AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Mar 30, 2018

3929_10-k_2018-03-30_f4b049d4-2fc7-488f-9ebf-2bce236b180c.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

VAN HET 137STE MAATSCHAPPELIJK BOEKJAAR

  • Boodschap van de voorzitter 2
  • Voorwoord 4
  • Markante feiten in 2016 6
  • CFE in cijfers 10
  • Strategie 12
  • Raad van bestuur 16
  • Sociale verantwoordelijkheid 18
  • Innovatie 24
  • Milieuverantwoordelijkheid 28
  • Holding en niet-overgedragen activiteiten 30
  • Operationeel organigram 34

  • Dredging 40

  • Dredging-Plus 46
  • DEME Concessions 54

Pool Contracting 56

  • Bouw 62
  • Multitechnieken 68
  • Rail Infra & Utility Networks 70

Pool Vastgoedontwikkeling 72

evolutie Eensuccesvolle

BOODSCHAP VAN DE VOORZITTER

Ik ben medio 2016 voorzitter van CFE geworden en heb nu dus mijn eerste volledige boekjaar achter de rug. Niet alleen ben ik niet ontgoocheld maar zelfs zeer tevreden over de evolutie van alle polen binnen CFE.

In een misschien wat minder gunstige conjunctuur - ik twijfel er niet aan dat het een tijdelijke situatie is - heeft DEME zich buitengewoon goed gehouden dankzij de bouw van offshore windparken maar ook dankzij het dynamisme van de teams. De grootschalige investeringen die we realiseerden, zullen het ons toelaten zeer concurrentieel te blijven in de toekomst.

Voor de pool Vastgoedontwikkeling was 2017 een uitzonderlijk gunstig jaar. BPI, dat een nieuwe huisstijl heeft gekregen, is nu een van de belangrijkste promotors van België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. De investeerders hebben dat goed begrepen en de markt heeft positief gereageerd op de financieringsbehoeften van de onderneming.

De pool Contracting is beduidend vooruitgegaan. Zijn resultaten in 2017 voldeden aan de verwachtingen en wij zijn ervan overtuigd dat hij nog veel groeiopportuniteiten biedt.

Toen de groep Ackermans & van Haaren in 2013 de meerderheidsaandeelhouder van de groep CFE werd, dachten veel waarnemers dat alleen DEME ons interesseerde en dat wij de andere activiteiten, Contracting en Vastgoedontwikkeling, zouden verwaarlozen. Ze kenden ons slecht! De recente overname van de groep Van Laere bewijst, voor zover dat nog nodig was, de gehechtheid van de groep Ackermans & van Haaren aan CFE, dat haar slagkracht in Contracting hiermee versterkt.

We streven naar meer operationele uitmuntendheid van de vennootschappen waar wij actief zijn. Het werk van de gedelegeerd bestuurders en hun teams is in 2017 lonend gebleken. Ik twijfel er niet aan dat dit in de volgende jaren zo zal blijven.

LUC BERTRAND VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR heeft de wind in de zeilen! De groep CFE

Voorwoord

Het boekjaar 2017 eindigt met een nettoresultaat na belastingen van 180,4 miljoen euro, meer dan in 2016. Het voorbije jaar bewijst dus duidelijk dat de groep CFE er weer helemaal staat.

Dat geldt des te meer omdat alle drie de polen nu een positief resultaat neerzetten. De resultaten van DEME zijn vergelijkbaar met de bijzonder briljante prestaties van 2016 en de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben de goede vooruitzichten van het begin van het jaar waargemaakt. Als we ook naar het historisch hoge peil van het orderboek kijken (met vooral voor de pool Contracting een groei van meer dan 350 miljoen euro tegenover verleden jaar), wijst alles erop dat de groep CFE op het juiste spoor zit.

De in 2017 waargenomen evolutie bevestigt ook de logische relevantie van onze organisatie: terwijl de resultaten van Baggerwerken stabiel bleven, hebben de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling veel betere prestaties gerealiseerd. De synergie tussen de polen die wij blijven ontwikkelen zal ons economische model nog versterken. Dit zal zeer snel duidelijk worden.

De groep zou immers in 2018 de lat opnieuw hoger moeten leggen, gelet op de kwaliteit van de bestellingen van vooral DEME, dat nu over de modernste vloot in de sector van de baggerwerken en aanverwante diensten beschikt. Vooral de pool Contracting zal een sprong voorwaarts maken, nadat deze in december van vorig jaar met de groep

GEDELEGEERD BESTUURDER GEDELEGEERD BESTUURDER RENAUD BENTÉGEAT PIET DEJONGHE

Van Laere werd versterkt. De komst van dit nieuwe lid zal de activiteit in België in het domein van de bouw beduidend stimuleren, zodat de groep de uitdagingen van de toekomst nog beter aan zal kunnen.

De pool Vastgoedontwikkeling is na de uitstekende prestaties van dit jaar goed geplaatst om geleidelijk aan een belangrijke vastgoedspeler in België, Luxemburg en Polen te worden. Om dat te bereiken, zullen we de lopende programma's in 2018 voortzetten en de ontwikkelingscapaciteiten nog versterken.

Ten slotte werden de activiteiten van de holding en de niet-overgedragen activiteiten, die binnen CFE NV blijven, in 2016 ingrijpend gereorganiseerd, vooral internationaal en in de burgerlijke bouwkunde.

Deze reorganisaties hebben in 2017 de voortzetting en in sommige gevallen de voltooiing mogelijk gemaakt van contracten die jaren geleden werden gesloten en die een risico hadden kunnen vormen voor de onderneming.

Wij mogen trots zijn op de prestaties van CFE in 2017. Ze zijn immers te danken aan de uitzonderlijke inzet van alle medewerkers en medewerksters van de groep, een inzet die onze sterkste troef blijft voor het vervolg en het succes van onze toekomstige ontwikkeling.

Markante feiten in 2017

DIMCO verkrijgt in een tijdelijke vereniging het contract voor de bouw van de RijnlandRoute, de nieuwe wegverbinding tussen Katwijk en Leiden, die de regio beter toegankelijk zal maken, het verkeer vlotter zal doen verlopen en de economische groei zal stimuleren.

GeoSea zal 71 funderingen van windturbines ontwerpen, produceren en installeren voor het offshore windpark Hohe See in de Duitse Noordzee. GeoSea is in dit project de EPCI partner van Siemens. Dankzij deze samenwerking kan Siemens offshore windturbines met funderingen aan EnBW leveren.

BPI verkoopt aan de groep Versluys haar aandelen in de vennootschappen die de site Oosteroever in Oostende ontwikkelen.

BPI Luxembourg SA, IMMOBEL SA, en BESIX RED SA verkopen hun aandelen in de vennootschap PEF KONS INVESTMENT SA aan AXA IM – Real Assets voor rekening van AXA Belgium.

04 05 06

CLE begint met de bouw van de moderne residentie Fuussbann in Differdange, met ruime appartementen, commerciële oppervlakten en een supermarkt.

Amart start een nieuwe fase van het residentiële project 'Les Hauts Prés' voor de promotors BPI en Belgian Land.

BPC verwerft het eerste contract voor een gebouw en een hotel voor het China Belgium Technology Center in het wetenschapspark van Louvain-la-Neuve: de eerste Chinese incubator in West-Europa. Dit eerste complex van Chinese incubators zal een Intelligence Valley voor de Chinese ondernemingen worden. De werken zullen acht jaar duren. Het China Belgium Technology Center zal op termijn vijf incubators tellen voor Chinese hightech bedrijven die gespecialiseerd zijn in biotechnologie, nanotechnologie, informatica en telecommunicatie, optoelektronica en duurzame ontwikkeling.

In de haven van Zeebrugge doopt DEME de 'Minerva'. De sleephopperzuiger van 3.500 m³ is het eerste baggerschip ter wereld met dual fuel motoren, dat integraal met vloeibaar aardgas (LNG) kan werken. Het heeft een groen paspoort en een Clean Design score en voldoet aan de strengste emissie-eisen.

De raden van bestuur van Ackermans & van Haaren en van CFE bestuderen een toenadering tussen de activiteiten van de groep Van Laere en CFE Contracting onder CFE. De groep Van Laere, een eersterangs algemene aannemer in België, wordt voor 100% door Ackermans & van Haaren gehouden. De belangrijkste entiteiten van de groep Van Laere zijn Algemene Aannemingen Van Laere NV, de groep Thiran NV en Arthur Vandendorpe NV.

CFE Polska ondertekent verscheidene contracten met internationale klanten voor onder meer de bouw van het residentiële project Riverview in Gdansk voor VASTINT, de vastgoedtak van de groep IKEA, en de uitbreiding van het winkelcentrum Platan voor ROCKCASTLE.

Markante feiten in 2017

GeoSea ondertekent een overeenkomst met DONG Energy en Siemens waarmee het de volledige eigendom van A2SEA verkrijgt. A2SEA zal haar activiteiten in het onderhoud en de installatie van offshore windinstallatie vanuit Denemarken blijven uitvoeren.t

De joint-venture Sassevaart zal de Nieuwe Sluis van Terneuzen bouwen. De Belgisch-Nederlandse joint-venture Sassevaart bestaat enerzijds uit bouwbedrijven, waaronder Van Laere, en anderzijds uit twee dochterondernemingen van DEME, namelijk de baggermaatschappij Dredging International en de specialist in burgerlijke en hydraulische bouwkunde DIMCO. De joint-venture wordt belast met het concept, de bouw en het onderhoud gedurende twee jaar van de Nieuwe Sluis. De sluis wordt een onderdeel van het bestaande sluizencomplex van Terneuzen, tussen Westsluis en Oostsluis. Ze wordt 427 lang, 55 meter breed en 16 meter diep. De werken zullen eind 2017 beginnen en ongeveer vijf jaar duren. Volgens de schattingen zou het eerste schip in 2022 door de sluis moeten varen. De Nieuwe Sluis zal de toegang tot de havens van Gent en Terneuzen verbeteren en de scheepvaart tussen Nederland, België en Frankrijk vergemakkelijken. Ze zal bovendien Zeeuws-Vlaanderen en het Vlaams gewest een nieuwe economische impuls geven.

CLE begint met de bouw van het residentiële project 'Domaine de l'Europe - Kiem' op het Kirchberg-plateau in Luxemburg, voor promotor BPI.

GeoSea ondertekent een overeenkomst met Moray East voor het ontwerp, de levering, de bouw en de installatie van ongeveer 100 funderingen voor windturbines en 3 funderingen voor een offshore onderstation, en voor het transport en de installatie van 3 offshore onderstationplatformen. Het akkoord is afhankelijk van de afronding van de financiering in de tweede helft van 2018. Moray Offshore Windfarm East is een jointventure van EDP Renewables (77%) en ENGIE (23%).

GeoSea maakt de overname bekend van de meerderheid van de aandelen (72,5%) van G-tec. Deze in Milmort bij Luik (België) gevestigde onderneming is gespecialiseerd in de offshore geotechnische en geologische verkenning, de geofysische en milieustudies op zee en de diensten voor maritieme engineering op zeer grote diepte. Het saldo van de aandelen wordt gehouden door de SRIW (Société Régionale d'Investissement de Wallonie).

11 12

CFE Contracting verwerft alle aandelen van de vennootschap Aannemingen Van Laere NV voor een prijs van 18,4 miljoen euro. Deze overname werd vooraf unaniem goedgekeurd door de raden van bestuur van CFE en CFE Contracting, na voorlegging aan het comité van onafhankelijke bestuurders. De groep Van Laere zal onder haar eigen merken blijven werken. Haar activiteiten zijn complementair met die van de andere dochterondernemingen van CFE Contracting in de bouw. De CEO van de groep Van Laere, Manu Coppens, treedt toe tot het directiecomité van CFE Contracting.

CFE Contracting verwerft de SA José Coghe - Werbrouck. Deze in 1966 gestichte onderneming heeft haar zetel in Hooglede, beschikt over een vestiging in Péruwelz en is gespecialiseerd in spoorwerken. Haar kracht schuilt in de bekwaamheid van haar hooggekwalificeerde medewerkers en haar uitgebreide machinepark. Coghe heeft onlangs geïnvesteerd in een geavanceerde Tracklayer-machine voor de vervanging van wissels. Het bedrijf kan nu in één enkele bewerking geprefabriceerde wissels met betonnen dwarsliggers installeren.

BPI verandert haar naam in BPI Real Estate Belgium, om haar activiteit beter te beschrijven, lanceert een nieuwe website en versterkt haar imago. Een nieuw logo en nieuwe kleuren vertolken het dynamisme van deze onderneming, een van de leiders op de Belgische, Luxemburgse en Poolse vastgoedmarkt. BPI voltooit ook met succes de eerste uitgifte van obligaties in haar geschiedenis. De privéplaatsing van obligaties wordt vanaf de eerste dag onderschreven voor het gewenste maximum van 30 miljoen euro. De obligaties met een looptijd van vijf jaar dragen een jaarlijkse intrest van 3,75%.

GeoSea ondertekent een

samenwerkingsakkoord met CSBC Corporation voor de ontwikkeling van offshore windenergie in Taiwan. De Taiwanese regering heeft een ambitieus programma om de afhankelijkheid van het eiland van fossiele en nucleaire brandstoffen te verminderen en gebruik te maken van de enorme mogelijkheden voor offshore windenergie. Ze wil tegen 2025 ten minste 3 GW offshore windcapaciteit in de Straat van Taiwan installeren. GeoSea en CSBC zullen samen een Taiwanese joint-venture vormen voor het transport en de plaatsing van de funderingen en de windturbines van deze windparken.

CFE in cijfers

066

CFE Contracting heeft in 2017 voor het eerst Best Practice Awards uitgereikt.

Omzet

3

miljoen €

Groei van de omzet van DEME met

Het project "Erasmus Gardens" in Brussel wordt bekroond als "Best Sustainable Real Estate Project" in België.

Jaarverslag 2017

Medewerkers

Nettoresultaat van de groep

Het bedrijfsresultaat (EBIT) groeit met 10% en bedraagt

ENGEMA Bovenleidingen en VMA Nizet behalen een score van

ongevallen met 0 werkverlet in 2017. Orderboek

4851 miljoen €

Het orderboek van CFE Contracting stijgt met

door de integratie van de groep Van Laere.

Strategie

Samenwerking, operationele uitmuntendheid en innovatie

2017 was een sterk jaar, maar er zijn nog enorme groeimogelijkheden. Daarom zal de strategie van de groep CFE, om onze groei te bestendigen en rendabel te houden, in 2018 meer dan ooit op drie belangrijke pijlers mikken: de instandhouding en intensivering van de synergie en de samenwerking binnen de groep, de operationele uitmuntendheid die onontbeerlijk is om de doelstellingen te bereiken, en de innovatie, die ons dwingt om over de wereld van morgen na te denken.

Artist impression van het project 'Entrée en Ville' te Differdange, een gemengd project van 25.000 m².

In 2017 werden de synergie en de samenwerking tussen de dochterondernemingen in dezelfde activiteitssector en tussen de drie autonome polen van de groep CFE verder ontwikkeld. Meer bepaald tussen DEME, dat de activiteiten baggerwerken, maritieme engineering en milieu verzekert, BPI, dat alle activiteiten in de vastgoedontwikkeling verzorgt, en CFE Contracting, dat de activiteiten bouw, multitechnieken en spoor in de Benelux, Polen en Tunesië bundelt.

Een kostbare synergie tussen de polen…

Deze synergie blijkt in tal van opzichten buitengewoon positief. Zo hebben de activiteiten in burgerlijke bouwkunde, die aan DEME werden overgedragen tot DEME blijft gefocust, blijft een innoverende pionnier en blijft naar de toekomst kijken.

de schepping van banen en zeer sterke competenties binnen de groep geleid, een bron van vele successen in de Benelux en internationaal. De samenwerking tussen de vastgoedontwikkeling en de bouw heeft bijzonder performante technische oplossingen opgeleverd die zowel de promotor als de aannemer ten goede komen. Deze samenwerking bevestigt, voor zover dat nog nodig was, dat wij binnen groep over complementaire toekomstgerichte vakbekwaamheden beschikken.

… en tussen de teams van eenzelfde pool

Ook de samenwerking tussen de verschillende teams binnen eenzelfde pool is onontbeerlijk en vormt een meerwaarde voor elke onderneming. 2017 heeft de relevantie aangetoond van deze samenwerking, die in 2018 en in de volgende jaren op alle niveaus zal worden versterkt. Hoe? Door

ervaring en kennis te delen over de grenzen van elke dochteronderneming heen, door samen te werken aan opdrachten die een beroep doen op verschillende vakspecialiteiten, door eerst gebruik te maken van de interne competenties van de groep, door opportuniteiten te delen volgens de geografische ligging, of ook nog door activiteiten tussen entiteiten over te dragen.

Dit streven naar samenwerking geldt niet alleen voor de leiders van de dochterondernemingen maar vergt ook de inzet van de communicatie- en de human resourcesdiensten van de groep, om een optimale uitwisseling van kennis te verzekeren en ieders competenties op de schaal van heel CFE bekendheid te geven, zodat we altijd voorrang kunnen geven aan interne oplossingen in de groep.

In de pool Contracting wordt de uitwisseling van kennis en competenties al in de hand gewerkt door de vorming van drie clusters, die elk alle activiteiten van een sector bundelen: elektriciteit,

HVAC en spooractiviteiten. Ook de dochterondernemingen van de bouwafdeling zoeken systematisch naar zeer interessante vormen van synergie en complementariteit.

Operationele uitmuntendheid, onmisbaar voor een rendabele groei

Groei veronderstelt een oordeelkundige aanpak. Dat is de essentie van ons streven naar operationele uitmuntendheid. De bouwondernemingen van de groep hebben in 2017 een belangrijke stap gezet met de invoering van Lean Management. Maar dat is pas het begin. Het komt er nu op aan de Lean-benadering systematisch toe te passen op de werven en ze in de andere activiteiten en in de kantoren te integreren, om zo de verschillende managementprocessen te vergemakkelijken en te vereenvoudigen.

Steeds meer vormen van synergie in de cluster HVAC, en ruimer, in de pool Contracting.

Strategie

Nieuwe technologieën als BIM hebben een echt gigantisch potentieel - AMS De Boogkeers - Antwerpen.

De in de speciale technieken actieve entiteiten hebben eveneens een grote aandacht voor het duurzame aspect van de HVAC-installaties.

Innovatie: een enorm potentieel!

Doorlopende verbetering impliceert ook innovatie. Nieuwe technologieën als BIM, 3D printing, robotica en prefabricage hebben een echt gigantisch potentieel. We zullen een bijzondere nadruk leggen op de toepassing van de BIM-technologie, die ons in staat moet stellen om een centrale rol te spelen in het digitale bouwproces. Wij zijn ervan overtuigd dat deze aanpak niet alleen de groei van de groep CFE zal bevorderen maar ook onze klanten veel voordelen zal opleveren.

Als een onderneming met een maritieme erfenis van meer dan 140 jaar is DEME altijd een pionier in innovatie en nieuwe technologieën geweest. De aanvulling van de baggervloot met de 'Minerva' en de 'Scheldt River', twee baanbrekende dual fuel hopperzuigers, was een van de hoogtepunten van het afgelopen jaar. Deze aanvulling was een belangrijke mijlpaal voor de baggersector, want dit zijn de eerste baggerschepen ter wereld die met LNG werken.

Daarnaast bestrijkt het programma DRIVE een waaier van operationele verbeteringen in alle projectfases. Het Opportunity & Risk Management-systeem werd verder bijgeschaafd op basis van de inzichten en de geleerde lessen van 2016. Dit heeft tot een verbeterd en diep ingebouwd, risicobewust ondernemerschap geleid bij alle stakeholders in de entiteiten van DEME.

Hoe zal de bouwwereld van morgen eruitzien?

Innovatie vereist een denkoefening over de evoluties van de wereld van de toekomst. Die oefening is duidelijk onontbeerlijk in het domein van het vastgoed, waar we aan projecten werken die pas na vier of vijf jaar concreet worden voor de investeerders. Wij zullen dus in 2018 meer dan ooit nadenken over de woningen, de kantoren of de winkelcentra van morgen, en ook over de mobiliteit, die volop evolueert en een impact heeft op alle infrastructuur.

Milieu en hernieuwbare energie: geavanceerde oplossingen

DEME blijft naar de toekomst kijken en focust vandaag op een reeks initiatieven voor de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor uitdagingen zoals de 'plasticsoep' die onze oceanen bedreigt, de opslag van energie om het aanbod van en vraag naar elektriciteit in evenwicht te brengen, of de Blue Cluster, een Belgisch partnership waarin wij duurzaamheid en economische groei op een intelligente manier willen combineren. DEME is bijvoorbeeld een pionier in de ontwikkeling van duurzame energie en kustbescherming, twee initiatieven die door de partners van het Blue Cluster-platform worden gestimuleerd.

De terugkeer van de overnames

In 2017 is de groep CFE niet alleen financieel rijker geworden. Ze heeft ook de drie bouwbedrijven van de groep Van Laere overgenomen, die een uitstekende reputatie genieten. Dit was een buitenkans voor

CFE, want de pool Contracting verrijkt zich met nieuwe uiterst bekwame teams en een totale opening naar de markten die onze referentieaandeelhouder al zijn ondernemingen aanbiedt.

De groep CFE heeft ook de vennootschap Coghe overgenomen, een bewijs van haar streven om de activiteit in de spoorsector te versterken. Deze overname is een uiterst belangrijke investering in de toekomst, want ze levert ons een beduidende toename van materieel van de beste kwaliteit.

Ten slotte was er de overname van A2SEA, het Deense offshore windbedrijf, en deze van G-tec, de in België gebaseerde specialist in het geotechnische en geologische onderzoek van offshore sites. Deze overnames zullen DEME in staat stellen om haar volledig geïntegreerde portefeuille van diensten en oplossingen verder te versterken.

De resultaten van het afgelopen jaar en het groeiende orderboek bevestigen de relevantie van de strategische keuzes die wij in de voorbije jaren hebben gemaakt. Om de groep de beste troeven voor de toekomst te geven, zullen wij de synergie en de samenwerking op alle niveaus verder versterken, met een bijzondere nadruk op operationele uitmuntendheid en innovatie.

Een geavanceerde machine voor de vervanging van spoorwissels.

De groep Van Laere, een eersterangs algemene aannemer in België.

Raad van bestuur

CISKA SERVAIS

VERTEGENWOORDIGD BVBA CISKA SERVAIS ONAFHANKELIJK BESTUURDER VOORZITTER VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ LID VAN HET AUDITCOMITÉ

BESTUURDER JAN SUYKENS

CHRISTIAN LABEYRIE BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ

VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ LUC BERTRAND

VERTEGENWOORDIGD BVBA PAS DE MOTS ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ LEEN GEIRNAERDT

BESTUURDER VOORZITTER VAN HET AUDITCOMITÉ JOHN-ERIC BERTRAND

BESTUURDER ALAIN BERNARD

GEDELEGEERD BESTUURDER RENAUD BENTÉGEAT

BESTUURDER KOEN JANSSEN

PHILIPPE DELUSINNE

ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ

GEDELEGEERD BESTUURDER PIET DEJONGHE

Sociale verantwoordelijkheid

Een sociale en verantwoordelijke groep

Veiligheid is meer dan ooit de prioritaire waarde binnen de groep. In het begin van 2017 vond in alle ondernemingen van de pool Contracting de eerste grote Safety Day plaats, een geslaagd initiatief dat begin 2018 al door een tweede editie werd gevolgd. DEME organiseert al sedert verscheidene jaren een dergelijke dag. Maar dat is slechts één van de initiatieven die alle entiteiten nemen om de veiligheid verder te verbeteren.

Safety Award van Exxon Mobil voor MBG

Een knappe prestatie, want Exxon Mobil legt de lat bijzonder hoog voor deze prijs (0 ongevallen, dagelijks geüpdatete veiligheidsscores, regelmatige organisatie van vergaderingen over de veiligheid enz.) en het kleinste incident volstaat om elke kans op de award in rook te doen opgaan. MBG heeft de Safety Award ontvangen voor het veiligheidsniveau op de werf voor de bouw een fabriek voor Exxon Mobil in Antwerpen.

De aanhoudende inspanningen in de groep CFE werpen vrucht af: de ongevallenstatistieken evolueren gunstig, zowel op het vlak van de frequentie als op dat van de ernst. Verscheidene ondernemingen, waaronder het departement Bovenleidingen van ENGEMA en VMA Nizet, hebben al een score van 'nul ongevallen' bereikt (0 ongevallen met werkverlet).

Eerste editie van de Safety Day bij CFE Contracting!

De Safety Day vond op dezelfde dag plaats in alle ondernemingen van CFE Contracting, in België en internationaal. Het werk werd een dag lang gestopt en alle medewerkers werden zeer concreet aangespoord om zich bewust te worden van het belang van de veiligheid en van de aanpassing van hun gedrag om ze te verbeteren. Enkele van de vele initiatieven van deze dag: interactieve workshops over diverse thema's, zoals een val van hoogte of een brand op de bouwplaats, getuigenissen van gehandicapte mensen na een ongeval, rondleidingen op de werf, eerstehulpcursussen, coaching, stressbeheer, een workshop over ergonomie, enzovoort.

Een groot aantal opleidingen in alle dochterondernemingen

Naast deze buitengewone dag waren er nog veel andere initiatieven, te beginnen met een beduidende toename van het aantal preventieadviseurs in alle entiteiten van CFE.

De dochterondernemingen hebben ook tal van voor hun beroep specifieke technische opleidingen georganiseerd. CFE Bâtiment Brabant Wallonie (CFE BBW) heeft haar opleidingsplan voor werken op hoogte voorgezet, met het doel elke bij ruwbouw betrokken arbeider of machineoperator op te leiden en met een persoonlijk harnas uit te rusten. Het hijsen met stroppen, het elektrische risico, het werk op steigers enz. waren het voorwerp van opleidingen in verscheidene dochterondernemingen van CFE Contracting. In de activiteit Rail Infra & Utility Networks kwamen zeer specifieke aspecten van de veiligheid op spoorwegwerven of in het plaatsen van hoogspanningslijnen aan bod, met name in het kader van de opleidingen van Infrabel.

Bij DEME werd een speciale Task Force opgericht met vertegenwoordigers van de maritieme activiteiten en van QHSE-S en met hijsspecialisten. De Task Force bezoekt systematisch alle vaartuigen van de vloot om de nieuwe veiligheidsprocedures uit te leggen en de bemanning op de leiden.

Het belang van de risicoanalyse

In verschillende clusters en dochterondernemingen van de pool Contracting, zowel in België als internationaal, vonden sensibilisatieacties, opleidingen en toolbox meetings plaats om de hiërarchie te sensibiliseren en aan de basisbeginselen van het veiligheidsbeheer te herinneren, en om haar op te leiden in bijvoorbeeld de brandpreventie of de eerste hulp bij ongevallen.

De nadruk werd gelegd op het belang van de risicoanalyses, met onder meer een optimalisatie van deze analyses bij CFE BBW en de ontwikkeling van innoverende smartphone apps bij MBG en CFE Polska.

Veiligheidsapps voor de smartphone

Met deze apps kan men zeer snel incidenten of gevaarlijke situaties melden en er informatie over doorgeven, zodat preventieve veiligheidsmaatregelen kunnen worden genomen. Al in de eerste maand werden bij MBG een vijftigtal incidenten of gevaarlijke situaties gesignaleerd, tegenover slechts een honderdtal voor het volledige jaar 2016!

De door CFE Polska ontwikkelde veiligheidsapp Karolina, die ook de uitvoering van audits en het opstellen van statistieken en rapporten vergemakkelijkt, werd met een Best Practice Award bekroond. Voor 2018 zijn Nederlandse en Franse versies voorzien, zodat het geheel van de groep deze innovatie zal kunnen gebruiken.

Deze verschillende initiatieven, die allemaal bijdragen tot de verbetering van de veiligheid in de groep, werden aangevuld met verrassingsinspecties op de werven en met de doorlopende verbetering van de beschermingsmiddelen (harnas, camera op torenkranen, antivaluitrusting enz.).

Nieuwe editie van de Safety Moment Day bij DEME

DEME organiseert al verscheidene jaren een werelddag van de veiligheid (Safety Moment Day). In 2017 had hij betrekking op alle vormen van hijswerk. Alle hijsprocedures werden opgetekend, zodat elke medewerker de juiste praktijken voor elk hijsmaterieel kan terugvinden.

Sociale verantwoordelijkheid

CHILD5

Het veiligheidsprogramma CHILD (Colleagues Help Injuries to Leave DEME) kent zijn normale verloop. In 2017 hebben meer dan 800 medewerkers de sensibilisatiesessies over de veiligheid van CHILD5 gevolgd, met onderwerpen als leiderschap, communicatie, samenwerking en engagement. Daarnaast werd een veiligheidscampagne over de dode hoeken van graafmachines georganiseerd.

Een nieuw systeem voor de analyse van potentieel ernstige ongevallen (HIPO)

DEME heeft in 2017 een systeem voor de analyse van potentieel ernstige ongevallen (High Potential - HIPO) ingevoerd dat de nadruk legt op incidenten die grote gevolgen kunnen hebben voor de normen voor de kwaliteit, de gezondheid, de veiligheid of het milieu van het bedrijf.

De volledige groep DEME voert op driemaandelijkse basis een HIPO-analyse uit. De analyse brengt alle incidenten of zorgwekkende ontwikkelingen aan het licht die zo snel mogelijk moeten worden behandeld. Dankzij de analyse van de QHSE-incidenten tijdens het werk op zee, het hijsen, de grondwerken enzovoort, kan men potentiële problemen onmiddellijk analyseren, waarna de directie en het QHSE-S-team de informatie gebruiken om een gericht actieplan op te stellen. Het plan kan postercampagnes, een opleiding of bijkomende 'toolboxes', inspecties door het management en algemene procesverbeteringen omvatten.

De resultaten van de HIPO-analyse zijn ook een belangrijk instrument om de medewerkers van DEME te helpen om onmiddellijk de nodige maatregelen in hun verantwoordelijkheidsdomein te nemen - op een schip, op een site of in een project.

Een primeur voor DEME: de 'veiligheidspauze' op wereldvlak

Het idee van de veilgheidspauze is er gekomen na een QHSE-S-prestatiescore voor het eerste trimester boven de normaal goede normen, en een ernstig ongeval op een van de baggerschepen. Het QHSE-S-team heeft beslist om meteen op te treden door op te roepen tot een veiligheidspauze, met de volle steun van de directie en de aandeelhouders van DEME. Elke projectsite, elk kantoor, elk vaartuig heeft het werk een halve dag onderbroken om nogmaals de nadruk te leggen op de boodschap 'safety first'. Vervolgens heeft een diepgaande analyse tot een actieplan met meer dan 40 punten geleid.

Op alle vaartuigen en in de kantoren werden 'risicojachten' georganiseerd waarin de medewerkers alle risico's of potentiële gevaren in hun werkomgeving identificeerden.

Tegelijkertijd lanceerde DEME een 'Veiligheidscharter' dat iedereen aanspoort om op de anderen te letten. Alle medewerkers werden uitgenodigd om het te ondertekenen. Als begeleiding werd een veiligheidsvideo geproduceerd waarin de bij het incident betrokken bemanning de collega's met aandrang vraagt om de veiligheid ernstig te nemen.

De medewerkers en medewerkster van CFE zijn onze grootste troef!

CFE heeft altijd veel belang gehecht aan de mannen en vrouwen die in de groep werken. In 2017 was dat zeer zeker het geval, met belangrijke nieuwe investeringen in de human resources op verschillende niveaus.

In een door een groot aantal fusies en hergroeperingen van dochterondernemingen gekenmerkte context werden de human resources-functies in alle entiteiten versterkt. In de pool Contracting gebeurde dat bij CFE Bouw Vlaanderen, CFE BBW, VMA, de cluster HVAC en de spooractiviteit. Bovendien werd op de schaal van de groep een centrale dienst human resources ingevoerd om de synergie te bevorderen en interacties tussen alle dochterondernemingen te scheppen.

Kennisdelen aanmoedigen en vergemakkelijken

Om de twee maanden vergaderen de verschillende HR-verantwoordelijken om de 'best practices', kennis en ervaringen van hun teams uit te wisselen, niet alleen tussen de entiteiten maar ook tussen de polen. Aansluitend op Ambition 2020 werd een digitaal platform gelanceerd dat de uitwisselingen bevordert, en kwam een team van CFE Polska in België de werven van de groep bezoeken die Lean en Bluebeam toepassen. Het bezoek was een vruchtbare bron van uitwisselingen en samenwerkingsprojecten.

Ter herinnering, het project Ambition 2020 werd in 2016 in de pool Contracting gestart en zet het primordiale belang van de human resources voor de evolutie van de groep duidelijk in de verf. Het doel: de krachten bundelen in een gezamenlijk toekomstproject. In 2017 leidde het project onder meer tot verscheidene vergaderingen van managers en werkgroepen van

verschillende entiteiten rond specifieke thema's (aankopen, financiën, HR enz.), altijd in een optiek van kennisdelen.

Deze delende benadering zet bovendien de dochterondernemingen aan om eerst binnen de groep de competenties te zoeken die ze voor de uitvoering van hun missie nodig hebben. In 2018 zal de aanpak nog worden versterkt door netwerken van managers te vormen en met andere initiatieven de interactie te bevorderen.

'Spencer for DEME', een app voor het personeel

De in 2017 geïntroduceerde app 'Spencer for DEME' past in het streven naar delen en samenwerken. Het is een mobiele app waarmee de medewerkers op de hoogte blijven van het laatste nieuws van DEME en op verplaatsing vlot toegang krijgen tot inhoud en tools voor hun werk. Met Spencer wil DEME de communicatie en de samenwerking verbeteren door de informatie en de verschillende toepassingen van de onderneming op één centrale plaats samen te brengen: een echte mobiele 'hub'. Het feit dat DEME vooral internationaal werkt, maakt deze aanpak nog noodzakelijker.

De jeugd is de toekomst!

De visie van de jongeren krijgt in de werkwereld niet altijd de aandacht die ze verdient. Maar bij CFE BBW en MBG wil men ze zo goed mogelijk benutten. In het 'Jongerencomité' en de groep van de 'Jonge wolven' wordt er aandachtig geluisterd naar de juniors van de teams en hun innoverende visie op de onderneming.

Sociale verantwoordelijkheid

Mens sana in corpore sano!

Het welzijn van de medewerkers was het voorwerp van verscheidene door verbeteringsplannen gevolgde enquêtes - met name op de werven - en van verschillende opleidingen, onder meer over de preventie van burn-out bij BPC. In dezelfde geest werden in de verschillende entiteiten sport- en gezondheidsprogramma's gelanceerd om de conditie en het welzijn te verbeteren, stress tegen te gaan en er uiteindelijk voor te zorgen dat iedereen zich niet alleen in het werk kan ontplooien maar zich ook goed kan voelen in zijn hoofd en in zijn lichaam.

CFE, een groep waar het goed werken is

De groep CFE heeft haar uitstekende imago als werkgever in 2017 nog versterkt door middel van een zeer actief beleid voor human resources. Om de medewerkers bewust te maken van hun competenties en hen de kans te geven om zich in hun werk te ontplooien, is een programma op touw gezet met tools voor de loopbaanplanning, de opleiding, de interne mobiliteit en natuurlijk de evaluatie van de talenten en de tevredenheid van onze mensen.

Op plaatselijk niveau doen de verschillende clusters en filialen hun voordeel met ons sterke imago wanneer ze deelnemen aan campus recrutement days op scholen en aan universiteiten, of wanneer ze personeel aanwerven. Daarnaast ontwikkelen de dochterondernemingen hun eigen troeven om kandidaten aan te trekken, met onthaal, coaching, de begeleiding van nieuwkomers, een aanbod van opleidingen, mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en mobiliteit tussen entiteiten. De versterking van de teams van HR en de interne interacties in 2017 hebben deze troeven nog aantrekkelijker gemaakt.

Mobiliteitsoplossingen

Het idee van 'hubworking', dat de medewerkers in staat stelt om op een satellietkantoor dichter bij hun woonplaats te werken, is in opmars en begint bij DEME en MBG al concreet te worden. Thuiswerk

is eveneens aan de orde van de dag, in het bijzonder bij DEME.

DEME werkt verder aan haar doel om een 'favoriete werkgever' te worden in de sector van de baggerwerken en de milieu-en maritieme engineering in België en elders. Het heeft grote inspanningen geleverd om een meer flexibele werkgever te worden, met een reeks initiatieven voor thuiswerk, mobiliteit en soepele werkuren. In de zomer van 2017 heeft het HR-team van DEME een enquête over de mobiliteitsproblemen en de mogelijke oplossingen georganiseerd. Aangezien de files in het Antwerpse een ernstig probleem vormen, kunnen de medewerkers nu thuis werken of verscheidene met de nieuwste technologie uitgeruste satellietkantoren gebruiken, allemaal op locaties die uitstekend door het openbaar vervoer worden bediend. De medewerkers hebben uiterst positief op dit nieuwe beleid gereageerd.

DEME is ervan overtuigd dat dergelijke maatregelen het evenwicht tussen werk en privéleven beter voorspelbaar zullen maken en ervoor zullen zorgen dat minder medewerkers ons zullen verlaten omdat ze de dagelijkse transportproblemen beu zijn.

Een zeer professioneel wervingsproces

Het wervingsproces is met de hulp van professionals ter zake verbeterd. Het doel: zich uitsluitend op de competenties baseren, zonder discriminatie op basis van gender, culturele achtergrond of leeftijd, maar ook op de behoeften van de kandidaten

DEME ontving in 2017 de 'Randstad Award' voor de aantrekkelijkste werkgever van België. Deze prijs is gebaseerd op de resultaten van een enquête bij 11.000 respondenten. DEME won ook de 'Lifetime Achievement Award' op basis van de evaluaties die onderneming sinds 2009 in de 'Randstad Employer Brand Research' heeft ontvangen.

antwoorden door rekening te houden met hun persoonlijkheid en te onderzoeken wat wij hen als werkgever kunnen aanbieden. Deze vorm van rekrutering maakt het ook mogelijk om de talenten te identificeren van mensen die niet noodzakelijk de vereiste kwalificatie voor de functie bezitten. Er worden dan interne opleidingen voor hen gecreëerd. Dit geldt onder meer voor de glasvezellassers, aan wie momenteel een tekort bestaat; Louis Stevens & Co heeft een korte maar zeer gewaardeerde opleiding in het leven geroepen die vermijdt dat nieuwe werknemers met talent maar zonder specifieke kwalificaties ontmoedigd worden door de complexiteit van het werk.

Internationale rekruteringscampagne bij DEME

DEME heeft in 2017 een grote internationale rekruteringscampagne gelanceerd. Gelet op het succes van al haar entiteiten wil de onderneming haar internationale personeelsbestand uitbreiden. Een recente onthaaldag voor ongeveer 200 nieuwe medewerkers bewijst het succes van de campagne. Dertig nationaliteiten waren vertegenwoordigd. DEME was bijzonder actief in Spanje, Portugal en Oost-Europa; het mikte op universiteitscampussen, woonde regionale evenementen bij en werkte samen met lokale arbeidsbureaus. Het is een mooie manier om het merkimago als werkgever, dat in België en Nederland al sterk is, op het internationale vlak kracht bij te zetten.

Een verruimd opleidingsaanbod

De opleidingen zijn in het algemeen echt ontworpen om de mensen zoveel mogelijk troeven mee te geven en hen te helpen om heel hun loopbaan lang vooruit te gaan.

Naast de zeer talrijke opleidingen in veiligheid, de technieken van de verschillende vakspecialiteiten, de financiële en analytische aspecten enzovoort, lag in 2017 in alle dochterondernemingen de nadruk op opleidingen in meer algemene en persoonlijke competenties: leiderschap, feedback, de manier waarop men mensen laat evolueren, of bijvoorbeeld Lean Management bij MBG en BPC, en 'coaching on the job' voor de juniors bij CFE BBW.

DEME heeft haar rijke aanbod van opleidingen in november verder uitgebreid met de lancering van de 'EPC Community'. Dit platform voor virtueel leren helpt de medewerkers met de meer technische aspecten van EPC-projecten. Het past in het streven om het aanbod van opleidingen met virtueel leren te verruimen en op die manier het personeel en de bemanningen meer flexibiliteit te geven. Daarnaast helpt de bij DEME ontwikkelde tool voor prestatiebeheer 'Time To' de medewerkers en de managers om hun prestaties, competenties en ontwikkelingsbehoeften te evalueren. In 2018 zal een specifieke 'Time To' voor de bemanningen wordt uitgerold.

Een mooi steuntje voor een Poolse lagere school

CFE Polska heeft samen met twee partners in Park Majaland (Plopsa en Momentum Capital) bijgedragen aan de uitrusting van een computerlokaal in de lagere school van het Poolse Boczów. De uitrusting omvat 27 laptops, printers en tv- en multimediamaterieel. Ze zal druk worden gebruikt: voor informaticalessen, interactief onderwijs, het snel zoeken en overbrengen van informatie en de communicatie met de leerlingen en de ouders. Ontegensprekelijk een heel nuttig geschenk!

Innovatie

Het bouwproject Tivoli, een volledige wijk in het Brussels gewest, is een uitstekend voorbeeld.

Het belang van innovatie moet niet meer worden aangetoond. De inbreng van de nieuwe technologieën in de bouwberoepen is een beslissende factor voor de productiviteit, vanwege hun directe impact op de operationele uitmuntendheid. Hij is ook in veel opzichten positief voor het milieu en voor de veiligheid.

Ook innovatie en het streven om de grenzen te verleggen staan bij DEME centraal. De investeringen van DEME in nieuwe technologieën bewijzen hoeveel belang de onderneming aan innovatie hecht. Overal ter wereld nemen haar medewerkers deel aan technologische ontwikkelingen voor de introductie van duurzame oplossingen op haar markten. Deze benadering impliceert binnen DEME een nauwe samenwerking tussen de werven, de vaartuigen, de managementteams van de projecten en de technische en engineeringdepartementen.

Efficiënter werken

Lean Management is het antwoord op deze verwachting. In zijn toepassing op de bouwsector optimaliseert het de organisatie van de werf door alle vormen van inefficiëntie te elimineren: overbodige verplaatsingen en reizen, overproductie van materiaal, tijdrovende procedures enzovoort. De planning is een essentieel onderdeel van Lean Management. Hij wordt opgesteld op basis van de termijnen, de behoeften en andere informatie die alle actoren van het project – arbeiders, onderaannemers, leveranciers, architecten enz. – verstrekken, en impliceert de participatie en samenwerking van alle betrokkenen, zodat problemen zo goed mogelijk worden

opgelost. Deze methode werd in 2017 op de werven van CFE in België en het buitenland veralgemeend. Het bouwproject Tivoli, een volledige wijk in het Brussels gewest, is er een uitstekend voorbeeld van.

BlueBeam, een originele formule van MBG

Bluebeam is net als BIM (Building Information Modeling) software voor een digitale benadering die de werking in reële tijd en de informatiestroom faciliteert. Het grote verschil is dat de gegevens van het BIM-model hier in pdf-formaat worden verzonden. Dit alternatief voor BIM werd door MBG ontwikkeld om zo dicht mogelijk bij de praktijk op het terrein te staan en de gegevens ook zonder 3D software toegankelijk te maken. BlueBeam werd dit jaar getest op de werf van MBG van de Antwerp Management School in Antwerpen, die nog in uitvoering is. De software heeft er zijn nut duidelijk bewezen: alle projectpartners (ontwerpers, leveranciers, onderaannemers, administratief personeel enz.) krijgen vlot toegang tot de gegevens en kunnen ze zeer efficiënt beheren.

In alle opzichten innovatieve ideeën

Iedereen kan een goed idee hebben. Daarom neemt DEME innovatie-initiatieven voor haar medewerkers, een echte bron van waarde.

'DEMEx' legt de klemtoon op disruptieve innovatie, door jonge talenten te vragen om gedurfde commerciële opportuniteiten voor DEME te identificeren. Het begin 2017 georganiseerde evenement 'Co-creating our future' bracht werknemers en kaderleden samen om na te denken over de toekomstige commerciële trends en innoverende ideeën te ontwikkelen.

In 2017 nodigde 'Deme Innovation Driver' alle medewerkers wereldwijd uit om dertien uitdagingen aan te gaan en innoverende oplossingen voor te stellen. Ongeveer 700 medewerkers bundelden hun krachten op een online innovatieplatform. Meer dan 300 nieuwe ideeën werden ingediend – een indrukwekkend cijfer. Verscheidene ideeën werden geselecteerd, met succes in de praktijk gebracht en beloond met een 'Innovation Driver Award'.

In de groep CFE is innovatie altijd sterker aanwezig, in zeer uiteenlopende domeinen. Dat blijkt onder meer uit de ontwikkeling van een aantal toepassingen in het domein van de opleiding en de veiligheid, zoals de apps van MBG en CFE Polska waarmee men bliksemsnel een incident of een gevaarlijke situatie kan signaleren en communiceren. Een andere nieuwigheid: de introductie in de activiteit Spoorinfra van een innovatief veiligheids- en testsysteem voor de preventie van ongevallen tijdens het gebruik van spoorkranen.

Meer dan 300 nieuwe ideeën werden ingediend, geselecteerd, met succes in de praktijk gebracht en beloond met een "Innovation Diver Award".

Innovatiepartners

DEME vormt vanouds partnerships met andere ondernemingen en met universiteiten, academische instellingen en overheidsorganisaties om samen te werken in het domein van onderzoek en innovatie. Dit delen van kennis en creativiteit heeft nieuwe ideeën voor duurzame oplossingen opgeleverd als antwoord op de verschillende ecologische en economische uitdagingen van de planeet.

Het Vlaamse Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent hebben het proefproject Edulis gestart, dat de mogelijkheid onderzoekt om mosselen te kweken in de windparken voor de Belgische kust. Deze instellingen leiden het project 'Noordzee Aquacultuur' in samenwerking met een consortium van zeven ondernemingen, waaronder DEME. De eerste lijnen voor de mosselkweek werden in mei 2017 in het windpark C-Power geïnstalleerd. Over twee jaar zouden de experts een definitief advies moeten kunnen geven over de ecologische en economische leefbaarheid van de mosselkweek in windparken.

De eerste lijnen voor de mosselkweek werden in mei 2017 in het windpark C-Power geïnstalleerd.

worden ideeënzijn er gedeeld Goede te om Practice Awards

CFE Contracting heeft in 2017 voor het eerst 'Best Practice Awards' uitgereikt. Dit initiatief gaat uit van het streven om goede ideeën met iedereen te delen. De eerste editie van de Best Practice Awards was een mooie demonstratie van het feit dat de groep geen gebrek aan goede ideeën heeft.

Best

Best Practice Awards, het streven om goede ideeën met iedereen te delen.

Niet minder dan 65 dossiers werden ingediend en beoordeeld door de juryleden: Renaud Bentégeat (CFE), Piet Dejonghe (CFE), Frederik Lesire (BPI), Theo Van De Kerckhove (DEME), Bernard Heiderscheidt (SECO) en Emmanuel Tual (VINCI).

And the winners are…

In de categorie 'Human Capital': Louis Stevens & Co voor de opleiding tot glasvezellasser

De arbeidsmarkt heeft een groot gebrek aan kandidaten met een opleiding als glasvezellasser. Als antwoord op die schaarste begon de onderneming nieuwkomers 'op de werkvloer' op te leiden. Maar de complexiteit van het werk ontmoedigde veel mensen: negen op tien arbeiders haakten snel af. De oplossing? Een opleiding van twee weken in het vak van glasvezellasser organiseren. Bij Louis

Stevens & co hebben ze de handen uit de mouwen gestoken, en die investering in tijd is onmiddellijk lonend gebleken: de helft van de arbeiders zette door. Een prima idee: een korte, goed gerichte opleiding!

In de categorie 'Office': MBG voor de Bluebeam software

BIM (Building Information Modelling) is een op een digitaal 3D model gebaseerde werkmethode die de doorstroming van de gegevens over een bouwproject tussen alle betrokken partners faciliteert. MBG doet een beroep op die methode maar heeft ook op de werf van de Antwerp Management School in Antwerpen een gebruiksvriendelijker alternatief getest, de Bluebeam software. Bluebeam is net als BIM een digitale benadering in reële tijd die de informatiestroom faciliteert. Het grote verschil is dat de gegevens in PDF-formaat worden verzonden en heel gemakkelijk door iedereen kunnen worden geraadpleegd, ook op een tablet. Bluebeam staat daardoor dichter bij het terrein, omdat niet alle partners in staat zijn om met 3D software te werken. Het systeem heeft de processen vereenvoudigd en een grote tijdwinst opgeleverd. Een uitstekend idee, dat ook andere entiteiten interesseert.

In de categorie 'On Site': CFE Polska voor een veiligheidsapp

Met de veiligheidsapp Karolina Safety System kan men alle informatie over een gevaarlijke situatie onmiddellijk naar een digitaal platform sturen, eventueel met foto's erbij. Dit is een sterke troef voor de veiligheid, aangezien men preventiemaatregelen kan nemen en ongevallen kan vermijden. De binnen CFE Polska ontwikkelde app kan ook worden gebruikt om veiligheidsaudits uit te voeren, veiligheidsstatistieken bij te houden en rapporten op te stellen. Karolina Safety System zal binnenkort in heel de groep worden gedeeld en gebruikt.

En tot slot de 'Grand Prix': BPC voor Lean Management

Op de werf Tivoli – de bouw van een volledige duurzame wijk in het Brussels gewest – heeft het team van BPC het principe van Lean Management toegepast: een manier van werken die de rentabiliteit verhoogt en alle soorten verspilling vermijdt door overbodige verplaatsingen, de overproductie van materiaal, tijdrovende procedures enzovoort te elimineren. Deze aanpak veronderstelt een maximale samenwerking tussen alle betrokkenen (teamleiders, onderaannemers enz.), met frequente vergaderingen en

een nauwkeurige maar snel aanpasbare planning, dat alles bezield door een streven naar doorlopende verandering. BPC is zeer behendig te werk gegaan en met haar briljante Lean Management kreeg de werf Tivoli het bezoek van verscheidene teams van andere entiteiten tot en met een delegatie uit Polen.

Tot besluit…

Er werden vier awards uitgedeeld, maar omdat de 65 dossiers stuk voor stuk knappe inspiratiebronnen waren, werden ze allemaal via One Drive met alle entiteiten van de groep gedeeld!

Categorie "Grand Prix": op de werf Tivoli heeft het team van BPC het principe van Lean Management toegepast.

Niet minder dan 65 dossiers werden ingediend en beoordeeld.

Milieuverantwoordelijkheid

duurzame toekomst bouwenWij aan een

De groep CFE voert al sinds jaren een beleid voor duurzame ontwikkeling en stelt altijd hogere eisen in dit domein, zowel voor de bouw als voor alle eraan gerelateerde beroepen en praktijken.

De entiteiten in de speciale technieken zijn steeds actiever in energiezuinige gebouwen.

Dankzij haar in duurzame bouwtechnieken verworven competenties, kan de groep niet alleen inspelen op de huidige uitdagingen op het vlak van de energie en het milieu, maar ook anticiperen op de toekomstige verwachtingen, onder meer door vooruit te lopen op de bestaande reglementeringen.

Natuurlijke materialen en energiezuinige gebouwen voor een duurzame toekomst

Ook dit jaar getuigen veel nieuwe projecten van deze knowhow. Een greep uit de talrijke voorbeelden: de nieuwe zetel van AXA in Brussel heeft de BREEAM-certificering Excellent ontvangen (BPC en VMA), het door BPI ontwikkelde project Renaissance in Luik is het eerste energiezuinige project in het Luikse en Erasmus Garden, in Brussel, werd bekroond als 'Best Sustainable Real Estate Project' van België. BPI is ook Woodskot gestart, een project voor duurzame studentenwoningen in houtskeletbouw.

De in de speciale technieken actieve entiteiten hebben eveneens een grote aandacht voor het duurzame aspect van de klimaatregelings- en verwarmingsinstallaties (Procool en Druart) waarmee zij nieuwe en gerenoveerde gebouwen uitrusten. Het bedrijf be.Maintenance, dat steeds actiever is in energiezuinige gebouwen, slaagt erin het energieverbruik effectief te beperken door de parameters van de regelsystemen te optimaliseren en de klanten bewust te maken van de goede praktijken en van het nut van de technische doorbraken voor de beperking van het verbruik.

Het ligt ook voor de hand dat bepaalde activiteiten van de groep van nature goed zijn voor het milieu. Dat is bijvoorbeeld het geval met de onderhouds- en verbeteringswerken aan sporen die de activiteit Rail Infra & Utility Networks uitvoert en die bijdragen tot een minder vervuilende mobiliteit, of met de werken in verband met de waterzuivering en de elektriciteitsproductie in windparken.

Het milieu in de dagelijkse praktijk beschermen…

De aandacht voor de milieubescherming komt ook tot uiting in de dagelijkse werking van de kantoren en de werven. Dat gebeurt op tal van manieren, zoals de sortering en verwerking van afval, de beperking van het energieverbruik, de toenemende digitalisatie om minder papier te verbruiken en de rationalisering van de reizen. Wat dat laatste betreft, worden de mogelijkheden voor satellietkantoren en thuiswerk bestudeerd en brengen sommige dochterondernemingen ze al in de praktijk.

... vandaag en morgen

We vermelden nog andere voorbeelden, zoals de minder energiegulzige containers die CFE BBW ontwikkelt, of bij CFE Tunesië een gids voor goede milieupraktijken en de plaatsing van milieuprestatie-indicatoren op de werven. BENELMAT heeft van de 'Service Régional Wallon de conseil en énergie' felicitaties gekregen voor de inrichting van haar gebouwen in Gembloux met buitengewoon efficiënte systemen voor isolatie, verwarming, ventilatie met warmterecuperatie en verlichting.

DEME beloond voor haar geïntegreerde milieubeheer

De beperking van de uitstoot van broeikasgassen is essentieel om de klimaatverandering onder controle te krijgen. DEME draagt eraan bij door haar eigen emissies van broeikasgassen te verlagen en in de uitvoering van haar projecten haar energiebronnen te diversifiëren.

Om dat doel te bereiken, stellen verschillende departementen (QHSE, technisch departement, DRIVE enz.) alle nodige plannen op, zowel op het niveau van de projecten als op dat van de onderneming. De beperking van de broeikasgassen maakt deel uit van het geïntegreerde systeem voor milieubeheer van DEME. DEME werd hiervoor opnieuw beloond met een CO2 sensibilisatiecertificaat niveau 5 op de prestatieschaal voor CO2 .

Beperking van de broeikasgassen dankzij een vloot van 'groene' vaartuigen.

De doelstellingen mikken op de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen door DEME, zowel in de eigen activiteiten als in die van de toeleveringsketen. Zo zijn de nieuwe vaartuigen van de vloot allemaal ontworpen als 'groene' vaartuigen met dual fuel motoren van de nieuwste generatie en zeer beperkte gasemissies. De gloednieuwe 'Minerva' (3.500 m3 ) en 'Scheldt River' (8.400 m3 ), die de vloot van DEME in 2017 hebben verrijkt, zijn de eerste baggerschepen ter wereld met dual fuel motoren die volledig op LNG kunnen werken.

DEME blijft ook actief duurzame ideeën, alternatieven en technische oplossingen onderzoeken in de strijd tegen de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Hoewel de wereldwijde uitstoot van de maritieme sector nog niet aan beperkingsdoelstellingen onderworpen is, doet DEME voor al haar activiteiten doorlopend onderzoek naar alternatieve en duurzame energiebronnen.

De nieuwe zetel van AXA te Brussel heeft de BREEAM-certificering Excellent ontvangen.

De gloednieuwe "Minerva" (3500 m3 ) vervoegde de DEME-vloot in 2017.

Holding en nietovergedragen activiteiten

Zeer gediversifieerde competenties

De activiteiten van de holding hadden vooral betrekking op de concessies, de opvolging van de activiteit van Rent-A-Port, de niet aan DIMCO overgedragen activiteiten in de burgerlijke bouwkunde en de niet aan CFE Contracting overgedragen internationale bouwactiviteiten.

Concessies

De belangrijkste concessie, Green Offshore, heeft betrekking op de windparken in de Noordzee. De werken aan het windpark Rentel zouden in 2019 voltooid moeten zijn. De activiteit van de windparken Seastar en Mermaid werd nog niet opgestart. Echter werden wel reeds de groenestroomcertificaten ontvangen voor deze toekomstige werven.

Goede vooruitzichten voor Rent-A-Port

In 2017 heeft Rent-A-Port hoofdzakelijk internationaal gewerkt, in Vietnam, waar het haar posities heeft versterkt, en in het Midden-Oosten, waar het zich in een tijdelijk delicate politieke en economische context sterk wist te houden.

Rent-A-Port wijdt zich aan de studie, de ontwikkeling en het beheer van projecten voor havens en havenzones. De onderneming kan onder meer de elektriciteits- en waterdistributie verzekeren, de inzameling en verwerking van afval en de waterzuivering; ze kan ook initiatieven voor hernieuwbare energie en de levering van drinkwater financieren, onder meer in samenwerking met haar dochteronderneming Rent-A-Port Green Energie, een specialist in de productie van hernieuwbare energie.

Zowel Rent-A-Port als haar dochteronderneming 'Green Energy' bewijzen hun zorg voor het milieu met hun

werkmethoden en de aard zelf van hun activiteiten. Dat bleek in 2017 uit diverse 'groene' initiatieven in het domein van de zonne-energie, de windenergie en de waterzuivering.

In Vietnam

Rent-A-Port heeft nauw samengewerkt met het bestuur van de haven van Azov, in Rusland, voor het gezamenlijke beheer van de pier voor de import van diesel en LPG (de 'liquids jetty), die in 2017 voor 80% werd benut. De samenwerking met de haven van Azov zal worden uitgebreid met het gezamenlijke beheer (50/50) van de nieuwe havenzone die op het schiereiland Tien Phong in de provincie Quan Ninh wordt gepland. Rent-A-Port onderhoudt trouwens uitstekende betrekkingen met de Vietnamese autoriteiten in het kader van een adviesactiviteit voor de privatisering van het havenbedrijf in staatseigendom (Vinalines).

De dochteronderneming RAP Green Energy zal dankzij goede plaatselijke contacten en het feit dat Rent-A-Port een elektriciteitsnet beheert dat meer dan 60 industriële klanten bedient, in 2018 twee nieuwe projecten kunnen starten voor de productie van respectievelijk zonne- en windenergie.

In Qatar

In Qatar werd het jaar 2017 verstoord door de beslissing van enkele buurlanden om alle leveringen aan het land te boycotten, in het bijzonder de levering uit de emiraten van aggregaten voor beton en asfalt. De boycot kwam op het ogenblik dat Rent-A-Port na grote engineeringinspanningen een contract van 5 jaar had verkregen voor het beheer van de havenoperaties, de sortering en de opslag van 10 miljoen ton per jaar. Als gevolg van de boycot moest Qatar het contract annuleren.

De Qatarese staat heeft Rent-A-Port echter bij wijze van compensatie een ander contract toegekend voor het project Khatmat Millaha, de lancering van een nieuwe productiesite voor aggregaten. Dit project is in oktober 2017 gestart.

De uitstap in 2016 uit het project Zuiderzeehaven in Nederland zou in het voorjaar 2018 een aanzienlijke kasstroom moeten opleveren.

In Oman

Volgens de concessieovereenkomst die 6 jaar geleden met het consortium 'Antwerp Port' (60% RAP en 40% PAI) werd ondertekend, zal de staat van het Sultanaat de bouw van de haven voltooien en zal het consortium 'Antwerp Port' industrieterreinen aanleggen.

Helaas heeft de daling van de olieprijs sinds 2015 ernstige gevolgen gehad voor de nationale begroting van het Sultanaat waardoor de haveninfrastructuur pas in 2019 voltooid zal zijn, wat de komst van nieuwe klanten vertraagt.

Toch werd in 2017 dankzij het dynamisme van het team in Duqm en Muscat meer dan twee derde van de exploitatiekosten door de eerste klanten gedekt. Gelet op de huidige situatie en de lopende commerciële contracten, zou de exploitatie van de haven vanaf 2020 rendabel moeten worden.

Een serene toekomst

2018 ziet er goed uit voor Rent-A-Port en haar dochter, met een goed gevuld orderboek in Vietnam, een geleidelijke verbetering van de situatie in Oman en de waarschijnlijke bevestiging van nieuwe opdrachten in de sector van de hernieuwbare energie. In Nederland zou de uitstap uit het project Zuiderzeehaven in 2016 in het voorjaar van 2018 een aanzienlijke kasstroom moeten opleveren. Rent-A-Port heeft ook studies uitgevoerd in Gabon en Guinee die tot een toekomstige uitbreiding van de activiteiten op het Afrikaanse continent kunnen leiden.

Burgerlijke bouwkunde

Een intense activiteit in het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid

De grootste werf in de burgerlijke bouwkunde (niet aan DIMCO overgedragen) is die van het waterzuiveringsstation van Brussel-Zuid (STEP). In heel 2017 werd er hard gewerkt en in 2018 zal dat niet

anders zijn. De burgerlijke bouwkunde en electromechanische werken moeten immers de voltooiing van fase B mogelijk maken en begin 2019 moet een groot gedeelte van het station operationeel zijn. We staan dus voor een grote uitdaging: de volledige tweede fase van dit enorme waterzuiveringsstation moet voor 31 december 2018 worden opgeleverd. Bijgevolg heeft het voltallige arbeidersbestand in november en december 24 uur per dag en zes dagen per week gewerkt om de oplevering tegen eind 2018 te verzekeren.

In Wallonië verlopen de werken aan de stuw van Kain op de Schelde tot tevredenheid van de klant. Ze zouden in juni moeten worden opgeleverd, terwijl het pompstation van Jemeppe (Luik) zich in de fase van het verkrijgen van het certificaat van de voltooiing van de werken bevindt.

Bouw internationaal

De activiteit wordt in verscheidene landen voortgezet, vooral op het Afrikaanse continent

In Algerije loopt het onderhoudscontract voor de zetel van BNP verder. Dit gebouw blijft een referentie voor de klant, die het als het mooiste kantoorgebouw van Afrika beschouwt. In Tsjaad bleef de onderneming inspanningen leveren voor de inning van haar vorderingen op het contract van het Grand Hôtel in N'Djamena, dat in juli 2017 onder het merk van de groep Radisson effectief werd geopend. Er is met de

financiële organismen onderhandeld om de betaling van het geheel of een gedeelte van de vordering te verkrijgen, maar eind februari 2018, op de datum van de afsluiting van het boekjaar 2017, was nog niets ontvangen. De activiteiten in Nigeria evolueerden sterk, aangezien de Eko Tower werd opgeleverd en nu volledig door Total in gebruik is genomen.

In Roemenië was de werf van het ziekenhuis van Boekarest in 2017 weer volop actief en zullen de werken zeker in april 2018 voltooid zijn. De aan CFE verschuldigde vorderingen werden in het boekjaar 2017 vereffend. In Hongarije werd er met wederzijdse toestemming een einde gebracht aan de maatschappij Bayer-CFE die haar activiteit alleen zal verderzetten onder de naam Bayer. In heel 2017 werd er hard gewerkt aan het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid en in 2018 zal dit niet anders zijn.

Operationeel organigram Maart 2018 – voornaamste entiteiten

BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA

DREDGING-PLUS MULTITECHNIEKEN BAGGERWERKEN &

MARITIEME EN OFFSHORE

LANDWINNING DEME CONCESSIONS VASTGOED-

Jaarverslag 2017 34

Pool Baggerwerken, Milieu,

Opnieuw een goed jaar

DEME kende in 2017 weer een goed jaar. De offshore windmarkt en de onderzeese oplossingen hebben bijzonder goed gepresteerd, met onze dochterondernemingen GeoSea, Tideway en DEME Infra Marine Contractors (DIMCO), terwijl de andere activiteiten (baggerwerken, milieu, olie en gas, resources) het goed deden, rekening houdend met de uitdagende marktomstandigheden in deze sectoren in 2017. Dankzij de multidisciplinaire, innovatieve aanpak en de ruime waaier van activiteiten kon DEME haar resultaten op een gezond peil houden.

Het jaar was buitengewoon druk voor DIMCO, DEME's leverancier van maritieme oplossingen, met drie prestigieuze contracten voor grote infrastructuurprojecten in Nederland. Met de RijnlandRoute, de Nieuwe Sluis Terneuzen en de Blankenburgtunnel, kan DEME de synergie van haar activiteiten binnen de groep DEME optimaal benutten. De projecten in de Benelux zijn belangrijk voor de verdere ontwikkeling van de mondiale activiteiten. Inmiddels treffen DIMCO en haar partners voorbereidingen voor de werken van het grootschalige project Fehmarnbelt, met een 18 kilometer lange tunnel tussen Duitsland en Denemarken.

GeoSea heeft haar globale voetafdruk naar Azië uitgebreid. In een unieke joint venture met COSCO – CDNE (COSCO DEME New Energies) wordt voor de oostkust van China het eerste offshore windpark gebouwd. De entiteit heeft ook een samenwerkingsovereenkomst gesloten met CSBC Corporation voor de ontwikkeling van offshore windprojecten in Taiwan. Als pioniers in de offshore hernieuwbare energie, is dit een buitenkans om de ervaring en de kennis te exporteren die in

projecten in België en Europa werd verworven.

Op de baggermarkt bleven de activiteiten gedomineerd door het project Tuas Terminal Phase 1, de megahaven in Singapore. DIAP (Dredging International Asia Pacific) verwierf een nieuw contract voor de Ayer Merbau Reclamation Phase 2, een bijkomende uitbreiding van de landoppervlakte van het eiland Juron, waar Singapore in het kader van zijn nationale ontwikkeling een van de grootste hubs voor olieraffinage en petrochemie ter wereld bouwt. In het Midden-Oosten zal DEME baggerwerken uitvoeren voor het Old Port Redevelopment Project in Qatar. In Afrika, Europa, India en Latijns-Amerika bleven de activiteiten op een hoog peil. In Latijns-Amerika werd een belangrijk contract in de wacht gesleept voor verdiepings- en onderhoudsbaggerwerken op het Canal Martín García, tussen Uruguay en Argentinië. In België won DEME het

Offshore en Infra

contract voor het Modular Offshore Grid van Elia in de Noordzee, met inbegrip van de levering, de installatie en het onderhoud van de onderzeese stroomkabels.

Tegen de achtergrond van een groeiende bevolking en een toenemende middelenschaarste, ontwikkelt Global Sea Mineral Resources (GSR), DEME's specialist in de winning van ertsen op zee, baanbrekende technologieën voor diepzeemijnbouw. De 'Patania', een 'robot-onderzeeër op rupsbanden' voor bodemonderzoek, werd in de Stille Oceaan met succes op een diepte van 4.500 meter getest. De 'Patania' is een proefvoertuig dat tot de ontwikkeling van een grotere noduleverzamelaar op rupsbanden moet leiden, die naar verwachting in 2019 klaar zal zijn. Met dit baanbrekende voertuig zal men voor het eerst echt nodules kunnen oogsten.

Het investeringsprogramma in de vloot zal dit jaar worden voorgezet met het offshore installatievaartuig 'Apollo' en het kabelschip 'Living Stone', die de vloot komen versterken. Dankzij dit ambitieuze investeringsprogramma zal DEME over de jongste, modernste en veelzijdigste vloot beschikken in de sector van de baggerwerken, de offshore hernieuwbare energie en de olie en gas.

Vooruitzichten

Wat de toekomst betreft, bevindt DEME zich in een goede positie voor een sterk 2018. Het jaar is goed begonnen, met belangrijke contracten in diverse sectoren en domeinen. Grote projecten gaan van start, zoals het Hornsea Project One offshore windpark in het Verenigd Koninkrijk, de Nieuwe Sluis

Terneuzen en de Blankenbergtunnel in Nederland. De vele projecten hebben in 2018 tot de lancering geleid van een grote wervingscampagne om meer personeel voor de verschillende activiteitsdomeinen te vinden.

DEME is trots op haar realisaties van het afgelopen jaar maar ze rust niet op haar lauweren. In 2018 blijft de groep gefocust, blijft zij een innoverende pionier en blijft zij naar de toekomst kijken om ervoor te zorgen dat iedereen helemaal klaar is voor de volgende ontwikkelingen.

ALAIN BERNARD DEME NV

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Management team DEME

BERNARD PAQUOT AREA DIRECTOR MIDDLE EAST

PIERRE CATTEAU AREA DIRECTOR MEDITERRANEAN, SOUTH AND MIDDLE AMERICAS

WIM BIESEMANS MANAGING DIRECTOR DEME CONCESSIONS

HANS CASIER HUMAN RESOURCES MANAGER

STEVEN POPPE AREA DIRECTOR AFRICA ERIC TANCRÉ AREA DIRECTOR NORTH EUROPE

PHILIP HERMANS AREA DIRECTOR ASIA, OCEANIA AND NORTH AMERICA GENERAL MANAGER DREDGING INTERNATIONAL ELS VERBRAECKEN CHIEF FINANCIAL OFFICER

TOM LENAERTS CHIEF LEGAL OFFICER

DIRK POPPE

AREA DIRECTOR EASTERN EUROPE AND RUSSIA MANAGING DIRECTOR ECOTERRES HOLDING

HUGO BOUVY GENERAL MANAGER TIDEWAY

LUCAS BOLS GENERAL MANAGER TIDEWAY

BART VERBOOMEN

MANAGER TECHNICAL DEPARTMENT GENERAL MANAGER BAGGERWERKEN DECLOEDT & ZN.

LUC VANDENBULCKE DEPUTY CHIEF OPERATING OFFICER MANAGING DIRECTOR GEOSEA

ALAIN BERNARD DIRECTOR CHIEF EXECUTIVE OFFICER CHRISTEL GOETSCHALCKX SECRETARY TO THE MANAGEMENT TEAM

PIERRE POTVLIEGE AREA DIRECTOR INDIAN SUBCONTINENT

MARTIN OCKIER* AREA DIRECTOR BENELUX THEO VAN DE KERCKHOVE CHIEF OPERATING OFFICER

(*) Met grote spijt melden wij het overlijden van onze vriend en collega Martin Ockier, Area Director Benelux, op 5 maart 2018. Martins loopbaan bij DEME bestreek meer dan 30 jaar. Met zijn uitgebreide ervaring en wijsheid werd Martin een lichtend voorbeeld, een gids, een mentor en een coach voor velen van ons bij DEME, het managementteam, de Benelux-zone en DIMCO. Zijn ondernemerschap, leiderschap, technisch en strategisch meesterschap en sociaal vernuft zullen erg gemist worden.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Baggerwerken

Baggerwerken en landwinning

een renovatie van stuwcomplexen op de Nederrijn en de Lek. Andere projecten waren een programma voor onderhoudsbaggerwerken op de rivieren in het westen van Nederland, de verdieping en verbreding van de Maas en de ontwikkeling van de Kooyhaven in de haven van Den Helder.

Noord-Europa

In Frankrijk verwierf SDI het contract voor onderhoudsbaggerwerken in de havens van Boulogne-sur-Mer en Calais, in de Gironde en in de toegangsgeul van de haven van Gravelines. Begin 2017 voltooide SDI de werken voor de verdieping van het gedeelte Courval-Duclair van de Seine. Als partner in een joint-venture was SDI betrokken bij de bouw van de nieuwe terminal voor zware vrachten van de haven van Brest.

In Duitsland verkreeg Nordsee Nassbaggerund Tiefbau (Nordsee) het contract voor onderhoudsbaggerwerken op de Elbe. Nordsee voert ook het tweejarige contract voor onderhoudswerken op de Weser uit. In oktober 2017 voltooide Nordsee met succes de bagger- en landwinningswerken voor de uitbreiding van de Europakai in Cuxhaven.

NewWaves Solutions, de Britse dochteronderneming van DEME, nam deel aan het Dawlish Warren Beach Management-programma en voerde in juni en juli 2017 baggerwerken en strandsuppletiewerken uit. Baggerwerken werden uitgevoerd in de toegangsgeul

In oktober heeft DEME de gloednieuwe dual fuel sleephopperzuiger "Minerva" ingezet voor strandsuppletiewerken uit te voeren in Nieuwpoort.

Benelux

In België heeft DEME verder gewerkt aan diverse langlopende contracten voor onderhoudsbaggerwerken op de grote waterlopen en in de Noordzee. In het begin van 2017 verkreeg het een nieuw contract van vier jaar voor onderhoudsbaggerwerken en de behandeling van vervuild sediment op het kanaal Gent-Terneuzen. DEME heeft in Bredene met de 'Breughel' zandsuppletiewerken uitgevoerd om het strand na een woeste storm te herstellen. In oktober heeft DEME de gloednieuwe dual fuel sleephopperzuiger 'Minerva' ingezet voor strandsuppletiewerken uit te voeren in Nieuwpoort. DEME heeft tevens bagger- en zandsuppletiewerken uitgevoerd alsook sleuven gegraven voor Rentel, een 309 MW offshore windpark in de Belgische Noordzee.

In Nederland heeft de Vries & van de Wiel samen met DIMCO gewerkt aan

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Investeringsprogramma

Het investeringsprogramma wil eerst en vooral de efficiëntie in termen van productiviteit en milieuprestaties verbeteren. De dual fuel sleephopperzuigers 'Minerva' en 'Scheldt River' vervoegden de vloot, beide 'groene' schepen, uitgerust met dual fuel motoren van de nieuwste generatie, in staat om op LNG of diesel te werken.

Met de 'Bonny River' (15.000 m³ capaciteit) investeert DEME in een nieuwe generatie sleephopperzuigers die voorlopers zijn in de kustbescherming en het baggeren op harde bodems. In september 2017 werd met de kielleggingsceremonie de start gevierd van de bouw van de 44.180 kW hopperzuiger 'Spartacus'.

De 'Living Stone', een multifunctioneel kabellegschip en het nieuwe hefvaartuig 'Apollo' komen in 2018 de vloot versterken. Het schip 'Orion', een andere reus waar DEME in investeert, zal voornamelijk voor de offshore windmarkt werken. Dit 216,5 meter lange offshore installatieschip heeft een kraan met een ongeëvenaarde hijscapaciteit van 5.000 ton.

De 'Gulliver', uitgerust met een kraan met 4.000 ton vermogen, zal door Scaldis worden uitgebaat en zal in 2018 ingezet worden.

en de binnenhaven van Portsmouth. NewWaves Solutions heeft het contract voor de verdieping van de toegangsgeul en het bekken van Able Seaton Port verkregen. Tevens werd er een contract verkregen voor de baggerwerken in de toegangsgeul van de haven, samen met een contract voor onderhoudsbaggerwerken in de havens van Harwich en Felixstowe.

Middellandse Zee

Aansluitend op verscheidene succesvolle projecten voor de Egyptische marine in Alexandrië, verkreeg Dredging International (DI) een contract voor het baggeren van de vaargeul en de bouw van een nieuwe kademuur voor de marinebasis. Het project voor de lancering van een programma voor de opwekking van energie met gecombineerde cyclus in Burullus, in Egypte, draaide in 2017 op volle toeren. Het project omvatte meer dan 600.000 m3 bagger- en aanvullingswerken, samen met de plaatsing van leidingen.

In Spanje voerde DEME een contract uit voor baggerwerken in de haven van Barcelona, voor de bouw van een nieuwe kademuur. In Italië werkte DEME weer in de haven van Livorno waar de werken op het eind van het jaar werden voltooid. Ook in Italië ging in de haven van Napels een project voor onderhoudsbaggerwerken van start.

In Turkije sleepte DEME een contract in de wacht voor het baggeren van funderingsputten voor de nieuwe brug van Canakkale, die de grootste hangbrug ter wereld zal worden. In Algerije zal DEME een sleuf uitbaggeren en zandsuppletiewerken uitvoeren voor de watertoevoer van een nieuwe elektriciteitscentrale bij de haven van Mostaganem.

Oost-Europa

DEME heeft haar eerste project in Oekraïne uitgevoerd, met onderhoudswerken voor de haven van Yuzhny. De baggerwerken van een volume van 500.000 m3 werd in november 2017 voltooid.

Azië en Oceanië

De toekomstige containerterminal van het mega-havenproject Tuas Terminal Phase 1 in Singapore krijgt duidelijk gestalte. In december 2017 waren 143 van de 222 caissons voor de toekomstige kademuur geplaatst, en was 33,7 miljoen m3 van de totale 70 miljoen m3 van het platform op de zee gewonnen.

In augustus 2017 verkreeg DIAP een belangrijk 'ontwerp- en constructiecontract' voor de aanleg van 35 hectare grond in het verlengde van het eiland Jurong. De werken in het kader van het project 'Jurong Island Westward Extension' in Singapore, met een landwinning van 38 miljoen m3 , verlopen volgens plan en moeten in 2018 voltooid zijn.

Het project Lower Ok Tedi in Papoea-Nieuw-Guinea vierde het 20 jaar activiteit in 2017. Het contract heeft betrekking op de verwijdering van mogelijk vervuild sediment uit de benedenloop van de rivier Ok Tedi.

Midden-Oosten

In september 2017 werd de haven van Hamad in Qatar officieel ingehuldigd. Middle East Dredging Company (MEDCO), de dochteronderneming van DEME in Qatar, heeft bijna drie jaar bagger- en landwinningswerken uitgevoerd voor dit project. Dankzij haar sterke voorgeschiedenis in het Midden-Oosten en de succesvolle oplevering van de haven van Hamad, nog voor de geplande datum, won MEDCO in augustus 2017 het contract voor de herontwikkeling van de oude haven van Doha in Qatar.

Het grootschalige project 'La Mer Jumeirah Open Beach' in Dubai werd in 2017 officieel opgeleverd. DEME breidde de landoppervlakte uit met 2,9 miljoen m², voornamelijk voor de kust van Jumeirah.

Latijns-Amerika

In 2017 heeft DEME opnieuw meegewerkt aan het historische project van het

De werken in het kader van het project "Jurong Island Westward Extension" in Singapore, met een landwinning van 38 miljoen m3 verlopen volgens plan.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Met een eerste project in Sierra Leone heeft DEME haar aanwezigheid op het Afrikaanse continent verder versterkt.

In Spanje voerde DEME een contract uit voor baggerwerken in de haven van Barcelona voor de bouw van een nieuwe kademuur.

Panamakanaal. Na de succesvolle verbreding en verdieping van de vaargeul in de Pacific in 2016, kreeg DEME een soortgelijk contract toevertrouwd voor de vaargeul in de Atlantische Oceaan.

In Brazilië heeft Dragabras met succes het eerste jaar voltooid van een project voor onderhoudsbaggerwerken in de vaargeul en de binnenhaven van de haven van Santos. De klant heeft het onderhoudscontract met een jaar verlengd. DEME heeft bovendien in 2017 in de streek van Sepetiba Bay verscheidene andere projecten voor privéklanten uitgevoerd.

In december 2017 verkreeg DEME in een joint venture een belangrijk contract van vijf jaar voor de verdieping en het onderhoud van het Martín García-kanaal.

Afrika

Met een eerste project in Sierra Leone heeft DEME haar aanwezigheid op het Afrikaanse continent verder versterkt, als lid van een consortium voor de uitbreiding van de Terminal van Freetown in Sierra Leone.

In Nigeria heeft DEME de onderhoudswerken voortgezet voor de permanente toegankelijkheid van het kanaal naar de LNG-terminal van Bonny en de havens

van Onne en Port Harcourt. Na de succesvolle voltooiing van fase 3 van de landwinningswerken in Eko Atlantic, zal DEME fase 4 uitvoeren wanneer de werkzaamheden op de site worden hervat. In april 2017 voltooide DEME de baggerwerken voor de Lagos Deep Offshore Base (LADOL). Op het eiland Elegushi in de lagune van Lagos gingen eind 2017 bagger- en landwinningswerken van start die in 2018 zullen worden voortgezet.

In het kader van een contract op lange termijn werden onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in de haven van Conakry. Begin 2017 werden de onderhoudsbaggerwerken in de haven van Kamsar voltooid, in het kader van de uitbreiding van de kade voor mineralen van de Compagnie des Bauxites de Guinée. In dezelfde haven werden in opdracht van de Guinea Alumina Corporation onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in de containerterminal van Kamsar.

In april 2017 verwierf DEME in Ghana een contract voor de uitbreiding van de haven van Tema. Nog altijd in Ghana werden baggerwerken uitgevoerd voor de watertoevoer van de elektriciteitscentrale van Kpone.

Angola LNG kende een vijfjarig contract voor onderhoudsbaggerwerken toe aan een

joint venture met DEME, voor een veilige scheepvaart naar de terminal in de haven van Soyo.

Begin 2017 werden eveneens onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd op de Congostroom, om een diepgang van 26 voet en een veilige toegang tot de havens van Boma en Matadi te verzekeren.

In Benin verwierf DEME een contract voor kustbeschermingswerken in Cotonou. De werken omvatten strandsuppletiewerken met een totaal volume van 1,5 miljoen m³, naast steenbestortingen en de aanleg van golfbrekers. Het project is in september 2017 van start gegaan en zal tot eind 2018 duren.

In 2017 is DEME ook naar Liberia teruggekeerd, voor onderhoudsbaggerwerken in de Freeport van Monrovia.

Indisch subcontinent

ISD verwierf in een joint venture een contract voor baggerwerken, landwinning en bodemverbetering voor het project Seabird Fase II. Deze werken maken deel uit van een belangrijk expansieproject in de buurt van Karwar, aan de westkust van het land. Eind 2017 begon ISD ook met onderhoudsbaggerwerken in de vaargeul,

de zwaaikom en het aanlegbekken van de burgerlijke haven van Karwar.

In februari werden de jaarlijkse onderhoudsbaggerwerken in de aanloop naar de moesson voltooid in de vaargeul en de zwaaikom van de haven van Dhamra, aan de noordoostelijke kust van India.

Indische Oceaan

Op La Réunion vorderden de werken voor de 'Nouvelle Route du Littoral' volgens plan. SDI verzorgt er de baggerwerken, de aanleg van het grindbed en de aanaardingswerken voor de 48 gravitaire funderingen van het 5.400 m lange viaduct. Drie landwinningsprojecten werden uitgevoerd in Embboodhoo Lagoon, Rah Falhu Huraa en Hulhumalé in de Malediven. In juni 2017 voltooide DEME met succes de baggerwerken in Port Louis voor de uitbreiding van de Mauritius Container Terminal.

Het project Lower Ok Tedi in Papoea-Nieuw-Guinea vierder haar 20 jaar activiteit in 2017.

In Nigeria, heeft DEME de onderhoudswerken voortgezet.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Dredging-Plus

Maritieme en offshore werken

voor maritieme engineering op zeer grote diepte. Het saldo van de aandelen wordt gehouden door de SRIW (Société Régionale d'Investissement de Wallonie). Het bedrijf bezit ook een uniek schip voor offshore geotechnische prospectie: de Omalius. Het is actief op de markt van de offshore hernieuwbare energie, in de olie- en gassector, de offshore werken voor burgerlijke bouwkunde en de mijnontginning op zee.

In het Verenigd Koninkrijk heeft GeoSea de installatie van funderingen voor de offshore windparken Race Bank en Galloper met succes voltooid. Eind 2017 begon GeoSea met de voorbereiding van de offshore bouw in het kader van 'Hornsea Project One' waar 174 monopalen voor de funderingen van windturbines zullen worden geïnstalleerd.

GeoSea verwierf een contract voor het transport en de installatie van 90 windturbines voor Triton Knoll, een offshore windpark van 860 MW. Ze tekende ook een akkoord met het offshore windpark Moray East voor de engineering, de levering, de bouw en de installatie (EPCI) van ongeveer 100 funderingen voor windturbines en 3 funderingen voor platformen voor offshore onderstations, en voor het transport en de installatie van de 3 platformen.

In april 2017 begonnen de installatiewerken voor het Duitse offshore windpark Merkur.

De maatschappij G-tec bezit ook een uniek schip voor offshore geotechnische prospectie: de 'Omalius'.

GeoSea

In augustus 2017 voltooide GeoSea de overname van het Deense A2SEA, een leider op de markt van het transport en de installatie van windturbines op zee. De activiteiten van A2SEA sluiten uitstekend aan bij die van GeoSea. Terwijl GeoSea vooral gespecialiseerd is in funderingswerken en EPCI-contracten, is A2SEA een pionier in de installatie en het onderhoud van windturbines.

GeoSea verwierf eveneens de meerderheid (72,5%) van de aandelen van G-tec, een in België gebaseerde aannemer die gespecialiseerd is in offshore geotechnische en geologische verkenning, geofysische en milieustudies op zee en diensten

In april 2017 begonnen de installatiewerken voor het Duitse offshore windpark Merkur.

GeoSea voert hier een volledig EPCI-contract van het type 'Balance of Plant' uit, met inbegrip van een offshore onderstation.

GeoSea zal het ontwerp, de fabricage en de installatie verzorgen van 71 funderingen voor windturbines van het 497 MW offshore windpark. GeoSea zal ook het ontwerp, de fabricage en de installatie van de funderingen van het 112 MW offshore windpark Albatros op zich nemen.

Eind juli 2017 begon de bouw in het windpark Rentel, in de Belgische Noordzee. De laatste fundering werd in september 2017 geplaatst, gevolgd door de fundering van het offshore onderstation.

In Denemarken werden de eerste monopalen van het 406,7 MW windpark Horn Rev 3 geplaatst.

DEME en COSCO Shipping zijn partners in een joint venture voor de ontwikkeling van offshore windenergie in China. Met haar omvangrijke knowhow in de ontwikkeling, de bouw en het onderhoud van offshore windparken, kan DEME COSCO Shipping helpen om haar ambities in offshore windenergie waar te maken en een hoofdrol te spelen in dit segment.

In december 2017 werd in het windpark Binhai H2 de eerste windturbine geïnstalleerd voor CDNE, de joint venture van COSCO

en GeoSea in China. Het project omvat de installatie van 60 windturbines op de funderingen van dit windpark van 400 MW.

Geosea ondertekende een

samenwerkingsakkoord voor de Taiwanese offshore windmarkt met CSBC Corporation, de grootste scheepswerf van Taiwan. GeoSea en CSBC zullen een Taiwanese joint venture vormen voor het transport en de installatie van funderingen en windturbines voor deze windparken. Onder voorbehoud van de reglementaire goedkeuringsprocedures zal de joint venture medio 2018 een feit zijn en zal ze onmiddellijk meedingen naar toekomstige projecten in het domein van de offshore hernieuwbare energie.

In 2017 versterkte GeoSea Maintenance zich als een leider op de markt van het onderhoud van windturbines van meer dan 5 MW. Omvangrijke campagnes voor de vervanging van onderdelen voor verschillende klanten werden uitgevoerd.

In Ghana trad GeoSea Civils op als onderaannemer in het project van de onafhankelijke elektriciteitscentrale Kpone, met de levering van advies en engineeringdiensten voor de hijswerken. In het Verenigd Koninkrijk werd GeoSea gekozen als onderaannemer voor de bouw van putten in Hinkley Point.

Het contract voor het "Modular Offshore Grid" van Elia in de Noordzee omvatten de levering, de installatie en het onderhoud van de onderzeese elektriciteitskabels.

In 2017 verkreeg EverSea een belangrijk contact voor de ontmanteling van zeven satellietplatformen in de Noordzee.

Tideway

Tideway kreeg in een joint venture alle werken voor de voorbereiding van de graafwerken en de aanaardingswerken toegewezen voor de aanlanding van de offshore gasinstallaties van Saudi Aramco Hashab. Tideway verkreeg ook een contract in Bangladesh, voor het project van de Moheshkali Floating LNG-terminal. Tideway heeft baggerwerken uitgevoerd en graafwerken voorbereid in de vaargeul, zodat de lichter van de klant een leiding vanaf de kust kan trekken. Op de gasmarkt werd een ander contract verkregen voor de voorbereiding van graafwerken en aanaardingen in het kader van het offshore project Leviathan in Israël.

In Egypte heeft Tideway de werken aan de elektriciteitscentrale van Burullus tot een goed einde gebracht. Het project omvatte de installatie van een dubbele HDPE-leiding en een structuur voor de watertoevoer tussen de gascentrale en de oever.

Tideway verwierf eveneens het contract voor het 'Modular Offshore Grid' van Elia. De installatiediensten die Tideway verzorgt, omvatten de levering, de installatie en het onderhoud van de onderzeese elektriciteitskabels.

In het windpark Rentel installeerde Tideway alle verbindingskabels en werd de exportkabel gelegd. Daarnaast kreeg het alle installatiewerken voor het windpark Merkur toegewezen alsook alle werken voor het leggen van kabels, de voorbereiding van de graafwerken, de aanaarding en de steenbestorting voor Hornsea One.

In 2017 werd er gestart met de steenbestorting voor de bescherming van de kabels van het project voor de elektriciteitstransmissie tussen Caithness en Moray.

DEME Blue Energy (DBE)

DEME Blue Energy (DBE) wil een eersteplansrol spelen in de ontwikkeling van blauwe energie, met voornamelijk projecten voor getijdenenergie en golfslagenergie. Om deze ambitie waar te maken, heeft DEME Concessions een minderheidsparticipatie verworven in de Schotse ontwikkelingsmaatschappij Tidal Power Scotland Limited (TPSL), de uitbater van het project MeyGen, de eerste op het elektriciteitsnet aangesloten centrale ter

Dredging-Plus

Het project MeyGen, aan de Schotse Pentland Firth, wordt wereldwijd als een referentie in de sector van de blauwe energie beschouwd.

De "CTOW Eli" werd in november 2017 in gebruik genomen en versterkte de vloot in Bonny.

wereld die wordt aangedreven door een reeks getijdenturbines. MeyGen, aan de Schotse Pentland Firth, wordt wereldwijd als een referentie in de sector van de blauwe energie beschouwd. Eind 2016 heeft GeoSea, een dochteronderneming van DEME, vier gravitaire funderingen geïnstalleerd voor Fase 1A (elk 1,5 MW). De installaties zijn nu volledig operationeel.

Eind vorig jaar maakte de Britse regering de afschaffing bekend van een specifiek ondersteuningsmechanisme voor getijdenen golfslagenergieprojecten. Dit leidde tot het uitstel van de voltooiing van de financiering van MeyGen Fase 1B, die aanvankelijk in 2017 was voorzien.

DBE werkt niet alleen mee aan TPSL maar is ook bij twee andere projecten voor getijdenenergie betrokken: West Islay Tidal Energy Park in Schotland en Fair Head in Noord-Ierland.

CTOW

CTOW heeft in de terminal van Bonny Island de verlenging verkregen van een contract met Nigeria LNG Ltd (NLNG) voor de inzet

van twee nieuwe ASD-sleepboten met een sleepvermogen van 60 ton. Tegelijkertijd bleef CTOW in Onne havensleepdiensten naar de containerterminal verzorgen.

Na de gunning door NLNG van een tweede contract, werd de vloot in Bonny versterkt met een Stan Tender 1905 loodsboot, de 'CTOW Eli'', die in november 2017 in gebruik werd genomen. In 2018 zullen twee andere onlangs gebouwde sleepboten zich bij de schepen in Bonny voegen.

Scaldis

De Scaldis heeft op de olie- en gasmarkt in opdracht van NAM het onbemande gasplatform L13-FI geïnstalleerd en heeft ook het platform Horne & Wren en de drie gasplatformen van Perenco ontmanteld. In de sector van de offshore hernieuwbare energie werd Scaldis belast met het transport en de installatie van het onderstation Rampion voor EON. WPD heeft de installatie van het eerste met bouten bevestigde onderstation voor het offshore windpark Nodergründe aan Scaldis toevertrouwd.

Een mooie realisatie van DIMCO: een spoortunnel en een ondergronds station voor Spoor & Stad Delft.

Onderzeese activiteiten

DEME Infra Marine Contractors (DIMCO)

DIMCO verkreeg het contract voor de RijnlandRoute. De joint venture COMOL5, waarvan DIMCO deel uitmaakt, zal de verkeerswisselaar Leiden West verbouwen en een nieuwe weg aanleggen, de 4 kilometer lange N434, met inbegrip van een geboorde tunnel van 2,2 kilometer.

De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie heeft de joint venture Sassevaart, waarvan DIMCO deel uitmaakt, het contract gegund voor de bouw van de Nieuwe Sluis van Terneuzen. De joint-venture wordt belast met het concept, de bouw en het onderhoud gedurende twee jaar van de Nieuwe Sluis.

De Rijkswaterstaat heeft het project 'A24 Blankenburgverbinding' toevertrouwd aan de BAAK Blankenburg-Verbinding, een consortium met DEME. Het project omvat het ontwerp de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de bestaande en nieuwe infrastructuur, met inbegrip van een watertunnel.

DIMCO heeft de werken aan de Offshore Terminal van Rotterdam met succes afgerond en werkt aan de vernieuwing van de sluis en het stuwcomplex op de Lek.

Dredging-Plus

DBM verwierf een belangrijk contract voor de levering van grind voor de nieuwe sluis van IJmuiden in Amsterdam.

De "Patania" werd met succes op het droge getest in januari 2017 om te verzekeren dat het klaar was voor zijn eerste offshore expeditie in mei.

Mariene en fluviale bronnen

DEME Building Materials (DBM)

2017 was een druk jaar voor DBM, aangezien de forse verbetering van de Europese economie bijdroeg tot het herstel van de bouwsector in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. In Amsterdam werd de aggregatenfabriek heropend en DBM vulde haar vloot met een derde vaartuig aan. DBM verwierf een belangrijk contract voor de levering van grind voor de nieuwe sluis van IJmuiden in Amsterdam.

De aanvulling van de vloot met het schip 'Mellina' illustreert de toenemende vraag naar mariene aggregaten. De 'Mellina' maakte reeds als sleepzuiger deel uit van de vloot van DEME, maar werd verbouwd tot een baggerschip met droog lossen van aggregaten, met een capaciteit van 5.000 ton. Sinds het zich in juni bij zijn twee grote broers heeft gevoegd, de grindhopperzuigers 'Charlemagne' en 'Victor Horta', heeft het schip onafgebroken gewerkt en is zijn orderboek goed gevuld.

Global Sea Mineral Resources (GSR)

GSR is goed op weg om de eerste rupsbandcollector voor knollen ter wereld te ontwikkelen.

De Tracked Soil-Testing Device (TSTD) 'Patania' werd met succes op het droge getest, om te verzekeren dat het klaar was voor zijn eerste offshore expeditie in mei. Vervolgens werd de 'Patania' ingescheept voor een expeditie van 45 dagen in de centrale Stille Oceaan.Inmiddels wordt ook de knollencollector 'Patania 2' ontwikkeld.

Milieuactiviteiten

DEME Environmental Contractors (DEC) – de Vries & van de Wiel - Ecoterres

DEC en haar partner in een joint venture hebben in een drie jaar durend project negen voormalige gassites van het Vlaamse openbaar nutsbedrijf Eandis gesaneerd.

Blue Gate Antwerp is een omvangrijk project dat de proactieve benadering van DEME van de behandeling van braakliggende industrieterreinen illustreert. Een contract werd gegund aan DEC voor de sanering van een site van 63 ha en zijn ontwikkeling tot een tempel van de eco-innovatie.

DEC zal ook de gewezen site van Ford in Genk saneren, de voormalige lokalen van UCB en Taminco in Gent en een verlaten industrieterrein van Bayer in de haven van Gent. DEC heeft op een nabijgelegen braakliggend industrieterrein, in de haven, aan de sanering van een voormalige gasfabriek gewerkt. De site was in 2017 klaar en zal nu worden gebruikt voor een nieuwe chemiecluster: 'Dockland'.

De eerste fase van het prestigieuze project 'New Docks' in Gent werd met succes voltooid. De oude dokken zijn door promotors gekocht en DEC werkt met hen samen om de bodem te saneren opdat hij aan de strengste milieunormen zou voldoen. DEC heeft een contract van 15 jaar verworven voor de installaties van AMORAS in Antwerpen. Het betreft een belangrijk

contract voor het ontwerp, de bouw en de realisatie van een installatie voor de verwerking en de opslag van sediment in de haven van Antwerpen.

Op de site van een voormalige raffinaderij in Valløy, bij het Noorse Tønsberg, werden de saneringswerken verder uitgevoerd.

In het Verenigd Koninkrijk werd Fase 3 van het saneringsproject van een cokesfabriek bij Chesterfield medio 2017 met succes afgerond. DEC heeft van de staalfabriek ILVA een belangrijk contract ontvangen voor het baggeren van een monding en de behandeling van het baggerslib in een installatie voor het wassen van aarde.

De Vries & van de Wiel heeft deelgenomen aan verscheidene grote saneringsprojecten in Amsterdam, Haarlem, Den Helder en de omgeving van deze steden.

Ecoterres voerde saneringswerken uit op verschillende sites in België en Frankrijk. Alle recyclagesites voor grond en sediment van Ecoterres in België en Frankrijk zetten goede prestaties neer. De installaties in België behandelden meer dan 250.000 ton vervuilde grond en sediment, die in Frankrijk ongeveer 150.000 ton.

Purazur, de waterzuiveringsspecialist van DEME, heeft voor Indaver een nieuwe waterzuiveringsinstallatie gebouwd. Purazur bouwt in het Belgische Kallo ook een nieuwe waterzuiveringsinstallatie voor het chemiebedrijf Borealis.

DEC en haar partner in een joint-venture hebben in een drie jaar durend project negen voormalige gassites van het Vlaamse openbaar nutsbedrijf Eandis gesaneerd.

Op de site van een voormalige raffinaderij in Valløy, bij het Noorse Tønsberg, werden de saneringswerken verder uitgevoerd.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

DEME Concessions

Het project "A24 Blankenburg Tunnel" omvat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de bestaande en nieuwe infrastructuur.

DEME Concessions houdt een participatie van 12,5% in het 396 MW offshore windpark Merkur, in Duitsland. Een consortium met vijf partners, waaronder DEME Concessions, heeft bijna 500 miljoen euro kapitaal ingebracht. Het project Rentel wordt het vijfde offshore windpark in de Belgische Noordzee. De totale investering bedraagt 1,1 miljard euro. DEME houdt samen met de andere aandeelhouders van Otary een participatie in de concessies voor de Belgische offshore windparken Seastar (246 MW) en Mermaid (266 MW). DEME Concessions haalde samen met andere kandidaten de preselecties van de Commission française de régulation de l'énergie (CRE) voor de potentiële ontwikkeling van een windpark met een capaciteit tot 750 MW in de zee voor Duinkerken. De aanbesteding zou in de eerste helft van 2018 moeten plaatsvinden.

DEME Concessions heeft een minderheidsaandeel verworven in de Schotse ontwikkelingsmaatschappij Tidal Power Scotland Limited (TPSL). TPSL controleert samen met Scottish Enterprise het project MeyGen, de eerste op het elektriciteitsnet aangesloten centrale ter wereld die wordt aangedreven door een reeks getijdenturbines. DEME en de partners in MeyGen hopen de financiering van Fase 1B in 2018 af te ronden. Naast de participatie in TPSL is DEME ook betrokken bij DEME Blue Energy (70% DEME Concessions - 30% ParticipatieMaatschappij Vlaanderen) en is het in samenwerking met Nuhma een partner (50%-50%) in BluePower, een ander bedrijf dat getijdenenergie ontwikkelt. DEME neemt deel aan twee andere projecten voor getijdenenergie: West Islay Tidal Energy Park in Schotland (30 MW) en Fair Head in Noord-Ierland (100 MW).

De Rijkswaterstaat heeft het project van 1 miljard euro in publiek-privaatpartnership (PPP) 'A24 Blankenburg Tunnel' toevertrouwd aan het consortium BAAK, waarvan DEME deel uitmaakt. Het project omvat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de bestaande en nieuwe infrastructuur.

Pool Contracting

2017: een belangrijke mijlpaal op ons traject Ambition 2020

Onze resultaten zijn in 2017 aanzienlijk verbeterd, met name dankzij het opmerkelijke werk van alle teams van de pool en de vooruitgang in de uitvoering van de acties van ons strategisch plan. We werden ook begunstigd door vrij positieve marktomstandigheden en een bevredigend volume van de activiteiten op onze historische markten, namelijk België, Luxemburg en Polen. Die laatste markt kende zelfs een opmerkelijke ontwikkeling. In Tunesië werden we echter geconfronteerd met problemen als gevolg van de economische situatie van het land, met een significante weerslag op onze resultaten.

In ons streven naar operationele uitmuntendheid, innovatie en partnerships staat de mens centraal

Dit jaar hebben we de operationele uitmuntendheid beklemtoond, met een behoedzaam risicobeheer, meer doorgedreven studies en methodes in de aanloop naar de projecten en een veralgemening van de Lean benadering, die nu op een groot aantal werven wordt toegepast.

De operationele uitmuntendheid zal een belangrijk punt blijven voor de professionalisering van onze beroepen in de volgende jaren, maar zal worden aangevuld met grotere inspanningen voor innovatie. Eerst zullen we de nadruk leggen op de digitalisering, die op termijn

een revolutie zal teweegbrengen in de samenwerking tussen alle betrokkenen bij een project en bij het beheer van de projecten ten gunste van de eindklant. Vervolgens zal de duurzame ontwikkeling zowel een belangrijke uitdaging zijn als een vector van innovatie in al onze activiteitensectoren, met diepgaande veranderingen in de volledige keten van ontwerp, logistiek en fabricage. Tot slot zullen wij nieuwe vormen van samenwerking en partnerships zoeken, om nog beter opgewassen te zijn tegen de uitdagingen van een voortdurend evoluerende wereld.

Maar ons eerste aandachtspunt blijft het goede beheer van ons belangrijkste kapitaal, onze vrouwen en mannen die met hun competentie, hun dagelijkse inzet en hun teamgeest onze klanten innoverende oplossingen aanbieden om onze verbintenissen na te leven.

Een jaar van hergroeperingen

De integratie van al onze activiteiten in de elektrotechniek in de nieuwe cluster VMA heeft in 2017 haar relevantie al bewezen. Ze zal geleidelijk aan worden gevolgd door de integratie van de HVACactiviteiten in dezelfde cluster, die een sterke entiteit zal worden die een volledig en met onze klanten geïntegreerd multitechnisch aanbod kan voorstellen.

Het voorbije jaar werd ook gekenmerkt door de overname van de vennootschap Coghe. Met haar menselijke en technische competenties versterkt ze onze spoorwegactiviteit, die eveneens een integratieproces begonnen is in de cluster MOBIX, een uitgelezen partner die volledige oplossingen kan aanbieden in de sectoren van het

transport, de nutsvoorzieningen en de telecommunicatie.

Dankzij de toenadering met de groep Van Laere kunnen wij onze aanwezigheid op de Belgische bouwmarkt verder versterken. Want hoewel de groep Van Laere in het voorbije jaar problemen heeft gekend, bezit ze een schat aan talent en beste praktijken. Bovendien wordt 2018 een jaar van stabilisatie en van de schepping van een kostbare synergie die perfect in ons plan Ambition 2020 past en al onze dochterondernemingen ten goede zal komen.

Een positieve evolutie van de activiteiten

2018 belooft een goed jaar te worden, met een groeiend orderboek voor de meeste activiteiten van de pool.

Op onze historische markten zou het investeringsklimaat in de privé- en de publieke sector in de volgende jaren sereen moeten blijven.

Algemeen beschouwd evolueren onze beroepen voortdurend sneller en zullen de nieuwe technologieën in een nabije toekomst een beslissende rol spelen. Gelet op de problemen met de rekrutering en het aantrekken van de jonge generatie naar onze beroepen, is het echter primordiaal dat alle betrokkenen nieuwe oplossingen vinden om de aantrekkelijkheid van de sector nieuw leven in te blazen: dat moet ontegensprekelijk een van onze prioriteiten voor de volgende jaren zijn.

RAYMUND TROST CFE CONTRACTING NV

MANU COPPENS GEDELEGEERD BESTUURDER VAN DE GROEP VAN LAERE NV

FRÉDÉRIC CLAES GEDELEGEERD BESTUURDER VAN CFE GEBOUWEN BRABANT WALLONIË NV

RAYMUND TROST GEDELEGEERD BESTUURDER CFE CONTRACTING NV

Jaarverslag 2017 58

FABIEN DE JONGE FINANCIEEL EN ADMINISTRATIEF DIRECTEUR VAN DE GROEP CFE

YVES WEYTS

GEDELEGEERD BESTUURDER VAN CFE BOUW VLAANDEREN NV EN ALGEMEEN DIRECTEUR VAN DE ACTIVITEITEN MULTITECHNIEKEN EN RAIL INFRA & UTILITY NETWORKS

Executief Comité

komt bij CFE Van Laere

De groep Van Laere maakt sinds het einde van de jaren 1980 deel uit van Ackermans & van Haaren. In december 2017 werd ze een onderdeel van CFE. Uitstekend nieuws, want deze toenadering versterkt de positie van CFE op de Belgische bouwmarkt en is nu al een rijke bron van complementariteit en opportuniteiten voor alle dochterondernemingen van de pool Contracting.

De groep Van Laere: drie sterke ondernemingen

De in Zwijndrecht gebaseerde groep Van Laere geniet een uitstekende reputatie op de Belgische bouwmarkt. Haar geschiedenis begon in 1938 en in de loop der jaren heeft ze haar activiteiten ontwikkeld en over drie ondernemingen verdeeld:

  • Algemene Aannemingen Van Laere NV, dat gebouwen vanaf ongeveer zeven miljoen euro bouwt en ook actief is in de burgerlijke bouwkunde, in zowel de openbare als de privésector; de onderneming werkt vooral in Vlaanderen en Brussel en soms in het noorden van Frankrijk en in Nederland.
  • Groupe Thiran NV, dat gebouwen van ongeveer twee tot vijftien miljoen bouwt,

voornamelijk in de openbare sector en in het Waalse en Brusselse deel van het land.

  • Arthur Vandendorpe NV, een specialist in de restauratie van gebouwen, met activiteiten in Oost- en West-Vlaanderen, Antwerpen en Brussel.

Het belang van het menselijke aspect

Van Laere hecht net als CFE het grootste belang aan het menselijke aspect. Het bedrijfje van de jaren 1930 telt nu 450 medewerkers in drie entiteiten, maar heeft haar familiegeest nooit verloren. Dat blijkt onder meer uit de aandacht die naar opleiding gaat en uit het streven om de cohesie en de samenwerking tussen alle medewerkers te bevorderen.

Een waaier van projecten

De groep Van Laere bouwt zowel residentiële gebouwen als kantoren, scholen, bioscopen en in de burgerlijke bouwkunde onder meer sluizen, zoals in Terneuzen.

Een van de laatste realisaties is het Herman Teirlinck project, een passief kantoorgebouw voor rekening van de Vlaamse regering in Brussel, dat in de zomer van 2017 werd opgeleverd. Het gebouw op de site van Tour & Taxis omvat kantoren, ontvangstlokalen, auditoria, informatieen tentoonstellingsruimten, een lounge, een restaurant en een ondergrondse parkeergarage met twee verdiepingen. Het Herman Teirlinck project, een ontwerp van architect Neutelings Riedijk, begint aan het Brusselse Kanaal in de vorm van een laag horizontaal gebouw en eindigt in een 60 meter hoge toren.

Een ander emblematisch project: de ondergrondse parkeergarages van de 'Gedempte Zuiderdokken' in Antwerpen.

Tot in de jaren 1960 legden binnenschepen aan in het Kooldok, het Steendok en het Schippersdok (samen de Zuiderdokken). In 1969 werden de dokken gedempt, waarna de oppervlakte tussen de Vlaamse en de Waalse kaai als parkeer- en kermisterrein werd gebruikt. Deze ruimte zal echter in een groot stedelijk park worden getransformeerd en Van Laere zal er twee uitgestrekte ondergrondse parkeergarages met elk vier verdiepingen bouwen in opdracht van Q-Park (de concessiehouder van de Stad Antwerpen). Alles samen komen er ongeveer 2.000 parkeerplaatsen. De eerste graafwerken hebben de oude kademuren blootgelegd. Ze worden behouden en zullen in het definitieve project zichtbaar blijven.

De groep Van Laere is ook actief in de burgerlijke bouwkunde zoals de A11 autosnelweg tussen Brugge en Westkapelle.

Bouw

CFE Contracting deed het in 2017 uitstekend, met een ontwikkeling van de activiteiten in België en het buitenland (Polen en Luxemburg) en een groeiend orderboek. Op het einde van het jaar heeft de pool, met in 2017 een globale activiteit van meer dan 700 miljoen euro, de groep Van Laere overgenomen.

Een buitengewoon energiezuinige nieuwe zetel voor BENELMAT

Met de verhuis naar haar nieuwe locatie in Gembloux, maakte BENELMAT er in 2017 tevens van gebruik om haar materieelpark te optimaliseren. De onderneming beschikt over de beste troeven om de operationele teams technische bijstand te verlenen inzake de keuze, de studie en de levering van het voor de werven vereiste materieel. Dat is niet alles: in haar nieuwe zetel heeft BENELMAT een reeks werken met het oog op een ideaal energiebeheer uitgevoerd. De nieuwe inrichting heeft zoveel indruk gemaakt op de energieadviseurs van de Service Régional Wallon dat ze vroegen om bij BENELMAT een seminarie voor verwarmingsexperts te organiseren. Een knappe blijk van erkenning!

Gebouwen, industriële constructies en renovaties

België

In Vlaanderen

Een heel bevredigend jaar 2017 en mooie projecten in het vooruitzicht voor MBG

In mei 2017 werd de fusie tussen Atro Bouw en MBG onder de naam MBG voltooid. De nieuwe entiteit heeft een uitstekend jaar achter de rug. De vijftien scholen van het programma 'Scholen van Morgen' werden opgeleverd en de onderhoudsperiode van 30 jaar is begonnen. In maart 2018 zal MBG een nieuwe werf voor meer dan 5 miljoen euro voor 'Scholen van Morgen' opstarten in Gierle, met de bouw van een nieuwe vleugel van de gemeenteschool en restauratie- en verbouwingswerken.

De werf van het AZ Sint-Maarten in Mechelen is goed gevorderd en de gesloten ruwbouw van het eerste deel werd

voorlopig opgeleverd. In Brussel wordt aan de prestigieuze werf van het het goederenstation 'Gare Maritime' van Tour & Taxis voor Extansa gewerkt, in parallel met de studie van de binnenruimten. De Stad Brussel heeft MBG belast met het design & build van een Nederlandstalige school en crèche in Laken.

De kwaliteit van het werk van MBG wordt zeer gewaardeerd.

In Brugge werd MBG met haar project voor de ontwikkeling van de nieuwe Beurssite, in samenwerking met het architectenteam Eduardo Souto de Moura de Porto en het Belgische META, als enige 'voorkeursbieder' gekozen. Het ontving deze titel in december 2017 en de uiteindelijke beslissing wordt in het voorjaar van 2018 verwacht.

MBG wist zich in het voorbije jaar ook in vele andere opzichten te onderscheiden. De onderneming ontving de CFE Best Practice Award in de categorie 'Office' voor de Bluebeam-software, een gebruiksvriendelijk digitaal alternatief voor BIM. Ze werd bovendien door haar klant Exxon Mobile met de Safety Award beloond, voor haar optimale veiligheidsresultaat op de werf. Tot slot ontving ze de Fritz Höher-prijs 2017 voor het uitstekende metselwerk van de woontorens 5 en 6 op het Antwerpse Kattendijkdok.

Maarten te Mechelen is goed gevorderd en de gesloten ruwbouw van het eerste deel werd voorlopig opgeleverd.

Contracting

Ingehuldigd in december 2017, groepeert het nieuwe Chirec Deltaziekenhuis te Brussel op een ultra moderne site de voormalige ziekenhuizen Edith Cavell en Parc Léopold.

Twice, een uitzonderlijk residentieel project te Bosvoorde.

In Brussel en Wallonië

De groep CFE als leider op de Brusselse bouwmarkt

In Brussel en Brabant zijn de bouwactiviteiten van de groep nu over twee entiteiten verdeeld: aan de ene kant BPC, het resultaat van de fusie van CFE Brabant en BPC Brabant, dat nu met evenwichtig tussen de publieke en de private sector verdeelde projecten een leidersrol speelt op de Brusselse bouwmarkt; aan de andere kant Amart, dat sinds 2017 de entiteiten Amart en Leloup Entreprise Générale groepeert en vooral op de middelgrote privémarkten actief is. In het zuiden van het land verzekeren BPC Hainaut, BPC Liège en BPC Namur alle bouwwerven van CFE.

Veel opgeleverde of lopende projecten voor BPC

In 2017 leverde BPC onder meer de zetel van Axa Belgium en twee tot appartementsgebouwen geconverteerde kantoorcomplexen voor Atenor, naast het Justitiepaleis, en in december het uitgestrekte Delta-ziekenhuis van CHIREC (meer dan 100.000 m2 ). De onderneming werkte ook verder aan tal van projecten, zoals de duurzame wijk Tivoli in Laken, met twaalf gebouwen waaronder woningen, crèches en commerciële ruimten, samen

met straten en groene zones: een enorme werf die met de 'Lean Management' benadering voorbeeldig wordt beheerd. Enkele andere werven in uitvoering: de bouw van een ondergronds depot voor de MIVB in Erasmus, de uitbreiding van het Bordetziekenhuis in Anderlecht, het project Agora in Louvain-la-Neuve en de tweede fase van de site van Papeteries de Genval. BPC startte een tiental nieuwe werven, waaronder het nieuwe gemeentehuis van Etterbeek (15.000 m2 , verdeeld over zes verdiepingen) en een kantorencomplex in Louvain-la-Neuve voor het China Belgium Technical Center Hotel. Alles samen telden de bouwactiviteiten dit jaar niet minder dan 25 werven, waarvan tien met een omvang van meer dan 50 miljoen euro. Het orderboek van BPC voorspelt in 2018 nog meer groei, die opnieuw gepaard zal gaan met een versterking van de teams.

Een jaar met een overvloed aan bestellingen voor Amart

Amart werkte in de loop van het jaar verscheidene projecten af: Bluestone Invest, Evere Housing, de Club Sportif Château Ste Anne en vooral Twice, een uitzonderlijk residentieel project in Bosvoorde voor promotor Eaglestone. Amart ontving in 2017 ook uiterst veel bestellingen, voor onder meer de bouw van een innovatieen onderzoekscentrum voor Deltatech in Evere en verscheidene projecten voor

Redevco, Atenor, BPI, AG Real Estate (renovatie City 2), Anima Care en andere opdrachtgevers. Dat alles zou de activiteit in 2018 beduidend doen toenemen.

Zeer gediversifieerde werven in heel Wallonië

In Wallonië kenden de activiteiten een tijdelijke terugval, onder meer als gevolg van het uitstel van projecten naar 2018 voor de publieke sector, die 2/3 van de activiteiten van BPC in Wallonië vertegenwoordigt. Toch werden dit jaar in diverse domeinen mooie werven opgeleverd of voortgezet. Zo renoveerde BPC Hainaut in de industriebouw de parking van 20.000 m2 van de luchthaven van Charleroi en bouwde het een 200 meter lange toegangshelling over de verkeerswegen, zonder het voetgangersverkeer te hinderen: een opdracht die in amper vier maanden werd voltooid, in moeilijke omstandigheden, op een site die in gebruik bleef en tijdens de periode van de vakantie-uittocht! Er waren dit jaar nog meer belangrijke bouw- en renovatiewerven: de zetel van CBC in Namen, het Médiasambre-gebouw, de zetel van de RTBF in Charleroi, de metaalstructuur van de brug over het station van Bergen (architect Calatrava), of in het zorgdomein het grote ziekenhuis CHC Montlégia in Luik, waarvan de ruwbouw klaar is. BPC Liège bouwt het toekomstige sport- en

recreatiebad van de stad Eupen op de site van het oude Wetslarbad-zwembad alsook het zwembad van Luik te Jonfosse.

Internationaal

Groothertogdom Luxemburg

CLE blijft uiterst actief

In het Groothertogdom Luxemburg werd het jaar gekenmerkt door de oplevering van verscheidene grote bouwprojecten, waaronder het prestigieuze project Kons in Luxemburg Stad, waar ING Luxemburg zijn hoofdzetel heeft gevestigd, voor investeerder AXA; de Aloyse Kayser-school, een opmerkelijk project voor de Stad Luxemburg dat in één jaar tijd werd voltooid; de kleuterschool van het Lycée Français, die eveneens in een recordtijd klaar was, of ook nog een residentie met 63 appartementen voor de vastgoedpromotor CIP. Andere projecten zijn in uitvoering, onder meer in samenwerking met BPI.

In de burgerlijke bouwkunde heeft CLE twee nieuwe werven opgestart, namelijk de spoorwegovergangen in Schifflange en een brug in Dudelange. De veralgemening van de Lean-benadering in de productie van gebouwen heeft duidelijk een zeer positieve impact. De onderneming, die dit jaar het zeer hoge peil van 2016 in stand

BPC Hainaut renoveerde de parking van 20.000 m2 van de luchthaven van Charleroi en bouwde een 200 meter lange toegangshelling over de verkeerswegen zonder het voetgangersverkeer te verhinderen.

CFE Polska verzorgt in design & build de realisatie van het commercieel centrum "Platan" te Zabrze.

Het pretpark "Holiday Park Kownaty" (Majaland) opent weldra haar deuren.

heeft gehouden, zal in 2018 haar activiteiten diversifiëren door de synergie met de andere entiteiten van CFE Contracting op te drijven.

Polen

Mooie groei en belangrijke nieuwe klanten voor CFE Polska

In Polen ziet CFE Polska haar omzet en haar marges opnieuw stijgen. Meer en meer grote internationale namen schenken de onderneming hun vertrouwen. Zo koos de internationale ontwikkelaar NEPI Rockcastle CFE Polska voor de realisatie in design & build van het winkelcentrum 'Platan' in Zabrze, in het zuiden van het land. De werken zijn dit jaar van start gegaan. VASTINT, de vastgoedtak van de groep IKEA, heeft CFE gekozen voor de bouw van een prestigieus residentieel complex in het hart van Gdansk, GOODMAN bestelde een groot logistiek centrum, dat dit jaar in amper acht maanden werd gebouwd, MATEXI gaf de opdracht voor het residentiële project 'Kolska od Nowa' in Warschau, waarvan de derde fase werd geleverd, en Arcelor en Coca-Cola lieten diverse projecten uitvoeren.

Maar CFE Polska werkt ook zeer actief samen met BPI Polska. Dat blijkt onder meer uit het residentiële complex 'Bulwary Ksiazece' in het centrum van Wroclaw, waarvan de eerste fase zal worden opgeleverd, en het project 'Four Oceans' in Gdansk, dat nu voltooid is. De Marina Royale in Darlowo, die dit jaar werd opgeleverd, werd voor rekening van de Belgische ontwikkelaar POC Partners gebouwd. Nog veel ander projecten werden opgeleverd of zijn in uitvoering, waaronder het recreatiepark 'Holiday Park Kownaty' (Majaland). En de toekomst ziet er gunstig uit: het goed gevulde orderboek en de bewezen trouw van de klanten bieden CFE Polska zeer mooie perspectieven.

Laminated Timber Solutions kende een mooie groei in de sector van de oplossingen van gelamineerd hout, met zowel gelijmd als kruisgelaagdhout.

Tunesië

Grote nieuwe projecten in de publieke en de privésector

Voor CTE, dat zijn bestellingen voor diepe funderingen fors zag groeien, werd 2017 gekenmerkt door de overname en de start van twee grote projecten. Enerzijds, in opdracht van het Ministère de l'Equipement, de bouw van de verkeerswisselaar op de kruising van de ring X20 en de uitvalsweg X3 in het noordoosten van Tunis, een project dat twee tunnels en drie viaducten omvat. Anderzijds de uitvoering van burgerlijk bouwkundige werken voor vier elektrische transformatorposten voor Siemens, in Sousse, Chotrana, Radès en Ben Arous. Andere opdrachten van CTE waren de bouw van een kliniek in Bizerte, een kantoorgebouw voor het vastgoedbedrijf Miniar, en het industriepark van Sahline (aanleg van wegen en nutsvoorzieningen). Gelet op de moeilijke economische toestand in Tunesië, is men voorzichtig met de beslissing nieuwe opdrachten te aanvaarden.

Industriebouw en oplossingen met gelamineerd hout

In de bouwwereld heeft het hout de wind in de zeilen

Begin 2018 wijzigde Groep Terryn haar naam in Laminated Timber Solutions (LTS). De entiteit kende een mooie groei in de sector van de oplossingen van gelamineerd hout, met zowel gelijmd als kruisgelaagdhout. Het nieuwe managementteam heeft zich actief ingezet voor de ontwikkeling van de portefeuille, in het bijzonder in de sectoren van de scholen, de kantoren, de sportcomplexen en de industriegebouwen. De onderneming heeft meegewerkt aan diverse projecten waarin hout een hoofdrol speelt, zoals de Trilogiport in Luik, het depot van de MIVB in Haren, verscheidene zwembaden en sportzalen, enkele Brusselse scholen, het residentiële passiefgebouw Perle, het project Woodskot van Amart en BPI, en industriegebouwen in Watelle en Santele. Op een bouwmarkt die meer en meer hout gebruikt, kent LTS een aanzienlijke stijging van haar orderboek voor al haar activiteiten, zodat ze 2018 positief tegemoetgaat.

Multitechnieken

Elektrotechnieken

In 2017 werd een cluster 'Elektrotechnieken VMA' gevormd, met VMA, VMA West, VMA Vanderhoydoncks en Nizet, samen met verscheidene internationale entiteiten

De cluster boekte een groot deel van zijn omzet in de sectoren van de gezondheidszorg en de kantoren

De divisie Elektrotechniek Gebouwen van VMA en VMA West werd onder meer belast met installaties voor het AZ Delta in Roeselare, het ZNA-Cadix in Antwerpen en een groot aantal rust- en verzorgingstehuizen. De activiteit was bijzonder druk in de sector van de kantoren, met onder meer installaties voor het passiefgebouw Herman Teirlinck in Tour & Taxis, het project Passport op de luchthaven van Zaventem, de nieuwe zetel van AXA en in Gent het Van Eyck-gebouw voor Belfius. VMA Vanderhoydoncks werkte aan de projecten Corda Campus in Hasselt en EnergyVille 2 voor IMEC in Genk, en voor Nike in Laakdal, Punch Powertrain in Sint-Truiden en Colruyt.

De divisie 'Automotive' van de cluster VMA heeft omvangrijke automatiseringsprojecten uitgevoerd in de autosector, met name bij Audi in Brussel voor de productielijnen van de nieuwe elektrische Audi, en bij Volvo in Gent. De onderneming zette ook haar veelbelovende eerste stappen op de Amerikaanse automarkt, voor Kuka en Volvo in Charleston.

Bij VMA Nizet verzorgde het departement Tertiair elektrificatiewerken voor het rust- en verzorgingstehuis 'La Plaine' in Luik, en voor onder meer de ziekenhuizen Erasmus, Sint-Jan, Iris Zuid en Sint-Michiels in het Brussels gewest, CHC in Dinant, Ste Elisabeth in Namen en Jolimont in La Louvière. Andere belangrijke werken werden opgeleverd of voortgezet in het Brusselse Noordstation, in de International Duty Free-kantoren van de luchthaven van Brussel, het nieuwe Marconidepot van de MIVB en ook nog in het Groothertogdom Luxemburg, in het Konrad Adenauer-gebouw van het parlement. De divisie Infra van VMA Nizet zal in 2018 van start gaan met een project voor drie pompstations in de Vietnamese provincie Ha Nam.

Kortom een goed jaar 2017 en uitstekende vooruitzichten voor de cluster VMA.

HVAC

We zien meer en meer vruchtbare vormen van synergie in de cluster HVAC en, ruimer, in de pool Contracting

Zeer uiteenlopende opdrachten overal in het land voor Druart en Procool

Bij Druart werd het begin van het jaar gekenmerkt door de voltooiing van het logistieke centrum van Lidl in Marche-en-Famenne en het Centre Commercial Rive Gauche in Charleroi, waar de onderneming ook het Novotel-hotel heeft uitgerust. Druart werkte in 2017 bovendien voor het stadscomplex Regatta en voor KBC in Antwerpen, en verzorgde de uitrusting van het Ibis-hotel in Waver, het Vandervalk-hotel in

Luik (met Procool) en verscheidene gebouwen in Brussel, waaronder het kantoorgebouw Square de Meeus (Van Laere) en de Van Oost-school (BPC). Daarnaast was er de belangrijke opdracht voor Brussel Mobiliteit, in een tijdelijke vereniging van Druart, Procool en be.Maintenance: de levering, installatie en indienststelling van overdruk- en koelgroepen in de technische lokalen van 80 metro- en premetrostations.

De eerste helft van het jaar was soms moeilijk voor Druart, maar later in het jaar verbeterde de situatie en dankzij een groot aantal opdrachten ziet 2018 er veelbelovend uit. Procool, de dochteronderneming van Druart, zag haar omzet opnieuw stijgen, na een jaar met projecten voor Brussel Mobiliteit en het Hotel Vandervalk, de inrichting van koelkamers in het nieuwe ziekenhuis van CHIRECziekenhuis, de uitrusting van het complex Agora in Louvain-la-Neuve voor Imtech, en nog meer projecten voor onder andere GSK en Gaume Logistics.

be.Mainteance blijft groeien

Het in het onderhoud en het beheer van technische installaties gespecialiseerde be.Maintenance bevestigt haar positie als een hoofdrolspeler op deze markt. Die positie werd in verscheidene dossiers versterkt door de synergie met andere dochterondernemingen van CFE Contracting. be.Maintenance ontwikkelde met name haar activiteiten in de sector van de zorg en de rusthuizen, in de openbare sector in Brussel en Vlaanderen (OCMW's en diverse gemeentediensten, Scholen van Morgen, …) en in de streek van Charleroi (politiegebouw, OCMW, Intercommunale de Santé Publique, …), naast interessante opdrachten voor onder meer de sportclub Aspira en het Upsitecomplex in Brussel.

Rail Infra & Utility Networks

De cluster Rail Infra & Utility Networks wijzigde haar naam naar MOBIX en omvat naast ENGEMA, Louis Stevens & Co, ENGETEC en Remacom ook de NV José Coghe – Werbrouck, die in december 2017 door CFE Contracting werd overgenomen.

MOBIX positioneert zich nu als een globale multidisciplinaire aannemer van werken voor de aanleg van sporen, signalisatie en bovenleidingen. De omzet van de cluster zal vanaf 2018 naar meer dan 70 miljoen euro stijgen. De groep is met zes vestigingen in heel België actief. Ze levert ook diensten aan openbare nutsbedrijven, zoals de installatie van glasvezelnetten, de montage van hoogspanningslijnen, het onderhoud van de openbare verlichting en de installatie van branddetectiesystemen en bewakingssystemen.

NV José Coghe-Werbrouck, een extra troef voor de toekomst van MOBIX

De NV José Coghe – Werbrouck, een specialist in spoorwerken, heeft haar zetel in Hooglede en beschikt over een vestiging in Péruwelz. Met haar hooggekwalificeerde medewerkers en uitgebreide machinepark is ze een uitgelezen troef. De onderneming beschikt onder meer over tien spoor/ wegkranen, specifiek materieel voor het stabiliseren van de ballast en de voorbereiding van de rails op het spoorverkeer, en een geavanceerde machine 'Tracklayer' voor de vervanging van wissels.

Versterking van de divisie Bovenleidingen

In de sector van de 'seininrichting' hebben ENGEMA en Louis Stevens & Co aan diverse projecten samengewerkt en zijn ze begonnen met de voorbereidende werken voor het ETCS niveau 2 project op het Belgische spoornet. De activiteit 'bovenleidingen' kende een goed

gevuld jaar, met verscheidene projecten voor Infrabel en Tuc Rail. Ze concentreerde zich op de versterking van de activiteiten 'Rail Bovenleiding', met onder meer de aanwerving van nieuwe medewerkers. De onderneming heeft in opdracht van Infrabel verscheidene werven voor het leggen van kabels of de installatie van bovenleidingen opgestart of voortgezet in het geheel van het land en vooral in de zones Gent, Brussel en Namen.

Wat de montageactiviteiten betreft, heeft ENGEMA het project STEVIN in de zone Zeebrugge voltooid en werkte het aan de spoorlijnen Mechelen-Schelle, Geldenaken-Tienen en Breughel-Courcelles, en aan de Moow-tunnel voor Fluxys in Antwerpen.

Remacom, de specialist in het leggen en het onderhoud van sporen, heeft verscheidene beddingen, sporen en wissels vernieuwd in Brussel, Gent, Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Een van de projecten, de renovatie van de lijn L161 in de Schuman-tunnel, ging als gevolg van een grondverzakking in de omgeving gepaard met grootschalige restauratiewerken.

Groei van de seininrichtingsactiviteiten

In de seininrichting, een activiteit die vooruitgang boekte, heeft Louis Stevens & Co haar teams ingezet in projecten voor Infrabel, onder meer in Schaarbeek, Hoei en de zones Denderleeuw en Dendermonde. De onderneming heeft ook voor Infrabel gsm-masten bekabeld en voor Brussels Airport en onshore windparken de installatie en aansluiting van hoog- en laagspanningskabels verzorgd.

De activiteiten in Telecom & Security hadden vooral betrekking op de installatie van bewakingscamera's en veiligheidsvoorzieningen voor de NMBS, in het kader van het 'antiterreurdossier' en in samenwerking met Siemens.

ENGETEC voerde de schitterende verlichting uit van het Belfort van Bergen, dat behoort tot het Unesco wereldpatrimonium.

De verlichting van het patrimonium is ook ons werk

ENGETEC, ontstaan uit de fusie van ETEC en ENGEMA Lignes, heeft in opdracht van Ores en Resa verscheidene boven- en ondergrondse werken op lage en op middenspanning en voor openbare verlichting uitgevoerd, terwijl het ook een divisie voor spoorwegsignalisatie opstartte. Het was onder meer verantwoordelijk voor de schitterende verlichting van het Belfort van Bergen, dat op de wereldpatrimoniumlijst van Unesco staat, de plaatsing van hoogspanningscabines voor 'Les carrières de la pierre bleue belge' in Soignies, en de energie-uitrusting van diverse gebouwen in Waals-Brabant.

Pool vastgoedontwikkeling

Voor BPI werd 2017 gekenmerkt door de invoering van een organisatie die beter aangepast is aan de evolutie van onze activiteit. Doel: de coördinatie van het geheel van de projecten verbeteren en een optimaal beeld krijgen van hun ontwikkeling, die de zeer snelle evolutie van de marktvraag volgt. Deze organisatie heeft in België tot de benoeming van twee Heads of Development voor de assen Brussel-Vlaanderen en Brussel-Wallonië geleid. Ze werd ook met succes geconcretiseerd door de herinrichting van onze kantoren als co-working ruimten die de communicatie en de samenwerking optimaliseren.

Een nieuwe marktdynamiek

Wij hebben in 2017 de herziening van onze missie en waarden voltooid, door middel van een rebranding die op het eind van het jaar officieel

werd. Onze missie 'Shaping Urban Harmony through inspiring Real Estate Developments' is onze leidraad in alles wat wij doen. Het was dan ook logisch dat we ons corporate imago zouden moderniseren en versterken en de zichtbaarheid van onze projecten op de markt zouden vergroten.

In dezelfde geest hebben we onze website vernieuwd om hem meer klantgericht te maken, met een zoekfunctie die ervoor zorgt dat ons aanbod en de vraag elkaar gemakkelijker vinden. Wij streven naar een volledige digitalisering over twee jaar:

• Op het niveau van de commercialisering van onze projecten (website, sociale media, referentiëring op Google) en van de follow-up van de klanten, dankzij een online customer portal dat toegankelijk is voor onze klanten, zodat zij bijvoorbeeld de vordering van hun appartement kunnen volgen en documenten zoals plannen, notariële akten enz. kunnen ontvangen.

• Op het niveau van het ontwerp van onze projecten. We hebben een interne studiegroep gevormd voor de implementatie van nieuwe technologieën in verband met de activiteit, de connectiviteit, de mobiliteit, de flexibiliteit en, meer algemeen, de aanpasbaarheid van onze projecten aan de snelle evolutie van de markt.

Meegaan met de toekomstige evolutie van de vastgoedwereld

Wij letten zeer zorgvuldig op de evolutie van de vastgoedmarkt, die onder meer wordt gekenmerkt door de vraag naar meer moduleerbare

ruimten en begrippen als co-working, co-living enzovoort. Wij houden daar niet alleen rekening mee in de nieuwe projecten waarvoor we vergunningen hebben aangevraagd, maar zijn ook voorlopers in projecten die al voltooid of nog in uitvoering zijn. Dat is onder meer het geval met de site 'Grand-Poste' in Luik, die wij tot een multifunctionele ruimte verbouwen die inspeelt op de nieuwe verwachtingen van de jonge generaties in termen van economische activiteit en professioneel functioneren.

De investeerders vertrouwen ons

BPI is dit jaar financieel onafhankelijk geworden van de groep en heeft zich van eigen financiële middelen voorzien door de uitgifte van een bond en het openen van corporate financieringslijnen. Wij hebben deze financiële onafhankelijkheid tegen

uitstekende voorwaarden tot stand kunnen brengen, wat bewijst dat de investeerders de soliditeit van onze positionering in het vastgoed inzien en de kwaliteit van onze projecten erkennen. Onze nieuwe identiteit zal het vertrouwen van de financiële markten nog versterken en onze toekomstige ontwikkeling dus in de hand werken.

Gunstige vooruitzichten op al onze markten

Het uitzonderlijke resultaat van 2017 is te danken aan onze uitstekende benutting van kansen die zich voordeden.

In Polen was en is BPI Polska voornamelijk op de residentiële markt actief. De lopende projecten kennen een opmerkelijk commercieel succes. Twee nieuwe grote projecten zijn al verworven en verscheidene

andere zullen in 2018 volgen. In het Groothertogdom Luxemburg heeft BPI Luxembourg een aantal grote projecten verkocht, opgeleverd, ontwikkeld of verworven, waaronder het emblematische 'Entrée de ville' in Differdange, dat in een wedstrijd in de wacht werd gesleept. De vooruitzichten voor toekomstige woon- en kantoorprojecten zijn uitstekend. Ook op de Belgische markt evolueren onze projecten uiterst positief, zowel op het vlak van de commercialisering als op dat van de vordering van de werven en het verkrijgen van stedenbouwkundige vergunningen.

We kunnen besluiten met de vaststelling dat de vooruitzichten in de huidige context zeer gunstig zijn, ook al moeten we alert blijven voor economische of politieke factoren met een potentiële impact op onze activiteit.

JACQUES LEFÈVRE BPI REAL ESTATE NV

FREDERIK LESIRE HEAD OF DEVELOPMENT BRUSSEL-VLAANDEREN-POLEN FABIEN DE JONGE FINANCIEEL EN ADMINISTRATIEF DIRECTEUR VAN DE GROEP CFE

JACQUES LEFÈVRE GEDELEGEERD BESTUURDER

Artist impression van het project Grand-Poste te Luik, een verbouwing tot een multifunctionele ruimte die inspeelt op de nieuwe verwachtingen van de jonge generaties in termen van economische activiteit en professioneel functioneren.

MARIUSZ RODAK DIRECTEUR VAN BPI POLSKA

CATHERINE VINCENT HEAD OF LEGAL

ARNAUD REGOUT DIRECTEUR VAN BPI LUXEMBURG

PHILIPPE SALLÉ HEAD OF DEVELOPMENT BRUSSEL-WALLONIË

Steering Committee

Pool vastgoed- ontwikkeling

In Anderlecht worden de commercialisering en de bouw van "Erasmus Gardens" voortgezet; in de loop van het eerste kwartaal van 2018 zal een eerste fase worden opgeleverd.

Gelet op de sterke ontwikkeling van haar opdrachten in de afgelopen jaren, heeft BPI, dat de vastgoedactiviteiten van de groep in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen verzamelt, haar organisatie herzien en haar visuele identiteit vernieuwd om de uitdagingen van een steeds competitievere markt nog efficiënter aan te gaan. De nieuwe visuele identiteit omvat een nieuw logo, een nieuwe website en een voor de drie landen gemeenschappelijke huisstijl, terwijl de onderneming haar naam in BPI Real Estate veranderd heeft.

Ze heeft bovendien haar financiële autonomie verzekerd door drie corporate kredietlijnen te openen en een geslaagde obligatielening van 30 miljoen euro uit te geven.

In het Brussels gewest werkt BPI met succes verder aan de reconversie van de voormalige site van Solvay met de verkoop en de oplevering van de laatste appartementen van het project "Solvay

België

BPI BPI heeft haar organisatie beter afgestemd op de Belgische markten met de benoeming van twee nieuwe Heads of Development voor de zone Wallonië-Brussel en voor de zone Vlaanderen-Brussel. Tegelijkertijd heeft de onderneming haar intrek genomen in open, flexibele nieuwe kantoren die de manier van werken veranderen en de communicatie en de synergie tussen de medewerkers verbeteren.

De nieuwe missie van BPI: 'Shaping Urban Harmony Through Inspiring Real Estate Developments'

Deze missie vertrekt van dagelijks toegepaste waarden: teamwerk, klantgerichtheid, professionalisme en verantwoordelijkheid, openheid en transparantie, engagement en passie.

Verscheidene mooie residentiële projecten in de hoofdstad

In het Brussels gewest heeft BPI met succes verder gewerkt aan de reconversie van de voormalige site van Solvay in Elsene, met de verkoop en oplevering van de laatste appartementen van het project 'Ernest The Garden' en de commercialisering van het project 'Ernest The Park', waarvan de bouw in september werd aangevat. In Anderlecht werden de commercialisering en de bouw voortgezet van het emblematische project 'Erasmus Gardens', dat al werd bekroond als 'Best Sustainable Real Estate Project' in België. In de loop van het 1ste kwartaal van 2018 zal een eerste fase worden opgeleverd. De bouw en commercialisering van het project 'Les Hauts Prés' in Ukkel en van het project 'Voltaire' in Schaarbeek gingen van start.

In Brussel werd de hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), de juridische basis voor de planning, de stedenbouw en het vastgoedpatrimonium van de hoofdstad, door de gewestelijke overheid goedgekeurd. Het zal de ontwikkeling mogelijk maken van een duidelijk stedenbouwkundig kader via het Richtplan van Aanleg, zodat de stedenbouwkundige en de milieuvergunning voor het gemengde project 'Victor', in de Zuidwijk in de gemeenten Anderlecht en Sint-Gillis, opnieuw kunnen worden aangevraagd.

BPI ontwikkelt de eerste gebouwen van een nieuwe generatie in de streek van Luik

In Luik is het project 'Renaissance' (vroeger bekend als 'Ernst 11') goed gevorderd; dit project is een onderdeel van de herontwikkeling van de vroegere universitaire site Val Benoit. De bouw is begonnen en het Forem heeft een huurcontract voor 18 jaar getekend voor een kantoorgebouw van 5.500 m2 , dus ongeveer 45% van het geheel. Dit is het eerste kwalitatieve kantoorgebouw in de streek van Luik dat aan de criteria voor energiezuinigheid voldoet.

In Vlaanderen: BPI heeft haar aandelen in de ontwikkelingsmaatschappijen van de site 'Oosteroever' in de haven van Oostende (aanvankelijk voor 50/50 gehouden) aan haar historische partner afgestaan. Zo krijgt het de mogelijkheid om in verschillende grootschalige stedelijke projecten te investeren. BPI heeft ook de definitieve verkavelingsvergunning voor het 'Godskespark' in Godsheide verkregen.

In Luik vormt het project Renaissance onderdeel van de herontwikkeling van de vroegere universitaire site Val Benoit.

Pool vastgoed- ontwikkeling

BPI Polska rondde met een groot commercieel succes de vierder en laatste fase af van het project "Four Oceans" te Gdansk.

Het prachtige project "Kons" tegenover het station van Luxemburg Stad werd in februari 2017 opgeleverd.

Voor verscheidene andere grote projecten loopt de procedure voor het verkrijgen van de vergunningen in België.

Groothertogdom Luxemburg

Oplevering van de projecten 'Kons' en 'Glesener 21' in Luxemburg Stad

Het prachtige, als Breeam Very Good gecertificeerde project 'Kons', tegenover het station van Luxemburg Stad, werd in februari 2017 opgeleverd. Dit complex met kantoren, woningen en handelszaken geeft onder meer de zetel van ING onderdak. Alle commerciële oppervlakten zijn al verhuurd. Nog altijd in Luxemburg Stad verzorgt BPI Luxembourg de gedelegeerde leiding van de werken en de commercialisering van het project 'Glesener 21', dat door een privé-investeerder gekocht is. De in 2016 begonnen bouw is nu voltooid en het gebouw werd opgeleverd. Het in coworking gespecialiseerde bedrijf Silversquare heeft een huurcontract voor 15 jaar getekend en is met zijn inrichtingswerken begonnen. De verkoop van het project 'Rondriesch' aan een privé-investeerder is afgerond.

Knappe lopende en toekomstige projecten in heel het land

De woningen met bescheiden verkoopprijs van het project 'Domaine de l'Europe', dat momenteel in aanbouw is, kennen een groot commercieel succes. De twee fasen van het gemengde project 'Livingstone' van 35.000 m², dat in een joint venture wordt ontwikkeld, worden gecommercialiseerd en krijgen veel belangstelling. De sanerings- en sloopwerken zijn begonnen.

In het zuiden van het land zijn de werken aan het gemengde project 'Fuussbann', met 5.000 m² woningen en 2.000 m² handelsruimte, in 2017 van start gegaan. Aldi heeft meer dan driekwart van de commerciële oppervlakte gekocht.

Nieuwe aankopen

BPI Luxembourg heeft twee

kantoorgebouwen met een oppervlakte van 3.700 m² aan de route d'Arlon in Strassen overgenomen van de maatschappij Swisslife. Ze zullen worden gesloopt en herbouwd om aan de huidige energieprestatienormen te voldoen.

Daarnaast heeft BPI Luxembourg de door de stad Differdange georganiseerde wedstrijd 'Entrée en Ville' gewonnen voor een project van 25.000 m² in het centrum van de stad.

Polen

Het project "Bulwary Ksiąźęce" in Wroclaw aan de Odra, de rivier die door de stad loopt, vordert goed.

BPI Polska heeft verscheidene mooie, voornamelijk residentiële projecten voortgezet of voltooid.

Zo heeft BPI Polska in de zomer van 2017 met groot commercieel succes de vierde en laatste fase van het project 'Four Oceans' in Gdansk afgerond. Het team kon ten volle zijn voordeel doen met de gunstige economische context en de ligging bij de zee, twee garanties voor het volledige succes van dit eerste grote project in Polen.

In Wroclaw is het project 'Bulwary Ksiąźęce' aan de oever van de rivier Odra goed opgeschoten en overtreffen de verkoopresultaten de verwachtingen. De oplevering wordt in het tweede kwartaal van 2018 voorzien. De bouw en de commercialisering van de tweede fase zijn al begonnen, zodat de commerciële dynamiek behouden blijft.

Na de sanering van het terrein volgens onze milieunormen en onze waarden, gaat de commercialisering van het project 'Wola Libre' in Warschau met succes verder. In het tweede kwartaal van 2018 zal BPI Polska enthousiast overgaan tot de oplevering van dit gebouw.

Een jaar van organische groei

BPI Polska heeft in een joint venture twee nieuwe projecten verworven, in Poznań het project 'Vilda Park' en in Warschau, in de wijk Vola, het project 'Ostroroga'. In Poznań is het terrein aangekocht en zullen de bouw en de commercialisering begin 2018 van start gaan. In Warschau zal de aankoop in de loop van het tweede kwartaal van 2018 worden voltooid, na de voltooiing van de sanering van de site volgens onze milieunormen door de verkoper.

Het lokale team blijft alert voor nieuwe ontwikkelingen.

Ontdek al onze projecten en volg het nieuws van BPI op onze nieuwe website: www.bpirealestate.com

Verantwoordelijke uitgever

Ann Vansumere Tel.: +32.2.661.13.97 [email protected]

Copyright van de foto's en de beelden, in alfabetische volgorde:

A2RC Architects Art & Build Architects CFE Polska DEME Jaspers Eyers & Architects Jonas Roosens Moreno Architecture PETITDIDIERPRIOUX ARCHITECTES Philippe van Gelooven Studio 100 Tom D'Haenens

Yvan Glavie

Concept en realisatie:

Concerto Communication Agency Washingtonstraat 65 1050 Brussel

Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels.

In geval van verschillen, primeert de Franse versie.

Kerncijfers

Kerncijfers

In miljoen euro IFRS
2013 2013
Pro Forma
DEME aan
100%
2014 2015 2016 2017
Omzet 2.267,3 3.346,1 3.510,5 3.239,4 2.797,1 3.066,5
EBITDA (3) 213,2 460,9 479,5 504,9 465,9 500,7
Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) 67,2 166,4 240,5 265,7 226,8 249,4
Resultaat vóór belastingen (1) 28,0 110,2 224,8 233,1 202,8 227,2
Nettoresultaat aandeel van de groep (1) 7,9 61,7 159,9 175,0 168,4 180,4
Nettoresultaat aandeel van de groep (2) -81,2 -27,4 159,9 175,0 168,4 180,4
Eigen vermogen aandeel van de groep 1.193,2 1.193,2 1.313,6 1.423,3 1.521,6 1.641,9
Nette financiële schuld 781,4 614,1 188,1 322,7 213,1 351,9

(1) Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.

(2) Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.

(3) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie) De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.

Ratio's

IFRS
2013
(gepubli- ceerd)
(**)
2013
DEME 50%(**)
Pro Forma
2013
DEME 100%(**)
2014 2015 2016 2017
EBIT/ omzet 3,0% 1,7% 5,0% 6,9% 8,2% 8,1% 8,1%
EBITDA / omzet 9,4% -1,0% 13,8% 13,7% 15,6% 16,7% 16,3%
Nettoresultaat aandeel
van de groep / omzet
0,3% 0,8% 1,8% 4,6% 5,4% 6,0% 5,9%
Nettoresultaat aandeel
van de groep / eigen
middelen aandeel van
de groep
1,5% 1,5% 11,8% 13,4% 13,3% 11,8% 11,9%

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

(**) Voor specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de Bel20-index

Cijfers in euro per aandeel

2013 (**) 2014 2015 2016 2017
Aantal aandelen op 31/12 25.314.482 25.314.482 25.314.482 25.314.482 25.314.482
Bedrijfsresultaat (EBIT) N/A ** 9,5 10,5 9,0 9,9
Nettoresultaat aandeel van de N/A ** 6,32 6,9 6,7 7,1
groep
Brutodividend 1,15 2,00 2,40 2,15 2,40
Nettodividend 0,8625 1,50 1,752 1,505 1,752
Eigen vermogen 47,1 52,2 56,7 60,7 65,4

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

(**) Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.

De beurs

2013 2014 2015 2016 2017
Laagste minimunkoers EUR 41,00 62,80 83,00 75,15 95,00
Hoogste maximunkoers EUR 66,64 89,70 127,70 108,25 141,45
Slotkoers van het boekjaar EUR 64,76 85,02 109,10 103,50 121,70
Gemiddeld dagelijks volume aantal
effecten
14.628 15.015 16.128 14.390 14.065
Beurskapitalisatie op 31/12 Mio EUR 1.639,4 2.152,2 2.761,8 2.620,0 3.080,8

Gegevens per activiteit

Evolutie van het orderboek

in miljoen €

Evolutie van de omzet

in miljoen €

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.

Verdeling van de omzet

(*) vóór eliminaties tussen polen

Verdeling van de activiteiten van de groep CFE

Evolutie van het bedrijfsresultaat (EBIT)(*)

in miljoen €

Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Baggerwerken Andere polen en
holding
Totaal
2013 (gepubliceerd) -29,5 3,8 105,1 -12,2 67,2
2013 Pro forma DEME aan 100% (**) -29,5 3,7 202,2 -10,0 166,4
2014 -7,5 7,1 241,2 -0,3 240,5
2015 -34,9 7,7 298,2 -5,3 265,7
2015 Pro forma (***) 7,5 7,7 298,2 -47,7 265,7
2016 20,0 4,3 207,4 -4,9 226,8
2017 27,2 23,4 207,3 -8,5 249,4

(*) Met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.

(**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.

(***)Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie.

De pool Contracting integreert de divisies Bouw, Multitechnieken en Rail infra & Utility Networks.

Beheersverslag van de raad van bestuur

Inhoudstafel

9 A. Verslag over de bedrijfsrekeningen
9 1. Kerncijfers 2017
10 2. Analyse per activiteitenpool
16 3. Samenvatting van de financiële positie
20 4. Vergoeding van het kapitaal
21 B. Verklaring van corporate governance
21 1. Corporate governance
21 2. Samenstelling van de raad van bestuur
30 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités
32 4. Aandeelhouderschap
33 5. Interne contrôle
40 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen
maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel
met voorkennis en manipulatie van contracten
40 7. Transacties en andere contractrelaties tussen
de onderneming, inclusief de aangesloten
vennootschappen, en de bestuurders en executive
managers
40 8. Bijstandsovereenkomst
40 9. Controle op de vennootschap
41 C. Bezoldigingsverslag
41 1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn
comités
42 2. De directie van CFE
42 3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE
43 4. Vertrekvergoedingen
44 5. Variabele bezoldiging van de leden van de directie van
CFE
44 6. Informatie met betrekking tot het recht tot
terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend
op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt
door de leden van de directie van CFE
44 D. Rapport over de niet financiële indicatoren van de Groep
CFE
44 E. Verzekeringsbeleid
44 F. Bijzondere verslagen – Overname van Algemene
Aannemingen Van Laere
45 G. Openbaar overnamebod
46 H. Overnames en desinvesteringen
46 I. Oprichting van bijkantoren
46 J. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar
46 K. Onderzoek en ontwikkeling
46 L. Informatie over de trends
46 M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van
3 mei 2018

A. Verslag over de bedrijfsrekeningen

Op 23 maart 2018 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2017 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 3 mei 2018.

1. Kerncijfers 2017

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
Omzet 3.066,5 2.797,1 +9,6%
Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) 500,7 465,9 +7,5%
In % van de omzet 16,3% 16,7%
Bedrijfsresultaat op activiteit (*) 267,2 227,6 +17,4%
In % van de omzet 8,7% 8,1%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 249,4 226,8 +10,0%
In % van de omzet 8,1% 8,1%
Nettoresultaat aandeel van de groep 180,4 168,4 +7,1%
In % van de omzet 5,9% 6,0%
Nettoresultaat per aandeel van de groep (in euro) 7,13 6,65 +7,2%
Dividend per aandeel (in euro) (**) 2,40 2,15 +11,6%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

(**) Bedrag dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de gewone algemene vergadering van 3 mei 2018.

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
Eigen vermogen aandeel van de groep 1.641,9 1.521,6 +7,9%
Netto financiële schuld 351,9 213,1 +65,1%
Orderboek 4.850,8 4.756,7 +2,0%

Algemene uiteenzetting

De groep CFE realiseerde een omzet van 3.066,5 miljoen euro in 2017, een groei van 9,6% tegenover 2016. Deze stijging werd verwacht bij DEME, dat in 2016 een rustiger jaar kende. Daarentegen noteerde CFE Contracting een lichte omzetdaling.

Dankzij de goede prestaties van de drie divisies van de groep lag de EBITDA iets hoger dan 500 miljoen euro, een stijging van 7,5%.

Het bedrijfsresultaat (EBIT) groeit met 10% en bedraagt 249,4 miljoen euro. Het nettoresultaat, aandeel van de groep, bedraagt 180,4 miljoen euro, waarmee het record van 2015 werd verbeterd.

De bijdrage van Contracting en Vastgoedontwikkeling aan het nettoresultaat aandeel van de groep is sterk toegenomen, terwijl die van DEME stabiel bleef.

Het eigen vermogen, aandeel van de groep, bedraagt 1.641,9 miljoen euro, een stijging met 7,9%.

Ondanks het ambitieuze investeringsprogramma voor de vernieuwing en uitbreiding van de vloot en ondanks de overname van de vennootschap A2Sea blijft de stijging van de netto financiële schuld beperkt tot 138,8 miljoen euro dankzij de aanzienlijke verbetering van de werkkapitaalbehoefte van DEME.

Het orderboek neemt licht toe tot 4.850,8 miljoen euro. Het orderboek van DEME blijft goed gevuld en kent zelfs een aanzienlijke groei als we rekening houden met de contracten die reeds zijn ondertekend maar nog niet in het orderboek zijn opgenomen (ongeveer 1,7 miljard euro). Het orderboek van de pool Contracting neemt beduidend toe dankzij onder meer de overname van de groep Van Laere.

2. Analyse per activiteitenpool

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Kerncijfers

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
DEME Herwerkingen
DEME (*)
Totaal DEME Herwerkingen
DEME (*)
Totaal
Omzet 2.356,0 0 2.356,0 1.978,2 0 1.978,2 +19,1%
EBITDA (**) 455,5 0 455,5 447,4 0 447,4 +1,8%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (**) 217,8 -10,5 207,3 213,7 -6,3 207,4 0,0%
Nettoresultaat aandeel
van de groep
155,1 1,4 156,5 155,3 0,1 155,4 +0,7%
Netto financiële schuld 285,7 2,0 287,7 151,2 3,8 155,0 +85,6%
Orderboek 3.520,0 0 3.520,0 3.800,0 0 3.800,0 -7,4%

(*) Inclusief herwerkte bedragen conform de boeking tegen reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van DEME na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.

(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

Kerncijfers volgens de economische benadering

De hierna vermelde kerncijfers worden voorgesteld volgens de economische benadering die de gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen proportioneel consolideert (boekhoudregels toepasselijk vóór 1 januari 2014).

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
Omzet 2.365,7 1.978,2 +19,6%
EBITDA (*) 456,2 450,1 +1,4%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 222,6 217,6 +2,3%
Nettoresultaat aandeel van de groep 155,1 155,3 -0,1%
Netto financiële schuld 296,2 154,6 +91,6%
Orderboek 3.520,0 3.800,0 -7,4%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

Omzet (economische benadering)

De omzet van DEME bedraagt 2.365,7 miljoen euro ofwel een groei van 19,6%.

De bijzonder sterke activiteit in het segment hernieuwbare energie (GeoSea, Tideway, Dredging International) kende een forse omzetstijging. Vier grote projecten droegen bij aan deze prestatie, waarvan er twee (Rentel en Merkur) werden medeontwikkeld door DEME Concessions:

  • Het Rentel-project voor de Belgische kust behelst het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van 42 windturbinefunderingen en transitiestukken. De werkzaamheden waren eind 2017 al ver gevorderd. GeoSea haalde ook een tweede contract binnen voor het transport en de installatie van een offshore elektrisch onderstation voor het windmolenpark Rentel.
  • Het Merkur-project behelst i) het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van 66 windturbinefunderingen, 66 transitiestukken en een offshore elektrisch onderstation, en ii) het transport en de installatie van de 66 windturbines. Het project wordt uitgevoerd in de Noordzee voor

de Duitse kust. Tegen 31 december 2017 waren alle windturbinefunderingen geïnstalleerd. De installatie van de transitiestukken wordt momenteel uitgevoerd. De installatie van de windturbines begint in het eerste kwartaal van 2018.

  • Het project Hohe See Albatros voor de Duitse kust behelst het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van 87 windturbinefunderingen en transitiestukken, alsook een offshore elektrisch onderstation. De bouw van de funderingen en transitiestukken wordt momenteel uitgevoerd, terwijl de installatie naar verwachting in maart 2018 van start zal gaan.
  • Het project Galloper in de Noordzee voor de Engelse kust behelst het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van 56 windturbinefunderingen en transitiestukken. Het project, dat medio 2016 van start ging, is vrijwel voltooid.

In de divisie Baggerwerken werkte DEME verder aan het project TTP1 (Tuas Terminal – fase 1) in Singapore, samen met vele andere projecten in Afrika, India en Zuid-Amerika. Wat onderhoudsbaggerwerken betreft, zagen we een sterke activiteit in België, Duitsland en Afrika.

In Panama voltooide DEME met succes de verbreding en verdieping van het toegangskanaal, langs Atlantische zijde.

Evolutie van de activiteit per specialisatie (economische benadering)

In % 2017 2016
Capital dredging 21% 34%
Maintenance dredging 14% 12%
Fallpipe en landfalls 8% 7%
Environment 7% 10%
Civil works 3% 3%
Marine works 47% 34%

Evolutie van de activiteit per geografisch gebied (economische benadering)

In % 2017 2016
Europa (EU) 69% 56%
Europa (niet-EU) 2% 4%
Afrika 10% 12%
Noord- en Zuid-Amerika 3% 8%
Azië en Oceanië 12% 13%
Midden-Oosten 0% 3%
India en Pakistan 4% 4%

EBITDA en bedrijfsresultaat (economische benadering)

DEME DEME realiseerde in 2017 een EBITDA van 456,2 miljoen euro ofwel een lichte stijging ten opzichte van 2016 (450,1 miljoen euro).

De EBITDA-marge bedraagt 19,3% van de omzet.

Orderboek

Het orderboek daalde 7,4% tot 3.520 miljoen euro. Deze terugval moet worden genuanceerd daar een aantal belangrijke opdrachten die in 2017 werden binnengehaald niet in het orderboek zijn opgenomen omdat ze afhankelijk zijn van de financiële afsluiting van het project door de klant. Deze zijn:

  • het contract voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het 20-jarige onderhoud van de A24 Blankenburgverbinding tussen de snelwegen A20 en A15 in Nederland;
  • het EPCI-contract voor het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van 100 windturbinefunderingen en het transport en de installatie van drie elektrische onderstations voor het toekomstige offshore windmolenpark Moray East in het Verenigd Koninkrijk;
  • het contract voor het transport en de installatie van 90 windturbines voor het offshore windmolenpark Triton Knoll, eveneens in het Verenigd Koninkrijk.

Een ander project dat nog niet in het orderboek is opgenomen, is het contract voor het ontwerp en de bouw van de Fehmarnbeltverbinding, de tunnel tussen Denemarken en Duitsland. De werkzaamheden aan dit project van naar schatting 700 miljoen euro (aandeel van DEME) gaan pas van start zodra de Duitse autoriteiten de nodige bouwvergunningen hebben afgegeven.

Op 31 december 2017 vertegenwoordigen de aldus nog niet in het orderboek opgenomen opdrachten een waarde van ongeveer 1,7 miljard euro.

In 2017 bedragen de ontvangen opdrachten 2,1 miljard euro. De belangrijkste commerciële successen tijdens het boekjaar zijn (i) het EPCI-contract voor het offshore windmolenpark Hohe See en zijn uitbreiding Albatros, (ii) het contract voor het ontwerp, de bouw en het tweejarige onderhoud van de nieuwe sluis van Terneuzen in Nederland, (iii) het contract voor de levering, de installatie en het onderhoud van drie onderzeese stroomkabels die de MOG (Modular Offshore Grid, een offshore platform waarop vier Belgische windmolenparken zullen worden aangesloten) zullen verbinden, en (iv) het contract voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud (DBFM-contract: Design Build Finance Maintain) van de nieuwe RijnlandRoute in Nederland.

Investeringen

De investeringen bedragen 614,2 miljoen euro in 2017 en bestaan voornamelijk uit aanbetalingen op de schepen in aanbouw, de kapitalisatie van onderhoudskosten en de overname van de bedrijven A2Sea en G-Tec.

Op 31 augustus 2017 nam DEME A2Sea over (een Deense onderneming en eigenaar van twee schepen die gespecialiseerd zijn in de installatie van offshore windturbines: de Sea Installer en de Sea Challenger). De impact van deze overname op de netto financiële schuld van DEME bedraagt 166,9 miljoen euro.

Op 7 november 2017 verwierf GeoSea het merendeel van de aandelen (72,5%) van G-Tec. Deze vennootschap, gevestigd in de regio Luik, is gespecialiseerd in geotechnisch en geologisch offshore onderzoek, geofysisch en milieugerelateerd marien onderzoek alsook diepzee engineering services. G-Tec bezit een geotechnische offshore onderzoeksschip: de Omalius.

Van de acht schepen die in 2015 en 2016 werden besteld (totale waarde: 1 miljard euro), werden er al twee opgeleverd: de sleephopperzuigers Minerva en Scheldt River, met een capaciteit van respectievelijk 3.500 m³ en 8.400 m³. Deze twee schepen zijn de eerste van DEME's vloot die op LNG (Liquefied Natural Gas) varen, waardoor de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk wordt verminderd.

Het multifunctionele vaartuig Living Stone, het zelfvarend hefvaartuig Apollo en het kraanschip Gulliver moeten in 2018 worden opgeleverd.

De laatste drie schepen - het baggerschip Bonny River (capaciteit van 15.000 m³), de snijkopzuiger (Smart Mega

Pool Contracting

Kerncijfers

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
Omzet 717,6 770,5 -6,9 %
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 27,2 20,0 +36,0 %
Nettoresultaat aandeel van de groep 15,4 10,4 +48,1 %
Netto financiële schuld 90,5 92,0 -1,6 %
Orderboek 1.229,7 850,5 +44,6 %

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

Omzet

De omzet van de pool Contracting bedraagt 717,6 miljoen euro ofwel een daling met 6,9%.

Deze daling, die werd verwacht, is voornamelijk toe te schrijven aan de Belgische entiteiten van de divisie Bouw als gevolg van de vertraagde start van een aantal belangrijke projecten.

Bij de internationale entiteiten dient de sterke groei van de Poolse activiteiten benadrukt te worden, terwijl de

verslechtering van de sociaaleconomische situatie in Tunesië het Tunesische filiaal genoodzaakt heeft haar activiteiten terug te schroeven.

De belangrijkste projecten in uitvoering zijn onder meer het Lycée Français in Luxemburg, het ZNA-ziekenhuis en AZ Sint Maartenziekenhuis in Vlaanderen en het vastgoedcomplex AGORA in Louvain-la-Neuve.

De divisies Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks noteren een lichte omzetdaling (-2,0%).

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie in %
Bouw 499,8 548,5 -8,9 %
Gebouwen België 346,7 405,6 -14,5 %
Gebouwen Internationaal 153,1 142,9 +7,1 %
Multitechnieken 155,3 159,2 -2,4 %
Rail Infra & Utility Networks 62,5 62,8 -0,5 %
Totaal Contracting 717,6 770,5 -6,9 %

Bedrijfsresultaat

Voor het tweede jaar op rij kende het bedrijfsresultaat een sterke groei en bedraagt 27,2 miljoen euro ofwel 3,8% van de omzet.

Alle divisies leverden een positieve bijdrage aan het bedrijfsresultaat. Anders dan in voorgaande jaren was het de divisie Bouw die de sterkste groei van het resultaat liet optekenen, meer bepaald BPC (filiaal van CFE BBW dat actief is in Brussel en in Waals-Brabant).

Cutter Suction Dredger) Spartacus en het kraanschip met dynamische positionering Orion - zullen naar verwachting in 2019-2020 operationeel worden.

Netto financiële schuld (economische benadering)

De netto financiële schuld van DEME bedraagt 296,2 miljoen euro. Dit lage schuldniveau ten opzichte van het investeringsniveau in 2017 is te danken aan de operationele kasstromen en de aanzienlijke verbetering van de behoefte aan werkkapitaal.

Orderboek

In miljoen euro 31 december 2017 31 december 2016 Evolutie in %
Bouw 978,8 648,7 +50,9 %
Gebouwen België 767,3 505,0 +51,9 %
Gebouwen Internationaal 211,5 143,7 +47,2 %
Multitechnieken 152,6 143,4 +6,4 %
Rail Infra & Utility Networks 98,3 58,4 +68,3 %
Totaal Contracting 1.229,7 850,5 +44,6 %
Totaal Contracting excl. Van Laere en excl. Coghe 978,5 850,5 +15,1 %

Het orderboek stijgt beduidend en bedraagt 1.229,7 miljoen euro. Deze stijging van 44,6% (+15,1% op vergelijkbare basis) is te verklaren door de integratie van de groep Van Laere (orderboek van 241,8 miljoen euro per 31 december 2017) en door de vele opdrachten die werden genoteerd door de entiteiten van de divisie Bouw in Brussel en Polen alsook deze van de divisie Rail Infra & Utility Networks.

Overname van de groep Van Laere

Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van Aannemingen Van Laere.

Deze overname werd vooraf goedgekeurd door de raden van bestuur van CFE en CFE Contracting na het advies te hebben ingewonnen van het comité van onafhankelijke bestuurders.

De groep Van Laere, bestaande uit Aannemingen Van Laere en zijn dochterondernemingen, groep Thiran en Arthur Vandendorpe, is een algemene aannemer die actief is in de drie gewesten van België. In 2017 realiseerde de groep een geconsolideerde omzet van 138,1 miljoen euro.

De overnameprijs bedroeg 17,1 miljoen euro, of een initiële prijs van 18,4 miljoen euro verlaagd met 1,3 miljoen euro teneinde de evolutie van de gecorrigeerde intrinsieke waarde van de groep Van Laere te integreren op 31 december 2017.

Rekening houdend met een beschikbare kaspositie van de groep Van Laere van 6,9 miljoen euro op

31 december 2017, bedraagt de impact van de transactie -10,2 miljoen euro op de nettokaspositie van de pool.

De geconsolideerde resultatenrekening van de groep Van Laere wordt vanaf 1 januari 2018 in de financiële staten van de groep opgenomen.

Overname van de vennootschap José Coghe-Werbrouck

Op 19 december 2017 nam CFE Contracting José Coghe-Werbrouck over voor 7,7 miljoen euro; deze in West-Vlaanderen gevestigde vennootschap is gespecialiseerd in spoorwegwerken (spooraanleg). De vennootschap maakt nu deel uit van de divisie Rail Infra & Utility Networks. Ze bezit een uitgebreid machinepark, waaronder een Tracklayer machine voor het vervangen van spoorwissels.

Kaspositie

Ondanks de overnames van de groep Van Laere en de vennootschap Coghe kon CFE Contracting zijn nettokaspositie nagenoeg stabiel houden ten opzichte van 31 december 2016. Deze goede prestatie is te danken aan de solide operationele kasstromen en de verbetering van de behoefte aan werkkapitaal.

Pool Vastgoedontwikkeling

Kerncijfers

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
Omzet 10,9 12,1 -9,9%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 23,4 4,3 n.s.
Nettoresultaat aandeel van de groep 22,3 1,4 n.s.
Netto financiële schuld 68,8 87,6 -21,5%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

Verdeling volgens de fase van projectontwikkeling

In miljoen euro 31 december 2017 31 december 2016
Commercialiseringsbestand 6 17
Bouwbestand 69 35
Ontwikkelingsbestand 58 78
Totaal 133 130

Verdeling per land

In miljoen euro 31 december 2017 31 december 2016
België 82 78
Groothertogdom Luxemburg 20 31
Polen 31 21
Totaal 133 130

(*) Het vastgoedbestand is gelijk aan de som van het eigen vermogen en de netto financiële schuld van de vastgoedpool.

Nieuwe ontwikkelingen

In de eerste helft van 2017 haalde BPI Luxembourg de aanbesteding van de stad Differdange binnen voor de ontwikkeling van een multifunctioneel vastgoedcomplex met een totale bruto bovengrondse oppervlakte van 25.500 m² (project 'Entrée de ville').

In het derde kwartaal van 2017 verwierf BPI Polska een meerderheidsparticipatie (90%) in een bedrijf dat eigenaar is van een grondpositie in Poznan waarop een residentieel vastgoedproject van 13.000 m² bovengronds (project Vilda Park) zal worden gebouwd.

In december 2017 verwierf BPI Luxembourg een vastgoedonderneming die eigenaar was van een grondpositie aan de Route d'Arlon in Luxemburg. Het betreft een kantoorproject van circa 4.000 m² (sloop en heropbouw).

Commercialisering

In 2017 verkocht BPI drie belangrijke deelnemingen: de projecten Kons (Luxemburg), Oosteroever (Oostende, België) en Ronndriesch (Luxemburg).

In de loop van het jaar werden verschillende grote projecten opgestart (bouw en commercialisering):

  • fase 2 van het Ernest-project (voormalige Solvay-site in Elsene) met 198 wooneenheden;
  • het Voltaire-project in Schaarbeek (84 wooneenheden);
  • het Renaissance-project in Luik, een kantorencomplex met een totale vloeroppervlakte van 13.000 m², waarvan iets minder dan de helft is verhuurd aan een openbare instelling op basis van een huurcontract van 18 jaar;
  • het project 'Domaine de l'Europe-Kiem' op het Kirchbergplateau in Luxemburg, waarvan alle 99 appartementen al een eigenaar vonden;
  • het Fussbann-project in Differdange (Luxemburg), bestaande uit 48 appartementen;
  • het project Vilda Park in Poznan, Polen.

Bovendien werden nieuwe fasen gestart op de sites van Erasmus Gardens in Anderlecht, Hauts Prés in Ukkel en Bulwary Ksiazece in Wrocław.

Algemeen genomen verloopt de verkoop van wooneenheden naar wens.

Vastgoedbestand

Het vastgoedbestand nam licht toe tot 133 miljoen euro per 31 december 2017. De projecten van BPI hebben een gezamenlijk ontwikkelingspotentieel van 630.000 m² (voornamelijk residentiële projecten).

BPI slaagde er in de loop van het jaar in zijn voorraad onverkochte wooneenheden na oplevering aanzienlijk te verminderen: deze vertegenwoordigt momenteel slechts 5% van het vastgoedbestand.

Netto financiële schuld

De netto financiële schuld van de pool bedraagt 68,8 miljoen euro, wat 18,8 miljoen euro minder is dan op 31 december 2016.

In december 2017 gaf BPI met succes zijn eerste obligatielening uit van 30 miljoen euro met een looptijd van vijf jaar en een jaarlijkse rente van 3,75%.

Nettoresultaat

Het nettoresultaat van BPI bedraagt 22,3 miljoen euro, een historisch record dat voornamelijk het resultaat is van meerwaarden op de verkoop van het Oosteroever-project in Oostende (residentiële ontwikkeling verkocht aan haar partner) en het Kons-project in Luxemburg (kantoorgebouw verkocht aan een institutionele belegger).

Holding, niet-overgedragen activiteiten en eliminaties tussen polen

In miljoen euro 2017 2016 Evolutie
2017/2016
Omzet -18,1 36,3 n.s.
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) -8,4 -4,9 +71,4%
Nettoresultaat aandeel van de groep -13,7 1,2 n.s.
Netto financiële schuld 85,9 62,4 +37,7%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

Omzet

De omzet, gecorrigeerd voor eliminaties tussen polen (52,2 miljoen euro), bedraagt 34,1 miljoen euro.

Conform de eerder vooropgestelde strategie zullen de operationele activiteiten van de pool Holding geleidelijk worden afgebouwd. Het belangrijkste project dat nog in uitvoering is, de waterzuiveringsinstallatie Brussel-Zuid, verloopt volgens de herziene planning.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat bedraagt -8,4 miljoen euro, tegenover -4,9 miljoen euro in 2016.

Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de exploitatiekosten van het Grand Hotel in N'Djamena in het eerste semester van 2017 en de negatieve bijdrage van Rent-A-Port.

2017 was een overgangsjaar voor Rent-A-Port, gekenmerkt door een krimpende verkoop van industriegronden in Vietnam. Deze situatie is te wijten aan vertragingen bij de bouw van een dijk die de ontwikkeling en verkoop van een nieuw gebied van enkele honderden hectaren in de industriezone van Nam Dinh Vu in Noord-Vietnam mogelijk zou maken. De dijk moet voor eind 2018 klaar zijn. Rent-A-Port voelde ook de impact van de verzwakking van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro, wat tot uiting kwam in de opname van ongerealiseerde koersverliezen.

Nettoresultaat

Het nettoresultaat bedraagt -13,7 miljoen euro (+1,2 miljoen euro in 2016).

Het boekjaar 2016 werd gekenmerkt door de meerwaarden die werden gerealiseerd op de verkoop van participaties van CFE in twee concessievennootschappen van infrastructuurprojecten. Er vonden geen verkopen plaats in 2017.

Risico in tsjaad

Het bedrag van de vorderingen blijft ongewijzigd tegenover 31 december 2016.

3. Samenvatting van de financiële positie

3.A.1 Geconsolideerde resultatenrekening en geconsolideerde staat van het globaal resultaat

Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2017 2016
Omzet 3.066.525 2.797.085
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 116.588 85.794
Aankopen -1.726.761 -1.504.685
Bezoldigingen en sociale lasten -546.699 -533.200
Andere exploitatiekosten -404.180 -384.649
Afschrijvingskosten -238.316 -232.775
Waardevermindering van goodwill 0 0
Bedrijfsresultaat op activiteit 267.157 227.570
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures -17.710 -784
Bedrijfsresultaat 249.447 226.786
Financieringskosten -14.362 -31.521
Overige financiële lasten en opbrengsten -7.904 7.567
Financieel resultaat -22.266 -23.954
Resultaat vóór belastingen 227.181 202.832
Winstbelastingen -48.430 -30.580
Resultaat van het boekjaar 178.751 172.252
Minderheidsbelangen 1.691 -3.841
Resultaat – toekenbaar aan de groep 180.442 168.411
Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2017 2016
Resultaat van het boekjaar 178.751 172.252
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde 6.463 2.230
Omrekeningsverschillen -4.754 -340
Uitgestelde belastingen -1.583 1.143
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden
naar het nettoresultaat
126 3.033
Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen -2.227 -18.901
Uitgestelde belastingen -3.382 6.510
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden
naar het nettoresultaat
-5.609 -12.391
Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen
vermogen worden opgenomen
-5.483 -9.358
Globaal resultaat 173.268 162.894
- toekenbaar aan de groep 174.771 159.178
- toekenbaar aan de minderheidsbelangen -1.503 3.716
Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 7,13 6,65
Globaal resultaat deel van groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 6,90 6,29
ROE (*) 11,9% 11,8%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.

3.A.2 Geconsolideerde staat van de financiële positie
-- ------------------------------------------------------- -- -- -- --
Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2017 2016
Immateriële vaste activa 91.343 95.441
Goodwill 184.930 175.169
Materiële vaste activa 2.138.208 1.683.304
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 140.510 141.355
Overige financiële vaste activa 147.719 153.976
Langlopende afgeleide instrumenten 921 510
Overige vaste activa 7.798 23.518
Uitgestelde belastingsvorderingen 104.022 126.944
Totaal vaste activa 2.815.451 2.400.217
Voorraden 138.965 94.836
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.132.306 1.160.306
Overige vlottende activa 32.963 38.430
Kortlopende afgeleide instrumenten 4.156 2.311
Financiële vlottende activa 34 48
Vaste activa aangehouden voor verkoop 0 19.916
Geldmiddelen en kasequivalenten 523.018 612.155
Totaal vlottende activa 1.831.442 1.928.002
Totaal van de activa 4.646.893 4.328.219
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 840.543 714.527
Toegezegde doelpensioenplannen -25.268 -19.464
Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten -2.457 -7.337
Omrekeningsverschillen -12.252 -7.505
Eigen vermogen – toekenbaar aan de groep CFE 1.641.904 1.521.559
Minderheidsbelangen 14.421 14.918
Eigen vermogen 1.656.325 1.536.477
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 53.149 51.215
Voorzieningen 30.183 43.085
Andere langlopende verplichtingen 4.497 5.645
Obligatieleningen 231.378 303.537
Financiële schulden 419.093 367.147
Langlopende afgeleide instrumenten 7.209 18.475
Uitgestelde belastingverplichtingen 130.023 151.970
Totaal langlopende verplichtingen 875.532 941.074
Voorzieningen voor courante risico's 82.530 65.113
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 1.276.446 1.138.288
Fiscale schulden 43.275 69.398
Obligatielening 99.959 0
Financiële schulden 124.497 154.522
Kortlopende afgeleide instrumenten 7.445 23.515
Passiva aangehouden voor verkoop 0 6.004
Overige kortlopende verplichtingen 480.884 393.828
Totaal kortlopende verplichtingen 2.115.036 1.850.668
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.646.893 4.328.219

3.A.3 Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Boekjaar afgesloten op 31 december 2017 2016 (*)
In duizend euro
Operationele activiteiten 267.157 227.570
Resultaat van de operationele activiteiten 238.316 232.775
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 4.986 -3.941
Toevoeging aan de voorzieningen
Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa en andere niet-kaselementen -9.725 9.459
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa -9.662 -10.341
Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 6.507 15.221
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het
werkkapitaal
497.579 470.743
Afname/(toename) van de handels – en overige kortlopende en langlopende
vorderingen
107.002 101.564
Afname/(toename) van voorraden -8.466 -19.113
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden 75.012 -162.691
Betaalde / ontvangen winstbelastingen -42.282 34.111
Kasstromen uit operationele activiteiten 628.845 424.614
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 18.322 7.138
Aankoop van vaste activa -458.210 -188.873
Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen -181.370 0
Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 0 36.456
Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast -32.323 -19.883
Verkoop van dochteronderneming 574 0
Nieuwe leningen -9.926 -49.342
Kasstromen uit investeringsactiviteiten -662.933 -214.504
Financieringsactiviteiten
Betaalde intresten -29.347 -40.498
Ontvangen intresten 13.970 11.125
Andere financiële lasten en opbrengsten -12.218 -10.854
Leningen 240.289 216.045
Terugbetaling van schulden -212.271 -203.758
Uitgekeerde dividenden -54.426 -60.755
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten -54.003 -88.695
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen -88.091 121.415
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar 612.155 491.952
Wisselkoerseffecten -1.046 -1.212
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 523.018 612.155

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging in de boekhoudpresentatie die verband houdt met de geconsolideerde kasstroomoverzicht en van toepassing in de Groep vanaf 1 januari 2017.

3.A.4 Toelichtingen bij de tabellen met geconsolideerde financiële staten, kasstromen en investeringsuitgaven

De materiële vaste activa stegen met 454,9 miljoen euro en bedragen 2.138,2 miljoen euro. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan DEME, dat zijn programma voor de bouw van nieuwe schepen voortzette en in 2017 de vennootschap A2Sea overnam.

Na de verkoop van de vennootschap Ronndriesch waren er op 31 december 2017 geen voor verkoop aangehouden activa of passiva meer.

Rekening houdend met de uitkering van een dividend van 54,4 miljoen euro in mei 2017, bedraagt het geconsolideerde eigen vermogen 1.656,3 miljoen euro op 31 december 2017.

De netto financiële schuld bestaat enerzijds uit een kortlopende en langlopende financiële schuld van respectievelijk 650,5 miljoen euro en 224,4 miljoen euro en, anderzijds uit een positieve nettokaspositie van 523,0 miljoen euro.

CFE NV beschikt voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde kredietlijnen op middellange termijn ten bedrage van 115 miljoen euro. Deze kredietlijnen werden op 31 december 2017 niet gebruikt.

CFE, DEME, CFE Contracting en BPI voldoen allemaal aan de bankconvenanten

3.A.5 Geconsolideerde staat van het eigen vermogen voor de periode afgesloten op 31 december 2017

In duizend euro Kapitaal Uitgifte
premie
Inge
houden
winsten
Toege
zegde
pensioen
plannen
Reserve
afdek
kingsin
strumen
ten
Omreke
ningsver
schillen
Eigen
vermogen –
aandeel van
de groep
Minderheids
belangen
Totaal
31 december 2016 41.330 800.008 714.527 -19.464 -7.337 -7.505 1.521.559 14.918 1.536.477
Globaal resultaat
van het boekjaar
180.442 -5.804 4.880 -4.747 174.771 -1.503 173.268
Dividenden aan
aandeelhouders
-54.426 -54.426 -54.426
Dividenden minder
heidsbelangen
-528 -528
Wijziging
consolidatiekring
en andere
bewegingen
1.534 1.534
31 december 2017 41.330 800.008 840.543 -25.268 -2.457 -12.252 1.641.904 14.421 1.656.325

3.A.6 Kerncijfers per aandeel

31 december 2017 31 december 2016
Totaal aantal aandelen 25.314.482 25.314.482
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) 7,13 6,65
Eigen middelen toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) 64,86 60,11

3.B.1 Resultatenrekening van CFE NV (volgens Belgische normen)

In duizend euro 2017 2016
Omzet 29.578 46.911
Bedrijfsresultaat -31.507 -8.040
Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 57.681 58.969
Niet recurrente financiële opbrengsten 518 9.487
Niet recurrente financiële kosten 0 -1.541
Resultaat vóór belastingen 26.692 58.875
Belastingen -170 -17
Resultaat van het boekjaar 26.522 58.858

De geleidelijke oplevering van de laatste door CFE NV gerealiseerde werven leidt automatisch tot een daling van zijn omzet.

Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door verhogingen van de voorzieningen voor overige risico's en kosten.

Het financieel resultaat bestaat voornamelijk uit dividenden uitgekeerd door DEME en CFE Contracting voor een bedrag van respectievelijk 55,0 miljoen euro en 6,0 miljoen euro.

In 2016 omvatten de niet-recurrente financiële opbrengsten de meerwaarden die werden gerealiseerd op de verkoop van Locorail en Coentunnel Company.

3.B.2 Balans van CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen)

In duizend euro 31 december
2017
31 december
2016
Activa
Vaste activa 1.325.005 1.323.520
Vlottende activa 155.489 236.408
Totaal van de activa 1.480.494 1.559.928
In duizend euro 31 december
2017
31 december
2016
Passiva
Eigen vermogen 1.163.350 1.197.582
Voorzieningen voor risico's en kosten 81.998 57.272
Schulden op lange termijn 248 132.580
Schulden op korte termijn 234.898 172.494
Totaal van de passiva 1.480.494 1.559.928

De vaste activa bestaan voor het grootste deel uit de deelnemingen in DEME, CFE Contracting en BPI.

De obligatielening van 100 miljoen euro vervalt eind juni 2018. Op 31 december 2017 werd deze overgeboekt van langlopende schulden naar kortlopende schulden.

4. Vergoeding van het kapitaal

Op de algemene vergadering van aandeelhouders van 3 mei 2018 zal de raad van bestuur van CFE een brutodividend van 2,40 euro per aandeel voorstellen, wat neerkomt op een nettodividend van 1,68 euro of een totale uitkering van 60.754.757 euro.

B. Verklaring van corporate governance

1. Corporate governance

De vennootschap neemt de Belgische corporate governance Code 2009 als referentiecode aan.

Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).

Het corporate governance charter werd op 23 februari 2017 voor het laatst gewijzigd.

Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde cultuur gericht op deugdelijk bestuur.

2. Samenstelling van de raad van bestuur

Op 31 december 2017 bestaat de raad van bestuur van CFE uit elf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de resp. gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:

Infunctietreding Vervaljaar van
het mandaat
Renaud Bentégeat (*) 18.09.2003 2020
Piet Dejonghe (*) 24.12.2013 2021
Luc Bertrand 24.12.2013 2021
John-Eric Bertrand 24.12.2013 2021
Jan Suykens 24.12.2013 2021
Koen Janssen 24.12.2013 2021
Alain Bernard 24.12.2013 2021
Philippe Delusinne 07.05.2009 2020
Christian Labeyrie 06.03.2002 2020
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais 03.05.2007 2019
Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 07.10.2016 2020

(*) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur

Aan de algemene vergadering zal worden voorgesteld Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigt door Martine Van den Poel voor te dragen voor een periode van drie jaar eindigend na de jaarlijkse vergadering van mei 2021. Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigt door Martine Van den Poel, voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria die zijn uiteengezet in artikel 526c van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Corporate Governance Code van 2009.

Martine Van den Poel behaalde een diploma Politieke Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) en behaalde de graad van Master in Public Administration aan de Kennedy School of Government, Harvard University (Cambridge, VS) alsmede de graad van Executive Master in Coaching and Consulting for Change aan het Institut Européen d'Administration des Affaires (INSEAD). Zij was onderzoeksmedewerker aan de Harvard Business School in 1978 en aan de Stanford Business School in 1985. Van 1995 tot 2003 was ze lid van het Uitvoerend Comité van INSEAD. Sinds 2003 is ze curriculumdirecteur en executive coach voor het INSEAD Global Leadership Center.

Aan de algemene vergadering zal worden voorgesteld MucH BVBA, vertegenwoordigt door Muriel De Lathouwer voor te dragen voor een periode van vier jaar eindigend na de jaarlijkse vergadering van mei 2022. MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer voldoet aan de

onafhankelijkheidscriteria die zijn uiteengezet in artikel 526c van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Corporate Governance Code van 2009.

Muriel De Lathouwer is gedelegeerd bestuurder en CEO van EVS sinds 2014 alsook lid van de raad van bestuur sinds 2013. Voordat Muriel De Lathouwer bij EVS startte was ze bijna 20 jaar actief in de telecom, high tech, IT en media. Ze startte haar loopbaan als IT-consulente bij Accenture en was vervolgens zeven jaar actief bij McKinsey in Brussel waar ze als Associate Principal toonaangevende TV en telecom operatoren alsook media en high tech bedrijven wereldwijd adviseerde. Meer recentelijk, was ze Chief Marketing Officer en lid van het uitvoerend comité van de Belgische telecom operator BASE. Ze is burgerlijk ingenieur in kernfysica (ULB, Brussel) en is in het bezit van een MBA van het Insead, Parijs.

2.1 Mandaten en functies van de bedrijfsmandatarissen

Bestuurders

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de elf bestuurders op datum van 31 december 2017.

Luc Bertrand Voorzitter van de raad van bestuur
Ackermans & van Haaren
Begijnenvest, 113
B- 2000 Antwerpen
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven).
Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en
Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder
van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het executief comité.
Lid van het benoemings- en
remuneratiecomité Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren
Voorzitter van de raad van bestuur van SIPEF
Bestuurder van Atenor Group
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van DEME
Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International
Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis
Bestuurder van Baarbeek BV
Bestuurder van Bank J. Van Breda & C°
Bestuurder van Belfimas
Bestuurder van BOS
Bestuurder van Delen Investments CVA
Bestuurder van Delen Private Bank
Bestuurder van DEME Coordination Center
Bestuurder van ING Belgium
Bestuurder van JM Finn & Co (UK)
Bestuurder van Scaldis Invest
c- verenigingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van het Institut de Duve
Voorzitter van Middelheim Promotors
Lid van de raad van bestuur van VOKA
Lid van de raad van bestuur van VOKA VEV
Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde
Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven
Regent van het Museum Mayer van den Bergh
Lid van de raad van bestuur van Etion Synergia
Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School

CFE Hermann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel

Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder

Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux.

Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC).

Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij gedelegeerd bestuurder van CFE.

Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk).

Uitgeoefende mandaten:

a- in beursgenoteerde ondernemingen:

  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Bavière Developpement Bestuurder van Bizerte CAP 3000 Bestuurder van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van BPI Real Estate Luxembourg Zaakvoerder van BPI Polska Development Bestuurder van CFE Contracting Bestuurder van CFE Contracting & Engineering Bestuurder van CFE Polska Bestuurder van CLE Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van SFE Lid van de raad van toezicht van CFE Hungary
  • c- verenigingen:

Voorzitter van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van CCI France International Lid van de adviesraad van Solvay Brussels School Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder

Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan het Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.

Uitgeoefende mandaten

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Leasinvest Real Estate
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Voorzitter van de raad van bestuur van Distriplus Bestuurder van Baloise Belgium Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Voorzitter van Brinvest Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van DEME Bestuurder van Finaxis Bestuurder van GB-INNO-BM Bestuurder van GIB Corporate Services Bestuurder van Leasinvest-Immo-Lux Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen Bestuurder van CFE Bâtiment Brabant Wallonie Bestuurder van CFE Contracting Bestuurder van Voltis Bestuurder van CLE

c- verenigingen:

Lid van de raad van bestuur van SOS-Kinderdorpen België

John-Eric Bertrand Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Voorzitter van het auditcomité

John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA aan het Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren als Investment Manager in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het executief comité van AvH.

Uitgeoefende mandaten

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Sagar Cements
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Agidens Bestuurder van DEME Bestuurder van Sofinim Bestuurder van Manuchar Bestuurder van Residalya Bestuurder van HPA Bestuurder van Axe Investments Bestuurder van Oriental Quarries & Mines Bestuurder van AvH Resources India Bestuurder van Telemond Holding Bestuurder van Henschel Engineering Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Onco DNA Bestuurder van Nizet Entreprise Bestuurder van Etablissements Druart Bestuurder van VMA Lid van het investeringscomité van Inventures

c- verenigingen:

Bestuurder van Belgian Finance Club

Jan Suykens Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.

Uitgeoefende mandaten

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Voorzitter van het executief comité van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C. Vicevoorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank Bestuurder van Anfima Bestuurder van AvH Coordination Center Bestuurder van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van Corelio Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van DEME Bestuurder van Extensa Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Finaxis Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van Grossfeld PAP Bestuurder van HPA-Residalya Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Leasinvest Immo Lux SICAV-FIX Bestuurder van Mediacore Bestuurder van Mediahuis Bestuurder van Oyens & Van Eeghen Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Project TT Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Sofinim Bestuurder van T&T Openbaar Pakhuis Bestuurder van T&T Parking
  • c verenigingen: Bestuurder van Antwerp Management School Bestuurder van De Vrienden van het Rubenshuis

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Koen Janssen Bestuurder

Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren.

Uitgeoefende mandaten

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen Bestuurder van DEME Bestuurder van Dredging International Bestuurder van NMC International Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van Sofinim Lux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van Groep Terryn Bestuurder van Rentel Bestuurder van Seastar Bestuurder van Otary RS

c - verenigingen: Bestuurder van Belgian Offshore Platform (BOP) vzw, vast vertegenwoordiger van Green Offshore Bestuurder van Belgian Venture Capital & Private Equity Association (BVA)

Alain Bernard Bestuurder
DEME
Haven 1025
Scheldedijk, 30
B-2070 Zwijndrecht
Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde
(KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard
trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging
International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard
benoemd tot CEO van de Groep DEME.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van de stuurgroep van CFE
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Chief Executive Officer en bestuurder van DEME
Bestuurder van diverse filialen van DEME
Bestuurder van Aquafin
Bestuurder van FIT (Flanders Investment & Trade)
c - verenigingen:
Koninklijke Belgische Redersvereniging
Voorzitter van de 'Belgian Dredging Association'
Philippe Delusinne Onafhankelijk bestuurder
RTL Belgium
Jacques Georginlaan 2
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie
van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard.
B-1030 Brussel
Lid van het benoemings- en
remuneratiecomité
Lid van het auditcomité
Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de
functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy
general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993.
Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv
Gedelegeerd bestuurder van Radio H
Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA S.A., gedelegeerd bestuurder van INADI SA,
COBELFRA SA en NEW CONTACT
CEO van RTL Belux SA & Cie SECS
Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux
Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van
IP Belgium
Voorzitter van de raad van bestuur van Home Shopping Service Belgium
Voorzitter van New Contact
Bestuurder van CLT-UFA
Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse
Bestuurder van MaRadio.be SCRL
c - verenigingen:
Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique
ASBL
Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België)
Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg
Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
vzw

Christian Labeyrie Bestuurder

VINCI

1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex

Lid van het auditcomité

Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder van het Légion d'honneur en Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.

Uitgeoefende mandaten:

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Groupe VINCI
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:

Bestuurder van VINCI Deutschland Bestuurder van Arcour Bestuurder van het consortium Stade de France Bestuurder van VFI Bestuurder van Amundi Convertibles Euroland van de Groep Crédit Agricole Asset management Bestuurder van VINCI USA Holding Inc. Bestuurder van SMABTP Voorzitter van ASF Holding Voorzitter van Cofiroute Holding Voorzitter van GECOM (tot 30/11/2017) Beheerder SCCV CESAIRE-LES GROUES Beheerder SCCV HEBERT-LES GROUES Vast vertegenwoordiger van VINCI in de raad van bestuur van Escota

Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais

Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem

Voorzitter van het benoemingsen remuneratiecomité Lid van het auditcomité

Onafhankelijk bestuurder

Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries.

Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991).

Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op.

Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie

Uitgeoefende mandaten:

  • a- in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Onafhankelijk bestuurder van MONTEA Comm. VA Vicevoorzitter van de raad van MONTEA Comm. VA Voorzitter van het remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA Voorzitter van het Auditcomité van MONTEA Comm. VA.
  • b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Astrea bv cvba

Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt

Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke

Lid van het auditcomité

Onafhankelijk bestuurder

Leen Geirnaerdt is licentiate toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, Cum Laude, 1996). Zij heeft verscheidene jaren bij PricewaterhouseCoopers en bij USG People / Solvus Resource Group gewerkt. Na zeven jaar als CFO bij USG People te hebben gewerkt, bekleedt zij momenteel de functie van CFO bij Recruit Global Staffing, waar zij lid van de raad van bestuur is.

Uitgeoefende mandaten:

a- société cotée:

Bestuurder en voorzitter van het auditcomité van Wereldhave

2.2 Beoordeling van de onafhankelijkheid van de bestuurders

Van de elf leden van de raad van bestuur op 31 december 2017 zijn er acht bestuurders die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het betreft:

  • Renaud Bentégeat en Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurders van de vennootschap.
  • Alain Bernard, gedelegeerd bestuurder van DEME en lid van de stuurgroep van CFE.
  • Luc Bertrand, Jan Suykens, Koen Janssen en John-Eric Bertrand, die de controleaandeelhouder, Ackermans & van Haaren, vertegenwoordigen.
  • Christian Labeyrie, die VINCI Construction vertegenwoordigt als aandeelhouder voor 12,11%.

Op 31 december 2017 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, en Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt.

Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2017 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.

2.3 Situatie van de bedrijfsmandatarissen

Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (ii), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.

2.4 Belangenconflict

2.4.1 Gedragsregels

Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet-uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.

Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.

De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van

de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.

Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.

Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

2.4.2 Toepassing van de procedures

Bij weten van CFE heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.

Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen met die van CFE.

2.5 Beoordeling van de raad van bestuur, van zijn comités en van de bestuurders

2.5.1 Beoordelingswijze

Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.

Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.

Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.

Hij beoordeelt ook of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.

De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen

van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.

De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.

2.5.2 Beoordeling van de prestaties

De recentste formele beoordeling van de werking en prestaties van de raad van bestuur vond eind 2016 plaats. Deze beoordeling werd uitgevoerd met de steun van Guberna, het Belgische Instituut voor Bestuurders.

3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités

3.1 De raad van bestuur

Rol en bevoegdheden van de raad van bestuur

Rol van de raad van bestuur

De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.

De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.

De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en risicobeheer.

De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.

De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.

De raad van bestuur:

  • keurt het algemene kader van interne controle en risicobeheer goed en beoordeelt de toepassing ervan
  • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de financiële staten te garanderen
  • houdt toezicht op de prestaties van de commissaris
  • onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurders
  • waakt erover dat de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur op een efficiënte manier werken.

Bevoegdheden van de raad van bestuur

(i) Algemene bevoegdheden van de raad van bestuur

Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.

Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.

(ii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake kapitaalsverhoging (toegestaan kapitaal)

De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging en met name de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs.

In het kader van het toegestane kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen op basis van hun fractiewaarde.

Deze toelating vervalt vijf jaar na de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014. Aangezien de publicatie op 22 mei 2014 plaatsvond, zal de huidige toelating op 21 mei 2019 vervallen.

(iii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de verwerving van eigen aandelen

De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om eigen aandelen van CFE aan te kopen. De nominale waarde of, bij gebrek daaraan, het boekhoudkundige pari van de te verwerven aandelen mag niet meer bedragen dan 20% van het onderschreven maatschappelijk kapitaal dat 8.265.896,4 euro bedraagt. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan een minimumprijs per aandeel overeenstemmend met de laagste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, verminderd met tien procent (10%) en tegen een prijs die gelijk is aan een maximumprijs per aandeel overeenstemmend met de hoogste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, vermeerderd met tien procent (10%).

Deze toelating vervalt op 23 mei 2019.

Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.

(iv) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake uitgifte van obligaties.

Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.

Werking van de raad van bestuur

De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat zijn beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.

De vergaderingen van de raad van bestuur

De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist.

In 2017 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is zeven keer samengekomen.

De raad van bestuur heeft meer bepaald:

  • de jaarrekening van het boekjaar 2016 en de financiële overzichten voor de eerste helft van 2017 goedgekeurd
  • het budget voor 2017 en de actualisaties ervan onderzocht • het budget voor 2018 onderzocht
  • de aan het risicocomité voorgelegde dossiers besproken
  • de financiële toestand van CFE en de evolutie van de schuldenlast en de behoefte aan bedrijfskapitaal doorgelicht
  • een comité van onafhankelijke bestuurders opgericht in verband met de overname van de groep Van Laere
  • de overname van de vennootschappen Algemene Aannemingen Van Laere en José Coghe-Werbrouck door CFE Contracting goedgekeurd
  • de strategische plannen van DEME, CFE Contracting en Rent-A-Port bestudeerd
  • de evolutie van het vastgoedbestand onderzocht en beslist tot de aankoop en verkoop van verscheidene vastgoedprojecten met een waarde van meer dan tien miljoen euro
  • op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten en de premies voor de gedelegeerd bestuurders en de directiekaders.

In de volgende tabel is vermeld hoe vaak elk van de bestuurders in het boekjaar 2017 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.

Bestuurders Aanwezigheid/
aantal verga
deringen
Luc Bertrand 6/7
Renaud Bentégeat 7/7
Piet Dejonghe 7/7
Jan Suykens 7/7
Koen Janssen 7/7
John-Eric Bertrand 7/7
Christian Labeyrie 7/7
Philippe Delusinne 7/7
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd
door Ciska Servais
7/7
Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd
door Leen Geirnaerdt
6/7
Alain Bernard 6/7

Besluitvorming binnen de raad van bestuur

Sauf Behoudens in gevallen van overmacht kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.

Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.

Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.

De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt.

Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

CFE heeft in 2017 aan de gedelegeerd bestuurders geen vergoedingen toegekend in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de Aannemingsmaatschappij CFE NV te verwerven.

3.2 Het benoemings- en remuneratiecomité

Op 31 december 2017 bestond het benoemings- en remuneratiecomité uit:

  • Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, voorzitter (*)
  • Luc Bertrand
  • Philippe Delusinne (*)

(*) onafhankelijke bestuurders

In 2017 heeft dit comité tweemaal vergaderd.

Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:

  • de vaste en variabele remuneratie van de gedelegeerd bestuurders
  • de vaste en variabele remuneratie van de directeuren
  • het remuneratiejaarverslag
  • de bezoldigingen van de bestuurders
  • de evolutie van het HR-management bij CFE
  • identificatie van 'high potentials' bij CFE Contracting
  • het onderzoek van de kandidatuur van Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel, voor de functie van onafhankelijk bestuurder

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2017 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal verga
deringen
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd
door Ciska Servais (*)
2/2
Luc Bertrand 2/2
Philippe Delusinne (*) 2/2

(*) onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

3.3 Het auditcomité

Op 31 december 2017 bestond het auditcomité uit:

  • John-Eric Bertrand, voorzitter
  • Philippe Delusinne (*)
  • Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*)
  • Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (*)
  • Christian Labeyrie

(*) onafhankelijke bestuurders

De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.

John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij was sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is hij er lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.

Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.

Dit comité heeft in het boekjaar 2017 viermaal vergaderd.

Het comité heeft:

  • de jaarrekening van 2016 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2017 onderzocht
  • eind maart en eind september 2017 de driemaandelijkse jaarrekening onderzocht
  • het ontwerp van begroting 2018 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad van bestuur
  • de verslagen van de interne auditor onderzocht
  • de evolutie van de thesaurie van de groep onderzocht
  • de buitenbalanselementen van de groep en meer bepaald de bankgaranties onderzocht
  • de verslagen van de commissaris besproken

Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2017 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal verga
deringen
John-Eric Bertrand 4/4
Philippe Delusinne (*) 4/4
Pas de Mots SPRL, vertegenwoordigd
door Leen Geirnaerdt (*)
3/4
Ciska Servais SPRL, vertegenwoordigd
door Ciska Servais (*)
3/4
Christian Labeyrie 4/4

(*) onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

4. Aandeelhouderschap

4.1 Kapitaal en structuur van het aandeelhouderschap

Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.

De aandelen blijven op naam totdat ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.

Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK NV) toevertrouwd.

De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van

aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.

Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Depositoen Consignatiekas gestort totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.

Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave.

Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.

Op 31 december 2017 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:

Totaal 25.314.482
- gedematerialiseerde aandelen 6.762.148
- aandelen op naam 18.552.334

Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:

Ackermans & van Haaren NV
Begijnenvest, 113
B-2000 Antwerpen (België)
15.289.521 aande
len hetzij 60,40%
VINCI Construction SAS
5, cours Ferdinand-de-Lesseps
F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
(France)
3.066.460 aande
len hetzij 12,11%

Au In de loop van het boekjaar 2017 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.

4.2 Effecten die bijzondere controlerechten inhouden

Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.

4.3 Stemrecht

Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.

Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.

4.4 Uitoefening van de rechten van de aandeelhouders

De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elk oproepingsbericht tot een algemene vergadering.

5. Interne controle

5.A. Interne controle en risicobeheer

5.A.1. Inleiding

5.A.1.1 Definitie - referentiesysteem

"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Hij draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.

Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:

  • de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bijv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.);
  • de betrouwbaarheid van financiële en niet-financiële informatie (bijv. opstellen van de financiële staten, van het jaarverslag, enz.);
  • de naleving van de wetten, reglementen en andere teksten (bijv. de statuten, enz.)."

(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011 pagina 8).

Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.

5.A.1.2 Toepassingsdomein van de interne controle

De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.

Bij de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore was in 2017 de respectieve raad van bestuur verantwoordelijk voor de interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.

Voor de vennootschappen José Coghe-Werbrouck NV, Algemene Aannemingen Van Laere NV, Thiran SA en Arthur Vandendorpe NV, die allen eind december 2017 werden overgenomen, zullen de interne-controleregels van de groep met ingang van 1 januari 2018 worden toegepast.

5.A.2. Organisatie van de interne controle

De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Contracting en Vastgoedontwikkeling.

De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:

  • de strikte naleving van de gemeenschappelijke regels van de groep inzake verbintenissen, risiconeming, afsluiting van bestellingen en mededeling van financiële, boekhoudkundige en beleidsinformatie;
  • de transparantie en loyaliteit van de verantwoordelijken ten aanzien van hun hiërarchie op operationeel niveau en ten aanzien van de functionele diensten;
  • de naleving van de wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief is, ongeacht de materie;
  • de verantwoordelijkheid van de operationele leidinggevenden om de handelingsprincipes van de groep mee te delen aan hun medewerkers;
  • veiligheid van personen (medewerkers, dienstverleners, onderaannemers);
  • het nastreven van financieel rendement.

Na de in november 2015 voltooide juridische reorganisatie van de groep is de interne controle als volgt verdeeld:

  • op het niveau van CFE NV dat naast haar rol als holding de volgende activiteiten groepeert: i) gebouwen internationaal (met uitzondering van Polen, Luxemburg en Tunesië), ii) niet-maritieme burgerlijke engineering in België en iii) PPS-Concessies (rubriek 5 A 2.1).
  • op het niveau van DEME NV, dat toezicht houdt op de activiteiten Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra (rubriek 5 A.2.2)
  • op het niveau van CFE Contracting NV, dat toezicht houdt op de activiteiten Contracting (rubriek 5 A 2.3)
  • op het niveau van BPI NV, dat de activiteiten Vastgoedontwikkeling beheert (rubriek 5 A.2.4).

5.A.2.1 CFE NV

a. Holding

De betrokkenen bij de interne controle

  • De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan belast met de controle van het management door de directie, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. Hij beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden van de groep. De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.
  • De twee gedelegeerd bestuurders die het dagelijkse beheer van de vennootschap verzekeren, hebben tot taak de door de raad van bestuur bepaalde strategie van de groep uit te voeren.
  • Een stuurgroep in verband met de activiteiten van DEME ('stuurgroep DEME'), als volgt samengesteld:
  • een gedelegeerd bestuurder van CFE
  • de CEO van DEME, bestuurder van CFE en van DEME
  • de financieel en administratief directeur van CFE

De rol van de stuurgroep DEME wordt omschreven in hoofdstuk 5.A.2.2.

  • De financiële directie, met een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep, heeft onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurders.
  • De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.

Ze is met name verantwoordelijk voor:

  • de opstelling, de validatie en de analyse van de geconsolideerde halfjaar- en jaarrekeningen van de groep en de prognosegegevens (consolidatie van de budgetten en van de budgetbijsturingen)
  • de definitie en de naleving van de boekhoudkundige procedures binnen de groep en de toepassing van de IFRSnormen.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.

De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.

Procedures voor de opvolging van de activiteiten

De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.

Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.

De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.

De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:

  • het initiële budget, voorgesteld in november van het jaar n-1
  • de eerste budgetbijsturing, voorgesteld in april van het jaar n
  • de tweede budgetbijsturing die wordt voorgesteld in juli/ augustus van het jaar n
  • de derde budgetbijsturing, voorgesteld in oktober van het jaar n.

Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurders van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur controle en consolidatie, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van het betrokken filiaal, zijn operationeel en zijn financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:

  • het zakenvolume van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek
  • de laatste meegedeelde financiële staten (balans en resultaatrekening)
  • de voorspelbare marge van het profit center met het detail van de marges per project
  • de analyse van de grote balanstotalen
  • de analyse van de lopende risico's, met meer bepaald een voorstelling van de geschillen
  • de staat van de verstrekte garanties
  • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen
  • de thesaurie en haar toekomstige evolutie over twaalf maanden.

Voor de filialen DEME en Rent-a-Port wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.

b. Niet-overgedragen activiteiten

De twee gedelegeerd bestuurders zijn belast met de follow-up en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.

Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.

Zij worden in hun taken bijgestaan door de financieel en administratief directeur, de directeur human resources en de directeur van CFE International.

5.A.2.2 DEME

CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:

  • Op het niveau van de raad van bestuur. Hij bestaat uit zeven bestuurders, die ook bestuurders van CFE zijn. De raad van bestuur controleert het management van de directie, keurt de halfjaar- en jaarrekeningen goed en geeft, onder andere, zijn goedkeuring voor de strategie en het investeringsbeleid van DEME. De raad van bestuur heeft in 2017 achtmaal vergaderd;
  • Op het niveau van het technisch comité. Het bestaat uit de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME en uit twee vertegenwoordigers van CFE (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE). Dit comité houdt toezicht op de belangrijkste

werven en op de lopende geschillen. Het is ook belast met de voorbereiding van de investeringsdossiers;

  • Op het niveau van het risicocomité, dat onder zijn leden twee vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE), samen met de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME. Het risicocomité analyseert en geeft zijn goedkeuring voor alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 100 miljoen euro (baggerwerken) of 25 miljoen euro (niet-baggerwerken);
  • Op het niveau van het auditcomité, dat onder zijn leden drie vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur en de directeur van de beheerscontrole en consolidatie van CFE). Het auditcomité inspecteert, bij elke kwartaalafsluiting, de financiële staten van DEME, de evolutie van de resultaten van de verschillende projecten en de bijwerking van de budgetten. Het kan ook worden bijeengeroepen om specifieke financiële punten te behandelen. In 2017 heeft het viermaal vergaderd;
  • Ten slotte, op het niveau van het steering committee DEME, dat o.a. de door het technisch comité voorbereide investeringsdossiers onderzoekt en de raden van bestuur van DEME voorbereidt.

Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, COO en CFO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur

In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken. Meer bepaald:

  • De BI tool is volledig geïmplementeerd, de interface met de consolidatiesoftware werd ook voltooid. In 2017 werd de blueprint voor een upgrade van het huidige wereldwijd gebruikte boekhoudprogramma gefinaliseerd. Opnieuw staat hier een uniforme rapportering binnen de DEME Group centraal;
  • De kredietdocumentatie voor bankgaranties wordt geharmoniseerd over de verschillende banken;
  • Begin 2016 heeft het departement 'Opportunity en Risk Management' (ORM) met succes nieuwe ORM-tools en -procedures geïmplementeerd in alle filialen van DEME. De risico's en opportuniteiten worden nu transparant en uniform geraamd en aangepast, van de fase van de offerteaanvraag tot de definitieve oplevering van de projecten. Deze nieuwe benadering maakt voortaan deel uit van de bedrijfscultuur.
  • De implementatie van een cashpoolsysteem in vreemde munten binnen DEME werd afgerond. Daarnaast werd het cashmanagement verder geautomatiseerd en gecentraliseerd onder andere door de opzet van een tool (workflow) die op het groepsniveau wordt ingezet bij aanvragen om bankrekeningen te openen, volmachten aan te vragen of te wijzigen, en fondsen aan te vragen;
  • Met de steun van een externe adviseur worden de algemene kosten van de groep DEME grondig nagekeken om de budgetteringsprocessen te verbeteren en duurzame kostenverlagingen tot stand te brengen;
  • De basisnormen van het integriteitsbeleid worden verspreid en uitgelegd via het intranet, per e-mail, in kickoff meetings van elk project en tijdens opleidingsessies. Het naleven van de ethische en integriteitscode is verplicht voor elke werknemer en deze normen zijn van toepassing op alle dochterondernemingen en in alle landen waar de DEME Groep actief is. DEME beschouwt deze gedragsregels als een instrument van risicobeheersing.

5.A.2.3 CFE Contracting

a. de betrokkenen bij de interne controle

1. De raad van bestuur

De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders (de twee gedelegeerd bestuurders van CFE, de voorzitter van het executief comité van CFE Contracting en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder). De raad van bestuur controleert het executief comité, stelt de semesterrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.

2. Executief comité

Het executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie.

Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is op 31 december 2017 samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerd bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen (ook algemeen directeur van de activiteiten Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks), de gedelegeerd bestuurder van CFE Bâtiment Brabant Wallonie, en de CEO van de groep Van Laere.

3. Het risicocomité

De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of spoorinfra moeten door het risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt.

Het risicocomité is samengesteld uit:

  • de gedelegeerd bestuurders van CFE
  • de CEO van CFE Contracting
  • de voorzitter van het risicocomité van CFE
  • het lid van het executief comité dat belast is met de opvolging van de betrokken dochtervennootschap
  • de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit
  • de financieel en administratief directeur van CFE
  • een bestuurder die de controlerende aandeelhouder vertegenwoordigt

4. Interne audit

De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het Management voor een betere beheersing van de risico's.

De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het executief comité bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. De belangrijkste thema's die in 2017 door de interne audit werden onderzocht waren naleving van de sociale wetgeving (meer in het bijzonder de verplichting tot registratie van personeel op de werf), het beheer van tijdelijke handelsverenigingen (met name de aspecten met betrekking tot governance, managementcontrole en boekhoudkundige integratie).

De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het auditcomité van CFE en de leden van het executief comité (om met deze laatsten de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).

De interne audit is ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de cartografie van de risico's.

b. Acties voor de verbetering van de interne controle

In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:

  • de voorzetting van de invoering van een geïntegreerd beheerssysteem (ERP) in verscheidene entiteiten van CFE Contracting;
  • update van de boekhoudhandleiding;
  • gedetailleerd nazicht van de IT-toegangen en de functiescheidingen binnen ERP.

c. Organisatie van de interne controle op het niveau van de divisie Bouw

De verschillende filialen van de divisie Bouw (CFE Bouw Vlaanderen, CFE Bâtiment Brabant Wallonie, Groep Terryn, CFE Polska, CTE, CLE en Benelmat) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit onder andere de gedelegeerd bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken vennootschap, de CEO van CFE Contracting en een of meer vertegenwoordigers van het executief comité van CFE Contracting.

Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.

d. Organisatie van de interne controle op het niveau van de divisie Multitechnieken en Spoorinfra

De interne controle van de divisie Multitechnieken en Spoorinfra gebeurt door de per cluster (Electro, Voltis, HVAC en Rail Infra & Utility Networks) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de divisie, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een bestuurder van CFE.

5.A.2.4 BPI

a. De betrokkenen bij de interne controle

De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit zes bestuurders waaronder de gedelegeerd bestuurder van BPI, vier bestuurders van CFE (onder wie de twee gedelegeerd bestuurders) en de financieel en administratief directeur van CFE.

De raad van bestuur heeft een investeringscomité opgericht dat belast is met het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van BPI voor een (beneficial) bedrag van minder dan 10 miljoen euro. Dit comité bestaat uit vier bestuurders van BPI– van wie minstens één gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van BPI en de CFO van CFE – en het hoofd van de juridische afdeling. De financieel directeur van BPI en alle personen die behulpzaam kunnen zijn bij de presentatie van de voorgestelde investering worden ambtshalve uitgenodigd om de vergaderingen van het investeringscomité bij te wonen.

Het Investeringscomité is niet bevoegd om de Vennootschap te vertegenwoordigen en sluit de bevoegdheid van de raad van bestuur niet uit. De raad van bestuur kan te allen tijde beraadslagen over elk investerings- of desinvesteringsproject van eender welk bedrag en kan, indien passend, beslissingen nemen in plaats van het investeringscomité. Alleen de raad van bestuur is bevoegd om– op basis van een gunstig advies van de raad van bestuur van CFE – goedkeuring te geven voor (i) investeringen voor een (beneficial) bedrag van meer dan 10 miljoen euro, (ii) het aangaan van een partnerschap met betrekking tot een project voor een (beneficial) bedrag van

meer dan 10 miljoen euro, en (iii) de start van de bouw en/of commercialisering van een vastgoedproject.

Om hem bij te staan in het beheer van de lopende zaken, wordt de gedelegeerd bestuurder omringd door een stuurgroep bestaande uit de CEO, het hoofd van de financiële afdeling, het hoofd van de juridische afdeling, de hoofden van de afdeling ontwikkeling en de landenmanagers. De CEO kan ook elke persoon die hij wenst vragen om de stuurgroep bij te wonen

5.B Risicofactoren

5.B.1 Operationele risico's

5.B.1.1 De uitvoering van projecten

Het hoofdkenmerk van de sector Baggerwerken en Contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.

De risicofactoren betreffen dus:

  • het bepalen van de prijs van het te bouwen voorwerp en, in geval van een afwijking tussen de berekende prijs en de reële kostprijs als gevolg van variaties van de in de offerte voorziene eenheidsprijzen en/of hoeveelheden;
  • de mogelijkheid (of onmogelijkheid) om zich in te dekken tegen ontstane meerkosten en prijsverhogingen
  • het ontwerp, indien de aannemer daarvoor instaat;
  • de eigenlijke bouwactiviteit;
  • de beheersing van de kostprijscomponenten;
  • de vertragingen, verschillende interne en externe factoren die de datum van de oplevering kunnen beïnvloeden;
  • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, uitvoeringstermijn) en de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen die daaraan verbonden zijn;
  • de garantieverplichtingen (tien jaar garantie, onderhoud);
  • de inachtneming van verplichtingen inzake sociaal recht, uitgebreid tot dienstverlenende personen of bedrijven en tot de veiligheid.

5.B.1.2 Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.

DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerken als in infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.

DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleum- en gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.

DEME profileert zich eveneens als een toonaangevende speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:

  • als concessiehouder, via minderheidsparticipaties in concessies;
  • als algemeen aannemer gespecialiseerd in de bouw en het onderhoud van offshore windparken, die in staat is zijn klanten een globale oplossing te aan te bieden.

DEME is ook via DEC actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.

In 2015 heeft DEME beslist een nieuwe divisie op te richten, met twee nieuwe filialen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. De vorming van deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde.

Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.

Operationele risico's van baggerwerken en inpolderingswerken

DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en inpolderingsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:

  • het bepalen van de aard en de samenstelling van de te baggeren bodem;
  • de klimaats- en weersomstandigheden, met inbegrip van extreme klimaatgebeurtenissen (stormen, tsunami's, aardschokken enz.);
  • de slijtage van het materieel;
  • technische incidenten en pannes die de prestaties van de schepen kunnen beïnvloeden;
  • de conceptie en de engineering van het project;
  • de evolutie van het reglementaire kader in de loop van het contract tot en met de betrekkingen met de onderaannemers, leveranciers en partners.

Operationele risico's van de ontwikkeling van concessies

Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • de onstabiliteit van het reglementaire kader;
  • de technologische evoluties;
  • het vermogen om deze grootschalige projecten te financieren.

Operationele risico's van investeringen in de vloot

Baggeren is voornamelijk een maritieme activiteit die wordt gekenmerkt door haar kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • technisch ontwerp van de investering (type schip, capaciteit, vermogen…) en beheersing van nieuwe technologieën
  • tijdsverschil tussen de investeringsbeslissing en de uitbating van het schip en het inschatten van de toekomstige markt
  • beheersing van de uitvoering door de scheepswerf van de investering (kosten, prestaties, conformiteit…)
  • bezettingsgraad van de vloot en de planning van de activiteiten
  • financiering.

DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van nieuwe schepen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.1.3 Contracting

De pool Contracting omvat de pools Bouw, Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks.

De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg, Polen en Tunesië. CFE Contracting is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.

De divisie Multitechnieken, Rail Infra & Utility Networks is voornamelijk in België actief, met drie clusters:

  • tertiaire elektriciteit, elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, industriële automatisering, fabricage van laagspanningsborden en hoogspanningscabines, elektromechanica voor zuiverings- en pompstations
  • HVAC (heating, ventilation en air conditioning), onderhoud van elektriciteit en HVAC
  • spoorweg- en signalisatiewerken, het transport van energie en openbare verlichting.

In 2017 heeft CFE Contracting de sinds 2013 opgestelde cartografie van de risico's bijgewerkt. De evaluatie gebeurde volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een voorstelling per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de follow-up van de aan zijn activiteit verbonden risico's.

De cartografie zal blijven evolueren, aangezien men ze regelmatig zal updaten. Het programma van de interne audits wordt op basis van deze cartografie gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.

De belangrijkste risico's die in de update eind 2017 werden geïdentificeerd zijn:

  • de beschikbaarheid van kaderpersoneel, namelijk projectleiders en werfleiders, en het beheer van hun competenties;
  • de risico's verbonden aan onderaanneming (naleving van de planning, kwaliteitseisen, sociale wetgeving);
  • het risico van ongevallen, dat een prioriteit blijft voor de contracting vennootschappen.

De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.

De volgende update van de cartografie van de risico's zal plaatsvinden in 2019.

5.B.1.4 Vastgoedontwikkeling

BPI, de leidende vennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.

De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, …) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, …) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.

De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.

Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sector gebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:

  • keuze van de investeringen in grondbezit,
  • definiëring en haalbaarheid van het project,
  • verkrijging van diverse toelatingen en vergunningen,
  • beheersing van bouwkosten, honoraria en financiering,
  • verkoop.

5.B.2 De conjunctuur

De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.

Bijvoorbeeld:

  • de activiteit baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde is gevoelig voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de overheden met betrekking tot grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. Een vertraging van de groei op een of meer markten waar DEME actief is, kan een negatieve invloed hebben op haar activiteitsniveau en haar resultaten;
  • de bouwactiviteit of de vastgoedontwikkelingsactiviteit volgt voor het gedeelte kantoorgebouwen de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de woningbouwactiviteit meer rechtstreeks reageert op de conjunctuur, het consumenten vertrouwen en het renteniveau.

5.B.3 Kaderleden en werknemers

CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.

Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden

5.B.4 Marktrisico's

5.B.4.1 Rente

CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.

5.B.4.2 Wisselkoers

Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.

5.B.4.3 Krediet

Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.

Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.

Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.

Terwijl DEME, CFE Contracting en BPI niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld zijn, wordt CFE geconfronteerd met betalingsachterstallen vanwege de staat Tsjaad.

5.B.4.4Liquiditeit

Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vier soorten:

  • obligatieleningen voor een totaal bedrag van 330 miljoen euro. Het betreft een obligatielening van 100 miljoen euro die in 2018 vervalt, uitgegeven door de Aannemingsmaatschappij CFE NV, een obligatielening van 200 miljoen euro die in 2019 vervalt, uitgegeven door DEME NV, en een obligatielening van 30 miljoen euro die in 2022 vervalt, uitgegeven door BPI SA.
  • nieuwe bilaterale kredietlijnen op middellange termijn bij DEME, voor de financiering van de nieuwe vaartuigen,
  • leningen of leasingcontracten van het type 'project finance' die DEME gebruikt om bepaalde van zijn schepen te financieren en die BPI gebruikt voor de financiering van haar vastgoedprojecten,
  • bankleningen of handelspapier om de behoeften aan liquide middelen op korte en middellange termijn te dekken.

CFE komt op 31 december 2017 al zijn financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME, CFE Contracting en BPI.

5.B.5 Risico van de grondstoffenprijs

CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die in hun activiteiten worden gebruikt. Dergelijke stijgingen zouden echter geen beduidende nadelige weerslag mogen hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van CFE, DEME en CFE Contracting omvat immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van CFE Contracting uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke indekkingen genomen voor de prijzen van gasolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.

5.B.6Afhankelijkheid van opdrachtgevers of leveranciers

Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.

5.B.7 Milieurisico's

Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt.

CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.

Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:

  • een verstoring van de flora en/of fauna of een ongewilde lozing kunnen nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de zeer strenge preventiemaatregelen die de vennootschap in de uitvoering van baggerwerken toepast.
  • de dochtervennootschappen van DEME die inzake milieu actief zijn, worden door hun aard geconfronteerd met de sanering van sterk vervuilde bodems waarvan men voor de start van het contract de omvang en de precieze samenstelling niet altijd gemakkelijk kan bepalen. Bovendien impliceren de innoverende technieken die DEME voor de bodemsanering toepast door hun aard een bepaald risicograad.

De eerbied voor het milieu is een van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.

5.B.8 Juridische risico's

Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten CFE en CFE Contracting rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften gelinkt aan de plaats van uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.

De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.

DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.

5.B.9Politieke risico's

CFE en DEME zijn blootgesteld aan politieke risico's die verschillende vormen kunnen aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.

Deze risico's vormen een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.

DEME heeft een entreprise security officer aangeworven om:

  • de potentiële bedreigingen voor de veiligheid van het personeel en het materieel regelmatig bij te werken,
  • te helpen bij de uitvoering van de veiligheidsprocedures,
  • toe te zien op de naleving ervan,
  • desgevallend noodsituaties te coördineren.

5.B.10Risico's van de bescherming van de intellectuele eigendom en de knowhow

DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.

Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.

5.B.11Risico's van Special Purpose Companies

Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.

6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten

Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er is een compliance officer (Fabien De Jonge) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.

7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusief de verbonden vennootschappen, en de bestuurders en executive managers

Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van haar dochtervennootschappen.

8. Bijstandsovereenkomst

Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2017 bedragen respectievelijk 156 en 1.172 duizend euro.

9. Controle op de vennootschap

De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek.

De gewone algemene vergadering van 4 mei 2016 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op het einde van de gewone algemene vergadering van mei 2019. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd vastgesteld op 118 duizend euro voor het boekjaar 2017.

De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 42 duizend euro.

Bovendien werden gedurende het boekjaar 2017 door Deloitte gefactureerde kosten voor advies van 158 duizend euro in resultaat genomen.

Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.

Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2017):

(milliers d'euros) Deloitte Overige
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek
van de individuele en geconsolideerde rekeningen
1.619,6 69,44% 728,2 35,74%
Andere toebehorende opdrachten en andere
auditopdrachten
81,3 3,49% 63,9 3,14%
Subtotaal audit 1.700,9 72,93% 792,1 38,88%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 204,5 8,77% 852,8 41,86%
Overige 426,9 18,30% 392,3 19,26%
Subtotaal andere 631,4 27,07% 1.245,1 61,12%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 2.332,3 100% 2.037,2 100%

C. Bezoldigingsverslag

Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.

Het benoemings- en remuneratiecomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.

Voor het jaar 2017 werden er geen wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.

1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités

1.1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur

De algemene vergadering van 4 mei 2017 van CFE NV heeft besloten een jaarlijkse vergoeding van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro toe te kennen aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.

De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van 2.000 euro per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur.

De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.

Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.

Voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:

(euro) Bezoldiging
CFE NV
Luc Bertrand 100.000
Renaud Bentégeat 34.000
Piet Dejonghe 34.000
Koen Janssen 34.000
Christian Labeyrie 34.000
John-Eric Bertrand 34.000
Ciska Servais BVBA,
vertegenwoordigd door Ciska Servais
34.000
Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd
door Leen Geirnaerdt
32.000
Philippe Delusinne 34.000
Jan Suykens 34.000
Alain Bernard 32.000
Totaal 436.000

Er bestaat geen enkele overeenkomst met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder die een vertrekvergoeding voorziet. Aan de algemene vergadering van 3 mei 2018 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.

1.2 Bezoldiging van de leden van het auditcomité

John-Eric Bertrand 8.000
Philippe Delusinne 4.000
Christian Labeyrie 4.000
Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd
door Leen Geirnaerdt
3.000
Ciska Servais BVBA,
vertegenwoordigd door Ciska Servais
3.000
Totaal 22.000

1.3 Bezoldiging van de leden van het benoemings- en remuneratiecomité

Het benoemings- en remuneratiecomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.

Ciska Servais BVBA,
vertegenwoordigd door Ciska Servais
4.000
Luc Bertrand 2.000
Philippe Delusinne 2.000
Totaal 8.000

2. De directie van CFE

De groep CFE wordt door de twee gedelegeerde bestuurders geleid. Zij staan in voor het dagelijks beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van de groep.

Ze worden in hun taken op het niveau van de holding bijgestaan door de financieel en administratief directeur van de groep, Fabien De Jonge, de directeur human resources, Gabriel Marissen, en de directeur internationaal D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain.

De activiteit van DEME wordt gevolgd door een steering committee, zoals in het verleden samengesteld uit Renaud Bentégeat, Alain Bernard en Fabien De Jonge.

De pool Contracting, die het merendeel van de activiteiten van de groep CFE in de bouw, Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks groepeert, wordt geleid door een executief comité samengesteld uit een CEO, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en vier andere leden, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Fabien De Jonge, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts en Almacon BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens

De activiteit vastgoedontwikkeling staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artis Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.

3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE

3.1 Bezoldiging van Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder

Het bezoldigingsbeleid wijzigde niet in 2017. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en remuneratiecomité onderzocht.

Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en remunieratiecomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.

Het referentiejaar voor de gedelegeerd bestuurders (en voor de andere leden van de directie) voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen van de variabele bezoldiging gebeuren in april van het volgende jaar.

Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat, hetzij 34.000 euro, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 300.000 euro ontvangen. De bezoldiging van Renaud Bentégeat is onderworpen aan de Franse sociale zekerheid.

Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, beschikt bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenstemt met 48.128 euro voor 2017. In 2017 geniet hij, ten laste van CFE, een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedraagt 102.147 euro.

De variabele bezoldiging van Renaud Bentégeat is gebaseerd op de prestaties van het geheel van de groep CFE en houdt rekening met de veiligheid, het economisch resultaat, het thesaurieniveau en de kwaliteit van de rapportering.

Het bedrag van de jaarlijkse variabele bezoldiging, (met uitzondering van de variabele bezoldiging op lange termijn), is beperkt tot 100% van de vaste bezoldiging, tenzij anders beslist door de raad van bestuur.

De raad van bestuur kan ook, op voorstel van het benoemings-en remuneratiecomité, het bedrag van de variabele bezoldiging verhogen of verminderen.

Voor het boekjaar 2017 is beslist aan Renaud Bentégeat een premie uit te keren van 700.000 euro.

CFE heeft in 2017 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend aan de heer Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder.

3.2 Bezoldiging van Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder

Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, heeft naast de bezoldiging voor zijn bestuursmandaat geen bezoldiging ontvangen.

CFE heeft in 2017 aan de gedelegeerd bestuurder, Piet Dejonghe, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.

3.3 De bezoldiging van de andere leden van de directie van CFE

Het bezoldigingsbeleid is zodanig ontworpen dat de vennootschap

  • uitvoerende talenten van hoog niveau en met groot potentieel kan aantrekken, motiveren en behouden;
  • persoonlijke prestaties kan aanmoedigen en belonen.

De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van de directie van CFE met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders, worden zeer aandachtig bekeken door de gedelegeerde bestuurders en de directeur human resources van de groep. Ze worden voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.

Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.

Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz.

Voor de operationele directeuren van de directie van CFE, met name de verantwoordelijken van de profit centers (dochtervennootschappen), hangt de variabele bezoldiging voor het boekjaar 2017 af van hun individuele prestatieniveau.

• Ze houdt direct verband met de financiële prestatie van hun verantwoordelijkheidsdomein of het nettoresultaat vóór belastingen. Dit resultaat wordt vergeleken met een rooster dat vaste bedragen bevat in functie van het behaalde resultaat (zogenaamd 'basisbedrag').

• de prestatie 'veiligheid': een kwantitatief criterium voor 50%, gebaseerd op zero ernstige arbeidsongevallen van alle personen op de werven, kwalitatieve criteria voor 50% volgens de graad van uitvoering van de veiligheidsplannen.

Het geheel heeft een negatieve invloed van 20% van het basisbedrag indien de doelstellingen niet worden bereikt.

• De 'kwalitatieve' prestaties, namelijk de individuele doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar worden toegewezen.

De waardering van deze 'kwalitatieve' prestaties gebeurt door het benoemings- en remuneratiecomité.

De raad van bestuur kan ook op voorstel van het benoemingsen remuneratiecomité het bedrag van de variabele bezoldiging dat voortkomt uit het in het begin van het boekjaar bepaalde rooster verhogen of verlagen in functie van uitzonderlijke resultaten of leadership.

Voor de functionele directeuren wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende elementen, namelijk:

  • het globale resultaat van de groep CFE,
  • de werking van de afdeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn,
  • eventueel de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar werden toegewezen door de gedelegeerd bestuurders,
  • bij onbevredigende prestaties kan de variabele bezoldiging gelijk zijn aan nul.

Het referentiejaar voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.

Voor de operationele leden van het steering committee van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het bezoldigingscomité van DEME, samengesteld uit Renaud Bentégeat en Luc Bertrand.

Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend met inachtneming van 4 criteria: het EBITDA, het nettoresultaat, de financiële schuld en de veiligheid.

De leden van het directiecomité van CFE (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders) – namelijk Fabien De Jonge, Gabriel Marijsse, D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain, Alain Bernard, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, hebben in 2017 de volgende bezoldigingen ontvangen:

Vaste bezoldigingen en honoraria 2.494.366
Variabele bezoldigingen 2.107.380
Stortingen voor diverse
verzekeringen (pensioenplannen,
hospitalisatieverzekering,
ongevallenverzekering)
329.995
Kosten van dienstvoertuigen 32.891
Totaal 4.964.632

Voor de leden van het directiecomité van CFE bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986.

Om voor deze leden een samenhangend beleid te voeren, werd in 2007 een 'overkoepelend' plan met vastgestelde prestaties ingevoerd. De 'service cost' (IFRS) voor de plannen met 'vaste prestaties' bedraagt 121.255 euro voor het boekjaar 2017.

Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het steering committee van DEME.

CFE NV heeft in 2017 aan de leden van de directie van CFE geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

Het benoemings- en bezoldigingscomité van de groep CFE heeft echter met de goedkeuring van de raad van bestuur beslist een optieplan in te voeren voor CFE Contracting. De vier begunstigden hebben het voorstel aanvaard en de opties hebben een duur van 7 jaar.

Anderzijds heeft de raad van bestuur na advies van het benoemings- en remuneratiecomité van CFE beslist een optieplan in te voeren op het niveau van BPI (activiteit vastgoedontwikkeling). De twee begunstigden hebben dit aanbod aanvaard. De opties hebben een duur van 8 jaar.

Het benoemings-en remuneratiecomité van CFE heeft beslist, na akkoord van de Raad van Bestuur, om Manu Coppens te integreren in het optieplan op het niveau van CFE Contracting. Het voorstel werd op 31 december 2017 gedaan. De opties hebben een duur van 5 jaar.

4. Vertrekvergoedingen

Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 en in gemeen overleg met de gedelegeerd bestuurders en de leden van de directie van CFE werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 4 mei 2017 de volgende tekst goedgekeurd:

  1. De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de personen met het statuut van 'werknemer' en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht.

Voor de bezoldigde leden van de directie van CFE en DEME die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013.

  • › Alain Bernard
  • › Fabien De Jonge
  • › Gabriel Marijsse
    1. Wat betreft de vertrekvergoedingen die van toepassing zijn na 3 mei 2010 en die met de afgevaardigd bestuurder en de leden van de directie van CFE zijn overeengekomen,
  • › is op 1 oktober 2014 een overeenkomst van kracht geworden voor Renaud Bentégeat. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 12 maanden bezoldiging.
  • › is op 9 november 2015 een overeenkomst van kracht geworden voor Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal

meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 6 maanden honoraria.

  • › is op 1 januari 2016 een overeenkomst van kracht geworden voor 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.
  • › is op 13 juni 2017 een overeenkomst van kracht geworden voor Almacom BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 6 maanden honoraria.
  • › is op 28 februari 2018 een overeenkomst van kracht geworden voor Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.
  • › is op 28 februari 2018 een overeenkomst van kracht geworden voor Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.

5. Variabele bezoldiging van de leden van de directie van CFE

Wat de regels voor de variabele vergoeding betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing vanaf het boekjaar dat begon na 31 december 2010, heeft de algemene vergadering van 4 mei 2017 volgend voorstel goedgekeurd:

Voor de gedelegeerd bestuurders en de leden van de directie is de huidige wetgeving, die de spreiding over drie jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijbehorende criteria, niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een directie waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen of het vervroegd pensioen naderen.

Deze bepaling blijft van kracht voor de leden van de directie van CFE.

6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van de directie van CFE

De overeenkomsten tussen de leden van de directie van CFE, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurders, enerzijds, en de vennootschap anderzijds, voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.

D. Rapport over de niet financiële indicatoren van de Groep CFE

Dit rapport is bijgevoegd aan bladzijde 121 van het financieel verslag.

E. Verzekeringsbeleid

CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in.

F. Bijzondere verslagen – Overname van Algemene Aannemingen Van Laere

Uittreksel uit de notulen van de Raad van Bestuur van de Aannemingsmaatschappij CFE van 18 december 2017: Definitieve beslissing over de transactie Van Laere

Na een gedetailleerd onderzoek van de verschillende valorisatiemethodes, de overnameovereenkomst ('Share Purchase Agreement') en de due-diligence rapporten over de boekhoudkundige, financiële, fiscale, wettelijke en sociale aspecten,

na twee ontmoetingen met de CEO van de groep Van Laere, die zijn doelstellingen op korte en middellange termijn en zijn budget 2018-2019 heeft voorgesteld,

na lezing van het verslag van het comité van onafhankelijke bestuurders, namelijk Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, de heer Philippe Delusinne en Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door mevrouw Leen Geirnaerdt,

menen de bestuurders voldoende geïnformeerd te zijn om te beraadslagen over de geplande transactie, namelijk de verwerving van 100% van de aandelen van Algemene Aannemingen Van Laere NV door CFE Contracting voor een prijs van 18,4 miljoen euro, een bedrag dat zal worden aangepast volgens onder meer het bedrag van de geconsolideerde eigen middelen van Algemene Aannemingen Van Laere NV op 31 december 2017.

De voorzitter van de raad, de heer Luc Bertrand, geeft te kennen dat hij zich van de stemming zal onthouden.

Na verscheidene gedachtewisselingen keuren de bestuurders die aan de stemming deelnemen (namelijk alle bestuurders met uitzondering van de heren Luc Bertrand en Alain Bernard, verontschuldigd) de transactie eenstemmig goed volgens de voorwaarden van de overnameovereenkomst.

De raad van bestuur bevestigt dat de in artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen beschreven procedure werd geëerbiedigd en dat niet werd afgeweken van het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders.

De overname is gepland op donderdag 21 december 2017.

De heer Luc Bertrand dankt de onafhankelijke bestuurders en alle betrokkenen voor de kwaliteit van hun werk. Hij is ervan overtuigd dat deze overname een reële meerwaarde voor CFE vormt.

Bijlagen:

    1. besluit van het verslag van het comité van onafhankelijke bestuurders
    1. verslag van de commissaris
Piet Dejonghe Renaud Bentégeat
Gedelegeerd bestuurder Gedelegeerd bestuurder

Bijlage 1: Besluit van het verslag van het comité van onafhankelijke bestuurders

Gelet op en onverminderd alle opmerkingen in secties 1, 2 en 3, (A), (B) en (C) die het kwalificeren, kan het advies van de onafhankelijke bestuurders als volgt worden samengevat: niets wijst erop dat de voorwaarden van de voorziene transactie, in het bijzonder de prijs, een nadeel, al dan niet onrechtmatig, zou inhouden voor CFEC, CFE en haar aandeelhouders. In de mate dat ze niet in aanmerking werden genomen in de bepaling en de mogelijk aanpassingen van de prijs van de transactie, omvatten de voordelen van de van de transactie verwachte synergie, die de raad van bestuur reeds in het verleden als een rechtvaardiging van het nut van de transactie voor CFEC heeft geïdentificeerd, los van de mechanismen voor de prijsaanpassing die de SPA voorziet en de bijbehorende garanties, een compensatiemarge voor eventuele 'nadelen' die in voorkomend geval zouden ontstaan uit een toekomstige verslechtering van de verwachtingen die aan de basis liggen van de voor de prijsbepaling gemaakte valorisatie, het concept van de eventuele prijsaanpassingen, en de garanties van de SPA en de rechtvaardiging van de transactie in het belang van CFEC en bijgevolg ook van CFE en haar aandeelhouders.

Opgemaakt te Brussel, 18 december 2017

De onafhankelijke bestuurders:

Voor BVBA Ciska Servais, Ciska Servais

Voor BVBA Pas de Mots, Leen Geirnaerdt

Philippe Delusinne

Bijlage 2: Verslag van de commissaris

In het kader van de beslissing van de raad van bestuur over de tussen CFE Contracting NV en Ackermans & van Haaren NV opgestelde overeenkomst voor de overname van de groep Van Laere, en in overeenstemming met artikel 524 §3 van het Wetboek van Vennootschappen, is onze beoordeling vereist van de getrouwheid van de gegevens die vermeld staan in het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders van 18 december 2017 en in de notulen van de raad van bestuur van 18 december 2017. Deze beoordeling zal worden

opgenomen in de notulen van de raad van bestuur en in het beheersverslag.

De overeenkomst wordt gesloten tussen CFE Contracting NV (een dochteronderneming van de vennootschap Aannemingsmaatschappij CFE NV) en Ackermans & van Haaren NV (de meerderheidsaandeelhouder van de Aannemingsmaatschappij CFE NV) en heeft betrekking op de overname van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV door CFE Contracting NV. In het kader van deze transactie past de raad van bestuur van de Aannemingsmaatschappij CFE NV de procedure toe die artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen voorziet om te bepalen of de overeenkomst en de verrichting in haar geheel geen kennelijk onrechtmatig nadeel inhouden voor de Aannemingsmaatschappij CFE NV.

In overeenstemming met de bepalingen van artikel 524 § 3 van het Wetboek van Vennootschappen hebben wij kennis genomen van de volgende documenten:

  • Het verslag van het comité van onafhankelijke bestuurders van 18 december 2017, opgesteld in overeenstemming met artikel 524 §2 van het Wetboek van Vennootschappen;
  • De notulen van de raad van bestuur van 18 december 2017.

Wij hebben de getrouwheid geverifieerd van de gegevens die vermeld staan in het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders en in de notulen van de raad van bestuur.

Op basis van ons werk hebben wij geen kennis van elementen die erop zouden kunnen wijzen dat de gegevens die vermeld staan in het advies van het comité van onafhankelijke bestuurders en in de notulen van de raad van bestuur niet getrouw zouden zijn.

Dit verslag is opgesteld voor uitsluitend gebruik door de raad van bestuur van de vennootschap in het kader van de toepassing van artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Zaventem, 19 december 2017

De Commissaris

DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v. CVBA

Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck Michel Denayer

G. Openbaar overnamebod

Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:

  • i) de raad van bestuur gemachtigd is om het maatschappelijk kapitaal te verhogen met maximum 2.500.000 euro, overwegende dat deze machtiging in toepassing van artikel 607 van het Wetboek van Vennootschappen, in het geval van een openbaar overnamebod, beperkt is;
  • ii) de raad van bestuur gemachtigd is om maximum 20% eigen aandelen van de vennootschap te verwerven.

H. Overnames en desinvesteringen

Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar 2017 geen participaties genomen of afgestaan.

De overnamen en afstanden van de dochterondernemingen van CFE worden in het financieel verslag gedetailleerd besproken.

I. Oprichting van bijkantoren

Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.

J. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar

Na 31 december 2017 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.

K. Onderzoek en ontwikkeling

DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.

L. Informatie over de trends

De omzet van de groep CFE zal in 2018 beduidend stijgen, gelet op het hoge niveau van het orderboek bij zowel DEME als in Contracting.

M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 3 mei 2018

A. Agenda van de gewone algemene vergadering

    1. Beheerverslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31 december 2017
    1. Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31 december 2017

3. Goedkeuring van de jaarrekening

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening over het boekjaar afgesloten op per 31 december 2017.

4. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2017.

5. Bestemming van de winst – Goedkeuring van het dividend

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van een brutodividend van 2,40 euro per aandeel, hetzij een netto dividend van 1,68 euro per aandeel. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 24 mei 2018.

6. Bezoldiging

6.1. Goedkeuring van het remuneratieverslag

Voorstel tot besluit:

Instemming van het remuneratieverslag.

6.2. Jaarlijkse bezoldigingen bestuurders en commissaris

Voorstel tot besluiten:

Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2018, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.

Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.

Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 119.400 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat. Deze remuneratie wordt jaarlijks geïndexeerd.

7. Kwijting aan de bestuurders

Voorstel tot besluit:

Verlenging van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2017.

8. Kwijting aan de commissaris

Voorstel tot besluit:

Verlening van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2017.

9. Benoemingen

9.1. Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de benoeming van Euro-Invest Management NV, met als vaste vertegenwoordigster Mevrouw Martine Van den Poel, als bestuurder voor een duur van drie (3) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2021. Euro-Invest Management NV en haar vaste vertegenwoordigster, Mevrouw Van den Poel, beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

9.2. Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de benoeming van MucH BVBA, vertegenwoordigd door Mevrouw Muriel De Lathouwer, als bestuurder voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2022. MucH BVBA, vertegenwoordigd door Mevrouw Muriel De Lathouwer, beantwoordt aan de criteria van onafhankelijkheid van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

B. Formaliteiten voor toelating tot de gewone algemene vergadering

1. Aandeelhouders die persoonlijk wensen deel te nemen

Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14e dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 18 april 2018 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.

  • Voor de houders van aandelen op naam blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving in het register van de aandelen op naam van CFE op deze datum. Bovendien moet elke aandeelhouder uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, verplicht het formulier "Intentie tot deelneming aan de algemene vergadering", beschikbaar op de website www. cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
  • Voor de houders van gedematerialiseerde aandelen blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van de vereffeninginstelling op de Registratiedatum. Bovendien dient elke aandeelhouder uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, zijn deelname te bevestigen aan zijn bank, met vermelding van het aantal aandelen waarmee de aandeelhouder aan de vergadering wenst deel te nemen.

2. Aandeelhouders die zich willen laten vertegenwoordigen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, het getekende volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].

Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.

3. Aandeelhouders die per brief wensen te stemmen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 27 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.

4. Aandeelhouders die nieuwe onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda

Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijke kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met

betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.

Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:

  • uiterlijk op 11 april 2018 om middernacht, Belgische tijd, een schriftelijk verzoek opsturen naar de vennootschap, hetzij per post ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected];
  • bewijzen dat ze op de datum van hun aanvraag alleen of samen minstens 3% van het maatschappelijke kapitaal bezitten, en hun aanvraag vergezellen hetzij van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen op naam in het register van de aandelen op naam dat ze vooraf aan de vennootschap hebben gevraagd, hetzij van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffende aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven;
  • bij hun aanvraag de tekst van de te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen, of de tekst van de voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst moeten worden, voegen.

In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 18 april 2018 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.

De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 18 april 2018 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.

5. Aandeelhouders die vragen wensen te stellen

Elke aandeelhouder heeft het recht om tijdens de gewone algemene vergadering vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.

De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 27 april 2018, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), zullen op de vergadering beantwoord worden.

6. Recht van de obligatiehouders om de algemene vergadering bij te wonen

Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.

7. Terbschikkingstelling van documenten

Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan general_ [email protected].

8. Website

Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 3 mei 2018 is beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.

Geconsolideerde financiële staten

Definities

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde resultatenrekening Staat van het globaal resultaat Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie) Geconsolideerd kasstroomoverzicht Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Verslag van de commissaris

Statutaire jaarrekening

Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst-en-verliesrekening Analyse van de winst-en-verliesrekening en van het overzicht van de financiële positie

Definities

Aangewend kapitaal Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa + werkkapitaal
Behoefte aan werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere
vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen –
handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplich
tingen – andere kortlopende verplichtingen
Netto financiële schuld Langlopende obligatieleningen + Langlopende financiële schulden + Kortlopende obligatiele
ningen + Kortlopende financiële schulden - Geldmiddelen en kasequivalenten
Bedrijfsresultaat op activiteit Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale
lasten + overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill
Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en
joint-ventures
EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen +
andere niet-kaselementen

GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichtingen 2017 2016
Omzet 4 3.066.525 2.797.085
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 6 116.588 85.794
Aankopen (1.726.761) (1.504.685)
Bezoldigingen en sociale lasten 7 (546.699) (533.200)
Overige exploitatiekosten 6 (404.180) (384.649)
Afschrijvingskosten 12-14 (238.316) (232.775)
Bijzondere waardevermindering van goodwill 13 0 0
Resultaat van de operationele activiteiten 267.157 227.570
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 15 (17.710)) (784)
Bedrijfsresultaat 249.447 226.786
Bruto financieringskosten 8 (14.362) (31.521)
Overige financiële lasten en opbrengsten 8 (7.904) 7.567
Financieel resultaat (22.266) (23.954)
Resultaat vóór belastingen voor de periode 227.181 202.832
Winstbelastingen 10 (48.430) (30.580)
Resultaat van de periode 178.751 172.252
Minderheidsbelangen 9 1.691 (3.841)
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 180.442 168.411
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR)
(basis en verwaterd)
11 7,13 6,65

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

Boekjaar afgesloten op 31 december Toelichtingen 2017 2016
(duizend euro)
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 180.442 168.411
Resultaat van de periode 178.751 172.252
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde 6.463 2.230
Omrekeningsverschillen (4.754) (340)
Uitgestelde belastingen 10 (1.583) 1.143
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht
zullen worden naar het nettoresultaat
126 3.033
Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde
pensioenregelingen
22 (2.227) (18.901)
Uitgestelde belastingen 10 (3.382) 6.510
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet
overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat
(5.609) (12.391)
Totaal van de andere elementen van het globaal resultaat (5.483) (9.358)
Globaal resultaat: 173.268 162.894
- Toekenbaar aan de groep 174.771 159.178
- Toekenbaar aan de minderheidsbelangen (1.503) 3.716
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en
verwaterd)
11 6,90 6,29

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichtingen 2017 2016
Immateriële vaste activa 12 91.343 95.441
Goodwill 13 184.930 175.169
Materiële vaste activa 14 2.138.208 1.683.304
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 140.510 141.355
Overige financiële vaste activa 16 147.719 153.976
Langlopende afgeleide instrumenten 26 921 510
Overige vaste activa 7.798 23.518
Uitgestelde belastingvorderingen 10 104.022 126.944
Totaal vaste activa 2.815.451 2.400.217
Voorraad 18 138.965 94.836
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 19 1.132.306 1.160.306
Overige vlottende activa 19 32.963 38.430
Kortlopende afgeleide instrumenten 26 4.156 2.311
Financiële vlottende activa 34 48
Activa aangehouden met het oog op verkoop 0 19.916
Geldmiddelen en kasequivalenten 20 523.018 612.155
Totaal vlottende activa 1.831.442 1.928.002
Totaal van de activa 4.646.893 4.328.219
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 840.543 714.527
Toegezegde pensioenenplannen (25.268) (19.464)
Afdekkingsreserves (2.457) (7.337)
Omrekeningsverschillen (12.252) (7.505)
Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE 1.641.904 1.521.559
Minderheidsbelangen 14.421 14.918
Eigen vermogen 1.656.325 1.536.477
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 22 53.149 51.215
Voorzieningen 23 30.183 43.085
Andere langlopende verplichtingen 4.497 5.645
Obligatieleningen - langlopend 25 231.378 303.537
Financiële schulden - langlopend 25 419.093 367.147
Langlopende afgeleide instrumenten 26 7.209 18.475
Uitgestelde belastingverplichtingen 10 130.023 151.970
Totaal langlopende verplichtingen 875.532 941.074
Voorzieningen voor courante risico's 23 82.530 65.113
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 19 1.276.446 1.138.288
Fiscale schulden 43.275 69.398
Obligatieleningen - kortlopend 25 99.959 0
Financiële schulden - kortlopend 25 124.497 154.522
Kortlopende afgeleide instrumenten 26 7.445 23.515
Passiva aangehouden met het oog op verkoop 0 6.004
Overige kortlopende verplichtingen 19 480.884 393.828
Totaal kortlopende verplichtingen 2.115.036 1.850.668
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.646.893 4.328.219

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichtingen December 2017 December
2016 (*)
Operationele activiteiten
Resultaat van de operationele activiteiten 267.157 227.570
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 238.316 232.775
Toevoeging aan de voorzieningen 4.986 (3.941)
Waardeverminderingen op activa en andere niet-kaselementen (9.725) 9.459
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa (9.662) (10.341)
Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures 6.507 15.221
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het
werkkapitaal
497.579 470.743
Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en
langlopende vorderingen
107.002 101.564
Afname/(toename) van voorraden (8.466) (19.113)
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en
langlopende schulden
75.012 (162.691)
Betaalde/ontvangen winstbelastingen (42.282) 34.111
Kasstromen uit operationele activiteiten 628.845 424.614
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 18.322 7.138
Aankoop van vaste activa (458.210) (188.873)
Overnames van dochterondernemingen met aftrek van verworven
geldmiddelen
5 (181.370) 0
Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en Joint
Ventures
0 36.456
Kapitaalverhoging in de ondernemingen waarop vermogensmutatie is
toegepast
15 (32.323) (19.883)
Verkoop van dochterondernemingen 574 0
Nieuwe verstrekte leningen (9.926) (49.342)
Kasstromen uit investeringsactiviteiten (662.933) (214.504)
Financieringsactiviteiten
Betaalde intresten (29.347) (40.498)
Ontvangen intresten 13.970 11.125
Andere financiële kosten en opbrengsten (12.218) (10.854)
Leningen 25.3 240.289 216.045
Terugbetaling van schulden 25.3 (212.271) (203.758)
Uitgekeerde dividenden (54.426) (60.755)
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten (54.003) (88.695)
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen (88.091) 121.415
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar 20 612.155 491.952
Wisselkoerseffecten (1.046) (1.212)
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 20 523.018 612.155

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging van de boekhoudkundige voorstelling van het geconsolideerde kasstroomoverzicht die de Groep vanaf 1 januari 2017 toepast (Toelichting 2.1).

De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (pool vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.

GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN

Voor de periode eindigend op 31 december 2017

(duizend euro) Kapitaal Uitgifte- premies Inge- houden
winsten
Toege- zegde
doel-pen- sioenen-
plannen
Reserve
afdek- kingsin-
strumen- ten
Omreke- ningsver-
schillen
Eigen
vermogen –
Toekenbaar
aan groep
CFE
Minderheids- belangen Totaal
December 2016 41.330 800.008 714.527 (19.464) (7.337) (7.505) 1.521.559 14.918 1.536.477
Globaal resultaat
van het boekjaar
180.442 (5.804) 4.880 (4.747) 174.771 (1.503) 173.268
Dividenden aan
aandeelhouders
(54.426) (54.426) (54.426)
Dividenden van
minderheids
belangen
(528) (528)
Wijziging
consolidatiekring
en andere
wijzigingen
1.534 1.534
December 2017 41.330 800.008 840.543 (25.268) (2.457) (12.252) 1.641.904 14.421 1.656.325

De wijzigingen van consolidatiekring en andere mutaties worden voorgesteld bij de voornaamste transacties die in het voorwoord worden besproken.

Voor de periode eindigend op 31 december 2016

(duizend euro) Kapitaal Uitgifte- premies Inge- houden
winsten
Toege- zegde
doel-pen- sioenen-
plannen
Reserve
afdek- kingsin-
strumen- ten
Omreke- ningsver-
schillen
Eigen
vermogen –
Toekenbaar
aan groep
CFE
Minderheids- belangen Totaal
December 2015 41.330 800.008 607.012 (7.448) (10.710) (6.915) 1.423.277 11.123 1.434.400
Globaal resultaat
van het boekjaar
168.411 (12.016) 3.373 (590) 159.178 3.716 162.894
Dividenden aan
aandeelhouders
(60.755) (60.755) (60.755)
Dividenden van
minderheids
belangen
(794) (794)
Wijziging
consolidatiekring
en andere
wijzigingen
(141) (141) 873 732
December 2016 41.330 800.008 714.527 (19.464) (7.337) (7.505) 1.521.559 14.918 1.536.477

Kapitaal en reserves

Het kapitaal op 31 december 2017 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.

De raad van bestuur heeft een dividend van 60.755 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2,40 euro bruto per aandeel, dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2017.

Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 bedroeg 2,15 euro bruto per aandeel.

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017

57 1. ALGEMENE PRINCIPES
59 2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES
69 3. CONSOLIDATIEMETHODEN
69 CONSOLIDATIEKRING
69 TRANSACTIES BINNEN DE GROEP
69 OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE
BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN
69 TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA
70 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE
70 OPERATIONELE SEGMENTEN
71 ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN
HET RESULTAAT
72 OMZET
72 OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEN
72 OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL CONTRACTING
72 ORDERBOEK
73 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIELE
POSITIE
75 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT
76 OVERIGE INFORMATIE
76 GEOGRAFISCHE INFORMATIE
76 5. OVERNAMES EN AFSTOTINGEN VAN DOCHTERONDER
NEMINGEN
76 OVERNAMES IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER
2017
78 VERKOPEN VOOR DE PERIODE TOT 31 DECEMBER 2017
78 6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN
ANDERE OPERATIONELE KOSTEN
79 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN
79 8. FINANCIEEL RESULTAAT
79 9. MINDERHEIDSBELANGEN

10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT

81 11. RESULTAAT PER AANDEEL
82 12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL
83 13. GOODWILL
85 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA
87 15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES
89 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA
90 17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN
90 18. VOORRADEN
91 19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN
UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN
91 20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
91 21. SUBSIDIES
92 22. PERSONEELSVOORDELEN
95 23. NIET COURANTE ANDERE VOORZIENINGEN DAN
PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN
96 24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN
96 25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD
98 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE
FINANCIËLE RISICO'S
106 27. OPERATIONELE LEASING
106 28. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN
106 29. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN
106 30. GESCHILLEN
107 31. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN
108 32. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN
108 33. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
108 34. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

Vooraf

Geconsolideerde jaarrekening en toelichting

De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 23 maart 2018.

De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.

VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2017 EN 2016 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE

TRANSACTIES IN 2017

1. Pool Baggerwerken en milieu

In 2017 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de vennootschap A2Sea A/S, via haar voor 100% gehouden dochteronderneming GeoSea;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Novadeal EKO FZE;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Dredging International RAK FZ LLC, via haar voor 100% gehouden dochteronderneming DI Cyprus;
  • 100% van de nieuw opgerichte vennootschap DEME Shipping Co Ltd;
  • 72,5% van de aandelen van de vennootschappen G-Tec Offshore SA, G-Tec SAS, G-Tec NV en G-Tec BV;
  • 60% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap PT Dredging International Indonesia.

De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de globale methode geconsolideerd.

Daarnaast verwierf DEME ook in 2017:

  • 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap K3DEME;
  • 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Earth moving Middle East Contracting DMCEST;
  • 50% van de vennootschap Earth moving worldwide;
  • 49% van de vennootschap Gulf earth moving Qatar;
  • 43,5% van de vennootschap Hydrogeo SARL, een voor 60% gehouden dochteronderneming van G-Tec;
  • 25,47% van de vennootschap Bluechem Building NV, via haar dochteronderneming DEC NV.

De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

In 2017 verkocht DEME al haar aandelen in de volgende entiteiten:

  • 100% van de vennootschap DI Bulgarie Ltd. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd;
  • 100% van de vennootschap Dragafi SA. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd;
  • 17,5% van de vennootschap Kriegers Flaks. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

De voor 100% gehouden vennootschappen InfraSea Solutions Verwaltungsgesellschaft GmbH en InfraSea Solutions GmbH & co KG werden opgeslorpt door Geosea, een eveneens voor 100% gehouden vennootschap.

2. Pool Contracting

Op 31 maart 2017 veranderde de vennootschap ETEC SA, een dochteronderneming van CFE Contracting, haar naam in ENGETEC SA.

Op 26 april 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap CFE SENEGAL SASU, die volgens de globale methode werd geconsolideerd.

Op 12 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de vennootschap José Coghe Werbrouck NV. Deze entiteit wordt volgens de globale methode geconsolideerd.

Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV. Deze vennootschap, die onder meer alle aandelen van de Groupe Thiran SA en van Arthur Vandendorpe NV houdt, wordt volgens de globale methode geconsolideerd.

3. Pool Vastgoedontwikkeling

In de loop van het eerste halfjaar verkocht BPI al haar participaties in de vennootschappen Rederij Marleen BVBA, Rederij Ishtar BVBA en Oosteroever NV. Deze vennootschappen werden voor 50% gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

In dezelfde periode verkocht BPI Luxembourg, een voor 100% gehouden dochteronderneming van BPI SA, haar participatie van 33,33% in Pef Kons Investment SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd

Op 29 juni 2017 verwierf BPI 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Ernest 11 SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.

Op 30 juni 2017 verwierf BPI Polska Development 90% van de aandelen van de vennootschappen ACE 12 sp z.o.o (project Poznan) en ACE 14 sp z.o. o. (project Warschau). Deze 2 vennootschappen worden volgens de globale methode geconsolideerd.

Op 18 september 2017 werd de voor 100% door BPI SA gehouden vennootschap Brusilia Building SA vereffend.

Op 27 september 2017 verkocht BPI haar volledige participatie van 100% in de vennootschap Ronndriesch 123 SA.

In de loop van het laatste kwartaal van 2017 veranderde de vennootschap BPI SA haar naam in BPI Real Estate Belgium SA, veranderde de vennootschap BPI Polska Development haar naam in BPI Real Estate Poland sp.z.o.o. en veranderde de vennootschap BPI Luxembourg haar naam in BPI Real Estate Luxembourg.

Op 15 december 2017 verwierf BPI Real Estate Luxembourg, een voor 100% door BPI gehouden dochteronderneming, 100% van de aandelen van de vennootschap Swiss Life Immo Arlon. Deze entiteit wordt volgens de globale methode geconsolideerd.

Op 20 december 2017 verwierf BPI Real Estate Belgium 100% van de aandelen van de SPRL MG Immo. Deze entiteit wordt volgens de globale methode geconsolideerd.

4. Pool Holding en niet-overgedragen activiteiten

Op 16 augustus 2017 verkocht CFE Hongarije, een voor 100% gehouden dochteronderneming van CFE SA, haar volledige participatie in CFE Bayer, die voor 50% werd gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.

In het vierde kwartaal van 2017 werd de vennootschap VMA Hungary Kft vereffend.

TRANSACTIES IN 2016

1. Pool Baggerwerken en milieu

In 2016 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen GeoSea Infra Solutions GMBH, DEME Concessions Wind BV en DEME Concessions Merkur BV. Deze entiteiten werden volgens de globale methode geconsolideerd;
  • 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap COSCOCS-DEME New Energy Engineering Co Ltd., die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd;
  • 49,94% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Blue Open NV, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd;
  • 37,45% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Top Wallonie SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd;
  • 25,47% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Blue Gate Antwerp Development NV, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd;
  • 12,48% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap La Vélorie SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.

De entiteiten Geka Bouw BV en CFE Nederland BV, waarvan alle aandelen door de groep DEME worden gehouden, werden gefuseerd en veranderden hun maatschappelijke naam in 'Dimco BV'.

DEME Concessions Wind heeft haar participatie in de vennootschap C-Power Holdco NV verlaagd van 19,67% naar 10%. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

DEME heeft haar participatie van 5% in de vennootschap Coentunnel Company BV verkocht.

De vennootschap Samamedi SPA, die voor 100% werd gehouden, en de vennootschap Power at Sea Thornton NV, die voor 51,10% werd gehouden, werden vereffend.

De vennootschappen Kalis SA en Cetraval SA, die voor 74,90%, werden gehouden, werden gefuseerd met de vennootschap Ecoterres SA, die eveneens voor 74,90% wordt gehouden.

2. Pool Contracting

Op 29 juni 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal CFE Contracting NV haar participatie in de Groep Terryn NV verhoogd van 77,5% naar 100%. De Groep Terryn blijft geconsolideerd volgens de globale methode.

3. Pool Vastgoedontwikkeling

Op 7 april 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal BPI NV 100% verworven van de aandelen van de vennootschap BPI Barska sp z.o.o., die volgens de globale methode werd geconsolideerd.

Op 20 mei 2016 heeft de groep CFE via haar filiaal BPI NV haar participatie in Foncière Sterpenich verhoogd van 50% naar 100%. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.

Op 30 juni 2016 werd Sogesmaint Luxembourg SA, voor 100% gehouden door Sogesmaint SA, verkocht.

De vennootschappen C.I.W. SA en P.R.N.E. SA, voor 100% gehouden door BPI Luxembourg SA, werden vereffend.

De vennootschap Immomax S.p. z.o.o., een filiaal voor 47% van BPI NV, heeft 100% van de aandelen van Immomax II S.p. z.o.o. verworven, waarvan 47% werd gehouden door CFE Polska S.p. z.o.o. en 53% door derden. Deze laatste blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Eind 2016 verhoogde BPI Luxembourg SA haar participatie in Ronndriesch SA van 50% naar 100%. Deze vennootschap zal in 2017 worden verkocht en wordt vandaar in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie gepresenteerd als 'assets held for sale'.

4. Pool Holding en niet-overgedragen activiteiten

Op 29 juni 2016 verkocht CFE NV haar participatie van 25% in de vennootschap Locorail NV (project Liefkenshoektunnel).

Op 13 juli 2016 verkocht CFE Hungary Kft haar participatie van 50% in CFE Betonplatform Kft.

Op 15 juli 2016 verhoogde de groep CFE haar participatie in Rent-A-Port Energy NV van 45,61% naar 50%. Deze vennootschap veranderde haar naam in Green Offshore NV.

Op 22 december 2016 verkocht CFE SA haar participatie van 18% in Coentunnel NV.

1. ALGEMENE PRINCIPES

IFRS zoals aanvaard door de europese unie

De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten van CFE op 31 december 2017 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2017 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS-normen en –interpretaties.

De op 31 december 2017 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2016, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2017 verplicht van toepassing zijn.

STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2017

  • Jaarlijkse verbeteringen van de IFRS cyclus 2014-2016: aanpassingen van IFRS 12 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • Aanpassingen van IAS 7 Kasstroomoverzicht IAS Initiatief rond informatieverschaffing (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017)
  • Aanpassingen van IAS 12 Inkomstenbelastingen Opname van uitgestelde belastingvorderingen voor niet-gerealiseerde verliezen (toepasbaar voor de boekjaren vanaf 1 januari 2017)

De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen beduidend effect op de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE, behoudens de evolutie van de voorstelling van de informatie over de verplichtingen uit financieringsactiviteiten die worden ingevoerd door de aanpassing van IAS 7. In Toelichting 25 wordt een tabel gegeven met de afstemming tussen de openings- en slotsaldi van de belangrijkste financiële verplichtingen van de Groep, met een onderscheid tussen de variaties als gevolg van de kasstromen en de variaties zonder ruil van geldmiddelen.

UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2017

De Groep heeft de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2017 niet verplicht is niet anticiperend toegepast.

  • Jaarlijkse verbeteringen van de IFRS cyclus 2014-2016: aanpassingen van IFRS 1 en IAS 28 (toepasbaar voor de boekjaren vanaf 1 januari 2018 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • Jaarlijkse verbeteringen van de IFRS cyclus 2015-2017 (toepasbaar voor de boekjaren vanaf 1 januari 2019 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • IFRS 9 Financiële instrumenten en betrokken aanpassingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2018)
  • IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2018)
  • IFRS 16 Leaseovereenkomsten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2019)
  • Aanpassingen van IFRS 2 Classificatie en waardering van op aandelen gebaseerde transacties (toepasbaar op de boekjaren vanaf 1 januari 2018 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • Aanpassingen van IFRS 9 Kenmerken wat betreft vervroegde aflossing met negatieve compensatie (toepasbaar op de boekjaren vanaf 1 januari 2019 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • Aanpassingen van IFRS 10 en IAS 28 Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture (datum van inwerkingtreding en van goedkeuring op Europees niveau nog te bepalen)
  • Aanpassingen van IAS 19 Wijzigingen van de plannen, kortingen of regelingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2019 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • Aanpassingen van IAS 28 Participaties op lange termijn in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (toepasbaar op de boekjaren vanaf 1 januari 2019 maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • IFRIC 22 Transacties in vreemde valuta en voorafbetalingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2018, maar nog niet aangenomen binnen de Europese Unie)
  • IFRIC 23 Onzekerheid over winstbelastingen (toepasbaar op de boekjaren vanaf 1 januari 2019 maar nog niet aangenomen door de Europese Unie)

Het proces voor het bepalen van de potentiële impact van deze standaarden en interpretaties op de geconsolideerde financiële staten van CFE is in uitvoering. De gevolgen van de toepassing van IFRS 9, 15 en 16 worden hierna toegelicht.

IFRS 9 – Financiële instrumenten

De nieuwe standaard IFRS 9, die de huidige standaard IAS 39 Financiële instrumenten vervangt, voorziet nieuwe bepalingen voor de classificatie en de waardering van de financiële activa, gebaseerd op het beheersmodel van de onderneming en de contractuele kenmerken van de financiële activa. De standaard zal de modaliteiten voor de waardevermindering van de financiële activa van de Groep wijzigen, aangezien IFRS 9 een op de verwachte verliezen gebaseerd model oplegt. De bepalingen met betrekking tot hedge accounting zouden de boekhouding en het beleid voor risicobeheer van de Groep in overeenstemming moeten brengen. De standaard zal op 1 januari 2018 in werking treden

De Groep verwacht geen significante impact op de classificatie en waardering van haar financiële activa. De Groep meent op datum dat de bestaande en effectieve dekkingen aan de bepalingen van IFRS 9 voldoen. Uit de eerste analyses blijkt er geen materiële impact te zijn.

IFRS 15 – Opbrengsten uit contracten met klanten

IFRS 15 is de nieuwe standaard voor de beginselen van de boeking van de omzet. Hij vervangt de standaarden IAS 11 'Onderhanden projecten in opdracht van derden', de standaard IAS 18 'Opbrengsten' en de verschillende bestaande interpretaties, met name IFRIC 15 'Contracten voor de bouw van vastgoed'. De boeking van de opbrengsten uit contracten met klanten zal dus door één enkele standaard worden geregeld, die op 1 januari 2018 van toepassing wordt.

De Groep heeft de belangrijkste werkzaamheden voor de identificatie van de potentiële impact van de standaard IFRS 15 op elk van haar activiteitspolen voltooid. De resultaten van de uitgevoerde analyses bevestigen dat het huidige model van de Groep voor de boeking van haar omzet niet in het gedrang wordt gebracht door de nieuwe bepalingen van IFRS 15, behalve voor de 'EPCI' contracten van de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra.

De diepgaande analyse van een portefeuille van contracten die representatief zijn voor significante operaties en contractbenaderingen van elke activiteitspool heeft de volgende conclusies bevestigd:

  • De omzet uit de meeste bouw- en dienstencontracten wordt geboekt als een eenmalige prestatieverplichting met geleidelijke overdracht van controle. Deze benadering blijft in overeenstemming met de bepalingen van de standaard IFRS 15.
  • Om de vooruitgang van de contracten te meten, gebruikt de Groep een op een vordering door de kosten gebaseerde methode. Deze benadering blijft eveneens in overeenstemming met de bepalingen van de standaard IFRS 15.
  • Voor een beperkt aantal contracten van het type 'EPCI' in de pool Baggerwerken en Milieu (offshore en Infra) werden meerdere prestatieverplichtingen geïdentificeerd. Deze prestatieverplichtingen hebben betrekking op enerzijds de 'procurement' activiteiten en anderzijds de installatieactiviteiten. Aangezien de omzet uit deze contracten onder de oude standaard IAS 11 als een enkele prestatieverplichting werd geboekt, leidt de toepassing van IFRS 15 tot een herwerking met als gevolg een vermindering van het eigen vermogen bij de opening op 1 januari 2018 ingeschat op 15.550 duizend euro geschat bedrag.

De Groep zal voor de zogenaamde 'vereenvoudigde retrospectieve' overgangsmethode opteren, zonder herwerking van de vergelijkende periode 2017. Bijgevolg zal het eigen vermogen op de openingsbalans van 1 januari 2018 worden aangepast, zonder echter een herwerkte geconsolideerde resultatenrekening 2017 te presenteren.

De Groep zal de werkzaamheden voor de integratie van alle nieuwe eisen van de standaard aangaande de informatie in bijlagen in de loop van het eerste halfjaar van 2018 voltooien.

IFRS 16 - Leaseovereenkomsten

De nieuwe standaard IFRS 16 schaft voor de leasenemer het huidige onderscheid af tussen gewone leasings, die als lasten werden geboekt, en financiële leasings, die als materiële vaste activa werden geboekt in ruil voor een financiële schuld, en eist voor alle leaseovereenkomsten de boeking van een gebruiksrecht in ruil voor een financiële schuld. IFRS 16 zal de standaard IAS 17 en de interpretaties IFRIC 4, SIC 15 en SIC 27 vervangen. Terwijl volgens de bepalingen van IAS 17 de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten wordt bepaald volgens de beoordeling van de overdracht van de risico's en voordelen van de eigendom van het actief, schrijft IFRS 16 een unieke boeking door de leasenemer voor met een impact op de

balans die vergelijkbaar is met die van een financiële leasing. Deze standaard zal op 1 januari 2019 in werking treden.

De toepassing van IFRS 16 zal de volgende weerslag hebben op het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en op de geconsolideerde resultatenrekening:

  • verhoging van de activa en de passiva met de geactualiseerde waarde van de toekomstige betalingen voor leasingovereenkomsten;
  • verhoging van de netto financiële schuld; en
  • verhoging van het bedrag van de EBITDA na de presentatie van lasten van leasingovereenkomsten in de rubrieken 'afschrijvingskosten' en 'financieringskosten' in plaats van operationele kosten.

Vanwege de specificiteit van bepaalde leaseovereenkomsten (met name in termen van de vernieuwingsmodaliteiten) zouden de voor de beoordeling van de contracten onder IFRS 16 gebruikte looptijden in bepaalde gevallen kunnen verschillen van deze die voor de beoordeling van de verbintenissen buiten balans werden gebruikt, waar alleen rekening werd gehouden met de duur van de vaste verbintenis. De in Toelichting 27 Operationele leaseovereenkomsten vermelde verbintenissen zouden bijgevolg niet volledig representatief kunnen zijn voor de in het kader van de toepassing van IFRS 16 te boeken passiva.

De beoordeling van de potentiële impact op de jaarrekening van de Groep is nog niet voltooid; dit zijn complexe werkzaamheden, gelet op het volume van de te herziene contracten en het gedecentraliseerde karakter van het beheer van de leasingovereenkomsten.

2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES

De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde financiële staten voor de periode afgesloten op 31 december 2017 omvatten de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen ('groep CFE') en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.

2.1. Wijziging van de voorstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht

De Groep heeft beslist de voorstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht te wijzigen, waarbij ze zich aan de eisen van IAS 7 Cash-Flow Statement houdt. Naast de globale voorstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht houdt deze wijziging een andere classificatie in van de aan kosten en financiële opbrengsten gebonden kasstromen. Deze hebben meer en meer betrekking op de corporate financiering van CFE SA en van DEME NV dan op de specifieke financiering van de vaartuigen van de baggeractiviteit. Vanaf 1 januari 2017 opteert de groep voor een voorstelling van deze financiering als kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten en niet langer als operationele kasstromen.

Het geconsolideerd kasstroomoverzicht per 31 december 2016 word hierdoor met de volgende bedragen beïnvloed:

December 2016,
gepubliceerd
Betaalde/ontvan
gen intresten en
overige financiële
kosten en opbreng
sten
December 2016
na wijziging
Kasstroom uit operationele activiteiten 384.386 40.228 424.614
Kasstroom uit investeringsactiviteiten (214.504) 0 (214.504)
Kasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten (48.467) (40.228) (88.695)
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen 121.415 0 121.415

2.2. Boekhoudkundige grondslagen en methoden

(A) CONFORMITEITSVERKLARING

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.

(B) PRESENTATIEBASIS

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.

De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:

  • de afschrijvingsperiode van de vaste activa;
  • de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen;
  • de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de onderhanden projecten in opdracht van derden;
  • de schattingen genomen waarderingen voor de impairment tests;
  • de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde;
  • de beoordeling van de controle op deelvennootschappen; en
  • de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinaties of verwerving van activa).

Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

(C) CONSOLIDATIEPRINCIPES

Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE heeft controle over een entiteit wanneer zij:

  • zeggenschap uitoefent over de uitgevende instelling;
  • blootgesteld is aan of recht heeft op variabele rendementen als gevolg van haar banden met de uitgevende instelling;
  • in staat is haar zeggenschap te gebruiken om het bedrag van de rendementen die zij verkrijgt te beïnvloeden.

Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:

  • het aantal stemrechten dat de groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten van andere houders van stemrechten en met hun verspreiding;
  • de potentiële stemrechten die de groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen houden;
  • de rechten die voortvloeien uit andere contractuele akkoorden;
  • de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen.

De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de

dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.

De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.

Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.

Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.

Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.

Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.

De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde financiële staten opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.

Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een

verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.

Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa;
  • haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval;
  • de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • de verliezen die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen verliezen, in voorkomend geval.

(D) VREEMDE VALUTA

(1) Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de resultatenrekening.

Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.

(2) Jaarrekeningen van buitenlandse entiteiten

De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De resultatenrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).

De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.

De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name 'omrekeningsverschillen'. Deze verschillen worden opgenomen in de resultatenrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.

(3) Wisselkoersen

Valuta Slotkoers 2017 Gemiddelde koers
2017
Slotkoers 2016 Gemiddelde koers
2016
Poolse zloty 4,177 4,257013 4,4103 4,3634
Hongaarse forint 310,33 309,19326 309,83 311,4155
US dollar 1,1993 1,129681 1,0541 1,1067
Singapore dollar 1,6024 1,558822 1,5234 1,5276
Qatarse riyal 4,3632 4,138355 3,8402 4,0292
Roemeense leu 4,6585 4,568789 4,5390 4,4904
Tunesische dinar 2,9438 2,725612 2,4260 2,3757
CFA frank 655,957 655,957 655,957 655,957
Australische dollar 1,5346 1,473167 1,4596 1,4882
Nigeriaanse naira 430,94 377,01591 321,7500 286,5937
Marokkaanse dirham 11,218 10,954358 10,6860 10,8542
Turkse lira 4,5464 4,120627 3,7072 3,3443

1 euro = X vreemde valuta

(E) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten

Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.

De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.

(2) Overige immateriële vaste activa

De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(3) Latere uitgaven

Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(4) Afschrijvingen

De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:

Minimum 5% De exploitatieconcessies
20%-33,33% De software

(F) BEDRIJFSCOMBINATIES

De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.

Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de resultatenrekening opgenomen.

Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.

Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:

  • de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd;
  • de verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten ingevolge betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming of betalingsovereenkomsten op basis van de aandelen van de groep, gesloten ter vervanging van betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming, die gewaardeerd worden overeenkomstig IFRS 2 op aandelen gebaseerde betalingen, op de overnamedatum;
  • de activa (of groepen activa die worden afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, die gewaardeerd worden in overeenstemming met deze standaard.

Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.

De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).

(1) Positieve goodwill

Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.

De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.

Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende

eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.

Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.

(2) Negatieve goodwill

Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.

(G) MATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) Opname en waardering

Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.

Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.

(2) Latere uitgaven

Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellingsen onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.

(3) Afschrijvingen

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:

vrachtwagens: 5 jaar
voertuigen: 3-5 jaar
ander materiaal: 5 jaar
informaticamateriaal: 3 jaar
bureaumateriaal: 5 jaar
kantoormeubilair: 10 jaar
renovatie van gebouwen/nieuwbouw: 20-33 jaar
hoppers en cutters: 18 jaar met restwaarde van
5%
pontons, bakken,
werkschepen en
boosters:
18 jaar zonder restwaarde
kranen: 8-12 jaar met of zonder
restwaarde van 5%
grondverzetmaterieel: 7 jaar zonder restwaarde
leidingen: 3 jaar zonder restwaarde
containers en
werfinstallaties:
5 jaar
divers werfmaterieel: 5 jaar

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.

(4) Boekhoudkundige verwerking van de vloot van DEME

De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel 'boot', goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel 'onderhoud', goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, wordt het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.

Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.

Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.

(H) VASTGOEDBELEGGINGEN

Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.

Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.

De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

(I) LEASEOVEREENKOMSTEN

Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.

Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.

De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.

Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.

Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.

(J) BELEGGINGEN

Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingswaarde.

(1) Beleggingen beschikbaar voor verkoop

Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.

De waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de resultatenrekening.

(2) Beleggingen en vorderingen

(2.1) Beleggingen en andere financiële activa

Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de resultatenrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.

De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.

(2.2) Handelsvorderingen

We verwijzen naar paragraaf (L).

(3) Financiële activa zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).

(K) VOORRADEN

Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.

De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.

(L) HANDELSVORDERINGEN

Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.

(M) ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de

financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost'-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de resultatenrekening van de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de resultatenrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.

Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.

De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.

(N) GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.

(O) BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN

De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.

(1) Schatting van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.

De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.

Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.

(2) Terugneming van bijzondere waardeverminderingen

Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.

De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.

Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.

(P) KAPITAAL

Inkoop van eigen aandelen

Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de resultatenrekening.

(Q) VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.

Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.

Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.

De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.

De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.

Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.

(R) PERSONEELSBELONINGEN

(1) Verplichtingen inzake pensioen

De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.

De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type 'toegezegd-pensioenregeling' en 'toegezegde-bijdragenregeling'.

In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen.

De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.

De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.

a) Pensioenplannen van het type 'toegezegde bijdragenregeling'

De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.

b) Pensioenplannen van het type 'toegezegde pensioenregeling'

Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit'-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.

Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de resultatenrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de resultatenrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.

De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.

De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk

berekend voor elk plan van het type 'toegezegde pensioenregeling'. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.

De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.

De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.

De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegde pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van verstreken diensttijd. De kosten van verstreken diensttijd die verbonden zijn met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.

De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.

(2) Bonussen

De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

(S) RENTEDRAGENDE LENINGEN

(1) Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de resultatenrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode.

(2) Financiële verplichtingen zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).

(T) HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN

De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.

(U) WINSTBELASTINGEN

Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de resultatenrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.

De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.

De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.

Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.

(V) OPBRENGSTEN

(1) Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden

Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.

De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.

Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.

Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan

de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).

Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

(2) Verkoop van goederen en levering van diensten

Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.

(3) Huuropbrengsten en honoraria

Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.

(4) Financiële opbrengsten

Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de resultatenrekening.

Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.

Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royalty-opbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de resultatenrekening opgenomen op de datum van toekenning.

(5) Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.

Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de resultatenrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.

(W) LASTEN

(1) Financieringskosten

De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de resultatenrekening.

Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de resultatenrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de resultatenrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.

(2) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten, reclame- en promotiekosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen

De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.

(X) AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.

De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.

De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.

De reële waarde van een 'forward exchange contract' is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde 'forward'-prijs.

(1) Kasstroomafdekking (Cashflow hedges)

Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.

Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek 'eigen vermogen' en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.

In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de resultatenrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.

Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de resultatenrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de resultatenrekening opgenomen.

Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek 'eigen vermogen' en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.

Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.

(2) Reële-waardeafdekking

Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de resultatenrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de resultatenrekening.

De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.

(3) Afdekking van een netto-investering in buitenlandse activiteiten

Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek 'eigen vermogen'.

Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de resultatenrekening.

(4) Instrumenten gekoppeld aan bouwcontracten

Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid

financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.

Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting.

Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.

(Y) GESEGMENTEERDE INFORMATIE

Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen: de pool Baggerwerken en milieu, de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.

3. CONSOLIDATIEMETHODEN

Consolidatiekring

Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.

De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Het betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.

Evolutie van de consolidatiekring

Aantal entiteiten 2017 2016
Integrale methode 191 171
Vermogensmutatie
methode
124 122
Totaal 315 293

Transacties binnen de groep

De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:

  • volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen; en
  • naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Omrekening van de jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen en vestigingen

In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.

De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde financiële staten van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.

Transacties in vreemde valuta

De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.

De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.

4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE

Operationele segmenten

De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.

De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele pools:

Baggerwerken en milieu

De pool Baggerwerken en milieu is, via zijn dochteronderneming DEME, actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de plaatsing van offshore windturbines, de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.

Contracting

De pool Contracting is voornamelijk actief in de domeinen:

  • gebouwen (kantoren, industriële gebouwen, woningen, renovaties en restauraties) in België, in Luxemburg, in Polen en in Tunesië;
  • tertiaire elektriciteit (kantoren, ziekenhuizen, parkings, …) in België en Luxemburg;
  • plaatsing van bovenleidingen en van spoorwegsignalisatie en aanleg van sporen in België.

Vastgoedontwikkeling

De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, in Luxemburg en in Polen.

Holding en niet-overgedragen activiteiten

Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook:

  • participaties in Rent-A-Port, Green Offshore en twee contracten van het type Design Build Finance and Maintenance in België;
  • de contractingactiviteiten die niet werden overgedragen aan CFE Contracting NV en aan DEME NV, waaronder verscheidene projecten in de burgerlijke bouwkunde in België en gebouwen in Afrika (met uitzondering van Tunesië) en in Centraal-Europa (met uitzondering van Polen).

Elementen van het geconsolideerd overzicht van het resultaat

(duizend euro) Omzet Resultaat van de operationele activiteiten Bedrijfsresultaat (EBIT) Financieel resultaat
2017 2016 2017 %Omzet 2016 %Omzet 2017 %Omzet 2016 %Omzet 2017 2016
Baggerwerken
en milieu
2.356.014 1.978.250 230.507 9,78% 226.956 11,47% 217.775 9,24% 213.677 10,80% (21.117) (33.797)
Herwerking
DEME
(5.468) (5.276) (10.510) (6.253) 4.218 7.029
Contracting 717.649 770.491 27.212 3,79% 19.987 2,59% 27.212 3,79% 19.984 2,59% (134) (694)
Vastgoed
ontwikkeling
10.900 12.075 21.799 199,99% (1.469) (12,17%) 23.388 214,5% 4.263 35,30% (902) (2.799)
Holding en niet
overgedragen
activiteiten
34.141 60.264 (7.704) (12.770) (9.229) (5.027) (4.331) 6.307
Eliminaties
tussen polen
(52.179) (23.995) 811 142 811 142
Totaal gecon
solideerd
3.066.525 2.797.085 267.157 8,71% 227.570 8,14% 249.447 8,13% 226.786 8,11% (22.266) (23.954)
(duizend euro) Belastingen Resultaat toekenbaar aan de groep Niet-kaselementen EBITDA
2017 2016 2017 %Omzet 2016 %Omzet 2017 2016 2017 %Omzet 2016 %Omzet
Baggerwerken
en milieu
(43.269) (20.416) 155.055 6,58% 155.334 7,85% 224.993 220.400 455.500 19,33% 447.356 22,61%
Herwerking
DEME
7.739 (670) 1.448 106 5.468 5.276
Contracting (11.726) (9.228) 15.351 2,14% 10.351 1,34% 406 12.758 27.618 3,85% 32.745 4,25%
Vastgoed
ontwikkeling
(256) (18) 22.255 204,17% 1.446 11,98% 1.860 2.034 23.659 217,06% 565 4,68%
Holding en niet
overgedragen
activiteiten
(856) (201) (14.416) 1.079 850 (2.175) (6.854) (14.945)
Eliminaties
tussen polen
(62) (47) 749 95 811 142
Totaal gecon
solideerd
(48.430) (30.580) 180.442 5,88% 168.411 6,02% 233.577 238.293 500.734 16,33% 465.863 16,66%

Omzet

(duizend euro) 2017 2016
België 1.018.284 949.078
Andere Europa 1.324.955 1.007.547
Midden-Oosten 16.337 66.482
Azië 342.356 310.932
Oceanië 32.173 24.506
Afrika 250.878 272.287
Amerika 81.542 166.253
Totaal geconsolideerd 3.066.525 2.797.085

De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.

De groep heeft in 2017 geen inkomsten ontvangen afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 12% van de omzet.

De omzet uit de verkoop van goederen voor 2017 bedraagt 8.490 duizend euro (2016: 9.130 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.

Opsplitsing omzet van de pool baggerwerken

(duizend euro) 2017 2016
Capital dredging 497.186 668.249
Civil works 81.308 61.099
Environmental
contracting
163.031 199.639
Fallpipe and landfalls 198.920 146.658
Maintenance dredging 322.116 235.021
Marine works 1.103.117 667.528
Eliminatie omzet
uit geassocieerde
deelnemingen en joint
ventures
(9.664) 56
Totaal 2.356.014 1.978.250

Opsplitsing omzet van de pool contracting

(duizend euro) 2017 2016
Bouw 499.914 548.456
Multitechnieken 155.255 159.249
Spoorinfra & Utility
Networks
62.480 62.786
Contracting 717.649 770.491

De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.

De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.

Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.

Orderboek

(in miljoen euro) 2017 2016 % verschil
Baggerwerken en
milieu
3.520,0 3.800,0 -7,4%
Contracting 1.229,7 850,5 +44,6%
Bouw 978,8 648,7 +50,9%
Spoorinfra &
Utility Networks
98,3 58,4 +68,3%
Multitechnieken 152,6 143,4 +6,4%
Vastgoed
ontwikkeling
3,5 5,0 -30,0%
Holding en niet
overgedragen
activiteiten
97,6 101,2 -3,6%
Totaal 4.850,8 4.756,7 +2,0%

Geconsolideerd overzicht van de financiele positie

per 31 december 2017
(duizend euro)
Baggerwerken
en milieu
Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding
en niet
overgedragen
activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
ACTIVA
Goodwill 163.370 21.560 0 0 0 184.930
Materiële vaste activa 2.073.436 63.736 526 510 0 2.138.208
Langlopende leningen
aan geconsolideerde
vennootschappen van de
groep
0 0 0 20.000 (20.000) 0
Overige financiële vaste
activa
94.138 754 34.981 17.846 0 147.719
Overige vaste activa 278.749 10.894 32.889 1.267.880 (1.245.818) 344.594
Voorraad 15.714 24.020 99.216 1.640 (1.625) 138.965
Geldmiddelen en
kasequivalenten
434.687 59.234 3.324 25.773 0 523.018
Interne kaspositie – Cash
pooling – actief
0 47.985 0 1.928 (49.913) 0
Overige vlottende activa 727.178 290.454 26.723 136.074 (10.970) 1.169.459
Totaal van de activa 3.787.272 518.637 197.659 1.471.651 (1.328.326) 4.646.893
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.570.503 74.226 64.433 1.194.605 (1.247.442) 1.656.325
Langlopende leningen
aan geconsolideerde
vennootschappen van de
groep
0 0 20.000 0 (20.000) 0
Langlopende
obligatieleningen
201.900 0 29.478 0 0 231.378
Langlopende financiële
verplichtingen
401.559 11.134 6.400 0 0 419.093
Overige langlopende
verplichtingen
177.604 18.241 8.846 20.370 0 225.061
Kortlopende obligatielening 0 0 0 99.959 0 99.959
Kortlopende financiële
schulden
118.889 5.608 0 0 0 124.497
Interne kaspositie – Cash
pooling – passief
0 0 16.293 33.620 (49.913) 0
Overige kortlopende
verplichtingen
1.316.817 409.428 52.209 123.097 (10.971) 1.890.580
Totaal eigen vermogen en
verplichtingen
3.787.272 518.637 197.659 1.471.651 (1.328.326) 4.646.893

Geconsolideerd overzicht van de financiële positie

per 31 december 2016
(duizend euro)
Baggerwerken
en milieu
Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding
en niet
overgedragen
activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
ACTIVA
Goodwill 155.960 19.209 0 0 0 175.169
Materiële vaste activa 1.648.984 33.409 224 687 0 1.683.304
Langlopende leningen
aan geconsolideerde
vennootschappen van de
groep
0 0 0 20.000 (20.000) 0
Overige financiële vaste
activa
98.860 160 32.913 22.043 0 153.976
Overige vaste activa 318.519 4.586 44.424 1.266.368 (1.246.129) 387.768
Voorraad 25.261 15.855 53.645 1.676 (1.601) 94.836
Geldmiddelen en
kasequivalenten
527.733 43.481 5.574 35.367 0 612.155
Interne kaspositie – Cash
pooling – actief
0 61.005 0 60.714 (121.719) 0
Overige vlottende activa 790.584 253.355 54.552 154.630 (32.110) 1.221.011
Totaal van de activa 3.565.901 431.060 191.332 1.561.485 (1.421.559) 4.328.219
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen
1.470.050 66.869 42.745 1.204.291 (1.247.478) 1.536.477
Langlopende leningen
aan geconsolideerde
vennootschappen van de
groep
0 0 20.000 0 (20.000) 0
Langlopende obligatielening 203.578 0 0 99.959 0 303.537
Langlopende financiële
verplichtingen
327.193 9.916 38 30.000 0 367.147
Overige langlopende
verplichtingen
214.909 12.472 14.792 28.467 (250) 270.390
Kortlopende financiële
schulden
151.947 2.575 0 0 0 154.522
Interne kaspositie – Cash
pooling – passief
0 0 73.185 48.582 (121.767) 0
Overige kortlopende
verplichtingen
1.198.224 339.228 40.572 150.186 (32.064) 1.696.146

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

per 31 december 2017
(duizend euro)
Baggerwerken
en milieu
Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding, niet
overgedragen
activiteiten en
eliminaties
Totaal
geconsolideerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
449.832 24.904 29.056 (6.213) 497.579
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
595.170 44.895 24.272 (35.492) 628.845
Kasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(632.851) (21.773) (2.583) (5.726) (662.933)
Kasstromen uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(53.178) (8.412) (24.152) 31.739 (54.003)
Nettotoename/(afname) van de
geldmiddelen
(90.859) 14.710 (2.463) (9.479) (88.091)
per 31 december 2016 (*)
(duizend euro)
Baggerwerken
en milieut
Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding,
niet-over
gedragen
activiteiten en
eliminaties
Totaal
geconsolideerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
445.608 36.663 6.522 (18.050) 470.743
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
438.036 27.857 24.243 (65.522) 424.614
Kasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(224.867) (8.612) 1.294 17.681 (214.504)
Kasstromen uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(63.218) (12.136) (24.361) 11.020 (88.695)
Nettotoename/(afname) van de
geldmiddelen
149.951 7.109 1.176 (36.821) 121.415

(*) Bedragen herwerkt conform de wijziging van de boekhoudkundige voorstelling van het geconsolideerde kasstroomoverzicht die de Groep vanaf 1 januari 2017 toepast (Toelichting 2.1).

De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.

Overige informatie

per 31 december 2017 (duizend euro) Baggerwerken
en milieu
Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding
en niet
overgedragen
activiteiten
Totaal
geconsolideerd
Afschrijvingen (230.143) (7.426) (207) (201) (237.977)
Investeringen 474.911 15.343 541 687 491.482
Waardeverminderingen (339) 0 0 0 (339)
per 31 december 2016 (duizend euro) Baggerwerken
en milieu
Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding
en niet
overgedragen
activiteiten
Totaal
geconsolideerd
Afschrijvingen (225.589) (7.429) (125) 489 (232.654)
Investeringen 180.326 9.306 354 100 190.086
Waardeverminderingen (121) 0 0 0 (121)

De investeringen omvatten de verwervingen in het kader van de investeringsactiviteiten van de groep en de verwervingen voor de activiteiten in vastgoedontwikkeling in het kader van de operationele activiteiten. De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties zijn niet opgenomen in deze bedragen.

Geografische informatie

De operaties van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, in Luxemburg en in Polen.

De materiële vaste activa in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België.

Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.

5. OVERNAMES EN AFSTOTINGEN VAN DOCHTERONDER-NEMINGEN

Overnames in de periode afgesloten op 31 december 2017

A. Overname van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV

Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting NV, een dochteronderneming van CFE, 100% van de aandelen van de Belgische vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE bepaalde waarde. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.

De reële waarden die voorlopig aan de overgenomen activa en passiva werden toegerekend, zijn hieronder samengevat:

(duizend euro)
Immateriële vaste activa 64
Materiële vaste activa 19.451
Uitgestelde belastingen 2.632
Geldmiddelen en kasequivalenten 12.027
Voorzieningen (3.216)
Kortlopende en langlopende
financiële schulden
(5.117)
Overige vlottende en niet-vlottende
activa
(8.757)
Totaal van de netto verworven activa 17.084
Goodwill 0
Aanschaffingswaarde 17.084

De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:

  • materiële vaste activa (voornamelijk de maatschappelijke zetel en de kranen): de reële waarde werd bepaald op basis van een waarderingsverslag van een onafhankelijke expert;
  • overige activa en passiva: de reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde waarvoor deze activa of passiva kunnen worden verkocht aan een derde, niet-verbonden partij.

B. Overname van de vennootschap José Coghe – Werbrouck NV

Op 12 december 2017 verwierf CFE Contracting NV, een dochteronderneming van CFE, 100% van de aandelen van de Belgische vennootschap José Coghe – Werbrouck NV, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE bepaalde waarde. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.

De reële waarden die werden toegekend aan de overgenomen activa en passiva zijn hieronder samengevat:

(duizend euro)
Materiële vaste activa 4.415
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.585
Uitgestelde belastingen (355)
Kortlopende en langlopende
financiële schulden
(1.316)
Overige vlottende en niet-vlottende
activa
21
Totaal van de netto verworven activa 5.350
Goodwill 2.350
Aanschaffingswaarde 7.700

De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:

  • materiële vaste activa (voornamelijk de uitrusting voor het leggen van sporen): de reële waarde werd bepaald op basis van een schatting van de marktwaarde waarvoor deze uitrustingen kunnen worden gekocht bij een niet-verbonden derde partij, rekening houdend met hun huidige staat van gebruik;
  • overige activa en passiva: de reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde waarvoor deze activa of passiva kunnen worden verkocht aan een derde, niet-verbonden partij.

Rekening houdend met de overgedragen vergoeding, werd de residuele goodwill geraamd op 2.350 duizend euro.

De opname van een residuele goodwill in de financiële staten wordt gerechtvaardigd door het feit dat de groep CFE haar competenties en capaciteiten in de spoorwegactiviteit aanvult door er de activiteiten in het leggen van sporen van de overgenomen vennootschap in te integreren.

C. Overname van de vennootschap A2Sea A/S

Op 31 augustus 2017 verwierf GeoSea, een dochteronderneming van DEME, 100% van de aandelen van de onderneming A2Sea A/S, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de boekwaarde die volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE

werd bepaald. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.

De reële waarden die voorlopig aan de overgenomen activa en passiva werden toegerekend, zijn hieronder samengevat:

(duizend euro)
Materiële vaste activa 165.888
Overige niet-vlottende activa 185
Geldmiddelen en kasequivalenten 37.891
Overige vlottende en niet-vlottende
activa
734
Totaal van de netto verworven activa 204.698
Goodwill 0
Aanschaffingswaarde 204.698

De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:

  • materiële vaste activa (voornamelijk bestaand uit twee schepen): de reële waarde werd voorlopig bepaald op basis van een schatting van de bedrijfswaarde van die activa;
  • overige activa en passiva: de reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde waarvoor deze activa of passiva kunnen worden verkocht aan een derde, niet-verbonden partij.

De waardering van de identificeerbare activa en passiva op hun reële waarde kon niet worden voltooid binnen een termijn die compatibel was met deze van de jaarlijkse afsluiting. De aan de activa en passiva toegekende waarden kunnen immers nog worden gewijzigd binnen een termijn van 12 maanden vanaf de overnamedatum.

D. Overname van 72,5% van de aandelen van de vennootschap G-tec

In het vierde kwartaal van 2017 verwierf GeoSea, een dochteronderneming van DEME, 72,5% van de aandelen van de Belgische onderneming G-tec, die volgens de globale methode werd geïntegreerd. Haar activa en passiva werden opgenomen tegen de volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE bepaalde waarde. De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd per 31 december 2017 voorlopig vastgesteld.

De reële waarden die voorlopig aan de overgenomen activa en passiva werden toegerekend, zijn hieronder samengevat:

(duizend euro)
Materiële vaste activa 20.442
Andere niet-vlottende activa 274
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.054
Langlopende schulden (14.279)
Overige vlottende activa en passiva (10.400)
Totaal van de netto verworven activa
(aan 100%)
(2.549)
% belang 72,5%
Totaal van de netto verworven
activa
(1.850)
Goodwill 7.410
Aanschaffingswaarde 5.560

De waardering van de identificeerbare activa en passiva op hun reële waarde kon niet worden voltooid binnen een termijn die compatibel was met deze van de jaarlijkse afsluiting. De aan de activa en passiva toegekende waarden kunnen immers nog worden gewijzigd binnen een termijn van 12 maanden vanaf de overnamedatum.

Verkopen voor de periode tot 31 december 2017

De verkopen die in 2017 als bedrijfscombinaties volgens de IFRS 3 norm worden beschouwd, hebben geen materiele invloed op de jaarrekening.

De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden hierboven in het voorwoord beschreven.

Globaal resultaat

6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN

De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 116.588 duizend euro (2016: 85.794 duizend euro) en omvatten de meerwaarden op verkopen van participaties van de vastgoedpool met betrekking tot de projecten Kons, Ronndriesch en Oosteroever voor 35.037 duizend euro, de meerwaarden op de verkoop van vaste activa ten bedrage van 10.893 duizend euro (2016: 3.697 duizend euro) alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 70.658 duizend euro (2016: 82.097 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten stegen met 36% tegenover het voorgaande jaar. De beduidende stijging van de opbrengsten uit aanverwante activiteiten is voornamelijk het gevolg van de meerwaarden uit de verkoop van participaties in de pool Vastgoedontwikkeling.

De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2017 2016
Diverse diensten en goederen (408.978) (371.981)
Bijzondere waardevermindering van activa
- Voorraden 405 (2.222)
- Handelsvorderingen en overige vorderingen 13.315 (1.835)
Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor
pensioenverplichtingen)
(5.428) (5.117)
Overige exploitatiekosten (3.494) (3.494)
Totaal geconsolideerd (404.180) (384.649)

7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN

(duizend euro) 2017 2016
Bezoldigingen (396.639) (386.510)
Verplichte socialezekerheidsbijdragen (111.784) (108.929)
Overige loonkosten (26.260) (25.590)
Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) (12.016) (12.171)
Totaal geconsolideerd (546.699) (533.200)

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2017 bedraagt 8.380 (2016: 7.681) wat neerkomt op 7.752 personen op 1 januari 2017 (2016: 8.160) en 8.689 op 31 december 2017 (2016: 7.752).

8. FINANCIEEL RESULTAAT

(duizend euro) 2017 2016
Kosten van de financiële schuldenlast (14.362) (31.521)
Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening 0 288
Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten 0 0
Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde 0 0
Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop 0 0
Leningen en vorderingen - inkomsten 13.701 8.245
Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten (28.063) (40.054)
Andere financiële kosten en opbrengsten (7.904) 7.567
Winst (verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (4.059) (4.868)
Ontvangen dividenden 0 3.213
Waardevermindering op financiële activa (3) 0
Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen (183) (343)
Overige (3.659) 9.565
Financieel resultaat (22.266) (23.954)

De daling van de rente en de herfinanciering van sommige bankleningen, hebben bijgedragen tot de daling van de rentelast.

De evolutie van de rubriek gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselresultaten en overige per 31 december 2017 wordt voornamelijk verklaard door de waardevermindering van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.

De andere opbrengsten en kosten in 2016 hielden voornamelijk verband met winsten uit de verkoop van de participaties van de groep CFE in de projecten Design Build Finance and Maintenance (DBFM) Coentunnel en Liefkenshoek.

9. MINDERHEIDSBELANGEN

Op 31 december 2017 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 1.691 duizend euro (2016: -3.841 duizend euro) en heeft het voornamelijk betrekking op de pool Baggerwerken (1.666 duizend euro).

10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT

OPGENOMEN IN HET GLOBAAL RESULTAAT

(duizend euro) 2017 2016
Actuele belastingen
Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 49.260 44.842
Overschot/(tekort) voorziening vorige boekjaren 260 397
Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen 49.520 45.239
Uitgestelde belastingen
Opname en terugname van tijdelijke verschillen (1.173) (18.363)
Aangewende verliezen van vorige boekjaren 0 232
Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar 83 3.472
Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen 0 0
Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen (1.090) (14.659)
Winstbelasting voor het boekjaar 48.430 30.580
Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het
globaal resultaat
(4.965) 7.653
Totaal belastinglast in de resultatenrekening 43.465 38.233

AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEF BELASTINGTARIEF

(duizend euro) 2017 2016
Resultaat vóór belastingen voor de periode 227.181 202.832
waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint
ventures
(17.710) (784)
Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint
ventures
244.891 203.616
Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% 83.238 69.209
Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 7.127 5.453
Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (6.660) (3.199)
Belastingkrediet en impact van de notionele interest (18.425) (23.099)
Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere
rechtsgebieden
(20.202) (27.244)
Effect van de wijziging in het belastingstarief volgens de wetswijziging in België (11.400) 0
Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande
periodes
(722) (356)
Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande
periodes
(905) 3.091
Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van
het jaar
16.379 6.725
Belastinglast 48.430 30.580
Effectieve belastingtarief van het boekjaar 19,78% 15,02%

De belastingkosten bedragen 48.430 duizend euro per 31 december 2017, tegenover 30.580 duizend euro eind 2016. Het effectieve belastingtarief bedraagt 19,78% tegenover 15,02 % per 31 december 2016.

GEBOEKTE LATENTE BELASTINGEN

(duizend euro) Activa Verplichtingen
2017 2016 2017 2016
Immateriële en materiële vaste activa 11.794 12.287 (92.992) (121.715)
Personeelsbeloningen 11.306 15.662 0 0
Voorzieningen 426 87 (22.984) (37.666)
Reële waarde van afgeleide instrumenten 2.369 5.978 0 0
Overige elementen 44.326 59.885 (53.783) (44.801)
Fiscale verliezen 138.453 167.311 0 0
Bruto uitgestelde belastingen activa/(verplichtingen) 208.674 261.210 (169.759) (204.182)
Niet opgenomen uitgestelde belastingsactiva (64.916) (82.054) 0 0
Belastingverrekening (39.736) (52.212) 39.736 52.212
Opgenomen uitgestelde belastingsactiva/(passiva) 104.022 126.944 (130.023) (151.970)

Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 259.664 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.

De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.

TIJDELIJKE VERSCHILLEN OF FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING GEBOEKT IS

Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.

UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) RECHTSTREEKS VERWERKT IN HET EIGEN VERMOGEN

(duizend euro) 2017 2016
Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van de wijzigingen in
reële waarde van de cashflow hedge
(1.583) 1.143
Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de
toegezegde pensioenregelingen
(3.382) 6.510
Totaal (4.965) 7.653

11. RESULTAAT PER AANDEEL

Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:

(duizend euro) 2017 2016
Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders 180.442 168.411
Globaal resultaat (deel van de groep) 174.771 159.178
Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 25.314.482
Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen 25.314.482 25.314.482
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op
afsluitingsdatum:
Nettoresultaat (deel van de groep) per aandeel (euro) 7,13 6,65
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (euro) 6,90 6,29
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op
afsluitingsdatum (verwaterd):
Nettoresultaat (verwaterd) per aandeel (euro) 7,13 6,65
Globaal resultaat (verwaterd) per aandeel (euro) 6,90 6,29

Financiële positie

12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL

Boekjaar 2017
(duizend euro)
Concessies, brevet-
ten en licenties
Ontwikkelings- kosten Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 126.248 3.347 129.595
Netto wisselkoersverschillen (52) 0 (52)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 2.087 0 2.087
Verwervingen 1.240 275 1.515
Afstotingen (508) 0 (508)
Overdracht naar andere activacategorieën 53 (75) (22)
Wijziging van consolidatiekring (9) 0 (9)
Saldo op het einde van het boekjaar 129.059 3.547 132.606
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (30.812) (3.342) (34.154)
Netto wisselkoersverschillen 42 0 42
Afschrijvingen (6.034) (22) (6.056)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties (1.572) 0 (1.572)
Afstotingen 289 0 289
Afstoting naar andere activacategorieën 97 73 170
Wijziging van consolidatiekring 18 0 18
Saldo op het einde van het boekjaar (37.972) (3.291) (41.263)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2017 95.436 5 95.441
Op 31 december 2017 91.087 256 91.343

Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 1.515 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 6.056 duizend euro.

De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden slechts geboekt in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.

Boekjaar 2016
(duizend euro)
Concessies, brevet-
ten en licenties
Ontwikkelings- kosten Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 131.863 2.060 133.923
Netto wisselkoersverschillen 153 19 172
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0 0
Verwervingen 2.068 1.268 3.336
Afstotingen (1.671) 0 (1.671)
Wijziging van consolidatiekring (6.169) 0 (6.169)
Afstoting naar andere activacategorieën 4 0 4
Saldo op het einde van het boekjaar 126.248 3.347 129.595
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (33.983) (2.054) (36.037)
Netto wisselkoersverschillen (187) (2) (189)
Afschrijvingen (4.640) (1.286) (5.926)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0 0
Afstotingen 1.639 0 1.639
Afstoting naar andere activacategorieën 190 0 190
Wijziging van consolidatiekring 6.169 0 6.169
Saldo op het einde van het boekjaar (30.812) (3.342) (34.154)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2016 97.880 6 97.886
Op 31 december 2016 95.436 5 95.441

13. GOODWILL

(duizend euro) 2017 2016
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 395.924 395.977
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 9.761 0
Afstotingen 0 0
Overige wijzigingen 0 (53)
Saldo op het einde van het boekjaar 405.685 395.924
Waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (220.755) (220.755)
Bijzondere waardeverminderingen 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar (220.755) (220.755)
Netto boekwaarde per 31 december 184.930 175.169

Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2017.

Activiteit Netto waarde goodwill Parameters gebruikt in het model met toekomstige
kasstromen
Brutowaarde
goodwill
Afwaardering
van het boekjaar
(duizend euro) 2017 2016 Groeiper
centage
Groeiper
centage
(eindwaar
de)
Actualise
ringsvoet
Gevoelig
heidsper
centage
DEME & dochter
ondernemingen
163.369 155.959 0% 0% 7,9% 5% 378.112 -
VMA 11.115 11.115 0% 0% 7,1% 5% 11.115 -
Remacom 2.995 2.995 0% 0% 7,1% 5% 2.995 -
Stevens 2.682 2.682 0% 0% 7,1% 5% 2.682 -
Coghe 2.351 0 0% 0% 7,1% 5% 2.351 -
Druart 1.507 1.507 0% 0% 7,1% 5% 3.360 -
Amart 911 911 0% 0% 7,1% 5% 911 -
Totaal 184.930 175.169 401.526
-

De volgende assumpties werden aangenomen in de waarderingstests:

Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2018 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.

Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.

De groep DEME wordt als één kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen hebben aangetoond.

14. MATERIËLE VASTE ACTIVA

Boekjaar 2017
(duizend euro)
Terreinen
en gebou- wen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
130.770 3.022.471 60.273 0 129.115 3.342.629
Gevolgen van de wisselkoersverschillen (275) (6.100) (492) 0 (81) (6.948)
Verwervingen via bedrijfscombinaties 17.183 348.682 16.845 0 0 382.710
Verwervingen 7.428 106.443 4.638 0 371.458 489.967
Overdracht naar andere
activacategorieën
145 71.830 (1.473) 0 (71.736) (1.234)
Afstotingen (10.363) (108.165) (3.617) 0 (682) (122.827)
Wijziging consolidatiekring 0 0 7 0 0 7
Saldo op het einde van het boekjaar 144.888 3.435.161 76.181 0 428.074 4.084.304
Afschrijvingen en
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
(58.215) (1.551.879) (49.231) 0 0 (1.659.325)
Gevolgen van wisselkoersverschillen 206 2.883 139 0 0 3.228
Verwervingen via bedrijfscombinaties (1.060) (157.349) (14.211) 0 0 (172.620)
Afschrijvingen (5.196) (223.487) (4.303) 0 0 (232.986)
Overdracht naar andere
activacategorieën
(469) 1.306 398 0 0 1.235
Afstotingen 6.135 104.774 3.476 0 0 114.385
Wijziging consolidatiekring 0 (7) (6) 0 0 (13)
Saldo op het einde van het boekjaar (58.599) (1.823.759) (63.738) 0 0 (1.946.096)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2017 72.555 1.470.592 11.042 0 129.115 1.683.304
Op 31 december 2017 86.289 1.611.402 12.443 0 428.074 2.138.208

Per 31 december 2017 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 489.967 duizend euro en hebben ze voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2017 stegen met 303.218 duizend euro in vergelijking met 2016. Verwervingen via bedrijfscombinaties met een nettoboekwaarde van 210.090 duizend euro in 2017 betreffen voornamelijk schepen en andere materiële vaste activa verworven als gevolg van overname van A2Sea A/S, G-Tec SA en Van Laere NV (toelichting 5 – overnames van ondernemingen).

Van de acht vaartuigen die in 2015 en 2016 werden besteld voor een globale waarde van een miljard euro, zijn twee reeds geleverd: de sleephopperzuigers Minerva en Scheldt River met een capaciteit van respectievelijk 3.500 m³ en 8.400 m³. Deze twee vaartuigen zijn de eerste van de vloot van DEME die met LNG (Liquified Natural Gas) kunnen werken en zo de uitstoot van broeikasgassen wezenlijk beperken.

In 2018 verwacht men de oplevering van het multifunctionele vaartuig Living Stone, het zelfvarend hefvaartuig Apollo en het kraanschip Gulliver.

De drie laatste vaartuigen – het baggerschip Bonny River (15.000 m³), de Smart Mega Cutter Suction Dredger

Spartacus en het kraanschip met dynamische positionering Orion – zouden in de loop van de jaren 2019-2020 operationeel moeten zijn.

De netto boekwaarde van de materiële vaste activa die een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 113.231 duizend euro (2016: 290.395 duizend euro).

De nettowaarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 65.599 duizend euro (2016: 121.664 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, de gebouwen van de filialen Engema en Louis Stevens & Co NV, de vehikels Benelmat en de uitrustingen van de Compagnie Tunisienne d'Entreprises en van Coghe (tijdens het boekjaar 2017 verworven entiteit). De sterke daling van de leningen met betrekking tot financiële leasingovereenkomsten wordt voornamelijk verklaard door het hefvaartuig Thor, waarvan de financiële leasing in het eerste halfjaar van 2017 werd afgelost.

De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen 232.986 duizend euro (2016: 226.850 duizend euro).

Boekjaar 2016
(duizend euro)
Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
113.239 3.070.912 58.355 0 90.422 3.332.928
Netto wisselkoersverschillen (429) 2.032 (533) 0 101 1.171
Verwervingen 6.625 108.484 4.884 0 66.756 186.749
Afstoting naar andere activacategorieën 14.996 14.173 939 0 (28.151) 1.957
Afstotingen (3.661) (104.849) (2.935) 0 (13) (111.458)
Wijziging in de consolidatiekring 0 (68.281) (437) 0 0 (68.718)
Saldo op het einde van het boekjaar 130.770 3.022.471 60.273 0 129.115 3.342.629
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
(54.244) (1.503.845) (47.160) 0 0 (1.605.249)
Netto wisselkoersverschillen 349 (2.737) 372 0 0 (2.016)
Afschrijvingen (3.795) (218.270) (4.785) 0 0 (226.850)
Afstoting naar andere activacategorieën (3.087) 2.036 (932) 0 0 (1.983)
Afstotingen 2.562 102.657 2.837 0 0 108.056
Wijziging in de consolidatiekring 0 68.280 437 0 0 68.717
Saldo op het einde van het boekjaar (58.215) (1.551.879) (49.231) 0 0 (1.659.325)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2016 58.995 1.567.067 11.195 0 90.422 1.727.679
Op 31 december 2016 72.555 1.470.592 11.042 0 129.115 1.683.304

15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES

Wijziging van het periode

Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:

(duizend euro) 2017 2016
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 141.355 151.377
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Transfers (6.240) 9.350
Aandeel van de groep CFE in het resultaat na belastingen en minderheidsbelangen (17.710) (784)
Kapitaalsverhoging/(vermindering) 31.763 18.252
Dividenden (6.507) (15.221)
Wijzigingen in de consolidatiekring (5.498) (20.120)
Overige wijzigingen 3.347 (1.499)
Saldo op het einde van het boekjaar 140.510 141.355
Goodwill opgenomen in de verbonden ondernemingen en partnerschappen 19.548 30.058

Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.

De wijzigingen van de consolidatiekring in het boekjaar 2017 hebben hoofdzakelijk betrekking op de verkoop van participaties in de pool Vastgoedontwikkeling (projecten Oosteroever en Kons)

Financiële informatie betreffende verbonden ondernemingen en partnerschappen

De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 34 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.

De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit de volgens de IFRS-boekhoudmethodes opgestelde rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties tussen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.

December 2017
(duizend euro)
Baggerwerken en milieu Vastgoedontwikkeling en
Contracting
Holding & niet-overgedra
gen activiteiten
Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultatenrekening
Omzet 683.387 273.786 99.554 44.305 9.539 3.104 792.480 321.195
Nettoresultaat –
Toekenbaar aan de
groep
(30.900) (12.731) 9.346 4.898 (7.158) (3.363) (28.712) (11.196)
Balans
Vaste activa 2.795.598 402.617 36.030 10.493 176.862 55.237 3.008.490 468.347
Vlottende activa 538.462 192.758 253.321 102.004 43.160 12.541 834.943 307.303
Eigen vermogen 457.763 71.282 41.243 17.578 28.768 16.387 527.774 105.247
Langlopende passiva 1.916.312 269.573 89.921 33.622 122.052 25.130 2.128.285 328.325
Vlottende passiva 959.985 254.520 158.187 61.297 69.202 26.261 1.187.374 342.078
Netto-financierings
schuld
1.850.634 238.601 (99.090) (37.911) (122.268) (34.061) 1.629.276 166.629

In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV (904.681 duizend euro, a rato van 100%), Merkur Offshore GMBH (927.718 duizend euro, a rato van 100%) en Rentel (529.750 duizend euro, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 695.718 duizend euro (a rato van 100%), 588.312 duizend euro (a rato van 100%) en 434.691 (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 14.781 duizend euro (a rato van 100%), (14.810) duizend euro (a rato van 100%) en (2.792) duizend euro (a rato van 100%).

De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA

(51.666 duizend euro, a rato van 100%), Immomax Sp z.o.o (10.353 duizend euro, a rato van 100%), Pré de la Perche (17.323 duizend euro, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (18.530 duizend euro, a rato van 100%), Victor Estate SA (10.980 duizend euro, a rato van 100%), Erasmus Gardens (32.744 duizend euro, a rato van 100%) en Goodways (11.575 duizend euro, a rato van 100%).

Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld van het segment PPP-Concessies betrekking op de projecten van de concessie van de Scholen van Morgen in Eupen (-61.369 duizend euro, a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port (-18.906 duizend euro, a rato van 100%) en Green Offshore (-18.931 duizend euro, a rato van 100%).

December 2016
(duizend euro)
Baggerwerken en milieu Vastgoedontwikkeling
en Contracting
Holding & niet-overgedra-
gen activiteiten
Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultatenrekening
Omzet 641.813 260.774 78.405 38.836 8.942 2.779 729.160 302.389
Nettoresultaat –
Toekenbaar aan de
groep
(30.470) (13.278) 1.848 2.089 5.029 2.164 (23.593) (9.025)
Balans
Vaste activa 1.988.992 260.814 40.445 11.193 193.915 58.406 2.223.352 330.413
Vlottende activa 442.209 143.594 385.106 154.572 47.045 15.081 874.360 313.247
Eigen vermogen 420.230 54.025 22.046 13.520 23.463 14.160 465.739 81.705
Langlopende passiva 1.256.387 163.416 195.811 72.845 131.455 26.887 1.583.653 263.148
Vlottende passiva 754.584 186.967 207.694 79.400 86.042 32.440 1.048.320 298.807
Netto-financierings
schuld
1.129.671 114.008 (194.450) (69.944) (134.258) (36.026) 800.963 8.038

In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV (967.182 duizend euro, a rato van 100%) en Merkur Offshore GMBH (462.237 duizend euro, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 771.122 duizend euro (a rato van 100%) en 160.623 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 8.788 duizend euro (a rato van 100%) en (11.142) duizend euro (a rato van 100%).

Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto schuld betrekking op het de projecten van de concessie van de scholen van Eupen (-71.770 duizend euro, a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore (-35.044 duizend euro, a rato van 100%).

De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA (46.618 duizend euro, a rato van 100%), PEF Kons Investment NV (87.903 duizend euro, a rato van 100%), Immomax Sp z.o.o (20.066 duizend euro, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (20.675 duizend euro, a rato van 100%), Victor Estate SA (20.260 duizend euro, a rato van 100%), Erasmus Gardens (32.944 duizend euro, a rato van 100%) en Rederij Ishtar BVBA (22.772 duizend euro, a rato van 100%).

De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:

Op 31 december 2017
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
Baggerwerken en
milieu
Vastgoedontwikke
ling en Contracting
Holding &
niet-overgedragen
activiteiten
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde
deelnemingen en joint-ventures vóór
afstemmingselementen
71.282 17.578 16.387 105.247
Afstemmingselementen 11.479 11.240 (6.635) 16.084
Negatieve geassocieerde deelnemingen en
Joint-Ventures
3.469 3.467 12.243 19.179
Boekwaarde van de participatie van CFE 86.230 32.285 21.995 140.510
Op 31 december 2016
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
Baggerwerken en
milieu
Vastgoedontwikke
ling en Contracting
Holding &
niet-overgedragen
activiteiten
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde
deelnemingen en joint-venture vóór
afstemmingselementen
54.025 13.520 14.160 81.705
Afstemmingselementen 31.799 27.302 10.258 69.359
Negatieve geassocieerde deelnemingen en
Joint-Ventures
(8.834) 2.932 (3.807) (9.709)
Boekwaarde van de participatie van CFE 76.990 43.754 20.611 141.355

De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.

Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.

16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA

De overige financiële vaste activa bedragen 147.719 duizend euro per 31 december 2017 (2016: 153.976 duizend euro). Zij omvatten voornamelijk leningen verstrekt aan projectvennootschappen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geconsolideerd (140.618 duizend euro).

(duizend euro) 2017 2016
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 153.976 129.501
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 667 0
Verwervingen 20.273 79.460
Afstotingen en transfers (22.309) (55.783)
Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering 0 0
Wijziging van de consolidatiekring 0 (150)
Wijziging van methode 0 0
Netto wisselkoersverschillen (4.888) 948
Saldo op het einde van het boekjaar 147.719 153.976

17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.

Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als last en als opbrengst afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de 'cost to cost'. Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.

(duizend euro) 2017 2016
Gegevens uit de balans
Ontvangen en betaalde voorschotten (122.064) (122.170)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa 261.844 353.236
Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen (177.008) (84.776)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 84.836 268.460
Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken
Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de
geboekte verliezen
5.722.071 5.320.903
Verminderd met de tussentijdse facturatie (5.629.038) (5.052.443)
Weerslag van de in het boekjaar verworven vennootschappen (8.197) 0
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 84.836 268.460

Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.

Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.

De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.

De geconsolideerde resultaten van de groep Van Laere zullen pas vanaf 1 januari 2018 in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE worden opgenomen. De eind 2017 in de balans opgenomen winsten en verliezen uit de onderhanden projecten in opdracht van derden van de groep Van Laere bedragen (8.197) duizend euro.

Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 3.156 duizend euro weergegeven in de rubriek "Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten" (zie Toelichting 19).

18. VOORRADEN

Per 31 december 2017 bedragen de voorraden 138.965 duizend euro (2016: 94.836 duizend euro), als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2017 2016
Grond- en hulpstoffen 40.727 57.038
Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen (324) (141)
Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop 101.182 40.655
Waardeverminderingen op voorraad eindproducten (2.620) (2.716)
Voorraad 138.965 94.836

De evolutie van de rubriek "Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop" is het gevolg van nieuwe vastgoedontwikkelingen in Polen.

19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN

(duizend euro) 2017 2016
Handelsvorderingen 908.687 958.235
Min: provisie voor dubieuze debiteuren (12.595) (27.034)
Netto handelsvorderingen 896.092 931.201
Overige courante vorderingen 236.214 229.105
Totaal geconsolideerd 1.132.306 1.160.306
Overige vlottende activa 32.963 38.430
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 1.276.446 1.138.288
Overige kortlopende verplichtingen 480.884 393.828
Totaal geconsolideerd 1.757.330 1.532.116
Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden (592.061) (333.380)

Wij verwijzen naar Toelichting 26.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in Toelichting 17 Onderhanden projecten in opdracht van derden werden beschouwd, bedragen 865.522 duizend euro (2016: 906.348 duizend euro).

20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

(duizend euro) 2017 2016
Deposito's op korte termijn 9.650 10.409
Bank en kasmiddelen 513.368 601.746
Geldmiddelen en kasequivalenten 523.018 612.155

De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.

21. SUBSIDIES

De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2017.

22. PERSONEELSVOORDELEN

De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'.

Per 31 december 2017 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 53.149 duizend euro (2016: 51.215 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek 'Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 2.099 duizend euro voor overige personeelsvoordelen (2016: 1.663 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door DEME.

Belangrijkste elementen van toegezegde voordeelplannen van de groep CFE

De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.

Toegezegde bijdrageplannen

De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.

Toegezegde pensioenplannen

Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.

De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,5% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,5% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 81% in België en 19% in Nederland.

De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.

Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.

Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type 'toegezegd pensioen'.

Belangrijkste elementen van toegezegde pensioenplannen

Belgische pensioenplannen van het type 'Tak 21'

Sommige personeelsleden genieten een toegezegde bijdrageregeling die door een verzekeringsmaatschappij van 'Tak 21' wordt gefinancierd.

De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegde bijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1.75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als toegezegde pensioenregelingen.

De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegde bijdrageregeling die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.

Informatie met betrekking tot de risico's gelinkt aan toegezegde pensioenregelingen

Bij toegezegde pensioenregelingen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.

Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.

Informatie met betrekking tot het beheer van de toegezegde pensioenregelingen

De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE gaat na af de verzekeringsmaatschappijen de gerelateerde pensioenwetgeving naleeft.

Informatie met betrekking tot de activa van de toegezegde pensioenregelingen

De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).

De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.

Informatie met betrekking tot de wijzigingen inzake toegezegde pensioenregelingen

Verscheidene toegezegde pensioenregelingen in België en Nederland werden in 2016 afgesloten. Dit leidde tot een 'curtailment'-effect, met een vermindering van het bedrag van de op de balans te voorziene verplichtingen en de opname van een opbrengst van 8.779 als resultaat van het boekjaar 2016.

Schulden met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

(duizend euro) 2017 2016
Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel
plannen
(51.050) (49.552)
Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) (241.644) (240.281)
Reële waarde van fondsbeleggingen 190.594 190.729
Op de balans voorziene verplichtingen (51.050) (49.552)
Verplichtingen (51.050) (49.552)
Activa 0 0

Variaties van de verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen en brugpensioen

(duizend euro) 2017 2016
Saldo van de verplichtingen op 1 januari (49.552) (39.718)
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (12.607) (4.201)
Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten (2.228) (18.890)
Bijdragen van werkgever 13.340 13.257
Effecten van bedrijfscombinaties 0 0
Overige bewegingen (3) 0
Saldo op 31 december (51.050) (49.552)

Kosten geboekt in de winst-en-verliesrekening met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

(duizend euro) 2017 2016
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (12.607) (4.201)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (12.016) (12.171)
Rentekosten (2.926) (3.808)
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) 2.277 2.999
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 58 8.779

De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.

De rubriek 'Pensioenkosten van verstreken diensttijd' omvat in 2016 de impact van het 'curtailment'-effect als gevolg van de afsluiting van verscheidene Belgische en Nederlandse toegezegde pensioenregelingen.

Nettolasten opgenomen in het globaal resultaat

(duizend euro) 2017 2016
Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten (2.228) (18.890)
Actuariële winsten (verliezen) 6.336 (42.796)
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) (8.564) 23.906

Bewegingen in de verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen en brugpensioen

(duizend euro) 2017 2016
Saldo van de verplichtingen op 1 januari (240.281) (206.189)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (12.016) (12.171)
Rentekosten (2.926) (3.808)
Bijdragen van werkgever (760) (1.095)
Betalingen aan begunstigden (-) 6.166 13.173
Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto 6.329 (42.861)
Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen 0 (14.161)
Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen 11.958 (27.133)
Ervarings(winsten) verliezen (5.629) (1.567)
Pensioenkosten van verstreken diensttijd (71) 11.156
Toename door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement 0 0
Overige bewegingen 1.915 1.514
Saldo op 31 december (241.644) (240.281)

De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen' weerspiegelt in 2016 de impact van de hogere levensverwachting en de stijging van de gemiddelde pensioenleeftijd.

De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen' weerspiegelt in 2016 de impact van de daling van de disconteringsvoet en de stijging van het verwachte percentage loonsverhogingen.

De rubriek 'Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit wijzigingen van de financiële veronderstellingen' weerspiegelt in 2017 de invloed van de stijging van de disconteringsvoet.

Bewegingen in de fondsbeleggingen van te bereiken doel plannen en brugpensioen

(duizend euro) 2017 2016
Saldo van de verplichtingen op 1 januari 190.729 166.471
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (8.564) 23.906
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen 2.277 2.999
Bijdragen van werkgever 13.753 13.722
Betalingen aan begunstigden (-) (6.036) (13.011)
Toename door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement 0 0
Overige bewegingen (1.565) (3.358)
Saldo op 31 december 190.594 190.729

De rubriek 'Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten' stijgt in 2016 als gevolg van de impact van de daling van de disconteringsvoet.

De rubriek 'Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten' daalt in 2017 als gevolg van de impact van de stijging van de disconteringsvoet.

Voornaamste actuariële veronderstellingen op afsluitingsdatum (in gewogen gemiddeld)

2017 2016
Disconteringsvoet op 31 december 1,50% 1,30%
Verwacht percentage van loonsverhogingen 2,73% 2,97%
Inflatie 1,80% 1,80%
Toegepaste sterftetabellen MR/FR MR/FR

Overige veronderstellingen inzake toegezegde pensioenregelingen

2017 2016
Looptijd (in jaren) 14,99 15,24
Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva -3,24% 16,3%
Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar 12.389 12.492

Gevoeligheidsanalyse (invloed op het bedrag van de verplichtingen)

2017 2016
Disconteringsvoet
Toename met 25 basispunten -3,3% -3,7%
Afname met 25 basispunten +3,7% +3,9%
Verwacht percentage van loonsverhogingen
Toename met 25 basispunten +2,3% +2,2%
Afname met 25 basispunten -1,8% -1,9%

23. NIET COURANTE ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN

Per 31 december 2017 bedragen deze voorzieningen 112.713 duizend euro, een stijging met 4.515 duizend euro ten opzichte van eind 2016 (108.198 duizend euro).

(duizend euro) Diensten na
verkoop
Overige cou- rante risico's Voorzieningen
voor negatieve
geassocieerde
deelnemingen
en joint-ven- tures
Overige
niet-courante
risico's
Totaal
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 15.464 49.649 24.444 18.641 108.198
Netto wisselkoersverschillen (32) 144 0 0 112
Overdracht naar andere rubrieken (126) 3.581 (5.265) 786 (1.024)
Voorzieningen: toevoegingen 2.255 33.295 0 498 36.048
Voorzieningen: bestedingen (2.663) (18.994) 0 (8.921) (30.578)
Voorzieningen: terugnemingen 0 (43) 0 0 (43)
Saldo op het einde van het boekjaar 14.898 67.632 19.179 11.004 112.713
waarvan: courante 82.530
niet-courante 30.183

De voorziening voor diensten na verkoop daalt met 566 duizend euro en bedraagt 14.898 duizend euro eind 2017. De evolutie eind 2017 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.

De voorzieningen voor andere courante risico's stijgen met 17.983 duizend euro en bedragen 67.632 duizend euro eind 2017.

Deze omvatten:

  • de voorzieningen voor lopende geschillen (18.099 duizend euro), de voorzieningen voor sociale risico's (1.155 duizend euro), alsook andere courante risico's (24.895 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken betreffende de weerhouden assumpties, noch over het moment van waarschijnlijke kasuitgaven;
  • de voorzieningen voor verliezen einde werf (23.483 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De benutting van de verliezen einde werf houdt verband met de uitvoering van de betreffende contracten.

Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.

De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.

24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger- en in de contractingsector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.

25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD

25.1. De netto financiële schuld, zoals bepaald door de groep, analyseert zich als volgt:

31/12/2017 31/12/2016
(duizend euro) Langlopende Kortlopende Totaal Langlopende Kortlopende Totaal
Bankleningen en andere financiële
schulden
373.667 110.236 483.903 286.181 102.529 388.710
Obligatielening 231.378 99.959 331.337 303.537 0 303.537
Opname van kredietlijnen 0 0 0 30.000 0 30.000
Leningen m.b.t. financiële leasing 45.426 7.920 53.346 50.966 48.108 99.074
Totaal van de langlopende financiële
schuld
650.471 218.115 868.586 670.684 150.637 821.321
Financiële schulden op korte termijn 0 6.341 6.341 3.885 3.885
Kasequivalenten 0 (9.650) (9.650) (10.409) (10.409)
Kaspositie 0 (513.368) (513.368) (601.746) (601.746)
Totaal van de kortlopende netto
financiële schuld (of beschikbare
middelen)
0 (516.677) (516.677) (608.270) (608.270)
Totaal van de netto financiële schuld 650.471 (298.562) 351.909 670.684 (457.633) 213.051
Financiële derivaten – intrestindekking 5.250 3.453 8.703 8.539 4.917 13.456

Bankleningen en andere fianciële schulden (483.903 duizend euro) betreffen voornamelijk corporate kredietlijnen en project finance bij DEME met betrekking tot het financieren van haar vloot.

Obligatieleningen (331.337 duizend euro) hebben betrekking tot de obligatie leningen uitgegeven door CFE NV, DEME NV en BPI Real Estate Belgium NV.

CFE is op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terug betaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. DEME is op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro (a rato van 100%) die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%. Op 19 december 2017 gaf BPI Real Estate Belgium een obligatielening uit voor een bedrag van 30 miljoen euro, terugbetaalbaar op 19 december 2022 en met een intrest van 3,75%.

Leningen met betrekking tot financiële leasing (53.346 duizend euro) betreffen voornamelijk DEME, en de gebouwen van filialen Louis Stevens & Co NV en Engema NV.

25.2. Tijdschema van de financiële schulden

(duizend euro) Vervallen
binnen het
jaar
Vervallen
tussen 1 en
2 jaar
Vervallen
tussen 2 en
3 jaar
Vervallen
tussen 3 en
5 jaar
Vervallen
tussen 5 en
10 jaar
Vervallen
meer dan
10 jaar
Totaal
31/12/2017
Bankleningen en andere
financiële schulden
110.236 91.751 76.057 147.231 58.628 0 483.903
Obligatielening 101.710 200.149 0 29.478 0 0 331.337
Opname van kredietlijnen 0 0 0 0 0 0 0
Leningen m.b.t. financiële
leasing
7.920 6.896 6.790 10.990 18.281 2.469 53.346
Totaal van de langlopende
financiële schuld
219.866 298.796 82.847 187.699 76.909 2.469 868.586
Financiële schuld op korte
termijn
6.341 0 0 0 0 0 6.341
Kasequivalenten (9.650) 0 0 0 0 0 (9.650)
Kaspositie (513.368) 0 0 0 0 0 (513.368)
Totaal van de kortlopende
financiële nettoschuld
(516.677) 0 0 0 0 0 (516.677)
Totaal van de netto financiële
schuld
(296.811) 298.796 82.847 187.699 76.909 2.469 351.909

De huidige waarde van de korte termijn verplichtingen betreffende financiële leasingovereenkomsten bedraagt 7.920 duizend euro (2016: 48.108 duizend euro). De sterke daling van de leningen met betrekking tot financiële leasingovereenkomsten wordt voornamelijk verklaard door het hefvaartuig Thor, waarvan de financiële leasing in het eerste halfjaar van 2017 werd afgelost.

25.3. Kasstromen met betrekking tot financiële schulden

Op 31 december 2017 bedragen de financiële schulden van CFE 874.927 duizend euro, een stijging met 49.721 duizend euro tegenover 31 december 2016.

Deze toename van de schuld wordt voornamelijk verklaard door een positieve nettokasstroom (+28.018 duizend euro) uit ontvangen bankleningen (+240.289 duizend euro) en terugbetaling van bankleningen (-212.271 duizend euro), en uit dochterondernemingen overgenomen tijdens 2017 (+24.458 duizend euro). De post 'Andere wijzigingen' betreft voornamelijk de herclassificatie van langlopende schulden die in het jaar vervielen als kortlopende financiële schulden, en de voorstelling op korte termijn van de obligatielening van CFE SA die in juni 2018 vervalt.

(duizend euro) Saldo op Saldo op
1 januari 2017 Kasstromen Wijzigingen
consolidatie- kring
Andere
wijzigingen
Totaal niet
kasevoluties
31 december
2017
Financiële schulden - Langlopend
Obligatieleningen 303.537 29.552 0 (101.711) (101.711) 231.378
Overige langlopende
financiële schulden
367.147 52.612 16.362 (17.028) (666) 419.093
Financiële schulden - Kortlopend
Obligatieleningen 0 0 0 99.959 99.959 99.959
Overige kortlopende
financiële schulden
154.522 (54.146) 8.096 16.025 24.121 124.497
Totaal 825.206 28.018 24.458 (2.755) 21.703 874.927

25.4. Kredietlijnen en termijnbankleningen

De groep CFE beschikt op 31 december 2017 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 115 miljoen euro die op 31 december 2017 niet waren getrokken.

DEME beschikt over bevestigde bankkredietlijnen (revolving credit facilities) van 95 miljoen euro en over bevestigde bankkredietlijnen (terms loans) van 240 miljoen euro, en over de mogelijkheid om commercial papers uit te schrijven ter hoogte van 125 miljoen euro. Op 31 december 2017 werden deze bronnen van financiering niet gebruikt.

25.5. Financiële voorwaarden (convenants)

De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2017.

26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S

26.1. Beheer van de financiële middelen

Eind 2017, bedragen de financiële middelen van groep CFE een netto financiële schuld van 351.909 duizend euro (Toelichting 25) en eigen vermogen van 1.656.325 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (Toelichting 25) en heeft de baggeractiviteit bovendien de mogelijkheid om commercial paper uit te schrijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.

26.2. Rentevoetrisico

Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoedontwikkeling, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).

Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.

De activiteiten van Contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.

Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten

Soort schulden Vaste rentevoet
Variabele rentevoet
Totaal
Bedrag Aandeel Rentevoet Bedrag Aandeel Rentevoet Bedrag Aandeel Rentevoet
Bankleningen en
andere financiële
schulden
4.349 1,13% 1,70% 479.554 99,45% 0,73% 483.903 55,71% 0,74%
Obligatielening 331.337 85,75% 4,29% 0 0,00% 0,00% 331.337 38,15% 4,29%
Opname van
kredietlijnen
0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00%
Leningen mbt
financiële leasing
overeenkomsten
50.699 13,12% 1,15% 2.647 0,55% 0,55% 53.346 6,14% 1,22%
Totaal 386.385 100% 3,85% 482.201 100% 0,74% 868.586 100% 2,12%

Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten

Soort schulden Vaste rentevoet Variabele rentevoet 'Caped' variabele rentevoet
+ inflatie
Totaal
Bedrag Aandeel Rente- voet Bedrag Aandeel Rente- voet Bedrag Aandeel Rente- voet Bedrag Aandeel Rente
voet
Bankleningen en
andere financiële
schulden
477.503 55,55% 0,99% 6.400 70,74% 1,75% 0 0,00% 0,00% 483.903 55,71% 1,00%
Obligatielening 331.337 38,55% 4,29% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 331.337 38,15% 4,29%
Opname van
kredietlijnen
0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00%
Leningen mbt
financiële leasing
overeenkomsten
50.699 5,90% 1,15% 2.647 29,26% 2,72% 0 0,00% 0,00% 53.346 6,14% 1,22%
Totaal 859.539 100% 2,27% 9.047 100% 2,03% 0 0,00% 0,00% 868.586 100% 2,27%

26.3. Gevoeligheid van het rentevoetrisico

De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:

  • de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking;
  • financiële instrumenten tegen vaste koers, erkent tegen reële waarde in de balans via het resultaat;
  • derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn.

Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat.

De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2017 constant blijft gedurende een jaar.

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.

31/12/2017
(duizend euro) Resultaat Eigen vermogen
Impact van sensi
biliteits-berekening
+50bp
Impact van sensi
biliteits-berekening
-50bp
Impact van sensi
biliteits-berekening
+50bp
Impact van sensi
biliteits-berekening
-50bp
Niet-courante schulden (+ deze vervallende
in het jaar) met variabele rente na
indekking
4.343 (4.343)
Netto financiële schuld (korte termijn) (*) 32 (32)
Derivaten boekhoudkundig niet
gekwalificeerd als indekking
0 0
Als indekking gekwalificeerde derivaten
(kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk)
648 (784)

(*) exclusief beschikbare middelen.

26.4. Beschrijving van de kasstroomindekkingsoperaties

Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten uitsluitend betrekking tot de baggeractiviteiten. Deze instrumenten hebben de volgende kenmerken:

(duizend euro) 31/12/2017
< 1 jaar Vervallen
tussen 1
en 2 jaar
Vervallen
tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onderlig
gende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet
ontvangen en vaste rentevoet betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
hoogst waarschijnlijk verwachte
kasstromen
Renteswap variabele rentevoet
ontvangen en vaste rentevoet betaald
124.502 129.096 328.355 93.395 675.348 (8.703)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
zekere kasstromen
124.502 129.096 328.355 93.395 675.348 (8.703)
(duizend euro) 31/12/2016
< 1 jaar Vervallen
tussen 1
en 2 jaar
Vervallen
tussen 3
en 5 jaar
> 5 jaar Onderlig
gende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet
ontvangen en vaste rentevoet betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
hoogst waarschijnlijk verwachte
kasstromen
Renteswap variabele rentevoet
ontvangen en vaste rentevoet betaald
118.111 124.643 351.972 198.875 793.601 58 (13.514)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van
zekere kasstromen
118.111 124.643 351.972 198.875 793.601 58 (13.514)

26.5. Valutarisico

Soorten risico's waaraan de groep wordt blootgesteld

De groep CFE en haar filialen, exclusief de baggerwerkenactiviteiten, hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.

Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.

Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta

Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:

(duizend euro) 2017 2016
Euro 815.240 722.247
US dollar 0 0
Andere 0 0
Totaal langlopende financiële verplichtingen 815.240 722.247

Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+: activa / -: passiva):

(duizend
euro)
USD
US
Dollar
Onderliggende Reële waarde
SGD
Singapore
Dollar
BRL Rial INR
Roupie
Overi
ge
Totaal USD
US
Dollar
SGD
Singapore
Dollar
BRL Rial INR
Roupie
Overi
ge
Totaal
Termijn
aanko
pen
31.917 6.433 0 0 5.295 43.645 (83) 0 0 0 (11) (94)
Termijn
verkopen
69.859 102.003 8.432 20.549 2.961 203.804 3.170 1.639 (285) 47 (33) 4.538

De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.

De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2017 constant blijven gedurende het jaar.

Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.

(duizend euro) 31/12/2017 - Resultaat
Impact van de sensitiviteits-berekening -
vermindering EUR 5%
Impact van de sensitiviteits-berekening -
verhoging EUR 5%
Niet-courante schulden (+ deze vervallende
in het jaar) met variabele rente na
indekking
3.870 (3.501)
Netto financiële schuld op korte termijn (1.046) 946
Werkkapitaal 219 (198)

26.6. Risico verbonden aan grondstoffen

Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.

Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.

DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De reële waarde van deze instrumenten, eind 2017, bedraagt -5.317 euro (tegenover -16.783 duizend euro eind 2016).

26.7. Krediet- en tegenpartijrisico

De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.

Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.

Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Credendo).

Financiële instrumenten

De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.

Klanten

De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.

Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. We merken in dit verband op dat CFE twee werven in Tsjaad uitvoert. Het betreft de bouw van het Grand Hôtel en het gebouw van het ministerie van Financiën. Het operationele beheer en het onderhoud van het Grand Hôtel werden in juni 2017 overgedragen aan de door de staat Tsjaad aangestelde hoteluitbater. De officiële opening van het Grand Hôtel vond plaats op 1 juli 2017. De onderhandelingen tussen de staat Tsjaad, CFE en de Banque africaine d'import-export worden voortgezet. Op 31 december 2017 bedragen de vorderingen op de staat Tsjaad ongeveer 60 miljoen euro (netto van BTW en dekking Credendo). De waarde van deze vorderingen in de geconsolideerde staat van de financiële positie komt overeen met de beste schatting van hun realiseerbare waarde op 31 december 2017 volgens de Groep.

De analyse van de betalingsachterstand eind 2017 en eind 2016 is als volgt:

Situatie per 31 december 2017
(in duizend euro)
Op het einde
van de periode
Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvorderingen en overige
bedrijfsvorderingen
1.114.377 775.424 87.246 39.703 212.004
Totaal bruto 1.114.377 775.424 87.246 39.703 212.004
Waardevermindering op handelsvorderingen
en overige bedrijfsvorderingen
(15.563) (578) (19) (704) (14.262)
Totale voorzieningen (15.563) (578) (19) (704) (14.262)
Totaal netto bedragen 1.098.814 774.846 87.227 38.999 197.742
Situatie per 31 december 2016
(in duizend euro)
Op het einde
van de periode
Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvorderingen en overige
bedrijfsvorderingen
1.150.401 772.755 105.356 37.288 235.002
Totaal bruto 1.150.401 772.755 105.356 37.288 235.002
Waardevermindering op handelsvorderingen
en overige bedrijfsvorderingen
(30.268) (4.543) 0 (1.225) (24.500)
Totale voorzieningen (30.268) (4.543) 0 (1.225) (24.500)

De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.

De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:

(duizend euro) 2017 2016
Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorig boekjaar (30.268) (30.701)
Wijziging van de consolidatiekring (2.899) (216)
Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen 13.315 (1.835)
Nettowisselkoersverschillen en transfers 4.289 2.484
Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar (15.563) (30.268)

26.8. Liquiditeitsrisico

DEME was in staat om onder gunstige voorwaarden een nieuwe bilaterale kredietlijn te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.

26.9. Boekwaarde en reële waarde per boekhoudcategorie

31 december 2017
(duizend euro)
Afgeleide
instrumen- ten niet
gekwalifi- ceerd als
indekking
Afgeleide
instrument
gekwalifi- ceerd als
indekking
Op reële
waarde ge- ëvalueerde
activa
Financiële
instrumen- ten beschik-
baar voor
verkoop
Activa en
verplich- tingen aan
afgeschre- ven kost
Totale boek
waarde
Bepaling
van de reële
waarde per
niveau
Reële
waarde van
de categorie
Financiële vaste activa 921 7.101 140.618 148.640 148.640
Deelnemingen (1) 7.101 7.101 Niveau 2 7.101
Financiële vorderingen en
schulden (1)
140.618 140.618 Niveau 2 140.618
Rentevoet derivaten 921 921 Niveau 2 921
Financiële vlottende
activa
2.320 1.836 523.018 1.132.306 1.659.480 1.659.480
Handels- en overige
vorderingen uit
operationele activiteiten
1.132.306 1.132.306 Niveau 2 1.132.306
Rentevoet derivaten 2.320 1.836 4.156 Niveau 2 4.156
Kasequivalenten (2) 9.650 9.650 Niveau 1 9.650
Beschikbare middelen (2) 513.368 513.368 Niveau 1 513.368
Totaal activa 2.320 2.757 523.018 7.101 1.272.924 1.808.120 1.808.120
Langlopende financiële
verplichtingen
1.960 5.249 650.471 657.680 671.253
Obligatielening 231.378 231.378 Niveau 1 235.599
Financiële schulden 419.093 419.093 Niveau 2 428.445
Rentevoet derivaten 1.960 5.249 7.209 Niveau 2 7.209
Kortlopende financiële
verplichtingen
401 7.044 1.500.902 1.508.347 1.512.198
Handelsschulden en
andere voortvloeiend uit
operationele activiteiten
1.276.446 1.276.446 Niveau 2 1.276.446
Obligatieleningen 99.959 99.959 Niveau 1 101.168
Financiële schulden 124.497 124.497 Niveau 2 127.139
Rentevoet derivaten 401 7.044 7.445 Niveau 2 7.445
Totaal passiva 2.361 12.293 2.151.373 2.166.027 2.183.451

(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"

(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"

31 december 2016
(duizend euro)
Afgeleide in
strumenten
niet gekwa- lificeerd als
indekking
Afgeleide
instrument
gekwalifi- ceerd als
indekking
Op reële
waarde ge- ëvalueerde
activa
Financiële in
strumenten
beschikbaar
voor verkoop
Activa en
verplich- tingen aan
afgeschreven
kost
Totale boek
waarde
Bepaling
van de reële
waarde per
niveau
Reële waarde
van de
categorie
Financiële vaste
activa
452 58 6.046 147.930 154.486 154.486
Deelnemingen (1) 6.046 6.046 Niveau 2 6.046
Financiële
vorderingen en
schulden (1)
147.930 147.930 Niveau 2 147.930
Rentevoet
derivaten
452 58 510 Niveau 2 510
Financiële
vlottende activa
2.311 612.155 1.160.306 1.774.772 1.774.772
Handels
en overige
vorderingen uit
operationele
activiteiten
1.160.306 1.160.306 Niveau 2 1.160.306
Rentevoet
derivaten
2.311 2.311 Niveau 2 2.311
Kasequivalenten
(2)
10.409 10.409 Niveau 1 10.409
Beschikbare
middelen (2)
601.746 601.746 Niveau 1 601.746
Totaal activa 2.763 58
612.155
6.046
1.308.236
1.929.258 1.929.258
Langlopende
financiële
verplichtingen
9.679 8.796 670.684 689.159 712.121
Obligatielening 303.537 303.537 Niveau 1 314.777
Financiële
schulden
367.147 367.147 Niveau 2 378.869
Rentevoet
derivaten
9.679 8.796 18.475 Niveau 2 18.475
Kortlopende
financiële
verplichtingen
16.613 6.902 1.292.810 1.316.325 1.317.431
Handelsschulden
en andere
voortvloeiend
uit operationele
activiteiten
1.138.288 1.138.288 Niveau 2 1.138.288
Obligatieleningen 0 0 Niveau 1 0
Financiële
schulden
154.522 154.522 Niveau 2 155.628
Rentevoet
derivaten
16.613 6.902 23.515 Niveau 2 23.515
Totaal passiva 26.292 15.698 1.963.494 2.005.484 2.029.552

(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"

(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"

De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:

  • De reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en verplichtingen; • De reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn;
  • De reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting.

De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:

  • Voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost.
  • Voor leningen met een variabel intrestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost.
  • Voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves.
  • Voor andere derivaat instrumenten, werd de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen.
  • Voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door CFE en DEME, werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum.
  • Voor leningen met vaste intrestvoet: de reële waardering is bepaald op de verdisconteerde toekomstige kasstromen op de intrestvoet van het markt op de afsluitingsdatum.

27. OPERATIONELE LEASING

Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:

(duizend euro) 2017 2016
Vervallen binnen het jaar 12.667 14.035
Tussen één en vijf jaar 15.444 17.434
Meer dan vijf jaar 10.326 10.603
Totaal 38.437 42.072

28. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2017 bedraagt 1.168.439 duizend euro (2016: 1.119.534 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:

(duizend euro) 2017 2016
Goede uitvoering en performances bonds (a) 997.687 856.445
Biedingen (b) 16.902 36.175
Teruggaven voorschotten (c) 2.683 16.812
Garantie-inhouding (d) 12.300 16.782
Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 51.317 82.451
Andere gegeven verplichtingen - waarvan 60.431 duizend euro corporate garanties bij
DEME
87.550 110.869
Totaal 1.168.439 1.119.534

a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.

b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken

c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt

e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.

29. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor boekjaar tot 31 december 2017 bedraagt 396.107 duizend euro (2016: 147.937 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:

(duizend euro) 2017 2016
Goede uitvoering en performance bonds 393.592 145.112
Andere ontvangen verplichtingen 2.515 2.825
Totaal 396.107 147.937

De sterke stijging van de ontvangen verplichtingen houdt in essentie verband met de in het kader van de uitbreiding van de baggervloot ontvangen verplichtingen, en in mindere mate met de integratie van de door de groep Van Laere ontvangen verplichtingen.

30. GESCHILLEN

De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de baggersector en in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.

De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.

31. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

  • Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.289.521 aandelen van CFE op 31 december 2017 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 60,40% van de aandelen.
  • Het sleutelpersoneel komt overeen met de directeuren van CFE en de twee gedelegeerde bestuurders. Het bedrag opgenomen als vergoeding of andere personeelsvoordelen voor personeel op sleutelposities bedraagt 4.964,6 duizend euro voor 2017 (2016: 5.604,4 duizend euro). Dit bedrag omvat: vaste bezoldigingen en honoraria (2.494,4 duizend euro; 2016: 2.815,2 duizend euro), variabele bezoldigingen (2.107,4 duizend euro; 2016: 2.324,6 duizend euro), stortingen voor de diverse verzekeringen (extralegaal pensioenplan, hospitalisatie, arbeidsongevallen, ongevallen in de persoonlijke levenssfeer) (330,0 duizend euro; 2016: 382,6 duizend euro) en kosten van bedrijfsvoertuigen (32,8 duizend euro; 2016: 82,0 duizend euro).
  • Dredging Environmental & Marine engineering NV en CFE NV hebben op 26 november 2001 een dienstencontract afgesloten met Ackermans & van Haaren NV. De door Dredging Environmental & Marine engineering NV, een 100% filiaal van CFE, en CFE NV verschuldigde vergoedingen op grond van die contracten bedragen respectievelijk 1.150 duizend euro en 156 duizend euro. Deze vergoedingen zijn volledig betaald voor 2017.
  • Er zijn geen transacties met de gedelegeerde bestuurders behoudens hun remuneratiepakket. Er zijn evenmin transacties met de vennootschappen Trorema BVBA, Frédéric Claes NV, 8822 BVBA, D2C Partners en Artist Valley NV behoudens het remuneratiepakket van de directieleden vertegenwoordigd door deze vennootschappen. Leningen werden toegestaan aan bepaalde leden van het uitvoerend comité van CFE Contracting in het kader van de hen toegekende aandelenoptieplannen.
  • Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting NV 100% van de aandelen van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV voor een aanschaffingswaarde van 17.084 duizend euro. De groep Van Laere was voordien een 100% participatie van Ackerman & van Haaren, belangrijkste aandeelhouder van CFE. In de context van deze transactie heeft de raad van bestuur van de Aannemingsmaatschappij CFE NV de procedure voorzien in artikel 524 van het wetboek van vennootschappen toegepast om na te gaan of de overeenkomst en de transactie in hun geheel geen aanleiding geven tot kennelijke onrechtmatige schade voor Aannemingsmaatschappij CFE NV. We verwijzen naar het beheersverslag van CFE voor verdere toelichting.
  • Op 31 december 2017 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit op Rent-A-Port NV en haar filialen. We refereren naar Toelichting 34 voor een lijst van de voornaamste gezamenlijk gecontroleerde entiteiten. Deze entiteiten worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatie methode.
  • De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd.
  • Tijdens 2017 werd er geen significante verandering in de natuur van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met 31 december 2016 vastgesteld behalve voor wat betreft de stijging van de omzet uit de off-shore activiteit van DEME met vennootschappen die volgens de vermogensmutatie methode worden geconsolideerd. De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de verbonden ondernemingen en partnerschappen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:
(duizend euro) 2017 2016
Activa met verbonden partijen 445.634 429.373
Financiële vaste activa 143.203 152.629
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 281.761 249.703
Overige vlottende activa 20.670 27.041
Passiva met verbonden partijen 106.555 83.187
Andere langlopende verplichtingen 3.542 4.905
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 103.013 78.282
(duizend euro) 2017 2016
Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 629.089 219.391
Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten 642.173 229.925
Aankopen en overige operationele lasten (23.441) (15.569)
Financiële lasten en opbrengsten 10.357 5.035

32. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2017) bedraagt:

(duizend euro) Deloitte Overige
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de
individuele en geconsolideerde rekeningen 1.619,6 69,44% 728,2 35,74%
Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 81,3 3,49% 63,9 3,14%
Subtotaal audit 1.700,9 72,93% 792,1 38,88%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 204,5 8,77% 852,8 41,86%
Overige 426,9 18,30% 392,3 19,26%
Subtotaal andere 631,4 27,07% 1.245,1 61,12%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 2.332,3 100% 2.037,2 100%

33. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Geen.

34. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

Lijst van de belangrijkste integraal geconsolideerde dochterondernemingen

NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
(ECONOMISCH BELANG)
EUROPA
Duitsland
GEOSEA INFRA SOLUTIONS GMBH Bremen Baggerwerken 100%
NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH Bremen Baggerwerken 100%
OAM-DEME MINERALIEN GMBH Hamburg Baggerwerken 70%
België
ABEB NV Antwerpen Contracting 100%
ANMECO NV Zwijndrecht Contracting 100%
CFE BATIMENT BRABANT WALLONIE SA Brussel Contracting 100%
DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Contracting 100%
BE.MAINTENANCE SA Brussel Contracting 100%
BENELMAT SA Gembloux Contracting 100%
BRANTEGEM NV Aalst Contracting 100%
CFE BOUW VLAANDEREN NV Wilrijk Contracting 100%
CFE CONTRACTING NV Brussel Contracting 100%
ENGEMA NV Brussel Contracting 100%
ETABLISSEMENTS DRUART SA Péronne-lez-Binche Contracting 100%
ENGETEC SA Manage Contracting 100%
GROEP TERRYN NV Moorslede Contracting 100%
HOFKOUTER NV Zwijndrecht Contracting 100%
José COGHE-WERBROUCK NV Hooglede Contracting 100%
LOUIS STEVENS NV Halen Contracting 100%
NIZET ENTREPRISES SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
PROCOOL SA Péronne-lez-Binche Contracting 100%
REMACOM NV Lochristi Contracting 100%
THIRAN SA Ciney Contracting 100%
VANDENDORPE ARTHUR NV Zedelgem Contracting 100%
VANDERHOYDONCKS NV Alken Contracting 100%
VANLAERE NV Zwijndrecht Contracting 100%
VMA FOOD & PHARMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 100%
VMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 100%
VMA WEST NV Waregem Contracting 100%
VOLTIS SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
WEFIMA NV Zwijndrecht Contracting 100%

NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %

(ECONOMISCH BELANG)

AGROVIRO NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV Oostende Baggerwerken 100%
CEBRUVAL BRUCEVAL SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV Zwijndrecht Baggerwerken 54,38%
D.E.M.E. BLUE ENERGY NV Zwijndrecht Baggerwerken 69,99%
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
D.E.M.E. NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
D.E.M.E. COORDINATION CENTER NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO) Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
ECO SHIPPING NV Oostende Baggerwerken 100%
EKOSTO NV Sint–Gillis-Waas Baggerwerken 74,9%
ECOTERRES HOLDING SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
ECOTERRES SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
EVERSEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
FILTERRES SA Gosselies Baggerwerken 56,10%
GEOSEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
GEOSEA MAINTENANCE NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV Oostende Baggerwerken 100%
GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV Zwijndrecht Baggerwerken 52,43%
GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV Zwijndrecht Baggerwerken 36,70%
G-TEC OFFSHORE SA Luik Baggerwerken 72,50%
G-TEC SA Luik Baggerwerken 72,50%
LOGIMARINE SA Antwerpen Baggerwerken 100%
M.D.C.C. INSURANCE BROKER NV Brussel Baggerwerken 100%
PURAZUR NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen Baggerwerken 54,38%
HDP CHARLEROI SA Brussel Holding 100%
BPI REAL ESTATE BELGIUM SA Brussel Vastgoed 100%
BPI SAMAYA SA Brussel Vastgoed 100%
DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES SA Brussel Vastgoed 75,33%
FONCIERE STERPENICH SA Brussel Vastgoed 100%
MG IMMO SA Brussel Vastgoed 100%
PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Kapellen Vastgoed 100%
SOGESMAINT SA Brussel Vastgoed 100%
VAN MAERLANT SA Brussel Vastgoed 100%
Cyprus
BELLSEA LTD Nicosia Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD
Nicosia Baggerwerken 100%
DREDGING MARINE SERVICES CYPRUS LTD Nicosia Baggerwerken 100%
NOVADEAL LTD Nicosia Baggerwerken 100%
DEME CYPRUS LTD Cyprus Baggerwerken 100%
DEME SHIPPING CO Ltd Nicosia Baggerwerken 100%
CONTRACTORS OVERSEAS LTD Oraklini Holding 100%
Frankrijk
ENERGIES DU NORD SAS Lambersart Baggerwerken 100%
EUROP AGREGATS SARL Lambersart Baggerwerken 100%
G-TEC SAS Le Havre Baggerwerken 72,50%
SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart Baggerwerken 100%
FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS Parijs Holding 100%
TPH VANLAERE SA Armentières Contracting 100%
Groot-Brittannië
VMA Midlands Ltd Yorkshire Contracting 100%
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS LTD Weybridge, Surrey Baggerwerken 100%
D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD Weybridge, Surrey Baggerwerken 74,90%
NEWWAVES SOLUTIONS LTD Londen Baggerwerken 100%
Groothertogdom Luxemburg
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA Strassen Contracting 100%
DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA Luxemburg Baggerwerken 100%
GEOSEA LUXEMBOURG SA Luxemburg Baggerwerken 100%
GEOSEA PROCUREMENT & SHIPPING Luxembourg SA Luxemburg Baggerwerken 100%
MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA Luxemburg Baggerwerken 100%
SAFINDI SA Luxemburg Baggerwerken 100%
SAFINDI RE SA Luxemburg Baggerwerken 100%
SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA Luxemburg Baggerwerken 100%
THOR CREWING LUXEMBOURG SA Luxemburg Baggerwerken 100%
SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA Strassen Holding 100%
ARLON 23 Strassen Vastgoed 100%
BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG SA Strassen Vastgoed 100%
Hongarije

NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %

(ECONOMISCH BELANG)

Nederland
AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam Baggerwerken 74,9%
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS BV Vlissingen Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS MERKUR BV Breda Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS WIND BV Breda Baggerwerken 100%
DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV Amsterdam Baggerwerken 74,90%
DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV Amsterdam Baggerwerken 87,45%
DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) Dordrecht Baggerwerken 100%
DEME OFFSHORE SERVICES BV Breda Baggerwerken 100%
G-TEC BV Delft Baggerwerken 72,50%
MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam Baggerwerken 74,9%
INNOVATION HOLDING B.V. Breda Baggerwerken 100%
INNOVATION SHIPOWNER B.V. Breda Baggerwerken 100%
INNOVATION SHIPPING B.V. Breda Baggerwerken 100%
PAES MARTIEM BV Amsterdam Baggerwerken 100%
TIDEWAY BV Breda Baggerwerken 100%
ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam Baggerwerken 74,9%
Polen
CFE POLSKA S.P. ZOO Warschau Contracting 100%
VMA POLSKA S.P.ZOO Warschau Contracting 100%
ACE12 S.P.ZOO Warschau Vastgoed 90%
ACE14 S.P.ZOO Warschau Vastgoed 90%
BPI BARSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O Warschau Vastgoed 100%
BPI WROCLAW S.P.ZOO Warschau Vastgoed 100%
IMMO WOLA S.P. ZOO Warschau Vastgoed 100%
Roemenië
CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest Holding 100%
Slowakije
VMA SLOVAKIA SRO Trencin Contracting 100%
CFE SLOVAKIA SRO Bratislava Holding 100%
Andere Europese landen
VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI Istanbul, Turkije Contracting 100%
A2SEA A/S Fredericia, Denemarken Baggerwerken 100%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA Madrid, Spanje Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Madrid, Spanje Baggerwerken 100%
BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. Lissabon, Portugal Baggerwerken 100%
DRAGMORSTROY LLC Sint-Petersburg, Rusland Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne Baggerwerken 100%
SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië Baggerwerken 100%
AFRIKA
Angola
DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda Baggerwerken 100%
SOYO DRAGAGEM LTDA Luanda Baggerwerken 100%
Nigeria
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 54,43%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 100%
EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA LTD Port Harcourt Baggerwerken 100%
NOVADEAL EKO FZE Lagos Baggerwerken 100%
Tsjaad
CFE TCHAD SA Ndjamena Holding 100%
Tunesië
COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA Tunis Contracting 100%
CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis Holding 99,96%
Andere Afrikaanse landen
DRAGAMOZ LDA Maputo, Mozambique Baggerwerken 100%
CFE SENEGAL SASU Dakar, Senegal Contracting 100%
AZIË
India
DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD New Delhi Baggerwerken 99,78%
INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD Chennai Baggerwerken 86,00%
Andere Aziatische landen
DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD Kuala Lumpur, Maleisië Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD Shanghai, China Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC Verenigde Arabische Emiraten Baggerwerken 100%
FAR EAST DREDGING LTD
MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD
Hong Kong
Ebene, Mauritius
Baggerwerken
Baggerwerken
100%
100%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore Baggerwerken 100%
OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD Singapore Baggerwerken 100%
PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA Jakarta, Indonesië Baggerwerken 60%

NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %

(ECONOMISCH BELANG)

AMERIKA

Brazilië
DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA Santos Baggerwerken 74,90%
DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro Baggerwerken 100%
Canada
TIDEWAY CANADA LTD Halifax Baggerwerken 100%
Andere Amerikaanse landen
VMA US INC Charleston, USA Contracting 100%
DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV Mexico Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA Panama Baggerwerken 100%
LOGIMARINE SA DE CV Mexico Baggerwerken 100%
OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA SA Panama Baggerwerken 100%
SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA Caracas, Venezuela Baggerwerken 100%
OCEANIË
Australië
DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD Brisbane Baggerwerken 100%
GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD Brisbane Baggerwerken 100%

Lijst van de belangrijkste volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerde verbonden entiteiten

NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
(ECONOMISCH BELANG)
EUROPA
België
LIGHTHOUSE PARKING Gent Contracting 33,33%
BLUECHEM BUILDING NV Gent Baggerwerken 25,47%
BLUEPOWER NV Zwijndrecht Baggerwerken 35,00%
BLUE OPEN NV Zwijndrecht Baggerwerken 49,94%
BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV Zwijndrecht Baggerwerken 25,46%
C-POWER NV Oostende Baggerwerken 6,46%
C-POWER HOLDCO NV Zwijndrecht Baggerwerken 10,00%
HIGH WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 50,40%
LA VELORIE SA Froyennes Baggerwerken 12,48%
OTARY RS NV Oostende Baggerwerken 18,89%
HIGH WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 50,40%
LA VELORIE SA Froyennes Baggerwerken 12,48%
OTARY RS NV Oostende Baggerwerken 18,89%
POWER@SEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 51,10%
RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV Oostende Baggerwerken 25,50%
RENTEL NV Oostende Baggerwerken 18,89%
SEDISOL SA Farciennes Baggerwerken 37,45%
SEASTAR NV Oostende Baggerwerken 18,89%
SILVAMO NV Roeselare Baggerwerken 37,45%
TERRANOVA NV Zwijndrecht Baggerwerken 43,73%
TOP WALLONIE SA Moeskroen Baggerwerken 37,45%
PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN Eupen Holding 25%
PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 19%
GREEN OFFSHORE NV Antwerpen Holding 50%
RENT-A-PORT NV en filialen Antwerpen Holding 45%
BARBARAHOF NV Leuven Vastgoed 40%
FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoed 30%
BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoed 30%
BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoed 50%
ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoed 50%
ERNEST 11 SA Brussel Vastgoed 50%
ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoed 33,33%
EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoed 33%
FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoed 30%
GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoed 31,20%
GRAND POSTE SA Luik Vastgoed 24,97%
IMMOANGE SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO KEYENVELD I SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO KEYENVELD II SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMOBILIERE DU BERREVELD SA Brussel Vastgoed 50%
LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen Vastgoed 33%
LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL Brussel Vastgoed 50%
LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50%
LRP DEVELOPMENT BVBA Gent Vastgoed 33%

NAMEN ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %

(ECONOMISCH BELANG)

PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoed 50%
PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoed 30,44%
VICTOR BARA Brussel Vastgoed 50%
VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoed 50%
VICTO PROPERTIES SAA Brussel Vastgoed 50%
VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoed 50%
VM PROPERTY I SA Brussel Vastgoed 40%
VM PROPERTY II SPRL Brussel Vastgoed 40%
VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoed 40%
Groothertogdom Luxemburg
NORMALUX MARITIME SA Luxemburg Baggerwerken 37,50%
BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40%
BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40%
CHATEAU DE BEGGEN SA Strassen Vastgoed 50%
ELINVEST SA Strassen Vastgoed 50%
M1 SA Strassen Vastgoed 33,33%
M7 SA Strassen Vastgoed 33,33%
Groot-Brittannië
FAIR HEAD TIDAL ENERGY PARK LTD Noord-Ierland Baggerwerken 17,50%
HILTHERMOOR SOIL TREATMENTS LTD Londen Baggerwerken 37,45%
WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD Schotland Baggerwerken 17,50%
Polen
B-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia Baggerwerken 51,10%
C-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia Baggerwerken 51,10%
IMMOMAX S.P. z.o.o. Warschau Vastgoed 47%
Andere Europese landen
CBD SAS Ferques, Frankrijk Baggerwerken 50%
EXTRACT ECOTERRES SA Villeneuve-le-Roi, Frankrijk Baggerwerken 37,45%
DEEPROCK CV Breda Baggerwerken 50%
DEEPROCK BEHEER CV Breda Baggerwerken 50%
EARTH MOVING WORLDWIDE CYPRUS LTD Cyprus Baggerwerken 50%
K3 DEME BV Amsterdam, Nederland Baggerwerken 50%
MERKUR OFFSHORE GMBH Hamburg, Duitsland Baggerwerken 12,50%
MORDRAGA LLC Sint-Petersburg, Rusland Baggerwerken 40%
OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV Papendrecht, Nederland Baggerwerken 50%
LIVEWAY LTD Larnaca, Cyprus Holding 50%
LOCKSIDE LTD Larnaca, Cyprus Holding 50%
AFRIKA
Marokko
HYDROGEO SARL Rabat Baggerwerken 43,50%
Nigeria
COBEL CONTRACTING NIGERIA Ltd
Lagos Holding 50%
Tunesië
BIZERTE CAP 3000 SA en haar filiaal
Tunis Holding 20%
AMERIKA
Brazilië
D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro Baggerwerken 50%
MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo Baggerwerken 51%
AZIË
GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENIGNEERING CO LTD Guangzhou, China Baggerwerken 50%
DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD Saoedi-Arabië Baggerwerken 49%
DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD Singapore Baggerwerken 51%
DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD Singapore Baggerwerken 51%
DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore Baggerwerken 40%
MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC Abu Dhabi Baggerwerken 44,10%
GULF EARTH MOVING QATAR WLL Qatar Baggerwerken 50%
EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST Dubai Baggerwerken 50%

Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum, met uitzondering van Lighthouse Parking (30 juni), José Coghe-WERBROUCK NV (30 september) en de in India actieve dochterondernemingen van DEME (31 maart).

De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen, veelgebruikte juridische vehikels in de baggersector en de bouwsector, worden hierboven niet opgesomd.

VERKLARING OVER HET GETROUW BEELD VAN DE JAARREKENINGEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET JAARVERSLAG

(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)

We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,

    1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
    1. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Handtekening

Naam: Fabien De Jonge Renaud Bentégeat Piet Dejonghe Functie: Financieel en administratief directeur Gedelegeerd bestuurder Gedelegeerd bestuurder Datum: 23 maart 2018

ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP EN HAAR KAPITAAL

Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE
Zetel: Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel
Telefoon: + 32 2 661 12 11
Rechtsvorm: naamloze vennootschap
Wetgeving: Belgisch
Oprichting: 21 juni 1880
Duur: onbepaald
Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar
Handelsregister: RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795
Plaatsen waar de juridische documenten
kunnen worden geraadpleegd:
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap

Sociaal doel (artikel 2 van de statuten)

" De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiekof privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.

Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.

Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.

Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.

De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."

Verslag van de commissaris over de geconsolideerde financiële staten afgesloten op 31 december 2017 gericht tot de algemene vergadering van de aandeelhouders

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de "vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening alsook het verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 24 februari 2016, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en na goedkeuring door de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2018. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV uitgevoerd gedurende 28 opeenvolgende boekjaren.

Verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2017 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening en de geconsolideerde staat van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 4 646 893 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar (deel van de groep) van 180 442 (000) EUR.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2017 alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's). Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Paragraaf ter benadrukking van een bepaalde aangelegenheid

Zonder de hierboven vermelde verklaring in het gedrang te brengen, vestigen wij de aandacht op de informatie opgenomen in Toelichting 26.7 van de financiële staten waarin de betalingsonzekerheid van Tsjaadse staatsschulden en de ondernomen acties om de hun betalingen te vereen¬voudigen beschreven wordt.

Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten (Contracting en Baggerwerken & milieusegment)

  • Voor het merendeel van haar contracten erkent de groep opbrengsten en marge à rato van de voortschrijding der werken op basis van het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden in de geschatte totale kosten van het project bij voltooiing. Omzet en marge worden verantwoord op basis van schattingen ten opzichte van de verwachte totale kosten per contract. Reserves kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de groep die voortvloeien uit elk contract. De opbrengsten uit hoofde van contracten kunnen ook variatie-orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten uit hoofde van het contract met hoge mate van zekerheid kunnen worden gewaardeerd.
  • Vaak gaat het hierbij om een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatie-orders en claims. Er is daarom een hoge mate van risico en het daaraan gekoppelde oordeelsvermogen van het management bij het inschatten van de te erkennen omzet en bijhorende marge (Opgenomen op basis van de voortschrijding der werken) of verlies (volledig erkend) door de groep tot en met de balansdatum en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot materiële afwijkingen.
  • De boekhoudkundie verwerking van projecten ("contract accounting") voor de groep omvat bovendien een belangrijke boekhoudkundige beoordeling voor wat betreft het het bundelen of ontdubbelen van contracten. Het bundelen of ontdubbelen van één of meerdere contracten kan een aanzienlijke impact hebben op de erkenning van opbrengsten en resultaten in een bepaalde verslagperiode.

Verwijzing naar de toelichtingen:

• De boekhoudkundige erkenning van omzet en verwerking van projecten wordt uiteengezet in Toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening. Daarnaast verwijzen we naar Toelichting 17 van de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden en diensten.

  • Projectanalyse: aan de hand van verscheidene kwantitatieve en kwalitatieve criteria hebben we een steekproef van contracten genomen om de belangrijkste en meest complexe ramingen te beoordelen. We hebben inzicht verworven in de huidige staat en historiek van het project en hebben de inschattingen die gerelateerd zijn aan deze projecten beoordeeld middels informatie die bekomen werd van het senior uitvoerend en financieel management. Daarnaast analyseerden we de verschillen met eerdere projectschattingen en evalueerden we de consistentie hiervan met de ontwikkelingen van het project gedurende het jaar.
  • Wij zijn de accurate berekening van het percentage van de voortschrijding der werken ("percentage of completion") en de daarmee samenhangende erkenning van omzet en marge voor een selectie van projecten nagegaan. Wij hebben inzicht verkregen in de procedures met betrekking tot de erkenning van de kosten voor de voltooiing van het project en het ontwerp en de implementatie van de bijbehorende controles en processen.
  • Historische vergelijkingen: evalueren van de financiële prestaties van contracten ten opzichte van budgetten en historische trends.
  • Werfbezoeken: het bezoeken van werven voor contracten met een hoger risico of een hoge waarde, het observeren van de voortschrijding der werken van individuele projecten en het identificeren van complexe aangelegenheden door overleg met het personeel ter plaatse.
  • Benchmarking van assumpties: het beoordelen van de positie van de groep met betrekking tot het verwachte resultaat van het contract, reserves, afrekeningen en de invorderbaarheid van vorderingen via overeenstemming met bevestigingen van derden en met betrekking tot onze eigen beoordelingen en historische resultaten.
  • Controle van de klantencorrespondentie: analyse van de correspondentie met klanten over variatie-orders en claims en de afweging of deze informatie in overeenstemming is met de gemaakte inschattingen van de groep.
  • Inspectie van belangrijke clausules voor een selectie van contracten: identificatie van relevante contractuele mechanismen die van invloed zijn op de (ont)bundeling van contracten en andere, zoals boetes voor vertragingen, bonussen of succesvergoedingen, en beoordeling of deze clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen.

Boekhoudkundige verwerking van bedrijfscombinaties (Baggerwerken & milieu- segment)

  • In 2017 verwierf DEME de offshore activiteiten van A2Sea. Deze acquisitie betreft een bedrijfscombinatie overeenkomstig IFRS 3 en dient aldus te worden verwerkt.
  • Per 31 december 2017 heeft de groep de analyse van de reële waarde van de aangekochte activa en passiva nog niet afgewerkt. De transactie werd bijgevolg verwerkt op basis van een voorlopige toewijzing van de aankoopprijs.

Verwijzing naar de toelichtingen:

  • We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 5 (Overnames en afstotingen van dochterondernemingen)
  • Verkrijgen van inzicht in de transactie en de relevante overeenkomsten met betrekking tot de aankoop van de aandelen van A2SEA gelezen.
  • Beoordeling van de juiste boekhoudkundige verwerking van deze contracten overeenkomstig de bepalingen van IFRS 3.
  • Beoordeling van de geschiktheid van de toelichtingen met betrekking tot voorlopige toewijzing van de aankoopprijs in de geconsolideerde financiële staten van de groep.
  • Betrekken van deskundigen: We hebben beroep gedaan op IFRS-experten om de correcte boekhoudkundige verwerking van deze transacties, inclusief de voorlopige toewijzing van de aankoopprijs, te analyseren en de adequaatheid van de toelichtingen te beoordelen.

Onzekere belastingposities (Baggerwerken & milieusegment)

• DEME is actief in verschillende landen met verschillende belastingstelsels. De belasting van haar operaties kan afhankelijk zijn van inschattingen en kan aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingsauthoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot een uitstroom van middelen zullen leiden, dienen de nodige voorzieningen te worden aangelegd. Er is daarom een hoge mate van oordeelsvermogen van het management en het daaraan gekoppelde risico gerelateerd aan het inschatten van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities die door de groep tot op balansdatum moeten worden opgenomen. Wijzigingen in deze schattingen kunnen bovendien aanleiding geven tot materiële effecten.

Verwijzing naar de toelichtingen:

• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 10 (Belastingen op het resultaat)

Omzeterkenning en waardering van voorraden (vastgoedontwikkelingssegment)

  • De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor residentiële ontwikkelingen is gebaseerd op de historische kostprijs of lagere netto realisatiewaarde. De beoordeling van de netto realisatiewaarden omvat veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, beslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen hebben betrekking op verschillende elementen en zijn gevoelig voor gehanteerde scenario's en assumpties en houden als zodanig een significant oordeel in van het management. Het risico bestaat dat mogelijke bijzondere waardeverminderingen van voorraden niet adequaat worden verwerkt in de geconsolideerde jaarrekening.
  • Opbrengsten en resultaten worden verantwoord voor zover componenten (huisvestingseenheden) zijn verkocht en op basis van de mate waarin de ontwikkeling is afgewerkt. Omzet en marge worden aldus verantwoord op basis van schattingen met betrekking tot de verwachte totale kosten per project.
  • In veel gevallen is er een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten en onzekerheid over de verwachte kosten. Er is daarom een hoge mate van risico gekoppeld aan het inschatten van het bedrag van de opbrengsten en de marge die door de groep moet worden erkend op balansdatum. Wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot materiële effecten.

Verwijzing naar de toelichtingen:

• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 18 (Voorraden)

  • Teneinde de adequaatheid van de voorziening voor onzekere belastingsposities na te gaan, omvatten onze controlewerkzaamheden een analyse van de geschatte waarschijnlijkheid van het belastingrisico en van de inschatting door het management van de potentiële uitstroom van middelen, evenals een beoordeling van onderliggende documentatie.
  • Betrekken van deskundigen: wij hebben beroep gedaan op belastingspecialisten om de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de inschattingen van het management te beoordelen en om de geschiktheid van deze aannames in het licht van de lokale fiscale regelgeving te beoordelen.
  • Wij hebben inzicht verkregen in de procedures met betrekking tot de verantwoording van (uitgestelde) belastingsposities en het ontwerp en de implementatie van de bijbehorende controles en processen
  • Beoordeling van de geschiktheid van de toelichtingen met betrekking tot (uitgestelde) belastingen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.
  • Een steekproef van projectontwikkelingen is getest door de tot op heden gemaakte kosten met betrekking tot terreinen en onderhanden werk te verifiëren en door het percentage van voortschrijding der werken op balansdatum na te rekenen. Een selectie van deze projecten is nagezien aan de hand van een steekproef van kosten die zijn afgestemd met certificaten van externe inspecteurs, de totale verkoopwaarde die met contracten is overeengekomen en de accuraatheid van de erkenningsformule werd nagegaan.
  • Wij hebben de berekeningen van de netto realisatiewaarden beoordeeld en hebben de redelijkheid en consistentie van de door het management gehanteerde assumptie en modellen beoordeeld.
  • Evalueren van de financiële prestaties van specifieke projecten ten opzichte van het budget en historische trends, met name om de redelijkheid van de kosten te beoordelen.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor de geconsolideerde jaarrekening

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde

grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;

  • het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeven op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
  • het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.

Verantwoordelijkheden van de commissaris

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde internationale auditstandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport na te gaan alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport

Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeen met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen, anderzijds.

In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden. Wij formuleren en zullen geen enkele vorm van assurance-conclusie formuleren omtrent het jaarverslag.

De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Verder drukken wij geen enkele mate van zekerheid uit over individuele elementen opgenomen in deze niet-financiële informatie.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

  • Wij hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de vennootschap.
  • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 134 van het Wetboek van vennootschappen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

Andere vermeldingen

• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Zaventem, 26 maart 2018

De commissaris DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck - Michel Denayer

Statutaire financiële staten

STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN WINST-EN-VERLIESREKENING

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2017 2016
Vaste Activa 1.325.005 1.323.520
Oprichtingskosten 0 0
Immateriële vaste activa 54 46
Materiële vaste activa 583 693
Financiële vaste activa 1.324.368 1.322.781
- Verbonden ondernemingen 1.324.334 1.322.749
- Andere financiële activa 34 32
Vlottende activa 155.489 236.408
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 6.912 8.097
Vorderingen op ten hoogste één jaar 128.885 196.447
- Handelsvorderingen 36.853 53.033
- Overige vorderingen 92.032 143.414
Geldbeleggingen 0 6
Liquide middelen 19.326 30.956
Overlopende rekeningen 366 902
Totaal van de activa 1.480.494 1.559.928
Eigen vermogen 1.163.350 1.197.582
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 592.651 592.651
Herwaarderingsmeerwaarden 487.399
8.654
487.399
8.654
Reserves 33.316 67.548
Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-)
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 81.998 57.272
Schulden 235.146 305.074
Schulden op meer dan één jaar 248 132.580
Schulden op ten hoogste één jaar 234.643 172.494
- Financiële schulden 102.332 0
- Handelsschulden 24.545 37.211
- Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op
bestellingen
6.211 11.925
- Overige schulden 101.555 122.694
Overlopende rekeningen 255 664
Totaal van de passiva 1.480.494 1.559.928
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2017 2016
RESULTATEN
Bedrijfsopbrengsten 57.069 48.296
Bedrijfskosten (88.576) (56.336)
- Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (36.822) (26.800)
- Diensten en diverse goederen (16.165) (17.763)
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (9.762) (12.538)
- Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (23.781) 1.214
- Andere (2.046) (449)
Bedrijfswinst (31.507) (8.040)
Financiële opbrengsten 65.249 75.396
Financiële kosten (7.050) (8.481)
Winst van het boekjaar vóór belasting 26.692 58.875
Belastingen (onttrekking en regularisering) (170) (17)
Winst van het boekjaar 26.522 58.858
Resultaatverwerking
Winst van het boekjaar 26.522 58.858
Overgedragen winst 67.548 63.116
Vergoeding van het kapitaal (60.755) (54.426)
Beschikbare reserves 0 0
Wettelijke reserves 0 0
Over te dragen winst 33.315 67.548

ANALYSE VAN DE WINST-EN-VERLIESREKENING EN VAN HET OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

De geleidelijke oplevering van de laatste door CFE NV gerealiseerde werven leidt mechanisch tot een daling van haar omzet.

Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de voorzieningen voor andere risico's en kosten.

Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de door DEME en CFE Contracting uitgekeerde dividenden van respectievelijk 55,0 en 6,0 miljoen euro.

In 2016 omvatten de niet-recurrente financiële opbrengsten de meerwaarden uit de verkoop van de vennootschappen Locorail en Coentunnel Company.

Verslag over de niet-financiële indicatoren van de CFE-groep

Op 3 september 2017 werd de wet betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote vennootschappen en groepen (B.S. 11 september 2017) uitgevaardigd. Deze wet voorziet in de omzetting van de Europese Richtlijn 2014/95/ EU over hetzelfde onderwerp (de richtlijn). Het volgende verslag wordt eveneens opgesteld in overeenstemming met artikel 119, §2 van het Wetboek van Vennootschappen. Deze verplichtingen zijn voor het eerst van toepassing op de jaarinformatie over het boekjaar 2017.

Het referentiekader Global Reporting Initiative (GRI) Sustainability Reporting Standards 2016, zoals uitgevaardigd door de Global Sustainability Standards Board (www.globalreporting.org/standards), diende als basis om dit rapport op te maken. Niettemin werden niet alle performantie-indicatoren zoals voorzien in dit referentiekader, gebruikt.

De niet-financiële informatie met betrekking tot de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra werd, gezien de specifieke aard van hun activiteiten, los van de informatie met betrekking tot de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling gepresenteerd en becommentarieerd.

1. Milieu-aspecten

1.1. Beschrijving van de activiteiten

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

Dit deel van het verslag heeft betrekking op de milieuprestaties van de activiteiten van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. De verslagperimeter is de Benelux, die vrijwel alle activiteiten van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling vertegenwoordigt.

De polen Contracting en Vastgoedontwikkeling verenigen multidisciplinaire bedrijven die als hoofddoel de klanttevredenheid hebben. Deze bedrijven richten zich vooral op het creëren van de beste oplossingen voor de toekomst. Terwijl het onze missie is om te bouwen voor de toekomst, wordt voor onze klanten naar winst op lange termijn gestreefd, met alles wat dit met zich meebrengt op het gebied van duurzaamheid en milieuprestaties.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

De Belgische bagger-, waterbouw- en milieugroep DEME is een internationale marktleider voor complexe waterbouwwerken.

Gedreven door een aantal wereldwijde uitdagingen (groeiende wereldbevolking - stijgende zeespiegel - schaarste van natuurlijke grondstoffen - toenemende energievraag terugdringing van CO2-uitstoot - verontreiniging van onze waterlopen en bodems) is DEME van een louter bagger- en landwinningsbedrijf uitgegroeid tot een multidisciplinaire en innovatieve waterbouw- en milieugroep die wereldwijd actief is.

Dankzij een geïntegreerde bedrijfsstructuur profileert DEME zich sterk als een 'global solutions provider' die klanten innovatieve totaaloplossingen aanbiedt. DEME beschikt over de meest moderne, hoogtechnologische en veelzijdige vloot.

De perimeter van de reporting van DEME hieronder heeft betrekking tot de activiteiten in België en Nederland.

1.2 Beleid

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De structuur van de CFE-groep is zo georganiseerd dat alle entiteiten over een grote autonomie beschikken om hun milieubeleid te bepalen. Alle ondernemingen in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling verbinden zich ertoe hun activiteiten uit te voeren in overeenstemming met de eisen en verplichtingen die voortvloeien uit contracten en overeenkomsten met opdrachtgevers enerzijds en zoals vastgelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving anderzijds. Al deze entiteiten hebben zich er ook toe verbonden alle relevante milieuaspecten in hun strategieën, acties en activiteiten te integreren.

Dit betekent dat het respect voor het milieu een essentieel element is voor alle bedrijven van de CFE-groep. Al deze entiteiten zetten zich ook in om hun milieuprestaties voortdurend te verbeteren.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Milieu is een belangrijk en integraal onderdeel van DEME's kernwaarden nl. STRIVE welke staat voor safety, technical leadership, respect & integrity, innovation value creation and environment.

DEME streeft naar een optimale bescherming van het milieu. De kernwaarden worden beschreven in policies en charters op maat van de activiteiten en sectoren waarin DEME actief is. Daaruit volgen ook concrete acties geïntegreerd in een globale QHSE-S visie (Quality, Health, Safety, Environmental – Security).

1.3.Resultaten van de uitvoering van dit beleid

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De belangrijkste bronnen van energieverbruik zijn brandstoffen. Dit zijn belangrijke bronnen van niethernieuwbare energie die nodig zijn voor de werking van generatoren en bouwplaatsmachines enerzijds en voor de verwarming van gebouwen anderzijds.

Het elektriciteitsverbruik is ook een belangrijke bron van energieverbruik, voornamelijk uit niet-hernieuwbare bronnen. Het aandeel groene energie van de elektriciteitsrekening is nog steeds laag, maar stijgt: meer en meer energievoorzieningscontracten bevatten een verbintenis om een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare energie te leveren.

De belangrijkste bedrijven binnen de activiteit Bouw van de pool Contracting zijn ISO 14001-gecertificeerd waarvan één van de hoofddoelstellingen de voortdurende verbetering van de milieuprestaties is die de verwezenlijking van het milieubeleid waarborgt. De pool Contracting streeft naar een verhoging van het aantal entiteiten dat deze certificering heeft ingevoerd.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

DEME past een geïntegreerd QHSE-S managementsysteem toe waarbij het managen voor milieuaspecten en verbeteren van de milieu performantie één van de sleutelfactoren zijn. Interne en externe audits (cfr. ISO 14001 en de CO2 prestatieladder) bewaken dit engagement voor voortdurende verbetering van de zorg voor het milieu.

1.4. Milieurisico's

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De risico's die voortvloeien uit deze milieuoverwegingen hebben betrekking op potentiële milieu-incidenten.

ISO 14001-gecertificeerde en zelfs ISO 9001-gecertificeerde entiteiten hebben een risicomanagementbenadering als basis voor hun managementsystemen, die garant staat voor het beheer en de beheersing van de risico's in overeenstemming met hun beleid.

Het management van het bedrijf zorgt ook voor een goede communicatie met de overheid en belanghebbenden, in het bijzonder de buurtbewoners van bouwprojecten. Het doel van deze communicatie is belanghebbenden en overheden te informeren over de maatregelen die zijn genomen om mogelijke hinder en milieuproblemen te beheersen.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

DEME heeft een geïntegreerd risicobeheerssysteem dat de milieuaspecten mee opneemt voor de activiteiten op de bedrijven, schepen, projecten en sites. Dit systeem is zowel bruikbaar op micro projectmanagement niveau als op megaprojectniveau in een joint venture structuur. Daarvoor wordt een uitgebreid arsenaal van risicoanalyse technieken gebruikt, afgestemd op het type van risico's waaraan we zijn blootgesteld. Dit leidt tot specifieke acties, initiatieven die periodiek geëvalueerd worden. Hierbij hebben we bijzondere aandacht voor de subcontractors en suppliers.

Een cruciale factor in het slagen van het energie/milieubeleid zijn ook de eigen medewerkers. Daarom heeft DEME verschillende initiatieven gelanceerd om het bewustzijn van haar werknemers te vergroten (zoals bijv. eco-operator opleidingen voor kraanmachinisten, Ship energy efficiency management plannen voor schepen, campagnes voor kantoormedewerkers en projecten, Green initiatives campagnes…).

Ook de samenwerking tussen DEME en haar subcontractors en leveranciers is essentieel. DEME wil deze daarom ook mee betrekken in haar energie/CO2 beleid en hen aansporen om hun energieverbruik te verbeteren en/of alternatieven te overwegen met een lagere CO2-voetafdruk.

1.5. Voornaamste prestatieindicators (KPI)

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De keuze voor de KPI was gebaseerd op het maatschappelijk belang ervan. Met name het verbruik van energiebronnen is bepalend voor de ecologische voetafdruk van de activiteiten van de polen.

De KPI's zijn zo gekozen om die milieuaspecten te weerspiegelen waarop de polen een directe invloed kunnen op uitoefenen. Rekening houdend met deze overwegingen zijn de 2 indicatoren gekozen die betrekking hebben op de CO2 voetafdruk van de activiteiten.

Omgekeerd maken de elementen waarop de vennootschap geen invloed of verwaarloosbare invloed heeft, niet het voorwerp uit van indicatoren. Met name de keuze van materialen voor de bouw van gebouwen is bijna altijd een zaak van de opdrachtgever of zijn architect, of is een functie van de verplichtingen of beperkingen die door de overheid worden opgelegd.

Aangezien het energieverbruik in de processen die zich voor en na onze projecten afspelen zo verschillend en gefragmenteerd is, wordt dit niet opgenomen in de interne rapporteringsvereisten van de Groep. Dit betreft bijvoorbeeld het energieverbruik dat vereist is voor de productie van bouwmaterialen en het transport ervan naar bouwplaatsen, of het elektriciteitsverbruik van de opgeleverde bouwprojecten en installaties.

De hierna vermelde KPI's hebben betrekking op Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling voor de periode van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017.

De waarden van de KPI's hieronder voorgesteld, van de Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben betrekking op de zone Benelux.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

DEME is gecertificeerd volgens de eisen van de CO2 prestatieladder niveau 5. Dit is een managementsysteem dat bedrijven aanzet om hun CO2-uitstoot in kaart te brengen en te verminderen. DEME past dit systeem toe voor haar activiteiten in België en Nederland. De processen en resultaten worden extern geverifieerd door een erkende onafhankelijke instantie.

DEME rapporteert halfjaarlijks over haar CO2-uitstoot in België en Nederland (cfr. ISO 14064 scope 1 en 2). De rapporten zijn beschikbaar op de DEME-website:

https://www.deme-group.com/nl/performance-ladder/ inzicht

De waarden van de KPI's van DEME hieronder voorgesteld zijn van deze van het kalenderjaar 2017 en hebben betrekking op België en Nederland.

DEME heeft de ambitie om de efficiëntie van haar activiteiten te optimaliseren (vanuit een levenscyclusbenadering). Een belangrijk aspect hierbij is de optimalisatie van het brandstofverbruik van de bagger- en offshore schepen. Om dit te bewerkstelligen worden nieuwe technologieën

Waarden van de KPI:

ontwikkeld en toegepast (zoals bijv. LNG dual fuel schepen). Het belang dat DEME hieraan hecht, blijkt ook uit het investeringsprogramma dat momenteel loopt, waarbij een volledige reeks nieuwe LNG dual fuel schepen worden gebouwd.

DEME richt zich niet alleen op het energieverbruik van haar schepen, maar ook op andere gebieden, zoals de grondverzetmachines en het hoofdkantoor.

De acties en maatregelen staan beschreven in het energiemanagement actieplan en zijn beschikbaar op de DEME-website:

https://www.deme-group.com/nl/performance-ladder/ reductie

KPI Eenheden Polen
Contracting
en Vastgoed
ontwikkeling
Pool Bagger
werken, Milieu,
Offshore en Infra
Totaal
Greenhouse gas emissions – ISO Scope 1
(direct GHG emissions)
t CO2 13.290 109.178 122.468
Greenhouse gas emissions – ISO Scope 2
(energy indirect GHG emissions)
t CO2 2.583 4.740 7.323
Algemeen totaal t CO2 15.873 113.918 129.791

1.5.1. Green gas emissions ISO Scope 1

(Green House Gas Protocol /GHGPR en referentiedocument GRI Disclosure 305-1 - Direct (Scope 1) GHG emissions)

De directe uitstoot van broeikasgassen (BKG) door het gebruik van fossiele brandstoffen en brandstoffen, er wordt alleen rekening gehouden met de productie van CO2. De uitstoot van andere broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.

Hieronder vallen uitsluitend ingekochte brandstof en fossiele brandstoffen die worden gebruikt in eigen installaties, machines en schepen of voor eigen projecten. Brandstof die wordt gebruikt in onze eigen elektriciteitsgeneratoren valt ook onder deze scope1.

1.5.2. Green gas emissions ISO Scope 2

(Green House Gas Protocol /GHGPR en referentiedocument GRI Disclosure 305-2 - Energy indirect (Scope 2) GHG emissions)

De indirecte uitstoot van broeikasgassen (BKG) door het gebruik van aangekochte elektriciteit, er wordt alleen rekening gehouden met de productie van CO2. De uitstoot van andere broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.

In veel gevallen is de elektriciteit die bedrijven inkopen afkomstig van zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare bronnen. Alleen wanneer de hoeveelheid door een bedrijf ingekochte duurzame energie expliciet in een contract is vastgelegd, kan een uitsplitsing per partij worden gemaakt. In het andere geval is het niet mogelijk precies te weten hoeveel hernieuwbare energie er daadwerkelijk is ontvangen. Daarom is er in dit verslag geen sprake van een uitsplitsing.

Opmerkingen:

  • De berekening van de verschillende brandstofbronnen voor de indicator 'Green gas emissions ISO Scope 1' is gebaseerd op referentiedocument GRI Disclosure 302- 1 - Energy consumption within the organization.
  • Er worden verschillende initiatieven genomen om het aandeel van elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen te verminderen. De productie van schone elektriciteit is voornamelijk afkomstig van zonnepanelen of windturbines. Deze vorm van elektriciteitsproductie neemt elk jaar toe. Uiteraard wordt deze hoeveelheid hernieuwbare energie niet in aanmerking genomen bij de berekening van de indicator 'Groene gasemissies ISO Scope 2'.

2. Sociale en personeelszaken

2.1. Beschrijving van de activiteiten

Dit deel van het verslag over sociale en personeelsvraagstukken behandelt de activiteiten van de drie polen van de CFE-groep (pool Contracting, pool Vastgoedontwikkeling en pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra).

Wij zijn ervan overtuigd dat onze medewerkers de sleutel vormen tot ons succes en de verdere ontplooiing van onze activiteiten.

Deze bestaat uit 4 afzonderlijke delen:

  • sociale relaties;
  • gezondheid en veiligheid;
  • diversiteit en gelijke kansen;
  • opleidingen.

2.2. Algemeen personeelsbeleid:

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

Onze aandacht voor mensenrechten is een integraal onderdeel van onze humanistische cultuur. We hebben altijd voorrang gegeven aan mensen boven systemen. Wij zijn ervan overtuigd dat onze teams onze belangrijkste troef vormen: door hun kwaliteit en inzet maken onze bedrijven het verschil in hun projecten en bouwwerven.

Onze decentrale organisatie en onze managementmethoden zijn gebaseerd op deze humanistische waarden: ze hechten waarde aan individueel en collectief initiatief zo dicht mogelijk bij het terrein; ze zijn gebaseerd op vertrouwen, respect en solidariteit om de professionele ontwikkeling van onze medewerkers te bevorderen. Naast onze eigen teams streven we ernaar deze visie te delen met alle medewerkers van lokale partners en onderaannemers die deelnemen aan onze projecten en werkplaatsen.

Sociale relaties:

De sociale dialoog is gebaseerd op verschillende grondbeginselen:

  • belang hechten aan de erkenning van vakbonden binnen de Groep en het recht van werknemers om lid te zijn van een vakbondsorganisatie;
  • het streven naar een permanent evenwicht tussen de betrokkenheid van de vakbonden en het behoud van een nauwe band met de beroepsactiviteiten;
  • de wil om de communicatie en vergaderingen van vertegenwoordigers van vakbondsorganisaties en medezeggenschapsorganen te vergemakkelijken;
  • de wil om informatie en opleidingen voor werknemersvertegenwoordigers en vakbondsvertegenwoordigers te ontwikkelen door hen te betrekken bij de uitvoering van de belangrijkste acties van de Groep (gezondheid, veiligheid op het werk, duurzame ontwikkeling, professionele mix, gehandicaptenbeleid, enz.);
  • de wil om overleg en collectieve onderhandelingen te ontwikkelen;
  • de internationalisering van onze aanwervingsinspanningen, rekening houdend met diversiteit.

Gezondheid en veiligheid:

Het doel van het gezondheids- en veiligheidsbeleid is het anticiperen op arbeidsgerelateerde risico' s, waaronder psychosociale risico' s, en het voorkomen daarvan. Dit omvat ook het waarborgen van de kwaliteit van de hygiëne, de veiligheid, de gezondheid en de kwaliteit van de leefomstandigheden op het werk, alsmede de herintegratie van werknemers die getroffen zijn door arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Veiligheid is een belangrijke prioriteit binnen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling en is met name gebaseerd op de volgende elementen:

• de veiligheid en gezondheid van elk personeelslid en alle betrokken partijen, alsmede respect voor

milieu en omgeving zijn essentiële elementen van het veiligheidsbeleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling;

  • "veilig werken en instaan voor de veiligheid van anderen" is een voorwaarde voor tewerkstelling in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling;
  • De middelen en methoden die essentieel zijn voor hun preventie worden ter beschikking gesteld.

Diversiteit en gelijke kansen:

Door toepassing van het diversiteitsbeleid dat zij onderschrijven, willen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling ervoor zorgen dat iedere medewerker dezelfde kansen heeft en dat de diversiteit onder zijn medewerkers representatief is voor deze van de gemeenschap.

Dit diversiteitsbeleid betreft alle entiteiten in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling en heeft betrekking op alle medewerkers, zowel bedienden als arbeiders. Bij aanwerving of promotie worden alleen de competenties van de kandidaat in aanmerking genomen. Deze entiteiten garanderen ook de gelijke behandeling van alle werknemers wat betreft salaris en sociale voordelen, de toegang tot opleiding, de loopbaanontwikkeling en de interne mobiliteit.

Er wordt bijzondere aandacht besteed aan vrouwen, werknemers ouder dan 45 jaar, mensen met een migrantenachtergrond en mindervaliden, zoals weerspiegeld in de waarden van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling.

Opleiding:

De belangrijkste doelstellingen van het algemene opleidingsbeleid zijn het delen van de fundamentele principes van de cultuur van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling en het overdragen van kennis en knowhow om aan de verwachtingen van onze klanten te voldoen, de beste partner te zijn en een hoog niveau van operationele prestaties van de teams te handhaven. Het heeft ook tot doel de integratie en professionele ontwikkeling van elke werknemer te bevorderen door middel van "gespecialiseerde" trainingen en sessies gewijd aan management en persoonlijke en professionele ontwikkeling.

De ontwikkeling van vaardigheden komt tegemoet aan de behoefte om de productiviteit te verbeteren en zich aan te passen aan de ontwikkeling van technieken en technologieën in elk beroep. De ontwikkeling van projecten in de richting van steeds complexere en meer algemene werken leidt ook tot nieuwe opleidingsbehoeften in verband met de synergie van de diverse vakgebieden.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Het algemeen beleid van DEME, inzake sociale en personeelsaangelegenheden gaat uit van respect voor elk individu, één van onze kernwaarden die samengevat werden in het acroniem 'STRIVE' (Safety, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation, Environment).

DEME voert een beleid van gelijke kansen. Als internationale groep geloven we sterk in en promoten we een beleid van gelijke kansen voor iedereen binnen DEME. Dit beleid, gebaseerd op respect en integriteit, moet elk van onze medewerk(st)ers de kans bieden, mits de juiste kwalificaties, opleiding en ervaring, een gepaste carriere te ontwikkelen binnen de groep.

Daartoe wordt volop ingezet op:

  • onboarding van nieuwe medewerk(st)ers met het oog op snelle en optimale inzetbaarheid, conform afspraken bij tewerkstelling/aanstelling in nieuwe functie;
  • interne opleiding en ontwikkeling, en actieve promotie van loopbaantrajecten doorheen de verschillende entiteiten en departementen van de groep, en doorheen projecten op nationaal en internationaal niveau;
  • structurele samenwerking met externe opleidingsinstellingen en -partners, voor inkoop en transfer van specifieke expertise, dan wel wettelijk verplichte verwerving van opleidings- en/of veiligheidscertificaten en/ of vaarbewijzen.
  • internationalisering van onze aanwervingsinspanningen, met oog voor diversiteit

De vertaling van deze algemene beleidsdoelstellingen in operationele beleidsmaatregelen, policies en procedures inzake human resources zijn erop gericht om alle medewerk(st)ers, waar ook ter wereld, te ondersteunen bij en duidelijkheid te verschaffen over

  • pre-boarding, aanwerving en onboarding,
  • collectieve en individuele arbeidsvoorwaarden,
  • arbeidsovereenkomsten en arbeidsreglementering,
  • carriere-evolutie op basis van expertise, prestatie en competentie,
  • mogelijkheden en verwachtingen/verplichtingen inzake opleiding en ontwikkeling,
  • engagement en ondernemerschap,
  • veiligheid en welbevinden op het werk,
  • etc.

De actieve ondersteuning van onze medewerk(st)ers inzake sociale en personeelsaangelegenheden wordt actief gestuurd vanuit een team van HR business partners en HR-experten, die, in nauwe samenwerking met management en sociale partners, voor hun onderdeel van de organisatie, de implementatie, coherentie, naleving en billijkheid van deze beleidsmaatregelen dienen te verzekeren.

Ook zorgt DEME voor sociale dialoog en overleg. DEME is er van overtuigd dat sociale dialoog en open communicatie tussen medewerk(st)ers en management essentieel zijn voor de succesvolle uitvoering en het welslagen van al onze activiteiten.

Met het oog op een effectieve sociale dialoog wordt het noodzakelijk overleg opgezet en gevoerd conform lokale wetgeving en regulering van die landen waarin we activiteiten ontplooien. Daarbij promoten we een open en constructieve dialoog met het oog op creatie van de optimale en veilige werkomstandigheden en een billijk arbeidsvoorwaardenbeleid.

2.3. Resultaten van het geïmplementeerde beleid

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

2017 was een jaar van aanzienlijke investeringen in human resources. Naast de versterking van de functies op het gebied van human resources in gedecentraliseerde entiteiten zijn er in het kader van het project Ambition 2020 diverse projecten opgezet om het belang van human resources te bevorderen.

Daaronder vermelden we:

  • De oprichting van een HR Board die de verschillende human resources managers van de verschillende entiteiten en op groepsniveau samenbrengt;
  • De oprichting van een digitaal platform om de uitwisseling van goede praktijken, ervaringen en interne mobiliteit te bevorderen;
  • De invoering van een programma met tools zoals loopbaanplanning, evaluatie, opleiding en behoud van personeel;
  • Professionalisering van het wervingsproces door met name de veralgemening van een persoonlijkheidstoets voor leidinggevende functies;
  • De uitvoering van concrete acties voor werknemers van 45 jaar en ouder: aanpassing van de arbeidstijd, opleidingen in computerhulpmiddelen, ergonomische opleidingen, loopbaanbeoordeling op basis van vaardigheden;
  • Bij de opleidingen lag de nadruk ook op persoonlijke vaardigheden;

De resultaten van de uitvoering van dit beleid worden toegelicht in het adhoc-gedeelte van het jaarverslag.

We kunnen ook vaststellen dat de feedback en de resultaten van onze interne audits geen enkele niet-naleving of andere afwijking in overeenstemming met de wetten of onze interne procedures hebben aangetoond.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Belangrijk aandachtspunt voor 2017 was, gezien de precaire verkeerssituatie rond Antwerpen, en de impact op aanwerving en retentie, de aanpassing van het beleid inzake plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Daarbij is volop ingezet op:

  • een verruiming van de flexibiliteit inzake dagelijkse arbeidsduur voor functies op hoofd- en satellietkantoren
  • de ter beschikkingstelling van 6 satellietkantoren verspreid over Vlaanderen en Brussel
  • de mogelijkheid tot gereguleerd thuiswerk
  • de nodige ondersteuning inzake arbeidsorganisatie en IT-infrastructuur

Voor andere kantoren in Europa wordt, waar nodig, mogelijk en/of opportuun, gemikt op een vergelijkbare flexibilisering van arbeidstijden en werkplek.

Daarnaast is in 2017 verder gewerkt aan het opzetten, opvolgen en evalueren van objectieven inzake prestaties, ontwikkeling van technische en/of managementcompetenties, en invulling van algemene en specifieke opleidingsbehoeften.

Dit weerspiegelt zich in:

  • een brede toepassing en naleving van prestatie- en ontwikkelingsmeting via Time To (voor staffuncties),
  • een verruiming van het opleidingsaanbod voor starters (Basics4Starters), en een diepgaande analyse van de onboarding-aanpak met het oog op vernieuwde aanpak in 2018
  • een verdieping van een aantal initiatieven inzake managementontwikkeling (EPC, DEME 2020, …).

2.4. Belangrijkste risico's en het beheer ervan

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De risico's van deze kwesties liggen op het niveau van:

  • de arbeidsverhoudingen: de belangrijkste risico's zijn afwezigheid voor stakingen en collectieve conflicten;
  • gezondheid en veiligheid: de risico's hebben betrekking op de vijf aspecten van welzijn: gezondheid, veiligheid, ergonomie, gezondheid op het werk en psychosociale aspecten;
  • diversiteit: naast het niet-nakomen van wettelijke verplichtingen blijft diversiteit een onlosmakelijk onderdeel van de sociale dialoog en een gebrek aan diversiteit kan betekenen dat de verwachtingen van het maatschappelijk middenveld op het gebied van rechtvaardigheid en sociale gelijkheid niet worden ingelost, wat ook het merkimago bij klanten en overheden kan ondermijnen.

In 2005 werd in de onderneming een diversiteitscharter opgesteld. Dit omvat een personeelsbeleid met duidelijke normen voor loonbeleid, aanwerving, evaluaties, interne promoties, collectieve arbeidsvoorwaarden en geschillen met vakbonden.

Het toezicht wordt met name uitgeoefend door middel van regelmatige rapportering over belangrijke sociale indicatoren en auditmissies, die een onderdeel human resources en sociale aspecten omvatten.

Daarnaast wordt elke twee maanden een

vergadering georganiseerd met de verschillende personeelsverantwoordelijken om best practices, kennis, problemen en ervaringen uit hun teams en entiteiten uit te wisselen.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

De risico's verbonden aan deze aangelegenheden zijn verbonden situeren zich op het vlak van

  • aanwerving en de invulling van het aanzienlijk aantal nieuwe vacatures, een noodzakelijke voorwaarde voor het realiseren van de verwachte groei
  • retentie en de bestendiging van het engagement van staff en crew – inzetten op opleiding, carriere-evolutie, welbevinden en ontwikkeling dient uitstroom van medewerk(st)ers te voorkomen, en mogelijk verlies aan know-how en expertise maximaal te beperken
  • een mogelijk gebrek aan internationalisering en diversiteit binnen het medewerkerspotentieel,
  • ongewenste verandering binnen het positief en constructief sociaal klimaat.

2.5. KPI

Er dient te worden opgemerkt dat de hieronder vermelde cijfers, tenzij anders vermeld, de cijfers voor de hele CFE-groep (de drie bedrijfspolen) omvatten. Dit zijn werkelijke aantallen op 31/12/2017.

2.5.1. Aantal medewerkers per pool

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-8 – Information on employees)

Polen Con
tracting en
Vastgoed
ontwikkeling
Pool Bagger
werken, Milieu,
Offshore en Infra
Totaal
2015 3.739 4.421 8.160
2016 3.276 4.476 7.752
2017 3.982 4.707 8.689

2.5.2. Medewerkers per statuut (arbeiders, bedienden, totaal)

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-8 – Information on employees)

2017 Arbeiders Bedien- den Totaal
Polen Contracting en
Vastgoedontwikkeling
2.462 1.520 3.982
Pool Baggerwerken,
Milieu, Offshore en
Infra
2.171 2.536 4.707
Totaal 4.633 4.056 8.689

2.5.3. Medewerkers per type contract (onbepaalde duur, bepaalde duur, enz.)

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-8 – Information on employees)

Contract van
onbepaalde
duur
Contract van
bepaalde duur
Werk &
studies
To
taal
2015 6.471 1.685 4 8.160
2016 6.257 1.491 4 7.752
2017 7.733 949 7 8.689

2.5.4. Leeftijdspiramide (per schijf van 5 jaar)

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 405-1 – Diversity of employees)

2015 2016 2017
< 25 584 513 382
26-30 1.182 1.106 1.160
31-35 1.320 1.245 1.374
36-40 1.164 1.125 1.267
41-45 1.087 1.004 1.189
46-50 1.055 1.005 1.105
51-55 861 877 1.072
56-60 641 603 754
> 60 266 274 386

2.5.5. Anciënniteit (per schijf van 5 jaar) voor de hele CFE-groep

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 405-1 – Diversity of employees)

2015 2016 2017
< 1 1.527 830 1.344
1-5 2.599 2.978 2.866
6-10 1.804 1.725 1.847
11-15 779 762 960
16-20 539 570 682
21-25 454 426 379
> 25 458 461 611

2.5.6. Aantal mannen/vrouwen

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 405-1 – Diversity of employees)

Mannelijke
bedienden
Vrouwelijke
bedienden
Mannelijke
arbeiders
Vrouwelijke
arbeiders
2015 2.968 909 4.227 56
2016 2.893 895 3.910 54
2017 3.040 1.016 4.569 64

Voor DEME is de ratio mannen/vrouwen doorheen de volledige werknemerspopulatie is 85% (mannelijk) – 15% (vrouwelijk). De aard van een aantal activiteiten (40% zeevarend personeel/crew) en de noodzakelijke internationale mobiliteit/inzetbaarheid binnen de meerderheid van de staffuncties, maakt het bereiken van een ruimere genderdiversiteit moeilijk, ondanks het feit dat inzake aanwerving en promotie voornamelijk wordt rekening gehouden met opleiding en expertise.

In de pool Contracting is de verhouding tussen mannen en vrouwen vergelijkbaar. Om gemengde teams te bevorderen, zorgen we ervoor dat vrouwen in operationele functies worden aangeworven, dat er een loopbaanmanagementsysteem is dat vrouwen en mannen in staat stelt om leidinggevende/managementfuncties te bekleden en dat werk en privé op elkaar afgestemd worden.

2.5.7. Arbeidsongevallen: frequentiegraad en ernstgraad

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 403-1 – Occupational Health & Safety)

Veiligheidsstatistieken Frequentie- graad Ernstgraad
Activiteitenpool (=Tf) (=Tg)
Pool Contracting en
Vastgoedontwikkeling:
16,49 0,53
Pool Baggerwerken,
milieu, offshore en
infra:
1,37 0,03

Tf (frequentie) = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid vermenigvuldigd met 1 miljoen gedeeld door het aantal door werknemers gewerkte uren.

Tg (ernst) = aantal kalenderdagen van afwezigheid vermenigvuldigd met 1000 en gedeeld door het aantal door werknemers gewerkte uren.

2.5.8. Opleidingen

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 404-1 Average number of hours training)

In aantal uur per soort opleiding Totaal 2016 Totaal 2017 Mannen Vrouwen
Technisch 50.248 44.029 40.773 3.256
Hygiëne en veiligheid 82.068 55.325 50.706 4.619
Milieu 1.851 1.581 1.495 86
Management 29.207 12.235 10.576 1.659
IT 10.858 6.899 5.187 1.712
Adm/Boekh./Man./Jur. 9.553 13.029 10.103 2.926
Talen 5.635 3.484 2.783 701
Diversiteit 36 64 64 0
Andere 12.511 6.808 5.156 1.652
Totaal 201.967 143.454 126.843 16.611

2.5.9. Absenteïsme

2015 2016 2017
Aantal dagen afwezigheid wegens ziekte 71.604 69.031 70.954
Aantal dagen afwezigheid wegens arbeidsongeval 5.974 4.454 4.109
Aantal dagen afwezigheid wegens ongeval woon
werkverkeer
430 6 36
Aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte 0 0 0
Aantal gepresteerde dagen 1.951.885 1.745.799 1.824.046
Absentiecijfer 4,00% 4,21% 4,12%

3. Respect voor de rechten van de mens

3.1. Geïmplementeerd beleid

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

Het algemene beleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling is gebaseerd op sterke waarden die ons handelen sturen en onze bedrijfscultuur voortdurend versterken. Respect voor mensen is een van deze fundamentele waarden.

We voeren een personeelsbeleid in alle

dochterondernemingen en landen waar we actief zijn, dat gebaseerd is op een strikte naleving van bestaande wetten en fundamentele mensenrechtenprincipes. Discriminatie op grond van leeftijd, ras of nationaliteit, geslacht, geloofsovertuiging of handicap is bij indienstneming of in het kader van de dagelijkse werkrelaties ten strengste verboden.

Daarnaast is de veiligheid op het werk van onze medewerkers te allen tijde onze topprioriteit. We hebben een algemeen

beleid van voortdurende verbetering, dat ook gericht is op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het welzijn, en we hebben een algemeen beleid geformuleerd om de wetten inzake de privacy van werknemers te respecteren.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Het algemene beleid van DEME is gebaseerd op respect voor anderen. Dit is bovendien een van onze kernwaarden zoals opgenomen in het acroniem 'STRIVE' (Safety, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation, Environment).

Wij respecteren en beschermen de mensenrechten in het algemeen en de fundamentele rechten en vrijheden zoals gedefinieerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. We tolereren nooit slavernij, kinderarbeid, dwang- of verplichte arbeid of mensenhandel.

3.2. Resultaten

Er zijn geen schendingen van ons mensenrechtenbeleid geweest.

3.3. Voornaamste risico's ter zake in verband met de commerciële activiteiten van de onderneming

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

Onze belangrijkste risico's houden verband met de volgende voorwaarden:

  • een veelvoud van bedrijven en individuen zijn betrokken bij onze werven als partners, onderaannemers of medecontractanten waarbij mensen uit verschillende landen en etnische groepen worden tewerkgesteld.
  • we zijn actief in andere landen met andere wetten en andere risicoprofielen voor wat betreft het respect voor individuele rechten.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

We zijn wereldwijd actief en daarom zijn we ook vertegenwoordigd in landen met een hoger risicoprofiel voor schendingen van de mensenrechten. We moeten met name waakzaam zijn bij het werken met wervingsbureaus, uitzendbureaus en andere derden die personeel inzetten op onze bouwplaatsen.

3.4. Hoe beheren wij deze risico's?

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

Ons risicobeheersysteem is gebaseerd op vier basisprincipes: preventie, opleiding, controle en continue verbetering. Preventie, te beginnen met een bedrijfscharter en de implementatie ervan in alle dochterondernemingen; een systeem van erkende leveranciers en standaard contractuele clausules waarin onze normen duidelijk zijn vastgelegd; een personeelsbeleid met duidelijke normen voor werving, evaluatie en interne promotie. De opleiding neemt vele vormen aan, waaronder communicatiebijeenkomsten, 'toolboxmeetings', feedback en regelmatige hiërarchische opleidingen over de naleving van wettelijke verplichtingen op sociaal en welzijnsgebied. De controle wordt met name uitgevoerd door middel van regelmatige werfbezoeken, regelmatige verslaglegging over belangrijke sociale indicatoren en auditopdrachten, die een onderdeel human resources en sociale aspecten omvatten. Continue verbetering wordt bereikt via ons kwaliteitssysteem, gespecialiseerde werkgroepen en mechanismen voor het delen van ervaring binnen de groep.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Een goede screening van de bureaus, agentschappen en andere derde partijen in kwestie vormt dus een conditio sine qua non alvorens we een contract met hen kunnen aangaan.

Het beleid van DEME is altijd duidelijk contractueel vastgelegd met betrekking tot conformiteit in het algemeen en de eerbiediging van de mensenrechten in het bijzonder.

Een voor deze bureaus en agentschappen ontwikkelde procedure, zowel in de fase vóór als na de indiensttreding, geeft duidelijk aan wat onze normen inhouden en hoe deze gerespecteerd moet worden.

Regelmatige audits en controles van bureaus, agentschappen en andere derden die personeel in dienst hebben op onze locaties zorgen ervoor dat onze standaard effectief wordt nageleefd.

4. Strijd tegen fraude en corruptie

4.1. Geïmplementeerd beleid

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

Geen enkele vorm van corruptie of fraude wordt getolereerd binnen de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. Ons algemene beleid vereist een volkomen integriteit in ons gedrag en in de uitvoering van onze opdrachten. De medewerkers moeten zich onthouden van alle handelingen die voor zichzelf, de dochtermaatschappij of de CFE Contracting-groep kunnen leiden tot een oneerlijke of onwettelijke praktijk, zowel wat betreft de principes van de vrije concurrentie, de gunning van aanbestedingen of de relaties met onze klanten en onze leveranciers.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

DEME beschikt over een duidelijk beleid om al zijn activiteiten integer uit te voeren en geen enkele vorm van corruptie te tolereren. Steekpenningen vallen ook onder dit absolute verbod. Onze gedragscode inzake ethiek en integriteit geeft dit beleid duidelijk weer en is van toepassing op alle bestuurders, bedrijfsvertegenwoordigers, werknemers, voltijdse of deeltijdse werknemers (vaste of tijdelijke werknemers). We verwachten ook van alle derden met wie we zaken doen dat we onze hoge waarden en ethische principes respecteren en dienovereenkomstig handelen.

De uitvoering van dit algemene beleid wordt uitgewerkt in onze corruptiebestrijdingsprocedures, met concrete voorbeelden van wat wel en wat niet is toegestaan.

4.2. Resultaten

Er werden geen schendingen vastgesteld van ons beleid inzake naleving van de strijd tegen fraude en corruptie.

4.3. Voornaamste risico's ter zake in verband met de commerciële activiteiten van de onderneming

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De aard en de omvang van de contracten vereisen regelmatig dat tijdelijke verenigingen worden opgericht om de werkzaamheden uit te voeren. De aard van de werkzaamheden die door de dochterondernemingen worden uitgevoerd, brengt talrijke gedecentraliseerde bestellingen met zich mee die worden geplaatst bij een groot aantal onderaannemers en leveranciers. De relaties met klanten kunnen ervoor zorgen dat er soms klanten op bezoek komen, dat hen een geschenk wordt aangeboden, dat we deelnemen aan sponsoractiviteiten of dat we onze klanten uitnodigen voor congressen of andere manifestaties. We werken slechts zelden samen met vertegenwoordigers.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

Onze activiteiten vinden wereldwijd plaats, dus ook in landen met een hogere score op de corruptieperceptie-index. We moeten dan blijk geven van een grotere waakzaamheid. Daarnaast werken we slechts af en toe in landen waar soms agenten worden gebruikt, wat het risico verhoogt.

DEME heeft met het oog daarop een e-learningprogramma opgezet voor alle medewerkers. Daar hoort ook een test bij. Dit programma moet elk jaar door alle medewerkers met succes worden gevolgd. Daarnaast hebben we ook specifieke opleidingen verzorgd voor medewerkers in leidinggevende functies waar de risico's toenemen.

4.4. Hoe beheren wij deze risico's?

Polen Contracting en Vastgoedontwikkeling

De pool Contracting heeft een 'Corporate Governance Code' en een handboek met interne procedures opgesteld die van toepassing zijn op de vennootschappen in deze pool. Deze documenten bepalen de minimale aanvraagprocedures binnen CFE Contracting en zijn dochterondernemingen. De 'Corporate Governance Code' en het Handboek Interne Procedures van de pool Contracting bevatten de belangrijkste principes en concrete voorbeelden van situaties en de te ondernemen acties. Deze 'Corporate Governance Code' en handboek worden geïmplementeerd in alle dochterondernemingen van de pool Contracting en de toepassing ervan wordt opgevolgd door middel van periodieke audits en controles. We zullen een specifieke opleidingscomponent voor alle leidinggevenden invoeren op het gebied van corruptie- en fraudebestrijding.

Het charter van de pool vastgoedontwikkeling bestaat en is gebaseerd op de 'Corporate Governance Code' dat voor de pool Contracting is opgesteld, maar het wordt momenteel volledig herzien.

Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

We proberen de risico's zoveel mogelijk te beheersen door middel van ons beleid en uitgebreide procedures. Het spreekt voor zich dat hierbij een belangrijk aspect is dat deze binnen de organisatie bekend zijn, vandaar het belang van de opleiding voor onze medewerkers. Naast algemene "E-Learning" bieden we ook specifieke opleidingen aan om onze managers te informeren en hen te leren hoe ze met kennis van zaken potentiële risico's kunnen beheersen.

Om de risico's te minimaliseren, werken we zo weinig mogelijk met agenten. Als het echt niet anders kan, wordt deze partij eerst gescreend om na te gaan of alles integer verloopt. In functie van het risiconiveau is deze screening al dan niet uitgebreid. Daarnaast wordt ook een follow-up uitgevoerd met betrekking tot derden met wie wij zaken doen. Vervolgens zijn in de contracten ook specifieke clausules opgenomen, waarbij de betrokken partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met onze normen op het gebied van conformiteit.

Ten slotte is ook het toezicht op de naleving van dit beleid en deze procedures een belangrijk aspect van onze aanpak, zodat we de risico's zoveel mogelijk kunnen beheersen.

5. Diversiteitsbeleid toegepast op de bestuursorganen van de CFE-groep

(Referentiedocument: GRI - Disclosure 102-22 Composition of the highest governance body)

5.1. Raad van Bestuur (aantal mannen in verhouding tot het aantal vrouwen)

De Raad van Bestuur van de CFE-groep bestaat momenteel uit twee vrouwen en negen mannen. In mei 2018 zullen nog twee vrouwen lid worden van de Raad van Bestuur om te voldoen aan de wet van 28 juli 2011. Deze wet bepaalt dat ten minste een derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht moet zijn dan de andere leden.

Deze pariteit wordt geleidelijk aan bereikt.

5.2. Uitvoerend Comité (aantal mannen in verhouding tot het aantal vrouwen)

Het Uitvoerend Comité van CFE Contracting bestaat momenteel uit vier mannen.

Het 'Steering Committee' van de pool Vastgoedontwikkeling bestaat dan weer uit twee vrouwen en zeven mannen.

Bij DEME is er geen Uitvoerend Comité. Er is wel een managementteam dat bestaat uit één vrouw en zestien mannen.

5.3. Dagelijks bestuur (aantal mannen in verhouding tot het aantal vrouwen)

Waar het dagelijks bestuur van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling drie jaar geleden toevertrouwd was aan een twaalftal vrouwen en honderdzeventig mannen (dus 6,3% vrouwelijke vertegenwoordiging) is het momenteel in handen van een twintigtal vrouwen en ongeveer honderdveertig mannen (dus 30%). Dat is al een mooie stap voorwaarts.

Bij DEME ligt het dagelijks bestuur in handen van de CEO.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.