Annual Report • Apr 7, 2015
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Op 24 december 2013 heeft CFE de exclusieve controle over DEME verworven. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde gegevens met betrekking tot de exploitatierekening voor het boekjaar 2013 maar voor 50% rekening gehouden met de activiteiten van DEME. Daarentegen zijn de rekeningen van DEME voor 100% opgenomen in de gegevens met betrekking tot de geconsolideerde balans op 31 december 2013. Hetzelfde geldt voor het orderboek op 31 december 2013.
| In miljoen euro | IFRS | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 (gepubli ceerd) |
2013 (*) Resultaten DEME aan 50% |
Pro Forma 2013 DEME aan 100% |
2014 DEME aan 100% |
|
| Omzet | 1.774,4 | 1.793,8 | 1.898,3 | 2.267,3 | 984,9 | 3.346,1 | 3.510,5 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) | 99,1 | 84,9 | 81,2 | 67,2 | 16,3 | 166,4 | 240,5 |
| Resultaat vóór belastingen (1) | 85,2 | 69,2 | 52,5 | 28,0 | 13,6 | 110,2 | 224,8 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (1) |
63,3 | 59,1 | 49,4 | 7,9 | 7,9 | 61,7 | 159,9 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (2) |
63,3 | 59,1 | 49,4 | -81,2 | -81,2 | -27,4 | 159,9 |
| Cashflow (3) | 195,0 | 171,5 | 184,4 | 190,3 | -12,7 | 392,1 | 461,7 |
| EBITDA (4) | 197,3 | 181,6 | 199,1 | 213,2 | -9,8 | 460,9 | 479,5 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep (vóór de verdeling) |
466,1 | 501,7 | 524,6 | 1.193,2 | 1.193,2 | 1.193,2 | 1.313,6 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
(1) Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.
(2) Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.
(3) Cashflow: zie geconsolideerde financieringstabel op pagina 67 van het financiële verslag.
(4) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie).
De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
| In miljoen euro | IFRS | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 (*) | 2012 (*) | 2013 (**) | 2014 | |
| Eigen vermogen | 475,5 | 506,8 | 530,8 | 1.201,2 (DEME aan 100%) |
1.320,9 |
| Netto financiële schuld | 248,0 | 350,8 | 400,0 | 614,1 (DEME aan 100%) |
188,1 |
| Investeringen en immateriële en materiële vaste activa | 223,3 | 217,6 | 205,9 | 117,1 | 187,5 |
| Afschrijvingskosten | 98,3 | 100,6 | 119,6 | 14,4 | 243,7 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met (i) de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening en IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten en (ii) de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
| IFRS | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 | 2012 (1) | 2013 (gepubli ceerd) |
2014 (3) | |
| Omzet | 10,7% | 1,1% | 5,8% | 19,4% | +4,9% |
| EBIT (2) | 8,4% | -14,2% | -4,4% | -17,2% | +44,5% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep van het boekjaar (1) | 2,5% | -6,7% | -16,4% | -84,0% | +159,2% |
(1) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.
(2) Vóór specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging.
(3) Vergeleken met de pro forma 2013.
| IFRS | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 | 2012 (*) | 2013 (gepubli ceerd) (**) |
2013 DEME 50% (**) |
2013 Pro Forma DEME 100% (**) |
2014 | ||
| EBIT / Omzet | 5,6% | 4,7% | 4,3% | 3,0% | 1,7% | 5,0% | 6,9% | |
| EBIT / cashflow | 50,7% | 49,5% | 44,1% | 35,3% | -128,3% | 42,4% | 52,1% | |
| EBITDA / Omzet | 11,1% | 10,1% | 10,5% | 9,4% | -1,0% | 13,8% | 13,7% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / Eigen middelen aandeel van de groep |
13,6% | 11,8% | 9,4% | 0,7% | 0,7% | 5,2% | 12,2% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / omzet | 3,6% | 3,3% | 2,6% | 0,3% | 0,8% | 1,8% | 4,6% |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.
(**) Vóór specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
Evolutie van het bedrijfsresultaat (*) in miljoen euro
(*) Met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
(**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
De pool Contracting integreert de activiteiten bouw, multitechnieken en spoorinfra.
Sedert vijf jaar (au 31/12)
| 2010 | 2011 | 2012 (*) | 2013 (**) | 2014 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen op 31/12 | 13.092.260 | 13.092.260 | 13.092.260 | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Bedrijfsresultaat | 7,57 | 6,49 | 6,22 | N/A ** | 9,50 |
| Cashflow | 14,89 | 13,10 | 14,10 | N/A ** | 18,24 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 4,83 | 4,51 | 3,75 | N/A ** | 6,32 |
| Brutodividend | 1,25 | 1,15 | 1,15 | 1,15 | 2,00 |
| Nettodividend | 0,9375 | 0,8625 | 0,8625 | 0,8625 | 1,50 |
| Eigen vermogen van de groep | 35,6 | 38,3 | 40,07 | 47,1 | 52,18 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Laagste minimunkoers | EUR | 32,10 | 35,03 | 36,25 | 41,00 | 62,80 |
| Hoogste maximunkoers | EUR | 54,84 | 59,78 | 49,49 | 66,64 | 89,70 |
| Slotkoers van het boekjaar | EUR | 53,71 | 37,99 | 43,84 | 64,76 | 85,02 |
| Gemiddeld dagelijks volume | aantal effecten | 17.412 | 15.219 | 11.672 | 14.628 | 15.015 |
| Beurskapitalisatie op 31/12 | Miljoen EUR | 703,19 | 497,40 | 573,96 | 1.639,40 | 2.152,20 |
Op 31 december 2014 werd het kapitaal van CFE vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen.
De aandelen van de onderneming zijn sinds 1 januari 2014 allemaal op naam of gedematerialiseerd.
Op 1 januari 2014 werden de aandelen aan toonder van de onderneming die op 31 december 2013 nog niet op een effectenrekening ingeschreven waren van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde aandelen en geplaatst bij Euroclear op een speciale effectenrekening op naam van CFE.
Conform de vigerende reglementering zullen alle oude aandelen aan toonder die van rechtswege gedematerialiseerd zijn vanaf 1 januari 2014 en waarvan de eigenaar zich op de dag van de verkoop niet kenbaar heeft gemaakt, verkocht worden door CFE in het kader van een openbare gedwongen verkoop die zal georganiseerd worden in de loop van 2015.
Het bezit van een aandeel geeft recht op één stem per aandeel in de algemene vergadering van CFE en brengt van rechtswege de instemming met zich mee met de statuten van CFE en met de beslissingen van de algemene vergadering van CFE.
Het uitoefenen van elk recht dat gekoppeld is aan aandelen aan toonder, die op 1 januari 2014 van rechtswege gedematerialiseerd werden, wordt opgeschort totdat iemand, die zijn hoedanigheid als houder geldig heeft kunnen laten vaststellen, vraagt en verkrijgt dat de aandelen ingeschreven worden op zijn naam op een effectenrekening of in het register van aandelen op naam van de onderneming.
Het register van de aandelen op naam wordt bijgehouden op papier en in elektronische vorm. Het papieren register wordt bewaard in de maatschappelijke zetel van CFE. Het beheer van het elektronische register werd toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK SA).
Euroclear Belgium werd aangewezen als vereffeningsinstelling.
De onderneming heeft geen converteerbare obligaties of warrants uitgegeven.
Bank Degroof werd aangeduid als 'Main Paying Agent'.
De financiële instellingen waarbij de houders van financiële instrumenten hun financiële rechten kunnen uitoefenen zijn: Bank Degroof, BNP Paribas Fortis en ING België.
Financieel verslag 2014 9
Philippe Berlamont
CFE
CFE
Fabien De Jonge
| p. 11 | A. | Verslag over de bedrijfsrekeningen |
|---|---|---|
| p. 11 | 1. Kerncijfers 2014 |
|
| p. 12 | 2. Analyse per activiteitenpool |
|
| p. 18 | 3. Samenvatting van de resultaten |
|
| p. 23 | 4. Informatie over de vooruitzichten |
|
| p. 23 | 5. Nieuwe organisatie |
|
| p. 23 | 6. Vergoeding van het kapitaal |
|
| p. 24 | B. | Verklaring van corporate governance |
| p. 24 | 1. Corporate Governance | |
| p. 24 | 2. Samenstelling van de raad van bestuur | |
| p. 34 | 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités | |
| p. 37 | 4. Aandeelhouderschap | |
| p. 38 | 5. Interne controle | |
| p. 45 | 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het | |
| kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten |
||
| p. 45 | 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, | |
| inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en | ||
| executive managers | ||
| p. 45 | 8. Bijstandsovereenkomst | |
| p. 45 | 9. Controle op de vennootschap |
|
| p. 47 | C. | Bezoldigingsverslag |
| p. 47 | 1. De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités | |
| p. 48 | 2. De directie van CFE | |
| p. 48 | 3. De bezoldiging van de leden van het Steering Committee | |
| p. 50 | 4. Vertrekvergoeding | |
| p. 50 | 5. Variabele vergoeding van de leden van het Steering Committee | |
| p. 50 | 6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van het Steering Committee of de gedelegeerd bestuurder |
|
| p. 51 | D. | Verzekeringsbeleid |
| p. 51 | E. Bijzondere verslagen | |
| p. 51 | F. | Openbaar overnamebod |
| p. 51 | G. Overnames | |
| p. 51 | H. Oprichting van bijkantoren | |
| p. 51 | I. | Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar |
| p. 51 | J. | Onderzoek en ontwikkeling |
| p. 51 | K. | Vooruitzichten |
| p. 51 | L. Auditcomité | |
| p. 51 | M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 7 mei 2015 | |
Op 26 februari 2015 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2014 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 7 mei 2015.
De rekeningen van het boekjaar 2014 zijn herwerkt om rekening te houden met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11. Na deze aanpassingen werd de resultaatrekening van DEME geconsolideerd op 31 december 2013 door toepassing van de vermogensmutatiemethode. Tot 24 december 2013 bezat CFE 50% van haar baggerfiliaal. Met het oog op een betere leesbaarheid toont een kolom pro forma 2013 de kerncijfers van de resultaatrekening van DEME voor het boekjaar 2013 aan 100%.
| In miljoen euro | 2014 | 2013 (1) | Pro Forma 2013 (1) |
Evolutie 2014/2013 Pro Forma |
|---|---|---|---|---|
| DEME aan 50% |
DEME aan 100% |
|||
| Omzet | 3.510,5 | 984,9 | 3.346,1 | 4,90% |
| Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) | 479,5 | -9,8 | 460,9 | 4,00% |
| In % van de omzet | 13,70% | -1,00% | 13,80% | |
| Bedrijfsresultaat activiteiten (2) | 220,4 | -35 | 241,2 | -8,60% |
| In % van de omzet | 6,30% | -3,60% | 7,20% | |
| Bedrijfsresultaat (incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures) (2) |
240,5 | 16,3 | 166,4 | 44,50% |
| In % van de omzet | 6,90% | 1,70% | 5,00% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (2) | 159,9 | 7,9 | 61,7 | 159,20% |
| In % van de omzet | 4,60% | 0,80% | 1,80% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (3) | 159,9 | -81,2 | -27,4 | n.s. |
| Nettoresultaat per aandeel (in euro) | 6,32 | -3,21 | - | n.s. |
| Brutodividend per aandeel (in euro) | 2,00 | 1,15 | - | 73,90% |
| Orderboek op 31 december (4) | 3.565,8 | 4.387,9 | 4.387,9 | -18,70% |
(1) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
(2) Vóór niet-recurrente elementen in 2013 resulterend uit de verwerking van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp vormen van de inbreng in natura.
(3) Na niet-recurrente elementen in 2013 resulterend uit de verwerking van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp vormen van de inbreng in natura.
(4) Bedragen inclusief het orderboek van vennootschappen geïntegreerd door vermogensmutatie vanaf 1 januari 2014 ingevolge de toepassing van de boekhoudnorm IFRS 10 en 11.
De in dit hoofdstuk voor DEME vermelde bedragen hebben betrekking op 100%.
| In miljoen euro | 2014 | 2013 (*) | Evolutie 2014/2013 |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DEME | Her werkingen (****) |
Totaal | DEME | Her werkingen (****) |
Totaal | ||
| Omzet | 2.419,7 | - | 2.419,7 | 2.361,2 | - | 2.361,2 | +2,5% |
| EBITDA | 443,6 | 2,2 | 445,8 | 475,4 | -4,6 | 470,7 | -5,3% |
| Bedrijfsresultaat (**) | 248,9 | -7,8 | 241,1 | 206,8 | -4,6 | 202,2 | +19,2% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep |
168,9 | 2,4 | 171,3 | 109,1 | -3,2 | 105,9 | +61,8% |
| Investeringen | 165,4 | - | 165,4 | 98,8 | - | 98,8 | +67,4% |
| Netto financiële schuld | 126,8 | 7,3 | 134,1 | 533,5 | 9,0 | 542,5 | -75,3% |
| Orderboek (***) | 2.420,0 | - | 2.420,0 | 3.049,0 | - | 3.049,0 | -20,6% |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
(**) Inclusief de resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures.
(***) Bedragen inclusief het orderboek van vennootschappen geïntegreerd door vermogensmutatie vanaf 1 januari 2014 ingevolge de toepassing van de boekhoudnorm IFRS 10 en 11.
(****) Zie opmerkingen op bladzijde 14.
De hierna vermelde kerncijfers worden voorgesteld volgens de economische benadering, die de gezamenlijk gecontroleerde vennootschappen evenredig consolideert (vóór 1 januari 2014 toegepaste boekhoudprincipes).
| In miljoen euro (zonder herwerking voor DEME) |
2014 | 2013 | Evolutie 2014/2013 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 2.586,9 | 2.531,6 | +2,2% |
| EBITDA | 501,5 | 437,8 | +14,6% |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | 259,1 | 216,5 | +19,7% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 168,9 | 109,1 | +54,8% |
| Netto financiële schuld | 212,8 | 711,3 | -70,1% |
De omzet van DEME bedraagt 2.419,7 miljoen euro, een stijging met 2,5% tegenover het vorige boekjaar. Volgens de economische benadering zou de omzet 2.586,9 miljoen euro (+2,2%) bedragen.
Terwijl de eerste fase van de baggerwerken in Yamal met succes is voltooid in oktober 2014, vorderen de werven van Wheatstone en New Doha Port snel: aan het begin van het boekjaar 2015 zouden deze voltooid moeten zijn.
In Egypte is DEME gestart met het verbreden en het uitdiepen van het Suezkanaal. De rest van Afrika kende eveneens een zeer drukke activiteit, met verscheidene projecten in uitvoering in Ghana en Nigeria.
Op het gebied van de hernieuwbare energie heeft GeoSea de realisatie van een groot aantal projecten voortgezet, waaronder de plaatsing van 80 windturbines in de Oostzee.
| In % | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 55% | 50% |
| Maintenance dredging | 11% | 11% |
| Fallpipe en landfalls | 9% | 9% |
| Environment | 7% | 7% |
| Marine works | 18% | 23% |
| Totaal | 2.587 | 2.532 |
| In % | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Europa (EU) | 34% | 43% |
| Europa (niet-EU) | 7% | 2% |
| Afrika | 14% | 9% |
| Noord- en Zuid-Amerika | 6% | 5% |
| Azië en Oceanië | 30% | 31% |
| Midden-Oosten | 8% | 8% |
| India en Pakistan | 1% | 2% |
| Totaal | 2.587 | 2.532 |
De EBITDA bedraagt 443,6 miljoen euro tegenover 475,4 miljoen euro in 2013. Volgens de economische benadering zou hij met 14,6% gestegen zijn (501,5 miljoen euro of 19,4% van de economische omzet).
Het bedrijfsresultaat kent een sterke stijging naar 248,9 miljoen euro tegenover 206,8 miljoen euro in 2013.
De daling van het orderboek van DEME was verwacht, gezien het zeer hoge activiteitenniveau in Australië en Qatar. Tijdens het boekjaar heeft DEME niettemin verschillende belangrijke contracten binnengehaald, zowel in Rusland (Yamal), Egypte (Suezkanaal) en Zuid-Amerika als voor haar offshore activiteiten inzake windenergie.
DEME heeft eveneens in de twee eerste maanden van 2015 voor ongeveer 1,6 miljard euro nieuwe opdrachten binnengehaald (niet opgenomen in het orderboek op 31 december 2014).
Het gaat meer bepaald om fase 1 van de Tuas Terminal in Singapore, de onderhoudsbaggerwerken op de Schelde in België, de opspuiting van het schiereiland EKO Atlantic in Nigeria en diverse contracten in India en op La Réunion.
De investeringen in het boekjaar bedroegen 165,4 miljoen euro. Naast de gekapitaliseerde kosten met betrekking tot het groot onderhoud en de herstelling van de schepen (in toepassing van IAS 16), bevat dit bedrag de omzetting van een operationele leasing in een financiële leasing voor één van de schepen.
GeoSea heeft in het tweede semester van 2014 ook een akkoord afgesloten met de Duitse onderneming Hochtief voor de aanschaf van haar offshore activa. Na afronding van deze transactie in het eerste semester van 2015, zal GeoSea 100% bezitten van de Innovation I, één van de grootste jack-up vaartuigen ter wereld. Daarnaast neemt GeoSea ook een aantal andere verplichtingen over met betrekking tot het personeel en andere activa. Deze zullen echter een beperkte impact hebben op de balans van DEME.
DEME heeft ook beslist te investeren in twee nieuwe ecologische vaartuigen om de offshore energiemarkt te bedienen. Deze zullen operationeel zijn in 2017. Het multipurpose-schip Living Stone zal worden ingezet voor steenbestortingswerken in diep water en voor de installatie van kabels in zee.
De tweede investering betreft een zelfvarend hefvaartuig (Apollo), dat de vloot van GeoSea zal versterken voor de installatie van windturbines op zee en in het kader van opdrachten voor de olieen gasindustrie, zoals de ontmanteling van olieplatformen.
In 2014 heeft geen enkele betaling plaatsgevonden met betrekking tot Living Stone, Apollo of de aanschaf van de offshore activa van Hochtief.
Momenteel worden andere investeringen bestudeerd.
Verder moet worden benadrukt dat DEME blijft investeren, maar tegelijkertijd overgaat tot de verkoop van oudere schepen.
De beduidende daling van de behoefte aan bedrijfskapitaal, samen met een belangrijke kasstroom uit de exploitatie, heeft bijgedragen tot de daling van de netto financiële schuld (126,8 miljoen euro ten opzichte van 533,5 miljoen euro op 31 december 2013). Volgens de economische benadering zou de netto financiële schuld van DEME 212,8 miljoen euro bedragen, een daling tegenover 498,5 miljoen euro op 31 december 2013. Ten gevolge van de in 2014 besliste investeringen, zal de netto financiële schuld van DEME op het einde van 2015 echter hoger zijn.
Het nettoresultaat aandeel van de groep van DEME van 168,9 miljoen euro wordt verhoogd met 2,4 miljoen euro op het niveau van de consolidatie van CFE. Deze herwerking heeft voornamelijk betrekking op:
De raad van bestuur van CFE heeft beslist om een pool Contracting op te richten, die de activiteiten van bouw, multitechnieken en spoorinfra groepeert.
| In miljoen euro | 2014 | 2013 | Evolutie 2014/2013 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 1.073,3 | 971,0 | +10,5% |
| Bedrijfsresultaat (**) | -7,5 | -29,5 | +74,6% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | -14,5 | -37,7 | +61,5% |
| Orderboek (***) | 1.127,2 | 1.310,3 | -14,0% |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
(**) Inclusief de resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures.
(***)Bedragen inclusief het orderboek van vennootschappen geïntegreerd door vermogensmutatie vanaf 1 januari 2014 ingevolge de toepassing van de boekhoudnorm IFRS 10 en 11.
| In miljoen euro | 2014 | 2013 (*) | Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 805,3 | 705,4 | +14,2% |
| Burgerlijke bouwkunde | 116,3 | 137,2 | -15,2% |
| Gebouwen Benelux | 523,1 | 442,5 | +18.2% |
| Gebouwen Internationaal | 165,9 | 125,7 | +32,0% |
| Multitechnieken en Spoorinfra | 268,0 | 265,6 | +0,9% |
| Totaal Contracting | 1.073,3 | 971,0 | +10,5% |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
De omzet gaat in sterk stijgende lijn. Binnen de pool zien we echter sterk uiteenlopende evoluties:
Het bedrijfsresultaat (-7,5 miljoen euro ten opzichte van -29,5 miljoen euro in 2013) herstelt zich merkbaar, maar blijft negatief.
Dit verlies is te wijten aan:
Onder impuls van VMA, ENGEMA en Stevens is de activiteit Multitechnieken en Spoorinfra echter opnieuw winstgevend ondanks de reorganisatie van twee verlieslatende filialen.
In het dossier van de Antwerpse Ring (Oosterweelverbinding) heeft het Vlaams Gewest uiteindelijk beslist om de werken op Linkeroever en de tunnel onder de Schelde niet aan Noriant te gunnen. Deze beslissing gaat gepaard met de betaling aan Noriant van een forfaitaire vergoeding van 42,3 miljoen euro in februari 2015.
Op 25 februari 2015 heeft CFE haar participatie in Aannemingen Van Wellen NV verkocht aan ASWEBO, het wegenfiliaal van de groep Willemen. Voorafgaand aan deze overdracht werd de divisie "Gebouwen" van Aannemingen Van Wellen overgedragen aan een dochtervennootschap van de groep. Sinds 1 december 2014 is ze actief in Vlaanderen onder het commerciële merk "Atro Bouw".
De op ongeveer 10 miljoen euro geschatte meerwaarde van de overdracht zal in het eerste semester van 2015 worden erkend.
| In miljoen euro | 31 december 2014 |
31 december 2013 |
Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 945,3 | 1.077,4 | -12,3% |
| Burgerlijke bouwkunde | 169,3 | 200,6 | -15,6% |
| Gebouwen Benelux | 651,0 | 640,0 | +1,7% |
| Gebouwen Internationaal | 125,1 | 236,8 | -47,2% |
| Multitechnieken en Spoorinfra | 181,8 | 232,9 | -21,9% |
| Totaal Contracting | 1.127,2 | 1.310,3 | -14,0% |
De volgende grote tendensen kunnen worden vastgesteld:
| In miljoen euro | 2014 | 2013 (*) | Evolutie 2014/2013 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 45,6 | 18,8 | +142,6% |
| Bedrijfsresultaat (incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures) | 7,1 | 3,7 | +91,9% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 4,3 | 1,8 | +138,9% |
| In miljoen euro | 31 december 2014 |
31 december 2013 (*) |
|---|---|---|
| Commercialiseringsbestand | 16 | 18 |
| Bouwbestand | 57 | 61 |
| Ontwikkelingsbestand | 61 | 77 |
| Totaal | 134 | 156 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
De overdracht van het kantoorgebouw van het project Belview en de verdere commercialisering van de residentiële projecten Belview en Oosteroever in België, Greenhill en Edengreen in Luxemburg en Ocean's Four en Wola in Polen hebben het vastgoedbestand verlaagd.
In Polen heeft BPI voor het eerst een grondpositie gekocht in het centrum van Wroclaw, om er een woon- en winkelproject te ontwikkelen.
Het boekjaar 2014 werd eveneens gekenmerkt door de start van de commercialisering van het project Ernest in Elsene en door het verkrijgen van de verkavelingvergunningen voor twee grote projecten (Erasmus Gardens in Anderlecht en fase 2 van Les Hauts Prés in Ukkel).
In juli 2014 hebben CFE en haar copromotors de verkoop van het Luxemburgse project "Galerie Kons" aan een institutionele investeerder bekendgemaakt. De overdracht heeft geen invloed op de resultaatrekening van 2014, aangezien ze plaatsvond onder voorbehoud van de in 2016 voorziene oplevering van het gebouw.
Ondanks een waardevermindering op een grondpositie in het Groothertogdom Luxemburg, kent het nettoresultaat aandeel van de groep een stijging van 138,9% ten opzichte van het vorige boekjaar.
| In miljoen euro | 2014 | 2013 (*) | Evolutie 2014/2013 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 0,8 | 0,7 | +14,3% |
| Bedrijfsresultaat (incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures) | 2,5 | 0,7 | +257,1% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 2,2 | 0,9 | +144,4% |
| Orderboek | 2,6 | 0,0 | - |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
Het bedrijfsresultaat van de pool stijgt dankzij de goede prestaties van Rent-A-Port, dat de ontwikkeling van haar activiteiten in Vietnam verder zet en samen met haar partners verschillende uitbreidingen van de concessie in het havengebied van Dinh Vu heeft verkregen.
In de Benelux zijn de vier DBFM-projecten van de portefeuille voortaan in de onderhoudsfase. Ze dragen positief bij tot het resultaat van de pool. De deelneming van CFE in de parking in Turnhout werd op het einde van het boekjaar verkocht aan onze partner.
Verscheidene projecten worden bestudeerd, zoals de ring rond Ronse (België) en de bouw van de sluis in IJmuiden (Nederland).
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2014 (DEME aan 100%) |
2013 (*) (DEME aan 50%) |
|---|---|---|
| Omzet | 3.510.548 | 984.883 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 80.518 | 71.641 |
| Aankopen | -2.093.355 | -739.730 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | -583.211 | -209.278 |
| Andere exploitatiekosten | -449.834 | -124.327 |
| Afschrijvingskosten | -243.746 | -14.439 |
| Bedrijfscombinaties – aanschaf DEME | - | 111.624 |
| Waardevermindering van goodwill – DEME | - | -207.411 |
| Waardevermindering van goodwill – Overige | -521 | -3.795 |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | 220.399 | -130.832 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 20.124 | 51.356 |
| Bedrijfsresultaat | 240.523 | -79.476 |
| Financieringskosten | -31.909 | -143 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 16.156 | -2.551 |
| Financieel resultaat | -15.753 | -2.694 |
| Resultaat vóór belastingen | 224.770 | -82.170 |
| Winstbelastingen | -65.249 | -5.793 |
| Resultaat van het boekjaar | 159.521 | -87.963 |
| Minderheidsbelangen | 357 | 6.728 |
| Resultaat – aandeel van de groep | 159.878 | -81.235 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2014 (DEME aan 100%) |
2013 (*) (DEME aan 50%) |
|---|---|---|
| Resultaat van het boekjaar | 159.521 | -87.963 |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | -8.750 | 10.397 |
| Omrekeningsverschillen | -2.126 | -3.590 |
| Uitgestelde belastingen | 2.974 | -3.534 |
| Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen worden | 0 | 7.902 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later geherklasseerd zullen worden naar het resultaat, na belastingen |
-7.902 | 11.175 |
| Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | -2.676 | -3.538 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet geherklasseerd zullen worden naar het resultaat, na belastingen |
-2.676 | -3.538 |
| Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen |
-10.578 | 7.637 |
| Globaal resultaat | 148.943 | -80.326 |
| - aandeel van de groep | 149.586 | -73.544 |
| - aandeel van de minderheidsbelangen | -643 | -6.782 |
| Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 6,32 | -3,21 |
| Globaal resultaat aandeel groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 5,91 | -2,91 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2014 (DEME aan 100%) |
2013 (*) (DEME aan 100%) |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 98.491 | 105.500 |
| Goodwill | 177.082 | 177.003 |
| Materiële vaste activa | 1.503.275 | 1.563.351 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 |
| Geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 159.290 | 155.877 |
| Overige financiële vaste activa | 109.341 | 115.396 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 674 | 612 |
| Overige vaste activa | 20.006 | 10.725 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 115.322 | 120.428 |
| Totaal vaste activa | 2.183.481 | 2.248.892 |
| Voorraden | 105.278 | 116.012 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.082.504 | 1.106.034 |
| Overige vlottende activa | 104.554 | 100.781 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 0 | 0 |
| Financiële vlottende activa | 4.687 | 6.447 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 31.447 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 703.501 | 437.334 |
| Totaal vlottende activa | 2.031.971 | 1.766.608 |
| Totaal van de activa | 4.215.452 | 4.015.500 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december | 2014 | 2013 (*) |
| (duizend euro) | (DEME aan 100%) | (DEME aan 100%) |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 488.890 | 358.124 |
| Toegezegde doelpensioenplannen | -8.350 | -5.782 |
| Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten | -6.127 | -351 |
| Omrekeningsverschillen | -2.124 | -176 |
| Eigen vermogen – aandeel van de groep CFE | 1.313.627 | 1.193.153 |
| Minderheidsbelangen | 7.238 | 8.064 |
| Eigen vermogen | 1.320.865 | 1.201.217 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 41.806 | 40.543 |
| Voorzieningen | 40.676 | 25.655 |
| Andere langlopende verplichtingen | 80.665 | 92.898 |
| Obligatieleningen | 306.895 | 208.621 |
| Financiële schulden | 378.065 | 496.654 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 12.922 | 16.352 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 139.039 | 144.505 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1.000.068 | 1.025.228 |
| Voorzieningen voor courante risico's | 48.447 | 48.181 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.099.309 | 983.806 |
| Actuele belastingverplichtingen | 80.264 | 65.855 |
| Financiële schulden | 206.671 | 346.118 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 24.948 | 16.499 |
| Passiva aangehouden voor verkoop | 19.164 | 0 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 415.716 | 328.596 |
| Totaal kortlopende verplichtingen Totaal eigen vermogen en verplichtingen |
1.894.519 4.215.452 |
1.789.055 4.015.500 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11, en herwerkt ingevolge de toewijzing van de goodwill als gevolg van de verwerving van een bijkomende participatie van 50% in DEME, in toepassing van IFRS 3 – Groepering van Ondernemingen.
De financiële structuur van CFE werd in 2014 verder versterkt: na uitkering van het dividend voor het boekjaar 2013 (29,1 miljoen euro) bedraagt het eigen vermogen 1.320,9 miljoen euro tegenover 1.201,2 miljoen euro op 31 december 2013.
De netto financiële schuld(*) bedraagt 188,1 miljoen euro op 31 december 2014, wat, bij gelijkaardige boekhoudprincipes, een daling betekent van 426 miljoen euro in vergelijking met 31 december 2013. Deze schuld is opgesplitst in enerzijds een langetermijnschuld van 685 miljoen euro, en, anderzijds, een positieve nettothesaurie op korte termijn van 497 miljoen euro.
CFE beschikt, op haar niveau, voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde kredietlijnen op middellange termijn ten belope van 125 miljoen euro, waarvan 65 miljoen euro op 31 december 2014 niet wordt gebruikt. De "bankcovenanten" worden zowel door CFE als door DEME nageleefd.
(*) De netto financiële schuld houdt geen rekening met de reële waarde van de afgeleide producten, die op 31 december 2014 een passief van 37,2 miljoen euro vertegenwoordigt.
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2014 (DEME aan 100%) |
2013 (*) (DEME aan 50%) |
|---|---|---|
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 606.725 | -104 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -163.607 | -18.360 |
| Aanschaf DEME | 0 | 317.911 |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | 177.548 | -6.420 |
| Netto toename/afname van de liquide middelen | 265.570 | 293.027 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep bij opening | 1.193.153 | 524.612 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep bij sluiting | 1.313.627 | 1.193.153 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar | 159.878 | 7.929 (**) |
| ROE | 13,4% | 1,5% (***) |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
(**) Nettoresultaat aandeel van de groep vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging van 2013 en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp vormen van de inbreng en de kapitaalsverhoging.
(***)ROE berekend op het nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar (vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging van 2013 en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalsverhoging).
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premie |
Inge houden winsten |
Toegezegde pensioen plannen |
Reserve af dekkings instrumen ten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen – aandeel van de groep |
Minder heids belangen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2013 (*) | 41.330 | 800.008 | 358.124 | (5.782) | (351) | (176) | 1.193.153 | 8.064 | 1.201.217 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
159.878 | (2.568) | (5.776) | (1.948) | 149.586 | (643) | 148.943 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(29.112) | (29.112) | (29.112) | ||||||
| Dividenden minderheidsbelangen |
(2.329) | (2.329) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring |
2.146 | 2.146 | |||||||
| December 2014 | 41.330 | 800.008 | 488.890 | (8.350) | (6.127) | (2.124) | 1.313.627 | 7.238 | 1.320.865 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
| 31 december 2014 | 31 december 2013 (*) | |
|---|---|---|
| Totaal aantal aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Resultaat uit de gewone bedrijfsoefening na aftrek van de netto financiële lasten, per aandeel |
8,88 | 0,54 (**) |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel | 6,32 | -3,21 (***) |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
(**) Bedragen vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalsverhoging.
(***)Bedragen na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalsverhoging.
| (in duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 376.996 | 381.040 |
| Bedrijfsresultaat | 505 | -32.389 |
| Netto financieel resultaat | 47.561 | 16.974 |
| Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening | 48.066 | -15.415 |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 4 | 124 |
| Uitzonderlijke kosten | -11.131 | -9.376 |
| Resultaat vóór belastingen | 36.939 | -24.667 |
| Belastingen | 113 | -33 |
| Resultaat van het boekjaar | 37.052 | -24.700 |
| (in duizend euro) | 31 december 2014 | 31 december 2013 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 1.408.686 | 1.403.091 |
| Vlottende activa | 330.753 | 289.147 |
| Totaal van de activa | 1.739.439 | 1.692.238 |
| (in duizend euro) | 31 december 2014 | 31 december 2013 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 1.129.891 | 1.148.532 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 61.553 | 54.738 |
| Schulden op lange termijn | 113.439 | 308 |
| Schulden op korte termijn | 434.556 | 488.660 |
| Totaal van de passiva | 1.739.439 | 1.692.238 |
De perspectieven blijven gunstig voor de pool Baggerwerken en milieu, terwijl het herstel van de Contracting activiteiten zich voort zet in 2015.
De raad van bestuur van CFE heeft beslist om een pool Contracting op te richten, die de activiteiten van bouw, multitechnieken en spoorinfra groepeert. Er zal ook een hergroeperingsproces voor de vastgoedontwikkelingsactiviteiten worden gestart, waarvan BPI de moedermaatschappij zal worden.
Daarnaast heeft de raad van bestuur van CFE, in overeenstemming met Renaud Bentégeat, beslist om Piet Dejonghe aan te stellen als tweede gedelegeerd bestuurder.
Renaud Bentégeat zal CFE naar de buitenwereld blijven vertegenwoordigen. Hij zal de opvolging van DEME, Rent-A-Port en de activiteiten voor vastgoedontwikkeling waarnemen alsook de activiteiten van CFE International leiden, zowel in Centraal-Europa, Afrika als Sri Lanka.
Piet Dejonghe zal verantwoordelijk zijn voor de pool Contracting. In dit kader zal hij een aantal transversale projecten leiden met het oog op de verbetering van de operationele uitmuntendheid van de Contracting activiteiten.
De raad van bestuur van CFE NV stelt aan de algemene vergadering van 7 mei 2015 de uitkering voor van een brutodividend per aandeel van 2,00 euro. Dit komt overeen met 1,50 euro netto en een uitkering van 50.628.964 euro.
De vennootschap neemt de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode aan.
Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).
Het corporate governance charter werd op 26 februari 2015 gewijzigd om:
• het aantal polen te wijzigen van 6 naar 4, namelijk Baggerwerken en milieu, Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-Concessies;
Voor CFE reikt corporate governance bovendien verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedragsen besluitvormingsethiek en op een diep verankerde corporate governance-cultuur.
Op 31 december 2014 bestaat de raad van bestuur van CFE uit dertien leden, die op de onderstaande data in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de respectievelijke gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:
| Infunctietreding | Vervaljaar van het mandaat |
|
|---|---|---|
| C.G.O. NV, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois (*) | 06.05.2010 | 2016 |
| Renaud Bentégeat (**) | 18.09.2003 | 2017 |
| Piet Dejonghe (***) | 24.12.2013 | 2017 |
| Luc Bertrand | 24.12.2013 | 2017 |
| John-Eric Bertrand | 24.12.2013 | 2017 |
| Jan Suykens | 24.12.2013 | 2017 |
| Koen Janssen | 24.12.2013 | 2017 |
| Alain Bernard | 24.12.2013 | 2017 |
| Philippe Delusinne | 07.05.2009 | 2016 |
| Christian Labeyrie | 06.03.2002 | 2016 |
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert | 06.05.2010 | 2016 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais | 03.05.2007 | 2015 |
| Jan Steyaert | 07.05.2009 | 2016 |
(*) Philippe Delaunois was van 5 mei 1994 tot 6 mei 2010 ten persoonlijke titel bestuurder van CFE
(***)Tweede gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur sinds
15 januari 2015
(**) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de dertien bestuurders op datum van 31 december 2014
| C.G.O. NV, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois |
Voorzitter van de raad van bestuur Bestuurder |
|---|---|
| CFE, Hermann-Debrouxlaan, 40-42 B-1160 Brussel |
Philippe Delaunois, geboren in 1941, is burgerlijk ingenieur staal van de Faculté Polytechnique te Bergen, commercieel ingenieur van de Université de l'État te Bergen en heeft een diploma van de Harvard Business School. Hij oefende het grootste deel van zijn carrière uit in de staalindustrie en was tot 1999 gedelegeerd bestuurder en directeur-generaal van Cockerill-Sambre. Officier in de Leopoldsorde en Ridder van het Erelegioen, in 1989 verkozen tot manager van het jaar, voorzitter van de Union Wallonne des Entreprises tussen 1990 en 1993, en sinds 1990 ereconsul van Oostenrijk voor Henegouwen en Namen. |
| Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van SABCA b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Integrale, gemeenschappelijke verzekeringskas Bestuurder van CLi Bestuurder van CLE Bestuurder van DEME Bestuurder van ETEC Bestuurder van de Grotten van Han Bestuurder van Nethys Bestuurder van G-TEC |
|
| c- verenigingen: Bestuurder van vzw Europalia Bestuurder van vzw Leopoldsorde Bestuurder van de Muziekkapel Koningin Elisabeth |
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Lid van het benoemings- en remuneratiecomité
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. In 1985 werd hij benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren, waar hij sinds 1986 in functie is.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder en Voorzitter van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate Bestuurder van Atenor Group Bestuurder van Groep Flo Bestuurder van Sipef Bestuurder van Schroders b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van DEME Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis Voorzitter van de raad van bestuur van Sofinim Voorzitter van de raad van bestuur van Egemin International Voorzitter van de raad van bestuur van Tour & Taxis (Kon. Pakhuis, Openb. Pakhuis, Parking) Voorzitter van de raad van bestuur van Van Laere Bestuurder van AvH Coordination Center Bestuurder van Anfima Bestuurder van Axe Investments Bestuurder van Baarbeek Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Belfimas Bestuurder van BOS Bestuurder van Brinvest Bestuurder van Delen Investments CVA Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van DEME Coordination Center Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van de financiële Groep Duval Bestuurder van Holding Groupe Duval (FR) Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Leasinvest Immo Lux Sicav Bestuurder van Manuchar Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port Energy Bestuurder van Scaldis Invest Bestuurder van Tour & Taxis (Project T&T) Bestuurder van ING Belgium c- verenigingen: Voorzitter van Middelheim Promotors Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven Lid van de raad van bestuur van het Institut de Duve Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde Lid van de raad van bestuur van het Museum Mayer van den Bergh Voorzitter van Guberna (Belgian Governance Institute) Vice-Voorzitter van VOKA Lid van de raad van bestuur van INSEAD België Lid van de raad van bestuur van Vlerick Leuven Gent School Lid van de raad van bestuur van VKW Synergia
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Lid van het auditcomité vanaf 15 januari 2015
John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA in Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Sinds 1 september 2008 is hij Investment Manager bij Ackermans & van Haaren.
a- in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Sagar Cements b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Alfa Park Bestuurder van Egemin International Bestuurder van Egemin Bestuurder van Oriental Quarries & Mines Bestuurder van Van Laere Bestuurder van Bracht, Deckers & Mackelbert (BDM) Bestuurder van Assurances Continentales (Asco) Bestuurder van Holding Groupe Duval Bestuurder van AvH Resources India Bestuurder van de Groep Thiran Bestuurder van Telemond Holding Bestuurder van Henschel Engineering Bestuurder van Telehold Lid van het investeringscomité van Inventures c- verenigingen: Bestuurder van de Belgian Finance Club
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 |
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA aan de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in |
|---|---|
| B- 2000 Antwerpen | de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde. |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren | |
| Bestuurder van Leasinvest Real Estate | |
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C. | |
| Vice-Voorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank | |
| Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg | |
| Bestuurder van Corelio | |
| Bestuurder van DEME | |
| Bestuurder van Extensa Group | |
| Bestuurder van Van Laere | |
| Bestuurder van AvH Coordination Center | |
| Bestuurder van Anfima | |
| Bestuurder van T&T Koninklijk Pakhuis | |
| Bestuurder van T&T Parking | |
| Bestuurder van T&T Openbaar Pakhuis | |
| Bestuurder van Profimolux | |
| Bestuurder van Sofinim | |
| Bestuurder van Leasinvest Immo Lux | |
| Bestuurder van Mediacore | |
| Bestuurder van JM Finn & Co (UK) | |
| Bestuurder van Project TT | |
| Bestuurder van ABK Bank | |
| Bestuurder van Extensa |
| Koen Janssen | Bestuurder |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen |
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, in dienst te treden bij Ackermans & van Haaren. |
| Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Nationale Maatschappij der Pijpleidingen (NMP) Bestuurder van DEME Bestuurder van NMC Bestuurder van Max Green Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen Bestuurder van Dredging International Bestuurder van Ligno Power Bestuurder van Napro (JV NMP-Air Products) Bestuurder van Nitraco (JV NMP-Praxair) Bestuurder van Quinten Matsys (dochter van NMP) Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port Energy Bestuurder van Canal Re (dochter van NMP) Bestuurder van Sofinim Lux |
DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht
Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME.
| Philippe Delusinne | Onafhankelijk bestuurder |
|---|---|
| RTL Belgium Jacques Georginlaan, 2 B-1030 Brussel Lid van het auditcomité |
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL |
| Belgium. | |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Lid van de Raad van Toezicht van M6 | |
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium NV | |
| Gedelegeerd bestuurder van Radio H | |
| Gedelegeerd bestuurder van INADI NV | |
| Gedelegeerd bestuurder van Cobelfra NV (Radio Contact) | |
| CEO van RTL Belux NV & Cie SECS | |
| Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux NV | |
| Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium NV | |
| Voorzitter van Home Shopping Service Belgium NV | |
| Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van New Contact NV | |
| Bestuurder van CLT-UFA NV | |
| Bestuurder van het Agentschap Belga-Belgisch Perstelegraaf Agentschap | |
| Bestuurder van MaRadio.be CVBA | |
| Bestuurder van Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique | |
| c- verenigingen: | |
| Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België) | |
| Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg | |
| Voorzitter van vzw De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België |
| Christian Labeyrie | Bestuurder |
|---|---|
| VINCI 1, cours Ferdinand-de-Lesseps, |
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het uitvoerend comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, |
| F-92851Rueil-Malmaison | heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij begon |
| Cedex | zijn carrière in de banksector. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas |
| Lid van het auditcomité | (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Études Comptables Supérieures). Hij is ridder bij het Légion d'honneur en ridder in de Nationale Orde van Verdienste. |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Lid van het uitvoerend comité van VINCI | |
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Bestuurder van Eurovia | |
| Bestuurder van VINCI Deutschland | |
| Bestuurder van ASF | |
| Bestuurder van Escota | |
| Bestuurder van Arcour | |
| Bestuurder van het consortium Stade de France | |
| Bestuurder van VFI | |
| Bestuurder van Amundi Convertibles Euroland van de Groep Crédit Agricole Asset management | |
| Lid van de Raad van de Banque de France – filiaal in Hauts-de-Seine |
de Foestraetslaan, 33A B-1180 Brussel
Ciska BVBA Servais, vertegenwoordigd door Ciska
Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem
Voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité
Servais
Lid van het auditcomité Lid van het benoemings- en remuneratiecomité
Alfred Bouckaert, geboren in 1946, is licentiaat in de economische wetenschappen (KUL). Hij startte zijn carrière in 1968 als beursmakelaar bij JM Finn & Co in Londen. In 1972 trad hij in dienst bij Chase Manhattan Bank, waar hij verschillende commerciële functies en kredietfuncties uitoefende voordat hij commercial banking manager voor België werd. In 1984 werd hij genoemd tot general manager van Chase in Kopenhagen (Denemarken). Twee jaar later werd hij general manager en country manager van Chase in België. In 1989 werden de Belgische activiteiten van Chase Manhattan Bank verkocht aan Crédit Lyonnais. Alfred Bouckaert was verantwoordelijk voor de fusie van de Belgische operationele activiteiten van Chase en Crédit Lyonnais. In 1994 vroeg Crédit Lyonnais aan Alfred Bouckaert om de Europese activiteiten van de bank te leiden. In 1999 werd hij directeur van AXA Royale Belge. AXA benoemde hem ook tot country manager voor de Benelux. In 2005 werd hij algemeen directeur van de regio "Noord-Europa" (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Zwitserland). Van oktober 2006 tot mei 2010 was hij lid van het directiecomité van AXA en verantwoordelijk voor de activiteiten in de regio Noord-, Midden- en Oost-Europa. In april 2007 werd hij benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van AXA Belgium NV, een functie die hij heeft geoefend tot 27 april 2010. Van 2011 tot 2013 was hij voorzitter van de raad van bestuur van Belfius Bank & Verzekeringen.
Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries. Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991). Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op. Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie.
| Jan Steyaert | Onafhankelijk bestuurder |
|---|---|
| Mobistar Reyerslaan 70 B-1030 Brussel Voorzitter van het auditcomité |
Jan Steyaert, geboren in 1945, oefende het grootste deel van zijn carrière uit in de telecommunicatiesector. Hij startte aanvankelijk bij een bedrijfsrevisor. In 1970 trad hij in dienst van Telindus (beursgenoteerde vennootschap) en bekleedde achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur van Telindus Group en van zijn filialen. Hij heeft deze functie bekleed tot en met 2006. Sinds de oprichting van Mobistar (1995) is hij lid van de raad van bestuur en sinds 2003 voorzitter. Hij is officier in de orde van Leopold II en werd bekroond met het kruis van ridder in de kroonorde. Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Mobistar NV b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Portolani NV Bestuurder van Automation NV Bestuurder van CGT Consulting NV Bestuurder van e-Novates NV Bestuurder van Blue Corner NV Bestuurder van 4iS NV Lid van de adviesraad van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat c- verenigingen: Voorzitter van de Stichting en de raad van bestuur van het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle |
| Bestuurder van Anima Eterna vzw Bestuurder van VVW vzw Bestuurder van Jeugd en Muziek Brussel vzw |
Van de dertien leden van de raad van bestuur, op 31 december 2014, zijn er negen die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het gaat om:
Op 31 december 2014 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door Ciska Servais, Jan Steyaert en Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert.
Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2014 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.
Geen enkele bestuurder van CFE is (i) ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie, (ii) betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht van een emittent, of om betrokken te zijn bij het beheer van een emittent.
Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.
Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.
De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.
Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.
Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.
Voor zover CFE op de hoogte is, heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.
Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen.
Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.
Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.
Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.
Hij beoordeelt ook of de besluitvorming en de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.
De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.
De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurder en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.
Gelet op de formele beoordeling van de raad van bestuur met de steun van GUBERNA – het instituut voor Bestuurders op het einde van het boekjaar 2013, heeft de raad van bestuur beslist de volgende beoordeling tijdens het boekjaar 2015 te laten doorgaan.
De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.
De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te aanvaarden.
De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en –management.
De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en aan de eerbiediging van de diversiteit binnen de vennootschap.
De raad van bestuur valideert de begroting, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.
De raad van bestuur:
Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.
Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 EUR exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden van de kapitaalsverhoging en meer bepaald de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen waaronder de inschrijvingsprijs.
Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalsverhoging met uitgifte van aandelen op basis van het boekhoudkundige pari.
Deze toelating vervalt vijf jaar na de datum van publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014. Aangezien de publicatie voorzien is op 12 mei 2015, zal deze toelating op 13 mei 2020 verstrijken.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om eigen aandelen van CFE aan te kopen. De nominale waarde of, bij gebrek daaraan, het boekhoudkundige pari van de te verwerven aandelen mag niet meer bedragen dan 20% van het onderschreven maatschappelijk kapitaal dat 8.265.896,4 EUR bedraagt. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan een minimumprijs per aandeel overeenstemmend met de laagste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, verminderd met tien procent (10%) en tegen een prijs die gelijk is aan een maximumprijs per aandeel overeenstemmend met de hoogste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, vermeerderd met tien procent (10%). Deze toelating vervalt op 23 mei 2019.
Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.
Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.
De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.
De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist. Zo heeft de raad het aantal vergaderingen en de duur verhoogd, waarbij sommige gedeeltelijk werden gewijd aan de inspectie van projecten in aanbouw.
In 2014 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is zeven keer samengekomen.
De raad van bestuur heeft meer bepaald:
beslist tot de overdracht aan een derde van de NV Aannemingen Van Wellen
op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten en de premies voor de in 2014 in functie zijnde gedelegeerd bestuurder en de directiekaders
Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, geeft volgende tabel aan hoe vaak de bestuurders in boekjaar 2014 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.
| Bestuurders | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| C.G.O. NV, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois |
7/7 |
| Renaud Bentégeat | 7/7 |
| Luc Bertrand | 7/7 |
| Piet Dejonghe | 6/7 |
| Jan Suykens | 7/7 |
| Koen Janssen | 7/7 |
| John-Eric Bertrand | 7/7 |
| Christian Labeyrie | 7/7 |
| Philippe Delusinne | 6/7 |
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
7/7 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
7/7 |
| Jan Steyaert | 7/7 |
| Alain Bernard | 6/7 |
Fabien De Jonge werd aangesteld als secretaris van de raad van bestuur. In die hoedanigheid heeft hij in 2014 deelgenomen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.
Behoudens in gevallen van overmacht te wijten aan oorlog, onlusten of andere publieke calamiteiten kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk.
De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee volmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.
Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de raad van bestuur doorslaggevend.
Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.
De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt.
Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Op 31 december 2014 bestond dit comité uit:
Op 22 januari 2014 heeft de raad van bestuur Luc Bertrand benoemd tot lid van het benoemings- en remuneratiecomité.
In 2014 heeft dit comité vijfmaal vergaderd.
Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2014 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal |
|---|---|
| vergaderingen | |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, voorzitter (*) |
5/5 |
| Luc Bertrand | 5/5 |
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert (*) |
5/5 |
(*) onafhankelijke bestuurders
Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemingsen remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Op 31 december 2014 bestond dit comité uit:
Op 22 januari 2014 heeft de raad van bestuur Piet Dejonge en Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert, benoemd tot leden van het auditcomité.
Op 15 januari 2015 is Piet Dejonghe vervangen door John-Eric Bertrand.
De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.
Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen.
Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij oefende verschillende beroepsactiviteiten uit, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van de heer Jan Steyaert op boekhoud- en auditvlak.
Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.
Dit comité heeft in boekjaar 2014 viermaal vergaderd.
Het comité heeft:
Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in boekjaar 2014 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal vergaderingen |
|---|---|
| Jan Steyaert (*) | 4/4 |
| Philippe Delusinne (*) | 4/4 |
| Piet Dejonghe | 4/4 |
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert (*) |
4/4 |
| Christian Labeyrie | 4/4 |
Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 EUR, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van de nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.
De aandelen blijven nominatief tot op het ogenblik van volledige volstorting. Wanneer het bedrag volledig volgestort is kunnen de aandelen omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.
Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische vorm en op papier bijgehouden. Het beheer van het elektronische register is toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK NV).
De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, zijn de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op het initiatief van hun houders waren omgezet, automatisch gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geboekt.
Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
De wet bepaalt dat vanaf 1 januari 2015 de aandelen waarvan de rechthebbende zich niet heeft bekendgemaakt op de dag van de verkoop automatisch worden verkocht. De voorwaarden van deze verkopen worden gespecificeerd in een koninklijk besluit tot uitvoering van 25 juli 2014. Op 1 januari 2015 bedroeg het aantal "niet-erkende" aandelen CFE 19.695.
Een aan de verkoop voorafgaande kennisgeving waarin aan de rechthebbende wordt gevraagd zijn rechten op de aandelen op te eisen, zal worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op de website van Euronext Brussels waar de aandelen verkocht zullen worden.
De verkoop kan pas geschieden na het verstrijken van minimum een maand en maximum drie maanden na de bekendmaking van het bericht op de website van Euronext Brussels en in functie van de kalender van de Beursdagen.
Krachtens de toelating die hij op grond van artikel 14bis van de statuten van CFE heeft verkregen en binnen de grenzen van deze toelating, heeft de raad van bestuur beslist om het geheel van de te koop aangeboden "niet-erkende" aandelen te kopen.
De opbrengst van de verkoop moet onmiddellijk worden gedeponeerd bij de Deposito- en Consignatiekas in de vorm van een vrijwillige neerlegging en na aftrek van bepaalde beperkte kosten gemaakt door CFE.
De aandeelhouders zullen zich kunnen bekendmaken bij de Deposito- en Consignatiekas. De teruggave door de Kas van de bedragen afkomstig van de verkoop zal ten vroegste beginnen op 1 januari 2016. De persoon die een teruggave vraagt is een boete verschuldigd, die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave. Dit betekent dat na 2025 de desbetreffende aandelen waardeloos zullen worden voor hun houder.
Op 1 januari 2026 worden de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat toegekend.
Op 31 december 2014 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:
| - aandelen op naam | 18.404.946 |
|---|---|
| - gedematerialiseerde aandelen | 6.909.536 |
| TOTAAL | 25.314.482 |
Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:
| Ackermans & van Haaren NV Begijnenvest, 113 B-2000 Antwerpen |
15.289.521 aandelen of 60,40% |
|---|---|
| VINCI Construction SAS 5, cours Ferdinand-de-Lesseps F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (Frankrijk) |
3.066.440 aandelen of 12,11% |
In de loop van het boekjaar 2014 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.
Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.
Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.
Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.
Sinds 1 januari 2008 wordt de uitoefening van elk recht verbonden aan de fysieke effecten aan toonder opgeschort tot ze worden ingeschreven op een effectenrekening of in het register van aandeelhouders.
De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elke oproepingsbericht tot een algemene vergadering.
De gewone algemene vergadering heeft, overeenkomstig de statuten, op 30 april 2014 plaatsgevonden. Deze algemene vergadering heeft o.a. de jaarrekeningen van de vennootschap voor het boekjaar, afgesloten op 31 december 2013, goedgekeurd, samen met de hernieuwing van het bestuursmandaat van de C.G.O NV, vertegenwoordigd door Philippe Delusinne en van Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert met een termijn van twee jaar.
Een buitengewone algemene vergadering heeft bovendien op 30 april 2014 plaatsgevonden en heeft o.a. i) de vernieuwing van de kapitaalsverhoging binnen de grenzen van het toegelaten maatschappelijk kapitaal, ii) de vernieuwing van de aan de raad van bestuur toegekende toelating om eigen aandelen te verwerven en iii) diverse wijzigingen van de statuten goedgekeurd.
De samenvatting van de algemene en buitengewone algemene vergaderingen kunnen geraadpleegd worden op de website van het bedrijf (www.cfe.be).
"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Ze draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.
Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:
(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance – versie 10/01/2011 pagina 8)
Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.
De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.
Voor het boekjaar 2014 is voor de specifieke gevallen van Rent-A-Port, Rent-A-Port Energy en Groep Terryn, de raad van bestuur van elk van deze vennootschappen verantwoordelijk voor haar interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.
Secties 5A.2 tot 5A.5 zijn alleen van toepassing op CFE NV en haar dochtervennootschappen met uitsluiting van de bovengenoemde drie dochtervennootschappen en van DEME, waaraan een eigen hoofdstuk is gewijd (sectie 5.A.6).
De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke profitcenter verantwoordelijke de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-Concessies.
De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in het kader van een algemene richtlijn en in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:
De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan belast met de controle van het management, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. Hij beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden in het leven van de groep.
De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.
Het Steering Committee is opgedeeld in 2 afzonderlijke comités, namelijk:
Deze bestaat op 31 december 2014 uit:
Op 15 januari 2015 trad Piet Dejonghe, tweede gedelegeerd bestuurder van CFE, toe tot het Steering Committee en nam hij het voorzitterschap ervan op.
Dit Steering Committee is verantwoordelijk voor de activiteiten zonder DEME, voor de tenuitvoerlegging van de door de raad van bestuur bepaalde strategie van de groep en voor de toepassing van de beleidslijnen betreffende het management van de groep en de voornoemde algemene richtlijn.
Dit Steering Committee wordt bijgestaan door een Oriëntatiecomité dat als opdracht heeft haar kennis aan te brengen aan de tenuitvoerlegging van de strategie van de groep voor de activiteiten zonder DEME.
Dit comité bestaat op 31 december uit:
De holding heeft een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep. De functionele diensten van de holding hebben onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurders. Op financieel vlak is het thesauriebeheer gecentraliseerd op het niveau van de holding. Wat de dochtervennootschappen betreft, is een uitdrukkelijk akkoord van de financiële directie van de holding vereist alvorens een relatie aan te gaan met een bankinstelling. De holding beheert ook rechtstreeks de specifieke projectfinancieringen.
In de loop van het tweede trimester van 2014 is op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité en de raad van bestuur een interne auditor aangeworven. De interne auditfunctie wil onafhankelijk zijn en heeft als hoofdopdracht de ondersteuning en begeleiding van het Steering Committee voor een betere beheersing van de risico's van de verschillende vakgebieden van CFE.
De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité, door het de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen.
Het auditplan wordt opgesteld op basis van de in kaart gebrachte risico's. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het Steering Committee specifieke opdrachten worden uitgevoerd.
De rol van het Steering Committee DEME wordt omschreven in sectie 5.A.6.
Op het einde van het boekjaar 2013 heeft CFE de belangrijkste risico's waaraan ze werd blootgesteld geïnventariseerd.
De in deze analyse als meest kritieke geïdentificeerde risico's zijn:
• voor de pool Vastgoedontwikkeling, problemen met de commercialisering en de reglementering.
De interne audit is verantwoordelijk voor de bijwerking van de in kaart gebrachte risico's.
Alle risico's worden uitvoeriger beschreven in hoofdstuk 5B.
De geldende wetten en voorschriften bepalen de gedragsnormen en maken integraal deel uit van het proces voor interne controle.
De juridische directie van de holding volgt de laatste juridische nieuwigheden op de voet teneinde op de hoogte te blijven van alle reglementering die van toepassing is op de groep, en stelt alles in het werk om de leden van het Steering Committee of de betrokken medewerkers hiervan in kennis te stellen.
De algemene richtlijn van de gedelegeerd bestuurder ten aanzien van de leden van het Steering Committee definieert de activiteiten waarover de algemene directie of de functionele directies van de groep vooraf op de hoogte moeten worden gebracht of waarmee ze vooraf moeten instemmen.
Deze richtlijn omvat de volgende domeinen:
De leden van het Steering Committee moeten deze werkingsregels verplicht naleven.
De leden van het Steering Committee kunnen voor hun bevoegdheidsdomein restrictievere regels bepalen en opleggen aan personen aan het hoofd van een profitcenter met dien verstande dat een dergelijke aanvullende richtlijn in geen geval mag afwijken van deze regels.
Rekening houdend met het specifiek karakter van de vakgebieden, zijn er al in de vroegste stadia strikte controleprocedures van kracht.
Alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 50 miljoen EUR (activiteit Bouw) of 10 miljoen EUR (activiteit Multitechnieken en Spoorinfra) moeten vooraf worden goedgekeurd door het risicocomité.
Dit geldt ook voor elk project:
Het risicocomité is samengesteld uit:
Voor de aankoop van grond of voor het aangaan van verbintenissen voor de aankoop of de ontwikkeling van vastgoed is de voorafgaande goedkeuring van het vastgoedcomité vereist. Het is samengesteld uit:
Bovendien is elke vastgoedinvestering voor een bedrag hoger dan vijf miljoen EUR onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de raad van bestuur van CFE.
De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.
Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.
De verantwoordelijken van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.
De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:
• het initiële budget dat wordt voorgesteld in oktober van het jaar n-1,
Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurders van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur van de beheerscontrole en consolidatie, het lid van het Steering Committee en de directeur van de betrokken entiteit en haar financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:
De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.
Ze is met name verantwoordelijk voor:
De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.
De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.
Bij elke boekhoudkundige afsluiting stellen de financieel verantwoordelijken van de belangrijkste entiteiten de rekening van de dochtervennootschap of het bijkantoor voor aan de financieel en administratief directeur van de groep en aan de directeur van de beheerscontrole en consolidatie.
De directeur van de beheerscontrole en consolidatie is lid van het auditcomité van DEME, Rent-A-Port en Rent-A-Port Energy en woont de vergaderingen bij die worden gehouden bij elke rekeningafsluiting van deze vennootschappen.
De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.
In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van de groep te versterken.
Meer bepaald:
De controle van CFE op haar baggerfiliaal gebeurt op vijf verschillende niveaus:
Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.
In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken, meer bepaald:
Het hoofdkenmerk van de sector van de baggerwerken en de contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van de offerte, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.
De risicofactoren betreffen dus:
De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.
DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerk als in infrastructuurbaggerwerk ("capital dredging"). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van overheden om in grote infrastructuurprojecten te investeren.
DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleumen gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.
DEME profileert zich eveneens als een belangrijke speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:
DEME is o.a. via DEC ook actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industriële terreinen.
Ten slotte is DEME via DBM ("DEME Building Materials") aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.
DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en landwinningsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:
Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
Baggeren is een voornamelijk maritieme activiteit die wordt gekenmerkt door haar "kapitaalintensief" karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de technologische toppositie van de vloot te vrijwaren. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherent risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.
De pool Contracting groepeert de activiteiten:
De bouwactiviteit vindt plaats in de Benelux, Centraal-Europa en Afrika. CFE is gespecialiseerd in:
Deze voornamelijk in België actieve divisie is gespecialiseerd in drie clusters:
De operationele risico's van de pool Contracting worden beschreven in hoofdstuk 5B 1.1.
CFE ontwikkelt vastgoed in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.
De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, …) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, …) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.
De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.
Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sectorgebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:
De activiteit van de concessies bestaat gedeeltelijk in de realisatie van projecten van het type DBFM ("Design, Build, Finance, Maintain") in België en gedeeltelijk, via de voor 45% aangehouden vennootschap Rent-A-Port, in de ontwikkeling en het beheer van havens en de consulting in havenbouw.
De activiteit van de pool wordt gekenmerkt door de duur van de operatiecyclus (20 jaar of meer) en de capaciteit van het project om, tijdens de onderhouds- of de operatiefase, de recurrente kasstromen te genereren die de betrokken vennootschap toelaten om de financiering terug te betalen.
CFE en DEME worden van nature beschouwd als onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.
Bijvoorbeeld:
CFE lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.
DEME moet er ook in slagen hooggekwalificeerde talenten die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden.
CFE en DEME worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren CFE en DEME rechtstreeks of eventueel via hun dochtervennootschappen (DEME) een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.
Rekening houdend met het internationaal aspect van haar activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden CFE en DEME geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken CFE en DEME zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaat het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.
Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE en DEME bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten. Daarna volgen ze geregeld de uitstaande bedragen van hun klanten op en sturen ze hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist vóór de werken worden gestart.
Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.
Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.
Teneinde de liquiditeitsrisico's te beperken, hebben CFE en DEME hun financiëringsbronnen uitgebreid tot 3 soorten:
CFE komt op 31 december 2014 al haar financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME.
CFE en DEME zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die voor hun activiteiten worden gebruikt. CFE en DEME oordelen evenwel dat zulke stijgingen geen al te grote nadelige weerslag hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van CFE en DEME omvatten immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van de groep CFE uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke indekkingen genomen voor de prijzen van gasolie voor de contracten zonder prijsherzieningsformules.
Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het lokaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich in het algemeen niet afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers. Bovendien wordt de operationele organisatie van de groep gekenmerkt door een sterke decentralisatie, wat in het algemeen een grote onafhankelijkheid verzekert van lokale directies binnen de delegaties die hun zijn toegewezen, meer bepaald inzake inkopen.
Door de aard van de werkzaamheden die de groep CFE gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met verontreinigde of gevaarlijke materialen te maken krijgt.
CFE neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid en hygiëne van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat risico's nooit volledig uitgesloten kunnen worden.
Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:
Respect voor het milieu is een van de kernwaarden van CFE en DEME, die alles in het werk stellen om de negatieve effecten van hun activiteiten op het milieu te beperken.
Gelet op de diversiteit van haar activiteiten en haar geografische vestigingen moet de groep CFE rekening houden met een complex geheel van rechtsregels en voorschriften in functie van de plaats van uitvoering en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de openbare aanbestedingen en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.
De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een ruime interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.
DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.
CFE en DEME zijn blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.
Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.
In DEME is aldus een Entreprise Security Officer aangeworven om:
CFE en DEME hebben een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.
Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.
Om sommige van haar vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE en DEME participeren in Special Purpose Companies die zekerheden moeten verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
De overname van de controle over DEME door CFE op 24 december 2013 wijzigt niets aan het feit dat DEME financieel zelfstandig blijft. CFE verleent dan ook geen enkel voorschot of engagement van eender welke aard ten gunste van haar dochtervennootschap, en omgekeerd.
Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er is een compliance officer (Fabien De Jonge) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.
Op systematische wijze informeert de vennootschap deze medewerkers over gesloten periodes en brengt zij geregeld de algemene richtlijnen onder de aandacht.
Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van haar dochtervennootschappen.
Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met DEME. De door DEME verschuldigde bezoldiging voor het boekjaar 2014 bedraagt 1.126 duizend EUR.
De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy.
De gewone algemene vergadering van 3 mei 2013 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op de gewone algemene vergadering van mei 2016. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd voor het boekjaar 2014 vastgesteld op 180 duizend EUR.
De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 90 duizend EUR.
Bovendien werden gedurende het boekjaar 2014 de door Deloitte, belastingadviseurs, gefactureerde kosten voor belastingadvies van 23 duizend EUR in resultaat genomen.
Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.
Wat de overige dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.
| (duizend euro) | Deloitte | Andere | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.243,9 | 66,13% | 572,7 | 48,19% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten | 114,0 | 6,06% | 44,5 | 3,75% |
| Subtotaal audit | 1.358,0 | 72,19% | 617,2 | 51,94% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 245,1 | 13,03% | 454,2 | 38,23% |
| Andere | 278,0 | 14,78% | 116,8 | 9,83% |
| Subtotaal andere | 523,1 | 27,81% | 571,0 | 48,06% |
| Totaal honoraria – commissarissen der rekeningen | 1.881,1 | 100% | 1.188,2 | 100% |
Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.
Het benoemings- en bezoldigingscomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.
Voor het jaar 2014 werden enkele wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.
De algemene vergadering van 30 april 2014 van CFE NV heeft besloten om aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders een jaarlijkse vergoeding van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR toe te kennen, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.
De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van 2.000 EUR per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur.
De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.
Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.
Bedrag van de voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:
| (EUR) | Bezoldiging CFE NV |
Bezoldiging Filialen |
|---|---|---|
| C.G.O. nv, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois |
100.000 | |
| Renaud Bentégeat | 34.000 | |
| Piet Dejonghe | 32.000 | |
| Luc Bertrand | 34.000 | |
| Koen Janssen | 34.000 | |
| Christian Labeyrie | 34.000 | |
| John-Eric Bertrand | 34.000 | |
| Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
34.000 | |
| Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
34.000 | |
| Philippe Delusinne | 32.000 | |
| Jan Suykens | 34.000 | |
| Alain Bernard | 32.000 | |
| Jan Steyaert | 34.000 | |
| Totaal | 502.000 | 0 |
Er werd sinds 3 mei 2010 (datum van inwerkingtreding van de wet van 6 april 2010) geen enkele overeenkomst die een vertrekvergoeding voorziet, afgesloten of verlengd met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder.
Aan de algemene vergadering van 7 mei 2015 zal voorgesteld worden om de toekenning aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders van een jaarlijkse bezoldiging van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat, goed te keuren zoals in 2014.
Bovendien zal aan de algemene vergadering voorgesteld worden om de toekenning van zitpenningen van 2.000 EUR per zitting aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur, goed te keuren.
De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
4.000 |
|---|---|
| Philippe Delusinne | 4.000 |
| Piet Dejonghe | 4.000 |
| Christian Labeyrie | 4.000 |
| Jan Steyaert | 8.000 |
| Totaal | 24.000 |
Het benoemings- en bezoldigingscomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.
| Luc Bertrand | 5.000 |
|---|---|
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
5.000 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
10.000 |
| Totaal | 20.000 |
De maatschappelijke structuren van CFE zijn enerzijds afgestemd op de prerogatieven waaraan de oprichting van een holdingvennootschap voldoet, en anderzijds op de vereisten die verband houden met de organisatiestructuur van de activiteitspolen.
Elke pool vertegenwoordigt een activiteitenportfolio en bestaat uit verscheidene dochtervennootschappen en eventueel ook bijkantoren die een resultaatverantwoordelijke eenheid vormen en in het algemeen per activiteit zijn opgesplitst over een afgebakende geografische zone. Elke dochtervennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur en een directeur, en ieder bijkantoor wordt geleid door een directeur. De unieke beheersorganisatie van de dochtervennootschappen en bijkantoren bestaat dus uit een bijzondere delegatie van bevoegdheden aan een groep van personen, directeurs genoemd, zodat we de garantie hebben te beschikken over actieve directieleden en een efficiënte operationele organisatie van de activiteitenpolen.
Deze vennootschaprechterlijke structuren verzekeren het evenwicht in de bevoegdheden en de goede werking van CFE. De vennootschap beslist dat het "Steering Committee" geen directiecomité vormt in de zin van artikel 524 bis van het Wetboek van Vennootschappen, maar zij heeft in de statuten wel die mogelijkheid opengelaten voor de toekomst.
De personen die belast zijn met de effectieve leiding van de activiteiten, zijn dus in de eerste plaats de gedelegeerd bestuurder en in de tweede plaats de leden van het Steering Committee.
De leden van het Steering Committee zijn:
Piet Dejonghe is op 15 januari 2015 toegetreden tot het "Steering Committee".
De leden van het Steering Committee zijn:
Een Oriëntatiecomité verzamelt de leden van het Steering Committee van CFE zonder DEME alsook de belangrijkste leiders van de groep, namelijk:
Het bezoldigingsbeleid werd in 2014 gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en bezoldigingscomité onderzocht.
Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en bezoldigingscomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.
Het referentiejaar voor de gedelegeerd bestuurder (en voor de andere leden van het Steering Committee) voor de toekenning van een variabele vergoeding loopt van 1 januari tot en met 31 december; in voorkomend geval worden de betalingen uitgevoerd in april van het volgende jaar.
Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft de gedelegeerd bestuurder naast de bezoldiging van zijn bestuursmandaat, hetzij 34.000 EUR, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 267.617 EUR ontvangen, waarboven geen variabele vergoeding werd uitbetaald.
De gedelegeerd bestuurder beschikt bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenkomt met 48.221 EUR voor 2014. In 2014 geniet hij, ten laste van CFE, van een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedraagt 102.417 EUR.
CFE heeft in 2014 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
De variabele bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder is gebaseerd op de volgende criteria:
Voor 75%
Voor 25% op discretionaire basis;
Het bedrag van de variabele bezoldiging is afgetopt op 100% van de vaste bezoldiging.
CFE heeft in 2014 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
Het bezoldigingsbeleid werd gewijzigd ten opzichte van de vorige boekjaren. De berekening gebeurt zodanig dat
De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van het Steering Committee, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, worden heel aandachtig bekeken door de gedelegeerd bestuurder en de directeur Human Resources van de groep en voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.
Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.
Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz.
Voor de operationele leden van het Steering Committee, d.w.z. de verantwoordelijken van de profitcenters (dochtervennootschappen en bijkantoren), hangt de variabele bezoldiging af van hun individueel prestatieniveau en van de cash positie van hun entiteit.
De "veiligheidsprestaties": een kwantitatieve maatstaf die voor 50% meetelt, d.w.z. de frequentie van de arbeidsongevallen, in functie van de doelstelling die in het begin van het boekjaar wordt vastgesteld, kwalitatieve maatstaven die voor 50% meetellen, het geheel heeft een negatieve invloed ten belope van 20% op het basisbedrag als de doelstelling niet bereikt wordt.
Ook de cash positie heeft 20% invloed op het basisbedrag. Een individuele doelstelling werd vastgesteld op 31 december 2014. Voor de directeur vastgoedpromotie zijn de geïnvesteerde middelen en het gebruikte eigen vermogen de criteria.
Bij de functionele directeurs van het "Steering Committee" wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende factoren, namelijk:
Het referentiejaar voor de leden van het "Steering Committee" voor de toekenning van een variabele vergoeding loopt van 1 januari tot en met 31 december; in voorkomend geval worden de betalingen uitgevoerd in april van het volgende jaar.
Voor de operationele leden van het Steering Committee van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het remuneratie comité van DEME bestaande uit Renaud Bentégeat en Luc Bertrand.
Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend na inachtname van 4 criteria: de EBITDA, het nettoresultaat, de financiële schuld en de veiligheid.
De leden van het Steering Committee, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, hebben in 2014 de volgende bezoldigingen ontvangen:
| Vaste bezoldigingen en honoraria | 1.985.845 |
|---|---|
| Variabele vergoedingen | 1.376.885 |
| Stortingen voor diverse verzekeringen (pensioenplannen, hospitalisatieverzekering, ongevallenverzekering) |
437.176 |
| Kosten van dienstvoertuigen | 87.818 |
| Totaal | 3.887.724 |
Voor de leden van het Steering Committee bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986.
Opdat deze leden van het Steering Committee een samenhangend beleid zouden voeren, werd in 2007 een "overkoepelend" plan met vastgestelde prestaties ingevoerd. De "service cost" (IFRS) voor de plannen met "vaste prestaties" bedraagt 184.856 EUR voor het boekjaar 2014.
Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het Steering Committee van DEME.
CFE heeft in 2014 aan de leden van het Steering Committee, zonder DEME, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010, en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 30 april 2014 de volgende tekst goedgekeurd:
Voor de bezoldigde leden van het Steering Committee van de vennootschap die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het B.S. van 31 december 2013.
Wat de regels voor de variabele vergoeding betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing vanaf het boekjaar dat begon na 31 december 2010, heeft de algemene vergadering van 30 april 2014 volgend voorstel goedgekeurd: "voor de CEO en de leden van het Steering Committee worden de bestaande modaliteiten en toekenningscriteria behouden gedurende 3 jaar, dus een variabele vergoeding op basis van de economische resultaten, de aandacht voor de veiligheid van de mensen en de naleving van de waarden van de groep. De huidige wetgeving die de spreiding over 3 jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijhorende criteria, is immers niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen, het vervroegd pensioen naderen"
Voorstel: voor de CEO en de leden van het Steering Committee is de huidige wetgeving die de spreiding over 3 jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijbehorende criteria, immers niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen, het vervroegd pensioen naderen".
6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van het Steering Committee of de gedelegeerd bestuurder
De overeenkomsten tussen de leden van het Steering Committee van CFE zonder DEME, en de gedelegeerd bestuurder enerzijds en de vennootschap anderzijds voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.
CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering "Alle bouwrisico's" en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen af. Het risico "terrorisme" wordt evenwel niet gedekt door de verzekering "Alle bouwrisico's".
Op 27 februari 2014 heeft de raad van bestuur van CFE een bijzonder verslag opgesteld krachtens artikel 604 van het Wetboek van Vennootschappen, ter ondersteuning van het voorstel aan de algemene vergadering van de vennootschap om de aan de raad van bestuur verleende toelating om het maatschappelijk kapitaal in één of meerdere keren te verhogen door het toegestane kapitaal te bepalen op 2.500.000 EUR, voor een periode van vijf jaar te verlengen.
Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14/11/2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:
CFE heeft tijdens het boekjaar 2014 geen andere bedrijven overgenomen.
CFE heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.
In het kader van het focussen van haar activiteiten, heeft CFE in december 2014 een akkoord besloten met Aswebo NV, het wegenfiliaal van de groep Willemen, met betrekking tot de overdracht van 100% van de aandelen van de Aannemingen Van Wellen NV.
Aansluitend aan de goedkeuring van de Mededingingsautoriteit werd de transactie op 25 februari 2015 uitgevoerd.
De positieve impact van deze overdracht op het netto geconsolideerde resultaat 2015 van CFE zou rond 10 miljoen EUR moeten liggen.
DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met
privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.
De perspectieven blijven gunstig voor de pool Baggerwerken en milieu, terwijl het herstel van de activiteiten van de Contracting activiteiten zich voort zet in 2015.
Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen.
Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij heeft verschillende beroepsactiviteiten uitgeoefend, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van Jan Steyaert inzake boekhouding en audit.
De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op donderdag 7 mei 2015 om 15.00 uur.
A. Agenda van de gewone algemene vergadering:
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de jaarrekening per 31 december 2014, zoals voorgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2014, zoals voorgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het voorstel van de raad van bestuur om een brutodividend van 2,00 EUR per aandeel uit te keren, hetzij een netto dividend van 1,50 EUR per aandeel, goed te keuren. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 28 mei 2015.
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het bezoldigingsverslag, opgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.
Overeenkomstig artikel zeventien van de statuten, wordt er voorgesteld aan de algemene vergadering om, met ingang op 1 januari 2015, aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders een jaarlijkse bezoldiging toe te kennen van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.
Bovendien wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om aan de bestuurders, uitgezonderd de voorzitter van de raad van bestuur, zitpenningen toe te kennen van 2.000 EUR per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en bezoldigingscomité blijft ongewijzigd.
Bovendien wordt aan de algemene vergadering voorgesteld om aan de commissaris een bezoldiging van 174.500 EUR per jaar toe te kennen voor de uitoefening van zijn mandaat.
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om kwijting te verlenen aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2014.
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om kwijting te verlenen aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2014.
Het bestuurdersmandaat van Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, loopt af tijdens De gewone algemene vergadering van 7 mei 2015.
Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het bestuurdersmandaat van Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, te verlengen voor een termijn van vier (4) jaar, die afloopt aan het slot van de algemene vergadering van mei 2019. Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais, beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Code voor Corporate Governance 2009.
B. Formaliteiten voor toelating tot de gewone algemene vergadering
Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de veertiende dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 23 april 2015 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij een gemachtigde.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen moeten uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, het volmachtformulier, beschikbaar op de website, www.cfe.be, invullen en ondertekenen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van de heer Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.
Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijk kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.
Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:
In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 22 april 2015 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten dan de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.
De volmachten en de stemformulieren per brief die vóór 22 april 2015 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk
voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.
Elke aandeelhouder heeft het recht om tijdens de gewone algemene vergadering vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.
De aandeelhouders die schriftelijk vragen wensen te stellen voor de vergadering moeten hun vragen uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, per e-mail versturen aan de vennootschap op volgend e-mailadres: [email protected]. Enkel de schriftelijke vragen gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1) zullen op de vergadering beantwoord worden.
Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon waarbij zij hun obligaties houden.
Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].
Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 7 mei 2015 is vanaf heden beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.
Definities
Woord vooraf
| Geconsolideerde jaarrekening |
Geconsolideerde resultatenrekening |
||
|---|---|---|---|
| Staat van het globaal resultaat | |||
| Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie) |
|||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht |
|||
| Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen |
|||
| Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening |
|||
| Verslag van de commissaris | |||
| Statutaire jaarrekening |
Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst-en-verliesrekening |
||
| Analyse van de winst-en verliesrekening en van het overzicht van de financiële positie |
| Aangewend kapitaal | Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa + werkkapitaal |
|---|---|
| Werkkapitaal | Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen – andere kortlopende verplichtingen |
| Resultaat van de operationele activiteiten |
Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering of goodwill. |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
| EBITDA | Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen |
Op 31 december 2012, na herziening van de geconsolideerde balans van de vergelijkende financiële staten, in overeenstemming met de normen IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening en IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten, wordt DEME volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME verkregen ten gevolge van de realisatie van de opschortende voorwaarden aan dewelke de kapitaalsverhoging onderhevig was.
Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de vermogensmutatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.
De geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd kasstroomoverzicht op 31 december 2013 bevatten 50% van de activiteit van DEME en zijn geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Daarentegen bevat de geconsolideerde balans per 31 december 2013 de activa en passiva van DEME aan 100%. Hetzelfde geldt voor het orderboek.
| Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | Toelichting | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 | 3.510.548 | 984.883 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 6 | 80.518 | 71.641 |
| Aankopen | (2.093.355) | (739.730) | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 7 | (583.211) | (209.278) |
| Overige exploitatiekosten | 6 | (449.834) | (124.327) |
| Afschrijvingskosten | 12-14 | (243.746) | (14.439) |
| Bedrijfscombinaties – Aanschaf DEME | 5 | 0 | 111.624 |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill – DEME | 13 | 0 | (207.411) |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill – overige | 13 | (521) | (3.795) |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 220.399 | (130.832) | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 15 | 20.124 | 51.356 |
| Bedrijfsresultaat | 240.523 | (79.476) | |
| Bruto financieringskosten | 8 | (31.909) | (143) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 8 | 16.156 | (2.551) |
| Financieel resultaat | (15.753) | (2.694) | |
| Resultaat vóór belastingen | 224.770 | (82.170) | |
| Winstbelastingen | 10 | (65.249) | (5.793) |
| Resultaat van de periode | 159.521 | (87.963) | |
| Minderheidsbelangen | 9 | 357 | 6.728 |
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 159.878 | (81.235) | |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | 11 | 6,32 | (6,10) |
| Voor de periode van 1 januari tot 31 december (duizend euro) | Toelichting | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|---|
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 159.878 | (81.235) | |
| Resultaat van de periode | 159.521 | (87.963) | |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | (8.750) | 10.397 | |
| Omrekeningsverschillen | (2.126) | (3.590) | |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 2.974 | (3.534) |
| Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen worden | 0 | 7.902 | |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(7.902) | 11.175 | |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | 23 | (2.676) | (3.538) |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(2.676) | (3.538) | |
| Andere elementen van het globaal resultaat | (10.578) | 7.637 | |
| Globaal resultaat: | 148.943 | (80.326) | |
| - Toekenbaar aan de groep | 149.586 | (73.544) | |
| - Toekenbaar aan de minderheidsbelangen | (643) | (6.782) | |
| Globaal resultaat (deel van de groep) gedeeld door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen (basis en verwaterd) |
11 | 5,91 | (5,52) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| Voor de periode van 1 januari tot 31 december (duizend euro) | Toelichting | 2014 | 2013 (*) | 2012 (*) |
|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 12 | 98.491 | 105.500 | 5.853 |
| Goodwill | 13 | 177.082 | 177.003 | 25.318 |
| Materiële vaste activa | 14 | 1.503.275 | 1.563.351 | 63.923 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 2.052 | |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 15 | 159.290 | 155.877 | 405.288 |
| Overige financiële vaste activa | 16 | 109.341 | 115.396 | 57.598 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 27 | 674 | 612 | 0 |
| Overige vaste activa | 17 | 20.006 | 10.725 | 5.192 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 | 115.322 | 120.428 | 13.090 |
| Totaal vaste activa | 2.183.481 | 2.248.892 | 578.314 | |
| Voorraden | 19 | 105.278 | 116.012 | 82.408 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 20 | 1.082.504 | 1.106.034 | 446.132 |
| Overige vlottende activa | 20 | 104.554 | 100.781 | 74.129 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 27 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële vlottende activa | 4.687 | 6.447 | 107 | |
| Activa aangehouden met het oog op verkoop | 31.447 | 0 | 0 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | 703.501 | 437.334 | 144.262 |
| Totaal vlottende activa | 2.031.971 | 1.766.608 | 747.038 | |
| Totaal van de activa | 4.215.452 | 4.015.500 | 1.325.352 | |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 | 21.375 | |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 | 62.551 | |
| Ingehouden winsten | 488.890 | 358.124 | 460.306 | |
| Toegezegde pensioenenplannen | (8.350) | (5.782) | (8.101) | |
| Afdekkingsreserves | (6.127) | (351) | (17.673) | |
| Omrekeningsverschillen | (2.124) | (176) | 6.154 | |
| Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE | 1.313.627 | 1.193.153 | 524.612 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | 7.238 | 8.064 | (2.950) |
| Eigen vermogen | 1.320.865 | 1.201.217 | 521.662 | |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 23 | 41.806 | 40.543 | 8.165 |
| Voorzieningen | 24 | 40.676 | 25.655 | 12.249 |
| Andere langlopende verplichtingen | 80.665 | 92.898 | 33.695 | |
| Obligatielening | 26 | 306.895 | 208.621 | 100.000 |
| Financiële schulden | 26 | 378.065 | 496.654 | 56.707 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 27 | 12.922 | 16.352 | 10.530 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 10 | 139.039 | 144.505 | 13.058 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1.000.068 | 1.025.228 | 234.404 | |
| Voorzieningen voor courante risico's | 24 | 48.447 | 48.181 | 36.159 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 20 | 1.099.309 | 983.806 | 324.882 |
| Fiscale schulden | 80.264 | 65.855 | 11.053 | |
| Financiële schulden | 26 | 206.671 | 346.118 | 11.153 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 27 | 24.948 | 16.499 | 1.570 |
| Passiva aangehouden met het oog op verkoop | 19.164 | 0 | 0 | |
| Overige kortlopende verplichtingen | 20 | 415.716 | 328.596 | 184.469 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 1.894.519 | 1.789.055 | 569.286 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.215.452 | 4.015.500 | 1.325.352 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten en (ii) de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013 (herwerkingen worden beschreven in nota 2.1).
| Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | Toelichting | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 159.878 | (81.235) | |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 243.746 | 14.439 | |
| Toevoeging aan de voorzieningen | 11.420 | 5.056 | |
| Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa | 3.922 | 101.457 | |
| Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies | (18.294) | 414 | |
| Opbrengsten uit renten en financiële activa | (9.991) | (4.182) | |
| Rentelasten | 41.900 | 4.478 | |
| Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten | (8.230) | (670) | |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | (7.463) | (166) | |
| Belastingen van de periode | 65.249 | 5.793 | |
| Minderheidsbelangen | (357) | (6.728) | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | (20.124) | (51.328) | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal | 461.656 | (12.672) | |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen | 7.342 | (90.344) | |
| Afname/(toename) van voorraden | 8.237 | (4.543) | |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden | 179.749 | 115.696 | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 656.984 | 8.137 | |
| Betaalde rente | (41.900) | (4.478) | |
| Ontvangen rente | 9.991 | 4.238 | |
| Betaalde /ontvangen winstbelastingen | (18.349) | (8.001) | |
| Netto kasstromen uit operationele activiteiten | 606.725 | (104) | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Verkoop van vaste activa | 13.410 | 854 | |
| Aankoop van vaste activa | (173.895) | (18.150) | |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | (1.351) | 0 | |
| Verkoop van een dochteronderneming | 0 | 424 | |
| Aanschaf DEME | 5 | 0 | 317.911 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke overeenkomsten | 15 | (1.005) | (1.488) |
| Activa geklasseerd als beschikbaar voor verkoop | (766) | 0 | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (163.607) | 299.551 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Leningen | 63.925 | 39.464 | |
| Terugbetaling van schulden | (212.361) | (29.285) | |
| Uitgekeerde dividenden | (29.112) | (15.056) | |
| Transacties met minderheidsbelangen | 5 | 0 | (1.543) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | (177.548) | (6.420) | |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 265.570 | 293.027 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 21 | 437.334 | 144.262 |
| Wisselkoerseffecten | 597 | 45 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 21 | 703.501 | 437.334 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (polen vastgoedontwikkeling en –beheer en PPS-concessies). Deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premie |
Inge houden winsten |
Toegezegde doelpensi oenenplan nen |
Reserve af dekkings instrumen ten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen – Toeken baar aan groep CFE |
Minder heidsbelan gen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2013 (*) | 41.330 | 800.008 | 358.124 | (5.782) | (351) | (176) | 1.193.153 | 8.064 | 1.201.217 |
| Totaal resultaat voor de periode |
159.878 | (2.568) | (5.776) | (1.948) | 149.586 | (643) | 148.943 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(29.112) | (29.112) | (29.112) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(2.329) | (2.329) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring |
2.146 | 2.146 | |||||||
| December 2014 | 41.330 | 800.008 | 488.890 | (8.350) | (6.127) | (2.124) | 1.313.627 | 7.238 | 1.320.865 |
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premie |
Inge houden winsten |
Toegezegde doelpensi oenenplan nen |
Reserve af dekkings instrumen ten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen – Toeken baar aan groep CFE |
Minder heidsbelan gen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2012 | 21.375 | 62.551 | 460.306 | (8.101) | (17.673) | 6.154 | 524.612 | 6.227 | 530.839 |
| IFRS 11 herziening | (9.177) | (9.177) | |||||||
| Après révision IFRS 11 | 21.375 | 62.551 | 460.306 | (8.101) | (17.673) | 6.154 | 524.612 | (2.950) | 521.662 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
(81.235) | (3.301) | 17.322 | (6.330) | (73.544) | (6.782) | (80.326) | ||
| Kapitaalsverhoging en aanschaf DEME |
19.955 | 737.457 | (5.620) | 5.620 | 757.412 | 11.367 | 768.779 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(15.056) | (15.056) | (15.056) | ||||||
| Dividenden minderheidsbelangen |
(840) | (840) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring |
(271) | (271) | 7.269 | 6.998 | |||||
| December 2013 (*) | 41.330 | 800.008 | 358.124 | (5.782) | (351) | (176) | 1.193.153 | 8.064 | 1.201.217 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het kapitaal op 31 december 2014 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
Op 26 februari 2015 werd door de raad van bestuur een dividend van 50.629 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2 euro bruto per aandeel. Het voorgestelde slotdividend wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2014.
Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013 bedroeg 1,15 euro bruto per aandeel.
| p. 63 | 1. | Algemene principes |
|---|---|---|
| p. 64 | 2. | Voornaamste boekhoudprincipes |
| p. 77 | 3. | Consolidatiemethoden |
| p. 77 | Consolidatiekring | |
| p. 78 | 4. | Gesegmenteerde informatie |
| p. 79 | Overzicht na toepassing van IFRS 10 en 11 | |
| p. 80 | Pro forma gesegmenteerde inlichtingen | |
| p. 81 | Omzet | |
| p. 81 | Opsplitsing van de pool contracting | |
| p. 81 | Opsplitsing van de pool baggerwerken | |
| p. 81 | Orderboek | |
| p. 82 | Geconsolideerd overzicht van de financiële positie | |
| p. 84 | Geconsolideerd kasstroomoverzicht | |
| p. 85 | Overige informatie | |
| p. 85 | Geografische informatie | |
| p. 86 | 5. | Overnames en afstotingen van dochterondernemingen |
| p. 88 | 6. | Opbrengsten uit aanverwante activiteiten en andere operationele |
| kosten | ||
| p. 88 | 7. | Bezoldigingen en sociale lasten |
| p. 89 | 8. | Financieel resultaat |
| p. 89 | 9. | Minderheidsbelangen |
| p. 90 | 10. Belastingen op het resultaat | |
| p. 92 | 11. Resultaat per aandeel | |
| p. 93 p. 95 |
12. Immateriële vaste activa anders dan goodwill 13. Goodwill |
|
| p. 97 | 14. Immateriële vaste activa anders dan goodwill | |
| p. 99 | 15. Geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | |
| p. 101 | 16. Overige financiële vaste activa | |
| p. 102 | 17. Overige vaste activa | |
| p. 102 | 18. Onderhanden projecten in opdracht van derden | |
| p. 103 | 19. Voorraden | |
| p. 103 | 20. Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele | |
| activiteiten | ||
| p. 104 | 21. Geldmiddelen en kasequivalenten | |
| p. 104 | 22. Subsidies | |
| p. 104 | 23. Personeelsvoordelen | |
| p. 109 | 24. Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en | |
| personeelsvoordelen | ||
| p. 110 | 25. Mogelijke activa en verplichtingen | |
| p. 110 | 26. Informatie betreffende netto financiële schuld | |
| p. 111 | 27. Informatie betreffende het beheer van de financiële risico's | |
| p. 119 | 28. Operationele leasing | |
| p. 120 | 29. Andere gegeven verplichtingen | |
| p. 120 | 30. Andere ontvangen verplichtingen | |
| p. 120 | 31. Geschillen | |
| p. 121 | 32. Transacties met verbonden partijen |
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 26 februari 2015.
De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.
Op 28 november 2014 werd de divisie "Bouw" van Aannemingen Van Wellen NV verkocht aan Amart NV, een dochteronderneming van CFE. De divisie zal in Vlaanderen actief blijven onder de handelsnaam "ATRO Bouw". Op 1 december 2014 kondigde de groep CFE aan dat de wegenbouwactiviteit van de vennootschap Aannemingen Van Wellen – d.w.z. 100% van de participatie van de Groep in deze vennootschap – zou worden verkocht aan de groep Willemen. De verkoop van de wegenbouwactiviteit zal op 25 februari 2015 ingaan.
Op 28 februari 2014 werd de vennootschap Projekt RK Brugmann vereffend. Deze was voor 50% in handen van de vennootschap Batipont Immobilier (BPI).
Op 5 maart 2014 verwierf de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap naar Pools recht Immo Wola. Deze houdt zich bezig met de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. De vennootschap wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 23 april 2014 verkochten de vennootschappen VM Property I en VM Property II – beide voor 40% dochterondernemingen van de groep CFE – alle aandelen (100%) die ze samen hielden van de vennootschap VM Office.
Op 20 juni 2014 verwierf de vennootschap Investissement Léopold – voor 24,14% in handen van de groep CFE – alle aandelen van de vennootschap Promotion Léopold. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 27 juni 2014 verkocht Compagnie Luxembourgeoise Immobilière (CLi), een dochteronderneming van de groep CFE, al haar aandelen (d.w.z. 20%) in Compagnie Marocaine des Energies (CME).
Op 12 augustus 2014 verwierf de vennootschap La Réserve Promotions – voor 33% in handen van de groep CFE – alle aandelen van de vennootschap LRP Development. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 5 september 2014 verwierf de vennootschap CFE Immo, een dochteronderneming van de groep CFE, 30% van de aandelen van de vennootschappen Foncière de Bavière A en Foncière de Bavière C. Deze vennootschappen houden zich bezig met
vastgoedontwikkeling in de Luikse Bavière-wijk. Zij worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 29 september 2014 werd de naamloze vennootschap Transportzone Zeebrugge (TZZ) ontbonden. De CFE-groep bezat 38,9% van de aandelen in deze vennootschap. Zij werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 20 november 2014 verwierf de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap naar Pools recht BPI Wroclaw. Deze houdt zich bezig met de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. Zij wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 11 december 2014 verwierf de groep CFE via haar filiaal CFE Immo 33% van de vennootschap Europea Housing die het NEO-project op de Heizelvlakte uitvoert. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Eind 2014 verkocht de groep CFE al haar aandelen – d.w.z. 100% – van de vennootschap BPI Obozowa Retail Estate Sp. z o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 18 december 2014 verkocht de groep CFE al haar aandelen (d.w.z. 50%) van de naamloze vennootschap Turnhout Parking. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
In 2014 verwierf DEME:
In de loop van het tweede semester van 2014 verwierf DEME:
Verder verkocht Deme in 2014:
De vennootschappen Dalian Soil Remediation en DEC Canada, die voor respectievelijk 37,45% en 74,90% in handen waren van DEME, werden in de loop van 2014 vereffend.
Tot slot werd de vennootschap Fasiver die sinds het eerste halfjaar voor 74,90% in handen van DEME was, overgenomen door Agroviro. De nieuw opgerichte vennootschap Techno at Green die voor 100% eigendom van DEME was, werd in de loop van het laatste kwartaal eveneens overgenomen door de vennootschap DEME Concessions Wind.
Op 28 januari 2013 heeft de groep CFE de resterende 35% van de aandelen van de vennootschap Elektro Van De Maele N.V. gekocht. Deze vennootschap wijzigde haar naam in VMA WEST NV en wordt voortaan voor 100% door de CFE groep aangehouden. De consolidatiemethode bleef ongewijzigd.
Op 28 mei 2013 heeft de groep CFE beslist zijn aankoopoptie op de resterende aandelen van de vennootschap Brantegem NV uit te oefenen, om alzo de resterende 35% van de vennootschap te verkrijgen. Brantegem NV is gespecialiseerd in HVAC en sanitaire installaties. Bijgevolg wordt de vennootschap Brantegem NV voortaan voor 100% door de CFE groep aangehouden. De consolidatiemethode bleef ongewijzigd.
Op 7 juni 2013 heeft de vennootschap Prodfroid SA, gespecialiseerd in airconditioning en industriële en commerciële koeling, een naamswijziging uitgevoerd en heet nu Procool SA.
Op 28 februari 2013 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming CLI, en in partnerschap met andere immobiliënpromotoren, 33,3% van de naamloze vennootschap naar Luxemburgs recht, PEF Kons Investment SA, gekocht. Deze laatste is een belangrijke grondeigenaar in het Groothertogdom Luxemburg en de aanschaf heeft als doel de ontwikkeling van een complex voor kantoren, commerciële ruimtes en huisvesting (Project Kons Gallery). Deze vennootschap is opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 1 maart 2013 heeft CFE NV 50% van de aandelen in de vennootschappen Rederij Marleen BVBA en Rederij Ishtar BVBA gekocht om op de terreinen te Oostende een immobiliënproject te realiseren.
Op 13 juni 2013 heeft de CFE groep beslist om de totaliteit van haar participatie (66%) in Sogesmaint-CB Richard Ellis SA (segment Property & Facility Management) te verkopen aan CBRE. Terzelfdertijd heeft CFE de deelneming, gehouden door Sogesmaint-CB Richard Ellis SA, in de dochteronderneming in het Groothertogdom Luxemburg, overgenomen, alsook sommige contracten van Property & Facility Management in België.
Op 11 oktober 2013 heeft de CFE groep, via haar dochteronderneming in Polen, de vennootschap BPI Obozowa Retail Estate Sp. z o.o., opgericht. Deze heeft als doel de ontwikkeling van woongelegenheden en niet-residentiële gebouwen. Deze vennootschap wordt volgens de integrale consolidatiemethode opgenomen.
Op 22 oktober 2013 heeft de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de CFE groep, 16,7% bijkomende aandelen van de vennootschap Erasmus Gardens NV aangeschaft. Op die manier bedraagt haar participatie 50% van de aandelen.
In de loop van 2013 heeft DEME via haar dochterondernemingen volgende deelnemingen verworven:
Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME verkregen ten gevolge van de realisatie van de opschortende voorwaarden aan dewelke de kapitaalsverhoging onderhevig was.
De realisatie van de kapitaalsverhoging van de groep CFE door middel van de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren (AvH) van 2.256.450 aandelen van de vennootschap Dredging, Environmental & Marine Engineering NV (DEME) werd eerst goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering van CFE van 13 november 2013. In ruil voor de inbreng in natura heeft CFE 12.222.222 nieuwe aandelen uitgegeven.
Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Deze aanschaf zal toelaten om een sterke synergie te ontwikkelen tussen de "contracting" en de baggeractiviteiten, en om evenzeer ten volle voordeel te halen uit het internationaal commercieel netwerk van DEME.
Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de proportionele consolidatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.
Nihil.
De boekhoudkundige grondslagen en methoden zijn dezelfde als deze toegepast in de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013, met uitzondering van de toepassing van de nieuwe norm IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten. De impacten van de herwerking zijn beschreven in paragraaf 2.1.
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen significatief effect op de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE, met uitzondering van de toepassing van de herziening van IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten.
De groep beslist om niet te anticiperen op de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2014 niet verplicht is.
IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
Verbeteringen aan IFRS (2010-2012) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 februari 2015)
De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna "de vennootschap" of "CFE" genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2014 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen, haar belangen in de entiteiten waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend ("groep CFE") en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.
Vanaf 1 januari 2014 past CFE de normen IFRS 10, 11 en 12 toe die de consolidatiekring beïnvloeden.
IFRS 10 "Geconsolideerde jaarrekeningen" vervangt de standaard IAS 27 en interpretatie SIC 12 "Consolidatie-Ad hoc entiteiten" en betreft de controles en consolidatiemethode volgens de integrale methode. De definitie van controle op een entiteit is gebaseerd op 3 criteria:
De drie criteria moeten ingevuld zijn om een entiteit volgens de integrale methode te consolideren.
IFRS 11 "Gezamenlijke overeenkomsten" vervangt IAS 31 in wat betreft de consolidatie van de entiteiten onder gezamenlijke overeenkomsten. Een gezamenlijke overeenkomst bestaat als de beslissingen met betrekking tot de kernactiviteiten van een entiteit de goedkeuring heeft van alle partijen die over controle beschikken. De gezamenlijke overeenkomsten worden onderverdeeld in twee typen (gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en joint-ventures) volgens de rechten en verplichtingen van de partijen. De kwalificatie hangt af van de wettelijke vorm gebruikt voor het project, de voorwaarden van de overeenkomst tussen partijen en, indien relevant overige omstandigheden.
IFRS 12 "Informatieverschaffing" over investeringen in andere entiteiten bepaalt de definitie van de informatie te verschaffen in de geconsolideerde jaarrekeningen in wat betreft de aandelen in dochterondernemingen, gezamenlijke overeenkomsten, vennootschappen onder vermogensmutatiemethode en niet-geconsolideerde entiteiten.
De normen IFRS 10 en 11 zijn met terugwerkende kracht van toepassing en de vergelijkende financiële staten 2012-2013 en de geconsolideerde resultatenrekening op 31 december 2013 werden herwerkt; alleen IFRS 11 heeft een significatieve invloed op de geconsolideerde jaarrekeningen. Een groot aantal entiteiten van de pool Vastgoedontwikkeling en van de pool Baggerwerken en milieu, voordien geconsolideerd volgens de proportionele methode, zijn nu opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
De geconsolideerde staat van de financiële toestand voor het boekjaar dat op 31 december 2013 werd afgesloten, de geconsolideerde verkorte resultatenrekening, het globaal resultaat en het geconsolideerd kasstroomoverzicht, ondergingen de volgende wijzigingen:
| per 31 december 2013 (duizend euro) | December 2013 gepubliceerd |
Impact IFRS 11 | December 2013, na herziening |
|---|---|---|---|
| Omzet | 2.267.257 | (1.282.374) | 984.883 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 87.925 | (16.284) | 71.641 |
| Aankopen | (1.446.118) | 706.388 | (739.730) |
| Bezoldigingen en sociale lasten | (410.660) | 201.382 | (209.278) |
| Overige exploitatiekosten | (300.745) | 176.418 | (124.327) |
| Afschrijvingskosten | (126.670) | 112.231 | (14.439) |
| Bedrijfscombinaties – Aanschaf DEME | 111.624 | 0 | 111.624 |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill – DEME | (207.411) | 0 | (207.411) |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill – overige | (3.795) | 0 | (3.795) |
| Resultaat van de operationele activiteiten | (28.593) | (102.239) | (130.832) |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke overeenkomsten | 6.953 | 44.403 | 51.356 |
| Bedrijfsresultaat | (21.640) | (57.836) | (79.476) |
| Bruto financieringskosten | (26.301) | 26.158 | (143) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | (12.895) | 10.344 | (2.551) |
| Financieel resultaat | (39.196) | 36.502 | (2.694) |
| Resultaat vóór belastingen | (60.836) | (21.334) | (82.170) |
| Winstbelastingen | (27.317) | 21.524 | (5.793) |
| Resultaat van de periode | (88.153) | 190 | (87.963) |
| Minderheidsbelangen | 6.918 | (190) | 6.728 |
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | (81.235) | 0 | (81.235) |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | (6,10) | 0 | (6,10) |
| per 31 december 2013 (duizend euro) | December 2013 gepubliceerd |
Impact IFRS 11 | December 2013, na herziening |
|---|---|---|---|
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | (81.235) | 0 | (81.235) |
| Resultaat van de periode | (88.153) | 190 | (87.963) |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | 10.395 | 2 | 10.397 |
| Omrekeningsverschillen | (3.398) | (192) | (3.590) |
| Uitgestelde belastingen | (3.532) | (2) | (3.534) |
| Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen worden |
7.902 | 0 | 7.902 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
11.367 | (192) | 11.175 |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenen | (3.538) | 0 | (3.538) |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(3.538) | 0 | (3.538) |
| Andere elementen van het globaal resultaat | 7.829 | (192) | 7.637 |
| Globaal resultaat: | (80.326) | 0 | (80.326) |
| - Aandeel van de groep | (73.544) | 0 | (73.544) |
| - Aandeel van de minderheidsbelangen | 6.782 | 0 | 6.782 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) gedeeld door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen (basis en verwaterd) |
(5,52) | 0 | (5,52) |
| Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
December 2012 Opening 2013 (*) |
Impact IFRS 11 |
December 2012, na herziening |
December 2013 gepu bliceerd |
Impact IFRS 11 (**) |
Impact PPA DEME (***) |
December 2013, na herziening |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 12.651 | (6.798) | 5.853 | 19.204 | (6.231) | 92.527 | 105.500 |
| Goodwill | 33.401 | (8.083) | 25.318 | 291.873 | (3.335) | (111.535) | 177.003 |
| Materiële vaste activa | 980.434 | (916.511) | 63.923 | 1.753.779 | (240.904) | 50.476 | 1.563.351 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.056 | (4) | 2.052 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 18.364 | 386.924 | 405.288 | 39.752 | 96.577 | 19.548 | 155.877 |
| Overige financiële vaste activa | 56.586 | 1.012 | 57.598 | 96.212 | 19.184 | 0 | 115.396 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 0 | 0 | 0 | 286 | 326 | 0 | 612 |
| Overige vaste activa | 9.283 | (4.091) | 5.192 | 12.766 | (2.041) | 0 | 10.725 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 22.787 | (9.697) | 13.090 | 37.832 | 79.542 | 3.054 | 120.428 |
| Totaal vaste activa | 1.135.562 | (557.248) | 578.314 | 2.251.704 | (56.882) | 54.070 | 2.248.892 |
| Voorraden | 186.534 | (104.126) | 82.408 | 215.883 | (99.871) | 0 | 116.012 |
| Handelsvorderingen en andere | 732.466 | (286.334) | 446.132 | 1.116.915 | (10.881) | 0 | 1.106.034 |
| bedrijfsvorderingen | |||||||
| Overige vlottende activa | 84.240 | (10.111) | 74.129 | 101.030 | (249) | 0 | 100.781 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële vlottende activa | 153 | (46) | 107 | 594 | 0 | 0 | 6.447 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 260.602 | (116.340) | 144.262 | 474.793 | (37.459) | 0 | 437.334 |
| Totaal vlottende activa | 1.263.995 | (516.957) | 747.038 | 1.909.215 | (142.607) | 0 | 1.766.608 |
| Totaal van de activa | 2.399.557 (1.074.205) | 1.325.352 | 4.160.919 | (199.489) | 54.070 | 4.015.500 | |
| Kapitaal | 21.375 | 0 | 21.375 | 41.330 | 0 | 0 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 62.551 | 0 | 62.551 | 800.008 | 0 | 0 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 460.306 | 0 | 460.306 | 358.124 | 0 | 0 | 358.124 |
| Toegezegde doel-pensioenplannen | (8.101) | 0 | (8.101) | (5.782) | 0 | 0 | (5.782) |
| Afdekkingsreserves | (17.673) | 0 | (17.673) | (351) | 0 | 0 | (351) |
| Omrekeningsverschillen | 6.154 | 0 | 6.154 | (176) | 0 | 0 | (176) |
| Eigen vermogen – toekenbaar aan groep CFE | 524.612 | 0 | 524.612 | 1.193.153 | 0 | 0 | 1.193.153 |
| Minderheidsbelangen | 6.227 | (9.177) | (2.950) | 9.935 | (1.871) | 0 | 8.064 |
| Eigen vermogen | 530.839 | (9.177) | 521.662 | 1.203.088 | (1.871) | 0 | 1.201.217 |
| Pensioenverplichtingen en | 21.239 | (13.074) | 8.165 | 40.724 | (182) | 0 | 40.543 |
| personeelsbeloningen | |||||||
| Voorzieningen | 10.679 | 1.570 | 12.249 | 10.962 | 14.693 | 0 | 25.655 |
| Andere langlopende verplichtingen | 70.745 | (37.050) | 33.695 | 53.382 | 39.516 | 0 | 92.898 |
| Obligatieleningen | 100.000 | 0 | 100.000 | 199.639 | 0 | 8.982 | 208.621 |
| Financiële schulden | 379.120 | (322.413) | 56.707 | 649.186 | (152.532) | 0 | 496.654 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 32.853 | (22.323) | 10.530 | 38.603 | (22.251) | 0 | 16.352 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 13.789 | (731) | 13.058 | 14.775 | 84.643 | 45.088 | 144.505 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 628.425 | (394.021) | 234.404 | 1.007.271 | (36.113) | 54.070 | 1.025.228 |
| Voorzieningen voor courante risico's | 35.820 | 339 | 36.159 | 50.657 | (2.476) | 0 | 48.181 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 689.475 | (364.593) | 324.882 | 1.045.907 | (62.101) | 0 | 983.806 |
| Fiscale schulden | 21.579 | (10.526) | 11.053 | 78.836 | (12.981) | 0 | 65.855 |
| Financiële schulden | 181.474 | (170.321) | 11.153 | 407.358 | (61.240) | 0 | 346.118 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 4.201 | (2.631) | 1.570 | 2.538 | 13.961 | 0 | 16.499 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 307.744 | (123.275) | 184.469 | 365.264 | (36.668) | 0 | 328.596 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 1.240.293 | (671.007) | 569.286 | 1.950.560 | (161.505) | 0 | 1.789.055 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 2.399.557 (1.074.205) | 1.325.352 | 4.160.919 | (199.489) | 54.070 | 4.015.500 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de herziene versie van IAS 19, Personeelsbeloningen.
(**) Het gevolg van de toepassing van IFRS 11 blijft beperkt tot een daling van het balanstotaal met 199.489 duizend euro in 2013 (tegenover een daling met 1.074.205 duizend euro in 2012), wat voornamelijk toe te schrijven is aan het feit dat CFE in december 2013 de exclusieve controle over DEME verwierf. Bijgevolg werd DEME in december 2012 geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode, terwijl de subgroep in december 2013 volgens de integrale methode werd geconsolideerd. Nota 2.1 van het financieel rapport 2013 bevat eveneens een herwerking van de uitsplitsing van de uitgestelde belasting van DEME per juridische entiteit. Het gevolg hiervan is een verhoging van de posten Uitgestelde belastingvorderingen/uitgestelde belastingverplichtingen met 80.517 duizend euro.
(***)Herwerkte bedragen conform de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de verwerving van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Deze herwerkingen worden beschreven in nota 5 van het financieel rapport van 2013.
| Voor de periode eindigend op 31 december (duizend euro) | December 2013 gepubliceerd |
Impact IFRS 11 |
December 2013, na herziening |
|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat toekenbaar aan de groep | (81.235) | 0 | (81.235) |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 126.670 | (112.231) | 14.439 |
| Toevoeging aan de voorzieningen | 6.503 | (1.447) | 5.056 |
| Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa | 101.688 | (231) | 101.457 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies | 3.274 | (2.860) | 414 |
| Opbrengsten uit renten en financiële activa | (5.448) | 1.266 | (4.182) |
| Rentelasten | 31.374 | (26.896) | 4.478 |
| Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten | (3.083) | 2.413 | (670) |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | (2.914) | 2.748 | (166) |
| Belastingen van de periode | 27.317 | (21.524) | 5.793 |
| Minderheidsbelangen | (6.918) | 190 | (6.728) |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | (6.953) | (44.375) | (51.328) |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal | 190.275 | (202.947) | (12.672) |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
(123.502) | 33.158 | (90.344) |
| Afname/(toename) van voorraden | (6.479) | 1.936 | (4.543) |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden | 39.166 | 76.530 | 115.696 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 99.460 | (91.323) | 8.137 |
| Betaalde rente | (31.374) | 26.952 | (4.422) |
| Ontvangen rente | 5.448 | (1.266) | 4.182 |
| Betaalde / ontvangen winstbelastingen | (8.649) | 648 | (8.001) |
| Netto kasstromen uit operationele activiteiten | 64.885 | (64.989) | (104) |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Verkoop van vaste activa | 6.477 | (5.623) | 854 |
| Aankoop van vaste activa | (68.554) | 50.404 | (18.150) |
| Overname van dochterondernemingen na aftrek van verworven geldmiddelen | (2.117) | 2.117 | 0 |
| Verkoop van dochterondernemingen | 5.358 | (4.934) | 424 |
| Aankoop DEME | 166.702 | 151.209 | 317.911 |
| Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | (247) | (1.241) | (1.488) |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | 107.619 | 191.932 | 299.551 |
| Financieringsactiviteiten Leningen |
253.678 | (214.214) | 39.464 |
| Terugbetaling van schulden | (195.949) | 166.664 | (29.285) |
| Uitgekeerde dividenden | (15.056) | 0 | (15.056) |
| Wijziging van het deelnemingspercentage in de gecontroleerde vennootschappen | (1.543) | 0 | (1.543) |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | 41.130 | (47.550) | (6.420) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 213.634 | 79.393 | 293.027 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van de periode | 260.602 | (116.340) | 144.262 |
| Wisselkoerseffecten | 557 | (512) | 45 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van de periode | 474.793 | (37.459) | 437.334 |
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS – International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.
Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:
Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:
• in staat is haar zeggenschap te gebruiken om het bedrag van de rendementen die zij verkrijgt te beïnvloeden.
Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.
Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.
Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.
Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid. Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.
Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een
gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name "omrekeningsverschillen". Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.
| Valuta | Slotkoers 2014 | Gemiddelde koers 2014 | Slotkoers 2013 | Gemiddelde koers 2013 |
|---|---|---|---|---|
| Poolse zloty | 4,283 | 4,186 | 4,156 | 4,196 |
| Hongaarse forint | 315,588 | 308,690 | 297,146 | 296,850 |
| US dollar | 1,210 | 1,328 | 1,379 | 1,328 |
| Singapore dollar | 1,600 | 1,682 | 1,745 | 1,662 |
| Qatarse riyal | 4,407 | 4,837 | 5,021 | 4,837 |
| Roemeense leu | 4,483 | 4,443 | 4,473 | 4,418 |
| Tunesische dinar | 2,257 | 2,253 | 2,268 | 2,161 |
| CFA frank | 655,957 | 655,957 | 655,957 | 655,957 |
| Australische dollar | 1,483 | 1,473 | 1,545 | 1,378 |
| Nigeriaanse naira | 221,448 | 219,138 | 211,514 | 220,555 |
| Marokkaanse dirham | 10,981 | 11,165 | 11,168 | 11,2487 |
| Turkse lira | 2,820 | 2,904 | 2,533 | 2,956 |
1 EUR = X vreemde valuta
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.
De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:
• Minimum: 5% exploitatieconcessies
• Minimum: 33,33% applicatiesoftware
De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.
Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.
Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:
Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.
De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).
Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.
Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de
bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.
Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.
Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.
Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.
Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:
| vrachtwagens- | 3 jaar |
|---|---|
| voertuigen- | 3-5 jaar |
| ander materiaal- | 5 jaar |
| informaticamateriaal- | 3 jaar |
| bureaumateriaal- | 5 jaar |
| kantoormeubilair- | 10 jaar |
| gebouwen- | 25-33 jaar |
| hoppers en cutters- | 18 jaar met restwaarde van 5% |
| baggermolens en zeevarende bakken- | 25 jaar met restwaarde van 5% |
| pontons, bakken, werkschepen en boosters |
18 jaar zonder restwaarde |
| kranen- | 12 jaar met restwaarde van 5% |
| grondverzetmaterieel- | 7 jaar zonder restwaarde |
| leidingen- | 3 jaar zonder restwaarde |
| keten en werfinstallaties- | 5 jaar |
| divers werfmaterieel- | 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.
De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel "boot", goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel "onderhoud", goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar.
Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.
Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.
Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.
Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.
De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.
Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.
De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.
Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.
Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingsdatum.
Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.
De waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil
tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. (brontekst nodig) De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen als eigen vermogen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
We verwijzen naar paragraaf (L).
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).
Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.
De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.
Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de "cost to cost"-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.
Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.
Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.
De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.
De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.
Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.
Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.
Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.
Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type "toegezegd-pensioenregeling" en "toegezegde-bijdragenregeling". De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.
De bijdragen tot deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.
Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de "projected unit credit"-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kost op regelmatige wijze gespreid wordt over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de prijs van de verleende diensten, de
rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die die van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet erkende kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.
De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk plan van het type "toegezegd-pensioenregeling". De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.
De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen in de periode waarin ze zijn opgelopen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.
De rentekosten als gevolg van de desactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegd-pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kost van de verstreken diensttijd. De kost van de verstreken diensttijd die verbonden is met de regelingen bij uitdiensttreding wordt lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode.
Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een dekkingsdocumentatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf X.
De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.
Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen in het globaal resultaat opgenomen.
De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ("liability method"). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.
De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.
Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.
Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).
Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.
Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.
Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.
Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de winst-en-verliesrekening.
Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.
Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royalty-opbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen op de datum van toekenning.
Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.
Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de winst-en-verliesrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.
De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.
De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van
de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
De reële waarde van een "forward exchange contract" is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde "forward"-prijs.
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek "eigen vermogen" en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek "eigen vermogen" en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek "eigen vermogen".
Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek "eigen vermogen", terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen, met name: Contracting, Vastgoedontwikkeling, Baggerwerken en milieu en PPS-concessies.
Aandelenopties worden gewaardeerd tegen reële waarde op de datum van toekenning. Deze reële waarde wordt lineair opgenomen over de wachtperiode, uitgaande van een schatting van het aantal opties dat uiteindelijk onvoorwaardelijk wordt.
Vennootschappen waarvan de groep rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Het betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.
Vennootschappen waarover de groep een aanzienlijke invloed van betekenis heeft worden opgenomen volgens de vermogensmutatie. Dit betreft voornamelijk de vennootschappen Coentunnel Company BV, PPP Schulen Eupen SA, Van Maerlant Property I SA & II SPRL en Van Maerlant Residential SA en C-Power NV.
DEME is geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode voor het resultaat van het boekjaar tot 31 december 2013. De balanssaldi zijn opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode vanaf 31 december 2013.
| Aantal entiteiten | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Integrale methode | 164 | 154 |
| Vermogensmutatiemethode | 110 | 103 |
| Totaal | 274 | 257 |
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de winst-en-verliesrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de winst-en-verliesrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder het eigen vermogen.
De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.
De raad van bestuur van CFE heeft beslist een pool contracting op te richten die de activiteiten van de vroege polen Bouw, Multitechnieken en Spoor & Wegen Infra zal omvatten. Deze nieuwe presentatie van de segmenteerde informatie wordt in het huidig verslag voorgesteld. In het verleden omvatte de groep CFE zes operationele polen: bouw, vastgoedontwikkeling en-beheer, multitechnieken, spoor & wegeninfra, PPS-Concessies en baggerwerken en milieu.
Vanaf boekjaar 2014 omvat de groep CFE de vier volgende polen:
De pool Baggerwerken en milieu is, via de 100% dochter DEME (vanaf 24 december 2013), actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.
De geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar 2013 bevatten 50% van de activiteit van DEME. Daarentegen bevat de geconsolideerde balans per 31 december 2013 de activa en passiva van DEME aan 100%. Hetzelfde geldt voor het orderboek.
Binnen de bouw is de pool Contracting actief in de volgende domeinen:
De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in de hoedanigheid van ontwikkelaar / bouwheer en betrekt bij zijn projecten dus ook de pool bouw. Bovendien biedt deze pool, via specifieke dochterondernemingen, ook aanvullende diensten bij zijn kernactiviteit: projectmanagement en beheer en onderhoud van gebouwen.
De pool PPS-concessies werd opgericht ingevolge de opkomst van belangrijke activiteiten verricht in publiek-private samenwerking (PPS).
De boekhoudprincipes gebruikt in de presentatie van de gesegmenteerde informatie zijn dezelfde als die gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening (zie toelichting 2).
| (duizend euro) | Belastingen | Resultaat toekenbaar aan de groep | Niet-kaselementen | EBITDA | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 (*) | 2014 | % Omzet |
2013 (*) | % Omzet |
2014 | 2013 (*) | 2014 | % Omzet |
2013 (*) | % Omzet |
|
| Contracting | (6.637) | (5.577) | (14.474) | (1,35%) | (37.676) | (3.88%) | 26.248 | 17.484 | 26.883 | 2,50% (10.124) | (1,04%) | |
| Vastgoed ontwikkeling |
(553) | (13) | 4.276 | 9,37% | 1.825 | 9,69% | (251) | 59 | 5.442 | 11,92% | 4.782 | 25,38% |
| PPS-Concessie | 2.249 | 298,28% | 868 121,06% | 115 | 70 | 9,28% | (1.457) (203,21%) | |||||
| Baggerwerken en milieu |
(56.569) | 0 | 168.991 | 6,98% | 54.542 | - | 220.110 | 0 | 443.624 | 18,33% | - | |
| Herwerking DEME |
(1.684) | (36) | 2.356 | - | (2.493) | - | 8.960 | 0 | 2.188 | - | 105 | - |
| Holding | 84 | (22) | (2.711) | (5.605) | 3.499 | 3.932 | 1.780 | (3.489) | ||||
| Eliminaties tussen polen |
110 | (145) | (392) | 263 | (502) | 408 | ||||||
| Total terugkerende elementen |
(65.249) (5.793) | 160.295 | 4,57% | 11.724 | 1,19% | 258.671 | 21.475 | 479.485 13,66% | (9.775) | (0,99%) | ||
| Niet terugkerende elementen – DEME |
(89.164) | 95.787 | ||||||||||
| Niet terugkerende elementen – overige |
(417) | (3.795) | 417 | 3.795 | ||||||||
| Totaal geconsolideerd |
(65.249) (5.793) | 159.878 | 4,55% (81.235) | (8,25%) | 259.088 121.057 | 479.485 13,66% | (9.775) | (0,99%) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Indien de aankoop van een bijkomende participatie van 50% in DEME op 1 januari 2013 had plaatsgevonden, zouden de resultaten als gevolgd zijn;
| (duizend euro) | Omzet | Bedrijfsresultaat op activiteit | Bedrijfsresultaat (EBIT) | Financieel resultaat |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 Pro forma |
2014 | % Omzet |
2013 Pro forma |
% Omzet |
2014 | % Omzet |
2013 Pro forma |
% Omzet |
2014 | 2013 Pro forma |
|
| Contracting | 1.073.297 | 970.984 | 635 | 0,06% (27.608) | (2,84%) | (7.544) | (0,70%) (29.453) | (3,03%) | (1.525) | (2.765) | ||
| Vastgoed ontwikkeling |
45.650 | 18.843 | 5.693 | 12,47% | 4.723 | 25,07% | 7.090 | 15,53% | 3.749 | 19,90% | (2.261) | (1.955) |
| PPS-Concessie | 754 | 717 | (45) | (5,97%) | (1.457) (203,21%) | 2.473 327,98% | 739 103,07% | (224) | 130 | |||
| Baggerwerken en milieu |
2.419.656 2.361.243 223.524 | 9,24% 280.961 | 11,90% 248.889 | 10,29% 206.819 | 8,76% (23.232) (53.508) | |||||||
| Herwerking DEME | (6.772) | (4.624) | (7.749) | (4.624) | 12.540 | |||||||
| Holding | (1.719) | (7.421) | (1.719) | (7.421) | (1.051) | 1.866 | ||||||
| Eliminaties tussen polen |
(28.809) | (5.661) | (502) | 408 | (502) | 408 | ||||||
| Total terugkerende elementen |
3.510.548 3.346.126 220.814 | 6,29% 244.982 | 7,32% 240.938 | 6,86% 170.217 | 5,09% (15.753) (56.202) | |||||||
| Niet terugkerende elementen – DEME |
(95.787) | (95.787) | ||||||||||
| Niet terugkerende elementen – overige |
(417) | (3.795) | (417) | (3.795) | ||||||||
| Totaal geconsolideerd |
3.510.548 3.346.126 220.397 | 6,28% 145.400 | 4,35% 240.521 | 6,85% | 70.635 | 2,11% (15.753) (56.202) |
| (duizend euro) | Belastingen | Resultaat toekenbaar aan de groep | Niet-kaselementen | EBITDA | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 Pro forma |
2014 | 2013 Pro forma |
% Omzet |
2013 Pro forma |
2014 | 2013 Pro forma |
2014 | % Omzet |
2013 Pro forma |
% Omzet |
|
| Contracting | (6.637) | (5.577) (14.474) | (1,35%) | (37.676) | (3.88%) | 26.248 | 17.484 | 26.883 | 2,50% | (10.124) | (1,04%) | |
| Vastgoed ontwikkeling |
(553) | (13) | 4.276 | 9,37% | 1.825 | 9,69% | (251) | 59 | 5.442 | 11,92% | 4.782 | 25,38% |
| PPS-Concessie | 2.249 | 298,28% | 868 121,06% | 115 | 70 | 9,28% | (1.457) (203,21%) | |||||
| Baggerwerken en milieu |
(56.569) (50.272) 168.991 | 6,98% | 109.082 | 4,62% | 220.110 | 194.400 | 443.624 | 18,33% | 475.361 | 20,13% | ||
| Herwerking DEME |
(1.684) | 650 | 2.356 | (3.224) | 8.960 | 2.188 | (4.624) | |||||
| Holding | 84 | (22) | (2.711) | (5.605) | 3.499 | 3.932 | 1.780 | (3.489) | ||||
| Eliminaties tussen polen |
110 | (145) | (392) | 263 | (502) | 408 | ||||||
| Total terugkerende elementen |
(65.249) (55.379) 160.295 | 4,57% | 65.533 | 1,96% | 258.671 215.875 | 479.485 | 13,66% 460.857 | 13,77% | ||||
| Niet terugkerende elementen – DEME |
(89.164) | 95.787 | ||||||||||
| Niet terugkerende elementen – overige |
(417) | (3.795) | 417 | 3.795 | ||||||||
| Totaal geconsolideerd |
(65.249) (55.379) 159.878 | 4,55% (27.426) | (0,82%) | 259.088 | 531.332 | 479.485 | 13,66% 460.857 | 13,77% |
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| België | 1.055.937 | 719.352 |
| Andere Europa | 960.369 | 205.243 |
| Midden-Oosten | 81.729 | 1.213 |
| Andere Azië | 133.443 | 1.472 |
| Oceanië | 677.094 | 0 |
| Afrika | 454.189 | 57.603 |
| Amerika | 147.787 | 0 |
| Totaal geconsolideerd | 3.510.548 | 984.883 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De groep heeft in 2014 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 12% van de omzet.
De omzet uit de verkoop van goederen voor 2014 bedraagt 10.618 duizend euro (2013: 11.392 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Gebouw – Benelux | 523.116 | 442.456 |
| Burgerlijke bouwkunde | 116.258 | 137.160 |
| Gebouw internationaal | 165.887 | 125.770 |
| Bouw | 805.261 | 705.386 |
| Multitechnieken | 162.613 | 156.912 |
| Spoorinfra | 105.423 | 108.686 |
| Contracting | 1.073.297 | 970.984 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.
Voor de pool Vastgoedontwikkeling erkent de groep CFE de nettoomzet na aftrek van de omzet bouw.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Baggerwerken | 1.666.871 | 785.062 |
| Oil & Gas | 257.764 | 108.270 |
| Milieu | 196.125 | 93.425 |
| Burgerlijke bouwkunde | 380.954 | 251.257 |
| Andere | 85.205 | 27.795 |
| Eliminatie omzet uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
(167.263) | (1.265.809) |
| Totaal | 2.419.656 | 0 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (miljoen euro) | 2014 | 2013 Proforma (DEME 100%) |
% verschil |
|---|---|---|---|
| Contracting | 1.127,2 | 1.310,3 | (14,0%) |
| Bouw | 945,3 | 1.077,4 | (12,3%) |
| Spoorinfra | 55,6 | 80,3 | (30,8%) |
| Multitechnieken | 126,3 | 152,6 | (17,2%) |
| Vastgoed ontwikkeling |
16,0 | 28,6 | (44,1%) |
| Baggerwerken en milieu |
2.420,0 | 3.049,0 | (20,6%) |
| PPS-concessies | 2,6 | 0 | - |
| Totaal | 3.565,8 | 4.387,9 | (18,7%) |
Ten gevolge van de aanschaf door CFE van een bijkomende deelneming in DEME per 24 december 2013 is het belangenpercentage in DEME van 50% naar 100% toegenomen. Het orderboek van DEME is voor 100% opgenomen in het orderboek per 31 december 2013.
| Per 31 december 2014 (duizend euro) | Contracting | Vastgoed ontwikke ling |
PPS concessies |
Bagger werken en milieu |
Holding en eliminaties |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||||
| Goodwill | 19.210 | 53 | 0 | 157.819 | 0 | 0 | 177.082 |
| Materiële vaste activa | 56.725 | 305 | 0 | 1.441.960 | 4.285 | 0 | 1.503.275 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
20.269 | 0 | 0 | 0 | 80.930 | (101.199) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 3.978 | 45.845 | 26.920 | 29.371 | 3.227 | 0 | 109.341 |
| Overige vaste activa | 6.291 | 49.341 | 13.504 | 318.895 | 757.903 | (752.149) | 393.785 |
| Voorraden | 32.925 | 53.320 | 0 | 18.387 | 646 | 0 | 105.278 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 60.875 | 4.487 | 671 | 579.618 | 57.850 | 0 | 703.501 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
98.049 | 4.465 | 0 | 0 | 127.870 | (230.384) | 0 |
| Overige vlottende activa | 546.898 | 45.782 | 4.756 | 649.725 | 7.363 | (31.334) | 1.223.190 |
| Totaal activa | 845.220 | 203.598 | 45.851 | 3.195.775 | 1.040.074 | (1.115.066) | 4.215.452 |
| VERPLICHTINGEN | |||||||
| Eigen vermogen | 73.165 | 32.833 | 9.352 | 1.229.135 | 705.251 | (728.871) | 1.320.865 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
17.599 | 43.602 | 23.331 | 0 | 16.667 | (101.199) | 0 |
| Obligatielening | 0 | 0 | 0 | 206.936 | 99.959 | 0 | 306.895 |
| Langlopende financiële schulden | 11.174 | 4.574 | 0 | 302.317 | 60.000 | 0 | 378.065 |
| Overige langlopende verplichtingen | 60.731 | 18.012 | 10.625 | 213.267 | 35.973 | (23.500) | 315.108 |
| Kortlopende financiële schulden | 2.239 | 0 | 0 | 204.510 | (78) | 0 | 206.671 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
70.428 | 57.187 | 255 | 0 | 102.514 | (230.384) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 609.884 | 47.390 | 2.288 | 1.039.610 | 19.788 | (31.112) | 1.687.848 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 845.220 | 203.598 | 45.851 | 3.195.775 | 1.040.074 | (1.115.066) | 4.215.452 |
| Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) | Contracting | Vastgoed ontwikke ling |
PPS concessies |
Bagger werken en milieu |
Holding en eliminaties |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||||
| Goodwill | 19.626 | 53 | 0 | 157.324 | 0 | 0 | 177.003 |
| Materiële vaste activa | 59.212 | 333 | 0 | 1.496.172 | 7.634 | 0 | 1.563.351 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
18.608 | 0 | 0 | 0 | 96.873 | (115.481) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 45.897 | 29.652 | 10.181 | 26.524 | 3.142 | 0 | 115.396 |
| Overige vaste activa | 8.735 | 38.345 | 13.032 | 323.824 | 732.795 | (723.588) | 393.143 |
| Voorraden | 24.809 | 61.601 | 0 | 28.956 | 646 | 0 | 116.012 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 60.223 | 6.279 | (7) | 318.000 | 52.839 | 0 | 437.334 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
111.614 | 2.918 | 0 | 0 | 138.195 | (252.727) | 0 |
| Overige financiële vlottende activa – vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige vlottende activa | 506.659 | 49.624 | 1.030 | 667.798 | 21.624 | (33.474) | 1.213.261 |
| Totaal activa | 855.383 | 188.805 | 24.236 | 3.018.598 | 1.053.748 | (1.125.270) | 4.015.500 |
| VERPLICHTINGEN | |||||||
| Eigen vermogen | 54.839 | 10.240 | 6.557 | 1.091.245 | 762.083 | (723.747) | 1.201.217 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
23.401 | 57.941 | 7.614 | 0 | 26.524 | (115.480) | 0 |
| Obligatielening | 0 | 0 | 0 | 208.621 | 0 | 0 | 208.621 |
| Langlopende financiële schulden | 46.983 | 10.266 | 1 | 419.261 | 20.143 | 0 | 496.654 |
| Overige langlopende verplichtingen | 42.684 | 9.653 | 4.104 | 250.563 | 13.018 | (69) | 319.953 |
| Kortlopende financiële schulden | 3.440 | 0 | 0 | 240.381 | 102.297 | 0 | 346.118 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
58.146 | 80.490 | 1.966 | 0 | 112.116 | (252.718) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 625.890 | 20.215 | 3.994 | 808.527 | 17.567 | (33.256) | 1.442.937 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 855.383 | 188.805 | 24.236 | 3.018.598 | 1.053.748 | (1.125.270) | 4.015.500 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten en (ii) de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013 (herwerkingen worden beschreven in nota 2.1).
| Per 31 december 2014 (duizend euro) | Contracting Vastgoedont wikkeling |
PPS concessies |
Baggerwer ken en milieu |
Holding en eliminaties |
Totaal gecon solideerd |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
25.911 | 6.052 | 552 | 428.947 | 194 | 461.656 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
(11.988) | (7.706) | 16.438 | 601.439 | 8.542 | 606.725 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(6.851) | 831 | 0 | (160.069) | 2.482 | (163.607) |
| Kasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
19.734 | 5.155 | (15.760) | (180.660) | (6.017) | (177.548) |
| Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen | 895 | (1.720) | 678 | 260.710 | 5.007 | 265.570 |
| Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) | Contracting Vastgoedont wikkeling |
PPS concessies |
Baggerwer ken en milieu |
Holding en eliminaties |
Totaal gecon solideerd |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
(11.653) | 1.144 | (2.388) | 0 | 225 | (12.672) |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
22.309 | 6.086 | (29.389) | 0 | 890 | (104) |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(11.537) | (1.270) | 0 | 318.001 | (5.643) | 299.551 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
(12.268) | 219 | 29.348 | 0 | (23.719) | (6.420) |
| Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen | (1.496) | 5.035 | (41) | 318.001 | (28.472) | 293.027 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.
| Per 31 december 2014 (duizend euro) | Contracting Vastgoedont wikkeling |
Baggerwer ken en milieu |
PPS concessies |
Holding en eliminaties |
Totaal gecon solideerd |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen Investeringen |
(13.052) (15.487) |
(51) (4.710) |
(228.636) (166.590) |
0 0 |
(1.564) (690) |
(243.303) (187.477) |
| Waardeverminderingen | (9) | 0 | (434) | 0 | 0 | (443) |
| Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) | Contracting Vastgoedont wikkeling |
Baggerwer ken en milieu |
PPS concessies |
Holding en eliminaties |
Totaal gecon solideerd |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (12.523) | (68) | 0 | 0 | (1.278) | (13.869) |
| Investeringen | (12.423) | (201) | (98.848) | 0 | (5.644) | (117.116) |
| Waardeverminderingen | (570) | 0 | 0 | 0 | 0 | (570) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Investeringen vermeld in dit tabel hebben betrekking tot immateriële en materiële vaste activa.
De activiteiten van de groep in de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-concessies situeren zich voornamelijk in de Benelux, Centraal-Europa en Afrika.
De materiële vaste activa in de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-concessies bevinden zich voornamelijk in België en in het Groothertogdom Luxemburg.
Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.
Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME vervoeren, waarmee de participatie van CFE in DEME stijgt van 50% tot 100%. De activa en passiva werden opgenomen tegen hun boekhoudwaarde die volgens de boekhoudkundige methoden van de groep CFE werd bepaald, terwijl de goodwill voorlopig werd bepaald. Op 31 december 2014 werd de waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen reële waarde voltooid.
De reële waarden die aan de verworven activa en eventuele passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat:
| (duizend euro) | Boekwaarde op 31 december 2013 (*) |
Aanpassingen | Reële waarde op 31 december 2013 van de verworven identificeerbare activa en passiva |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 8.578 | 92.527 | 101.105 |
| Handelsnamen | 0 | 15.178 | 15.178 |
| Databanken | 0 | 69.349 | 69.349 |
| Orderboek | 0 | 8.000 | 8.000 |
| Andere | 8.578 | 0 | 8.578 |
| Materiële vaste activa | 1.447.274 | 50.476 | 1.497.750 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 25.776 | 19.548 | 45.324 |
| Uitgestelde belastingen | 26.588 | (42.034) | (15.446) |
| Kortlopende en langlopende financiële schulden | (851.890) | (8.982) | (860.872) |
| Overige vlottende en niet-vlottende activa en passiva | 186.200 | 0 | 186.200 |
| Totaal nettoactief | 842.527 | 111.534 | 954.061 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:
Rekening houdend met de overgedragen vergoeding, werd de residuele goodwill geraamd op 157.324 duizend euro.
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Waardering van 50% aan verworven aandelen van DEME | 757.411 |
| Waardering van 50% aan historische aandelen van DEME | 550.000 |
| Niet-controlerende participaties via DEME-dochterondernemingen | 11.385 |
| Overgedragen vergoeding | 1.318.796 |
| Reële waarde van de verworven identificeerbare activa en passiva | 954.061 |
| Goodwill | 364.735 |
| Geboekte impairment op 31 december 2013 | -207.411 |
| Nettoboekwaarde van de goodwill | 157.324 |
De vergelijkende cijfers per 31 december 2013 van de geconsolideerde financiële staat werden herwerkt om rekening te houden met de boekhoudkundige verwerking van de verworven identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde. Paragraaf 10(f) van de norm IAS 1 – Presentatie van de jaarrekeningen – vereist in principe dat na deze herwerking ook de beginstaat per 1 januari 2013 wordt herwerkt.
De kosten die deze acquisitie met zich meebracht (0,5 miljoen euro) werden opgenomen in de kosten van de geconsolideerde resultatenrekening.
Het opnemen van een residuele goodwill in de financiële staten is gerechtvaardigd door de aanwezigheid van immateriële waarden – zoals het personeel van DEME – die niet afzonderlijk kunnen worden geboekt. Andere elementen die deze residuele goodwill rechtvaardigen, zijn de knowhow en de kennis die DEME in de loop der jaren ontwikkelde en die het mogelijk maken om:
De gerealiseerde overnames tijdens de verslagperiode houden verband met DEME en werden in hier boven beschreven.
De gerealiseerde overnames in de tak vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad.
De afstoting van dochterondernemingen binnen de pool Vastgoedontwikkeling waarnaar in het voorwoord wordt verwezen, werden geboekt als verkopen van voorraden.
De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 80.518 duizend euro (2013: 71.641 duizend euro) en omvatten meerwaarden op vaste activa voor 7.578 duizend euro (2013: 300 duizend euro), alsook ontvangen huurgelden, doorrekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 72.940 duizend euro (2013: 71.341 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten zijn gestegen met 12% ten opzichte van vorig jaar.
De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Diverse diensten en goederen | (423.342) | (112.428) |
| Bijzondere waardevermindering van activa | ||
| - Voorraden | (859) | (1.205) |
| - Handelsvorderingen en overige vorderingen | (3.668) | (774) |
| Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) | (11.876) | (5.451) |
| Andere operationele kosten | (10.089) | (4.469) |
| Geconsolideerd totaal | (449.834) | (124.327) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | (425.719) | (152.007) |
| Verplichte socialezekerheidsbijdragen | (119.979) | (42.840) |
| Overige loonkosten | (28.185) | (10.064) |
| Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) | (4.286) | (863) |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | (5.042) | (3.504) |
| Geconsolideerd totaal | (583.211) | (209.278) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2014 bedraagt 7.918 (2013: 6.032), wat neerkomt op 8.524 personen op 1 januari 2014 en 8.021 personen op 31 december 2014.
In de cijfers van 2014 zijn de personeelsleden van DEME voor 100% opgenomen, terwijl ze in de cijfers voor 2013 slechts voor 50% opgenomen zijn.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Kosten van de financiële schuldenlast | (31.909) | (143) |
| Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening | 305 | 670 |
| Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten | 0 | 0 |
| Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde | 0 | 0 |
| Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop | 0 | 0 |
| Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – inkomsten | 9.991 | 4.182 |
| Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten | (42.205) | (4.995) |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | 16.156 | (2.551) |
| Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten | 11.262 | (587) |
| Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen | 419 | 0 |
| Waardevermindering op financiële activa | 281 | 104 |
| Overige | 4.194 | (2.068) |
| Financieel resultaat | (15.753) | (2.694) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De hogere kosten van de financiële schuldenlast in vergelijking met 31 december 2013 zijn toe te schrijven aan het feit dat DEME, dat op 31 december 2013 nog onder gezamenlijke zeggenschap van CFE stond, werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode in toepassing van IFRS 11, Joint arrangements, waardoor een herwerking van de vergelijkende cijfers vereist was.
De evolutie van de rubriek gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (wins-verlies) gedurende 2014 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.
Op 31 december 2014 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 357 duizend euro (2013: 6.728 duizend euro) en heeft voornamelijk betrekking op de groep Terryn voor 1.049 duizend euro en op de pool Baggerwerken (-849 duizend euro).
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | ||
| Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar | 60.709 | 4.160 |
| Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren | (835) | (4) |
| Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen | 59.874 | 4.156 |
| Uitgestelde belastingen | ||
| Opname en terugname van tijdelijke verschillen | (11.004) | (836) |
| Aangewende verliezen van vorige boekjaren | (33) | 0 |
| Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar | 16.412 | 2.473 |
| Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen | 0 | 0 |
| Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen | 5.375 | 1.637 |
| Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen | 1.978 | 1.436 |
| Totaal belastinglast in de resultatenrekening | 67.227 | 7.229 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 224.770 | (82.170) |
| Waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 20.124 | 51.356 |
| Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 204.646 | (133.526) |
| Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% | 69.559 | (45.385) |
| Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven | 3.407 | 39.190 |
| Fiscale impact van niet-recurrente elementen(**) | 451 | 33.843 |
| Niet aftrekbare uitgaven | 2.956 | 5.347 |
| Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten | (848) | (1.333) |
| Belastingkrediet en impact van de notionele interest | (8.853) | (1.420) |
| Andere belastbare opbrengsten | 0 | 0 |
| Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden | (8.389) | (2.639) |
| Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes | (726) | (902) |
| Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes | (2.437) | 2.888 |
| Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar | 13.535 | 15.394 |
| Belastinglast | 65.249 | 5.793 |
| Effectieve belastingtarief van het boekjaar | 31,88% | (4,34%) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
(**) Vooral het gevolg van de aanschaffing van DEME (een meerwaarde van 111.624 duizend euro en een afwaardering van 207.411 duizend euro) en de afwaarderingen op ETEC en VMA West.
De belastinglast bedraagt 65.249 duizend euro per 31 december 2014, tegen 5.793 duizend euro einde 2013 (*). Het effectief belastingtarief is 31,88% tegen (4,34%) op 31 december 2013 (*).
| Activa | Verplichtingen | |||
|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) | 2014 | 2013 (*) |
| Immateriële en materiële vaste activa | 9.664 | 13.180 | (118.668) | (128.542) |
| Personeelsbeloningen | 12.153 | 13.780 | (2.229) | (2.320) |
| Voorzieningen | 2.485 | 3.062 | (29.362) | (31.064) |
| Reële waarde van afgeleide instrumenten | 5.625 | 7.214 | (228) | (9) |
| Overige elementen | 42.241 | 30.648 | (12.670) | (13.713) |
| Fiscale verliezen | 122.385 | 136.490 | 0 | 0 |
| Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen | 194.553 | 204.374 | (163.157) | (175.648) |
| Uitgestelde belastingvordering | (55.112) | (52.802) | 0 | 0 |
| Belastingverrekening | (24.118) | (31.144) | 24.118 | 31.144 |
| Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting | 115.322 | 120.428 | (139.039) | (144.504) |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop uitgestelde belastingvordering is geboekt, hebben een waardevermindering op uitgestelde belasting actief tot stand gebracht voor 162.142 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.
De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.
Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van de cashflow hedge |
2.974 | (3.534) |
| Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen |
(996) | 4.970 |
| Totaal | 1.978 | 1.436 |
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders | 159.878 | (81.235) |
| Globaal resultaat (deel van de groep) | 149.586 | (73.544) |
| Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen | 25.314.482 | 13.326.659 |
| Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum: | ||
| Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) | 6,32 | (3,21) |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro | 5,91 | (2,91) |
| Resultaat per aandeel, op basis van het gewogen gemiddelde van het aantal aandelen op afsluitingsdatum: |
||
| Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) | 6,32 | (6,10) |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro | 5,91 | (5,52) |
| Boekjaar 2014 (duizend euro) | Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelingskosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 117.944 | 304 | 118.248 |
| Netto wisselkoersverschillen | 651 | 3 | 654 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 1.731 | 1.731 |
| Aankopen | 1.294 | 0 | 1.294 |
| Afstotingen | (580) | 0 | (580) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (766) | 1 | (765) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 118.543 | 2.039 | 120.582 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (12.543) | (205) | (12.748) |
| Netto wisselkoersverschillen | (508) | (3) | (511) |
| Afschrijvingen | (10.254) | (58) | (10.312) |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 |
| Afstotingen | 715 | 0 | 715 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 766 | (1) | 765 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (21.824) | (267) | (22.091) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2014 | 105.401 | 99 | 105.500 |
| Per 31 december 2014 | 96.719 | 1.772 | 98.491 |
Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 1.294 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 10.312 duizend euro. De elementen die in 2013 onder de post "Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties" werden geboekt, betreffen de aanschaf van DEME, die van vermogensmutatiemethode aan 50% per 31 december 2012 naar integrale consolidatiemethode overgaat per 31 december 2013.
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
| Boekjaar 2013 (*) (duizend euro) | Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelingskosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 10.810 | 95 | 10.905 |
| Netto wisselkoersverschillen | (2) | 0 | (2) |
| Verervingen door middel van bedrijfscombinaties | 106.409 | 260 | 106.669 |
| Aankopen | 911 | 0 | 911 |
| Afstotingen | (68) | 0 | (68) |
| Overboeking van één post van het actief naar een andere | 17 | 0 | 17 |
| Buiten consolidatiekring | (112) | (51) | (163) |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | (21) | 0 | (21) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 117.944 | 304 | 118.248 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (4.961) | (88) | (5.049) |
| Netto wisselkoersverschillen | (1) | 0 | (1) |
| Afschrijving voor het boekjaar | (1.036) | (2) | (1.038) |
| Afschrijvingen | (570) | 0 | (570) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | (6.365) | (166) | (6.531) |
| Afstotingen | 219 | 0 | 219 |
| Overboeking van één post van het actief naar een andere | 35 | 0 | 35 |
| Buiten consolidatiekring | 134 | 51 | 185 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 2 | 0 | 2 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (12.543) | (205) | (12.748) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2013 | 5.849 | 7 | 5.856 |
| Per 31 december 2013 | 105.401 | 99 | 105.500 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 394.224 | 31.323 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 496 | 364.735 |
| Verkopen | 0 | 0 |
| Overige wijzigingen | 0 | (1.834) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 394.721 | 394.224 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (217.222) | (6.005) |
| Bijzondere waardeverminderingen | (417) | (211.206) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (217.639) | (217.222) |
| Netto boekwaarde | ||
| Per 31 december | 177.082 | 177.003 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
De goodwill van 364.735 duizend euro is ontstaan door combinaties van ondernemingen en is afkomstig van de verwerving per 24 december 2013 van een bijkomend aandeel van 50% in DEME, om alzo de deelneming van CFE in DEME van 50% naar 100% te brengen. Deze transactie leidt tot de boeking van een goodwill die is ontstaan uit het verschil tussen de overgedragen vergoeding voor deze verwerving en het nettoactief van DEME, in toepassing van IFRS 3 – Bedrijfscombinaties. Hoe deze goodwill werd bepaald, wordt toegelicht in nota 5 hierboven.
Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 December 2014.
De volgende hypothesen werden aangenomen in de waarderingstests:
| Activiteit (duizend euro) |
Netto waarde goodwill |
Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen |
Bruto waarde |
Afwaardering van het |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | Groei percentage |
Groei percentage (eindwaarde) |
Actualise ringsvoet |
Gevoelig heidsper centage |
goodwill | boekjaar | |
| Sub consolidatie DEME |
157.819 | 157.323 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 369.446 | - |
| VMA | 11.115 | 11.115 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 11.115 | - |
| Remacom | 2.995 | 2.995 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 2.995 | - |
| Stevens | 2.682 | 2.682 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 2.682 | - |
| ETEC | 0 | 0 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 2.135 | - |
| VMA West | 0 | 0 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 1.660 | - |
| Druart | 1.560 | 1.560 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 3.360 | - |
| Amart | 911 | 911 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 911 | - |
| Ariadne | 0 | 417 | 0% | 0% | 7,6% | 5% | 417 | (417) |
| Totaal | 177.082 | 177.003 | 394.721 | (417) |
Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2015 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld, behalve voor de entiteit Ariadne. De daling van de resultaten vastgesteld in 2014 in deze vennootschap, alsook de neerwaartse herziening van de toekomstige resultaten, hebben geleid tot een volledige waardevermindering van hun goodwill die 417 duizend euro bedroeg.
De DEME-groep wordt beschouwd als een kasstroomgenererende eenheid. Hierop werden geen waardeverminderingsverliezen geïdentificeerd. De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen aan het licht brachten.
| Boekjaar 2014 (duizend euro) | Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 128.362 | 2.744.646 | 66.378 | 0 | 3.453 | 2.942.839 |
| Netto wisselkoersverschillen | 162 | 10.099 | 100 | 0 | 0 | 10.361 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties |
0 | 1 | 41 | 0 | 0 | 42 |
| Aankopen | 11.414 | 163.251 | 4.740 | 0 | 677 | 180.082 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (14.276) | (14.907) | (9.782) | 0 | (627) | (39.592) |
| Afstotingen | (1.800) | (100.549) | (3.916) | 0 | (1.229) | (107.494) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 123.862 | 2.802.541 | 57.561 | 0 | 2.274 | 2.986.238 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (57.563) | (1.269.909) | (52.016) | 0 | 0 | (1.379.488) |
| Netto wisselkoersverschillen | (57) | (7.622) | (84) | 0 | 0 | (7.763) |
| Afschrijvingen verworven door middel van bedrijfscombinaties |
0 | 0 | (14) | 0 | 0 | (14) |
| Afschrijvingen | (6.539) | (221.200) | (5.692) | 0 | 0 | (233.431) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 13.499 | 14.633 | 8.108 | 0 | 0 | 36.240 |
| Afstotingen | 47 | 98.808 | 2.638 | 0 | 0 | 101.493 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (50.613) | (1.385.290) | (47.060) | 0 | 0 | (1.482.963) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2014 (*) | 70.799 | 1.474.737 | 14.362 | 0 | 3.453 | 1.563.351 |
| Per 31 december 2014 | 73.249 | 1.417.251 | 10.501 | 0 | 2.274 | 1.503.275 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Per 31 december 2014 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 180.082 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2014 namen met 162.843 duizend euro af in vergelijking met 2013. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan het feit dat de participatie van DEME steeg van 50% eind 2012 tot 100% eind 2013. Om deze reden werd een andere consolidatiemethode gekozen voor de subgroep DEME die op 31 december 2012 nog volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd, maar op 31 december 2013 volgens de integrale consolidatiemethode.
De netto waarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 72.073 duizend euro (2013 (*): 23.832 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappijen Louis Stevens & Co NV en Engema NV en de gebouwen en machines bij groep Terryn NV en haar filialen.
De afschrijvingen op materiële vaste activa per 31 december 2014 bedragen 233.431 duizend euro (2013 (*): 12.816 duizend euro).
Het bedrag van de materiële vaste activa dat een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 354.055 duizend euro (2013 (*): 472.137 duizend euro).
| Boekjaar 2013 (*) (duizend euro) | Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 34.410 | 117.902 | 37.873 | 0 | 524 | 190.709 |
| Netto wisselkoersverschillen | (5) | (30) | (32) | 0 | 0 | (67) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties |
87.953 | 2.627.238 | 26.675 | 0 | 1.026 | 2.742.892 |
| Aankopen | 5.922 | 4.934 | 4.480 | 0 | 1.903 | 17.239 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 485 | 619 | 264 | 0 | 0 | 1.368 |
| Afstotingen | (263) | (6.017) | (2.532) | 0 | 0 | (8.812) |
| Buiten consolidatiekring | (140) | (350) | (490) | |||
| Saldo op het einde van het boekjaar | 128.362 | 2.744.646 | 66.378 | 0 | 3.453 | 2.942.839 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (10.870) | (86.229) | (29.687) | 0 | 0 | (126.786) |
| Netto wisselkoersverschillen | 1 | 20 | 20 | 0 | 0 | 41 |
| Afschrijvingen verworven door middel van bedrijfscombinaties |
(44.874) | (1.180.996) | (21.163) | 0 | 0 | (1.247.033) |
| Afschrijvingen | (1.458) | (7.742) | (3.616) | 0 | 0 | (12.816) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (531) | (694) | (195) | 0 | 0 | (1.420) |
| Afstotingen | 110 | 5.522 | 2.341 | 0 | 0 | 7.973 |
| Buiten consolidatiekring | 59 | 0 | 284 | 0 | 0 | 343 |
| Verandering van methode | 0 | 210 | 0 | 0 | 0 | 210 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (57.563) | (1.269.909) | (52.016) | 0 | 0 | (1.379.488) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2013 | 23.540 | 31.673 | 8.186 | 0 | 524 | 63.923 |
| Per 31 december 2013 | 70.799 | 1.474.737 | 14.362 | 0 | 3.453 | 1.563.351 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 155.877 | 405.288 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | (314.010) |
| Aankopen en transfers | (275) | 12.014 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 20.124 | 51.356 |
| Kapitaalsverhoging/(vermindering) | 1.293 | 1.488 |
| Dividenden | (44) | (99) |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | (6.940) | 182 |
| Andere veranderingen | (10.745) | (342) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 159.290 | 155.877 |
| Goodwill opgenomen in de deelneming in ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode |
28.557 | 29.869 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.
De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 35 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.
De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is opgesteld op basis van de IFRS-rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De afstemming van de statutaire informatie en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen volgt na de financiële indicatoren.
| December 2014 (duizend euro) |
Baggerwerken en Vastgoedontwikkeling milieu en Contracting |
PPS-Concessies | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultaten-rekening | ||||||||
| Omzet | 715.900 | 269.404 | 155.714 | 67.331 | 71.169 | 15.088 | 942.783 | 351.823 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
52.379 | 23.056 | (31.958) | (9.923) | 6.269 | 2.592 | 26.690 | 15.725 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 1.792.081 | 395.598 | 97.389 | 32.350 | 1.407.621 | 320.292 | 3.297.091 | 748.240 |
| Vlottende activa | 425.414 | 157.797 | 290.266 | 127.085 | 97.427 | 27.696 | 813.107 | 312.578 |
| Eigen vermogen | 319.787 | 69.522 | 16.069 | 9.362 | (264.518) | (53.019) | 71.338 | 25.865 |
| Langlopende passiva | 1.366.403 | 264.037 | 147.788 | 56.435 | 1.657.846 | 372.721 | 3.172.037 | 693.193 |
| Vlottende passiva | 531.305 | 219.836 | 223.798 | 93.638 | 111.720 | 28.286 | 866.823 | 341.760 |
| Netto-financierings-schuld | (1.285.999) | (243.063) | (73.587) | (27.408) (1.238.606) | (277.978) (2.598.192) | (548.449) |
In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa op 31 december 2014 voornamelijk de vennootschappen HGO Infra-sea solutions GMBH & Co (198.130 KEUR, a rato van 100%), Middle East Dredging Company QSC (166.624 KEUR, a rato van 100%) en C-Power NV (1.094.706 KEUR, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk (-131.588) KEUR (a rato van 100%), (-47.141) KEUR (a rato van 100%) en (-942.602) KEUR (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat van 2014 bedraagt respectievelijk (5.871 KEUR, a rato van 100%), (43.720 KEUR, a rato van 100%) en (2.398 KEUR, a rato van 100%).
De nettofinancieringsschuld van het segment PPS-Concessies heeft betrekking op de concessieprojecten voor de Coentunnel via de vennootschap Coentunnel Company BV (-419.831 KEUR, a rato van 100%) en op het concessieproject voor de Liefkenshoektunnel via de vennootschap Locorail NV (-685.271 KEUR, a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen PEF Kons Investment NV (30.371 KEUR, a rato van 100%), Immoange NV (21.558 KEUR, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (29.852 KEUR, a rato van 100%), Cap3000 Immo NV (23.073 KEUR, a rato van 100%) en Erasmus Gardens (19.962 KEUR, a rato van 100%).
| December 2013 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
PPS-Concessies | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultaten-rekening | ||||||||
| Omzet | 810.365 | 315.639 | 62.481 | 27.866 | 191.527 | 38.735 | 1.064.373 | 382.240 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
(184.011) | (84.833) | (13.862) | (4.317) | 6.053 | 2.210 | (191.820) | (86.940) |
| Balans | ||||||||
| Niet-vlottende activa | 1.917.630 | 427.801 | 154.382 | 59.423 | 1.367.372 | 312.128 | 3.439.384 | 799.352 |
| Vlottende activa | 436.730 | 170.721 | 333.788 | 140.369 | 133.691 | 32.996 | 904.209 | 344.086 |
| Eigen vermogen | 293.914 | 56.784 | 49.934 | 22.635 | (133.265) | (23.849) | 210.583 | 55.570 |
| Niet-vlottende passiva | 1.521.666 | 304.160 | 180.604 | 72.074 | 1.376.740 | 309.228 | 3.079.010 | 685.462 |
| Vlottende passiva | 538.780 | 237.578 | 257.632 | 105.083 | 257.588 | 59.745 | 1.054.000 | 402.406 |
| Netto-financierings-schuld | (1.580.618) | (347.433) | (42.720) | (12.141) (1.183.866) | (259.639) (2.807.204) | (619.213) |
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:
| Op 31 december 2014 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoed ontwikkeling en Contracting |
PPS Concessies |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór afstemmingselementen |
69.522 | 9.362 | (53.019) | 25.865 |
| Afstemmingselementen | (13.290) | 19.907 | 62.464 | 69.081 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | 45.537 | 15.586 | 3.221 | 64.344 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 101.769 | 44.855 | 12.666 | 159.290 |
De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.
Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures zijn ondernemingen die de groep CFE schat dat een verplichting om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.
In het segment concessies zijn de eigen fondsen van de projectvennootschappen sterk negatief als gevolg van de waardering tegen reële waarde van de rentedekkingsinstrumenten voor de financiële schulden. Aangezien de groep CFE niet verplicht is om steun te bieden aan deze SPV's, werd de boekwaarde van deze participatie beperkt tot nul.
De overige financiële vaste activa bedragen 109.341 duizend euro per 31 december 2014 (2013: 115.396 duizend euro). Zij omvatten de achtergestelde leningen verstrekt in vastgoedprojecten en concessieprojecten (106.618 duizend euro).
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 115.396 | 57.598 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 26.524 |
| Aankopen | 53.423 | 34.870 |
| Afstotingen en transfers | (59.010) | (3.293) |
| Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering | 146 | 104 |
| Wijziging van de consolidatiekring | (520) | (183) |
| Wijziging van methode | (70) | |
| Netto wisselkoersverschillen | (94) | (154) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 109.341 | 115.396 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het saldo van overige financiële vaste activa daalt in vergelijking met december 2013 (-6.055 duizend euro), met name door de verkoop van de vordering met betrekking tot het politiekantoor van Charleroi.
Per 31 december 2014 bedragen de overige vaste activa 20.006 duizend euro en omvatten niet-courante vorderingen die als volgt zijn samengesteld:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Vaste vordering – rekening courant DEME | 18.772 | 9.454 |
| Andere vaste activa (inbegrepen bankdeposito's garanties) | 1.234 | 1.271 |
| Totaal geconsolideerd | 20.006 | 10.725 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.
Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de « cost to cost ». Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Gegevens uit de balans | ||
| Ontvangen en betaalde voorschotten | (68.137) | (64.834) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa | 203.319 | 240.392 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen | (136.627) | (111.264) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 66.692 | 129.128 |
| Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken | ||
| Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen | 7.411.479 | 5.922.906 |
| Verminderd met de tussentijdse facturatie | (7.344.787) | (5.793.778) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 66.692 | 129.128 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.
Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.
De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.
Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 3.632 duizend EUR weergegeven in de rubriek "Handels-& overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa".
Per 31 december 2014 bedragen de voorraden 105.278 duizend euro (2013 (*): 116.012 duizend euro) en zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 43.221 | 47.836 |
| Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen | (506) | (1.601) |
| Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop | 65.587 | 71.713 |
| Waardeverminderingen op voorraad eindproducten | (3.024) | (1.936) |
| Voorraad | 105.278 | 116.012 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De evolutie van de rubriek "grond- en hulpstoffen" wordt enerzijds verklaard door de daling van de voorraden verbonden aan de activiteit baggerwerken.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 840.489 | 857.054 |
| Min: provisie voor dubieuze debiteuren | (17.682) | (18.207) |
| Netto handelsvorderingen | 822.807 | 838.847 |
| Overige courante vorderingen | 259.697 | 267.187 |
| Totaal geconsolideerd | 1.082.504 | 1.106.034 |
| Overige vlottende activa | 104.554 | 100.781 |
| Handels- en overige schulden uit operationele activiteiten | 1.099.309 | 983.806 |
| Andere courante verplichtingen | 415.716 | 328.596 |
| Totaal geconsolideerd | 1.515.025 | 1.312.402 |
| Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden | (327.967) | (105.587) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Wij verwijzen naar toelichting 27 voor de analyse van het kredietrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen wie zijn in nota 18 Onderhanden projecten in opdracht van derden beschouwd tot 776.298 duizend euro bedroeg.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Deposito's op korte termijn | 14.385 | 24.789 |
| Bank en kasmiddelen | 689.116 | 412.545 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 703.501 | 437.334 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.
De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2014.
De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als "post-employment" en "long-term benefit plans".
Per 31 december 2014 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling 41.806 duizend euro (2013: 40.543 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek "Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen". Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 1.566 duizend euro (2013: 1.085 duizend euro) voor overige personeelsvoordelen voornamelijk uitgegeven door DEME.
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.
• De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.
• Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.
De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (97,9% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (2,1% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 78% in België en 22% in Nederland. De toegezegde voordeelplannen zijn van het type "tak 21" hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen. Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type "toegezegd pensioen".
• Bij toegezegde pensioenplannen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
• Het risico verbonden met de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.
• De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioen wetgeving.
• Geen enkele wijziging, settlement of curtailment heeft zich voorgedaan gedurende het boekjaar.
De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegd bijdrage pensioenplan dat gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Daarenboven geniet een beperkt aantal bedienden van het regime van toegezegde bijdrageplannen die gefinancierd worden door een verzekeringsinstelling "tak 21".
De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegde bijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden. Indien een Koninklijk Besluit dit gemiddeld gewaarborgd rendement over de hele duur van de loopbaan van de begunstigden wijzigt, zal het nieuwe gewaarborgde rendement van toepassing zijn op zowel de reeds betaalde als de toekomstige bijdragen. Hoewel deze pensioenstelsels tot nu toe boekhoudkundig werden verwerkt als plannen met vaste bijdragen, werd op 31 december 2014 een provisie van 7 duizend euro aangelegd tot dekking van het verschil tussen de gewaarborgde minimumreserves en het bedrag van de gecumuleerde reserves.
De bijdragen van 2014 voor deze plannen met vaste bijdragen worden geraamd op 4.286 duizend euro voor wat de werkgever betreft, en op 111 duizend euro voor wat de begunstigden betreft. Op basis van de recentste informatie van de verzekeraars bedroegen de aan deze plannen toegekende activa op 31 december 2014:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen | (40.240) | (39.458) |
| Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) | (157.786) | (136.782) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 117.546 | 97.324 |
| Vorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van te bereiken doel plannen, totaal | (40.240) | (39.458) |
| Verplichtingen | (40.240) | (39.458) |
| Activa | 0 | 0 |
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, beginsaldo | (39.458) | (20.863) |
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (6.716) | (4.299) |
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (1.680) | (4.324) |
| Bijdragen van werkgever | 7.633 | 5.248 |
| Effecten van bedrijfscombinaties | 0 | (15.269) |
| Overige bewegingen | (19) | 49 |
| Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, eindsaldo | (40.240) | (39.458) |
De rubriek "effecten van bedrijfscombinaties" bevat de invloed van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2013 op de voorziening.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (6.716) | (4.299) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (5.042) | (3.504) |
| Rentekosten | (4.504) | (2.790) |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) | 3.264 | 2.133 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (434) | (138) |
De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten | (1.680) | (4.324) |
| Actuarial (gains)/losses opgenomen in het globaal resultaat | (19.685) | (5.254) |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) | 18.005 | 930 |
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (136.782) | (81.590) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (5.042) | (3.504) |
| Rentekosten | (4.504) | (2.790) |
| Bijdragen van de werknemer | (966) | (750) |
| Betalingen aan begunstigden (-) | 9.881 | 3.504 |
| Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto | (19.649) | (5.164) |
| waarvan: actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen | 0 | 0 |
| waarvan: actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties | (20.200) | (4.099) |
| waarvan: ervarings(winsten) / verliezen | 551 | (1.065) |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (1.641) | (138) |
| Toename door middel van bedrijfscombinaties | 0 | (47.452) |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 527 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Overige toename (afname) | 917 | 575 |
| Verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen, eindsaldo | (157.786) | (136.782) |
De rubriek "effect van bedrijfscombinaties" bevat de invloed op de verplichting ten gevolge van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2014.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Reële waarde van fondsbeleggingen beginsaldo | 97.324 | 60.728 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | 18.006 | 930 |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen | 3.264 | 2.133 |
| Bijdragen van werkgever / werknemer | 7.918 | 5.597 |
| Betalingen aan begunstigden (-) | (8.434) | (3.207) |
| Toename door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 32.182 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | (478) |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Overige toename (afname) | (532) | (561) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen eindsaldo | 117.546 | 97.324 |
De rubriek "effect van bedrijfscombinaties" bevat de invloed op de activa ten gevolge van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2014.
| 2014 | 2013 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet op 31 december | 2,30% | 3,40% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | 2,80% < 60 jaar en 1,80% > 60 jaar |
3,00% < 60 jaar en 2,00% > 60 jaar |
| Inflatie | 1,80% | 2,00% |
| Toegepaste sterftetabellen | MR/FR | MR/FR |
| 2014 | 2013 | |
|---|---|---|
| Looptijd (in jaren) | 12,60 | 11,62 |
| Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva | 22,0% | 5,0% |
| Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar | 7.396 | 8.343 |
| 2014 | 2013 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| Toename met 25 basispunten | -3,3% | -2,9% |
| Afname met 25 basispunten | +3,6% | +2,9% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | ||
| Toename met 25 basispunten | +2,5% | +2,0% |
| Afname met 25 basispunten | -0,3% | -1,8% |
Per 31 december 2014 bedragen deze voorzieningen 89.123 duizend euro, een verhoging van 15.287 duizend euro ten opzichte van eind 2013(*) (73.836 duizend euro).
| (duizend euro) | Diensten na verkoop |
Overige courante risico's |
Voorzie ningen voor negatieve geassocieer de deelne mingen en joint-ventures |
Overige niet-courante risico's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar (*) | 17.223 | 30.958 | 15.368 | 10.287 | 73.836 |
| Netto wisselkoersverschillen | (51) | (148) | 0 | 4 | (195) |
| Overdracht naar andere rubrieken | (4.781) | (1.169) | 9.273 | 282 | 3.605 |
| Voorzieningen: toevoegingen | 4.661 | 17.970 | 0 | 10.658 | 33.289 |
| Voorzieningen: bestedingen | (2.087) | (12.974) | 0 | (4.628) | (19.689) |
| Voorzieningen: terugnemingen | (132) | (1.023) | 0 | (568) | (1.723) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 14.833 | 33.614 | 24.641 | 16.035 | 89.123 |
| waarvan: courante: |
48.447 | ||||
| niet-courante: | 40.676 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De voorziening voor diensten na verkoop is met 2.390 duizend euro gedaald en bedraagt 14.833 duizend euro eind 2014. De evolutie einde 2014 wordt verklaard door de toevoegingen en/of terugnemingen van voorzieningen geboekt in verband met tienjarige garanties.
De voorzieningen voor andere courante risico's verhogen met 2.656 duizend euro en bedragen 33.614 duizend euro eind 2014.
Deze omvatten:
Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.
De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bouwsector is en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.
| 26.1. De netto financiële schuld, zoals bepaald door de groep, analyseert zich als volgt: | |
|---|---|
| (duizend euro) | 31/12/2014 | 31/12/2013 (*) | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Lang lopende |
Kort lopende |
Totaal | Lang lopende |
Kort lopende |
Totaal | ||
| Bankleningen en andere financiële schulden | (256.035) | (155.775) | (411.810) | (448.776) | (240.822) | (689.598) | |
| Obligatielening | (306.895) | (306.895) | (208.621) | 0 | (208.621) | ||
| Opname van kredietlijnen | (60.000) | (60.000) | (30.000) | 0 | (30.000) | ||
| Leningen m.b.t. financiële leasing | (62.030) | (7.546) | (69.576) | (17.878) | (4.006) | (21.884) | |
| Totaal van de langlopende financiële schuld | (684.960) | (163.321) | (848.281) | (705.275) | (244.828) | (950.103) | |
| Financiële schuld op korte termijn | (43.350) | (43.350) | 0 | (101.290) | (101.290) | ||
| Kasequivalenten | 14.385 | 14.385 | 0 | 24.789 | 24.789 | ||
| Beschikbare middelen | 689.116 | 689.116 | 0 | 412.545 | 412.545 | ||
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
660.151 | 660.151 | 0 | 336.044 | 336.044 | ||
| Totaal van de netto financiële schuld | (684.960) | 496.830 | (188.130) | (705.275) | 91.216 | (614.059) | |
| Financiële derivaten – intrestindekking | (12.413) | (8.532) | (20.945) | (16.352) | (10.599) | (26.951) |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De obligatielening van CFE met een nominale waarde van 100 miljoen euro en met vervaldag 21 juni 2018, is geherklasseerd naar kortlopende financiële schuld per 31 december 2013 en dit ten gevolge van de clausule "wijziging van aandeelhouder" zoals opgenomen in de voorwaarden bij uitgifte van de lening.
| (duizend euro) | Vervallen binnen het jaar |
Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 3 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
Vervallen tussen 5 en 10 jaar |
Vervallen meer dan 10 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere financiële schulden |
(155.775) | (90.407) | (78.868) | (86.689) | (71) | 0 | (411.810) |
| Obligatielening | (1.752) | (1.752) | (1.752) | (301.638) | 0 | 0 | (306.895) |
| Opname van kredietlijnen | 0 | (60.000) | 0 | 0 | 0 | 0 | (60.000) |
| Leningen m.b.t. financiële leasing | (7.547) | (14.099) | (6.752) | (13.248) | (7.186) | (20.744) | (69.576) |
| Totaal van de langlopende financiële schuld |
(165.074) | (166.259) | (87.372) | (401.575) | (7.257) | (20.744) | (848.281) |
| Financiële schuld op korte termijn | (43.350) | (43.350) | |||||
| Kasequivalenten | 14.385 | 14.385 | |||||
| Beschikbare middelen | 689.116 | 689.116 | |||||
| Totaal van de kortlopende financiële nettoschuld |
660.151 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 660.151 |
| Totaal van de financiële netto schuld | 495.077 | (166.259) | (87.372) | (401.575) | (7.257) | (20.744) | (188.130) |
De huidige waarde van de verplichtingen betreffende leasingovereenkomsten bedraagt 7.547 duizend euro (2013: 4.337 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappij Louis Stevens & Co NV, Engema NV en de gebouwen en machines bij Groep Terryn NV en haar filialen.
De groep CFE beschikt op 31 december 2014 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 125 miljoen euro waarvan 60 miljoen euro getrokken eind 2014.
Overigens is CFE op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terug betaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. Overigens is DEME op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%.
De bankleningen en andere financiële schulden betreffen voornamelijk DEME of kredieten van vastgoedprojecten, en zijn zonder verhaalrecht tegen CFE.
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2014.
Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoed, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).
Voor de concessies vindt het beheer van het rentevoetrisico plaats volgens twee beleidsvisies: een visie op lange termijn die beoogt om het economisch evenwicht van de concessie te verzekeren en te optimaliseren, en een kortetermijnvisie waarvan het de bedoeling is de gemiddelde kosten van de schuld te optimaliseren. Om het rentevoetrisico te dekken, worden renteswaps gebruikt. Deze dekkingsinstrumenten hebben ten hoogste dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten worden boekhoudkundig dekkingsverrichtingen genoemd.
Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en
de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.
De activiteiten van contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.
| (duizend euro) | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedrag Aandeel | Rente voet |
Bedrag Aandeel | Rente voet |
Bedrag Aandeel | Rente voet |
|||
| Bankleningen en andere financiële schulden | 1.040 | 0,28% | 4,61% | 410.770 | 86,67% | 1,29% | 411.810 | 48,55% | 1,30% |
| Obligatielening | 306.894 | 81,98% | 4,34% | 0 | 0,00% | 0,00% | 306.894 | 36,18% | 4,34% |
| Opname van kredietlijnen | 0 | 0,00% | 0,00% | 60.000 | 12,66% | 1,25% | 60.000 | 7,07% | 1,25% |
| Leningen mbt financiële leasingovereenkomsten | 66.410 | 17,74% | 1,57% | 3.167 | 0,67% | 4,25% | 69.577 | 8,20% | 1,69% |
| Totaal | 374.344 | 100% | 3,85% 473.937 | 100% | 1,30% 848.281 | 100% | 2,43% |
| (duizend euro) | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | "Caped" variabele rentevoet + inflatie |
Totaal | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedrag Aandeel | Intrest voet |
Bedrag Aandeel | Intrest voet |
Bedrag Aandeel | Intrest voet |
Bedrag Aandeel | Intrest voet |
||||
| Bankleningen en andere financiële schulden |
341.955 | 47,81% | 3,12% | 69.855 | 52,51% | 1,43% | 0 | 0,00% | 0,00% | 411.810 | 48,55% | 2,83% |
| Obligatielening | 306.894 | 42,91% | 4,34% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 306.894 | 36,18% | 4,34% |
| Opname van kredietlijnen |
0 | 0,00% | 0,00% | 60.000 | 45,11% | 1,25% | 0 | 0,00% | 0,00% | 60.000 | 7,07% | 1,25% |
| Leningen mbt financiële leasing overeenkomsten |
66.410 | 9,28% | 1,57% | 3.167 | 2,38% | 4,25% | 0 | 0,00% | 0,00% | 69.577 | 8,20% | 1,69% |
| Totaal | 715.259 | 100% | 3,50% 133.023 | 100% | 1,42% | 0 | 0,00% | 0,00% 848.281 | 100% | 3,17% |
De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in het eigen vermogen.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2014 constant blijft gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| (duizend euro) | 31/12/2014 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat | Eigen vermogen | |||||||
| Impact van sensibiliteits berekening +50bp |
Impact van sensibiliteits berekening -50bp |
Impact van sensibiliteits berekening +50bp |
Impact van sensibiliteits berekening -50bp |
|||||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
790 | (790) | ||||||
| Netto financiële schuld (korte termijn) (*) | 217 | (217) | ||||||
| Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking |
141 | (61) | ||||||
| Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) |
2.671 | (4.724) |
(*) exclusief beschikbare middelen
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten de volgende kenmerken:
| (duizend euro) | 31/12/2014 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| <1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder liggende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijke verwachte kasstromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 0 |
| (duizend euro) | 31/12/2013 (*) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| <1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder liggende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijke verwachte kasstromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
50.000 | 50.000 | (540) | ||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 50.000 | 50.000 | (540) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (duizend euro) | 31/12/2014 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| <1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder liggende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
153.174 | 144.068 | 150.246 | 0 | 447.789 | (20.352) | |
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 153.174 | 144.068 | 150.246 | 0 | 447.489 | (20.352) |
| (duizend euro) | 31/12/2013 (*) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| <1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder liggende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
139.521 | 315.582 | 184.349 | 15.659 | 655.110 | (29.094) | |
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 139.521 | 315.582 | 184.349 | 15.659 | 655.110 | (29.094) |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Na de aanschaffing van DEME, heeft CFE een exclusieve controle van die vennootschap. Ten gevolge, op de datum van de aanschaffing, werd een herwaardering van de efficiëntie van de indekking voor de baggerwerken gedaan om de cash-flow hedge te bevestigen.
De groep CFE en haar filialen hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in toelichting 2.
Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.
Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Euro | 848.281 | 950.103 |
| US dollar | 0 | 0 |
| Andere | 0 | 0 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 848.281 | 950.103 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+: activa / -: passiva):
| (duizend euro) | Onderliggende waarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| USD US Dollar |
Andere verbonden met USD |
GBP Pound |
Andere | Totaal | USD US Dollar |
Andere verbonden met USD |
GBP Pound |
Andere | Totaal | |
| Termijnaankopen | 141.535 | 92.811 | 9.009 | 12.125 | 255.480 | 3.382 | (98) | 168 | 177 | 3.629 |
| Termijnverkopen | 307.438 | 50.194 | 4.709 | 69.524 | 431.866 | (8.773) | (395) | (77) | 1.095 | (8.150) |
De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2014 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de EURO) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.
| (duizend euro) | 31/12/2014 – Resultaat | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Impact van de sensitiviteits-berekening - vermindering EUR 5% |
Impact van de sensitiviteits-berekening - verhoging EUR 5% |
||||
| Langlopende schuld (+ vervallend in het jaar) aan veranderlijke koersen na boekhoudkundige indekking |
651 | (620) | |||
| Netto financiële schuld op korte termijn | (635) | 605 | |||
| Werkkapitaal | (1.204) | 1.146 |
Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.
Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.
DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze wijziging wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De reële waarde van deze instrumenten, eind 2014, bedraagt 7.624 duizend EUR (-57 duizend EUR in 2013(*)).
De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.
Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Delcredere dienst).
De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE geregeld de uitstaande klantenbedragen op en stelt zijn positie bij ten opzichte van hen. Toch kan het kredietrisico nooit volledig worden uitgesloten, maar is beperkt. Let in dit opzicht dat het orderboek in Afrika daalt, door een grotere selectiviteit in de keuze van de projecten en na de verkoop van het contrat voor Toukra II (Tsjaad) aan onze lokale partner. CFE wenst haar aanwezigheid in dit land te beperken zolang de openstaande vorderingen op de overheid niet aanzienlijk zijn verminderd. De inning van deze vorderingen vormt een aanzienlijke uitdaging voor 2015.
De analyse van de betalingsachterstand eind 2014 en eind 2013 is als volgt:
| Per 31 december 2014 (duizend euro) | Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.022.755 | 571.590 | 203.142 | 224.558 | 23.465 |
| Totaal bruto | 1.022.755 | 571.590 | 203.142 | 224.558 | 23.465 |
| Voorzieningen – Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(22.846) | 0 | (1.589) | (5.537) | (15.720) |
| Totale voorzieningen | (22.846) | 0 | (1.589) | (5.537) | (15.720) |
| Totaal netto bedragen | 999.909 | 571.590 | 201.553 | 219.021 | 7.745 |
| Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) | Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
| Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.038.622 | 758.011 | 95.042 | 111.809 | 73.760 |
| Totaal bruto | 1.038.622 | 758.011 | 95.042 | 111.809 | 73.760 |
| Voorzieningen – Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(22.348) | (18.721) | (518) | (648) | (2.461) |
| Totale voorzieningen | (22.348) | (18.721) | (518) | (648) | (2.461) |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal netto bedragen | 1.016.274 | 739.290 | 94.524 | 111.161 | 71.299 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.
CFE was in staat om ouder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijn te onderhandelen waardoor het bedrijf liquiditeitsrisico werd beperkt.
| 31 december 2014 (duizend euro) | Afgeleide instru ment niet gekwalifi ceerd als indekking |
Afgeleide instrument gekwalifi ceerd als indekking |
Financiële instru menten beschik baar voor verkoop |
Activa en verplich tingen aan afgeschre ven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 674 | 2.723 | 106.618 | 110.015 | 110.015 | ||
| Deelnemingen (1) | 2.723 | 2.723 | Niveau 2 | 2.723 | |||
| Financiële vorderingen en schulden (1) | 106.618 | 106.618 | Niveau 2 | 106.618 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
674 | 674 | Niveau 2 | 674 | |||
| Financiële vlottende activa | 1.786.005 | 1.786.005 | 1.786.005 | ||||
| Rentevoet derivaten – niet gekwalificeerd als indekking |
|||||||
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.082.504 | 1.082.504 | Niveau 2 | 1.082.504 | |||
| Financiële activa kasbeheer | |||||||
| Kasequivalenten (2) | 14.385 | 14.385 | Niveau 2 | 14.385 | |||
| Beschikbare middelen (2) | 689.116 | 689.116 | Niveau 2 | 689.116 | |||
| Totaal activa | 674 | 2.723 | 1.892.623 | 1.896.020 | 1.896.020 | ||
| Langlopende financiële verplichtingen | 12.922 | 684.960 | 697.882 | 733.636 | |||
| Obligatielening | 306.895 | 306.895 | Niveau 1 | 317.956 | |||
| Financiële verplichtingen | 378.065 | 378.065 | Niveau 2 | 402.758 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
12.922 | 12.922 | Niveau 2 | 12.922 | |||
| Kortlopende financiële verplichtingen | 24.948 | 1.305.980 | 1.330.928 | 1.336.876 | |||
| Rentevoet derivaten indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
593 | 593 | Niveau 2 | 593 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
7.939 | 7.939 | Niveau 2 | 7.939 | |||
| Wisselkoers derivaten – niet gekwalificeerd als indekking |
8.792 | 8.792 | Niveau 2 | 8.792 | |||
| Anderen afgeleide instrumenten – niet gekwalificeerd als indekking |
7.624 | 7.624 | Niveau 2 | 7.624 | |||
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.099.309 | 1.099.309 | Niveau 2 | 1.099.309 | |||
| Financiële verplichtingen | 206.671 | 206.671 | Niveau 2 | 212.619 | |||
| Totaal passiva | 24.948 | 12.922 | 1.990.940 | 2.028.810 | 2.070.512 |
1 Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
2 Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:
Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Minder dan één jaar | 12.550 | 5.699 |
| Tussen één en vijf jaar | 17.482 | 8.423 |
| Meer dan vijf jaar | 11.952 | 12.168 |
| Totaal | 41.984 | 26.290 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor de boekhoudperiode 2014 bedraagt 1.199.817 duizend euro (2013 (*): 1.166.686 duizend euro). De verplichtingen van DEME zijn opgenomen aan 100% in de vergelijkende gegevens.
De verplichtingen bestaan uit:
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performances bonds (a) | 903.231 | 821.118 |
| Biedingen (b) | 9.916 | 30.977 |
| Teruggaven voorschotten (c) | 19.731 | 17.453 |
| Garantie-inhouding (d) | 22.365 | 58.132 |
| Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) | 5.220 | 29.596 |
| Andere gegeven verplichtingen – waarvan 132.587 duizend euro corporate garanties bij DEME | 239.354 | 209.410 |
| Totaal | 1.199.817 | 1.166.686 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds | 61.403 | 36.994 |
| Andere ontvangen verplichtingen | 43.346 | 12.029 |
| Totaal | 104.749 | 49.023 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.
De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Activa met verbonden partijen | 240.276 | 292.167 |
| Vaste financiële activa | 107.389 | 70.338 |
| Handelsvorderingen en andere vorderingen | 126.468 | 183.022 |
| Andere courante activa | 6.419 | 38.807 |
| Passiva met verbonden partijen | 61.244 | 44.146 |
| Andere vaste passiva | 6.276 | 3.052 |
| Handelsschulden en andere schulden | 54.968 | 41.094 |
(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
| (duizend euro) | 2014 | 2013 (*) |
|---|---|---|
| Lasten en opbrengsten met verbonden partijen | 98.731 | 96.282 |
| Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 128.004 | 107.111 |
| Aankopen en overige operationele lasten | (32.464) | (13.760) |
| Financiële lasten en opbrengsten | 3.191 | 2.931 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2014) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Andere | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | ||
| Audit | |||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.243,9 | 66,13% | 572,7 | 48,19% | |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten |
114,0 | 6,06% | 44,5 | 3,75% | |
| Subtotaal audit | 1.358,0 | 72,19% | 617,2 | 51,94% | |
| Andere prestaties | |||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 245,1 | 13,03% | 454,2 | 38,23% | |
| Andere | 278,0 | 14,78% | 116,8 | 9,83% | |
| Subtotaal andere | 523,1 | 27,81% | 571,0 | 48,06% | |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 1.881,1 | 100% | 1.188,2 | 100% |
In het kader van de herschikking van haar activiteiten ondertekende CFE op 1 december 2014 een overeenkomst met Asfalt-, Wegenis- en Bouwwerken NV (ASWEBO), het wegenfiliaal van de groep Willemen, voor de overdracht van 100% van de aandelen van Aannemingen Van Wellen NV. De transactie, die nog moet worden goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten, zou in het eerste kwartaal van 2015 moeten plaatsvinden. De positieve impact van deze overdracht op het geconsolideerde nettoresultaat 2015 van CFE zou ongeveer tien miljoen euro bedragen. De divisie "Gebouwen" van Aannemingen Van Wellen, die op 28 november 2014 werd overgedragen aan een dochter van CFE, zal in Vlaanderen actief blijven onder het handelsnaam "ATRO Bouw".
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| Duitsland | |||
| NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% |
| OAM-DEME MINERALIEN GMBH | Hamburg | Baggerwerken | 70% |
| België | |||
| HDP CHARLEROI | Brussel | Concessies | 55,04% |
| ABEB NV | Antwerpen | Contracting | 100% |
| AMART SA | Brussel | Contracting | 100% |
| ARIADNE | Opglabbeek | Contracting | 100% |
| BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BE.MAINTENANCE SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BENELMAT SA | Limelette | Contracting | 100% |
| BRANTEGEM NV | Aalst | Contracting | 100% |
| ENGEMA SA | Brussel | Contracting | 100% |
| ETABLISSEMENTS DRUART SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% |
| ETEC SA | Manage | Contracting | 100% |
| GROEP TERRYN NV | Moorslede | Contracting | 55,04% |
| LOUIS STEVENS NV | Halen | Contracting | 100% |
| NIZET ENTREPRISES SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| PROCOOL SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% |
| REMACOM NV | Beervelde (Gand) | Contracting | 100% |
| SOGECH SA | Manage | Contracting | 100% |
| VANDERHOYDONCKS NV | Alken | Contracting | 100% |
| VMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA WEST NV | Meulebeke | Contracting | 100% |
| VOLTIS SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| AGROVIRO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| CEBRUVAL BRUCEVAL SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| CETRAVAL SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 54,37% |
| DEME BLUE ENERGY NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 69,99% |
| DEME BUILDING MATERIALS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME COORDINATION CENTER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| DEME NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| DREDGING INTERNATIONAL NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| ECOTERRES HOLDING SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| ECOTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| EVERSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| FILTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 56,10% |
| GEOSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV | Oostende | Baggerwerken | 99,97% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV | Kallo | Baggerwerken | 52,43% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV | Heusden-Zolder | Baggerwerken | 36,70% |
| KALIS SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| LOGIMARINE SA | Antwerpen | Baggerwerken | 100% |
| M.D.C.C. INSURANCE BROKERS NV | Brussel | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE WIND ASSISTANCE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| PURAZUR NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV | Antwerpen | Baggerwerken | 54,37% |
| INTERNATIONAL FINANCE CENTER CFE SA | Brussel | Holding | 100% |
| BATIPONT IMMOBILIER SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BRUSILIA BUILDING NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| CONSTRUCTION MANAGEMENT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES | Brussel | Vastgoed | 100% |
| PRE DE LA PERCHE SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV | Kapellen | Vastgoed | 100% |
| SOGESMAINT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| VAN MAERLANT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| Cyprus | |||
| CONTRACTORS OVERSEAS LTD | Oraklini | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| Frankrijk | |||
| FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS | Parijs | 100% | |
| ENERGIES DU NORD SAS | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| EUROP AGREGATS SARL | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| Groot-Brittannië | |||
| DEME BUILDING MATERIALS LTD | West Sussex | Baggerwerken | 100% |
| DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD | Weybridge, Surrey | Baggerwerken | 74,90% |
| DREDGING INTERNATIONAL UK LTD | West Sussex | Baggerwerken | 100% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA | Strassen | Contracting | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| GEOSEA LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| SAFINDI SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| TIDEWAY LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| COMPAGNIE IMMOBILIERE DE WEIMERSKIRCH SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE IMMOBILIERE CLİ SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| P.R.N.E. SA PARC RESIDENTIEL NEI EISCH | Luxemburg | Vastgoed | 100% |
| SOGESMAINT CBRE LUXEMBOURG SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA | Strassen | 100% | |
| Hongarije | |||
| CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT | Boedapest | Contracting | 100% |
| VMA HUNGARY LLC | Boedapest | Contracting | 100% |
| Nederland | |||
| CFE NEDERLAND BV | Dordrecht | Contracting | 100% |
| GEKA BV | Dordrecht | Contracting | 100% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Schagen | Baggerwerken | 74,90% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV | Schagen | Baggerwerken | 87,45% |
| DEME BUILDING MATERIALS BV | Vlissingen | Baggerwerken | 100% |
| TIDEWAY BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| Polen | |||
| CFE POLSKA S.P. ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| VMA POLSKA S.P.ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| BPI OBOZOWA S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WROCLAW S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| IMMO WOLA S.P. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| Roemenië | |||
| CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL | Boekarest | Contracting | 100% |
| Slowakije | |||
| CFE SLOVAKIA SRO | Bratislava | Contracting | 100% |
| VMA SLOVAKIA SRO | Trencin | Contracting | 100% |
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| Andere Europese landen | |||
| VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI | Istanbul, Turkije | Contracting | 100% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. | Lissabon, Portugal | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL BULGARIA SERVICES EOOD | Sofia, Bulgarije | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC | Odessa, Oekraïne | Baggerwerken | 100% |
| MORDRAGA LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA | Rome, Italië | Baggerwerken | 100% |
| AFRIKA | |||
| Angola | |||
| DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| SOYO DRAGAGEM LTDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| Nigeria | |||
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| TIDEWAY INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 70% |
| Tsjaad | |||
| CFE TCHAD SA | Ndjamena | Contracting | 100% |
| Tunesië | |||
| CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA | Tunis | Contracting | 99,96% |
| Andere Afrikaanse landen | |||
| SAMAMEDI SPA | Dely Ibrahim, Algerije | Baggerwerken | 100% |
| DRAGAMOZ LIMITADA | Maputo, Mozambique | Baggerwerken | 100% |
| AZIË | |||
| India | |||
| DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD | New Dehli | Baggerwerken | 99,78% |
INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD Chennai Baggerwerken 86,00%
| (economisch belang) |
|||
|---|---|---|---|
| Andere Aziatische landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD | Kuala Lumpur, Maleisië | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD |
Shanghai, China | Baggerwerken | 100% |
| FAR EAST DREDGING LTD | Hong Kong | Baggerwerken | 100% |
| MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD | Ebene,Mauritius | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA | Santos | Baggerwerken | 74,90% |
| DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janero | Baggerwerken | 100% |
| Canada | |||
| TIDEWAY CANADA LTD | Nova Scotia | Baggerwerken | 100% |
| Andere Amerikaanse landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| LOGIMARINE SA DE CV | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA LTD | Panama | Baggerwerken | 100% |
| SERVIMAR SA | Caracas, Venezuela | Baggerwerken | 100% |
| OCEANIË | |||
| Australië | |||
| DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD | Queensland | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
Met uitzondering van Aannemingen Van Wellen die op 30 november afsluit en van VMA West NV die op 30 juni afsluit, hebben alle dochterondernemingen 31 december als afsluitdatum
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| België | |||
| PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Concessies | 25,00% |
| PPP SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Concessies | 19,00% |
| RENT-A-PORT NV et ses filiales | Antwerpen | Concessies | 45% |
| BLUEPOWER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 35,00% |
| C-POWER HOLDCO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 19,67% |
| C-POWER NV | Oostende | Baggerwerken | 11,67% |
| FLIDAR NV | Oostende | Baggerwerken | 50% |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 50,40% |
| OTARY RS NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| POWER@SEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 51,10% |
| POWER@SEA THORNTON NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 51,10% |
| RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV | Oostende | Baggerwerken | 25,50% |
| RENTEL NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| SEASTAR NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| SEDISOL SA | Farciennes | Baggerwerken | 37,45% |
| SILVAMO NV | Roeselare | Baggerwerken | 37,45% |
| TERRANOVA NV | Evergem | Baggerwerken | 43,73% |
| TERRANOVA SOLAR NV | Stabroek | Baggerwerken | 18,85% |
| BARBARAHOF NV | Leuven | Vastgoed | 40% |
| BATAVES 1521 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| BAVIERE DEVELOPPEMENT SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| ERASMUS GARDENS SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ESPACE MIDI SA | Brussel | Vastgoed | 20% |
| ESPACE ROLIN SA | Brussel | Vastgoed | 33,33% |
| EUROPEA HOUSING SA | Brussel | Vastgoed | 33,00% |
| FONCIERE DE BAVIERE A SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE C SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE STERPENICH SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| GRAND POSTE SA | Luik | Vastgoed | 24,97% |
| IMMO KEYENVELD I SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD II SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMOANGE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMOBILIERE DU BERREVELD SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| IMMOMAX II S.P. z.o.o. | Brussel | Vastgoed | 47% |
| IMMOMAX S.P. z.o.o. | Brussel | Vastgoed | 47% |
| INVESTISSEMENT LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 24,14% |
| LA RESERVE PROMOTION NV | Kapellen | Vastgoed | 33,00% |
| LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LOCORAIL NV | Wilrijk | Concessies | 25,00% |
| LRP DEVELOPMENT BVBA | Gent | Vastgoed | 33,00% |
| OOSTEROEVER NV | Oostende | Vastgoed | 50% |
| PROMOTION LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 24,14% |
| REDERIJ ISHTAR BVBA | Oostende | Vastgoed | 50% |
| REDERIJ MARLEEN BVBA | Oostende | Vastgoed | 50% |
| SOUTH CITY HOTEL SA | Brussel | Vastgoed | 20% |
| VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA | Brussel | Vastgoed | 40,00% |
| VICTORESTATE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTORPROPERTIES SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VM PROPERTY I SA | Brussel | Vastgoed | 40,00% |
| VM PROPERTY II SPRL | Brussel | Vastgoed | 40,00% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| NORMALUX MARITIME SA | Windhof | Baggerwerken | 37,50% |
| BAYSIDE FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40,00% |
| BEDFORD FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40,00% |
| CHATEAU DE BEGGEN SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| ELINVEST SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| PEF KONS INVESTMENT SA | Luxemburg | Vastgoed | 33,33% |
| Groot-Brittannië | |||
| FAIR HEAD TIDAL ENERGY PARK LTD | Noord-Ierland | Baggerwerken | 17,50% |
| TERRAMUNDO LTD | West Yorkshire, Groot-Brittannië |
Baggerwerken | 37,45% |
| WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD | Schotland | Baggerwerken | 17,50% |
| Hongarijee | |||
| BETON PLATFORM KFT | Boedapest | Contracting | 50% |
| Nederland | |||
| COENTUNNEL COMPANY BV | Amsterdam | Concessies | 23,00% |
| Polen |
| Namen | Zetel | Activiteitenpool | Aandeel van de groep in % (economisch belang) |
|---|---|---|---|
| B-WIND POLSKA SP z.o.o. | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| C-WIND POLSKA SP z.o.o. | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| Andere Europese landen | |||
| LIVEWAY LTD | Larnaca, Cyprus | Contracting | 50% |
| LOCKSIDE LTD | Larnaca, Cyprus | Contracting | 50% |
| CBD SAS | Ferques, Frankrijk | Baggerwerken | 50% |
| EXTRACT ECOTERRES SA | Villeneuve-le-Roi, Frankrijk |
Baggerwerken | 37,45% |
| HGO INFRASEA SOLUTIONS GMBH & CO | Bremen, Duitsland | Baggerwerken | 50% |
| OCEANFLORE BV | Kinderdijck, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| AFRIKA | |||
| Nigeria | |||
| COBEL CONTRACTING NIGERIA LTD | Lagos | Contracting | 50% |
| COBEL CONSTRUCTION SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Contracting | 50% |
| Tunesië | |||
| COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA | Tunis | Contracting | 49,90% |
| BIZERTE CAP 3000 SA et sa filiale | Tunis | Vastgoed | 25% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| DEME BRASIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janero | Baggerwerken | 50,00% |
| MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA | Sao Paulo | Baggerwerken | 51,00% |
| AZIË | |||
| DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC SHAP JOINT | Singapore | Baggerwerken | 51,00% |
| VENTURE PTE LTD | |||
| DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD | Saoedi-Arabië | Baggerwerken | 49,00% |
| MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC | Abu Dhabi | Baggerwerken | 44,10% |
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)
We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,
Handtekening
Naam: Functie: Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder
Datum: 26 februari 2015
| Identiteit van de vennootschap | Aannemingsmaatschappij CFE |
|---|---|
| Maatschappelijke zetel | Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel |
| Telefoon | + 32 2 661 12 11 |
| Juridische vorm | naamloze vennootschap |
| Wetgeving | Belgische |
| Oprichting | 21 juni 1880 |
| Duurtijd | niet bepaald |
| Boekjaar | vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar |
| Handelsregister | RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 |
| Plaats waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd |
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap |
"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."
Aan de aandeelhouders
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening, en omvat tevens ons verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde staat van financiële positie op 31 december 2014, de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar eindigend op die datum, alsmede een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening Aannemingsmaatschappij CFE NV ("de vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. De totale activa in de geconsolideerde staat van financiële positie bedragen 4.215 miljoen EUR en de geconsolideerde winst (aandeel van de groep) van het boekjaar bedraagt 160 miljoen EUR.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne controle die ze noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat, die het gevolg is van fraude of van fouten.
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (International Standards on Auditing – ISA) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijking van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne controle van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben van de aangestelden en van de raad van bestuur van de groep de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep per 31 december 2014, en van haar resultaten en kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en voor de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
• Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
Diegem, 27 februari 2015
De commissaris
DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Vaste Activa | 1.408.686 | 1.403.091 |
| Oprichtingskosten | 178 | 178 |
| Immateriële vaste activa | 974 | 1.858 |
| Materiële vaste activa | 7.044 | 9.366 |
| Financiële vaste activa | 1.400.490 | 1.391.689 |
| A. Verbonden ondernemingen | 1.393.639 | 1.385.032 |
| B. Andere financiële activa | 6.851 | 6.657 |
| Vlottende activa | 330.754 | 289.147 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 126.857 | 127.339 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 184.335 | 140.424 |
| - Handelsvorderingen | 128.963 | 96.718 |
| - Overige vorderingen | 55.372 | 43.706 |
| Geldbeleggingen | 1.932 | 92 |
| Liquide middelen | 11.263 | 16.016 |
| Overlopende rekeningen | 6.367 | 5.276 |
| Totaal van de activa | 1.739.439 | 1.692.238 |
| Eigen vermogen | 1.129.891 | 1.148.532 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 592.651 | 592.651 |
| Herwaarderingsmeerwaarden Reserves |
487.399 8.511 |
492.464 21.477 |
| Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) | 0 | 610 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 61.553 | 54.738 |
| Schulden | 547.995 | 488.968 |
| Schulden op meer dan één jaar | 113.439 | 308 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 434.078 | 487.550 |
| - Financiële schulden | 7.854 | 108.762 |
| - Handelsschulden | 110.266 | 124.491 |
| - Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen | 118.329 | 102.776 |
| - Overige schulden | 197.629 | 151.521 |
| Overlopende rekeningen | 478 | 1.110 |
| Totaal van de passiva | 1.739.439 | 1.692.238 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| RESULTATEN | ||
| Bedrijfsopbrengsten | 376.996 | 381.040 |
| Bedrijfskosten | (376.491) | (413.429) |
| - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | (260.656) | (291.027) |
| - Diensten en diverse goederen | (61.701) | (50.593) |
| - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (41.402) | (58.765) |
| - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen | (9.322) | (11.733) |
| - Andere bedrijfskosten | (3.410) | (1.311) |
| Bedrijfswinst | 505 | (32.389) |
| Financiële opbrengsten | 57.807 | 26.536 |
| Financiële kosten | (10.246) | (9.562) |
| Winst uit de gewone bedrijfsuitoefening, vóór belasting | 48.066 | (15.415) |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 4 | 124 |
| Uitzonderlijke kosten | (11.131) | (9.376) |
| Winst van het boekjaar vóór belasting | 36.939 | (24.667) |
| Belastingen (onttrekking en regularisering) | 113 | (33) |
| Winst van het boekjaar | 37.052 | (24.700) |
| Resultaatverwerking | ||
| Winst van het boekjaar | 37.052 | (24.700) |
| Overgedragen winst | 610 | 54.422 |
| Vergoeding van het kapitaal | (50.629) | (29.112) |
| Beschikbare reserves | 14.820 | 0 |
| Wettelijke reserves | (1.853) | 0 |
| Over te dragen winst | 0 | 610 |
De omzet van CFE NV is gedaald. Dit wordt voornamelijk verklaard door de terugval van de activiteiten burgerlijke bouwkunde en een daling van de activiteit "gebouwen" in Brussel en Wallonië.
Het bedrijfsresultaat is licht positief met 505 duizend euro.
De opbrengsten van de financiële vaste activa nemen sterk toe als gevolg van de stijging van de door de dochtermaatschappijen uitgekeerde dividenden.
De uitzonderlijke kosten bevatten de impact van maatregelen genomen ter oplossing van gekende problemen in bepaalde dochterondernemingen.
Het nettoresultaat na belastingen bedraagt 37,1 miljoen euro.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.