AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Apr 7, 2015

3929_10-k_2015-04-07_1bdbca5a-c7ae-4e07-bbc8-e797d448a27f.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Kerncijfers

Geconsolideerde staat van het totaal resultaat

Belangrijke opmerking:

Op 24 december 2013 heeft CFE de exclusieve controle over DEME verworven. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde gegevens met betrekking tot de exploitatierekening voor het boekjaar 2013 maar voor 50% rekening gehouden met de activiteiten van DEME. Daarentegen zijn de rekeningen van DEME voor 100% opgenomen in de gegevens met betrekking tot de geconsolideerde balans op 31 december 2013. Hetzelfde geldt voor het orderboek op 31 december 2013.

In miljoen euro IFRS
2010 2011 2012 2013
(gepubli
ceerd)
2013 (*)
Resultaten
DEME aan
50%
Pro Forma
2013
DEME aan
100%
2014
DEME aan
100%
Omzet 1.774,4 1.793,8 1.898,3 2.267,3 984,9 3.346,1 3.510,5
Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) 99,1 84,9 81,2 67,2 16,3 166,4 240,5
Resultaat vóór belastingen (1) 85,2 69,2 52,5 28,0 13,6 110,2 224,8
Nettoresultaat aandeel van de
groep (1)
63,3 59,1 49,4 7,9 7,9 61,7 159,9
Nettoresultaat aandeel van de
groep (2)
63,3 59,1 49,4 -81,2 -81,2 -27,4 159,9
Cashflow (3) 195,0 171,5 184,4 190,3 -12,7 392,1 461,7
EBITDA (4) 197,3 181,6 199,1 213,2 -9,8 460,9 479,5
Eigen vermogen aandeel van
de groep (vóór de verdeling)
466,1 501,7 524,6 1.193,2 1.193,2 1.193,2 1.313,6

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.

(1) Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.

(2) Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.

(3) Cashflow: zie geconsolideerde financieringstabel op pagina 67 van het financiële verslag.

(4) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie).

De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.

Geconsolideerde balans

In miljoen euro IFRS
2010 2011 (*) 2012 (*) 2013 (**) 2014
Eigen vermogen 475,5 506,8 530,8 1.201,2
(DEME aan
100%)
1.320,9
Netto financiële schuld 248,0 350,8 400,0 614,1
(DEME aan
100%)
188,1
Investeringen en immateriële en materiële vaste activa 223,3 217,6 205,9 117,1 187,5
Afschrijvingskosten 98,3 100,6 119,6 14,4 243,7

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met (i) de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening en IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten en (ii) de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.

Jaarlijkse groei

IFRS
2010 2011 2012 (1) 2013
(gepubli
ceerd)
2014 (3)
Omzet 10,7% 1,1% 5,8% 19,4% +4,9%
EBIT (2) 8,4% -14,2% -4,4% -17,2% +44,5%
Nettoresultaat aandeel van de groep van het boekjaar (1) 2,5% -6,7% -16,4% -84,0% +159,2%

(1) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

(2) Vóór specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging.

(3) Vergeleken met de pro forma 2013.

Ratio's

IFRS
2010 2011 2012 (*) 2013
(gepubli
ceerd) (**)
2013
DEME
50% (**)
2013
Pro Forma
DEME 100% (**)
2014
EBIT / Omzet 5,6% 4,7% 4,3% 3,0% 1,7% 5,0% 6,9%
EBIT / cashflow 50,7% 49,5% 44,1% 35,3% -128,3% 42,4% 52,1%
EBITDA / Omzet 11,1% 10,1% 10,5% 9,4% -1,0% 13,8% 13,7%
Nettoresultaat aandeel van de groep /
Eigen middelen aandeel van de groep
13,6% 11,8% 9,4% 0,7% 0,7% 5,2% 12,2%
Nettoresultaat aandeel van de groep / omzet 3,6% 3,3% 2,6% 0,3% 0,8% 1,8% 4,6%

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

(**) Vóór specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

Gegevens per activiteit

Evolutie van het bedrijfsresultaat (*) in miljoen euro

(*) Met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.

(**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.

De pool Contracting integreert de activiteiten bouw, multitechnieken en spoorinfra.

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de Bel20-index

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de Bel20-index

Sedert vijf jaar (au 31/12)

Cijfers in euro per aandeel

2010 2011 2012 (*) 2013 (**) 2014
Aantal aandelen op 31/12 13.092.260 13.092.260 13.092.260 25.314.482 25.314.482
Bedrijfsresultaat 7,57 6,49 6,22 N/A ** 9,50
Cashflow 14,89 13,10 14,10 N/A ** 18,24
Nettoresultaat aandeel van de groep 4,83 4,51 3,75 N/A ** 6,32
Brutodividend 1,25 1,15 1,15 1,15 2,00
Nettodividend 0,9375 0,8625 0,8625 0,8625 1,50
Eigen vermogen van de groep 35,6 38,3 40,07 47,1 52,18

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.

De beurs

2010 2011 2012 2013 2014
Laagste minimunkoers EUR 32,10 35,03 36,25 41,00 62,80
Hoogste maximunkoers EUR 54,84 59,78 49,49 66,64 89,70
Slotkoers van het boekjaar EUR 53,71 37,99 43,84 64,76 85,02
Gemiddeld dagelijks volume aantal effecten 17.412 15.219 11.672 14.628 15.015
Beurskapitalisatie op 31/12 Miljoen EUR 703,19 497,40 573,96 1.639,40 2.152,20

Informatie over het aandeel en de uitoefening van de rechten

Op 31 december 2014 werd het kapitaal van CFE vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen.

De aandelen van de onderneming zijn sinds 1 januari 2014 allemaal op naam of gedematerialiseerd.

Op 1 januari 2014 werden de aandelen aan toonder van de onderneming die op 31 december 2013 nog niet op een effectenrekening ingeschreven waren van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde aandelen en geplaatst bij Euroclear op een speciale effectenrekening op naam van CFE.

Conform de vigerende reglementering zullen alle oude aandelen aan toonder die van rechtswege gedematerialiseerd zijn vanaf 1 januari 2014 en waarvan de eigenaar zich op de dag van de verkoop niet kenbaar heeft gemaakt, verkocht worden door CFE in het kader van een openbare gedwongen verkoop die zal georganiseerd worden in de loop van 2015.

Het bezit van een aandeel geeft recht op één stem per aandeel in de algemene vergadering van CFE en brengt van rechtswege de instemming met zich mee met de statuten van CFE en met de beslissingen van de algemene vergadering van CFE.

Het uitoefenen van elk recht dat gekoppeld is aan aandelen aan toonder, die op 1 januari 2014 van rechtswege gedematerialiseerd werden, wordt opgeschort totdat iemand, die zijn hoedanigheid als houder geldig heeft kunnen laten vaststellen, vraagt en verkrijgt dat de aandelen ingeschreven worden op zijn naam op een effectenrekening of in het register van aandelen op naam van de onderneming.

Het register van de aandelen op naam wordt bijgehouden op papier en in elektronische vorm. Het papieren register wordt bewaard in de maatschappelijke zetel van CFE. Het beheer van het elektronische register werd toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK SA).

Euroclear Belgium werd aangewezen als vereffeningsinstelling.

De onderneming heeft geen converteerbare obligaties of warrants uitgegeven.

Bank Degroof werd aangeduid als 'Main Paying Agent'.

De financiële instellingen waarbij de houders van financiële instrumenten hun financiële rechten kunnen uitoefenen zijn: Bank Degroof, BNP Paribas Fortis en ING België.

Beheersverslag van de raad van bestuur

Financieel verslag 2014 9

Philippe Berlamont

CFE

CFE

Fabien De Jonge

PAGINA

p. 11 A. Verslag over de bedrijfsrekeningen
p. 11 1.
Kerncijfers 2014
p. 12 2.
Analyse per activiteitenpool
p. 18 3.
Samenvatting van de resultaten
p. 23 4.
Informatie over de vooruitzichten
p. 23 5.
Nieuwe organisatie
p. 23 6.
Vergoeding van het kapitaal
p. 24 B. Verklaring van corporate governance
p. 24 1. Corporate Governance
p. 24 2. Samenstelling van de raad van bestuur
p. 34 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités
p. 37 4. Aandeelhouderschap
p. 38 5. Interne controle
p. 45 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het
kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie
van contracten
p. 45 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming,
inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en
executive managers
p. 45 8. Bijstandsovereenkomst
p. 45 9.
Controle op de vennootschap
p. 47 C. Bezoldigingsverslag
p. 47 1. De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités
p. 48 2. De directie van CFE
p. 48 3. De bezoldiging van de leden van het Steering Committee
p. 50 4. Vertrekvergoeding
p. 50 5. Variabele vergoeding van de leden van het Steering Committee
p. 50 6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van
de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële
informatie verstrekt door de leden van het Steering Committee of
de gedelegeerd bestuurder
p. 51 D. Verzekeringsbeleid
p. 51 E. Bijzondere verslagen
p. 51 F. Openbaar overnamebod
p. 51 G. Overnames
p. 51 H. Oprichting van bijkantoren
p. 51 I. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar
p. 51 J. Onderzoek en ontwikkeling
p. 51 K. Vooruitzichten
p. 51 L. Auditcomité
p. 51 M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 7 mei 2015

A. Verslag over de bedrijfsrekeningen

Op 26 februari 2015 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2014 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 7 mei 2015.

1. Kerncijfers 2014

Voorafgaandelijke opmerking:

De rekeningen van het boekjaar 2014 zijn herwerkt om rekening te houden met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11. Na deze aanpassingen werd de resultaatrekening van DEME geconsolideerd op 31 december 2013 door toepassing van de vermogensmutatiemethode. Tot 24 december 2013 bezat CFE 50% van haar baggerfiliaal. Met het oog op een betere leesbaarheid toont een kolom pro forma 2013 de kerncijfers van de resultaatrekening van DEME voor het boekjaar 2013 aan 100%.

In miljoen euro 2014 2013 (1) Pro Forma
2013 (1)
Evolutie
2014/2013 Pro
Forma
DEME aan
50%
DEME aan
100%
Omzet 3.510,5 984,9 3.346,1 4,90%
Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) 479,5 -9,8 460,9 4,00%
In % van de omzet 13,70% -1,00% 13,80%
Bedrijfsresultaat activiteiten (2) 220,4 -35 241,2 -8,60%
In % van de omzet 6,30% -3,60% 7,20%
Bedrijfsresultaat
(incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures) (2)
240,5 16,3 166,4 44,50%
In % van de omzet 6,90% 1,70% 5,00%
Nettoresultaat aandeel van de groep (2) 159,9 7,9 61,7 159,20%
In % van de omzet 4,60% 0,80% 1,80%
Nettoresultaat aandeel van de groep (3) 159,9 -81,2 -27,4 n.s.
Nettoresultaat per aandeel (in euro) 6,32 -3,21 - n.s.
Brutodividend per aandeel (in euro) 2,00 1,15 - 73,90%
Orderboek op 31 december (4) 3.565,8 4.387,9 4.387,9 -18,70%

(1) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

(2) Vóór niet-recurrente elementen in 2013 resulterend uit de verwerking van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp vormen van de inbreng in natura.

(3) Na niet-recurrente elementen in 2013 resulterend uit de verwerking van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp vormen van de inbreng in natura.

(4) Bedragen inclusief het orderboek van vennootschappen geïntegreerd door vermogensmutatie vanaf 1 januari 2014 ingevolge de toepassing van de boekhoudnorm IFRS 10 en 11.

2. Analyse per activiteitenpool

Pool Baggerwerken en milieu

De in dit hoofdstuk voor DEME vermelde bedragen hebben betrekking op 100%.

Kerncijfers

In miljoen euro 2014 2013 (*) Evolutie
2014/2013
DEME Her
werkingen
(****)
Totaal DEME Her
werkingen
(****)
Totaal
Omzet 2.419,7 - 2.419,7 2.361,2 - 2.361,2 +2,5%
EBITDA 443,6 2,2 445,8 475,4 -4,6 470,7 -5,3%
Bedrijfsresultaat (**) 248,9 -7,8 241,1 206,8 -4,6 202,2 +19,2%
Nettoresultaat aandeel van de
groep
168,9 2,4 171,3 109,1 -3,2 105,9 +61,8%
Investeringen 165,4 - 165,4 98,8 - 98,8 +67,4%
Netto financiële schuld 126,8 7,3 134,1 533,5 9,0 542,5 -75,3%
Orderboek (***) 2.420,0 - 2.420,0 3.049,0 - 3.049,0 -20,6%

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

(**) Inclusief de resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

(***) Bedragen inclusief het orderboek van vennootschappen geïntegreerd door vermogensmutatie vanaf 1 januari 2014 ingevolge de toepassing van de boekhoudnorm IFRS 10 en 11.

(****) Zie opmerkingen op bladzijde 14.

Kerncijfers volgens de economische benadering

De hierna vermelde kerncijfers worden voorgesteld volgens de economische benadering, die de gezamenlijk gecontroleerde vennootschappen evenredig consolideert (vóór 1 januari 2014 toegepaste boekhoudprincipes).

In miljoen euro
(zonder herwerking voor DEME)
2014 2013 Evolutie
2014/2013
Omzet 2.586,9 2.531,6 +2,2%
EBITDA 501,5 437,8 +14,6%
Bedrijfsresultaat op activiteit 259,1 216,5 +19,7%
Nettoresultaat aandeel van de groep 168,9 109,1 +54,8%
Netto financiële schuld 212,8 711,3 -70,1%

Omzet

De omzet van DEME bedraagt 2.419,7 miljoen euro, een stijging met 2,5% tegenover het vorige boekjaar. Volgens de economische benadering zou de omzet 2.586,9 miljoen euro (+2,2%) bedragen.

Terwijl de eerste fase van de baggerwerken in Yamal met succes is voltooid in oktober 2014, vorderen de werven van Wheatstone en New Doha Port snel: aan het begin van het boekjaar 2015 zouden deze voltooid moeten zijn.

In Egypte is DEME gestart met het verbreden en het uitdiepen van het Suezkanaal. De rest van Afrika kende eveneens een zeer drukke activiteit, met verscheidene projecten in uitvoering in Ghana en Nigeria.

Op het gebied van de hernieuwbare energie heeft GeoSea de realisatie van een groot aantal projecten voortgezet, waaronder de plaatsing van 80 windturbines in de Oostzee.

Evolutie van de activiteit per specialisatie (economische benadering)

In % 2014 2013
Capital dredging 55% 50%
Maintenance dredging 11% 11%
Fallpipe en landfalls 9% 9%
Environment 7% 7%
Marine works 18% 23%
Totaal 2.587 2.532

Evolutie van de activiteit per geografisch gebied (economische benadering)

In % 2014 2013
Europa (EU) 34% 43%
Europa (niet-EU) 7% 2%
Afrika 14% 9%
Noord- en Zuid-Amerika 6% 5%
Azië en Oceanië 30% 31%
Midden-Oosten 8% 8%
India en Pakistan 1% 2%
Totaal 2.587 2.532

EBITDA en bedrijfsresultaat

De EBITDA bedraagt 443,6 miljoen euro tegenover 475,4 miljoen euro in 2013. Volgens de economische benadering zou hij met 14,6% gestegen zijn (501,5 miljoen euro of 19,4% van de economische omzet).

Het bedrijfsresultaat kent een sterke stijging naar 248,9 miljoen euro tegenover 206,8 miljoen euro in 2013.

Orderboek

De daling van het orderboek van DEME was verwacht, gezien het zeer hoge activiteitenniveau in Australië en Qatar. Tijdens het boekjaar heeft DEME niettemin verschillende belangrijke contracten binnengehaald, zowel in Rusland (Yamal), Egypte (Suezkanaal) en Zuid-Amerika als voor haar offshore activiteiten inzake windenergie.

DEME heeft eveneens in de twee eerste maanden van 2015 voor ongeveer 1,6 miljard euro nieuwe opdrachten binnengehaald (niet opgenomen in het orderboek op 31 december 2014).

Het gaat meer bepaald om fase 1 van de Tuas Terminal in Singapore, de onderhoudsbaggerwerken op de Schelde in België, de opspuiting van het schiereiland EKO Atlantic in Nigeria en diverse contracten in India en op La Réunion.

Investeringen en netto financiële schuld

De investeringen in het boekjaar bedroegen 165,4 miljoen euro. Naast de gekapitaliseerde kosten met betrekking tot het groot onderhoud en de herstelling van de schepen (in toepassing van IAS 16), bevat dit bedrag de omzetting van een operationele leasing in een financiële leasing voor één van de schepen.

GeoSea heeft in het tweede semester van 2014 ook een akkoord afgesloten met de Duitse onderneming Hochtief voor de aanschaf van haar offshore activa. Na afronding van deze transactie in het eerste semester van 2015, zal GeoSea 100% bezitten van de Innovation I, één van de grootste jack-up vaartuigen ter wereld. Daarnaast neemt GeoSea ook een aantal andere verplichtingen over met betrekking tot het personeel en andere activa. Deze zullen echter een beperkte impact hebben op de balans van DEME.

DEME heeft ook beslist te investeren in twee nieuwe ecologische vaartuigen om de offshore energiemarkt te bedienen. Deze zullen operationeel zijn in 2017. Het multipurpose-schip Living Stone zal worden ingezet voor steenbestortingswerken in diep water en voor de installatie van kabels in zee.

De tweede investering betreft een zelfvarend hefvaartuig (Apollo), dat de vloot van GeoSea zal versterken voor de installatie van windturbines op zee en in het kader van opdrachten voor de olieen gasindustrie, zoals de ontmanteling van olieplatformen.

In 2014 heeft geen enkele betaling plaatsgevonden met betrekking tot Living Stone, Apollo of de aanschaf van de offshore activa van Hochtief.

Momenteel worden andere investeringen bestudeerd.

Verder moet worden benadrukt dat DEME blijft investeren, maar tegelijkertijd overgaat tot de verkoop van oudere schepen.

De beduidende daling van de behoefte aan bedrijfskapitaal, samen met een belangrijke kasstroom uit de exploitatie, heeft bijgedragen tot de daling van de netto financiële schuld (126,8 miljoen euro ten opzichte van 533,5 miljoen euro op 31 december 2013). Volgens de economische benadering zou de netto financiële schuld van DEME 212,8 miljoen euro bedragen, een daling tegenover 498,5 miljoen euro op 31 december 2013. Ten gevolge van de in 2014 besliste investeringen, zal de netto financiële schuld van DEME op het einde van 2015 echter hoger zijn.

Herwerkingen DEME

Het nettoresultaat aandeel van de groep van DEME van 168,9 miljoen euro wordt verhoogd met 2,4 miljoen euro op het niveau van de consolidatie van CFE. Deze herwerking heeft voornamelijk betrekking op:

  • de in resultaatname van de afwikkeling van de bestaande hedges als gevolg van het verbreken van de hedgerelatie door de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen in DEME;
  • gedeeltelijk gecompenseerd door de bijkomende afschrijving op de herwaardering aan reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME als gevolg van de Purchase Price Allocation naar aanleiding van de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen in DEME.

Pool Contracting

Voorafgaandelijke opmerking

De raad van bestuur van CFE heeft beslist om een pool Contracting op te richten, die de activiteiten van bouw, multitechnieken en spoorinfra groepeert.

Kerncijfers

In miljoen euro 2014 2013 Evolutie
2014/2013
Omzet 1.073,3 971,0 +10,5%
Bedrijfsresultaat (**) -7,5 -29,5 +74,6%
Nettoresultaat aandeel van de groep -14,5 -37,7 +61,5%
Orderboek (***) 1.127,2 1.310,3 -14,0%

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

(**) Inclusief de resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

(***)Bedragen inclusief het orderboek van vennootschappen geïntegreerd door vermogensmutatie vanaf 1 januari 2014 ingevolge de toepassing van de boekhoudnorm IFRS 10 en 11.

Omzet

In miljoen euro 2014 2013 (*) Evolutie in %
Bouw 805,3 705,4 +14,2%
Burgerlijke bouwkunde 116,3 137,2 -15,2%
Gebouwen Benelux 523,1 442,5 +18.2%
Gebouwen Internationaal 165,9 125,7 +32,0%
Multitechnieken en Spoorinfra 268,0 265,6 +0,9%
Totaal Contracting 1.073,3 971,0 +10,5%

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

De omzet gaat in sterk stijgende lijn. Binnen de pool zien we echter sterk uiteenlopende evoluties:

  • daling van de activiteit burgerlijke bouwkunde,
  • stijging van de activiteit Gebouwen in de Benelux bij de meeste dochterondernemingen en meer bepaald bij CLE, BPC Brabant en BPC Wallonië,
  • een drukke activiteit in Polen en in Tsjaad, gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de activiteit in Hongarije en Algerije, en
  • een verhoogde omzet voor VMA en Nizet/Ecotech.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat (-7,5 miljoen euro ten opzichte van -29,5 miljoen euro in 2013) herstelt zich merkbaar, maar blijft negatief.

Dit verlies is te wijten aan:

  • de herstructurering van de activiteiten in Hongarije,
  • de problemen op een werf in Nigeria,
  • de uitvoering van enkele moeilijke werven in Brussel,
  • onvoldoende activiteit voor burgerlijke bouwkunde.

Onder impuls van VMA, ENGEMA en Stevens is de activiteit Multitechnieken en Spoorinfra echter opnieuw winstgevend ondanks de reorganisatie van twee verlieslatende filialen.

In het dossier van de Antwerpse Ring (Oosterweelverbinding) heeft het Vlaams Gewest uiteindelijk beslist om de werken op Linkeroever en de tunnel onder de Schelde niet aan Noriant te gunnen. Deze beslissing gaat gepaard met de betaling aan Noriant van een forfaitaire vergoeding van 42,3 miljoen euro in februari 2015.

Overdracht van de wegenbouwactiviteiten van Aannemingen Van Wellen

Op 25 februari 2015 heeft CFE haar participatie in Aannemingen Van Wellen NV verkocht aan ASWEBO, het wegenfiliaal van de groep Willemen. Voorafgaand aan deze overdracht werd de divisie "Gebouwen" van Aannemingen Van Wellen overgedragen aan een dochtervennootschap van de groep. Sinds 1 december 2014 is ze actief in Vlaanderen onder het commerciële merk "Atro Bouw".

De op ongeveer 10 miljoen euro geschatte meerwaarde van de overdracht zal in het eerste semester van 2015 worden erkend.

Orderboek

In miljoen euro 31 december
2014
31 december
2013
Evolutie in %
Bouw 945,3 1.077,4 -12,3%
Burgerlijke bouwkunde 169,3 200,6 -15,6%
Gebouwen Benelux 651,0 640,0 +1,7%
Gebouwen Internationaal 125,1 236,8 -47,2%
Multitechnieken en Spoorinfra 181,8 232,9 -21,9%
Totaal Contracting 1.127,2 1.310,3 -14,0%

De volgende grote tendensen kunnen worden vastgesteld:

  • moeilijke hernieuwing van het orderboek voor de burgerlijke bouwkunde, op een markt waar de volumes terugvallen en de prijzen uiterst competitief blijven;
  • lichte stijging van het orderboek voor Gebouwen in de Benelux, na een historische stijging in 2013. De divisie heeft een groot aantal opdrachten binnengehaald in 2014, waaronder de winkelcentra "Docks Bruxsel" en "Grand Pré" (BPC Brabant en BPC Hainaut), de Galerie Kons in Luxemburg (CLE), het hoofdkantoor van Axa in Brussel (CFE Brabant) en tal van scholen in het kader van PPS "Scholen van Morgen" op initiatief van de Vlaamse Gemeenschap (MBG en Atro Bouw);
  • beduidende daling van het orderboek in Afrika, door een grotere selectiviteit in de keuze van de projecten en na de verkoop van het contract voor Toukra II (Tsjaad) aan onze lokale partner. CFE wenst haar aanwezigheid in dit land te beperken zolang de openstaande vorderingen op de overheid niet aanzienlijk zijn verminderd. De inning van deze vorderingen vormt een grote uitdaging voor 2015;
  • daling van het orderboek voor de divisie Multitechnieken en Spoorinfra na de overdracht van de wegenbouwactiviteiten van Aannemingen Van Wellen.

Pool Vastgoedontwikkeling

Kerncijfers

In miljoen euro 2014 2013 (*) Evolutie
2014/2013
Omzet 45,6 18,8 +142,6%
Bedrijfsresultaat (incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures) 7,1 3,7 +91,9%
Nettoresultaat aandeel van de groep 4,3 1,8 +138,9%

Evolutie van het vastgoedbestand

In miljoen euro 31 december
2014
31 december
2013 (*)
Commercialiseringsbestand 16 18
Bouwbestand 57 61
Ontwikkelingsbestand 61 77
Totaal 134 156

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

Vastgoedbestand

De overdracht van het kantoorgebouw van het project Belview en de verdere commercialisering van de residentiële projecten Belview en Oosteroever in België, Greenhill en Edengreen in Luxemburg en Ocean's Four en Wola in Polen hebben het vastgoedbestand verlaagd.

In Polen heeft BPI voor het eerst een grondpositie gekocht in het centrum van Wroclaw, om er een woon- en winkelproject te ontwikkelen.

Het boekjaar 2014 werd eveneens gekenmerkt door de start van de commercialisering van het project Ernest in Elsene en door het verkrijgen van de verkavelingvergunningen voor twee grote projecten (Erasmus Gardens in Anderlecht en fase 2 van Les Hauts Prés in Ukkel).

In juli 2014 hebben CFE en haar copromotors de verkoop van het Luxemburgse project "Galerie Kons" aan een institutionele investeerder bekendgemaakt. De overdracht heeft geen invloed op de resultaatrekening van 2014, aangezien ze plaatsvond onder voorbehoud van de in 2016 voorziene oplevering van het gebouw.

Nettoresultaat

Ondanks een waardevermindering op een grondpositie in het Groothertogdom Luxemburg, kent het nettoresultaat aandeel van de groep een stijging van 138,9% ten opzichte van het vorige boekjaar.

Pool PPS – Concessies

Kerncijfers

In miljoen euro 2014 2013 (*) Evolutie
2014/2013
Omzet 0,8 0,7 +14,3%
Bedrijfsresultaat (incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures) 2,5 0,7 +257,1%
Nettoresultaat aandeel van de groep 2,2 0,9 +144,4%
Orderboek 2,6 0,0 -

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat van de pool stijgt dankzij de goede prestaties van Rent-A-Port, dat de ontwikkeling van haar activiteiten in Vietnam verder zet en samen met haar partners verschillende uitbreidingen van de concessie in het havengebied van Dinh Vu heeft verkregen.

In de Benelux zijn de vier DBFM-projecten van de portefeuille voortaan in de onderhoudsfase. Ze dragen positief bij tot het resultaat van de pool. De deelneming van CFE in de parking in Turnhout werd op het einde van het boekjaar verkocht aan onze partner.

Verscheidene projecten worden bestudeerd, zoals de ring rond Ronse (België) en de bouw van de sluis in IJmuiden (Nederland).

3. Samenvatting van de resultaten

3.A.1. Geconsolideerde staat van het globaal resultaat

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2014
(DEME aan 100%)
2013 (*)
(DEME aan 50%)
Omzet 3.510.548 984.883
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 80.518 71.641
Aankopen -2.093.355 -739.730
Bezoldigingen en sociale lasten -583.211 -209.278
Andere exploitatiekosten -449.834 -124.327
Afschrijvingskosten -243.746 -14.439
Bedrijfscombinaties – aanschaf DEME - 111.624
Waardevermindering van goodwill – DEME - -207.411
Waardevermindering van goodwill – Overige -521 -3.795
Bedrijfsresultaat op activiteit 220.399 -130.832
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures 20.124 51.356
Bedrijfsresultaat 240.523 -79.476
Financieringskosten -31.909 -143
Overige financiële lasten en opbrengsten 16.156 -2.551
Financieel resultaat -15.753 -2.694
Resultaat vóór belastingen 224.770 -82.170
Winstbelastingen -65.249 -5.793
Resultaat van het boekjaar 159.521 -87.963
Minderheidsbelangen 357 6.728
Resultaat – aandeel van de groep 159.878 -81.235
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2014
(DEME aan 100%)
2013 (*)
(DEME aan 50%)
Resultaat van het boekjaar 159.521 -87.963
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde -8.750 10.397
Omrekeningsverschillen -2.126 -3.590
Uitgestelde belastingen 2.974 -3.534
Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen worden 0 7.902
Andere elementen van het globaal resultaat die later geherklasseerd zullen worden naar het
resultaat, na belastingen
-7.902 11.175
Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen -2.676 -3.538
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet geherklasseerd zullen worden
naar het resultaat, na belastingen
-2.676 -3.538
Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen
worden opgenomen
-10.578 7.637
Globaal resultaat 148.943 -80.326
- aandeel van de groep 149.586 -73.544
- aandeel van de minderheidsbelangen -643 -6.782
Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 6,32 -3,21
Globaal resultaat aandeel groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 5,91 -2,91

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

3.A.2. Geconsolideerde staat van de financiële toestand

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2014
(DEME aan 100%)
2013 (*)
(DEME aan 100%)
Immateriële vaste activa 98.491 105.500
Goodwill 177.082 177.003
Materiële vaste activa 1.503.275 1.563.351
Vastgoedbeleggingen 0 0
Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 159.290 155.877
Overige financiële vaste activa 109.341 115.396
Langlopende afgeleide instrumenten 674 612
Overige vaste activa 20.006 10.725
Uitgestelde belastingsvorderingen 115.322 120.428
Totaal vaste activa 2.183.481 2.248.892
Voorraden 105.278 116.012
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.082.504 1.106.034
Overige vlottende activa 104.554 100.781
Kortlopende afgeleide instrumenten 0 0
Financiële vlottende activa 4.687 6.447
Vaste activa aangehouden voor verkoop 31.447 0
Geldmiddelen en kasequivalenten 703.501 437.334
Totaal vlottende activa 2.031.971 1.766.608
Totaal van de activa 4.215.452 4.015.500
Boekjaar afgesloten op 31 december 2014 2013 (*)
(duizend euro) (DEME aan 100%) (DEME aan 100%)
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 488.890 358.124
Toegezegde doelpensioenplannen -8.350 -5.782
Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten -6.127 -351
Omrekeningsverschillen -2.124 -176
Eigen vermogen – aandeel van de groep CFE 1.313.627 1.193.153
Minderheidsbelangen 7.238 8.064
Eigen vermogen 1.320.865 1.201.217
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 41.806 40.543
Voorzieningen 40.676 25.655
Andere langlopende verplichtingen 80.665 92.898
Obligatieleningen 306.895 208.621
Financiële schulden 378.065 496.654
Langlopende afgeleide instrumenten 12.922 16.352
Uitgestelde belastingverplichtingen 139.039 144.505
Totaal langlopende verplichtingen 1.000.068 1.025.228
Voorzieningen voor courante risico's 48.447 48.181
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 1.099.309 983.806
Actuele belastingverplichtingen 80.264 65.855
Financiële schulden 206.671 346.118
Kortlopende afgeleide instrumenten 24.948 16.499
Passiva aangehouden voor verkoop 19.164 0
Andere kortlopende verplichtingen 415.716 328.596
Totaal kortlopende verplichtingen
Totaal eigen vermogen en verplichtingen
1.894.519
4.215.452
1.789.055
4.015.500

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11, en herwerkt ingevolge de toewijzing van de goodwill als gevolg van de verwerving van een bijkomende participatie van 50% in DEME, in toepassing van IFRS 3 – Groepering van Ondernemingen.

3.A.3. Commentaar op de geconsolideerde staat van de financiële toestand, de kasstromen en de investeringen

De financiële structuur van CFE werd in 2014 verder versterkt: na uitkering van het dividend voor het boekjaar 2013 (29,1 miljoen euro) bedraagt het eigen vermogen 1.320,9 miljoen euro tegenover 1.201,2 miljoen euro op 31 december 2013.

De netto financiële schuld(*) bedraagt 188,1 miljoen euro op 31 december 2014, wat, bij gelijkaardige boekhoudprincipes, een daling betekent van 426 miljoen euro in vergelijking met 31 december 2013. Deze schuld is opgesplitst in enerzijds een langetermijnschuld van 685 miljoen euro, en, anderzijds, een positieve nettothesaurie op korte termijn van 497 miljoen euro.

CFE beschikt, op haar niveau, voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde kredietlijnen op middellange termijn ten belope van 125 miljoen euro, waarvan 65 miljoen euro op 31 december 2014 niet wordt gebruikt. De "bankcovenanten" worden zowel door CFE als door DEME nageleefd.

(*) De netto financiële schuld houdt geen rekening met de reële waarde van de afgeleide producten, die op 31 december 2014 een passief van 37,2 miljoen euro vertegenwoordigt.

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2014
(DEME aan 100%)
2013 (*)
(DEME aan 50%)
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 606.725 -104
Kasstromen uit investeringsactiviteiten -163.607 -18.360
Aanschaf DEME 0 317.911
Kasstromen uit financieringsactiviteiten 177.548 -6.420
Netto toename/afname van de liquide middelen 265.570 293.027
Eigen vermogen aandeel van de groep bij opening 1.193.153 524.612
Eigen vermogen aandeel van de groep bij sluiting 1.313.627 1.193.153
Nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar 159.878 7.929 (**)
ROE 13,4% 1,5% (***)

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

(**) Nettoresultaat aandeel van de groep vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging van 2013 en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp vormen van de inbreng en de kapitaalsverhoging.

(***)ROE berekend op het nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar (vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging van 2013 en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalsverhoging).

3.A.4. Geconsolideerde staat van het eigen vermogen voor de periode afgesloten op 31 december 2014

(duizend euro) Kapitaal Uitgifte
premie
Inge
houden
winsten
Toegezegde
pensioen
plannen
Reserve af
dekkings
instrumen
ten
Omreke
ningsver
schillen
Eigen
vermogen
– aandeel
van de
groep
Minder
heids
belangen
Totaal
December 2013 (*) 41.330 800.008 358.124 (5.782) (351) (176) 1.193.153 8.064 1.201.217
Globaal resultaat van
het boekjaar
159.878 (2.568) (5.776) (1.948) 149.586 (643) 148.943
Dividenden aan
aandeelhouders
(29.112) (29.112) (29.112)
Dividenden
minderheidsbelangen
(2.329) (2.329)
Wijziging
consolidatiekring
2.146 2.146
December 2014 41.330 800.008 488.890 (8.350) (6.127) (2.124) 1.313.627 7.238 1.320.865

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

3.A.5. Kerncijfers per aandeel

31 december 2014 31 december 2013 (*)
Totaal aantal aandelen 25.314.482 25.314.482
Resultaat uit de gewone bedrijfsoefening na aftrek van de netto financiële lasten,
per aandeel
8,88 0,54 (**)
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel 6,32 -3,21 (***)

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

(**) Bedragen vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalsverhoging.

(***)Bedragen na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalsverhoging.

3.B.1. Resultaat CFE NV (volgens Belgische normen)

(in duizend euro) 2014 2013
Bedrijfsopbrengsten 376.996 381.040
Bedrijfsresultaat 505 -32.389
Netto financieel resultaat 47.561 16.974
Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 48.066 -15.415
Uitzonderlijke opbrengsten 4 124
Uitzonderlijke kosten -11.131 -9.376
Resultaat vóór belastingen 36.939 -24.667
Belastingen 113 -33
Resultaat van het boekjaar 37.052 -24.700

3.B.2. Balans CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen)

(in duizend euro) 31 december 2014 31 december 2013
Activa
Vaste activa 1.408.686 1.403.091
Vlottende activa 330.753 289.147
Totaal van de activa 1.739.439 1.692.238
(in duizend euro) 31 december 2014 31 december 2013
Passiva
Eigen vermogen 1.129.891 1.148.532
Voorzieningen voor risico's en kosten 61.553 54.738
Schulden op lange termijn 113.439 308
Schulden op korte termijn 434.556 488.660
Totaal van de passiva 1.739.439 1.692.238

4. Informatie over de vooruitzichten

De perspectieven blijven gunstig voor de pool Baggerwerken en milieu, terwijl het herstel van de Contracting activiteiten zich voort zet in 2015.

5. Nieuwe organisatie

De raad van bestuur van CFE heeft beslist om een pool Contracting op te richten, die de activiteiten van bouw, multitechnieken en spoorinfra groepeert. Er zal ook een hergroeperingsproces voor de vastgoedontwikkelingsactiviteiten worden gestart, waarvan BPI de moedermaatschappij zal worden.

Daarnaast heeft de raad van bestuur van CFE, in overeenstemming met Renaud Bentégeat, beslist om Piet Dejonghe aan te stellen als tweede gedelegeerd bestuurder.

Renaud Bentégeat zal CFE naar de buitenwereld blijven vertegenwoordigen. Hij zal de opvolging van DEME, Rent-A-Port en de activiteiten voor vastgoedontwikkeling waarnemen alsook de activiteiten van CFE International leiden, zowel in Centraal-Europa, Afrika als Sri Lanka.

Piet Dejonghe zal verantwoordelijk zijn voor de pool Contracting. In dit kader zal hij een aantal transversale projecten leiden met het oog op de verbetering van de operationele uitmuntendheid van de Contracting activiteiten.

6. Vergoeding van het kapitaal

De raad van bestuur van CFE NV stelt aan de algemene vergadering van 7 mei 2015 de uitkering voor van een brutodividend per aandeel van 2,00 euro. Dit komt overeen met 1,50 euro netto en een uitkering van 50.628.964 euro.

B. Verklaring van corporate governance

1. Corporate Governance

De vennootschap neemt de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode aan.

Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).

Het corporate governance charter werd op 26 februari 2015 gewijzigd om:

• het aantal polen te wijzigen van 6 naar 4, namelijk Baggerwerken en milieu, Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-Concessies;

  • deel V van het charter te wijzigen om rekening te houden met de benoeming van een tweede gedelegeerd bestuurder;
  • verscheidene kleine aanpassingen aan te brengen.

Voor CFE reikt corporate governance bovendien verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedragsen besluitvormingsethiek en op een diep verankerde corporate governance-cultuur.

2. Samenstelling van de raad van bestuur

Op 31 december 2014 bestaat de raad van bestuur van CFE uit dertien leden, die op de onderstaande data in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de respectievelijke gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:

Infunctietreding Vervaljaar van
het mandaat
C.G.O. NV, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois (*) 06.05.2010 2016
Renaud Bentégeat (**) 18.09.2003 2017
Piet Dejonghe (***) 24.12.2013 2017
Luc Bertrand 24.12.2013 2017
John-Eric Bertrand 24.12.2013 2017
Jan Suykens 24.12.2013 2017
Koen Janssen 24.12.2013 2017
Alain Bernard 24.12.2013 2017
Philippe Delusinne 07.05.2009 2016
Christian Labeyrie 06.03.2002 2016
Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert 06.05.2010 2016
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais 03.05.2007 2015
Jan Steyaert 07.05.2009 2016

(*) Philippe Delaunois was van 5 mei 1994 tot 6 mei 2010 ten persoonlijke titel bestuurder van CFE

(***)Tweede gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur sinds

15 januari 2015

(**) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur

2.1. Mandaten en functies van de bedrijfsmandatarissen

Bestuurders

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de dertien bestuurders op datum van 31 december 2014

C.G.O. NV, vertegenwoordigd
door Philippe Delaunois
Voorzitter van de raad van bestuur
Bestuurder
CFE,
Hermann-Debrouxlaan, 40-42
B-1160 Brussel
Philippe Delaunois, geboren in 1941, is burgerlijk ingenieur staal van de Faculté Polytechnique te
Bergen, commercieel ingenieur van de Université de l'État te Bergen en heeft een diploma van de
Harvard Business School.
Hij oefende het grootste deel van zijn carrière uit in de staalindustrie en was tot 1999 gedelegeerd
bestuurder en directeur-generaal van Cockerill-Sambre.
Officier in de Leopoldsorde en Ridder van het Erelegioen, in 1989 verkozen tot manager van het jaar,
voorzitter van de Union Wallonne des Entreprises tussen 1990 en 1993, en sinds 1990 ereconsul van
Oostenrijk voor Henegouwen en Namen.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van SABCA
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Integrale, gemeenschappelijke verzekeringskas
Bestuurder van CLi
Bestuurder van CLE
Bestuurder van DEME
Bestuurder van ETEC
Bestuurder van de Grotten van Han
Bestuurder van Nethys
Bestuurder van G-TEC
c- verenigingen:
Bestuurder van vzw Europalia
Bestuurder van vzw Leopoldsorde
Bestuurder van de Muziekkapel Koningin Elisabeth

Renaud Bentégeat CFE, Hermann-Debrouxlaan, 40-42 B-1160 Brussel Gedelegeerd Bestuurder Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Études Politiques van Bordeaux. Hij startte zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC). Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij gedelegeerd bestuurder van CFE. Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk). Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van CFE b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Amatro Bestuurder van Bavière Developpement Bestuurder van Bizerte CAP 3000 Bestuurder van CFE BBW Bestuurder van CLi Bestuurder van IFC Bestuurder van CFE Polska Bestuurder van CIW Bestuurder van CLE Bestuurder van CM Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port-Energy Bestuurder van Promotion Léopold Bestuurder van SFE Bestuurder van Sogech Lid van de Raad van Toezicht van CFE Hongarije c- verenigingen: Voorzitter van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van de Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken (ADEB-VBA) Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk Bestuurder van CCI France International

Piet Dejonghe Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde een licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat bedrijfsbeheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA in Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group. Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Groep Flo b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Distriplus Voorzitter van de raad van bestuur van Trasys Group Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Financière Groupe Duval Bestuurder van Brinvest Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van Financière Flo Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van GB-INNO-BM Bestuurder van Ligno Power Bestuurder van GIB Corporate Services Bestuurder van Baloise Belgium Bestuurder van Holding Groupe Duval c- verenigingen: Vice-Voorzitter van de raad van bestuur van SOS Kinderdorpen België

Gedelegeerd bestuurder sinds 15 januari 2015

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Luc Bertrand

Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Lid van het benoemings- en remuneratiecomité

Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. In 1985 werd hij benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren, waar hij sinds 1986 in functie is.

Uitgeoefende mandaten:

a- in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder en Voorzitter van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate Bestuurder van Atenor Group Bestuurder van Groep Flo Bestuurder van Sipef Bestuurder van Schroders b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van DEME Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis Voorzitter van de raad van bestuur van Sofinim Voorzitter van de raad van bestuur van Egemin International Voorzitter van de raad van bestuur van Tour & Taxis (Kon. Pakhuis, Openb. Pakhuis, Parking) Voorzitter van de raad van bestuur van Van Laere Bestuurder van AvH Coordination Center Bestuurder van Anfima Bestuurder van Axe Investments Bestuurder van Baarbeek Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Belfimas Bestuurder van BOS Bestuurder van Brinvest Bestuurder van Delen Investments CVA Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van DEME Coordination Center Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van de financiële Groep Duval Bestuurder van Holding Groupe Duval (FR) Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Leasinvest Immo Lux Sicav Bestuurder van Manuchar Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port Energy Bestuurder van Scaldis Invest Bestuurder van Tour & Taxis (Project T&T) Bestuurder van ING Belgium c- verenigingen: Voorzitter van Middelheim Promotors Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven Lid van de raad van bestuur van het Institut de Duve Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde Lid van de raad van bestuur van het Museum Mayer van den Bergh Voorzitter van Guberna (Belgian Governance Institute) Vice-Voorzitter van VOKA Lid van de raad van bestuur van INSEAD België Lid van de raad van bestuur van Vlerick Leuven Gent School Lid van de raad van bestuur van VKW Synergia

John-Eric Bertrand

Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Lid van het auditcomité vanaf 15 januari 2015

John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA in Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Sinds 1 september 2008 is hij Investment Manager bij Ackermans & van Haaren.

Uitgeoefende mandaten:

a- in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Sagar Cements b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Alfa Park Bestuurder van Egemin International Bestuurder van Egemin Bestuurder van Oriental Quarries & Mines Bestuurder van Van Laere Bestuurder van Bracht, Deckers & Mackelbert (BDM) Bestuurder van Assurances Continentales (Asco) Bestuurder van Holding Groupe Duval Bestuurder van AvH Resources India Bestuurder van de Groep Thiran Bestuurder van Telemond Holding Bestuurder van Henschel Engineering Bestuurder van Telehold Lid van het investeringscomité van Inventures c- verenigingen: Bestuurder van de Belgian Finance Club

Jan Suykens

Bestuurder

Ackermans & van Haaren
Begijnenvest, 113
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982)
en behaalde een MBA aan de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in
B- 2000 Antwerpen de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren
Bestuurder van Leasinvest Real Estate
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care
Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C.
Vice-Voorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank
Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg
Bestuurder van Corelio
Bestuurder van DEME
Bestuurder van Extensa Group
Bestuurder van Van Laere
Bestuurder van AvH Coordination Center
Bestuurder van Anfima
Bestuurder van T&T Koninklijk Pakhuis
Bestuurder van T&T Parking
Bestuurder van T&T Openbaar Pakhuis
Bestuurder van Profimolux
Bestuurder van Sofinim
Bestuurder van Leasinvest Immo Lux
Bestuurder van Mediacore
Bestuurder van JM Finn & Co (UK)
Bestuurder van Project TT
Bestuurder van ABK Bank
Bestuurder van Extensa
Koen Janssen Bestuurder
Ackermans & van Haaren
Begijnenvest, 113
B- 2000 Antwerpen
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU
Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking
en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, in dienst te treden bij Ackermans & van Haaren.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het uitvoerend comité van Ackermans & van Haaren
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Nationale Maatschappij der Pijpleidingen (NMP)
Bestuurder van DEME
Bestuurder van NMC
Bestuurder van Max Green
Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen
Bestuurder van Dredging International
Bestuurder van Ligno Power
Bestuurder van Napro (JV NMP-Air Products)
Bestuurder van Nitraco (JV NMP-Praxair)
Bestuurder van Quinten Matsys (dochter van NMP)
Bestuurder van Rent-A-Port
Bestuurder van Rent-A-Port Energy
Bestuurder van Canal Re (dochter van NMP)
Bestuurder van Sofinim Lux

Alain Bernard

DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht

Bestuurder

Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME.

Uitgeoefende mandaten:

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Lid van het steering committee van CFE
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Chief Executive Officer van DEME
  • Bestuurder van diverse filialen van DEME Bestuurder van Aquafin
  • c- verenigingen:
  • Koninklijke Belgische Redersvereniging, F.I.T. (Flanders Investment & Trade) Voorzitter van de "Belgian Dredging Association"
Philippe Delusinne Onafhankelijk bestuurder
RTL Belgium
Jacques Georginlaan, 2
B-1030 Brussel
Lid van het auditcomité
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het
ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière
bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij
Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief
executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL
Belgium.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van de Raad van Toezicht van M6
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium NV
Gedelegeerd bestuurder van Radio H
Gedelegeerd bestuurder van INADI NV
Gedelegeerd bestuurder van Cobelfra NV (Radio Contact)
CEO van RTL Belux NV & Cie SECS
Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux NV
Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium NV
Voorzitter van Home Shopping Service Belgium NV
Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van New Contact NV
Bestuurder van CLT-UFA NV
Bestuurder van het Agentschap Belga-Belgisch Perstelegraaf Agentschap
Bestuurder van MaRadio.be CVBA
Bestuurder van Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique
c- verenigingen:
Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België)
Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg
Voorzitter van vzw De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
Christian Labeyrie Bestuurder
VINCI
1, cours Ferdinand-de-Lesseps,
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het
uitvoerend comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990,
F-92851Rueil-Malmaison heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij begon
Cedex zijn carrière in de banksector.
Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas
Lid van het auditcomité (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme
d'Études Comptables Supérieures). Hij is ridder bij het Légion d'honneur en ridder in de Nationale
Orde van Verdienste.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het uitvoerend comité van VINCI
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Eurovia
Bestuurder van VINCI Deutschland
Bestuurder van ASF
Bestuurder van Escota
Bestuurder van Arcour
Bestuurder van het consortium Stade de France
Bestuurder van VFI
Bestuurder van Amundi Convertibles Euroland van de Groep Crédit Agricole Asset management
Lid van de Raad van de Banque de France – filiaal in Hauts-de-Seine

Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert

de Foestraetslaan, 33A B-1180 Brussel

Ciska BVBA Servais, vertegenwoordigd door Ciska

Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem

Voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité

Servais

Lid van het auditcomité Lid van het benoemings- en remuneratiecomité

Onafhankelijk bestuurder

Alfred Bouckaert, geboren in 1946, is licentiaat in de economische wetenschappen (KUL). Hij startte zijn carrière in 1968 als beursmakelaar bij JM Finn & Co in Londen. In 1972 trad hij in dienst bij Chase Manhattan Bank, waar hij verschillende commerciële functies en kredietfuncties uitoefende voordat hij commercial banking manager voor België werd. In 1984 werd hij genoemd tot general manager van Chase in Kopenhagen (Denemarken). Twee jaar later werd hij general manager en country manager van Chase in België. In 1989 werden de Belgische activiteiten van Chase Manhattan Bank verkocht aan Crédit Lyonnais. Alfred Bouckaert was verantwoordelijk voor de fusie van de Belgische operationele activiteiten van Chase en Crédit Lyonnais. In 1994 vroeg Crédit Lyonnais aan Alfred Bouckaert om de Europese activiteiten van de bank te leiden. In 1999 werd hij directeur van AXA Royale Belge. AXA benoemde hem ook tot country manager voor de Benelux. In 2005 werd hij algemeen directeur van de regio "Noord-Europa" (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Zwitserland). Van oktober 2006 tot mei 2010 was hij lid van het directiecomité van AXA en verantwoordelijk voor de activiteiten in de regio Noord-, Midden- en Oost-Europa. In april 2007 werd hij benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van AXA Belgium NV, een functie die hij heeft geoefend tot 27 april 2010. Van 2011 tot 2013 was hij voorzitter van de raad van bestuur van Belfius Bank & Verzekeringen.

Uitgeoefende mandaten:

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder en voorzitter van het investeringscomité van Mauritius Union Assurance (MUA),
  • Mauritius
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
    • Bestuurder van KBL Banque
    • Bestuurder van Mauritius Commercial Union Ltd.
    • Bestuurder van Vandemoortele
    • Bestuurder van Ventosia (sicav van de notarissen)
    • Bestuurder van Vesalius Biocapital II Arkiv
    • Voorzitter van First Retail International
  • Bestuurder en voorzitter van het risicocomité van KBL European Private Banker, Luxembourg c- verenigingen:
  • Bestuurder van de Franse kamer voor Handel en Nijverheid in België
    • Bestuurder van het Instituut de Duve (ICP)

Onafhankelijk bestuurder

Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries. Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991). Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op. Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie.

Uitgeoefende mandaten:

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Onafhankelijk bestuurder van MONTEA Comm. VA
  • Vicevoorzitter van de raad van MONTEA Comm. VA
  • Voorzitter van het remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA
  • Lid van het auditcomité van MONTEA Comm.VA
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Astrea bv cvba
Jan Steyaert Onafhankelijk bestuurder
Mobistar
Reyerslaan 70
B-1030 Brussel
Voorzitter van het auditcomité
Jan Steyaert, geboren in 1945, oefende het grootste deel van zijn carrière uit in de
telecommunicatiesector. Hij startte aanvankelijk bij een bedrijfsrevisor. In 1970 trad hij in dienst van
Telindus (beursgenoteerde vennootschap) en bekleedde achtereenvolgens de functie van CFO, CEO
en voorzitter van de raad van bestuur van Telindus Group en van zijn filialen. Hij heeft deze functie
bekleed tot en met 2006.
Sinds de oprichting van Mobistar (1995) is hij lid van de raad van bestuur en sinds 2003 voorzitter.
Hij is officier in de orde van Leopold II en werd bekroond met het kruis van ridder in de kroonorde.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Mobistar NV
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Portolani NV
Bestuurder van Automation NV
Bestuurder van CGT Consulting NV
Bestuurder van e-Novates NV
Bestuurder van Blue Corner NV
Bestuurder van 4iS NV
Lid van de adviesraad van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat
c- verenigingen:
Voorzitter van de Stichting en de raad van bestuur van het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle
Bestuurder van Anima Eterna vzw
Bestuurder van VVW vzw
Bestuurder van Jeugd en Muziek Brussel vzw

2.2. Beoordeling van de onafhankelijkheid van de bestuurders

Van de dertien leden van de raad van bestuur, op 31 december 2014, zijn er negen die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het gaat om:

  • Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder van de vennootschap
  • Alain Bernard, gedelegeerd bestuurder van DEME, voor 100% een filiaal van de vennootschap en lid van het steering committee van CFE.
  • Luc Bertrand, Jan Suykens, Piet Dejonghe, Koen Janssen en John-Eric Bertrand, die de controleaandeelhouder, Ackermans & van Haaren, vertegenwoordigen.
  • Christian Labeyrie, die VINCI Construction vertegenwoordigt als aandeelhouder voor 12,11%.
  • C.G.O. NV, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois, daar deze laatste meer dan drie opeenvolgende mandaten heeft uitgeoefend.

Op 31 december 2014 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door Ciska Servais, Jan Steyaert en Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert.

Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2014 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.

2.3. Situatie van de bedrijfsmandatarissen

Geen enkele bestuurder van CFE is (i) ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie, (ii) betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht van een emittent, of om betrokken te zijn bij het beheer van een emittent.

2.4. Belangenconflict

2.4.1. Gedragsregels

Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.

Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.

De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.

Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.

Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

2.4.2. Toepassing van de procedures

Voor zover CFE op de hoogte is, heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.

Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen.

2.5. Beoordeling van de raad van bestuur, van zijn comités en van de bestuurders

2.5.1. Beoordelingswijze

Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.

Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.

Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.

Hij beoordeelt ook of de besluitvorming en de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.

De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.

De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurder en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.

2.5.2. Beoordeling van de prestaties

Gelet op de formele beoordeling van de raad van bestuur met de steun van GUBERNA – het instituut voor Bestuurders op het einde van het boekjaar 2013, heeft de raad van bestuur beslist de volgende beoordeling tijdens het boekjaar 2015 te laten doorgaan.

3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités

3.1. De raad van bestuur

Rol en bevoegdheden van de raad van bestuur

Rol van de raad van bestuur

De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.

De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te aanvaarden.

De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en –management.

De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en aan de eerbiediging van de diversiteit binnen de vennootschap.

De raad van bestuur valideert de begroting, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.

De raad van bestuur:

  • keurt het door de directie opgestelde algemene kader van interne controle en risicobeheer goed en beoordeelt de toepassing ervan
  • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de financiële staten te garanderen
  • houdt toezicht op de prestaties van de commissaris
  • beoordeelt de prestaties van de gedelegeerd bestuurders
  • waakt erover dat de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur op een efficiënte manier werken.

Bevoegdheden van de raad van bestuur

(i) Algemene bevoegdheden van de raad van bestuur

Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.

Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.

(ii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake kapitaalsverhoging (toegestaan kapitaal)

De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 EUR exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden van de kapitaalsverhoging en meer bepaald de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen waaronder de inschrijvingsprijs.

Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalsverhoging met uitgifte van aandelen op basis van het boekhoudkundige pari.

Deze toelating vervalt vijf jaar na de datum van publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014. Aangezien de publicatie voorzien is op 12 mei 2015, zal deze toelating op 13 mei 2020 verstrijken.

(iii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de verwerving van eigen aandelen

De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om eigen aandelen van CFE aan te kopen. De nominale waarde of, bij gebrek daaraan, het boekhoudkundige pari van de te verwerven aandelen mag niet meer bedragen dan 20% van het onderschreven maatschappelijk kapitaal dat 8.265.896,4 EUR bedraagt. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan een minimumprijs per aandeel overeenstemmend met de laagste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, verminderd met tien procent (10%) en tegen een prijs die gelijk is aan een maximumprijs per aandeel overeenstemmend met de hoogste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, vermeerderd met tien procent (10%). Deze toelating vervalt op 23 mei 2019.

Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.

(iv) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake uitgifte van obligaties.

Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.

Werking van de raad van bestuur

De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.

De vergaderingen van de raad van bestuur

De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist. Zo heeft de raad het aantal vergaderingen en de duur verhoogd, waarbij sommige gedeeltelijk werden gewijd aan de inspectie van projecten in aanbouw.

In 2014 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is zeven keer samengekomen.

De raad van bestuur heeft meer bepaald:

  • de jaarrekening van boekjaar 2013 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2014 goedgekeurd
  • het budget voor 2014 en de actualisaties ervan onderzocht
  • het budget voor 2015 onderzocht
  • de financiële toestand van CFE en de evolutie van de schuldenlast en de behoefte aan bedrijfskapitaal doorgelicht
  • de evolutie van het uitstaand vastgoedbedrag onderzocht en beslist tot de aankoop van nieuwe projecten
  • beslist tot de overdracht aan een derde van de NV Aannemingen Van Wellen

  • op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten en de premies voor de in 2014 in functie zijnde gedelegeerd bestuurder en de directiekaders

  • beslist, op voorstel van het benoemings- en renumeratiecomité, om vanaf 15 januari 2015 een tweede gedelegeerd bestuurder te benoemen.

Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, geeft volgende tabel aan hoe vaak de bestuurders in boekjaar 2014 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.

Bestuurders Aanwezigheid/aantal
vergaderingen
C.G.O. NV, vertegenwoordigd door
Philippe Delaunois
7/7
Renaud Bentégeat 7/7
Luc Bertrand 7/7
Piet Dejonghe 6/7
Jan Suykens 7/7
Koen Janssen 7/7
John-Eric Bertrand 7/7
Christian Labeyrie 7/7
Philippe Delusinne 6/7
Consuco NV, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert
7/7
Ciska Servais BVBA,
vertegenwoordigd door Ciska Servais
7/7
Jan Steyaert 7/7
Alain Bernard 6/7

Fabien De Jonge werd aangesteld als secretaris van de raad van bestuur. In die hoedanigheid heeft hij in 2014 deelgenomen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.

Besluitvorming binnen de raad van bestuur

Behoudens in gevallen van overmacht te wijten aan oorlog, onlusten of andere publieke calamiteiten kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.

De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk.

De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee volmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.

Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de raad van bestuur doorslaggevend.

Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.

De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt.

Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

3.2. Het benoemings- en remuneratiecomité

Op 31 december 2014 bestond dit comité uit:

  • Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, voorzitter (*)
  • Luc Bertrand
  • Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert (*)

Op 22 januari 2014 heeft de raad van bestuur Luc Bertrand benoemd tot lid van het benoemings- en remuneratiecomité.

In 2014 heeft dit comité vijfmaal vergaderd.

Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:

  • de vaste en variabele remuneratie van de gedelegeerd bestuurder
  • de vaste en variabele remuneratie van de leidinggevende
  • kaderleden • het remuneratiejaarverslag (Wetboek van 6 april 2010)
  • de bezoldigingen van de bestuurders
  • de benoeming van een tweede gedelegeerd bestuurder

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2014 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal
vergaderingen
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd
door Ciska Servais, voorzitter (*)
5/5
Luc Bertrand 5/5
Consuco NV, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert (*)
5/5

(*) onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemingsen remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

3.3. Het auditcomité

Op 31 december 2014 bestond dit comité uit:

  • Jan Steyaert, voorzitter (*)
  • Philippe Delusinne (*)
  • Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert (*)
  • Piet Dejonghe
  • Christian Labeyrie

Op 22 januari 2014 heeft de raad van bestuur Piet Dejonge en Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert, benoemd tot leden van het auditcomité.

Op 15 januari 2015 is Piet Dejonghe vervangen door John-Eric Bertrand.

De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.

Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen.

Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij oefende verschillende beroepsactiviteiten uit, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van de heer Jan Steyaert op boekhoud- en auditvlak.

Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.

Dit comité heeft in boekjaar 2014 viermaal vergaderd.

Het comité heeft:

  • de jaarrekening van 2013 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2014 onderzocht
  • eind maart en eind september 2014 de driemaandelijkse jaarrekening onderzocht
  • het ontwerp van het budget 2015 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad van bestuur
  • het IT-auditverslag onderzocht
  • de interne audit uitgevoerd
  • de verslagen van de interne auditor onderzocht
  • de organisatie van de financiële directie onderzocht
  • de evolutie van de thesaurie van de groep onderzocht

Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in boekjaar 2014 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal
vergaderingen
Jan Steyaert (*) 4/4
Philippe Delusinne (*) 4/4
Piet Dejonghe 4/4
Consuco NV, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert (*)
4/4
Christian Labeyrie 4/4

Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

4. Aandeelhouderschap

4.1. Kapitaal en structuur van het aandeelhouderschap

Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 EUR, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van de nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.

De aandelen blijven nominatief tot op het ogenblik van volledige volstorting. Wanneer het bedrag volledig volgestort is kunnen de aandelen omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.

Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische vorm en op papier bijgehouden. Het beheer van het elektronische register is toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK NV).

De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, zijn de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op het initiatief van hun houders waren omgezet, automatisch gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geboekt.

Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

De wet bepaalt dat vanaf 1 januari 2015 de aandelen waarvan de rechthebbende zich niet heeft bekendgemaakt op de dag van de verkoop automatisch worden verkocht. De voorwaarden van deze verkopen worden gespecificeerd in een koninklijk besluit tot uitvoering van 25 juli 2014. Op 1 januari 2015 bedroeg het aantal "niet-erkende" aandelen CFE 19.695.

Een aan de verkoop voorafgaande kennisgeving waarin aan de rechthebbende wordt gevraagd zijn rechten op de aandelen op te eisen, zal worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op de website van Euronext Brussels waar de aandelen verkocht zullen worden.

De verkoop kan pas geschieden na het verstrijken van minimum een maand en maximum drie maanden na de bekendmaking van het bericht op de website van Euronext Brussels en in functie van de kalender van de Beursdagen.

Krachtens de toelating die hij op grond van artikel 14bis van de statuten van CFE heeft verkregen en binnen de grenzen van deze toelating, heeft de raad van bestuur beslist om het geheel van de te koop aangeboden "niet-erkende" aandelen te kopen.

De opbrengst van de verkoop moet onmiddellijk worden gedeponeerd bij de Deposito- en Consignatiekas in de vorm van een vrijwillige neerlegging en na aftrek van bepaalde beperkte kosten gemaakt door CFE.

De aandeelhouders zullen zich kunnen bekendmaken bij de Deposito- en Consignatiekas. De teruggave door de Kas van de bedragen afkomstig van de verkoop zal ten vroegste beginnen op 1 januari 2016. De persoon die een teruggave vraagt is een boete verschuldigd, die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave. Dit betekent dat na 2025 de desbetreffende aandelen waardeloos zullen worden voor hun houder.

Op 1 januari 2026 worden de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat toegekend.

Op 31 december 2014 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:

- aandelen op naam 18.404.946
- gedematerialiseerde aandelen 6.909.536
TOTAAL 25.314.482

Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:

Ackermans & van Haaren NV
Begijnenvest, 113
B-2000 Antwerpen
15.289.521 aandelen
of 60,40%
VINCI Construction SAS
5, cours Ferdinand-de-Lesseps
F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
(Frankrijk)
3.066.440 aandelen
of 12,11%

In de loop van het boekjaar 2014 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.

4.2. Effecten die bijzondere controlerechten inhouden

Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.

4.3. Stemrecht

Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.

Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.

Sinds 1 januari 2008 wordt de uitoefening van elk recht verbonden aan de fysieke effecten aan toonder opgeschort tot ze worden ingeschreven op een effectenrekening of in het register van aandeelhouders.

4.4. Uitoefening van de rechten van de aandeelhouders

De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elke oproepingsbericht tot een algemene vergadering.

De gewone algemene vergadering heeft, overeenkomstig de statuten, op 30 april 2014 plaatsgevonden. Deze algemene vergadering heeft o.a. de jaarrekeningen van de vennootschap voor het boekjaar, afgesloten op 31 december 2013, goedgekeurd, samen met de hernieuwing van het bestuursmandaat van de C.G.O NV, vertegenwoordigd door Philippe Delusinne en van Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert met een termijn van twee jaar.

Een buitengewone algemene vergadering heeft bovendien op 30 april 2014 plaatsgevonden en heeft o.a. i) de vernieuwing van de kapitaalsverhoging binnen de grenzen van het toegelaten maatschappelijk kapitaal, ii) de vernieuwing van de aan de raad van bestuur toegekende toelating om eigen aandelen te verwerven en iii) diverse wijzigingen van de statuten goedgekeurd.

De samenvatting van de algemene en buitengewone algemene vergaderingen kunnen geraadpleegd worden op de website van het bedrijf (www.cfe.be).

5. Interne controle

5.A. Interne controle en risicobeheer

5.A.1. Inleiding

5.A.1.1. Definitie – referentiesysteem

"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Ze draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.

Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:

  • de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bijv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.);
  • de betrouwbaarheid van financiële en niet-financiële informatie (bijvoorbeeld: opstellen van de financiële staten, van het jaarverslag, enz.);
  • de naleving van de wetten, reglementen en andere teksten (bijv. de statuten, enz.)."

(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance – versie 10/01/2011 pagina 8)

Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.

5.A.1.2. Toepassingsdomein van de interne controle

De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.

Voor het boekjaar 2014 is voor de specifieke gevallen van Rent-A-Port, Rent-A-Port Energy en Groep Terryn, de raad van bestuur van elk van deze vennootschappen verantwoordelijk voor haar interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.

Secties 5A.2 tot 5A.5 zijn alleen van toepassing op CFE NV en haar dochtervennootschappen met uitsluiting van de bovengenoemde drie dochtervennootschappen en van DEME, waaraan een eigen hoofdstuk is gewijd (sectie 5.A.6).

5.A.2. Organisatie van de interne controle

5.A.2.1. Handelings- en gedragsprincipes

De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke profitcenter verantwoordelijke de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-Concessies.

De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in het kader van een algemene richtlijn en in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:

  • strikte naleving van de gemeenschappelijke regels van de groep inzake verbintenissen, risiconemingen, afsluitingen van bestellingen en mededeling van financiële, boekhoudkundige en beleidsinformatie,
  • transparantie en loyaliteit van de verantwoordelijken ten aanzien van hun hiërarchie op operationeel niveau en ten aanzien van de functionele diensten,
  • naleving van de wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief is, ongeacht de materie,
  • verantwoordelijkheid van de operationele leidinggevenden om de handelingsprincipes van de groep mee te delen aan hun medewerkers,
  • veiligheid van personen (medewerkers, dienstverleners, onderaannemers),
  • het nastreven van financieel rendement.

5.A.2.2. De betrokkenen bij de interne controle

De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan belast met de controle van het management, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. Hij beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden in het leven van de groep.

De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.

Het Steering Committee is opgedeeld in 2 afzonderlijke comités, namelijk:

a) een Steering Committee in verband met de activiteiten van CFE zonder DEME.

Deze bestaat op 31 december 2014 uit:

  • de gedelegeerd bestuurder van CFE,
  • de financieel en administratief directeur van CFE,
  • de directeur generaal Gebouwen Brabant en Wallonië, die verantwoordelijk is voor BPC Brabant, BPC Wallonië, CFE Brabant, Leloup Entreprise Générale en Amart,
  • de directeur generaal Burgerlijke Bouwkunde van de groep, die verantwoordelijk is voor MBG, BAGECI, CFE Nederland, GEKA Bouw en voor de ontwikkeling van de internationale activiteiten Burgerlijke bouwkunde,
  • de directeur generaal van de pool Vastgoedontwikkeling,
  • de directeur generaal van de activiteiten Multitechnieken en Spoorinfra,
  • de directeur generaal HR van CFE.

Op 15 januari 2015 trad Piet Dejonghe, tweede gedelegeerd bestuurder van CFE, toe tot het Steering Committee en nam hij het voorzitterschap ervan op.

Dit Steering Committee is verantwoordelijk voor de activiteiten zonder DEME, voor de tenuitvoerlegging van de door de raad van bestuur bepaalde strategie van de groep en voor de toepassing van de beleidslijnen betreffende het management van de groep en de voornoemde algemene richtlijn.

Dit Steering Committee wordt bijgestaan door een Oriëntatiecomité dat als opdracht heeft haar kennis aan te brengen aan de tenuitvoerlegging van de strategie van de groep voor de activiteiten zonder DEME.

Dit comité bestaat op 31 december uit:

  • leden van het Steering Committee van CFE zonder DEME,
  • de voorzitter van het risicocomité,
  • de directeur van CLE en van de activiteiten in Tunesië,
  • de directeur van de activiteiten gebouwen voor Afrika en Sri Lanka,
  • de gedelegeerd bestuurder van Sogesmaint.

De holding heeft een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep. De functionele diensten van de holding hebben onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurders. Op financieel vlak is het thesauriebeheer gecentraliseerd op het niveau van de holding. Wat de dochtervennootschappen betreft, is een uitdrukkelijk akkoord van de financiële directie van de holding vereist alvorens een relatie aan te gaan met een bankinstelling. De holding beheert ook rechtstreeks de specifieke projectfinancieringen.

In de loop van het tweede trimester van 2014 is op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité en de raad van bestuur een interne auditor aangeworven. De interne auditfunctie wil onafhankelijk zijn en heeft als hoofdopdracht de ondersteuning en begeleiding van het Steering Committee voor een betere beheersing van de risico's van de verschillende vakgebieden van CFE.

De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité, door het de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen.

Het auditplan wordt opgesteld op basis van de in kaart gebrachte risico's. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het Steering Committee specifieke opdrachten worden uitgevoerd.

  • b) een tweede Steering Committee in verband met DEME (Steering Committee DEME) bestaat op 31 december 2014 uit:
  • de gedelegeerd bestuurder van CFE,
  • de CEO van DEME, bestuurder van CFE en DEME,
  • de financieel en administratief directeur van CFE.

De rol van het Steering Committee DEME wordt omschreven in sectie 5.A.6.

5.A.3. Inventarisering van de risico's en tool voor risicobeheer

Op het einde van het boekjaar 2013 heeft CFE de belangrijkste risico's waaraan ze werd blootgesteld geïnventariseerd.

De in deze analyse als meest kritieke geïdentificeerde risico's zijn:

  • voor het geheel van de groep, de ongevallen en de uitvoeringsfouten van de projecten,
  • voor de internationale activiteiten, het ontbreken van kaderpersoneel, het betalingsrisico en het gebrek aan veiligheid (gevaren voor personen en goederen),
  • voor de activiteiten bouw en burgerlijke bouwkunde, het ontbreken van kaderpersoneel en de niet-beheersing van de planning,
  • voor de activiteiten Multitechnieken en Spoorinfra, de moeilijkheid om personeel aan te werven en te behouden,

• voor de pool Vastgoedontwikkeling, problemen met de commercialisering en de reglementering.

De interne audit is verantwoordelijk voor de bijwerking van de in kaart gebrachte risico's.

Alle risico's worden uitvoeriger beschreven in hoofdstuk 5B.

5.A.4. Belangrijkste procedures voor interne controle

5.A.4.1. Overeenstemming met de wetten en voorschriften

De geldende wetten en voorschriften bepalen de gedragsnormen en maken integraal deel uit van het proces voor interne controle.

De juridische directie van de holding volgt de laatste juridische nieuwigheden op de voet teneinde op de hoogte te blijven van alle reglementering die van toepassing is op de groep, en stelt alles in het werk om de leden van het Steering Committee of de betrokken medewerkers hiervan in kennis te stellen.

5.A.4.2. Toepassing van de richtlijn van de algemene directie

De algemene richtlijn van de gedelegeerd bestuurder ten aanzien van de leden van het Steering Committee definieert de activiteiten waarover de algemene directie of de functionele directies van de groep vooraf op de hoogte moeten worden gebracht of waarmee ze vooraf moeten instemmen.

Deze richtlijn omvat de volgende domeinen:

  • risiconeming op contracten,
  • aankoop of overdracht van vastgoed,
  • aankoop of overdracht van roerende goederen,
  • aankoop of overdracht van vennootschappen,
  • human resources,
  • administratief en juridisch beheer,
  • bankrelaties en financiële verbintenissen,
  • financiële informatie,
  • interne en externe communicatie,
  • persoonlijke ethiek,
  • sociale en maatschappelijke functie.

De leden van het Steering Committee moeten deze werkingsregels verplicht naleven.

De leden van het Steering Committee kunnen voor hun bevoegdheidsdomein restrictievere regels bepalen en opleggen aan personen aan het hoofd van een profitcenter met dien verstande dat een dergelijke aanvullende richtlijn in geen geval mag afwijken van deze regels.

5.A.4.3 Procedures met betrekking tot verbintenissen – de risicocomités

Rekening houdend met het specifiek karakter van de vakgebieden, zijn er al in de vroegste stadia strikte controleprocedures van kracht.

Het risicocomité

Alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 50 miljoen EUR (activiteit Bouw) of 10 miljoen EUR (activiteit Multitechnieken en Spoorinfra) moeten vooraf worden goedgekeurd door het risicocomité.

Dit geldt ook voor elk project:

  • dat financiële middelen impliceert die ongebruikelijk zijn voor de groep (met name alle PPS-projecten),
  • dat de toepassing van een nieuwe of onvoldoende beheerste technologie vereist,
  • dat ongebruikelijke vennootschapsrechtelijke verplichtingen omvat,
  • dat zal worden uitgevoerd in een land waar de groep nog niet actief is.

Het risicocomité is samengesteld uit:

  • de gedelegeerde bestuurders van CFE,
  • de voorzitter van het risicocomité van CFE,
  • het lid van het Steering Committee dat verantwoordelijk is voor de dochtervennootschap of het bijkantoor,
  • de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit,
  • de financieel en administratief directeur van CFE,
  • een bestuurder die de controleaandeelhouder vertegenwoordigt.

Het vastgoedcomité

Voor de aankoop van grond of voor het aangaan van verbintenissen voor de aankoop of de ontwikkeling van vastgoed is de voorafgaande goedkeuring van het vastgoedcomité vereist. Het is samengesteld uit:

  • de gedelegeerde bestuurders van CFE,
  • de financieel en administratief directeur van CFE,
  • de directeur generaal van de pool Vastgoedontwikkeling,
  • de directeur belast met het dossier,
  • de secretaris-generaal van de pool Vastgoedontwikkeling,
  • de administratief en financieel verantwoordelijke van de pool Vastgoedontwikkeling,
  • een bestuurder die de controleaandeelhouder vertegenwoordigt.

Bovendien is elke vastgoedinvestering voor een bedrag hoger dan vijf miljoen EUR onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de raad van bestuur van CFE.

5.A.4.4 Procedures voor de opvolging van de activiteiten

De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.

Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.

De verantwoordelijken van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.

De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:

• het initiële budget dat wordt voorgesteld in oktober van het jaar n-1,

  • de eerste budgetbijsturing die wordt voorgesteld in april van het jaar n,
  • de tweede budgetbijsturing die wordt voorgesteld in juli/ augustus van het jaar n,
  • de derde budgetbijsturing die wordt voorgesteld in oktober van het jaar n.

Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurders van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur van de beheerscontrole en consolidatie, het lid van het Steering Committee en de directeur van de betrokken entiteit en haar financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:

  • het zakenvolume van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek,
  • de laatste meegedeelde financiële staten (balans en resultaatrekening),
  • de te verwachten marge van het profitcenter, met het detail van de marges per project,
  • de analyse van grote balansmassa's,
  • een analyse van de lopende risico's, met meer bepaald een uitvoerige voorstelling van de geschillen,
  • de staat van de verstrekte garanties,
  • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen,
  • de thesaurie en haar toekomstige evolutie over twaalf maanden.

5.A.4.5 Procedures voor de opstelling en de verwerking van de boekhoudkundige informatie

De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.

Ze is met name verantwoordelijk voor:

  • de opstelling, de validatie en de analyse van de geconsolideerde halfjaar- en jaarrekeningen van de groep en de prognosegegevens (consolidatie van de budgetten en van de budgetbijsturingen),
  • de definitie en de naleving van de boekhoudkundige procedures binnen de groep en de toepassing van de IFRS-normen.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.

Bij elke boekhoudkundige afsluiting stellen de financieel verantwoordelijken van de belangrijkste entiteiten de rekening van de dochtervennootschap of het bijkantoor voor aan de financieel en administratief directeur van de groep en aan de directeur van de beheerscontrole en consolidatie.

De directeur van de beheerscontrole en consolidatie is lid van het auditcomité van DEME, Rent-A-Port en Rent-A-Port Energy en woont de vergaderingen bij die worden gehouden bij elke rekeningafsluiting van deze vennootschappen.

De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.

5.A.5. Ondernomen acties om de interne controle en het risicobeheer te versterken

In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van de groep te versterken.

Meer bepaald:

  • de aanwerving van een interne auditor,
  • de geleidelijke invoering van een standaardrapportering voor alle entiteiten van de pool Contracting,
  • de aanpassing van opvolgingsfiches van vastgoedprojecten,
  • de benoeming van een Chief Information Security Officer,
  • de verderzetting van de invoering van een geïntegreerd managementsysteem (ERP) in verscheidene dochtervennootschappen en bijkantoren van de groep.

5.A.6. DEME

De controle van CFE op haar baggerfiliaal gebeurt op vijf verschillende niveaus:

  • Op het niveau van de raad van bestuur. De raad van bestuur bestaat uit zeven bestuurders, van wie zes ook bestuurders van CFE zijn (Luc Bertrand, Alain Bernard, Philippe Delaunois, Renaud Bentégeat, Jan Suykens en Koen Janssen). De zevende bestuurder is de voorzitter van het risicocomité van CFE. De raad van bestuur controleert het management van de directie, keurt de halfjaar- en jaarrekeningen goed en geeft, onder andere, zijn goedkeurig voor de strategie en het investeringsbeleid van DEME;
  • Op het niveau van het technisch comité, dat onder zijn leden twee vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE). Dit comité verzekert de monitoring van de belangrijkste werven en de hangende geschillen;
  • Op het niveau van het risicocomité, dat onder zijn leden twee vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE). Het risicocomité analyseert en geeft zijn goedkeuring voor alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 100 miljoen EUR (baggerwerken) of 25 miljoen EUR (niet-baggerwerken);
  • Op het niveau van het auditcomité, dat onder zijn leden drie vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE en de directeur van de beheerscontrole en consolidatie van CFE). Het auditcomité inspecteert, bij elke kwartaalafsluiting, de financiële staten van DEME en de bijwerking van de budgetten;
  • Ten slotte, op het niveau van het Steering Committee DEME, dat o.a. als opdracht heeft de voorbereidingen van investeringsdossiers en deze van de raden van bestuur van DEME

Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.

In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken, meer bepaald:

  • De invoering van een interne auditfunctie,
  • De implementatie van een ERP in alle dochtervennootschappen, om de kwaliteit van de financiële rapportering te verhogen,
  • De versterking van de met "Risk Management" belaste cel,
  • De implementatie van een geïntegreerde tool voor het beheer van de thesaurie en de afgeleide producten,
  • Het algemene gebruik in alle dochtervennootschappen van een nieuw systeem om de aankopen op een geïntegreerde wijze te beheren.

5.B. Risicofactoren

5.B.1. Operationele risico's

5.B.1.1. De uitvoering van projecten

Het hoofdkenmerk van de sector van de baggerwerken en de contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van de offerte, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.

De risicofactoren betreffen dus:

  • het bepalen van de prijs van het te bouwen voorwerp en, in geval van een afwijking tussen de berekende prijs en de reële kostprijs,
  • de mogelijkheid of onmogelijkheid om zich in te dekken tegen ontstane meerkosten en prijsverhogingen,
  • het ontwerp, indien de aannemer daarvoor instaat,
  • de eigenlijke bouwactiviteit,
  • de beheersing van de kostprijscomponenten,
  • de termijnen,
  • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, uitvoeringstermijn) en de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen die daaraan verbonden zijn,
  • de garantieverplichtingen (tienjarige aansprakelijkheid, onderhoud),
  • de inachtneming van verplichtingen inzake sociaal recht, uitgebreid tot dienstverlenende personen of bedrijven en tot de veiligheid.

5.B.1.2 Baggerwerken en milieu

De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.

DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerk als in infrastructuurbaggerwerk ("capital dredging"). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van overheden om in grote infrastructuurprojecten te investeren.

DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleumen gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.

DEME profileert zich eveneens als een belangrijke speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:

  • als concessiehouder, via minderheidsparticipaties in voornamelijk concessies vóór de Belgische kust.
  • als algemeen aannemer gespecialiseerd in de bouw en het onderhoud van offshore windparken, die in staat is zijn klanten een globale oplossing te aan te bieden.

DEME is o.a. via DEC ook actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industriële terreinen.

Ten slotte is DEME via DBM ("DEME Building Materials") aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.

Operationele risico's van bagger- en landwinningsprojecten

DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en landwinningsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:

  • het bepalen van de aard en de samenstelling van de te baggeren bodem,
  • de klimaats- en weersomstandigheden, met inbegrip van extreme klimaatgebeurtenissen (stormen, tsunami's, aardschokken enz.),
  • de slijtage van het materieel,
  • technische incidenten en pannes die de prestaties van de schepen kunnen beïnvloeden,
  • de conceptie en de engineering van het project,
  • de evolutie van het reglementair kader in de loop van het contract en de betrekkingen met de onderaannemers, leveranciers en partners.

Operationele risico's van de ontwikkeling van concessies

Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • de onstabiliteit van het reglementair kader,
  • de technologische evoluties,
  • het vermogen om deze grootschalige projecten te financieren.

Operationele risico's van investeringen in de vloot

Baggeren is een voornamelijk maritieme activiteit die wordt gekenmerkt door haar "kapitaalintensief" karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de technologische toppositie van de vloot te vrijwaren. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • technische conceptie van de investering (type baggerschip, capaciteit, vermogen…) en beheersing van nieuwe technologieën,
  • tijdsverschil tussen de investeringsbeslissing en de uitbating van het schip en het inschatten van de toekomstige markt,
  • beheersing van de uitvoering door de scheepswerf van de investering (kosten, prestaties, conformiteit, …),
  • bezettingsgraad van de vloot en de planning van de activiteiten,
  • financiering.

DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherent risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.1.3. Contracting

De pool Contracting groepeert de activiteiten:

bouw

De bouwactiviteit vindt plaats in de Benelux, Centraal-Europa en Afrika. CFE is gespecialiseerd in:

  • de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen, industriële gebouwen en haveninfrastructuur,
  • de constructie van kunstwerken (tunnels, bruggen, dammen, sluizen), de aanleg van kaden, de bouw van steigers, zuiveringsstations, het heien van palen, gasterminals, …

multitechnieken & spoorinfra

Deze voornamelijk in België actieve divisie is gespecialiseerd in drie clusters:

  • tertiaire elektriciteit, elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, industriële automatisering, fabricage van laagspanningsborden en hoogspanningscabines, elektromechanica voor zuiverings- en pompstations,
  • HVAC (heating, ventilation en air conditioning), onderhoud van elektriciteit en HVAC,
  • spoorweg- en signalisatiewerken, het transport van energie en openbare verlichting.

De operationele risico's van de pool Contracting worden beschreven in hoofdstuk 5B 1.1.

5.B.1.4. Vastgoedontwikkeling

CFE ontwikkelt vastgoed in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.

De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, …) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, …) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.

De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.

Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sectorgebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:

  • keuze van de investeringen in grondbezit,
  • definiëring en haalbaarheid van het project,
  • verkrijging van diverse toelatingen en vergunningen,
  • beheersing van bouwkosten, honoraria en financiering,
  • verkoop.

5.B.1.5. PPS-Concessies

De activiteit van de concessies bestaat gedeeltelijk in de realisatie van projecten van het type DBFM ("Design, Build, Finance, Maintain") in België en gedeeltelijk, via de voor 45% aangehouden vennootschap Rent-A-Port, in de ontwikkeling en het beheer van havens en de consulting in havenbouw.

De activiteit van de pool wordt gekenmerkt door de duur van de operatiecyclus (20 jaar of meer) en de capaciteit van het project om, tijdens de onderhouds- of de operatiefase, de recurrente kasstromen te genereren die de betrokken vennootschap toelaten om de financiering terug te betalen.

5.B.2. De conjunctuur

CFE en DEME worden van nature beschouwd als onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.

Bijvoorbeeld:

  • baggeractiviteit is gevoeliger voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de overheden met betrekking tot grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. Een vertraging van de groei op een of meer markten waar DEME actief is, kan een negatieve invloed hebben op haar activiteitsniveau en haar resultaten;
  • de activiteit burgerlijke bouwkunde van de pool Contracting is sterk gekoppeld aan investeringsprogramma's van de overheid in grote infrastructuurwerken. Deze programma's werden aanzienlijk teruggeschroefd als gevolg van de crisis;
  • de bouwactiviteit of de activiteit van de vastgoedontwikkeling volgt voor het gedeelte kantoorgebouwen de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de woningbouwactiviteit meer rechtstreeks reageert op de conjunctuur, het vertrouwen en het renteniveau.

5.B.3. Kaderleden en werknemers

CFE lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.

DEME moet er ook in slagen hooggekwalificeerde talenten die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden.

5.B.4. Marktrisico's (rente, wisselkoers, insolvabiliteit)

5.B.4.1. Rentes

CFE en DEME worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren CFE en DEME rechtstreeks of eventueel via hun dochtervennootschappen (DEME) een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.

5.B.4.2. Wisselkoers

Rekening houdend met het internationaal aspect van haar activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden CFE en DEME geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken CFE en DEME zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaat het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.

5.B.4.3. Krediet

Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE en DEME bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten. Daarna volgen ze geregeld de uitstaande bedragen van hun klanten op en sturen ze hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist vóór de werken worden gestart.

Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.

Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.4.4. Liquiditeit

Teneinde de liquiditeitsrisico's te beperken, hebben CFE en DEME hun financiëringsbronnen uitgebreid tot 3 soorten:

  • obligatieleningen voor een totaal bedrag van 300 miljoen EUR. Het betreft een obligatielening van 100 miljoen EUR die in 2018 vervalt, uitgegeven door CFE, en een obligatielening van 200 miljoen EUR die in 2019 vervalt, uitgegeven door DEME. Deze obligatieleningen hebben het mogelijk gemaakt de financieringsbronnen te diversifiëren en de vervaldatum van de langlopende financiële schuld vooruit te schuiven,
  • leningen of leasingcontracten van het type "project finance" die DEME gebruikt om bepaalde van haar schepen te financieren en die de polen PPS-Concessies en Vastgoedontwikkeling gebruiken voor de financiering van hun specifieke projecten,
  • bankleningen of commercieel papier om de behoeften aan liquide middelen op korte en middenlange termijn te dekken.

CFE komt op 31 december 2014 al haar financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME.

5.B.5. Risico van de grondstoffenprijs

CFE en DEME zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die voor hun activiteiten worden gebruikt. CFE en DEME oordelen evenwel dat zulke stijgingen geen al te grote nadelige weerslag hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van CFE en DEME omvatten immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van de groep CFE uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke indekkingen genomen voor de prijzen van gasolie voor de contracten zonder prijsherzieningsformules.

5.B.6. Afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers

Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het lokaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich in het algemeen niet afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers. Bovendien wordt de operationele organisatie van de groep gekenmerkt door een sterke decentralisatie, wat in het algemeen een grote onafhankelijkheid verzekert van lokale directies binnen de delegaties die hun zijn toegewezen, meer bepaald inzake inkopen.

5.B.7. Milieurisico's

Door de aard van de werkzaamheden die de groep CFE gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met verontreinigde of gevaarlijke materialen te maken krijgt.

CFE neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid en hygiëne van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat risico's nooit volledig uitgesloten kunnen worden.

Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:

  • een verstoring van de flora en/of fauna of een ongewilde lozing kunnen nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de zeer strenge preventiemaatregelen die de vennootschap in de uitvoering van baggerwerken toepast,
  • de dochtervennootschappen van DEME die actief zijn in het domein van het milieu, worden door hun aard geconfronteerd met de sanering van sterk vervuilde bodems waarvan men voor de start van het contract de omvang en de precieze samenstelling niet altijd gemakkelijk kan bepalen. Bovendien impliceren de innoverende technieken die DEME voor de bodemsanering toepast door hun aard een mate van risico.

Respect voor het milieu is een van de kernwaarden van CFE en DEME, die alles in het werk stellen om de negatieve effecten van hun activiteiten op het milieu te beperken.

5.B.8. Juridische risico's

Gelet op de diversiteit van haar activiteiten en haar geografische vestigingen moet de groep CFE rekening houden met een complex geheel van rechtsregels en voorschriften in functie van de plaats van uitvoering en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de openbare aanbestedingen en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.

De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een ruime interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.

DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.

5.B.9. Politiek risico

CFE en DEME zijn blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.

Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.

In DEME is aldus een Entreprise Security Officer aangeworven om:

  • de potentiële bedreigingen voor de veiligheid van het personeel en het materieel regelmatig bij te werken,
  • te helpen bij de uitvoering van de veiligheidsprocedures,
  • toe te zien op de naleving ervan,
  • desgevallend noodsituaties te coördineren.

5.B.10. Risico's van de bescherming van de intellectuele eigendom en de knowhow

CFE en DEME hebben een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.

Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.

5.B.11. Risico's van Special Purpose Companies

Om sommige van haar vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE en DEME participeren in Special Purpose Companies die zekerheden moeten verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.

5.B.12. Participatie in DEME

De overname van de controle over DEME door CFE op 24 december 2013 wijzigt niets aan het feit dat DEME financieel zelfstandig blijft. CFE verleent dan ook geen enkel voorschot of engagement van eender welke aard ten gunste van haar dochtervennootschap, en omgekeerd.

6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten

Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er is een compliance officer (Fabien De Jonge) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.

Op systematische wijze informeert de vennootschap deze medewerkers over gesloten periodes en brengt zij geregeld de algemene richtlijnen onder de aandacht.

7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en executive managers

Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van haar dochtervennootschappen.

8. Bijstandsovereenkomst

Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met DEME. De door DEME verschuldigde bezoldiging voor het boekjaar 2014 bedraagt 1.126 duizend EUR.

9. Controle op de vennootschap

De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy.

De gewone algemene vergadering van 3 mei 2013 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op de gewone algemene vergadering van mei 2016. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd voor het boekjaar 2014 vastgesteld op 180 duizend EUR.

De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 90 duizend EUR.

Bovendien werden gedurende het boekjaar 2014 de door Deloitte, belastingadviseurs, gefactureerde kosten voor belastingadvies van 23 duizend EUR in resultaat genomen.

Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.

Wat de overige dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV

(duizend euro) Deloitte Andere
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de
individuele en geconsolideerde rekeningen
1.243,9 66,13% 572,7 48,19%
Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 114,0 6,06% 44,5 3,75%
Subtotaal audit 1.358,0 72,19% 617,2 51,94%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 245,1 13,03% 454,2 38,23%
Andere 278,0 14,78% 116,8 9,83%
Subtotaal andere 523,1 27,81% 571,0 48,06%
Totaal honoraria – commissarissen der rekeningen 1.881,1 100% 1.188,2 100%

C. Bezoldigingsverslag

Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.

Het benoemings- en bezoldigingscomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.

Voor het jaar 2014 werden enkele wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.

1. De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités

1.1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur

De algemene vergadering van 30 april 2014 van CFE NV heeft besloten om aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders een jaarlijkse vergoeding van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR toe te kennen, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.

De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van 2.000 EUR per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur.

De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.

Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.

Bedrag van de voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:

(EUR) Bezoldiging
CFE NV
Bezoldiging
Filialen
C.G.O. nv, vertegenwoordigd
door Philippe Delaunois
100.000
Renaud Bentégeat 34.000
Piet Dejonghe 32.000
Luc Bertrand 34.000
Koen Janssen 34.000
Christian Labeyrie 34.000
John-Eric Bertrand 34.000
Consuco nv, vertegenwoordigd
door Alfred Bouckaert
34.000
Ciska Servais bvba,
vertegenwoordigd door Ciska
Servais
34.000
Philippe Delusinne 32.000
Jan Suykens 34.000
Alain Bernard 32.000
Jan Steyaert 34.000
Totaal 502.000 0

Er werd sinds 3 mei 2010 (datum van inwerkingtreding van de wet van 6 april 2010) geen enkele overeenkomst die een vertrekvergoeding voorziet, afgesloten of verlengd met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder.

Aan de algemene vergadering van 7 mei 2015 zal voorgesteld worden om de toekenning aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders van een jaarlijkse bezoldiging van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat, goed te keuren zoals in 2014.

Bovendien zal aan de algemene vergadering voorgesteld worden om de toekenning van zitpenningen van 2.000 EUR per zitting aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur, goed te keuren.

De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.

1.2. Bezoldiging van de leden van het auditcomité

Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred
Bouckaert
4.000
Philippe Delusinne 4.000
Piet Dejonghe 4.000
Christian Labeyrie 4.000
Jan Steyaert 8.000
Totaal 24.000

1.3. Bezoldiging van de leden van het benoemings- en bezoldigingscomité

Het benoemings- en bezoldigingscomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.

Luc Bertrand 5.000
Consuco NV, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert
5.000
Ciska Servais BVBA,
vertegenwoordigd door Ciska Servais
10.000
Totaal 20.000

2. De directie van CFE

De maatschappelijke structuren van CFE zijn enerzijds afgestemd op de prerogatieven waaraan de oprichting van een holdingvennootschap voldoet, en anderzijds op de vereisten die verband houden met de organisatiestructuur van de activiteitspolen.

Elke pool vertegenwoordigt een activiteitenportfolio en bestaat uit verscheidene dochtervennootschappen en eventueel ook bijkantoren die een resultaatverantwoordelijke eenheid vormen en in het algemeen per activiteit zijn opgesplitst over een afgebakende geografische zone. Elke dochtervennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur en een directeur, en ieder bijkantoor wordt geleid door een directeur. De unieke beheersorganisatie van de dochtervennootschappen en bijkantoren bestaat dus uit een bijzondere delegatie van bevoegdheden aan een groep van personen, directeurs genoemd, zodat we de garantie hebben te beschikken over actieve directieleden en een efficiënte operationele organisatie van de activiteitenpolen.

Deze vennootschaprechterlijke structuren verzekeren het evenwicht in de bevoegdheden en de goede werking van CFE. De vennootschap beslist dat het "Steering Committee" geen directiecomité vormt in de zin van artikel 524 bis van het Wetboek van Vennootschappen, maar zij heeft in de statuten wel die mogelijkheid opengelaten voor de toekomst.

De personen die belast zijn met de effectieve leiding van de activiteiten, zijn dus in de eerste plaats de gedelegeerd bestuurder en in de tweede plaats de leden van het Steering Committee.

2.1. Het Steering Committee

1) Steering Committee van CFE zonder DEME

De leden van het Steering Committee zijn:

  • Renaud Bentégeat
  • Fabien De Jonge
  • Gabriel Marijsse
  • Patrick Verswijvel
  • Yves Weyts
  • Diane Zygas (tot en met 31/12/2014).
  • Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes
  • Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre

Piet Dejonghe is op 15 januari 2015 toegetreden tot het "Steering Committee".

2) Steering Committee van DEME.

De leden van het Steering Committee zijn:

  • Renaud Bentégeat
  • Alain Bernard
  • Fabien De Jonge

2.2. Oriëntatiecomité

Een Oriëntatiecomité verzamelt de leden van het Steering Committee van CFE zonder DEME alsook de belangrijkste leiders van de groep, namelijk:

  • Lode Franken
  • Michel Guillaume
  • Youssef Merdassi
  • Patrick Van Craen

3. De bezoldiging van de leden van het Steering Committee

3.1. Bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder

Het bezoldigingsbeleid werd in 2014 gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en bezoldigingscomité onderzocht.

Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en bezoldigingscomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.

Het referentiejaar voor de gedelegeerd bestuurder (en voor de andere leden van het Steering Committee) voor de toekenning van een variabele vergoeding loopt van 1 januari tot en met 31 december; in voorkomend geval worden de betalingen uitgevoerd in april van het volgende jaar.

Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft de gedelegeerd bestuurder naast de bezoldiging van zijn bestuursmandaat, hetzij 34.000 EUR, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 267.617 EUR ontvangen, waarboven geen variabele vergoeding werd uitbetaald.

De gedelegeerd bestuurder beschikt bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenkomt met 48.221 EUR voor 2014. In 2014 geniet hij, ten laste van CFE, van een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedraagt 102.417 EUR.

CFE heeft in 2014 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

De variabele bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder is gebaseerd op de volgende criteria:

Voor 75%

  • waarvan 60% op volgende kwantitatieve criteria:
  • het economisch resultaat
  • de thesaurie (invloed van 10%)
  • de veiligheid (invloed van 10%)
  • waarvan 40% op volgende kwalitatieve criteria:
  • de kwaliteit van de reporting;
  • het bepalen en het uitvoeren van het strategisch 3 jarenplan
  • het efficiënt functioneren van de Steering Committee
  • het risk management, oprichting van een risicocomité

Voor 25% op discretionaire basis;

Het bedrag van de variabele bezoldiging is afgetopt op 100% van de vaste bezoldiging.

CFE heeft in 2014 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

3.2. De bezoldiging van de leden van het "Steering Committee" (met inbegrip van het Steering Committee van DEME) met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder

Het bezoldigingsbeleid werd gewijzigd ten opzichte van de vorige boekjaren. De berekening gebeurt zodanig dat

  • de vennootschap uitvoerende talenten van hoog niveau en met groot potentieel kan aantrekken, motiveren en behouden,
  • en persoonlijke prestaties kan aanmoedigen en belonen.

De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van het Steering Committee, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, worden heel aandachtig bekeken door de gedelegeerd bestuurder en de directeur Human Resources van de groep en voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.

Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.

Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz.

Voor de operationele leden van het Steering Committee, d.w.z. de verantwoordelijken van de profitcenters (dochtervennootschappen en bijkantoren), hangt de variabele bezoldiging af van hun individueel prestatieniveau en van de cash positie van hun entiteit.

  • Ze houdt direct verband met de financiële prestaties van hun verantwoordelijkheidsdomein of de verhouding tussen het nettoresultaat vóór belastingen en de omzet van het boekjaar. Dit resultaat, uitgedrukt in percent, wordt vergeleken met een rooster dat een veelvoud van de vaste bezoldiging bevat dat kan gaan van 0 tot 100% van de vaste bezoldiging, het zogenaamde "basisbedrag".
  • De "veiligheidsprestaties": een kwantitatieve maatstaf die voor 50% meetelt, d.w.z. de frequentie van de arbeidsongevallen, in functie van de doelstelling die in het begin van het boekjaar wordt vastgesteld, kwalitatieve maatstaven die voor 50% meetellen, het geheel heeft een negatieve invloed ten belope van 20% op het basisbedrag als de doelstelling niet bereikt wordt.

  • Ook de cash positie heeft 20% invloed op het basisbedrag. Een individuele doelstelling werd vastgesteld op 31 december 2014. Voor de directeur vastgoedpromotie zijn de geïnvesteerde middelen en het gebruikte eigen vermogen de criteria.

  • De variabele bezoldiging kan derhalve gelijk zijn aan 0 tot 100% van de vaste bezoldiging.

Bij de functionele directeurs van het "Steering Committee" wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende factoren, namelijk:

  • het globale resultaat van de groep CFE,
  • de werking van de afdeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn,
  • eventueel de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar werden bepaald door de gedelegeerd bestuurder,
  • bij onbevredigende prestaties kan de variabele bezoldiging gelijk zijn aan nul.

Het referentiejaar voor de leden van het "Steering Committee" voor de toekenning van een variabele vergoeding loopt van 1 januari tot en met 31 december; in voorkomend geval worden de betalingen uitgevoerd in april van het volgende jaar.

Voor de operationele leden van het Steering Committee van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het remuneratie comité van DEME bestaande uit Renaud Bentégeat en Luc Bertrand.

Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend na inachtname van 4 criteria: de EBITDA, het nettoresultaat, de financiële schuld en de veiligheid.

De leden van het Steering Committee, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, hebben in 2014 de volgende bezoldigingen ontvangen:

Vaste bezoldigingen en honoraria 1.985.845
Variabele vergoedingen 1.376.885
Stortingen voor diverse verzekeringen
(pensioenplannen, hospitalisatieverzekering,
ongevallenverzekering)
437.176
Kosten van dienstvoertuigen 87.818
Totaal 3.887.724

Voor de leden van het Steering Committee bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986.

Opdat deze leden van het Steering Committee een samenhangend beleid zouden voeren, werd in 2007 een "overkoepelend" plan met vastgestelde prestaties ingevoerd. De "service cost" (IFRS) voor de plannen met "vaste prestaties" bedraagt 184.856 EUR voor het boekjaar 2014.

Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het Steering Committee van DEME.

CFE heeft in 2014 aan de leden van het Steering Committee, zonder DEME, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

4. Vertrekvergoeding

Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010, en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 30 april 2014 de volgende tekst goedgekeurd:

  1. De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de personen met het statuut van "werknemer" en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht.

Voor de bezoldigde leden van het Steering Committee van de vennootschap die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het B.S. van 31 december 2013.

  • Alain Bernard
  • Fabien De Jonge
  • Gabriel Marijsse
  • Patrick Verswijvel
  • Yves Weyts
    1. Wat betreft de vertrekvergoedingen die van toepassing zijn na 3 mei 2010 en die in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurder en de leden van het Steering Committee werden bepaald,
  • is op 18 november 2011 een overeenkomst van kracht geworden voor Diane Rosen, gehuwd Zygas. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité van 28 september 2011. Een fictieve anciënniteit van minstens 12 jaar werd toegekend onder het werknemersstatuut overeenkomstig de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 31 december 2013.
  • is op 1 oktober 2014 een overeenkomst van kracht geworden voor Renaud Bentégeat. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 12 maanden.
    1. De overeenkomsten die bestonden vóór 3 mei 2010 zijn:
  • Frédéric Claes nv, vertegenwoordigd door Frédéric Claes: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake.
  • Artist Valley nv, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake.

5. Variabele vergoeding van de leden van het Steering Committee

Wat de regels voor de variabele vergoeding betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing vanaf het boekjaar dat begon na 31 december 2010, heeft de algemene vergadering van 30 april 2014 volgend voorstel goedgekeurd: "voor de CEO en de leden van het Steering Committee worden de bestaande modaliteiten en toekenningscriteria behouden gedurende 3 jaar, dus een variabele vergoeding op basis van de economische resultaten, de aandacht voor de veiligheid van de mensen en de naleving van de waarden van de groep. De huidige wetgeving die de spreiding over 3 jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijhorende criteria, is immers niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen, het vervroegd pensioen naderen"

Voorstel: voor de CEO en de leden van het Steering Committee is de huidige wetgeving die de spreiding over 3 jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijbehorende criteria, immers niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen, het vervroegd pensioen naderen".

6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van het Steering Committee of de gedelegeerd bestuurder

De overeenkomsten tussen de leden van het Steering Committee van CFE zonder DEME, en de gedelegeerd bestuurder enerzijds en de vennootschap anderzijds voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.

D. Verzekeringsbeleid

CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering "Alle bouwrisico's" en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen af. Het risico "terrorisme" wordt evenwel niet gedekt door de verzekering "Alle bouwrisico's".

E. Bijzondere verslagen

Op 27 februari 2014 heeft de raad van bestuur van CFE een bijzonder verslag opgesteld krachtens artikel 604 van het Wetboek van Vennootschappen, ter ondersteuning van het voorstel aan de algemene vergadering van de vennootschap om de aan de raad van bestuur verleende toelating om het maatschappelijk kapitaal in één of meerdere keren te verhogen door het toegestane kapitaal te bepalen op 2.500.000 EUR, voor een periode van vijf jaar te verlengen.

F. Openbaar overnamebod

Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14/11/2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:

  • i) de raad van bestuur gemachtigd is om het maatschappelijk kapitaal te verhogen tot een maximum bedrag van 2.500.000 EUR, overwegende dat deze machtiging in toepassing van artikel 607 van het Wetboek van vennootschappen beperkt wordt in geval van een openbaar overnamebod;
  • ii) de raad van bestuur gemachtigd is om maximum 20% eigen aandelen van de vennootschap te verwerven.

G. Overnames

CFE heeft tijdens het boekjaar 2014 geen andere bedrijven overgenomen.

H. Oprichting van bijkantoren

CFE heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.

I. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar

In het kader van het focussen van haar activiteiten, heeft CFE in december 2014 een akkoord besloten met Aswebo NV, het wegenfiliaal van de groep Willemen, met betrekking tot de overdracht van 100% van de aandelen van de Aannemingen Van Wellen NV.

Aansluitend aan de goedkeuring van de Mededingingsautoriteit werd de transactie op 25 februari 2015 uitgevoerd.

De positieve impact van deze overdracht op het netto geconsolideerde resultaat 2015 van CFE zou rond 10 miljoen EUR moeten liggen.

J. Onderzoek en ontwikkeling

DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met

privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.

K. Vooruitzichten

De perspectieven blijven gunstig voor de pool Baggerwerken en milieu, terwijl het herstel van de activiteiten van de Contracting activiteiten zich voort zet in 2015.

L. Auditcomité

Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen.

Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij heeft verschillende beroepsactiviteiten uitgeoefend, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van Jan Steyaert inzake boekhouding en audit.

M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 7 mei 2015

De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op donderdag 7 mei 2015 om 15.00 uur.

A. Agenda van de gewone algemene vergadering:

  • 1. Beheersverslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31 december 2014
  • 2. Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31 december 2014

3. Goedkeuring van de jaarrekening

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de jaarrekening per 31 december 2014, zoals voorgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.

4. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2014, zoals voorgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.

5. Bestemming van de winst – Goedkeuring van het dividend

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het voorstel van de raad van bestuur om een brutodividend van 2,00 EUR per aandeel uit te keren, hetzij een netto dividend van 1,50 EUR per aandeel, goed te keuren. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 28 mei 2015.

6. Bezoldiging

6.1. Goedkeuring van het bezoldigingsverslag

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het bezoldigingsverslag, opgesteld door de raad van bestuur, goed te keuren.

6.2. Jaarlijkse bezoldigingen bestuurders en commissaris

Voorstel tot besluit:

Overeenkomstig artikel zeventien van de statuten, wordt er voorgesteld aan de algemene vergadering om, met ingang op 1 januari 2015, aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders een jaarlijkse bezoldiging toe te kennen van respectievelijk 100.000 EUR en 20.000 EUR, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.

Bovendien wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om aan de bestuurders, uitgezonderd de voorzitter van de raad van bestuur, zitpenningen toe te kennen van 2.000 EUR per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en bezoldigingscomité blijft ongewijzigd.

Bovendien wordt aan de algemene vergadering voorgesteld om aan de commissaris een bezoldiging van 174.500 EUR per jaar toe te kennen voor de uitoefening van zijn mandaat.

7. Kwijting aan de bestuurders

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om kwijting te verlenen aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2014.

8. Kwijting aan de commissaris

Voorstel tot besluit:

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om kwijting te verlenen aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2014.

9. Benoeming

Voorstel tot besluit:

Het bestuurdersmandaat van Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, loopt af tijdens De gewone algemene vergadering van 7 mei 2015.

Er wordt voorgesteld aan de algemene vergadering om het bestuurdersmandaat van Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, te verlengen voor een termijn van vier (4) jaar, die afloopt aan het slot van de algemene vergadering van mei 2019. Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais, beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Code voor Corporate Governance 2009.

B. Formaliteiten voor toelating tot de gewone algemene vergadering

1. Aandeelhouders die persoonlijk wensen deel te nemen

Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de veertiende dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 23 april 2015 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij een gemachtigde.

  • Voor de houders van aandelen op naam blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving in het register van de aandelen op naam van CFE op deze datum. Bovendien moet elke aandeelhouder, uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, verplicht het formulier "Intentie tot deelneming aan de algemene vergadering", beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
  • Voor de houders van gedematerialiseerde aandelen blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van de vereffeninginstelling op de Registratiedatum. Bovendien dient elke aandeelhouder uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, zijn deelname te bevestigen aan zijn bank, met vermelding van het aantal aandelen waarmee de aandeelhouder aan de vergadering wenst deel te nemen.

2. Aandeelhouders die zich willen laten vertegenwoordigen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen moeten uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, het volmachtformulier, beschikbaar op de website, www.cfe.be, invullen en ondertekenen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].

Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.

3. Aandeelhouders die per brief wensen te stemmen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van de heer Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.

4. Aandeelhouders die nieuwe onderwerpen wensen laten inschrijven op de agenda

Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijk kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.

Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:

  • uiterlijk op 15 april 2015 om middernacht, Belgische tijd, een schriftelijk verzoek opsturen naar de vennootschap, hetzij per post ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres general_ [email protected];
  • bewijzen dat ze op de datum van hun aanvraag alleen of samen minstens 3% van het maatschappelijk kapitaal bezitten, en hun aanvraag vergezellen hetzij van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen op naam in het register van de aandelen op naam dat ze vooraf aan de vennootschap hebben gevraagd, hetzij aan de hand van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffende aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven;
  • bij hun aanvraag de tekst van de te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen, of de tekst van de voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst moeten worden, voegen.

In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 22 april 2015 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten dan de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.

De volmachten en de stemformulieren per brief die vóór 22 april 2015 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk

voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.

5. Aandeelhouders die vragen wensen te stellen

Elke aandeelhouder heeft het recht om tijdens de gewone algemene vergadering vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.

De aandeelhouders die schriftelijk vragen wensen te stellen voor de vergadering moeten hun vragen uiterlijk op 1 mei 2015 om middernacht, Belgische tijd, per e-mail versturen aan de vennootschap op volgend e-mailadres: [email protected]. Enkel de schriftelijke vragen gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1) zullen op de vergadering beantwoord worden.

6. Recht voor de obligatiehouders om de algemene vergadering bij te wonen

Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon waarbij zij hun obligaties houden.

7. Terbeschikkingstelling van documenten

Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].

8. Website

Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 7 mei 2015 is vanaf heden beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.

Geconsolideerde jaarrekening

Definities

Woord vooraf

Geconsolideerde
jaarrekening
Geconsolideerde
resultatenrekening
Staat van het globaal resultaat
Geconsolideerde balans
(overzicht van de financiële
positie)
Geconsolideerd
kasstroomoverzicht
Geconsolideerd mutatieoverzicht
van het eigen vermogen
Toelichting bij de
geconsolideerde jaarrekening
Verslag van de commissaris
Statutaire
jaarrekening
Statutair overzicht van de
financiële positie en van de
winst-en-verliesrekening
Analyse van de winst-en
verliesrekening en van het
overzicht van de financiële
positie

Definities

Aangewend kapitaal Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa + werkkapitaal
Werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere
vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen –
handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen –
andere kortlopende verplichtingen
Resultaat van de
operationele activiteiten
Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten +
overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering of goodwill.
Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures
EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere
niet-kaselementen

Op 31 december 2012, na herziening van de geconsolideerde balans van de vergelijkende financiële staten, in overeenstemming met de normen IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening en IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten, wordt DEME volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME verkregen ten gevolge van de realisatie van de opschortende voorwaarden aan dewelke de kapitaalsverhoging onderhevig was.

Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de vermogensmutatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.

De geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd kasstroomoverzicht op 31 december 2013 bevatten 50% van de activiteit van DEME en zijn geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Daarentegen bevat de geconsolideerde balans per 31 december 2013 de activa en passiva van DEME aan 100%. Hetzelfde geldt voor het orderboek.

Geconsolideerde resultatenrekening

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2014 2013 (*)
Omzet 4 3.510.548 984.883
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 6 80.518 71.641
Aankopen (2.093.355) (739.730)
Bezoldigingen en sociale lasten 7 (583.211) (209.278)
Overige exploitatiekosten 6 (449.834) (124.327)
Afschrijvingskosten 12-14 (243.746) (14.439)
Bedrijfscombinaties – Aanschaf DEME 5 0 111.624
Bijzondere waardevermindering van goodwill – DEME 13 0 (207.411)
Bijzondere waardevermindering van goodwill – overige 13 (521) (3.795)
Resultaat van de operationele activiteiten 220.399 (130.832)
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 15 20.124 51.356
Bedrijfsresultaat 240.523 (79.476)
Bruto financieringskosten 8 (31.909) (143)
Overige financiële lasten en opbrengsten 8 16.156 (2.551)
Financieel resultaat (15.753) (2.694)
Resultaat vóór belastingen 224.770 (82.170)
Winstbelastingen 10 (65.249) (5.793)
Resultaat van de periode 159.521 (87.963)
Minderheidsbelangen 9 357 6.728
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 159.878 (81.235)
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 11 6,32 (6,10)

Geconsolideerde staat van het globaal resultaat

Voor de periode van 1 januari tot 31 december (duizend euro) Toelichting 2014 2013 (*)
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 159.878 (81.235)
Resultaat van de periode 159.521 (87.963)
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde (8.750) 10.397
Omrekeningsverschillen (2.126) (3.590)
Uitgestelde belastingen 10 2.974 (3.534)
Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen worden 0 7.902
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar
het nettoresultaat
(7.902) 11.175
Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenregelingen 23 (2.676) (3.538)
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden
naar het nettoresultaat
(2.676) (3.538)
Andere elementen van het globaal resultaat (10.578) 7.637
Globaal resultaat: 148.943 (80.326)
- Toekenbaar aan de groep 149.586 (73.544)
- Toekenbaar aan de minderheidsbelangen (643) (6.782)
Globaal resultaat (deel van de groep) gedeeld door het gewogen gemiddelde van het
aantal gewone aandelen (basis en verwaterd)
11 5,91 (5,52)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Geconsolideerde balans

Voor de periode van 1 januari tot 31 december (duizend euro) Toelichting 2014 2013 (*) 2012 (*)
Immateriële vaste activa 12 98.491 105.500 5.853
Goodwill 13 177.082 177.003 25.318
Materiële vaste activa 14 1.503.275 1.563.351 63.923
Vastgoedbeleggingen 0 0 2.052
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 159.290 155.877 405.288
Overige financiële vaste activa 16 109.341 115.396 57.598
Langlopende afgeleide instrumenten 27 674 612 0
Overige vaste activa 17 20.006 10.725 5.192
Uitgestelde belastingvorderingen 10 115.322 120.428 13.090
Totaal vaste activa 2.183.481 2.248.892 578.314
Voorraden 19 105.278 116.012 82.408
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 20 1.082.504 1.106.034 446.132
Overige vlottende activa 20 104.554 100.781 74.129
Kortlopende afgeleide instrumenten 27 0 0 0
Financiële vlottende activa 4.687 6.447 107
Activa aangehouden met het oog op verkoop 31.447 0 0
Geldmiddelen en kasequivalenten 21 703.501 437.334 144.262
Totaal vlottende activa 2.031.971 1.766.608 747.038
Totaal van de activa 4.215.452 4.015.500 1.325.352
Kapitaal 41.330 41.330 21.375
Uitgiftepremies 800.008 800.008 62.551
Ingehouden winsten 488.890 358.124 460.306
Toegezegde pensioenenplannen (8.350) (5.782) (8.101)
Afdekkingsreserves (6.127) (351) (17.673)
Omrekeningsverschillen (2.124) (176) 6.154
Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE 1.313.627 1.193.153 524.612
Minderheidsbelangen 9 7.238 8.064 (2.950)
Eigen vermogen 1.320.865 1.201.217 521.662
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 23 41.806 40.543 8.165
Voorzieningen 24 40.676 25.655 12.249
Andere langlopende verplichtingen 80.665 92.898 33.695
Obligatielening 26 306.895 208.621 100.000
Financiële schulden 26 378.065 496.654 56.707
Langlopende afgeleide instrumenten 27 12.922 16.352 10.530
Uitgestelde belastingverplichtingen 10 139.039 144.505 13.058
Totaal langlopende verplichtingen 1.000.068 1.025.228 234.404
Voorzieningen voor courante risico's 24 48.447 48.181 36.159
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 20 1.099.309 983.806 324.882
Fiscale schulden 80.264 65.855 11.053
Financiële schulden 26 206.671 346.118 11.153
Kortlopende afgeleide instrumenten 27 24.948 16.499 1.570
Passiva aangehouden met het oog op verkoop 19.164 0 0
Overige kortlopende verplichtingen 20 415.716 328.596 184.469
Totaal kortlopende verplichtingen 1.894.519 1.789.055 569.286
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.215.452 4.015.500 1.325.352

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten en (ii) de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013 (herwerkingen worden beschreven in nota 2.1).

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2014 2013 (*)
Operationele activiteiten
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 159.878 (81.235)
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 243.746 14.439
Toevoeging aan de voorzieningen 11.420 5.056
Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa 3.922 101.457
Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies (18.294) 414
Opbrengsten uit renten en financiële activa (9.991) (4.182)
Rentelasten 41.900 4.478
Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten (8.230) (670)
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa (7.463) (166)
Belastingen van de periode 65.249 5.793
Minderheidsbelangen (357) (6.728)
Winst uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures (20.124) (51.328)
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal 461.656 (12.672)
Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen 7.342 (90.344)
Afname/(toename) van voorraden 8.237 (4.543)
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden 179.749 115.696
Kasstromen uit operationele activiteiten 656.984 8.137
Betaalde rente (41.900) (4.478)
Ontvangen rente 9.991 4.238
Betaalde /ontvangen winstbelastingen (18.349) (8.001)
Netto kasstromen uit operationele activiteiten 606.725 (104)
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 13.410 854
Aankoop van vaste activa (173.895) (18.150)
Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen (1.351) 0
Verkoop van een dochteronderneming 0 424
Aanschaf DEME 5 0 317.911
Winst uit geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke overeenkomsten 15 (1.005) (1.488)
Activa geklasseerd als beschikbaar voor verkoop (766) 0
Kasstromen uit investeringsactiviteiten (163.607) 299.551
Financieringsactiviteiten
Leningen 63.925 39.464
Terugbetaling van schulden (212.361) (29.285)
Uitgekeerde dividenden (29.112) (15.056)
Transacties met minderheidsbelangen 5 0 (1.543)
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten (177.548) (6.420)
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen 265.570 293.027
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar 21 437.334 144.262
Wisselkoerseffecten 597 45
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 21 703.501 437.334

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (polen vastgoedontwikkeling en –beheer en PPS-concessies). Deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

(duizend euro) Kapitaal Uitgifte
premie
Inge
houden
winsten
Toegezegde
doelpensi
oenenplan
nen
Reserve af
dekkings
instrumen
ten
Omreke
ningsver
schillen
Eigen
vermogen
– Toeken
baar aan
groep CFE
Minder
heidsbelan
gen
Totaal
December 2013 (*) 41.330 800.008 358.124 (5.782) (351) (176) 1.193.153 8.064 1.201.217
Totaal resultaat voor
de periode
159.878 (2.568) (5.776) (1.948) 149.586 (643) 148.943
Dividenden aan
aandeelhouders
(29.112) (29.112) (29.112)
Dividenden van
minderheidsbelangen
(2.329) (2.329)
Wijziging
consolidatiekring
2.146 2.146
December 2014 41.330 800.008 488.890 (8.350) (6.127) (2.124) 1.313.627 7.238 1.320.865

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2014

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013 (*)

(duizend euro) Kapitaal Uitgifte
premie
Inge
houden
winsten
Toegezegde
doelpensi
oenenplan
nen
Reserve af
dekkings
instrumen
ten
Omreke
ningsver
schillen
Eigen
vermogen
– Toeken
baar aan
groep CFE
Minder
heidsbelan
gen
Totaal
December 2012 21.375 62.551 460.306 (8.101) (17.673) 6.154 524.612 6.227 530.839
IFRS 11 herziening (9.177) (9.177)
Après révision IFRS 11 21.375 62.551 460.306 (8.101) (17.673) 6.154 524.612 (2.950) 521.662
Globaal resultaat van
het boekjaar
(81.235) (3.301) 17.322 (6.330) (73.544) (6.782) (80.326)
Kapitaalsverhoging en
aanschaf DEME
19.955 737.457 (5.620) 5.620 757.412 11.367 768.779
Dividenden aan
aandeelhouders
(15.056) (15.056) (15.056)
Dividenden
minderheidsbelangen
(840) (840)
Wijziging
consolidatiekring
(271) (271) 7.269 6.998
December 2013 (*) 41.330 800.008 358.124 (5.782) (351) (176) 1.193.153 8.064 1.201.217

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Kapitaal en reserves

Het kapitaal op 31 december 2014 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.

Op 26 februari 2015 werd door de raad van bestuur een dividend van 50.629 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2 euro bruto per aandeel. Het voorgestelde slotdividend wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2014.

Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013 bedroeg 1,15 euro bruto per aandeel.

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2014

PAGINA

p. 63 1. Algemene principes
p. 64 2. Voornaamste boekhoudprincipes
p. 77 3. Consolidatiemethoden
p. 77 Consolidatiekring
p. 78 4. Gesegmenteerde informatie
p. 79 Overzicht na toepassing van IFRS 10 en 11
p. 80 Pro forma gesegmenteerde inlichtingen
p. 81 Omzet
p. 81 Opsplitsing van de pool contracting
p. 81 Opsplitsing van de pool baggerwerken
p. 81 Orderboek
p. 82 Geconsolideerd overzicht van de financiële positie
p. 84 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
p. 85 Overige informatie
p. 85 Geografische informatie
p. 86 5. Overnames en afstotingen van dochterondernemingen
p. 88 6. Opbrengsten uit aanverwante activiteiten en andere operationele
kosten
p. 88 7. Bezoldigingen en sociale lasten
p. 89 8. Financieel resultaat
p. 89 9. Minderheidsbelangen
p. 90 10. Belastingen op het resultaat
p. 92 11. Resultaat per aandeel
p. 93
p. 95
12. Immateriële vaste activa anders dan goodwill
13. Goodwill
p. 97 14. Immateriële vaste activa anders dan goodwill
p. 99 15. Geassocieerde deelnemingen en joint-ventures
p. 101 16. Overige financiële vaste activa
p. 102 17. Overige vaste activa
p. 102 18. Onderhanden projecten in opdracht van derden
p. 103 19. Voorraden
p. 103 20. Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele
activiteiten
p. 104 21. Geldmiddelen en kasequivalenten
p. 104 22. Subsidies
p. 104 23. Personeelsvoordelen
p. 109 24. Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en
personeelsvoordelen
p. 110 25. Mogelijke activa en verplichtingen
p. 110 26. Informatie betreffende netto financiële schuld
p. 111 27. Informatie betreffende het beheer van de financiële risico's
p. 119 28. Operationele leasing
p. 120 29. Andere gegeven verplichtingen
p. 120 30. Andere ontvangen verplichtingen
p. 120 31. Geschillen
p. 121 32. Transacties met verbonden partijen
  • p. 122 33. Bezoldiging van de commissarissen
  • p. 122 34. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum
  • p. 123 35. Ondernemingen behorende tot de groep CFE

Vooraf

Geconsolideerde jaarrekening en toelichting

De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 26 februari 2015.

De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.

VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2014 EN 2013 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE

TRANSACTIES IN 2014

1. Pool Contracting

Op 28 november 2014 werd de divisie "Bouw" van Aannemingen Van Wellen NV verkocht aan Amart NV, een dochteronderneming van CFE. De divisie zal in Vlaanderen actief blijven onder de handelsnaam "ATRO Bouw". Op 1 december 2014 kondigde de groep CFE aan dat de wegenbouwactiviteit van de vennootschap Aannemingen Van Wellen – d.w.z. 100% van de participatie van de Groep in deze vennootschap – zou worden verkocht aan de groep Willemen. De verkoop van de wegenbouwactiviteit zal op 25 februari 2015 ingaan.

2. Pool Vastgoedontwikkeling

Op 28 februari 2014 werd de vennootschap Projekt RK Brugmann vereffend. Deze was voor 50% in handen van de vennootschap Batipont Immobilier (BPI).

Op 5 maart 2014 verwierf de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap naar Pools recht Immo Wola. Deze houdt zich bezig met de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. De vennootschap wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 23 april 2014 verkochten de vennootschappen VM Property I en VM Property II – beide voor 40% dochterondernemingen van de groep CFE – alle aandelen (100%) die ze samen hielden van de vennootschap VM Office.

Op 20 juni 2014 verwierf de vennootschap Investissement Léopold – voor 24,14% in handen van de groep CFE – alle aandelen van de vennootschap Promotion Léopold. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 27 juni 2014 verkocht Compagnie Luxembourgeoise Immobilière (CLi), een dochteronderneming van de groep CFE, al haar aandelen (d.w.z. 20%) in Compagnie Marocaine des Energies (CME).

Op 12 augustus 2014 verwierf de vennootschap La Réserve Promotions – voor 33% in handen van de groep CFE – alle aandelen van de vennootschap LRP Development. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 5 september 2014 verwierf de vennootschap CFE Immo, een dochteronderneming van de groep CFE, 30% van de aandelen van de vennootschappen Foncière de Bavière A en Foncière de Bavière C. Deze vennootschappen houden zich bezig met

vastgoedontwikkeling in de Luikse Bavière-wijk. Zij worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 29 september 2014 werd de naamloze vennootschap Transportzone Zeebrugge (TZZ) ontbonden. De CFE-groep bezat 38,9% van de aandelen in deze vennootschap. Zij werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 20 november 2014 verwierf de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap naar Pools recht BPI Wroclaw. Deze houdt zich bezig met de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. Zij wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 11 december 2014 verwierf de groep CFE via haar filiaal CFE Immo 33% van de vennootschap Europea Housing die het NEO-project op de Heizelvlakte uitvoert. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Eind 2014 verkocht de groep CFE al haar aandelen – d.w.z. 100% – van de vennootschap BPI Obozowa Retail Estate Sp. z o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

3. Pool PPS-concessies

Op 18 december 2014 verkocht de groep CFE al haar aandelen (d.w.z. 50%) van de naamloze vennootschap Turnhout Parking. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

4. Pool Baggerwerken en milieu

In 2014 verwierf DEME:

  • bijkomende aandelen van de vennootschap Fasiver, waarmee het haar participatie in deze entiteit verhoogde van 37,45% tot 74,90% (Fasiver wordt voortaan geconsolideerd volgens de integrale methode); en
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen DEME Concessions Wind en DEME Concessions Infrastructure die volgens de integrale methode werden geconsolideerd.

In de loop van het tweede semester van 2014 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen Offshore Manpower Supply Panama Ltd en Offshore Manpower Singapore Pte Ltd die volgens de integrale methode werden geconsolideerd;
  • 99,97% van de aandelen van de vennootschap Global Sea Mineral Resources NV, die volgens de integrale methode werd geconsolideerd;
  • 51% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap DIAP Daelim Joint Venture Ltd, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd; en
  • 100% van de aandelen van Techno@green, dat volgens de integrale methode werd geconsolideerd.

Verder verkocht Deme in 2014:

  • 9,60% van de vennootschap Highwind NV, waarmee zijn participatie in de entiteit daalde van 60% tot 50,40%. Highwind NV wordt voortaan geconsolideerd met de vermogensmutatiemethode;
  • al haar aandelen (d.w.z. 49,93%) van de vennootschap Eco Biogaz.

De vennootschappen Dalian Soil Remediation en DEC Canada, die voor respectievelijk 37,45% en 74,90% in handen waren van DEME, werden in de loop van 2014 vereffend.

Tot slot werd de vennootschap Fasiver die sinds het eerste halfjaar voor 74,90% in handen van DEME was, overgenomen door Agroviro. De nieuw opgerichte vennootschap Techno at Green die voor 100% eigendom van DEME was, werd in de loop van het laatste kwartaal eveneens overgenomen door de vennootschap DEME Concessions Wind.

TRANSACTIES IN 2013

1. Pool Contracting

Op 28 januari 2013 heeft de groep CFE de resterende 35% van de aandelen van de vennootschap Elektro Van De Maele N.V. gekocht. Deze vennootschap wijzigde haar naam in VMA WEST NV en wordt voortaan voor 100% door de CFE groep aangehouden. De consolidatiemethode bleef ongewijzigd.

Op 28 mei 2013 heeft de groep CFE beslist zijn aankoopoptie op de resterende aandelen van de vennootschap Brantegem NV uit te oefenen, om alzo de resterende 35% van de vennootschap te verkrijgen. Brantegem NV is gespecialiseerd in HVAC en sanitaire installaties. Bijgevolg wordt de vennootschap Brantegem NV voortaan voor 100% door de CFE groep aangehouden. De consolidatiemethode bleef ongewijzigd.

Op 7 juni 2013 heeft de vennootschap Prodfroid SA, gespecialiseerd in airconditioning en industriële en commerciële koeling, een naamswijziging uitgevoerd en heet nu Procool SA.

2. Pool Vastgoedontwikkeling

Op 28 februari 2013 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming CLI, en in partnerschap met andere immobiliënpromotoren, 33,3% van de naamloze vennootschap naar Luxemburgs recht, PEF Kons Investment SA, gekocht. Deze laatste is een belangrijke grondeigenaar in het Groothertogdom Luxemburg en de aanschaf heeft als doel de ontwikkeling van een complex voor kantoren, commerciële ruimtes en huisvesting (Project Kons Gallery). Deze vennootschap is opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 1 maart 2013 heeft CFE NV 50% van de aandelen in de vennootschappen Rederij Marleen BVBA en Rederij Ishtar BVBA gekocht om op de terreinen te Oostende een immobiliënproject te realiseren.

Op 13 juni 2013 heeft de CFE groep beslist om de totaliteit van haar participatie (66%) in Sogesmaint-CB Richard Ellis SA (segment Property & Facility Management) te verkopen aan CBRE. Terzelfdertijd heeft CFE de deelneming, gehouden door Sogesmaint-CB Richard Ellis SA, in de dochteronderneming in het Groothertogdom Luxemburg, overgenomen, alsook sommige contracten van Property & Facility Management in België.

Op 11 oktober 2013 heeft de CFE groep, via haar dochteronderneming in Polen, de vennootschap BPI Obozowa Retail Estate Sp. z o.o., opgericht. Deze heeft als doel de ontwikkeling van woongelegenheden en niet-residentiële gebouwen. Deze vennootschap wordt volgens de integrale consolidatiemethode opgenomen.

Op 22 oktober 2013 heeft de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de CFE groep, 16,7% bijkomende aandelen van de vennootschap Erasmus Gardens NV aangeschaft. Op die manier bedraagt haar participatie 50% van de aandelen.

3. Pool Baggerwerken en milieu

In de loop van 2013 heeft DEME via haar dochterondernemingen volgende deelnemingen verworven:

  • 100% in de nieuw opgerichte vennootschap DEME Concessions NV, die volgens de integrale consolidatiemethode is opgenomen
  • 35% in de nieuw opgerichte vennootschap Bluepower NV, die volgens proportionele methode wordt geconsolideerd
  • 51% in de nieuw opgerichte vennootschap DIAP SHAP Ltd, die volgens proportionele methode wordt geconsolideerd
  • 100% in de nieuw opgerichte vennootschap Maritime Services & Solutions SA, die volgens de integrale consolidatiemethode is opgenomen
  • 100% in de nieuw opgerichte vennootschap Dragamoz, die volgens de integrale consolidatiemethode is opgenomen
  • het minderheidsbelang (6%) in de vennootschap de Vries, om alzo 100% van de aandelen van deze vennootschap aan te houden
  • een bijkomend aandeel van 50% in de vennootschap Novadeal om alzo haar belangenpercentage van 50% naar 100% te brengen. Deze vennootschap werd tot dusver volgens de proportionele methode geconsolideerd om vanaf nu volgens de integrale consolidatiemethode te worden opgenomen
  • 18,6% van de vennootschap Seastar NV, die volgens de vermogensmutatiemethode is opgenomen

Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME verkregen ten gevolge van de realisatie van de opschortende voorwaarden aan dewelke de kapitaalsverhoging onderhevig was.

De realisatie van de kapitaalsverhoging van de groep CFE door middel van de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren (AvH) van 2.256.450 aandelen van de vennootschap Dredging, Environmental & Marine Engineering NV (DEME) werd eerst goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering van CFE van 13 november 2013. In ruil voor de inbreng in natura heeft CFE 12.222.222 nieuwe aandelen uitgegeven.

Ten gevolge van deze transactie heeft CFE de exclusieve controle over DEME verkregen aangezien haar deelnemingspercentage van 50% naar 100% is toegenomen. Deze aanschaf zal toelaten om een sterke synergie te ontwikkelen tussen de "contracting" en de baggeractiviteiten, en om evenzeer ten volle voordeel te halen uit het internationaal commercieel netwerk van DEME.

Hieruit volgt eveneens een wijziging in de consolidatiemethode van DEME: ze blijft volgens de proportionele consolidatiemethode opgenomen tot 24 december 2013, om vanaf dan opgenomen te worden volgens de integrale consolidatiemethode.

4. Pool PPS-concessies

Nihil.

1. Algemene principes

IFRS ZOALS GOEDGEKEURD DOOR DE EUROPESE UNIE

De boekhoudkundige grondslagen en methoden zijn dezelfde als deze toegepast in de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013, met uitzondering van de toepassing van de nieuwe norm IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten. De impacten van de herwerking zijn beschreven in paragraaf 2.1.

STANDAARDEN EN INTERPRETATIES VAN TOEPASSING VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2014

  • IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en jointventures (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Aanpassing van IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie Saldering van financiële activa en verplichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Aanpassing van IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa – Informatieverschaffing over de realiseerbare waarde van niet-financiële activa (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)
  • Aanpassing van IAS 39 Financiële instrumenten Novatie van derivaten en voortzetting van hedge accounting (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)

De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen significatief effect op de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE, met uitzondering van de toepassing van de herziening van IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten.

UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2014

De groep beslist om niet te anticiperen op de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2014 niet verplicht is.

  • IFRS 9 Financiële Instrumenten en de daaropvolgende aanpassingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2018 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRS 14 Uitgestelde rekeningen in verband met prijsregulering (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)

  • Verbeteringen aan IFRS (2010-2012) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 februari 2015)

  • Verbeteringen aan IFRS (2011-2013) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2015)
  • Verbeteringen aan IFRS (2012-2014) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2014, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IFRS 10 en IAS 28 Verkoop of inbreng van activa tussen investeerder en de geassocieerde deelneming of joint-venture (toepasbaar voor boekjaren van 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten Verwerking van overnames van deelnemingen in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IAS 1 Presentatie van jaarrekeningen Initiatief rond informatieverschaffing (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IAS 16 en IAS 38 Materiële en immateriële vaste activa – Verduidelijking van aanvaardbare afschrijvingsmethodes (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IAS 19 Personeelsbeloningen Werknemersbijdragen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 februari 2015)
  • Aanpassing van IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening Equity methode (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRIC 21 Heffingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 17 juni 2014)

2. Voornaamste boekhoudprincipes

De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna "de vennootschap" of "CFE" genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2014 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen, haar belangen in de entiteiten waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend ("groep CFE") en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.

2.1. WIJZIGING VAN WAARDERINGSREGELS: TOEPASSING VAN IFRS 10 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING, IFRS 11 GEZAMENLIJKE OVEREENKOMSTEN EN IFRS 12 INFORMATIEVERSCHAFFING OVER BELANGEN IN ANDERE ENTITEITEN

Vanaf 1 januari 2014 past CFE de normen IFRS 10, 11 en 12 toe die de consolidatiekring beïnvloeden.

IFRS 10 "Geconsolideerde jaarrekeningen" vervangt de standaard IAS 27 en interpretatie SIC 12 "Consolidatie-Ad hoc entiteiten" en betreft de controles en consolidatiemethode volgens de integrale methode. De definitie van controle op een entiteit is gebaseerd op 3 criteria:

  • de macht op de entiteit;
  • de blootstelling aan variabele rendementen van de entiteit; en
  • de relatie tussen beide als de macht om het rendement van een dochteronderneming te beïnvloeden.

De drie criteria moeten ingevuld zijn om een entiteit volgens de integrale methode te consolideren.

IFRS 11 "Gezamenlijke overeenkomsten" vervangt IAS 31 in wat betreft de consolidatie van de entiteiten onder gezamenlijke overeenkomsten. Een gezamenlijke overeenkomst bestaat als de beslissingen met betrekking tot de kernactiviteiten van een entiteit de goedkeuring heeft van alle partijen die over controle beschikken. De gezamenlijke overeenkomsten worden onderverdeeld in twee typen (gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en joint-ventures) volgens de rechten en verplichtingen van de partijen. De kwalificatie hangt af van de wettelijke vorm gebruikt voor het project, de voorwaarden van de overeenkomst tussen partijen en, indien relevant overige omstandigheden.

  • Een joint-venture is een overeenkomst waarin de partijen die over een gezamenlijke controle beschikken, rechten hebben op de netto activa van de joint-venture. Joint ventures worden volgens de vermogensmutatie methode opgenomen.
  • Een gezamenlijke bedrijfsactiviteit is een overeenkomst waarin de partijen beschikken over rechtstreekse rechten op de activa en verplichtingen van de entiteit. Elke partij boekt zijn deel van de activa, passiva, opbrengsten en lasten met betrekking tot zijn deel in de gezamenlijke bedrijfsactiviteit. De tijdelijke overeenkomsten opgericht voor de Belgische activiteiten van de groep worden beschouwd als gezamenlijke bedrijfsactiviteiten.

IFRS 12 "Informatieverschaffing" over investeringen in andere entiteiten bepaalt de definitie van de informatie te verschaffen in de geconsolideerde jaarrekeningen in wat betreft de aandelen in dochterondernemingen, gezamenlijke overeenkomsten, vennootschappen onder vermogensmutatiemethode en niet-geconsolideerde entiteiten.

De normen IFRS 10 en 11 zijn met terugwerkende kracht van toepassing en de vergelijkende financiële staten 2012-2013 en de geconsolideerde resultatenrekening op 31 december 2013 werden herwerkt; alleen IFRS 11 heeft een significatieve invloed op de geconsolideerde jaarrekeningen. Een groot aantal entiteiten van de pool Vastgoedontwikkeling en van de pool Baggerwerken en milieu, voordien geconsolideerd volgens de proportionele methode, zijn nu opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

Resultatenrekening

De geconsolideerde staat van de financiële toestand voor het boekjaar dat op 31 december 2013 werd afgesloten, de geconsolideerde verkorte resultatenrekening, het globaal resultaat en het geconsolideerd kasstroomoverzicht, ondergingen de volgende wijzigingen:

per 31 december 2013 (duizend euro) December 2013
gepubliceerd
Impact IFRS 11 December 2013,
na herziening
Omzet 2.267.257 (1.282.374) 984.883
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 87.925 (16.284) 71.641
Aankopen (1.446.118) 706.388 (739.730)
Bezoldigingen en sociale lasten (410.660) 201.382 (209.278)
Overige exploitatiekosten (300.745) 176.418 (124.327)
Afschrijvingskosten (126.670) 112.231 (14.439)
Bedrijfscombinaties – Aanschaf DEME 111.624 0 111.624
Bijzondere waardevermindering van goodwill – DEME (207.411) 0 (207.411)
Bijzondere waardevermindering van goodwill – overige (3.795) 0 (3.795)
Resultaat van de operationele activiteiten (28.593) (102.239) (130.832)
Winst uit geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke overeenkomsten 6.953 44.403 51.356
Bedrijfsresultaat (21.640) (57.836) (79.476)
Bruto financieringskosten (26.301) 26.158 (143)
Overige financiële lasten en opbrengsten (12.895) 10.344 (2.551)
Financieel resultaat (39.196) 36.502 (2.694)
Resultaat vóór belastingen (60.836) (21.334) (82.170)
Winstbelastingen (27.317) 21.524 (5.793)
Resultaat van de periode (88.153) 190 (87.963)
Minderheidsbelangen 6.918 (190) 6.728
Resultaat – Toekenbaar aan de groep (81.235) 0 (81.235)
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) (6,10) 0 (6,10)

Geconsolideerde staat van het globaal resultaat

per 31 december 2013 (duizend euro) December 2013
gepubliceerd
Impact IFRS 11 December 2013,
na herziening
Resultaat – Toekenbaar aan de groep (81.235) 0 (81.235)
Resultaat van de periode (88.153) 190 (87.963)
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde 10.395 2 10.397
Omrekeningsverschillen (3.398) (192) (3.590)
Uitgestelde belastingen (3.532) (2) (3.534)
Aanschaf DEME – herwerking van de reserves die later geherklasseerd zullen
worden
7.902 0 7.902
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen
worden naar het nettoresultaat
11.367 (192) 11.175
Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenen (3.538) 0 (3.538)
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen
worden naar het nettoresultaat
(3.538) 0 (3.538)
Andere elementen van het globaal resultaat 7.829 (192) 7.637
Globaal resultaat: (80.326) 0 (80.326)
- Aandeel van de groep (73.544) 0 (73.544)
- Aandeel van de minderheidsbelangen 6.782 0 6.782
Globaal resultaat (deel van de groep) gedeeld door het gewogen gemiddelde van
het aantal gewone aandelen (basis en verwaterd)
(5,52) 0 (5,52)

Geconsolideerde balans

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
December
2012
Opening
2013 (*)
Impact
IFRS 11
December
2012, na
herziening
December
2013 gepu
bliceerd
Impact
IFRS 11 (**)
Impact PPA
DEME (***)
December
2013, na
herziening
Immateriële vaste activa 12.651 (6.798) 5.853 19.204 (6.231) 92.527 105.500
Goodwill 33.401 (8.083) 25.318 291.873 (3.335) (111.535) 177.003
Materiële vaste activa 980.434 (916.511) 63.923 1.753.779 (240.904) 50.476 1.563.351
Vastgoedbeleggingen 2.056 (4) 2.052 0 0 0 0
Geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 18.364 386.924 405.288 39.752 96.577 19.548 155.877
Overige financiële vaste activa 56.586 1.012 57.598 96.212 19.184 0 115.396
Langlopende afgeleide instrumenten 0 0 0 286 326 0 612
Overige vaste activa 9.283 (4.091) 5.192 12.766 (2.041) 0 10.725
Uitgestelde belastingvorderingen 22.787 (9.697) 13.090 37.832 79.542 3.054 120.428
Totaal vaste activa 1.135.562 (557.248) 578.314 2.251.704 (56.882) 54.070 2.248.892
Voorraden 186.534 (104.126) 82.408 215.883 (99.871) 0 116.012
Handelsvorderingen en andere 732.466 (286.334) 446.132 1.116.915 (10.881) 0 1.106.034
bedrijfsvorderingen
Overige vlottende activa 84.240 (10.111) 74.129 101.030 (249) 0 100.781
Kortlopende afgeleide instrumenten 0 0 0 0 0 0 0
Financiële vlottende activa 153 (46) 107 594 0 0 6.447
Geldmiddelen en kasequivalenten 260.602 (116.340) 144.262 474.793 (37.459) 0 437.334
Totaal vlottende activa 1.263.995 (516.957) 747.038 1.909.215 (142.607) 0 1.766.608
Totaal van de activa 2.399.557 (1.074.205) 1.325.352 4.160.919 (199.489) 54.070 4.015.500
Kapitaal 21.375 0 21.375 41.330 0 0 41.330
Uitgiftepremies 62.551 0 62.551 800.008 0 0 800.008
Ingehouden winsten 460.306 0 460.306 358.124 0 0 358.124
Toegezegde doel-pensioenplannen (8.101) 0 (8.101) (5.782) 0 0 (5.782)
Afdekkingsreserves (17.673) 0 (17.673) (351) 0 0 (351)
Omrekeningsverschillen 6.154 0 6.154 (176) 0 0 (176)
Eigen vermogen – toekenbaar aan groep CFE 524.612 0 524.612 1.193.153 0 0 1.193.153
Minderheidsbelangen 6.227 (9.177) (2.950) 9.935 (1.871) 0 8.064
Eigen vermogen 530.839 (9.177) 521.662 1.203.088 (1.871) 0 1.201.217
Pensioenverplichtingen en 21.239 (13.074) 8.165 40.724 (182) 0 40.543
personeelsbeloningen
Voorzieningen 10.679 1.570 12.249 10.962 14.693 0 25.655
Andere langlopende verplichtingen 70.745 (37.050) 33.695 53.382 39.516 0 92.898
Obligatieleningen 100.000 0 100.000 199.639 0 8.982 208.621
Financiële schulden 379.120 (322.413) 56.707 649.186 (152.532) 0 496.654
Langlopende afgeleide instrumenten 32.853 (22.323) 10.530 38.603 (22.251) 0 16.352
Uitgestelde belastingverplichtingen 13.789 (731) 13.058 14.775 84.643 45.088 144.505
Totaal langlopende verplichtingen 628.425 (394.021) 234.404 1.007.271 (36.113) 54.070 1.025.228
Voorzieningen voor courante risico's 35.820 339 36.159 50.657 (2.476) 0 48.181
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 689.475 (364.593) 324.882 1.045.907 (62.101) 0 983.806
Fiscale schulden 21.579 (10.526) 11.053 78.836 (12.981) 0 65.855
Financiële schulden 181.474 (170.321) 11.153 407.358 (61.240) 0 346.118
Kortlopende afgeleide instrumenten 4.201 (2.631) 1.570 2.538 13.961 0 16.499
Overige kortlopende verplichtingen 307.744 (123.275) 184.469 365.264 (36.668) 0 328.596
Totaal kortlopende verplichtingen 1.240.293 (671.007) 569.286 1.950.560 (161.505) 0 1.789.055
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 2.399.557 (1.074.205) 1.325.352 4.160.919 (199.489) 54.070 4.015.500

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de herziene versie van IAS 19, Personeelsbeloningen.

(**) Het gevolg van de toepassing van IFRS 11 blijft beperkt tot een daling van het balanstotaal met 199.489 duizend euro in 2013 (tegenover een daling met 1.074.205 duizend euro in 2012), wat voornamelijk toe te schrijven is aan het feit dat CFE in december 2013 de exclusieve controle over DEME verwierf. Bijgevolg werd DEME in december 2012 geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode, terwijl de subgroep in december 2013 volgens de integrale methode werd geconsolideerd. Nota 2.1 van het financieel rapport 2013 bevat eveneens een herwerking van de uitsplitsing van de uitgestelde belasting van DEME per juridische entiteit. Het gevolg hiervan is een verhoging van de posten Uitgestelde belastingvorderingen/uitgestelde belastingverplichtingen met 80.517 duizend euro.

(***)Herwerkte bedragen conform de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de verwerving van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Deze herwerkingen worden beschreven in nota 5 van het financieel rapport van 2013.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Voor de periode eindigend op 31 december (duizend euro) December
2013
gepubliceerd
Impact
IFRS 11
December
2013,
na herziening
Operationele activiteiten
Resultaat toekenbaar aan de groep (81.235) 0 (81.235)
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 126.670 (112.231) 14.439
Toevoeging aan de voorzieningen 6.503 (1.447) 5.056
Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa 101.688 (231) 101.457
Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies 3.274 (2.860) 414
Opbrengsten uit renten en financiële activa (5.448) 1.266 (4.182)
Rentelasten 31.374 (26.896) 4.478
Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten (3.083) 2.413 (670)
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa (2.914) 2.748 (166)
Belastingen van de periode 27.317 (21.524) 5.793
Minderheidsbelangen (6.918) 190 (6.728)
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures (6.953) (44.375) (51.328)
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal 190.275 (202.947) (12.672)
Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende
vorderingen
(123.502) 33.158 (90.344)
Afname/(toename) van voorraden (6.479) 1.936 (4.543)
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden 39.166 76.530 115.696
Kasstromen uit operationele activiteiten 99.460 (91.323) 8.137
Betaalde rente (31.374) 26.952 (4.422)
Ontvangen rente 5.448 (1.266) 4.182
Betaalde / ontvangen winstbelastingen (8.649) 648 (8.001)
Netto kasstromen uit operationele activiteiten 64.885 (64.989) (104)
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 6.477 (5.623) 854
Aankoop van vaste activa (68.554) 50.404 (18.150)
Overname van dochterondernemingen na aftrek van verworven geldmiddelen (2.117) 2.117 0
Verkoop van dochterondernemingen 5.358 (4.934) 424
Aankoop DEME 166.702 151.209 317.911
Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast (247) (1.241) (1.488)
Kasstromen uit investeringsactiviteiten 107.619 191.932 299.551
Financieringsactiviteiten
Leningen
253.678 (214.214) 39.464
Terugbetaling van schulden (195.949) 166.664 (29.285)
Uitgekeerde dividenden (15.056) 0 (15.056)
Wijziging van het deelnemingspercentage in de gecontroleerde vennootschappen (1.543) 0 (1.543)
Kasstromen uit financieringsactiviteiten 41.130 (47.550) (6.420)
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen 213.634 79.393 293.027
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van de periode 260.602 (116.340) 144.262
Wisselkoerseffecten 557 (512) 45
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van de periode 474.793 (37.459) 437.334

2.2. BOEKHOUDKUNDIGE GRONDSLAGEN EN METHODEN

(A) Conformiteitsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS – International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.

(B) Presentatiebasis

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.

Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.

De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:

  • de afschrijvingsperiode van de vaste activa;
  • de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen;
  • de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de onderhanden projecten in opdracht van derden;
  • de schattingen genomen waarderingen voor de impairment tests;
  • de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde;
  • de beoordeling van de controle op deelvennootschappen;
  • de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinaties of verwerving van activa).

Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

(C) Consolidatieprincipes

Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:

  • zeggenschap uitoefent over de uitgevende instelling;
  • blootgesteld is aan of recht heeft op variabele rendementen als gevolg van haar banden met de uitgevende instelling;

• in staat is haar zeggenschap te gebruiken om het bedrag van de rendementen die zij verkrijgt te beïnvloeden.

Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:

  • het aantal stemrechten dat de groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten van andere houders van stemrechten en met hun verspreiding;
  • de potentiële stemrechten die de groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen houden;
  • de rechten die voortvloeien uit andere contractuele akkoorden;
  • de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen.

De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.

De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.

Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.

Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.

Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid. Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.

De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.

Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.

Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een

gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa;
  • haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval;
  • de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • de verliezen die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen verliezen, in voorkomend geval.

(D) Vreemde valuta

(1) Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.

(2) Jaarrekeningen van buitenlandse entiteiten

De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).

De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.

De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name "omrekeningsverschillen". Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.

(3) Wisselkoersen

Valuta Slotkoers 2014 Gemiddelde koers 2014 Slotkoers 2013 Gemiddelde koers 2013
Poolse zloty 4,283 4,186 4,156 4,196
Hongaarse forint 315,588 308,690 297,146 296,850
US dollar 1,210 1,328 1,379 1,328
Singapore dollar 1,600 1,682 1,745 1,662
Qatarse riyal 4,407 4,837 5,021 4,837
Roemeense leu 4,483 4,443 4,473 4,418
Tunesische dinar 2,257 2,253 2,268 2,161
CFA frank 655,957 655,957 655,957 655,957
Australische dollar 1,483 1,473 1,545 1,378
Nigeriaanse naira 221,448 219,138 211,514 220,555
Marokkaanse dirham 10,981 11,165 11,168 11,2487
Turkse lira 2,820 2,904 2,533 2,956

1 EUR = X vreemde valuta

(E) Immateriële vaste activa

(1) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten

Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.

De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.

(2) Overige immateriële vaste activa

De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(3) Latere uitgaven

Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(4) Afschrijvingen

De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:

• Minimum: 5% exploitatieconcessies

• Minimum: 33,33% applicatiesoftware

(F) Bedrijfscombinaties

De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.

Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.

Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:

  • de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd;
  • de verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten ingevolge betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming of betalingsovereenkomsten op basis van de aandelen van de groep, gesloten ter vervanging van betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming, die gewaardeerd worden overeenkomstig IFRS 2 op aandelen gebaseerde betalingen, op de overnamedatum;
  • de activa (of groepen activa die worden afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, die gewaardeerd worden in overeenstemming met deze standaard.

Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.

De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).

(1) Positieve goodwill

Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.

De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.

Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de

bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.

Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.

(2) Negatieve goodwill

Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.

(G) Materiële vaste activa

(1) Opname en waardering

Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.

Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.

(2) Latere uitgaven

Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.

(3) Afschrijvingen

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:

vrachtwagens- 3 jaar
voertuigen- 3-5 jaar
ander materiaal- 5 jaar
informaticamateriaal- 3 jaar
bureaumateriaal- 5 jaar
kantoormeubilair- 10 jaar
gebouwen- 25-33 jaar
hoppers en cutters- 18 jaar met restwaarde
van 5%
baggermolens en zeevarende bakken- 25 jaar met restwaarde
van 5%
pontons, bakken, werkschepen en
boosters
18 jaar zonder
restwaarde
kranen- 12 jaar met restwaarde
van 5%
grondverzetmaterieel- 7 jaar zonder restwaarde
leidingen- 3 jaar zonder restwaarde
keten en werfinstallaties- 5 jaar
divers werfmaterieel- 5 jaar

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.

(4) Boekhoudkundige verwerking van de vloot baggermachines

De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel "boot", goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel "onderhoud", goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar.

Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.

Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.

(H) Vastgoedbeleggingen

Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.

Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.

De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

(I) Leaseovereenkomsten

Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.

Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.

De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.

Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.

Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.

(J) Beleggingen

Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingsdatum.

(1) Beleggingen beschikbaar voor verkoop

Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.

De waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil

tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(2) Beleggingen en vorderingen

(2.1) Beleggingen en andere financiële activa

Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. (brontekst nodig) De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen als eigen vermogen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2.2) Handelsvorderingen

We verwijzen naar paragraaf (L).

(3) Financiële activa zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).

(K) Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.

De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.

(L) Handelsvorderingen

Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.

(M) Onderhanden projecten in opdracht van derden

Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de "cost to cost"-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.

Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.

De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.

(N) Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.

(O) Bijzondere waardeverminderingen

De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(1) Schatting van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.

De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.

Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.

(2) Terugneming van bijzondere waardeverminderingen

Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.

De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.

Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.

(P) Kapitaal

Inkoop van eigen aandelen

Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.

(Q) Voorzieningen

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.

Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.

Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.

De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.

De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.

Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.

(R) Personeelsbeloningen

(1) Verplichtingen inzake pensioen

De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.

De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type "toegezegd-pensioenregeling" en "toegezegde-bijdragenregeling". De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.

De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.

a) Pensioenplannen van het type "toegezegde-bijdragenregeling"

De bijdragen tot deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.

b) Pensioenplannen van het type "toegezegd-pensioenregeling"

Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de "projected unit credit"-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.

Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kost op regelmatige wijze gespreid wordt over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de prijs van de verleende diensten, de

rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.

De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die die van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet erkende kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.

De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk plan van het type "toegezegd-pensioenregeling". De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.

De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen in de periode waarin ze zijn opgelopen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.

De rentekosten als gevolg van de desactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.

De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegd-pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kost van de verstreken diensttijd. De kost van de verstreken diensttijd die verbonden is met de regelingen bij uitdiensttreding wordt lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.

De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.

(2) Bonussen

De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

(S) Rentedragende leningen

(1) Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode.

(2) Financiële verplichtingen zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een dekkingsdocumentatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf X.

(T) Handelsschulden en overige schulden

De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.

(U) Winstbelastingen

Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen in het globaal resultaat opgenomen.

De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ("liability method"). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.

De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.

Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.

(V) Opbrengsten

(1) Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden

Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.

De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.

Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.

Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).

Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

(2) Verkoop van goederen en levering van diensten

Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.

(3) Huuropbrengsten en honoraria

Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.

(4) Financiële opbrengsten

Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de winst-en-verliesrekening.

Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.

Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royalty-opbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen op de datum van toekenning.

(5) Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.

Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de winst-en-verliesrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.

(W) Lasten

(1) Financieringskosten

De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.

(2) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten, reclameen promotiekosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen

De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.

(X) Afgeleide financiële instrumenten

De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.

De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.

De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van

de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.

De reële waarde van een "forward exchange contract" is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde "forward"-prijs.

(1) Kasstroomafdekking (Cashflow hedges)

Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen.

Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek "eigen vermogen" en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.

In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.

Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek "eigen vermogen" en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.

Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2) Reële-waardeafdekking

Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.

(3) Afdekking van een netto-investering in buitenlandse activiteiten

Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek "eigen vermogen".

Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek "eigen vermogen", terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(Y) Gesegmenteerde informatie

Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen, met name: Contracting, Vastgoedontwikkeling, Baggerwerken en milieu en PPS-concessies.

(Z) Aandelenopties

Aandelenopties worden gewaardeerd tegen reële waarde op de datum van toekenning. Deze reële waarde wordt lineair opgenomen over de wachtperiode, uitgaande van een schatting van het aantal opties dat uiteindelijk onvoorwaardelijk wordt.

3. Consolidatiemethoden

CONSOLIDATIEKRING

Vennootschappen waarvan de groep rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.

De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Het betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.

Vennootschappen waarover de groep een aanzienlijke invloed van betekenis heeft worden opgenomen volgens de vermogensmutatie. Dit betreft voornamelijk de vennootschappen Coentunnel Company BV, PPP Schulen Eupen SA, Van Maerlant Property I SA & II SPRL en Van Maerlant Residential SA en C-Power NV.

DEME is geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode voor het resultaat van het boekjaar tot 31 december 2013. De balanssaldi zijn opgenomen volgens de integrale consolidatiemethode vanaf 31 december 2013.

Evolutie van de consolidatiekring

Aantal entiteiten 2014 2013
Integrale methode 164 154
Vermogensmutatiemethode 110 103
Totaal 274 257

TRANSACTIES BINNEN DE GROEP

De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:

  • volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen;
  • naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN

In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.

De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de winst-en-verliesrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.

TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA

De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de winst-en-verliesrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.

De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder het eigen vermogen.

4. Gesegmenteerde informatie

OPERATIONELE SEGMENTEN

De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.

De raad van bestuur van CFE heeft beslist een pool contracting op te richten die de activiteiten van de vroege polen Bouw, Multitechnieken en Spoor & Wegen Infra zal omvatten. Deze nieuwe presentatie van de segmenteerde informatie wordt in het huidig verslag voorgesteld. In het verleden omvatte de groep CFE zes operationele polen: bouw, vastgoedontwikkeling en-beheer, multitechnieken, spoor & wegeninfra, PPS-Concessies en baggerwerken en milieu.

Vanaf boekjaar 2014 omvat de groep CFE de vier volgende polen:

Baggerwerken en milieu

De pool Baggerwerken en milieu is, via de 100% dochter DEME (vanaf 24 december 2013), actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.

De geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar 2013 bevatten 50% van de activiteit van DEME. Daarentegen bevat de geconsolideerde balans per 31 december 2013 de activa en passiva van DEME aan 100%. Hetzelfde geldt voor het orderboek.

Contracting

Binnen de bouw is de pool Contracting actief in de volgende domeinen:

  • civieltechnische werkzaamheden (uitvoering van grote infrastructuurwerken: tunnels, bruggen, kademuren, gasterminals, …);
  • gebouwen (kantoren, industriële gebouwen, woningen, renovaties en restauraties);
  • tertiaire elektriciteit (kantoren, ziekenhuizen, parkeerterreinen, …);
  • plaatsing van bovenleidingen en spoorwegsignalisatie en aanleg van sporen.

Vastgoedontwikkeling

De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in de hoedanigheid van ontwikkelaar / bouwheer en betrekt bij zijn projecten dus ook de pool bouw. Bovendien biedt deze pool, via specifieke dochterondernemingen, ook aanvullende diensten bij zijn kernactiviteit: projectmanagement en beheer en onderhoud van gebouwen.

PPS-concessies

De pool PPS-concessies werd opgericht ingevolge de opkomst van belangrijke activiteiten verricht in publiek-private samenwerking (PPS).

De boekhoudprincipes gebruikt in de presentatie van de gesegmenteerde informatie zijn dezelfde als die gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening (zie toelichting 2).

Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat

(duizend euro) Omzet Bedrijfsresultaat op activiteit Bedrijfsresultaat (EBIT) Financieel resultaat 2014 2013 (*) 2014 % Omzet 2013 (*) % Omzet 2014 % Omzet 2013 (*) % Omzet 2014 2013 (*) Contracting 1.073.297 970.984 637 0,06% (27.608) (2,84%) (7.542) (0,70%) (29.453) (3,03%) (1.525) (2.765) Vastgoedontwikkeling 45.650 18.843 5.693 12,47% 4.723 25,07% 7.090 15,53% 3.749 19,90% (2.261) (1.955) PPS-Concessie 754 717 (45) (5,97%) (1.457) (203,21%) 2.473 327,98% 739 103,07% (224) 130 Baggerwerken en milieu 2.419.656 0 223.524 9,24% 0 - 248.889 10,29% 55.172 - (23.232) Herwerking DEME (6.772) 105 (7.749) (3.088) 12.540 Holding (1.719) (7.421) (1.719) (7.421) (1.051) 1.866 Eliminaties tussen polen (28.809) (5.661) (502) 408 (502) 408 Total terugkerende elementen 3.510.548 984.883 220.816 6,29% (31.250) (3,17%) 240.940 6,86% 20.106 2,04% (15.753) (2.694) Niet terugkerende elementen – DEME (95.787) (95.787) Niet terugkerende elementen – overige (417) (3.795) (417) (3.795) Totaal geconsolideerd 3.510.548 984.883 220.399 6,28% (130.832) (13,28%) 240.523 6,85% (79.476) (8,07%) (15.753) (2.694)

Overzicht na toepassing van IFRS 10 en 11

(duizend euro) Belastingen Resultaat toekenbaar aan de groep Niet-kaselementen EBITDA
2014 2013 (*) 2014 %
Omzet
2013 (*) %
Omzet
2014 2013 (*) 2014 %
Omzet
2013 (*) %
Omzet
Contracting (6.637) (5.577) (14.474) (1,35%) (37.676) (3.88%) 26.248 17.484 26.883 2,50% (10.124) (1,04%)
Vastgoed
ontwikkeling
(553) (13) 4.276 9,37% 1.825 9,69% (251) 59 5.442 11,92% 4.782 25,38%
PPS-Concessie 2.249 298,28% 868 121,06% 115 70 9,28% (1.457) (203,21%)
Baggerwerken en
milieu
(56.569) 0 168.991 6,98% 54.542 - 220.110 0 443.624 18,33% -
Herwerking
DEME
(1.684) (36) 2.356 - (2.493) - 8.960 0 2.188 - 105 -
Holding 84 (22) (2.711) (5.605) 3.499 3.932 1.780 (3.489)
Eliminaties
tussen polen
110 (145) (392) 263 (502) 408
Total
terugkerende
elementen
(65.249) (5.793) 160.295 4,57% 11.724 1,19% 258.671 21.475 479.485 13,66% (9.775) (0,99%)
Niet
terugkerende
elementen
– DEME
(89.164) 95.787
Niet
terugkerende
elementen
– overige
(417) (3.795) 417 3.795
Totaal
geconsolideerd
(65.249) (5.793) 159.878 4,55% (81.235) (8,25%) 259.088 121.057 479.485 13,66% (9.775) (0,99%)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Pro forma gesegmenteerde inlichtingen

Indien de aankoop van een bijkomende participatie van 50% in DEME op 1 januari 2013 had plaatsgevonden, zouden de resultaten als gevolgd zijn;

(duizend euro) Omzet Bedrijfsresultaat op activiteit Bedrijfsresultaat (EBIT) Financieel
resultaat
2014 2013
Pro forma
2014 %
Omzet
2013
Pro
forma
%
Omzet
2014 %
Omzet
2013
Pro
forma
%
Omzet
2014 2013
Pro
forma
Contracting 1.073.297 970.984 635 0,06% (27.608) (2,84%) (7.544) (0,70%) (29.453) (3,03%) (1.525) (2.765)
Vastgoed
ontwikkeling
45.650 18.843 5.693 12,47% 4.723 25,07% 7.090 15,53% 3.749 19,90% (2.261) (1.955)
PPS-Concessie 754 717 (45) (5,97%) (1.457) (203,21%) 2.473 327,98% 739 103,07% (224) 130
Baggerwerken en
milieu
2.419.656 2.361.243 223.524 9,24% 280.961 11,90% 248.889 10,29% 206.819 8,76% (23.232) (53.508)
Herwerking DEME (6.772) (4.624) (7.749) (4.624) 12.540
Holding (1.719) (7.421) (1.719) (7.421) (1.051) 1.866
Eliminaties tussen
polen
(28.809) (5.661) (502) 408 (502) 408
Total terugkerende
elementen
3.510.548 3.346.126 220.814 6,29% 244.982 7,32% 240.938 6,86% 170.217 5,09% (15.753) (56.202)
Niet terugkerende
elementen – DEME
(95.787) (95.787)
Niet terugkerende
elementen – overige
(417) (3.795) (417) (3.795)
Totaal
geconsolideerd
3.510.548 3.346.126 220.397 6,28% 145.400 4,35% 240.521 6,85% 70.635 2,11% (15.753) (56.202)
(duizend euro) Belastingen Resultaat toekenbaar aan de groep Niet-kaselementen EBITDA
2014 2013
Pro
forma
2014 2013
Pro
forma
%
Omzet
2013
Pro
forma
2014 2013
Pro
forma
2014 %
Omzet
2013
Pro
forma
%
Omzet
Contracting (6.637) (5.577) (14.474) (1,35%) (37.676) (3.88%) 26.248 17.484 26.883 2,50% (10.124) (1,04%)
Vastgoed
ontwikkeling
(553) (13) 4.276 9,37% 1.825 9,69% (251) 59 5.442 11,92% 4.782 25,38%
PPS-Concessie 2.249 298,28% 868 121,06% 115 70 9,28% (1.457) (203,21%)
Baggerwerken en
milieu
(56.569) (50.272) 168.991 6,98% 109.082 4,62% 220.110 194.400 443.624 18,33% 475.361 20,13%
Herwerking
DEME
(1.684) 650 2.356 (3.224) 8.960 2.188 (4.624)
Holding 84 (22) (2.711) (5.605) 3.499 3.932 1.780 (3.489)
Eliminaties
tussen polen
110 (145) (392) 263 (502) 408
Total
terugkerende
elementen
(65.249) (55.379) 160.295 4,57% 65.533 1,96% 258.671 215.875 479.485 13,66% 460.857 13,77%
Niet
terugkerende
elementen
– DEME
(89.164) 95.787
Niet
terugkerende
elementen
– overige
(417) (3.795) 417 3.795
Totaal
geconsolideerd
(65.249) (55.379) 159.878 4,55% (27.426) (0,82%) 259.088 531.332 479.485 13,66% 460.857 13,77%

Omzet

(duizend euro) 2014 2013 (*)
België 1.055.937 719.352
Andere Europa 960.369 205.243
Midden-Oosten 81.729 1.213
Andere Azië 133.443 1.472
Oceanië 677.094 0
Afrika 454.189 57.603
Amerika 147.787 0
Totaal geconsolideerd 3.510.548 984.883

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.

De groep heeft in 2014 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 12% van de omzet.

De omzet uit de verkoop van goederen voor 2014 bedraagt 10.618 duizend euro (2013: 11.392 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.

Opsplitsing omzet van de pool contracting

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Gebouw – Benelux 523.116 442.456
Burgerlijke bouwkunde 116.258 137.160
Gebouw internationaal 165.887 125.770
Bouw 805.261 705.386
Multitechnieken 162.613 156.912
Spoorinfra 105.423 108.686
Contracting 1.073.297 970.984

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.

Voor de pool Vastgoedontwikkeling erkent de groep CFE de nettoomzet na aftrek van de omzet bouw.

Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.

Opsplitsing omzet van de pool baggerwerken

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Baggerwerken 1.666.871 785.062
Oil & Gas 257.764 108.270
Milieu 196.125 93.425
Burgerlijke bouwkunde 380.954 251.257
Andere 85.205 27.795
Eliminatie omzet uit
geassocieerde deelnemingen en
joint-ventures
(167.263) (1.265.809)
Totaal 2.419.656 0

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Orderboek

(miljoen euro) 2014 2013
Proforma
(DEME
100%)
% verschil
Contracting 1.127,2 1.310,3 (14,0%)
Bouw 945,3 1.077,4 (12,3%)
Spoorinfra 55,6 80,3 (30,8%)
Multitechnieken 126,3 152,6 (17,2%)
Vastgoed
ontwikkeling
16,0 28,6 (44,1%)
Baggerwerken en
milieu
2.420,0 3.049,0 (20,6%)
PPS-concessies 2,6 0 -
Totaal 3.565,8 4.387,9 (18,7%)

Ten gevolge van de aanschaf door CFE van een bijkomende deelneming in DEME per 24 december 2013 is het belangenpercentage in DEME van 50% naar 100% toegenomen. Het orderboek van DEME is voor 100% opgenomen in het orderboek per 31 december 2013.

Geconsolideerd overzicht van de financiële positie

Per 31 december 2014 (duizend euro) Contracting Vastgoed
ontwikke
ling
PPS
concessies
Bagger
werken en
milieu
Holding en
eliminaties
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsoli
deerd
ACTIVA
Goodwill 19.210 53 0 157.819 0 0 177.082
Materiële vaste activa 56.725 305 0 1.441.960 4.285 0 1.503.275
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen
van de groep
20.269 0 0 0 80.930 (101.199) 0
Overige financiële vaste activa 3.978 45.845 26.920 29.371 3.227 0 109.341
Overige vaste activa 6.291 49.341 13.504 318.895 757.903 (752.149) 393.785
Voorraden 32.925 53.320 0 18.387 646 0 105.278
Geldmiddelen en kasequivalenten 60.875 4.487 671 579.618 57.850 0 703.501
Interne kaspositie –
Cash pooling – actief
98.049 4.465 0 0 127.870 (230.384) 0
Overige vlottende activa 546.898 45.782 4.756 649.725 7.363 (31.334) 1.223.190
Totaal activa 845.220 203.598 45.851 3.195.775 1.040.074 (1.115.066) 4.215.452
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 73.165 32.833 9.352 1.229.135 705.251 (728.871) 1.320.865
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
17.599 43.602 23.331 0 16.667 (101.199) 0
Obligatielening 0 0 0 206.936 99.959 0 306.895
Langlopende financiële schulden 11.174 4.574 0 302.317 60.000 0 378.065
Overige langlopende verplichtingen 60.731 18.012 10.625 213.267 35.973 (23.500) 315.108
Kortlopende financiële schulden 2.239 0 0 204.510 (78) 0 206.671
Interne kaspositie –
Cash pooling – passief
70.428 57.187 255 0 102.514 (230.384) 0
Overige kortlopende verplichtingen 609.884 47.390 2.288 1.039.610 19.788 (31.112) 1.687.848
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 845.220 203.598 45.851 3.195.775 1.040.074 (1.115.066) 4.215.452

Geconsolideerd overzicht van de financiële positie

Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) Contracting Vastgoed
ontwikke
ling
PPS
concessies
Bagger
werken en
milieu
Holding en
eliminaties
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsoli
deerd
ACTIVA
Goodwill 19.626 53 0 157.324 0 0 177.003
Materiële vaste activa 59.212 333 0 1.496.172 7.634 0 1.563.351
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
18.608 0 0 0 96.873 (115.481) 0
Overige financiële vaste activa 45.897 29.652 10.181 26.524 3.142 0 115.396
Overige vaste activa 8.735 38.345 13.032 323.824 732.795 (723.588) 393.143
Voorraden 24.809 61.601 0 28.956 646 0 116.012
Geldmiddelen en kasequivalenten 60.223 6.279 (7) 318.000 52.839 0 437.334
Interne kaspositie –
Cash pooling – actief
111.614 2.918 0 0 138.195 (252.727) 0
Overige financiële vlottende activa –
vennootschappen van de groep
0 0 0 0 0 0 0
Overige vlottende activa 506.659 49.624 1.030 667.798 21.624 (33.474) 1.213.261
Totaal activa 855.383 188.805 24.236 3.018.598 1.053.748 (1.125.270) 4.015.500
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 54.839 10.240 6.557 1.091.245 762.083 (723.747) 1.201.217
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
23.401 57.941 7.614 0 26.524 (115.480) 0
Obligatielening 0 0 0 208.621 0 0 208.621
Langlopende financiële schulden 46.983 10.266 1 419.261 20.143 0 496.654
Overige langlopende verplichtingen 42.684 9.653 4.104 250.563 13.018 (69) 319.953
Kortlopende financiële schulden 3.440 0 0 240.381 102.297 0 346.118
Interne kaspositie –
Cash pooling – passief
58.146 80.490 1.966 0 112.116 (252.718) 0
Overige kortlopende verplichtingen 625.890 20.215 3.994 808.527 17.567 (33.256) 1.442.937
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 855.383 188.805 24.236 3.018.598 1.053.748 (1.125.270) 4.015.500

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten en (ii) de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013 (herwerkingen worden beschreven in nota 2.1).

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Per 31 december 2014 (duizend euro) Contracting Vastgoedont
wikkeling
PPS
concessies
Baggerwer
ken en milieu
Holding en
eliminaties
Totaal gecon
solideerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
25.911 6.052 552 428.947 194 461.656
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
(11.988) (7.706) 16.438 601.439 8.542 606.725
Kasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(6.851) 831 0 (160.069) 2.482 (163.607)
Kasstroom uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
19.734 5.155 (15.760) (180.660) (6.017) (177.548)
Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen 895 (1.720) 678 260.710 5.007 265.570
Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) Contracting Vastgoedont
wikkeling
PPS
concessies
Baggerwer
ken en milieu
Holding en
eliminaties
Totaal gecon
solideerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
(11.653) 1.144 (2.388) 0 225 (12.672)
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
22.309 6.086 (29.389) 0 890 (104)
Kasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(11.537) (1.270) 0 318.001 (5.643) 299.551
Kasstroom uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(12.268) 219 29.348 0 (23.719) (6.420)
Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen (1.496) 5.035 (41) 318.001 (28.472) 293.027

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.

Overige informatie

Per 31 december 2014 (duizend euro) Contracting Vastgoedont
wikkeling
Baggerwer
ken en milieu
PPS
concessies
Holding en
eliminaties
Totaal gecon
solideerd
Afschrijvingen
Investeringen
(13.052)
(15.487)
(51)
(4.710)
(228.636)
(166.590)
0
0
(1.564)
(690)
(243.303)
(187.477)
Waardeverminderingen (9) 0 (434) 0 0 (443)
Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) Contracting Vastgoedont
wikkeling
Baggerwer
ken en milieu
PPS
concessies
Holding en
eliminaties
Totaal gecon
solideerd
Afschrijvingen (12.523) (68) 0 0 (1.278) (13.869)
Investeringen (12.423) (201) (98.848) 0 (5.644) (117.116)
Waardeverminderingen (570) 0 0 0 0 (570)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Investeringen vermeld in dit tabel hebben betrekking tot immateriële en materiële vaste activa.

Geografische informatie

De activiteiten van de groep in de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-concessies situeren zich voornamelijk in de Benelux, Centraal-Europa en Afrika.

De materiële vaste activa in de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-concessies bevinden zich voornamelijk in België en in het Groothertogdom Luxemburg.

Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.

5. Overnames en afstotingen van dochterondernemingen

BIJKOMENDE PARTICIPATIE VAN 50% IN DEME – AFSLUITING VAN DE OPNAME VAN DE BEDRIJFSCOMBINATIE

Op 24 december 2013 heeft de groep CFE een bijkomende participatie van 50% in DEME vervoeren, waarmee de participatie van CFE in DEME stijgt van 50% tot 100%. De activa en passiva werden opgenomen tegen hun boekhoudwaarde die volgens de boekhoudkundige methoden van de groep CFE werd bepaald, terwijl de goodwill voorlopig werd bepaald. Op 31 december 2014 werd de waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen reële waarde voltooid.

De reële waarden die aan de verworven activa en eventuele passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat:

(duizend euro) Boekwaarde op
31 december 2013 (*)
Aanpassingen Reële waarde op
31 december 2013
van de verworven
identificeerbare
activa en passiva
Immateriële vaste activa 8.578 92.527 101.105
Handelsnamen 0 15.178 15.178
Databanken 0 69.349 69.349
Orderboek 0 8.000 8.000
Andere 8.578 0 8.578
Materiële vaste activa 1.447.274 50.476 1.497.750
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 25.776 19.548 45.324
Uitgestelde belastingen 26.588 (42.034) (15.446)
Kortlopende en langlopende financiële schulden (851.890) (8.982) (860.872)
Overige vlottende en niet-vlottende activa en passiva 186.200 0 186.200
Totaal nettoactief 842.527 111.534 954.061

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:

  • Materiële vaste activa (voornamelijk scheepsvloot): de reële waarde werd bepaald op basis van de geamortiseerde kostprijs van de nieuwvervangingswaarde;
  • Immateriële vaste activa: de reële waarde werd bepaald op basis van onderstaande methoden:
  • "multi-period excess earnings", gebaseerd op de contante waarde van de toekomstige kasstromen die door de immateriële vaste activa worden gegenereerd, en dit na aftrek van de bijdrage van de overige activa die tot het genereren van deze kasstromen bijdragen;
  • "market approach", gebaseerd op de benchmarks ontleend aan vergelijkbare transacties die op de markt worden waargenomen; en
  • "cost approach", gebaseerd op een raming van de kosten die de ontwikkeling van deze immateriële vaste activa met zich mee zouden brengen.
  • Overige activa en passiva: de reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde waarvoor deze activa of passiva kunnen worden verkocht aan een derde, niet-verbonden partij.

Rekening houdend met de overgedragen vergoeding, werd de residuele goodwill geraamd op 157.324 duizend euro.

(duizend euro)
Waardering van 50% aan verworven aandelen van DEME 757.411
Waardering van 50% aan historische aandelen van DEME 550.000
Niet-controlerende participaties via DEME-dochterondernemingen 11.385
Overgedragen vergoeding 1.318.796
Reële waarde van de verworven identificeerbare activa en passiva 954.061
Goodwill 364.735
Geboekte impairment op 31 december 2013 -207.411
Nettoboekwaarde van de goodwill 157.324

De vergelijkende cijfers per 31 december 2013 van de geconsolideerde financiële staat werden herwerkt om rekening te houden met de boekhoudkundige verwerking van de verworven identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde. Paragraaf 10(f) van de norm IAS 1 – Presentatie van de jaarrekeningen – vereist in principe dat na deze herwerking ook de beginstaat per 1 januari 2013 wordt herwerkt.

De kosten die deze acquisitie met zich meebracht (0,5 miljoen euro) werden opgenomen in de kosten van de geconsolideerde resultatenrekening.

Het opnemen van een residuele goodwill in de financiële staten is gerechtvaardigd door de aanwezigheid van immateriële waarden – zoals het personeel van DEME – die niet afzonderlijk kunnen worden geboekt. Andere elementen die deze residuele goodwill rechtvaardigen, zijn de knowhow en de kennis die DEME in de loop der jaren ontwikkelde en die het mogelijk maken om:

  • technologische oplossingen te ontwikkelen die optimaal afgestemd zijn op elk nieuw contract, en
  • programma's voor een optimaal kostenbeheer te ontwikkelen en te implementeren.

OVERNAMES IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2014

De gerealiseerde overnames tijdens de verslagperiode houden verband met DEME en werden in hier boven beschreven.

De gerealiseerde overnames in de tak vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad.

AFSTOTINGEN IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2014

De afstoting van dochterondernemingen binnen de pool Vastgoedontwikkeling waarnaar in het voorwoord wordt verwezen, werden geboekt als verkopen van voorraden.

GLOBAAL RESULTAAT

6. Opbrengsten uit aanverwante activiteiten en andere operationele kosten

De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 80.518 duizend euro (2013: 71.641 duizend euro) en omvatten meerwaarden op vaste activa voor 7.578 duizend euro (2013: 300 duizend euro), alsook ontvangen huurgelden, doorrekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 72.940 duizend euro (2013: 71.341 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten zijn gestegen met 12% ten opzichte van vorig jaar.

De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Diverse diensten en goederen (423.342) (112.428)
Bijzondere waardevermindering van activa
- Voorraden (859) (1.205)
- Handelsvorderingen en overige vorderingen (3.668) (774)
Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) (11.876) (5.451)
Andere operationele kosten (10.089) (4.469)
Geconsolideerd totaal (449.834) (124.327)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

7. Bezoldigingen en sociale lasten

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Bezoldigingen (425.719) (152.007)
Verplichte socialezekerheidsbijdragen (119.979) (42.840)
Overige loonkosten (28.185) (10.064)
Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) (4.286) (863)
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten (5.042) (3.504)
Geconsolideerd totaal (583.211) (209.278)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2014 bedraagt 7.918 (2013: 6.032), wat neerkomt op 8.524 personen op 1 januari 2014 en 8.021 personen op 31 december 2014.

In de cijfers van 2014 zijn de personeelsleden van DEME voor 100% opgenomen, terwijl ze in de cijfers voor 2013 slechts voor 50% opgenomen zijn.

8. Financieel resultaat

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Kosten van de financiële schuldenlast (31.909) (143)
Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening 305 670
Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten 0 0
Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde 0 0
Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop 0 0
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – inkomsten 9.991 4.182
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten (42.205) (4.995)
Andere financiële kosten en opbrengsten 16.156 (2.551)
Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten 11.262 (587)
Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen 419 0
Waardevermindering op financiële activa 281 104
Overige 4.194 (2.068)
Financieel resultaat (15.753) (2.694)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De hogere kosten van de financiële schuldenlast in vergelijking met 31 december 2013 zijn toe te schrijven aan het feit dat DEME, dat op 31 december 2013 nog onder gezamenlijke zeggenschap van CFE stond, werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode in toepassing van IFRS 11, Joint arrangements, waardoor een herwerking van de vergelijkende cijfers vereist was.

De evolutie van de rubriek gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (wins-verlies) gedurende 2014 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.

9. Minderheidsbelangen

Op 31 december 2014 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 357 duizend euro (2013: 6.728 duizend euro) en heeft voornamelijk betrekking op de groep Terryn voor 1.049 duizend euro en op de pool Baggerwerken (-849 duizend euro).

10. Belastingen op het resultaat

Opgenomen in het globaal resultaat

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Actuele belastingen
Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 60.709 4.160
Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren (835) (4)
Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen 59.874 4.156
Uitgestelde belastingen
Opname en terugname van tijdelijke verschillen (11.004) (836)
Aangewende verliezen van vorige boekjaren (33) 0
Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar 16.412 2.473
Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen 0 0
Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen 5.375 1.637
Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen 1.978 1.436
Totaal belastinglast in de resultatenrekening 67.227 7.229

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Afstemming van het effectief belastingtarief

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Resultaat vóór belastingen voor de periode 224.770 (82.170)
Waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 20.124 51.356
Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 204.646 (133.526)
Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% 69.559 (45.385)
Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 3.407 39.190
Fiscale impact van niet-recurrente elementen(**) 451 33.843
Niet aftrekbare uitgaven 2.956 5.347
Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (848) (1.333)
Belastingkrediet en impact van de notionele interest (8.853) (1.420)
Andere belastbare opbrengsten 0 0
Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden (8.389) (2.639)
Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes (726) (902)
Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes (2.437) 2.888
Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar 13.535 15.394
Belastinglast 65.249 5.793
Effectieve belastingtarief van het boekjaar 31,88% (4,34%)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

(**) Vooral het gevolg van de aanschaffing van DEME (een meerwaarde van 111.624 duizend euro en een afwaardering van 207.411 duizend euro) en de afwaarderingen op ETEC en VMA West.

De belastinglast bedraagt 65.249 duizend euro per 31 december 2014, tegen 5.793 duizend euro einde 2013 (*). Het effectief belastingtarief is 31,88% tegen (4,34%) op 31 december 2013 (*).

Geboekte latente belastingen

Activa Verplichtingen
(duizend euro) 2014 2013 (*) 2014 2013 (*)
Immateriële en materiële vaste activa 9.664 13.180 (118.668) (128.542)
Personeelsbeloningen 12.153 13.780 (2.229) (2.320)
Voorzieningen 2.485 3.062 (29.362) (31.064)
Reële waarde van afgeleide instrumenten 5.625 7.214 (228) (9)
Overige elementen 42.241 30.648 (12.670) (13.713)
Fiscale verliezen 122.385 136.490 0 0
Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 194.553 204.374 (163.157) (175.648)
Uitgestelde belastingvordering (55.112) (52.802) 0 0
Belastingverrekening (24.118) (31.144) 24.118 31.144
Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 115.322 120.428 (139.039) (144.504)

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop uitgestelde belastingvordering is geboekt, hebben een waardevermindering op uitgestelde belasting actief tot stand gebracht voor 162.142 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.

De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.

Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde belastingvordering geboekt is

Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.

Uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen

(duizend euro) 2014 2013
Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van
de wijzigingen in reële waarde van de cashflow hedge
2.974 (3.534)
Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met
betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen
(996) 4.970
Totaal 1.978 1.436

11. Resultaat per aandeel

Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:

(duizend euro) 2014 2013
Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders 159.878 (81.235)
Globaal resultaat (deel van de groep) 149.586 (73.544)
Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 25.314.482
Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen 25.314.482 13.326.659
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum:
Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) 6,32 (3,21)
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro 5,91 (2,91)
Resultaat per aandeel, op basis van het gewogen gemiddelde van het aantal aandelen op
afsluitingsdatum:
Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) 6,32 (6,10)
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro 5,91 (5,52)

FINANCIËLE POSITIE

12. Immateriële vaste activa anders dan goodwill

Boekjaar 2014 (duizend euro) Concessies, brevetten
en licenties
Ontwikkelingskosten Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 117.944 304 118.248
Netto wisselkoersverschillen 651 3 654
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 1.731 1.731
Aankopen 1.294 0 1.294
Afstotingen (580) 0 (580)
Afstoting naar andere activacategorieën (766) 1 (765)
Saldo op het einde van het boekjaar 118.543 2.039 120.582
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (12.543) (205) (12.748)
Netto wisselkoersverschillen (508) (3) (511)
Afschrijvingen (10.254) (58) (10.312)
Bijzondere waardeverminderingen
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0 0
Afstotingen 715 0 715
Afstoting naar andere activacategorieën 766 (1) 765
Saldo op het einde van het boekjaar (21.824) (267) (22.091)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2014 105.401 99 105.500
Per 31 december 2014 96.719 1.772 98.491

Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 1.294 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 10.312 duizend euro. De elementen die in 2013 onder de post "Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties" werden geboekt, betreffen de aanschaf van DEME, die van vermogensmutatiemethode aan 50% per 31 december 2012 naar integrale consolidatiemethode overgaat per 31 december 2013.

De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.

Boekjaar 2013 (*) (duizend euro) Concessies, brevetten
en licenties
Ontwikkelingskosten Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 10.810 95 10.905
Netto wisselkoersverschillen (2) 0 (2)
Verervingen door middel van bedrijfscombinaties 106.409 260 106.669
Aankopen 911 0 911
Afstotingen (68) 0 (68)
Overboeking van één post van het actief naar een andere 17 0 17
Buiten consolidatiekring (112) (51) (163)
Wijzigingen in de consolidatiekring (21) 0 (21)
Saldo op het einde van het boekjaar 117.944 304 118.248
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (4.961) (88) (5.049)
Netto wisselkoersverschillen (1) 0 (1)
Afschrijving voor het boekjaar (1.036) (2) (1.038)
Afschrijvingen (570) 0 (570)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties (6.365) (166) (6.531)
Afstotingen 219 0 219
Overboeking van één post van het actief naar een andere 35 0 35
Buiten consolidatiekring 134 51 185
Wijzigingen in de consolidatiekring 2 0 2
Saldo op het einde van het boekjaar (12.543) (205) (12.748)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2013 5.849 7 5.856
Per 31 december 2013 105.401 99 105.500

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

13. Goodwill

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 394.224 31.323
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 496 364.735
Verkopen 0 0
Overige wijzigingen 0 (1.834)
Saldo op het einde van het boekjaar 394.721 394.224
Bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (217.222) (6.005)
Bijzondere waardeverminderingen (417) (211.206)
Saldo op het einde van het boekjaar (217.639) (217.222)
Netto boekwaarde
Per 31 december 177.082 177.003

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.

De goodwill van 364.735 duizend euro is ontstaan door combinaties van ondernemingen en is afkomstig van de verwerving per 24 december 2013 van een bijkomend aandeel van 50% in DEME, om alzo de deelneming van CFE in DEME van 50% naar 100% te brengen. Deze transactie leidt tot de boeking van een goodwill die is ontstaan uit het verschil tussen de overgedragen vergoeding voor deze verwerving en het nettoactief van DEME, in toepassing van IFRS 3 – Bedrijfscombinaties. Hoe deze goodwill werd bepaald, wordt toegelicht in nota 5 hierboven.

Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 December 2014.

De volgende hypothesen werden aangenomen in de waarderingstests:

Activiteit
(duizend euro)
Netto waarde
goodwill
Parameters gebruikt in het model
met toekomstige kasstromen
Bruto
waarde
Afwaardering
van het
2014 2013 Groei
percentage
Groei
percentage
(eindwaarde)
Actualise
ringsvoet
Gevoelig
heidsper
centage
goodwill boekjaar
Sub consolidatie
DEME
157.819 157.323 0% 0% 7,6% 5% 369.446 -
VMA 11.115 11.115 0% 0% 7,6% 5% 11.115 -
Remacom 2.995 2.995 0% 0% 7,6% 5% 2.995 -
Stevens 2.682 2.682 0% 0% 7,6% 5% 2.682 -
ETEC 0 0 0% 0% 7,6% 5% 2.135 -
VMA West 0 0 0% 0% 7,6% 5% 1.660 -
Druart 1.560 1.560 0% 0% 7,6% 5% 3.360 -
Amart 911 911 0% 0% 7,6% 5% 911 -
Ariadne 0 417 0% 0% 7,6% 5% 417 (417)
Totaal 177.082 177.003 394.721 (417)

Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2015 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.

Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld, behalve voor de entiteit Ariadne. De daling van de resultaten vastgesteld in 2014 in deze vennootschap, alsook de neerwaartse herziening van de toekomstige resultaten, hebben geleid tot een volledige waardevermindering van hun goodwill die 417 duizend euro bedroeg.

De DEME-groep wordt beschouwd als een kasstroomgenererende eenheid. Hierop werden geen waardeverminderingsverliezen geïdentificeerd. De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen aan het licht brachten.

14. Materiële vaste activa

Boekjaar 2014 (duizend euro) Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 128.362 2.744.646 66.378 0 3.453 2.942.839
Netto wisselkoersverschillen 162 10.099 100 0 0 10.361
Verwervingen door middel van
bedrijfscombinaties
0 1 41 0 0 42
Aankopen 11.414 163.251 4.740 0 677 180.082
Afstoting naar andere activacategorieën (14.276) (14.907) (9.782) 0 (627) (39.592)
Afstotingen (1.800) (100.549) (3.916) 0 (1.229) (107.494)
Saldo op het einde van het boekjaar 123.862 2.802.541 57.561 0 2.274 2.986.238
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (57.563) (1.269.909) (52.016) 0 0 (1.379.488)
Netto wisselkoersverschillen (57) (7.622) (84) 0 0 (7.763)
Afschrijvingen verworven door middel van
bedrijfscombinaties
0 0 (14) 0 0 (14)
Afschrijvingen (6.539) (221.200) (5.692) 0 0 (233.431)
Afstoting naar andere activacategorieën 13.499 14.633 8.108 0 0 36.240
Afstotingen 47 98.808 2.638 0 0 101.493
Saldo op het einde van het boekjaar (50.613) (1.385.290) (47.060) 0 0 (1.482.963)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2014 (*) 70.799 1.474.737 14.362 0 3.453 1.563.351
Per 31 december 2014 73.249 1.417.251 10.501 0 2.274 1.503.275

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Per 31 december 2014 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 180.082 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2014 namen met 162.843 duizend euro af in vergelijking met 2013. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan het feit dat de participatie van DEME steeg van 50% eind 2012 tot 100% eind 2013. Om deze reden werd een andere consolidatiemethode gekozen voor de subgroep DEME die op 31 december 2012 nog volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd, maar op 31 december 2013 volgens de integrale consolidatiemethode.

De netto waarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 72.073 duizend euro (2013 (*): 23.832 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappijen Louis Stevens & Co NV en Engema NV en de gebouwen en machines bij groep Terryn NV en haar filialen.

De afschrijvingen op materiële vaste activa per 31 december 2014 bedragen 233.431 duizend euro (2013 (*): 12.816 duizend euro).

Het bedrag van de materiële vaste activa dat een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 354.055 duizend euro (2013 (*): 472.137 duizend euro).

Boekjaar 2013 (*) (duizend euro) Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 34.410 117.902 37.873 0 524 190.709
Netto wisselkoersverschillen (5) (30) (32) 0 0 (67)
Verwervingen door middel van
bedrijfscombinaties
87.953 2.627.238 26.675 0 1.026 2.742.892
Aankopen 5.922 4.934 4.480 0 1.903 17.239
Afstoting naar andere activacategorieën 485 619 264 0 0 1.368
Afstotingen (263) (6.017) (2.532) 0 0 (8.812)
Buiten consolidatiekring (140) (350) (490)
Saldo op het einde van het boekjaar 128.362 2.744.646 66.378 0 3.453 2.942.839
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (10.870) (86.229) (29.687) 0 0 (126.786)
Netto wisselkoersverschillen 1 20 20 0 0 41
Afschrijvingen verworven door middel van
bedrijfscombinaties
(44.874) (1.180.996) (21.163) 0 0 (1.247.033)
Afschrijvingen (1.458) (7.742) (3.616) 0 0 (12.816)
Afstoting naar andere activacategorieën (531) (694) (195) 0 0 (1.420)
Afstotingen 110 5.522 2.341 0 0 7.973
Buiten consolidatiekring 59 0 284 0 0 343
Verandering van methode 0 210 0 0 0 210
Saldo op het einde van het boekjaar (57.563) (1.269.909) (52.016) 0 0 (1.379.488)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2013 23.540 31.673 8.186 0 524 63.923
Per 31 december 2013 70.799 1.474.737 14.362 0 3.453 1.563.351

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

15. Geassocieerde deelnemingen en joint-ventures

Wijziging van het periode

Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 155.877 405.288
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 (314.010)
Aankopen en transfers (275) 12.014
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 20.124 51.356
Kapitaalsverhoging/(vermindering) 1.293 1.488
Dividenden (44) (99)
Wijzigingen in de consolidatiekring (6.940) 182
Andere veranderingen (10.745) (342)
Saldo op het einde van het boekjaar 159.290 155.877
Goodwill opgenomen in de deelneming in ondernemingen geconsolideerd volgens de
vermogensmutatiemethode
28.557 29.869

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.

Financiële informatie betreffende verbonden ondernemingen en partnerschappen

De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 35 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.

De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is opgesteld op basis van de IFRS-rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De afstemming van de statutaire informatie en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen volgt na de financiële indicatoren.

December 2014
(duizend euro)
Baggerwerken en
Vastgoedontwikkeling
milieu
en Contracting
PPS-Concessies Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultaten-rekening
Omzet 715.900 269.404 155.714 67.331 71.169 15.088 942.783 351.823
Nettoresultaat – Toekenbaar aan
de groep
52.379 23.056 (31.958) (9.923) 6.269 2.592 26.690 15.725
Balans
Vaste activa 1.792.081 395.598 97.389 32.350 1.407.621 320.292 3.297.091 748.240
Vlottende activa 425.414 157.797 290.266 127.085 97.427 27.696 813.107 312.578
Eigen vermogen 319.787 69.522 16.069 9.362 (264.518) (53.019) 71.338 25.865
Langlopende passiva 1.366.403 264.037 147.788 56.435 1.657.846 372.721 3.172.037 693.193
Vlottende passiva 531.305 219.836 223.798 93.638 111.720 28.286 866.823 341.760
Netto-financierings-schuld (1.285.999) (243.063) (73.587) (27.408) (1.238.606) (277.978) (2.598.192) (548.449)

In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa op 31 december 2014 voornamelijk de vennootschappen HGO Infra-sea solutions GMBH & Co (198.130 KEUR, a rato van 100%), Middle East Dredging Company QSC (166.624 KEUR, a rato van 100%) en C-Power NV (1.094.706 KEUR, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk (-131.588) KEUR (a rato van 100%), (-47.141) KEUR (a rato van 100%) en (-942.602) KEUR (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat van 2014 bedraagt respectievelijk (5.871 KEUR, a rato van 100%), (43.720 KEUR, a rato van 100%) en (2.398 KEUR, a rato van 100%).

De nettofinancieringsschuld van het segment PPS-Concessies heeft betrekking op de concessieprojecten voor de Coentunnel via de vennootschap Coentunnel Company BV (-419.831 KEUR, a rato van 100%) en op het concessieproject voor de Liefkenshoektunnel via de vennootschap Locorail NV (-685.271 KEUR, a rato van 100%).

De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen PEF Kons Investment NV (30.371 KEUR, a rato van 100%), Immoange NV (21.558 KEUR, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (29.852 KEUR, a rato van 100%), Cap3000 Immo NV (23.073 KEUR, a rato van 100%) en Erasmus Gardens (19.962 KEUR, a rato van 100%).

December 2013
(duizend euro)
Baggerwerken en milieu Vastgoedontwikkeling
en Contracting
PPS-Concessies Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultaten-rekening
Omzet 810.365 315.639 62.481 27.866 191.527 38.735 1.064.373 382.240
Nettoresultaat – Toekenbaar
aan de groep
(184.011) (84.833) (13.862) (4.317) 6.053 2.210 (191.820) (86.940)
Balans
Niet-vlottende activa 1.917.630 427.801 154.382 59.423 1.367.372 312.128 3.439.384 799.352
Vlottende activa 436.730 170.721 333.788 140.369 133.691 32.996 904.209 344.086
Eigen vermogen 293.914 56.784 49.934 22.635 (133.265) (23.849) 210.583 55.570
Niet-vlottende passiva 1.521.666 304.160 180.604 72.074 1.376.740 309.228 3.079.010 685.462
Vlottende passiva 538.780 237.578 257.632 105.083 257.588 59.745 1.054.000 402.406
Netto-financierings-schuld (1.580.618) (347.433) (42.720) (12.141) (1.183.866) (259.639) (2.807.204) (619.213)

De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:

Op 31 december 2014
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
Baggerwerken
en milieu
Vastgoed
ontwikkeling
en Contracting
PPS
Concessies
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en
joint-ventures vóór afstemmingselementen
69.522 9.362 (53.019) 25.865
Afstemmingselementen (13.290) 19.907 62.464 69.081
Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures 45.537 15.586 3.221 64.344
Boekwaarde van de participatie van CFE 101.769 44.855 12.666 159.290

De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.

Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures zijn ondernemingen die de groep CFE schat dat een verplichting om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.

In het segment concessies zijn de eigen fondsen van de projectvennootschappen sterk negatief als gevolg van de waardering tegen reële waarde van de rentedekkingsinstrumenten voor de financiële schulden. Aangezien de groep CFE niet verplicht is om steun te bieden aan deze SPV's, werd de boekwaarde van deze participatie beperkt tot nul.

16. Overige financiële vaste activa

De overige financiële vaste activa bedragen 109.341 duizend euro per 31 december 2014 (2013: 115.396 duizend euro). Zij omvatten de achtergestelde leningen verstrekt in vastgoedprojecten en concessieprojecten (106.618 duizend euro).

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 115.396 57.598
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 26.524
Aankopen 53.423 34.870
Afstotingen en transfers (59.010) (3.293)
Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering 146 104
Wijziging van de consolidatiekring (520) (183)
Wijziging van methode (70)
Netto wisselkoersverschillen (94) (154)
Saldo op het einde van het boekjaar 109.341 115.396

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Het saldo van overige financiële vaste activa daalt in vergelijking met december 2013 (-6.055 duizend euro), met name door de verkoop van de vordering met betrekking tot het politiekantoor van Charleroi.

17. Overige vaste activa

Per 31 december 2014 bedragen de overige vaste activa 20.006 duizend euro en omvatten niet-courante vorderingen die als volgt zijn samengesteld:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Vaste vordering – rekening courant DEME 18.772 9.454
Andere vaste activa (inbegrepen bankdeposito's garanties) 1.234 1.271
Totaal geconsolideerd 20.006 10.725

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

18. Onderhanden projecten in opdracht van derden

Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.

Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de « cost to cost ». Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Gegevens uit de balans
Ontvangen en betaalde voorschotten (68.137) (64.834)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa 203.319 240.392
Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen (136.627) (111.264)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 66.692 129.128
Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken
Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen 7.411.479 5.922.906
Verminderd met de tussentijdse facturatie (7.344.787) (5.793.778)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 66.692 129.128

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.

Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.

De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.

Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 3.632 duizend EUR weergegeven in de rubriek "Handels-& overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa".

19. Voorraden

Per 31 december 2014 bedragen de voorraden 105.278 duizend euro (2013 (*): 116.012 duizend euro) en zijn als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Grond- en hulpstoffen 43.221 47.836
Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen (506) (1.601)
Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop 65.587 71.713
Waardeverminderingen op voorraad eindproducten (3.024) (1.936)
Voorraad 105.278 116.012

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De evolutie van de rubriek "grond- en hulpstoffen" wordt enerzijds verklaard door de daling van de voorraden verbonden aan de activiteit baggerwerken.

20. Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Handelsvorderingen 840.489 857.054
Min: provisie voor dubieuze debiteuren (17.682) (18.207)
Netto handelsvorderingen 822.807 838.847
Overige courante vorderingen 259.697 267.187
Totaal geconsolideerd 1.082.504 1.106.034
Overige vlottende activa 104.554 100.781
Handels- en overige schulden uit operationele activiteiten 1.099.309 983.806
Andere courante verplichtingen 415.716 328.596
Totaal geconsolideerd 1.515.025 1.312.402
Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden (327.967) (105.587)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Wij verwijzen naar toelichting 27 voor de analyse van het kredietrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen wie zijn in nota 18 Onderhanden projecten in opdracht van derden beschouwd tot 776.298 duizend euro bedroeg.

21. Geldmiddelen en kasequivalenten

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Deposito's op korte termijn 14.385 24.789
Bank en kasmiddelen 689.116 412.545
Geldmiddelen en kasequivalenten 703.501 437.334

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.

22. Subsidies

De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2014.

23. Personeelsvoordelen

De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als "post-employment" en "long-term benefit plans".

Per 31 december 2014 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling 41.806 duizend euro (2013: 40.543 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek "Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen". Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 1.566 duizend euro (2013: 1.085 duizend euro) voor overige personeelsvoordelen voornamelijk uitgegeven door DEME.

Belangrijkste elementen van toegezegde voordeelplannen van de groep CFE

De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.

Toegezegde bijdrageplannen

• De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.

Toegezegde pensioenplannen

• Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.

De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (97,9% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (2,1% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 78% in België en 22% in Nederland. De toegezegde voordeelplannen zijn van het type "tak 21" hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen. Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.

Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type "toegezegd pensioen".

Belangrijkste elementen van toegezegde pensioenplannen

Informatie met betrekking tot de risico's gelinkt aan toegezegde pensioenplannen

• Bij toegezegde pensioenplannen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.

• Het risico verbonden met de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.

Informatie met betrekking tot het beheer van de toegezegde pensioenplannen

• De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioen wetgeving.

Informatie met betrekking tot de activa van de toegezegde pensioenplannen

  • De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement (tussen 3,5% en 4%) overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).
  • De activa van de verzekeringsplannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch eigendommen van de groep CFE.

Informatie met betrekking tot de wijzigingen inzake toegezegde pensioenplannen

• Geen enkele wijziging, settlement of curtailment heeft zich voorgedaan gedurende het boekjaar.

Belangrijkste elementen van toegezegde bijdrageplannen

De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegd bijdrage pensioenplan dat gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Daarenboven geniet een beperkt aantal bedienden van het regime van toegezegde bijdrageplannen die gefinancierd worden door een verzekeringsinstelling "tak 21".

De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegde bijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden. Indien een Koninklijk Besluit dit gemiddeld gewaarborgd rendement over de hele duur van de loopbaan van de begunstigden wijzigt, zal het nieuwe gewaarborgde rendement van toepassing zijn op zowel de reeds betaalde als de toekomstige bijdragen. Hoewel deze pensioenstelsels tot nu toe boekhoudkundig werden verwerkt als plannen met vaste bijdragen, werd op 31 december 2014 een provisie van 7 duizend euro aangelegd tot dekking van het verschil tussen de gewaarborgde minimumreserves en het bedrag van de gecumuleerde reserves.

De bijdragen van 2014 voor deze plannen met vaste bijdragen worden geraamd op 4.286 duizend euro voor wat de werkgever betreft, en op 111 duizend euro voor wat de begunstigden betreft. Op basis van de recentste informatie van de verzekeraars bedroegen de aan deze plannen toegekende activa op 31 december 2014:

  • 26.083 duizend euro afkomstig van de werkgeversbijdragen, met een gewaarborgd gemiddeld rendement van 3,5%, en
  • 2.692 duizend euro afkomstig van de bijdragen van de begunstigden, met een gewaarborgd gemiddeld rendement van 4,49%.

Schulden met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

(duizend euro) 2014 2013
Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen (40.240) (39.458)
Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) (157.786) (136.782)
Reële waarde van fondsbeleggingen 117.546 97.324
Vorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van te bereiken doel plannen, totaal (40.240) (39.458)
Verplichtingen (40.240) (39.458)
Activa 0 0

Bewegingen in de nettovordering (-verplichting) opgenomen in de balans

(duizend euro) 2014 2013
Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, beginsaldo (39.458) (20.863)
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (6.716) (4.299)
Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten (1.680) (4.324)
Bijdragen van werkgever 7.633 5.248
Effecten van bedrijfscombinaties 0 (15.269)
Overige bewegingen (19) 49
Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, eindsaldo (40.240) (39.458)

De rubriek "effecten van bedrijfscombinaties" bevat de invloed van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2013 op de voorziening.

Kosten geboekt in de winst-en-verliesrekening met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

(duizend euro) 2014 2013
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (6.716) (4.299)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (5.042) (3.504)
Rentekosten (4.504) (2.790)
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) 3.264 2.133
Pensioenkosten van verstreken diensttijd (434) (138)

De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.

Nettolasten opgenomen in het globaal resultaat

(duizend euro) 2014 2013
Nettolasten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten (1.680) (4.324)
Actuarial (gains)/losses opgenomen in het globaal resultaat (19.685) (5.254)
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) 18.005 930

Bewegingen in de verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen en brugpensioen

(duizend euro) 2014 2013
Saldo van de verplichtingen op 1 januari (136.782) (81.590)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (5.042) (3.504)
Rentekosten (4.504) (2.790)
Bijdragen van de werknemer (966) (750)
Betalingen aan begunstigden (-) 9.881 3.504
Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto (19.649) (5.164)
waarvan: actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen 0 0
waarvan: actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties (20.200) (4.099)
waarvan: ervarings(winsten) / verliezen 551 (1.065)
Pensioenkosten van verstreken diensttijd (1.641) (138)
Toename door middel van bedrijfscombinaties 0 (47.452)
Afname door bedrijfsafsplitsing 0 527
Wisselkoersverschillen 0 0
Overige toename (afname) 917 575
Verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen, eindsaldo (157.786) (136.782)

De rubriek "effect van bedrijfscombinaties" bevat de invloed op de verplichting ten gevolge van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2014.

Bewegingen in de fondsbeleggingen van te bereiken doel plannen en brugpensioen

(duizend euro) 2014 2013
Reële waarde van fondsbeleggingen beginsaldo 97.324 60.728
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten 18.006 930
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen 3.264 2.133
Bijdragen van werkgever / werknemer 7.918 5.597
Betalingen aan begunstigden (-) (8.434) (3.207)
Toename door middel van bedrijfscombinaties 0 32.182
Afname door bedrijfsafsplitsing 0 (478)
Wisselkoersverschillen 0 0
Overige toename (afname) (532) (561)
Reële waarde van fondsbeleggingen eindsaldo 117.546 97.324

De rubriek "effect van bedrijfscombinaties" bevat de invloed op de activa ten gevolge van de aanschaf van een bijkomende deelneming van 50% van DEME op 24 december 2014.

Voornaamste actuariële veronderstellingen op afsluitingsdatum (in gewogen gemiddelde)

2014 2013
Disconteringsvoet op 31 december 2,30% 3,40%
Verwacht percentage van loonsverhogingen 2,80% < 60 jaar
en 1,80% > 60 jaar
3,00% < 60 jaar
en 2,00% > 60 jaar
Inflatie 1,80% 2,00%
Toegepaste sterftetabellen MR/FR MR/FR

Overige veronderstellingen inzake toegezegde pensioenregelingen

2014 2013
Looptijd (in jaren) 12,60 11,62
Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva 22,0% 5,0%
Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar 7.396 8.343

Gevoeligheidsanalyse (invloed op het bedrag van de verplichtingen)

2014 2013
Disconteringsvoet
Toename met 25 basispunten -3,3% -2,9%
Afname met 25 basispunten +3,6% +2,9%
Verwacht percentage van loonsverhogingen
Toename met 25 basispunten +2,5% +2,0%
Afname met 25 basispunten -0,3% -1,8%

24. Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen

Per 31 december 2014 bedragen deze voorzieningen 89.123 duizend euro, een verhoging van 15.287 duizend euro ten opzichte van eind 2013(*) (73.836 duizend euro).

(duizend euro) Diensten
na verkoop
Overige
courante
risico's
Voorzie
ningen voor
negatieve
geassocieer
de deelne
mingen en
joint-ventures
Overige
niet-courante
risico's
Totaal
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (*) 17.223 30.958 15.368 10.287 73.836
Netto wisselkoersverschillen (51) (148) 0 4 (195)
Overdracht naar andere rubrieken (4.781) (1.169) 9.273 282 3.605
Voorzieningen: toevoegingen 4.661 17.970 0 10.658 33.289
Voorzieningen: bestedingen (2.087) (12.974) 0 (4.628) (19.689)
Voorzieningen: terugnemingen (132) (1.023) 0 (568) (1.723)
Saldo op het einde van het boekjaar 14.833 33.614 24.641 16.035 89.123
waarvan:
courante:
48.447
niet-courante: 40.676

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De voorziening voor diensten na verkoop is met 2.390 duizend euro gedaald en bedraagt 14.833 duizend euro eind 2014. De evolutie einde 2014 wordt verklaard door de toevoegingen en/of terugnemingen van voorzieningen geboekt in verband met tienjarige garanties.

De voorzieningen voor andere courante risico's verhogen met 2.656 duizend euro en bedragen 33.614 duizend euro eind 2014.

Deze omvatten:

  • Voorzieningen voor klantengeschillen (4.726 duizend euro), voorzieningen voor uit te voeren werken (193 duizend euro), voorzieningen voor sociale risico's (637 duizend euro), alsook andere courante risico's (11.456 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken betreffende de weerhouden assumpties, noch over het moment van waarschijnlijke kasuitgaven;
  • De voorzieningen voor verliezen einde werf (16.602 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De bestedingen van de verliezen einde werf zijn te wijten aan de uitvoering van desbetreffende contracten.

Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.

De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.

25. Mogelijke activa en verplichtingen

Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bouwsector is en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.

26. Informatie betreffende netto financiële schuld

26.1. De netto financiële schuld, zoals bepaald door de groep, analyseert zich als volgt:
(duizend euro) 31/12/2014 31/12/2013 (*)
Lang
lopende
Kort
lopende
Totaal Lang
lopende
Kort
lopende
Totaal
Bankleningen en andere financiële schulden (256.035) (155.775) (411.810) (448.776) (240.822) (689.598)
Obligatielening (306.895) (306.895) (208.621) 0 (208.621)
Opname van kredietlijnen (60.000) (60.000) (30.000) 0 (30.000)
Leningen m.b.t. financiële leasing (62.030) (7.546) (69.576) (17.878) (4.006) (21.884)
Totaal van de langlopende financiële schuld (684.960) (163.321) (848.281) (705.275) (244.828) (950.103)
Financiële schuld op korte termijn (43.350) (43.350) 0 (101.290) (101.290)
Kasequivalenten 14.385 14.385 0 24.789 24.789
Beschikbare middelen 689.116 689.116 0 412.545 412.545
Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of
beschikbare middelen)
660.151 660.151 0 336.044 336.044
Totaal van de netto financiële schuld (684.960) 496.830 (188.130) (705.275) 91.216 (614.059)
Financiële derivaten – intrestindekking (12.413) (8.532) (20.945) (16.352) (10.599) (26.951)

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De obligatielening van CFE met een nominale waarde van 100 miljoen euro en met vervaldag 21 juni 2018, is geherklasseerd naar kortlopende financiële schuld per 31 december 2013 en dit ten gevolge van de clausule "wijziging van aandeelhouder" zoals opgenomen in de voorwaarden bij uitgifte van de lening.

26.2. Tijdschema van de financiële schulden

(duizend euro) Vervallen
binnen
het jaar
Vervallen
tussen
1 en 2 jaar
Vervallen
tussen
2 en 3 jaar
Vervallen
tussen
3 en 5 jaar
Vervallen
tussen
5 en 10 jaar
Vervallen
meer
dan 10 jaar
Totaal
Bankleningen en andere financiële
schulden
(155.775) (90.407) (78.868) (86.689) (71) 0 (411.810)
Obligatielening (1.752) (1.752) (1.752) (301.638) 0 0 (306.895)
Opname van kredietlijnen 0 (60.000) 0 0 0 0 (60.000)
Leningen m.b.t. financiële leasing (7.547) (14.099) (6.752) (13.248) (7.186) (20.744) (69.576)
Totaal van de langlopende financiële
schuld
(165.074) (166.259) (87.372) (401.575) (7.257) (20.744) (848.281)
Financiële schuld op korte termijn (43.350) (43.350)
Kasequivalenten 14.385 14.385
Beschikbare middelen 689.116 689.116
Totaal van de kortlopende financiële
nettoschuld
660.151 0 0 0 0 0 660.151
Totaal van de financiële netto schuld 495.077 (166.259) (87.372) (401.575) (7.257) (20.744) (188.130)

De huidige waarde van de verplichtingen betreffende leasingovereenkomsten bedraagt 7.547 duizend euro (2013: 4.337 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappij Louis Stevens & Co NV, Engema NV en de gebouwen en machines bij Groep Terryn NV en haar filialen.

26.3. Kredietlijnen en termijnbankleningen

De groep CFE beschikt op 31 december 2014 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 125 miljoen euro waarvan 60 miljoen euro getrokken eind 2014.

Overigens is CFE op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terug betaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. Overigens is DEME op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%.

De bankleningen en andere financiële schulden betreffen voornamelijk DEME of kredieten van vastgoedprojecten, en zijn zonder verhaalrecht tegen CFE.

26.4. Financiële voorwaarden (convenants)

De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2014.

27. Informatie betreffende het beheer van de financiële risico's

27.1. Rentevoetrisico

Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoed, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).

Voor de concessies vindt het beheer van het rentevoetrisico plaats volgens twee beleidsvisies: een visie op lange termijn die beoogt om het economisch evenwicht van de concessie te verzekeren en te optimaliseren, en een kortetermijnvisie waarvan het de bedoeling is de gemiddelde kosten van de schuld te optimaliseren. Om het rentevoetrisico te dekken, worden renteswaps gebruikt. Deze dekkingsinstrumenten hebben ten hoogste dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten worden boekhoudkundig dekkingsverrichtingen genoemd.

Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en

de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.

De activiteiten van contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.

Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten

(duizend euro) Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bankleningen en andere financiële schulden 1.040 0,28% 4,61% 410.770 86,67% 1,29% 411.810 48,55% 1,30%
Obligatielening 306.894 81,98% 4,34% 0 0,00% 0,00% 306.894 36,18% 4,34%
Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 60.000 12,66% 1,25% 60.000 7,07% 1,25%
Leningen mbt financiële leasingovereenkomsten 66.410 17,74% 1,57% 3.167 0,67% 4,25% 69.577 8,20% 1,69%
Totaal 374.344 100% 3,85% 473.937 100% 1,30% 848.281 100% 2,43%

Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten

(duizend euro) Vaste rentevoet Variabele rentevoet "Caped" variabele
rentevoet + inflatie
Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Intrest
voet
Bedrag Aandeel Intrest
voet
Bedrag Aandeel Intrest
voet
Bedrag Aandeel Intrest
voet
Bankleningen en
andere financiële
schulden
341.955 47,81% 3,12% 69.855 52,51% 1,43% 0 0,00% 0,00% 411.810 48,55% 2,83%
Obligatielening 306.894 42,91% 4,34% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 306.894 36,18% 4,34%
Opname van
kredietlijnen
0 0,00% 0,00% 60.000 45,11% 1,25% 0 0,00% 0,00% 60.000 7,07% 1,25%
Leningen mbt
financiële leasing
overeenkomsten
66.410 9,28% 1,57% 3.167 2,38% 4,25% 0 0,00% 0,00% 69.577 8,20% 1,69%
Totaal 715.259 100% 3,50% 133.023 100% 1,42% 0 0,00% 0,00% 848.281 100% 3,17%

27.2. Gevoeligheid van het rentevoetrisico

De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:

  • de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking;
  • financiële instrumenten tegen vaste koers, erkent tegen reële waarde in de balans via het resultaat;
  • derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn.

Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in het eigen vermogen.

De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2014 constant blijft gedurende een jaar.

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.

(duizend euro) 31/12/2014
Resultaat Eigen vermogen
Impact van
sensibiliteits
berekening
+50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening
-50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening
+50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening
-50bp
Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar)
met variabele rente na indekking
790 (790)
Netto financiële schuld (korte termijn) (*) 217 (217)
Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als
indekking
141 (61)
Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom
zeker of hoogstwaarschijnlijk)
2.671 (4.724)

(*) exclusief beschikbare middelen

27.3. Beschrijving van de kasstroomindekkingsoperaties

Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten de volgende kenmerken:

Voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling en holdingactiviteiten:

(duizend euro) 31/12/2014
<1 jaar Tussen 1
en 2 jaar
Tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijke
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 0
(duizend euro) 31/12/2013 (*)
<1 jaar Tussen 1
en 2 jaar
Tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijke
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
50.000 50.000 (540)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 50.000 50.000 (540)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Voor baggerwerken

(duizend euro) 31/12/2014
<1 jaar Tussen 1
en 2 jaar
Tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
153.174 144.068 150.246 0 447.789 (20.352)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 153.174 144.068 150.246 0 447.489 (20.352)
(duizend euro) 31/12/2013 (*)
<1 jaar Tussen 1
en 2 jaar
Tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
139.521 315.582 184.349 15.659 655.110 (29.094)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 139.521 315.582 184.349 15.659 655.110 (29.094)

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Na de aanschaffing van DEME, heeft CFE een exclusieve controle van die vennootschap. Ten gevolge, op de datum van de aanschaffing, werd een herwaardering van de efficiëntie van de indekking voor de baggerwerken gedaan om de cash-flow hedge te bevestigen.

27.4. Valutarisico

Soorten risico's waaraan de groep wordt blootgesteld

De groep CFE en haar filialen hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in toelichting 2.

Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.

Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta

Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Euro 848.281 950.103
US dollar 0 0
Andere 0 0
Totaal langlopende financiële verplichtingen 848.281 950.103

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+: activa / -: passiva):

(duizend euro) Onderliggende waarde Reële waarde
USD US
Dollar
Andere
verbonden
met USD
GBP
Pound
Andere Totaal USD US
Dollar
Andere
verbonden
met USD
GBP
Pound
Andere Totaal
Termijnaankopen 141.535 92.811 9.009 12.125 255.480 3.382 (98) 168 177 3.629
Termijnverkopen 307.438 50.194 4.709 69.524 431.866 (8.773) (395) (77) 1.095 (8.150)

De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.

De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2014 constant blijven gedurende het jaar.

Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de EURO) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.

(duizend euro) 31/12/2014 – Resultaat
Impact van
de sensitiviteits-berekening -
vermindering EUR 5%
Impact van
de sensitiviteits-berekening -
verhoging EUR 5%
Langlopende schuld (+ vervallend in het jaar) aan veranderlijke koersen
na boekhoudkundige indekking
651 (620)
Netto financiële schuld op korte termijn (635) 605
Werkkapitaal (1.204) 1.146

27.5. Risico verbonden aan grondstoffen

Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.

Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.

DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze wijziging wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De reële waarde van deze instrumenten, eind 2014, bedraagt 7.624 duizend EUR (-57 duizend EUR in 2013(*)).

27.6. Krediet- en tegenpartijrisico

De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.

Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.

Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Delcredere dienst).

Financiële instrumenten

De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.

Klanten

De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.

Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE geregeld de uitstaande klantenbedragen op en stelt zijn positie bij ten opzichte van hen. Toch kan het kredietrisico nooit volledig worden uitgesloten, maar is beperkt. Let in dit opzicht dat het orderboek in Afrika daalt, door een grotere selectiviteit in de keuze van de projecten en na de verkoop van het contrat voor Toukra II (Tsjaad) aan onze lokale partner. CFE wenst haar aanwezigheid in dit land te beperken zolang de openstaande vorderingen op de overheid niet aanzienlijk zijn verminderd. De inning van deze vorderingen vormt een aanzienlijke uitdaging voor 2015.

De analyse van de betalingsachterstand eind 2014 en eind 2013 is als volgt:

Per 31 december 2014 (duizend euro) Op het
einde van de
periode
Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.022.755 571.590 203.142 224.558 23.465
Totaal bruto 1.022.755 571.590 203.142 224.558 23.465
Voorzieningen – Handelsvoorderingen en overige
bedrijfsvorderingen
(22.846) 0 (1.589) (5.537) (15.720)
Totale voorzieningen (22.846) 0 (1.589) (5.537) (15.720)
Totaal netto bedragen 999.909 571.590 201.553 219.021 7.745
Per 31 december 2013 (*) (duizend euro) Op het
einde van de
periode
Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.038.622 758.011 95.042 111.809 73.760
Totaal bruto 1.038.622 758.011 95.042 111.809 73.760
Voorzieningen – Handelsvoorderingen en overige
bedrijfsvorderingen
(22.348) (18.721) (518) (648) (2.461)
Totale voorzieningen (22.348) (18.721) (518) (648) (2.461)
Totaal netto bedragen 1.016.274 739.290 94.524 111.161 71.299

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.

27.7. Liquiditeitsrisico

CFE was in staat om ouder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijn te onderhandelen waardoor het bedrijf liquiditeitsrisico werd beperkt.

27.8. Boekwaarde en reële waarde per boekhoudcategorie

31 december 2014 (duizend euro) Afgeleide
instru
ment niet
gekwalifi
ceerd als
indekking
Afgeleide
instrument
gekwalifi
ceerd als
indekking
Financiële
instru
menten
beschik
baar voor
verkoop
Activa en
verplich
tingen aan
afgeschre
ven kost
Totale
boek
waarde
Bepaling
van de
reële
waarde per
niveau
Reële
waarde
van de
categorie
Financiële vaste activa 674 2.723 106.618 110.015 110.015
Deelnemingen (1) 2.723 2.723 Niveau 2 2.723
Financiële vorderingen en schulden (1) 106.618 106.618 Niveau 2 106.618
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
674 674 Niveau 2 674
Financiële vlottende activa 1.786.005 1.786.005 1.786.005
Rentevoet derivaten – niet gekwalificeerd
als indekking
Handels- en overige vorderingen uit
operationele activiteiten
1.082.504 1.082.504 Niveau 2 1.082.504
Financiële activa kasbeheer
Kasequivalenten (2) 14.385 14.385 Niveau 2 14.385
Beschikbare middelen (2) 689.116 689.116 Niveau 2 689.116
Totaal activa 674 2.723 1.892.623 1.896.020 1.896.020
Langlopende financiële verplichtingen 12.922 684.960 697.882 733.636
Obligatielening 306.895 306.895 Niveau 1 317.956
Financiële verplichtingen 378.065 378.065 Niveau 2 402.758
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
12.922 12.922 Niveau 2 12.922
Kortlopende financiële verplichtingen 24.948 1.305.980 1.330.928 1.336.876
Rentevoet derivaten indekking van hoogst
waarschijnlijk verwachte kasstromen
593 593 Niveau 2 593
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
7.939 7.939 Niveau 2 7.939
Wisselkoers derivaten – niet
gekwalificeerd als indekking
8.792 8.792 Niveau 2 8.792
Anderen afgeleide instrumenten – niet
gekwalificeerd als indekking
7.624 7.624 Niveau 2 7.624
Handelsschulden en andere voortvloeiend
uit operationele activiteiten
1.099.309 1.099.309 Niveau 2 1.099.309
Financiële verplichtingen 206.671 206.671 Niveau 2 212.619
Totaal passiva 24.948 12.922 1.990.940 2.028.810 2.070.512

1 Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"

2 Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"

De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:

  • De reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en verplichtingen;
  • De reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn;
  • De reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting.

De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:

  • Voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost.
  • Voor leningen met een variabel intrestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost.
  • Voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves.
  • Voor andere derivaat instrumenten, werd de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen.
  • Voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door CFE en DEME, werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum.
  • Voor leningen met een fixe intrestvoet: de reële waardering is bepaald op de verdisconteerde toekomstige kasstromen op de intrestvoet van het markt op de afsluitingsdatum.

28. Operationele leasing

Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Minder dan één jaar 12.550 5.699
Tussen één en vijf jaar 17.482 8.423
Meer dan vijf jaar 11.952 12.168
Totaal 41.984 26.290

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

29. Andere gegeven verplichtingen

Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor de boekhoudperiode 2014 bedraagt 1.199.817 duizend euro (2013 (*): 1.166.686 duizend euro). De verplichtingen van DEME zijn opgenomen aan 100% in de vergelijkende gegevens.

De verplichtingen bestaan uit:

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Goede uitvoering en performances bonds (a) 903.231 821.118
Biedingen (b) 9.916 30.977
Teruggaven voorschotten (c) 19.731 17.453
Garantie-inhouding (d) 22.365 58.132
Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 5.220 29.596
Andere gegeven verplichtingen – waarvan 132.587 duizend euro corporate garanties bij DEME 239.354 209.410
Totaal 1.199.817 1.166.686

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

  • a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.
  • b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken.
  • c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd.
  • d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt.
  • e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.

30. Andere ontvangen verplichtingen

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Goede uitvoering en performance bonds 61.403 36.994
Andere ontvangen verplichtingen 43.346 12.029
Totaal 104.749 49.023

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

31. Geschillen

De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.

De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.

32. Transacties met verbonden partijen

  • Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.289.521 aandelen van CFE op 31 december 2014 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 60,40% van de aandelen.
  • Het personeel op de sleutelposten wordt vertegenwoordigd door de leden van het steering comité van CFE en de afgevaardigd bestuurders. Het bedrag erkend als vergoeding of andere personeelsvoordelen voor personeel op sleutelposten bedraagt 2.419,7 duizend euro voor 2014 (2013: 2.733,6 duizend euro). Dit bedrag omvat: vaste vergoedingen (1.626,0 duizend euro; 2013: 1.783,2 duizend euro), variabele vergoedingen (439,0 duizend euro; 2013: 472,3 duizend euro), stortingen voor de diverse verzekeringen (extra-legaal pensioenplan, hospitalisatie, arbeidsongevallen, ongevallen in de persoonlijke levenssfeer, Wit-Gele Kruis) (272,6 duizend euro; 2013: 331,8 duizend euro) en kosten van bedrijfsvoertuigen (82,1 duizend euro; 2013: 146,3 duizend euro).
  • Dredging Environmental & Marine engineering NV heeft op 26 november 2001 een dienstenovereenkomst afgesloten met Ackermans van Haaren NV. De volgens deze overeenkomst door Dredging Environmental & Marine engineering NV, een 100% dochter van CFE, verschuldigde vergoedingen bedragen 1.126 duizend euro en werden voor 2014 volledig betaald.
  • Er zijn geen andere transacties met de afgevaardigd bestuurders dan zijn remuneratiepakket. Bovendien zijn er geen transacties met de vennootschappen Frédéric Claes NV en Artist Valley NV dan het remuneratiepakket van de directieleden vertegenwoordigd door deze vennootschappen.
  • Op 31 december 2014 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit op Rent-A-Port NV en haar filialen. We refereren naar toelichting 35 voor een lijst van de voornaamste gezamenlijk gecontroleerde entiteiten. Deze entiteiten worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatie methode.
  • De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd.
  • Tijdens 2014 werd er geen significante verandering in de natuur van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met 31 december 2013 vastgesteld. De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de verbonden ondernemingen en partnerschappen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:
(duizend euro) 2014 2013 (*)
Activa met verbonden partijen 240.276 292.167
Vaste financiële activa 107.389 70.338
Handelsvorderingen en andere vorderingen 126.468 183.022
Andere courante activa 6.419 38.807
Passiva met verbonden partijen 61.244 44.146
Andere vaste passiva 6.276 3.052
Handelsschulden en andere schulden 54.968 41.094

(*) Bedragen herwerkt conform (i) de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten, en (ii) de boekhoudkundige verwerking van de identificeerbare activa en passiva van DEME tegen reële waarde na de aankoop van een bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

(duizend euro) 2014 2013 (*)
Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 98.731 96.282
Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten 128.004 107.111
Aankopen en overige operationele lasten (32.464) (13.760)
Financiële lasten en opbrengsten 3.191 2.931

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudmethode die verband houdt met de toepassing van norm IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekeningen en IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten. Herwerkingen worden beschreven in nota 2.1.

33. Bezoldiging van de commissarissen

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2014) bedraagt:

(duizend euro) Deloitte Andere
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van
de individuele en geconsolideerde rekeningen
1.243,9 66,13% 572,7 48,19%
Andere toebehorende opdrachten en andere
auditopdrachten
114,0 6,06% 44,5 3,75%
Subtotaal audit 1.358,0 72,19% 617,2 51,94%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 245,1 13,03% 454,2 38,23%
Andere 278,0 14,78% 116,8 9,83%
Subtotaal andere 523,1 27,81% 571,0 48,06%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 1.881,1 100% 1.188,2 100%

34. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum

In het kader van de herschikking van haar activiteiten ondertekende CFE op 1 december 2014 een overeenkomst met Asfalt-, Wegenis- en Bouwwerken NV (ASWEBO), het wegenfiliaal van de groep Willemen, voor de overdracht van 100% van de aandelen van Aannemingen Van Wellen NV. De transactie, die nog moet worden goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten, zou in het eerste kwartaal van 2015 moeten plaatsvinden. De positieve impact van deze overdracht op het geconsolideerde nettoresultaat 2015 van CFE zou ongeveer tien miljoen euro bedragen. De divisie "Gebouwen" van Aannemingen Van Wellen, die op 28 november 2014 werd overgedragen aan een dochter van CFE, zal in Vlaanderen actief blijven onder het handelsnaam "ATRO Bouw".

35. Ondernemingen behorende tot de groep CFE

Lijst van de belangrijkste integraal geconsolideerde dochterondernemingen

Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
EUROPA
Duitsland
NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH Bremen Baggerwerken 100%
OAM-DEME MINERALIEN GMBH Hamburg Baggerwerken 70%
België
HDP CHARLEROI Brussel Concessies 55,04%
ABEB NV Antwerpen Contracting 100%
AMART SA Brussel Contracting 100%
ARIADNE Opglabbeek Contracting 100%
BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA Brussel Contracting 100%
BE.MAINTENANCE SA Brussel Contracting 100%
BENELMAT SA Limelette Contracting 100%
BRANTEGEM NV Aalst Contracting 100%
ENGEMA SA Brussel Contracting 100%
ETABLISSEMENTS DRUART SA Péronne-lez-Binche Contracting 100%
ETEC SA Manage Contracting 100%
GROEP TERRYN NV Moorslede Contracting 55,04%
LOUIS STEVENS NV Halen Contracting 100%
NIZET ENTREPRISES SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
PROCOOL SA Péronne-lez-Binche Contracting 100%
REMACOM NV Beervelde (Gand) Contracting 100%
SOGECH SA Manage Contracting 100%
VANDERHOYDONCKS NV Alken Contracting 100%
VMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 100%
VMA WEST NV Meulebeke Contracting 100%
VOLTIS SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
AGROVIRO NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV Oostende Baggerwerken 100%
CEBRUVAL BRUCEVAL SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
CETRAVAL SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV Zwijndrecht Baggerwerken 54,37%
DEME BLUE ENERGY NV Zwijndrecht Baggerwerken 69,99%
DEME BUILDING MATERIALS NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME COORDINATION CENTER NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
DEME NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
DREDGING INTERNATIONAL NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
ECOTERRES HOLDING SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
ECOTERRES SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
EVERSEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
FILTERRES SA Gosselies Baggerwerken 56,10%
GEOSEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV Oostende Baggerwerken 99,97%
GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV Kallo Baggerwerken 52,43%
GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV Heusden-Zolder Baggerwerken 36,70%
KALIS SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
LOGIMARINE SA Antwerpen Baggerwerken 100%
M.D.C.C. INSURANCE BROKERS NV Brussel Baggerwerken 100%
OFFSHORE WIND ASSISTANCE NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
PURAZUR NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen Baggerwerken 54,37%
INTERNATIONAL FINANCE CENTER CFE SA Brussel Holding 100%
BATIPONT IMMOBILIER SA Brussel Vastgoed 100%
BRUSILIA BUILDING NV Brussel Vastgoed 100%
CONSTRUCTION MANAGEMENT SA Brussel Vastgoed 100%
DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES Brussel Vastgoed 100%
PRE DE LA PERCHE SA Brussel Vastgoed 100%
PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Kapellen Vastgoed 100%
SOGESMAINT SA Brussel Vastgoed 100%
VAN MAERLANT SA Brussel Vastgoed 100%
Cyprus
CONTRACTORS OVERSEAS LTD Oraklini Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD Nicosia Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD Nicosia Baggerwerken 100%
Frankrijk
FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS Parijs 100%
ENERGIES DU NORD SAS Lambersart Baggerwerken 100%
EUROP AGREGATS SARL Lambersart Baggerwerken 100%
SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart Baggerwerken 100%
Groot-Brittannië
DEME BUILDING MATERIALS LTD West Sussex Baggerwerken 100%
DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD Weybridge, Surrey Baggerwerken 74,90%
DREDGING INTERNATIONAL UK LTD West Sussex Baggerwerken 100%
Groothertogdom Luxemburg
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA Strassen Contracting 100%
DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
GEOSEA LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA Windhof Baggerwerken 100%
SAFINDI SA Windhof Baggerwerken 100%
SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
TIDEWAY LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
COMPAGNIE IMMOBILIERE DE WEIMERSKIRCH SA Strassen Vastgoed 100%
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE IMMOBILIERE CLİ SA Strassen Vastgoed 100%
P.R.N.E. SA PARC RESIDENTIEL NEI EISCH Luxemburg Vastgoed 100%
SOGESMAINT CBRE LUXEMBOURG SA Strassen Vastgoed 100%
SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA Strassen 100%
Hongarije
CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT Boedapest Contracting 100%
VMA HUNGARY LLC Boedapest Contracting 100%
Nederland
CFE NEDERLAND BV Dordrecht Contracting 100%
GEKA BV Dordrecht Contracting 100%
DE VRIES & VAN DE WIEL BV Schagen Baggerwerken 74,90%
DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV Schagen Baggerwerken 87,45%
DEME BUILDING MATERIALS BV Vlissingen Baggerwerken 100%
TIDEWAY BV Breda Baggerwerken 100%
Polen
CFE POLSKA S.P. ZOO Warschau Contracting 100%
VMA POLSKA S.P.ZOO Warschau Contracting 100%
BPI OBOZOWA S.P.ZOO Warschau Vastgoed 100%
BPI WROCLAW S.P.ZOO Warschau Vastgoed 100%
IMMO WOLA S.P. ZOO Warschau Vastgoed 100%
Roemenië
CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest Contracting 100%
Slowakije
CFE SLOVAKIA SRO Bratislava Contracting 100%
VMA SLOVAKIA SRO Trencin Contracting 100%
Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
Andere Europese landen
VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI Istanbul, Turkije Contracting 100%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA Madrid, Spanje Baggerwerken 100%
BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. Lissabon, Portugal Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL BULGARIA SERVICES EOOD Sofia, Bulgarije Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Madrid, Spanje Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne Baggerwerken 100%
MORDRAGA LLC Sint-Petersburg, Rusland Baggerwerken 100%
SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië Baggerwerken 100%
AFRIKA
Angola
DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda Baggerwerken 100%
SOYO DRAGAGEM LTDA Luanda Baggerwerken 100%
Nigeria
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 100%
TIDEWAY INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 70%
Tsjaad
CFE TCHAD SA Ndjamena Contracting 100%
Tunesië
CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis Contracting 99,96%
Andere Afrikaanse landen
SAMAMEDI SPA Dely Ibrahim, Algerije Baggerwerken 100%
DRAGAMOZ LIMITADA Maputo, Mozambique Baggerwerken 100%
AZIË
India
DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD New Dehli Baggerwerken 99,78%

INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD Chennai Baggerwerken 86,00%

(economisch
belang)
Andere Aziatische landen
DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD Kuala Lumpur, Maleisië Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING
SHANGHAI LTD
Shanghai, China Baggerwerken 100%
FAR EAST DREDGING LTD Hong Kong Baggerwerken 100%
MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD Ebene,Mauritius Baggerwerken 100%
OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD Singapore Baggerwerken 100%
AMERIKA
Brazilië
DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA Santos Baggerwerken 74,90%
DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janero Baggerwerken 100%
Canada
TIDEWAY CANADA LTD Nova Scotia Baggerwerken 100%
Andere Amerikaanse landen
DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA Mexico Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA Panama Baggerwerken 100%
LOGIMARINE SA DE CV Mexico Baggerwerken 100%
OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA LTD Panama Baggerwerken 100%
SERVIMAR SA Caracas, Venezuela Baggerwerken 100%
OCEANIË
Australië
DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD Queensland Baggerwerken 100%
GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD Brisbane Baggerwerken 100%

Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van

de groep in %

Met uitzondering van Aannemingen Van Wellen die op 30 november afsluit en van VMA West NV die op 30 juni afsluit, hebben alle dochterondernemingen 31 december als afsluitdatum

Lijst van de verbonden ondernemingen en partnerschappen

Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
EUROPA
België
PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA Eupen Concessies 25,00%
PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Concessies 19,00%
RENT-A-PORT NV et ses filiales Antwerpen Concessies 45%
BLUEPOWER NV Zwijndrecht Baggerwerken 35,00%
C-POWER HOLDCO NV Zwijndrecht Baggerwerken 19,67%
C-POWER NV Oostende Baggerwerken 11,67%
FLIDAR NV Oostende Baggerwerken 50%
HIGH WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 50,40%
OTARY RS NV Oostende Baggerwerken 18,89%
POWER@SEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 51,10%
POWER@SEA THORNTON NV Zwijndrecht Baggerwerken 51,10%
RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV Oostende Baggerwerken 25,50%
RENTEL NV Oostende Baggerwerken 18,89%
SEASTAR NV Oostende Baggerwerken 18,89%
SEDISOL SA Farciennes Baggerwerken 37,45%
SILVAMO NV Roeselare Baggerwerken 37,45%
TERRANOVA NV Evergem Baggerwerken 43,73%
TERRANOVA SOLAR NV Stabroek Baggerwerken 18,85%
BARBARAHOF NV Leuven Vastgoed 40%
BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoed 50%
BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoed 30%
ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoed 50%
ESPACE MIDI SA Brussel Vastgoed 20%
ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoed 33,33%
EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoed 33,00%
FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE STERPENICH SA Brussel Vastgoed 50%
GRAND POSTE SA Luik Vastgoed 24,97%
IMMO KEYENVELD I SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO KEYENVELD II SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 33 2 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMOANGE SA Brussel Vastgoed 50%
IMMOBILIERE DU BERREVELD SA Brussel Vastgoed 50%
Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
IMMOMAX II S.P. z.o.o. Brussel Vastgoed 47%
IMMOMAX S.P. z.o.o. Brussel Vastgoed 47%
INVESTISSEMENT LEOPOLD SA Brussel Vastgoed 24,14%
LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen Vastgoed 33,00%
LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50%
LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL Brussel Vastgoed 50%
LOCORAIL NV Wilrijk Concessies 25,00%
LRP DEVELOPMENT BVBA Gent Vastgoed 33,00%
OOSTEROEVER NV Oostende Vastgoed 50%
PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoed 24,14%
REDERIJ ISHTAR BVBA Oostende Vastgoed 50%
REDERIJ MARLEEN BVBA Oostende Vastgoed 50%
SOUTH CITY HOTEL SA Brussel Vastgoed 20%
VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoed 40,00%
VICTORESTATE SA Brussel Vastgoed 50%
VICTORPROPERTIES SA Brussel Vastgoed 50%
VM PROPERTY I SA Brussel Vastgoed 40,00%
VM PROPERTY II SPRL Brussel Vastgoed 40,00%
Groothertogdom Luxemburg
NORMALUX MARITIME SA Windhof Baggerwerken 37,50%
BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40,00%
BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40,00%
CHATEAU DE BEGGEN SA Strassen Vastgoed 50%
ELINVEST SA Strassen Vastgoed 50%
PEF KONS INVESTMENT SA Luxemburg Vastgoed 33,33%
Groot-Brittannië
FAIR HEAD TIDAL ENERGY PARK LTD Noord-Ierland Baggerwerken 17,50%
TERRAMUNDO LTD West Yorkshire,
Groot-Brittannië
Baggerwerken 37,45%
WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD Schotland Baggerwerken 17,50%
Hongarijee
BETON PLATFORM KFT Boedapest Contracting 50%
Nederland
COENTUNNEL COMPANY BV Amsterdam Concessies 23,00%
Polen
Namen Zetel Activiteitenpool Aandeel van
de groep in %
(economisch
belang)
B-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia Baggerwerken 51,10%
C-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia Baggerwerken 51,10%
Andere Europese landen
LIVEWAY LTD Larnaca, Cyprus Contracting 50%
LOCKSIDE LTD Larnaca, Cyprus Contracting 50%
CBD SAS Ferques, Frankrijk Baggerwerken 50%
EXTRACT ECOTERRES SA Villeneuve-le-Roi,
Frankrijk
Baggerwerken 37,45%
HGO INFRASEA SOLUTIONS GMBH & CO Bremen, Duitsland Baggerwerken 50%
OCEANFLORE BV Kinderdijck, Nederland Baggerwerken 50%
AFRIKA
Nigeria
COBEL CONTRACTING NIGERIA LTD Lagos Contracting 50%
COBEL CONSTRUCTION SERVICES NIGERIA LTD Lagos Contracting 50%
Tunesië
COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA Tunis Contracting 49,90%
BIZERTE CAP 3000 SA et sa filiale Tunis Vastgoed 25%
AMERIKA
Brazilië
DEME BRASIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janero Baggerwerken 50,00%
MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo Baggerwerken 51,00%
AZIË
DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD Singapore Baggerwerken 51%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC SHAP JOINT Singapore Baggerwerken 51,00%
VENTURE PTE LTD
DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD Saoedi-Arabië Baggerwerken 49,00%
MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC Abu Dhabi Baggerwerken 44,10%

Verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het getrouwe overzicht in het jaarverslag

(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)

We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,

    1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
    1. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Handtekening

Naam: Functie: Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder

Datum: 26 februari 2015

Algemene inlichtingen over de vennootschap en haar kapitaal

Identiteit van de vennootschap Aannemingsmaatschappij CFE
Maatschappelijke zetel Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel
Telefoon + 32 2 661 12 11
Juridische vorm naamloze vennootschap
Wetgeving Belgische
Oprichting 21 juni 1880
Duurtijd niet bepaald
Boekjaar vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar
Handelsregister RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795
Plaats waar de juridische documenten
kunnen worden geraadpleegd
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap

Sociaal doel (artikel 2 van de statuten)

"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.

Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.

Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.

Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.

De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."

Verslag van de commissaris over de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2014 gericht tot de algemene vergadering van de aandeelhouders

Aan de aandeelhouders

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening, en omvat tevens ons verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde staat van financiële positie op 31 december 2014, de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar eindigend op die datum, alsmede een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening– Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening Aannemingsmaatschappij CFE NV ("de vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. De totale activa in de geconsolideerde staat van financiële positie bedragen 4.215 miljoen EUR en de geconsolideerde winst (aandeel van de groep) van het boekjaar bedraagt 160 miljoen EUR.

Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne controle die ze noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat, die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (International Standards on Auditing – ISA) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijking van materieel belang bevat.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne controle van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben van de aangestelden en van de raad van bestuur van de groep de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep per 31 december 2014, en van haar resultaten en kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en voor de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:

• Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Diegem, 27 februari 2015

De commissaris

DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy

Statutaire financiële staten

Statutair overzicht van de financiële positie en winst-en-verliesrekening

Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2014 2013
Vaste Activa 1.408.686 1.403.091
Oprichtingskosten 178 178
Immateriële vaste activa 974 1.858
Materiële vaste activa 7.044 9.366
Financiële vaste activa 1.400.490 1.391.689
A. Verbonden ondernemingen 1.393.639 1.385.032
B. Andere financiële activa 6.851 6.657
Vlottende activa 330.754 289.147
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 126.857 127.339
Vorderingen op ten hoogste één jaar 184.335 140.424
- Handelsvorderingen 128.963 96.718
- Overige vorderingen 55.372 43.706
Geldbeleggingen 1.932 92
Liquide middelen 11.263 16.016
Overlopende rekeningen 6.367 5.276
Totaal van de activa 1.739.439 1.692.238
Eigen vermogen 1.129.891 1.148.532
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 592.651 592.651
Herwaarderingsmeerwaarden
Reserves
487.399
8.511
492.464
21.477
Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 0 610
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 61.553 54.738
Schulden 547.995 488.968
Schulden op meer dan één jaar 113.439 308
Schulden op ten hoogste één jaar 434.078 487.550
- Financiële schulden 7.854 108.762
- Handelsschulden 110.266 124.491
- Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 118.329 102.776
- Overige schulden 197.629 151.521
Overlopende rekeningen 478 1.110
Totaal van de passiva 1.739.439 1.692.238
Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2014 2013
RESULTATEN
Bedrijfsopbrengsten 376.996 381.040
Bedrijfskosten (376.491) (413.429)
- Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (260.656) (291.027)
- Diensten en diverse goederen (61.701) (50.593)
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (41.402) (58.765)
- Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (9.322) (11.733)
- Andere bedrijfskosten (3.410) (1.311)
Bedrijfswinst 505 (32.389)
Financiële opbrengsten 57.807 26.536
Financiële kosten (10.246) (9.562)
Winst uit de gewone bedrijfsuitoefening, vóór belasting 48.066 (15.415)
Uitzonderlijke opbrengsten 4 124
Uitzonderlijke kosten (11.131) (9.376)
Winst van het boekjaar vóór belasting 36.939 (24.667)
Belastingen (onttrekking en regularisering) 113 (33)
Winst van het boekjaar 37.052 (24.700)
Resultaatverwerking
Winst van het boekjaar 37.052 (24.700)
Overgedragen winst 610 54.422
Vergoeding van het kapitaal (50.629) (29.112)
Beschikbare reserves 14.820 0
Wettelijke reserves (1.853) 0
Over te dragen winst 0 610

Analyse van de winst-en-verliesrekening en van het overzicht van de financiële positie

De omzet van CFE NV is gedaald. Dit wordt voornamelijk verklaard door de terugval van de activiteiten burgerlijke bouwkunde en een daling van de activiteit "gebouwen" in Brussel en Wallonië.

Het bedrijfsresultaat is licht positief met 505 duizend euro.

De opbrengsten van de financiële vaste activa nemen sterk toe als gevolg van de stijging van de door de dochtermaatschappijen uitgekeerde dividenden.

De uitzonderlijke kosten bevatten de impact van maatregelen genomen ter oplossing van gekende problemen in bepaalde dochterondernemingen.

Het nettoresultaat na belastingen bedraagt 37,1 miljoen euro.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.