste ondersteund kunnen worden en in welke mate de betrokkenheid van een werkgever gewaardeerd of gepast wordt geacht.
Intervest denkt haar medewerkers te kunnen helpen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren in de volgende vier categorieën:
Intervest is overtuigd van de win-win situatie die gecreëerd kan worden door zelfontwikkeling van haar medewerkers en bouwt als organisatie aan een bredere kennisbasis. Tegelijkertijd speelt persoonlijke ontwikkeling een zeer belangrijke rol in de motivatie van medewerkers. Intervest zet daarom zeer bewust in op interne en externe initiatieven die de ontwikkeling van haar medewerkers bevorderen.
Intervest heeft een transparante en vlakke organisatiestructuur en communiceert open met haar medewerkers. Inspraak in de organisatie van het werk, innovatieve projecten, extralegale voordelen, uitgebreide opleidingsmogelijkheden en een gedetailleerd welzijnsbeleid zijn een essentieel onderdeel van de Intervest manier van werken.
De werkruimte op het hoofdkantoor van Intervest is comfortabel en aangenaam. Er zijn verschillende soorten kantoren (gedeeld en individueel) zodat, afhankelijk van de aard van het werk, de meest geschikte ruimte kan worden gebruikt. De individuele 'bubbels' kunnen medewerkers gebruiken om even bij te komen van de drukke werkvloer.
Welzijn in het privéleven van een medewerker is alleen mogelijk als er ook op de werkvloer aandacht aan wordt besteed. Daarom blijft Intervest elke maand actief aandacht besteden aan verschillende aspecten van welzijn. Thema's die actief in de kijker gezet worden, zijn van essentieel belang om de uitdagingen van onze maatschappij aan te gaan en energiek te blijven, zowel privé als in werksituaties.
Het welzijnsprogramma Intervest Wellnest, geïntroduceerd in 2020, besteedt aandacht aan een gezonde nachtrust, voldoende beweging, gezonde voeding en mentale weerbaarheid.
Sporten bevordert het welzijn en voorkomt stress, maar voor jonge ouders is het soms moeilijk om voor of na het werk te sporten. Daarom kunnen werknemers sporten tijdens hun lunchpauze. Er is een doucheruimte voorzien zodat werknemers sport en werk kunnen combineren. De individuele douchecabines met aangrenzende privékleedkamer kunnen op een veilige en hygiënische manier gebruikt worden.
Interne communicatie moedigt collega's aan om regelmatig even te pauzeren, naar buiten te gaan of zelfs wandelvergaderingen buiten te organiseren. Twee etsen van het merk Intervest staan ter beschikking van de medewerkers voor korte verplaatsingen.
Om ervoor te zorgen dat collega's die voor hun werk de bouwplaatsen van het bedrijf bezoeken en onze huurders helpen met al hun vragen over de gebouwen die ze huren, zijn allen in het bezit van een certicaat om elektriciteitsproblemen correct te beoordelen en een diploma Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden VCA (SOS-SCC). Dit bewijs toont aan dat ze een basiskennis hebben van veiligheid, gezondheid en milieu en dat ze deze kennis kunnen toepassen in het belang van zichzelf en degenen die ze leiden. Indien nodig, worden er extra veiligheidstrainingen gegeven.
Veiligheid en preventie zijn belangrijk op kantoor. Verschillende collega's behaalden (de verlenging van) hun certicaat van bedrijfshulpverlener, een EHBO-cursus werd georganiseerd en om ervoor te zorgen dat alle medewerkers worden aangesproken, werd in de maand september de First Aid September Tuesdays (Wet F.A.S.T) geïntroduceerd met instructievideo's over wat te doen in geval van een noodgeval op kantoor.
Een cursus veilig rijden - waarin ook wordt getoond hoe je milieuvriendelijk kunt rijden - wordt geregeld georganiseerd voor alle werknemers die onlangs een nieuwe auto hebben gekregen.
Intervest collega's kunnen kiezen om te werken vanuit het Intervest hoofdkantoor in Antwerpen of Eindhoven, in één van de Greenhouse-hubs in Antwerpen, Mechelen of Brussel, of vanuit hun eigen woning. Medewerkers die regelmatig van thuis uit werken, kunnen rekenen op advies van Intervest om hun werkplek ergonomisch in te richten en wordt ICT-materiaal aangeboden om de werkplek in te richten: laptop, beeldscherm, headset, toetsenbord en laptopstandaard.
De vrijheid in hun locatie van arbeid biedt werknemers de mogelijkheid om hun drukke gezinsleven te combineren met hun professionele activiteiten. Ouderschapsverlof, geboorteverlof, vaderschapsverlof, tijdskrediet en borstvoedingspauzes zijn wettelijk geregeld en Intervest ondersteunt deze regelingen om ouders de kans te geven meer tijd met hun gezin door te brengen.
Intervest biedt haar medewerkers ook de mogelijkheid om hun werkrooster aan te passen zodat ze meer tijd kunnen doorbrengen met hun gezin. Intervest heeft verschillende aangepaste vaste uurroosters. Medewerkers kunnen, in overleg met hun leidinggevende, occasioneel hun werkdag op een vroeger of later tijdstip starten om hun privé- en gezinsactiviteiten beter te kunnen combineren met hun werkuren. Deze regeling is opgenomen in het arbeidsreglement.
Volgens het principe van train-de-trainer richt de HR-manager zich op het delen van kennis met het uitvoerende Intervest personeel inzake burn-out preventie en stress management.
Alle Intervest medewerkers kunnen bij HR terecht met hun vragen en online wellnesstips tonen mensen hoe ze zorgeloos hun dagelijkse taken kunnen uitvoeren.
Medewerkers worden aangemoedigd om opleidingen te volgen om hun vakkennis te vergroten of hun professionele vaardigheden te verbeteren. Intervest heeft hiervoor een opleidingsplan en een opleidingsbeleid opgesteld. Het opleidingsplan is geregistreerd bij de ociële verantwoordelijke instanties, waardoor interne opleidingen georganiseerd kunnen worden via Cevora, de opleidingsverstrekker voor de sector. Er worden ook interne cursussen georganiseerd door collega's die hun kennis met anderen delen. Samen leren, samen vooruitgaan.
De gevolgde trainingen vallen uiteen in verschillende vakgebieden, van vakgebied-speciek tot ICT en welzijnsverhogende cursussen. Er werd extra aandacht besteed aan mentaal en fysiek gezond functioneren. Het opleidingsbeleid maakt op geen enkel niveau onderscheid. In 2023 volgden de medewerkers 18 uur aan opleidingen.
Ook is er regelmatig voorlichting gegeven over duurzaamheid. Medewerkers kregen geregeld uitleg over welke dagelijkse taken kunnen bijdragen aan de realisatie van de 17 SDG's.
Intervest stimuleert interne jobrotatie of laat collega's werken aan projecten die niet speciek gerelateerd zijn aan hun eigen functie, wat bijdraagt tot een bredere kennis en de mogelijkheid biedt om nieuwe uitdagingen aan te gaan binnen Intervest.
In de loop van 2023 werden er teambuilding activiteiten georganiseerd door Intervest's eigenste Party Team. Het 'bestuur' van het Party Team bestaat uit enthousiaste collega's die in de loop van het jaar grotere en kleinere evenementen organiseren voor de Intervest medewerkers.
Het bedrijf groeit, reden te meer dat het belangrijk is om de juiste mensen aan te trekken die geloven in het realiseren van de bedrijfsstrategie als één team. Daarom past Intervest het employee referral programma toe. Dit programma kent een bonus toe aan de bestaande medewerker die de nieuwe medewerker aanbrengt en extra geld voor het Party Team budget.
Intervest gelooft in het voortdurend coachen van haar medewerkers. Leidinggevenden geven feedback aan hun medewerkers tijdens wekelijkse vergaderingen en om voldoende aandacht te besteden aan persoonlijke groei en ontwikkeling, vindt een evaluatiegesprek plaats minstens twee keer per jaar.
Ook de juiste feedback geven en het coachen door leidinggevenden is cruciaal. Daarom organiseert Intervest ad hoc informatiesessies over feedback en leiding geven. Managers kunnen ook bij HR terecht voor advies en ondersteuning in hun leidinggevende rol.
Een duidelijke interne communicatie is een dagelijkse bekommernis bij Intervest
Duurzaamheid in de brede zin van het woord is ook een belangrijk criterium bij investeringsbeslissingen. Faciliteiten die het welzijn van de medewerkers in het gebouw bevorderen zijn van doorslaggevend belang. Hoeveel daglicht is er mogelijk? Welke ontspanningsruimtes zijn er voorzien voor de werknemers? Additionele faciliteiten voor klanten (douches, lockers, oplaadinfrastructuur voor etsen, enz.), natuurlijk daglicht in het magazijn, een aangename groene en biodiverse buitenomgeving, effectieve zonwering, enzo. passen perfect in de gezondheids- en welzijnsaspecten van het duurzaamheidsbeleid, alsook in de algemene positionering van het bedrijf om klanten te 'ontzorgen' en verder te gaan dan vastgoed ter beschikking stellen.
De klanttevredenheid wordt gemeten met behulp van de NPS-methodologie (Net Promoter Score). Verschillende elementen van tevredenheid werden bevraagd: gaande van tevredenheid over de gebouwen waarin de klanten zich bevinden tot tevredenheid over de diensten van Intervest en de verwachtingen van de klanten. Voor Intervest in het algemeen zijn er een aantal verbeterpunten naar voren gekomen die Intervest een duidelijk beeld geven van wat klanten verwachten van een gebouweigenaar. Met deze inzichten gaat Intervest verder aan de slag.
Intervest heeft ook oog voor het welzijn van de lokale gemeenschap waarin de vestigingen zich bevinden. Het bedrijf vindt het belangrijk dat elk gebouw in haar portefeuille harmonieus past in de omgeving waarin het zich bevindt, zowel architecturaal als door de gemeenschappelijke diensten die worden aangeboden en de activiteiten die er plaatsvinden.
Medewerkers van Intervest zijn toegewijde medewerkers. Ze zijn betrokken bij hun job, waarderen het #TeamIntervest groepsgevoel en zetten zich in voor de minderbedeelden in onze samenleving.
Intervest zet zich in voor vijf kernaspecten: zorg voor elkaar, welzijn, ontwikkeling, gemeenschapszin en betrokkenheid.
Als uiting van haar maatschappelijk engagement steunde Intervest ook dit jaar de Leerstoel Jean-Pierre Blumberg aan de Universiteit Antwerpen, opgericht ter ere van deze voormalige bestuurder en voorzitter van de raad van toezicht, die eind 2020 overleed. Deze leerstoel weerspiegelt de visie van Jean-Pierre: vanuit Antwerpen naar een ruimere omgeving kijken met als doel inzicht te verwerven in recht, economie, ondernemen en corporate governance en op deze gebieden onderzoek, onderwijs en dienstverlening aanbieden die de samenleving als geheel ten goede kunnen komen.
Corporate governance is een instrument om op evenwichtige wijze om te gaan met de uiteenlopende belangen van verschillende belanghebbenden. In die zin moet zij in de eerste plaats gericht zijn op het beperken en op de juiste wijze omgaan met belangenconflicten die inherent zijn aan het werken in een ondernemingsstructuur. Duidelijke regelingen inzake belangenconflicten en transparante communicatie met belanghebbenden zijn daarom essentieel om ervoor te zorgen dat de middelen van de onderneming worden gebruikt in het belang van de belanghebbenden. Op die manier creëert goed bestuur waarde en duurzame groei.
Intervest heeft een corporate-governancestructuur opgebouwd die haar activiteiten optimaal ondersteunt, tegemoet komt aan de noden van haar stakeholders en ervoor zorgt dat ze voldoet aan de relevante wetten en regelgeving. Intervest gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2020 als referentiecode. De raad van toezicht van Intervest heeft de corporate governance principes vastgelegd in een aantal richtlijnen. Meer informatie over deze richtlijnen en de samenstelling van de raad van toezicht en de directieraad van Intervest in 2023 wordt beschreven in het hoofdstuk "Corporate governance verklaring".
Intervest streeft naar duurzame waardecreatie op lange termijn en stelt daarom ook hoge eisen aan de zakelijke
integriteit van haar medewerkers en zakenpartners. Over alle IT-, digitale en cyberkwesties wordt ook gerapporteerd aan de raad van toezicht.
In 2023 is het jaarlijkse bevestigingsproces van de gedragscode afgerond, waarin alle medewerkers instemmen met de gedragscode en de procedure voor het melden van onregelmatigheden. Alle nieuwe werknemers, inclusief tijdelijke werknemers, hebben een workshop over naleving gevolgd.
In het kader van de nieuwe EU-richtlijn met betrekking tot klokkenluiders is de nieuwe procedure voor het melden van schendingen geïmplementeerd.
In 2023 zijn er geen meldingen van incidenten met betrekking tot GDPR ontvangen.
De ICT-afdeling besteedde regelmatig aandacht aan beveiligingskwesties door informatie te verstrekken over phishing, virusmails en dergelijke in combinatie met het upgraden van het antivirusprogramma.
Over risk & compliance worden bijeenkomsten gehouden met de voorzitter van het audit- en risicocomité, de ceo, de cfo en de compliance ocer. Compliance maakt ook deel uit van verschillende projectgroepen in het bedrijf.
Het Duurzaamheidsverslag kadert in het voortdurend streven van Intervest om duidelijk en transparant te communiceren naar haar investeerders en andere stakeholders. Het verslag geeft de gegevens weer op geconsolideerd niveau, wat betekent dat zowel Intervest als al haar dochtervennootschappen in de rapportering werden opgenomen. De rapporteringsperiode van dit duurzaamheidsverslag loopt gelijk met die van het jaarlijkse nancieel verslag, met name het kalenderjaar. De indicatoren hebben betrekking op de periode van 1 januari 2023 tot 31 december 2023. Er wordt een vergelijking gemaakt met de cijfers van 2022.
Gezien het belang van de hogergenoemde speerpunten voor Intervest volgt zij de prestaties op het vlak van deze punten strikt op. Aangezien deze speerpunten het DNA van Intervest uitmaken, zijn zij voor de verschillende stakeholders van Intervest minstens even belangrijk. Om die reden beschouwt Intervest een transparante communicatie op dit vlak essentieel en zorgt de vennootschap ervoor dat er over tijd op consistente manier wordt gerapporteerd, zodat ook stakeholders de prestaties van Intervest op het vlak van duurzaamheid kunnen opvolgen.
Daarom kiest Intervest ervoor te rapporteren volgens de internationaal erkende EPRA- en GRI-normen.
De gegevens in de rapportering zijn berekend op basis van informatie waarover Intervest beschikt. Intervest heeft enkel operationele controle over de gebouwen waarvan zij het directe gebouwbeheer heeft. Het gebied onder operationele controle is dus beperkt tot de hoofdzetel van Intervest.
Deze rapportering gaat echter een stap verder en omvat voor elk van de prestatie-indicatoren alle gegevens waarover Intervest beschikt. Meer speciek gaat het om
de nutsvoorzieningen die Intervest zelf aankoopt (eigen verbruik) en eventueel doorrekent aan haar huurders.
De coverage van de verschillende prestatie-indicatoren met betrekking tot de gebouwen is weergegeven in onderstaande tabel. De coverage wordt uitgedrukt in een percentage en wordt bepaald op basis van de verhouding tussen de oppervlakte waarop de gerealiseerde prestatie-indicatoren betrekking hebben en de van toepassing zijnde verhuurbare oppervlakte per segment of de totale van toepassing zijnde verhuurbare oppervlakte van de portefeuille.
De totale verhuurbare oppervlakte van de vastgoedportefeuille bedraagt 1.431.299 m² op 31 december 2023. Dit is een stijging van 172.495 m² of 14% ten opzichte van eind 2022 (1.258.804 m²). Voor meer informatie betreffende de toename in totale verhuurbare oppervlakte wordt verwezen naar hoofdstuk 'Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen'.
Om een zekere representatieve samenhang te garanderen, zullen specieke gebouwen worden uitgesloten van de totale coverage, waaronder:
Zo werd in 2023 1.199.210 m² of 84% van de totale verhuurbare oppervlakte opgenomen in de coverage. In 2022 werd 1.027.653 m² of 82% van de totale verhuurbare oppervlakte in de coverage opgenomen.
| Coverage op basis Absolute indicator |
Like-for-Like indicator | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| van toepassing zijnde | Landlord-obtained | Landlord + tenant obtained | Landlord-obtained | Landlord + tenant obtained | ||
| verhuurbare opper vlakte (m²) |
2023 | 2022 | 2023 | 2022 | 2023 | 2023 |
| ELEKTRICITEIT | ||||||
| Kantoren | 100% | 100% | 48% | 51% | 100% | 48% |
| Logistiek | 100% | 100% | 42% | 39% | 74% | 31% |
| Logistiek BE | 100% | 100% | 58% | 60% | 72% | 41% |
| Logistiek NL | 100% | 100% | 11% | 11% | 100% | 11% |
| TOTAAL | 100% | 100% | 43% | 41% | 79% | 34% |
| GAS | ||||||
| Kantoren | 100% | 100% | 91% | 91% | 100% | 91% |
| Logistiek | 100% | 100% | 45% | 39% | 68% | 30% |
| Logistiek BE | 100% | 100% | 62% | 59% | 65% | 40% |
| Logistiek NL | 100% | 100% | 11% | 11% | 100% | 11% |
| TOTAAL | 100% | 100% | 52% | 48% | 77% | 40% |
| WATER | ||||||
| Kantoren | 100% | 100% | 63% | 65% | 100% | 63% |
| Logistiek | 100% | 100% | 27% | 32% | 100% | 27% |
| Logistiek BE | 100% | 100% | 39% | 54% | 100% | 39% |
| Logistiek NL | 100% | 100% | 3% | 3% | 100% | 3% |
| TOTAAL | 100% | 100% | 32% | 38% | 100% | 32% |
| AFVAL | ||||||
| Kantoren | 100% | 100% | 63% | 65% | 100% | 63% |
| Logistiek | n/a | n/a | n/a | n/a | n/a | n/a |
| Logistiek BE | n/a | n/a | n/a | n/a | n/a | n/a |
| Logistiek NL | n/a | n/a | n/a | n/a | n/a | n/a |
| TOTAAL | 100% | 100% | 10% | 12% | 100% | 10% |
De coverage geeft de verhouding weer ten opzichte van de totale van toepassing zijnde verhuurbare oppervlakte per segment of van de portefeuille. Zoals toegelicht is in deze methodologie, heeft Intervest geopteerd om enkel de gebouwen waar de energie bekomen wordt door de landlord, Intervest, te rapporteren. De coverage van deze milieu-indicator geeft enkel de gegevens weer van de landlord-obtained energieverbruiken waarvoor Intervest verantwoordelijk is. Ten opzichte van de totale van toepassing zijnde verhuurbare oppervlakte, met beperkte correctie van sites die in renovatie waren, geeft dit een beperkte totale coverage. Wanneer enkel de verhuurbare
oppervlaktes van de sites waar Intervest zelf verantwoordelijk is voor de energieaankoop, het landlord-obtained gedeelte, in rekening genomen wordt, is een veel bredere coverage gegarandeerd. Zoals weergegeven in voorgaande tabel, vertaalt dit zich in een volledige coverage van het landlord-obtained gedeelte van elektriciteit, brandstof en waterverbruik.
De absolute coverage wordt rechtstreeks beïnvloed door acquisities en desinvesteringen.
Bij de berekening bij gelijkblijvende perimeter (Like-for-Like, LfL) worden de variaties die aan perimeterwijzigingen te wijten zijn, zoals (her)ontwikkelingen, acquisities en desinvesteringen, uitgesloten. Deze LfL-berekening wordt uitgedrukt in een delta-percentage van jaar tot jaar bij elke prestatie-indicator.
De berekening bij gelijke perimeter houdt wel geen rekening met de wijzigingen in de bezetting van de gebouwen.
Intervest verwacht naar de toekomst toe meer toegang te hebben tot de gegevens door het verder uitrollen van energiemonitoringsystemen in meerdere gebouwen. Daarnaast zal Intervest haar huurders benaderen, om ook zicht te krijgen op de contracten die afgesloten worden door de huurders zelf. Zo krijgt Intervest een totaal beeld van het energielabel op gebouwenniveau en kunnen er verdere stappen ondernomen worden in een klimaatvriendelijk energiebeheer van de gebouwen.
Alle gegevens zijn berekend op basis van werkelijke cijfers van facturen en metingen. Indien gegevens van minimaal één maand beschikbaar zijn, zijn deze geëxtrapoleerd volgens de EPRA richtlijnen.
Gebouwen waarvoor Intervest verantwoordelijk is voor een deel van de aankoop van nutsvoorzieningen, maar niet voor 100%, zijn uitgesloten van de berekeningen. Het komt immers voor, vooral in kantoorgebouwen, dat sommige huurders een privaat nutscontract hebben terwijl Intervest instaat voor de aankoop voor andere huurders. In dergelijke gevallen beschikt Intervest niet over de verbruiksgegevens van huurders met een privaat contract. Dit kan leiden tot inconsistenties bij het berekenen van de intensiteitsindicatoren. Intervest heeft gekozen voor consistentie en datakwaliteit en sluit deze gebouwen uit van de berekening van prestatie-indicatoren in plaats van schattingen te maken voor verbruiksgegevens van particuliere huurderscontracten.
Waar dit symbool ( ) voorkomt, heeft Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BV/SRL beperkte zekerheid verstrekt over de totale gegevens van 2023 van geselecteerde prestatie-indicatoren op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur, in overeenstemming met EPRA's "Best Practices
Recommendations on Sustainability Reporting" gepubliceerd in september 2017 (EPRA sBPR - 3e versie). Het volledige Onafhankelijk assurance-rapport van Deloitte is opgenomen in dit verslag in de 'Independent Assurance Report' rubriek. De gegevens die binnen de reikwijdte van de zekerheid van Deloitte vallen, worden in deze sectie beschreven. Dit rapport biedt een externe en objectieve kijk op de gegevens en helpt ervoor te zorgen dat deze de werkelijkheid nauwkeurig weergeven. Er zijn geen opmerkingen gemaakt.
Er worden geen gegevens gebruikt over energieverbruik die afkomstig zijn van huurders. Intervest beperkt zich bij de rapportering tot verbruiksgegevens van gebouwen waar Intervest voor 100% verantwoordelijk is voor aankoop van respectievelijk elektriciteit, gas en water.
Onderstaande verdeling geeft de verhouding weer tussen de gerapporteerde eigenaar/landlord-obtained nutsvoorziening en de huurder/tenant-obtained nutsvoorzieningen en is gebaseerd op de totale van toepassing zijnde verhuurbare oppervlakte.
| 2023 | Kantoren | Logistiek | TOTAAL | ||
|---|---|---|---|---|---|
| BE | BE | NL Totaal | |||
| ELEKTRICITEIT | |||||
| Landlord-obtained | 48% | 58% | 11% | 42% | 43% |
| Tenant-obtained | 52% | 42% | 89% | 58% | 57% |
| GAS | |||||
| Landlord-obtained | 91% | 62% | 11% | 45% | 52% |
| Tenant-obtained | 9% | 38% | 89% | 55% | 48% |
| WATER | |||||
| Landlord-obtained | 63% | 39% | 3% | 27% | 32% |
| Tenant-obtained | 37% | 61% | 97% | 73% | 68% |
| AFVAL | |||||
| Landlord-obtained | 63% | n/a | n/a | n/a | 10% |
| Tenant-obtained | 37% | n/a | n/a | n/a | 90% |
Bij elke prestatie-indicator waar normalisatie wordt toegepast, wordt aangegeven op welke manier dat gebeurt. Meer in het algemeen, worden verbruiksindicatoren gepresenteerd ten opzichte van toepassing zijnde verhuurbare vierkante meters. Voor sociale indicatoren wordt voor sommige indicatoren gewerkt met het aantal personen op de loonlijst van Intervest en voor andere indicatoren met het totaal aantal gewerkte uren.
Om te beoordelen hoe streng het klimaat is, is het gebruikelijk om het brandstofverbruik te normaliseren. De vergelijking gebeurt op basis van het genormaliseerd verbruik, op basis van de graaddagen (GD). Hoe kouder, hoe hoger het aantal GD. Het gemiddelde van de GD voor een bepaalde plaats (over de laatste 30 jaar) noemt men normale graaddagen (NGD).
Genormaliseerd verbruik = Waargenomen verbruik x NGD/ GD.
Segmentanalyse wordt in dit duurzaamheidsverslag opgevat zoals in het jaarverslag van Intervest. Er wordt een segmentering per type asset gemaakt, alsook een geograsche segmentering.
Intervest rapporteert apart en op een transparante manier over de prestatie-indicatoren van haar hoofdkantoor in Berchem van waaruit alle functies worden aangestuurd.
Het hoofdkantoor van Intervest bevindt zich in een gebouw dat wordt gedeeld met andere huurders. Om die reden is de rapportering een combinatie van het energie- en waterverbruik in de delen die zij exclusief betrekt enerzijds, en van haar aandeel in de gemeenschappelijke delen anderzijds. Deze verhouding wordt berekend op basis van de vierkante meters die Intervest betrekt in het gebouw ten opzichte van het totaal aantal verhuurbare vierkante meters in het gebouw.
Voor het hoofdkantoor is geen schatting gemaakt en de coverage is 100% voor elke indicator. Het hoofdkantoor is niet opgenomen in de geconsolideerde resultaten van het segment kantoren.
Voor meer informatie met betrekking tot de berekening en evolutie van de verschillende prestatie-indicatoren, wordt verwezen naar de EPRA prestatie-indicatoren die hierna in detail berekend en toegelicht worden.
Dit duurzaamheidsverslag is geïntegreerd in het Jaarlijks nancieel verslag van Intervest.
Alle sociale en milieu EPRA-kernprestatie-indicatoren worden in dit hoofdstuk vermeld. De bestuurlijke EPRAkernprestatie-indicatoren worden gepubliceerd in het hoofdstuk "Corporate governance verklaring" in dit jaarverslag 2023.
Zoals in de methodologie toegelicht, zijn enkel de gebouwen opgenomen in deze indicatoren waar Intervest zelf verantwoordelijk is voor de energieaankoop ('landlord-obtained').
De volgende conclusies over de milieu-indicatoren zijn gebaseerd op de Like-for-Like prestaties 2023 - 2022.
Op een like-for-like basis daalt de directe en indirecte (location-based) uitstoot van broeikasgassen met 18,8%. Intervest heeft in 2023 verschillende duurzame investeringen uitgevoerd, zoals in (intelligente) LED-verlichting. Eveneens is in 2023 beslist om in een aantal sites met 1 graad lager te verwarmen.
Het totale waterverbruik per m² daalt op like-for-like basis met 31,7%. Intervest investeert verder in energiezuinige sanitaire toestellen en zal het waterverbruik blijven opvolgen.
De hoeveelheid afval in ton daalt met 11%, op een likefor-like basis. In het logistieke segment valt het afval dat vrijkomt bij operaties niet onder de operationele controle van Intervest en wordt daarom niet gerapporteerd. Afval wordt volledig gerecycleerd.
16 gebouwen zijn tijdens de rapporteringsperiode BREEAM-gecerticeerd en vertegenwoordigen 33% van de totale vastgoedportefeuille die beschikbaar is voor verhuur. Intervest stelt de huurder en waardecreatie altijd centraal en beoordeelt of de te implementeren oplossingen ook daadwerkelijk toegevoegde waarde creëren. De certicaatbeoordelingen worden niet gezien als een afvinkoefening. De aanpak van BREEAM-certicaten en groene gebouwen binnen Intervest wordt verder toegelicht in deel 2. Beperking klimaatverandering: toekomstbestendige gebouwen van dit hoofdstuk.
Jaarlijkse hoeveelheid elektriciteit verbruikt uit hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen, aangekocht of zelf opgewekt.
| Reference GRI 302-1 | Elec-Abs | Elec-LfL | Limited | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landlord-obtained (kWh/jaar) |
2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | assurance |
| Kantoren | 9.175.580 | 11.390.595 | 9.175.580 | 10.749.165 | -14,6% | |
| Eigen productie (zonnepanelen) | 0 | 89.259 | 0 | 0 | - | |
| Aangekocht | 9.175.580 | 11.301.336 | 9.175.580 | 10.749.165 | -14,6% | |
| Warehouses BE | 8.405.297 | 8.645.279 | 7.466.868 | 7.952.746 | -6,1% | |
| Eigen productie (zonnepanelen) | 1.876.377 | 2.151.267 | 1.876.377 | 1.868.388 | 0,4% | |
| Aangekocht | 6.528.920 | 6.494.012 | 5.590.491 | 6.084.358 | -8,1% | |
| Warehouses NL | 766.751 | 932.102 | 766.751 | 932.102 | -17,7% | |
| Eigen productie (zonnepanelen) | 262.211 | 209.156 | 262.211 | 209.156 | 25,4% | |
| Aangekocht | 504.540 | 722.946 | 504.540 | 722.946 | -30,2% | |
| TOTAAL | 18.347.628 | 20.967.976 | 17.409.199 | 19.634.013 | -11,3% | |
| Aantal m² waarop van toepassing (landlord-obtained) |
100% | 100% | ||||
| Aandeel van geschat elektriciteits verbruik |
0,1% | 4,8% | ||||
| Aandeel ingekochte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen |
100% | 100% | ||||
| Aandeel van totale elektriciteit uit hernieuwbare bronnen |
100% | 100% | ||||
| Hoofdkantoor | 88.616 | 102.500 | 88.616 | 102.500 | ||
| Ingekocht | 88.616 | 102.500 | 88.616 | 102.500 | -13,5% | |
| Aandeel van geschat elektriciteits verbruik |
0,0% | 0,0% | ||||
| Aandeel ingekochte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen |
100% | 100% | ||||
| Aandeel van totale elektriciteit uit hernieuwbare bronnen |
100% | 100% |
Geen enkel pand van Intervest maakt gebruik van stadsnetwerken voor verwarming noch koeling (DH&C-Abs & DH&C-LfL).
Jaarlijkse hoeveelheid gebruikte brandstof uit directe (hernieuwbare en niet-hernieuwbare) bronnen. 'Direct' betekent dat de brandstof ter plekke wordt verbrand. De brandstof die voor deze indicator wordt gebruikt, betreft uitsluitend aardgas.
| Reference GRI 302-1 | Fuels-abs | Limited | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landlord-obtained (kWh/jaar) |
2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | assurance |
| Kantoren | 5.242.650 | 5.896.649 | 5.242.650 | 5.314.699 | -1,4% | |
| Warehouses BE | 7.671.556 | 10.172.128 | 7.622.983 | 8.117.045 | -6,1% | |
| Warehouses NL | 510.265 | 588.732 | 510.265 | 588.732 | -13,3% | |
| TOTAAL | 13.424.472 | 16.657.510 | 13.375.899 | 14.020.476 | -4,6% | |
| Aantal m² waarop van toepassing (landlord-obtained) |
100% | 100% | ||||
| Aandeel van geschat elektriciteits verbruik |
1,0% | 0,6% | ||||
| Aandeel van totale brandstof uit hernieuwbare bronnen |
0,0% | 0,0% | ||||
| Hoofdkantoor | 0 | 0 | 0 | - | - | |
| Aandeel van geschat elektriciteits verbruik |
0 | 0 | 0 | |||
| Aandeel van totale brandstof uit hernieuwbare bronnen |
0 | 0 | 0 |
De som van (i) de verhouding tussen de totale jaarlijkse hoeveelheid verbruikte directe energie (inclusief hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen) gedeeld door de som van het vloeroppervlak in m² voor de gebouwen die binnen het toepassingsgebied vallen en (ii) de verhouding tussen de totale jaarlijkse hoeveelheid verbruikte indirecte energie (inclusief hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen) gedeeld door de som van het vloeroppervlak in m² voor de gebouwen die binnen het toepassingsgebied vallen.
| Reference GRI 302-3 Landlord-obtained |
Energieverbruik (kWh/jaar) |
Energie intensiteit Energy-Int (kWh/m²/jaar) |
Limited assurance |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | ||
| Kantoren | 14.418.230 | 17.287.244 | 134 | 151 | -11,2% | |
| Warehouses BE | 16.076.853 | 18.817.408 | 41 | 66 | -38,4% | |
| Warehouses NL | 1.277.016 | 1.520.834 | 33 | 39 | -16,0% | |
| TOTAAL | 31.772.100 | 37.625.486 | 57 | 83 | -31,6% | |
| Hoofdkantoor | 88.616 | 102.500 | 84 | 97 | -13,5% |
Reference GRI 305-1; 305-2; 305-3
| Scope 1 | Direct GHG emissions | Jaarlijkse hoeveelheid broeikasgassen die rechtstreeks wordt uitgestoten door het gebruik van brandstof op de site, namelijk gas, voor gebouwen in recht streeks beheer (hoofdkantoor en landlord-obtained) |
|---|---|---|
| Scope 2 | Indirect GHG emissions | Jaarlijkse hoeveelheid broeikasgassen die indirect wordt uitgestoten door de aankoop van elektriciteit voor de gebouwen in rechtstreeks beheer (hoofdkan toor en landlord-obtained) |
| Scope 3 | Indirect GHG emissions | Jaarlijkse hoeveelheid broeikasgassen die indirect wordt uitgestoten door brandstofverbruik op de site en door de aankoop van elektriciteit en stadsver warming voor onrechtstreeks beheerde gebouwen (tenant-obtained) |
| Direct GHG | De conversiefactor voor CO2-uitstoot is gebaseerd op BEIS3 2022 en bedraagt 0,20227 ton/MWh (0,20297 ton/MWh voor 2021). |
|---|---|
| Indirect GHG: Location-based emissies |
Er wordt een gemiddelde emissiefactor per land uit het IEA report4 gebruikt. Deze conversiefactoren kunnen niet transparant worden verstrekt door Intervest, aangezien de gegevens worden verkregen via een betaalde dienst van het IEA. |
| Indirect GHG: Market-based emissies |
Emissies uit elektriciteit die Intervest bewust heeft gekozen. Zij ontleent emissiefactoren aan de contrac tuele overeenkomst tussen de externe energieleverancier en Intervest voor de aankoop van energie met bepaalde attributen zoals hernieuwbare bronnen. Voor de gebouwen met landlord-obtained nutsverbruik is de ingekochte en geproduceerde elektriciteit 100% afkomstig van hernieuwbare bronnen. |
| Landlord-obtained (Ton CO2/jaar) |
Scope 1 | Scope 2 Location based |
Location based | Scope 1 + 2 | Scope 1 + 2 Location based |
Limited assurance |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| GHG-Dir-Abs | GHG-Indir-Abs | GHG-Abs | GHG-LfL | |||||||
| 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | ||
| Kantoren | 1.060 | 1.193 | 1.243 | 1.852 | 2.304 | 3.045 | 2.304 | 2.837 | -18,8% | |
| Warehouses BE | 1.552 | 2.058 | 885 | 1.064 | 2.436 | 3.122 | 2.299 | 2.639 | -12,9% | |
| Warehouses NL | 103 | 119 | 157 | 218 | 260 | 337 | 260 | 337 | -22,9% | |
| TOTAAL | 2.715 | 3.369 | 2.285 | 3.135 | 5.000 | 6.504 | 4.863 | 5.813 | -16,3% | |
| Hoofdkantoor | 0 | 0 | 12 | 17 | 12 | 17 | 12 | 17 | -28,5% |
| Landlord-obtained (Ton CO2/jaar) |
Scope 1 | Market based | Scope 2 | Market based | Scope 1 + 2 | Scope 1 + 2 Market based |
Limited assurance |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| GHG-Dir-Abs | GHG-Indir-Abs | GHG-Abs | GHG-LfL | |||||||
| 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | ||
| Kantoren | 1.060 | 1.193 | 0 | 0 | 1.060 | 1.193 | 1.060 | 1.075 | -1,4% | |
| Warehouses BE | 1.552 | 2.058 | 0 | 0 | 1.552 | 2.058 | 1.542 | 1.642 | -6,1% | |
| Warehouses NL | 103 | 119 | 0 | 0 | 103 | 119 | 103 | 119 | -13,3% | |
| TOTAAL | 2.715 | 3.369 | 0 | 0 | 2.715 | 3.369 | 2.705 | 2.836 | -4,6% | |
| Hoofdkantoor | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | n.v.t. |
Aangezien 100% van de aangekochte en geproduceerde elektriciteit afkomstig is van hernieuwbare bronnen, zijn de emissies van scope 2 onbestaande voor Intervest.
Zoals uitgelegd in de methodologie, worden er geen gegevens gerapporteerd over het energieverbruik van huurders.
De som van (i) de verhouding tussen de totale jaarlijkse hoeveelheid directe broeikasgasemissies die worden gegenereerd door energieverbruik in een gebouw, gedeeld door de som van het vloeroppervlak in m² voor de gebouwen in scope en (ii) de verhouding tussen de totale jaarlijkse hoeveelheid indirecte broeikasgasemissies die worden gegenereerd door energieverbruik in een gebouw, gedeeld door de som van het vloeroppervlak in m² voor de gebouwen in scope.
department-for-business-energy-and-industrial-strategy
3 BEIS (Department for Business, Energy and Industrial Strategy) - www.gov.uk/government/organisations/
4 Het IEA (International Energy Agency) werkt samen met landen over de hele wereld om het energiebeleid voor een veilige en duurzame toekomst vorm te geven - www.iea.org
| Landlord-obtained (Ton CO2/m²/jaar) | GHG-Int-Abs | GHG-Int-LfL | Limited | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | assurance | |
| Kantoren | 20,2 | 25,9 | 20,24 | 26,12 | -22,5% | |
| Warehouses BE | 6,1 | 10,9 | 8,5 | 9,8 | -12,8% | |
| Warehouses NL | 6,7 | 8,7 | 6,7 | 8,7 | -22,9% | |
| TOTAAL | 8,8 | 14,1 | 10,9 | 13,4 | -18,8% | |
| Hoofdkantoor | 11,4 | 16,0 | 11,4 | 16,0 | -28,5% |
| Landlord-obtained (Ton CO2/m²/jaar) | GHG-Int-Abs | GHG-Int-LfL | Limited | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | assurance | |
| Kantoren | 6,3 | 6,8 | 6,3 | 6,4 | -1,4% | |
| Warehouses BE | 3,6 | 7,3 | 5,7 | 6,1 | -6,1% | |
| Warehouses NL | 2,7 | 3,1 | 2,7 | 3,1 | -13,3% | |
| TOTAAL | 4,3 | 6,8 | 5,5 | 6,0 | -7,9% | |
| Hoofdkantoor | 0 | 0 | 0 | 0 | n.v.t. |
Aangezien 100% van de aangekochte en geproduceerde elektriciteit afkomstig is van hernieuwbare bronnen, zijn de emissies van scope 2 onbestaande voor Intervest.
Jaarlijkse hoeveelheid verbruikt water. De belangrijkste watervoorzieningsbron is uitsluitend gemeentelijk water.
| Reference GRI 303-1 | Water-Abs | Water-LfL | Limited | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landlord-obtained (m³/jaar) | 2023 | 2022* | 2023 | 2022 | Delta % | assurance |
| Kantoren | 15.811 | 15.602 | 15.811 | 14.686 | 7,7% | |
| Warehouses BE | 17.269 | 10.119 | 17.269 | 10.119 | 70,7% | |
| Warehouses NL | 1.537 | 1.487 | 1.537 | 1.487 | 3,4% | |
| TOTAAL | 34.617 | 27.208 | 34.617 | 26.292 | 31,7% | |
| Aantal m² waarop van toepassing (landlord-obtained) |
100% | 100% | ||||
| Percentage van geschat waterverbruik | 26,4% | 12,2% | ||||
| Hoofdkantoor | 252 | 278 | 252 | 278 | -9,4% |
* Dit cijfer is gerestated in vergelijking met het cijfers in het Sustainability Report 2022 door het bekomen van additionele informatie.
Jaarlijks waterverbruik gedeeld door de som van het vloeroppervlak in m² voor de gebouwen in het toepassingsgebied.
| Reference CRE2 | Water-Int-Abs | Water-Int-LfL | Limited | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landlord-obtained (m³/m²/jaar) | 2023 | 2022* | 2023 | 2022 | Delta % | assurance |
| Kantoren | 0,14 | 0,13 | 0,14 | 0,13 | 7,7% | |
| Warehouses BE | 0,07 | 0,04 | 0,07 | 0,04 | 70,7% | |
| Warehouses NL | 0,15 | 0,14 | 0,15 | 0,14 | 3,4% | |
| TOTAAL | 0,09 | 0,07 | 0,09 | 0,07 | 31,7% | |
| Hoofdkantoor | 0,24 | 0,26 | 0,24 | 0,26 | -9,4% |
* Dit cijfer is gerestated in vergelijking met het cijfers in het Sustainability Report 2022 door het bekomen van additionele informatie.
Jaarlijkse hoeveelheid afval die wordt geproduceerd en verwijderd via verschillende verwijderingsmethoden. Het recycleren van afval met energie is de enige verwijderingsmethode.
| Reference GRI 306-2 | Waste-Abs | Waste-LfL | Limited | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landlord-obtained (Ton/jaar) | 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | Delta % | assurance |
| Kantoren | 2.458 | 3.076 | 2.458 | 2.756 | -10,8% | |
| Niet-gevaarlijk afval | 2.458 | 3.076 | 2.458 | 2.756 | -10,8% | |
| Gevaarlijk afval | - | - | - | - | - | |
| Warehouses | - | - | - | - | - | |
| Niet-gevaarlijk afval | - | - | - | - | - | |
| Gevaarlijk afval | - | - | - | - | - | |
| TOTAAL | 2.458 | 3.076 | 2.458 | 2.756 | -11% | |
| Aantal m² waarop van toepassing (landlord-obtained) |
100% | 100% | ||||
| Aandeel per verwijdermethode: recyclage | 100% | 100% | ||||
| Hoofdkantoor | 25 | 23 | 25 | 23 | 6% |
Het aantal en percentage activa binnen de portefeuille die formeel een duurzaamheidscerticering hebben tijdens de rapporteringsperiode:
| Reference CRE8 | Cert-Tot | Limited | |
|---|---|---|---|
| Aantal BREEAM certified gebouwen | 2023 | 2022 | assurance |
| New Construction | 6 | 5 | |
| Excellent | 2 | 1 | |
| Outstanding | 1 | 1 | |
| Very Good | 3 | 3 | |
| Good | - | - | |
| In-Use | 10 | 9 | |
| Excellent | 2 | 1 | |
| Outstanding | - | - | |
| Very Good | 8 | 8 | |
| Good | - | - | |
| TOTAAL | 16 | 14 | |
| Percentage van de totale verhuurbare vastgoedportefeuille dat gecertificeerd is |
33% | 32% |
In de sociale indicatoren hieronder, omvat de categorie werknemers enkel de werknemers op de loonlijst van Intervest in zowel België als Nederland. Eind 2023 zijn er 49 werknemers (headcount). Raad van toezicht, directie, externe medewerkers, zoals interimmers en consultants, zijn niet opgenomen in de berekeningen. Waar nuttig worden de gegevens van de raad van toezicht en de directieraad in een aparte verklaring vermeld.
Inclusie/diversiteit is inherent aan de bedrijfscultuur van Intervest.
Alle drie de leden van de directieraad zijn mannen, maar de raad van toezicht (eind 2023 vertegenwoordigd door 3 vrouwen en 3 mannen) is evenwichtig verdeeld en wordt voorgezeten door een vrouw. De directieraad wordt ondersteund door een team van directors waarvan 50% vrouw is. Aangezien 63% van de werknemers van Intervest vrouw is, spelen vrouwen een onmiskenbaar belangrijke rol in het dagelijks bestuur en de werking. 60% van het aangeworven personeel is vrouw in 2023.
De belangrijkste reden voor de gerapporteerde loonkloof (71%) in de categorie "werknemers" is dat de laagste functiecategorie alleen uit vrouwen bestaat. Vrouwen doen vaker beroep op een deeltijds werkschema, wat gemakkelijker is in ondersteunende en administratieve functies. Deze specieke functies behoren allemaal tot de laagste functiecategorie. De loonkloof in de andere functiecategorieën schommelt tussen 82% en 97% in 2023 (86% en 90% in 2022).
Intervest zet maximaal in op de ontwikkeling van haar medewerkers en realiseert in 2023 een gemiddelde van 18 uur opleiding per medewerker wat gelijk staat aan ruim 2 volle dagen.
Om voldoende aandacht te besteden aan de persoonlijke groei en ontwikkeling van haar medewerkers, engageert Intervest zich om op regelmatige basis evaluatiegesprekken te voeren en feedback te geven. Zoals elk jaar zijn ook in 2023 alle medewerkers geëvalueerd.
Intervest gelooft in de kracht van team Intervest en streeft ernaar haar gebouwen zelf te beheren. Intervest heeft een portefeuille van logistieke centra in Nederland die worden aangestuurd door een team dat is gevestigd in Eindhoven. Alle 3 Nederlandse medewerkers zijn mannen.
De beoordeling van de veiligheid en gezondheid van de activa is gebaseerd op de periodieke controle van de wettelijke inspectiecerticaten zoals brandaudits, sprinklers, liften, verwarming, koeling, enz. Eventuele opmerkingen in de rapporten worden actief behandeld. In de indirect beheerde portefeuille worden deze beoordelingen uitgevoerd als onderdeel van het due diligence-proces op het moment van overname.
Het opstellen en monitoren van richtlijnen zorgt ervoor dat ongevallen op de werkplek tot een minimum worden beperkt. In 2023 werden geen incidenten geregistreerd.
Bij de berekening van de gegevens voor de betrokkenheid bij de gemeenschap van gebouwen, wordt enkel rekening gehouden met kantorenvastgoed waar Intervest verantwoordelijk is voor de uitbating. Concreet is dit het geval voor het hoofdkantoor. De 100% betrokkenheid van het hoofdkantoor staat voor de bereidheid van de Intervest medewerkers om te helpen waar hulp nodig is. In 2023 blijft Intervest een vzw steunen die kinderen die verlamd zijn of een ander lichamelijk of geestelijk letsel hebben opgelopen, helpt tijdens hun revalidatie.
Intervest heeft geen controle over de uitbating van haar logistiek vastgoed. Maatschappelijke participatie volgens de EPRA en GRI richtlijnen is hier dus niet aan de orde.
Meer informatie over het belang dat Intervest hecht aan sociale aspecten vindt u in deel 3. Stakeholders: gezondheid, welzijn en inclusie.
Percentage mannelijke en vrouwelijke medewerkers in de organisatie op basis van het personeelsbestand
| Reference GRI 405-1 | 2023 | 2022 | Limited | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Diversity-Emp | Vrouw | Man | Vrouw | Man | assurance |
| Raad van toezicht | 50% | 50% | 40% | 60% | |
| Directieraad | 0% | 100% | 0% | 100% | |
| Medewerkers | 63% | 37% | 64% | 36% |
Verhouding tussen het basisjaarsalaris of de vergoeding van vrouwelijke en mannelijke medewerkers, rekening houdend met het equivalent van een voltijdse werknemer.
| Reference GRI 405-2 Diversity-Pay (vrouw/man) |
2023 | 2022 | Limited assurance |
|---|---|---|---|
| Raad van toezicht | 119% | 117% | |
| Directieraad | n/a | n/a | |
| Medewerkers | 71% | 75% |
Gemiddeld aantal uren opleiding dat werknemers in loondienst hebben gevolgd. Intervest houdt alleen rekening met opleidingen die de professionele kennis vergroten of de professionele vaardigheden verbeteren.
| Reference GRI 404-1 Emp-Training |
2023 | 2022 | Limited assurance |
|---|---|---|---|
| Aantal uren opleiding per werknemer |
18 | 31 |
Percentage van het totaal aantal werknemers dat tijdens de rapporteringsperiode regelmatige functionerings- en loopbaanontwikkelingsgesprekken heeft ontvangen.
| Reference GRI 404-3 Emp-Dev |
2023 | 2022 | Limited assurance |
|---|---|---|---|
| Medewerkers | 100% | 100% |
Totaal aantal en percentage nieuwe werknemers en personeelsverloop tijdens het rapporteringsjaar.
| Reference GRI 401-1 | 2023 | 2022 | Limited | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Emp-Turnover | Vertrek | Aanwerving Vertrek |
Aanwerving | assurance | |||||
| Totaal | % | Totaal | % | Totaal | % | Totaal | % | ||
| Medewerkers | 11 | 22% | 7 | 14% | 7 | 13% | 14 | 26% |
Arbo- en veiligheidsprestaties van de organisatie met betrekking tot haar werknemers.
| Reference GRI 403-2 H&S-Emp |
2023 | 2022 | Limited assu rance |
|---|---|---|---|
| Arbeidsongevallen5 | 0,00% | 0,01% | |
| Arbeidsongeschiktheid door een arbeidsongeval6 | 0,00% | 0,02% | |
| Ziekteverzuim (excl. langdurige afwezigheid)7 | 0,88% | 1,5% | |
| Overlijden door arbeidsongeval8 | 0% | 0% |
Percentage van de door Intervest beheerde bedrijfsmiddelen waarvoor de gezondheids- en veiligheidseffecten zijn gecontroleerd of beoordeeld op naleving of verbetering.
5 Meting: Ongevallen / totaal aantal gewerkte dagen
6 Meting: Arbeidsongeschiktheidsdagen / totaal aantal gewerkte dagen
7 Meting: Verzuimdagen / totaal aantal gewerkte dagen
8 Meting: Overlijdens / totaal aantal gewerkte dagen
| Reference GRI 416-1 H&S-Asset (% Gezondheids- en veiligheidsevaluaties) |
2023 | 2022 | Limited assurance |
|---|---|---|---|
| Kantoren | 100% | 100% | |
| Warehouses | 100% | 100% | |
| TOTAAL | 100% | 100% |
| Reference GRI 416-2 H&S-Comp (Aantal gevallen van niet-naleving van V&G-regelgeving) |
2023 | 2022 | Limited assurance |
|---|---|---|---|
| Kantoren | 0 | 0 | |
| Warehouses | 0 | 0 | |
| TOTAAL | 0 | 0 |
| Reference GRI 413-1 Comty-Eng (% van rechtstreeks beheerde activa in m²) |
2023 | 2022 | Limited assurance |
|---|---|---|---|
| Hoofdkantoor | 100% | 100% |
De Gov-Board indicator wordt in dit jaarverslag 2023 beschreven in het hoofdstuk "Corporate governance verklaring – 1. Algemeen & 2. Bestuursorganen".
Alle leden van de raad van toezicht en de directieraad hebben expertise en ervaring op het gebied van ESG. Alle leden besteden aandacht aan onderwerpen die verband houden met ESG, zowel op het gebied van milieu, maatschappij als bestuursbelang, en altijd binnen het kader van de strategie.
De Gov-Col indicator wordt in dit jaarverslag 2023 beschreven in het hoofdstuk "Corporate governance verklaring – 5. Belangenconflicten en overige regelgeving".
De Gov-Select indicator wordt in dit jaarverslag 2023 beschreven in het hoofdstuk "Corporate governance verklaring – 1. Algemeen & 2. Bestuursorganen".
Bij de selectie van de leden van de raad van toezicht, de directieraad en de commissies wordt ook rekening gehouden met de deskundigheid en ervaring op het gebied van milieu- en sociale onderwerpen.
Voor elke EPRA-indicator wordt hieronder aangegeven waar de gegevens in dit verslag te vinden zijn.
| Limited assurance |
EPRA KPI | Reference GRI/CRESD |
Pagina referentie | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| ENVIRONMENTAL INDICATORS | ||||||
| Elec-Abs | 302-1 | 94-95 | ||||
| Elec-LfL | 302-1 | 94-95 | ||||
| DH&C-Abs | 302-1 | 95 | ||||
| DH&C-LfL | 302-1 | 95 | ||||
| Fuels-Abs | 302-1 | 95-96 | ||||
| Fuels-LfL | 302-1 | 96 | ||||
| Energy-Int | 302-3 | 96 | ||||
| GHG-Dir-Abs | 305-1 | 96-97 | ||||
| GHG-Indir-Abs | 305-2 | 97-98 | ||||
| GHG-Int-Abs | 305-4 | 97-98 | ||||
| Water-Abs | 303-1 | 98 | ||||
| Water-LfL | 303-1 | 98 | ||||
| Water-Int-Abs | CRE2 | 99 | ||||
| Waste-Abs | 306-2 | 99 | ||||
| Waste-LfL | 306-2 | 99 | ||||
| Cert-Tot | CRE8 | 99 | ||||
| SOCIAL INDICATORS | ||||||
| Diversity-Emp | 405-1 | 100 | ||||
| Diversity-Pay | 405-2 | 101 | ||||
| Emp-Training | 404-1 | 101 | ||||
| Emp-Dev | 404-3 | 101 | ||||
| Emp-Turnover | 401-1 | 101 | ||||
| H&S-Emp | 403-2 | 101 | ||||
| H&S-Asset | 416-1 | 102 | ||||
| H&S-Comp | 416-2 | 102 | ||||
| Compty-Eng | 413-1 | 102 | ||||
| GOVERNANCE INDICATORS | ||||||
| Gov-Board | 102-22 | 102 | ||||
| Gov-Select | 102-24 | 102 | ||||
| Gov-Col | 102-25 | 102 |
Onafhankelijk assurance rapport over geselecteerde milieu-, sociale en bestuurlijke prestatie-indicatoren gepubliceerd in het Jaarverslag van Intervest Offices & Warehouses NV voor het jaar eindigend op 31 december 2023
1
We hebben de opdracht gekregen van Intervest Offices & Warehouses NV ("de Vennootschap") om een beperkte assurance opdracht uit te voeren op geselecteerde milieu-, sociale en bestuurlijke prestatieindicatoren ("Geselecteerde Informatie") gepubliceerd in sectie "ESG en niet-financiële staten" van het Jaarverslag van de Vennootschap voor het jaar eindigend op 31 december 2023. Bij het opstellen van de Geselecteerde Informatie heeft de Vennootschap gebruikt gemaakt van de Toepasselijke Criteria, zoals vermeld in onderstaande tabel. De Geselecteerde Informatie dient gelezen en begrepen te worden samen met de Toepasselijke Criteria.
| De Geselecteerde Informatie in het kader van onze opdracht is vermeld in onderstaande tabel en is | |
|---|---|
| geïdentificeerd met in het Jaarverslag. |
| Geselecteerde Informatie | Toepasselijke Criteria |
||
|---|---|---|---|
| Impact Categorie |
Indicator | Omschrijving | Omschrijving |
| Elec-Abs | Totaal elektriciteitsverbruik (incl. hoofdkantoor) | ||
| Elec-LfL | Like-for-like totaal elektriciteitsverbruik (incl. hoofdkantoor) |
||
| DH&C-Abs | Totaal verwarming en koelingsverbruik | ||
| Energie | DH&C-LfL | Like-for-like totaal verwarming en koelingsverbruik | |
| Fuels-Abs | Totaal brandstofverbruik (incl. hoofdkantoor) | ||
| Fuels-LfL | Like-for-like totaal brandstofverbruik (incl. hoofdkantoor) |
||
| Energy-Int | Gebouw energie intensiteit | ||
| GHG-Dir | Totale directe uitstoot van broeikasgassen (incl. | ||
| Abs | hoofdkantoor) | GRI Standaarden | |
| GHG-Indir Abs |
Totale indirecte uitstoot van broeikasgassen – market based (incl. hoofdkantoor) |
en EPRA Sustainability Best Practices Recommendations |
|
| Totale indirecte uitstoot van broeikasgassen – location based (incl. hoofdkantoor) |
|||
| GHG-Dir + Indirect - LfL |
Like-for-like totale directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen – market based (incl. hoofdkantoor) |
Guidelines | |
| GHG | Like-for-like totale directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen – location based (incl. hoofdkantoor) |
||
| GHG-Int Abs GHG-Int - Lfl |
Intensiteit broeikasgasemissies door energieverbruik gebouw – market based |
||
| Intensiteit broeikasgasemissies door energieverbruik gebouw – location based |
|||
| Like-for-like Intensiteit broeikasgasemissies door energieverbruik gebouw – market based |
|||
| Like-for-like Intensiteit broeikasgasemissies door energieverbruik gebouw – location based |
2
| Geselecteerde Informatie | Toepasselijke Criteria |
||
|---|---|---|---|
| Impact Categorie |
Indicator | Omschrijving | Omschrijving |
| Water-Abs | Totaal waterverbruik (incl. hoofdkantoor) | ||
| Water-LfL | Like-for-like totaal waterverbruik (incl. hoofdkantoor) | ||
| Water | Water-Int - Abs |
Gebouw intensiteit waterverbruik | |
| Water-Int LfL |
Like-for-like gebouw intensiteit waterverbruik | ||
| Afval | Waste-Abs | Totaal gewicht afval per verwijderingsmethode (incl. hoofdkantoor) |
|
| Waste-LfL | Like-for-like totaal gewicht afval per verwijderingsmethode (incl. hoofdkantoor) |
||
| Certificering | Cert-Tot | Type en aantal panden met een duurzaamheidscertificering |
|
| Diversity | Genderdiversiteit werknemers (incl. raad van | ||
| Emp | toezicht, directieraad en werknemers) | ||
| Diversiteit | Diversity | Loonkloof (incl. raad van toezicht, directieraad en | |
| Pay | werknemers) | ||
| Emp Training |
Opleiding en ontwikkeling | ||
| Werknemers | Emp-Dev | Werknemers evaluatiegesprekken | |
| Emp Turnover |
Personeelsverloop en -retentie | ||
| H&S-Emp | Gezondheid en veiligheid medewerkers (incl. arbeidsongevallen, arbeidsongeschiktheid door een arbeidsongeval, ziekteverzuim en overlijden door arbeidsongeval). |
||
| Gezondheid en veiligheid |
H&S-Asset | Gezondheids- en veiligheidsbeoordeling gebouwen - kantoren - warehouses |
|
| H&S-Comp | Gezondheids- en veiligheidscompliance - kantoren - warehouses |
||
| Sociaal | Comty-Eng | Betrokkenheid bij de gemeenschap, beoordeling van impact en ontwikkelingsprogramma's - hoofdkantoor |
|
| Gov-Board | Samenstelling van het hoogste bestuursorgaan | ||
| Bestuur | Gov-Selec | Benoeming en selectie van het hoogste bestuursorgaan |
|
| Gov-CoI | Proces voor het omgaan met belangenconflicten |
Op basis van ons werk zoals beschreven in dit verslag, is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet geloven dat de bovengenoemde Geselecteerde Informatie, zoals gepubliceerd in het "Jaarverslag 2023" van de Vennootschap, niet is opgesteld, in alle materiële opzichten, in overeenstemming met de Toepasselijke Criteria.
De raad van bestuur van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geselecteerde Informatie en de verwijzingen ernaar in het "Jaarverslag 2023" alsook voor de verklaring dat de rapportering voldoet aan de vereisten van de Toepasselijke Criteria.
De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor:
3
Het is onze verantwoordelijkheid om op basis van onze procedures een conclusie te formuleren over de Geselecteerde Informatie. Wij hebben onze opdracht uitgevoerd in overeenstemming met ISAE 3000 (herzien) met betrekking tot assurance opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie, uitgegeven door de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB), om aan te geven of iets onder onze aandacht is gekomen dat ons doet vermoeden dat de Geselecteerde Informatie, in alle materiële opzichten, niet opgesteld zou zijn in overeenstemming met de Toepasselijke Criteria.
Door deze standaarden toe te passen, zijn onze werkzaamheden gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid dat de Geselecteerde Informatie in het jaarverslag geen afwijkingen van materieel belang bevat. De werkzaamheden die worden uitgevoerd bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid variëren qua aard en timing van, en zijn minder omvangrijk dan bij een opdracht met een redelijke mate van zekerheid, en als gevolg daarvan is het niveau van zekerheid dat wordt verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid substantieel lager dan de zekerheid die zou zijn verkregen als een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
Ons werk werd uitgevoerd op basis van de gegevens die door de Vennootschap werden verzameld en behouden in de rapporteringsscope zoals hierboven vermeld. Onze conclusie heeft daarom alleen betrekking op de bovengenoemde Geselecteerde Informatie en niet op alle informatie die is opgenomen in het Jaarverslag. De beperkte assurance op de Geselecteerde Informatie is enkel uitgevoerd op de Geselecteerde Informatie gerelateerd aan het boekjaar eindigend per 31 december 2023.
4
We zijn verplicht om ons werk te plannen en uit te voeren om de gebieden aan te pakken waar we hebben vastgesteld dat er waarschijnlijk een materiële afwijking van de beschrijving van activiteiten met betrekking tot de Geselecteerde informatie zal ontstaan. De procedures die we uitvoerden waren gebaseerd op ons professioneel oordeel. Bij het uitvoeren van onze beperkte assurance opdracht over de beschrijving van activiteiten die zijn ondernomen met betrekking tot de Geselecteerde Informatie, bestonden onze werkzaamheden voornamelijk uit volgende elementen:
We passen de International Standard on Quality Management 1 toe en onderhouden dienovereenkomstig een uitgebreid systeem van kwaliteitscontrole, inclusief gedocumenteerde beleidslijnen en procedures met betrekking tot naleving van ethische vereisten, professionele standaarden en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Bij het uitvoeren van onze opdracht hebben wij de onafhankelijkheid en andere ethische vereisten nageleefd van de Code of Ethics for Professional Accountants uitgegeven door de International Ethics Standards Board for Accountants (IESBA), die gebaseerd is op de fundamentele principes van integriteit, objectiviteit, professionele competentie en zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid en professioneel gedrag, en met het Belgische wettelijke en reglementaire kader.
Intervest Offices & Warehouses NV | 31 december 2023
Inherente beperkingen van de Geselecteerde Informatie
We hebben een beperkte mate van zekerheid verkregen over het opstellen van de Geselecteerde Informatie in overeenstemming met de Toepasselijke Criteria. Inherente beperkingen bestaan in alle assurance opdrachten. opdrachten. Elke interne controlestructuur, hoe effectief dan ook, kan de mogelijkheid niet uitsluiten dat fraude, fouten of onregelmatigheden kunnen optreden en onopgemerkt blijven en omdat we selectieve testen gebruiken
We hebben een beperkte mate van zekerheid verkregen over het opstellen van de Geselecteerde Informatie
Elke interne controlestructuur, hoe effectief dan ook, kan de mogelijkheid niet uitsluiten dat fraude, fouten of onregelmatigheden kunnen optreden en onopgemerkt blijven en omdat we selectieve testen gebruiken bij onze opdracht, kunnen we niet garanderen dat fouten of onregelmatigheden, indien aanwezig, zullen worden gedetecteerd. bij onze opdracht, kunnen we niet garanderen dat fouten of onregelmatigheden, indien aanwezig, zullen worden gedetecteerd. De zelf gedefinieerde Toepasselijke Criteria, de aard van de Geselecteerde Informatie, en het ontbreken van consistente externe normen maken het mogelijk om verschillende maar aanvaardbare meetmethoden te
De zelf gedefinieerde Toepasselijke Criteria, de aard van de Geselecteerde Informatie, en het ontbreken van consistente externe normen maken het mogelijk om verschillende maar aanvaardbare meetmethoden te hanteren die kunnen leiden tot verschillen tussen entiteiten. De aangenomen meetmethoden kunnen ook van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de Geselecteerde Informatie die door verschillende organisaties en van jaar tot jaar binnen een organisatie wordt gerapporteerd naarmate de methodologieën zicht ontwikkelen hanteren die kunnen leiden tot verschillen tussen entiteiten. De aangenomen meetmethoden kunnen ook van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de Geselecteerde Informatie die door verschillende organisaties en van jaar tot jaar binnen een organisatie wordt gerapporteerd naarmate de methodologieën zicht ontwikkelen Gebruik van ons rapport Dit verslag wordt uitsluitend gericht aan de raad van bestuur van Intervest Offices & Warehouses NV in
Dit verslag wordt uitsluitend gericht aan de raad van bestuur van Intervest Offices & Warehouses NV in overeenstemming met ISAE 3000 (Herzien) en met onze opdrachtbrief. Ons werk is ondernomen zodat we aan de raad van bestuur de zaken kunnen melden die we in dit rapport aan hen moeten melden en voor geen ander doel. aan de raad van bestuur de zaken kunnen melden die we in dit rapport aan hen moeten melden en voor geen ander doel. Zonder enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot dit rapport op zich te nemen of te aanvaarden aan een andere partij dan de Vennootschap en haar raad van bestuur, erkennen wij dat de
Zonder enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot dit rapport op zich te nemen of te aanvaarden aan een andere partij dan de Vennootschap en haar raad van bestuur, erkennen wij dat de raad van bestuur ervoor kan kiezen om dit rapport openbaar beschikbaar te maken voor anderen die er toegang toe willen hebben, wat geen invloed heeft en zal hebben of zal uitbreiden voor welk doel of op welke basis dan ook op onze verantwoordelijkheden. Voor zover toegestaan door de wet, accepteren of aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid jegens iemand anders dan de Vennootschap en de bestuurders van de Vennootschap als orgaan voor ons werk, dit rapport of voor de conclusies die we hebben getrokken. raad van bestuur ervoor kan kiezen om dit rapport openbaar beschikbaar te maken voor anderen die er toegang toe willen hebben, wat geen invloed heeft en zal hebben of zal uitbreiden voor welk doel of op welke basis dan ook op onze verantwoordelijkheden. Voor zover toegestaan door de wet, accepteren of aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid jegens iemand anders dan de Vennootschap en de bestuurders van de Vennootschap als orgaan voor ons werk, dit rapport of voor de conclusies die we hebben getrokken. Getekend te Zaventem.
Getekend te Zaventem.
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door Sofian Milad
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door Sofian Milad

Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BV/SRL Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE86 5523 2431 0050 - BIC GKCCBEBB
VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE86 5523 2431 0050 - BIC GKCCBEBB
Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BV/SRL Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
FINANCIËLE STATEN 109
1 De jaarlijkse financiële verslagen, de verslagen van de raad van toezicht en de verslagen van de commissaris over de boekjaren 2023, 2022, 2021 en 2020 alsook de tussentijdse verklaringen en de halfjaarlijkse financiële verslagen (inclusief verslagen van de commissaris) zijn consulteerbaar op de website van de vennootschap (www.intervest.eu). Ze zijn eveneens op eenvoudig verzoek op de maatschappelijke zetel verkrijgbaar.
| in EUR x 1.000 | Toelichting | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 4 | 81.081 | 71.474 |
| Met verhuur verbonden kosten | 4 | -76 | -19 |
| NETTOHUURRESULTAAT | 81.005 | 71.455 | |
| Recuperatie van vastgoedkosten | 4 | 1.163 | 1.249 |
| Recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurder op verhuurde gebouwen |
4 | 23.979 | 22.290 |
| Kosten van de huurder en gedragen door de eigenaar op huurschade en wede rinstaatstelling |
-1.138 | -1.629 | |
| Huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurder op verhuurde gebouwen |
4 | -23.979 | -22.290 |
| Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven | 4 | 918 | 939 |
| VASTGOEDRESULTAAT | 81.947 | 72.014 | |
| Technische kosten | 5 | -1.112 | -931 |
| Commerciële kosten | 5 | -286 | -432 |
| Kosten en taksen van niet-verhuurde gebouwen | 5 | -1.688 | -1.086 |
| Beheerskosten van het vastgoed | 5 | -6.529 | -4.926 |
| Andere vastgoedkosten | 5 | -1.370 | -1.191 |
| Vastgoedkosten | -10.984 | -8.566 | |
| OPERATIONEEL VASTGOEDRESULTAAT | 70.963 | 63.448 | |
| Algemene kosten | 6 | -10.437 | -4.387 |
| Andere operationele opbrengsten en kosten | 8 | -903 | -475 |
| OPERATIONEEL RESULTAAT VÓÓR RESULTAAT OP DE PORTEFEUILLE | 59.624 | 58.586 | |
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | 9 | -4.733 | 478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | 10 | -810 | -26.106 |
| Ander portefeuilleresultaat | 11 | -2.793 | 3.920 |
| OPERATIONEEL RESULTAAT | 51.287 | 36.878 | |
| Financiële opbrengsten | 1.612 | 69 | |
| Netto-interestkosten | 13 | -20.537 | -10.655 |
| Andere financiële kosten | -627 | -291 | |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | 21 | -16.860 | 32.257 |
| Financieel resultaat | -36.413 | 21.380 | |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 14.875 | 58.258 | |
| Belastingen | 14 | -1.399 | -978 |
| NETTORESULTAAT | 13.475 | 57.280 | |
| Toewijsbaar aan: | |||
| Aandeelhouders Groep | 5.918 | 51.714 | |
| Derden | 7.558 | 5.566 | |
| NETTORESULTAAT - AANDEELHOUDERS GROEP | 5.918 | 51.714 |
|---|---|---|
| Uit te sluiten: | ||
| - Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | -4.733 | 478 |
| - Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -810 | -26.106 |
| - Ander portefeuilleresultaat | -2.793 | 3.920 |
| - Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | -16.860 | 32.257 |
| - Minderheidsbelangen met betrekking tot bovenstaande | -6.286 | -4.302 |
| EPRA RESULTAAT | 37.401 | 45.467 |
| RESULTAAT PER AANDEEL - GROEP | Financieel verslag | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Aantal aandelen op jaareinde | 8.6 | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen op jaareinde | 8.6 | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 8.6 | 30.021.003 | 26.664.878 |
| Nettoresultaat (in EUR) | 0,20 | 1,94 | |
| Verwaterd nettoresultaat (in EUR) | 0,20 | 1,94 | |
| EPRA resultaat (in EUR) | 1,25 | 1,71 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| NETTORESULTAAT | 13.475 | 57.280 |
| Andere componenten van het globaalresultaat | -4.103 | 5.486 |
| Herwaardering andere materiële activa | -4.103 | 5.486 |
| GLOBAALRESULTAAT | 9.372 | 62.766 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 2.836 | 55.448 |
| Minderheidsbelangen | 6.536 | 7.318 |
| ACTIVA in EUR x 1.000 | Toelichting | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|---|
| VASTE ACTIVA | 1.452.522 | 1.381.476 | |
| Immateriële vaste activa | 274 | 284 | |
| Vastgoedbeleggingen | 15 | 1.419.893 | 1.333.418 |
| Andere materiële vaste activa | 15 | 13.322 | 15.124 |
| Financiële instrumenten | 21 | 18.994 | 32.608 |
| Handelsvorderingen en andere vaste activa | 37 | 41 | |
| VLOTTENDE ACTIVA | 21.653 | 47.304 | |
| Activa bestemd voor verkoop | 16 | 3.200 | 27.277 |
| Financiële vlottende activa | 323 | 0 | |
| Handelsvorderingen | 16 | 7.158 | 2.126 |
| Belastingsvorderingen en andere vlottende activa | 16 | 2.005 | 4.937 |
| Kas en kasequivalenten | 3.123 | 3.053 | |
| Overlopende rekeningen | 16 | 5.844 | 9.911 |
| TOTAAL ACTIVA | 1.474.175 | 1.428.780 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN in EUR x 1.000 | Toelichting | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN | 708.039 | 721.410 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 674.706 | 693.351 | |
| Kapitaal | 17 | 278.375 | 264.026 |
| Uitgiftepremies | 17 | 228.247 | 219.354 |
| Reserves | 17 | 162.166 | 158.257 |
| Nettoresultaat van het boekjaar | 5.918 | 51.714 | |
| Minderheidsbelangen | 25 | 33.333 | 28.059 |
| VERPLICHTINGEN | 766.136 | 707.370 | |
| Langlopende verplichtingen | 642.834 | 564.849 | |
| Langlopende financiële schulden | 19 | 593.395 | 525.116 |
| Kredietinstellingen | 490.903 | 422.734 | |
| Andere | 102.491 | 102.382 | |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | 20 | 24.777 | 15.162 |
| Handelsschulden en andere langlopende schulden | 2.441 | 2.810 | |
| Uitgestelde belastingen - verplichtingen | 22 | 22.222 | 21.761 |
| Kortlopende verplichtingen | 123.302 | 142.521 | |
| Kortlopende financiële schulden | 19 | 81.688 | 102.646 |
| Kredietinstellingen | 49.688 | 64.646 | |
| Commercial paper | 32.000 | 38.000 | |
| Andere | 0 | 0 | |
| Andere kortlopende financiële verplichtingen | 20 | 4.276 | 35 |
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | 18 | 12.976 | 25.680 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 18 | 11.225 | 3.811 |
| Overlopende rekeningen | 18 | 13.137 | 10.349 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.474.175 | 1.428.780 |
| SCHULDGRAAD in % | Toelichting | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|---|
| Schuldgraad (max. 65%) | 23 | 49,7% | 48,0% |
| NETTOWAARDE PER AANDEEL in EUR | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
| Nettowaarde | 21,89 | 23,72 |
| In EUR x 1.000 |
|---|
| BEGINTOESTAND 1 JANUARI VORIG BOEKJAAR |
| Globaalresultaat vorig boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling van boekjaar van 2 jaar geleden: |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties ■ in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van keuzedividend boekjaar van 2 jaar geleden |
| Dividenden boekjaar van 2 jaar geleden |
| Kapitaalverhoging perimetervennootschap Genk Green Logistics |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van versnelde private plaatsing |
| BALANS OP 31 DECEMBER VORIG BOEKJAAR |
| Globaalresultaat huidig boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling vorig boekjaar: |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties ■ in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| Dividenden vorig boekjaar |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van keuzedividend vorig boekjaar |
| Kosten m.b.t. kapitaalverhoging perimetervennootschap Genk Green Logistics 2022 |
| Kosten m.b.t. aandelenuitgifte (versnelde private plaatsing 2022) |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van acquisitie ILWS |
Kapitaal
Kosten kapitaalverhoging Uitgiftepremies
Totaal reserves
Nettoresultaat van het boekjaar - Aandeelhouders
Minderheidsbelangen TOTAAL EIGEN
| Nettoresultaat | Kapitaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| TOTAAL EIGEN | Minderheids | van het boekjaar - Aandeelhouders |
Totaal | Uitgifte | Kosten kapitaal | |
| VERMOGEN | belangen | Groep | reserves | premies | verhoging | Gestort kapitaal |
| 636.535 | 14.023 | 98.100 | 96.664 | 189.818 | -1.735 | 239.665 |
| 62.766 | 7.318 | 51.714 | 3.734 | |||
| 0 | -48.510 | 48.510 | ||||
| 0 | -4.217 | 4.217 | ||||
| 0 | -4.935 | 4.935 | ||||
| 0 | -198 | 198 | ||||
| 7.104 | 4.585 | 2.519 | ||||
| -40.517 | -277 | -40.240 | ||||
| 6.990 | 6.995 | -5 | ||||
| 48.532 | 24.950 | -636 | 24.218 | |||
| 721.410 | 28.059 | 51.714 | 158.257 | 219.354 | -2.376 | 266.402 |
| 9.372 | 6.536 | 5.918 | -3.081 | |||
| 0 | 27.128 | -27.128 | ||||
| 0 | -32.257 | 32.257 | ||||
| 0 | -1.023 | 1.023 | ||||
| 0 | -836 | 836 | ||||
| -45.985 | -1.259 | -44.726 | ||||
| 10.365 | 4.484 | 5.881 | ||||
| -4 | -2 | -2 | ||||
| -125 | -125 | |||||
| 13.004 | 4.409 | -13 | 8.608 | |||
| 708.039 | 33.333 | 5.918 | 162.166 | 228.247 | -2.516 | 280.891 |
4 Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen
| In EUR x 1.000 |
|---|
| BEGINTOESTAND 1 JANUARI VORIG BOEKJAAR |
| Globaalresultaat vorig boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling van twee jaar geleden: |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de investeringswaarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties ■ in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| BALANS OP 31 DECEMBER VORIG BOEKJAAR |
| Globaalresultaat boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling vorig boekjaar: |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de investeringswaarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties ■ in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| BALANS OP 31 DECEMBER BOEKJAAR |
Wettelijke reserves
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding
Andere reserves
Overgedragen resultaten van vorige boekjaren
TOTAAL RESERVES
| TOTAAL RESERVES |
Overgedragen resultaten van vorige boekjaren |
Andere reserves |
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed |
Wettelijke reserves |
|---|---|---|---|---|---|
| 96.664 | 34.423 | 20.319 | -8.833 | 50.665 | 90 |
| 3.734 | 3.734 | ||||
| 48.510 | 48.510 | ||||
| 4.217 | 4.217 | ||||
| 4.935 | 4.935 | ||||
| 198 | 198 | ||||
| 158.257 | 39.357 | 24.250 | -4.616 | 99.176 | 90 |
| -3.081 | -11.772 | 8.691 | |||
| -27.128 | -27.128 | ||||
| 32.257 | 32.257 | ||||
| 1.023 | 1.023 | ||||
| 836 | 836 | ||||
| 162.166 | 40.380 | 13.316 | 27.641 | 80.739 | 90 |
Uitsplitsing van de reserves
| in EUR x 1.000 | Toelichting | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| KAS EN KASEQUIVALENTEN BEGIN BOEKJAAR | 3.053 | 3.537 | |
| 1. Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 53.076 | 36.728 | |
| Operationeel resultaat | 51.287 | 36.878 | |
| Betaalde interesten | -20.261 | -9.617 | |
| Andere niet-operationele elementen | -415 | -1.200 | |
| Aanpassing van het resultaat voor niet-kasstroomverrichtingen | 8.640 | 22.676 | |
| Afschrijvingen op immateriële en andere materiële vaste activa ■ |
1.177 | 806 | |
| Resultaat op de verkoop van vastgoedbeleggingen ■ |
9 | 4.733 | -478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen ■ |
10 | 810 | 26.106 |
| Spreiding van huurkorting en huurvoordelen toegekend aan huurders ■ |
11 | -251 | -473 |
| Ander portefeuilleresultaat ■ |
11 | 2.171 | -3.285 |
| Variatie in de behoefte van het werkkapitaal | 13.825 | -12.009 | |
| Beweging van activa | 2.258 | -2.557 | |
| Beweging van verplichtingen | 11.567 | 9.453 | |
| 2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -75.075 | -155.471 | |
| Investeringen en uitbreidingen in bestaande vastgoedbeleggingen | 15 | -10.995 | -2.924 |
| Verwerving van vastgoedbeleggingen | 15 | -23.637 | -34.849 |
| Verwerving van aandelen van vastgoedvennootschappen | 15 | -22.845 | -23.974 |
| Investeringen in projectontwikkelingen | -41.978 | -94.324 | |
| Betaalde exit taks (bij overgang naar statuut GVBF) | 0 | -3.373 | |
| Opbrengsten uit de verkoop van vastgoedbeleggingen | 9 | 27.905 | 8.561 |
| Aankopen zonnepanelen en EV installaties | 15 | -3.094 | -4.110 |
| Aankopen van immateriële en andere materiële vaste activa | -430 | -478 | |
| 3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 22.068 | 118.259 | |
| Terugbetaling van leningen | 19 | -43.358 | -90.038 |
| Opname van leningen | 19 | 87.281 | 191.872 |
| Kapitaalverhoging | 12.875 | 48.531 | |
| Ontvangen langlopende verplichtingen als waarborg | -369 | 1.306 | |
| Betaling van dividenden | -34.361 | -33.412 | |
| KAS EN KASEQUIVALENTEN EINDE BOEKJAAR | 3.123 | 3.053 |
Intervest heeft in 2023 een kasstroom van € 53 miljoen uit bedrijfsactiviteiten gegenereerd ten opzichte van € 37 miljoen in 2022.
De andere niet-operationele elementen omvatten hoofdzakelijk de financiële opbrengsten (€ 1,6 miljoen) en de belastingen (€-1,4 miljoen).
De variatie in de behoefte van het werkkapitaal bedraagt in 2023 € 13,8 miljoen, voornamelijk als gevolg van de voorziening voor de afrekening van kosten in het kader van de TPG-deal (€ 4,2 miljoen) en de voorziening voor de betaling van fase 2 met betrekking tot de acquisitie van ILWS (€ 6,1 miljoen).
De kasstroom uit investeringsactiviteiten bedraagt € -75 miljoen en omvat voornamelijk de acquisities en investeringen en uitbreidingen in de bestaande vastgoedportefeuille en projectontwikkelingen. Het bedrag in 2023 opgenomen onder de verwerving van aandelen van vastgoedvennootschappen van € 23 miljoen heeft betrekking op de verwerving van de aandelen van Industrial Logistic Warehousing Services SPRL in augustus 2023 (zie ook Toelichting 15).
De kasstroom uit financieringsactiviteiten van de groep bedraagt € 22 miljoen en bestaat in 2023 uit een toename in de opname van kredieten voor € 44 miljoen, de kapitaalverhoging voor € 13 miljoen en de uitbetaling van dividenden ten belope van € -34 miljoen.
| Toelichting 1. | |
|---|---|
| Jaarrekeningschema voor gereglementeerde | |
| vastgoedvennootschappen | 120 |
| Toelichting 2. | |
| Grondslagen voor de financiële verslaggeving | 120 |
| Toelichting 3. | |
| Gesegmenteerde informatie | 126 |
| Toelichting 4. | |
| Vastgoedresultaat | 129 |
| Toelichting 5. | |
| Vastgoedkosten | 131 |
| Toelichting 6. | |
| Algemene kosten | 133 |
| Toelichting 7. | |
| Personeelsbeloningen | 134 |
| Toelichting 8. | |
| Andere operationele opbrengsten en kosten | 135 |
| Toelichting 9. | |
| Resultaat op verkopen van | |
| vastgoedbeleggingen | 135 |
| Toelichting 10. | |
| Variaties in de reële waarde van | |
| vastgoedbeleggingen | 136 |
| Toelichting 11. | |
| Ander portefeuilleresultaat | 136 |
| Toelichting 12. | |
| Financiële opbrengsten | 136 |
| Toelichting 13. | |
| Netto-interestkosten | 136 |
| Toelichting 14. | |
| Belastingen | 137 |
| Toelichting 15. Vaste activa |
138 |
|---|---|
| Toelichting 16. Vlottende activa |
144 |
| Toelichting 17. Eigen vermogen |
146 |
| Toelichting 18. Kortlopende verplichtingen |
149 |
| Toelichting 19. Langlopende en kortlopende financiële schulden |
150 |
| Toelichting 20. Andere langlopende en kortlopende financiële verplichtingen |
151 |
| Toelichting 21. Financiële instrumenten |
152 |
| Toelichting 22. Uitgestelde belastingen - verplichtingen |
155 |
| Toelichting 23. Berekening schuldgraad |
155 |
| Toelichting 24. Verbonden partijen |
155 |
| Toelichting 25. Lijst van de geconsolideerde ondernemingen |
156 |
| Toelichting 26. Honorarium aan de commissaris en met de commissaris verbonden entiteiten |
157 |
| Toelichting 27. Voorwaardelijke rechten en verplichtingen |
157 |
| Toelichting 28. |
Gebeurtenissen na balansdatum 158
Intervest Offices & Warehouses NV heeft als beursgenoteerde openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch recht. Haar maatschappelijke zetel is gelegen te Uitbreidingstraat 66, 2600 Antwerpen (België). Het telefoonnummer is +32 3 287 67 67. Haar e-mailadres is [email protected] en de website is www.intervest.eu. Haar btw-nummer is BE 0458 623 918, RPR ANTWERPEN.
Haar geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie. In het KB van 13 juli 2014 met betrekking tot de gereglementeerde vastgoedvennootschappen is als Bijlage C een schema voor zowel de enkelvoudige als de geconsolideerde jaarrekening van de GVV's gepubliceerd.
Het schema houdt voornamelijk in dat in de resultatenrekening het resultaat op de portefeuille afzonderlijk wordt weergegeven. Dit resultaat op de portefeuille omvat alle bewegingen in de vastgoedportefeuille en bestaat voornamelijk uit:
Het resultaat op de portefeuille wordt niet uitgekeerd aan de aandeelhouders, maar wordt overgeboekt naar, of van, de reserves.
Intervest is een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap met maatschappelijke zetel in België. De geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap op 31 december 2023 omvat de vennootschap en haar perimetervennootschappen (de "Groep"). De jaarrekening van Intervest is opgesteld en vrijgegeven voor publicatie door de raad van toezicht op 19 maart 2024 en zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders op 24 april 2024.
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld in op basis van de grondslagen voor financiële verslaggeving in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie en volgens het KB van 13 juli 2014. Deze standaarden omvatten alle nieuwe en herziene standaarden en interpretaties gepubliceerd door de International Accounting Standards Board ('IASB') en de International Financial Reporting Interpretations Committee ('IFRIC'), voor zover van toepassing op de activiteiten van de Groep en effectief op boekjaren aanvangend vanaf 1 januari 2023.
Nieuwe of gewijzigde standaarden en interpretaties die van kracht zijn voor het boekjaar dat een aanvang neemt op 1 januari 2023
Deze nieuwe of gewijzigde standaarden hebben geen significante impact op de resultaten van Intervest.
Intervest heeft de volgende nieuwe standaarden, wijzigingen op standaarden en interpretaties, die nog niet van kracht zijn in huidig boekjaar maar wel eerder mogen worden toegepast, nog niet toegepast. Hieronder wordt voor zover deze nieuwe standaarden, wijzigingen en interpretaties relevant zijn voor Intervest, aangegeven welke invloed de toepassing ervan kan hebben op de geconsolideerde jaarrekening van 2023 en verder. Onderstaande standaarden werden nog niet bekrachtigd binnen de EU.
Verwacht wordt dat bovenvermelde standaarden en interpretaties geen materiële impact zullen hebben op de geconsolideerde jaarrekening van Intervest.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in EUR x 1.000, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. De geconsolideerde jaarrekening wordt vóór winstverdeling opgesteld.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
Een perimetervennootschap is een entiteit waarover een andere entiteit de zeggenschap (exclusief of gezamenlijk) heeft. Zeggenschap is de macht hebben over de entiteit, de rechten hebben op de veranderlijke opbrengsten uit hoofde van de betrokkenheid bij de entiteit en over de mogelijkheid beschikken de macht over de entiteit te gebruiken om de omvang van de opbrengsten te beïnvloeden. De jaarrekening van een perimetervennootschap wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening volgens de integrale consolidatiemethode vanaf het ontstaan tot het verdwijnen van de zeggenschap. Indien nodig worden de grondslagen voor financiële verslaggeving van de perimetervennootschappen gewijzigd om te komen tot consistente grondslagen binnen de Groep. De verslagperiode van de perimetervennootschap komt overeen met deze van de moedermaatschappij.
Alle transacties tussen de groepsondernemingen, saldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen ondernemingen van de Groep worden bij opmaak van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. De lijst van perimetervennootschappen is in Toelichting 25 opgenomen.
Opbrengsten worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen. Opbrengsten worden slechts opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen zullen toekomen aan de entiteit en met voldoende zekerheid kunnen worden bepaald.
De huurinkomsten, de ontvangen operationele leasebetalingen en de andere inkomsten en kosten worden in de resultatenrekening opgenomen in de perioden waarop ze betrekking hebben.
De huurkortingen en –voordelen (incentives) worden gespreid over de periode die loopt vanaf de aanvang van de huurovereenkomst tot de eerstvolgende opzegmogelijkheid van een contract.
De vergoedingen ontvangen voor vroegtijdig verbroken huurcontracten worden onmiddellijk in resultaat genomen in de periode waarin ze definitief verworven zijn.
De kosten worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is betaald of die verschuldigd is en worden in de resultatenrekening opgenomen in de perioden waarop ze betrekking hebben.
Het resultaat als gevolg van de verkoop van vastgoedbeleggingen is gelijk aan het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde (i.e. de reële waarde bepaald door de vastgoeddeskundige op het einde van het vorige boekjaar), verminderd met de verkoopkosten.
De variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen zijn gelijk aan het verschil tussen de huidige boekwaarde en de vorige reële waarde (zoals geschat door de onafhankelijke vastgoeddeskundige). Dergelijke vergelijking gebeurt minstens vier maal per jaar voor de hele portefeuille van vastgoedbeleggingen. Bewegingen in de reële waarde van het vastgoed worden in de resultatenrekening opgenomen in de periode waarin ze ontstaan.
Het financieel resultaat bestaat uit de interestkosten op leningen en bijkomende financieringskosten, verminderd met de opbrengsten van beleggingen.
Het statuut van GVV voorziet een fiscaal transparant statuut, gezien de GVV enkel nog onderworpen is aan belastingen op specifieke bestanddelen uit het resultaat zoals verworpen uitgaven en abnormale goedgunstige voordelen. Op de winst die voortvloeit uit verhuringen en gerealiseerde meerwaarden, wordt geen vennootschapsbelasting betaald.
De belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten de over de verslagperiode en vorige verslagperioden verschuldigde en verrekenbare belastingen, alsmede de verschuldigde exit taks. De belastinglast wordt in de resultatenrekening opgenomen tenzij ze betrekking heeft op elementen die onmiddellijk in het eigen vermogen worden opgenomen. In dit laatste geval wordt ook de belasting ten laste van het eigen vermogen genomen.
De belastingen vinden hun oorsprong voornamelijk uit de Nederlandse perimetervennootschappen van Intervest in Nederland en België die onderworpen zijn aan het reguliere vennootschapstarief. Meer toelichting welke perimetervennootschappen hieronder vallen is te vinden in Toelichting 14 - Belastingen. Voor de berekening van de belasting op de fiscale winst van het jaar worden de op het ogenblik van afsluiting van kracht zijnde belastingtarieven gebruikt.
Voorheffingen op het dividend worden opgenomen in het eigen vermogen als een deel van het dividend tot het ogenblik dat ze ter betaling worden gesteld.
De exit taks, verschuldigd door vennootschappen die door de vastgoedvennootschap overgenomen worden, komen in mindering van de vastgestelde herwaarderingsmeerwaarde bij fusie en worden opgenomen als verplichting.
Belastingvorderingen en –verplichtingen worden gewaardeerd tegen het belastingtarief geldig in de periode waarop ze betrekking hebben.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden geboekt op basis van de schuldmethode ('liability methode') voor alle tijdelijke verschillen tussen de belastbare basis en de boekwaarde voor financiële rapporteringsdoeleinden en dit zowel voor activa als verplichtingen. Uitgestelde belastingvorderingen worden slechts erkend indien het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten zullen zijn waartegen de uitgestelde belastingvordering kan worden afgezet. De uitgestelde belastingen die Intervest rapporteerd betreft voorzieningen voor belastingen op niet gerealiseerde meerwaarden op de vastgoedbeleggingen die eigendom zijn van de perimetervennootschappen in Nederland en België en worden in de resultatenrekening opgenomen onder de rubriek "Ander portefeuilleresultaat".
Het gewoon nettoresultaat per aandeel wordt berekend door het nettoresultaat zoals blijkt uit de resultatenrekening, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen (i.e. het totaal aantal uitgegeven aandelen min de eigen aandelen) gedurende het boekjaar.
Voor de berekening van het verwaterd nettoresultaat per aandeel wordt het nettoresultaat dat aan de gewone aandeelhouders toekomt en het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen aangepast voor het effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering leiden.
Vastgoedbeleggingen omvatten alle gebouwen en terreinen die verhuurbaar zijn en (geheel of gedeeltelijk) huurinkomsten genereren, met inbegrip van de gebouwen waar een beperkt gedeelte wordt aangehouden voor eigen gebruik en het via recht-van-gebruik gehouden vastgoed.
Projectontwikkelingen (zoals bedoeld in de definitie van projectontwikkelingen) en terreinen die worden aangehouden met als doel hierop projectontwikkelingen te starten met het oog op latere verhuur en waardestijging op termijn, maar waarvoor nog geen concrete bouwplannen of projectontwikkelingen zijn gestart (grondreserve), worden tevens als vastgoedbelegging beschouwd.
De eerste opname van een acquisitie of ontwikkeling in de balans gebeurt aan de aanschaffingswaarde met inbegrip van transactiekosten zoals professionele erelonen, wettelijke diensten, registratierechten en andere overdrachtsbelastingen. Ook de exit taks, verschuldigd door vennootschappen die door de vastgoedvennootschap worden opgeslorpt, maakt deel uit van de aanschaffingswaarde.
De commissielonen betreffende de aankopen van gebouwen worden beschouwd als bijkomende kosten van die aankopen en worden toegevoegd aan de aanschaffingswaarde.
Indien de aankoop gebeurt via de verwerving van de aandelen van een vastgoedvennootschap, via de inbreng in natura van een gebouw tegen uitgifte van nieuwe aandelen of via de fusie door overname van een vastgoedvennootschap, worden de aktekosten, audit- en consultingkosten, wederbeleggingsvergoedingen en handlichtingskosten van de financieringen van de opgeslorpte vennootschappen en andere fusiekosten eveneens geactiveerd.
De financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving of een ontwikkeling van een vastgoedbelegging worden mee geactiveerd. Wanneer voor een bepaald actief specifieke middelen werden geleend, worden de effectieve financieringskosten van die lening tijdens de periode geactiveerd, verminderd met eventuele beleggingsinkomsten uit de tijdelijke belegging van die lening.
Na initiële opname worden vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur gewaardeerd aan reële waarde (fair value) in overeenstemming met IAS 40. De reële waarde is gelijk aan het bedrag waaraan een gebouw zou kunnen worden geruild tussen goed geïnformeerde partijen, instemmend en handelend in omstandigheden van normale concurrentie. Vanuit het standpunt van de verkoper moet zij worden begrepen mits aftrek van de registratierechten. Aldus wordt de reële waarde verkregen door
van de investeringswaarde een aangepaste quotiteit van de registratierechten af te trekken:
In concreto betekent het dat de reële waarde van de in België gelegen vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur gelijk is aan de investeringswaarde gedeeld door 1,025 (voor gebouwen met een waarde hoger dan € 2,5 miljoen) of de investeringswaarde gedeeld door 1,12 tot 1,125 (voor gebouwen met een waarde lager dan € 2,5 miljoen).
De overdrachtsrechten voor logistiek vastgoed in Nederland bedragen op 31 december 2023 10,4%. Het 10,4 procent-tarief geldt zowel voor de verkrijging van onroerende zaken, niet zijnde woningen, als voor belaste verkrijgingen van aandelen in vastgoedvennootschappen (onroerendezaakrechtspersonen). De
externe vastgoeddeskundige nam deze verhoging nog niet mee in het taxatieverslag van 31 december 2022. De Groep heeft er voor geopteerd om deze belastingsverhoging reeds te verwerken in de cijfers van 31 december 2022. Voor de overige kosten (zoals notariskosten) neemt de vastgoeddeskundige steeds 1% extra in rekening. Voor de vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur die gelegen zijn in Nederland en aangehouden worden via Nederlandse perimetervennootschappen betekent dit bijgevolg dat vanaf boekjaar 2022 de reële waarde van de vastgoedbeleggingen gelijk is aan de investeringswaarde gedeeld door 1,114.
Vastgoed dat wordt gebouwd of ontwikkeld voor toekomstig gebruik als een vastgoedbelegging wordt tevens opgenomen in de rubriek 'Vastgoedbeleggingen'. Na initiële opname aan aanschaffingswaarde, worden de projecten gewaardeerd aan reële waarde.
In dit kader moet aan al de volgende criteria voldaan zijn: er is een duidelijk beeld over de te maken projectkosten, alle nodige vergunningen voor het uitvoeren van de projectontwikkeling zijn bekomen en een substantieel deel van de projectontwikkeling is voorverhuurd (definitief getekend huurcontract). Zolang deze voorwaarden niet voldaan zijn en dus de reële waarde van de projectontwikkeling niet betrouwbaar kan worden ingeschat of de kostprijs de reële waarde nog steeds benadert, wordt de projectontwikkeling conform IAS 40 §53 en §53A op rapporteringsdatum aangehouden aan de investeringskost. Van zodra de reële waarde van de projectontwikkeling betrouwbaar kan worden ingeschat wordt de projectontwikkeling opgenomen aan reële waarde.
De reële waarde houdt rekening met de substantiële ontwikkelingsrisico's. Deze waardering aan reële waarde is gebaseerd op de waardering door de onafhankelijke vastgoeddeskundige (volgens de gebruikelijke methodes en assumpties) en houdt rekening met de nog te maken kosten voor de volledige afwerking van het project.
Alle lasten die verbonden zijn met de ontwikkeling of constructie van onroerende goederen, worden opgenomen in de kostprijs van het ontwikkelingsproject. Conform IAS 23 worden de financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de bouw of de verwerving van een vastgoedbelegging mee geactiveerd over de periode voor het gebruiksklaar maken van de vastgoedbelegging voor verhuur.
De activiteiten die nodig zijn om het actief voor te bereiden op zijn beoogde gebruik, omvatten meer dan de fysieke bouw van het actief. Ze omvatten ook het technische en administratieve werk voor aanvang van de eigenlijke bouw, zoals activiteiten in verband met het verkrijgen van vergunningen in die mate dat zij de toestand van het actief veranderen.
De activering van financieringskosten wordt opgeschort tijdens lange perioden waarin de actieve ontwikkeling wordt onderbroken. De activering wordt niet opgeschort tijdens een periode waarin omvangrijke technische en administratieve werkzaamheden worden uitgevoerd. De activering wordt evenmin opgeschort als een tijdelijk uitstel een noodzakelijk onderdeel vormt van het proces om een actief klaar te maken voor zijn beoogde gebruik of verkoop.
Aanhouden van vastgoed en waarderingsproces Vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur worden gewaardeerd door de onafhankelijke vastgoeddeskundigen aan reële waarde. De vastgoedbeleggingen worden hiervoor trimestrieel gewaardeerd op basis van contante waarde van markthuren en/ of effectieve huurinkomsten, desgevallend na aftrek van verbonden kosten in overeenstemming met de International Valuation Standards 2001 opgesteld door het International Valuation Standards Committee. Waarderingen worden opgesteld door het actualiseren van de jaarlijkse nettohuur ontvangen van de huurders, verminderd met de verbonden kosten. De actualisatie gebeurt op basis van de yield factor die afhankelijk is van het inherente risico van het betrokken pand.
Winsten of verliezen die voortvloeien uit de variatie in de reële waarde van een vastgoedbelegging worden opgenomen in de resultatenrekening in de rubriek XVIII. "Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen" in de periode waarin ze ontstaan en worden bij de winstverdeling in het daaropvolgende jaar toegewezen aan de reserve "b. Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed".
Bij verkoop van een vastgoedbelegging worden de gerealiseerde winsten of verliezen op de verkoop opgenomen in de resultatenrekening van de verslagperiode onder de rubriek "Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen". De mutatierechten worden in de resultatenrekening tegengeboekt bij verkoop. Commissies betaald aan makelaars bij het verkopen van gebouwen en verplichtingen aangegaan naar aanleiding van transacties worden in mindering gebracht van de verkregen verkoopsprijs om de gerealiseerde winst of verlies te bepalen.
Bij de resultaatsbestemming worden de gerealiseerde winsten of verliezen op de verkoop van vastgoedbeleggingen ten opzichte van de originele aanschaffingswaarde van die vastgoedbeleggingen overgeboekt naar de rubriek "m. Andere reserves". Op deze wijze worden de gerealiseerde winsten of verliezen op de verkoop van vastgoedbeleggingen beschouwd als beschikbare reserves.
Activa bestemd voor verkoop betreft onroerende goederen waarvan de boekwaarde zal worden gerealiseerd door desinvestering en niet door het voortgezet gebruik ervan. De gebouwen bestemd voor verkoop worden gewaardeerd conform IAS 40 aan reële waarde.
De vaste activa onder zeggenschap van de entiteit die niet aan de definitie van een vastgoedbelegging voldoen, worden geclassificeerd als "Andere materiële vaste activa".
De zonnepanelen en laadpalen worden gewaardeerd op basis van het herwaarderingsmodel in overeenstemming met IAS 16 Materiële vaste activa. Na initiële opname dient het actief waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, te worden geboekt tegen de geherwaardeerde waarde, zijnde de reële waarde op het moment van de herwaardering, verminderd met eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen en latere geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De reële waarde wordt bepaald op basis van de verdisconteringsmethode van toekomstige opbrengsten.
De gebruiksduur van de zonnepanelen wordt geschat op 25 jaar zonder rekening te houden met enige restwaarde. Voor de laadpalen wordt de gebruiksduur geschat op 10 jaar.
De meerwaarde bij opstart van een nieuwe site wordt in een afzonderlijke component van het eigen vermogen opgenomen. Minderwaarden worden ook in deze component opgenomen, tenzij ze gerealiseerd zijn of tenzij de reële waarde onder de
oorspronkelijke kost min de geaccumuleerde afschrijvingen daalt. In deze laatste gevallen worden zij in het resultaat opgenomen.
De andere materiële vaste activa worden initieel opgenomen tegen kostprijs en daarna gewaardeerd in overeenstemming met het kostprijsmodel.
Bijkomende kosten worden slechts geactiveerd indien de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het materieel vast actief toenemen.
Andere materiële vaste activa worden afgeschreven op basis van de lineaire afschrijvingsmethode. De afschrijving vangt aan op het moment dat het actief klaar is voor gebruik zoals voorzien door het management.
De volgende percentages zijn van toepassing op jaarbasis:
| 〉 | installaties, machines en uitrusting | 20% |
|---|---|---|
| 〉 | meubilair en rollend materieel | 25% |
| 〉 | informaticamaterieel | 33% |
| 〉 | vastgoed voor eigen gebruik | |
| › terreinen |
0% | |
| › gebouwen |
5% | |
| 〉 | andere materiële vaste activa | 16% |
Indien er indicaties zijn dat een actief mogelijk een bijzonder waardeverminderingsverlies heeft ondergaan, wordt de boekwaarde vergeleken met de realiseerbare waarde. Indien de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen.
Lease-overeenkomsten met een looptijd van meer dan 12 maanden waarbij Intervest optreedt als leasingnemer worden conform IFRS16 bij aanvang van de leaseperiode als gebruiksrecht en leaseverplichting op de balans opgenomen aan de huidige waarde van de toekomstige leasebetalingen. Indien het geleasde goed een vastgoedbelegging betreft, worden de gebruiksrechten vervolgens gewaardeerd aan fair value, in overeenstemming met de waarderingsregels beschreven bij Vastgoedbeleggingen.
De minimale leasebetalingen worden deels als financieringskosten en deels als aflossing van de uitstaande verplichting opgenomen op een wijze dat dit resulteert in een constante periodieke rente over het resterende saldo van de verplichting. De financiële lasten worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gelegd. Voorwaardelijke leasebetalingen worden als lasten verwerkt in de periodes waarin ze zijn uitgevoerd. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar Toelichting 20 - Andere langlopende en kortlopende financiële verplichtingen.
Op het ogenblik van de verkoop of van de buitengebruikstelling van materiële vaste activa wordt de boekwaarde niet langer opgenomen in de balans en wordt de winst of het verlies in de resultatenrekening opgenomen.
De boekwaarde van de activa van de onderneming wordt periodiek geanalyseerd om te onderzoeken of er een aanleiding tot waardeverminderingen bestaat. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening opgenomen als de boekwaarde van het actief hoger is dan de realiseerbare waarde.
De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus de verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de geactualiseerde waarde van de verwachtte toekomstige kasstromen van het voortgezet verbruik van en actief en zijn vervreemding op het einde van zijn verbuiksduur, op basis van een discontovoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico's die inherent zijn aan het actief. De reële waarde minus de verkoopkosten, is het bedrag dat kan worden verkregen uit de verkoop van een actief in een zakelijke, objectieve transactie tussen goed ingelichte partijen waartussen wilsovereenstemming bestaat, na aftrek van de vervreemdingskosten.
Alle financiële activa worden opgenomen of niet langer opgenomen in de balans op transactiedatum, wanneer de inkoop of verkoop van een financieel actief op grond van een contract waarvan de voorwaarden de levering van het actief voorschrijven binnen de termijn die op de desbetreffende markt algemeen voorgeschreven of overeengekomen is, en worden gewaardeerd tegen reële waarde, vermeerderd met transactiekosten, behalve voor financiële activa tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, die initieel gewaardeerd worden tegen reële waarde.
De financiële activa worden geclassificeerd in een van de categorieën voorzien volgens IFRS 9 Financiële instrumenten op basis van zowel het bedrijfsmodel van de entiteit voor het beheer van de financiële activa als de eigenschappen van de contractuele kasstromen van het financiële actief en worden vastgelegd bij hun initiële opname. Deze classificatie bepaalt de waardering van de financiële activa op toekomstige balansdata: geamortiseerde kostprijs of reële waarde.
Financiële activa worden geclassificeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen via het resultaat, als ze aangehouden worden voor handelsdoeleinden. Financiële activa tegen reële waarde met waardeveranderingen via het resultaat worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle daaruit voortvloeiende baten of lasten in het resultaat opgenomen worden. Een financieel actief wordt in deze categorie ondergebracht, als het voornamelijk aangeschaft werd om het op korte termijn te verkopen.
Derivaten behoren ook tot de categorie tegen reële waarde met waardeveranderingen via het resultaat.
Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs zijn niet-afgeleide financiële instrumenten die worden aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat erop gericht is financiële activa aan te houden om contractuele kasstromen te ontvangen (Held to collect) en de contractvoorwaarden van het financiële actief geven op bepaalde data aanleiding tot kasstromen die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen op het uitstaande hoofdsombedrag betreffen (Solely Payments of Principal and Interest - SPPI).
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten contanten, direct opvraagbare deposito's en andere kortlopende, uiterst liquide beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is en die geen materieel risico van waardevermindering in zich dragen vermits deze aangehouden zijn bij gerenommeerde financiële instellingen. Geldmiddelen en kasequivalenten worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
Handelsvorderingen worden initieel geboekt aan nominale waarde, en worden vervolgens gewaardeerd aan de geamortiseerde kostprijs berekend op basis van de effectieve-rentemethode. Kredietverliezen worden onder toepassing van IFRS 9 vervroegd in de jaarrekening erkend. Rekening houdend met het relatief beperkte bedrag van vervallen uitstaande handelsvorderingen, gecombineerd met een daaraan laag geassocieerd kredietrisico, acht Intervest de impact op de geconsolideerde jaarrekening beperkt.
Financiële verplichtingen worden geclassificeerd als financiële verplichtingen aan reële waarde via resultaat of als financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs.
Financiële verplichtingen worden geclassificeerd aan reële waarde via resultaat als ze aangehouden worden voor handelsdoeleinden.
Financiële verplichtingen aan reële waarde via resultaat worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle daaruit voortvloeiende baten of lasten in het resultaat opgenomen worden.
Een financiële verplichting wordt in deze categorie ondergebracht als het voornamelijk aangeschaft werd om het op korte termijn te verkopen. Derivaten behoren ook tot de categorie aan reële waarde via resultaat, tenzij ze als afdekking aangemerkt werden en effectief zijn.
Voor Intervest betreft dit specifiek de Interest Rate Swaps waarvoor geen hedge accounting wordt toegepast in de mate dat zij een negatieve reële waarde hebben.
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, met inbegrip van schulden, worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde, na aftrek van de transactiekosten. Ze worden, na initiële opname, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De financiële verplichtingen van de Groep gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs omvatten de langlopende financiële verplichtingen (bankschulden, leasingschulden, obligatieleningen), overige langlopende verplichtingen, kortlopende financiële verplichtingen, handelsschulden en te betalen dividenden in de overige kortlopende verplichtingen.
Een eigenvermogensinstrument is elk contract dat het overblijvende belang omvat in de activa van de onderneming, na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten uitgegeven door de onderneming, worden geclassificeerd op basis van de economische realiteit van de contractuele afspraken en de definities van een eigenvermogensinstrument.
Eigenvermogensinstrumenten uitgegeven door de onderneming, worden opgenomen voor het bedrag van de ontvangen sommen (na aftrek van direct toewijsbare uitgiftekosten).
Wanneer eigen aandelen ingekocht worden, wordt dit bedrag inclusief direct toerekenbare kosten, geboekt in mindering van het eigen vermogen.
De Groep gebruikt derivaten teneinde risico's te beperken met betrekking tot ongunstige schommelingen van interestvoeten die voortvloeien uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep gebruikt deze instrumenten niet voor speculatieve doeleinden, houdt geen derivaten aan en geeft geen derivaten uit voor handelsdoeleinden (trading).
Derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde conform IFRS 9. De derivaten die door Intervest momenteel aangehouden worden, kwalificeren niet als indekkingstransacties. Bijgevolg worden de wijzigingen in de reële waarde onmiddellijk in het resultaat opgenomen.
Handelsschulden worden initieel gewaardeerd aan reële waarde en worden vervolgens gewaardeerd volgens de geamortiseerde kostprijs berekend op basis van de effectieve-rentemethode.
Bijdragen aan het groepsverzekeringscontract van het type "toegezegde bijdrage" worden opgenomen als een last van de verslagperiode waarin de gerelateerde prestaties worden verricht door de werknemers. Volgens de wet dient de werkgever een minimale rente te garanderen waarbij de vennootschap de verplichting heeft bijkomende bijdragen te betalen indien het pensioenfonds niet over voldoende activa zou beschikken om de pensioenen van alle werknemers te betalen met betrekking tot de diensten die zij hebben geleverd. Deze verplichting voortvloeiend uit pensioentoezeggingen wordt bepaald volgens de intrinsieke waardemethode.
Dividenden maken deel uit van de reserves tot wanneer de algemene vergadering van aandeelhouders de dividenden toekent. Dividenden worden bijgevolg erkend als een verplichting in de jaarrekening in de periode waarin de dividenduitkering goedgekeurd wordt door de algemene vergadering van aandeelhouders.
Gebeurtenissen na balansdatum zijn gebeurtenissen, zowel gunstige als ongunstige, die plaatsvinden tussen de balansdatum en de datum waarop de jaarrekening wordt goedgekeurd voor uitgifte. Voor gebeurtenissen die informatie verstrekken over de feitelijke situatie op balansdatum wordt het resultaat in de resultatenrekening verwerkt.
De voorbereiding van de geconsolideerde financiële verklaringen overeenkomstig IFRS vereist een goed beheer om oordelen, ramingen en veronderstellingen te kunnen maken die toepassing hebben op het beleid en de regelgeving en het rapporteren van de vorderingen en schulden, de inkomsten en de uitgaven. De ramingen en bijhorende veronderstellingen zijn gebaseerd op historische gebeurtenissen en diverse factoren die in die omstandigheden als redelijk worden geacht. De daadwerkelijke resultaten kunnen van deze ramingen afwijken. De ramingen en onderliggende veronderstellingen worden herzien op continue basis. Revisie en accounting raming worden erkend in de periode waarin de raming wordt herzien, zowel in de gevallen waar de raming het gecontroleerde boekjaar als wanneer de raming de toekomst beïnvloedt. Met uitzondering van de schattingen met
betrekking tot de bepaling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen, zonnepanelen en derivaten en ESG zijn er per 31 december 2023 geen belangrijke veronderstellingen betreffende de toekomst en andere belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden op balansdatum die een aanmerkelijk risico in zich dragen van een materiële aanpassing in de boekwaarde van de activa en de verplichtingen van het volgend boekjaar.
De fair value van de vastgoedbeleggingen wordt bepaald door onafhankelijke vastgoeddeskundigen conform de GVV wetgeving. Voor de sensitiviteit van de reële waarde van vastgoedbeleggingen in functie van wijzigingen in de significant niet-observeerbare input wordt verwezen naar toelichting 15 - Vaste Activa en de "Waardering van de portefeuille door de vastgoeddeskundigen" in het Vastgoedverslag.
Er bestaat geen best practice inzake de waarderingsmethode voor de Andere materiële activa als zonnepanelen. De reële waarde van de installaties wordt berekend aan de hand van een waarderingsmodel op basis van de toekomstige kasstromen (Zie toelichting 15 - Vaste Activa). We verwachten echter geen materiële aanpassing op de boekwaarde van de zonnepanelen in het volgende boekjaar.
De reële waarde van de financiële derivaten van Intervest wordt driemaandelijks geschat door de emitterende financiële instelling. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar Toelichting 21 - Financiële instrumenten.
Duurzaamheid wordt een steeds belangrijkere factor in de Belgische vastgoedmarkt. België heeft zich verbonden om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, en er bestaat al wetgeving om de CO2-uitstoot van gebouwen te verminderen en het is waarschijnlijk dat de komende jaren nog meer wet- en regelgeving zal ingevoerd worden. Daarnaast hechten huurders en investeerders in bepaalde sectoren steeds meer belang aan de duurzaamheidsaspecten van de gebouwen die ze willen betrekken of kopen. Naarmate de impact van ESG-factoren steeds duidelijker wordt, komt de vraag naar voren hoe deze een invloed zal hebben op de toekomstige resultaten en KPI's van Intervest. We verwachten echter geen significante impact op zeer korte termijn, behalve wat betreft het capexbudget dat Intervest momenteel incalculeert om de gebouwen verder toekomstbestendig, energie-efficiënt en duurzaam te maken.
Meer toelichting rond het beheer van klimaatgerelateerde risico's en ESG in het algemeen is te vinden in de Risicofactoren en Toelichting 15 - Vaste Activa.
De vennootschap is op heden verwikkeld, en kan in de toekomst verwikkeld zijn, in gerechtelijke procedures. Intervest was in 2022 betrokken bij een procedure voor het Hof van Beroep
te Antwerpen, fiscale kamer, alsmede in bezwaarprocedures voor de gewestelijke directeur van het controlecentrum grote ondernemingen met betrekking tot aanrekening van de exit taks aanslagjaar 1999 speciaal. In haar arrest dd. 25 april 2017 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen het beroep van Intervest evenwel ongegrond verklaard. Het arrest werd op 10 november 2017 betekend. Intervest heeft op 29 januari 2018 cassatieberoep aangetekend tegen voormeld arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 25 april 2017. Het Hof van Cassatie heeft op 28 november 2019 Intervest in het gelijk gesteld en het arrest van het Hof van Beroep verbroken. De zaak is vervolgens verwezen naar het Hof van Beroep van Gent, welke uitspraak gedaan heeft op 4 augustus 2022 in het voordeel van Intervest. De Belgische Staat gaat niet in cassatieberoep. De administratieve afwikkeling van dit dossier is inmiddels afgerond. (zie "Toelichting 27. Voorwaardelijke rechten en verplichtingen" in de Financiële staten).
Op 16 februari 2024 werd in nasleep van het voorgaande de vennootschap gedagvaard door Amanu Invest NV en OaK Lane NV om de vennootschap te horen veroordelen tot betaling aan Amanu Invest, en in verder ondergeschikte orde tot betaling aan Oak Loane NV. Amanu Invest NV beweert rechtsopvolger te zijn van één van de oorspronkelijke promotoren ten tijde van de oprichting van de GVV Siref. Zij beweren recht te hebben op het teveel aan provisie inzake exit-taks zoals werd aangelegd in Siref NV naar aanleiding van 9 fusies in 1999. De zaak is momenteel aanhangig bij de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen waar een conclusiekalender werd vastgelegd.
De drie bedrijfssegmenten omvatten de volgende activiteiten.
Deze indeling van segmenten is door Intervest gekozen gezien de aard van de activiteiten, de klanten, de fiscale benadering en dergelijke vergelijkbare economische eigenschappen vertonen binnen deze segmenten. De financiële KPi's zoals huurinkomsten, bezettingsgraad, verhuurbare oppervlakte en soortgelijken worden op dit niveau opgevolgd en dienen als leidraad voor de commerciële beslissingen die het management en de directieraad dienen te nemen.
De categorie "corporate" omvat alle niet aan een segment toewijsbare vaste kosten die op groepsniveau gedragen worden.
Voor de beschrijving van de risicospreiding naar de huurders per segment wordt verwezen naar het Vastgoedverslag.
| BEDRIJFSSEGMENTERING | Kantoren | Logistiek | Logistiek | Corporate | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| in EUR x 1.000 | 2023 | België 2023 |
Nederland 2023 |
2023 | 2023 |
| Huurinkomsten | 24.023 | 35.906 | 21.152 | 0 | 81.081 |
| Met verhuur verbonden kosten | -6 | -70 | 0 | 0 | -76 |
| Nettohuurresultaat | 24.017 | 35.836 | 21.152 | 0 | 81.005 |
| Met beheer verbonden kosten en opbrengsten | -130 | 965 | 107 | 0 | 942 |
| Vastgoedresultaat | 23.887 | 36.801 | 21.259 | 0 | 81.947 |
| Vastgoedkosten | -7.145 | -2.609 | -1.230 | 0 | -10.984 |
| Algemene kosten en andere operationele opbrengsten en kosten |
-174 | -530 | -59 | -10.577 | -11.340 |
| Operationeel resultaat vóór resultaat op portefeuille | 16.568 | 33.662 | 19.970 | -10.577 | 59.624 |
| Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen | -4.724 | -9 | 0 | 0 | -4.733 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -36.953 | 43.558 | -7.415 | 0 | -810 |
| Ander portefeuilleresultaat | -1.271 | -1.385 | -137 | 0 | -2.793 |
| Operationeel resultaat van het segment | -26.380 | 75.826 | 12.418 | -10.577 | 51.287 |
| Financieel resultaat | 0 | 0 | 0 | -36.413 | -36.413 |
| Belastingen | 0 | 0 | -1.010 | -389 | -1.399 |
| NETTORESULTAAT | -26.380 | 75.826 | 11.408 | -47.379 | 13.475 |
| BEDRIJFSSEGMENTERING | Kantoren | Logistiek België |
Logistiek Nederland |
Corporate | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| in EUR x 1.000 | 2022 | 2022 | 2022 | 2022 | 2022 |
| Huurinkomsten | 25.223 | 27.933 | 18.318 | 0 | 71.474 |
| Met verhuur verbonden kosten | 18 | -37 | 0 | 0 | -19 |
| Nettohuurresultaat | 25.241 | 27.896 | 18.318 | 0 | 71.455 |
| Met beheer verbonden kosten en opbrengsten | -925 | 1.279 | 205 | 0 | 559 |
| Vastgoedresultaat | 24.316 | 29.175 | 18.523 | 0 | 72.014 |
| Vastgoedkosten | -5.111 | -2.291 | -1.164 | 0 | -8.566 |
| Algemene kosten en andere operationele opbrengsten en kosten |
-5 | -277 | -77 | -4.503 | -4.862 |
| Operationeel resultaat vóór resultaat op portefeuille | 19.200 | 26.607 | 17.282 | -4.503 | 58.586 |
| Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen | 0 | 478 | 0 | 0 | 478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -8.828 | 14.274 | -31.552 | 0 | -26.106 |
| Ander portefeuilleresultaat | 247 | -993 | 4.666 | 0 | 3.920 |
| Operationeel resultaat van het segment | 10.619 | 40.366 | -9.604 | -4.503 | 36.878 |
| Financieel resultaat | 0 | 0 | 0 | 21.380 | 21.380 |
| Belastingen | 0 | 0 | -756 | -222 | -978 |
| NETTORESULTAAT | 10.619 | 40.366 | -10.360 | 16.655 | 57.280 |
Het operationeel resultaat voor resultaat op portefeuille is voor de kantoren gedaald met € 2,6 miljoen, dit als gevolg van de éénmalige verbrekingsvergoeding van € 2,9 miljoen ontvangen in boekjaar 2022 van huurder Enterprise Services Belgium in Mechelen naar aanleiding van het vroegtijdig teruggeven van een deel van de gehuurde oppervlakte.
Het operationeel resultaat van het kantorensegment daalt met € 37 miljoen als gevolg van een daling in de reële waarde van de kantorenportefeuille. Voor verdere toelichting rond de evolutie in de reële waarde wordt verwezen naar Toelichting 10 "Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen".
Het operationeel resultaat voor resultaat op portefeuille is bij de Belgische logistieke portefeuille met € 7,1 miljoen gestegen. Dit dankzij de huurinkomsten ontstaan uit de nieuwe cash-flow genererende acquisities en de oplevering van projectontwikkelingen in 2022 en 2023. Het operationeel resultaat van
In Nederland kent het operationeel resultaat voor resultaat op portefeuille een stijging van € 2,7 miljoen. Dit voornamelijk
Kerncijfers 2023
dankzij de huurinkomsten ontstaan uit de nieuwe cash-flow genererende acquisities gedaan in 2022 en 2023. Het operationeel resultaat van het Nederlandse logistiek segment stijgt met € 22,0 miljoen. Voor verdere toelichting rond de evolutie in de reële waarde wordt verwezen naar Toelichting 10 "Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen".
| BEDRIJFSSEGMENTERING | Kantoren | Logistiek België |
Logistiek Nederland |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2023 | 2023 | 2023 |
| Reële waarde van de vastgoedbeleggingen | 313.792 | 757.947 | 348.154 | 1.419.893 |
| Reële waarde van de vastgoed beschikbaar voor verhuur | 295.077 | 699.589 | 344.557 | 1.339.223 |
| Investeringen en uitbreidingen tijdens het boekjaar (reële waarde) | 1.844 | 5.412 | 3.739 | 10.995 |
| Verwerving van vastgoedbeleggingen | 0 | 19.124 | 0 | 19.124 |
| Verwerving van grondreserve | 0 | 10.376 | 0 | 10.376 |
| Investeringen in projectontwikkelingen | 644 | 22.027 | 4.553 | 27.224 |
| Verwerving van vastgoed via aandelen van vastgoedvennootschappen | 0 | 29.000 | 0 | 29.000 |
| Desinvestering/overboeking van vastgoedbeleggingen | -9.434 | 0 | 0 | -9.434 |
| Investeringswaarde van het vastgoed | 321.637 | 776.259 | 387.433 | 1.485.329 |
| Brutohuurrendement op vastgoed beschikbaar voor verhuur (%) | 8,6% | 5,6% | 6,1% | 6,4% |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
3,1 | 4,4 | 5,9 | 4,4 |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten (tot einde contract) (in jaren) |
4,6 | 6,0 | 7,3 | 5,9 |
| Totaal verhuurbare oppervlakte (m²) | 200.072 | 871.137 | 359.090 | 1.430.299 |
| Bezettingsgraad (%) | 85% | 96% | 96% | 93% |
| BEDRIJFSSEGMENTERING | Kantoren | Logistiek België |
Logistiek Nederland |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| in EUR x 1.000 | 2022 | 2022 | 2022 | 2022 |
| Reële waarde van de vastgoedbeleggingen | 357.691 | 628.450 | 347.277 | 1.333.418 |
| Reële waarde van de vastgoed beschikbaar voor verhuur | 330.686 | 565.502 | 337.611 | 1.233.799 |
| Investeringen en uitbreidingen tijdens het boekjaar (reële waarde) | 935 | 1.414 | 575 | 2.924 |
| Verwerving van vastgoedbeleggingen | 0 | 4.627 | 30.222 | 34.849 |
| Investeringen in projectontwikkelingen | 6.666 | 75.426 | 5.749 | 87.841 |
| Verwerving van vastgoed via aandelen van vastgoedvennootschappen | 0 | 60.566 | 0 | 60.566 |
| Desinvestering/overboeking van vastgoedbeleggingen | -27.504 | -8.095 | 0 | -35.599 |
| Investeringswaarde van het vastgoed | 366.633 | 643.558 | 386.496 | 1.396.687 |
| Brutohuurrendement op vastgoed beschikbaar voor verhuur (%) | 6,8% | 5,8% | 5,7% | 6,0% |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten (tot eerste vervaldag) (in jaren) |
2,9 | 5,3 | 6,5 | 4,9 |
| Gemiddelde resterende looptijd huurcontracten (tot einde contract) (in jaren) |
4,3 | 6,8 | 8,2 | 6,4 |
| Totaal verhuurbare oppervlakte (m²) | 208.295 | 697.737 | 352.772 | 1.258.804 |
| Bezettingsgraad (%) | 76% | 96% | 100% | 90% |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Huur | 83.573 | 70.453 |
| Huurkortingen | -2.464 | -1.771 |
| Huurvoordelen ('incentives') | -270 | -428 |
| Vergoedingen voor vroegtijdig verbroken huurcontracten | 242 | 3.220 |
| TOTAAL HUURINKOMSTEN | 81.081 | 71.474 |
De huurinkomsten bevatten huren, inkomsten van operationele leaseovereenkomsten en opbrengsten die hier direct verband mee houden zoals verleende huurgaranties en vergoedingen voor vroegtijdig verbroken huurcontracten, verminderd met de toegekende huurkortingen en huurvoordelen (incentives). De huurkortingen en huurvoordelen worden gespreid over de periode die loopt vanaf de aanvang van de huurovereenkomst tot de eerstvolgende opzegmogelijkheid van het huurcontract door de huurder.
De huurinkomsten van Intervest zijn, zonder rekening te houden met flexwerkers, verspreid over 213 verschillende huurders wat het debiteurenrisico beperkt en de stabiliteit van de inkomsten bevordert. De tien belangrijkste huurders maken 25% (27% in 2022) van de jaarhuur uit, zijn vaak vooraanstaande bedrijven in hun sector en maken vaak deel uit van internationale concerns. In 2023 is er geen enkele huurder waarvan de jaarhuur op individuele basis 5% vertegenwoordigt van de totale jaarhuur van Intervest (eveneens 0 huurders in 2022). Voor meer toelichting van de belangrijkste huurders wordt verwezen naar het Vastgoedverslag - Risicospreiding naar huurders.
Voor boekjaar 2023 bedragen de huurinkomsten van Intervest € 81,1 miljoen (€ 71,5 miljoen). Een stijging met € 9,6 miljoen of 13% ten opzichte van 2022 ondanks de in 2022 ontvangen verbrekingsvergoeding van € 2,9 miljoen. Deze werd ontvangen van huurder Enterprise Services Belgium, naar aanleiding van het vroegtijdig teruggeven van een deel van hun gehuurde oppervlakte in Mechelen Business Tower.
De organische huurgroei, zonder rekening te houden met de verbrekingsvergoeding ontvangen in 2022 bedraagt € 11,1 miljoen of 16% en wordt voornamelijk, met name 10%, gedreven door de gerealiseerde huurgroei uit de projectontwikkelingen in Zeebrugge, Genk, Herentals en 's-Hertogenbosch die in de loop van 2022 en 2023 opgeleverd werden en door de indexatie van de huurcontracten, 7%.
Meer informatie over de gesegmenteerde huurinkomsten is te vinden in Toelichting 3 - Gesegmenteerde informatie.
Bij het afsluiten van de huurovereenkomsten in het boekjaar 2023 is gewogen bij 47% van de vernieuwde contractwaarde (24 contracten) een huurkorting toegekend (53% of 30 contracten in 2022). Gemiddeld werd op deze contracten met korting, 8% huurkorting gegeven, gespreid over de looptijd van het contract (7% in 2022). Het gespreide effect van de in 2023 gegeven huurkortingen bedraagt 1% op de totale contractuele jaarhuur eind 2022 (1% in 2022 op de contractuele jaarhuur eind 2021).
Het geven van een huurvrije periode aan de start van een huurcontract is marktconform en staat Intervest toe de servicekosten te recupereren tijdens de periode die gebruikt wordt door de huurder om zijn intrek te nemen en de ruimte verhuurklaar te maken. Veelal wordt bedongen dat de huurder de huurkortingen geheel of gedeeltelijk dient terug te betalen indien hij het contract zou verbreken bij de eerstvolgende break van de overeenkomst.
De waarde van de toekomstige minimum huurinkomsten tot aan de eerste vervaldag van de niet-opzegbare contracten heeft onderstaande inningstermijnen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Lopende contracten |
Contracten te starten na 31/12 |
Lopende contracten |
Contracten te starten na 31/12 |
||
| Vorderingen met een eerste vervaldag in: | |||||
| 2023 | 71.711 | 2.455 | |||
| 2024 | 78.124 | 2.319 | 61.448 | 2.455 | |
| 2025 | 63.372 | 1.679 | 46.086 | 2.455 | |
| 2026 | 51.975 | 1.593 | 38.043 | 1.947 | |
| 2027 | 40.118 | 1.190 | 31.187 | 1.874 | |
| 2028 | 34.566 | 946 | 25.374 | 1.404 | |
| 2029 en later | 96.214 | 3.999 | 69.271 | 17.608 | |
| TOTAAL VAN DE TOEKOMSTIGE MINIMUM HUURINKOMSTEN | 364.369 | 11.726 | 343.120 | 30.198 |
De minimumhuurinkomsten bedragen € 376 miljoen op jaareinde, hiervan heeft circa € 12 miljoen betrekking op contracten die nog moeten starten per 31/12/2023.
Op 31/12/2022 bedroegen de toekomstige minimum huurinkomsten € 373 miljoen, er is dus een lichte stijging van € 3 miljoen. Dit is enerzijds het gevolg van de acquisities in Gent en Herstal en de afgesloten huurcontracten in de Collection en Genk Green Logistics. Anderzijds zorgen de verkochte sites en het voortschrijden van de tijd voor een negatief effect op de minimumhuurinkomsten
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Te betalen huur op gehuurde activa | -9 | -9 |
| Waardeverminderingen op handelsvorderingen | -86 | -92 |
| Terugnemingen van waardeverminderingen op handelsvorderingen | 19 | 82 |
| TOTAAL MET VERHUUR VERBONDEN KOSTEN | -76 | -19 |
De met verhuur verbonden kosten betreffen voornamelijk de waardeverminderingen en terugnemingen van waardeverminderingen op handelsvorderingen die in het resultaat genomen worden indien de boekwaarde hoger is dan de geschatte realisatiewaarde. Deze rubriek bevat ook de kosten voor de huur van terreinen en gebouwen door de vennootschap voor verdere verhuring aan haar huurders.
De verliezen op huurvorderingen (met recuperatie van o.a. bankwaarborgen) vertegenwoordigen voor de periode 2014-2023 slechts 0,1% van de totale omzet. Een sterke verslechtering van de algemene economische conjunctuur kan de verliezen op huurvorderingen vergroten. De vastgoedvennootschap beperkt dit risico door middel van huurwaarborgen en bankgaranties van de huurders en contracten te sluiten met degelijke, betrouwbare huurders. Het eventuele faillissement van een belangrijke huurder kan voor de vennootschap een aanzienlijk verlies vertegenwoordigen, evenals een onverwachte huurleegstand en zelfs een herverhuring van de vrijgekomen oppervlakte tegen een prijs die lager is dan de prijs van het niet-gerespecteerde contract. Ondanks de huidige turbulente macro-economische en geopolitieke situatie loopt de inning van huurvorderingen in lijn met het normaal betalingspatroon, wat de kwaliteit van het huurdersbestand aantoont.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Verkregen vergoedingen op huurschade | 282 | 518 |
| Andere | 881 | 731 |
| Ontvangen beheersvergoedingen van huurders | 881 | 731 |
| TOTAAL RECUPERATIE VAN VASTGOEDKOSTEN | 1.163 | 1.249 |
De recuperatie van de vastgoedkosten betreft voornamelijk de inresultaatname van schadevergoedingen ontvangen van huurders voor huurschade bij het verlaten van de gehuurde ruimten alsook de beheersvergoeding die Intervest ontvangt van haar huurders voor het beheer van de verhuurde gebouwen en de doorrekening van de huurlasten aan de huurders, zoals weergegeven in onderstaande tabellen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Recuperatie van huurlasten gedragen door de eigenaar | 17.489 | 14.106 |
| Recuperatie van voorheffingen en belastingen op verhuurde gebouwen | 6.490 | 8.184 |
| TOTAAL RECUPERATIE VAN HUURLASTEN EN BELASTINGEN NORMAAL GEDRAGEN DOOR DE HUURDER OP VERHUURDE GEBOUWEN |
23.979 | 22.290 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Huurlasten gedragen door de eigenaar | -17.489 | -14.106 |
| Voorheffingen en belastingen op verhuurde gebouwen | -6.490 | -8.184 |
| TOTAAL HUURLASTEN EN BELASTINGEN NORMAAL GEDRAGEN DOOR DE HUURDER OP VERHUURDE GEBOUWEN |
-23.979 | -22.290 |
| TOTAAL SALDO VAN GERECUPEREERDE HUURLASTEN EN BELASTINGEN | 0 | 0 |
De huurlasten en belastingen op verhuurde gebouwen en de recuperatie van deze lasten betreffen kosten die volgens de wet of volgens de gebruiken ten laste vallen van de huurder of lessee.
Deze kosten omvatten voornamelijk onroerende voorheffing, elektriciteit, water, schoonmaak, onderhoud van ramen en vensters, technisch onderhoud, groenonderhoud, enz. De eigenaar staat zelf in voor het beheer van de gebouwen. Voor Mechelen Campus werd een externe beheerder aangesteld die door de GVV goed opgevolgd wordt.
De eigenaar zal deze kosten overeenkomstig de contractuele afspraken met de huurder wel of niet aan hem doorrekenen. De afrekening gebeurt op halfjaarbasis. Gedurende het boekjaar worden voorschotten gefactureerd aan de huurders.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Inkomsten uit groene stroom (andere dan opstalvergoedingen) | 753 | 1.166 |
| Ontvangen coördinatievergoedingen turnkey solutions | 20 | 1 |
| Kosten en opbrengsten m.b.t. uitbating Greenhouse Flex | -513 | -461 |
| Inkomsten uit laadpalen (andere dan huurgelden) | 475 | 29 |
| Andere | 183 | 204 |
| TOTAAL ANDERE MET VERHUUR VERBONDEN OPBRENGSTEN EN KOSTEN | 918 | 939 |
De inkomsten uit groene stroom zijn met € 0,4 miljoen gedaald, onder andere door het wegvallen van groene stroom certificaten op sommige sites en het normaliseren van de tarieven, dit werd gecompenseerd met een stijging van de inkomsten uit (nieuwe) laadpalen.
De kosten en opbrengsten met betrekking tot de uitbating van de Greenhouse-hubs omvatten alle werkingskosten zoals catering (met uitzondering van eigen personeelskosten) en de gedeeltelijke recuperatie van deze kosten. De inkomsten uit de huurcontracten afgesloten met coworkers en gebruikers van serviced offices en de opbrengst uit de verhuring van de vergaderzalen van Greenhouse coworking zijn opgenomen onder de rubriek huurinkomsten en bedragen € 1,0 miljoen (€ 0,8 miljoen voor 2022).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Recurrente technische kosten | -1.004 | -965 |
| Onderhoud en herstellingen | -595 | -670 |
| Verzekeringspremies | -409 | -295 |
| Niet-recurrente technische kosten | -108 | 34 |
| Schadegevallen | -108 | 34 |
| Schadegevallen (kosten) | -581 | -288 |
| Schadegevallen (opbrengsten) | 473 | 322 |
| TOTAAL TECHNISCHE KOSTEN | -1.112 | -931 |
De technische kosten omvatten onder meer onderhoud en herstellingskosten en verzekeringspremies. Onderhouds- en herstellingskosten die als renovatie van een bestaand gebouw kunnen worden beschouwd omdat ze een verbetering van het rendement of de huur veroorzaken, worden niet in kost genomen maar geactiveerd.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Makelaarscommissies | -164 | -203 |
| Publiciteit | -74 | -207 |
| Erelonen van advocaten en juridische kosten | -48 | -22 |
| TOTAAL COMMERCIËLE KOSTEN | -286 | -432 |
Commerciële kosten omvatten onder meer makelaarscommissies. De commissies betaald aan makelaars na een periode van leegstand of ontwikkeling worden geactiveerd aangezien de vastgoeddeskundigen, bij een periode van leegstand of ontwikkeling, geschatte commissies in mindering brengen van de geschatte waarde van het vastgoed. De commissies betaald aan makelaars na een onmiddellijke herverhuring, zonder leegstandsperiode, worden niet geactiveerd en komen ten laste van het resultaat aangezien de vastgoeddeskundigen met deze commissies geen rekening houden bij hun waardering.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Leegstandslasten van het boekjaar | -1.535 | -932 |
| Onroerende voorheffing leegstand | -243 | -2.683 |
| Recuperatie onroerende voorheffing leegstand | 66 | 2.628 |
| Leegstandsheffing Genk Green Logistics | 0 | -171 |
| Recuperatie leegstandsheffing Genk Green Logistics | 0 | 171 |
| Recuperatie onroerende voorheffing leegstand vorig boekjaar | 24 | -99 |
| TOTAAL KOSTEN EN TAKSEN VAN NIET-VERHUURDE GEBOUWEN | -1.688 | -1.086 |
De kosten en taksen van niet-verhuurde gebouwen zijn tijdens het boekjaar 2023 met € 0,6 miljoen gestegen tegenover boekjaar 2022. Ten opzichte van de huurinkomsten blijft het niveau van de leegstandskosten echter vrij stabiel, de leegstandskosten maken voor het boekjaar 2023 circa 2% van de totale huurinkomsten van de vennootschap uit net zoals in 2022 het geval was.
Intervest recupereert grotendeels de onroerende voorheffing die aangerekend wordt op leegstaande delen van gebouwen via bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Externe beheersvergoedingen | -15 | -21 |
| Kosten van het (intern) beheer van het patrimonium | -6.514 | -4.905 |
| Personeelsbeloningen en vergoedingen betaald aan directieleden en zelfstandige medewerkers | -4.570 | -3.156 |
| Vastgoeddeskundige | -265 | -204 |
| Overige kosten die aan het vastgoed kunnen worden toegewezen | -1.679 | -1.545 |
| TOTAAL BEHEERSKOSTEN VAN HET VASTGOED | -6.529 | -4.926 |
De beheerskosten van het vastgoed zijn kosten die verband houden met het beheer van de gebouwen. Hieronder worden begrepen de personeelsbeloningen en vergoedingen aan zelfstandige medewerkers, en de indirecte kosten van de bestuursorganen en het personeel (zoals kosten van kantoor, werkingskosten, enz.) die zorgen voor het beheer en de samenstelling van de portefeuille en de verhuringen, alsook afschrijvingen en waardeverminderingen op materiële vaste activa die gebruikt worden voor het beheer en andere bedrijfskosten die aan het beheer van het vastgoed kunnen worden toegewezen.
De beheerskosten van het vastgoed zijn met € 1,6 miljoen toegenomen tijdens boekjaar 2023. Deze stijging situeert zich voornamelijk bij de interne beheerskost dit als gevolg van, lagere activering van personeelskosten als gevolg van minder acquisities en ontwikkelingen in de loop van 2023, enkele ontslagvergoedingen en de hoge index begin 2023 op de brutolonen (11,08% voor PC 200).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Kosten ten laste van de eigenaar | -479 | -414 |
| Onroerende voorheffing contractueel ten last van eigenaar | -825 | -695 |
| Overige andere vastgoedkosten | -66 | -82 |
| TOTAAL ANDERE VASTGOEDKOSTEN | -1.370 | -1.191 |
De andere vastgoedkosten betreffen vaak uitgaven die op basis van contractuele of commerciële afspraken met huurders ten laste van de Groep vallen. Het zijn veelal beperkingen op de betaling van de gemeenschappelijke lasten of onroerende voorheffing. In Nederland is een deel van de onroerende voorheffing bovendien steeds ten laste van de eigenaar. Voor het boekjaar 2023 bedragen deze commerciële tussenkomsten circa € 1,4 miljoen op jaarbasis of 1,7% van de totale huurinkomsten van de Groep (€ 1,2 miljoen of 1,7% in boekjaar 2022).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Abonnemententaks | -700 | -607 |
| Ereloon commissaris | -205 | -184 |
| Bezoldigingen leden van de raad van toezicht | -239 | -127 |
| Liquidity provider | -41 | -37 |
| Financiële dienst | -40 | -35 |
| Personeelsbeloningen en vergoedingen betaald aan directieleden en zelfstandige medewerkers | -2.457 | -1.824 |
| Eénmalige elementen in de algemene kosten | -6.195 | 0 |
| (advies TPG-transactie en kosten strategische transformatie) | ||
| Advieskosten | -175 | -848 |
| Overige kosten | -385 | -725 |
| TOTAAL ALGEMENE KOSTEN | -10.437 | -4.387 |
Algemene kosten zijn alle kosten die verband houden met het beheer van de vennootschap en de kosten die niet kunnen worden toegewezen aan het beheer van het vastgoed. Deze operationele kosten zijn onder andere algemene administratieve kosten, kosten van het personeel dat zich met het beheer van de vennootschap als zodanig bezighoudt, afschrijvingen en waardeverminderingen op materiële vaste activa die gebruikt worden voor dit beheer en andere bedrijfskosten.
De algemene kosten belopen € 10,4 miljoen en zijn met circa € 6,0 miljoen toegenomen ten opzichte van 2022. De toename in de algemene kosten is enerzijds te verklaren door verschillende honoraria van adviseurs in verband met het vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod van European Real Estate Holdings NV (een entiteit gecontroleerd door TPG). Intervest wordt bijgestaan door Allen & Overy als juridisch adviseur en door Lazard als financieel adviseur. Anderzijds is de vennootschap momenteel onderhevig aan een strategische transformatie, waarbij de organisatie wordt afgestemd op de strategie. In dat kader werden een aantal verbrekingsvergoedingen uitbetaald in het eerste semester van 2023, waaronder ook de verbrekingsvergoeding van de ex-ceo.
Voor verdere details van het ereloon van de commissaris wordt verwezen naar Toelichting 26.
Een overzicht van de uitbetaalde vergoedingen aan de leden van de raad van toezicht wordt weergegeven in de Corporate Governance Verklaring - Remuneratieverslag. In 2023 wordt 63% van de bezoldigingen aan de leden van de raad van toezicht opgenomen onder de algemene kosten, de overige 37% van hun werkzaamheden worden beschouwd als beheerskosten van het vastgoed (opgenomen onder de overige kosten die aan het vastgoed kunnen worden toegewezen).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kosten van het intern beheer van het vastgoed |
Kosten verbonden aan het beheer van de vennootschap |
TOTAAL | Kosten van het intern beheer van het vastgoed |
Kosten verbonden aan het beheer van de vennootschap |
TOTAAL | |
| Vergoedingen werknemers en zelfstandige medewerkers |
3.612 | 1.627 | 5.239 | 2.214 | 1.046 | 3.260 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 3.492 | 1.586 | 5.078 | 2.120 | 1.012 | 3.132 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere langetermijnpersoneels belongingen |
120 | 41 | 161 | 94 | 34 | 128 |
| Ontslagvergoedingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vergoedingen directieraad | 958 | 830 | 1.788 | 942 | 778 | 1.720 |
| Voorzitter directieraad | 482 | 482 | 964 | 306 | 306 | 612 |
| Beloningen op korte termijn | ||||||
| Vaste vergoeding | 151 | 151 | 302 | 160 | 160 | 320 |
| Variabele vergoeding op korte termijn | 31 | 31 | 62 | 51 | 51 | 102 |
| Ontslagvergoeding | 215 | 215 | 430 | 0 | 0 | 0 |
| Beloningen op lange termijn | ||||||
| Variabele vergoeding op lange termijn | 47 | 47 | 94 | 71 | 71 | 142 |
| Pensioenverplichtingen | 38 | 38 | 76 | 24 | 24 | 48 |
| Andere leden directieraad | 476 | 348 | 824 | 636 | 472 | 1.108 |
| Beloningen op korte termijn | ||||||
| Vaste vergoeding | 340 | 238 | 578 | 403 | 286 | 689 |
| Variabele vergoeding op korte termijn | 48 | 30 | 78 | 103 | 78 | 181 |
| Beloningen op lange termijn | ||||||
| Variabele vergoeding op lange termijn | 67 | 54 | 121 | 98 | 75 | 173 |
| Pensioenverplichtingen | 21 | 26 | 47 | 32 | 33 | 65 |
| TOTAAL PERSONEELSBELONINGEN | 4.570 | 2.457 | 7.027 | 3.156 | 1.824 | 4.980 |
Het mandaat van Gunther Gielen liep tot 29/03/2023, vanaf 24/04/2023 werd Joël Gorsele benoemd als nieuwe CEO. De vergoedingen van beiden werden samengeteld in de rubriek "voorzitter directieraad".
Het aantal werknemers en zelfstandige medewerkers op jaareinde 2023, uitgedrukt in voltijdse equivalenten bedraagt 34 personeelsleden voor het intern beheer van het patrimonium (38 in 2022) en 12 personeelsleden voor het beheer van de vennootschap (13 in 2022). Het aantal leden van de directieraad bedraagt drie personen op 31 december 2023 (vier personen op jaareinde 2022).
Voor het personeel in vast dienstverband worden de bezoldigingen, de supplementaire beloningen, de vergoedingen bij uitdiensttreding, de ontslag- en verbrekingsvergoedingen geregeld door de wet op de arbeidsovereenkomsten van 4 juli 1978, de wet op de jaarlijkse vakantie van 28 juni 1971, het paritair comité waaronder de vennootschap ressorteert en de toepasselijke CAO's, in de resultatenrekening opgenomen in de periode waarop ze betrekking hebben.
Pensioenen en beloningen na uitdiensttreding bevatten pensioenen, bijdragen voor groepsverzekeringen, levens- en invaliditeitsverzekeringen en hospitalisatieverzekeringen. Intervest heeft, voor haar personeelsleden in vast dienstverband, een groepsverzekeringscontract van het type "toegezegde bijdrage" of een 'defined contribution' plan bij een externe verzekeringsmaatschappij afgesloten. Als gevolg van de gewijzigde wetgeving eind december 2015 (op 18 december 2015 werd de wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen goedgekeurd), dient de werkgever een minimum rendement te garanderen. Voor premies betaald door de werkgever voor 1 januari 2016 bedraagt dit 3,25%. Voor premies betaald door de werkgever na 1 januari 2016 bedraagt dit 1,75%. De vennootschap doet bijdragen aan dit fonds dat onafhankelijk is van de vennootschap. De bijdragen aan het verzekeringsplan worden gefinancierd door de onderneming. Dit groepsverzekeringscontract volgt de wet-Vandenbroucke op de pensioenen. De bijdrageverplichtingen worden in de resultatenrekening, in de periode waarop ze betrekking hebben, opgenomen. Voor het boekjaar 2023 bedragen deze bijdragen € 285.000 (€ 241.000 in 2022). De verzekeringsmaatschappij heeft op 31 december 2023 bevestigd dat het tekort om het minimum rendement te garanderen niet materieel is. Voor het kleine tekort dat berekend werd volgens de intrinsieke-waardemethode, is per eindejaar een voorziening aangelegd in de boekhouding en dit bedrag werd inmiddels betaald.
| VERPLICHTING VOORTVLOEIEND UIT PENSIOENTOEZEGGINGEN (in EUR x 1.000) | 2023 | 2022 | |
|---|---|---|---|
| Som van de gewaarborgde minimum reserves (art.24 van de WAP) | 827 | 716 | |
| Som van de wiskundige reserves | A | 859 | 741 |
| Som van het maximum tussen de wiskundige reserves en de minimumwaarborg | B | 877 | 758 |
| Bedrag van de onderfinanciering | B-A | 18 | 17 |
De vergoedingen van de directieraad worden toegelicht in de Corporate Governance Verklaring - Remuneratieverslag.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Afschrijving zonnepanelen | -571 | -358 |
| Afschrijving laadpalen | -192 | 0 |
| Verzekeringspremies | -119 | -119 |
| Andere | -21 | 2 |
| TOTAAL ANDERE OPERATIONELE OPBRENGSTEN EN KOSTEN | -903 | -475 |
De zonnepanelen worden opgenomen op de balans onder de andere materiële vaste activa en gewaardeerd op basis van het herwaarderingsmodel in overeenstemming met IAS 16 Materiële vaste activa. Elk kwartaal worden deze zonnepanelen geherwaardeerd naar reële waarde. De reële waarde wordt afgeschreven over de resterende looptijd. De afschrijvingen worden opgenomen onder de andere operationele opbrengsten en kosten. De stijging tijdens boekjaar 2023 is voornamelijk het gevolg van nieuwe installaties in Genk en Herentals.
Het grootste gedeelte van de laadpalen is sinds begin 2023 operationeel en worden dus ook sinds begin 2023 afgeschreven, dit over een looptijd van 10 jaar.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde gecumuleerd met investeringen | 41.138 | 7.738 |
| Geaccumuleerde meerwaarden en bijzondere waardeverminderingsverliezen | -8.500 | 357 |
| Boekwaarde (reële waarde) | 32.638 | 8.095 |
| Verkoopprijs | 28.592 | 8.575 |
| Verkoopkosten | -687 | -2 |
| Opbrengsten uit de verkoop van vastgoedbeleggingen | 27.905 | 8.573 |
| Netto verkoopopbrengst | 27.905 | 8.573 |
| TOTAAL RESULTAAT VERKOOP VASTGOEDBELEGGINGEN | -4.733 | 478 |
In 2023 heeft Intervest de sites in Hoeilaart, Zellik, Dilbeek en Antwerpen verkocht, hier werd een minderwaarde gerealiseerd van € 4,7 miljoen ten opzichte van de boekwaarde op 31 december 2022. Het verschil tussen de verkoopprijs en de aanschafwaarde (€ 13,2 miljoen) is gedeeltelijk in boekjaar 2023 toegewezen aan de beschikbare reserve (€8,7 miljoen) gezien dit resultaat gerealiseerd is. Vervolgens zal het resterende gedeelte (€4,5 miljoen) via de resultaatverwerking van boekjaar 2023 toegewezen worden aan de beschikbare reserves.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Positieve variaties op vastgoedbeleggingen | 64.425 | 40.115 |
| Negatieve variaties op vastgoedbeleggingen | -65.235 | -58.646 |
| Negatieve variaties op vastgoedbelegging tgv aanpassing transfer tax Nederland | 0 | -7.575 |
| TOTAAL VARIATIES IN DE REËLE WAARDE VAN VASTGOEDBELEGGINGEN | -810 | -26.106 |
De variaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen bedragen in 2023 € -0,8 miljoen (€ -26,1 miljoen in 2022). De negatieve variaties in de reële waarde zijn het gevolg van:
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen | -408 | 4.664 |
| Overige | -2.386 | -744 |
| Variaties spreiding huurkortingen en tegemoetkomingen aan huurders | -251 | -473 |
| Variaties in de reële waarde op vastgoed bestemd voor verkoop | -984 | -239 |
| Andere | -1.151 | -32 |
| TOTAAL ANDER PORTEFEUILLERESULTAAT | -2.793 | 3.920 |
Het ander portefeuilleresultaat bedraagt in 2023 € -2,8 miljoen (€ 3,9 miljoen in 2022) en omvat de voorziening voor uitgestelde belastingen op niet-gerealiseerde meerwaarden op de vastgoedbeleggingen die eigendom zijn van de perimetervennootschappen van Intervest in Nederland en België, variaties in de reële waarde van vastgoed bestemd voor verkoop (Aartselaar) en variaties in de spreiding van huurkortingen of huurvrije periodes.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Moratoriumintresten inzake SIREF-case | 1.513 | 0 |
| Moratoriumintresten inzake bezwaar OV | 97 | 66 |
| Andere financiële opbrengsten | 1 | 3 |
| TOTAAL ANDER PORTEFEUILLERESULTAAT | 1.612 | 69 |
Gedurende boekjaar 2023 ontving Intervest € 1,5 miljoen aan intresten van de Belgische fiscus aangaande een oud geschil tussen beide partijen dat in 2022 in het voordeel van Intervest werd uitgesproken door het Hof van Beroep van Gent. Zie ook Toelichting 27. Voorwaardelijke rechten en verplichtingen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Nominale interestlasten op leningen | -27.631 | -9.554 |
| Leningen bij financiële instellingen | -24.120 | -7.228 |
| Vastrentend | -1.689 | -1.386 |
| Variabel | -22.431 | -5.842 |
| USPP en Green Bond | -3.035 | -1.886 |
| Interestkosten op niet-opgenomen kredieten en back up-lijnen commercial paper | -476 | -439 |
| Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten | -7 | -1.081 |
| Toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS |
-7 | -1.081 |
| Inkomsten uit toegelaten afdekkingsinstrumenten | 7.812 | 454 |
| Toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS |
7.812 | 454 |
| Andere interestkosten | -711 | -474 |
| TOTAAL NETTO-INTERESTKOSTEN | -20.537 | -10.655 |
De netto-interestkosten bedragen in 2023 € -20,5 miljoen ten opzichte van € -10,7 miljoen in 2022. De stijging van de netto-interestkosten met € 9,9 miljoen is hoofdzakelijk het gevolg van een hogere gemiddelde opname van € 59 miljoen en een significante stijging van de Euribor-tarieven. De gemiddelde rentevoet in 2023 bedroeg 3,1% in vergelijking met 2,0% in 2022. De totale gemiddelde interestvoet vóór impact van de renteafdekkingsinstrumenten bedraagt in 2023 4,2% (1,9% in 2022).
Aangezien Intervest in boekjaar 2023 minder lopende projecten had lag de geactiveerde rente ook gevoeliger lager (€ 0,9 miljoen) dan in boekjaar 2022.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Netto-interestkosten op langlopende financiële schulden | -18.658 | -9.539 |
| Netto-interestkosten op kortlopende financiële schulden | -1.879 | -1.116 |
| TOTAAL NETTO-INTERESTKOSTEN | -20.537 | -10.655 |
De gemiddelde interestvoet van de langlopende financiële schulden is voor 2023 3,0% inclusief bankmarges (2,1% in 2022). De gemiddelde interestvoet van de kortlopende financiële schulden is voor 2023 4,1% inclusief bankmarges (1,1% in 2022). De stijging op korte termijn is voornamelijk te wijten aan de significante stijging van de Euribor, waardoor de tarieven voor de commercial paper ook gestegen zijn.
Voor het boekjaar 2023 bedraagt het effect op het EPRA resultaat en nettoresultaat van een (hypothetische) stijging van de rentetarieven met 1% ongeveer € -0,5 miljoen (€ -1,7 miljoen in 2022). Bij een (hypothetische) stijging van de rentetarieven met 0,5% nemen de interestkosten toe met € 0,2 miljoen (-€ 0,9 miljoen in 2022).
De (hypothetische) toekomstige cash-outflow voor 2024 van de interestlasten van de op 31 december 2023 opgenomen leningen bedraagt € 19,4 miljoen (€ 15,9 miljoen in 2022).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Hypothetische rente | Schulden met een resterende looptijd van |
Schulden met een resterende looptijd van |
||||||||
| > 1 jaar | Procen | > 1 jaar | Procen | |||||||
| < 1 jaar | en < 5 jaar |
> 5 jaar | TOTAAL | tueel aandeel |
< 1 jaar | en < 5 jaar |
> 5 jaar | TOTAAL | tueel aandeel |
|
| Kredietinstellingen en institutionele partijen: opgenomen kredieten |
26.441 | 49.253 | 968 | 76.661 | 128% | 16.093 | 33.717 | 610 | 50.420 | 92% |
| Green Bond en USPP | 3.035 | 9.651 | 4.654 | 17.340 | 29% | 3.035 | 11.272 | 6.069 | 20.376 | 37% |
| Commercial paper | 581 | 680 | 154 | 1.416 | 3% | 475 | 585 | 243 | 1.303 | 2% |
| Niet opgenomen kredietlijnen |
350 | 983 | 37 | 1.370 | 2% | 434 | 526 | 0 | 960 | 2% |
| IRSsen/Floors | -10.995 | -25.782 | -272 | -37.049 | -62% | -4.138 | -13.190 | -660 | -17.989 | -33% |
| TOTAAL | 19.412 | 34.785 | 5.541 | 59.739 | 100% | 15.899 | 32.910 | 6.262 | 55.070 | 100% |
| Procentueel aandeel | 33% | 58% | 9% | 100% | 29% | 60% | 11% | 100% |
Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de te betalen interesten op basis van de huidige kredietcontracten. Er wordt uitgegaan van een gelijkblijvende opname als per 31 december 2023 en een Euribor-tarief van 3,909% (3-maand Euribor per 29 december 2023).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Belasting aan het tarief van 25% (op resultaat verbonden met de verworpen uitgaven) | -128 | -100 |
| Regularisatie vorige boekjaren | -96 | -16 |
| Belasting met betrekking tot Intervest enkelvoudig (openbare GVV) | -224 | -116 |
| Perimetervennootschappen België | -165 | -106 |
| Belastingraming MRP lopend boekjaar | -26 | -24 |
| Belastingraming MBC lopend boekjaar | -34 | -34 |
| Belastingraming ILWS lopend boekjaar | -91 | 0 |
| Regularisatie vorige boekjaren | -14 | -48 |
| Perimetervennootschappen Nederland | -1.010 | -756 |
| VENNOOTSCHAPSBELASTING | -1.399 | -978 |
Met de GVV-Wet (voorheen het KB van 7 december 2010 en het KB van 10 april 1995) heeft de wetgever een transparant fiscaal statuut gegeven aan de GVV's. Indien een vennootschap overstapt naar het statuut van GVV, of indien een (gewone) vennootschap fuseert
met een GVV, moet zij een eenmalige belasting betalen (exit taks). Daarna is de GVV enkel nog onderworpen aan belastingen op heel specifieke bestanddelen, zoals op "verworpen uitgaven". Op het gros van de winst die voortkomt uit verhuringen en meerwaarden op verkopen van vastgoedbeleggingen wordt dus geen vennootschapsbelasting betaald door Intervest.
Perimetervennootschappen Genk Green Logistics (iGVV), Puurs Green Logistics (GVBF) en Zeebrugge Green Logistics (GVBF) genieten ook van een transparant fiscaal statuut. De overige Belgische perimetervennootschappen zijn onderworpen aan het gewone stelsel van de Belgische vennootschapsbelasting en ook de Nederlandse perimetervennootschappen genieten niet van dit fiscaal statuut. Voor de berekening van de belasting op de fiscale winst van het jaar worden de op de balansdatum geldende belastingtarieven gebruikt.
Op gebied van research en ontwikkeling werden door de vennootschap geen eigen activiteiten ontwikkeld.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kantoren | Logistiek vastgoed BE |
Logistiek vastgoed NL |
Totaal | Kantoren | Logistiek vastgoed BE |
Logistiek vastgoed NL |
Totaal | ||
| BALANS OP 1 JANUARI | 357.691 | 628.450 | 347.277 | 1.333.418 | 386.423 | 480.239 | 342.282 | 1.208.944 | |
| Verwerving van ■ vastgoedbeleggingen |
0 | 19.124 | 0 | 19.124 | 0 | 4.627 | 30.222 | 34.849 | |
| Verwerving van vastgoed ■ via aandelen in vastgoed vennootschappen |
0 | 29.000 | 0 | 29.000 | 0 | 60.566 | 0 | 60.566 | |
| Verwerving van grondreserve ■ |
0 | 10.376 | 0 | 10.376 | |||||
| Investeringen in ■ projectontwikkelingen |
644 | 22.027 | 4.553 | 27.225 | 6.666 | 75.426 | 5.749 | 87.841 | |
| Investeringen en ■ uitbreidingen in bestaande vastgoedbeleggingen |
1.844 | 5.412 | 3.739 | 10.995 | 935 | 1.414 | 575 | 2.924 | |
| Desinvestering van ■ vastgoedbeleggingen |
-5.360 | 0 | 0 | -5.360 | 0 | -8.095 | 0 | -8.095 | |
| Overboeking naar vastgoed ■ bestemd voor verkoop |
-4.074 | 0 | 0 | -4.074 | -27.504 | 0 | 0 | -27.504 | |
| Variaties in de reële waarde ■ van vastgoedbeleggingen |
-36.953 | 43.558 | -7.415 | -810 | -8.828 | 14.273 | -31.551 | -26.106 | |
| BALANS OP 31 DECEMBER | 313.792 | 757.947 | 348.154 | 1.419.893 | 357.691 | 628.450 | 347.277 | 1.333.418 | |
| OVERIGE INFORMATIE | |||||||||
| Investeringswaarde van het vastgoed |
321.637 | 776.259 | 387.433 | 1.485.329 | 366.633 | 643.558 | 386.496 | 1.396.687 |
Voor verdere toelichting rond de evolutie van de reële waarde van vastgoedbeleggingen wordt verwezen naar het Activiteitenverslag - Vastgoedportefeuille op 31 december 2023 en Toelichting 10 - Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Vastgoed beschikbaar voor verhuur | 1.339.223 | 1.233.799 |
| Projectontwikkelingen | 80.670 | 99.619 |
| Projectontwikkelingen in aanbouw | 29.789 | 72.209 |
| Grondreserves | 50.881 | 27.410 |
| TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN | 1.419.893 | 1.333.418 |
De projectontwikkelingen omvatten naast de ontwikkelingen in aanbouw (onder andere unit 7 in Genk Green Logistics en Woluwe Garden), ook grondreserves aangehouden voor toekomstige ontwikkelingen. Zo heeft de vennootschap meerdere grondreserves in haar bezit, waarvan de circa 120.000 resterende onbebouwde m² op de voormalige Ford-site in Genk de voornaamste is. Verder zijn er ook nog grondposities in onder andere St. George en Puurs.
| Segment | Type | GLA in m² | Oplevering | BREEAM | |
|---|---|---|---|---|---|
| Herentals Green Logistics 1B | Logistiek BE | Ontwikkeling | 10.000 | Q1 2023 | Excellent |
| 's-Hertogenbosch | Logistiek NL | Ontwikkeling | 9.700 | Q2 2023 | Excellent |
| Genk Green Logistics unit 18/19 | Logistiek BE | Ontwikkeling | 30.000 | Q2 2023 | Excellent |
Intervest heeft op 31 december 2023 geen activa voor eigen gebruik, met uitzondering van de ruimte in Greenhouse Antwerp waar de maatschappelijke zetel van Intervest gevestigd is. Conform IAS 40.10 wordt deze ruimte opgenomen als een vastgoedbelegging.
Op 31 december 2023 zijn er geen vastgoedbeleggingen die het voorwerp uitmaken van hypothecaire zekerheden die werden verstrekt in het kader van opgenomen leningen en kredietfaciliteiten bij financiële instellingen.
| 2023 | 2022 | |
|---|---|---|
| Gemiddelde contractuele huur verhoogd met de geschatte huurwaarde op leegstand per m² (EUR) | ||
| Kantoren ■ |
147 | 152 |
| Logistiek vastgoed in België ■ |
48 | 49 |
| Logistiek vastgoed in Nederland ■ |
61 | 54 |
| Gemiddeld brutorendement (%) | 6,4% | 6,0% |
| Kantoren ■ |
8,6% | 6,8% |
| Logistiek vastgoed in België ■ |
5,6% | 5,8% |
| Logistiek vastgoed in Nederland ■ |
6,1% | 5,7% |
| Gemiddeld brutorendement bij volledige verhuring (%) | 6,9% | 6,7% |
| Kantoren ■ |
10,0% | 8,9% |
| Logistiek vastgoed in België ■ |
5,9% | 6,0% |
| Logistiek vastgoed in Nederland ■ |
6,3% | 5,7% |
| Gemiddeld nettorendement bij volledige verhuring (%) | 5,9% | 5,9% |
| Kantoren ■ |
7,0% | 7,1% |
| Logistiek vastgoed in België ■ |
5,4% | 5,5% |
| Logistiek vastgoed in Nederland ■ |
5,9% | 5,3% |
| Leegstandspercentage (%) | 7% | 10% |
Voor de definities van de verschillende rendementen, de contractuele huren en de geschatte huurwaarde wordt verwezen naar de Bijlagen.
In augustus 2023 heeft Intervest de controle verworven over de vennootschap Industrial Logistic Warehousing Services SPRL (hierna 'ILWS'), eigenaar van de volledige logistieke site in Herstal. De verwerving zal gebeuren in twee fases. Per 31 december 2023 is reeds een controlepercentage van 74,35% van de vennootschap ILWS verworven. Het tweede gedeelte van de acquisitie (de overige 25,65%) zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 uitgevoerd worden.
De acquisitie van de volledige logistieke site met een globale investeringswaarde van het vastgoed van € 29 miljoen, in lijn met de waardering door de vastgoeddeskundige van de vennootschap, werd voor 54,83% gefinancierd door middel van een inbreng in natura in het kader van het toegestaan kapitaal en voor de overige 45,17% via de bestaande kredietlijnen van Intervest bij financiële instellingen en door de overname van de kredieten van de vennootschap ILWS voor circa € 3,5 miljoen.
De inbreng in natura is gerealiseerd tegen betaling van 944.649 nieuwe aandelen van Intervest. De nieuwe aandelen zijn uitgegeven ten gevolge van een kapitaalverhoging in het kader van het toegestaan kapitaal, door een beslissing, op 2 augustus 2023, van de raad van toezicht van Intervest en zullen slechts pro rata temporis deelnemen in de resultaten van Intervest over het lopende boekjaar, met name vanaf 2 augustus 2023.
| Vaste activa | € 5,9 miljoen |
|---|---|
| Vlottende activa | € 1,7 miljoen |
| Eigen vermogen | € 3,5 miljoen |
| Langlopende verplichtingen | € 3,2 miljoen |
| Kortlopende verplichtingen | € 0,9 miljoen |
Aandeel ILWS in de geconsolideerde huurinkomsten: € 0,5 miljoen (contractuele jaarhuur per 31/12/2023: € 1,3 miljoen).
De waardering van de vastgoedportefeuille gebeurt door onafhankelijke vastgoeddeskundigen. Omwille van de liquiditeit van de markt en de moeilijkheid om transactiegegevens te bekomen die op een onbetwistbare manier vergelijkbaar zijn, gebeurt de reële waardebepaling geheel of gedeeltelijk op (niet-extern) observeerbare informatie en is het evaluatieniveau van de reële waarde van de Intervest' gebouwen overeenkomstig de IFRS 13 norm, gelijk aan niveau 3 en dit voor de volledige portefeuille. Gedurende 2023 vonden er geen verschuivingen plaats in het niveau van de fair value hiërarchie.
Deze externe waardering wordt elk kwartaal geüpdatet en verwerkt in de boekhouding voor de volledige portefeuille. Met uitzondering van de grondreserve in Genk Green Logistics worden de grondreserves nog niet geherwaardeerd. Gezien voor deze grondreserves nog geen duidelijk beeld over de te maken projectkosten kan gemaakt worden, geen vergunningen bekomen werden of een substantieel deel voorverhuurd werd, is de vennootschap van mening dat de initiële aanschafwaarde nog steeds de reële waarde vertegenwoordigd.
De reële waarde gewaardeerd door de vastgoeddeskundigen is de geschatte waarde exclusief overdrachtskosten waarvoor het vastgoed kan worden verkocht op de markt op datum van de taxatie. Voor België bedraagt het door de taxateur toegepaste percentage op 31 december 2023 voor deze overdrachtskosten 2,5%. Voor Nederland bedraagt het door de taxateur toegepaste percentage op 31 december 2023 in totaliteit (inclusief overige kosten) 11,4% zoals beschreven in de "Grondslagen voor de financiële verslaggeving - Vastgoedbeleggingen" - zie supra.
Er wordt gewerkt met onafhankelijke vastgoeddeskundigen per land, om er voor te zorgen dat de specificiteiten van elke geografische regio en dus het gediversifieerde karakter van de vastgoedportefeuille correct weerspiegeld wordt. Typisch worden contracten gesloten voor een hernieuwbare termijn van 3 jaar, waarbij een dubbele rotatieverplichting geldt volgens de Wet van 12 mei 2014 in het kader van de GVV. De selectiecriteria omvatten onder andere lokale marktkennis, reputatie, onafhankelijkheid en verzekering van de hoogst professionele standaarden. De honoraria van de vastgoeddeskundigen worden vastgelegd voor de termijn van hun mandaat en zijn niet gerelateerd aan de waarde van de geschatte objecten.
De waarderingsmethode wordt bepaald door de externe vastgoeddeskundigen. De methode die door de externe vastgoeddeskundigen wordt gebruikt voor de vastgoedportefeuille van Intervest is de inkomenskapitalisatiemethode. Verdere informatie over de taxatiemethode is terug te vinden in het Activiteitverslag - 1.3 Waardering van de portefeuille door de vastgoeddeskundigen. Bovendien worden de aldus bekomen schattingen vergeleken met de initiële yield en beschikbare vergelijkingspunten via recente markttransacties voor vergelijkbare objecten.
De waarderingscyclus binnen een boekjaar bestaat uit een bezoek aan de site, waarna een gedetailleerd schattingsverslag wordt opgesteld per individueel object en tevens drie desktopreviews, waarin de gegevens aangeleverd door Intervest met betrekking tot de huursituatie worden gereflecteerd, alsook de belangrijkste assumpties omtrent de significant niet-observeerbare inputs worden gerationaliseerd.
De onafhankelijke vastgoeddeskundigen hebben volledige toegang tot alle kwantitatieve en kwalitatieve informatie met betrekking tot de vastgoedportefeuille. Per kwartaal ontvangt de externe vastgoeddeskundige een overzicht van de portefeuille met daarin onder meer de verhuurbare oppervlakte, actuele huurinkomsten, looptijd van de huurcontracten, lopende huurkortingen, alsook de service lasten, voorziene capex per site, gegevens rond eigendom, kadastrale ID en een kopie van alle nieuwe huurcontracten. Deze informatie is afkomstig van het financieel- en beheerssysteem van de vennootschap en is onderworpen aan het algemeen geldende controlesysteem van de vennootschap. Minsten tweemaal per jaar worden de waarderingen en asset managementplannen in detail besproken met de cfo of business development director en of ceo.
Het rapport van de externe vastgoeddeskundigen wordt uitgebreid gecontroleerd en beoordeeld vanuit verschillende invalshoeken, met een bijzondere aandacht voor de vastgoedontwikkelingsprojecten. De vastgoeddeskundigen stellen een onafhankelijke inschatting op van het toekomstig cashflowprofiel en reflecteren het risico via een combinatie van de cashflowprojecties (huurgroei, leegstand, incentives, investeringen, enz) en de toegepaste vereiste rendementen of verdisconteringsvoeten. Belangrijke verschillen ten opzichte van de vorige herwaardering en de herwaardering op einde vorig boekjaar worden intern geanalyseerd, verklaard en besproken op het Audit en Risicocomité.
De externe vastgoeddeskundige maakt gebruik van enkele niet-observeerbare parameters bij de bepaling van de reële waarde. De niet observeerbare inputs gebruikt door de externe vastgoeddeskundige in de bepaling van de reële waarde per 31 december 2023 zijn onder meer de geschatte huurwaarde, het vereiste rendement, de bezettingsgraad, de resterende looptijd van de huurcontacten tot eerstvolgende vervaldatum en eindvervaldatum, bouwjaar, verhuurbare oppervlakte, etc.
De door de vastgoeddeskundigen gehanteerde assumpties en waarderingsmodellen hebben voornamelijk betrekking op de marktsituatie, zoals rendementen en discontovoeten. Ze zijn gebaseerd op hun professionele beoordeling en waarneming van de markt. De vastgoeddeskundigen houden rekening met leegstandperiodes tussen zes en achttien maanden, in functie van de locatie, het type pand en de economische situatie. Voor de logistieke panden wordt er rekening gehouden met een kostenpercentage per pand dat ten laste blijft van de eigenaar. Voor de logistieke sites in België bedraagt dit gemiddelde 15%, voor Nederland ligt dit gemiddeld op 7%.
Een overzicht van de toegepaste niet-observeerbareparameters, gehanteerd door de externe vastgoeddeskundigen in de waardering van de vastgoedportefeuille (vastgoed beschikbaar voor verhuur en de projectontwikkelingen in aanbouw) op 31 december 2023:
| Niet-observeerbare parameters | Bandbreedte | Gewogen gemiddelde | ||
|---|---|---|---|---|
| (op 31 december) | 2023 | 2022 | 2023 | 2022 |
| Geschatte huurwaarde (in EUR/m²)* | ||||
| Kantorenportefeuille ■ |
52 - 203 EUR/m² | 52 - 203 EUR/m² | 134 EUR/m² | 133 EUR/m² |
| Logistiek vastgoed in België ■ |
25 - 94 EUR/m² | 37 - 79 EUR/m² | 48 EUR/m² | 46 EUR/m² |
| Logistiek vastgoed in Nederland ■ |
41 - 90 EUR/m² | 36 - 95 EUR/m² | 69 EUR/m² | 58 EUR/m² |
| Kapitalisatiefactor of vereist rendement (in %) | ||||
| Kantorenportefeuille ■ |
6,0% - 11,8% | 5,8% - 10,0% | 9,1% | 7,8% |
| Logistiek vastgoed België ■ |
5,1% - 7,8% | 4,4% - 6,9% | 5,8% | 5,3% |
| Logistiek vastgoed Nederland ■ |
4,6% - 13,0% | 4,6% - 9,6% | 6,5% | 5,7% |
* Voor de geschatte huurwaarde toont de tabel enkel de gegevens met betrekking tot de portefeuille beschikbaar voor verhuur. De bandbreedte voor de geschatte huurwaarde in de kantorenportefeuille is ruim als gevolg van het atypisch gebruikskarakter van sommige kantoorgebouwen (Inrichting labo en logistieke ruimte).
Voor de herwaardering van projectontwikkelingen houdt de taxateur bovendien ook rekening met bijkomende parameters als de toekomstige capex en, wanneer nodig, een hogere leegstandsverwachting die marktconform is en rekening houdt met de resterende constructieperiode. Meer toelichting over de projecten in aanbouw is terug te vinden in het Activiteitenverslag - 1.1.3 Projecten en ontwikkelingspotentieel.
Het verschil tussen de geschatte huurwaarde in bovenstaande tabel en de gemiddelde contractuele huur verhoogd met de geschatte huurwaarde op leegstand opgenomen in de tabel met betrekking tot de performance van het vastgoed beschikbaar voor verhuur betreft de meer- of minderprijs uit de afgesloten huurcontracten. De geschatte huurwaarde is enkel de waarde die de externe vastgoeddeskundige bepaald heeft in zijn taxatieverslagen. De contractuele huur verhoogd met de geschatte huurwaarde houdt voor de verhuurde oppervlakte rekening met de werkelijke huurinkomsten afgesproken in het huurcontract.
De kapitalisatiefactor is het vereist rendement door de vastgoedkundige bepaald in zijn taxatieverslag. Het verschil met het gemiddeld bruto- en nettohuurrendement bij volledige verhuring, opgenomen in de tabel met betrekking tot de performance van het vastgoed beschikbaar voor verhuur is dat bij het gemiddeld bruto- en nettorendement bij volledige verhuring wordt rekening gehouden met de contractuele afspraken voor de verhuurde ruimtes.
Een overzicht van de andere niet-observeerbare inputs zoals het bouwjaar, de bezettingsgraad, de verhuurbare oppervlakte en de resterende looptijd van de huurcontracten is terug te vinden in het Activiteitenverslag 1.2.1 Vastgoedportefeuille op 31 december 2023 en 1.2.6 Verhuuractiviteiten en bezettingsgraad naar 1.9 Looptijd huurcontracten in portefeuille.
| Daling | Stijging | |
|---|---|---|
| Geschatte huurwaarde (in EUR / m²) | negatief | positief |
| Kapitalisatiefactor of vereist rendement | positief | negatief |
| Resterende looptijd huurcontract tot eerstvolgende breakdatum | negatief | positief |
| Resterende looptijd huurcontract tot eindvervaldag | negatief | positief |
| Bezettingsgraad (EPRA) | negatief | positief |
| Inflatie of verwachte huurgroei | negatief | positief |
In geval van een hypothetische negatieve aanpassing van het rendement dat gebruikt wordt door de vastgoeddeskundigen bij de bepaling van de reële waarde van de vastgoedportefeuille van de vennootschap (yield of kapitalisatievoet) met 1%-punt (van 6,4% naar 7,4% gemiddeld), zou de reële waarde van het vastgoed verminderen met € 181 miljoen of 14%. Hierdoor zou de schuldgraad van de vennootschap stijgen met 7%-punten tot circa 57%.
In het omgekeerde geval van een hypothetische positieve aanpassing van dit gebruikte rendement met 1%-punt (van 6,4% naar 5,4% gemiddeld), zou de reële waarde van het vastgoed toenemen met € 248 miljoen of 19%. Hierdoor zou de schuldgraad van de vennootschap dalen met 7%-punten tot circa 42%.
In geval van een hypothetische daling van de contractuele huren van de vennootschap (bij gelijkblijvend rendement) met € 1 miljoen (van € 85,6 miljoen naar € 84,6 miljoen), zou de reële waarde van het vastgoed verminderen met € 15,6 miljoen of 1%. Hierdoor zou de schuldgraad van de vennootschap stijgen met 0,5%-punt tot circa 50,2%. In het omgekeerde geval van een hypothetische stijging van de lopende huren van de vennootschap (bij gelijkblijvend rendement) met € 1 miljoen (van € 85,6 miljoen naar € 86,6 miljoen), zou de reële waarde van het vastgoed toenemen met € 15,6 miljoen of 1%. Hierdoor zou de schuldgraad van de vennootschap dalen met 0,5%-punt tot circa 49%.
Er bestaat een correlatie tussen de evoluties van de contractuele huren en de in de vastgoedschatting gehanteerde rendementen. Deze is echter buiten beschouwing gelaten in bovenstaande sensitiviteitsanalyse.
ESG (Environmental, Social, Governance) criteria worden internationaal in toenemende mate gebruikt om de impact van de ecologische, sociale en ethische prestaties te beoordelen van bedrijven, organisaties en investeringen. België heeft zich ertoe verbonden om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn en er bestaat al wetgeving om de CO2 uitstoot van gebouwen te verminderen. Het is hoogstwaarschijnlijk dat de komende jaren nog meer wet- en regelgeving zal worden ingevoerd. Kapitaalstromen zullen in de toekomst in toenemende mate worden gekanaliseerd naar duurzame economische activiteiten, wat betekent dat ESG criteria een belangrijke rol zullen spelen bij investeringsbeslissingen. Huurders en investeerders hechten in bepaalde sectoren steeds meer belang aan de duurzaamheidsaspecten van de gebouwen die ze willen kopen of betrekken.
De focus op klimaatverandering en doelstellingen richting netto-nul zal zich voortzetten en daarmee zal de veroudering van niet duurzaam vastgoed versnellen. Het RICS Sustainability Report (Q2 2021) toonde dat bijna de helft van de respondenten meent dat de huur en de prijspremie voor duurzaam vastgoed tot 10% kunnen oplopen in vergelijking met niet duurzaam vastgoed, vanwege een hoge vraag en een laag aanbod. Naarmate de impact van ESG-factoren steeds duidelijker wordt, komt de vraag naar voren hoe de ESG-impact op vastgoedwaarderingen gemeten kan worden.
Waardering houdt immers noodzakelijkerwijs een vergelijking in. Aangezien de impact van ESG in een vroeg stadium is, zijn er nog niet veel marktgegevens beschikbaar. Er moet echter worden opgemerkt dat de markt aan het evolueren is als gevolg van de aandacht van zowel gebruikers als investeerders voor de duurzaamheidskenmerken van een onroerend goed. De vastgoeddeskundigen verwachten dan ook dat het bewustzijn inzake duurzaamheidskwesties in alle sectoren van de vastgoedmarkt zal toenemen.
Het beheer van deze klimaatgerelateerde risico's maakt integraal deel uit van het risicobeheer van Intervest. Meer informatie is terug te vinden in het hoofdstuk over de Risicofactoren.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Zonnepanelen | ||
| België | 10.131 | 11.194 |
| Nederland | 661 | 1.521 |
| TOTAAL ZONNEPANELEN | 10.792 | 12.715 |
| Laadpalen | 1.924 | 1.877 |
| Materiële vaste activa voor eigen gebruik | 606 | 532 |
| TOTAAL ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA | 13.322 | 15.124 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| BALANS OP 1 JANUARI | 12.715 | 5.294 |
| Investeringen in nieuwe installaties ■ |
2.715 | 2.385 |
| Afschrijvingen ■ |
-572 | -358 |
| Variatie in de herwaardering naar reële waarde van installaties ■ |
-3.828 | 5.394 |
| Installaties verbonden met desinvestering/bestemd voor verkoop ■ |
-238 | 0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER | 10.792 | 12.715 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| BALANS OP 1 JANUARI | 1.877 | 60 |
| Investeringen in nieuwe installaties ■ |
379 | 1.725 |
| Afschrijvingen (van operationele installaties) ■ |
-191 | 0 |
| Herwaardering naar reële waarde (van operationele installaties) ■ |
-92 | 92 |
| Installaties verbonden met desinvestering/bestemd voor verkoop ■ |
-49 | 0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER | 1.924 | 1.877 |
Wat betreft de laadpalen wordt de gebruiksduur geschat op 10 jaar. Per 31 december 2022 hadden we een kleine herwaardering van de laadpalen in Genk Green Logistics, deze werd tegengeboekt in 2023. De vennootschap heeft beslist de EV-installaties niet te herwaarderen maar enkel af te schrijven over een periode van 10 jaar.
| Impact op de reële waarde bij | ||
|---|---|---|
| Daling | Stijging | |
| Impliciete zonneschijnduur | negatief | positief |
| Groenestroomcertificaten en subsidies | negatief | positief |
| Bandingsfactor | negatief | positief |
| Energieprijs | negatief | positief |
| Verdisconteringsvoet | positief | negatief |
| Rendementsdaling | negatief | positief |
| Onderhoud en capex | positief | negatief |
| België | Nederland | |
|---|---|---|
| Discounted cash flow | Discounted cash flow | |
| Niveau (IFRS) | 3 | 3 |
| Impliciete zonne schijnduur / opgewekt vermogen |
In het model wordt uitgegaan van een impliciete zonneschijnduur bepaald op basis van de gegevens voor handen uit het verleden voor de verschillende installaties. |
In het model wordt geen rekening gehouden met een impliciete zonneschijnduur maar wordt het maximale vermogen genomen dat de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) neemt in de bepaling van de subsidie. |
| Groenestroom certificaten en subsidies |
De groenestroomcertificaten (GSC) in Vlaanderen worden door de VREG (Vlaamse Regulator van de elektriciteits- en gasmarkt) toegekend voor elk project met een vaste prijs per certificaat voor een periode van minimum 10 en maximum 20 jaar vast. Het niveau en de prijs van de GSC varieert tussen € 93 - € 450 per MWh. De GSC in Wallonië worden door de CWaPE (Commission walonne pour l'Energie) toegekend voor elk project met een gegarandeerde prijs per certificaat voor een periode van 20 jaar vast. Het niveau van de prijs van de certificaten bedraagt € 68,5 per certifi caat. |
De subsidie wordt door de RVO toegekend voor ieder project voor een periode van vijftien jaar. De bijdrage wordt jaarlijks herbekeken op basis van de dan geldende energieprijzen. De subsidie wordt in die mate meegenomen in de berekening. |
| Bandingsfactor | Voor de installaties waarbij een bandingsfactor wordt toegepast, wordt met de meest recente gegevens gewerkt en wordt de bandingsfactor gelijk gehouden in de toekomst. |
Niet van toepassing voor de zonnepanelen in Nederland. |
| België Discounted cash flow |
Nederland Discounted cash flow |
|
|---|---|---|
| Energieprijs | De energieprijs wordt bepaald als de gemiddelde prijs geselecteerd van de Belgische forewardmarkt voor elektriciteit (ICE Endex Power BE - zie www.theice.com/marketdata/reports) voor de toekomstige drie jaar en de historische energierijs van de voorbije twee jaar, tenzij in het injectiecontract anders bepaald. De energieprijs voor lokale afname wordt steeds contractueel vastgelegd met de huurder. Voor de waardering wordt gebruik gemaakt van deze contractuele afspraken. |
De energieprijs wordt bepaald als de gemid delde prijs geselecteerd van de Belgische forewardmarkt voor elektriciteit (ICE Endex Power BE - zie www.theice.com/marketdata/reports) voor de toekomstige drie jaar en de historische energierijs van de voorbije twee jaar, tenzij in het injectiecontract anders bepaald. |
| Verdisconteringsvoet | De rendementsvereiste wordt berekend als een gewogen gemiddelde kost van het kapitaal in functie van de langetermijnrente, de marktrisicopremie en het landspecifieke risico. |
De rendementsvereiste wordt berekend als een gewogen gemiddelde kost van het kapitaal in functie van de langetermijnrente, de marktrisi copremie en het landspecifieke risico. |
| Rendementsdaling | De zonnepanelen kennen een rendementsdaling van 0,5% per jaar en worden na 25 jaar buiten dienst gesteld. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde van de installatie, noch met de kost om deze te ontmantelen. |
De zonnepanelen kennen een rendements daling van 0,5% per jaar en worden na 25 jaar buiten dienst gesteld. Hierbij wordt geen reke ning gehouden met een eventuele restwaarde van de installatie, noch met de kost om deze te ontmantelen. |
| Onderhoud en capex | Er wordt rekening gehouden met de verschillende operationele kosten gerelateerd aan de uitbating en de onderhoudskosten gedurende de gehele levens duur van de installaties. Er wordt een index van 2,25% toegepast. |
Er wordt rekening gehouden met de verschil lende operationele kosten gerelateerd aan de uitbating en de onderhoudskosten gedurende de gehele levensduur van de installaties. Er wordt een index van 2,25% toegepast. |
De zonnepanelen en laadpalen worden gewaardeerd op basis van het herwaarderingsmodel in overeenstemming met IAS 16 Materiële vaste activa. Na initiële opname dient het actief waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, te worden geboekt tegen de geherwaardeerde waarde, zijnde de reële waarde op het moment van de herwaardering, verminderd met eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen en latere geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De reële waarde wordt bepaald op basis van de verdisconteringsmethode van toekomstige opbrengsten en kosten. Het model wordt jaarlijks geüpdatet waarbij ook de belangrijkste assumpties met betrekking tot de significant niet-observeerbare parameters worden gerationaliseerd. De data met betrekking tot de verwachte toekomstige kasstromen worden op regelmatige basis geverifieerd met de beschikbare statistieken over de zonnepanelen, terwijl er een consistente, vergelijkbare analyse wordt gemaakt van de financiële rendementsvereisten van investeerders.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| BALANS OP 1 JANUARI | 27.277 | 0 |
| Overboeking van vastgoedbeleggingen naar vastgoed beschikbaar voor verkoop | 4.184 | 35.599 |
| Variaties in de reële waarde op vastgoed bestemd voor verkoop | -984 | -239 |
| Desinvesteringen | -27.277 | -8.083 |
| TOTAAL ACTIVA BESTEMD VOOR VERKOOP | 3.200 | 27.277 |
Tijdens boekjaar 2022 werd het verkooptraject van drie kantoorgebouwen opgestart, bijgevolg werd het vastgoed overgeboekt naar de activa bestemd voor verkoop. Deze panden werden in de loop van 2023 ook daadwerkelijk verkocht en staan dus niet langer op 'bestemd voor verkoop'. Voor de site in Aartselaar is in 2023 het verkooptraject in een vergevorderd stadium gekomen, dit pand staat op jaareinde geboekt als 'bestemd voor verkoop'.
De Variaties in de reële waarde op vastgoed bestemd voor verkoop worden in de resultatenrekening opgenomen onder het Ander Portefeuilleresultaat.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 5.672 | 1.292 |
| Op te stellen facturen | 1.054 | 527 |
| Dubieuze debiteuren | 615 | 549 |
| Voorziening dubieuze debiteuren | -615 | -549 |
| Andere handelsvorderingen | 432 | 307 |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | 7.158 | 2.126 |
Voor het bepalen van de aan te leggen voorziening voor dubieuze debiteuren wordt op kwartaalbasis een inschatting gemaakt van de verwachte verliezen op de openstaande handelsvorderingen en worden overeenkomstig waardeverminderingen aangelegd. Op deze manier benadert de boekwaarde van de handelsvorderingen de reële waarde ervan.
Intervest hanteert duidelijke procedures voor het screenen van huurders bij het sluiten van nieuwe huurcontracten. Ook worden bij het afsluiten van huurcontracten steeds waarborgsommen of bankgaranties bedongen. Op 31 december 2023 bedraagt de effectieve gewogen gemiddelde looptijd van de huurwaarborgen en bankgaranties voor kantoren ongeveer 5 maanden (of circa € 10,5 miljoen). Voor de logistieke portefeuille op 31 december 2023 bedraagt de effectieve gewogen gemiddelde looptijd van de huurwaarborgen en bankgaranties eveneens ongeveer 5 maanden (of circa € 27,8 miljoen). De verliezen op huurvorderingen (met recuperatie) vertegenwoordigen voor de periode 2014-2023 slechts 0,1% van de totale omzet. Ondanks de huidige macro-economische situatie loopt de inning van huurvorderingen in lijn met het normaal betalingspatroon, wat de kwaliteit van het huurdersbestand aantoont. 99% van de huurgelden van 2023 werden ontvangen. Intervest verwacht op 31 december 2023 dan ook geen toekomstige materiële kredietverliezen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Nog niet vervallen vorderingen | 3.145 | 0 |
| Vorderingen < 30 dagen | 1.308 | 832 |
| Vorderingen 30-90 dagen | 533 | 402 |
| Vorderingen > 90 dagen | 686 | 58 |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | 5.672 | 1.292 |
Intervest hanteert voor haar uitgaande facturatie een standaard betaaltermijn van 30 kalenderdagen. Het merendeel van de openstaande handelsvorderingen (55%) is dus niet vervallen op jaareinde 2023.
Voor de opvolging van het debiteurenrisico dat Intervest hanteert, wordt verwezen naar de beschrijving van het hoofdstuk "Risicofactoren" (Operationele risico's - risico's verbonden aan wanbetaling door huurders).
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Belastingen terug te vorderen | 267 | 121 |
| Terug te vorderen BTW | 90 | 69 |
| Terug te vorderen vennootschapsbelasting - perimetervennootschappen | 177 | 52 |
| Belastingen (ingehouden ten gevolge van de fiscale situatie van de Groep) | 0 | 3.469 |
| Terug te vorderen vennootschapsbelasting | 0 | 185 |
| Terug te vorderen exit taks | 0 | 459 |
| Terug te vorderen roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden en op liquidatieboni | 0 | 2.825 |
| Andere | 1.738 | 1.347 |
| TOTAAL BELASTINGSVORDERINGEN EN ANDERE VLOTTENDE ACTIVA | 2.005 | 4.937 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Gelopen, niet-vervallen vastgoedopbrengsten | 3.819 | 7.027 |
| Te recupereren onroerende voorheffing | 3.779 | 6.930 |
| Te recupereren "andere" | 40 | 97 |
| Voorafbetaalde vastgoedkosten | 611 | 2.291 |
| Over te dragen kosten lopende investeringsdossiers | 270 | 1.121 |
| Voorafbetalingen en aankoopbeloften in investeringsdossiers | 0 | 896 |
| Andere over te dragen vastgoedkosten | 341 | 274 |
| Andere | 593 | |
| Verkregen opbrengsten m.b.t. IRSsen | 957 | 277 |
| Andere over te dragen kosten | 457 | 316 |
| TOTAAL OVERLOPENDE REKENINGEN | 9.911 |
Intervest recupereert grotendeels de onroerende voorheffing die aangerekend wordt op leegstaande delen van gebouwen via bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst.
De voorafbetaalde vastgoedkosten zijn voornamelijk studiekosten en voorbereidingen omtrent mogelijke acquisities of desinvesteringen.
Het gestort kapitaal bedraagt op 31 december 2023 € 280.891.486,69 en is verdeeld in 30.825.122 volgestorte aandelen zonder vermelding van nominale waarde.
De rubriek kapitaal op de balans bevat eveneens € 2.516.347 kosten voor de kapitaalverhoging van november 2018, december 2022, augustus 2023 en de kapitaalverhoging van perimetervennootschap Genk Green Logistics in december 2020 en december 2022.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Gestort kapitaal | 280.891 | 266.402 |
| Kosten kapitaalverhoging | -2.516 | -2.376 |
| TOTAAL KAPITAAL | 278.375 | 264.026 |
In boekjaar 2023 heeft een kapitaalverhoging plaatsgevonden op 24 mei 2023 onder de vorm van een keuzedividend over boekjaar 2022 met de uitgifte van 645.406 nieuwe aandelen voor een bedrag van € 10,4 miljoen, meer bepaald € 5,9 miljoen in kapitaal en € 4,5 miljoen in uitgiftepremie. De gecreëerde aandelen zijn dividendgerechtigd met ingang van 1 januari 2023.
Op 02 augustus 2023 werd een inbreng in natura gerealiseerd tegen betaling van 944.649 nieuwe aandelen, in het kader van de (gedeeltelijke) verwerving van de aandelen van de vennootschap Industrial Logistic Warehousing Services SPRL.
De nieuwe aandelen zijn uitgegeven ten gevolge van een kapitaalverhoging in het kader van het toegestaan kapitaal, door een beslissing, van de raad van toezicht van Intervest en zullen slechts pro rata temporis deelnemen in de resultaten van Intervest over boekjaar 2023, met name vanaf 2 augustus 2023. De transactie leidt tot een versterking van het eigen vermogen met € 13 miljoen, waarvan € 8,6 miljoen kapitaal en € 4,4 miljoen uitgiftepremie.
Het kapitaal op de balans per 31 december 2023 bedraagt € 278 miljoen.
| EVOLUTIE VAN HET GESTORT KAPITAAL | Totaal uitstaand |
Aantal | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Kapitaal beweging |
kapitaal na de verrichting |
gecreëerde aandelen |
aantal aandelen |
||
| Datum | Verrichting | in EUR x 1.000 | in eenheden | ||
| 08.08.1996 | Oprichting | 62 | 62 | 1.000 | 1.000 |
| 05.02.1999 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura (Atlas Park) | 4.408 | 4.470 | 1.575 | 2.575 |
| 05.02.1999 | Kapitaalverhoging door incorporatie van uitgiftepremies en reserves en kapitaalvermindering door incorporatie van overgedragen verliezen |
-3.106 | 1.364 | 0 | 2.575 |
| 05.02.1999 | Splitsing van het aandeel | 0 | 1.364 | 1.073.852 | 1.076.427 |
| 05.02.1999 | Kapitaalverhoging door inbreng in speciën | 1.039 | 2.403 | 820.032 | 1.896.459 |
| 29.06.2001 | Fusie door opslorping van de naamloze vennootschappen Catian, Innotech, Greenhill Campus en Mechelen Pand |
16.249 | 18.653 | 2.479.704 | 4.376.163 |
| 21.12.2001 | Fusie door opslorping van vennootschappen die behoorden tot VastNed Groep |
23.088 | 41.741 | 2.262.379 | 6.638.542 |
| 21.12.2001 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura (De Arend, Sky Building en Gateway House) |
37.209 | 78.950 | 1.353.710 | 7.992.252 |
| 31.01.2002 | Inbreng van 575.395 aandelen Siref | 10.231 | 89.181 | 1.035.711 | 9.027.963 |
| 08.05.2002 | Inbreng van max 1.396.110 aandelen Siref in het kader van het bod |
24.824 | 114.005 | 2.512.998 | 11.540.961 |
| 28.06.2002 | Fusie met Siref NV; ruil van 111.384 aandelen Siref | 4.107 | 118.111 | 167.076 | 11.708.037 |
| 23.12.2002 | Fusie door opslorping van de naamloze vennootschappen Apibi, Pakobi, PLC, MCC en Mechelen Campus |
5.016 | 123.127 | 1.516.024 | 13.224.061 |
| 17.01.2005 | Fusie door opslorping van de naamloze vennootschappen Mechelen Campus 2, Mechelen Campus 4, Mechelen Campus 5 en Perion 2 |
3.592 | 126.719 | 658.601 | 13.882.662 |
| 18.10.2007 | Fusie door opslorping van de naamloze vennootschappen Mechelen Campus 3 en Zuidinvest |
6 | 126.725 | 18.240 | 13.900.902 |
| 01.04.2009 | Fusie door overneming van de naamloze vennootschap Edicorp |
4 | 126.729 | 6.365 | 13.907.267 |
| 25.05.2012 | Kapitaalverhoging door keuzedividend boekjaar 2011 | 2.666 | 129.395 | 292.591 | 14.199.858 |
| 23.05.2013 | Kapitaalverhoging door keuzedividend boekjaar 2012 | 2.051 | 131.447 | 225.124 | 14.424.982 |
| 28.05.2014 | Kapitaalverhoging door keuzedividend boekjaar 2013 | 3.211 | 134.657 | 352.360 | 14.777.342 |
| 22.12.2014 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura in het kader van een met splitsing gelijkgestelde verrichting of partiële splitsing (artikel 677 Wetboek van Vennootschappen) |
12.453 | 147.110 | 1.366.564 | 16.143.906 |
| 28.05.2015 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 870 | 147.980 | 95.444 | 16.239.350 |
| 25.05.2016 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 4.968 | 152.948 | 545.171 | 16.784.521 |
| 05.05.2017 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van vastgoed gelegen in Aarschot |
1.969 | 154.917 | 216.114 | 17.000.635 |
| 05.05.2017 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van vastgoed gelegen in Oevel |
2.906 | 157.823 | 318.925 | 17.319.560 |
| 22.05.2017 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 3.835 | 161.658 | 420.847 | 17.740.407 |
| 22.12.2017 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van vastgoed gelegen in Zellik |
6.062 | 167.720 | 665.217 | 18.405.624 |
| 22.05.2018 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 4.427 | 172.147 | 485.819 | 18.891.443 |
| 30.11.2018 | Kapitaalverhoging met onherleidbare toewijzingsrechten | 49.185 | 221.332 | 5.397.554 | 24.288.997 |
| 20.05.2019 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 3.353 | 224.685 | 368.006 | 24.657.003 |
| 26.05.2020 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 7.688 | 232.373 | 843.669 | 25.500.672 |
| 26.05.2021 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 7.292 | 239.665 | 800.236 | 26.300.908 |
| 25.05.2022 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 2.519 | 242.184 | 276.426 | 26.577.344 |
| 05.12.2022 | Kapitaalverhoging door privatieve plaatsing | 24.218 | 266.402 | 2.657.733 | 29.235.067 |
| 24.05.2023 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 5.881 | 272.283 | 645.406 | 29.880.473 |
| 02.08.2023 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van een gedeelte van de aandelen van de vennootschap ILWS SPRL. |
8.608 | 280.891 | 944.649 | 30.825.122 |
| EVOLUTIE UITGIFTEPREMIES in EUR x 1.000 |
Kapitaal verhoging |
Opleg in geld |
Waarde inbreng |
Uitgifte premies |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Datum | Verrichting | ||||
| 05.02.1999 | Kapitaalverhoging door inbreng in speciën | 1.039 | 0 | 20.501 | 19.462 |
| 21.12.2001 | Aanzuivering van boekhoudkundige verliezen naar aanlei ding van de fusie door opslorping van vennootschappen die behoorden tot VastNed Groep |
0 | 0 | 0 | -13.747 |
| 31.01.2002 | Inbreng van 575.395 aandelen Siref | 10.231 | 1.10 4 | 27.422 | 16.087 |
| 08.05.2002 | Inbreng van max 1.396.110 aandelen Siref in het kader van het bod |
24.824 | 2.678 | 66.533 | 39.031 |
| 25.05.2012 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 2.666 | 0 | 5.211 | 2.545 |
| 23.05.2013 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 2.051 | 0 | 3.863 | 1.812 |
| 28.05.2014 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 3.211 | 0 | 7.075 | 3.864 |
| 22.12.2014 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura in het kader van een met splitsing gelijkgestelde verrichting of partiële splitsing (artikel 677 Wetboek van Vennootschappen) |
12.453 | 0 | 26.183 | 13.730 |
| 28.05.2015 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 870 | 0 | 2.305 | 1.436 |
| 25.05.2016 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 4.968 | 0 | 11.569 | 6.601 |
| 05.05.2017 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van vastgoed gelegen in Aarschot |
1.969 | 0 | 5.150 | 3.181 |
| 05.05.2017 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van vastgoed gelegen in Oevel |
2.906 | 0 | 7.600 | 4.694 |
| 22.05.2017 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 3.835 | 0 | 9.074 | 5.238 |
| 22.12.2017 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van vastgoed gelegen in Zellik |
6.062 | 0 | 13.770 | 7.708 |
| 22.05.2018 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 4.427 | 0 | 9.998 | 5.571 |
| 30.11.2018 | Kapitaalverhoging met onherleidbare toewijzingsrechten | 49.185 | 0 | 99.855 | 50.670 |
| 20.05.2019 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 3.353 | 0 | 8.575 | 5.221 |
| 26.05.2020 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 7.688 | 0 | 16.266 | 8.578 |
| 26.05.2021 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 7.292 | 0 | 15.429 | 8.136 |
| 25.05.2022 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 2.519 | 0 | 7.104 | 4.585 |
| 05.12.2022 | Kapitaalverhoging door privatieve plaatsing | 24.218 | 0 | 49.168 | 24.950 |
| 24.05.2023 | Kapitaalverhoging door keuzedividend | 5.881 | 0 | 10.365 | 4.484 |
| 02.08.2023 | Kapitaalverhoging door inbreng in natura van een gedeelte van de aandelen van de vennootschap ILWS SPRL. |
8.608 | 0 | 13.017 | 4.409 |
| TOTAAL UITGIFTEPREMIES 228.247 |
De uitgiftepremies bedragen op 31 december 2023 € 228 miljoen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Wettelijke reserves | 90 | 90 |
| Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van het vastgoed | 80.739 | 99.176 |
| Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS |
27.641 | -4.616 |
| Andere reserves | 13.316 | 24.250 |
| Overgedragen resultaten van vorige boekjaren | 40.380 | 39.357 |
| TOTAAL RESERVES | 162.166 | 158.257 |
Op het moment dat een gebouw verkocht wordt, worden de eerder opgebouwde gecumuleerde onbeschikbare reserves toewijsbaar aan dit gebouw gerealiseerd en dus beschikbaar voor uitkering. Deze gecumuleerde onbeschikbare reserves kunnen in sommige gevallen echter ook negatief zijn en dus het saldo van de beschikbare reserves negatief beïnvloeden.
Het huidige verkoopproces van de kantorenportefeuille en de timing van de individuele desinvesteringen zou het toekomstig beschikbaar bedrag voor dividenduitkering dus in sterke mate kunnen beïnvloeden, en desgevallend tenietdoen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Exit taks | 3.314 | 14 |
| Andere | 9.662 | 25.666 |
| Leveranciers | 6.020 | 22.922 |
| Huurders | 483 | 682 |
| Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | 3.159 | 2.062 |
| TOTAAL HANDELSSCHULDEN EN ANDERE KORTLOPENDE SCHULDEN | 12.976 | 25.680 |
De hoge leveranciersschulden zijn te wijten aan de vele lopende projectontwikkelingen. De werken uitgevoerd in december 2023 werden veelal pas gefactureerd in januari 2024, anderzijds worden sommige kosten ook pas gefactureerd aan het einde van het project.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Te betalen dividenden over vorige boekjaren | 175 | 177 |
| Kortlopende verplichtingen aan verbonden partijen | 4.053 | 0 |
| Overige schulden | 6.997 | 3.634 |
| TOTAAL ANDERE KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 11.225 | 3.811 |
De in 2023 kortlopende verplichtingen aan verbonden partijen bevatten de rekening-courant met JM Construct NV en Hino Invest NV, minderheidsaandeelhouders in perimetervennootschap Genk Green Logistics NV. De schulden zijn ontstaan als financiering van de verdere constructie van de units in aanbouw in Genk Green Logistics vanuit beide aandeelhouders A (Intervest) en B (JM Construct en Hino Invest).
De overige schulden ten bedrage van € 7,0 miljoen betreft voornamelijk een voorziening voor de eindafrekening met betrekking tot de overdracht van de aandelen van de vennootschap Industrial Logistic Warehousing Services SPRL.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Vooraf ontvangen vastgoedopbrengsten | 5.151 | 3.771 |
| Vooruitgefactureerde huurinkomsten | 2.952 | 1.730 |
| Vooruitgefactureerde provisies | 1.029 | 1.116 |
| Vooruitgefactureerd - andere | 623 | 276 |
| Overige over te dragen opbrengsten | 548 | 649 |
| Gelopen, niet vervallen interesten en andere kosten | 5.541 | |
| Interesten USPP en Green Bond | 1.179 | 1.179 |
| Andere interesten en financiële kosten | 2.264 | 1.700 |
| Toe te rekenen kosten m.b.t. vastgoed | 2.662 | |
| Andere | 1.037 | |
| Overige toe te rekenen kosten | 1.037 | |
| TOTAAL OVERLOPENDE REKENINGEN | 13.137 | 10.349 |
Voor de beschrijving van de Financiële structuur van de vennootschap wordt verwezen naar het Verslag van de directieraad.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Schulden met een resterende looptijd van |
Schulden met een resterende looptijd van |
|||||||||
| < 1 jaar | > 1 jaar en < 5 jaar |
> 5 jaar | Totaal | Procen tueel aandeel |
< 1 jaar | > 1 jaar en < 5 jaar |
> 5 jaar | Totaal | Procen tueel aandeel |
|
| Kredietinstellingen en institutionele partijen: opgenomen kredieten |
49.688 | 473.254 | 17.649 | 540.591 | 80% | 64.646 | 357.787 | 64.947 | 487.380 | 78% |
| USPP en Green Bond | 0 | 44.713 | 49.778 | 94.491 | 14% | 0 | 44.630 | 49.752 | 94.382 | 15% |
| Commercial paper | 32.000 | 5.000 | 3.000 | 40.000 | 6% | 38.000 | 0 | 8.000 | 46.000 | 7% |
| TOTAAL | 81.688 | 522.967 | 70.427 | 675.082 | 100% | 102.646 | 402.417 | 122.698 | 627.762 | 100% |
| Procentueel aandeel | 12% | 78% | 10% | 100% | 16% | 64% | 20% | 100% |
Op 31 december 2023 is er € 47 miljoen meer opgenomen dan op 31 december 2022, dit omvat voor € 3 miljoen overname/terugbetaling van financiële schulden met betrekking tot de acquisitie van ILWS nv.
Om een globaal beeld te krijgen van het liquidititeisrisico verwijzen wij ook naar Toelichting 13 waar een overzicht is opgenomen omtrent de toekomstig te betalen intrestlasten.
De kredietovereenkomsten van Intervest zijn, naast de vereiste tot het behoud van het GVV-statuut en het voldoen aan de financiële ratio's zoals opgelegd door de GVV-Wet, onderworpen aan de naleving van financiële ratio's, die vooral verband houden met het geconsolideerde financiële schuldenniveau van de vennootschap of haar financiële interestlast, het verbod tot hypothekeren of verpanden van vastgoedbeleggingen en de pari passu behandeling van de schuldeisers. De financiële ratio's beperken het bedrag dat Intervest nog zou kunnen lenen.
Ten behoeve van de financiering van de vennootschap zijn er op 31 december 2023 geen hypothecaire inschrijvingen genomen, noch hypothecaire volmachten toegestaan.
Voor de meeste financieringen wordt door de kredietinstellingen veelal een rentedekkingsverhouding van meer dan 2 vereist (zie beschrijving van de Financiële structuur in het Verslag van de directieraad).
Deze ratio's zijn gerespecteerd op 31 december 2023. Indien Intervest deze ratio's niet meer zou respecteren, zou door de financiële instellingen kunnen worden geëist dat de financieringsovereenkomsten van de vennootschap worden geannuleerd, heronderhandeld, opgezegd of vervroegd terugbetaald.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Schulden met een resterende looptijd van |
Schulden met een resterende looptijd van |
|||||||||
| < 1 jaar | > 1 jaar en < 5 jaar |
> 5 jaar | Totaal | Procen tueel aandeel |
< 1 jaar | > 1 jaar en < 5 jaar |
> 5 jaar | Totaal | Procen tueel aandeel |
|
| Kredietinstellingen en institutionele partijen: opgenomen kredieten |
49.688 | 473.254 | 17.649 | 540.591 | 66% | 64.646 | 357.787 | 64.947 | 487.380 | 59% |
| USPP en Green Bond | 0 | 44.713 | 49.778 | 94.491 | 11% | 0 | 44.630 | 49.752 | 94.382 | 11% |
| Commercial paper: opgenomen |
32.000 | 5.000 | 3.000 | 40.000 | 5% | 38.000 | 0 | 8.000 | 46.000 | 6% |
| Niet opgenomen kredietlijnen |
25.479 | 114.300 | 7.300 | 147.079 | 18% | 50.979 | 134.218 | 15.000 | 200.197 | 24% |
| TOTAAL | 107.166 | 637.267 | 77.727 | 822.161 | 100% | 153.625 | 536.635 | 137.698 | 827.958 | 100% |
| Procentueel aandeel | 13% | 78% | 9% | 100% | 19% | 65% | 16% | 100% |
Bovenstaande tabel bevat een bedrag van € 147 miljoen aan niet-opgenomen kredietlijnen (€ 200 miljoen op 31 december 2022). De opname via het commercial-paperprogramma ligt per 31 december 2023 onder het niveau van de afgesloten back-up lijnen waardoor de volledige opname ingedekt is. Bijgevolg heeft Intervest op 31 december 2023 € 147 miljoen niet-opgenomen kredietlijnen beschikbaar voor de financiering van haar lopende projectontwikkelingen, toekomstige acquisities en de dividendbetaling in mei 2024.
De niet-opgenomen kredietlijnen vormen op afsluitingsdatum geen effectieve schuld maar zijn enkel een potentiële schuld onder de vorm van een beschikbare kredietlijn. Het procentueel aandeel wordt berekend als de verhouding van iedere component ten opzichte van de som van de opgenomen kredietlijnen en niet-opgenomen kredietlijnen.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Procentueel aandeel |
Totaal | Procentueel aandeel |
||
| Kredieten met variabele rentevoet | 45.082 | 7% | 172.762 | 27% | |
| Kredieten ingedekt door interest rate swaps en/of floors | 455.000 | 67% | 280.000 | 45% | |
| Kredieten met vaste rentevoet | 175.000 | 26% | 175.000 | 28% | |
| TOTAAL | 675.082 | 100% | 627.762 | 100% |
In bovenstaande tabel "Opdeling volgens het variabel of vastrentend karakter van de opgenomen kredieten bij kredietinstellingen en het commercial paper programma" wordt het procentuele aandeel berekend als de verhouding van iedere component ten opzichte van de som van de opgenomen kredieten.
Midden april 2022 is een nieuwe financieringsmarkt aangesproken via een succesvolle US private plaatsing. Via een Amerikaanse verzekeraar is € 50 miljoen geplaatst voor een looptijd van 10 jaar tegen een coupon van 2,83%.
In juni 2022 heeft Intervest vervolgens een eerste duurzame obligatie uitgegeven voor een bedrag van € 45 miljoen, dit met een looptijd van 5 jaar aan 3,6%.
Intervest heeft een commercial paper uitgegeven in juli 2018 ter verdere diversificatie van de financieringsbronnen voor een bedrag van maximaal € 70 miljoen, dit werd in 2020 uitgebreid naar maximaal € 120 miljoen. Hiervan is € 100 miljoen voorzien voor korte termijn uitgiften en € 20 miljoen voor uitgifte op lange termijn.
Op 31 december 2023 was er € 32 miljoen uitgegeven op korte termijn en € 8 miljoen op lange termijn, namelijk met een vervaldag in 2028 en 2031. De opname per 31 december 2023 is volledig ingedekt door backuplijnen van de begeleidende banken (Belfius Bank en KBC Bank) die als garantie ter herfinanciering dienen mocht de plaatsing of verlenging van de commercial paper niet of slechts gedeeltelijk mogelijk blijken.
De andere langlopende en kortlopende financiële verplichtingen bevatten de opgenomen schuld aangaande concessies, toegelaten afdekkingsinstrumenten (zie ook Toelichting 21) en een voorziening voor kosten te betalen aangaande de mogelijke deal met TPG.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Totaal afdekkingsinstrumenten | 8.303 | 4.793 |
| Te betalen erfpachtvergoeding Oevel | 373 | 374 |
| Te betalen concessievergoeding Gent | 2.091 | 1.749 |
| Te betalen concessievergoeding Gent Skaldenstraat | 4.902 | 0 |
| Te betalen concessievergoeding Zeebrugge | 8.552 | 7.807 |
| Te betalen leaseverplichtingen wagens | 556 | 438 |
| Totaal andere | 16.474 | 10.368 |
| TOTAAL ANDERE LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 24.777 | 15.162 |
| Te betalen erfpachtvergoeding Oevel | 1 | 1 |
| Te betalen concessievergoeding Zeebrugge | 38 | 34 |
| Te betalen schuld m.b.t. mogelijke deal TPG | 4.237 | 0 |
| TOTAAL ANDERE KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 4.276 | 35 |
Voor sommige investeringen houdt Intervest niet de volledige eigendom aan, maar enkel het vruchtgebruik via een concessie, erfpacht of dergelijke. Conform IFRS 16 wordt voor de te betalen vergoedingen een financiële verplichting aangelegd. De financiële verplichting op de balans betreft de huidige waarde van de toekomstige leasebetalingen. In het bepalen van de huidige waarde van deze toekomstige betalingen worden enkele beoordelingen en inschattingen gemaakt, met name de duurtijd van de verplichting (afhankelijk van de contractuele verlengingsmogelijkheden van de concessie of erfpacht enerzijds, en de economische levensduur van het gebouw waar de vastgoedschatter rekening mee houdt in de reële waardebepaling anderzijds) en het bepalen van de incrementele rentevoet als discount rate van de leasebetalingen. De discount rate gehanteerd bij de bepaling van deze verplichtingen is gebaseerd op een combinatie van de interestvoetcurve plus een spread in functie van het kredietrisico van Intervest, beiden in lijn met de resterende looptijd van het onderliggend gebruiksrecht. Hierbij is de intrestcurve gebaseerd op observeerbare marktdata, de spread is niet-observeerbare input en gebaseerd op basis van recente transacties van Intervest, aangepast aan de evoluties in de markt en looptijd.
Indien de incrementele rentevoet zou verhogen (dalen) met 50 basispunten, zou dit aanleiding geven tot een daling (stijging) van de financiële verplichting inclusief de verplichting voor Gent van € 1,4 miljoen, met een impact op de schuldgraad van 0,1%. De verplichting wordt echter bepaald bij aanvang van de leaseperiode, en enkel bij eventuele contractuele aanpassingen dient de discount rate herbekeken te worden.
In totaliteit heeft Intervest per 31 december 2023 € 16,5 miljoen op de balans als te betalen leasevergoedingen aan derden. Zoals hierboven aangegeven wordt de te betalen concessievergoeding aan de Gentse Zeehaven volledig gerecupereerd van de huurder.
Op 17 oktober 2023 heeft Intervest een vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod aangekondigd op al haar uitstaande aandelen door European Real Estate Holdings NV, een entiteit volledig gecontroleerd door TPG. In de cijfers van 2023 werd een voorziening opgenomen voor een succesfee van € 3,9 miljoen (inclusief niet-aftrekbare BTW) evenals een voorziening van een te betalen waiver fee aan Belfius van € 0,3 miljoen in het kader van deze transactie. Aangezien Intervest verwacht dat het bod succesvol zal zijn is deze schuld hoogstwaarschijnlijk effectief te betalen.
De belangrijkste financiële instrumenten van Intervest bestaan uit financiële en commerciële vorderingen en schulden, geldmiddelen en kasequivalenten evenals financiële instrumenten van het type interest rate swap (IRS) en floor.
| SAMENVATTING FINANCIËLE INSTRUMENTEN | 2023 | 2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in EUR x 1.000 | Categorieën | Niveau | Boek waarde |
Reële waarde |
Boek waarde |
Reële waarde |
| FINANCIËLE INSTRUMENTEN OP ACTIEF | ||||||
| Vaste activa | ||||||
| Financiële vaste activa | C | 2 | 18.994 | 18.994 | 32.608 | 32.608 |
| Handelsvorderingen en andere vaste activa | A | 2 | 37 | 37 | 41 | 41 |
| Vlottende activa | ||||||
| Financiële vlottende activa | C | 2 | 323 | 323 | 0 | 0 |
| Handelsvorderingen | A | 2 | 7.158 | 7.158 | 2.126 | 2.126 |
| Kas en kasequivalenten | B | 2 | 3.123 | 3.123 | 3.053 | 3.053 |
| FINANCIËLE INSTRUMENTEN OP PASSIEF | ||||||
| Langlopende verplichtingen | ||||||
| Langlopende financiële schulden (rentedragend) |
A | 2 | 593.395 | 581.571 | 525.116 | 504.942 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | ||||||
| Toegelaten afdekkingsinstrumenten | C | 2 | 8.303 | 8.303 | 4.793 | 4.793 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | A | 3 | 16.474 | 16.474 | 10.368 | 10.368 |
| Andere langlopende verplichtingen | A | 2 | 2.441 | 2.441 | 2.810 | 2.810 |
| Kortlopende verplichtingen | ||||||
| Kortlopende financiële schulden | A | 2 | 81.688 | 81.672 | 102.646 | 102.646 |
| Andere kortlopende financiële verplichtingen | A | 3 | 4.276 | 4.276 | 35 | 35 |
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | A | 2 | 12.976 | 12.976 | 25.680 | 25.680 |
| Andere kortlopende verplichtingen | A | 2 | 11.225 | 11.225 | 3.811 | 3.811 |
De categorieën komen overeen met de volgende financiële instrumenten:
Financiële instrumenten worden opgenomen tegen reële waarde. De reële waarde is vastgesteld op basis van één van de volgende niveaus van de hiërarchie van de reële waarden:
De financiële instrumenten van Intervest stemmen overeen met niveau 2 in de hiërarchie van de reële waarden. De waarderingstechnieken betreffende de reële waarde van de financiële instrumenten van niveau 2 zijn de volgende:
Intervest hanteert interest rate swaps en floors ter indekking van de mogelijke wijzigingen van de interestkosten op een gedeelte van de financiële schulden met een variabele rentevoet (de korte termijn Euribor). De interest rate swaps en floors worden als derivaat geclassificeerd als financieel instrument aan reële waarde via het resultaat. Intervest past geen hedge-accounting toe. De schommelingen in de reële waarde van de financiële instrumenten worden opgenomen in de resultatenrekening op de lijn "Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva in het financieel resultaat.
Voor de beschrijving van de belangrijkste risicofactoren en de interne controle- en risicobeheerssystemen wordt verwezen naar het onderdeel Risicofactoren. De voornaamste financiële risico's van Intervest zijn het risico verbonden aan de financiële schuldgraad, het risico verbonden aan de liquiditeit en kost van financiering en het risico verbonden aan de niet-nakoming van financiële covenanten.
Op 31 december 2023 bezit de vennootschap de volgende financiële derivaten. De floors in de tabel hebben betrekking op het variabele tarief van de IRS.
| Startdatum | Einddatum | Rentevoet | Contractueel notioneel bedrag |
Hedge accounting |
Reële waarde | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in EUR x 1.000 | Ja/Nee | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||||
| 1 | IRS | 30.06.2021 | 30.06.2028 | 0,7200% | 25.000 | Nee | -1.908 | -2.273 |
| 2 | IRS | 30.06.2021 | 30.06.2027 | 0,6900% | 35.000 | Nee | -2.002 | -2.520 |
| 3 | Floor | 17.05.2023 | 17.05.2023 | 2,4300% | 20.000 | Nee | -227 | 0 |
| 4 | IRS | 09.05.2023 | 09.05.2028 | 2,8548% | 10.000 | Nee | -222 | 0 |
| 5 | IRS | 09.05.2023 | 09.05.2029 | 2,8759% | 10.000 | Nee | -288 | 0 |
| 6 | IRS | 09.03.2023 | 09.03.2030 | 3,1891% | 10.000 | Nee | -509 | 0 |
| 7 | IRS | 15.05.2023 | 15.05.2028 | 2,8519% | 10.000 | Nee | -221 | 0 |
| 8 | IRS | 02.06.2023 | 02.06.2028 | 2,9110% | 10.000 | Nee | -249 | 0 |
| 9 | IRS | 14.06.2023 | 14.06.2028 | 2,9802% | 10.000 | Nee | -281 | 0 |
| 10 | IRS | 27.06.2023 | 27.06.2028 | 3,0651% | 15.000 | Nee | -480 | 0 |
| 11 | IRS | 28.06.2023 | 28.06.2023 | 2,9221% | 10.000 | Nee | -367 | 0 |
| 12 | IRS | 01.09.2023 | 01.09.2028 | 2,8700% | 10.000 | Nee | -317 | 0 |
| 13 | IRS | 14.11.2023 | 30.09.2028 | 3,0880% | 17.500 | Nee | -613 | 0 |
| 14 | IRS | 14.11.2023 | 29.09.2028 | 3,0880% | 17.500 | Nee | -618 | 0 |
| Opgenomen onder Andere langlopende financiële verplichtingen | -8.303 | -4.793 | ||||||
| 1 | IRS | 10.07.2019 | 10.07.2024 | -0,2975% | 15.000 | Nee | 0 | 797 |
| 2 | IRS | 01.02.2021 | 01.02.2028 | 0,0030% | 30.000 | Nee | 2.749 | 4.365 |
| 3 | Floor | 30.06.2021 | 30.06.2027 | -1,0000% | 35.000 | Nee | 4.040 | 6.054 |
| 4 | Floor | 30.06.2021 | 30.06.2028 | -1,0500% | 25.000 | Nee | 3.676 | 5.258 |
| Startdatum | Einddatum | Rentevoet | Contractueel notioneel bedrag |
Hedge accounting |
Reële waarde | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5 | IRS | 06.04.2021 | 03.04.2028 | 0,6120% | 25.000 | Nee | 0 | 3.022 |
| 6 | IRS | 01.04.2021 | 03.04.2028 | 0,6770% | 10.000 | Nee | 675 | 1.175 |
| 7 | IRS | 24.06.2019 | 22.06.2026 | 0,6425% | 10.000 | Nee | 450 | 822 |
| 8 | IRS | 20.12.2021 | 18.06.2027 | 0,7975% | 15.000 | Nee | 786 | 1.440 |
| 9 | IRS | 15.06.2020 | 15.01.2027 | 0,5850% | 15.000 | Nee | 806 | 1.439 |
| 10 | IRS | 15.06.2020 | 15.06.2026 | 0,5200% | 10.000 | Nee | 477 | 859 |
| 11 | CAP | 17.05.2023 | 17.05.2026 | 3,5000% | 20.000 | Nee | 71 | 0 |
| 12 | IRS | 16.11.2022 | 16.11.2028 | 1,9080% | 25.000 | Nee | 471 | 1.541 |
| 13 | IRS | 14.12.2022 | 14.12.2025 | 1,1800% | 35.000 | Nee | 1.007 | 1.977 |
| 14 | IRS | 13.05.2019 | 13.05.2026 | 0,2870% | 10.000 | Nee | 523 | 917 |
| 15 | IRS | 18.08.2021 | 30.06.2028 | 0,2366% | 20.000 | Nee | 1.839 | 2.935 |
| 16 | Floor | 18.08.2021 | 18.08.2024 | 0,0000% | 20.000 | Nee | 0 | 7 |
| 17 | IRS | 28.02.2023 | 27.02.2026 | 1,2410% | 50.000 | Nee | 1.425 | 0 |
| Opgenomen onder Financiële vaste activa | 18.994 | 32.608 | ||||||
| 1 | IRS | 10.07.2019 | 10.07.2024 | -0,2975% | 15.000 | Nee | 317 | 0 |
| 2 | Floor | 18.08.2021 | 18.08.2024 | 0,0000% | 20.000 | Nee | 5 | 0 |
| Opgenomen onder Financiële vlottende activa | 323 | 0 | ||||||
| TOTAAL REËLE WAARDE VAN DE FINANCIËLE DERIVATEN | 11.014 | 27.815 |
Boekhoudkundige verwerking op 31 december
| In het eigen vermogen: Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten ■ afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
27.815 | -4.489 |
|---|---|---|
| In resultatenrekening: Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva ■ |
-16.801 | 32.304 |
| TOTAAL REËLE WAARDE VAN DE FINANCIËLE DERIVATEN | 11.014 | 27.815 |
De interest rate swaps hebben op 31 december 2023 een positieve marktwaarde van € 11 miljoen (contractueel notioneel bedrag € 455 miljoen) wat op kwartaalbasis wordt vastgelegd door de emitterende financiële instelling.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | -16.800 | 32.304 |
| Recupereerbare rente op concessievergoeding (verschuiving in de tijd ifv IFRS 16) | -60 | -47 |
| TOTAAL | -16.860 | 32.257 |
| AANDEEL MINDERHEIDSBELANG | 615 | 0 |
| VARATIE IN DE REËLE WAARDE VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA (AANDEEL GROEP) | -16.245 | 32.257 |
De concessievergoeding die Intervest dient te betalen aan de Gentse Zeehaven wordt volledig doorgerekend aan de huurder. Gezien de te betalen vergoeding volgens IFRS 16 verwerkt wordt in de cijfers en de doorfacturatie op basis van de werkelijke facturatie gebeurt ontstaat bijgevolg een verschuiving in de tijd, welke uiteindelijk geen echte kost of opbrengst vertegenwoordigd en dus ook niet mee opgenomen is in het EPRA resultaat.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Voorziening voor uitgestelde belastingen m.b.t. België | 1.403 | 1.225 |
| Voorziening voor uitgestelde belastingen m.b.t. Nederland | 20.819 | 20.536 |
| TOTAAL UITGESTELDE BELASTINGEN - VERPLICHTINGEN | 22.222 | 21.761 |
De uitgestelde belastingen bevatten een voorziening voor uitgestelde belastingen op niet-gerealiseerde meerwaarden op de vastgoedbeleggingen eigendom van de perimetervennootschappen van de Groep in België en Nederland.
| in EUR x 1.000 | Toelichting | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Langlopende financiële schulden | 18 | 593.395 | 525.116 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen (excl. financiële derivaten) | 20 | 16.474 | 10.368 |
| Handelsschulden en andere langlopende schulden | 2.441 | 2.810 | |
| Kortlopende financiële schulden | 18 | 81.687 | 102.646 |
| Andere kortlopende financiële verplichtingen (excl. financiële derivaten) | 20 | 4.276 | 35 |
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | 17 | 12.976 | 25.680 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 17 | 11.225 | 3.811 |
| Totaal verplichtingen voor schuldgraadberekening | 722.474 | 670.466 | |
| Totaal activa (excl. financiële derivaten) | 1.454.858 | 1.396.173 | |
| SCHULDGRAAD | 49,7% | 48,0% |
Voor de verdere toelichting over de evolutie van de schuldgraad wordt verwezen naar de bespreking van de "Financiële structuur" in het Activiteitenverslag - Financieel verslag.
De verbonden partijen waarmee de vennootschap handelt zijn haar aandeelhouders, en de daarmee verbonden ondernemingen, alsook haar perimetervennootschappen (zie Toelichting 25) en haar leden van de raad van toezicht en de directieraad.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| JM Construct nv | ||
| Minderheidsaandeelhouder Genk Green Logistics | ||
| Kortlopende verplichtingen (rekening courant) aan JM Construct | 985 | 0 |
| Interest aangerekend op R/C JM Construct | 9 | 50 |
| Hino Invest nv | ||
| Minderheidsaandeelhouder Genk Green Logistics | ||
| Kortlopende verplichtingen (rekening courant) aan Hino Invest | 3.068 | 0 |
| Interest aangerekend op R/C Hino Invest | 35 | 177 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
| Minderheidsaandeelhouders Genk Green Logistics (JM Construct en Hino Invest) | ||
| Projectfee in verband met de bouw van nieuwe units op de site Genk Green Logistics (betaald of voorzien als "te ontvangen factuur") |
624 | 1.110 |
De vergoeding voor de leden van de raad van toezicht en de directieraad is opgenomen in de posten "Beheerskosten van het vastgoed" en "Algemene kosten" (zie Toelichting 5 en 6). Verdere detaillering van de samenstelling van de vergoeding van de leden van de directieraad kan gevonden worden in "Toelichting 7. Personeelsbeloningen" en het Remuneratieverslag in de Corporate Governance verklaring.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Leden van de raad van toezicht | 377 | 254 |
| Leden van de directieraad | 1.790 | 1.720 |
| TOTAAL | 2.167 | 1.974 |
Onderstaande ondernemingen worden opgenomen in de consolidatie volgens de methode van de integrale consolidatie.
| Naam vennootschap | Adres | Ondernemings nummer |
Gehouden deel van het kapitaal (in %) |
Waarde van de deelneming in enkel voudige jaarrekening (in EUR x 1.000) |
Minderheidsbelangen (in EUR x 1.000) |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2023 | 2022 | ||||
| Aartselaar Business Center NV |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0466.516.748 | 100% | € 0 | 0 | 0 |
| Mechelen Business Center NV |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0467.009.765 | 100% | € 4.251 | 0 | 0 |
| Mechelen Research Park NV |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0465.087.680 | 100% | € 6.854 | 0 | 0 |
| Genk Green Logistics NV |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0701.944.557 | 50% | € 33.333 | 33.333 | 28.059 |
| Puurs Green Logistics NV |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0882.088.997 | 100% | € 11.854 | 0 | 0 |
| Industrial Logistic Warehousing Services |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0713.476.570 | 74% | € 25.536 | 0 | 0 |
| Zeebrugge Green Logistics NV (voorheen Lingang) |
Uitbreidingstraat 66 2600 Berchem België |
BE 0721.550.336 | 100% | € 24.912 | 0 | 0 |
| Intervest Nederland Coöperatief U.A. |
Lichttoren 32 5611 BJ Eindhoven Nederland |
NL857537349B01 | 100% | € 143.711 | 0 | 0 |
| Perimetervennootschappen van Intervest Nederland Coöperatief U.A.* | ||||||
| Intervest Tilburg 1 BV | NL857541122B01 | 100% | ||||
| Intervest Tilburg 2 BV | NL859485869B01 | 100% | ||||
| Intervest Raamsdonksveer 1 BV | NL857780001B01 | 100% | ||||
| Intervest Raamsdonksveer 2 BV | NL858924900B01 | 100% | ||||
| Intervest Raamsdonksveer 3 BV | NL859446013B01 | 100% | ||||
| Intervest Eindhoven 1 BV | NL858924894B01 | 100% | ||||
| Intervest Vuren 1 BV | NL856350412B01 | 100% | ||||
| Intervest Roosendaal 1 BV | NL859095277B01 | 100% | ||||
| Intervest Roosendaal 2 BV | NL859485778B01 | 100% | ||||
| Intervest Roosendaal 3 BV | NL859683059B01 | 100% | ||||
| Intervest Venlo 1 BV | NL859752458B01 | 100% | ||||
| Intervest Nijmegen 1 BV | NL859957743B01 | 100% | ||||
| Intervest Den Bosch 1 BV | NL860294869B01 | 100% | ||||
| Intervest Breda 1 BV | NL862636693B01 | 100% | ||||
| TOTAAL MINDERHEIDSBELANGEN | 33.333 | 28.059 |
* Alle vennootschappen van Intervest in Nederland zijn gevestigd op Lichttoren 32, 5611 BJ te Eindhoven.
Als gevolg van de uitbreiding van de vastgoedportefeuille van Intervest in Nederland is in 2017 Intervest Nederland Coöperatief U.A. opgericht. De andere Nederlandse BV's zijn perimetervennootschappen van Intervest Nederland Coöperatief U.A. en houden het vastgoed aan.
Op 31 december 2023 bezit Intervest de volledige controle over perimetervennootschap Genk Green Logistics NV, bijgevolg wordt de vennootschap integraal geconsolideerd. Het minderheidsbelang met betrekking tot Genk Green Logistics bedraagt op 31 december 2032 € 33,3 miljoen (€ 28,1 miljoen op 31 december 2022). De toename van € 5,3 miljoen is het gevolg van de resultaatgeneratie van 2023 (€ 6,5 miljoen voor de minderheidsaandeelhouder) verminderd met de dividenduitbetaling over boekjaar 2022 in 2023 (€ -1,3 miljoen voor de minderheidsaandeelhouder).
De belangrijkste balans- en resultaatgegevens van Genk Green Logistics zijn:
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 141.497 | 105.057 |
| Eigen vermogen | 66.666 | 56.117 |
| Langlopende verplichtingen | 66.145 | 40.265 |
| Kortlopende verplichtingen | 15.050 | 21.210 |
| Huurinkomsten | 5.042 | 3.028 |
| Nettoresultaat | 15.116 | 11.132 |
| EPRA resultaat | 2.543 | 2.528 |
| in EUR x 1.000 - excl. BTW | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Bezoldiging van de commissaris | 141 | 135 |
| Bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris |
||
| Andere controleopdrachten | 96 | 65 |
| Belastingadviesopdrachten | 0 | 0 |
| Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten | 14 | 101 |
| Bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door personen met wie de commissaris verbonden is |
||
| Andere controleopdrachten | 125 | 39 |
| Belastingadviesopdrachten | 0 | 0 |
| Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten | 0 | 0 |
| TOTAAL HONORARIUM COMMISSARIS EN MET DE COMMISSARIS VERBONDEN ENTITEITEN | 376 | 340 |
Met de GVV-Wet (voorheen het KB van 7 december 2010 en het KB van 10 april 1995) heeft de wetgever een transparant fiscaal statuut gegeven aan de GVV's. Indien een vennootschap overstapt naar het statuut van GVV, of indien een (gewone) vennootschap fuseert met een GVV, moet zij een éénmalige belasting betalen (exit taks). Daarna is de GVV enkel nog onderworpen aan belastingen op heel specifieke bestanddelen, zoals op "verworpen uitgaven". Op het gros van de winst die voortkomt uit verhuringen en meerwaarden op verkopen van onroerend goed wordt dus geen enkele vennootschapsbelasting betaald.
Volgens de fiscale wetgeving dient de belastbare grondslag berekend te worden als het verschil tussen de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen en de (fiscale) boekwaarde. De minister van Financiën heeft via een omzendbrief (dd. 23 december 2004) beslist dat er bij de bepaling van de werkelijke waarde geen rekening dient gehouden te worden met de overdrachtskosten verbonden aan de transactie, maar stipuleert wel dat effectiseringspremies onderhevig blijven aan vennootschapsbelasting. Belastingaanslagen op basis van een effectiseringspremie zouden dus wel verschuldigd zijn. Intervest heeft deze interpretatie betwist en heeft dienaangaande nog bezwaarschriften lopen ten bedrage van circa € 4 miljoen.
Thans bedraagt de nog te betalen belasting plus nalatigheidsinteresten circa € 6,7 miljoen conform de ingekohierde aanslagen. Weliswaar is er nog geen ontlasting toegekend wat betreft de vaststaande bepaling (sinds de omzendbrief dd. 23 december 2004) dat voor de berekening van de exit taks de waarde Kosten Koper moet worden toegepast i.p.v. de waarde Vrij op Naam. Het echte fiscaal dispuut heeft dan volgens Intervest enkel betrekking op het standpunt dat de effectiseringspremie mee in aanmerking genomen moet worden bij de bepaling van de exit taks (de totale fiscale schuld bedraagt dan circa € 4 miljoen i.p.v. circa € 6,7 miljoen). Er werd voor deze betwiste aanslagen geen voorziening aangelegd.
Op 2 april 2010 heeft de Rechtbank van Eerste Aanleg in Leuven in een rechtszaak tussen een andere Belgische openbare GVV (toen vastgoedbevak) en de Belgische Staat aangaande deze problematiek, geoordeeld dat er geen reden is "waarom de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen op datum van de erkenning als vastgoedbevak door de Financial Markets and Services Authority (FSMA) niet lager zou kunnen zijn dan de prijs van de aandelen die aan het publiek werden aangeboden".
Deze bijkomende belastingschulden ten belope van circa € 4 miljoen worden gewaarborgd door de twee vroegere promotoren van Siref die naar aanleiding van de erkenning van deze vastgoedbevak alsook in het kader van goedkeuring van het prospectus van de vastgoedbevak Siref met het oog op het bekomen van de toelating tot de notering ervan op de beurs een eenzijdige verklaring dd. 8 februari 1999 hebben overhandigd aan de FSMA waarin zij verklaren dat zij de exit taks, verschuldigd bij een eventuele wijziging van de aangifte, zullen betalen. Weliswaar betwist één van deze promotoren bij schrijven dd. 24 mei 2012 dat Intervest uit deze verklaring rechten kan putten.
In 2008 heeft de fiscale overheid (Dienst Inning Invordering) op één logistiek pand gelegen te Aartselaar, Dijkstraat, een wettelijke hypotheek gevestigd ter waarborging van de openstaande fiscale schuld. Na de verkoop in 2019 van dit logistiek pand werd in ruil een wettelijke hypotheek gevestigd op één logistiek pand gelegen te Aarschot, Nieuwlandlaan.
In 2013 heeft de fiscale overheid één van de bezwaarschriften afgewezen en heeft Intervest een verzoekschrift voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen ingediend. Bij vonnis van 3 april 2015 heeft de Rechtbank van Eerste Aanleg Intervest in het ongelijk gesteld. Tegen dit vonnis is door de vennootschap beroep aangetekend waarbij het Hof van Beroep in haar arrest dd. 25 april 2017 het beroep van Intervest evenwel ongegrond heeft verklaard en het bestreden vonnis dd. 3 april 2015 heeft bevestigd.
Intervest heeft op 29 januari 2018 cassatieberoep aangetekend tegen voormeld Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 25 april 2017. Op 28 november 2019 heeft het Hof van Cassatie het vonnis van het Hof van Beroep nietig verklaard en duidelijk gesteld dat: "De werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen is de werkelijke waarde van de activa van de vennootschap, verminderd met de voorzieningen en schulden. Van deze vermogensbestanddelen maakt de effectiseringspremie, zijnde de meerprijs, bovenop het netto-actief van de vennootschap, die de belegger bereid is te betalen voor de aandelen in de vastgoedbevak wegens haar bijzondere karakteristieken, geen deel uit."
De zaak is vervolgens verwezen naar het Hof van Beroep van Gent, welke op 28 juni 2022 een arrest heeft gewezen in het voordeel van Intervest. Het vonnis is betekend op 4 augustus 2022, de Belgische Staat gaat niet in cassatieberoep. De administratieve afwikkeling van dit dossier is inmiddels afgerond.
Op 16 februari 2024 werd in nasleep van het voorgaande de vennootschap gedagvaard door Amanu Invest NV en OaK Lane NV om de vennootschap te horen veroordelen tot betaling aan Amanu Invest, en in verder ondergeschikte orde tot betaling aan Oak Loane NV. Amanu Invest NV beweert rechtsopvolger te zijn van één van de oorspronkelijke promotoren ten tijde van de oprichting van de GVV Siref. Zij beweren recht te hebben op het teveel aan provisie inzake exit-taks zoals werd aangelegd in Siref NV naar aanleiding van 9 fusies in 1999. De zaak is momenteel aanhangig bij de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen waar een conclusiekalender werd vastgelegd.
Op 31 december 2023 heeft Intervest volgende verplichtingen:
Intervest heeft onrechtstreeks, via haar 50% aandeelhouderschap in Genk Green Logistics (GGL), een resultaatsverbintenis om in de context van het GGL-project een minimum tewerkstelling te garanderen. De naleving van deze resultaatsverbintenis wordt gemeten op twee punten in de tijd, namelijk 31 december 2030 en 31 december 2036, verhoogd met het aantal kalenderdagen vertraging inzake de oplevering van de infrastructuurwerken zone A door De Vlaamse Waterweg, contractueel bepaald op 31 december 2021. Bij niet-naleving kan een boete van maximaal € 2 miljoen worden opgelegd op niveau van Genk Green Logistics.
Er hebben zich geen specifieke belangenconflicten voorgedaan in de loop van 2023 die overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en/of de GVV-Wetgeving dienen te worden toegelicht in het Jaarverslag.
Resultaat - vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod door TPG De Initiële Aanvaardingsperiode van het Bod liep af op 21 februari 2024 om 16 uur.
Gedurende de Initiële Aanvaardingsperiode werden 27.357.807 aandelen, hetzij 88,75% van de aandelen van Intervest aangeboden in het kader van het Bod. Dit omvat de aandelen waarvoor er onherroepelijke verbintenissen ('irrevocable undertakings') werden aangegaan door drie belangrijke aandeelhouders van Intervest ten gunste van de Bieder. Met inbegrip van de aandelen die TPG reeds bezat voorafgaand aan het Bod, bezit TPG rechtstreeks of onrechtstreeks in het totaal 89,76% van de aandelen in Intervest.
De 50% plus 1-aanvaardingsdrempel waaraan het Bod onderhevig was is derhalve vervuld, waardoor het Bod nu onvoorwaardelijk is geworden. De prijs van het Bod zal betaalbaar worden gesteld op 13 maart 2024. De Bieder heropent het Bod vrijwillig op 28 februari 2024 tot 28 maart 2024. De heropening zal aandeelhouders die de Initiële Aanvaardingsperiode hebben gemist of zij die extra liquiditeit zoeken nogmaals de mogelijkheid bieden hun Intervest aandelen aan te bieden in het Bod. De Raad van Toezicht en de Directieraad van Intervest herhalen hun unanieme steun voor het Bod en raden de aandeelhouders die hun aandelen nog niet hebben aangeboden in het Bod aan om dit te doen in deze tweede aanvaardingsperiode.
Intervest Offices & Warehouses NV, Openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch recht | 31 december 2023
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Intervest Offices & Warehouses NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 27 april 2022, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2023. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Intervest Offices & Warehouses NV Openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch recht uitgevoerd gedurende 23 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2023 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd globaalresultaat, het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van de geconsolideerde balans 1 474 175 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een nettoresultaat van het boekjaar van 13 475 (000) EUR.
Intervest Offices & Warehouses NV, Openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2023 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
1
Deloitte Bedrijfsrevisoren / Reviseurs d'Entreprises Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2023 - Geconsolideerde jaarrekening Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
1 De commissaris heeft ingestemd met de opneming van zijn verslag in dit Jaarverslag. De informatie is correct weergegeven en, in zoverre Intervest weet en heeft kunnen opmaken uit door de commissaris gepubliceerde informatie, zijn geen feiten weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden. Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
| Kernpunten van de controle Kernpunten van de controle |
Hoe onze controle de kernpunten van de controle Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde behandelde |
||
|---|---|---|---|
| Waardering van vastgoedbeleggingen Waardering van vastgoedbeleggingen |
|||
| Vastgoedbeleggingen (1 419 893 (000) EUR) Vastgoedbeleggingen (1 419 893 (000) EUR) vertegenwoordigen 96% procent van het vertegenwoordigen 96% procent van het geconsolideerde balanstotaal op 31 december geconsolideerde balanstotaal op 31 december 2023. Veranderingen in de reële waarde van de 2023. Veranderingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen hebben een significante vastgoedbeleggingen hebben een significante impact op het geconsolideerde nettoresultaat impact op het geconsolideerde nettoresultaat van de periode en het eigen vermogen. van de periode en het eigen vermogen. |
We hebben de interne beheersingmaatregelen We hebben de interne beheersingmaatregelen van het management beoordeeld, samen met het van het management beoordeeld, samen met het ontwerp en de implementatie van controles rond ontwerp en de implementatie van controles rond vastgoedbeleggingen. vastgoedbeleggingen. We hebben de competentie, onafhankelijkheid en We hebben de competentie, onafhankelijkheid en integriteit van de externe taxateurs beoordeeld. integriteit van de externe taxateurs beoordeeld. We analyseerden en beoordeelden het We analyseerden en beoordeelden het waarderingsproces, de prestaties van de waarderingsproces, de prestaties van de portefeuille en belangrijke aannames en kritische portefeuille en belangrijke aannames en kritische assumpties, waaronder bezettingsgraden, assumpties, waaronder bezettingsgraden, rendementen en mijlpalen in de ontwikkeling. rendementen en mijlpalen in de ontwikkeling. We hebben de belangrijkste aannames die bij de We hebben de belangrijkste aannames die bij de waardering werden gebruikt vergeleken met waardering werden gebruikt vergeleken met externe industriegegevens en vergelijkbare externe industriegegevens en vergelijkbare vastgoedtransacties, met specifieke aandacht vastgoedtransacties, met specifieke aandacht voor het rendement. voor het rendement. |
||
| De vastgoedportefeuille omvat voltooide De vastgoedportefeuille omvat voltooide investeringen en vastgoed in aanbouw. investeringen en vastgoed in aanbouw. |
|||
| Acquisities en desinvesteringen van Acquisities en desinvesteringen van vastgoedbeleggingen zijn afzonderlijke vastgoedbeleggingen zijn afzonderlijke belangrijke transacties. |
|||
| belangrijke transacties. De groep gebruikt professioneel gekwalificeerde De groep gebruikt professioneel gekwalificeerde externe taxateurs om de vastgoedportefeuille externe taxateurs om de vastgoedportefeuille elk kwartaal te waarderen aan reële waarde. De elk kwartaal te waarderen aan reële waarde. De taxateurs worden door de bestuurders taxateurs worden door de bestuurders aangesteld en voeren hun werk uit in |
|||
| aangesteld en voeren hun werk uit in overeenstemming volgens de professionele overeenstemming volgens de professionele taxatienormen van het 'Royal Institute of taxatienormen van het 'Royal Institute of Chartered Surveyors' ('RICS'). De taxateurs die Chartered Surveyors' ('RICS'). De taxateurs die door de Groep worden gebruikt, hebben door de Groep worden gebruikt, hebben aanzienlijke ervaring in de markten waarin de aanzienlijke ervaring in de markten waarin de groep actief is. groep actief is. |
Wij hebben controlewerkzaamheden uitgevoerd Wij hebben controlewerkzaamheden uitgevoerd om de integriteit en volledigheid te beoordelen om de integriteit en volledigheid te beoordelen van de informatie die aan de onafhankelijke van de informatie die aan de onafhankelijke taxateurs werd verstrekt met betrekking tot taxateurs werd verstrekt met betrekking tot huurinkomsten, essentiële huurkarakteristieken huurinkomsten, essentiële huurkarakteristieken en bezettingsgraad. en bezettingsgraad. |
||
| De portefeuille wordt gewaardeerd op basis van De portefeuille wordt gewaardeerd op basis van de beleggingsmethode voor de beleggingsmethode voor vastgoedbeleggingen. Projectontwikkelingen vastgoedbeleggingen. Projectontwikkelingen worden gewaardeerd volgens dezelfde worden gewaardeerd volgens dezelfde methode, met aftrek van alle kosten die nodig methode, met aftrek van alle kosten die nodig |
We hebben de bedragen uit de We hebben de bedragen uit de waarderingsverslagen afgestemd met de waarderingsverslagen afgestemd met de boekhoudkundige administratie en van daaruit boekhoudkundige administratie en van daaruit hebben we de gerelateerde saldi met de hebben we de gerelateerde saldi met de jaarrekening aangesloten. jaarrekening aangesloten. |
||
| zijn om de ontwikkeling af te ronden, samen zijn om de ontwikkeling af te ronden, samen met een resterende voorziening voor risico's. De met een resterende voorziening voor risico's. De belangrijkste input voor de waarderingsoefening belangrijkste input voor de waarderingsoefening zijn de rendementen en de huidige markthuur, zijn de rendementen en de huidige markthuur, die worden beïnvloed door de evolutie van de die worden beïnvloed door de evolutie van de markt, vergelijkbare transacties en de specifieke markt, vergelijkbare transacties en de specifieke kenmerken van elk onroerend goed in de kenmerken van elk onroerend goed in de |
Als onderdeel van onze controlewerkzaamheden Als onderdeel van onze controlewerkzaamheden die werden uitgevoerd op acquisities en die werden uitgevoerd op acquisities en desinvesteringen van vastgoedbeleggingen, desinvesteringen van vastgoedbeleggingen, onderzochten we de belangrijkste contracten en onderzochten we de belangrijkste contracten en documentatie over de toegepaste documentatie over de toegepaste boekhoudkundige verwerking van deze boekhoudkundige verwerking van deze transacties. transacties. |
2
2
portefeuille.
portefeuille.
Het auditrisico vloeit daarom voort uit de assumpties en belangrijke inschattingen gekoppeld aan deze sleutelinputs. Verwijzing naar toelichtingen Het auditrisico vloeit daarom voort uit de assumpties en belangrijke inschattingen gekoppeld aan deze sleutelinputs.
3
3
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit: Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving. Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
4
4
5
5
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in de jaarlijkse financiële staten en het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening. Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in de jaarlijkse financiële staten en het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheid uit te brengen. In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheid uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde: Risicofactoren, Corporate Governance Verklaring, Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen in 2023 en Financieel verslag een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden. In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde: Risicofactoren, Corporate Governance Verklaring, Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen in 2023 en Financieel verslag een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat ("ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat en de markeertaal met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 ("Gedelegeerde Verordening"). Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat ("ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat en de markeertaal met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 ("Gedelegeerde Verordening").
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat ("digitale geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag. Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat ("digitale geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de officiële nederlandstalige versie van de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Intervest Offices & Warehouses NV per 31 december 2023 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de officiële nederlandstalige versie van de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Intervest Offices & Warehouses NV per 31 december 2023 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Als gevolg van technische beperkingen, inherent aan de blok-markerering van geconsolideerde jaarrekeningen in ESEF-formaat, is het mogelijk dat de inhoud van bepaalde tags in de toelichtingen niet op dezelfde wijze wordt overgenomen als de geconsolideerde jaarrekening die bij dit verslag is gevoegd. Als gevolg van technische beperkingen, inherent aan de blok-markerering van geconsolideerde jaarrekeningen in ESEF-formaat, is het mogelijk dat de inhoud van bepaalde tags in de toelichtingen niet op dezelfde wijze wordt overgenomen als de geconsolideerde jaarrekening die bij dit verslag is gevoegd.
6
6
Intervest Offices & Warehouses NV, Openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch recht | 31 december 2023
Andere vermeldingen
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014. Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014. Getekend te Antwerpen. De commissaris
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel
Getekend te Antwerpen. Getekend te Antwerpen.
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV
De commissaris De commissaris
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door Kathleen De Brabander Deloitte Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door Kathleen De Brabander
Vertegenwoordigd door Kathleen De Brabander

Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BV/SRL Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BV/SRL Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE86 5523 2431 0050 - BIC GKCCBEBB
VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE86 5523 2431 0050 - BIC GKCCBEBB
Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE86 5523 2431 0050 - BIC GKCCBEBB Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BV/SRL Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
De enkelvoudige jaarrekening van Intervest Offices & Warehouses NV is opgesteld op basis van de IFRS-normen en conform het GVV-KB van 13 juli 2014. De volledige versie van de enkelvoudige jaarrekening van Intervest Offices & Warehouses NV zal, samen met het Jaarverslag en het Verslag van de commissaris, binnen de wettelijke termijn bij de Nationale Bank van België neergelegd worden en kan gratis verkregen worden via de website van de vennootschap (www.intervest.eu) of op aanvraag bij de maatschappelijke zetel.
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven op de enkelvoudige jaarrekening van Intervest Offices & Warehouses NV.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Huurinkomsten | 51.628 | 49.344 |
| Met verhuur verbonden kosten | -75 | -19 |
| NETTOHUURRESULTAAT | 51.553 | 49.325 |
| Recuperatie van vastgoedkosten | 1.024 | 1.183 |
| Recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurder op verhuurde gebouwen |
18.431 | 15.472 |
| Kosten van de huurder en gedragen door de eigenaar op huurschade en wederinstaatstelling | -1.128 | -1.629 |
| Huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurder op verhuurde gebouwen | -18.431 | -15.472 |
| Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven | 848 | 654 |
| VASTGOEDRESULTAAT | 52.296 | 49.533 |
| Technische kosten | -841 | -645 |
| Commerciële kosten | -260 | -319 |
| Kosten en taksen van niet-verhuurde gebouwen | -1.654 | -1.048 |
| Beheerskosten van het vastgoed | -4.519 | -2.862 |
| Andere vastgoedkosten | -885 | -762 |
| Vastgoedkosten | -8.159 | -5.636 |
| OPERATIONEEL VASTGOEDRESULTAAT | 44.137 | 43.897 |
| Algemene kosten | -9.972 | -4.051 |
| Andere operationele opbrengsten en kosten | -636 | -334 |
| OPERATIONEEL RESULTAAT VÓÓR RESULTAAT OP DE PORTEFEUILLE | 33.529 | 39.512 |
| Resultaat verkoop van vastgoedbeleggingen | -4.733 | 478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -12.626 | 6.673 |
| Ander portefeuilleresultaat | -1.188 | -35 |
| OPERATIONEEL RESULTAAT | 14.982 | 46.628 |
| Financiële opbrengsten | 11.880 | 8.683 |
| Netto-interestkosten | -18.409 | -11.058 |
| Andere financiële kosten | -378 | -182 |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | -15.629 | 32.257 |
| Variaties voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de equity methode |
13.710 | -24.498 |
| Financieel resultaat | -8.826 | 5.202 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 6.155 | 51.830 |
| Belastingen | -238 | -116 |
| NETTORESULTAAT | 5.918 | 51.714 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| NETTORESULTAAT | 5.918 | 51.714 |
| Uit te sluiten: | ||
| - Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | -4.733 | 478 |
| - Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -12.626 | 6.673 |
| - Ander portefeuilleresultaat | -1.188 | -35 |
| - Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | -15.629 | 32.257 |
| - Niet-uitkeerbare elementen in de variaties voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de 'equity' methode |
2.388 | -32.421 |
| EPRA RESULTAAT | 37.706 | 44.762 |
| RESULTAAT PER AANDEEL | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Aantal aandelen op jaareinde | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 30.021.003 | 26.664.878 |
| Nettoresultaat (EUR) | 0,20 | 1,94 |
| Verwaterd nettoresultaat (EUR) | 0,20 | 1,94 |
| EPRA resultaat op basis van gewogen gemiddeld aantal aandelen (EUR) | 1,26 | 1,68 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| NETTORESULTAAT | 5.918 | 51.714 |
| Andere componenten van het globaalresultaat | -3.082 | 3.729 |
| Herwaardering zonnepanelen | -1.201 | 1.480 |
| Herwaardering FVA | -1.880 | 2.249 |
| GLOBAALRESULTAAT | 2.836 | 55.443 |
| ACTIVA in EUR x 1.000 | Toelichting | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|---|
| VASTE ACTIVA | 1.250.629 | 1.212.882 | |
| Immateriële vaste activa | 272 | 280 | |
| Vastgoedbeleggingen | 8.6 | 794.274 | 779.889 |
| Andere materiële vaste activa | 7.344 | 8.169 | |
| Financiële vaste activa | 8.6 | 198.256 | 210.972 |
| Investeringen die administratief verwerkt worden volgens de equity methode | 8.6 | 250.452 | 213.541 |
| Handelsvorderingen en andere vaste activa | 31 | 31 | |
| VLOTTENDE ACTIVA | 80.188 | 101.711 | |
| Activa bestemd voor verkoop | 2.866 | 27.277 | |
| Financiële vlottende activa | 323 | 0 | |
| Handelsvorderingen | 5.727 | 2.220 | |
| Belastingsvorderingen en andere vlottende activa | 65.358 | 66.531 | |
| Kas en kasequivalenten | 1.329 | 1.368 | |
| Overlopende rekeningen | 4.585 | 4.315 | |
| TOTAAL ACTIVA | 1.330.817 | 1.314.593 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN in EUR x 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN | 677.979 | 696.625 |
| Kapitaal | 278.389 | 264.038 |
| Uitgiftepremies | 228.247 | 219.354 |
| Reserves | 165.425 | 161.519 |
| Nettoresultaat van het boekjaar | 5.918 | 51.714 |
| VERPLICHTINGEN | 652.838 | 617.968 |
| Langlopende verplichtingen | 549.226 | 497.965 |
| Langlopende financiële schulden | 528.481 | 484.850 |
| Kredietinstellingen | 425.989 | 382.468 |
| Andere | 102.491 | 102.382 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | 19.419 | 11.940 |
| Handelsschulden en andere langlopende schulden | 1.325 | 1.174 |
| Kortlopende verplichtingen | 103.612 | 120.003 |
| Kortlopende financiële schulden | 78.987 | 101.599 |
| Kredietinstellingen | 46.987 | 63.599 |
| Commercial Paper | 32.000 | 38.000 |
| Andere kortlopende financiële verplichtingen | 4.422 | 179 |
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | 3.878 | 6.118 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 6.966 | 3.811 |
| Overlopende rekeningen | 9.359 | 8.296 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.330.817 | 1.314.593 |
| SCHULDGRAAD in % | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Schuldgraad (max. 65%) | 48,5% | 47,2% |
| NETTOWAARDE PER AANDEEL in EUR | 31-12-2023 | 31-12-2022 |
|---|---|---|
| Nettowaarde | 21,99 | 23,83 |
| Nettoactiefwaarde EPRA | 21,60 | 22,88 |
| EPRA NTA (netto materiële activa) | 21,59 | 22,87 |
(volgens het schema opgenomen in Afdeling 4 van Deel 1 van Hoofdstuk I van de Bijlage C van het GVV-KB van 13 juli 2014)
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| A. NETTORESULTAAT | 5.918 | 51.714 |
| B. TOEVOEGING/ONTTREKKING RESERVES | 24.962 | -6.984 |
| 1. Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed (-/+): |
||
| Boekjaar ■ |
17.725 | 31.072 |
| Vorige boekjaren ■ |
0 | 836 |
| Realisatie vastgoed ■ |
4.733 | -478 |
| 2. Toevoeging aan de reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding (-) |
15.629 | -32.257 |
| 3. Toevoeging aan/onttrekking van andere reserves (-/+) |
0 | -836 |
| 4. Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de 'equity' methode (-/+) |
-6.298 | -5.289 |
| 5. Toevoeging aan/onttrekking van overgedragen resultaten van vorige boekjaren (-/+) |
-6.826 | -32 |
| C. VERGOEDING VAN HET KAPITAAL overeenkomstig artikel 13, §1, lid 1 van het GVV-KB | 30.640 | 36.507 |
| D. VERGOEDING VAN HET KAPITAAL, andere dan C | 239 | 8.223 |
| In EUR x 1.000 |
|---|
| BEGINTOESTAND 1 JANUARI VORIG BOEKJAAR |
| Globaalresultaat vorig boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling boekjaar van 2 jaar geleden |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van het vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties in ■ de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van ■ deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de equity-methode |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van keuzedividend boekjaar van 2 jaar geleden |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van versnelde private plaatsing |
| Dividenden boekjaar van 2 jaar geleden |
| BALANS OP 31 DECEMBER VORIG BOEKJAAR |
| Globaalresultaat boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling vorig boekjaar |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties in ■ de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van ■ deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de equity-methode |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van keuzedividend vorig boekjaar |
| Kosten m.b.t. aandelenuitgifte (versnelde private plaatsing 2022) |
| Aandelenuitgifte naar aanleiding van inbreng in natura (acquisitie ILWS) |
| Dividenden vorig boekjaar |
Kapitaal
Kosten kapitaalverhoging
Nettoresultaat van het boekjaar TOTAAL EIGEN
| Kapitaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
Nettoresultaat van het boekjaar |
Totaal reserves | Uitgiftepremies | Kosten kapitaal verhoging |
Gestort kapitaal | |
| 625.785 | 98.100 | 99.929 | 189.818 | -1.727 | 239.665 | |
| 55.443 | 51.714 | 3.729 | ||||
| 0 | -42.141 | 42.141 | ||||
| 0 | -4.217 | 4.217 | ||||
| 0 | -4.600 | 4.600 | ||||
| 0 | -198 | 198 | ||||
| 0 | -6.704 | 6.704 | ||||
| 7.104 | 4.585 | 2.519 | ||||
| 48.532 | 24.950 | -636 | 24.218 | |||
| -40.240 | -40.240 | |||||
| 696.625 | 51.714 | 161.519 | 219.354 | -2.364 | 266.402 | |
| 2.836 | 5.918 | -3.082 | ||||
| 0 | 31.430 | -31.430 | ||||
| 0 | -32.257 | 32.257 | ||||
| 0 | -36 | 36 | ||||
| 0 | -836 | 836 | ||||
| 0 | -5.289 | 5.289 | ||||
| 10.365 | 4.484 | 5.881 | ||||
| -125 | -125 | |||||
| 13.004 | 4.409 | -13 | 8.608 | |||
| -44.726 | -44.726 | |||||
| 677.979 | 5.918 | 165.425 | 228.247 | -2.502 | 280.891 |
In EUR x 1.000
| BEGINTOESTAND 1 JANUARI VORIG BOEKJAAR |
|---|
| Globaal resultaat boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling boekjaar van 2 jaar geleden |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties in de ■ reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
| Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van ■ deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de equity-methode |
| BALANS OP 31 DECEMBER VORIG BOEKJAAR |
| Globaal resultaat boekjaar |
| Overboekingen door resultaatverdeling vorig boekjaar |
| Overboeking naar reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed ■ |
| Overboeking van de variatie in de reële waarde van financiële activa en passiva naar de reserve voor het saldo van de variaties in de ■ reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
| Toevoeging aan de overgedragen resultaten van vorige boekjaren ■ |
| Toevoeging aan de andere reserves ■ |
Wettelijke reserves
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding
Reserve voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de 'equity'-methode'
Andere reserves
Overgedragen resultaten van vorige boekjaren
5.289 5.289
TOTAAL RESERVES
■ Toevoeging aan/onttrekking van de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de equity-methode
BALANS OP 31 DECEMBER BOEKJAAR 90 70.255 27.641 14.482 13.078 39.878 165.425
| Overgedragen | Reserve voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten |
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten |
Reserve voor het saldo van de variaties |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| TOTAAL RESERVES |
resultaten van vorige boekjaren |
Andere reserves |
van deelnemingen die admi nistratief verwerkt worden volgens de 'equity'-methode' |
afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
in de reële waarde van vastgoed |
Wettelijke reserves |
| 99.929 | 35.241 | 20.090 | 2.490 | -8.833 | 50.852 | 90 |
| 3.729 | 3.729 | |||||
| 42.141 | 42.141 | |||||
| 4.217 | 4.217 | |||||
| 4.600 | 4.600 | |||||
| 198 | 198 | |||||
| 6.704 | 6.704 | |||||
| 161.519 | 39.842 | 24.015 | 9.194 | -4.616 | 92.994 | 90 |
| -3.082 | -11.773 | 8.691 | ||||
| -31.430 | -31.430 | |||||
| 32.257 | 32.257 | |||||
| 36 | ||||||
| 836 | 836 | |||||
| 5.289 | 5.289 | |||||
| 165.425 | 39.878 | 13.078 | 14.482 | 27.641 | 70.255 | 90 |
| 2023 | 2022 | |
|---|---|---|
| Aantal aandelen bij het begin van het boekjaar | 29.235.067 | 26.300.908 |
| Aantal uitgegeven aandelen bij keuzedividend | 645.406 | 276.426 |
| Aantal uitgegeven aandelen bij inbreng in natura (acquisitie ILWS) | 944.649 | 2.657.733 |
| Aantal aandelen op jaareinde | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Aanpassingen voor de berekening van het gewogen gemiddeld aantal aandelen | -804.119 | -2.570.189 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 30.021.003 | 26.664.878 |
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kantoren | Logistiek vastgoed |
TOTAAL | Kantoren | Logistiek vastgoed |
TOTAAL | |
| BALANS OP 1 JANUARI | 351.027 | 428.862 | 779.889 | 332.573 | 409.086 | 741.659 |
| Fusie met Greenhouse Singel NV ■ op 30 november 2022 |
0 | 0 | 0 | 46.977 | 0 | 46.977 |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen ■ |
0 | 29.500 | 29.500 | 0 | 4.627 | 4.627 |
| Investeringen in projectontwikkelingen ■ |
644 | 375 | 1.019 | 2.275 | 10.929 | 13.204 |
| Investeringen en uitbreidingen in ■ bestaande vastgoedbeleggingen |
1.844 | 3.906 | 5.750 | 935 | 1.413 | 2.348 |
| Overboeking naar activa bestemd voor ■ verkoop/desinvestering |
-9.258 | 0 | -9.258 | -27.504 | -8.095 | -35.599 |
| Variaties in de reële waarde van ■ vastgoedbeleggingen |
-38.429 | 25.803 | -12.626 | -4.229 | 10.902 | 6.673 |
| BALANS OP 31 DECEMBER | 305.828 | 488.446 | 794.274 | 351.027 | 428.862 | 779.889 |
De reële waarde van de vastgoedbeleggingen van Intervest is in 2023 toegenomen met € 14 miljoen en bedraagt op 31 december 2023 € 794 miljoen (€ 780 miljoen op 31 december 2022).
De reële waarde van de logistieke portefeuille is in 2023 toegenomen met circa € 60 miljoen. Enerzijds door investeringen in projectontwikkelingen en de bestaande vastgoedbeleggingen voor € 4 miljoen. Anderzijds door de aankoop van een pand in Gent en een grond in St. George voor samen € 30 miljoen. Er was eveneens een positieve herwaardering van € 26 miljoen.
De reële waarde van de kantorenportefeuille is ten opzichte van jaareinde 2022 afgenomen met € 45 miljoen. Dit is het gevolg van investeringen in projectontwikkelingen en de bestaande portefeuille voor € 2,5 miljoen. Er werd een kantoorpand verkocht in Zellik, dit stond per 31/12/2022 nog niet als bestemd voor verkoop en het pand in Aartselaar werd overgeboekt naar "bestemd voor verkoop" aangezien het verkooptraject ver gevorderd is op jaareinde.
Er was gedurende boekjaar 2023 eveneens een negatieve variatie in de reële waarde van de bestaande kantorenportefeuille van € -38 miljoen.
Intervest heeft op 31 december 2023 geen activa voor eigen gebruik, met uitzondering van de ruimte in Greenhouse Antwerp waar de maatschappelijke zetel van Intervest gevestigd is. Conform IAS 40.10 wordt deze ruimte opgenomen als een vastgoedbelegging.
Voor de verdere verklaring van de Variaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen wordt verwezen naar Toelichting 10 van de enkelvoudige jaarrekening.
De vastgoedbeleggingen kunnen verder opgedeeld worden in:
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Vastgoed beschikbaar voor verhuur | 765.174 | 733.713 |
| Projectontwikkelingen en grondreserves | 29.100 | 46.176 |
| TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN | 794.274 | 779.889 |
Op 31 december 2023 zijn er geen vastgoedbeleggingen die het voorwerp uitmaken van hypothecaire zekerheden die werden verstrekt in het kader van opgenomen leningen en kredietfaciliteiten bij financiële instellingen.
De financiële vaste activa bevatten op 31 december 2023 de positieve reële waarde van financiële derivaten voor € 19 miljoen en een de lening met perimetervennootschap Intervest Nederland Coöperatief U.A van € 179 miljoen, voornamelijk ter financiering van de verwervingen van het vastgoed aangehouden in de Nederlandse perimetervennootschappen.
| 2023 | 2022 | |
|---|---|---|
| Reële waarde financiële derivaten | 18.994 | 32.608 |
| Vorderingen op verbonden ondernemingen | 179.262 | 178.364 |
| TOTAAL FINANCIËLE VASTE ACTIVA | 198.256 | 210.972 |
| 2023 | 2022 | |
|---|---|---|
| Deelneming Aartselaar Business Center | 0 | -429 |
| Deelneming Mechelen Research Park | 6.854 | 6.256 |
| Deelneming Mechelen Business Center | 4.251 | 3.626 |
| Deelneming Intervest Nederland Coöperatief U.A. | 143.711 | 141.889 |
| Deelneming Genk Green Logistics | 33.333 | 28.059 |
| Deelneming Industrial Logistic Warehousing Services SPRL | 25.537 | 0 |
| Deelneming Puurs Green Logistics | 11.854 | 11.817 |
| Deelneming Zeebrugge Green Logistics | 24.912 | 22.323 |
| TOTAAL INVESTERINGEN VERWERKT VOLGENS DE EQUITY METHODE | 250.452 | 213.541 |
De investeringen die administratief verwerkt werden volgens de equity methode bevatten op 31 december 2023 de waarde van de deelnemingen in de perimetervennootschappen van Intervest voor een bedrag van € 251 miljoen. De deelnemingen worden in de enkelvoudige jaarrekening verwerkt volgens de 'equity' -methode, allen met toepassing van de doorkijk- of look-through benadering, met uitzondering van de deelneming Genk Green Logistics waar Intervest niet 100% van de aandelen bezit.
Het bedrag dat vatbaar is voor uitkering is bepaald conform artikel 13 §1 van het GVV-KB en Hoofdstuk III van bijlage C van het GVV-KB.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat | 5.918 | 51.714 |
| Aan te passen niet-kasstroomverrichtingen begrepen in het nettoresultaat | ||
| Afschrijvingen ■ |
821 | 658 |
| Waardeverminderingen ■ |
86 | 92 |
| Terugnemingen van waardeverminderingen ■ |
-19 | -82 |
| Andere niet-monetaire bestanddelen ■ |
14.136 | 404 |
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen ■ |
4.733 | -478 |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen ■ |
12.626 | -6.673 |
| Gecorrigeerd resultaat (A) | 38.300 | 45.635 |
| + Tijdens het boekjaar gerealiseerde meer- en minderwaarden* op vastgoed | -8.691 | 836 |
| -- Tijdens het boekjaar gerealiseerde meerwaarden op vastgoed vrijgesteld van de verplichte uitkering onder voorbehoud van hun herbelegging binnen een termijn van 4 jaar |
8.691 | -836 |
| Nettomeerwaarden bij realisatie van vastgoed niet vrijgesteld van de verplichte uitkering (B) | 0 | 0 |
| Totaal (A + B) | 38.300 | 45.635 |
| Totaal (A + B) x 80% | 30.640 | 36.507 |
| Schuldvermindering (-) | 0 | 0 |
| UITKERINGSPLICHT | 30.640 | 36.507 |
* Meer- en minderwaarden ten opzichte van de aanschaffingswaarde vermeerderd met de geactiveerde investeringskosten.
De andere niet monetaire bestanddelen omvatten de variatie in het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de 'equity' methode en waarop de doorkijkbenadering niet toegepast wordt (€ -6,3 miljoen), de variatie in de reële waarde van het vastgoed aangehouden in 100% perimetervennootschappen waarbij de doorkijkbenadering wel toegepast wordt (€ 3,9 miljoen), het ander portefeuilleresultaat (€ 1,2 miljoen), de niet kasstroomelementen huurkortingen en huurvoordelen toegekend aan huurders (€ -0,3 miljoen) en de variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva (€ 15,6 miljoen).
Intervest heeft voor boekjaar 2023 een minimale uitkeringsplicht van € 30,6 miljoen.
| 2023 | 2022 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat (in EUR x 1.000) | 5.918 | 51.714 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 30.021.003 | 26.664.878 |
| NETTORESULTAAT PER AANDEEL (EUR) | 0,20 | 1,94 |
| Verwaterd nettoresultaat per aandeel (EUR) | 0,20 | 1,94 |
| EPRA resultaat (in EUR x 1.000) | 37.706 | 44.762 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 30.021.003 | 26.664.878 |
| EPRA RESULTAAT PER AANDEEL (EUR) | 1,26 | 1,68 |
Aan de aandeelhouders zal voor het boekjaar 2023 een brutodividend aangeboden worden van € 1,02. Dit brutodividend biedt de aandeelhouders een brutodividendrendement van 4,9% op basis van de slotkoers van het aandeel op 31 december 2023 (€ 20,70). De aandelen die gecreëerd werden bij de inbreng in natura (acquisitie ILWS) delen slechts pro rata in het resultaat, als gevolg hiervan hebben 944.649 aandelen slechts recht op 5/12 van het dividend.
| 2023 | 2022 | |
|---|---|---|
| Geconsolideerd EPRA resultaat per aandeel (EUR) | 1,25 | 1,71 |
| Enkelvoudig EPRA resultaat per aandeel (EUR) | 1,26 | 1,68 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen | 30.825.122 | 29.235.067 |
| EPRA resultaat per aandeel (EUR) op basis van aantal dividendgerechtigde aandelen | 1,22 | 1,53 |
| Brutodividend per aandeel (EUR) volledig jaar in het bezit | 1,53 | |
| Brutodividend per aandeel (EUR) bestaande aandelen voor 02 augustus 2023 | 1,020 | nvt |
| Brutodividend per aandeel (EUR) gecreëerd aandelen in het kader van de inbreng in natura (acquisitie ILWS) |
0,425 | nvt |
| Dividenduitkering uitgedrukt in procent van het enkelvoudig EPRA resultaat per aandeel op basis van aantal dividendgerechtigde aandelen (%) |
82% | 100% |
| Vergoeding van het kapitaal (in EUR x 1.000) | 30.880 | 44.730 |
Na afsluiting van het boekjaar wordt deze dividenduitkering voorgesteld door de raad van toezicht. Deze zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de algemene vergadering van aandeelhouders op 24 april 2024. De dividenduitkering wordt, conform IAS 10, niet opgenomen als verplichting en heeft geen effect op de winstbelasting.
Het bedrag als bedoeld in artikel 7:212 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (voorheen artikel 617 van het Wetboek van Vennootschappen), van het gestort kapitaal of als dit bedrag hoger ligt, van het opgevraagd kapitaal, verhoogd met al de reserves die volgens de wet of de statuten niet verdeeld mogen worden, is bepaald in Hoofdstuk IV van bijlage C van het GVV-KB.
| in EUR x 1.000 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Niet-uitkeerbare elementen van het eigen vermogen voor resultaatverdeling | ||
| Gestort kapitaal | 280.891 | 266.402 |
| Volgens de statuten niet-beschikbare uitgiftepremies | 228.247 | 219.354 |
| Reserve voor het positieve saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed | 70.255 | 92.994 |
| Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding |
27.641 | -4.616 |
| Andere reserves niet beschikbaar voor uitkering | 17.618 | 15.411 |
| Wettelijke reserves | 90 | 90 |
| Resultaatverdeling dat conform Hoofdstuk I van bijlage C van het KB van 13 juli 2014 aan de niet uitkeerbare reserves dient toegewezen te worden |
||
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -22.457 | -31.430 |
| Boekjaar | -17.725 | -31.072 |
| Vorige boekjaren | 0 | -836 |
| Realisatie van vastgoed | -4.733 | 478 |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva (niet-effectieve hedges) | -15.629 | 32.257 |
| Variaties voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deel nemingen die administratief verwerkt worden volgens de equity methode en waarop de doorkijk benadering niet wordt toegepast. |
6.298 | 5.289 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN DAT NIET UITKEERBAAR IS | 592.955 | 595.751 |
| Eigen vermogen enkelvoudig | 677.979 | 696.625 |
| Geplande dividenduitkering | 30.880 | 44.730 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen | 30.825.122 | 29.235.067 |
| Brutodividend per aandeel (EUR) | 1,53 | |
| Brutodividend per aandeel (EUR) bestaande aandelen voor 02 augustus 2023 | 1,020 | nvt |
| Brutodividend per aandeel (EUR) gecreëerd aandelen in het kader van de inbreng in natura (acquisitie ILWS) |
0,425 | nvt |
| EIGEN VERMOGEN NA DIVIDENDUITKERING | 647.099 | 651.895 |
| OVERBLIJVENDE RESERVE NA UITKERING | 54.144 | 56.146 |
De variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen opgenomen bij de bepaling van het bedrag conform artikel 7:212 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bedraagt voor 2023 €-22,5 miljoen (€ -31,4 miljoen voor 2022). Dit bedrag omvat:
Bij het opstellen van de enkelvoudige jaarrekening past Intervest de doorkijkbenadering ('look through approach') toe voor de resultaatverwerking, de bepaling van de beschikbare en onbeschikbare reserves en bij de vaststelling van het minimum uit te keren dividend (80% grens).
Het principe van de doorkijkbenadering is een consolidatiebenadering in de enkelvoudige jaarrekening op het niveau van de uitkeringsplicht, de resultaatverwerking en de uitkeringsbeperking.
Het aandeel in de resultaten van deelnemingen verwerkt volgens de equitymethode (zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde resultaten) wordt standaard in zijn geheel ondergebracht in de onbeschikbare reserverubriek 'Reserve voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief verwerkt worden volgens de equitymethode', en zijn bijgevolg onbeschikbaar voor uitkering in het jaar waarin de deelnemingen deze resultaten realiseren.
Bij de verwerking van de deelnemingen volgens de equitymethode met toepassing van de doorkijkbenadering, wordt het aandeel in de resultaten van de deelnemingen niet in zijn geheel toegewezen aan de onbeschikbare reserverubrieken. Er wordt gekeken naar de samenstellende elementen van dit resultaat. Het aandeel in het resultaat van de deelnemingen wordt aan de onbeschikbare en beschikbare reserverubrieken toegewezen alsof het zou gaan om de resultaten van de moederonderneming GVV zelf.
Het toepassen van een doorkijkbenadering houdt bepaalde financiële risico's in voor de moedervennootschap GVV en zou tot situaties kunnen leiden waarbij de deelneming moet helpen de dividenden die de moedervennootschap GVV uitkeert te financieren (bijvoorbeeld door het opstromen van cash van de deelneming naar de moederonderneming GVV door het (systematisch) toestaan van leningen van de deelneming aan de moederonderneming GVV) of waarbij de GVV zelf de dividenduitkeringen moet financieren via leningen.
De doorkijkbenadering wordt daarom bij Intervest met voorzichtigheid benaderd en enkel toegepast op de perimetervennootschappen waarvan de aandelen 100% aangehouden worden door Intervest. Dit geldt voor alle deelnemingen van Intervest op 31 december 2023, met uitzondering van de IGVV Genk Green Logistics, waarvan Intervest slechts 50% aandeelhouder is. Op deze vennootschap wordt de doorkijkbenadering niet toegepast en worden de resultaten van de deelneming als onbeschikbaar behandeld.
In 2023 werd door de toepassing van de doorkijkbenadering € 11,3 miljoen EPRA resultaat gerealiseerd in de perimetervennootschappen als beschikbaar resultaat verwerkt (€ 7,9 miljoen in 2022). Intervest beschikt op 31 december 2023 over € 54 miljoen beschikbare reserves om tijdsverschuivingen in dividendopstroming en tijdelijke cash traps op te vangen.
Op het moment dat een gebouw verkocht wordt, worden de eerder opgebouwde gecumuleerde onbeschikbare reserves toewijsbaar aan dit gebouw gerealiseerd en dus beschikbaar voor uitkering. Deze gecumuleerde onbeschikbare reserves kunnen in sommige gevallen echter ook negatief zijn en dus het saldo van de beschikbare reserves negatief beïnvloeden.
Het huidige verkoopproces van de kantorenportefeuille en de timing van de individuele desinvesteringen zou het toekomstig beschikbaar bedrag voor dividenduitkering dus in sterke mate kunnen beïnvloeden, en desgevallend tenietdoen.
Voor het boekjaar 2023 wordt € 1,02 per aandeel uitgekeerd, de aandelen gecreëerd in het kader van de inbreng in natura (acquisitie ILWS) delen hier slecht voor 5/12 in mee. De overblijvende reserve na uitkering neemt daalt met € 2,0 miljoen ten opzichte van het vorig boekjaar, een gevolg van het gerealiseerde resultaat op de verkopen ten opzichte van de initiële aanschafwaarde verhoogd met alle investeringen.
De raad van toezicht heeft in 2023, zoals steeds, aandacht besteed aan de risicofactoren waaraan Intervest onderhevig is.
De raad van toezicht bevestigt de geldigheid van de risico's waarmee Intervest kan worden geconfronteerd, de mogelijke impact ervan en de strategie die wordt gehanteerd om die eventuele impact te temperen, zoals deze hierna vermeld staan.
De raad van toezicht volgt de permanente evoluties op de vastgoed- en de financiële markten continu op ter bewaking van de resultaten en de financiële situatie van Intervest met verhoogde aandacht voor de maatregelen die Intervest in acht neemt om de eventuele negatieve impact van deze risico's zo veel mogelijk te beperken en te beheersen.
De permanente evoluties op de vastgoed- en de financiële markten vereisen een continue opvolging van de marktrisico's, operationele, financiële en reglementaire risico's ter bewaking van de resultaten en de financiële situatie van Intervest.
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste specifieke en materiële risico's beschreven waarmee de vennootschap wordt geconfronteerd. Deze risico's worden onderverdeeld in de categorieën marktrisico's, operationele risico's, financiële risico's en reglementaire risico's en worden binnen elke categorie gerangschikt in volgorde van materialiteit, op basis van de waarschijnlijkheid dat ze zich voordoen en de verwachte omvang van hun negatieve impact op Intervest indien ze zich voordoen. Per risico wordt eerst het risico benoemd en vervolgens de overblijvende mogelijke negatieve impact op Intervest indien het risico zich zou realiseren.
RISICOFACTOREN 179
De lezers worden erop gewezen dat deze risico's constant worden geëvalueerd en dat nieuwe risico's kunnen worden geïdentificeerd. Deze lijst is bijgevolg niet exhaustief en gebaseerd op de informatie die gekend was bij de publicatie van dit verslag.
Daarnaast wordt er op gewezen dat risicobeheer geen oefening is met een bepaalde frequentie, maar dat dit integraal deel uitmaakt van de wijze waarop de vennootschap wordt geleid. Dit gaat van het dagelijks financieel en operationeel beheer, de analyse van nieuwe investeringsdossiers, het formuleren van de strategie en de objectieven tot het verankeren van strakke procedures voor de besluitvorming. Het begrijpen en afschermen van risico's die voortvloeien uit zowel interne als externe factoren is essentieel voor het behalen van de beoogde return op lange termijn.
Tot slot worden lezers erop gewezen dat Intervest ook met algemene risico's wordt geconfronteerd die in de evaluatie van de risico's en het risicobeheer van de vennootschap worden meegenomen en gemonitord. Dergelijke algemene risico's worden in dit hoofdstuk echter niet afzonderlijk vermeld.
De huidige inflatie kan de financieringskosten en kapitalisatievoeten doen toenemen als gevolg van stijgende rentevoeten en dus een daling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen van Intervest tot gevolg hebben.
Ondanks de automatische indexering van de huurprijs bestaat het risico dat de huurprijs onder die huurovereenkomsten minder snel stijgt dan de huurprijs op de markt. Omgekeerd bestaat echter ook de kans dat de huurprijs op de markt minder snel stijgt dan de inflatie of zelfs daalt, in welk geval de toegepaste indexering niet zou gelden bij huurhernieuwing of het afsluiten van nieuwe huurovereenkomsten. De huurovereenkomsten die in 2024 op eerstvolgende vervaldatum komen, hebben, op basis van de contractuele jaarhuren, betrekking op 15% van de portefeuille (logistiek vastgoed en kantoren). Indien Intervest in de toekomst niet in staat is om gelijkaardige indexatie- of aanpassingsclausules op te nemen in haar huurovereenkomsten, zal haar blootstelling aan dit inflatierisico toenemen.
Evoluties in de investeringsmarkten kunnen tot gevolg hebben dat de reële waarde van de vastgoedbeleggingen van Intervest daalt of dat Intervest investeringen of desinvesteringen moet doen op een slecht tijdstip in de conjunctuurcyclus, waardoor vastgoed aangekocht kan worden aan een te hoge prijs ten opzichte van de reële waarde, respectievelijk verkocht kan worden aan een te lage prijs ten opzichte van de reële waarde. Meer bepaald geven periodes van uitgesproken hoogconjunctuur aanleiding tot hogere marktprijzen die op een later tijdstip onderhevig kunnen zijn aan negatieve correcties, en geven periodes van teruglopende conjunctuur veelal aanleiding tot een daling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen. In een periode van aantrekkende conjunctuur wordt daarom een meer actief investeringsbeleid gevoerd, waarbij geanticipeerd wordt op stijgende reële waarden van de vastgoedbeleggingen en op een meer actieve huurmarkt. In periodes van hoogconjunctuur zal eerder een gematigd investeringsbeleid gevoerd worden.
Evoluties in de verhuurmarkten kunnen bijdragen tot dit risico indien deze tot gevolg hebben dat de huurinkomsten van de vastgoedbeleggingen te laag zijn ten opzichte van de investeringen. In de markt voor logistiek vastgoed kunnen onder meer een toenemende omnichannel-strategie, herzieningen van de supply chain en duurzaamheidsoverwegingen veranderingen in de logistieke aanpak teweegbrengen en de vraag naar het logistiek vastgoed in de portefeuille van Intervest beïnvloeden. In de markt voor kantoren hebben drijfveren zoals het coworking-model en de nood aan een flexibeler gebruik van kantoorruimte – vergemakkelijkt door technologische evolutie en versterkt door de verschuiving naar een meer hybride manier van werken, die versneld werd door de COVID-pandemie en voor vele organisaties een blijvend karakter heeft gekregen – reeds geleid tot grote veranderingen in het gebruik van kantoren en zullen deze uiteindelijk leiden tot omgevingen waar werken, wonen, ontspanning, winkelen én leven samengaan. Deze evoluties kunnen leiden tot een verminderde vraag naar het logistiek vastgoed of de kantoren in de portefeuille van Intervest met hogere leegstand of lagere huurprijzen en dus verminderde huurinkomsten tot gevolg. Intervest heeft besloten geen nieuwe kantoorruimte meer aan te kopen en volop in te zetten op eigen ontwikkelingen en herontwikkelingen in het logistieke segment. Bijgevolg zal de risicoblootstelling aan het kantoorsegment afnemen en deze aan het logistiek segment toenemen.
Tot slot kan de huidige economische conjunctuur (met onder meer grote marktvolatiliteit, verslechterende macro-economische vooruitzichten en hogere rentevoeten) de investerings- en verhuurmarkten voor zowel logistiek vastgoed als kantoren beïnvloeden en bijdragen tot de risico's dat Intervest investeringen of desinvesteringen moet doen op een slecht tijdstip in de conjunctuurcyclus, dat de vraag naar de gebouwen in de portefeuille van Intervest aan de adequate huurprijzen daalt of dat de huurders van Intervest insolvent worden.
De reële waarde van de vastgoedportefeuille is onderhevig aan wijzigingen en hangt af van verschillende factoren. Voorbeelden zijn onder meer de daling van de bezettingsgraad of huurprijzen (zie risicofactor "Risico's verbonden aan de verhuurmarkten"), de stijging van de bouwkosten (zie risicofactor "Risico's verbonden aan ontwikkelings- en herontwikkelingsprojecten"), de toename van operationele kosten en investeringen voor onderhoud (zie risicofactor "Risico's verbonden aan de veroudering en het onderhoud van gebouwen"), de wanbetaling door huurders (zie risicofactor "Risico's verbonden aan wanbetaling door huurders") en de inflatie en stijgende rente (zie risicofactor "Risico's verbonden aan inflatie"). Dergelijke factoren kunnen resulteren in een negatieve herwaardering van de vastgoedportefeuille. Intervest heeft een gediversifieerde portefeuille met een maximaal risico per gebouw van 8% van de reële waarde.
Op het moment dat een gebouw verkocht wordt, worden de eerder opgebouwde gecumuleerde onbeschikbare reserves toewijsbaar aan dit gebouw gerealiseerd en dus beschikbaar voor uitkering. Deze gecumuleerde onbeschikbare reserves kunnen in sommige gevallen echter ook negatief zijn en dus het saldo van de beschikbare reserves negatief beïnvloeden.
〉 De realisatie van een gebouw met gecumuleerde negatieve reserves kan het dividend in sterke mate negatief beïnvloeden, anderzijds kan de realisatie van een gebouw met gecumuleerde positieve reserves de voor uitkering beschikbare reserves weer aanvullen.
Intervest verhuurt de gebouwen in haar portefeuille met het oog op een stabiele cashflow, waarvoor een continue en hoge bezettingsgraad aan passende huurprijzen essentieel is. Het risico bestaat dat Intervest de gebouwen in haar portefeuille moeilijker verhuurd krijgt, met een lagere huurprijs of bezettingsgraad en bijgevolg verminderde huurinkomsten tot gevolg.
Drijfveren achter dit risico zijn onder meer evoluties in de verhuurmarkten en de huidige economische conjunctuur. In de markt voor logistiek vastgoed kunnen onder meer een toenemende omnichannel strategie, herzieningen van de supply chain en duurzaamheidsoverwegingen veranderingen in de logistieke aanpak teweegbrengen en de vraag naar het logistiek vastgoed in de portefeuille van Intervest bijgevolg beïnvloeden. In de markt voor kantoren hebben drijfveren zoals het co-working model en de nood aan een flexibeler gebruik van kantoorruimte – vergemakkelijkt door technologische evolutie en versterkt door de verschuiving naar een meer hybride manier van werken, die versneld werd door de COVID-pandemie en voor vele organisaties een blijvend karakter heeft gekregen – reeds geleid tot grote veranderingen in het gebruik van kantoren en zullen uiteindelijk leiden tot omgevingen waar werken, wonen, ontspanning, winkelen én leven samengaan. Tot slot kan de huidige economische conjunctuur (met onder meer grote marktvolatiliteit, verslechterende macro-economische vooruitzichten en hogere rentevoeten) de verhuurmarkten voor zowel logistiek vastgoed als kantoren beïnvloeden en aanleiding geven tot een vermindering van de vraag naar dergelijk vastgoed, hogere leegstand of lagere huurprijzen bij herverhuring en insolventie van huurders. Andere factoren die dit risico beïnvloeden, zijn onder meer de aard en ligging van het vastgoed, de mate waarin het moet concurreren met nabijgelegen gebouwen, de beoogde doelgroep en gebruikers, de kwaliteit van het vastgoed, de kwaliteit van de huurder en de huurovereenkomst.
Per 31 december 2023 bestaat de portefeuille van Intervest voor 53% uit logistiek vastgoed in België, voor 25% uit logistiek vastgoed in Nederland en voor 22% uit kantoren in België. De gemiddelde looptijd tot de eerste vervaldag van de huurovereenkomsten in de logistieke portefeuille bedraagt 4,4 jaar in België en 5,9 jaar in Nederland. Het logistiek vastgoed in portefeuille heeft een bezettingsgraad van 96% in België en 96% in Nederland. De huurovereenkomsten die in 2024 op eerstvolgende vervaldatum komen, hebben, op basis van de contractuele jaarhuren, betrekking op 10,5% van de totale portefeuille en vertegenwoordigen een totale jaarlijkse bruto huuropbrengst van € 9,0 miljoen. De gemiddelde looptijd tot de eerste vervaldag van de huurovereenkomsten in de kantorenmarkt bedraagt 3,1 jaar. De kantoren in portefeuille hebben een bezettingsgraad van 85% en de huurovereenkomsten die in 2024 op eerstvolgende
vervaldatum komen, hebben, op basis van de contractuele jaarhuren, betrekking hebben op 4,7% van de totale portefeuille en vertegenwoordigen een totale jaarlijkse bruto huuropbrengst van € 4,0 miljoen. Gelet op die hoge bezettingsgraad – in kantorenportefeuille en nog meer in de logistieke portefeuille – is het risico van leegstand groter dan het potentieel om de bezettingsgraad te verhogen.
Intervest heeft besloten geen nieuwe kantoorruimte meer aan te kopen en volop in te zetten op eigen ontwikkelingen en herontwikkelingen in het logistieke segment. Bijgevolg zal de risicoblootstelling aan het kantoorsegment afnemen en deze aan het logistiek segment toenemen.
Als verhuurder staat Intervest in beginsel in voor grote onderhoudswerken en herstellingen aan de gebouwen in haar portefeuille, terwijl de huurders instaan voor regulier onderhoud (onderhoud van ramen en vensters, technisch onderhoud, groenonderhoud, enz.) en kleine herstellingen.
De staat van de gebouwen wordt geimpacteerd door slijtage van diverse onderdelen als gevolg van veroudering of door (bijvoorbeeld) extreme weersomstandigheden veroorzaakt door de klimaatverandering, terwijl de gebouwen moeten voldoen aan steeds strengere (wettelijke of maatschappelijke) vereisten. De gemiddelde ouderdom van de gebouwen in de portefeuille is 17 jaar (36% tussen 0 en 5 jaar, 9% tussen 6 en 10 jaar, 9% tussen 11 en 15 jaar, 8% tussen 16 en 20 jaar en 38% ouder dan 20 jaar).
Naarmate de ouderdom van de gebouwen in de portefeuille toeneemt en om aan de toenemende (wettelijke of maatschappelijke (bv. ESG)) vereisten te blijven voldoen, moeten er onderhouds- en renovatiewerken worden uitgevoerd. Dergelijke werken zijn tevens van belang om een voldoende kwalitatief huurdersbestand te kunnen blijven aantrekken en de vooraf ingeschatte huurprijs te kunnen blijven realiseren. Die werken kunnen aanleiding geven tot substantiële kosten en investeringen. Bovendien zijn die werken blootgesteld aan een mogelijke stijging van de bouwkosten en aan mogelijke problemen bij de levering van grondstoffen of materialen, waarvoor Intervest in grote mate afhankelijk is van macro-economische ontwikkelingen, zoals de volatiliteit van de grondstofprijzen (die wordt beïnvloed door de volatiliteit van de energieprijzen)
en basismaterialen en verstoringen van de leveringsketen. Tot slot kunnen die werken resulteren in een tijdelijke en/ of gedeeltelijke onverhuurbaarheid van gebouwen.
Aan (her)ontwikkelingsprojecten zijn specifieke risico's verbonden. Enerzijds worden de (her)ontwikkelingsprojecten beïnvloed door de keuze van het juiste gebruiksformat, het vinden van de juiste externe dienstverleners (architecten, studiebureaus, aannemers, andere adviseurs) en partners en het verkrijgen, behouden of vernieuwen van de nodige vergunningen en de toenemende regelgeving en voorkeuren van klanten en maatschappelijke houdingen met betrekking tot milieukwalificaties (ESG). Anderzijds zijn de (her)ontwikkelingsprojecten blootgesteld aan een mogelijke stijging van de bouwkosten en aan mogelijke problemen bij de levering van grondstoffen of materialen, waarvoor Intervest in grote mate afhankelijk is van macro-economische ontwikkelingen, zoals de volatiliteit van de grondstofprijzen (die wordt beïnvloed door de volatiliteit van de energieprijzen) en basismaterialen en verstoringen van de leveringsketen. Deze en andere factoren kunnen onder meer leiden tot vertraging, gebrekkige uitvoering en het niet bekomen van de beoogde kwaliteit of duurzaamheidniveaus en budgetoverschrijding, en dus tot vertraagde huurinkomsten en mogelijks verhoogde (financiële) kosten. Intervest lanceert ontwikkelingsprojecten – behoudens uitzonderingen – normaliter pas indien de nodige vergunningen voorhanden zijn en ze grotendeels voorverhuurd en volledig gefinancierd zijn. Intervest draagt het bouwrisico voor alle projecten in haar portefeuille per 31 december 2023.
Intervest kan niet uitsluiten dat huurders in gebreke blijven om hun huur te betalen. Contractuele bepalingen in huurovereenkomsten voorzien steeds in waarborgsommen of bankgaranties, en dit voor gemiddeld vijf maanden, en in de voorafbetaling van huur op maandelijkse of driemaandelijkse basis (met een (drie) maandelijkse provisie voor huurlasten en taksen die contractueel kunnen worden doorgerekend aan de huurders). Gehele of gedeeltelijke wanbetaling door huurders die dergelijke waarborgen overschrijdt, kan de huurinkomsten, cashflow en bezettingsgraad beïnvloeden.
Intervest tracht een schuldgraad tussen ongeveer 45% en 50% te handhaven, tenzij een duidelijke oververhitting van de logistieke vastgoedmarkt de reële waarde van de vastgoedportefeuille aanzienlijk zou doen stijgen, in welk geval de beoogde schuldgraad voorzichtigheidshalve neerwaarts bijgesteld zal worden naar 40 tot 45%. Intervest heeft per 31 december 2023 een geconsolideerde schuldgraad van 49,7%. Een relatieve toename van het vreemd vermogen ten opzichte van het eigen vermogen kan resulteren in een hoger rendement maar kan ook risico's inhouden. Per 31 december 2023 heeft Intervest een investeringscapaciteit van € 637 miljoen alvorens de maximale geconsolideerde schuldgraad van 65% voor GVV's te bereiken. De ruimte voor verdere investeringen bedraagt circa € 376 miljoen alvorens de maximale schuldgraad van 60% welke opgenomen is in de meeste bankconvenanten in financieringsovereenkomsten van Intervest te overschrijden.
De reële waarde van de vastgoedportefeuille heeft eveneens een invloed op de schuldgraad. Per 31 december 2023 zou een daling van de reële waarde van de vastgoedportefeuille ten belope van € 344 miljoen resulteren in een overschrijding van de maximale geconsolideerde schuldgraad van 65% en een daling van de reële waarde van de vastgoedportefeuille ten belope van € 252 miljoen resulteren in een overschrijding van een schuldgraad van 60%.
〉 Strenger toezicht door de relevante toezichthouder en, uiteindelijk, het verlies van het GVV-statuut (zie risicofactor "Risico's verbonden aan het verlies van het statuut van OGVV en IGVV"). Bovendien mogen GVV's
geen dividenden uitkeren indien hun geconsolideerde schuldgraad gestegen is tot meer dan 65% of ten gevolge van de uitkering zou stijgen tot boven die grens.
Intervest heeft per 31 december 2023 kredietlijnen voor een bedrag van € 823 miljoen. Verdere toelichting over deze kredieten en de terugbetalingstermijnen kan gevonden worden in het hoofdstuk "Financiële structuur - Toelichting financiële structuur" in het Activiteitenverslag. De kredietovereenkomsten bevatten covenanten met betrekking tot de naleving van financiële ratio's, deze hebben vooral betrekking op het geconsolideerde financiële
schuldenniveau (maximale schuldgraad van 60%) of de financiële interestlast (interest cover ratio minimum 2 tot 2,5), het verbod tot hypothekeren of verpanden van vastgoedbeleggingen en de pari passu behandeling van de schuldeisers.
Intervest is in grote mate afhankelijk van haar vermogen om financiële middelen op te halen, in de vorm van eigen vermogen of vreemd vermogen (inclusief via obligaties), om haar activiteiten te financieren en om haar dagelijkse betalingsverplichtingen te voldoen. In totaal heeft Intervest op 31 december 2023 € 823 miljoen kredietlijnen, waarvan € 147 miljoen niet opgenomen kredietlijnen.
Verschillende factoren kunnen ertoe leiden dat Intervest moeilijker toegang krijgt tot financiering. Voorbeelden zijn onder meer verstoringen of volatiliteit op de internationale markten, een vermindering van de kredietverleningscapaciteit van de banken, een verminderde kredietwaardigheid van Intervest, een negatieve perceptie van investeerders op vastgoedondernemingen en het niet voldoen aan toenemende verwachtingen van investeerders met betrekking tot bepaalde milieukwalificaties (ESG) en transparante rapportering hierover.
Per 31 december 2023 bedroeg het nominaal bedrag van de uitstaande financieringsschuld € 676 miljoen. Van de opgenomen kredietlijnen op 31 december 2023 heeft 93% een vaste rentevoet of is gefixeerd door renteswaps en heeft 7% een variabele rentevoet. De rentabiliteit van Intervest en de mogelijkheid om toekomstige investeringen te doen, hangt derhalve in grote mate af van de ontwikkelingen van de rentevoeten. Een stijging van de rentevoeten maakt de kapitaalkost duurder voor Intervest.
Op 31 december 2023 is de gewogen gemiddelde resterende looptijd van de interest rate swaps 3,6 jaar.
De reële waarde van de indekkingsinstrumenten wordt bepaald door de rentevoeten op de financiële markten. Bij sterke daling van de rente krijgen derivaten ter afdekking van het renterisico een negatieve waarde. Bij een sterke stijging van de rente is het onzeker of Intervest voldoende financiële indekkingsinstrumenten zal kunnen afsluiten of dat deze aan aanvaardbare voorwaarden zullen kunnen worden afgesloten. Schommelingen in de reële waarde van de toegelaten indekkingsinstrumenten hebben geen impact op de cashflow aangezien deze financiële derivaten worden aangehouden tot vervaldag van deze contracten. Enkel een vroegtijdige afwikkeling zou extra kosten met zich meebrengen.
Intervest is een OGVV en Genk Green Logistics NV is IGVV naar Belgisch recht. Om hun statuut als OGVV respectievelijk IGVV te behouden, moeten ze voldoen aan diverse vereisten onder de GVV-Wet en het GVV-KB. Voorbeelden van die wettelijke vereisten zijn dat hun schuldgraad niet meer dan 65% bedragen en dat ze niet meer dan 20% van hun vermogen mogen investeren in activa die één vastgoedgeheel vormen. Verdere toelichting over de
toepasselijke wettelijke vereisten en fiscale stelsels kan gevonden worden in het hoofdstuk "Wettelijk kader en fiscale stelsels" in de Algemene inlichtingen.
〉 Verlies van het statuut van OGVV of IGVV zou resulteren in een verlies van het voordelig transparant fiscaal stelsel dat de betrokken entiteit geniet waardoor het algemeen tarief van vennootschapsbelasting van toepassing wordt. Dit zou er onder meer toe leiden dat de resultaten (huurinkomsten en meerwaarden
uit verkoop verminderd met de operationele uitgaven en financiële lasten) van de betrokken entiteit, die nu vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting, daaraan onderworpen zouden worden.
〉 Verlies van het statuut van OGVV of IGVV wordt in de kredietovereenkomsten van de betrokken entiteit doorgaans beschouwd als gebeurtenis waardoor kredieten vervroegd opeisbaar worden.
1 Identificatie
186
Intervest Offices & Warehouses NV is een openbare GVV naar Belgisch recht.
De naam van de vennootschap is op 27 oktober 2011 gewijzigd van "Intervest Offices" in "Intervest Offices & Warehouses".
In dit Jaarverslag wordt Intervest Offices & Warehouses ingekort tot 'Intervest' om de vennootschap aan te duiden.
De zetel van de vennootschap is gevestigd in Uitbreidingstraat 66, 2600 Antwerpen-Berchem. Telefonisch bereikbaar op het nummer +32 (0)3 287 67 67.
Haar e-mailadres is [email protected]. De website van de vennootschap is www.intervest.eu. De informatie op de website maakt geen deel uit van dit jaarverslag tenzij die informatie via verwijzing in dit jaarverslag is opgenomen.
De vennootschap is ingeschreven bij de Kruispuntbank voor ondernemingen onder het ondernemingsnummer 0458.623.918. Haar identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI - legal entity identifier) is 549300MEVEE709A1SM83.
Intervest Offices & Warehouses NV (hierna 'Intervest' genoemd) is op 8 augustus 1996 opgericht als naamloze vennootschap
onder de naam "Immo-Airway", bij akte verleden voor Meester Carl Ockerman, notaris te Brussel en gepubliceerd in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1996 onder nummer BBS 960822-361.
Bij akte, verleden voor Meester Eric Spruyt, notaris te Brussel en Meester Max Bleeckx, notaris te Sint-Gillis-Brussel, verleden op 5 februari 1999 en gepubliceerd in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 24 februari 1999 onder nummer BBS 990224-79, is de rechtsvorm omgezet van een naamloze vennootschap in een commanditaire vennootschap op aandelen en is de naam gewijzigd in "PeriFund".
Bij akte, verleden voor Meester Eric De Bie, notaris te Antwerpen-Ekeren, met tussenkomst van Meester Carl Ockerman, notaris te Brussel, verleden op 29 juni 2001 en gepubliceerd in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 24 juli 2001 onder nummer BBS 20010724-935, is de rechtsvorm omgezet van een commanditaire vennootschap op aandelen naar een naamloze vennootschap en is de naam gewijzigd in "Intervest Offices". Op 27 oktober 2011 is bij akte verleden voor Meester Eric De Bie, notaris te Antwerpen-Ekeren, en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 21 november 2011 onder nummer 2011-11-21/0174565, de naam gewijzigd in "Intervest Offices & Warehouses".
De statuten zijn gewijzigd bij akte verleden voor notaris Eric De Bie op 27 oktober 2014, bekend gemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad onder nummer 2014-11-14/0207173 waarbij het maatschappelijk doel werd gewijzigd daar de vennootschap een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap is geworden zoals bedoeld in artikel 2, 2° van de GVV-Wet (en dus niet langer een openbare vastgoedbevak is) en waarbij tevens andere wijzigingen aan de statuten zijn doorgevoerd om te verwijzen naar de GVV-Wet in plaats van naar de vastgoedbevakwetgeving.
Op 15 maart 1999 werd Intervest Offices erkend als "openbare vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht", afgekort "vastgoedbevak naar Belgisch recht". Rekening houdend met de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders (de "AICB-wet")1 , heeft de vennootschap ervoor geopteerd om het statuut van openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, zoals ingevoerd door de GVV-Wet, aan te vragen in plaats van het statuut van openbare vastgoedbevak. In dit kader heeft de vennootschap op 17 juli 2014 haar vergunningsaanvraag als openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap ingediend bij de FSMA. Vervolgens werd de vennootschap conform de artikelen 9, §3 en 77 van de GVV-Wet door de FSMA als openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap vergund op 9 september 2014, en dit onder de opschortende voorwaarde van de aanpassing van de statuten van de vennootschap en het naleven van de bepalingen van artikel 77, §2 en volgende van de GVV-Wet. Op 27 oktober 2014 tenslotte heeft de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap de doelwijziging met het oog op de verandering van statuut van vastgoedbevak naar openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, overeenkomstig de GVV-Wet, met 99,99% van de stemmen goedgekeurd. Aangezien op voormelde buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders geen enkel recht van uittreding werd uitgeoefend, en alle opschortende voorwaarden waaraan de statutenwijziging door de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders en de vergunning verleend door de FSMA werden onderworpen, werden vervuld, geniet Intervest vanaf 27 oktober 2014 van het statuut van openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap.
Als openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap is de vennootschap niet langer onderworpen aan de bepalingen van het KB van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks en de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, maar bestaat de toepasselijke regelgeving sinds 27 oktober 2014 uit de GVV-Wet en het GVV-KB.
De statuten werden voor het laatst gewijzigd bij akte verleden voor notaris Eric De Bie te Antwerpen-Ekeren op 2 augustus 2023, neergelegd ter griffie van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen afdeling Antwerpen.
De vennootschap is ingeschreven bij de Financial Services and Markets Authority (FSMA).
De vennootschap is opgericht voor onbepaalde duur.
Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van elk jaar.
Voornoemde documenten zijn eveneens beschikbaar voor inzage op de zetel van de vennootschap.
4.1 De vennootschap heeft tot uitsluitend voorwerp:
Onder vastgoed in de zin van artikel 2, 5° van de GVV-Wet wordt begrepen:
Het vastgoed bedoeld in artikel 4.1 (b), lid 2, (vi), (vii), (viii), (ix) en (xi) dat rechten van deelneming betreft in een alternatieve beleggingsinstelling zoals bedoeld in de Europese regelgeving, kan niet kwalificeren als aandelen met stemrecht uitgegeven door vastgoedvennootschappen, ongeacht het bedrag van de deelneming die door de Vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks wordt aangehouden.
Als de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen in de toekomst zou wijzigen en andere soorten activa zou aanduiden als vastgoed in de zin van de GVV-Wet, zal de vennootschap ook in die bijkomende soorten activa mogen investeren.
worden gedragen, zonder daarbij noodzakelijkerwijze over zakelijke rechten te beschikken;
Als de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen in de toekomst zou wijzigen en de uitoefening van nieuwe activiteiten door de vennootschap zou toestaan, zal de vennootschap ook die bijkomende activiteiten mogen uitoefenen.
In het kader van de terbeschikkingstelling van onroerende goederen, kan de vennootschap alle activiteiten uitoefenen die verband houden met de oprichting, de bouw (zonder afbreuk te doen aan het verbod om op te treden als bouwpromotor, behoudens wanneer het occasionele verrichtingen betreft), de verbouwing, de inrichting, de renovatie, de ontwikkeling, de verwerving, de vervreemding, de verhuur, de onderverhuring, de ruil, de inbreng, de overdracht, de verkaveling, het onderbrengen onder het stelsel van mede-eigendom of onverdeeldheid van onroerende goederen, het verlenen of verkrijgen van opstalrechten, vruchtgebruik, erfpacht of andere zakelijke of persoonlijke rechten op onroerende goederen, het beheer en de exploitatie van onroerende goederen.
4.2 De vennootschap kan bijkomend of tijdelijk beleggen in effecten die geen vastgoed zijn in de zin van de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. Deze beleggingen zullen uitgevoerd worden in overeenstemming met het risicobeheerbeleid aangenomen door de vennootschap en zullen gediversifieerd zijn, zodat zij een passende risicodiversificatie verzekeren. De vennootschap mag eveneens niet-toegewezen liquide middelen aanhouden in alle munten in de vorm van zicht- of termijndeposito's of in de vorm van enig ander gemakkelijk verhandelbaar monetair instrument.
De vennootschap mag bovendien verrichtingen betreffende afdekkingsinstrumenten aangaan, voor zover deze er uitsluitend toe strekken het rente- en wisselkoersrisico te dekken in het kader van de financiering en het beheer van de activiteiten van de vennootschap zoals bedoeld in de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen en met uitsluiting van elke verrichting van speculatieve aard.
4.3 De vennootschap mag één of meer onroerende goederen in leasing nemen of geven. De activiteit van het met aankoopoptie in leasing geven van onroerende goederen mag alleen als bijkomstige activiteit worden uitgeoefend, tenzij deze onroerende goederen bestemd zijn voor een doel van algemeen belang met inbegrip van sociale huisvesting en onderwijs (in dit geval mag de activiteit als hoofdactiviteit worden uitgeoefend).
4.4 In overeenstemming met de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, mag de vennootschap zich inlaten met:
〉 de aankoop, de verbouwing, de inrichting, de verhuur, de onderverhuring, het beheer, de ruil, de verkoop, de verkaveling, het onderbrengen onder het stelsel van mede-eigendom van vastgoed zoals hierboven omschreven;
7.1 De raad van toezicht is gemachtigd om het kapitaal te verhogen in een of meerdere keren met een bedrag van:
4.5 De vennootschap mag alle roerende of onroerende goederen, materialen en benodigdheden, verwerven, huren of verhuren, overdragen of ruilen, en in het algemeen en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, alle commerciële of financiële handelingen verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks in verband staan met haar voorwerp en de uitbating van alle intellectuele rechten en commerciële eigendommen die er betrekking op hebben.
Voor zover verenigbaar met het statuut van gereglementeerde vastgoedvennootschap, kan de vennootschap door middel van inbreng in speciën of in natura, van fusie, inschrijving, deelneming, financiële tussenkomst of op een andere wijze, een aandeel nemen in alle bestaande of op te richten vennootschappen of ondernemingen, in België of het buitenland, waarvan het voorwerp soortgelijk of aanvullend is met het hare, of van aard is de uitoefening van haar voorwerp te bevorderen.
en tweeduizend tweehonderdzesendertig euro vierentwintig cent (€ 266.402.236,24) in totaal gedurende de periode van vijf jaar te rekenen vanaf de bekendmaking in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van het desbetreffende machtigingsbesluit van de algemene vergadering. Deze machtiging kan worden hernieuwd.
7.2 De raad van toezicht is gemachtigd om het kapitaal te verhogen door inbreng in geld of in natura, desgevallend door incorporatie van reserves of uitgiftepremies, of door de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten, mits naleving van de regels voorgeschreven door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, door deze statuten en door de toepasselijke wetgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. Deze machtiging heeft slechts betrekking op het bedrag van het kapitaal en niet op de uitgiftepremie.
7.3 Bij elke kapitaalverhoging stelt de raad van toezicht de prijs, de eventuele uitgiftepremie en de uitgiftevoorwaarden van de nieuwe aandelen vast, tenzij de algemene vergadering daar anders over zou beslissen.
7.4 De raad van toezicht kan het voorkeurrecht van de aandeelhouders beperken of opheffen, in voorkomend geval ten gunste van één of meer bepaalde personen, die niet behoren tot het personeel, overeenkomstig artikel 10.2 van de statuten.
8.1 De aandelen zijn op naam of in de vorm van gedematerialiseerde effecten.
8.2 Op de maatschappelijke zetel wordt een register bijgehouden van de aandelen op naam, waarvan elke aandeelhouder kennis kan nemen. Het register kan, in voorkomend geval, onder
2 De volledige statuten zijn te consulteren op de zetel van de vennootschap en op www.intervest.eu.
elektronische vorm bestaan. Inschrijvingscertificaten op naam zullen aan de aandeelhouders afgeleverd worden. Elk gedematerialiseerd aandeel wordt vertegenwoordigd door een boeking op een rekening op naam van de aandeelhouder bij een erkende rekeninghouder of bij een vereffeningsinstelling.
8.3 Elke overdracht onder levenden of naar aanleiding van overlijden, alsook elke omruiling van effecten worden in voormeld register ingeschreven.
8.4 De aandeelhouders kunnen op elk ogenblik schriftelijk en op hun kosten de omzetting vragen van aandelen op naam in gedematerialiseerde aandelen en omgekeerd.
12.1 Overeenkomstig de wettelijke voorschriften ter zake is elke natuurlijke of rechtspersoon die aandelen of andere verleende financiële instrumenten van de vennootschap met stemrecht, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, verwerft of afstaat, verplicht zowel de vennootschap als de Financial Services and Markets Authority (hierna "FSMA" genoemd) kennis te geven van het aantal financiële instrumenten dat hij bezit, telkens wanneer de stemrechten verbonden aan deze financiële instrumenten vijf procent (5 %) of een veelvoud van vijf procent bereiken van het totale aantal stemrechten op dat ogenblik of op het ogenblik dat zich omstandigheden voordoen op grond waarvan zulke kennisgeving verplicht wordt.
12.2 Naast de in vorige paragraaf vermelde wettelijke drempels voorziet de vennootschap tevens in een statutaire drempel van drie procent (3%).
12.3 De aangifte is eveneens verplicht in geval van overdracht van aandelen, wanneer ingevolge deze overdracht het aantal stemrechten stijgt boven of daalt onder de drempels bepaald in de eerste of tweede alinea.
De vennootschap wordt bestuurd door een raad van toezicht en een directieraad, ieder binnen de grenzen van de hen toegewezen bevoegdheden. Naast de regels die voorzien zijn in deze statuten kan zowel de raad van toezicht als de directieraad een intern reglement uitvaardigen, overeenkomstig artikel 2:59 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, waarbij het intern reglement van de directieraad voorafgaandelijk door de raad van toezicht dient te worden goedgekeurd.
14.1 De raad van toezicht is samengesteld uit minstens drie leden, al dan niet aandeelhouders, die voor maximum zes jaar worden benoemd door de algemene vergadering van de aandeelhouders, en te allen tijde en zonder opgave van redenen met onmiddellijke ingang door deze laatste kunnen worden herroepen. De leden van de raad van toezicht zijn herverkiesbaar.
Ingeval een of meer mandaten openvallen, hebben de overblijvende leden het recht voorlopig in de vacature te voorzien tot aan de volgende algemene vergadering, die al dan niet tot de definitieve benoeming van het gecoöpteerde lid van de raad van toezicht zal overgaan.
14.2 Overeenkomstig hetgeen bepaald is in artikel 13 van het GVV-Wet, wordt de raad van toezicht van de vennootschap zo samengesteld dat de vennootschap conform artikel 4 van de GVV-Wet kan worden bestuurd. Er dienen minstens drie onafhankelijke leden in de zin van artikel 7:87, §1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen te zetelen in de raad van toezicht van de vennootschap.
Alle leden van de raad van toezicht zijn uitsluitend natuurlijke personen en moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, zoals bepaald in artikel 14 §1 van de GVV-Wet. Zij mogen zich niet in één van de in het artikel 20 van de Wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen voorziene gevallen bevinden. De leden van de raad van toezicht dienen te voldoen aan de artikelen 14 en 15 van de GVV-Wet. De benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
14.3 Leden van de raad van toezicht kunnen niet tevens ook lid zijn van de directieraad. Leden van de directieraad kunnen echter uitgenodigd worden door de raad van toezicht om haar vergaderingen bij te wonen zonder stemrecht en zonder beslissingsbevoegdheid. Leden van de raad van toezicht kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden.
16.1 De directieraad is samengesteld uit minstens drie leden die worden benoemd door de raad van toezicht. De raad van toezicht kan het mandaat van elk lid van de directieraad te allen tijde en zonder opgave van redenen met onmiddellijke ingang beëindigen. Onverminderd strengere wettelijke bepalingen, stelt de raad van toezicht de verloning van de leden van de directieraad vast.
16.2 Alle leden van de directieraad zijn uitsluitend natuurlijke personen en moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, zoals bepaald in artikel 14 §1 van de GVV-Wet. Zij mogen zich niet in één van de in het artikel 20 van de Wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen voorziene gevallen bevinden. De leden van de directieraad dienen te voldoen aan de artikelen 14 en 15 van de GVV-Wet.
De benoeming van de leden van de directieraad wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
16.3 Leden van de directieraad kunnen niet tevens ook lid zijn van de raad van toezicht. Leden van de directieraad kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden.
De effectieve leiding van de vennootschap wordt toevertrouwd aan minstens twee natuurlijke personen.
De met effectieve leiding belaste personen dienen te voldoen aan de artikelen 14 en 15 van de GVV-Wet.
De leden van de raad van toezicht, de leden van de directieraad, de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur en de lasthebbers van de vennootschap zullen de regels met betrekking tot de belangenconflicten voorzien in de artikelen 36, 37 en 38 van de GVV-Wet en in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen eerbiedigen, zoals zij in voorkomend geval kunnen worden gewijzigd.
22.1 De controle op de verrichtingen van de vennootschap wordt opgedragen aan één of meer commissarissen, benoemd door de algemene vergadering onder de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren voor een vernieuwbare termijn van drie jaar. De bezoldiging van de commissaris wordt op het ogenblik van zijn benoeming door de algemene vergadering vastgesteld.
22.2 De commissaris(sen) controleert (controleren) en certifieert (certifiëren) eveneens de boekhoudkundige gegevens opgenomen in de jaarrekening van de vennootschap.
22.3 De opdracht van commissaris mag enkel worden toevertrouwd aan één of meer erkende revisoren of één of meer revisorenvennootschappen die door de FSMA zijn erkend. Voor de aanstelling van commissarissen bij de vennootschap is de voorafgaande instemming van de FSMA vereist. Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.
23.1 De gewone algemene vergadering van de aandeelhouders, jaarvergadering genoemd, moet ieder jaar worden bijeengeroepen op de laatste woensdag van de maand april om vijftien uur. Indien deze dag een wettelijke feestdag is, wordt de vergadering gehouden op de eerstvolgende werkdag.
23.2 Ten allen tijde kan een bijzondere algemene vergadering worden bijeengeroepen om te beraadslagen en te besluiten over enige aangelegenheid die tot haar bevoegdheid behoort en die geen wijziging van de statuten inhoudt.
23.3 Ten allen tijde kan ook een buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen om over enige wijziging van de statuten te beraadslagen en te besluiten, ten overstaan van een notaris.
23.4 De algemene vergaderingen worden gehouden in de zetel van de vennootschap of in een andere plaats in België, aangewezen in de oproeping.
26.1 Het recht om aan een algemene vergadering deel te nemen en er het stemrecht uit te oefenen, is afhankelijk van de boekhoudkundige registratie van de aandelen op naam van de aandeelhouder op de veertiende dag vóór de algemene
Op 27 april 2022 is Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises CVBA, waarvan de zetel gevestigd is te Gateway Building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem, met ondernemingsnummer 0429.053.863, vertegenwoordigd door mevrouw Kathleen De Brabander, Bedrijfsrevisor, herbenoemd als commissaris van Intervest voor de boekjaren 2022 en 2023.
vergadering om vierentwintig uur (Belgische tijd) (hierna de 'registratiedatum' genoemd), hetzij door hun inschrijving in het register van de aandelen op naam van de vennootschap, hetzij door hun inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van een vereffeningsinstelling, ongeacht het aantal aandelen in het bezit van de aandeelhouder op de dag van de algemene vergadering.
26.2 De eigenaars van gedematerialiseerde aandelen die aan de vergadering wensen deel te nemen, moeten een attest overleggen dat door hun financiële tussenpersoon of erkende rekeninghouder werd afgegeven en waaruit blijkt hoeveel gedematerialiseerde aandelen er op de registratiedatum in hun rekeningen zijn ingeschreven op naam van de aandeelhouder en waarvoor de aandeelhouder heeft aangegeven te willen deelnemen aan de algemene vergadering van de vennootschap. Deze neerlegging moet ten laatste op de zesde dag vóór de datum van de algemene vergadering worden verricht op de maatschappelijke zetel of via het in de oproeping vermelde e-mailadres van de vennootschap of bij de in de oproeping genoemde instellingen of via het in de oproeping vermelde e-mailadres van de instellingen.
26.3 De eigenaars van aandelen op naam die aan de vergadering wensen deel te nemen, moeten de vennootschap per gewone brief, fax of e-mail uiterlijk de zesde dag vóór de datum van de vergadering op de hoogte brengen van hun voornemen.
30.1 Elk aandeel geeft recht op één stem.
30.2 Wanneer één of meer aandelen aan verscheidene personen toebehoren in onverdeeldheid of aan een rechtspersoon met een collegiaal orgaan van vertegenwoordiging, kan de uitoefening van de daaraan verbonden rechten ten aanzien van de vennootschap slechts uitgeoefend worden door een enkele persoon die daartoe schriftelijk is aangewezen door alle gerechtigden. Zolang zodanige aanwijzing niet gedaan is, blijven alle aan deze aandelen verbonden rechten geschorst.
30.3 Is een aandeel met vruchtgebruik bezwaard, dan wordt de uitoefening van het aan dat aandeel verbonden stemrecht uitgeoefend door de vruchtgebruiker behoudens verzet van de blote eigenaar.
Bij toepassing van artikel 45, 2° van de GVV-Wet verdeelt de vennootschap als kapitaal jaarlijks minstens tachtig procent (80%) van het resultaat zoals gedefinieerd krachtens de GVV-Wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Deze verplichting doet evenwel geen afbreuk aan artikel 7:212 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
Het mandaat van de commissaris zal een einde nemen onmiddellijk na de jaarvergadering in 2024.
Op 29 september 2023 heeft Intervest een aanbesteding uitgeschreven voor het auditmandaat voor de financiële periode 2024 tot 2026. De commissaris die door de Raad van toezicht wordt
geselecteerd, na bespreking van de voorstellen in het audit- en risicocomité, zal worden voorgesteld aan en benoemd door de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders die zal worden gehouden op 24 april 2024, voor de opdracht van audit van de statutaire en geconsolideerde financiële staten voor een periode van drie jaar.
De vergoeding van de commissaris wordt bepaald op basis van marktconforme tarieven en onafhankelijk van Intervest conform de deontologie en de normen van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen met betrekking tot de onafhankelijkheid van de
Intervest heeft met KBC Securities, Havenlaan 12, 1080 Brussel en met Bank Degroof Petercam, Nijverheidsstraat 44, 1040 Brussel liquiditeitsovereenkomsten afgesloten om de verhandelbaarheid van de aandelen te bevorderen. In de praktijk gebeurt dit door regelmatig aan- en verkooporders in te dienen binnen
De vastgoeddeskundigen van de vastgoedvennootschap op 31 december 2023.
〉 Cushman & Wakefield, met adres te 1000 Brussel, Kunstlaan 56, vertegenwoordigd door Victoria Parret en Gregory Lamarche.
De vergoeding voor boekjaar 2023 bedraagt € 64.348,00 (exclusief btw).
〉 CBRE Valuation Services bvba, met adres Boulevard de Waterloo, 1000 Brussels, vertegenwoordigd door Pieter Paepen en Pieter-Jan Arts. De vergoeding voor boekjaar 2023 bedraagt € 84.507,50 (exclusief btw).
commissaris omschreven in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
De vergoeding van de commissaris bedraagt € 105.922 (excl. btw) voor het boekjaar dat een aanvang nam op 1 januari 2023 voor het onderzoek van de enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening van Intervest.
Voor alle Belgische perimetervennootschappen is eveneens Deloitte Bedrijfsrevisoren benoemd als commissaris, meer informatie omtrent de totale vergoeding is terug te vinden onder Toelichting 24.
bepaalde marges.
De vergoeding hiervoor is vastgesteld op een vast bedrag van € 37.000 per jaar.
Conform de GVV-Wet waarderen zij viermaal per jaar de portefeuille. De vergoedingen van de vastgoeddeskundigen staan los van de waarde van het vastgoed en zijn gebaseerd op een jaarlijks vast bedrag per gebouw. Bovenstaande vergoedingen hebben louter betrekking op de trimestriële waarderingen, niet op eventuele extra opdrachten bij acquisities of dergelijke.
Intervest oefent haar beheersactiviteiten zelf uit vanuit het hoofdkantoor in Antwerpen en delegeert de uitoefening niet aan een derde, met uitzondering van het property management van Mechelen Campus dat wordt beheerd door de externe beheerder Quares Property and Facility Management nv. Verder wordt het management van de Nederlandse vastgoedbeleggingen aangestuurd vanuit het Intervest kantoor in Eindhoven, onder toezicht van de business development director van Intervest.
Op 31 december 2023, is de groepsstructuur de volgende:

Intervest Nijmegen 1 BV
Intervest Den Bosch 1 BV
100%
100%
Intervest Breda 1 BV
Voor een gedetailleerd overzicht van de groepsstructuur van Intervest wordt verwezen naar Toelichting 24. Lijst van de geconsolideerde ondernemingen, in de Financiële staten.
Intervest maakt als groep gebruik van meerdere regimes om haar activiteiten te structureren in België en Nederland. In België bestaat de groep voornamelijk uit de openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap (OGVV) Intervest Offices & Warehouses nv en de institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschap (IGVV) Genk Green Logistics nv. In Nederland worden een vereniging op coöperatieve grondslag en belaste besloten vennootschappen gehanteerd.
Voor een gedetailleerd overzicht van de groepsstructuur van Intervest wordt verwezen naar Toelichting 24. Lijst van de geconsolideerde ondernemingen, in de Financiële Staten.
Het statuut van gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV) is geregeld in de wet van 12 mei 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (de GVV-Wet) en in het KB van 13 juli 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (het GVV-KB) ten einde publieke investeringen in vastgoed aan te moedigen. Het concept lijkt sterk op dat van de Real Estate Investment Trusts (REIT - USA), de Fiscale Beleggingsinstellingen (FBI - Nederland), de Sociétés d'Investissement Immobilier Côtées (SIIC - Frankrijk) en de REIT in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.
De openbare GVV is als publieke vastgoedvennootschap met een apart REIT-statuut onderworpen aan een strikte wetgeving met het oog op de bescherming van de aandeelhouders en de financiers. Het statuut geeft zowel financiers als privébeleggers de mogelijkheid om op een gebalanceerde, kostenefficiënte en fiscaaltransparante manier toegang te krijgen tot een gediversifieerde vastgoedportefeuille.
De bedoeling van de wetgever is dat een openbare GVV een optimale transparantie van de vastgoedbeleggingen garandeert en de uitkering van een maximum aan cash flow verzekert, terwijl de aandeelhouder een hele reeks voordelen geniet.
De openbare GVV staat onder toezicht van de Financial Services and Markets Authority (FSMA) en is onderworpen aan een specifieke regelgeving waarvan de meest markante bepalingen de volgende zijn:
vergoeding wordt vastgesteld in functie van het resultaat, mag daarbij enkel worden uitgegaan van het geconsolideerde EPRA resultaat.
Deze regels hebben als doel het risico voor de aandeelhouders te beperken.
Met de GVV-Wet heeft de wetgever een ander fiscaal statuut gegeven aan de GVV's.
Een GVV is onderworpen aan de vennootschapsbelasting tegen het normale tarief, doch slechts op een beperkte belastbare grondslag, bestaande uit de som van (1) de door haar ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen en (2) de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten, andere dan waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen. De resultaten (huurinkomsten en meerwaarden uit verkoop verminderd met de operationele uitgaven en financiële lasten) zijn dus vrijgesteld van vennootschapsbelasting op voorwaarde dat het bedrag van de verplichte dividenduitkering conform artikel 13 §1 van het GVV-KB en Hoofdstuk III van bijlage C van het GVV-KB uitgekeerd wordt. Daarnaast kan de GVV worden onderworpen aan de bijzondere aanslag geheime commissielonen op de uitgekeerde commissies en bezoldigingen die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave.
De roerende voorheffing op de dividenden die uitgekeerd worden door een openbare GVV is gelijk aan 30%, af te houden bij de betaalbaarstelling van het dividend (behoudens bepaalde vrijstellingen).
Deze roerende voorheffing is bevrijdend voor particulieren die inwoner van België zijn.
Indien een vennootschap overstapt naar het statuut van GVV, of indien een (gewone) vennootschap fuseert met een GVV of een deel van haar onroerend vermogen afsplitst met overdracht naar een GVV of inbrengt in een GVV, moet zij een éénmalige belasting betalen (de zogenaamde 'exit taks') van momenteel 15%. Daarna is de GVV enkel nog onderworpen aan belastingen op heel specifieke bestanddelen, zoals op verworpen uitgaven en abnormale voordelen.
Deze exit taks is de fiscale prijs die dergelijke vennootschappen moeten betalen om het gemeenrechtelijk belastingregime te verlaten. Fiscaal wordt deze overgang behandeld als een (gedeeltelijke) verdeling van het maatschappelijk vermogen door de vennootschap aan de GVV. Bij een verdeling van het maatschappelijk vermogen moet een vennootschap het positieve verschil tussen de uitkeringen in geld, in effecten of in enige andere vorm, en de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal (met andere woorden de meerwaarde die in de vennootschap aanwezig is) behandelen als een dividend.
Het Wetboek Inkomstenbelastingen stelt dat de uitgekeerde som gelijk is aan de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen op de datum waarop deze verrichting heeft plaatsgevonden (art. 210, §2 W.I.B. 1992). Het verschil tussen de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen en de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal wordt gelijkgesteld met een uitgekeerd dividend. Van dat verschil mogen de reeds belaste reserves afgetrokken worden. Wat daarna overblijft, vormt aldus in de regel de belastbare basis die onderhevig is aan het tarief van 15%.
De exit taks wordt berekend rekening houdend met Circulaire Ci.RH.423/567.729 van de Belgische belastingadministratie van 23 december 2004, waarvan de interpretatie op praktische toepassing steeds zou kunnen wijzigen. De "fiscale werkelijke waarde" zoals bedoeld in deze circulaire wordt berekend met aftrek van registratierechten of btw (die van toepassing zou zijn in geval van een verkoop van de activa) en kan verschillen van de reële waarde van het vastgoed zoals opgenomen in de balans van de openbare GVV conform IAS 40.
De institutionele GVV wordt gereglementeerd door de wet van 12 mei 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (de GVV-Wet) en in het KB van 13 juli 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (het GVV-KB). Het is een lichtere vorm van de openbare GVV. Ze biedt de openbare GVV de mogelijkheid om de specifieke fiscale aspecten van haar stelsel uit te breiden naar haar perimetervennootschappen en om partnerschappen en specifieke projecten met derden te realiseren.
De institutionele GVV staat onder toezicht van de Financial Services and Markets Authority (FSMA) en is onderworpen aan een specifieke regelgeving waarvan de meest markante bepalingen de volgende zijn.
De institutionele GVV kent hetzelfde fiscale stelsel als de openbare GVV.
Voor het realiseren van haar vastgoedinvesteringen in Nederland heeft Intervest op 28 april 2017 een Nederlandse vereniging op coöperatieve grondslag opgericht genaamd Intervest Nederland Coöperatief U.A. Intervest heeft haar Nederlandse vastgoedbeleggingen gestructureerd in Nederlandse bv's.
Voormelde Nederlandse vereniging op coöperatieve grondslag genaamd Intervest Nederland Coöperatief U.A. alsook de Nederlandse bv's zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting als binnenlandse belastingplichtigen. Winstuitkeringen van de Nederlandse bv's aan de Nederlandse vereniging op coöperatieve grondslag zijn niet belast omdat zij onder de deelnemingsvrijstelling vallen.
| Informatie opgenomen door verwijzing |
Document3 | |
|---|---|---|
| Belangrijkste activiteiten |
Jaarverslag 2022 | p. 9 'Intervest in een oogopslag - Wie is Intervest? p. 47 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen in 2022' p. 54 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille' |
| Jaarverslag 2021 | p. 9 'Intervest in een oogopslag - Wie is Intervest?' p. 36 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen in 2021' p. 42 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille' |
|
| Belangrijkste Jaarverslag 2022 markten |
p. 9 'Intervest in een oogopslag - Wie is Intervest?' p. 61 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille - Aard van de portefeuille' p. 62 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille - Geografische spreiding van de portefeuille' p. 64 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille - Sectorale spreiding van de portefeuille' p. 77 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - De markt van logistiek vastgoed en kantoren' p. 184 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 3. Gesegmenteerde informatie' |
|
| Jaarverslag 2021 | p. 9 'Intervest in een oogopslag - Wie is Intervest?' p. 49 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille - Aard van de portefeuille' p. 50 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille - Geografische spreiding van de portefeuille' p. 52 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Samenstelling van de portefeuille - Sectorale spreiding van de portefeuille' p. 61 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Overzicht van de portefeuille' p. 65 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - De markt van logistiek vastgoed en kantoren' p. 164 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 3. Gesegmenteerde informatie' |
|
| Investeringen | Jaarverslag 2022 | p. 47 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen in 2021 - Acquisities in 2022' |
| Jaarverslag 2021 | p. 36 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag - Transacties en ontwikkelingen in 2021 - Acquisities in 2021' |
|
| Financiële toestand |
Jaarverslag 2022 | p. 45 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag' p. 82 'Activiteitenverslag - Financieel verslag' p. 96 'Activiteitenverslag - EPRA Best Practices' p. 163 'Financiële staten' p. 276 'Alternatieve prestatiemaatstaven' |
| Jaarverslag 2021 | p. 34 'Activiteitenverslag - Vastgoedverslag' p. 70 'Activiteitenverslag - Financieel verslag' p. 85 'Activiteitenverslag - EPRA Best Practices' p. 143 'Financiële staten' p. 249 'Begrippenlijst en alternatieve prestatiemaatstaven' |
|
| Informatie over het personeels |
Jaarverslag 2022 | p. 193 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 7. Personeelsbeloningen' |
| bestand | Jaarverslag 2021 | p. 171 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 7. Personeelsbeloningen' |
3 Er wordt steeds verwezen naar de online versies van de documenten, zoals beschikbaar via www.intervest.eu.
| Informatie opgenomen door verwijzing |
Document4 | |
|---|---|---|
| Transacties met verbonden partijen |
Jaarverslag 2022 | p. 220 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 23. Verbonden partijen' |
| Jaarverslag 2021 | p. 196 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 23. Verbonden partijen' |
|
| Historische Jaarverslag 2022 financiële informatie |
p. 164 'Financiële staten - Geconsolideerde resultatenrekening' p. 166 'Financiële staten - Geconsolideerde balans' p. 168 'Financiële staten - Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen' p. 172 'Financiële staten - Geconsolideerd kasstroomoverzicht' p. 174 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening' |
|
| Jaarverslag 2021 | p. 144 'Financiële staten - Geconsolideerde resultatenrekening' p. 146 'Financiële staten - Geconsolideerde balans' p. 148 'Financiële staten - Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen' p. 152 'Financiële staten - Geconsolideerd kasstroomoverzicht' p. 154 'Financiële staten - Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening' |
|
| Verslag van de commissaris |
Jaarverslag 2022 | p. 226 'Financiële staten - Verslag van de commissaris' |
| Jaarverslag 2021 | p. 201 'Financiële staten - Verslag van de commissaris' | |
| Dividend | Jaarverslag 2022 | p. 117 'Activiteitenverslag - Intervest op de beurs - Dividend en aandelen' |
| Jaarverslag 2021 | p. 103 'Activiteitenverslag - Intervest op de beurs - Dividend en aandelen' |
Overeenkomstig de artikels 3:6 en 3:32 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, worden de vereiste onderdelen van het jaarverslag van Intervest weergegeven in de volgende hoofdstukken:
〉 Risicofactoren
De raad van toezicht van Intervest, samengesteld zoals uiteengezet in het hoofdstuk "Bestuursorganen" in de Corporate Governance Verklaring, is verantwoordelijk voor de informatie opgenomen in dit jaarverslag.
Overeenkomstig artikel 12, §2 van het KB van 14 november 2007, verklaart Intervest dat na het treffen van alle redelijke maatregelen en voor zover haar bekend:
4 Er wordt steeds verwezen naar de online versies van de documenten, zoals beschikbaar via www.intervest.eu.
Dit jaarverslag bevat informatie verstrekt door de commissaris en de vastgoeddeskundigen. Het verslag van de commissaris is opgenomen in het hoofdstuk "Verslag van de commissaris" in de Financiële staten, en de conclusies van de vastgoeddeskundigen zijn verwerkt in het hoofdstuk "Waardering van de portefeuille door de vastgoeddeskundigen" in het Vastgoedverslag.
De gegevens van de commissaris zijn opgenomen in het hoofdstuk "Commissaris" in de Algemene inlichtingen, en de gegevens van de vastgoeddeskundigen zijn opgenomen in het hoofdstuk "Vastgoeddeskundigen" in de Algemene inlichtingen. De commissaris en de vastgoeddeskundigen hebben bevestigd dat zij geen wezenlijke belangen hebben in Intervest, met uitzondering van de belangen die voortvloeien uit hun respectieve mandaten.
Intervest verklaart dat de informatie afkomstig van derden correct is weergegeven in dit jaarverslag en dat, voor zover zij weet en heeft kunnen opmaken uit de door de commissaris en vastgoeddeskundigen gepubliceerde informatie, er geen feiten werden weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. De commissaris en vastgoeddeskundigen hebben toegestemd met de inhoud, vorm en context waarin de door hen verstrekte informatie in dit jaarverslag is opgenomen.
Dit is de te gebruiken term voor de waarde van een vastgoed bij de aankoop of verwerving. Indien er overdrachtskosten betaald worden, zijn deze inbegrepen in de aanschaffingswaarde.
De bezettingsgraad wordt berekend als de verhouding tussen de geschatte huurwaarde (GHW) van de verhuurde ruimtes en de geschatte huurwaarde van de totale portefeuille beschikbaar voor verhuring, op afsluitingsdatum.
Het brutodividendrendement is het brutodividend gedeeld door de beurskoers op afsluitingsdatum.
Het rendement wordt berekend als de verhouding tussen de contractuele huren (verhoogd met de geschatte huurwaarde van de niet-bezette verhuurlocaties) en de reële waarde van de vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur. Het betreft een brutorendement, zonder rekening te houden met de toewijsbare kosten.
Dit zijn de geïndexeerde brutohuren op jaarbasis, zoals contractueel bepaald, in de huurovereenkomsten, op de datum van afsluiting, vóór aftrek van huurkortingen of andere aan de huurders toegestane voordelen.
Deugdelijk bestuur (corporate governance) is een belangrijk instrument om voortdurend het bestuur van de vastgoedvennootschap te verbeteren en om over de belangen van de aandeelhouders te waken.
De free float is het percentage van de aandelen in het bezit van het publiek. Volgens de definitie van EPRA en Euronext gaat het om alle aandeelhouders die individueel minder dan 5% van het totaal aantal aandelen bezitten. De free float factor zal afgerond worden naar de dichtsbijzijnde 5%.
Het statuut van gereglementeerde vastgoedvennootschap is geregeld in de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (de GVV-Wet) en in het KB van 13 juli 2014 met betrekking tot gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (het GVV-KB) met als doelgemeenschappelijke investeringen in vastgoed aan te moedigen.
De geschatte huurwaarde is de huurwaarde die wordt bepaald door de onafhankelijke vastgoeddeskundigen.
BIJLAGEN 199
Het Gespecialiseerde Vastgoedbeleggingsfonds (GVBF) valt onder het Koninklijk Besluit van 9 november 2016 met betrekking tot gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen. Dit stelsel maakt investeringen in onroerend goed mogelijk in een flexibel en efficiënt fonds.
Het koninklijk besluit van 13 juli 2014 met betrekking tot gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
De wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
De GVV-Wet en het GVV-KB.
De institutionele GVV wordt gereglementeerd door de wet van 12 mei 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (de GVV-Wet) en in het KB van 13 juli 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gewijzigd van tijd tot tijd (het GVV-KB). Het is een lichtere vorm van de openbare GVV. Ze biedt de openbare GVV de mogelijkheid om de specifieke fiscale aspecten van haar stelsel uit te breiden naar haar perimetervennootschappen en om partnerschappen en specifieke projecten met derden te realiseren.
De interestcover ratio is de verhouding tussen het operationeel resultaat voor het resultaat op de portefeuille en het financieel resultaat (exclusief variaties in reële waarde van financiële derivaten).
Intervest is de ingekorte naam voor Intervest Offices & Warehouses, de volledige juridische naam van de vennootschap.
Dit is de waarde van een gebouw geschat door de onafhankelijke vastgoeddeskundige met inbegrip van de overdrachtskosten en waarvan de registratierechten niet zijn afgetrokken. Deze waarde komt overeen met de vroegere gehanteerde term "waarde vrij op naam".
De kapitalisatiefactor is het vereiste rendement bepaald door de vastgoedkundige in het taxatieverslag van een vastgoedbelegging.
Verhouding tussen het aantal verhandelde aandelen op één dag en het aantal aandelen.
Het nettodividend is gelijk aan het brutodividend na inhouding van 30% roerende voorheffing. De roerende voorheffing op dividenden van openbare gereglementeerde vastgoedvennootschappen is ten gevolge van de Programmawet van 25 december 2016, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2016, 30% (behoudens bepaalde vrijstellingen).
Het nettodividendrendement is het nettodividend gedeeld door de beurskoers op afsluitingsdatum.
Het nettorendement wordt berekend als de verhouding tussen de contractuele huur verhoogd met geschatte huurwaarde op leegstand, verminderd met de toewijsbare vastgoedkosten, en de reële waarde van de vastgoedbeleggingen beschikbaar voor verhuur.
Totaal eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (dus na aftrek van de minderheidsbelangen) gedeeld door het aantal aandelen op jaareinde (eventueel na aftrek van de eigen aandelen). Het stemt overeen met de nettowaarde zoals gedefinieerd in artikel 2, 23° van de GVV-Wet. De nettowaarde per aandeel meet de waarde van het aandeel op basis van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen en maakt een vergelijking met de beurskoers mogelijk.
De omloopsnelheid van het aandeel wordt berekend als de verhouding van het verhandeld aantal aandelen per jaar, gedeeld door het totaal aantal aandelen op het einde van de periode.
De organische groei betreft de huurinkomstengroei van de bestaande portefeuille, inclusief de opgeleverde en verhuurde projecten, exclusief de acquisities.
Deze waarde is gelijk aan het bedrag waaraan een gebouw zou kunnen worden geruild tussen goed geïnformeerde partijen, instemmend en handelend in omstandigheden van normale concurrentie. Vanuit het standpunt van de verkoper moet zij worden begrepen mits aftrek van de registratierechten en eventuele kosten.
In concreto betekent het dat de reële waarde van de vastgoedbeleggingen gelijk is aan de investeringswaarde gedeeld door 1,025 (voor gebouwen met een waarde hoger dan € 2,5 miljoen) of de investeringswaarde gedeeld door 1,10/1,125 (voor gebouwen met een waarde lager dan € 2,5 miljoen). Voor de vastgoedbeleggingen van Intervest die gelegen zijn in Nederland en aangehouden worden via de Nederlandse perimetervennootschappen betekent dit dat de reële waarde van de vastgoedbeleggingen gelijk is aan de investeringswaarde gedeeld door 1,114.
De return van een aandeel in een bepaalde periode is gelijk aan het brutorendement. Dit brutorendement is de som van (i) het verschil tussen de koers van het aandeel op het einde en in het begin van de periode en (ii) het brutodividend (dus het dividend vóór aftrek van de roerende voorheffing).
De schuldgraad wordt berekend als de verhouding van alle verplichtingen (exclusief voorzieningen en overlopende rekeningen) exclusief de negatieve variaties in de reële waarde van de indekkingsinstrumenten, ten opzichte van het totaal der activa. De berekeningsmethode van de schuldgraad is conform artikel 13, §1 tweede lid van het KB van 13 juli 2014. Middels dit KB is de maximale schuldgraad voor de vastgoedvennootschap vastgesteld op 65%.
Het verwaterd nettoresultaat per aandeel is het nettoresultaat zoals in de resultatenrekening gepubliceerd, gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal aandelen aangepast voor het effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering leiden.
Dit jaarlijks financieel verslag is geen registratiedocument in de zin van art. 28 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
De officiële versie van dit jaarlijks financieel verslag is opgesteld in het ESEF-formaat en is aldus beschikbaar op de website van de vennootschap: www.intervest.eu.

Openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch recht
Uitbreidingstraat 66 2600 Antwerpen, België [email protected] www.intervest.eu
T +32 3 287 67 67 BTW BE 0458 623 918 RPR ANTWERPEN
Have a question? We'll get back to you promptly.