Annual Report • Apr 26, 2018
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Beyond compliance 40 Mensen - ons kostbaarste kapitaal 41 Onze bedrijfsprincipes 44
03
01
EXMAR OVERZICHT 2017 6 MISSIE 7 FINANCIEEL OVERZICHT 8
LPG/AMMONIAK/PETROCHEMISCHE GASSEN 16
02
PANORAMA
01
EXMAR OVERZICHT 2017 MISSIE FINANCIEEL OVERZICHT INFORMATIE AAN ONZE AANDEELHOUDERS EXMAR IN DE WERELD VERVOERDE VRACHT EXMAR-VLOOT
In 2017 doorstond EXMAR een lange storm van lage koolwaterstofprijzen, een overaanbod aan gas en overcapaciteit aan scheepsruimte. De LNG-divisie van EXMAR verkocht zijn oude FSRU's en LNG-tankers en focust zich nu op twee unieke, op een platform gebaseerde, drijvende terminals die speciaal werden ontworpen om de import en export van LNG op nichemarkten te vergemakkelijken.
Vier drijvende opslag- en hervergassingseenheden (Floating Storage and Regasification Units - FSRU's) die in het kader van een chartercontract op lange termijn werden gebruikt door Excelerate Energy (EE), werden door dit bedrijf overgenomen na de overname van EXMARs belang van 50% in elk schip. EXMAR verkocht ook de LNG-tanker EXCEL om door de nieuwe eigenaar te worden omgebouwd tot een drijvende opslageenheid.
In december 2017 werd 's werelds eerste FSRU-platform geleverd aan EXMAR. Vanaf medio 2018 zal dit op lange termijn worden ingezet bij een gerenommeerde klant. In 2017 werd het drijvende hervergassingsplatform CFLNG met succes in bedrijf gesteld. Verscheidene kandidaten worden overwogen voor de definitieve inzet ervan.
EXMAR versterkt zijn positie in het segment van de zeer grote gastankers, door met Statoil ASA, een van zijn belangrijkste Noorse klanten, een charterovereenkomst op lange termijn af te sluiten voor twee nieuwe gastankers op LPG met een capaciteit van 80.200 m³. De schepen zullen tegen 2020 worden gebouwd en geleverd.
Het vijfjarenprogramma van EXMAR om zijn middelgrote LPG-vloot te vernieuwen, dat in 2014 van start ging, is bijna klaar. Tegen eind 2018 zal de vloot worden uitgebreid met niet minder dan 13 energieefficiënte nieuwbouwschepen. De meeste worden ingezet voor langetermijncharters met eersteklasklanten. Het gaat om de zesde generatie van middelgrote gastankers, ontworpen door ingenieurs en scheepsarchitecten van EXMAR. Twee oudere middelgrote schepen, de BRUGGE VENTURE en de COURCHEVILLE, werden verkocht. Deze laatste om te worden gerecycleerd.
De Offshore-divisie richtte zijn inspanningen op verdere partnerschappen met grote oliemaatschappijen en privébedrijven die zich focussen op de ontginning van olie in diep water, door middel van schaalbare en flexibele OPTI®- en FPSO-oplossingen die exploratie en productie tegen een lage kost en met een hoog rendement mogelijk maken.
In augustus 2017 rondde EXMAR Holdings de verkoop van zijn verzekeringsmaatschappij Belgibo aan zijn jarenlange zakenpartner Jardine Lloyd Thomson Group plc (JLT) af. Dit leverde een meerwaarde van USD 26,7 miljoen op.
De eindbalans van al deze transacties is dat het schuldenprofiel van EXMAR sterk wijzigde en dat veel cash beschikbaar is om verder te investeren in groei.
EXMAR Ship Management beheert momenteel 84 vaartuigen (tegenover 46 in 2016). Het bedrijf richtte zich nog meer op nichemarkten door exploitatie- en onderhoudsdiensten aan te bieden voor gespecialiseerde vaartuigen, waaronder FSRU's, LNG-tankers, zeer grote gastankers, middelgrote LPG-schepen, LPG-tankers met druktanks, product- en bulktankers.
Reders, vooral zij die actief zijn in de energiesector, moeten met cycli kunnen omgaan. EXMAR heeft een van de grootste stormen ooit in de scheepvaartsector doorstaan en is daar sterker en beter uitgekomen om de nieuwe marktopportuniteiten in 2018 maximaal te benutten.
EXMAR biedt drijvende oplossingen voor de exploitatie, het vervoer en de transformatie van gas aan. EXMAR wil haar klanten van dienst zijn met innovaties op het vlak van offshore-ontginning, transformatie, productie, opslag en vervoer over zee van vloeibaar aardgas, petrochemische gassen en vloeibare koolwaterstoffen.
EXMAR ontwikkelt economisch haalbare en duurzame waardeketens voor energie, in het kader van langlopende allianties met eersteklas zakenpartners. Hiertoe ontwerpt, bouwt, certificeert, bezit, leaset en exploiteert EXMAR gespecialiseerde drijvende maritieme infrastructuur. Ook voldoet het bedrijf aan de strengste normen voor commercieel, technisch en administratief beheer en kwaliteitsborging voor de hele maritieme energiesector.
| International Financial Reporting Standards (IFRS) (Voetnoot 1) |
Management rapportering gebaseerd op proportionele consolidatie (Voetnoot 2) |
|||
|---|---|---|---|---|
| 31/12/2017 | Herwerkt (*) 31/12/2016 |
31/12/2017 | Herwerkt (*) 31/12/2016 |
|
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN (IN MILJOEN USD) | ||||
| Omzet | 93,4 | 96,0 | 227,6 | 278,5 |
| EBITDA | 58,6 | 7,8 | 141,4 | 116,5 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -8,0 | -6,8 | -71,4 | -46,1 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 50,6 | 1,0 | 70,0 | 70,4 |
| Nettofinancieringsresultaat (*) | -40,0 | 4,3 | -40,5 | -31,2 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) |
18,7 | 34,6 | 0,1 | 0,7 |
| Resultaat vóór belastingen | 29,3 | 39,9 | 29,6 | 39,9 |
| Belastingen op het resultaat | -1,3 | 0,5 | -1,6 | 0,5 |
| Geconsolideerd resultaat na belastingen | 28,0 | 40,4 | 28,0 | 40,4 |
| aandeel van de Groep in het resultaat | 28,0 | 40,4 | 28,0 | 40,4 |
| GEGEVENS PER AANDEEL (IN USD PER AANDEEL) | ||||
| Gewogen gemiddelde van het aantal aandelen tijdens de periode | 56.832.558 | 56.751.292 | 56.832.558 | 56.751.292 |
| EBITDA | 1,03 | 0,14 | 2,49 | 2,05 |
| EBIT (bedrijfsresultaat) | 0,89 | 0,02 | 1,23 | 1,24 |
| Geconsolideerd resultaat na belastingen | 0,49 | 0,71 | 0,49 | 0,71 |
| GEGEVENS PER AANDEEL (IN EUR PER AANDEEL) | ||||
| Wisselkoers | 1,1249 | 1,1061 | 1,1249 | 1,1061 |
| EBITDA | 0,92 | 0,12 | 2,21 | 1,86 |
| EBIT (bedrijfsresultaat) | 0,79 | 0,02 | 1,09 | 1,12 |
| Geconsolideerd resultaat na belastingen | 0,44 | 0,64 | 0,44 | 0,64 |
Voetnoot 1: De cijfers in deze kolommen werden opgemaakt op basis van IFRS zoals toegepast door de EU.
Voetnoot 2: De cijfers in deze kolommen tonen de joint ventures die de proportionele consolidatiemethode toepassen in plaats van de vermogensmutatiemethode. Deze cijfers komen overeen met de bedragen in de 'Totaal' kolom van toelichting 2 Segmentrapportering in het Financieel Verslag per 31 december 2017. Een reconciliatie tussen de bedragen met toepassing van de proportionele methode en de vermogensmutatiemethode is weergegeven in toelichting 3 in het Financieel Verslag van 31 december 2017.
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet-toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de openingsposten van de schepen in aanbouw, de intrestkost van de voorgaande periode en het eigen vermogen aangepast. Wij verwijzen naar toelichting 11 in het Financieel Verslag van 31 december 2017.
Het aandeel van EXMAR is genoteerd op Euronext Brussels en maakt deel uit van de BEL Small Index (EXM). De referentieaandeelhouder is Saverex NV.
Alle persberichten van EXMAR kunnen geraadpleegd worden op de website: www.exmar.com
Vragen kunnen telefonisch gesteld worden op het nummer +32(0)3 247 56 11 of per mail [email protected], ter attentie van Patrick De Brabandere (COO), Miguel de Potter (CFO) of Mathieu Verly (secretaris).
Gedrukte financiële verslagen kunnen worden aangevraagd op [email protected].
| Capaciteit (m³) | Bouwjaar | Status | |
|---|---|---|---|
| LPG MIDSIZE | |||
| TOURAINE | 39.270 | 1999 | j.v. |
| EUPEN | 38.961 | 1996 | j.v. |
| LIBRAMONT | 38.455 | 2006 | j.v. |
| SOMBEKE | 38.447 | 2006 | j.v. |
| WAASMUNSTER | 38.245 | 2014 | j.v. |
| WARISOULX | 38.227 | 2014 | j.v. |
| WARINSART | 38.213 | 2014 | j.v. |
| WAREGEM | 38.189 | 2014 | j.v. |
| KAPRIJKE | 38.500 | 2015 | j.v. |
| KNOKKE | 38.500 | 2016 | j.v. |
| KONTICH | 38.500 | 2016 | j.v. |
| BRUSSELS | 35.454 | 1997 | j.v. |
| BASTOGNE | 35.229 | 2002 | j.v. |
| ANTWERPEN | 35.223 | 2005 | t.c./j.v. |
| KALLO | 38.500 | 2017 | j.v. |
| KRUIBEKE | 38.500 | 2017 | j.v. |
| KAPELLEN | 38.500 | 2018 | j.v. |
| KORTRIJK | 38.500 | 2018 | j.v. |
| LPG PRESSURIZED | |||
| SABRINA | 5.019 | 2009 | in bezit |
| HELANE | 5.018 | 2009 | in bezit |
| FATIME | 5.018 | 2010 | in bezit |
| ELISABETH | 3.542 | 2009 | in bezit |
| MAGDALENA | 3.541 | 2008 | in bezit |
| ANNE | 3.541 | 2010 | in bezit |
| ANGELA | 3.540 | 2010 | in bezit |
| JOAN | 3.540 | 2009 | in bezit |
| MARIANNE | 3.539 | 2009 | in bezit |
| DEBBIE | 3.518 | 2009 | in bezit |
| LPG MIDSIZE NIEUWBOUW | |||
| KOKSIJDE | 38.500 | Q2 2018 | j.v. |
| TBN WEPION | 38.200 | Q3 2018 | j.v. |
| LPG SEMIGEKOELD | |||
| TEMSE | 12.030 | 1995 | j.v. |
| LPG VLGC | |||
| BW TOKYO | 83.270 | 2009 | t.c./j.v. |
| HANJIN NLP0173 | 80.200 | 2020 | in bezit |
| HANJIN NLP0174 | 80.200 | 2020 | in bezit |
| j.v.: joint venture t.c.: time charter |
| Type | Capaciteit (m³) |
Productie capaciteit |
Bouw jaar |
Status | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| FSRU PLATFORM | ||||||
| S188 | lng | 25.000 600 mm ft3 | 2017 in bezit | |||
| FLNG PLATFORM | ||||||
| CFLNG | flng | 16.100 | 0.5 mtpa | 2017 in bezit | ||
| LNG TANKER | ||||||
| EXCALIBUR | lng 138.034 | n.a. | 2002 | j.v. | ||
| Personen |
| Type | aan boord (POB) |
Bouwjaar | Status | |
|---|---|---|---|---|
| OFFSHORE ACCOMMODATIEPLATFORMEN | ||||
| NUNCE | Werk-/accom modatieplatform |
350 | 2009 | j.v. |
| WARIBOKO | Werk-/accom modatieplatform |
300 | 2010 | j.v. |
02
LPG/AMMONIAK/ PETROCHEMISCHE GASSEN LNG OFFSHORE
DIENSTEN
EXMAR LPG is een toonaangevende reder en exploitant inzake het transport van vloeibare gasproducten zoals vloeibare petroleumgassen (butaan, propaan en een mengsel van beide), watervrije ammoniak en petro chemische gassen. EXMAR is wereldwijd actief in de meststoffensector, schone brandstoffen en petrochemische industrie. Als vooraanstaande middel grote LPG-eigenaar/-exploitant haalt EXMAR voordeel uit lange termijncontracten met eersteklasklanten.
| Totaal per 31/12/2017 |
Totaal per 31/12/2016 |
|
|---|---|---|
| PROPORTIONELE CONSOLIDATIE (IN MILJOEN USD) |
||
| Omzet | 97,0 | 109,4 |
| EBITDA | 31,8 | 56,0 |
|---|---|---|
| REBITDA (*) | 31,3 | 41,7 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 4,6 | 34,2 |
| Geconsolideerd resultaat ná belastingen (**) |
-15,2 | 23,1 |
| Schepen (incl. schepen in aanbouw) (**) |
427,6 | 410,9 |
| Financiële schulden | 291,6 | 275,4 |
Het operationele resultaat (EBIT) van de LPG-vloot in 2017 was USD 4,6 miljoen inclusief een meerwaarde van USD 0,5 miljoen op de verkoop van de BRUGGE VENTURE, vergeleken met USD 34,2 miljoen in 2016 inclusief USD 14,3 miljoen gerealiseerde 'badwill' (non-cash) naar aanleiding van de overname van 50% in de schepen met druktanks van Wah Kwong.
(*) REBITDA: recurrent bedrijfsresultaat voor intresten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen. Volgende elementen werden uitgesloten van EBITDA: verkoop BRUGGE VENTURE (LPG: USD 0,5 miljoen).
(**) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet-toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes werden de openingsposten van de schepen in aanbouw, de intrestkost van de voorgaande periode en het eigen vermogen aangepast.
De inkomsten voor de meeste segmenten schommelden lichtjes, maar bleven overwegend laag als gevolg van het grote aantal opgeleverde schepen. Het gebrek aan VLGC-arbitragemogelijkheden op lange afstand hield aan, ondanks de sterke Amerikaanse propaanexport, meer bepaald tijdens de wintermaanden. In de zomer waren er in totaal 38 annulaties van vracht, die een vrij grote impact hadden op de tonmijl.
De Amerikaanse LPG-export bleef buitengewoon sterk presteren en deed het zelfs beter dan in 2016, met gemiddeld ongeveer 2,4 miljoen metrische ton (MT) per maand, vooral dankzij de aanhoudend krappe voorraden. Ook zal de extra capaciteit in 2018 opnieuw voor een recordaanbod zorgen. Terwijl de VS zijn export opdrijft en marktaandeel wint, neemt het Midden-Oosten nog altijd het grootste deel van het aanbod voor zijn rekening, met een gemiddeld maandelijks LPG-aanbod van ongeveer 3,1 miljoen ton.
China en India blijven de belangrijkste drijvende krachten achter de import. Zo schommelde de Japanse import rond de 11 miljoen ton per jaar (MTPA). In 2017 importeerde China 16,4 miljoen ton, 15% meer dan in 2016, terwijl India een groei van 25% liet optekenen en goed was voor in totaal 12,3 miljoen ton in 2017. Het komende jaar zou de vraag vanuit beide landen ook verder stijgen.
Het voor de LPG-markt belangrijke VLGC-segment (zeer grote gastankers) profiteerde in 2016 en 2017 van een gezonde vraag ten oosten van het Suezkanaal en een solide Amerikaanse terminalcapaciteit.
Bron: Waterborne
De aanhoudende overvloed aan schepen zorgde echter voor een historisch lage Baltic LPG Index op jaarbasis, met een gemiddelde van USD 27,59 per MT in 2017 en een gemiddelde van USD 26,64 per MT in 2016. De VLGC-vloot groeide naar in totaal 264 schepen, met 21 leveringen in 2017 en 44 in 2016. EXMAR heeft twee neo-Panama VLGC's besteld die door Hanjin Heavy Industries (HHIC) zullen worden gebouwd voor langetermijncontracten met Statoil ASA.
De internationale LPG-markt wist vrij goed het grote aantal nieuwe leveringen van de voorbije jaren op te vangen. Naar het einde van het jaar toe werden er echter meer orders geplaatst, vaak in verband met specifieke projecten of handelsplatformen. Enkele grote handelaars plaatsten zelfs orders bij verschillende werven, wat voor competitieve deals zorgde. Hoewel de export verder zou groeien in de VS en in het Oosten, met een sterke vraag in het Oosten, zullen de afstanden de tarieven ongetwijfeld laag houden.
Het toegenomen aantal schepen in 2016 (12 nieuwbouwschepen) en 2017 (15 nieuwbouw-
WAARDEKETEN AMMONIAK
schepen) wereldwijd, had de verwachte impact op de algemene inkomsten in het segment middelgrote gastankers (MGC). Als gevolg hiervan daalden de tarieven in 2017 verder tot een gemiddelde van ongeveer USD 450.000 per kalendermaand (pkm). Begin 2019 worden nog tien schepen verwacht, waaronder de drie middelgrote tankers van EXMAR, zodat de totale MGC-vloot voor LPG zal groeien tot 104 schepen. Sinds 2016 is het segment met 43% gegroeid. Het volgende anderhalf jaar zal het met nog eens 10% groeien.
Hoewel eigenaars van middelgrote tankers er in de eerste helft van het jaar in slaagden om relatief betere tarieven te behouden in vergelijking met schepen met een grotere capaciteit, zorgden de trickle-downeffecten van de zwakkere VLGC- en LGC-markten (grote gastankers) voor verdere significante correcties in dit segment. Kortlopende en eenjarige contracten worden afgesloten aan de helft van de maandelijkse tarieven van twee jaar geleden, d.w.z. aan ongeveer USD 450.000 per maand.
In 2017 versterkte het segment schepen met druktanks zijn herstel, dankzij tarieven die 35% hoger lagen dan het jaar voordien, na een lange periode van overaanbod aan schepen en een versnipperde markt met meerdere reders. In het Verre Oosten werd extra volume gecreëerd voor dit segment, doordat handelaars en grote oliemaatschappijen hun downstreamplatformen voor LPG uitbreidden, waarbij ze meer schepen met druktanks opnamen in hun portefeuille. Ook het Westen evolueerde positief, dankzij de krappe markt voor schepen en de aanhoudende vraag naar kleinere vrachten. Een verwaarloosbaar orderboek (OB) voor schepen van deze klasse, in combinatie met een solide handel in LPG en petrochemicaliën, effent het pad voor verdere verbeteringen in dit segment.
PRESSURIZED VLOOT
(*) Op 29 maart 2018
84%
Fuel oil
BW TOKYO (83.000 m³, bouwjaar 2009) presteerde zoals overeengekomen, maar de inkomsten blijven onder druk staan doordat ze verband houden met de lage Baltic Freight Index (BFI). EXMAR verstevigde opnieuw zijn positie in het VLGC-segment, na de ondertekening van een langlopende charterovereenkomst met Statoil ASA voor twee nieuwe, 80.200 m³-grote gastankers op LPG. Deze schepen zullen door Hanjin Heavy Industries Corporation worden gebouwd in Subic Bay (Filipijnen) en worden geleverd tegen 2020. De LPG-export zou verder stijgen in de VS en het Midden-Oosten, met een aanhoudend sterke vraag in het Verre Oosten en India. In 2018 kan het ruime aanbod aan nieuwbouwschepen de tarieven in dit segment verder drukken. Door de beperkte blootstelling van EXMAR in het VLGC-segment in 2018 zullen de gevolgen voor de inkomsten beperkt blijven.
Het vijfjarenprogramma van EXMAR om zijn middelgrote LPG-vloot te vernieuwen, dat in 2014 van start ging, is bijna klaar. Tot dusver werd de vloot al uitgebreid met 11 energie-efficiënte nieuwbouwschepen en tegen eind 2018 worden er nog twee verwacht. De meeste schepen worden ingezet voor langetermijncharters met eersteklasklanten. Het gaat om de zesde generatie van middel-
LPG-VRACHTEN
grote gastankers, ontworpen door ingenieurs en scheepsarchitecten van EXMAR. Twee oudere middelgrote schepen, de BRUGGE VENTURE (35.440 m³ - bouwjaar 1997) en de COURCHEVILLE (28.000 m³ - bouwjaar 1989) werden verkocht. Deze laatste om te worden gerecycleerd. De kapitaalwinst van ongeveer USD 1,0 miljoen uit de verkoop van de COURCHEVILLE zal in het eerste kwartaal van 2018 worden opgenomen. EXMAR blijft de tewerkstelling verzekeren, maar met lagere cijfers dan in 2017. Zijn vlootdekking voor 2018 bedraagt momenteel 71%.
De cijfers voor het kleine segment bleven positief evolueren, maar kenden een bescheidener groei in het segment van 3.500 m³. Vijf schepen zijn in het Westen gepositioneerd (Atlantisch Bekken) en worden gecharterd. Vijf schepen bevinden zich in het Verre Oosten (China, India, Korea en Japan) en worden ook op middellange termijn ingezet. Een verwaarloosbaar orderboek in combinatie met een solide handel in LPG en petrochemicaliën effent het pad voor verdere verbeteringen in dit segment. Met zijn tien schepen met druktanks is EXMAR goed gepositioneerd om verder voordeel te halen uit deze solide cijfers. Tot dusver is 84% van de zeven 3.500 m³ -grote schepen met druktanks van EXMAR gedekt voor 2018. Voor de drie 5.000 m³ grote schepen bedraagt de dekking 91%.
| Totaal per 31/12/2017 |
Totaal per 31/12/2016 |
|
|---|---|---|
LNG
| Omzet | 68,0 | 91,5 |
|---|---|---|
| EBITDA | 87,6 | 59,4 |
| REBITDA (*) | 42,6 | 50,4 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 47,6 | 41,0 |
| Geconsolideerd resultaat ná belastingen (**) |
25,0 | 17,7 |
| Schepen (incl. schepen in aanbouw) (**) |
494,6 | 580,6 |
| Financiële schulden | 219,4 | 373,4 |
Het operationele resultaat (EBIT) van de LNG-divisie in 2017 was USD 47,6 miljoen met inbegrip van een meerwaarde van USD 70,0 miljoen op de verkoop van EXCELERATE, EXPLORER en EXPRESS en een waardevermindering van USD 22,5 miljoen op de EXCEL (vergeleken met USD 41,0 miljoen in 2016 welke positief beïnvloed werd door uitzonderlijke inkomsten van USD 9,0 miljoen ontvangen van Pacific Exploration & Production (PEP)).
EXMAR, dat een pionier was in ship-to-ship transfers van LNG op zee en de hervergassing van LNG aan boord om elektriciteitsnetten aan land te voeden, is uitgegroeid tot een toonaangevende speler in de verscheping, hervergassing en liquefactie van LNG. EXMAR heeft met succes twee unieke, op een platform gebaseerde, drijvende LNG-terminals ontworpen en gebouwd die voor de import en export van aardgas zullen worden gebruikt. De op een platform gebaseerde FSRU wordt al ingezet in het kader van een langetermijncontract voor de hervergassing en import van LNG voor een elektriciteitsnet. De op een platform gebaseerde liquefactieterminal zal worden ingezet om aardgas vanaf de bron te behandelen, te zuiveren en vloeibaar te maken voor de export.
(*) REBITDA: recurrent bedrijfsresultaat voor intresten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen (volgende elementen werden uitgesloten van EBITDA: vergoedingen Wison (LNG: USD -25 miljoen), verkoop EXCELERATE, EXPLORER en EXPRESS (LNG: USD 70 miljoen).
(**) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes werden de openingsposten van de schepen in aanbouw, de intrestkost van de voorgaande periode en het eigen vermogen aangepast.
.
Marktexperts blijven optimistisch over de wereldwijde verschuiving van de focus naar schonere brandstoffen. Een van de hoofdredenen hiervoor is de overvloed aan ontdekkingen van goedkoop aardgas over heel de wereld. De vraag naar LNG bedraagt momenteel ongeveer 290 miljoen ton; tegen 2030 zou die stijgen naar ongeveer 480 miljoen ton. Ook voorspelt het Internationaal Energieagentschap dat, indien de huidige trend zou aanhouden, de groei van LNG er tegen 2040 voor zal zorgen dat de vraag naar aardgas sneller zal groeien dan de vraag naar olie en gas. Deze voorspelling wordt door verscheidene factoren ondersteund: de snelle inzet en dalende kosten van schone energie, de toenemende elektrificatie van het energiesysteem, een schonere energiemix (vooral in China) en de verwachte veerkracht van de productie van schaliegas in de VS. Ook de verschuiving naar een meer dienstgerichte internationale economie ondersteunt deze voorspelling. Natuurlijk zal deze verandering afhangen van de mate waarin steenkool wordt uitgefaseerd als zeer vervuilende energiebron.
Snelgroeiende, opkomende economieën zouden verantwoordelijk zijn voor nagenoeg alle groei van de wereldwijde vraag naar energie; China en India zijn goed voor de helft van die stijging. De vraag naar energie vanwege OESO-landen zal nauwelijks groeien.
De evolutie van de importprijzen voor LNG ondersteunt deze stijgende energievraag vanuit opkomende landen. De huidige prijspeilen, de wereldwijde exportcapaciteit en de beschikbare alternatieven voor LNG-importterminals op de markt moedigen deze landen aan om snel werk te maken van initiatieven rond stroomvoorziening.
LNG-tankers die in 2017 op de spotmarkt actief waren, kampten met lage energieprijzen, een overaanbod aan scheepstonnage en uitgestelde leveringen van LNG door nieuwe liquefactiefabrieken, terwijl de bestaande fabrieken aan een lagere benuttingsgraad werkten. Moderne schepen verdienden minder dan USD 30.000 per dag, terwijl oudere schepen of stoomturbineschepen minder dan USD 20.000 per dag haalden.
Een plotse verandering van de fundamentele marktomstandigheden aan het eind van het jaar veranderde alles: een koudegolf, hogere LNG-prijzen voor West-Oostarbitrage en de eerste leveringen vanuit de nieuwe Wheatstone LNG-fabriek in Australië gaven het vrachtvervoer een stevig duwtje in de rug. Moderne LNG-tankers plukten daar de vruchten van, terwijl stoomturbineschepen nog altijd onvoldoende opleverden om zowel de variabele als de vaste kosten te dekken. Tegen het einde van het jaar telde de LNG-vloot 450 LNG-tankers; 94 schepen zijn besteld en zullen de komende jaren worden geleverd. Dit vertegenwoordigt 21% van de huidige vloot.
In tegenstelling tot de voorgaande jaren lieten de wereldwijd verhandelde LNG-volumes in 2017 een sterke stijging optekenen tot 292 miljoen ton, goed voor een groei van 12% ten opzichte van 2016. Het merendeel van deze stijging kan worden toegeschreven aan de toegenomen export uit de VS, Australië, Angola, Nigeria en Maleisië. Fabrieken in de VS (Cove Point-trein één en twee, Freeport-trein één, Elba Island) en Australië (Ichthys, Prelude, Wheatstone-trein twee) zullen de groei in 2018 verder stimuleren, door de productie op te drijven en door nieuwe projecten op te starten.
Op het vlak van import, en afgezien van het herstel van de vraag in Japan en Korea, vallen twee ontwikkelingen op: ten eerste steeg de Chinese LNG-import van 26 miljoen naar ruim 38 miljoen ton. De plannen van de overheid om de industriële en residentiële sectoren vanaf mei 2017 te doen omschakelen van steenkool op gas, liepen vertraging op. De helft van de leveringen kwam uit Australië. Nu dit omschakelingsprogramma wordt uitgebreid van het Noordoosten naar andere delen van het land, is China klaar om de komende jaren heel wat meer LNG te verbruiken. Ten tweede is een steeds grotere spreiding van het aantal LNG-kopers werkelijkheid geworden. Ondanks de hogere gasprijzen verbruikten de meeste Europese klanten in 2017 meer LNG. De komende jaren zullen opkomende Zuidoost-Aziatische landen meer LNG nodig hebben.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| IMPORTEURS | ||||||
| Japan | 88 | 88 | 89 | 85 | 84 | 83 |
| Zuid-Korea | 36 | 40 | 37 | 33 | 33 | 37 |
| China | 15 | 18 | 20 | 20 | 26 | 38 |
| India | 14 | 13 | 14 | 14 | 18 | 20 |
| Taiwan | 13 | 13 | 11 | 15 | 15 | 17 |
| VK | 11 | 7 | 8 | 10 | 8 | 5 |
| Overige | 62 | 57 | 57 | 69 | 77 | 91 |
| TOTAAL | 238 | 235 | 239 | 245 | 261 | 291 |
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| EXPORTEURS | ||||||
| Qatar | 77 | 77 | 76 | 78 | 78 | 78 |
| Australië | 21 | 22 | 23 | 29 | 44 | 45 |
| Maleisië | 23 | 25 | 25 | 25 | 24 | 27 |
| Nigeria | 20 | 16 | 18 | 20 | 17 | 21 |
| Indonesië | 19 | 18 | 17 | 18 | 19 | 18 |
| Trinidad | 15 | 14 | 14 | 12 | 11 | 11 |
| Algerije | 11 | 11 | 12 | 12 | 11 | 12 |
| VS | 0 | 0 | 0 | 0 | 4 | 13 |
| Overige | 52 | 52 | 52 | 51 | 53 | 58 |
| TOTAAL | 238 | 235 | 239 | 245 | 261 | 292 |
| Groei | -0,65% | -1,34% | 1,48% | 2,73% | 6,39% | 12,10% |
Meer dan 40 LNG-importprojecten worden onderzocht en/of ontwikkeld om in te spelen op de momenteel lagere LNG-prijzen die het gevolg zijn van de grote exportcapaciteit. Omdat die de komende twee-drie jaar operationeel willen worden, worden FSRU's ernstig overwogen als de hervergassingsoplossing bij uitstek.
Men is van oordeel dat FSRU's een kostenefficiënte oplossing zijn voor deze importprojecten; ze kunnen immers op kleine tot middelgrote schaal worden opgestart en later worden opgeschaald, wanneer dat nodig is.
Sitespecifieke factoren, zoals de meteorologische en maritieme omstandigheden, maatschappelijke en milieufactoren, alsook de plaatselijk beschikbare infrastructuur en pijpleidingnetten, zetten leveranciers van FSRU's ertoe aan om creatief te zijn bij het uitwerken van de meest flexibele en competitieve oplossing voor de overwogen projecten.
Aangezien er slechts een tiental FSRU's beschikbaar of besteld zijn – vooral bestemd voor opkomende, LNG-importerende landen die met gastekorten kampen – zijn er redelijk wat opportuniteiten voor leveranciers van FSRU's.
Momenteel komt er heel wat exportcapaciteit bij; de ontwikkeling van nieuwe LNG-exportinitiatieven op de markten van vandaag blijft dan ook een grote uitdaging. Desondanks is de markt, nu de olieprijzen zich stabiliseren boven de USD 60/vat, zeer geïnteresseerd in verdere FLNG-plannen, zodat ontwikkelaars hun huidige gasreserves snel ten gelde kunnen maken.
De LNG-vloot kwam zijn contractuele verbintenissen na tot het einde van het jaar, uitgezonderd de LNG/C EXCEL die actief was op de spotmarkt tot hij werd verkocht om te worden omgebouwd tot een drijvende opslageenheid (FSU) in oktober 2017. Dankzij deze verkoop wist EXMAR zijn blootstelling aan de uitdagende omstandigheden op de spotmarkt voor stoomturbineschepen te beperken, terwijl LNG/C EXCALIBUR zijn langetermijncontract met Excelerate Energy (EE) nakwam.
In de loop van 2017 liet het Amerikaanse bedrijf Excelerate Energy, als charteraar van de FSRU-vloot van EXMAR, weten dat het geïnteresseerd was in de overname van het volledige belang van 50% dat EXMAR heeft in de bedrijven die eigenaar zijn van de respectieve FSRU's EXCELERATE, EXPLORER, EXPRESS en EXCELSIOR. De onderhandelingen resulteerden in een win-winsituatie voor beide partijen: Excelerate Energy breidde zijn FSRU-projectenportefeuille uit en EXMAR maakte zijn samenwerking met zijn Amerikaanse partner van de laatste 15 jaar ten gelde.
De aandelen van EXMAR in de eerste drie bedrijven werden voor het einde van 2017 verkocht; de verkoop in verband met Excelsior BVBA werd begin 2018 afgerond. EXMAR Ship Management, dat de vloot had geëxploiteerd en onderhouden naar de volledige tevredenheid van zowel de eigenaars als de charteraars, zal blijven instaan voor het scheepsbeheer van de negen FSRU's die nu eigendom zijn van Excelerate Energy.
Dankzij deze kapitaalherschikking is EXMAR LNG goed gepositioneerd om zich verder te focussen op de volgende generatie van zijn drijvende LNG-oplossingen.
Na een activafinanciering van USD 200 miljoen te hebben bekomen werd CARIBBEAN FLNG (CFLNG) op 27 juli 2017 opgeleverd door de Wison-scheepswerf (Nantong, China). CFLNG omvat een drijvende liquefactiefabriek met een opslagcapaciteit van 16.100 m³ LNG en een productiecapaciteit van 500.000 ton LNG per jaar. De kosten voor de laattijdige levering van CFLNG, ongeveer USD 11 miljoen, wogen op het bedrijfsresultaat voor 2017.
EXMAR voert momenteel gesprekken met verscheidene potentiële partners rond diverse projecten. Eens de nodige ondersteunende lokale infrastructuur en de daarmee verband houdende exploitatievergunningen klaar zijn, kan CFLNG binnen vier à zes maanden na de ondertekening van het contract worden gemobiliseerd, geïnstalleerd en in bedrijf worden gesteld. Tot aan de succesvolle afronding van de onderhandelingen en bevestiging van haar inzet zal CFLNG op de werf blijven liggen; alle maatregelen werden genomen om de apparatuur aan boord te beschermen.
In december 2017 leverde dezelfde scheepswerf in Nantong (China) ook 's werelds eerste op een platform gebaseerde FSRU af. Deze eenheid heeft een hervergassingscapaciteit van maximaal 600 MMSCFD en een opslagcapaciteit van 26.320 m³ LNG. Dit is een nieuwe mijlpaal in het bestaan van EXMAR; deze FSRU is immers de eerste van de nieuwe generatie op een platform gebaseerde drijvende hervergassingseenheden en is goed gepositioneerd om waarde te creëren voor de middelgrote LNG-importprojecten die wereldwijd worden uitgevoerd. Het is immers een snelle, flexibele en kostenefficiënte oplossing. Vóór de oplevering ervan werd de inzet op lange termijn bij een gerenommeerde klant verzekerd. Vanaf medio 2018 zouden de commerciële activiteiten van start moeten gaan.
Naast dit op een platform gebaseerde FSRU-project werkt EXMAR ook aan twee speciaal ontwikkelde LNG-importterminals voor projecten in verband met een onafhankelijke stroomproductie (IPP) op gas. De finale investeringsbeslissing (FID) voor beide projecten zou in 2018 worden genomen, om samen te vallen met het resultaat van de projectontwikkeling en de daarmee verband houdende voorwaarden voor de financiering van wereldwijde IPP-projecten.
Wat het project voor de Indiase Swan Energy-importterminal betreft, zetten EXMAR en de verschillende partijen die bij het project betrokken waren, de onderhandelingen stop omwille van de complexiteit van dit project.
EXMAR Offshore bezit en leaset offshore-activa en ontwikkelt drijvende oplossingen voor de productie-, booren accommodatiemarkt. Dit omvat de exploitatie van diverse offshore-activa, zowel voor de EXMAR Groep als voor externe klanten. Het kantoor van EXMAR in Houston (VS) is gespecialiseerd in het ontwerp en de ontwikkeling van drijvende productiesystemen, naast technische diensten in verband met zeeschepen, vaartuigen en offshoreeenheden.
| Totaal per 31/12/2017 |
Totaal per 31/12/2016 |
|
|---|---|---|
| PROPORTIONELE CONSOLIDATIE |
| (IN MILJOEN USD) | ||
|---|---|---|
| Omzet | 33,2 | 52,4 |
| EBITDA | -5,7 | -0,8 |
| REBITDA (*) | -7,3 | -1,7 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | -7,7 | -3,6 |
| Geconsolideerd resultaat ná belastingen |
-7,7 | -1,5 |
| Schepen (incl. schepen in aanbouw) | 11,0 | 12,5 |
| Financiële schulden | 3,0 | 5,0 |
Het bedrijfsresultaat (EBIT) voor de offshore-divisie in 2017 bedroeg USD – 7,7 miljoen (vergeleken met USD -3,6 miljoen in 2016).
(*) REBITDA: recurrent bedrijfsresultaat voor intresten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen. Volgende elementen werden uitgesloten van EBITDA: verkoop KISSAMA (Offshore: USD 1,6 miljoen).
Vóór de olieprijzen zo scherp begonnen te dalen in 2014, bedroeg de wereldwijde vraag naar olie 92 miljoen vaten per dag (bpd). De meeste experts voorspelden toen een groei van de olievraag met 1 miljoen bpd per jaar tot 2020. De beschikbaarheid van goedkopere olie deed de vraag onverwachts stijgen met 2,1 miljoen bpd in 2015, met 1,8 miljoen bpd in 2016 en met 1,6 miljoen bpd in 2017. Sommigen voorspellen nu dat de vraag de kaap van de 100 miljoen bpd zal bereiken in de tweede helft van 2018. Als gevolg van deze groei van de vraag kost olie nu USD 60 per vat. De hogere prijzen waren ongetwijfeld goed nieuws voor enkele ontwikkelingsprojecten. Niettemin kan het gebrek aan investeringen in sommige segmenten van de sector, vooral offshore, het moeilijk maken om in de toekomstige vraag naar olie te voorzien. Dit zal opportuniteiten bieden voor EXMAR.
Eind 2017 was de offshore-petroleumsector goed voor ongeveer 30% van 's werelds dagelijkse olieaanvoer en ongeveer 32% van 's werelds dagelijkse gasproductie. Historisch gezien houden offshore-projecten gelijke tred met de olieprijzen. Een voorbeeld hiervan is de toekenning van contracten voor drijvende productiesystemen (FPS); van 2010 tot 2012 werden er gemiddeld 26 FPS-contracten per jaar toegekend. Terwijl de olieprijzen daalden in 2014, werden er slechts 19 FPS-contracten toegekend. Toen de olieprijzen verder daalden, werden ook minder contracten toegekend; in 2015 en 2016 werden telkens slechts negen FPS-contracten toegekend. Veel offshore-ontwikkelingsplannen werden uitgesteld en sommige projecten werden geannuleerd. In 2017 stegen de olieprijzen weer; toen werden in totaal 21 FPS-contracten toegekend. Het gebrek aan investeringen de voorbije drie jaar, in combinatie met de natuurlijke daling van de huidige offshore-velden, kan resulteren in een nettoverlies wat de offshore-productie betreft. Dit zou op zijn beurt bijdragen tot een algemene daling van de totale dagelijkse output.
Diepwaterprojecten wedijveren met andere opportuniteiten voor Capital Expenditure-investeringen (CAPEX), waaronder schalieprojecten in Noord-Amerika. Velen voorspelden dat een snelle schalieproductie de eventuele verliezen op het vlak van conventionele olieproductie ruimschoots zouden compenseren. Maar net als bij offshore-projecten zijn sommige schalieprojecten blijkbaar kostenefficiënter dan andere, zelfs met prijzen boven de USD 50 of USD 60 per vat.
Voorspellers verwezen naar het aantal aangeboorde maar "nietvoltooide" schaliebronnen (DUC) dat in productie zou kunnen worden genomen en de verliezen ruimschoots zou goedmaken. In 2017 groeide dat aantal zogenaamde DUC's zelfs met meer dan 1.000 bronnen tot ongeveer 7.500. Een mogelijke uitleg hiervoor is dat beleggingsfondsen weigerachtig staan tegenover de financiering van bijkomende infrastructuur om nieuwe productie op de markt te brengen, naast een gebrek aan logistiek en ontwikkelingsmiddelen, en een verminderde productiviteit van boorplatformen.
Om met projecten aan land te kunnen concurreren en de nodige CAPEX aan te trekken om projecten te financieren, hebben
exploitanten plannen geïmplementeerd om de kosten te drukken, door het volledige ontwikkelingsproces en tijdschema te stroomlijnen en door zodanige specificaties op te leggen voor drijvende faciliteiten dat diepwaterprojecten goed kunnen concurreren in het schaliesegment. EXMAR Offshore richt zich op dergelijke exploitanten met een FPSoplossing (drijvend productiesysteem) die weinig kost en veel waar voor zijn geld biedt.
Wereldwijd blijven diepwaterreserves een belangrijke bron voor ontwikkeling en monetisering door eigenaars. De komende jaren kunnen tal van offshore-exploitanten de finale investeringsbeslissing nemen in verband met FPS-projecten.
De Braziliaanse diepwaterportefeuille is daar een goed voorbeeld van: de breakevenkosten worden geschat op USD 40 à USD 50 per vat. Petrobras' engagement voor ontwikkeling blijkt uit de toekenning van een FPSOcontract in 2017; in 2018 zou het nog eens drie FPSO-contracten toekennen. Ook Mexico biedt opportuniteiten, met zijn recente leasingcontracten om buitenlandse investeringen in veelbelovende diepwatergebieden aan te trekken.
De verkennende boringen moeten echter nog beginnen en de finale investeringsbeslissing in verband met de productie zou na 2020 vallen.
Offshore-projecten na ontdekkingen in ontwikkelingslanden zoals Mozambique, Cyprus en Guyana zullen deze landen de mogelijkheid bieden om geld te verdienen aan de export en eventueel energieonaf-
BEXCO is een van 's werelds belangrijkste fabrikanten van synthetische touwen. Het bedrijf ontwerpt, ontwikkelt, vervaardigt en levert hoogwaardige, op maat gemaakte synthetische touwen voor maritieme en offshore-toepassingen. De offshore-markt voor aanmeertouwen in diep water kampte met ongunstige marktomstandigheden; in de eerste drie kwartalen van 2017 werden er geen aanbestedingen uitgeschreven voor nieuwe projecten. Tegen het einde van het jaar trok de markt echter weer aan en haalde BEXCO een belangrijk contract binnen voor aanmeertouwen in de Golf van Mexico voor een grote oliemaatschappij. De bestelling van ruim 20 stuks DeepRope, elk meer dan 1.000 meter lang, zal in 2018 worden geproduceerd in zijn twee productievestigingen in Hamme en in zijn Antwerpse kadefaciliteit. BEXCO handhaafde zijn marktpositie in andere maritieme en offshore-segmenten, ondanks zwakke activiteiten in verband met offshore-installaties en nieuwbouwschepen. Ondanks deze ongunstige marktsituatie breidde BEXCO in 2017 zijn R&D-activiteiten uit met de lancering van zijn nieuwe FLEXOR ronde strop voor zwaar hijswerk, bestemd voor offshore-toepassingen, en een nieuwe, onder water drijvende aanmeeroplossing voor de LNG-sector. Beide producten trokken al de eerste klanten aan. Sinds 2017 wordt het bedrijf ook opnieuw rechtstreeks vertegenwoordigd op de Noord-Amerikaanse markt en in 2018 plant het een verdere expansie naar andere geografische regio's.
hankelijk te worden. EXMAR hoopt dergelijke projecten binnen te halen voor zijn OPTI® FPS of FPSO, op basis van zijn ervaring, technische knowhow en operationele vaardigheden.
Tevens zullen de huidige offshore-projecten nodig blijven, gelet op de bovenvermelde toename van de vraag naar olie en gas. De accommodatie-eenheden van EXMAR voorzien in de behoefte aan offshorearbeiders die instaan voor de exploitatie en het onderhoud van deze projecten. Hoewel de voorbije twee jaar onderhoudswerkzaamheden werden uitgesteld, kunnen oliemaatschappijen de nodige werkzaamheden om de productie te handhaven niet blijven uitstellen. Vanaf 2018 – 2019 verwachten we een herstel op het vlak van offshore-projecten, waarbij meer accommodaties voor offshore-arbeiders nodig zullen zijn.
DV Offshore (DVO), met hoofdzetel in Parijs, is een onafhankelijk studiebureau dat zich specialiseert in alle technische aspecten van maritieme techniek en operaties. Over een periode van 40 jaar heeft DVO met succes meer dan 1.000 gespecialiseerde opdrachten in 40 verschillende landen uitgevoerd. DVO heeft als raadgevend ingenieur meegewerkt aan industriële maritieme projecten voor grote oliemaatschappijen, havenautoriteiten, overheidsinstellingen en bedrijven die actief zijn in de olie- en gassector, dankzij zijn erkende ervaring in aanmeertechniek en -installaties. DVO heeft ook meegewerkt aan en advies verleend bij projecten rond Open Sea Terminals (Single Point Mooring, Conventional Buoy Mooring), haventerminals, offshore drijvende opslag, lijnvaart, maritieme activiteiten en onderwatertechniek, naast operaties. De laatste drie jaar waren de omstandigheden op de offshore-markt voor techniek en aankoop zeer moeilijk, maar DVO wist zijn activiteiten te handhaven door zich sterk te engageren voor diverse productterminals. Normaliter zouden sommige activiteiten hervat worden in 2018, doordat de olie- en gasontginning weer aantrekt.
Op basis van de indicatoren van vorig jaar ziet het ernaar uit dat de markt geëvolueerd is van een lage prijs van minder dan USD 30/vat (bron: WTI) begin 2016 naar een prijs van meer dan USD 50/vat in de laatste maanden van 2017. Nadat de markt zijn dieptepunt blijkbaar achter de rug had, nam het aantal nieuwe ontwikkelingen in de Golf van Mexico toe. Hoewel het algemene gevoel positief is, betrachten veel exploitanten de nodige voorzichtigheid; in 2017 begonnen ze activiteiten te plannen en uit te werken, waarvoor de beslissing in 2018 zal vallen.
In 2017 werd EXMAR gevraagd om de eerste concepten uit te werken voor enkele potentiële projecten in de Golf van Mexico, op basis van de zeer succesvolle productiefaciliteit DELTA HOUSE, gebaseerd op OPTI-11000™. In 2017 won eigenaar-exploitant LLOG de belangrijke OTC Distinguished Achievement Award voor zijn kostenplaatje, tijd tussen ontdekking en eerste productie, veiligheidsprestaties, betrouwbaarheid en naleving van de regelgeving. De breakeven-prijs voor DELTA HOUSE, die van bij het begin werd genoemd, bedroeg ongeveer USD 27/vat en zal minder dan USD 20/vat bedragen naar de toekomst toe.
Zelfs bij een prijs van meer dan USD 60/vat zullen exploitanten de voorkeur geven aan minder dure ontwikkelingsopties met een korte cyclus, zoals onderzeese aansluitingen op de bestaande infrastructuur met de beschikbare productiecapaciteit. Dankzij de lage prijs en het bewezen nut van het op OPTI® gebaseerde drijvende productiesysteem van EXMAR kunnen exploitanten echter profiteren van de voordelen van extra productie met hun eigen installaties en dat op korte termijn.
Het Amerikaanse kantoor van EXMAR in Houston kon niet langer kampten immers met beperkte activiteiten op het vlak van offshoreontginning. Het verlies aan inkomsten uit booractiviteiten werd deels gecompenseerd door technisch werk aan dek uit te voeren, vooral ter ondersteuning van de LNGi-projecten van EXMAR, met de CFLNGen FSRU-platformen. In 2017 werd EXMAR Houston ook gevraagd om werkzaamheden uit te voeren voor extra aansluitingen op DELTA HOUSE, gebruik makend van de gedeponeerde, kostenefficiënte FAST®-procedure van EXMAR voor een snelle intrekking van de stijgleidingen, om die aan te sluiten op de OPTI®-romp.
Begin 2017 werd het accommodatieplatform KISSAMA verkocht aan Indiase kopers die het buiten de West-Afrikaanse markt zullen inzetten. Het accommodatieplatform NUNCE zal van 2019 tot 2022 worden ingezet voor Sonangol, terwijl Total de WARIBOKO zal blijven inzetten in Nigeria. Vorig jaar bleef de helft van de totale West-Afrikaanse (WAF) vloot van accommodatieplatformen voor lange termijn opgelegd. Hoewel deze situatie niet zou veranderen in 2018, wordt vanaf 2019 een toename van de activiteiten verwacht; nieuwe projecten zouden operationeel worden en er zou onderhoud nodig zijn dat de jaren voordien werd uitgesteld.
DRIJVENDE PRODUCTIE-, OPSLAG- EN OVERSLAGSYSTEMEN Begin 2017 bezorgde EXMAR Offshore een offerte voor FPSO SEPIA aan Petrobras. Het was niet de laagste prijs, maar EXMAR eindigde nipt op de tweede plaats. Na deze ervaring werd EXMAR uitgenodigd om deel te nemen aan de FPSO BUZIOS 5-aanbesteding in het begin van 2018. Petrobras is de grootste gebruiker van FPSO's en zal de komende vijf jaar bijna 20 nieuwe systemen inzetten. Gelet op zijn ervaring in traditionele drijvende productiesystemen (FPSO's, semi-submersibles, FSO's) en zijn innovatieve productie-infrastructuur (LNGRV's, FLNG's, FSRU's), is EXMAR goed gepositioneerd om in 2018 en 2019 opnieuw zijn intrede te doen op FPSO-markt.
Naast zijn kernactiviteiten heeft EXMAR ook zakelijke belangen in diverse bedrijven op het vlak van scheepsbeheer, gespecialiseerde reizen, offshore consultancy en leveringen aan de maritieme en offshore-industrie.
| Totaal per 31/12/2017 |
Totaal per 31/12/2016 |
|
|---|---|---|
| PROPORTIONELE CONSOLIDATIE (IN MILJOEN USD) |
||
| Omzet | 47,5 | 46,3 |
| EBITDA | 27,7 | 1,9 |
| REBITDA (*) | 1,0 | 1,1 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 25,5 | -1,2 |
|---|---|---|
| Geconsolideerd resultaat ná belastingen |
25,9 | 1,1 |
| Schepen (incl. schepen in aanbouw) | 0,0 | 0,0 |
| Financiële schulden | 136,7 | 126,3 |
De bijdrage van de dienstenactiviteiten tot het bedrijfsresultaat (EBIT) voor 2017 was USD 25,5 miljoen met inbegrip van een meerwaarde van USD 26,7 miljoen op de verkoop van Belgibo (vergeleken met USD -1,2 miljoen in 2016).
20
Midsize LPGtanker *
(*) REBITDA: recurrent bedrijfsresultaat voor intresten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen. Volgende elementen worden uitgesloten van EBITDA: verkoop Belgibo (Services: USD 26,7 miljoen)
* Omvat twee in aanbouw
** Crew management
*** Moet ingezet worden
De laatste tijd is de outsourcing-markt geëvolueerd van het beheer van één of meer schepen naar een gekwalificeerde scheepsbeheerder die – tegen een overeengekomen vergoeding – bemanningsbeheer, technisch, operationeel en HSEQ-beheer (Health, Safety, Environment & Quality) voorziet, naast knowhow op het vlak van onderhoud, opleiding, ICT en vrachtbehandeling.
Volgens de laatste Review of Maritime Transport van het UNCTAD (de VN-conferentie voor Handel & Ontwikkeling) groeide de totale wereldwijde koopvaardijvloot tot 93.161 schepen, goed voor een deadweight van ongeveer 1,86 miljard ton. Bulkcarriers vertegenwoordigen het grootste deel hiervan, uitgedrukt in tonnage, terwijl offshore-vaartuigen en gastankers het grootste deel vertegenwoordigen, uitgedrukt in waarde per koopvaardijschip.
VERZEKERING \$4.6 bn
P&I \$3.4 bn
TOTAAL: OPEX
350
\$bn
Bron: Clarksons Research
Op een scheepvaartmarkt waar veel segmenten zwaar te lijden hebben onder overcapaciteit en dalende vrachttarieven, worden scheepseigenaars genoodzaakt om zich vooral te richten op het verlagen van de werkingskosten, zodat ze die baisse kunnen doorstaan. Ondanks de uiteenlopende schattingen in verschillende bronnen wordt niet meer dan 15% van de huidige wereldvloot door derden beheerd.
Clarksons Research schat dat de totale OPEX van de wereldkoopvaardijvloot voor het eerst de kaap van USD 100 miljard overschreed in 2017, tegenover USD 83 miljard in 2008. De grootste component blijft de lonen van bemanningen (USD 43 miljard voor 1,4 miljoen bemanningsleden wereldwijd). Ter vergelijking: de totale scheepsinkomsten daalden met meer dan de helft, van USD 291 miljard in 2008 tot amper USD 123 miljard in 2016.
De stijgende werkingskosten, verwachte stijgingen van de algemene bemanningsbudgetten en het groeiende orderboek voor nieuwe schepen die allemaal werftoezicht, pre-ops, inbedrijfstelling en oplevering vergen, zijn overtuigende argumenten voor outsourcing.
Het is echter de komst van nieuwe wetgeving waarvoor een hoge mate van interne knowhow nodig is, die ervoor heeft gezorgd dat scheepsbeheer op de radar van – vooral nieuwe – eigenaars is verschenen. Door de wereldwijde zwavellimiet van de Internationale Maritieme Organisatie voor 2020 en het onlangs geïmplementeerde verdrag inzake Ballastwaterbeheer staan scheepseigenaars onder steeds grotere economische druk. De optie om het beheer uit te besteden aan deskundige scheepsbeheerders blijft toenemen.
Het afgelopen jaar zocht EXMAR Ship Management (ESM) actief naar externe bedrijfsopportuniteiten. De strategie om de klantenportefeuille verder te diversifiëren was een succes en ESM groeide uit tot een dienstverlener voor alle gespecialiseerde drijvende activa. Het aantal schepen onder beheer steeg tot 84 vaartuigen voor 24 verschillende eigenaars, gaande van drijvende opslag- en hervergassingseenheden (FSRU's) voor LNG, LPG-tankers, drijvende accommodatieplatformen tot gespecialiseerde saptankers.
In 2017 begon het beheer van het drijvende hervergassingsplatform en drijvende liquefactieplatform (CFLNG) van EXMAR. In de tweede helft van 2018 zou het langetermijncontract voor 's werelds eerste drijvende hervergassingsplatform (FSRU) moeten beginnen lopen.
In 2017 bleef het programma "Taking the SAFETY LEAD", dat in 2014 van start ging, goed op koers en werpt het zijn vruchten af bij alle aspecten van de activiteiten. De frequentie van het aantal arbeidsongevallen met werkverlet (LTIF) voor de LPG-vloot was nog nooit zo laag: 0,53. En uit tal van andere KPI's blijkt een positieve trend voor de HSEQ- en duurzaamheidsprestaties van ESM.
Medio 2017 bundelden ESM en Ahlers hun krachten voor bepaalde maritieme diensten, zoals o.a. de maritieme opleidingsactiviteiten van Bureau International Maritime (BIM). In combinatie met de knowhow van de EXMAR Academy zijn nu opleidingen beschikbaar voor alle maritieme en offshore-sectoren.
In 2018 zal ESM de LNG-, LPG- en andere gespecialiseerde activa van zijn huidige klanten blijven exploiteren en zal het de FSRU's op schepen blijven beheren waarvan Excelerate Energy nu de volledige eigenaar is. ESM zal ook de ombouw van EXCEL naar een drijvende opslageenheid (FSU) ondersteunen en superviseren en zal toezien op de inbedrijfstelling en oplevering van de overige LPG-nieuwbouwschepen voor EXMAR.
• Over een periode van 11 jaar sinds augustus 2006 waren EXMAR Ship Management en zijn partners verantwoordelijk voor de veilige uitvoering van 1.280 ship-to-ship transfers, goed voor ruim 142 miljoen kubieke meter (m³) LNG.
• EXMAR Ship Management beheert 24 uur op 24 tien permanente FSRU's (aan wal en offshore). Dat maakt er 's werelds grootste exploitant van drijvende hervergassingseenheden van.
transfers.
Travel PLUS, gevestigd in Antwerpen (België), is het grootste onafhankelijke reisagentschap van het land. Met zijn team van 24 professionals verstrekt dit reisagentschap, dat gespecialiseerd is in zaken- en recreatiereizen, diensten van hoog niveau aan zakenreizigers en veeleisende recreatiereizigers. Hierbij worden pakketten op maat en reisplannen uitgewerkt, met een volledige ondersteuning en back-up.
Dankzij de opleving van het aantal boekingen door zowel bestaande als nieuwe klanten kon in 2017 een bemoedigend resultaat worden geboekt. Zo groeide de omzet met iets meer dan 8,5% ten opzichte van het jaar voordien, 70/30 verdeeld tussen zakenreizen en recreatiereizen. Door geschikte bedrijfsklanten aan te trekken, die om flexibiliteit en een uitstekende dienstverlening vragen, in combinatie met het gebruik van nieuwe toepassingen, wist Travel PLUS zijn klantenbestand te behouden en uit te breiden. Een voorbeeld hiervan was de invoering van het online Cytrix-systeem waarmee bedrijfsklanten hun vlucht en andere boekingsopties kunnen personaliseren volgens hun eigen, specifieke reisbeleid. Voor 2018 wordt gemikt op een verdere organische groei, in rechtstreekse concurrentie met self-service en gecommoditiseerde reisdiensten.
DIENSTEN 37
ZORG VOOR VANDAAG, RESPECT VOOR MORGEN
03
BEYOND COMPLIANCE MENSEN - ONS KOSTBAARSTE KAPITAAL ONZE BEDRIJFSPRINCIPES
"Zorg voor vandaag, respect voor morgen" staat centraal in de manier waarop EXMAR wereldwijd zaken doet, sinds zijn oprichting in 2003.
EXMAR doet meer dan louter de wetgeving naleven. Zo behaalde het als eigenaar-exploitant van drijvende bedrijfsmiddelen een ISO 14001-certificaat voor zijn milieubeheersysteem (in 2011) en een ISO 50001-certificaat voor zijn energiebeheersysteem (in 2014).
Ook werd het kwaliteitsbeheersysteem voor de activiteiten van EXMAR Ship Management bekroond met een ISO 29001-certificaat, terwijl zijn beheersysteem voor arbeidsgezondheid en -veiligheid bekroond werd met een OHSAS 18001-certificaat. Verder werkte het nauw samen met het plaatselijke classificatiebedrijf RINA om ervoor te zorgen dat zijn activiteiten aan de Italiaanse kust en met Italiaanse partners voldoen aan de plaatselijke wettelijke normen en deze overtreffen. Al wie reeds aan dergelijke strenge certificeringsprocessen heeft meegewerkt, weet dat het behalen van deze normen niet de grootste uitdaging is, maar wel het handhaven ervan, door continu blijk te geven van voortdurende verbetering door middel van innovatie, respect en zorg. De compliance-, HSEEQ-, technische en juridische teams van de Groep werken dagelijks samen met elkaar en in sectorale fora om de prestaties voortdurend te verbeteren.
Het bedrijf houdt zich nu bezig met de volledige toepassing van de GRInormen (Global Reporting Initiative) voor duurzaamheidsverslaggeving, waarmee bedrijven verslag kunnen uitbrengen over hun impact op de economie, het milieu en de maatschappij.
Om de uitstoot van fijnstof verder te verminderen heeft EXMAR op haar nieuwste schepen van de Midsize vloot zowel een open als een gesloten uitlaatgasreiniger of scrubber geïnstalleerd en ook het eerste schip in de nieuwbouwreeks Midsize schepen, WAASMUNSTER, werd inmiddels van zulke scrubber voorzien. Door deze scrubbers wordt de SOx-uitstoot met meer dan 95% beperkt en de uitstoot van fijnstof met meer dan 60%.
EXMAR gaat nog een stap verder. Zo zullen de twee VLGC-schepen in aanbouw, met voorziene oplevering in 2020, door LPG worden aangedreven, een unicum in de scheepvaartindustrie. Gas als brandstof vermindert de uitstoot van SOx in de lucht met meer dan 99% en de uitstoot van fijnstof in de lucht met meer dan 80%. De CO2 -uitstoot vermindert met meer dan 17% in vergelijking met zware stookolie.
Het nieuwste systeem voor ballastwaterbehandeling (BWTS) werd door EXMAR Ship Management aan boord van de FSRU EXCELSIOR geïnstalleerd in december in het droogdok op de scheepswerf Navantia in het Spaanse Ferrol. Hiermee wordt voldaan aan het Verdrag inzake Ballastwaterbeheer dat in september 2017 van kracht werd.
Al het water dat als ballast wordt gebruikt, loopt via twee hoofdleidingen naar twee grote filters waarin het wordt behandeld. Hypochloriet, afkomstig van een elektrolyse-installatie aan boord, wordt geïnjecteerd om eventuele micro-organismen te doden alvorens het water in de ballasttanks in de romp terechtkomt. Als het water minder dan drie dagen later wordt geloosd, wordt het chemisch behandeld om de chloor te verwijderen. Ook wordt een ontgassingstank gebruikt om de impact van het hydrolyseproces tot het minimum te beperken; die mengt de gassen, breekt ze af en stoot ze daarna uit via een ontluchtingsopening.
De nieuwe middelgrote LPG-vloot van EXMAR werd ook uitgerust met nieuwe BWTS-oplossingen en in 2018 heeft EXMAR Ship Management nog meer gepland om zijn klanten te helpen het nieuwe verdrag na te leven.
In 2017 steeg het gecombineerde personeelsbestand van EXMAR (medewerkers aan land en op zee) lichtjes van 1.969 naar 1.981*. Het aantal personeelsleden in de verschillende kantoren over heel de wereld daalde van 341 naar 290, terwijl het aantal zeevarende personeelsleden met bijna 4% steeg tot 1.691. De veranderingen bij het kantoorpersoneel zijn het gevolg van een reorganisatie in de kantoren van EXMAR in Houston, alsook de verkoop van verzekeringsmaatschappij Belgibo.
Terwijl de middelgrote LPG-vloot verder wordt vernieuwd in 2018 en daarna, met de twee orders voor VLGC's waarvoor extra personeel nodig zal zijn, is de stijging van het aantal zeevarende personeelsleden ook te danken aan de activiteiten van EXMAR Ship Management en zijn dochterondernemingen Seavie en Ahlmar. Nog eens 265 bemanningsleden zijn tewerkgesteld op vloeistoftankers, chemicaliëntankers en conventionele bulkschepen, naast extra opzichters en bemanningsbeheer aan land, bovenop de bemanningen die al tewerkgesteld zijn op de door EXMAR Yachting* beheerde luxezeiljachten en motorschepen.
Sinds de lancering ervan in 2014 draaide het programma Taking the SAFETY LEAD vooral rond ons zeevarend personeel, met als hoofddoel de veiligheidsmentaliteit van onze mensen te veranderen. De opleidingen risicobewustzijn en veiligheidsleiderschap lopen; tot dusver werden al 947 medewerkers opgeleid:
* Note 6, Financieel rapport
| SAFETY LEAD" (TTSL) WERDEN OPGELEID: | |||
|---|---|---|---|
| Actieve bemanning die de TTSL-opleiding heeft gevolgd | 2021 ** | 947 | 47% |
| Senior LPG-personeel (opleiding veiligheidsleiderschap) | 262 | 138 | 51% |
| Senior LNG-personeel (opleiding veiligheidsleiderschap) | 173 | 109 | 66% |
| Junior LPG en ratings (opleiding veiligheidsbewustzijn) | 436 | 195 | 46% |
| Junior LNG en ratings (opleiding veiligheidsbewustzijn) | 596 | 178 | 33% |
| Junior en ratings zonder bemanningspool (opleiding veiligheidsbewustzijn) | 554 | 327 | 63% |
** Omvat zeevarenden in de bemanningsgroep van EXSM. TTSL-training in Q1 en Q2 2017.
Een sign-off enquête werd uitgewerkt; alle medewerkers ontvangen na hun sign-off een automatisch e-mailbericht op hun persoonlijk e-mailadres met een uitnodiging om de enquête in te vullen. Hoofddoel hiervan is de vorderingen in verband met het TTSL-programma te meten en mogelijke verbeteringen te bepalen. In de eerste maand van 2018 kregen alle medewerkers een update van de resultaten van de sign-off enquête. Dit zal worden gevolgd door een actieplan en opleiding die nu rond de kantoormedewerkers zullen draaien. Onlangs noemde een belangrijke olieklant het initiatief een voorbeeld van beste praktijken.
EXMAR & AVANCE GAS CONFERENCE - Goa, India EXMAR LNG CONFERENCE - Gent, België EXMAR CONFERENCE - Odessa, Oekraïne EXMAR CONFERENCE - Antwerpen, België EXMAR & PTC CONFERENCE - Filippijnen EXMAR CONFERENCE - Split, Kroatië 19 & 20 APRIL 2017 17 MEI 2017 7 JUNI 2017 5 & 6 OKTOBER 2017 NOVEMBER 2017 7 DECEMBER 2017
In 2017 organiseerde EXMAR Ship Management niet minder dan zes conferenties over heel de wereld, waar in totaal 459 zeevarende personeelsleden en 85 aan land tewerkgestelde personeelsleden aan deelnamen. Deze conferenties maken sinds zijn oprichting deel uit van de bedrijfscultuur van EXMAR. Interne specialisten en externe adviseurs en lesgevers geven tal van nuttige informatie over de nieuwste trends en technische ontwikkelingen. Belangrijke partners zoals motorenfabrikanten, classificatiebedrijven, leveranciers van cryogene leidingen, cateringconsulenten en veiligheidsconsulenten worden uitgenodigd om toespraken en workshops te houden over alle aspecten van het beroepsleven op zee.
De voorbije maanden werd de toegang tot het hoofdkantoor ernstig bemoeilijkt door infrastructuur- en wegenwerken, die tot eind 2019 en daarna zullen duren. Om deze uitdaging aan te gaan heeft EXMAR zijn krachten gebundeld met andere grote Antwerpse bedrijven en de lokale overheid van Antwerpen; via "Slim naar Antwerpen" bieden ze hun personeel alternatieve vervoermiddelen aan, door middel van een combinatie van openbaar vervoer en gratis stadsfietsen, elektrische fietsen, vouwfietsen, bakfietsen en fietskarren, naast de populaire Velo-stadsfiets.
Maar EXMAR doet nog meer. Zo biedt het een gratis pendeldienst aan voor medewerkers die aan de andere kant van de Schelde wonen, in samenwerking met buur CMB door middel van een door CMB ontwikkeld passagiersvaartuig dat waterstof verbrandt in een dieselmotor. EXMAR Ship Management heeft ook satellietkantoren geopend in Zandhoven, ten oosten van de stad, en in Elversele in het Waasland. Die zijn volledig aangesloten op het bedrijfsnetwerk, zodat het personeel ook van thuis uit kan werken, mits de voorafgaande toestemming van hun Business Unit Directors.
In 2017 ondersteunde EXMAR de inspanningen van zijn medewerkers om geld in te zamelen voor goede doelen, zowel op lokaal als op internationaal vlak.
Zo liepen medewerkers mee in de laatste Warmathon van de populaire Belgische radiozender Studio Brussel, waarbij het bedrijf het geld verdubbelde dat door de medewerkers werd ingezameld voor twee goede doelen, namelijk de Koninklijke Belgische Vereniging voor Reumatologie en FONDS NGANGI, een liefdadigheidsorganisatie die de ontwikkeling van de stad Goma in de Democratische Republiek Congo wil ondersteunen door onderwijs, werk en starters te voorzien voor de jeugd.
EXMAR is ook peter van VZW ZachteKracht, een liefdadigheidsorganisatie in de Royal Yacht Club van de Belgische kuststad Nieuwpoort, die zeildagen organiseert voor jongeren met een fysieke of mentale beperking. Het bedrijf sponsort verscheidene sportteams in België, waaronder de hockeyclub Gantoise.
De voorbije jaren organiseerde het personeel van EXMAR Ship Management een jaarlijks Fairtrade-ontbijt, ter ondersteuning van OXFAM. Ook doneerde EXMAR de voorbije jaren aan BEDNET, een liefdadigheidsorganisatie die zieke, bedlegerige kinderen in België de mogelijkheid biedt om online les te volgen via computer.
In 2017 werden diverse teambuildingactiviteiten georganiseerd, waaronder een groots outdoor event in Wallonië waaraan kantoormedewerkers van EXMAR uit heel de wereld deelnamen, alsook een Maori Haka-cursus voor medewerkers van EXMAR Ship Management en bezoekende bemanningsleden op de oevers van de Schelde.
Elk jaar in september houdt EXMAR een vergadering met al zijn kaderleden, samen met een jaarlijkse receptie voor zijn personeel en hun familie. Dit jaar vond die plaats in de pas gerenoveerde Royal Yacht Club van Antwerpen.
We doen zaken met respect voor de wereld waarin we actief zijn en we erkennen dat onze activiteiten gevolgen hebben voor onze collega's, klanten, leveranciers, partners en de maatschappij, als wereldwijde eersteklasleverancier van gespecialiseerde diensten voor de olie- en gasindustrie.
Met trots maakt EXMAR Technical bekend dat het van de Europese Unie financiële steun heeft bekomen voor het HyMethShip, een innovatief project in het kader van het HORIZON 2020-programma.
HyMethShip staat voor Hydrogen Methanol Ship, een voortstuwingssysteem dat gebruikmaakt van koolstofafvang aan boord vóór de verbranding.
Voor dit project werkt EXMAR samen met universiteiten, een classificatiebureau, een scheepswerf en apparatuurleveranciers om oplossingen te ontwikkelingen die de energie-efficiëntie van de scheepvaartsector verbeteren en de uitstoot ervan drastisch verlagen.
EXMAR Technical is sinds december 2016 bezig met de voorbereidingen voor dit project.
Nu is het tijd om de volgende stap te zetten: het ontwerpen en testen van een prototype van ons idee tot eind 2020.
HyMethShip bunkert methanol en zet dit aan boord om door de waterstofmoleculen te scheiden van de koolstof- en zuurstofmoleculen.
Deze waterstof wordt dan als brandstof gebruikt, terwijl de koolstofdioxide (CO2 ) vloeibaar wordt gemaakt en aan boord wordt opgeslagen tot aan de volgende bunkering.
Wanneer opnieuw methanol wordt gebunkerd, wordt de koolstofdioxide aan land gelost en voor de productie van nieuwe methanol gebruikt. Deze oplossing kan de uitstoot met meer dan 97% verlagen en zal EXMAR in staat stellen om ervaring op te doen in de behandeling van verschillende gassen, zoals waterstof, koolstofdioxide en methanol.
Voor de 20ste editie van zijn Maintenance Manager of the Year Award zette BEMAS, de Belgische onderhoudsvereniging, vrouwelijke onderhoudsmanagers in de schijnwerpers. Danielle Lammens, Maintenance Excellence Manager bij EXMAR Ship Management, en een van de vier genomineerden voor Maintenance Manager of the Year 2017, maakte graag van de gelegenheid gebruik om het in enkele interviews over haar carrière en huidige functie te hebben. Haar vrouwelijke collega's bij BASF wonnen de prijs, maar we zijn er trots op dat haar inspanningen publiekelijk worden erkend. Een goede reden voor de nominatie was dat Danielle tegelijkertijd toestandsafhankelijke onderhoudsstrategieën kan uitwerken en de Business Units LPG en LNG weet te overtuigen om die toe te passen, in overeenstemming met hun verschillende filosofieën. "Ik deed vooral mee omdat ik mensen ervan wil overtuigen dat vrouwen hun mannetje kunnen staan op het vlak van onderhoud, een wereld waar mannen het nog altijd voor het zeggen hebben. Ik hoop dat dit jonge vrouwen aanmoedigt om in de uitdagende wereld van techniek en technologie te stappen", aldus Danielle.
(L-R) Onze Maintenance Excellence Manager Danielle Lammens op het podium tijdens de prijsuitreiking en samen met de andere genomineerden: Samira Ben Ali van Stella Lanolines, Maxine Frimpong & Ann Van Look van BASF Antwerpen (het winnende team) en Stéphanie Hammer van Elia.
04
| CORPORATE GOVERNANCE VERKLARING | 49 |
|---|---|
| JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR | 62 |
| GECONSOLIDEERDE JAARREKENING | 69 |
| GECONSOLIDEERDE BALANS | 69 |
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN EN GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN NIET- GEREALISEERDE RESULTATEN |
70 |
| GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT | 71 |
| GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN | 72 |
| 1. | Waarderingsregels | 74 |
|---|---|---|
| 2. | Segmentrapportering | 86 |
| 3. | Reconciliatie segmentrapportering | 90 |
| 4. | Bedrijfsopbrengsten | 92 |
| 5. | Diensten en diverse goederen | 92 |
| 6. | Personeelskosten | 93 |
| 7. | Overige bedrijfskosten | 93 |
| 8. | Financiële opbrengsten/ kosten | 93 |
| 9. | Winstbelastingen | 94 |
| 10. | Verkoop van een dochteronderneming/ joint venture | 95 |
| 11. | Schepen | 97 |
| 12. | Andere materiële vaste activa | 99 |
| 13. | Immateriële activa | 99 |
| 14. | Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 100 |
| 15. | Financiële informatie geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 101 |
| 16. | Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 106 |
| 17. | Joint venture aangehouden voor verkoop | 107 |
| 18. | Voor verkoop beschikbare beleggingen | 107 |
| 19. | Handels- en overige vorderingen | 107 |
| 20. | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 108 |
| 21. | Geblokkeerde kasequivalenten en kas en kasequivalenten | 108 |
| 22. | Kapitaal en reserves | 109 |
| 23. | Winst per aandeel | 110 |
| 24. | Rentedragende leningen | 111 |
| 25. | Aandelenopties | 114 |
| 26. | Voorzieningen voor pensioen- en soortgelijke verplichtingen | 115 |
| 27. | Voorzieningen | 117 |
| 28. | Handels- en overige schulden | 117 |
| 29. | Financiële risico's en financiële instrumenten | 117 |
| 30. | Operationele leasingovereenkomsten | 123 |
| 31. | Investeringsverplichtingen | 124 |
| 32. | Voorwaardelijke verplichtingen | 124 |
| 33. | Verbonden partijen | 124 |
| 34. | Groepsentiteiten | 127 |
| 35. | Gehanteerde wisselkoersen | 128 |
| 36. | Vergoeding aan de commissaris | 129 |
| 37. | Gebeurtenissen na balansdatum | 129 |
| Belangrijke schattingen en oordelen voor financiële verslaggeving | 129 | |
| Verklaring met betrekking tot het getrouw beeld | 129 | |
| Verslag van de commissaris | 130 |
Deze Corporate Governance Verklaring valt onder de bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code van 2009. De Code van 2009 werd door het koninklijk besluit van 6 juni 2010 erkend als enige van toepassing zijnde Code. Deze Code werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 april 2010 (www.staatsblad.be), evenals op de website www.corporategovernancecommittee.be.
Ingevolge de publicatie van de Belgische Corporate Governance Code van 2009 ("Code 2009") neemt EXMAR de Code 2009 aan als referentiecode.
Overeenkomstig artikel 96 §2, 1° van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, volgt EXMAR de principes van de Belgische Corporate Governance Code van 2009:
Als Vennootschap met hoofdkantoor in België met toewijding voor de hoogste standaarden van Corporate Governance, heeft de Raad van Bestuur een Corporate Governance Charter aangenomen.
EXMAR's Corporate Governance Charter werd door de Raad van Bestuur goedgekeurd op 31 maart 2010 en geactualiseerd en goedgekeurd door de Raad op 2 september 2016. Dit Charter is ook van toepassing op alle verbonden ondernemingen van EXMAR.
Het Corporate Governance Charter bevat een samenvatting van de regels en principes waarrond het Corporate Governance beleid van EXMAR georganiseerd is en is gebaseerd op de bepalingen van de statuten van EXMAR, het Belgische Wetboek van Vennootschappen en de meest recente versie van de Belgische Corporate Governance Code. De Belgische Corporate Governance Code is gebaseerd op het principe "pas toe of leg uit".
De Vennootschap streeft ernaar om de meeste bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code na te leven, maar de Raad is van mening dat sommige afwijkingen van bepalingen gerechtvaardigd kunnen zijn in de specifieke context van de Vennootschap. Indien van toepassing, wordt in de Corporate Governance Verklaring uitleg verstrekt over de afwijkingen tijdens het afgelopen boekjaar op bepaalde bepalingen van de Code in overeenstemming met het principe "pas toe of leg uit".
Het Corporate Governance Charter beschrijft het profiel, de aandelen en de aandeelhouders van de Vennootschap, evenals de principes die toegepast worden met betrekking tot aandeelhoudersvergaderingen.
De functies en verantwoordelijkheden van de verschillende organen binnen de Vennootschap worden beschreven:
Deze Corporate Governance Verklaring beschrijft de door EXMAR getroffen maatregelen voor de naleving van de wet- en regelgeving inzake handel met voorkennis, corruptie, witwaspraktijken, concurrentie, sancties, sociale- en personeelsaangelegenheden en dergelijke meer.
Het Corporate Governance Charter en de Corporate Governance Verklaring van EXMAR kunnen geconsulteerd worden op de website http://exmar.be/nl/investors/corporate-governance.
De Vennootschap werd opgericht bij notariële akte op 20 juni 2003, gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 30 juni nadien onder nummer 03072972, en van 4 juli nadien onder nummer 03076338.
De statuten werden meermaals gewijzigd en voor het laatst blijkens akte verleden voor notaris Benoit De Cleene te Antwerpen, als vervanger van zijn collega notaris Patrick Van Ooteghem te Temse, op 16 mei 2017, gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 28 juni nadien onder nummer 17091725.
De Gerlachekaai 20, 2000 Antwerpen, België.
BTW BE0860.409.202. RPR Antwerpen.
Het geplaatste kapitaal bedraagt USD 88.811.667, is volledig volgestort en wordt vertegenwoordigd door 59.500.000 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Voor de toepassing van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen is de referentiewaarde van het kapitaal vastgesteld op EUR 72.777.924,85.
In de loop van 2017 vonden geen kapitaalswijzigingen plaats.
Overeenkomstig het Belgisch Wetboek van Vennootschappen kan de Raad van Bestuur van de aandeelhouders de bevoegdheid krijgen om, in een periode van vijf jaar, het kapitaal te verhogen tot een welbepaald bedrag en binnen bepaalde grenzen.
Bij beslissing van de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders gehouden op 16 mei 2017, werd aan de Raad van Bestuur de bevoegdheid verleend om, binnen de termijn van vijf jaar te rekenen van de datum van de bekendmaking van het besluit, in één of meerdere malen, op de wijze en tegen de voorwaarden die de Raad van Bestuur zal bepalen, het kapitaal te verhogen met een maximumbedrag van USD 12.000.000, de referentiewaarde voor toepassing van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen is EUR 7.703.665,66. Het bijzonder verslag van de Raad van Bestuur werd opgesteld conform de bepalingen van artikel 604 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen.
De jaarlijkse Algemene Vergadering vindt plaats op de derde dinsdag van de maand mei om 14.30 uur.
De regels voor bijeenroeping, deelname, het verloop van de vergadering, de uitoefening van het stemrecht, wijzigingen van de statuten, benoemingen van de leden van de Raad van Bestuur en zijn comités zijn opgenomen in de gecoördineerde statuten en het Corporate Governance Charter van de Vennootschap, beiden beschikbaar op de website van de Vennootschap onder "Investor Relations". http://exmar. be/nl/investors/reports-and-downloads/articles-association
Op 20 mei 2014 heeft de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders de Raad van Bestuur van EXMAR gemachtigd om eigen aandelen in te kopen binnen welbepaalde koersvorken en dit gedurende een periode van vijf jaar.
Het aantal eigen aandelen in portefeuille per 31 december 2017 bedroeg 4,18%, hetzij 2.485.247 aandelen.
Het EXMAR-aandeel is genoteerd op Euronext Brussel en maakt deel uit van de Bel Small Index. (Euronext: EXM).
In de loop van 2017 en tot aan de datum van dit verslag ontving EXMAR geen kennisgevingen in het kader van de transparantiewet van 2 mei 2007.
De laatste kennisgevingen die door de Vennootschap ontvangen werden en aan de FSMA gemeld werden, zijn de volgende:
Overeenkomstig artikel 74§6 van de wet op de openbare overnamebiedingen van 1 april 2007 heeft Saverex NV op 15 oktober 2007 (geactualiseerd op 30 augustus 2017) aan de FSMA gemeld dat zij meer dan 30% van de effecten met stemrecht bezit in EXMAR NV, een genoteerde vennootschap.
De wettelijke informatie werd bekendgemaakt op de website (www. exmar.be).
De Vennootschap heeft geen kennis van afspraken gemaakt tussen aandeelhouders.
Er zijn geen statutaire beperkingen voor de overdracht van aandelen.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit 11 leden die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd werden en is samengesteld uit leden met uiteenlopende professionele achtergronden die een breed spectrum aan ervaring vertegenwoordigen. Hij bestaat uit een voldoende aantal bestuurders om een goede werking toe te laten, rekening houdend met de specificiteit van de Vennootschap. Functies en ambtstermijnen van de leden van de Raad van Bestuur per 31 december 2017:
| Naam – Functie | Begin mandaat | Laatste hernieuwing |
Einde mandaat | Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|---|---|
| RAAD VAN BESTUUR | ||||
| BARON PHILIPPE BODSON • Voorzitter van de Raad van Bestuur • Niet-uitvoerend bestuurder • Lid van het Auditcomité • Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité |
20 juni 2003 | 19 mei 2015 | 2018 | 5/6 |
| NICOLAS SAVERYS • Uitvoerend bestuurder • Chief Executive Officer (CEO) |
20 juni 2003 | 19 mei 2015 | 2018 | 5/6 |
| PATRICK DE BRABANDERE • Uitvoerend bestuurder • Chief Operating Officer (COO) |
20 juni 2003 | 19 mei 2015 | 2018 | 6/6 |
| HOWARD GUTMAN • Onafhankelijk bestuurder zoals bedoeld in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en bepaling 2.3 van de Code 2009 |
20 mei 2014 | 16 mei 2017 | 2018 | 6/6 |
| JENS ISMAR • Onafhankelijk bestuurder zoals bedoeld in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en bepaling 2.3 van de Code 2009 • Lid van het Auditcomité • Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité |
18 mei 2010 | 17 mei 2016 | 2019 | 5/6 |
| MICHEL DELBAERE • Onafhankelijk bestuurder zoals bedoeld in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en bepaling 2.3 van de Code 2009 • Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité |
17 mei 2016 | 2019 | 6/6 | |
| JALCOS NV VERTEGENWOORDIGD DOOR LUDWIG CRIEL • Niet-uitvoerend bestuurder • Voorzitter van het Auditcomité |
16 mei 2017 | 2020 | 5/6 | |
| ARIANE SAVERYS • Niet-uitvoerend bestuurder |
15 mei 2012 | 19 mei 2015 | 2018 | 6/6 |
| PAULINE SAVERYS • Niet-uitvoerend bestuurder |
15 mei 2012 | 19 mei 2015 | 2018 | 5/6 |
| BARON PHILIPPE VLERICK • Niet-uitvoerend bestuurder • Lid van het Auditcomité |
20 juni 2003 | 16 mei 2017 | 2020 | 5/6 |
| BARBARA SAVERYS • Niet-uitvoerend bestuurder |
19 mei 2015 | 2018 | 6/6 96,026 |
De Raad van Bestuur is het ultieme besluitvormende orgaan van de Vennootschap. De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden in extenso beschreven in het Corporate Governance Charter. De Raad heeft alle bevoegdheden met uitzondering van deze die door het Belgische Wetboek van Vennootschappen of de gecoördineerde statuten voorbehouden zijn aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
De Raad van Bestuur streeft het succes van de Vennootschap op lange termijn na, voorziet hiervoor in het nodige leiderschap en zorgt ervoor dat risico's geïdentificeerd en beheerd kunnen worden. De Raad is verantwoordelijk voor de algemene strategie en waarden van EXMAR, gebaseerd op de sociale, economische en ecologische verantwoordelijkheid, genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen. Aan de bestuurders wordt tijdig een dossier bezorgd met alle informatie voor de beraadslaging over de agendapunten. De beslissingen in de Raad van Bestuur worden genomen in overeenstemming met artikel 22 van de statuten, dat onder meer bepaalt dat, ingeval van staking van stemmen, de stem van de voorzitter doorslaggevend is. Tot op heden heeft zich een dergelijke staking van stemmen niet voorgedaan.
In 2017 hield de Raad van Bestuur zes vergaderingen; alle vergaderingen werden voorgezeten door de heer Bodson, met uitzondering van de vergadering op 30 maart 2017. Op elke vergadering waren alle leden aanwezig, behalve op de volgende vergaderingen:
Naast de uitoefening van de bevoegdheden voorzien door de wet, de statuten en het Corporate Governance Charter, behandelde de Raad van Bestuur in 2017 onder meer de volgende onderwerpen:
Het Auditcomité werd opgericht door de Raad van Bestuur.
De Corporate Governance Code bepaalt dat minstens de helft van de leden van het Auditcomité onafhankelijk moet zijn. Artikel 526bis §2 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en het EXMAR Corporate Governance Charter voorzien dat minstens één lid onafhankelijk moet zijn; de Raad van Bestuur is van mening dat de samenstelling van het Auditcomité voldoet aan het doel van de Wet.
De Raad van Bestuur heeft aan het Auditcomité, binnen zijn domein, de ruimste onderzoeksbevoegdheden toegekend.
Het Auditcomité verleent bijstand aan de Raad van Bestuur met betrekking tot zijn toezichtverantwoordelijkheden en controle in de meest ruime zin. Het is het contactpunt voor zowel de Interne als de Externe Auditor. Omwille van hun diploma, hun loopbaan in verschillende multinationale groepen en hun huidige professionele werkzaamheden beschikken alle leden van het Auditcomité over de vereiste expertise inzake accounting en auditing en zijn zij vertrouwd met financiële verslaggeving, boekhoudstandaarden en risico's.
Met het oog op de inwerkingtreding van de EU General Data Protection Regulation 2016/79 (GDPR) op 25 mei 2018, is het Data Protection Comité (DPC) opgericht.
De taak van het DPC bestaat erin de wijzigingen aan het beleid en de procedures van de Vennootschap voor te stellen zoals vereist door de GDPR, het coördineren en opvolgen van de implementatie en de naleving opvolgen.
Het DPC rapporteert aan het Risicocomité.
De specifieke verantwoordelijkheden van het Auditcomité zijn uiteengezet in een Audit Charter dat werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 31 maart 2011 en gewijzigd op 25 maart 2015.
In 2017 werden vier vergaderingen gehouden, waarop telkens alle leden aanwezig waren; met uitzondering van de volgende vergaderingen:
De Commissaris en de Interne Auditor waren beiden aanwezig tijdens twee vergaderingen.
Het Auditcomité heeft zich gebogen over specifieke financiële aangelegenheden die gedurende het jaar aan de orde kwamen en advies gegeven aan de Raad van Bestuur; verdere agendapunten waren:
Wat Informatie Mangement en IT Security betreft, is een bewustwordingstraining over cybersecurity en GDPR (General Data Protection Regulation) afgrond. Wat privacy betreft, is de beoordeling aangaande de implementatie van GDPR afgerond.
Het nalevingsbeleid van EXMAR bevestigt het engagement van de Vennootschap om de toepasselijke wet- en regelgeving na te leven.
Een specifiek Risicocomité is opgericht met als opdracht de correcte werking van het Compliance Model en het respecteren van de toepasselijke wetgeving continu op te volgen.
Het Risicocomité van EXMAR voert deze taken uit voor alle entiteiten binnen de EXMAR Groep, welke rapporteert aan het Auditcomité.
Het Risicocomité omvat de COO (als de Compliance Officer), de Voorzitter van het Auditcomité en een derde persoon die aangeduid wordt door de Raad van Bestuur volgens de aanbeveling van het Auditcomité (die als Voorziter van het Risicocomité zal optreden). EXMAR heeft een "Compliance Risk Universe" opgebouw, dat alle risicogerelateerde thema's omvat met betrekking tot de vereisten van de wet- en regelgeving en van de activiteiten van de Vennootschap. Voor elk thema werd er een "Key Risk Officer" aangesteld.
Het Risicocomité dient minstens eenmaal per jaar een verslag over te maken aan het Auditcomité, in de gevraagde vorm en binnen de gestelde termijn, over de risicobeoordeling die uigevoerd werd door de Key Risk Officers die de opdracht kregen en geautoriseerd werden om de risico's te beoordelen zoals beschreven in het Compliance Model en over eventuele klachten of vragen die ontvingen werden door het Risicocomité. Minstens eenmaal per jaar dient het Risicocomité verslag uit te brengen aan het Auditcomité over de klachten die ontvangen werden in verband met niet-nalevingen en het gevolg dat hieraan gegeven werd (tenzij de klacht betrekking heeft op een lid van het Auditcomité, in welk geval de klacht gericht dient te worden aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur). Het Auditcomité brengt minstens eenmaal per jaar verslag uit aan de Raad van Bestuur over de werking van het Risicocomité.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd opgericht door de Raad van Bestuur en is samengesteld conform artikel 526quater §2 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen:
Het Comité was op 31 december 2017 samengesteld uit drie leden.
Alle leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité beschikken over de nodige deskundigheid op het gebied van remuneratiebeleid door de uitoefening van hun functies gedurende hun loopbaan.
Het comité staat de Raad van Bestuur bij in de uitoefening van zijn verantwoordelijkheid inzake de bepalingen van het remuneratiebeleid van de Vennootschap en de benoemingsprocedures.
De specifieke verantwoordelijkheden worden uiteengezet in een Benoemings- en Remuneratiecomité Charter, dat werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 29 november 2011. De Raad van Bestuur keurde eveneens de procedure voor de benoeming en herbenoeming van bestuurders en leden van het Directiecomité goed.
Tijdens het afgelopen jaar is het Benoemings- en Remuneratiecomité tweemaal samengekomen; alle leden waren aanwezig op elke vergadering.
Met betrekking tot remuneratie werden volgende onderwerpen behandeld:
Met betrekking tot benoemingen werden de volgende onderwerpen behandeld:
De Raad van Bestuur heeft zijn bestuursbevoegdheden gedelegeerd aan een Directiecomité in overeenstemming met artikel 524bis van het Belgische Wetboek van Vennootschappen.
• Chief Financial Officer (CFO)
• Managing Director Shipping
• Managing Director LNG Infrastructure
• Managing Director EXMAR Offshore
• CEO EXMAR Shipmanagement
Het Directiecomité is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van EXMAR en de EXMAR Groep, onder toezicht van de Raad van Bestuur. De werkingsregels van het Directiecomité zijn opgenomen in een Charter, dat werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 29 november 2011.
Het Directiecomité komt op regelmatige basis samen. De CEO zit het Directiecomité voor.
De rol van het Directiecomité bestaat erin EXMAR te leiden in overeenstemming met de waarden, de strategieën, de beleidslijnen, de planningen en de budgetten die door de Raad van Bestuur zijn vastgesteld.
De Raad van Bestuur heeft kennis genomen van de Belgische wet van 28 juli 2011 met betrekking tot de genderdiversiteit op niveau van de Raad van Bestuur, de leden van het Directiecomité en personen belast met het dagelijks bestuur van de Vennootschap.
Overeenkomstig bepaling 2.1 van de Belgische Corporate Governance Code dient de Raad van Bestuur te worden samengesteld op basis van genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen.
Betreffende de genderdiversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur wordt in artikel 7 van de Wet van 28 juli 2011 bepaald dat vennootschappen met een free float van minder dan 50% over een termijn van acht jaar (in plaats van zes jaar) beschikken om zich te regulariseren.
De Raad van Bestuur telt op dit moment drie vrouwelijke bestuurders op een totaal van 11 bestuurders. Bij toekomstige benoemingen zullen verdere inspanningen geleverd worden om zo snel mogelijk het gewenste quota (één derde vrouwelijke bestuurders) te bereiken. EXMAR streeft ernaar om deze doelstelling voor de wettelijk opgelegde termijn (2019) te behalen.
Er is reeds pariteit behaald op het gebied van het aantal werknemers in het hoofdkantoor (47% vrouwelijk / 53% mannelijk – voor alle vennootschappen, zie EXMAR in de wereld op pagina 10). De benoeming van een totaal van 15 vrouwelijke officieren waaronder twee Kapiteins en één Chief Officer die tewerkgesteld zijn op de vloot van EXMAR is het gevolg van interne training en ontwikkeling gecombineerd met praktische ervaring, deze filosofie wordt ook toegepast ter opleiding van vrouwelijke werknemers aan wal (voor extra informatie zie "Zorg voor vandaag – Respect voor morgen" pagina 45).
Om de doeltreffendheid van de Raad en zijn comités te evalueren, heeft de Raad van Bestuur in 2011 een evaluatieproces in voege gebracht, dat in 2014 werd vernieuwd. In de loop van 2017 is een nieuwe evaluatie van de Raad in voege getreden welke geïmplementeerd zal worden in 2018 en bestaat uit een vragenlijst gevolgd door interviews, een analyse van de resultaten en aanbevelingen welke zullen resulteren in een actieplan met de nodige opvolging.
De Raad heeft bij elke vergadering besloten om deze achter gesloten deuren te houden.
Elk Comité rapporteert aan de Raad over zijn activiteiten.
In de vergadering van de Raad van Bestuur die de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorbereidt, zal de Raad van Bestuur zich uitspreken over de te verlenen kwijting aan de leden van het Directiecomité.
Deloitte Belgium, vertegenwoordigd door de heer Gert Vanhees: Commissaris.
Bij besluit van de gewone Algemene Vergadering van 16 mei 2017, op grond van het voorstel geformuleerd door de Raad van Bestuur en in lijn met de aanbeveling en voorkeur die is uitgesproken door het Auditcomité in toepassing van artikel 16 §2 en §5 van verordening nr. 537/2014, is Deloitte Belgium, vertegenwoordigd door de heer Gert Vanhees, voor een termijn van drie jaar benoemd tot Commissaris van de Vennootschap.
De Commissaris verzorgt de externe audit, zowel op geconsolideerde als op enkelvoudige cijfers, van EXMAR. In zijn vergadering van 1 september 2016 stelde het Auditcomité aan de Raad van Bestuur voor, en ging de Raad hiermee akkoord, om niet langer de halfjaarlijkse resultaten te beoordelen, in de lijn van het beleid van andere genoteerde bedrijven. De Commissaris werd echter verzocht om de geactualiseerde versie van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten te lezen om zich ervan te verzekeren dat deze in overeenstemming waren met de aanpassingen die door het Comité voorgesteld werden.
EY werd aangesteld om de Vennootschap bij te staan bij de uitoefening van haar interne controlewerkzaamheden. De Interne Auditor werd herbenoemd voor een nieuwe periode van drie jaar, eindigend bij de zitting van het Auditcomité van maart 2019.
Mr. Mathieu Verly, Secretaris, benoemd sedert 1 juli 2015.
De Secretaris ziet erop toe dat de procedures van de Raad worden gevolgd en dat de Raad handelt in overeenstemming met zijn wettelijke en statutaire verplichtingen. Hij adviseert de Raad in alle bestuursaangelegenheden en staat de Voorzitter van de Raad bij in het vervullen van bovenvermelde taken en biedt hem logistieke ondersteuning voor de organisatie van de Raad (informatie, agenda enz.).
Mr. Patrick De Brabandere, COO, benoemd tot Compliance Officer door de Raad van Bestuur op 25 maart 2015 met ingang vanaf 1 juli 2015 op aanbeveling van het Auditcomité.
Hij is belast met het invoeren van en het toezicht op de naleving van de Gedragscode en de taken beschreven in het Compliance Model als lid van het Risicocomité.
EXMAR werd een institutioneel lid van Guberna omdat EXMAR gelooft in de voordelen van de principes van Corporate Governance en zijn corporate governance-structuur graag verder wil ontwikkelen. Guberna is een kenniscentrum voor de bevordering van Corporate Governance in al zijn vormen, dat een platform biedt voor de uitwisseling van ervaringen, kennis en goede praktijken.
Guberna organiseert verscheiden activiteiten zoals werkgroepen, ronde tafels en seminaries. EXMAR stimuleert bestuurders en het management van de Vennootschap om hieraan deel te nemen.
Elk lid van de Raad van Bestuur en van het Directiecomité wordt aangemoedigd om zijn persoonlijke en zakelijke belangen zo te regelen dat er geen rechtstreeks of onrechtstreeks belangenconflict is met de Vennootschap.
Eventuele transacties tussen EXMAR of een met haar verbonden vennootschap en een lid van de Raad van Bestuur zullen steeds tegen de gebruikelijke marktvoorwaarden plaatsvinden. Hetzelfde geldt voor verrichtingen tussen de Vennootschap of een met haar verbonden vennootschap en een persoon nauw verwant met een lid van de Raad van Bestuur.
In geval van belangenconflict worden de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen toegepast.
Volgens artikel 523 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen dient binnen de Raad van Bestuur een bijzondere procedure te worden gevolgd indien een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een vermogensrechtelijk belang heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid van de Raad van Bestuur behoort.
Artikel 524 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen voorziet in een bijzondere procedure die van toepassing is op transacties binnen een groep of transacties met verbonden vennootschappen. De procedure is van toepassing op beslissingen en transacties tussen de Vennootschap en verbonden vennootschappen van de Vennootschap die geen dochterondernemingen zijn.
Volgens artikel 524ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen dient binnen het Directiecomité een bijzondere procedure te worden gevolgd indien een lid van het Directiecomité rechtstreeks of onrechtstreeks een vermogensrechtelijk belang heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid van het Directiecomité behoort.
EXMAR heeft geen kennis van enig belangenconflict bij de leden van de Raad van Bestuur en het Directiecomité in de zin van artikel 523 respectievelijk 524ter, behoudens deze die eventueel zouden beschreven zijn in het jaarverslag van de Raad van Bestuur.
Momenteel verlenen Saverbel NV en Saverex NV, vennootschappen door Mr. Nicolas Saverys, CEO, gecontroleerd, administratieve diensten aan de EXMAR Groep. Deze diensten worden gefactureerd aan marktconforme voorwaarden.
EXMAR verleent geen bijdragen en doet geen betalingen, en verleent op geen enkele manier ondersteuning, noch direct noch indirect, aan politieke partijen of commissies of aan individuele politici. Medewerkers mogen geen politieke bijdrage leveren namens EXMAR of via gebruikmaking van bedrijfsfondsen of –middelen.
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIELE IMPACT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| MARKTRISICO'S | ||
| Zowel de gas- en oliemarkt in zijn geheel, als de wereldwijde markt van het gastransport zijn cyclisch. |
Een algemene dip in de olie- en gasmarkt zou een impact kunnen hebben op de tarieven voor gastransport, wat onze inkomsten en kasstromen zou kunnen beïnvloeden, evenals de waarde van onze vloot. |
Een gediversifieerde klantenportefeuille en een goede indekking met een combinatie van contracten op lange en korte termijn. De waarde van onze vloot wordt continu bewaakt en beoordeeld op basis van interne en externe informatie. |
| Een lagere vraag naar gastransporteurs, FSRU's en ander drijvend materieel zoals onze LNG-infrastructuur. |
Een lagere vraag zou een invloed hebben op de transporttarieven en het aantal dagen dat onze vloot niet in gebruik is. Dit zou voelbaar zijn in onze inkomsten en kasstromen en in de waarde van onze vloot en onze financiële positie. |
Een aanzienlijk deel van onze vloot is ingedekt door contracten op lange termijn. Geografische diversificatie en een kwaliteitsvolle klantenportefeuille en netwerk door integratie in de markten dankzij jarenlange ervaring. We zijn een flexibele rederij die streeft naar structurele kwaliteit en duurzaamheid voor haar klanten. |
Verslechtering van de economische, wettelijke en politieke situatie in landen, waaronder politieke, burgerlijke en militaire conflicten. Dergelijke evoluties kunnen leiden tot aanvallen op schepen, verstoring van waterwegen, piraterij, terrorisme en andere activiteiten.
Wijzigingen in de economische, wettelijke en politieke situatie kunnen de handelspatronen van LPG en LNG beïnvloeden, evenals onze vloot, onze resultaten en onze financieringsmogelijkheden. Instabiliteit zou kunnen leiden tot een kleinere vraag naar onze diensten. We zouden ook blootgesteld kunnen worden aan hogere, bijkomende of onverwachte kosten om te voldoen aan veranderde wet- en regelgeving en er zouden gevolgen kunnen zijn voor onze verzekeringskosten of -contracten.
Een continue bewaking en beoordeling van de economische, politieke en wettelijke situatie om elke mogelijke impact te voorzien, te beperken of te vermijden. Informatie inwinnen bij autoriteiten en/of brancheorganisaties en bij gespecialiseerde consultants. Onze verzekeringspolis wordt regelmatig geactualiseerd en omvat onder andere bescherming en schadeloosstelling, casco en machines en inkomstenderving volgens de verzekerde waarden, die voldoende geacht worden om de voorziene verliezen te dekken.
Concurrenten die investeren in LPGschepen, FSRU's of ander drijvend materieel via samenvoeging, aankoop van tweedehandsuitrusting of nieuwbouw.
Er is heel veel concurrentie bij het verkrijgen van contracten. Een grotere concurrentie kan leiden tot een grotere prijsconcurrentie voor contracten en kan de prijs van schepen en ander drijvend materieel beïnvloeden. Dit kan een wezenlijke impact hebben op onze resultaten en kasstromen en op de waarde van onze vloot.
geïmplementeerd.
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIELE IMPACT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| RISICO'S VERBONDEN AAN DE EXPLOITATIE VAN SCHEPEN EN ANDER DRIJVEND MATERIEEL | ||
| Milieu-ongevallen, werkonderbrekingen veroorzaakt door een mechanisch defect, menselijke fout, oorlog, terrorisme, politieke acties in verschillende landen, stakingen of slechte weersomstandigheden. Schepen die niet voldoen aan bepaalde prestatienormen. |
Dit zou onze reputatie als betrouwbare rederij schade toebrengen en leiden tot hogere kosten en een hoger aantal dagen dat het schip niet in gebruik is. De kosten van dringende herstellingen zijn onvoorspelbaar en kunnen zeer hoog oplopen. Wanneer niet voldaan wordt aan de prestatienormen kan de bevrachter weigeren een deel van de huursom te betalen. |
Onze ervaring in de sector en ons beleid en procedures, bijv. voor onderhoud en opleiding, moeten bepaalde risico's die inherent zijn aan onze activiteiten beperken of vermijden. Al onze schepen en uitrusting zijn gedekt door een gepaste verzekering. |
| HOGERE BEDRIJFSKOSTEN | ||
| Bedrijfskosten en onderhoudskosten kunnen sterk variëren. |
De bedrijfskosten en droogdokkosten zijn afhankelijk van een groot aantal factoren buiten onze controle waaraan de hele scheepvaartsector onderhevig is. Schepen die zich in het droogdok bevinden, kunnen ook leiden tot een verlies aan inkomsten. |
Proactief intern scheepsmanagement en een constante interne en externe controle van onze uitrusting. Ons onderhoudsbeleid wordt dagelijks geactualiseerd en verbeterd om het hoogste kwaliteitsniveau te garanderen. |
| OUDERDOM VAN DE VLOOT | ||
| Naarmate een schip ouder wordt, worden de vereisten strenger, waardoor het schip moeilijker kan concurreren met moderne schepen en het gebruik ervan duurder wordt. |
We moeten grote kosten maken om de operationele capaciteit van onze vloot op peil te houden. Deze kosten kunnen sterk variëren en hoger zijn door bepaalde vereisten van klanten, normen en regelgeving betreffende concurrentie, of normen voor bedrijven. |
De gemiddelde leeftijd van onze vloot wordt gecontroleerd en onze strategie omvat regelmatige investeringen in nieuwe schepen om onze vloot concurrerend te houden. Ons intern scheepsmanagement en commercieel team heeft vele jaren ervaring met het beoordelen van operationele en commerciële prestaties. Al onze schepen zijn gecertificeerd als "in klasse" door een classificatiemaatschappij, wat ook een vereiste is voor dekking door de verzekering. Onze schepen worden dagelijks geïnspecteerd, ofwel op zee ofwel in de haven. Op basis van deze inspecties wordt het permanent onderhoudsplan van elk schip gecreëerd, geactualiseerd en |
Specifieke risico's zijn van toepassing op onze activa in aanbouw, o.a. de solventie van onze aannemer en de levering van het actief in overeenstemming met alle specificaties en met alle vereiste toelatingen.
Wanneer de scheepswerf onze activa in aanbouw niet bouwt of levert, of in geval van het faillissement van de scheepswerf, heeft dit een aanzienlijke impact op onze financiële positie en onze resultaten. Indien de scheepswerf het contract niet uitvoert en wij niet in staat zijn de terugbetalingsgarantie af te dwingen, kunnen wij het geheel of een gedeelte van onze investering verliezen. Bovendien zouden wij onze verplichtingen tegenover de bevrachter niet kunnen nakomen.
Er worden voorschotten betaald aan de scheepswerven en deze voorschotten worden gedekt door een terugbetalingsgarantie. De voortgang van de bouw en het voldoen aan alle technische en wettelijke specificaties worden nauwlettend opgevolgd door onze technische teams op de scheepswerven, de solventie van de scheepswerven wordt ook continu beoordeeld door het managementteam.
Schepen of ander drijvend materieel worden niet ingezet gedurende langere periodes of contracten worden niet hernieuwd of worden voortijdig beëindigd.
Indien we er niet in slagen rendabele contracten op lange termijn aan te gaan
voor onze bestaande vloot of onze drijvende activa in aanbouw, dan kan dit een aanzienlijke impact hebben op onze resultaten en kasstromen. We zouden afhankelijk zijn van een kortetermijn- of spotmarkt of van contracten gebaseerd op veranderende marktprijzen. Bovendien zou het moeilijker kunnen zijn om financiering te vinden voor dergelijke activa tegen redelijke voorwaarden.
Ons managementteam en ons commercieel team hebben vele jaren ervaring en hebben een uitgebreid netwerk in de markt. Onze contractenportefeuille is sterk gediversifieerd. De commerciële strategie bestaat erin om flexibel te blijven in de markt door een goed evenwicht te bewaren tussen contracten op lange en op korte termijn.
Een nieuwe regelgeving zou van kracht kunnen worden. Er kunnen ook wijzigingen in de milieuwetgeving doorgevoerd worden door overheden of andere autoriteiten.
Wijzigingen in het regelgevend kader kunnen eveneens een invloed hebben op onze mogelijkheden om contracten te bekomen voor het gebruik van onze schepen of drijvend materieel en de kosten die we moeten maken om te voldoen aan alle vereisten en wetgeving zouden kunnen stijgen.
Continu opvolgen en voorzien van veranderingen in de wetgeving en de van toepassing zijnde vereisten. Onze interne scheepsmanager en ons managementteam hebben vele jaren ervaring en een uitgebreid netwerk binnen de sector om bestaande trends en veranderingen op te volgen.
TEGENPARTIJRISICO'S
Afhankelijkheid van een beperkt aantal klanten: we ontvangen een belangrijk deel van onze inkomsten van een beperkt aantal klanten. Bevrachters kunnen betalingsachterstand oplopen of failliet gaan.
Een verslechtering van de financiële situatie van één van onze grootste klanten zou leiden tot een aanzienlijk verlies van inkomsten en kasstromen. In geval van verlies van een klant zou dit een impact hebben op onze inkomsten en onze kasstromen. De kosten om een nieuw contract aan te gaan voor het schip kunnen hoog zijn en de marktvoorwaarden kunnen ongunstig zijn.
Verplichtingen van klanten in het kader van de langetermijncontracten of garanties of andere zekerheden. De meeste van onze belangrijke klanten zijn reeds meerdere jaren klant van EXMAR, ons managementteam beschikt over de nodige ervaring en knowhow om de activiteiten en de financiële situatie van onze klanten te beoordelen. Ons klantenbestand is sterk gediversifieerd en bestaat uit grote bedrijven die actief zijn op de olie- en gasmarkt. Voor nieuwe klanten vindt er een uitvoerig kredietonderzoek plaats en bijkomende zekerheden of garanties worden geëist wanneer dit nodig geacht wordt. De huursom dient vooraf betaald te worden.
EXMAR is onderhevig aan beperkingen op kredietovereenkomsten, zoals financiële convenanten en beperkingen voor EXMAR en haar dochterbedrijven om verdere schulden aan te gaan, dividend uit te keren, bepaalde investeringen te doen, onderdelen van haar business verkopen zonder de toestemming van haar kredietverstrekkers.
De bestaande financieringsafspraken voor onze vloot worden gedekt door onze schepen en garanties van het moederbedrijf, en bevatten beperkingen en andere convenanten die onze activiteiten en financiering zouden kunnen beperken. Elk verzuim kan leiden tot de vervroeging van de vervaldag en de kredietverstrekkers kunnen een beroep doen op de garanties.
De onmogelijkheid om onze activa in aanbouw en onze bestaande vloot te financieren of te herfinancieren zou een aanzienlijke impact hebben op onze financiële positie. De financieringsmogelijkheden en de financieringskosten kunnen variëren en afhankelijk zijn van de algemene
economische omstandigheden.
Onze kasstromen en onze financiële positie, met inbegrip van de vereisten van de financieringsovereenkomsten, worden continu opgevolgd. Onze financieringsstrategie streeft naar de diversifiëring van financieringsmiddelen en de spreiding van de vervaldagen. Er wordt een dialoog onderhouden met verschillende investeerders en financiële partners om een relatie op lange termijn op te bouwen. Per 31 december 2017 wordt aan alle van toepassing zijnde financiële voorwaarden voldaan die verbonden zijn aan de financieringsovereenkomsten met voldoende hoofdruimte.
Financieringen zijn inherent aan onze activiteiten en investeringen. Ons management team heeft talrijke contacten met financiële partners en heeft een aanzienlijke expertise in het bekomen van financieringen voor diverse activiteiten en investeringen.
Financiering die gezocht moet worden voor activa in aanbouw en bestaande financieringsovereenkomsten dienen op de vervaldag geherfinancierd te worden.
Een belangrijk deel van onze financieringsovereenkomsten heeft een variabele rentevoet. Onze transacties vinden plaats in USD, maar bepaalde kosten zijn in EUR en een deel van onze financiële schuld is in NOK.
Een stijging van de rentevoeten op de internationale financiële markten zou een negatieve invloed hebben op onze kasstromen en mogelijk ook op de reële waarde van financiële instrumenten die gebruikt worden om zich in te dekken tegen de blootstelling aan rentevoeten. Een verzwakking van de USD in vergelijking met de EUR/NOK zou onze resultaten negatief beïnvloeden.
De blootstelling aan rentevoeten en aan wisselkoersen wordt actief beheerd en er zullen verschillende instrumenten gebruikt worden om een gepast deel van de blootstelling te dekken.
Negatieve variaties in de reële marktwaarde van onze vloot en ander drijvend materieel.
Een sterke daling in de reële waarde van onze vloot zou kunnen leiden tot een te boeken bijzonder waardeverminderingsverlies, wat een belangrijke impact zou hebben op onze financiële positie en resultaat. De verhouding van de reële waarde van onze vloot tot de uitstaande schuld is een financieel convenant in onze financieringsovereenkomsten. Onze activiteiten zijn vaak cyclisch, waardoor er op korte termijn schommelingen ontstaan in de reële waarde van onze vloot als geheel. Een sterke daling zou tot een nietnaleving van de voorwaarden van dergelijke overeenkomsten kunnen leiden.
De waarde van onze vloot wordt continu opgevolgd door middel van interne en externe informatie, onze activiteiten zijn vaak cyclisch, waardoor er op korte termijn schommelingen ontstaan in de reële waarde van onze vloot als geheel. De boekwaarde van onze vloot wordt ondersteund door kasstroomprognoses op lange termijn. Per 31 december 2017 wordt voldaan aan alle financiële voorwaarden verbonden aan onze financieringsovereenkomsten.
Het remuneratieverslag beschrijft het remuneratiebeleid van EXMAR zoals bepaald in de wetgeving van 6 april 2010 met betrekking tot Corporate Governance.
Het beloningsbeleid en de individuele regeling voor de leden van de Raad van Bestuur en leden van het Directiecomité zijn in lijn met voornoemde wetgeving.
EXMAR streeft naar een remuneratie waarmee zij de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Directiecomité kan aantrekken, behouden en motiveren en waarbij de bedrijfsbelangen op de middellange en lange termijn gewaarborgd en bevorderd worden.
Dankzij dit beleid tracht EXMAR te voorkomen dat de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Directiecomité zouden handelen in eigen belang of risico's zouden nemen die niet kaderen in de strategie en het risicoprofiel van de Vennootschap.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité is verantwoordelijk voor het opstellen van een procedure voor het uitwerken van een remuneratiebeleid.
In zijn vergadering van 6 december 2017 heeft het Remuneratiecomité de remuneratie getoetst aan de marktpraktijken en werden er geen wijzigingen aanbevolen.
De plannen die voorzien in de toekenning van aandelenopties worden door de Raad van Bestuur vastgesteld, op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
de Raad van Bestuur beslist op voorstel van het Benoemings- en
De aard en het bedrag van de remuneratie die toekomt aan de uitvoerende bestuurders en de leden van het Directiecomité wordt door
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen een jaarlijkse vaste vergoeding, niet prestatiegebonden, die verbonden is aan de bestuurdersfunctie en de functies in de verschillende comités, overeenkomstig het remuneratiebeleid van de Vennootschap. Niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele vergoeding en zijn geen begunstigden van aanvullende pensioenplannen of aandelengerelateerde incentives. Het Benoemings- en Remuneratiecomité toetst periodiek de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders op marktconformiteit.
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding van EUR 50.000. De Voorzitter ontvangt omwille van zijn rol en verantwoordelijkheid een hogere vaste jaarlijkse vergoeding van EUR 100.000. Er werden aan de niet-uitvoerende en onafhankelijke bestuurders geen variabele vergoedingen, aandelenopties, aanvullende pensioenplannen, leningen of voorschotten toegekend.
Remuneratiecomité.
De leden van het Auditcomité ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding van EUR 10.000. De voorzitter ontvangt een vergoeding van EUR 20.000.
De leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding van EUR 10.000.
Het mandaat van de uitvoerende bestuurders die tevens lid zijn van het Directiecomité wordt vergoed overeenkomstig het remuneratiebeleid voor het Directiecomité op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
| Vaste remuneratie | Auditcomité remuneratie |
Remuneratiecomité remuneratie |
Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Baron Philippe Bodson | Voorzitter | 100.000 | 10.000 | 10.000 | 120.000 |
| Nicolas Saverys | CEO | - | 0 | ||
| Patrick De Brabandere | COO | - | 0 | ||
| Jalcos nv. * | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 20.000 | 70.000 | |
| Michel Delbaere | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 10.000 | 60.000 | |
| Howard Gutman | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 50.000 | ||
| Jens Ismar | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 10.000 | 10.000 | 70.000 |
| Baron Philippe Vlerick | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 10.000 | 60.000 | |
| Pauline Saverys | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 50.000 | ||
| Barbara Saverys | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 50.000 | ||
| Ariane Saverys | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 50.000 | ||
| TOTAAL | 500.000 | 50.000 | 30.000 | 580.000 |
(*) Vertegenwoordigd door Ludwig Criel
De remuneratie van de leden van het Directiecomité, inclusief de CEO, bestaat uit:
De hoogte van de vaste vergoeding voor leden van het Directiecomité, waaronder de uitvoerende bestuurders, is afhankelijk van de functie van de persoon in kwestie, zijn verantwoordelijkheden en zijn vaardigheden. De vergoeding wordt bepaald op basis van de vergoedingen van een referentiegroep, bestaande uit een aantal vergelijkbare ondernemingen uit de maritieme sector. Het Benoemings- en Remuneratiecomité kan, indien nodig, een beroep doen op een onafhankelijke externe consultant.
Eenmaal per jaar worden de verschillende vergoedingscomponenten van de leden van het Directiecomité (inclusief de CEO) door het Benoemingsen Remuneratiecomité geëvalueerd en getoetst op hun marktconformiteit.
De kortetermijnvergoeding (jaarbonus) beloont de leden van het Directiecomité voor het behalen van prestatiecriteria en de hoogte ervan wordt uitgedrukt in een percentage van de jaarlijkse vaste vergoeding. De evaluatieperiode is het boekjaar.
De variabele vergoeding is afhankelijk van het resultaat van de Vennootschap en van andere factoren zoals het functioneren van de betrokkene, de toekomstperspectieven, de marktsituatie, exceptionele bijdrage(n) en/of speciale projecten.
De variabele vergoeding is afhankelijk van de evolutie van de resultaten en van de specifieke beoordeling en het functioneren van elk individu. De Raad van Bestuur kan hiervan afwijken en beslissen om op basis van andere objectieve criteria een bonus toe te kennen aan een lid van het Directiecomité.
De buitengewone aandeelhoudersvergadering van 17 mei 2011 heeft beslist gebruik te maken van de toelating voorzien in artikel 520ter van het Wetboek van Vennootschappen en aldus uitdrukkelijk af te zien van de regeling betreffende de spreiding in de tijd van de betaling van de variabele vergoeding van de leden van het Directiecomité. De beslissing omtrent een eventuele toepassing van vermelde regeling werd door hogervermelde Aandeelhoudersvergadering gedelegeerd aan de Raad van Bestuur.
Indien het resultaat op substantiële wijze afwijkt van de basis waarop de variabele remuneratie van de leden van het Directiecomité is berekend, kan de Raad van Bestuur beslissen om het variabele gedeelte van de remuneratie te herzien en desgevallend terug te vorderen.
Door middel van de langetermijnvergoeding stuurt EXMAR aan op duurzame economische waardecreatie. Hierdoor worden de belangen van de leden van het Directiecomité beter afgestemd op die van de aandeelhouders en kunnen zij aan de Vennootschap verbonden blijven. De langetermijnvergoeding bestaat uit een aandelenoptieplan op bestaande EXMAR-aandelen.
De opties kunnen pas uitgeoefend worden na een periode van drie jaar en zijn verworven vanaf aanvaarding.
Wanneer een lid van het Directiecomité ontslag neemt, of bij ontslag om dringende redenen door EXMAR, vervalt het recht op het uitoefenen van de opties.
Het aantal aangeboden aandelenopties wordt elk jaar door de Raad van Bestuur goedgekeurd op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De toekenning van aandelenopties is niet gebonden aan vooraf vastgelegde en objectief meetbare prestatiecriteria.
De leden van het Directiecomité met een zelfstandigen- of werknemersstatuut hebben een groepsverzekering (type individuele pensioentoezegging voor zelfstandigen) en zijn aangesloten bij een verzekering gewaarborgd inkomen, ongevallenverzekering, hospitalisatieverzekering en reisbijstandsverzekering.
De leden van het Directiecomité beschikken over een bedrijfsvoertuig, gsm en ontvangen maaltijdcheques.
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | |
|---|---|---|---|---|
| CEO: Nicolas Saverys | EXCO: 6 | |||
| Basisvergoeding | € 823.205 | € 823.205 | € 2.377.613 | € 2.377.613 |
| Variabele vergoeding | € 900.000 | € 0 | € 700.000 | € 0 |
| Aandelenopties (belastbare basis) | € 0 | € 0 | € 0 | € 0 |
| Verzekeringspakket* | € 214.019 | € 212.475 | € 331.363 | € 325.505 |
| Overige voordelen** | p.m. | p.m. | € 0 | € 60.000 |
| TOTAAL | € 1.937.224 | € 1.035.680 | € 3.408.976 | € 2.763.118 |
(*) individuele pensioentoezegging, verzekering gewaarborgd inkomen, ongevallenverzekering, hospitalisatieverzekering, reisbijstandsverzekering (**) huisvesting, wagen, gsm en maaltijdcheques
Per 31 december 2017 bedroeg de voorziening tov. de heer Nicolas Saverys KEUR 320 (2016: KEUR 259) als gevolg van doorgerekende privé-uitgaven.
De verhouding tussen het vaste en het variabele gedeelte van de vergoeding van de leden van het Directiecomité in 2017 was als volgt:
| VOORZITTER VAN HET DIRECTIECOMITÉ (CEO) | |||
|---|---|---|---|
| Basisvergoeding | 48% | ||
| Variabele vergoeding | |||
| OVERIGE LEDEN VAN HET DIRECTIECOMITÉ | |||
| Basisvergoeding | 77% | ||
| Variabele vergoeding |
De leden van het Directiecomité behoren tot de begunstigden van het aandelenoptieplan, goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
Op basis van de aanbevelingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité besliste de Raad van Bestuur over 2017 geen aandelenopties toe te kennen.
| Uitstaand per 31/12/2016 |
Verlopen in 2017 | Uitgeoefend in 2017 | Toegekend in 2017 | Uitstaand per 31/12/2017 |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Nicolas Saverys | 405.181 | 10.847 | 68.926 | - | 325.408 |
| Patrick De Brabandere | 198.807 | - | 198.807 | ||
| Miguel de Potter | 93.488 | 488 | - | 93.000 | |
| Pierre Dincq | 119.829 | - | 119.829 | ||
| David Lim | 146.158 | 17.231 | - | 128.927 | |
| Marc Nuytemans | 148.928 | 29.464 | - | 119.464 | |
| Bart Lavent | 92.975 | 2.975 | - | 90.000 | |
| 1.205.366 | 10.847 | 119.084 | - | 1.075.435 |
Er worden geen aandelen van EXMAR toegekend aan de leden van het Directiecomité.
De volgende leden van het Directiecomité (inclusief de CEO) hebben het statuut van zelfstandige: Nicolas Saverys (CEO) Patrick De Brabandere (COO)
Pierre Dincq
Marc Nuytemans
en hebben geen recht op enige vorm van ontslagvergoeding in geval van beëindiging van hun benoeming.
Lara Consult BVBA, vertegenwoordigd door Mr. Bart Lavent, zou recht hebben op een vertrekvergoeding die overeenstemt met zeven maanden loon in het geval van beëindiging van haar benoeming.
Chirmont NV, vertegenwoordigd door Mr. Miguel de Potter, zou recht hebben op een vertrekvergoeding die overeenstemt met drie maand loon in het geval van beëindiging van haar benoeming.
Mr. David Lim is tewerkgesteld onder een arbeidsovereenkomst naar Amerikaans recht en heeft geen contractuele opzegtermijn.
Er vonden in 2017 geen belangrijke wijzigingen plaats in het remuneratiebeleid.
Er worden geen belangrijke wijzigingen voorzien in het remuneratiebeleid van de komende twee jaar.
Geachte aandeelhouders,
De Raad van Bestuur legt u de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen van EXMAR NV (de "Vennootschap") voor het jaar eindigend per 31 december 2017 ter goedkeuring voor, overeenkomstig de artikelen 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen.
De Vennootschap is verplicht haar jaarrekening te publiceren volgens de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot verhandeling op de Belgische gereglementeerde markt.
De elementen die volgens de hogervermelde reglementen en het Wetboek van Vennootschappen van toepassing zijn op de vennootschap, worden behandeld in deze jaarrekening en in de Corporate Governance Verklaring.
Dit jaarverslag dient samen met EXMAR's verslag over 2017 gelezen te worden.
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt USD 88.811.667 en wordt vertegenwoordigd door 59.500.000 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volgestort. Het kapitaal is niet gewijzigd tijdens het voorbije boekjaar.
In afwijking van de bepalingen die zijn vastgelegd in artikel 125 van het Wetboek van Vennootschappen worden het kapitaal en de boekhouding uitgedrukt in US dollar. Deze afwijking werd toegestaan door het ministerie van Economische Zaken en werd schriftelijk bevestigd op 2 juli 2003. De Raad van Bestuur is van mening dat de redenen waarom de afwijking werd gevraagd nog steeds van toepassing zijn op de jaarrekening over deze periode.
In het afgelopen boekjaar hebben zich geen kapitaalwijzigingen voorgedaan die moeten worden gerapporteerd volgens artikel 608 van het Wetboek van Vennootschappen.
Het statutaire resultaat voor het boekjaar bedraagt USD 111,1 miljoen (USD -3,6 miljoen in 2016).
De bedrijfskosten stegen in vergelijking met 2016 met USD 3 miljoen, voornamelijk als gevolg van een stijging in variabele remuneraties.
De financiële opbrengsten stegen met USD 92 miljoen in vergelijking met 2016, wat voornamelijk te wijten is aan de verkoop van dochtervennootschap Belgibo aan JLT en de verkoop van joint ventures Excelerate NV, Explorer NV en Express NV aan Excelerate Energy. Een andere verklaring is de omkering van de waardevermindering geregistreerd in 2016 (USD 24,5 miljoen, zie ook de verklaring hieronder onder financiële kosten.
De financiële kosten verminderden met USD 23,9 miljoen tegenover 2016: de financiële kosten omvatten in 2016 een waardevermindering op andere uitstaande vorderingen (USD 24,5 miljoen).
Op het einde van 2017 bedroegen de totale activa USD 762,7 miljoen (USD 891,3 miljoen op het einde van 2016), waarvan USD 674 miljoen financiële vaste activa (USD 680,2 miljoen in 2016).
Het eigen vermogen bedroeg USD 649,1 miljoen op het einde van 2017 (USD 538 miljoen in 2016). Deze stijging van USD 111,1 miljoen is het gevolg van de winst van boekjaar 2017 voor hetzelfde bedrag.
De schulden en voorzieningen op het einde van 2017 bedroegen USD 111 miljoen (USD 350,6 miljoen op het einde van 2016), waarvan USD 111 miljoen kortetermijnschulden, (USD 270,2 miljoen langetermijnschulden, USD 79,1 miljoen kortetermijnschulden en USD 1,3 miljoen toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten op het einde van 2016). De daling in de langetermijnschulden kan verklaard worden door de terugbetaling van de schuld aan de bank als gevolg van de verkoop van de joint ventures Excelerate NV, Explorer NV en Express NV aan Excelerate Energy.
De enkelvoudige jaarrekening voor 2017 toont een winst van USD 111,1 miljoen. Samen met de uit de vorige boekjaren overgedragen resultaten is een bedrag van USD 260,3 miljoen beschikbaar voor bestemming.
De Raad zal aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering voorstellen om het resultaat van het boekjaar als volgt te bestemmen:
| Overgedragen winst: | USD 146.750.420,81 |
|---|---|
| Winst van het boekjaar: | USD 111.055.820,81 |
| Overboeking uit de onbeschikbare reserve: | USD 2.529.401,55 |
| Overdracht naar volgend boekjaar: | USD 260.335.643,17 |
Na deze bestemming zal het eigen vermogen van USD 649.049.811,77 als volgt samengesteld zijn:
| Kapitaal: | USD 88.811.667,00 |
|---|---|
| Uitgiftepremie: | USD 209.901.923,77 |
| Reserves: | USD 90.000.577,83 |
| Overgedragen winst: | USD 260.335.643,17 |
De onderstaande bespreking van de geconsolideerde jaarrekening is gebaseerd op de volgens de vermogensmutatiemethode opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
De EXMAR Groep heeft in 2017 een geconsolideerd resultaat gerealiseerd van USD 28 miljoen (USD 40,4 miljoen in 2016).
De omzet daalde in vergelijking met 2016 (USD -2,6 miljoen). Deze daling kan deels verklaard worden door de WARIBOKO transactie (Offshore segment). Einde mei 2016 verkocht EXMAR een deel van haar aandeel (60%) in de WARIBOKO aan haar Nigeriaanse partner Springview. Een andere verklaring voor deze daling in het Offshoresegment is het accomodatieplatform KISSAMA. De KISSAMA bereikte haar laatste time charter in het vierde kwartaal van 2016 en is verkocht in april 2017 aan een Zuidwest Aziatische koper. De daling in het Offshore-segment wordt deels gecompenseerd door de stijging in de omzet van het LPG-segment als gevolg van de aankoop van de resterende 50% van de LPG-vloot met druktanks die eigendom was van Wah Kwong.
De meerwaarde op de verkoop van activa bedroeg USD 98,4 miljoen en heeft vooral te maken met de verkoop van dochteronderneming Belgibo aan JLT en de verkoop van joint ventures Excelerate NV, Explorer NV en Express NV aan Excelerate Energy.
De overige bedrijfsinkomsten daalden in vergelijking met 2016 met USD 24,2 miljoen. In 2016 heeft de aankoop van de resterende 50% van de LPG-vloot met druktanks die eigendom was van Wah Kwong, geresulteerd in een "badwill" (non-cash) van USD 14,3 miljoen welke erkend werd onder de overige bedrijfsinkomsten. Een ander element dat heeft bijgedragen aan de verhoging van de overige bedrijfsopbrengsten in 2016 was de beëindigingsvergoeding van USD 9 miljoen betaald door Pacific Exploration & Production (PEP) als gevolg van de verbreking van de tollingovereenkomst voor de CARIBBEAN FLNG. Beide elementen zijn niet-terugkerend en verklaren een groot deel van de daling van de overige bedrijfsinkomsten.
De bedrijfskosten stegen in vergelijking met 2016 met USD 20,9 miljoen, voornamelijk als gevolg van de betaalde vergoedingen aan Wison met betrekking tot de CARIBBEAN FLNG.
Het nettofinancieringsresultaat voor 2017 bedroeg USD -40 miljoen (2016: USD 4,3 miljoen). De daling kan voornamelijk verklaard worden door de waardevermindering welke geregistreerd werd op de aandeelhouderslening aan Monteriggioni. Een deel van de aandeelhouderslening is terug betaald in 2017 met de opbrengsten van de verkoop van het schip EXCEL. Het resterend saldo van de lening werd kwijtgescholden gedurende 2017 wat heeft geleid tot de waardevermindering. In het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures werd de opbrengst als gevolg van deze kwijtschelding geregistreerd. De kwijtschelding heeft dus geen resultaatseffect op het niveau van de geconsolideerde cijfers.
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures bedroeg USD 18,7 miljoen (USD 34,6 miljoen in 2016). De lagere tarieven voor midsize gastankers in vergelijking met 2016 verklaren een belangrijk deel van deze daling.
De schepen bedroegen USD 563 miljoen en omvatten de vloot met druktanks, de CFLNG en de FSRU. De CFLNG en de FSRU zijn opgeleverd in de loop van 2017, beide platformen zijn getransfereerd van schepen in aanbouw naar schepen.
De investeringen in geassocieerde ondermingen en joint ventures bedroegen USD 104,4 miljoen (2016: USD 147,6 miljoen) en bestaan uit ons aandeel in de verschillende joint ventures en geassocieerde ondernemingen. De daling in vergelijking met 2016 kan hoofdzakelijk verklaard worden door de verkoop van de LNG-ondernemingen aan Excelerate Energy en de classificatie als joint venture aangehouden voor verkoop van Excelsior. Op 31 januari 2018, heeft EXMAR haar aandeel van 50% in Excelsior BVBA verkocht aan Excelerate Energy voor een bedrag van USD 81 miljoen. EXMAR zal een meerwaarde van USD 31 miljoen op de verkoop registreren in het eerste kwartaal van 2018.
Leningen aan geassocieerde ondermingen en joint ventures bedroegen USD 58,9 miljoen (2016: USD 343,9 miljoen) en omvatten de aandeelhoudersleningen aan onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures in de segmenten LPG, LNG en Offshore. De daling in vergelijking met 2016 is voornamelijk te verklaren door de terugbetaling van aandeelhoudersleningen als een gevolg van de verkoop van Excelerate NV, Explorer NV en Express NV aan Excelerate Energy.
De nettokaspositie (geldmiddelen en kasequivalenten verminderd met rekening-courantschuld bij financiële instellingen) op 31 december 2017 bedroeg USD 41,8 miljoen (USD 121,1 miljoen in 2016). De geblokkeerde kasequivalenten hebben betrekking op kredietfaciliteiten en overeenkomsten inzake financiële instrumenten, deze bedroegen USD 67,4 miljoen per 31 december 2017 (USD 34,9 miljoen in 2016).
Het eigen vermogen per 31 december 2017 bedroeg USD 477,6 miljoen (2016: USD 441,9 miljoen). Deze stijging in 2017 wordt voornamelijk veroorzaakt door de winst in 2017.
De financiële schuld bedroeg per 31 december 2017 USD 372,7 miljoen, een daling met USD 97 miljoen tegenover 2016. De financiële schuld daalde voornamelijk door de verkoop van de LNG vennootschappen Excelerate NV, Explorer NV en Express NV aan Excelerate Energy. Deze daling wordt deels gecompenseerd door de nieuwe lening van USD 200 miljoen bij Bank of China voor de financiering van de CFLNG.
De netto negatieve marktwaarde van financiële instrumenten bedroeg per 31 december 2017 USD 0 miljoen (2016: USD 36,2 miljoen). In 2014 en 2015 ging EXMAR twee cross-currency renteswaps (CCIRS) aan naar aanleiding van de NOK-obligatielening. Deze lening werd verlengd tot juli 2019. DE CCIRS-contracten zijn niet verlengd als gevolg van de verlenging van de obligatielening en namen een einde in juli 2017.
De risico's en onzekerheden worden beschreven in de Corporate Governance Verklaring.
EXMAR erkent de nood aan duidelijke gedragscodes, structuren en procedures om de naleving van de wereldwijd van toepassing zijnde normen, wetten en praktijken met betrekking tot Corporate Governance te garanderen.
EXMAR's Ethische Bedrijfscode beschrijft de manier waarop onze Vennootschap werkt. Ze vat de waarden, regels en richtlijnen samen.
De Ethische Bedrijfscode omschrijft regels en verantwoordelijkheden van individuen en werknemers handelend in naam van EXMAR, evenals de verantwoordelijkheden van EXMAR tegenover haar medewerkers, klanten, aandeelhouders en andere belanghebbenden, zodat alle werknemers begrijpen wat er van hen verwacht wordt en wat toegelaten is wanneer zij optreden namens EXMAR.
Compliance is een belangrijk deel van de algemene bedrijfsstrategie en de werking van de gehele organisatie.
Om de naleving van regels en wetten nog beter te verzekeren en de risico's van inbreuken en de nadelige gevolgen hiervan voor EXMAR en alle belanghebbenden te beperken, heeft de Raad van Bestuur beslist een Compliance Programma voor EXMAR in te voeren.
Om te voldoen aan de EU-verordening (596/2014) betreffende marktmisbruik van 16 april 2014, die in België in werking trad op 3 juli 2016, is een herziene Gedragscode opgenomen in het Corporate Governance Charter als Appendix 3.
Deze Gedragscode vat de regels samen die gevolgd dienen te worden in de omgang met de financiële instrumenten van de Vennootschap.
Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement verplicht bepaalde grote ondernemignen om niet-financiële informatie bekend te maken.
| BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEITEN |
BELEID | ONDERNOMEN ACTIES | RISICO'S EN RISICOBEPERKING |
|---|---|---|---|
| Mensenrechten (zie Bedrijfsprincipes) |
EXMAR's Code van Bedrijfsethiek verwijst uitdrukkelijk naar de naleving van alle nationale en internationale wetten en regels inzake Mensenrechten, Dwangarbeid, Kinderarbeid en alle vormen van discriminatie, zowel naar de letter als naar de geest van de wet. Deze code wordt in de praktijk omgezet via diverse beleidslijnen, zoals duurzame aankopen en procedures en processen voor het beheer van het vlootpersoneel in overeenstemming met het Verdrag betreffende Maritieme Arbeid. De toepassing van deze beleidslijnen en procedures wordt gecontroleerd via een zorgvuldige selectie van onze belangrijkste toeleveranciers en via interne en externe controles. Ook werden de belangrijkste toeleveranciers aan een audit onderworpen. |
Als gevolg van dit beleid werden interne onderzoeken uitgevoerd in gevallen waarin er een risico op inbreuken werd vastgesteld. Hoewel geen enkele van deze onderzoeken sluitend was, werden procedures en processen herbekeken en werd de interne communicatie verbeterd voor een efficiëntere preventie van mogelijke inbreuken. |
De grootste risico's op inbreuken met betrekking tot de Mensenrechten situeren zich bij onderaannemers van onze toeleveranciers. Daarom bevatten de contracten van toeleveranciers de nodige clausules; bovendien wordt een Beleid inzake Duurzame Aankopen uitgewerkt en actief meegedeeld aan onze zakenpartners. |
| Bestrijding van corruptie (zie Bedrijfsprincipes) |
EXMAR's Code van Bedrijfsethiek bevat een duidelijk beleid inzake geschenken, omkoping en faciliterende betalingen. Dit wordt ondersteund door een procedure inzake Omkoping en Faciliterende Betalingen die aan boord van onze schepen en aan land moet worden toegepast. De controle op de toepassing hiervan wordt verzekerd door compliance officers, het Risicocomité en uiteindelijk het Auditcomité. |
Alle mogelijke gevallen van faciliterende betalingen worden gemeld via het beheersysteem, dat een gepaste opvolging en reactie mogelijk maakt. Ook werden interne mededelingen aan boord gedaan via specifieke campagnes. |
De meest voorkomende risico's in verband met inbreuken op anticorruptiewetten situeren zich aan boord van schepen die havens aandoen waar corruptie onder ambtenaars wijdverspreid en systemisch is. |
Milieu (zie Zorg voor vandaag, respect voor morgen)
In het kader van zijn ISO 14001- en ISO 50001-certificering heeft EXMAR Ship Management een handleiding voor milieu- en energiebeheer uitgewerkt die beleidslijnen, procedures en documenten omvat om de missie van EXMAR Ship Management te ondersteunen: bijdragen tot een schonere en efficiëntere energievoorziening voor de wereld, als een internationale leverancier van wereldklasse van gespecialiseerde diensten voor de olie- en gasindustrie.
Dit omvat procedures die ervoor zorgen dat onze activiteiten in overeenstemming zijn met de internationale verdragen en nationale wetgevingen, naast een aanpak voor continue verbetering.
Een jongere vloot met een efficiëntere aandrijving en machines, een efficiëntere romp en de installatie van systemen om uitlaatgassen te behandelen garanderen een continue verbetering van de uitstoot van onze vloot.
In lijn met de Europese wetgeving inzake monitoring, vermindering en controle werd een gedetailleerd meetplan uitgewerkt. Zo kunnen we de komende jaren onze uitstoot analyseren en doelgerichte maatregelen nemen om de impact van onze activiteiten op het milieu verder te beperken. Dit omvat de implementatie van de globale limiet van de IMO voor zwavel in scheepsbrandstof, tegen januari 2020.
Een volledig uitgewerkt ballastwaterbeheerplan is van kracht; dit omvat de invoering van systemen om het ballastwater te behandelen, met o.a. retrospectieve installaties aan boord. We beperken onze energievoetafdruk door alle activiteiten en het beheer van onze schepen te optimaliseren voor energiekostenefficiëntie. Dit doen we door ons brandstofverbruik per nautische mijl te meten en verlagen en door onze processen voor vrachtbehandeling en -conditionering efficiënter te maken. Het gebruik van scrubbers in gesloten zowel als open kring aan boord van enkele nieuwe LPGschepen van EXMAR om aan de globale zwavellimiet van de IMO voor 2020 te voldoen, leverde positieve resultaten op. EXMAR heeft in een van zijn nieuwe schepen ook een scrubber geïnstalleerd en plant verdere energiebesparende innovaties voor zijn twee nieuwe VLGC-schepen.
Terwijl heel onze vloot wordt uitgerust met systemen om het ballastwater te behandelen, zijn de verschillende regionale wetgevingen en de toepassing van nieuwe en onbewezen technologieën een bron van zorg.
Om het systeem voor milieuen energiebeheer correct te implementeren worden opleidingen rond milieubewustzijn georganiseerd voor alle relevante personeelsleden, worden onze routes op het weer gebaseerd en worden aan boord tools gebruikt om de prestaties van onze schepen te verbeteren; het efficiënte gebruik hiervan wordt opgevolgd door specifieke kantoormedewerkers aan land, gegroepeerd in het Energy Efficiency Team.
Tot slot, hoewel accidentele vervuiling niet kan worden uitgesloten, beschikt EXMAR over alle nodige systemen om snel en gepast te kunnen reageren op noodgevallen, zodat we eventuele lozingen snel onder controle kunnen krijgen en de impact op het zeeleven daadwerkelijk kunnen beperken.
Voor de recente recyclage van een middelgroot LPG-schip voerde EXMAR een zorgvuldige en grondige due diligence uit en koos het voor een recyclagewerf die maatregelen en beleidslijnen implementeert in overeenstemming met het Verdrag van Hong Kong, zoals dat in 2009 werd goedgekeurd door de VN. Tijdens de recyclage zal EXMAR verdere audits uitvoeren om ervoor te zorgen dat de overeengekomen beleidslijnen en normen worden nageleefd.
De charterovereenkomst van EXMAR voor zijn VLGC-schepen voorziet in het gebruik van LPG als brandstof.
Sociaal & Personeel (zie Zorg voor vandaag, Respect voor morgen)
personeel is onze topprioriteit. Wegens ons divers personeelsbestand met ruim 15 nationaliteiten, zowel aan boord als aan land, wordt efficiënt leiderschap beschouwd als de sleutel tot werken volgens de strengste veiligheidsnormen. Daarom hebben we een veiligheidsvisie uitgewerkt die werd vertaald in een HSEQ-beleid, uitgebreide HSEQ-handleidingen en een opleidingsprogramma. "Taking the SAFETY LEAD" is onze roadmap voor een sterke en veerkrachtige veiligheidscultuur, waarbij we iedereen de mogelijkheid geven om zijn of haar verantwoordelijkheid op te nemen om van veiligheid een natuurlijk onderdeel van hun leven te maken, om onveilige handelingen of omstandigheden te stoppen en om een rolmodel voor hun collega's en anderen te zijn.
Een veilige werkomgeving voor ons
Het programma "Taking the SAFETY LEAD" werd enkele jaren geleden gelanceerd. Het omvat de eerste stappen voor onze veiligheidsvisie, het opleidingsprogramma en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk model.
Nu, vier jaar later, wordt Taking the SAFETY LEAD toegepast door al ons zeevarend en kantoorpersoneel, zoals blijkt uit de voorlopende en achterlopende indicatoren, gaande van rapportering en begrip van het concept tot de feitelijke ongevallenstatistieken. Dit initiatief zal verder worden gepromoot door middel van opleidingen en seminaries in de verschillende kantoren van EXMAR over heel de wereld; hierbij zal de nadruk vooral liggen op de verdere toepassing van Taking the SAFETY LEAD bij ons dagelijkse werk aan land.
Het suc ces van elk veiligheidsprogramma hangt af van de implementatie door individuen en door individuele, leidinggevende personeelsleden in het bijzonder. De onlangs verbeterde evaluatieprocedure voor onze medewerkers aan boord van onze schepen en aan land staat centraal bij leiderschapsontwikkeling.
Enkele recente vaarincidenten, waarbij vaak havendiensten zoals loodsen of scheepsverkeersleiders betrokken waren, zijn een bron van zorg wat de interactie van brugteams tijdens de laatste stukken van hun reis naar de haven betreft. Om dit risico te beperken worden navigatieprocedures, opleidingen aan boord en de controle op de toepassing hiervan verbeterd.
De in deze categorie uitgevoerde of geplande activiteiten staan beschreven in het eerste gedeelte van EXMAR's verslag over 2017 en dient samen gelezen te worden.
Per 31 december 2017 stelde EXMAR wereldwijd 1.981 personen te werk, onder wie 1.691 zeevarenden (2016: 1.969, onder wie 1.628 zeevarenden).
Bijna alle zeevarenden zijn tewerkgesteld op activa van of uitgebaat door onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
Op 20 mei 2014 machtigde de Buitengewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur om eigen aandelen in te kopen, bovendien werd de machtiging van de Raad van Bestuur vernieuwd op 19 mei 2015 om in het geval van een overnamebod op de aandelen van EXMAR NV over te gaan tot een kapitaalverhoging volgens de bepalingen en binnen de beperkingen van artikel 607 van het Wetboek van Vennootschappen. De Raad van Bestuur is gemachtigd om deze maatregelen te nemen indien de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de Vennootschap binnen de drie jaar na de datum van de bovenvermelde Buitengewone Algemene Vergadering in kennis stelt van een overnamebod.
Per 31 december 2017 had EXMAR 2.485.247 eigen aandelen, wat overeenkomt met 4,18 % van het totale aantal uitgegeven aandelen.
De Raad van Bestuur heeft tot op heden tienmaal beslist een aantal werknemers van de EXMAR Groep opties op bestaande aandelen aan te bieden.
Plan 1, 5 en 6 zijn verwijderd uit de onderstaande tabel aangezien deze verlopen zijn. Plan 5 is eind 2016 verlopen, plannen 1 en 6 zijn eind 2017 verlopen.
| Datum aanbod | Aantal uitstaande opties |
Uitoefenperiode | Uitoefenprijs in euro |
|---|---|---|---|
| PLAN 2 - 09.12.2005 | 309.089 | Tussen 01.04.2009 en 15.10.2018 (*) | 10,73 (°) |
| PLAN 3 - 15.12.2006 | 396.855 | Tussen 01.01.2010 en 15.10.2019 (*) | 15,96(°) |
| PLAN 4 - 04.12.2007 | 224.529 | Tussen 01.01.2011 en 15.10.2020 (*) | 14,64(°) |
| PLAN 7 - 09.12.2010 | 216.005 | Tussen 01.01.2014 en 28.12.2018 | 4,71 |
| PLAN 8 - 03.12.2013 | 503.600 | Tussen 01.01.2017 en 02.12.2021 | 10,54 |
| PLAN 9 - 02.12.2014 | 420.350 | Tussen 01.01.2018 en 02.12.2022 | 10,54 |
| PLAN 10 - 04.12.2015 | 415.250 | Tussen 01.01.2019 en 03.12.2023 | 9,62 |
(*) De Raad van Bestuur van 23 maart 2009 besliste de oorspronkelijke uitoefenperiode voor de eerste vier optieplannen met 5 jaar te verlengen, dit in toepassing van de beslissing van de Belgische regering om de wet van 26 maart 1999 en meer bepaald de optieplannen te hernieuwen.
(°) Als gevolg van de kapitaalverhoging van november 2009, de dilutiebescherming en het extra dividend van mei 2012 werden het aantal en de uitoefenprijs van de aandelenopties gewijzigd.
De waarderingsgrondslagen toegepast bij het afsluiten van de jaarrekening verschillen niet van de waarderingsgrondslagen die in het voorgaande boekjaar werden toegepast.
De samenvatting van de waarderingsgrondslagen wordt aan de jaarrekening gehecht.
De belangrijkste gebeurtenissen na de afsluiting van het boekjaar 2017 worden beschreven in toelichting 37 bij de geconsolideerde jaarrekening.
Naast haar hoofdkantoor in Antwerpen (België) heeft EXMAR kantoren in Hong Kong, Houston, Londen, Limassol, Luxemburg, Mumbai, Parijs, Singapore, Nederland en Livorno.
EXMAR heeft bijkantoren in Shanghai en Angola.
De Commissaris heeft tijdens het voorbije boekjaar geen uitzonderlijke activiteiten of speciale opdrachten verricht.
De langetermijnvisie die eigen is aan de activiteit van EXMAR gaat gepaard met langlopende financieringen, en dus ook met een blootstelling aan variabele rentevoeten. EXMAR beheert deze blootstelling op een actieve manier en indien nodig door middel van diverse instrumenten ter indekking van stijgende rentevoeten.
In 2014 heeft EXMAR met succes een bevoorrechte, niet-gegarandeerde obligatielening van NOK 700 miljoen uitgegeven en in 2015 voor nog eens NOK 300 miljoen. In 2014 en 2015 werden twee CCIRS-contracten afgesloten om de blootstelling aan de variabele rentevoeten en de NOK/USD wisselkoers in te dekken. De looptijd van de obligatielening werd verlengd tot juli 2019. De CCIRS-contracten werden niet verlengd als gevolg van de verlenging van de looptijd van de lening en zijn gestopt in juli 2017. Per 31 december 2017 stond er een valutatermijncontract open om de NOK/USD blootstelling in te dekken. De reële waarde van dit contract per 31 december 2017 werd geregistreerd in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten (USD 1,1 miljoen).
EXMAR werkt in USD maar heeft jaarlijks bepaalde kosten in euro te voldoen. De blootstelling aan EUR/USD wordt indien nodig beheerd door middel van dekkingsinstrumenten. Op datum van dit verslag heeft EXMAR geen indekking van de blootstelling aan EUR/USD.
Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur de dato 6 december 2017, stond het punt "Verslag van de vergadering van het Remuneratiecomité" op de agenda.
"Vooraleer overgegaan wordt tot behandeling van dit punt van de dagorde hebben CEO Nicolas Saverys en COO Patrick De Brabandere, conform artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, de overige leden van de Raad ingelicht dat zij een belang van vermogensrechtelijke aard hebben dat strijdig is me dat van de Vennootschap.
Nicolas Saverys en Patrick De Brabandere zullen niet deelnemen aan de beraadslaging noch aan de stemming over de aanbevelingen van het Comité.
Beide heren zullen de commissaris, eveneens conform artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, hieromtrent schriftelijk inlichten."
Er waren geen belangenconflicten op het niveau van het Directiecomité.
Er wordt verwacht dat LPG-export verder zal groeien in de US en het Midden-Oosten, met een grotere vraag in China en India. Het grote aanbod aan opleveringen van nieuwbouwschepen kan een neerwaartse druk uitoefenen op de tarieven in dit segment in 2018. De impact hiervan zal beperkt zijn door EXMAR's blootstelling in het VLGC-segment in 2018.
EXMAR blijft tewerkstelling verzekeren maar aan lagere prijzen dan in 2017. Momenteel is de MGC-vloot voor 71% ingedekt in 2018 en is de Pressurized-vloot voor 86% ingedekt in 2018.
EXMAR zal inkomsten genereren van het FSRU contract in de tweede helft van 2018.
Wij verzoeken de Algemene Vergadering van Aandeelhouders dit verslag voor het jaar eindigend op 31 december 2017 in zijn geheel goed te keuren en het resultaat te bestemmen zoals bepaald in dit verslag.
Wij verzoeken de vergadering ook om kwijting te verlenen aan de bestuurders en de Commissaris voor de uitoefening van hun mandaat tijdens bovenvermeld boekjaar.
Ingevolge de wet en de statuten, zullen de aandeelhouders op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 15 mei 2018 verzocht worden aan de bestuurders en de commissaris kwijting te verlenen voor het in het boekjaar 2017 door hen uitgeoefend mandaat.
De Raad van Bestuur 29 maart 2018
EXMAR Offshore Company (EOC) is geselecteerd voor een FPSO (Floating Production Storage and Offloading – Drijvend Opslag, Productie en Overslagsysteem) project in Brazilië. De uitkomst van de selectie wordt in de tweede helft van 2018 verwacht. Verder blijft de vennootschap vorderingen maken voor verschillende OPTI® half afzinkbare drijvende productiesystemen.
De volledige informatie die overeenkomstig artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen in onderhavig jaarverslag dient te worden opgenomen en meer bepaald de verklaring inzake deugdelijk bestuur en de bepalingen van artikel 34 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 is weergegeven onder het hoofdstuk "Corporate Governance Verklaring".
| Toelichting | 31/12/2017 | 31/12/2016 Herwerkt (*) |
01/01/2016 Herwerkt (*) |
|
|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||
| VASTE ACTIVA | 729.266 | 785.773 | 689.329 | |
| Schepen | 563.021 | 287.533 | 173.633 | |
| Schepen | 11 | 563.021 | 115.471 | 17.194 |
| Schepen in aanbouw - vooruitbetalingen | 11 | 0 | 172.062 (*) | 156.439 (*) |
| Andere materiële vaste activa | 12 | 2.323 | 3.079 | 4.104 |
| Immateriële activa | 13 | 612 | 3.651 | 2.368 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 14 | 104.416 | 147.598 | 132.816 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 58.894 | 343.912 | 376.408 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 189.329 | 223.425 | 241.425 | |
| Joint venture aangehouden voor verkoop | 17 | 23.004 | 0 | 0 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | 18 | 4.577 | 3.608 | 3.487 |
| Handels- en overige vorderingen | 19 | 50.772 | 62.723 | 64.669 |
| Actuele belastingvorderingen | 653 | 1.107 | 968 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 29 | 1.065 | 0 | 0 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 21 | 67.434 | 34.891 | 42.332 |
| Kas en kasequivalenten | 21 | 41.824 | 121.096 | 129.969 |
| TOTALE ACTIVA | 918.595 | 1.009.198 | 930.754 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | ||||
| EIGEN VERMOGEN | 477.542 | 441.918 | 409.446 | |
| Kapitaal en reserves | 477.407 | 441.703 | 409.256 | |
| Kapitaal | 22 | 88.812 | 88.812 | 88.812 |
| Uitgiftepremies | 22 | 209.902 | 209.902 | 209.902 |
| Reserves | 22 | 150.662 | 102.611 (*) | 95.293 (*) |
| Resultaat van het boekjaar | 22 | 28.031 | 40.378 (*) | 15.249 (*) |
| Minderheidsbelang | 135 | 215 | 190 | |
| VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN | 350.757 | 337.269 | 445.621 | |
| Rentedragende leningen | 24 | 343.571 | 329.590 | 397.425 |
| Personeelsbeloningen | 26 | 4.826 | 4.267 | 4.445 |
| Voorzieningen | 27 | 2.360 | 2.434 | 2.522 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 29 | 0 | 0 | 41.229 |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | 20 | 0 | 978 | 0 |
| VERPLICHTINGEN OP KORTE TERMIJN | 90.296 | 230.011 | 75.687 | |
| Rentedragende leningen | 24 | 29.136 | 140.147 | 15.161 |
| Handels- en overige schulden | 28 | 60.001 | 51.244 | 55.815 |
| Te betalen winstbelastingen | 1.159 | 2.438 | 4.711 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 29 | 0 | 36.182 | 0 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 918.595 | 1.009.198 | 930.754 |
De toelichting maakt integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De betreffende secties in de geconsolideerde balans werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
| 01/01/2017 - | 01/01/2016 - | ||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 31/12/2017 | 31/12/2016 Herwerkt (*) |
|
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| Opbrengsten | 4 | 93.409 | 96.026 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 4 | 98.382 | 1.026 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 4 | 1.894 | 26.106 |
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 193.685 | 123.159 | |
| Diensten en diverse goederen | 5 | -90.325 | -66.490 |
| Personeelskosten | 6 | -43.903 | -47.004 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 11/12/13 | -8.004 | -6.784 |
| Voorzieningen | 27 | 0 | 88 |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | -27 | 0 | |
| Overige bedrijfskosten | 7 | -811 | -1.979 |
| RESULTAAT UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 50.615 | 989 | |
| Intrestopbrengsten | 8 | 24.096 | 24.861 |
| Intrestkosten | 8 | -20.469 | -11.315 (*) |
| Andere financiële opbrengsten | 8 | 1.766 | 1.478 |
| Andere financiële kosten | 8 | -10.394 | -10.741 |
| Waardevermindering lening aan joint venture | 8 | -35.026 | 0 |
| NETTOFINANCIERINGSRESULTAAT | 8 | -40.027 | 4.283 |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN EN VOOR AANDEEL IN HET RESULTAAT IN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES |
10.588 | 5.272 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, na belastingen | 14 | 18.717 | 34.572 |
| RESULTAAT VOOR BELASTING | 29.305 | 39.844 | |
| Belastingen op het resultaat | 9 | -1.353 | 566 |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 27.952 | 40.410 | |
| TOE TE REKENEN AAN: | |||
| Minderheidsbelang | -79 | 32 | |
| Aandeelhouders van de vennootschap | 28.031 | 40.378 | |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 27.952 | 40.410 | |
| WINST PER AANDEEL (IN USD) | 23 | 0,49 | 0,71 (*) |
| VERWATERDE WINST PER AANDEEL (IN USD) | 23 | 0,49 | 0,71 (*) |
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 27.952 | 40.410 | |
| POSTEN DIE VIA DE VERLIES- EN WINSTREKENING ZIJN OF KUNNEN VERWERKT WORDEN | |||
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, aandeel in niet gerealiseerde resultaten | 8 | 2.964 | 3.304 |
| Omrekeningsverschillen | 8 | 3.034 | -550 |
| Wijziging in de reële waarde van cashflowafdekkingen - hedge accounting | 8 | 191 | 2.408 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen - via de verlies- en winstrekening verwerkt | 8 | 0 | 3.973 |
| 6.189 | 9.135 | ||
| POSTEN DIE NOOIT VIA DE VERLIES- EN WINSTREKENING ZULLEN VERWERKT WORDEN | |||
| Herwaardering van toegezegde pensioenverplichting/ actief | 26 | -535 | -15 |
| TOTAAL VAN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN VAN DE PERIODE (NA BELASTINGEN) | 5.654 | 9.120 | |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 33.606 | 49.530 | |
| WAARVAN: | |||
| Minderheidsbelang | -80 | 25 | |
| Aandeelhouders van de vennootschap | 33.686 | 49.505 | |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 33.606 | 49.530 |
De toelichting maakt integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes. werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De betreffende secties in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde resultaten werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
| Toelichting | 01/01/2017 - | 01/01/2016 - | |
|---|---|---|---|
| 31/12/2017 | 31/12/2016 Herwerkt (*) |
||
| BEDRIJFSACTIVITEITEN | |||
| Resultaat van het boekjaar | 27.952 | 40.410 (*) | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, na belastingen | 14 | -18.717 | -34.572 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 11/12/13 | 8.004 | 6.784 |
| Waardevermindering voor verkoop beschikbare beleggingen | 8 | -705 | 3.844 |
| Waardevermindering lening aan joint venture | 8/16 | 35.026 | 0 |
| Badwill pressurized vloot transactie | 0 | -14.343 | |
| Herwaardering minderheidsbelang CMC Belgibo | 0 | -800 | |
| Inresultaatname uitgestelde financieringskosten ICBC | 0 | 4.465 | |
| Netto-intrest kosten/(opbrengsten) | 8 | -3.627 | -13.546 (*) |
| Belastingen op het resultaat | 9 | 1.353 | -566 |
| Verlies/Winst uit de realisatie van vaste activa | -98.355 | -1.026 | |
| Ontvangen dividenden | 8 | -107 | -127 |
| Niet-gerealiseerd koersverschil | 8 | 3.751 | -296 |
| Lasten in verband met in aandelen afgewikkelde transacties (aandelenoptieplan) | 25 | 920 | 1.557 |
| BRUTO KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | -44.505 | -8.216 | |
| (Stijging)/daling van de handels- en overige vorderingen | -11.657 | 1.552 | |
| Stijging/(daling) van de handels- en overige schulden | 29.737 | -7.567 | |
| Stijging/(daling) van de voorzieningen en pensioenverplichtingen | -55 | -144 | |
| NETTO KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | -26.480 | -14.375 | |
| Betaalde intresten | -13.393 | -14.038 | |
| Ontvangen intresten | 22.577 | 22.898 | |
| Betaalde belastingen | -2.572 | -361 | |
| KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | -19.868 | -5.876 | |
| INVESTERINGSACTIVITEITEN | |||
| Investeringen in schepen en schepen in aanbouw | 11 | -281.500 | -11.031 |
| Investeringen in andere materiële activa | 12 | -250 | -284 |
| Investeringen in immateriële activa | 13 | -254 | -213 |
| Inkomsten uit de verkoop van schepen en andere materiële vaste activa (incl aangehouden voor verkoop) | 1.754 | 156 | |
| Investering in dochterondernemingen, geassocieerde ondernemingen, joint ventures en andere | -788 | -5.185 | |
| financiële vaste activa (**) | |||
| Wijziging in consolidatie scope (***) | 0 | -677 | |
| Verkoop van een dochteronderneming en joint venture, na aftrek van afgestoten geldmiddelen | 10 | 61.437 | 0 |
| Dividenden ontvangen van investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 14 | 4.942 | 34.067 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 0 | -5.239 |
| Terugbetalingen van leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 328.227 | 18.774 |
| KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | 113.568 | 30.368 | |
| FINANCIERINGSACTIVITEITEN | |||
| Dividenduitkeringen aan de aandeelhouders | 22 | 0 | -19.259 |
| Ontvangen dividenden | 8 | 107 | 127 |
| Verkoop van eigen aandelen en uitgeoefende aandelenopties | 1.098 | 585 | |
| Nieuwe leningen | 24 | 200.019 | 100 |
| Terugbetalingen van leningen | 24 | -294.409 | -21.716 |
| Betaling van bankvergoedingen/ transactiekosten mbt financieringen | 24 | -15.868 | 0 |
| Betaling CCIRS | 24 | -32.867 | 0 |
| Stijging in geblokkeerde kasequivalenten | 21 | -67.434 | 0 |
| Daling in geblokkeerde kasequivalenten | 21 | 34.891 | 7.441 |
| KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | -174.463 | -32.722 | |
| NETTO TOENAME/ (AFNAME) IN KAS EN KASEQUIVALENTEN | -80.763 | -8.230 | |
| AANSLUITING VAN DE NETTO TOENAME/ (AFNAME) IN KAS EN KASEQUIVALENTEN | |||
| Netto kas en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 121.096 | 129.969 | |
| Netto toename/(afname) in kas en kasequivalenten | -80.763 | -8.230 | |
| Wisselkoersfluctuaties op kas en kasequivalenten | 1.491 | -643 | |
| NETTO KAS EN KASEQUIVALENTEN OP HET EINDE VAN HET BOEKJAAR | 21 | 41.824 | 121.096 |
De toelichting maakt integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De betreffende secties in het geconsolideerde kasstroomoverzicht werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
(**) 2016: USD -3,5 miljoen heeft betrekking op de LPG pressurized vloot transactie en USD -1,7 miljoen heeft betrekking op de CMC Belgibo transactie, 2017: USD -0,8 miljoen heeft betrekking op de AHLMAR/ BIM acquisitie.
(***) 2016: USD -7,4 miljoen heeft betrekking op de WARIBOKO transactie, USD +5,5 miljoen heeft betrekking op de pressurized vloot transactie en USD +1,2 miljoen heeft betrekking op de CMC Belgibo transactie.
| MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN PER 31 DECEMBER 2016 | |||
|---|---|---|---|
| OPENING EIGEN VERMOGEN ZOALS EERDER GERAPPORTEERD PER 1 JANUARI 2016 (*) | 88.812 | 209.902 | |
| CORRECTIE ALS GEVOLG VAN HET NIET TOEPASSEN VAN IAS 23 IN VOORGAANDE PERIODES | |||
| HERWERKT OPENING EIGEN VERMOGEN PER 1 JANUARI 2016 (*) | 88.812 | 209.902 | |
| GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | |||
| Omrekeningsverschillen | 8 | ||
| Omrekeningsverschillen - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 8 | ||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen - hedge accounting | 8 | ||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen - hedge accounting - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures |
8 | ||
| Wijziging in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen | 8 | ||
| Wijziging in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen - verwerkt via de verlies- en winstrekening | 8 | ||
| Herwaardering van toegezegde pensioenverplichting /actief | 26 | ||
| TOTAAL VAN DE NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | 0 | 0 | |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 0 | 0 | |
| TRANSACTIES MET AANDEELHOUDERS | |||
| Dividenduitkeringen | 22 | ||
| Aandelenoptieplan | 25 | ||
| Uitgeoefende aandelenopties | |||
| Aankoop eigen aandelen | |||
| Op aandelen gebaseerd betalingen | |||
| TOTAAL TRANSACTIES MET AANDEELHOUDERS | 0 | 0 | |
| 31 DECEMBER 2016 | 88.812 | 209.902 |
Toelichting Kapitaal Uitgifte premies
Toelichting Kapitaal Uitgifte premies
| MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN PER 31 DECEMBER 2017 | ||
|---|---|---|
| OPENING EIGEN VERMOGEN ZOALS EERDER GERAPPORTEERD PER 1 JANUARI 2017 (*) | 88.812 | 209.902 |
| CORRECTIE ALS GEVOLG VAN HET NIET TOEPASSEN VAN IAS 23 IN VOORGAANDE PERIODES | ||
| HERWERKT OPENING EIGEN VERMOGEN PER 1 JANUARI 2017 (*) | 88.812 | 209.902 |
| GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | ||
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | ||
| Omrekeningsverschillen 8 |
||
| Omrekeningsverschillen - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures 8 |
||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen - hedge accounting 8 |
||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen - hedge accounting - aandeel geassocieerde 8 ondernemingen en joint ventures |
||
| Herwaardering van toegezegde pensioenverplichting /actief 26 |
||
| TOTAAL VAN DE NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | 0 | 0 |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 0 | 0 |
| TRANSACTIES MET AANDEELHOUDERS | ||
| Dividenduitkeringen 22 |
||
| Aandelenoptieplan 25 |
||
| Uitgeoefende aandelenopties | ||
| Aankoop eigen aandelen | ||
| Op aandelen gebaseerd betalingen | ||
| TOTAAL TRANSACTIES MET AANDEELHOUDERS | 0 | 0 |
| 31 DECEMBER 2017 | 88.812 | 209.902 |
De toelichting maakt integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
| Overgedragen resultaat (*) |
Reserve voor eigen aandelen |
Omrekenings reserve |
Reële waarde reserve |
Afdekkings reserve |
Reserve voor aandelen optieplan |
Totaal | Minderheids belang |
Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 167.916 | -54.123 | -10.301 | -3.973 | -3.823 | 10.204 | 404.614 | 190 | 404.804 |
| 4.642 | 4.642 | 4.642 | ||||||
| 172.558 | -54.123 | -10.301 | -3.973 | -3.823 | 10.204 | 409.256 | 190 | 409.446 |
| 40.378 | 40.378 | 32 | 40.410 | |||||
| -543 | -543 | -7 | -550 | |||||
| 1.067 | 1.067 | 1.067 | ||||||
| 2.408 | 2.408 | 2.408 | ||||||
| 2.237 | 2.237 | 2.237 | ||||||
| 0 | 0 | |||||||
| 3.973 | 3.973 | 3.973 | ||||||
| -15 | -15 | -15 | ||||||
| -15 | 0 | 524 | 3.973 | 4.645 | 0 | 9.127 | -7 | 9.120 |
| 40.363 | 0 | 524 | 3.973 | 4.645 | 0 | 49.505 | 25 | 49.530 |
| -19.259 | -19.259 | -19.259 | ||||||
| -993 | 1.887 | -250 | 644 | 644 | ||||
| 0 | 0 | |||||||
| 1.557 | 1.557 | 1.557 | ||||||
| -20.252 | 1.887 | 0 | 0 | 0 | 1.307 | -17.058 | 0 | -17.058 |
| 192.669 | -52.236 | -9.777 | 0 | 822 | 11.511 | 441.703 | 215 | 441.918 |
Overgedragen resultaat (*) Reserve voor eigen aandelen Omrekeningsreserve Reële waardereserve Afdekkingsreserve Reserve voor aandelen optieplan Totaal Minderheidsbelang Totaal eigen vermogen
| 432.684 | 215 | 432.469 | 11.511 | 822 | 0 | -9.777 | -52.236 | 183.435 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 9.234 | 9.234 | 9.234 | ||||||
| 441.918 | 215 | 441.703 | 11.511 | 822 | 0 | -9.777 | -52.236 | 192.669 |
| 27.952 | -79 | 28.031 | 28.031 | |||||
| 3.034 | -1 | 3.035 | 3.035 | |||||
| 1.076 | 1.076 | 1.076 | ||||||
| 191 | 191 | 191 | ||||||
| 1.888 | 1.888 | 1.888 | ||||||
| -535 | -535 | -535 | ||||||
| 5.654 | -1 | 5.655 | 0 | 2.079 | 0 | 4.111 | 0 | -535 |
| 33.606 | -80 | 33.686 | 0 | 2.079 | 0 | 4.111 | 0 | 27.496 |
| 0 | 0 | |||||||
| 1.098 | 1.098 | -860 | 3.750 | -1.792 | ||||
| 0 | 0 | |||||||
| 920 | 920 | 920 | ||||||
| 2.018 | 0 | 2.018 | 60 | 0 | 0 | 0 | 3.750 | -1.792 |
| 477.542 | 135 | 477.407 | 11.571 | 2.901 | 0 | -5.666 | -48.486 | 218.373 |
EXMAR nv (de "Onderneming") is een beursgenoteerde onderneming (Euronext-EXM) die in België gedomicilieerd is. De geconsolideerde jaarrekening van de Onderneming omvat de Onderneming, haar dochterondernemingen en de belangen van de Groep in geassocieerde ondernemingen en ondernemingen waarover gezamenlijke controle wordt uitgeoefend (gezamenlijk de "Groep" genoemd). De Groep is actief in de internationale scheepvaart.
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aanvaard binnen de Europese Unie op 31 december 2017.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep houdt rekening met de impact van onderstaande nieuwe of herwerkte IFRS regels welke van toepassing zijn vanaf 1 januari 2017. Deze nieuwe standaarden en herwerkingen hebben geen significante invloed gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Een aantal nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties die per 31 december 2017 nog niet effectief waren, worden niet toegepast door de Groep bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening:
IFRS 9 Financiële Instrumenten, gepubliceerd in juli 2014, dient ter vervanging van de bestaande richtlijn zoals opgenomen in IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering. IFRS 9 bevat herziene bepalingen ten aanzien van de classificatie en waardering van financiële instrumenten, met inbegrip van een nieuw model voor verwachte kredietverliezen ten behoeve van de berekening van de waardevermindering van financiële activa, en de nieuwe algemene vereisten voor hedge accounting die hedge accounting verder aligneren met het risico management. Verder neemt IFRS 9 de bepalingen over uit IAS 39 voor het verwerken en niet langer verwerken van financiële instrumenten. IFRS 9 is van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018. Eerdere toepassing is toegestaan. Deze nieuwe standaard werd bekrachtigd door de EU. De Groep is niet van plan om deze standaard vervroegd toe te passen.
Met betrekking tot classificatie en waardering, het aantal categorieën van financiële activa onder IFRS werd verminderd, alle erkende financiële activa welke momenteel in het bereik zijn van IAS 39 zullen gewaardeerd worden aan ofwel geamortiseerde kostprijs of aan reële waarde onder IFRS 9.
Specifiek:
IFRS 9 verwijdert de IAS 39 categorieën tot einde looptijd aangehouden beleggingen en overige investeringen, leningen en vorderingen en voor verkoop beschikbare beleggingen.
Op basis van haar analyse verwacht de Groep dat de nieuwe classificatie en waarderingsvereisten met betrekking tot financiële activa geen materiële impact zullen hebben op haar geconsolideerde financiële staten. Per 31 december 2017 bezit de Groep eigenvermogensinstrumenten welke geclassificeerd staan als voor verkoop beschikbare beleggingen tegen een reële waarde van USD 4,6 miljoen. Onder IAS 39 werd de reële waardereserve met betrekking tot deze aandelen verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten in 2016 als gevolg van een belangrijke en aanhoudende daling in de reële waarde van deze aandelen. De wijziging in de reële waarde van het huidige boekjaar werd eveneens verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten. Dit zal eveneens het geval zijn voor toekomstige wijzigingen in de reële waarde. Bijgevolg, onder IFRS9, heeft de Groep deze investeringen toegewezen als FVTPL.
IFRS 9 omvat eveneens vereisten voor de classificatie en waardering van financiële verplichtingen en vereisten betreffende het niet langer in de balans opnemen van financiële verplichtingen. Eén belangrijk verschil in vergelijking met IAS 39 betreft de presentatie van wijzigingen in de reële waarde van financiële verplichtingen toegewezen als FVTPL toewijsbaar aan wijzigingen in het kredietrisico van deze verplichting. Onder IFRS 9 worden deze wijzigingen gepresenteerd in de niet gerealiseerde resultaten, tenzij de presentatie van het effect van de wijziging in het kredietrisico van de verplichting aanleiding zou geven tot de creatie of de vergroting van een accounting mismatch in het overzicht van gerealiseerde resultaten. Wijzigingen in de reële waarde van een financiële verplichting toewijsbaar aan het kredietrisico worden niet nadien geherclassificeerd naar het overzicht van gerealiseerde resultaten. Onder IAS 39 wordt het volledige bedrag van de wijziging in de reële waarde van de financiële verplichting toegewezen als FVTPL gepresenteerd in het overzicht van gerealiseerde resultaten.
De Groep heeft geen enkele financiële verplichting toegewezen als FVTPL en heeft geen huidige intentie om dit te doen. Op basis van haar evaluatie, wordt er geen materiële impact verwacht door de Groep als gevolg van de nieuwe classificatie en waarderingsvereisten voor financiële verplichtingen vanaf 1 januari 2018.
Het waardeverminderingsmodel onder IFRS 9 is gebaseerd op verwachte kredietverliezen, in tegenstelling tot effectieve kredietverliezen onder IAS 39. Onder de nieuwe IFRS 9 benadering, is het niet langer noodzakelijk dat een kredietgebeurtenis effectief heeft plaats gevonden. In tegenstelling, een onderneming voorziet toekomstige kredietverliezen en wijzigingen in deze verwachte kredietverliezen. Het bedrag van verwachte kredietverliezen dient elke rapporteringsdatum upgedate te worden om te wijzigingen te weerspiegelen in het kredietrisico ten opzichte van initiële erkenning.
Op basis van haar analyse verwacht de Groep dat het nieuwe waardeverminderingsmodel geen materiële impact zal hebben op haar geconsolideerde financiële staten. Zoals weergegeven in toelichting 29 van de geconsolideerde cijfers werden er geen belangrijke waardeverminderingen geregistreerd in het verleden en worden deze eveneens niet verwacht.
De algemene hedge accounting vereisten onder IFRS 9 behouden de drie types van hedge accounting mechanismen onder IAS 39. Er werd echter een grotere flexibiliteit geïntroduceerd met betrekking tot de types van transacties in aanmerking komend voor hedge accounting, meer specifiek werden de soorten instrumenten welke kwalificeren als hedging instrumenten en de soorten risico componenten van niet-financiële items welke in aanmerking komen voor hedge accounting, uitgebreid. Daarnaast werden de effectiviteitstesten herzien en vervangen door het principe van "een economische relatie". Retrospectieve toepassing van hedge effectiviteit is niet langer vereist. Uitgebreidere toelichtingsvereisten over het risicobeleid van de Groep werden geïntroduceerd.
Bij initiële toepassing van IFRS 9 kan de Groep kiezen om de hedge accounting principes van IAS 39 te blijven toepassen. De Groep heeft gekozen om de nieuwe vereisten onder IFRS 9 toe te passen.
De verschillende soorten hedge accounting relaties welke momenteel geïdentificeerd worden door de Groep beantwoorden aan de vereisten van IFRS 9 en zijn in lijn met het risicobeleid van de Groep.
Op basis van haar analyse verwacht de Groep dat de toepassing van IFRS 9 hedge accounting geen materiële impact zal hebben op haar geconsolideerde financiële staten.
IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten voorziet in een uitgebreid raamwerk om te bepalen of, hoeveel en wanneer opbrengsten moeten worden erkend. De standaard dient ter vervanging van de bestaande bepalingen voor het verwerken van opbrengsten, met inbegrip van IAS 18 Opbrengsten, IAS 11 Onderhanden projecten in opdracht van derden en de gerelateerde interpretaties. IFRS 15 is van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018. Eerdere toepassing is toegestaan. Deze nieuwe standaard en de verduidelijkingen bij IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten werden bekrachtigd door de EU. Verduidelijkingen aan IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (uitgegeven op 12 april 2016) werden bekrachtigd door de EU. De Groep is niet van plan om deze standaard vervroegd toe te passen.
Het basisprincipe van IFRS 15 bestaat erin dat een onderneming omzet erkent om de uitwisseling van beloofde goederen of diensten naar klanten weer te geven voor een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waartegen de onderneming verwacht recht op te zullen hebben in uitwisseling voor de geleverde goederen of diensten. Meer specifiek, de standaard introduceert een vijf-stappen benadering voor omzeter kenning:
Onder IFRS 15 erkent een onderneming omzet wanneer (of als) er voldaan werd aan een prestatieverplichting, dus wanneer "controle" over de goederen of diensten onderliggend aan de betreffende prestatieverplchting getransfereerd werd naar de klant.
De Groep erkent omzet van volgende belangrijke bronnen:
Behalve meer uitgebreide toelichtingen verwacht de Groep niet dat de toepassing van IFRS 15 een significant effect zal hebben op de geconsolideerde cijfers van de Groep.
De Groep is van plan om IFRS 15 toe te passen volgens de cumulatieve effect methode, met het effect van het initieel toepassen van de standaard per 1 januari 2018. Als gevolg zullen de vereisten van IFRS 15 niet toegepast worden op de gepresenteerde vergelijkende periode.
IFRS 16 Lease overeenkomsten: In januari 2016 publiceerde de IASB een nieuwe standaard over leaseovereenkomsten, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2019. De standaard werd goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. De standaard vervangt IAS 17 - leaseovereenkomst, IFRIC 4 - Vaststelling of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat, SIC 15 - Operationele leases – incentives en SIC 27 - Evaluatie van de economische realiteit van transacties in de juridische vorm van een leaseovereenkomst. IFRS 16 schrapt de classificatie van leaseovereenkomsten tussen operationele en financiële leaseovereenkomsten voor de leasingnemer een introduceert één enkel model voor boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten voor de leasingnemer. Alle overeenkomsten, behalve de kortlopende leaseovereenkomsten van minder dan twaalf maanden en de overeenkomsten met immateriële waarde, dienen in de balans geboekt te worden aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. Deze worden getoond als een "right of use" actief in de balans van de leasingnemer. Leasebetalingen die worden betaald over de looptijd van het contract worden gepresenteerd als een financiële schuld. In de winst-en verliesrekening dient de afschrijvingslast met betrekking tot het geleasde actief apart gepresenteerd te worden van de intrestlast op de financiële verplichting. Voor leasinggevers zijn er geen substantiële veranderingen in deze nieuwe standaard IFRS 16. De leasinggever zal de leaseovereenkomsten blijven voorstellen als ofwel operationele ofwel financiële leaseovereenkomsten. De boekhoudkundige verwerking van beide types van overeenkomsten voor de leasinggever blijft verschillend. Aangezien de Groep voornamelijk leasinggever is met betrekking tot tijdsbevrachtingscontracten of "bareboat" contracten, verwacht de Groep niet dat de toepassing van IFRS 16 een significant effect zal hebben op de geconsolideerde financiële staten.
De volgende nieuwe of gewijzigde standaarden of interpretaties zullen naar alle verwachting geen significante invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep:
De Raad van Bestuur van 29 maart 2018 heeft de geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd en de toestemming verleend tot publicatie ervan.
De geconsolideerde rekeningen worden opgemaakt in USD ingevolge de bekomen afwijking verleend door Financial Services and Markets Authority (FSMA) bij brief van 2 juli 2003, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. USD is de functionele munt van de onderneming. De jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende materiële activa en verplichtingen dewelke zijn gewaardeerd tegen een alternatieve basis op iedere balansdatum: afgeleide financiële instrumenten, voor verkoop beschikbare financiële activa en de netto pensioenvoorziening aangaande te bereiken doel plannen. De voor verkoop aangehouden vaste activa worden gewaardeerd aan de laagste waarde, hetzij de boekwaarde, hetzij de reële waarde verminderd met de verkoopkost.
Bij de opmaak van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS is vereist dat de leiding beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van de waarderingsregels en de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, opbrengsten en kosten. De ramingen en de hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op historische gegevens en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze ramingen.
De ramingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van de ramingen worden verwerkt in de periode waarin de raming wordt herzien, op voorwaarde dat de herziening alleen op die periode betrekking heeft, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes, indien de herziening zowel de huidige als toekomstige periodes treft.
Bij de opstelling van de jaarrekening heeft de Onderneming inschattingen en veronderstellingen gemaakt op het vlak van assumpties voor de bepaling van de reële waarde van het optieplan, de pensioenschuld, voorzieningen en risico's en de classificatie van nieuwe leasingovereenkomsten en time charter overeenkomsten. Bovendien worden de economische levensduur en de residuele waarde van de schepen jaarlijks getoetst aan de realiteit.
Aangezien de marktwaarden van tweedehands schepen fluctueren naargelang de evolutie van de vrachttarieven en de kostprijs van nieuwbouwschepen, geeft de boekwaarde van de schepen mogelijk niet de huidige marktwaarde weer. Historisch gezien zijn zowel vrachttarieven als kostprijzen van schepen cyclisch. Telkens er zich wijzigingen in omstandigheden of feiten voordoen die erop kunnen wijzen dat de boekwaarde van een vloot niet gerecupereerd zal worden, wordt de boekwaarde van die vloot bekeken in het kader van mogelijke afwaardering. De realiseerbare waarde van de vloot is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de verkoopskosten en de gebruikswaarde. De reële waarde verminderd met de verkoopskosten wordt bepaald op basis van onafhankelijke waarderingsrapporten. De gebruikswaarde is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun huidige waarde. Om de inschatting van de toekomstige kasstromen te bepalen, wordt gebruik gemaakt van inschattingen van toekomstige vrachttarieven, operationele kosten van de schepen, verwachte levensduur van de vloot en de WACC. Deze inschattingen zijn gebaseerd op historische gegevens en toekomstverwachtingen. De directie is van mening, dat de inschattingen een betrouwbare basis zijn voor haar huidige beoordeling maar is zich bewust van de subjectiviteit en veranderlijkheid ervan. De schepen zijn voornamelijk gesitueerd binnen onze joint ventures.
Een aantal van de waarderingsregels en toelichtingen van de Groep vereisen de waardering aan reële waarde voor zowel financiële als niet financiële activa en verplichtingen. Voor de bepaling van de reële waarde gebruikt de Groep observeerbare markt gegevens voor zover als mogelijk. Reële waarden worden opgedeeld in verschillende niveaus in een reële waarde hiërarchie gebaseerd op de gebruikte input in de waarderingsmethoden:
De waarderingsregels werden consequent toegepast voor alle periodes opgenomen in deze geconsolideerde jaarrekening en voor alle in de consolidatie opgenomen groepsondernemingen.
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode op overnamedatum, zijnde de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep.
Een bedrijf is een geïntegreerde set van activa en passiva dewelke in staat is om geleid te worden om een rendement te leveren aan investeerders (of andere eigenaars, leden of deelnemers) via dividenduitkering, lagere kosten of andere economische voordelen. Een bedrijf bestaat algemeen gezien uit inputs, processen toegepast op deze inputs en de mogelijkheid om outputs te creëren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de acquisitie ook de overname omvat van de lopende contracten inzake bevrachting, bemanning,…
De overgedragen vergoeding in de acquisitie wordt over het algemeen gemeten aan reële waarde, zowel als de identificeerbare netto verworven activa en aangegane verplichtingen. Enige goodwill dat ontstaat uit de acquisitie wordt jaarlijks getest voor een bijzondere waardevermindering. Indien het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een boekwinst uit een voordelige koop in de winst- en verliesrekening opgenomen. Transactiekosten worden onmiddellijk ten laste genomen in de resultatenrekening, tenzij de kosten verband houden met de uitgifte van aandelen of obligaties.
De overgedragen vergoeding omvat geen bedragen in verband met de afwikkeling van bestaande relaties.
De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling verantwoord binnen het eigen vermogen. In het andere geval worden wijzigingen na eerste opname in de winsten verliesrekening opgenomen.
De dochterondernemingen zijn die welke door de Groep worden gecontroleerd. Controle bestaat wanneer de onderneming is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en het vermogen heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar controle over de entiteit.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden integraal in de consolidatie opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle. Alle openstaande posten en opbrengsten en kosten, niet gerealiseerde winsten en verliezen en dividenden die het resultaat zijn van transacties tussen ondernemingen van de Groep worden volledig geëlimineerd.
Bij verlies van zeggenschap worden de activa en verplichtingen van de dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en overige met de dochteronderneming samenhangende vermogenscomponenten niet langer in de balans opgenomen. Het eventuele overschot of tekort op het verlies van zeggenschap wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Indien de Groep een belang behoudt in de voormalige dochteronderneming, wordt dat belang tegen de reële waarde verantwoord vanaf de datum dat niet langer sprake was van zeggenschap.
Een geassocieerde onderneming is een onderneming waarin de Onderneming een invloed van betekenis, doch geen controle heeft op het financiële en operationele beleid. Een invloed van betekenis wordt verondersteld wanneer de Groep tussen 20 en 50% van de stemrechten bezit.
Een joint venture is een overeenkomst waarin de Groep gezamenlijke controle heeft en waar de Groep rechten heeft op het eigen vermogen van de overeenkomst rekening houdende met de rechten van de groep in de rechten en plichten van de overeenkomst.
De geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden via de vermogensmutatiemethode opgenomen in de consolidatie en bij eerste opname gewaardeerd aan kostprijs. De kostprijs van de investering omvat transactiekosten. De investering van de Groep in de geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvat de goodwill bepaald bij aanschaf, verminderd met eventuele cumulatieve bijzondere waardever minderingen. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in het resultaat en in de bewegingen in het eigen vermogen van de geassocieerde ondernemingen en joint ventures, vanaf het moment dat deze belangrijke invloed of gezamenlijke controle ontstaat tot het moment dat deze invloed of gezamenlijke controle ophoudt.
Wanneer het aandeel van de Groep in het verlies van de geassocieerde onderneming of joint venture de investering in deze onderneming overstijgt, wordt de investering tot nul herleid, en wordt de erkenning van toekomstige verliezen gestaakt, behalve wanneer de Groep de verplichting heeft om betalingen te verrichten voor rekening van de geassocieerde onderneming of joint venture. In dit geval wordt deze verplichting eerst toegewezen aan andere elementen van de investering in de geassocieerde onderneming of joint venture (leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures). Indien de negatieve investering de totale investering overschrijdt, wordt een verplichting erkend voor het netto bedrag. Niet-gerealiseerde winsten uit hoofde van transacties met investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode worden geëlimineerd naar rato van het belang dat de Groep in de geassocieerde onderneming of joint venture heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar slechts voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.
In de individuele ondernemingen worden de transacties in vreemde valuta omgerekend tegen de geldende wisselkoers op transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta op balansdatum worden omgezet naar USD tegen de wisselkoers op balansdatum. De niet-monetaire activa en passiva gewaardeerd aan historische kost worden omgerekend naar USD aan de koers van de initiële transactie. Niet-monetaire activa en passiva gewaardeerd tegen reële waarde worden omgerekend naar USD tegen de koers op moment ter bepaling van de reële waarde. Wisselkoerswinsten en –verliezen worden in de resultatenrekening geboekt, behalve voor de kasstroomafdekkingen (voor zover deze afdekkingen effectief zijn), welke in het eigen vermogen worden erkend.
Activa en passiva van activiteiten in vreemde munt, met inbegrip van goodwill en reële waardeaanpassingen bij aanschaffing, worden omgerekend naar USD tegen de slotkoers op de balansdatum. Opbrengsten en kosten worden omgerekend in USD aan de transactiekoers (de gemiddelde wisselkoers van de betreffende periode wordt gehanteerd op voorwaarde dat deze koers niet te veel afwijkt van de transactiekoers). De wisselkoersverschillen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek "omrekeningsverschillen" in het eigen vermogen. Het bedrag dat toewijsbaar is aan minderheidsbelangen wordt opgenomen als deel van de minderheidsbelangen. Indien een buitenlandse activiteit wordt verkocht in die zin dat de Groep de zeggenschap, invloed van betekenis dan wel gezamenlijke zeggenschap verliest, wordt het in verband met deze buitenlandse activiteit cumulatief opgebouwde bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening als onderdeel van de winst of het verlies bij de verkoop. Indien de Groep slechts een deel van het belang in een dochter die een buitenlandse activiteit omvat verkoopt terwijl de Groep wel zeggenschap houdt, wordt het betreffende evenredige aandeel in het cumulatieve bedrag toegerekend aan minderheidsbelangen. Indien de Groep slechts een deel van het belang in een geassocieerde deelneming of joint venture die een buitenlandse activiteit omvat verkoopt terwijl de Groep wel invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap houdt, wordt het betreffende evenredige aandeel in het cumulatieve bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Leningen en vorderingen en waarborgen worden initieel erkend op het moment van ontstaan. Alle andere financiële activa worden erkend op transactiedatum. De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op wanneer het recht op de kasinstroom van dit actief vervalt of verkocht wordt in een transactie waarbij alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom van het actief overgegaan zijn naar de koper, of wanneer ze niet alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van het actief verkoopt noch behoudt en controle verliest over het getransfereerde actief. Elke resterend belang in dergelijke getransfereerde financiële activa dat gecreëerd of aangehouden wordt door de Groep wordt als afzonderlijk actief of passiva geboekt.
Financiële activa en passiva worden gecompenseerd enkel en alleen wanneer de Groep een wettelijk recht heeft om de bedragen te compenseren en van plan is om de financiële activa en passiva op een netto basis af te wikkelen.
Een financieel actief wordt geclassificeerd als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverandering in de resultatenrekening als het wordt aangehouden voor verkoop of aangemerkt als dusdanig bij eerste opname. Bij een eerste opname worden de bijhorende transactiekosten opgenomen in de resultatenrekening. Financiële vaste activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening worden gewaardeerd tegen reële waarde en wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.
Wanneer de Groep de intentie en de mogelijkheid heeft om beleggingen aan te houden tot aan de vervaldag dan worden deze beleggingen beschouwd als tot einde looptijd aangehouden beleggingen. Tot einde looptijd aangehouden financiële activa worden initieel erkend aan reële waarde, verhoogd met direct toewijsbare aankoopkosten. Na eerste opname worden de tot einde looptijd aangehouden beleggingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met waardeverminderingen.
Leningen en vorderingen zijn financiële activa met vaststaande of bepaalbare betalingen welke niet op een actieve markt genoteerd zijn. Deze financiële activa worden initieel erkend aan reële waarde (in principe de transactieprijs), vermeerderd met direct toewijsbare transactiekosten. Na eerste opname worden de leningen en vorderingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met waardeverminderingen.
Kas en kasequivalenten omvatten de beschikbare kas in contanten en de opvraagbare deposito's. Voorschotten in rekening-courant die op verzoek onmiddellijk opeisbaar zijn en integraal deel uitmaken van het kasstroombeheer van de Groep worden opgenomen als een component van de kas en kasequivalenten voor het kasstroomoverzicht.
Voor verkoop beschikbare beleggingen omvatten eigenvermogeninstrumenten welke niet voor verkoop worden aangehouden en niet worden aangehouden tot einde looptijd. Voor verkoop beschikbare beleggingen worden initieel opgenomen aan aanschaffingswaarde, verhoogd met direct toewijsbare transactiekosten, en nadien gewaardeerd aan reële waarde. Wijzigingen in reële waarde, andere dan waardeverminderingen, worden opgenomen in het eigen vermogen en gepresenteerd onder de reële waarde reserve. Bij verkoop ervan wordt de gecumuleerde winst of verlies uit het eigen vermogen naar de winsten verliesrekening geboekt. Eens een eigenvermogensinstrument werd afgewaardeerd (waardevermindering), worden alle toekomstige resultaten erkend in het overzicht van gerealiseerde resultaten, tot wanneer het actief wordt verkocht.
Niet-afgeleide financiële verplichtingen
Bankschulden, obligatieleningen, doorlopende en andere kredietfaciliteiten worden initieel erkend op het moment van ontstaan. Alle andere financiële verplichtingen worden initieel erkend op transactiedatum wanneer de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. De financiële verplichting wordt van de balans verwijderd wanneer de contractuele verplichtingen worden beëindigd of vervallen. De Groep heeft de volgende niet-afgeleide financiële verplichtingen: leningen, schulden in rekening courant bij de bank en handels- en overige schulden. Deze financiële verplichtingen worden initieel erkend tegen reële waarde (in principe de transactieprijs voor handels- en overige schulden), verhoogd met direct toewijsbare transactiekosten voor de leningen. Na eerste opname worden deze financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.
Gewone aandelen maken deel uit van het eigen vermogen. Kosten verbonden aan de uitgifte van aandelen en aandelenopties worden, netto van tax effect, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Wanneer de groep eigen aandelen koopt wordt het bedrag aan aankoopprijs, vermeerderd met direct toewijsbare aankoopkosten na belasting in mindering gebracht van het eigen vermogen. Bij de verkoop van eigen aandelen, wordt het ontvangen bedrag verwerkt als een verhoging van het eigen vermogen en het surplus of tekort op de transactie wordt opgenomen in het overgedragen resultaat.
De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten voor het beheer van haar wisselkoers- en renterisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten.
In contracten besloten derivaten worden afgescheiden van het basiscontract en afzonderlijk verwerkt op voorwaarde dat er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en het in het contract besloten derivaat, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van derivaat en het samengesteld instrument wordt niet verwerkt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Bij aanvang documenteert de Groep op formele wijze de relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afdekkingstransactie, inclusief de objectieven ter beheersing van het risico, de strategie met betrekking tot het aangaan van de transactie en de methodes die zullen worden gebruikt om de effectiviteit van de afdekkingsrelatie te testen. Bij aanvang én op periodieke basis maakt de Groep een inschatting van de effectiviteit van de afdekkingsinstrumenten in het afdekken van de wijzigingen in reële waarden of kasstromen van de afdekkingstransactie en dit tijdens de periode dat de afdekking is vastgesteld. De afdekkingsinstrumenten worden geacht effectief te zijn indien deze afdekking tussen de 80 en 125% bedraagt.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd aan reële waarde. Transactiekosten worden in de winst- en verliesrekeningen geboekt. Na aanvang worden de afgeleide financiële instrumenten aan reële waarde geboekt. Wijzigingen in deze "reële" waarde worden algemeen gezien in de resultatenrekening geboekt behalve:
Wanneer een afgeleid financieel instrument werd erkend als afdekkingsinstrument ter afdekking van variabiliteit in kasstromen met betrekking tot een welbepaald risico gelinkt aan erkende activa of passiva, wordt het effectieve deel van de wijziging in reële waarde in het eigen vermogen erkend als afdekkingsreserve. Het bedrag dat in het eigen vermogen werd opgenomen wordt in de resultatenrekening erkend op het moment dat de afgedekte kasstromen de resultatenrekening beïnvloeden. Het niet-effectieve deel van de wijziging in de reële waarde wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend. Wanneer niet langer voldaan wordt aan de criteria voor afdekkingstransacties of wanneer het afdekkingsinstrument wordt uitgeoefend, beëindigd, verkocht of vervalt, wordt "hedge accouting" prospectief beëindigd. Het cumulatief bedrag dat voorheen werd erkend in het eigen vermogen wordt daar behouden totdat de afdekkingstransactie de resultatenrekening beïnvloedt. Wanneer de afdekkingstransactie niet langer verwacht wordt zich voor te doen, dan wordt het geaccumuleerde bedrag in het eigen vermogen verwerkt via de verlies-en winstrekening.
Goodwill die voortvloeit uit de verwerving van dochterondernemingen wordt verantwoord onder immateriële activa.
Voor overnames op of na 1 januari 2010 bepaalt de Groep de goodwill bij acquisitie als de reële waarde van de overgedragen vergoeding, vermeerderd met het opgenomen bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij; plus indien de bedrijfscombinatie in fasen plaatsvindt, de reële waarde van het voorafgaande belang in de overgenomen partij; verminderd met het reeds erkende nettobedrag (over het algemeen de reële waarde) van de identificeerbare verworven activa en aangegane verplichtingen. Indien het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een boekwinst uit een voordelige koop in de winst- en verliesrekening opgenomen. In de overgedragen vergoeding is geen bedrag begrepen voor de afwikkeling van bestaande relaties. Een dergelijk bedrag wordt in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen. Door de Groep gemaakte kosten in verband met een bedrijfscombinatie, niet zijnde kosten in verband met de uitgifte van aandelen of obligaties, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer zij worden gemaakt. De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling verantwoord binnen het eigen vermogen. In het andere geval worden wijzigingen na eerste opname in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Voor gedane overnames tussen 1 januari 2004 en 1 januari 2010 is goodwill het positieve verschil tussen de kostprijs van de acquisitie en het belang van de Groep in het opgenomen bedrag (over het algemeen de reële waarde) van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij. Indien het verschil negatief was, werd onmiddellijk een boekwinst uit een voordelige koop in de winst- en verliesrekening opgenomen. Door de Groep gemaakte transactiekosten in verband met een bedrijfscombinatie, niet zijnde kosten in verband met de uitgifte van aandelen of obligaties, werden opgenomen als onderdeel van de kostprijs van de overname.
Na aanvang wordt goodwill gewaardeerd aan kostprijs, verminderd met eventuele waardeverminderingen. Voor wat betreft de geassocieerde ondernemingen en joint ventures, wordt de boekwaarde van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Een bijzonder waardeverminderingsverlies op een dergelijke investering wordt toegerekend aan de boekwaarde van de investering verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.
Kosten van onderzoek met betrekking tot de ontwikkeling van nieuwe technologische kennis worden in de resultatenrekening erkend wanneer zij worden gemaakt.
Er is sprake van ontwikkelingsactiviteiten wanneer een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe producten of processen voor handen is. Kosten met betrekking tot ontwikkeling worden geactiveerd enkel als de kosten op een redelijke basis kunnen worden ingeschat, het product of proces commercieel en technisch realiseerbaar is, toekomstige kasinstromen waarschijnlijk zijn en de groep de intentie heeft om de ontwikkeling te voltooien en het actief te gebruiken of te verkopen en daartoe ook de nodige middelen heeft. Geactiveerde kosten van ontwikkeling worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen.
Andere immateriële activa (o.a. software) door de Groep verworven, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen voor zover deze immateriële activa een beperkte gebruiksduur hebben. De afschrijvingen worden volgens de lineaire methode in de winst- en verliesrekening opgenomen gespreid over de geschatte gebruiksduur. Zij worden afgeschreven vanaf de datum dat ze beschikbaar zijn voor gebruik. Afschrijvingsmethodes, gebruiksduur en residuele waarden worden jaarlijks getoetst om na te gaan of ze nog gepast zijn.
Immateriële activa met een onbeperkte gebruiksduur of immateriële activa die nog niet beschikbaar zijn voor gebruik, worden jaarlijks onderworpen aan een bijzondere waardeverminderingstest.
Bijkomende kosten worden uitsluitend geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen die zijn besloten in het specifieke actief waarop de uitgaven betrekking hebben. Alle overige uitgaven worden verwerkt in de resultatenrekening wanneer zij zich voordoen
Materiële vaste activa worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen. De aanschaffingswaarde omvat de uitgaven die direct verbonden zijn aan de aankoop van de betreffende activa. De aanschaffingswaarde voor zelf vervaardigde activa omvat de kostprijs van materialen, de rechtstreekse loonkost, andere kosten, direct toewijsbaar aan het gebruiksklaar maken van het activa en financieringskosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving van de activa.
Bijkomende kosten met betrekking tot de materiële vaste activa worden enkel geactiveerd wanneer deze kosten resulteren in een toekomstig rendement en de kosten op een redelijke basis kunnen bepaald worden. Wanneer een onderdeel van materiële vaste activa wordt vervangen, wordt de vervangingskost geactiveerd en de netto boekwaarde van het vervangen deel uitgeboekt. Kosten met betrekking tot de dagdagelijkse werking van materiële vaste activa worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt.
Wanneer delen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, worden ze als afzonderlijke delen erkend binnen het materiële vaste actief.
De afschrijvingen worden berekend op het afschrijfbaar bedrag, zijnde de kostprijs van het actief, verminderd met de residuele waarde.
Schepen of platformen in aanbouw worden apart geclassificeerd in de geconsolideerde balans onder schepen in aanbouw. Deze schepen in aanbouw worden niet afgeschreven, de afschrijvingen starten op het moment dat de schepen geleverd worden. Vanaf het moment van levering, worden de schepen niet langer opgenomen als schepen in aanbouw. Het ondernemingsmodel van de Groep is erop gericht om activa te verhuren of zelf te exploiteren.
Schepen worden lineair afgeschreven in overeenstemming met hun geschatte gebruiksduur binnen de Groep tot hun residuele waarde. De residuele waarde bedraagt USD 0 voor alle schepen en platformen.
| Gasschepen LPG; | 30 jaar |
|---|---|
| Gasschepen LNG; | 35 jaar |
| Accommodatie platform 2e hands; | 10-12 jaar |
| Accommodatieplatform nieuwbouw: - romp, machines & dek uitrusting - accommodatie |
20 jaar 10 jaar |
Droogdokkosten worden geactiveerd wanneer ze worden uitgevoerd en afgeschreven over de periode tot het volgende droogdok.
De overige materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van het actief. Terreinen worden niet afgeschreven.
De geschatte afschrijvingspercentages van de verschillende types activa zijn als volgt:
| Gebouwen | 3% |
|---|---|
| Onroerende leasing | 3% |
| Machines en uitrusting | 20% |
| Meubilair | 10% |
| Auto's | 20% |
| Vliegtuig | 10% |
| Informaticamaterieel | 33% |
De afschrijvingsmethode, residuele waarde en gebruiksduur worden bij iedere jaarafsluiting opnieuw bekeken en aangepast indien nodig.
Leasingovereenkomsten waarbij de Groep vrijwel alle risico's en voordelen verbonden aan het eigendomsrecht van de betrokken activa op zich neemt, worden beschouwd als financiële leasing. De activa, verworven onder de vorm van financiële leasing, worden opgenomen voor een bedrag gelijk aan het laagste van de reële waarde en de actuele waarde van de minimale lease betalingen bij de aanvang van de leasingovereenkomst, nadien verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en de bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingsperiode stemt overeen met de geschatte gebruiksduur of met de looptijd van de leasingovereenkomst. Indien het niet zeker is dat de eigendom op het einde van het contract overgaat, dan wordt het actief volledig afgeschreven over de kortste termijn van geschatte gebruiksduur of looptijd van de leasingovereenkomst.
Vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen historische kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. De afschrijvingen worden volgens de lineaire methode in winst- en verliesrekening gespreid over de geschatte gebruiksduur van de vastgoedbeleggingen.
Voor deze activa wordt op balansdatum beoordeeld of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingsverliezen. Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van deze activa worden door de Groep zowel op het niveau van individuele activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Bijzondere waardeverminderingen zullen opgenomen worden voor een financieel actief indien objectieve criteria aantonen dat er een negatief element van toepassing is na de initiële erkenning van het actief op de balans en dit element een negatieve invloed heeft op toekomstige kasstromen van het actief die op redelijke wijze kunnen worden ingeschat.
Indien de Groep van oordeel is dat er geen realistische vooruitzichten zijn op het realiseren van het actief, worden de betreffende bedragen afgewaardeerd. Bij de beoordeling van de waardevermindering gebruikt de Groep historische trends met betrekking tot het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het actief. Verliezen worden verwerkt in de winst- en verliesrekening en worden tot uitdrukking gebracht in een voorzieningsrekening. Als het bedrag van het bijzondere waardeverminderingsverlies afneemt en deze afname objectief kan worden gerelateerd aan een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden na de verwerking van het bijzondere waardeverminderingsverlies, dan wordt het eerder verwerkte bijzondere waardeverminderingsverlies teruggenomen via de winst-en verliesrekening.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen op voor verkoop beschikbare financiële activa worden opgenomen door overboeking van het geaccumuleerde verlies in de reële-waardereserve naar de winst- en verliesrekening. Een bijzondere waardevermindering wordt erkend in de verlies-en winstrekening wanneer er objectieve aanwijzingen zijn van waarderverlies als gevolg van één of meerdere gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan na initiële erkenning. Het overgeboekte bedrag is het verschil tussen de verkrijgingsprijs, onder aftrek van eventuele aflossingen van de hoofdsom en amortisaties, en de huidige reële waarde verminderd met een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies dat eerder is verwerkt in de winst- en verliesrekening. Als in een latere periode een stijging plaatsvindt van de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar schuldinstrument dat eerder een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de verwerking van het bijzondere waardeverminderingsverlies in de winst of het verlies, wordt het bijzondere waardeverminderingsverlies teruggenomen via de winst of het verlies. Zo niet, dan wordt het bedrag uit hoofde van het herstel teruggenomen via niet-gerealiseerde resultaten.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen op deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode worden in overeenstemming met IAS 39 bepaald door vergelijking van de realiseerbare waarde van de deelneming met zijn boekwaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt verwerkt in de winst of het verlies en wordt teruggenomen in geval van een positieve verandering in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde.
De boekwaarden van niet financiële activa, uitgezonderd uitgestelde belastingvorderingen, worden op iedere balansdatum getoetst om na te gaan of er aanwijzingen zijn dat zij mogelijk een bijzondere waarde vermindering hebben ondergaan. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief.
Voor goodwill, activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt op iedere balansdatum de realiseerbare waarde geschat.
De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de gebruikswaarde en de reële waarde verminderd met verkoopkosten. Om de gebruikswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tot hun huidige waarde met behulp van een disconteringsvoet voor belastingen die zowel de actuele marktbeoordeling van de tijdwaarde van geld en de risico's inherent aan het actief weergeeft. In het kader van deze analyse worden activa, die niet op individuele basis getoetst kunnen worden, toegewezen aan de kleinste groep van activa die kasstromen genereren van voortdurend gebruik die grotendeels onafhankelijk zijn van de kasstromen van andere activa of groep van activa ("de kasstroom genererende eenheid").
De goodwill ten gevolge van de aankoop van een dochteronderneming of joint venture wordt, met het oog op het testen voor waardeverminderingen, toegewezen aan de kasstroom genererende eenheid die het meeste voordeel heeft van de aankoop van de onderneming.
Er wordt een bijzondere waardevermindering opgenomen wanneer de boekwaarde van een actief of de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening opgenomen.
Waardeverminderingen erkend met betrekking tot kasstroom genererende eenheden worden eerst toegerekend aan de boekwaarde van de goodwill en daarna aan de andere activa van de eenheid op een pro rata basis.
Met betrekking tot goodwill worden bijzondere waardeverminderingsverliezen niet teruggenomen. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies teruggenomen indien er zich een wijziging heeft voorgedaan in de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde waaruit blijkt dat het verlies verminderd is of niet meer bestaat. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voorzover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde die bekomen zou zijn, na afschrijvingen, indien geen bijzonder waardeverminderingsverlies zou zijn geboekt.
Vaste activa of een groep van vaste activa die worden afgestoten worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop indien de boekwaarde hoofdzakelijk door een verkooptransactie zal worden gerealiseerd en niet door het voortgezette gebruik ervan.
Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, wordt de waardering van het actief herzien op basis van de waarderingsregels van de Groep. Nadien worden de activa gewaardeerd tegen het laagste van de boekwaarde en de reële waarde van het activa, verminderd met verkoopkosten.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies op een groep af te stoten activa en verplichtingen wordt in eerste instantie toegerekend aan goodwill en vervolgens naar rato aan de resterende activa en verplichtingen, met dien verstande dat geen bijzonder waardeverminderingsverlies wordt toegerekend aan activa die niet in de scope zijn van IFRS 5 (dewelke blijven gewaardeerd worden op basis van de overige waarderingsregels van de Groep).
Immateriële activa, materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen worden vervolgens niet langer afgeschreven. Verder wordt ook de vermogensmutatie niet langer toegepast na herklassificatie voor geassocieerde deelnemingen en joint ventures.
Verplichtingen met betrekking tot toegezegde bijdrageregelingen worden geboekt als een kost in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.
De netto verplichting van de Groep uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen wordt voor iedere regeling afzonderlijk berekend door een schatting te maken van de pensioen aanspraken die werknemers hebben opgebouwd in de verslagperiode en voorgaande perioden, waarbij dat bedrag contant wordt gemaakt en verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De berekening van toegezegde pensioenverplichtingen wordt jaarlijks uitgevoerd door een gekwalificeerde actuaris volgens de 'projected unit credit'-methode. Wanneer de berekening resulteert in een positief saldo voor de Groep, wordt de opname van het actief beperkt tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan de contante waarde van economische voordelen in de vorm van eventuele toekomstige terugstortingen door het fonds of lagere toekomstige pensioenpremies. Bij de berekening van de contante waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsverplichtingen die van toepassing zijn op de afzonderlijke regelingen van de Groep.
Herwaarderingen van de netto-toegezegde pensioenverplichting, die bestaan uit actuariële winsten en verliezen, het rendement op fondsbeleggingen (exclusief rente) en het effect van het actiefplafond (indien aanwezig, exclusief rente), worden direct verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten. De Groep bepaalt de netto rentelast (-bate) op de netto-toegezegde pensioenverplichting (het actief) over de verslagperiode door de disconteringsvoet die is gebruikt voor het bepalen van de toegezegde pensioenverplichting aan het begin van de het jaar, toe te passen op de toenmalige netto-toegezegde pensioenverplichting (actief), rekening houdend met eventuele wijzigingen in de netto toegezegde pensioenverplichting (actief) gedurende de periode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. Nettorentelasten en overige lasten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen worden verwerkt in het resultaat.
De Groep verantwoordt winsten of verliezen op de inperking of afwikkeling van een toegezegde-pensioenregeling op het moment dat de inperking of afwikkeling plaatsvindt. De winst of het verlies op inperking of afwikkeling omvat eventuele hieruit voortvloeiende wijzigingen in de reële waarde van de fondsbeleggingen en wijzigingen in de contante waarde van de verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten en pensioenkosten van verstreken diensttijd die nog niet eerder waren opgenomen.
Belgische toegezegde bijdrageregelingen met gewaarborgd rendement Belgische toegezegde bijdrageregelingen vallen onder toepassingsgebied van de Wet van 28 april 2003 op de aanvullende pensioenen, kort WAP genoemd. Volgens artikel 24 van deze wet is de werkgever verplicht een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever te garanderen. Artikel 24 van de WAP verplicht de werkgever om op datum van de beëindiging van het plan de bijdragen gekapitaliseerd aan voornoemde vooropgestelde rendementen te garanderen en dit voor stortingen tot en met 31/12/2015. Vanaf januari 2016 dient de werkgever een gemiddeld minimum rendement van 1,75% te garanderen op zowel werknemersbijdragen als werkgeversbijdragen (zoals gewijzigd door de Wet van 18 december 2015). Deze minimum rendementsgarantie overtreft over het algemeen het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeringsmaatschappij. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen, worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de definitie van toegezegde bijdragenregeling zoals opgenomen in IFRS en worden ze als een te bereiken doel plan geclassificeerd. Een actuariële berekening in overeenstemming met IAS 19 gebaseerd op de 'projected unit credit (PUC)'-methode wordt uitgevoerd in dit verband.
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een last als de Groep zich op basis van een gedetailleerd formeel plan aantoonbaar heeft verbonden tot de beëindiging van het dienstverband van een werknemer of een groep werknemers vóór de gebruikelijke pensioendatum, zonder realistische mogelijkheid tot intrekking van dat plan. Dit is tevens het geval als de Groep ontslagvergoedingen aanbiedt en zo (een groep) werknemers stimuleert vrijwillig te vertrekken. Ontslagvergoedingen voor vrijwillig ontslag worden opgenomen als een last als de Groep een aanbod heeft gedaan tot vrijwillig ontslag, als het waarschijnlijk is dat dit aanbod zal worden aangenomen en als het aantal werknemers dat van het aanbod gebruik zal maken betrouwbaar kan worden bepaald. Als ontslagvergoedingen meer dan twaalf maanden na afloop van de verslagdatum betaalbaar zijn, dan worden deze gedisconteerd tot hun contante waarde.
Korte termijn personeelsbeloningen worden zonder verdiscontering gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting verantwoord voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kortetermijnbonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
De reële waarde op toekenningsdatum van in eigen vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties aan personeelsleden wordt opgenomen als een personeelslast, met een overeenkomstige verhoging van het eigen vermogen, verdeeld over de periode waarin de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de opties. Het als last op te nemen bedrag wordt aangepast voor het aantal opties waarvoor naar verwachting zal worden voldaan aan de betreffende dienstverleningsvoorwaarden en niet-markt gerelateerde voorwaarden van onvoorwaardelijk worden, zodanig dat het uiteindelijk als last opgenomen bedrag gebaseerd is op het aantal opties waarvoor op de datum waarop de toekenning onvoorwaardelijk wordt daadwerkelijk is voldaan aan de betreffende voorwaarden.
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een verplichting heeft (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, en wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is. Indien het effect belangrijk is, worden voorzieningen aangelegd door de toekomstige verwachte kasstromen te verdisconteren aan een rentevoet voor belastingen die zowel de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld weerspiegelt als, waar nodig, de specifieke risico's verbonden aan de verplichting.
Herstructureringsvoorzieningen worden aangelegd wanneer de Groep een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd, en wanneer de herstructurering ofwel reeds is aangevat ofwel publiekelijk bekend is gemaakt. Er wordt geen voorziening aangelegd voor toekomstige exploitatiekosten.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt geboekt wanneer het voordeel dat de Groep uit een contract verwacht te halen lager is dan de onvermijdelijke kosten die verbonden zijn aan de naleving van het contract. De provisie wordt gewaardeerd aan de huidige waarde van het laagste van de verwachte kost om het contract te verbreken en van de verwachte kost om het contract verder te zetten. Voordat een voorziening wordt getroffen, verwerkt de Groep eerst een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies op de activa die gerelateerd zijn aan het contract.
De Groep en of haar joint ventures verwerven inkomsten van bevrachters als gevolg van het gebruik van haar activa. Deze activa worden bevracht als gevolg van reis/ spot contracten, tijdsbevrachtingscontracten of "bareboat" contracten. Voor reis/spot charters wordt een contract afgesloten in de spotmarkt voor het gebruik van een actief voor een specifieke reis tegen een contractueel afgesproken tarief per getransporteerde metrieke ton. Voor tijdbevrachtings charters of "bareboat" charters wordt een overeenkomst aangegaan voor het gebruik van een actief voor een specifieke termijn tegen een contractueel overeengekomen maandelijks of dagelijks tarief. Opbrengsten worden erkend op een lineaire basis over de looptijd van elke reis, tijdbevrachtings of "bareboat" charter.
Opbrengsten uit de verkoop van activa worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van eigendom werden overgedragen aan de koper, de opbrengsten naar alle waarschijnlijkheid geïnd zullen worden, de bijhorende kosten op redelijke wijze geschat kunnen worden, er geen blijvende betrokkenheid is van het management en het bedrag aan inkomsten redelijk kan ingeschat worden. Het tijdstip van de overdracht van de risico's en voordelen van de eigendom kan verschillen afhankelijk van de individuele voorwaarden in de verkoopsovereenkomst.
Opbrengsten van de levering van diensten worden in de resultatenrekening opgenomen in overeenstemming met het stadium van voltooiing van de transactie op balansdatum.
Er worden geen opbrengsten geboekt wanneer er belangrijke onzekerheden bestaan met betrekking tot de ontvangst van de overeengekomen vergoeding en gerelateerde transactiekosten.
Commissies: wanneer de Groep bij een transactie als tussenpersoon (agent) optreedt in plaats van als hoofdpartij, zijn de verwerkte opbrengsten het nettobedrag van de commissies waarop de Groep recht heeft.
Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen worden op lineaire basis, gespreid over de huurperiode, in resultaat genomen.
Bij de start van een overeenkomst bepaalt de Groep of de overeenkomst een leasingcontract is of omvat.
Bij de start of bij herbeoordeling van een overeenkomst dewelke een leasingcontract omvat, scheidt de Groep de betalingen en andere verplichte vergoedingen onder de overeenkomst in deze dewelke onder de leasingovereenkomst vallen en deze dewelke onder andere elementen vallen en dit op basis van hun relatieve reële waarde. Wanneer de Groep beoordeelt dat het voor een financiële leasingovereenkomst onmogelijk is om deze betalingen betrouwbaar te scheiden, dan wordt er een actief en een schuld erkend gebaseerd op de reële waarde van het onderliggend actief. Nadien wordt de schuld verminderd naar aanleiding van uitgevoerde betalingen en een financieringskost op de uitstaande betalingsverplichting wordt erkend.
Geleasede activa waar substantieel alle risico's en voordelen van eigendom getransfereerd worden naar de Groep, worden geclassificeerd als financiële lease. De geleasede activa worden initieel gewaardeerd aan het laagste van de reële waarde en de huidige waarde van de minimale lease betalingen. Volgend op de initiële waardering, worden de geleasede activa gewaardeerd volgens de waarderingsregels van toepassing op dat actief.
Activa aangehouden onder andere leasingovereenkomsten worden gepresenteerd als operationele lease en worden niet erkend in de balans.
Betalingen met betrekking tot de operationele leasingovereenkomsten worden in de resultatenrekening opgenomen op lineaire basis, gespreid over de loopduur van de leasingovereenkomst.
De minimale leasebetalingen uit hoofde van een financiële lease uitgevoerd door de leasingnemer, worden deels als financieringskosten opgenomen en deels als aflossing van de uitstaande verplichting. De financieringskosten worden zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo van de verplichting. De Groep heeft geen financiële leasingovereenkomsten waarbij zij zelf optreedt als leasinggever.
Voorwaardelijke betalingen met betrekking tot leasingovereenkomsten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening behoudens wanneer ze betrekking hebben op toekomstige voordelen. In dit geval worden de minimale lease betalingen aangepast over de resterende duurtijd van de leasingovereenkomst op moment dat de aanpassing van de leasingovereenkomst vaststaat.
Overheidssubsidies worden, zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden, bij eerste opname in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten en gewaardeerd tegen reële waarde en worden na eerste opname systematisch in de winst- en verliesrekening verantwoord als overige bedrijfsopbrengsten gedurende de gebruiksduur van het actief. Subsidies ter compensatie van door de Groep gemaakte kosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de kosten erkend worden.
Financiële opbrengsten omvatten ontvangen intresten, dividenden, wisselkoersopbrengsten, opbrengsten uit de verkoop van voor verkoop beschikbare beleggingen en opbrengsten uit de wijziging van de reële waarde van financiële instrumenten. Intresten worden pro rata temporis in de winst- en verliesrekening opgenomen rekening houdend met de effectieve opbrengstvoet. Dividenden worden geboekt op het moment waarop ze worden toegekend.
De financiële kosten omvatten intresten op leningen, wisselkoersverliezen, verliezen uit de wijziging van de reële waarde van financiële instrumenten die opgenomen worden in de resultatenrekening, bijzondere waardeverminderingsverliezen op financiële activa en verliezen op afdekkingsverrichtingen die opgenomen worden in de resultatenrekening. Alle kosten met betrekking tot rentedragende leningen, met uitzondering van de financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het aankopen of gebruiksklaar maken van activa, worden in de resultatenrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.
Wisselkoerswinsten en wisselkoersverliezen worden netto gepresenteerd per munt als zijnde financiële opbrengsten of financiële kosten.
De belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare en latente belastingen. Ze worden opgenomen in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze gerelateerd zijn aan een bedrijfscombinatie of wanneer deze betrekking hebben op bestanddelen die rechtstreeks in het eigen vermogen of in het overzicht van niet gerealiseerde resultaten worden geboekt.
De verschuldigde en verrekenbare belastingen zijn de belastingen verschuldigd op de belastbare winst van het boekjaar, berekend volgens de belastingtarieven die gelden op datum van afsluiting van het boekjaar, en voorts ook de aanpassingen die betrekking hebben op de voorgaande boekjaren. Actuele belastingvorderingen en -verplichtingen worden uitsluitend gesaldeerd als aan bepaalde criteria wordt voldaan.
De latente belastingen worden berekend op alle tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij afloop van de tijdelijke verschillen, op basis van belastingtarieven die op balansdatum zijn vastgesteld. De volgende tijdelijke verschillen worden niet voorzien: de initiële erkenning van goodwill, de initiële erkenning van activa of passiva in een transactie dat geen bedrijfscombinatie is en die geen invloed heeft op zowel boekhoudkundige winst als fiscale winst en verschillen met betrekking tot investeringen in deelnemingen, geassocieerde ondernemingen en joint ventures voor zover dat de Groep in staat is het tijdstip van de omdraaiing te beïnvloeden en het waarschijnlijk is dat deze zich niet zullen omkeren in de voorzienbare toekomst.
Actieve belastinglatenties worden enkel geboekt indien het voldoende zeker is dat het belastingkrediet en de niet gebruikte fiscale verliezen in de toekomst met belastbare winsten verrekend kunnen worden.
Actieve belastinglatenties worden verminderd zodra het niet langer waarschijnlijk is dat dit belastingvoordeel zich zal realiseren. Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen worden op iedere verslagdatum opnieuw beoordeeld en worden opgenomen zodra het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zijn, waartegen ze kunnen worden gebruikt. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden uitsluitend gesaldeerd als aan bepaalde criteria wordt voldaan.
In overeenstemming met IAS 12 wordt "tonnage tax" niet als inkomstenbelasting maar als overige kost opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Een segment is een onderdeel van de Groep met betrekking tot een operationele activiteit die inkomsten genereert en uitgaven maakt, met inbegrip van inkomsten en uitgaven afkomstig van transacties met andere segmenten van de Groep. Het operationele resultaat van de segmenten wordt op een regelmatige basis door de bedrijfsleiding bekeken om zo beslissingen te nemen met betrekking tot de allocatie van middelen en om de prestaties van een segment te beoordelen.
Het resultaat van een segment omvat alle opbrengsten en kosten die rechtstreeks door dit segment worden gegenereerd, inclusief het deel van de te alloceren opbrengsten en kosten die redelijkerwijs aan het segment kan worden toegewezen. De activa en passiva van een segment omvatten als minimum de activa en passiva dewelke periodiek gerapporteerd worden aan de "Chief operating decision maker", zijnde de CEO van de Groep en de overige leden van het directiecomité.
De investeringen van het segment omvatten de aankoopkost van materiële en immateriële vaste activa, met uitzondering van goodwill, voor de periode.
De Groep presenteert gewone en verwaterde winst per aandeel voor de gewone aandelen. De gewone winst per aandeel wordt bekomen door het resultaat toewijsbaar aan de gewone aandeelhouders te verdelen over het gewogen gemiddeld aantal aandelen over de periode, aangepast voor het gewogen gemiddelde aantal eigen aandelen. Verwaterde winst per aandeel wordt berekend door het resultaat toewijsbaar aan de gewone aandeelhouders en het gewogen gemiddeld aantal aandelen aan te passen met het effect van alle mogelijke verwateringen van de gewone aandelen zoals aandelenopties toegekend aan personeelsleden.
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de onderneming van de Groep, waarvan de activiteiten en kasstromen duidelijk te onderscheiden zijn van de rest van de Groep, en die een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt; deel uitmaakt van één gecoördineerd plan om een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch gebied af te stoten; of een dochteronderneming is die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De classificatie naar beëindigde bedrijfsactiviteiten vindt plaats bij verkoop of wanneer het onderdeel aan de criteria voldoet om aangehouden te worden voor verkoop. Wanneer een bedrijfsactiviteit geclassificeerd wordt als aangehouden voor verkoop, wordt de presentatie van de vergelijkende cijfers aangepast.
De onderneming blijft haar activiteiten beheren gebaseerd op de interne management rapportering volgens de proportionele consolidatie methode. De reconciliatie van de segmentrapportering met de geconsolideerde balans en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten wordt weergegeven onder toelichting 3. Alle verschillen hebben betrekking op de toepassing van IFRS 11 gezamenlijke overeenkomsten, er zijn geen andere verschillen van toepassing.
De Groep heeft 4 rapporteringssegmenten. Deze segmenten weerspiegelen het niveau waarop de CEO en het directiecomité naar het bedrijf kijken en beslissingen nemen over de verdeling van middelen en andere operationele zaken. Deze segmenten leveren verschillende diensten en producten en worden afzonderlijk geleid. Het LPG segment omvat het vervoer van vloeibaar petroleumgas, ammoniak, en andere petrochemische gassen via de Midsize vloot, de VLGC schepen en tankers met druktanks. De LPG vloot wordt gerapporteerd als één segment rekening houdende met de gelijkaardige karakteristieken van de vloot ( bvb aard van de producten,...). Het vervoer van LNG (vloeibaar aardgas) en LNG Infrastructuur activiteiten behoren tot het LNG segment. De activiteiten in de offshore industrie omvatten de levering van diensten en uitrusting en worden ingedeeld in het Offshore segment. Het segment Diensten omvat gespecialiseerde ondersteunende dienstverlening zoals technisch beheer en bemanning van schepen en een reisbureau. De structuur van de Groep en het management is niet gebaseerd op geografische segmenten aangezien de vloot van de onderneming vaart tussen verschillende geografische segmenten.
De intra-segment opbrengsten hebben voornamelijk betrekking op verleende diensten met betrekking tot management activiteiten en bemanning van schepen.
De belangrijkste LNG klant Excelerate Energy Llc vertegenwoordigt 98% (89% in 2016) van de LNG inkomsten en 29% (29% in 2016) van de geconsolideerde inkomsten in 2017. De belangrijkste LPG klant Statoil vertegenwoordigt 24% (22% in 2016) van de LPG inkomsten en 10% (9% in 2016) van de totale geconsolideerde inkomsten in 2017.
| LPG | LNG | Offshore | Ondersteunde diensten |
Eliminaties | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN | ||||||
| Externe opbrengsten | 95.742 | 68.008 | 32.354 | 30.391 | 0 | 226.495 |
| Intra-segment opbrengsten | 1.245 | 0 | 828 | 15.857 | -17.930 | 0 |
| Totale opbrengsten | 96.987 | 68.008 | 33.182 | 46.248 | -17.930 | 226.495 |
| Externe opbrengsten uit verhuur van vastgoed | 0 | 0 | 0 | 1.125 | 0 | 1.125 |
| Intra-segment opbrengsten uit verhuur van vastgoed | 0 | 0 | 0 | 153 | -153 | 0 |
| Totale opbrengsten uit verhuur van vastgoed | 0 | 0 | 0 | 1.278 | -153 | 1.125 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 652 | 70.021 | 1.576 | 26.783 | 0 | 99.032 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 1.285 | 0 | 45 | 694 | 0 | 2.024 |
| Overige bedrijfsopbrengsten intra-segment | 0 | 0 | 0 | 456 | -456 | 0 |
| Totale overige bedrijfsopbrengsten | 1.285 | 0 | 45 | 1.150 | -456 | 2.024 |
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 98.924 | 138.029 | 34.803 | 75.459 | -18.539 | 328.676 |
| BEDRIJFSRESULTAAT VOOR AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN (EBITDA) |
31.813 | 87.556 | -5.655 | 27.679 | 141.393 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -27.174 | -40.005 | -2.030 | -2.144 | -71.353 | |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 4.639 | 47.551 | -7.685 | 25.535 | 0 | 70.040 |
| Intrestopbrengsten/kosten (netto) | -18.490 | -19.616 | -139 | 7.863 | -30.382 | |
| Andere financiële opbrengsten/kosten (netto) | -1.390 | -2.936 | -403 | -5.458 | -10.187 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en | ||||||
| joint ventures, na belastingen | 0 | 0 | 550 | -474 | 76 | |
| Belastingen op het resultaat | -8 | -20 | -21 | -1.546 | -1.595 | |
| SEGMENT RESULTAAT VOOR DE PERIODE | -15.249 | 24.979 | -7.698 | 25.920 | 0 | 27.952 |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 27.952 | |||||
| Minderheidsbelang | -79 | |||||
| AANDEELHOUDERS VAN DE VENNOOTSCHAP | 28.031 |
| LPG | LNG | Offshore | Ondersteunde diensten |
Eliminaties | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| BALANS | ||||||
| ACTIVA | ||||||
| Schepen | 427.582 | 494.550 | 10.966 | 0 | 933.098 | |
| Overige materiële vaste activa | 249 | 1 | 502 | 1.447 | 2.199 | |
| Immateriële activa | 0 | 0 | 535 | 406 | 941 | |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 9.353 | 9.353 | |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 0 | 3.806 | 0 | 3.806 | |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 0 | 8.625 | 0 | 8.625 | |
| Afgeleide financiële instrumenten (lange termijn) | 2.232 | 296 | 0 | 0 | 2.528 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 0 | 61.649 | 0 | 0 | 61.649 | |
| Afgeleide financiële instrumenten (korte termijn) | 0 | 0 | 0 | 1.065 | 1.065 | |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 164 | 68.942 | 1.863 | 0 | 70.969 | |
| Kas en kasequivalenten | 26.383 | 8.840 | 5.952 | 6.554 | 47.729 | |
| TOTAAL SEGMENT ACTIVA | 456.610 | 634.278 | 32.249 | 18.825 | 0 | 1.141.962 |
| Niet toegewezen overige materiële vaste activa | 337 | |||||
| Niet toegewezen investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures |
5.012 | |||||
| Niet toegewezen voor verkoop beschikbare beleggingen | 4.577 | |||||
| Niet toegewezen handels- en overige vorderingen | 65.150 | |||||
| Niet toegewezen kas en kasequivalenten | 27.141 | |||||
| Niet toegewezen overige activa | 664 | |||||
| TOTALE ACTIVA | 1.244.843 | |||||
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Rentedragende leningen lange termijn | 254.714 | 200.861 | 1.000 | 135.851 | 592.426 | |
| Schulden aangehouden voor verkoop | 0 | 48.544 | 0 | 0 | 48.544 | |
| Rentedragende leningen korte termijn | 36.870 | 18.541 | 2.000 | 880 | 58.291 | |
| Afgeleide financiële instrumenten lange termijn | 0 | 0 | 21 | 0 | 21 | |
| TOTAAL SEGMENT VERPLICHTINGEN | 291.584 | 267.946 | 3.021 | 136.731 | 0 | 699.282 |
| Niet toegewezen eigen vermogen | 477.542 | |||||
| Niet toegewezen handels- en overige schulden | 59.624 | |||||
| Niet toegewezen overige verplichtingen | 8.395 | |||||
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.244.843 | |||||
| KASSTROOMOVERZICHT | ||||||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteit | 10.013 | -4.112 | -25.348 | 31.217 | 11.770 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteit | -40.554 | 59.008 | 7.530 | 9.380 | 35.364 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteit | 16.044 | -159.337 | -1.942 | -11.056 | -156.291 | |
| Dividenduitkering/ontvangen dividend | 0 | |||||
| Wisselkoersfluctuatie | 1.491 | |||||
| TOTALE KASSTROOM | -14.497 | -104.441 | -19.760 | 29.541 | 0 | -107.666 |
| BIJKOMENDE INFORMATIE | ||||||
| Investeringen | -50.058 | -285.407 | 0 | -250 | -335.715 | |
| Inkomsten uit verkoop | 9.504 | 23.153 | 1.572 | 182 | 34.411 |
| LPG | LNG | Offshore | Ondersteunde diensten |
Eliminaties | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN | ||||||
| Externe opbrengsten | 106.459 | 91.508 | 51.133 | 28.411 | 0 | 277.511 |
| Intra-segment opbrengsten | 2.926 | 0 | 1.279 | 16.773 | -20.978 | 0 |
| Totale opbrengsten | 109.385 | 91.508 | 52.412 | 45.184 | -20.978 | 277.511 |
| Externe opbrengsten uit verhuur van vastgoed | 0 | 0 | 0 | 949 | 0 | 949 |
| Intra-segment opbrengsten uit verhuur van vastgoed | 0 | 0 | 0 | 147 | -147 | 0 |
| Totale opbrengsten uit verhuur van vastgoed | 0 | 0 | 0 | 1.096 | -147 | 949 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 8 | 0 | 942 | 76 | 0 | 1.026 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 15.203 | 9.000 | 230 | 1.962 | 0 | 26.395 |
| Overige bedrijfsopbrengsten intra-segment | 0 | 22 | 0 | 373 | -395 | 0 |
| Totale overige bedrijfsopbrengsten | 15.203 | 9.022 | 230 | 2.335 | -395 | 26.395 |
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 124.596 | 100.530 | 53.584 | 48.691 | -21.520 | 305.881 |
| BEDRIJFSRESULTAAT VOOR AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN (EBITDA) |
55.993 | 59.418 | -844 | 1.914 | 116.481 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -21.837 | -18.382 | -2.808 | -3.088 | -46.115 | |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 34.156 | 41.036 | -3.652 | -1.174 | 0 | 70.366 |
| Intrestopbrengsten/kosten (netto) (*) | -10.625 | -19.024 | -608 | 9.239 | -21.018 | |
| Andere financiële opbrengsten/kosten (netto) | -424 | -4.347 | 85 | -5.534 | -10.220 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en | ||||||
| joint ventures, na belastingen | 0 | 0 | 1.183 | -413 | 770 | |
| Belastingen op het resultaat | -5 | 12 | 1.497 | -991 | 513 | |
| SEGMENT RESULTAAT VOOR DE PERIODE | 23.102 | 17.676 | -1.495 | 1.127 | 0 | 40.410 |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 40.410 | |||||
| Minderheidsbelang | 32 | |||||
| AANDEELHOUDERS VAN DE VENNOOTSCHAP | 40.378 |
| BALANS ACTIVA Schepen () 410.903 580.679 12.450 0 1.004.032 Overige materiële vaste activa 430 6 658 1.503 2.597 Immateriële activa 0 0 922 3.586 4.508 Vastgoedbeleggingen 0 0 0 8.807 8.807 Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures 0 0 5.251 0 5.251 Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures 0 0 12.345 0 12.345 Afgeleide financiële instrumenten 870 235 0 0 1.105 Vaste activa aangehouden voor verkoop 8.861 0 0 0 8.861 Geblokkeerde kasequivalenten 0 12.689 1.922 23.860 38.471 Kas en kasequivalenten 30.208 41.618 10.416 17.650 99.892 TOTAAL SEGMENT ACTIVA 451.272 635.227 43.964 55.406 0 1.185.869 Niet toegewezen overige materiële vaste activa 523 Niet toegewezen investeringen in geassocieerde ondernemingen en 3.723 joint ventures Niet toegewezen voor verkoop beschikbare beleggingen 3.608 Niet toegewezen handels- en overige vorderingen 57.677 Niet toegewezen kas en kasequivalenten 82.647 Niet toegewezen overige activa 1.127 TOTALE ACTIVA 1.335.174 VERPLICHTINGEN Rentedragende leningen lange termijn 237.448 353.900 3.000 9.647 603.995 Rentedragende leningen korte termijn 37.921 19.524 2.000 116.643 176.088 Afgeleide financiële instrumenten lange termijn 0 0 92 0 92 Afgeleide financiële instrumenten korte termijn 0 0 0 36.182 36.182 Uitgestelde belastingsverplichtingen 0 0 0 978 978 TOTAAL SEGMENT VERPLICHTINGEN 275.369 373.424 5.092 163.450 0 817.335 Niet toegewezen eigen vermogen () 441.918 Niet toegewezen handels- en overige schulden 66.722 Niet toegewezen overige verplichtingen 9.199 TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN 1.335.174 KASSTROOMOVERZICHT Kasstroom uit bedrijfsactiviteit 22.429 41.367 -102 106 63.800 Kasstroom uit investeringsactiviteit -70.812 -11.950 4.094 -4.616 -83.284 Kasstroom uit financieringsactiviteit 28.484 -13.011 -4.031 3.729 15.171 Niet toegewezen kasstroom -2.940 Dividenduitkering/ontvangen dividend -19.259 Wisselkoersfluctuatie -643 TOTALE KASSTROOM -19.899 16.406 -39 -781 0 -27.155 BIJKOMENDE INFORMATIE Investeringen -70.127 -11.950 -21 -220 -82.318 Inkomsten uit verkoop 17 164 181 |
LPG | LNG | Offshore | Ondersteunde diensten |
Eliminaties | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De betreffende secties in de geconsolideerde balans en in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde resultaten werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
De onderneming blijft haar activiteiten beheren gebaseerd op de interne management rapportering volgens de proportionele consolidatie methode. De onderstaande tabellen reconcilieren de financiële informatie zoals weergegeven in de geconsolideerde balans en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten (dewelke opgesteld werden in overeenstemming met IFRS 11 volgens de vermogensmutatiemethode) met de financiële informatie weergegeven in toelichting 2 segmentrapportering (dewelke werden opgesteld volgens de proportionele consolidatiemethode).
| Proportionele consolidatie |
Verschil | Vermogensmutatie Methode |
|
|---|---|---|---|
| RECONCILIATIE GECONSOLIDEERDE BALANS MET PROPORTIONELE CONSOLIDATIE (SEGMENTRAPPORTERING) | |||
| 31 DECEMBER 2017 | |||
| Schepen | 933.098 | -370.077 | 563.021 |
| Andere materiële vaste activa | 2.536 | -213 | 2.323 |
| Immateriële activa | 941 | -329 | 612 |
| Vastgoedbeleggingen | 9.353 | -9.353 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 8.818 | 95.598 | 104.416 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 8.625 | 50.269 | 58.894 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 2.528 | -2.528 | 0 |
| VASTE ACTIVA | 965.899 | -236.633 | 729.266 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 61.649 | -38.645 | 23.004 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | 4.577 | 0 | 4.577 |
| Handels- en overige vorderingen | 65.150 | -14.378 | 50.772 |
| Actuele belastingsvorderingen | 664 | -11 | 653 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 1.065 | 0 | 1.065 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 70.969 | -3.535 | 67.434 |
| Kas en kasequivalenten | 74.870 | -33.046 | 41.824 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 278.944 | -89.615 | 189.329 |
| TOTALE ACTIVA | 1.244.843 | -326.248 | 918.595 |
| EIGEN VERMOGEN | 477.542 | 0 | 477.542 |
| Rentedragende leningen | 592.426 | -248.855 | 343.571 |
| Personeelsbeloningen | 4.826 | 0 | 4.826 |
| Voorzieningen | 2.360 | 0 | 2.360 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 21 | -21 | 0 |
| VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN | 599.633 | -248.876 | 350.757 |
| Schulden aangehouden voor verkoop | 48.544 | -48.544 | 0 |
| Rentedragende leningen | 58.291 | -29.155 | 29.136 |
| Handels- en overige schulden | 59.624 | 377 | 60.001 |
| Te betalen winstbelastingen | 1.209 | -50 | 1.159 |
| VERPLICHTINGEN OP KORTE TERMIJN | 167.668 | -77.372 | 90.296 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.244.843 | -326.248 | 918.595 |
| RECONCILIATIE GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN MET PROPORIONELE CONSOLIDATIE (SEGMENTRAPPORTERING) |
|||
| 31 DECEMBER 2017 | |||
| Opbrengsten | 227.620 | -134.211 | 93.409 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 99.032 | -650 | 98.382 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 2.024 | -130 | 1.894 |
| Diensten en diverse goederen | -141.746 | 51.421 | -90.325 |
| Personeelskosten | -43.930 | 27 | -43.903 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -71.353 | 63.349 | -8.004 |
| Voorzieningen | 0 | 0 | 0 |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | -27 | 0 | -27 |
| Overige bedrijfskosten | -1.578 | 767 | -811 |
| RESULTAAT UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 70.040 | -19.425 | 50.615 |
| Intrestopbrengsten | 2.413 | 21.683 | 24.096 |
| Intrestkosten | -32.795 | 12.326 | -20.469 |
| Andere financiële opbrengsten | 1.946 | -180 | 1.766 |
| Andere financiële kosten | -12.133 | 1.739 | -10.394 |
| Waardevermindering lening aan joint venture | 0 | -35.026 | -35.026 |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN EN VOOR AANDEEL IN HET RESULTAAT VAN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES |
29.471 | -18.883 | 10.588 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures, na belastingen |
76 | 18.641 | 18.717 |
| Belastingen op het resultaat | -1.595 | 242 | -1.353 |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 27.952 | 0 | 27.952 |
| Proportionele consolidatie |
Verschil | Vermogensmutatie Methode |
|
|---|---|---|---|
| RECONCILIATIE GECONSOLIDEERDE BALANS MET PROPORTIONELE CONSOLIDATIE (SEGMENTRAPPORTERING) | |||
| 31 DECEMBER 2016 - HERWERKT (*) | |||
| Schepen (*) | 1.004.032 | -716.499 | 287.533 |
| Andere materiële vaste activa | 3.120 | -41 | 3.079 |
| Immateriële activa | 4.508 | -857 | 3.651 |
| Vastgoedbeleggingen | 8.807 | -8.807 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 8.974 | 138.624 | 147.598 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 12.345 | 331.567 | 343.912 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 1.105 | -1.105 | 0 |
| VASTE ACTIVA | 1.042.891 | -257.118 | 785.773 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 8.861 | -8.861 | 0 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | 3.608 | 0 | 3.608 |
| Handels- en overige vorderingen | 57.677 | 5.046 | 62.723 |
| Actuele belastingsvorderingen | 1.127 | -20 | 1.107 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 38.471 | -3.580 | 34.891 |
| Kas en kasequivalenten | 182.539 | -61.443 | 121.096 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 292.283 | -68.856 | 223.425 |
| TOTALE ACTIVA | 1.335.174 | -325.976 | 1.009.198 |
| EIGEN VERMOGEN (*) | 441.918 | 0 | 441.918 |
| Rentedragende leningen | 603.995 | -274.405 | 329.590 |
| Personeelsbeloningen | 4.267 | 0 | 4.267 |
| Voorzieningen Afgeleide financiële instrumenten |
2.474 92 |
-40 -92 |
2.434 0 |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | 978 | 0 | 978 |
| VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN | 611.806 | -274.537 | 337.269 |
| Rentedragende leningen | 176.088 | -35.941 | 140.147 |
| Handels- en overige schulden | 66.722 | -15.478 | 51.244 |
| Te betalen winstbelastingen | 2.458 | -20 | 2.438 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 36.182 | 0 | 36.182 |
| VERPLICHTINGEN OP KORTE TERMIJN | 281.450 | -51.439 | 230.011 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.335.174 | -325.976 | 1.009.198 |
| RECONCILIATIE GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE RESULTATEN MET PROPORIONELE CONSOLIDATIE (SEGMENTRAPPORTERING) |
|||
| 31 DECEMBER 2016 - HERWERKT (*) | |||
| Opbrengsten | 278.460 | -182.434 | 96.026 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 1.026 | 0 | 1.026 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 26.395 | -289 | 26.106 |
| Diensten en diverse goederen | -139.581 | 73.091 | -66.490 |
| Personeelskosten | -46.991 | -13 | -47.004 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -46.115 | 39.331 | -6.784 |
| Voorzieningen | 88 | 0 | 88 |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 0 | 0 | 0 |
| Overige bedrijfskosten | -2.916 | 937 | -1.979 |
| RESULTAAT UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 70.366 | -69.377 | 989 |
| Intrestopbrengsten | 1.912 | 22.949 | 24.861 |
| Intrestkosten (*) | -22.930 | 11.615 | -11.315 |
| Andere financiële opbrengsten | 1.737 | -259 | 1.478 |
| Andere financiële kosten | -11.958 | 1.217 | -10.741 |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN EN VOOR AANDEEL IN HET RESULTAAT VAN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES |
39.127 | -33.855 | 5.272 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures, na belastingen |
770 | 33.802 | 34.572 |
| Belastingen op het resultaat | 513 | 53 | 566 |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 40.410 | 0 | 40.410 |
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De betreffende secties in de geconsolideerde balans en in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde resultaten werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| OPBRENGSTEN | ||
| LPG segment | 29.879 | 17.067 |
| LNG segment | 0 483 |
|
| Offshore segment | 29.552 | 46.385 |
| Services segment | 33.978 | 32.091 |
| 93.409 | 96.026 |
De stijging in opbrengsten in het LPG segment valt voornamelijk te verklaren door de aankoop van de resterende 50% van de pressurized vloot dewelke in handen was van Wah Kwong per einde juni 2016. De daling in opbrengsten in het Offshore segment wordt deels verklaard door de WARIBOKO transactie. Einde mei 2016 heeft EXMAR een deel van haar eigendom in de WARIBOKO (60%) verkocht aan haar logistieke partner Springview. Als gevolg hiervan wordt de resterende investering opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode. Een andere verklaring voor de daling in omzet in het Offshore segment is het accommodatieplatform KISSAMA. De KISSAMA bereikte haar laatste time charter in het vierde kwartaal van 2016 en is verkocht in april 2017 aan een Zuidwest Aziatische koper.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| WINST GEREALISEERD BIJ VERKOOP VAN VASTE ACTIVA | ||
| Verkoop BELGIBO groep | 26.651 | 0 |
| Verkoop LNG joint ventures | 70.021 | 0 |
| Verkoop KISSAMA | 1.572 | 0 |
| WARIBOKO transactie | 0 | 942 |
| Overige | 138 | 84 |
| 98.382 | 1.026 |
Per einde augustus 2017 heeft EXMAR een overeenkomst afgesloten om Belgibo (inclusief CMC Belgibo) te verkopen aan Jardine Lloyd Thomson Group plc. Op 7 december 2017 heeft EXMAR haar 50% van de aandelen in de LNG ondernemingen Excelerate NV, Explorer NV en Excelsior NV verkocht aan Excelerate Energy. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie met betrekking tot de Belgibo en LNG verkoop. Gedurende april 2017 heeft EXMAR het accommodatieplatform KISSAMA verkocht, de meerwaarde op deze verkoop bedroeg USD 1,6 miljoen.
Einde mei 2016 heeft EXMAR een deel van haar eigendom in de WARIBOKO (60%) verkocht aan haar logistieke partner Springview.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN | ||
| Vergoeding OPTI-EX® | 0 | 209 |
| Badwill pressurized vloot transactie | 0 | 14.343 |
| Herwaardering naar reële waarde van de bestaande investering in CMC Belgibo | 0 | 800 |
| Stopzettingsvergoeding PEP | 0 | 9.000 |
| Overige | 1.894 | 1.755 |
| 1.894 | 26.106 |
De badwill pressurized vloot transactie heeft betrekking op de aankoop einde juni 2016 van de resterende 50% van de pressurized vloot dewelke in handen was van Wah Kwong (LPG segment). De herwaardering naar reële waarde van de bestaande investering in CMC Belgibo is gerelateerd aan de aankoop per einde december 2016 van de resterende 50,10% van CMC Belgibo. De stopzettingsvergoeding van USD 9 miljoen dewelke betaald werd door Pacific Exploration and Production ("PEP") in 2016, heeft betrekking op de beëindiging van de tolling overeenkomst met betrekking tot de Caribbean FLNG.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| DIENSTEN EN DIVERSE GOEDEREN | ||
| Operationele kosten van schepen | -32.875 | -26.389 |
| Andere diesnten en diverse goederen | -57.450 | -40.101 |
| -90.325 | -66.490 |
Operationele kosten van schepen zijn kosten gemaakt om een schip te exploiteren. De stijging in de operationele kosten met betrekking tot schepen wordt voornamelijk verklaard door de aankoop van de resterende 50% van de pressurized vloot dewelke in handen was van Wah Kwong per einde juni 2016. De overige diensten en diverse goederen stijgen in vergelijking met 2016, dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de vergoedingen betaald aan Wison scheepswerf met betrekking tot de CARIBBEAN FLNG.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| PERSONEELSKOSTEN | ||
| Lonen en salarissen | -35.752 | -37.968 |
| Sociale lasten | -5.957 | -6.062 |
| Personeelsbeloningen, toegezegde pensioenregelingen en toegezegde bijdrageregeling | -1.274 | -1.417 |
| Aandelenoptieplan | -920 | -1.557 |
| -43.903 | -47.004 | |
| PERSONEELSAANTAL (IN VOLTIJDSE EQUIVALENTEN) | ||
| Zeevarenden | 1.691 | 1.628 |
| Niet zeevarenden | 290 | 341 |
| 1.981 | 1.969 |
Een belangrijk deel van de zeevarenden zijn tewerkgesteld op activa van of uitgebaat door onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures, de gerelateerde kost is niet opgenomen in de personeelskosten van EXMAR zoals hierboven toegelicht maar weergegeven in de operationele kosten van onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
De personeelskosten dalen in vergelijking met 2016, voornamelijk als gevolg van het dalend aantal niet zeevarenden. Deze daling is voornamelijk merkbaar in het services segment (als gevolg van de verkoop van de Belgibo groep, zie ook toelichting 10 in dit verband) en in Exmar Offshore Company (Houston).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN | ||
| Niet op inkomsten gebaseerde belastingen | -777 | -1.769 |
| Overige | -34 | -210 |
| -811 | -1.979 |
Niet op inkomsten gebaseerde belastingen betreffen een verscheidenheid aan verschillende niet op inkomsten gebaseerde belastingen. In het verleden werd het grootste gedeelte van deze belastingen betaald voor de WARIBOKO in Nigeria. In 2017 bedragen de Nigeriaanse taksen USD 0 miljoen (2016: USD 1 miljoen). De daling van de belastingen wordt verklaard door de gedeeltelijke verkoop van de WARIBOKO gedurende 2016. Als gevolg hiervan wordt de resterende investering opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| INTRESTOPBRENGSTEN EN -KOSTEN | ||
| INTRESTOPBRENGSTEN | ||
| Intresten op leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 23.703 | 24.305 |
| Intresten uit kas en kasequivalenten | 393 | 556 |
| 24.096 | 24.861 | |
| INTRESTKOSTEN | ||
| Intrestkosten op rentedragende leningen | -19.396 | -9.312 (*) |
| Intrestkosten uit financiële instrumenten | -1.073 | -2.003 |
| -20.469 | -11.315 |
De intrestopbrengsten op leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures hebben betrekking op te betalen intresten door deze geassocieerde ondernemingen en joint ventures op de leningen gegeven door EXMAR. We verwijzen naar toelichting 16 in dit verband.
Intrestkosten stijgen in vergelijking met 2016, dit wordt voornamelijk verklaard door gestegen intrestkosten op de NOK obligatielening. We verwijzen eveneens naar toelichting 24 in dit verband.
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De betreffende secties werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| OVERIGE FINANCIËLE OPBRENGSTEN EN KOSTEN | ||
| OVERIGE FINANCIËLE OPBRENGSTEN | ||
| Gerealiseerde koersverschillen | 180 | 691 |
| Niet-gerealiseerde koersverschillen | 469 | 556 |
| Dividend van niet-geconsolideerde ondernemingen | 107 | 127 |
| Terugname waardevermindering voor verkoop beschikbare beleggingen | 850 | 0 |
| Overige | 160 | 105 |
| 1.766 | 1.478 | |
| OVERIGE FINANCIËLE KOSTEN | ||
| Gerealiseerde koersverschillen | -1.632 | -889 |
| Niet-gerealiseerde koersverschillen | -4.220 | -260 |
| Bankvergoedingen | -3.678 | -5.591 |
| Waardevermindering voor verkoop beschikbare beleggingen | -145 | -3.844 |
| Overige | -719 | -157 |
| -10.394 | -10.741 |
De niet-gerealiseerde koersverschillen (kosten) hebben voornamelijk betrekking op de herwaardering van de NOK obligatielening en op de herwaardering van de EURO cashpoolrekeningen in EXMAR NV ten opzichte van andere groepsentiteiten. De bankvergoedingen in 2016 hebben voornamelijk betrekking op de financieringskosten met betrekking tot de geannuleerde ICBC financiering voor de CFLNG. De bankvergoedingen in 2017 hebben voornamelijk betrekking op de NOK obligatielening en op de Bank of China financiering voor de CFLNG.
De waardevermindering op de voor verkoop beschikbare beleggingen in 2016 is een gevolg van een belangrijke en aanhoudende daling in de reële waarde van de Teekay en de Sibelco aandelen, de reële waardereserve in dit verband werd verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten. De wijziging in de reële waarde van het huidige boekjaar werd eveneens verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| WAARDEVERMINDERING LENING AAN JOINT VENTURE | ||
| WAARDEVERMINDERING LENING MONTERIGGION | -35.026 | 0 |
Er bestond een aandeelhouderslening tussen Exmar LNG Investment en Monteriggioni. Een deel van de aandeelhouderslening werd terug betaald in 2017 met de opbrengsten van de verkoop van het schip EXCEL. Het resterend saldo van de lening werd kwijtgescholden gedurende 2017 wat heeft geleid tot de waardevermindering. In het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures werd de opbrengst als gevolg van deze kwijtschelding geregistreerd. De kwijtschelding heeft dus geen resultaatseffect op het niveau van de geconsolideerde cijfers.
| 2017 | 2016 | ||
|---|---|---|---|
| FINANCIËLE OPBRENGSTEN EN KOSTEN DIRECT OPGENOMEN IN HET EIGEN VERMOGEN | |||
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, aandeel in niet gerealiseerde resultaten | 2.964 | 3.304 | |
| Omrekeningsverschillen | 3.034 | -550 | |
| Wijziging in de reële waarde van cashflowafdekkingen - hedge accounting | 191 | 2.408 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen - via de verlies- en winstrekening verwerkt | 0 | 3.973 | |
| 6.189 | 9.135 | ||
| Erkend in: | |||
| Reële waardereserve | 0 | 3.973 | |
| Omrekeningsreserve | 4.111 | 524 | |
| Afdekkingsreserve | 2.079 | 4.645 | |
| Minderheidsbelang | -1 | -7 | |
| 6.189 | 9.135 |
| 2017 2016 |
||
|---|---|---|
| BELASTINGEN | ||
| Belastingen over het boekjaar | -1.535 | -1.029 |
| Correcties op voorgaande jaren | 1 | 1.595 |
| WINSTBELASTINGEN | -1.534 | 566 |
| UITGESTELDE WINSTBELASTING | 181 | 0 |
| -1.353 | 566 |
| AANSLUITING MET HET EFFECTIEVE BELASTINGTARIEF | ||||
|---|---|---|---|---|
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 29.305 | 39.844 (*) | ||
| BELASTINGEN AAN NATIONAAL TARIEF | -33.99% | -9.961 -33.99% | -13.543 | |
| Aandeel in het resultaat van ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatie methode inclusief belastingeffect |
6.362 | 11.751 | ||
| Impact belastingtarieven in andere landen | -27.347 | 2.723 (*) | ||
| Niet-aftrekbare kosten | -464 | -612 | ||
| Overige inkomstenbelastingen | 0 | 177 | ||
| Verliezen van het boekjaar en belastingkredieten waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet | -4.299 | -6.055 (*) | ||
| Aanwending fiscaal overgedragen verliezen. belastingkredieten en overige taksvoordelen | 38.955 | 5.105 | ||
| Fiscaal vrijgestelde opbrengsten | -4.781 | -575 | ||
| Aanpassingen met betrekking tot voorgaande boekjaren | 1 | 1.595 | ||
| Uitgestelde winstbelasting | 181 | 0 | ||
| -4.62% | -1.353 1.42% | 566 |
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip. worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes. werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. De geaffecteerde lijnen werden aangeduid met een (*). We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
EXMAR heeft een overeenkomst afgesloten op 31 augustus 2017 om verzekeringsmakelaar Belgibo NV (including CMC Belgibo BVBA) te verkopen aan Jardine Lloyd Thomson Group plc (JLT), een wereldspeler op het gebied van verzekeringen, herverzekeringen, makelaardij en aanverwante diensten. De activa en passiva van deze vroegere dochterondernemingen werden gedeconsolideerd . Deze verkoop resulteerde in een meerwaarde van USD 26,7 miljoen.
| Jaareinde 31/12/2017 |
|
|---|---|
| A. ONTVANGEN VERGOEDING | |
| Ontvangen vergoeding in kas en kasequivalenten (basisprijs) | 23.946 |
| Saldo basisprijs | 2.698 |
| 26.644 |
De basisprijs van de Belgibo verkoop bedraagt EUR 20,25 miljoen. Dit bedrag werd ontvangen in September 2017 en werd omgerekend aan de wisselkoers van de maand september 2017 (1€ = 1,1825 USD). Het saldo van de basisprijs bedraagt EUR 2,25 en werd nog niet ontvangen door EXMAR. Dit saldo is onderhevig aan een succesvolle audit op de Belgibo groep cijfers van 31 augustus 2017. EXMAR verwacht geen significante correcties op het saldo van de basisprijs als gevolg van deze audit. Het saldo van de basisprijs werd omgerekend in de geconsolideerde cijfers aan de slotkoers van 2017 (1€ = 1,1993 USD).
| Transactiedatum 31/08/2017 |
|
|---|---|
| B. ACTIVA EN PASSIVA OVER DEWELKE CONTROLE VERLOREN WERD | |
| VASTE ACTIVA | |
| Andere materiële vaste activa | 179 |
| Immateriële activa (inclusief goodwill) | 2.266 |
| VLOTTENDE ACTIVA | |
| Kas en kasequivalenten | 13.455 |
| Handels-en overige vorderingen | 6.305 |
| VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN | |
| Voorzieningen | -74 |
| Personeelsbeloningen | -541 |
| VERPLICHTINGEN OP KORTE TERMIJN | |
| Rentedragende leningen | -456 |
| Handels-en overige schulden | -21.365 |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | -797 |
| -1.029 | |
| Jaareinde 31/12/2017 |
|
| C. WINST OP DE VERKOOP VAN EEN DOCHTERONDERNEMING | |
| Ontvangen vergoeding | 26.644 |
| Participatie | -1.022 |
26.651
Verkochte netto-activa 1.029
| Jaareinde 31/12/2017 |
|
|---|---|
| D. NETTO CASH IN ALS GEVOLG VAN VERKOOP VAN EEN DOCHTERONDERNEMING | |
| Ontvangen vergoeding in kas en kasequivalenten (basis aankoopprijs) | 23.946 |
| Verminderd met: verkochte kas en kasequivalenten | -13.455 |
10.491
Op 7 december 2017 heeft EXMAR haar aandeel (50%) in de LNG ondernemingen Excelerate NV, Explorer NV en Express NV verkocht aan Excelerate Energy. De investeringen in deze joint ventures werden gedeconsolideerd, de verkoop van deze 3 ondernemingen resulteerde in een meerwaarde van USD 70 miljoen. De drie ondernemingen bezaten elk een LNG hergassificatie schip, deze schepen werden gefinancierd via aandeelhoudersleningen van EXMAR NV en Excelerate Energy. EXMAR NV heeft deze aandeelhoudersleningen gefinancierd met bankleningen.
| Jaareinde 31/12/2017 |
|
|---|---|
| A. ONTVANGEN VERGOEDING | |
| Ontvangen vergoeding in kas en kasequivalenten | 328.313 |
| Presentatie in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | |
| * Verkoop van een dochteronderneming en joint venture, na aftrek van afgestoten geldmiddelen | 50.946 |
| * Terugbetalingen van leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 277.367 |
| 328.313 |
De ontvangen vergoeding bedraagt EUR 328,3 miljoen en omvat de terugbetalingen van de aandeelhoudersleningen voor een bedrag USD 277,4 miljoen. Deze uitstaande bankleningen op de schepen binnen EXMAR NV werden terugbetaald met deze inkomsten. Deze terugbetaling van USD 270,2 miljoen werd opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht onder terugbetalingen van leningen. De terugbetalingen van de leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures en de terugbetalingen van leningen sluiten niet aan met de bedragen vermeld in het geconsolideerd kasstromenoverzicht aangezien in het geconsolideerd kasstroomoverzicht ook andere terugbetalingen opgenomen zijn.
| Jaareinde 31/12/2017 |
|
|---|---|
| B. MEERWAARDE OP DE VERKOOP VAN EEN JOINT VENTURE | |
| Totale vergoeding | 328.313 |
| Terugbetalingen van leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | -277.367 |
| Paeticipatie | -150 |
| Verkochte netto-activa | 19.225 |
| 70.021 |
| AANSCHAFFINGSWAARDE 2016 SALDO PER 1 JANUARI 2016 0 0 59.159 156.439 () Mutaties tijdens het boekjaar Aankopen 0 0 11.031 Intercalaire intresten () 0 0 4.592 Verkopen 0 0 0 Omrekeningsverschillen 0 0 0 Wijziging in consolidatie scope (*) 118.500 -18.700 0 SALDO PER 31 DECEMBER 2016 118.500 0 40.459 172.062 AANSCHAFFINGSWAARDE 2017 SALDO PER 1 JANUARI 2017 118.500 0 40.459 172.062 () Mutaties tijdens het boekjaar 0 0 275.483 Aankopen |
215.598 11.031 4.592 0 0 |
|---|---|
| 99.800 | |
| 331.021 | |
| 331.021 | |
| 275.483 | |
| Intercalaire intresten 0 0 6.017 |
6.017 |
| Verkopen (****) 0 -40.459 0 |
-40.459 |
| 0 0 0 Omrekeningsverschillen |
0 |
| 453.562 0 -453.562 Transfer (*) |
0 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2017 118.500 453.562 0 0 |
572.062 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN 2016 | |
| SALDO PER 1 JANUARI 2016 0 0 41.965 0 |
41.965 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |
| Afschrijvingen 3.029 736 |
3.765 |
| Verkopen 0 0 |
0 |
| 0 0 Omrekeningsverschillen |
0 |
| 0 -2.242 Wijziging in consolidatie scope (***) |
-2.242 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2016 3.029 0 40.459 0 |
43.488 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN 2017 | |
| SALDO PER 1 JANUARI 2017 3.029 0 40.459 0 |
43.488 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |
| Afschrijvingen 6.012 0 |
6.012 |
| 0 -40.459 Verkopen (****) |
-40.459 |
| 0 0 Omrekeningsverschillen |
0 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2017 9.041 0 0 0 |
9.041 |
| NETTO BOEKWAARDE | |
| NETTO BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2016 115.471 0 0 172.062 |
|
| NETTO BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2017 109.459 453.562 0 0 |
287.533 |
(*) De vooruitbetalingen met betrekking tot schepen in aanbouw werden gepresenteerd onder schepen in de geconsolideerde balans. De gedane vooruitbetalingen geven EXMAR geen eigendomsrechten voor de finale oplevering van het schip.
(**) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de openingsposten van de schepen in aanbouw, de intrestkost van de voorgaande periode en het eigen vermogen herwerkt. De onderstaande tabel geeft een samenvatting van het effect op de geconsolideerde jaarrekening.
| Zoals eerder gerapporteerd | Aanpassingen | Herwerkt | |
|---|---|---|---|
| 1 JANUARI 2016 | |||
| Schepen | 168.991 | 4.642 | 173.633 |
| Overige vaste activa | 515.696 | 0 | 515.696 |
| TOTALE VASTE ACTIVA | 684.687 | 4.642 | 689.329 |
| TOTALE VLOTTENDE ACTIVA | 241.425 | 0 | 241.425 |
| TOTALE VERPLICHTINGEN | -521.308 | 0 | -521.308 |
| Overgedragen resultaat | -105.900 | -4.642 | -110.542 |
| Overige | -298.904 | 0 | -298.904 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | -404.804 | -4.642 | -409.446 |
| 31 DECEMBER 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Schepen | 278.299 | 9.234 | 287.533 | |
| Overige vaste activa | 498.240 | 0 | 498.240 | |
| TOTALE VASTE ACTIVA | 776.539 | 9.234 | 785.773 | |
| TOTALE VLOTTENDE ACTIVA | 223.425 | 0 | 223.425 | |
| TOTALE VERPLICHTINGEN | -567.280 | 0 | -567.280 | |
| Overgedragen resultaat | -133.755 | -9.234 | -142.989 | |
| Overige | -298.929 | 0 | -298.929 | |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | -432.684 | -9.234 | -441.918 |
Zoals eerder gerapporteerd Aanpassingen Herwerkt
| Aanpassingen Zoals eerder gerapporteerd |
Herwerkt | |||
|---|---|---|---|---|
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2016 | ||||
| Intrestkosten | -15.907 | 4.592 | -11.315 | |
| Overige | 51.725 | 0 | 51.725 | |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 35.818 | 4.592 | 40.410 | |
| WINST PER AANDEEL (IN USD) | 0,63 | 0,08 | 0,71 | |
| VERWATERDE WINST PER AANDEEL (IN USD) | 0,63 | 0,08 | 0,71 |
(***) De wijziging in consolidatie scope voor het LPG segment heeft betrekking op de aankoop per einde juni 2016 van de resterende 50% van de pressurized vloot dewelke in eigendom was van Wah Kwong. De wijziging in consolidatie scope betreffende het offshore segment is gerelateerd aan de gedeeltelijke verkoop (60%) van de WARIBOKO aan Springview. (****) De barge KISSAMA werd verkocht in april 2017. De gerealiseerde meerwaarde naar aanleiding van de verkoop bedraagt USD 1,6 miljoen. (*****) De CARIBBEAN FLNG werd geleverd op 27 juli 2017. Onderhandelingen voor toekomstige tewerkstelling vorderen. er worden echter geen inkomsten verwacht in 2018. De
CFLNG blijft op de scheepswerf tot wanneer de unit wordt overgebracht naar de locatie van overeengekomen tewerkstelling. De FSRU werd geleverd gedurende december 2017. Er werd een lange termijn contract afgesloten voor de FSRU. inkomsten worden verwacht vanaf midden 2018. Beide units werden getransfereerd van in aanbouw naar schepen.
De schepen werden in pand gegeven als zekerheid voor de onderliggende schulden. We verwijzen naar toelichting 24 voor meer informatie met betrekking tot deze onderliggende schulden.
Voor de schepen welke in volle eigendom worden aangehouden. werden interne en externe aanwijzingen geëvalueerd dewelke aangeven dat de vloot al dan niet getest dient te worden op het bestaan van een mogelijke waardevermindering. De boekwaarde van de vloot wordt vergeleken met de realiseerbare waarde van de vloot. dewelke de hoogste waarde is van de reële waarde verminderd met de verkoopskosten en de gebruikswaarde. De reële waarde verminderd met de verkoopskosten is gebaseerd op de gemiddelde reële waarde zoals vastgesteld door twee onafhankelijke scheepsmakelaars. De gebruikswaarde is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun huidige waarde en rekening houdende met huidge marktverwachtingen met betrekking tot vrachttarieven. personeelskosten en operationele kosten. Het verdisconteerde kasstroommodel gebruikt door het management omvat kasstromen voor de resterende levensduur van de vloot. Kasstromen voor de eerste drie jaren worden ingeschat door het management zowel gebaseerd op ervaring uit het verleden als op huidige marktverwachtingen met betrekking tot volumes en vrachttarieven. Vrachttarieven en operationele kosten na deze periode van drie jaar worden verwacht te evolueren in lijn met de geschatte inflatie. De gebruikte verdisconteringsvoet is een gewogen gemiddelde kapitaalkost van 6,05%.
Voor de CFLNG en de FSRU werd een reële waarde bekomen gebaseerd op een waarderingsrapport van een onafhankelijke scheepsmakelaar. Gebaseerd op dit rapport en op de verwachte opbrengsten onder toekomstige tewerkstelling. heeft het management geconcludeerd dat er geen bijzondere waardevermindering noodzakelijk is voor beide platformen.
Voor de schepen welke in gezamenlijke eigendom worden aangehouden. werden interne en externe aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering geëvalueerd gelijkaardig als voor de vloot in volle eigendom. We verwijzen in dit verband naar toelichting 14. Als gevolg van deze analyse werd een bijzondere waardevermindering geregistreerd voor de schepen "EXCEL (USD 22,5 miljoen) en "TEMSE" (USD 2,6 miljoen). De bijzondere waardevermindering voor de EXCEL werd reeds geregistreerd in de cijfers per 30/06/2017, het schip werd verkocht in de tweede jaarhelft van 2017. Voor de LPG MGC vloot werd een gebruikswaarde berekend. Aangezien deze gebruikswaarde de boekwaarde overstijgt werd er geen bijzondere waardevermindering geregistreerd.
| Terreinen en gebouwen |
Machines en uitrusting |
Meubilair en installatie |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE 2016 | ||||
| SALDO PER 1 JANUARI 2016 | 3.828 | 906 | 7.199 | 11.933 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Aanschaffingen | 0 | 100 | 184 | 284 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | 0 | -14 | -548 | -562 |
| Omrekeningsverschillen | -122 | -6 | -110 | -238 |
| Wijziging in consolidatie scope | 0 | 2 | 1 | 3 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2016 | 3.706 | 988 | 6.726 | 11.420 |
| AANSCHAFFINGSWAARDE 2017 | ||||
| SALDO PER 1 JANUARI 2017 | 3.706 | 988 | 6.726 | 11.420 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Aanschaffingen | 0 | 88 | 162 | 250 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | 0 | -1 | -561 | -562 |
| Omrekeningsverschillen | 510 | 91 | 306 | 907 |
| Wijziging in consolidatie scope (*) | 0 | 0 | -1.325 | -1.325 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2017 | 4.216 | 1.166 | 5.308 | 10.690 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN 2016 | ||||
| SALDO PER 1 JANUARI 2016 | 3.029 | 421 | 4.379 | 7.829 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Afschrijvingen | 30 | 253 | 923 | 1.206 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | 0 | -12 | -483 | -495 |
| Omrekeningsverschillen | -99 | -6 | -94 | -199 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2016 | 2.960 | 656 | 4.725 | 8.341 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN 2017 | ||||
| SALDO PER 1 JANUARI 2017 | 2.960 | 656 | 4.725 | 8.341 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Afschrijvingen | 31 | 187 | 707 | 925 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | 0 | -1 | -499 | -500 |
| Omrekeningsverschillen | 409 | 89 | 249 | 747 |
| Wijziging in consolidatie scope (*) | 0 | 0 | -1.146 | -1.146 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2017 | 3.400 | 931 | 4.036 | 8.367 |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||
| NETTO BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2016 | 746 | 332 | 2.001 | 3.079 |
| NETTO BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2017 | 816 | 235 | 1.272 | 2.323 |
(*) De wijziging in consolidatie scope heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van de Belgibo group, we verwijzen hiervoor naar toelichting 10 van dit verslag.
| Concessies, octrooien, licenties, enz. |
Klantenportefeuille | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE 2016 | ||||
| SALDO PER 1 JANUARI 2016 | 2.619 | 8.292 | 10.911 | |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Aanschaffingen | 213 | 0 | 213 | |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | -6 | 0 | -6 | |
| Omrekeningsverschillen | -58 | 0 | -58 | |
| Wijziging in consolidatie scope (*) | 18 | 2.877 | 2.895 | |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2016 | 2.786 | 11.169 | 13.955 |
| AANSCHAFFINGSWAARDE 2017 | |||
|---|---|---|---|
| SALDO PER 1 JANUARI 2017 | 2.786 | 11.169 | 13.955 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Aanschaffingen | 254 | 0 | 254 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | -279 | 0 | -279 |
| Omrekeningsverschillen | 195 | 0 | 195 |
| Transfer | 580 | -580 | 0 |
| Wijziging in consolidatie scope (*) | -459 | -10.589 | -11.048 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2017 | 3.077 | 0 | 3.077 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN 2016 | |||
| SALDO PER 1 JANUARI 2016 | 1.541 | 7.002 | 8.543 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Afschrijvingen | 523 | 1.290 | 1.813 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | -1 | 0 | -1 |
| Omrekeningsverschillen | -51 | 0 | -51 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2016 | 2.012 | 8.292 | 10.304 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN 2017 | |||
| SALDO PER 1 JANUARI 2017 | 2.012 | 8.292 | 10.304 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Afschrijvingen | 428 | 639 | 1.067 |
| Verkopen / buitengebruikstellingen | -269 | 0 | -269 |
| Omrekeningsverschillen | 167 | 0 | 167 |
| Transfer | 580 | -580 | 0 |
| Wijziging in consolidatie scope (*) | -453 | -8.351 | -8.804 |
| SALDO PER 31 DECEMBER 2017 | 2.465 | 0 | 2.465 |
| NETTO BOEKWAARDE | |||
| NETTO BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2016 | 774 | 2.877 | 3.651 |
| NETTO BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2017 | 612 | 0 | 612 |
(*) De wijziging in consolidatie scope in 2016 heeft betrekking op de 100% acquisitie van CMC Belgibo. EXMAR heeft een overeenkomst afgesloten einde augustus 2017 om Belgibo (inclusief CMC Belgibo) te verkopen aan Jardine Lloyd Thomson Group plc (JLT). We verwijzen naar toelichting 10 in dit verband.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES | ||
| SALDO PER 1 JANUARI | 147.598 | 132.816 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||
| Aandeel in de winst/ het verlies (-) | 18.717 | 34.572 |
| Door de groep ontvangen dividenden | -4.942 | -34.067 |
| Wijzigingen in consolidatie scope (*) | 18.921 | 11.681 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen (**) | -54.440 | 408 |
| Omrekeningsverschillen | 1.076 | 1.067 |
| Wijzigingen in het geconsolideerd overzicht van niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures |
1.888 | 2.237 |
| Overige | -1.398 | -1.116 |
| Herclassificatie naar joint venture aangehouden voor verkoop (***) | -23.004 | 0 |
| SALDO PER 31 DECEMBER | 104.416 | 147.598 |
(*) De wijzigingen in de consolidatie scope in 2016 hebben betrekking op de CMC Belgibo transactie voor een bedrag van USD -0,6 miljoen en op de WARIBOKO transactie voor een bedrag van USD 12,3 miljoen. De wijziging in consolidatie scope in 2017 heeft betrekking op de AHLMAR/ BIM acquisitie en op de verkoop van de LNG ondernemingen. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie in dit verband.
(**) De geassocieerde ondernemingen en joint ventures waarvan het aandeel in het eigen vermogen negatief is, worden toegewezen aan de andere componenten van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming of joint venture. Wanneer het negatieve eigen vermogen dit belang overtreft, dan wordt een corresponderende verplichting geregistreerd in dit verband.
(***) De herclassificatie naar joint venture aangehouden voor verkoop heeft betrekking op de LNG onderneming Excelsior. We verwijzen naar toelichting 17 voor meer informatie in dit verband.
EXMAR heeft alle bestaande gezamenlijke overeenkomsten geanalyseerd en heeft hieruit geconcludeerd dat alle gezamenlijke overeenkomsten joint ventures betreffen en dit in overeenstemming met IFRS 11 "gezamenlijke overeenkomsten".
EXMAR heeft garanties geboden aan financiële instellingen dewelke financieringen hebben toegekend aan haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Per 31 decmber 2017, stond een bedrag van USD 641 miljoen (2016: USD 602 miljoen) open onder dergelijke financieringen, waarvan EXMAR USD 320,5 miljoen gegarandeerd heeft (2016: USD 301 miljoen). We verwijzen in dit verband eveneens naar toelichting 29.
Als gevolg van wettelijke verplichtingen en financieringsovereenkomsten, kunnen onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures beperkt zijn in het betalen van dividenden of in het terugbetalen van aandeelhoudersleningen. Onder de financieringsovereenkomsten kunnen onze geassocieerde ondernemingen of joint ventures enkel een vergoeding uitkeren wanneer er geen convenanten worden geschonden. Onder het Wetboek van Vennootschappen kan er geen vergoeding van kapitaal plaats vinden wanneer het eigen vermogen lager is dan of als gevolg van de uitkering zou dalen onder, het gestorte kapitaal verhoogd met de onbeschikbare reserves.
Voor de schepen welke in gezamenlijke eigendom worden aangehouden, werden interne en externe aanwijzigingen voor een bijzondere waardevermindering geëvalueerd gelijkaardig als voor de vloot in volle eigendom. We verwijzen in dit verband naar toelichting 11. Als gevolg van deze analyse werd een bijzondere waardevermindering geregistreerd voor de schepen "EXCEL" (USD 22,5 miljoen) en "TEMSE" (USD 2,6 miljoen). De bijzondere waardevermindering voor de EXCEL werd reeds geregistreerd in de cijfers per 30/06/2017, het schip werd verkocht in de tweede jaarhelft van 2017. Voor de LPG MGC vloot werd een gebruikswaarde berekend. Aangezien deze gebruikswaarde de boekwaarde overstijgt werd er geen bijzondere waardevermindering geregistreerd.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Investeringen in joint ventures | 97.035 | 140.364 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 7.381 | 7.234 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 63.244 | 371.505 |
| 167.660 | 519.103 | |
| VERPLICHTINGEN | ||
| Investeringen in joint ventures | 0 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 |
| 0 | 0 |
| Segment | JV partner | Beschrijving activiteiten | |
|---|---|---|---|
| JOINT VENTURES | |||
| Estrela Ltd | Offshore | ASS | Eigenaar van het accommodatie platform NUNCE |
| Excelsior BVBA | LNG | TEEKAY | Eigenaar van de LNGRV EXCELSIOR |
| Exmar Gas Shipping Ltd | LPG | TEEKAY | Eigenaar van het midsize schip TOURAINE en 1 midsize schip in aanbouw |
| Exmar LPG BVBA | LPG | TEEKAY | Holding vennootschap voor Exmar-Teekay LPG activiteiten |
| Exmar Shipping BVBA | LPG | TEEKAY | Eigenaar van 19 midsize schepen waarvan 2 in aanbouw, 3 schepen onder financiële leasing |
| Good Investment Ltd | LPG | TEEKAY | Time-charter overeenkomst voor de VLGC BW TOKYO |
| Monteriggioni Inc | LNG | MOL | Eigenaar van de LNG tanker EXCEL dewelke verkocht werd in 2017 |
| Reslea NV | Services | CMB | Eigenaar van vastgoed |
| Solaia Shipping Llc | LNG | TEEKAY | Eigenaar van de LNG tanker EXCALIBUR |
De LNG vennootschappen Excelerate NV, Explorer NV en Express NV worden niet langer erkend als joint ventures als gevolg van de verkoop van deze vennootschappen per 7 december 2017. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie in dit verband.
| Segment | Beschrijving activiteiten | |
|---|---|---|
| GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | ||
| Bexco NV | Services | Produceert touwen voor de martieme en offshore industrie |
| Bureau International Maritime NV | Services | Opleidingen voor de maritieme sector |
| Bureau International Maritime Congo | Services | Opleidingen voor de maritieme sector |
| Compagnie Parisienne Formation et Logistique | Services | Opleidingen voor de maritieme sector |
| Marpos NV | Services | Levert afvaloplossingen voor de maritieme industrie |
| Electra Offshore Ltd | Offshore | Eigenaar van het accommodatie platform WARIBOKO |
| Exview Hong Kong Ltd | Offshore | Bareboat eigenaar van het accommodatie platform WARIBOKO |
| Springmarine Nigeria Ltd | Offshore | Time-charter overeenkomst voor het accommodatie platform WARIBOKO |
De ondernemingen Bureau Internationale Maritime NV, Bureau International Maritime Congo and Compagnie Parisienne Formation et Logistique zijn nieuw opgenomen ondernemingen onder geassocieerde ondernemingen vanaf 2017 (AHLMAR/ BIM acquisitie).
De financiële informatie hieronder gepresenteerd omvat de IFRS cijfers van de joints ventures en de geassocieerde ondernemingen en niet EXMAR's deel van deze cijfers. Voor de investeringsverplichtingen, voorwaardelijke verplichtingen en de operationele lease verplichtingen van de joint ventures en geassocieerde ondernemingen, verwijzen we naar toelichting 30, 31 en 32.
| JOINT VENTURE PARTNER | WAH KWONG | TEEKAY | EELP | MOL | TEEKAY |
|---|---|---|---|---|---|
| SEGMENT | LPG | LPG | LNG | LNG | LNG |
| PERCENTAGE EIGENDOMSBELANG | 50% | 50% (*) | 50% | 50% | |
| 31 DECEMBER 2017 | |||||
| Vaste activa | 640.711 | 0 | 0 | 82.567 | |
| Vlottende activa | 61.253 | 0 | 4.724 | 14.912 | |
| Waarvan kas en kasequivalenten | 38.371 | 0 | 4.490 | 13.989 | |
| Verplichtingen op lange termijn | 520.066 | 0 | 0 | 60.000 | |
| Waarvan bankleningen | 304.939 | 0 | 0 | 60.000 | |
| Waarvan schulden mbt financiële leasing | 110.596 | 0 | 0 | 0 | |
| Waarvan overige leningen | 104.531 | 0 | 0 | 0 | |
| Verplichtingen op korte termijn | 58.622 | 0 | 138 | 11.419 | |
| Waarvan bankleningen | 41.761 | 0 | 0 | 3.750 | |
| Waarvan schulden mbt financiële leasing | 7.072 | 0 | 0 | 0 | |
| Waarvan overige leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Opbrengsten | 128.230 | 78.531 | 3.071 | 47.994 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 41.985 | 19.731 | 47.410 | 12.858 | |
| Intrestopbrengsten | 1.719 | 45 | 21 | 0 | |
| Intrestkosten | 20.831 | 33.290 | 2.057 | 6.518 | |
| Belastingen | 2 | 1 | 0 | 0 | |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | -5.982 | 7.108 | 18.479 | 16.696 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 2.724 | 0 | 0 | 910 | |
| TOTAAL VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
-3.258 | 7.108 | 18.479 | 17.606 | |
| EIGEN VERMOGEN (100%) | 123.276 | 0 | 4.586 | 26.060 | |
| AANDEEL VAN EXMAR IN HET EIGEN VERMOGEN | 61.638 | 0 | 2.293 | 13.030 | |
| AANDEEL GROEP IN TOTALE GEREALISEERDE EN NIET GEREALISEERDE RESULTATEN PER 1 JANUARI 2017 |
59.166 | -21.334 | -6.946 | 34.731 | |
| Aandeel van de groep in totaal van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
-1.629 | 3.554 | 9.239 | 8.803 | |
| Door de groep ontvangen/betaalde dividenden | 5.500 | 0 | 0 | -7.500 | |
| Andere | -1.399 | 17.780 | 0 | -23.004 | |
| AANDEEL GROEP IN TOTALE GEREALISEERDE EN NIET GEREALISEERDE RESULTATEN PER 31 DECEMBER 2017 |
61.638 | 0 | 2.293 | 13.030 | |
| TOEWIJZING NEGATIEF EIGEN VERMOGEN | 1.997 | 0 | 0 | 0 | |
| AANDEEL GROEP IN TOTALE GEREALISEERDE EN NIET-GE REALISEERDE RESULTATEN PER 31 DECEMBER 2017 NA TOE WIJZING NEGATIEF EIGEN VERMOGEN |
63.635 | 0 | 2.293 | 13.030 |
(*) Op 7 december 2017 heeft EXMAR haar aandeel (50%) in de LNG vennootschappen Excelerate NV, Explorer NV en Express NV verkocht aan Excelerate Energy. Het verschil tussen overige in bovenstaand overzicht en de som van participatie en verkochte netto-activa in toelichting 10 - sectie B Meerwaarde op de verkoop van een joint venture - heeft voornamelijk betrekking op een regeling getroffen met betrekking tot speed & performance discussies gerelateerd aan de schepen.
| ASS | CMB | GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | TOTAAL | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Offshore | Diensten | Diensten Bexco |
Diensten CMC Belgibo |
Diensten Marpos |
Offshore WARIBOKO ondernemingen |
Diensten BIM ondernemingen |
||
| 50% | 50% | 45% | 45% | 40% | 40% | |||
| 22.945 | 18.822 | 9.058 | 105 | 14.399 | 581 | 789.188 | ||
| 7.739 | 14.246 | 8.333 | 1.091 | 15.175 | 4.503 | 131.976 | ||
| 7.266 | 289 | 549 | 811 | 3.997 | 473 | 70.235 | ||
| 2.042 | 20.234 | 5.350 | 0 | 10.058 | 0 | 617.750 | ||
| 2.000 | 20.172 | 4.842 | 0 | 0 | 0 | 391.953 | ||
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 110.596 | ||
| 0 | 4 | 0 | 0 | 10.058 | 0 | 114.593 | ||
| 5.000 | 3.200 | 4.242 | 539 | 14.136 | 2.046 | 99.342 | ||
| 4.000 | 1.727 | 922 | 0 | 0 | 0 | 52.160 | ||
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 7.072 | ||
| 0 | 0 | 0 | 0 | 4.350 | 0 | 4.350 | ||
| 11.461 | 2.167 | 16.010 | 1.865 | 28.329 | 4.121 | 321.779 | ||
| 2.969 | 1.040 | 1.053 | 58 | 1.892 | 225 | 129.221 | ||
| 50 | 0 | 6 | 0 | 0 | 22 | 1.863 | ||
| 337 | 391 | 146 | 0 | 1.768 | 5 | 65.343 | ||
| 0 | 483 | 3 | 0 | 293 | 35 | 817 | ||
| 472 | 507 | -1.098 | 182 | 1.376 | -156 | 37.584 | ||
| 142 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.776 | ||
| 614 | 507 | -1.098 | 182 | 1.376 | -156 | 41.360 | ||
| 23.642 | 9.634 | 7.799 | 657 | 5.380 | 3.038 | |||
| 11.821 | 4.817 | 3.503 | 296 | 2.152 | 1.215 | |||
| 12.764 | 4.108 | 3.541 | 183 | 3.513 | 0 | 89.724 | ||
| 307 | 254 | -493 | 82 | 551 | -63 | 20.605 | ||
| -1.250 | 0 | 0 | 0 | -1.692 | 0 | -4.942 | ||
| 0 | 456 | 455 | 31 | -2 | 1.278 | -4.405 | ||
| 11.821 | 4.818 | 3.503 | 296 | 2.370 | 1.215 | 100.982 | ||
| 0 | 0 | 0 | 0 | 1.437 | 0 | 3.434 | ||
| 11.821 | 4.818 | 3.503 | 296 | 3.807 | 1.215 | 104.416 |
| JOINT VENTURE PARTNER | WAH KWONG | TEEKAY | EELP | MOL | TEEKAY |
|---|---|---|---|---|---|
| SEGMENT | LPG | LPG | LNG | LNG | LNG |
| PERCENTAGE EIGENDOMSBELANG | 100% (*) | 50% | 50% | 50% | 50% |
| 31 DECEMBER 2016 | |||||
| Vaste activa | 577.652 | 557.561 | 93.725 | 181.370 | |
| Vlottende activa | 85.491 | 14.226 | 15.311 | 52.239 | |
| Waarvan kas en kasequivalenten | 32.394 | 10.989 | 13.651 | 50.177 | |
| Verplichtingen op lange termijn | 473.830 | 556.930 | 121.563 | 148.830 | |
| Waarvan bankleningen | 346.700 | 0 | 0 | 148.750 | |
| Waarvan overige leningen | 117.735 | 556.930 | 121.563 | 0 | |
| Verplichtingen op korte termijn | 70.981 | 57.525 | 1.365 | 15.318 | |
| Waarvan bankleningen | 55.536 | 0 | 0 | 8.750 | |
| Waarvan overige leningen | 0 | 43.443 | 0 | 0 | |
| Opbrengsten | 157.065 | 105.658 | 20.030 | 49.538 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 33.929 | 21.120 | 5.008 | 10.621 | |
| Intrestopbrengsten | 1.233 | 30 | 22 | 14 | |
| Intrestkosten | 17.173 | 35.266 | 2.062 | 6.912 | |
| Belastingen | 0 | 1 | 0 | 0 | |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 33.140 | 5.876 | 4.965 | 20.324 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 3.893 | 0 | 0 | 368 | |
| TOTAAL VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
37.033 | 5.876 | 4.965 | 20.692 | |
| EIGEN VERMOGEN (100%) | 118.332 | -42.668 | -13.892 | 69.461 | |
| AANDEEL VAN EXMAR IN HET EIGEN VERMOGEN | 59.166 | -21.334 | -6.946 | 34.731 | |
| AANDEEL GROEP IN TOTALE GEREALISEERDE EN NIET GEREALISEERDE RESULTATEN PER 1 JANUARI 2016 |
-11.632 | 56.699 | -24.272 | -9.429 | 31.885 |
| Aandeel van de groep in totaal van gerealiseerde en niet-gereali seerde resultaten |
-826 | 18.517 | 2.938 | 2.483 | 10.346 |
| Door de groep ontvangen dividenden | 0 | -15.000 | 0 | 0 | -7.500 |
| Andere | 0 | -1.050 | 0 | 0 | 0 |
| AANDEEL GROEP IN TOTALE GEREALISEERDE EN NIET GEREALISEERDE RESULTATEN PER 31 DECEMBER 2016 |
-12.458 | 59.166 | -21.334 | -6.946 | 34.731 |
| TOEWIJZING NEGATIEF EIGEN VERMOGEN | 12.458 | 2.753 | 46.434 | 6.946 | 0 |
| AANDEEL GROEP IN TOTALE GEREALISEERDE EN NIET-GEREA LISEERDE RESULTATEN PER 31 DECEMBER 2016 NA TOEWIJ ZING NEGATIEF EIGEN VERMOGEN |
0 | 61.919 | 25.101 | 0 | 34.731 |
((*) Per einde juni 2016 heeft EXMAR een akkoord bereikt over de acquisitie van de resterende 50% aangehouden door Wah Kwong. Als een gevolg hiervan worden deze vennootschappen niet langer beschouwd als joint ventures en worden ze niet langer opgenomen in de consolidatie als joint ventures.
(**) Per einde 2016 heeft EXMAR de resterende 50,10% verworven in CMC belgibo. Als gevolg van deze transactie wordt CMC Belgibo volledig geconsolideerd in de geconsolideerde balans in plaats van opgenomen te worden als een geassocieerde onderneming.
(***) Per einde mei 2016 heeft EXMAR 60% van haar belang in de WARIBOKO verkocht aan haar Nigeriaanse partner Springview. De resterende participatie is geherwaardeerd naar reële waarde en wordt opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode.
(****) De toewijzing van het negatief eigen vermogen werd gealloceerd aan de respectievelijke joint venture of geassocieerde onderneming.
| ASS | CMB | GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | OVERIGE | TOEWIJZING NEGATIEF EIGEN VERMOGEN |
TOTAAL | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Offshore | Diensten | Diensten Bexco |
Diensten CMC Belgibo |
Diensten Marpos |
Diensten WARIBOKO ondernemingen |
|||
| 50% | 50% | 45% | 49,90% (**) | 45% | 40% (***) | 50% | ||
| 26.614 | 17.739 | 8.744 | 129 | 16.291 | 1.479.825 | |||
| 9.673 | 12.532 | 7.467 | 726 | 17.973 | 215.638 | |||
| 7.791 | 323 | 258 | 381 | 5.736 | 121.700 | |||
| 6.184 | 19.312 | 5.327 | 0 | 14.081 | 1.346.057 | |||
| 6.000 | 19.248 | 4.852 | 0 | 0 | 525.550 | |||
| 0 | 0 | 0 | 0 | 14.081 | 810.309 | |||
| 4.576 | 2.743 | 3.000 | 449 | 14.486 | 170.443 | |||
| 4.000 | 1.476 | 998 | 0 | 0 | 70.760 | |||
| 0 | 0 | 0 | 0 | 4.593 | 48.036 | |||
| 15.251 | 1.926 | 22.070 | 1.731 | 47.862 | 421.131 | |||
| 2.969 | 1.044 | 1.466 | 61 | 1.847 | 78.065 | |||
| 24 | 1 | 0 | 0 | 0 | 1.324 | |||
| 508 | 353 | 177 | 3 | 1.643 | 64.097 | |||
| 0 | 105 | 1 | 0 | 0 | 107 | |||
| 3.981 | 967 | -610 | 112 | 8.071 | 76.826 | |||
| 213 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.474 | |||
| 4.194 | 967 | -610 | 112 | 8.071 | 81.300 | |||
| 25.527 | 8.216 | 7.884 | 406 | 5.696 | ||||
| 12.764 | 4.108 | 3.541 | 183 | 2.278 | ||||
| 10.667 | 3.736 | 3.931 | 1.103 | 139 | 0 | 66 | 69.925 (****) | 132.816 |
| 2.097 | 484 | -274 | -464 | 51 | 1.458 | 0 | 36.809 | |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -11.567 | 0 | -34.067 | |
| 0 | -112 | -116 | -639 | -7 | 13.622 | -66 | 11.632 | |
| 12.764 | 4.108 | 3.541 | 0 | 183 | 3.513 | 0 | 77.266 | |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.741 | 0 | 70.332 | |
| 12.764 | 4.108 | 3.541 | 0 | 183 | 5.254 | 0 | 147.598 |
| LPG | LNG | Offshore | Diensten | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| LENINGEN AAN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES | ||||||||
| PER 1 JANUARI 2016 | 83.633 | 316.912 | 0 | 0 | 400.545 | |||
| Nieuwe leningen | 1.245 | 0 | 3.994 | 5.239 | ||||
| Terugbetalingen | 0 | -18.774 | 0 | -18.774 | ||||
| Wijzigingen in toegewezen negatief eigen vermogen (*) | 1.150 | 183 | -1.741 | -408 | ||||
| Gekapitaliseerde intresten | 673 | 131 | 1.198 | 2.002 | ||||
| Wijziging in consolidatie scope (**) | -30.582 | 0 | 13.483 | -17.099 | ||||
| PER 31 DECEMBER 2016 | 56.119 | 298.452 | 16.934 | 0 | 371.505 | |||
| MEER DAN ÉÉN JAAR | 56.119 | 275.452 | 12.341 | 0 | 343.912 | |||
| MINDER DAN ÉÉN JAAR | 0 | 23.000 | 4.593 | 0 | 27.593 |
| LPG | LNG | Offshore | Diensten | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| LENINGEN AAN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES | ||||||||
| PER 1 JANUARI 2017 | 56.119 | 298.452 | 16.934 | 0 | 371.505 | |||
| Nieuwe leningen | 0 | |||||||
| Terugbetalingen | -6.822 | -317.138 | -4.267 | -328.227 | ||||
| Wijzigingen in toegewezen negatief eigen vermogen (*) | 756 | 53.380 | 304 | 54.440 | ||||
| Gekapitaliseerde intresten | 220 | 332 | 0 | 552 | ||||
| Waardevermindering (***) | 0 | -35.026 | 0 | -35.026 | ||||
| PER 31 DECEMBER 2017 | 50.273 | 0 | 12.971 | 0 | 63.244 | |||
| MEER DAN ÉÉN JAAR | 50.273 | 0 | 8.621 | 0 | 58.894 | |||
| MINDER DAN ÉÉN JAAR | 0 | 0 | 4.350 | 0 | 4.350 |
(*) De geassocieerde ondernemingen en joint ventures waarvan het aandeel in het eigen vermogen negatief is, worden toegewezen aan de andere componenten van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming of joint venture. Wanneer het negatieve eigen vermogen dit belang overtreft, dan wordt een corresponderende verplichting geregistreerd in dit verband.
(**) De wijziging in consolidatie scope in 2016 aangaande het LPG segment heeft betrekking op de aankoop per einde juni 2016 van de resterende 50% van de pressurized vloot dewelke in eigendom was van Wah Kwong. De wijziging in consolidatie scope in 2016 betreffende het offshore segment is gerelateerd aan de gedeeltelijke verkoop (60%) van de WARIBOKO aan Springview.
(***) Zie uitleg onder Monteriggioni Inc onderaan.
De activiteiten en activa van een aantal van onze joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden gefinancierd door aandeelhoudersleningen toegekend door EXMAR aan de respectievelijke joint ventures en geassocieerde onderneming. Het korte termijn gedeelte van deze leningen wordt gepresenteerd als overige vordering. De saldo's vermeld tussen haakjes vertegenwoordigen de uitstaande vorderingen inclusief toewijzing negatief eigen vermogen.
In 2004 heeft Excelerate 258 achtergestelde obligaties uitgegeven aan respectievelijk EXMAR en Taurus Charitable Income Trust, een verbonden onderneming van Excelerate Energy, aan een vaste intrestvoet van 5,25%. Elke obligatie vertegenwoordigt een bedrag van USD 398.400. De obligatielening vervalt in 2018. De obligatielening omvat verplichte terugbetalingsclausules wanneer bepaalde voorwaardelijke gebeurtenissen zich voordoen, alsook vrijwillige terugbetalingsclausules. Beide aandeelhouders van Excelerate NV hebben ook een krediet faciliteit toegekend voor een bedrag tot USD 8 miljoen om werkkapitaalbehoeften te financieren. Het intrest percentage op deze werkkapitaal faciliteit bedraagt LIBOR USD 3 maanden + 0,60%. De obligatielening en de werkkapitaal faciliteit werden terugbetaald per einde december 2017 als gevolg van de verkoop van de aandelen van de onderneming Excelerate. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie met betrekking tot deze verkoop.
EXMAR heeft twee aandeelhoudersleningen toegekend aan Explorer en Express, respectievelijk in 2008 en 2009. Op deze leningen is gedeeltelijk een variabele intrestvoet van toepassing (LIBOR 3 maanden plus 0,9%) en gedeeltelijk een vaste intrestvoet (15%). Deze leningen worden terugbetaald over 25 jaar in driemaandelijkse termijnen. De aandeelhoudersleningen omvatten verplichte terugbetalingsclausules wanneer bepaalde voorwaardelijke gebeurtenissen zich voordoen, waaronder de verkoop of het totaal verlies van de schepen. EXMAR NV en Excelerate Energy LP hebben ook een krediet faciliteit toegekend aan Explorer voor een bedrag tot USD 15 miljoen om werkkapitaalbehoeften te financieren. Het intrest percentage op deze werkkapitaal faciliteit bedraagt LIBOR 3 maanden plus 0,60%. De aandeelhoudersleningen en de werkkapitaal faciliteit werden terugbetaald per einde december 2017 als gevolg van de verkoop van de aandelen van de ondernemingen Explorer en Express. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie met betrekking tot deze verkoop.
Beide aandeelhouders hebben aandeelhoudersleningen toegekend aan EXMAR LPG in 2013. Terugbetalingen gebeuren afhankelijk van de beschikbaarheid van liquiditeiten en alleen indien zulke terugbetaling niet resulteert in een inbreuk op de financiële convenanten van de bankleningen bij EXMAR LPG. Het van toepassing zijnde intrest percentage op deze aandeelhoudersleningen bedraagt LIBOR 3 maanden plus 0,5%.
Beide aandeelhouders hebben aandeelhoudersleningen toegekend aan Monteriggioni in 2001. Terugbetalingen gebeuren afhankelijk van de beschikbaarheid van liquiditeiten. Het van toepassing zijnde intrest percentage op deze aandeelhoudersleningen bedraagt LIBOR 6 maanden plus 1%. Een deel van de aandeelhoudersleningen werd terug betaald in 2017 met de opbrengsten van de verkoop van het schip EXCEL. Het resterend saldo van de leningen werd kwijtgescholden gedurende 2017. We verwijzen eveneens naar toelichting 8 in dit verband.
EXMAR Nederland heeft een aandeelhouderslening toegekend aan Electra Offshore Ltd. De lening wordt terugbetaald afhankelijk van de beschikbaarheid van liquiditeiten. Het intrest percentage op deze faciliteit bedraagt een vast percentage van 12%.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| JOINT VENTURE AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP | ||
| EXCELSIOR | 23.004 | 0 |
Op 31 januari 2018 heeft EXMAR haar 50% aandeel in Excelsior BVBA verkocht aan Excelerate Energy voor een bedrag van USD 81 miljoen. EXMAR zal een meerwaarde erkennen van ongeveer USD 31 miljoen in kwartaal 1 van 2018.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| VOOR VERKOOP BESCHIKBARE AANDELEN | ||
| Niet genoteerde aandelen (*) | 1.573 | 1.454 |
| Genoteerde aandelen (**) | 3.004 | 2.154 |
| 4.577 | 3.608 |
(*) De niet genoteerde aandelen betreffen 149 aandelen van Sibelco dewelke werden verworven in 2014.
(**) De genoteerde aandelen hebben betrekking op 149.089 aandelen van Teekay (ISIN code MHY8564M1057) aan een koers van USD 20,15. Als gevolg van een belangrijke en aanhoudende daling in de reële waarde van de Teekay en de Sibelco aandelen, werd de reële waarde reserve in dit verband verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten in 2016. De wijziging in de reële waarde van het huidige boekjaar werd eveneens verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN | ||
| Handelsvorderingen | 30.158 | 23.548 |
| Kaswaarborgen | 234 | 323 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures (korte termijn) | 4.350 | 27.593 |
| Overige vorderingen | 10.697 | 5.230 |
| Over te dragen kosten (*) | 3.323 | 5.076 |
| Te ontvangen opbrengsten (*) | 2.010 | 953 |
| 50.772 | 62.723 | |
| WAARVAN FINANCIËLE ACTIVA (TOELICHTING 29) | 41.919 | 54.152 |
(*) "Over te dragen kosten" omvat kosten die reeds werden gefactureerd, maar betrekking hebben op volgende boekjaren, zoals huur, verzekeringen, commissies, brandstoffen,..."Te ontvangen opbrengsten" omvat opbrengsten die nog niet werden gefactureerd maar wel betrekking hebben op het lopend boekjaar, zoals intresten...
De blootstelling van de Groep aan krediet- en valutarisico's en waardeverminderingsverliezen met betrekking tot handels- en overige vorderingen wordt toegelicht in toelichting 29.
| Vorderingen | Verplichtingen | Vorderingen | Verplichtingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | ||||||
| UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN IN DETAIL | |||||||
| Voorzieningen | 793 | 0 | 618 | 0 | |||
| Personeelsbeloningen | 5.131 | 0 | 5.151 | 0 | |||
| Klantenportefeuille (*) | 0 | 0 | 0 | 978 | |||
| Schepen | 0 | 2.504 | 0 | 0 | |||
| UITGESTELDE BELASTINGVORDERING / VERPLICHTING | 5.924 | 2.504 | 5.769 | 978 | |||
| Saldering van belastingsvordering-en verplichting | -2.504 | 0 | 0 | ||||
| Niet-erkenning belastingvordering (**) | -3.420 | -5.769 | 0 | ||||
| 0 | 0 | 0 | 978 |
| NIET ERKENDE UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN (**) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aftrekbare tijdelijke verschillen (33,99%) | 3.420 | 5.769 | |||
| Niet gebruikte belastinglatenties (***) | 67.657 | 58.391 | |||
| 71.077 | 0 | 64.160 | 0 |
(*) Een uitgestelde belastingsverplichting werd geboekt op de geregistreerde klantenportefeuille als gevolg van de CMC Belgibo transactie in 2016. EXMAR heeft een overeenkomst afgesloten einde augustus 2017 om Belgibo (inclusief CMC Belgibo) te verkopen aan Jardine Lloyd Thomson Group plc (JLT). We verwijzen naar toelichting 10 in dit verband.
(**) De uitgestelde belastingvordering werd niet erkend aangezien het niet waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn tegen dewelke de Groep deze latenties kan gebruiken of omdat de Groep deze toekomstige belastbare winsten niet kan inschatten op een betrouwbare basis.
(***) De niet gebruikte belastinglatenties zijn bijna volledig onbeperkt in de tijd bruikbaar.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| KAS EN KASEQUIVALENTEN | ||
| GEBLOKKEERDE KASEQUIVALENTEN | 67.434 | 34.891 |
| Bank | 31.459 | 105.385 |
| Kas | 141 | 168 |
| Geldbeleggingen | 10.223 | 15.543 |
| NETTO KAS EN KASEQUIVALENTEN | 41.824 | 121.096 |
De geblokkeerde kasequivalenten in 2017 hebben betrekking op de kredietfaciliteit met de Bank of China voor de CFLNG (zie ook toelichting 24). In 2016 hebben de geblokkeerde kasequivalenten betrekking op de Explorer/ Express kredietfaciliteit en op financiële instrumenten overeenkomsten met betrekking tot de NOK obligatielening (zie ook toelichting 24 en 29).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| AANTAL GEWONE AANDELEN | ||
| Uitgegeven per 1 januari | 59.500.000 | 59.500.000 |
| Uitgegeven aandelen per 31 december - volstort | 59.500.000 | 59.500.000 |
De aandelen zijn zonder vermelding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen zijn gerechtigd tot dividend en hebben recht om per aandeel één stem uit te brengen tijdens de Algemene Vergadering van de vennootschap.
Er heben geen uitkeringen aan de aandeelhouders plaats gevonden in 2017.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| BETAALD DIVIDEND | ||
| Bruto interimdividend per aandeel (in EUR) | 0,10 | |
| Gehanteerde koers: | 1,1132 | |
| Interimdividenduitkering (in duizenden USD) | 0 | 6.317 |
| Dividenduitkering (in duizenden USD) | 0 | 12.942 |
| TOTAAL UITGEKEERD AAN AANDEELHOUDERS (IN DUIZENDEN USD) | 0 | 19.259 |
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| VOORGESTELD DIVIDEND | ||
| Bruto dividend per aandeel (in EUR) | 0,00 | 0,00 |
| Gehanteerde koers: | 1,1993 | 1,0541 |
| Voorgestelde dividenduitkering (in duizenden USD) | 0 | 0 |
De reserve voor eigen aandelen omvat de kostprijs van de aandelen van EXMAR die door de Groep worden aangehouden.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| EIGEN AANDELEN | ||
| Aantal eigen aandelen gehouden per 31 december (*) | 2.485.247 | 2.677.433 |
| Boekwaarde van de eigen aandelen (in duizenden USD) | 48.486 | 52.236 |
| Gemiddelde kostprijs per aandeel (in EUR) - historische waarde | 14,1507 | 14,1507 |
(*) 192.186 eigen aandelen zijn verkocht gedurende 2017 naar aanleiding van de uitoefening van opties tijdens het jaar.
De omrekeningsreserve omvat koersverschillen die ontstaan uit de omrekening van in de consolidatie opgenomen balansen en winst- en verliesrekeningen opgemaakt in een andere munt dan de consolidatiemunt.
De reële waardereserve omvat de cumulatieve netto wijziging in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen tot dat deze beleggingen niet langer in de balans worden opgenomen.
Als gevolg van een belangrijke en aanhoudende daling in de reële waarde van de Teekay en de Sibelco aandelen, werd de reële waarde reserve verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten in 2016. De wijziging in de reële waarde van het huidige boekjaar werd eveneens verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten. Als gevolg hiervan bedraagt de reële waardereserve USD 0 op jaareinde.
De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve netto wijzigingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot de afgedekte transacties.
In 2014 en 2015 heeft EXMAR twee "cross currency interest rate swaps" (CCIRS) afgesloten om haar risico in te dekken met betrekking tot de uitgegeven obligatielening in NOK. Deze twee contracten zijn op vervaldag gekomen in juli 2017 (zie ook toelichting 24 en 29 in dit verband). In bepaalde van onze joint ventures werden interest rate swaps (IRS) contracten afgesloten om het variabel intrest risico in te dekken.
| 2017 | 2016 | ||
|---|---|---|---|
| WINST PER AANDEEL | |||
| Resultaat van het boekjaar (in USD) | 28.030.885 | 40.377.757 (*) | |
| Aantal uitgegeven gewone aandelen per 31 december | 59.500.000 | 59.500.000 | |
| Effect van eigen aandelen | -2.667.442 | -2.748.708 | |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen per 31 december | 56.832.558 | 56.751.292 | |
| 0,49 | 0,71 (*) | ||
| VERWATERDE WINST PER AANDEEL (*) | |||
| Resultaat van het boekjaar (in USD) | 28.030.885 | 40.377.757 (*) | |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen per 31 december | 56.832.558 | 56.751.292 | |
| Gemiddelde slotkoers van één gewoon aandeel gedurende het jaar (in EUR) | (a) | 5,75 | 7,19 |
| Gemiddelde uitoefenprijs voor aandelen onder optie (in EUR) | (b) | 4,71 | 4,96 |
| • Optieplan 7: EUR 4.71 voor 216.005 aandelen onder optie | |||
| Aantal aandelen onder optie | (c) | 216.005 | 478.995 |
| Aantal aandelen onder optie die tegen reële waarde zou zijn uitgegeven: (c*b)/a | -176.936 | -330.433 | |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen gedurende het jaar inclusief opties | 56.871.627 | 56.899.854 | |
| 0,49 (**) | 0,71 (*) |
(*) IAS 23 vereist dat intrestkosten die toewijsbaar zijn aan de bouw van een schip, worden gekapitaliseerd op het schip in aanbouw. Als gevolg van het niet toepassen van IAS 23 in voorgaande periodes, werden de cijfers van de vorige periode herwerkt. We verwijzen naar toelichting 11 voor meer informatie in dit verband.
(**) Optieplan 2, 3, 4 ,8, 9 en 10 werden niet begrepen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel vanwege het anti-verwateringseffect.
| Bankleningen | Overige leningen | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|
| LANGE TERMIJNLENINGEN PER 31 DECEMBER 2016 | |||||
| PER 1 JANUARI 2016 | 300.871 | 111.715 | 412.586 | ||
| Nieuwe leningen | 100 | 0 | 100 | ||
| Geplande terugbetalingen | -19.716 | -2.000 | -21.716 | ||
| In resultaat genomen transactiekosten | 0 | 1.096 | 1.096 | ||
| Omrekeningsverschillen | -8 | 2.639 | 2.631 | ||
| Wijziging in consolidatie scope (*) | 73.040 | 2.000 | 75.040 | ||
| PER 31 DECEMBER 2016 | 354.287 | 115.450 | 469.737 | ||
| Langer dan 1 jaar | 329.590 | 0 | 329.590 | ||
| Korter dan 1 jaar | 24.697 | 115.450 | 140.147 | ||
| PER 31 DECEMBER 2016 | 354.287 | 115.450 | 469.737 | ||
| LPG | 68.493 | 0 | 68.493 | ||
| LNG | 285.316 | 0 | 285.316 | ||
| Offshore | 0 | 0 | 0 | ||
| Diensten | 478 | 115.450 | 115.928 | ||
| PER 31 DECEMBER 2016 | 354.287 | 115.450 | 469.737 |
| Bankleningen | Overige leningen | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| LANGE TERMIJNLENINGEN PER 31 DECEMBER 2017 | ||||||
| PER 1 JANUARI 2017 | 354.287 | 115.450 | 469.737 | |||
| Nieuwe leningen | 200.019 | 0 | 200.019 | |||
| Geplande terugbetalingen | -294.409 | 0 | -294.409 | |||
| Betaalde transactiekosten | -13.393 | -2.475 | -15.868 | |||
| In resultaat genomen transactiekosten | 921 | 1.159 | 2.080 | |||
| Omrekeningsverschillen | 4 | 38.390 | 38.394 | |||
| Wijziging in consolidatie scope (*) | -456 | 0 | -456 | |||
| Optie premie | 0 | 6.077 | 6.077 | |||
| Afwikkeling CCIRS | 0 | -32.867 | -32.867 | |||
| PER 31 DECEMBER 2017 | 246.973 | 125.734 | 372.707 | |||
| Langer dan 1 jaar | 217.837 | 125.734 | 343.571 | |||
| Korter dan 1 jaar | 29.136 | 0 | 29.136 | |||
| PER 31 DECEMBER 2017 | 246.973 | 125.734 | 372.707 | |||
| LPG | 59.400 | 0 | 59.400 | |||
| LNG | 187.528 | 0 | 187.528 | |||
| Offshore | 0 | 0 | 0 | |||
| Diensten | 45 | 125.734 | 125.779 | |||
| PER 31 DECEMBER 2017 | 246.973 | 125.734 | 372.707 |
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| NIET OPGENOMEN KREDIETLIJNEN | ||
| Niet opgenomen kredietlijnen | 13.492 | 22.400 |
| 13.492 | 22.400 |
(*) De wijziging in consolidatie scope met betrekking tot de bankleningen in 2016 heeft betrekking op de aankoop per einde juni 2016 van de resterende 50% van de pressurized vloot dewelke in eigendom was van Wah Kwong. Voor de overige leningen heeft de beweging in 2016 betrekking op een intercompany lening die in de consolidatie niet langer geëlimineerd wordt als gevolg van de wijziging in consolidatie scope (WARIBOKO transactie). De lening werd terugbetaald in de 2de jaarhelft van 2016. De wijziging in consolidatie scope in 2017 heeft betrekking op de Belgibo verkoop. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie in dit verband.
De bankleningen hebben voornamelijk betrekking op de Excelerate faciliteit, de Explorer/ Express faciliteit, de LPG pressurized vloot faciliteiten en de CFLNG faciliteit.
In 2005 is EXMAR een gewaarborgde lening aangegaan (de "Excelerate faciliteit") voor de aankoop van bepaalde uitgegeven of nog uit te geven obligaties door Excelerate NV, om de bouw van het schip EXCELERATE mee te financieren. De Excelerate faciliteit bestaat uit drie delen. Een eerste deel tot USD 85 miljoen dewelke afgesloten werd aan een jaarlijkse vaste intrestvoet van 5,515%. De lening is terugbetaalbaar in 24 opeenvolgende halfjaarlijkse termijnen van ongeveer USD 3,5 miljoen, de laatste terugbetaling is voorzien op 20 oktober 2018. De andere twee delen van respectievelijk USD 22 miljoen en USD 19 miljoen, dewelke samen genoemd worden als zijnde de "commerciële leningen", kennen een jaarlijkse intrestvoet van drie maanden LIBOR plus 1% wanneer de EXCELERATE vaart onder een aanvaardbaar tijdbevrachtingscontract. In alle andere gevallen hebben de leningen een jaarlijkse intrestvoet van drie maanden LIBOR plus 1,1%. De lening is terugbetaalbaar in één keer op de eindvervaldag, zijnde 20 oktober 2018. EXMAR kan vroegtijdige terugbetalingen uitvoeren met betrekking tot de Excelerate faciliteit op elk moment, rekening houdende met een voorafgaandelijke schriftelijke kennisgeving van 30 dagen. De vervroegde terugbetaling kan onder voorgaande voorwaarden gebeuren zonder boete of toeslag. De Excelerate faciliteit kent verplichte terugbetalingsclausules dewelke van toepassing worden op het moment dat bepaalde gepredefinieerde gebeurtenissen zich voordoen waaronder de verkoop of het totaal verlies van het schip. De lening werd terugbetaald per einde december 2017 als gevolg van de verkoop van de aandelen van de onderneming Excelerate. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie met betrekking tot deze verkoop.
In mei 2006 heeft EXMAR een gewaarborgde lening aangegaan voor een totaal bedrag van USD 280 miljoen dewelke bestaat uit twee delen van elk USD 140 miljoen. Deze lening werd aangegaan voor de financiering van de EXPLORER en van de EXPRESS en wordt vernoemd als zijnde de " Explorer & Express faciliteit". Deze faciliteit kent een jaarlijks variabele intrestvoet van drie maanden LIBOR plus 0,9%. De lening is terugbetaalbaar in 48 driemaandelijkse termijnen dewelke schommelen tussen USD 0,62 miljoen en USD 1,2 miljoen en één betaling van USD 98,7 miljoen op de eindvervaldag van de lening. De eindvervaldag van de lening is april 2020 voor Explorer en april 2021 voor Express. EXMAR kan vroegtijdige terugbetalingen uitvoeren met betrekking tot de Explorer & Express faciliteit op elk moment, rekening houdende met een voorafgaandelijke schriftelijke kennisgeving van 14 dagen. De vervroegde terugbetaling kan onder voorgaande voorwaarden gebeuren zonder boete of toeslag. De Explorer & Express faciliteit kent verplichte terugbetalingsclausules dewelke van toepassing worden op het moment dat bepaalde gepredefinieerde gebeurtenissen zich voordoen waaronder de verkoop of het totaal verlies van de schepen. De leningen werden terugbetaald per einde december 2017 als gevolg van de verkoop van de aandelen van de ondernemingen Explorer en Express. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie met betrekking tot deze verkoop.
In okotober 2008 heeft EXMAR een senior gewaarborgde leningfaciliteit afgesloten voor een bedrag van USD 29,6 miljoen voor de financiering van 2 pressurized LPG schepen. De lening is terugbetaalbaar in driemaandelijkse termijnen en het intrest percentage van toepassing op de lening bedraagt drie maanden LIBOR plus 1%. De laatste terugbetaling is voorzien einde maart 2019.
In december 2008 heeft EXMAR 2 andere senior gewaarborgde leningfaciliteiten afgesloten van respectievelijk USD 67,2 miljoen en USD 42,8 miljoen voor de financiering van 8 pressurized LPG schepen. De leningen zijn terugbetaalbaar in driemaandelijkse schijven en het van toepassing zijnde intrest percentage bedraagt drie maanden LIBOR plus 3%. De laatste terugbetaling is voorzien uiterlijk in december 2020. Alle verplichtingen van de ontlener werden gegarandeerd door EXMAR NV (borgsteller).
Einde juni 2017 heeft EXPORT Lng Limited (een 100% dochteronderneming van EXMAR NV) een financieringsovereenkomst getekend van USD 200 miljoen met de Bank of China (Boc), Deutsche Bank en Sinosure voor de financiering van de CARIBBEAN FLNG. De lening werd opgenomen op 27 juli 2017 op het moment van de levering van de CARIBBEAN FLNG. De lening met Boc voorziet een terugbetalingstermijn van 12 jaar met zesmaandelijkse terugbetalingen. Deze faciliteit kent een jaarlijks variabele rentevoet van zes maanden LIBOR plus 3%. De jaarlijks geschatte schuldaflossing bedraagt USD 26,5 miljoen. Er bestaat een verplichting voor EXPORT om een bedrag gelijk aan 30 maandelijkse terugbetalingen inclusief intrest aan te houden op een geblokkeerde rekening (USD 67,4 miljoen). Deze verplichting zal verminderd worden tot 6 maandelijkse terugbetalingen inclusief intresten wanneer acceptabele lange termijn tewerkstelling gegarandeerd is. De verplichtingen van de ontlener werden gegarandeerd door EXMAR NV (borgsteller).
De overige leningen hebben betrekking op een uitgegeven obligatielening van NOK 700 miljoen. De obligatielening werd uitgegeven in juli 2014 door EXMAR Netherlands BV ( "uitgever"), een 100% dochteronderneming van EXMAR NV. Gedurende 2015 werd een extra bedrag van NOK 300 miljoen uitgegeven (2de deel van de initiële emissie van obligaties van NOK 700 miljoen). Het totaal uitstaande nominale bedrag van de emissie bedraagt NOK 1.000 miljoen, met een initiële looptijd tot juli 2017. In juni 2017 werd de termijn van de obligatielening verlengd tot juli 2019. Als gevolg hiervan werd de lening geclassificeerd als een lange termijn schuld in de geconsolideerde balans.
Als gevolg van de verlenging van de termijn van de obligatielening, had elke obligatiehouder de mogelijkheid om zijn NOK obligaties om te ruilen voor USD obligaties. Het intrest percentage van toepassing op de resterende NOK obligaties bedraagt drie maanden NIBOR plus een marge van 8%. De omgeruilde USD obligaties dragen een intrestvoet van drie maanden LIBOR plus een marge van 8,5%. EXMAR heeft instructies ontvangen om NOK obligaties om te ruilen, de tegenwaarde hiervan bedraagt USD 15.622.732.
EXMAR heeft een call optie op elk moment. De optieprijs en terugbetalingsprijs van de lening op vervaldag bedraagt 105%. De optie premie van 5% bedraagt USD 6,1 miljoen en werd geregistreerd in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten in 2017.
Alle uitgegeven obligaties werden gegarandeerd door EXMAR NV ("borgsteller"). EXMAR NV moet ten allen tijde rechtstreeks of onrechtstreeks een 100% belang aanhouden in de uitgever. Beperkingen werden opgelegd in hat kader van dividend uitkeringen.
In 2014 en 2015 werden twee cross currency interest rate swaps ("CCIRS") afgesloten om het risico af te dekken op de uitgegeven obligatielening. Deze CCIRS-contracten zijn op vervaldag gekomen in juli 2017 (zie ook toelichting 29 in dit verband). Per 31 december 2017, stond er een valutatermijncontract open om de NOK/USD blootstelling in te dekken. We verwijzen eveneens naar toelichting 29 in dit verband.
EXMAR's hervergassingsplatform (FSRU) werd geleverd einde december 2017. Er werd een lange termijn contract afgesloten voor de FSRU, inkomsten worden verwacht vanaf midden 2018. De laatste betalingstermijn van de FSRU werd voornamelijk gefinancierd met de opbrengsten van de verkoop van de drie LNG ondernemingen (Excelerate NV, Explorer NV en Express NV, zie ook toelichting 10 voor meer informatie in dit verband). EXMAR is momenteel in onderhandeling met verschillende partijen over de financiering van de FSRU. Er worden momenteel specifieke wijzigingen aangebracht aan de unit alvorens de start van haar werken in de tweede helft van 2018.
In het algemeen wordt gesteld dat de leningen aangegaan door EXMAR en haar joint ventures, gewaarborgd zijn door de onderliggende activa dewelke eigendom zijn van de joint ventures. Verder bestaan er verschillende panden en andere soorten van garanties dewelke de leningen waarborgen. Dividend beperkingen kunnen eveneens van toepassing zijn. EXMAR heeft financiële activa in pand gegeven als zekerheid voor bepaalde schulden. We verwijzen naar toelichting 21 waar het bedrag van geblokkeerde kasequivalenten met betrekking tot kredietovereenkomsten en financiële instrumenten overeenkomsten wordt toegelicht.
Verschillende lening convenanten zijn eveneens van toepassing en vereisen naleving van bepaalde financiële ratio's. Deze ratio's worden zesmaandelijks berekend op basis van EXMAR's geconsolideerde cijfers waar de joint ventures niet geconsolideerd worden volgens IFRS 11 maar volgens de proportionele consolidatie methode (analoog met de waarderingsregels gebruikt voor segment rapporteringsdoeleinden). Indien EXMAR niet voldoet aan deze convenanten kunnen vroegtijdige terugbetalingen mogelijk zijn. Per 31 december 2017 voldeed EXMAR aan de van toepassing zijnde convenanten met voldoende marge. EXMAR volgt voortdurend de naleving van al deze convenanten op.
| RATIO | LPG faciliteiten | CFLNG faciliteiten | Obligatielening | Overige |
|---|---|---|---|---|
| VAN TOEPASSING ZIJNDE CONVENANTEN | ||||
| Ratio gerealiseerd eigen vermogen | NVT | ≥ USD 300 miljoen | ≥ USD 300 miljoen | ≥ USD 300 miljoen + 50% van het resultaat |
| Ratio vrije liquide middelen | NVT | ≥ USD 25 miljoen | ≥ USD 25 miljoen | ≥ USD 30 miljoen |
| Ratio kas en kasequivalenten | NVT | NVT | NVT | ≥ USD 25 miljoen |
| Ratio eigen vermogen | NVT | ≥ 25% | Maximum 2,75 | NVT |
| Ratio rente dekkingsgraad | NVT | min 2:1 | min 2:1 | NVT |
| Ratio werkkapitaal | NVT | minimum positief | minimum positief | minimum positief |
| Minimum dekkingsgraad van | 110% voor de faciliteit mbt 2 LPG schepen 120% voor de faciliteit mbt 8 LPG schepen |
NVT | NVT | NVT |
De Groep heeft een aandelenoptieregeling ingevoerd waarbij bepaalde werknemers recht hebben om in te schrijven op een aantal opties. De opties zijn enkel uitoefenbaar na een periode van drie jaar en enkel voor werknemers die nog in dienst zijn na deze driejarige periode. Elke optie geeft de houder van de optie recht op één EXMAR aandeel.
De reële waarde van de diensten die in ruil voor de toegekende opties worden ontvangen, wordt bepaald op basis van de uitoefenprijs van de toegekende aandelenopties. De reële waarde van de ontvangen diensten wordt bepaald met behulp van een binominaal model. In dit model wordt onder andere uitgegaan van de contractuele looptijd van de optie.
| Plan 10 | Plan 9 | Plan 8 | Plan 7 | Plan 4 | Plan 3 | Plan 2 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| REËLE WAARDE OP TOEKENNINGSDATUM EN GEHANTEERDE VERWACHTINGEN OP MOMENT VAN TOEKENNING | |||||||
| Aantal opties openstaand op jaareinde (*) | 412.750 | 420.350 | 503.600 | 216.005 | 224.529 | 396.855 | 309.089 |
| Reële waarde op de toekenningsdatum (in EUR) | 3,21 | 2,32 | 3,36 | 1,35 | 5,64 | 7,38 | 5,25 |
| Aandelenkoers op de toekenningsdatum(in EUR) | 9,62 | 10,00 | 11,33 | 5,28 | 16,80 | 23,84 | 18,47 |
| Uitoefenprijs bij toekenning (in EUR) (*) | 9,62 | 10,54 | 10,54 | 4,71 | 14,64 | 15,96 | 10,73 |
| Verwachte volatiliteit (**) | 40,70% | 30,60% | 31,40% | 39,70% | 25,78% | 31,10% | 24,50% |
| Looptijd optie bij toekenning (***) | 8 jaar | 8 jaar | 8 jaar | 8 jaar | 8 jaar | 8 jaar | 8 jaar |
| Vervaldatum | 2023 | 2022 | 2021 | 2018 | 2020 | 2019 | 2018 |
| Verwacht dividend | 0,3 eur/j | 0,3 eur/j | 0,4 eur/j | 0,4 eur/j | 0,50 eur/j | 0,66 eur/j | 0,66 eur/j |
| Risicovrije rentevoet | 0,53% | 0,62% | 1,87% | 3,61% | 4,29% | 3,85% | 3,90% |
(*) Het aantal aandelenopties en de uitoefenprijs van de opties werd aangepast omwille van het verwateringseffect van de kapitaalverhoging van november 2009 (aanpassing volgens ratio 0,794), de uitkering van een uitzonderlijke dividend van mei 2012 (aanpassing volgens ratio 0,929) en de uitkering van een uitzonderlijke dividend (aanpassing volgens ratio 0.9364) van september 2013. Het aantal opties en de uitoefenprijs weergegeven in bovenstaande tabel betreffen de aangepaste waarden.
(**) De verwachte volatiliteit is gebaseerd op de historische volatiliteit (berekend op basis van de gewogen gemiddelde resterende looptijd van de aandelenopties), aangepast voor eventuele verwachte wijzigingen in de toekomstige volatiliteit als gevolg van openbaar beschikbare informatie.
(***) De Raad van Bestuur van 23 maart 2009 heeft beslist om de looptijd van de optieplannen 1 - 4 te verlengen met 5 jaar. Deze verlenging kadert in de goedkeuring door de Belgische wetgever van de herstelwet die de wet van 26 maart 1999 aanvult. Op datum van wijziging werden aangepaste reële waarde berekeningen gemaakt op basis van de resterende en verlengde looptijd van de aandelenopties.
Plan 1, 5 en 6 werden verwijderd uit bovenstaand overzicht aangezien de plannen vervallen zijn. Plan 5 verviel op het einde van 2016, plan 1 en 6 vervielen op het einde van 2017. Met betrekking tot plan 1 werden 7.786 opties uitgeoefend in 2017 en 57.592 opties vervielen als gevolg van het vervallen van het plan. Met betrekking tot plan 6 werden 175.060 opties uitgeoefend in 2017 en 13.212 opties vervielen als gevolg van het vervallen van het plan.
| Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
|
|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | |||
| AANSLUITING OPENSTAANDE OPTIES | ||||
| OPENSTAAND PER 1 JANUARI | 2.766.284 | 10,58 | 2.897.469 | 10,39 |
| Nieuw verleende opties | 0 | 0,00 | 0 | 0,00 |
| Wijzigingen tijdens het boekjaar | ||||
| Uitgeoefende opties | -192.186 | 4,89 | -92.577 | 5,75 |
| Vervallen/geschrapte opties | -90.920 | 6,90 | -38.608 | 8,12 |
| OPENSTAAND PER 31 DECEMBER | 2.483.178 | 11,14 | 2.766.284 | 10,58 |
| UITOEFENBAAR PER 31 DECEMBER | 2.070.428 | 11,44 | 1.963.184 | 10,77 |
De gewogen gemiddelde resterende levensduur van de uitstaande optieplannen per einde december 2017 bedraagt 3,5 jaar.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| AANDELENOPTIES | ||
| Aantal openstaande aandelenopties | 2.483.178 | 2.766.284 |
| Opgenomen in de personeelskosten optieplan 8 |
0 | 677 |
| optieplan 9 | 412 | 389 |
| optieplan 10 | 508 | 491 |
| 920 | 1.557 |
De Groep voorziet in pensioenvoordelen voor de meeste van haar werknemers, hetzij direct, hetzij via een bijdrage aan een onafhankelijk fonds. De pensioenvoordelen voor het kaderpersoneel in dienst vóór 1 januari 2008 worden verstrekt onder een te bereiken doel plan. Dit plan is een te bereiken doel plan waarbij een eindloonstelsel van toepassing is.
Voor kaderleden in dienst na 1 januari 2008, werknemers gepromoveerd tot kaderlid na 1 januari 2008 en kaderleden die de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben, voorziet de Groep pensioenvoordelen via een vast bijdrage plan.
Belgische toegezegde bijdrageregelingen vallen onder toepassingsgebied van de Wet van 28 april 2003 op de aanvullende pensioenen, kort WAP genoemd. Volgens artikel 24 van deze wet is de werkgever verplicht een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever te garanderen en dit voor stortingen tot en met 31/12/2015. Vanaf januari 2016 dient de werkgever een gemiddeld minimum redement van 1,75% te garanderen op zowel werknemersbijdragen als werkgeversbijdragen (zoals gewijzigd door de Wet van 18 december 2015). Deze minimum rendementsgarantie overtreft over het algemeeen het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeringsmaatschappij. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen, worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de defintie van toegezegde bijdragenregeling zoals opgenomen in IFRS en worden ze als een te bereiken doel plan geclassificeerd. Een actuariële berekening in overeenstemming met IAS 19 gebaseerd op de 'projected unit credit (PUC)'-methode werd uitgevoerd in dit verband. Deze berekening resulteerde in een verplichting van KUSD 115 dewelke geregistreerd werd via het geconsolideerd overzicht van niet gerealiseerde resultaten (zie onderstaande tabel voor de samenstelling van de netto verplichting). De stortingen dewelke erkend werden in de winst- en verliesrekening bedragen USD 0,7 miljoen (2016: USD 0,8 miljoen).
| 2017 | 2016 | 2015 | 2014 | 2013 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| PERSONEELSBELONINGEN - TE BEREIKEN DOEL PLAN | |||||||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | -12.072 | -11.297 | -11.662 | -14.063 | -12.919 | ||
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 7.361 | 7.098 | 7.217 | 7.852 | 8.519 | ||
| CONTANTE WAARDE VAN DE NETTOVERPLICHTINGEN | -4.711 | -4.198 | -4.445 | -6.211 | -4.400 |
| 2017 | 2016 | 2015 | 2014 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|
| PERSONEELSBELONINGEN - VAST BIJDRAGENPLAN | |||||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | -3.313 | -3.845 | |||
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 3.198 | 3.777 | |||
| CONTANTE WAARDE VAN DE NETTOVERPLICHTINGEN | -115 | -69 | 0 | 0 | 0 |
| TOTALE PERSONEELSBELONINGEN | -4.826 | -4.267 | -4.445 | -6.211 | -4.400 |
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| WIJZIGINGEN IN DE VOORZIENINGEN GEDURENDE HET JAAR | ||
| VOORZIENING PER 1 JANUARI | 11.297 | 11.662 |
| Uitkeringen | -792 | -778 |
| Werkelijke werknemer bijdragen | 80 | 92 |
| Intrestlast | 87 | 173 |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | 512 | 549 |
| Werkelijke taksen betaald op bijdragen (exclusief intresten) | -79 | -87 |
| Actuariële winsten/ verliezen | 776 | 59 |
| Verkoop van een dochteronderneming | -1.315 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 1.507 | -372 |
| VOORZIENING PER 31 DECEMBER | 12.072 | 11.297 |
| WIJZIGINGEN IN DE REËLE WAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN | ||
| REËLE WAARDE FONDSBELEGGINGEN PER 1 JANUARI | 7.098 | 7.217 |
| Ontvangen stortingen | 722 | 809 |
| Uitkeringen | -792 | -778 |
| Rendement van fondsbeleggingen | 56 | 112 |
| Actuariële winsten/verliezen | 241 | 113 |
| Werkelijke taksen betaald op bijdragen (exclusief intresten) | -79 | -87 |
| Werkelijke administratiekosten | -45 | -51 |
| Verkoop van een dochteronderneming | -774 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 933 | -237 |
| REËLE WAARDE FONDSBELEGGINGEN PER 31 DECEMBER (*) | 7.361 | 7.098 |
| PENSIOENKOST OPGENOMEN IN DE WINST-EN VERLIESREKENING | ||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | -512 | -549 |
| Intrestlast | -87 | -173 |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 56 | 112 |
| Administratiekosten | -45 | -51 |
| TOTALE PENSIOENKOST IN DE WINST- EN VERLIESREKENING (ZIE BIJLAGE 6) | -587 | -660 |
| PENSIOENKOST OPGENOMEN IN DE NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | ||
| Actuariële winsten en (verliezen) uit te bereiken doel pensioenplannen | 535 | 54 |
| TOTALE PENSIOENKOST IN DE NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | 535 | 54 |
| BELANGRIJKSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN. UITGEDRUKT IN GEWOGEN GEMIDDELDEN | ||
| Verdisconteringsvoet op 31 december | 0,85% | 0,75% |
| Verwacht rendement op activa per 31 december | 0,85% | 0,75% |
| Toekomstige salarisverhogingen (inflatie inbegrepen) | (salary scales) | (salary scales) |
| Sterftetafels | Belgian (MR/FR) | Belgian (MR/FR) |
| Inflatie | 2% | 2% |
| VERWACHTE BIJDRAGE VOOR VOLGEND JAAR | ||
| Inschatting van bijdragen verwacht te betalen gedurende volgend jaar | 747 | 836 |
| OPDELING VAN FONDSBELEGGINGEN | ||
| Eigen vermogen instrumenten | 3% | 5% |
| Leningen | 87% | 86% |
| Vastgoed | 7% | 6% |
| Kasgelden | 3% | 3% |
(*) De fondsbeleggingen bevatten geen EXMAR aandelen en geen vastgoed door EXMAR in gebruik genomen.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| VOORZIENINGEN | ||
| Voorzieningen op lange termijn (*) | 2.434 | 2.522 |
| Voorzieningen op korte termijn | 0 | 0 |
| PER 1 JANUARI | 2.434 | 2.522 |
| Nieuwe voorzieningen | 0 | 0 |
| Terugname van voorzieningen | 0 | -88 |
| Wijziging in consolidatie scope (**) | -74 | 0 |
| PER 31 DECEMBER | 2.360 | 2.434 |
| Voorzieningen op lange termijn (*) | 2.360 | 2.434 |
| Voorzieningen op korte termijn | 0 | 0 |
| PER 31 DECEMBER | 2.360 | 2.434 |
(*) Ingevolge de bepalingen van het goedgekeurde partiële splitsing voorstel van CMB, heeft EXMAR 39% van de schadevordering van PSA tegen CMB voorzien. Het bedrag en het moment waarop deze cash-out flows voor deze provisie zich zal voordoen is onzeker. In 2017 heeft er zich geen wijziging voor gedaan in de risico inschatting van deze schadevordering.
(**) De wijziging in consolidatie scope heeft betrekking op de Belgibo verkoop. We verwijzen naar toelichting 10 in dit verband.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN | ||
| Handelsschulden | 28.787 | 30.519 |
| Overige schulden | 24.645 | 12.870 |
| Te betalen kosten & over te dragen opbrengsten (*) | 6.569 | 7.855 |
| 60.001 | 51.244 | |
| WAARVAN FINANCIËLE SCHULDEN (TOELICHTING 29) | 53.330 | 43.275 |
(*) De "te betalen kosten" omvatten kosten die betrekking hebben op afgelopen boekjaar maar nog niet werden aangerekend, zoals intrestlasten, havenkosten, commissies,... De "over te dragen opbrengsten" omvatten reeds gefactureerde opbrengsten die betrekking hebben op volgende boekjaren, zoals huuropbrengsten, vrachten,...
In zijn normale beleidsvoering is de Groep blootgesteld aan diverse risico's zoals beschreven in de Corporate Governance verklaring. De Groep is blootgesteld aan krediet-, intrest-, valuta- en liquiditeitsrisico's. Om deze risico's te beheersen, maakt de Groep gebruik van verschillende financiële instrumenten, voornamelijk intrestindekkingen. De Groep past hedge accounting toe voor alle transacties die voor hedge accounting in aanmerking komen (formele documentatie en effectiviteitstest bij aanvang en op voortdurende basis). Financiële instrumenten worden initieel gewaardeerd aan reële waarde. Vervolgens wordt het effectieve deel van de wijziging in reële waarde erkend in het eigen vermogen. Niet effectieve delen van wijziging in reële waarde en wijzigingen in reële waarde van financiële instrumenten die niet voor hedge accounting in aanmerking komen, worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Valutatermijncontract | 1.065 | 0 |
| TOTAAL ACTIVA | 1.065 | 0 |
| VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN | ||
| Interest rate swaps | 0 | 0 |
| Cross currency interest rate swap | 0 | 0 |
| VERPLICHTINGEN OP KORTE TERMIJN | ||
| Interest rate swaps | 0 | 0 |
| Cross currency interest rate swap | 0 | 36.182 |
| TOTALE VERPLICHTINGEN | 0 | 36.182 |
| Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| 31 DECEMBER 2017 | ||||
| Aandelen beschikbaar voor verkoop | 3.004 | 1.573 | 4.577 | |
| Valutatermijncontract | 0 | 1.065 | 1.065 | |
| TOTAAL FINANCIËLE ACTIVA GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE | 3.004 | 2.638 | 0 | 5.642 |
| Cross currency Interest rate swap gebruikt voor afdekking | 0 | |||
| TOTAAL FINANCIËLE PASSIVA GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE | 0 | 0 | 0 | 0 |
Alle andere financiële instrumenten dan de hierboven vermelde worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Als gevolg van een belangrijke en aanhoudende daling in de reële waarde van de Teekay aandelen (dewelke geclassificeerd staan als voor verkoop beschikbare beleggingen in de geconsolideerde balans en weergegeven staan in bovenstaand schema onder niveau 1) en de Sibelco aandelen (dewelke geclassificeerd staan als voor verkoop beschikbare beleggingen in de geconsolideerde balans en weergegeven staan in bovenstaand schema onder niveau 2), werd de reële waarde reserve verwerkt via het overzicht van gerealiseerde resultaten in 2016. De wijziging in de reële waarde van het huidige boekjaar werd eveneens verwerkt via het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten. Als gevolg hiervan bedraagt de reële waarde reserve op jaareinde USD 0.
De langetermijnvisie eigen aan de activiteit van EXMAR gaat samen met langlopende financieringen, en dus ook met een blootstelling aan de onderliggende rentevoeten. EXMAR beheert deze blootstelling op een actieve manier, door middel van diverse instrumenten ter indekking van stijgende rentevoeten, dit voor een gedeelte van de schuldportefeuille. In bepaalde van onze joint ventures werden interest rate swaps (IRS) contracten afgesloten om het variabel intrest risico in te dekken.
In 2014 en 2015 werd een obligatielening uitgegeven voor een bedrag van NOK 1.000 miljoen. De NOK/ USD blootstelling werd ingedekt door twee CCIRS contracten. De vaste USD tegenwaarde van de eerste CCIRS bedroeg USD 114 miljoen en het van toepassing zijnde intrest percentage bedroeg 5,72%. Voor de tweede CCIRS bedroeg de vaste USD tegenwaarde USD 38 miljoen en het intrest percentage van toepassing hierop bedroeg drie maanden LIBOR (USD) plus 4,8%. Het intrest percentage van toepassing op de NOK obligatielening bedroeg 3 maanden NIBOR plus 4,5%. De termijn van de NOK obligatielening werd verlengd tot juli 2019 (zie ook toelichting 24 in dit verband). De CCIRS-contracten werden niet verlengd als gevolg van de verlenging van de leningstermijn van de obligatielening, deze contracten zijn op vervaldag gekomen in juli 2017. Het huidige intrest percentage van toepassing op de obligatielening wordt weergegeven in toelichting 24. Per 31 december 2017, stond er een valutatermijncontract open om de NOK/USD blootstelling in te dekken. De positieve reële waarde van dit contract per 31 december 2017 werd geregistreerd in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten (USD 1,1 miljoen).
Het kredietrisico wordt continu centraal opgevolgd door de Groep. Kredietwaardigheidscontroles worden uitgevoerd wanneer dit wenselijk wordt geacht. Op afsluitdatum werden geen noemenswaardige kredietwaardigheidsproblemen vastgesteld. Een aanzienlijk deel van onze LNG inkomsten is afhankelijk van de prestatie van één belangrijke klant, Excelerate Energy. Geen kredietwaardigheidsrisico werd vastgesteld in dit verband. De leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvatten aandeelhoudersleningen aan onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures dewelke een LPG schip , LNG schip of Offshore platform exploiteren of bezitten. Alle schepen zijn operationeel en genereren inkomsten. Bijgevolg voorzien wij geen invorderingsproblemen met betrekking tot deze uitstaande leningen. De geassocieerde ondernemingen en joint ventures waarvan het aandeel in het eigen vermogen negatief is, worden toegewezen aan de andere componenten van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming of joint venture. Wanneer het negatieve eigen vermogen dit belang overtreft, dan wordt een corresponderende verplichting geregistreerd in dit verband. De looptijd van de aandeelhoudersleningen wordt besproken in toelichting 16 van dit verslag. Er bestond een aandeelhouderslening tussen EXMAR LNG Investment en Monteriggioni. Een deel van de aandeelhouderslening werd terug betaald in 2017 met de opbrengsten van de verkoop van het schip EXCEL. Het resterend saldo van de lening werd kwijtgescholden gedurende 2017, deze waardevermindering wordt apart getoond in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten onder Waardevermindering lening aan joint venture (zie ook toelichting 8 in dit verband). In het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures werd de opbrengst als gevolg van deze kwijtschelding geregistreerd. De kwijtschelding heeft dus geen resultaatseffect op het niveau van de geconsolideerde cijfers.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| BOEKWAARDEN VAN DE FINANCIËLE ACTIVA | ||
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 63.244 | 371.505 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | 4.577 | 3.608 |
| Handels- en overige vorderingen | 37.569 | 26.559 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 1.065 | 0 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 67.434 | 34.891 |
| Kas en kasequivalenten | 41.824 | 121.096 |
| 215.712 | 557.660 |
De boekwaarden van de financiële activa geven het maximale kredietrisico weer.
Aangezien het bedrag aan vervallen vorderingen niet materieel is, werd er geen gedetailleerde ouderdomsanalyse gemaakt. Er werden geen significante voorzieningen voor kredietverliezen opgezet op balansdatum en er werden geen belangrijke waarderverminderingen gerealiseerd tijdens het boekjaar.
De rentedragende leningen worden meestal onderhandeld met variabele rentevoeten. Om dit intrestrisico in te dekken, maakt de Groep gebruik van een aantal op de markt bestaande intrestindekkingsinstrumenten (meestal IRS contracten afgesloten door onze joint ventures ). De Groep past hedge accounting toe indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Wannner geen hedge accounting wordt toegepast, worden de wijzigingen in de reële waarde verwerkt in de winst- en verliesrekening.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| INTRESTINDEKKINGSINSTRUMENTEN | ||
| Nominaal bedrag van intrestindekkingsinstrumenten | 0 | 152.000 |
| Netto reële waarde van alle intrestindekkingsinstrumenten | 0 | -36.182 |
| Maximale looptijd | NVT | 2017 |
In 2014 werd een cross currency interest rate swap (CCIRS) afgesloten om het renterisico en valutarisico in te dekken op de uitgegeven obligatielening (NOK 700 miljoen). In juli 2015 werd een nieuwe CCIRS afgesloten voor de extra opname van NOK 300 miljoen. Deze CCIRS-contracten zijn op vervaldag gekomen in juli 2017 (zie ook toelichting 24 in dit verband).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| BLOOTSTELLING AAN HET RENTERISICO | ||
| Totaal rentedragende leningen | 372.707 | 469.737 |
| met vaste rente | 0 | -14.167 |
| met variabele rente: bruto risico | 372.707 | 455.570 |
| Intrestindekkinginstrumenten (nominale waarde) (*) | 0 | -114.000 |
| NETTO BLOOTSTELLING | 372.707 | 341.570 |
(*) De tweede CCIRS dewelke werd afgesloten in verband met de NOK obligatielening dekt enkel het wisselkoersrisico in en niet het intrest risico. Bijgevolg werd de tweede CCIRS niet in rekening gebracht in 2016 voor het bepalen van het bedrag opgenomen onder "Intrestindekkingsinstrumenten (nominale waarde)".
Bij een wijziging in de intrestvoet van 50 basispunten, zouden de cijfers worden beïnvloed met onderstaande bedragen (onder de veronderstelling dat de andere variabelen niet wijzigen):
| 2017 | 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| + 50 bp | - 50 bp | + 50 bp | - 50 bp | ||
| GEVOELIGHEIDSANALYSE | |||||
| Rentedragende leningen (variabele rente) | -1.864 | 1.864 | -2.278 | 2.278 | |
| Intrest indekkingsinstrumenten | 0 | 0 | 570 | -570 | |
| NETTO GEVOELIGHEID | -1.864 | 1.864 | -1.708 | 1.708 | |
| Effect op winst- en verliesrekening | -1.864 | 1.864 | -1.708 | 1.708 | |
| Effect op eigen vermogen | 0 | 0 | 380 | -380 | |
| TOTAAL EFFECT | -1.864 | 1.864 | -1.328 | 1.328 |
Een belangrijk gedeelte van EXMAR's intrestopbrengsten zijn afkomstig van leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures met een variabele intrestvoet. Een stijging/ daling van de intrestvoet zou resulteren in een stijging/ daling van de intrestopbrengsten maar zou grotendeels geneutraliseerd worden door een stijging/ daling van de intrestkosten erkend door de joint venture/ geassocieerde onderneming voor het corresponderende bedrag. Overeenkomstig heeft elke stijging/ daling van de variabele intrestvoet van toepassing op leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures geen invloed op het netto resultaat van de groep. Bijgevolg werden leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures niet opgenomen in bovenstaande gevoeligheidsanalyse.
Het valutarisicobeleid van de Groep wordt grotendeels beïnvloed door de EUR/USD verhouding, voor de vergoeding van een deel van de bemanning van de vloot in EUR, en voor de betaling van de salarissen en andere personeelsgerelateerde kosten in EUR. Om het EUR wisselrisico te controleren, maakt de Groep gebruik van diverse koersindekkingsinstrumenten wanneer noodzakelijk geacht. Per 31 december 2017 staan er geen valutatermijncontracten open om de EURO/USD blootstelling in te dekken.
In 2014 en 2015 werd een obligatielening uitgegeven voor een bedrag van NOK 1.000 miljoen. De NOK/ USD blootstelling werd ingedekt door twee CCIRS contracten. Deze CCIRS-contracten zijn op vervaldag gekomen in juli 2017 (zie ook toelichting 24 in dit verband). Per 31 december 2017, stond er een valutatermijncontract open om de NOK/USD blootstelling in te dekken. De positieve reële waarde van dit contract per 31 december 2017 werd geregistreerd in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten (USD 1,1 miljoen).
Blootstelling aan het valutarisico, gebaseerd op nominale bedragen in duizenden in vreemde munt:
| 2017 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| EUR | NOK | SGD | EUR | NOK | SGD | |
| Vorderingen | 22.499 | 0 | 4 | 12.116 | 29 | 1.898 |
| Schulden | -19.653 | -573 | -7.205 | -25.731 | -66 | -2.291 |
| Rentedragen leningen | -254 | -912.450 | 0 | -522 | -1.000.000 | 0 |
| Risico | 2.592 | -913.023 | -7.201 | -14.137 | -1.000.037 | -393 |
| IN DUIZENDEN USD | 3.109 | -111.298 | -5.389 | -14.902 | -116.004 | -272 |
Een toename van 10% van de EUR/USD slotkoers zou het overzicht van gerealiseerde resultaten van 2017 beïnvloeden met USD 0,3 miljoen (2016: USD -1,5 miljoen) zonder rekening te houden met het effect van valutatermijncontracten. Een daling van de EUR/USD slotkoers met 10% zou het overzicht van gerealiseerde resultaten met eenzelfde bedrag (tegenovergesteld teken) beïnvloeden.
De NOK/ USD verhouding op de uitstaande obligatielening in NOK is niet meer ingedekt door de afgesloten CCIRS contracten. Een toename van 10% van de NOK/USD slotkoers zou het overzicht van gerealiseerde resultaten van 2017 beïnvloeden met USD -11,1 miljoen. Een daling van de NOK/USD slotkoers met 10% zou het overzicht van gerealiseerde resultaten met eenzelfde bedrag (tegenovergesteld teken) beïnvloeden.
De Groep beheert haar liquiditeitsrisico om zo aan haar financiële verplichtingen op vervaldag te voldoen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door een continue opvolging van kasstroomprojecties, toetsing van liquiditeitsratio's aan interne en externe verplichtingen en door het aanhouden van diverse financieringsbronnen met adequate back up faciliteiten.
Verschillende lening convenanten zijn eveneens van toepassing en vereisen naleving van bepaalde financiële ratio's. Per 31 december 2017 voldeed EXMAR aan de van toepassing zijnde convenanten met voldoende marge. We verwijzen in dit verband eveneens naar toelichting 24 aangaande leningen en naar toelichting 31 aangaande investeringsverplichtingen.
Onze verplichtingen op korte termijn zoals handelsschulden en overige schulden worden verwacht betaald te zijn in de komende twaalf maanden en werden bijgevolg niet opgenomen in onderstaande tabel. De contractuele looptijd van onze financiële verplichtingen en leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures, inclusief verwachte intrestbetalingen, wordt weergegeven in onderstaande tabel. De contractuele looptijd van onze financiële schulden is gebaseerd op de contractuele aflossingstabellen van de leningen. De contractuele looptijd van onze leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures is gebaseerd op de contractuele aflossingstabel van deze lening voor de Electra Offshore Ltd faciliteit (en in 2016 eveneens voor de Excelerate aandeelhouderslening en de Explorer/ Express aandeelhoudersleningen) en op toekomstige cash flow projecties voor de EXMAR LPG aandeelhouderslening (en in 2016 eveneens voor de Monteriggioni faciliteit). EXMAR heeft ook garanties toegekend aan bankinstellingen dewelke leningen hebben toegekend aan haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Het bedrag dat EXMAR kan moeten betalen wanneer de garantie wordt aangewend is toegelicht in onderstaande tabel onder garanties.
| Contractuele kasstromen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Munt | Intrestvoet | Looptijd | Boekwaarde | totaal | 0-12 mndn | 1-2 jaar | 2-5 jaar | > 5 jaar | |
| PER 31 DECEMBER 2016 | |||||||||
| NIET AFGELEIDE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
|||||||||
| Bankleningen | USD | libor + 1% | 2018 | -41.000 | -42.751 | -861 | -41.890 | 0 | 0 |
| Bankleningen | USD | 5.515% | 2018 | -14.167 | -15.157 | -7.776 | -7.381 | 0 | 0 |
| Bankleningen | USD | libor + 0.9% | 2020-2021 | -230.149 | -248.600 | -12.752 | -13.332 | -222.516 | 0 |
| Bankleningen | USD | libor + 3% | 2019-2020 | -57.163 | -63.086 | -9.479 | -9.261 | -44.346 | 0 |
| Bankleningen | USD | libor + 1% | 2018-2019 | -11.330 | -11.786 | -2.112 | -5.440 | -4.234 | 0 |
| Obligatielening | NOK | Nibor + 4.5% | 2017 | -115.450 | -120.911 | -120.911 | 0 | 0 | 0 |
| Overige bankleningen | EUR | -478 | -485 | -485 | 0 | 0 | 0 | ||
| -469.737 | -502.776 | -154.376 | -77.304 | -271.096 | 0 | ||||
| AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN (NETTO): |
|||||||||
| Cross currency interest rate swaps | USD | -36.182 | -36.182 | -36.182 | 0 | 0 | 0 | ||
| -36.182 | -36.182 | -36.182 | 0 | 0 | 0 | ||||
| LENINGEN AAN GEASSO CIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES |
USD | 371.505 | 595.576 | 54.956 | 97.079 | 145.753 | 297.788 | ||
| FINANCIËLE GARANTIES | USD | 0 | -300.987 | -35.941 | -28.162 | -236.884 | 0 |
| Contractuele kasstromen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Munt | Intrestvoet | Looptijd | Boekwaarde | totaal | 0-12 mndn | 1-2 jaar | 2-5 jaar | > 5 jaar | |
| PER 31 DECEMBER 2017 | |||||||||
| NIET AFGELEIDE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
|||||||||
| Bankleningen | USD | libor + 3% | 2019-2020 | -49.950 | -53.616 | -9.279 | -29.207 | -15.130 | 0 |
| Bankleningen | USD | libor + 1% | 2018-2019 | -9.450 | -9.498 | -5.264 | -4.234 | 0 | 0 |
| Bankleningen | USD | libor + 3% | 2029 | -187.528 | -262.285 | -26.379 | -26.660 | -74.427 | -134.819 |
| Obligatielening | NOK | Nibor + 8% Libor +8.5% |
2019 | -125.734 | -147.770 | -11.344 | -136.426 | 0 | 0 |
| Overige bankleningen | EUR | -45 | -50 | -12 | -12 | -26 | 0 | ||
| -372.707 | -473.219 | -52.278 | -196.539 | -89.583 | -134.819 | ||||
| AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN (NETTO): |
|||||||||
| Valutatermijncontract | NOK/USD | 1.065 | 1.065 | 1.065 | 0 | 0 | 0 | ||
| 1.065 | 1.065 | 1.065 | 0 | 0 | 0 | ||||
| LENINGEN AAN GEASSO CIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES |
USD | 63.244 | 73.541 | 8.417 | 41.767 | 23.357 | 0 | ||
| FINANCIËLE GARANTIES | USD | 0 | -320.508 | -31.663 | -96.427 | -192.418 | 0 |
BOEKWAARDEN VERSUS REËLE WAARDEN
| 2017 | 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Hiërarchie in reële waarde(*) |
Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
| BOEKWAARDEN VERSUS REËLE WAARDEN | |||||
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 2 | 63.244 | 60.875 | 371.505 | 453.386 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | 1/2 | 4.577 | 4.577 | 3.608 | 3.608 |
| Afgeleide financiële instrumenten, activa | 2 | 1.065 | 1.065 | 0 | 0 |
| Rentedragende leningen | 1/2 | -372.707 | -398.112 | -469.737 | -459.462 |
| Afgeleide financiële instrumenten, passiva | 2 | 0 | 0 | -36.182 | -36.182 |
| -303.821 | -331.595 | -130.806 | -38.650 |
(*) De financiële activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde worden geanalyseerd en krijgen een hiërarchie toegekend ter bepaling van de reële waarde: niveau 1 zijnde genoteerde prijzen in actieve markten van identieke activa of verplichtingen, niveau 2 zijnde andere dan genoteerde waarden begrepen in niveau 1 welke toch direct of indirect waarneembaar zijn voor de activa en verplichtingen hetzij direct (als prijzen) hetzij indirect (afgeleid van prijzen) en niveau 3 zijnde waarden welke niet op waarneembare marktwaarden gebaseerd zijn. De opsplitsing tussen niveau 1 en niveau 2 voor verkoop beschikbare beleggingen wordt weergegeven in het begin van deze toelichting. Met betrekking tot de rentedragende leningen: de reële waarde van de obligatielening is gebaseerd op een niveau 1 waardering. De boekwaarde van de obligatielening bedraagt USD 125,7 miljoen, terwijl de reële waarde USD 126,2 miljoen bedraagt. De overige rentedragende leningen zijn gebaseerd op een niveau 2 waardering.
| BASIS VOOR BEPALING VAN REËLE WAARDE: | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen: | genoteerde biedkoers op balansdatum voor Teeky aandelen/ niet genoteerde fixing op balans datum via een openbare veiling via Euronext voor Sibelco aandelen |
|||||
| Financiële instrumenten: | contante waarde van toekomstige kasstromen, verdisconteerd aan marktconforme intrestvoeten | |||||
| Leningen: | genoteerde biedkoers op balansdatum voor NOK obligatielening/ contante waarde van toe komstige kasstromen, verdisconteerd aan marktconforme intrestvoeten |
|||||
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures |
contante waarde van toekomstige kasstromen, verdisconteerd aan marktconforme intrestvoeten |
Voor bepaalde financiële activa en verplichtingen (handelsvorderingen en overige vorderingen, kas en kasequivalenten en handelsschulden en overige schulden) dewelke niet gewaardeerd worden aan reële waarde, wordt geen reële waarde toegelicht aangezien de boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde.
De Raad van Bestuur streeft naar een sterke kapitaalbasis voor de vennootschap om zo het vertrouwen van investeerders, leveranciers en de markt te behouden en verdere uitbouw van de activiteiten te verzekeren. Het evenwicht tussen een hoger rendement dat mogelijk kan zijn door bijkomende leningen en de voordelen van de zekerheid die gepaard gaat met een gezonde kapitaalstructuur worden voortdurend tegen elkaar afgewogen. De Raad van Bestuur houdt tevens het rendement op het eigen vermogen en de dividenduitkeringen in het oog.
EXMAR huurt een aantal schepen onder de vorm van een operationele leasingovereenkomst. De overeenkomsten houden geen beperkingen in voor dividenduitkering, onderverhuur of bijkomende financiering. De kost met betrekking tot de operationale leasing bedraagt USD 11 miljoen voor
| Dochter ondernemingen |
Geassocieerde ondernemingen & Joint ventures |
Dochteronder nemingen |
Geassocieerde ondernemingen & Joint ventures |
|
|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | |||
| HUURVERPLICHTINGEN (ALS LEASINGNEMER) | ||||
| Minder dan 1 jaar | 1.667 | 8.572 | 1.667 | 8.859 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 4.168 | 21.636 | 5.835 | 24.799 |
| Meer dan 5 jaar | 0 | 7.212 | 0 | 12.621 |
| 5.835 | 37.420 | 7.502 | 46.279 |
De bedragen weergegeven voor de geassocieerde ondernemingen en joint ventures vertegenwoordigen EXMAR's aandeel in de huurverplichtingen. De gemiddelde looptijd van de lease overeenkomsten bedraagt 3,6 jaar. De Groep heeft voor sommige activa in leasing aankoopopties, anderen voorzien een mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst op het einde van de huurovereenkomst. Zulke opties werden niet in rekening genomen bij de bepaling van de bovenstaande huurverplichtingen.
De Groep heeft een aantal lange termijn bevrachtingscontracten aangegaan voor bepaalde activa in haar vloot. Voor wat betreft de leasing classificatie werd beoordeeld dat alle risico's en voordelen binnen de Groep blijven. Als gevolg hiervan kwalificeren deze overeenkomsten als operationele huurovereenkomsten.
In 2017 bedroegen de inkomsten uit deze contracten USD 157,6 miljoen (2016: USD 197,4 miljoen) waarvan USD 134 miljoen verdiend werd door onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures (2016: USD 174,4 miljoen). De toekomstige minimale huurinkomsten bedragen:
| Dochter ondernemingen |
Geassocieerde ondernemingen & Joint ventures |
Dochter ondernemingen |
Geassocieerde ondernemingen & Joint ventures |
|
|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | |||
| HUURRECHTEN (ALS LEASINGNEMER) | ||||
| Minder dan 1 jaar | 24.057 | 65.955 | 20.992 | 130.855 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 714 | 136.220 | 3.201 | 382.337 |
| Meer dan 5 jaar | 0 | 48.265 | 0 | 516.394 |
| 24.771 | 250.440 | 24.193 | 1.029.586 |
De bedragen weergegeven voor de geassocieerde ondernemingen en joint ventures vertegenwoordigen EXMAR's aandeel in de huurrechten. De gemiddelde looptijd van de huurovereenkomsten bedraagt 1,95 jaar. De Groep heeft voor sommige schepen een aankoopoptie toegekend en sommige overeenkomsten voorzien een mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst op het einde van de huurovereenkomst. Zulke opties werden niet in rekening genomen bij de bepaling van de bovenstaande huurrechten.
De daling in de huurrechten van onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures wordt voornamelijk verklaard door de verkoop van de LNG ondernemingen Excelerate NV, Explorer NV en Express NV (we verwijzen in dit verband eveneens naar toelichting 10 van dit verslag).
EXMAR leaseed drie schepen onder financiële leasing. Deze schepen zijn eigendom van onze joint ventures. Bijgevolg worden de lease verplichtingen niet weergegeven in de geconsolideerde balans. De betalingen gemaakt in 2017 met betrekking tot deze financiële leasingovereenkomsten bedragen USD 5,1 miljoen (2016: 1,2 miljoen). Deze betalingen worden volledig gedragen door onze joint ventures.
Per 31 December 2017 zijn de investeringsverplichtingen zoals onder weergegeven:
| Dochter ondernemingen |
Geassocieerde ondernemingen & Joint ventures |
|
|---|---|---|
| LPG segment | 0 | 51.539 |
| 0 | 51.539 |
De bedragen toegelicht onder geassocieerde ondernemingen en joint ventures hebben betrekking op ons aandeel in de investeringsverplichtingen van deze geassocieerde ondernemingen en joint ventures. De investeringsverplichtingen hebben betrekking op de midsize vloot in aanbouw (LPG segment). De betaling van deze verplichtingen zal gespreid worden over het komende jaar. De noodzakelijke financieringen voor deze verplichtingen werden afgesloten, behalve voor het laatst bestelde LPG schip in aanbouw (USD 33,3 miljoen) dat verwacht wordt te worden geleverd in juli 2018.
Op 7 februari 2017 heeft EXMAR 2 VLGC nieuwbouwschepen gecontracteerd in het kader van een lange termijn verbintenis met Statoil ASA in Noorwegen voor wereldwijd LPG transport. Beide schepen zullen gebouwd worden door Hanjin Heavy Industries & Construction in Subic Bay (Filipijnen) en zullen opgeleverd worden in het derde kwartaal van 2020. De verwachte investeringsverplichtingen bedragen USD 140,1 miljoen. Deze verplichtingen werden niet opgenomen in bovenstaand overzicht aangezien deze ontstaan zijn na 31 december 2017.
Meerdere ondernemingen van de Groep zijn betrokken in een aantal kleinere juridische geschillen voortkomend uit de uitoefening van hun dagelijks beheer. Het bestuur verwacht niet dat de uitslag van deze procedures een materieel effect op de financiële positie van de Groep zal hebben.
Een schip in handen van één van onze joint ventures was partij bij een leasingovereenkomst waarbij de lessor de kapitaaluitgaven voor het aanschaffen van deze schepen kon afschrijven. Kenmerkend voor dit soort leasingovereenkomsten is dat de fiscale risico's en risico's van wetswijziging gedragen worden door de lessee. Onze joint venture beëindigde deze leasingovereenkomst in 2013. Echter, indien de belastingdienst van het Verenigd Koninkrijk ("HMRC")de fiscale behandeling van de lease door de Britse lessor succesvol aanvecht, kunnen wij verplicht worden om de lessor schadeloos te stellen voor te betalen belastingen. Op dit moment is de Raad van Bestuur niet in staat om de mogelijke uitstroom als gevolg van deze zaak te berekenen.
We verwijzen in dit verband eveneens naar het remuneratieverslag (voor het remuneratiebeleid) en naar het Verslag van de Raad van Bestuur (voor informatie met betrekking tot belangenconflicten).
De meerderheidsaandeelhouder van EXMAR NV, Saverex NV, legt een geconsolideerde jaarrekening, beschikbaar in België, neer. Saverex NV wordt gecontroleerd door Mr. Nicolas Saverys (CEO van EXMAR).
Saverbel NV en Saverex NV, beiden gecontroleerd door Nicolas Saverys (CEO van EXMAR), rekende voor administratieve prestaties geleverd in 2017 KEUR 305 (2016: KEUR 480) aan aan de Groep. De uitstaande schuld op jaareinde in dit verband bedroeg KEUR 113 (2016: KEUR 138). Dit bedrag werd volledig betaald door EXMAR in 2018.
EXMAR Shipmanagement rekende KEUR 438 aan aan Saverex voor scheepsbemannings en -onderhoud diensten met betrekking tot het schip "Douce France". De uitstaande schuld op jaareinde in dit verband werd volledig betaald begin 2018.
Per 31 december 2017 werd een provise gevormd voor een bedrag van KEUR 320 tov de heer Nicolas Saverys (2016: KEUR 259) als gevolg van door te rekenen privé uitgaven.
EXMAR levert algemene diensten, boekhoudkundige diensten, management diensten, bouwtoezicht diensten en scheepsbemannings en -onderhoud diensten aan aan haar joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Voor al deze diensten worden vergoedingen aangerekend aan de joint ventures en geassocieerde ondernemingen gebaseerd op contracten tussen alle betrokken partijen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle significante vorderingen, significante schulden en de gerelateerde bedragen geregistreerd in het overzicht van gerealiseerde resultaten als gevolg van geleverde diensten .
| Vorderingen per 31/12/2016 |
Schulden per 31/12/2016 |
Geleverde dien sten 2016 |
Ontvangen diensten 2016 |
|
|---|---|---|---|---|
| DIENSTEN (IN DUIZENDEN EUR) | ||||
| Scheepsbemannings en -onderhoud diensten | 5.603 | 1.503 | 20.514 | 0 |
| Algemene. boekhoudkundige en management diensten | 227 | 5.194 | 727 | 0 |
| Bouwtoezicht diensten | 683 | 0 | 2.367 | 0 |
| Verhuurdiensten | 0 | 0 | 0 | 1.401 |
| Vorderingen per 31/12/2017 |
Schulden per 31/12/2017 |
Geleverde dien sten 2017 |
Ontvangen diensten 2017 |
|
|---|---|---|---|---|
| DIENSTEN (IN DUIZENDEN EUR) | ||||
| Scheepsbemannings en -onderhoud diensten | 903 | 233 | 16.717 | 0 |
| Algemene. boekhoudkundige en management diensten | 294 | 12.862 | 1.165 | 0 |
| Bouwtoezicht diensten | 791 | 0 | 2.178 | 0 |
| Verhuurdiensten | 0 | 0 | 0 | 1.076 |
EXMAR verstrekt eveneens leningen aan haar joint ventures en geassocieerde ondernemingen waarvoor intrestopbrengsten geregistreerd werden in de cijfers. We verwijzen in dit verband naar toelichting 16 voor een overzicht van deze leningen en naar toelichting 8 voor het totaal bedrag van deze intrestopbrengsten.
RAAD VAN BESTUUR
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| RAAD VAN BESTUUR (IN DUIZENDEN EUR) | ||
| Voorzitter | 100 | 100 |
| Andere leden (individueel bedrag) | 50 | 50 |
| Totaal betaald (*) | 500 | 500 |
(*) Het totaal bedrag betaald aan de leden van de Raad van Bestuur betreft het bedrag aan vergoedingen aan niet uitvoerende en onafhankelijke bestuurders. De bestuurders die deel uitmaken van het directiecomité en als dusdanig werden vergoed hebben verzaakt aan de vergoeding als bestuurder. Er werden geen voorschotten toegekend. Per 31 december 2017 werd een provise gevormd voor een bedrag van KEUR 320 tov de heer Nicolas Saverys (2016: KEUR 259) als gevolg van door te rekenen privé uitgaven.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| AUDITCOMITÉ (IN DUIZENDEN EUR) | ||
| Voorzitter | 20 | 20 |
| Andere leden (individueel bedrag) | 10 | 10 |
| Totaal betaald | 50 | 50 |
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ (IN DUIZENDEN EUR) | ||
| Leden (individueel bedrag) | 10 | 10 |
| Totaal betaald | 30 | 30 |
De vergoeding van de leden van het directiecomité wordt jaarlijks vastgelegd door de Raad van Bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. De remuneratie bestaat uit een vast gedeelte en een variabel gedeelte. Het variabel gedeelte is afhankelijk van de resultaten van de Groep. In 2017 telde het directiecomité gemiddeld 6 leden (exclusief de CEO). Vier leden van het directiecomité (inclusief de CEO) hebben het statuut van zelfstandige. Zij hebben in het geval van beëindiging van hun mandaat geen recht op enige vorm van verbrekingsvergoeding. Twee leden van het directiecomité worden vertegenwoordig door hun management vennootschap. In het geval van beëindiging van hun mandaat door EXMAR zou Lara Consult BVBA (vertegenwoordigd door Bart Lavent) recht hebben op een vergoeding die overeenstemt met zeven maanden loon en Chirmont NV (vertegenwoordigd door Miguel De Potter) op een vergoeding die overeenstemt met drie maanden loon. David Lim is tewerkgesteld via een overeenkomst volgens de Amerikaanse regelgeving.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| DIRECTIECOMITÉ, EXCLUSIEF CEO (IN DUIZENDEN EUR) | ||
| TOTAAL VASTE VERGOEDING | 2.709 | 2.763 |
| Waarvan voor pensioenplannen en verzekering | 331 | 326 |
| Waarvan waarde van opties | 0 | 0 |
| TOTAAL VARIABELE VERGOEDING | 700 | 0 |
| 2017 | 2016 | |
| CEO (IN DUIZENDEN EUR) | ||
| TOTAAL VASTE VERGOEDING | 1.037 | 1.036 |
| Waarvan voor pensioenplannen en verzekering | 214 | 212 |
|---|---|---|
| Waarvan waarde van opties | 0 | 0 |
| TOTAAL VARIABELE VERGOEDING | 900 | 0 |
Aan de leden van het directiecomité werden geen leningen toegestaan in 2017. Per 31 december 2017 werd een provise gevormd voor een bedrag van KEUR 320 tov de heer Nicolas Saverys (2016: KEUR 259) als gevolg van door te rekenen privé uitgaven.
De leden van het directiecomité behoren tot de begunstigden van de 7 aandelenoptieplannen, goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Het gecumuleerd aantal opties (plan 2-4, plan 7-10) dat aan de leden werd toegekend is als volgt:
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| AANTAL TOEGEKENDE OPTIES | ||
| Nicolas Saverys | 325.408 | 405.181 |
| Patrick De Brabandere | 198.807 | 198.807 |
| Pierre Dincq | 119.829 | 119.829 |
| Marc Nuytemans | 119.464 | 148.928 |
| Bart Lavent | 90.000 | 92.975 |
| Miguel de Potter | 93.000 | 93.488 |
| David Lim | 128.927 | 146.158 |
| 1.075.435 | 1.205.366 |
Een aantal bestuurders en managers, of hun directe familieleden, betrekken functies in andere vennootschappen over de welke zij controle of gezamenlijke controle uitoefenen. Geen van deze vennootschappen hebben transacties uitgevoerd met de Groep gedurende het boekjaar.
| Ondernemings | Belang | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Land van vestiging nummer |
Consolidatiemethode | 2017 | 2016 | ||
| GECONSOLIDEERDE VENNOOTSCHAPPEN | |||||
| JOINT VENTURES | |||||
| Estrela Ltd | Hong Kong | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% | |
| Excelerate NV (*) | België | 0870.910.441 | Vermogensmutatie | 0,00% | 50,00% |
| Excelsior BVBA | België | 0866.482.687 | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% |
| Exmar Gas Shipping Ltd | Hong Kong | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% | |
| Exmar LPG BVBA | België | 0501.532.758 | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% |
| Exmar Shipping BVBA | België | 0860.978.334 | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% |
| Explorer NV (*) | België | 0896.311.177 | Vermogensmutatie | 0,00% | 50,00% |
| Express NV (*) | België | 0878.453.279 | Vermogensmutatie | 0,00% | 50,00% |
| Good Investment Ltd | Hong Kong | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% | |
| Monteriggioni Inc | Liberië | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% | |
| Reslea NV | België | 0435.390.141 | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% |
| Solaia Shipping Llc | Liberië | Vermogensmutatie | 50,00% | 50,00% | |
| GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | |||||
| Bexco NV | België | 0412.623.251 | Vermogensmutatie | 44,91% | 44,91% |
| Bureau International Maritime NV | België | 0462.574.489 | Vermogensmutatie | 40,00% | 0,00% |
| Bureau International Maritime Congo | Congo | Vermogensmutatie | 40,00% | 0,00% | |
| Compagnie Parisienne Formation et Logistique |
Frankrijk | Vermogensmutatie | 40,00% | 0,00% | |
| Electra Offshore Ltd | Hong Kong | Vermogensmutatie | 40,00% | 40,00% | |
| Exview Hong Kong Ltd | Hong Kong | Vermogensmutatie | 40,00% | 40,00% | |
| Marpos NV | België | 0460.314.389 | Vermogensmutatie | 45,00% | 45,00% |
| Springmarine Nigeria Ltd | Nigeria | Vermogensmutatie | 40,00% | 40,00% | |
| DOCHTERONDERNEMINGEN | |||||
| Ahlmar Germany GmbH | Duitsland | Integraal | 60,00% | 0,00% | |
| Ahlmar SA | Luxemburg | Integraal | 60,00% | 0,00% | |
| Ahlmar Ship Management NV | België | 0676.847.588 | Integraal | 60,00% | 0,00% |
| Belgibo NV (*) | België | 0416.986.865 | Integraal | 0,00% | 100,00% |
| Best Progress International Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| CMC Belgibo BVBA (*) | België | 0456.815.263 | Integraal | 0,00% | 100,00% |
| Croxford Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| DV Offshore SAS | Franktijk | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| ECOS SRL | Italië | Integraal | 60,00% | 60,00% |
| Ondernemings | Belang | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Land van vestiging | nummer | Consolidatiemethode | 2017 | 2016 | |
| GECONSOLIDEERDE VENNOOTSCHAPPEN | |||||
| DOCHTERONDERNEMINGEN VERVOLG | |||||
| Exmar Energy Hong Kong Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Energy Netherlands BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar General Partner Ltd (**) | Hong Kong | Integraal | 0,00% | 100,00% | |
| Exmar Holdings Ltd | Liberië | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Hong Kong Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar LNG Holding NV | België | 0891.233.327 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar LNG Infrastructure NV | België | 0555.660.441 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar LNG Investments Ltd | Liberië | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Lux SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Marine NV | België | 0424.355.501 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar Netherlands BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar NV | België | 0860.409.202 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar Offshore Company | USA | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Offshore Ltd | Bermuda | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Offshore Services SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Offshore NV | België | 0882.213.020 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar Opti Ltd (**) | Hong Kong | Integraal | 0,00% | 100,00% | |
| Exmar Singapore Pte Ltd | Singapore | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Shipmanagement NV | België | 0442.176.676 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar Shipmanagement India Private Ltd | India | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Shipping USA Inc | USA | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar (UK) Shipping Company Ltd | Verenigd Koninkrijk | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Exmar Yachting NV | België | 0546.818.692 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Expedita Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 0,00% | |
| Export LNG Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Farnwick Shipping Ltd | Liberia | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Franship Offshore Lux SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Fertility Development Co. Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Glory Transportation Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Hallsworth Marine Co. | Liberia | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Internationaal Maritiem Agentschap NV | België | 0404.507.915 | Integraal | 99,03% | 99,03% |
| Kellett Shipping Inc | Liberië | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Laurels Carriers Inc | Liberia | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Seavie Private Ltd | India | Integraal | 100,00% | 0,00% | |
| Talmadge Investments Ltd | British Virgin Islands | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Tecto Cyprus Ltd | Cyprus | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Tecto Luxembourg SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Travel Plus NV | België | 0442.160.147 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Universal Crown Ltd | Hong Kong | Integraal | 100,00% | 100,00% | |
| Vine Navigation Co. | Liberia | 0442.160.147 | Integraal | 100,00% | 100,00% |
(*) Deze ondernemingen werden verkocht gedurende het boekjaar. We verwijzen naar toelichting 10 voor meer informatie in dit verband.
(**) Deze ondernemingen werden geliquideerd gedurende het boekjaar.
| Slotkoersen | Gemiddelde koersen | |||
|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | |
| WISSELKOERSEN | ||||
| EUR | 0,8338 | 0,8890 | 0,9487 | 0,9041 |
| GBP | 0,7398 | 0,7762 | 0,8123 | 0,7346 |
| HKD | 7,8146 | 7,7906 | 7,7555 | 7,7611 |
| NOK | 8,2050 | 8,2753 | 8,6199 | 8,4131 |
Alle gehanteerde wisselkoersen worden uitgedrukt ten opzichte van de USD.
De wereldwijde vergoeding voor audit en overige werkzaamheden uitgevoerd door de commissaris of de aan hen gerelateerde personen of vennootschappen kan als volgt worden gedetailleerd:
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| VERGOEDING AAN DE COMMISSARIS | ||
| Audit van de jaarrekeningen | 367 | 432 |
| Audit gerelateerde diensten | 0 | 35 |
| Fiscale dienstverlening | 83 | 101 |
| 450 | 568 |
Voor 2017 en 2016 overtreffen de non-audit diensten de audit diensten niet. De commissaris van EXMAR is gewijzigd van KPMG Bedrijfsrevisoren naar Deloitte Bedrijfsrevisoren vanaf 2017.
Op 30 januari 2018 werd het schip COURCHEVILLE (50 % eigendom van EXMAR en 50% eigendom van Teekay) verkocht voor recyclage aan Best Oasis Ltd. Deze verkoop heeft een meerwaarde gegenereerd van USD 2,2 miljoen dewelke zal geregistreerd worden in het eerste kwartaal van 2018. EXMAR's aandeel in de meerwaarde bedraagt USD 1,1 miljoen.
Op 31 januari 2018 heeft EXMAR haar 50% aandeel in Excelsior BVBA verkocht aan Excelerate Energy voor een bedrag van USD 81 miljoen. EXMAR zal een meerwaarde erkennen van ongeveer USD 31 miljoen in kwartaal 1 van 2018. We verwijzen naar de geconsolideerde balans en naar toelichting 17 van dit jaarverslag waar Excelsior gepresenteerd werd als een joint venture aangehouden voor verkoop.
Op 7 februari 2017 heeft EXMAR 2 VLGC nieuwbouwschepen gecontracteerd in het kader van een lange termijn verbintenis met Statoil ASA in Noorwegen voor wereldwijd LPG transport. Beide schepen zullen gebouwd worden door Hanjin Heavy Industries & Construction in Subic Bay (Filipijnen) en zullen opgeleverd worden in het derde kwartaal van 2020. De verwachte investeringsverplichtingen bedragen USD 140,1 miljoen. We verwijzen eveneens naar toelichting 31 in dit verband.
De belangrijke schattingen en oordelen die een risico kunnen inhouden van materiële aanpassing van de boekwaarden van activa en verplichtingen binnen het volgende boekjaar worden hieronder vermeld.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgemaakt gebaseerd op het principe van going concern. Bij het maken van deze beoordeling heeft de Raad van Bestuur rekening gehouden met volgende veronderstelling:
* Succesvolle lange termijn financiering van de FSRU: de laatste betalingstermijn van de FSRU werd voornamelijk gefinancierd met de opbrengsten van de verkoop van de drie LNG ondernemingen (Excelerate NV, Explorer NV en Express NV, zie ook toelichting 10 voor meer informatie in dit verband). EXMAR is momenteel in onderhandeling met verschillende partijen over de financiering van de FSRU. Het management is ervan overtuigd dat ze in staat zal zijn om een succesvolle lange termijn financiering af te sluiten met betrekking tot de FSRU.
De Raad van Bestuur, vertegenwoordigd door Nicolas Saverys en Patrick De Brabandere en het directiecomité, vertegenwoordigd door Nicolas Saverys en Miguel de Potter, verklaren in naam en voor rekening van de vennootschap, dat, voorzover hen bekend,
-het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de emittent en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van EXMAR NV (de "vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening alsook het verslag betreffende de overige door wet-, regelgeving en normen gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 16 mei 2017, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2019. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van EXMAR NV voor de eerste maal uitgevoerd gedurende de huidige verslagperiode.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2017 omvat, alsook het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten en geconsolideerd overzicht van niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het balanstotaal 918 595 (000) USD bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht gerealiseerde resultaten afsluit met een winst van het boekjaar van 27 952 (000) USD.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2017 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISAs). Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
We verwijzen naar de verantwoording van de continuïteitsveronderstelling in toelichting "Belangrijke schattingen en oordelen voor financiële verslaggeving" van de jaarrekening.
We hebben het ontwerp en de implementatie van de interne controles met betrekking tot de beoordeling van de continuïteit gevalideerd.
De geconsolideerde jaarrekening over het vorige boekjaar werd gecontroleerd door een andere commissaris die hierover een verklaring zonder voorbehoud, met een paragraaf ter benadrukking van een bepaalde aangelegenheid heeft afgeleverd.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, alsook voor het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen ander realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISAs is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISAs, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. Wij voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien in 2018) bij de internationale controlestandaarden (ISAs), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening na te gaan, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor boekjaar afgesloten op 31 december 2017 en is opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen. In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden. Wij drukken geen enkele mate van zekerheid uit over het jaarverslag. De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het internationaal erkend referentiemodel. Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met het vermelde internationaal erkend referentiemodel. Verder drukken wij geen enkele mate van zekerheid uit over individuele elementen opgenomen in deze niet-financiële informatie.
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Zaventem april 2018 De commissaris
DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Gert Vanhees
De jaarrekening van EXMAR NV wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld. De volledige versie van de jaarrekening van EXMAR NV wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België en is beschikbaar op de website (www.exmar.be). Een kopie van de jaarrekening kan kosteloos verkregen worden op aanvraag. In zijn verslag heeft de commissaris geen voorbehoud gemaakt betreffende de statutaire jaarrekening van EXMAR NV.
| 31/12/17 | 31/12/16 | |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| VASTE ACTIVA | 674.579 | 681.164 |
| Immateriële en materiële vaste activa | 568 | 987 |
| Financiële vaste activa | 674.011 | 680.177 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 88.097 | 210.106 |
| Vorderingen op meer dan 1 jaar | 0 | 28.548 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 36.848 | 61.688 |
| Geldbeleggingen | 33.827 | 51.396 |
| Liquide middelen | 17.092 | 67.648 |
| Overlopende rekeningen | 330 | 826 |
| TOTALE ACTIVA | 762.676 | 891.270 |
| PASSIVA | ||
| EIGEN VERMOGEN | 649.050 | 537.994 |
| Kapitaal | 88.812 | 88.812 |
| Uitgiftepremies | 209.902 | 209.902 |
| Reserves | 90.001 | 92.530 |
| Overgedragen resultaat | 260.335 | 146.750 |
| VOORZIENINGEN | 2.697 | 2.697 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 2.697 | 2.697 |
| SCHULDEN | 110.929 | 350.579 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 0 | 270.167 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 110.929 | 79.093 |
| Overlopende rekeningen | 0 | 1.319 |
| TOTAAL PASSIVA | 762.676 | 891.270 |
| 01/01/2017 - 31/12/2017 |
01/01/2016 - 31/12/2016 |
|
|---|---|---|
| WINST - EN VERLIESREKENING | ||
| Bedrijfsopbrengsten | 5.668 | 3.606 |
| Bedrijfskosten | -10.834 | -7.801 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | -5.166 | -4.195 |
| Financiële opbrengsten | 133.306 | 41.319 |
| Financiële kosten | -16.772 | -40.707 |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 111.368 | -3.583 |
| Belastingen op het resultaat | -312 | 2 |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR | 111.056 | -3.581 |
| RESULTAATSVERWERKING | ||
| Te bestemmen winst | 257.806 | 145.046 |
| Onttrekking/toevoeging aan reserves | 2.529 | 8.327 |
| Over te dragen resultaat | -260.335 | -146.750 |
| Uitkering van winst | 0 | -6.623 |
Baron Philippe Bodson – Voorzitter Nicolas Saverys – CEO Jalcos NV – vertegenwoordigd door Ludwig Criel Patrick De Brabandere – COO Michel Delbaere Howard Gutman Jens Ismar Ariane Saverys Barbara Saverys Pauline Saverys Baron Philippe Vlerick
Nicolas Saverys – Chief Executive Officer, Voorzitter Patrick De Brabandere – Chief Operating Officer Miguel de Potter – Chief Financial Officer Pierre Dincq – Managing Director Shipping Bart Lavent – Managing Director LNG Infrastructure David Lim – Managing Director Offshore Marc Nuytemans – CEO Exmar Shipmanagement
Deloitte Bedrijfsrevisoren Vertegenwoordigd door de heer Gert Vanhees
De Gerlachekaai 20 2000 Antwerpen Tel: +32(0)3 247 56 11 Fax: +32(0)3 247 56 01
Ondernemingsnummer: 0860.409.202 RPR Antwerp Website: www.exmar.com E-mail: [email protected]
De Nederlandstalige versie van dit verslag moet als officiële versie worden beschouwd.
| Bbl | Vat |
|---|---|
| BEMAS | Belgian Maintenance Association |
| BFI | Baltic Freight Index |
| BIC | Belgibo Industry Cargo |
| BIM | Bureau International Maritime |
| Bn | Miljard |
| BPD | Vaten per dag |
| BTX | Mengsel van benzeen, toluene en xylenen |
| BWTS | Ballastwaterbehandeling |
| C4 | Ruwe betadine |
| CAPEX | Capital Expenditure |
| Cbm | Kubieke meters (m³) |
| CCIRS | Cross-currency renteswaps |
| CEO | Chief Executive Officer |
| CFO | Chief Financial Officer |
| CFLNG | Caribbean FLNG |
| CO2 | Koolstofdioxide |
| COO | Chief Operating Officer |
| DPC | Data Protection Committee |
| DUC | Aangeboorde maar niet-voltooide schaliebronnen |
| DVO | DV Offshore |
| EBIT | Earnings before interest and taxes |
| EBITDA | Earnings before interest, taxes, depreciation, and amortization |
| EE | Excelerate Energy |
| EOC | EXMAR Offshore Company |
| ESM | EXMAR Ship Management |
| FID | Final Investment Decision |
| FLNG | Drijvende liquefactie-eenheid |
| FPS | Drijvend productiesysteem |
| FPSO | Drijvend productie-, opslag- en overslagsysteem |
| FSU | Drijvende opslageenheid |
| FSRU | Drijvende hervergassingseenheid |
| FV | Fair value |
| GDPR | Algemene Verordening Gegevensbescherming |
| GRI | Global Reporting Initiative |
|---|---|
| HFO | Zware stookolie |
| HHIC | Hanjin Heavy Industries and Construction |
| HSEQ | Gezondheid, veiligheid, milieu en kwaliteit |
| HSEEQ | Gezondheid, veiligheid, milieu-energie en kwaliteit |
| HyMethShip | Hydrogen Methanol Ship |
| IAS | Internationale boekhoudstandaard |
| IEA | International Energy Agency |
| IFRS | Internationale financiële rapportering standaard |
| IMO | Internationale Maritieme Organisatie |
| IPP | Independent power production |
| ISO | Internationale organisatie voor standaardisatie |
| JLT | Jardine Lloyd Thomson Group plc |
| JV | Joint venture |
| k | 1.000 |
| KPI | Kritieke prestatie-indicator |
| LGC | Grote gastanker |
| LNG | Vloeibaar aardgas |
| LNG/C | Opslagtank voor vloeibaar aardgas |
| LNGRV | Hervergassingsschip voor vloeibaar aardgas |
| LPG | Vloeibaar petroleumgas |
| LTIF | Lost Time Injury Frequency |
| MAS | Bijzondere marine- en luchtvaartrisico's |
| MGC | Middelgrote gastanker |
| Midsize | 20.000 m³ tot 40.000 m³ |
| Mio | Miljoen |
| MMSCFD | Miljoen standard kubieke voet per dag |
| MT | Metrische ton |
| MTPA | Miljoen ton per jaar |
| NH3 | Ammoniak |
| NOK | Noorse kroon |
| NYSE | New York Stock Exchange |
| OB | Orderboek |
| OECD | Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling |
| OPEC | Organisatie voor petroleum exporterende landen |
| OPEX | Operating Expenditures |
| Pcm | Per kalender maand |
|---|---|
| Petchems | Petrochemicaliën |
| PEP | Pacific Exploration & Production |
| POB | Personen aan boord |
| PSU | Power supply unit |
| PVC | Polyvinylchloride |
| R&D | Onderzoek & Ontwikkeling |
| REBITDA | Recurring earnings before interests, taxes, depreciations and amortizations |
| Semi-ref. | Semi gekoelde LPG-tanker |
| STS | Ship-to-ship |
| TC | Time charter |
| TCE | Time charter equivalent |
| TTSL | Taking The SAFETY LEAD |
| U/C | In aanbouw |
| UN | Verenigde Naties |
| UNCTAD | United Nations Conference on Trade & Development |
| US | Verenigde Staten |
| USA | Verenigde Staten van Amerika |
| USD | United States Dollar |
| VCM | Vinyl Chloride Monomer |
| VLGC | Zeer grote gastanker |
| WAF | West Afrika |
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.