Annual Report • Apr 4, 2017
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Bagger- & waterbouwwerken en milieu / Contracting / Vastgoedontwikkeling
Ontwikkeling 81
CFE), kijk ik uit naar een nieuwe uitdaging als voorzitter van de raad van bestuur van CFE. De groep is mij niet onbekend, want sinds 1986 zetel ik in de raad van bestuur van DEME.
CFE heeft een interessante evolutie gekend en is uitgegroeid tot een sterke gediversifieerde groep rond drie polen. In de waterbouwwerken zijn wij nummer 1 op wereldvlak in de bouw van offshore windparken. In de pool Contracting onderscheiden wij ons met ingenieuze en effectieve procedés. Ook in de vastgoedontwikkeling hebben wij in de loop der jaren een sterke en rendabele positie opgebouwd. Bovendien versterken de polen elkaar. Dat is een mooie troef.
In 2016 hebben alle polen positieve resultaten geboekt, wat bewijst dat wij op de goede weg zijn. We moeten verder op die weg, want we hebben nog buitengewone groeicapaciteiten. Als voorzitter van de groep heb ik veel medewerkers van CFE ontmoet, in alle activiteiten. Ik ben ervan overtuigd dat hun competenties, hun motivatie en hun expertise een factor van vooruitgang zijn en dat onze zeer relevante inspanningen voor operationele uitmuntendheid in de goede richting gaan.
Dankzij de inzet van alle medewerkers bezit CFE vandaag meer dan ooit de wil en de knowhow die het nodig heeft om met succes verder te evolueren.
Luc Bertrand Voorzitter van de raad van bestuur
CFE sluit het jaar af met een nettoresultaat na belastingen van 168,4 miljoen euro, dicht in de buurt van het uitzonderlijke resultaat van 2015. Als percentage van het resultaat op de omzet (6% na belastingen) is dit één van de beste economische prestaties die de groep CFE ooit heeft neergezet. Het is het resultaat van het succes van alle polen van de groep CFE, te beginnen met DEME.
Met een omzet die beduidend lager ligt dan in 2015 behoudt DEME een uitstekend resultaat en een lage schuldenlast. Deze prestatie is des te opmerkelijker omdat DEME zich blijft voorbereiden op de toekomst. In 2016 werden immers omvangrijke investeringsprogramma's gestart, die in de twee volgende jaren zullen worden voortgezet. Dankzij de sinds 2005 uitgevoerde investeringen beschikt DEME vandaag over een verjongde vloot, ongetwijfeld de modernste in de wereld van de baggerwerken en aanverwante diensten. De onderneming heeft bovendien een zeer omvangrijk orderboek, dat sterk gegroeid is (+ 19,3%) tegenover het vorige boekjaar en een uitstekend 2017 voorspelt. 2015 werd voor DEME gekenmerkt door de uitzonderlijke werf van het Suezkanaal, die een zeer belangrijk deel van het geheel van de middelen van de onderneming mobiliseerde. De in 2016 vastgestelde terugval van de activiteit had tot een gevoelig lager resultaat kunnen leiden, maar de goede kwaliteit van de werken in uitvoering kon de impact van de omzetdaling zonder enig probleem compenseren.
Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder
Het succes van CFE is ook dat van de pool Contracting, waarvan we de reorganisatie eind 2015 hebben voltooid. CFE Contracting verzamelt de bouwactiviteiten in België, Luxemburg, Polen en Tunesië alsook de activiteiten van de sectoren Multitechnieken en Rail infra & Utility Networks. Onder de leiding van zijn nieuwe CEO heeft CFE Contracting duidelijk bewezen dat hij de weg naar het rendement kan terugvinden. Het streven naar operationele uitmuntendheid komt met name tot uiting in workshops die de verschillende verantwoordelijken van de groep samenbrengen, maar ook, in het kader van ruimere partnerships, andere actoren van de bouw: architecten, studiebureaus, klanten, gedelegeerde opdrachtgevers, onderaannemers enz. Deze aanpak optimaliseert de organisatie van de werven en levert betere resultaten op. Ten slotte belooft de kwaliteit van het orderboek eind 2016 mooie perspectieven voor 2017.
Het derde succes is dat van de vastgoedontwikkeling. BPI zet haar activiteiten in het residentiële domein in België, Luxemburg en Polen verder en heeft sterke posities genomen in verscheidene projecten. Zoals elk jaar sinds haar integratie in de groep CFE in 2004, maakt BPI winst en eindigt het 2016 met een bijzonder lage voorraad aan gebouwde maar niet verkochte wooneenheden. Dit toont aan dat het de grondposities voor haar vastgoedprojecten goed weet te kiezen. Rekening houdend met de verwachte resultaten van de nog op te leveren projecten, belooft 2017 een goed jaar te worden.
Ten slotte werden de activiteiten van de holding en de nietovergedragen activiteiten – die binnen CFE NV blijven – ingrijpend gereorganiseerd, vooral internationaal en in de burgerlijke bouwkunde. De reorganisaties hebben de voltooiing mogelijk gemaakt – en zullen dat in 2017 blijven doen – van contracten die verscheidene jaren geleden werden afgesloten en die een risico hadden kunnen vormen voor de onderneming. De bijdrage van Rent-A-Port aan de resultaten van de groep CFE was in 2016 in grote mate positief.
CFE zet dus in 2016 een uitstekende economische prestatie neer, en in het licht van de orderboeken van de verschillende activiteiten ziet 2017 er veelbelovend uit voor alle polen van de groep.
Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder
Rapport annuel 2016 5 Jaarverslag 2016 5
DEME lanceert de bouw van haar polyvalente vaartuig 'Living Stone' om haar positie op de markten van de productie en het transport van offshore hernieuwbare energie te consolideren.
Opening van de R11-tunnel onder de Antwerpse luchthaven. De engineering, de softwareontwikkeling, de signalisatie en de installatie van deze systemen werden uitgevoerd door VMA.
MBG verkrijgt in een handelsvennootschap het contract voor de bouw van het nieuwe ziekenhuis ZNA Cadix in Antwerpen.
Start van de eerste fase van de werken van het project Erasmus Gardens in Anderlecht voor projectontwikkelaar BPI.
Het consortium Femern Link Contractors, waarvan CFE en DEME deel uitmaken, ondertekent de voorwaardelijke contracten met de Deense regering voor een belangrijk Europees infrastructuurproject: de bouw van de grootste onderzeese tunnel ter wereld en zijn toegangswegen, de Fehmarnbelt Link. De 18 kilometer lange tunnel onder de zee tussen Duitsland en Denemarken krijgt tweemaal twee rijstroken voor auto's (en een pechstrook) en twee spoorlijnen.
CFE Contracting organiseert met een veertigtal managers en verantwoordelijken van de verschillende filialen een eerste studiedag omtrent de toekomststrategie. Project Ambition 2020 gaat van start!
DEME en Siemens sluiten een EPCI-contract af voor de funderingen van het offshore windpark Hohe See in de Duitse Noordzee. Het EPCI-contract omvat het ontwerp, de bouw en de installatie van 71 funderingen, bestaande uit een monopijler en een transitiestuk.
DEME start de eerste fase van het project Tuas Terminal in Singapore met de tewaterlating van een eerste caisson van de kademuur in aanwezigheid van de Singaporese minister van Infrastructuur. De kademuur zal in totaal 222 caissons bevatten.
BPI Polska verkrijgt de bouwvergunning voor het project Bulwary Książęce in Wroclaw.
Tideway verwerft het contract voor het leggen van kabels voor het project 'Hornsea Project One', het grootste offshore windpark ter wereld vóór de kust van Yorkshire (Verenigd Koninkrijk). De werken zullen worden uitgevoerd door het nieuwe kabelinstallatieschip 'Living Stone'.
Lamcol levert in amper 17 werkdagen een gebouw op bestaande uit 10 appartementen over 6 verdiepingen. Het geheim van dit mirakel laat zich in drie woorden samenvatten: Cross Laminated Timber (CLT). CLT is een milieuvriendelijk, isolerend en sterk materiaal met een positieve CO2 -voetafdruk dat snel en efficiënt kan worden verwerkt.
Louis Stevens & Co begint de elektriciteitswerken voor de bebakening van de landingsbanen van Brussels Airport. Ze omvatten de verlichting van de verkeerswegen, de toegangswegen en de startbaan.
Atro voltooit het nieuwe gebouw O van de universitaire campus '3 Eiken' in Wilrijk. Gebouw O, met een goudkleurige gevel van 2.856 afzonderlijke aluminium panelen, telt acht auditoria, 4 laboratoria en een indrukwekkend atrium dat 3.000 studenten kan ontvangen.
DEME verkrijgt haar eerste contract voor baggerwerken in Port Louis, op Mauritius.
BPI zal, in een samenwerkingsverband, de huidige zetel van Allianz, aan het Brusselse de Brouckèreplein, herontwikkelen. Het project zal grotendeels bestaan uit residentiële oppervlakten (klassieke en prestigieuze wooneenheden en studentenflats), kantoren of een hotel. Op de benedenverdieping komen commerciële ruimten die zullen bijdragen aan de dynamische ontplooiing van de autovrije zone en het Brusselse centrum.
CFE Polska start met de bouw van het nieuwe Mayaland Indoor Kownaty. Dit pretpark maakt deel uit van het nieuwe Holiday Park Kownaty, dat over enkele jaren twee recreatieparken, hotels, een vakantiedorp, een winkelwijk en restaurants zal omvatten.
DEME ondertekent de 'financial close' van het project Merkur en gaat onmiddellijk van start met de plaatsing van de offshore funderingen. Merkur is een windpark in de Noordzee dat de continuïteit van de energievoorziening zal verzekeren en een beduidende bijdrage zal leveren aan het aandeel van de hernieuwbare energie.
Opening van het grootste winkelcentrum van Wallonië, Les Grands Prés in Bergen. Deze dubbele uitbreiding werd door BPC Hainaut gerealiseerd.
Opening van het winkelcentrum Docks Bruxsel in Brussel. In dit door BPC gebouwde multifunctionele centrum vindt men handelszaken, horeca, kantoren, 8 bioscoopzalen, een evenementenzaal, een indoor avonturenpark en een museum voor industriële archeologie.
RENTEL NV rondt de 'final close' af voor de bouw van een nieuw offshore windpark van 309 MW vóór de Belgische kust. Dit project op 40 km ten noorden van Oostende wordt het vijfde offshore windpark in de Belgische Noordzee. Dredging International verzorgt het ontwerp, de levering, het transport, de installatie van de funderingen en de infield kabels.
BPC start het project Duurzame Wijk Tivoli in Laken (Brussel), een duurzame modelwijk. Ze strekt zich uit in de omgeving van Tour & Taxis en omvat wegen, een park, ongeveer 400 woningen, twee kinderdagverblijven, winkels, …
Voor het eerst in de geschiedenis van CFE overschrijdt het
Daling van de netto financiële schuld
stijging van de omzet van de activiteit multitechnieken +13,3 % van de wooneenheden 90 % verkocht
voor het eerste gebouw van het project Erasmus Gardens te Anderlecht
lancering van het project
laadcapaciteit 12 500 ton kraan 600 ton bemanning 100 personen
De Living Stone is een multifunctioneel ecologisch vaartuig
Het windpark Rentel zal 42 windturbines
tellen met een totale capaciteit van
309
MW
+22,8 %
EBITDA marge van DEME
Het orderboek bereikt een historisch niveau van
4,76
miljard euro
De reorganisatie van de activiteiten van CFE in drie autonome grote polen staat een vruchtbare synergie zeker niet in de weg. Integendeel: de grotere autonomie van de verschillende entiteiten gaat samen met een optimale versterking van de synergie op alle niveaus. Deze strategie, die uiteraard erg lonend is voor onze klanten, blijkt buitengewoon gunstig voor de groep en elk van haar filialen.
De mogelijkheden voor synergie binnen de groep CFE blijven zich ontwikkelen, zowel tussen de filialen van eenzelfde pool als tussen de verschillende polen. Met name tussen DEME, dat de activiteiten baggerwerken, waterbouwwerken en milieu verzekert, BPI, dat alle activiteiten in de vastgoedontwikkeling verzorgt, en CFE Contracting, dat de activiteiten bouw, multitechnieken en Rail infra & Utility Networks in de Benelux, Polen en Tunesië bundelt. Deze synergie komt op verschillende manieren tot uiting, onder meer in het delen van ervaring, de samenwerking aan grote of complexe werven waarbij verschillende specialiteiten betrokken zijn, de uitwisseling van opportuniteiten volgens de geografische ligging, of de transfer van activiteiten tussen entiteiten.
De overdracht van de waterbouwactiviteiten en de oprichting, eind 2015, van DIMCO, dat zich op maritieme infrastructuren toelegt, verzekeren een optimale continuïteit van de activiteiten en bieden een antwoord aan de behoeften van DEME in dit domein.
Ten eerste heeft deze overdracht de banen gered van een groot aantal medewerkers van wie de competenties zowel in België als internationaal zeer erkend worden. België had immers vrijwel geen infrastructuurprojecten meer, zodat het zeer kleine aantal opdrachten tot een felle concurrentie leidde. Er bestond dan ook
een reëel risico van een gebrek aan werk voor deze medewerkers. Dankzij de toenadering met DEME en de oprichting van DIMCO konden de medewerkers van het studiebureau van CFE en de ingenieurs van de groep CFE overstappen naar DEME en dus hun werk behouden.
Vervolgens, en dat is even belangrijk, heeft de toenadering een buitengewoon sterke competentie van de groep CFE gered en bestendigd, een bron van huidige en toekomstige successen in projecten in de Benelux en internationaal. Zo hebben wij het contract voor de Fehmarnbelt-tunnel in de wacht gesleept, 18 km wegen en spoorwegen onder zee tussen Duitsland en Denemarken. We hebben ook een opdracht voor 500 miljoen euro (aandeel van de groep CFE) verworven voor het project Rijnlandroute in Nederland. Andere projecten waarin DIMCO een rol kan spelen, worden bestudeerd. Dit alles zal tot de aanwerving van nieuwe medewerkers en meer bepaald van jonge mensen leiden, wat onze capaciteiten verder zal versterken en de toenadering met DEME nog lonender zal maken.
Een ander type synergie tussen de activiteiten in de vastgoedontwikkeling en die van DEC-Ecoterres binnen DEME wordt onderzocht. Het betreft een nauwere samenwerking tussen de teams van de twee entiteiten, waarbij DEC-Ecoterres haar competenties in bodemsanering kan inbrengen op de grondposities die BPI verwerft.
Er moet natuurlijk ook een synergie bestaan tussen de pool vastgoedontwikkeling en de activiteit bouw. Elke pool bepaalt uiteraard zelf zijn beheer en is verantwoordelijk voor zijn resultaten, maar dat staat een samenwerking niet in de weg. Het mooiste voorbeeld zien we vandaag in Polen. De samenwerking tussen vastgoedontwikkeling en bouw begint er al zeer vroeg in de projecten, met het zoeken van de intelligentste technische oplossingen voor de projectontwikkelaar, die bovendien van lagere bouwkosten profiteert. Deze
en een bijzonder positief orderboek op het eind van het jaar
samenwerking is een goede illustratie van het complementaire karakter van de specialiteiten.
In de pool Contracting is de activiteit Multitechnieken in 2016 sterk geëvolueerd, met een stijgende omzet en een bijzonder positief orderboek op het eind van het jaar. Maar deze evolutie van multitechnieken is ook het succes, onder de vleugels van VMA, van de hergroepering van alle activiteiten in de elektrotechnieken binnen één enkele cluster. Deze hergroepering leidt tot een veel breder spectrum in termen van menselijke middelen, zodat men in de uitvoering van de werven altijd de juiste persoon op de juiste plaats kan inzetten. Voor elk bedrijf afzonderlijk kan dat moeilijk zijn wanneer verscheidene werven op hetzelfde ogenblik dezelfde competenties nodig hebben. Het totaalbeeld van de technische en menselijke middelen die voor elke opdracht van de cluster elektrotechnieken nodig zijn, is nu in handen van één verantwoordelijke, Guy Wynendaele. Er wordt gewerkt aan een soortgelijke aanpak voor de cluster HVAC.
Ook de activiteit Rail infra & Utility Networks doet zijn voordeel met een clusterbenadering. Men zoekt vormen van synergie en complementariteit tussen de bedrijven die in essentie voor Infrabel werken.
De resultaten en de orderboeken bevestigen het: de strategie van CFE voor zowel meer autonomie als meer synergie heeft niet alleen in 2016 vrucht gedragen maar geeft de groep nu al de beste troeven voor de volgende jaren.
Luc Bertrand Voorzitter van de raad van bestuur Lid van het benoemings- en remuneratiecomité
Christian Labeyrie Bestuurder Lid van het auditcomité
Jan Suykens Bestuurder
Leen Geirnaerdt
vertegenwoordigd BVBA Pas de Mots Onafhankelijk bestuurder Lid van het auditcomité
Ciska Servais vertegenwoordigd BVBA Ciska Servais Onafhankelijk bestuurder Voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité Lid van het auditcomité
Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder
Jaarverslag 2016 13
Veiligheid is steeds de eerste waarde geweest van de groep CFE en is dit ook gebleven na de reorganisatie. In 2016 werden de inspanningen voor veiligheid verdubbeld, met tal van gerichte opleidingen en sensibiliseringsacties in de verschillende entiteiten en filialen. Begin 2017 werd bovendien een grote veiligheidsdag georganiseerd in alle entiteiten van CFE Contracting.
Alle entiteiten organiseerden onder meer specifieke technische opleidingen omtrent de juiste bediening van machines en veiliger werken op de bouwplaats. CFE Bouw Vlaanderen lanceerde bovendien in 2016 een systeem voor veiligheidsassessment, terwijl CFE Bâtiment Brabant
Wallonie (CFE BBW) focuste op de risicopreventie tijdens het werk met torenkranen. Naast de verplichte opleidingen, zowel intern als voor de onderaannemers, moet elke kraan nu uitgerust zijn met een camera, zodat de kraanmachinist de last in alle configuraties kan zien.
In alle filialen vonden specifieke opleidingen plaats, uiteraard met varianten volgens het beroep. Enkele van de thema's: het dragen van een harnas, hijsen met stroppen, elektriciteitswerken, werk op hoogte, in gondels, op steigers, op hoogwerkers. ENGEMA volgde tevens een opleiding bij Infrabel, daar het vaak 's nachts en in zeer moeilijke omstandigheden opdrachten dient uit te voeren.
Er vonden ook opleidingen, sensibiliseringscampagnes, toolbox meetings, affichecampagnes en veiligheidsdagen plaats in de verschillende clusters en
Op 17 november 2016 bekroonde het Poolse National Labor Inspectorate (arbeidsinspectie) CFE Polska met de 1ste prijs voor de 'Safest Building Site' in de regio Gdansk, nadat het bedrijf in oktober een volledige week aan preventie en veiligheid had gewijd. De prijs is een erkenning van de aanhoudende inspanningen die CFE Polska levert om de 'safety first'-waarden van CFE dagelijks in de praktijk te brengen.
filialen van de pool Contracting, in België en internationaal, onder meer over de basisprincipes van het veiligheidsbeheer, de reacties bij een ongeval of brand, de bewustmaking van het belang van risicoanalyses voor het begin van een activiteit, de verkeersveiligheid, de gevolgen van een arbeidsongeval enz. De actualiteit heeft VMA trouwens brutaal herinnerd aan de noodzaak van de begeleiding van mensen die getuige zijn geweest van een ernstig ongeval of een andere dramatische gebeurtenis op de werkplek: tijdens de aanslagen van maart 2016 waren haar teams in Zaventem aan het werk en hebben ze de slachtoffers geholpen.
Naast deze initiatieven waren er nog verrassingsinspecties op de werven, de verbetering van de persoonlijke beschermingsmiddelen (harnas, valbeveiliging…) of, zoals in Tunesië, de invoering van een geïntegreerd managementsysteem met de veiligheid en de gezondheid van het personeel als prioriteit.
Elk jaar organiseert DEME een 'Safety Moment Day' in alle operationele eenheden. In 2016 kwamen de potentiële gevaren van trappen aan bod. De prijs voor het 'Best Performed Safety Moment' gaat naar het departement, het bureau of het project dat het beste veiligheidsinitiatief genomen heeft. DEME werd trouwens voor de tweede keer door de International Association of Dredging Companies (IADC) bekroond voor de beste veiligheidsinnovatie die door heel de sector kan worden toegepast.
Het welzijn, de veiligheid en de gezondheid komen bij DEME altijd op de eerste plaats. Ze leiden het bedrijf in zijn engagement in termen van de beste internationale praktijken en de naleving van de plaatselijke wetgeving. De
CFE polska Sensibilisatie
CHILD, het sensibiliseringsprogramma voor de veiligheid van DEME, zag het licht in 2010. In 2016 werd een nieuw programma, CHILD 5, gelanceerd, dat ervoor moet zorgen dat de aandacht voor de veiligheid voor alle medewerkers een blijvende reflex wordt. Er hebben al twee seminaries plaatsgevonden. Ze waren voor de managers bestemd en legden onder meer uit hoe zij als individuen het verschil kunnen maken door hun veiligheidsgedrag te wijzigen. Er zijn nog twaalf sessies gepland.
veiligheidsdoelstellingen van DEME zijn ambitieus en gaan alle medewerkers aan. Het streven naar 'nul ongevallen' zit het bedrijf dan ook in het bloed.
De veiligheidsstrategie berust op vier pijlers: engagement, samenwerking, communicatie en leadership. Deze vier pijlers vormen de basis voor de beste prestaties op het vlak van veiligheid, kwaliteit en efficiëntie. Dit zijn bovendien onontbeerlijke elementen om met eerbied voor het milieu te werken. DEME heeft zich geconcentreerd op een reeks initiatieven die, gelet op de positieve resultaten, de relevantie van haar grootschalige veiligheidsprogramma duidelijk hebben aangetoond.
Rail infra
& Utility Networks
Jaarverslag 2016 15
Het primordiale belang van de rol, de competentie en de motivatie van de medewerkers wordt in de groep CFE algemeen erkend en krijgt op alle niveaus de grootste aandacht.
Gabriel Marijsse CFE
Het komt er dus niet alleen op aan talentvolle medewerkers met complementaire competenties aan te trekken en te rekruteren, maar ook ze aan het bedrijf te binden door hen een dynamische omgeving aan te bieden waarin ze zich kunnen ontplooien, zich goed voelen en al hun capaciteiten kunnen ontwikkelen.
In deze optiek wil DEME de overstap tussen disciplines, filialen of activiteiten mogelijk maken. Een medewerker zou bijvoorbeeld zijn loopbaan kunnen beginnen in de baggerwerken, daarna overschakelen naar groene energie en ten slotte zijn roeping kunnen vinden in een windproject.
De groep CFE heeft sterke troeven op het vlak van rekrutering: haar waarden, haar bedrijfscultuur en haar bekendheid, maar ook het multidisciplinaire en multiculturele karakter van haar personeel. Het is geen toeval dat de groep CFE in de voorbije jaren herhaaldelijk tot 'Top Employer' werd uitgeroepen
en het diversiteitslabel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft ontvangen.
Het sterke imago helpt de filialen van de groep wanneer zij deelnemen aan evenementen die jonge mensen in contact brengen met potentiële werkgevers (ontmoetingen met middelbare scholen, universiteiten, hogescholen, stageaanbiedingen voor studenten…).
De filialen hebben natuurlijk ook zelf kostbare troeven om kandidaten aan te trekken, zoals de kwaliteit van het onthaal, de begeleiding en de coaching van nieuwkomers en een ruim aanbod van opleidingen. Toch blijft de rekrutering moeilijk voor bepaalde nicheberoepen, waar het vinden van jonge medewerkers met de juiste competenties problematisch is.
Diversiteit is bij CFE een realiteit: in de rekrutering wordt uitsluitend op de bekwaamheid gelet. Vrouwen en mannen krijgen gelijke kansen. De vrouwen worden trouwens steeds talrijker in functies die vroeger voor
| Holding & niet-over gedragen activiteiten |
DEME | Contracting | Immo | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 884 | 4.264 | 2.828 | 45 | 8.021 |
| 2015 | 426 | 4.421 | 3.265 | 48 | 8.160 |
| 2016 | 204 | 4.476 | 3.023 | 49 | 7.752 |
| 2016 | Arbeiders | Bedienden | Totaal |
|---|---|---|---|
| Holding & niet overgedragen activiteiten |
113 | 105 | 218 |
| DEME | 1.990 | 2.486 | 4.476 |
| Contracting | 1.861 | 1.148 | 3.009 |
| Immo | 0 | 49 | 49 |
| Totaal CFE | 3.964 | 3.788 | 7.752 |
| In aantal uren per soort opleiding |
Totaal 2015 |
Totaal 2016 |
Mannen | vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| Technieken | 57.265 | 50.248 | 48.304 | 1.944 |
| Hygiëne en veiligheid |
68.918 | 82.068 | 78.478 | 3.590 |
| Omgeving | 1.970 | 1.851 | 1.782 | 69 |
| Management | 22.800 | 29.207 | 26.048 | 3.159 |
| Informatica | 12.634 | 10.858 | 8.298 | 2.560 |
| Adm/Boekh/ Beheer/Jur. |
5.827 | 9.553 | 7.969 | 1.584 |
| Talen | 4.931 | 5.635 | 3.246 | 2.389 |
| Diversiteit | 0 | 36 | 36 | 0 |
| Andere | 6.366 | 12.511 | 11.196 | 1.315 |
| Totaal | 180.711 | 201.967 | 185.357 | 16.610 |
Ambition 2020 , een gemeen - schappelijk project dat naar de toekomst kijkt
Ambition 2020 werd in 2016 in de pool Contracting gelanceerd om de krachten rond een gemeenschappelijk toekomstproject te bundelen. Dit project zal het mozaïek van talenten bij CFE Contracting kristalliseren, de in de bouwsector zo belangrijke responsabilisering en motivatie van alle medewerkers versterken en een bedrijfscultuur ontwikkelen.
Het project is begonnen met een strategische denkoefening van een veertigtal managers en verantwoordelijken van de verschillende filialen van CFE Contracting. Vervolgens werden verscheidene werkgroepen met vertegenwoordigers van de verschillende filialen gevormd, om de betrokkenheid van de medewerkers te bevorderen, de vooruitgang naar uitmuntendheid concreet te versnellen en met name de uitwisseling van goede praktijken te verbeteren. De huidige ontwikkeling van het Digitale Kennisplatform is al een belangrijk stap voorwaarts in termen van de deelname aan een gemeenschappelijk project en de uitwisseling van goede praktijken. Het kent nu al een groot succes bij veel medewerkers.
mannen voorbehouden waren, zoals managers, ingenieurs, werfleiders, projectleiders enz. De culturele herkomst speelt evenmin mee in de selectie. De verschillende entiteiten van CFE weten dat zij beter op de toekomst voorbereid zijn wanneer zij, afhankelijk van hun behoeften, zowel ervaren medewerkers ouder dan 50 rekruteren als jongeren die vers bloed in het bedrijf brengen en later de fakkel zullen overnemen.
Naast het leerproces voor nieuwkomers, onder de vleugels van een coach of van meer ervaren collega's, krijgen de medewerkers tal van collectieve of individuele opleidingsprogramma's aangeboden om hun competenties te optimaliseren. De bedrijven bieden niet alleen opleidingen in de veiligheid en de specifieke technieken van de verschillende vakgebieden aan, maar ook – intern of in samenwerking met externe organisaties – opleidingen in onder meer financiën, leiderschap, coaching, communicatie, onderhandelen, talen, projectbeheer, het beheer van onderaannemers enz.
Naast de eigenlijke opleidingen worden diverse initiatieven genomen om de synergie en de uitwisseling van ervaring en goede praktijken te bevorderen. Hier spelen de doorbraken in de digitalisering natuurlijk een niet te verwaarlozen rol. Deze initiatieven werden bevorderd door het project Ambition 2020 bij CFE Contracting, terwijl BPI zich bijzonder heeft toegelegd op een grotere synergie tussen de verschillende landen en het verbeteren en vernieuwen van de competenties binnen de teams, met name op het vlak van communicatie en verkoop.
DEME biedt bovendien een buitengewoon ruime waaier van opleidingen aan, intern of extern, algemeen of specifiek, technisch of managementgericht. In 2015 werd een opleiding op wereldschaal gelanceerd om de conformiteit van de vloot met de laatste eisen van de Conventie 'Standards of Training, Certification & Watch keeping' (STCW) te verzekeren. Tussen 2015 en 2017 zullen ongeveer 750 leden van de zeevloot dit opleidingsprogramma gevolgd hebben.
Het platform 'People@DEME' geeft alle medewerkers toegang tot de 'informatiematrix' van hun werk, met een overzicht van de functies en de verantwoordelijkheden, een voorstelling van de verschillende opleidingsmogelijkheden en suggesties voor de loopbaanontwikkeling.
'Time To' is een nieuwe tool die de werknemers helpt om zelf hun competenties en hun ontwikkelingsbehoeften te beoordelen. 'Time to' verschaft DEME bovendien een databank van de competenties binnen het bedrijf, zodat men altijd het juiste team voor het juiste project kan inzetten.
Ten slotte kan DEME met de nieuwe 'corporate' app' rechtstreeks informatie naar de smartphone van een medewerker sturen en hem tijdens verplaatsingen onmiddellijk toegang geven tot de werkmiddelen. Een fantastische tool voor de communicatie en de interne samenwerking!
Hoe groter de rol van innovatie in de bouwberoepen, hoe groter ook het belang van de opleidingen. De opleidingen in technieken, machines en materialen, maar ook meer algemeen, het verbeteren van de processen en het verhogen van de kwaliteit en de efficiëntie bij de uitvoering van de projecten.
De bedrijven van de groep CFE zijn zich daar zeer goed van bewust: CFE BBW investeert in grootschalige opleidingsprogramma's rond BIM en Lean, en ook CLE investeert in BIM. CFE Bouw Vlaanderen heeft de BIM-benadering op het terrein getest en er een originele en erg positieve formule uit ontwikkeld: BlueBeam. Maar wat betekent BIM of Lean?
In de bouw mikt de Lean-benadering op de eliminatie van alles wat niet bijdraagt tot de klanttevredenheid - met andere woorden, het vermijden van verspilling - en op een zo efficiënt mogelijke uitvoering van het project, met name dankzij een goede werforganisatie. In de Lean-benadering kan men bijvoorbeeld met behulp van verschillende digitale tools de opslagplaatsen van de materialen en de staat van de voorraden duidelijk
aangeven en overbodige en tijdrovende processen identificeren.
Lean planning is een cruciaal onderdeel van Lean management. Hij mikt op een optimale planning aan de hand van 'intelligente planningtools' die het geheel van het project sneller doen vorderen. Het streeft vooral naar de samenwerking tussen alle deelnemers aan het project. De planning wordt opgesteld op basis van de wensen van de klant, maar houdt ook rekening met concrete informatie die door de uitvoerders van de werken wordt geleverd: de arbeiders op de werf, de onderaannemers, de leveranciers, de architecten, de studiebureaus enz. Alle actoren worden dus van bij de aanvang bij de samenwerking betrokken en krijgen een sterke band met het project. Iedereen kan een termijn voor zijn taak opgeven (in het kader van de met de klant overeengekomen planning) maar ook aangeven wat hij van de andere actoren nodig heeft. Dankzij deze collaboratieve benadering kan men de op een werf onvermijdelijke wijzigingen optimaal en zonder conflicten aanpakken en eventuele problemen van de interveniënten oplossen. Lean management verzekert
MBG
Na het AZ Sint-Maarten in Mechelen werkt MBG in Antwerpen aan een tweede gedigitaliseerd project, deze keer met BlueBeam, een originele formule. Het betreft de Antwerp Management School, een project waarin MBG volgens de 'Bouwteam'-formule vanaf de ontwerpfase met alle partners samenwerkt.
Dankzij BlueBeam kan het team, net als met BIM, digitaal en in reële tijd werken. MBG werkt echter niet driedimensionaal maar gebruikt het pdf-formaat om alle gegevens van het BIM-model over te dragen. Deze keuze past in de praktische realiteit van het werk op de werf: iedereen kan pdf's gebruiken (bijvoorbeeld op de iPad), terwijl de meeste onderaannemers het personeel of de middelen niet hebben om met 3D software te werken. BlueBeam vereenvoudigt bovendien verschillende processen. BlueBeam, dat op de Antwerpse werf wordt getest, is een goede stap in de richting van digitaal bouwen op een manier die iedereen gemakkelijk kan begrijpen en gebruiken.
bovendien een ideale orkestratie van de interventies van de verschillende partijen. Op die manier voorkomt men tijdverlies en verlaagt men de kosten.
BIM of 'Building Information Model' is een digitaal model van een bouwproject in de cloud. Alle betrokkenen bij het project – de architecten, de ingenieurs die belast zijn met de stabiliteit of andere speciale technieken, de algemene aanneming enz. – krijgen toegang tot het model en kunnen eraan samenwerken. Het resultaat: een veel betere doorstroming van de informatie, die veel problemen voorkomt en het werk efficiënter maakt.
Het project wordt niet langer getekend maar 'gemodeliseerd'. Alle elementen (balken, vensters…) worden in 3D weergegeven, met een schat aan informatie: het gebruikte materiaal, de afwerking, de kleur enz. Al die informatie wordt aangevuld met nieuwe gegevens over de uitvoering van de werken en kan tijdens de volledige levenscyclus van het gebouw worden gebruikt en aangepast, ook voor het onderhoud en voor latere aanpassingen van een element. BIM is niet alleen 3D maar ook een voor alle projectpartners toegankelijke databank.
BIM 3D wordt al in verscheidene landen toegepast, onder meer in Nederland, Oostenrijk, Duitsland en Engeland. Nieuwe evoluties zijn in aantocht, zoals BIM 4D, dat ook rekening houdt met de tijdsdimensie en de planning en de vooruitgang van het werk op de werf optimaliseert.
DEME
Innovatie is altijd enorm belangrijk geweest voor DEME. Ze komt zowel het milieu ten goede als de realisatie van de algemene doelstellingen.
DEME kiest voor een multidisciplinaire aanpak van Onderzoek & Ontwikkeling, met een nauwe samenwerking tussen de werven, de schepen en de directie, en ook tussen de studiebureaus, de projectteams en de technische en engineeringdepartementen. Het innovatieproces past in een methodische, systematische en gestructureerde aanpak die met succes bekroond wordt.
De innovatiebenadering van DEME heeft veel resultaten opgeleverd.
Zo heeft EverSea het concept ontwikkeld van een standaardplatform dat aan elke gasbel in de Nederlandse Noordzee kan worden aangepast. Het kan door goedkopere kleinere schepen worden geïnstalleerd en later op andere gasvelden worden ingezet. Een ander voorbeeld: een indrukwekkende 'Pile Gripper' voor de plaatsing van sokkels van windturbines op de zeebodem. Dit is een oplossing met tal van voordelen, zoals lagere kosten, een snellere implementatie en een kleinere impact van de weersomstandigheden. De LOTO App ('Lock Out Tag Out'), die aan boord van het zeebaggerschip Ambiorix werd ontwikkeld, is een visuele app die het LOTO-proces (vergrendeling en markering) vergemakkelijkt en versnelt en het risico van menselijke fouten voorkomt. In een ander domein werd in Singapore ME2WE ontwikkeld, een tool die de teamgeest versterkt, de interne relaties bevordert en de productiviteit van het personeel verhoogt.
We zien nog veel andere innovaties in de meest uiteenlopende domeinen, van rotscutters tot pontons die gespecialiseerd zijn in het leggen van leidingen of in bodemsanering.
Doorheen de jaren hebben de verschillende entiteiten een grote knowhow in duurzaam bouwen verworven. Daarnaast draagt de groep CFE op veel andere manieren bij aan de bescherming van het milieu, onder meer met de ontwikkeling van hernieuwbare energie.
Van jaar tot jaar legt de groep CFE de lat van de duurzame ontwikkeling hoger. Zo speelt ze in op de huidige en toekomstige vraag, met een toenemende aandacht voor de energie- en milieuaspecten en met een voorsprong op de Belgische en buitenlandse wetgeving ter zake.
De verschillende entiteiten zijn gevoelig voor het duurzaamheidsaspect en nemen in de dagelijkse praktijk meer en meer initiatieven voor de beperking en de behandeling van afval, de rationalisering van de verplaatsingen en de beperking van het energieverbruik in de kantoren en op de werven. Maar vooral hebben de filialen in de loop der jaren een kostbare expertise verworven op het vlak van het milieu, die zij nu benutten in de voorbereiding en uitvoering van hun projecten. Dat blijkt uit een groot aantal bouwprojecten.
Bij de passiefgebouwen vermelden we onder meer de school De Vonck in Knokke (MBG), een kinderdagverblijf in houtskeletbouw in Laken en de school 'Les Trèfles' in Anderlecht (CFE Brabant), La Laiterie, een cafetaria in een beschermd park in Schaarbeek (Leloup Entreprise Générale) of het Green Wall-gebouw voor IFAPME in Gembloux (Druart). Veel projecten hebben de BREEAM-certificering Very Good of Excellent verkregen of zullen dat verkrijgen. We noemen onder meer het grote complex Docks Bruxsel (BPC), het project Promenada in Warschau (CFE Polska) en de gebouwen Kons en Glesener in Luxemburg (CLE). Verscheidene andere projecten van BPI hebben eveneens duurzaamheidscertificeringen verkregen of zullen dat verkrijgen: Edengreen, Greenhill, G4S, Differdange, Kiem, Route d'Esch.
Bepaalde vakgebieden van de groep zijn van nature 'duurzaam'. Dat geldt voor de beroepen die de prestaties van het spoornet verbeteren en dus het vervoer minder vervuilend maken, of voor de beroepen in de waterzuivering of de verzameling van afval en zijn benutting voor de productie van energie. Of ook nog de installatie van verwarmings- of klimaatregelingssystemen met warmterecuperatie en de plaatsing en het onderhoud van fotovoltaïsche panelen. We kunnen ook het onderhoud van gebouwen vermelden, zoals be.Maintenance het aanpakt: het optimaliseert de regelingen om het verbruik te beperken en bevordert energiezuinige oplossingen bij de klanten. Ten slotte heeft CFE participaties verworven in verscheidene projecten voor offshore windparken, zoals Rentel, vóór de kust van Oostende, dat ongeveer 285.000 huishoudens van hernieuwbare energie zal voorzien.
In 2016 is DEME van start gegaan met de bouw van een reeks avant-garde schepen, waaronder verscheidene 'wereldprimeurs' die dit jaar de vloot zullen versterken.
Omdat het de toekomst van de planeet wil vrijwaren, investeert DEME in schepen met dubbele brandstof, dus met motoren die zowel diesel als LNG kunnen gebruiken. Ze beperken de CO2 -uitstoot en elimineren de uitstoot van NOx, SOx en fijnstof vrijwel volledig.
Wanneer het investeringsprogramma uitgevoerd zal zijn, zal DEME een van de zeldzame eigenaren zijn van een vloot die deze technologie op zulke grote schaal toepast. De investeringen gaan veel verder dan de wettelijke eisen en alle schepen van DEME (Minerva, Scheldt River, Apollo, Blanew, Gulliver…) zullen een Groen Paspoort en een Clean Design-certificaat ontvangen.
Zoom op enkele van deze schepen, te beginnen met de Living Stone, die zeer binnenkort aan zijn eerste opdracht zal beginnen.
De 'Living Stone' is het eerste ecologische polyvalente schip van DEME. In september 2016 verliet hij de scheepswerf in de buurt van het Spaanse Bilbao om zich bij de vloot van valpijpschepen van Tideway te voegen en ingezet te worden voor de bouw van offshore windparken. Dit schip met dubbele brandstof is uitgerust met een systeem voor warmterecuperatie. De aan boord gebruikte olie is biologisch afbreekbaar. De Living Stone is niet alleen ecologisch maar heeft ook een indrukwekkende laadcapaciteit – 12.500 ton – en een dekoppervlakte van 3.000 m2 . Het schip bevat twee carrousels van elk 5.000 ton, goed voor 200 kilometer kabels, en heeft een kraan van 600 ton. Dit schip van de toekomst kan buitengewoon snel kabels leggen en heeft plaats voor tot 100 personen. De 'Living Stone' zal in het tweede kwartaal van 2017 zijn eerste opdracht uitvoeren in het windpark Hornsea Project One, vóór de kust van Yorkshire.
Het baggerschip 'Minerva' is samen met de 'Scheldt River' het eerste baggerschip ter wereld met motoren met dubbele
brandstof, die zelfs volledig op LNG kunnen draaien. Deze sleephopperzuiger van 3.500 m2 werd in december 2016 door scheepsbouwer Royal IHC te water gelaten en zal zich in het begin van de zomer van 2017 bij de vloot van DEME voegen.
Bonny River is de naam van een rivier in Nigeria, maar ook van de nieuwe sleephopperzuiger in aanbouw die in 2017 de vloot van DEME zal versterken. Het schip met dubbele brandstof heeft een uitzonderlijke lange, zware zuigbuis en een massieve pompkop die tot op 102 meter diepte zeezand kan aanzuigen. Dankzij het speciale ontwerp van zijn romp combineert de 'Bonny River' bovendien een indrukwekkende transportcapaciteit met een kleine diepgang. Hij is dus ideaal voor opdrachten in de kustbescherming. En vooral is zijn ecologische gesloten buis een première in de vloot van DEME. De ecologische buis heeft het grote milieuvoordeel dat ze de turbiditeit tot het minimum beperkt, zodat men in ecologisch gevoelige zones kan baggeren. Ten slotte verzekeren de hydrodynamische vorm van de romp en de motoren met duale brandstof een nog grotere optimalisatie van het brandstofverbruik en een beperking van de CO2 -voetafdruk.
De holding behoudt voornamelijk de concessies, bepaalde internationale bouwactiviteiten en de niet naar DIMCO overgedragen activiteiten in de burgerlijke bouwkunde. In 2016 werden verscheidene internationale projecten opgeleverd, werden grote werven in de burgerlijke bouwkunde in België opgeleverd of voortgezet en kreeg het offshore windproject Rentel in de Noordzee concreet gestalte. Daarnaast heeft Rent-A-Port haar posities geconsolideerd, meer bepaald in Vietnam en het Midden-Oosten.
De concessieactiviteiten werden tijdens het boekjaar gekenmerkt door de verkoop van de participatie van de groep CFE in twee infrastructuurprojecten, namelijk de spoorlijn Liefkenshoek in Antwerpen en de Coentunnel in Amsterdam. Voor het eerste project is de concessiehouder Locorail, waarin CFE 25% hield. Voor het tweede is de concessiehouder de Coentunnel Company, waarin CFE 23% hield (waarvan 5% voor DEME).
De hoofdactiviteit van de concessies bestaat nu voornamelijk in de participaties van de groep in de activiteiten van Rent-A-Port en Green Offshore.
Rent-A-Port bestudeert en ontwikkelt greenfield havenprojecten en industriële havenzones. Haar filiaal Rent-A-Port Green Energy concentreert zich op de productie van hernieuwbare energie.
In de ontwikkeling van haar projecten waakt Rent-A-Port over het volledige beheer van alles wat verband houdt met de distributie van elektriciteit en van diensten zoals de verzameling en verwerking van afval en de waterzuivering. Op het vlak van water en elektriciteit is Rent-A-Port in staat om initiatieven voor hernieuwbare energie en de levering van
drinkwater te financieren, die door het filiaal Rent-A-Port Green Energy worden uitgevoerd.
Rent-A-Port Group sluit het jaar 2016 af met een beduidende verbetering van haar financiële situatie, ook dankzij de afstand van haar activiteiten in offshore windparken aan CFE en Ackermans & van Haaren. De groep heeft haar teams versterkt, als antwoord op de behoeften van de activiteiten van haar filialen in Oman, Vietnam en Qatar.
In Vietnam en Oman werden stappen gezet om zowel eigendom als controle op de eigen elektrische distributienetten te versterken. De lokale en centrale overheden van Vietnam en Oman zijn vragende partij voor de productie van groene energie. Deze tendens naar windkracht, zonnepanelen en de omzetting van afval in energie (Waste to Energy) heeft een beslissende fase bereikt, zodat Rent-A-Port Green Energy gespecialiseerd personeel kan aanwerven.
De Vietnamese provincie Quang Ninh grenst aan de provincie Hai Phong en de westelijke zone van Quang Ninh ligt in het hinterland van de nieuwe
De werken aan het windpark Rentel, vóór de Belgische kust, op ongeveer 40 km van Oostende, verkeren in de startfase nadat de financiële montage in het vierde kwartaal van 2016 werd afgerond.
diepzeehaven van Lach Hyen, die momenteel in aanbouw is. Rent-A-Port leidt in deze provincies operaties voor twee grote concessies: Tien Phong Zuid (360 hectare), zonder externe partner, en Tien Phong Noord (1.200 hectare), in samenwerking met een partner.
In 2016 werd de hydraulische ophoging in Tien Phong Zuid opgestart en is de administratieve structuur voor de start van een eerste industriepark (met steiger en kademuur) tot stand gebracht. Op 28 december 2016 werd het Investment Certificate voor het nieuwe industriepark verkregen. Dit project in de provincie Quang Ninh is vergelijkbaar met het project dat Rent-A-Port heeft opgezet na de verwerving van de concessie voor Dinh Vu in Hao Phong.
Rent-A-Port heeft in 2016 diverse initiatieven genomen om haar aanwezigheid in de landen waar het projecten uitvoert te bestendigen en met name de positie van het filiaal Rent-A-Port Energy te versterken.
In Vietnam werden op aansporen van en in nauwe samenwerking met de nationale regering in Hanoi verscheidene acties ondernomen, zowel in het noorden als het zuiden van het land. In de provincie Hai Phong werd het distributienet voor elektriciteit van Dinh Vu autonoom gemaakt en vormt het nu een onafhankelijke onderneming met uitgesproken 'groene' ambities. Daarnaast heeft Rent-A-Port Green Energy in 2016 voor de provincie Quang Ninh een studie uitgevoerd voor de evaluatie van de methodes en de impact van de grootschalige opruiming van al het drijvende afval in de baai van Halong, met de bedoeling het in energie om te zetten. Ten slotte werd in de Mekongdelta een studie uitgevoerd en werden samenwerkingsakkoorden afgesloten met het ministerie van Landbouw voor de productie van zoet water voor de irrigatie van rijstvelden en andere gewassen (in samenwerking met een partner in Qatar voor de ontzilting).
In Oman vormde Rent-A-Port Green Energy een consortium met Access, Artelia en Seven Seas Holding voor de
Dankzij de afstand van haar activiteiten in offshore windparken aan CFE en Ackermans & van Haaren en haar ontwikkelingen in Vietnam, sluit Rent-A-Port Group het jaar 2016 af met een beduidende verbetering van haar financiële situatie.
ontwikkeling, iets ten noorden van de haven van Duqm, van een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, gekoppeld aan de opslag van elektriciteit. Dit project zal de toekomstige industriezone van de in 2015 door de Sultan van Oman goedgekeurde concessie van competitieve groene stroom voorzien.
In het licht van deze verschillende evoluties is het duidelijk dat 2016 voor Rent-A-Port een jaar van consolidatie en voorbereiding op toekomstige groei is geweest. De toekomst ziet er dus uitstekend uit.
Sinds juli 2016 worden de activiteiten voor offshore windparken, verzameld in de onderneming Green Offshore, waarin Ackermans & van Haaren en CFE gelijke aandelen houden. De activiteit van Green Offshore heeft betrekking op de windparken Rentel, Seastar en Mermaid. De werken aan het windpark Rentel, vóór de Belgische kust, op ongeveer 40 km van Oostende, verkeren in de startfase nadat de financiële montage in het vierde kwartaal van 2016 werd afgerond. De werken worden aan DEME toevertrouwd en zullen twee jaar duren. Het park zal 42 windturbines tellen met een totale capaciteit van 309 MW, voldoende om ongeveer 285.000 huishoudens van hernieuwbare energie te voorzien. De windcentrale zou eind 2018 volledig operationeel moeten zijn.
Bij de niet aan DIMCO overgedragen activiteiten in de burgerlijke bouwkunde werden verscheidene grote werven in 2016 voortgezet: de renovatie, tijdens de weekends, van de Kennedytunnel in Antwerpen, de realisatie van de enorme parking en de bypass van het station van Mechelen, die in het eerste kwartaal van 2017 voltooid zullen zijn, en ook nog de zeer belangrijke renovatie en bouw van een nieuw waterzuiveringsstation in Brussel-Zuid (STEP).
Op deze laatste werf werken de teams burgerlijke bouwkunde van CFE samen met de teams van Nizet Entreprise en van VINCI Environnement. De complexiteit
van de werken en de ingrijpende wijzigingen van de werf, samen met de wens van de klant om eind 2018 een gedeelte van het werk klaar te hebben (einde van fase B) hebben in oktober 2016 tot een transactionele overeenkomst over de definitie van de nieuwe scope geleid. De twee belangrijkste fasen van de werken zullen dus eind 2018 voltooid zijn. Later kan een facultatieve derde fase volgen.
BAGECI heeft haar contracten in de burgerlijke bouwkunde in Wallonië verder uitgevoerd. De onderneming heeft in 2016 verscheidene waterzuiveringsstations opgeleverd en werkte verder aan het pompstation van Jemeppe (Luik) dat op het eind van het eerste semester van 2017 klaar zal zijn. De werken aan de stuwdam van Kain op de Schelde verlopen volgens plan en zullen in juni 2018 voltooid zijn.
Nigeria
Het ambitieuze project Eko Tower II in Lagos, met een 120 meter hoge toren, werd tot tevredenheid van de klant opgeleverd.
De reorganisatie van het internationale team onder de leiding van Patrick Bonnetain alsook de uitvoering van zeer grote werven hebben het toegelaten om meerdere contracten met succes af te ronden.
In Algerije, waar de zetel van BNP in Algiers in 2015 werd opgeleverd, werd in 2016 een belangrijk onderhoudscontract ondertekend met BNP; dit contract wordt nu uitgevoerd tot tevredenheid van de klant.
Een andere operatie werd eind 2016 in Nigeria: voltooid: het ambitieuze project Eko Tower in Lagos, met een 120 meter hoge toren, werd eveneens tot tevredenheid van de klant opgeleverd. De garantieperiode loopt.
In Sri Lanka, werden de door CFE ontworpen en gebouwde systemen voor de drinkwatervoorziening van Kolonna en Balangoda in 2015 opgeleverd, ook hier tot tevredenheid van de klant, de National Water Supply & Drainage Board. Vrijwel alle betalingen werden in 2016 ontvangen. Er wordt met de klant en de onderaannemers onderhandeld over de laatste administratieve operaties voor de afwikkeling van deze missie.
In Tsjaad blijft de situatie delicaat. De werken zelf zijn geen probleem: het Grand Hôtel in N'Djamena is definitief opgeleverd en CFE verzorgt het onderhoud in afwachting van de opening door de groep Radisson. De vorderingen van de onderneming op deze operatie blijven echter hoog en er wordt met internationale financiële instellingen onderhandeld opdat de overheid van Tsjaad de nog verschuldigde bedragen aan CFE zou kunnen betalen. Hetzelfde geldt voor de werf van het ministerie van Financiën, dat in een 50/50 joint venture met een filiaal van VINCI in Afrika werd gebouwd. De werken werden in 2015 stopgezet en blijven opgeschort in afwachting van de achterstallige betalingen aan de bedrijvengroep. Ook hier wordt met financiële instellingen onderhandeld om te trachten een oplossing voor de betaling van de vorderingen te vinden. Het risico op Tsjaad voor het geheel van de groep bedraagt 60 miljoen euro op 31 december 2016.
Bayer-CFE zou in Hongarije van start moeten kunnen gaan met de eerste werken voor een aan Hyundai verhuurd kantoorgebouw.
Ten slotte verkeren nieuwe internationale werven in een geavanceerde prospectiefase, onder meer in Senegal, waar de internationale teams van CFE samenwerken met de teams van CFE Contracting en DEME.
Bagger- & waterbouwwerken en milieu
Voor het eerst in de geschiedenis van DEME bereikten de 'dredging-plus' activiteiten, met inbegrip van maritieme en offshore oplossingen, milieuoplossingen, onderzeese oplossingen en rivier- en maritieme middelen, dezelfde omzet als de baggeractiviteiten. Vooral de offshore windmarkt was een belangrijke opportuniteit voor DEME.
Op de baggermarkt werden de activiteiten gedomineerd door het project van de Tuas Terminal 1, de megahaven in Singapore. Op La Réunon werd verder gewerkt aan een ander groot project, de bouw van de 'Nouvelle Route du Littoral', met bagger- en steenbestortingswerken voor de gravitaire funderingen van het viaduct voor de nieuwe kustweg. In Afrika werden verscheidene nieuwe contracten in de wacht gesleept, onder meer voor havenuitbreidingen in Sierra Leone en op Mauritius. DEME had een
goed activiteitsniveau in veel Latijns-Amerikaanse landen en keerde terug naar het historische project van het Panamakanaal, om er de verbreding en verdieping van het toegangskanaal aan de Stille Oceaan te voltooien. In Egypte en India werden verscheidene projecten verdergezet, terwijl DEME in Europa onderhoudsbaggerwerken voortzette in België, Frankrijk en Duitsland.
Op de markt van de offshore hernieuwbare energie kende DEME in 2016 een opvallende groei. GeoSea verwierf contracten in Duitsland, België, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, met inbegrip van een installatiecontract voor Hornsea Project One, het grootste offshore windpark ter wereld. GeoSea was ook betrokken bij MeyGen, het baanbrekende project voor getijdenenergie in Schotland, de eerste getijdencentrale met meerdere turbines ter wereld die op het elektriciteitsnet zal worden aangesloten. Met DEME Concessions en
investeringen in projecten als Merkur, Rentel en MeyGen, blijft de onderneming in de voorhoede van de ontwikkelingen in offshore hernieuwbare energie.
De in het milieu gespecialiseerde bedrijven van DEME voerden saneringsprojecten uit in het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en België, met een toenemende activiteit van hun recyclingcentra voor bodems en sediment in België en Frankrijk.
DIMCO, de specialist in waterbouwactiviteiten van DEME, versterkte haar positie in de Benelux met verscheidene nieuwe projecten en streeft, in nauwe synergie met andere bedrijven van DEME, naar de ontwikkeling van haar internationale activiteiten.
Met een record orderboek en een mooier waaier aan projecten voor 2017, bevindt
DEME zich in een uitstekende positie om aanhoudend hoge prestaties te leveren. De strategie en doelstellingen van DEME op lange termijn veranderen niet. De onderneming zal blijven investeren in haar mensen en haar vloot, om de bagger- en de offshore markt met de modernste en milieuvriendelijkste vloot te bedienen. Daarnaast zal DEME haar positie als wereldleider in offshore hernieuwbare energie verder versterken. Het zal de klanten alle diensten in verband met offshore windenergie aanbieden, van het leggen van kabels tot funderingswerken, de installatie van turbines of volledige EPCcontracten. De gespecialiseerde bedrijven van de groep, zoals DEC en DEME Building Materials, zullen kansen blijven benutten om de marktleider in hun sector te blijven of te worden. DEME zal ook vasthouden aan haar sterke traditie van partnerships op lokaal, geografisch en specialistisch niveau. Strategische partnerships zijn in veel projecten en op veel markten succesvol
gebleken en stellen DEME in staat om de klanten zelfs voor de meest complexe projecten volledige oplossingen aan te bieden.
2017 zal ongetwijfeld zijn eigen uitdagingen stellen, maar DEME heeft een beproefde groeistrategie en, het belangrijkste, een team van medewerkers, wereldwijd, met de expertise en de innovatieve geest die ons succes in de toekomst verzekeren.
Alain Bernard DEME NV
Bagger- & waterbouwwerken en milieu
Aan het uiteinde van de Rotterdamse haven bouwde DIMCO een kademuur waar reusachtige palen voor windmolenparken kunnen worden opgeladen om te worden getransporteerd op zee. Works Manager Guy hielp de bouw van het project tot een goed einde te brengen, en overziet nu de laatste baggerwerken die voor de constructie worden uitgevoerd.
Bagger- & waterbouwwerken en milieu
Het project bevindt zich op het uiterste punt van de Rotterdamse haven: «Bijna in Engeland.» .
«Bijna Engeland», beschrijven mensen die aan het Offshore Terminal Rotterdam (OTR) werken lichtjes schertsend de plaats waar ze zonet een 460 lopende meter lange kademuur hebben opgetrokken. Het project bevindt zich op een bodem die nog maar enkele jaren geleden gewonnen werd op de Noordzee, aan het uiterste puntje van de Rotterdamse haven. En dat brengt zijn eigen risico's met zich mee: er ligt nog een kleibank voor de muur die moet worden uitgebaggerd en vervangen door een dikke zandlaag, zodat het project op stabiele bodem staat.
bureau doet: je moet buiten, de werf op, praten met mensen.»
Totdat die werken afgerond zijn moet het project, waarvan de constructie zelf al werd afgerond, nog worden gemonitord. Er bestaat bijvoorbeeld nog een zeer miniem risico op onderspoeling: er kan los zand onder de constructie geraken, wat de robuustheid van de hele kademuur in gevaar kan brengen. Daarom is er, voor de absolute zekerheid, een ingenieursploeg 24 uur op 24 uur aanwezig op de site, maar dat is een extra maatregel: er werden vooral een paar geautomatiseerde voorzorgen genomen, zoals een glasvezelkabel onder de kademuur die de minste zandbeweging registreert, zodat er snel kan worden ingegrepen als er iets fout zou gaan.
Jaarverslag 2016 34
«Bij dit soort projecten neem je geen enkel risico», zegt Works Manager Guy, die het project mee overziet voor DIMCO. «Dat is ook de belangrijkste reden waarom we de aanbesteding wonnen bij de haven van Rotterdam, de bouwheer van dit project: we bouwden een heel redundantiesysteem uit om de vastheid van de constructie constant in de gaten te houden.»
Nadat het project op 1 juni 2017 is opgeleverd, moet de kademuur dienen om
monopiles, grote palen waarop windmolens steunen, op jack-upschepen te laden zodat ze kunnen worden geïnstalleerd in een windmolenpark op zee. Het Roermondse bedrijf SIF, dat de fundering van zo'n windmolenparken bouwt, nam de site op 24 december 2016 al gedeeltelijk in dienst, dus de bouw van de kademuur moest snel gaan. En dat was een hele uitdaging, zegt Guy. «We moesten het bouwen van de betonnen kademuur bijvoorbeeld in sequenties doen: de even secties bouwden we eerst, daarna pas de oneven, zodat we de tweede al konden
bekisten en bewapenen terwijl het beton van de eerste werd gegoten. Op die manier spaarden we een hoop tijd uit, wat nodig was: dit project stond onder een enorme tijdsdruk. Nu het bijna opgeleverd is, zie ik het echter als een visitekaartje voor DIMCO: het was een enorme uitdaging om, voor een zeer veeleisende klant, een kwaliteitsvol product veilig én op tijd op te leveren.»
Natuurlijk werd er voor zo'n project ook een ervaren ploeg samengesteld. Guy verdiende bijvoorbeeld, in de jaren 90 als industrieel ingenieur afgestudeerd aan de Industriële Hogeschool Gent, meteen al zijn sporen in grote burgerlijke bouwkundeprojecten, en is inmiddels al zo'n zestien jaar werkzaam voor de CFE-groep. «Wat me vooral boeit aan projecten als OTR is dat geen enkele dag dezelfde is», zegt Guy. «Je moet constant kleine obstakels wegwerken, dingen bijsturen en doorpraten, de veiligheid in de gaten houden. Het is ook geen job die je achter een bureau doet: je moet buiten, de werf op, praten met mensen, zorgen dat de neuzen in dezelfde richting staan. Op een werf met deze omvang valt er geen persoonlijke glorie te halen: iedere trap in de hiërarchie is noodzakelijk.»
Jaarverslag 2016 36
Tom Lenaerts Chief Legal Officer Pierre Potvliege Area Director Indian Subcontinent Theo Van De Kerckhove Chief Operating Officer
Bernard Paquot Area Director Middle East Pierre Catteau Area Director Mediterranean, South and Middle Americas
2016 was een opmerkelijk jaar voor DEME, zowel een overgangsjaar als een jaar van kansen
In april 2016 start DEME de eerste fase van het project Tuas Terminal in Singapore met de tewaterlating van een eerste caisson van de kademuur. De kademuur zal in totaal 222 caissons bevatten.
In Turkije voltooide DEME de verbreding en verdieping van de vaargeul, de zwaaikom, het bekken en het toegangskanaal in de haven van Mersin.
Benelux
Op 3 december liet scheepsbouwer ICH het nieuwe baggerschip 'Minerva' te water. Deze 3.500 m3 grote sleephopperzuiger werd gebouwd in opdracht van DEME en is het eerste baggerschip dat volledig wordt uitgerust met 'dual fuel'-motoren en kan werken in volle LNG-modus.
Concreet houdt dit in dat er gebruik gemaakt wordt van zowel dieselolie als gas, waarbij de dieselmotor wordt voorzien van een gasstraat, zodat beide brandstoffen naar keuze kunnen ingezet worden. LNG is dan weer aardgas dat tot -162° Celsius kan worden afgekoeld, waardoor het vloeibaar wordt en maar liefst 600 keer minder volume in beslag neemt.De 'Minerva' krijgt ook de 'Green Passport' en 'Clean Design'-notatie mee en zal in het voorjaar 2017 officieel gedoopt worden in Blankenberge.
Ondanks de uitdagende omstandigheden in de olie- en gassector slaagde Tideway erin in 2016 een hoog activiteitenniveau te behouden, mede door projecten in de sector van de offshore windenergie.
50000 ton zand voor de offshore terminal Rotterdam
GeoSea won een omvangrijk contract voor Hornsea Project One in de UK, het grootste offshore windproject ter wereld.
In Nederland leverde DEME Building Materials ongeveer 50.000 ton zand en grind voor de nieuwe Offshore Terminal Rotterdam, die gebouwd wordt door DIMCO.
MARITIEME EN OFFSHORE OPLOSSINGEN MARITIEME EN OFFSHORE OPLOSSINGEN
GeoSea Maintenance zal met haar snelle bemanningsboten en hefeilanden offshore logistieke- en onderhoudsdiensten aanbieden voor het onderhoud van Rentel.
Jaarverslag 2016 40
In Wissant werden zandsuppletiewerken en duinversterkingen uitgevoerd aan de kustlijn, die onderhevig is aan zware erosie.
DEME
investeringsprogramma lopen om haar vloot uit te breiden. Een aantal schepen zijn in aanbouw om de efficiëntie aanzienlijk op te drijven, zowel wat betreft productiviteit als op het gebied van milieuprestaties. In september 2016 werd de 'Living Stone" te water gelaten, het meest geavanceerde schip ter wereld voor het installeren van onderzeese kabels en andere offshore werken.
De sleephopperzuigers 'Minerva', 'Scheldt River' en 'Bonny River' zullen de eerste baggerschepen ter wereld zijn met motoren die op twee soorten brandstof werken en die volledig op LNG kunnen draaien.
Deze baggerschepen zullen een Green Passport en een Clean Design Notation krijgen. Ze voldoen daarmee aan de striktste internationale emissienormen.
Het nieuwe hefvaartuig 'Apollo' zal DEME's huidige vloot van zelfvarende hefeilanden versterken om in te spelen op de groeiende offshore energiemarkt.
Scaldis voegt het uiterst krachtige kraanschip 'Gulliver' toe aan de vloot, met een hijsvermogen van 4.000 ton.
'Living Stone', 'Minerva', 'Scheldt River', 'Apollo' en 'Gulliver' zullen in 2017 in de vaart komen.
Onderhoudsbaggerwerken, uitgevoerd door Dredging International en Baggerwerken Decloedt, liepen in 2016 verder in de havens van Zeebrugge, Oostende en Blankenberge en de vaargeulen op de Noordzee. In het kader van een 5-jarig contract, dat in 2015 werd getekend, zette DEME de onderhoudsbaggerwerken verder op de Schelde. DEME was betrokken bij de renovatie van de kaaimuur van de PSA-containerterminal in de haven van Antwerpen. Aan de Belgische kust werden ook een aantal golfbrekers afgebroken voor de aanleg van de aanlanding van de stroomkabels afkomstig van de windturbineparken.
In Nederland werden verdiepings- en grondverbeteringswerken uitgevoerd door DIMCO (DEME Infra Marine Contractors – zie verder) voor de bouw van de nieuwe kade van de "Offshore
Terminal Rotterdam". In juni voltooide DEME kustbeschermingswerken voor het 290 ha project Waterdunen in Breskens, Nederland. Nog in Nederland rondde DEME de laatste fase af van de strandsuppletiewerken in Dishoek, Zoutelande en Goeree-Westhoofd.
De Vries & van de Wiel zet ook in 2017 de verruimingswerken van het Julianakanaal verder. Samen met een Nederlandse partner realiseerde de Vries & van de Wiel het ca. 21 ha watergebonden bedrijventerrein Kooyhaven. Medio december 2016 werd de haven met openbare kade operationeel. De baggerwerken op de Waddenzee werden afgerond.
In Duitsland voerde Nordsee Nasbaggerund Tiefbau onderhoudswerken uit op de Weser in het kader van een tweejarig
contract. Op de Elbe en het Kielkanaal liepen de werken met waterinjectie verder in 2016. In een consortium met ondermeer Bilfinger won Nordsee Nasbagger- und Tiefbau een contract voor de uitbreiding van de Europakaai in Cuxhaven. DEME was ook betrokken bij een urgentieopdracht op de Elbe om het mega-containerschip "Indian Ocean", dat was vastgelopen, weer vlot te trekken.
In Frankrijk voerde SDI (Société de Dragage International) onderhoudsbaggerwerken uit in Bayonne en verdiepingswerken op de Seine tussen Le Havre en Rouen. In Wissant werden zandsuppletiewerken en duinversterkingen uitgevoerd aan de kustlijn, die onderhevig is aan zware erosie. In La Réunion werkt DEME verder aan de spectaculaire "Nouvelle Route du Littoral", een 13 km lange in zee gebouwde kustweg. DEME staat ondermeer in voor het baggeren van de funderingsputten voor het viaduct van de nieuwe weg.
Met de inzet van baanbrekende apparatuur en technieken lopen de werken voor het Singaporese megaproject Tuas Terminal Phase 1 in Singapore op kruissnelheid. In een joint-venture met het Zuid-Koreaanse Daelim Industrial zal DEME 21 diepwaterkades realiseren. Samen hebben deze kades een jaarlijkse containercapaciteit van 20 miljoen TEU. Een eerste belangrijke mijlpaal in het project werd gerealiseerd in april 2016: de succesvolle tewaterlating van de eerste van in totaal 222 caissons, die het geraamte van de kade van de terminal zullen vormen.
Het Jurong Island Westward Extensionproject loopt verder volgens plan en zal in 2018 voltooid zijn. Het project omvat de winning van ongeveer 38 miljoen m3 land op Jurong Island, de petrochemische hub van Singapore.
In Papoea-Nieuw-Guinea werden de werken voor het verwijderen van mogelijk verontreinigde mijnsedimenten uit de Lower Ok Tedi River hervat in maart 2016, na een periode van verminderde activiteit ten gevolge van ongewoon lage waterstanden veroorzaakt door El Nino. In 2017 zal DEME al 20 jaar onafgebroken de rehabilitatie van het OK Tedi-bassin verzorgen. Het huidige contract loopt nog tot minstens 2020.
Het project La Mer Jumeirah Open Beach in Dubai, dat op geotechnisch vlak een grote uitdaging vormde, werd in 2016 succesvol voltooid. Het project omvatte een nieuwe landwinning van 2,9 miljoen m3 voor residentiële, commerciële en recreatieve doeleinden.
Begin 2016 werd het New Port-project in Doha volledig afgewerkt. De werken omvatten het baggeren van de vaargeul en landwinning voor de economische zone en nieuwe marinebasis. Nog voor de werken definitief werden afgerond konden de eerste schepen reeds gebruik maken van de vaargeul naar de nieuwe haven.
DEME zette ook in 2016 onverminderd haar activiteiten voort in Egypte. In navolging van de succesvolle afronding van de werken aan het nieuwe Suezkanaal werd hetzelfde consortium, bestaande uit Dredging International en het Amerikaanse GLDD, een tweede contract toegekend door de Suez Canal Authority voor het baggeren van het oostelijke toegangskanaal tot Port Said. De werken werden aanzienlijk sneller dan gepland voltooid.
Voor de Egyptische marine voerde DEME de baggerwerken uit in de haven van Alexandrië. In december startte DEME bagger- en landwinningswerken voor de uitbreiding van de Ras Al Teen marinebasis. Nog in Egypte voert DEME samen met Tideway bagger- en leidinginstallatiewerken uit voor het Burullus Combined Cycle Power Project.
In Dubai, de exclusieve kuststrook van het district Jumeirah, ontwikkelde DEME drie prestigieuze schiereilanden. Met een eindeloos zicht op de Arabische Golf en de iconische skyline van Dubai, is het nieuw gecreëerde land een plek om bij weg te dromen. DEME zette de TSHD's Antigoon en Pearl River in om de landwinning en het verdichten van de opge-spoten terreinen te realiseren.
In totaal werd er 7 miljoen kubieke meter zand geleverd en 450.000 vierkante meter nieuw land gecreëerd. Daarop verschijnen binnenkort 688 appartementen, boetieks, bars, restaurants, villa's en 160 hotelkamers om duimen en vingers bij af te likken. Er is ruimte voor ontspanning en entertainment met strandsporten, skateboarden, outdoorfitness en nog veel meer. Twee jachthavens en een park maken het idyllische plaatje compleet. La Mer, de nieuwe parel aan de DEME-kroon.
Indicator
DEME is, 100 jaar na de opening van het Panamakanaal, al meer dan acht jaar betrokken bij diverse grote werken voor de verbreding, verdieping en uitbreiding ervan. Bij de laatste opdracht werd bovendien een recordprestatie neergezet: geen 540 maar 366 kalenderdagen om de Pacifische toegang tot het kanaal te verbreden en verdiepen. Met andere woorden: de opdracht was 173 kalenderdagen sneller klaar dan gepland!
De reden voor dit succes vind je in de nadruk die DEME legt op innovatie en techniek, een houding die ook zorgt voor een stevig competitief voordeel bij aanbestedingen én voor het realiseren van projecten in recordtijd. Zo werden er nieuwe freeseenheden voor de cutters ontwikkeld waardoor de 'd'Artagnan' de vulkanische 'outcrops' succesvol kon baggeren.
Het resultaat: sinds juli 2016 kunnen zeer grote containerschepen gebruik maken van het gemoderniseerde Panama-kanaal.
In Turkije voltooide DEME de verbreding en verdieping van de vaargeul, de zwaaikom, het bekken en het toegangskanaal in de haven van Mersin.
In Italië werden onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in de haven van Livorno. Op de Yard Belleli di Taranto bouwt SIDRA (Societa Italiana Dragaggi) een damwand en waterzuiveringsinstallatie. Momenteel voltooit DEME de bouw van een kaaimuur in de haven van Trapani, Sicilië.
In 2016 keerde Dredging International terug naar Panama voor de verdere verbreding en verdieping van het Pacific Access Channel, waarbij de werken eerder dan gepland konden afgerond worden. Ook in 2017 zal DEME actief zijn op het Panama-kanaal met baggerwerken nabij de Cocoli Locks. Nog in
Panama voerde DEME verdiepings- en vebredingswerken uit aan de zwaaikom en toegangskanaal van de Manzanillo International Terminal.
In Mariel Port, Cuba werden het toegangskanaal en de zwaaikom verdiept. Onderhoudsbaggerwerken werden uitgevoerd in twee Compas haventerminals in Colombia. DEME voltooide in joint venture de uitbreiding van een kaaimuur en de daaraan gekoppelde baggerwerken in de haven van Montevideo, Uruguay.
Eind 2016 startte DEME onderhoudsbaggerwerken op het toegangskanaal naar de haven van Santos, de grootste zeehaven in Brazilië. Als partner in een joint venture voerde DEME onderhoudsbaggerwerken uit op de Rio Grande. De werken lopen verder in 2017.
Met dochterbedrijf International Seaport Dredging (ISD) blijft DEME een prominente rol spelen in Indië, met ondermeer het havenuitbreidingsproject in Kamarajar en baggerwerken in de havens van Dhamra, Salaya en Kakinada.
Eind 2016 begon DEME met een project in de Malediven voor landwinning in het Emboodhoo Lagoon. Hier worden tien droomeilanden aangelegd voor toerisme.
DEME werkt al meer dan 50 jaar in Afrika en handhaaft een sterke aanwezigheid over het hele continent. In 2016 was DEME nog steeds actief op het omvangrijke project EKO Atlantic City in Nigeria. Onderhoudsbaggerwerken lopen verder op de Bonny River in het kader van een concessie met de Nigeriaanse National Ports Authority. In Nigeria was DEME verder betrokken bij de havenuitbreiding in Onne en landwinning bij Ilubirin Island. Er werd tevens een opdracht toegewezen voor de baggerwerken op het toegangskanaal naar de Lagos Deep Offshore Logistics (LADOL) Base.
Buiten Nigeria haalde DEME ook opdrachten binnen voor havenuitbreidingen in Sierra Leone, Mauritius en Guinee, een onderhoudscontract in Ivoorkust en werden onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in Angola. In Congo loopt de PPS verder met de lokale baggermaatschappij La Congolaise des Voies Maritimes voor onderhoudswerken op de Congostroom.
Wist je dat in 2020 in Duitsland verschillen-de steenkool- en kerncentrales buiten dienst worden gesteld? Merkur, een windturbine-park in de Noordzee (op ongeveer 45 km ten noorden van de Duitse Borkumeilan-den), zal dan ook perfect bijdragen tot het instandhouden van de energievoorziening en tegelijk een belangrijke bijdrage leveren aan hernieuwbare energie.
Na de voltooiing van het project zullen de 66 turbines jaarlijks ongeveer 1.750 GHw schone stroom genereren. Voldoende om maar liefst 500.000 huizen van stroom te kunnen voorzien. De installatie van de offshorefunderingen zal van start gaan in augustus 2017 en het hele project wordt voltooid in maart 2019. GeoSea, de specialist van DEME inzake complexe offshore water-bouwprojecten, zal de bouw van Merkur Offshore op zich nemen.
De werken aan het Duitse windturbinepark Nordsee One werden begin 2016 afgerond. GeoSea plaatste ook 91 funderingen voor het windpark Race Bank in het Verenigd Koninkrijk. In het kader van het EPCI-contract met RWE Innogy UK, installeerde GeoSea in december de eerste fundering voor windpark Galloper in het Verenigd Koninkrijk. Tideway, een andere dochter van DEME, zal instaan voor de erosiebescherming van de funderingen.
GeoSea won een omvangrijk contract voor Hornsea Project One in de UK, het grootste offshore windproject ter wereld, en werd een opdracht gegund voor het Duitse Borkum Riffgrund 2. GeoSea kreeg ook de EPCI-contracten gegund voor Merkur (Duitsland) en Rentel (België), waarvan de werken van start gaan in de loop van 2017. In Denemarken won GeoSea een contract voor het 400 MW windpark Horns Rev 3
In oktober werd een unieke samenwerkingsovereenkomst getekend tussen DEME en het Chinese COSCO Shipping om samen offshore wind te ontwikkelen in China. De samenwerking ligt in lijn met de Chinese klimaatambities en de ontwikkeling van hernieuwbare energie die onlangs zijn opgenomen in het dertiende vijfjarenplan (2016-2020) voor sociale en economische ontwikkeling.
In het vierde kwartaal bouwde GeoSea mee aan de unieke getijdenenergiecentrale MeyGen in het uiterste noorden van Schotland. GeoSea plaatste de funderingen voor een eerste reeks van vier onderwaterturbines.
GeoSea kreeg eveneens het EPCIcontract toegewezen voor Hohe See in Duitsland, waarvoor financial close verwacht wordt in het eerste kwartaal 2017.
In het kader van een onderhoudscontract voerde GeoSea Maintenance onderhoudswerken uit voor C-Power aan
de Belgische kust. Met de hefeilanden 'Neptune' en 'Thor' werden onderhoudsopdrachten uitgevoerd in de Ierse- en Noordzee voor verschillende klanten. GeoSea Maintenance zal met haar snelle bemanningsboten en hefeilanden offshore logistieke- en onderhoudsdiensten aanbieden voor het onderhoud van Rentel.
EverSea, het dochterbedrijf van DEME gespecialiseerd in complexe offshore marine engineering-projecten, voerde met succes de installatiewerken uit van het P11-E onbemande gasplatform in opdracht van het Nederlandse Oranje-Nassau Energie.
In het kader van de ontmanteling van het Thames gasplatform in de Noordzee was EverSea betrokken bij het verwijderen en transporteren van een ventilatietoren en kraanarm.
Het Nationale Business Succes Award Instituut heeft Tideway bovendien verkozen tot Best Presterende Werkgever 2016 in de Natte Waterbouwbranche. De jury was onder de indruk van de innovatieve aanpak en knowhow waardoor de DEME-dochter zeer hoog scoort op klantente-vredenheid. "Het management van Tideway realiseert zich dat het personeel het belangrijkste kapitaal is van de onderneming en het hecht dus veel aandacht aan het welzijn en de betrokken-heid van de medewerkers", zo luidde het juryrapport.
Ondanks de uitdagende omstandigheden in de olie- en gassector slaagde Tideway erin in 2016 een hoog activiteitenniveau te behouden, mede door projecten in de sector van de offshore windenergie.
In Duitsland realiseerde Tideway de post-lay kabelkruisingen voor de windturbineparken DolWin 3 en Veja Mate. Voor de parken Nordsee One en Galloper voerde Tideway de erosiebescherming uit van de funderingen. Tideway voerde ook de vervanging uit van de infield stroomkabel van het C-Power windturbinepark vóór de Belgische kust.
Steenbestortingswerken werden gerealiseerd voor de windparken Godewind I en II in Duitsland. Ook in Canada werden steenbestortingswerken uitgevoerd voor het Lower Churchill-project.
Ook in 2016 zette de joint venture Combined Marine Terminal Operations (CTOW) het contract verder voor de levering van havensleepdiensten in de haven van Onne in Nigeria. Twee nieuwe sleepboten, 'CTOW Bieke' en 'CTOW Lala', vervoegden de vloot.
Met Scaldis werd het wrak van de 'Flinterstar', het schip dat in 2015 zonk vóór de Belgische kust, veilig geborgen.
In Vlissingen werd de 'Rambiz', het kraanschip voor zwaar hijswerk, ingezet voor het hijsen van een stinger transition frame voor montage op de 'Pioneering Spirit', het grootste pijplegschip ter wereld. Een kantelbaar pijplegsysteem werd met de 'Rambiz' gehesen vanop de Huisman constructiesite in Rotterdam en getransporteerd naar het pijplegschip 'Skandi Buzios'.
Scaldis transporteerde en installeerde de substations voor offshore windparken Nordsee One en Rampion en het transformatiestation voor Nobelwind.
Scaldis voerde hijswerken uit bij de ontmanteling van het Viking Bravo gasplatform in de Noordzee. Voorbereidende werken werden uitgevoerd aan verschillende platformen die ontmanteld zullen worden tussen 2017-2020.
DEC (DEME Environmental Contractors), de milieutak van DEME, was in België actief bij verschillende saneringsprojecten: Carcoke in Zeebrugge, Rhodia in Gent, Bayer in Rieme, Electrabel in Evergem en Eandis in Kortrijk en Veurne. Voor Blue Gate in Antwerpen werden de grondonderzoeken afgerond in het kader van de saneringswerken die zullen starten in 2017.
DEC zet ook de exploitatie verder van AMORAS, waar slib uit de Antwerpse haven wordt verwerkt.
DEC voert saneringswerken uit in het Verenigd Koninkrijk op een oppervlakte van 100 ha van Avenue Coking Works in Chesterfield en rondde een project af in Staveley Goyts met het verwijderen en verwerken van verontreinigde sedimenten.
In 2016 startte DEC samen met het Noorse Veidekke Entreprenør de sanering van een voormalige Noorse raffinaderij in opdracht van ExxonMobil.
In het najaar startte de Vries & van de Wiel de bodemsaneringswerken op het voormalige NAF-terrein in Alphen aan den Rijn.
Ecoterres, de Waalse milieudochter van DEME, behandelde om en bij de 450.000 ton vervuilde grond en
sedimenten in haar gespecialiseerde recyclagecentra Sedisol, Petit Try en Cetraval in België en Bruyère-sur-Oise in Frankrijk. Saneringswerken werden uitgevoerd op een deel van de Haut Fourneau-site in Seraing en de Codamisite bij La Louvière. Er werden ook milieubaggerwerken uitgevoerd op het kanaal Brussel-Charleroi en op de Schelde in Noord-Frankrijk.
Purazur, een filiaal van DEME gespecialiseerd in waterzuivering, startte in 2016 met de bouw van een nieuwe waterzuiveringsinstallatie voor afvalverwerkingsbedrijf Indaver in Antwerpen. Purazur staat in voor het ontwerp, de constructie en indienstname van de nieuwe installatie.
Valoy is een bijzondere locatie in Noorwegen, op zo'n twee uur rijden van de hoofdstad Oslo en staat bekend als de 'Noorse Rivièra'. Helaas bleek de raffinaderijsite een stevige saneringsbeurt nodig te hebben. Exxon Mobile, de grootste beursgenoteerde speler in de olie- en gasmarkt, gaf die opdracht aan DEC en een Noorse partner.
Het volledige terrein van 27 hectare zal worden afgegraven, de afgevoerde grond wordt gereinigd en een deel van het afval geëxporteerd. Als laatste stap wordt de site dan aangevuld met zuiver materiaal. DEC zit nu in de beginfase van het project en midden 2019 moet de sanering rond zijn.
De uitdaging ligt hem vooral in het voldoen aan de administratieve eisen van de klant: Zo moet elke batch van 100 tot 300 ton vervuilde grond of zuurteer afzonderlijk onderzocht worden om dan op de gepaste manier te verwerken. In totaal gaat het om 220.000 m³. Dat betekent: 700 initiële controles op 250 werkdagen. En dan zijn er nog extra controles omdat elke batch traceerbaar moet zijn doorheen het hele proces. Verder moeten alle plannen en method statements vooraf ontwikkeld en goedkeurd worden. Maar eigenlijk spelen die hoge eisen ook in het voordeel van DEME: niet elk bedrijf kan dit aan."
Begin 2016 verwierf DIMCO in een joint venture met een Nederlandse partner het contract voor de bouw van een 460 meter lange kaaimuur voor de nieuwe Offshore Terminal in de haven van Rotterdam. De eerste 150 meter van de kaai werden operationeel in december 2016.
DIMCO kreeg eveneens in januari de opdracht voor het plaatsen van 6 dukdalven en 27 meerboeien in de haven van Rotterdam. De werken werden uitgevoerd tussen mei en oktober 2016. In Nederland werden ook nog contracten gewonnen voor de aanleg van een nieuwe steiger aan de Maasvlakte Oil Terminal en de uitbreiding van de Calandsteiger.
DIMCO werkt aan fase 2 van het project "Spoorzone Delft", waar het betrokken is bij het ontwerp en de bouw van de 2,3 kilometer lange "Willem van Oranje" spoortunnel.
DIMCO werkt samen met twee partners aan de grootschalige renovatie van het stuwcomplex op de Lek.
Hoewel de laatste jaren worden gekenmerkt door een terugval in de Europese bouwsector, zag DEME Building
Materials een duidelijke toename van activiteiten in 2016, vooral in de eerste jaarhelft met een volledige bezetting van de grindhopperzuigers 'Charlemagne' en 'Victor Horta'. Dit was grotendeels te danken aan de groeiende vraag in het Verenigd Koninkrijk.
In Nederland leverde DEME Building Materials ongeveer 50.000 ton zand en grind voor de nieuwe Offshore Terminal Rotterdam, die gebouwd wordt door DIMCO.
DEME bewijst haar streven om in de spits van de getijdenenergie te staan door mee te werken aan MeyGen, het eerste project voor getijdenenergie op grote diepte (35 meter) voor de rotskust van Penland Furth in Schotland. Dit wordt de eerste op het elektriciteitsnet aangesloten getijdencentrale met meerdere turbines ter wereld.
In april 2016 heeft DEME een participatie genomen in 'Tidal Power Scotland Limited' (TPSL), dat het project MeyGen controleert. GeoSea verwierf het contract voor de eerste fase van het project en ontwikkelde het uiterst stabiele zelfheffende platform 'Neptune', dat met grote precisie zeer zware lasten kan plaatsen. Eenmaal ter plekke kon men met Neptune de sokkels van de turbines (elk 400 ton zwaar) heffen en in zee plaatsen. Na de eerste installatiefase, die in september 2016 begon, werd in november de eerste turbine gestart en kon de elektriciteitsproductie beginnen. In december werden twee andere turbines geïnstalleerd en de laatste volgde in februari 2017. Deze eerste fase is goed voor een vermogen van 6 MW.
GeoSea heeft met dit project een prestatie neergezet die het landschap van de getijdenenergie verandert. Met haar uitgebreide onderzoek naar het gebruik van een zelfheffend platform op grote diepte, met onder meer succesvolle tests in september 2015 op Raz Blanchard in Frankrijk, een belangrijke site voor getijdenenergie, plaatst GeoSea zich in de voorhoede van deze technologie, die nog in de kinderschoenen staat. GeoSea bereidt nu de tweede fase van 6 MW van het project MeyGen voor, die in 2018 zal worden uitgevoerd.
Naast de participatie in TPSL werkt DEME mee aan twee andere projecten voor getijdenenergie: 'The West Islay Tidal Energy Park' in Schotland (30 MW) en 'Fair Head' in Noord-Ierland (100 MW). Deze projecten worden momenteel in samenwerking met lokale partners ontwikkeld.
In 2016 werd de financial close bereikt van de Merkur (Duitsland) en Rentel (België) offshore windparken, waar DEME Concessions Wind een participatie heeft van respectievelijk 12,5% en 18,9%. De werken voor Merkur en Rentel starten in de loop van 2017. Samen met de andere aandeelhouders van Otary, heeft DEME Concessions Wind naast Rentel nog concessies voor de Belgische offshore windparken Seastar en Mermaid.
De participatie in de Coentunnel in Amsterdam en de helft van de participatie in het offshore windpark C-Power werden verkocht.
DEME Concessions nam een minderheidsparticipatie in Tidal Power Scotland Limited (TPSL) dat samen met Scottish Enterprise eigenaar is van ondermeer MeyGen, 's werelds eerste getijdenenergiecentrale. Net als bij offshore wind wil DEME andermaal pionier zijn in deze veelbelovende en duurzame technologie.
Naast de participatie in TPSL werkt DEME mee aan twee andere projecten voor getijdenenergie: 'The West Islay Tidal Energy Park' in Schotland (30 MW) en 'Fair Head' in Noord-Ierland (100 MW). Deze projecten worden momenteel in samenwerking met lokale partners ontwikkeld.
Global Sea Mineral Resources is een dochteronderneming van DEME actief in duurzame diepzeeontginning. Nu grondstoffen op het land schaarser worden en de vraag blijft toenemen, groeit de interesse om mineralen op de zeebodem te winnen. In samenwerking met het Belgische engineeringbedrijf De Meyer werd een baanbrekend pre-protoype ontwikkeld, de "Patania", die in 2017 tijdens een expeditie op de Stille Oceaan zal getest worden op een diepte van meer dan 4 à 5 km.
Contracting
CFE Contracting nv werd in 2015 opgericht na de reorganisatie van de groep. Het verzorgt de bouwactiviteiten in België, Luxemburg, Polen en Tunesië en is ook actief in de sectoren multitechnieken en Rail infra & Utility Networks. Dankzij deze reorganisatie kunnen wij de kracht van een internationale gediversifieerde groep combineren met onze ondernemingszin en een nauwe relatie met onze klanten. De mogelijkheid om flexibiliteit, reactiviteit en begrip van de behoeften van de klanten te laten samengaan met de financiële middelen, de menselijke competenties en de reputatie van de groep CFE is een sterke troef. Wij hebben in 2016 in die richting gewerkt en blijven dit vastberaden verder doen in 2017.
Het project 'Ambition 2020' dat in 2016 met succes in de pool Contracting werd gelanceerd, ligt in lijn met de
reorganisatie en geeft de filialen de mogelijkheid om samen over een gemeenschappelijk boeiend project na te denken, doelstellingen te bepalen en werkgroepen samen te stellen om ze te bereiken. Een van de eerste resultaten is het 'digitale CFE platform', een lopend project dat een nieuwe vorm van samenwerking zal toelaten en de evolutie van ons vak zal bevorderen.
Met operationele uitmuntendheid, innovatie en nieuwe samenwerkingen kunnen wij de uitdagingen van de snelle evoluerende bouwsector de baas.
• Operationele uitmuntendheid (de lean en de Way of Working benadering) mikt op de doorlopende verbetering
van alle bedrijfsprocessen, om alles wat de klant geen waarde oplevert te elimineren en zodoende de kwaliteit en de in acht genomen termijnen te optimaliseren.
* Building Information Modelling: een gedigitaliseerd model van een bouwproject in de cloud. Het is toegankelijk voor alle betrokkenen, zodat ze kunnen samenwerken.
Jaarverslag 2016 54
Het prestigieuze Gebouw O met goudkleurige gevels van de Universiteit Antwerpen.
Het sleutelelement in dit veranderingsproces blijft natuurlijk de mens. Dat impliceert een goed beheer van de teams en een dynamische omgeving waarin de mensen kunnen groeien en samenwerken, bezield door een echt gevoel van lidmaatschap van de groep.
In 2016 werden veel oude dossiers afgesloten en werkten we aan onze internationale ontwikkeling. Het jaar is buitengewoon positief geëindigd. De in de verschillende specialiteiten gevormde clusters hebben zich goed ontwikkeld. In de volgende maanden zal deze integratie nog worden versterkt.
Het jaar 2017 zal in de bouw worden gekenmerkt door stabiliteit in België en een bescheiden internationale groei. Rail infra & Utility Networks zullen in 2017 een zeer drukke activiteit kennen. Voor multitechnieken, dat mooie resultaten behaalde, verwachten we in 2017 een nieuwe groei.
Raymund Trost CFE Contracting NV
Jaarverslag 2016 56
Belangrijkste van al is het respect van je team verdienen
De Leiekoutersite in het centrum van Gent is een project waarin er voor de helft aan nieuwbouw wordt gedaan, maar voor het andere deel ook een beschermd monument wordt gerestaureerd. Projectdirecteur Siska leidt het complexe project in goede banen.
Tegen het moment waarop de laatste steen wordt gelegd aan een groot residentieel bouwproject als de Leiekouter, heeft de projectverantwoordelijke al heel wat brandjes moeten blussen. De achterzijde van het project, dat wordt opgetrokken op het domein van een laat-achttiende-eeuws herenhuis in Lodewijk XVI-stijl waar tot enkele jaren geleden het Hotel Legrand gevestigd was, grenst bijvoorbeeld rechtstreeks aan de Leie.
Contracting
Daardoor moest er een ijzeren dam worden opgetrokken na de afbraak van het kantoorgebouw dat zich op de site bevond, om te voorkomen dat het water van de rivier de onderkeldering binnen kwam gesijpeld. Binnen in het herenhuis zelf zijn er salons met beschermde plafonds en muurschilderingen, dus daar moet omzichtig tewerk worden gegaan. De bouw van de vier residenties die op de site komen, goed voor 51 luxeappartementen, behoeft meer materiaalopslag dan de relatief beperkte oppervlakte van het project zelf toelaat, dus werd er een perceel grond aan de overkant van de Leie gehuurd, waar een torenkraan de
Frictie over het feit dat ik als vrouw meestal een team van mannen moet aansturen is er nooit
materialen binnenkort naar de site zelf moet transporteren.
Zeker tijdens de grondwerkfase merken medewerkers nog heel wat onverwachte obstakels op.
En dat is nog maar in de beginfase van het project, waarin pas de grondwerken en de eerste restauratiefase van het gebouw aan de voorzijde, langs de Nederkouter, zijn begonnen. Het brengt een paar uitdagingen naar de job van de projectverantwoordelijke die, dankzij meticuleuze planning en een superieur probleemoplossend vermogen, ervoor
krijgen. Meestal beginnen we met nieuw samengestelde teams aan zo'n project, dus dat moet bij ieder project opnieuw gebeuren.»
Toen Siska dertien jaar geleden met een ingenieursdiploma onder de arm aan haar eerste projecten begon, klom ze snel op van assistent-projectleider naar projectleider, en nu overziet ze als projectdirecteur meerdere werven tegelijk. Het feit dat ze een vrouw is in de bouwsector, die in het algemeen als een mannenwereld wordt beschouwd, heeft haar nooit beziggehouden. «In het begin van mijn loopbaan deed mijn verschijning op de werf misschien wel wat wenkbrauwen fronsen, maar dat had volgens mij vooral te maken met het feit dat ik toen nog erg groen achter de oren was», zegt Siska. «Echte frictie is er nooit geweest over het feit dat ik als vrouw meestal een team van overwegend mannen moet aansturen. Ik ben ook van mening dat je bij ieder project eerst iedereen in het team zijn respect moet verdienen, en dat geldt zowel voor mannen als voor vrouwen.»
moet zorgen dat al die knopen snel worden ontward.
Maar voor projectdirecteur Siska behoort dat gewoon tot de dagelijkse routine. «Zeker in deze fase, wanneer we nog aan de grondwerken bezig zijn, zit je met veel onzekere factoren», zegt ze. «Er werd bijvoorbeeld een archeologische vondst gedaan, en de grond was ook lichtjes vervuild. Dingen die niet in de planning staan, en waarvoor je snel een oplossing moet vinden. Daarom ook is het belangrijk voor mij om vaak op de werf aanwezig te zijn: niet alleen om te verifiëren hoe alles binnen de planning past en toe te zien op de veiligheidsvoorschriften, maar ook om de juiste dynamiek in het team te
Contracting
Gedelegeerd bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen NV en algemeen directeur van de activiteiten Multitechnieken en Rail infra & Utility Networks
Frédéric Claes Gedelegeerd bestuurder van CFE Gebouwen Brabant Wallonië NV
Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur van de groep CFE
Raymund Trost Gedelegeerd bestuurder CFE Contracting NV
Groep Terryn, sinds eind 2016 een 100% filiaal van CFE Contracting, heeft een overgangsjaar onder leiding van een nieuw managementteam achter de rug.
VMA VMA SPEELT IN OP SPECIFIEKE EISEN
BOUWHEER
Het stadvernieuwingsproject De Krook in Gent is een ambitieus project in het hartje van de stad. Het bestaat uit drie onderdelen: nieuwbouw, renovatie van het Wintercircus en herinrichting van de publieke ruimte. Elk onderdeel heeft zijn eigen bouwheer. VMA werkt op de uitrusting van de nieuwbouw van de Stedelijke Bibliotheek en het high tech multimediacentrum. VMA voerde het grootste deel van het materiaal over het water aan, wat een primeur is voor het bedrijf.
Sinds zijn opening in oktober 2016 verwelkomt het winkelcentrum Docks Bruxsel elke dag een groot aantal bezoekers, en nog meer op zaterdagen! Het innoverende concept is een echt succes. Het lijkt een beetje op een stad: je wandelt er door straten op verschillende niveaus tussen negen verschillende gebouwen onder een immens glazen dak.
Een multifunctioneel centrum met winkels (110 merken), horecazaken, kantoren, 8 bioscoopzalen, een evenementenzaal in een gigantische zinken 'bubbel', een indoor avonturenpark én een museum voor industriële archeologie.
Verscheidene werven van scholen werden voltooid in het kader van het programma 'Scholen van morgen'
Jaarverslag 2016 62
MBG werkt verder aan de werf van het AZ Sint-Maarten in Mechelen: de ruwbouw werd opgeleverd en de afwerkingsfase werd opgestart.
2016 was een positief jaar voor CFE Contracting, met globaal betere resultaten op diverse markten, in België en internationaal (Polen, Luxemburg en Tunesië). Dankzij het bevredigende niveau van de orderboeken kan men 2017 sereen tegemoet zien.
BENELMAT levert technische bijstand aan de operationele teams op het vlak van de keuze, de studie, de levering en de selectie van materieel voor de uitvoering van de werven van de groep. Het nieuwe depot in Gembloux zal de rationalisering van het materieelpark van BENELMAT verbeteren.
Met een omzet van meer dan 110 miljoen euro behoudt MBG een uitstekend activiteitsniveau, zowel in de industriële bouw als in de private en openbare sectoren. MBG werkt verder aan de werf van het AZ Sint-Maarten in Mechelen: de ruwbouw werd opgeleverd en de afwerkingsfase werd opgestart. Verscheidene werven van scholen werden voltooid in het kader van het programma 'Scholen van morgen' voor AG Real Estate, evenals het nieuwe passiefgebouw van de school De Vonk in Knokke-Heist. MBG heeft ook de laatste hand gelegd aan de bouw
van de zes residentiële torens aan het Kattendijkdok in Antwerpen.
Atro, dat het prestigieuze Gebouw O met goudkleurige gevels van de Universiteit Antwerpen heeft opgeleverd, zag haar omzet sterk groeien. In 2016 bereikte het een historisch record van 46,3 miljoen euro. Het voorbije jaar werden de bouw van de serviceresidenties voor Triamant in Geluwe en het residentiële project in het park Neerland in Wilrijk, voor de Vlaamse Poort en DELA opgeleverd. Begin 2017 werd de verdere integratie van de twee entiteiten opgestart en zal er commercieel verder gegaan worden onder het merk MBG met drie hubs : Brugge, Brasschaat en Wilrijk.
BPC Brabant heeft verscheidene prestigieuze projecten opgeleverd, zoals het grote multifunctionele centrum Docks Bruxsel, een zeer innoverend concept aan de Van Praetbrug, het Huis van de Europese Geschiedenis in het Eastmangebouw in Brussel en nieuwe fasen van de grote Brusselse projecten Chambon en Solvay. De onderneming werkt verder aan diverse werven, waaronder het project Agora in Louvain-la-Neuve. BPC Brabant noteerde in 2016 een positief resultaat, met een omzet van 78 miljoen die voornamelijk in Brussel en Waals-Brabant werd gerealiseerd. De bestaande teams werden geconsolideerd met het oog op de fusie met CFE Brabant. Op 1 januari 2017 was het orderboek licht gedaald, maar men onderzoekt verscheidene nieuwe opportuniteiten voor het begin van het jaar.
CFE Brabant, dat na verscheidene moeilijke jaren weer rendabel is, fuseerde op 1 januari 2017 met BPC Brabant. De twee entiteiten werken voortaan onder één enkel merk, BPC. In 2016 werkte CFE Brabant in Brussel aan projecten van verschillende omvang, zowel publiek als privaat, en boekte het een totale omzet van 58 miljoen euro. Het bedrijf
leverde onder meer het Chirec-ziekenhuis op aan Delta (gesloten ruwbouw), de school 'Les Trèfles' in Anderlecht, die volledig uit als 'voorbeeldig' geklasseerde passiefgebouwen bestaat, en het Eastmangebouw voor het Europees Parlement. Verscheidene werven zijn nog in uitvoering: de ziekenhuizen Chirec en Bordet (Erasmus) en projecten voor scholen, kantoren en woningen. Gelet op de vooruitgang van het orderboek ziet 2017 er veelbelovend uit. Het jaar zal ook worden gekenmerkt door de fusie tussen CFE Brabant en BPC Brabant.
Amart, dat zich vooral toelegt op middelgrote opdrachten, heeft in de loop van het jaar een aantal mooie projecten opgeleverd, zoals het residentiële complex 'Clos des Désirs' in Evere. Het werkt ook aan Twice, een uitzonderlijk residentieel project in Bosvoorde voor promotor Eaglestone. In 2016 boekte het bedrijf een omzet van bijna 40 miljoen euro, een stijging tegenover 2015. Het begint 2017 met belangrijke opdrachten voor onder meer een gebouw met studentenkamers in Anderlecht en een project voor Redevco Belgium in Elsene. 2017 wordt ook het jaar van de operationele toenadering tussen Amart en Leloup Entreprises Générales.
Leloup Entreprise Générale zag in 2016 haar omzet met 50% stijgen. Het verwierf interessante opdrachten en kan 2017 sereen tegemoet zien. De voltooiing van het project GSK in Waver is voor eind maart gepland, met de oplevering van de twee nieuwe gebouwen. Leloup Entreprise Générale heeft bovendien verscheidene projecten in Brussel opgeleverd, waaronder een residentieel gebouw in de Stroobantstraat. In 2017 zal het bedrijf verder werken aan de bouw van de Club sportif Ste-Anne en de verbouwing van een pand in de Kunstgalerie voor de BD (project Senne).
Na een forse groei is BPC Hainaut-Liège-Namur lichtjes teruggevallen, als gevolg van een uitstel van openbare werven. Anderzijds werd het jaar gekenmerkt door de oplevering van verscheidene grote projecten, zoals het winkelcentrum 'Les Grand Prés' in Bergen, de ingrijpende renovatie van een luxueus historisch gebouw voor de Bank Delen in Luik en van het vakantiecentrum 'Ol Fosse d'Outh' voor het ACV. Verscheidene grote bouw- of renovatiewerven in de openbare en privésector worden voortgezet: het ziekenhuis CHC Montlégia in Luik, de zetel van de bank KBC in Namen, Shape, het dagziekenhuis van Gosselies, het gebouw MediaSambre voor de RTBF in Charleroi. In 2017 zou de verhouding van de activiteiten in de openbare sector moeten toenemen en zou de omzet stabiel moeten blijven en zelfs stijgen.
Eind 2016 is Groep Terryn een 100% filiaal van CFE Contracting geworden. In de loop van het jaar heeft een nieuw managementteam de leiding overgenomen. De groep heeft zich op haar kernactiviteiten geconcentreerd: de industriële bouw en de oplossingen met gelamineerd hout. Een verbetering van de prestaties in de eigen productie van gelamineerd hout en een aantal knappe realisaties, zowel in de industriële bouw als in gelijmd gelamineerd hout (manege in Herve) en kruislaaghout (school in Ukkel) tonen aan dat er heel wat potentieel is. Groep Terryn ziet de toekomst met optimisme tegemoet door haar integratie in CFE dat nieuwe opportuniteiten schept.
CLE evolueert zeer positief, met onder meer een groei van de vastgoedinvesteringen en de stedelijke infrastructuurontwikkelingen. Het bedrijf heeft zijn technische teams beduidend versterkt en heeft een groot aantal projecten gestart, voortgezet en opgeleverd, waaronder de Galerie Kons in Luxemburg-Stad, het winkelcentrum Aboria, het Lycée français, het Trianongebouw en, in de burgerlijke bouwkunde, het viaduct van Pulvermühle en werken voor de Chemins de Fer (CFL) in onder meer Schifflange. De omzet van CLE steeg met 60% tegenover het vorige jaar. Het bedrijf begint 2017 met een nieuwe groei van de activiteiten in het vooruitzicht.
Ondanks een terugvallende markt en een toenemende concurrentie sloot CFE Polska het jaar af met een 40% hogere omzet, zeer bevredigende marges en al even positieve vooruitzichten voor 2017. CFE Polska voltooide in 2016 de uitbreiding van het winkelcentrum 'Galeria Promenada' in Warschau voor Atrium Real Estate en de bouw van een hotel in Lodz voor 'B&B Hotels'. Verscheidene andere projecten worden voortgezet, zoals de eerste fase (Majaland) van het recreatiepark 'Holiday Park Kownaty' en het residentiële complex 'Marina Royale' in Darlowo. Tot slot werkt BPI Polska aan drie residentiële projecten: 'Four Oceans' in Gdansk, 'Bulwary Ksiazece' in Wroclaw en 'Wola Libre' in Warschau. Deze projecten illustreren de knappe synergie tussen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling.
CTE heeft in 2016 verscheidene projecten met succes voltooid, zoals de uitbreiding van de Ecole Américaine in Tunis, de bouw van residentiële panden en kantoren in Korba en Nabeul en de renovatie van het gerechtsgebouw van Gabes, die in 2017 zal worden gevolgd door de renovatie van de gevangenis van Gabes. Bij de andere projecten in uitvoering vermelden we de bouw van woningen en winkels in Berges du Lac en de aanleg van de 50 ha grote industriezone ENFIDHA. CTE heeft eind 2016 een voor 80% gevuld orderboek en verwacht in 2017 nog meer contracten te verwerven, ondanks extreem moeilijke marktomstandigheden.
Jaarverslag 2016 66
Het project Gateway in Zaventem
Begin 2017 werd een cluster 'Elektrotechnieken' gevormd met VMA, VMA West, Vanderhoydonks en Nizet Entreprise, om één sterke groep te creëren in elektrotechnische installaties voor de bouw, de infrastructuur en de industrie.
VMA voert belangrijke industriële automatiserings- en installatieprojecten uit in de autosector, voor Scania in Zweden, voor Jaguar in Engeland, voor Volvo in Gent en voor Audi in Mexico en Brussel. De business unit Gebouwen heeft een groot aantal installaties op zijn actief in de sector van de gezondheidszorg – onder meer voor het AZ Groeninge in Kortrijk, het Jan Palfijn in Gent en diverse rusthuizen – en in de tertiaire sector, met het project Gateway te Zaventem, de zetel van AXA in Brussel en het Media Center De Krook in Gent. Alles samen kende VMA een goed 2016, met een positieve evolutie van de omzet en het behoud van bevredigende resultaten.
Hetzelfde geldt voor VMA West, dat een groot aantal elektrische installaties heeft uitgevoerd, en voor Vanderhoydoncks, dat onder meer het gebouw van Nike in Ham heeft uitgerust. Het departement Tertiair van Nizet Entreprise, dat als gevolg van een toegenomen concurrentie een moeilijk jaar kende, heeft verscheidene elektrotechnische installaties opgeleverd en voortgezet, onder meer voor de parkeergarage van de UCL, het OCMW van Doornik en het CHU-UCL van Namen. De business Middenspanning noteert een goede vooruitgang. Nizet heeft verder internationaal een pompstation in Hanoi opgeleverd en een nieuw contract in de wacht gesleept. In 2016 werd bovendien een bijkantoor van Nizet in het Groothertogdom Luxemburg geopend.
In het licht van deze ontwikkelingen en gelet op het orderboek belooft 2017 een goed jaar te worden voor de verschillende activiteiten van de VMA cluster.
In 2016 heeft Druart een groot aantal werven uitgevoerd voor de 'Scholen van Morgen', onder meer voor MBG in Herentals en 's Gravenwezel. De onderneming werkt verder aan het stedelijke complex Regatta in Antwerpen en het winkelcentrum 'Rive Gauche' in Charleroi. In januari 2017 heeft ze de laatste hand gelegd aan de HVAC en sanitaire uitrusting van het logistieke
centrum van Lidl in Marche-en-Famenne. Ondanks de oplevering van verscheidene andere projecten was 2016 een moeilijk jaar voor Druart. Het nieuwe directieteam heeft de opdracht de rentabiliteit van het bedrijf in 2017 te verbeteren.
Procool kende een zeer drukke activiteit in de industriële koeling, op verscheidene sites zoals GSK en CHwapi in Doornik. In de klimaatregeling was de activiteit drukker in het tweede semester, met onder meer de werf van het Hôtel des Douanes in Brussel. De omzet van Procool is met 25% gestegen en het orderboek is uitzonderlijk goed gevuld.
be.Maintenance heeft haar positie als belangrijke speler op de markt van het technische onderhoud en diensten verder versterkt. Dat blijkt uit verscheidene grote opdrachten, onder meer voor Aspria en de Britse ambassade. Dankzij de synergie binnen CFE Contracting kon de onderneming haar posities op langlopende contracten versterken, onder meer voor het politiekantoor van Charleroi (25 jaar) en de 'Scholen van Morgen' (30 jaar). Ze zal de nadruk leggen op de ontwikkeling van nieuwe langetermijncontracten.
be.Maintenance heeft een contract van vijf jaar in de wacht gesleept voor het beheer van negen sites van het bekende carrosseriebedrijf D'Ieteren. Op de recentste site, die van Audi in Drogenbos, is een snelle interventie nodig. Een duik – met het team – in onbekend gebied.
Aan de straatkant zie je alleen een gigantische glaswand, een showroom van 1.388 m² en de vier ringen van het nieuwe Audi Center Brussels in Drogenbos. Maar Pierre wacht ons op bij de meer discrete ingang van D'Ieteren. "Omdat dit een nieuwe site is, moeten we ons eerst bij het onthaal registreren voor we de technische installaties onder de loep nemen en hun werking nagaan." Pierre, Operationeel Directeur bij be.Maintenance, heeft het vak in zijn bloed. Hij beheert 4 interventieteams die heel het land bestrijken: twee in Brussel, één in Wallonië en één in Vlaanderen. Dat betekent 35 ervaren
Te midden van de hydraulische leidingen, de ventilatiegroepen en de extractietorens gaat de blik naar een hoogspanningsbord. Een led is aan het knipperen. Er is een storing gesignaleerd. "Eerst maken we een diagnose van het alarm om het vervolgens te kunnen uitschakelen… en te starten met de onderhoudsfase", vertelt Jonathan.
De coördinator loopt door de verschillende werkzones. Gewapend met zijn plannen inspecteert hij samen met de technici de staat van de machines. "Het contract heeft betrekking op in totaal 80 ketels met een gecombineerd vermogen van ongeveer 25 MW, 15 koelmachines met een totaal vermogen van 2,7 MW, 76 airconditioners en 4 warmtepompen met een totaal vermogen van ongeveer 400 kW", zegt Pierre. "Dat is niet gering, … maar hier zullen wij ons op één van de 77 pulsiegroepen concentreren. Ik weet zeker dat er een blokkering is. We zullen een kijkje binnenin moeten nemen."
De behuizing wordt snel geopend. Binnenin zijn de filters vuil. "Het volstaat dat we de filters vervangen, de machine zo goed mogelijk schoonmaken en alle veiligheidsaspecten controleren", legt Jonathan uit. De storing is dus vlug opgelost. "Maar sommige installaties kunnen erg oud zijn… en geven ons meer werk", vertelt de technicus. Het contract met D'Ieteren gaat verder dan alleen maar onderhoud: het omvat een heleboel andere opdracten, zoals het correctieve onderhoud, kleine reparaties en de vernieuwing van bepaalde uitrustingen. Daarnaast is er het technische beheer, met een follow-up van de opdrachten en een activiteitenverslag. Pierre kan het niet genoeg benadrukken: "De gebouwen worden voortdurend technischer. Alles verandert heel snel in deze sector. Een performant gebouw is een echte noodzaak."
technici, specialisten in het beheer en het onderhoud van technische installaties.
Vanochtend is Pierre met twee vertrouwensmannen op veldbezoek. Het is voor zijn team de eerste onderhoudscampagne van het gebouw. "Een functioneel gebouw moet aan strenge eisen voldoen en er kan altijd iets fout gaan", vertelt Jonathan, één van de twee technici. "Daarom is de dialoog met het personeel ter plaatse zo belangrijk. Door met de mensen te praten, kennen we snel de geschiedenis van het gebouw en zijn performanties." Voorbij het toegangssas en de carrosseriewerkplaatsen komen we via een trappenhuis in een immens technisch lokaal.
Naast warmtepompen en dakventilatoren, staan ongeveer 80 verwarmingsketels en 76 koelingseenheden onder permanent toezicht.
Jaarverslag 2016 70
Ondanks een lastig begin van het jaar, als gevolg van het uitstel van beslissingen van Infrabel, kende ENGEMA een stabiele activiteit in de signalisatie en in de vervanging van bovenleidingen, terwijl de activiteit elektrificatiewerken groeide. 2017 belooft een meer sereen jaar te worden. ENGEMA Seininrichting heeft onder meer de werken voor de concentratie van wisselposten in de zone Dendermonde voortgezet en verscheidene projecten voor het systeem TBL 1+ uitgevoerd. ENGEMA Bovenleidingen heeft verscheidene elektrificatieprojecten en werven voor de vervanging van kabels of bovenleidingen gestart en voortgezet in de zones Brugge (Dudzele), Gent, Brussel en Namen. ENGEMA Lignes heeft ondergrondse kabels gelegd en bovengrondse leidingen geïnstalleerd in Waals-Brabant en de provincie Namen. ENGEMA Montage, dat aan de HS-lijnen Stevin-Gezelle (Brugge) en Monceau-Fontaine L'Evêque (Henegouwen) heeft gewerkt, kende een forse groei, die in 2017 zou moeten aanhouden na de hervatting van de investeringen bij ELIA.
ENGEMA Montage, dat aan de HS-lijnen Stevin-Gezelle (Brugge) en Monceau-Fontaine L'Evêque (Henegouwen) heeft gewerkt, kende een forse groei, die in 2017 zou moeten aanhouden.
Het ingrijpend gereorganiseerde ETEC kende een winstgevend jaar. De onderneming voerde verscheidene bovengrondse en ondergrondse werken uit voor Ores en RESA. Ze heeft onder meer de verlichting van het Belfort van Thuin en van de R9 in Charleroi op haar actief, naast de uitrusting van verkavelingen in Waals-Brabant. Begin 2017 wijzigde de entiteit haar naam in ENGETEC
Louis Stevens & Co sluit 2016 af met een stabiel activiteitsniveau. De onderneming heeft onder meer werken uitgevoerd voor de bebakening van de startbanen, de bekabeling en de aansluiting op hoogen laagspanning van Brussels Airport
en Liège Airport, naast de elektrische aansluiting van windparken en de bekabeling van gsm-masten voor Infrabel. Daarnaast heeft ze signalisatiewerken uitgevoerd in het station Klein Eiland in Brussel en meegewerkt aan de werf van de zone Dendermonde. In de Telecom & Security installaties heeft Louis Stevens & Co verscheidene contracten uitgevoerd voor Infrabel, Infrabel ICT, de NMBS en de MIVB, met onder meer de plaatsing van glasvezelkabels en bewakingscamera's, systemen voor branddetectie, ticketautomaten enz.
Remacom heeft de verschillende in 2015 ontwikkelde activiteiten voortgezet. De teams hebben in West-Vlaanderen, Brussel en Antwerpen een groot aantal werven uitgevoerd voor spooruitrusting, de renovatie van spoorlijnen, de renovatie van wissels en de plaatsing van wegbedekkingen op overwegen. Ondanks een moeilijke start van het jaar, als gevolg van vertragingen bij Infrabel, ziet Remacom de toekomst vol vertrouwen tegemoet, ook dankzij het potentieel voor synergie binnen de cluster Rail infra & Utility Networks.
Louis Stevens & Co legt voor de MIVB een eigen glasvezelnetwerk aan.
Louis Stevens & Co. uit het Limburgse Halen voert jaarlijks een zestigtal elektriciteitswerken uit aan de metrostations van de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB. De afgelopen jaren is het aanleggen van een glasvezelinfrastructuur een steeds belangrijker element gaan vormen in die activiteit. Werfleider Geert leidt dat in de juiste banen.
Glasvezelkabels, die samenkomen in de netwerkkasten en moffen die Stevens installeert en onderhoudt in de stations, zijn de fysieke elektronische snelweg waarover telecommunicatiediensten van de operators lopen, maar ook het elektronische verkeer van de hulpdiensten en de eigen communicatie van de stations. Voor die laatste wordt er momenteel een eigen, van de andere kabels afgesloten glasvezelnetwerk uitgebouwd, waarvoor het in elektriciteits- en seinwerken gespecialiseerde bedrijf ook al enkele jaren wordt ingeschakeld.
«Glasvezel is een technologie waarover we vrij vroeg in de uitrol ervan, twee decennia geleden, al een hoop kennis hebben opgebouwd», zegt senior werfleider Geert. «Bovendien is het iets waarvoor we vrij snel jonge werkkrachten kunnen inzetten voor hun expertise: de opleidingen besteden er vandaag enorm veel aandacht aan. Ik heb oog voor wie waar het sterkste in is, en zet onze werkkrachten op basis daarvan in gang. Daarom is het ook belangrijk dat je als
werfleider constant in de buurt bent: teams vormen zich niet vanzelf, de dynamiek die er tussen mensen ontstaat moet je aansturen.»
Geert pendelt constant tussen de zestig metrostations van de hoofdstad, waar Louis Stevens & Co. op ieder moment gemiddeld een vijftal werven heeft lopen. De trips tussen die werven onderneemt hij, gewoon tussen de reizigers, met de metro. «Werken aan metrostations zijn toch iets anders dan werken aan
de railinfrastructuur in het land», zegt Geert. «Zo een hele dag alleen je collega zien en een paar konijnen in het veld, dat heeft natuurlijk zijn charmes. Maar dit ook: we werken constant op plaatsen waar er enorm veel mensen op doortocht zijn. Dat vereist ook een aantal speciale uitdagingen in de planning: 's morgens tussen 6 en 9 uur, of 's avonds na de werkdag, kun je het bijvoorbeeld niet maken om op het perron te werken.»
De vastgoedontwikkeling wordt geconfronteerd met een zeer actieve maar ook zeer competitieve en gespecialiseerde markt. Een markt met specifieke niches en met beter geïnformeerde kopers, die alle projecten analyseren en geen enkel aspect verwaarlozen: de prijs, de kwaliteit, de energieprestaties, de lokalisatie, de mogelijkheden in de omgeving (winkels, scholen, recreatie, mobiliteit…).
Als antwoord op een markt die altijd meer gerichte projecten vraagt, begint BPI in 2017 met een optimalisatie van het uitwerken van de projecten, hun kwaliteit en efficiëntie. Op die manier wil het meer kunnen aanbieden zonder de budgetten te verhogen. Dit impliceert een beter ontwerp en een betere definitie van het product maar ook een lean benadering die een veel stiptere follow-up van het ontwikkelingsproces mogelijk maakt. Ten slotte zullen in 2017 de residentiële projecten worden geanalyseerd om producten aan te bieden die zullen inspelen op de vraag over drie of vier jaar. Dat impliceert producten met meer connectiviteit, flexibiliteit en modulariteit in het ontwerp van de woningen.
BPI kent ontegensprekelijk een dynamiek van projecten van hoge kwaliteit, op sterke markten met een goede zichtbaarheid in termen van termijnen en producten. De ontwikkelingsperspectieven voor 2017 en 2018 zijn dan ook gunstig. Zowel in België als in Polen en Luxemburg beschikt BPI over een portefeuille van voldragen projecten die in de twee volgende jaren kunnen worden gecommercialiseerd. Bij wijze van voorbeeld vermelden we in België het project 'Blijde Inkomst' in Brussel-Stad, het project Kuborn in Anderlecht en, na het project Solvay in Elsene, de ontwikkeling van de voormalige site van Allianz aan het de Brouckèreplein. Een ander belangrijk voorbeeld: in Luxemburg heeft BPI in
2016 het project Kiem op het plateau van de Kirchberg verworven en begin 2017 de stedenbouwkundige vergunning ontvangen. De commercialisering is al begonnen en kent veel succes.
BPI legt in 2017 de nadruk op het vinden van nieuwe projecten. In België gaat de aandacht vooral naar Vlaanderen, waar de onderneming momenteel zwak vertegenwoordigd is. In Luxemburg kunnen de teams van BPI zich na de oplevering van Galerie Kons concentreren op het vinden van nieuwe projecten op een zeer competitieve markt. In Polen is de prioriteit, na het zeer grote succes van de commercialisering van de projecten, ongetwijfeld het vinden van nieuwe sites die men snel kan ontwikkelen en commercialiseren, naast de synergie met België en Luxemburg.
Deze dringende behoefte om in 2017 nieuwe projecten te vinden, bevestigt de kwaliteit en de relevantie van de huidige projectportefeuille van BPI!
Jacques Lefèvre BPI NV
Erasmus Gardens ligt aan de rand van Brussel, omringd door enerzijds het weide landschap van het Pajottenland, anderzijds door de golf, het Erasmus ziekenhuis en bedrijvenparken.
Projectdirecteur Leen ontfermt zich voor BPI over Erasmus Gardens, een ambitieus Real Estate project dat in de komende jaren een compleet nieuwe Brusselse woonwijk zal vormen.
Het is boeiend om specialisten, van architecten tot juristen, rond de tafel te brengen
« In the middle of everywhere » luidt de slagzin, en dat klopt op meerdere niveaus. Het 13 hectare groot bouwproject bevindt zich op de plooi tussen de stad en de groene rand rond Brussel waar in de komende jaren drieduizend nieuwe bewoners hun nieuwe thuis zullen vinden.
De wijk is ontwikkeld rond de centrale Plaza, met restaurantjes en terrasjes, waarrond wandelpromenades en een park liggen. Aan deze autovrije promenades komen studentenflats, een rusthuis, service flats, appartementen, een school en een crèche. Dit zorgt voor een diversiteit aan bewoners waarbij de centrale doelgroep voor de appartementen van BPI jonge gezinnen zijn, die op zoek zijn naar een compacte, betaalbare, instapklare woning in en rond Brussel.
Vastgoedontwikkeling
Leen was vanaf het prille begin nauw betrokken bij de strategische aanpak en de fasering van het globale project. Dit getoetst aan de stedenbouwkundige, juridische en financiële aspecten alsook aan de steeds veranderende marktbehoeften.
Het project is een interessante uitdaging: «Er was nog niets op de site, dus konden we de bestaande synergieën van de buurt samenbrengen met de diversiteit aan
functies en gebouwen op de site, wat resulteert in een site die volledig autonoom kan fungeren», zegt Leen.
Eveneens ligt de drempel voor de eindgebruiker zo laag mogelijk waarbij veel aandacht besteed is aan de Brand Identity, waar vooral jonge tweeverdieners zich mee kunnen identificeren.
Plaza & Promenade: het centrum van onze dynamische ontwikkeling
Nadat ze al verschillende projecten in Berlijn, Brussel en Hasselt ontwikkelde ziet Leen Erasmus Gardens als een droomproject. « Ik vind het zeer boeiend om specialisten op alle gebieden, architecten, ingenieurs, juristen en commerciëlen rond de tafel te brengen en samen met hen het project vorm te geven», oppert ze. Natuurlijk brengt een project van deze omvang de nodige uitdagingen
Momenteel worden de eerste twee fases bestaande uit 7 gebouwen parallel opgericht. Begin volgend jaar zal de huidige wijk in opbouw overgegaan naar een wijk die leeft.
De eerste fase betreft de gebouwen langs de Boulevard waar een rusthuis met 160 kamers, 300 studentenwoningen en 35 serviceflats in opbouw zijn.
De tweede fase, rond de centrale Plaza zal 240 gezinnen huisvesten. Tot deze fase
behoren ook een school voor 500 leerlingen en een crèche voor 50 kinderen.
Deze kritische massa aan bewoners zal meteen leiden tot een levendige wijk met buurtvoorzieningen op en rond de Plaza. Dit kan vergeleken worden met het centrale marktplein van historische steden, die ook groeiden bij de stijgende vraag en bevolkingsaangroei.
Doordat BPI zijn eigen verkoopkantoor en sales team op de site zelf heeft, kunnen de toekomstige bewoners zich dadelijk met de locatie identificeren en worden de troeven van het project persoonlijk bij elke geïnteresseerde toegelicht door één van de verkopers. Deze persoonlijke
benadering, waarbij de betrokkenheid van de bewoners centraal staat, is relatief uniek.
Verder verschaft deze benadering BPI de mogelijkheid om het doelpubliek beter te begrijpen. Waarbij voor de huidige en toekomstige ontwikkeling de producten steeds geoptimaliseerd en afgestemd worden op de behoeften van de nieuwe generatie bewoners van Erasmus Gardens.
Meer info: www.erasmusgardens.be
BPI Luxemburg blijft zoeken naar terreinen om haar positie te versterken en heeft zo het project Kiem op het plateau van de Kirchberg verworven.
In Brussel wordt de stedelijke reconversie van de voormalige site Solvay met succes voortgezet: de 110 appartementen van de eerste fase zijn opgeleverd en BPI heeft een stedenbouwkundige vergunning verkregen voor 198 appartementen en een verkoopovereenkomst voor een hotel van 142 kamers voor de volgende fase. Ook voor het project 'Erasmus Gardens' is het commerciële succes verzekerd; 90% van de appartementen van het eerste en 40% van het tweede gebouw zijn verkocht en de constructie van de twee gebouwen is in juni en december 2016 begonnen. Eenzelfde succes in Oostende voor het project Oosteroever, de reconversie van een voormalige havenzone in een residentiële zone. De 105 appartementen van de eerste fase zijn opgeleverd en 55 van de 56 woningen van de twee volgende fasen zijn al verkocht.
Andere projecten schieten goed op, zoals 'Chaudron' in Anderlecht en 'Les Hauts Prés' in Ukkel, waar Bioplanet zijn commerciële ruimte heeft geopend. Daarnaast zijn verscheidene vergunningen voor nieuwe projecten in de hoofdstad aangevraagd.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal het nieuwe algemene plan van aanleg de relance mogelijk maken van de aanvraag voor de stedenbouwkundige en de milieuvergunning voor het gemengde project VICTOR in de Zuidwijk in Anderlecht. Niet veel verder, aan het kanaal, wordt aan een ander gemengd project met een groot residentieel gedeelte gewerkt, 'Key West'. Aangezien het gedeeltelijke bestemmingsplan (BBP) binnenkort zal worden goedgekeurd, start BPI de studies voor de aanvraag van de stedenbouwkundige en de milieuvergunning. Ten slotte heeft BPI een grondpositie verworven voor een ambitieus gemengd project met wooneenheden, kantoren, en handelsruimten op de site van Allianz, aan het de Brouckèreplein in het hart van Brussel.
In Luik zou 'Ernest', het project voor lage-energiekantoren, in 2017 gestalte moeten krijgen met een eerste bouwfase. Daarnaast is BPI, in een ander partnership, ook gevorderd in een groot gemengd project, nml. 'Bavière'.
BPI, dat alle vastgoedactiviteiten van de groep in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen verzamelt, heeft haar ontwikkeling en commercialisering van diverse grote projecten met succes uitgebreid.
BPI heeft dit jaar een bijzondere aandacht gewijd aan de verbetering en de vernieuwing van de competenties binnen haar team. Zo heeft de onderneming een nieuwe communicatie- en marketingbenadering ontwikkeld met de invulling van een nieuwe functie. Ze bevordert bovendien de synergie tussen de landen, met het oog op een grotere efficiëntie van de ontwikkeling. De interne verkoopteams hebben hun knowhow gedemonstreerd en het aantal projecten voorspelt een hoog margepotentieel.
BPI Luxemburg verzekerde de ontwikkeling van het project Kons in Luxemburg. Deze werf gelegen tegenover het station zal eind 2016 een mix van kantoren, wooneenheden en handelszaken opleveren. Een van de huurders is ING, dat hier haar Luxemburgse hoofdkwartier onderbracht. Het gebouw met een oppervlakte van 22.500 m² met BREEAM-certificering Very Good, ligt in het hart van de stad Luxemburg en kijkt uit op het station, aan de overkant van het plein.
Het is een ideale locatie. Enerzijds omdat de stad met ongeveer 150.000 grensarbeiders niet aan de verkeersproblemen ontsnapt. De werkgevers weten dat en beseffen dat een kantoorgebouw in de onmiddellijke omgeving van het station hun medewerkers blij zal maken. Ze zullen dan minder gestrest zijn, … en beter werken. Anderzijds is dit een charmante wijk die haar historische wortels heeft bewaard, compleet met typische winkels die hun trouwe klanten hebben.
Na de verwerving, met Immobel en de groep Giorgetti, van de grote projecten van de route d'Esch en Differdange in 2015 blijft BPI Luxemburg terreinen zoeken om haar positie te versterken. Zo heeft ze het project Kiem op het plateau van de Kirchberg met een openbare aanbesteding gewonnen.
De bouw van Kons, een gemengd project tegenover het station van Luxemburg, is voltooid en het complex zal in het eerste kwartaal van 2017 worden opgeleverd. ING vestigt er zijn zetel en alle commerciële oppervlakten zijn al verhuurd. BPI Luxembourg heeft bovendien de definitieve goedkeuring verkregen voor de kantoren en ateliers van G4S in Gasperich, en gaat verder met de commercialisering van
de serviceresidentie EdenGreen in Bettembourg (twee projecten opgeleverd in 2015). De onderneming verzorgt ook het beheer, de gedelegeerde leiding van de werken en de commercialisering van het project Glesener, dat door een privéinvesteerder gekocht is en waarvan de bouw begin 2016 gestart werd.
Het project aan de route d'Esch in Luxemburg-Stad zal in totaal 35.000 m² woningen, handelszaken en kantoren omvatten. De commercialisering heeft een snelle start genomen waarvan al een groot aantal van de eerste appartementen zijn gereserveerd. Aangezien de werken pas in september 2017 zullen beginnen, werden de loodsen op de site in het voorbije jaar ter beschikking van de Staat gesteld voor de opvang van vluchtelingen.
De site Differdange zal een gemengd complex van 7.000 m2 ontvangen; de werken zijn begin 2017 van start gegaan en ook hier is de commercialisering zeer ver gevorderd.
BPI Polska heeft verscheidene knappe projecten gelanceerd, voornamelijk op de residentiële markt. De 159 appartementen van het project Wola Tarasy in Warschau zijn op één na verkocht. De commercialisering van het project Wola Libre, eveneens in Warschau, wordt met succes voortgezet: alle commerciële oppervlakten en een derde van de 274 woningen hebben een koper gevonden. De bouw is in 2016 begonnen en de levering is voor 2018 voorzien.
De commercialisering van het project Four Oceans in Gdansk, dat door CFE Polska wordt gebouwd, is eveneens een knap succes. De 190 wooneenheden van de in november 2016 opgeleverde derde toren zijn allemaal verkocht. In de vierde en laatste toren, die in juli 2017 zou moeten worden opgeleverd, zijn slechts 28 wooneenheden meer te koop.
Daarnaast is de bouwvergunning verkregen voor het emblematische project Bulwary Książęce in het hart van Wroclaw. Hier zijn de werken in
augustus 2016 van start gegaan. 69 van de 175 woningen van de eerste fase zijn al verkocht. De bouwaanvraag voor de tweede fase (189 appartementen + commerciële oppervlakte) werd op het eind van het jaar ingediend.
Ten slotte heeft BPI Polska een terrein in Warschau verworven voor de ontwikkeling van het project Barska, een gebouw met 57 luxe appartementen. In parallel met het beheer en de commercialisering van de projecten in uitvoering zal de onderneming in 2017 de nadruk leggen op het vinden van nieuwe acquisities.
Wroclaw is de vierde grootste stad van Polen en ligt aan de rivier de Oder. Op een eiland tussen twee armen van deze rivier en op een steenworp van het historische centrum startte BPI Polska een groot vastgoedproject met plaats voor zowel winkels als woningen. Het ontwerp is hedendaags en dynamisch, maakt gretig gebruik van de ligging nabij de rivier en is het werk van het Franse architectenbureau SUD.
De bouwvergunning voor de eerste fase (174 appartementen) werd in maart 2016 verkregen. Twee maanden later startte BPI Polska met de verkoop. Het masterplan voor de tweede fase werd tevens verkregen wat meteen een echt succes was voor het team. Het terrein is één hectare groot waarop BPI Polska 22.000 m² zal bouwen in twee fases: 4.600 m² winkels en voor het overige woningen, goed voor ongeveer 320 appartementen." Een primeur voor BPI Polska in de stad die ook wel eens het Poolse 'Silicon Valley' wordt genoemd en de komende jaren zeker een Europese uitstraling krijgt.
Ann Vansumere Tel. : +32.2.661.13.97 [email protected]
CFE Polska DEME Dyod Jonas Roosens PETITDIDIERPRIOUX ARCHITECTES Philippe van Gelooven Studio Wasabi Tom D'Haenens Yann Betrand Yvan Glavie
Concerto Communication Agency Washingtonstraat 65 1050 Brussel
Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels. In geval van verschillen, primeert de Franse versie.
Bagger- & waterbouwwerken en milieu / Contracting / Vastgoedontwikkeling
| IFRS | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen euro | ||||||||
| 2012 | 2013 | 2013 Pro Forma DEME aan 100% |
2014 | 2015 | 2016 | |||
| Omzet | 1.898,3 | 2.267,3 | 3.346,1 | 3.510,5 | 3.239,4 | 2.797,1 | ||
| EBITDA (3) | 199,1 | 213,2 | 460,9 | 479,5 | 504,9 | 465,9 | ||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) | 81,2 | 67,2 | 166,4 | 240,5 | 265,7 | 226,8 | ||
| Resultaat vóór belastingen (1) | 52,5 | 28,0 | 110,2 | 224,8 | 233,1 | 202,8 | ||
| Nettoresultaat aandeel van de groep (1) | 49,4 | 7,9 | 61,7 | 159,9 | 175,0 | 168,4 | ||
| Nettoresultaat aandeel van de groep (2) | 49,4 | -81,2 | -27,4 | 159,9 | 175,0 | 168,4 | ||
| Eigen vermogen aandeel van de groep | 524,6 | 1.193,2 | 1.193,2 | 1.313,6 | 1.423,3 | 1.521,6 | ||
| Nette financiële schuld | 400,0 | 781,4 | 614,1 | 188,1 | 322,7 | 213,1 |
(1) vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.
(2) na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.
(3) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie) De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
| IFRS | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 (*) | 2013 (gepubli ceerd) (**) |
2013 DEME 50% (**) |
2013 Pro Forma DEME 100% (**) |
2014 | 2015 | 2016 | ||
| EBIT/ omzet | 4,3% | 3,0% | 1,7% | 5,0% | 6,9% | 8,2% | 8,1% | |
| EBITDA / omzet | 10,5% | 9,4% | -1,0% | 13,8% | 13,7% | 15,6% | 16,7% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / omzet |
2,6% | 0,3% | 0,8% | 1,8% | 4,6% | 5,4% | 6,0% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / eigen middelen aandeel van de groep |
9,9% | 1,5% | 1,5% | 11,8% | 13,4% | 13,3% | 11,8% |
(*) herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) voor specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
| 2012 (*) | 2013 (**) | 2014 | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen op 31/12 | 13.092.260 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 6,22 | N/A ** | 9,5 | 10,5 | 9,0 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 3,75 | N/A ** | 6,32 | 6,9 | 6,7 |
| Brutodividend | 1,15 | 1,15 | 2,00 | 2,40 | 2,15 |
| Nettodividend | 0,8625 | 0,8625 | 1,50 | 1,752 | 1,505 |
| Eigen vermogen | 40,1 | 47,1 | 52,2 | 56,7 | 60,7 |
(*) herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Laagste minimunkoers | EUR | 36,25 | 41,00 | 62,80 | 83,0 | 75,15 |
| Hoogste maximunkoers | EUR | 49,49 | 66,64 | 89,70 | 127,7 | 108,25 |
| Slotkoers van het boekjaar | EUR | 43,84 | 64,76 | 85,02 | 109,1 | 103,5 |
| Gemiddeld dagelijks volume | aantal effecten |
11.672 | 14.628 | 15.015 | 16.128 | 14.390 |
| Beurskapitalisatie op 31/12 | Mio EUR | 573,96 | 1.639,4 | 2.152,2 | 2.761,8 | 2.618,8 |
in miljoen €
In het tweede semester van 2015 werden de activiteiten multitechnieken, Rail infra & Utility Networks en gebouwen in België, Luxemburg, Polen en Tunesië overgebracht naar CFE Contracting NV, de overkoepelende vennootschap van de pool en een 100% filiaal van CFE NV. Deze interne reorganisatie gaat samen met een wijziging van de perimeter van het segment Contracting vanaf 1 januari 2016. Het zal zich uitsluitend beperken tot de activiteiten van CFE Contracting en haar filialen.
Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook:
De kolom 2015 Pro Forma geeft deze informatie weer rekening houdend met deze nieuwe structuur.
in miljoen €
(*) herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
gedragen activiteiten en andere polen gedragen activiteiten en andere polen
48
235
Financieel verslag 2016 4
in miljoen €
Verdeling van de
| Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Baggerwerken | Andere polen en holding |
TotAal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 5 | 10,4 | 69,1 | -3,3 | 81,2 |
| 2013 (gepubliceerd) | -29,5 | 3,8 | 105,1 | -12,2 | 67,2 |
| 2013 Pro forma DEME aan 100 % (**) | -29,5 | 3,7 | 202,2 | -10,0 | 166,4 |
| 2014 | -7,5 | 7,1 | 241,2 | -0,3 | 240,5 |
| 2015 | -34,9 | 7,7 | 298,2 | -5,3 | 265,7 |
| 2015 Pro forma (***) | 7,5 | 7,7 | 298,2 | -47,7 | 265,7 |
| 2016 | 20,0 | 4,3 | 207,4 | -4,9 | 226,8 |
(*) met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
(**) herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
(***) herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie.
De pool Contracting integreert de divisies Bouw, Multitechnieken en Rail infra & Utility Networks.
BEHEERSVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
Financieel verslag 2016 6
| 9 | 1. Kerncijfers 2016 | |
|---|---|---|
| 10 | 2. Analyse per activiteitenpool | |
| 16 | 3. Samenvatting van de resultaten | |
| 20 | 4. Vergoeding van het kapitaal | |
| 20 | B. | Verklaring van corporate governance |
| 20 | 1. Corporate governance | |
| 20 | 2. Samenstelling van de raad van bestuur | |
| 29 | 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités |
|
| 31 | 4. Aandeelhouderschap | |
| 33 | 5. Interne controle | |
| 40 | 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten |
|
| 40 | 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusief de verbonden vennootschappen, en de bestuurders en executive managers |
|
| 40 | 8. Bijstandsovereenkomst | |
| 40 | 9. Controle op de vennootschap | |
| 41 | C. | Bezoldingsverslag |
| 41 | 1. De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités |
|
| 42 | 2 De directie van CFE | |
| 42 | 3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE | |
| 43 | 4. Vertrekvergoedingen | |
| 44 | 5. Variabele bezoldiging van de leden van de directie van CFE |
|
| 44 | 6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van de directie van CFE |
|
| 44 | D. | Verzekeringsbeleid |
| 44 | E. | Bijzondere verslagen |
| 44 | F. | Openbaar overnamebod |
| 44 | G. | Overnamen en afstanden |
| 44 | H. Oprichting van bijkantoren | |
| 45 | I. | Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar |
| 45 | J. | Onderzoek en ontwikkeling |
| 45 | K. | Vooruitzichten |
| 45 | L. | Auditcomité |
A. Verslag over de bedrijfsrekeningen
M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 4 mei 2017
Op 23 februari 2017 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2016 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 4 mei 2017.
| In miljoen euro | 2016 | 2015 | Evolutie 2016/2015 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 2.797,1 | 3.239,4 | -13,7% |
| Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) | 465,9 | 504,9 | -7,7% |
| In % van de omzet | 16,7% | 15,6% | |
| Bedrijfsresultaat activiteiten (*) | 227,6 | 228,9 | -0,6% |
| In % van de omzet | 8,1% | 7,1% | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 226,8 | 265,7 | -14,6% |
| In % van de omzet | 8,1% | 8,2% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 168,4 | 175,0 | -3,8% |
| In % van de omzet | 6,0% | 5,4% | |
| Nettoresultaat per aandeel van de groep (in euro) | 6,65 | 6,91 | -3,8% |
| Dividend (**) | 2,15 | 2,40 | -10,4% |
(*) De definities worden opgegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
(**) Bedrag dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de gewone algemene vergadering van 4 mei 2017.
| Eigen vermogen aandeel van de groep | 1.521,6 | 1.423,3 | 6,9 % |
|---|---|---|---|
| Netto financiële schuld | 213,1 | 322,7 | -34,0 % |
| Orderboek | 4.756,7 | 4.160,3 | 14,3 % |
De groep CFE boekte in 2016 een omzet van 2.797,1 miljoen euro, een terugval met 13,7%. Deze daling was verwacht bij DEME, dat in 2015 een sterke activiteit had gekend.
Dankzij de beduidende verlaging van de bedrijfsverliezen van de overgedragen activiteiten van CFE NV en de goede prestaties van DEME stijgt de EBITDA marge met 1,1% tot 16,7%.
Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 168,4 miljoen euro, een lichte daling tegenover het uitzonderlijke jaar 2015.
Het eigen vermogen aandeel van de groep stijgt met 98,3 miljoen euro, ondanks de uitkering van een dividend van 60,75 miljoen
euro over het boekjaar 2015. Voor het eerst in de geschiedenis van CFE overschrijdt het geconsolideerde eigen vermogen de symbolische grens van 1,5 miljard euro.
Als gevolg van het uitstel van bepaalde aanbetalingen voor vaartuigen in aanbouw en de goede beheersing van de behoefte aan bedrijfskapitaal, daalt de netto financiële schuld met 34,0% en bedraagt hij 213,1 miljoen euro.
Het orderboek bereikt een nieuw record van 4,76 miljard euro, dankzij een sterke instroom van opdrachten bij DEME.
| In miljoen euro | 2016 | 2015 | Evolutie 2016/2015 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 1.978,2 | 2.286,1 | -13,5% |
| EBITDA (**) | 447,4 | 489,2 | -8,5% |
| Bedrijfsresultaat (**) | 207,4 | 298,2 | -30,4% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 155,4 | 201,3 | -22,8% |
| Netto financiële schuld | 155,0 | 275,0 | -43,6% |
| Orderboek | 3.800,0 | 3.185,0 | +19,3% |
(*) Inclusief herwerkte bedragen conform de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De hierna vermelde kerncijfers worden voorgesteld volgens de economische benadering die de gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen proportioneel consolideert (boekhoudregels toepasselijk vóór 1 januari 2014).
| In miljoen euro (zonder herwerkingen voor DEME) |
2016 | 2015 | Evolutie 2016/2015 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 1.978,2 | 2.351,0 | -15,9% |
| EBITDA (*) | 450,1 | 558,4 | -19,4% |
| Bedrijfsresultaat op activiteit (*) | 217,6 | 318,4 | -31,7% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 155,3 | 199,2 | -22,0% |
| Netto financiële schuld | 154,6 | 266,7 | -42,0% |
| Orderboek | 3.800,0 | 3.185,0 | +19,3% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet van DEME bedraagt 1.978,2 miljoen euro, een daling met 15,9% ten opzichte van 2015. Het vorig boekjaar werd gekenmerkt door een uitzonderlijke activiteit, vooral in Afrika met het project voor de verbreding en verdieping van het Suezkanaal.
In het beschouwde boekjaar heeft DEME twee belangrijke projecten in Singapore voortgezet: de uitbreiding van het eiland Jurong (JIWE) en het project Tuas Terminal – fase 1 (TTP1).
Dredging International, een filiaal van DEME, is opnieuw actief in Panama met de werken voor de verbreding en verdieping van de toegangsgeul aan de kant van de Stille Oceaan.
2016 was een uitzonderlijk jaar voor GeoSea, het in offshore maritieme engineering gespecialiseerd filiaal van DEME. In Groot-Brittannië is het project Race Bank (transport en installatie van 91 funderingen voor windturbines) bijna voltooid en heeft GeoSea eind december met succes de fundering voor de eerste van 56 turbines van het windpark Galloper voltooid, op 27 km vóór de kust van Suffolk (EPCI-contract). In Duitsland verloopt de productie van 66 funderingen voor windturbines voor het project Merkur (EPCI-contract) volgens plan.
| In % | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 34% | 48% |
| Maintenance dredging | 12% | 11% |
| Fallpipe en landfalls | 7% | 9% |
| Environment | 10% | 9% |
| Civil works | 3% | 0% |
| Marine works | 34% | 23% |
| Totaal | 1.978,2 | 2.351,0 |
Evolutie van de activiteit per geografisch gebied (economische benadering)
| In % | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Europa (EU) | 56% | 33% |
| Europa (niet-EU) | 4% | 10% |
| Afrika | 12% | 30% |
| Noord- en Zuid-Amerika | 8% | 4% |
| Azië en Oceanië | 13% | 12% |
| Midden-Oosten | 3% | 7% |
| India en Pakistan | 4% | 4% |
| Totaal | 1.978,2 | 2.351,0 |
De daling van de omzet heeft uiteraard een invloed gehad op de EBITDA en het bedrijfsresultaat die daalden tegenover 2015. Toch moet worden benadrukt dat de EBITDA, die 22,8% van de omzet bedraagt, ver boven het historisch gemiddelde blijft.
Ter herinnering, het boekjaar 2015 werd gekenmerkt door de uitzonderlijke resultaten van het project voor de uitbreiding van het Suezkanaal en door de voltooiing van belangrijke werven.
Het orderboek (3.800 miljoen euro op 31 december 2016) stijgt met 19,3% tegenover 2015 dat zelf al 31,6% hoger was dan eind 2014.
Dit historisch hoog niveau van het orderboek is te danken aan de commerciële successen van DEME: in 2016 werd voor 2.593,3 miljoen euro opdrachten binnen gehaald.
Enkele van de belangrijkste in 2016 aan het orderboek toegevoegde opdrachten:
Daarnaast worden, zoals reeds vermeld, twee belangrijke opdrachten die in 2016 werden verworven, nog niet opgenomen in het orderboek. Het betreft:
Ten slotte heeft DEME sinds het begin van het jaar 2017 verscheidene belangrijke opdrachten verworven, onder meer voor nieuwe baggerwerken in India en de Maldiven, naast het DBM-contract voor het ontwerp, de realisatie en het onderhoud gedurende 15 jaar van het eerste deel van de RijnlandRoute in Nederland. Het project, dat zal worden uitgevoerd door DIMCO (de in burgerlijke bouwkunde gespecialiseerde dochter van DEME) en partners, heeft betrekking op de bouw van een geboorde tunnel van 2,2 km, de aanleg van een nieuwe weg van 4 km en de verbreding van 12 km autoweg.
De investeringen van DEME betreffen enerzijds de investeringen in de vernieuwing van de vloot en anderzijds de investeringen in de activiteiten van DEME Concessions.
De investeringen tijdens het boekjaar bedragen 194,7 miljoen euro volgens de economische benadering. Dit lage investeringspeil wordt verklaard door het uitstel van bepaalde aanbetalingen voor vaartuigen in aanbouw.
Ter herinnering, DEME had in 2015 de bouw van zes vaartuigen gestart, namelijk:
Deze vaartuigen zullen de vloot van DEME vanaf 2017 gaandeweg versterken.
)
In februari 2017 heeft DEME de bestelling van twee bijkomende vaartuigen bevestigd voor een globaal budget van ongeveer 500 miljoen euro:
• "SPARTACUS", een snijkopzuiger met een totaal geïnstalleerd vermogen van 44.180 kW, de krachtigste en meest vooruitstrevende ter wereld voor baggerwerken in de meest harde rots- en grondsoorten, ook in offshore omstandigheden ("Smart Mega Cutter Suction Dredger").
• "ORION", een offshore kraanschip met een totaal geïnstalleerd vermogen van 44.180 kW met dynamische positionering en een hijsvermogen van 3.000 ton op meer dan 50 meter voor constructiewerken in volle zee zoals de bouw van de grootste offshore windparken, diensten voor offshore olie- en gasklanten en de afbraak van oude structuren op zee.
In de loop van het jaar heeft DEME via haar dochter DEME Concessions haar aandeel ingebracht in het eigen vermogen en het quasi eigen vermogen van de concessiehouders van twee offshore windparken: Merkur in Duitsland (belang van 12,5%) en Rentel in België (belang van 18,9%). Het dient benadrukt te worden dat CFE ook een participatie van 6,25% aanhoudt in Rentel via haar 50% dochter, Green Offshore.
De verbetering van de behoefte aan bedrijfskapitaal, dankzij onder meer de ontvangst van nieuwe aanbetalingen, gekoppeld aan een vrij laag investeringsniveau en sterke kasstromen, heeft bijgedragen tot een forse daling van de netto financiële schuld van DEME. De netto financiële schuld van DEME bedraagt 154,6 miljoen euro (economische benadering), een daling met 112,1 miljoen euro. Rekening houdend met de in 2017 voorziene investeringen zal de netto financiële schuld van DEME in de loop van het boekjaar toenemen.
| In miljoen euro | 2016 | 2015 (*) | Evolutie 2016/2015 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 770,5 | 718,9 | 7,2% |
| Bedrijfsresultaat (**) | 20,0 | 7,5 | 166,7% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 10,4 | 9,7 | 7,2% |
| Netto kasstroom | 92,0 | 74,8 | 23,0% |
| Orderboek | 850,5 | 836,3 | 1,7% |
(*) Pro forma cijfers volgens de nieuwe definitie van het segment dat sinds 1 januari 2016 van toepassing is.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet bedraagt 770,5 miljoen euro, een stijging met 7,2%.
In België is de bouwactiviteit licht teruggevallen in een competitieve markt.
In de loop van het derde kwartaal werd het winkelcentrum Docks (Brussel) met een voorsprong op de planning opgeleverd. In Vlaanderen werd de ruwbouw van het ziekenhuis AZ Sint-Maarten (Mechelen) voltooid en kon de afwerking beginnen, terwijl verscheidene 'Scholen van Morgen' werden opgeleverd.
De Luxemburgse en Poolse dochters kenden een beduidende stijging van hun omzet, bevorderd door een gunstige conjunctuur.
De activiteit van de divisie Multitechnieken heeft genoten van de sterke groei van VMA, die het aantal projecten in België en het buitenland zag toenemen.
2016 was een overgangsjaar voor de divisie Rail Infra & Utility Networks, in afwachting van het op kruissnelheid komen in 2017 van het ETCS-project niveau 2 (automatisch remsysteem voor treinen).
| In miljoen euro | 2016 | 2015(*) | Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 548,5 | 516,9 | 6,1% |
| Gebouwen België | 405,6 | 419,1 | -3,2% |
| Gebouwen Internationaal (**) | 142,9 | 97,8 | 46,1% |
| Multitechnieken | 159,2 | 140,5 | 13,3% |
| Rail Infra & Utility Networks | 62,8 | 61,5 | 2,1% |
| Totaal Contracting | 770,5 | 718,9 | 7,2% |
(*) Pro forma cijfers volgens de nieuwe definitie van het segment dat sinds 1 januari 2016 van toepassing is.
(**) Exclusief Luxemburg, Polen en Tunesië.
Ondanks minder goede prestaties bij een beperkt aantal filialen is het bedrijfsresutaat van de pool sterk gestegen: het bedraagt 20,0 miljoen euro tegenover 7,5 miljoen euro in 2015.
Anders dan in 2015 draagt de divisie Bouw positief bij tot het bedrijfsresultaat van Contracting, dankzij het herstel van CFE Bâtiment Brabant Wallonie en de goede prestaties van CFE Bouw Vlaanderen, CFE Polska en CLE in Luxemburg. De inspanningen voor operationele uitmuntendheid en de striktere selectie van de projecten beginnen hun vruchten af te werpen.
In Multitechnieken vallen de uitstekende resultaten van VMA op, ook al kreeg de divisie HVAC te maken met verscheidene zeer moeilijke werven die in 2016 werden opgeleverd.
| In miljoen euro | 31 december 2016 |
31 december 2015(*) |
Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 648,7 | 671,2 | -3,4% |
| Gebouwen België | 505,0 | 494,7 | 2,1% |
| Gebouwen Internationaal (**) | 143,7 | 176,5 | -18,6% |
| Multitechnieken | 143,4 | 115,9 | 23,7% |
| Rail Infra & Utility Networks | 58,4 | 49,2 | 18,7% |
| Totaal Contracting | 850,5 | 836,3 | 1,7% |
(*) Pro forma cijfers volgens de nieuwe definitie van het segment dat sinds
1 januari 2016 van toepassing is.
(**) Exclusief Luxemburg, Polen en Tunesië.
Het orderboek kent een lichte stijging en bereikt 850,5 miljoen euro op 31 december 2016.
Het orderboek van de divisie Bouw in België blijft op een hoog peil, onder meer dankzij de verwerving van het project ZNA (nieuw ziekenhuis in Antwerpen, uitvoering in partnership), het depot van de MIVB in Anderlecht (Brussels gewest) en verscheidene appartementsgebouwen in Anderlecht op de Erasmus Gardens site voor rekening van BPI.
Het orderboek van CLE (Luxemburg) en CFE Polska is gedaald tegenover 2015, gelet op het zeer hoge activiteitsniveau in 2016. Rekening houdend met de opdrachten die binnenkort concreet zouden moeten worden, blijven de perspectieven voor deze twee filialen gunstig.
Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks hebben veel opdrachten verworven. Dit geldt in het bijzonder voor VMA die zijn eerste opdracht in de Verenigde Staten heeft verworven.
Kaspositie
gebleven.
De netto kaspositie van de pool bedraagt 92 miljoen euro op 31 december 2016, een stijging met 23%. De verbetering wordt verklaard door de operationele kasstromen van de entiteiten van Contracting, terwijl de behoefte aan bedrijfskapitaal stabiel is
Vanaf 1 januari 2017 zijn de dochters VMA West, Vanderhoydonks
Organisatie van de Cluster Electro
en Nizet operationeel geïntegreerd in VMA.
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
| Totaal | 130 | 119 |
|---|---|---|
| Ontwikkelingsbestand | 78 | 71 |
| Bouwbestand | 35 | 34 |
| Commercialiseringsbestand | 17 | 14 |
| In miljoen euro | 31 december 2016 | 31 december 2015 |
(*) Het vastgoedbestand omvat de som van het eigen vermogen en de netto financiële schuld van de pool vastgoedontwikkeling.
In de loop van het boekjaar werden verscheidene grondposities aangekocht, zowel in Polen (residentieel project 'Barska' in Warschau, in totaal 3.500 m²) als in België, waar BPI het residentiële project 'Joyeuse Entrée ' in de Brusselse Europawijk (5.400 m²) zal ontwikkelen.
Wanneer in 2020 de opschortende voorwaarden opgeheven zullen zijn, zal BPI in partnership de huidige zetel van Allianz in het hart van Brussel herontwikkelen. Dit betreft een gemengd project van 55.000 m².
In Luxemburg heeft BPI de aanbesteding door het Fonds du Kirchberg gewonnen voor de ontwikkeling en de commercialisering van een honderdtal woonheden met bescheiden prijzen (project Kiem).
In België heeft BPI de ontwikkeling en commercialisering van haar drie belangrijkste projecten met succes voortgezet: Erasmus Gardens in Anderlecht, Ernest in Elsene en Oosteroever in Oostende.
In Luxemburg bevindt de bouw van het vastgoedcomplex Kons zich in de laatste fase: de oplevering en verkoop aan de institutionele belegger is gepland in maart 2017.
In Polen werd op het eind van het boekjaar de derde fase van het project Ocean Four opgeleverd en zou fase 4 medio 2017 voltooid moeten zijn. Vrijwel alle appartementen werden verkocht. In Warschau en Wroclaw verloopt de bouw van de twee residentiële projecten zoals verwacht.
De stedenbouwkundige vergunningen voor drie residentiële gebouwen op de site Les Hauts-Prés in Ukkel en voor de tweede fase van het project Ernest in Elsene (The Park) zijn verworven. De commercialisering en de bouw van deze twee projecten zouden in 2017 van start moeten gaan.
Het vastgoedbestand bedraagt 130 miljoen euro op 31 december 2016, een stijging met 11 miljoen euro, terwijl de netto financiële schuld van de pool 87,6 miljoen euro bedraagt.
Bij gebrek aan significante transacties in de loop van het boekjaar bedraagt het nettoresultaat van de pool 1,4 miljoen euro (7,0 miljoen euro in 2015).
| In miljoen euro | 2016 | 2015(*) | Evolutie 2016/2015 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 36,3 | 207,2 | -82,5% |
| Bedrijfsresultaat (**) | -4,9 | -47,8 | ns |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 1,2 | -43,0 | ns |
| Netto financiële schuld | 62,4 | 33,4 | 86,8% |
| Orderboek | 101,2 | 132,3 | -23,5% |
(*) Pro forma cijfers volgens de nieuwe definitie van het segment dat sinds 1 januari 2016 van toepassing is.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet omvat 60,3 miljoen euro voor de niet-overgedragen activiteiten van CFE NV (229,0 miljoen euro in 2015) en -24,0 miljoen euro eliminaties tussen polen.
De beduidende omzetdaling wordt verklaard door enerzijds de overdracht van de activiteiten burgerlijke bouwkunde aan DEME op het einde van het boekjaar 2015, en anderzijds een uiterst beperkte activiteit in Afrika na de oplevering in 2015 van verscheidene grote projecten, met name in Algerije en Tsjaad.
Het bedrijfsresultaat (-4,9 miljoen euro) werd negatief beïnvloed door de erkenning van bijkomende verliezen op het project aangaande de omgevingswerken aan het station van Mechelen en het project aangaande het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid, waarvan de eerste van de drie fasen in juli 2016 werd voltooid. Het dient benadrukt te worden dat in de loop van het tweede semester 2016 een overeenkomst met de klant werd bereikt met betrekking tot de uitvoeringstermijnen, de afrekeningen en de vergoedingsaanvragen van de twee eerste fasen van het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid.
Op het einde van het boekjaar heeft CFE de Eko-Tower in Lagos in Nigeria voltooid en ontving zij de definitieve afrekeningen van verscheidene oude projecten voor gebouwen in België, waaronder de projecten Ecoles d'Eupen en het OCMW van Brussel. Deze factoren hebben het resultaat van de pool gunstig beïnvloed.
Rent-A-Port, een 45% dochter van CFE, kende een bevredigend jaar dankzij de positieve bijdrage van haar activiteiten in Vietnam. Naast de voorzetting van de verkoop van industrieterreinen in de havenzone van Dinh Vu, heeft Rent-A-Port samen met haar partners een nieuwe havenconcessie van 1.200 hectare verworven in de provincie Quang Ninh, in het Noorden van Vietnam.
Het nettoresultaat van de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten kent een spectaculair herstel en bereikt + 1,2 miljoen euro (tegenover een nettoverlies van 43,0 miljoen euro in 2015).
Het bedrijfsverlies werd gecompenseerd door de meerwaarde uit de verkoop van de participatie van CFE in twee concessievennootschappen van het type Design Build Finance Maintain, namelijk 25% van de vennootschap Locorail NV, die belast is met het onderhoud en de financiering van de spoorverbinding Liefkenshoek in Antwerpen, en 18% van de vennootschap Coentunnel Company BV, die belast is met het onderhoud en de financiering van de tweede 'Coentunnel' in Amsterdam.
CFE blijft samen met de overheid van Tsjaad een oplossing zoeken voor de herfinanciering van het saldo van de onbetaalde vorderingen. Er is vooruitgang geboekt maar er zijn nog geen concrete resultaten.
De netto blootstelling van CFE aan dit land bedraagt 60 miljoen euro.
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Omzet | 2.797.085 | 3.239.406 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 85.794 | 109.005 |
| Aankopen | -1.504.685 | -1.831.454 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | -533.200 | -547.043 |
| Andere exploitatiekosten | -384.649 | -482.581 |
| Afschrijvingskosten | -232.775 | -255.312 |
| Waardevermindering van goodwill | 0 | -3.116 |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | 227.570 | 228.905 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures | -784 | 36.759 |
| Bedrijfsresultaat | 226.786 | 265.664 |
| Financieringskosten | -31.521 | -31.720 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 7.567 | -869 |
| Financieel resultaat | -23.954 | -32.589 |
| Resultaat vóór belastingen | 202.832 | 233.075 |
| Winstbelastingen | -30.580 | -59.051 |
| Resultaat van het boekjaar | 172.252 | 174.024 |
| Minderheidsbelangen | -3.841 | 937 |
| Resultaat – aandeel van de groep | 168.411 | 174.961 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2016 | 2015 |
| Resultaat van het boekjaar | 172.252 | 174.024 |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | 2.230 | -6.366 |
| Omrekeningsverschillen | -340 | -4.088 |
| Uitgestelde belastingen | 1.143 | 1.783 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later geherklasseerd zullen worden naar het resultaat, na belastingen |
3.033 | -8.671 |
| Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | -18.901 | -197 |
| Uitgestelde belastingen | 6.510 | 1.099 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet geherklasseerd zullen worden naar het resultaat, na belastingen |
-12.391 | 902 |
| Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen |
-9.358 | -7.769 |
| Globaal resultaat | 162.894 | 166.255 |
| - aandeel van de groep | 159.178 | 166.489 |
| - aandeel van de minderheidsbelangen | 3.716 | -234 |
| Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) Globaal resultaat aandeel groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) |
6,65 6,29 |
6,91 6,58 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 95.441 | 97.886 |
| Goodwill | 175.169 | 175.222 |
| Materiële vaste activa | 1.683.304 | 1.727.679 |
| Geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 141.355 | 151.377 |
| Overige financiële vaste activa | 153.976 | 129.501 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 510 | 1.381 |
| Overige vaste activa | 23.518 | 19.280 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 126.944 | 103.345 |
| Totaal vaste activa | 2.400.217 | 2.405.671 |
| Voorraden | 94.836 | 77.946 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.160.306 | 1.192.977 |
| Overige vlottende activa | 38.430 | 125.029 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 2.311 | 8.514 |
| Financiële vlottende activa | 48 | 70 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 19.916 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 612.155 | 491.952 |
| Totaal vlottende activa | 1.928.002 | 1.896.488 |
| Totaal van de activa | 4.328.219 | 4.302.159 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 714.527 | 607.012 |
| Toegezegde doelpensioenplannen | -19.464 | -7.448 |
| Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten | -7.337 | -10.710 |
| Omrekeningsverschillen | -7.505 | -6.915 |
| Eigen vermogen – aandeel van de groep CFE | 1.521.559 | 1.423.277 |
| Minderheidsbelangen | 14.918 | 11.123 |
| Eigen vermogen | 1.536.477 | 1.434.400 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 51.215 | 41.054 |
| Voorzieningen | 43.085 | 44.854 |
| Andere langlopende verplichtingen | 5.645 | 17.145 |
| Obligatieleningen | 303.537 | 305.216 |
| Financiële schulden | 367.147 | 398.897 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 18.475 | 33.359 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 151.970 | 150.053 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 941.074 | 990.578 |
| Voorzieningen voor courante risico's | 65.113 | 64.820 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.138.288 | 1.184.886 |
| Actuele belastingverplichtingen | 69.398 | 88.215 |
| 154.522 | 110.558 | |
| Financiële schulden | 23.515 | 35.146 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | ||
| Passiva aangehouden voor verkoop | 6.004 | 0 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 393.828 | 393.556 |
Totaal kortlopende verplichtingen 1.850.668 1.877.181 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.328.219 4.302.159
Het eigen vermogen van CFE bedraagt 1.536,5 miljoen euro tegenover 1.434,4 miljoen euro op 31 december 2015.
De netto financiële schuld bedraagt 213,1 miljoen euro, een daling met 109,6 miljoen euro tegenover 31 december 2015. Deze schuld is opgesplitst in enerzijds een financiële schuld op lange termijn van 821,4 miljoen euro en anderzijds, een positieve netto thesauriepositie van 608,3 miljoen euro.
CFE NV beschikt voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde kredietlijnen op middellange termijn ten bedrage van 115 miljoen euro, waarvan op 31 december 2016 85 miljoen euro niet wordt gebruikt. Zowel CFE als DEME leven de 'bankcovenanten' na.
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 384.386 | 334.981 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -214.504 | -258.879 |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | -48.467 | -288.024 |
| Netto toename/afname van de liquide middelen | 121.415 | -211.921 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep bij opening | 1.423.277 | 1.313.627 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep bij sluiting | 1.521.559 | 1.423.277 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar | 168.411 | 174.961 |
| ROE | 11,8% | 13,3% |
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premie |
Inge houden winsten |
Toege zegde pensioen plannen |
Reserve afdek kings- instru menten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen – aandeel van de groep |
Minder heidsbe langen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 December 2015 | 41.330 | 800.008 | 607.012 | -7.448 | -10.710 | -6.915 | 1.423.277 | 11.123 1.434.400 | |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
168.411 | -12.016 | 3.373 | -590 | 159.178 | 3.716 | 162.894 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
-60.755 | -60.755 | -60.755 | ||||||
| Dividenden minder heidsbelangen |
-794 | -794 | |||||||
| Wijziging consolidatiekring |
-141 | -141 | 873 | 732 | |||||
| 31 December 2016 | 41.330 | 800.008 | 714.527 | -19.464 | -7.337 | -7.505 | 1.521.559 | 14.918 | 1.536.477 |
| 31 december 2016 | 31 december 2015 | |
|---|---|---|
| Totaal aantal aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Resultaat uit de gewone bedrijfsoefening na aftrek van de netto financiële lasten, per aandeel (in euro) |
8,01 | 9,21 |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) | 6,65 | 6,91 |
| (in duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Omzet | 46.911 | 203.188 |
| Bedrijfsresultaat | -8.040 | -9.445 |
| Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening | 58.969 | 66.910 |
| Niet recurrente financiële opbrengsten | 9.487 | 108.529 |
| Niet recurrente financiële kosten | -1.541 | -41.606 |
| Resultaat vóór belastingen | 58.875 | 124.388 |
| Belastingen | -17 | -374 |
| Resultaat van het boekjaar | 58.858 | 124.014 |
De omzet van CFE NV is beduidend gedaald. Dit wordt verklaard door de overdracht van de bedrijfstak 'Gebouwen Vlaanderen' op 1 juli 2015 en door de daling van de internationale activiteit en de activiteit burgerlijke bouwkunde en gebouwen in het Brussels Gewest.
Het bedrijfsresultaat wordt ook negatief beïnvloed door de verliezen op de projecten voor burgerlijke bouwkunde in Brussel en Vlaanderen.
Het financieel resultaat bestaat voornamelijk uit het door DEME voor het boekjaar 2015 uitgekeerd dividend.
De meerwaarden uit de verkoop van de vennootschappen Locorail en Coentunnel Company zijn als niet-recurrente financiële opbrengsten geboekt. In 2015 werd de resultaatrekening gunstig beïnvloed door de interne meerwaarden die voortvloeiden uit de juridische reorganisatie van de groep.
| (in duizend euro) | 31 december 2016 | 31 december 2015 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 1.323.520 | 1.332.944 |
| Vlottende activa | 236.408 | 327.577 |
| Totaal van de activa | 1.559.928 | 1.660.521 |
| (in duizend euro) | 31 december 2016 | 31 december 2015 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 1.197.582 | 1.193.150 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 57.272 | 58.923 |
| Schulden op lange termijn | 132.580 | 152.580 |
| Schulden op korte termijn | 172.494 | 255.868 |
| Totaal van de passiva | 1.559.928 | 1.660.521 |
De raad van bestuur van CFE NV stelt aan de algemene vergadering van 4 mei 2017 de uitkering voor van een brutodividend per aandeel van 2,15 euro. Dit stemt overeen met 1,505 euro netto hetzij een uitkering van 54.426.136 euro.
De vennootschap neemt de Belgische corporate governance Code 2009 als referentiecode aan.
Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).
Het corporate governance charter werd op 23 februari 2017 voor het laatst gewijzigd. Afgezien van een bijwerking van de tekst werden alleen wijzigingen aangebracht in deel VII 'Gedragsregels
Op 31 december 2016 bestaat de raad van bestuur van CFE uit elf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en
inzake financiële transacties'. aangebracht om rekening te houden met de voorschriften van de Verordening nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende marktmisbruik.
Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvomingsethiek en op een diep verankerde cultuur gericht op deugelijk bestuur.
van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:
| Infunctietreding | Vervaljaar van het mandaat |
|
|---|---|---|
| Renaud Bentégeat (*) | 18.09.2003 | 2017 |
| Piet Dejonghe (*) | 24.12.2013 | 2017 |
| Luc Bertrand | 24.12.2013 | 2017 |
| John-Eric Bertrand | 24.12.2013 | 2017 |
| Jan Suykens | 24.12.2013 | 2017 |
| Koen Janssen | 24.12.2013 | 2017 |
| Alain Bernard | 24.12.2013 | 2017 |
| Philippe Delusinne | 07.05.2009 | 2020 |
| Christian Labeyrie | 06.03.2002 | 2020 |
| Ciska Servais BVBA vertegenwoordigd door Ciska Servais | 03.05.2007 | 2019 |
| Pas De Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (**) | 07.10.2016 | 2017 |
(*) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur
(**) Leen Geirnaerdt was ten persoonlijke titel bestuurder van 4 mei 2016 tot 6 oktober 2016. Pas de Mots BVBA werd op 7 oktober 2016 door de raad van bestuur gecoöpteerd.
Men zal aan de gewone algemene vergadering van 4 mei 2017 voorstellen om het bestuurdersmandaat van Luc Bertrand, Jan Suykens, Piet Dejonghe, John-Eric Bertrand, Koen Janssen en Alain Bernard te verlengen voor een termijn van vier jaar die afloopt aan het slot van de algemene vergadering van mei 2021.
Men zal ook aan de gewone algemene vergadering voorstellen om het bestuurdersmandaat van Renaud Bentégeat te verlengen voor een termijn van drie jaar, en Pas de Mots BVBA, met als vaste vertegenwoordigster Leen Geirnaerdt, te benoemen voor een termijn van drie jaar die afloopt aan het slot van de algemene vergadering van mei 2020.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de elf bestuurders op datum van 31 december 2016.
| Luc Bertrand | Voorzitter van de raad van bestuur |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen |
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het executief comité. |
| Lid van het benoemings- en | |
| remuneratiecomité | Uitgeoefende mandaten: |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Sipef | |
| Bestuurder van Atenor Group | |
| Bestuurder van Groep Flo | |
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van DEME | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis | |
| Bestuurder van Anfima | |
| Bestuurder van Baarbeek BV | |
| Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° | |
| Bestuurder van Belfimas | |
| Bestuurder van BOS | |
| Bestuurder van Delen Investments CVA | |
| Bestuurder van Delen Private Bank | |
| Bestuurder van DEME Coordination Center | |
| Bestuurder van de financiële Groep Duval | |
| Bestuurder van Holding Groupe Duval (FR) | |
| Bestuurder van ING Belgium | |
| Bestuurder van JM Finn & Co (UK) | |
| Bestuurder van Scaldis Invest | |
| c- verenigingen: | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van het Institut de Duve | |
| Voorzitter van Middelheim Promotors | |
| Lid van de raad van bestuur van VOKA | |
| Lid van de raad van bestuur van VOKA VEV | |
| Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde | |
| Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven | |
| Zaakvoerder van het Museum Mayer van den Bergh | |
| Lid van de raad van bestuur van VKW Synergia | |
| Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School | |
| CFE Hermann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel |
Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC). Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-Frankrijk van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij gedelegeerd bestuurder van CFE. Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk). |
|---|---|
| Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van CFE b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Bavière Développement Bestuurder van Bizerte CAP 3000 Bestuurder van BPI Bestuurder van BPI Luxembourg Zaakvoerder van BPI Polska Development Bestuurder van CFE Contracting Bestuurder van CFE Contracting Engineering Bestuurder van CFE Polska Bestuurder van CLE Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port NV Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van SFE Lid van de raad van toezicht van CFE Hungary c- verenigingen: Voorzitter van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van CCI Frankrijk International Lid van de raad van toezicht van Solvay Brussels School Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk |
Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan het Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij geattacheerd advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.
| John-Eric Bertrand | Bestuurder |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen Voorzitter van het |
John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA aan het Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren als Investment Manager in dienst trad, heeft John Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het executief comité van AvH. |
| auditcomité sinds 4 mei 2016 | |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren | |
| Bestuurder van Sagar Cements | |
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Voorzitter van de raad van bestuur van Agidens | |
| Bestuurder van Sofinim | |
| Bestuurder van Manuchar | |
| Bestuurder van Residalya | |
| Bestuurder van HPA | |
| Bestuurder van Axe Investments | |
| Bestuurder van Nizet Entreprise | |
| Bestuurder van Etablissements Druart | |
| Bestuurder van VMA | |
| Bestuurder van Oriental Quarries & Mines | |
| Bestuurder van Holding Groupe Duval | |
| Bestuurder van AvH Resources India | |
| Bestuurder van Telemond Holding | |
| Bestuurder van Henschel Engineering | |
| Bestuurder van Telehold | |
| Bestuurder van Extensa Group | |
| Bestuurder van Onco DNA | |
| Lid van het investeringscomité van Inventures | |
| Bestuurder van Dredging, Environmental & Marine Engineering (DEME) | |
| c- vereniging: | |
| Bestuurder van Belgian Finance Club | |
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren.
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van het executief comité van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C. Vicevoorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank Bestuurder van ABK Bank Bestuurder van Anfima |
|---|
| Bestuurder van AvH Coordination Center |
| Bestuurder van Batipont Immobilier (BPI) |
| Bestuurder van Corelio |
| Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg |
| Bestuurder van DEME |
| Bestuurder van Extensa |
| Bestuurder van Extensa Group |
| Bestuurder van Finaxis |
| Bestuurder van Green Offshore NV |
| Bestuurder van Grossfeld PAP |
| Bestuurder van HPA-Residalya |
| Bestuurder van JM Finn & Co (UK) |
| Bestuurder van Leasinvest Immo Lux SICAV-FIX |
| Bestuurder van Mediacore |
| Bestuurder van Oyens & Van Eeghen |
| Bestuurder van Profimolux |
| Bestuurder van Project TT |
| Bestuurder van Sofinim |
| Bestuurder van T&T Openbaar Pakhuis |
| Bestuurder van T&T Parking |
| Bestuurder van Algemene Aannemingen Van Laere |
| c- verenigingen: |
| Bestuurder van Antwerp Management School |
| Bestuurder van De Vrienden van het Rubenshuis |
| Alain Bernard | Bestuurder |
|---|---|
| DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht |
Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME. |
| Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde onderneming: Lid van het Steering Committee van CFE b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Chief Executive Officer en bestuurder van DEME Bestuurder van diverse filialen van DEME Bestuurder van Aquafin Bestuurder van FIT (Flanders Investment & Trade) c- verenigingen: Koninklijke Belgische Redersvereniging Voorzitter van de 'Belgian Dredging Association' |
| Philippe Delusinne | Onafhankelijk bestuurder |
|---|---|
| RTL Belgium Jacques Georginlaan 2 B-1030 Brussel Lid van het auditcomité en Lid van het benoemings- en |
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium. |
| remuneratiecomité sinds | |
| 4 mei 2016 | Uitgeoefende mandaten: |
| a- in beursgenoteerde onderneming: | |
| Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6 | |
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: | |
| Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv | |
| Gedelegeerd bestuurder van Radio H | |
| Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA S.A., gedelegeerd bestuurder van INADI SA, COBELFRA | |
| SA en NEW CONTACT SA | |
| CEO van RTL Belux SA & Cie SECS | |
| Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux SA | |
| Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium SA Bestuurder en Voorzitter van de Raad van Bestuur van Home Shopping Service Belgium SA |
|
| Voorzitter van New Contact SA | |
| Bestuurder van CLT-UFA NV | |
| Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse | |
| Bestuurder van MaRadio.be SCRL | |
| c- verenigingen: | |
| Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique ASBL | |
| Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België) | |
| Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg | |
| Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België VZW | |
VINCI 1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
Lid van het auditcomité
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder van het Légion d'honneur en Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door |
Onafhankelijk bestuurder |
|---|---|
| Ciska Servais | Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. |
| Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem |
Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries. Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde |
| Voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité |
bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991). |
| Lid van het Auditcomité sinds 4 mei 2016 |
Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op. |
| Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie. |
|
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: Onafhankelijk bestuurder van MONTEA Comm. VA |
|
| Vicevoorzitter van de raad van MONTEA Comm. VA | |
| Voorzitter van het remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA Voorzitter van het Auditcomité van MONTEA Comm. VA. |
|
| b- niet-beursgenoteerde onderneming: |
Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt
Leen Geirnaerdt is licentiate toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, Cum Laude, 1996). Zij heeft verscheidene jaren bij PricewaterhouseCoopers en bij USG People / Solvus Resources Group gewerkt. Zij bekleedt momenteel de functie van CFO bij USG People, waar zij lid van de raad van bestuur is.
Lid van het Auditcomité sinds 7 oktober 2016
Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke
Onafhankelijk bestuurder
a- in beursgenoteerde onderneming:
Lid van de raad van bestuur en Voorzitter van het Auditcomité van Wereldhave
Van de elf leden van de raad van bestuur op 31 december 2016 zijn er acht bestuurders die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het betreft:
Op 31 december 2016 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, en Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt.
Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2016 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.
Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (ii), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.
Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet-uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.
Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele
zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.
De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.
Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.
Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.
Bij weten van CFE heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.
Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen met die van CFE.
Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.
Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.
Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.
Hij beoordeelt ook of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.
De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan.
Financieel verslag 2016 28 Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.
De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.
De formele beoordeling van de werking en van de prestaties van de raad van bestuur heeft plaatsgevonden in het vierde kwartaal van 2016. Deze beoordeling geschiedde met ondersteuning van Guberna, Instituut voor Bestuurders VZW. De besluiten van deze beoordeling werden tijdens de raad van bestuur van 1 december 2016 uiteengezet.
Rol en bevoegdheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.
De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.
De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en risicobeheer.
De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.
De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.
De raad van bestuur:
Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.
Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging en met name de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs.
In het kader van het toegestane kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen op basis van hun fractiewaarde.
Deze toelating vervalt vijf jaar na de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014. Aangezien de publicatie op 22 mei 2014 plaatsvond, zal de huidige toelating op 21 mei 2019 vervallen.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om eigen aandelen van CFE aan te kopen. De nominale waarde of, bij gebrek daaraan, het boekhoudkundige pari van de te verwerven aandelen mag niet meer bedragen dan 20% van het onderschreven maatschappelijk kapitaal dat 8.265.896,4 euro bedraagt. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan een minimumprijs per aandeel overeenstemmend met de laagste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, verminderd met tien procent (10%) en tegen een prijs die gelijk is aan een maximumprijs per aandeel overeenstemmend met de hoogste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, vermeerderd met tien procent (10%).
Deze toelating vervalt op 23 mei 2019.
Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.
Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.
De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat zijn beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.
De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist.
In 2016 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is zes keer samengekomen.
De raad van bestuur heeft meer bepaald:
Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, geeft volgende tabel aan hoe vaak de bestuurders in boekjaar 2016 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren. De onderstaande tabel vermeldt alleen de bestuurders die op 31 december 2016 in functie waren.
| Bestuurders | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| Renaud Bentégeat | 6/6 |
| Luc Bertrand | 6/6 |
| Piet Dejonghe | 6/6 |
| Jan Suykens | 6/6 |
| Koen Janssen | 5/6 |
| John-Eric Bertrand | 6/6 |
| Christian Labeyrie | 4/6 |
| Philippe Delusinne | 5/6 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoor digd door Ciska Servais |
6/6 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoor digd door Leen Geirnaerdt (*) |
5/5 |
| Alain Bernard | 6/6 |
Behoudens in gevallen van overmacht te wijten aan oorlog, onlusten of andere publieke calamiteiten kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen,
kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.
Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.
Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.
De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt.
Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
CFE heeft in 2016 aan de gedelegeerd bestuurders geen vergoedingen toegekend in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de Aannemingsmaatschappij CFE NV te verwerven.
Op 31 december 2016 bestond het benoemings- en remuneratiecomité uit:
In 2016 heeft dit comité tweemaal vergaderd.
Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:
(**) onafhankelijke bestuurders
het onderzoek van de kandidatuur van Leen Geirnaerdt voor de functie van onafhankelijk bestuurder
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2016 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond. De onderstaande tabel vermeldt alleen de bestuurders die op 31 december 2016 in functie waren.
| Leden | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoor digd door Ciska Servais (*) |
2/2 |
| Luc Bertrand | 2/2 |
| Philippe Delusinne () (*) | 1/1 |
| (*) onafhankelijke bestuurders |
(**) lid sinds 4 mei 2016
Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemingsen remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Op 31 december 2016 bestond het auditcomité uit:
De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.
John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij was sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is hij er lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.
Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.
Dit comité heeft in boekjaar 2016 viermaal vergaderd.
Het comité heeft:
het ontwerp van begroting 2016 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad van bestuur
de verslagen van de interne auditor onderzocht
Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in boekjaar 2016 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond. De onderstaande tabel vermeldt alleen de bestuurders die op 31 december 2016 in functie waren.
| Leden | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| John-Eric Bertrand | 4/4 |
| Philippe Delusinne (*) | 3/4 |
| Piet Dejonghe | 3/3 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt () () (**) |
3/3 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoor digd door Ciska Servais () (*) |
2/3 |
| Christian Labeyrie | 4/4 |
| (*) onafhankelijke bestuurders |
(**) lid sinds 5 mei 2016
(***)het aantal vergaderingen omvat ook de vergaderingen die tussen 4 mei 2016 en 7 oktober 2016 door Leen Geirnaerdt ten persoonlijke titel werden bijgewoond.
Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd. De aandelen blijven op naam totdat ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.
Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK NV) toevertrouwd.
De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.
Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Deposito- en Consignatiekas gestort totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.
Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave.
Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.
Op 31 december 2016 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:
| - aandelen op naam | 18.405.021 |
|---|---|
| - gedematerialiseerde aandelen | 6.909.461 |
| TOTAAL | 25.314.482 |
Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:
| 15.289.521 aandelen hetzij 60,40% |
|---|
| 3.066.460 aandelen hetzij 12,11% |
In de loop van het boekjaar 2016 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.
Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.
Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.
Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.
De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elk oproepingsbericht tot een algemene vergadering.
"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Hij draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.
Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:
(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011 pagina 8).
Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.
De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.
Voor het boekjaar 2016 is voor de specifieke gevallen van Rent-A-Port, Green Offshore (vroeger RAP Energy) en Groep Terryn, de raad van bestuur van elk van deze vennootschappen verantwoordelijk voor haar interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.
De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Contracting en Vastgoedontwikkeling.
De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:
Na de in november 2015 voltooide juridische reorganisatie van de groep is de interne controle als volgt verdeeld:
De rol van het steering committee DEME wordt omschreven in sectie 5.A.2.2.
• De financiële directie, met een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep, heeft onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurders.
• De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.
Ze is met name verantwoordelijk voor:
De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de half jaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.
De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.
• De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.
De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.
Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.
De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.
De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:
Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurders van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur controle en consolidatie, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van het betrokken filiaal, zijn operationeel en zijn financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:
de voorspelbare marge van het profit center met het detail van de marges per project
de analyse van de grote balanstotalen
Voor de filialen DEME, Rent-a-Port en Green Offshore wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.
De twee gedelegeerd bestuurders zijn belast met de follow-up en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.
Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.
Zij worden in hun taken bijgestaan door de financieel en administratief directeur, de directeur human resources en de directeur van CFE International.
CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:
Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, COO en CFO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.
In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken, meer bepaald:
De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders (de twee gedelegeerd bestuurders van CFE, de voorzitter van het executief comité van CFE Contracting en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder). De raad van bestuur controleert het executief comité, stelt de semesterrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.
Het executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie.
Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is op 31 december 2016 samengesteld uit de financieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerd bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen (ook algemeen directeur van de activiteiten Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks) en de gedelegeerd bestuurder van CFE Bâtiment Brabant Wallonie.
De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of spoorinfra moeten door het risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt.
Het risicocomité is samengesteld uit:
De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het Management voor een betere beheersing van de risico's en verbeteringsmogelijkheden voor de verschillende vakgebieden van CFE Contracting.
De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het executief comité bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. De belangrijkste thema's die in 2016 door de interne audit werden onderzocht waren de veiligheid in de entiteiten van Rail (meer bepaald de veiligheids-, opleidings- en communicatiesystemen), de human resources (de Soft HR aspecten zoals de rekrutering en het competentiebeheer) en het contractrisico (tegenover zowel onze klanten als onze onderaannemers).
De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het auditcomité van CFE en de leden van het executief comité (om met deze laatsten de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).
De interne audit is ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de cartografie van de risico's.
In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:
follow-upcomité voor ERP met de belangrijkste financiële en informaticaverantwoordelijken van de entiteiten.
De verschillende filialen van de divisie Bouw (CFE Bouw Vlaanderen, CFE Bâtiment Brabant Wallonie, CFE Polska, CTE, CLE en Benelmat) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit de gedelegeerd bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken vennootschap, een gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE en de CEO van CFE Contracting.
Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.
De interne controle van de pool Multitechnieken en Spoorinfra gebeurt door de per cluster (Electro, HVAC en Rail Infra & Utility Networks) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de divisie, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een gedelegeerd bestuurder van CFE.
De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit een gedelegeerd bestuurder van BPI, drie bestuurders van CFE (onder wie de twee gedelegeerd bestuurders) en de financieel en administratief directeur van CFE.
De raad van bestuur heeft in zijn midden een investeringscomité opgericht dat i) de investeringsprojecten (of de desinvesteringsprojecten) analyseert en goedkeurt en ii) de bouw en/of de commercialisering van elk vastgoedproject lanceert. Het is samengesteld uit de bestuurders van BPI, de secretaris-generaal en de financieel directeur van BPI. Merk op dat investeringen of desinvesteringen van meer dan 10 miljoen euro eveneens het formele akkoord van de raad van bestuur van CFE moeten krijgen.
Om hem bij te staan in het beheer van de lopende zaken, wordt de gedelegeerd bestuurder omringd door een steering committee, samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder, de financieel en administratief directeur van CFE en bestuurder van BPI, de financieel directeur van BPI, de secretaris-generaal, de directeur ontwikkeling, de technisch directeur, de directeur van BPI Luxembourg en de project development manager Brussel-Wallonië.
De verschillende vastgoedprojecten zijn het voorwerp van een systematische evaluatie, ten minste om de zes weken, zowel op het vlak van de commercialisering als op het technische, juridische en financiële vlak.
Het hoofdkenmerk van de sector Baggerwerken en Contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.
De risicofactoren betreffen dus:
De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.
DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerken als in infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.
DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleumen gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.
DEME profileert zich eveneens als een belangrijke speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:
DEME is ook via DEC actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.
In 2015 heeft DEME beslist een nieuwe divisie op te richten, met twee nieuwe filialen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. De vorming van deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde.
Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.
Operationele risico's van baggerwerken en inpolderingswerken DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en
inpolderingsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:
Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
Baggeren is voornamelijk een maritieme activiteit die wordt gekenmerkt door haar kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.
De pool Contracting verzamelt de volgende activiteiten:
De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg, Polen en Tunesië. CFE Contracting is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
Deze divisie is voornamelijk in België actief, met drie clusters:
CFE Contracting heeft de in oktober 2013 voor het eerst opgestelde cartografie van de risico's bijgewerkt. De evaluatie gebeurde volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een voorstelling per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de follow-up van de aan zijn activiteit verbonden risico's.
De cartografie zal blijven evolueren, aangezien men ze regelmatig zal updaten. Het programma van de interne audits wordt op basis van deze cartografie gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.
De belangrijkste risico's die in de update eind 2015 werden geïdentificeerd zijn:
De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.
De volgende update van de cartografie van de risico's zal plaatsvinden in 2017.
BPI ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.
De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, …) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, …) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.
De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.
Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sector gebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:
De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.
Bijvoorbeeld:
CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.
Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden.
CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.
Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.
Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.
Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.
Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.
Terwijl DEME, CFE Contracting en BPI niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld zijn, wordt CFE geconfronteerd met betalingsachterstallen vanwege de staat Tsjaad. De netto blootstelling bedraagt op 31 december 2016 60 miljoen euro.
Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vier soorten:
CFE komt op 31 december 2016 al zijn financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME.
CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die in hun activiteiten worden gebruikt. Dergelijke stijgingen zouden echter geen beduidende nadelige weerslag mogen hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van CFE, DEME en CFE Contracting omvat immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van CFE Contracting uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke indekkingen genomen voor de prijzen van gasolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.
Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.
Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt.
CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.
Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:
De eerbied voor het milieu is een van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.
Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten CFE en CFE Contracting rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften gelinkt aan de plaats van uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.
De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige
aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.
DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.
CFE en DEME zijn blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.
Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.
DEME heeft een entreprise security officer aangeworven om:
DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.
Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.
Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
De overname van de controle over DEME door CFE wijzigt niets aan het feit dat DEME financieel zelfstandig blijft, en dat CFE dan ook geen enkel voorschot of engagement van om het even welke aard ten gunste van haar dochtervennootschap verleent, en omgekeerd.
Het beleid van CFE NV op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er is een compliance officer (Fabien De Jonge) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.
Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van haar dochtervennootschappen.
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2016):
Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2016 bedragen respectievelijk 153 en 1.147 duizend euro.
De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek.
De gewone algemene vergadering van 4 mei 2016 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op het einde van de gewone algemene vergadering van mei 2019. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd vastgesteld op 117 duizend euro voor het boekjaar 2016.
De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 21 duizend euro.
Bovendien werden gedurende het boekjaar 2016 door Deloitte gefactureerde kosten voor advies van 127 duizend euro in resultaat genomen.
Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE NV gereviseerd.
Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | ||
| Audit | |||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.700,0 | 60,07% | 840,6 | 53,68% | |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten | 94,7 | 3,35% | 44,6 | 2,85% | |
| Subtotaal audit | 1.794,7 | 63,42% | 885,2 | 56,53% | |
| Andere prestaties | |||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 250,9 | 8,86% | 436,3 | 27,86% | |
| Overige | 784,3 | 27,72% | 244,4 | 15,61% | |
| Subtotaal andere | 1.035,2 | 36,58% | 680,7 | 43,47% | |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.829,9 | 100% | 1.565,9 | 100% |
Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.
Het benoemings- en remuneratiecomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.
Voor het jaar 2016 werden enkele wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.
De algemene vergadering van 4 mei 2016 van CFE NV heeft besloten een jaarlijkse vergoeding van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro toe te kennen aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.
De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van 2.000 euro per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur.
De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.
Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.
Voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:
| (euro) | Bezoldiging CFE NV |
|---|---|
| C.G.O. NV, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois |
33.880 |
| Renaud Bentégeat | 32.000 |
| Piet Dejonghe | 32.000 |
| Luc Bertrand | 74.896 |
| Koen Janssen | 30.000 |
| Christian Labeyrie | 28.000 |
| John-Eric Bertrand | 32.000 |
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
8.776 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
32.000 |
| Leen Geirnaerdt | 14.579 |
| Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
8.645 |
| Philippe Delusinne | 30.000 |
| Jan Suykens | 32.000 |
| Alain Bernard | 32.000 |
| Jan Steyaert | 8.776 |
| Totaal | 429.552 |
Er bestaat geen enkele overeenkomst met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder die een vertrekvergoeding voorziet. Aan de algemene vergadering van 4 mei 2017 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.
| Jan Steyaert | 2.000 |
|---|---|
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
1.000 |
| Philippe Delusinne | 3.000 |
| John-Eric Bertrand | 7.000 |
| Christian Labeyrie | 4.000 |
| Leen Geirnaerdt | 2.000 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
1.000 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
2.000 |
| Totaal | 22.000 |
Het benoemings- en remuneratiecomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
4.000 |
|---|---|
| Luc Bertrand | 2.000 |
| Philippe Delusinne | 1.000 |
| Consuco NV, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert |
1.000 |
| Total | 8.000 |
De groep CFE wordt door de twee gedelegeerde bestuurders geleid. Zij staan in voor het dagelijks beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van de groep.
Ze worden in hun taken op het niveau van de holding bijgestaan door de financieel en administratief directeur van de groep, Fabien De Jonge, de directeur human resources, Gabriel Marijsse, en de directeur internationaal D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain.
De activiteit van DEME wordt gevolgd door een steering committee, zoals in het verleden samengesteld uit Renaud Bentégeat, Alain Bernard en Fabien De Jonge.
De pool Contracting, die het merendeel van de activiteiten van de groep CFE in de Bouw, Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks groepeert, wordt geleid door een executief comité samengesteld uit een CEO, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en drie andere leden, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Fabien De Jonge en 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts.
De activiteit vastgoedontwikkeling staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artis Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.
Het bezoldigingsbeleid werd in 2016 gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en remuneratiecomité onderzocht.
Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en remunieratiecomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.
Het referentiejaar voor de gedelegeerd bestuurders (en voor de andere leden van de directie) voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen van de variabele bezoldiging gebeuren in april van het volgende jaar.
Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat, hetzij 32.000 euro, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 300.000 euro ontvangen. De bezoldiging van Renaud Bentégeat is onderworpen aan de Franse wetgeving.
Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, beschikt bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenstemt met 47.580,69 euro voor 2016. In 2016 geniet hij, ten laste van CFE, een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedraagt 102.147 euro.
De variabele bezoldiging van Renaud Bentégeat is gebaseerd op de prestaties van het geheel van de groep CFE en houdt rekening met de veiligheid, het economisch resultaat, het thesaurieniveau en de kwaliteit van de rapportering.
Het bedrag van de jaarlijkse variabele bezoldiging is beperkt tot 100% van de vaste bezoldiging, los van de variabele bezoldiging op lange termijn.
Voor het boekjaar 2016 is beslist aan Renaud Bentégeat een premie uit te keren van 200.000 euro.
Er is een variabele bezoldiging op lange termijn ingevoerd waarvan de criteria door het benoemings- en remuneratiecomité gedefinieerd zijn. Deze bezoldiging zal afhangen van de resultaten van de groep over drie jaar (2015, 2016 en 2017).
CFE heeft in 2016 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend aan Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder.
CFE heeft in 2016 aan de gedelegeerd bestuurder, Piet Dejonghe, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.
Het bezoldigingsbeleid is zodanig ontworpen dat de vennootschap
De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van de directie van CFE met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders, worden zeer aandachtig bekeken door de gedelegeerde bestuurders en de directeur human resources van de groep. Ze worden voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.
Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.
Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties, enz.
Voor de operationele directeuren van de directie van CFE, met name de verantwoordelijken van de profit centers (dochtervennootschappen), hangt de variabele bezoldiging voor het boekjaar 2016 af van hun individuele prestatieniveau.
Het geheel heeft een negatieve invloed van 20% van het basisbedrag indien de doelstellingen niet worden bereikt.
• De 'kwalitatieve' prestaties, namelijk de individuele doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar worden toegewezen.
De waardering van deze 'kwalitatieve' prestaties gebeurt door het benoemings- en remuneratiecomité.
De raad van bestuur kan ook op voorstel van het benoemingsen remuneratiecomité het bedrag van de variabele bezoldi ging dat voortkomt uit het in het begin van het boekjaar bepaalde rooster verhogen of verlagen.
Voor de functionele directeuren wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende elementen, namelijk:
Het referentiejaar voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.
Voor de operationele leden van het steering committee van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het bezoldigingscomité van DEME, samengesteld uit Renaud Bentégeat en Luc Bertrand.
Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend met inachtneming van 4 criteria: het EBITDA, het nettoresultaat, de financiële schuld en de veiligheid.
De leden van het directiecomité van de CFE (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders) – namelijk Fabien De Jonge, Gabriel Marijsse, D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain, Alain Bernard, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, hebben in 2016 de volgende bezoldigingen ontvangen:
| Vaste bezoldigingen en honoraria | 2.483.171 |
|---|---|
| Variabele bezoldigingen | 2.124.652 |
| Stortingen voor diverse verzekeringen (pensioenplannen, hospitalisatieverzekering, ongevallenverzekering) |
280.481 |
| Kosten van dienstvoertuigen | 34.401 |
| Totaal | 4.922.705 |
Voor de leden van het directiecomité van CFE bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986.
Om voor deze leden een samenhangend beleid te voeren, werd in 2007 een 'overkoepelend' plan met vastgestelde prestaties ingevoerd. De 'service cost' (IFRS) voor de plannen met 'vaste prestaties' bedraagt 92.209 euro voor het boekjaar 2016.
Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het steering committee van DEME.
CFE NV heeft in 2016 aan de leden van de directie van CFE geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
Het benoemings- en bezoldigingscomité van de groep CFE heeft echter met de goedkeuring van de raad van bestuur beslist een optieplan in te voeren voor CFE Contracting. De vier begunstigden hebben het voorstel aanvaard en de opties hebben een duur van 7 jaar.
Bovendien heeft de raad van bestuur na advies van het benoemings- en remuneratiecomité van CFE beslist een optieplan in te voeren op het niveau van BPI (activiteit vastgoedontwikkeling). Het voorstel werd op 22 december 2016 aan twee begunstigden gedaan (Jacques Lefèvre en Fabien De Jonge). De opties hebben een duur van 8 jaar.
Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurders en de leden van de directie van CFE werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 4 mei 2016 de volgende tekst goedgekeurd:
Voor de bezoldigde leden van de directie van CFE en DEME die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013.
Gabriel Marijsse
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 12 maanden bezoldiging.
• is op 9 november 2015 een overeenkomst van kracht geworden voor Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 6 maanden bezoldiging.
• is op 1 januari 2016 een overeenkomst van kracht geworden voor 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 12 maanden bezoldiging.
De overeenkomsten die bestonden vóór 3 mei 2010 zijn:
Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake.
Wat de regels voor de variabele vergoeding betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing vanaf het boekjaar dat begon na 31 december 2010, heeft de algemene vergadering van 4 mei 2016 volgend voorstel goedgekeurd:
Voor de gedelegeerd bestuurders en de leden van de directie is de huidige wetgeving, die de spreiding over drie jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijbehorende criteria, niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een directie waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen of het vervroegd pensioen naderen.
Deze bepaling blijft van kracht voor de leden van de directie van CFE.
De overeenkomsten tussen de leden van de directie van CFE, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurders, enerzijds, en de vennootschap anderzijds, voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.
CFE NV verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in. Het risico 'terrorisme' wordt evenwel niet gedekt door de verzekering 'Alle bouwrisico's'.
In de loop van het boekjaar 2016 werd geen enkel bijzonder verslag opgesteld.
Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:
CFE NV heeft haar participatie in Rent-A-Port Energy NV, nu genaamd Green Offshore NV, verhoogd. Ze bereikt 50% op 31 december 2016.
CFE NV heeft in 2016 haar participatie in Locorail NV en Coentunnel Company BV afgestaan.
CFE NV heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.
Na 31 december 2016 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.
DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.
Het hoog peil van het orderboek van DEME laat toe om in 2017 een sterke omzetstijging te verwachten. De pool Contracting zou de in 2016 ingezette positieve trend in 2017 moeten bevestigen.
De pool Vastgoedontwikkeling zou in 2017 een beduidend hoger nettoresultaat moeten opleveren.
Het resultaat van de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten zal sterk afhangen van de evolutie van de groep CFE in Tsjaad.
John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij is sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager naar Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is er hij lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.
De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op donderdag 4 mei 2017 om 15.00 uur.
Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening over het boekjaar afgesloten op per 31 december 2016.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2016.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van een brutodividend van 2,15 euro per aandeel, hetzij een netto dividend van 1,505 euro per aandeel. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 25 mei 2017.
6.1. Goedkeuring van het remuneratieverslag
Voorstel tot besluit:
Instemming van het remuneratieverslag.
Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2017, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.
Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.
Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 112.500 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat. Deze remuneratie wordt jaarlijks geïndexeerd.
Verlenging van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2016.
Verlening van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2016.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Piet Dejonghe voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Renaud Bentégeat voor een duur van drie (3) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2020.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Luc Bertrand voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Alain Bernard voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer John-Eric Bertrand voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Koen Janssen voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Jan Suykens voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021.
9.8. Het bestuurdersmandaat van Pas De Mots BVBA, met als vaste vertegenwoordigster Mevrouw Leen Geirnaerdt, gecoöpteerd door de raad van bestuur op 7 oktober 2016, eindigt op de algemene vergadering van 4 mei 2017.
Goedkeuring van de benoeming van Pas De Mots BVBA, met als vaste vertegenwoordigster Mevrouw Leen Geirnaerdt, voor een duur van drie (3) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2020. Pas De Mots BVBA en haar vertegenwoordigster Mevrouw Leen Geirnaerdt, beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.
Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14e dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 20 april 2017 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 28 april 2017 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 28 april 2017 om middernacht, Belgische tijd, het getekende
volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres general_meeting@cfe. be.
Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 28 april 2017 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.
Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijke kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.
Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:
In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 19 april 2017 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.
De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 19 april 2017 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.
Elke aandeelhouder heeft het recht om tijdens de gewone algemene vergadering vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.
De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 28 april 2017, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), zullen op de vergadering beantwoord worden.
Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.
Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].
Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 4 mei 2017 is beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.
Geconsolideerde jaarrekening
Geconsolideerde resultatenrekening
Staat van het globaal resultaat
Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie)
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening
Verslag van de commissaris
Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst-en-verliesrekening
Analyse van de winst-enverliesrekening en van het overzicht van de financiële positie
| Aangewend kapitaal | Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa + werkkapitaal |
|---|---|
| Werkkapitaal | Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen – andere kortlopende verplichtingen |
| Bedrijfsresultaat op activiteit |
Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
| EBITDA | Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | Toelichtingen | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 | 2.797.085 | 3.239.406 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 6 | 85.794 | 109.005 |
| Aankopen | (1.504.685) | (1.831.454) | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 7 | (533.200) | (547.043) |
| Overige exploitatiekosten | 6 | (384.649) | (482.581) |
| Afschrijvingskosten | 12-14 | (232.775) | (255.312) |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill | 13 | 0 | (3.116) |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 227.570 | 228.905 | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 15 | (784) | 36.759 |
| Bedrijfsresultaat | 226.786 | 265.664 | |
| Bruto financieringskosten | 8 | (31.521) | (31.720) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 8 | 7.567 | (869) |
| Financieel resultaat | (23.954) | (32.589) | |
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 202.832 | 233.075 | |
| Winstbelastingen | 10 | (30.580) | (59.051) |
| Resultaat van de periode | 172.252 | 174.024 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | (3.841) | 937 |
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 168.411 | 174.961 | |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | 11 | 6,65 | 6,91 |
| Boekjaar van 1 januari tot 31 december (duizend euro) | Toelichtingen | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 168.411 | 174.961 | |
| Resultaat van de periode | 172.252 | 174.024 | |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | 2.230 | (6.366) | |
| Omrekeningsverschillen | (340) | (4.088) | |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 1.143 | 1.783 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
3.033 | (8.671) | |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | 23 | (18.901) | (197) |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 6.510 | 1.099 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(12.391) | 902 | |
| Andere elementen van het globaal resultaat | (9.358) | (7.769) | |
| Globaal resultaat: | 162.894 | 166.255 | |
| - Toekenbaar aan de groep | 159.178 | 166.489 | |
| - Toekenbaar aan de minderheidsbelangen | 3.716 | (234) | |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | 11 | 6,29 | 6,58 |
| Boekjaar van 1 januari tot 31 december (duizend euro) | Toelichtingen | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 12 | 95.441 | 97.886 |
| Goodwill | 13 | 175.169 | 175.222 |
| Materiële vaste activa | 14 | 1.683.304 | 1.727.679 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 15 | 141.355 | 151.377 |
| Overige financiële vaste activa | 16 | 153.976 | 129.501 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 27 | 510 | 1.381 |
| Overige vaste activa | 17 | 23.518 | 19.280 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 | 126.944 | 103.345 |
| Totaal vaste activa | 2.400.217 | 2.405.671 | |
| Voorraad | 19 | 94.836 | 77.946 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 20 | 1.160.306 | 1.192.977 |
| Overige vlottende activa | 20 | 38.430 | 125.029 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 27 | 2.311 | 8.514 |
| Financiële vlottende activa | 48 | 70 | |
| Activa aangehouden met het oog op verkoop | 19.916 | 0 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | 612.155 | 491.952 |
| Totaal vlottende activa | 1.928.002 | 1.896.488 | |
| Totaal van de activa | 4.328.219 | 4.302.159 | |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 | |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 | |
| Ingehouden winsten | 714.527 | 607.012 | |
| Toegezegde pensioenenplannen | (19.464) | (7.448) | |
| Afdekkingsreserves | (7.337) | (10.710) | |
| Omrekeningsverschillen | (7.505) | (6.915) | |
| Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE | 1.521.559 | 1.423.277 | |
| Minderheidsbelangen | 14.918 | 11.123 | |
| Eigen vermogen | 1.536.477 | 1.434.400 | |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 23 | 51.215 | 41.054 |
| Voorzieningen | 24 | 43.085 | 44.854 |
| Andere langlopende verplichtingen | 5.645 | 17.145 | |
| Obligatielening | 26 | 303.537 | 305.216 |
| Financiële schulden | 26 | 367.147 | 398.897 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 27 | 18.475 | 33.359 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 10 | 151.970 | 150.053 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 941.074 | 990.578 | |
| Voorzieningen voor courante risico's | 24 | 65.113 | 64.820 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 20 | 1.138.288 | 1.184.886 |
| Fiscale schulden | 69.398 | 88.215 | |
| Financiële schulden | 26 | 154.522 | 110.558 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 27 | 23.515 | 35.146 |
| Passiva aangehouden met het oog op verkoop | 6.004 | 0 | |
| Overige kortlopende verplichtingen | 20 | 393.828 | 393.556 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 1.850.668 | 1.877.181 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.328.219 | 4.302.159 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | Toelichtingen | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 168.411 | 174.961 | |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 232.775 | 255.312 | |
| Toevoeging aan de voorzieningen | (3.941) | 20.938 | |
| Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa | 9.460 | (233) | |
| Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies | 10.546 | 8.531 | |
| Opbrengsten uit renten en financiële activa | (26.345) | (23.816) | |
| Rentelasten | (42.668) | 39.470 | |
| Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten | (4.045) | (6.418) | |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | (2.874) | (18.405) | |
| Belastingen van de periode | 30.580 | 59.051 | |
| Minderheidsbelangen | 3.841 | (937) | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | 784 | (36.759) | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal |
376.524 | 471.695 | |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
101.481 | (93.791) | |
| Afname/(toename) van voorraden | (19.113) | 16.286 | |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden | (128.075) | 2.589 | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 330.817 | 396.779 | |
| Betaalde rente | 11.431 | (39.470) | |
| Ontvangen rente | 8.046 | 8.104 | |
| Betaalde /ontvangen winstbelastingen | 34.092 | (30.432) | |
| Netto kasstromen uit operationele activiteiten | 384.386 | 334.981 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Verkoop van vaste activa | 7.138 | 31.670 | |
| Aankoop van vaste activa | (188.873) | (276.527) | |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | 0 | 0 | |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | 36.456 | (556) | |
| Kapitaalverhoging in geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | 15 | (19.883) | (22.111) |
| Verkoop van dochterondernemingen | 0 | 20.543 | |
| Leningen aan geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | (49.342) | (11.898) | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (214.504) | (258.879) | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Leningen | 216.046 | (64.600) | |
| Terugbetaling van schulden | (203.758) | (172.798) | |
| Uitgekeerde dividenden | (60.755) | (50.626) | |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | (48.467) | (288.024) | |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 121.415 | (211.921) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 21 | 491.952 | 703.501 |
| Wisselkoerseffecten | (1.212) | 372 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 21 | 612.155 | 491.952 |
De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (pool vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premies | Inge houden winsten |
Toege zegde doelpen sioenen plannen |
Reserve afdek kings- instru menten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen - Toeken baar aan groep CFE |
Minder heidsbe langen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2015 | 41.330 | 800.008 | 607.012 | (7.448) | (10.710) | (6.915) | 1.423.277 | 11.123 1.434.400 | |
| Résultat global de la période |
168.411 | (12.016) | 3.373 | (590) | 159.178 | 3.716 | 162.894 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(60.755) | (60.755) | (60.755) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(794) | (794) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
(141) | (141) | 873 | 732 | |||||
| December 2016 | 41.330 | 800.008 | 714.527 | (19.464) | (7.337) | (7.505) | 1.521.559 | 14.918 | 1.536.477 |
De wijzigingen van consolidatiekring en andere mutaties worden voorgesteld bij de voornaamste transacties die in het voorwoord worden besproken.
| (duizend euro) | Kapi taal | Uitgifte premies | Inge houden winsten |
Toege zegde doelpen sioenen plannen |
Reserve afdek kings- instru menten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen - Toeken baar aan groep CFE |
Minder heidsbe langen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2014 | 41.330 | 800.008 | 488.890 | (8.350) | (6.127) | (2.124) | 1.313.627 | 7.238 | 1.320.865 |
| Résultat global de la période |
174.961 | 902 | (4.583) | (4.791) | 166.489 | (234) | 166.255 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(50.626) | (50.626) | (50.626) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(2.094) | (2.094) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
(6.213) | (6.213) | 6.213 | 0 | |||||
| December 2015 | 41.330 | 800.008 | 607.012 | (7.448) | (10.710) | (6.915) | 1.423.277 | 11.123 1.434.400 |
Het kapitaal op 31 december 2016 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
Op 23 februari 2017 werd door de raad van bestuur een dividend van 54.426 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2,15 euro bruto per aandeel. Het voorgestelde slotdividend wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2016.
Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2015 bedroeg 2,40 euro bruto per aandeel.
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december
| 56 | 1. | Algemene principes |
|---|---|---|
| 58 | 2. | Voornaamste boekhoudprincipes |
| 68 | 3. | Consolidatiemethoden |
| 68 | Consolidatiekring | |
| 68 | Transacties binnen de groep | |
| 68 | Omrekening van de jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen en vestigingen |
|
| 68 | Transacties in vreemde valuta | |
| 69 | 4. | Gesegmenteerde informatie |
| 69 | Operationele segmenten | |
| 70 | Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat | |
| 71 | Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat | |
| 72 | Omzet | |
| 72 | Opsplitsing omzet van de pool contracting | |
| 72 | Opsplitsing omzet van de pool baggerwerken | |
| 72 | Orderboek | |
| 73 75 |
Geconsolideerd overzicht van de financiële positie Geconsolideerd kasstroomoverzicht |
|
| 76 | Overige informatie | |
| 76 | Geografische informatie | |
| 77 | 5. | Overnames en afstotingen van dochterondernemingen |
| 77 | Opnames in de periode afgesloten op 31 december 2016 | |
| 77 | Verkopen voor de periode tot 31 december 2016 | |
| 77 | 6. | Opbrengsten uit aanverwante activiteiten en andere operationele kosten |
| 78 | 7. | Bezoldigingen en sociale lasten |
| 78 | 8. | Financieel resultaat |
| 78 | 9. | Minderheidsbelangen |
| 79 | 10. Belastingen op het resultaat | |
| 79 | Opgenomen in het globaal resultaat | |
| 79 | Afstemming van het effectief belastingtarief | |
| 80 | Geboekte latente belastingen | |
| 80 | Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde belastingvordering geboekt is |
|
| 80 | Uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
|
| 80 | 11. Resultaat per aandeel | |
| 81 | 12. Immateriële vaste activa anders dan goodwill | |
| 82 | 13. Goodwill | |
| 84 | 14. Materiële vaste activa | |
| 86 | 15. Geassocieerde deelnemingen en joint ventures | |
| 86 | Wijziging van het periode | |
| 87 | Financiële informatie betreffende verbonden ondernemingen en partnerschappen | |
| 88 | 16. Overige financiële vaste activa | |
| 89 | 17. Overige vaste activa | |
| 89 | 18. Onderhanden projecten in opdracht van derden | |
| 90 90 |
19. Voorraden 20. Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten |
|
| 91 | 21. Geldmiddelen en kasequivalenten | |
| 91 | 22. Subsidies | |
| 91 | 23. Personeelsvoordelen | |
| 96 | 24. Niet courante andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen |
|
| 96 | 25. Mogelijke activa en verplichtingen | |
| 97 | 26. Informatie betreffende netto financiële schuld | |
| 98 | 27. Informatie betreffende het beheer van de financiële risico's | |
| 106 | 28. Operationele leasing | |
| 106 | 29. Andere gegeven verplichtingen | |
| 107 | 30. Andere ontvangen verplichtingen | |
| 107 | 31. Geschillen | |
| 107 | 32. Transacties met verbonden partijen | |
| 108 | 33. Bezoldiging van de commissarissen | |
| 108 | 34. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum | |
| 109 | 35. Ondernemingen behorende tot de groep CFE |
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 28 februari 2017.
De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.
VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2016 EN 2015 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE
In 2016 verwierf DEME:
De entiteiten Geka Bouw BV en CFE Nederland BV, waarvan alle aandelen door de groep DEME worden gehouden, werden gefuseerd en hebben hun maatschappelijke naam in 'Dimco BV' veranderd.
DEME Concessions Wind heeft haar participatie in de vennootschap C-Power Holdco NV verlaagd van 19,67% naar 10%. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
DEME heeft haar participatie van 5% in de vennootschap Coentunnel Company BV verkocht.
De vennootschap Samamedi SPA, die voor 100% werd gehouden, en de vennootschap Power at Sea Thornton NV, die voor 51,10% werd gehouden, werden vereffend.
De vennootschappen Kalis SA en Cetraval SA, die voor 74,90%, werden gehouden, werden gefuseerd met de vennootschap Ecoterres SA, die eveneens voor 74,90% wordt gehouden.
Op 29 juni 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal CFE Contracting haar participatie in de Groep Terryn NV verhoogd van 77,5% naar 100%. De Groep Terryn blijft geconsolideerd volgens de globale methode.
Op 7 april 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal BPI NV 100% verworven van de aandelen van de vennootschap BPI Barska sp z.o.o., die volgens de globale methode werd geconsolideerd.
Op 20 mei 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal BPI NV haar participatie in Foncière Sterpenich verhoogd van 50% naar 100%. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 30 juni 2016 werd, Sogesmaint Luxembourg SA, voor 100% gehouden door Sogesmaint SA, verkocht.
De vennootschappen C.I.W. SA en P.R.N.E. SA, voor 100% gehouden door BPI Luxembourg SA, werden vereffend.
De vennootschap Immomax S.p. z.o.o., een filiaal voor 47% van BPI NV, heeft 100% van de aandelen van Immomax II S.p. z.o.o. verworden, waarvan 47% werd gehouden door CFE Polska S.p. z.o.o. en 53% door derden. Deze laatste blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Eind 2016 verhoogde BPI Luxembourg SA haar participatie in Ronndriesch SA van 50% naar 100%. Deze vennootschap zal in 2017 worden verkocht en wordt vandaar in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie gepresenteerd als 'assets held for sale'.
Op 29 juni 2016 verkocht CFE NV haar participatie van 25% in de vennootschap Locorail NV (project Liefkenshoektunnel).
Op 13 juli 2016 verkocht CFE Hungary Kft haar participatie van 50% in CFE Betonplatform Kft.
Op 15 juli 2016 verhoogde de groep CFE haar participatie in Rent-A-Port Energy NV van 45,61% naar 50%. Deze vennootschap veranderde haar naam in Green Offshore NV.
Op 22 december 2016 verkocht CFE SA haar participatie van 18% in Coentunnel NV.
In 2015 verwierf DEME:
12,5% van de aandelen van de vennootschap Merkur Offshore Gmbh die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd;
50% bijkomende aandelen van de bestaande vennootschap HGO InfraSea Solutions GmbH & Co KG waarmee het zijn participatie in deze entiteit tot 100% verhoogde. HGO InfraSea Solutions GmbH & Co KG werd geconsolideerd volgens de integrale methode; en
In 2015 verkocht DEME al zijn aandelen, d.w.z. 50%, van de vennootschap Flidar NV.
De vennootschap Terramundo LTD, die voor 37,45% in handen van DEME was, werd in het tweede semester van 2015 vereffend.
Verder verwierf DEME, via zijn dochteronderneming DIMCO, van CFE SA 100% van de aandelen van de vennootschap CFE Nederland BV. We merken op dat CFE Nederland BV 100% van de aandelen van GEKA Bouw BV bezit. Deze twee vennootschappen, die voortaan binnen de pool Baggerwerken en milieu worden geconsolideerd, blijven volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 10 februari 2015 werd de vennootschap BPC Design & Engineering SA opgericht. Deze vennootschap is voor 99% eigendom van CFE Bâtiment Brabant Wallonie – CFE BBW SA en voor 1% van CFE Bouw Vlaanderen NV, allebei voor 100% dochterondernemingen van de groep CFE. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 25 februari 2015 werd de verkoop van de activiteit Wegen van de vennootschap Aannemingen Van Wellen NV voltooid en werd de volledige participatie in de vennootschap, d.w.z. 100%, verkocht aan de vennootschap Aswebo, dochteronderneming van de groep Willemen.
Op 2 maart 2015 kreeg dochteronderneming IFCC SA een nieuwe naam: CFE Contracting SA. Deze entiteit wordt de hoofdvennootschap van de pool Contracting. Met dit doel werden de aandelen van een deel van de vennootschappen van de groep die actief zijn op het vlak van Bouw, Multitechnieken en Spoorinfra overgedragen aan CFE Contracting SA.
Op 25 maart 2015 werd de naamloze vennootschap 'Société de Gestion de Chantiers', afgekort tot SOGECH, voor 100% een dochteronderneming van de groep CFE, vereffend.
Op 16 april 2015 verwierf CFE Contracting SA, dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap CFE Infra NV. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 30 juni 2015 verwierf CFE 50% van de niet-gecontroleerde participaties in de groep Terryn eind december 2014. Het percentage van het belang van de groep CFE in Terryn steeg daarmee van 55,04% naar 77,51%.
Op 30 november 2015 droeg CFE SA zijn volledige participatie in CFE Nederland BV, d.w.z. 100% van de aandelen, over aan DIMCO, dochteronderneming van DEME. We merken op dat CFE Nederland BV 100% van de aandelen van GEKA Bouw BV bezit. Deze twee vennootschappen, die voortaan binnen de pool Baggerwerken en milieu worden geconsolideerd, blijven volgens de integrale methode geconsolideerd.
In de loop van het eerste semester van 2015 werden de vennootschap BPI SA, die de hoofdvennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling wordt, de participaties in de vastgoedvennootschappen van de groep en de vastgoedactiva die in handen zijn van het vastgoedfiliaal van CFE NV, CFE Immo, verkocht aan de vennootschap BPI SA.
Op 31 maart 2015 verkocht de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI en Espace Midi, haar volledige participatie, d.w.z. 20%, in de vennootschap South City Hotel SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Op 22 mei 2015 verwierf de vennootschap BPI, dochteronderneming van de groep CFE, 31,2% van de aandelen van de vennootschap Goodways BVBA met het doel een vastgoedproject in Anderlecht te ontwikkelen. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Op 25 juni 2015 verwierf de vennootschap CLI, dochteronderneming van de groep CFE, 33,3% van de nieuw opgerichte naamloze vennootschappen naar Luxemburgs recht M1 SA en M7 SA. Deze vennootschappen werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Op 31 augustus 2015 verkocht de vennootschap BPI, dochteronderneming van de groep CFE, 50% van haar participatie in Pré de la Perche, waarmee haar deelnamepercentage daalde van 100% tot 50%. Pré de la Perche wordt voortaan volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Op 14 oktober 2015 verkocht CFE Immo de totaliteit van zijn participatie, d.w.z. 50%, van zijn dochteronderneming Immo PA 33 2.
Op 9 december 2015 werd de vennootschap Investissement Léopold vereffend.
De vennootschap Espace Midi, voor 20% eigendom van CFE Immo, werd ontbonden en vereffend in de loop van het laatste kwartaal.
Tijdens het eerste semester verwaterde de participatie van het filiaal PPP-Branch van CFE SA in de vennootschap Bizerte Cap3000 SA van 25% tot 20,01%.
De gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten voor het boekjaar tot 31 december 2015.
Verbeteringen van de IFRS (2012-2014) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
Aanpassingen van IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 Beleggingsentiteiten: Toepassing van de consolidatievrijstelling (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen beduidend effect op de geconsolideerde financiële staten van de
De groep heeft niet geanticipeerd op de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2016 niet verplicht is.
Aanpassingen van IAS 7 Kaststroomoverzicht Initiatief rond informatieverschaffing (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
Aanpassingen van IAS 12 Winstbelastingen Opname van uitgestelde belastingvorderingen voor niet-gerealiseerde verliezen (toepasbaar op de boekjaren vanaf 1 januari 2017 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
Het proces voor het bepalen van de potentiële impact van deze standaarden en interpretaties op de geconsolideerde financiële staten van de groep is in uitvoering. De groep verwacht geen wijzigingen als gevolg van de toepassing van deze standaarden, behalve voor de IFRS 15 en IFRS 16.
De IASB heeft een nieuwe standaard IFRS 15 gepubliceerd over de opname van de opbrengsten uit contracten met klanten. Deze standaard zal de standaard IAS 18 voor de opname van de opbrengsten van de verkoop van goederen en diensten en de norm IAS 11 Onderhanden projecten in opdracht van derden vervangen. De nieuwe norm verduidelijkt hoe en op welk ogenblik een vennootschap die de IFRS-standaarden toepast de opbrengsten van haar activiteiten zal opnemen. Een aanvullende toelichting zal bij de financiële staten moeten worden gevoegd.
De opname van de opbrengsten uit contracten met klanten zal bijgevolg worden geregeld door één enkele standaard, gebaseerd op een model in vijf stappen. Deze standaard zal toepasbaar zijn vanaf 1 januari 2018. Om de impact van zijn toepassing te bepalen, zullen de contracten in uitvoering worden geïdentificeerd om hun 'prestatieverplichtingen' in de betekenis van IFRS 15 te identificeren. De opname van de opbrengsten uit deze contracten zal later worden geëvalueerd voor elke 'prestatieverplichting'. Hoewel de impact van de toepassing van IFRS 15 in dit stadium niet kan worden becijferd, verwacht de groep dat het principe van de opname van de opbrengsten uit bouwcontracten in uitvoering op basis van de voortuitgang behouden zal blijven; alleen de spreiding in de tijd van de opname van de opbrengsten zou voor een beperkt aantal contracten kunnen verschillen.
IFRS 16 betreffende leases werd in januari 2016 gepubliceerd. Deze standaard, die nog niet op Europees niveau is aangenomen, beschrijft hoe een vennootschap die de IFRS-standaarden toepast de leasingovereenkomsten in haar rekeningen opneemt, evalueert en presenteert. Deze standaard schrijft voor dat de leasenemer in het overzicht van zijn financiële situatie de activa en passiva opneemt voor alle leasingovereenkomsten met een duur van meer dan 12 maanden, met uitzondering van de overeenkomsten waarvan het onderliggend actief van zeer lage waarde is.
De groep beschikt over leasingovereenkomsten waarvan het bedrag van de verbintenissen in bijlage 28 wordt gegeven. De toepassing van IFRS 16 zal aanleiding geven tot:
De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde financiële staten voor de periode afgesloten op 31 december 2016 omvatten de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen, haar belangen in de entiteiten waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend ('groep CFE') en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.
Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:
Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen
herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:
Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.
Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.
Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.
Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde financiële staten opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.
Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de resultatenrekening.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De resultatenrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name 'omrekeningsverschillen'. Deze verschillen worden opgenomen in de resultatenrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.
| Valuta | Slotkoers 2016 |
Gemiddelde koers 2016 |
Slotkoers 2015 |
Gemiddelde koers 2015 |
|---|---|---|---|---|
| Poolse zloty | 4,4103 | 4,3634 | 4,265 | 4,184 |
| Hongaarse forint | 309,83 | 311,4155 | 315,379 | 309,960 |
| US dollar | 1,0541 | 1,1067 | 1,087 | 1,110 |
| Singapore dollar | 1,5234 | 1,5276 | 1,535 | 1,526 |
| Qatarse riyal | 3,8402 | 4,0292 | 3,958 | 4,042 |
| Roemeense leu | 4,5390 | 4,4904 | 4,524 | 4,441 |
| Tunesische dinar | 2,4260 | 2,3757 | 2,211 | 2,178 |
| CFA frank | 655,957 | 655,957 | 655,957 | 655,957 |
| Australische dollar | 1,4596 | 1,4882 | 1,490 | 1,478 |
| Nigeriaanse naira | 321,7500 | 286,5937 | 216,39 | 219,56 |
| Marokkaanse dirham | 10,6860 | 10,8542 | 10,797 | 10,813 |
| Turkse lira | 3,7072 | 3,3443 | 3,175 | 3,020 |
1 euro = X vreemde valuta
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.
De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:
De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.
Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de resultatenrekening opgenomen.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.
Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:
Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.
De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).
Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.
Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.
Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.
Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.
Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.
Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:
| vrachtwagens: | 3 jaar |
|---|---|
| voertuigen: | 3-5 jaar |
| ander materiaal: | 5 jaar |
| informaticamateriaal: | 3 jaar |
| bureaumateriaal: | 5 jaar |
| kantoormeubilair: | 10 jaar |
| gebouwen: | 25-33 jaar |
| hoppers en cutters: | 18 jaar met restwaarde van 5% |
| baggermolens en zeevarende bakken: |
25 jaar met restwaarde van 5% |
| pontons, bakken, werkschepen en boosters: |
18 jaar zonder restwaarde |
| kranen: | 12 jaar met restwaarde van 5% |
| grondverzetmaterieel: | 7 jaar zonder restwaarde |
| leidingen: | 3 jaar zonder restwaarde |
| keten en werfinstallaties: | 5 jaar |
| divers werfmaterieel: | 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.
De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel 'boot', goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel 'onderhoud', goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, wordt het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.
Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.
Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.
Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.
De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.
Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.
De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.
Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.
Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingswaarde.
Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.
De waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de resultatenrekening.
Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de resultatenrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.
De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.
We verwijzen naar paragraaf (L).
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).
Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.
De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de
handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.
Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost'-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.
Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de resultatenrekening van de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de resultatenrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.
Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.
De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.
De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.
De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.
Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.
Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de resultatenrekening.
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.
Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.
Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type 'toegezegd-pensioenregeling' en 'toegezegde-bijdragenregeling'.
In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen.
De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.
De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.
Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit'-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de resultatenrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die
deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de resultatenrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.
De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk plan van het type 'toegezegde pensioenregeling'. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.
De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.
De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegde pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van verstreken diensttijd. De kosten van verstreken diensttijd die verbonden zijn met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de resultatenrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode.
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).
De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.
Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de resultatenrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.
De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre
het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.
De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.
Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.
Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).
Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.
Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.
Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.
Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de resultatenrekening.
Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.
Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royalty-opbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de resultatenrekening opgenomen op de datum van toekenning.
Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.
Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de resultatenrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.
De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de resultatenrekening.
Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de resultatenrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de resultatenrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.
De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
De reële waarde van een 'forward exchange contract' is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde 'forward'-prijs.
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek 'eigen vermogen' en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de resultatenrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de resultatenrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de resultatenrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek 'eigen vermogen' en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de resultatenrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de resultatenrekening.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek 'eigen vermogen'.
Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de resultatenrekening.
Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.
Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting.
Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen: de pool Baggerwerken en milieu, de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.
Aandelenopties worden gewaardeerd tegen reële waarde op de datum van toekenning. Deze reële waarde wordt lineair opgenomen over de wachtperiode, uitgaande van een schatting van het aantal opties dat uiteindelijk onvoorwaardelijk wordt.
Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Het betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.
Vennootschappen waarover de groep een aanzienlijke invloed van betekenis heeft worden opgenomen volgens de vermogensmutatie. Dit betreft voornamelijk PPP Schulen Eupen SA, Van Maerlant Property I SA & II SPRL, Van Maerlant Residential SA en C-Power NV, bij DEME.
| Aantal entiteiten | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Integrale methode | 171 | 177 |
| Vermogensmutatiemethode | 122 | 108 |
| Totaal | 293 | 285 |
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde financiële staten van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.
De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.
In het tweede semester van 2015 werden de activiteiten Multitechnieken, Spoorinfra en gebouwen in België, Luxemburg, Polen en Tunesië overgebracht naar CFE Contracting NV, de overkoepelende vennootschap van de pool en een 100% filiaal van CFE NV. Deze interne reorganisatie gaat samen met een wijziging van de perimeter van het segment Contracting vanaf 1 januari 2016. Het zal zich uitsluitend beperken tot de activiteiten van CFE Contracting en haar filialen.
De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele pools:
De pool Baggerwerken en milieu is, via zijn dochteronderneming DEME, actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de plaatsing van offshore windturbines, de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.
De pool Contracting is voornamelijk actief in de domeinen:
De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen.
Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook:
| (duizend euro) | Omzet | Resultaat van de operationele activiteiten |
Bedrijfsresultaat (EBIT) | Financieel resultaat |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | 2015 Proforma (*) |
2016 | % omzet |
2015 Pro forma (*) |
% omzet |
2016 | % omzet |
2015 Pro forma (*) |
% omzet |
2016 | 2015 Pro forma (*) |
|
| Baggerwerken en milieu |
1.978.250 | 2.286.124 226.956 | 11,47% 266.096 11,64% 213.677 10,80% 305.692 | 13,37% (33.797) (48.494) | ||||||||
| Herwerking DEME |
(5.276) | (6.546) | (6.253) | (7.523) | 7.029 | 11.019 | ||||||
| Contracting | 770.491 | 718.896 | 19.987 | 2,59% | 7.549 | 1,05% | 19.984 | 2,59% | 7.549 | 1,05% | (694) | (1.461) |
| Vastgoed ontwikkeling |
12.075 | 27.186 | (1.469) (12,17%) | 758 | 2,79% | 4.263 35,30% | 7.686 28,27% | (2.799) | (586) | |||
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
60.264 | 228.966 (12.770) | (38.936) | (5.027) | (47.724) | 6.307 | 6.933 | |||||
| Eliminaties tussen polen |
(23.995) | (21.766) | 142 | (16) | 142 | (16) | ||||||
| Totaal geconsolideerd |
2.797.085 3.239.406 227.570 | 8,14% 228.905 | 7,07% 226.786 | 8,11% 265.664 | 8,20% (23.954) (32.589) |
| (duizend euro) | Belastingen | Resultaat toekenbaar aan de groep |
Niet- kaselementen | EBITDA | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | 2015 Pro- forma (*) |
2016 | % omzet |
2015 Pro- forma (*) |
% omzet |
2016 | 2015 Pro- forma (*) |
2016 | % omzet |
2015 Pro- forma (*) |
% omzet |
|
| Baggerwerken en milieu |
(20.416) (56.522) 155.334 | 7,85% | 199.196 | 8,71% | 220.400 | 223.119 | 447.356 | 22,61% | 489.215 21,40% | |||
| Herwerking DEME |
(670) | (1.407) | 106 | 2.089 | 5.276 | 6.546 | ||||||
| Contracting | (9.228) | 124 | 10.351 | 1,34% | 9.732 | 1,35% | 12.758 | 27.644 | 32.745 | 4,25% | 35.193 | 4,90% |
| Vastgoed ontwikkeling |
(18) | (132) | 1.446 | 11,98% | 6.967 25,63% | 2.034 | 1.142 | 565 | 4,68% | 1.900 | 6,99% | |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
(201) | (1.111) | 1.079 | (43.004) | (2.175) | 17.569 | (14.945) | (21.367) | ||||
| Eliminaties tussen polen |
(47) | (3) | 95 | (19) | 142 | (16) | ||||||
| Totaal geconsolideerd |
(30.580) (59.051) | 168.411 | 6,02% | 174.961 5,40% | 238.293 276.020 | 465.863 16,66% 504.925 15,59% |
(*) Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie, zoals hierboven beschreven.
Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat - Vergelijking tussen de gepubliceerde en de pro forma informatie op 31 december 2015
| (duizend euro) | Omzet | Resultaat van de operationele activiteiten |
Bedrijfsresultaat (EBIT) | Financieel resultaat |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 Pro forma (*) |
2015 | 2015 Pro - forma (*) |
% omzet |
2015 | % omzet |
2015 Pro forma (*) |
% omzet |
2015 | % omzet |
2015 Pro forma (*) |
2015 | |
| Baggerwerken en milieu |
2.286.124 | 2.286.124 | 266.096 11,64% 266.096 | 11,64% | 305.692 | 13,37% | 305.692 | 13,37% (48.494) | (48.494) | |||
| Herwerking DEME |
(6.546) | (6.546) | (7.523) | (7.523) | 11.019 | 11.019 | ||||||
| Contracting | 718.896 | 945.094 | 7.549 | 1,05% | (26.781) (2,83%) | 7.549 | 1,05% | (34.880) (3,69%) | (1.461) | (1.064) | ||
| Vastgoed ontwikkeling |
27.186 | 27.186 | 758 | 2,79% | 758 | 2,79% | 7.686 28,27% | 7.686 28,27% | (586) | (586) | ||
| PPS-Concessies | n.a | 1.350 | n.a | 2.015 | n.a | 1.326 | n.a | (191) | ||||
| Holding en niet-overgedragen activiteiten |
228.966 | n.a | (38.936) | n.a | (47.724) | n.a | 6.933 | n.a | ||||
| Holding | n.a | 0 | n.a | (6.621) | n.a | (6.621) | n.a | 6.727 | ||||
| Eliminaties tussen polen |
(21.766) | (20.348) | (16) | (16) | (16) | (16) | ||||||
| Totaal geconsolideerd |
3.239.406 3.239.406 | 228.905 | 7,07% 228.905 | 7,07% | 265.664 | 8,20% | 265.664 | 8,20% | (32.589) | (32.589) |
| (duizend euro) | Belastingen | groep | Resultaat toekenbaar aan de | Niet kaselementen |
EBITDA | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 Pro - forma (*) |
2015 | 2015 Pro - forma (*) |
% omzet |
2015 % omzet | 2015 Pro - forma (*) |
2015 | 2015 Pro - forma (*) |
% omzet |
2015 | % omzet | ||
| Baggerwerken en milieu |
(56.522) | (56.522) | 199.196 | 8,71% | 199.196 | 8,71% | 223.119 | 223.119 | 489.215 21,40% | 489.215 | 21,40% | |
| Herwerking DEME |
(1.407) | (1.407) | 2.089 | 2.089 | 6.546 | 6.546 | ||||||
| Contracting | 124 | (613) | 9.732 | 1,35% (34.138) | (3,61%) | 27.644 | 37.334 | 35.193 | 4,90% | 10.553 | 1,12% | |
| Vastgoed ontwikkeling |
(132) | (132) | 6.967 25,63% | 6.967 | 25,63% | 1.142 | 1.142 | 1.900 | 6,99% | 1.900 | 6,99% | |
| PPS-Concessies | n.a | n.a | 1.135 | n.a | 841 | n.a | 2.856 | |||||
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
(1.111) | n.a | (43.004) | n.a | 17.569 | n.a (21.367) | n.a | |||||
| Holding | n.a | (374) | n.a | (269) | n.a | 7.038 | n.a | 417 | ||||
| Eliminaties tussen polen |
(3) | (3) | (19) | (19) | (16) | (16) | ||||||
| Totaal geconsolideerd |
(59.051) | (59.051) | 174.961 | 5,40% 174.961 | 5,40% | 276.020 276.020 504.925 15,59% | 504.925 | 15,59% |
(*) Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie, zoals hierboven beschreven.
| Totaal geconsolideerd | 2.797.085 | 3.239.406 |
|---|---|---|
| Amerika | 166.253 | 86.151 |
| Afrika | 272.287 | 773.537 |
| Oceanië | 24.506 | 108.289 |
| Azië | 310.932 | 283.382 |
| Midden-Oosten | 66.482 | 98.657 |
| Andere Europa | 1.007.547 | 910.863 |
| België | 949.078 | 978.527 |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De groep heeft in 2016 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van de omzet.
De omzet uit de verkoop van goederen voor 2016 bedraagt 9.130 duizend euro (2015: 10.491 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Bouw | 548.456 | 516.857 |
| Multitechnieken | 159.249 | 140.537 |
| Spoorinfra | 62.786 | 61.502 |
| Contracting | 770.491 | 718.896 |
(*) Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie, zoals hierboven beschreven.
De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.
De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 668.249 | 1.130.133 |
| Civil works | 61.099 | 5.604 |
| Environmental contracting | 199.639 | 206.592 |
| Fallpipe and landfalls | 146.658 | 215.835 |
| Maintenance dredging | 235.021 | 261.774 |
| Marine works | 667.528 | 531.083 |
| Eliminatie omzet uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures |
56 | (64.897) |
| Totaal | 1.978.250 | 2.286.124 |
| (in miljoen euro) | 2016 | 2015 | % verschil |
|---|---|---|---|
| Contracting | 850,5 | 836,3 | +1,7% |
| Bouw | 648,7 | 671,2 | (3,3%) |
| Spoorinfra | 58,4 | 49,2 | +18,7% |
| Multitechnieken | 143,4 | 115,9 | +23,7% |
| Vastgoed ontwikkeling |
5,0 | 6,7 | n.s. |
| Baggerwerken en milieu |
3.800,0 | 3.185,0 | +19,3% |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
101,2 | 132,3 | (23,5%) |
| Totaal | 4.756,7 | 4.160,3 | +14,3% |
(*) Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie, zoals hierboven beschreven.
| per 31 december 2016 (duizend euro) |
Baggerwer ken en milieu |
Contrac ting | Vastgoed ontwikke ling |
Holding en niet-over gedragen activiteiten |
Elimina ties tussen polen |
Totaal geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.960 | 19.209 | 0 | 0 | 0 | 175.169 |
| Materiële vaste activa | 1.648.984 | 33.409 | 224 | 687 | 0 | 1.683.304 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 98.860 | 160 | 32.913 | 22.043 | 0 | 153.976 |
| Overige vaste activa | 318.519 | 4.586 | 44.424 | 1.266.368 | (1.246.129) | 387.768 |
| Voorraad | 25.261 | 15.855 | 53.645 | 1.676 | (1.601) | 94.836 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 527.733 | 43.481 | 5.574 | 35.367 | 0 | 612.155 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief | 0 | 61.005 | 0 | 60.714 | (121.719) | 0 |
| Overige vlottende activa | 790.584 | 253.355 | 54.552 | 154.630 | (32.110) | 1.221.011 |
| Totaal van de activa | 3.565.901 | 431.060 | 191.332 | 1.561.485 | (1.421.559) | 4.328.219 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.470.050 | 66.869 | 42.745 | 1.204.291 | (1.247.478) | 1.536.477 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Obligatielening | 203.578 | 0 | 0 | 99.959 | 0 | 303.537 |
| Langlopende financiële verplichtingen | 327.193 | 9.916 | 38 | 30.000 | 0 | 367.147 |
| Overige langlopende verplichtingen | 214.909 | 12.472 | 14.792 | 28.467 | (250) | 270.390 |
| Kortlopende financiële schulden | 151.947 | 2.575 | 0 | 0 | 0 | 154.522 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief | 0 | 0 | 73.185 | 48.582 | (121.767) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1.198.224 | 339.228 | 40.572 | 150.186 | (32.064) | 1.696.146 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 3.565.901 | 431.060 | 191.332 | 1.561.485 | (1.421.559) | 4.328.219 |
| op 31 december 2015 – ProForma (*) | Baggerwer ken en milieu |
Contrac ting | Vastgoed ontwikke ling |
Holding en niet-over gedragen activiteiten |
Elimina ties tussen polen |
Totaal geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.959 | 19.210 | 53 | 0 | 0 | 175.222 |
| Materiële vaste activa | 1.693.799 | 31.573 | 207 | 2.100 | 0 | 1.727.679 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 875 | 0 | 40.000 | (40.875) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 58.058 | 176 | 43.986 | 27.281 | 0 | 129.501 |
| Overige vaste activa | 299.100 | 7.284 | 52.430 | 1.260.637 | (1.246.182) | 373.269 |
| Voorraad | 11.259 | 23.268 | 44.965 | 55 | (1.601) | 77.946 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 378.405 | 37.116 | 4.473 | 71.958 | 0 | 491.952 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief | 0 | 49.798 | 0 | 49.751 | (99.549) | 0 |
| Overige vlottende activa | 837.265 | 290.309 | 16.580 | 236.663 | (54.227) | 1.326.590 |
| Totaal van de activa | 3.433.845 | 459.609 | 162.694 | 1.688.445 | (1.442.434) | 4.302.159 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.381.998 | 58.899 | 21.769 | 1.219.422 | (1.247.688) | 1.434.400 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 40.875 | 0 | (40.875) | 0 |
| Obligatielening | 205.257 | 0 | 0 | 99.959 | 0 | 305.216 |
| Langlopende financiële verplichtingen | 339.249 | 9.653 | (5) | 50.000 | 0 | 398.897 |
| Overige langlopende verplichtingen | 225.416 | 9.073 | 18.179 | 33.797 | 0 | 286.465 |
| Kortlopende financiële schulden | 108.901 | 1.644 | 4.732 | 13 | (4.732) | 110.558 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief | 0 | 777 | 48.974 | 45.113 | (94.864) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1.173.024 | 379.563 | 28.170 | 240.141 | (54.275) | 1.766.623 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 3.433.845 | 459.609 | 162.694 | 1.688.445 | (1.442.434) | 4.302.159 |
(*) Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie, zoals hierboven beschreven.
| per 31 december 2016 (duizend euro) |
Bagger werken en milieu |
Contrac ting |
Vastgoed ontwikke ling |
Holding, niet-over gedragen activiteiten en elimina ties |
Totaal geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
357.777 | 35.414 | 670 | (17.337) | 376.524 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten | 403.757 | 559 | 21.839 | (41.769) | 384.386 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten | (224.867) | (8.612) | 1.294 | 17.681 | (214.504) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | (28.939) | 15.162 | (21.957) | (12.733) | (48.467) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 149.951 | 7.109 | 1.176 | (36.821) | 121.415 |
| per 31 december 2015 (duizend euro) |
Bagger werken en milieu |
Contrac ting | Vastgoed ontwikke ling |
PPS- Concessies |
Holding en eliminaties |
Totaal geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
461.325 | 6.634 | 2.029 | 2.204 | (497) | 471.695 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
335.196 | 7.075 | 3.828 | (3.493) | (7.625) | 334.981 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(265.213) | (8.802) | (1.398) | (6.348) | 22.882 | (258.879) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
(271.497) | (9.812) | (2.408) | 9.169 | (13.476) | (288.024) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | (201.514) | (11.539) | 22 | (672) | 1.781 | (211.921) |
De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.
| per 31 december 2016 (duizend euro) |
Baggerwer ken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet-over gedragen activiteiten |
Totaal ge consolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (225.589) | (7.429) | (125) | 489 | (232.654) |
| Investeringen | 180.326 | 9.306 | 354 | 100 | 190.086 |
| Waardeverminderingen | (121) | 0 | 0 | 0 | (121) |
| per 31 december 2015 (*) (duizend euro) |
Baggerwer ken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet-over gedragen activiteiten |
Totaal ge consolideerd |
| Afschrijvingen | (225.269) | (18.742) | (54) | (7.503) | (251.568) |
| Investeringen | 263.132 | 11.780 | 253 | 1.362 | 276.527 |
| Waardeverminderingen | (1.281) | (2.463) | 0 | 0 | (3.744) |
(*) Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie, zoals hierboven beschreven.
De investeringen omvatten de verwervingen in het kader van de investeringsactiviteiten van de groep en de verwervingen voor de activiteiten in vastgoedontwikkeling in het kader van de operationele activiteiten. De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties zijn niet opgenomen in deze bedragen.
De operaties van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, Luxemburg en Polen.
De materiële vaste activa in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België.
Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.
Op 29 juni 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal CFE Contracting haar participatie in de Groep Terryn verhoogd van 77,5% naar 100%. Groep Terryn blijft geconsolideerd volgens de globale methode.
Op 15 juli 2016 verhoogde CFE haar participatie in Rent-A-Port Energy van 45,61% naar 50%. Deze vennootschap wordt nog altijd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd. De naam van de vennootschap is gewijzigd in Green Offshore.
Op 29 juni 2016 verkocht CFE haar participatie van 25% in de vennootschap Locorail NV.
Op 22 december 2016 verkocht CFE haar participatie van 18% in de vennootschap Coentunnel Company BV.
De overige acquisities en verkopen tijdens de verslagperiode houden verband met DEME en worden beschreven in het voorwoord.
De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden hierboven in het voorwoord beschreven.
De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 85.794 duizend euro (2015: 109.005 duizend euro) en omvatten de meerwaarden op verkopen van vaste activa ten bedrage van 3.697 duizend euro (2015: 19.603 duizend euro) alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 82.097 duizend euro (2015: 89.402 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten daalden met 21% tegenover het voorgaande jaar. De beduidende daling van de opbrengsten uit aanverwante activiteiten is voornamelijk het gevolg van de daling van de meerwaarden uit de verkoop van vaste activa in de pool Baggerwerken.
De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Diverse diensten en goederen | (371.981) | (453.267) |
| Bijzondere waardevermindering van activa | ||
| - Voorraden | (2.222) | 78 |
| - Handelsvorderingen en overige vorderingen | (1.835) | (4.124) |
| Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) | (5.117) | (22.179) |
| Overige exploitatiekosten | (3.494) | (3.089) |
| Totaal geconsolideerd | (384.649) | (482.581) |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | (386.510) | (401.340) |
| Verplichte socialezekerheidsbijdragen | (108.929) | (113.109) |
| Overige loonkosten | (25.590) | (26.572) |
| Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) | (12.171) | (6.022) |
| Totaal geconsolideerd | (533.200) | (547.043) |
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2016 bedraagt 7.681 (2015: 7.917) wat neerkomt op 8.160 personen op 1 januari 2016 (2015: 8.206) en 7.752 op 31 december 2016 (2015: 8.160).
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Kosten van de financiële schuldenlast | (31.521) | (31.720) |
| Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening | 288 | 305 |
| Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten | 0 | 0 |
| Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde | 0 | 0 |
| Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop | 0 | 0 |
| Leningen en vorderingen - inkomsten | 8.245 | 7.750 |
| Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten | (40.054) | (39.775) |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | 7.567 | (869) |
| Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten | (4.868) | (7.794) |
| Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen | 3.213 | 3.972 |
| Waardevermindering op financiële activa | 0 | 0 |
| Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen | (343) | (868) |
| Overige | 9.565 | 3.821 |
| Financieel resultaat | (23.954) | (32.589) |
De evolutie van de rubriek gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (wins-verlies) op 31 december 2016 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME. De andere financiële resultaten houden voornamelijk verband met winsten uit de verkoop van de participaties van de groep CFE in de projecten Design Build Finance Maintenance (DBFM) Coentunnel en Liefkenshoektunnel.
Op 31 december 2016 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar (3.841) duizend euro (2015: 937 duizend euro) en heeft het voornamelijk betrekking op de pool Baggerwerken (-4.130 duizend euro) en de Groep Terryn (289 duizend euro).
Opgenomen in het globaal resultaat
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | ||
| Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar | 44.842 | 34.899 |
| Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren | 397 | 52 |
| Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen | 45.239 | 34.951 |
| Uitgestelde belastingen | ||
| Opname en terugname van tijdelijke verschillen | (18.363) | (4.158) |
| Aangewende verliezen van vorige boekjaren | 232 | 27.915 |
| Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar | 3.472 | 343 |
| Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen | 0 | 0 |
| Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen | (14.659) | 24.100 |
| Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat | 7.653 | 2.882 |
| Totaal belastinglast in de resultatenrekening | 38.233 | 61.933 |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 202.832 | 233.075 |
| waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | (784) | 36.759 |
| Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 203.616 | 196.316 |
| Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% | 69.209 | 66.728 |
| Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven | 5.453 | 7.283 |
| Fiscale impact van niet-recurrente elementen | 0 | 3.116 |
| Niet aftrekbare uitgaven | 5.453 | 4.167 |
| Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten | (3.199) | (47) |
| Belastingkrediet en impact van de notionele interest | (23.099) | (9.220) |
| Andere belastbare opbrengsten | 0 | 0 |
| Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden | (27.244) | (3.986) |
| Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes | (356) | (11.616) |
| Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes | 3.091 | 1.343 |
| Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar | 6.725 | 8.566 |
| Belastinglast | 30.580 | 59.051 |
| Effectieve belastingtarief van het boekjaar | 15,02% | 30,08% |
Het verlies bedraagt 30.580 duizend euro op 31 december 2016, tegenover 59.051 duizend euro eind 2015. Het effectieve belastingtarief bedraagt 15,02% tegenover 30,08% op 31 december 2015.
| Activa | Verplichtingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2016 | 2015 | 2016 | 2015 | |
| Immateriële en materiële vaste activa | 12.287 | 11.257 | (121.715) | (125.800) | |
| Personeelsbeloningen | 15.662 | 11.146 | 0 | 0 | |
| Voorzieningen | 87 | 312 | (37.666) | (35.170) | |
| Reële waarde van afgeleide instrumenten | 5.978 | 4.690 | 0 | (88) | |
| Overige elementen | 59.885 | 46.906 | (44.801) | (40.621) | |
| Fiscale verliezen | 167.311 | 155.933 | 0 | 0 | |
| Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen | 261.210 | 230.244 | (204.182) | (201.679) | |
| Uitgestelde belastingvordering | (82.054) | (75.273) | 0 | 0 | |
| Belastingverrekening | (52.212) | (51.626) | 52.212 | 51.626 | |
| Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting | 126.944 | 103.345 | (151.970) | (150.053) |
Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 246.114 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.
De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.
Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde belastingvordering geboekt is
Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van de cashflow hedge |
1.143 | 1.783 |
| Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen |
6.510 | 1.099 |
| Totaal | 7.653 | 2.882 |
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders | 168.411 | 174.961 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) | 159.178 | 166.489 |
| Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum:
| Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) | 6,65 | 6,91 | ||
|---|---|---|---|---|
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro | 6,29 | 6,58 |
| Boekjaar 2016 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelings kosten |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 131.863 | 2.060 | 133.923 |
| Netto wisselkoersverschillen | 153 | 19 | 172 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 |
| Verwervingen | 2.068 | 1.268 | 3.336 |
| Afstotingen | (1.671) | 0 | (1.671) |
| Wijziging van consolidatiekring | (6.169) | 0 | (6.169) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 4 | 0 | 4 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 126.248 | 3.347 | 129.595 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (33.983) | (2.054) | (36.037) |
| Netto wisselkoersverschillen | (187) | (2) | (189) |
| Afschrijvingen | (4.640) | (1.286) | (5.926) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 |
| Afstotingen | 1.639 | 0 | 1.639 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 190 | 0 | 190 |
| Wijziging van consolidatiekring | 6.169 | 0 | 6.169 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (30.812) | (3.342) | (34.154) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2016 | 97.880 | 6 | 97.886 |
| Op 31 december 2016 | 95.436 | 5 | 95.441 |
Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 3.336 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 5.926 duizend euro.
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden geboekt in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
| Boekjaar 2015 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelings kosten |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 118.543 | 2.039 | 120.582 |
| Netto wisselkoersverschillen | 605 | 19 | 624 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 12.098 | 0 | 12.098 |
| Verwervingen | 841 | 2 | 843 |
| Afstotingen | (266) | 0 | (266) |
| Wijziging van consolidatiekring | (9) | 0 | (9) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 51 | 0 | 51 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 131.863 | 2.060 | 133.923 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (21.824) | (267) | (22.091) |
| Netto wisselkoersverschillen | (611) | 0 | (611) |
| Afschrijvingen | (8.084) | (1.787) | (9.871) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | (3.584) | 0 | (3.584) |
| Afstotingen | 161 | 0 | 161 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (41) | 0 | (41) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (33.983) | (2.054) | (36.037) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2015 | 96.719 | 1.772 | 98.491 |
| Op 31 december 2015 | 97.880 | 6 | 97.886 |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 395.977 | 394.721 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 1.256 |
| Afstotingen | 0 | 0 |
| Overige wijzigingen | (53) | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 395.924 | 395.977 |
| Waardeverminderingen | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (220.755) | (217.639) |
| Bijzondere waardeverminderingen | 0 | (3.116) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (220.755) | (220.755) |
| Netto boekwaarde per 31 december | 175.169 | 175.222 |
Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2016.
| Activiteit (duizend euro) |
goodwill | Netto waarde | Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen |
Bruto waarde goodwill |
Afwaarde ring van het boekjaar |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | 2015 | Groei percentage |
Groei percentage (eindwaar de) |
Actualise rings-voet |
Gevoelig heids-per centage |
|||
| DEME | 155.959 | 155.959 | 0% | 0% | 8,0% | 5% | 370.702 | - |
| VMA | 11.115 | 11.115 | 0% | 0% | 7,2% | 5% | 11.115 | - |
| Remacom | 2.995 | 2.995 | 0% | 0% | 7,2% | 5% | 2.995 | - |
| Stevens | 2.682 | 2.682 | 0% | 0% | 7,2% | 5% | 2.682 | - |
| Druart | 1.507 | 1.507 | 0% | 0% | 7,2% | 5% | 3.360 | - |
| Amart | 911 | 911 | 0% | 0% | 7,2% | 5% | 911 | - |
| Overige entiteiten | 0 | 53 | 0% | 0% | 7,2% | 5% | 0 | - |
| Totaal | 175.169 | 175.222 | 391.765 | - |
Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2017 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.
De groep DEME wordt als een kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen hebben aangetoond.
| Boekjaar 2016 (duizend euro) |
Terreinen en gebou wen |
Installa ties, ma chines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste ac tiva |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 113.239 | 3.070.912 | 58.355 | 0 | 90.422 | 3.332.928 |
| Netto wisselkoersverschillen | (429) | 2.032 | (533) | 0 | 101 | 1.171 |
| Verwervingen | 6.625 | 108.484 | 4.884 | 0 | 66.756 | 186.749 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 14.996 | 14.173 | 939 | 0 | (28.151) | 1.957 |
| Afstotingen | (3.661) | (104.849) | (2.935) | 0 | (13) | (111.458) |
| Wijziging consolidatiekring | 0 | (68.281) | (437) | 0 | 0 | (68.718) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 130.770 | 3.022.471 | 60.273 | 0 | 129.115 | 3.342.629 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (54.244) | (1.503.845) | (47.160) | 0 | 0 | (1.605.249) |
| Netto wisselkoersverschillen | 349 | (2.737) | 372 | 0 | 0 | (2.016) |
| Afschrijvingen | (3.795) | (218.270) | (4.785) | 0 | 0 | (226.850) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (3.087) | 2.036 | (932) | 0 | 0 | (1.983) |
| Afstotingen | 2.562 | 102.657 | 2.837 | 0 | 0 | 108.056 |
| Wijziging consolidatiekring | 0 | 68.280 | 437 | 0 | 0 | 68.717 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (58.215) | (1.551.879) | (49.231) | 0 | 0 | (1.659.325) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2016 | 58.995 | 1.567.067 | 11.195 | 0 | 90.422 | 1.727.679 |
| Op 31 december 2016 | 72.555 | 1.470.592 | 11.042 | 0 | 129.115 | 1.683.304 |
Per 31 december 2016 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 186.749 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2016 stegen met 88.935 duizend euro in vergelijking met 2015.
De nettowaarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 121.664 duizend euro (2015: 123.542 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, de maatschappelijke zetels van de filialen Engema en Louis Stevens & Co NV, de vehikels Benelmat en de uitrustingen van de Compagnie Tunisienne d'Entreprises.
De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen 226.850 duizend euro (2015: 245.437 duizend euro).
Het bedrag van de materiële vaste activa dat een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 152.112 duizend euro (2015: 313.244 duizend euro).
In 2015, had DEME de start van de bouw van zes vaartuigen aangekondigd voor een bedrag van ongeveer 500 miljoen euros. Bovendien, bevestigde DEME in het begin van 2017 de bestelling van twee bijkomende vaartuigen, Spartacus en Orion, voor een bijkomende verbintenis van ongeveer 500 miljoen euros.
| Boekjaar 2015 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installa ties, ma chines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materië le vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 123.862 | 2.802.541 | 57.561 | 0 | 2.274 | 2.986.238 |
| Netto wisselkoersverschillen | 39 | 6.819 | (11) | 0 | (107) | 6.740 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties |
(128) | 260.043 | (84) | 0 | 0 | 259.831 |
| Verwervingen | 3.687 | 177.943 | 7.012 | 0 | 87.042 | 275.684 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (4.181) | (13) | (147) | 0 | 1.359 | (2.982) |
| Afstotingen | (10.040) | (176.421) | (5.976) | 0 | (146) | (192.583) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 113.239 | 3.070.912 | 58.355 | 0 | 90.422 | 3.332.928 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (50.613) | (1.385.290) | (47.060) | 0 | 0 | (1.482.963) |
| Netto wisselkoersverschillen | (188) | (5.775) | (16) | 0 | 0 | (5.979) |
| Afschrijvingen verworven door middel van bedrijfscombinaties |
0 | (53.908) | 29 | 0 | 0 | (53.879) |
| Afschrijvingen | (12.474) | (227.647) | (5.316) | 0 | 0 | (245.437) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 2.965 | 119 | 167 | 0 | 0 | 3.251 |
| Afstotingen | 6.066 | 168.656 | 5.036 | 0 | 0 | 179.758 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (54.244) | (1.503.845) | (47.160) | 0 | 0 | (1.605.249) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2015 | 73.249 | 1.417.251 | 10.501 | 0 | 2.274 | 1.503.275 |
| Op 31 december 2015 | 58.995 | 1.567.067 | 11.195 | 0 | 90.422 | 1.727.679 |
Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 151.377 | 159.290 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Aankopen en transfers | 9.350 | (25.556) |
| Aandeel van de groep CFE in het resultaat na belastingen en minderheidsbelangen | (784) | 36.759 |
| Kapitaalsverhoging/(vermindering) | 18.252 | 22.111 |
| Dividenden | (15.221) | (1.699) |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | (20.120) | (34.184) |
| Overige wijzigingen | (1.499) | (5.344) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 141.355 | 151.377 |
| Goodwill opgenomen in de verbonden ondernemingen en partnerschappen | 30.058 | 32.058 |
Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.
De wijzigingen van de consolidatiekring hebben hoofdzakelijk betrekking op de verlaging door DEME Concessions Wind van haar participatie in de vennootschap C-Power Holdco NV van 19,67% naar 10%; en ook op de presentatie van de activa aangehouden met het oog op de verkoop van het vastgoedproject Ronndriesch in Luxemburg.
De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 35 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.
De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is opgesteld op basis van de IFRS-rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties tussen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.
| December 2016 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoed ontwikkeling |
Holding & niet-over gedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 641.813 | 260.774 | 78.405 | 38.836 | 8.942 | 2.779 | 729.160 | 302.389 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
(30.470) | (13.278) | 1.848 | 2.089 | 5.029 | 2.164 | (23.593) | (9.025) |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 1.988.992 | 260.814 | 40.445 | 11.193 | 193.915 | 58.406 | 2.223.352 | 330.413 |
| Vlottende activa | 442.209 | 143.594 | 385.106 | 154.572 | 47.045 | 15.081 | 874.360 | 313.247 |
| Eigen vermogen | 420.230 | 54.025 | 22.046 | 13.520 | 23.463 | 14.160 | 465.739 | 81.705 |
| Langlopende passiva | 1.256.387 | 163.416 | 195.811 | 72.845 | 131.455 | 26.887 | 1.583.653 | 263.148 |
| Vlottende passiva | 754.584 | 186.967 | 207.694 | 79.400 | 86.042 | 32.440 | 1.048.320 | 298.807 |
| Netto-financierings-schuld | 1.129.671 | 114.008 | (194.450) | (69.944) | (134.258) | (36.026) | 800.963 | 8.038 |
In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV (967.182 duizend euro, a rato van 100%) en Merkur Offshore GMBH (462.237 duizend euro, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 771.122 duizend euro (a rato van 100%) en 160.623 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 8.788 duizend euro (a rato van 100%) en (11.142) duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto schuld betrekking op het de projecten van de concessie van de scholen van Eupen (-71.770 duizend euro, a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore (-35.044 duizend euro, a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA (46.618 duizend euro, a rato van 100%), PEF Kons Investment NV (87.903 duizend euro, a rato van 100%), Immomax Sp z.o.o (20.066 duizend euro, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (20.675 duizend euro, a rato van 100%), Victor Estate SA (20.260 duizend euro, a rato van 100%), Erasmus Gardens (32.944 duizend euro, a rato van 100%) en Rederij Ishtar BVBA (22.772 duizend euro, a rato van 100%).
| December 2015 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoedontwikke ling en Contracting |
Holding & niet-over gedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 1.001.273 | 403.291 | 98.048 | 45.633 | 37.566 | 10.986 | 1.136.887 | 459.910 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
165.588 | 64.213 | 20.540 | 9.577 | 3.444 | 634 | 189.572 | 74.424 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 1.614.173 | 300.130 | 68.784 | 21.253 | 1.390.843 | 318.171 | 3.073.800 | 639.554 |
| Vlottende activa | 603.617 | 237.714 | 362.215 | 151.245 | 86.590 | 25.464 | 1.052.422 | 414.423 |
| Eigen vermogen | 466.260 | 115.302 | 49.239 | 24.373 | (214.198) | (44.262) | 301.301 | 95.413 |
| Langlopende passiva | 1.151.720 | 177.700 | 178.268 | 69.892 | 1.582.941 | 354.438 | 2.912.929 | 602.030 |
| Vlottende passiva | 599.810 | 244.842 | 203.492 | 78.233 | 108.690 | 33.459 | 911.992 | 356.534 |
| Netto-financierings-schuld | (1.096.507) | (160.848) | (58.279) | (13.873) (1.208.680) | (270.086) (2.363.466) | (444.807) |
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:
| Per 31 december 2016 (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoed ontwikkeling |
Holding & niet overgedragen activiteiten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint ventures vóór afstemmingselementen |
54.025 | 13.520 | 14.160 | 81.705 |
| Afstemmingselementen | 31.799 | 27.302 | 10.258 | 69.359 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en joint ventures | (8.834) | 2.932 | (3.807) | (9.709) |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 76.990 | 43.754 | 20.611 | 141.355 |
| Au 31 December 2015 (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoedont wikkeling en Contracting |
Holding & niet overgedragen activiteiten |
Totaal |
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint ventures vóór afstemmingselementen |
115.302 | 24.373 | (44.262) | 95.413 |
|---|---|---|---|---|
| Afstemmingselementen | 931 | 29.383 | 55.838 | 86.152 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en joint ventures | (33.981) | (484) | 4.277 | (30.188) |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 82.252 | 53.272 | 15.853 | 151.377 |
De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.
Negatieve geassocieerde deelnemingen en joint ventures zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.
De overige financiële vaste activa bedragen 153.976 duizend euro per 31 december 2016 (2015: 129.501 duizend euro). Zij omvatten voornamelijk het niet-geëlimineerde deel van de achtergestelde leningen verstrekt in vastgoedprojecten en concessieprojecten (147.929 duizend euro).
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 129.501 | 109.341 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Verwervingen | 79.460 | 66.469 |
| Afstotingen en transfers | (55.783) | (46.178) |
| Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering | 0 | (12) |
| Wijziging van de consolidatiekring | (150) | 0 |
| Wijziging van methode | 0 | 0 |
| Netto wisselkoersverschillen | 948 | (119) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 153.976 | 129.501 |
Per 31 december 2016 bedragen de overige vaste activa 23.518 duizend euro en omvatten niet-courante vorderingen die als volgt zijn samengesteld:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Vaste vordering – rekening courant DEME | 22.506 | 18.148 |
| Andere vaste activa (inbegrepen bankdeposito's garanties) | 1.012 | 1.132 |
| Totaal geconsolideerd | 23.518 | 19.280 |
Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.
Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de « cost to cost ». Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Gegevens uit de balans | ||
| Ontvangen en betaalde voorschotten | (122.170) | (64.342) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa | 353.236 | 259.060 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen | (84.776) | (63.507) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 268.460 | 195.553 |
| Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken | ||
| Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen | 5.320.903 | 5.903.938 |
| Verminderd met de tussentijdse facturatie | (5.052.443) | (5.708.385) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 268.460 | 195.553 |
Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.
Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.
De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.
Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 4.216 duizend euro weergegeven in de rubriek "Handels-& overige vorderingen uit operationele activiteiten".
Per 31 december 2016 bedragen de voorraden 94.836 duizend euro (2015: 77.946 duizend euro), als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 57.038 | 31.543 |
| Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen | (141) | (91) |
| Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop | 40.655 | 47.873 |
| Waardeverminderingen op voorraad eindproducten | (2.716) | (1.379) |
| Voorraad | 94.836 | 77.946 |
De evolutie van de rubriek "grond- en hulpstoffen" wordt enerzijds verklaard door de stijging van de voorraden verbonden aan de activiteiten vastgoed en baggerwerken.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 958.235 | 968.093 |
| Min: provisie voor dubieuze debiteuren | (27.034) | (23.144) |
| Netto handelsvorderingen | 931.201 | 944.949 |
| Overige courante vorderingen | 229.105 | 248.028 |
| Totaal geconsolideerd | 1.160.306 | 1.192.977 |
| Overige vlottende activa | 38.430 | 125.029 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.138.288 | 1.184.886 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 393.828 | 393.556 |
| Totaal geconsolideerd | 1.532.116 | 1.578.442 |
| Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden | (333.380) | (260.436) |
Wij verwijzen naar Toelichting 27.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in Toelichting 18 Onderhanden projecten werden beschouwd bedragen 906.348 duizend euro (2015: 929.639 duizend euro).
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Deposito's op korte termijn | 10.409 | 13.863 |
| Bank en kasmiddelen | 601.746 | 478.089 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 612.155 | 491.952 |
De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.
De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2016.
De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'.
Per 31 december 2016 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 51.215 duizend euro (2015: 41.054 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek 'Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 1.663 duizend euro voor overige personeelsvoordelen (2015: 1.336 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door de groep DEME.
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.
De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.
Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.
De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,7% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,3% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 78% in België en 22% in Nederland.
De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.
Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type 'toegezegd pensioen'.
Sommige personeelsleden genieten een toegezegde bijdrageregeling die door een verzekeringsmaatschappij van 'Tak 21' wordt gefinancierd.
De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegde bijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1,75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als toegezegde pensioenregelingen.
De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegde bijdrageregeling die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.
Bij toegezegde pensioenregelingen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.
De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE gaat na af de verzekeringsmaatschappijen de gerelateerde pensioenwetgeving naleeft.
De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).
De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.
Verscheidene toegezegde pensioenregelingen in België en Nederland werden in 2016 afgesloten. Dit leidde tot een 'curtailment'-effect, met een vermindering van het bedrag van de op de balans te voorziene verplichtingen en de opname van een opbrengst van 8.779 duizend euro als resultaat van de periode.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen | (49.552) | (39.718) |
| Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) | (240.281) | (162.794) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 190.729 | 123.076 |
| Op de balans voorziene verplichtingen | (49.552) | (39.718) |
| Verplichtingen | (49.552) | (39.718) |
| Activa | 0 | 0 |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (39.718) | (40.240) |
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (4.201) | (6.778) |
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (18.890) | (320) |
| Bijdragen van werkgever | 13.257 | 7.034 |
| Effecten van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | 0 | 586 |
| Saldo op 31 december | (49.552) | (39.718) |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (4.201) | (6.778) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (12.171) | (6.022) |
| Rentekosten | (3.808) | (3.542) |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) | 2.999 | 2.674 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 8.779 | 112 |
De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.
De rubriek 'Pensioenkosten van verstreken diensttijd' omvat in 2016 de impact van het 'curtailment'-effect als gevolg van de afsluiting van verscheidene Belgische en Nederlandse toegezegde pensioenregelingen.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (18.890) | (320) |
| Actuariële winsten (verliezen) | (42.796) | (4.488) |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) | 23.906 | 4.168 |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (206.189) | (157.786) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (12.171) | (6.022) |
| Rentekosten | (3.808) | (3.542) |
| Bijdragen van werkgever | (1.095) | (1.033) |
| Betalingen aan begunstigden (-) | 13.173 | 7.317 |
| Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto | (42.861) | (4.600) |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen | (14.161) | 0 |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen | (27.133) | (4.846) |
| Ervarings(winsten) verliezen | (1.567) | 246 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 11.156 | (24) |
| Toename door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 1.805 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | (43.396) |
| Overige bewegingen | 1.514 | 1.091 |
| Saldo op 31 december | (240.281) | (206.189) |
De toename in 2016 van de rubriek 'Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten' is het gevolg van het feit dat de Belgische toegezegde bijdrageregelingen die door een verzekeringsmaatschappij van 'Tak 21' worden gefinancierd vanaf eind 2015 werden opgenomen als toegezegde pensioenregelingen, na een wijziging van de Belgische wetgeving.
De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen' weerspiegelt in 2016 de impact van de hogere levensverwachting en de stijging van de gemiddelde pensioenleeftijd.
De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen' weerspiegelt in 2016 de impact van de daling van de actualiseringsvoeten en de stijging van het verwachte percentage loonsverhogingen.
De rubriek 'effect van bedrijfscombinaties' bevat in 2015 de invloed op de verplichting ten gevolge van de verkoop van de wegenbouwactiviteit van Aannemingen Van Wellen op 25 februari 2015.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | 166.471 | 117.546 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | 23.906 | 4.168 |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen | 2.999 | 2.674 |
| Bijdragen van werkgever | 13.722 | 7.300 |
| Betalingen aan begunstigden (-) | (13.011) | (6.991) |
| Toename door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | (1.220) |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | 43.396 |
| Overige bewegingen | (3.358) | (401) |
| Saldo op 31 december | 190.729 | 166.471 |
De rubriek 'Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten' stijgt in 2016 als gevolg van de impact van de daling van de actualiseringsvoeten.
De rubriek 'effect van bedrijfscombinaties' bevat de invloed op de verplichting ten gevolge van de verkoop van de wegenbouwactiviteit van Aannemingen Van Wellen op 25 februari 2015.
| 2016 | 2015 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet op 31 december | 1,30% | 2,10% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | 2,97% | 2,80% < 60 jaar en 1,80% > 60 jaar |
| Inflatie | 1,80% | 1,80% |
| Toegepaste sterftetabellen | MR/FR | MR/FR |
| 2016 | 2015 | |
|---|---|---|
| Looptijd (in jaren) | 15,24 | 13,54 |
| Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva | 16,3% | 5,8% |
| Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar | 12.492 | 6.999 |
| 2016 | 2015 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| Toename met 25 basispunten | -3,7% | -3,7% |
| Afname met 25 basispunten | +3,9% | +3,4% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | ||
| Toename met 25 basispunten | +2,2% | +2,0% |
| Afname met 25 basispunten | -1,9% | -2,2% |
Per 31 december 2016 bedragen deze voorzieningen 108.198 duizend euro, een daling met 1.476 duizend euro ten opzichte van eind 2015 (109.674 duizend euro).
| (duizend euro) | Diensten na verkoop |
Overige courante risico's |
Voorzienin gen voor negatieve geasso cieerde deelnemin gen en joint ventures |
Overige niet- courante risico's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 14.012 | 50.808 | 30.258 | 14.596 | 109.674 |
| Netto wisselkoersverschillen | (62) | (128) | 0 | 0 | (190) |
| Overdracht naar andere rubrieken | 18 | (2.428) | (5.814) | 1.820 | (6.404) |
| Voorzieningen: toevoegingen | 3.108 | 24.458 | 0 | 12.835 | 40.401 |
| Voorzieningen: bestedingen | (1.612) | (22.229) | 0 | (3.036) | (26.877) |
| Voorzieningen: terugnemingen | 0 | (832) | 0 | (7.574) | (8.406) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 15.464 | 49.649 | 24.444 | 18.641 | 108.198 |
| waarvan: courante | 65.113 | ||||
| niet-courante: | 43.085 |
De voorziening voor diensten na verkoop stijgt met 1.452 duizend euro en bedraagt 15.464 duizend euro eind 2016. De evolutie eind 2016 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.
De voorzieningen voor andere courante risico's dalen met 1.159 duizend euro en bedragen 49.649 duizend euro eind 2016.
Deze omvatten:
Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.
De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger- en in de contractingsector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.
26.1. De netto financiële schuld, zoals bepaald door de groep, analyseert zich als volgt:
| (duizend euro) | 31/12/2016 | 31/12/2015 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Lang lopende |
Kort lopende |
Totaal | Lang lopende |
Kort lopende |
Totaal | ||
| Bankleningen en andere financiële schulden | (286.181) | (102.529) | (388.710) | (253.749) | (95.406) | (349.155) | |
| Obligatielening | (303.537) | 0 | (303.537) | (305.216) | (305.216) | ||
| Opname van kredietlijnen | (30.000) | 0 | (30.000) | (50.000) | (50.000) | ||
| Leningen m.b.t. financiële leasing | (50.966) | (48.108) | (99.074) | (95.148) | (15.136) | (110.284) | |
| Totaal van de langlopende financiële schuld | (670.684) | (150.637) | (821.321) | (704.113) | (110.542) | (814.655) | |
| Financiële schulden op korte termijn | (3.885) | (3.885) | (16) | (16) | |||
| Kasequivalenten | 10.409 | 10.409 | 13.863 | 13.863 | |||
| Kaspositie | 601.746 | 601.746 | 478.089 | 478.089 | |||
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
608.270 | 608.270 | 491.936 | 491.936 | |||
| Totaal van de netto financiële schuld | (670.684) | 457.633 | (213.051) | (704.113) | 381.394 | (322.719) | |
| Financiële derivaten – intrestindekking | (8.539) | (4.917) | (13.456) | (8.517) | (7.611) | (16.128) |
| (duizend euro) | Verval len bin nen het jaar |
Verval len tus sen 1 en 2 jaar |
Verval len tus sen 2 en 3 jaar |
Verval len tus sen 3 en 5 jaar |
Verval len tus sen 5 en 10 jaar |
Ver vallen meer dan 10 jaar |
Totaal 31/12/2016 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere financiële schulden |
(102.529) | (75.197) | (61.350) | (90.340) | (59.294) | 0 | (388.710) |
| Obligatielening | (1.752) | (101.711) | (199.853) | (221) | 0 | 0 | (303.537) |
| Opname van kredietlijnen | 0 | (30.000) | 0 | 0 | 0 | 0 | (30.000) |
| Leningen m.b.t. financiële leasing | (48.108) | (7.617) | (7.722) | (13.852) | (18.823) | (2.952) | (99.074) |
| Totaal van de langlopende financiële schuld |
(152.389) | (214.525) | (268.925) | (104.413) | (78.117) | (2.952) | (821.321) |
| Financiële schuld op korte termijn | (3.885) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (3.885) |
| Kasequivalenten | 10.409 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10.409 |
| Kaspositie | 601.746 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 601.746 |
| Totaal van de kortlopende financiële nettoschuld |
608.270 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 608.270 |
De huidige waarde van de verplichtingen betreffende financiële leasingovereenkomsten bedraagt 48.108 duizend euro (2015: 15.137 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten hebben voornamelijk betrekking op de groep DEME, het gebouw van de filialen Louis Stevens & Co NV en Engema NV.
De groep CFE beschikt op 31 december 2016 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 115 miljoen euro waarvan 30 miljoen euro getrokken op 31 december 2016.
DEME beschikt op 31 december 2016 over bevestigde bankkredietlijnen van 95 miljoen euro dat op 31 december 2016 niet getrokken zijn. Bovendien, beschikt DEME over bevestigde bankkredietlijnen van 425 miljoen euro, niet getrokken op 31 december 2016, om de ontwikkeling van zijn vloot te financiëren.
CFE is op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terug betaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. DEME is op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro (a rato van 100%) die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%.
De bankleningen en andere financiële schulden betreffen voornamelijk DEME of kredieten van vastgoedprojecten, en zijn zonder verhaalrecht tegen CFE.
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2016.
Eind 2016, bedragen de financiële middelen van groep CFE een netto financiële schuld van 213.051 duizend euro (Toelichting 26) en eigen vermogen van 1.536.477 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (Toelichting 26) en heeft de baggeractiviteit de mogelijkheid om commercial paper uit te schrijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.
Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoed, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).
Voor de concessies vindt het beheer van het rentevoetrisico plaats volgens twee beleidsvisies: een visie op lange termijn die beoogt om het economisch evenwicht van de concessie te verzekeren en te optimaliseren, en een kortetermijnvisie waarvan het de bedoeling is de gemiddelde kosten van de schuld te optimaliseren. Om het rentevoetrisico te dekken, worden renteswaps gebruikt. Deze dekkingsinstrumenten hebben ten hoogste dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten worden boekhoudkundig dekkingsverrichtingen genoemd.
Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.
De activiteiten van Contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.
| (duizend euro) | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedrag Aandeel | Rente voet | Bedrag | Aan deel | Rente voet | Bedrag | Aan deel |
Rente voet |
|
| Bankleningen en andere financiële schulden | 1.343 | 0,33% | 1,41% | 387.367 92,42% | 0,75% 388.710 | 47,33% | 0,76% | ||
| Obligatielening | 303.537 | 75,47% | 4,34% | 0 | 0,00% | 0,00% 303.537 36,96% | 4,34% | ||
| Opname van kredietlijnen | 0 | 0,00% | 0,00% | 30.000 | 7,16% | 1,40% 30.000 | 3,65% | 1,40% | |
| Leningen mbt financiële leasingovereenkomsten | 97.316 | 24,20% | 1,02% | 1.758 | 0,42% | 3,96% | 99.074 | 12,06% | 1,08% |
| Totaal | 402.196 | 100% | 3,53% | 419.125 | 100% | 0,81% 821.321 | 100% | 2,14% |
Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten
| (duizend euro) | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | 'Caped' variabele rentevoet + inflatie |
Totaal | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedrag | Aan deel | Rente voet | Bedrag Aandeel | Rente voet | Bedrag | Aan deel | Rente voet | Bedrag | Aan deel |
Rente voet |
|
| Bankleningen en andere financiële schulden |
388.409 | 49,21% | 1,00% | 301 | 0,94% | 1,02% | 0 | 0,00% | 0,00% 388.710 | 47,33% | 1,00% | |
| Obligatielening | 303.537 38,46% | 4,34% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% 303.537 36,96% | 4,34% | |||
| Opname van kredietlijnen |
0 | 0,00% 0,00% 30.000 | 93,58% | 1,40% | 0 | 0,00% | 0,00% 30.000 | 3,65% | 1,40% | |||
| Leningen mbt financiële leasing overeenkomsten |
97.316 | 12,33% | 1,02% | 1.758 | 5,48% | 3,96% | 0 | 0,00% | 0,00% | 99.074 | 12,06% | 1,08% |
| Totaal | 789.262 | 100% | 2,29% 32.059 | 100% | 1,54% | 0 | 0,00% | 0,00% 821.321 | 100% | 2,26% |
De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2016 constant blijft gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| (duizend euro) | 31/12/2016 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat | Eigen vermogen | |||||||
| Impact van sen sibiliteitsbere kening +50bp |
Impact van sen sibiliteitsbere kening -50bp |
Impact van sen sibiliteitsbere kening +50bp |
Impact van sen sibiliteitsbere kening -50bp |
|||||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
4.107 | (4.107) | ||||||
| Netto financiële schuld (korte termijn) (*) | 19 | (19) | ||||||
| Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking |
0 | 0 | ||||||
| Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) |
1.233 | (1.851) |
(*) exclusief beschikbare middelen
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten de volgende kenmerken:
| (duizend euro) | 31/12/2016 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar Verval len tus sen 1 en 2 jaar |
Verval len tus sen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder liggen de |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | ||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | |||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | ||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 0 | |||||
| (duizend euro) | 31/12/2015 | |||||
| < 1 jaar Verval len tus sen 1 en 2 jaar |
Verval len tus sen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder liggen de |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | ||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | |||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | ||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 0 |
| (duizend euro) | 31/12/2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar Verval len tus | sen 1 en 2 jaar |
Verval len tus sen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder lig-ge nde |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | 0 | 0 | ||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
118.111 | 124.643 | 351.972 | 198.875 | 793.601 | 58 | (13.514) |
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 118.111 124.643 | 351.972 | 198.875 793.601 | 58 | (13.514) |
| (duizend euro) | 31/12/2015 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar Verval len tus sen 1 en 2 jaar |
Verval len tus sen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onder lig-ge nde |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | 0 | 0 | ||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
155.048 | 157.171 | 186.139 | 498.358 | 0 (15.840) | ||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 155.048 | 157.171 | 186.139 | 498.358 | 0 (15.840) |
De groep CFE en haar filialen hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.
Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.
Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Euro | 821.321 | 814.655 |
| US dollar | 0 | 0 |
| Andere | 0 | 0 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 821.321 | 814.655 |
De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
Termijnaankopen 1.111 0 3 0 34 1.148 Termijnverkopen (4.619) (921) 594 (4.980) (152) (10.078)
De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2016 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| (duizend euro) | 31/12/2016 – Resultaat | ||
|---|---|---|---|
| Impact van de sensitiviteits-berekening vermindering EUR 5% |
Impact van de sensitiviteits-berekening verhoging EUR 5% |
||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
1.715 | (1.552) | |
| Netto financiële schuld op korte termijn | (803) | 727 | |
| Werkkapitaal | (991) | 896 |
Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.
Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.
DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De reële waarde van deze instrumenten, eind 2016, bedraagt -16.783 euro (tegenover -47.237 duizend euro eind 2015).
De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.
Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Delcredere dienst).
De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. We merken in dit verband op dat CFE twee werven in Tsjaad uitvoert. Het gaat om de bouw van het Grand Hôtel en het gebouw van het ministerie van Financiën. Het Grand Hôtel werd in 2016 opgeleverd tot voldoening van de klant. De onderhandelingen met de overheid van Tsjaad worden voortgezet om een oplossing zoeken voor de herfinanciering van het saldo van de onbetaalde vorderingen. Er is vooruitgang geboekt maar er zijn nog geen concrete resultaten. De netto blootstelling van CFE aan dit land bedraagt 60 miljoen euro.
De analyse van de betalingsachterstand eind 2016 en eind 2015 is als volgt:
| Per 31 december 2016 (duizend euro) | Op het einde van de periode |
Niet vervallen |
< 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.150.401 | 772.755 | 105.356 | 37.288 | 235.002 |
| Totaal bruto | 1.150.401 | 772.755 | 105.356 | 37.288 | 235.002 |
| Voorzieningen - Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(30.268) | (4.543) | 0 | (1.225) | (24.500) |
| Totale voorzieningen | (30.268) | (4.543) | 0 | (1.225) | (24.500) |
| Totaal netto bedragen | 1.120.133 | 768.212 | 105.356 | 36.063 | 210.502 |
| Per 31 december 2015 (duizend euro) | Op het einde van de periode |
Niet vervallen |
< 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.150.941 | 663.859 | 170.911 | 168.474 | 147.697 |
| Totaal bruto | 1.150.941 | 663.859 | 170.911 | 168.474 | 147.697 |
| Voorzieningen - Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(30.701) | (3.317) | (4.687) | (76) | (22.621) |
| Totale voorzieningen | (30.701) | (3.317) | (4.687) | (76) | (22.621) |
| Totaal netto bedragen | 1.120.240 | 660.542 | 166.224 | 168.398 | 125.076 |
De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.
De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorig boekjaar | (30.701) | (22.846) |
| Wijziging van de consolidatiekring | (216) | 18 |
| Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen | (1.835) | (4.124) |
| Nettowisselkoersverschillen en transfers | 2.484 | (3.749) |
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar | (30.268) | (30.701) |
CFE was in staat om onder gunstige voorwaarden een nieuwe bilaterale kredietlijn te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.
| 31 december 2016 (duizend euro) |
Afgeleide instru menten niet ge kwalifi ceerd als indekking |
Afgeleide instru ment ge kwalifi ceerd als indekking |
Financië le instru menten beschik baar voor verkoop |
Activa en verplich tingen aan af geschre ven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 510 | 6.046 | 147.930 | 154.486 | 154.486 | ||
| Deelnemingen (1) | 6.046 | 6.046 | Niveau 2 | 6.046 | |||
| Financiële vorderingen en schulden (1) | 147.930 | 147.930 | Niveau 2 | 147.930 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
510 | 510 | Niveau 2 | 510 | |||
| Financiële vlottende activa | 2.311 | 1.722.461 | 1.774.772 | 1.774.772 | |||
| Rentevoet derivaten – niet gekwalificeerd als indekking |
|||||||
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.160.306 | 1.160.306 | Niveau 2 | 1.160.306 | |||
| Financiële activa kasbeheer | 2.311 | 2.311 | Niveau 2 | 2.311 | |||
| Kasequivalenten (2) | 10.409 | 10.409 | Niveau 2 | 10.409 | |||
| Beschikbare middelen (2) | 601.746 | 601.746 | Niveau 2 | 601.746 | |||
| Totaal activa | 2.821 | 6.046 | 1.920.391 | 1.929.258 | 1.929.258 | ||
| Langlopende financiële verplichtingen | 18.475 | 670.684 | 689.159 | 712.121 | |||
| Obligatielening | 303.537 | 303.537 | Niveau 1 | 314.777 | |||
| Financiële schulden | 367.147 | 367.147 | Niveau 2 | 378.869 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
18.475 | 18.475 | Niveau 2 | 18.475 | |||
| Kortlopende financiële verplichtingen | 18.585 | 4.930 | 1.292.810 | 1.316.325 | 1.317.431 | ||
| Rentevoet derivaten indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
14 | 14 | Niveau 2 | 14 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
4.916 | 4.916 | Niveau 2 | 4.916 | |||
| Wisselkoers derivaten – niet gekwalificeerd als indekking |
10.313 | 10.313 | Niveau 2 | 10.313 | |||
| Anderen afgeleide instrumenten – niet gekwalificeerd als indekking |
8.272 | 8.272 | Niveau 2 | 8.272 | |||
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.138.288 | 1.138.288 | Niveau 2 | 1.138.288 | |||
| Financiële schulden | 154.522 | 154.522 | Niveau 2 | 155.628 | |||
| Totaal passiva | 18.585 | 23.405 | 1.963.494 | 2.005.484 | 2.029.552 |
(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
| 31 december 2015 (duizend euro) |
Afgeleide instru menten niet ge kwalifi ceerd als indekking |
Afgeleide instru menten gekwa lificeerd als indekking |
Financië le instru menten beschik baar voor verkoop |
Activa en verplich tingen aan af geschre ven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 1.381 | 2.811 | 126.690 | 130.882 | 130.882 | ||
| Deelnemingen (1) | 2.811 | 2.811 | Niveau 2 | 2.811 | |||
| Financiële vorderingen en schulden (1) | 126.690 | 126.690 | Niveau 2 | 126.690 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
1.381 | 1.381 | Niveau 2 | 1.381 | |||
| Financiële vlottende activa | 8.514 | 1.684.929 | 1.693.443 | 1.693.443 | |||
| Rentevoet derivaten – niet gekwalificeerd als indekking |
|||||||
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.192.977 | 1.192.977 | Niveau 2 | 1.192.977 | |||
| Financiële activa kasbeheer | 8.514 | 8.514 | Niveau 2 | 8.514 | |||
| Kasequivalenten (2) | 13.863 | 13.863 | Niveau 2 | 13.863 | |||
| Beschikbare middelen (2) | 478.089 | 478.089 | Niveau 2 | 478.089 | |||
| Totaal activa | 9.895 | 2.811 | 1.811.619 | 1.824.325 | 1.824.325 | ||
| Langlopende financiële verplichtingen | 33.359 | 704.113 | 737.472 | 762.424 | |||
| Obligatielening | 305.216 | 305.216 | Niveau 1 | 315.824 | |||
| Financiële schulden | 398.897 | 398.897 | Niveau 2 | 413.241 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
33.359 | 33.359 | Niveau 2 | 33.359 | |||
| Kortlopende financiële verplichtingen | 27.535 | 7.611 | 1.295.444 | 1.330.590 | 1.346.326 | ||
| Rentevoet derivaten indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
288 | 288 | Niveau 2 | 288 | |||
| Rentevoet derivaten – kasstromen indekking |
7.323 | 7.323 | Niveau 2 | 7.323 | |||
| Wisselkoers derivaten – niet gekwalificeerd als indekking |
4.795 | 4.795 | Niveau 2 | 4.795 | |||
| Anderen afgeleide instrumenten – niet gekwalificeerd als indekking |
22.740 | 22.740 | Niveau 2 | 22.740 | |||
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.184.886 | 1.184.886 | Niveau 2 | 1.184.886 | |||
| Financiële schulden | 110.558 | 110.558 | Niveau 2 | 126.294 | |||
| Totaal passiva | 27.535 | 40.970 | 1.999.557 | 2.068.062 | 2.108.750 |
(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:
Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Vervallen binnen het jaar | 14.035 | 14.011 |
| Tussen één en vijf jaar | 17.434 | 18.346 |
| Meer dan vijf jaar | 10.603 | 11.182 |
| Totaal | 42.072 | 43.539 |
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2016 bedraagt 1.119.534 duizend euro (2015: 1.268.387 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performances bonds (a) | 856.445 | 905.798 |
| Biedingen (b) | 36.175 | 11.292 |
| Teruggaven voorschotten (c) | 16.812 | 21.241 |
| Garantie-inhouding (d) | 16.782 | 41.985 |
| Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) | 82.451 | 77.405 |
| Andere gegeven verplichtingen - waarvan 61.823 duizend euro corporate garanties bij DEME | 110.869 | 210.666 |
| Totaal | 1.119.534 | 1.268.387 |
Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor boekjaar tot 31 december 2016 bedraagt 147.937 duizend euro (2015: 104.830 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds | 145.112 | 102.720 |
| Andere ontvangen verplichtingen | 2.825 | 2.110 |
| Totaal | 147.937 | 104.830 |
De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.
De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Activa met verbonden partijen | 429.373 | 333.963 |
| Financiële vaste activa | 152.629 | 129.966 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 249.703 | 195.383 |
| Overige vlottende activa | 27.041 | 8.614 |
| Passiva met verbonden partijen | 83.187 | 121.433 |
| Andere langlopende verplichtingen | 4.905 | 11.461 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 78.282 | 109.972 |
| (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Lasten en opbrengsten met verbonden partijen | 219.391 | 96.383 |
| Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 229.925 | 129.240 |
| Aankopen en overige operationele lasten | (15.569) | (35.672) |
| Financiële lasten en opbrengsten | 5.035 | 2.815 |
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2016) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | ||
| Audit | |||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.700,0 | 60,07% | 840,6 | 53,68% | |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten |
94,7 | 3,35% | 44,6 | 2,85% | |
| Subtotaal audit | 1.794,7 | 63,42% | 885,2 | 56,53% | |
| Andere prestaties | |||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 250,9 | 8,86% | 436,3 | 27,86% | |
| Overige | 784,3 | 27,72% | 244,4 | 15,61% | |
| Subtotaal andere | 1.035,2 | 36,58% | 680,7 | 43,47% | |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.829,9 | 100% | 1.565,9 | 100% |
Geen.
| Namen | Zetel | Activiteiten- polen | Aandeel van de groep in % (econo- misch belang) |
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| Duitsland | |||
| GEOSEA INFRA SOLUTIONS GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% |
| INFRASEA SOLUTIONS Gmbh & co KG | Bremen | Baggerwerken | 100% |
| INFRASEA SOLUTIONS VERWALTUNGSGESELLSCHAFT MBH | Bremen | Baggerwerken | 100% |
| NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% |
| OAM-DEME MINERALIEN GMBH | Hamburg | Baggerwerken | 70% |
| België | |||
| ABEB NV | Antwerpen | Contracting | 100% |
| CFE BATIMENT BRABANT WALLONIE SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BPC DESIGN & ENGINEERING SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BE.MAINTENANCE SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BENELMAT SA | Gembloux | Contracting | 100% |
| BRANTEGEM NV | Aalst | Contracting | 100% |
| CFE BOUW VLAANDEREN NV | Wilrijk | Contracting | 100% |
| CFE CONTRACTING SA | Brussel | Contracting | 100% |
| ENGEMA SA | Brussel | Contracting | 100% |
| ETABLISSEMENTS DRUART SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% |
| ETEC SA | Manage | Contracting | 100% |
| GROEP TERRYN NV | Moorslede | Contracting | 100% |
| LOUIS STEVENS NV | Halen | Contracting | 100% |
| NIZET ENTREPRISES SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| PROCOOL SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% |
| REMACOM NV | Lochristi | Contracting | 100% |
| VANDERHOYDONCKS NV | Alken | Contracting | 100% |
| VMA FOOD & PHARMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA WEST NV | Waregem | Contracting | 100% |
| VOLTIS SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| AGROVIRO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| CEBRUVAL BRUCEVAL SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 54,38% |
| D.E.M.E. BLUE ENERGY NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 69,99% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| D.E.M.E. NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. COORDINATION CENTER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND NV DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV |
Zwijndrecht Zwijndrecht |
Baggerwerken Baggerwerken |
100% 100% |
| DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| ECOTERRES HOLDING SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| ECOTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| EVERSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| FILTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 56,10% |
| GEOSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA MAINTENANCE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV | Kallo | Baggerwerken | 52,43% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV | Heusden-Zolder | Baggerwerken | 36,70% |
| LOGIMARINE SA | Antwerpen | Baggerwerken | 100% |
| M.D.C.C. INSURANCE BROKER SA | Brussel | Baggerwerken | 100% |
| PURAZUR NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV | Antwerpen | Baggerwerken | 54,38% |
| HDP CHARLEROI SA | Brussel | Holding | 100% |
| BATIPONT IMMOBILIER SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BRUSILIA BUILDING NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI SAMAYA SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES SA | Brussel | Vastgoed | 75,33% |
| FONCIERE STERPENICH SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV | Kapellen | Vastgoed | 100% |
| SOGESMAINT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| VAN MAERLANT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| Cyprus | |||
| BELLSEA LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
NOVADEAL LTD Nicosia Baggerwerken 100% DEME CYPRUS LTD Cyprus Baggerwerken 100% CONTRACTORS OVERSEAS LTD Oraklini Holding 100%
| Namen | Zetel | Activiteiten polen |
Aandeel van de groep in % (econo misch belang) |
|---|---|---|---|
| Frankrijk | |||
| ENERGIES DU NORD SAS | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| EUROP AGREGATS SARL | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS | Parijs | Holding | 100% |
| Groot-Brittannië | |||
| VMA Midlands Ltd | Yorkshire | Contracting | 100% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS LTD | West Sussex | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD | Weybridge, Surrey | Baggerwerken | 74,90% |
| NEWWAVES SOLUTIONS LTD | Londen | Baggerwerken | 100% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA | Strassen | Contracting | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA PROCUREMENT & SHIPPING Luxembourg SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| SAFINDI SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA | Windhof | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA | Strassen | Holding | 100% |
| BPI LUXEMBOURG SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| RONNDRIESCH 123 SA | Luxemburg | Vastgoed | 100% |
| Hongarije | |||
| VMA HUNGARY LLC | Boedapest | Contracting | 100% |
| CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT | Boedapest | Holding | 100% |
| Nederland | |||
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS BV | Vlissingen | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS MERKUR BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,90% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV | Amsterdam | Baggerwerken | 87,45% |
| DIMCO BV | Dordrecht | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION HOLDING B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION SHIPOWNER B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION SHIPPING B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| TIDEWAY BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| Polen | |||
| CFE POLSKA S.P. ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| VMA POLSKA S.P.ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| BPI BARSKA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI POLSKA DEVELOPMENT SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WROCLAW S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| IMMO WOLA S.P. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| Roemenië | |||
| CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL | Boekarest | Holding | 100% |
| Slowakije VMA SLOVAKIA SRO |
Trencin | Contracting | 100% |
| CFE SLOVAKIA SRO | Bratislava | Holding | 100% |
| Andere Europese landen | |||
| VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI | Istanbul, Turkije | Contracting | 100% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. | Lissabon, Portugal | Baggerwerken | 100% |
| DRAGMORSTROY LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL BULGARIA SERVICES EOOD | Sofia, Bulgarije | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA |
Odessa, Oekraïne Rome, Italië |
Baggerwerken Baggerwerken |
100% 100% |
| AFRIKA | |||
| Angola | |||
| DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| SOYO DRAGAGEM LTDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| Nigeria | |||
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 54,43% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| Tsjaad | |||
| CFE TCHAD SA | Ndjamena | Holding | 100% |
| Tunesië | |||
| COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA | Tunis | Contracting | 100% |
| CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA | Tunis | Holding | 99,96% |
| Namen | Zetel | Activiteiten polen |
Aandeel van de groep in % (econo |
|---|---|---|---|
| misch belang) | |||
| Andere Afrikaanse landen | |||
| DRAGAMOZ LDA | Maputo, Mozambique | Baggerwerken | 100% |
| AZIË | |||
| India | |||
| DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD | New Dehli | Baggerwerken | 99,78% |
| INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD | Chennai | Baggerwerken | 86,00% |
| Andere Aziatische landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD | Kuala Lumpur, Maleisië | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD | Shanghai, China | Baggerwerken | 100% |
| FAR EAST DREDGING LTD | Hong Kong | Baggerwerken | 100% |
| MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD | Ebene, Mauritius | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 74,90% |
| DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 100% |
| Canada | |||
| TIDEWAY CANADA LTD | Halifax | Baggerwerken | 100% |
| Andere Amerikaanse landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| LOGIMARINE SA DE CV | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA LTD | Panama | Baggerwerken | 100% |
| SERVIMAR SA | Caracas, Venezuela | Baggerwerken | 100% |
| OCEANIË | |||
| Australië | |||
| DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum.
| Namen | Zetel | Activiteiten- polen | Aandeel van de groep in % (econo- misch belang) |
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| België | |||
| BLUEPOWER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 35,00% |
| BLUE OPEN NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 49,94% |
| BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 25,46% |
| C-POWER NV | Oostende | Baggerwerken | 6,46% |
| C-POWER HOLDCO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 10,00% |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 50,40% |
| LA VELORIE SA | Froyennes | Baggerwerken | 12,48% |
| OTARY RS NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| POWER@SEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 51,10% |
| RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV | Oostende | Baggerwerken | 25,50% |
| RENTEL NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| SEDISOL SA | Farciennes | Baggerwerken | 37,45% |
| SEASTAR NV | Oostende | Baggerwerken | 20,04% |
| SILVAMO NV | Roeselare | Baggerwerken | 37,45% |
| TERRANOVA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 43,73% |
| TOP WALLONIE SA | Moeskroen | Baggerwerken | 37,45% |
| PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN | Eupen | Holding | 25% |
| PPP SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 19% |
| GREEN OFFSHORE NV | Antwerpen | Holding | 50% |
| RENT-A-PORT NV en filialen | Antwerpen | Holding | 45% |
| BARBARAHOF NV | Leuven | Vastgoed | 40% |
| FONCIERE DE BAVIERE SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BAVIERE DEVELOPPEMENT SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BATAVES 1521 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERASMUS GARDENS SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ESPACE ROLIN SA | Brussel | Vastgoed | 33,33% |
| EUROPEA HOUSING SA | Brussel | Vastgoed | 33% |
| FONCIERE DE BAVIERE A SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE C SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| GOODWAYS SA | Antwerpen | Vastgoed | 31,20% |
| GRAND POSTE SA | Luik | Vastgoed | 24,97% |
| Namen | Zetel | Activiteiten | Aandeel van de |
|---|---|---|---|
| polen | groep in % (econo misch belang) |
||
| IMMOANGE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD I SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD II SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMOBILIERE DU BERREVELD SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LA RESERVE PROMOTION NV | Kapellen | Vastgoed | 33% |
| LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LRP DEVELOPMENT BVBA | Gent | Vastgoed | 33% |
| OOSTEROEVER NV | Oostende | Vastgoed | 50% |
| PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| PROMOTION LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 30,44% |
| REDERIJ ISHTAR BVBA | Oostende | Vastgoed | 50% |
| REDERIJ MARLEEN BVBA | Oostende | Vastgoed | 50% |
| VICTORESTATE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTORPROPERTIES SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VM PROPERTY I SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VM PROPERTY II SPRL | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| NORMALUX MARITIME SA | Windhof | Baggerwerken | 37,50% |
| BAYSIDE FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| BEDFORD FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| CHATEAU DE BEGGEN SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| ELINVEST SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| PEF KONS INVESTMENT SA | Luxemburg | Vastgoed | 33,33% |
| M1 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| M7 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| Groot-Brittannië | |||
| Fair Head Tidal Energy Park LTD | Noord-Ierland | Baggerwerken | 17,50% |
| West Islay Tidal Energy Park LTD | Schotland | Baggerwerken | 17,50% |
| Polen | |||
| B-WIND POLSKA SP z.o.o. | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| C-WIND POLSKA SP z.o.o. | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| IMMOMAX S.P. z.o.o. | Warschau | Vastgoed | 47% |
| Andere Europese landen | |||
| CBD SAS | Ferques, Frankrijk | Baggerwerken | 50% |
| EXTRACT ECOTERRES SA | Villeneuve-le-Roi, Frankrijk | Baggerwerken | 37,45% |
| MERKUR OFFSHORE GMBH | Hamburg, Duitsland | Baggerwerken | 12,50% |
| MORDRAGA LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 40% |
| OCEANFLORE BV | Kinderdijck, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| LIVEWAY LTD | Larnaca, Cyprus | Holding | 50% |
| LOCKSIDE LTD | Larnaca, Cyprus | Holding | 50% |
| AFRIKA | |||
| Nigeria | |||
| COBEL CONTRACTING NIGERIA Ltd | Lagos | Holding | 50% |
| Tunesië | |||
| BIZERTE CAP 3000 SA et sa filiale | Tunis | Holding | 20% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| D.E.M.E. BRASIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 50% |
| MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA | Sao Paulo | Baggerwerken | 51% |
| AZIË | |||
| COSCOCS DEME NEW ENERGY ENIGNEERING CO LTD | Guangzhou, China | Baggerwerken | 50% |
| DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA | Saoedi-Arabië | Baggerwerken | 49% |
| DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DRAGAFI ASIAN PACIFIC PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 40% |
| MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC | Abu Dhabi | Baggerwerken | 44,10% |
De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen, veelgebruikte juridische vehikels in de bouwsector, worden hierboven niet opgesomd.
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)
We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,
| Naam: | Fabien De Jonge |
|---|---|
| Functie: | Financieel en administratief directeur |
Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder
Datum: 23 februari 2017
| Identiteit van de vennootschap | Aannemingsmaatschappij CFE |
|---|---|
| Zetel | Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel |
| Telefoon | + 32 2 661 12 11 |
| Rechtsvorm | naamloze vennootschap |
| Wetgeving | Belgisch |
| Oprichting | 21 juni 1880 |
| Duur | onbepaald |
| Boekjaar | vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar |
| Handelsregister | RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 |
| Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd |
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap |
"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden.
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde financiële staten, en omvat tevens ons verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de geconsolideerde staat van financiële positie op 31 december 2016, de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar eindigend op die datum, alsmede een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde financiële staten van Aannemingsmaatschappij CFE NV ("de vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. De totale activa in de geconsolideerde staat van financiële positie bedragen 4 328 219 (000) EUR en de geconsolideerde winst (aandeel van de groep) van het boekjaar bedraagt 168 411 (000) EUR.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde financiële staten die een getrouw beeld geven in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne controle die ze noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde financiële staten die geen afwijking van materieel belang bevatten, die het gevolg is van fraude of van fouten.
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde financiële staten tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (International Standards on Auditing - ISA) zoals deze in België werden aangenomen. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde financiële staten geen afwijking van materieel belang bevatten.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde financiële staten opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde financiële staten als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne controle van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van een geconsolideerde financiële staten die een getrouw beeld geven, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven
omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede de presentatie van de geconsolideerde financiële staten als geheel. Wij hebben van de aangestelden en van de raad van bestuur van de groep de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren.
Naar ons oordeel geven de geconsolideerde financiële staten van Aannemingsmaatschappij CFE NV een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep per 31 december 2016, en van haar resultaten en kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Zonder de hierboven vermelde verklaring in het gedrang te brengen, vestigen wij de aandacht op de informatie opgenomen in Toelichting 27.7 van de financiële staten waarin de betalingsonzekerheid van Tsjaadse staatsschulden en de ondernomen acties om de hun betalingen te vereenvoudigen beschreven wordt.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en voor de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde financiële staten.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde financiële staten te wijzigen:
• Het jaarverslag over de geconsolideerde financiële staten behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde financiële staten en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
Zaventem, 24 februari 2017
De commissaris
DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck - Michel Denayer
Statutair overzicht van de financiële positie en winst-en-verliesrekening
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Vaste Activa | 1.323.520 | 1.332.944 |
| Oprichtingskosten | 0 | 0 |
| Immateriële vaste activa | 46 | 353 |
| Materiële vaste activa | 693 | 1.330 |
| Financiële vaste activa | 1.322.781 | 1.331.261 |
| - Verbonden ondernemingen | 1.322749 | 1.330.939 |
| - Andere financiële activa | 32 | 322 |
| Vlottende activa | 236.408 | 327.577 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 8.097 | 61.267 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 196.447 | 193.570 |
| - Handelsvorderingen | 53.033 | 66.110 |
| - Overige vorderingen | 143.414 | 127.460 |
| Geldbeleggingen | 6 | 1.255 |
| Liquide middelen | 30.956 | 68.246 |
| 902 | 3.239 | |
| Overlopende rekeningen | ||
| Totaal van de activa | 1.559.928 | 1.660.521 |
| 1.197.582 | 1.193.150 | |
| Eigen vermogen Kapitaal |
41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 592.651 | 592.651 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 487.399 | 487.399 |
| Reserves | 8.654 | 8.654 |
| Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) | 67.548 | 63.116 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 57.272 | 58.923 |
| Schulden | 305.074 | 408.448 |
| Schulden op meer dan één jaar | 132.580 | 152.580 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 172.494 | 254.898 |
| - Financiële schulden | 0 | 0 |
| - Handelsschulden | 37.211 | 73.870 |
| - Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen | 11.925 | 51.783 |
| - Overige schulden | 122.694 | 129.245 |
| Overlopende rekeningen | 664 | 970 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Resultaten | ||
| Bedrijfsopbrengsten | 48.296 | 273.031 |
| Bedrijfskosten | (56.336) | (282.476) |
| - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | (26.800) | (182.245) |
| - Diensten en diverse goederen | (17.763) | (65.923) |
| - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (12.538) | (29.267) |
| - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen | 1.214 | (3.750) |
| - Andere financiële activa | (449) | (1.291) |
| Bedrijfswinst | (8.040) | (9.445) |
| Financiële opbrengsten | 75.396 | 182.849 |
| Financiële kosten | (8.481) | (49.016) |
| Winst van het boekjaar vóór belasting | 58.875 | 124.388 |
| Belastingen (onttrekking en regularisering) | (17) | (374) |
| Winst van het boekjaar | 58.858 | 124.014 |
| Resultaatverwerking | ||
| Winst van het boekjaar | 58.858 | 124.014 |
| Overgedragen winst | 63.116 | 0 |
| Vergoeding van het kapitaal | (54.426) | (60.755) |
| Beschikbare reserves | 0 | 0 |
| Wettelijke reserves | 0 | (143) |
| Over te dragen winst | 67.548 | 63.116 |
De omzet van CFE NV is beduidend gedaald. Dit wordt verklaard door de afstand van de activiteitentak 'Gebouwen Vlaanderen' op 1 juli 2015 en door de daling van de internationale activiteit en de activiteit burgerlijke bouwkunde en gebouwen in het Brussels Gewest.
Het bedrijfsresultaat wordt ook negatief beïnvloed door de verliezen op de projecten voor burgerlijke bouwkunde in Brussel en Vlaanderen. Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit:
In 2015 werd de resultaatrekening gunstig beïnvloed door de meerwaarden binnen de groep die voortvloeiden uit de juridische reorganisatie van de groep.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.