AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Apr 15, 2014

3929_10-k_2014-04-15_f36759cf-00d3-4a19-bf7d-4780f15b4df6.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

www.cfe.be Aannemingsmaatschappij CFE NV 133ste Jaarverslag 2013 maatschappelijk boekjaar

Trots op onze verwezenlijkingen

Editoriaal

EEN NIEUWE WENDING

We willen niet verhullen dat het jaar 2013 een moeilijk jaar was voor cfe exclusief deme. Inderdaad, voor het eerst sinds lange tijd leed de groep belangrijke financiële verliezen. De moeilijkheden komen voort uit de combinatie van meerdere factoren.

Eerst is er de algemene gespannen conjunctuur, vol van contrasten. Bepaalde markten haperen. Andere, ver van ons, nemen een hoge vlucht. Zowel in de ene situatie als in de andere woedt de concurrentie zeer sterk en staan de prijzen constant onder druk. Dit gegeven heeft heel zeker gevolgen voor onze activiteiten.

Maar we hebben ook ons deel van de verantwoordelijkheden. De povere resultaten van de pool Multitechnieken hebben zwaar doorgewogen op de rekeningen. Elektro Van de Maele, in het bijzonder, heeft een echt zwart jaar gekend. Wat de pool Bouw betreft, die de last van het verleden slecht verteert, werd deze getroffen met problemen, onder meer op de bouwwerf in Eupen. De in 2013 uitgevoerde herstructureringen hebben ook een negatieve invloed gehad op onze resultaten. Wij hebben onze activiteit Bouw in Qatar en in Slowakije stopgezet, alsook onze activiteit Gebouwen in Nederland.

Niettemin laten verscheidene gebeurtenissen in de loop van het jaar uitschijnen dat de toekomst beter zal zijn. Eerst zijn er onze uitstekende prestaties inzake veiligheid. 'Veiligheid voorop' is één van onze fundamentele waarden en onze medewerkers blijken dit goed geassimileerd te hebben. In 2013 hebben we nog nooit zo weinig ongevallen gehad. We mogen onze inspanningen niet laten verslappen en we moeten ervoor zorgen in de toekomst nog beter te doen.

Sinds enkele maanden is een beperkt Steering Committee in werking getreden. Dit soepele en doeltreffende beslissingsorgaan is een waarborg voor vooruitgang en succes in de volgende jaren. De kasstromen zijn een andere reden om tevreden te zijn. Het jaar is geëindigd met een verminderde schuldenlast tegenover 30 juni 2013, als gevolg van zware inspanningen van iedereen tijdens het tweede semester. En wat te zeggen van het orderboek: niettegenstaande de moeilijkheden loopt het opnieuw over van projecten voor de komende maanden, wat erg inspirerend werkt. Al deze positieve tekenen geven aan welke weg gevolgd moet worden, de weg van het succes en goede afloop.

Het laatste belangrijke feit van afgelopen jaar is zeker het meest bepalende element. In december is de Antwerpse groep Ackermans & van Haaren hoofdaandeelhouder geworden van de groep CFE, waardoor de nieuwe entiteit de grootste Belgische bouwonderneming met aanverwante diensten is geworden. Deze verandering van aandeelhouderschap betekent veel: CFE bezit nu alle aandelen van DEME, één van de wereldleiders inzake baggeren. Dat biedt onze nieuwe hoofdaandeelhouder de gelegenheid om zijn positie te versterken in een sector waar hij al een grote faam geniet.

CFE had al een participatie van 50% in DEME en nam al vele jaren deel aan de ontwikkeling van de onderneming als verantwoordelijke aandeelhouder, door onder meer de vernieuwing van de vloot te bevorderen.

2013 was een goed jaar voor DEME, vooral in het tweede semester dat gekenmerkt werd door een erg bevredigend resultaat. De ondernemingen CFE en DEME zullen in de toekomst voordeel kunnen halen van hun synergieën voor het ontwikkelen van deze nieuwe zeer grote groep.

Deze nieuwe kaap is heel wat meer dan een financiële operatie en vertegenwoordigt een formidabele ontwikkelingskans voor ons allen.

Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder

Philippe Delaunois Voorzitter van de raad van bestuur

Activiteitenverslag

Aandeelhouder schap

EEN NIEUW TIJDPERK

De gedeeltelijke terugtrekking van VINCI, de komst van de groep Ackermans & van Haaren (AvH) als hoofdaandeelhouder en de exclusieve controle van DEME door CFE zijn de drie markante feiten die het aandeelhouderschap grondig hebben gewijzigd.

In september sluiten AvH en VINCI een belangrijke overeenkomst die CFE in staat stelt om de exclusieve controle te verwerven over DEME. Dit akkoord voorziet een kapitaalverhoging die door AvH wordt onderschreven door haar participatie van 50% in DEME in te brengen, in ruil voor de emissie van 12.222.222 nieuwe CFE-aandelen. Gelijktijdig draagt VINCI de helft van haar participatie in CFE over aan AvH, nl. 23,42%. Ten gevolge van deze twee transacties wordt CFE enige aandeelhouder van DEME, terwijl AvH een participatie van 60,39% neemt in CFE. Van haar kant behoudt VINCI een participatie in CFE van 12,1%.

Op 24 december 2013 wordt het akkoord tussen de verschillende partners werkelijkheid. AvH brengt haar participatie van 50% in DEME in het kapitaal van CFE, in het kader van een kapitaalverhoging voor een bedrag van 550.000.000 euro in. Als tegenprestatie verwerft AvH 12.222.222 nieuwe aandelen van CFE en 3.066.440 andere aandelen van CFE die tot dan toe in handen waren van VINCI.

De prijs van het aandeel is vastgelegd op 45 euro. Dit bedrag komt overeen met de prijs die betaald werd door AvH voor het verwerven van bestaande aandelen en de intekening op nieuwe CFE-aandelen. Deze prijs is hoger dan het gewogen gemiddelde van de verkoopprijs van de CFE-aandelen op NYSE Euronext Brussels, vóór de aankondiging van de wijziging in aandeelhouderschap in de maand september.

Ackermans & van Haaren is een gediversifieerde groep die in meerdere sectoren actief is:

  • Marine Engineering & Infrastructure
  • Private Banking
  • Real Estate, Leisure & Senior Care
  • Energy & Resources
  • Development Capital

Haar omzet is in 2013 gestegen tot 5,7 miljard euro. De groep concentreert zich op een beperkt aantal strategische participaties die een belangrijk internationaal groeipotentieel vertegenwoordigen.

Ik ben ervan overtuigd dat wij toegevoegde waarde zullen creëren voor alle betrokken partijen, met inbegrip van de aandeelhouders van CFE en van Ackermans & van Haaren. Ackermans & van Haaren wenst CFE te ondersteunen met het oog op de rendabele ontwikkeling van al haar activiteiten (zowel in marine engineering

met DEME als in Bouw, Multitechnieken, Spoor- & Wegeninfra, Vastgoedontwikkeling en PPS-Concessies), zodat het op lange termijn tegen de economische cycli opgewassen is. CFE zal bovendien de synergiemogelijkheden met onze bouw- en baggeractiviteiten in binnen- en buitenland voluit kunnen benutten. Om verder door te groeien zal CFE ook de nodige processen moeten instellen om haar bedrijven met de juiste discipline te kunnen begeleiden.

Ik geloof dat wij hiermee aan het begin staan van een nieuw groeiverhaal waarbij zowel de aandeelhouders, het personeel en de klanten ten volle zullen kunnen genieten van de operationele en financiële voordelen voortvloeiend uit het samenbrengen van de activiteiten onder één dak.

Luc Bertrand Voorzitter van het executief comité van AvH

DEME aan 100%

Naast de toekomstige synergieën die dienen ontwikkeld te worden tussen de burgerlijke bouwkunde activiteiten van CFE en de baggerwerkzaamheden van DEME, leidt de verwerving van de exclusieve controle over DEME tot een versterking van de financiële structuur van CFE: haar geconsolideerd eigen vermogen is in de loop van het boekjaar 2013 meer dan verdubbeld.

Overigens zal CFE vanaf 1 januari 2014 ook 100% van de resultatenrekening van DEME consolideren, wat zich zal vertalen in een stijging van de omzet, de cashflow en het nettoresultaat.

Deze transactie werd door de markt unaniem toegejuicht: de aanzienlijke stijging van de beurskoers is er het mooiste voorbeeld van.

DEME verwelkomt de intrede van AvH in het aandeelhouderschap bij CFE. Op deze wijze is de lange termijn stabiliteit verzekerd van het aandeelhouderschap bij DEME. Hierdoor kan DEME resoluut haar huidige koers verder zetten in haar nichemarkten en landen, dikwijls in partnership met lokale of complementaire partners. Verder kan er doelgericht voor bepaalde markten en activiteiten een synergie uitgebouwd worden tussen DEME en CFE, tevens met behoud van de goede relatie met VINCI.

Succesvolle samenwerkingen in binnenen buitenland tussen CFE en DEME in het kader van bijvoorbeeld afgezonken tunnels, containerterminals of complexe civiele waterbouwwerken en havens zullen aldus in de toekomst aan belang winnen.

Alain Bernard CEO van DEME

Strategie

VERWORVENHEDEN CONSOLIDEREN EN SYNERGIEËN BEVORDEREN

Zowel CFE in strikte zin als DEME wensen op middellange termijn hun huidige positie te consolideren en zo veel mogelijk synergieën tussen de verschillende vakgebieden te zoeken.

GEOGRAFISCH

DEME biedt alle diensten aan die in verband staan met maritieme en fluviale onderhouds- en verdiepingsbaggerwerken, evenals landaanwinning in het kader van haven-, industrie en vastgoed infrastructuurwerken.

DEME wenst zich de volgende jaren verder te ontwikkelen in haar bestaande en toekomstige focuslanden waaronder Europa, Singapore, India, Qatar, Australië en Nigeria, maar ook bijvoorbeeld Brazilië en Rusland. Hiervoor zoekt DEME doelgericht naar partnerships met sterke lokale partners en gespecialiseerde lokale civiele aannemers teneinde een compleet pakket te kunnen aanbieden in de hooggespecialiseerde discipline van zee-, haven- en waterbouw.

Met haar uiterst moderne en competitieve vloot wil DEME ook actief zijn in andere markten waar de groep eerder een 'hit-and-run'-strategie hanteert.

Wat CFE exclusief DEME betreft, zullen haar bouwactiviteiten hoofdzakelijk

geconcentreerd blijven in de Benelux. De groep is echter van plan om haar goede positie te bevestigen in Centraal Europa (meer bepaald in Polen en Hongarije) en in Afrika, met name in Nigeria waar er heel sterke groeiperspectieven zijn. Voor de pool Multitechnieken wordt op het gebied van de automatisering hoofdzakelijk gemikt op de internationale markten. Ten slotte zal de vastgoedontwikkeling geconcentreerd blijven in drie landen: België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen.

ACTIVITEITEN DREDGING-PLUS

DEME zet in op de verdere ontwikkeling van haar nichespecialiteiten rondom offshore olie- en gaswinning, diensten voor offshore (hernieuwbare) energieklanten, funderingsactiviteiten op het water, winning van materialen op de zeebodem (zand, grind en mineralen) en diensten voor de verbetering van het milieu (bodem, slib en water). Nieuwe oplossingen en materieel met betrekking tot enerzijds het bouwen van offshore grids, en anderzijds het onderhouden, vernieuwen of afbreken van offshore installaties zullen verder ontwikkeld worden.

SOLUTIONS PROVIDER

DEME zal haar organisatie verder uitbouwen teneinde totaaloplossingen te kunnen aanbieden aan klanten. Dit start met de financiering, aansluitend de engineering en de capaciteit om turnkey te bouwen, en tenslotte het onderhoud op zee. Investeringen in concessies (groene en blauwe energie, mijnbouw en onderhoudsbaggerwerken), projectfinanciering, competentiecentra en materieel voor onderhoudsactiviteiten zullen hierin kaderen.

Deze benaderingswijze verloopt bovendien in fase met die welke al enkele jaren door de groep CFE gevolgd wordt. De creatie van de pool PPS-Concessies drie jaar geleden en het zoeken naar globale oplossingen voor opdrachtgevers (design & build,

financiering, onderhoud) blijven een hoofddoelstelling van wat één van de fundamentele waarden is van de groep: de tevredenheid van de klant.

INTERNE ORGANISATIE

Om de bovenvermelde groei te kunnen blijven ontwikkelen, zal DEME haar interne organisatie verder stroomlijnen. De reeds ingezette programma's DRIVE en LESS IS MORE zullen onverminderd verder gezet worden, met als doel de kosten onder controle te houden en te optimaliseren. Er zal verder nog meer aandacht gaan naar risicobeheer vanaf aanbesteding tot en met oplevering. Tevens zal de financiële opvolging van al de werven wereldwijd op maandelijkse in plaats van kwartaal basis geïmplementeerd worden.

De inspanningen voor de interne organisatie zijn in 2013 begonnen voor de ondernemingen van de CFE -groep. In dit kader werd het Steering Committee aan zienlijk afgeslankt om het beslissingsproces soepeler en eenvoudiger te maken. Op lokaal vlak, wanneer er structuren bestaan met een te kleine omvang, zal de bestaande organisatie opnieuw bekeken worden om te kunnen snoeien in de algemene kosten en meer coherentie te verkrijgen op commercieel gebied. Zodoende kwamen in de pool Multitech nieken vanaf 2013 de ondernemingen Ariadne, VMA West en Vanderhoydoncks onder de verantwoordelijkheid van de gedelegeerd bestuurder van VMA. Op dezelfde wijze werd de activiteit van CFE EcoTech toegevoegd aan die van Nizet Entreprise.

VEILIGHEID, KWALITEIT, MILIEU EN COMPLIANCE

CFE en DEME zullen zich, in alle landen waar ze actief zijn, verder blijven inzetten om aan de hoogste eisen te blijven voldoen op gebied van veiligheid (no incident policy), kwaliteit, milieu en compliance.

De consolidatie van de verworvenheden betreft ook de uitvoeringskwaliteit van de werkzaamheden. De grote meerderheid van de klanten prijst zich gelukkig met de wijze waarop de werken zijn verlopen, en ook de verwezenlijkte resultaten. Laten we deze reputatie, waar CFE en DEME trots op kunnen zijn, hoog houden.

Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder

Raad van bestuur

Van links naar rechts :

John-Eric Bertrand Bestuurder

Christian Labeyrie Bestuurder Lid van het auditcomité

Piet Dejonghe Bestuurder Lid van het auditcomité vanaf 22 januari 2014

Jan Suykens Bestuurder

Luc Bertrand Bestuurder Lid van het benoemingsen remuneratiecomité vanaf 22 januari 2014

Alain Bernard Bestuurder

Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder

Philippe Delaunois NV C.G.O. vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois Voorzitter van de raad van bestuur

Philippe Delusinne Onafhankelijk bestuurder Lid van het auditcomité

Ciska Servais

BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais Onafhankelijk bestuuder Voorzitter van het benoemingsen remuneratiecomité

Koen Janssen Bestuurder

Alfred Bouckaert

NV Consuco, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert Onafhankelijk bestuurder Lid van het auditcomité vanaf 22 januari 2014 Lid van het benoemingsen remuneratiecomité

Jan Steyaert Onafhankelijk bestuurder Voorzitter van het auditcomité

Operationeel organigram

CONTRACTING

De markante feiten van 2013

Januari

DEME lanceert op de Belgische markt, met een uitstekend succes, een obligatielening van 200 miljoen euro op 6 jaar tegen een vergoeding van 4,14%. Het vertrouwen van de Belgische privébeleggers in de onderneming wordt eens te meer bevestigd.

Februari

CLi verwerft 33,3% van PEF KONS Investment voor de herontwikkeling van de 'Galerie Kons', tegenover het station van Luxemburg-stad.

Maart

CFE haalt in partnerschap het contract binnen voor de bouw van de uitbreiding van de universiteit van Toukra II in Tsjaad.

MBG begint met de bouw van een nieuwe 'passieve' school in Londerzeel, een school die deel uitmaakt van het PPS-project dat gestart werd op initiatief van de Vlaamse Gemeenschap: Scholen van Morgen.

Levering van het standingvolle project 'Bataves 1521' in de buurt van het Halfeeuwfeestpark in Brussel door Amart voor de projectontwikkelaar BPI.

April

GEOSEA, filiaal van DEME, haalt twee aanzienlijke contracten binnen voor de installatie van de funderingen voor windturbines: Westermost Rough in het VK en Borkum Riffgrund 1 in Duitsland.

Mei

Officiële inhuldiging van de tweede Coentunnel in Amsterdam door de Nederlandse minister van Infrastructuur en Milieu, Mélanie Schultz van Haegen.

BPC en Amart krijgen het contract toegewezen voor de bouw van het gemengde project (handelszaken, woningen en kantoren) Guldenvlies in Brussel.

Levering van het eerste 'Zero Energy'-kantoorgebouw voor Elia in Brussel. Dit project werd gerealiseerd door CFE Brabant voor de Bouw en door de ondernemingen Brantegem en VMA voor de pool Multitechnieken.

Juni

CFE staat haar volledige participatie in Sogesmaint-CB Richard Ellis NV af aan CBRE, maar behoudt daarbij bepaalde contracten die uitgevoerd zullen worden door een nieuwe onderneming Sogesmaint. CFE verwerft ook de volledige effectenportefeuille van Sogesmaint-CBRE in het Groothertogdom Luxemburg.

De markante feiten van 2013

Juli

DEME sleept nieuwe opdrachten in de wacht in verband met energieprojecten die toegepast zullen worden voor rekening van gas- en petroleummaatschappijen alsook van ondernemingen die actief zijn op het vlak van hernieuwbare energie.

Augustus

CFE richt een nieuw Steering Committee op bestaande uit de gedelegeerd bestuurder, de financieel en administratief directeur, de directeur human resources en vijf operationele directeurs. Dit beperkt uitvoerend comité heeft als doelstelling de competitiviteit van de groep te verbeteren.

September

Ackermans & van Haaren NV en VINCI SA hebben een akkoord gesloten voor een nieuw industrieel project voor CFE dat CFE in staat moet stellen de exclusieve controle te verwerven over DEME.

November

Dredging Internationaal Asia Pacific Pte Ltd (DIAP, het filiaal van DEME voor de regio Zuidoost-Azië) verkrijgt in partnerschap, een contract Design & Build voor de ophoging van 148 hectare in het kader van de uitbreiding van het Jurong Island voor rekening van de grootste industriële eigenaar van de regering van Singapore.

BPI opent een zetel te Antwerpen om haar aanwezigheid en haar visibiliteit op de Vlaamse markt te versterken.

December

Ackermans & van Haaren kondigt de effectieve verwerving aan van een participatie van 60,39% in CFE.

GeoSea, de specialist in offshore werkzaamheden, haalt belangrijke contracten binnen voor offshore windenergie voor de uitbreiding van het offshore windturbinepark Kentish Flats van Vattenfall (VK) en de offshore windturbineparken Gode Wind in Duitsland.

De groep CFE in de wereld

Kerncijfers

Na een mooie carrière van bijna 40 jaar ging Jacques Ninanne, financieel directeur van de groep CFE, begin dit jaar met pensioen.

Volgens hem zijn er in een onderneming twee grote middelen nodig: eerst de medewerkers en daarna het geld. De taak van de financieel directeur bestaat erin te zorgen voor een optimale toewijzing van de financiële middelen en te garanderen dat deze middelen voldoende en tijdig beschikbaar zijn. Deze taak, die een zeer goed inzicht in de onderneming vereist, en heel veel proactiviteit, luciditeit en koelbloedigheid, omvat zowel het eigenlijke financiële management, het financieel risicobeheer, de boekhouding en de beheerscontrole als de financiële verslaggeving aan alle belanghebbenden binnen en buiten de groep en de fiscaliteit.

Een belangrijke functie die Jacques Ninanne altijd met heel veel vakkennis en toewijding heeft uitgeoefend. Het managementteam en de medewerkers van de groep CFE danken hem voor al deze jaren en wensen hem een welverdiend pensioen toe.

Verdeling van de activiteiten van de groep

Bouw Vastgoedontwikkeling en -beheer Multitechnieken Spoor- & Wegeninfra Baggerwerken & Milieu PPS-Concessies

BELANGRIJKE OPMERKING

Op 24 december 2013 heeft CFE de exclusieve controle over DEME verworven. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde gegevens met betrekking tot de exploitatierekening maar voor 50% rekening gehouden met de activiteiten van DEME. Daarentegen zijn de rekeningen van DEME voor 100% opgenomen in de gegevens met betrekking tot de geconsolideerde balans op 31 december 2013. Hetzelfde geldt voor het orderboek op 31 december 2013.

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET TOTAAL RESULTAAT IN MILJOEN EURO

IFRS
2009 2010 2011 2012* 2013
Omzet 1.602,6 1.774,4 1.793,8 1.898,3 2.267,3
Bedrijfsresultaat (EBIT) 1 88,6 99,1 84,9 81,2 67,2
Resultaat vóór belastingen 1 76,8 85,2 69,2 52,5 21,4
Nettoresultaat aandeel van
de groep 1
61,7 63,3 59,1 49,4 7,9
Nettoresultaat aandeel van
de groep 2
61,7 63,3 59,1 49,4 -81,2
Cashflow 3 174,0 195,0 171,5 184,4 190,2
EBITDA 4 184,2 197,3 181,6 199,1 213,2
Eigen vermogen aandeel van
de groep (vóór de verdeling)
413,3 466,1 501,7 524,6 1.193,2

* Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

1 Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalverhoging.

2 Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.

  • 3 Cashflow: zie geconsolideerde financieringstabel op pagina 165 van het financiële verslag.
  • 4 EBITDA: EBIT + afschrijvingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie).

GECONSOLIDEERDE BALANS IN MILJOEN EURO

IFRS
2009 2010 2011* 2012* 2013
Eigen vermogen 423,8 475,5 506,8 530,8 1.203,1
(DEME voor 100%)
Netto financiële schuld 152,3 248,0 350,8 400,0 781,4
(DEME voor 100%)
Investeringen en immateriële en
materiële vaste activa
190,2 223,3 217,6 205,9 71,0
Afschrijvingskosten 82,1 98,3 100,6 119,6 126,0

* Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

JAARLIJKSE GROEI

IFRS
2009 2010 2011 2012* 2013
Omzet -7,3% 10,7% 1,1% 5,8% 19,4%
EBIT 1 8,4% -14,2% -4,4% -17,2%
Nettoresultaat aandeel van de
groep van het boekjaar 1
-11,7% 2,5% -6,7% -16,4% -83,9%

* Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

1 Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalverhoging.

Gegevens per activiteit 4000

  • Bouw
  • Vastgoedontwikkeling en -beheer
  • Multitechnieken
  • Spoor- & Wegeninfra
  • Baggerwerken & Milieu
  • PPS-Concessies

VERDELING VAN DE OMZET PER LAND (in duizend euro)

Ratio's

IFRS
2009 2010 2011 2012* 2013**
EBIT/ omzet 5,7% 5,6% 4,7% 4,3% 3,0%
EBIT/ cashflow 54,4% 50,7% 49,5% 44,1% 35,0%
EBITDA/ omzet 11,5% 11,1% 10,1% 10,5% 9,4%
Nettoresultaat aandeel van de groep/
eigen middelen aandeel van de groep
14,9% 13,6% 11,8% 9,2% 0,7%
Nettoresultaat aandeel van de groep/omzet 3,9% 3,6% 3,3% 2,6% 0,3%

* Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

** Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalverhoging.

Cijfers in euro per aandeel

2009 2010 2011 2012* 2013**
Aantal aandelen op 31/12 13.092.260 13.092.260 13.092.260 13.092.260 25.314.482
Bedrijfsresultaat 6,77 7,57 6,49 6,22 Nvt **
Cashflow 13,3 14,89 13,10 14,10 Nvt **
Nettoresultaat aandeel van de
groep
4,17 4,83 4,51 3,75 Nvt **
Brutodividend 1,2 1,25 1,15 1,15 1,15
Nettodividend 0,9 0,9375 0,8625 0,8625 0,8625
Eigen vermogen van de groep 31,6 35,6 38,3 40,07 47,1

* Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

** Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitsgebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.

De beurs

2009 2010 2011 2012 2013
Laagste minimumkoers EUR 16,00 32,10 35,03 36,25 41,00
Hoogste maximumkoers EUR 42,00 54,84 59,78 49,49 66,64
Slotkoers van het boekjaar EUR 35,50 53,71 37,99 43,84 64,76
Gemiddeld dagelijks volume nombre
titres
24.035 17.412 15.219 11.672 14.628
Beurskapitalisatie op 31/12 Mio
EUR
464,78 703,19 497,4 573,96 1.639,4

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de Bel20-index

Informatie over het aandeel en de uitoefening van de rechten

Op 31 december 2013 werd het kapitaal van CFE vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen. De aandelen van de onderneming zijn sinds 1 januari 2014 allemaal op naam of gedematerialiseerd.

Op 1 januari 2014 werden de aandelen aan toonder van de onderneming die op 31 december 2013 nog niet op een effectenrekening ingeschreven waren van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde aandelen en geplaatst bij Euroclear op een speciale effectenrekening op naam van CFE. Het gaat om 21.080 aandelen die 0,08% van het maatschappelijk kapitaal van de onderneming vertegenwoordigen.

Conform de vigerende reglementering zullen alle oude aandelen aan toonder die van rechtswege gedematerialiseerd zijn vanaf 1 januari 2014 en waarvan de eigenaar zich uiterlijk op 31 december 2014 niet kenbaar heeft gemaakt, verkocht worden door CFE in het kader van een openbare gedwongen verkoop die zal georganiseerd worden in de loop van 2015.

Het bezit van een aandeel geeft recht op één stem per aandeel in de algemene vergadering van CFE en brengt van rechtswege de instemming met zich mee met de statuten van CFE en met de beslissingen van de algemene vergadering van CFE.

Het uitoefenen van elk recht dat gekoppeld is aan aandelen aan toonder, die op 1 januari 2014 van rechtswege gedematerialiseerd werden, wordt

opgeschort totdat iemand, die zijn hoedanigheid als houder geldig heeft kunnen laten vaststellen, vraagt en verkrijgt dat de aandelen ingeschreven worden op zijn naam op een effectenrekening of in het register van aandelen op naam van de onderneming.

Het register van de aandelen op naam wordt bijgehouden op papier en in elektronische vorm. Het papieren register wordt bewaard in de maatschappelijke zetel van CFE. Het beheer van het elektronische register werd toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK SA).

Euroclear Belgium werd aangewezen als vereffeningsinstelling.

De onderneming heeft geen converteerbare obligaties of warrants uitgegeven.

Bank Degroof werd aangeduid als 'Main Paying Agent'.

De financiële instellingen waarbij de houders van financiële instrumenten hun financiële rechten kunnen uitoefenen zijn: Bank Degroof, BNP Paribas Fortis en ING België.

Verklaring inzake de transparantie en controle van de onderneming

Op 24 december 2013 heeft CFE een kennisgeving ontvangen van de firma's VINCI SA, VINCI Construction SAS, Stichting Administratiekantoor 'Het Torentje' en Ackermans & van Haaren NV, overeenkomstig de Belgische Wet van 2 mei 2007 en het Koninklijk Besluit van 14 februari 2008.

MOTIEF VAN DE KENNISGEVING

Op 24 december 2013 heeft Ackermans & van Haaren NV alle aandelen die in het bezit waren van DEME NV ingebracht in de Aannemingsmaatschappij CFE NV in ruil voor de toekenning van 12.222.222 nieuw uitgegeven aandelen van de groep CFE NV. Op 24 december 2013 heeft Ackermans & van Haaren NV overigens 3.066.440 aandelen verworven in de Aannemingsmaatschappij CFE NV bij VINCI Construction SAS. Ten gevolge van deze transacties heeft Ackermans & van Haaren NV 15.288.662 aandelen in het bezit van de Aannemingsmaatschappij CFE NV en heeft VINCI Construction SAS. 3.066.460 aandelen in het bezit in de Aannemingsmaatschappij CFE NV. Ackermans & van Haaren NV, VINCI SA en VINCI Construction SAS hebben op 19 september 2013 een akkoord gesloten via hetwelk ze geacht worden gezamenlijk op te treden krachtens artikel 3, §.1, 13° a) en c), van de wet van 2 mei 2007 met betrekking tot op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen van de emittenten van wie de aandelen toegestaan werden bij de onderhandeling op een gereglementeerde markt en de diverse bepalingen ter kennis brengt.

De verklaring van transparantie werd dus opgemaakt om de volgende redenen (i) aankoop of afstand van effecten die stemrecht geven en (ii) overschrijding van de drempel door personen die gezamenlijk optreden.

PERSONEN DIE DE KENNISGEVING HEBBEN UITGEVOERD

VINCI S.A., naamloze onderneming naar Frans recht, met maatschappelijke zetel gelegen in de Cours Ferdinand-de-Lesseps 1, in F-92500 Rueil-Malmaison (Frankrijk);

VINCI Construction SAS, vereenvoudigde aandelenvennootschap naar Frans recht, met maatschappelijke zetel gelegen in de Cours Ferdinand-de-Lesseps 1, in F-92500 Rueil-Malmaison (Frankrijk);

Stichting Administratiekantoor 'Het Torentje', administratiekantoor naar Nederlands recht, met maatschappelijke zetel te 82, Vrieseweg in NL-3311 NX Dordrecht, Nederland;

Ackermans & van Haaren NV, naamloze vennootschap naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel in de Begijnenvest 113, te B-2000 Antwerpen.

Datum van de overschrijding van de drempel 24 december 2013

Drempel overschreden

(Ackermans & van Haaren NV, Stichting Administratiekantoor 'Het Torentje', VINCI Construction SAS en VINCI SA samen) 70%

DETAILS VAN DE KENNISGEVING

STEMRECHTEN

Vorige
kennisgeving
Na de verrichting
# stemrechten # stemrechten (in aantal) % stemrechten (in %)
Houders van stemrechten Verbonden
aan aandelen
Niet
verbonden
aan aandelen
Verbonden
aan aandelen
Niet
verbonden
aan aandelen
VINCI SA 0 0 0 0,00% 0,00%
VINCI Construction SAS 6.132.900 3.066.460 0 12,11% 0,00%
Subtotaal 6.132.900 3.066.460 12,11%
Stichting Administratie
kantoor 'het Torentje'
0 0 0 0,00% 0,00%
Ackermans & van Haaren NV 0 15.288.662 0 60,39% 0,00%
Subtotaal 15.288.662 60,39%
TOTAAL 18.355.122 0 72,51% 0,00%

KETEN VAN GECONTROLEERDE ONDERNEMINGEN WAARLANGS DE DEELNEMING EFFECTIEF WORDT GEHOUDEN

CONTROLEKETEN VAN VINCI CONSTRUCTION SAS

Noot: VINCI S.A. is een Franse naamloze vennootschap die genoteerd wordt op de beurs van Parijs. Gezien de versnippering van haar aandeelhouderschap oefent niemand controle uit op VINCI SA.

Een sociale en verantwoordelijke groep

DE DAAD BIJ HET WOORD VOEGEN

'Continuïteit en versterking'. Gabriel Marijsse, directeur Human Resources van de groep CFE, vat zonder een zweem van aarzeling de activiteiten van Human Resources van het voorbije jaar samen. 'Zowel wat het personeel als opleidingen of sensibilisatie betreft, volgt 2013 de lijn van het vorige jaar en toont de wil van de groep om de nadruk te leggen op zijn fundamentele waarden'.

HET PERSONEELSBESTAND: BEVESTIGING VAN DE TENDENSEN

De cijfers met betrekking tot het personeelsbestand binnen de groep weerspiegelen de tendensen die het jaar ervoor al werden waargenomen. Voor het personeel van de polen Bouw, Multitechnieken en Spoor- & Wegeninfra (buiten de internationale bouwactiviteiten) werd 2013 gekenmerkt door een algemene terugloop van het aantal arbeiders.

De tewerkstelling bij de bedienden nam in 2013 daarentegen aanzienlijk toe door de aanwerving van nieuwe medewerkers voor de internationale activiteiten. Dit was zo in de polen Bouw en Multitechnieken, en meer bepaald in Nigeria, Polen, Roemenië en Tunesië. Het aantal personeelsleden in de pool Spoor- & Wegeninfra is gelijk gebleven, terwijl het personeelsbestand in de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer lichtjes gedaald is ten gevolge van de overdracht van de onderneming Sogesmaint-CBRE, die niet gecompenseerd werd door de oprichting van Sogesmaint NV.

De pool Baggerwerken heeft een gevoelige toename gekend van zijn personeelsbestand in evenredigheid met de uitbreiding van het activiteitsvolume.

OPLEIDING LIGT ONS NA AAN HET HART

2013 was de gelegenheid voor de HR-afdeling om verscheidene opleidingen te organiseren die tegemoet kwamen aan de behoeften van de medewerkers, de klanten en de markt. Deze opleidingen werden intern uitgewerkt en gegeven met medewerking van experts in de betrokken onderwerpen, zodat een groot aantal personeelsleden hun bagage hebben kunnen aanvullen om beter op de toekomst voorbereid te zijn.

VIER OPLEIDINGEN SPRONGEN VORIG JAAR IN HET OOG:

Opleiding voor jonge en toekomstige projectleiders

Deze volledig geactualiseerde opleiding voor de pool bouw loopt over 18 maanden naar rato van 1 dag per maand. 36 jonge Nederlandstalige en Franstalige medewerkers (18+18) van de groep CFE bespreken er talrijke praktische onderwerpen onder leiding van een voormalige directeur der werken. Onder meer komen de volgende thema's aan bod: het leiden van teams, planning en uitvoering van werkzaamheden, onderhandelingen met de leveranciers, het offerteproces, bekistingsmateriaal, juridische en contractuele aspecten, nieuwe technologieën enz. Om deze opleiding zo interactief mogelijk

te maken, wordt ze telkens georganiseerd op een werf waar de projectleider zijn knowhow aan de deelnemers doorgeeft.

Opleiding over de impact van de sociale media

Facebook en Twitter maken voortaan deel uit van het dagelijkse leven. Hoe deze digitale instrumenten met de professionele realiteit verzoenen? Welke zijn de grenzen die niet overschreden mogen worden? Tijdens meerdere sessies, in de vorm van workshops, in het operationeel seminarie waaraan 600 medewerkers van de groep CFE hebben deelgenomen, werd dit onderwerp uitgediept en werd het belang van de sociale media behandeld.

Veiligheidsbeheer

De medewerkers komen bij CFE werken om er hun brood te verdienen, niet om er hun leven bij in te schieten!

Daarom begint de opleiding met een film waarin directieleden deze prioriteit, één van de fundamentele waarden van de groep, in herinnering brengen.

Deze opleiding werd opgestart midden 2013 en is gepland tot in 2014. Ze behandelt een uitermate belangrijk onderwerp vanuit een bijzondere hoek: dat van het gedrag en de attitude van de hiërarchische lijn. Ze onderstreept het belang van het delen van een ingesteldheid die permanent gericht is op 'nul ongevallen', ongeacht de functie die men binnen de groep bekleedt.

Interviewtechnieken

Deze opleiding werd gevolgd door een grote groep personen: directieleden, werfleiders, operationele managers en

497

Dit is het aantal nieuwe personeelsleden van de groep in 2013. Dit cijfer is het gevolg van de vervanging van op natuurlijke wijze afgevloeid personeel en de ontwikkeling van de internationale activiteiten. CFE heeft overigens geprobeerd zoveel mogelijk lokaal personeel aan te werven, afkomstig uit de regio's waar de werven zich bevinden.

* met inbegrip van baggerwerken voor 100%

personeel dat belast is met het rekruteren van nieuwe medewerkers. Het accent wordt gelegd op de gevaren van (rechtstreekse en onrechtstreekse) discriminatie en op de nadruk leggen op ervaring en competenties. De sleutel tot het succes van onze activiteiten berust bij ons personeel. Goede mensen rekruteren is dus een onontbeerlijke factor om de ingeslagen weg positief te blijven bewandelen.

SPECIFIEKE OPLEIDINGEN VOOR DEME

De klanten vragen steeds meer geïntegreerde oplossingen. Om daaraan te kunnen beantwoorden, moet DEME creatief, intuïtief en veelzijdig zijn. Het is op basis van deze vaststelling dat DEME verschillende opleidingsmodules heeft uitgewerkt.

Doelstelling: alle medewerkers van de onderneming tot een veeleisend niveau opwaarderen en er houden. De praktische modaliteiten werden speciaal bestudeerd opdat iedereen de opleidingen in zijn planning zou kunnen opnemen.

DEME heeft de veiligheidsopleidingen die bestemd zijn voor het personeel aan boord gemoderniseerd. De internationale maritieme regels veranderen voortdurend en DEME moet deze werkelijkheid op de voet blijven volgen. Daarom heeft DEME

in 2013 nieuwe opleidingsmodules uitgewerkt in het kader van offshore projecten (OPITO-gecertificeerd). De STCW-opleidingen (Standards of Training, Certification and Watchkeeping for Seafarers) zullen in de loop van 2014 geactualiseerd moeten worden.

2013 was ook de kans om de nadruk te leggen op de opleiding op simulators. In Lambersart (Noord-Frankrijk) of in Zeebrugge hebben teams de juiste reflexen kunnen aankweken in

omstandigheden die de werkelijkheid erg dicht benaderen.

Ander initiatief: een gestandaardiseerd opleidingspakket gegeven aan de kaderleden van de onderneming dat hoe langer hoe meer bestaat uit individueel gerichte opleidingen. In de loop van zijn loopbaan in de groep doet de medewerker een heel eigen ervaring op. Hij kan zelfs externe opleidingen volgen.

Sociale indicatoren

MEDEWERKERS PER POOL

Groep &
Concessies
Bouw Multi
technieken
Spoor- &
Wegeninfra
Vastgoed DEME voor
100%
Totaal CFE
(DEME 50%)
Totaal
2009 79 2.299 977 0 84 3.668 5.273 0
2010 82 2.212 943 0 75 3.824 5.224 0
2011 84 2.305 1.232 0 70 4.080 5.731 0
2012 88 1.955 1.036 588 66 4.080 5.773 0
2013 91 2.213 867 725 44 4.370 0 8.310

MEDEWERKERS VOLGENS STATUUT

2013 Arbeiders Bedienden Totaal
Groep & concessies 2 89 91
Bouw 1.286 927 2.213
Multitechnieken 523 344 867
Spoor- & Wegeninfra 555 170 725
Vastgoed 0 44 44
DEME 2.136 2.234 4.370
Totaal CFE (*) 4.502 3.808 8.310

* DEME voor 100%

MEDEWERKERS PER TYPE CONTRACT

Contracten van
onbepaalde duur
Contracten van
bepaalde duur
Werk & studies Totaal
2009 4.909 361 3 5.273
2010 4.829 389 6 5.224
2011 5.297 427 7 5.731
2012 5.313 452 8 5.773
2013 7.194 1.108 8 8.310

Passie voor wat we doen

Sociale indicatoren

LEEFTIJDSPIRAMIDE

2009 2010 2011 2012 2013
< 25 487 438 482 410 617
26-30 761 767 814 811 1.332
31-35 722 719 803 832 1.287
36-40 767 735 786 762 1.154
41-45 777 752 821 834 1.158
46-50 616 663 754 785 1.082
51-55 585 577 632 630 849
56-60 422 437 472 534 581
> 60 136 136 167 175 250

ANCIËNNITEIT

2009 2010 2011 2012 2013
< 1 586 788 807 975 1.690
1-5 2.225 1.936 2.110 1.981 2.719
6-10 896 870 1.002 1.029 1.573
11-15 483 556 665 675 954
16-20 441 406 404 354 465
21-25 253 289 352 387 479
> 25 389 379 391 372 430

MANNEN / VROUWEN

Bedienden Werknemers Arbeiders Arbeidsters
2009 1.708 532 3.008 25
2010 1.761 549 2.898 16
2011 1.910 599 3.200 22
2012 1.976 635 3.133 29
2013 4.188 886 3.179 57

OPLEIDING

In aantal uren per soort opleiding Totaal 2012 Totaal 2013 Mannen Vrouwen
Technieken 34.441 50.070 45.969 4.101
Hygiëne en veiligheid 42.432 73.416 69.276 4.140
Omgeving 1.323 1.829 1.373 456
Management 5.931 7.028 6.070 958
Informatica 4.353 8.139 6.677 1.462
Adm/Boekh/Beheer/Jur. 3.474 8.104 5.873 2.231
Talen 3.148 2.821 2.118 703
Diversiteit 44 16 0 16
Andere 5.527 6.788 5.124 1.664
Totaal 100.673 158.211 142.480 15.731

ABSENTEÏSME

2009 2010 2011 2012 2013
Aantal dagen afwezigheid wegens
ziekte
49.675 62.108 60.260 73.136 60.021
Aantal dagen afwezigheid wegens
arbeidsongeval
7.585 7.923 7.594 6.300 7.233
Aantal dagen afwezigheid wegens
ongeval op de weg naar/van het werk
340 611 667 386 250
Aantal dagen afwezigheid wegens
beroepsziekte
0 0 0 0 0
Aantal gewerkte dagen 1.239.392 1.398.377 1.513.669 1.627.676 2.427.242
Aanwezigheidsgraad 4,65% 5,05% 4,53% 4,90% 2,78%

ONZE VERSCHILLEN BRENGEN ONS TOT ELKAAR

Net als bij DEME wordt bij de overige filialen van CFE dagelijks gestreefd naar diversiteit en multiculturalisme. De groep moedigt het gemengde karakter van de ploegen aan, zowel m.b.t. het evenwicht tussen het aantal mannen en vrouwen inzake diverse nationaliteiten. Zoals in het charter van onze waarden is vermeld, krijgt iedereen dezelfde kansen op het vlak van rekrutering, carrière en loon.

Om die reden heeft CFE in 2013 haar samenwerking met Actiris voortgezet en een consolidatieplan opgesteld.

Deze toegenomen bewustmaking van de diversiteit heeft in 2013 geleid tot meerdere initiatieven:

• Bij aanwervingen of bij interne overplaatsingen werd en wordt meer

aandacht besteed aan ervaring en competenties dan aan diploma's.

  • Dit onderwerp wordt aangesneden en besproken op de website van de groep CFE. Het kreeg zelfs een specifieke rubriek in het tijdschrift CFE Flash.
  • De diensten aankoop en het secretariaat worden aangemoedigd om bepaalde taken (catering, briefwisseling, onderhoud van de groenvoorzieningen enz.) toe te vertrouwen aan leveranciers die actief zijn in de sociale economie, zoals beschutte werkplaatsen.

Om de vrouwelijke aanwezigheid in de operationele vakgebieden van de groep te versterken, richten de wervingsploegen tijdens de 'Campus recruitment'-campagnes zich vooral tot jonge vrouwelijke afgestudeerden. Zoals elk jaar werden deze contactdagen georganiseerd in februari, maart en april 2013 in de universiteiten

en hogescholen van ons land. Een daadkrachtig personeelsbeleid dat ingevoerd werd op het vlak van rekrutering, opleiding en interne promotie streeft ernaar om op alle niveaus van het bedrijf de diversiteit mannen/ vrouwen te verhogen en zal het mogelijk te maken daarin te slagen.

OPLOSSINGEN CREËREN OM AAN DE TOEKOMST TE BOUWEN

Tijdens de Conventie die plaats vond in Luxemburg in 2012, heeft een denktank van de onderneming zich over het DNA van de groep gebogen. Deze denkoefening werd in 2013 voortgezet en nog verfijnd om te komen tot een nieuwe identiteit, een nieuwe visie en nieuwe waarden. Deze werden intern via verscheidene communicatiekanalen meegedeeld.

8 waarden die het verschil maken en waarvoor elke medewerker gesensibiliseerd wordt vanaf zijn indiensttreding en op elk actieniveau:

  • Veiligheid voorop
  • Duurzaam winst creëren
  • Passie voor wat we doen
  • Respect voor onze engagementen
  • Samen zijn we sterker
  • Trots op onze verwezenlijkingen
  • Aandacht voor diversiteit
  • Open, transparant en integer

Naar 'nul ongevallen'

Veiligheid is een wezenlijke bekommernis binnen de groep. Zowel de werknemers als de buurtbewoners moeten beschermd worden tegen eventuele ongevallen. CFE kan zich trouwens verheugen op de goede cijfers van 2013: het aantal ongevallen is aanzienlijk gedaald. Maar elk ongeval blijft nog altijd een ongeval te veel. Dit jaar werd de nadruk gelegd op de ingesteldheid die men moet hebben ten opzichte van de veiligheidsmaatregelen. Naast de

individuele en collectieve technische beschermingsmiddelen is een aangepast gedrag inderdaad de beste manier om een catastrofe te vermijden.

CFE heeft daartoe in 2013 een opleiding georganiseerd over het thema veiligheidsbeheer.

Deze opleiding, die gegeven wordt door externe specialisten, is in hoofdzaak gebaseerd op het gedrag en de voorbeeldfunctie op veiligheidsgebied van de leiding. Eind 2014 zullen de 770 operationele medewerkers, van directeur tot conducteur, deze opleiding gevolgd hebben.

Daarnaast hebben net als in 2012 meerdere ondernemingen van de groep (Aannemingen Van Wellen, ENGEMA, VMA…) voor hun medewerkers een veiligheidsdag rond specifieke veiligheidsaspecten georganiseerd.

Veiligheid voorop

Veiligheid vormt de absolute prioriteit van DEME, net als bij alle andere entiteiten van de groep CFE. De resultaten die behaald werden in 2013 zijn verheugend. De frequentiepercentages en de ernstgraad waren nooit zo laag. Niettegenstaande een aanzienlijke toename van potentieel gevaarlijke situaties sinds meerdere jaren, is het aantal ongevallen in twee jaar tijd met meer dan 50% gedaald!

Meerdere factoren hebben ongetwijfeld tot deze goede resultaten bijgedragen. Een nieuw risicoanalyseplatform werd in dienst genomen. De software IMPACT – een referentie terzake – werd geoptima-

Frequentiegraad

POOL MULTITECHNIEKEN

Ernstgraad

liseerd om beter overeen te komen met de specifieke risico's die gepaard gaan met de activiteiten van de groep. Voortaan worden bv. de milieurisico's en de eventuele impact op de plaatselijke bevolking ook in de analysecriteria opgenomen.

Op 27 november heeft voor het 3e opeenvolgende jaar de DEME Safety Moment Day alle medewerkers uit alle hoeken van de wereld actief bij een veiligheidsthema betrokken. Het thema van deze editie was het besturen van machines. Meerdere communicatiedragers ((elektronische) post, affiches, video's enz.) hebben de dag omkaderd en de bewustwording versterkt.

Klimaat & Milieu

Meerdere ondernemingen van de groep werden in 2013 voor hun veiligheidsbeheersysteem gecertificeerd volgens VCA of OHSAS 18001. Dit zijn onder andere BAGECI, BENELMAT, BPC, CFE Brabant, CFE EcoTech, CFE Nederland en CLE. Van de andere ondernemingen die deze certificering al bezaten, werd deze vernieuwd of uitgebreid. Op internationaal niveau heeft CFE Polska de certificeringen ISO 9001, ISO 14001 en OHSAS 18001 voor Kwaliteit, Veiligheid en Milieu behaald. Diezelfde certificaten van CFE International werden begin dit jaar uitgebreid door de CFE-vestiging in Sri Lanka.

In Nederland heeft DEME actief deelgenomen aan het programma CO2 Performance Ladder, een initiatief opgezet door de overheid. Zodoende positioneert de onderneming zich als geloofwaardige partner bij de overheid op het vlak van overheidsopdrachten. Ze heeft het niveau 3 behaald voor de Lloyds Register Quality Assurance-certificering en stelt alles in het werk om het hoogste niveau (niveau 5) te bereiken.

CFE Nederland heeft overigens in 2012 het hoogste niveau bereikt voor de milieucertificering ProRail. Na een opvolgingsaudit in 2013 werd dit certificaat van Niveau 5 vernieuwd.

Duurzame ontwikkeling

Veel meer dan een slogan

De geringste milieu-impact garanderen voor elk van de projecten, werven of realisaties, is wat ons elke dag weer drijft. Vandaag eisen 99% van de offerteaanvragen van de overheid passiefgebouwen. Dit is een gegeven waar we niet omheen kunnen. We mogen dus niet passief toekijken!

ERKENDE EN GECERTIFICEERDE MILIEUPRESTATIES

Naast de verplichte EPB-reglementering (Energieprestatie van de Gebouwen) en PHPP-software (Passive House Planning Package), kende een milieuevaluatiemethode voor gebouwen in 2013 een sterke opgang: de BREEAM-certificering (Building Research Establishment Environmental Assessment Method). Deze methode is Brits van oorsprong en evalueert niet alleen de energieaspecten, maar ook de criteria zoals het beheer van de werf en het afval, het comfort van de bewoners/gebruikers, de milieuverontreiniging, de mobiliteit, de innovatie en de milieu-invloeden.

Deze geïntegreerde benadering van de milieuaspecten verleent deze certificering een grote geloofwaardigheid bij de klanten. Talrijke ondernemingen binnen de groep CFE vragen dus de hulp van de afdeling duurzame ontwikkeling om de BREEAMcertificering in het kader van hun projecten te verkrijgen. Om een maximumaantal filialen te sensibiliseren, heeft de afdeling het voorbije jaar rond deze certificering een opleiding op touw gezet.

BREEAM, HOE WERKT DAT?

Verscheidene gewogen criteria* worden onderzocht, bij het ontwerp of na de bouw van een gebouw. Deze analyse mondt uit op een bepaald aantal 'credits.' Hoe groter dit getal, hoe beter de certificering. De verschillende certificeringsniveaus zijn:

Unclassified Pass Good Very Good Excellent

DE WINNENDE NIEUWIGHEDEN

Om de twee jaar mobiliseert de groep CFE zijn troepen en hersenen in het kader van de 'Prix de l'Innovation VINCI'. Voor de editie van 2013 werden niet minder dan 2.075 projecten uit de hele wereld ingediend. Projecten gericht op technologie, veiligheid, duurzame ontwikkeling of arbeidsomstandigheden, werden aan een regionale jury voorgelegd. De teams die afkomstig waren uit 'Noord-Europa' hebben zich niet onbetuigd gelaten: van de 99 voorgestelde projecten behaalden er 11 een prijs in de regionale finale. De winnaars van dit stadium konden daarna hun idee verdedigen tijdens de grote finale die georganiseerd werd op 21 november in Parijs.

DE NIEUWE RAPPORTERING IS AANGEKOMEN

Zoals gewoonlijk maakt de afdeling duurzame ontwikkeling de laatste jaren meteen na de zomervakantie de inventaris op van het verbruik van de groep en de lijst van de inspanningen die gedaan werden om zijn ecologische voetafdruk te verminderen. Deze rapportering houdt rekening met verscheidene belangrijke elementen:

  • Het energie- en waterverbruik;
  • Het afvalbeheer;
  • De milieucertificeringen;
  • De opleidingen/sensibilisatie van het personeel voor het milieu;
  • De weerslag op het milieu.

De methode bestaat uit het nauwkeurig opmeten van het verbruik van elke onderneming van de groep, het controleren en bundelen van de resultaten, deze vergelijken met de prestaties van de sector, en maatregelen nemen die bestemd zijn om de milieu-impact te verminderen.

Vooraleer gepubliceerd te worden, worden de resultaten ter kennis gebracht van het directiecomité en van de verantwoordelijken van elk filiaal. Zij beslissen volledig autonoom over de concrete gevolgen die gegeven moeten worden aan de rapportering.

ENKELE REFERENTIES VAN MARKANTE STUDIES

  • Renovatie, vernieuwing van het depot van de MIVB in Haren
  • Victortoren, Zuiderwijk in Brussel
  • Administratieve zetel van Elia in Brussel
  • Meerdere passiefscholen in Brussel: Les Trèfles, Van Oost, Les Capucins
  • Geheel van 55 passiefwoningen in Vorst
  • Silver Tower in Brussel

NIEUWE NORMEN: OP TE VOLGEN!

Andere belangrijke werven in 2013: de opvolging van de gewestnormen met betrekking tot bouwvergunningen en de bouw. Bijvoorbeeld wat de isolatie en de afdichting betreffen, werden de eisen in Wallonië, Vlaanderen en Brussel verder uitgewerkt. De afdeling duurzame ontwikkeling heeft dus de contacten met de instellingen vermeerderd en haar nieuwe knowhow intern gedeeld tijdens verschillende opleidingen.

DRIVE BIJ DEME

DRIVE is een beheersinstrument dat geïnspireerd is op de Lean Six Sigmamethode. Het beoogt:

  • De prestaties van de ondernemingen binnen de groep te doen toenemen;
  • Beter te beantwoorden aan hun strategische doelstellingen;
  • Het verbeteren van de klantentevredenheid.

Daartoe moedigt DRIVE maatregelen aan die de productiviteit verbeteren, zowel op het terrein als op administratief niveau. De initiatieven die de kosten verminderen, zijn een andere pijler van de benadering van DRIVE.

In 2013 hebben 98% van alle door DEME ondernomen projecten de DRIVE-benadering gevolgd. In de loop van het proces worden de te verbeteren punten van de procedure geïdentificeerd, de doelstellingen vastgelegd en worden regelmatig opvolgingsvergaderingen gehouden. Al het personeel is erbij betrokken. Verscheidene concrete projecten werden gelanceerd om het brandstofverbruik te verminderen. Samen hebben ze het

mogelijk gemaakt om de ambitieuze doelstellingen van de onderneming inzake de vermindering van CO2 -uitstoot te bereiken.

DRIVE maakt het ook mogelijk nieuwe en onuitgegeven ideeën te spuien. Innovatie stelt inderdaad vastgeroeste gewoonten in vraag en draagt sterk bij tot de verbetering van de prestaties. Een selectiecomité analyseert de voorstellen en selecteert de meest belovende. Uiteindelijk werden in 2013 zes ervan in de praktijk omgezet.

De DRIVE-benadering draagt ook vruchten op financieel vlak. Naast de inspanningen die geleverd worden op niveau van het brandstofverbruik, heeft de rationalisering van bepaalde diensten tussen ondernemingen onderling aanzienlijke besparingen door schaalvergroting mogelijk gemaakt, op dezelfde wijze als de optimalisatie van de voorwaarden ten opzichte van de leveranciers of de sterkere controle van het voorraadbeheer. We noteren ook de zeer goede prestaties van DEME 'Charterparties Desk', waarvan de activiteiten 'huur van maritieme uitrusting' in 2014 nog zal worden uitgebreid.

Aardgas Diesel Electriciteit -Emissie
CO2
per omzet
POOL kWh litre kWh
BOUW g eq CO2/EUR *
2009 7.682.173 4.393.545 12.783.440 17,70
2010 9.555.497 4.168.104 10.458.566 18,70
2011 9.625.822 4.704.162 16.420.395 21,10
2012 9.485.044 4.998.281 16.911.124 21,52
2013 13.382.495 5.977.731 14.966.052 21,14
POOL
MULTITECHNIEKEN
kWh litre kWh g eq CO2/EUR *
2009 863.764 715.128 787.238 20,00
2010 983.324 762.674 853.267 24,30
2011 918.981 732.096 892.022 18,90
2012 1.020.345 663.032 1.142.812 16,50
2013 1.744.446 1.554.399 1.120.527 19,53
POOL
SPOOR- EN
kWh litre kWh g eq CO2/EUR *
WEGENINFRA 2009 1.994.922 1.271.985 1.301.341 72,20
2010 3.252.631 1.319.122 882.421 85,40
2011 3.044.951 1.328.247 963.576 76,90
2012 2.527.684 1.453.714 1.012.235 76,60
2013 2.463.279 1.181.137 1.214.082 88,04
POOL
VASTGOED
ONTWIKKELING EN
kWh litre kWh g eq CO2/EUR *
-BEHEER 2009 1.050.898 35.690 1.303.246 31,44
2010 568.431 89.012 90.747 12,15
2011 344.878 130.572 246.797 30,02
2012 839.454 26.036 64.017 24,50
2013 2.193.929 26.587 758.619 28,23
POOL
BAGGERWERKEN
EN MILIEU
2009 kWh
0
litre
9.370.741
kWh
5.853.492
g eq CO2/EUR *
758,55
2010 0 6.491.221 4.060.095 481,19
2011 0 1.069.320 4.213.356 476,30
2012 235.808 1.427.815 4.653.842 506,80
2013 228.701 1.851.902 2.407.726 479,37

POOL BAGGERWERKEN & MILIEU

49 ACTIVITEITENVERSLAG

Management team

Van links naar rechts :

Eric Tancré Area Director North Europe

Lucas Bols General Manager Tideway

Hugo Bouvy General Manager Tideway

Martin Ockier Area Director Benelux

Philip Hermans Area Director North America, Oceania, Asia General Manager Dredging International

Dirk Poppe Area Director Middle, Eastern Europe and Russia

Alain Bernard Chief Executive Officer

Pierre Potvliege Area Director Indian Subcontinent

Theo Van De Kerckhove Chief Operating Officer

Els Verbraecken Chief Financial Officer

Tom Lenaerts Chief Legal Officer

Harry Mommens Human Resources Manager

Luc Vandenbulcke Deputy Chief Operating Officer and Managing Director GeoSea

Pierre Catteau Area Director Mediterranean, South and Middle Americas

Lieven Durt Area Director Africa

Bernard Paquot Area Director Middle East

Baggerwerken Actief op alle fronten

Zowel in de Benelux als elders in de wereld voerde de groep DEME in 2013 haar activiteiten op. Ondanks de scherpe concurrentie en een wat slabakkende conjunctuur in bepaalde markten kwamen tal van nieuwe projecten uit de startblokken.

BENELUX

2013 - een vruchtbaar jaar! Het hele jaar lang kon DEME uitpakken met zijn kennis en vaardigheden. Aan de R&D afdeling werden tal van vragen voorgelegd met als resultaat dat er heel wat nieuwe techno logieën in de praktijk konden worden gebracht. Dat was onder meer het geval bij de bagger- en onderhoudswerken aan de Schelde, de toegangskanalen tot de sluizen van Antwerpen, evenals aan de Belgische kust en de jachthaven van Oostende, Zeebrugge en Blankenberge.

Binnen de context van hun werken aan de jachthavens voerden Dredging International (DI) en Baggerwerken Decloedt extra werken uit aan de vissershaven van Zeebrugge: baggeren van verontreinigd slib en behandelen van de baggerspecie. Aan het kanaal Gent-Terneuzen werden gelijkaardige werken uitgevoerd: het behandelen van verontreinigde baggerspecie werd uitgevoerd door DEME Environmental Contractors (DEC).

In Antwerpen zette DI de werken aan de North Sea terminal voort. In de haven van Antwerpen zetten DI en DEC met succes de uitbating van AMORAS, de grote slibontwateringsinstallatie binnen het kader van een vijftienjarig contract voort. In Kruibeke werd de bouw van dijken rond een van de grootste gecontroleerde overstromingsgebieden in Europa

afgerond, terwijl de bouw van de Sigma dijk in Fort Filip aan de Schelde, met inbegrip van de aanleg van de 'Prosperpolder', werd voortgezet.

DI startte overigens de bouw van verschillende dijken in verschillende zones op of rondde ze af en is klaar met de aanleg van het C-Power windmolenpark op de Thornton Bank.

In Nederland gaan de ondernemingen de Vries & van de Wiel en Dredging International Nederland voort met de landwinning voor de Botlek Tank Terminal in Rotterdam. Er werden voorts drie belangrijke contracten gesloten: 10 strandsuppletieopdrachten en wrakkenruiming langs de kust, de verdieping en verbreding van het Julianakanaal en het Waterdunen project. Dit laatste project omvat de versteviging van de huidige bescherming van de kustlijn, de aanleg van 40 ha nieuwe duinen en van 250 ha toegankelijk eb- en vloedgevoelig natuurgebied (wadden en schorren) en van een gedeelte natuurlijk recreatiegebied.

MIDDELLANDSE ZEE

Ondanks de moeilijke economische situatie en de politieke uitdagingen wist DEME geregeld haar aanwezigheid in het Middellandse Zeegebied veilig te stellen.

In Italië werd Societa Italiana di Dragagi (SIDRA) aangesproken voor diverse maritieme projecten in de havens van Cagliari,

Trapani, Molfetta, Taranto en Livorno. In 2013 rondde SIDRA met behulp van de nieuwe snijkopzuiger 'Ambiorix' de baggerwerken aan 1.000.000 m³ rots in de haven van Civitavecchia af.

Tot slot werkte SIDRA samen met DEC in het kader van een dringende baggeropdracht in Pescara waarbij een landwinningszone diende te worden verdicht en het verontreinigde slib te worden verwerkt.

In Noord-Afrika werkte DI mee aan het opvullen van de caissons in de haven van Tanger in Marokko. DI voerde tevens onderhoudsbaggerwerken uit in de haven van Skikda in Algerije.

Het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt. De Vlaamse kust en het achterland worden dan ook door de zee bedreigd. Er dienen nu stappen te worden gezet om de veiligheid van het land te vrijwaren. Door die maatregelen niet afzonderlijk en op korte termijn in overweging te nemen, maar door ze samen te bundelen met andere problemen aan de kust kan er een meerwaarde worden gecreëerd waarbij de veiligheid niet langer een probleem is, maar een opportuniteit wordt voor de uitbouw van een verbeterde en mooiere kustlijn.

Intussen kregen tien projecten, die tot inspiratie kunnen dienen, vaste vorm. Sommige projecten situeren zich op de lange termijn, andere kunnen op korte termijn worden gerealiseerd. Het startschot voor de eerste fase van de werken in het kader van dit project werd in oktober in Oostende gegeven. Het gaat hier om de strandsuppleties voor de stranden van Middelkerke, Knokke-Heist en Oostende waarvan de werken in 2014 moeten zijn afgerond.

NOORD-EUROPA

De activiteit van de groep in Duitsland en Frankrijk bleef ongewijzigd waarbij zowel nieuwe projecten werden opgestart, als traditionele opdrachten werden voortgezet. In Duitsland voerde NORDSEE traditionele onderhoudsbaggerwerken uit op de Rijn, de Elbe en in de buurt van de raffinaderij van Wilhelmshaven waarbij tegelijk de leiderspositie op de markt voor baggeren met waterinjectie werd versterkt. In Frankrijk kon Société de Dragage International (SDI) uitpakken met haar expertise op het vlak van onderhoudsbaggeren in Bayonne, Gravelines en op de Gironde. In het kader van een joint venture met de dochteronderneming DEC werd een contract binnengehaald voor baggerwerken en de verdere behandeling via ontwatering van sedimenten in de haven van Duinkerken. In oktober werden een eerste reeks baggerwerken uitgevoerd. SDI wist een baggercontract in de wacht te slepen voor de tweede fase van de uitdieping van de Seine waarvan de werken

in de loop van het eerste semester van 2014 worden opgestart.

Ondanks de vele tot algemene tevredenheid van de klanten uitgevoerde werken in Tallinn en Palanga, blijft het moeilijk om vaste voet aan de grond te krijgen in de Baltische landen, Finland en Polen.

In 2013 was DEME het meest actief op de Britse markt. Naast de strandsuppletiewerken aan de stranden van Lincshore, vergde vooral het London Gateway project de inzet en toewijding van tal van teams. DEME rondde de verschillende werken in het kader van het London Gateway project af en werkte op die manier mee aan de overgang van één van de grootste bouwwerven in het Verenigd Koninkrijk en in Europa naar een reusachtige operationele en bijzonder geavanceerde haven. De uitdaging was niet min: de werken aan deze reusachtige haven afronden zodat de eerste schepen in november konden aanmeren … Een uitdaging die met succes werd bekroond.

AZIË

In 2013 werden tal van nieuwe projecten opgestart; vooral in Zuidoost-Azië. In het hele gebied werd echter de hete adem van de concurrentie gevoeld. Om die af te kunnen houden heeft Dredging International Asia Pacific (DIAP) het aantal partnerschappen opgevoerd.

Een strategie die loonde zoals mag blijken uit het omvangrijke Jurong Island Westward Extension project in Singapore dat eind vorig jaar in de wacht werd gesleept. Dit succes is het resultaat, aldus het oordeel van de klant, van een realistische benadering van het bouwproject, de aanwezige technische vaardigheden, de kennis van de teams en het doordachte veiligheids- en kwaliteitsbeheer. Dit project, dat drie hoofdfasen omvat, loopt

over een periode van vijf jaar. Het benadrukt nogmaals de bijzondere bijdrage van DIAP in het creëren van nieuw land voor de ontwikkeling van Singapore, een proces dat overigens al aan het eind van de vorige eeuw werd ingezet.

In Singapore liep op 30 november 2013 de garantieperiode voor het Jurong Island Fase 4 project en het Tuas View B Project af, met een positief resultaat voor DIAP. De werken in onderaanneming met betrekking tot de grondverdichting voor fasen 3 & 4 van de containerterminal Pasir Panjang schieten goed op, met positieve resultaten voor DIAP.

Over de grens heen in Maleisië heeft DIAP het afsluiten van het PMU project in Tg Bin tot een goed einde gebracht. De garantieperiode voor het PMIP project in Tg Bin liep af en het project is daarmee

UILENSPIEGEL

Met een dergelijke heldennaam staat de sleephopperzuiger garant voor absolute topprestaties in de vaargeul van Soai Rap in Vietnam. In april 2013 werd de tweede fase van de werken opgestart.

helemaal rond. Ook het zandvoorzieningsproject van Manjung werd in april 2013 tot een goed einde gebracht.

In Vietnam wordt het door de Wereldbank gefinancierde project voor het baggeren van het Dong Thap kanaal wellicht begin 2014 afgerond.

toegangsgeul (17 km lang) vergt de inzet van meer dan 15 zee-eenheden gedurende twee jaar waaronder de rotssnijkopzuiger 'Ambiorix', de sleephopperzuigers 'Brabo' en 'Breydel' en de zelfvarende splijtbakken 'Sloeber' en 'Pagadder'. De continue inspanningen op het vlak van het milieu en de bewaking van de waterkwaliteit die deel uitmaken van onze verantwoordelijkheid, hebben ertoe geleid dat in nauwe samenwerking met de projectontwikkelaar en de bevoegde overheden het project tot op heden met succes werd bekroond, mede dankzij het aangepaste beheer en de specifieke controle die voor dit project in het bijzonder werden uitgerold. De eerste kritische termijnen met het oog op de toegankelijkheid van de Material Offloading Facilities (MOF) werden eind 2013 gehaald waardoor de klant het zeetransport van bouwmateriaal en van zware modules, conform de planning, kon opstarten.

Gelijktijdig voert DEME milieubaggerwerken uit in Bige in Papoea-Nieuw-Guinea om de OTML mine tailings van het stroomgebied van de Fly te verwijderen en de baggerspecie duurzaam op te slaan.

AFRIKA

In Sub-Saharisch Afrika richtte het langetermijnbeleid van DEME zich in 2013 op het uitdiepen van de activiteiten in dit deel van de wereld waar de concurrentie alsmaar scherper en moeilijker wordt, maar waar de markt tevens snel groeit. Dit jaar was DEME betrokken bij een significant aantal projecten waarbij een waaier van technieken diende te worden ingezet voor verschillende klanten uit zowel de overheids- als de privésector op het vlak van de gas- en oliewinning.

Opmerkelijke feiten waren onder meer het welslagen van de tweede fase van de grootste opdracht voor landwinningswerk ooit in Afrika: de ontwikkeling van het indrukwekkende EKO Atlantic City project in Lagos in Nigeria, waar 600 ha grond werd opgespoten. Het project werd dan ook lokaal het 'Manhattan van Afrika' gedoopt. Ook de werken voor twee aanpalende industriële ontwikkelingen op de sites van Sahara en Digisteel werden met succes opgestart.

Onder leiding van de Bonny Channel Company, een permanente joint venture met de nationale havenautoriteiten van Nigeria, werden de jaarlijkse onderhoudsbaggerwerken, een aantal maritieme diensten en het verwijderen van scheepswrakken aan en rond de toegang tot de LNG terminal van Bonny en Onne uitgevoerd. Onne is eigenaar van de grootste dienstverlenerhaven ter wereld voor de oliewinningsindustrie die wordt aangehouden en uitgebaat door INTEL. De cutterzuiger 'Rubens' van DI startte de werken van de fase IV-b van het ambitieuze uitbreidingsprogramma van de INTEL opslagruimte op. Het contract (3 fasen) voor het baggeren en opspuiten van de nieuwe kade werd eind 2013 ondertekend.

In volle zee, op 35 meter diepte, werd een 400 ton zware en 40 m lange gebroken stamper van het door rampspoed getroffen boorplatform Lewak Leader van de bodem van de zee opgehaald en veilig aan wal gebracht waarbij omvangrijke bergings- en lichtingswerken van brokstukken aan te pas kwamen.

In Ada, in Ghana, zijn de stranden ernstig aangetast door de klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel. Een uitgekiend design waarbij een tijdelijke dam wordt opgetrokken, leidde tot de bouw van een reeks van 7 om de ergst getroffen kuststreek over een lengte van 3 km te beschermen. In het kader van een

OCEANIË

In dit deel van de wereld namen de activiteiten van de groep DEME in 2013 sterk toe. Momenteel zijn op de verschillende werven, waarvan het merendeel in Australië, niet minder dan 650 medewerkers aan de slag. Twee projecten springen daarbij in het oog:

  • de ontwikkeling van het LNG westelijk bekken in Gladstone Baggerwerken klaar voor de geplande einddatum tot algemene tevredenheid van Chevron en de gasprojectontwikkelaars
  • het LNG project van Wheatstone in Onslow De baggerwerken worden gezien als de grootste die ooit in het land werden opgezet. Het uitwerken van het havenproject en van de

begeleidend natuurbeschermingsplan werden meer dan 15.000 schildpadden gevangen en opnieuw vrijgelaten in veiligere oorden. Er werd een belangrijke uitbreiding van het contract ondertekend voor de bescherming van een bijkomende strook van 10 km kust ten westen van de stad Ada.

In Lomé, in Togo, bracht DI de uitdiepingswerken van de haven en toegangsgeul in het kader van het nieuwe uitbreidingsprogramma van de containerterminal van Bolloré tot een goed einde.

Voorts werden in Soyo onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd. Op die manier kan de toegang tot de nieuwe LNG terminal in Angola worden gevrijwaard en kan de dringende nood aan extra aanmeercapaciteit worden gelenigd.

werd een derde onderhoudscampagne opgezet op de benedenloop van de Congo stroom om de toegang voor de reders die de haven van Boma en Matadi aandoen te vrijwaren.

In de Democratische Republiek Congo

MIDDEN-OOSTEN

Het bouwen van twee kunstmatige energieeilanden op 120 km vóór de kust van Abu Dhabi vormt een enorme uitdaging. De Middle East Dredging Company (MEDCO), de joint venture tussen DEME, UDC en Qatar Holding, ging die uitdaging met succes aan. Dit ambitieuze en meteen ook unieke project is zonet afgerond en

maakt de exploitatie mogelijk van het Satah Al Razboot offshore olieveld. Naast de engineering- en designontwikkelingen voor de bouw van de eilanden beheerde het projectteam diverse multidisciplinaire bouwactiviteiten waaronder het baggeren en ophogen, de grondverbetering door vibro-floatation en dynamische verdichting, de prefabricage van betonnen muurblokken voor de kade en de bouw

van minihavens, de aanleg van golfbrekers en steenstortingen, de prefabricage en de plaatsing van accropodes.

En nog een vermeldenswaardige groot project: de uitdieping van de toegangsgeul van New Port ten zuiden van Doha in Qatar. De werken omvatten de bouw van de nieuwe marinebasis op een kunstmatig eiland nabij de kust en het baggeren van een 20 km lange toegangskanaal tot

New Port . De werken worden uitgevoerd voor rekening van de regering van Qatar via het New Port Steering Committee. Het project omvat het baggeren en droog ontgraven van meer dan 40 miljoen m³ rotsmateriaal hoofdzakelijk bestaande uit harde kalkafzettingen. De werken omvatten tevens de bouw van twee golfbrekers en de steenstortingen voor de bescherming rondom de marinebasis. Drie rotscutterzuigers en een vloot van meer dan 300 graafmachines, bulldozers, dumptracks, trailers en sleufgravers werden voor dit project ingezet. Aan het project werken meer dan 1.600 mensen mee.

LATIJNS-AMERIKA

De activiteiten hielden het hele jaar door aan. Na het beëindigen van de uitdiepingswerken aan de kant van de Stille Oceaan ter hoogte van de ingang van het Panamakanaal startte DI met het baggeren van 12,5 miljoen m³ in de nieuwe havendam van Santa Marta in Colombia voor de uitvoer van steenkool. De werken schieten op volgens plan en de in het bestek opgelegde erg krappe deadline wordt nageleefd.

Na twee jaar afwezigheid is DI opnieuw aan de slag in Venezuela. DI voerde er baggerwerken en landwinning uit in de haven van La Guaira. TIDEWAY wist er overigens twee contracten in de wacht te slepen voor de bouw van aanlandingen (Cardon en Dragon).

INDIA

Kenmerkend voor 2013 waren de verschillende onderhoudsbaggerwerken voor zowel de overheids- als de privésector door International Seaport Dredging (ISD) in India en Sri Lanka.

In Sri Lanka waren de sleephopperzuigers bijzonder nuttig bij de zandwinning op zee en de zandaanvullingen op de stranden.

Respect voor onze engagementen

Dredging-Plus

Activiteiten op het vlak van offshore energie en voor de olie-, gas- en mijnbouwsector

ENGINEERING & BOUW

TIDEWAY

De valpijpschepen van TIDEWAY waren in 2013 uitermate bedrijvig op het vlak van de bescherming van pijpleidingen en kabels, evenals bij het uitvoeren van stabilisatiewerken voor rekening van grote bedrijven actief in de aardolie- en aardgassector, evenals in hernieuwbare energie.

Aardolie & Gas

Voor het Total / Laggan Tormor project werden twee grote steenstortingscontracten voor rekening van Subsea7 en Allseas tot een goed einde gebracht. Die werken omvatten de bescherming van de uitvoerpijpleiding, de voedingsleiding en de productielijn tijdens een twee jaar durende campagne. De werken werden in oktober 2013 afgerond. In totaal werd bij de pre- en postplaatsingsactiviteiten op een diepte van 600 meter onder de zeespiegel niet minder dan 3.000.000 ton rotsen aangebracht. Om de werken te laten opschieten, werden daarbij meerdere valpijpschepen ingezet.

De rotsen werden met bulkschepen van de steengroeve vervoerd en overgeladen op de valpijpschepen in een beschermde omgeving in de buurt van de site.

In het kader van de werken voor het nieuwe LNG Wheatstone project voor Chevron in het westen van Australië kreeg TIDEWAY de werken voor het nivelleren van de zeebodem en het uitwerken van erosiebestrijdingsmaatregelen toegewezen. Die werken worden uitgevoerd in de loop van het eerste semester van 2014. Bovendien werd nog een in 2014 uit te voeren contract met betrekking tot het trekken van pijpen voor de aanlanding van Wheatstone door Allseas toegekend.

Een ander contract werd toegewezen voor het aanbrengen van een fundatiebed (met uiterste precisie), evenals ballast- en beschermingsmateriaal tegen het wegspoelen rondom het SGS platform van het Wheatstone project in Australië. Die werken worden in 2014 uitgevoerd.

Energie

In Venezuela werden twee omvangrijke projecten voor de bouw van aanlandingen aan TIDEWAY toevertrouwd.

In het noordwesten van Venezuela, nabij Punto Fijo, startte TIDEWAY de bouw op van een aanlanding voor een pijpleiding voor Saipem. Op die plek ontwikkelt Cardon IV een gasveld op 90 km van de kust. De werken omvatten het baggeren van een sleuf van 6,5 km in zee en de installatie van een aanlanding. De werken moeten begin 2014 klaar zijn.

TIDEWAY wist tevens een contract in de wacht te slepen voor het petroleumbedrijf PDVSA waarvan de Venezolaanse staat eigenaar is. TIDEWAY bouwt er voor rekening van Saipem een aanlanding aan de noordzijde van het schiereiland voor het gasveld Dragon. De werken omvatten het baggeren van een sleuf, de bouw van een stenen platform en de verankering van dat platform aan een rotswand. De werken worden afgerond in de lente van 2014.

Rond de monopiles van het offshore windmolenpark Northwind en het offshore windmolenpark Gwynt Y Mor werden erosiebeschermingswerken uitgevoerd. In 2013 startte TIDEWAY tevens met de aanleg van de filterlaag voor het offshore windmolenpark Borkum Riffgrund. In het offshore windmolenpark Northwind bracht TIDEWAY 72 infield

voedingskabels aan. TIDEWAY stond ook in voor het graven van de sleuven en de ingraving van de leidingen.

In Nederland werd een voedingskabel van 30 km lang getrokken tussen het strand van Scheveningen en het offshore platform Q3 in het Nederlandse deel van de Noordzee. Die werken werden uitgevoerd voor rekening van Gaz de France.

GEOSEA

GEOSEA kende een opvallend groeiproces zowel wat betreft de omzet als het aantal medewerkers. GEOSEA wist zijn voordeel te doen met de groeiende interesse voor offshore windenergie en de offshore energiegerelateerde infrastructuur. De onderneming wist dan ook dankzij permanente innovatie en kant-en-klare oplossingen voor haar klanten een vooraanstaande plaats op de wereldmarkt te veroveren.

Offshore hernieuwbare energie

Op 17 september 2013 opende eerste minister Elio di Rupo officieel het offshore windmolenpark C-Power met een vermogen van 325 MW op 30 km vóór de Belgische kust. In de loop van het eerste semester van 2013 plaatste het hefvaartuig 'Goliath' van GEOSEA de laatste 18 windturbines en liep daarmee voor op de planning.

Voor het windmolenpark Northwind treedt GEOSEA op als EPCI (Engineering, Procurement, Construction, Installation) leverancier en was de onderneming belast met het ontwerp, de levering en de installatie van 73 monopiles en overgangscomponenten met inbegrip van de infield kabels. De installatie van de

73 monopiles en van de overgangscomponenten met inbegrip van de injecties werd uitgevoerd met behulp van het hefvaartuig 'Neptune'. GEOSEA stelt het schip ook ter beschikking voor de effectieve plaatsing van de windturbines.

GEOSEA rondde, voor rekening van EnBW Erneuerbare Energien GmbH, de werken af aan het offshore windmolenpark Baltic 2 op ongeveer 32 km ten noorden van het Duitse eiland Rügen.

Bovendien wist GEOSEA diverse nieuwe contracten in de wacht te slepen in de sector van de Europese offshore windenergieontwikkeling. Zo werd in het Verenigd Koninkrijk een nieuw contract ondertekend voor het Westermost Rough project voor rekening van de Deense onderneming DONG Energy, wereldwijd de grootste operator van offshore windmolenparken. GEOSEA heit 35 grote funderingspalen in het offshore park waar de nieuwe 6 MW Siemens turbine zal worden geïnstalleerd. DONG Energy wees GEOSEA overigens een ander contract toe voor Borkum Riffgrund 1 in Duitsland, waar 77

funderingen worden aangebracht met bescherming tegen wegspoeling.

Eind 2013 tekende GEOSEA een nieuwe EPCI overeenkomst voor het ontwerp, de levering en de installatie van de funderingen voor 15 windturbines, evenals een contract voor de installatie van de turbines zelf in het kader van de uitbreiding van het offshore windmolenpark Kentish Flats van Vattenfall, een van de belangrijkste operators van offshore windmolenparken. Bovendien kende DONG Energy, wereldwijd de grootste operator van offshore windmolenparken, een contract toe aan GEOSEA voor het transport en de installatie van de funderingen voor het offshore windmolenpark Gode Wind. De Gode Wind windmolenparken liggen in de Duitse bocht, 45 km vóór de kust. Het contract omvat de installatie van de

'monopile'-funderingen en het transport van die funderingen van bij de fabrikant naar de basis in Eemshaven.

In februari 2013 zette GEOSEA het hefvaartuig 'Neptune' in voor de pre-pilingactiviteiten voor Alstom Haliade 150 (6 MW) waarbij 4 palen werden geheid in een vierkante cluster van 20 bij 20 m met uiterst kleine toleranties. GEOSEA leverde tevens engineeringdiensten aan Alstom Wind tijdens de voorbereiding en de productie van de stalen enveloppe en de installatie van de turbines.

Midden 2013 tekende GEOSEA een contract voor de installatie van een 100 meter hoge weermast op een monopile in de Ierse zee vóór de kust van Barrow-in--Furness. Die weermast meet de windkracht, de neerslaghoeveelheid en de zonnestraling aan de kust.

Dredging-Plus

OFFSHORE BOUWPROJECTEN

Wat betreft het bouwen van havenhoofden zette GEOSEA de boor-, hei- en installatiewerken in Hay Point in het westen van Australië voort. In totaal werden vijf hefeilanden, waaronder de 'Zeebouwer' en de 'Buzzard', ingezet bij dit complexe en ambitieuze project dat de bouw omvat van een 2 km lang havenhoofd en een aanlegplaats voor de levering van cokeskool. De algemene aannemer is BECHTEL die samen met MACCONNELL-DOWELL en GEOSEA het maritiem team vormt.

Het project, voor rekening van BHP-Mitsubishi Alliance (BMA), schoot goed op en begint op spectaculaire wijze vaste vorm te krijgen.

GEOTECHNISCHE STUDIE

Midden 2013 voerde GEOSEA geotechnische en geofysische studies uit van de site voor het Round 2 Le Tréport project in Frankrijk voor rekening van EDF Energies Nouvelles. De geofysische werken werden uitgevoerd vanaf een DP1 onderzoeksschip. De geotechnische werken werden uitgevoerd

vanaf een bijzonder krachtig DPII geotechnisch boorschip onder moeilijke geotechnische en omgevingsomstandigheden.

AARDOLIE & GAS

In 2013 kreeg GEOSEA het FEED onderzoek toegewezen voor de bouw van een miniplatform voor de gasproductie van het Nederlandse Oranje Nassau Energy (ONE) olie- en gasbedrijf. Het FEED onderzoek omvat het ontwerp van een mankrachtvrij productieplatform voor gas op zonneen windenergie, evenals de engineering

EEN INNOVATIE HIGH WIND

High Wind is de naam van een revolutionair project dat wordt gedragen door GEOSEA en diverse openbare en privépartners. De idee? Technieken ontwikkelen die het mogelijk maken dat installatieschepen heuse drijvende fabrieken worden die onder alle weersomstandigheden kunnen blijven draaien. Die technologie houdt een aanzienlijk economisch en operationeel voordeel in. Het basisconcept was klaar in 2013. Volgende stappen: gedetailleerde engineering en concretisering, gepland in 2014.

voor het ontmantelen van het platform. Het miniplatform voor gasproductie moet tegen eind 2014, begin 2015 zijn opgeleverd. De levensduur van dergelijke kleine velden schommelt van een paar jaar tot zeven jaar en ONE wilde absoluut een intelligente oplossing waarbij het platform opnieuw zou kunnen worden gebruikt.

HGO INFRASEA SOLUTIONS

Dankzij de grote vraag naar hefvaartuigen met grote tonnenmaat kon HGO InfraSea Solutions, een 50/50 vennootschap van

GEOSEA en Hochtief Solutions, haar rol blijven vervullen van ontwerper van schepen en beheerder van heavy-lift hefvaartuigen voor de bouw en het onderhoud van offshore windmolenparken voor onder meer de windmolenparken en platformen voor de gas- en olieindustrie. Het hefvaartuig 'Innovation' bevestigde nogmaals het profiel van DEME als hoogwaardig leverancier van totaaloplossingen gericht op het laden, transporteren en installeren van offshore structuren als een all-in-one oplossing.

SCALDIS

SCALDIS (Scaldis Salvage & Marine Contractors), waarvan de groep DEME 55% van de aandelen aanhoudt, is wereldwijd gespecialiseerd in zwaar hijswerk op zee in het kader van civieltechnische werken, projecten voor gas- en oliebedrijven, hernieuwbare energie en milieuwerken, ontmanteling en montage, evenals bergen en lichten van wrakken.

In 2013 werkte SCALDIS mee aan het hijsen en installeren van het Borkum Riffgrund substation in Duitsland, de installatie van het West of Duddon Sand onderstation in het Verenigd Koninkrijk, het hijsen van een ketel en een STG module op een FPSO schip in Duitsland, het transport van enveloppe voor Nord See Ost in Duitsland, de installatie van de bovenbouw van het offshore windmolenpark Northwind vóór de Belgische kust en de installatie van enveloppes voor het IKA-JZ platform in Kroatië. Alle werken werden uitgevoerd met het kraanschip 'RAMBIZ 3000' met een hijsvermogen van 3.000 ton.

Momenteel ligt een tweede kraanschip, de 'RAMBIZ 4000', ter studie op de tekentafel. Bedoeling is om het schip in 2016 in de vaart te brengen.

ONDERHOUDSWERKEN VOOR AARDOLIE- EN GASBEDRIJVEN, OFFSHORE ENERGIE

OWA

Dankzij de uitgebreide onderhoudsactiviteiten was 2013 voor Offshore & Wind Assistance (OWA) een succesvol jaar. De start van het onderhoudscontract op lange termijn voor de installaties van het C-Power offshore windmolenpark is hier niet vreemd aan. Dit contract slaat niet alleen op de logistiek, de inspecties en de controles, maar evenzeer op de reparaties van de installaties.

MET ONDERSCHEIDING BEST PRACTICE IN PROCESS 2013

Met het oog op het alsmaar verbeteren van het offshore windenergiepotentieel ontwikkelde FLiDAR nv, een joint venture van OWA en zijn partner 3E, het LiDAR project waarvan de offshore versie vorig jaar in mei tijdens de uitreiking van de Industrie Awards in Antwerpen met een prijs werd bekroond. Met de LiDAR kan de kracht en de richting van de wind op zee met uiterste precisie worden berekend. De drijvende versie is stormbestendig en werkt volle-dig energieautonoom. Dankzij de drijvende LiDAR kunnen offshore windmolenparken duurzamer en goedkoper draaien. Na vele maanden testen, bestelde DONG Energy de nieuwste versie van de FLiDAR drijvende windmeetapparatuur. Met die bestelling is voor dit vernieuwende toestel meteen ook een mooie commerciële toekomst weggelegd.

MILIEUACTIVITEITEN

ECOTERRES HOLDING

De verschillende ondernemingen (DEC, de Vries & van de Wiel, Ecoterres en Extract-Ecoterres), die samen de milieugroep van DEME vormen, waren het hele jaar door bijzonder actief.

In 2013 werden in België, zowel in het noorden als het zuiden van het land, grote werken verdergezet of aangevat:

• DEC tekende een contract voor de sanering en valorisatie van zes verontreinigde sites voor rekening van de gas- en elektriciteitsdistributienetbeheerder EANDIS.

  • DEC bracht het tweede volledige exploitatiejaar van de 'AMORAS' installatie in de haven van Antwerpen tot een goed einde. Dit project, gericht op het ontwerp, de bouw en de exploitatie van een installatie voor de verwerking en de opslag van sedimenten in de haven van Antwerpen, loopt over een periode van 15 jaar.
  • het beheer van 'grond en sedimenten' recyclingcentra op meerdere plekken in Vlaanderen door DEC en in Wallonië door Ecoterres.
  • het afgraven en verwerken van de

sterk verontreinigde gronden en het zuiveren van de ondergrondse waterlagen van de Terranova site nabij Gent. Eind van het jaar ruimde de site baan voor Terranova Solar, een van de grootste zonneparken van Europa met 20 hectare zonnepanelen en een injectievermogen van 15 MW; voldoende om 4.000 gezinnen te voorzien van groene stroom.

Ook in het buitenland werden tal van projecten in de steigers of voortgezet:

• in het Verenigd Koninkrijk werken diverse teams voort aan het Avenue

Coking project in Chesterfield. Het gaat hier om het grootste erosieproject van oliehoudende steenbestorting van het land, waarvan het eind van de werken is gepland voor 2015.

  • in Zweden worden de saneringswerken in de Valdemarsvik fjord voortgezet. In 2013 hadden de werken meer bepaald betrekking op milieubagger- en stabilisatiewerken van ongeveer 250.000 ton met chroom verontreinigd sediment. De saneringswerken zouden eind 2014 klaar moeten zijn.
  • in Italië werden de bodemsaneringswerken in Ravenna tot een goed einde gebracht. DEC wist tevens een ander contract voor het zuiveren van sedimenten in Taranto in de wacht te slepen waarvan de werken in 2014 moeten worden uitgevoerd.
  • in Nederland tekende de Vries & van de Wiel voor een aantal bodem- en sedimentsaneringsprojecten. In maart 2013 werd het startschot gegeven voor de baggerwerken aan de Ringvaart van

de Haarlemmermeerpolder. In Den Helder wordt het Milieupark Oost niet alleen gebruikt voor de verwerking van grond en baggerspecie, maar wordt er ook aan natuurontwikkeling gedaan met de creatie van een nestgebied op vijf meter hoogte over een oppervlak van ongeveer 20.000 m². In 2010 startten de Vries & van de Wiel met onderhoudsbaggerwerken aan de vaargeulen en havens in de Waddenzee; een project dat is gespreid over een periode van 48 maanden. Daar het baggerslib en -zand zuiver zijn, kan het worden gestort in de voorziene opslagzones.

• in Frankrijk ziet Extract-Ecoterres zijn omzet opnieuw toenemen en blijft de onderneming marktleider in het vlak van milieubaggeren, het verwerken van verontreinigd sediment en het reinigen van zuiveringsinstallaties voor huishoudelijk en industrieel afvalwater. Nog in 2013 verwerkte Extract-Ecoterres het verontreinigd

sediment van de haven van Parijs en verzorgde de onderneming grond- en grondwaterbehandelingsprojecten, milieubaggerprojecten en reinigingsprojecten voor sites in Achères, Narbonne, Besançon, Evry en Montereau. De onderneming baat het slibrecyclingcentrum 'Trasable' in de haven van Gennevilliers uit en een ander centrum in Bonneuil-sur-Marne. Voorts werden milieubaggerwerken uitgevoerd in Achères, Chelles, Orly en Genève (Zwitserland).

PURAZUR

DEC's dochter PURAZUR spitst zich toe op de hoogtechnologische verwerking van industrieel afvalwater. Het team van PURAZUR tekende voor het station voor de fysische/chemische behandeling van het industrieel afvalwater van SRC Ruisbroek in de vorm van een Design & Build project.

PURAZUR zette de analyse voort van de procesgegevens van het station voor de behandeling van afvalwater op de site van Amoras in Antwerpen. De onderneming tekende eveneens voor de bouw van het station voor biologische behandeling van Verbist in Izegem en het centrum voor fysische/chemische behandeling in het kader van de sanering van de Valdemarsvik fjord in Zweden.

MARIENE AGGREGATEN

DBM

DEME Building Materials (DBM) wist een stevige reputatie op te bouwen op het vlak van het winnen, verwerken en verkopen van mariene aggregaten voor de bouwsector, afkomstig uit verschillende zand- en grindconcessies op zee.

In 2013 sloot de onderneming diverse raamovereenkomsten op lange termijn in zowel België als Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. De onderneming telt twee grindbaggerschepen die tot de meest performante in de sector worden gerekend: de 'Victor Horta' en de 'Charlemagne'. Deze grindbaggerschepen werden actief ingezet in het London Gateway project. Met het baggerproject werden miljoenen ton granulaat gewonnen die voor een toegevoegde waarde zorgden in de bouwsector in zowel het Verenigd Koninkrijk als op het continent. In het kader van een opdracht in Frankrijk werd voor de allereerste keer een diepzee baggerinstallatie (60 meter onder de zeespiegel) in combinatie met een aanzuigleiding met succes ingezet.

OCEANFLORE

OceanflORE is het resultaat van een 50/50 samenwerking tussen DEME en IHC Merwede en is gespecialiseerd in de optimalisatie van offshore ontginningsoplossingen. De innoverende technieken van de onderneming richten zich in het bijzonder op het drukken van de kosten en van de impact op het milieu. Het hele jaar door kon OceanflORE via verschillende projecten zijn meerwaarde ten toon spreiden:

• identificatie van zeldzame materialen en mineralen

  • de ontwikkeling van synergieën op het vlak van de winning van ijzerhoudend zand, diamanten, afzetting van massieve sulfiden, mangaanknollen en andere zeldzame aardmineralen.
  • afgraven van afzettingen, verticaal transport, transformatieprocessen aan boord en elektriciteitsvoorziening

SERVICES AAN TERMINALS

CTOW

Combined Marine Terminal Operations Worldwide (CTOW) reikt haar klanten een compleet gamma ondersteunende diensten aan voor het uitbaten van maritieme diensten en terminals.

CTOW is een participatiemaatschappij die op touw werd gezet in samenwerking met Herbosch-Kiere en Multraship, gespecialiseerd in het uitvoeren van voorstudies en een geïntegreerde benadering om tegemoet te komen aan de vereisten van de klanten op het vlak van rendabiliteit en met een kant-en-klare aanpak voor de ontwikkeling, het beheer en de exploitatie van terminals en havens.

In 2013 bracht de onderneming twee omvangrijke contracten in Angola tot een

Duurzaam winst creëren

goed einde en tast ze momenteel nieuwe mogelijkheden af in zowel Afrika als in de andere continenten.

DEME CONCESSIONS

EEN STRUCTUUR DIE BEANT-WOORDT AAN DE VERWACHTINGEN VAN DE MARKT

Om optimaal aan te sluiten bij wat er in de sector leeft en de effectieve en potentiële klanten nog beter tegemoet te komen, zette DEME in april 2013 de nv DEME Concessions in de steigers.

BAGGEREN EN OPHOPEN

COENTUNNEL COMPANY

Coentunnel Company, een gedeelde dochter van Dredging International, CFE en hun partners, opende op 16 mei 2013 officieel zijn tweede 'Coentunnel' in Nederland. De werken liepen over een periode van vijf jaar en werden uitgevoerd door Coentunnel Construction vof, een samenwerking bestaande uit onder meer CFE, Dredging International en VINCI Construction Grands Projets. Bedoeling van de tunnel, met een lengte van 750

meter en zes rijstroken onder de haven van Amsterdam en een tiental kilometer aangrenzende snelwegen, is de capaciteit van de bestaande tunnel te verdubbelen en het momenteel verzadigde verkeer op de westelijke ring van Amsterdam en naar het noorden van het land weer vlot te laten lopen.

OFFSHORE WINDENERGIE

C-POWER / POWER@SEA / OTARY

In het domein van de offshore windenergie rolt DEME in diverse Europese landen

initiatieven uit via Power@Sea, de specialist in offshore concessies. Power@Sea is gespecialiseerd in het aanleveren van ondersteunende diensten op het vlak van milieuvergunningen, aankoopprocedures, begeleiding in regelgeving, openbare aanbestedingen, bouw, distributie, winning en onderhoud van levenscycli en wordt graag van bij het prille begin bij offshore energieprojecten betrokken in Frankrijk en Duitsland, maar ook in andere landen van de EU zoals Polen en Denemarken.

Op 17 september 2013 opende Elio di Rupo, eerste minister van België, het

offshore windmolenpark C-Power op de Thornton Bank. Het offshore windmolenpark met een vermogen van 325 MW is het grootste vóór de Belgische kust en voorziet 300.000 gezinnen van groene stroom. In 2013 werd de participatie van +/- 12% van DEME in C-POWER overgedragen aan de nv DEME Concessions. Samen met de andere aandeelhouders van OTARY houdt Power@Sea concessies aan voor het uitbouwen van drie Belgische offshore windmolenparkprojecten: Rentel, SeaStar en Mermaid. Samen zijn die windmolenparkprojecten goed voor een vermogen van 900 MW.

In Polen diende Power@Sea een aanvraag in voor de ontwikkeling, de bouw en de installatie van twee offshore windmolenparken —C-Wind en B-Wind— in de Poolse territoriale wateren van de Baltische zee waarvoor ze uiteindelijk ook de rechten verkreeg. De twee windmolenparken bevinden zich vóór de kust van Gdansk en hebben een geïnstalleerd vermogen van minimaal 400 MW.

GOLFSLAG- EN GETIJDENENERGIE

DEME BLUE ENERGY FLANSEA

In 2013 werd een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van het ambitieuze FlanSea (Flanders Electricity from the Sea) project dat wordt geleid door de universiteit van Gent en waaraan DEME Blue Energy (DBE) en 4 andere industriële partners hun medewerking verlenen. Na de onderzoeksfase in een laboratorium werd de Wave Pioneer, een uniek apparaat dat op golfslagenergie werkt, ontwikkeld. Wave Pioneer werd in april vóór de kust in Oostende te water gelaten waar het wordt blootgesteld aan een matige golfslag. Bedoeling is om op langere termijn golfenergieconvertoren te ontwikkelen binnen de bestaande offshore windmolenparken. Op die manier kan de ruimte op zee optimaal worden benut, de elektriciteitsproductie van de windmolenparken worden opgevoerd en de bestaande infrastructuur voor het aan land brengen van de energie maximaal worden gerentabiliseerd.

In de sector van de getijdenenergie heeft DBE twee belangrijke projecten lopen in Schotland en in Noord-Ierland. Daartoe werd BluePower nv in de steigers gezet (50% DBE, 50 % Nuhma), waarlangs DBE samenwerkt met zijn Ierse partner DPME (DP Marine Energy) voor de gunningsfase.

DBE is tevens een van de partners van Rebo (Renewable Energy Base Oostende), een onderneming met een specifiek doel

Pool Baggerwerken en milieu Orderboek op 31 december 2013 2012 Omzet (100%) 2013 2012 (in miljoen EUR) aan 100% 3.049,0 2.531,6 3.317,0 1.915,0

belast met de ontwikkeling van logistieke diensten voor offshore hernieuwbare energieprojecten. REBO heeft een concessie in handen in de buitenhaven van Oostende.

OFFSHORE DELFSTOFFEN

In 2013 zette DEME, in synergie met DBM, haar investeringen voort in zand- en grindwinningsconcessies langs de kust tot op een diepte van 100 meter in Europa en in Noord-Afrika. De groep tast, samen met OceanflORE, de mogelijkheden af om andere concessies voor de winning van mineralen in de diepzee, zoals ijzerhoudend zand, fosfaten, nodules en zeldzame aardmineralen, in de wacht te slepen.

Samen zijn we sterker

Steering Committee

Van links naar rechts :

Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur van de groep cfe

Diane Zygas

Directeur generaal van de pool PPS-Concessies en van de internationale activiteiten Gebouwen

Gabriel Marijsse

Directeur Human Resources van de groep CFE

Renaud Bentégeat

Gedelegeerd bestuurder van de groep CFE en bestuurder van het directiecomité van deme

Frédéric Claes

Directeur generaal Gebouwen Brabant Wallonië verantwoordelijk voor CFE Brabant, LELOUP ENTREPRISE GENERAL, BPC en Amart

Yves Weyts

Directeur generaal van de pool Multitechnieken en Spoor- & Wegeninfra, gedelegeerd bestuurder van Aannemingen Van Wellen

Patrick Verswijvel

Directeur generaal van MBG en directeur generaal Burgerlijke bouwkunde van de groep verantwoordelijk voor BAGECI, CFE Nederland, GEKA Bouw en voor de ontwikkeling van de internationale activiteiten Burgerlijke bouwkunde

Jacques Lefèvre

Directeur generaal van de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer

JAARVERSLAG 2013

POOL BOUW

83 ACTIVITEITENVERSLAG

Benelux Gebouwen, industriële constructies en renovaties

Het activiteitenniveau van de pool Bouw is in 2013 behouden gebleven. In cijfers vertaalt zich dat in een groei van het orderboek met 11,7% in een jaar tijd. De gebouwensector deed het gevoelig beter dan de burgerlijke bouwkunde sector, die meer onder druk stond.

De technische directie van de pool Bouw bundelt de competenties van de studieafdeling en de onderneming BENELMAT (logistiek en materieel) met diensten op het vlak van kwaliteit en veiligheid.

Studieafdeling bijzonder veelgevraagd

In 2013 hebben de verschillende ondernemingen van de groep opnieuw zeer vaak een beroep gedaan op de studieafdeling. De medewerkers van de afdeling hebben zich in de loop van het jaar dan ook ingezet voor een honderdtal verschillende projecten. 60% daarvan waren gericht op burgerlijke bouwkunde projecten, 40% op gebouwenprojecten.

Belangrijke opdrachten in dat kader waren het zuiveringsstation Brussel-Zuid, de DBFM-projecten voor een tramlijn in Luik en de aanleg van de 2de fase van de Leien te Antwerpen, de verschillende projecten in Nigeria en de Fehmarnbelt-tunnel in Denemarken. Daarnaast zijn zowel voor de medische, de industriële als de overheidssector diverse studies uitgevoerd en waren er interventies bij diverse buitenlandse opdrachten, in landen als Nederland, Sri Lanka, Nigeria en Tsjaad.

BENELMAT, meer dan ooit in dienst van de ondernemingen van de pool Bouw

Globaal genomen lag het activiteitsniveau op hetzelfde niveau als in 2012, en dat ondanks het zeer slechte weer begin 2013. BENELMAT heeft zijn materieelaanbod in 2013 uitgebreid en versterkte op het einde van het jaar ook zijn technische dienstverlening voor de activiteiten van CFE International.

Kwaliteitsprestaties dankzij een kwaliteitsonderneming

Prestaties leveren van topkwaliteit is één van de absolute prioriteiten van de groep. Hiertoe beantwoorden de ondernemingen van de pool aan de vereisten van de certificeringsinstanties en nemen ze concrete

maatregelen. Zo behaalde CFE Polska de certificaten ISO 9001, ISO 14001 en OHSAS 18001, en werden de certificaten ISO 9001, ISO 14001 en OHSAS 18001 van CFE International in het begin van het jaar uitgebreid naar CFE Sri Lanka, bevestigden interne en externe audits de goede werking van diverse entiteiten en is kwaliteit keer op keer een centraal thema tijdens de opleidingsdagen en seminars.

In Brussel en Brabant

CFE GEBOUWEN BRABANT WALLONIË

Om de structuren in Brabant en Wallonië te vereenvoudigen wordt een overkoepelende entiteit gecreëerd. Deze groepeert vier business units, onder leiding van Frédéric Claes als gedelegeerd bestuurder: CFE Brabant, LELOUP ENTREPRISE GENERALE, BPC Brabant en BPC Wallonie. Deze laatste business unit omvat twee vestigingen: BPC Hainaut in Gosselies en BPC Liège in Bierset. Tot slot behoort ook de onderneming Amart tot de bedrijven van de groep CFE in Brabant.

CFE BRABANT

Zich aanpassen om te evolueren

De activiteiten van CFE Brabant focussen op overheidsopdrachten en hebben zich verplaatst van de bouw van kantoren naar de verwezenlijking van gebouwen van openbaar nut: scholen, musea, ziekenhuizen, crèches, tramstelplaatsen, politiekantoren, metrostations, residentiële complexen (studentenverblijven, rusthuizen, appartementen). De onderneming past zich aan de vraag aan en zou hier de komende jaren de vruchten van moeten plukken.

Stabiliteit en anticiperen

Hoewel het orderboek lager is dan vorig jaar, zijn er zeker redenen tot optimisme: diverse in 2013 afgesloten contracten

BELANGRIJKSTE REALISATIES

  • hoofdkantoor van de politiezone Ukkel-Oudergem-Bosvoorde
  • Pole Star-gebouw in Brussel
  • hoofdkantoor van Groep S in Brussel
  • politiekantoor van Charleroi
  • kantoorgebouw aan de De Meeûssquare in Brussel

CFE BRABANT

gaan in 2014 van start en zullen doorlopen in 2015. CFE Brabant mikt dan ook op een stabilisering van de activiteiten in 2014, gevolgd door een nieuwe groei. Om zich hierop voor te bereiden wil de onderneming de human resources optimaal afstemmen op de komende uitdagingen. Er zijn ook meerdere concrete maatregelen genomen: een groot aantal aanwervingen om het technisch kader te versterken, een vereenvoudiging van de procedures en een optimalisering van de beheertools, meer empowerment en delegering, en een toename van de gemiddelde grootte van de uitgevoerde projecten.

SLEUTEL-PROJECTEN

Grote privéprojecten die zullen worden opgeleverd in 2014: Les jardins de la Source, Parklane, Up-Site, Belview en het Eastman-museum. Lopende projecten voor oplevering in 2015 en 2016: Gulden Vlies, winkelcentrum Docks Bruxsel, Chambon, les Papeteries de Genval, renovatie van het voormalige hoofdkantoor van Solvay.

BPC BRABANT

BPC BRABANT

De juiste koers houden

BPC Brabant heeft het jaar afgesloten met een stabiel resultaat, wat door de malaise in de sector op zich al een succes mag worden genoemd. Gedelegeerd bestuurder Frédéric Claes ziet hier redenen in om de toekomst positief tegemoet te zien: 'Dankzij de belangrijke komende projecten en het verhogen van onze inspanningen om onze concurrentiekracht te behouden, hebben we alle redenen om optimistisch te zijn.'

Laten we ons richten op onze core business

De vermindering van de vastgoedactiviteiten die in 2013 werd vastgesteld, leidt tot een focus op grootschalige projecten, waarbij de toegevoegde waarde het verschil maakt. Daarom heeft BPC Brabant dit jaar al zijn structuur aangepast om zo doeltreffend mogelijk te kunnen inspelen op deze strategische oriëntatie. Er is zeer gericht aangeworven, BPC Brabant voert steeds meer opdrachten uit in partnerschap met de

andere ondernemingen van de groep, de certificatie ISO 14001 werd behaald enz. Al deze elementen moeten een optimale voorbereiding mogelijk maken op een verdere groei van de activiteiten.

AMART

Vernieuwing van het orderboek

Het hele jaar 2013 en in het bijzonder in het succesvolle tweede semester heeft Amart grote inspanningen geleverd om zijn orderboek te vernieuwen. Deze inzet werd ook beloond: op een jaar tijd zijn de activiteiten opmerkelijk gegroeid. Hierdoor zien de activiteiten er voor 2014 en een gedeelte van 2015 meer dan positief uit.

Sterke opstoot van de activiteiten

De teams werden ingezet voor meer dan vijftien belangrijke opdrachten verspreid over Brabant. De ervaring opgedaan in 2013 nodigt ertoe uit deze strategie voort te zetten en te focussen op projecten van middelgrote omvang als motor voor de ontwikkeling. In deze optiek heeft Amart ervoor gekozen zijn organisatie te versterken, voornamelijk het technisch kader.

KERNCIJFER: 40

In 2013 vierde Amart haar 40 jaar bestaan. Wat een weg heeft de onderneming afgelegd sinds haar oprichting in 1973, door Ado Blaton en Romain Verschooris. Bovendien zal Amart in 2014 wellicht een omzet draaien van 40 miljoen en telt het bedrijf binnenkort ook 40 werknemers.

LELOUP ENTREPRISE GENERALE

LELOUP ENTREPRISE GENERALE is gespecialiseerd in kleinschalige opdrachten en heeft een mooi 2013 achter de rug. Ook 2014 werd goed voorbereid dankzij een groot aantal bestellingen en een versterking van de structuur.

In Wallonië

BPC HAINAUT, LIÈGE ET NAMUR Groeiende activiteiten

Hoewel de toename van de activiteiten beperkt is, zijn de drie Waalse entiteiten opgetogen dat ze het jaar 2013 konden afsluiten met een orderboek dat even groot is als het voorgaande jaar.

Van Mont Godinne naar Eupen via Charleroi

BPC heeft dit jaar zijn regionale verankering versterkt door mee te werken aan opdrachten in alle uithoeken van Wallonië. Het is de intentie om deze lijn in 2014 door te trekken, in het bijzonder in Bergen, Charleroi, Namen, Seraing, Luik en Verviers. De filialen BPC Liège en BPC

Hainaut zijn ondertussen volop actief. Dit zijn de belangrijkste opgeleverde of lopende opdrachten: het politiekantoor van Charleroi, het 'Maison Provinciale de la Formation' en de administratieve en technische zetel van CMI in Seraing, de 'Port du Bon Dieu' in Namen, het CHU van Mont Godinne, de datacenters van BNP Paribas Fortis in Bastogne en Vauxsur-Sûre, en natuurlijk ook de belangrijke studie voor het tramproject in Luik.

EEN DOELSTELLING: CONSOLIDATIE

  • Consolidatie van de structuur door een versterking van de omkadering op de bouwplaats
  • Consolidatie van het orderboek om de overgang te verzekeren na de voltooiing van het politiekantoor van Charleroi en de scholen in Eupen.

In Vlaanderen

GROEP TERRYN

Inspelen op de marktbehoeften Groep Terryn heeft de nodige maatregelen genomen om in 2014 opnieuw aan te knopen met de groei. Hiertoe werd in 2013 gefocust op drie prioriteiten: reductie van de kosten, deelname aan minder risicovolle projecten en het vergroten van de productiviteit.

Naast deze prioriteiten wil de onderneming ook nieuwe marktsegmenten aanboren en nieuwe producten ontwikkelen. In het kader van het toenemende gebruik van hout in de bouwsector heeft Groep Terryn een CLT-techniek (crosslaminated timber) ontwikkeld die thermisch en akoestisch uiterst sterk presteert, zeer brandbestendig is en een grote structurele weerstand biedt. Een mooie manier om respect voor het leefmilieu te koppelen aan innovatiecapaciteit. In 2013 werd ook al een eerste project opgeleverd met deze nieuwe techniek, voor het OCMW van Brussel.

AANNEMINGEN VAN WELLEN Doordachte groei

De afdeling bouw heeft in 2013 het ingezette traject verdergezet. Verschillende projecten werden opgeleverd zoals Onyx, een nieuw BREEAM gecertifieerd kantoorgebouw in Berchem, een sporthal voor de gemeente Zandhoven, de St Martinus basisschool in Burcht, het residentieel complex 'Clos du Mirroir' in Jette…

VIER LETTERS DBFM

Toerisme Vlaanderen heeft in november Aannemingen Van Wellen geselecteerd om een project voor een jongerendagverblijf integraal te beheren. Een echte première!

Het orderboek is goed gediversifieerd naar product: residentieel (Lichttoren met haar 148 appartementen op Park Spoor Noord, residentie Henri in Antwerpen centrum, Baelskaai 12 te Oostende…), rust- en verzorginginstellingen (Onze--Lieve-Vrouw in Antwerpen, residentie Zonnehove in Sint-Denijs-Westrem ...), administratieve gebouwen (Rode Kruis Vlaanderen en de nieuwe zetel en depot van het spoorbedrijf ENGEMA te Mechelen), winkelcentra (The Sting op de Antwerpse Meir). In juli 2013 werd de bouwafdeling geselecteerd door Scholen van Morgen voor de pool van aannemers voor de realisatie van 160 scholen in Vlaanderen. Dit leidde inmiddels tot de ondertekening van contracten voor een school in Lennik en Bocholt.

EEN REFERENTIE PROJECT CANAL VIEW GENT

Duurzaam woonproject met 88 appartementen sleutel-op-de-deur

In Vlaanderen

MBG

Eendracht maakt macht

In 2013 is andermaal gebleken dat de combinatie van de twee gespecialiseerde afdelingen de kracht is van MBG die zorgt voor een evenwicht op het vlak van rendabiliteit en omzet. Het recordniveau van het orderboek bij de afdeling Gebouwen en industriële constructies heeft gedeeltelijk de daling gecompenseerd van de activiteiten bij de afdeling Burgerlijke bouwkunde na het opleveren van de twee grootschalige infrastructuurprojecten, Diabolo te Zaventem en Liefkenshoekspoortunnel te Antwerpen, die de voorbije vier jaar werden uitgevoerd.

Gebouwen en industriële constructies

In 2013 heeft MBG opnieuw zijn gedegen reputatie bevestigd als aannemer van residentiële en nutsprojecten in Vlaanderen, met een hele reeks nieuwe belangrijke opdrachten. Een bijkomende troef zijn de verschillende bestellingen van bestaande klanten, die op die manier hun vertrouwen bevestigen. Ook de Antwerpse industrie blijft een vaste waarde voor MBG, die een mooie continuïteit kan voorleggen in de bouwprojecten voor petrochemische ondernemingen.

Residentiële opdrachten:

  • Project Kattendijkdok-Westkaai, Antwerpen: bouw sleutel-op-de-deur van 4 woontorens van 16 verdiepingen
  • Project Oude Kaars, Wijnegem: bouw sleutel-op-de-deur van 133 appartementen in 3 bouwvolumes
  • Project Baelskaai, Oostende: bouwstart van een woonproject met 49 appartementen

De uitdaging voor 2014 bestaat erin het bestaande evenwicht tussen de twee afdelingen te bewaken. MBG Burgerlijke bouwkunde zal met nieuwe belangrijke infrastructuurprojecten het orderboek moeten versterken en de afdeling Gebouwen en industriële constructies zal verder haar huidige positie uitbouwen.

Opdrachten van openbaar nut:

  • AZ Sint-Maarten, Mechelen: bouw en volledige projectcoördinatie van een nieuw ziekenhuiscomplex
  • AZ Alma, Eeklo: bouw van een ziekenhuiscomplex van 85.000 m²
  • Data Center, Universiteit Gent: nieuwbouw van een Tech Transfer en datacenter (THV)
  • Passiefschool GTI Londerzeel (Scholen van Morgen)
  • Woonzorgcentrum Mayerhof, Mortsel

In het Groothertogdom Luxemburg

KERNWOORD: VERSTERKING

Dankzij een mooi gevuld orderboek voor 2014 kan CLE zich versterken en nieuwe teams aanwerven voor de studies en de productie.

CLE

Start van nieuwe projecten

Voor de onderneming in het Groothertogdom Luxemburg betekende 2013 een geleidelijke heropleving van de activiteiten. Diverse grootschalige projecten werden verwezenlijkt, zoals het Europees Parlement of de uitbreiding van de Banque Générale du Luxembourg. De projecten rond het 'Maison du Nombre' en de 'Hall des Ingénieurs' kennen een normaal verloop. De parking van Belval werd opgeleverd voor spoorwegmaatschappij CFL, dat CLE ook het 'Centre de Remisage et de Maintenance' heeft toevertrouwd. In de private sector worden op dit moment de woonprojecten Green Hill, Aire en Lavandier verwezenlijkt. In Bettembourg is bovendien de bouw van start gegaan EVENWICHT van residentie Eden Green.

Benelux Burgerlijke bouwkunde

In Vlaanderen

MBG

Na de oplevering van de twee grote infrastructuurprojecten (Diabolo Zaventem en Liefkenshoekspoortunnel Antwerpen) is de daling van de activiteiten gedeeltelijk gecompenseerd door een aantal middelgrote opdrachten tijdens de tweede helft van 2013.

Diverse werken van burgerlijke bouwkunde zijn in uitvoering, onder meer de ruwbouwwerken aan de stationsparking te Mechelen, het toegangscomplex tot de parking van het ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven, de werken voor de opslag van vloeibaar gas in Antwerpen, de bovenste fase van de tweede losinstallatie voor Fluxys in Zeebrugge en de watersilo in Beersel.

Hieraan mocht op het einde van het jaar de ondertekening worden toegevoegd van een contract voor de aanpassing van het zuiveringsstation van Brussel-Zuid.

In Wallonië

BAGECI

Vertragende activiteiten Ondanks een krimpende markt behoudt

BAGECI het vertrouwen dankzij een zelfde omzet als in 2012. De onderneming met haar expertise en zin voor innovatie wordt zowel door klanten als door professionals gewaardeerd.

Gespecialiseerd in waterzuivering en bekleding met spuitbeton

Waterzuiverings- en pompstations maakten een belangrijk deel uit van de activiteiten van BAGECI in 2013. Naast het zuiveringsstation van Moeskroen, dat ondertussen operationeel is, wordt gewerkt aan nog zes andere opdrachten, verspreid over Wallonië. Deze worden allemaal opgeleverd in de loop van 2014-2015.

Bovendien wordt in de nabije toekomst hoogstwaarschijnlijk een volgende reeks opdrachten bevestigd. Een andere zeer andere belangrijke activiteit vorig jaar betrof de renovatie van tunnels en rioleringen door middel van bekleding met spuitbeton. Verder heeft de maatschappij diverse opdrachten uitgevoerd in het domein bruggen en viaducten en de plaatsing van collectoren. In het buitenland tot slot is BAGECI betrokken bij het

DE 3 BELANGRIJKSTE REALISATIES

  • Coentunnel in Amsterdam
  • De brug over het Amsterdam-Rijnkanaal – Brug2007/ Uyllanderbrug
  • De spoortunnel in Delft

CFE NEDERLAND

grote project rond het viaduct van Pulvermühle, in het Groothertogdom Luxemburg.

In Nederland

CFE NEDERLAND

Zoals heel wat andere ondernemingen werd ook CFE Nederland geconfronteerd met een markt voor Design & Buildoffertes in volle verandering. Naast de financiële aspecten hechten de klanten ook steeds meer aandacht aan de organisatorische en de milieuaspecten. Het hele jaar door heeft de onderneming zich dan ook op die manier geprofileerd. De belangrijkste activiteitensectoren werden zorgvuldig bepaald:

  • Openbare infrastructuren (gemeenteen provinciebesturen, havenautoriteiten, ProRail enz.)
  • Industriële/petrochemische burgerlijke bouwkunde

CFE Nederland heeft bovendien zijn acties voortgezet wat betreft personeelsopleiding en het vergroten van de veiligheid op de bouwterreinen. In januari verkreeg de onderneming de certificering ISO 14001. Ook onderzoek en ontwikkeling nemen een steeds belangrijkere plaats in op de agenda: het bedrijf werd bekroond met een VINCI Innovation Award in het kader van de opdracht Brug2007/Uyllanderbrug.

GEKA BOUW

Na een matig eerste semester van 2013 wist GEKA Bouw de curve om te buigen en slaagde de onderneming erin om op het einde van het jaar de vooropgestelde doelstellingen te verwezenlijken. Dit resultaat doet het beste vermoeden voor 2014.

De aanvulling van het orderboek vormt de belangrijkste prioriteit voor 2014 en GEKA Bouw heeft dan ook zijn

administratieve structuur speciaal hiervoor versterkt.

De tweede doelstelling in de strategie bestaat erin de synergieën met de andere entiteiten van de groep uit te diepen, met name op het vlak van aanlegsteigers, aan meerconstructies en dijken, o.a. in het kader van projecten in Nigeria.

Het leeuwendeel van de activiteiten van GEKA Bouw vond plaats op de thuismarkt. Op vraag van de havenautoriteiten van Amsterdam en Rotterdam, en in opdracht van ondernemingen die hier actief zijn, werden diverse belangrijke projecten uitgevoerd. Buiten de havengebieden heeft het bedrijf onder meer de dijken vernieuwd aan het Amsterdam -Rijnkanaal.

In het buitenland was GEKA Bouw hoofd zakelijk actief in Duinkerke, waar wordt gewerkt aan de bouw van de havenhoofden voor de nieuwe LNG -terminal.

Aandacht voor diversiteit

Internationaal Gebouwen, industriële constructies en renovaties

KERNPERCENTAGE +25%

Dit percentage stemt overeen met de toename van de omzet in vergelijking met het voorgaande jaar.

De belangrijkste les die we moeten trekken uit 2013 is heel duidelijk: de internationale activiteiten verdienen meer dan ooit onze aandacht. Terwijl bepaalde markten afzwakken, zijn andere volop in ontwikkeling. Het is dan ook de taak van CFE om aanwezig te zijn op de juiste plaats, opportuniteiten aan te grijpen en deze om te zetten in successen. Om deze doelstellingen te verwezenlijken is in het begin van het jaar een nieuwe organisatiestructuur uitgewerkt. Voortaan oefent Diane Zygas, naast haar andere functies binnen de groep, ook de functie uit van algemeen directeur van de divisie Gebouwen internationaal van de pool Bouw.

GROTE GROEIMARGE

De internationale activiteiten hebben met een goed gevuld orderboek een hoge vlucht genomen in 2013. Betalingsachterstanden van klanten en aanwervingsmoeilijkheden rechtvaardigen een aantal beslissingen die werden genomen in aanloop naar 2014: versterking van de structuur van het hoofdkantoor (exploitatie, beheerscontrole, studies), creatie van de directie exploitatie en aanhoudende inspanningen op het vlak van aanwervingen.

In Centraal-Europa

CFE POLSKA

Als we één woord moeten kiezen om het boekjaar 2013 samen te vatten van CFE Polska, dan zou dat soliditeit zijn. Ondanks een krimpende bouwmarkt is de onderneming erin geslaagd belangrijke projecten binnen te halen en zijn omzet gevoelig te vergroten. Deze positieve trend is het resultaat van belangrijke beslissingen die genomen zijn in 2012 (herstructurering, optimalisering van de procedures). In 2013 heeft CFE Polska het hele jaar door zijn marktaandeel geconsolideerd en de basis gelegd voor een 2014 in overeenstemming met de ambitieuze doelstellingen van de directie: de ontwikkeling voortzetten en een steeds professionelere dienstverlening bieden.

De projecten waaraan de onderneming meewerkt, behelzen alle facetten van de

TWEE BEKRONINGEN : • FAIR PLAY COMPANY • SOLID EMPLOYER OF THE YEAR

CFE Polska is er trots op in 2013 deze awards gekregen te hebben van de professionals uit de sector.

bouwsector: residentiële of industriële gebouwen, kantoorcomplexen en winkelcentra. Een overzicht van de belangrijkste realisaties: het kantoorgebouw Greenwings in Warschau, het winkelcentrum Galeria Copernicus in Torun, het kantoorgebouw Orange Park in Krakau, de woontoren Ocean's Four in Gdansk en de appartementen Wola Tarasy in Warschau.

CFE HUNGARY/CFE ROMANIA

Ondanks de nog duidelijk aanwezige economische crisis in Hongarije en Roemenië is de groep er bezig met meerdere bouwprojecten.

Zo legt CFE Hungary op dit moment de laatste hand aan het kantoorgebouw Vaci Greens voor Atenor. Het gaat om de eerste fase van een ontwikkeling van 85.000 m². Het gebouw kan bovendien bogen op de BREEAM-certificatie 'excellent'. Het project voor de renovatie en verbouwing van de Amerikaanse ambassade in Boedapest loopt nog tot het tweede kwartaal van 2014.

CFE Romania is begonnen aan de bouw van het kinderziekenhuis Victor Gomoiu voor de stad Boekarest. Het complex zal 274 bedden en tien o peratiezalen tellen.

In Tunisië

CFE TUNESIE

In een economisch en politiek onzeker klimaat heeft CFE Tunisie een overgangsjaar beleefd. De prospectie op de privémarkt werd versterkt dankzij de creatie

Elders in Afrika

CFE is begonnen aan verschillende grootschalige opdrachten in Nigeria, Algerije en Tsjaad.

In Nigeria werden de werken voortgezet aan het Eko Tower-project. Deze ambitieuze opdracht wordt uitgevoerd voor petroleumgroep Total in samenwerking met een lokale partner. Concreet wordt een toren opgetrokken van 27 verdiepingen, met onder meer een zakencentrum, een medisch centrum, een vrijetijdscentrum en parkings.

Nog in Nigeria heeft CFE International het contract binnengehaald voor de uitvoering van het project Eko Energy Estate. Deze opdracht betreft de bouw (Design & Build) van drie woontorens van negentien verdiepingen en vormt de eerste fase in de ontwikkeling van een terrein van 45 hectare voor rekening van de klant (voor wie DEME overigens 9.000 ha land heeft gewonnen). Andere projecten moeten de ontwikkeling verzekeren van CFE International in Nigeria op lange termijn en de verdere benutting van de synergieën binnen de groep CFE.

SRI LANKA

In dit Zuid-Aziatische land bouwt CFE International in synergie met Nizet Entreprise een infrastructuurproject dat de bouw omvat van twee drinkwater- en distributieinstallaties in Kolonna en Balangoda. De veiligheidsmaatregelen op deze werven zijn maximaal, en dat hoeft ook niet te verwonderen: de onderneming beschikt namelijk over de certificering OHSAS 18001.

In Tsjaad legde CFE haar focus op de bouw van een groot luxehotel met 200 kamers langs de Chari-rivier en een zeer groot kantoorcomplex voor het ministerie van financiën in N'Djamena. Deze werken worden normaal tijdens het eerste kwartaal van 2015 afgerond. Bovendien heeft CFE ook een eerste contract ondertekend op het vlak van hernieuwbare energie, meer bepaald voor een fotovoltaïsch veld, eveneens in N'Djamena.

In Algerije tot slot heeft CFE vooral gefocust op de opportuniteiten op de private markt. CFE richt zich met name op zakelijke constructies voor investeerders in hotelprojecten en in kantoorprojecten voor internationale banken. Hiervoor wordt samengewerkt met internationaal vermaarde exploitanten. Daarnaast houdt de groep ook de vinger aan de pols wat betreft de behoeften van buitenlandse industriële spelers. Op dat vlak profiteert CFE van de zichtbaarheid die wordt gecreëerd door de bouw van het hoofdkantoor van BNP PARIBAS nabij de luchthaven van Algiers, een project dat opgeleverd wordt halfweg 2014.

Internationaal Burgerlijke bouwkunde

OP NAAR DE VEROVERING VAN DE WERELD

In een context met steeds scherpere concurrentie en een wereldmarkt met grote contrasten is zich aanpassen de boodschap. Daarom heeft CFE zijn structuur gewijzigd. De groep heeft een afdeling gecreëerd die zich volledig focust op internationale burgerlijke bouwkunde opdrachten en onder leiding staat van Patrick Verswijvel, die deze functie combineert met zijn andere verantwoordelijkheden.

SYNERGIEËN ACTIVEREN

De doelstelling van de afdeling is eenvoudig: de vele competenties en uiteenlopende expertise binnen de groep bundelen en structureren om zo overal ter wereld zorgvuldig geselecteerde projecten binnen te halen. Op korte termijn wordt hierbij de kaart getrokken van de afgezonken tunnels. In dat kader zijn een groot aantal medewerkers van de groep al sinds september 2013 intensief betrokken bij een internationale offerte voor een grootschalig project in Noord-Europa (Fehmarnbelt-tunnel).

JAARVERSLAG 2013

POOL MULTITECHNIEKEN

De omzet van de pool Multitechnieken steeg met 8,8% in vergelijking met het vorige jaar. Deze groei werd vastgesteld in bijna alle filialen van de pool. Hoewel het een moeilijk jaar was, heeft het orderboek van de pool Multitechnieken standgehouden.

BELANGRIJKSTE REALISATIES IN BELGIË

• Het nieuwe voetbalstadion van KAA Gent

  • Kantoorgebouw voor Elia in Brussel
  • Ziekenhuis AZ Jan Palfijn in Gent

VMA

Sinds de tweede helft van 2013 staat de pool Multitechnieken onder leiding van Yves Weyts, die ook verantwoordelijk is voor de pool Spoor- & Wegeninfra. 'Doordat deze ondernemingen heel wat gemeenschappelijke aspecten hebben die tot op heden nog onvoldoende werden benut, zullen in 2014 verschillende 'clusters' worden gecreëerd om de synergie verder te optimaliseren.' Een eerste cluster is gevormd rond VMA met de bedrijven Ariadne, Vanderhoydoncks en Van De Maele Multi-Techniek, dat omgevormd werd tot VMA West. Een tweede cluster is die van ENGEMA en ETEC, en tot slot is er ook de cluster met Aannemingen Van Wellen (Wegen) en REMACOM.

VIER LETTERS: VICS

Een van de doelstellingen voor 2014 bestaat erin om op de markt het gebruik te vergroten van het eigen gecentraliseerd systeem voor technisch beheer VICS (VMA Information Control System). Dit systeem wordt onder meer toegepast in de nieuwe kantoren van Elia in Brussel, een referentie op het vlak van intelligent en duurzaam beheer die nieuwe contracten moet kunnen bewerkstelligen.

ALGEMENE EN INDUSTRIËLE ELEKTRICITEIT & AUTOMATISERING

VMA

Twaalf succesvolle maanden

Zowel in België als in het buitenland kan VMA terugblikken op een geslaagd 2013. VMA was betrokken bij een groot aantal opdrachten, maar vooral de uitstraling en de zichtbaarheid van deze projecten waren treffend in 2013.

Van lokaal tot internationaal

De activiteiten van VMA in België werden gekenmerkt door een grote aanwezigheid in de zorgsector en de kantoormarkt, met ook een belangrijke uitschieter op sportgebied: de realisatie van de Ghelamco Arena. Dit ultramoderne stadion beantwoordt aan de meest recente vereisten van de UEFA en de FIFA en werd in recordtempo opgeleverd. Zowel voor dit project als voor de opdrachten in de andere

KERNPERCENTAGE 26%

In 2013 steeg de omzet van Vanderhoydoncks met 26% in vergelijking met het voorgaande boekjaar.

sectoren stond VMA in voor alle technische installaties.

Buiten de landsgrenzen was VMA actief in Nederland, met onder meer de opdracht voor de spoortunnel van Delft, waar het bedrijf tekent voor de energiedistributie, de verlichting, de kabelgoten en -ondersteuningen, de drainagesystemen, de branddetectie, de camerabewaking, de ventilatie enz. In Centraal-Europa heeft VMA zijn activiteiten voortgezet voor de automatisering van de assemblagelijnen in de fabrieken van Audi in Hongarije en Slowakije en van Ford in Turkije.

De ontwikkeling van deze internationale activiteiten wordt een van de prioriteiten voor 2014.

VMA WEST

Voor Van de Maele Multi-Techniek was 2013 een rampzalig jaar. De groep heeft zijn structuur gereorganiseerd en behield hierbij uitsluitend zijn elektroactiviteiten, de core business. De herstructureerde onderneming kreeg de naam VMA West en vond onderdak in de nieuwe kantoren te Roeselare. Onder leiding van een nieuwe directie en met behulp van VMA heeft deze antenne nu alle troeven in handen voor een nieuwe start.

VANDERHOYDONCKS Een echt referentiejaar

Vanderhoydoncks Elektrotechnieken slaagde in 2013 met vlag en wimpel. Verschillende projecten volgden de ene maand op na de andere en mag het orderboek van 2014 met vertrouwen

tegemoet worden gezien. Meer dan ooit positioneert de onderneming zich op basis van haar ervaring en knowhow als echte specialist op elektriciteitsvlak. Middenspanningsinstallaties, verlichting, toegangscontrole, branddetectie, alarmsystemen: Voor het erkende professionalisme van de Vanderhoydoncksteams is geen enkel domein onbekend terrein. Voor 2014 zijn drie prioritaire doelstellingen afgebakend: een blijvende nadruk op veiligheid, inspelen op de vragen van klanten en net als in 2013 de rendabiliteit vergroten.

ARIADNE

Terugkeer naar winstgevendheid

Terwijl de integratie binnen de groep CFE wordt voortgezet, heeft Ariadne ook het pad naar de groei teruggevonden. Na het verdwijnen van belangrijke projecten voor Ford Genk was dit geen eenvoudige opgave, maar de onderneming is de uitdaging aangegaan en de vooruitzichten zijn bemoedigend.

Expertise die zijn waarde heeft bewezen

In België werden diverse projecten uitgevoerd betreffende elektrische installaties en industriële automatisering in de automobielsector, de massaconsumptiesector, de bouwmaterialensector en de papierindustrie.

In het buitenland heeft de onderneming samengewerkt met Volvo Cars voor de plaatsing van automatiseringssystemen in de Zweedse vestiging van Torslanda. Daarnaast heeft het bedrijf deelgenomen aan het project Dranko Plant (installatie van een systeem voor woordigde het orderboek voor 2014 van Nizet Entreprise al 80% van de omzet gerealiseerd tijdens

industriële fermentering) en is het ook aan de slag voor Nedcar in Nederland.

NIZET + CFE ECOTECH Een overgangsjaar

het vorige boekjaar.

Als we één woord moeten kiezen om 2013 samen te vatten, dan zou dat zeker 'overgang' zijn. De verschillende afdelingen zagen het aantal opdrachten in België en in het buitenland toenemen, en bij Nizet Entreprise vonden intern verschillende veranderingen plaats. Het lijdt dan ook geen twijfel dat 2014 het jaar van de consolidatie zal zijn.

Een intense activiteit

De twee business units van de tertiaire afdeling (Building en Hôpitaux) hebben meegewerkt aan een groot aantal belangrijke projecten in Wallonië en Brussel: het politiekantoor van Charleroi, de scholen voor SHAPE in Bergen, de scholen in Eupen, het Motel One-hotel in Brussel, het St. Nikolaus-ziekenhuis in Eupen, het Erasmus- en Sint-Jan-ziekenhuis in Brussel en het Ste-Elisabeth-ziekenhuis in Namen.

Het enige minpunt in het verhaal zijn de scholen in Eupen. Verder is een zware investering goedgekeurd voor de voorbereiding en becijfering van grote PPS-projecten zoals de gevangenis van Haren of de tram van Luik. Deze grote inzet van personeel en financiële middelen heeft een niet te onderschatten impact

gehad op het resultaat van de afdeling. Doordat projecten voor fotovoltaïsche installaties vrijwel volledig weggevallen zijn, werden de hierin gespecialiseerde teams afgebouwd of ingezet voor andere opdrachten, in afwachting van een heropleving van deze activiteiten.

De afdeling 'ateliers' kan terugblikken op een recordjaar, dankzij zowel interne als externe opdrachten. Er werden heel wat middenspanningscabines in gebruik genomen en de teams konden hun expertise toepassen op diverse belangrijke projecten: het Valdor-ziekenhuis in Luik en het ziekenhuis Ste-Anne St-Remi in Brussel.

Voor de afdeling 'infrastructures' stond 2013 in het teken van de integratie. CFE EcoTech heeft het bedrijf geïntegreerd tijdens het tweede kwartaal, wat meteen

ook de aanleiding was om de strategie te heroriënteren. Er werd afgezien van een aantal projecten ten voordele van andere, minder risicovolle opdrachten. Daarnaast werd ook gefocust op de internationale ontplooiing. Enkele verwezenlijkte of lopende projecten zijn het zuiveringsstation van de Hain-vallei in Kasteelbrakel, het zuiveringsstation van Sclessin in Luik en het drinkwatercomplex van Kolonna/ Balangoda in Sri Lanka.

Een commerciële en operationele uitdaging

De tertiaire afdeling is bijzonder actief op prospectievlak. Het is immers de bedoeling om het orderboek tegen 2015 te vergroten. Deze commerciële uitdaging vergt veel inzet van de teams en wordt een van de sleutels voor het succes van 2014. Voor de

afdeling 'infrastructures' ligt de uitdaging vooral op operationeel vlak. De integratie van CFE EcoTech dient verder voltooid te worden en de structurele wijzigingen die hieruit zijn voortgevloeid, verder geoptimaliseerd. Op die manier kan Nizet Entreprise op de best mogelijke manier de belangrijke lopende projecten beheren in België of in het buitenland (in het bijzonder in Azië en in Afrika).

HVAC, SANITAIR EN DOMOTICA

BRANTEGEM Een nieuwe uitdaging

De onderneming Brantegem kan bogen op meer dan honderd jaar ervaring. Patrick Verhoest, de nieuwe gedelegeerd bestuurder, staat voor de uitdaging om als eerste niet-familielid het bedrijf te leiden. Voor 2014 zal Brantegem zich concentreren op de optimalisering van de structuur en op de aanwervingen na een moeilijk jaar.

Zich aanpassen: een cruciaal gegeven

De ontwikkeling van de activiteiten vormt de gelegenheid om de organisatorische strategie aan te passen en te verfijnen. Met zijn al goed gevuld orderboek voor 2014 zal Brantegem zijn energie in de eerste plaats in de optimalisering van de interne werking stoppen: de functies stroomlijnen met de medewerkers, de werving verzorgen, werken aan de motivering en de trots om tot de groep CFE te behoren… Al deze aspecten bieden de beste garantie om in 2014 prima resultaten te boeken.

DRUART Redelijkheid en ambitie

In 2013 vertoonde de omzet gegenereerd door het orderboek een substantiële vooruitgang. De HVAC- (heating, ventila-tion & air conditioning) en sanitaire opdrachten waren het hele jaar lang goed voor het leeuwendeel van de activiteiten. Enkele belangrijke projecten waren het politiekantoor van Charleroi, rusthuis Les Aubépines in St-Vaast of het Centre Hospitalier Universitaire van Lodelinsart. Een aantal tegenslagen op andere grote projecten, zoals dat van de gevangenis van Marche-en-Famenne, hebben de

winstmarge jammer genoeg gereduceerd. Het kernwoord voor 2014 is heropbouw. Hoewel grote opdrachten eerder zeldzaam zijn in België, beoogt Druart een omzet in de lijn van die van de voorgaande jaren.

PROCOOL Alle hens aan dek

Tijdens het boekjaar 2013 hebben de prospectie- en diversifiëringsinspanningen vruchten afgeworpen. De opdrachten volgden elkaar in snel tempo op, hoofdzakelijk in het zuiden van het land. Enkele van de meest opvallende projecten waren de klimaatregeling en het luchtvochtigheidsysteem van het Musée des Beaux-arts in Bergen (met het oog op de Van Gogh-tentoonstelling), de configuratie van gevalideerde koudekamers voor GlaxoSmithKline in Rixensart en de klimaatregeling van een consultatieverdieping in het Grand Hôpital van Charleroi.

Pool Multitechnieken

Orderboek

op 31 december

2013 152.6
2012 165.6
Omzet
2013 170.1
2012 156.3
(in miljoen EUR)

In samenwerking met het bedrijf Brantegem was Procool bovendien actief betrokken bij diverse projecten in Vlaanderen en Nederland.

De activiteit 'dépannage & entretien' heeft zich mooi ontwikkeld dankzij het trouwe klantenbestand en de verwerving van nieuwe opdrachtgevers.

be.MAINTENANCE Onze groei behouden

2013 was een echt overgangsjaar. Er werden belangrijke contracten afgesloten en de structuur van de onderneming is aangepast aan de behoeften van de klanten. Hierdoor zet be.Maintenance 2014 in op een serene en ambitieuze manier.

Referenties op het vlak van kwantiteit en kwaliteit

be.Maintenance is ondertussen drie jaar bezig met de ontwikkeling van zijn activiteiten op het vlak van het beheer en onderhoud van de technische installaties van gebouwen. In 2013 mocht de onderneming enkele mooie referenties toevoegen, met onder meer het onderhoudscontract voor vijf jaar van de HVAC- installaties voor het St. Jan-ziekenhuis in Brussel, het onderhoudscontract voor tien jaar van de tot wooncomplex omgevormde postsite van Aalst, het technische onderhoudscontract van een kantoorgebouw (25.000 m2 ) en diverse diensten en permanentie voor DEME in Antwerpen.

VOLTIS

Tevredenheid en vooruitgang

Ondanks de moeilijke conjunctuur in zijn activiteitensector is Voltis geslaagd om het boekjaar 2013 af te sluiten met een gestegen omzet. Op basis van dit succes mag Voltis optimistisch zijn en kan het zijn ontwikkeling voortzetten in 2014.

POOL SPOOR- & WEGENINFRA

107 ACTIVITEITENVERSLAG

In een zeer moeilijke context wist de pool Spoor- & Wegeninfra toch meer dan goed te presteren. Op een jaar tijd werd een toename vastgesteld van het orderboek met 22%. De vooruitzichten voor de pool Spoor- & Wegeninfra blijven gunstig, en er lopen aanzienlijke aanbestedingen voor de spoorwegactiviteiten.

ENGEMA

Positief over de hele lijn

Ondanks een moeilijk jaarbegin door het slechte weer hadden de verschillende afdelingen het zeer druk. ENGEMA heeft diverse maatregelen genomen om zijn expertise en concurrentievermogen te versterken, en op basis van de verwachtingen mag 2014 met vertrouwen tegemoet worden gezien.

Opdrachten verspreid over het hele land In het kader van een overeenkomst tussen Siemens en Infrabel heeft ENGEMA Rail Seininrichting recent de plaatsing voltooid

van het ETCS-seinsysteem niveau 1 over het volledige net. De definitieve oplevering van deze belangrijke opdracht vond plaats begin 2014. Op dit moment lopen nog andere projecten in de Oost-Vlaamse gemeentes Schellebelle en Dendermonde.

ENGEMA Rail Bovenleiding heeft de optimaliseringswerken voortgezet aan de 3kV-bovenleidingen in Dudzele en heeft nieuwe bovenleidingen geplaatst tussen Herentals en Mol. Een ander lopend project betreft de elektrificatie van het Liefkenshoekspoortunnel in Antwerpen. Daarnaast heeft ENGEMA Rail Bovenleiding zich vorig jaar ook onderscheiden

ENKELE REALISATIES IN 2013

  • Voor ORES: Place d'Aremberg en Rue Maréchal Foch in Chatelineau, verkaveling Bella Vita in Waterloo, plaatsing van aardgasleidingen in de provincie Waals-Brabant
  • Voor Belgacom: administratief gebouw in Nijvel
  • Voor de provincie Henegouwen: Warocquet-school in Morlanwez

met zijn interventie in Wetteren tijdens de maand mei.

ENGEMA Montage heeft in 2013 nieuwe activiteiten ontwikkeld. Zo voerde de afdeling werken uit aan de spoorwegsignalisatie voor Infrabel in het zuiden van het land en onderhoudsactiviteiten voor Fluxys.

De afdeling ENGEMA Lignes is gespecialiseerd in de bovengrondse en ondergrondse plaatsing van middenspanningskabels en voerde een groot

aantal opdrachten uit voor zijn traditionele klanten Ores en Belgacom, hoofdzakelijk in de provincie Luxemburg.

Toenadering tussen ENGEMA en ETEC

Het boekjaar 2013 verliep niet zonder slag of stoot voor ETEC. De algemene daling van de activiteiten had een impact op de omzet, hoewel er ook verschillende nieuwe contracten zijn ondertekend.

De onderneming maakt momenteel een overgangsfase door. Er zijn diverse maatregelen genomen om weer winstgevend te worden, zoals een beperking van de algemene kosten en de implementatie van coaching door ENGEMA. Ondanks de moeilijke context heeft het bedrijf zijn inspanningen voortgezet en toegespitst op het vlak van opleidingen, veiligheid en respect voor het leefmilieu.

LOUIS STEVENS & Co

Alle signalen staan op groen Vooralsnog heeft Louis Stevens & Co weinig hinder ondervonden van de crisis en is het orderboek veelbelovend. De onderneming hoopt hiervan gebruik te maken om zijn activiteiten te diversifiëren. Camerabewaking, de installatie van netwerken en optische vezeltoepassingen zijn activiteiten die Stevens verder zal

Een intens jaar achter de rug

ontwikkelen in 2014.

Het ontbrak Louis Stevens & Co niet aan opdrachten in 2013. Enkele voorbeelden:

• Het systeem ERTMS/ETCS – niveau 1: dit ambitieuze (en noodzakelijke) Europese programma voor de

modernisering van de spoorwegsignalisatie loopt momenteel over het volledige Belgische spoornet. Het is een opdracht waarmee de teams tot 2015 bezig zullen zijn.

  • • Het systeem TBL1+: sinds eind 2013 is de volledige eigen vloot van de NMBS uitgerust met het automatisch remsysteem TBL1+.
  • • Signalisatiewerkzaamheden Louis Stevens & Co heeft meegewerkt aan verschillende projecten in het kader van de concentratie van het aantal signalisatiecabines, en heeft daarnaast ook de signalisatie op verschillende locaties in het land vernieuwd.
  • • Telecom and Security In 2013 werden verschillende kaderovereenkomsten gesloten. Deze betreffen de installatie van videobewakingssystemen, branddetectoren en optische vezelkabels.

Eind 2013 heeft de afdeling Telecom diverse contracten binnengehaald voor ICTRA, MIVB … die de komende vier jaar een mooie zichtbaarheid garanderen in de sector.

REMACOM Een positieve balans

Opdrachten die elkaar opvolgen, nieuwe projecten in aantocht, een nieuwe interne organisatie die vorm krijgt… het was een goed jaar en de vooruitzichten voor 2014 zijn geruststellend.

365 dagen vol knowhow

Van Brugge naar Louvain-la-Neuve via Schaarbeek en Sint-Niklaas: de opdrachten waren zeer talrijk en gediversifieerd. De teams van REMACOM stonden in voor de installatie, aanpassing of vervanging van rails en spoorwegen, konden verschillende aannemers bijstaan met behulp van spoorkranen en herstelden beschadigde installaties.

109 ACTIVITEITENVERSLAG

ondernomen om te evolueren van een erkenning Klasse 5 naar een erkenning Klasse 6. Op die manier zal de onderneming kunnen deelnemen aan grootschaligere projecten.

De meest in het oog springende opdrachten dit jaar waren de Liefkenshoekspoortunnel in Antwerpen, de vernieuwing van de spoorinrichting tussen Brussel-Centraal en Brussel-Noord, de aanpassing van sporen L51 en L51B in Brugge, de vervanging van de rails in het district Noord-West (Gent) en de herprofilering van de sporen in Eigenbrakel.

Een continu aanpassingsproces

Om zo doeltreffend mogelijk in te spelen op de behoeften van de markt heeft REMACOM een nieuwe activiteit ontwikkeld op het vlak van aluminothermische lassen.

AANNEMINGEN VAN WELLEN Een bewogen jaar 2013

2013 was voor de afdeling wegenbouw een bewogen jaar: een lange winterstop, een openbare markt die weinig potentieel biedt, de oplossing van een oud juridisch dossier met de gemeente Nijlen en een leveringsprobleem bij een klant dat geleid heeft tot een juridische expertise. Ondanks al deze zorgen heeft de afdeling er operationeel een druk jaar opzitten met diverse grote en kleine werken zoals de Bredabaan in Merksem, de Singelfietspaden langs de Antwerpse ring, de heraanleg van de N49 tussen Linkeroever en Zwijndrecht, de aanleg van de Boortmalt terminal, … De geografische diversificatie en de uitbreiding van haar cliënteel hebben ervoor gezorgd dat de wegenbouw het jaar alsnog positief heeft kunnen afsluiten. Als geprekwalificeerde partner van het consortium 'Tram voor A' dat als doel heeft de 2de fase van de Leien te Antwerpen

te realiseren, hebben de aanbestedingsteams van de wegenbouw zich toegelegd op het uitwerken van een uitgebreid DBFM-dossier dat begin 2014 is ingediend.

Pool Spoor- en Wegeninfra

Orderboek op 31 december

Veiligheid eerst

POOL VASTGOEDONTWIKKELING EN -BEHEER

BEVORDERING VAN SYNERGIEËN EN COMPETENTIETRANSFERS

'Ik ga voor continuïteit en tracht gelijktijdig de activiteiten inzake vastgoedontwikkeling in de drie landen op een gelijk niveau te houden', verklaarde Jacques Lefèvre, die al instaat voor de promotie het beheer van de vastgoedactiviteiten van de groep in België en Polen. Sinds enkele maanden heeft hij ook de ontwikkelingsactiviteiten overgenomen van CLi en van de onderneming Sogesmaint in België en het Groothertogdom Luxemburg. De pool Vastgoedontwikkeling en -beheer is minder actief op de kantorenmarkt, maar vooral op de residentiële vastgoedmarkt

in drie landen: België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. De activiteiten op het vlak van vastgoedbeheer werden gekenmerkt door de scheiding tussen CBRE en Sogesmaint, waarbij deze laatste onderneming, een 100%-dochter van CFE, aanwezig blijft op de Belgische en Luxemburgse markt.

BPI

Anticiperen op de behoeften van de markt

Jaar na jaar wordt de vastgoedmarkt complexer. Ook in 2013 werd deze regel bevestigd: de sector vereist steeds specifiekere middelen en competenties. Om antwoorden te kunnen bieden op de uitdagingen van vandaag en morgen stelt BPI zichzelf voortdurend ter discussie.

Sereniteit

Het activiteitenniveau tijdens het boekjaar 2013 bleef behouden. Er werden nieuwe projecten binnengehaald, terwijl andere konden worden opgeleverd. Voor 2014 doet het orderboek een sereen en hoogwaardig jaar vermoeden, met een aantal opmerkelijke opdrachten. Het enthousiasme is bovendien extra groot nu de structuur van de pool Vastgoedontwikkeling in zijn geheel gereorganiseerd is. BPI voelt hier nu al de voordelen van dankzij de centralisering van de competenties.

Belangrijkste projecten

Tijdens 2013 werden verschillende residentiële projecten afgewerkt en opgeleverd: Gouden Boom in Brugge, Résidence du

EEN MOOIE REFERENTIE GREEN BUILDING

Duurzame ontwikkeling is een waarde die de groep en BPI nauw aan het hart ligt. Heel wat uitgevoerde projecten kunnen bogen op uitstekende milieuprestaties, wat zich vertaalt in het verkrijgen van certificaties. Het Serenity-gebouw is het eerste dat kan uitpakken met de certificatie HQE (Haute Qualité Environnementale) in Luxemburg.

Parc in Schaarbeek en Résidence Camélia in Ukkel. Een ander grootschalig project wordt op dit moment uitgevoerd: de Lichttoren in Antwerpen.

BPI toonde zich tevens actief op de kantorenmarkt en de markt voor gemengde projecten. De onderneming verleent haar medewerking aan het schitterende project Belview, een complex met hoogwaardige handelszaken, appartementen en kantoren, in het hart van de Europese wijk in Brussel.

Enkele andere projecten waarvoor in 2013 vergunningen werden verkregen:

• de omvorming tot appartementen van de historische Solvay-site, langs de Louizalaan – project Ernest

  • het gemengde residentiële project Erasmus Garden in Anderlecht
  • de bouw van een parking, appartementen en huizen in Antwerpen – project Leopold

SOGESMAINT Een nieuwe start

Sogesmaint heeft sinds juni 2013 een nieuw gelaat, met nieuwe aandeelhouders maar dezelfde prioriteiten: uitgroeien tot een vooraanstaande speler op het vlak van Sustainable Property en Asset Management, projecten opleveren volgens de milieunormen van morgen en de vinger aan de pols houden bij klanten en prospecten.

Een hoogwaardige portefeuille

In 2013 werden verschillende contracten overgenomen van het type Property, Facility en Project Management, en dat zowel in België als in het Groothertogdom Luxemburg. We noemen er enkele, met name op het vlak van Facility Management: het kantoorgebouw aan de Herrmann Debrouxlaan 40/42 voor rekening van CFE, gebouwen en bankagentschappen voor BNP Paribas Fortis en de 'Tour Vazon' in Luxemburg voor het Europees Parlement. Op het vlak van gebouwenbeheer: het gezamenlijk verhuurde gebouw aan de Herrmann Debrouxlaan 40/42 voor Axa Real Estate. Als syndicus: het residentieel complex Green Hill in Dommeldange en de serviceresidentie Edengreen in Bettembourg in het Groothertogdom Luxemburg.

Topprioriteit

Doelstelling van Sogesmaint voor 2014 is eenvoudig: nieuwe contracten binnenhalen, in het bijzonder in het Groothertogdom Luxemburg. Voor de commerciële benadering zal gefocust worden op een strikte selectie van potentiële klanten met het oog op een maximale rendabiliteit. In dat opzicht vormt de complementariteit van de diensten een grote troef, die Sogesmaint zeker moet benutten.

CLI

In de lijn van het voorgaande jaar

Het mooie activiteitenniveau van 2012 werd voorgezet in 2013, dat een consolidatiejaar is geworden om vol enthousiasme en ambitie te kunnen beginnen aan het volgende boekjaar. Wat het KONSproject betreft, was 2013 gewijd aan de studies voor dit belangrijke gemengde project midden in het centrum van de stad Luxemburg. De uitreiking van de vergunningen en de start van de werken worden verwacht tijdens het eerste semester van 2014.

Tijdens de maand november werden ook de vergunningen geleverd voor de bouw van nieuwe kantoren en werkplaatsen voor G4S in Gasperich. Deze werken zullen beginnen in maart 2014. De oplevering van gebouwen voor het residentiële complex Green Hill in Dommeldange verloopt zoals gepland. In Bettembourg is begonnen aan de bouw van de 72 units tellende serviceresidentie 'Eden Green'. De commercialisering ervan mag alvast op heel wat belangstelling rekenen.

Internationaal

BPI POLSKA Versterking van de positie op de Poolse markt

Het jaar 2013 werd gekenmerkt door twee belangrijke promotie- en verkoopoperaties. Het prima verloop van beide projecten (in Warschau en Gdansk) heeft de positie van de onderneming op de lokale markt versterkt. BPI Polska stond voor een flinke uitdaging, want het werd geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid: de vraag naar appartementen met een kleinere oppervlakte. De verkoopfrequentie haalde een goed niveau en biedt mooie perspectieven voor de toekomst.

De doelstellingen voor 2014 zijn divers:

  • commercialisering van de laatste appartementen in het project Gdansk I
  • voortzetting en oplevering van de projecten Gdansk II en Obozowa I
  • start van de commercialisering van Obozowa II
  • haalbaarheidsstudie voor het project Gdansk III en IV

Daarnaast zet het commerciële team ook zijn prospectie-inspanningen voort in alle belangrijke steden.

EEN VISIE OPENHEID

BPI streeft ernaar het stedelijk landschap een nieuwe invulling te geven en werk- en woonruimtes te creëren die open zijn naar de stad en harmonieus worden geïntegreerd in de omgeving.

Open, transparant en integer

117 ACTIVITEITENVERSLAG

JAARVERSLAG 2013

POOL PPS-CONCESSIES

119 ACTIVITEITENVERSLAG

Benelux

CONSOLIDATIE EN UITBREIDING

'Voor al onze activiteitensectoren (Ontwikkeling, Bouwheerschap, Asset Management), hebben we een goed gevuld jaar achter de rug', bevestigt Diane Zygas, algemeen directeur van PPS-Concessies. 'Enerzijds waren en zijn onze teams volop bezig met een aantal opdrachten met grote uitstraling. En anderzijds bereiden we de toekomst voor met de resolute intentie om nieuwe contracten binnen te halen. En daarvoor beschikken we over heel wat troeven!'

Made in Belgium

De activiteiten op het Belgische grondgebied werden gekenmerkt door drie grootschalige opdrachten waaraan op dit moment wordt voortgewerkt:

• De Liefkenshoekspoortunnel in Antwerpen

Voor dit project met dubbelspoorverbinding onder de Schelde hebben de afdelingen Bouwheerschap en Asset Management alle krachten gebundeld. De burgerlijke bouwkunde werken werden afgerond in januari 2013, in overeenstemming met de initiële planning. Daarna werd de fakkel doorgegeven aan de teams die instaan voor het onderhoud van de infrastructuur.

  • • Het politiekantoor van Charleroi De bouw van dit voorbeeldig en vooruitstrevend project verloopt zoals gepland. Parallel aan dit onderdeel van het project wordt ook het onderhoudsprogramma verder uitgewerkt. Het gaat vervolgens eind 2014 in, na de definitieve oplevering van het gebouw. In de buurt van het nieuwe politiekantoor beheert CFE de uitbreidingswerken van choreografiecentrum Charleroi Danses. Dit project van meer dan 2.300 m² zal eind 2014 worden opgeleverd.
  • • De scholen van de Duitstalige Gemeenschap in Eupen Voor deze belangrijke opdracht blijft de medewerking vereist van de afdelingen Bouwheerschap en Asset Management. Nu de werkzaamheden hun einde naderen wordt het Onderhoudsgedeelte geleidelijk aan geïmplementeerd.

Activiteiten in het buitenland

Op 16 mei 2013 heeft de Nederlandse minister voor Infrastructuur en milieu Melanie Schultz van Haegen met veel luister de tweede Coentunnel in Amsterdam ingehuldigd. De bouw van deze afgezonken tunnel met zes rijstroken heeft vijf jaar geduurd en vergde het volledige voorbije jaar grote inspanningen van de medewerkers. Nu het onderhoudsprogramma voor de tunnel van start is gegaan, werken de teams Design-Build aan de renovatie van de ernaast gelegen

eerste Coentunnel, die in 2014 zal worden opgeleverd.

Motiverende vooruitzichten

De ontwikkelingsdoelstellingen zijn duidelijk: elk jaar een nieuw infrastructuurof bouwproject binnenhalen in België of in Nederland. Momenteel worden voor meerdere projecten offertes voorbereid: de tram van Luik (infrastructuur en rollend materieel), Brabo 2 (tram- en weginfrastructuur) in Antwerpen en de renovatie/constructie van gebouwen in het Nederlandse Den Haag.

MAXIMALE VEILIGHEID

Dit thema is niet enkel van belang voor de medewerkers op het terrein. Het is belangrijk dat dezelfde teamgeest wordt gedeeld in om het even welke functie. Daarom hebben de kaderleden van de pool PPS-Concessies deelgenomen aan het seminar 'Beheer van de veiligheid' georganiseerd door de afdeling human resources van de groep CFE. En uiteraard wordt de theorie in de praktijk omgezet. Zo werden er voor de opdracht van de Liefkenshoekspoortunnel concrete maatregelen genomen. Lang vóór de eerste trein door de tunnel zal rijden, zullen alle onderaannemers opleidingssessies gevolgd hebben op het vlak van spoorveiligheid.

Rent-A-Port

Terwijl de activiteiten in Vietnam en Oman zijn toegenomen, was er een heroriëntatie van de projecten in Nigeria.

Het havengebied Dinh Vu in de Vietnamese stad Hai Phong wist in 2013 heel wat voornamelijk Europese en Japanse industriële klanten aan te trekken. Om in te spelen op de vraag werden niet minder dan zes uitbreidingsprojecten ondertekend. Deze bieden de onderneming mooie vooruitzichten op het vlak van rendabiliteit doordat de verschillende fases van de werken gespreid zijn over een termijn van twintig jaar.

RENT-A-PORT

Het havengebied Dinh Vu in de Vietnamese stad Hai Phong wist in 2013 heel wat voornamelijk Europese en Japanse industriële klanten aan te trekken.

In het sultanaat Oman worden de werken voortgezet in de haven van Duqm. Op dezelfde site is in de loop van het jaar begonnen aan drie andere opdrachten, waaronder de bouw van verschillende havenhoofden bedoeld voor de toekomstige raffinaderij. Daarnaast werd ook een aantal overeenkomsten gesloten met nieuwe klanten voor projecten in de buurt van de haven van Duqm.

De engineering en toezichtactiviteiten in Qatar hebben tijdens de zomermaanden geleid tot het binnenhalen van een belangrijk project voor het lossen en opslaan op grote schaal van grind. Bovendien blijft een tweede team van Rent-A-Port tot 2015 bezig met een andere opdracht van het type Design Review en

Supervision. In dat geval gaat het om het lossen en de opslag van cement.

In Nigeria werd een belangrijk deel van het project OK Free Trade Zone verkocht aan een Nigeriaanse ondernemer. Op dit moment kan echter niet worden gezegd of de samenwerking zal worden voortgezet. Deze situatie verhindert Rent-A-Port echter gelukkig niet om voort te werken aan zijn eigen projecten.

Elders in de wereld worden diverse greenfieldprojecten bestudeerd, onder meer in Tanzania, Guinee, Ivoorkust en Tunesië.

Rent-A-Port Energy

De raad van bestuur, het managementteam, de ingenieurs: in 2013 werd de

structuur van Rent-A-Port Energy diepgaand versterkt.

Wat de activiteiten betreft, was de onderneming betrokken bij het project Belgian Offshore Grind, ook 'Stopcontact op zee' genoemd, in samenwerking met Elia. Daarnaast heeft Rent-A-Port Energy een substantieel aandeel in drie offshore windenergieprojecten vóór de Belgische kust, goed in totaal voor 900 megawatt.

KERNWOORD SYNERGIE

Door optimaal gebruik te maken van de competenties waarover CFE als groep beschikt, komen we sterker voor de dag. Zo heeft be.Maintenance, dat tot de pool multitechnieken behoort, de handen in elkaar geslagen met de teams van PPS-Concessies voor het onderhoud van de Antwerpse Liefkenshoekspoortunnel, de scholen in Eupen, alsook het politiekantoor van Charleroi.

Beheersverslag van de raad van bestuur

Geconsolideerde jaarrekening

Inhoudstafel

A. Verslag over de bedrijfsrekeningen 126
1. Samenvatting van het boekjaar 126
Geconsolideerde omzet per pool 126
Bedrijfsresultaat per pool 126
Geconsolideerd nettoresultaat aandeel van de groep per pool 127
Geconsolideerd orderboek per pool 127
Analyse per activiteitenpool, van het orderboek en van de resultaten 128
2. Statutaire rekeningen 132
3. Vergoeding van het kapitaal 132
B. Verklaring van corporate governance 133
1. Corporate governance 133
2. Samenstelling van de raad van bestuur 133
2.1 Mandaten en functies van de bedrijfsmandatarissen 134
2.2 Beoordeling van de onafhankelijkheid van de bestuurders 142
2.3 Situatie van de bedrijfsmandatarissen 142
2.4 Belangenconflict 142
2.4.1 Gedragsregels 142
2.4.2 Toepassing van de procedures 142
2.5 Beoordeling van de raad van bestuur, van zijn comités en van de bestuurders 142
2.5.1 Beoordelingswijze 142
2.5.2 Beoordeling van de prestaties in 2013 143
3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités 143
3.1 De raad van bestuur 143
3.2 Het benoemings- en remuneratiecomité 145
3.3 Het auditcomité 145
4. Aandeelhouderschap 146
4.1 Kapitaal en structuur van het aandeelhouderschap 146
4.2 Effecten die bijzondere controlerechten inhouden 146
4.3 Stemrecht 146
4.4 Uitoefening van de rechten van de aandeelhouders 146
5. Interne controle 147
5A Interne controle en risicobeheer 147
5A.1 Inleiding 147
5A.1.1 Definitie - referentiesysteem 147
5A.1.2 Toepassingsdomein van de interne controle 147
5A.2 Organisatie van de interne controle 147
5A.2.1 Handelings- en gedragsprincipes 147
5A.2.2 De betrokkenen bij de interne controle 147
5A.3 Inventarisering van de risico's en tool voor risicobeheer 148
5A.4 Belangrijkste procedures voor interne controle 148
5A.4.1 Overeenstemming met de wetten en voorschriften 148
5A.4.2 Toepassing van de richtlijn van de algemene directie 148
5A.4.3 Procedures met betrekking tot verbintenissen - de risicomités 148
5A.4.4 Procedures voor de opvolging van de activiteiten 149
5A.4.5 Procedures voor de opstelling en de verwerking van de boekhoudkundige informatie 149
5A.5 Ondernomen acties om de interne controle en het risicobeheer te versterken 149
5B Risicofactoren 149
5B.1 Gemeenschappelijke risico's binnen sectoren waarin CFE actief is 149
5B.1.1 Operationele risico's 150
5B.1.1.1 De uitvoering van projecten 150
5B.1.1.2 Baggerwerken 150
5B.1.1.3 Contracting 150
5B.1.1.4 Vastgoed 151
5B.1.1.5 Activiteit PPS - Concessies 151
5B.1.2 De conjunctuur 151
5B.1.3 Kaderleden en werknemers 151
5B.2 Marktrisico's (rente, wisselkoers, insolvabiliteit) 151
5B.2.1 Rentes 151
5B.2.2 Wisselkoers 151
5B.2.3 Krediet 151
5B.2.4 Liquiditeit 151
5B.3 Risico van de grondstoffenprijs 152
5B.4 Afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers 152
5B.5 Milieurisico's 152
5B.6 Rechtsrisico's 152
5B.7 Politiek risico 152
5B.8 Risico's van de bescherming van de intellectuele eigendom en de knowhow 152
5B.9 Risico's van Special Purpose Companies 152
5B.10 Participatie in DEME 152
6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader
van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten
153
7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming,
inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en executive managers
153
8. Bijstandsovereenkomst 153
9. Controle op de vennootschap 153
C. Bezoldigingsverslag 154
1.1 Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités 154
1.1.1 Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur 154
1.1.2 Bezoldiging van de leden van het auditcomité 154
1.1.3 Bezoldiging van de leden van het benoemings- en bezoldigingscomité 155
1.2 De directie van CFE 155
1.2.1 Het Steering Committee 155
1.2.2 Oriëntatiecomité 155
1.3 Bezoldiging van de leden van het Steering Committee 155
1.3.1 Bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder 155
1.3.2 Bezoldiging van de leden van het Steering Committee met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder 155
1.4 Vertrekvergoeding 156
1.5 Variabele bezoldiging van de leden van het Steering Committee 157
1.6 Informatie aangaande het recht tot terugvordering van de variabele beloning gebaseerd
op onjuiste financiële informatie van de leden van het Steering Committee
157
D. Verzekeringsbeleid 157
E. Bijzondere verslagen 157
F. Openbare overnamebieding 157
G. Overnames 157
H. Oprichting bijkantoor 157
I. Elementen na afsluiting van het boekjaar 157
J. Onderzoek en ontwikkeling 158
K. Informatie over de vooruitzichten 158
L. Auditcomité 158
M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 30 april 2014 158

Verslag over de bedrijfsrekeningen

Op 19 september 2013 werd CFE in kennis gesteld van de ondertekening van een overeenkomst waarin Ackermans & van Haaren haar deelneming van 50% in DEME zou inbrengen in CFE. Ingevolge deze verrichting diende een verplicht openbaar overnamebod op CFE uitgebracht tegen de prijs van 45 EUR per aandeel. De algemene vergadering van 13 november 2013 heeft de kapitaalverhoging door de inbreng in natura, door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren, van 2.256.450 aandelen op naam van de naamloze vennootschap Dredging Environmental & Marine Engineering NV (DEME) in ruil voor de uitgifte van 12.222.222 CFE aandelen tegen de prijs van 45 EUR per aandeel, goedgekeurd.

Deze verhoging was onderworpen aan twee opschortende voorwaarden die op 24 december 2013 vervuld waren.

Als gevolg van deze verrichtingen heeft CFE voortaan de exclusieve controle over DEME, waarvan zij rechtstreeks of onrechtstreeks alle aandelen aanhoudt.

Voor een goed begrip van het cijfermateriaal dient rekening gehouden te worden met het feit dat alle geconsolideerde gegevens m.b.t. de resultatenrekening en de kasstromen slechts rekening houden met 50% van de activiteit van DEME. Daarentegen neemt de geconsolideerde balans, per 31 december 2013, 100% van de rekeningen van DEME op. Het orderboek, per 31 december 2013, neemt eveneens 100% van DEME op.

1. SAMENVATTING VAN HET BOEKJAAR

GECONSOLIDEERDE OMZET PER POOL

Per 31 december
In miljoen EUR 2013 2012 Variatie in %
Baggerwerken en milieu (DEME aan 50%) 1.265,8 957,5 32,2%
Contracting 976,6 900,8 8,4%
Bouw 711,0 645,2 10,2%
Spoor & Wegeninfra 95,5 99,3 -3,8%
Multitechnieken 170,1 156,3 8,8%
Vastgoedontwikkeling en -beheer 21,8 35,0 n.s.
PPS-Concessies 4,3 11,7 n.s.
Holding en consolidatieherwerkingen -1,1 -6,7 n.s.
Totaal 2.267,3 1.898,3 19,4%

BEDRIJFSRESULTAAT PER POOL

(vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging)

Per 31 december
In miljoen EUR 2013 2012* Variatie in %
Baggerwerken en milieu (DEME aan 50%) 105,1 69,1 52,1%
Contracting -29,5 5,0 -
Bouw -23,7 -2,5 -
Spoor & Wegeninfra 4,5 5,7 -
Multitechnieken -10,3 1,8 -
Vastgoedontwikkeling en -beheer 3,8 10,4 -63,5%
PPS-Concessies -1,4 3,7 -
Holding en consolidatieherwerkingen -10,8 -7,0 -
Totaal 67,2 81,2 -17,2%

GECONSOLIDEERD NETTORESULTAAT AANDEEL VAN DE GROEP PER POOL

(vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging)

Per 31 december
In miljoen EUR 2013 2012* Variatie in %
Baggerwerken en milieu (DEME aan 50%) 52,0 43,3 20,1%
Contracting -37,7 3,6 -
Bouw -28,8 -1,3 -
Spoor & Wegeninfra 2,9 4,0 -
Multitechnieken -11,8 0,9 -
Vastgoedontwikkeling en -beheer 1,8 5,7 -68,4%
PPS-Concessies 0,9 3,1 -71,0%
Holding en consolidatieherwerkingen -9,1 -6,3 n.s.
Totaal 7,9 49,4 -83,9%

(na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging)

Per 31 december
In miljoen EUR 2013 2012* Variatie in %
Niet recurrente elementen -89,2 - -
Totaal -81,2 49,4 n.s.

* Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS 19

GECONSOLIDEERD ORDERBOEK PER POOL

Per 31 december
In miljoen EUR 2013 2012 - Proforma 2012 Variatie in %
Baggerwerken en milieu 3.049,0 * 3.317,0 * 1.658,5 ** -8,1% *
Contracting 1.310,3 1.195,6 1.195,6 +9,6%
Bouw 1.077,4 964,2 964,2 11,7%
Spoor & Wegeninfra 80,3 65,8 65,8 22,0%
Multitechnieken 152,6 165,6 165,6 -7,9%
Vastgoedontwikkeling en -beheer 28,6 14,1 14,1 n.s.
PPS-Concessies - - - n.s.
Holding en consolidatieherwerkingen - - - n.s.
Totaal 4.387,9 4.526,7 2.868,2 -3,1%

* DEME aan 100%

** DEME aan 50%

De geconsolideerde omzet per 31 december 2013 van CFE bedraagt 2.267 miljoen EUR. Dit betekent een stijging met 19,4% in vergelijking met 31 december 2012.

De omzet van de afdeling Baggerwerken en milieu stijgt met 32,2% en bedraagt nu 1.266 miljoen EUR (DEME aan 50%).

De omzet van de afdeling Contracting is 8% gestegen tot een bedrag van 977 miljoen EUR.

De gecumuleerde orders per 31 december 2013 vertegenwoordigen, bij een ongewijzigde consolidatiekring, in totaal een bedrag van 2.263 miljoen EUR, waarvan 1.132 miljoen EUR voor baggerwerken en milieu (DEME aan 50%) en 1.091 miljoen EUR voor contracting.

Het orderboek bedraagt 4.388 miljoen EUR tegenover 2.868 miljoen EUR per 31 december 2012. De impact van de wijziging van de perimeter (overgang van DEME van 50% naar 100%) op het orderboek bedraagt 1.525 miljoen EUR.

Het bedrijfsresultaat (vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging) is 67,2 miljoen EUR. Dit betekent een daling met 17,2% ten opzichte van 31 december 2012. Deze daling vloeit voort uit de activiteit Contracting. Het bedrijfsresultaat van de Baggerwerken is veel hoger dan in 2012, ondanks een moeilijk jaarbegin als gevolg van de klimatologische omstandigheden en de uitgestelde opstart van de grote projecten.

Het nettoresultaat aandeel van de groep (vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging) bedraagt 7,9 miljoen EUR, tegenover 49,4 miljoen EUR op 31 december 2012.

Het nettoresultaat aandeel van de groep, na de voornoemde boekingen, bedraagt -81,2 miljoen EUR, tegenover 49,4 miljoen EUR eind 2012.

ANALYSE PER ACTIVITEITENPOOL, VAN HET ORDERBOEK EN VAN DE RESULTATEN

Pool Baggerwerken en milieu

(De in dit hoofdstuk vermelde bedragen met betrekking tot DEME worden meegedeeld aan 100%. CFE houdt sinds het einde van het jaar 100% van de aandelen van deze vennootschap aan).

Omzet

Na een moeilijk jaarbegin als gevolg van de winterse omstandigheden en de uitgestelde aanvang, op het einde van het eerste kwartaal, van de grote projecten in Qatar en Australië, is het tempo van de activiteit snel toegenomen. De omzet is daardoor op het einde van het boekjaar met meer dan 32% gestegen tot een bedrag van 2.532 miljoen EUR (tegenover 1.915 miljoen EUR in 2012).

Evolutie van de activiteit per specialisatie

Evolutie van de specialiteit per geografisch gebied

Tijdens het boekjaar heeft DEME met name het GNL-project te Wheatstone gelanceerd en de ontwikkeling van het westelijke GNL-bekken in Gladstone afgewerkt. In het Midden-Oosten heeft DEME, op het einde van het jaar, het energie-eilandenproject ter hoogte van Abu Dhabi afgerond en is zij begonnen met de bouw van het toegangskanaal in New Port ten zuiden van Doha. In Afrika, meer bepaald in Nigeria, heeft DEME de ontwikkeling van het Eko Atlantic project beëindigd en is het bedrijf begonnen met de landwinningswerken voor twee andere naburige industriële projecten. Op het vlak van de hernieuwbare energie was GeoSea vooral actief met de installatie van windmolens in de Noordzee in de windmolenparken C-Power en Northwind en Baltic 2 (Baltische zee).

Orderboek

Het orderboek is gedaald en bedraagt, op het einde van het boekjaar, 3.049 miljoen EUR (tegenover 3.317 miljoen EUR op 31 december 2012). Deze daling is het normale gevolg van de start van de uitvoeringsfase van twee grote projecten die in 2012 werden binnengehaald. Tijdens het boekjaar heeft DEME niettemin verschillende belangrijke opdrachten binnengehaald, zowel voor de baggerwerken als voor zijn gespecialiseerde activiteiten.

Zo heeft de vennootschap verschillende significante contracten binnengehaald op het vlak van hernieuwbare energie (Duitsland, Verenigd Koninkrijk), alsook opdrachten verbonden met energieprojecten (Colombia, Venezuela, India, Australië) en, eind 2013, het order 'Jurong Island Westward extension' in Singapore. Deze orders bevestigen de deugdelijkheid van de diversificatiestrategie die al vele jaren wordt toegepast.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat volgt dezelfde trend als de omzet, waarbij DEME tijdens het tweede halfjaar een uitmuntend resultaat liet optekenen. Was het bedrijfsresultaat eind 2013 gelijk aan 216,5 miljoen EUR, tegenover 140,4 miljoen EUR in 2012. Niettegenstaande een moeilijke werf in de Emiraten, betekent dit een groei met 54%. Deze werf is op heden beëindigd en onderhandelingen zijn momenteel aan de gang met de klant over de laatste afrekeningen.

De EBITDA, nog versterkt door een hoge bezettingsgraad van de vloot, is fors gestegen (+24,8%) en bereikt een historische piek van 437,8 miljoen EUR.

Nettoresultaat aandeel van de groep

Ondanks een verhoging van de financiële en fiscale last is het nettoresultaat (aandeel van de groep) significant gestegen tot 109,1 miljoen EUR (89,4 miljoen EUR in 2012).

Tijdens het boekjaar heeft DEME zijn projecten actief voortgezet om de efficiëntie van zijn vloot te verbeteren. Ook heeft DEME verder onderzoek verricht om de golf- en getijdenenergie te ontwikkelen.

Het investeringsplan dat in 2008 werd aangevat, is nu voltooid met de betaling van de laatste schijven begin 2013. De financiële schuld is gedaald en bedraagt nu 711 miljoen EUR tegenover 742 miljoen EUR eind 2012.

In het begin van boekjaar 2013 heeft DEME met succes een obligatielening uitgegeven met een looptijd van zes jaar en voor een bedrag van 200 miljoen EUR.

Pool Bouw

In miljoen EUR 2013 2012 Variatie
in %
Burgerlijke bouwkunde 137,2 138,5 -0,9%
Gebouwen Benelux 442,5 432,7 2,3%
Gebouwen Internationaal 131,3 74,0 77,4%
Totaal 711,0 645,2 10,2%

De omzet voor het boekjaar is met meer dan 10% gestegen tot een bedrag van 711 miljoen EUR. Binnen de pool verschillen de evoluties nochtans aanzienlijk:

  • stabiele activiteit bij de burgerlijke bouwkunde in de Benelux; de al meer dan één jaar waargenomen tendens is omgebogen
  • lichte groei van de activiteit Gebouwen in de Benelux met enkele significante verschillen: een uitgesproken groei bij MBG en BPC, maar een daling bij CFE Brabant
  • forse groei van de internationale activiteit dankzij Polen, maar minder dan verwacht in het internationale segment; de late betalingen en de opgelopen vertragingen bij de goedkeuring van afrekeningen en aanhangsels hebben een negatieve impact gehad op de voortgang van de projecten

Orderboek

Op 31 december
In miljoen EUR 2013 2012 Variatie
in %
Burgerlijke bouwkunde 200,6 190,6 5,2%
Gebouwen Benelux 640,0 527,8 21,3%
Gebouwen Internationaal 236,8 245,8 -3,7%
Totaal 1.077,4 964,2 11,7%

In de burgerlijke bouwkunde is het aantal orders licht gestegen. MBG heeft immers het order inzake de renovatie van het zuiveringsstation in Brussel-Zuid en de bouw van een aanlegsteiger in Zeebrugge binnengehaald.

Het orderboek van de activiteit Gebouwen Benelux is fors toegenomen. MBG heeft de orders binnengehaald voor de bouw van een nieuw gebouw in het AZ Sint-Maarten ziekenhuis in Leuven, alsook drie torens in het Kattendijkdok te Antwerpen. BPC heeft het order voor een pand aan de Guldenvlieslaan binnengehaald, alsook het order voor het gebouw 'Chambon' te Brussel.

Op internationaal vlak daalt het orderboek licht. CFE International heeft wel het order binnengehaald voor drie torens in Nigeria. Omdat de financiering hiervoor nog niet is afgerond, is dit order nog niet in het orderboek opgenomen.

Bedrijfsresultaat

Het nettoresultaat is fors gedaald en negatief (-23,7 miljoen EUR). Dit verlies is te wijten aan:

  • de sterke moeilijkheden op de werf van de scholen in de Duitstalige Gemeenschap
  • de opvraging van een bankgarantie m.b.t. een werf die al

vele jaren geleden is opgeleverd

  • onvoldoende activiteit in de afdeling burgerlijke bouwkunde, gecombineerd met de moeilijke uitvoering van enkele werven in Wallonië en met herstructureringsmaatregelen
  • de uitgestelde start van projecten in Tsjaad en vertragingen bij de goedkeuring van afrekeningen en aanhangsels die de winstnemingen hebben uitgesteld
  • de herstructurering van de activiteiten in Qatar

Nettoresultaat aandeel van de groep

Het nettoresultaat aandeel van de groep is negatief (-28,8 miljoen EUR tegenover -1,3 miljoen EUR in 2012).

Pool Spoor & Wegeninfra

Omzet

De omzet van de pool Spoor & Wegeninfra is licht gedaald (-3,8%) en nadert 96 miljoen EUR. Deze daling wordt waargenomen in de wegenactiviteit die te kampen heeft met een markt onder druk.

Orderboek

Het orderboek van de pool Spoor & Wegeninfra is toegenomen (+22%) en bedraagt 80,3 miljoen EUR. Deze verhoging situeert zich op het vlak van de wegenactiviteit. De vooruitzichten voor de pool Spoor & Wegeninfra blijven gunstig; zo zijn in de spooractiviteit nog grote aanbestedingen hangende.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat is gelijk aan 4,5 miljoen EUR (5,7 miljoen EUR in 2012). De daling is te wijten aan de wegenactiviteit die een bijkomend verlies heeft moeten optekenen m.b.t. een oud geschil dat tijdens het boekjaar minnelijk werd geregeld.

Nettoresultaat aandeel van de groep

Het nettoresultaat aandeel van de groep is gelijk aan 2,9 miljoen EUR, tegenover 4,0 miljoen EUR eind 2012.

Pool Multitechnieken

Omzet

De omzet van de pool Multitechnieken is gelijk aan 170 miljoen EUR. Dit betekent een stijging met 8,8% in vergelijking met het vorige boekjaar. Deze groei wordt vastgesteld in bijna alle filialen van de pool; bij VMA West en ETEC werd er echter een omzetdaling vastgesteld. Deze moedwillige daling is het gevolg van de forse moeilijkheden waarmee deze vennootschappen tijdens het boekjaar te kampen hadden.

Orderboek

Het orderboek is gedaald. Het bedraagt 152,6 miljoen EUR tegenover 165,6 miljoen EUR eind 2012. Deze daling is toe te schrijven aan de vennootschappen VMA West (vroeger Elektro Van De Maele) en ETEC.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat is duidelijk negatief en bedraagt -10,3 miljoen EUR. Dit verlies is het rechtstreeks gevolg van de voornoemde operationele moeilijkheden waarmee VMA West, Brantegem en, in mindere mate, ETEC te kampen hebben gehad. Bovendien hebben de uitgestelde erkenning van de marge op een contract voor leveringen in Vietnam en een geschil nopens de betwiste realisatie van prestatieverbintenissen m.b.t. een milieuproject gewogen op het bedrijfsresultaat. Het bedrijfsresultaat van VMA blijft uitmuntend.

Verder hebben de verliezen opgelopen door ETEC en VMA West geleid tot een afwaardering van de goodwill in deze twee dochtervennootschappen ten bedrage van 3,8 miljoen EUR. Deze afwaardering werd opgenomen in het resultaat van de holding.

Nettoresultaat aandeel van de groep

Het nettoresultaat aandeel van de groep is negatief en bedraagt -11,8 miljoen EUR, tegenover 0,9 miljoen EUR eind 2012.

Pool Vastgoedontwikkeling en -beheer

2013 was een overgangsjaar dat werd gekenmerkt door, enerzijds, projecten in aanbouw waarvan de commercialisering gunstig was, zoals de projecten Van Maerlant (Brussel), Oosteroever (Oostende), Gdansk en Obozowa (Polen), Beggen en Bettembourg (Groothertogdom Luxemburg), maar ook, anderzijds, door projecten in ontwikkeling en in vergunningsfase zoals Solvay en Erasmus (Brussel) en Kons (Groothertogdom Luxemburg) die in 2014 van start zouden moeten gaan.

Ondanks het aanzienlijk aandeel van het ontwikkelingsbestand daalt het totale vastgoedbestand lichtjes, terwijl het commercialiseringsbestand laag blijft.

Evolutie van het vastgoedbestand

Op 31 december
In miljoen EUR 2013 2012 Variatie in %
Commercialise
ringsbestand
18 19 -5,3%
Bouwbestand 43 45 -4,4%
Ontwikkelings
bestand
99 102 -2,9%
Totaal 160 166 -3,6%

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat is gedaald tot 3,8 miljoen EUR (10,4 miljoen EUR in 2012). Deze daling is gedeeltelijk te wijten aan de ontwikkelingskosten die tijdens het boekjaar zijn opgelopen en onmiddellijk als kosten werden genomen in de resultatenrekening.

Nettoresultaat aandeel van de groep

Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 1,8 miljoen EUR, tegenover 5,7 miljoen EUR in 2012.

Pool PPS-Concessies

Omzet

De omzet is gedaald tot 4,3 miljoen EUR (11,7 miljoen EUR in 2012). Op internationaal gebied concentreert de activiteit zich via Rent-A-Port op de projecten in Vietnam en Oman: Rent-A-Port deed afstand van haar participatie in het project OKFTZ te Nigeria. In België blijft deze activiteit gefocust op studies, terwijl de grote projecten (Liefkenshoekspoortunnel, Coentunnel) sinds het begin van boekjaar 2014 geleidelijk hun operationele fase bereiken.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat is negatief (-1,4 miljoen EUR) en weerspiegelt de studiekosten voor de grote projecten.

Nettoresultaat aandeel van de groep

Het nettoresultaat aandeel van de groep, dat positief wordt beïnvloed door Rent-A-Port via de entiteiten waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast, is gelijk aan 0,9 miljoen EUR (3,1 miljoen EUR in 2012).

Holding en consolidatieherwerkingen

Het nettoresultaat aandeel van de groep is negatief (-9,1 miljoen EUR). Dit verlies bestaat onder meer uit voornoemde afwaardering van de goodwill in twee dochtervennootschappen van de pool Multitechnieken (-3,8 miljoen EUR).

Specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging

In toepassing van de norm IFRS 3 – Groepering van Ondernemingen – heeft de verwerving van een bijkomende participatie van 50% in DEME, CFE ertoe aangezet om zijn historische deelneming van 50% in DEME te herwaarderen tegen haar reële waarde van 550 miljoen EUR, een waarde die voortvloeit uit het akkoord tussen Ackermans & van Haaren en VINCI dat op 19 september 2013 werd aangekondigd. Deze herwaardering leidt tot de boeking van een meerwaarde die een positieve impact van 118,2 miljoen EUR heeft op het resultaat (aandeel van de groep) voor het boekjaar.

Ingevolge de toepassing van dezelfde norm diende de verworven participatie van DEME te worden gewaardeerd tegen de waarde van de 12.222.222 aandelen van CFE die in ruil voor de inbreng werden uitgegeven en die gewaardeerd werden tegen de beurswaarde op de dag van de verwerving, meer bepaald op 24 december 2013.

De toepassing van de IFRS3-norm heeft zodoende tot gevolg gehad dat de boekhoudkundige nettowaarde van DEME 1.321 miljoen EUR bedraagt en een goodwill van 459,7 miljoen EUR werd geboekt.

De vergelijking van deze boekhoudkundige nettowaarde met een raming van de realiseerbare waarde van DEME, zoals vereist door de IAS36 – Waardevermindering van activa – heeft een waardevermindering van deze goodwill met 207,4 miljoen EUR tot gevolg gehad.

Deze transactie heeft dus een impact van -89,2 miljoen EUR gehad op het resultaat (aandeel van de groep) over het boekjaar.

COMMENTAAR OP DE GECONSOLIDEERDE STAAT VAN DE FINANCIËLE TOESTAND, DE KASSTROMEN EN DE INVESTERINGEN

De financiële structuur is versterkt door de kapitaalverhoging die in het vierde kwartaal heeft plaatsgevonden, en het eigen vermogen bedraagt 1.203,1 miljoen EUR op 31 december 2013 (530,8 miljoen EUR per 31 december 2012).

De financiële nettoschuldenlast * bedraagt 781,4 miljoen EUR waarvan 711,6 miljoen EUR gerelateerd zijn aan DEME en 60,0 miljoen EUR gerelateerd zijn aan CFE zonder DEME.

Het saldo (9,8 miljoen EUR) bestaat uit de lopende niet vervallen intresten. Door de wijziging van de consolidatiekring omvat de schuldenlast nu 100% van DEME.

Op een vergelijkbare basis bedroeg ze 936 miljoen EUR op 30 juni 2013 en 771 miljoen EUR op 31 december 2012.

Deze financiële schuldenlast is opgesplitst in een langetermijnschuldenlast van 849 miljoen EUR en een positieve nettokaspositie van 67 miljoen EUR. Per 31 december werd de obligatielening die CFE in mei 2011 heeft uitgegeven, opgenomen binnen de kortetermijnschulden, gelet op de mogelijkheid voor de obligatiehouders om de terugbetaling te vragen als gevolg van de wijziging van het aandeelhouderschap.

De kasstromen afkomstig uit de investeringsverrichtingen, bedragen voor het boekjaar 59 miljoen EUR, in vergelijking met 197 miljoen EUR in 2012 (in deze gegevens is DEME voor 50% geïntegreerd). Deze kasstromen verminderen fors als gevolg van het einde van het investeringsplan van DEME.

De kasstromen voortkomende uit de verwerving van 50% van de kaspositie van DEME bedragen 166,7 miljoen EUR.

De behoefte aan werkkapitaal neemt lichtjes toe als gevolg van de financiering, tijdens de bouwfase, van het politiebureau in Charleroi. De vorderingen die uit deze werf voortvloeiden, zullen op het einde van boekjaar 2014 worden verkocht aan een bank.

CFE beschikt voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde langetermijnkredietlijnen ten belope van 100 miljoen EUR, waarvan 70 miljoen EUR op 31 december 2013 niet werden gebruikt. De bankconvenanten worden nageleefd.

Voor de aankoop van baggerschepen en ander maritiem materiaal door DEME werden specifieke financieringen aangegaan die door deze activa worden gewaarborgd. Bovendien heeft DEME, in het eerste kwartaal van 2013, een obligatielening uitgegeven met een looptijd van 6 jaar en voor een bedrag van 200 miljoen EUR (100% DEME). Op deze lening is volledig ingeschreven.

* De financiële nettoschuldenlast per 31 december 2013 houdt geen rekening met de reële waarde van afgeleide producten die, per 31 december 2013, een passief van 41 miljoen EUR vertegenwoordigen

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in duizend EUR)
2013
(DEME aan 50%)
2012
(DEME aan 50%)
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 64.885 150.008
Kasstromen uit investeringsactiviteiten -59.083 1 -196.971
Aanschaf DEME 166.702 -
Kasstromen uit financieringsactiviteiten 41.130 95.152
Netto toename/afname van de liquide middelen 213.634 48.189
Eigen vermogen aandeel van de groep bij opening 524.612 499.748
Eigen vermogen aandeel van de groep bij sluiting 1.193.153 524.612
Nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar** 7.929 49.363
ROE*** 1,5% 9,9%

** Nettoresultaat aandeel van de groep vóór de specifieke eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging.

*** ROE berekend op het nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar (vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging).

1 Gelet op de betaling van de laatste investeringsschijven tijdens het eerste trimester 2013, bedraagt de tegenwaarde in cash van de investeringen van DEME voor 2013, 209 miljoen EUR (DEME aan 100%).

2. STATUTAIRE REKENINGEN

De omzet van CFE NV is gedaald. Dit is te wijten aan de vermindering van de activiteit Burgerlijke bouwkunde en een vermindering van de activiteit Gebouwen in het zuiden van het land.

Het bedrijfsresultaat is negatief, meer bepaald als gevolg van de zware verliezen die m.b.t. het scholenproject in de Duitstalige gemeenschap werden geleden, onvoldoende activiteit bij de burgerlijke bouwkunde gekoppeld aan de moeilijke uitvoering van enkele werven in het Waalse gewest, herstructureringsmaatregelen, en de opvraging van een bankgarantie m.b.t. een oude werf.

De opbrengst van de financiële vaste activa is verminderd als gevolg van de daling van de door de filialen betaalde dividenden.

De uitzonderlijke kosten zijn het gevolg van de maatregelen die werden genomen om de moeilijkheden te bekampen waarmee bepaalde filialen te maken hebben.

Het nettoresultaat is gelijk aan -24,7 miljoen EUR.

(in duizend EUR) 2013 2012
Bedrijfsopbrengsten 381.040 407.806
Omzet 293.572 349.506
Bedrijfsresultaat (verlies) -32.389 -721
Financieel nettoresultaat 16.974 24.294
Resultaat uit de gewone
bedrijfsuitoefening
-15.415 23.574
Uitzonderlijke opbrengsten 124 44
Uitzonderlijke kosten -9.376 -273
Resultaat vóór belastingen -24.667 23.345
Belastingen -33 -4
Resultaat -24.700 23.341

3. VERGOEDING VAN HET KAPITAAL

De raad van bestuur van CFE NV stelt aan de algemene vergadering van 30 april 2014 de uitkering voor van een brutodividend per aandeel van 1,15 EUR, overeenstemmend met 0,8625 EUR netto, meer bepaald een uitkering van 29.111.654,30 EUR. De overgedragen winst na uitkering is gelijk aan 610.271,18 EUR.

Verklaring van corporate governance

1. CORPORATE GOVERNANCE

De vennootschap neemt de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode aan.

Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van de referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).

Het corporate governance charter werd op 24 december 2013 gewijzigd met het oog op de aanpassing van:

  • het aantal aandelen van de vennootschap dat van 13.092.260 stijgt tot 25.314.482
  • het onderschreven maatschappelijk kapitaal dat 41.329.482,42 EUR bedraagt (voordien 21.374.971,41 EUR)
  • het maximum aantal bestuurders dat nu veertien bedraagt (vroeger twaalf)

In haar corporate governance charter past CFE de principes toe van de Belgische Corporate Governance Code 2009

Voor CFE reikt corporate governance bovendien verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van zijn activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde corporate governance-cultuur.

Het corporate governance charter van CFE wordt momenteel grondig herzien. Een nieuwe versie zal in 2014 gepubliceerd worden.

2. SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Op 31 december 2013 bestaat de raad van bestuur van CFE uit dertien leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de resp. gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren :

Infunctie
treding
Vervaljaar
van het
mandaat
NV C.G.O., vertegen
woordigd door de heer
Philippe Delaunois **
06.05.2010 2014
Renaud Bentégeat * 18.09.2003 2017
Luc Bertrand 24.12.2013 2017
John-Eric Bertrand 24.12.2013 2017
Jan Suykens 24.12.2013 2017
Koen Janssen 24.12.2013 2017
Piet Dejonghe 24.12.2013 2017
Alain Bernard 24.12.2013 2017
Philippe Delusinne 07.05.2009 2016
Christian Labeyrie 06.03.2002 2016
Consuco NV, vertegen
woordigd door de heer
Alfred Bouckaert
06.05.2010 2014
BVBA Ciska Servais,
vertegenwoordigd door
mevrouw Ciska Servais
03.05.2007 2015
Jan Steyaert 07.05.2009 2016

* Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur

** De heer Philippe Delaunois was sinds 5 mei 1994 ten persoonlijken titel bestuurder van CFE

Op de algemene vergadering van 30 april 2014 zal de raad van bestuur de aandeelhouders voorstellen om het mandaat van twee bestuurders te verlengen voor een beperkte periode van twee jaar. Deze beperkte periode van de nieuwe mandaten wordt gerechtvaardigd door de verplichte naleving door de vennootschap van de Wet van 28 juli 2011 tot invoering van het quotum vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde vennootschappen. Vanaf 1 januari 2017 zal de raad van bestuur van de vennootschap uit tenminste één derde vrouwen moeten samengesteld zijn.

2.1 MANDATEN EN FUNCTIES VAN DE BEDRIJFSMANDATARISSEN

Bestuurders

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de dertien bestuurders op datum van 31 december

NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois

CFE Hermann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel

Voorzitter van de raad van bestuur Bestuurder

Philippe Delaunois, geboren in 1941, is burgerlijk ingenieur staal van de Faculté Polytechnique te Bergen, commercieel ingenieur van de Université de l'Etat te Bergen en heeft een diploma van de Harvard Business School.

Hij oefende het grootste gedeelte van zijn carrière uit in de staalindustrie en was tot 1999 gedelegeerd bestuurder en directeur-generaal van Cockerill-Sambre.

Officier in de Leopoldsorde en Ridder van het Erelegioen, in 1989 uitgeroepen tot manager van het jaar, voorzitter van de Union Wallonne des Entreprises tussen 1990 en 1993, en sinds 1990 ereconsul van Oostenrijk voor Henegouwen en Namen

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen Bestuurder van Mobistar Bestuurder van SABCA
  • B niet-beursgenoteerde vennootschappen

Bestuurder van Integrale, gemeenschappelijke verzekeringskas Bestuurder van CLi Bestuurder van CLE Bestuurder van DEME

  • Bestuurder van ETEC
  • C verenigingen

Bestuurder van vzw Europalia Bestuurder van vzw Leopoldsorde Bestuurder van de Muziekkapel Koningin Elisabeth

Renaud Bentégeat

CFE Hermann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel

Gedelegeerd Bestuurder

Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC). Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij gedelegeerd bestuurder van CFE.

Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk).

Uitgeoefende mandaten

A – in beursgenoteerde ondernemingen Gedelegeerd bestuurder van CFE B – niet-beursgenoteerde vennootschappen Bestuurder van Amart Bestuurder van Bavière Developpement Bestuurder van BPC Bestuurder van CLi Bestuurder van IFC Bestuurder van CFE Polska Bestuurder van CIW Bestuurder van CLE Bestuurder van CM Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port-Energy Bestuurder van Promotion Léopold Bestuurder van SFE Bestuurder van Sogech Lid van de Raad van Toezicht van CFE Hongarije Voorzitter directeur-generaal van Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC) Voorzitter directeur-generaal van Ufimmo C - verenigingen Voorzitter van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van de Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken (ADEB-VBA) Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk Bestuurder van de Union des Chambres françaises de Commerce et d'Industrie (UCCIFE)

Luc Bertrand

Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen

Lid van het benoemingsen remuneratiecomité vanaf 22 januari 2014

Bestuurder

Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. In 1985 werd hij benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren, waar hij sinds 1986 in functie is.

Uitgeoefende mandaten

A – in beursgenoteerde ondernemingen Bestuurder en Voorzitter van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate Bestuurder van Atenor Group Bestuurder van Groep Flo Bestuurder van Sipef Bestuurder van Schroders B – niet-beursgenoteerde vennootschappen Voorzitter van de raad van bestuur van DEME Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis Voorzitter van de raad van bestuur van Sofinim Voorzitter van de raad van bestuur van Egemin International Voorzitter van de raad van bestuur van Tour & Taxis (Kon. Pakhuis, Openb. Pakhuis, Parking) Voorzitter van de raad van bestuur van Van Laere Bestuurder van AvH Coordination Center Bestuurder van Anfima Bestuurder van Axe Investments Bestuurder van Baarbeek BV Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Belfimas Bestuurder van BOS Bestuurder van Brinvest Bestuurder van Delen Investments CVA Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van DEME Coordination Center Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Gemeni Natural Resources Bestuurder van de Groupe Financière Duval Bestuurder van Holding Groupe Duval (FR) Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Leasinvest Immo Lux Sicav Bestuurder van Manuchar Bestuurder van N.M.C. Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port-Energy Bestuurder van Scaldis Invest Bestuurder van Tour & Taxis (Project T&T) Bestuurder van ING Belgium Bestuurder van Thorton & Co C - verenigingen Voorzitter van Middelheim Promotors Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven Lid van de raad van bestuur van het Institut de Duve Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde Lid van de raad van bestuur van het Museum Mayer van den Bergh Voorzitter van Guberna (Belgian Governance Institute) Vicevoorzitter van VOKA Lid van de raad van bestuur van INSEAD België Lid van de raad van bestuur van Vlerick Leuven Gent School Lid van de raad van bestuur van VKW Synergia

John-Eric Bertrand

Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen

Bestuurder

John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA in Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Sinds 1 september 2008 is hij Investment Manager bij Ackermans & van Haaren.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Sagar Cements
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen
  • Bestuurder van Alfa Park
  • Bestuurder van Egemin International
  • Bestuurder van Egemin NV
  • Bestuurder van Oriental Quarries & Mines
  • Bestuurder van Van Laere
  • Bestuurder van Bracht, Deckers & Mackelbert (BDM)
  • Bestuurder van Assurances Continentales (Asco)
  • Bestuurder van Holding Groupe Duval
  • Bestuurder van AvH Resources India
  • Bestuurder van de Groep Thiran
  • Lid van het investeringscomité van Inventures

Jan Suykens

Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen

Bestuurder

Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 192) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.

Uitgeoefende mandaten

A – in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren

  • Bestuurder van Leasinvest Real Estate
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen
Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care
Voorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank
Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C.
Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg
Bestuurder van Corelio
Bestuurder van DEME
Bestuurder van Extensa Group
Bestuurder van Van Laere
Bestuurder van AvH Coordination Center
Bestuurder van Anfima
Bestuurder van Gemini Natural Resources
Bestuurder van T&T Koninklijk Pakhuis
Bestuurder van T&T Parking
Bestuurder van T&T Openbaar Pakhuis
Bestuurder van Profimolux
Bestuurder van Sofinim
Bestuurder van Leasinvest Immo Lux
Bestuurder van Mediacore
Bestuurder van JM Finn & Co
Bestuurder van Project TT
Bestuurder van ABK Bank

Koen Janssen

Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen

Bestuurder

Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren. Sinds 1 april 2012 is hij lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen Voorzitter van de raad van bestuur van Nationale Maatschappij der Pijpleidingen Bestuurder van DEME en lid van het auditcomité Bestuurder van NMC en lid van het auditcomité Bestuurder van Max Green Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen Bestuurder van Dredging International Bestuurder van Ligno Power Bestuurder van Napro (JV SNTC-Air Products) Bestuurder van Nitraco (SNTC-Praxair) Bestuurder van Quinten Matsys (filiale SNTC) Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port Energy Bestuurder van Canal Re (filiale SNTC) Bestuurder van Sofinim Lux

Bestuurder

Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA in Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij geattacheerd advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij er actief als consultant bij Boston Consulting Group.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Groep Flo B – niet-beursgenoteerde ondernemingen
  • Voorzitter van de raad van bestuur van Distriplus Voorzitter van de raad van bestuur van Trasys Group Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van de financiële Groep Duval Bestuurder van Brinvest Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van Financière Flo Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van GB-INNO-BM Bestuurder van Ligno Power Bestuurder van GIB Corporate Services Bestuurder van Baloise Belgium Bestuurder van Holding Groupe Duval

Piet Dejonghe

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Lid van het auditcomité vanaf 22 januari 2014

Alain Bernard

DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht

Bestuurder

Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME.

Uitgeoefende mandaten

A – in beursgenoteerde ondernemingen:

  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen Chief Executive Officer van DEME
  • Bestuurder van diverse filialen van DEME Bestuurder van Aquafin
  • C verenigingen Voorzitter van de 'Belgian Dredging Association'

Onafhankelijk bestuurder

Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium.

Uitgeoefende mandaten

A – in beursgenoteerde ondernemingen:

  • Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision (M6), Parijs
  • B in niet-beursgenoteerde ondernemingen
  • Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium NV
  • Gedelegeerd bestuurder van Radio H NV
  • Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux SA
  • Voorzitter en gedelegeerd bestuurder van IP Plurimedia

Vertegenwoordiger CLT-UFA, Gedelegeerd bestuurder van Cobelfra

  • Vertegenwoordiger CLT-UFA, Gedelegeerd bestuurder van New Contact Gedelegeerd bestuurder van INADI
  • Bestuurder van CLT-UFA
  • Voorzitter van HOME SHOPPING SERVICE BELGIQUE

C - verenigingen

Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector Ondervoorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg Voorzitter van De vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

  • Voorzitter van Association of Commercial Television in Europe (A.C.T.)
  • Bestuurder van Association pour l'Autorégulation
  • de la Déontologie Journalistique (AADJ) ASBL

Philippe Delusinne

RTL Belgium Jacques Georginlaan 2 B-1030 Brussel

Lid van het auditcomité

Christian Labeyrie

VINCI

1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex

Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert

de Foestraetslaan, 33A B-1180 Brussel

Lid van het auditcomité vanaf 22 januari 2014

Lid van het benoemingsen remuneratiecomité

Lid van het auditcomité

Bestuurder

Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct-directeur-generaal, financieel directeur en lid van het uitvoerend comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen.

Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de l'Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is ridder bij het Légion d'honneur en ridder in de Nationale Orde van Verdienste.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het uitvoerend comité van VINCI
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen
  • Bestuurder van Eurovia Bestuurder van VINCI Park
  • Bestuurder van ASF
  • Bestuurder van Escota
  • Bestuurder van Arcour
  • Bestuurder van het consortium Stade de France
  • Bestuurder van VFI
  • Bestuurder van de maatschappij LCL Actions Euro van de Groep Crédit agricole Asset management
  • Lid van de Raad van Toezicht van VINCI Deutschland
  • Lid van de Raad van de Banque de France filiaal in Hauts-de-Seine

Onafhankelijk bestuurder

Alfred Bouckaert, geboren in 1946, is licentiaat in de economische wetenschappen (KUL).

Hij startte zijn carrière in 1968 als beursmakelaar bij JM Finn & Co in Londen. In 1972 trad hij in dienst bij Chase Manhattan Bank, waar hij verschillende commerciële functies en kredietfuncties uitoefende voordat hij commercial banking manager voor België werd. In 1984 werd hij genoemd tot general manager van Chase in Kopenhagen (Denemarken). Twee jaar later werd hij general manager en country manager van Chase in België. In 1989 werden de Belgische activiteiten van Chase Manhattan Bank verkocht aan Crédit Lyonnais. Alfred Bouckaert was verantwoordelijk voor de fusie van de Belgische operationele activiteiten van Chase en Crédit Lyonnais. In 1994 vroeg Crédit Lyonnais aan Alfred Bouckaert om de Europese activiteiten van de bank te leiden. In 1999 werd hij directeur van AXA Royale Belge. AXA benoemde hem ook tot country manager voor de Benelux. In 2005 werd hij algemeen directeur van de regio 'Noord-Europa' (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Zwitserland). Van oktober 2006 tot mei 2010 was hij lid van het directiecomité van AXA en verantwoordelijk voor de activiteiten in de regio Noord-, Midden- en Oost-Europa. In april 2007 werd hij benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van AXA Belgium NV, een functie die hij heeft geoefend tot 27 april 2010.

In 2011, werd hij benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van Belfius Bank & Verzekeringen.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Leasinvest Real Estate
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen Bestuurder van KBL Banque Bestuurder van Mauritius Commercial Union Ltd. Bestuurder van Vandemoortele Bestuurder van Ventosia (sicav van de notarissen)

140 CFE JAARVERSLAG 2013

Bestuurder van Vesalius Biocapital II Arkiv Voorzitter van First Retail International

C - verenigingen

Bestuurder van de Franse kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van het Instituut de Duve (ICP)

BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais

Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem

Voorzitter van het benoemingsen remuneratiecomité

Jan Steyaert

Mobistar Reyerslaan 70 B-1030 Brussel

Voorzitter van het auditcomité

Onafhankelijk bestuurder

Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries. Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991).

Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op.

Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van het Auditcomité van MONTEA Comm. VA. Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen
  • Astrea bv cvba

Onafhankelijk bestuurder

Jan Steyaert, geboren in 1945, oefende het grootste deel van zijn carrière uit in de telecommunicatiesector. Hij startte aanvankelijk bij een bedrijfsrevisor. In 1970 trad hij in dienst van Telindus (beursgenoteerde vennootschap) en bekleedde achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur van Telindus Group en van zijn filialen. Hij heeft deze functie bekleed tot en met 2006.

Sinds de oprichting van Mobistar (1995) is hij lid van de raad van bestuur en sinds 2003 voorzitter.

Hij is officier in de orde van Leopold II en werd bekroond met het kruis van ridder in de kroonorde.

Uitgeoefende mandaten

  • A in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Voorzitter van Mobistar
  • B niet-beursgenoteerde ondernemingen
  • Bestuurder van Credoc
  • Bestuurder van Portolani
  • Bestuurder van Automation
  • Bestuurder van e-Novates
  • Bestuurder van Blue Corner Bestuurder van 4iS
  • C verenigingen
  • Bestuurder van Anima Eterna vzw

Bestuurder van VVW vzw Voorzitter van de Stichting en het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle

Bestuurders voor wie de verlenging van het mandaat wordt voorgesteld aan de gewone algemene vergadering

Het bestuurdersmandaat van NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, loopt ten einde na de gewone algemene vergadering van 30 april 2014. Aan bedoelde algemene vergadering van 30 april 2014 zal worden voorgesteld om het bestuurdersmandaat van NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, te verlengen met een termijn van twee jaar, die op het einde van de gewone algemene vergadering van 2016 ten einde zal lopen. In toepassing van de onafhankelijkheidscriteria die door artikel 526 van het Wetboek van vennootschappen en door de Belgische Corporate Governance Code zijn gedefinieerd, heeft NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, niet de hoedanigheid van onafhankelijk bestuurder.

Het bestuurdersmandaat van Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, loopt na de gewone algemene vergadering van 30 april 2014 ten einde. Aan bedoelde algemene vergadering van 30 april 2014 zal worden voorgesteld om het bestuurdersmandaat van Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, te verlengen met een termijn van twee jaar, die op het einde van de gewone algemene vergadering van 2016 ten einde zal lopen. In toepassing van de onafhankelijkheidscriteria die door artikel 526 van het Wetboek van vennootschappen en door de Belgische Corporate Governance Code zijn gedefinieerd, heeft Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, niet de hoedanigheid van onafhankelijk bestuurder.

2.2 BEOORDELING VAN DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE BESTUURDERS

Van de dertien leden van de raad van bestuur, op 31 december 2013, zijn er negen die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code

  • Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder van de vennootschap
  • Alain Bernard, gedelegeerd bestuurder van DEME, voor 100% een filiaal van de vennootschap
  • Luc Bertrand, Jan Suykens, Piet Dejonghe, Koen Janssen en John-Eric Bertrand, die de controleaandeelhouder, Ackermans & van Haaren, vertegenwoordigen
  • Christian Labeyrie, die VINCI Construction vertegenwoordigt als aandeelhouder voor 12,11%
  • NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, omdat de heer Delaunois meer dan twee opeenvolgende mandaten heeft uitgeoefend

Overeenkomstig de beslissing van de algemene vergaderingen van 7 mei 2009, 6 mei 2010 en 5 mei 2011 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, Jan Steyaert en Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert.

Weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.

2.3 SITUATIE VAN DE BEDRIJFSMANDATARISSEN

Geen enkele bestuurder van CFE (I) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (II), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld (III) of door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van

bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.

2.4 BELANGENCONFLICT

2.4.1 Gedragsregels

Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.

Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.

De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen .

Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.

Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

2.4.2 Toepassing van de procedures

Bij weten van CFE, heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad en werden de toepasselijke gedragsregels nageleefd.

Weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen. Bovendien, werden zes bestuurders benoemd op voorstel van de groep Ackermans & van Haaren, controleaandeelhouder van CFE.

2.5 BEOORDELING VAN DE RAAD VAN BESTUUR, VAN ZIJN COMITÉS EN VAN DE BESTUURDERS

2.5.1 Beoordelingswijze

Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.

Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.

Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen en de besluitvorming, en beoordeelt of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.

Er wordt ook bijzondere aandacht besteed aan de beoordeling van de voorzitter van de raad van bestuur.

De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel

tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.

De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurder en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.

2.5.2 Beoordeling van de prestaties in 2013

In de loop van het tweede halfjaar van 2013 werd de raad van bestuur formeel geëvalueerd. Deze beoordeling gebeurde door de voorzitter van de raad van bestuur bijgestaan door GUBERNA – het instituut voor Bestuurders. De besluiten van deze evaluatie werden tijdens de raad van bestuur van 3 december 2013 uiteengezet.

3. WERKING VAN DE RAAD VAN BESTUUR EN VAN ZIJN COMITÉS

3.1 DE RAAD VAN BESTUUR

Rol en bevoegdheden van de raad van bestuur Rol van de raad van bestuur

De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.

De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.

De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en -management.

De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en aan diversiteit in het algemeen binnen de vennootschap.

De raad van bestuur valideert de begroting, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.

De raad van bestuur:

  • keurt het door de directie opgestelde algemene kader van interne controle en risicobeheer goed en beoordeelt de toepassing ervan
  • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de financiële staten te garanderen
  • houdt toezicht op de prestaties van de commissaris
  • onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurder en het Steering Committee
  • waakt erover dat de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur op een efficiënte manier werken

Bevoegdheden van de raad van bestuur

Algemene bevoegdheden van de raad van bestuur Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het

maatschappelijke doel van de vennootschap.

Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.

Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake kapitaalverhoging (toegestaan kapitaal)

De algemene vergadering van aandeelhouders heeft de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 EUR exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de uitgifte van aandelen en die de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen waaronder de inschrijvingsprijs bepaalt.

In het kader van het toegestaan kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen op basis van het boekhoudkundige pari.

Deze machtiging vervalt op 21 mei 2015, maar aan de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2014 zal worden voorgesteld om deze machtiging te verlengen voor een periode van vijf jaar, en dit overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.

Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de verwerving van eigen aandelen

De algemene vergadering van aandeelhouders van 7 mei 2009 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om maximum 1.309.226 eigen aandelen van CFE aan te kopen. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan het gemiddelde van de laatste twintig slotkoersen van het aandeel CFE op Euronext Brussel die onmiddellijk voorafgaan aan de aankoop, vermeerderd met maximum tien procent (10 %) of verminderd met maximum vijftien procent (15%).

Deze toelating vervalt op 25 mei 2014, maar aan de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2014 zal worden voorgesteld om deze toelating te verlengen voor een periode van vijf jaar, en dit overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.

Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.

Krachtens een uitdrukkelijke bepaling in de statuten mogen de eigen aandelen die CFE aanhoudt en die ingeschreven zijn op de eerste markt van een effectenbeurs of tot de officiële notering op een effectenbeurs in een van de lidstaten van de Europese Unie zijn toegelaten, worden vervreemd zonder voorafgaande toelating van de algemene aandeelhoudersvergadering.

Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake uitgifte van obligaties.

Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.

Werking van de raad van bestuur

De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat dat beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.

De vergaderingen van de raad van bestuur De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen,

voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist. Zo heeft de raad meer vergaderingen gehouden en van langere duur, waarvan sommige gedeeltelijk werden gewijd aan de inspectie van projecten in aanbouw.

In 2013 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is negen keer samengekomen.

De raad van bestuur heeft meer bepaald:

  • de jaarrekening van boekjaar 2012 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2013 goedgekeurd
  • de begroting voor 2013 en de actualisaties ervan onderzocht
  • de begroting voor 2014 onderzocht
  • de financiële toestand van de groep en de evolutie van de schuldenlast doorgelicht
  • de evolutie van het uitstaand vastgoedbedrag onderzocht
  • de evolutie van de vennootschap VMA West (voordien Elektro Van De Maele) onderzocht en een bijzondere audit van deze vennootschap opgedragen
  • op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten en de premies voor de gedelegeerd bestuurder en de directiekaders
  • op basis van de voorstellen van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de benoeming van nieuwe algemene directeurs, alsook over de nieuwe samenstelling van het Steering Committee

Bovendien heeft de raad van bestuur kennis genomen van de overeenkomst dd. 19 september 2013 tussen Ackermans & van Haaren en VINCI waarin werd overwogen dat Ackermans & van Haaren haar deelname van 50% in DEME zou inbrengen in CFE; ingevolge deze verrichting diende Ackermans & van Haaren een verplicht openbaar overnamebod op CFE uit te brengen tegen de prijs van 45 EUR per aandeel.

In dit kader heeft de raad van bestuur beslist om:

  • aan de commissaris van de vennootschap te vragen om het conform artikel 602 van het Wetboek van vennootschappen voorgeschreven verslag op te stellen over de door Ackermans & van Haaren geplande inbreng in natura van 50% van de aandelen van DEME NV, in ruil voor de uitgifte van 12.222.222 nieuwe aandelen
  • aan een eersterangs bank te vragen een 'fairness opinion' te verstrekken over de operatie zoals ze op de markt werd aangekondigd

De raad van bestuur heeft het bijzonder verslag opgesteld in toepassing van artikel 602 van het Wetboek van vennootschappen, ter ondersteuning van het voorstel dat aan de algemene vergadering van CFE ter goedkeuring zou worden voorgelegd om het maatschappelijk kapitaal te verhogen bij wege van inbreng in natura door de vennootschap Ackermans & van Haaren van 2.256.450 aandelen op naam van DEME NV, in ruil voor de uitgifte van 12.222.222 nieuwe aandelen van de vennootschap.

De raad van bestuur heeft beslist om het maximum aantal bestuurders bepaald in het Corporate Governance Charter, te verhogen tot 14, en punt III.1.3 van dit charter te wijzigen, en dit onder voorbehoud van de opschortende voorwaarden die in het bod zijn voorzien.

De raad van bestuur heeft beslist om een buitengewone algemene vergadering van de vennootschap bijeen te roepen op 13 november 2013 om te beraadslagen over voornoemde kapitaalverhoging en om de aanbeveling van het benoemingsen remuneratiecomité over de benoeming van zes nieuwe bestuurders voorgedragen door Ackermans & van Haaren goed te keuren.

De raad van bestuur heeft tevens de buitengewone algemene vergadering gevraagd volmacht te verlenen aan twee bestuurders om de vervulling van de voorwaarden waaraan het bod onderworpen was, vast te stellen.

Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, geeft volgende tabel aan hoe vaak de bestuurders in boekjaar 2013 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren

Leden Aanwezigheid /
aantal vergaderingen
NV C.G.O., vertegenwoordigd door
de heer Philippe Delaunois
9/9
Renaud Bentégeat 9/9
Philippe Delusinne 8/9
Richard Francioli 8/9
Bernard Huvelin 4/9
Christian Labeyrie 9/9
Jean Rossi 6/9
Consuco NV, vertegenwoordigd
door de heer Alfred Bouckaert
9/9
BVBA Ciska Servais, vertegen
woordigd door mevrouw Ciska
Servais
8/9
Jan Steyaert 8/9

De heer Jacques Ninanne werd aangesteld als secretaris van de raad van bestuur. In die hoedanigheid heeft hij in 2013 deelgenomen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.

Besluitvorming binnen de raad van bestuur

Behoudens ingevallen van overmacht te wijten aan oorlog, onlusten of andere publieke calamiteiten kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.

De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk.

De brieven, telegrammen, telexen, faxen of e-mailberichten waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.

Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd. De secretaris van de raad neemt de nodige maatregelen met het oog op de organisatie van een dergelijke audio- of videoconferentie.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de raad van bestuur doorslaggevend.

Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.

De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt. Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

3.2 HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ

Op 31 december 2013 bestond dit comité uit:

  • BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais *
  • Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert *

* onafhankelijke bestuurders

De heer Richard Francioli was tot 24 december 2013 lid van het benoemings- en remuneratiecomité.

Op 24 januari 2014 heeft de raad van bestuur de heer Luc Bertrand benoemd tot lid van het benoemingsen remuneratiecomité.

In 2013 heeft dit comité vijfmaal vergaderd.

Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:

  • de vaste en variabele remuneratie van de gedelegeerd bestuurder
  • de vaste en variabele remuneratie van de leidinggevende kaderleden
  • het remuneratiejaarverslag (Wetboek van 6 april 2010)
  • de bezoldigingen van de bestuurders
  • de opvolging van de financieel en administratief directeur van CFE en de benoeming van Fabien De Jonge tot financieel en administratief directeur van de groep vanaf 1 maart 2014
  • het algemeen organogram van CFE
  • de benoeming van de nieuwe bestuurders naar aanleiding van de wijziging van het aandeelhouderschap.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2013 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid /
aantal vergaderingen
BVBA Ciska Servais, vertegenwoor
digd door mevrouw Ciska Servais *
5/5
Richard Francioli 4/5
Consuco NV, vertegenwoordigd
door de heer Alfred Bouckaert *
5/5

* onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

3.3 HET AUDITCOMITÉ

Op 31 december 2013 bestond dit comité uit:

  • Jan Steyaert, voorzitter *
  • Philippe Delusinne *
  • Christian Labeyrie
  • * onafhankelijke bestuurders

Op 22 januari 2014 heeft de raad van bestuur de heer Piet Dejonge en Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, benoemd tot leden van het auditcomité.

De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.

De heer Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria opgenomen in artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen.

De heer Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij oefende verschillende beroepsactiviteiten uit, vooral bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde vennootschap waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competentie van de heer Jan Steyaert op boekhoudkundig en auditvlak.

Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.

Dit comité heeft in boekjaar 2013 vijfmaal vergaderd.

Het comité heeft:

  • de jaarrekening van 2012 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2013 onderzocht
  • het ontwerp van begroting 2014 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad van bestuur
  • het auditverslag onderzocht waarin de boekhoudkundige en financiële situatie van VMA West (voordien Elektro Van De Maele) is geanalyseerd
  • de opdracht van de commissaris geëvalueerd en samen met hem de inhoud van de opdracht geherdefinieerd, rekening houdend met de gekende evoluties in de loop van het boekjaar
  • de organisatie van de financiële directie onderzocht
  • de belangrijkste risico's gecontroleerd en de in kaart gestelde risico's geanalyseerd
  • de fiscale toestand van de entiteiten van de groep nagegaan
  • de evolutie van de ontwikkeling en opstelling van het project 'ERP' gevolgd

Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in boekjaar 2013 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid /
aantal vergaderingen
Jan Steyaert * 5/5
Philippe Delusinne * 4/5
Christian Labeyrie 5/5

* onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

4. AANDEELHOUDERSCHAP

4.1 KAPITAAL EN STRUCTUUR VAN HET AANDEELHOUDERSCHAP

Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 EUR, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van de nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.

De aandelen blijven nominatief tot op het ogenblik van volledige volstorting. Wanneer het bedrag volledig volgestort is kunnen de aandelen omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.

Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische vorm en op papier bijgehouden. Het beheer van het elektronische register is toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK NV).

De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd,. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

De aandelen aan toonder die op 31 december 2013 niet op een effectenrekening waren geboekt, zijn op die datum van rechtswege omzet in gedematerialiseerde aandelen en op een specifieke effectenrekening op naam van CFE bij Euroclear geboekt. Het betreft 21.080 aandelen die 0,08% van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen.

Op 31 december 2014 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:

Aandelen zonder aanduiding
van nominale waarde
25.314.482
aandelen op naam 18.404.102
gedematerialiseerde aandelen 6.889.300
gedematerialiseerde aandelen op 31/12/2013
(gewezen aandelen aan toonder)
21.080

Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:

Ackermans & van Haaren NV 15.288.662
Begijnenvest, 113 aandelen of
B-2000 Antwerpen (België) 60,39%
VINCI Construction SAS 3.066.440
5, cours Ferdinand-de-Lesseps aandelen of
F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (France) 12,11%

4.2 EFFECTEN DIE BIJZONDERE CONTROLERECHTEN INHOUDEN

Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.

4.3 STEMRECHT

Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.

Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.

4.4 UITOEFENING VAN DE RECHTEN VAN DE AANDEELHOUDERS

De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elke oproepingsbericht tot een algemene vergadering.

Tijdens het boekjaar 2013 is de algemene vergadering tweemaal samengekomen.

De gewone algemene vergadering heeft, overeenkomstig de statuten, op 2 mei 2013 plaatsgevonden. Deze algemene vergadering heeft o.a. de jaarrekeningen van de vennootschap voor het boekjaar, afgesloten op 31 december 2012, goedgekeurd, samen met de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heren Renaud Bentégeat, Christian Labeyrie, Richard Francioli, Philippe Delusinne en Jan Steyaert.

Een buitengewone algemene vergadering heeft bovendien op 13 november 2013 plaatsgevonden en heeft o.a. I) de kapitaalverhoging goedgekeurd door de inbreng in natura door Ackermans & van Haaren van 2.256.450 aandelen van DEME in ruil voor de uitgifte van 12.222.222 nieuwe aandelen van de vennootschap, met een intekenprijs van 45 EUR per aandeel, II) de benoeming goedgekeurd van de heren Luc Bertrand, Jan Suykens, Piet Dejonghe, Koen Janssen, John-Eric Bertrand en Alain Bernard als bestuurders en III) akte genomen van het ontslag van de heren Bernard Huvelin, Richard Francioli en Jean Rossi als bestuurders.

De besluiten van de buitengewone algemene vergadering van 13 november 2013 waren onderworpen aan de twee volgende opschortende voorwaarden:

  • de goedkeuring door de bevoegde mededingingsinstanties van de controleverwerving door Ackermans & van Haaren over CFE
  • het zich niet voordoen van een beduidende negatieve wijziging, gedefinieerd als een daling met 25% of meer van de BEL20-index, tussen de datum van de bekendmaking van de transactie (19 september 2013) en de dag voor de effectieve uitvoering van de kapitaalverhoging

Op 18 december 2013 keurde de Europese Commissie de controlewijziging goed waarna, gezien het ontbreken van een beduidende negatieve wijziging sinds 19 september 2013, de effectieve uitvoering van de kapitaalverhoging plaatsvond op 24 december 2013. Op deze datum werden ook het ontslag en de benoeming van de bestuurders effectief.

5. INTERNE CONTROLE

5.A INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER

5.A.1 Inleiding

5.A.1.1 Definitie - referentiesysteem

"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management, en dat bijdraagt tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.

Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:

  • de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bijv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.) ;
  • de betrouwbaarheid van financiële en niet-financiële informatie (bijv. opstellen van de financiële staten, van het jaarverslag, enz.) ;
  • de naleving van de wetten, reglementen en andere teksten (bijv. de statuten, enz.)."

(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011 pagina 8)

Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.

5.A.1.2 Toepassingsdomein van de interne controle De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.

Voor het boekjaar 2013 is voor de specifieke gevallen van DEME (dat tot 24 december 2013 gezamenlijk werd gecontroleerd), Rent-A-Port en Groep Terryn, de raad van bestuur van elk van deze vennootschappen verantwoordelijk voor haar interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.

Secties 5A.2 tot 5A.5 zijn voor het boekjaar 2013 alleen van toepassing op CFE en haar dochtervennootschappen met uitsluiting van de bovengenoemde drie dochtervennootschappen. r het boekjaar 2013 is voor de specifieke gevallen van DEME (dat tot 24 december 2013 gezamenlijk werd gecontroleerd)

5.A.2. Organisatie van de interne controle 5.A.2.1 Handelings- en gedragsprincipes

De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke profit-center verantwoordelijke de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Bouw, Vastgoedontwikkeling en -beheer, Multitechnieken, Spoor & Wegeninfra en PPS-Concessies.

De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in het kader van een algemene richtlijn en in overeenstemming met de handelingsen werkingsprincipes van CFE:

  • strikte naleving van de gemeenschappelijke regels van de groep inzake verbintenissen, risiconeming, afsluiting van bestellingen en mededeling van financiële, boekhoudkundige en beleidsinformatie
  • transparantie en loyaliteit van de verantwoordelijken ten aanzien van hun hiërarchie op operationeel niveau en ten aanzien van de functionele diensten
  • naleving van de wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief is, ongeacht de materie
  • verantwoordelijkheid van de operationele leidinggevenden om de handelingsprincipes van de groep mee te delen aan hun medewerkers
  • veiligheid van personen (medewerkers, dienstverleners, onderaannemers, ...)
  • het nastreven van financieel rendement

5.A.2.2 De betrokkenen bij de interne controle

De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan belast met de controle van het management door de directie, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. De raad van bestuur beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden in het leven van de groep.

De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.

Het Steering Committee bestaat op 31 december 2013 uit:

  • de gedelegeerd bestuurder verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van CFE
  • de adjunct-directeur-generaal corporate en financieel en administratief directeur van CFE
  • de directeur-generaal Gebouwen Brabant en Wallonië, die verantwoordelijk is voor BPC, CFE Brabant en Amart
  • de directeur-generaal Burgerlijke Bouwkunde van de groep, die verantwoordelijk is voor MBG, BAGECI, CFE Nederland, GEKA Bouw en voor de ontwikkeling van de internationale activiteiten Burgerlijke bouwkunde
  • de directeur-generaal van de pool PPS-Concessies en van de internationale activiteiten Gebouwen
  • de directeur-generaal van de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer
  • de directeur-generaal van de polen Multitechnieken en Spoor & Wegeninfra
  • de directeur-generaal HR van CFE

Het Steering Committee is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de strategie van de groep en voor de toepassing van de beleidslijnen betreffende het management van de groep en de voornoemde algemene richtlijn.

Het oriëntatiecomité bestaat op 31 december 2013 uit:

  • de leden van het Steering Committee
  • de voorzitter van het risicocomité
  • de directeur van CLE en van de activiteiten in Tunesië
  • de directeur van de activiteit Gebouwen voor Afrika en Sri-Lanka
  • de gedelegeerd bestuurder van Sogesmaint

Het oriëntatiecomité verstrekt het Steering Committee zijn expertise met het oog op de uitvoering van de strategie van de groep.

De holding heeft een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep. De functionele diensten van de holding hebben onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurder. Op financieel vlak is het thesauriebeheer gecentraliseerd op het niveau van de holding. Wat de dochtervennootschappen betreft, is een uitdrukkelijk akkoord van de financiële directie van de holding vereist alvorens een relatie aan te gaan met een bankinstelling. De holding beheert ook rechtstreeks de specifieke projectfinancieringen.

Op 31 december 2013 heeft CFE geen auditdirectie opgericht, maar de raad van bestuur heeft, op voorstel van het auditcomité, de aanwerving goedgekeurd van een interne auditor, die in de loop van het boekjaar 2014 zijn functie zou moeten opnemen.

5.A.3. Inventarisering van de risico's en tool voor risicobeheer

In de loop van het derde kwartaal van 2013 werden de risico's in kaart gebracht en op 18 oktober 2013 voorgesteld aan het auditcomité.

Men wenste de belangrijkste risico's te identificeren die met voorrang aandacht verdienen, op basis van het onderzoek en de systematische beoordeling van de gelopen risico's.

Deze benadering omvatte de definitie van doelstellingen en de identificatie en de beoordeling van de risico's.

De kritieke in deze analyse meest geïdentificeerde risico's zijn:

  • voor het geheel van de groep, de ongevallen en de uitvoeringsfouten van de projecten
  • voor de internationale activiteiten, het ontbreken kaderpersoneel en het gebrek aan veiligheid (gevaren voor personen en goederen)
  • voor de bouw en de burgerlijke bouwkunde, het ontbreken van kaderpersoneel en van beheersing van de planning
  • voor de pool Spoor & Wegeninfra, de moeilijkheid om personeel aan te werven en te behouden
  • voor de pool Multitechnieken, de betrekkingen met de algemene aannemers en het tekort aan bekwaam personeel
  • voor de pool Vastgoedontwikkeling en –beheer, problemen met de commercialisering en de reglementering

Alle risico's worden uitvoeriger beschreven in hoofdstuk 5B.

5.A.4. Belangrijkste procedures voor interne controle

5.A.4.1 Overeenstemming met de wetten en voorschriften De geldende wetten en voorschriften bepalen de gedragsnormen en maken integraal deel uit van het proces voor interne controle.

De juridische directie van de holding volgt de laatste juridische nieuwigheden op de voet teneinde op de hoogte te blijven van alle reglementering die van toepassing is op de groep, en stelt alles in het werk om de leden van het Steering Committee of de betrokken medewerkers hiervan in kennis te stellen.

5.A.4.2 Toepassing van de richtlijn van de algemene directie De algemene richtlijn van de gedelegeerd bestuurder ten aanzien van de leden van het Steering Committee definieert de activiteiten waarover de algemene directie of de functionele directies van de groep vooraf op de hoogte moeten worden gebracht of waarmee ze vooraf moeten instemmen.

Deze richtlijn, die op het einde van het boekjaar 2013

werd bijgewerkt, omvat de volgende domeinen:

  • risiconeming op contracten
  • aankoop of overdracht van vastgoed
  • aankoop of overdracht van roerende goederen
  • aankoop of overdracht van vennootschappen
  • human resources
  • administratief en juridisch beheer
  • bankrelaties en financiële verbintenissen
  • financiële informatie
  • interne en externe communicatie
  • persoonlijke ethiek
  • sociale en maatschappelijke functie

De leden van het Steering Committee moeten deze werkingsregels verplicht naleven. Er kunnen via aanvullende richtlijnen restrictievere regels gelden die de leden van het Steering Committee voor hun bevoegdheidsdomein bepalen en overmaken aan personen aan het hoofd van een profit-center die over de nodige bevoegdheid beschikken waarbij een aanvullende richtlijn in geen geval mag afwijken van deze regels.

5.A.4.3 Procedures met betrekking tot verbintenissen – de risicocomités

Rekening houdend met het specifiek karakter van de vakgebieden, zijn er al in de vroegste stadia strikte controleprocedures van kracht.

Het risicocomité

Alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 50 miljoen EUR (pool Bouw) of 10 miljoen EUR (pool Multitechnieken en Spoor & Wegeninfra) moeten vooraf worden goedgekeurd door het risicocomité.

Dit geldt ook voor elk project:

  • dat financiële middelen impliceert die ongebruikelijk zijn voor de groep (met name alle PPS-projecten)
  • dat de toepassing van een nieuwe of onvoldoende beheerste technologie vereist
  • dat ongebruikelijke vennootschapsrechtelijke verplichtingen omvat
  • dat zal worden uitgevoerd in een land waar de groep nog niet actief is.

Het risicocomité is samengesteld uit:

  • de gedelegeerd bestuurder van de groep
  • de voorzitter van het risicocomité
  • het lid van het Steering Committee dat belast is met de dochtervennootschap of het bijkantoor
  • de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit
  • de financieel en administratief directeur van de groep

Het vastgoedcomité

Voor de aankoop van grond of voor het aangaan van verbintenissen voor de aankoop of de ontwikkeling van vastgoed is de voorafgaande goedkeuring van het vastgoedcomité vereist.

  • Het is samengesteld uit:
  • de gedelegeerd bestuurder van CFE
  • de financieel en administratief directeur van de groep
  • de directeur generaal van de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer
  • de directeur belast met het dossier
  • de secretaris-generaal van de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer
  • de administratief en financieel verantwoordelijke van de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer

Bovendien is elke vastgoedinvestering voor een bedrag hoger dan 5 miljoen EUR onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de raad van bestuur van CFE.

Wat de projecten voor de aankoop van vennootschappen betreft, valt elke (minderheids- of meerderheids-) participatieneming onder de verantwoordelijkheid van de gedelegeerd bestuurder, na goedkeuring door de raad van bestuur.

5.A.4.4 Procedures voor de opvolging van de activiteiten De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.

Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.

De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten. De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vijf afspraken per jaar:

  • het initiële budget dat wordt voorgesteld in november van het jaar n-1 en dat grondig herzien wordt in maart van het jaar n
  • de eerste budgetbijsturing die wordt voorgesteld in mei van het jaar n
  • de tweede budgetbijsturing die wordt voorgesteld in juli/ augustus van het jaar n
  • de derde budgetbijsturing die wordt voorgesteld in november van het jaar n

Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurder, de financieel en administratief directeur, de directeur controle en consolidatie, het lid van het Steering Committee en de directeur van de betrokken entiteit en haar financieel en administratief verantwoordelijke, wordt het volgende onderzocht:

  • het zakenvolume van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek
  • de te verwachten marge van het profit-center, met het detail van de marges per project (of per afdeling voor de pool Multitechnieken en Spoor & Wegeninfra)
  • een analyse van de lopende risico's, met meer bepaald een uitvoerige voorstelling van de geschillen
  • de staat van de verstrekte garanties
  • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen
  • de thesaurie en haar toekomstige evolutie over twaalf maanden

5.A.4.5 Procedures voor de opstelling en de verwerking van de boekhoudkundige informatie

De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.

Ze is met name verantwoordelijk voor:

  • de opstelling, de validatie en de analyse van de geconsolideerde halfjaar- en jaarrekeningen van de groep en de prognosegegevens (consolidatie van de budgetten en van de budgetbijsturingen)
  • de definitie en de naleving van de boekhoudkundige procedures binnen de groep en de toepassing van de IFRS-normen.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.

Bij elke boekhoudkundige afsluiting stellen de financieel verantwoordelijken van de belangrijkste entiteiten de rekening van de dochtervennootschap of het bijkantoor voor aan de financieel en administratief directeur van de groep en aan de directeur van de beheerscontrole en consolidatie.

De directeur van de beheerscontrole en consolidatie is lid van het auditcomité van DEME, Rent-A-Port en RAP-Energy en woont de vergaderingen bij die worden gehouden bij elke rekeningafsluiting van deze vennootschappen. De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.

Vóór de ondertekening van de verslagen verzamelt de commissaris-revisor de bevestigingsbrieven bij de directie van de groep en de dochtervennootschappen.

In deze verklaringen bevestigen de directie van de groep en de directie van de verschillende dochtervennootschappen onder meer dat alle elementen waarover ze beschikken, naar hun oordeel werden overgemaakt aan de commissaris-revisor zodat hij zijn opdracht zou kunnen uitvoeren, en dat de eventuele anomalieën waarop de commissaris-revisor wijst en die niet rechtgezet zijn op de datum van de opstelling van de brieven, geen wezenlijke impact hebben op de geconsolideerde en maatschappelijke rekeningen.

5.A.5. Ondernomen acties om de interne controle en het risicobeheer te versterken

In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van de groep te versterken.

Meer bepaald:

  • het in kaart brengen van de risico's (zie punt 5A.3.)
  • de bijwerking van de richtlijn van de algemene directie (zie punt 5A.4.2)
  • de formalisering van het risicocomité, dat wordt voorgezeten door een lid van het oriëntatiecomité
  • de hergroepering van bepaalde kleinere entiteiten van de pool Multitechnieken, zoals VMA West, Ariadne, Vanderhoydoncks, die nu onder toezicht staan van de directie van VMA. Dit geldt eveneens voor ETEC, dat nu onder de rechtstreekse controle staat van de directie van ENGEMA. Deze hergroeperingen, die sinds eind 2013 effectief zijn, zouden de controle over deze entiteiten moeten versterken
  • de verderzetting van de invoering van een geïntegreerd managementsysteem (ERP) in verscheidene dochtervennootschappen en bijkantoren van de groep.

De aanwerving van een interne auditor in 2014 past eveneens in het streven van de groep om de controle van haar operaties te versterken.

5.B RISICOFACTOREN

5.B.1 Gemeenschappelijke risico's binnen sectoren waarin CFE actief is

5.B.1.1 Operationele risico's

5.B.1.1.1 De uitvoering van projecten

Het hoofdkenmerk van de sector van de baggerwerken en de contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van de offerte, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.

De risicofactoren betreffen dus:

  • het bepalen van de prijs van het te bouwen voorwerp en, in geval van een afwijking tussen de berekende prijs en de reële kostprijs, de mogelijkheid of onmogelijkheid om zich in te dekken tegen ontstane meerkosten en prijsverhogingen
  • het ontwerp, indien de aannemer daarvoor instaat
  • de eigenlijke bouwactiviteit
  • de beheersing van de kostprijscomponenten
  • de termijnen
  • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, uitvoeringstermijn) en de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen die daaraan verbonden zijn
  • de garantieverplichtingen (tien jaar garantie, onderhoud) • de inachtneming van verplichtingen inzake sociaal recht, uitgebreid tot dienstverlenende personen of bedrijven en tot de veiligheid

5.B.1.1.2 Baggerwerken

De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.

DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerk als in infrastructuurbaggerwerk ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.

DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleum- en gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.

DEME profileert zich eveneens als een belangrijke speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:

• als concessiehouder, via minderheidsparticipaties in voornamelijk concessies vóór de Belgische kust

• als algemeen aannemer gespecialiseerd in de bouw en het onderhoud van offshore windparken, die in staat is zijn klanten een globale oplossing te aan te bieden

DEME is ook via DEC actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland. Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.

Operationele risico's van baggerwerken en inpolderingswerken

DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en inpolderingsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd met niet alleen de in hoofdstuk 5B.1.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:

  • het bepalen van de aard en de samenstelling van de te baggeren bodem
  • de klimaats- en weersomstandigheden, met inbegrip van extreme klimaatgebeurtenissen (stormen, tsunami's, aardschokken enz.)
  • de slijtage van het materieel
  • technische incidenten en pannes die de prestaties van de schepen kunnen beïnvloeden
  • de conceptie en de engineering van het project
  • de evolutie van het reglementair kader in de loop van het contract
  • de betrekkingen met de onderaannemers, leveranciers en partners

Operationele risico's van de ontwikkeling van concessies

Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • de onstabiliteit van het reglementair kader;
  • de technologische evoluties;
  • het vermogen om deze grootschalige projecten te financieren.

Operationele risico's van investeringen in de vloot

Baggeren is een voornamelijk maritieme activiteit die wordt gekenmerkt door haar kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • technische conceptie van de investering (type baggerschip, capaciteit, vermogen, ...) en beheersing van nieuwe technologieën
  • tijdsverschil tussen de investeringsbeslissing en de uitbating van het schip en het inschatten van de toekomstige markt
  • beheersing van de uitvoering door de scheepswerf van de investering (kosten, prestaties, conformiteit, ...)
  • bezettingsgraad van de vloot en de planning van de activiteiten • financiering

DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherent risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.1.1.3 Contracting

De contractingactiviteit wordt uitgevoerd door drie onderscheiden polen: de pool Bouw, de pool Multitechnieken en de pool Spoor & Wegeninfra.

De pool Bouw

Deze voornamelijk in de Benelux, Centraal-Europa en Afrika actieve pool is gespecialiseerd in:

  • de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen, industriële gebouwen en haveninfrastructuur
  • de constructie van kunstwerken (tunnels, bruggen, dammen, sluizen), de aanleg van kaden, de bouw van steigers, zuiveringsstations, het heien van palen, gasterminals, ...

De pool Multitechnieken

Deze voornamelijk in België actieve pool is gespecialiseerd in:

  • tertiaire elektriciteit, elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, industriële automatisering, fabricage van laagspanningsborden en hoogspanningscabines, elektromechanica voor zuiverings- en pompstations
  • HVAC (heating, ventilation en air conditioning), onderhoud van elektriciteit en HVAC

De pool Spoor & Wegeninfra

Deze uitsluitend in België actieve pool is gespecialiseerd in spoorwegwerken, het transport van energie, wegenwerken, asfaltering en openbare verlichting.

De operationele risico's van de contractingactiviteiten worden beschreven in hoofdstuk 5B.1.1.1.

5.B.1.1.4 Vastgoed

CFE ontwikkelt en beheert vastgoed in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.

De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, ...) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, ...) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.

De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.

Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sectorgebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:

  • keuze van de investeringen in grondbezit
  • definiëring en haalbaarheid van het project
  • verkrijging van diverse toelatingen en vergunningen
  • beheersing van bouwkosten, honoraria en financiering
  • verkoop

5.B.1.1.5 Activiteit PPS-Concessies

De activiteit van de concessies bestaat gedeeltelijk in de realisatie van projecten van het type DBFM ('Design, Build, Finance, Maintain') in België en gedeeltelijk, via de voor 45% aangehouden vennootschap Rent-A-Port, in het beheer van havens en de consulting in havenbouw.

De activiteit van de pool wordt gekenmerkt door de duur van de operatiecyclus (20 jaar of meer) en de capaciteit van het project om, tijdens de maintenance of de operatiefase, de recurrente kasstromen te genereren die de betrokken vennootschap toelaten om de financiering terug te betalen.

5.B.1.2 De conjunctuur

CFE wordt van nature beschouwd als onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.

Bijvoorbeeld:

  • baggeractiviteit is gevoeliger voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de overheden met betrekking tot grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. Een vertraging van de groei op een of meer markten waar DEME actief is, kan een negatieve invloed hebben op haar activiteitsniveau en haar resultaten
  • de activiteit burgerlijke bouwkunde is sterk gekoppeld aan investeringsprogramma's van de overheid in grote

infrastructuurwerken. Deze programma's werden aanzienlijk teruggeschroefd als gevolg van de crisis

• de bouwactiviteit of de vastgoedontwikkelingactiviteit volgt voor het gedeelte kantoorgebouwen de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de woningbouwactiviteit meer rechtstreeks reageert op de conjunctuur, het vertrouwen en het renteniveau

5.B.1.3 Kaderleden en werknemers

CFE lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.

5.B.2 Marktrisico's (rente, wisselkoers, insolvabiliteit)

5.B.2.1 Rentes

De groep CFE wordt geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voert CFE rechtstreeks of eventueel via zijn dochtervennootschappen (DEME) een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.

5.B.2.2 Wisselkoers

Rekening houdend met het internationaal aspect van haar activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt (vooral op het niveau van DEME), wordt CFE geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekt CFE zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaat het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.

5.B.2.3 Krediet

Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleert CFE bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van zijn klanten. Daarna volgt CFE geregeld de uitstaande bedragen van haar klanten op en stuurt het bedrijf zijn houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.

Voor de verre export dekt CFE zich bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.

Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.2.4 Liquiditeit

De afname van de liquiditeit en de moeilijkheid om kredieten te verkrijgen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden, blijven van kracht. CFE slaagde er in de loop van het boekjaar in om zijn posities te vrijwaren door de kaspositie strikt te beheren. CFE heeft drie soorten financieringsbronnen:

  • obligatieleningen voor een totaal bedrag van 300 miljoen EUR. Het betreft een obligatielening van 100 miljoen EUR die in 2018 vervalt, uitgegeven door CFE, en een obligatielening van 200 miljoen EUR die in 2019 vervalt, uitgegeven door DEME. Deze obligatieleningen hebben het mogelijk gemaakt de financieringsbronnen te diversifiëren en de vervaldatum van de langlopende financiële schuld te verlengen
  • leningen of leasingcontracten van het type 'project finance' die DEME gebruikt om bepaalde van zijn schepen te

financieren en die de polen PPS-Concessies en Vastgoedontwikkeling en –beheer gebruiken voor de financiering van hun specifieke projecten

• bankleningen of handelspapier om de behoeften aan liquide middelen op korte termijn te dekken

Men dient te benadrukken dat na de controlewijziging op 24 december 2013 de houders van door CFE uitgegeven obligaties de mogelijkheid hebben de vervroegde terugbetaling te vragen van een gedeelte of het geheel van hun obligaties. CFE zou in april 2014 potentieel gehouden kunnen zijn tot terugbetaling van 100 miljoen EUR. Dit blijkt in de geconsolideerde jaarrekening van CFE uit de herindeling van deze obligatielening als een langlopende lening die tijdens het jaar vervalt.

Aangezien i) de prijs van een vervroegde terugbetaling aanzienlijk lager is dan de marktprijs van de obligaties en ii) de controle overname door Ackermans & van Haaren gebeurd is onder de vorm van een kapitaalverhoging ten bedrage van 550 miljoen EUR die de financiële structuur van CFE versterkt, is het redelijk te denken dat de verzoeken om vervroegde terugbetaling beperkt zullen zijn.

CFE komt op 31 december 2013 al zijn financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME.

5.B.3 Risico van de grondstoffenprijs

CFE is potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die voor de activiteiten van de groep worden gebruikt. CFE oordeelt evenwel dat zulke stijgingen geen al te grote nadelige weerslag hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van de groep CFE omvat immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van de groep CFE uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke indekkingen genomen voor de prijzen van gasolie voor haar behoeften.

5.B.4 Afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers

Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt de groep CFE zich niet totaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers. Bovendien wordt de operationele organisatie van de groep gekenmerkt door een sterke decentralisatie, wat in het algemeen een grote onafhankelijkheid verzekert van de beslissingen van lokale directies binnen de delegaties die hun zijn toegewezen, meer bepaald inzake inkopen.

5.B.5 Milieurisico's

Door de aard van de werkzaamheden die de groep CFE gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met verontreinigde of gevaarlijke materialen te maken krijgt.

CFE neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat risico's nooit volledig uitgesloten kunnen worden.

Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:

• een verstoring van de flora en/of fauna of een ongewilde lozing kunnen nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de zeer strenge preventiemaatregelen die de vennootschap in de uitvoering van baggerwerken toepast.

• de dochtervennootschappen van DEME die inzake actief zijn, worden door hun aard geconfronteerd met de sanering van sterk vervuilde bodems waarvan men voor de start van het contract de omvang en de precieze samenstelling niet altijd gemakkelijk kan bepalen. Bovendien impliceren de innoverende technieken die DEME voor de bodemsanering toepast door hun aard een mate van risico.

5.B.6 Rechtsrisico's

Gelet op de diversiteit van haar activiteiten en haar geografische vestigingen moet de groep CFE rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.

De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.

DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.

5.B.7 Politiek risico

CFE is blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.

Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.

5.B.8 Risico's van de bescherming van de intellectuele eigendom en de knowhow

CFE en in het bijzonder DEME hebben een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.

Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.

5.B.9 Risico's van Special Purpose Companies

Om sommige van haar vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking, participeert of blijft de groep CFE participeren in Special Purpose Companies die zekerheden moeten verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.

5.B.10 Participatie in DEME

DEME werd sinds vele jaren en tot 24 december 2013 gezamenlijk gecontroleerd door Ackermans & van Haaren en door CFE, die elk 50% hielden. Sinds 24 december is DEME een 100% dochtervennootschap van CFE.

Men dient te onderstrepen dat de overname van de controle over DEME door CFE niets wijzigt aan het feit dat DEME financieel zelfstandig blijft, en dat CFE dan ook geen enkel voorschot of engagement van om welkdanige aard ten gunste van haar dochtervennootschap verleent, en omgekeerd.

6. BEOORDELING VAN DE DOOR DE ONDERNEMING GENOMEN MAATREGELEN IN HET KADER VAN DE RICHTLIJN M.B.T. HANDEL MET VOORKENNIS EN MANIPULATIE VAN CONTRACTEN

Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er is een compliance officer (Jacques Ninanne) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.

Op systematische wijze informeert de vennootschap deze medewerkers over gesloten periodes en brengt zij geregeld de algemene richtlijnen onder de aandacht.

7. TRANSACTIES EN ANDERE CONTRACTRELATIES TUSSEN DE ONDERNEMING, INCLUSIEF DE AANGE-SLOTEN VENNOOTSCHAPPEN, EN DE BESTUURDERS EN EXECUTIVE MANAGERS

Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van haar dochtervennootschappen.

8. BIJSTANDSOVEREENKOMST

Op 24 oktober 2001 heeft CFE een prestatieovereenkomst gesloten met haar referentieaandeelhouder VINCI Construction. De door CFE verschuldigde bezoldiging voor het boekjaar 2013 bedraagt 1.190.000 EUR.

Dankzij deze overeenkomst had CFE in 2013 toegang tot de gegevensbanken van VINCI, en kon de vennootschap bijstand aan VINCI vragen in diverse domeinen zoals veiligheid, bouwmethodes, duurzame ontwikkeling en 'risk management'.

9. CONTROLE OP DE VENNOOTSCHAP

De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Pierre-Hugues Bonnefoy.

De gewone algemene vergadering van 3 mei 2013 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Pierre-Hugues Bonnefoy, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op de gewone algemene vergadering van mei 2016. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd vastgesteld op 174.500 EUR.

De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 183.500 EUR.

Bovendien werden gedurende het boekjaar 2013 de door Deloitte, belastingadviseurs, gefactureerde kosten voor belastingadvies ad 19.230 EUR in resultaat genomen.

Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.

Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2013) :

(in duizend EUR) Deloitte Andere
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie,
controle van de individuele en geconsolideerde
rekeningen
765,1 53,66% 375,5 37,26%
Andere toebehorende opdrachten
en andere auditopdrachten
141,0 9,89% 35,2 3,49%
Subtotaal audit 906,1 63,55% 410,7 40,75%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 200,0 14,03% 507,2 50,34%
Andere 319,6 22,42% 89,8 8,91%
Subtotaal andere 519,6 36,45% 597,0 59,25%
Totaal honoraria -
commissarissen der rekeningen
1.425,7 100% 1.007,7 100%

Bezoldigingsverslag

Het bezoldigingsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.

Het benoemings- en bezoldigingscomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen, laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.

Voor het jaar 2013 werd geen enkele wijziging aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorig boekjaar.

1.1 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR EN ZIJN COMITÉS

1.1.1 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

De gewone algemene vergadering van CFE de dato 2 mei 2013 heeft het voorstel goedgekeurd houdende de toekenning aan de bestuurders en in hun hoedanigheid van bestuurders, van vaste emolumenten ten laste van de resultatenrekening. Dit bedrag is vastgesteld op 382.000 EUR voor de voltallige raad.

Voor 2013 heeft de raad van bestuur, in toepassing van de regels die hij zelf uitvaardigt, over de verdeling van deze bezoldigingen onder zijn leden beslist.

Een deel van dit bedrag, meer bepaald 180.000 EUR, werd gelijkmatig verdeeld onder alle leden van de raad van bestuur (met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur) (d.w.z. 20.000 EUR per bestuurder, pro rata temporis van de uitoefening van het mandaat tijdens het jaar), terwijl een forfaitair bedrag van 77.000 EUR werd toegekend aan de voorzitter van de raad van bestuur.

Een ander deel, hetzij 125.000 EUR, werd verdeeld op basis van het aanwezigheidspercentage op de vergaderingen van de raad van bestuur.

Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.

Bedrag van de voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:

(EUR) Bezoldiging
CFE NV
Bezoldiging
Filialen
NV C.G.O.,
vertegenwoordigd door de
heer Philippe Delaunois
91.423
Renaud Bentégeat 34.423
Philippe Delusinne 39.821
Richard Francioli 32.437
Bernard Huvelin 26.027
Christian Labeyrie 34.423
Jean Rossi 29.232
Consuco NV,
vertegenwoordigd door de
heer Alfred Bouckaert
34.423
BVBA Ciska Servais,
vertegenwoordigd door
mevrouw Ciska Servais
32.821
Jan Steyaert 32.821
Totaal 380.849 0

Er werd geen enkele overeenkomst met een onafhankelijke bestuurder afgesloten of verlengd sinds 3 mei 2010 (datum van inwerkingtreding van de wet van 6 april 2010) die een vertrekvergoeding voorziet. Bovendien ontvangt geen enkele onafhankelijke bestuurder een variabele vergoeding.

Men zal de algemene vergadering voorstellen om met ingang op 1 januari 2014 aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elke bestuurder een jaarlijkse bezoldiging van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR toe te kennen, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.

Men zal de algemene vergadering bovendien voorstellen de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur, zitpenningen van 2.000 EUR per zitting toe te kennen.

De bezoldigingen van de bestuurders die lid zijn van het auditcomité en het benoeming- en bezoldigingscomité bleven ongewijzigd.

1.1.2 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET AUDITCOMITÉ

4.000
5.000
10.000
19.000

1.1.3 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET BENOE-MINGS- EN BEZOLDIGINGSCOMITÉ

Het benoemings- en bezoldigingscomité bestaat uit niet-uitvoerende bestuurders die in meerderheid onafhankelijke bestuurders zijn.

Richard Francioli 4.000
Consuco NV, vertegenwoordigd
door de heer Alfred Bouckaert
5.000
BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd
door mevrouw Ciska Servais
10.000
Totaal 19.000

1.2 DE DIRECTIE VAN CFE

De directiestructuren van CFE zijn enerzijds afgestemd op de prerogatieven waaraan de oprichting van een holdingvennootschap voldoet, en anderzijds op de vereisten die verband houden met de organisatiestructuur van de activiteitspolen.

Iedere pool vertegenwoordigt een activiteitenportfolio en bestaat uit meerdere dochtervennootschappen en eventueel ook bijkantoren die een profit-center vormen en in het algemeen per beroep zijn opgesplitst over een afgebakende geografische zone. Iedere dochtervennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur en een directeur, en ieder bijkantoor wordt geleid door een directeur. De unieke beheersorganisatie van de dochtervennootschappen en bijkantoren bestaat dus uit een bijzondere delegatie van bevoegdheden aan een groep van personen, directeurs genoemd, zodat we de garantie hebben te beschikken over actieve directieleden en een efficiënte operationele organisatie van de activiteitenpolen.

Deze directiestructuren verzekeren het evenwicht in de bevoegdheden en de goede werking van CFE. De vennootschap beslist dat het Steering Committee geen directiecomité vormt in de zin van artikel 524 bis van het Wetboek van Vennootschappen maar zij heeft in de statuten wel die mogelijkheid voor de toekomst opengelaten.

De personen belast met de effectieve leiding van de activiteiten, zijn dus op de eerste plaats de gedelegeerd bestuurder en op de tweede plaats de leden van het Steering Committee.

1.2.1 HET STEERING COMMITTEE

De leden van het Steering Committee zijn:

  • Renaud Bentégeat
  • Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes
  • Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre
  • Gabriel Marijsse
  • Jacques Ninanne
  • Patrick Verswijvel
  • Yves Weyts
  • Diane Zygas

De heer Fabien De Jonge, die op 1 maart 2014 de heer Jacques Ninanne zal opvolgen als financieel en administratief directeur, woont eveneens de vergaderingen van het Steering Committee bij.

1.2.2. ORIËNTATIECOMITÉ

Een oriëntatiecomité verzamelt de leden van het Steering Committee en de belangrijkste leiders van de groep, namelijk:

  • Lode Franken
  • Michel Guillaume
  • Youssef Merdassi
  • Patrick Van Craen

1.3 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET STEERING COMMITTEE

1.3.1 BEZOLDIGING VAN DE GEDELEGEERD BESTUURDER

Het bezoldigingsbeleid is in 2013 niet gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en bezoldigingscomité onderzocht.

Na informatie en standpunten te hebben uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging te hebben onderzocht, heeft het benoemings- en bezoldigingscomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.

Het referentiejaar voor de gedelegeerd bestuurder (en voor de andere leden van het Steering Committee) voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.

Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE, heeft de gedelegeerd bestuurder naast de bezoldiging van zijn bestuursmandaat, hetzij 34.423 EUR, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 195.370 EUR ontvangen, waaraan geen variabele bezoldiging werd toegevoegd.

De vennootschap stelt daarenboven huisvesting en een firmawagen ter beschikking van de gedelegeerd bestuurder, zijnde het equivalent van 48.392 EUR voor 2013. Hij geniet niet van een pensioenplan ten laste van CFE.

CFE heeft in 2013 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

1.3.2 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET STEERING COMMITTEE MET UITZONDERING VAN DE GEDELE-GEERD BESTUURDER

Het bezoldigingsbeleid is niet gewijzigd ten opzichte van vorige boekjaren. De berekening gebeurt zodanig dat

  • de vennootschap uitvoerende talenten van hoog niveau en met groot potentieel kan aantrekken, motiveren en behouden
  • persoonlijke prestaties worden aangemoedigd en beloond

De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van het Steering Committee worden heel aandachtig bekeken door de gedelegeerd bestuurder en de directeur human resources van de groep en worden voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.

Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.

Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Een beoordelingsmarge op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz. wordt toegepast.

Voor de operationele directeurs van het Steering Committee, met name de verantwoordelijken van de profit-centers

(dochtervennootschappen en bijkantoren), hangt de variabele bezoldiging af van hun individueel prestatieniveau.

  • Ze houdt direct verband met de economische prestaties van hun verantwoordelijkheidsdomein of de verhouding tussen het nettoresultaat vóór belastingen en de omzet van het boekjaar. Dit resultaat, uitgedrukt in percent, wordt vergeleken met een rooster dat een veelvoud van de vaste bezoldiging bevat dat kan gaan tot 12 maanden, het zogenaamde 'basisbedrag'.
  • Het basisbedrag wordt verlaagd met 20% indien de doestellingen inzake arbeidsongevallenfrequentie die in het begin van het jaar worden vastgesteld, niet worden gehaald
  • De inachtneming van de waarden van de groep CFE, factor die het basisbedrag eveneens met 20% beïnvloedt, dekt verschillende aspecten:
  • de klantenbinding en klantentevredenheid
  • het delen van commerciële informatie in de groep CFE
  • de solidariteit tussen de leden van het Steering Committee door aanmoediging van personeelsmobiliteit en human resources beheer (behouden van personeel, beoordelingsgesprekken, opleiding enz.)
  • De variabele bezoldiging kan derhalve gelijk zijn aan 0 tot 12 maanden vaste bezoldiging

Bij de functionele directeurs van het Steering Committee wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende factoren, namelijk:

  • het globaal resultaat van de groep CFE
  • de werking van de afdeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn
  • eventueel de realisatie van specifieke doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar werden opgelegd door de gedelegeerd bestuurder
  • de inachtneming van de waarden van de groep
  • bij onbevredigende prestaties kan de variabele bezoldiging gelijk zijn aan nul

Het referentiejaar voor de leden van het Steering Committee voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.

De leden van het Steering Committee met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder hebben de volgende bezoldigingen ontvangen

Vaste bezoldigingen en honoraria 1.553.386
Variabele bezoldigingen 472.342
Stortingen voor diverse verzekeringen
(pensioenplannen, hospitalisatieverzekering,
ongevallenverzekering)
331.770
Kosten van dienstvoertuigen 97.914
Totaal 2.455.412

Voor de leden van het Steering Committee bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986.

Om te komen tot een homogeen beheer voor deze leden van het Steering Committee, werd in 2007 een basispensioenregeling met gegarandeerde toezegging ingevoerd. De werkgeversbijdragen voor het plan met 'vaste bijdragen' en de 'service cost' (IFRS) voor de plannen met 'gegarandeerde toezegging'

bedragen 265.491 EUR voor het boekjaar 2013.

CFE heeft aan de leden van het Steering Committee geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

1.4 VERTREKVERGOEDING

Wat de regels voor de vertrekvergoedingen betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010, en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 5 mei 2011 de volgende tekst goedgekeurd:

  1. De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de personen met het statuut van 'werknemer' en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht.

Voor de bezoldigde leden van het Steering Committee van de vennootschap die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zal bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding, overeenkomstig de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, bepaald worden op basis van de criteria die gewoonlijk door de Belgische rechtbanken in aanmerking worden genomen om de redelijke duur van de opzeggingstermijn of het redelijk bedrag van de vertrekvergoeding te bepalen, zonder echter de termijnen of bedragen volgens het rooster Claeys te overschrijden.

  • Gabriel Marijsse
  • Jacques Ninanne
  • Patrick Verswijvel
  • Yves Weyts

Wijziging vanaf 1 januari 2014 met betrekking tot de vertrekvergoeding, voor goedkeuring voor te leggen aan de gewone algemene vergadering van 30 april 2014:

Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 30 april 2014 de volgende tekst goedgekeurd:

  1. De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de personen met het statuut van 'werknemer' en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht.

Voor de bezoldigde leden van het Steering Committee van de vennootschap die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het B.S. van 31 december 2013.

  • Gabriel Marijsse
  • Patrick Verswijvel
  • Yves Weyts
  • Fabien De Jonge vanaf 1 maart 2014

  • Wat betreft de vertrekvergoedingen van toepassing na 3 mei 2010 overeengekomen met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee, is op 18 november 2011 een

overeenkomst van kracht geworden voor mevrouw Diane Rosen, echtgenote Zygas.

Deze overeenkomst werd goedgekeurd door de raad van bestuur, op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité van 28 september 2011. Er werd een fictieve anciënniteit van minstens 12 jaar toegekend in het statuut van werknemer zonder het resultaat van het rooster Claeys te overschrijden (zie hierboven).

Wijziging vanaf 1 januari 2014 met betrekking tot de vertrekvergoeding, voor te stellen aan de gewone algemene vergadering van 30 april 2014:

Wat betreft de vertrekvergoeding van toepassing na 3 mei 2010, overeengekomen met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee, is op 18 november 2011 een overeenkomst van kracht geworden voor mevrouw Diane Rosen, echtgenote Zygas.

Deze overeenkomst werd goedgekeurd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité van 28 september 2011. Er werd een fictieve anciënniteit van minstens 12 jaar toegekend in het statuut van werknemer, overeenkomstig de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het B.S. van 31 december 2013.

    1. De overeenkomsten die bestonden vóór 3 mei 2010 zijn:
  • Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door de heer Frédéric Claes: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake
  • Artist Valley NV, vertegenwoordigd door de heer Jacques Lefèvre: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake

1.5 VARIABELE BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET STEERING COMMITTEE

Wat de regels voor de variabele bezoldiging betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010, heeft de algemene vergadering van 5 mei 2011 het volgend voorstel goedgekeurd:

"voor de CEO en de leden van het Steering Committee worden de bestaande modaliteiten en toekenningscriteria behouden gedurende 3 jaar, dus een variabele bezoldiging op basis van de economische resultaten, de aandacht voor de veiligheid van de mensen en de naleving van de waarden van de groep. De huidige wetgeving die de spreiding over 3 jaar oplegt van de variabele remuneratie en de bijbehorende criteria, is immers niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen, het vervroegd pensioen of het brugpensioen naderen".

Voorstel : de raad van bestuur zal aan de gewone algemene vergadering van 30 april 2014 het voorstel voorleggen tot verlenging van de afwijking met een periode van 3 jaar.

1.6 INFORMATIE AANGAANDE HET RECHT TOT TERUGVORDERING VAN DE VARIABELE BELONING GEBASEERD OP ONJUISTE FINANCIËLE INFORMATIE VAN DE LEDEN VAN HET STEERING COMMITTEE

De overeenkomsten tussen de leden van het Steering Committee en de vennootschap voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele beloning gebaseerd op onjuiste financiële informatie.

Verzekeringsbeleid

De groep CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in. Het risico van terrorisme wordt evenwel niet gedekt door de verzekering 'Alle bouwrisico's'.

Bijzondere verslagen

Op 3 oktober 2013 heeft de raad van bestuur van CFE een bijzonder verslag opgesteld, overeenkomstig artikel 602 § 1 van het Wetboek van vennootschappen, ter ondersteuning van het aan de algemene vergadering van de vennootschap voorgelegde voorstel om het maatschappelijk kapitaal te verhogen door de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren van 2.256.450 aandelen op naam van de naamloze vennootschap Dredging, Environmental & Marine Engineering NV in ruil voor de uitgifte van 12.222.222 nieuwe aandelen van de vennootschap.

Openbare overnamebieding

Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14/11/2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE te kennen dat:

  • de raad van bestuur gemachtigd is is om het maatschappelijk kapitaal tot een maximum bedrag van 2.500.000 EUR te verhogen (artikel 4 van de Statuten), overwegende dat deze machtiging in toepassing van artikel 607 van Wetboek van vennootschappen beperkt wordt in geval van openbare overnamebod
  • de raad van bestuur gemachtigd is om maximum 10% van de eigen aandelen van de vennootschap te verwerven (artikel 14 bis van de Statuten)

Overnames

CFE heeft tijdens het boekjaar voor de prijs van 123.500 EUR het saldo (35%) van de effecten van de vennootschap Brantegem NV overgenomen.

Oprichting bijkantoor

CFE heeft tijdens het boekjaar een bijkantoor in Roemenië opgericht. Op het einde van het boekjaar heeft de raad van bestuur de afschaffing van dit bijkantoor goedgekeurd.

Elementen na afsluiting van het boekjaar

Op 11 februari 2014 heeft de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren een verplicht openbaar bod uitgebracht in toepassing van artikel 5 van de wet OPA en hoofdstuk III van het koninklijk besluit OPA. Het bod is onvoorwaardelijk en wordt vergoed in contanten. De biedprijs is 45 EUR per aandeel (coupon nr. 7 en volgende aangehecht). Het bod eindigt op 5 maart 2014.

Onderzoek en ontwikkeling

DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest, voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen, worden studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.

Informatie over de vooruitzichten

Het hoog niveau van het orderboek laat toe gunstige perspectieven te voorzien voor de pool baggerwerken en milieu, en het herstel van de activiteiten inzake contracting.

Auditcomité

De heer Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen.

De heer Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij oefende verschillende beroepsactiviteiten uit, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van de heer Jan Steyaert op boekhoud- en auditvlak.

Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 30 april 2014

De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op woensdag 30 april 2014 om 15.00 u

AGENDA VAN DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING:

  • 1. Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31 december 2013
  • 2. Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31 december 2013

3. Goedkeuring van de jaarrekening Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de jaarrekening per 31 december 2013 zoals voorgesteld door de raad van bestuur goed te keuren.

4. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2013 zoals voorgesteld door de raad van bestuur goed te keuren.

5. Bestemming van de winst – Goedkeuring van het dividend Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het voorstel van de raad van bestuur om een brutodividend van 1,15 EUR per aandeel uit te keren, hetzij een netto dividend van 0,8625 EUR per aandeel, goed te keuren. Het dividend zal voor betaling worden gesteld vanaf 28 mei 2014.

6. Remuneratie

6.1 Goedkeuring van het Remuneratieverslag Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het remuneratieverslag, opgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.

6.2 Jaarlijkse bezoldigingen bestuurders en commissaris Voorstel tot besluit:

Overeenkomstig artikel zeventien van de statuten, wordt er voorgesteld aan de algemene vergadering om, met ingang op 1 januari 2014, aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elke bestuurder een bezoldiging toe te kennen van respectievelijk 100.000 EUR voor de voorzitter en 20.000 EUR per bestuurder, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.

Er wordt bovendien voorgesteld aan de algemene vergadering om aan de bestuurders een zitpenning toe te kennen van 2.000 EUR per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.

Bovendien, wordt er voorgesteld aan de algemene vergadering om aan de commissaris een bezoldiging van 174.500 EUR per jaar toe te kennen voor de uitoefening van zijn mandaat.

6.3Vertrekvergoedingen

Voorstel tot besluit:

Met betrekking tot de vertrekvergoedingen en overeenkomstig de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing sinds 3 mei 2010, en zoals overeengekomen met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee, wordt er voorgesteld aan de algemene vergadering om het volgende goed te keuren:

"De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing voor de personen met het statuut van werknemer en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht.

• Indien er door de vennootschap een einde wordt gesteld aan de arbeidsovereenkomst (behoudens voor dringende redenen) van een lid van het Steering Committee met een statuut van 'werknemer', die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding vóór 3 mei 2010 heeft afgesloten, zal de duur van de vooropzeg die aan dat lid zal worden betekend of het bedrag van de vertrekvergoeding die hem zal worden betaald, worden bepaald in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 31 december 2013. Dit betreft de volgende leden:

  • Gabriel Marijsse
  • Patrick Verswijvel
  • Yves Weyts
  • Fabien De Jonge met ingang op 1 maart 2014
  • Een overeenkomst werd afgesloten met mevrouw Diane Rosen-Zygas die in werking is getreden op 18 november 2011. De overeenkomst werd goedgekeurd door de raad van bestuur op 28 september 2011, op voorstel van het benoemings- en remuneratie comité. Een fictieve anciënniteit van minstens 12 jaar werd toegekend onder het werknemers-

statuut overeenkomstig de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 31 december 2013."

6.4Variabele remuneratie van de leden van het steering committtee

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de uitzondering die werd goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van 5 mei 2011 te verlengen. Er wordt daarom voorgesteld aan de algemene vergadering om de volgende tekst goed te keuren:

"voor de CEO en de leden van het Steering Committee blijven de bestaande criteria 's en modaliteiten voor de toekenning van de variabele remuneratie behouden gedurende een periode van drie jaar, nl. de variabele remuneratie hangt af van de economische resultaten, van de aandacht die wordt besteed aan de veiligheid van de mensen en van de naleving van de waarden van de Groep. De huidige wetgeving die de spreiding van de variabele remuneratie over drie jaar en de daarop betrekking hebbende criteria voorschrijft, is immers niet geschikt (en wordt bijgevolg moeilijk toegepast) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de pensioenleeftijd, de leeftijd van vervroegd pensioen of brugpensioen naderen".

7. Kwijting aan de bestuurders

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om kwijting te verlenen aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2013.

8. Kwijting aan de commissaris

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om kwijting te verlenen aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2013.

9. Benoemingen

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het bestuurdersmandaat van de NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, te vernieuwen voor een duur van twee (2) jaar eindigend na de gewone algemene vergadering die gehouden zal worden in mei 2016. NV C.G.O is geen onafhankelijke bestuurder.

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het bestuurdersmandaat van Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, te vernieuwen voor een duur van twee (2) jaar eindigend na de gewone algemene vergadering die gehouden zal worden in mei 2016. Consuco NV, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, beantwoordt aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

De CV's van de bestuurders zijn beschikbaar op de website www.cfe.be.

FORMALITEITEN OM TOEGELATEN TE WORDEN TOT DE GEWONE EN BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERINGEN

1. Aandeelhouders die persoonlijk wensen deel te nemen

Enkel de aandeelhouders die CFE aandelen bezitten ten laatste de veertiende dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde op

16 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd (de 'Registratiedatum'), en die uiterlijk op 24 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd, bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten op de algemene vergadering.

  • • Voor de houders van aandelen op naam, blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving in het register van de aandelen op naam van CFE op de Registratiedatum. Bovendien moet elke aandeelhouder, uiterlijk op 24 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd, verplicht het formulier 'Intentie tot deelneming aan de algemene vergadering', beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van de heer Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected]
  • • Voor de houders van gedematerialiseerde aandelen, blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van een vereffeninginstelling op de Registratiedatum. Bovendien dient elke aandeelhouder uiterlijk op 24 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd, zijn deelname te bevestigen aan zijn bank, met vermelding van het aantal aandelen waarmee de aandeelhouder aan de vergadering wenst deel te nemen

2. Aandeelhouders die zich wensen te laten vertegenwoordigen Elke aandeelhouder, die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen moeten uiterlijk op 24 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd, het getekend volmachtformulier, beschikbaar op de website, www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van de heer Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].

Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.

3. Aandeelhouders die per brief wensen te stemmen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum, mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering moeten uiterlijk op 24 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd, het getekend stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en enkel per post opsturen ter attentie van de heer Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. Het stemformulier moet verplicht de richting van de stem melden.

4. Aandeelhouders die nieuwe onderwerpen wensen laten inschrijven op de agenda

Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% bezitten van het maatschappelijk kapitaal kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen. De aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen moeten:

  • een schriftelijk verzoek opsturen naar de vennootschap uiterlijk op 8 april 2014 om 24 uur, Belgische tijd, hetzij per post ter attentie van de heer Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected]
  • hun aanvraag vergezellen hetzij van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen in het register van de aandelen op naam van de vennootschap, hetzij aan de hand van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeninginstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffend aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven
  • hun aanvraag vergezellen van de tekst van de te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen, of van de tekst van de op de agenda te plaatsten voorstellen tot besluit

Indien een of meerdere aandeelhouders de inschrijving van onderwerpen en/of bijhorende voorstellen tot besluit op de agenda vorderen, zal CFE, uiterlijk op 15 april 2014 en nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten dan de huidige agenda. Tegelijkertijd, zal CFE op haar website, de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn, en/of louter met de voorstellen tot besluit die geformuleerd zouden zijn.

De volmachten en de stemformulieren per brief die aan de vennootschap vóór 15 april 2014 gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager gerechtigd zijn om voor de nieuwe onderwerpen die op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot beslissingen te stemmen zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag alsook vermelden dat de volmachtdrager zich moet onthouden.

5. Aandeelhouders die vragen wensen te stellen

Iedere aandeelhouder heeft het recht om vragen aan bestuurders en/of de commissaris tijdens de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering te stellen. De vragen mogen mondeling tijdens de vergadering of voordien schriftelijk gesteld worden.

De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergaderingen moeten een e-mail uiterlijk op 24 april 2014, om 24 uur Belgische tijd, aan de vennootschap op volgend e-mailadres [email protected] sturen. Enkel de schriftelijke vragen gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de toelatingsvoorwaarden en die bijgevolg de hoedanigheid van aandeelhouder op de Registratiedatum bezitten, zullen op de vergadering beantwoord worden.

6. Recht voor de obligatiehouders om de algemene vergadering bij te wonen

De obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering bijwonen maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon waarbij zij hun obligaties houden.

7. Terbeschikkingstelling van documenten

Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager mag gratis op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan, 40-42, 1160 Brussel), tijdens de kantooruren, een integrale kopie ontvangen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen en van het jaarverslag, van de agenda en van de volmacht- en stemformulieren en van het formulier 'Intentie tot deelname'. De verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].

8. Website

Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 30 april 2014 is vanaf heden beschikbaar op de website van de vennootschap: www.cfe.be.

Geconsolideerde jaarrekening

Inhoudsopgave

DEFINITIES

WOORD VOORAF

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Geconsolideerde resultatenrekening Staat van het globaal resultaat Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie) Geconsolideerd kasstroomoverzicht Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Verslag van de commissaris

STATUTAIRE JAARREKENING

Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst- en verliesrekening Analyse van de winst- en verliesrekening en van het overzicht van de financiële positie

Definities

Geassocieerde ondernemingen Vennootschappen waarin de groep CFE een invloed van
betekenis heeft en die geconsolideerd worden volgens de
vermogensmutatiemethode.
Aangewend kapitaal Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa +
werkkapitaal
Werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit
operationele activiteiten + andere vlottende activa + vaste
activa aangehouden voor verkoop – andere courante
voorzieningen – handelsschulden en andere schulden uit
operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen –
andere kortlopende verplichtingen
EBIT Bedrijfsresultaat
EBITDA EBIT + afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen +
andere niet kaselementen + aandeel in het resultaat van de
vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.

Woord vooraf

Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME verkregen ten gevolge van de realisatie van de opschortende voorwaarden aan dewelke de kapitaalverhoging onderhevig was.

Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de proportionele consolidatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.

De geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar 2013 bevatten 50% van de activiteit van DEME. Daarentegen bevat de geconsolideerde balans per 31 december 2013 de activa en passiva van DEME aan 100%. Hetzelfde geldt voor het orderboek.

GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013
(duizend euro)
Toelichting 2013 2012*
Omzet 4 2.267.257 1.898.302
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 6 87.925 72.155
Aankopen (1.446.118) (1.132.066)
Bezoldigingen en sociale lasten 7 (410.660) (372.172)
Andere exploitatiekosten 6 (300.745) (265.374)
Afschrijvingskosten 12-14 (126.670) (119.683)
Bedrijfscombinaties - Aanschaf DEME 5 111.624 0
Bijzondere waardevermindering van goodwill - DEME 13 (207.411) 0
Bijzondere waardevermindering van goodwill - overige 13 (3.795) 0
Bedrijfsresultaat (28.593) 81.162
Bruto financieringskosten 8 (31.749) (24.134)
Financiële opbrengsten uit geldbeleggingen 8 5.448 5.193
Andere financiële lasten 8 (22.388) (19.174)
Andere financiële opbrengsten 8 9.493 9.494
Financieel resultaat (39.196) (28.621)
Resultaat vóór belastingen (67.789) 52.541
Winstbelastingen 10 (27.317) (3.505)
Resultaat van de periode (95.106) 49.036
Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 6.953 489
Resultaat van de periode (inclusief aandeel van de minderheidsbelangen) (88.153) 49.525
Minderheidsbelangen 9 6.918 (162)
Resultaat - Aandeel groep (81.235) 49.363
Nettoresultaat aandeel groep door de gewogen gemiddelde van het aantal gewone
aandelen (EUR) (basis en verwaterd)
11 (6,10) 3,77

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013
(duizend euro)
Toelichting 2013 2012*
Resultaat - Aandeel groep (81.235) 49.363
Resultaat van de periode (inclusief aandeel van de minderheidsbelangen) (88.153) 49.525
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde 10.395 (10.045)
Omrekeningsverschillen (3.398) 2.639
Uitgestelde belastingen 10 (3.532) 4.018
Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen worden 5 7.902 0
Andere elementen van het globaal resultaat die later geherklasseerd zullen worden
naar het nettoresultaat
11.367 (3.388)
Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen 23 (3.538) (6.147)
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet geherklasseerd zullen
worden naar het nettoresultaat
(3.538) (6.147)
Andere elementen van het globaal resultaat 7.829 (9.535)
Globaal resultaat: (80.326) 39.990
- Aandeel van de groep (73.544) 39.920
- Aandeel van de minderheidsbelangen (6.782) 70
Globaal resultaat (deel van de groep) door de gewogen gemiddelde van het aantal
gewone aandelen (basis en verwaterd)
11 (5,52) 3,05

GECONSOLIDEERDE BALANS

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013
(duizend euro)
Toelichting 2013 2012* 2011*
Immateriële vaste activa 12 19.204 12.651 9.839
Goodwill 13 291.873 33.401 28.725
Materiële vaste activa 14 1.753.779 980.434 899.618
Vastgoedbeleggingen 0 2.056 7.067
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 39.752 18.364 15.128
Andere financiële vaste activa 16 96.212 56.586 30.631
Langlopende afgeleide instrumenten 27 286 0 0
Andere vaste activa 17 12.766 9.283 10.923
Uitgestelde belastingvorderingen 10 37.832 22.787 11.412
Totaal vaste activa 2.251.704 1.135.562 1.013.343
Voorraden 19 215.883 186.534 158.850
Handelsvorderingen en andere bedrijfsvorderingen 20 1.116.915 732.466 761.407
Andere vlottende activa 20 101.030 84.240 60.242
Kortlopende afgeleide instrumenten 27 0 0 148
Financiële vlottende activa 594 153 1.759
Geldmiddelen en kasequivalenten 21 474.793 260.602 208.347
Totaal vlottende activa 1.909.215 1.263.995 1.190.753
Totaal van de activa 4.160.919 2.399.557 2.204.096
Kapitaal 41.330 21.375 21.375
Uitgiftepremies 800.008 62.551 62.551
Ingehouden winsten 358.124 460.306 425.999
Toegezegde pensioenplannen (5.782) (8.101) (1.954)
Reserve in verband met afdekkingsinstrumenten (351) (17.673) (11.646)
Omrekeningsverschillen (176) 6.154 3.423
Eigen vermogen – aandeel van de groep CFE 1.193.153 524.612 499.748
Minderheidsbelangen 9 9.935 6.227 7.059
Eigen vermogen 1.203.088 530.839 506.807
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 23 40.724 21.239 16.674
Voorzieningen 24 10.962 10.679 10.613
Andere langlopende verplichtingen 53.382 70.745 82.833
Obligatielening 26 199.639 100.000 0
Financiële schulden 26 649.186 379.120 434.896
Langlopende afgeleide instrumenten 27 38.603 32.853 24.694
Uitgestelde belastingverplichtingen 10 14.775 13.789 12.630
Totaal langlopende verplichtingen 1.007.271 628.425 582.340
Voorzieningen voor courante risico's 24 50.657 35.820 47.587
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 20 1.045.907 689.475 635.159
Actuele belastingverplichtingen 78.836 21.579 24.975
Financiële schulden 26 407.358 181.474 124.268
Kortlopende afgeleide instrumenten 27 2.538 4.201 5.646
Andere kortlopende verplichtingen 20 365.264 307.744 277.314
Totaal kortlopende verplichtingen 1.950.560 1.240.293 1.114.949
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.160.919 2.399.557 2.204.096

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013
(duizend euro)
Toelichting 2013 2012*
Operationele activiteiten
Resultaat - Aandeel groep (81.235) 49.363
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 126.670 119.683
Toevoeging aan de voorzieningen 6.503 (13.012)
Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa 101.688 10.559
Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies 3.274 685
Opbrengsten uit renten en financiële activa (5.448) (5.721)
Rentelasten 31.374 22.439
Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten (3.083) 680
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa (2.914) (3.489)
Belastingen van de periode 27.317 3.505
Minderheidsbelangen (6.918) 162
Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast (6.953) (489)
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal 190.275 184.365
Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen (123.502) (32.449)
Afname/(toename) van voorraden (6.479) (25.936)
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden 39.166 57.162
Kasstromen uit operationele activiteiten 99.460 183.142
Betaalde rente (31.374) (22.439)
Ontvangen rente 5.448 5.193
Betaalde /ontvangen winstbelastingen (8.649) (15.888)
Netto kasstromen uit operationele activiteiten 64.885 150.008
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 6.477 13.626
Aankoop van vaste activa (68.554) (203.930)
Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen (2.117) (4.431)
Verkoop van een dochteronderneming 5.358 0
Aanschaf DEME 5 166.702 0
Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 (247) (2.236)
Kasstromen uit investeringsactiviteiten 107.619 (196.971)
Financieringsactiviteiten
Leningen 253.678 207.483
Terugbetaling van schulden (195.949) (97.275)
Uitgekeerde dividenden (15.056) (15.056)
Wijziging van het deelnemingspercentage in de gecontroleerde vennootschappen 5 (1.543) 0
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten 41.130 95.152
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen 213.634 48.189
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar 21 260.602 208.347
Wisselkoerseffecten 557 4.066
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 21 474.793 260.602

GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN

VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013

(in duizenden euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden
winsten
pensioenplannen
Toegezegde
instrumenten
afdekkings
Reserve
Omrekenings
verschillen
Eigen vermogen
aandeel van
de groep
Minderheids
belangen
Totaal
December 2012 21.375 62.551 460.012 0 (17.673) 6.154 532.419 6.227 538.646
IAS19 herziening 294 (8.101) (7.807) (7.807)
Na herziening IAS19 21.375 62.551 460.306 (8.101) (17.673) 6.154 524.612 6.227 530.839
Globaal resultaat
van het boekjaar
(81.235) (3.301) 17.322 (6.330) (73.544) (6.782) (80.326)
Kapitaalverhoging
en aanschaf DEME
19.955 737.457 (5.620) 5.620 757.412 13.238 770.650
Dividenden aan
aandeelhouders
(15.056) (15.056) (15.056)
Dividenden
minderheids
belangen
(840) (840)
Wijziging
consolidatiekring
(271) (271) (1.908) (2.179)
December 2013 41.330 800.008 358.124 (5.782) (351) (176) 1.193.153 9.935 1.203.088

VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2012 *

(in duizenden euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden
winsten
pensioenplannen
Toegezegde
instrumenten
afdekkings
Reserve
Omrekenings
verschillen
Eigen vermogen
aandeel van
de groep
Minderheids
belangen
Totaal
December 2011 21.375 62.551 425.999 0 (11.646) 3.423 501.702 7.059 508.761
IAS19 herziening (1.954) (1.954) (1.954)
Na herziening IAS19 21.375 62.551 425.999 (1.954) (11.646) 3.423 499.748 7.059 506.807
Globaal resultaat van
het boekjaar
49.363 (6.147) (6.027) 2.731 39.920 70 39.990
Dividenden aan
aandeelhouders
(15.056) (15.056) (15.056)
Dividenden
minderheidsbelangen
(902) (902)
December 2012 21.375 62.551 460.306 (8.101) (17.673) 6.154 524.612 6.227 530.839

* Bedragen zijn herwerkt conform de herziene versie van IAS19, personeelsbeloningen, zoals beschreven in paragraaf 2.1

KAPITAAL EN RESERVES

Het kapitaal op 31 december 2013 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.

Op 27 februari 2014 werd door de raad van bestuur een dividend van 29.112 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 1,15 euro bruto per aandeel. Het voorgestelde slotdividend wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2013.

Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012 bedroeg 1,15 euro bruto per aandeel.

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013

1. Algemene principes 171
2. Voornaamste boekhoudprincipes 172
3. Consolidatiemethoden 184
Consolidatiekring 184
Transacties binnen de groep 184
Omrekening van de jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen 184
en vestigingen
Transacties in vreemde valuta 184
4. Gesegmenteerde informatie 185
Operationele segmenten 185
Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat 186
Omzet 187
Opsplitsing omzet van de pool Bouw 187
Opsplitsing omzet van de pool Baggerwerken 187
Orderboek 188
Geconsolideerd overzicht van de financiële positie 188
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 190
Overige informatie 191
Geografische informatie 191
5. Overnames en afstotingen van dochterondernemingen
Overnames voor de periode afgesloten op 31 december 2013
191
191
Afstotingen in de periode afgesloten op 31 december 2013 193
6. Opbrengsten uit aanverwante activiteiten en andere operationele kosten 194
7. Bezoldigingen en sociale lasten 194
8. Financieel resultaat 195
9. Minderheidsbelangen 195
10. Belastingen op het resultaat 195
Opgenomen in de resultatenrekening 195
Afstemming van het effectief belastingtarief 196
Geboekte latente belastingen 196
Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde 197
belastingvordering geboekt is
Uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) rechtstreeks verwerkt in het 197
eigen vermogen
11. Resultaat per aandeel 197
12. Immateriële vaste activa anders dan goodwill 198
13. Goodwill 200
14. Materiële vaste activa 202
15. Investeringen in ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogens 204
mutatiemethode en gezamenlijk gecontroleerd
Ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode 204
Gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen 205
16. Andere niet-courante financiële activa 205
17. Andere niet-courante activa 206
18. Onderhanden projecten in opdracht van derden 206
19. Voorraden 207
20. Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten 207
21. Geldmiddelen en kasequivalenten
22. Subsidies
207
208
23. Personeelsvoordelen 208
24. Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen 212
25. Mogelijke activa en verplichtingen 212
26. Informatie betreffende netto financiële schuld 213
27. Informatie betreffende het beheer van de financiële risico's 214
28. Operationele leasing 221
29. Andere gegeven verplichtingen 221
30. Andere ontvangen verplichtingen 222
31. Geschillen 222
32. Transacties met verbonden partijen 222
33. Bezoldiging van de commissarissen 222
34. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 223
35. Ondernemingen behorende tot de groep CFE 223

Vooraf

Geconsolideerde jaarrekening en toelichting

De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 27 februari 2014.

De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.

VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2013 EN 2012 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE

TRANSACTIES IN 2013

1. POOL BOUW

Nihil.

2. POOL MULTITECHNIEKEN

Op 28 januari 2013 heeft de groep CFE de resterende 35% van de aandelen van de vennootschap Elektro Van De Maele N.V. gekocht. Deze vennootschap wijzigde haar naam in VMA WEST NV en wordt voortaan voor 100% door de CFE groep aangehouden. De consolidatiemethode bleef ongewijzigd.

Op 28 mei 2013 heeft de groep CFE beslist zijn aankoopoptie op de resterende aandelen van de vennootschap Brantegem NV uit te oefenen, om alzo de resterende 35% van de vennootschap te verkrijgen. Brantegem NV is gespecialiseerd in HVAC en sanitaire installaties. Bijgevolg wordt de vennootschap Brantegem NV voortaan voor 100% door de CFE groep aangehouden. De consolidatiemethode bleef ongewijzigd.

Op 7 juni 2013 heeft de vennootschap Prodfroid SA, gespecialiseerd in airconditioning en industriële en commerciële koeling, een naamswijziging uitgevoerd en heet nu Procool SA.

3. POOL VASTGOEDONTWIKKELING EN -BEHEER

Op 28 februari 2013 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming CLI, en in partnerschap met andere immobiliënpromotoren, 33,3% van de naamloze vennootschap naar Luxemburgs recht, PEF Kons Investment SA, gekocht. Deze laatste is een belangrijke grondeigenaar in het Groothertogdom Luxemburg en de aanschaf heeft als doel de ontwikkeling van een complex voor kantoren, commerciële ruimtes en huisvesting (Project Kons Gallery). Deze vennootschap is opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 1 maart 2013 heeft CFE NV 50 % van de aandelen in de vennootschappen Rederij Marleen BVBA en Rederij Ishtar BVBA gekocht om op de terreinen te Oostende een immobiliënproject te realiseren.

Op 13 juni 2013 heeft de CFE groep beslist om de totaliteit van haar participatie (66%) in Sogesmaint-CB Richard Ellis SA (segment Property & Facility Management) te verkopen aan CBRE. Terzelfdertijd heeft CFE de deelneming, gehouden door Sogesmaint-CB Richard Ellis SA, in de dochteronderneming in het Groothertogdom Luxemburg, overgenomen, alsook sommige contracten van Property en Facility management in België.

Op 11 oktober 2013 heeft de CFE groep, via haar dochteronderneming in Polen, de vennootschap BPI Obozowa Retail Estate Sp. z o.o. , opgericht. Deze heeft als doel de ontwikkeling van woongelegenheden en niet residentiële gebouwen. Deze vennootschap wordt volgens de integrale consolidatiemethode opgenomen.

Op 22 oktober 2013 heeft de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de CFE groep, 16,7% bijkomende aandelen van de vennootschap Erasmus Gardens NV aangeschaft. Op die manier bedraagt haar participatie 50% van de aandelen.

4. POOL BAGGERWERKEN EN MILIEU

In de loop van 2013 heeft DEME via haar dochterondernemingen volgende deelnemingen verworven:

  • 100 % in de nieuw opgerichte vennootschap DEME Concessions NV, die volgens de integrale consolidatiemethode is opgenomen
  • 35 % in de nieuw opgerichte vennootschap Bluepower NV, die volgens proportionele methode wordt geconsolideerd
  • 51 % in de nieuw opgerichte vennootschap DIAP SHAP Ltd, die volgens proportionele methode wordt geconsolideerd
  • 100 % in de nieuw opgerichte vennootschap Maritime Services & Solutions SA, die volgens de integrale consolidatiemethode is opgenomen
  • 100 % in de nieuw opgerichte vennootschap Dragamoz, die volgens de integrale consolidatiemethode is opgenomen
  • het minderheidsbelang (6%) in de vennootschap de Vries, om alzo 100% van de aandelen van deze vennootschap aan te houden

  • een bijkomend aandeel van 50% in de vennootschap Novadeal om alzo haar belangenpercentage van 50% naar 100% te brengen. Deze vennootschap werd tot dusver volgens de proportionele methode geconsolideerd om vanaf nu volgens de integrale consolidatiemethode te worden opgenomen

  • 18,6% van de vennootschap Seastar NV, die volgens de vermogensmutatiemethode is opgenomen.

Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME verkregen ten gevolge van de realisatie van de opschortende voorwaarden aan dewelke de kapitaalverhoging onderhevig was.

De realisatie van de kapitaalverhoging van de groep CFE door middel van de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren (AvH) van 2.256.450 aandelen van de vennootschap Dredging, Environmental & Marine Engineering NV (DEME) werd eerst goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering van CFE van 13 november 2013. In ruil voor de inbreng in natura heeft CFE 12.222.222 nieuwe aandelen uitgegeven.

Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Deze aanschaf zal toelaten om een sterke synergie te ontwikkelen tussen de 'contracting' en de baggeractiviteiten, en om evenzeer ten volle voordeel te halen uit het internationaal commercieel netwerk van DEME.

Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de proportionele consolidatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.

5. POOL PPS-CONCESSIES

Nihil.

6. POOL SPOOR & WEGENINFRA

Nihil.

TRANSACTIES IN 2012

1. POOL BOUW

In het begin van het boekjaar 2012 heeft het bedrijf Aannemingen Van Wellen NV zijn wegenbouwactiviteiten overgedragen naar de nieuwe pool 'Spoor & Wegeninfra'. Hoewel de activiteiten 'Gebouwen' en 'Spoor en Wegen' in dezelfde juridische entiteit 'Aannemingen Van Wellen NV' blijven, worden ze voortaan respectievelijk gepresenteerd in de pool 'Bouw' en 'Spoor & Wegeninfra'.

De milieuactiviteit van CFE, uitgevoerd via het CFE filiaal EcoTech, die tot nog werd gepresenteerd in de pool Bouw, wordt voortaan voorgesteld in de pool Multitechnieken.

2. POOL MULTITECHNIEKEN

In de eerste helft van 2012 is het CFE filiaal EcoTech, actief in de waterbehandeling, toegetreden tot de pool 'Multitechnieken'. Zijn activiteit hangt immers nauw samen met bepaalde elektromechanische activiteiten uitgevoerd door de entiteiten van de pool 'Multitechnieken'.

In dezelfde optiek van reorganisatie van de polen, werden ook de vennootschappen Engema NV en Louis Stevens & Co NV, die voordien werden gepresenteerd in de pool 'Multitechnieken', begin 2012 overgedragen naar de nieuwe activiteitenpool 'Spoor & Wegeninfra'.

Begin oktober 2012 heeft de groep CFE alle aandelen van Ariadne NV verworven. Deze in Limburg gevestigde vennootschap is gespecialiseerd in de automatisering van industriële processen.

3. POOL VASTGOEDONTWIKKELING EN -BEHEER

Op 15 februari 2012 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming in Polen, 47% van de aandelen van het bedrijf Immomax2 Sp. z o.o. verworven. Het doel is de ontwikkeling van een residentiële woningbouw project in Gdansk. Deze entiteit werd geconsolideerd volgens de proportionele methode.

Op 23 februari 2012, heeft BPI, dochtervennootschap van de groep CFE, 50% van de aandelen van de vennootschap Les Jardins de Oisquercq SPRL verworven met het oog op de realisatie van een vastgoedproject op het terrein gelegen in Oisquercq (Tubeke). Deze entiteit werd geconsolideerd volgens de proportionele methode.

In het 1ste kwartaal 2012 hebben de dochterondernemingen VM Property I NV en VM Property II BVBA, voor 40% in handen van de groep CFE, de vennootschap VM Office NV opgericht voor de ontwikkeling van het gedeelte 'kantoren' van het vastgoedproject Van Maerlant te Brussel. Deze entiteit werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 27 april 2012 heeft de vennootschap CFE Immo, dochteronderneming van de groep CFE, 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen Immo Keyenveld 1 NV, Immo Keyenveld 2 NV, Immo PA33 1 NV, Immo PA33 2 NV, Immo PA44 1 NV en Immo PA44 2 NV verworven in het kader van het project

'Solvay'. Dit project betreft de reconversie van de site van de voormalige maatschappelijke zetel van de Solvay-groep in Elsene. Deze entiteiten werden geconsolideerd volgens de proportionele methode.

Op 29 mei 2012 heeft de groep CFE, via haar dochtervennootschap Sogesmaint-CBRE, 32,34% van de aandelen van de nieuwe vennootschap Sogesmaint-CBRE Company Management onder de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid verworven. Deze entiteit werd geconsolideerd volgens de proportionele methode.

De vennootschap CFE heeft, respectievelijk op 27 augustus 2012 en 12 december 2012, 30% van de aandelen van de nieuwe vennootschappen Foncière de Bavière SA en Bavière Développement SA verworven. Deze twee vennootschappen hebben tot doel een vastgoedproject te ontwikkelen in de wijk Bavière in Luik. Deze entiteiten werden geconsolideerd volgens de proportionele methode.

Op 1 oktober 2012 heeft de vennootschap CFE 50% van de aandelen verworven van Les Deux Princes Development NV, nieuw opgerichte vennootschap in het kader van het reconversieproject van de voormalige maatschappelijke zetel van de Solvay-groep in Elsene. Deze entiteit werd geconsolideerd volgens de proportionele methode.

4. POOL BAGGERWERKEN EN MILIEU

In 2012 heeft de joint venture DEME via haar dochterondernemingen de volgende belangen verworven:

  • 50% van de nieuwe vennootschap Oceanflore BV, opgenomen volgens de proportionele consolidatiemethode
  • 50% van de nieuwe vennootschap Flidar NV, opgenomen volgens de proportionele consolidatiemethode
  • 100% van de nieuwe vennootschap DI UKraine LLC, opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode
  • 100% van de vennootschap Paes Maritiem BV, opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode
  • 60% van de vennootschap Highwind NV, opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode en
  • 100% van het baggerbedrijf Société de Dragage Luxembourg, opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode

5. POOL PPS-CONCESSIES

Nihil.

6. POOL SPOOR & WEGENINFRA

Op 22 februari 2012 heeft de groep CFE alle aandelen van de vennootschap Remacom NV, gelegen in de regio Gent, verworven. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de aanleg van spoorwegen.

1. ALGEMENE PRINCIPES

IFRS ZOALS GOEDGEKEURD DOOR DE EUROPESE UNIE

De boekhoudkundige grondslagen en methoden zijn dezelfde als deze toegepast in de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012, met uitzondering van de toepassing van:

• de herziening van IAS 19 Personeelsbeloningen. De impact van de herwerking is beschreven in toelichting 2.1.

STANDAARDEN EN INTERPRETATIES VAN TOEPASSING VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2013

  • IFRS 13 Waardering tegen reële waarde (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • IAS 19 (herzien 2011) Personeelsbeloningen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • Verbeteringen aan IFRS (2009-2011) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • Aanpassing van IFRS 1 Eerste toepassing van IFRS Ernstige hyperinflatie en verwijdering van vaste data voor eerste toepassers (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • Aanpassing van IFRS 1 Eerste toepassing van IFRS Overheidsleningen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • Aanpassing van IFRS 7 Financiële instrumenten: Informatieverschaffing Saldering van financiële activa en verplichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • Aanpassing van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening Presentatie van de andere elementen van het totaalresultaat (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2012)
  • Aanpassing van IAS 12 Winstbelastingen Uitgestelde belastingen: Realisatie van onderliggende activa (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • IFRIC 20 Afgravingskosten tijdens de productiefase van een dagbouwmijn (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)

De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen significant effect op de geconsolideerde jaarrekening van de groep, met uitzondering van de toepassing van de herziening van IAS 19 Personeelsbeloningen.

UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2013

De groep beslist om de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2013 niet verplicht is, niet te anticiperen.

  • IFRS 9 Financiële Instrumenten en de daaropvolgende aanpassingen (nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IFRS 14 Gereglementeerde uitgestelde rekeningen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
  • IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Verbeteringen aan IFRS (2010-2012) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Verbeteringen aan IFRS (2011-2013) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IFRS 10, IFRS 12 en IAS 27 Geconsolideerde jaarrekening en informatieverschaffing Beleggingsentiteiten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Aanpassing van IAS 19 Personeelsbeloningen Werknemersbijdragen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2014, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie Saldering van financiële activa en verplichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Aanpassing van IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa Informatieverschaffing over de realiseerbare waarde van niet-financiële activa (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Aanpassing van IAS 39 Financiële instrumenten Novatie van derivaten en voortzetting van hedge accounting (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IFRIC 21 Heffingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)

De analyse van de mogelijke impact van deze normen en interpretaties op de geconsolideerde jaarrekening van de groep is in uitvoering. De groep verwacht geen ingrijpende wijzigingen, behalve wat betreft de toepassing van de norm:

• IFRS 10, 11 die de notie van zeggenschap herdefiniëren, alsook de keuzecriteria van de consolidatiemethode van de entiteiten. Vanaf het boekjaar 2014 zullen meer dochterondernemingen opgenomen worden volgens de vermogensmutatiemethode. Hierdoor verandert de structuur van de jaarrekening in termen van presentatie voor de pool Vastgoedontwikkeling en beheer ( voorraden en schulden in verband met de projecten) en de pool Baggerwerken en milieu; dit heeft echter geen gevolgen voor het nettoresultaat en het netto actief van de groep.

2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES

De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2013 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen, haar belangen in de entiteiten waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend ('groep CFE') en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.

2.1. WIJZIGING VAN BOEKHOUDMETHODE: TOEPASSING VAN DE HERZIENE VERSIE VAN IAS 19 'PERSONEELSBELONINGEN'

De groep past vanaf 1 januari 2013 de bepalingen van de norm van de gewijzigde IAS 19 'Personeelsbeloningen' toe, die meerdere wijzigingen inzake boekhoudkundige verwerking van de pensioenverplichtingen inhoudt:

  • de erkenning op de geconsolideerde balans van alle pensioenverplichtingen toegekend aan de werknemers van de groep. De corridor methode alsook de mogelijkheid om de kosten over de verstreken diensttijd gelinkt aan de gemiddelde verkrijgingsperiode van de pensioenrechten via de winst en verlies rekening te verwerken zijn afgeschaft
  • de interest opbrengsten ter dekking van de pensioenverplichting worden berekend met dezelfde verdisconteringsvoet als voor de pensioenverplichtingen
  • de impact door aanpassingen van de pensioenregeling dienen in de winst en verlies rekening te worden verwerkt
  • de erkenning van de herwaarderingsimpact in andere elementen van het globaal resultaat: actuarieel resultaat van de verplichting, over- of onderrendement van de activa, zijnde het verschil tussen het effectief rendement en de actuariële waarde van de verplichting alsook het effect van het activaplafond. Al deze impacten worden in de winst en verliesrekening opgenomen.

De herziene norm IAS 19 'Personeelsbeloningen' is met terugwerkende kracht van toepassing en de vergelijkende financiële staten zijn herwerkt. Het geconsolideerde overzicht van de financiële positie voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012, is als volgt gewijzigd:

December
2011,
gepubli
ceerd
Impact
herziening
IAS 19
December
2011, na
herziening
December
2012,
gepubli
ceerd
Impact
herziening
IAS 19
December
2012, na
herziening
Eigen vermogen, waarvan: 508.761 (1.954) 506.807 538.646 (7.807) 530.839
Ingehouden winsten 425.999 0 425.999 460.012 294 460.306
Toegezegde pensioenplannen 0 (1.954) (1.954) 0 (8.101) (8.101)
Verplichtingen, waarvan:
Pensioenverplichtingen en
voordelen van de werknemers
14.720 1.954 16.674 13.432 7.807 21.239

2.2 BOEKHOUDKUNDIGE GRONDSLAGEN EN METHODEN

A. CONFORMITEITSVERKLARING

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.

B. PRESENTATIEBASIS

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.

Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.

De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:

  • de afschrijvingsperiode van de vaste activa
  • de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen
  • de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de onderhanden projecten in opdracht van derden
  • de schattingen genomen waarderingen voor de impairment tests
  • de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde
  • de beoordeling van de controle op deelvennootschappen
  • de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinaties of verwerving van activa)

Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

C. CONSOLIDATIEPRINCIPES

Dochterondernemingen worden door de integrale methode geconsolideerd. Onder dochterondernemingen worden begrepen de vennootschappen die door de moedermaatschappij worden gecontroleerd, wat verondersteld wordt het geval te zijn wanneer die moedermaatschappij, direct of indirect, meer dan de helft van de stemrechten in handen heeft. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de begindatum van de zeggenschap tot de datum waarop ze eindigt.

Wijzigingen in de belangen van de groep in dochterondernemingen, die geen verlies van zeggenschap inhouden, worden behandeld als eigenvermogenstransacties. De boekwaarde van de belangen van de groep en van de minderheidsbelangen worden aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve belangen in de dochterondernemingen. Ieder verschil tussen het bedrag van de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding wordt rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen.

Wanneer de groep een putoptie toekent aan de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming (recht om de minderheidsbelangen te verkopen), wordt de overeenkomstige financiële verplichting initieel opgenomen in mindering van de minderheidsbelangen in het eigen vermogen.

De joint ventures (gezamenlijk gecontroleerde vennootschappen) worden geconsolideerd volgens de proportionele consolidatiemethode.

De vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast zijn die waarin de groep CFE een invloed van betekenis uitoefent op de financiële en operationele beleidsbeslissingen, zonder dat zij er zeggenschap over heeft. De groep CFE wordt verondersteld een invloed van betekenis te hebben wanneer ze 20 tot 50% van de stemrechten bezit.

De vermogensmutatiemethode wordt toegepast vanaf de aanvangsdatum van de invloed van betekenis tot de datum waarop die invloed eindigt. Wanneer het aandeel van de groep CFE in de verliezen van de vennootschappen waarop de vermogensmutatie is toegepast, de boekwaarde van het belang overschrijdt, dan wordt deze op nul gebracht. Verliezen boven dit bedrag worden niet in rekening gebracht, uitgezonderd het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE ten aanzien van de vennootschappen waarop de vermogensmutatie is toegepast.

Alle transacties, saldi, verliezen en winsten tussen de vennootschappen van de groep CFE werden geëlimineerd.

D. VREEMDE VALUTA

(1) Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.

(2) Jaarrekeningen van buitenlandse entiteiten

De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).

De eigen-vermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.

De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name 'omrekeningsverschillen'. Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.

Valuta Slotkoers 2013 Gemiddelde
koers 2013
Slotkoers 2012 Gemiddelde
koers 2012
Poolse zloty 4,156 4,196 4,091 4,169
Hongaarse forint 297,146 296,850 292,549 288,358
US dollar 1,379 1,328 1,320 1,291
Singapore dollar 1,745 1,662 1,614 1,606
Qatarse riyal 5,021 4,837 4,806 4,701
Roemeense leu 4,473 4,418 4,449 4,462
Tunesische dinar 2,268 2,161 2,048 2,015
CFA frank 655,957 655,957 655,957 655,957
Australische dollar 1,545 1,378 1,271 1,244

(3) Wisselkoersen

1 EUR = X vreemde valuta

E. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten

Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.

De als actief opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De als activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.

(2) Overige immateriële vaste activa

De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(3) Latere uitgaven

Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(4) Afschrijvingen

De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:

  • Minimum: 5%: exploitatieconcessies
  • Minimum: 33,33%: applicatiesoftware

F. BEDRIJFSCOMBINATIES

De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.

Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.

Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:

  • de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd
  • de verplichtingen of eigen-vermogensinstrumenten ingevolge betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming of betalingsovereenkomsten op basis van de aandelen van de groep, gesloten ter vervanging van betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming, die gewaardeerd worden overeenkomstig IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen, op de overnamedatum
  • de activa (of groepen activa die worden afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, die gewaardeerd worden in overeenstemming met deze standaard

Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.

De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de 'waarderingsperiode' (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).

(1) Positieve goodwill

Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.

De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.

Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de

bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.

Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.

(2) Negatieve goodwill

Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.

G. MATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) Opname en waardering

Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.

Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.

(2) Latere uitgaven

Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.

(3) Afschrijvingen

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:

vrachtwagens: 3 jaar
voertuigen: 3-5 jaar
ander materiaal: 5 jaar
informaticamateriaal: 3 jaar
bureaumateriaal: 5 jaar
kantoormeubilair: 10 jaar
gebouwen: 25-33 jaar
hoppers en cutters: 18 jaar met restwaarde van 5%
baggermolens en zeevarende bakken: 25 jaar met restwaarde van 5%
pontons, bakken, werkschepen en boosters: 18 jaar zonder restwaarde
kranen: 12 jaar met restwaarde van 5%
grondverzetmaterieel:
7 jaar zonder restwaarde
leidingen: 3 jaar zonder restwaarde
keten en werfinstallaties: 5 jaar

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.

(4) Boekhoudkundige verwerking van de vloot baggermachines

De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel 'boot', goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel 'onderhoud', goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar.

Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.

Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.

H. VASTGOEDBELEGGINGEN

Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.

Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.

De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de

bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen. De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire

methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief. Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

I. LEASEOVEREENKOMSTEN

Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.

Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.

De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.

Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.

Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.

J. BELEGGINGEN

Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingsdatum.

(1) Beleggingen beschikbaar voor verkoop

Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.

De waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(2) Beleggingen en vorderingen

(2.1) Beleggingen en andere financiële activa

Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van

het financiële instrument of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen als eigen vermogen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2.2) Handelsvorderingen We verwijzen naar paragraaf (L).

(3) Financiële activa zijn aan de reële waarde aangepast door de resultaatrekening

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultaatrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een 'hedge accounting' documentatie (paragraaf X).

K. VOORRADEN

Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.

De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.

L. HANDELSVORDERINGEN

Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.

M. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost'-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.

Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.

De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.

N. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.

O. BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN

De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(1) Schatting van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.

De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.

Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.

(2) Terugneming van bijzondere waardeverminderingen

Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.

De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.

Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.

P. KAPITAAL

Inkoop van eigen aandelen

Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.

Q. VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.

Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.

Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.

De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.

De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.

Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.

R. PERSONEELSBELONINGEN

(1) Verplichtingen inzake pensioen

De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.

De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type 'toegezegd-pensioenregeling' en 'toegezegde-bijdragenregeling'. De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.

De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.

a) Pensioenplannen van het type 'toegezegde-bijdragenregeling'

De bijdragen tot deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.

b) Pensioenplannen van het type 'toegezegd-pensioenregeling'

Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit'-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.

Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kost op regelmatige wijze gespreid wordt over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de prijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.

De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet erkende kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.

De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk plan van het type 'toegezegd-pensioenregeling'. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.

De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen in de periode waarin ze zijn opgelopen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.

De rentekosten als gevolg van de desactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.

De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegd-pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kost van de verstreken diensttijd. De kost van de verstreken diensttijd die verbonden is met de regelingen bij uitdiensttreding wordt lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.

De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.

(2) Bonussen

De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

S. RENTEDRAGENDE LENINGEN

(1) Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode

(2) Financiële verplichtingen zijn aan de reële waarde aangepast door de resultaatrekening

Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultaatrekening, tenzij er een dekkingsdocumentatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf X.

T. HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN

De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.

U. WINSTBELASTINGEN

Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die rechtstreeks als eigen vermogen werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen rechtstreeks onder het eigen vermogen opgenomen.

De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingstarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastingsgrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingstarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastingsgrondslag.

De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.

Uitgestelde belastingsvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingsvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingsvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingsvoordeel zal gerealiseerd worden.

V. OPBRENGSTEN

(1) Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden

Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.

De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.

Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.

Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).

Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

(2) Verkoop van goederen en levering van diensten

Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.

(3) Huuropbrengsten en honoraria

Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.

(4) Financiële opbrengsten

Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de winst-en-verliesrekening.

Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.

Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royalty-opbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen op de datum van toekenning.

(5) Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.

Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de winst-en-verliesrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.

W. LASTEN

(1) Financieringskosten

De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.

(2) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten, reclame- en promotiekosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen

De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.

X. AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.

De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39 gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.

De reële waarde van de 'swap'-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.

De reële waarde van een 'forward exchange contract' is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde 'forward'-prijs.

(1) Kasstroomafdekking (Cashflow hedges)

Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen.

Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek 'eigen vermogen' en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.

In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.

Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek 'eigen vermogen' en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.

Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2) Reële waardeafdekking

Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.

(3) Afdekking van een netto-investering in buitenlandse activiteiten

Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningsverschillen onder de rubriek 'eigen vermogen'.

Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als 'omrekeningsverschil' onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Y. GESEGMENTEERDE INFORMATIE

Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit zes operationele polen, met name: Bouw, Vastgoedontwikkeling- en beheer, Multitechnieken, Spoor & Wegeninfra, Baggerwerken en milieu en PPS-Concessies.

Z. AANDELENOPTIES

Aandelenopties worden gewaardeerd tegen reële waarde op de datum van toekenning. Deze reële waarde wordt lineair opgenomen over de wachtperiode, uitgaande van een schatting van het aantal opties dat uiteindelijk onvoorwaardelijk wordt.

3. CONSOLIDATIEMETHODEN

CONSOLIDATIEKRING

Vennootschappen waarvan de groep rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode. De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de proportionele methode. Het betreft met name de tijdelijke handelsvennootschappen, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de pool vastgoedontwikkeling en -beheer. DEME is opgenomen volgens de proportionele consolidatiemethode tot 31 december 2013 wat betreft het resultaat van het boekjaar 2013. De balansposten zijn opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode op 31 december 2013. De vennootschappen waarin de groep een invloed van betekenis uitoefent, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Het betreft hoofdzakelijk Locorail NV, Coentunnel Company BV, PPP Schulen Eupen NV, Van Maerlant Offices NV, Van Maerlant Property I NV & II BVBA, Van Maerlant Residential NV en C-Power NV, bij DEME.

Evolutie van de consolidatiekring

Aantal entiteiten 2013 2012
Integrale methode 154 59
Proportionele methode 72 160
Vermogensmutatiemethode 31 29
Totaal 257 248

TRANSACTIES BINNEN DE GROEP

De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:

  • volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen
  • ten belope van het consolidatiepercentage van de proportioneel geconsolideerde onderneming als de transactie plaatsheeft tussen een integraal geconsolideerde en een proportioneel geconsolideerde onderneming en
  • naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN

In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.

De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de winst-en-verliesrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.

TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA

De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de winst-en-verliesrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.

De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder het eigen vermogen.

4. GESEGMENTEERDE INFORMATIEE

OPERATIONELE SEGMENTEN

De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.

De groep CFE bestaat thans uit zes operationele polen: Bouw, Vastgoedontwikkeling- en beheer, Multitechnieken, Spoor & Wegeninfra, PPS-Concessies en Baggerwerken en milieu:

Bouw

De pool Bouw is actief in de bouwsector, met name op het gebied van burgerlijke bouwkunde (realisatie van grote infrastructuurwerken: tunnels, bruggen, kademuren, gasterminals, ...) en gebouwen (kantoren, industriële gebouwen, woningbouw, renovatie en sanering).

Vastgoedontwikkeling en -beheer

De pool Vastgoedontwikkeling en -beheer ontwikkelt vastgoedprojecten in de hoedanigheid van ontwikkelaar / bouwheer en betrekt bij zijn projecten dus ook de pool Bouw. Bovendien biedt deze pool, via specifieke dochterondernemingen, ook aanvullende diensten bij zijn kernactiviteit: projectmanagement en beheer en onderhoud van gebouwen.

Multitechnieken

De pool Multitechnieken is via gespecialiseerde dochterondernemingen actief op het gebied van tertiaire elektriciteit (kantoren, ziekenhuizen, parkings, ...). Sedert 2007 is deze pool ook actief op het gebied van klimaatregeling ingevolge een deelneming van 25% in Druart SA (verhoogd tot 100% in 2010) en van automatisering van industriële processen door de overname van VMA NV.

Deze pool werd geografisch uitgebreid door verwerving, in 2009, van een belang van 64,95% in Van De Maele Multi-Techniek NV (verhoogd tot 100% in 2013) en, in 2010, een belang van 65,04% in Brantegem NV (verhoogd tot 100% in 2013).

In 2012 heeft de groep CFE haar aanwezigheid in de sector van de procesautomatisering versterkt door de verwerving van alle aandelen van de vennootschap Ariadne NV.

In de eerste helft van 2012 is het filiaal EcoTech, actief in de waterbehandeling, toegetreden tot de pool Multitechnieken. Zijn activiteit hangt immers nauw samen met bepaalde elektromechanische activiteiten uitgevoerd door de entiteiten van de pool Multitechnieken. In dezelfde optiek van reorganisatie van de polen, werden ook de vennootschappen Engema en Louis Stevens & Co, die voordien werden gepresenteerd in de pool Multitechnieken, begin 2012 overgedragen naar de nieuwe pool 'Spoor & Wegeninfra'.

Spoor & Wegeninfra

In 2012 heeft CFE een nieuwe activiteitenpool opgericht, de pool 'Spoor & Wegeninfra'. Deze pool omvat de activiteiten van ENGEMA (aanleg van bovenleidingen en spoorwegsignalisatie), van Louis Stevens & Co (spoorwegsignalisatie) - activiteiten die vroeger behoorden tot de pool Multitechnieken, de wegenbouwactiviteiten van Aannemingen Van Wellen, vroeger opgenomen in de pool bouw, alsook die van Remacom, vennootschap gespecialiseerd in de aanleg van spoorwegen die in 2012 werd verworven.

PPS-Concessies

De pool PPS-Concessies werd opgericht ingevolge de opkomst van belangrijke activiteiten verricht in publiek-private samenwerking (PPS).

Baggerwerken en milieu

De pool Baggerwerken en milieu is, via de 100% dochter DEME (vanaf 24 december 2013), actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.

De geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar 2013 bevatten 50% van de activiteit van DEME. Daarentegen bevat de geconsolideerde balans per 31 december 2013 de activa en passiva van DEME aan 100%. Hetzelfde geldt voor het orderboek.

De boekhoudingprincipes gebruikt in de presentatie van de gesegmenteerde informatie zijn dezelfde als die gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening (zie toelichting 2).

ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

Omzet EBIT
Financieel
resultaat
Belastingen
2013 2012 2013 %
Omzet
2012* %
Omzet
2013 2012* 2013 % 2012 %
Bouw 710.972 645.226 (23.693) (3,33%) (2.541) (0,39%) (2.167) (980) (2.994) n.s. 2.336 66,34%
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
21.762 35.029 3.839 17,64% 10.389 29,66% (4.205) (3.271) 49 13,39% (830) 11,66%
Multitechnieken 170.118 156.304 (10.306) (6,06%) 1.786 1,14% (381) (556) (1.066) n.s. (880) 71,54%
Spoor & Wegeninfra 95.479 99.323 4.534 4,75% 5.690 5,73% (173) (473) (1.517) 34,79% (1.204) 23,08%
PPS-Concessies 4.264 11.697 (1.464) (34,33%) 3.669 31,37% (1.357) (1.510) (34) n.s. (41) 1,90%
Baggerwerken en milieu 1.265.809 957.460 108.285 8,55% 70.209 7,33% (32.779) (22.497) (21.913) 29,02% (2.693) 5,64%
Herwerking DEME (3.193) (1.158) 325
Holding (7.421) (7.444) 1.866 138 (22) n.s. (14) (0.19%)
Eliminaties tussen polen (1.147) (6.737) 408 796 (145) (179)
IAS19 herziening (234) 528
Totaal terugkerende
elementen
2.267.257 1.898.302 70.989 3,13% 81.162 4,28% (39.196) (28.621) (27.317) 85,92% (3.505) 6,71%
Niet terugkerende
elementen - DEME
(95.787)
Niet terugkerende
elementen - Overige
(3.795)
Totaal geconsolideerd 2.267.257 1.898.302 (28.593) (1,26%) 81.162 4,28% (39.196) (28.621) (27.317) (40,30%) (3.505) 6,71%
van vennootschap
toegepast
Aandeel in resultaat
pen waarop
vermogensmutatie is
Resultaat aandeel groep
Niet-kas
EBITDA
elementen
2013 2012 2013 %
Omzet
2012* %
Omzet
2013 2012 2013 % 2012* %
Bouw (28.795) (4,05%) (1.323) (0.21%) 8.828 4.100 (14.865) (2,09%) 1.559 0,24%
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
2.098 (342) 1.825 8,39% 5.676 16,20% 80 (339) 6.017 27,65% 9.708 27,71%
Multitechnieken (11.753) (6,91%) 858 0,55% 6.063 3.093 (4.243) (2,49%) 4.879 3,12%
Spoor & Wegeninfra 2.872 3,01% 4.040 4,07% 3.435 3.867 7.969 8,35% 9.557 9,62%
PPS-Concessies 3.624 848 868 20% 3.069 26,24% 3.580 104 5.740 135% 4.621 39,51%
Baggerwerken en milieu 1.231 (17) 54.542 4,30% 44.472 4,64% 109.361 104.999 218.877 17,29% 175.191 18,30%
Herwerking DEME (2.493) (1.158) (3.193) (1.158)
Holding (5.605) (7.181) 3.932 1.431 (3.489) (6.013)
Eliminaties tussen polen 263 616 408 796
IAS19 herziening 294
Totaal terugkerende
elementen
6.953 489 11.724 0,52% 49.363 2,60% 135.279 117.255 213.221 (9,40%) 199.140 (10,49%)
Niet terugkerende
elementen - DEME
(89.164) 95.787
Niet terugkerende
elementen - Overige
(3.795) 3.795
Totaal geconsolideerd 6.953 489 (81.235) (3,58%) 49.363 2,60% 234.861 117.255 213.221 ( 9,40%) 199.140 (10,49%)

OMZET

(in duizenden euro) 2013 2012
België 1.005.347 915.068
Andere Europa 483.585 426.530
Midden-Oosten 108.463 80.900
Andere Azië 62.927 49.511
Oceanië 356.651 177.531
Afrika 185.436 166.350
Amerika 64.848 82.412
Totaal geconsolideerd 2.267.257 1.898.302

De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.

De groep heeft in 2013 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van de omzet.

De omzet uit de verkoop van goederen voor 2013 bedraagt 11.392 duizend euro (2012: 9.950 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.

OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL BOUW

(in duizenden euro) 2013 2012
Gebouw - Benelux 442.456 432.739
Burgerlijke bouwkunde 137.160 138.462
Gebouw internationaal 131.356 74.025
Totaal 710.972 645.226

De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet 'Bouw' gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer.

Voor de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer, erkent de groep CFE de netto-omzet na aftrek van de omzet bouw.

Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling en -beheer, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.

OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEN

(in duizenden euro) 2013 2012
Baggerwerken 785.062 629.104
Oil & Gas 108.270 108.420
Milieu 93.425 90.915
Burgerlijke bouwkunde 251.257 112.762
Andere 27.795 16.259
Totaal 1.265.809 957.460

ORDERBOEK

(in miljoenen euro) 2013 2012 Proforma 2012 % verschil
Contracting 1.310,3 1.195,6 1.195,6 +9,6%
Bouw 1.077,4 964,2 964,2 +11,7%
Spoor & Wegeninfra 80,3 65,8 65,8 +22,0%
Multitechnieken 152,6 165,6 165,6 (7,9%)
Vastgoedontwikkeling en -beheer 28,6 14,1 14,1 n.s
Baggerwerken en milieu 3.049 3.317,0 1.658,5 n.s
PPS-Concessies 0 0 0
Holding en consolidatiecorrecties 0 0 0
Totaal 4.387,9 4.526,7 2.868,2 (3,1%)

Ten gevolge van de aanschaf door CFE van een bijkomende deelneming in DEME per 24 december 2013 is het belangenpercentage in DEME van 50% naar 100% toegenomen. Het orderboek van DEME is voor 100% opgenomen in het orderboek per 31 december 2013.

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

per 31 december 2013
(in duizenden euro)
Bouw Vastgoed
ontwikke
ling en
-beheer
Multi
technieken
Spoor &
Wegeninfra
PPS
Concessies
Bagger
werken
en milieu
Holding en
eliminaties
Eliminaties
tussen
polen
Totaal
geconso
lideerd
ACTIVA
Goodwill 911 11 13.039 5.676 0 272.236 0 0 291.873
Materiële vaste activa 43.515 4.787 6.609 9.938 11.746 1.669.550 7.634 0 1.753.779
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschap
pen van de groep
20.742 0 0 0 0 0 98.286 (119.028) 0
Andere financiële vaste activa 42.709 19.412 46 882 7.859 23.574 1.730 0 96.212
Andere vaste activa 3.968 4.670 3.449 897 14.088 73.782 732.795 (723.809) 109.840
Voorraden 13.775 158.135 8.781 2.254 0 32.292 646 0 215.883
Geldmiddelen
en kasequivalenten
54.156 17.813 7.798 3.891 4.620 333.676 52.839 0 474.793
Interne kaspositie – Cash pooling
- actief
88.927 12.804 10.457 6.246 8.223 0 126.071 (252.728) 0
Andere financiële vlottende activa
- vennootschappen van de groep
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Andere vlottende activa 403.547 31.040 66.601 47.098 (976) 673.082 33.749 (35.602) 1.218.539
Totaal activa 672.250 248.672 116.780 76.882 45.560 3.078.192 1.053.750 (1.131.167) 4.160.919
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 595 10.240 27.116 27.128 6.557 1.093.108 762.083 (723.739) 1.203.088
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschap
pen van de groep
19.455 60.076 4.200 0 18.884 0 16.667 (119.282) 0
Obligatielening 0 0 0 0 0 199.639 0 0 199.639
Langlopende financiële schulden 32.801 26.019 1.376 2.948 2.896 553.168 30.000 (22) 649.186
Andere langlopende verplichtin
gen
39.133 23.986 823 1.202 3.087 76.991 13.018 206 158.446
Kortlopende financiële schulden 1.466 (1) 1.161 812 1.723 299.900 102.297 0 407.358
Interne kaspositie –
Cash pooling – passief
45.482 80.490 9.397 3.267 1.965 0 112.116 (252.717) 0
Andere kortlopende verplichtingen 533.318 47.862 72.707 41.525 10.448 855.386 17.569 (35.613) 1.543.202
Totaal eigen vermogen
en verplichtingen
672.250 248.672 116.780 76.882 45.560 3.078.192 1.053.750 (1.131.167) 4.160.919
per 31 december 2012*
(in duizenden euro)
Bouw Vastgoed
ontwikke
ling en
-beheer
Multi
technieken
Spoor &
Wegeninfra
PPS
Concessies
Bagger
werken
en milieu
Holding en
eliminaties
Eliminaties
tussen
polen
Totaal
geconso
lideerd
ACTIVA
Goodwill 911 11 16.834 5.677 0 9.968 0 0 33.401
Materiële vaste activa 43.542 5.054 7.493 10.161 15.754 895.156 3.274 0 980.434
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschap
pen van de groep
19.290 0 0 0 (12.741) 0 106.256 (112.805) 0
Andere financiële vaste activa 16.521 20.741 48 647 5.604 9.916 3.109 0 56.586
Andere vaste activa 9.145 2.517 3.810 826 8.254 31.537 187.316 (178.264) 65.141
Voorraden 11.877 147.960 7.225 2.119 0 16.706 647 0 186.534
Geldmiddelen
en kasequivalenten
64.853 10.847 4.771 (1.077) 2.674 97.220 81.314 0 260.602
Interne kaspositie – Cash pooling
- actief
86.882 616 5.774 5.889 0 0 117.715 (216.876) 0
Andere financiële vlottende activa
- vennootschappen van de groep
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Andere vlottende activa 351.286 46.312 69.556 56.326 9.202 291.712 19.066 (26.601) 816.859
Totaal activa 604.307 234.058 115.511 80.568 28.747 1.352.215 518.697 (534.546) 2.399.557
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 26.059 12.422 43.327 27.680 3.897 371.488 224.090 (178.124) 530.839
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschap
pen van de groep
18.856 56.148 5.000 0 1.202 0 29.408 (110.614) 0
Obligatielening 0 0 0 0 0 0 100.000 0 100.000
Langlopende financiële schulden 2.540 25.803 2.267 2.959 10.511 300.070 35.000 (30) 379.120
Andere langlopende verplichtin
gen
52.025 26.910 787 1.245 4.620 54.436 11.582 (2.301) 149.304
Kortlopende financiële schulden 1.427 (1) 3.489 796 2.191 168.130 5.442 0 181.474
Interne kaspositie –
Cash pooling – passief
30.896 71.828 4.508 6.766 5.881 0 98.408 (218.287) 0
Andere kortlopende verplichtingen 472.504 40.948 56.133 41.122 445 458.090 14.767 (25.190) 1.058.819
Totaal eigen vermogen
en verplichtingen
604.307 234.058 115.511 80.568 28.747 1.352.215 518.697 (534.546) 2.399.557

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Per 31 december 2013
(in duizenden euro)
Bouw Vastgoed
ontwikkeling
en -beheer
Multi
technieken
Spoor &
Wegeninfra
PPS
Concessies
Baggerwer
ken en milieu
Holding en
eliminaties
Totaal
geconso
lideerd
Kasstroom uit operationele
activiteiten vóór wijzigingen van
het werkkapitaal
(15.747) (151) (4.245) 7.497 257 202.394 270 190.275
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
(1.572) 9.657 11.395 11.224 (31.829) 78.806 (12.796) 64.885
Kasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(6.727) 307 (2.092) (2.868) 4.200 120.443 (5.644) 107.619
Kasstroom uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(2.331) (2.815) (6.277) (3.388) 29.573 36.402 (10.034) 41.130
Nettotoename/ (afname)
van de geldmiddelen
(10.630) 7.149 3.026 4.968 1.944 235.651 (28.474) 213.634
Per 31 december 2013*
(in duizenden euro)
Bouw Vastgoed
ontwikkeling
en -beheer
Multi
technieken
Spoor &
Wegeninfra
PPS
Concessies
Baggerwer
ken en milieu
Holding en
eliminaties
Totaal
geconso
lideerd
Kasstroom uit operationele
activiteiten vóór wijzigingen van
het werkkapitaal
(1.366) 7.071 4.664 9.048 1.031 168.035 (4.178) 184.305
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
39.990 (31.138) 475 465 (19.114) 145.168 14.162 150.008
Kasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(6.458) 880 (2.580) (2.458) (740) (177.909) (7.706) (196.971)
Kasstroom uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(31.176) 30.823 1.920 (3.162) 20.355 45.268 31.124 95.152
Nettotoename/ (afname)
van de geldmiddelen
2.356 565 (185) (5.155) 501 12.527 37.580 48.189

* Bedragen zijn herwerkt conform de herziene versie van IAS19, personeelsbeloningen, zoals beschreven in paragraaf 2.1

De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment Vastgoedontwikkeling en -beheer, holding en Baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.

OVERIGE INFORMATIE

Per 31 december 2013
(in duizenden euro)
Bouw Vastgoed
ontwikkeling
en -beheer
Multi
technieken
Baggerwer
ken en milieu
PPS
Concessies
Spoor &
Wegeninfra
Holding en
eliminaties
Totaal
geconso
lideerd
Afschrijvingen (6.830) (239) (2.673) (110.422) (1.164) (3.289) (1.383) (126.000)
Investeringen (7.292) (2.105) (2.217) (49.235) (1.404) (3.065) (5.644) (70.962)
Waardeverminderingen (570) (100) (670)
Per 31 december 2012
(in duizenden euro)
Bouw Vastgoed
ontwikkeling
en -beheer
Multi
technieken
Baggerwer
ken en milieu
PPS
Concessies
Spoor &
Wegeninfra
Holding en
eliminaties
Totaal
geconso
lideerd
Afschrijvingen (6.527) (250) (2.834) (105.012) (204) (3.626) (1.152) (119.605)
Investeringen (8.913) (340) (3.493) (184.592) (2.928) (3.143) (2.506) (205.915)
Waardeverminderingen 0 0 0 (78) 0 0 0 (78)

GEOGRAFISCHE INFORMATIE

De activiteiten van de groep CFE, buiten DEME, situeren zich voornamelijk in de Benelux en Centraal-Europa. De materiële vaste activa van de groep CFE, buiten DEME, bevinden zich voornamelijk in België en het Groothertogdom Luxemburg. Bij DEME echter, wordt de hoofdactiviteit verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.

5. OVERNAMES EN AFSTOTINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

OVERNAMES VOOR DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013

Aanschaf van een bijkomende participatie van 50% in DEME

De realisatie van de kapitaalverhoging van de groep CFE door middel van de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren (AvH) van 2.256.450 aandelen van de vennootschap Dredging, Environmental & Marine Engineering NV (DEME) werd eerst goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering van CFE van 13 november 2013. In ruil voor de inbreng in natura heeft CFE 12.222.222 nieuwe aandelen uitgegeven. Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Deze aanschaf zal toelaten om een sterke synergie te ontwikkelen inzake de 'contracting' en de baggeractiviteiten, alsook in het domein van concessies en om evenzeer ten volle voordeel te halen uit het internationaal commercieel netwerk van DEME.

Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de proportionele consolidatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.

Het verkrijgen van de controle beantwoordt aan de definitie van bedrijfscombinaties volgens de IFRS 3 norm – Bedrijfscombinaties, die de toepassing van de 'aanschaffingsmethode' oplegt, volgens dewelke de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen van DEME dienen geherwaardeerd te worden naar de reële waarde op datum van de aanschaf in de geconsolideerde jaarrekening van CFE. Bovendien dient, volgens deze norm, de historische participatie van 50% eveneens te worden geherwaardeerd naar reële waarde, met als tegenpost de resultatenrekening. Finaal dient de goodwill gerealiseerd op deze transactie toegewezen te worden aan de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen van DEME.

Het toepassen van deze norm resulteert in:

• De waardering van de 50% historische aandelen in DEME aan 550.000 duizend euro, zijnde de reële waarde volgens IFRS, van deze deelneming. Deze reële waarde is gebaseerd op de waarde van de inbreng zoals overeengekomen tussen AvH en Vinci in het kader van hun akkoord en bekendgemaakt op 19 september 2013. De herwaardering van de historische deelneming van 50% naar haar reële waarde genereert een meerwaarde van 111.624 duizend euro.

• De waardering van de 50% ingebrachte aandelen verkregen aan 757.411 duizend euro, zijnde de waarde van de 12.222.222 nieuw uitgebrachte aandelen van CFE gewaardeerd aan de beurskoers op datum van de transactie (zijnde de openingskoers van 24 december 2013 van 61,97 euro). Dit heeft geen impact op de resultatenrekening, maar leidt tot de erkenning van een goodwill zoals hieronder beschreven.

Het onderstaand overzicht vat de verworven activa en overgenomen verplichtingen van DEME op de transactiedatum samen, en vermeldt ook de overgedragen vergoeding:

(in duizenden euro) Boekwaarde op
31 december 2013
Verworven activa en overgenomen verplichtingen van DEME op de transactiedatum
Immateriële vaste activa 14.428
Goodwill 19.936
Materiële vaste activa 1.670.917
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 26.487
Leningen en andere financiële vaste activa 32.277
Uitgestelde belastingvorderingen 26.688
Voorraden 32.292
Handelsvorderingen en andere bedrijfsvorderingen 659.601
Andere vlottende activa 19.159
Voorzieningen (31.699)
Langlopende financiële schulden (752.806)
Andere langlopende verplichtingen (28.281)
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden (764.898)
Kortlopende financiële schulden (292.508)
Andere kortlopende verplichtingen (104.321)
Geldmiddelen 333.676
Totaal netto-actief 860.948
Overgedragen vergoeding 1.320.658
Bevat de volgende elementen:
- Waardering van de 50% ingebrachte aandelen DEME
- Waardering van de 50% historische aandelen DEME
- Minderheidsbelangen van overgenomen onderneming DEME,
gewaardeerd op basis van het verkregen netto-actief
757.411
550.000
13.247
Voorlopige goodwill 459.710

Deze transactie, die gerealiseerd werd door middel van een inbreng in natura, is niet vereffend in cash door CFE. Bijgevolg heeft CFE, als gevolg van deze transactie, de bijkomende 50% van de geldmiddelen van DEME ontvangen, resulterend in een cashbeweging van 166.838 duizend euro.

Aangezien de overname van DEME op het einde van het boekjaar heeft plaatsgevonden, konden de werkzaamheden om de verworven activa en de overgenomen verplichtingen van DEME te waarderen aan reële waarde niet voltooid worden binnen een termijn die verenigbaar is met jaarafsluiting. Bijgevolg is de goodwill voorlopig bepaald. De reële waarde van de verworven activa en de overgenomen verplichtingen kunnen nog worden aangepast binnen een termijn van 12 maanden vanaf de overnamedatum.

Indien de overname van DEME zou hebben plaatsgevonden op 1 januari 2013, zou de omzet en respectievelijk het netto resultaat – aandeel van de groep 3.533 miljoen euro, respectievelijk (27,5) miljoen euro bedragen.

Overige overnames

De aanschaffing van de resterende minderheidsbelangen in Elektro Van De Maele NV en Brantegem NV voor een bedrag van 1.543 duizend euro is gepresenteerd in de kasstroom uit financieringsactiviteit, meer bepaald op de lijn wijziging van het deelnemingspercentage in de gecontroleerde vennootschappen.

De gerealiseerde overnames in de tak Vastgoedontwikkeling en beheer betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad.

AFSTOTINGEN IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013

Verkopen van dochterondernemingen die deel uitmaken van de pool Vastgoedontwikkeling en beheer werden hierboven vermeld in de transacties van 2013 en worden geboekt als verkopen van voorraden.

Op 13 juni 2013 heeft de CFE groep beslist om de totaliteit van haar participatie (66%) in de dochteronderneming Sogesmaint-CB Richard Ellis NV (Property en Facility management) te verkopen aan CBRE voor 423 duizend euro.

Deze bedrijfscombinatie draagt 86 duizend euro bij tot het resultaat van de groep per 31 december 2012.

GLOBAAL RESULTAAT

6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN

De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 87.925 duizend euro (2012: 72.155 duizend euro) en omvatten meerwaarden op vaste activa voor 3.114 duizend euro (2012: 3.940 duizend euro), alsook ontvangen huurgelden, doorrekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 84.811 duizend euro (2012: 68.215 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten zijn gestegen met 22% ten opzichte van vorig jaar.

De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2013 2012
Diverse diensten en goederen (285.155) (262.111)
Bijzondere waardevermindering van activa
- Voorraden (1.280) 570
- Handelsvorderingen en overige vorderingen (1.801) (11.129)
Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve
toevoeging voor pensioenverplichtingen)
(8.229) 11.699
Andere operationele kosten (4.280) (4.403)
Geconsolideerd totaal (300.745) (265.374)

De daling van de bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen is voornamelijk het gevolg van een waardevermindering op een vordering van 12 miljoen euro die in 2012 was geboekt.

7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN

(duizend euro) 2013 2012*
Bezoldigingen (301.998) (273.808)
Verplichte socialezekerheidsbijdragen (85.112) (77.197)
Overige loonkosten (19.994) (18.135)
Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) (52) (47)
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten (3.504) (2.985)
Geconsolideerd totaal (410.660) (372.172)

* Bedragen zijn herwerkt conform de herziene versie van IAS19, personeelsbeloningen, zoals beschreven in paragraaf 2.1

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2013 bedraagt 6.032 (2012: 5.582). Op 1 januari 2013 bedroeg het aantal voltijdse equivalenten 5.773 en dit aantal bedraagt 6.233 op 31 december 2013. Deze aantallen bevatten de equivalenten van DEME aan 50%.

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten per 31 december 2013, DEME aan 100% inbegrepen, bedraagt 8.524.

8. FINANCIEEL RESULTAAT

(duizend euro) 2013 2012*
Kosten van de financiële schuldenlast (26.301) (18.941)
Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultaatrekening 670 (519)
Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten 0 0
Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde 0 0
Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop 0 0
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – inkom
sten beschikbare middelen
5.448 5.193
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten (32.419) (23.615)
Andere financiële kosten en opbrengsten (12.895) (9.680)
Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (7.085) (3.446)
Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen 0 0
Waardevermindering op financiële activa 85 (19)
Overige (5.895) (6.215)
Financieel resultaat (39.196) (28.621)

* Bedragen zijn herwerkt conform de herziene versie van IAS19, personeelsbeloningen, zoals beschreven in paragraaf 2.1

De evolutie van de rubriek winst (verlies) gerealiseerd en niet-gerealiseerde wisselresultaten gedurende 2013 in vergelijking met 2012 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij dochterondernemingen van DEME.

9. MINDERHEIDSBELANGEN

Op 31 december 2013 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 6.918 duizend euro (2012: (162) duizend euro) en heeft voornamelijk betrekking op de groep DEME voor 6.715 duizend euro en op de dochteronderneming Terryn voor 58 duizend euro.

10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT

OPGENOMEN IN HET RESULTATENREKENING

(duizend euro) 2013 2012
Actuele belastingen
Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 29.920 11.953
Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 815 (306)
Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen 30.735 11.647
Uitgestelde belastingen
Opname en terugname van tijdelijke verschillen 0 (3.301)
Aangewende verliezen van vorige boekjaren (9) (435)
Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar (3.409) (4.406)
Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen 0 0
Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen (3.418) (8.142)
Totaal belastinglast in het resultatenrekening 27.317 3.505

AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEF BELASTINGTARIEF

(duizend euro) 2013 2012*
Resultaat vóór belastingen voor de periode (67.789) 52.541
Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% (23.041) 17.859
Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 39.778 8.717
Fiscale impact van niet recurrente elementen ** 33.848 0
Niet aftrekbare uitgaven 5.930 8.717
Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (7.484) (870)
Belastingkrediet en impact van de notionele interest (3.011) (19.337)
Andere belastbare opbrengsten 0 0
Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in
andere rechtsgebieden
9.835 (309)
Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in
voorgaande periodes
(977) (4.380)
Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t.
voorgaande periodes
2.706 (1.688)
Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op
verliezen van het jaar
9.511 3.513
Belastinglast 27.317 3.505
Effectieve belastingtarief van het boekjaar (40,30%) 6,68%

* Bedragen zijn herwerkt conform de herziene versie van IAS19, personeelsbeloningen, zoals beschreven in paragraaf 2.1

** Vooral het gevolg van de aanschaffing van DEME (een meerwaarde van 111.624 duizend euro en een afwaardering van 207.411 duizend euro) en de afwaarderingen op ETEC en VMA West.

De belastinglast bedraagt 27.317 duizend euro per 31 december 2013, tegen 3.505 duizend euro einde 2012. Het effectief belastingtarief is (40,30%) tegen 6,68% op 31 december 2012.

GEBOEKTE LATENTE BELASTINGEN

Activa Verplichtingen
(duizend euro) 2013 2012 2013 2012
Immateriële en vaste activa 15.522 28.164 (87.570) (69.250)
Personeelsbeloningen 12.671 3.744 (1.881) (38)
Voorzieningen 3.062 3.920 (31.385) (9.967)
Reële waarde van afgeleide instrumenten 8.495 6.849 (30) (36)
Overige elementen 29.683 19.283 (10.211) (12.273)
Fiscale verliezen 142.112 82.149 0 0
Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 211.545 144.109 (131.077) (91.564)
Uitgestelde belastingvordering (57.410) (43.547) 0 0
Belastingverrekening (116.303) (77.775) 116.303 77.775
Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 37.832 22.787 (14.774) (13.789)

Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop uitgestelde belastingvordering is geboekt, hebben een waardevermindering op uitgestelde belasting actief tot stand gebracht voor 57.410 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en, bijgevolg, hebben geen tijdbeperking.

De post 'belastingverrekening' geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.

TIJDELIJKE VERSCHILLEN OF FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING GEBOEKT IS

Er werden geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.

UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) RECHTSTREEKS VERWERKT IN HET EIGEN VERMOGEN

(duizend euro) 2013 2012
Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte
van de wijzigingen in reële waarde van de cashflow hedge
(3.532) 4.018
Totaal (3.532) 4.018

11. RESULTAAT PER AANDEEL

Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:

(duizend euro) 2013 2012*
Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders (81.235) 49.363
Globaal resultaat (deel van de groep) (73.544) 45.773
Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 13.092.260
Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen 13.326.659 13.092.260
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal
gewone aandelen op afsluitingsdatum :
Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) (3,21) 3,77
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro (2,91) 3,05
Resultaat per aandeel, op basis van het gewogen gemiddelde
van het aantal aandelen op afsluitingsdatum :
Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) (6,10) 3,77
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro (5,52) 3,05

FINANCIËLE POSITIE

12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL

Boekjaar 2013
(duizend euro)
Concessies,
brevetten en
licenties
Ontwikkelings
kosten
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 20.572 308 20.880
Netto wisselkoersverschillen (119) 0 (119)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 10.257 232 10.489
Aankopen 1.170 73 1.243
Afstotingen (76) (230) (306)
Afstoting naar andere activacategorieën 239 230 469
Saldo op het einde van het boekjaar 32.043 613 32.656
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (7.928) (301) (8.229)
Netto wisselkoersverschillen 35 0 35
Afschrijvingen (2.149) (28) (2.177)
Bijzondere waardeverminderingen 0 0 0
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties (3.147) (185) (3.332)
Afstotingen 216 0 216
Afstoting naar andere activacategorieën 35 0 35
Saldo op het einde van het boekjaar (12.938) (514) (13.452)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2013 12.644 7 12.651
Per 31 december 2013 19.105 99 19.204
Boekjaar 2012
(duizend euro)
Concessies,
brevetten en
licenties
Ontwikkelings
kosten
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 16.079 445 16.524
Netto wisselkoersverschillen (28) 0 (28)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 20 0 20
Aankopen 2.656 44 2.700
Afstotingen (113) (181) (294)
Afstoting naar andere activacategorieën 1.958 0 1.958
Wijziging in de consolidatiekring
Saldo op het einde van het boekjaar 20.572 308 20.880
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (6.390) (295) (6.685)
Netto wisselkoersverschillen 2 2
Afschrijvingen (1.549) (6) (1.555)
Bijzondere waardeverminderingen
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties (4) 0 (4)
Afstotingen 9 0 9
Afstoting naar andere activacategorieën 4 0 4
Wijzigingen in de consolidatiekring
Saldo op het einde van het boekjaar (7.928) (301) (8.229)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2012 9.689 150 9.839
Per 31 december 2012 12.644 7 12.651

Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 1.243 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek 'afschrijvingen' in de winst- en verliesrekening en bedragen 2.177 duizend euro. De bedragen opgenomen in de rubriek wijziging in de consolidatiekring betreffen de aanschaf van DEME, die van proportionele consolidatiemethode aan 50% naar integrale consolidatiemethode overgaat per 31 december 2013.

De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.

13. GOODWILL

(duizend euro) 2013 2012
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 39.093 34.417
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 469.678 3.411
Verkopen 0 (8)
Overige wijzigingen 0 1.273
Saldo op het einde van het boekjaar 508.771 39.093
Bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (5.692) (5.692)
Bijzondere waardeverminderingen (211.206) 0
Saldo op het einde van het boekjaar (216.898) (5.692)
Netto boekwaarde
Per 31 december 291.873 33.401

De goodwill van 469.678 duizend euro is ontstaan door combinaties van ondernemingen en is afkomstig van de verwerving van een bijkomend aandeel van 50% in DEME, om alzo de deelneming van CFE in DEME van 50% naar 100% te brengen. Hieruit volgt een wijziging in de consolidatiemethode van DEME, van een proportionele consolidatiemethode naar een integrale consolidatiemethode. Deze transactie genereert de volgende boekhoudkundige verwerking:

(duizend euro)

Voorlopige goodwill resulterend uit het verschil tussen de overgedragen vergoe
ding en het netto-actief van DEME, in toepassing van de IFRS 3 norm – Bedrijfs
combinaties. De bepaling van de goodwill is voorgesteld in toelichting 5 hierboven.
459.710

Een bijkomend deel van 50% van de goodwill opgenomen door DEME betreffende
haar dochterondernemingen, dat nu aan 100% in de geconsolideerde jaarrekening
van CFE wordt opgenomen. Dit resulteert uit het feit dat de identificeerbare activa
en passiva inzake bedrijfscombinaties gewaardeerd werden op basis van hun
boekhoudkundige waarde zoals opgenomen in de subconsolidatie van DEME. De
werkzaamheden om de activa en verplichtingen aan reële waarde te waarderen is
nog niet voltooid (zie toelichting 5).
9.968
Totaal 469.678

Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2013.

De volgende hypothesen werden aangenomen in de waarderingstests:

Activiteit Nettowaarde goodwill
Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen
Afwaardering
van het
(duizend euro) 2013 2012 Groeipercenta
ge
Groeipercentage
(eindwaarde)
Actualiserings
voet
Gevoeligheids
percentage
goodwill boekjaar
Sub consolidatie
DEME
272.235 9.968 * * 8,9% * 479.646 (207.411)
VMA 11.115 11.115 0% 0% 8,5% 5% 11.115 -
Remacom 2.995 2.995 0% 0% 8,5% 5% 2.995 -
Stevens 2.682 2.682 0% 0% 8,5% 5% 2.682 -
ETEC 0 2.135 0% 0% 8,5% 5% 2.135 (2.135)
VMA West 0 1.660 0% 0% 8,5% 5% 1.660 (1.660)
Druart 1.292 1.292 0% 0% 8,5% 5% 1.292 -
Amart 911 911 0% 0% 8,5% 5% 911 -
Ariadne 416 416 0% 0% 8,5% 5% 416 -
Overige 227 227 0% 0% 8,5% 5% 227 -
Totaal 291.873 33.401 503.079 (211.206)

* Wij verwijzen naar de assumpties die in rekening genomen zijn voor de test van de bijzondere waardevermindering betreffende DEME, zoals hieronder beschreven.

TEST INZAKE BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING OP DEME

De groep DEME, op dewelke de groep CFE een exclusieve controle uitoefent sinds 24 december 2013, bestaat uit meerdere kasstroomgenererende eenheden, maar haar goodwill wordt gevolgd op het niveau van de subgroep en de test inzake bijzondere waardevermindering wordt dan ook uitgevoerd op het niveau van de subgroep.

In toepassing van de IFRS 3 norm – Bedrijfscombinaties, heeft de verwerving van een bijkomende aandeel van 50% in DEME geleid tot de erkenning van een goodwill van 459.710 duizend euro.

Ten gevolge van de erkenning van deze goodwill, bedraagt de netto boekhoudkundige waarde van de groep DEME in de geconsolideerde jaarrekening van CFE 1.320.658 duizend euro, terwijl de verworven activa en overgenomen verplichtingen van DEME een boekhoudkundige waarde van 860.948 duizend euro bedroegen op datum van de overname.

Deze boekwaarde van 1.320.658 duizend euro is aanzienlijk hoger dan de waardering van DEME van 1.100.000 duizend euro zoals afgesproken tussen twee niet verbonden partijen AvH en VINCI om de aandelen van CFE verkocht op 24 december 2013 te waarderen. Deze afwijking tegenover de boekwaarden heeft geleid tot het uitvoeren van een waarderingstest op de kasstroomgenererende eenheid DEME.

De test inzake bijzondere waardevermindering zoals bepaald door IAS 36 - Bijzondere waardevermindering van activa- bestaat erin de netto boekwaarde van een kasstroomgenererende eenheid te vergelijken met haar realiseerbare waarde, waarbij deze laatste gedefinieerd is als het hoogste van enerzijds haar reële waarde (de aanschaffingskosten in mindering genomen) en anderzijds haar gebruikswaarde.

Rekening houdend met het gesloten akkoord tussen AvH en VINCI, bekendgemaakt op 19 september 2013, kan de reële waarde van DEME op 1.100 miljoen euro worden ingeschat.

Overigens werd de gebruikswaarde van DEME ingeschat op basis van een actualisering van de verwachte toekomstige kasstromen van DEME over een tijdspanne van drie jaar, evenals op basis van haar eindwaarde. Deze waardering is gebaseerd op volgende voornaamste hypotheses:

  • De gebruikte toekomstige kasstromen houden rekening met de vooruitzichten op drie jaar van het management
  • Het model maakt gebruik van de kasstromen uit investeringsactiviteiten zoals ze ontstaan uit het meerjareninvesteringsplan van DEME
  • De kasstromen werden geactualiseerd rekening houdend met een WACC van 8,9% (9,2% vóór belastingen), rekening houdend met het specifiek risicoprofiel van DEME. Dit percentage is gebaseerd op een externe analyse

De gevoeligheid van dit model is getest door het laten variëren van onderstaande parameters waarop de inschatting van de kasstromen die zijn gebruikt in de inschatting van de eindwaarde gebaseerd is:

  • het groeipercentage van de omzet: schatting van 0% tot +1,5%, en
  • de marge van de EBITDA versus de omzet: variatie tussen 14% en 20%, waardes die de gemiddelde marge over de laatste 15 jaren benaderen

Op basis van deze hypotheses is de gemiddelde gebruikswaarde van DEME geschat op ongeveer 1.100 miljoen euro (na aftrek van de minderheidsbelangen van 13 miljoen euro, zie toelichting 5), zijnde een vergelijkbare waarde zoals bepaald in het akkoord tussen AvH en VINCI. Na deze test inzake bijzondere waardevermindering is de goodwill betreffende DEME voor 207.411 duizend euro afgeschreven.

TEST INZAKE BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING OP OVERIGE KASSTROOMGENERERENDE EENHEDEN, BUITEN DEME

Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2014 voorgelegd aan het directiecomité. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.

Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld, behalve voor de entiteiten VMA West en ETEC. De daling van de resultaten vastgesteld in 2013 in deze vennootschappen, alsook de neerwaartse herziening van de toekomstige resultaten, hebben geleid tot een volledige waardevermindering van hun goodwill, die respectievelijk 1.660 duizend euro, respectievelijk 2.135 duizend euro bedroeg.

14. MATERIËLE VASTE ACTIVA

Boekjaar 2013
(duizend euro)
Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair en
rollend
materieel
Overige
materiële vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 78.328 1.581.476 52.969 0 18.155 1.730.928
Netto wisselkoersverschillen (366) (7.013) (297) 0 (828) (8.504)
Verwervingen door middel
van bedrijfscombinaties
53.016 1.453.998 14.286 0 4.671 1.525.971
Aankopen 9.570 46.882 5.443 0 6.485 68.380
Afstoting naar andere activacategorieën 2.298 (413) 1.273 0 (2.241) 917
Afstotingen (1.012) (58.626) (3.845) 0 (169) (63.652)
Saldo op het einde van het boekjaar 141.834 3.016.304 69.829 0 26.073 3.254.040
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (26.261) (682.702) (40.348) 0 (1.183) (750.494)
Netto wisselkoersverschillen 179 3.946 183 0 150 4.458
Afschrijvingen verworven door middel
van bedrijfscombinaties
(29.567) (648.027) (10.766) 0 7 (688.353)
Afschrijvingen (3.740) (114.485) (5.245) 0 (1.008) (124.478)
Afstoting naar andere activacategorieën (581) (36) (801) 0 0 (1.418)
Afstotingen 88 56.360 3.576 0 0 60.024
Saldo op het einde van het boekjaar (59.882) (1.384.944) (53.401) 0 (2.034) (1.500.261)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2013 52.067 898.774 12.621 0 16.972 980.434
Per 31 december 2013 81.952 1.631.360 16.428 0 24.039 1.753.779

Per 31 december 2013 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 68.380 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2013 namen met 134.848 duizend euro af in vergelijking met 2012 en dit voornamelijk bij DEME wiens meerjareninvesteringsplan afliep in 2012. De bedragen opgenomen in de rubriek wijziging in de consolidatiekring betreffen de aanschaf van DEME, die van proportionele consolidatiemethode (aan 50%) naar integrale consolidatiemethode overgaat per 31 december 2013.

De netto waarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 25.301 duizend euro (2012: 18.859 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappij Louis Stevens & Co NV en de gebouwen en machines bij groep Terryn NV en haar filialen.

De afschrijvingen op materiële vaste activa per 31 december 2013 bedragen 124.478 duizend euro (2012: 118.134 duizend euro).

Het bedrag van de materiële vaste activa dat een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 589.209 duizend euro (2012: 318.943 duizend euro).

Boekjaar 2012
(duizend euro)
Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair en
rollend materieel
Overige
materiële vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
72.416 1.326.661 48.974 0 135.904 1.583.955
Netto wisselkoersverschillen 18 (1.590) 0 0 (291) (1.863)
Verwervingen door middel van
bedrijfscombinaties
28 2.198 1.032 0 0 3.258
Aankopen 4.172 93.956 7.437 0 97.663 203.228
Afstoting naar andere
activacategorieën
1.697 211.061 (137) 0 (209.053) 3.568
Afstotingen (3) (50.810) (4.337) 0 (6.068) (61.218)
Saldo op het einde van het boekjaar 78.328 1.581.476 52.969 0 18.155 1.730.928
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde
van het vorige boekjaar
(24.546) (620.121) (38.425) 0 (1.245) (684.337)
Netto wisselkoersverschillen (12) 719 (17) 0 64 754
Afschrijvingen verworven door middel
van bedrijfscombinaties
(9) (2.017) (871) 0 0 (2.897)
Afschrijvingen (2.398) (111.139) (4.595) 0 (2) (118.134)
Afstoting naar andere
activacategorieën
680 749 171 0 0 1.600
Afstotingen 24 49.107 3.389 0 0 52.520
Saldo op het einde van het boekjaar (26.261) (682.702) (40.348) 0 (1.183) (750.494)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2012 47.870 706.540 10.549 0 134.659 899.618
Per 31 december 2012 52.067 898.774 12.621 0 16.972 980.434

15. INVESTERINGEN IN ONDERNEMINGEN GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENS-MUTATIEMETHODE EN GEZAMENLIJK GECONTROLEERD

ONDERNEMINGEN GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE

Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:

(duizend euro) 2013 2012
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 18.364 15.128
Wijziging in boekhoudprincipes 0 0
Herwerkt saldo van het vorige boekjaar 18.364 15.128
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 13.484 0
Aankopen en transfers 1.062 723
Aandeel van de groep CFE in het resultaat na belastingen
en minderheidsbelangen
6.953 489
Kapitaalverhoging/(vermindering) 247 2.236
Dividenden (7) (212)
Andere veranderingen (351) 0
Saldo op het einde van het boekjaar 39.752 18.364
Goodwill opgenomen in de deelneming in ondernemingen geconsolideerd
volgens de vermogensmutatiemethode
61 61

Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode welke op een publieke markt zijn genoteerd.

De lijst van de belangrijkste deelnemingen is opgenomen in toelichting 35.

De aankopen door middel van bedrijfscombinaties resulteren uit de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% in DEME, om alzo de deelneming van CFE in DEME van 50% naar 100% te brengen. Door deze transactie wijzigt de consolidatiemethode van DEME van proportionele consolidatiemethode naar integrale consolidatiemethode.

Het bedrag opgenomen in de rubriek 'aankopen en transfers' is het gevolg van aanschaf van de nieuwe vennootschap PEF Kons Investment SA.

Het bedrag opgenomen in de rubriek 'kapitaalverhoging' resulteert voornamelijk uit de kapitaalinbrengen uitgevoerd binnen entiteiten van de groep DEME.

De samengevoegde financiële staten van deze entiteiten zien er als volgt uit:

(duizend euro) 2013 2012
Totale activa 3.040.128 2.132.454
Totale verplichtingen 2.973.822 2.218.889
Nettoactief 66.306 (86.435)
Aandeel van CFE in het nettoactief 632 (18.216)
Opbrengsten 307.285 352.552
Nettoresultaat van het boekjaar 25.032 2.738
Aandeel in het nettoresultaat van het boekjaar 7.139 489

Zoals beschreven in de boekhoudprincipes, wanneer het aandeel van CFE in het verlies van de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode de boekwaarde van de deelneming overschrijdt, wordt de boekwaarde herleid tot nul. De verdere verliezen worden dan niet meer in rekening gebracht, uitgezonderd in de mate waarin de groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot deze onderneming.

GEZAMENLIJK GECONTROLEERDE ONDERNEMINGEN

De groep CFE rapporteert haar belangen in de gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen (met inbegrip van tijdelijke handelsvennootschappen) gebruik makend van de lijn per lijn rapportering van de proportionele consolidatiemethode.

De gecumuleerde belangen van de groep CFE in joint ventures in zijn geconsolideerde financiële staten verhouden zich als volgt:

(duizend euro) 2013 2012
Vaste activa 212.062 880.426
Vlottende activa 279.565 577.132
Niet-courante verplichtingen 194.235 715.311
Kortlopende verplichtingen 297.392 742.247
Opbrengsten uit operationele activiteiten 1.531.113 1.215.325
Kosten uit operationele activiteiten (1.408.831) (1.129.272)

De eigen vermogens van deze entiteiten zijn opgenomen in de rubriek 'niet-courante verplichtingen' en bedragen (11.636) duizend euro. Bovendien heeft de groep CFE voor de uitvoering van bepaalde werven samen met partners tijdelijke handelsvennootschappen opgericht. De meest betekenisvolle zijn THV Locobouw, Coentunnel Construction VOF en SM Up-site.

De consolidatiemethode van DEME is gewijzigd van proportionele consolidatiemethode naar integrale consolidatiemethode ten gevolge van de aanschaf, op 24 december 2013, van de resterende 50% van de aandelen van DEME door CFE. Bijgevolg bevatten de balansrubrieken alleen de ondernemingen van DEME die volgens de proportionele consolidatiemethode zijn opgenomen.

De opbrengsten en kosten uit operationele activiteiten bevatten alle ondernemingen van DEME, aangezien het resultaat van het boekjaar van de vennootschap tot 31 december 2013 volgens de proportionele consolidatiemethode is opgenomen.

16. ANDERE NIET-COURANTE FINANCIËLE ACTIVA

De andere niet-courante financiële activa bedragen 96.212 duizend euro per 31 december 2013 (2012: 56.586 duizend euro). Zij omvatten het niet-geëlimineerde deel van de achtergestelde leningen verstrekt in projecten (53.665 duizend euro), de participaties beschikbaar voor verkoop (2.441 duizend euro) en de vorderingen geboekt in het kader van de concessieprojecten (40.098 duizend euro).

(duizend euro) 2013 2012
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 56.586 30.631
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 10.896 0
Aankopen 36.660 29.662
Afstotingen en transfers (7.933) (3.748)
Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering 85 (19)
Netto wisselkoersverschillen (82) 60
Saldo op het einde van het boekjaar 96.212 56.586

Het saldo van andere niet-courante financiële activa is toegenomen in vergelijking met december 2012 (+39.626 duizend euro). Deze evolutie reflecteert de boeking van een vordering van 40.098 duizend euro met betrekking tot een concessieproject.

Op 31 december 2013 vertonen de andere financiële activa een marktwaarde gelijk aan hun boekwaarde, hetzij 96.212 duizend euro.

De groep CFE bezit geen investeringen beschikbaar voor verkoop welke genoteerd zijn op de publieke markt. Voor niet genoteerde investeringen, wordt de reële waarde beschouwd als gelijk aan de aanschaffingswaarde.

17. ANDERE NIET-COURANTE ACTIVA

Per 31 december 2013 bedragen de andere niet-courante activa 12.766 duizend euro en omvatten niet-courante vorderingen die als volgt zijn samengesteld:

(duizend euro) 2013 2012
Niet-courante vordering – rekening courant DEME 8.416 3.223
Andere niet-courante activa (inbegrepen bankdeposito's garanties) 4.350 6.060
Totaal geconsolideerd 12.766 9.283

18. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.

Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de 'cost to cost'. Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.

(duizend euro) 2013 2012 2011
Gegevens uit de balans
Ontvangen en betaalde voorschotten (57.642) (80.849) (47.298)
Waarvan aankopen door middel van bedrijfscombinaties (5.178)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa 94.278 58.867 77.299
Waarvan aankopen door middel van bedrijfscombinaties (17.032)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen (38.565) (23.237) (58.834)
Waarvan aankopen door middel van bedrijfscombinaties 10.152
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 55.713 35.630 18.465
Waarvan aankopen door middel van bedrijfscombinaties (6.880)
Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen
uit onderhanden werken
Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten
en afname van de geboekte verliezen
3.180.430 2.472.895 2.597.186
Min tussentijdse facturatie (3.131.597) (2.437.265) (2.578.721)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 48.833 35.630 18.465

Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken 'handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten' en 'overige courante activa' op de balans.

Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken 'handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten' en 'andere courante verplichtingen' op de balans.

De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd. Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 3.749 duizend EUR weergegeven in de rubriek 'handels-& overige vorderingen uit operationele activiteiten' en 'overige courante activa'. (zie toelichting 27.6).

19. VOORRADEN

Per 31 december 2013 bedragen de voorraden 215.883 duizend euro (2012: 186.534 duizend euro) en zijn als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2013 2012
Grond- en hulpstoffen 51.173 27.534
Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen (1.601) (725)
Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop 169.941 162.074
Waardeverminderingen op voorraad eindproducten (3.630) (2.349)
Voorraad 215.883 186.534

De evolutie van de rubriek 'grond– en hulpstoffen' wordt enerzijds verklaard door de stijging van de voorraden op de werven van de pool Bouw, alsook door een stijging van de voorraden van de pool Baggerwerken. De stijging van de voorraden van de pool Baggerwerken is het gevolg van DEME wiens consolidatiemethode is gewijzigd van proportionele naar integrale consolidatie per 31 december 2013.

Per 31 december 2013 werden er voor 150 duizend euro aan waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen geboekt.

De toename van de rubriek 'voorraden van afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd

voor verkoop' wordt vooral verklaard door de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen en Luxemburg. Per 31 december 2013 werden 1.130 duizend euro aan waardeverminderingen op 'voorraden eindproducten' teruggenomen als gevolge van de uitvoering van projecten (zie toelichting 6).

20. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN

(duizend euro) 2013 2012
Handelsvorderingen 883.842 553.137
Min provisie voor dubieuze debiteuren (18.211) (15.630)
Netto handelsvorderingen 865.631 537.507
Overige courante vorderingen 251.284 194.959
Totaal geconsolideerd 1.116.915 732.466
Andere courante activa 101.030 84.240
Handels- en overige schulden uit operationele activiteiten 1.045.907 689.475
Andere courante verplichtingen 365.263 307.744
Totaal geconsolideerd 1.411.170 997.219
Netto saldo van de handels- vorderingen en schulden (193.225) (180.513)

Wij verwijzen naar toelichting 28 voor de analyse van het kredietrisico.

21. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

(duizend euro) 2013 2012
Deposito's op korte termijn 25.700 59.280
Bank en kasmiddelen 449.093 201.322
Geldmiddelen en kasequivalenten 474.793 260.602

De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.

22. SUBSIDIES

De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2013.

23. PERSONEELSVOORDELEN

De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'.

Per 31 december 2013 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling 40.724 duizend euro (2012: 21.239 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek 'pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 1.266 duizend euro (2012: 376 duizend euro) voor overige personeelsvoordelen voornamelijk uitgegeven door DEME.

De gegevens van 2013 bevatten de impact van de aanschaf, op 24 december 2013, van de resterende 50% van de aandelen van DEME door CFE.

De gegevens van 2012 zijn herwerkt ten gevolge van de wijziging van de boekhoudmethode zoals beschreven in de paragraaf 'voornaamste boekhoudprincipes' met betrekking tot de herziene versie van de norm IAS 19, die oplegt om actuariële winsten en verliezen gerelateerd aan toegezegde pensioenplannen rechtstreeks in eigen vermogen op te nemen.

BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE VOORDEELPLANNEN VAN DE GROEP CFE

De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.

• Toegezegde bijdrageplannen

De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.

• Toegezegde pensioenplannen Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ('gefinancierde plannen'), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ('niet gefinancierde plannen'). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.

De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,3% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,7% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 78% in België en 22% in Nederland. De toegezegde voordeelplannen zijn van het type 'tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen. Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.

Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type 'toegezegd pensioen'

BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE PENSIOENPLANNEN

Informatie met betrekking tot de risico's gelinkt aan toegezegde pensioenplannen Bij toegezegde pensioenplannen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.

Het risico verbonden met de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.

Informatie met betrekking tot het beheer van de toegezegde pensioenplannen De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling.

  • Informatie met betrekking tot de activa van de toegezegde pensioenplannen De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling (98,3 % van de contracten) zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel met de verzekeringsinstelling overeengekomen rendement (België) De activa van de verzekeringsplannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch eigendommen van de groep CFE.
  • Informatie met betrekking tot de wijzigingen inzake toegezegde pensioenplannen Geen enkele wijziging, settlement of curtailment heeft zich voorgedaan gedurende het boekjaar.

BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE BIJDRAGEPLANNEN

De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegd bijdrage pensioenplan dat gefinancierd wordt door het pensioenfonds multi-werkgever 'fbz-fse Constructiv'. Daarenboven geniet een beperkt aantal bedienden van het regime van toegezegde bijdrageplannen die gefinancierd worden door een verzekeringsinstelling 'tak 21'. De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever een minimum interest garandeert op de toegezegde bijdrageplannen. Het minimum rendement van elk contract tegenover de verzekeraar is, op vandaag, meer dan het minimum rendement vereist door de Belgische staat, waardoor de groep CFE dus niet is blootgesteld aan een afname inzake rendement van de onderliggende activa. Als gevolg werd hier geen voorziening voor opgenomen.

SCHULDEN MET BETREKKING TOT TOEGEZEGDE PENSIOENREGELINGEN EN BRUGPENSIOENEN

(duizend euro) 2013 2012
Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde
te bereiken doel plannen
(39.458) (20.863)
Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde
verplichtingen (-)
(136.782) (81.591)
Reële waarde van fondsbeleggingen 97.324 60.728
Vorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van te bereiken doel
plannen, totaal
(39.458) (20.863)
Verplichtingen (39.458) (20.863)
Activa 0 0

BEWEGINGEN IN DE NETTOVORDERING (-VERPLICHTING) OPGENOMEN IN DE BALANS

(duizend euro) 2013 2012
Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans,
beginsaldo
(20.863) (16.278)
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (4.299) (3.871)
Nettolasten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten (4.324) (5.963)
Bijdragen van werkgever 5.248 5.249
Effecten van bedrijfscombinaties (15.269) 0
Overige bewegingen 49 0
Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, eindsaldo (39.458) (20.863)

De rubriek 'effecten van bedrijfscombinaties' bevat de invloed van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2013 op de voorziening.

KOSTEN GEBOEKT IN DE WINST- EN VERLIESREKENING MET BETREKKING TOT TOEGEZEGDE PENSIOEN-REGELINGEN EN BRUGPENSIOENEN

(duizend euro) 2013 2012
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (4.299) (3.871)
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten (3.504) (2.984)
Rentekosten (2.790) (3.513)
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) 2.133 2.821
Pensioenkosten van verstreken diensttijd (138) (194)

De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek 'Bezoldigingen en sociale lasten' en in het financieel resultaat.

NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

(duizend euro) 2013 2012
Nettolasten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten (4.324) (5.963)
Actuarial (gains)/losses opgenomen in de niet-gerealiseerde
resultaten
(5.254) (7.824)
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd rente-opbrengsten
(-)
930 1.861

BEWEGINGEN IN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN TE BEREIKEN DOEL PLANNEN

(duizend euro) 2013 2012
Saldo van de verplichtingen op 1 januari (81.590) (72.824)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (3.504) (2.984)
Rentekosten (2.790) (3.513)
Bijdragen van de werknemer (750) (727)
Betalingen aan begunstigden (-) 3.504 5.565
Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto (5.164) (7.766)
waarvan: actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit
demografische veronderstellingen
0 0
waarvan: actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële
assumpties
(4.099) (5.405)
waarvan: ervarings(winsten) / verliezen (1.065) (2.361)
Pensioenkosten van verstreken diensttijd (138) (194)
Toename door middel van bedrijfscombinaties (47.452) 0
Afname door bedrijfsafsplitsing 527 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Overige toename (afname) 575 853
Verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen, eindsaldo (136.782) (81.590)

De rubriek 'effect van bedrijfscombinaties' bevat de invloed op de verplichting ten gevolge van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2013.

BEWEGINGEN IN DE FONDSBELEGGINGEN

(duizend euro) 2013 2012
Reële waarde van fondsbeleggingen beginsaldo 60.728 56.529
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in
renteopbrengsten
930 1.861
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen 2.133 2.820
Bijdragen van werkgever / werknemer 5.597 5.422
Betalingen aan begunstigden (-) (3.207) (5.209)
Toename door middel van bedrijfscombinaties 32.182 0
Afname door bedrijfsafsplitsing (478) 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Overige toename (afname) (561) (694)
Reële waarde van fondsbeleggingen eindsaldo 97.324 60.728

De rubriek 'effect van bedrijfscombinaties' bevat de invloed op de activa ten gevolge van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2013.

De onderliggende activa van de toegezegde pensioenplannen werden bij een verzekeringsinstelling (98,3% van de activa) en bij een zelfbeheerd pensioenfonds (1,7% van de activa) geïnvesteerd.

VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN

2013 2012
Disconteringsvoet 3,40% 3,50%
Verwacht percentage van loonsverhogingen 3,00% < 60 jaar
en 2,00% > 60 jaar
3,00% < 60 jaar
en 2,00% > 60 jaar
Inflatie 2,00% 2,00%
Toegepaste sterftetabellen MR/FR MR/FR

OVERIGE VERONDERSTELLINGEN INZAKE TOEGEZEGDE PENSIOENREGELINGEN

2013 2012
Looptijd (in jaren) 11,62 11,95
Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva 5,0% 8,3%
Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop
van volgend boekjaar
8.343 5.400

GEVOELIGHEIDSANALYSE INZAKE TOEGEZEGDE PENSIOENREGELINGEN

2013 2012
Disconteringsvoet
Toename met 25 basispunten -2,9% -2.7%
Afname met 25 basispunten +2,9% +3,0%
Verwacht percentage van loonsverhogingen
Toename met 25 basispunten +2,0% +2,2%
Afname met 25 basispunten -1,8% -1,8%

24. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN

Per 31 december 2013 bedragen deze voorzieningen 61.619 duizend euro, een verhoging van 15.120 duizend euro ten opzichte van eind 2012 (46.499 duizend euro).

(duizend euro) Diensten na
verkoop
Andere
courante
risico's
Andere
niet-cou
rante
risico's
Totaal
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
11.727 24.093 10.679 46.499
Netto wisselkoersverschillen (17) (4) (3) (24)
Overdracht naar andere rubrieken 4.455 2.703 (227) 6.931
Voorzieningen: toevoegingen 2.531 15.041 (5.386) 12.186
Voorzieningen: bestedingen (1.474) (8.144) 6.188 (3.430)
Voorzieningen: terugnemingen 0 (254) (289) (543)
Saldo op het einde van het boekjaar 17.222 33.435 10.962 61.619
waarvan: courante 50.657
niet courant 10.962

De voorziening voor diensten na verkoop is met 5.495 duizend euro gestegen en bedraagt 17.222 duizend euro eind 2013. De evolutie einde 2013 wordt verklaard door de toevoegingen en/of terugnemingen van voorzieningen geboekt in verband met tienjarige garanties.

De voorzieningen voor andere courante risico's verhogen met 9.342 duizend euro en bedragen 33.435 duizend euro eind 2013. Deze omvatten:

  • Voorzieningen voor klantengeschillen (7.693 duizend euro), voorzieningen voor uit te voeren werken (231 duizend euro), voorzieningen voor sociale risico's (737 duizend euro), alsook andere courante risico's (10.614 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken betreffende de weerhouden assumpties, noch over het moment van waarschijnlijke kasuitgaven
  • De voorzieningen voor verliezen einde werf (14.160 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De bestedingen van de verliezen einde werf zijn te wijten aan de uitvoering van desbetreffende contracten

De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.

25. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bouwsector is en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.

26. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD

(duizend euro) 31/12/2013 31/12/2012
Niet
courante
Courante Totaal Niet
courante
Courante Totaal
Bankleningen en andere financiële
schulden
(600.883) (164.838) (765.721) (331.016) (76.807) (407.823)
Obligatielening (199.639) (109.767) (309.406) (100.000) (2.519) (102.519)
Opname van kredietlijnen (30.000) (30.000) (35.000) (3.000) (38.000)
Leningen mbt financiële leasing (18.303) (4.337) (22.640) (13.104) (3.482) (16.586)
Totaal van de langlopende
financiële schuld
(848.825) (278.942) (1.127.767) (479.120) (85.808) (564.928)
Financiële schuld op korte termijn 0 (128.415) (128.415) 0 (95.665) (95.665)
Kasequivalenten 0 25.700 25.700 0 59.280 59.280
Beschikbare middelen 0 449.093 449.093 0 201.322 201.322
Totaal van de kortlopende
netto financiële schuld
(of beschikbare middelen)
0 346.378 346.378 0 164.937 164.937
Totaal van de netto financiële schuld (848.825) 67.436 (781.389) (479.120) 79.129 (399.991)
Financiële derivaten – intrestindekking (28.534) (2.015) (30.549) (23.070) (3.375) (26.445)

26.1 DE NETTO FINANCIËLE SCHULD, ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP, ANALYSEERT ZICH ALS VOLGT:

De obligatielening van CFE met een nominale waarde van 100 miljoen euro en met vervaldag 21 juni 2018, is geherklasseerd naar kortlopende financiële schuld per 31 december 2013 en dit ten gevolge van de clausule 'wijziging van aandeelhouder' zoals opgenomen in de voorwaarden bij uitgifte van de lening.

26.2 TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN

(duizend euro) Vervallen
binnen
het jaar
Vervallen
tussen 1
en 2 jaar
Vervallen
tussen 2
en 3 jaar
Vervallen
tussen 3
en 5 jaar
Vervallen
tussen 5
en 10 jaar
Vervallen
meer dan
10 jaar
Totaal
Bankleningen en andere
financiële schulden
(274.605) (273.648) (118.129) (160.608) (45.532) (2.966) (875.488)
Obligatielening (199.639) (199.639)
Opname van kredietlijnen (30.000) (30.000)
Leningen mbt financiële leasing (4.337) (4.060) (3.342) (5.749) (5.109) (43) (22.640)
Totaal van de langlopende
financiële schuld
(278.942) (277.708) (151.471) (166.357) (250.280) (3.009) (1.127.767)
Financiële schuld op korte termijn (128.415) (128.415)
Kasequivalenten 25.700 25.700
Beschikbare middelen 449.093 449.093
Totaal van de kortlopende
financiële nettoschuld
346.378 346.378
Totaal van de financiële netto
schuld
67.436 (277.708) (151.471) (166.357) (250.280) (3.009) (781.389)

De huidige waarde van de verplichtingen betreffende leasingovereenkomsten bedraagt 4.337 duizend euro (2012: 3.482 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappij Louis Stevens & Co NV en de gebouwen en machines bij Groep Terryn NV en haar filialen.

26.3 KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN

De groep CFE beschikt op 31 december 2013 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 100 miljoen euro waarvan 30 miljoen euro getrokken eind 2013.

Overigens, is CFE op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terugbetaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. Overigens is DEME op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%.

De bankleningen en andere financiële schulden betreffen voornamelijk DEME of kredieten van vastgoedprojecten, en zijn zonder regres tegen CFE.

26.4 FINANCIËLE VOORWAARDEN (CONVENANTS)

De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De activa en passiva van DEME zijn aan 100% opgenomen in de geconsolideerde balans terwijl de kasstromen enkel de activiteit van DEME aan 50% voorstellen. De kredietinstellingen hebben hun akkoord gegeven om de financiële voorwaarden aan te passen aan deze uitzonderlijke situatie per 31 december 2013. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd.

27. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S

27.1 RENTEVOETRISICO

Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoed, holding, bouwactiviteiten en Multitechnieken en Baggerwerken (DEME).

Voor de concessies vindt het beheer van het rentevoetrisico plaats volgens twee beleidsvisies: een visie op lange termijn die beoogt om het economisch evenwicht van de concessie te verzekeren en te optimaliseren, en een kortetermijnvisie waarvan het de bedoeling is de gemiddelde kosten van de schuld te optimaliseren. Om het rentevoetrisico te dekken, worden renteswaps gebruikt. Deze dekkingsinstrumenten hebben ten hoogste dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten worden boekhoudkundig dekkingsverrichtingen genoemd.

Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps. Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.

De bouwactiviteiten en Multitechnieken, alsook de holding worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.

Soort schulden Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal
Bedrag Aandeel Rentevoet Bedrag Aandeel Rentevoet Bedrag Aandeel Rentevoet
Bankleningen en andere financiële
schulden
34.817 9,49% 1,97% 730.904 96,06% 1,23% 765.721 67,90% 1,26%
Obligatielening 309.406 84,34% 4,35% 0 0,00% 0,00% 309.406 27,44% 4,35%
Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 30.000 3,94% 1,97% 30.000 2,66% 3,94%
Leningen mbt financiële
leasingovereenkomsten
22.640 6,17% 1,66% 0 0,00% 0,00% 22.640 2,01% 1,66%
Totaal 366.863 100,00% 3,95% 760.904 100,00% 1,26% 1.127.767 100,00% 2,19%

Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten

Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten

Soort schulden Vaste rentevoet Variabele rentevoet 'Caped' variabele
rentevoet + inflatie
Totaal
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bankleningen en andere
financiële schulden
637.803 65,76% 2,59% 127.918 81,00% 1,22% 0 0,00% 0,00% 765.721 67,90% 2,36%
Obligatielening 309.406 31,90% 4,35% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 309.406 27,44% 4,35%
Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 30.000 19,00% 1,97% 0 0,00% 0,00% 30.000 2,66% 19,00%
Leningen mbt financiële
leasingovereenkomsten
22.640 2,33% 1,99% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 22.640 2,01% 1,99%
Totaal 969.849 100,00% 3,14% 157.918 100,00% 1,36% 0 0,00% 0,00% 1.127.767 100,00% 3,34%

27.2 GEVOELIGHEID VAN HET RENTEVOETRISICO

De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:

• de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking

  • financiële instrumenten tegen vaste koers, erkend tegen reële waarde in de balans via het resultaat
  • derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn.

Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in het eigen vermogen.

De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2013 constant blijft gedurende een jaar.

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.

31/12/2013
(duizend euro) Resultaat Eigen vermogen
Impact van
sensibiliteits
berekening +50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening -50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening +50bp
Impact van
sensibiliteits
-berekening -50bp
Niet-courante schulden (+ deze vervallende
in het jaar) met variabele rente na indekking
565 (565)
Netto financiële schuld (korte termijn) * 642 (642)
Derivaten boekhoudkundig niet
gekwalificeerd als indekking
346 (71)
Als indekking gekwalificeerde derivaten
(kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk)
4.012 (6.712)

* exclusief beschikbare middelen

27.3 BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES

Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten de volgende kenmerken :

Voor bouw-, multitechnieken, vastgoedontwikkeling en -beheer en holdingactiviteiten:

31/12/2013
(duizend euro) <1 jaar Tussen 1
en 2 jaar
Tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
hoogstwaarschijnlijke verwachte kasstromen
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
50.000 50.000 (540)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 50.000 50.000 (540)
31/12/2012
(duizend euro) <1 jaar Tussen 1
en 2 jaar
Tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste
rentevoet betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
hoogstwaarschijnlijke verwachte kasstromen
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
50.000 50.000 (747)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 50.000 50.000 (747)

Voor baggerwerken

31/12/2013
(duizend euro) <1 jaar Tussen 1 en
2 jaar
Tussen 3 en
5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
547 547 (18)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
hoogstwaarschijnlijke verwachte kasstromen
547 547 (18)
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
139.521 315.582 184.349 15.659 655.110 (29.094)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking
van zekere kasstromen
139.521 315.582 184.349 15.659 655.110 (22.335)
31/12/2012
(duizend euro) <1 jaar Tussen 1 en
2 jaar
Tussen 3 en
5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
10.273 273 10.547 (1.031)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
hoogstwaarschijnlijke verwachte kasstromen
10.273 273 10.547 (1.031)
Renteswap variabele rentevoet ontvangen
en vaste rentevoet betaald
71.526 150.554 122.577 27.391 372.048 (22.335)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking
van zekere kasstromen
71.526 150.554 122.577 27.391 372.048 (22.335)

Na de aanschaffing van DEME, heeft CFE een exclusieve controle van die vennootschap. Ten gevolge, op de datum van de aanschaffing, werd een herwaardering van de efficiëntie van de indekking voor de baggerwerken gedaan om de cash-flow hedge te bevestigen.

27.4 VALUTARISICO

Soorten risico's waaraan de groep wordt blootgesteld

De groep CFE en haar filialen hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de bouwactiviteiten, Vastgoedontwikkeling en -beheer en Multitechnieken daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in toelichting 2.

Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.

Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta

Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:

(duizend EUR) 2013 2012
Euro 1.083.020 557.582
US dollar 8.898 2.511
Andere 35.845 4.835
Totaal langlopende financiële verplichtingen 1.127.767 564.928

Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+: activa / - : passiva):

Onderliggende waarde Reële waarde
(duizend euro) USD
US Dollar
Andere
verbonden
met USD
GBP
Pound
Andere Totaal USD
US Dollar
Andere
verbonden
met USD
GBP
Pound
Andere Totaal
Termijn
aankopen
120.666 28.467 12.718 2.421 164.272 (235) 1 (20) 53 (200)
Termijn
verkopen
344.646 6.401 2.277 11.300 364.623 6.152 95 7 (505) 5.749

De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.

De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en

passiva en de derivaten op 31 december 2013 constant blijven gedurende het jaar.

Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de EURO) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.

31/12/2013
(duizend euro) Resultaat
Impact van de sensitiviteits
berekening - vermindering EUR
5%
Impact van de sensitiviteits
berekening - verhoging EUR 5%
Niet-courante schuld (+ vervallend in
het jaar) aan veranderlijke koersen
na boekhoudkundige indekking
860 (819)
Netto financiële schuld op korte
termijn
(773) 736
Werkkapitaal (1.304) 1.242

27.5 RISICO VERBONDEN AAN GRONDSTOFFEN

Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs. Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.

DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze wijziging wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De reële waarde van deze instrumenten, eind 2013, bedraagt -791 duizend EUR (-887 duizend EUR in 2012).

27.6 KREDIET- EN TEGENPARTIJRISICO

De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.

Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.

Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Delcredere dienst).

Financiële instrumenten

De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.

Klanten

De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi-openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.

Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE geregeld de uitstaande klantenbedragen op en stelt zijn positie bij ten opzichte van hen. Toch kan het kredietrisico nooit volledig worden uitgesloten, maar is beperkt.

De analyse van de betalingsachterstand eind 2013 en eind 2012 is als volgt:

Per 31 december 2013
(duizend EUR)
Op het
einde van
de periode
Niet
vervallen
< 3
maanden
> 3
maanden
en < 6
maanden
> 6
maanden
en < 12
maanden
> 1 jaar
Klanten – gefactureerde
producten
873.950 761.144 52.398 16.968 31.468 11.972
Klanten – inhoud van garantie 3.749 2.239 1.443 24 0 43
Totaal bruto 877.699 763.383 53.841 16.992 31.468 12.015
Voorz. – Klanten – gefactureerde
producten
(18.168) (14.584) (518) (562) (86) (2.418)
Voorz. – Klanten – inhoud van
garantie
(43) 0 0 0 0 (43)
Totale voorzieningen (18.211) (14.584) (518) (562) (86) (2.461)
Totaal netto bedragen 859.488 748.799 53.323 16.430 31.382 9.554
Per 31 december 2012
(duizend EUR)
Op het
einde van
de periode
Niet
vervallen
< 3
maanden
> 3
maanden
en < 6
maanden
> 6
maanden
en < 12
maanden
> 1 jaar
Klanten – gefactureerde
producten
537.817 296.629 116.208 36.210 42.094 46.676
Klanten – inhoud van garantie 3.706 1.955 1.705 0 1 45
Totaal bruto 541.523 298.584 117.913 36.210 42.095 46.721
Voorz. – Klanten – gefactureerde
producten
(15.587) (14.848) (748) (532) (320) 861
Voorz. – Klanten – inhoud van
garantie
(44) 0 0 0 0 (44)
Totale voorzieningen (15.631) (14.848) (748) (532) (320) 817
Totaal netto bedragen 525.892 283.736 117.165 35.678 41.775 47.538

De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.

27.7 LIQUIDITEITSRISICO

De afname van de liquiditeit en de moeilijkheid om kredieten te verkrijgen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden, blijven van kracht. CFE slaagde er in de loop van het boekjaar in om zijn posities te vrijwaren door de thesaurie strikt te beheren. Voor de 150 leidinggevende kaderleden werden informatiesessies georganiseerd rond het thema van de liquiditeit en het dagelijkse thesauriebeheer. De procedures voor thesauriebeheer werden bijgewerkt en de directeurs van de dochterondernemingen of filialen zijn persoonlijk betrokken bij de thesaurieprognoses en de goede realisatie ervan.

27.8 BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE

De volgende tabel toont de boekwaarde van activa en passiva balans per boekhoudcategorie gedefinieerd volgende de norm IAS 39 alsook de reële waarde:

31 december 2013
(duizend euro)
Afgeleide
instrument niet
gekwalificeerd
als indekking
Afgeleide
instrument
gekwalificeerd
als indekking
Financiële
instrumenten
beschikbaar voor
verkoop
Activa en
verplichtingen
aan afgeschre
ven kost
Totale
boekwaarde
Bepaling van de
rëele waarde per
niveau
Reële waarde
van de categorie
Financiële niet-courante
activa
286 2.441 93.771 96.498 96.498
Deelnemingen (1) 2.441 2.441 Niveau 2 2.441
Financiële vorderingen en
schulden (1)
93.771 93.771 Niveau 2 93.771
Rentevoet derivaten – kas
stromen indekking
286 286 Niveau 2 286
Financiële courante activa 594 1.591.708 1.592.302 1.592.302
Rentevoet derivaten – niet
gekwalificeerd als indekking
Handels- en overige
vorderingen uit operationele
activiteiten
1.116.915 1.116.915 Niveau 2 1.116.915
Financiële activa kasbeheer 594 594 Niveau 2 594
Kasequivalenten (2) 25.700 25.700 Niveau 2 25.700
Beschikbare middelen (2) 449.093 449.093 Niveau 2 449.093
Totaal activa 880 2.441 1.685.479 1.688.800 1.688.800
Langlopende financiële
verplichtingen
9.783 28.820 848.825 887.428 896.412
Obligatielening 199.639 199.639 Niveau 1 208.623
Financiële verplichtingen 649.186 649.186 Niveau 2 649.186
Rentevoet derivaten –
kasstromen indekking
28.820 28.820 Niveau 2 28.820
Andere afgeleide
instrumenten
9.783 9.783 Niveau 3 9.783
Kortlopende financiële
verplichtingen
2.538 1.453.265 1.455.803 1.460.813
Rentevoet derivaten
indekking van hoogst
waarschijnlijk verwachte
kasstromen
1.747 1.747 Niveau 2 1.747
Rentevoet derivaten –
kasstromen indekking
268 268 Niveau 2 268
Wisselkoers derivaten – niet
gekwalificeerd als indekking
523 523 Niveau 2 523
Anderen afgeleide
instrumenten – niet
gekwalificeerd als indekking
Handelsschulden en andere
voortvloeiend uit
operationele activiteiten
1.045.907 1.045.907 Niveau 2 1.045.907
Financiële verplichtingen 100.000 100.000 Niveau 1 105.010
Rentevoet derivaten
indekking van hoogst
waarschijnlijk verwachte
kasstromen
307.358 307.358 Niveau 2 307.358
Totaal passiva 12.321 28.820 2.302.090 2.343.231 2.357.225

1 Gepresenteerd in de rubriek 'Andere niet courante financiële activa' en 'Andere niet courante activa'.

2 Gepresenteerd in de rubriek 'Kas en kasequivalenten'.

De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn :

• De reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke

activa en verplichtingen;

  • De reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn;
  • De reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting.

De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:

  • Voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de
  • juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost • Voor leningen met een variabele intrestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost
  • Voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves
  • Voor andere derivaat instrumenten, werd de juiste waarde bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen
  • Voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door CFE en DEME, werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum.

28. OPERATIONELE LEASING

Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:

(duizend euro) 2013 2012
Minder dan één jaar 5.699 5.732
Tussen één en vijf jaar 8.423 8.847
Meer dan vijf jaar 12.168 12.543
Totaal 26.290 27.122

29. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor de boekhoudperiode 2013 bedraagt 1.311.651 duizend euro (2012: 743.636 duizend euro). De verplichtingen van DEME zijn opgenomen aan 100%, zijnde 856.970 duizend euro.

De verplichtingen bestaan uit:

(duizend euro) 2013 2012
Goede uitvoering en performances bonds (a) 928.273 523.470
Biedingen (b) 30.977 7.303
Teruggaven voorschotten (c) 17.453 11.227
Garantie-inhouding (d) 61.792 74.094
Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 36.283 17.909
Andere gegeven verplichtingen - waarvan 115.638 duizend euro
corporate garanties bij DEME
236.873 109.633
Totaal 1.311.651 743.636
  • a. Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden
  • b. Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken
  • c. Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd
  • d. Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt
  • e. Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer

30. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN

(duizend euro) 2013 2012
Goede uitvoering en performance bonds 51.036 47.061
Andere ontvangen verplichtingen 14.883 13.406
Totaal 65.919 60.467

31. GESCHILLEN

De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.

De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.

32. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

  • Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.288.662 aandelen van CFE sinds 24 december 2013 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 60,39% van de aandelen.
  • Het personeel op de sleutelposten wordt vertegenwoordigd door de leden van het Steering Committee en de Afgevaardigd bestuurder. Het bedrag erkend als vergoeding of andere personeelsvoordelen voor personeel op sleutelposten bedraagt 2.733,6 duizend euro voor 2013 (2012: 4.464,7 duizend euro). Dit bedrag omvat: vaste vergoedingen (1.783,2 duizend euro; 2012: 2.695,8 duizend euro), variabele vergoedingen (472,3 duizend euro; 2012: 795,9 duizend euro), stortingen voor de diverse verzekeringen (extra-legaal pensioenplan, hospitalisatie, arbeidsongevallen, ongevallen in de persoonlijke levenssfeer, Wit-Gele Kruis) (331,8 duizend euro; 2012: 738,5 duizend euro) en kosten van bedrijfsvoertuigen (146,3 duizend euro; 2012: 234,3 duizend euro).
  • Op 24 oktober 2001 heeft CFE een dienstenovereenkomst afgesloten met zijn tot 24 december 2013- referentieaandeelhouder VINCI Construction SAS. De betaalde vergoedingen in het kader van het contract bedragen 1.190 duizend euro en zijn volledig betaald voor 2013.
  • Er zijn geen andere transacties met de Afgevaardigd bestuurder dan zijn remuneratiepakket. Bovendien zijn er geen transacties met de vennootschappen Frédéric Claes NV en Artist Valley NV dan hun remuneratiepakket van de directieleden vertegenwoordigt door deze vennootschappen.
  • Voor de uitvoering van bepaalde werken doet de groep CFE beroep op tijdelijke handelsvennootschappen met andere partners. De groep stelt personeel en materieel ter beschikking of factureert de kosten door. Het bedrag dat aan deze entiteiten is gefactureerd bedraagt 38.770 duizend euro en is opgenomen in de rubriek 'Opbrengsten uit aanverwante activiteiten'.
  • Op 31 december 2013 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit op Rent-A-Port NV en haar filialen. We refereren naar toelichting 35 voor een lijst van de voornaamste gezamenlijk gecontroleerde entiteiten. Deze entiteiten worden geconsolideerd volgens de proportionele methode.

33. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2013) bedraagt:

(duizend euro) Deloitte Andere
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle
van de individuele en geconsolideerde rekeningen
765,1 53,66% 375,5 37,26%
Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 141,0 9,89% 35,2 3,49%
Subtotaal audit 906,1 63,55% 410,7 40,75%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 200,0 14,03% 507,2 50,34%
Andere 319,6 22,42% 89,8 8,91%
Subtotaal andere 519,6 36,45% 597,0 59,25%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 1.425,7 100% 1.007,7 100%

34. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Op 11 februari 2014 heeft de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren een openbaar overnamebod op de aandelen van CFE gelanceerd conform artikel 5 van de wet op de openbare overnamebiedingen en conform hoofdstuk III van het koninklijk besluit openbare overnamebiedingen. Het aanbod is onvoorwaardelijk en wordt in contanten voldaan. De aangeboden prijs is 45 euro per aandeel (coupon n°7 en volgende aangehecht). Het bod geldt tot 5 maart 2014.

35. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

Lijst van de belangrijkste integraal geconsolideerde dochterondernemingen

Aandeel van de groep in %
Namen Zetel (Economisch belang)
EUROPA
Duitsland
NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH Bremen 100%
OAM-DEME MINERALIEN GMBH Hamburg 70%
België
AANNEMINGEN VAN WELLEN NV Kapellen 100%
ABEB NV Antwerpen 100%
AMART SA Brussel 100%
ARIADNE Opglabbeek 100%
BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA Brussel 100%
BATIPONT IMMOBILIER SA Brussel 100%
BE.MAINTENANCE SA Brussel 100%
BENELMAT SA Limelette 100%
BRANTEGEM NV Aalst 100%
BRUSILIA BUILDING NV Brussel 100%
CONSTRUCTION MANAGEMENT SA Brussel 100%
DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES Brussel 75,33%
ENGEMA SA Brussel 100%
ETABLISSEMENTS DRUART SA Péronne-lez-Binche 100%
ETEC SA Manage 100%
GROEP TERRYN NV Moorslede 55,04%
HDP CHARLEROI Brussel 100%
INTERNATIONAL FINANCE CENTER CFE SA Brussel 100%
LOUIS STEVENS NV Halen 100%
NIZET ENTREPRISES SA Louvain-la-Neuve 100%
PRE DE LA PERCHE SA Brussel 100%
PROCOOL SA Péronne-lez-Binche 100%
PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Kapellen 100%
REMACOM NV Beervelde (Gent) 100%
SOGESMAINT SA Brussel 100%
SOGECH SA Manage 100%
VAN MAERLANT SA Brussel 100%
VANDERHOYDONCKS NV Alken 100%
VMA NV Sint-Martens-Latem 100%
VMA WEST NV Meulebeke 100%
VOLTIS SA Louvain-la-Neuve 100%
AGROVIRO NV Zwijndrecht 74,90%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV Oostende 100%
CEBRUVAL BRUCEVAL SA Gosselies 74,90%
CETRAVAL SA Gosselies 74,90%
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS
WORLDWIDE NV
Zwijndrecht 54,37%
D.E.M.E. BLUE ENERGY NV Zwijndrecht 69,99%
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS NV Zwijndrecht 100%
D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV Zwijndrecht 74,90%
D.E.M.E. NV Zwijndrecht 100%
D.E.M.E. COORDINATION CENTER NV Zwijndrecht 100%
DEME CONCESSIONS NV Zwijndrecht 100%
DREDGING INTERNATIONAL NV Zwijndrecht 100%
ECO BIOGAZ SA Gosselies 49,93%
ECOTERRES SA Gosselies 74,90%
ECOTERRES HOLDING S.A. Gosselies 74,90%
FILTERRES S.A. Gosselies 56,10%
GEOSEA NV Zwijndrecht 100%
GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV Kallo 52,43%
GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV Heusden-Zolder 36,70%
HIGH WIND NV Zwijndrecht 60%
HYDRO SOIL SERVICES NV Zwijndrecht 100%
KALIS SA Gosselies 74,90%
LOGIMARINE SA Antwerpen 100%
M.D.C.C. INSURANCE BROKERS NV Brussel 100%
OFFSHORE WIND ASSISTANCE NV Zwijndrecht 100%
PURAZUR N.V. Zwijndrecht 74,90%
SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen 54,37%
Cyprus
CONTRACTORS OVERSEAS LTD Oraklini 100%
NOVADEAL LTD Nicosia, Cyprus 100%
DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD Nicosia 100%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD Nicosia 100%
Frankrijk
ENERGIES DU NORD SAS Lambersart 100%
EUROP AGREGATS SARL Lambersart 100%
SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart 100%
Groot-Brittannië
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS LTD West Sussex 100%
D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD Weybridge, Surrey 74,90%
DREDGING INTERNATIONAL UK LTD West Sussex 100%
Groothertogdom Luxemburg
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE
D'ENTREPRISES CLE SA
Strassen 100%
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE
IMMOBILIERE CLİ SA
Strassen 100%
COMPAGNIE IMMOBILIERE DE WEIMERSKIRCH SA Strassen 100%
P.R.N.E. SA PARC RESIDENTIEL NEI EISCH Luxemburg 100%
SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA Strassen 100%
SOGESMAINT LUXEMBOURG SA Strassen 100%
DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA Windhof 100%
GEOSEA LUXEMBOURG SA Windhof 100%
MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA Windhof 100%
SAFINDI SA Windhof 100%
SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA Windhof 100%
TIDEWAY LUXEMBOURG SA Windhof 100%
Hongarije
CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT Boedapest 100%
VMA HUNGARY LLC Boedapest 100%
Nederland
CFE NEDERLAND BV Dordrecht 100%
GEKA BV Dordrecht 100%
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS BV Vlissingen 100%
DE VRIES & VAN DE WIEL BV Schagen 74,90%
DE VRIES & VAN DE WIEL KUST
EN OEVERWERKEN BV
Schagen 87,45%
TIDEWAY BV Breda 100%
Polen
CFE POLSKA S.P. ZOO Warschau 100%
BPI OBOZOWA S.P.ZOO Warschau 100%
BPI OBOZOWA RETAIL ESTATE S.P.ZOO Warschau 100%
VMA POLSKA S.P.ZOO Warschau 100%
Roemenië
CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest 100%
Slovakije
CFE SLOVAKIA STAVEBNA FIRMA Bratislava 100%
VMA SLOVAKIA SRO Trencin 100%
Andere Europese landen
DREDGING INTERNATIONAL BULGARIA SERVICES
E00D
Sofia, Bulgarije 100%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA Madrid, Spanje 100%
DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Madrid, Spanje 100%
SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië 100%
BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE SA Lissabon, Portugal 100%
MORDRAGA LLC Sint-Petersburg,
Rusland
100%
DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne 100%
AFRIKA
Angola
DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda 100%
SOYO DRAGAGEM LTDA Luanda 100%
Nigeria
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos 100%
TIDEWAY INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos 70%
Tsjaad
CFE TCHAD Ndjamena 100%
Tunesië
CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis 99,96%
Andere Afrikaanse landen
SAMAMEDI SPA Dely Ibrahim, Algerije 100%
DRAGAMOZ LIMITADA Maputo, Mozambi
que
100%
AZIE
India
DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD New Delhi 99,78%
INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD Chennai 86%
Andere Aziatische landen
DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT
CONSULTING SHANGHAI
Shanghai, China 100%
FAR EAST DREDGING LTD Hong Kong 100%
TIDEWAY DI SDN BHD Kuala Lumpur,
Maleisië
100%
MASCARANES DREDGING & MANAGEMENT LTD Mauritius 100%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore 100%
AMERIKA
Brazilië
DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA Santos 74,90%
DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro 100%
Canada
D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS
CANADA LTD
Toronto 74,90%
TIDEWAY CANADA LTD Nieuw-Schotland 100%
Andere Amerikaanse landen
DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA Mexico, Mexico 100%
LOGIMARINE SA DE CV Mexico 100%
DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA Panama 100%
SERVIMAR SA Venezuela 100%
OCEANIË
Australië
DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD Queensland 100%
GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD Brisbane 100%

Met uitzondering van Aannemingen Van Wellen die op 30 november afsluit en van VMA West NV die op 30 juni afsluit, hebben alle dochterondernemingen 31 december als afsluitdatum

Lijst van de belangrijkste gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen die proportioneel geconsolideerd worden

Aandeel van de groep in %
Naam Zetel (Economisch aandeel)
EUROPA
België
BARBARAHOF NV Leuven 40%
FONCIERE DE BAVIERE SA Luik 30%
BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik 30%
BATAVES 1521 SA Brussel 50%
ERASMUS GARDENS SA Brussel 50%
ESPACE MIDI SA Brussel 20%
ESPACE ROLIN SA Brussel 33,33%
FONCIERE STERPENICH SA Brussel 50%
GRAND POSTE SA Luik 24,97%
IMMOANGE SA Brussel 50%
IMMO KEYENVELD I SA Brussel 50%
IMMO KEYENVELD II SA Brussel 50%
IMMO PA 33 1 SA Brussel 50%
IMMO PA 33 2 SA Brussel 50%
IMMO PA 44 1 SA Brussel 50%
IMMO PA 44 2 SA Brussel 50%
IMMOBILIERE DU BERREVELD SA Brussel 50%
LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen 33,33%
LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL Brussel 50%
LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel 50%
OOSTEROEVER NV Oostende 50%
PROJECT RK BRUGMANN NV Antwerpen 50%
REDERIJ ISHTAR BVBA Oostende 50%
REDERIJ MARLEEN BVBA Oostende 50%
RENT-A-PORT NV en haar dochterondernemingen Antwerpen 45%
SOUTH CITY HOTEL SA Brussel 20%
TURNHOUT PARKING NV Oostende 50%
VICTORESTATE SA Brussel 50%
VICTORPROPERTIES SA Brussel 50%
BLUEPOWER NV Zwijndrecht 35%
FASIVER CVBA Zwijnaarde 37,45%
FLIDAR NV Oostende 50%
SEDISOL SA Farciennes 37,45%
SILVAMO NV Roeselare 37,45%
TERRANOVA NV Evergem 43,73%
Groothertogdom Luxemburg
CHATEAU DE BEGGEN SA Strassen 50%
ELINVEST SA Strassen 50%
NORMALUX MARITIME SA Windhof 37,50%
Polen
IMMOMAX S.P. z.o.o. Warschau 47%
IMMOMAX II S.P. z.o.o. Warschau 47%
Hongarije
BETON PLATFORM KFT Boedapest 50%
Andere Europese landen
LIVEWAY LTD Larnaca, Cyprus 50%
LOCKSIDE LTD Larnaca, Cyprus 50%
HGO INFRASEA SOLUTIONS GMBH & CO Bremen, Duitsland 50%
CBD SAS Ferques, Frankrijk 50%
Villeneuve-le-Roi,
EXTRACT ECOTERRES SA Frankrijk 37,45%
TERRAMUNDO LTD West Yorkshire, Groot
Brittannië
37,45%
OCEANFLORE BV Kinderdijk 50%
AFRIKA
Nigeria
COBEL CONTRACTING NIGERIA Ltd Lagos 50%
Tunesië
BIZERTE CAP 3000 SA et sa filiale Tunis 25%
AZIË
DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA Saoedi-Arabië 49%
DALIAN LITAI SOIL REMEDIATION
ENGINEERING CO LTD
Kunming Dalian,
China
37,45%
MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC Abu Dhabi 44,10%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC SHAP
JOINT VENTURE PTE LTD
Singapore 51%
AMERIKA
Brazilië
D.E.M.E. BRASIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro 50%
MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo 51%

Lijst van de belangrijkste verbonden ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode

Aandeel van de groep in %
Naam
Zetel
(Economisch aandeel)
EUROPA
België
INVESTISSEMENT LEOPOLD Brussel 24,14%
LOCORAIL NV Wilrijk 25%
PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN Eupen 25%
PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen 19%
VM PROPERTY I Brussel 40%
VM PROPERTY II Brussel 40%
VAN MAERLANT RESIDENTIAL Brussel 40%
VM OFFICE Brussel 40%
TZZ Brugge 38,90%
C-POWER NV Oostende 11,21%
C-POWER HOLDCO NV Zwijndrecht 18,83%
OTARY RS NV Oostende 18,62%
POWER@SEA NV Zwijndrecht 48,90%
POWER@SEA THORNTON NV Zwijndrecht 48,90%
RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV Oostende 25,50%
RENTEL NV Oostende 18,62%
SEASTAR NV Oostende 18,62%
TERRANOVA SOLAR NV Stabroek 18,85%
Groothertogdom Luxemburg
BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg 40%
BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg 40%
PEF KONS INVESTMENT SA Luxemburg 33,33%
Nederland
COENTUNNEL COMPANY BV Amsterdam 23%
Polen
B-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia 48,90%
C-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia 48,90%

VERKLARING OVER HET GETROUW BEELD VAN DE JAARREKENINGEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET JAARVERSLAG

(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)

We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,

    1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen
    1. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden

Handtekening

Naam: Jacques Ninanne Renaud Bentégeat
Functie: Adjunct-directeur-generaal corporate - Gedelegeerd bestuurder.
Financieel en administratief directeur

Datum: 27 februari 2014

ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP EN HAAR KAPITAAL

Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE Maatschappelijke zetel: Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel Telefoon: + 32 2 661 12 11 Juridische vorm: naamloze vennootschap Wetgeving: Belgische Oprichting: 21 juni 1880 Duurtijd: niet bepaald Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar Handelsregister: RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 Plaats waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: op de maatschappelijke zetel van de vennootschap

Sociaal doel (artikel 2 van de statuten)

"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.

Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.

Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.

Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.

De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013 GERICHT TOT DE ALGEMENE VERGADERING VAN DE AANDEELHOUDERS

Aan de aandeelhouders

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde financiële staten, en omvat tevens ons verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de geconsolideerde staat van financiële positie op 31 december 2013, de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar eindigend op die datum, alsmede een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde financiële staten van Aannemingsmaatschappij CFE NV ('de vennootschap') en haar dochterondernemingen (samen 'de groep'), opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. De totale activa in de geconsolideerde staat van financiële positie bedragen 4.161 miljoen EUR en het geconsolideerde verlies (aandeel van de groep) van het boekjaar bedraagt 81 miljoen EUR.

Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde financiële staten

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde financiële staten die een getrouw beeld geven in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne controle die ze noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde financiële staten die geen afwijking van materieel belang bevatten, die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde financiële staten tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (International Standards on Auditing - ISA) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde financiële staten geen afwijking van materieel belang bevatten.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde financiële staten opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde financiële staten als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne controle van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de geconsolideerde financiële staten die een getrouw beeld geven, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede de presentatie van de geconsolideerde financiële staten als geheel. Wij hebben van de aangestelden en van de raad van bestuur van de groep de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geven de geconsolideerde financiële staten van de vennootschap Aannemingsmaatschappij CFE NV een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep per 31 december 2013, en van haar resultaten en kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

VERSLAG OVER ANDERE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en voor de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde financiële staten.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde financiële staten te wijzigen:

Het jaarverslag over de geconsolideerde financiële staten behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde financiële staten en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Diegem, 5 maart 2014 De commissaris

DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA

____________________________

Vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy

Statutaire financiële staten

STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN WINST- EN VERLIESREKENING

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2013 2012
Vaste Activa 1.403.091 371.723
Oprichtingskosten 178 178
Immateriële vaste activa 1.858 3.072
Materiële vaste activa 9.366 6.232
Financiële vaste activa 1.391.689 362.241
A. Verbonden ondernemingen 1.385.032 358.247
B. Andere financiële activa 6.657 3.994
Vlottende activa 289.147 284.942
Vorderingen op meer dan één jaar 0 3.203
Voorraden en bestellingen in uitvoering 127.339 102.762
Vorderingen op ten hoogste één jaar 140.424 153.511
- Handelsvorderingen 96.718 115.639
- Overige vorderingen 43.706 37.872
Geldbeleggingen 92 5.583
Liquide middelen 16.016 15.080
Overlopende rekeningen 5.276 4.803
Totaal van de activa 1.692.238 656.665
Eigen vermogen 1.148.532 172.275
Kapitaal 41.330 21.375
Uitgiftepremies 592.651 62.606
Herwaarderingsmeerwaarden 492.464 12.395
Reserves 21.477 21.477
Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 610 54.422
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 54.738 46.257
Schulden 488.968 438.113
Schulden op meer dan één jaar 308 117.577
Schulden op ten hoogste één jaar 487.550 319.406
- Financiële schulden 108.762 6.221
- Handelsschulden 124.491 128.723
- Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen
vooruitbetalingen op bestellingen
102.776 94.154
- Overige schulden 151.521 90.308
Overlopende rekeningen 1.110 1.150
Totaal van de passiva 1.692.238 656.665
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2013 2012
RESULTATEN
Bedrijfsopbrengsten 381.040 407.806
Bedrijfskosten (413.429) (408.527)
- Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (291.027) (302.840)
- Diensten en diverse goederen (50.593) (37.562)
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (58.765) (66.864)
- Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (11.733) 3.415
- Andere bedrijfskosten (1.311) (4.676)
Bedrijfswinst (32.389) (721)
Financiële opbrengsten 26.536 31.660
Financiële kosten (9.562) (7.366)
Winst uit de gewone bedrijfsuitoefening, vóór belasting (15.415) 23.574
Uitzonderlijke opbrengsten 124 44
Uitzonderlijke kosten (9.376) (273)
Winst van het boekjaar vóór belasting (24.667) 23.344
Belastingen (onttrekking en regularisering) (33) (4)
Winst van het boekjaar (24.700) 23.340
Resultaatverwerking
Winst van het boekjaar (24.700) 23.340
Overgedragen winst 54.422 46.138
Vergoeding van het kapitaal (29.112) (15.056)
Wettelijke reserve
Over te dragen winst 610 54.422

ANALYSE VAN DE WINST- EN VERLIESREKENING EN VAN HET OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

De omzet van CFE NV is sterk gedaald. Deze daling is voornamelijk te wijten aan de vermindering van de activiteiten burgerlijke bouwkunde en gebouwen in het zuidelijk gedeelte van België.

Het bedrijfsresultaat is negatief ten gevolge van zware verliezen geleden op een project voor de bouw van scholen voor de Duitstalige gemeenschap, van onvoldoende activiteit in de afdeling burgerlijke bouwkunde in samenhang met de moeilijke uitvoering van enkele werven in de Waalse regio, ten gevolge van herstructureringsmaatregelen en een garantieverplichting op een vroegere werf.

De opbrengsten van de financiële vaste activa verminderen als gevolg van de daling van de door de dochtermaatschappijen betaalde dividenden.

De uitzonderlijke kosten bevatten de impact van maatregelen genomen ter oplossing van gekende problemen in bepaalde dochterondernemingen.

Het nettoresultaat na belastingen bedraagt (24,7) miljoen euro.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.