Annual Report • Mar 30, 2018
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
VAN HET 137STE MAATSCHAPPELIJK BOEKJAAR
Operationeel organigram 34
Dredging 40
Ik ben medio 2016 voorzitter van CFE geworden en heb nu dus mijn eerste volledige boekjaar achter de rug. Niet alleen ben ik niet ontgoocheld maar zelfs zeer tevreden over de evolutie van alle polen binnen CFE.
In een misschien wat minder gunstige conjunctuur - ik twijfel er niet aan dat het een tijdelijke situatie is - heeft DEME zich buitengewoon goed gehouden dankzij de bouw van offshore windparken maar ook dankzij het dynamisme van de teams. De grootschalige investeringen die we realiseerden, zullen het ons toelaten zeer concurrentieel te blijven in de toekomst.
Voor de pool Vastgoedontwikkeling was 2017 een uitzonderlijk gunstig jaar. BPI, dat een nieuwe huisstijl heeft gekregen, is nu een van de belangrijkste promotors van België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. De investeerders hebben dat goed begrepen en de markt heeft positief gereageerd op de financieringsbehoeften van de onderneming.
De pool Contracting is beduidend vooruitgegaan. Zijn resultaten in 2017 voldeden aan de verwachtingen en wij zijn ervan overtuigd dat hij nog veel groeiopportuniteiten biedt.
Toen de groep Ackermans & van Haaren in 2013 de meerderheidsaandeelhouder van de groep CFE werd, dachten veel waarnemers dat alleen DEME ons interesseerde en dat wij de andere activiteiten, Contracting en Vastgoedontwikkeling, zouden verwaarlozen. Ze kenden ons slecht! De recente overname van de groep Van Laere bewijst, voor zover dat nog nodig was, de gehechtheid van de groep Ackermans & van Haaren aan CFE, dat haar slagkracht in Contracting hiermee versterkt.
We streven naar meer operationele uitmuntendheid van de vennootschappen waar wij actief zijn. Het werk van de gedelegeerd bestuurders en hun teams is in 2017 lonend gebleken. Ik twijfel er niet aan dat dit in de volgende jaren zo zal blijven.
LUC BERTRAND VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR heeft de wind in de zeilen! De groep CFE
Het boekjaar 2017 eindigt met een nettoresultaat na belastingen van 180,4 miljoen euro, meer dan in 2016. Het voorbije jaar bewijst dus duidelijk dat de groep CFE er weer helemaal staat.
Dat geldt des te meer omdat alle drie de polen nu een positief resultaat neerzetten. De resultaten van DEME zijn vergelijkbaar met de bijzonder briljante prestaties van 2016 en de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben de goede vooruitzichten van het begin van het jaar waargemaakt. Als we ook naar het historisch hoge peil van het orderboek kijken (met vooral voor de pool Contracting een groei van meer dan 350 miljoen euro tegenover verleden jaar), wijst alles erop dat de groep CFE op het juiste spoor zit.
De in 2017 waargenomen evolutie bevestigt ook de logische relevantie van onze organisatie: terwijl de resultaten van Baggerwerken stabiel bleven, hebben de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling veel betere prestaties gerealiseerd. De synergie tussen de polen die wij blijven ontwikkelen zal ons economische model nog versterken. Dit zal zeer snel duidelijk worden.
De groep zou immers in 2018 de lat opnieuw hoger moeten leggen, gelet op de kwaliteit van de bestellingen van vooral DEME, dat nu over de modernste vloot in de sector van de baggerwerken en aanverwante diensten beschikt. Vooral de pool Contracting zal een sprong voorwaarts maken, nadat deze in december van vorig jaar met de groep
Van Laere werd versterkt. De komst van dit nieuwe lid zal de activiteit in België in het domein van de bouw beduidend stimuleren, zodat de groep de uitdagingen van de toekomst nog beter aan zal kunnen.
De pool Vastgoedontwikkeling is na de uitstekende prestaties van dit jaar goed geplaatst om geleidelijk aan een belangrijke vastgoedspeler in België, Luxemburg en Polen te worden. Om dat te bereiken, zullen we de lopende programma's in 2018 voortzetten en de ontwikkelingscapaciteiten nog versterken.
Ten slotte werden de activiteiten van de holding en de niet-overgedragen activiteiten, die binnen CFE NV blijven, in 2016 ingrijpend gereorganiseerd, vooral internationaal en in de burgerlijke bouwkunde.
Deze reorganisaties hebben in 2017 de voortzetting en in sommige gevallen de voltooiing mogelijk gemaakt van contracten die jaren geleden werden gesloten en die een risico hadden kunnen vormen voor de onderneming.
Wij mogen trots zijn op de prestaties van CFE in 2017. Ze zijn immers te danken aan de uitzonderlijke inzet van alle medewerkers en medewerksters van de groep, een inzet die onze sterkste troef blijft voor het vervolg en het succes van onze toekomstige ontwikkeling.
DIMCO verkrijgt in een tijdelijke vereniging het contract voor de bouw van de RijnlandRoute, de nieuwe wegverbinding tussen Katwijk en Leiden, die de regio beter toegankelijk zal maken, het verkeer vlotter zal doen verlopen en de economische groei zal stimuleren.
GeoSea zal 71 funderingen van windturbines ontwerpen, produceren en installeren voor het offshore windpark Hohe See in de Duitse Noordzee. GeoSea is in dit project de EPCI partner van Siemens. Dankzij deze samenwerking kan Siemens offshore windturbines met funderingen aan EnBW leveren.
BPI verkoopt aan de groep Versluys haar aandelen in de vennootschappen die de site Oosteroever in Oostende ontwikkelen.
BPI Luxembourg SA, IMMOBEL SA, en BESIX RED SA verkopen hun aandelen in de vennootschap PEF KONS INVESTMENT SA aan AXA IM – Real Assets voor rekening van AXA Belgium.
CLE begint met de bouw van de moderne residentie Fuussbann in Differdange, met ruime appartementen, commerciële oppervlakten en een supermarkt.
Amart start een nieuwe fase van het residentiële project 'Les Hauts Prés' voor de promotors BPI en Belgian Land.
BPC verwerft het eerste contract voor een gebouw en een hotel voor het China Belgium Technology Center in het wetenschapspark van Louvain-la-Neuve: de eerste Chinese incubator in West-Europa. Dit eerste complex van Chinese incubators zal een Intelligence Valley voor de Chinese ondernemingen worden. De werken zullen acht jaar duren. Het China Belgium Technology Center zal op termijn vijf incubators tellen voor Chinese hightech bedrijven die gespecialiseerd zijn in biotechnologie, nanotechnologie, informatica en telecommunicatie, optoelektronica en duurzame ontwikkeling.
In de haven van Zeebrugge doopt DEME de 'Minerva'. De sleephopperzuiger van 3.500 m³ is het eerste baggerschip ter wereld met dual fuel motoren, dat integraal met vloeibaar aardgas (LNG) kan werken. Het heeft een groen paspoort en een Clean Design score en voldoet aan de strengste emissie-eisen.
De raden van bestuur van Ackermans & van Haaren en van CFE bestuderen een toenadering tussen de activiteiten van de groep Van Laere en CFE Contracting onder CFE. De groep Van Laere, een eersterangs algemene aannemer in België, wordt voor 100% door Ackermans & van Haaren gehouden. De belangrijkste entiteiten van de groep Van Laere zijn Algemene Aannemingen Van Laere NV, de groep Thiran NV en Arthur Vandendorpe NV.
CFE Polska ondertekent verscheidene contracten met internationale klanten voor onder meer de bouw van het residentiële project Riverview in Gdansk voor VASTINT, de vastgoedtak van de groep IKEA, en de uitbreiding van het winkelcentrum Platan voor ROCKCASTLE.
GeoSea ondertekent een overeenkomst met DONG Energy en Siemens waarmee het de volledige eigendom van A2SEA verkrijgt. A2SEA zal haar activiteiten in het onderhoud en de installatie van offshore windinstallatie vanuit Denemarken blijven uitvoeren.t
De joint-venture Sassevaart zal de Nieuwe Sluis van Terneuzen bouwen. De Belgisch-Nederlandse joint-venture Sassevaart bestaat enerzijds uit bouwbedrijven, waaronder Van Laere, en anderzijds uit twee dochterondernemingen van DEME, namelijk de baggermaatschappij Dredging International en de specialist in burgerlijke en hydraulische bouwkunde DIMCO. De joint-venture wordt belast met het concept, de bouw en het onderhoud gedurende twee jaar van de Nieuwe Sluis. De sluis wordt een onderdeel van het bestaande sluizencomplex van Terneuzen, tussen Westsluis en Oostsluis. Ze wordt 427 lang, 55 meter breed en 16 meter diep. De werken zullen eind 2017 beginnen en ongeveer vijf jaar duren. Volgens de schattingen zou het eerste schip in 2022 door de sluis moeten varen. De Nieuwe Sluis zal de toegang tot de havens van Gent en Terneuzen verbeteren en de scheepvaart tussen Nederland, België en Frankrijk vergemakkelijken. Ze zal bovendien Zeeuws-Vlaanderen en het Vlaams gewest een nieuwe economische impuls geven.
CLE begint met de bouw van het residentiële project 'Domaine de l'Europe - Kiem' op het Kirchberg-plateau in Luxemburg, voor promotor BPI.
GeoSea ondertekent een overeenkomst met Moray East voor het ontwerp, de levering, de bouw en de installatie van ongeveer 100 funderingen voor windturbines en 3 funderingen voor een offshore onderstation, en voor het transport en de installatie van 3 offshore onderstationplatformen. Het akkoord is afhankelijk van de afronding van de financiering in de tweede helft van 2018. Moray Offshore Windfarm East is een jointventure van EDP Renewables (77%) en ENGIE (23%).
GeoSea maakt de overname bekend van de meerderheid van de aandelen (72,5%) van G-tec. Deze in Milmort bij Luik (België) gevestigde onderneming is gespecialiseerd in de offshore geotechnische en geologische verkenning, de geofysische en milieustudies op zee en de diensten voor maritieme engineering op zeer grote diepte. Het saldo van de aandelen wordt gehouden door de SRIW (Société Régionale d'Investissement de Wallonie).
11 12
CFE Contracting verwerft alle aandelen van de vennootschap Aannemingen Van Laere NV voor een prijs van 18,4 miljoen euro. Deze overname werd vooraf unaniem goedgekeurd door de raden van bestuur van CFE en CFE Contracting, na voorlegging aan het comité van onafhankelijke bestuurders. De groep Van Laere zal onder haar eigen merken blijven werken. Haar activiteiten zijn complementair met die van de andere dochterondernemingen van CFE Contracting in de bouw. De CEO van de groep Van Laere, Manu Coppens, treedt toe tot het directiecomité van CFE Contracting.
CFE Contracting verwerft de SA José Coghe - Werbrouck. Deze in 1966 gestichte onderneming heeft haar zetel in Hooglede, beschikt over een vestiging in Péruwelz en is gespecialiseerd in spoorwerken. Haar kracht schuilt in de bekwaamheid van haar hooggekwalificeerde medewerkers en haar uitgebreide machinepark. Coghe heeft onlangs geïnvesteerd in een geavanceerde Tracklayer-machine voor de vervanging van wissels. Het bedrijf kan nu in één enkele bewerking geprefabriceerde wissels met betonnen dwarsliggers installeren.
BPI verandert haar naam in BPI Real Estate Belgium, om haar activiteit beter te beschrijven, lanceert een nieuwe website en versterkt haar imago. Een nieuw logo en nieuwe kleuren vertolken het dynamisme van deze onderneming, een van de leiders op de Belgische, Luxemburgse en Poolse vastgoedmarkt. BPI voltooit ook met succes de eerste uitgifte van obligaties in haar geschiedenis. De privéplaatsing van obligaties wordt vanaf de eerste dag onderschreven voor het gewenste maximum van 30 miljoen euro. De obligaties met een looptijd van vijf jaar dragen een jaarlijkse intrest van 3,75%.
GeoSea ondertekent een
samenwerkingsakkoord met CSBC Corporation voor de ontwikkeling van offshore windenergie in Taiwan. De Taiwanese regering heeft een ambitieus programma om de afhankelijkheid van het eiland van fossiele en nucleaire brandstoffen te verminderen en gebruik te maken van de enorme mogelijkheden voor offshore windenergie. Ze wil tegen 2025 ten minste 3 GW offshore windcapaciteit in de Straat van Taiwan installeren. GeoSea en CSBC zullen samen een Taiwanese joint-venture vormen voor het transport en de plaatsing van de funderingen en de windturbines van deze windparken.
066
CFE Contracting heeft in 2017 voor het eerst Best Practice Awards uitgereikt.
Omzet
3
miljoen €
Groei van de omzet van DEME met
Het project "Erasmus Gardens" in Brussel wordt bekroond als "Best Sustainable Real Estate Project" in België.
Jaarverslag 2017
Medewerkers
Nettoresultaat van de groep
Het bedrijfsresultaat (EBIT) groeit met 10% en bedraagt
ENGEMA Bovenleidingen en VMA Nizet behalen een score van
ongevallen met 0 werkverlet in 2017. Orderboek
4851 miljoen €
Het orderboek van CFE Contracting stijgt met
door de integratie van de groep Van Laere.
2017 was een sterk jaar, maar er zijn nog enorme groeimogelijkheden. Daarom zal de strategie van de groep CFE, om onze groei te bestendigen en rendabel te houden, in 2018 meer dan ooit op drie belangrijke pijlers mikken: de instandhouding en intensivering van de synergie en de samenwerking binnen de groep, de operationele uitmuntendheid die onontbeerlijk is om de doelstellingen te bereiken, en de innovatie, die ons dwingt om over de wereld van morgen na te denken.
Artist impression van het project 'Entrée en Ville' te Differdange, een gemengd project van 25.000 m².
In 2017 werden de synergie en de samenwerking tussen de dochterondernemingen in dezelfde activiteitssector en tussen de drie autonome polen van de groep CFE verder ontwikkeld. Meer bepaald tussen DEME, dat de activiteiten baggerwerken, maritieme engineering en milieu verzekert, BPI, dat alle activiteiten in de vastgoedontwikkeling verzorgt, en CFE Contracting, dat de activiteiten bouw, multitechnieken en spoor in de Benelux, Polen en Tunesië bundelt.
Deze synergie blijkt in tal van opzichten buitengewoon positief. Zo hebben de activiteiten in burgerlijke bouwkunde, die aan DEME werden overgedragen tot DEME blijft gefocust, blijft een innoverende pionnier en blijft naar de toekomst kijken.
de schepping van banen en zeer sterke competenties binnen de groep geleid, een bron van vele successen in de Benelux en internationaal. De samenwerking tussen de vastgoedontwikkeling en de bouw heeft bijzonder performante technische oplossingen opgeleverd die zowel de promotor als de aannemer ten goede komen. Deze samenwerking bevestigt, voor zover dat nog nodig was, dat wij binnen groep over complementaire toekomstgerichte vakbekwaamheden beschikken.
Ook de samenwerking tussen de verschillende teams binnen eenzelfde pool is onontbeerlijk en vormt een meerwaarde voor elke onderneming. 2017 heeft de relevantie aangetoond van deze samenwerking, die in 2018 en in de volgende jaren op alle niveaus zal worden versterkt. Hoe? Door
ervaring en kennis te delen over de grenzen van elke dochteronderneming heen, door samen te werken aan opdrachten die een beroep doen op verschillende vakspecialiteiten, door eerst gebruik te maken van de interne competenties van de groep, door opportuniteiten te delen volgens de geografische ligging, of ook nog door activiteiten tussen entiteiten over te dragen.
Dit streven naar samenwerking geldt niet alleen voor de leiders van de dochterondernemingen maar vergt ook de inzet van de communicatie- en de human resourcesdiensten van de groep, om een optimale uitwisseling van kennis te verzekeren en ieders competenties op de schaal van heel CFE bekendheid te geven, zodat we altijd voorrang kunnen geven aan interne oplossingen in de groep.
In de pool Contracting wordt de uitwisseling van kennis en competenties al in de hand gewerkt door de vorming van drie clusters, die elk alle activiteiten van een sector bundelen: elektriciteit,
HVAC en spooractiviteiten. Ook de dochterondernemingen van de bouwafdeling zoeken systematisch naar zeer interessante vormen van synergie en complementariteit.
Groei veronderstelt een oordeelkundige aanpak. Dat is de essentie van ons streven naar operationele uitmuntendheid. De bouwondernemingen van de groep hebben in 2017 een belangrijke stap gezet met de invoering van Lean Management. Maar dat is pas het begin. Het komt er nu op aan de Lean-benadering systematisch toe te passen op de werven en ze in de andere activiteiten en in de kantoren te integreren, om zo de verschillende managementprocessen te vergemakkelijken en te vereenvoudigen.
Steeds meer vormen van synergie in de cluster HVAC, en ruimer, in de pool Contracting.
Nieuwe technologieën als BIM hebben een echt gigantisch potentieel - AMS De Boogkeers - Antwerpen.
De in de speciale technieken actieve entiteiten hebben eveneens een grote aandacht voor het duurzame aspect van de HVAC-installaties.
Doorlopende verbetering impliceert ook innovatie. Nieuwe technologieën als BIM, 3D printing, robotica en prefabricage hebben een echt gigantisch potentieel. We zullen een bijzondere nadruk leggen op de toepassing van de BIM-technologie, die ons in staat moet stellen om een centrale rol te spelen in het digitale bouwproces. Wij zijn ervan overtuigd dat deze aanpak niet alleen de groei van de groep CFE zal bevorderen maar ook onze klanten veel voordelen zal opleveren.
Als een onderneming met een maritieme erfenis van meer dan 140 jaar is DEME altijd een pionier in innovatie en nieuwe technologieën geweest. De aanvulling van de baggervloot met de 'Minerva' en de 'Scheldt River', twee baanbrekende dual fuel hopperzuigers, was een van de hoogtepunten van het afgelopen jaar. Deze aanvulling was een belangrijke mijlpaal voor de baggersector, want dit zijn de eerste baggerschepen ter wereld die met LNG werken.
Daarnaast bestrijkt het programma DRIVE een waaier van operationele verbeteringen in alle projectfases. Het Opportunity & Risk Management-systeem werd verder bijgeschaafd op basis van de inzichten en de geleerde lessen van 2016. Dit heeft tot een verbeterd en diep ingebouwd, risicobewust ondernemerschap geleid bij alle stakeholders in de entiteiten van DEME.
Innovatie vereist een denkoefening over de evoluties van de wereld van de toekomst. Die oefening is duidelijk onontbeerlijk in het domein van het vastgoed, waar we aan projecten werken die pas na vier of vijf jaar concreet worden voor de investeerders. Wij zullen dus in 2018 meer dan ooit nadenken over de woningen, de kantoren of de winkelcentra van morgen, en ook over de mobiliteit, die volop evolueert en een impact heeft op alle infrastructuur.
DEME blijft naar de toekomst kijken en focust vandaag op een reeks initiatieven voor de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor uitdagingen zoals de 'plasticsoep' die onze oceanen bedreigt, de opslag van energie om het aanbod van en vraag naar elektriciteit in evenwicht te brengen, of de Blue Cluster, een Belgisch partnership waarin wij duurzaamheid en economische groei op een intelligente manier willen combineren. DEME is bijvoorbeeld een pionier in de ontwikkeling van duurzame energie en kustbescherming, twee initiatieven die door de partners van het Blue Cluster-platform worden gestimuleerd.
In 2017 is de groep CFE niet alleen financieel rijker geworden. Ze heeft ook de drie bouwbedrijven van de groep Van Laere overgenomen, die een uitstekende reputatie genieten. Dit was een buitenkans voor
CFE, want de pool Contracting verrijkt zich met nieuwe uiterst bekwame teams en een totale opening naar de markten die onze referentieaandeelhouder al zijn ondernemingen aanbiedt.
De groep CFE heeft ook de vennootschap Coghe overgenomen, een bewijs van haar streven om de activiteit in de spoorsector te versterken. Deze overname is een uiterst belangrijke investering in de toekomst, want ze levert ons een beduidende toename van materieel van de beste kwaliteit.
Ten slotte was er de overname van A2SEA, het Deense offshore windbedrijf, en deze van G-tec, de in België gebaseerde specialist in het geotechnische en geologische onderzoek van offshore sites. Deze overnames zullen DEME in staat stellen om haar volledig geïntegreerde portefeuille van diensten en oplossingen verder te versterken.
De resultaten van het afgelopen jaar en het groeiende orderboek bevestigen de relevantie van de strategische keuzes die wij in de voorbije jaren hebben gemaakt. Om de groep de beste troeven voor de toekomst te geven, zullen wij de synergie en de samenwerking op alle niveaus verder versterken, met een bijzondere nadruk op operationele uitmuntendheid en innovatie.
Een geavanceerde machine voor de vervanging van spoorwissels.
De groep Van Laere, een eersterangs algemene aannemer in België.
VERTEGENWOORDIGD BVBA CISKA SERVAIS ONAFHANKELIJK BESTUURDER VOORZITTER VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ LID VAN HET AUDITCOMITÉ
BESTUURDER JAN SUYKENS
CHRISTIAN LABEYRIE BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ
VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ LUC BERTRAND
VERTEGENWOORDIGD BVBA PAS DE MOTS ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ LEEN GEIRNAERDT
BESTUURDER VOORZITTER VAN HET AUDITCOMITÉ JOHN-ERIC BERTRAND
BESTUURDER ALAIN BERNARD
GEDELEGEERD BESTUURDER RENAUD BENTÉGEAT
BESTUURDER KOEN JANSSEN
PHILIPPE DELUSINNE
ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ
GEDELEGEERD BESTUURDER PIET DEJONGHE
Veiligheid is meer dan ooit de prioritaire waarde binnen de groep. In het begin van 2017 vond in alle ondernemingen van de pool Contracting de eerste grote Safety Day plaats, een geslaagd initiatief dat begin 2018 al door een tweede editie werd gevolgd. DEME organiseert al sedert verscheidene jaren een dergelijke dag. Maar dat is slechts één van de initiatieven die alle entiteiten nemen om de veiligheid verder te verbeteren.
Een knappe prestatie, want Exxon Mobil legt de lat bijzonder hoog voor deze prijs (0 ongevallen, dagelijks geüpdatete veiligheidsscores, regelmatige organisatie van vergaderingen over de veiligheid enz.) en het kleinste incident volstaat om elke kans op de award in rook te doen opgaan. MBG heeft de Safety Award ontvangen voor het veiligheidsniveau op de werf voor de bouw een fabriek voor Exxon Mobil in Antwerpen.
De aanhoudende inspanningen in de groep CFE werpen vrucht af: de ongevallenstatistieken evolueren gunstig, zowel op het vlak van de frequentie als op dat van de ernst. Verscheidene ondernemingen, waaronder het departement Bovenleidingen van ENGEMA en VMA Nizet, hebben al een score van 'nul ongevallen' bereikt (0 ongevallen met werkverlet).
De Safety Day vond op dezelfde dag plaats in alle ondernemingen van CFE Contracting, in België en internationaal. Het werk werd een dag lang gestopt en alle medewerkers werden zeer concreet aangespoord om zich bewust te worden van het belang van de veiligheid en van de aanpassing van hun gedrag om ze te verbeteren. Enkele van de vele initiatieven van deze dag: interactieve workshops over diverse thema's, zoals een val van hoogte of een brand op de bouwplaats, getuigenissen van gehandicapte mensen na een ongeval, rondleidingen op de werf, eerstehulpcursussen, coaching, stressbeheer, een workshop over ergonomie, enzovoort.
Naast deze buitengewone dag waren er nog veel andere initiatieven, te beginnen met een beduidende toename van het aantal preventieadviseurs in alle entiteiten van CFE.
De dochterondernemingen hebben ook tal van voor hun beroep specifieke technische opleidingen georganiseerd. CFE Bâtiment Brabant Wallonie (CFE BBW) heeft haar opleidingsplan voor werken op hoogte voorgezet, met het doel elke bij ruwbouw betrokken arbeider of machineoperator op te leiden en met een persoonlijk harnas uit te rusten. Het hijsen met stroppen, het elektrische risico, het werk op steigers enz. waren het voorwerp van opleidingen in verscheidene dochterondernemingen van CFE Contracting. In de activiteit Rail Infra & Utility Networks kwamen zeer specifieke aspecten van de veiligheid op spoorwegwerven of in het plaatsen van hoogspanningslijnen aan bod, met name in het kader van de opleidingen van Infrabel.
Bij DEME werd een speciale Task Force opgericht met vertegenwoordigers van de maritieme activiteiten en van QHSE-S en met hijsspecialisten. De Task Force bezoekt systematisch alle vaartuigen van de vloot om de nieuwe veiligheidsprocedures uit te leggen en de bemanning op de leiden.
In verschillende clusters en dochterondernemingen van de pool Contracting, zowel in België als internationaal, vonden sensibilisatieacties, opleidingen en toolbox meetings plaats om de hiërarchie te sensibiliseren en aan de basisbeginselen van het veiligheidsbeheer te herinneren, en om haar op te leiden in bijvoorbeeld de brandpreventie of de eerste hulp bij ongevallen.
De nadruk werd gelegd op het belang van de risicoanalyses, met onder meer een optimalisatie van deze analyses bij CFE BBW en de ontwikkeling van innoverende smartphone apps bij MBG en CFE Polska.
Met deze apps kan men zeer snel incidenten of gevaarlijke situaties melden en er informatie over doorgeven, zodat preventieve veiligheidsmaatregelen kunnen worden genomen. Al in de eerste maand werden bij MBG een vijftigtal incidenten of gevaarlijke situaties gesignaleerd, tegenover slechts een honderdtal voor het volledige jaar 2016!
De door CFE Polska ontwikkelde veiligheidsapp Karolina, die ook de uitvoering van audits en het opstellen van statistieken en rapporten vergemakkelijkt, werd met een Best Practice Award bekroond. Voor 2018 zijn Nederlandse en Franse versies voorzien, zodat het geheel van de groep deze innovatie zal kunnen gebruiken.
Deze verschillende initiatieven, die allemaal bijdragen tot de verbetering van de veiligheid in de groep, werden aangevuld met verrassingsinspecties op de werven en met de doorlopende verbetering van de beschermingsmiddelen (harnas, camera op torenkranen, antivaluitrusting enz.).
DEME organiseert al verscheidene jaren een werelddag van de veiligheid (Safety Moment Day). In 2017 had hij betrekking op alle vormen van hijswerk. Alle hijsprocedures werden opgetekend, zodat elke medewerker de juiste praktijken voor elk hijsmaterieel kan terugvinden.
Sociale verantwoordelijkheid
Het veiligheidsprogramma CHILD (Colleagues Help Injuries to Leave DEME) kent zijn normale verloop. In 2017 hebben meer dan 800 medewerkers de sensibilisatiesessies over de veiligheid van CHILD5 gevolgd, met onderwerpen als leiderschap, communicatie, samenwerking en engagement. Daarnaast werd een veiligheidscampagne over de dode hoeken van graafmachines georganiseerd.
DEME heeft in 2017 een systeem voor de analyse van potentieel ernstige ongevallen (High Potential - HIPO) ingevoerd dat de nadruk legt op incidenten die grote gevolgen kunnen hebben voor de normen voor de kwaliteit, de gezondheid, de veiligheid of het milieu van het bedrijf.
De volledige groep DEME voert op driemaandelijkse basis een HIPO-analyse uit. De analyse brengt alle incidenten of zorgwekkende ontwikkelingen aan het licht die zo snel mogelijk moeten worden behandeld. Dankzij de analyse van de QHSE-incidenten tijdens het werk op zee, het hijsen, de grondwerken enzovoort, kan men potentiële problemen onmiddellijk analyseren, waarna de directie en het QHSE-S-team de informatie gebruiken om een gericht actieplan op te stellen. Het plan kan postercampagnes, een opleiding of bijkomende 'toolboxes', inspecties door het management en algemene procesverbeteringen omvatten.
De resultaten van de HIPO-analyse zijn ook een belangrijk instrument om de medewerkers van DEME te helpen om onmiddellijk de nodige maatregelen in hun verantwoordelijkheidsdomein te nemen - op een schip, op een site of in een project.
Het idee van de veilgheidspauze is er gekomen na een QHSE-S-prestatiescore voor het eerste trimester boven de normaal goede normen, en een ernstig ongeval op een van de baggerschepen. Het QHSE-S-team heeft beslist om meteen op te treden door op te roepen tot een veiligheidspauze, met de volle steun van de directie en de aandeelhouders van DEME. Elke projectsite, elk kantoor, elk vaartuig heeft het werk een halve dag onderbroken om nogmaals de nadruk te leggen op de boodschap 'safety first'. Vervolgens heeft een diepgaande analyse tot een actieplan met meer dan 40 punten geleid.
Op alle vaartuigen en in de kantoren werden 'risicojachten' georganiseerd waarin de medewerkers alle risico's of potentiële gevaren in hun werkomgeving identificeerden.
Tegelijkertijd lanceerde DEME een 'Veiligheidscharter' dat iedereen aanspoort om op de anderen te letten. Alle medewerkers werden uitgenodigd om het te ondertekenen. Als begeleiding werd een veiligheidsvideo geproduceerd waarin de bij het incident betrokken bemanning de collega's met aandrang vraagt om de veiligheid ernstig te nemen.
CFE heeft altijd veel belang gehecht aan de mannen en vrouwen die in de groep werken. In 2017 was dat zeer zeker het geval, met belangrijke nieuwe investeringen in de human resources op verschillende niveaus.
In een door een groot aantal fusies en hergroeperingen van dochterondernemingen gekenmerkte context werden de human resources-functies in alle entiteiten versterkt. In de pool Contracting gebeurde dat bij CFE Bouw Vlaanderen, CFE BBW, VMA, de cluster HVAC en de spooractiviteit. Bovendien werd op de schaal van de groep een centrale dienst human resources ingevoerd om de synergie te bevorderen en interacties tussen alle dochterondernemingen te scheppen.
Om de twee maanden vergaderen de verschillende HR-verantwoordelijken om de 'best practices', kennis en ervaringen van hun teams uit te wisselen, niet alleen tussen de entiteiten maar ook tussen de polen. Aansluitend op Ambition 2020 werd een digitaal platform gelanceerd dat de uitwisselingen bevordert, en kwam een team van CFE Polska in België de werven van de groep bezoeken die Lean en Bluebeam toepassen. Het bezoek was een vruchtbare bron van uitwisselingen en samenwerkingsprojecten.
Ter herinnering, het project Ambition 2020 werd in 2016 in de pool Contracting gestart en zet het primordiale belang van de human resources voor de evolutie van de groep duidelijk in de verf. Het doel: de krachten bundelen in een gezamenlijk toekomstproject. In 2017 leidde het project onder meer tot verscheidene vergaderingen van managers en werkgroepen van
verschillende entiteiten rond specifieke thema's (aankopen, financiën, HR enz.), altijd in een optiek van kennisdelen.
Deze delende benadering zet bovendien de dochterondernemingen aan om eerst binnen de groep de competenties te zoeken die ze voor de uitvoering van hun missie nodig hebben. In 2018 zal de aanpak nog worden versterkt door netwerken van managers te vormen en met andere initiatieven de interactie te bevorderen.
De in 2017 geïntroduceerde app 'Spencer for DEME' past in het streven naar delen en samenwerken. Het is een mobiele app waarmee de medewerkers op de hoogte blijven van het laatste nieuws van DEME en op verplaatsing vlot toegang krijgen tot inhoud en tools voor hun werk. Met Spencer wil DEME de communicatie en de samenwerking verbeteren door de informatie en de verschillende toepassingen van de onderneming op één centrale plaats samen te brengen: een echte mobiele 'hub'. Het feit dat DEME vooral internationaal werkt, maakt deze aanpak nog noodzakelijker.
De visie van de jongeren krijgt in de werkwereld niet altijd de aandacht die ze verdient. Maar bij CFE BBW en MBG wil men ze zo goed mogelijk benutten. In het 'Jongerencomité' en de groep van de 'Jonge wolven' wordt er aandachtig geluisterd naar de juniors van de teams en hun innoverende visie op de onderneming.
Het welzijn van de medewerkers was het voorwerp van verscheidene door verbeteringsplannen gevolgde enquêtes - met name op de werven - en van verschillende opleidingen, onder meer over de preventie van burn-out bij BPC. In dezelfde geest werden in de verschillende entiteiten sport- en gezondheidsprogramma's gelanceerd om de conditie en het welzijn te verbeteren, stress tegen te gaan en er uiteindelijk voor te zorgen dat iedereen zich niet alleen in het werk kan ontplooien maar zich ook goed kan voelen in zijn hoofd en in zijn lichaam.
De groep CFE heeft haar uitstekende imago als werkgever in 2017 nog versterkt door middel van een zeer actief beleid voor human resources. Om de medewerkers bewust te maken van hun competenties en hen de kans te geven om zich in hun werk te ontplooien, is een programma op touw gezet met tools voor de loopbaanplanning, de opleiding, de interne mobiliteit en natuurlijk de evaluatie van de talenten en de tevredenheid van onze mensen.
Op plaatselijk niveau doen de verschillende clusters en filialen hun voordeel met ons sterke imago wanneer ze deelnemen aan campus recrutement days op scholen en aan universiteiten, of wanneer ze personeel aanwerven. Daarnaast ontwikkelen de dochterondernemingen hun eigen troeven om kandidaten aan te trekken, met onthaal, coaching, de begeleiding van nieuwkomers, een aanbod van opleidingen, mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en mobiliteit tussen entiteiten. De versterking van de teams van HR en de interne interacties in 2017 hebben deze troeven nog aantrekkelijker gemaakt.
Het idee van 'hubworking', dat de medewerkers in staat stelt om op een satellietkantoor dichter bij hun woonplaats te werken, is in opmars en begint bij DEME en MBG al concreet te worden. Thuiswerk
is eveneens aan de orde van de dag, in het bijzonder bij DEME.
DEME werkt verder aan haar doel om een 'favoriete werkgever' te worden in de sector van de baggerwerken en de milieu-en maritieme engineering in België en elders. Het heeft grote inspanningen geleverd om een meer flexibele werkgever te worden, met een reeks initiatieven voor thuiswerk, mobiliteit en soepele werkuren. In de zomer van 2017 heeft het HR-team van DEME een enquête over de mobiliteitsproblemen en de mogelijke oplossingen georganiseerd. Aangezien de files in het Antwerpse een ernstig probleem vormen, kunnen de medewerkers nu thuis werken of verscheidene met de nieuwste technologie uitgeruste satellietkantoren gebruiken, allemaal op locaties die uitstekend door het openbaar vervoer worden bediend. De medewerkers hebben uiterst positief op dit nieuwe beleid gereageerd.
DEME is ervan overtuigd dat dergelijke maatregelen het evenwicht tussen werk en privéleven beter voorspelbaar zullen maken en ervoor zullen zorgen dat minder medewerkers ons zullen verlaten omdat ze de dagelijkse transportproblemen beu zijn.
Het wervingsproces is met de hulp van professionals ter zake verbeterd. Het doel: zich uitsluitend op de competenties baseren, zonder discriminatie op basis van gender, culturele achtergrond of leeftijd, maar ook op de behoeften van de kandidaten
DEME ontving in 2017 de 'Randstad Award' voor de aantrekkelijkste werkgever van België. Deze prijs is gebaseerd op de resultaten van een enquête bij 11.000 respondenten. DEME won ook de 'Lifetime Achievement Award' op basis van de evaluaties die onderneming sinds 2009 in de 'Randstad Employer Brand Research' heeft ontvangen.
antwoorden door rekening te houden met hun persoonlijkheid en te onderzoeken wat wij hen als werkgever kunnen aanbieden. Deze vorm van rekrutering maakt het ook mogelijk om de talenten te identificeren van mensen die niet noodzakelijk de vereiste kwalificatie voor de functie bezitten. Er worden dan interne opleidingen voor hen gecreëerd. Dit geldt onder meer voor de glasvezellassers, aan wie momenteel een tekort bestaat; Louis Stevens & Co heeft een korte maar zeer gewaardeerde opleiding in het leven geroepen die vermijdt dat nieuwe werknemers met talent maar zonder specifieke kwalificaties ontmoedigd worden door de complexiteit van het werk.
DEME heeft in 2017 een grote internationale rekruteringscampagne gelanceerd. Gelet op het succes van al haar entiteiten wil de onderneming haar internationale personeelsbestand uitbreiden. Een recente onthaaldag voor ongeveer 200 nieuwe medewerkers bewijst het succes van de campagne. Dertig nationaliteiten waren vertegenwoordigd. DEME was bijzonder actief in Spanje, Portugal en Oost-Europa; het mikte op universiteitscampussen, woonde regionale evenementen bij en werkte samen met lokale arbeidsbureaus. Het is een mooie manier om het merkimago als werkgever, dat in België en Nederland al sterk is, op het internationale vlak kracht bij te zetten.
De opleidingen zijn in het algemeen echt ontworpen om de mensen zoveel mogelijk troeven mee te geven en hen te helpen om heel hun loopbaan lang vooruit te gaan.
Naast de zeer talrijke opleidingen in veiligheid, de technieken van de verschillende vakspecialiteiten, de financiële en analytische aspecten enzovoort, lag in 2017 in alle dochterondernemingen de nadruk op opleidingen in meer algemene en persoonlijke competenties: leiderschap, feedback, de manier waarop men mensen laat evolueren, of bijvoorbeeld Lean Management bij MBG en BPC, en 'coaching on the job' voor de juniors bij CFE BBW.
DEME heeft haar rijke aanbod van opleidingen in november verder uitgebreid met de lancering van de 'EPC Community'. Dit platform voor virtueel leren helpt de medewerkers met de meer technische aspecten van EPC-projecten. Het past in het streven om het aanbod van opleidingen met virtueel leren te verruimen en op die manier het personeel en de bemanningen meer flexibiliteit te geven. Daarnaast helpt de bij DEME ontwikkelde tool voor prestatiebeheer 'Time To' de medewerkers en de managers om hun prestaties, competenties en ontwikkelingsbehoeften te evalueren. In 2018 zal een specifieke 'Time To' voor de bemanningen wordt uitgerold.
CFE Polska heeft samen met twee partners in Park Majaland (Plopsa en Momentum Capital) bijgedragen aan de uitrusting van een computerlokaal in de lagere school van het Poolse Boczów. De uitrusting omvat 27 laptops, printers en tv- en multimediamaterieel. Ze zal druk worden gebruikt: voor informaticalessen, interactief onderwijs, het snel zoeken en overbrengen van informatie en de communicatie met de leerlingen en de ouders. Ontegensprekelijk een heel nuttig geschenk!
Het bouwproject Tivoli, een volledige wijk in het Brussels gewest, is een uitstekend voorbeeld.
Het belang van innovatie moet niet meer worden aangetoond. De inbreng van de nieuwe technologieën in de bouwberoepen is een beslissende factor voor de productiviteit, vanwege hun directe impact op de operationele uitmuntendheid. Hij is ook in veel opzichten positief voor het milieu en voor de veiligheid.
Ook innovatie en het streven om de grenzen te verleggen staan bij DEME centraal. De investeringen van DEME in nieuwe technologieën bewijzen hoeveel belang de onderneming aan innovatie hecht. Overal ter wereld nemen haar medewerkers deel aan technologische ontwikkelingen voor de introductie van duurzame oplossingen op haar markten. Deze benadering impliceert binnen DEME een nauwe samenwerking tussen de werven, de vaartuigen, de managementteams van de projecten en de technische en engineeringdepartementen.
Lean Management is het antwoord op deze verwachting. In zijn toepassing op de bouwsector optimaliseert het de organisatie van de werf door alle vormen van inefficiëntie te elimineren: overbodige verplaatsingen en reizen, overproductie van materiaal, tijdrovende procedures enzovoort. De planning is een essentieel onderdeel van Lean Management. Hij wordt opgesteld op basis van de termijnen, de behoeften en andere informatie die alle actoren van het project – arbeiders, onderaannemers, leveranciers, architecten enz. – verstrekken, en impliceert de participatie en samenwerking van alle betrokkenen, zodat problemen zo goed mogelijk worden
opgelost. Deze methode werd in 2017 op de werven van CFE in België en het buitenland veralgemeend. Het bouwproject Tivoli, een volledige wijk in het Brussels gewest, is er een uitstekend voorbeeld van.
Bluebeam is net als BIM (Building Information Modeling) software voor een digitale benadering die de werking in reële tijd en de informatiestroom faciliteert. Het grote verschil is dat de gegevens van het BIM-model hier in pdf-formaat worden verzonden. Dit alternatief voor BIM werd door MBG ontwikkeld om zo dicht mogelijk bij de praktijk op het terrein te staan en de gegevens ook zonder 3D software toegankelijk te maken. BlueBeam werd dit jaar getest op de werf van MBG van de Antwerp Management School in Antwerpen, die nog in uitvoering is. De software heeft er zijn nut duidelijk bewezen: alle projectpartners (ontwerpers, leveranciers, onderaannemers, administratief personeel enz.) krijgen vlot toegang tot de gegevens en kunnen ze zeer efficiënt beheren.
Iedereen kan een goed idee hebben. Daarom neemt DEME innovatie-initiatieven voor haar medewerkers, een echte bron van waarde.
'DEMEx' legt de klemtoon op disruptieve innovatie, door jonge talenten te vragen om gedurfde commerciële opportuniteiten voor DEME te identificeren. Het begin 2017 georganiseerde evenement 'Co-creating our future' bracht werknemers en kaderleden samen om na te denken over de toekomstige commerciële trends en innoverende ideeën te ontwikkelen.
In 2017 nodigde 'Deme Innovation Driver' alle medewerkers wereldwijd uit om dertien uitdagingen aan te gaan en innoverende oplossingen voor te stellen. Ongeveer 700 medewerkers bundelden hun krachten op een online innovatieplatform. Meer dan 300 nieuwe ideeën werden ingediend – een indrukwekkend cijfer. Verscheidene ideeën werden geselecteerd, met succes in de praktijk gebracht en beloond met een 'Innovation Driver Award'.
In de groep CFE is innovatie altijd sterker aanwezig, in zeer uiteenlopende domeinen. Dat blijkt onder meer uit de ontwikkeling van een aantal toepassingen in het domein van de opleiding en de veiligheid, zoals de apps van MBG en CFE Polska waarmee men bliksemsnel een incident of een gevaarlijke situatie kan signaleren en communiceren. Een andere nieuwigheid: de introductie in de activiteit Spoorinfra van een innovatief veiligheids- en testsysteem voor de preventie van ongevallen tijdens het gebruik van spoorkranen.
Meer dan 300 nieuwe ideeën werden ingediend, geselecteerd, met succes in de praktijk gebracht en beloond met een "Innovation Diver Award".
DEME vormt vanouds partnerships met andere ondernemingen en met universiteiten, academische instellingen en overheidsorganisaties om samen te werken in het domein van onderzoek en innovatie. Dit delen van kennis en creativiteit heeft nieuwe ideeën voor duurzame oplossingen opgeleverd als antwoord op de verschillende ecologische en economische uitdagingen van de planeet.
Het Vlaamse Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent hebben het proefproject Edulis gestart, dat de mogelijkheid onderzoekt om mosselen te kweken in de windparken voor de Belgische kust. Deze instellingen leiden het project 'Noordzee Aquacultuur' in samenwerking met een consortium van zeven ondernemingen, waaronder DEME. De eerste lijnen voor de mosselkweek werden in mei 2017 in het windpark C-Power geïnstalleerd. Over twee jaar zouden de experts een definitief advies moeten kunnen geven over de ecologische en economische leefbaarheid van de mosselkweek in windparken.
De eerste lijnen voor de mosselkweek werden in mei 2017 in het windpark C-Power geïnstalleerd.
worden ideeënzijn er gedeeld Goede te om Practice Awards
CFE Contracting heeft in 2017 voor het eerst 'Best Practice Awards' uitgereikt. Dit initiatief gaat uit van het streven om goede ideeën met iedereen te delen. De eerste editie van de Best Practice Awards was een mooie demonstratie van het feit dat de groep geen gebrek aan goede ideeën heeft.
Best
Best Practice Awards, het streven om goede ideeën met iedereen te delen.
Niet minder dan 65 dossiers werden ingediend en beoordeeld door de juryleden: Renaud Bentégeat (CFE), Piet Dejonghe (CFE), Frederik Lesire (BPI), Theo Van De Kerckhove (DEME), Bernard Heiderscheidt (SECO) en Emmanuel Tual (VINCI).
De arbeidsmarkt heeft een groot gebrek aan kandidaten met een opleiding als glasvezellasser. Als antwoord op die schaarste begon de onderneming nieuwkomers 'op de werkvloer' op te leiden. Maar de complexiteit van het werk ontmoedigde veel mensen: negen op tien arbeiders haakten snel af. De oplossing? Een opleiding van twee weken in het vak van glasvezellasser organiseren. Bij Louis
Stevens & co hebben ze de handen uit de mouwen gestoken, en die investering in tijd is onmiddellijk lonend gebleken: de helft van de arbeiders zette door. Een prima idee: een korte, goed gerichte opleiding!
BIM (Building Information Modelling) is een op een digitaal 3D model gebaseerde werkmethode die de doorstroming van de gegevens over een bouwproject tussen alle betrokken partners faciliteert. MBG doet een beroep op die methode maar heeft ook op de werf van de Antwerp Management School in Antwerpen een gebruiksvriendelijker alternatief getest, de Bluebeam software. Bluebeam is net als BIM een digitale benadering in reële tijd die de informatiestroom faciliteert. Het grote verschil is dat de gegevens in PDF-formaat worden verzonden en heel gemakkelijk door iedereen kunnen worden geraadpleegd, ook op een tablet. Bluebeam staat daardoor dichter bij het terrein, omdat niet alle partners in staat zijn om met 3D software te werken. Het systeem heeft de processen vereenvoudigd en een grote tijdwinst opgeleverd. Een uitstekend idee, dat ook andere entiteiten interesseert.
Met de veiligheidsapp Karolina Safety System kan men alle informatie over een gevaarlijke situatie onmiddellijk naar een digitaal platform sturen, eventueel met foto's erbij. Dit is een sterke troef voor de veiligheid, aangezien men preventiemaatregelen kan nemen en ongevallen kan vermijden. De binnen CFE Polska ontwikkelde app kan ook worden gebruikt om veiligheidsaudits uit te voeren, veiligheidsstatistieken bij te houden en rapporten op te stellen. Karolina Safety System zal binnenkort in heel de groep worden gedeeld en gebruikt.
Op de werf Tivoli – de bouw van een volledige duurzame wijk in het Brussels gewest – heeft het team van BPC het principe van Lean Management toegepast: een manier van werken die de rentabiliteit verhoogt en alle soorten verspilling vermijdt door overbodige verplaatsingen, de overproductie van materiaal, tijdrovende procedures enzovoort te elimineren. Deze aanpak veronderstelt een maximale samenwerking tussen alle betrokkenen (teamleiders, onderaannemers enz.), met frequente vergaderingen en
een nauwkeurige maar snel aanpasbare planning, dat alles bezield door een streven naar doorlopende verandering. BPC is zeer behendig te werk gegaan en met haar briljante Lean Management kreeg de werf Tivoli het bezoek van verscheidene teams van andere entiteiten tot en met een delegatie uit Polen.
Er werden vier awards uitgedeeld, maar omdat de 65 dossiers stuk voor stuk knappe inspiratiebronnen waren, werden ze allemaal via One Drive met alle entiteiten van de groep gedeeld!
Categorie "Grand Prix": op de werf Tivoli heeft het team van BPC het principe van Lean Management toegepast.
Niet minder dan 65 dossiers werden ingediend en beoordeeld.
De groep CFE voert al sinds jaren een beleid voor duurzame ontwikkeling en stelt altijd hogere eisen in dit domein, zowel voor de bouw als voor alle eraan gerelateerde beroepen en praktijken.
De entiteiten in de speciale technieken zijn steeds actiever in energiezuinige gebouwen.
Dankzij haar in duurzame bouwtechnieken verworven competenties, kan de groep niet alleen inspelen op de huidige uitdagingen op het vlak van de energie en het milieu, maar ook anticiperen op de toekomstige verwachtingen, onder meer door vooruit te lopen op de bestaande reglementeringen.
Ook dit jaar getuigen veel nieuwe projecten van deze knowhow. Een greep uit de talrijke voorbeelden: de nieuwe zetel van AXA in Brussel heeft de BREEAM-certificering Excellent ontvangen (BPC en VMA), het door BPI ontwikkelde project Renaissance in Luik is het eerste energiezuinige project in het Luikse en Erasmus Garden, in Brussel, werd bekroond als 'Best Sustainable Real Estate Project' van België. BPI is ook Woodskot gestart, een project voor duurzame studentenwoningen in houtskeletbouw.
De in de speciale technieken actieve entiteiten hebben eveneens een grote aandacht voor het duurzame aspect van de klimaatregelings- en verwarmingsinstallaties (Procool en Druart) waarmee zij nieuwe en gerenoveerde gebouwen uitrusten. Het bedrijf be.Maintenance, dat steeds actiever is in energiezuinige gebouwen, slaagt erin het energieverbruik effectief te beperken door de parameters van de regelsystemen te optimaliseren en de klanten bewust te maken van de goede praktijken en van het nut van de technische doorbraken voor de beperking van het verbruik.
Het ligt ook voor de hand dat bepaalde activiteiten van de groep van nature goed zijn voor het milieu. Dat is bijvoorbeeld het geval met de onderhouds- en verbeteringswerken aan sporen die de activiteit Rail Infra & Utility Networks uitvoert en die bijdragen tot een minder vervuilende mobiliteit, of met de werken in verband met de waterzuivering en de elektriciteitsproductie in windparken.
De aandacht voor de milieubescherming komt ook tot uiting in de dagelijkse werking van de kantoren en de werven. Dat gebeurt op tal van manieren, zoals de sortering en verwerking van afval, de beperking van het energieverbruik, de toenemende digitalisatie om minder papier te verbruiken en de rationalisering van de reizen. Wat dat laatste betreft, worden de mogelijkheden voor satellietkantoren en thuiswerk bestudeerd en brengen sommige dochterondernemingen ze al in de praktijk.
... vandaag en morgen
We vermelden nog andere voorbeelden, zoals de minder energiegulzige containers die CFE BBW ontwikkelt, of bij CFE Tunesië een gids voor goede milieupraktijken en de plaatsing van milieuprestatie-indicatoren op de werven. BENELMAT heeft van de 'Service Régional Wallon de conseil en énergie' felicitaties gekregen voor de inrichting van haar gebouwen in Gembloux met buitengewoon efficiënte systemen voor isolatie, verwarming, ventilatie met warmterecuperatie en verlichting.
De beperking van de uitstoot van broeikasgassen is essentieel om de klimaatverandering onder controle te krijgen. DEME draagt eraan bij door haar eigen emissies van broeikasgassen te verlagen en in de uitvoering van haar projecten haar energiebronnen te diversifiëren.
Om dat doel te bereiken, stellen verschillende departementen (QHSE, technisch departement, DRIVE enz.) alle nodige plannen op, zowel op het niveau van de projecten als op dat van de onderneming. De beperking van de broeikasgassen maakt deel uit van het geïntegreerde systeem voor milieubeheer van DEME. DEME werd hiervoor opnieuw beloond met een CO2 sensibilisatiecertificaat niveau 5 op de prestatieschaal voor CO2 .
De doelstellingen mikken op de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen door DEME, zowel in de eigen activiteiten als in die van de toeleveringsketen. Zo zijn de nieuwe vaartuigen van de vloot allemaal ontworpen als 'groene' vaartuigen met dual fuel motoren van de nieuwste generatie en zeer beperkte gasemissies. De gloednieuwe 'Minerva' (3.500 m3 ) en 'Scheldt River' (8.400 m3 ), die de vloot van DEME in 2017 hebben verrijkt, zijn de eerste baggerschepen ter wereld met dual fuel motoren die volledig op LNG kunnen werken.
DEME blijft ook actief duurzame ideeën, alternatieven en technische oplossingen onderzoeken in de strijd tegen de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Hoewel de wereldwijde uitstoot van de maritieme sector nog niet aan beperkingsdoelstellingen onderworpen is, doet DEME voor al haar activiteiten doorlopend onderzoek naar alternatieve en duurzame energiebronnen.
De nieuwe zetel van AXA te Brussel heeft de BREEAM-certificering Excellent ontvangen.
De gloednieuwe "Minerva" (3500 m3 ) vervoegde de DEME-vloot in 2017.
Holding en nietovergedragen activiteiten
De activiteiten van de holding hadden vooral betrekking op de concessies, de opvolging van de activiteit van Rent-A-Port, de niet aan DIMCO overgedragen activiteiten in de burgerlijke bouwkunde en de niet aan CFE Contracting overgedragen internationale bouwactiviteiten.
De belangrijkste concessie, Green Offshore, heeft betrekking op de windparken in de Noordzee. De werken aan het windpark Rentel zouden in 2019 voltooid moeten zijn. De activiteit van de windparken Seastar en Mermaid werd nog niet opgestart. Echter werden wel reeds de groenestroomcertificaten ontvangen voor deze toekomstige werven.
In 2017 heeft Rent-A-Port hoofdzakelijk internationaal gewerkt, in Vietnam, waar het haar posities heeft versterkt, en in het Midden-Oosten, waar het zich in een tijdelijk delicate politieke en economische context sterk wist te houden.
Rent-A-Port wijdt zich aan de studie, de ontwikkeling en het beheer van projecten voor havens en havenzones. De onderneming kan onder meer de elektriciteits- en waterdistributie verzekeren, de inzameling en verwerking van afval en de waterzuivering; ze kan ook initiatieven voor hernieuwbare energie en de levering van drinkwater financieren, onder meer in samenwerking met haar dochteronderneming Rent-A-Port Green Energie, een specialist in de productie van hernieuwbare energie.
Zowel Rent-A-Port als haar dochteronderneming 'Green Energy' bewijzen hun zorg voor het milieu met hun
werkmethoden en de aard zelf van hun activiteiten. Dat bleek in 2017 uit diverse 'groene' initiatieven in het domein van de zonne-energie, de windenergie en de waterzuivering.
Rent-A-Port heeft nauw samengewerkt met het bestuur van de haven van Azov, in Rusland, voor het gezamenlijke beheer van de pier voor de import van diesel en LPG (de 'liquids jetty), die in 2017 voor 80% werd benut. De samenwerking met de haven van Azov zal worden uitgebreid met het gezamenlijke beheer (50/50) van de nieuwe havenzone die op het schiereiland Tien Phong in de provincie Quan Ninh wordt gepland. Rent-A-Port onderhoudt trouwens uitstekende betrekkingen met de Vietnamese autoriteiten in het kader van een adviesactiviteit voor de privatisering van het havenbedrijf in staatseigendom (Vinalines).
De dochteronderneming RAP Green Energy zal dankzij goede plaatselijke contacten en het feit dat Rent-A-Port een elektriciteitsnet beheert dat meer dan 60 industriële klanten bedient, in 2018 twee nieuwe projecten kunnen starten voor de productie van respectievelijk zonne- en windenergie.
In Qatar werd het jaar 2017 verstoord door de beslissing van enkele buurlanden om alle leveringen aan het land te boycotten, in het bijzonder de levering uit de emiraten van aggregaten voor beton en asfalt. De boycot kwam op het ogenblik dat Rent-A-Port na grote engineeringinspanningen een contract van 5 jaar had verkregen voor het beheer van de havenoperaties, de sortering en de opslag van 10 miljoen ton per jaar. Als gevolg van de boycot moest Qatar het contract annuleren.
De Qatarese staat heeft Rent-A-Port echter bij wijze van compensatie een ander contract toegekend voor het project Khatmat Millaha, de lancering van een nieuwe productiesite voor aggregaten. Dit project is in oktober 2017 gestart.
De uitstap in 2016 uit het project Zuiderzeehaven in Nederland zou in het voorjaar 2018 een aanzienlijke kasstroom moeten opleveren.
Volgens de concessieovereenkomst die 6 jaar geleden met het consortium 'Antwerp Port' (60% RAP en 40% PAI) werd ondertekend, zal de staat van het Sultanaat de bouw van de haven voltooien en zal het consortium 'Antwerp Port' industrieterreinen aanleggen.
Helaas heeft de daling van de olieprijs sinds 2015 ernstige gevolgen gehad voor de nationale begroting van het Sultanaat waardoor de haveninfrastructuur pas in 2019 voltooid zal zijn, wat de komst van nieuwe klanten vertraagt.
Toch werd in 2017 dankzij het dynamisme van het team in Duqm en Muscat meer dan twee derde van de exploitatiekosten door de eerste klanten gedekt. Gelet op de huidige situatie en de lopende commerciële contracten, zou de exploitatie van de haven vanaf 2020 rendabel moeten worden.
2018 ziet er goed uit voor Rent-A-Port en haar dochter, met een goed gevuld orderboek in Vietnam, een geleidelijke verbetering van de situatie in Oman en de waarschijnlijke bevestiging van nieuwe opdrachten in de sector van de hernieuwbare energie. In Nederland zou de uitstap uit het project Zuiderzeehaven in 2016 in het voorjaar van 2018 een aanzienlijke kasstroom moeten opleveren. Rent-A-Port heeft ook studies uitgevoerd in Gabon en Guinee die tot een toekomstige uitbreiding van de activiteiten op het Afrikaanse continent kunnen leiden.
De grootste werf in de burgerlijke bouwkunde (niet aan DIMCO overgedragen) is die van het waterzuiveringsstation van Brussel-Zuid (STEP). In heel 2017 werd er hard gewerkt en in 2018 zal dat niet
anders zijn. De burgerlijke bouwkunde en electromechanische werken moeten immers de voltooiing van fase B mogelijk maken en begin 2019 moet een groot gedeelte van het station operationeel zijn. We staan dus voor een grote uitdaging: de volledige tweede fase van dit enorme waterzuiveringsstation moet voor 31 december 2018 worden opgeleverd. Bijgevolg heeft het voltallige arbeidersbestand in november en december 24 uur per dag en zes dagen per week gewerkt om de oplevering tegen eind 2018 te verzekeren.
In Wallonië verlopen de werken aan de stuw van Kain op de Schelde tot tevredenheid van de klant. Ze zouden in juni moeten worden opgeleverd, terwijl het pompstation van Jemeppe (Luik) zich in de fase van het verkrijgen van het certificaat van de voltooiing van de werken bevindt.
In Algerije loopt het onderhoudscontract voor de zetel van BNP verder. Dit gebouw blijft een referentie voor de klant, die het als het mooiste kantoorgebouw van Afrika beschouwt. In Tsjaad bleef de onderneming inspanningen leveren voor de inning van haar vorderingen op het contract van het Grand Hôtel in N'Djamena, dat in juli 2017 onder het merk van de groep Radisson effectief werd geopend. Er is met de
financiële organismen onderhandeld om de betaling van het geheel of een gedeelte van de vordering te verkrijgen, maar eind februari 2018, op de datum van de afsluiting van het boekjaar 2017, was nog niets ontvangen. De activiteiten in Nigeria evolueerden sterk, aangezien de Eko Tower werd opgeleverd en nu volledig door Total in gebruik is genomen.
In Roemenië was de werf van het ziekenhuis van Boekarest in 2017 weer volop actief en zullen de werken zeker in april 2018 voltooid zijn. De aan CFE verschuldigde vorderingen werden in het boekjaar 2017 vereffend. In Hongarije werd er met wederzijdse toestemming een einde gebracht aan de maatschappij Bayer-CFE die haar activiteit alleen zal verderzetten onder de naam Bayer. In heel 2017 werd er hard gewerkt aan het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid en in 2018 zal dit niet anders zijn.
MARITIEME EN OFFSHORE
Jaarverslag 2017 34
DEME kende in 2017 weer een goed jaar. De offshore windmarkt en de onderzeese oplossingen hebben bijzonder goed gepresteerd, met onze dochterondernemingen GeoSea, Tideway en DEME Infra Marine Contractors (DIMCO), terwijl de andere activiteiten (baggerwerken, milieu, olie en gas, resources) het goed deden, rekening houdend met de uitdagende marktomstandigheden in deze sectoren in 2017. Dankzij de multidisciplinaire, innovatieve aanpak en de ruime waaier van activiteiten kon DEME haar resultaten op een gezond peil houden.
Het jaar was buitengewoon druk voor DIMCO, DEME's leverancier van maritieme oplossingen, met drie prestigieuze contracten voor grote infrastructuurprojecten in Nederland. Met de RijnlandRoute, de Nieuwe Sluis Terneuzen en de Blankenburgtunnel, kan DEME de synergie van haar activiteiten binnen de groep DEME optimaal benutten. De projecten in de Benelux zijn belangrijk voor de verdere ontwikkeling van de mondiale activiteiten. Inmiddels treffen DIMCO en haar partners voorbereidingen voor de werken van het grootschalige project Fehmarnbelt, met een 18 kilometer lange tunnel tussen Duitsland en Denemarken.
GeoSea heeft haar globale voetafdruk naar Azië uitgebreid. In een unieke joint venture met COSCO – CDNE (COSCO DEME New Energies) wordt voor de oostkust van China het eerste offshore windpark gebouwd. De entiteit heeft ook een samenwerkingsovereenkomst gesloten met CSBC Corporation voor de ontwikkeling van offshore windprojecten in Taiwan. Als pioniers in de offshore hernieuwbare energie, is dit een buitenkans om de ervaring en de kennis te exporteren die in
projecten in België en Europa werd verworven.
Op de baggermarkt bleven de activiteiten gedomineerd door het project Tuas Terminal Phase 1, de megahaven in Singapore. DIAP (Dredging International Asia Pacific) verwierf een nieuw contract voor de Ayer Merbau Reclamation Phase 2, een bijkomende uitbreiding van de landoppervlakte van het eiland Juron, waar Singapore in het kader van zijn nationale ontwikkeling een van de grootste hubs voor olieraffinage en petrochemie ter wereld bouwt. In het Midden-Oosten zal DEME baggerwerken uitvoeren voor het Old Port Redevelopment Project in Qatar. In Afrika, Europa, India en Latijns-Amerika bleven de activiteiten op een hoog peil. In Latijns-Amerika werd een belangrijk contract in de wacht gesleept voor verdiepings- en onderhoudsbaggerwerken op het Canal Martín García, tussen Uruguay en Argentinië. In België won DEME het
contract voor het Modular Offshore Grid van Elia in de Noordzee, met inbegrip van de levering, de installatie en het onderhoud van de onderzeese stroomkabels.
Tegen de achtergrond van een groeiende bevolking en een toenemende middelenschaarste, ontwikkelt Global Sea Mineral Resources (GSR), DEME's specialist in de winning van ertsen op zee, baanbrekende technologieën voor diepzeemijnbouw. De 'Patania', een 'robot-onderzeeër op rupsbanden' voor bodemonderzoek, werd in de Stille Oceaan met succes op een diepte van 4.500 meter getest. De 'Patania' is een proefvoertuig dat tot de ontwikkeling van een grotere noduleverzamelaar op rupsbanden moet leiden, die naar verwachting in 2019 klaar zal zijn. Met dit baanbrekende voertuig zal men voor het eerst echt nodules kunnen oogsten.
Het investeringsprogramma in de vloot zal dit jaar worden voorgezet met het offshore installatievaartuig 'Apollo' en het kabelschip 'Living Stone', die de vloot komen versterken. Dankzij dit ambitieuze investeringsprogramma zal DEME over de jongste, modernste en veelzijdigste vloot beschikken in de sector van de baggerwerken, de offshore hernieuwbare energie en de olie en gas.
Wat de toekomst betreft, bevindt DEME zich in een goede positie voor een sterk 2018. Het jaar is goed begonnen, met belangrijke contracten in diverse sectoren en domeinen. Grote projecten gaan van start, zoals het Hornsea Project One offshore windpark in het Verenigd Koninkrijk, de Nieuwe Sluis
Terneuzen en de Blankenbergtunnel in Nederland. De vele projecten hebben in 2018 tot de lancering geleid van een grote wervingscampagne om meer personeel voor de verschillende activiteitsdomeinen te vinden.
DEME is trots op haar realisaties van het afgelopen jaar maar ze rust niet op haar lauweren. In 2018 blijft de groep gefocust, blijft zij een innoverende pionier en blijft zij naar de toekomst kijken om ervoor te zorgen dat iedereen helemaal klaar is voor de volgende ontwikkelingen.
Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra
BERNARD PAQUOT AREA DIRECTOR MIDDLE EAST
PIERRE CATTEAU AREA DIRECTOR MEDITERRANEAN, SOUTH AND MIDDLE AMERICAS
WIM BIESEMANS MANAGING DIRECTOR DEME CONCESSIONS
HANS CASIER HUMAN RESOURCES MANAGER
STEVEN POPPE AREA DIRECTOR AFRICA ERIC TANCRÉ AREA DIRECTOR NORTH EUROPE
PHILIP HERMANS AREA DIRECTOR ASIA, OCEANIA AND NORTH AMERICA GENERAL MANAGER DREDGING INTERNATIONAL ELS VERBRAECKEN CHIEF FINANCIAL OFFICER
TOM LENAERTS CHIEF LEGAL OFFICER
DIRK POPPE
AREA DIRECTOR EASTERN EUROPE AND RUSSIA MANAGING DIRECTOR ECOTERRES HOLDING
HUGO BOUVY GENERAL MANAGER TIDEWAY
LUCAS BOLS GENERAL MANAGER TIDEWAY
MANAGER TECHNICAL DEPARTMENT GENERAL MANAGER BAGGERWERKEN DECLOEDT & ZN.
LUC VANDENBULCKE DEPUTY CHIEF OPERATING OFFICER MANAGING DIRECTOR GEOSEA
ALAIN BERNARD DIRECTOR CHIEF EXECUTIVE OFFICER CHRISTEL GOETSCHALCKX SECRETARY TO THE MANAGEMENT TEAM
PIERRE POTVLIEGE AREA DIRECTOR INDIAN SUBCONTINENT
MARTIN OCKIER* AREA DIRECTOR BENELUX THEO VAN DE KERCKHOVE CHIEF OPERATING OFFICER
(*) Met grote spijt melden wij het overlijden van onze vriend en collega Martin Ockier, Area Director Benelux, op 5 maart 2018. Martins loopbaan bij DEME bestreek meer dan 30 jaar. Met zijn uitgebreide ervaring en wijsheid werd Martin een lichtend voorbeeld, een gids, een mentor en een coach voor velen van ons bij DEME, het managementteam, de Benelux-zone en DIMCO. Zijn ondernemerschap, leiderschap, technisch en strategisch meesterschap en sociaal vernuft zullen erg gemist worden.
Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra
een renovatie van stuwcomplexen op de Nederrijn en de Lek. Andere projecten waren een programma voor onderhoudsbaggerwerken op de rivieren in het westen van Nederland, de verdieping en verbreding van de Maas en de ontwikkeling van de Kooyhaven in de haven van Den Helder.
In Frankrijk verwierf SDI het contract voor onderhoudsbaggerwerken in de havens van Boulogne-sur-Mer en Calais, in de Gironde en in de toegangsgeul van de haven van Gravelines. Begin 2017 voltooide SDI de werken voor de verdieping van het gedeelte Courval-Duclair van de Seine. Als partner in een joint-venture was SDI betrokken bij de bouw van de nieuwe terminal voor zware vrachten van de haven van Brest.
In Duitsland verkreeg Nordsee Nassbaggerund Tiefbau (Nordsee) het contract voor onderhoudsbaggerwerken op de Elbe. Nordsee voert ook het tweejarige contract voor onderhoudswerken op de Weser uit. In oktober 2017 voltooide Nordsee met succes de bagger- en landwinningswerken voor de uitbreiding van de Europakai in Cuxhaven.
NewWaves Solutions, de Britse dochteronderneming van DEME, nam deel aan het Dawlish Warren Beach Management-programma en voerde in juni en juli 2017 baggerwerken en strandsuppletiewerken uit. Baggerwerken werden uitgevoerd in de toegangsgeul
In oktober heeft DEME de gloednieuwe dual fuel sleephopperzuiger "Minerva" ingezet voor strandsuppletiewerken uit te voeren in Nieuwpoort.
In België heeft DEME verder gewerkt aan diverse langlopende contracten voor onderhoudsbaggerwerken op de grote waterlopen en in de Noordzee. In het begin van 2017 verkreeg het een nieuw contract van vier jaar voor onderhoudsbaggerwerken en de behandeling van vervuild sediment op het kanaal Gent-Terneuzen. DEME heeft in Bredene met de 'Breughel' zandsuppletiewerken uitgevoerd om het strand na een woeste storm te herstellen. In oktober heeft DEME de gloednieuwe dual fuel sleephopperzuiger 'Minerva' ingezet voor strandsuppletiewerken uit te voeren in Nieuwpoort. DEME heeft tevens bagger- en zandsuppletiewerken uitgevoerd alsook sleuven gegraven voor Rentel, een 309 MW offshore windpark in de Belgische Noordzee.
In Nederland heeft de Vries & van de Wiel samen met DIMCO gewerkt aan
Het investeringsprogramma wil eerst en vooral de efficiëntie in termen van productiviteit en milieuprestaties verbeteren. De dual fuel sleephopperzuigers 'Minerva' en 'Scheldt River' vervoegden de vloot, beide 'groene' schepen, uitgerust met dual fuel motoren van de nieuwste generatie, in staat om op LNG of diesel te werken.
Met de 'Bonny River' (15.000 m³ capaciteit) investeert DEME in een nieuwe generatie sleephopperzuigers die voorlopers zijn in de kustbescherming en het baggeren op harde bodems. In september 2017 werd met de kielleggingsceremonie de start gevierd van de bouw van de 44.180 kW hopperzuiger 'Spartacus'.
De 'Living Stone', een multifunctioneel kabellegschip en het nieuwe hefvaartuig 'Apollo' komen in 2018 de vloot versterken. Het schip 'Orion', een andere reus waar DEME in investeert, zal voornamelijk voor de offshore windmarkt werken. Dit 216,5 meter lange offshore installatieschip heeft een kraan met een ongeëvenaarde hijscapaciteit van 5.000 ton.
De 'Gulliver', uitgerust met een kraan met 4.000 ton vermogen, zal door Scaldis worden uitgebaat en zal in 2018 ingezet worden.
en de binnenhaven van Portsmouth. NewWaves Solutions heeft het contract voor de verdieping van de toegangsgeul en het bekken van Able Seaton Port verkregen. Tevens werd er een contract verkregen voor de baggerwerken in de toegangsgeul van de haven, samen met een contract voor onderhoudsbaggerwerken in de havens van Harwich en Felixstowe.
Aansluitend op verscheidene succesvolle projecten voor de Egyptische marine in Alexandrië, verkreeg Dredging International (DI) een contract voor het baggeren van de vaargeul en de bouw van een nieuwe kademuur voor de marinebasis. Het project voor de lancering van een programma voor de opwekking van energie met gecombineerde cyclus in Burullus, in Egypte, draaide in 2017 op volle toeren. Het project omvatte meer dan 600.000 m3 bagger- en aanvullingswerken, samen met de plaatsing van leidingen.
In Spanje voerde DEME een contract uit voor baggerwerken in de haven van Barcelona, voor de bouw van een nieuwe kademuur. In Italië werkte DEME weer in de haven van Livorno waar de werken op het eind van het jaar werden voltooid. Ook in Italië ging in de haven van Napels een project voor onderhoudsbaggerwerken van start.
In Turkije sleepte DEME een contract in de wacht voor het baggeren van funderingsputten voor de nieuwe brug van Canakkale, die de grootste hangbrug ter wereld zal worden. In Algerije zal DEME een sleuf uitbaggeren en zandsuppletiewerken uitvoeren voor de watertoevoer van een nieuwe elektriciteitscentrale bij de haven van Mostaganem.
DEME heeft haar eerste project in Oekraïne uitgevoerd, met onderhoudswerken voor de haven van Yuzhny. De baggerwerken van een volume van 500.000 m3 werd in november 2017 voltooid.
De toekomstige containerterminal van het mega-havenproject Tuas Terminal Phase 1 in Singapore krijgt duidelijk gestalte. In december 2017 waren 143 van de 222 caissons voor de toekomstige kademuur geplaatst, en was 33,7 miljoen m3 van de totale 70 miljoen m3 van het platform op de zee gewonnen.
In augustus 2017 verkreeg DIAP een belangrijk 'ontwerp- en constructiecontract' voor de aanleg van 35 hectare grond in het verlengde van het eiland Jurong. De werken in het kader van het project 'Jurong Island Westward Extension' in Singapore, met een landwinning van 38 miljoen m3 , verlopen volgens plan en moeten in 2018 voltooid zijn.
Het project Lower Ok Tedi in Papoea-Nieuw-Guinea vierde het 20 jaar activiteit in 2017. Het contract heeft betrekking op de verwijdering van mogelijk vervuild sediment uit de benedenloop van de rivier Ok Tedi.
In september 2017 werd de haven van Hamad in Qatar officieel ingehuldigd. Middle East Dredging Company (MEDCO), de dochteronderneming van DEME in Qatar, heeft bijna drie jaar bagger- en landwinningswerken uitgevoerd voor dit project. Dankzij haar sterke voorgeschiedenis in het Midden-Oosten en de succesvolle oplevering van de haven van Hamad, nog voor de geplande datum, won MEDCO in augustus 2017 het contract voor de herontwikkeling van de oude haven van Doha in Qatar.
Het grootschalige project 'La Mer Jumeirah Open Beach' in Dubai werd in 2017 officieel opgeleverd. DEME breidde de landoppervlakte uit met 2,9 miljoen m², voornamelijk voor de kust van Jumeirah.
In 2017 heeft DEME opnieuw meegewerkt aan het historische project van het
De werken in het kader van het project "Jurong Island Westward Extension" in Singapore, met een landwinning van 38 miljoen m3 verlopen volgens plan.
Met een eerste project in Sierra Leone heeft DEME haar aanwezigheid op het Afrikaanse continent verder versterkt.
In Spanje voerde DEME een contract uit voor baggerwerken in de haven van Barcelona voor de bouw van een nieuwe kademuur.
Panamakanaal. Na de succesvolle verbreding en verdieping van de vaargeul in de Pacific in 2016, kreeg DEME een soortgelijk contract toevertrouwd voor de vaargeul in de Atlantische Oceaan.
In Brazilië heeft Dragabras met succes het eerste jaar voltooid van een project voor onderhoudsbaggerwerken in de vaargeul en de binnenhaven van de haven van Santos. De klant heeft het onderhoudscontract met een jaar verlengd. DEME heeft bovendien in 2017 in de streek van Sepetiba Bay verscheidene andere projecten voor privéklanten uitgevoerd.
In december 2017 verkreeg DEME in een joint venture een belangrijk contract van vijf jaar voor de verdieping en het onderhoud van het Martín García-kanaal.
Met een eerste project in Sierra Leone heeft DEME haar aanwezigheid op het Afrikaanse continent verder versterkt, als lid van een consortium voor de uitbreiding van de Terminal van Freetown in Sierra Leone.
In Nigeria heeft DEME de onderhoudswerken voortgezet voor de permanente toegankelijkheid van het kanaal naar de LNG-terminal van Bonny en de havens
van Onne en Port Harcourt. Na de succesvolle voltooiing van fase 3 van de landwinningswerken in Eko Atlantic, zal DEME fase 4 uitvoeren wanneer de werkzaamheden op de site worden hervat. In april 2017 voltooide DEME de baggerwerken voor de Lagos Deep Offshore Base (LADOL). Op het eiland Elegushi in de lagune van Lagos gingen eind 2017 bagger- en landwinningswerken van start die in 2018 zullen worden voortgezet.
In het kader van een contract op lange termijn werden onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in de haven van Conakry. Begin 2017 werden de onderhoudsbaggerwerken in de haven van Kamsar voltooid, in het kader van de uitbreiding van de kade voor mineralen van de Compagnie des Bauxites de Guinée. In dezelfde haven werden in opdracht van de Guinea Alumina Corporation onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in de containerterminal van Kamsar.
In april 2017 verwierf DEME in Ghana een contract voor de uitbreiding van de haven van Tema. Nog altijd in Ghana werden baggerwerken uitgevoerd voor de watertoevoer van de elektriciteitscentrale van Kpone.
Angola LNG kende een vijfjarig contract voor onderhoudsbaggerwerken toe aan een
joint venture met DEME, voor een veilige scheepvaart naar de terminal in de haven van Soyo.
Begin 2017 werden eveneens onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd op de Congostroom, om een diepgang van 26 voet en een veilige toegang tot de havens van Boma en Matadi te verzekeren.
In Benin verwierf DEME een contract voor kustbeschermingswerken in Cotonou. De werken omvatten strandsuppletiewerken met een totaal volume van 1,5 miljoen m³, naast steenbestortingen en de aanleg van golfbrekers. Het project is in september 2017 van start gegaan en zal tot eind 2018 duren.
In 2017 is DEME ook naar Liberia teruggekeerd, voor onderhoudsbaggerwerken in de Freeport van Monrovia.
ISD verwierf in een joint venture een contract voor baggerwerken, landwinning en bodemverbetering voor het project Seabird Fase II. Deze werken maken deel uit van een belangrijk expansieproject in de buurt van Karwar, aan de westkust van het land. Eind 2017 begon ISD ook met onderhoudsbaggerwerken in de vaargeul,
de zwaaikom en het aanlegbekken van de burgerlijke haven van Karwar.
In februari werden de jaarlijkse onderhoudsbaggerwerken in de aanloop naar de moesson voltooid in de vaargeul en de zwaaikom van de haven van Dhamra, aan de noordoostelijke kust van India.
Op La Réunion vorderden de werken voor de 'Nouvelle Route du Littoral' volgens plan. SDI verzorgt er de baggerwerken, de aanleg van het grindbed en de aanaardingswerken voor de 48 gravitaire funderingen van het 5.400 m lange viaduct. Drie landwinningsprojecten werden uitgevoerd in Embboodhoo Lagoon, Rah Falhu Huraa en Hulhumalé in de Malediven. In juni 2017 voltooide DEME met succes de baggerwerken in Port Louis voor de uitbreiding van de Mauritius Container Terminal.
Het project Lower Ok Tedi in Papoea-Nieuw-Guinea vierder haar 20 jaar activiteit in 2017.
In Nigeria, heeft DEME de onderhoudswerken voortgezet.
Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra
voor maritieme engineering op zeer grote diepte. Het saldo van de aandelen wordt gehouden door de SRIW (Société Régionale d'Investissement de Wallonie). Het bedrijf bezit ook een uniek schip voor offshore geotechnische prospectie: de Omalius. Het is actief op de markt van de offshore hernieuwbare energie, in de olie- en gassector, de offshore werken voor burgerlijke bouwkunde en de mijnontginning op zee.
In het Verenigd Koninkrijk heeft GeoSea de installatie van funderingen voor de offshore windparken Race Bank en Galloper met succes voltooid. Eind 2017 begon GeoSea met de voorbereiding van de offshore bouw in het kader van 'Hornsea Project One' waar 174 monopalen voor de funderingen van windturbines zullen worden geïnstalleerd.
GeoSea verwierf een contract voor het transport en de installatie van 90 windturbines voor Triton Knoll, een offshore windpark van 860 MW. Ze tekende ook een akkoord met het offshore windpark Moray East voor de engineering, de levering, de bouw en de installatie (EPCI) van ongeveer 100 funderingen voor windturbines en 3 funderingen voor platformen voor offshore onderstations, en voor het transport en de installatie van de 3 platformen.
In april 2017 begonnen de installatiewerken voor het Duitse offshore windpark Merkur.
De maatschappij G-tec bezit ook een uniek schip voor offshore geotechnische prospectie: de 'Omalius'.
In augustus 2017 voltooide GeoSea de overname van het Deense A2SEA, een leider op de markt van het transport en de installatie van windturbines op zee. De activiteiten van A2SEA sluiten uitstekend aan bij die van GeoSea. Terwijl GeoSea vooral gespecialiseerd is in funderingswerken en EPCI-contracten, is A2SEA een pionier in de installatie en het onderhoud van windturbines.
GeoSea verwierf eveneens de meerderheid (72,5%) van de aandelen van G-tec, een in België gebaseerde aannemer die gespecialiseerd is in offshore geotechnische en geologische verkenning, geofysische en milieustudies op zee en diensten
In april 2017 begonnen de installatiewerken voor het Duitse offshore windpark Merkur.
GeoSea voert hier een volledig EPCI-contract van het type 'Balance of Plant' uit, met inbegrip van een offshore onderstation.
GeoSea zal het ontwerp, de fabricage en de installatie verzorgen van 71 funderingen voor windturbines van het 497 MW offshore windpark. GeoSea zal ook het ontwerp, de fabricage en de installatie van de funderingen van het 112 MW offshore windpark Albatros op zich nemen.
Eind juli 2017 begon de bouw in het windpark Rentel, in de Belgische Noordzee. De laatste fundering werd in september 2017 geplaatst, gevolgd door de fundering van het offshore onderstation.
In Denemarken werden de eerste monopalen van het 406,7 MW windpark Horn Rev 3 geplaatst.
DEME en COSCO Shipping zijn partners in een joint venture voor de ontwikkeling van offshore windenergie in China. Met haar omvangrijke knowhow in de ontwikkeling, de bouw en het onderhoud van offshore windparken, kan DEME COSCO Shipping helpen om haar ambities in offshore windenergie waar te maken en een hoofdrol te spelen in dit segment.
In december 2017 werd in het windpark Binhai H2 de eerste windturbine geïnstalleerd voor CDNE, de joint venture van COSCO
en GeoSea in China. Het project omvat de installatie van 60 windturbines op de funderingen van dit windpark van 400 MW.
Geosea ondertekende een
samenwerkingsakkoord voor de Taiwanese offshore windmarkt met CSBC Corporation, de grootste scheepswerf van Taiwan. GeoSea en CSBC zullen een Taiwanese joint venture vormen voor het transport en de installatie van funderingen en windturbines voor deze windparken. Onder voorbehoud van de reglementaire goedkeuringsprocedures zal de joint venture medio 2018 een feit zijn en zal ze onmiddellijk meedingen naar toekomstige projecten in het domein van de offshore hernieuwbare energie.
In 2017 versterkte GeoSea Maintenance zich als een leider op de markt van het onderhoud van windturbines van meer dan 5 MW. Omvangrijke campagnes voor de vervanging van onderdelen voor verschillende klanten werden uitgevoerd.
In Ghana trad GeoSea Civils op als onderaannemer in het project van de onafhankelijke elektriciteitscentrale Kpone, met de levering van advies en engineeringdiensten voor de hijswerken. In het Verenigd Koninkrijk werd GeoSea gekozen als onderaannemer voor de bouw van putten in Hinkley Point.
Het contract voor het "Modular Offshore Grid" van Elia in de Noordzee omvatten de levering, de installatie en het onderhoud van de onderzeese elektriciteitskabels.
In 2017 verkreeg EverSea een belangrijk contact voor de ontmanteling van zeven satellietplatformen in de Noordzee.
Tideway kreeg in een joint venture alle werken voor de voorbereiding van de graafwerken en de aanaardingswerken toegewezen voor de aanlanding van de offshore gasinstallaties van Saudi Aramco Hashab. Tideway verkreeg ook een contract in Bangladesh, voor het project van de Moheshkali Floating LNG-terminal. Tideway heeft baggerwerken uitgevoerd en graafwerken voorbereid in de vaargeul, zodat de lichter van de klant een leiding vanaf de kust kan trekken. Op de gasmarkt werd een ander contract verkregen voor de voorbereiding van graafwerken en aanaardingen in het kader van het offshore project Leviathan in Israël.
In Egypte heeft Tideway de werken aan de elektriciteitscentrale van Burullus tot een goed einde gebracht. Het project omvatte de installatie van een dubbele HDPE-leiding en een structuur voor de watertoevoer tussen de gascentrale en de oever.
Tideway verwierf eveneens het contract voor het 'Modular Offshore Grid' van Elia. De installatiediensten die Tideway verzorgt, omvatten de levering, de installatie en het onderhoud van de onderzeese elektriciteitskabels.
In het windpark Rentel installeerde Tideway alle verbindingskabels en werd de exportkabel gelegd. Daarnaast kreeg het alle installatiewerken voor het windpark Merkur toegewezen alsook alle werken voor het leggen van kabels, de voorbereiding van de graafwerken, de aanaarding en de steenbestorting voor Hornsea One.
In 2017 werd er gestart met de steenbestorting voor de bescherming van de kabels van het project voor de elektriciteitstransmissie tussen Caithness en Moray.
DEME Blue Energy (DBE) wil een eersteplansrol spelen in de ontwikkeling van blauwe energie, met voornamelijk projecten voor getijdenenergie en golfslagenergie. Om deze ambitie waar te maken, heeft DEME Concessions een minderheidsparticipatie verworven in de Schotse ontwikkelingsmaatschappij Tidal Power Scotland Limited (TPSL), de uitbater van het project MeyGen, de eerste op het elektriciteitsnet aangesloten centrale ter
Het project MeyGen, aan de Schotse Pentland Firth, wordt wereldwijd als een referentie in de sector van de blauwe energie beschouwd.
De "CTOW Eli" werd in november 2017 in gebruik genomen en versterkte de vloot in Bonny.
wereld die wordt aangedreven door een reeks getijdenturbines. MeyGen, aan de Schotse Pentland Firth, wordt wereldwijd als een referentie in de sector van de blauwe energie beschouwd. Eind 2016 heeft GeoSea, een dochteronderneming van DEME, vier gravitaire funderingen geïnstalleerd voor Fase 1A (elk 1,5 MW). De installaties zijn nu volledig operationeel.
Eind vorig jaar maakte de Britse regering de afschaffing bekend van een specifiek ondersteuningsmechanisme voor getijdenen golfslagenergieprojecten. Dit leidde tot het uitstel van de voltooiing van de financiering van MeyGen Fase 1B, die aanvankelijk in 2017 was voorzien.
DBE werkt niet alleen mee aan TPSL maar is ook bij twee andere projecten voor getijdenenergie betrokken: West Islay Tidal Energy Park in Schotland en Fair Head in Noord-Ierland.
CTOW heeft in de terminal van Bonny Island de verlenging verkregen van een contract met Nigeria LNG Ltd (NLNG) voor de inzet
van twee nieuwe ASD-sleepboten met een sleepvermogen van 60 ton. Tegelijkertijd bleef CTOW in Onne havensleepdiensten naar de containerterminal verzorgen.
Na de gunning door NLNG van een tweede contract, werd de vloot in Bonny versterkt met een Stan Tender 1905 loodsboot, de 'CTOW Eli'', die in november 2017 in gebruik werd genomen. In 2018 zullen twee andere onlangs gebouwde sleepboten zich bij de schepen in Bonny voegen.
De Scaldis heeft op de olie- en gasmarkt in opdracht van NAM het onbemande gasplatform L13-FI geïnstalleerd en heeft ook het platform Horne & Wren en de drie gasplatformen van Perenco ontmanteld. In de sector van de offshore hernieuwbare energie werd Scaldis belast met het transport en de installatie van het onderstation Rampion voor EON. WPD heeft de installatie van het eerste met bouten bevestigde onderstation voor het offshore windpark Nodergründe aan Scaldis toevertrouwd.
Een mooie realisatie van DIMCO: een spoortunnel en een ondergronds station voor Spoor & Stad Delft.
DIMCO verkreeg het contract voor de RijnlandRoute. De joint venture COMOL5, waarvan DIMCO deel uitmaakt, zal de verkeerswisselaar Leiden West verbouwen en een nieuwe weg aanleggen, de 4 kilometer lange N434, met inbegrip van een geboorde tunnel van 2,2 kilometer.
De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie heeft de joint venture Sassevaart, waarvan DIMCO deel uitmaakt, het contract gegund voor de bouw van de Nieuwe Sluis van Terneuzen. De joint-venture wordt belast met het concept, de bouw en het onderhoud gedurende twee jaar van de Nieuwe Sluis.
De Rijkswaterstaat heeft het project 'A24 Blankenburgverbinding' toevertrouwd aan de BAAK Blankenburg-Verbinding, een consortium met DEME. Het project omvat het ontwerp de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de bestaande en nieuwe infrastructuur, met inbegrip van een watertunnel.
DIMCO heeft de werken aan de Offshore Terminal van Rotterdam met succes afgerond en werkt aan de vernieuwing van de sluis en het stuwcomplex op de Lek.
DBM verwierf een belangrijk contract voor de levering van grind voor de nieuwe sluis van IJmuiden in Amsterdam.
De "Patania" werd met succes op het droge getest in januari 2017 om te verzekeren dat het klaar was voor zijn eerste offshore expeditie in mei.
2017 was een druk jaar voor DBM, aangezien de forse verbetering van de Europese economie bijdroeg tot het herstel van de bouwsector in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. In Amsterdam werd de aggregatenfabriek heropend en DBM vulde haar vloot met een derde vaartuig aan. DBM verwierf een belangrijk contract voor de levering van grind voor de nieuwe sluis van IJmuiden in Amsterdam.
De aanvulling van de vloot met het schip 'Mellina' illustreert de toenemende vraag naar mariene aggregaten. De 'Mellina' maakte reeds als sleepzuiger deel uit van de vloot van DEME, maar werd verbouwd tot een baggerschip met droog lossen van aggregaten, met een capaciteit van 5.000 ton. Sinds het zich in juni bij zijn twee grote broers heeft gevoegd, de grindhopperzuigers 'Charlemagne' en 'Victor Horta', heeft het schip onafgebroken gewerkt en is zijn orderboek goed gevuld.
GSR is goed op weg om de eerste rupsbandcollector voor knollen ter wereld te ontwikkelen.
De Tracked Soil-Testing Device (TSTD) 'Patania' werd met succes op het droge getest, om te verzekeren dat het klaar was voor zijn eerste offshore expeditie in mei. Vervolgens werd de 'Patania' ingescheept voor een expeditie van 45 dagen in de centrale Stille Oceaan.Inmiddels wordt ook de knollencollector 'Patania 2' ontwikkeld.
DEC en haar partner in een joint venture hebben in een drie jaar durend project negen voormalige gassites van het Vlaamse openbaar nutsbedrijf Eandis gesaneerd.
Blue Gate Antwerp is een omvangrijk project dat de proactieve benadering van DEME van de behandeling van braakliggende industrieterreinen illustreert. Een contract werd gegund aan DEC voor de sanering van een site van 63 ha en zijn ontwikkeling tot een tempel van de eco-innovatie.
DEC zal ook de gewezen site van Ford in Genk saneren, de voormalige lokalen van UCB en Taminco in Gent en een verlaten industrieterrein van Bayer in de haven van Gent. DEC heeft op een nabijgelegen braakliggend industrieterrein, in de haven, aan de sanering van een voormalige gasfabriek gewerkt. De site was in 2017 klaar en zal nu worden gebruikt voor een nieuwe chemiecluster: 'Dockland'.
De eerste fase van het prestigieuze project 'New Docks' in Gent werd met succes voltooid. De oude dokken zijn door promotors gekocht en DEC werkt met hen samen om de bodem te saneren opdat hij aan de strengste milieunormen zou voldoen. DEC heeft een contract van 15 jaar verworven voor de installaties van AMORAS in Antwerpen. Het betreft een belangrijk
contract voor het ontwerp, de bouw en de realisatie van een installatie voor de verwerking en de opslag van sediment in de haven van Antwerpen.
Op de site van een voormalige raffinaderij in Valløy, bij het Noorse Tønsberg, werden de saneringswerken verder uitgevoerd.
In het Verenigd Koninkrijk werd Fase 3 van het saneringsproject van een cokesfabriek bij Chesterfield medio 2017 met succes afgerond. DEC heeft van de staalfabriek ILVA een belangrijk contract ontvangen voor het baggeren van een monding en de behandeling van het baggerslib in een installatie voor het wassen van aarde.
De Vries & van de Wiel heeft deelgenomen aan verscheidene grote saneringsprojecten in Amsterdam, Haarlem, Den Helder en de omgeving van deze steden.
Ecoterres voerde saneringswerken uit op verschillende sites in België en Frankrijk. Alle recyclagesites voor grond en sediment van Ecoterres in België en Frankrijk zetten goede prestaties neer. De installaties in België behandelden meer dan 250.000 ton vervuilde grond en sediment, die in Frankrijk ongeveer 150.000 ton.
Purazur, de waterzuiveringsspecialist van DEME, heeft voor Indaver een nieuwe waterzuiveringsinstallatie gebouwd. Purazur bouwt in het Belgische Kallo ook een nieuwe waterzuiveringsinstallatie voor het chemiebedrijf Borealis.
DEC en haar partner in een joint-venture hebben in een drie jaar durend project negen voormalige gassites van het Vlaamse openbaar nutsbedrijf Eandis gesaneerd.
Op de site van een voormalige raffinaderij in Valløy, bij het Noorse Tønsberg, werden de saneringswerken verder uitgevoerd.
Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra
Het project "A24 Blankenburg Tunnel" omvat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de bestaande en nieuwe infrastructuur.
DEME Concessions houdt een participatie van 12,5% in het 396 MW offshore windpark Merkur, in Duitsland. Een consortium met vijf partners, waaronder DEME Concessions, heeft bijna 500 miljoen euro kapitaal ingebracht. Het project Rentel wordt het vijfde offshore windpark in de Belgische Noordzee. De totale investering bedraagt 1,1 miljard euro. DEME houdt samen met de andere aandeelhouders van Otary een participatie in de concessies voor de Belgische offshore windparken Seastar (246 MW) en Mermaid (266 MW). DEME Concessions haalde samen met andere kandidaten de preselecties van de Commission française de régulation de l'énergie (CRE) voor de potentiële ontwikkeling van een windpark met een capaciteit tot 750 MW in de zee voor Duinkerken. De aanbesteding zou in de eerste helft van 2018 moeten plaatsvinden.
DEME Concessions heeft een minderheidsaandeel verworven in de Schotse ontwikkelingsmaatschappij Tidal Power Scotland Limited (TPSL). TPSL controleert samen met Scottish Enterprise het project MeyGen, de eerste op het elektriciteitsnet aangesloten centrale ter wereld die wordt aangedreven door een reeks getijdenturbines. DEME en de partners in MeyGen hopen de financiering van Fase 1B in 2018 af te ronden. Naast de participatie in TPSL is DEME ook betrokken bij DEME Blue Energy (70% DEME Concessions - 30% ParticipatieMaatschappij Vlaanderen) en is het in samenwerking met Nuhma een partner (50%-50%) in BluePower, een ander bedrijf dat getijdenenergie ontwikkelt. DEME neemt deel aan twee andere projecten voor getijdenenergie: West Islay Tidal Energy Park in Schotland (30 MW) en Fair Head in Noord-Ierland (100 MW).
De Rijkswaterstaat heeft het project van 1 miljard euro in publiek-privaatpartnership (PPP) 'A24 Blankenburg Tunnel' toevertrouwd aan het consortium BAAK, waarvan DEME deel uitmaakt. Het project omvat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de bestaande en nieuwe infrastructuur.
Onze resultaten zijn in 2017 aanzienlijk verbeterd, met name dankzij het opmerkelijke werk van alle teams van de pool en de vooruitgang in de uitvoering van de acties van ons strategisch plan. We werden ook begunstigd door vrij positieve marktomstandigheden en een bevredigend volume van de activiteiten op onze historische markten, namelijk België, Luxemburg en Polen. Die laatste markt kende zelfs een opmerkelijke ontwikkeling. In Tunesië werden we echter geconfronteerd met problemen als gevolg van de economische situatie van het land, met een significante weerslag op onze resultaten.
Dit jaar hebben we de operationele uitmuntendheid beklemtoond, met een behoedzaam risicobeheer, meer doorgedreven studies en methodes in de aanloop naar de projecten en een veralgemening van de Lean benadering, die nu op een groot aantal werven wordt toegepast.
De operationele uitmuntendheid zal een belangrijk punt blijven voor de professionalisering van onze beroepen in de volgende jaren, maar zal worden aangevuld met grotere inspanningen voor innovatie. Eerst zullen we de nadruk leggen op de digitalisering, die op termijn
een revolutie zal teweegbrengen in de samenwerking tussen alle betrokkenen bij een project en bij het beheer van de projecten ten gunste van de eindklant. Vervolgens zal de duurzame ontwikkeling zowel een belangrijke uitdaging zijn als een vector van innovatie in al onze activiteitensectoren, met diepgaande veranderingen in de volledige keten van ontwerp, logistiek en fabricage. Tot slot zullen wij nieuwe vormen van samenwerking en partnerships zoeken, om nog beter opgewassen te zijn tegen de uitdagingen van een voortdurend evoluerende wereld.
Maar ons eerste aandachtspunt blijft het goede beheer van ons belangrijkste kapitaal, onze vrouwen en mannen die met hun competentie, hun dagelijkse inzet en hun teamgeest onze klanten innoverende oplossingen aanbieden om onze verbintenissen na te leven.
De integratie van al onze activiteiten in de elektrotechniek in de nieuwe cluster VMA heeft in 2017 haar relevantie al bewezen. Ze zal geleidelijk aan worden gevolgd door de integratie van de HVACactiviteiten in dezelfde cluster, die een sterke entiteit zal worden die een volledig en met onze klanten geïntegreerd multitechnisch aanbod kan voorstellen.
Het voorbije jaar werd ook gekenmerkt door de overname van de vennootschap Coghe. Met haar menselijke en technische competenties versterkt ze onze spoorwegactiviteit, die eveneens een integratieproces begonnen is in de cluster MOBIX, een uitgelezen partner die volledige oplossingen kan aanbieden in de sectoren van het
transport, de nutsvoorzieningen en de telecommunicatie.
Dankzij de toenadering met de groep Van Laere kunnen wij onze aanwezigheid op de Belgische bouwmarkt verder versterken. Want hoewel de groep Van Laere in het voorbije jaar problemen heeft gekend, bezit ze een schat aan talent en beste praktijken. Bovendien wordt 2018 een jaar van stabilisatie en van de schepping van een kostbare synergie die perfect in ons plan Ambition 2020 past en al onze dochterondernemingen ten goede zal komen.
2018 belooft een goed jaar te worden, met een groeiend orderboek voor de meeste activiteiten van de pool.
Op onze historische markten zou het investeringsklimaat in de privé- en de publieke sector in de volgende jaren sereen moeten blijven.
Algemeen beschouwd evolueren onze beroepen voortdurend sneller en zullen de nieuwe technologieën in een nabije toekomst een beslissende rol spelen. Gelet op de problemen met de rekrutering en het aantrekken van de jonge generatie naar onze beroepen, is het echter primordiaal dat alle betrokkenen nieuwe oplossingen vinden om de aantrekkelijkheid van de sector nieuw leven in te blazen: dat moet ontegensprekelijk een van onze prioriteiten voor de volgende jaren zijn.
MANU COPPENS GEDELEGEERD BESTUURDER VAN DE GROEP VAN LAERE NV
FRÉDÉRIC CLAES GEDELEGEERD BESTUURDER VAN CFE GEBOUWEN BRABANT WALLONIË NV
RAYMUND TROST GEDELEGEERD BESTUURDER CFE CONTRACTING NV
Jaarverslag 2017 58
FABIEN DE JONGE FINANCIEEL EN ADMINISTRATIEF DIRECTEUR VAN DE GROEP CFE
GEDELEGEERD BESTUURDER VAN CFE BOUW VLAANDEREN NV EN ALGEMEEN DIRECTEUR VAN DE ACTIVITEITEN MULTITECHNIEKEN EN RAIL INFRA & UTILITY NETWORKS
Executief Comité
De groep Van Laere maakt sinds het einde van de jaren 1980 deel uit van Ackermans & van Haaren. In december 2017 werd ze een onderdeel van CFE. Uitstekend nieuws, want deze toenadering versterkt de positie van CFE op de Belgische bouwmarkt en is nu al een rijke bron van complementariteit en opportuniteiten voor alle dochterondernemingen van de pool Contracting.
De in Zwijndrecht gebaseerde groep Van Laere geniet een uitstekende reputatie op de Belgische bouwmarkt. Haar geschiedenis begon in 1938 en in de loop der jaren heeft ze haar activiteiten ontwikkeld en over drie ondernemingen verdeeld:
voornamelijk in de openbare sector en in het Waalse en Brusselse deel van het land.
Van Laere hecht net als CFE het grootste belang aan het menselijke aspect. Het bedrijfje van de jaren 1930 telt nu 450 medewerkers in drie entiteiten, maar heeft haar familiegeest nooit verloren. Dat blijkt onder meer uit de aandacht die naar opleiding gaat en uit het streven om de cohesie en de samenwerking tussen alle medewerkers te bevorderen.
De groep Van Laere bouwt zowel residentiële gebouwen als kantoren, scholen, bioscopen en in de burgerlijke bouwkunde onder meer sluizen, zoals in Terneuzen.
Een van de laatste realisaties is het Herman Teirlinck project, een passief kantoorgebouw voor rekening van de Vlaamse regering in Brussel, dat in de zomer van 2017 werd opgeleverd. Het gebouw op de site van Tour & Taxis omvat kantoren, ontvangstlokalen, auditoria, informatieen tentoonstellingsruimten, een lounge, een restaurant en een ondergrondse parkeergarage met twee verdiepingen. Het Herman Teirlinck project, een ontwerp van architect Neutelings Riedijk, begint aan het Brusselse Kanaal in de vorm van een laag horizontaal gebouw en eindigt in een 60 meter hoge toren.
Een ander emblematisch project: de ondergrondse parkeergarages van de 'Gedempte Zuiderdokken' in Antwerpen.
Tot in de jaren 1960 legden binnenschepen aan in het Kooldok, het Steendok en het Schippersdok (samen de Zuiderdokken). In 1969 werden de dokken gedempt, waarna de oppervlakte tussen de Vlaamse en de Waalse kaai als parkeer- en kermisterrein werd gebruikt. Deze ruimte zal echter in een groot stedelijk park worden getransformeerd en Van Laere zal er twee uitgestrekte ondergrondse parkeergarages met elk vier verdiepingen bouwen in opdracht van Q-Park (de concessiehouder van de Stad Antwerpen). Alles samen komen er ongeveer 2.000 parkeerplaatsen. De eerste graafwerken hebben de oude kademuren blootgelegd. Ze worden behouden en zullen in het definitieve project zichtbaar blijven.
De groep Van Laere is ook actief in de burgerlijke bouwkunde zoals de A11 autosnelweg tussen Brugge en Westkapelle.
CFE Contracting deed het in 2017 uitstekend, met een ontwikkeling van de activiteiten in België en het buitenland (Polen en Luxemburg) en een groeiend orderboek. Op het einde van het jaar heeft de pool, met in 2017 een globale activiteit van meer dan 700 miljoen euro, de groep Van Laere overgenomen.
Met de verhuis naar haar nieuwe locatie in Gembloux, maakte BENELMAT er in 2017 tevens van gebruik om haar materieelpark te optimaliseren. De onderneming beschikt over de beste troeven om de operationele teams technische bijstand te verlenen inzake de keuze, de studie en de levering van het voor de werven vereiste materieel. Dat is niet alles: in haar nieuwe zetel heeft BENELMAT een reeks werken met het oog op een ideaal energiebeheer uitgevoerd. De nieuwe inrichting heeft zoveel indruk gemaakt op de energieadviseurs van de Service Régional Wallon dat ze vroegen om bij BENELMAT een seminarie voor verwarmingsexperts te organiseren. Een knappe blijk van erkenning!
In mei 2017 werd de fusie tussen Atro Bouw en MBG onder de naam MBG voltooid. De nieuwe entiteit heeft een uitstekend jaar achter de rug. De vijftien scholen van het programma 'Scholen van Morgen' werden opgeleverd en de onderhoudsperiode van 30 jaar is begonnen. In maart 2018 zal MBG een nieuwe werf voor meer dan 5 miljoen euro voor 'Scholen van Morgen' opstarten in Gierle, met de bouw van een nieuwe vleugel van de gemeenteschool en restauratie- en verbouwingswerken.
De werf van het AZ Sint-Maarten in Mechelen is goed gevorderd en de gesloten ruwbouw van het eerste deel werd
voorlopig opgeleverd. In Brussel wordt aan de prestigieuze werf van het het goederenstation 'Gare Maritime' van Tour & Taxis voor Extansa gewerkt, in parallel met de studie van de binnenruimten. De Stad Brussel heeft MBG belast met het design & build van een Nederlandstalige school en crèche in Laken.
In Brugge werd MBG met haar project voor de ontwikkeling van de nieuwe Beurssite, in samenwerking met het architectenteam Eduardo Souto de Moura de Porto en het Belgische META, als enige 'voorkeursbieder' gekozen. Het ontving deze titel in december 2017 en de uiteindelijke beslissing wordt in het voorjaar van 2018 verwacht.
MBG wist zich in het voorbije jaar ook in vele andere opzichten te onderscheiden. De onderneming ontving de CFE Best Practice Award in de categorie 'Office' voor de Bluebeam-software, een gebruiksvriendelijk digitaal alternatief voor BIM. Ze werd bovendien door haar klant Exxon Mobile met de Safety Award beloond, voor haar optimale veiligheidsresultaat op de werf. Tot slot ontving ze de Fritz Höher-prijs 2017 voor het uitstekende metselwerk van de woontorens 5 en 6 op het Antwerpse Kattendijkdok.
Maarten te Mechelen is goed gevorderd en de gesloten ruwbouw van het eerste deel werd voorlopig opgeleverd.
Ingehuldigd in december 2017, groepeert het nieuwe Chirec Deltaziekenhuis te Brussel op een ultra moderne site de voormalige ziekenhuizen Edith Cavell en Parc Léopold.
Twice, een uitzonderlijk residentieel project te Bosvoorde.
In Brussel en Brabant zijn de bouwactiviteiten van de groep nu over twee entiteiten verdeeld: aan de ene kant BPC, het resultaat van de fusie van CFE Brabant en BPC Brabant, dat nu met evenwichtig tussen de publieke en de private sector verdeelde projecten een leidersrol speelt op de Brusselse bouwmarkt; aan de andere kant Amart, dat sinds 2017 de entiteiten Amart en Leloup Entreprise Générale groepeert en vooral op de middelgrote privémarkten actief is. In het zuiden van het land verzekeren BPC Hainaut, BPC Liège en BPC Namur alle bouwwerven van CFE.
In 2017 leverde BPC onder meer de zetel van Axa Belgium en twee tot appartementsgebouwen geconverteerde kantoorcomplexen voor Atenor, naast het Justitiepaleis, en in december het uitgestrekte Delta-ziekenhuis van CHIREC (meer dan 100.000 m2 ). De onderneming werkte ook verder aan tal van projecten, zoals de duurzame wijk Tivoli in Laken, met twaalf gebouwen waaronder woningen, crèches en commerciële ruimten, samen
met straten en groene zones: een enorme werf die met de 'Lean Management' benadering voorbeeldig wordt beheerd. Enkele andere werven in uitvoering: de bouw van een ondergronds depot voor de MIVB in Erasmus, de uitbreiding van het Bordetziekenhuis in Anderlecht, het project Agora in Louvain-la-Neuve en de tweede fase van de site van Papeteries de Genval. BPC startte een tiental nieuwe werven, waaronder het nieuwe gemeentehuis van Etterbeek (15.000 m2 , verdeeld over zes verdiepingen) en een kantorencomplex in Louvain-la-Neuve voor het China Belgium Technical Center Hotel. Alles samen telden de bouwactiviteiten dit jaar niet minder dan 25 werven, waarvan tien met een omvang van meer dan 50 miljoen euro. Het orderboek van BPC voorspelt in 2018 nog meer groei, die opnieuw gepaard zal gaan met een versterking van de teams.
Amart werkte in de loop van het jaar verscheidene projecten af: Bluestone Invest, Evere Housing, de Club Sportif Château Ste Anne en vooral Twice, een uitzonderlijk residentieel project in Bosvoorde voor promotor Eaglestone. Amart ontving in 2017 ook uiterst veel bestellingen, voor onder meer de bouw van een innovatieen onderzoekscentrum voor Deltatech in Evere en verscheidene projecten voor
Redevco, Atenor, BPI, AG Real Estate (renovatie City 2), Anima Care en andere opdrachtgevers. Dat alles zou de activiteit in 2018 beduidend doen toenemen.
In Wallonië kenden de activiteiten een tijdelijke terugval, onder meer als gevolg van het uitstel van projecten naar 2018 voor de publieke sector, die 2/3 van de activiteiten van BPC in Wallonië vertegenwoordigt. Toch werden dit jaar in diverse domeinen mooie werven opgeleverd of voortgezet. Zo renoveerde BPC Hainaut in de industriebouw de parking van 20.000 m2 van de luchthaven van Charleroi en bouwde het een 200 meter lange toegangshelling over de verkeerswegen, zonder het voetgangersverkeer te hinderen: een opdracht die in amper vier maanden werd voltooid, in moeilijke omstandigheden, op een site die in gebruik bleef en tijdens de periode van de vakantie-uittocht! Er waren dit jaar nog meer belangrijke bouw- en renovatiewerven: de zetel van CBC in Namen, het Médiasambre-gebouw, de zetel van de RTBF in Charleroi, de metaalstructuur van de brug over het station van Bergen (architect Calatrava), of in het zorgdomein het grote ziekenhuis CHC Montlégia in Luik, waarvan de ruwbouw klaar is. BPC Liège bouwt het toekomstige sport- en
recreatiebad van de stad Eupen op de site van het oude Wetslarbad-zwembad alsook het zwembad van Luik te Jonfosse.
In het Groothertogdom Luxemburg werd het jaar gekenmerkt door de oplevering van verscheidene grote bouwprojecten, waaronder het prestigieuze project Kons in Luxemburg Stad, waar ING Luxemburg zijn hoofdzetel heeft gevestigd, voor investeerder AXA; de Aloyse Kayser-school, een opmerkelijk project voor de Stad Luxemburg dat in één jaar tijd werd voltooid; de kleuterschool van het Lycée Français, die eveneens in een recordtijd klaar was, of ook nog een residentie met 63 appartementen voor de vastgoedpromotor CIP. Andere projecten zijn in uitvoering, onder meer in samenwerking met BPI.
In de burgerlijke bouwkunde heeft CLE twee nieuwe werven opgestart, namelijk de spoorwegovergangen in Schifflange en een brug in Dudelange. De veralgemening van de Lean-benadering in de productie van gebouwen heeft duidelijk een zeer positieve impact. De onderneming, die dit jaar het zeer hoge peil van 2016 in stand
BPC Hainaut renoveerde de parking van 20.000 m2 van de luchthaven van Charleroi en bouwde een 200 meter lange toegangshelling over de verkeerswegen zonder het voetgangersverkeer te verhinderen.
CFE Polska verzorgt in design & build de realisatie van het commercieel centrum "Platan" te Zabrze.
Het pretpark "Holiday Park Kownaty" (Majaland) opent weldra haar deuren.
heeft gehouden, zal in 2018 haar activiteiten diversifiëren door de synergie met de andere entiteiten van CFE Contracting op te drijven.
In Polen ziet CFE Polska haar omzet en haar marges opnieuw stijgen. Meer en meer grote internationale namen schenken de onderneming hun vertrouwen. Zo koos de internationale ontwikkelaar NEPI Rockcastle CFE Polska voor de realisatie in design & build van het winkelcentrum 'Platan' in Zabrze, in het zuiden van het land. De werken zijn dit jaar van start gegaan. VASTINT, de vastgoedtak van de groep IKEA, heeft CFE gekozen voor de bouw van een prestigieus residentieel complex in het hart van Gdansk, GOODMAN bestelde een groot logistiek centrum, dat dit jaar in amper acht maanden werd gebouwd, MATEXI gaf de opdracht voor het residentiële project 'Kolska od Nowa' in Warschau, waarvan de derde fase werd geleverd, en Arcelor en Coca-Cola lieten diverse projecten uitvoeren.
Maar CFE Polska werkt ook zeer actief samen met BPI Polska. Dat blijkt onder meer uit het residentiële complex 'Bulwary Ksiazece' in het centrum van Wroclaw, waarvan de eerste fase zal worden opgeleverd, en het project 'Four Oceans' in Gdansk, dat nu voltooid is. De Marina Royale in Darlowo, die dit jaar werd opgeleverd, werd voor rekening van de Belgische ontwikkelaar POC Partners gebouwd. Nog veel ander projecten werden opgeleverd of zijn in uitvoering, waaronder het recreatiepark 'Holiday Park Kownaty' (Majaland). En de toekomst ziet er gunstig uit: het goed gevulde orderboek en de bewezen trouw van de klanten bieden CFE Polska zeer mooie perspectieven.
Laminated Timber Solutions kende een mooie groei in de sector van de oplossingen van gelamineerd hout, met zowel gelijmd als kruisgelaagdhout.
Voor CTE, dat zijn bestellingen voor diepe funderingen fors zag groeien, werd 2017 gekenmerkt door de overname en de start van twee grote projecten. Enerzijds, in opdracht van het Ministère de l'Equipement, de bouw van de verkeerswisselaar op de kruising van de ring X20 en de uitvalsweg X3 in het noordoosten van Tunis, een project dat twee tunnels en drie viaducten omvat. Anderzijds de uitvoering van burgerlijk bouwkundige werken voor vier elektrische transformatorposten voor Siemens, in Sousse, Chotrana, Radès en Ben Arous. Andere opdrachten van CTE waren de bouw van een kliniek in Bizerte, een kantoorgebouw voor het vastgoedbedrijf Miniar, en het industriepark van Sahline (aanleg van wegen en nutsvoorzieningen). Gelet op de moeilijke economische toestand in Tunesië, is men voorzichtig met de beslissing nieuwe opdrachten te aanvaarden.
Begin 2018 wijzigde Groep Terryn haar naam in Laminated Timber Solutions (LTS). De entiteit kende een mooie groei in de sector van de oplossingen van gelamineerd hout, met zowel gelijmd als kruisgelaagdhout. Het nieuwe managementteam heeft zich actief ingezet voor de ontwikkeling van de portefeuille, in het bijzonder in de sectoren van de scholen, de kantoren, de sportcomplexen en de industriegebouwen. De onderneming heeft meegewerkt aan diverse projecten waarin hout een hoofdrol speelt, zoals de Trilogiport in Luik, het depot van de MIVB in Haren, verscheidene zwembaden en sportzalen, enkele Brusselse scholen, het residentiële passiefgebouw Perle, het project Woodskot van Amart en BPI, en industriegebouwen in Watelle en Santele. Op een bouwmarkt die meer en meer hout gebruikt, kent LTS een aanzienlijke stijging van haar orderboek voor al haar activiteiten, zodat ze 2018 positief tegemoetgaat.
In 2017 werd een cluster 'Elektrotechnieken VMA' gevormd, met VMA, VMA West, VMA Vanderhoydoncks en Nizet, samen met verscheidene internationale entiteiten
De divisie Elektrotechniek Gebouwen van VMA en VMA West werd onder meer belast met installaties voor het AZ Delta in Roeselare, het ZNA-Cadix in Antwerpen en een groot aantal rust- en verzorgingstehuizen. De activiteit was bijzonder druk in de sector van de kantoren, met onder meer installaties voor het passiefgebouw Herman Teirlinck in Tour & Taxis, het project Passport op de luchthaven van Zaventem, de nieuwe zetel van AXA en in Gent het Van Eyck-gebouw voor Belfius. VMA Vanderhoydoncks werkte aan de projecten Corda Campus in Hasselt en EnergyVille 2 voor IMEC in Genk, en voor Nike in Laakdal, Punch Powertrain in Sint-Truiden en Colruyt.
De divisie 'Automotive' van de cluster VMA heeft omvangrijke automatiseringsprojecten uitgevoerd in de autosector, met name bij Audi in Brussel voor de productielijnen van de nieuwe elektrische Audi, en bij Volvo in Gent. De onderneming zette ook haar veelbelovende eerste stappen op de Amerikaanse automarkt, voor Kuka en Volvo in Charleston.
Bij VMA Nizet verzorgde het departement Tertiair elektrificatiewerken voor het rust- en verzorgingstehuis 'La Plaine' in Luik, en voor onder meer de ziekenhuizen Erasmus, Sint-Jan, Iris Zuid en Sint-Michiels in het Brussels gewest, CHC in Dinant, Ste Elisabeth in Namen en Jolimont in La Louvière. Andere belangrijke werken werden opgeleverd of voortgezet in het Brusselse Noordstation, in de International Duty Free-kantoren van de luchthaven van Brussel, het nieuwe Marconidepot van de MIVB en ook nog in het Groothertogdom Luxemburg, in het Konrad Adenauer-gebouw van het parlement. De divisie Infra van VMA Nizet zal in 2018 van start gaan met een project voor drie pompstations in de Vietnamese provincie Ha Nam.
Kortom een goed jaar 2017 en uitstekende vooruitzichten voor de cluster VMA.
We zien meer en meer vruchtbare vormen van synergie in de cluster HVAC en, ruimer, in de pool Contracting
Bij Druart werd het begin van het jaar gekenmerkt door de voltooiing van het logistieke centrum van Lidl in Marche-en-Famenne en het Centre Commercial Rive Gauche in Charleroi, waar de onderneming ook het Novotel-hotel heeft uitgerust. Druart werkte in 2017 bovendien voor het stadscomplex Regatta en voor KBC in Antwerpen, en verzorgde de uitrusting van het Ibis-hotel in Waver, het Vandervalk-hotel in
Luik (met Procool) en verscheidene gebouwen in Brussel, waaronder het kantoorgebouw Square de Meeus (Van Laere) en de Van Oost-school (BPC). Daarnaast was er de belangrijke opdracht voor Brussel Mobiliteit, in een tijdelijke vereniging van Druart, Procool en be.Maintenance: de levering, installatie en indienststelling van overdruk- en koelgroepen in de technische lokalen van 80 metro- en premetrostations.
De eerste helft van het jaar was soms moeilijk voor Druart, maar later in het jaar verbeterde de situatie en dankzij een groot aantal opdrachten ziet 2018 er veelbelovend uit. Procool, de dochteronderneming van Druart, zag haar omzet opnieuw stijgen, na een jaar met projecten voor Brussel Mobiliteit en het Hotel Vandervalk, de inrichting van koelkamers in het nieuwe ziekenhuis van CHIRECziekenhuis, de uitrusting van het complex Agora in Louvain-la-Neuve voor Imtech, en nog meer projecten voor onder andere GSK en Gaume Logistics.
Het in het onderhoud en het beheer van technische installaties gespecialiseerde be.Maintenance bevestigt haar positie als een hoofdrolspeler op deze markt. Die positie werd in verscheidene dossiers versterkt door de synergie met andere dochterondernemingen van CFE Contracting. be.Maintenance ontwikkelde met name haar activiteiten in de sector van de zorg en de rusthuizen, in de openbare sector in Brussel en Vlaanderen (OCMW's en diverse gemeentediensten, Scholen van Morgen, …) en in de streek van Charleroi (politiegebouw, OCMW, Intercommunale de Santé Publique, …), naast interessante opdrachten voor onder meer de sportclub Aspira en het Upsitecomplex in Brussel.
De cluster Rail Infra & Utility Networks wijzigde haar naam naar MOBIX en omvat naast ENGEMA, Louis Stevens & Co, ENGETEC en Remacom ook de NV José Coghe – Werbrouck, die in december 2017 door CFE Contracting werd overgenomen.
MOBIX positioneert zich nu als een globale multidisciplinaire aannemer van werken voor de aanleg van sporen, signalisatie en bovenleidingen. De omzet van de cluster zal vanaf 2018 naar meer dan 70 miljoen euro stijgen. De groep is met zes vestigingen in heel België actief. Ze levert ook diensten aan openbare nutsbedrijven, zoals de installatie van glasvezelnetten, de montage van hoogspanningslijnen, het onderhoud van de openbare verlichting en de installatie van branddetectiesystemen en bewakingssystemen.
De NV José Coghe – Werbrouck, een specialist in spoorwerken, heeft haar zetel in Hooglede en beschikt over een vestiging in Péruwelz. Met haar hooggekwalificeerde medewerkers en uitgebreide machinepark is ze een uitgelezen troef. De onderneming beschikt onder meer over tien spoor/ wegkranen, specifiek materieel voor het stabiliseren van de ballast en de voorbereiding van de rails op het spoorverkeer, en een geavanceerde machine 'Tracklayer' voor de vervanging van wissels.
In de sector van de 'seininrichting' hebben ENGEMA en Louis Stevens & Co aan diverse projecten samengewerkt en zijn ze begonnen met de voorbereidende werken voor het ETCS niveau 2 project op het Belgische spoornet. De activiteit 'bovenleidingen' kende een goed
gevuld jaar, met verscheidene projecten voor Infrabel en Tuc Rail. Ze concentreerde zich op de versterking van de activiteiten 'Rail Bovenleiding', met onder meer de aanwerving van nieuwe medewerkers. De onderneming heeft in opdracht van Infrabel verscheidene werven voor het leggen van kabels of de installatie van bovenleidingen opgestart of voortgezet in het geheel van het land en vooral in de zones Gent, Brussel en Namen.
Wat de montageactiviteiten betreft, heeft ENGEMA het project STEVIN in de zone Zeebrugge voltooid en werkte het aan de spoorlijnen Mechelen-Schelle, Geldenaken-Tienen en Breughel-Courcelles, en aan de Moow-tunnel voor Fluxys in Antwerpen.
Remacom, de specialist in het leggen en het onderhoud van sporen, heeft verscheidene beddingen, sporen en wissels vernieuwd in Brussel, Gent, Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Een van de projecten, de renovatie van de lijn L161 in de Schuman-tunnel, ging als gevolg van een grondverzakking in de omgeving gepaard met grootschalige restauratiewerken.
In de seininrichting, een activiteit die vooruitgang boekte, heeft Louis Stevens & Co haar teams ingezet in projecten voor Infrabel, onder meer in Schaarbeek, Hoei en de zones Denderleeuw en Dendermonde. De onderneming heeft ook voor Infrabel gsm-masten bekabeld en voor Brussels Airport en onshore windparken de installatie en aansluiting van hoog- en laagspanningskabels verzorgd.
De activiteiten in Telecom & Security hadden vooral betrekking op de installatie van bewakingscamera's en veiligheidsvoorzieningen voor de NMBS, in het kader van het 'antiterreurdossier' en in samenwerking met Siemens.
ENGETEC voerde de schitterende verlichting uit van het Belfort van Bergen, dat behoort tot het Unesco wereldpatrimonium.
ENGETEC, ontstaan uit de fusie van ETEC en ENGEMA Lignes, heeft in opdracht van Ores en Resa verscheidene boven- en ondergrondse werken op lage en op middenspanning en voor openbare verlichting uitgevoerd, terwijl het ook een divisie voor spoorwegsignalisatie opstartte. Het was onder meer verantwoordelijk voor de schitterende verlichting van het Belfort van Bergen, dat op de wereldpatrimoniumlijst van Unesco staat, de plaatsing van hoogspanningscabines voor 'Les carrières de la pierre bleue belge' in Soignies, en de energie-uitrusting van diverse gebouwen in Waals-Brabant.
Voor BPI werd 2017 gekenmerkt door de invoering van een organisatie die beter aangepast is aan de evolutie van onze activiteit. Doel: de coördinatie van het geheel van de projecten verbeteren en een optimaal beeld krijgen van hun ontwikkeling, die de zeer snelle evolutie van de marktvraag volgt. Deze organisatie heeft in België tot de benoeming van twee Heads of Development voor de assen Brussel-Vlaanderen en Brussel-Wallonië geleid. Ze werd ook met succes geconcretiseerd door de herinrichting van onze kantoren als co-working ruimten die de communicatie en de samenwerking optimaliseren.
Wij hebben in 2017 de herziening van onze missie en waarden voltooid, door middel van een rebranding die op het eind van het jaar officieel
werd. Onze missie 'Shaping Urban Harmony through inspiring Real Estate Developments' is onze leidraad in alles wat wij doen. Het was dan ook logisch dat we ons corporate imago zouden moderniseren en versterken en de zichtbaarheid van onze projecten op de markt zouden vergroten.
In dezelfde geest hebben we onze website vernieuwd om hem meer klantgericht te maken, met een zoekfunctie die ervoor zorgt dat ons aanbod en de vraag elkaar gemakkelijker vinden. Wij streven naar een volledige digitalisering over twee jaar:
• Op het niveau van de commercialisering van onze projecten (website, sociale media, referentiëring op Google) en van de follow-up van de klanten, dankzij een online customer portal dat toegankelijk is voor onze klanten, zodat zij bijvoorbeeld de vordering van hun appartement kunnen volgen en documenten zoals plannen, notariële akten enz. kunnen ontvangen.
• Op het niveau van het ontwerp van onze projecten. We hebben een interne studiegroep gevormd voor de implementatie van nieuwe technologieën in verband met de activiteit, de connectiviteit, de mobiliteit, de flexibiliteit en, meer algemeen, de aanpasbaarheid van onze projecten aan de snelle evolutie van de markt.
Wij letten zeer zorgvuldig op de evolutie van de vastgoedmarkt, die onder meer wordt gekenmerkt door de vraag naar meer moduleerbare
ruimten en begrippen als co-working, co-living enzovoort. Wij houden daar niet alleen rekening mee in de nieuwe projecten waarvoor we vergunningen hebben aangevraagd, maar zijn ook voorlopers in projecten die al voltooid of nog in uitvoering zijn. Dat is onder meer het geval met de site 'Grand-Poste' in Luik, die wij tot een multifunctionele ruimte verbouwen die inspeelt op de nieuwe verwachtingen van de jonge generaties in termen van economische activiteit en professioneel functioneren.
BPI is dit jaar financieel onafhankelijk geworden van de groep en heeft zich van eigen financiële middelen voorzien door de uitgifte van een bond en het openen van corporate financieringslijnen. Wij hebben deze financiële onafhankelijkheid tegen
uitstekende voorwaarden tot stand kunnen brengen, wat bewijst dat de investeerders de soliditeit van onze positionering in het vastgoed inzien en de kwaliteit van onze projecten erkennen. Onze nieuwe identiteit zal het vertrouwen van de financiële markten nog versterken en onze toekomstige ontwikkeling dus in de hand werken.
Het uitzonderlijke resultaat van 2017 is te danken aan onze uitstekende benutting van kansen die zich voordeden.
In Polen was en is BPI Polska voornamelijk op de residentiële markt actief. De lopende projecten kennen een opmerkelijk commercieel succes. Twee nieuwe grote projecten zijn al verworven en verscheidene
andere zullen in 2018 volgen. In het Groothertogdom Luxemburg heeft BPI Luxembourg een aantal grote projecten verkocht, opgeleverd, ontwikkeld of verworven, waaronder het emblematische 'Entrée de ville' in Differdange, dat in een wedstrijd in de wacht werd gesleept. De vooruitzichten voor toekomstige woon- en kantoorprojecten zijn uitstekend. Ook op de Belgische markt evolueren onze projecten uiterst positief, zowel op het vlak van de commercialisering als op dat van de vordering van de werven en het verkrijgen van stedenbouwkundige vergunningen.
We kunnen besluiten met de vaststelling dat de vooruitzichten in de huidige context zeer gunstig zijn, ook al moeten we alert blijven voor economische of politieke factoren met een potentiële impact op onze activiteit.
FREDERIK LESIRE HEAD OF DEVELOPMENT BRUSSEL-VLAANDEREN-POLEN FABIEN DE JONGE FINANCIEEL EN ADMINISTRATIEF DIRECTEUR VAN DE GROEP CFE
JACQUES LEFÈVRE GEDELEGEERD BESTUURDER
Artist impression van het project Grand-Poste te Luik, een verbouwing tot een multifunctionele ruimte die inspeelt op de nieuwe verwachtingen van de jonge generaties in termen van economische activiteit en professioneel functioneren.
MARIUSZ RODAK DIRECTEUR VAN BPI POLSKA
CATHERINE VINCENT HEAD OF LEGAL
ARNAUD REGOUT DIRECTEUR VAN BPI LUXEMBURG
PHILIPPE SALLÉ HEAD OF DEVELOPMENT BRUSSEL-WALLONIË
In Anderlecht worden de commercialisering en de bouw van "Erasmus Gardens" voortgezet; in de loop van het eerste kwartaal van 2018 zal een eerste fase worden opgeleverd.
Gelet op de sterke ontwikkeling van haar opdrachten in de afgelopen jaren, heeft BPI, dat de vastgoedactiviteiten van de groep in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen verzamelt, haar organisatie herzien en haar visuele identiteit vernieuwd om de uitdagingen van een steeds competitievere markt nog efficiënter aan te gaan. De nieuwe visuele identiteit omvat een nieuw logo, een nieuwe website en een voor de drie landen gemeenschappelijke huisstijl, terwijl de onderneming haar naam in BPI Real Estate veranderd heeft.
Ze heeft bovendien haar financiële autonomie verzekerd door drie corporate kredietlijnen te openen en een geslaagde obligatielening van 30 miljoen euro uit te geven.
In het Brussels gewest werkt BPI met succes verder aan de reconversie van de voormalige site van Solvay met de verkoop en de oplevering van de laatste appartementen van het project "Solvay
BPI BPI heeft haar organisatie beter afgestemd op de Belgische markten met de benoeming van twee nieuwe Heads of Development voor de zone Wallonië-Brussel en voor de zone Vlaanderen-Brussel. Tegelijkertijd heeft de onderneming haar intrek genomen in open, flexibele nieuwe kantoren die de manier van werken veranderen en de communicatie en de synergie tussen de medewerkers verbeteren.
Deze missie vertrekt van dagelijks toegepaste waarden: teamwerk, klantgerichtheid, professionalisme en verantwoordelijkheid, openheid en transparantie, engagement en passie.
In het Brussels gewest heeft BPI met succes verder gewerkt aan de reconversie van de voormalige site van Solvay in Elsene, met de verkoop en oplevering van de laatste appartementen van het project 'Ernest The Garden' en de commercialisering van het project 'Ernest The Park', waarvan de bouw in september werd aangevat. In Anderlecht werden de commercialisering en de bouw voortgezet van het emblematische project 'Erasmus Gardens', dat al werd bekroond als 'Best Sustainable Real Estate Project' in België. In de loop van het 1ste kwartaal van 2018 zal een eerste fase worden opgeleverd. De bouw en commercialisering van het project 'Les Hauts Prés' in Ukkel en van het project 'Voltaire' in Schaarbeek gingen van start.
In Brussel werd de hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), de juridische basis voor de planning, de stedenbouw en het vastgoedpatrimonium van de hoofdstad, door de gewestelijke overheid goedgekeurd. Het zal de ontwikkeling mogelijk maken van een duidelijk stedenbouwkundig kader via het Richtplan van Aanleg, zodat de stedenbouwkundige en de milieuvergunning voor het gemengde project 'Victor', in de Zuidwijk in de gemeenten Anderlecht en Sint-Gillis, opnieuw kunnen worden aangevraagd.
In Luik is het project 'Renaissance' (vroeger bekend als 'Ernst 11') goed gevorderd; dit project is een onderdeel van de herontwikkeling van de vroegere universitaire site Val Benoit. De bouw is begonnen en het Forem heeft een huurcontract voor 18 jaar getekend voor een kantoorgebouw van 5.500 m2 , dus ongeveer 45% van het geheel. Dit is het eerste kwalitatieve kantoorgebouw in de streek van Luik dat aan de criteria voor energiezuinigheid voldoet.
In Vlaanderen: BPI heeft haar aandelen in de ontwikkelingsmaatschappijen van de site 'Oosteroever' in de haven van Oostende (aanvankelijk voor 50/50 gehouden) aan haar historische partner afgestaan. Zo krijgt het de mogelijkheid om in verschillende grootschalige stedelijke projecten te investeren. BPI heeft ook de definitieve verkavelingsvergunning voor het 'Godskespark' in Godsheide verkregen.
In Luik vormt het project Renaissance onderdeel van de herontwikkeling van de vroegere universitaire site Val Benoit.
BPI Polska rondde met een groot commercieel succes de vierder en laatste fase af van het project "Four Oceans" te Gdansk.
Het prachtige project "Kons" tegenover het station van Luxemburg Stad werd in februari 2017 opgeleverd.
Voor verscheidene andere grote projecten loopt de procedure voor het verkrijgen van de vergunningen in België.
Het prachtige, als Breeam Very Good gecertificeerde project 'Kons', tegenover het station van Luxemburg Stad, werd in februari 2017 opgeleverd. Dit complex met kantoren, woningen en handelszaken geeft onder meer de zetel van ING onderdak. Alle commerciële oppervlakten zijn al verhuurd. Nog altijd in Luxemburg Stad verzorgt BPI Luxembourg de gedelegeerde leiding van de werken en de commercialisering van het project 'Glesener 21', dat door een privé-investeerder gekocht is. De in 2016 begonnen bouw is nu voltooid en het gebouw werd opgeleverd. Het in coworking gespecialiseerde bedrijf Silversquare heeft een huurcontract voor 15 jaar getekend en is met zijn inrichtingswerken begonnen. De verkoop van het project 'Rondriesch' aan een privé-investeerder is afgerond.
De woningen met bescheiden verkoopprijs van het project 'Domaine de l'Europe', dat momenteel in aanbouw is, kennen een groot commercieel succes. De twee fasen van het gemengde project 'Livingstone' van 35.000 m², dat in een joint venture wordt ontwikkeld, worden gecommercialiseerd en krijgen veel belangstelling. De sanerings- en sloopwerken zijn begonnen.
In het zuiden van het land zijn de werken aan het gemengde project 'Fuussbann', met 5.000 m² woningen en 2.000 m² handelsruimte, in 2017 van start gegaan. Aldi heeft meer dan driekwart van de commerciële oppervlakte gekocht.
BPI Luxembourg heeft twee
kantoorgebouwen met een oppervlakte van 3.700 m² aan de route d'Arlon in Strassen overgenomen van de maatschappij Swisslife. Ze zullen worden gesloopt en herbouwd om aan de huidige energieprestatienormen te voldoen.
Daarnaast heeft BPI Luxembourg de door de stad Differdange georganiseerde wedstrijd 'Entrée en Ville' gewonnen voor een project van 25.000 m² in het centrum van de stad.
Het project "Bulwary Ksiąźęce" in Wroclaw aan de Odra, de rivier die door de stad loopt, vordert goed.
Zo heeft BPI Polska in de zomer van 2017 met groot commercieel succes de vierde en laatste fase van het project 'Four Oceans' in Gdansk afgerond. Het team kon ten volle zijn voordeel doen met de gunstige economische context en de ligging bij de zee, twee garanties voor het volledige succes van dit eerste grote project in Polen.
In Wroclaw is het project 'Bulwary Ksiąźęce' aan de oever van de rivier Odra goed opgeschoten en overtreffen de verkoopresultaten de verwachtingen. De oplevering wordt in het tweede kwartaal van 2018 voorzien. De bouw en de commercialisering van de tweede fase zijn al begonnen, zodat de commerciële dynamiek behouden blijft.
Na de sanering van het terrein volgens onze milieunormen en onze waarden, gaat de commercialisering van het project 'Wola Libre' in Warschau met succes verder. In het tweede kwartaal van 2018 zal BPI Polska enthousiast overgaan tot de oplevering van dit gebouw.
BPI Polska heeft in een joint venture twee nieuwe projecten verworven, in Poznań het project 'Vilda Park' en in Warschau, in de wijk Vola, het project 'Ostroroga'. In Poznań is het terrein aangekocht en zullen de bouw en de commercialisering begin 2018 van start gaan. In Warschau zal de aankoop in de loop van het tweede kwartaal van 2018 worden voltooid, na de voltooiing van de sanering van de site volgens onze milieunormen door de verkoper.
Het lokale team blijft alert voor nieuwe ontwikkelingen.
Ontdek al onze projecten en volg het nieuws van BPI op onze nieuwe website: www.bpirealestate.com
Ann Vansumere Tel.: +32.2.661.13.97 [email protected]
A2RC Architects Art & Build Architects CFE Polska DEME Jaspers Eyers & Architects Jonas Roosens Moreno Architecture PETITDIDIERPRIOUX ARCHITECTES Philippe van Gelooven Studio 100 Tom D'Haenens
Yvan Glavie
Concerto Communication Agency Washingtonstraat 65 1050 Brussel
Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels.
In geval van verschillen, primeert de Franse versie.
| In miljoen euro | IFRS | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 | 2013 Pro Forma DEME aan 100% |
2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
| Omzet | 2.267,3 | 3.346,1 | 3.510,5 | 3.239,4 | 2.797,1 | 3.066,5 |
| EBITDA (3) | 213,2 | 460,9 | 479,5 | 504,9 | 465,9 | 500,7 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) | 67,2 | 166,4 | 240,5 | 265,7 | 226,8 | 249,4 |
| Resultaat vóór belastingen (1) | 28,0 | 110,2 | 224,8 | 233,1 | 202,8 | 227,2 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (1) | 7,9 | 61,7 | 159,9 | 175,0 | 168,4 | 180,4 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (2) | -81,2 | -27,4 | 159,9 | 175,0 | 168,4 | 180,4 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep | 1.193,2 | 1.193,2 | 1.313,6 | 1.423,3 | 1.521,6 | 1.641,9 |
| Nette financiële schuld | 781,4 | 614,1 | 188,1 | 322,7 | 213,1 | 351,9 |
(1) Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.
(2) Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.
(3) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie) De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
| IFRS | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 (gepubli- ceerd) (**) |
2013 DEME 50%(**) |
Pro Forma 2013 DEME 100%(**) |
2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
| EBIT/ omzet | 3,0% | 1,7% | 5,0% | 6,9% | 8,2% | 8,1% | 8,1% |
| EBITDA / omzet | 9,4% | -1,0% | 13,8% | 13,7% | 15,6% | 16,7% | 16,3% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / omzet |
0,3% | 0,8% | 1,8% | 4,6% | 5,4% | 6,0% | 5,9% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / eigen middelen aandeel van de groep |
1,5% | 1,5% | 11,8% | 13,4% | 13,3% | 11,8% | 11,9% |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.
(**) Voor specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
| 2013 (**) | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen op 31/12 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | N/A ** | 9,5 | 10,5 | 9,0 | 9,9 |
| Nettoresultaat aandeel van de | N/A ** | 6,32 | 6,9 | 6,7 | 7,1 |
| groep | |||||
| Brutodividend | 1,15 | 2,00 | 2,40 | 2,15 | 2,40 |
| Nettodividend | 0,8625 | 1,50 | 1,752 | 1,505 | 1,752 |
| Eigen vermogen | 47,1 | 52,2 | 56,7 | 60,7 | 65,4 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.
(**) Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Laagste minimunkoers | EUR | 41,00 | 62,80 | 83,00 | 75,15 | 95,00 |
| Hoogste maximunkoers | EUR | 66,64 | 89,70 | 127,70 | 108,25 | 141,45 |
| Slotkoers van het boekjaar | EUR | 64,76 | 85,02 | 109,10 | 103,50 | 121,70 |
| Gemiddeld dagelijks volume | aantal effecten |
14.628 | 15.015 | 16.128 | 14.390 | 14.065 |
| Beurskapitalisatie op 31/12 | Mio EUR | 1.639,4 | 2.152,2 | 2.761,8 | 2.620,0 | 3.080,8 |
in miljoen €
in miljoen €
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
Verdeling van de omzet
(*) vóór eliminaties tussen polen
in miljoen €
| Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Baggerwerken | Andere polen en holding |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2013 (gepubliceerd) | -29,5 | 3,8 | 105,1 | -12,2 | 67,2 |
| 2013 Pro forma DEME aan 100% (**) | -29,5 | 3,7 | 202,2 | -10,0 | 166,4 |
| 2014 | -7,5 | 7,1 | 241,2 | -0,3 | 240,5 |
| 2015 | -34,9 | 7,7 | 298,2 | -5,3 | 265,7 |
| 2015 Pro forma (***) | 7,5 | 7,7 | 298,2 | -47,7 | 265,7 |
| 2016 | 20,0 | 4,3 | 207,4 | -4,9 | 226,8 |
| 2017 | 27,2 | 23,4 | 207,3 | -8,5 | 249,4 |
(*) Met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
(**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
(***)Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie.
De pool Contracting integreert de divisies Bouw, Multitechnieken en Rail infra & Utility Networks.
Beheersverslag van de raad van bestuur
| 9 | A. Verslag over de bedrijfsrekeningen |
|---|---|
| 9 | 1. Kerncijfers 2017 |
| 10 | 2. Analyse per activiteitenpool |
| 16 | 3. Samenvatting van de financiële positie |
| 20 | 4. Vergoeding van het kapitaal |
| 21 | B. Verklaring van corporate governance |
| 21 | 1. Corporate governance |
| 21 | 2. Samenstelling van de raad van bestuur |
| 30 | 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités |
| 32 | 4. Aandeelhouderschap |
| 33 | 5. Interne contrôle |
| 40 | 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten |
| 40 | 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en executive managers |
| 40 | 8. Bijstandsovereenkomst |
| 40 | 9. Controle op de vennootschap |
| 41 | C. Bezoldigingsverslag |
|---|---|
| 41 | 1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités |
| 42 | 2. De directie van CFE |
| 42 | 3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE |
| 43 | 4. Vertrekvergoedingen |
| 44 | 5. Variabele bezoldiging van de leden van de directie van CFE |
| 44 | 6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van de directie van CFE |
| 44 | D. Rapport over de niet financiële indicatoren van de Groep CFE |
| 44 | E. Verzekeringsbeleid |
| 44 | F. Bijzondere verslagen – Overname van Algemene Aannemingen Van Laere |
| 45 | G. Openbaar overnamebod |
| 46 | H. Overnames en desinvesteringen |
| 46 | I. Oprichting van bijkantoren |
| 46 | J. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar |
| 46 | K. Onderzoek en ontwikkeling |
| 46 | L. Informatie over de trends |
| 46 | M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 3 mei 2018 |
Op 23 maart 2018 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2017 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 3 mei 2018.
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3.066,5 | 2.797,1 | +9,6% |
| Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) | 500,7 | 465,9 | +7,5% |
| In % van de omzet | 16,3% | 16,7% | |
| Bedrijfsresultaat op activiteit (*) | 267,2 | 227,6 | +17,4% |
| In % van de omzet | 8,7% | 8,1% | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 249,4 | 226,8 | +10,0% |
| In % van de omzet | 8,1% | 8,1% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 180,4 | 168,4 | +7,1% |
| In % van de omzet | 5,9% | 6,0% | |
| Nettoresultaat per aandeel van de groep (in euro) | 7,13 | 6,65 | +7,2% |
| Dividend per aandeel (in euro) (**) | 2,40 | 2,15 | +11,6% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
(**) Bedrag dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de gewone algemene vergadering van 3 mei 2018.
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen aandeel van de groep | 1.641,9 | 1.521,6 | +7,9% |
| Netto financiële schuld | 351,9 | 213,1 | +65,1% |
| Orderboek | 4.850,8 | 4.756,7 | +2,0% |
De groep CFE realiseerde een omzet van 3.066,5 miljoen euro in 2017, een groei van 9,6% tegenover 2016. Deze stijging werd verwacht bij DEME, dat in 2016 een rustiger jaar kende. Daarentegen noteerde CFE Contracting een lichte omzetdaling.
Dankzij de goede prestaties van de drie divisies van de groep lag de EBITDA iets hoger dan 500 miljoen euro, een stijging van 7,5%.
Het bedrijfsresultaat (EBIT) groeit met 10% en bedraagt 249,4 miljoen euro. Het nettoresultaat, aandeel van de groep, bedraagt 180,4 miljoen euro, waarmee het record van 2015 werd verbeterd.
De bijdrage van Contracting en Vastgoedontwikkeling aan het nettoresultaat aandeel van de groep is sterk toegenomen, terwijl die van DEME stabiel bleef.
Het eigen vermogen, aandeel van de groep, bedraagt 1.641,9 miljoen euro, een stijging met 7,9%.
Ondanks het ambitieuze investeringsprogramma voor de vernieuwing en uitbreiding van de vloot en ondanks de overname van de vennootschap A2Sea blijft de stijging van de netto financiële schuld beperkt tot 138,8 miljoen euro dankzij de aanzienlijke verbetering van de werkkapitaalbehoefte van DEME.
Het orderboek neemt licht toe tot 4.850,8 miljoen euro. Het orderboek van DEME blijft goed gevuld en kent zelfs een aanzienlijke groei als we rekening houden met de contracten die reeds zijn ondertekend maar nog niet in het orderboek zijn opgenomen (ongeveer 1,7 miljard euro). Het orderboek van de pool Contracting neemt beduidend toe dankzij onder meer de overname van de groep Van Laere.
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Totaal | DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Totaal | ||
| Omzet | 2.356,0 | 0 | 2.356,0 | 1.978,2 | 0 | 1.978,2 | +19,1% |
| EBITDA (**) | 455,5 | 0 | 455,5 | 447,4 | 0 | 447,4 | +1,8% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (**) | 217,8 | -10,5 | 207,3 | 213,7 | -6,3 | 207,4 | 0,0% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep |
155,1 | 1,4 | 156,5 | 155,3 | 0,1 | 155,4 | +0,7% |
| Netto financiële schuld | 285,7 | 2,0 | 287,7 | 151,2 | 3,8 | 155,0 | +85,6% |
| Orderboek | 3.520,0 | 0 | 3.520,0 | 3.800,0 | 0 | 3.800,0 | -7,4% |
(*) Inclusief herwerkte bedragen conform de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De hierna vermelde kerncijfers worden voorgesteld volgens de economische benadering die de gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen proportioneel consolideert (boekhoudregels toepasselijk vóór 1 januari 2014).
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 2.365,7 | 1.978,2 | +19,6% |
| EBITDA (*) | 456,2 | 450,1 | +1,4% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 222,6 | 217,6 | +2,3% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 155,1 | 155,3 | -0,1% |
| Netto financiële schuld | 296,2 | 154,6 | +91,6% |
| Orderboek | 3.520,0 | 3.800,0 | -7,4% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet van DEME bedraagt 2.365,7 miljoen euro ofwel een groei van 19,6%.
De bijzonder sterke activiteit in het segment hernieuwbare energie (GeoSea, Tideway, Dredging International) kende een forse omzetstijging. Vier grote projecten droegen bij aan deze prestatie, waarvan er twee (Rentel en Merkur) werden medeontwikkeld door DEME Concessions:
de Duitse kust. Tegen 31 december 2017 waren alle windturbinefunderingen geïnstalleerd. De installatie van de transitiestukken wordt momenteel uitgevoerd. De installatie van de windturbines begint in het eerste kwartaal van 2018.
In de divisie Baggerwerken werkte DEME verder aan het project TTP1 (Tuas Terminal – fase 1) in Singapore, samen met vele andere projecten in Afrika, India en Zuid-Amerika. Wat onderhoudsbaggerwerken betreft, zagen we een sterke activiteit in België, Duitsland en Afrika.
In Panama voltooide DEME met succes de verbreding en verdieping van het toegangskanaal, langs Atlantische zijde.
| In % | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 21% | 34% |
| Maintenance dredging | 14% | 12% |
| Fallpipe en landfalls | 8% | 7% |
| Environment | 7% | 10% |
| Civil works | 3% | 3% |
| Marine works | 47% | 34% |
| In % | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Europa (EU) | 69% | 56% |
| Europa (niet-EU) | 2% | 4% |
| Afrika | 10% | 12% |
| Noord- en Zuid-Amerika | 3% | 8% |
| Azië en Oceanië | 12% | 13% |
| Midden-Oosten | 0% | 3% |
| India en Pakistan | 4% | 4% |
DEME DEME realiseerde in 2017 een EBITDA van 456,2 miljoen euro ofwel een lichte stijging ten opzichte van 2016 (450,1 miljoen euro).
De EBITDA-marge bedraagt 19,3% van de omzet.
Het orderboek daalde 7,4% tot 3.520 miljoen euro. Deze terugval moet worden genuanceerd daar een aantal belangrijke opdrachten die in 2017 werden binnengehaald niet in het orderboek zijn opgenomen omdat ze afhankelijk zijn van de financiële afsluiting van het project door de klant. Deze zijn:
Een ander project dat nog niet in het orderboek is opgenomen, is het contract voor het ontwerp en de bouw van de Fehmarnbeltverbinding, de tunnel tussen Denemarken en Duitsland. De werkzaamheden aan dit project van naar schatting 700 miljoen euro (aandeel van DEME) gaan pas van start zodra de Duitse autoriteiten de nodige bouwvergunningen hebben afgegeven.
Op 31 december 2017 vertegenwoordigen de aldus nog niet in het orderboek opgenomen opdrachten een waarde van ongeveer 1,7 miljard euro.
In 2017 bedragen de ontvangen opdrachten 2,1 miljard euro. De belangrijkste commerciële successen tijdens het boekjaar zijn (i) het EPCI-contract voor het offshore windmolenpark Hohe See en zijn uitbreiding Albatros, (ii) het contract voor het ontwerp, de bouw en het tweejarige onderhoud van de nieuwe sluis van Terneuzen in Nederland, (iii) het contract voor de levering, de installatie en het onderhoud van drie onderzeese stroomkabels die de MOG (Modular Offshore Grid, een offshore platform waarop vier Belgische windmolenparken zullen worden aangesloten) zullen verbinden, en (iv) het contract voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud (DBFM-contract: Design Build Finance Maintain) van de nieuwe RijnlandRoute in Nederland.
De investeringen bedragen 614,2 miljoen euro in 2017 en bestaan voornamelijk uit aanbetalingen op de schepen in aanbouw, de kapitalisatie van onderhoudskosten en de overname van de bedrijven A2Sea en G-Tec.
Op 31 augustus 2017 nam DEME A2Sea over (een Deense onderneming en eigenaar van twee schepen die gespecialiseerd zijn in de installatie van offshore windturbines: de Sea Installer en de Sea Challenger). De impact van deze overname op de netto financiële schuld van DEME bedraagt 166,9 miljoen euro.
Op 7 november 2017 verwierf GeoSea het merendeel van de aandelen (72,5%) van G-Tec. Deze vennootschap, gevestigd in de regio Luik, is gespecialiseerd in geotechnisch en geologisch offshore onderzoek, geofysisch en milieugerelateerd marien onderzoek alsook diepzee engineering services. G-Tec bezit een geotechnische offshore onderzoeksschip: de Omalius.
Van de acht schepen die in 2015 en 2016 werden besteld (totale waarde: 1 miljard euro), werden er al twee opgeleverd: de sleephopperzuigers Minerva en Scheldt River, met een capaciteit van respectievelijk 3.500 m³ en 8.400 m³. Deze twee schepen zijn de eerste van DEME's vloot die op LNG (Liquefied Natural Gas) varen, waardoor de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk wordt verminderd.
Het multifunctionele vaartuig Living Stone, het zelfvarend hefvaartuig Apollo en het kraanschip Gulliver moeten in 2018 worden opgeleverd.
De laatste drie schepen - het baggerschip Bonny River (capaciteit van 15.000 m³), de snijkopzuiger (Smart Mega
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 717,6 | 770,5 | -6,9 % |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 27,2 | 20,0 | +36,0 % |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 15,4 | 10,4 | +48,1 % |
| Netto financiële schuld | 90,5 | 92,0 | -1,6 % |
| Orderboek | 1.229,7 | 850,5 | +44,6 % |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet van de pool Contracting bedraagt 717,6 miljoen euro ofwel een daling met 6,9%.
Deze daling, die werd verwacht, is voornamelijk toe te schrijven aan de Belgische entiteiten van de divisie Bouw als gevolg van de vertraagde start van een aantal belangrijke projecten.
Bij de internationale entiteiten dient de sterke groei van de Poolse activiteiten benadrukt te worden, terwijl de
verslechtering van de sociaaleconomische situatie in Tunesië het Tunesische filiaal genoodzaakt heeft haar activiteiten terug te schroeven.
De belangrijkste projecten in uitvoering zijn onder meer het Lycée Français in Luxemburg, het ZNA-ziekenhuis en AZ Sint Maartenziekenhuis in Vlaanderen en het vastgoedcomplex AGORA in Louvain-la-Neuve.
De divisies Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks noteren een lichte omzetdaling (-2,0%).
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 499,8 | 548,5 | -8,9 % |
| Gebouwen België | 346,7 | 405,6 | -14,5 % |
| Gebouwen Internationaal | 153,1 | 142,9 | +7,1 % |
| Multitechnieken | 155,3 | 159,2 | -2,4 % |
| Rail Infra & Utility Networks | 62,5 | 62,8 | -0,5 % |
| Totaal Contracting | 717,6 | 770,5 | -6,9 % |
Voor het tweede jaar op rij kende het bedrijfsresultaat een sterke groei en bedraagt 27,2 miljoen euro ofwel 3,8% van de omzet.
Alle divisies leverden een positieve bijdrage aan het bedrijfsresultaat. Anders dan in voorgaande jaren was het de divisie Bouw die de sterkste groei van het resultaat liet optekenen, meer bepaald BPC (filiaal van CFE BBW dat actief is in Brussel en in Waals-Brabant).
Cutter Suction Dredger) Spartacus en het kraanschip met dynamische positionering Orion - zullen naar verwachting in 2019-2020 operationeel worden.
De netto financiële schuld van DEME bedraagt 296,2 miljoen euro. Dit lage schuldniveau ten opzichte van het investeringsniveau in 2017 is te danken aan de operationele kasstromen en de aanzienlijke verbetering van de behoefte aan werkkapitaal.
| In miljoen euro | 31 december 2017 | 31 december 2016 | Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 978,8 | 648,7 | +50,9 % |
| Gebouwen België | 767,3 | 505,0 | +51,9 % |
| Gebouwen Internationaal | 211,5 | 143,7 | +47,2 % |
| Multitechnieken | 152,6 | 143,4 | +6,4 % |
| Rail Infra & Utility Networks | 98,3 | 58,4 | +68,3 % |
| Totaal Contracting | 1.229,7 | 850,5 | +44,6 % |
| Totaal Contracting excl. Van Laere en excl. Coghe | 978,5 | 850,5 | +15,1 % |
Het orderboek stijgt beduidend en bedraagt 1.229,7 miljoen euro. Deze stijging van 44,6% (+15,1% op vergelijkbare basis) is te verklaren door de integratie van de groep Van Laere (orderboek van 241,8 miljoen euro per 31 december 2017) en door de vele opdrachten die werden genoteerd door de entiteiten van de divisie Bouw in Brussel en Polen alsook deze van de divisie Rail Infra & Utility Networks.
Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van Aannemingen Van Laere.
Deze overname werd vooraf goedgekeurd door de raden van bestuur van CFE en CFE Contracting na het advies te hebben ingewonnen van het comité van onafhankelijke bestuurders.
De groep Van Laere, bestaande uit Aannemingen Van Laere en zijn dochterondernemingen, groep Thiran en Arthur Vandendorpe, is een algemene aannemer die actief is in de drie gewesten van België. In 2017 realiseerde de groep een geconsolideerde omzet van 138,1 miljoen euro.
De overnameprijs bedroeg 17,1 miljoen euro, of een initiële prijs van 18,4 miljoen euro verlaagd met 1,3 miljoen euro teneinde de evolutie van de gecorrigeerde intrinsieke waarde van de groep Van Laere te integreren op 31 december 2017.
Rekening houdend met een beschikbare kaspositie van de groep Van Laere van 6,9 miljoen euro op
31 december 2017, bedraagt de impact van de transactie -10,2 miljoen euro op de nettokaspositie van de pool.
De geconsolideerde resultatenrekening van de groep Van Laere wordt vanaf 1 januari 2018 in de financiële staten van de groep opgenomen.
Op 19 december 2017 nam CFE Contracting José Coghe-Werbrouck over voor 7,7 miljoen euro; deze in West-Vlaanderen gevestigde vennootschap is gespecialiseerd in spoorwegwerken (spooraanleg). De vennootschap maakt nu deel uit van de divisie Rail Infra & Utility Networks. Ze bezit een uitgebreid machinepark, waaronder een Tracklayer machine voor het vervangen van spoorwissels.
Ondanks de overnames van de groep Van Laere en de vennootschap Coghe kon CFE Contracting zijn nettokaspositie nagenoeg stabiel houden ten opzichte van 31 december 2016. Deze goede prestatie is te danken aan de solide operationele kasstromen en de verbetering van de behoefte aan werkkapitaal.
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 10,9 | 12,1 | -9,9% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 23,4 | 4,3 | n.s. |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 22,3 | 1,4 | n.s. |
| Netto financiële schuld | 68,8 | 87,6 | -21,5% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
| In miljoen euro | 31 december 2017 | 31 december 2016 |
|---|---|---|
| Commercialiseringsbestand | 6 | 17 |
| Bouwbestand | 69 | 35 |
| Ontwikkelingsbestand | 58 | 78 |
| Totaal | 133 | 130 |
| In miljoen euro | 31 december 2017 | 31 december 2016 |
|---|---|---|
| België | 82 | 78 |
| Groothertogdom Luxemburg | 20 | 31 |
| Polen | 31 | 21 |
| Totaal | 133 | 130 |
(*) Het vastgoedbestand is gelijk aan de som van het eigen vermogen en de netto financiële schuld van de vastgoedpool.
In de eerste helft van 2017 haalde BPI Luxembourg de aanbesteding van de stad Differdange binnen voor de ontwikkeling van een multifunctioneel vastgoedcomplex met een totale bruto bovengrondse oppervlakte van 25.500 m² (project 'Entrée de ville').
In het derde kwartaal van 2017 verwierf BPI Polska een meerderheidsparticipatie (90%) in een bedrijf dat eigenaar is van een grondpositie in Poznan waarop een residentieel vastgoedproject van 13.000 m² bovengronds (project Vilda Park) zal worden gebouwd.
In december 2017 verwierf BPI Luxembourg een vastgoedonderneming die eigenaar was van een grondpositie aan de Route d'Arlon in Luxemburg. Het betreft een kantoorproject van circa 4.000 m² (sloop en heropbouw).
In 2017 verkocht BPI drie belangrijke deelnemingen: de projecten Kons (Luxemburg), Oosteroever (Oostende, België) en Ronndriesch (Luxemburg).
In de loop van het jaar werden verschillende grote projecten opgestart (bouw en commercialisering):
Bovendien werden nieuwe fasen gestart op de sites van Erasmus Gardens in Anderlecht, Hauts Prés in Ukkel en Bulwary Ksiazece in Wrocław.
Algemeen genomen verloopt de verkoop van wooneenheden naar wens.
Het vastgoedbestand nam licht toe tot 133 miljoen euro per 31 december 2017. De projecten van BPI hebben een gezamenlijk ontwikkelingspotentieel van 630.000 m² (voornamelijk residentiële projecten).
BPI slaagde er in de loop van het jaar in zijn voorraad onverkochte wooneenheden na oplevering aanzienlijk te verminderen: deze vertegenwoordigt momenteel slechts 5% van het vastgoedbestand.
De netto financiële schuld van de pool bedraagt 68,8 miljoen euro, wat 18,8 miljoen euro minder is dan op 31 december 2016.
In december 2017 gaf BPI met succes zijn eerste obligatielening uit van 30 miljoen euro met een looptijd van vijf jaar en een jaarlijkse rente van 3,75%.
Het nettoresultaat van BPI bedraagt 22,3 miljoen euro, een historisch record dat voornamelijk het resultaat is van meerwaarden op de verkoop van het Oosteroever-project in Oostende (residentiële ontwikkeling verkocht aan haar partner) en het Kons-project in Luxemburg (kantoorgebouw verkocht aan een institutionele belegger).
| In miljoen euro | 2017 | 2016 | Evolutie 2017/2016 |
|---|---|---|---|
| Omzet | -18,1 | 36,3 | n.s. |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | -8,4 | -4,9 | +71,4% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | -13,7 | 1,2 | n.s. |
| Netto financiële schuld | 85,9 | 62,4 | +37,7% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet, gecorrigeerd voor eliminaties tussen polen (52,2 miljoen euro), bedraagt 34,1 miljoen euro.
Conform de eerder vooropgestelde strategie zullen de operationele activiteiten van de pool Holding geleidelijk worden afgebouwd. Het belangrijkste project dat nog in uitvoering is, de waterzuiveringsinstallatie Brussel-Zuid, verloopt volgens de herziene planning.
Het bedrijfsresultaat bedraagt -8,4 miljoen euro, tegenover -4,9 miljoen euro in 2016.
Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de exploitatiekosten van het Grand Hotel in N'Djamena in het eerste semester van 2017 en de negatieve bijdrage van Rent-A-Port.
2017 was een overgangsjaar voor Rent-A-Port, gekenmerkt door een krimpende verkoop van industriegronden in Vietnam. Deze situatie is te wijten aan vertragingen bij de bouw van een dijk die de ontwikkeling en verkoop van een nieuw gebied van enkele honderden hectaren in de industriezone van Nam Dinh Vu in Noord-Vietnam mogelijk zou maken. De dijk moet voor eind 2018 klaar zijn. Rent-A-Port voelde ook de impact van de verzwakking van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro, wat tot uiting kwam in de opname van ongerealiseerde koersverliezen.
Het nettoresultaat bedraagt -13,7 miljoen euro (+1,2 miljoen euro in 2016).
Het boekjaar 2016 werd gekenmerkt door de meerwaarden die werden gerealiseerd op de verkoop van participaties van CFE in twee concessievennootschappen van infrastructuurprojecten. Er vonden geen verkopen plaats in 2017.
Het bedrag van de vorderingen blijft ongewijzigd tegenover 31 december 2016.
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Omzet | 3.066.525 | 2.797.085 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 116.588 | 85.794 |
| Aankopen | -1.726.761 | -1.504.685 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | -546.699 | -533.200 |
| Andere exploitatiekosten | -404.180 | -384.649 |
| Afschrijvingskosten | -238.316 | -232.775 |
| Waardevermindering van goodwill | 0 | 0 |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | 267.157 | 227.570 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures | -17.710 | -784 |
| Bedrijfsresultaat | 249.447 | 226.786 |
| Financieringskosten | -14.362 | -31.521 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | -7.904 | 7.567 |
| Financieel resultaat | -22.266 | -23.954 |
| Resultaat vóór belastingen | 227.181 | 202.832 |
| Winstbelastingen | -48.430 | -30.580 |
| Resultaat van het boekjaar | 178.751 | 172.252 |
| Minderheidsbelangen | 1.691 | -3.841 |
| Resultaat – toekenbaar aan de groep | 180.442 | 168.411 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2017 | 2016 |
| Resultaat van het boekjaar | 178.751 | 172.252 |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | 6.463 | 2.230 |
| Omrekeningsverschillen | -4.754 | -340 |
| Uitgestelde belastingen | -1.583 | 1.143 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
126 | 3.033 |
| Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | -2.227 | -18.901 |
| Uitgestelde belastingen | -3.382 | 6.510 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
-5.609 | -12.391 |
| Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen |
-5.483 | -9.358 |
| Globaal resultaat | 173.268 | 162.894 |
| - toekenbaar aan de groep | 174.771 | 159.178 |
| - toekenbaar aan de minderheidsbelangen | -1.503 | 3.716 |
| Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 7,13 | 6,65 |
| Globaal resultaat deel van groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 6,90 | 6,29 |
| ROE (*) | 11,9% | 11,8% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
| 3.A.2 Geconsolideerde staat van de financiële positie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| -- | ------------------------------------------------------- | -- | -- | -- | -- |
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 91.343 | 95.441 |
| Goodwill | 184.930 | 175.169 |
| Materiële vaste activa | 2.138.208 | 1.683.304 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 140.510 | 141.355 |
| Overige financiële vaste activa | 147.719 | 153.976 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 921 | 510 |
| Overige vaste activa | 7.798 | 23.518 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 104.022 | 126.944 |
| Totaal vaste activa | 2.815.451 | 2.400.217 |
| Voorraden | 138.965 | 94.836 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.132.306 | 1.160.306 |
| Overige vlottende activa | 32.963 | 38.430 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 4.156 | 2.311 |
| Financiële vlottende activa | 34 | 48 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 0 | 19.916 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 523.018 | 612.155 |
| Totaal vlottende activa | 1.831.442 | 1.928.002 |
| Totaal van de activa | 4.646.893 | 4.328.219 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 840.543 | 714.527 |
| Toegezegde doelpensioenplannen | -25.268 | -19.464 |
| Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten | -2.457 | -7.337 |
| Omrekeningsverschillen | -12.252 | -7.505 |
| Eigen vermogen – toekenbaar aan de groep CFE | 1.641.904 | 1.521.559 |
| Minderheidsbelangen | 14.421 | 14.918 |
| Eigen vermogen | 1.656.325 | 1.536.477 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 53.149 | 51.215 |
| Voorzieningen | 30.183 | 43.085 |
| Andere langlopende verplichtingen | 4.497 | 5.645 |
| Obligatieleningen | 231.378 | 303.537 |
| Financiële schulden | 419.093 | 367.147 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 7.209 | 18.475 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 130.023 | 151.970 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 875.532 | 941.074 |
| Voorzieningen voor courante risico's | 82.530 | 65.113 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.276.446 | 1.138.288 |
| Fiscale schulden | 43.275 | 69.398 |
| Obligatielening | 99.959 | 0 |
| Financiële schulden | 124.497 | 154.522 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 7.445 | 23.515 |
| Passiva aangehouden voor verkoop | 0 | 6.004 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 480.884 | 393.828 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2.115.036 | 1.850.668 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.646.893 | 4.328.219 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december | 2017 | 2016 (*) |
|---|---|---|
| In duizend euro | ||
| Operationele activiteiten | 267.157 | 227.570 |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 238.316 | 232.775 |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 4.986 | -3.941 |
| Toevoeging aan de voorzieningen | ||
| Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa en andere niet-kaselementen | -9.725 | 9.459 |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | -9.662 | -10.341 |
| Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 6.507 | 15.221 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal |
497.579 | 470.743 |
| Afname/(toename) van de handels – en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
107.002 | 101.564 |
| Afname/(toename) van voorraden | -8.466 | -19.113 |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden | 75.012 | -162.691 |
| Betaalde / ontvangen winstbelastingen | -42.282 | 34.111 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 628.845 | 424.614 |
| Investeringsactiviteiten | ||
| Verkoop van vaste activa | 18.322 | 7.138 |
| Aankoop van vaste activa | -458.210 | -188.873 |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | -181.370 | 0 |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 0 | 36.456 |
| Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | -32.323 | -19.883 |
| Verkoop van dochteronderneming | 574 | 0 |
| Nieuwe leningen | -9.926 | -49.342 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -662.933 | -214.504 |
| Financieringsactiviteiten | ||
| Betaalde intresten | -29.347 | -40.498 |
| Ontvangen intresten | 13.970 | 11.125 |
| Andere financiële lasten en opbrengsten | -12.218 | -10.854 |
| Leningen | 240.289 | 216.045 |
| Terugbetaling van schulden | -212.271 | -203.758 |
| Uitgekeerde dividenden | -54.426 | -60.755 |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | -54.003 | -88.695 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | -88.091 | 121.415 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 612.155 | 491.952 |
| Wisselkoerseffecten | -1.046 | -1.212 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 523.018 | 612.155 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudpresentatie die verband houdt met de geconsolideerde kasstroomoverzicht en van toepassing in de Groep vanaf 1 januari 2017.
De materiële vaste activa stegen met 454,9 miljoen euro en bedragen 2.138,2 miljoen euro. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan DEME, dat zijn programma voor de bouw van nieuwe schepen voortzette en in 2017 de vennootschap A2Sea overnam.
Na de verkoop van de vennootschap Ronndriesch waren er op 31 december 2017 geen voor verkoop aangehouden activa of passiva meer.
Rekening houdend met de uitkering van een dividend van 54,4 miljoen euro in mei 2017, bedraagt het geconsolideerde eigen vermogen 1.656,3 miljoen euro op 31 december 2017.
De netto financiële schuld bestaat enerzijds uit een kortlopende en langlopende financiële schuld van respectievelijk 650,5 miljoen euro en 224,4 miljoen euro en, anderzijds uit een positieve nettokaspositie van 523,0 miljoen euro.
CFE NV beschikt voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde kredietlijnen op middellange termijn ten bedrage van 115 miljoen euro. Deze kredietlijnen werden op 31 december 2017 niet gebruikt.
CFE, DEME, CFE Contracting en BPI voldoen allemaal aan de bankconvenanten
| In duizend euro | Kapitaal | Uitgifte premie |
Inge houden winsten |
Toege zegde pensioen plannen |
Reserve afdek kingsin strumen ten |
Omreke ningsver schillen |
Eigen vermogen – aandeel van de groep |
Minderheids belangen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2016 | 41.330 | 800.008 | 714.527 | -19.464 | -7.337 | -7.505 | 1.521.559 | 14.918 | 1.536.477 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
180.442 | -5.804 | 4.880 | -4.747 | 174.771 | -1.503 | 173.268 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
-54.426 | -54.426 | -54.426 | ||||||
| Dividenden minder heidsbelangen |
-528 | -528 | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere bewegingen |
1.534 | 1.534 | |||||||
| 31 december 2017 | 41.330 | 800.008 | 840.543 | -25.268 | -2.457 | -12.252 | 1.641.904 | 14.421 | 1.656.325 |
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Totaal aantal aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) | 7,13 | 6,65 |
| Eigen middelen toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) | 64,86 | 60,11 |
| In duizend euro | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Omzet | 29.578 | 46.911 |
| Bedrijfsresultaat | -31.507 | -8.040 |
| Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening | 57.681 | 58.969 |
| Niet recurrente financiële opbrengsten | 518 | 9.487 |
| Niet recurrente financiële kosten | 0 | -1.541 |
| Resultaat vóór belastingen | 26.692 | 58.875 |
| Belastingen | -170 | -17 |
| Resultaat van het boekjaar | 26.522 | 58.858 |
De geleidelijke oplevering van de laatste door CFE NV gerealiseerde werven leidt automatisch tot een daling van zijn omzet.
Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door verhogingen van de voorzieningen voor overige risico's en kosten.
Het financieel resultaat bestaat voornamelijk uit dividenden uitgekeerd door DEME en CFE Contracting voor een bedrag van respectievelijk 55,0 miljoen euro en 6,0 miljoen euro.
In 2016 omvatten de niet-recurrente financiële opbrengsten de meerwaarden die werden gerealiseerd op de verkoop van Locorail en Coentunnel Company.
| In duizend euro | 31 december 2017 |
31 december 2016 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 1.325.005 | 1.323.520 |
| Vlottende activa | 155.489 | 236.408 |
| Totaal van de activa | 1.480.494 | 1.559.928 |
| In duizend euro | 31 december 2017 |
31 december 2016 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 1.163.350 | 1.197.582 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 81.998 | 57.272 |
| Schulden op lange termijn | 248 | 132.580 |
| Schulden op korte termijn | 234.898 | 172.494 |
| Totaal van de passiva | 1.480.494 | 1.559.928 |
De vaste activa bestaan voor het grootste deel uit de deelnemingen in DEME, CFE Contracting en BPI.
De obligatielening van 100 miljoen euro vervalt eind juni 2018. Op 31 december 2017 werd deze overgeboekt van langlopende schulden naar kortlopende schulden.
Op de algemene vergadering van aandeelhouders van 3 mei 2018 zal de raad van bestuur van CFE een brutodividend van 2,40 euro per aandeel voorstellen, wat neerkomt op een nettodividend van 1,68 euro of een totale uitkering van 60.754.757 euro.
De vennootschap neemt de Belgische corporate governance Code 2009 als referentiecode aan.
Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).
Het corporate governance charter werd op 23 februari 2017 voor het laatst gewijzigd.
Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde cultuur gericht op deugdelijk bestuur.
Op 31 december 2017 bestaat de raad van bestuur van CFE uit elf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de resp. gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:
| Infunctietreding | Vervaljaar van het mandaat |
|
|---|---|---|
| Renaud Bentégeat (*) | 18.09.2003 | 2020 |
| Piet Dejonghe (*) | 24.12.2013 | 2021 |
| Luc Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| John-Eric Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Jan Suykens | 24.12.2013 | 2021 |
| Koen Janssen | 24.12.2013 | 2021 |
| Alain Bernard | 24.12.2013 | 2021 |
| Philippe Delusinne | 07.05.2009 | 2020 |
| Christian Labeyrie | 06.03.2002 | 2020 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais | 03.05.2007 | 2019 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 07.10.2016 | 2020 |
Aan de algemene vergadering zal worden voorgesteld Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigt door Martine Van den Poel voor te dragen voor een periode van drie jaar eindigend na de jaarlijkse vergadering van mei 2021. Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigt door Martine Van den Poel, voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria die zijn uiteengezet in artikel 526c van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Corporate Governance Code van 2009.
Martine Van den Poel behaalde een diploma Politieke Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) en behaalde de graad van Master in Public Administration aan de Kennedy School of Government, Harvard University (Cambridge, VS) alsmede de graad van Executive Master in Coaching and Consulting for Change aan het Institut Européen d'Administration des Affaires (INSEAD). Zij was onderzoeksmedewerker aan de Harvard Business School in 1978 en aan de Stanford Business School in 1985. Van 1995 tot 2003 was ze lid van het Uitvoerend Comité van INSEAD. Sinds 2003 is ze curriculumdirecteur en executive coach voor het INSEAD Global Leadership Center.
Aan de algemene vergadering zal worden voorgesteld MucH BVBA, vertegenwoordigt door Muriel De Lathouwer voor te dragen voor een periode van vier jaar eindigend na de jaarlijkse vergadering van mei 2022. MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer voldoet aan de
onafhankelijkheidscriteria die zijn uiteengezet in artikel 526c van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Corporate Governance Code van 2009.
Muriel De Lathouwer is gedelegeerd bestuurder en CEO van EVS sinds 2014 alsook lid van de raad van bestuur sinds 2013. Voordat Muriel De Lathouwer bij EVS startte was ze bijna 20 jaar actief in de telecom, high tech, IT en media. Ze startte haar loopbaan als IT-consulente bij Accenture en was vervolgens zeven jaar actief bij McKinsey in Brussel waar ze als Associate Principal toonaangevende TV en telecom operatoren alsook media en high tech bedrijven wereldwijd adviseerde. Meer recentelijk, was ze Chief Marketing Officer en lid van het uitvoerend comité van de Belgische telecom operator BASE. Ze is burgerlijk ingenieur in kernfysica (ULB, Brussel) en is in het bezit van een MBA van het Insead, Parijs.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de elf bestuurders op datum van 31 december 2017.
| Luc Bertrand | Voorzitter van de raad van bestuur |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen |
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het executief comité. |
| Lid van het benoemings- en | |
| remuneratiecomité | Uitgeoefende mandaten: |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van SIPEF Bestuurder van Atenor Group |
|
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van DEME Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis Bestuurder van Baarbeek BV Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Belfimas Bestuurder van BOS Bestuurder van Delen Investments CVA Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van DEME Coordination Center Bestuurder van ING Belgium Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Scaldis Invest |
|
| c- verenigingen: Voorzitter van de raad van bestuur van het Institut de Duve Voorzitter van Middelheim Promotors Lid van de raad van bestuur van VOKA Lid van de raad van bestuur van VOKA VEV Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven Regent van het Museum Mayer van den Bergh Lid van de raad van bestuur van Etion Synergia Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School |
CFE Hermann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel
Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux.
Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC).
Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij gedelegeerd bestuurder van CFE.
Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk).
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van CCI France International Lid van de adviesraad van Solvay Brussels School Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan het Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.
c- verenigingen:
Lid van de raad van bestuur van SOS-Kinderdorpen België
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Voorzitter van het auditcomité
John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA aan het Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren als Investment Manager in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het executief comité van AvH.
c- verenigingen:
Bestuurder van Belgian Finance Club
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren.
c - verenigingen: Bestuurder van Belgian Offshore Platform (BOP) vzw, vast vertegenwoordiger van Green Offshore Bestuurder van Belgian Venture Capital & Private Equity Association (BVA)
| Alain Bernard | Bestuurder |
|---|---|
| DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht |
Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME. |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de stuurgroep van CFE |
|
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Chief Executive Officer en bestuurder van DEME Bestuurder van diverse filialen van DEME Bestuurder van Aquafin Bestuurder van FIT (Flanders Investment & Trade) |
|
| c - verenigingen: Koninklijke Belgische Redersvereniging Voorzitter van de 'Belgian Dredging Association' |
|
| Philippe Delusinne | Onafhankelijk bestuurder |
| RTL Belgium Jacques Georginlaan 2 |
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. |
| B-1030 Brussel Lid van het benoemings- en remuneratiecomité Lid van het auditcomité |
Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium. |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6 |
|
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv Gedelegeerd bestuurder van Radio H Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA S.A., gedelegeerd bestuurder van INADI SA, COBELFRA SA en NEW CONTACT CEO van RTL Belux SA & Cie SECS Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium Voorzitter van de raad van bestuur van Home Shopping Service Belgium Voorzitter van New Contact Bestuurder van CLT-UFA Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse Bestuurder van MaRadio.be SCRL |
|
| c - verenigingen: Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique ASBL Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België) Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw |
VINCI
1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
Lid van het auditcomité
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder van het Légion d'honneur en Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.
Bestuurder van VINCI Deutschland Bestuurder van Arcour Bestuurder van het consortium Stade de France Bestuurder van VFI Bestuurder van Amundi Convertibles Euroland van de Groep Crédit Agricole Asset management Bestuurder van VINCI USA Holding Inc. Bestuurder van SMABTP Voorzitter van ASF Holding Voorzitter van Cofiroute Holding Voorzitter van GECOM (tot 30/11/2017) Beheerder SCCV CESAIRE-LES GROUES Beheerder SCCV HEBERT-LES GROUES Vast vertegenwoordiger van VINCI in de raad van bestuur van Escota
Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem
Voorzitter van het benoemingsen remuneratiecomité Lid van het auditcomité
Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries.
Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991).
Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op.
Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie
Lid van het auditcomité
Leen Geirnaerdt is licentiate toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, Cum Laude, 1996). Zij heeft verscheidene jaren bij PricewaterhouseCoopers en bij USG People / Solvus Resource Group gewerkt. Na zeven jaar als CFO bij USG People te hebben gewerkt, bekleedt zij momenteel de functie van CFO bij Recruit Global Staffing, waar zij lid van de raad van bestuur is.
a- société cotée:
Bestuurder en voorzitter van het auditcomité van Wereldhave
Van de elf leden van de raad van bestuur op 31 december 2017 zijn er acht bestuurders die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het betreft:
Op 31 december 2017 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, en Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt.
Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2017 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.
Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (ii), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.
Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet-uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.
Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.
De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van
de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.
Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.
Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.
Bij weten van CFE heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.
Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen met die van CFE.
Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.
Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.
Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.
Hij beoordeelt ook of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.
De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen
van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.
De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.
De recentste formele beoordeling van de werking en prestaties van de raad van bestuur vond eind 2016 plaats. Deze beoordeling werd uitgevoerd met de steun van Guberna, het Belgische Instituut voor Bestuurders.
De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.
De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.
De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en risicobeheer.
De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.
De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.
De raad van bestuur:
Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.
Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging en met name de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs.
In het kader van het toegestane kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen op basis van hun fractiewaarde.
Deze toelating vervalt vijf jaar na de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014. Aangezien de publicatie op 22 mei 2014 plaatsvond, zal de huidige toelating op 21 mei 2019 vervallen.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om eigen aandelen van CFE aan te kopen. De nominale waarde of, bij gebrek daaraan, het boekhoudkundige pari van de te verwerven aandelen mag niet meer bedragen dan 20% van het onderschreven maatschappelijk kapitaal dat 8.265.896,4 euro bedraagt. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan een minimumprijs per aandeel overeenstemmend met de laagste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, verminderd met tien procent (10%) en tegen een prijs die gelijk is aan een maximumprijs per aandeel overeenstemmend met de hoogste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, vermeerderd met tien procent (10%).
Deze toelating vervalt op 23 mei 2019.
Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.
Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.
De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat zijn beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.
De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist.
In 2017 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is zeven keer samengekomen.
De raad van bestuur heeft meer bepaald:
In de volgende tabel is vermeld hoe vaak elk van de bestuurders in het boekjaar 2017 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.
| Bestuurders | Aanwezigheid/ aantal verga deringen |
|---|---|
| Luc Bertrand | 6/7 |
| Renaud Bentégeat | 7/7 |
| Piet Dejonghe | 7/7 |
| Jan Suykens | 7/7 |
| Koen Janssen | 7/7 |
| John-Eric Bertrand | 7/7 |
| Christian Labeyrie | 7/7 |
| Philippe Delusinne | 7/7 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
7/7 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
6/7 |
| Alain Bernard | 6/7 |
Sauf Behoudens in gevallen van overmacht kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.
Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.
Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.
De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt.
Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
CFE heeft in 2017 aan de gedelegeerd bestuurders geen vergoedingen toegekend in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de Aannemingsmaatschappij CFE NV te verwerven.
Op 31 december 2017 bestond het benoemings- en remuneratiecomité uit:
(*) onafhankelijke bestuurders
In 2017 heeft dit comité tweemaal vergaderd.
Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2017 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal verga deringen |
|---|---|
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) |
2/2 |
| Luc Bertrand | 2/2 |
| Philippe Delusinne (*) | 2/2 |
Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Op 31 december 2017 bestond het auditcomité uit:
De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.
John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij was sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is hij er lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.
Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.
Dit comité heeft in het boekjaar 2017 viermaal vergaderd.
Het comité heeft:
Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2017 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal verga deringen |
|---|---|
| John-Eric Bertrand | 4/4 |
| Philippe Delusinne (*) | 4/4 |
| Pas de Mots SPRL, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (*) |
3/4 |
| Ciska Servais SPRL, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) |
3/4 |
| Christian Labeyrie | 4/4 |
Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.
De aandelen blijven op naam totdat ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.
Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK NV) toevertrouwd.
De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van
aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.
Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Depositoen Consignatiekas gestort totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.
Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave.
Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.
Op 31 december 2017 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:
| Totaal | 25.314.482 |
|---|---|
| - gedematerialiseerde aandelen | 6.762.148 |
| - aandelen op naam | 18.552.334 |
Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:
| Ackermans & van Haaren NV Begijnenvest, 113 B-2000 Antwerpen (België) |
15.289.521 aande len hetzij 60,40% |
|---|---|
| VINCI Construction SAS 5, cours Ferdinand-de-Lesseps F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (France) |
3.066.460 aande len hetzij 12,11% |
Au In de loop van het boekjaar 2017 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.
Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.
Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.
Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.
De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elk oproepingsbericht tot een algemene vergadering.
"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Hij draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.
Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:
(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011 pagina 8).
Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.
De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.
Bij de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore was in 2017 de respectieve raad van bestuur verantwoordelijk voor de interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.
Voor de vennootschappen José Coghe-Werbrouck NV, Algemene Aannemingen Van Laere NV, Thiran SA en Arthur Vandendorpe NV, die allen eind december 2017 werden overgenomen, zullen de interne-controleregels van de groep met ingang van 1 januari 2018 worden toegepast.
De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Contracting en Vastgoedontwikkeling.
De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:
Na de in november 2015 voltooide juridische reorganisatie van de groep is de interne controle als volgt verdeeld:
De rol van de stuurgroep DEME wordt omschreven in hoofdstuk 5.A.2.2.
Ze is met name verantwoordelijk voor:
De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.
De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.
• De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.
De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.
Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.
De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.
De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:
Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurders van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur controle en consolidatie, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van het betrokken filiaal, zijn operationeel en zijn financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:
Voor de filialen DEME en Rent-a-Port wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.
De twee gedelegeerd bestuurders zijn belast met de follow-up en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.
Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.
Zij worden in hun taken bijgestaan door de financieel en administratief directeur, de directeur human resources en de directeur van CFE International.
CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:
werven en op de lopende geschillen. Het is ook belast met de voorbereiding van de investeringsdossiers;
Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, COO en CFO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur
In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken. Meer bepaald:
De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders (de twee gedelegeerd bestuurders van CFE, de voorzitter van het executief comité van CFE Contracting en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder). De raad van bestuur controleert het executief comité, stelt de semesterrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.
Het executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie.
Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is op 31 december 2017 samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerd bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen (ook algemeen directeur van de activiteiten Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks), de gedelegeerd bestuurder van CFE Bâtiment Brabant Wallonie, en de CEO van de groep Van Laere.
De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of spoorinfra moeten door het risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt.
Het risicocomité is samengesteld uit:
De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het Management voor een betere beheersing van de risico's.
De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het executief comité bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. De belangrijkste thema's die in 2017 door de interne audit werden onderzocht waren naleving van de sociale wetgeving (meer in het bijzonder de verplichting tot registratie van personeel op de werf), het beheer van tijdelijke handelsverenigingen (met name de aspecten met betrekking tot governance, managementcontrole en boekhoudkundige integratie).
De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het auditcomité van CFE en de leden van het executief comité (om met deze laatsten de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).
De interne audit is ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de cartografie van de risico's.
In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:
De verschillende filialen van de divisie Bouw (CFE Bouw Vlaanderen, CFE Bâtiment Brabant Wallonie, Groep Terryn, CFE Polska, CTE, CLE en Benelmat) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit onder andere de gedelegeerd bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken vennootschap, de CEO van CFE Contracting en een of meer vertegenwoordigers van het executief comité van CFE Contracting.
Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.
De interne controle van de divisie Multitechnieken en Spoorinfra gebeurt door de per cluster (Electro, Voltis, HVAC en Rail Infra & Utility Networks) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de divisie, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een bestuurder van CFE.
De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit zes bestuurders waaronder de gedelegeerd bestuurder van BPI, vier bestuurders van CFE (onder wie de twee gedelegeerd bestuurders) en de financieel en administratief directeur van CFE.
De raad van bestuur heeft een investeringscomité opgericht dat belast is met het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van BPI voor een (beneficial) bedrag van minder dan 10 miljoen euro. Dit comité bestaat uit vier bestuurders van BPI– van wie minstens één gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van BPI en de CFO van CFE – en het hoofd van de juridische afdeling. De financieel directeur van BPI en alle personen die behulpzaam kunnen zijn bij de presentatie van de voorgestelde investering worden ambtshalve uitgenodigd om de vergaderingen van het investeringscomité bij te wonen.
Het Investeringscomité is niet bevoegd om de Vennootschap te vertegenwoordigen en sluit de bevoegdheid van de raad van bestuur niet uit. De raad van bestuur kan te allen tijde beraadslagen over elk investerings- of desinvesteringsproject van eender welk bedrag en kan, indien passend, beslissingen nemen in plaats van het investeringscomité. Alleen de raad van bestuur is bevoegd om– op basis van een gunstig advies van de raad van bestuur van CFE – goedkeuring te geven voor (i) investeringen voor een (beneficial) bedrag van meer dan 10 miljoen euro, (ii) het aangaan van een partnerschap met betrekking tot een project voor een (beneficial) bedrag van
meer dan 10 miljoen euro, en (iii) de start van de bouw en/of commercialisering van een vastgoedproject.
Om hem bij te staan in het beheer van de lopende zaken, wordt de gedelegeerd bestuurder omringd door een stuurgroep bestaande uit de CEO, het hoofd van de financiële afdeling, het hoofd van de juridische afdeling, de hoofden van de afdeling ontwikkeling en de landenmanagers. De CEO kan ook elke persoon die hij wenst vragen om de stuurgroep bij te wonen
Het hoofdkenmerk van de sector Baggerwerken en Contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.
De risicofactoren betreffen dus:
De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.
DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerken als in infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.
DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleum- en gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.
DEME profileert zich eveneens als een toonaangevende speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:
DEME is ook via DEC actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.
In 2015 heeft DEME beslist een nieuwe divisie op te richten, met twee nieuwe filialen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. De vorming van deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde.
Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.
DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en inpolderingsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:
Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
Baggeren is voornamelijk een maritieme activiteit die wordt gekenmerkt door haar kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van nieuwe schepen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.
De pool Contracting omvat de pools Bouw, Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks.
De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg, Polen en Tunesië. CFE Contracting is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
De divisie Multitechnieken, Rail Infra & Utility Networks is voornamelijk in België actief, met drie clusters:
In 2017 heeft CFE Contracting de sinds 2013 opgestelde cartografie van de risico's bijgewerkt. De evaluatie gebeurde volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een voorstelling per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de follow-up van de aan zijn activiteit verbonden risico's.
De cartografie zal blijven evolueren, aangezien men ze regelmatig zal updaten. Het programma van de interne audits wordt op basis van deze cartografie gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.
De belangrijkste risico's die in de update eind 2017 werden geïdentificeerd zijn:
De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.
De volgende update van de cartografie van de risico's zal plaatsvinden in 2019.
BPI, de leidende vennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.
De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, …) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, …) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.
De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.
Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sector gebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:
De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.
Bijvoorbeeld:
CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.
Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden
CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.
Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.
Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.
Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.
Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.
Terwijl DEME, CFE Contracting en BPI niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld zijn, wordt CFE geconfronteerd met betalingsachterstallen vanwege de staat Tsjaad.
Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vier soorten:
CFE komt op 31 december 2017 al zijn financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME, CFE Contracting en BPI.
CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die in hun activiteiten worden gebruikt. Dergelijke stijgingen zouden echter geen beduidende nadelige weerslag mogen hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van CFE, DEME en CFE Contracting omvat immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van CFE Contracting uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke indekkingen genomen voor de prijzen van gasolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.
Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.
Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt.
CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.
Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:
De eerbied voor het milieu is een van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.
Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten CFE en CFE Contracting rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften gelinkt aan de plaats van uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.
De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.
DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.
CFE en DEME zijn blootgesteld aan politieke risico's die verschillende vormen kunnen aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.
Deze risico's vormen een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.
DEME heeft een entreprise security officer aangeworven om:
DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.
Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.
Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er is een compliance officer (Fabien De Jonge) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.
Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van haar dochtervennootschappen.
Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2017 bedragen respectievelijk 156 en 1.172 duizend euro.
De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek.
De gewone algemene vergadering van 4 mei 2016 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op het einde van de gewone algemene vergadering van mei 2019. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd vastgesteld op 118 duizend euro voor het boekjaar 2017.
De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 42 duizend euro.
Bovendien werden gedurende het boekjaar 2017 door Deloitte gefactureerde kosten voor advies van 158 duizend euro in resultaat genomen.
Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.
Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.
| (milliers d'euros) | Deloitte | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.619,6 | 69,44% | 728,2 | 35,74% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten |
81,3 | 3,49% | 63,9 | 3,14% |
| Subtotaal audit | 1.700,9 | 72,93% | 792,1 | 38,88% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 204,5 | 8,77% | 852,8 | 41,86% |
| Overige | 426,9 | 18,30% | 392,3 | 19,26% |
| Subtotaal andere | 631,4 | 27,07% | 1.245,1 | 61,12% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.332,3 | 100% | 2.037,2 | 100% |
Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.
Het benoemings- en remuneratiecomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.
Voor het jaar 2017 werden er geen wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.
De algemene vergadering van 4 mei 2017 van CFE NV heeft besloten een jaarlijkse vergoeding van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro toe te kennen aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.
De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van 2.000 euro per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur.
De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.
Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.
Voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:
| (euro) | Bezoldiging CFE NV |
|---|---|
| Luc Bertrand | 100.000 |
| Renaud Bentégeat | 34.000 |
| Piet Dejonghe | 34.000 |
| Koen Janssen | 34.000 |
| Christian Labeyrie | 34.000 |
| John-Eric Bertrand | 34.000 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
34.000 |
| Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
32.000 |
| Philippe Delusinne | 34.000 |
| Jan Suykens | 34.000 |
| Alain Bernard | 32.000 |
| Totaal | 436.000 |
Er bestaat geen enkele overeenkomst met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder die een vertrekvergoeding voorziet. Aan de algemene vergadering van 3 mei 2018 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.
| John-Eric Bertrand | 8.000 |
|---|---|
| Philippe Delusinne | 4.000 |
| Christian Labeyrie | 4.000 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
3.000 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
3.000 |
| Totaal | 22.000 |
Het benoemings- en remuneratiecomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
4.000 |
|---|---|
| Luc Bertrand | 2.000 |
| Philippe Delusinne | 2.000 |
| Totaal | 8.000 |
De groep CFE wordt door de twee gedelegeerde bestuurders geleid. Zij staan in voor het dagelijks beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van de groep.
Ze worden in hun taken op het niveau van de holding bijgestaan door de financieel en administratief directeur van de groep, Fabien De Jonge, de directeur human resources, Gabriel Marissen, en de directeur internationaal D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain.
De activiteit van DEME wordt gevolgd door een steering committee, zoals in het verleden samengesteld uit Renaud Bentégeat, Alain Bernard en Fabien De Jonge.
De pool Contracting, die het merendeel van de activiteiten van de groep CFE in de bouw, Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks groepeert, wordt geleid door een executief comité samengesteld uit een CEO, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en vier andere leden, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Fabien De Jonge, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts en Almacon BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens
De activiteit vastgoedontwikkeling staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artis Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.
Het bezoldigingsbeleid wijzigde niet in 2017. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en remuneratiecomité onderzocht.
Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en remunieratiecomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.
Het referentiejaar voor de gedelegeerd bestuurders (en voor de andere leden van de directie) voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen van de variabele bezoldiging gebeuren in april van het volgende jaar.
Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat, hetzij 34.000 euro, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 300.000 euro ontvangen. De bezoldiging van Renaud Bentégeat is onderworpen aan de Franse sociale zekerheid.
Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, beschikt bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenstemt met 48.128 euro voor 2017. In 2017 geniet hij, ten laste van CFE, een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedraagt 102.147 euro.
De variabele bezoldiging van Renaud Bentégeat is gebaseerd op de prestaties van het geheel van de groep CFE en houdt rekening met de veiligheid, het economisch resultaat, het thesaurieniveau en de kwaliteit van de rapportering.
Het bedrag van de jaarlijkse variabele bezoldiging, (met uitzondering van de variabele bezoldiging op lange termijn), is beperkt tot 100% van de vaste bezoldiging, tenzij anders beslist door de raad van bestuur.
De raad van bestuur kan ook, op voorstel van het benoemings-en remuneratiecomité, het bedrag van de variabele bezoldiging verhogen of verminderen.
Voor het boekjaar 2017 is beslist aan Renaud Bentégeat een premie uit te keren van 700.000 euro.
CFE heeft in 2017 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend aan de heer Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder.
Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, heeft naast de bezoldiging voor zijn bestuursmandaat geen bezoldiging ontvangen.
CFE heeft in 2017 aan de gedelegeerd bestuurder, Piet Dejonghe, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.
Het bezoldigingsbeleid is zodanig ontworpen dat de vennootschap
De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van de directie van CFE met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders, worden zeer aandachtig bekeken door de gedelegeerde bestuurders en de directeur human resources van de groep. Ze worden voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.
Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.
Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz.
Voor de operationele directeuren van de directie van CFE, met name de verantwoordelijken van de profit centers (dochtervennootschappen), hangt de variabele bezoldiging voor het boekjaar 2017 af van hun individuele prestatieniveau.
• Ze houdt direct verband met de financiële prestatie van hun verantwoordelijkheidsdomein of het nettoresultaat vóór belastingen. Dit resultaat wordt vergeleken met een rooster dat vaste bedragen bevat in functie van het behaalde resultaat (zogenaamd 'basisbedrag').
• de prestatie 'veiligheid': een kwantitatief criterium voor 50%, gebaseerd op zero ernstige arbeidsongevallen van alle personen op de werven, kwalitatieve criteria voor 50% volgens de graad van uitvoering van de veiligheidsplannen.
Het geheel heeft een negatieve invloed van 20% van het basisbedrag indien de doelstellingen niet worden bereikt.
• De 'kwalitatieve' prestaties, namelijk de individuele doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar worden toegewezen.
De waardering van deze 'kwalitatieve' prestaties gebeurt door het benoemings- en remuneratiecomité.
De raad van bestuur kan ook op voorstel van het benoemingsen remuneratiecomité het bedrag van de variabele bezoldiging dat voortkomt uit het in het begin van het boekjaar bepaalde rooster verhogen of verlagen in functie van uitzonderlijke resultaten of leadership.
Voor de functionele directeuren wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende elementen, namelijk:
Het referentiejaar voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.
Voor de operationele leden van het steering committee van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het bezoldigingscomité van DEME, samengesteld uit Renaud Bentégeat en Luc Bertrand.
Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend met inachtneming van 4 criteria: het EBITDA, het nettoresultaat, de financiële schuld en de veiligheid.
De leden van het directiecomité van CFE (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders) – namelijk Fabien De Jonge, Gabriel Marijsse, D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain, Alain Bernard, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, hebben in 2017 de volgende bezoldigingen ontvangen:
| Vaste bezoldigingen en honoraria | 2.494.366 |
|---|---|
| Variabele bezoldigingen | 2.107.380 |
| Stortingen voor diverse verzekeringen (pensioenplannen, hospitalisatieverzekering, ongevallenverzekering) |
329.995 |
| Kosten van dienstvoertuigen | 32.891 |
| Totaal | 4.964.632 |
Voor de leden van het directiecomité van CFE bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986.
Om voor deze leden een samenhangend beleid te voeren, werd in 2007 een 'overkoepelend' plan met vastgestelde prestaties ingevoerd. De 'service cost' (IFRS) voor de plannen met 'vaste prestaties' bedraagt 121.255 euro voor het boekjaar 2017.
Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het steering committee van DEME.
CFE NV heeft in 2017 aan de leden van de directie van CFE geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
Het benoemings- en bezoldigingscomité van de groep CFE heeft echter met de goedkeuring van de raad van bestuur beslist een optieplan in te voeren voor CFE Contracting. De vier begunstigden hebben het voorstel aanvaard en de opties hebben een duur van 7 jaar.
Anderzijds heeft de raad van bestuur na advies van het benoemings- en remuneratiecomité van CFE beslist een optieplan in te voeren op het niveau van BPI (activiteit vastgoedontwikkeling). De twee begunstigden hebben dit aanbod aanvaard. De opties hebben een duur van 8 jaar.
Het benoemings-en remuneratiecomité van CFE heeft beslist, na akkoord van de Raad van Bestuur, om Manu Coppens te integreren in het optieplan op het niveau van CFE Contracting. Het voorstel werd op 31 december 2017 gedaan. De opties hebben een duur van 5 jaar.
Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurders en de leden van de directie van CFE werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 4 mei 2017 de volgende tekst goedgekeurd:
Voor de bezoldigde leden van de directie van CFE en DEME die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013.
meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 6 maanden honoraria.
Wat de regels voor de variabele vergoeding betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing vanaf het boekjaar dat begon na 31 december 2010, heeft de algemene vergadering van 4 mei 2017 volgend voorstel goedgekeurd:
Voor de gedelegeerd bestuurders en de leden van de directie is de huidige wetgeving, die de spreiding over drie jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijbehorende criteria, niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een directie waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen of het vervroegd pensioen naderen.
Deze bepaling blijft van kracht voor de leden van de directie van CFE.
De overeenkomsten tussen de leden van de directie van CFE, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurders, enerzijds, en de vennootschap anderzijds, voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.
Dit rapport is bijgevoegd aan bladzijde 121 van het financieel verslag.
CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in.
Na een gedetailleerd onderzoek van de verschillende valorisatiemethodes, de overnameovereenkomst ('Share Purchase Agreement') en de due-diligence rapporten over de boekhoudkundige, financiële, fiscale, wettelijke en sociale aspecten,
na twee ontmoetingen met de CEO van de groep Van Laere, die zijn doelstellingen op korte en middellange termijn en zijn budget 2018-2019 heeft voorgesteld,
na lezing van het verslag van het comité van onafhankelijke bestuurders, namelijk Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, de heer Philippe Delusinne en Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door mevrouw Leen Geirnaerdt,
menen de bestuurders voldoende geïnformeerd te zijn om te beraadslagen over de geplande transactie, namelijk de verwerving van 100% van de aandelen van Algemene Aannemingen Van Laere NV door CFE Contracting voor een prijs van 18,4 miljoen euro, een bedrag dat zal worden aangepast volgens onder meer het bedrag van de geconsolideerde eigen middelen van Algemene Aannemingen Van Laere NV op 31 december 2017.
De voorzitter van de raad, de heer Luc Bertrand, geeft te kennen dat hij zich van de stemming zal onthouden.
Na verscheidene gedachtewisselingen keuren de bestuurders die aan de stemming deelnemen (namelijk alle bestuurders met uitzondering van de heren Luc Bertrand en Alain Bernard, verontschuldigd) de transactie eenstemmig goed volgens de voorwaarden van de overnameovereenkomst.
De raad van bestuur bevestigt dat de in artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen beschreven procedure werd geëerbiedigd en dat niet werd afgeweken van het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders.
De heer Luc Bertrand dankt de onafhankelijke bestuurders en alle betrokkenen voor de kwaliteit van hun werk. Hij is ervan overtuigd dat deze overname een reële meerwaarde voor CFE vormt.
| Piet Dejonghe | Renaud Bentégeat |
|---|---|
| Gedelegeerd bestuurder | Gedelegeerd bestuurder |
Gelet op en onverminderd alle opmerkingen in secties 1, 2 en 3, (A), (B) en (C) die het kwalificeren, kan het advies van de onafhankelijke bestuurders als volgt worden samengevat: niets wijst erop dat de voorwaarden van de voorziene transactie, in het bijzonder de prijs, een nadeel, al dan niet onrechtmatig, zou inhouden voor CFEC, CFE en haar aandeelhouders. In de mate dat ze niet in aanmerking werden genomen in de bepaling en de mogelijk aanpassingen van de prijs van de transactie, omvatten de voordelen van de van de transactie verwachte synergie, die de raad van bestuur reeds in het verleden als een rechtvaardiging van het nut van de transactie voor CFEC heeft geïdentificeerd, los van de mechanismen voor de prijsaanpassing die de SPA voorziet en de bijbehorende garanties, een compensatiemarge voor eventuele 'nadelen' die in voorkomend geval zouden ontstaan uit een toekomstige verslechtering van de verwachtingen die aan de basis liggen van de voor de prijsbepaling gemaakte valorisatie, het concept van de eventuele prijsaanpassingen, en de garanties van de SPA en de rechtvaardiging van de transactie in het belang van CFEC en bijgevolg ook van CFE en haar aandeelhouders.
Opgemaakt te Brussel, 18 december 2017
De onafhankelijke bestuurders:
Voor BVBA Ciska Servais, Ciska Servais
Voor BVBA Pas de Mots, Leen Geirnaerdt
Philippe Delusinne
In het kader van de beslissing van de raad van bestuur over de tussen CFE Contracting NV en Ackermans & van Haaren NV opgestelde overeenkomst voor de overname van de groep Van Laere, en in overeenstemming met artikel 524 §3 van het Wetboek van Vennootschappen, is onze beoordeling vereist van de getrouwheid van de gegevens die vermeld staan in het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders van 18 december 2017 en in de notulen van de raad van bestuur van 18 december 2017. Deze beoordeling zal worden
opgenomen in de notulen van de raad van bestuur en in het beheersverslag.
De overeenkomst wordt gesloten tussen CFE Contracting NV (een dochteronderneming van de vennootschap Aannemingsmaatschappij CFE NV) en Ackermans & van Haaren NV (de meerderheidsaandeelhouder van de Aannemingsmaatschappij CFE NV) en heeft betrekking op de overname van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV door CFE Contracting NV. In het kader van deze transactie past de raad van bestuur van de Aannemingsmaatschappij CFE NV de procedure toe die artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen voorziet om te bepalen of de overeenkomst en de verrichting in haar geheel geen kennelijk onrechtmatig nadeel inhouden voor de Aannemingsmaatschappij CFE NV.
In overeenstemming met de bepalingen van artikel 524 § 3 van het Wetboek van Vennootschappen hebben wij kennis genomen van de volgende documenten:
Wij hebben de getrouwheid geverifieerd van de gegevens die vermeld staan in het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders en in de notulen van de raad van bestuur.
Op basis van ons werk hebben wij geen kennis van elementen die erop zouden kunnen wijzen dat de gegevens die vermeld staan in het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders en in de notulen van de raad van bestuur niet getrouw zouden zijn.
Dit verslag is opgesteld voor uitsluitend gebruik door de raad van bestuur van de vennootschap in het kader van de toepassing van artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Zaventem, 19 december 2017
De Commissaris
DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v. CVBA
Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck Michel Denayer
Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:
Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar 2017 geen participaties genomen of afgestaan.
De overnamen en afstanden van de dochterondernemingen van CFE worden in het financieel verslag gedetailleerd besproken.
Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.
Na 31 december 2017 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.
DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.
De omzet van de groep CFE zal in 2018 beduidend stijgen, gelet op het hoge niveau van het orderboek bij zowel DEME als in Contracting.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening over het boekjaar afgesloten op per 31 december 2017.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2017.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van een brutodividend van 2,40 euro per aandeel, hetzij een netto dividend van 1,68 euro per aandeel. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 24 mei 2018.
Voorstel tot besluit:
Instemming van het remuneratieverslag.
Voorstel tot besluiten:
Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2018, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.
Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.
Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 119.400 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat. Deze remuneratie wordt jaarlijks geïndexeerd.
Voorstel tot besluit:
Verlenging van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2017.
Voorstel tot besluit:
Verlening van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2017.
Goedkeuring van de benoeming van Euro-Invest Management NV, met als vaste vertegenwoordigster Mevrouw Martine Van den Poel, als bestuurder voor een duur van drie (3) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021. Euro-Invest Management NV en haar vaste vertegenwoordigster, Mevrouw Van den Poel, beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.
Goedkeuring van de benoeming van MucH BVBA, vertegenwoordigd door Mevrouw Muriel De Lathouwer, als bestuurder voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2022. MucH BVBA, vertegenwoordigd door Mevrouw Muriel De Lathouwer, beantwoordt aan de criteria van onafhankelijkheid van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.
Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14e dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 18 april 2018 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, het getekende volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.
Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijke kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met
betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.
Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:
In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 18 april 2018 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.
De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 18 april 2018 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.
Elke aandeelhouder heeft het recht om tijdens de gewone algemene vergadering vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.
De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 27 april 2018, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), zullen op de vergadering beantwoord worden.
Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.
Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan general_ [email protected].
Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 3 mei 2018 is beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.
Geconsolideerde resultatenrekening Staat van het globaal resultaat Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie) Geconsolideerd kasstroomoverzicht Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Verslag van de commissaris
Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst-en-verliesrekening Analyse van de winst-en-verliesrekening en van het overzicht van de financiële positie
| Aangewend kapitaal | Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa + werkkapitaal |
|---|---|
| Behoefte aan werkkapitaal | Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplich tingen – andere kortlopende verplichtingen |
| Netto financiële schuld | Langlopende obligatieleningen + Langlopende financiële schulden + Kortlopende obligatiele ningen + Kortlopende financiële schulden - Geldmiddelen en kasequivalenten |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
| EBITDA | Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichtingen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 | 3.066.525 | 2.797.085 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 6 | 116.588 | 85.794 |
| Aankopen | (1.726.761) | (1.504.685) | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 7 | (546.699) | (533.200) |
| Overige exploitatiekosten | 6 | (404.180) | (384.649) |
| Afschrijvingskosten | 12-14 | (238.316) | (232.775) |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill | 13 | 0 | 0 |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 267.157 | 227.570 | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 15 | (17.710)) | (784) |
| Bedrijfsresultaat | 249.447 | 226.786 | |
| Bruto financieringskosten | 8 | (14.362) | (31.521) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 8 | (7.904) | 7.567 |
| Financieel resultaat | (22.266) | (23.954) | |
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 227.181 | 202.832 | |
| Winstbelastingen | 10 | (48.430) | (30.580) |
| Resultaat van de periode | 178.751 | 172.252 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | 1.691 | (3.841) |
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 180.442 | 168.411 | |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) |
11 | 7,13 | 6,65 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december | Toelichtingen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|---|
| (duizend euro) | |||
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 180.442 | 168.411 | |
| Resultaat van de periode | 178.751 | 172.252 | |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | 6.463 | 2.230 | |
| Omrekeningsverschillen | (4.754) | (340) | |
| Uitgestelde belastingen | 10 | (1.583) | 1.143 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
126 | 3.033 | |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenregelingen |
22 | (2.227) | (18.901) |
| Uitgestelde belastingen | 10 | (3.382) | 6.510 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(5.609) | (12.391) | |
| Totaal van de andere elementen van het globaal resultaat | (5.483) | (9.358) | |
| Globaal resultaat: | 173.268 | 162.894 | |
| - Toekenbaar aan de groep | 174.771 | 159.178 | |
| - Toekenbaar aan de minderheidsbelangen | (1.503) | 3.716 | |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) |
11 | 6,90 | 6,29 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichtingen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 12 | 91.343 | 95.441 |
| Goodwill | 13 | 184.930 | 175.169 |
| Materiële vaste activa | 14 | 2.138.208 | 1.683.304 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 15 | 140.510 | 141.355 |
| Overige financiële vaste activa | 16 | 147.719 | 153.976 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 26 | 921 | 510 |
| Overige vaste activa | 7.798 | 23.518 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 | 104.022 | 126.944 |
| Totaal vaste activa | 2.815.451 | 2.400.217 | |
| Voorraad | 18 | 138.965 | 94.836 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 19 | 1.132.306 | 1.160.306 |
| Overige vlottende activa | 19 | 32.963 | 38.430 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 26 | 4.156 | 2.311 |
| Financiële vlottende activa | 34 | 48 | |
| Activa aangehouden met het oog op verkoop | 0 | 19.916 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 20 | 523.018 | 612.155 |
| Totaal vlottende activa | 1.831.442 | 1.928.002 | |
| Totaal van de activa | 4.646.893 | 4.328.219 | |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 | |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 | |
| Ingehouden winsten | 840.543 | 714.527 | |
| Toegezegde pensioenenplannen | (25.268) | (19.464) | |
| Afdekkingsreserves | (2.457) | (7.337) | |
| Omrekeningsverschillen | (12.252) | (7.505) | |
| Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE | 1.641.904 | 1.521.559 | |
| Minderheidsbelangen | 14.421 | 14.918 | |
| Eigen vermogen | 1.656.325 | 1.536.477 | |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 22 | 53.149 | 51.215 |
| Voorzieningen | 23 | 30.183 | 43.085 |
| Andere langlopende verplichtingen | 4.497 | 5.645 | |
| Obligatieleningen - langlopend | 25 | 231.378 | 303.537 |
| Financiële schulden - langlopend | 25 | 419.093 | 367.147 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 26 | 7.209 | 18.475 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 10 | 130.023 | 151.970 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 875.532 | 941.074 | |
| Voorzieningen voor courante risico's | 23 | 82.530 | 65.113 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 19 | 1.276.446 | 1.138.288 |
| Fiscale schulden | 43.275 | 69.398 | |
| Obligatieleningen - kortlopend | 25 | 99.959 | 0 |
| Financiële schulden - kortlopend | 25 | 124.497 | 154.522 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 26 | 7.445 | 23.515 |
| Passiva aangehouden met het oog op verkoop | 0 | 6.004 | |
| Overige kortlopende verplichtingen | 19 | 480.884 | 393.828 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2.115.036 | 1.850.668 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.646.893 | 4.328.219 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichtingen | December 2017 | December 2016 (*) |
|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 267.157 | 227.570 | |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 238.316 | 232.775 | |
| Toevoeging aan de voorzieningen | 4.986 | (3.941) | |
| Waardeverminderingen op activa en andere niet-kaselementen | (9.725) | 9.459 | |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | (9.662) | (10.341) | |
| Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | 6.507 | 15.221 | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
497.579 | 470.743 | |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
107.002 | 101.564 | |
| Afname/(toename) van voorraden | (8.466) | (19.113) | |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden |
75.012 | (162.691) | |
| Betaalde/ontvangen winstbelastingen | (42.282) | 34.111 | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 628.845 | 424.614 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Verkoop van vaste activa | 18.322 | 7.138 | |
| Aankoop van vaste activa | (458.210) | (188.873) | |
| Overnames van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen |
5 | (181.370) | 0 |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en Joint Ventures |
0 | 36.456 | |
| Kapitaalverhoging in de ondernemingen waarop vermogensmutatie is toegepast |
15 | (32.323) | (19.883) |
| Verkoop van dochterondernemingen | 574 | 0 | |
| Nieuwe verstrekte leningen | (9.926) | (49.342) | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (662.933) | (214.504) | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Betaalde intresten | (29.347) | (40.498) | |
| Ontvangen intresten | 13.970 | 11.125 | |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | (12.218) | (10.854) | |
| Leningen | 25.3 | 240.289 | 216.045 |
| Terugbetaling van schulden | 25.3 | (212.271) | (203.758) |
| Uitgekeerde dividenden | (54.426) | (60.755) | |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | (54.003) | (88.695) | |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | (88.091) | 121.415 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 20 | 612.155 | 491.952 |
| Wisselkoerseffecten | (1.046) | (1.212) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 20 | 523.018 | 612.155 |
(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging van de boekhoudkundige voorstelling van het geconsolideerde kasstroomoverzicht die de Groep vanaf 1 januari 2017 toepast (Toelichting 2.1).
De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (pool vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte- premies | Inge- houden winsten |
Toege- zegde doel-pen- sioenen- plannen |
Reserve afdek- kingsin- strumen- ten |
Omreke- ningsver- schillen |
Eigen vermogen – Toekenbaar aan groep CFE |
Minderheids- belangen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2016 | 41.330 | 800.008 | 714.527 | (19.464) | (7.337) | (7.505) | 1.521.559 | 14.918 | 1.536.477 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
180.442 | (5.804) | 4.880 | (4.747) | 174.771 | (1.503) | 173.268 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(54.426) | (54.426) | (54.426) | ||||||
| Dividenden van minderheids belangen |
(528) | (528) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
1.534 | 1.534 | |||||||
| December 2017 | 41.330 | 800.008 | 840.543 | (25.268) | (2.457) | (12.252) | 1.641.904 | 14.421 | 1.656.325 |
De wijzigingen van consolidatiekring en andere mutaties worden voorgesteld bij de voornaamste transacties die in het voorwoord worden besproken.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte- premies | Inge- houden winsten |
Toege- zegde doel-pen- sioenen- plannen |
Reserve afdek- kingsin- strumen- ten |
Omreke- ningsver- schillen |
Eigen vermogen – Toekenbaar aan groep CFE |
Minderheids- belangen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2015 | 41.330 | 800.008 | 607.012 | (7.448) | (10.710) | (6.915) | 1.423.277 | 11.123 | 1.434.400 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
168.411 | (12.016) | 3.373 | (590) | 159.178 | 3.716 | 162.894 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(60.755) | (60.755) | (60.755) | ||||||
| Dividenden van minderheids belangen |
(794) | (794) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
(141) | (141) | 873 | 732 | |||||
| December 2016 | 41.330 | 800.008 | 714.527 | (19.464) | (7.337) | (7.505) | 1.521.559 | 14.918 | 1.536.477 |
Het kapitaal op 31 december 2017 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
De raad van bestuur heeft een dividend van 60.755 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2,40 euro bruto per aandeel, dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2017.
Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 bedroeg 2,15 euro bruto per aandeel.
| 57 | 1. | ALGEMENE PRINCIPES |
|---|---|---|
| 59 | 2. | VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES |
| 69 | 3. | CONSOLIDATIEMETHODEN |
| 69 | CONSOLIDATIEKRING | |
| 69 | TRANSACTIES BINNEN DE GROEP | |
| 69 | OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE | |
| BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN | ||
| 69 | TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA | |
| 70 | 4. | GESEGMENTEERDE INFORMATIE |
| 70 | OPERATIONELE SEGMENTEN | |
| 71 | ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN | |
| HET RESULTAAT | ||
| 72 | OMZET | |
| 72 | OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEN | |
| 72 | OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL CONTRACTING | |
| 72 | ORDERBOEK | |
| 73 | GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIELE | |
| POSITIE | ||
| 75 | GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT | |
| 76 | OVERIGE INFORMATIE | |
| 76 | GEOGRAFISCHE INFORMATIE | |
| 76 | 5. | OVERNAMES EN AFSTOTINGEN VAN DOCHTERONDER |
| NEMINGEN | ||
| 76 | OVERNAMES IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER | |
| 2017 | ||
| 78 | VERKOPEN VOOR DE PERIODE TOT 31 DECEMBER 2017 | |
| 78 | 6. | OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN |
| ANDERE OPERATIONELE KOSTEN | ||
| 79 | 7. | BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN |
| 79 | 8. | FINANCIEEL RESULTAAT |
| 79 | 9. | MINDERHEIDSBELANGEN |
10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT
| 81 | 11. RESULTAAT PER AANDEEL |
|---|---|
| 82 | 12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL |
| 83 | 13. GOODWILL |
| 85 | 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA |
| 87 | 15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES |
| 89 | 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA |
| 90 | 17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN |
| 90 | 18. VOORRADEN |
| 91 | 19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN |
| 91 | 20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN |
| 91 | 21. SUBSIDIES |
| 92 | 22. PERSONEELSVOORDELEN |
| 95 | 23. NIET COURANTE ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN |
| 96 | 24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN |
| 96 | 25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD |
| 98 | 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S |
| 106 | 27. OPERATIONELE LEASING |
| 106 | 28. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN |
| 106 | 29. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN |
| 106 | 30. GESCHILLEN |
| 107 | 31. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN |
| 108 | 32. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN |
| 108 | 33. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM |
| 108 | 34. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE |
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 23 maart 2018.
De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.
In 2017 verwierf DEME:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de globale methode geconsolideerd.
Daarnaast verwierf DEME ook in 2017:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
In 2017 verkocht DEME al haar aandelen in de volgende entiteiten:
De voor 100% gehouden vennootschappen InfraSea Solutions Verwaltungsgesellschaft GmbH en InfraSea Solutions GmbH & co KG werden opgeslorpt door Geosea, een eveneens voor 100% gehouden vennootschap.
Op 31 maart 2017 veranderde de vennootschap ETEC SA, een dochteronderneming van CFE Contracting, haar naam in ENGETEC SA.
Op 26 april 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap CFE SENEGAL SASU, die volgens de globale methode werd geconsolideerd.
Op 12 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de vennootschap José Coghe Werbrouck NV. Deze entiteit wordt volgens de globale methode geconsolideerd.
Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV. Deze vennootschap, die onder meer alle aandelen van de Groupe Thiran SA en van Arthur Vandendorpe NV houdt, wordt volgens de globale methode geconsolideerd.
In de loop van het eerste halfjaar verkocht BPI al haar participaties in de vennootschappen Rederij Marleen BVBA, Rederij Ishtar BVBA en Oosteroever NV. Deze vennootschappen werden voor 50% gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
In dezelfde periode verkocht BPI Luxembourg, een voor 100% gehouden dochteronderneming van BPI SA, haar participatie van 33,33% in Pef Kons Investment SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd
Op 29 juni 2017 verwierf BPI 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Ernest 11 SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.
Op 30 juni 2017 verwierf BPI Polska Development 90% van de aandelen van de vennootschappen ACE 12 sp z.o.o (project Poznan) en ACE 14 sp z.o. o. (project Warschau). Deze 2 vennootschappen worden volgens de globale methode geconsolideerd.
Op 18 september 2017 werd de voor 100% door BPI SA gehouden vennootschap Brusilia Building SA vereffend.
Op 27 september 2017 verkocht BPI haar volledige participatie van 100% in de vennootschap Ronndriesch 123 SA.
In de loop van het laatste kwartaal van 2017 veranderde de vennootschap BPI SA haar naam in BPI Real Estate Belgium SA, veranderde de vennootschap BPI Polska Development haar naam in BPI Real Estate Poland sp.z.o.o. en veranderde de vennootschap BPI Luxembourg haar naam in BPI Real Estate Luxembourg.
Op 15 december 2017 verwierf BPI Real Estate Luxembourg, een voor 100% door BPI gehouden dochteronderneming, 100% van de aandelen van de vennootschap Swiss Life Immo Arlon. Deze entiteit wordt volgens de globale methode geconsolideerd.
Op 20 december 2017 verwierf BPI Real Estate Belgium 100% van de aandelen van de SPRL MG Immo. Deze entiteit wordt volgens de globale methode geconsolideerd.
Op 16 augustus 2017 verkocht CFE Hongarije, een voor 100% gehouden dochteronderneming van CFE SA, haar volledige participatie in CFE Bayer, die voor 50% werd gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.
In het vierde kwartaal van 2017 werd de vennootschap VMA Hungary Kft vereffend.
In 2016 verwierf DEME:
De entiteiten Geka Bouw BV en CFE Nederland BV, waarvan alle aandelen door de groep DEME worden gehouden, werden gefuseerd en veranderden hun maatschappelijke naam in 'Dimco BV'.
DEME Concessions Wind heeft haar participatie in de vennootschap C-Power Holdco NV verlaagd van 19,67% naar 10%. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
DEME heeft haar participatie van 5% in de vennootschap Coentunnel Company BV verkocht.
De vennootschap Samamedi SPA, die voor 100% werd gehouden, en de vennootschap Power at Sea Thornton NV, die voor 51,10% werd gehouden, werden vereffend.
De vennootschappen Kalis SA en Cetraval SA, die voor 74,90%, werden gehouden, werden gefuseerd met de vennootschap Ecoterres SA, die eveneens voor 74,90% wordt gehouden.
Op 29 juni 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal CFE Contracting NV haar participatie in de Groep Terryn NV verhoogd van 77,5% naar 100%. De Groep Terryn blijft geconsolideerd volgens de globale methode.
Op 7 april 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal BPI NV 100% verworven van de aandelen van de vennootschap BPI Barska sp z.o.o., die volgens de globale methode werd geconsolideerd.
Op 20 mei 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal BPI NV haar participatie in Foncière Sterpenich verhoogd van 50% naar 100%. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 30 juni 2016 werd Sogesmaint Luxembourg SA, voor 100% gehouden door Sogesmaint SA, verkocht.
De vennootschappen C.I.W. SA en P.R.N.E. SA, voor 100% gehouden door BPI Luxembourg SA, werden vereffend.
De vennootschap Immomax S.p. z.o.o., een filiaal voor 47% van BPI NV, heeft 100% van de aandelen van Immomax II S.p. z.o.o. verworven, waarvan 47% werd gehouden door CFE Polska S.p. z.o.o. en 53% door derden. Deze laatste blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Eind 2016 verhoogde BPI Luxembourg SA haar participatie in Ronndriesch SA van 50% naar 100%. Deze vennootschap zal in 2017 worden verkocht en wordt vandaar in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie gepresenteerd als 'assets held for sale'.
Op 29 juni 2016 verkocht CFE NV haar participatie van 25% in de vennootschap Locorail NV (project Liefkenshoektunnel).
Op 13 juli 2016 verkocht CFE Hungary Kft haar participatie van 50% in CFE Betonplatform Kft.
Op 15 juli 2016 verhoogde de groep CFE haar participatie in Rent-A-Port Energy NV van 45,61% naar 50%. Deze vennootschap veranderde haar naam in Green Offshore NV.
Op 22 december 2016 verkocht CFE SA haar participatie van 18% in Coentunnel NV.
De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten van CFE op 31 december 2017 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2017 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS-normen en –interpretaties.
De op 31 december 2017 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2016, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2017 verplicht van toepassing zijn.
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen beduidend effect op de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE, behoudens de evolutie van de voorstelling van de informatie over de verplichtingen uit financieringsactiviteiten die worden ingevoerd door de aanpassing van IAS 7. In Toelichting 25 wordt een tabel gegeven met de afstemming tussen de openings- en slotsaldi van de belangrijkste financiële verplichtingen van de Groep, met een onderscheid tussen de variaties als gevolg van de kasstromen en de variaties zonder ruil van geldmiddelen.
De Groep heeft de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2017 niet verplicht is niet anticiperend toegepast.
Het proces voor het bepalen van de potentiële impact van deze standaarden en interpretaties op de geconsolideerde financiële staten van CFE is in uitvoering. De gevolgen van de toepassing van IFRS 9, 15 en 16 worden hierna toegelicht.
De nieuwe standaard IFRS 9, die de huidige standaard IAS 39 Financiële instrumenten vervangt, voorziet nieuwe bepalingen voor de classificatie en de waardering van de financiële activa, gebaseerd op het beheersmodel van de onderneming en de contractuele kenmerken van de financiële activa. De standaard zal de modaliteiten voor de waardevermindering van de financiële activa van de Groep wijzigen, aangezien IFRS 9 een op de verwachte verliezen gebaseerd model oplegt. De bepalingen met betrekking tot hedge accounting zouden de boekhouding en het beleid voor risicobeheer van de Groep in overeenstemming moeten brengen. De standaard zal op 1 januari 2018 in werking treden
De Groep verwacht geen significante impact op de classificatie en waardering van haar financiële activa. De Groep meent op datum dat de bestaande en effectieve dekkingen aan de bepalingen van IFRS 9 voldoen. Uit de eerste analyses blijkt er geen materiële impact te zijn.
IFRS 15 is de nieuwe standaard voor de beginselen van de boeking van de omzet. Hij vervangt de standaarden IAS 11 'Onderhanden projecten in opdracht van derden', de standaard IAS 18 'Opbrengsten' en de verschillende bestaande interpretaties, met name IFRIC 15 'Contracten voor de bouw van vastgoed'. De boeking van de opbrengsten uit contracten met klanten zal dus door één enkele standaard worden geregeld, die op 1 januari 2018 van toepassing wordt.
De Groep heeft de belangrijkste werkzaamheden voor de identificatie van de potentiële impact van de standaard IFRS 15 op elk van haar activiteitspolen voltooid. De resultaten van de uitgevoerde analyses bevestigen dat het huidige model van de Groep voor de boeking van haar omzet niet in het gedrang wordt gebracht door de nieuwe bepalingen van IFRS 15, behalve voor de 'EPCI' contracten van de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra.
De diepgaande analyse van een portefeuille van contracten die representatief zijn voor significante operaties en contractbenaderingen van elke activiteitspool heeft de volgende conclusies bevestigd:
De Groep zal voor de zogenaamde 'vereenvoudigde retrospectieve' overgangsmethode opteren, zonder herwerking van de vergelijkende periode 2017. Bijgevolg zal het eigen vermogen op de openingsbalans van 1 januari 2018 worden aangepast, zonder echter een herwerkte geconsolideerde resultatenrekening 2017 te presenteren.
De Groep zal de werkzaamheden voor de integratie van alle nieuwe eisen van de standaard aangaande de informatie in bijlagen in de loop van het eerste halfjaar van 2018 voltooien.
De nieuwe standaard IFRS 16 schaft voor de leasenemer het huidige onderscheid af tussen gewone leasings, die als lasten werden geboekt, en financiële leasings, die als materiële vaste activa werden geboekt in ruil voor een financiële schuld, en eist voor alle leaseovereenkomsten de boeking van een gebruiksrecht in ruil voor een financiële schuld. IFRS 16 zal de standaard IAS 17 en de interpretaties IFRIC 4, SIC 15 en SIC 27 vervangen. Terwijl volgens de bepalingen van IAS 17 de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten wordt bepaald volgens de beoordeling van de overdracht van de risico's en voordelen van de eigendom van het actief, schrijft IFRS 16 een unieke boeking door de leasenemer voor met een impact op de
balans die vergelijkbaar is met die van een financiële leasing. Deze standaard zal op 1 januari 2019 in werking treden.
De toepassing van IFRS 16 zal de volgende weerslag hebben op het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en op de geconsolideerde resultatenrekening:
Vanwege de specificiteit van bepaalde leaseovereenkomsten (met name in termen van de vernieuwingsmodaliteiten) zouden de voor de beoordeling van de contracten onder IFRS 16 gebruikte looptijden in bepaalde gevallen kunnen verschillen van deze die voor de beoordeling van de verbintenissen buiten balans werden gebruikt, waar alleen rekening werd gehouden met de duur van de vaste verbintenis. De in Toelichting 27 Operationele leaseovereenkomsten vermelde verbintenissen zouden bijgevolg niet volledig representatief kunnen zijn voor de in het kader van de toepassing van IFRS 16 te boeken passiva.
De beoordeling van de potentiële impact op de jaarrekening van de Groep is nog niet voltooid; dit zijn complexe werkzaamheden, gelet op het volume van de te herziene contracten en het gedecentraliseerde karakter van het beheer van de leasingovereenkomsten.
De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde financiële staten voor de periode afgesloten op 31 december 2017 omvatten de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen ('groep CFE') en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.
De Groep heeft beslist de voorstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht te wijzigen, waarbij ze zich aan de eisen van IAS 7 Cash-Flow Statement houdt. Naast de globale voorstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht houdt deze wijziging een andere classificatie in van de aan kosten en financiële opbrengsten gebonden kasstromen. Deze hebben meer en meer betrekking op de corporate financiering van CFE SA en van DEME NV dan op de specifieke financiering van de vaartuigen van de baggeractiviteit. Vanaf 1 januari 2017 opteert de groep voor een voorstelling van deze financiering als kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten en niet langer als operationele kasstromen.
Het geconsolideerd kasstroomoverzicht per 31 december 2016 word hierdoor met de volgende bedragen beïnvloed:
| December 2016, gepubliceerd |
Betaalde/ontvan gen intresten en overige financiële kosten en opbreng sten |
December 2016 na wijziging |
|
|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 384.386 | 40.228 | 424.614 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | (214.504) | 0 | (214.504) |
| Kasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | (48.467) | (40.228) | (88.695) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 121.415 | 0 | 121.415 |
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:
Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE heeft controle over een entiteit wanneer zij:
Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de
dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.
Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.
Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.
Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde financiële staten opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.
Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een
verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de resultatenrekening.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De resultatenrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name 'omrekeningsverschillen'. Deze verschillen worden opgenomen in de resultatenrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.
| Valuta | Slotkoers 2017 | Gemiddelde koers 2017 |
Slotkoers 2016 | Gemiddelde koers 2016 |
|---|---|---|---|---|
| Poolse zloty | 4,177 | 4,257013 | 4,4103 | 4,3634 |
| Hongaarse forint | 310,33 | 309,19326 | 309,83 | 311,4155 |
| US dollar | 1,1993 | 1,129681 | 1,0541 | 1,1067 |
| Singapore dollar | 1,6024 | 1,558822 | 1,5234 | 1,5276 |
| Qatarse riyal | 4,3632 | 4,138355 | 3,8402 | 4,0292 |
| Roemeense leu | 4,6585 | 4,568789 | 4,5390 | 4,4904 |
| Tunesische dinar | 2,9438 | 2,725612 | 2,4260 | 2,3757 |
| CFA frank | 655,957 | 655,957 | 655,957 | 655,957 |
| Australische dollar | 1,5346 | 1,473167 | 1,4596 | 1,4882 |
| Nigeriaanse naira | 430,94 | 377,01591 | 321,7500 | 286,5937 |
| Marokkaanse dirham | 11,218 | 10,954358 | 10,6860 | 10,8542 |
| Turkse lira | 4,5464 | 4,120627 | 3,7072 | 3,3443 |
1 euro = X vreemde valuta
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.
De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:
| Minimum | 5% | De exploitatieconcessies |
|---|---|---|
| 20%-33,33% | De software |
De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.
Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de resultatenrekening opgenomen.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.
Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:
Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.
De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).
Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.
Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende
eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.
Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.
Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.
Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.
Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellingsen onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:
| vrachtwagens: | 5 jaar |
|---|---|
| voertuigen: | 3-5 jaar |
| ander materiaal: | 5 jaar |
| informaticamateriaal: | 3 jaar |
| bureaumateriaal: | 5 jaar |
| kantoormeubilair: | 10 jaar |
| renovatie van gebouwen/nieuwbouw: | 20-33 jaar |
| hoppers en cutters: | 18 jaar met restwaarde van 5% |
| pontons, bakken, werkschepen en boosters: |
18 jaar zonder restwaarde |
| kranen: | 8-12 jaar met of zonder restwaarde van 5% |
| grondverzetmaterieel: | 7 jaar zonder restwaarde |
| leidingen: | 3 jaar zonder restwaarde |
| containers en werfinstallaties: |
5 jaar |
| divers werfmaterieel: | 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.
De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel 'boot', goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel 'onderhoud', goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, wordt het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.
Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.
Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.
Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.
Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.
De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.
Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.
De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.
Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.
Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingswaarde.
Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.
De waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de resultatenrekening.
Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de resultatenrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.
De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.
We verwijzen naar paragraaf (L).
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).
Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.
De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.
Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de
financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost'-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.
Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de resultatenrekening van de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de resultatenrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.
Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.
De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.
De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.
De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.
Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.
Inkoop van eigen aandelen
Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de resultatenrekening.
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.
Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.
Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type 'toegezegd-pensioenregeling' en 'toegezegde-bijdragenregeling'.
In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen.
De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.
De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.
Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit'-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de resultatenrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de resultatenrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.
De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk
berekend voor elk plan van het type 'toegezegde pensioenregeling'. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.
De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.
De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegde pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van verstreken diensttijd. De kosten van verstreken diensttijd die verbonden zijn met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
(1) Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs
Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de resultatenrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode.
(2) Financiële verplichtingen zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).
De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.
Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de resultatenrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.
De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.
De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.
Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.
Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan
de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).
Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.
Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.
Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.
Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de resultatenrekening.
Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.
Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royalty-opbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de resultatenrekening opgenomen op de datum van toekenning.
Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.
Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de resultatenrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.
De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de resultatenrekening.
Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de resultatenrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de resultatenrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.
De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
De reële waarde van een 'forward exchange contract' is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde 'forward'-prijs.
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek 'eigen vermogen' en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de resultatenrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de resultatenrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de resultatenrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek 'eigen vermogen' en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de resultatenrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de resultatenrekening.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek 'eigen vermogen'.
Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de resultatenrekening.
Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid
financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.
Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting.
Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen: de pool Baggerwerken en milieu, de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.
Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Het betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.
| Aantal entiteiten | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Integrale methode | 191 | 171 |
| Vermogensmutatie methode |
124 | 122 |
| Totaal | 315 | 293 |
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde financiële staten van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.
De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.
De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele pools:
De pool Baggerwerken en milieu is, via zijn dochteronderneming DEME, actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de plaatsing van offshore windturbines, de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.
De pool Contracting is voornamelijk actief in de domeinen:
De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, in Luxemburg en in Polen.
Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook:
| (duizend euro) | Omzet | Resultaat van de operationele activiteiten | Bedrijfsresultaat (EBIT) | Financieel resultaat | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | 2017 | %Omzet | 2016 | %Omzet | 2017 | %Omzet | 2016 | %Omzet | 2017 | 2016 | |
| Baggerwerken en milieu |
2.356.014 | 1.978.250 | 230.507 | 9,78% | 226.956 | 11,47% | 217.775 | 9,24% | 213.677 | 10,80% | (21.117) | (33.797) |
| Herwerking DEME |
(5.468) | (5.276) | (10.510) | (6.253) | 4.218 | 7.029 | ||||||
| Contracting | 717.649 | 770.491 | 27.212 | 3,79% | 19.987 | 2,59% | 27.212 | 3,79% | 19.984 | 2,59% | (134) | (694) |
| Vastgoed ontwikkeling |
10.900 | 12.075 | 21.799 | 199,99% | (1.469) | (12,17%) | 23.388 | 214,5% | 4.263 | 35,30% | (902) | (2.799) |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
34.141 | 60.264 | (7.704) | (12.770) | (9.229) | (5.027) | (4.331) | 6.307 | ||||
| Eliminaties tussen polen |
(52.179) | (23.995) | 811 | 142 | 811 | 142 | ||||||
| Totaal gecon solideerd |
3.066.525 | 2.797.085 | 267.157 | 8,71% | 227.570 | 8,14% | 249.447 | 8,13% | 226.786 | 8,11% | (22.266) | (23.954) |
| (duizend euro) | Belastingen | Resultaat toekenbaar aan de groep | Niet-kaselementen | EBITDA | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | 2017 | %Omzet | 2016 | %Omzet | 2017 | 2016 | 2017 | %Omzet | 2016 | %Omzet | |
| Baggerwerken en milieu |
(43.269) | (20.416) | 155.055 | 6,58% | 155.334 | 7,85% | 224.993 | 220.400 | 455.500 | 19,33% | 447.356 | 22,61% |
| Herwerking DEME |
7.739 | (670) | 1.448 | 106 | 5.468 | 5.276 | ||||||
| Contracting | (11.726) | (9.228) | 15.351 | 2,14% | 10.351 | 1,34% | 406 | 12.758 | 27.618 | 3,85% | 32.745 | 4,25% |
| Vastgoed ontwikkeling |
(256) | (18) | 22.255 | 204,17% | 1.446 | 11,98% | 1.860 | 2.034 | 23.659 | 217,06% | 565 | 4,68% |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
(856) | (201) | (14.416) | 1.079 | 850 | (2.175) | (6.854) | (14.945) | ||||
| Eliminaties tussen polen |
(62) | (47) | 749 | 95 | 811 | 142 | ||||||
| Totaal gecon solideerd |
(48.430) | (30.580) | 180.442 | 5,88% | 168.411 | 6,02% | 233.577 | 238.293 500.734 | 16,33% 465.863 | 16,66% |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| België | 1.018.284 | 949.078 |
| Andere Europa | 1.324.955 | 1.007.547 |
| Midden-Oosten | 16.337 | 66.482 |
| Azië | 342.356 | 310.932 |
| Oceanië | 32.173 | 24.506 |
| Afrika | 250.878 | 272.287 |
| Amerika | 81.542 | 166.253 |
| Totaal geconsolideerd | 3.066.525 | 2.797.085 |
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De groep heeft in 2017 geen inkomsten ontvangen afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 12% van de omzet.
De omzet uit de verkoop van goederen voor 2017 bedraagt 8.490 duizend euro (2016: 9.130 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 497.186 | 668.249 |
| Civil works | 81.308 | 61.099 |
| Environmental contracting |
163.031 | 199.639 |
| Fallpipe and landfalls | 198.920 | 146.658 |
| Maintenance dredging | 322.116 | 235.021 |
| Marine works | 1.103.117 | 667.528 |
| Eliminatie omzet uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures |
(9.664) | 56 |
| Totaal | 2.356.014 | 1.978.250 |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Bouw | 499.914 | 548.456 |
| Multitechnieken | 155.255 | 159.249 |
| Spoorinfra & Utility Networks |
62.480 | 62.786 |
| Contracting | 717.649 | 770.491 |
De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.
De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.
| (in miljoen euro) | 2017 | 2016 | % verschil |
|---|---|---|---|
| Baggerwerken en milieu |
3.520,0 | 3.800,0 | -7,4% |
| Contracting | 1.229,7 | 850,5 | +44,6% |
| Bouw | 978,8 | 648,7 | +50,9% |
| Spoorinfra & Utility Networks |
98,3 | 58,4 | +68,3% |
| Multitechnieken | 152,6 | 143,4 | +6,4% |
| Vastgoed ontwikkeling |
3,5 | 5,0 | -30,0% |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
97,6 | 101,2 | -3,6% |
| Totaal | 4.850,8 | 4.756,7 | +2,0% |
| per 31 december 2017 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 163.370 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 184.930 |
| Materiële vaste activa | 2.073.436 | 63.736 | 526 | 510 | 0 | 2.138.208 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa |
94.138 | 754 | 34.981 | 17.846 | 0 | 147.719 |
| Overige vaste activa | 278.749 | 10.894 | 32.889 | 1.267.880 | (1.245.818) | 344.594 |
| Voorraad | 15.714 | 24.020 | 99.216 | 1.640 | (1.625) | 138.965 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
434.687 | 59.234 | 3.324 | 25.773 | 0 | 523.018 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
0 | 47.985 | 0 | 1.928 | (49.913) | 0 |
| Overige vlottende activa | 727.178 | 290.454 | 26.723 | 136.074 | (10.970) | 1.169.459 |
| Totaal van de activa | 3.787.272 | 518.637 | 197.659 | 1.471.651 | (1.328.326) | 4.646.893 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.570.503 | 74.226 | 64.433 | 1.194.605 | (1.247.442) | 1.656.325 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Langlopende obligatieleningen |
201.900 | 0 | 29.478 | 0 | 0 | 231.378 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
401.559 | 11.134 | 6.400 | 0 | 0 | 419.093 |
| Overige langlopende verplichtingen |
177.604 | 18.241 | 8.846 | 20.370 | 0 | 225.061 |
| Kortlopende obligatielening | 0 | 0 | 0 | 99.959 | 0 | 99.959 |
| Kortlopende financiële schulden |
118.889 | 5.608 | 0 | 0 | 0 | 124.497 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
0 | 0 | 16.293 | 33.620 | (49.913) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen |
1.316.817 | 409.428 | 52.209 | 123.097 | (10.971) | 1.890.580 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen |
3.787.272 | 518.637 | 197.659 | 1.471.651 | (1.328.326) | 4.646.893 |
| per 31 december 2016 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.960 | 19.209 | 0 | 0 | 0 | 175.169 |
| Materiële vaste activa | 1.648.984 | 33.409 | 224 | 687 | 0 | 1.683.304 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa |
98.860 | 160 | 32.913 | 22.043 | 0 | 153.976 |
| Overige vaste activa | 318.519 | 4.586 | 44.424 | 1.266.368 | (1.246.129) | 387.768 |
| Voorraad | 25.261 | 15.855 | 53.645 | 1.676 | (1.601) | 94.836 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
527.733 | 43.481 | 5.574 | 35.367 | 0 | 612.155 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
0 | 61.005 | 0 | 60.714 | (121.719) | 0 |
| Overige vlottende activa | 790.584 | 253.355 | 54.552 | 154.630 | (32.110) | 1.221.011 |
| Totaal van de activa | 3.565.901 | 431.060 | 191.332 | 1.561.485 | (1.421.559) | 4.328.219 |
| VERPLICHTINGEN Eigen vermogen |
1.470.050 | 66.869 | 42.745 | 1.204.291 | (1.247.478) | 1.536.477 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Langlopende obligatielening | 203.578 | 0 | 0 | 99.959 | 0 | 303.537 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
327.193 | 9.916 | 38 | 30.000 | 0 | 367.147 |
| Overige langlopende verplichtingen |
214.909 | 12.472 | 14.792 | 28.467 | (250) | 270.390 |
| Kortlopende financiële schulden |
151.947 | 2.575 | 0 | 0 | 0 | 154.522 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
0 | 0 | 73.185 | 48.582 | (121.767) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen |
1.198.224 | 339.228 | 40.572 | 150.186 | (32.064) | 1.696.146 |
| per 31 december 2017 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding, niet overgedragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
449.832 | 24.904 | 29.056 | (6.213) | 497.579 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
595.170 | 44.895 | 24.272 | (35.492) | 628.845 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(632.851) | (21.773) | (2.583) | (5.726) | (662.933) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
(53.178) | (8.412) | (24.152) | 31.739 | (54.003) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen |
(90.859) | 14.710 | (2.463) | (9.479) | (88.091) |
| per 31 december 2016 (*) (duizend euro) |
Baggerwerken en milieut |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding, niet-over gedragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
445.608 | 36.663 | 6.522 | (18.050) | 470.743 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
438.036 | 27.857 | 24.243 | (65.522) | 424.614 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(224.867) | (8.612) | 1.294 | 17.681 | (214.504) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
(63.218) | (12.136) | (24.361) | 11.020 | (88.695) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen |
149.951 | 7.109 | 1.176 | (36.821) | 121.415 |
De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.
| per 31 december 2017 (duizend euro) | Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (230.143) | (7.426) | (207) | (201) | (237.977) |
| Investeringen | 474.911 | 15.343 | 541 | 687 | 491.482 |
| Waardeverminderingen | (339) | 0 | 0 | 0 | (339) |
| per 31 december 2016 (duizend euro) | Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (225.589) | (7.429) | (125) | 489 | (232.654) |
| Investeringen | 180.326 | 9.306 | 354 | 100 | 190.086 |
| Waardeverminderingen | (121) | 0 | 0 | 0 | (121) |
De investeringen omvatten de verwervingen in het kader van de investeringsactiviteiten van de groep en de verwervingen voor de activiteiten in vastgoedontwikkeling in het kader van de operationele activiteiten. De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties zijn niet opgenomen in deze bedragen.
De operaties van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, in Luxemburg en in Polen.
De materiële vaste activa in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België.
Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.
Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting NV, een dochteronderneming van CFE, 100% van de aandelen van de Belgische vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE bepaalde waarde. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.
De reële waarden die voorlopig aan de overgenomen activa en passiva werden toegerekend, zijn hieronder samengevat:
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Immateriële vaste activa | 64 |
| Materiële vaste activa | 19.451 |
| Uitgestelde belastingen | 2.632 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 12.027 |
| Voorzieningen | (3.216) |
| Kortlopende en langlopende financiële schulden |
(5.117) |
| Overige vlottende en niet-vlottende activa |
(8.757) |
| Totaal van de netto verworven activa | 17.084 |
| Goodwill | 0 |
| Aanschaffingswaarde | 17.084 |
De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:
Op 12 december 2017 verwierf CFE Contracting NV, een dochteronderneming van CFE, 100% van de aandelen van de Belgische vennootschap José Coghe – Werbrouck NV, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE bepaalde waarde. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.
De reële waarden die werden toegekend aan de overgenomen activa en passiva zijn hieronder samengevat:
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Materiële vaste activa | 4.415 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2.585 |
| Uitgestelde belastingen | (355) |
| Kortlopende en langlopende financiële schulden |
(1.316) |
| Overige vlottende en niet-vlottende activa |
21 |
| Totaal van de netto verworven activa | 5.350 |
| Goodwill | 2.350 |
| Aanschaffingswaarde | 7.700 |
De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:
Rekening houdend met de overgedragen vergoeding, werd de residuele goodwill geraamd op 2.350 duizend euro.
De opname van een residuele goodwill in de financiële staten wordt gerechtvaardigd door het feit dat de groep CFE haar competenties en capaciteiten in de spoorwegactiviteit aanvult door er de activiteiten in het leggen van sporen van de overgenomen vennootschap in te integreren.
Op 31 augustus 2017 verwierf GeoSea, een dochteronderneming van DEME, 100% van de aandelen van de onderneming A2Sea A/S, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de boekwaarde die volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE
werd bepaald. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.
De reële waarden die voorlopig aan de overgenomen activa en passiva werden toegerekend, zijn hieronder samengevat:
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Materiële vaste activa | 165.888 |
| Overige niet-vlottende activa | 185 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 37.891 |
| Overige vlottende en niet-vlottende activa |
734 |
| Totaal van de netto verworven activa | 204.698 |
| Goodwill | 0 |
| Aanschaffingswaarde | 204.698 |
De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:
De waardering van de identificeerbare activa en passiva op hun reële waarde kon niet worden voltooid binnen een termijn die compatibel was met deze van de jaarlijkse afsluiting. De aan de activa en passiva toegekende waarden kunnen immers nog worden gewijzigd binnen een termijn van 12 maanden vanaf de overnamedatum.
In het vierde kwartaal van 2017 verwierf GeoSea, een dochteronderneming van DEME, 72,5% van de aandelen van de Belgische onderneming G-tec, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE bepaalde waarde. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.
De reële waarden die voorlopig aan de overgenomen activa en passiva werden toegerekend, zijn hieronder samengevat:
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Materiële vaste activa | 20.442 |
| Andere niet-vlottende activa | 274 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.054 |
| Langlopende schulden | (14.279) |
| Overige vlottende activa en passiva | (10.400) |
| Totaal van de netto verworven activa (aan 100%) |
(2.549) |
| % belang | 72,5% |
| Totaal van de netto verworven activa |
(1.850) |
| Goodwill | 7.410 |
| Aanschaffingswaarde | 5.560 |
De waardering van de identificeerbare activa en passiva op hun reële waarde kon niet worden voltooid binnen een termijn die compatibel was met deze van de jaarlijkse afsluiting. De aan de activa en passiva toegekende waarden kunnen immers nog worden gewijzigd binnen een termijn van 12 maanden vanaf de overnamedatum.
De verkopen die in 2017 als bedrijfscombinaties volgens de IFRS 3 norm worden beschouwd, hebben geen materiele invloed op de jaarrekening.
De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden hierboven in het voorwoord beschreven.
De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 116.588 duizend euro (2016: 85.794 duizend euro) en omvatten de meerwaarden op verkopen van participaties van de vastgoedpool met betrekking tot de projecten Kons, Ronndriesch en Oosteroever voor 35.037 duizend euro, de meerwaarden op de verkoop van vaste activa ten bedrage van 10.893 duizend euro (2016: 3.697 duizend euro) alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 70.658 duizend euro (2016: 82.097 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten stegen met 36% tegenover het voorgaande jaar. De beduidende stijging van de opbrengsten uit aanverwante activiteiten is voornamelijk het gevolg van de meerwaarden uit de verkoop van participaties in de pool Vastgoedontwikkeling.
De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Diverse diensten en goederen | (408.978) | (371.981) |
| Bijzondere waardevermindering van activa | ||
| - Voorraden | 405 | (2.222) |
| - Handelsvorderingen en overige vorderingen | 13.315 | (1.835) |
| Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) |
(5.428) | (5.117) |
| Overige exploitatiekosten | (3.494) | (3.494) |
| Totaal geconsolideerd | (404.180) | (384.649) |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | (396.639) | (386.510) |
| Verplichte socialezekerheidsbijdragen | (111.784) | (108.929) |
| Overige loonkosten | (26.260) | (25.590) |
| Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) | (12.016) | (12.171) |
| Totaal geconsolideerd | (546.699) | (533.200) |
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2017 bedraagt 8.380 (2016: 7.681) wat neerkomt op 7.752 personen op 1 januari 2017 (2016: 8.160) en 8.689 op 31 december 2017 (2016: 7.752).
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Kosten van de financiële schuldenlast | (14.362) | (31.521) |
| Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening | 0 | 288 |
| Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten | 0 | 0 |
| Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde | 0 | 0 |
| Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop | 0 | 0 |
| Leningen en vorderingen - inkomsten | 13.701 | 8.245 |
| Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten | (28.063) | (40.054) |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | (7.904) | 7.567 |
| Winst (verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten | (4.059) | (4.868) |
| Ontvangen dividenden | 0 | 3.213 |
| Waardevermindering op financiële activa | (3) | 0 |
| Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen | (183) | (343) |
| Overige | (3.659) | 9.565 |
| Financieel resultaat | (22.266) | (23.954) |
De daling van de rente en de herfinanciering van sommige bankleningen, hebben bijgedragen tot de daling van de rentelast.
De evolutie van de rubriek gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselresultaten en overige per 31 december 2017 wordt voornamelijk verklaard door de waardevermindering van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.
De andere opbrengsten en kosten in 2016 hielden voornamelijk verband met winsten uit de verkoop van de participaties van de groep CFE in de projecten Design Build Finance and Maintenance (DBFM) Coentunnel en Liefkenshoek.
Op 31 december 2017 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 1.691 duizend euro (2016: -3.841 duizend euro) en heeft het voornamelijk betrekking op de pool Baggerwerken (1.666 duizend euro).
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | ||
| Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar | 49.260 | 44.842 |
| Overschot/(tekort) voorziening vorige boekjaren | 260 | 397 |
| Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen | 49.520 | 45.239 |
| Uitgestelde belastingen | ||
| Opname en terugname van tijdelijke verschillen | (1.173) | (18.363) |
| Aangewende verliezen van vorige boekjaren | 0 | 232 |
| Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar | 83 | 3.472 |
| Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen | 0 | 0 |
| Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen | (1.090) | (14.659) |
| Winstbelasting voor het boekjaar | 48.430 | 30.580 |
| Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat |
(4.965) | 7.653 |
| Totaal belastinglast in de resultatenrekening | 43.465 | 38.233 |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 227.181 | 202.832 |
| waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint ventures |
(17.710) | (784) |
| Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint ventures |
244.891 | 203.616 |
| Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% | 83.238 | 69.209 |
| Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven | 7.127 | 5.453 |
| Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten | (6.660) | (3.199) |
| Belastingkrediet en impact van de notionele interest | (18.425) | (23.099) |
| Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden |
(20.202) | (27.244) |
| Effect van de wijziging in het belastingstarief volgens de wetswijziging in België | (11.400) | 0 |
| Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes |
(722) | (356) |
| Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes |
(905) | 3.091 |
| Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar |
16.379 | 6.725 |
| Belastinglast | 48.430 | 30.580 |
| Effectieve belastingtarief van het boekjaar | 19,78% | 15,02% |
De belastingkosten bedragen 48.430 duizend euro per 31 december 2017, tegenover 30.580 duizend euro eind 2016. Het effectieve belastingtarief bedraagt 19,78% tegenover 15,02 % per 31 december 2016.
| (duizend euro) | Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | |
| Immateriële en materiële vaste activa | 11.794 | 12.287 | (92.992) | (121.715) |
| Personeelsbeloningen | 11.306 | 15.662 | 0 | 0 |
| Voorzieningen | 426 | 87 | (22.984) | (37.666) |
| Reële waarde van afgeleide instrumenten | 2.369 | 5.978 | 0 | 0 |
| Overige elementen | 44.326 | 59.885 | (53.783) | (44.801) |
| Fiscale verliezen | 138.453 | 167.311 | 0 | 0 |
| Bruto uitgestelde belastingen activa/(verplichtingen) | 208.674 | 261.210 | (169.759) | (204.182) |
| Niet opgenomen uitgestelde belastingsactiva | (64.916) | (82.054) | 0 | 0 |
| Belastingverrekening | (39.736) | (52.212) | 39.736 | 52.212 |
| Opgenomen uitgestelde belastingsactiva/(passiva) | 104.022 | 126.944 | (130.023) | (151.970) |
Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 259.664 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.
De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.
Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van de cashflow hedge |
(1.583) | 1.143 |
| Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen |
(3.382) | 6.510 |
| Totaal | (4.965) | 7.653 |
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders | 180.442 | 168.411 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) | 174.771 | 159.178 |
| Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum: |
||
| Nettoresultaat (deel van de groep) per aandeel (euro) | 7,13 | 6,65 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (euro) | 6,90 | 6,29 |
| Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum (verwaterd): |
||
| Nettoresultaat (verwaterd) per aandeel (euro) | 7,13 | 6,65 |
| Globaal resultaat (verwaterd) per aandeel (euro) | 6,90 | 6,29 |
| Boekjaar 2017 (duizend euro) |
Concessies, brevet- ten en licenties |
Ontwikkelings- kosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 126.248 | 3.347 | 129.595 |
| Netto wisselkoersverschillen | (52) | 0 | (52) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 2.087 | 0 | 2.087 |
| Verwervingen | 1.240 | 275 | 1.515 |
| Afstotingen | (508) | 0 | (508) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 53 | (75) | (22) |
| Wijziging van consolidatiekring | (9) | 0 | (9) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 129.059 | 3.547 | 132.606 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (30.812) | (3.342) | (34.154) |
| Netto wisselkoersverschillen | 42 | 0 | 42 |
| Afschrijvingen | (6.034) | (22) | (6.056) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | (1.572) | 0 | (1.572) |
| Afstotingen | 289 | 0 | 289 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 97 | 73 | 170 |
| Wijziging van consolidatiekring | 18 | 0 | 18 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (37.972) | (3.291) | (41.263) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2017 | 95.436 | 5 | 95.441 |
| Op 31 december 2017 | 91.087 | 256 | 91.343 |
Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 1.515 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 6.056 duizend euro.
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden slechts geboekt in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
| Boekjaar 2016 (duizend euro) |
Concessies, brevet- ten en licenties |
Ontwikkelings- kosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 131.863 | 2.060 | 133.923 |
| Netto wisselkoersverschillen | 153 | 19 | 172 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 |
| Verwervingen | 2.068 | 1.268 | 3.336 |
| Afstotingen | (1.671) | 0 | (1.671) |
| Wijziging van consolidatiekring | (6.169) | 0 | (6.169) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 4 | 0 | 4 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 126.248 | 3.347 | 129.595 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (33.983) | (2.054) | (36.037) |
| Netto wisselkoersverschillen | (187) | (2) | (189) |
| Afschrijvingen | (4.640) | (1.286) | (5.926) |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 |
| Afstotingen | 1.639 | 0 | 1.639 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 190 | 0 | 190 |
| Wijziging van consolidatiekring | 6.169 | 0 | 6.169 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (30.812) | (3.342) | (34.154) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2016 | 97.880 | 6 | 97.886 |
| Op 31 december 2016 | 95.436 | 5 | 95.441 |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 395.924 | 395.977 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 9.761 | 0 |
| Afstotingen | 0 | 0 |
| Overige wijzigingen | 0 | (53) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 405.685 | 395.924 |
| Waardeverminderingen | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (220.755) | (220.755) |
| Bijzondere waardeverminderingen | 0 | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (220.755) | (220.755) |
| Netto boekwaarde per 31 december | 184.930 | 175.169 |
Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2017.
| Activiteit | Netto waarde goodwill | Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen |
Brutowaarde goodwill |
Afwaardering van het boekjaar |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2017 | 2016 | Groeiper centage |
Groeiper centage (eindwaar de) |
Actualise ringsvoet |
Gevoelig heidsper centage |
||
| DEME & dochter ondernemingen |
163.369 | 155.959 | 0% | 0% | 7,9% | 5% | 378.112 | - |
| VMA | 11.115 | 11.115 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 11.115 | - |
| Remacom | 2.995 | 2.995 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 2.995 | - |
| Stevens | 2.682 | 2.682 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 2.682 | - |
| Coghe | 2.351 | 0 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 2.351 | - |
| Druart | 1.507 | 1.507 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 3.360 | - |
| Amart | 911 | 911 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 911 | - |
| Totaal | 184.930 | 175.169 | 401.526 | |||||
| - |
De volgende assumpties werden aangenomen in de waarderingstests:
Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2018 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.
De groep DEME wordt als één kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen hebben aangetoond.
| Boekjaar 2017 (duizend euro) |
Terreinen en gebou- wen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
130.770 | 3.022.471 | 60.273 | 0 | 129.115 | 3.342.629 |
| Gevolgen van de wisselkoersverschillen | (275) | (6.100) | (492) | 0 | (81) | (6.948) |
| Verwervingen via bedrijfscombinaties | 17.183 | 348.682 | 16.845 | 0 | 0 | 382.710 |
| Verwervingen | 7.428 | 106.443 | 4.638 | 0 | 371.458 | 489.967 |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
145 | 71.830 | (1.473) | 0 | (71.736) | (1.234) |
| Afstotingen | (10.363) | (108.165) | (3.617) | 0 | (682) | (122.827) |
| Wijziging consolidatiekring | 0 | 0 | 7 | 0 | 0 | 7 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 144.888 | 3.435.161 | 76.181 | 0 | 428.074 | 4.084.304 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
(58.215) | (1.551.879) | (49.231) | 0 | 0 | (1.659.325) |
| Gevolgen van wisselkoersverschillen | 206 | 2.883 | 139 | 0 | 0 | 3.228 |
| Verwervingen via bedrijfscombinaties | (1.060) | (157.349) | (14.211) | 0 | 0 | (172.620) |
| Afschrijvingen | (5.196) | (223.487) | (4.303) | 0 | 0 | (232.986) |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
(469) | 1.306 | 398 | 0 | 0 | 1.235 |
| Afstotingen | 6.135 | 104.774 | 3.476 | 0 | 0 | 114.385 |
| Wijziging consolidatiekring | 0 | (7) | (6) | 0 | 0 | (13) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (58.599) | (1.823.759) | (63.738) | 0 | 0 | (1.946.096) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2017 | 72.555 | 1.470.592 | 11.042 | 0 | 129.115 | 1.683.304 |
| Op 31 december 2017 | 86.289 | 1.611.402 | 12.443 | 0 | 428.074 | 2.138.208 |
Per 31 december 2017 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 489.967 duizend euro en hebben ze voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2017 stegen met 303.218 duizend euro in vergelijking met 2016. Verwervingen via bedrijfscombinaties met een nettoboekwaarde van 210.090 duizend euro in 2017 betreffen voornamelijk schepen en andere materiële vaste activa verworven als gevolg van overname van A2Sea A/S, G-Tec SA en Van Laere NV (toelichting 5 – overnames van ondernemingen).
Van de acht vaartuigen die in 2015 en 2016 werden besteld voor een globale waarde van een miljard euro, zijn twee reeds geleverd: de sleephopperzuigers Minerva en Scheldt River met een capaciteit van respectievelijk 3.500 m³ en 8.400 m³. Deze twee vaartuigen zijn de eerste van de vloot van DEME die met LNG (Liquified Natural Gas) kunnen werken en zo de uitstoot van broeikasgassen wezenlijk beperken.
In 2018 verwacht men de oplevering van het multifunctionele vaartuig Living Stone, het zelfvarend hefvaartuig Apollo en het kraanschip Gulliver.
De drie laatste vaartuigen – het baggerschip Bonny River (15.000 m³), de Smart Mega Cutter Suction Dredger
Spartacus en het kraanschip met dynamische positionering Orion – zouden in de loop van de jaren 2019-2020 operationeel moeten zijn.
De netto boekwaarde van de materiële vaste activa die een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 113.231 duizend euro (2016: 290.395 duizend euro).
De nettowaarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 65.599 duizend euro (2016: 121.664 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, de gebouwen van de filialen Engema en Louis Stevens & Co NV, de vehikels Benelmat en de uitrustingen van de Compagnie Tunisienne d'Entreprises en van Coghe (tijdens het boekjaar 2017 verworven entiteit). De sterke daling van de leningen met betrekking tot financiële leasingovereenkomsten wordt voornamelijk verklaard door het hefvaartuig Thor, waarvan de financiële leasing in het eerste halfjaar van 2017 werd afgelost.
De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen 232.986 duizend euro (2016: 226.850 duizend euro).
| Boekjaar 2016 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
113.239 | 3.070.912 | 58.355 | 0 | 90.422 | 3.332.928 |
| Netto wisselkoersverschillen | (429) | 2.032 | (533) | 0 | 101 | 1.171 |
| Verwervingen | 6.625 | 108.484 | 4.884 | 0 | 66.756 | 186.749 |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 14.996 | 14.173 | 939 | 0 | (28.151) | 1.957 |
| Afstotingen | (3.661) | (104.849) | (2.935) | 0 | (13) | (111.458) |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | (68.281) | (437) | 0 | 0 | (68.718) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 130.770 | 3.022.471 | 60.273 | 0 | 129.115 | 3.342.629 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
(54.244) | (1.503.845) | (47.160) | 0 | 0 | (1.605.249) |
| Netto wisselkoersverschillen | 349 | (2.737) | 372 | 0 | 0 | (2.016) |
| Afschrijvingen | (3.795) | (218.270) | (4.785) | 0 | 0 | (226.850) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | (3.087) | 2.036 | (932) | 0 | 0 | (1.983) |
| Afstotingen | 2.562 | 102.657 | 2.837 | 0 | 0 | 108.056 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 68.280 | 437 | 0 | 0 | 68.717 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (58.215) | (1.551.879) | (49.231) | 0 | 0 | (1.659.325) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2016 | 58.995 | 1.567.067 | 11.195 | 0 | 90.422 | 1.727.679 |
| Op 31 december 2016 | 72.555 | 1.470.592 | 11.042 | 0 | 129.115 | 1.683.304 |
Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 141.355 | 151.377 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Transfers | (6.240) | 9.350 |
| Aandeel van de groep CFE in het resultaat na belastingen en minderheidsbelangen | (17.710) | (784) |
| Kapitaalsverhoging/(vermindering) | 31.763 | 18.252 |
| Dividenden | (6.507) | (15.221) |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | (5.498) | (20.120) |
| Overige wijzigingen | 3.347 | (1.499) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 140.510 | 141.355 |
| Goodwill opgenomen in de verbonden ondernemingen en partnerschappen | 19.548 | 30.058 |
Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.
De wijzigingen van de consolidatiekring in het boekjaar 2017 hebben hoofdzakelijk betrekking op de verkoop van participaties in de pool Vastgoedontwikkeling (projecten Oosteroever en Kons)
De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 34 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.
De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit de volgens de IFRS-boekhoudmethodes opgestelde rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties tussen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.
| December 2017 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding & niet-overgedra gen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 683.387 | 273.786 | 99.554 | 44.305 | 9.539 | 3.104 | 792.480 | 321.195 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
(30.900) | (12.731) | 9.346 | 4.898 | (7.158) | (3.363) | (28.712) | (11.196) |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 2.795.598 | 402.617 | 36.030 | 10.493 | 176.862 | 55.237 | 3.008.490 | 468.347 |
| Vlottende activa | 538.462 | 192.758 | 253.321 | 102.004 | 43.160 | 12.541 | 834.943 | 307.303 |
| Eigen vermogen | 457.763 | 71.282 | 41.243 | 17.578 | 28.768 | 16.387 | 527.774 | 105.247 |
| Langlopende passiva | 1.916.312 | 269.573 | 89.921 | 33.622 | 122.052 | 25.130 | 2.128.285 | 328.325 |
| Vlottende passiva | 959.985 | 254.520 | 158.187 | 61.297 | 69.202 | 26.261 | 1.187.374 | 342.078 |
| Netto-financierings schuld |
1.850.634 | 238.601 | (99.090) | (37.911) | (122.268) | (34.061) | 1.629.276 | 166.629 |
In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV (904.681 duizend euro, a rato van 100%), Merkur Offshore GMBH (927.718 duizend euro, a rato van 100%) en Rentel (529.750 duizend euro, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 695.718 duizend euro (a rato van 100%), 588.312 duizend euro (a rato van 100%) en 434.691 (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 14.781 duizend euro (a rato van 100%), (14.810) duizend euro (a rato van 100%) en (2.792) duizend euro (a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA
(51.666 duizend euro, a rato van 100%), Immomax Sp z.o.o (10.353 duizend euro, a rato van 100%), Pré de la Perche (17.323 duizend euro, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (18.530 duizend euro, a rato van 100%), Victor Estate SA (10.980 duizend euro, a rato van 100%), Erasmus Gardens (32.744 duizend euro, a rato van 100%) en Goodways (11.575 duizend euro, a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld van het segment PPP-Concessies betrekking op de projecten van de concessie van de Scholen van Morgen in Eupen (-61.369 duizend euro, a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port (-18.906 duizend euro, a rato van 100%) en Green Offshore (-18.931 duizend euro, a rato van 100%).
| December 2016 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding & niet-overgedra- gen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 641.813 | 260.774 | 78.405 | 38.836 | 8.942 | 2.779 | 729.160 | 302.389 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
(30.470) | (13.278) | 1.848 | 2.089 | 5.029 | 2.164 | (23.593) | (9.025) |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 1.988.992 | 260.814 | 40.445 | 11.193 | 193.915 | 58.406 | 2.223.352 | 330.413 |
| Vlottende activa | 442.209 | 143.594 | 385.106 | 154.572 | 47.045 | 15.081 | 874.360 | 313.247 |
| Eigen vermogen | 420.230 | 54.025 | 22.046 | 13.520 | 23.463 | 14.160 | 465.739 | 81.705 |
| Langlopende passiva | 1.256.387 | 163.416 | 195.811 | 72.845 | 131.455 | 26.887 | 1.583.653 | 263.148 |
| Vlottende passiva | 754.584 | 186.967 | 207.694 | 79.400 | 86.042 | 32.440 | 1.048.320 | 298.807 |
| Netto-financierings schuld |
1.129.671 | 114.008 | (194.450) | (69.944) | (134.258) | (36.026) | 800.963 | 8.038 |
In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV (967.182 duizend euro, a rato van 100%) en Merkur Offshore GMBH (462.237 duizend euro, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 771.122 duizend euro (a rato van 100%) en 160.623 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 8.788 duizend euro (a rato van 100%) en (11.142) duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto schuld betrekking op het de projecten van de concessie van de scholen van Eupen (-71.770 duizend euro, a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore (-35.044 duizend euro, a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA (46.618 duizend euro, a rato van 100%), PEF Kons Investment NV (87.903 duizend euro, a rato van 100%), Immomax Sp z.o.o (20.066 duizend euro, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (20.675 duizend euro, a rato van 100%), Victor Estate SA (20.260 duizend euro, a rato van 100%), Erasmus Gardens (32.944 duizend euro, a rato van 100%) en Rederij Ishtar BVBA (22.772 duizend euro, a rato van 100%).
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:
| Op 31 december 2017 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoedontwikke ling en Contracting |
Holding & niet-overgedragen activiteiten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór afstemmingselementen |
71.282 | 17.578 | 16.387 | 105.247 |
| Afstemmingselementen | 11.479 | 11.240 | (6.635) | 16.084 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures |
3.469 | 3.467 | 12.243 | 19.179 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 86.230 | 32.285 | 21.995 | 140.510 |
| Op 31 december 2016 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoedontwikke ling en Contracting |
Holding & niet-overgedragen activiteiten |
Totaal |
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-venture vóór afstemmingselementen |
54.025 | 13.520 | 14.160 | 81.705 |
| Afstemmingselementen | 31.799 | 27.302 | 10.258 | 69.359 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures |
(8.834) | 2.932 | (3.807) | (9.709) |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 76.990 | 43.754 | 20.611 | 141.355 |
De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.
Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.
De overige financiële vaste activa bedragen 147.719 duizend euro per 31 december 2017 (2016: 153.976 duizend euro). Zij omvatten voornamelijk leningen verstrekt aan projectvennootschappen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geconsolideerd (140.618 duizend euro).
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 153.976 | 129.501 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 667 | 0 |
| Verwervingen | 20.273 | 79.460 |
| Afstotingen en transfers | (22.309) | (55.783) |
| Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering | 0 | 0 |
| Wijziging van de consolidatiekring | 0 | (150) |
| Wijziging van methode | 0 | 0 |
| Netto wisselkoersverschillen | (4.888) | 948 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 147.719 | 153.976 |
Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.
Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als last en als opbrengst afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de 'cost to cost'. Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Gegevens uit de balans | ||
| Ontvangen en betaalde voorschotten | (122.064) | (122.170) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa | 261.844 | 353.236 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen | (177.008) | (84.776) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 84.836 | 268.460 |
| Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken | ||
| Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen |
5.722.071 | 5.320.903 |
| Verminderd met de tussentijdse facturatie | (5.629.038) | (5.052.443) |
| Weerslag van de in het boekjaar verworven vennootschappen | (8.197) | 0 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 84.836 | 268.460 |
Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.
Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.
De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.
De geconsolideerde resultaten van de groep Van Laere zullen pas vanaf 1 januari 2018 in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE worden opgenomen. De eind 2017 in de balans opgenomen winsten en verliezen uit de onderhanden projecten in opdracht van derden van de groep Van Laere bedragen (8.197) duizend euro.
Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 3.156 duizend euro weergegeven in de rubriek "Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten" (zie Toelichting 19).
Per 31 december 2017 bedragen de voorraden 138.965 duizend euro (2016: 94.836 duizend euro), als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 40.727 | 57.038 |
| Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen | (324) | (141) |
| Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop | 101.182 | 40.655 |
| Waardeverminderingen op voorraad eindproducten | (2.620) | (2.716) |
| Voorraad | 138.965 | 94.836 |
De evolutie van de rubriek "Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop" is het gevolg van nieuwe vastgoedontwikkelingen in Polen.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 908.687 | 958.235 |
| Min: provisie voor dubieuze debiteuren | (12.595) | (27.034) |
| Netto handelsvorderingen | 896.092 | 931.201 |
| Overige courante vorderingen | 236.214 | 229.105 |
| Totaal geconsolideerd | 1.132.306 | 1.160.306 |
| Overige vlottende activa | 32.963 | 38.430 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.276.446 | 1.138.288 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 480.884 | 393.828 |
| Totaal geconsolideerd | 1.757.330 | 1.532.116 |
| Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden | (592.061) | (333.380) |
Wij verwijzen naar Toelichting 26.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in Toelichting 17 Onderhanden projecten in opdracht van derden werden beschouwd, bedragen 865.522 duizend euro (2016: 906.348 duizend euro).
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Deposito's op korte termijn | 9.650 | 10.409 |
| Bank en kasmiddelen | 513.368 | 601.746 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 523.018 | 612.155 |
De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.
De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2017.
De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'.
Per 31 december 2017 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 53.149 duizend euro (2016: 51.215 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek 'Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 2.099 duizend euro voor overige personeelsvoordelen (2016: 1.663 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door DEME.
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.
De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.
Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.
De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,5% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,5% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 81% in België en 19% in Nederland.
De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.
Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type 'toegezegd pensioen'.
Sommige personeelsleden genieten een toegezegde bijdrageregeling die door een verzekeringsmaatschappij van 'Tak 21' wordt gefinancierd.
De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegde bijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1.75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als toegezegde pensioenregelingen.
De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegde bijdrageregeling die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.
Bij toegezegde pensioenregelingen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.
De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE gaat na af de verzekeringsmaatschappijen de gerelateerde pensioenwetgeving naleeft.
De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).
De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.
Verscheidene toegezegde pensioenregelingen in België en Nederland werden in 2016 afgesloten. Dit leidde tot een 'curtailment'-effect, met een vermindering van het bedrag van de op de balans te voorziene verplichtingen en de opname van een opbrengst van 8.779 als resultaat van het boekjaar 2016.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen |
(51.050) | (49.552) |
| Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) | (241.644) | (240.281) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 190.594 | 190.729 |
| Op de balans voorziene verplichtingen | (51.050) | (49.552) |
| Verplichtingen | (51.050) | (49.552) |
| Activa | 0 | 0 |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (49.552) | (39.718) |
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (12.607) | (4.201) |
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (2.228) | (18.890) |
| Bijdragen van werkgever | 13.340 | 13.257 |
| Effecten van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (3) | 0 |
| Saldo op 31 december | (51.050) | (49.552) |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (12.607) | (4.201) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (12.016) | (12.171) |
| Rentekosten | (2.926) | (3.808) |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) | 2.277 | 2.999 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 58 | 8.779 |
De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.
De rubriek 'Pensioenkosten van verstreken diensttijd' omvat in 2016 de impact van het 'curtailment'-effect als gevolg van de afsluiting van verscheidene Belgische en Nederlandse toegezegde pensioenregelingen.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (2.228) | (18.890) |
| Actuariële winsten (verliezen) | 6.336 | (42.796) |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) | (8.564) | 23.906 |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (240.281) | (206.189) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (12.016) | (12.171) |
| Rentekosten | (2.926) | (3.808) |
| Bijdragen van werkgever | (760) | (1.095) |
| Betalingen aan begunstigden (-) | 6.166 | 13.173 |
| Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto | 6.329 | (42.861) |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen | 0 | (14.161) |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen | 11.958 | (27.133) |
| Ervarings(winsten) verliezen | (5.629) | (1.567) |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (71) | 11.156 |
| Toename door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | 1.915 | 1.514 |
| Saldo op 31 december | (241.644) | (240.281) |
De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen' weerspiegelt in 2016 de impact van de hogere levensverwachting en de stijging van de gemiddelde pensioenleeftijd.
De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen' weerspiegelt in 2016 de impact van de daling van de disconteringsvoet en de stijging van het verwachte percentage loonsverhogingen.
De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit wijzigingen van de financiële veronderstellingen' weerspiegelt in 2017 de invloed van de stijging van de disconteringsvoet.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | 190.729 | 166.471 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | (8.564) | 23.906 |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen | 2.277 | 2.999 |
| Bijdragen van werkgever | 13.753 | 13.722 |
| Betalingen aan begunstigden (-) | (6.036) | (13.011) |
| Toename door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (1.565) | (3.358) |
| Saldo op 31 december | 190.594 | 190.729 |
De rubriek 'Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten' stijgt in 2016 als gevolg van de impact van de daling van de disconteringsvoet.
De rubriek 'Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten' daalt in 2017 als gevolg van de impact van de stijging van de disconteringsvoet.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet op 31 december | 1,50% | 1,30% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | 2,73% | 2,97% |
| Inflatie | 1,80% | 1,80% |
| Toegepaste sterftetabellen | MR/FR | MR/FR |
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Looptijd (in jaren) | 14,99 | 15,24 |
| Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva | -3,24% | 16,3% |
| Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar | 12.389 | 12.492 |
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| Toename met 25 basispunten | -3,3% | -3,7% |
| Afname met 25 basispunten | +3,7% | +3,9% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | ||
| Toename met 25 basispunten | +2,3% | +2,2% |
| Afname met 25 basispunten | -1,8% | -1,9% |
Per 31 december 2017 bedragen deze voorzieningen 112.713 duizend euro, een stijging met 4.515 duizend euro ten opzichte van eind 2016 (108.198 duizend euro).
| (duizend euro) | Diensten na verkoop |
Overige cou- rante risico's | Voorzieningen voor negatieve geassocieerde deelnemingen en joint-ven- tures |
Overige niet-courante risico's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 15.464 | 49.649 | 24.444 | 18.641 | 108.198 |
| Netto wisselkoersverschillen | (32) | 144 | 0 | 0 | 112 |
| Overdracht naar andere rubrieken | (126) | 3.581 | (5.265) | 786 | (1.024) |
| Voorzieningen: toevoegingen | 2.255 | 33.295 | 0 | 498 | 36.048 |
| Voorzieningen: bestedingen | (2.663) | (18.994) | 0 | (8.921) | (30.578) |
| Voorzieningen: terugnemingen | 0 | (43) | 0 | 0 | (43) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 14.898 | 67.632 | 19.179 | 11.004 | 112.713 |
| waarvan: courante | 82.530 | ||||
| niet-courante | 30.183 |
De voorziening voor diensten na verkoop daalt met 566 duizend euro en bedraagt 14.898 duizend euro eind 2017. De evolutie eind 2017 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.
De voorzieningen voor andere courante risico's stijgen met 17.983 duizend euro en bedragen 67.632 duizend euro eind 2017.
Deze omvatten:
Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.
De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger- en in de contractingsector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.
| 31/12/2017 | 31/12/2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Langlopende | Kortlopende | Totaal | Langlopende | Kortlopende | Totaal | |
| Bankleningen en andere financiële schulden |
373.667 | 110.236 | 483.903 | 286.181 | 102.529 | 388.710 | |
| Obligatielening | 231.378 | 99.959 | 331.337 | 303.537 | 0 | 303.537 | |
| Opname van kredietlijnen | 0 | 0 | 0 | 30.000 | 0 | 30.000 | |
| Leningen m.b.t. financiële leasing | 45.426 | 7.920 | 53.346 | 50.966 | 48.108 | 99.074 | |
| Totaal van de langlopende financiële schuld |
650.471 | 218.115 | 868.586 | 670.684 | 150.637 | 821.321 | |
| Financiële schulden op korte termijn | 0 | 6.341 | 6.341 | 3.885 | 3.885 | ||
| Kasequivalenten | 0 | (9.650) | (9.650) | (10.409) | (10.409) | ||
| Kaspositie | 0 | (513.368) | (513.368) | (601.746) | (601.746) | ||
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
0 | (516.677) | (516.677) | (608.270) | (608.270) | ||
| Totaal van de netto financiële schuld | 650.471 | (298.562) | 351.909 | 670.684 | (457.633) | 213.051 | |
| Financiële derivaten – intrestindekking | 5.250 | 3.453 | 8.703 | 8.539 | 4.917 | 13.456 |
Bankleningen en andere fianciële schulden (483.903 duizend euro) betreffen voornamelijk corporate kredietlijnen en project finance bij DEME met betrekking tot het financieren van haar vloot.
Obligatieleningen (331.337 duizend euro) hebben betrekking tot de obligatie leningen uitgegeven door CFE NV, DEME NV en BPI Real Estate Belgium NV.
CFE is op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terug betaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. DEME is op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro (a rato van 100%) die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%. Op 19 december 2017 gaf BPI Real Estate Belgium een obligatielening uit voor een bedrag van 30 miljoen euro, terugbetaalbaar op 19 december 2022 en met een intrest van 3,75%.
Leningen met betrekking tot financiële leasing (53.346 duizend euro) betreffen voornamelijk DEME, en de gebouwen van filialen Louis Stevens & Co NV en Engema NV.
| (duizend euro) | Vervallen binnen het jaar |
Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 3 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
Vervallen tussen 5 en 10 jaar |
Vervallen meer dan 10 jaar |
Totaal 31/12/2017 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere financiële schulden |
110.236 | 91.751 | 76.057 | 147.231 | 58.628 | 0 | 483.903 |
| Obligatielening | 101.710 | 200.149 | 0 | 29.478 | 0 | 0 | 331.337 |
| Opname van kredietlijnen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen m.b.t. financiële leasing |
7.920 | 6.896 | 6.790 | 10.990 | 18.281 | 2.469 | 53.346 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld |
219.866 | 298.796 | 82.847 | 187.699 | 76.909 | 2.469 | 868.586 |
| Financiële schuld op korte termijn |
6.341 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6.341 |
| Kasequivalenten | (9.650) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (9.650) |
| Kaspositie | (513.368) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (513.368) |
| Totaal van de kortlopende financiële nettoschuld |
(516.677) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (516.677) |
| Totaal van de netto financiële schuld |
(296.811) | 298.796 | 82.847 | 187.699 | 76.909 | 2.469 | 351.909 |
De huidige waarde van de korte termijn verplichtingen betreffende financiële leasingovereenkomsten bedraagt 7.920 duizend euro (2016: 48.108 duizend euro). De sterke daling van de leningen met betrekking tot financiële leasingovereenkomsten wordt voornamelijk verklaard door het hefvaartuig Thor, waarvan de financiële leasing in het eerste halfjaar van 2017 werd afgelost.
Op 31 december 2017 bedragen de financiële schulden van CFE 874.927 duizend euro, een stijging met 49.721 duizend euro tegenover 31 december 2016.
Deze toename van de schuld wordt voornamelijk verklaard door een positieve nettokasstroom (+28.018 duizend euro) uit ontvangen bankleningen (+240.289 duizend euro) en terugbetaling van bankleningen (-212.271 duizend euro), en uit dochterondernemingen overgenomen tijdens 2017 (+24.458 duizend euro). De post 'Andere wijzigingen' betreft voornamelijk de herclassificatie van langlopende schulden die in het jaar vervielen als kortlopende financiële schulden, en de voorstelling op korte termijn van de obligatielening van CFE SA die in juni 2018 vervalt.
| (duizend euro) | Saldo op | Saldo op | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 januari 2017 | Kasstromen | Wijzigingen consolidatie- kring |
Andere wijzigingen |
Totaal niet kasevoluties |
31 december 2017 |
|
| Financiële schulden - Langlopend | ||||||
| Obligatieleningen | 303.537 | 29.552 | 0 | (101.711) | (101.711) | 231.378 |
| Overige langlopende financiële schulden |
367.147 | 52.612 | 16.362 | (17.028) | (666) | 419.093 |
| Financiële schulden - Kortlopend | ||||||
| Obligatieleningen | 0 | 0 | 0 | 99.959 | 99.959 | 99.959 |
| Overige kortlopende financiële schulden |
154.522 | (54.146) | 8.096 | 16.025 | 24.121 | 124.497 |
| Totaal | 825.206 | 28.018 | 24.458 | (2.755) | 21.703 | 874.927 |
De groep CFE beschikt op 31 december 2017 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 115 miljoen euro die op 31 december 2017 niet waren getrokken.
DEME beschikt over bevestigde bankkredietlijnen (revolving credit facilities) van 95 miljoen euro en over bevestigde bankkredietlijnen (terms loans) van 240 miljoen euro, en over de mogelijkheid om commercial papers uit te schrijven ter hoogte van 125 miljoen euro. Op 31 december 2017 werden deze bronnen van financiering niet gebruikt.
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2017.
Eind 2017, bedragen de financiële middelen van groep CFE een netto financiële schuld van 351.909 duizend euro (Toelichting 25) en eigen vermogen van 1.656.325 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (Toelichting 25) en heeft de baggeractiviteit bovendien de mogelijkheid om commercial paper uit te schrijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.
Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoedontwikkeling, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).
Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.
De activiteiten van Contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.
| Soort schulden | Vaste rentevoet Variabele rentevoet |
Totaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | Aandeel | Rentevoet | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | |
| Bankleningen en andere financiële schulden |
4.349 | 1,13% | 1,70% | 479.554 | 99,45% | 0,73% | 483.903 | 55,71% | 0,74% |
| Obligatielening | 331.337 | 85,75% | 4,29% | 0 | 0,00% | 0,00% | 331.337 | 38,15% | 4,29% |
| Opname van kredietlijnen |
0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% |
| Leningen mbt financiële leasing overeenkomsten |
50.699 | 13,12% | 1,15% | 2.647 | 0,55% | 0,55% | 53.346 | 6,14% | 1,22% |
| Totaal | 386.385 | 100% | 3,85% | 482.201 | 100% | 0,74% | 868.586 | 100% | 2,12% |
| Soort schulden | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | 'Caped' variabele rentevoet + inflatie |
Totaal | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | Aandeel | Rente- voet | Bedrag | Aandeel | Rente- voet | Bedrag | Aandeel | Rente- voet | Bedrag | Aandeel | Rente voet |
|
| Bankleningen en andere financiële schulden |
477.503 | 55,55% | 0,99% | 6.400 70,74% | 1,75% | 0 | 0,00% | 0,00% 483.903 | 55,71% | 1,00% | ||
| Obligatielening | 331.337 38,55% | 4,29% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 331.337 | 38,15% | 4,29% | |
| Opname van kredietlijnen |
0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% |
| Leningen mbt financiële leasing overeenkomsten |
50.699 | 5,90% | 1,15% | 2.647 29,26% | 2,72% | 0 | 0,00% | 0,00% | 53.346 | 6,14% | 1,22% | |
| Totaal | 859.539 | 100% | 2,27% | 9.047 | 100% | 2,03% | 0 | 0,00% | 0,00% 868.586 | 100% | 2,27% |
De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2017 constant blijft gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| 31/12/2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Resultaat | Eigen vermogen | |||
| Impact van sensi biliteits-berekening +50bp |
Impact van sensi biliteits-berekening -50bp |
Impact van sensi biliteits-berekening +50bp |
Impact van sensi biliteits-berekening -50bp |
||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
4.343 | (4.343) | |||
| Netto financiële schuld (korte termijn) (*) | 32 | (32) | |||
| Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking |
0 | 0 | |||
| Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) |
648 | (784) |
(*) exclusief beschikbare middelen.
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten uitsluitend betrekking tot de baggeractiviteiten. Deze instrumenten hebben de volgende kenmerken:
| (duizend euro) | 31/12/2017 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onderlig gende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
|||||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
124.502 | 129.096 | 328.355 | 93.395 | 675.348 | (8.703) | |||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen |
124.502 | 129.096 | 328.355 | 93.395 | 675.348 | (8.703) |
| (duizend euro) | 31/12/2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onderlig gende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
|||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
118.111 | 124.643 | 351.972 | 198.875 | 793.601 | 58 | (13.514) |
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen |
118.111 | 124.643 | 351.972 | 198.875 | 793.601 | 58 | (13.514) |
De groep CFE en haar filialen, exclusief de baggerwerkenactiviteiten, hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.
Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.
Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Euro | 815.240 | 722.247 |
| US dollar | 0 | 0 |
| Andere | 0 | 0 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 815.240 | 722.247 |
Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+: activa / -: passiva):
| (duizend euro) USD US Dollar |
Onderliggende | Reële waarde | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| SGD Singapore Dollar |
BRL Rial | INR Roupie |
Overi ge |
Totaal | USD US Dollar |
SGD Singapore Dollar |
BRL Rial | INR Roupie |
Overi ge |
Totaal | ||
| Termijn aanko pen |
31.917 | 6.433 | 0 | 0 | 5.295 | 43.645 | (83) | 0 | 0 | 0 | (11) | (94) |
| Termijn verkopen |
69.859 | 102.003 | 8.432 | 20.549 | 2.961 | 203.804 | 3.170 | 1.639 | (285) | 47 | (33) | 4.538 |
De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2017 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| (duizend euro) | 31/12/2017 - Resultaat | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Impact van de sensitiviteits-berekening - vermindering EUR 5% |
Impact van de sensitiviteits-berekening - verhoging EUR 5% |
|||||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
3.870 | (3.501) | ||||
| Netto financiële schuld op korte termijn | (1.046) | 946 | ||||
| Werkkapitaal | 219 | (198) |
Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.
Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.
DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De reële waarde van deze instrumenten, eind 2017, bedraagt -5.317 euro (tegenover -16.783 duizend euro eind 2016).
De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.
Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Credendo).
De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. We merken in dit verband op dat CFE twee werven in Tsjaad uitvoert. Het betreft de bouw van het Grand Hôtel en het gebouw van het ministerie van Financiën. Het operationele beheer en het onderhoud van het Grand Hôtel werden in juni 2017 overgedragen aan de door de staat Tsjaad aangestelde hoteluitbater. De officiële opening van het Grand Hôtel vond plaats op 1 juli 2017. De onderhandelingen tussen de staat Tsjaad, CFE en de Banque africaine d'import-export worden voortgezet. Op 31 december 2017 bedragen de vorderingen op de staat Tsjaad ongeveer 60 miljoen euro (netto van BTW en dekking Credendo). De waarde van deze vorderingen in de geconsolideerde staat van de financiële positie komt overeen met de beste schatting van hun realiseerbare waarde op 31 december 2017 volgens de Groep.
De analyse van de betalingsachterstand eind 2017 en eind 2016 is als volgt:
| Situatie per 31 december 2017 (in duizend euro) |
Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
1.114.377 | 775.424 | 87.246 | 39.703 | 212.004 |
| Totaal bruto | 1.114.377 | 775.424 | 87.246 | 39.703 | 212.004 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(15.563) | (578) | (19) | (704) | (14.262) |
| Totale voorzieningen | (15.563) | (578) | (19) | (704) | (14.262) |
| Totaal netto bedragen | 1.098.814 | 774.846 | 87.227 | 38.999 | 197.742 |
| Situatie per 31 december 2016 (in duizend euro) |
Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
1.150.401 | 772.755 | 105.356 | 37.288 | 235.002 |
| Totaal bruto | 1.150.401 | 772.755 | 105.356 | 37.288 | 235.002 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(30.268) | (4.543) | 0 | (1.225) | (24.500) |
| Totale voorzieningen | (30.268) | (4.543) | 0 | (1.225) | (24.500) |
De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.
De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorig boekjaar | (30.268) | (30.701) |
| Wijziging van de consolidatiekring | (2.899) | (216) |
| Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen | 13.315 | (1.835) |
| Nettowisselkoersverschillen en transfers | 4.289 | 2.484 |
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar | (15.563) | (30.268) |
DEME was in staat om onder gunstige voorwaarden een nieuwe bilaterale kredietlijn te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.
| 31 december 2017 (duizend euro) |
Afgeleide instrumen- ten niet gekwalifi- ceerd als indekking |
Afgeleide instrument gekwalifi- ceerd als indekking |
Op reële waarde ge- ëvalueerde activa |
Financiële instrumen- ten beschik- baar voor verkoop |
Activa en verplich- tingen aan afgeschre- ven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 921 | 7.101 | 140.618 | 148.640 | 148.640 | |||
| Deelnemingen (1) | 7.101 | 7.101 | Niveau 2 | 7.101 | ||||
| Financiële vorderingen en schulden (1) |
140.618 | 140.618 | Niveau 2 | 140.618 | ||||
| Rentevoet derivaten | 921 | 921 | Niveau 2 | 921 | ||||
| Financiële vlottende activa |
2.320 | 1.836 | 523.018 | 1.132.306 | 1.659.480 | 1.659.480 | ||
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.132.306 | 1.132.306 | Niveau 2 | 1.132.306 | ||||
| Rentevoet derivaten | 2.320 | 1.836 | 4.156 | Niveau 2 | 4.156 | |||
| Kasequivalenten (2) | 9.650 | 9.650 | Niveau 1 | 9.650 | ||||
| Beschikbare middelen (2) | 513.368 | 513.368 | Niveau 1 | 513.368 | ||||
| Totaal activa | 2.320 | 2.757 | 523.018 | 7.101 | 1.272.924 | 1.808.120 | 1.808.120 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
1.960 | 5.249 | 650.471 | 657.680 | 671.253 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Obligatielening | 231.378 | 231.378 | Niveau 1 | 235.599 | ||
| Financiële schulden | 419.093 | 419.093 | Niveau 2 | 428.445 | ||
| Rentevoet derivaten | 1.960 | 5.249 | 7.209 | Niveau 2 | 7.209 | |
| Kortlopende financiële verplichtingen |
401 | 7.044 | 1.500.902 | 1.508.347 | 1.512.198 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.276.446 | 1.276.446 | Niveau 2 | 1.276.446 | ||
| Obligatieleningen | 99.959 | 99.959 | Niveau 1 | 101.168 | ||
| Financiële schulden | 124.497 | 124.497 | Niveau 2 | 127.139 | ||
| Rentevoet derivaten | 401 | 7.044 | 7.445 | Niveau 2 | 7.445 | |
| Totaal passiva | 2.361 | 12.293 | 2.151.373 | 2.166.027 | 2.183.451 |
(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
| 31 december 2016 (duizend euro) |
Afgeleide in strumenten niet gekwa- lificeerd als indekking |
Afgeleide instrument gekwalifi- ceerd als indekking |
Op reële waarde ge- ëvalueerde activa |
Financiële in strumenten beschikbaar voor verkoop |
Activa en verplich- tingen aan afgeschreven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa |
452 | 58 | 6.046 | 147.930 | 154.486 | 154.486 | ||
| Deelnemingen (1) | 6.046 | 6.046 | Niveau 2 | 6.046 | ||||
| Financiële vorderingen en schulden (1) |
147.930 | 147.930 | Niveau 2 | 147.930 | ||||
| Rentevoet derivaten |
452 | 58 | 510 | Niveau 2 | 510 | |||
| Financiële vlottende activa |
2.311 | 612.155 | 1.160.306 | 1.774.772 | 1.774.772 |
| Handels en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.160.306 | 1.160.306 | Niveau 2 | 1.160.306 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rentevoet derivaten |
2.311 | 2.311 | Niveau 2 | 2.311 | ||
| Kasequivalenten (2) |
10.409 | 10.409 | Niveau 1 | 10.409 | ||
| Beschikbare middelen (2) |
601.746 | 601.746 | Niveau 1 | 601.746 | ||
| Totaal activa | 2.763 | 58 612.155 |
6.046 1.308.236 |
1.929.258 | 1.929.258 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
9.679 | 8.796 | 670.684 | 689.159 | 712.121 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Obligatielening | 303.537 | 303.537 | Niveau 1 | 314.777 | ||
| Financiële schulden |
367.147 | 367.147 | Niveau 2 | 378.869 | ||
| Rentevoet derivaten |
9.679 | 8.796 | 18.475 | Niveau 2 | 18.475 | |
| Kortlopende financiële verplichtingen |
16.613 | 6.902 | 1.292.810 | 1.316.325 | 1.317.431 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.138.288 | 1.138.288 | Niveau 2 | 1.138.288 | ||
| Obligatieleningen | 0 | 0 | Niveau 1 | 0 | ||
| Financiële schulden |
154.522 | 154.522 | Niveau 2 | 155.628 | ||
| Rentevoet derivaten |
16.613 | 6.902 | 23.515 | Niveau 2 | 23.515 | |
| Totaal passiva | 26.292 | 15.698 | 1.963.494 | 2.005.484 | 2.029.552 |
(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:
Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Vervallen binnen het jaar | 12.667 | 14.035 |
| Tussen één en vijf jaar | 15.444 | 17.434 |
| Meer dan vijf jaar | 10.326 | 10.603 |
| Totaal | 38.437 | 42.072 |
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2017 bedraagt 1.168.439 duizend euro (2016: 1.119.534 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performances bonds (a) | 997.687 | 856.445 |
| Biedingen (b) | 16.902 | 36.175 |
| Teruggaven voorschotten (c) | 2.683 | 16.812 |
| Garantie-inhouding (d) | 12.300 | 16.782 |
| Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) | 51.317 | 82.451 |
| Andere gegeven verplichtingen - waarvan 60.431 duizend euro corporate garanties bij DEME |
87.550 | 110.869 |
| Totaal | 1.168.439 | 1.119.534 |
a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.
b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken
c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt
e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.
Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor boekjaar tot 31 december 2017 bedraagt 396.107 duizend euro (2016: 147.937 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds | 393.592 | 145.112 |
| Andere ontvangen verplichtingen | 2.515 | 2.825 |
| Totaal | 396.107 | 147.937 |
De sterke stijging van de ontvangen verplichtingen houdt in essentie verband met de in het kader van de uitbreiding van de baggervloot ontvangen verplichtingen, en in mindere mate met de integratie van de door de groep Van Laere ontvangen verplichtingen.
De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de baggersector en in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.
De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Activa met verbonden partijen | 445.634 | 429.373 |
| Financiële vaste activa | 143.203 | 152.629 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 281.761 | 249.703 |
| Overige vlottende activa | 20.670 | 27.041 |
| Passiva met verbonden partijen | 106.555 | 83.187 |
| Andere langlopende verplichtingen | 3.542 | 4.905 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 103.013 | 78.282 |
| (duizend euro) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Lasten en opbrengsten met verbonden partijen | 629.089 | 219.391 |
| Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 642.173 | 229.925 |
| Aankopen en overige operationele lasten | (23.441) | (15.569) |
| Financiële lasten en opbrengsten | 10.357 | 5.035 |
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2017) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de | ||||
| individuele en geconsolideerde rekeningen | 1.619,6 | 69,44% | 728,2 | 35,74% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten | 81,3 | 3,49% | 63,9 | 3,14% |
| Subtotaal audit | 1.700,9 | 72,93% | 792,1 | 38,88% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 204,5 | 8,77% | 852,8 | 41,86% |
| Overige | 426,9 | 18,30% | 392,3 | 19,26% |
| Subtotaal andere | 631,4 | 27,07% | 1.245,1 | 61,12% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.332,3 | 100% | 2.037,2 | 100% |
Geen.
| NAMEN | ZETEL | AANDEEL VAN DE GROEP IN % | ||
|---|---|---|---|---|
| (ECONOMISCH BELANG) | ||||
| EUROPA | ||||
| Duitsland | ||||
| GEOSEA INFRA SOLUTIONS GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% | |
| NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% | |
| OAM-DEME MINERALIEN GMBH | Hamburg | Baggerwerken | 70% | |
| België | ||||
| ABEB NV | Antwerpen | Contracting | 100% | |
| ANMECO NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% | |
| CFE BATIMENT BRABANT WALLONIE SA | Brussel | Contracting | 100% | |
| DESIGN & ENGINEERING SA | Brussel | Contracting | 100% | |
| BE.MAINTENANCE SA | Brussel | Contracting | 100% | |
| BENELMAT SA | Gembloux | Contracting | 100% | |
| BRANTEGEM NV | Aalst | Contracting | 100% | |
| CFE BOUW VLAANDEREN NV | Wilrijk | Contracting | 100% | |
| CFE CONTRACTING NV | Brussel | Contracting | 100% | |
| ENGEMA NV | Brussel | Contracting | 100% | |
| ETABLISSEMENTS DRUART SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% | |
| ENGETEC SA | Manage | Contracting | 100% | |
| GROEP TERRYN NV | Moorslede | Contracting | 100% | |
| HOFKOUTER NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% | |
| José COGHE-WERBROUCK NV | Hooglede | Contracting | 100% | |
| LOUIS STEVENS NV | Halen | Contracting | 100% | |
| NIZET ENTREPRISES SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% | |
| PROCOOL SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% | |
| REMACOM NV | Lochristi | Contracting | 100% | |
| THIRAN SA | Ciney | Contracting | 100% | |
| VANDENDORPE ARTHUR NV | Zedelgem | Contracting | 100% | |
| VANDERHOYDONCKS NV | Alken | Contracting | 100% | |
| VANLAERE NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% | |
| VMA FOOD & PHARMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% | |
| VMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% | |
| VMA WEST NV | Waregem | Contracting | 100% | |
| VOLTIS SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% | |
| WEFIMA NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
| AGROVIRO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
|---|---|---|---|
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| CEBRUVAL BRUCEVAL SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 54,38% |
| D.E.M.E. BLUE ENERGY NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 69,99% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| D.E.M.E. NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. COORDINATION CENTER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| ECO SHIPPING NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| EKOSTO NV | Sint–Gillis-Waas | Baggerwerken | 74,9% |
| ECOTERRES HOLDING SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| ECOTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| EVERSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| FILTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 56,10% |
| GEOSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA MAINTENANCE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 52,43% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 36,70% |
| G-TEC OFFSHORE SA | Luik | Baggerwerken | 72,50% |
| G-TEC SA | Luik | Baggerwerken | 72,50% |
| LOGIMARINE SA | Antwerpen | Baggerwerken | 100% |
| M.D.C.C. INSURANCE BROKER NV | Brussel | Baggerwerken | 100% |
| PURAZUR NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV | Antwerpen | Baggerwerken | 54,38% |
| HDP CHARLEROI SA | Brussel | Holding | 100% |
| BPI REAL ESTATE BELGIUM SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI SAMAYA SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES SA | Brussel | Vastgoed | 75,33% |
| FONCIERE STERPENICH SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| MG IMMO SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV | Kapellen | Vastgoed | 100% |
| SOGESMAINT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| VAN MAERLANT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| Cyprus | |||
| BELLSEA LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD | |||
| Nicosia | Baggerwerken | 100% | |
| DREDGING MARINE SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| NOVADEAL LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DEME CYPRUS LTD | Cyprus | Baggerwerken | 100% |
| DEME SHIPPING CO Ltd | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| CONTRACTORS OVERSEAS LTD | Oraklini | Holding | 100% |
| Frankrijk | |||
| ENERGIES DU NORD SAS | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| EUROP AGREGATS SARL | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| G-TEC SAS | Le Havre | Baggerwerken | 72,50% |
| SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS | Parijs | Holding | 100% |
| TPH VANLAERE SA | Armentières | Contracting | 100% |
| Groot-Brittannië | |||
| VMA Midlands Ltd | Yorkshire | Contracting | 100% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS LTD | Weybridge, Surrey | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD | Weybridge, Surrey | Baggerwerken | 74,90% |
| NEWWAVES SOLUTIONS LTD | Londen | Baggerwerken | 100% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA | Strassen | Contracting | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA PROCUREMENT & SHIPPING Luxembourg SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SAFINDI SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SAFINDI RE SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| THOR CREWING LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA | Strassen | Holding | 100% |
| ARLON 23 | Strassen | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| Hongarije |
NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
(ECONOMISCH BELANG)
| Nederland | |||
|---|---|---|---|
| AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,9% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS BV | Vlissingen | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS MERKUR BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,90% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV | Amsterdam | Baggerwerken | 87,45% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) | Dordrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME OFFSHORE SERVICES BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| G-TEC BV | Delft | Baggerwerken | 72,50% |
| MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,9% |
| INNOVATION HOLDING B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION SHIPOWNER B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION SHIPPING B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| PAES MARTIEM BV | Amsterdam | Baggerwerken | 100% |
| TIDEWAY BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,9% |
| Polen | |||
| CFE POLSKA S.P. ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| VMA POLSKA S.P.ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| ACE12 S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 90% |
| ACE14 S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 90% |
| BPI BARSKA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WROCLAW S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| IMMO WOLA S.P. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| Roemenië | |||
| CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL | Boekarest | Holding | 100% |
| Slowakije | |||
| VMA SLOVAKIA SRO | Trencin | Contracting | 100% |
| CFE SLOVAKIA SRO | Bratislava | Holding | 100% |
| Andere Europese landen | |||
| VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI | Istanbul, Turkije | Contracting | 100% |
| A2SEA A/S | Fredericia, Denemarken | Baggerwerken | 100% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. | Lissabon, Portugal | Baggerwerken | 100% |
| DRAGMORSTROY LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC | Odessa, Oekraïne | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA | Rome, Italië | Baggerwerken | 100% |
| AFRIKA | |||
| Angola | |||
| DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| SOYO DRAGAGEM LTDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| Nigeria | |||
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 54,43% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA LTD | Port Harcourt | Baggerwerken | 100% |
| NOVADEAL EKO FZE | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| Tsjaad | |||
| CFE TCHAD SA | Ndjamena | Holding | 100% |
| Tunesië | |||
| COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA | Tunis | Contracting | 100% |
| CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA | Tunis | Holding | 99,96% |
| Andere Afrikaanse landen | |||
| DRAGAMOZ LDA | Maputo, Mozambique | Baggerwerken | 100% |
| CFE SENEGAL SASU | Dakar, Senegal | Contracting | 100% |
| AZIË | |||
| India | |||
| DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD | New Delhi | Baggerwerken | 99,78% |
| INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD | Chennai | Baggerwerken | 86,00% |
| Andere Aziatische landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD | Kuala Lumpur, Maleisië | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD | Shanghai, China | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC | Verenigde Arabische Emiraten | Baggerwerken | 100% |
| FAR EAST DREDGING LTD MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD |
Hong Kong Ebene, Mauritius |
Baggerwerken Baggerwerken |
100% 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA | Jakarta, Indonesië | Baggerwerken | 60% |
(ECONOMISCH BELANG)
| Brazilië | |||
|---|---|---|---|
| DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA | Santos | Baggerwerken | 74,90% |
| DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 100% |
| Canada | |||
| TIDEWAY CANADA LTD | Halifax | Baggerwerken | 100% |
| Andere Amerikaanse landen | |||
| VMA US INC | Charleston, USA | Contracting | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| LOGIMARINE SA DE CV | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA | Caracas, Venezuela | Baggerwerken | 100% |
| OCEANIË | |||
| Australië | |||
| DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
| NAMEN | ZETEL | AANDEEL VAN DE GROEP IN % | ||
|---|---|---|---|---|
| (ECONOMISCH BELANG) | ||||
| EUROPA | ||||
| België | ||||
| LIGHTHOUSE PARKING | Gent | Contracting | 33,33% | |
| BLUECHEM BUILDING NV | Gent | Baggerwerken | 25,47% | |
| BLUEPOWER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 35,00% | |
| BLUE OPEN NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 49,94% | |
| BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 25,46% | |
| C-POWER NV | Oostende | Baggerwerken | 6,46% | |
| C-POWER HOLDCO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 10,00% | |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 50,40% | |
| LA VELORIE SA | Froyennes | Baggerwerken | 12,48% | |
| OTARY RS NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% | |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 50,40% |
|---|---|---|---|
| LA VELORIE SA | Froyennes | Baggerwerken | 12,48% |
| OTARY RS NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| POWER@SEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 51,10% |
| RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV | Oostende | Baggerwerken | 25,50% |
| RENTEL NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| SEDISOL SA | Farciennes | Baggerwerken | 37,45% |
| SEASTAR NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| SILVAMO NV | Roeselare | Baggerwerken | 37,45% |
| TERRANOVA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 43,73% |
| TOP WALLONIE SA | Moeskroen | Baggerwerken | 37,45% |
| PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN | Eupen | Holding | 25% |
| PPP SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 19% |
| GREEN OFFSHORE NV | Antwerpen | Holding | 50% |
| RENT-A-PORT NV en filialen | Antwerpen | Holding | 45% |
| BARBARAHOF NV | Leuven | Vastgoed | 40% |
| FONCIERE DE BAVIERE SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BAVIERE DEVELOPPEMENT SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BATAVES 1521 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERASMUS GARDENS SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERNEST 11 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ESPACE ROLIN SA | Brussel | Vastgoed | 33,33% |
| EUROPEA HOUSING SA | Brussel | Vastgoed | 33% |
| FONCIERE DE BAVIERE A SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE C SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| GOODWAYS SA | Antwerpen | Vastgoed | 31,20% |
| GRAND POSTE SA | Luik | Vastgoed | 24,97% |
| IMMOANGE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD I SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD II SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMOBILIERE DU BERREVELD SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LA RESERVE PROMOTION NV | Kapellen | Vastgoed | 33% |
| LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LRP DEVELOPMENT BVBA | Gent | Vastgoed | 33% |
NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
| PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
|---|---|---|---|
| PROMOTION LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 30,44% |
| VICTOR BARA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR ESTATE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTO PROPERTIES SAA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR SPAAK SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VM PROPERTY I SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VM PROPERTY II SPRL | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| NORMALUX MARITIME SA | Luxemburg | Baggerwerken | 37,50% |
| BAYSIDE FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| BEDFORD FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| CHATEAU DE BEGGEN SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| ELINVEST SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| M1 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| M7 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| Groot-Brittannië | |||
| FAIR HEAD TIDAL ENERGY PARK LTD | Noord-Ierland | Baggerwerken | 17,50% |
| HILTHERMOOR SOIL TREATMENTS LTD | Londen | Baggerwerken | 37,45% |
| WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD | Schotland | Baggerwerken | 17,50% |
| Polen | |||
| B-WIND POLSKA SP z.o.o. | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| C-WIND POLSKA SP z.o.o. | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| IMMOMAX S.P. z.o.o. | Warschau | Vastgoed | 47% |
| Andere Europese landen | |||
| CBD SAS | Ferques, Frankrijk | Baggerwerken | 50% |
| EXTRACT ECOTERRES SA | Villeneuve-le-Roi, Frankrijk | Baggerwerken | 37,45% |
| DEEPROCK CV | Breda | Baggerwerken | 50% |
| DEEPROCK BEHEER CV | Breda | Baggerwerken | 50% |
| EARTH MOVING WORLDWIDE CYPRUS LTD | Cyprus | Baggerwerken | 50% |
| K3 DEME BV | Amsterdam, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| MERKUR OFFSHORE GMBH | Hamburg, Duitsland | Baggerwerken | 12,50% |
| MORDRAGA LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 40% |
| OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV | Papendrecht, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| LIVEWAY LTD | Larnaca, Cyprus | Holding | 50% |
| LOCKSIDE LTD | Larnaca, Cyprus | Holding | 50% |
| AFRIKA | |||
| Marokko | |||
| HYDROGEO SARL | Rabat | Baggerwerken | 43,50% |
| Nigeria COBEL CONTRACTING NIGERIA Ltd |
Lagos | Holding | 50% |
| Tunesië BIZERTE CAP 3000 SA en haar filiaal |
Tunis | Holding | 20% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 50% |
| MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA | Sao Paulo | Baggerwerken | 51% |
| AZIË | |||
| GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENIGNEERING CO LTD | Guangzhou, China | Baggerwerken | 50% |
| DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD | Saoedi-Arabië | Baggerwerken | 49% |
| DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 40% |
| MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC | Abu Dhabi | Baggerwerken | 44,10% |
| GULF EARTH MOVING QATAR WLL | Qatar | Baggerwerken | 50% |
| EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST | Dubai | Baggerwerken | 50% |
Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum, met uitzondering van Lighthouse Parking (30 juni), José Coghe-WERBROUCK NV (30 september) en de in India actieve dochterondernemingen van DEME (31 maart).
De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen, veelgebruikte juridische vehikels in de baggersector en de bouwsector, worden hierboven niet opgesomd.
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)
We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,
Handtekening
Naam: Fabien De Jonge Renaud Bentégeat Piet Dejonghe Functie: Financieel en administratief directeur Gedelegeerd bestuurder Gedelegeerd bestuurder Datum: 23 maart 2018
| Identiteit van de vennootschap: | Aannemingsmaatschappij CFE |
|---|---|
| Zetel: | Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel |
| Telefoon: | + 32 2 661 12 11 |
| Rechtsvorm: | naamloze vennootschap |
| Wetgeving: | Belgisch |
| Oprichting: | 21 juni 1880 |
| Duur: | onbepaald |
| Boekjaar: | vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar |
| Handelsregister: | RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 |
| Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: |
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap |
" De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiekof privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de "vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening alsook het verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 24 februari 2016, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en na goedkeuring door de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2018. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV uitgevoerd gedurende 28 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2017 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening en de geconsolideerde staat van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 4 646 893 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar (deel van de groep) van 180 442 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2017 alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's). Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Zonder de hierboven vermelde verklaring in het gedrang te brengen, vestigen wij de aandacht op de informatie opgenomen in Toelichting 26.7 van de financiële staten waarin de betalingsonzekerheid van Tsjaadse staatsschulden en de ondernomen acties om de hun betalingen te vereen¬voudigen beschreven wordt.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
• De boekhoudkundige erkenning van omzet en verwerking van projecten wordt uiteengezet in Toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening. Daarnaast verwijzen we naar Toelichting 17 van de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden en diensten.
• DEME is actief in verschillende landen met verschillende belastingstelsels. De belasting van haar operaties kan afhankelijk zijn van inschattingen en kan aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingsauthoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot een uitstroom van middelen zullen leiden, dienen de nodige voorzieningen te worden aangelegd. Er is daarom een hoge mate van oordeelsvermogen van het management en het daaraan gekoppelde risico gerelateerd aan het inschatten van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities die door de groep tot op balansdatum moeten worden opgenomen. Wijzigingen in deze schattingen kunnen bovendien aanleiding geven tot materiële effecten.
• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 10 (Belastingen op het resultaat)
• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 18 (Voorraden)
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde internationale auditstandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport na te gaan alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeen met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen, anderzijds.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden. Wij formuleren en zullen geen enkele vorm van assurance-conclusie formuleren omtrent het jaarverslag.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Verder drukken wij geen enkele mate van zekerheid uit over individuele elementen opgenomen in deze niet-financiële informatie.
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Zaventem, 26 maart 2018
De commissaris DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck - Michel Denayer
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Vaste Activa | 1.325.005 | 1.323.520 |
| Oprichtingskosten | 0 | 0 |
| Immateriële vaste activa | 54 | 46 |
| Materiële vaste activa | 583 | 693 |
| Financiële vaste activa | 1.324.368 | 1.322.781 |
| - Verbonden ondernemingen | 1.324.334 | 1.322.749 |
| - Andere financiële activa | 34 | 32 |
| Vlottende activa | 155.489 | 236.408 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 6.912 | 8.097 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 128.885 | 196.447 |
| - Handelsvorderingen | 36.853 | 53.033 |
| - Overige vorderingen | 92.032 | 143.414 |
| Geldbeleggingen | 0 | 6 |
| Liquide middelen | 19.326 | 30.956 |
| Overlopende rekeningen | 366 | 902 |
| Totaal van de activa | 1.480.494 | 1.559.928 |
| Eigen vermogen | 1.163.350 | 1.197.582 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 592.651 | 592.651 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 487.399 8.654 |
487.399 8.654 |
| Reserves | 33.316 | 67.548 |
| Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) | ||
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 81.998 | 57.272 |
| Schulden | 235.146 | 305.074 |
| Schulden op meer dan één jaar | 248 | 132.580 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 234.643 | 172.494 |
| - Financiële schulden | 102.332 | 0 |
| - Handelsschulden | 24.545 | 37.211 |
| - Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen |
6.211 | 11.925 |
| - Overige schulden | 101.555 | 122.694 |
| Overlopende rekeningen | 255 | 664 |
| Totaal van de passiva | 1.480.494 | 1.559.928 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2017 | 2016 |
|---|---|---|
| RESULTATEN | ||
| Bedrijfsopbrengsten | 57.069 | 48.296 |
| Bedrijfskosten | (88.576) | (56.336) |
| - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | (36.822) | (26.800) |
| - Diensten en diverse goederen | (16.165) | (17.763) |
| - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (9.762) | (12.538) |
| - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen | (23.781) | 1.214 |
| - Andere | (2.046) | (449) |
| Bedrijfswinst | (31.507) | (8.040) |
| Financiële opbrengsten | 65.249 | 75.396 |
| Financiële kosten | (7.050) | (8.481) |
| Winst van het boekjaar vóór belasting | 26.692 | 58.875 |
| Belastingen (onttrekking en regularisering) | (170) | (17) |
| Winst van het boekjaar | 26.522 | 58.858 |
| Resultaatverwerking | ||
| Winst van het boekjaar | 26.522 | 58.858 |
| Overgedragen winst | 67.548 | 63.116 |
| Vergoeding van het kapitaal | (60.755) | (54.426) |
| Beschikbare reserves | 0 | 0 |
| Wettelijke reserves | 0 | 0 |
| Over te dragen winst | 33.315 | 67.548 |
De geleidelijke oplevering van de laatste door CFE NV gerealiseerde werven leidt mechanisch tot een daling van haar omzet.
Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de voorzieningen voor andere risico's en kosten.
Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de door DEME en CFE Contracting uitgekeerde dividenden van respectievelijk 55,0 en 6,0 miljoen euro.
In 2016 omvatten de niet-recurrente financiële opbrengsten de meerwaarden uit de verkoop van de vennootschappen Locorail en Coentunnel Company.
Verslag over de niet-financiële indicatoren van de CFE-groep
Op 3 september 2017 werd de wet betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote vennootschappen en groepen (B.S. 11 september 2017) uitgevaardigd. Deze wet voorziet in de omzetting van de Europese Richtlijn 2014/95/ EU over hetzelfde onderwerp (de richtlijn). Het volgende verslag wordt eveneens opgesteld in overeenstemming met artikel 119, §2 van het Wetboek van Vennootschappen. Deze verplichtingen zijn voor het eerst van toepassing op de jaarinformatie over het boekjaar 2017.
Het referentiekader Global Reporting Initiative (GRI) Sustainability Reporting Standards 2016, zoals uitgevaardigd door de Global Sustainability Standards Board (www.globalreporting.org/standards), diende als basis om dit rapport op te maken. Niettemin werden niet alle performantie-indicatoren zoals voorzien in dit referentiekader, gebruikt.
De niet-financiële informatie met betrekking tot de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra werd, gezien de specifieke aard van hun activiteiten, los van de informatie met betrekking tot de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling gepresenteerd en becommentarieerd.
Dit deel van het verslag heeft betrekking op de milieuprestaties van de activiteiten van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. De verslagperimeter is de Benelux, die vrijwel alle activiteiten van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling vertegenwoordigt.
De polen Contracting en Vastgoedontwikkeling verenigen multidisciplinaire bedrijven die als hoofddoel de klanttevredenheid hebben. Deze bedrijven richten zich vooral op het creëren van de beste oplossingen voor de toekomst. Terwijl het onze missie is om te bouwen voor de toekomst, wordt voor onze klanten naar winst op lange termijn gestreefd, met alles wat dit met zich meebrengt op het gebied van duurzaamheid en milieuprestaties.
De Belgische bagger-, waterbouw- en milieugroep DEME is een internationale marktleider voor complexe waterbouwwerken.
Gedreven door een aantal wereldwijde uitdagingen (groeiende wereldbevolking - stijgende zeespiegel - schaarste van natuurlijke grondstoffen - toenemende energievraag terugdringing van CO2-uitstoot - verontreiniging van onze waterlopen en bodems) is DEME van een louter bagger- en landwinningsbedrijf uitgegroeid tot een multidisciplinaire en innovatieve waterbouw- en milieugroep die wereldwijd actief is.
Dankzij een geïntegreerde bedrijfsstructuur profileert DEME zich sterk als een 'global solutions provider' die klanten innovatieve totaaloplossingen aanbiedt. DEME beschikt over de meest moderne, hoogtechnologische en veelzijdige vloot.
De perimeter van de reporting van DEME hieronder heeft betrekking tot de activiteiten in België en Nederland.
De structuur van de CFE-groep is zo georganiseerd dat alle entiteiten over een grote autonomie beschikken om hun milieubeleid te bepalen. Alle ondernemingen in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling verbinden zich ertoe hun activiteiten uit te voeren in overeenstemming met de eisen en verplichtingen die voortvloeien uit contracten en overeenkomsten met opdrachtgevers enerzijds en zoals vastgelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving anderzijds. Al deze entiteiten hebben zich er ook toe verbonden alle relevante milieuaspecten in hun strategieën, acties en activiteiten te integreren.
Dit betekent dat het respect voor het milieu een essentieel element is voor alle bedrijven van de CFE-groep. Al deze entiteiten zetten zich ook in om hun milieuprestaties voortdurend te verbeteren.
Milieu is een belangrijk en integraal onderdeel van DEME's kernwaarden nl. STRIVE welke staat voor safety, technical leadership, respect & integrity, innovation value creation and environment.
DEME streeft naar een optimale bescherming van het milieu. De kernwaarden worden beschreven in policies en charters op maat van de activiteiten en sectoren waarin DEME actief is. Daaruit volgen ook concrete acties geïntegreerd in een globale QHSE-S visie (Quality, Health, Safety, Environmental – Security).
De belangrijkste bronnen van energieverbruik zijn brandstoffen. Dit zijn belangrijke bronnen van niethernieuwbare energie die nodig zijn voor de werking van generatoren en bouwplaatsmachines enerzijds en voor de verwarming van gebouwen anderzijds.
Het elektriciteitsverbruik is ook een belangrijke bron van energieverbruik, voornamelijk uit niet-hernieuwbare bronnen. Het aandeel groene energie van de elektriciteitsrekening is nog steeds laag, maar stijgt: meer en meer energievoorzieningscontracten bevatten een verbintenis om een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare energie te leveren.
De belangrijkste bedrijven binnen de activiteit Bouw van de pool Contracting zijn ISO 14001-gecertificeerd waarvan één van de hoofddoelstellingen de voortdurende verbetering van de milieuprestaties is die de verwezenlijking van het milieubeleid waarborgt. De pool Contracting streeft naar een verhoging van het aantal entiteiten dat deze certificering heeft ingevoerd.
DEME past een geïntegreerd QHSE-S managementsysteem toe waarbij het managen voor milieuaspecten en verbeteren van de milieu performantie één van de sleutelfactoren zijn. Interne en externe audits (cfr. ISO 14001 en de CO2 prestatieladder) bewaken dit engagement voor voortdurende verbetering van de zorg voor het milieu.
De risico's die voortvloeien uit deze milieuoverwegingen hebben betrekking op potentiële milieu-incidenten.
ISO 14001-gecertificeerde en zelfs ISO 9001-gecertificeerde entiteiten hebben een risicomanagementbenadering als basis voor hun managementsystemen, die garant staat voor het beheer en de beheersing van de risico's in overeenstemming met hun beleid.
Het management van het bedrijf zorgt ook voor een goede communicatie met de overheid en belanghebbenden, in het bijzonder de buurtbewoners van bouwprojecten. Het doel van deze communicatie is belanghebbenden en overheden te informeren over de maatregelen die zijn genomen om mogelijke hinder en milieuproblemen te beheersen.
DEME heeft een geïntegreerd risicobeheerssysteem dat de milieuaspecten mee opneemt voor de activiteiten op de bedrijven, schepen, projecten en sites. Dit systeem is zowel bruikbaar op micro projectmanagement niveau als op megaprojectniveau in een joint venture structuur. Daarvoor wordt een uitgebreid arsenaal van risicoanalyse technieken gebruikt, afgestemd op het type van risico's waaraan we zijn blootgesteld. Dit leidt tot specifieke acties, initiatieven die periodiek geëvalueerd worden. Hierbij hebben we bijzondere aandacht voor de subcontractors en suppliers.
Een cruciale factor in het slagen van het energie/milieubeleid zijn ook de eigen medewerkers. Daarom heeft DEME verschillende initiatieven gelanceerd om het bewustzijn van haar werknemers te vergroten (zoals bijv. eco-operator opleidingen voor kraanmachinisten, Ship energy efficiency management plannen voor schepen, campagnes voor kantoormedewerkers en projecten, Green initiatives campagnes…).
Ook de samenwerking tussen DEME en haar subcontractors en leveranciers is essentieel. DEME wil deze daarom ook mee betrekken in haar energie/CO2 beleid en hen aansporen om hun energieverbruik te verbeteren en/of alternatieven te overwegen met een lagere CO2-voetafdruk.
De keuze voor de KPI was gebaseerd op het maatschappelijk belang ervan. Met name het verbruik van energiebronnen is bepalend voor de ecologische voetafdruk van de activiteiten van de polen.
De KPI's zijn zo gekozen om die milieuaspecten te weerspiegelen waarop de polen een directe invloed kunnen op uitoefenen. Rekening houdend met deze overwegingen zijn de 2 indicatoren gekozen die betrekking hebben op de CO2 voetafdruk van de activiteiten.
Omgekeerd maken de elementen waarop de vennootschap geen invloed of verwaarloosbare invloed heeft, niet het voorwerp uit van indicatoren. Met name de keuze van materialen voor de bouw van gebouwen is bijna altijd een zaak van de opdrachtgever of zijn architect, of is een functie van de verplichtingen of beperkingen die door de overheid worden opgelegd.
Aangezien het energieverbruik in de processen die zich voor en na onze projecten afspelen zo verschillend en gefragmenteerd is, wordt dit niet opgenomen in de interne rapporteringsvereisten van de Groep. Dit betreft bijvoorbeeld het energieverbruik dat vereist is voor de productie van bouwmaterialen en het transport ervan naar bouwplaatsen, of het elektriciteitsverbruik van de opgeleverde bouwprojecten en installaties.
De hierna vermelde KPI's hebben betrekking op Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling voor de periode van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017.
De waarden van de KPI's hieronder voorgesteld, van de Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben betrekking op de zone Benelux.
DEME is gecertificeerd volgens de eisen van de CO2 prestatieladder niveau 5. Dit is een managementsysteem dat bedrijven aanzet om hun CO2-uitstoot in kaart te brengen en te verminderen. DEME past dit systeem toe voor haar activiteiten in België en Nederland. De processen en resultaten worden extern geverifieerd door een erkende onafhankelijke instantie.
DEME rapporteert halfjaarlijks over haar CO2-uitstoot in België en Nederland (cfr. ISO 14064 scope 1 en 2). De rapporten zijn beschikbaar op de DEME-website:
De waarden van de KPI's van DEME hieronder voorgesteld zijn van deze van het kalenderjaar 2017 en hebben betrekking op België en Nederland.
DEME heeft de ambitie om de efficiëntie van haar activiteiten te optimaliseren (vanuit een levenscyclusbenadering). Een belangrijk aspect hierbij is de optimalisatie van het brandstofverbruik van de bagger- en offshore schepen. Om dit te bewerkstelligen worden nieuwe technologieën
Waarden van de KPI:
ontwikkeld en toegepast (zoals bijv. LNG dual fuel schepen). Het belang dat DEME hieraan hecht, blijkt ook uit het investeringsprogramma dat momenteel loopt, waarbij een volledige reeks nieuwe LNG dual fuel schepen worden gebouwd.
DEME richt zich niet alleen op het energieverbruik van haar schepen, maar ook op andere gebieden, zoals de grondverzetmachines en het hoofdkantoor.
De acties en maatregelen staan beschreven in het energiemanagement actieplan en zijn beschikbaar op de DEME-website:
https://www.deme-group.com/nl/performance-ladder/ reductie
| KPI | Eenheden | Polen Contracting en Vastgoed ontwikkeling |
Pool Bagger werken, Milieu, Offshore en Infra |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Greenhouse gas emissions – ISO Scope 1 (direct GHG emissions) |
t CO2 | 13.290 | 109.178 | 122.468 |
| Greenhouse gas emissions – ISO Scope 2 (energy indirect GHG emissions) |
t CO2 | 2.583 | 4.740 | 7.323 |
| Algemeen totaal | t CO2 | 15.873 | 113.918 | 129.791 |
(Green House Gas Protocol /GHGPR en referentiedocument GRI Disclosure 305-1 - Direct (Scope 1) GHG emissions)
De directe uitstoot van broeikasgassen (BKG) door het gebruik van fossiele brandstoffen en brandstoffen, er wordt alleen rekening gehouden met de productie van CO2. De uitstoot van andere broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.
Hieronder vallen uitsluitend ingekochte brandstof en fossiele brandstoffen die worden gebruikt in eigen installaties, machines en schepen of voor eigen projecten. Brandstof die wordt gebruikt in onze eigen elektriciteitsgeneratoren valt ook onder deze scope1.
(Green House Gas Protocol /GHGPR en referentiedocument GRI Disclosure 305-2 - Energy indirect (Scope 2) GHG emissions)
De indirecte uitstoot van broeikasgassen (BKG) door het gebruik van aangekochte elektriciteit, er wordt alleen rekening gehouden met de productie van CO2. De uitstoot van andere broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.
In veel gevallen is de elektriciteit die bedrijven inkopen afkomstig van zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare bronnen. Alleen wanneer de hoeveelheid door een bedrijf ingekochte duurzame energie expliciet in een contract is vastgelegd, kan een uitsplitsing per partij worden gemaakt. In het andere geval is het niet mogelijk precies te weten hoeveel hernieuwbare energie er daadwerkelijk is ontvangen. Daarom is er in dit verslag geen sprake van een uitsplitsing.
Dit deel van het verslag over sociale en personeelsvraagstukken behandelt de activiteiten van de drie polen van de CFE-groep (pool Contracting, pool Vastgoedontwikkeling en pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra).
Wij zijn ervan overtuigd dat onze medewerkers de sleutel vormen tot ons succes en de verdere ontplooiing van onze activiteiten.
Deze bestaat uit 4 afzonderlijke delen:
Onze aandacht voor mensenrechten is een integraal onderdeel van onze humanistische cultuur. We hebben altijd voorrang gegeven aan mensen boven systemen. Wij zijn ervan overtuigd dat onze teams onze belangrijkste troef vormen: door hun kwaliteit en inzet maken onze bedrijven het verschil in hun projecten en bouwwerven.
Onze decentrale organisatie en onze managementmethoden zijn gebaseerd op deze humanistische waarden: ze hechten waarde aan individueel en collectief initiatief zo dicht mogelijk bij het terrein; ze zijn gebaseerd op vertrouwen, respect en solidariteit om de professionele ontwikkeling van onze medewerkers te bevorderen. Naast onze eigen teams streven we ernaar deze visie te delen met alle medewerkers van lokale partners en onderaannemers die deelnemen aan onze projecten en werkplaatsen.
De sociale dialoog is gebaseerd op verschillende grondbeginselen:
Het doel van het gezondheids- en veiligheidsbeleid is het anticiperen op arbeidsgerelateerde risico' s, waaronder psychosociale risico' s, en het voorkomen daarvan. Dit omvat ook het waarborgen van de kwaliteit van de hygiëne, de veiligheid, de gezondheid en de kwaliteit van de leefomstandigheden op het werk, alsmede de herintegratie van werknemers die getroffen zijn door arbeidsongevallen en beroepsziekten.
Veiligheid is een belangrijke prioriteit binnen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling en is met name gebaseerd op de volgende elementen:
• de veiligheid en gezondheid van elk personeelslid en alle betrokken partijen, alsmede respect voor
milieu en omgeving zijn essentiële elementen van het veiligheidsbeleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling;
Door toepassing van het diversiteitsbeleid dat zij onderschrijven, willen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling ervoor zorgen dat iedere medewerker dezelfde kansen heeft en dat de diversiteit onder zijn medewerkers representatief is voor deze van de gemeenschap.
Dit diversiteitsbeleid betreft alle entiteiten in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling en heeft betrekking op alle medewerkers, zowel bedienden als arbeiders. Bij aanwerving of promotie worden alleen de competenties van de kandidaat in aanmerking genomen. Deze entiteiten garanderen ook de gelijke behandeling van alle werknemers wat betreft salaris en sociale voordelen, de toegang tot opleiding, de loopbaanontwikkeling en de interne mobiliteit.
Er wordt bijzondere aandacht besteed aan vrouwen, werknemers ouder dan 45 jaar, mensen met een migrantenachtergrond en mindervaliden, zoals weerspiegeld in de waarden van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling.
De belangrijkste doelstellingen van het algemene opleidingsbeleid zijn het delen van de fundamentele principes van de cultuur van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling en het overdragen van kennis en knowhow om aan de verwachtingen van onze klanten te voldoen, de beste partner te zijn en een hoog niveau van operationele prestaties van de teams te handhaven. Het heeft ook tot doel de integratie en professionele ontwikkeling van elke werknemer te bevorderen door middel van "gespecialiseerde" trainingen en sessies gewijd aan management en persoonlijke en professionele ontwikkeling.
De ontwikkeling van vaardigheden komt tegemoet aan de behoefte om de productiviteit te verbeteren en zich aan te passen aan de ontwikkeling van technieken en technologieën in elk beroep. De ontwikkeling van projecten in de richting van steeds complexere en meer algemene werken leidt ook tot nieuwe opleidingsbehoeften in verband met de synergie van de diverse vakgebieden.
Het algemeen beleid van DEME, inzake sociale en personeelsaangelegenheden gaat uit van respect voor elk individu, één van onze kernwaarden die samengevat werden in het acroniem 'STRIVE' (Safety, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation, Environment).
DEME voert een beleid van gelijke kansen. Als internationale groep geloven we sterk in en promoten we een beleid van gelijke kansen voor iedereen binnen DEME. Dit beleid, gebaseerd op respect en integriteit, moet elk van onze medewerk(st)ers de kans bieden, mits de juiste kwalificaties, opleiding en ervaring, een gepaste carriere te ontwikkelen binnen de groep.
Daartoe wordt volop ingezet op:
De vertaling van deze algemene beleidsdoelstellingen in operationele beleidsmaatregelen, policies en procedures inzake human resources zijn erop gericht om alle medewerk(st)ers, waar ook ter wereld, te ondersteunen bij en duidelijkheid te verschaffen over
De actieve ondersteuning van onze medewerk(st)ers inzake sociale en personeelsaangelegenheden wordt actief gestuurd vanuit een team van HR business partners en HR-experten, die, in nauwe samenwerking met management en sociale partners, voor hun onderdeel van de organisatie, de implementatie, coherentie, naleving en billijkheid van deze beleidsmaatregelen dienen te verzekeren.
Ook zorgt DEME voor sociale dialoog en overleg. DEME is er van overtuigd dat sociale dialoog en open communicatie tussen medewerk(st)ers en management essentieel zijn voor de succesvolle uitvoering en het welslagen van al onze activiteiten.
Met het oog op een effectieve sociale dialoog wordt het noodzakelijk overleg opgezet en gevoerd conform lokale wetgeving en regulering van die landen waarin we activiteiten ontplooien. Daarbij promoten we een open en constructieve dialoog met het oog op creatie van de optimale en veilige werkomstandigheden en een billijk arbeidsvoorwaardenbeleid.
2017 was een jaar van aanzienlijke investeringen in human resources. Naast de versterking van de functies op het gebied van human resources in gedecentraliseerde entiteiten zijn er in het kader van het project Ambition 2020 diverse projecten opgezet om het belang van human resources te bevorderen.
Daaronder vermelden we:
De resultaten van de uitvoering van dit beleid worden toegelicht in het adhoc-gedeelte van het jaarverslag.
We kunnen ook vaststellen dat de feedback en de resultaten van onze interne audits geen enkele niet-naleving of andere afwijking in overeenstemming met de wetten of onze interne procedures hebben aangetoond.
Belangrijk aandachtspunt voor 2017 was, gezien de precaire verkeerssituatie rond Antwerpen, en de impact op aanwerving en retentie, de aanpassing van het beleid inzake plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Daarbij is volop ingezet op:
Voor andere kantoren in Europa wordt, waar nodig, mogelijk en/of opportuun, gemikt op een vergelijkbare flexibilisering van arbeidstijden en werkplek.
Daarnaast is in 2017 verder gewerkt aan het opzetten, opvolgen en evalueren van objectieven inzake prestaties, ontwikkeling van technische en/of managementcompetenties, en invulling van algemene en specifieke opleidingsbehoeften.
Dit weerspiegelt zich in:
De risico's van deze kwesties liggen op het niveau van:
In 2005 werd in de onderneming een diversiteitscharter opgesteld. Dit omvat een personeelsbeleid met duidelijke normen voor loonbeleid, aanwerving, evaluaties, interne promoties, collectieve arbeidsvoorwaarden en geschillen met vakbonden.
Het toezicht wordt met name uitgeoefend door middel van regelmatige rapportering over belangrijke sociale indicatoren en auditmissies, die een onderdeel human resources en sociale aspecten omvatten.
Daarnaast wordt elke twee maanden een
vergadering georganiseerd met de verschillende personeelsverantwoordelijken om best practices, kennis, problemen en ervaringen uit hun teams en entiteiten uit te wisselen.
De risico's verbonden aan deze aangelegenheden zijn verbonden situeren zich op het vlak van
Er dient te worden opgemerkt dat de hieronder vermelde cijfers, tenzij anders vermeld, de cijfers voor de hele CFE-groep (de drie bedrijfspolen) omvatten. Dit zijn werkelijke aantallen op 31/12/2017.
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-8 – Information on employees)
| Polen Con tracting en Vastgoed ontwikkeling |
Pool Bagger werken, Milieu, Offshore en Infra |
Totaal | |
|---|---|---|---|
| 2015 | 3.739 | 4.421 | 8.160 |
| 2016 | 3.276 | 4.476 | 7.752 |
| 2017 | 3.982 | 4.707 | 8.689 |
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-8 – Information on employees)
| 2017 | Arbeiders | Bedien- den | Totaal |
|---|---|---|---|
| Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling |
2.462 | 1.520 | 3.982 |
| Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra |
2.171 | 2.536 | 4.707 |
| Totaal | 4.633 | 4.056 | 8.689 |
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-8 – Information on employees)
| Contract van onbepaalde duur |
Contract van bepaalde duur |
Werk & studies |
To taal |
|
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 6.471 | 1.685 | 4 | 8.160 |
| 2016 | 6.257 | 1.491 | 4 | 7.752 |
| 2017 | 7.733 | 949 | 7 | 8.689 |
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 405-1 – Diversity of employees)
| 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|
| < 25 | 584 | 513 | 382 |
| 26-30 | 1.182 | 1.106 | 1.160 |
| 31-35 | 1.320 | 1.245 | 1.374 |
| 36-40 | 1.164 | 1.125 | 1.267 |
| 41-45 | 1.087 | 1.004 | 1.189 |
| 46-50 | 1.055 | 1.005 | 1.105 |
| 51-55 | 861 | 877 | 1.072 |
| 56-60 | 641 | 603 | 754 |
| > 60 | 266 | 274 | 386 |
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 405-1 – Diversity of employees)
| 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|
| < 1 | 1.527 | 830 | 1.344 |
| 1-5 | 2.599 | 2.978 | 2.866 |
| 6-10 | 1.804 | 1.725 | 1.847 |
| 11-15 | 779 | 762 | 960 |
| 16-20 | 539 | 570 | 682 |
| 21-25 | 454 | 426 | 379 |
| > 25 | 458 | 461 | 611 |
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 405-1 – Diversity of employees)
| Mannelijke bedienden |
Vrouwelijke bedienden |
Mannelijke arbeiders |
Vrouwelijke arbeiders |
|
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2.968 | 909 | 4.227 | 56 |
| 2016 | 2.893 | 895 | 3.910 | 54 |
| 2017 | 3.040 | 1.016 | 4.569 | 64 |
Voor DEME is de ratio mannen/vrouwen doorheen de volledige werknemerspopulatie is 85% (mannelijk) – 15% (vrouwelijk). De aard van een aantal activiteiten (40% zeevarend personeel/crew) en de noodzakelijke internationale mobiliteit/inzetbaarheid binnen de meerderheid van de staffuncties, maakt het bereiken van een ruimere genderdiversiteit moeilijk, ondanks het feit dat inzake aanwerving en promotie voornamelijk wordt rekening gehouden met opleiding en expertise.
In de pool Contracting is de verhouding tussen mannen en vrouwen vergelijkbaar. Om gemengde teams te bevorderen, zorgen we ervoor dat vrouwen in operationele functies worden aangeworven, dat er een loopbaanmanagementsysteem is dat vrouwen en mannen in staat stelt om leidinggevende/managementfuncties te bekleden en dat werk en privé op elkaar afgestemd worden.
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 403-1 – Occupational Health & Safety)
| Veiligheidsstatistieken | Frequentie- graad | Ernstgraad |
|---|---|---|
| Activiteitenpool | (=Tf) | (=Tg) |
| Pool Contracting en Vastgoedontwikkeling: |
16,49 | 0,53 |
| Pool Baggerwerken, milieu, offshore en infra: |
1,37 | 0,03 |
Tf (frequentie) = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid vermenigvuldigd met 1 miljoen gedeeld door het aantal door werknemers gewerkte uren.
Tg (ernst) = aantal kalenderdagen van afwezigheid vermenigvuldigd met 1000 en gedeeld door het aantal door werknemers gewerkte uren.
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 404-1 Average number of hours training)
| In aantal uur per soort opleiding | Totaal 2016 | Totaal 2017 | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| Technisch | 50.248 | 44.029 | 40.773 | 3.256 |
| Hygiëne en veiligheid | 82.068 | 55.325 | 50.706 | 4.619 |
| Milieu | 1.851 | 1.581 | 1.495 | 86 |
| Management | 29.207 | 12.235 | 10.576 | 1.659 |
| IT | 10.858 | 6.899 | 5.187 | 1.712 |
| Adm/Boekh./Man./Jur. | 9.553 | 13.029 | 10.103 | 2.926 |
| Talen | 5.635 | 3.484 | 2.783 | 701 |
| Diversiteit | 36 | 64 | 64 | 0 |
| Andere | 12.511 | 6.808 | 5.156 | 1.652 |
| Totaal | 201.967 | 143.454 | 126.843 | 16.611 |
| 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|
| Aantal dagen afwezigheid wegens ziekte | 71.604 | 69.031 | 70.954 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens arbeidsongeval | 5.974 | 4.454 | 4.109 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens ongeval woon werkverkeer |
430 | 6 | 36 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte | 0 | 0 | 0 |
| Aantal gepresteerde dagen | 1.951.885 | 1.745.799 | 1.824.046 |
| Absentiecijfer | 4,00% | 4,21% | 4,12% |
Het algemene beleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling is gebaseerd op sterke waarden die ons handelen sturen en onze bedrijfscultuur voortdurend versterken. Respect voor mensen is een van deze fundamentele waarden.
We voeren een personeelsbeleid in alle
dochterondernemingen en landen waar we actief zijn, dat gebaseerd is op een strikte naleving van bestaande wetten en fundamentele mensenrechtenprincipes. Discriminatie op grond van leeftijd, ras of nationaliteit, geslacht, geloofsovertuiging of handicap is bij indienstneming of in het kader van de dagelijkse werkrelaties ten strengste verboden.
Daarnaast is de veiligheid op het werk van onze medewerkers te allen tijde onze topprioriteit. We hebben een algemeen
beleid van voortdurende verbetering, dat ook gericht is op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het welzijn, en we hebben een algemeen beleid geformuleerd om de wetten inzake de privacy van werknemers te respecteren.
Het algemene beleid van DEME is gebaseerd op respect voor anderen. Dit is bovendien een van onze kernwaarden zoals opgenomen in het acroniem 'STRIVE' (Safety, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation, Environment).
Wij respecteren en beschermen de mensenrechten in het algemeen en de fundamentele rechten en vrijheden zoals gedefinieerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. We tolereren nooit slavernij, kinderarbeid, dwang- of verplichte arbeid of mensenhandel.
Er zijn geen schendingen van ons mensenrechtenbeleid geweest.
Onze belangrijkste risico's houden verband met de volgende voorwaarden:
We zijn wereldwijd actief en daarom zijn we ook vertegenwoordigd in landen met een hoger risicoprofiel voor schendingen van de mensenrechten. We moeten met name waakzaam zijn bij het werken met wervingsbureaus, uitzendbureaus en andere derden die personeel inzetten op onze bouwplaatsen.
Ons risicobeheersysteem is gebaseerd op vier basisprincipes: preventie, opleiding, controle en continue verbetering. Preventie, te beginnen met een bedrijfscharter en de implementatie ervan in alle dochterondernemingen; een systeem van erkende leveranciers en standaard contractuele clausules waarin onze normen duidelijk zijn vastgelegd; een personeelsbeleid met duidelijke normen voor werving, evaluatie en interne promotie. De opleiding neemt vele vormen aan, waaronder communicatiebijeenkomsten, 'toolboxmeetings', feedback en regelmatige hiërarchische opleidingen over de naleving van wettelijke verplichtingen op sociaal en welzijnsgebied. De controle wordt met name uitgevoerd door middel van regelmatige werfbezoeken, regelmatige verslaglegging over belangrijke sociale indicatoren en auditopdrachten, die een onderdeel human resources en sociale aspecten omvatten. Continue verbetering wordt bereikt via ons kwaliteitssysteem, gespecialiseerde werkgroepen en mechanismen voor het delen van ervaring binnen de groep.
Een goede screening van de bureaus, agentschappen en andere derde partijen in kwestie vormt dus een conditio sine qua non alvorens we een contract met hen kunnen aangaan.
Het beleid van DEME is altijd duidelijk contractueel vastgelegd met betrekking tot conformiteit in het algemeen en de eerbiediging van de mensenrechten in het bijzonder.
Een voor deze bureaus en agentschappen ontwikkelde procedure, zowel in de fase vóór als na de indiensttreding, geeft duidelijk aan wat onze normen inhouden en hoe deze gerespecteerd moet worden.
Regelmatige audits en controles van bureaus, agentschappen en andere derden die personeel in dienst hebben op onze locaties zorgen ervoor dat onze standaard effectief wordt nageleefd.
Geen enkele vorm van corruptie of fraude wordt getolereerd binnen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. Ons algemene beleid vereist een volkomen integriteit in ons gedrag en in de uitvoering van onze opdrachten. De medewerkers moeten zich onthouden van alle handelingen die voor zichzelf, de dochtermaatschappij of de CFE Contracting-groep kunnen leiden tot een oneerlijke of onwettelijke praktijk, zowel wat betreft de principes van de vrije concurrentie, de gunning van aanbestedingen of de relaties met onze klanten en onze leveranciers.
DEME beschikt over een duidelijk beleid om al zijn activiteiten integer uit te voeren en geen enkele vorm van corruptie te tolereren. Steekpenningen vallen ook onder dit absolute verbod. Onze gedragscode inzake ethiek en integriteit geeft dit beleid duidelijk weer en is van toepassing op alle bestuurders, bedrijfsvertegenwoordigers, werknemers, voltijdse of deeltijdse werknemers (vaste of tijdelijke werknemers). We verwachten ook van alle derden met wie we zaken doen dat we onze hoge waarden en ethische principes respecteren en dienovereenkomstig handelen.
De uitvoering van dit algemene beleid wordt uitgewerkt in onze corruptiebestrijdingsprocedures, met concrete voorbeelden van wat wel en wat niet is toegestaan.
Er werden geen schendingen vastgesteld van ons beleid inzake naleving van de strijd tegen fraude en corruptie.
De aard en de omvang van de contracten vereisen regelmatig dat tijdelijke verenigingen worden opgericht om de werkzaamheden uit te voeren. De aard van de werkzaamheden die door de dochterondernemingen worden uitgevoerd, brengt talrijke gedecentraliseerde bestellingen met zich mee die worden geplaatst bij een groot aantal onderaannemers en leveranciers. De relaties met klanten kunnen ervoor zorgen dat er soms klanten op bezoek komen, dat hen een geschenk wordt aangeboden, dat we deelnemen aan sponsoractiviteiten of dat we onze klanten uitnodigen voor congressen of andere manifestaties. We werken slechts zelden samen met vertegenwoordigers.
Onze activiteiten vinden wereldwijd plaats, dus ook in landen met een hogere score op de corruptieperceptie-index. We moeten dan blijk geven van een grotere waakzaamheid. Daarnaast werken we slechts af en toe in landen waar soms agenten worden gebruikt, wat het risico verhoogt.
DEME heeft met het oog daarop een e-learningprogramma opgezet voor alle medewerkers. Daar hoort ook een test bij. Dit programma moet elk jaar door alle medewerkers met succes worden gevolgd. Daarnaast hebben we ook specifieke opleidingen verzorgd voor medewerkers in leidinggevende functies waar de risico's toenemen.
De pool Contracting heeft een 'Corporate Governance Code' en een handboek met interne procedures opgesteld die van toepassing zijn op de vennootschappen in deze pool. Deze documenten bepalen de minimale aanvraagprocedures binnen CFE Contracting en zijn dochterondernemingen. De 'Corporate Governance Code' en het Handboek Interne Procedures van de pool Contracting bevatten de belangrijkste principes en concrete voorbeelden van situaties en de te ondernemen acties. Deze 'Corporate Governance Code' en handboek worden geïmplementeerd in alle dochterondernemingen van de pool Contracting en de toepassing ervan wordt opgevolgd door middel van periodieke audits en controles. We zullen een specifieke opleidingscomponent voor alle leidinggevenden invoeren op het gebied van corruptie- en fraudebestrijding.
Het charter van de pool vastgoedontwikkeling bestaat en is gebaseerd op de 'Corporate Governance Code' dat voor de pool Contracting is opgesteld, maar het wordt momenteel volledig herzien.
We proberen de risico's zoveel mogelijk te beheersen door middel van ons beleid en uitgebreide procedures. Het spreekt voor zich dat hierbij een belangrijk aspect is dat deze binnen de organisatie bekend zijn, vandaar het belang van de opleiding voor onze medewerkers. Naast algemene "E-Learning" bieden we ook specifieke opleidingen aan om onze managers te informeren en hen te leren hoe ze met kennis van zaken potentiële risico's kunnen beheersen.
Om de risico's te minimaliseren, werken we zo weinig mogelijk met agenten. Als het echt niet anders kan, wordt deze partij eerst gescreend om na te gaan of alles integer verloopt. In functie van het risiconiveau is deze screening al dan niet uitgebreid. Daarnaast wordt ook een follow-up uitgevoerd met betrekking tot derden met wie wij zaken doen. Vervolgens zijn in de contracten ook specifieke clausules opgenomen, waarbij de betrokken partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met onze normen op het gebied van conformiteit.
Ten slotte is ook het toezicht op de naleving van dit beleid en deze procedures een belangrijk aspect van onze aanpak, zodat we de risico's zoveel mogelijk kunnen beheersen.
(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-22 Composition of the highest governance body)
De Raad van Bestuur van de CFE-groep bestaat momenteel uit twee vrouwen en negen mannen. In mei 2018 zullen nog twee vrouwen lid worden van de Raad van Bestuur om te voldoen aan de wet van 28 juli 2011. Deze wet bepaalt dat ten minste een derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht moet zijn dan de andere leden.
Deze pariteit wordt geleidelijk aan bereikt.
Het Uitvoerend Comité van CFE Contracting bestaat momenteel uit vier mannen.
Het 'Steering Committee' van de pool Vastgoedontwikkeling bestaat dan weer uit twee vrouwen en zeven mannen.
Bij DEME is er geen Uitvoerend Comité. Er is wel een managementteam dat bestaat uit één vrouw en zestien mannen.
Waar het dagelijks bestuur van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling drie jaar geleden toevertrouwd was aan een twaalftal vrouwen en honderdzeventig mannen (dus 6,3% vrouwelijke vertegenwoordiging) is het momenteel in handen van een twintigtal vrouwen en ongeveer honderdveertig mannen (dus 30%). Dat is al een mooie stap voorwaarts.
Bij DEME ligt het dagelijks bestuur in handen van de CEO.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.