Annual Report • Apr 2, 2019
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
MILIEU, OFFSHORE EN INFRA
CONTRACTING
VASTGOEDONTWIKKELING
18
| 38 | POOL BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA |
|---|---|
| 50 | POOL CONTRACTING |
| 52 | Bouw |
| 60 | Multitechnieken |
| 62 | Rail & Utilities |
| 66 | POOL VASTGOEDONTWIKKELING |
| 75 | FINANCIEEL VERSLAG |
2018 was voor de groep CFE een sterk jaar gekenmerkt door een hoog activiteitsniveau. Dit blijkt zowel uit de geconsolideerde omzet die met 18,7% toeneemt tot 3.641 miljoen € als uit het mooi gevuld orderboek dat op jaareinde ruim boven de 5,3 miljard € uitkomt. Deze hoge activiteit vertaalde zich ook in een zeer behoorlijke winstgevendheid. De nettowinst van 171,5 miljoen € is nauwelijks 5% lager dan een jaar eerder toen er nochtans uitzonderlijke winsten geboekt werden in de pool Vastgoedontwikkeling.
Deze sterke geconsolideerde resultaten zijn de vrucht van mooie prestaties in onze drie polen.
Bij DEME steeg de omzet met 12,3% tot een recordniveau van 2.646 miljoen €. Daarvan werd 46% gerealiseerd voor hernieuwbare energieprojecten. De werken voor de bouw van grote offshore windparken in onder meer Denemarken, Duitsland en
het Verenigd Koninkrijk zorgden voor een nagenoeg volledige bezetting van de tuigen van GeoSea en Tideway. Maar ook de omzet in traditionele baggerwerken groeide met de verderzetting van de werken in Singapore, de start van verdiepingswerken voor de haven van Szczecin (Polen) en onderhoudsbaggerwerken in België, Duitsland, Afrika en Indië. Ook Dimco kende een aanzienlijke groei van haar activiteit met drie grote projecten in Nederland (Rijnlandrouteverbinding, de sluis van Terneuzen en de Blankenburgverbinding) en illustreert zo de dynamiek van de door CFE overgedragen burgerlijke bouwtak eind 2015.
DEME realiseerde een lichte stijging van haar EBITDA tot 458,9 miljoen € (of 17,3% van de omzet) en de nettowinst bleef stabiel op 155,6 miljoen €.
Er werden talrijke nieuwe contracten binnengehaald. Naast de verdieping van de vaargeul naar Szczecin zal DEME het Canal Martin Garcia tussen Argentinië en Uruguay verdiepen en onderhouden. Op het vlak van offshore wind zijn er belangrijke nieuwe bestellingen voor de offshore windparken Borssele (NL), Moray East (VK) en SeaMade (B). Dimco behaalde dan weer het contract voor de bouw en onderhoud gedurende 20 jaar van de Blankenburgverbinding (NL). Dankzij deze en andere contracten steeg het orderboek van DEME met 13,9% tot 4.010 miljoen € einde 2018.
Met het oog op de uitvoering van dit orderboek versterkte DEME haar vloot verder in 2018. Het multifunctionele kabellegschip 'Living Stone' en het hefvaartuig 'Apollo' kwamen in de vaart en er werd verder gebouwd aan de grensverleggende cutter 'Spartacus' en het offshore installatieschip
'Orion' die dit jaar zullen worden opgeleverd. Tot slot werden nog twee moderne sleephopperzuigers en twee zelfvarende bakken besteld voor levering in 2020.
DEME verwacht in 2019 een omzet te realiseren vergelijkbaar met die van het afgelopen jaar en een EBITDA-marge binnen de historische vork.
CFE Contracting realiseerde een groei van de omzet met 30% tot 935 miljoen €. Als we abstractie maken voor de activiteiten van Coghe en Van Laere die pas einde 2017 werden overgenomen, bedraagt de groei nog altijd 10%. De groei werd gedragen door de drie divisies. Bij constante perimeter groeien de bouwactiviteiten met 11% en dat zowel in België als in Luxemburg en Polen. De integratie van Van Laere verloopt voorspoedig. Bij multitechnieken waar de integratie van de elektrische en HVAC installaties binnen VMA haar vruchten afwerpt,
steeg de activiteit met 10%. De Rail & Utilities die voortaan opereren onder de naam 'Mobix', tekenden een groei van 14% op.
De goede commerciële positionering van onze bouw- en installatiebedrijven blijkt eveneens uit het orderboek dat jaar-op-jaar stijgt met ruim 7% tot 1.320 miljoen €. Daarin wordt nog geen rekening gehouden met twee grote opdrachten die weliswaar in 2018 aan CFE toegekend werden maar waarvan de start nog afhankelijk was van bepaalde voorwaarden, met name het Publiek-Privaat Samenwerkingscontract (PPS) voor de modernisering en het onderhoud gedurende 20 jaar van de openbare verlichting langs de snelwegen in Wallonië (bij Mobix) en het project NEO 2 voor de bouw van een congrescentrum en hotel op de Heizelvlakte in Brussel (bij BPC).
Hoewel de nettowinst van CFE Contracting nagenoeg stabiel bleef
op 15,2 miljoen € kende de EBIT een lichte daling tot 22,7 miljoe € (2,4% van de omzet). De activiteiten in Tunesië die teruggeschroefd worden, droegen negatief bij. Daarnaast is er bij Van Laere dat weliswaar reeds break-even draait na eerdere verliezen voor de overname door CFE Contracting, nog verbeteringspotentieel. In het licht van het voorgaande zou CFE Contracting haar bedrijfsresultaat in 2019 moeten kunnen verbeteren.
Ook BPI Real Estate kende een hoge activiteit in haar drie geografische markten. In België werden 259 appartementen verkocht in een zevental projecten in aanbouw. Voor nieuwe projecten te Brussel, Ottignies en Luik werden bouwvergunningen aangevraagd en in Oudergem werden twee nieuwe grondposities verworven. In Luxemburg werd het volledig verkochte residentieel project 'Domaine de l'Europe' bijna afgewerkt en startten de werken voor het project 'Livingstone' waarvan
de appartementen uit de eerste twee fases reeds verkocht zijn. In Polen werden twee residentiële projecten voor een totale oppervlakte van 40.000 m2 opgeleverd en zijn vier projecten in aanbouw en commercialisatie te Warschau, Wroclaw en Poznan.
BPI realiseert een nettowinst van 9,3 miljoen € tegenover 22,3 miljoen € in 2017 toen een uitzonderlijke meerwaarde van 18,4 miljoen € geboekt werd. Het bedrijfsresultaat bedraagt 13,2 miljoen € (9,5% op het ingezet vermogen).
Het voorbije jaar hebben de bedrijven van de groep dus opnieuw een mooie groei opgetekend. Omzet en groei zijn voor ons echter geen doel op zich. Sinds enkele jaren bewijzen we opnieuw in alle delen van de groep dat de omzetgroei ook rendabel is. Om echt duurzaam te zijn moeten onze activiteiten niet alleen economisch zin hebben maar moeten we ook
meer oog hebben voor de sociale en ecologische aspecten. De veiligheid en de gezondheid van onze medewerkers vormt sinds jaar en dag de eerste waarde binnen de groep. Bij DEME maken hernieuwbare energie en de sanering van vervuilde gronden natuurlijk deel uit van de core business maar wordt, meer in het algemeen, systematisch aandacht besteed aan het beperken van de milieu impact van de projecten en schepen. Ook binnen CFE Contracting willen we onze inspanningen voor het bevorderen van de 17 door de VN gedefinieerde 'Sustainable Development Goals' op elkaar afstemmen en opdrijven. Daartoe werd een nieuwe functie van 'Sustainability Officer' gecreëerd.
We danken alle medewerkers van de groep voor de inzet en het enthousiasme waarmee ze elke dag opnieuw de vele projecten binnen halen en uitvoeren, vaak in uitdagende omstandigheden. Dit jaar willen we ook
2 collega's speciaal voor het voetlicht halen.
Renaud Bentégeat ging met pensioen na 15 jaar als CEO aan het hoofd van CFE gestaan te hebben. In die tijd heeft hij mee vorm gegeven aan de groep zoals we die vandaag kennen. Via de overname van Bâtiments & Ponts zorgde hij voor een versterking van de bouw en promotieactiviteiten en stond hij ook aan de wieg van de diversificatie naar installatietechnieken en spoorweginfrastructuur.
Bij DEME gaf Alain Bernard per 1 januari 2019 de fakkel door aan Luc Vandenbulcke. Alain vervoegde het bedrijf in 1980 en heeft gedurende de laatste 12 jaar als CEO zijn stempel gedrukt op de fenomenale ontwikkeling. Onder zijn ondernemerschap en met zin voor innovatie heeft hij DEME uitgebouwd van een zuiver baggerbedrijf tot een
zeer internationale en gediversifieerde waterbouwkundige groep.
We danken Renaud en Alain voor dit alles en zijn verheugd dat we verder op hun ervaring en enthousiasme beroep kunnen blijven doen.
VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR
PIET DEJONGHE GEDELEGEERD BESTUURDER
CFE IS EEN OP EURONEXT BRUSSELS GENOTEERDE GEDIVERSIFIEERDE INDUSTRIËLE GROEP DIE IN DRIE DOMEINEN ACTIEF IS: BAGGERWERKEN EN WATERBOUWKUNDE, BOUW EN TECHNISCHE INSTALLATIES EN VASTGOEDONTWIKKELING.
CFE NV ONTPLOOIT HAAR ACTIVITEITEN MET DRIE GROTE DOCHTERONDERNEMINGEN IN VOLLEDIG EIGENDOM, DE LEIDENDE BEDRIJVEN VAN DE DRIE OPERATIONELE POLEN VAN DE GROEP:
DEME (Dredging, Environmental and Marine Engineering) is een van de grootste ondernemingen in de waterbouwkunde ter wereld. Naast de historische baggeractiviteit is de portefeuille organisch gediversifieerd naar de burgerlijke bouwkunde, de ontwikkeling en bouw van windparken op zee, offshore werken voor de olie- en gassector, de sanering van vervuilde grond en slib en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen in de zee. DEME telt meer dan 5.000 medewerkers en beschikt over een moderne, polyvalente vloot van meer dan 100 schepen, waarmee het op alle oceanen en alle continenten actief is.
CFE Contracting is actief in de bouw, de technische installaties (met name elektriciteit en HVAC) en de spoorinfrastructuur (sporen, bovenleidingen en signalisatie). De bedrijven van CFE Contracting tellen meer dan 3.500 medewerkers, voornamelijk in België, Luxemburg en Polen.
vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen. De focus ligt op grotere en vernieuwende binnenstedelijke herontwikkelingen voornamelijk in regio's of steden met bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en waar infrastructuurwerken worden gepland, waardoor een alternatief wordt geboden in termen van mobiliteit.
Elke dochteronderneming wordt geleid door haar eigen managementteam, dat de operationele en financiële verantwoordelijkheid draagt, zowel op het vlak van de resultatenrekening als op dat van de balans.
Waar het zin heeft en zorgt voor toegevoegde waarde wordt samenwerking tussen de verschillende bedrijven aangemoedigd. Dit kan zowel tussen de 3 grote divisies zoals dat bijvoorbeeld frequent gebeurt tussen de bouwbedrijven en de vastgoedontwikkeling, als binnen de bedrijven van een divisie. De samenwerking kan zowel bestaan uit een geïntegreerde uitvoering waarbij
Dredging International
Secondaires (CFE)
verschillende technische competenties gecombineerd worden als via het uitwisselen van best practices, het samen aankopen van goederen en diensten of het poolen van expertise. Zo zet CFE ook haar expertise op het vlak van financiering, verzekeringen, corporate finance, fiscaliteit, legal, IT en HR in ten voordele van de verschillende bedrijven en waakt ze over het risicomanagement en de financiële rapportering binnen de groep.
De strategie van CFE is gericht op de duurzame groei van al haar activiteiten op langere termijn. Omzet is daarbij geen doel op zich. De groei moet rendabel zijn en CFE ambieert voor elk van de activiteiten een winstgevendheid in lijn met de beste bedrijven uit hun sector. Gelet op het projectmatige karakter van alle activiteiten waarbij vaak in moeilijke omstandigheden wordt gewerkt en rekening moet worden gehouden met onvoorziene zaken, wordt ingezet op 'operational excellence'. Dit veronderstelt een rigoureuze aanpak doorheen de volledige projectcyclus: van het selecteren en het binnenhalen van het project, over de voorbereiding en de uitvoering tot de opvolging en de oplevering. Om fouten zoveel mogelijk te beperken en de processen efficiënter te maken wordt ook ingezet op technologie en digitale hulpmiddelen, zowel op de werf als in de kantoren.
Om echt duurzaam te zijn moeten onze activiteiten niet alleen economisch zin hebben maar moeten we ook oog hebben voor de sociale en ecologische aspecten. De veiligheid en de gezondheid van onze medewerkers vormt sinds jaar en dag de eerste waarde binnen de groep maar we willen verder gaan en onze inspanningen voor het bevorderen van de 17 door de Verenigde Naties gedefinieerde 'Sustainable Development Goals' systematisch opdrijven.
DEME ontstaat uit de fusie van Dredging International en Baggerwerken Decloedt
Overname van BPC en BPI
Overname van VMA
Overname van de groep Van Laere
Het substation van Rentel vertrekt uit de scheepswerf STX in het Franse Saint-Nazaire voor zijn installatie op zee. Het substation van 1.200 ton zal de energie exporteren die wordt geproduceerd door de 42 windturbines van het Rentel-park, met een capaciteit van 309 MW, dat momenteel in aanbouw is voor de Belgische kust. Rentel draagt bij aan de leidersrol van België in het domein van de offshore windenergie, aan de verwezenlijking van de Belgische doelstellingen voor 2020, aan de klimaatnormen van de EU en aan de transitie naar een duurzame energiebevoorrading die het gebruik van fossiele brandstoffen en kernenergie beperkt.
Installatie van de Belgische topside van het elektrische substation van Merkur Offshore, een belangrijke stap in de bouw van dit windpark. De topside heeft 4 dekken, is 20 meter hoog, weegt 2.500 ton en heeft een productiecapaciteit van 396 MW.
02
Van Laere begint met de bouw van het residentiële project 'Zen Factory' op een historische site in Lot-Beersel, in opdracht van de projectontwikkelaar BPI Real Estate Belgium. Dit project omvat 87 appartementen met ondergrondse parkeergarage, verdeeld in 5 blokken.
CFE Polska gaat van start met de bouw van een nieuw magazijn voor grondstoffen voor haar klant Coca Cola in Radzymin.
BPI Real Estate sluit een akkoord met Xior voor de herontwikkeling van Woodskot, een studentengebouw met 91 wooneenheden in Brussel.
GSR voert met succes haar vierde multidisciplinaire offshorecampagne uit in de breuk van de Clarion-Clipperton Zone. Deze expeditie is een belangrijke stap in de samenwerking met de Cook Islands Investment Corporation, die in 2016 een contract afsloot met ISA voor de exploratie van polimetallische knollen.
BPC Hainaut verkrijgt het DBFMcontract 'Shape 2020' voor de bouw van 600 nieuwe woningen (300 appartementen en 300 huizen) nabij Bergen voor het militaire NAVO-personeel.
CFE Polska legt de laatste hand aan het prestigieuze project Bulwary Ksiazece in Wroclaw in opdracht van de promotor BPI Real Estate Poland. De eerste fase omvat 175 appartementen en de tweede fase 190 appartementen in het historische hart van de stad, aan de oever van de Oder.
04
VMA Vanderhoydoncks verkrijgt het contract voor de elektrische installaties van de uitbreiding (fase 2) van de European Logistics Campus van Nike in Ham (Limburg).
Feestelijke opening van de school en het Lycée Français Vauban in Gasparich, in aanwezigheid van Groothertogin Maria Teresa van Luxemburg en premier Xavier Bettel. Dit project is een realisatie van CLE.
Eerstesteenlegging van het nieuwe commissariaat van Ninove in aanwezigheid van Catherine De Bolle, commissaris-generaal van de federale politie. Dit project wordt gebouwd door Van Laere.
07
De 'Living Stone', een innoverend en veelzijdig kabellegschip, gaat aan het werk en verdubbelt het productietempo voor het leggen van kabels. Met een kabelcapaciteit van meer dan 10.000 ton, een geavanceerd installatiesysteem, motoren met gemengde brandstof en capaciteiten voor dynamische positionering (DP3), is de 'Living Stone' een nieuwe mijlpaal in de sector. Het schip wordt ingezet in het offshore windpark Hornsea Project One in Groot-Brittannië.
MBG wint, in een joint venture, het Design & Build-project voor de nieuwe beurssite in Brugge. Het gebouw voorziet naast de nieuwe beurs ook een congrescentrum.
GeoSea ontvangt de oplevering van het zelfvarende hefvaartuig 'Apollo'. Het vaartuig zette koers naar het Nederlandse Vlissingen, voor het aan zijn eerste opdrachten begon. Een van de eerste opdrachten was een ontmantelingsproject op de Noordzee.
Een van de uitzonderlijke kenmerken van de 'Apollo' zijn de 106,8 meter lange poten, waardoor het schip in diepten tot 70 m kan werken. Het schip is uitgerust met een LEC (Leg Encircling Crane) van 800 ton. Het dek heeft een oppervlakte van 2.000 m² en een laadvermogen van 15 t/m². Dit veelzijdige vaartuig zal gebruikt worden in de offshore windindustrie, maar zal door EverSea, een dochteronderneming van de DEME Group die diensten levert aan de olie- en gasindustrie, vooral worden ingezet voor de installatie en ontmanteling van platformen.
Het installatieschip 'Innovation' van GeoSea voltooit met succes de installatie van 20 'suction bucket jackets' in het Duitse windpark Borkum Riffgrund 2. Het park, eigendom van Ørsted en Global Infrastructure Partners, zal 56 Vestas-turbines van 8 MW tellen, voor een totaal vermogen van 450 MW.
Het consortium van CFE en haar partner Cofinimmo en de Ateliers Jean Nouvel worden door NEO SCRL/CVBA gekozen voor de bouw van een internationaal congrescentrum en een luxehotel op de Heizelvlakte, in het noorden van Brussel.
GSR, de in diepzeeontginning gespecialiseerde dochteronderneming van DEME, stelt de knollenverzamelaar 'Patania II' voor. Dit pre-prototype is de opvolger van het prototype op rupsbanden 'Patania I' dat in 2017 met succes werd getest tijdens een expeditie in de centrale Stille Oceaan.
12
CFE kondigt aan dat de raad van bestuur van DEME de opvolging van Alain Bernard als CEO door Luc Vandenbulcke heeft goedgekeurd vanaf 1 januari 2019. Luc Vandenbulcke is sedert 21 jaar actief in de DEME Group. Hij is de stichter en CEO van GeoSea, dat sinds haar oprichting in 2005 een van de snelst groeiende entiteiten van de DEME Group is.
Het recreatiepark 'Holiday Park Kownaty' (Polen) opent zijn deuren voor het grote publiek. CFE Polska was verantwoordelijk voor ondersteunende werken op het niveau van de infrastructuur, het beton en de installaties. Tegelijkertijd verzorgden specialisten de attracties en de afwerking.
Het consortium waarvan DEME deel uitmaakt, realiseert de financiële afronding van het Publiek-Privaat Samenwerkingsproject van de Blankenburgverbinding in Nederland, voor een bedrag van 1 miljard €. De Blankenburgverbinding is een project dat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud (DBFM) met het oog op de verbetering van de wegverbindingen tussen Rotterdam en zijn haven omvat. Dit is het grootste PPS-project dat ooit in Nederland werd aanbesteed.
Tewaterlating van de 'Spartacus', de krachtigste en milieuvriendelijkste snijkopzuiger ter wereld, met een geïnstalleerd vermogen van 44.180 kW. De gigantische snijkopzuiger van DEME werd met succes te water gelaten op de scheepswerf van Royal IHC in het Nederlandse Krimpen aan den IJssel. Niet veel later bekroonde de 'Dredging and Port Construction Awards' het schip als 'Baggerschip van het jaar'.
In China laat DEME de 'Orion' te water, het gigantische installatieschip van de nieuwe generatie. De 'Orion' onderscheidt zich door zijn unieke combinatie van een uitzonderlijke transport- en laadcapaciteit, groene technologie en grote hijshoogten. Het schip zal worden ingezet voor de bouw van de grootste offshore windparken, de olie- en gaswinning en de ontmanteling van offshoresites.
Het offshore windpark Hornsea One Project van Ørsted in het Verenigd Koninkrijk noteert een wereldprimeur en een belangrijke stap in zijn constructie: Tideway voltooit de installatie van de kabel voor de expert van energie. Deze 467 kilometer lange exportkabel is de langste kabel ter wereld van een offshore windpark. De fabricage en de installatie van de kabel werden bovendien met verscheidene maanden voorsprong op de planning voltooid.
Het offshore windpark SeaMade kiest DEME voor zijn funderingen, turbines, substations, interne en exportkabels. SeaMade is een combinatie van twee Belgische offshore windparken, het voormalige Mermaid (235 MW) en Seastar (252 MW). Het project, op een 45-tal kilometer voor de kust van Oostende, zal 58 windturbines tellen. De bouw is al begonnen en de werken op zee zullen omstreeks juni 2019 van start gaan. Eind 2020 zouden de twee windparken operationeel moeten zijn.
Lancering van de nieuwe naam 'Mobix', als overkoepeling van de activiteiten van ENGEMA, Louis Stevens & Co, Remacom, Coghe en ENGETEC. Ze vertegenwoordigen samen een omzet van meer dan 70 miljoen euro en tellen in heel België bijna 600 werknemers. Deze nieuwe entiteit positioneert zich als een multidisciplinaire aannemer voor het leggen van sporen en de installatie van signalisatie en bovenleidingen.
LUC BERTRAND VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ
PIET DEJONGHE GEDELEGEERD BESTUURDER RENAUD BENTÉGEAT UITVOEREND BESTUURDER
ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ LID VAN HET AUDITCOMITÉ
VERTEGENWOORDIGD BVBA PAS DE MOTS ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET AUDITCOMITÉ
KOEN JANSSEN BESTUURDER
ALAIN BERNARD UITVOEREND BESTUURDER JOHN-ERIC BERTRAND BESTUURDER VOORZITTER VAN HET AUDITCOMITÉ
MURIEL DE LATHOUWER VERTEGENWOORDIGD BVBA MUCH ONAFHANKELIJK BESTUURDER
VERTEGENWOORDIGD BVBA CISKA SERVAIS ONAFHANKELIJK BESTUURDER VOORZITTER VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ LID VAN HET AUDITCOMITÉ
JAN SUYKENS BESTUURDER
VERTEGENWOORDIGD NV EURO-INVEST MANAGEMENT ONAFHANKELIJK BESTUURDER LID VAN HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ
| BOUW | MULTITECHNIEKEN | VASTGOED- ONTWIKKELING |
||
|---|---|---|---|---|
| ELEKTRO + HVAC | ||||
| INTERNATIONAAL | ||||
| STRUCTUREN IN GELAMELLEERD HOUT/HOUTBOUW |
RAIL & UTILITIES | |||
| ASSISTENTIE WERVEN |
be.Maintenance | |||
Het streven om aan een duurzame toekomst te bouwen, komt in de entiteiten van de twee polen tot uiting in maatregelen met betrekking tot de dagelijkse werking en in de eigenlijke uitvoering van de vastgoed- en bouwprojecten.
De verantwoordelijken van de verschillende entiteiten hebben maatregelen genomen om in de dagelijkse praktijk bij te dragen tot het milieubehoud, zowel in de kantoren als op de bouwplaatsen. Ze mikken met name op:
energieverbruik. Bij de vele initiatieven die in 2018 in dit verband werden genomen of voortgezet, vermelden we de bewustmaking van het personeel voor energiebesparing
Een van de werven van BPC heeft in samenwerking met het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf als 'proefwerf' deelgenomen aan de afvalsortering en de realisatie van een circulaire economie. Het bedrijf heeft ook samengewerkt met een speler uit de sociale economie voor de gratis overname van houtafval voor hergebruik in een 'sociale' timmerwerkplaats. In het domein van ICT worden computers op het einde van hun levenscyclus hersteld en aan sociale werken geschonken.
en de systematische jacht op overbodig verbruik, het gebruik van ledlampen, de installatie van aanwezigheidsdetectors in de kantoren, de energie-optimalisatie van de lokalen (isolatie, verwarmingsen ventilatiesystemen, …) of ook nog de effectieve of bestudeerde plaatsing van fotovoltaïsche panelen. Het streven naar energiezuinigheid geldt ook voor de werfinstallaties, met onder meer de plaatsing van containers die minder energie verbruiken en de inzet van motoren met frequentiemodulatie. Er wordt ook meer en meer gekozen voor een bevoorrading bij leveranciers van 'groene' energie.
Dit zijn beroepen die zich specifiek richten op de optimalisatie van het energiebeheer in nieuwbouw, renovaties of al opgeleverde gebouwen. Het betreft met name de installatie van verwarmings- of klimaatregelingssystemen met warmterecuperatie (Procool) of het onderhoud van gebouwen met regelsystemen die het verbruik beperken (be.Maintenance).
Ook de activiteiten van Laminated Timber Solutions (LTS) verdienen een vermelding. Het bedrijf is gespecialiseerd in het bouwen met hout, een natuurlijk materiaal dat CO2 opneemt en vasthoudt.
Tot slot herinneren we aan de positieve rol van onderhoudsen optimalisatiewerken aan de spoorwegen in de context van een minder vervuilende mobiliteit (MOBIX).
Dat is het Herman Teirlinck-gebouw in Brussel, dat door Van Laere samen met partners en VMA voor de technische installaties werd ontwikkeld. Duurzaamheid en kwaliteit gaan hier meer dan ooit hand in hand, want het gebouw won op de jongste Realty-beurs een Vastgoedaward als 'Beste project voor institutionele investeerders'.
en gaat vaak samen met akkoorden met gespecialiseerde recyclagebedrijven. Tot slot sensibiliseren de verschillende entiteiten hun medewerkers voor en informeren ze hen over het belang van recyclage.
CFE hanteert verscheidene strategieën om de autoritten te beperken. Zo krijgen de werknemers de mogelijkheid om regelmatig thuis of in satellietkantoren dichter bij hun woonplaats te werken, wordt bij de toewijzing aan werven rekening gehouden met de woonplaats en worden carpooling en videoconferenties aangemoedigd.
Bovendien wordt bij de keuze van de bedrijfswagens en de leasingauto's rekening gehouden met de CO2 -uitstoot en verbindt het bedrijf zich tot de vernieuwing van het wagenpark met minder vervuilende modellen. Een concreet voorbeeld is de haalbaarheidsstudie over de introductie van auto's met aardgas onder druk (Compressed Natural Gas) als brandstof (wat in 2018 problematisch bleef vanwege het gebrek aan tankstations met CNG). Sommige entiteiten bieden de medewerkers met een hoog
jaarlijkse autogebruik ook cursussen in ecologisch rijden aan.
Parallel hiermee wordt zachte mobiliteit meer en meer aangemoedigd: de werknemers van CFE kunnen beschikken over abonnementen op het openbaar vervoer, elektrische fietsen, 'cash for car'.
De ondernemingen van CFE in de vastgoedontwikkeling en de bouw hebben zich in de voorbije jaren herhaaldelijk onderscheiden door de duurzaamheid van hun projecten en realisaties, waarbij ze zelfs verder gaan dan de geldende milieu- en energiereglementeringen.
Zo hechten de entiteiten, afhankelijk van hun activiteiten, een bijzonder belang aan het gebruik van duurzame grondstoffen zoals hout met FSC- en PEFC-certificering. Toch moet worden opgemerkt dat, wat de bouwbedrijven betreft, ons actieterrein vaak wordt beperkt door het feit dat meestal de opdrachtgevers en de architecten het prestatiebestek van de projecten bepalen.
Het milieu is een belangrijk thema en maakt integraal deel uit van de basiswaarden van DEME, samengevat in het acroniem STRIVE: Safety, Technical leadership, Respect & integrity, Innovation, Value creation and the Environment (veiligheid, technisch leiderschap, respect en integriteit, innovatie, waardecreatie en milieu). Deze waarden worden uiteengezet in beleidscodes en charters op maat van de verschillende activiteiten en sectoren waarin DEME werkt. De milieuacties en -initiatieven kenmerken niet alleen de activiteiten van DEME maar komen ook voort uit de aard zelf van de projecten en diensten die DEME haar klanten aanbiedt.
Op het vlak van de operaties heeft DEME baggerschepen met dubbele motor in de vaart genomen om haar CO2-uitstoot te verminderen. Alle nieuwe schepen van de vloot zijn ook uitgerust met andere milieuvriendelijke voorzieningen, zoals zonnepanelen of warmterecuperatie. In het kader
van een diepgaand programma voor het beheer van de QHSE-risico's maakt DEME een inventaris van alle milieuaspecten van haar eigen werking, om haar impact op het milieu te beperken.
Als bedrijf in baggerwerken, waterbouwkunde en milieusanering is DEME bovendien betrokken bij een groot aantal projecten die bijdragen aan duurzame ontwikkeling. In dit opzicht speelt DEME een belangrijke rol op de markt van de offshore energie en helpt het haar klanten en de overheden om hun ambities inzake hernieuwbare energie waar te maken. DEME is niet alleen een specialist in de bouw van offshore windparken maar draagt ook bij aan de financiering van projecten voor hernieuwbare energie. Het heeft bijvoorbeeld een concessie in de Belgische windparken Rentel en SeaMade. DEME gebruikt ook nieuwe
technieken om de bouwkosten van windparken verder te verlagen. In 2018 liet DEME het innoverende kabellegschip 'Living Stone' te water. Het schip kan een revolutionair systeem gebruiken dat het leggen van onderzeese kabels voor windparken versnelt en efficiënter maakt. Dit levert een aanzienlijke kostenverlaging op.
Gelet op de toenemende schaarste aan ruimte, wint de heraanleg van braakliggende industrieterreinen aan belang. DEME blaast sterk vervuilde sites nieuw leven in, zoals die van een staalproducent in Italië of Blue Gate in Antwerpen.
In samenwerking met de International Seabed Authority bestudeert DEME bovendien de mogelijkheid van diepzee-ontginning. Na een geslaagde eerste expeditie in 2017, begint DEME dit jaar aan een
nieuwe onderzoeksfase met een tweede expeditie. De robot voor bodemproeven "Patania II" zal de zeebodem op meer dan 4.000 meter diepte verkennen.
Om de milieuprestaties te meten, berekenen wij onze koolstofvoetafdruk voor de groep. In absolute cijfers is onze koolstofuitstoot in 2018 gestegen tegenover 2017.
Deze stijging is echter volledig toe te schrijven aan de groei van onze respectievelijke activiteiten. Relatief gezien kunnen we in vergelijking tot de omzet en het aantal werknemers globaal een stabiel niveau van onze koolstofemissies vaststellen.
| Scope | Eenheid | CFE Contracting | DEME | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | ||
| CO2 uitstoot (scope 1) | Ton CO2 | 13.290 | 19.298 | 109.178 | 126.356 | 122.468 | 145.654 |
| CO2 uitstoot (scope 2) | Ton CO2 | 2.583 | 4.565 | 4.740 | 5.376 | 7.323 | 9.841 |
| CO2 uitstoot (scope 1 & 2) | Ton CO2 | 15.873 | 23.863 | 113.918 | 131.732 | 129.791 | 155.595 |
Het eerste resultaat van het gevoerde beleid is de algemene mobilisatie voor acties voor milieubehoud: duurzame ontwikkeling is echt de zaak van iedereen geworden!
Onze systemen voor milieubeheer met ISO 14001-certificering zijn daar een concreet voorbeeld van. In 2018 was 62% van onze organisatie (in termen van de omzet) gecertificeerd. Ook andere certificeringen en labels - VCA, 9001, LSK (in Luxemburg) - belonen de geleverde inspanningen, met name op het vlak van veiligheid (met inbegrip
van het beheer van de milieurisico's) of de recyclage van afval.
Het aandeel van de hernieuwbare energie in het totale energieverbruik blijft groeien: steeds meer toeleveringscontracten stipuleren een gegeven quotum groene elektriciteit en sommige entiteiten gaan zelfs tot 100% hernieuwbare elektriciteit.
In 2019 en 2020 zullen nieuwe maatregelen steeds ambitieuzere doelstellingen binnen bereik brengen, met name op het vlak van de sortering en behandeling van het werfafval en dat van de mobiliteit: bevordering van zachte mobiliteit, maar ook strengere eisen voor de CO2-uitstoot van het wagenpark. Daarnaast zullen in de volgende maanden nieuwe duurzame bouwprojecten (waarvan de BREEAM-certificering is verkregen of in behandeling is) van start gaan of worden voortgezet.
Om de milieuprestaties van haar activiteiten te evalueren, hanteert DEME voornamelijk indicatoren die verband houden met de energie en het klimaat. Ze zijn opgenomen in het geïntegreerde QHSE-S-beleid waarmee DEME de milieuaspecten en de verbetering van haar milieuprestaties meet.
Op het niveau van de groep analyseert DEME doorlopend het energieverbruik van haar schepen en het materieel. Nieuwe groene technologieën en vervangende brandstoffen (zoals LNG voor de hybride schepen) worden ontwikkeld en zijn het voorwerp van de investeringsprogramma's van DEME.
In 2018 werd voor het eerst de ISO 14001-certificering voor het geheel van de groep DEME verkregen. Dit certificaat garandeert de homogene milieuprestaties van de groep op wereldvlak.
De activiteiten van DEME in België en Nederland hebben ook een certificering op niveau 5 verkregen volgens de eisen van de CO2 prestatieladder. De verplichte tweejaarlijkse rapporten die DEME over haar CO2-uitstoot in België en Nederland publiceert, kunnen worden gedownload op de website van DEME: https://www.deme-group.com/nl/ performance-ladder/inzicht
Lekken van brandstof of olie op de werf, het vrijkomen van stof en lawaaivervuiling zijn potentiele milieurisico's en vormen een dreiging voor zowel het milieu als voor de reputatie van CFE. Ze kunnen aanleiding geven tot slechte betrekkingen met de omwonenden van de werven, de stillegging van een werf of tot bijkomende kosten (met name boetes).
Bijgevolg vormen deze potentiële risico's in de belangrijkste bouwentiteiten het voorwerp van controleplannen en specifieke analyses. Zij nemen preventieve maatregelen, zoals het gebruik van lekbakken om mogelijke brandstoflekken te vermijden, informatieverstrekking aan de buurtbewoners bij aanvang van een werf, de behandeling van eventuele klachten of het gebruik van minder luidruchtige machines.
Lekken van hydraulische en smeringssystemen kunnen een milieurisico vormen, aangezien de ophoping van toxische vloeistoffen in de natuur schadelijk is. Om dit risico tegen te gaan, gebruikt DEME systematisch biologisch afbreekbare olie en vetten op al haar drijvend materieel.
Het is belangrijk dat de onderaannemers en leveranciers van DEME worden betrokken bij het beheer van de milieurisico's, aangezien hun activiteiten een weerslag kunnen hebben op de reputatie van DEME. In dit kader hebben wij met name een analyse gemaakt van onze toeleveringsketen, met een focus op de broeikasgasvoetafdruk van een windparkproject.
2
In het sociale en het personeelsdomein hebben wij de volgende thema's als wezenlijk gedefinieerd voor onze verschillende activiteiten:
Diversiteit en gelijke kansen zijn diep verankerd in het human resourcesbeleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. De entiteiten benadrukken in hun werking waarden zoals eerbied voor de anderen, een geest van samenwerking en openheid, motivatie, betrouwbaarheid, integriteit, klantgerichtheid (kwaliteit, flexibiliteit), professionalisme en veiligheid.
Wij hebben de uitdrukkelijke ambitie om mannen en vrouwen met gelijke competenties dezelfde kansen te
geven, ongeacht hun nationaliteit of afkomst. De bouwwereld is uiteraard traditioneel mannelijk en vrouwen met een technische opleiding zijn verhoudingsgewijs nog te schaars op de arbeidsmarkt. Toch bekleden meer en meer vrouwen (hoewel ze een minderheid blijven) in de entiteiten functies in het management, als ingenieurs, project- of werfleider.
Bij de aanwerving van het personeel – bedienden en arbeiders – wordt uitsluitend rekening gehouden met de voor de functie vereiste competenties en met het potentieel van de kandidaat, zonder de minste discriminatie op basis van bijvoorbeeld gender, nationaliteit of huidskleur.
Het non-discriminatiebeleid van de entiteiten beperkt zich niet tot de aanwerving. Het geldt ook voor de kansen op promotie, opleiding en interne mobiliteit en op het vlak van verloning en sociale voordelen.
De aandacht voor veiligheid zit in het DNA van de groep want elk ongeval is er een te veel! Die aandacht komt in een groot aantal maatregelen tot uiting:
■ Bewustmaking – ze omvat de herinnering aan de veiligheidsvoorschriften in de kantoren, het uithangen van borden met
veiligheidsinstructies op de werven of de Safety Day, een volledige dag in het teken van de veiligheid in alle entiteiten.
■ Veiligheid van de uitrustingen – de aankoop van nieuw materieel en meer gepaste, effectievere persoonlijke beschermingsmiddelen (sterkere handschoenen tegen snijwonden, helmen met veiligheidsvizier, meer betrouwbare, comfortabele harnassen voor het hoogtewerk, …) en de periodieke controle van deze uitrustingen.
Tijdens deze boeiende dag kwamen zeer uiteenlopende aspecten van de veiligheid aan bod. Enkele voorbeelden?
De zetel van CFE legde de nadruk op de verkeersveiligheid, met een 'tonauto' – een auto die om zijn eigen as tolt. Een onvergetelijke ervaring voor de durvers die de proef op de som namen en nu weten hoe goed de veiligheidsgordel hen beschermt!
Ook voor de 'aannemers' werd het een erg leerrijke dag: Amart en BPC spelden de '5S': Scheiden, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren, Standhouden, een systeem dat op de bouwwerf even praktisch is als op kantoor. MBG nodigde al haar medewerkers uit om deel te nemen aan interactieve workshops met verschillende thema's. CLE toonde indrukwekkende video's, geïnspireerd door de ongevallen van 2017, om het belang van het gebruik van passende persoonlijke beschermingsmidelen in de verf te zetten. CFE Polska gaf de veiligheidsbril de hoofdrol in een film, de groep Van Laere maakte van de gelegenheid gebruik om 'Visie Zero' te lanceren, haar campagne voor zero ongevallen, en Laminated Timber Solutions liet de deelnemers een rolbrug besturen. Tot slot waren er ter gelegenheid van de Safety Day verscheidene bezoeken van het management bij Druart, VMA en MOBIX Remacom, dat zijn gasten meenam op een nachtelijke wandeling op de sporen van het station van Schaarbeek!
■ Prikkels – bijvoorbeeld een premie als er in het kwartaal geen enkel ongeval gebeurd is, om de naleving van de veiligheidsprocedures te bevorderen en te belonen.
Veel maatregelen bewijzen ook het belang dat wordt gehecht aan de gezondheid en aan de voordelen van een goede leefhygiëne met een gezonde voeding, van lichaamsbeweging of het stoppen
met roken. De medewerkers worden bijvoorbeeld aangemoedigd om deel te nemen aan sportchallenges en aan het FitBees-programma, een door professionals geleid extern initiatief dat de gezondheid van de werknemer op een ludieke manier benadert. Sommige entiteiten bieden ook medische onderzoeken of griepvaccinaties aan.
De aandacht voor het welzijn van de medewerkers blijkt eveneens uit verbeteringen van de arbeidsomstandigheden, zoals de ergonomische inrichting van de kantoren en de werven, en uit diverse opleidingen en initiatieven om een goede sfeer te versterken, stress te verminderen en burn-out te voorkomen.
De 'Best Practice Awards' gaan uit van het principe dat goede ideeën er zijn om te worden gedeeld. De reis naar Londen met de winnaars van de eerste editie van deze wedstrijd heeft dat helemaal bevestigd. De drie dagen waren niet alleen rijk aan inspirerende bezoeken en ontdekkingen maar ook een gelegenheid om nieuwe banden te smeden tussen de deelnemers, die elkaars activiteiten beter leerden kennen. Achteraf zagen ze elkaar terug en hebben ze verscheidene zeer concrete initiatieven genomen voor het delen van kennis tussen de winnende entiteiten.
Een recruiter kan talenten identificeren bij kandidaten die niet noodzakelijk de gezochte specifieke kwalificaties bezitten, en hen ondanks dat gemis toch aanwerven. Zo ging het bij Louis Stevens & Co, dat met een schaarste aan glasvezellassers kampte. Het probleem is dat nieuwkomers zich vaak laten ontmoedigen door de complexiteit van het werk. Het bedrijf vond de oplossing: een opleiding van twee weken die de ontmoediging en de opgaven van vroeger vermijdt. Een succesvol initiatief.
De cluster MOBIX zal meer dan ooit op de opleidingen mikken en opent daartoe in 2019 een centrum. Zijn originaliteit? Pas gepensioneerde collega's zullen er hun enorme ervaring in de assemblage (van met name hoogspanningslijnen) en spoorwerken delen.
Bij MBG leidt een recent gepensioneerde directeur der werken de MBG Academy, die jonge projectleiders en -ingenieurs aan de hand van concrete praktijkgevallen 'de kneepjes van het vak' bijbrengt.
Naast de coaching van nieuwkomers, de opleidingen in de veiligheid en de specifieke technische opleidingen voor de verschillende vakspecialiteiten, bieden de twee divisies hun medewerkers een ruime waaier van opleidingen aan: leadership en coaching, communicatie, financiën, projectbeheer, beheer van onderaannemers, onderhandelen met leveranciers, juridische aspecten, informaticaveiligheid en boekhouding. Bovendien worden in de verschillende entiteiten talen aangeleerd of geperfectioneerd en zijn er initiatieven en opleidingen in verband met onder meer het milieu, de hygiëne, de gezondheid (voeding, sport) en de preventie van burn-out (de symptomen herkennen, tools invoeren).
Deze opleidingen worden ofwel intern, ofwel in samenwerking met externe organismen aangeboden. In sommige gevallen worden nieuwe
studies (boekhouding, management, …) gefinancierd.
De bouwberoepen blijven innoveren, een fenomeen dat de jongste jaren nog versnelt en uitbreiding neemt. Innovatie heeft niet alleen betrekking op de technieken, machines, gereedschappen en materialen maar ook op de globale processen voor het beheer van projecten en werven, zoals 'Lean Management', en BIM (Building Information Modeling), die een optimale efficiëntie verzekeren. Al die aspecten komen aan bod in de verschillende opleidingen, te beginnen met die in de digitale technologieën.
Het primordiale belang van de menselijke factor komt onder meer tot uiting in de goede betrekkingen met de vertegenwoordigers van de sociale partners. Het zijn constructieve en open betrekkingen, gekenmerkt door een streven naar dialoog en transparantie.
georganiseerd, samengesteld uit een halve dag die de werknemers op hun jaarlijkse verlof afstaan en een halve dag die het bedrijf schenkt. Het doel? Op een heel concrete manier hulp verlenen aan de vzw L'Escalpade, die fondsen verzamelt voor de bouw van een kleuterschool, een basisschool, een middelbare school en een dagcentrum voor jonge volwassenen, allemaal bestemd voor mensen met een ernstige handicap.
Op 1 juni 2018 begon een team van 12 medewerkers aan een intense dag van tuinieren en werkzaamheden rondom de lagere school. Het regende de hele dag, maar zelfs dat kon de motivatie niet blussen! Iedereen was opgetogen over het initiatief, zowel de mensen van de vzw als het team zelf, dat aan de actie nieuwe banden tussen de collega's heeft overgehouden.
De vzw TADA (ToekomstAtelierdelAvenir) vangt jonge Brusselaars uit achtergestelde wijken op en maakt hen bewust van hun potentieel, in praktische workshops die door vrijwillige professionals (verpleegkundigen, slagers, advocaten, …) worden geleid. Een zestigtal kinderen heeft een hele dag op de burgerlijke bouwkunde werf 'Erasmus' van BPC doorgebracht. In diverse workshops (veiligheid, techniek, meten, …) ontdekten ze een werf in volle activiteit en verschillende beroepen van de sector. Een uiterst positieve ervaring!
Als internationale groep gelooft DEME stellig in een beleid van gelijke kansen en wordt dit binnen DEME bevorderd. Dit beleid, dat op eerbied en integriteit berust (een van de sleutelwaarden van STRIVE), moet al de werknemers de kans geven om carrière te maken in de groep, op voorwaarde dat zij de juiste kwalificaties, opleiding en ervaring bezitten.
DEME streeft doorlopend naar de verbetering van haar prestaties op het vlak van de veiligheid, de gezondheid en het milieu.
De volledige groep DEME voert op driemaandelijkse basis een HIPO (High Potential) analyse uit. De analyse brengt alle incidenten of zorgwekkende ontwikkelingen aan het licht die zo snel mogelijk moeten worden behandeld. Men kan bijvoorbeeld dankzij de analyse van de QHSE-incidenten tijdens het werk op zee, het hijsen, de grondwerken enzovoort, potentiële problemen onmiddellijk analyseren, waarna de directie en het QHSE-S-team de informatie gebruiken om een gericht actieplan op te stellen.
Daarnaast is een werkgroep 'Veiligheid' samengesteld met vertegenwoordigers van de maritieme activiteiten en van QHSE-S en met hijsspecialisten. Deze werkgroep bezoekt systematisch alle vaartuigen van de vloot om de nieuwe veiligheidsprocedures uit te leggen en de bemanning op te leiden.
DEME hecht ook veel belang aan de bewustmaking van haar medewerkers. DEME ontwikkelde daartoe het veiligheidsprogramma 'CHILD' (Colleagues Help Injuries to Leave DEME). Het omvat onder meer sessies voor de bewustmaking rond de veiligheid. DEME heeft ook een 'Veiligheidscharter' gelanceerd dat iedereen aanspoort om op de anderen te letten. Alle medewerkers werden uitgenodigd om het te ondertekenen.
Met haar stichting DEME4Life, werkt DEME actief mee aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties
DEME valoriseert de competenties door middel van een interne opleiding (die op intern ontwikkelde opleidingsmatrices gebaseerd is). Ze bevordert de loopbaantrajecten in de verschillende entiteiten en diensten van de groep, in nationale en internationale projecten. De verwerving en overdracht van (wetenschappelijke) expertise en het verkrijgen van opleidingscertificaten of vaarvergunningen dragen eveneens bij tot de valorisatie van de competenties in de groep.
In 2018 werkte DEME aan de invoering, de follow-up en de evaluatie van doelstellingen met betrekking tot de diensten, de ontwikkeling van technische en/of managementcompetenties en de algemene en specifieke opleidingsbehoeften.
Het heeft een op de competenties gebaseerde prestatiemeting op grote schaal uitgevoerd en de tool 'Time To' voor het volledige personeel uitgerold. Het opleidingsaanbod voor beginners (Basics4Starters) werd eveneens uitgebreid en het aanwervings- en integratiebeleid werd grondig geanalyseerd om een nieuwe benadering voor te stellen (integratieproces). Bovendien heeft men een gepland traject en persoonlijke coachingsessies
ingevoerd met het oog op de ontwikkeling van de soft skills (zoals basiscommunicatie, human resources voor juniors, oudere medewerkers en toekomstige leiders), met de nadruk op management- en leiderscompetenties. Tot slot werden een aantal initiatieven voor de perfectionering van het management verder uitgewerkt, zoals EPC, DEME 2020 enz.
De ondersteuning van de werknemers op het vlak van de sociale en personeels-kwesties wordt verzekerd met een op de HRpartners gebaseerde benadering en wordt actief beheerd door een team van partners en experts in human resources. In nauwe samenwerking met de directie en de sociale partners garanderen zij de rechtvaardigheid, de coherentie en de bestendigheid in de uitrol en de uitvoering van de beleidsregels en procedures in hun delen van de organisatie.
DEME garandeert ook de sociale dialoog en het overleg. DEME is er meer bepaald van overtuigd dat de sociale dialoog en de open communicatie tussen de werknemers en de directie essentieel zijn voor de goede uitvoering en het succes van al haar activiteiten.
Om effectief te zijn, wordt de sociale dialoog georganiseerd en gevoerd in overeenstemming met de lokale wetten en reglementen van de landen waar zij werken. DEME steunt in dit opzicht een open en constructieve dialoog die optimale en veilige arbeidsomstandigheden oplevert, en de invoering van een eerlijk beleid inzake de arbeidsvoorwaarden.
Iets terugdoen voor de gemeenschap is altijd een belangrijk aspect geweest van de cultuur van DEME.
Met haar stichting DEME4Life, werkt DEME actief mee aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Het kiest daarbij voor sterke partnerships met liefdadigheidsinstellingen en ngo's voor de verbetering van de levenskwaliteit in de gemeenschappen waar DEME actief is.
Veel van deze initiatieven worden door de medewerkers zelf geleid. Ze blijven vaak jaren ter plekke terwijl ze lokale liefdadige organisaties steunen en met hen samenwerken.
Het beleid voor diversiteit en gelijke kansen dat de entiteiten voeren, bevordert de goede verstandhouding tussen medewerkers met een uiteenlopende achtergrond. Het onthaal van nieuwkomers, met onder meer een kennismaking met de collega's en een peterschap dat ettelijke maanden kan duren, geldt voor iedereen en vergemakkelijkt ieders vlotte integratie.
| CFE | DEME | Totaal | |
|---|---|---|---|
| 2016 | 3.276 | 4.476 | 7.752 |
| 2017 | 3.982 | 4.707 | 8.689 |
| 2018 | 3.524 | 5.074 | 8.598 |
| Totaal | 4.263 | 4.335 | 8.598 |
|---|---|---|---|
| DEME | 2.279 | 2.795 | 5.074 |
| CFE | 1.984 | 1.540 | 3.524 |
| 2018 | Arbeiders | Bedienden | Totaal |
| Arbeids overeenkomst van onbepaalde duur |
Arbeids overeenkomst van bepaalde duur |
Werk & studies |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| 2016 | 6.257 | 1.491 | 4 | 7.752 |
| 2017 | 7.733 | 949 | 7 | 8.689 |
| 2018 | 7.939 | 648 | 11 | 8.598 |
| Mannelijke bedienden |
Vrouwelijke bedienden |
Arbeiders | Arbeidsters | |
|---|---|---|---|---|
| 2016 | 2.893 | 895 | 3.910 | 54 |
| 2017 | 3.040 | 1.016 | 4.569 | 64 |
| 2018 | 3.272 | 1.064 | 4.201 | 61 |
| per schijf van 5 jaar | 2016 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|
| < 25 | 513 | 382 | 377 |
| 26-30 | 1.106 | 1.160 | 1.207 |
| 31-35 | 1.245 | 1.374 | 1.320 |
| 36-40 | 1.125 | 1.267 | 1.267 |
| 41-45 | 1.004 | 1.189 | 1.182 |
| 46-50 | 1.005 | 1.105 | 1.049 |
| 51-55 | 877 | 1.072 | 1.040 |
| 56-60 | 603 | 754 | 770 |
| > 60 | 274 | 386 | 386 |
| per schijf van 5 jaar | 2016 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|
| < 1 | 830 | 1.344 | 1.144 |
| 1-5 | 2.978 | 2.866 | 2.652 |
| 6-10 | 1.725 | 1.847 | 1.767 |
| 11-15 | 762 | 960 | 1.104 |
| 16-20 | 570 | 682 | 701 |
| 21-25 | 426 | 379 | 352 |
| > 25 | 461 | 611 | 878 |
| 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| Aantal dagen afwezigheid wegens ziekte | 69.031 | 70,954 | 70,871 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens arbeidsongeval |
4.454 | 4,109 | 4,488 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens ongeval op de weg naar/van het werk |
6 | 36 | 492 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte |
0 | 0 | 0 |
| Aantal gewerkte dagen | 1.745.799 | 1.824.046 | 1.892.886 |
| Afwezigheidsgraad | 4,21% | 4,12% | 4,01% |
VMA betreurt momenteel geen afwezigheden wegens burn-out. Maar in 2018 kon een medewerker na een afwezigheid om die reden weer aan het werk, dankzij een reeks heel open gesprekken en een aanpassing van zijn functie. Op die manier heeft VMA de medewerker geholpen om weer een actief leven te leiden. Het feit dat hij slechts enkele maanden meer moest werken voor hij met pensioen ging, maakte dat voor hem nog waardevoller. Een mooi voorbeeld van het belang dat CFE aan de menselijke factor hecht!
De inspanningen voor de bewustmaking rond een efficiënt beheer van de veiligheid en de naleving van de adviezen en procedures die eruit voortvloeien, zijn vruchtbaar gebleken: het aantal ernstige ongevallen is afgenomen en de ernstgraad bij CFE is met 0,49 historisch laag. Sommige dochterondernemingen kunnen zelfs prat gaan op 'zero ongevallen'. En natuurlijk is iedereen bij CFE vastberaden om de inspanningen voort te zetten en het aantal ongevallen in de volgende jaren verder te verminderen.
Ook het welzijn op het werk was een aandachtspunt in 2018. In dit verband vermelden we onder meer de campagne 'Energy – Be Well, Build Well', die in september 2018 door de entiteiten van BPC werd gelanceerd. Ze had tot doel om vanaf het begin van 2019 een beleid voor welzijn en voor de preventie van burn-out in te voeren, met een enquête en praktische workshops. Bij MBG en VMA ging de aandacht naar de problematiek van de hervatting van het werk na een ziekteverlof wegens burn-out.
In veel entiteiten van CFE Contracting en Vastgoedontwikkeling werd een grootschalige peiling over het welzijn van de medewerkers gehouden. De resultaten van de peiling hebben aanleiding gegeven tot het opstellen van een actieplan met verschillende
facetten (lichamelijk, geestelijk, sociaal, …) om ieders welzijn verder te verbeteren.
Het delen van kennis tussen de entiteiten heeft het mogelijk gemaakt om met voorrang de interne competenties van de groep aan te wenden voor de behoeften van de projecten en de werven. De digitalisatie speelt een belangrijke rol in de uitwisseling van informatie tussen collega's. Het digitale platform dat met dat doel in 2017 werd gelanceerd, werd in 2018 verder geoptimaliseerd, om de informatie nog beter te doen doorstromen tussen de verschillende diensten en entiteiten. Het is nu bij CFE Contracting een kostbare troef voor de uitwisseling van ervaring en goede praktijken, die een belangrijke rol spelen.
In 2018 noteren we een stijging met 8,5% van het aantal opleidingsuren per medewerker voor de volledige groep CFE (incl. DEME).
| In aantal uren per soort opleiding |
Totaal 2017 |
Totaal 2018 |
|---|---|---|
| Technieken | 44.029 | 56.785 |
| Hygiëne en veiligheid |
55.325 | 41.912 |
| Milieu | 1.581 | 1.062 |
| Management | 12.235 | 16.192 |
| Informatica | 6.899 | 10.850 |
| Adm/Boekh/ Beheer/Jur. |
13.029 | 13.499 |
| Talen | 3.484 | 6.289 |
| Diversiteit | 64 | 326 |
| Andere | 6.808 | 7.409 |
| Totaal opleidingsuren |
143.454 | 154.324 |
| Totaal opleidingsuren per medewerker |
16,5 | 17,9 |
Als binnen een dienst een goede sfeer heerst, is het normaal dat collega's elkaar een handje helpen. Het bijzondere in dit geval is dat de twee collega's niet op dezelfde dienst werken: de een is werfleider bij BPC, de ander Tender Manager bij VMA Druart (HVAC). Maar ze leerden elkaar in 2018 kennen en waarderen tijdens de opleiding die CFE Contracting in de Vlerick Business School organiseerde. Resultaat: de collega van VMA Druart aarzelde geen ogenblik om zijn nieuwe vriend bij BPC te helpen toen die op de werf Tivoli met een probleem zat. Het was snel opgelost!
Er was ook samenwerking tussen MOBIX Remacom en VMA, toen de project manager van VMA de directeur van Remacom hielp met het uitrusten van de spoorwegkranen met intelligente camera's, die de veiligheid van de arbeiders van Remacom tijdens nachtwerk verbeteren.
Het programma 'Together for Mobility' van DEME wil weerwerk bieden tegen de toenemende last van het pendelen, dat een weerslag heeft op de aanwerving en het behoud van personeel.
Voor de kantoren in de Benelux mikte de aanpassing op gereglementeerde arbeidsstelsels die losstaan van uur en plaats. Een positieve sociale dialoog bevorderde de realisatie van het project.
Het arbeidsbeleid werd in dit verband volledig gericht op:
de invoering van verscheidene satellietkantoren in Vlaanderen en Brussel,
de mogelijkheid van gereglementeerd telewerk,
Voor de andere kantoren in Europa wordt in voorkomend geval een soortgelijke flexibiliteit van de uren en de werkplek overwogen.
In 2018 heeft DEME samengewerkt met Mercy Ships, een humanitaire organisatie die in Afrika met het grootste particuliere hospitaalschip ter wereld gratis operaties aanbiedt, medische behandelingen en opleidingen voor artsen. Dit is de grootste samenwerking in de geschiedenis van DEME4Life. Daarnaast steunt DEME diverse initiatieven op andere continenten, onder meer in India en Vietnam.
Hoogtewerk, het verticale vervoer van lasten, het gebruik van machines of het werk aan elektrische installaties scheppen gevaarlijke situaties. De risico's in dergelijke situaties (elektrische schok, val, verwondingen enz.) bedreigen niet alleen de gezondheid van onze medewerkers maar ook de reputatie van CFE. Deze activiteiten zijn echter onvermijdelijk, want ze zijn inherent aan de
vakspecialiteiten van de bouw en van de speciale technieken.
Om deze risico's te beperken, zorgt CFE ervoor dat de hiërarchie ze kent en zich er volledig van bewust is van bij de start van elke werf, zodat ze een veilige werkomgeving tot stand kan brengen. Zodra er een probleem oprijst, kan men onmiddellijk gepaste maatregelen nemen. Voorbeelden van maatregelen zijn inspecties van de werven, de bezorging van informatie door de teams op de bouwplaats aan hun verantwoordelijken of de onmiddellijke melding van nieuwe risico's via de smartphone-app 'Veiligheid'.
Gender- en culturele diversiteit kunnen spanningen scheppen tussen de werknemers van de groep. Deze spanningen kunnen op hun beurt communicatie- en organisatieproblemen tussen de werknemers veroorzaken die de activiteiten van CFE belemmeren.
De entiteiten van de twee divisies gaan dit tegen door kordaat stelling te nemen inzake diversiteit en elke vorm van onverdraagzaamheid te verwerpen. Als er een geschil ontstaat, worden de betrokkenen met elkaar geconfronteerd en uitgenodigd om weer te leren met elkaar te communiceren.
Afhankelijk van de behoeften kan men ook specifieke concrete maatregelen nemen. Zo kan elke medewerker met een probleem een vertrouwenspersoon raadplegen. Wij organiseren ook brainstorming- en opleidingssessies voor de werfen projectleiders rond het thema 'Samenwerken'.
De aanwerving en de toewijzing van een groot aantal vacatures zijn noodzakelijk voor de realisatie van de geplande groei. DEME rekruteert in een zeer concurrerende arbeidsmarkt en is op zoek naar een aanzienlijk aantal profielen waarvoor het marktaanbod zeldzaam kan zijn en onderhevig is aan interne en externe concurrentie binnen haar sectoren. De kwaliteit en snelheid van internationale sourcing, werving en integratie, zelfs in deze zeldzame markt, blijft de sleutel tot duurzame levering en succes. Na het tempo van sourcing en werving en de kwaliteit van voorgaande jaren te hebben aangetoond, blijven we erop vertrouwen dat de kracht van ons employer brand en ons werkaanbod
de verwezenlijking van de verwachte inspanningen zal ondersteunen.
Een slecht behoud en een slechte consolidatie van de aanwerving van personeel kunnen aanleiding geven tot vertrek en tot een grotere personeelsrotatie, met schadelijke gevolgen voor de knowhow en de algehele expertise van de groep.
Om dit te vermijden, concentreert DEME zich op de opleiding van haar werknemers, hun loopbaanevolutie, hun welzijn en hun ontplooiing binnen de groep.
In overeenstemming met haar behoeften op het gebied van sourcing, rekrutering en retentie in een zeldzame en zeer concurrerende markt, blijft het streven naar internationalisering en diversificatie van het personeel een cruciale succesfactor in het voldoen aan de behoeften van toekomstige werkgelegenheid.
Een duurzaam en constructief sociaal klimaat en het nastreven van een open dialoog met werknemers en werknemersvertegenwoordigers dragen positief bij aan de continuïteit van DEME's activiteiten.
De eerbiediging van de mensenrechten is een van de fundamentele waarden die aan de basis liggen van het algemene beleid van de divisies Contracting en Vastgoedontwikkeling, zowel in België als internationaal.
Ze uit zich in een beleid met een specifieke op de integriteit van de medewerkers gerichte gedragscode als algemeen kader, waarvan de toepassing door individuele informatie en interne audits wordt verzekerd.
In de aanwerving maar ook in bijvoorbeeld de dagelijkse werkrelaties en de opportuniteiten voor opleiding, interne mobiliteit of promotie, is elke discriminatie op grond van gender, leeftijd, nationaliteit, afkomst, overtuiging of handicap verboden. Het algemene beleid omvat ook de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de privacy van de medewerkers, wat in
de dochterondernemingen tot uiting komt in maatregelen op het vlak van de informatica, om de veiligheid van de persoonsgegevens van de medewerkers te verzekeren.
Ook de aandacht voor het milieubehoud past in het kader van dit beleid, zowel vanwege zijn mondiale impact op het maatschappelijke vlak als uit respect voor de werknemers.
Dit algemene beleid wordt ook weerspiegeld in de contractuele bepalingen met de onderaannemers, bepalingen die de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de mensenrechten eisen. Bij de selectie van buitenlandse onderaannemers worden de vereiste controles uitgevoerd, bijvoorbeeld inzake de sociale zekerheid en de betaling van het minimumloon.
De basis van het
complianceprogramma van DEME is de gedragscode inzake ethiek en integriteit. Deze code weerspiegelt de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem STRIVE:
Security, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation and Environment (veiligheid, technisch leiderschap, respect en integriteit, innovatie, waardecreatie en milieu).
Naast de naleving van de wet, een conditio sine qua non, zijn respect en integriteit van het allergrootste belang voor alle mensen van DEME, en iedereen die met DEME wil samenwerken, moet dezelfde normen respecteren.
Alle personeelsleden van DEME worden billijk behandeld, met waardigheid en respect, ongeacht hun persoonlijke kenmerken zoals geloof, nationale of etnische afkomst, cultuur, godsdienst, leeftijd, gender en seksuele geaardheid, geestelijke of lichamelijke vermogens. DEME biedt een werkplek aan waar alle werknemers billijk en zonder discriminatie worden behandeld.
De groep eerbiedigt en beschermt de mensenrechten in het algemeen, samen met de fundamentele rechten en vrijheden zoals ze in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties gedefinieerd zijn. DEME zal nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of verplichte arbeid of mensenhandel tolereren.
VERSLAG OVER DE NIET-FINANCIËLE INDICATOREN \ RESPECT VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS
3
De divisies Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben tot op heden geen enkele inbreuk op hun mensenrechtenbeleid vastgesteld. Wij hebben echter enkele gevallen gehad van werknemers van onderaannemers van wie de status niet in regel met de wet was. In dat verband werden concrete maatregelen genomen zoals, bij een herhaling van het probleem, de inschrijving op een 'zwarte lijst' van onderaannemers die door de aankoopdiensten van de verschillende dochterondernemingen wordt gedeeld. De status van de werknemers wordt trouwens systematisch op de werven gecontroleerd.
De toepassing van ons beleid heeft ervoor gezorgd dat al onze partners zich bewust zijn van het belang van de eerbiediging van de mensenrechten en dat zij weten hoe en waar zij eventuele inbreuken kunnen melden.
De vakspecialiteiten van de twee divsies, Contracting en Vastgoedontwikkeling, impliceren het werken met onderaannemers, leveranciers en partners die niet noodzakelijk de waarden van CFE met betrekking tot de mensenrechten delen. Het verzuim van een of meer onderaannemers, leveranciers of partners om de mensenrechten te eerbiedigen, kan echter ernstige gevolgen hebben voor het imago van de groep. Daarom neemt CFE verschillende maatregelen om deze risico's te voorkomen. Deze maatregelen spelen op verscheidene niveaus:
inzake de wettelijke verplichtingen en het welzijn;
■ Controle: Hij impliceert met name regelmatige werfinspecties, rapportage en audits. Entiteiten die vaststellen dat een onderaannemer de mensenrechten niet eerbiedigt, reageren kordaat.
De maatregelen voor doorlopende verbetering in het kader van het algemene human resourcesbeleid en het beleid voor de eerbiediging van de mensenrechten dragen eveneens bij tot de optimalisatie van het beheer van dit type risico's.
CFE is actief in veel landen met verschillende wetgevingen en met risicosituaties inzake de mensenrechten. De aanwezigheid van de groep in landen met een hoger risicoprofiel in termen van schendingen van de mensenrechten is een gevaar voor het imago van CFE.
De maatregelen om deze risico's te vermijden, zijn vergelijkbaar met de hierboven beschreven maatregelen tegen de risico's met betrekking tot onderaannemers, leveranciers en partners van CFE.
De door CFE opgestelde anticorruptiecode, die in 2018 werd bijgewerkt, is opgenomen in het beleid van de dochterondernemingen en richt zich tot alle medewerkers, ongeacht hun functie. Ze stelt duidelijk dat elke vorm van corruptie of corrupte praktijken, direct of indirect, verboden is, zowel op het niveau van de ondernemingen als op dat van de natuurlijke personen. Het is verboden 'een voordeel van om het even welke aard te vragen, te aanvaarden of te ontvangen om bepaalde handelingen te stellen in het kader van de functie (passieve corruptie)', maar ook 'een dergelijk voordeel aan te bieden of te geven opdat een persoon dergelijke handelingen zou stellen (actieve corruptie)'.
Om de effectiviteit en het goede begrip van de uitgevaardigde ethische regels te verzekeren, geeft de code concrete details met betrekking tot in commerciële relaties courante gewoonten, zoals voordelen, geschenken, voorrechten en blijken van gastvrijheid: ze preciseert wat wel
en niet toegelaten is, de grenzen die men moet respecteren enzovoort, rekening houdend met de nationale regels (van België en/of het betrokken vreemde land) en de internationale reglementeringen.
De entiteiten zetten zich ten volle in voor de eerbiediging van deze richtlijnen door hun medewerkers. Ze doen dat op verschillende manieren: via het onboardingsdocument dat nieuwkomers ontvangen, in gespreken met de werknemers en informatievergaderingen over dit thema, of ook nog door de Code onder het voltallige personeel te verspreiden en in het arbeidsreglement van de entiteit op te nemen.
DEME heeft een duidelijk beleid om al haar activiteiten integer uit te voeren en geen enkele vorm van corruptie te tolereren. Naast de Ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig complianceprogramma geïmplementeerd dat onder meer een uitgebreid anti-corruptiebeleid omvat. In het kader van het complianceprogramma is het anticorruptiebeleid opgenomen in het jaarlijkse programma voor de bewustmaking van de werknemers. Het beleid wordt bovendien aangevuld door specifieke procedures die zijn
effectiviteit in de dagelijkse werking verzekeren. De 'due diligence' van het beleid tegenover derden, het beleid voor de integriteit van de uitgaande betalingen en het beleid voor de toelevering tot en met de betaling van belangrijke derden, samen met een opleidingsprogramma voor het personeel dat bij dergelijke activiteiten betrokken is, dragen effectief bij aan de strijd tegen fraude en corruptie.
Het engagement van de dochterondernemingen en hun medewerkers, het ethisch besef en de wil om in een geest van samenwerking en vertrouwen te werken, samen met de invoering van een aantal interne procedures die de mogelijkheid van fraude en corruptie beperken, zijn stuk voor stuk elementen die een goede naleving van de bepalingen tegen fraude en corruptie hebben verzekerd. In 2018 werd geen enkele inbreuk op de regels gemeld.
DEME voert dagelijks 'due diligencescreenings' uit die gebaseerd zijn op de risico's van de belangrijke derde partijen, met het oog op een zo goed mogelijke detectie en preventie, in een zeer vroeg stadium, van risico's van fraude en corruptie. Daarnaast implementeert zij een klassikaal opleidingsprogramma voor haar personeel dat (waarschijnlijk) met situaties met hoog of hoger risico wordt geconfronteerd.
4
In de bouwsector staat vaak veel geld op het spel, is de concurrentie soms hard, vereisen veel projecten het gebruik van tijdelijke verenigingen en gaan ze gepaard met orders bij een groot aantal onderaannemers en leveranciers. Daarnaast kunnen de betrekkingen met de klanten samengaan met het geven of ontvangen van geschenken, blijken van gastvrijheid, uitnodigingen voor diverse manifestaties, enz. Dit alles kan situaties scheppen met risico's van 'uitschuivers' die als corruptie
worden beschouwd. De negatieve gevolgen van corruptie voor CFE en haar medewerkers (aantasting van de veiligheid en de gezondheid, wetsovertredingen, reputatieschade) moeten tot elke prijs worden voorkomen.
CFE voert een preventiebeleid om deze risico's te bestrijden. In de dochterondernemingen is een anti-corruptiecode ingevoerd die zowel de basisprincipes uiteenzet als de concrete maatregelen die men in de verschillende risicosituaties moet nemen. Daarnaast zijn de arbeidsreglementen op gemeenschappelijke ethische integriteitswaarden gebaseerd, nemen de dochterondernemingen concrete maatregelen om de toepassing van deze beginselen te verzekeren en voeren ze regelmatig audits en controles uit.
Het management eist ook dat de medewerkers hen zo snel mogelijk informeert over elk verdacht gedrag dat op een inbreuk op de anti-corruptiecode kan wijzen. Medewerkers die schuldig worden bevonden aan fraude of corruptie kunnen tuchtsancties oplopen die, afhankelijk van de feiten, tot ontslag wegens ernstige fout kunnen gaan.
DEME is wereldwijd actief, ook in landen met een hogere score op de 'corruptieperceptie-index'. Mogelijke situaties van corruptie vormen een
risico voor het imago van de groep. Daarom heeft DEME een 'duediligenceprocedure' ingevoerd, niet alleen voor dit type landen met hoog risico maar ook voor alle situaties waarin een verhoogd risico van fraude en corruptie bestaat.
Om te beginnen, raadt DEME aan om zo weinig mogelijk gebruik te maken van sponsors of agenten. Als dat niet kan worden vermeden, moeten deze partijen vooraf worden onderzocht, met een diepgang die afhangt van het risiconiveau. Daarnaast wordt er een follow-up uitgevoerd van de derden met wie er zaken worden gedaan. In de contracten zijn specifieke clausules opgenomen waarin de partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met het door DEME geëiste conformiteitsniveau. Ten slotte verzekert DEME zich ervan dat deze partijen het beleid en de procedures inzake corruptie effectief naleven.
Bovendien beperkt de groep deze risico's zoveel mogelijk aan de hand van beleidsregels en procedures die iedereen goed kent en die in het geheel van de organisatie worden toegepast. DEME biedt de kaderleden daartoe een specifieke opleiding aan, die hen leert om met volledige kennis van zaken corruptierisico's te beheersen.
CFE is een internationale en door haar geschiedenis, beroepen en organisatiestructuur zeer diverse groep.
De vrouwen en mannen die samen de projecten uitwerken en uitvoeren, zijn haar eerste rijkdom.
In deze context zijn de Raad van bestuur van CFE en de directiecomités van de divisies de motoren die de krachtige bedrijfscultuur elke dag versterken, in alle filialen en met een focus op de valorisatie van het bijdragepotentieel van elke medewerker, ongeacht zijn of haar gender, afkomst, leeftijd of beroepservaring.
De groep CFE is van mening dat het goede begrip van de organisatie en de activiteiten van het bedrijf wordt bevorderd wanneer de leden van de Raad van bestuur en executieve comité's diverse vaardigheden en opvattingen hebben. Het stelt leden in staat om op een constructieve manier strategische beslissingen uit te dagen, het bewustzijn van risicobeheer te vergroten en meer open te staan voor innovatieve ideeën.
De huidige Raad van bestuur van de groep CFE telt vier vrouwen en negen mannen.
Het huidige executief comité van CFE Contracting bestaat uit vijf mannen.
De directie van de ondersteunende functies van de groep en de centrale experts bestaat uit vijf vrouwen en drie mannen.
Het 'Steering Committee' van de divisie Vastgoedontwikkeling is samengesteld uit één vrouw en zes mannen.
In 2018 had DEME geen executief comité. In 2019 zal een executief comité worden samengesteld. Er is een directieteam dat uit één vrouw en zestien mannen bestaat.
De activiteiten van de holding hadden vooral betrekking op de concessies, de opvolging van de activiteiten van Rent-A-Port, de niet aan DIMCO overgedragen activiteiten in de burgerlijke bouwkunde en de niet aan CFE Contracting overgedragen internationale bouwactiviteiten.
De belangrijkste concessie, Green Offshore, heeft betrekking op de windparken van de Noordzee. De werken aan Rentel, die in 2018 volop actief waren, zullen dit boekjaar worden voltooid. Op het eind van het jaar begonnen de werken aan Seastar en Mermaid (samen 'SeaMade'), die in 2020 klaar zullen zijn.
Naast deze concessie in de offshore windparken heeft de groep CFE twee zeer belangrijke successen behaald. Het contract voor Neo 2, waarvoor CFE in een joint venture
met Cofinimmo tot 'preferred bidder' uitgeroepen werd, zal in 2019 definitief worden bekrachtigd. Het betreft de bouw van een hotel en een congrescentrum op de site van het toekomstige winkelcentrum Neo 1, op de Heizelvlakte in Brussel. De bouw van dit project, met Jean Nouvel als architect, zou in 2020-2021 moeten beginnen.
Het andere contract voor een publiekprivate samenwerking dat CFE won, heeft betrekking op de opdracht voor de modernisering van de openbare verlichting van Wallonië. Met Citelum en EDF Luminus als partners ondertekende de groep op 13 februari 2019 dit contract, dat ENGETEC, een dochteronderneming van CFE Contracting, in staat zal stellen om zich sterk te ontwikkelen in dit nieuwe segment.
Rent-A-Port is vooral in Vietnam en Oman actief. Het bedrijf legt zich toe op de studie, de ontwikkeling en het beheer van projecten voor havens en havenzones. Het beschikt ook over een filiaal, Rent-A-Port Green Energy, dat in de productie van hernieuwbare energie gespecialiseerd is en zich vooral in Wallonië wil positioneren.
In het kader van haar activiteiten voor de aanleg van havenzones verzekert het bedrijf de water- en elektriciteitsdistributie, de ophaling en verwerking van afval en de waterzuivering. In dit kader heeft Rent-A-Port in 2018 voornamelijk in Vietnam haar ontwikkeling voortgezet.
In het kader van haar samenwerking met de overheid van Haiphong kon Rent-A-Port haar valorisatie van terreinen versnellen. Op het einde van het boekjaar werd de helft van de activiteit elektriciteitsdistributie verkocht aan Tepco. De komst van dit belangrijke bedrijf op de site bewijst de belangstelling van de Japanners voor het volledige project dat Rent-A-Port samen met de Vietnamese activiteiten heeft ontwikkeld.
In het kader van de concessieovereenkomst die het Sultanaat Oman en het consortium 'Antwerp Port' hebben afgesloten (60% R-A-P en 40% IAI), is dat laatste belast met de aanleg van industrieterreinen op de site van Duqm, treedt het op als havenautoriteit en beheert en exploiteert het de terminals.
In 2018 steeg de omzet met meer dan 20%. Het staat nu vast dat de haven de toegangspoort zal worden voor de tankers die de oliesector van Oman bedienen. De haven heeft bovendien de meeste van haar terreinen verhuurd aan logistieke ondernemingen voor de oliesector en aan leveranciers van booruitrusting.
In 2019 zal de haven zich volledig focussen op de voltooiing van de bouw van alle basisinfrastructuur, zodat ze in 2020 volledig operationeel zal zijn.
Begin 2019 hebben CFE en Ackermans & van Haaren, die elk al 45% van het
kapitaal hielden, de aandelen van het historische management van het bedrijf verworven, zodat ze nu elk een participatie van 50% hebben.
CFE heeft haar activiteit in verscheidene landen voorgezet: in Sri Lanka, waar de door CFE International en Nizet Entreprise uitgevoerde werken definitief werden opgeleverd, in Roemenië, waar de werf van het ziekenhuis van Boekarest aan de klant werd opgeleverd, en in Algerije, waar het onderhoudscontract voor de maatschappelijke zetel van BNP tot tevredenheid van de klant werd voortgezet.
In Tsjaad heeft CFE International slechts een gedeelte van de betaling van haar belangrijke vordering voor het Grand Hôtel van N'Djamena ontvangen. Toch is er vooruitgang geboekt in de onderhandelingen tussen Afreximbank en de regering van Tsjaad met het oog op het vinden van een internationale
financiering die dit delicate dossier zou kunnen afsluiten.
De tweede fase van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid is met succes opgeleverd! Er is hard gewerkt op de werf van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid. In samenwerking met VINCI is de groep CFE-Nizet Entreprise erin geslaagd de tweede fase van het project in een recordtijd op te leveren. De opdrachtgever, de BMWB, feliciteerde het consortium, dat maandenlang 24 uur per dag heeft gewerkt om dit door de klant gevraagde hoogstandje waar te maken. Het geheel van de werken zal op 31 december 2020 worden opgeleverd. CFE-Nizet Entreprise en VINCI moeten nu een nieuwe fase van het project ontwikkelen terwijl ze de exploitatie van de al voltooide werken blijven verzekeren.
werd gerealiseerd voor hernieuwbare energieprojecten
Omzet Orderboek
Medewerkers
5.074
38 JAARVERSLAG 2018
DEME verhoogde haar omzet met 12,3%, naar 2.646 miljoen €, met een EBTIDA van 458,9 miljoen €. De activiteiten van onze dochterondernemingen GeoSea, Tideway, A2Sea en EverSea, die nu in de nieuwe organisatie DEME Offshore samengebracht zijn, hebben een wezenlijke bijdrage geleverd aan dit resultaat. Met een groot aantal uitgevoerde projecten en verscheidene nieuwe contracten presteerden we ook uitstekend op de baggermarkt. De start van drie mega-infrastructuurprojecten in Nederland heeft DIMCO een bijzonder druk jaar bezorgd.
Als mondiale leverancier van oplossingen kunnen wij een wezenlijke bijdrage leveren aan de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties. Met onze technologische expertise kunnen wij een leidersrol spelen in de aanpak van globale uitdagingen, zoals de stijgende zeespiegel, de toenemende wereldbevolking, de vermindering van de CO2-uitstoot, de schaarste aan minerale hulpbronnen en de vervuiling van rivieren en bodems. Daarnaast beheren wij onze activiteiten op een duurzame manier, blijven wij onze milieu-impact verder beperken en ontwikkelen wij technologische innovaties die een antwoord kunnen bieden op de klimaatuitdagingen van de toekomst.
Onze innovatieve baggerschepen hebben wereldwijd een waaier van uitdagende projecten gerealiseerd. In Azië, in een van de grootste landwinningsprojecten waaraan DEME ooit heeft deelgenomen, hadden wij op het eind van het jaar meer dan 80% van het project Tuas Terminal Phase 1 (TTP1) voltooid. Wij zijn goed op weg om het project in Singapore tegen eind 2020 af te ronden. In een joint venture hebben we een belangrijk contract gewonnen voor de modernisering van de Świnoujście – Szczecin-vaargeul in Polen.
Op de offshore energiemarkt hadden we een buitengewoon sterk jaar, met verscheidene uitdagende windmolenprojecten in Europa die met succes werden voltooid. Onze offshore installatieschepen waren volledig bezet in projecten als Rentel, Merkur en Hornsea Project One.
Global Sea Mineral Resources (GSR), DEME's specialist inzake diepzee-ontginning, onthulde de knollenverzamelaar 'Patania II'. Het pre-prototype is de opvolger van de 'Patania I', die in 2017 met succes werd getest tijdens een expeditie in de centrale Stille Oceaan. De 'Patania II' combineert het rupsbanddesign van het eerste 'Patania'-prototype met een zuigkop die polymetaalknollen op de zeebodem kan verzamelen. De robot zal tijdens een expeditie worden getest.
DEME Concessions heeft zowel offshore als op het land haar stempel op de sector gedrukt. De financiering van het offshore windmolenpark SeaMade in België en de Blankenburgverbinding in Nederland werd afgerond.
Dankzij haar ambitieuze investeringsprogramma voor de vloot neemt DEME het voortouw met enkele echt baanbrekende schepen. Het DP3-schip 'Living Stone', het meest geavanceerde kabellegschip ter wereld, kwam in 2018 de vloot versterken. DEME's nieuw zelfvarend DP2-hefvaartuig 'Apollo' maakte een spectaculair debuut in de vloot, met een project voor de ontmanteling van een platform in de Nederlandse sector van de Noordzee. Verscheidene nieuwe schepen zijn in aanbouw, zoals de krachtige cutterzuiger 'Spartacus', het offshore installatieschip van de nieuwe generatie 'Orion' en twee sleephopperzuigers.
Naar de toekomst is DEME uitstekend geplaatst om successen te blijven boeken. Dit jaar zijn in onze bagger- en offshoreactiviteiten belangrijke projecten van start gegaan. Ons orderboek en onze pipeline van aanbestedingen blijven sterk. Binnenkort zullen wij de hypermoderne sleephopperzuiger 'Bonny River' in onze vloot verwelkomen, opnieuw een hightech schip dat ons onophoudelijke streven naar innovatie illustreert. Wij blijven nieuwe opportuniteiten verkennen
om onze kennis en expertise in baggerwerken, offshore energie, waterbouwkunde en milieusanering te ontplooien.
LUC VANDENBULCKE CEO DEME NV
POOL BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA
2018 ILLUSTREERT HET STREVEN VAN DEME OM HAAR VLOOT VOORTDUREND TE VERBETEREN IN TERMEN VAN PRODUCTIVITEIT EN MILIEUPRESTATIES, EN OM HAAR ERVARING EN INNOVATIEVE OPLOSSINGEN IN TAL VAN BAGGER-, OFFSHORE ENERGIE, WATERBOUWKUNDE EN MILIEUPROJECTEN TOE TE PASSEN.
De dual-fuel sleephopperzuiger 'Scheldt River'
De gigantische snijkopzuiger 'Spartacus'
DEME is nu al de groenste operator in haar sector en de meeste van haar nieuwe schepen zijn uitgerust met 'dual-fuel' motoren, die zowel op Liquid Natural Gaz (LNG) als op diesel kunnen varen. De twee nieuwe dual-fuel sleephopperzuigers, de 'Minerva' van 3.500 m³ en de 'Scheldt River' van 8.400 m³, de eerste sleephopperzuigers met dual-fuel motoren ter wereld, zijn mteen aan het werk gegaan : 'Minerva' in Uruguay en 'Scheldt River' in Duitsland. In lijn met dit succes heeft DEME een nieuw schip in aanbouw met hetzelfde innovatieve design als het dual-fuel schip 'Scheldt River'. DEME bouwt ook een vaartuig met een hoppercapaciteit van 2.300 m³. Het compacte ontwerp verzekert een grote wendbaarheid en geoptimaliseerde baggerwerken in ondiep water.
In november demonstreerde de tewaterlating van de gigantische snijkopzuiger 'Spartacus' bij de scheepswerf Royal IHC in Nederland de centrale rol van innovatie in de onderneming. Dit schip zal operationeel zijn in het tweede semester van 2019. Met een geïnstalleerd vermogen van 44.180 kW is de 'Spartacus' een klasse apart, gewoonweg de krachtigste en milieuvriendelijkste snijkopzuiger die ooit gebouwd is. De vier hoofdmotoren kunnen met LNG, dieselolie voor de zeescheepvaart en zware stookolie werken. De 'Spartacus' onderscheidt zich met nog meer innovaties, zoals een systeem voor de terugwinning van restwarmte, een baggersturing die door één persoon kan worden bediend en een robuuste cutterladder die een baggerdiepte van 45 meter kan bereiken.
DEME zal ook de 15.000 m³ 'Bonny River' in ontvangst nemen, een sleephopperzuiger van de nieuwe generatie. Dit innovatieve vaartuig kan op zeer harde bodems en in meer dan 100 meter diep water baggeren.
Een ander zeer gespecialiseerd schip is de compacte 'Blanew',
POOL BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA
Installatieschip 'Orion'
Het multifunctioneel schip 'Living Stone'
een snijkopzuiger met elektrische aandrijving die speciaal ontworpen is voor baggerwerken in jachthavens, kanalen en meren. De 'Blanew' werd in 2018 in de vaart genomen en is al druk aan het werk in verscheidene Belgische jachthavens.
Tijdens een spectaculaire plechtigheid werd de 'Orion', DEME's gigantische nieuwe installatieschip van de nieuwe generatie, in november 2018 bij de Chinese scheepswerf COSCO Qidong te water gelaten en zal operationeel zijn begin 2020. De 'Orion' zal een ongeëvenaarde combinatie bieden van buitengewone transport- en laadcapaciteit, indrukwekkende hijshoogte en groene technologie. Met een hijskraan van 5.000 ton is het vaartuig klaar voor de toekomstige eisen van onze klanten en de trend naar krachtigere turbines en grotere windparken.
De 'Living Stone', het DP3-schip van DEME en een van de geavanceerdste multifunctionele schepen ter wereld, werd in 2018 in de vaart genomen. De 'Living Stone' heeft een uniek kabellegsysteem aan boord, met twee benedendekse kabelcarrousels met elk een capaciteit van 5.000 ton. Het systeem kan op een volledig nieuwe, innovatieve manier kabels installeren. In de wetenschap dat de offshore windsector de kosten wil drukken, heeft men een systeem ontworpen waarmee de 'Living Stone' tijdens het leggen van een eerste kabel al op het dek de installatie van een tweede kabel kan voorbereiden. Dit beperkt de tijd voor de voorbereiding van de kabels tot het minimum en spaart dus veel tijd en kosten uit.
DEME's nieuwe zelfvarende DP2 hefvaartuig 'Apollo' maakte een spectaculair debuut in de vloot met een project voor de ontmanteling van een platform in de Nederlandse sector van de Noordzee. Het installatieschip beschikt over uitzonderlijk lange vakwerkpoten, waarmee het in tot 65 meter diep water kan werken. De 'Apollo' zal worden ingezet in de offshore energiesector en zal vooral diensten leveren aan de olie- en gasindustrie, met een bijzondere nadruk op de installatie en ontmanteling van platformen.
42 JAARVERSLAG 2018
Tuas Terminal Phase 1 (TTP1) - Singapore
De innovatieve nieuwe en bestaande schepen van DEME werden in 2018 in alle windstreken in uiteenlopende uitdagende projecten ingezet.
In Azië hadden Dredging International Asia Pacific Pte Ltd (DIAP) en zijn Zuid-Koreaanse joint venture partner Daelim Industrial op het eind van het jaar meer dan 80% van het project Tuas Terminal Phase 1 (TTP1) voltooid, een van de grootste landwinningsprojecten waaraan DEME ooit heeft deelgenomen. Het project werd in 2015 door de Maritime and Ports Authority van Singapore aanbesteed. De bouw van de laatste van de 221 caissons die de toekomstige kaaimuur zullen vormen, werd zelfs met een voorsprong van vier maanden op de planning voltooid. DIAP is goed op weg om het project tegen eind 2020 af te ronden.
In Australië bracht Dredging International Australia Pty Ltd (DIAU) het Sunshine Coast Airport Expansion Project (SCAEP) tot een goed einde. Het project omvatte bagger- en landwinningswerken voor de fundering van een ongeveer 2.450 meter lange nieuwe startbaan. De sleephopperzuiger 'Nile River' baggerde meer dan 1,2 miljoen m³ zand, dat zonder gebruik van een boosterstation aan land werd gepompt.
In Afrika voerde DEME kustbeschermingswerken uit aan de kust van Cotonou in Benin. De werken bestreken het volledige jaar en zullen tot in 2019 lopen. Ze omvatten zandsuppletie met een totaal volume van 1 miljoen m³, oeverbeschermingswerken en de bouw van een golfbreker.
In maart voltooide DEME met succes haar eerste project in Sierra Leone. DEME nam deel aan een consortium voor de uitbreiding van de Freetown Terminal, die door de Franse groep Bolloré Transport & Logistics wordt uitgebaat. Het uitbreidingsproject omvatte de bouw van een 270 meter lange kaaimuur die de terminal voor grotere schepen bruikbaar maakt.
Kustbeschermingswerken in Nederland
Dichter bij huis was DEME uiterst actief in een aantal projecten op de grote rivieren van Noord-Europa. In België werkte het verder aan een reeks langlopende contracten voor onderhoudsbaggerwerken op de grote waterwegen en de Noordzee. De sleephopperzuiger 'Pallieter' voerde verscheidene onderhoudsbaggerwerken uit op de Schelde en in de vaargeulen naar de sluizen van de Antwerpse haven.
Nouvelle Route du Littoral - La Réunion
ONDERHOUDS-BAGGERWERKEN OP GROTE RIVIEREN
Na de geslaagde verdieping van de sectie Courval-Duclair van de Seine in Frankrijk focuste Société de Dragage International op de laatste fase van dit project. SDI werkt al sinds 2012 aan de verdieping van de Seine en heeft de vier belangrijkste fasen van dit uitdagende project in opdracht van de Grand Port Maritime de Rouen voltooid.
Nordsee Nassbagger- und Tiefbau (Nordsee), de Duitse dochteronderneming van DEME, verwierf in 2017 in een joint venture een contract van twee jaar voor onderhoudsbaggerwerken op de Elbe. Het werd met een jaar verlengd en loopt nu tot in 2020. DEME staat in voor het onderhoud van de 116 kilometer lange vaargeul van de Elbe tussen de Noordzee en Hamburg.
Verdieping van de Seine - Frankrijk
DEME zal in een joint venture de bouw- en baggerwerken voor de modernisering van de vaargeul Świnoujście - Szczecin in Polen ontwerpen en uitvoeren. De momenteel -10,5 m diepe vaargeul zal worden verdiept tot -12,5 m, zodat de haven van Szczecin schepen met een grotere diepgang zal kunnen ontvangen om haar concurrentiepositie in de Baltische Zee te vrijwaren.
Voor de 'Nouvelle Route du Littoral' in La Réunion heeft SDI baggerwerken, steenstortwerken en vulwerken uitgevoerd voor 48 zwaartekrachtfunderingen van het 5.400 meter lange viaduct.
DEME werkt nu in een joint venture aan de verdieping en het onderhoud van het Canal Martín García. Het kanaal ligt tussen Uruguay en Argentinië, in het noordelijke deel van de 50 kilometer brede riviermond van de Rio de la Plata. Het hoofddoel van het
Onderhoudswerken van het Canal Martin Garcia tussen Uruguay en Argentinië
baggerprogramma is de verdieping van het kanaal, dat vervolgens op een diepte van 34 voet zal worden gehouden.
Eind 2018 had DEME de baggerwerken voor het project Seabird Phase II in India bijna voltooid. Uiteindelijk zal men ongeveer 10 miljoen m³ materiaal hebben gebaggerd en waar mogelijk gerecycleerd. De bagger- en landwinningswerken en de werken voor bodemverbetering en oeverbescherming van het project worden uitgevoerd in een joint venture met Larsen & Toubro.
In Nederland gingen drie megaprojecten van start – de RijnlandRoute, de Nieuwe Sluis Terneuzen en de Blankenburgverbinding. Naast de civieltechnische werken, die door DEME Infra Marine Contractors (DIMCO) zullen worden uitgevoerd, omvatten de
A24 Blankenburgverbinding - Nederland
projecten ook grootschalige baggeren grondwerken.
DEME levert al het zand, meer dan 1 miljoen m³, voor het project Rijnland-Route. Voor de Nieuwe Sluis Terneuzen zal het baggerwerken en grondwerken op het vasteland uitvoeren. Een verbluffende 9 miljoen m³ materiaal moet worden gebaggerd. Het ontwerpen bouwproject zal tot in 2022 duren.
In oktober werd de financiering van de prestigieuze A24 Blankenburgverbinding afgerond. Rijkswaterstaat (het Nederlandse directoraat-generaal voor openbare werken en waterbeheer) gunde het project, een publiek-private samenwerking van 1 miljard euro, aan het consortium BAAK (DEME Concessions Infrastructure, Ballast Nedam en Macquarie Capital). De bagger- en vulwerken vertegenwoordigen ongeveer 1 miljoen m³ en de grondwerken op het vasteland ongeveer 2 miljoen m³. Het contract omvat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar.
Nog altijd in Nederland werkt de Vries & van de Wiel in een joint venture aan een landwinningsproject van 145 hectare voor de aanleg van een nieuw eiland, 'Strandeiland IJburg', waar Amsterdam een nieuwe woonwijk zal krijgen. In de tweede helft van het jaar leverde de Vries & van de Wiel meer dan 1 miljoen m³ zand voor het project. Wanneer alle fasen uitgevoerd zijn, zal het in totaal 12 miljoen m³ hebben geleverd.
Het offshore windpark Borkum Riffgrund 2 - Duitsland
Ook offshore heeft DEME het druk gehad, vooral dankzij een toenemend aantal projecten voor hernieuwbare energie.
Het offshore windpark Rentel in de Belgische Noordzee, goed voor 309 MW, werd met een voorsprong op de aanvankelijke planning volledig in bedrijf genomen en produceert volgens de verwachtingen. Rentel was een echte 'familiezaak'. Het onderstation van 1.200 ton werd geïnstalleerd door het kraanschip voor zwaar hijswerk 'Rambiz', nadat DEME met het installatievaartuig 'Innovation'
de monopile funderingen en de overgangsstukken had geplaatst. DEME legde bovendien de kabels binnen het park en de exportkabels. DEME heeft ook de turbines geïnstalleerd. Met een piekhoogte van 183 meter zijn ze tot nu toe de grootste windturbines in de Belgische Noordzee.
In de zomer installeerde het hefvaartuig 'Innovation' van DEME met succes 20 'suction bucket jackets' in het Duitse offshore windpark Borkum Riffgrund 2. De 'suction bucket jackets' wegen elk 950 ton en zijn 58 meter hoog. Het is de eerste keer dat Ørsted dit type fundering op een zo grote schaal in een van zijn windparken gebruikt. De voltooiing van het project bevestigde de sterke staat van dienst van DEME in de levering van innovatieve oplossingen voor offshore windparken. DEME is nu een van de weinige ondernemingen met een uitgebreide expertise in de installatie van suction bucket jackets.
Het kabellegschip 'Living Stone' met twee kabelbanen
In 2018 werkte DEME ook aan het grootste offshore windpark. Net op het einde van het jaar werd een belangrijke mijlpaal en een wereldprimeur gerealiseerd in het Hornsea Project One van Ørsted, met de voltooiing van de installatie van de exportkabel. Met een offshore exportkabel van in totaal 467 kilometer, ongeveer de afstand tussen Amsterdam en Hamburg, is dit de langste AC-exportkabel die ooit voor een windpark werd geïnstalleerd.
Wanneer Hornsea Project One in 2020 volledig operationeel is, zullen zijn 174 turbines voldoende schone elektriciteit voor meer dan een miljoen huishoudens produceren. Het enorme windpark was het eerste project van het nieuwe multifunctionele
Het offshore windpark Rentel in de Belgische Noordzee
kabellegschip 'Living Stone'. Met een capaciteit van 10.000 ton kabel en zijn baanbrekende systeem met twee kabelbanen kan de 'Living Stone' veel sneller kabels leggen
Naast de activiteiten in offshore windenergie, presteerde DEME sterk op de olie- en gasmarkt, dankzij nieuwe contracten en een efficiënte uitvoering van de projecten.
Het verkreeg een belangrijk contract van TransCanada voor een 700 kilometer lange onderzeese gaspijplijn die de Verenigde Staten met Mexico zal verbinden. Om de pijplijn van 42 inch te stabiliseren, werd ongeveer 200.000 ton gesteente aangebracht. In Bangladesh werd een eerste contract verkregen voor de Moheshkhali Floating LNG Terminal, de eerste LNG-importterminal van het land. DEME is ook de hoofdaannemer voor het steenstorten en de constructies op het vasteland van het project Baltic Gas
Knollenverzamelaar 'Patania II'
Interconnector, dat de gasnetten van Finland en Estland met elkaar verbindt.
Ook in het Midden-Oosten en Zuid-Afrika werden olie- en gasprojecten uitgevoerd.
De in het milieu gespecialiseerde dochterondernemingen van DEME – DEME Environmental Contractors (DEC), de Vries & van de Wiel en Ecoterres - spelen samen met hun partners een proactieve rol in het vinden en ontwikkelen van potentiële saneringsprojecten.
DEC is als hoofdaannemer verantwoordelijk voor alle sanerings- en infrastructuurwerken van het 66 ha grote Blue Gate-project. In Italië begonnen de werken aan een groot saneringsproject voor het baggeren van drie kanalen en de ontwatering van het baggermateriaal met behulp van een grondwasinstallatie van eigen
ontwerp in de staalfabriek van ILVA in Taranto. De saneringswerken van het project Esso Norge, een voormalige raffinaderij in de omgeving van het Noorse Tønsberg, werden in de loop van het jaar voortgezet.
Global Sea Mineral Resources, DEME's specialist in diepzee-ontginning, stelde in september 2018 het preprototype van haar innovatieve knollenverzamelaar 'Patania II' voor. De knollenverzamelaar begint dit
jaar aan zijn eerste expeditie in de exploratiegebieden van GSR en de BGR (Duitse) in het oostelijke deel van de Clarion Clipperton Zone midden in de Stille Zuidzee.
GSR werkt samen met de Universiteit Gent om de in-situ milieu-impact van de 'Patania II' te monitoren en cruciale ontwerpgegevens te verzamelen, zodat GSR de technologie kan bijsturen om de efficiëntie te verhogen en de impact tot het minimum te beperken. Verder zal een internationaal consortium van wetenschappers van het Europees gezamenlijk onderzoeksprogramma 'Gezonde en productieve zeeën en oceanen' instaan voor de onafhankelijke, transparante rapportering van bijkomende milieumetingen. Alle informatie in verband met het milieu zal openbaar gemaakt worden.
2018 werd gekenmerkt door een beduidende groei in alle bedrijfssegmenten en een sterke instroom van orders. Onze financiële prestatie was solide maar werd beïnvloed door een hoge kosteninflatie en aanzienlijke eenmalige kosten in verband met de inkrimping van de activiteit in Tunesië.
Nu Van Laere weer rendabel is, hebben wij een krachtig netwerk van gedecentraliseerde regionale entiteiten in de bouw, met de juiste omvang opdat het lokale management dicht bij zijn mensen en klanten zou staan en de markt goed zou kennen, maar ook met voldoende schaal om over toonaangevende ontwerp-, engineeringen uitvoeringscapaciteiten te beschikken.
Onze aanwezigheid op de markt wordt aangevuld door gespecialiseerde kleinere bouwbedrijven zoals Laminated Timber Solutions (LTS) voor houtbouwprojecten en Arthur Vandendorpe, een specialist in renovatie- en restauratieprojecten.
Beste praktijken en middelen worden vaak gedeeld tussen de entiteiten om samenwerking via werkgroepen op het vlak van aankoop, operationeel beheer, financiën, human resources, IT en digitalisatie te bevorderen.
Een klein aantal gespecialiseerde centrale experts versterkt de portefeuille met initiatieven voor het geheel van de onderneming of met specifieke expertise, geïllustreerd door de geslaagde voltooiing van verscheidene grote design, build, finance & maintenance projecten in 2018. In 2019 zullen wij deze expertise uitbouwen in de domeinen van de duurzame ontwikkeling en de digitale transformatie.
Onze activiteit Multitechnieken vervolgt haar succesvolle transformatie naar een op de eindmarkt gefocuste organisatie. Onder de naam VMA levert ze de markt specifieke, volledig geïntegreerde oplossingen, heeft ze een sterke lokale aanwezigheid en benut ze alle technische capaciteiten van de groep. Wij zullen deze strategie in de volgende jaren voortzetten met zowel organische ontwikkelingen, zoals onze nieuwe ViMAt Internet of Things-oplossing, als bijkomende externe groei, naar het voorbeeld van de zeer geslaagde overname en snelle integratie van P-Multitech in 2018.
Ook Mobix, onze activiteit Rail & Utilies, gaat met een nieuw managementteam boeiende tijden tegemoet. De verouderende infrastructuur, de zachte mobiliteit en de intelligente technologie zullen de vraag stimuleren, terwijl de klanten steeds vaker op zoek zijn naar sterke leveranciers die opgewassen zijn tegen deze
uitdagingen. Mobix positioneert zich meer en meer als een leverancier van geïntegreerde totaaloplossingen, dankzij eigen investeringen en een nauwe samenwerking met gespecialiseerde partners overal in Europa.
Met meer dan 1.320 miljoen € hebben wij een gezond orderboek in alle landen en bedrijfssegmenten. Als gevolg van de hoge materiaalinflatie en de toenemende schaarste aan kwaliteitsvolle onderaannemers, moeten de bouwprijzen in 2019 onvermijdelijk stijgen om de marges op peil te houden.
Toch kan CFE Contracting de nabije toekomst vol vertrouwen tegemoetzien.
De digitale innovatie, een geleidelijke trend naar duurzamere en efficiëntere bouwprocessen en hechtere samenwerkingen in de volledige waardeketen zullen onze sector in de volgende jaren geleidelijk aan beïnvloeden. Met onze sterke portefeuille en onze ambitie om een referentie in de aannemingswereld te zijn, bevinden wij ons in een goede positie om de uitdagingen aan te gaan.
Met NEO, Shape, LuWa en EnVes beschikken we nu al over een aantal grote meerjarencontracten in diverse bedrijfssegmenten, die onze activiteitenniveaus in de volgende jaren positief zullen beïnvloeden.
En de meer dan 200 nieuwe collega's die de verschillende entiteiten van CFE Contracting in de voorbije 12 maanden hebben versterkt, bewijzen dat wij een aantrekkelijke werkgever met een sterke cultuur zijn, een werkgever die begaafde en gepassioneerde mensen, ongeacht hun leeftijd, gender of afkomst, de juiste loopbaankansen aanbiedt, in een uiterst professionele maar toch ook heel menselijke omgeving.
RAYMUND TROST
CEO CFE CONTRACTING NV
2018 was voor CFE Contracting een goed gevuld jaar, zoals in 2017, waarbij zowel de entiteiten in België, het Groothertogdom Luxemburg als in Polen mooie resultaten konden optekenen. Er werd een lichte terugval van het orderboek genoteerd in Brussel terwijl er een stijging was in Vlaanderen en in mindere mate in Luxemburg. De nauwe samenwerking tussen de polen alsook de versterking van de capaciteiten binnen CFE Contracting, zoals de verdere integratie van Van Laere en het samenvoegen van de activiteiten Electro en HVAC onder de cluster VMA, zullen ertoe bijdragen dat CFE Contracting verder kan blijven groeien als een betrouwbare partner die haar gediversifieerde klanten totaaloplossingen aanreikt en samen op zoek gaat naar duurzame partnerships.
AZ Sint-Maarten - Mechelen
OP HET MENU, INNOVATIE EN KENNISDELING
MBG kende een druk jaar door de uitvoering van verschillende grote projecten zoals de bouw, in tijdelijke handelsvennootschap, van de complexe werf ZNA Cadix in het noorden van Antwerpen, de oplevering van het AZ Sint-Maarten ziekenhuis in Mechelen en de tijdige oplevering van de Antwerp Management School vóór de start van het nieuwe academiejaar. De zware renovatie en restauratie van de buitenschil van het oude goederenstation 'Gare Maritime' op de Tour & Taxi-site te Brussel werd afgewerkt en opgevolgd door de bouw van ongeveer 40.000 m² binnenvolumes in CLT (Cross Laminated Timber) en Glulam opgedeeld in een tiental units. Deze werken voor Extensa zullen verder geïntensifieerd worden in 2019. Verder werden de werken van het project Vier Fonteinen voor Matexi in Vilvoorde, de transformatie van de oude CM-site voor ION en Alides, het woonzorgcentrum De Linde te Waarschoot en assistentiewoningen voor Senior Homes te Rumbeke opgeleverd.
Antwerp Management School
De voorbije jaren zette MBG reeds grote stappen met betrekking tot operationele uitmuntendheid door onder meer de invoering van de ARPA-methodologie waarbij zowel management als werfteams ondergedompeld werden in de LEAN-methodiek. Het intensieve gebruik van softwarepakketten als BlueBeam, Revit, Aproplan en andere BIM pakketten op de bouwwerven hebben als doel de werven te ontzorgen en processen verder te stroomlijnen. Enkele apps werden ontwikkeld om ook de administratieve processen van veiligheidsrondgangen, incidentmeldingen en non-conformiteiten op werven te versnellen. In 2019 wil MBG zich vooral toespitsen op digitale collaboration tools zoals Sharepoint om kennisdeling binnen de entiteit te bevorderen. Om de processen omtrent kennis en procesoptimalisatie vlot te laten verlopen, werd er bij aanvang van het nieuwe jaar een kennismanager gerekruteerd.
Van Laere werd opnieuw winstgevend mede door het zorgvuldiger uitkiezen van de te volgen dossiers op basis van verschillende criteria. Zo vormden type klant, type contract, omvang van het project, regio en uitvoeringstermijn belangrijke factoren in het beslissingstraject. Door deze verscherpte focus noteert Van Laere een sterke groei samen met een goed gevuld orderboek. Daarnaast werd er nog meer aandacht geschonken aan de voorbereiding van het project
Gare Maritime - Brussel
Parking op de Brusselse site van Tour & Taxis
Restauratiewerken - Golfclub Knokke
en werd het contractmanagement verbeterd. Geschillen en/of bezorgdheden werden onmiddellijk in alle transparantie besproken, zowel met de betrokken bouwteampartners teneinde een win-win te creëren, als intern om de volledige kracht van Van Laere te kunnen benutten. Door deze maatregelen nam de omzet toe, verbeterden de resultaten en kan er een gezond orderboek genoteerd worden voor 2019. Op deze manier zal Van Laere een nog duurzamer bouwbedrijf worden in al zijn aspecten.
Belangrijke werven zijn de spoorverbreding Lijn 50A Brussel-Oostende voor Tuc Rail, de parking op de Brusselse site Tour & Taxis voor Extensa, de residentiële projecten 'Riva' voor Extensa en 'Elyssia' voor Cornerstones en Alides, 'Left' voor Vooruitzicht, 'Lovenjoel' voor Virix en de post op de Groenplaats voor Fico te Antwerpen. De deelname in de sluis van Terneuzen blijft tevens een belangrijk project.
De nieuwe managementstructuur had tevens een positieve impact bij Arthur Vandendorpe, gespecialiseerd in restauratie en renovatie. Een positief bedrijfsresultaat en onder andere de aanwerving van een Technisch-Commercieel directeur hebben er toe geleid dat het bedrijf zich na twee moeilijke jaren terug op het rechte pad bevindt. In 2019 zal vooral aandacht besteed worden aan de verdere uitbouw van zowel de commerciële als de uitvoeringafdeling. Het voorbije jaar voerde Arthur Vandendorpe onder meer de restauratiewerken uit aan een historische villa te Gent, de renovatie en restauratie van de barakken van de voormalige legersite te Zedelgem als de grondige renovatie van een herenhuis gelegen aan de prestigieuze Coupure te Gent.
De groep CFE behield in 2018 met de activiteiten van BPC en Amart een dominante plaats op de Brusselse
Eco-woonwijk 'Tivoli' te Laken
bouwmarkt. BPC leverde belangrijke projecten af zoals de ziekenhuisgroep Chirec, de renovatie van het kantoorgebouw van HD 54 (voor AXA), de twee Van Oost-scholen voor de gemeente Schaarbeek en de eerste fase van de scholen in Koekelberg voor de Vlaamse Gemeenschap.
De onderneming werkte ook verder aan een groot aantal openbare projecten, met als belangrijkste de bouw van het nieuwe Bordetziekenhuis in Anderlecht en het ondergrondse depot van de MIVB in Erasmus, Anderlecht. Veel projecten voor privéklanten zullen in 2019 aflopen, zoals de grote woonwijk Tivoli in Laken, het project Agora in Louvain-la-Neuve (met twee hotels, een seniorenresidentie en vier appartementsgebouwen), verscheidene appartementsgebouwen in Erasmus Gardens (Anderlecht) en het kantoorcentrum voor het China Belgium Technical Center in Louvain-la-Neuve.
BPC startte in 2018 verscheidene nieuwe bouwplaatsen, waaronder de kantoorgebouwen Arts 19 voor Cofinimmo, een opleidingscentrum voor Infrabel, de renovatie van de Lutgardis-school in Elsene, de feestzalen Boulodrome voor de gemeente Anderlecht en de Windekind-school in Molenbeek.
Het evenement van het jaar was ongetwijfeld de geslaagde afloop van de 4 jaar aanslepende procedure voor de gunning van de DBFM-opdracht voor de bouw van een congrescentrum met 6.500 plaatsen en een hotel met 250 kamers, die werd toegekend door de Stad Brussel aan het consortium van CFE en Cofinimmo. Dit door de Franse architect Jean Nouvel, in samenwerking met het bureau MDW, ontworpen project wordt de ideale aanvulling van NEO 1 dewelke de bouw omvat van 590 wooneenheden, een rusthuis, een kinderdagverblijf, 3.500 m² kantoren, een groot winkelcentrum en een recreatiepark.
Amart noteerde in 2018 de hoogste omzet in zijn geschiedenis en leverde belangrijke projecten af, zoals de gesloten ruwbouw van de toekomstige winkel van Primark aan de Elsensesteenweg voor Redevco Belgium, de uitbreiding van de kantoren van Arval voor Integrale, de verbouwing van kantoren voor Delta Lloyd en het wooncomplex voor Artone in Etterbeek. In 2018 begon Amart ook met de renovatie van het grote Brusselse winkelcentrum City 2, de zetel van Plastic Omnium in Evere, de renovatie van kantoren voor Befimmo en Les Berges de l'Argentine in Terhulpen voor Atenor. Daarnaast werkte Amart verder aan de bouw van verscheidene projecten voor privéklanten, waaronder appartementsgebouwen aan het station Kalevoet (Ukkel) voor BPI en een kantoorgebouw aan de Tervurenlaan voor AG Real Estate.
Erasmus Gardens - Anderlecht
Op het eind van het jaar werd beslist om de twee entiteiten, allebei met een goed gevuld orderboek en bekwaam personeel, samen te voegen door Amart, dat in 1973 werd opgericht, op te nemen in BPC. Dit zal in 2019 het aantal bedienden van BPC met ongeveer 30% verhogen en het aantal arbeiders met 15%. BPC is daarmee een onontkoombare speler op de Brusselse markt van de openbare en privéprojecten.
Het jaar 2018 werd ontegensprekelijk gekenmerkt door de gunning van het project Shape '2020' voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud gedurende 15 jaar van 600 woningen op de Navo-site in Casteau. In 2018 nam de activiteit van BPC Liège toe met 10% en voltooide de onderneming enkele grote projecten, zoals de bouw van het recreatiebad van Eupen en het internaat van Vielsalm. BPC Hainaut
CHC MontLégia - Luik
heeft de laatste hand gelegd aan de dagkliniek Notre Dame in Gosselies en aan de parking van de luchthaven van Charleroi.
Tot slot ging in de loop van het jaar een hele reeks nieuwe bouwplaatsen van start, zoals de aanlegwerken voor de luchthaven van Charleroi (BSCA), de restauratie en uitbreiding van de Grand Poste in Luik (met Meusinvest en IGE) en de bouw van een kantoorcomplex in Val Benoît (Luik), voor BPI en Immo Moury. Andere grote bouwplaatsen worden voorgezet: het Jonfossezwembad in Luik en het grote ziekenhuiscentrum CHC MontLégia, dat drie Luikse ziekenhuizen op dezelfde site zal verzamelen.
In het eerste semester van 2019 verwacht men verscheidene grote opdrachten, zoals de reconstructie van de site 'Bavière' in Luik en de DBM-opdracht voor Shape in Casteau. Ze beloven BPC Hainaut, BPC Liège en BPC Namur een forse groei vanaf 2020.
In het Groothertogdom Luxemburg kende CLE een sterke activiteit mede door de oplevering van verscheidene grote bouwprojecten zoals de scholencampus 'Vauban' voor het Ecole Lycée Français in Luxemburgstad, de brug langsheen de A13 nabij Dudelange en het gemengd project Glesener voor BPI Luxemburg. Deze laatste verkreeg in het laatste trimester van 2018 verschillende bouwvergunningen toegekend zoals het project 'Livingstone' aan de Route d'Esch te Bettembourg waardoor de activiteit van CLE er nu al voor 2019 veelbelovend uitziet. Het kantorenproject 'Naos' te Belval zal in 2019 worden opgeleverd alsook de bouw van de woontoren 'Aurea' te Differdange gaat in sneltempo verder. Daarnaast zal de entiteit zich verder richten op 2 nieuwe activiteiten, meer bepaald wegeninfrastructuur en houtbouw in samenwerking met LTS.
De Poolse economie en de bouwsector kenden een sterke groei in 2018 waardoor de omzet van CFE Polska sterk steeg. Doorheen de jaren bouwde CFE Polska een reputatie uit als stabiele en betrouwbare bouwpartner waardoor gerenommeerde internationale klanten trouw blijven kiezen voor de kwaliteit van deze entiteit. Dankzij de mooie referenties voegden nieuwe belangrijke klanten zich het voorbije jaar toe aan het lijstje. Ook de intense samenwerking met BPI werd verdergezet. Zo werden er twee residentiële projecten opgeleverd (Wola Libre in Warschau en fase 1 van Bulwary Ksiazece in Wroclaw) en vier nieuwe projecten opgestart waaronder fase 2 van Bulwary Ksiazece en Vilda Park in Poznań. Daarnaast startte de entiteit de bouw op van het prestigieuze project Riverview, gelegen aan de rivier in het oude stadsgedeelte Project 'Glesener 21'
Fase 1 van het project Bulwary Ksiazece - Wroclaw
Recreatiepark 'Holiday Park Kownaty'
van Gdansk. Dit project in opdracht van VASTINT, de vastgoedtak van de groep IKEA, omvat 282 appartementen met een LEED-certificatie (Leadership in Energy and Environmental Design) en dient midden 2019 opgeleverd te worden.
In de industriële sector voerde CFE Polska drie projecten uit op de site van Arcelor Mittal in Dabrow Gornicza, bouwde het een logistiek centrum voor diepvriesgroenten en -fruit voor Greenyard en leverde het projecten op voor onder meer Coca Cola, Konsortium Stal en Beaulieu. Bovendien kon de entiteit de eerste opdracht noteren voor Panattoni, marktleider voor de ontwikkeling van logistieke gebouwen in Polen. Ook de retail sector leverde mooie succesverhalen met onder meer de oplevering in een uiterst korte termijn van het shopping center 'Platan' in
Zabrze en de uitbreiding van het 'Atrium Redouta'-centrum in Warschau.
Het recreatiepark 'Holiday Park Kownaty' mocht zijn eerste bezoekers verwelkomen in september 2018. Uitbreidingen aan het park zoals de civiele werken voor de constructie van een houten roalercoaster worden verder uitgevoerd. Onder het motto 'Tevreden klanten keren steeds terug' bevestigde Momentum Capital & Studio 100 hun samenwerking met de opstart van een tweede pretpark 'Mayaland' in Polen. Met een goed gevuld orderboek biedt 2019 zeer mooie vooruitzichten.
Het Tunesische filiaal CTE werd geconfronteerd met moeilijke marktomstandigheden en een sociaaleconomisch klimaat die de resultaten zwaar aantasten waarna is besloten het activiteitenniveau gevoelig te verlagen.
Laminated Timber Solutions (LTS) zette zich in 2018 actief in op de verdere ontwikkeling van haar portefeuille. De focus werd enerzijds gelegd op de industriemarkt in de regio's West- & Oost-Vlaanderen, Henegouwen en Brussel en anderzijds op de projectmarkt zoals de bouw van scholen, kantoren en sportcomplexen. Om een duidelijke marketing te kunnen voeren, werden de drie entiteiten Korlam/Lamcol/Buildinx onder één merknaam gebracht, Laminated Timber Solutions. Verder werd er
Laminated Timber Solutions
vooral ingezet op de promotie van het product CLT (kruisgelaagdhout) door de opstart van een werkgroep 'Wood Works' binnen CFE Contracting en BPI. De eerste resultaten van deze samenwerking worden verwacht in 2019.
BENELMAT staat voor de interne materieeldienst van de Belgische en Luxemburgse bouwbedrijven van CFE Contracting. Het nieuwe depot in Gembloux en de wijziging in de managementstructuur bezorgden haar in 2018 een nieuwe dynamiek zowel op het vlak van technische bijstand naar de werven toe als de verdere ontwikkeling van de interne diensten. Het digitaliseren van het materieel alsook de verdere ontwikkeling van diensten die de opstart van werven kunnen vereenvoudigen, worden de actiepunten voor 2019.
HVAC-activiteiten uitgevoerd door VMA Druart
Binnen de cluster VMA werd er in 2018 een belangrijke stap gezet door alle elektriciteits- en automatiseringsactiviteiten samen te voegen met de HVAC-activiteiten van de groep. Door de entiteiten Druart onder te brengen in dit nieuwe geheel onder de naam VMA, is deze laatste nu voortaan in staat om totaaloplossingen aan te bieden aan haar klanten. De uitwerking van dit strategisch plan heeft zich in de loop van het voorbije jaar geconcretiseerd in het binnenhalen van nieuwe opdrachten zoals onder andere de technische installaties voor het project Tweed in Brussel, Twee Waters in Leuven en Plastic Omnium in Drogenbos. Mede hieraan gekoppeld werden de twee aparte supervisiesystemen samengevoegd tot één Building Management System onder de naam ViMAt ofwel VMA Internet of Things. Dit geïntegreerd systeem staat in voor het toezicht en het beheer van alle technische installaties in een gebouw vanuit een gecentraliseerd open source platform. Door middel van actieve koppelingen met andere installaties en diverse real time metingen zoals aanwezigheidsdetectie, temperatuurmetingen, vooropgestelde kalenders, licht- en zonmetingen… wordt de installatie optimaal afgeregeld. Dit voor zowel HVAC, elektrische installaties, sanitair, branddetectie, toegangscontrole, CCTV, …. Behalve een regeltechnische functie kan ViMAt ook data archiveren dat toelaat het energieverbruik in kaart te brengen, te analyseren en te optimaliseren.
Verdere geografische spreiding en sterke lokale aanwezigheid in de
verschillende regio's stond ook hoog op de prioriteiten agenda. Door de acquisitie van P-Multitech in Lint, werd VMA Antwerpen onder het doopvont gehouden. Deze nieuwe uitvalsbasis zal ons in staat stellen om de klanten gevestigd op de Antwerpse rechteroever beter te bedienen en van dichterbij verder op te volgen. Ook hier zorgde dit gebeuren voor een nieuwe dynamiek met een aantal mooie contracten die eind 2018 werden afgesloten en een gezonde groei verzekeren van deze nieuwe entiteit. Naast de lokale aanwezigheid werden alle activiteiten in zes 'Business Units' gegroepeerd zodat in de toekomst vanuit de acht operationele sites zoveel mogelijk activiteiten kunnen worden aangeboden aan onze eindklanten.
De grootste business unit blijft het gebouwensegment met weer enkele mooie realisaties zoals het nieuwe ZNA ziekenhuis te Antwerpen of het AZ Delta ziekenhuis te Roeselare, de nieuwe magazijnen en kantoren voor Nike te Laakdal alsook nieuwe bedrijfsfaciliteiten voor Punch Power te Sint-Truiden. Ook voor het IMEC EnergyVille project te Genk als de nieuwe kantoren voor BNP Paribas te Brussel werd op VMA gerekend.
Binnen de afdeling 'Automotive' is het van belang om de mondiale markttendensen binnen de snel veranderende automobielsector kort op te volgen en waar nodig de klanten internationaal te volgen. Accenten en type-projecten worden hierbij grotendeels bepaald door de eindklant wat een flexibele organisatie vereist. Het voorbije jaar zijn we zeer actief geweest in eigen land met de opbouw van de lijnen voor Audi voor de nieuwe elektrische wagen
alsook de uitbreidingen voor de succesmodellen van Volvo in Gent. In het buitenland hebben we voornamelijk voor Volvo in Charleston (USA), Porsche (Duitsland) en Jaguar Land Rover (UK) gewerkt. De gespannen internationale handelsrelaties tussen de US en China zorgden op het einde van het jaar voor de opschorting van bepaalde contracten. Ook hier heeft de vernieuwde VMA organisatie haar vruchten afgeworpen door de flexibele inzet van medewerkers op andere technologische uitdagingen voor nieuwe klanten.
Op de markt van het technische onderhoud van installaties kende be.Maintenance wederom een sterke groei zowel in omzetcijfer als in de uitbreiding van haar klantenportefeuille. Dankzij onder meer de nauwe samenwerking met de entiteiten binnen Contracting werden verscheidene grote projecten opgestart zoals het onderhoud van twee scholen en een sporthal in Brussel, gebouwd door BPC, het onderhoud van de technische installaties in de Brusselse metro die werden uitgevoerd door VMA Druart.
In Vlaanderen werd vooral de focus gelegd op de versterking van de operationele teams voor de contracten met MBG en Van Laere in het kader van het onderhoud van de 30 scholen die deel uit maken van het programma 'Scholen van Morgen'. Gezien de groei van de activiteit in de drie regio's, zal deze versterking verder worden uitgebouwd in 2019. Naast de vestigingen in Anderlecht, Muizen (Mechelen) en Charleroi, wordt er ook uitgekeken naar een locatie voor de regio Aalst-Gent.
De activiteit 'Track' zorgde voor correcte resultaten
Eind 2018 werd Mobix geboren. Mobix is de nieuwe groepsnaam voor de activiteiten van ENGEMA, Louis Stevens & Co, Remacom, Coghe en ENGETEC. Samen staan ze voor een jaaromzet van meer dan 70 miljoen euro en stellen ze bijna 600 medewerkers te werk voor heel België. Dit nieuwe geheel positioneerde zich reeds in 2017 als een multidisciplinaire aannemer voor de aanleg van sporen, signalisatie en bovenleidingen. De snel wijzigende omgeving die vraagt naar een meer geïntegreerde totaalaanpak, noodzaakt ook een andere interne structuur om zo beter aan de wensen van de klanten te kunnen beantwoorden. Hierdoor werd er de voorbije maanden vooral de focus gelegd aan het scherpstellen van de organisatie met de aanstelling van een nieuw management team teneinde te kunnen overgaan naar een geïntegreerde structuur die zulke totaaloplossingen aanreikt. Vanaf begin 2019 heeft Mobix twee divisies: enerzijds, de divisie Rail dewelke expertise biedt op het vlak van bovenleiding, signalisatie en de aanleg van spoorwegen, en anderzijds, de divisie Utilities dewelke gespecialiseerd is in het plaatsen van openbare verlichting, het aanleggen van distributienetwerken voor gas, hoog-, midden- en laagspanning.
Eind 2017 werd het spoorbedrijf Coghe overgenomen. De integratie verliep zoals verwacht en zorgde samen met Remacom voor correcte resultaten in de activiteit 'Track' gegenereerd door een betere bezettingsgraad van het zware materieel. Binnen de activiteit 'Seininrichting', startte ENGEMA en Louis Stevens & Co, samen met andere partners in tijdelijke handelsvennootschap, het ETCS niveau 2 project op voor de finale klant Infrabel. Verder werden er onder meer bovenleidings- en elektrificatiewerken uitgevoerd in Dudzele, Gent, Oostende, Brussel en Luik.
De vernieuwing van de raamcontracten bij ORES en de toewijzing (in consortium) van de PPS 'Plan Lumière 4.0.' wat de modernisering van de verlichting langsheen de autosnelwegen in het Waals Gewest betreft, zorgen voor een goed gevuld orderboek voor de volgende jaren. Het geloof in een sterk en veilige spooromgeving als duurzaam vervoersmiddel en de toenemende vraag van onze klanten naar een multidisciplinaire aanpak, blijven de fundamenten die verdere groei moeten mogelijk maken.
FRÉDÉRIC CLAES GEDELEGEERD BESTUURDER BPC NV
RAYMUND TROST GEDELEGEERD BESTUURDER CFE CONTRACTING NV
MANU COPPENS GEDELEGEERD BESTUURDER VAN DE GROEP VAN LAERE NV EXECUTIVE CHAIRMAN VAN MBG
FABIEN DE JONGE FINANCIEEL EN ADMINISTRATIEF DIRECTEUR VAN DE GROEP CFE
YVES WEYTS EXECUTIVE CHAIRMAN VAN VMA EN MOBIX
JAARVERSLAG 2018 65
POOL VASTGOEDONTWIKKELING
BPI viert dit jaar zijn 30-jarig jubileum. De kwaliteit van de projecten ontwikkeld in België, Luxemburg en Polen rechtvaardigt het enthousiasme van de medewerkers, gericht op een sterke waarde: klanttevredenheid.
Het jaar 2018 verliep in goede omstandigheden. Het nettoresultaat bedraagt meer dan 9 miljoen euro. Het bevestigt de uitmuntendheid van de keuzes die werden genomen door de projectontwikkelaar die meer en meer een leider in zijn vak wordt.
De rebranding die eind 2017 werd ingevoerd, verhoogde het imago van het bedrijf aanzienlijk en had een positief effect op de zichtbaarheid van de projecten op de markt. Deze nieuwe visuele identiteit wordt weerspiegeld in een nieuw logo, een nieuwe website en een grafisch huistijlhandboek dat gebruikelijk is in de drie landen waar BPI Real Estate actief is.
Symbool van deze nieuwe dynamiek en haar maatschappelijke betrokkenheid, verkreeg BPI in 2018, samen met Immobel, de Caïus-prijs voor het 'Mecenasbedrijf van het jaar' voor haar partnerschip met kunstenaar Denis Meyers voor het project 'Remember – Souvenir' te Elsene.
De ambitie om te anticiperen op de snelle evolutie van de 4.0-samenleving, die een significante invloed heeft op het denken over vastgoedontwikkeling, gaat door met enthousiasme. De taak van de projectontwikkelaar bestaat niet langer uit het ontwerpen van professionele ruimtes en huisvesting, ofwel hardware, maar na te denken over onroerend goed in een bredere omgeving om zo nieuwe gemeenschappen te creëren voor de toekomstige generaties. De ontwikkelaars worden bevoorrechte partners die software ontwikkelen om van deze uitdagingen een succes te maken.
Met haar financiële onafhankelijkheid, terwijl ze haar lidmaatschap tot de groep claimt, heeft BPI de financiële middelen om haar toekomstige ontwikkeling te verzekeren zonder een beroep te doen op haar moedermaatschappij. De historische kwaliteit van de resultaten van BPI en de professionaliteit van haar medewerkers hebben de beleggers en de financiële markten overtuigd.
2018 heeft het bedrijf in staat gesteld zich te positioneren op nieuwe grondposities in het Brussels Gewest, in Vlaanderen, in Polen en in Luxemburg. BPI benadert dus met vertrouwen de volgende jaren voor een goed gecontroleerde groei.
JACQUES LEFÈVRE CEO BPI REAL ESTATE
JAARVERSLAG 2018 67
Key West - Anderlecht
Grand-Poste - Luik
De ontwikkelingen in uitvoering in Brussel en de rest van het land hebben uiterst knappe resultaten geboekt: de verkoop vlot beter dan verwacht, zelfs op een markt met een nog altijd groot aanbod.
In het Brussels Gewest heeft BPI verder gewerkt aan de reconversie van de voormalige Solvay-site in Elsene. Na de geslaagde commercialisering van de eerste fase, Ernest the Garden, konden de gebouwen van de tweede fase, Ernest the Park, op de markt worden gebracht: 198 nieuwe wooneenheden die gedeeltelijk in juni en gedeeltelijk in december 2019 zullen worden opgeleverd. Op 31 december was meer dan 85% van deze wooneenheden verkocht! Het vorig jaar verkochte hotel is eveneens in aanbouw.
Ook het project 'Erasmus Gardens' in Anderlecht verloopt uitstekend. De twee eerste gebouwen werden in 2018 opgeleverd (met meer dan 90% van de wooneenheden verkocht), het derde
zal in het voorjaar van 2019 worden opgeleverd en in het begin van het jaar is de bouw van het vierde van start gegaan. 'Erasmus Gardens', dat als 'Best Sustainable Real Estate Project' werd bekroond, bevestigt de wil van BPI voor de ontwikkeling van projecten met een hoge milieuwaarde.
In Ukkel zullen de drie gebouwen in aanbouw van het project 'Les Hauts Prés' in het eerste semester van 2019 worden opgeleverd. De bouwvergunningen voor de 112 wooneenheden van de laatste fase zijn verkregen. In Schaarbeek gaat de verkoop van het gebouw 'Voltaire' met succes verder. Op 31 december was meer dan 50% van de wooneenheden verkocht, terwijl de 87 wooneenheden pas in het tweede semester 2019 zullen worden opgeleverd.
Dankzij het verkrijgen van de vergunningen in 2018 kon de bouw van 'Park West', bij de Schumanrotonde, begin 2019 van start gaan. Nog voor de eerste spadesteek was meer dan 50% van de appartementen verkocht. Het project 'Woodskot' (94
Zen Factory - Lot-Beersel
studentenwoningen) werd verkocht aan de belegger Xior; de werken moeten in de loop van het jaar voltooid zijn. De overnemer werd niet alleen overtuigd door de kwaliteit en de ligging van het project, maar ook door de CLT (Cross Laminated Timber) techniek, die door Laminated Timber Solutions werd ontwikkeld.
Buiten het Brussels Gewest werden de projecten 'Godskespark' in Godsheide (eerste fase) en 'Zen Factory' in Lot-Beersel gestart; de eerste werken begonnen in de loop van het boekjaar.
Op de site Val Benoit is een huurcontract voor 18 jaar met het Forem getekend voor een kantoorgebouw van 5.500 m², ongeveer 45% van het project. De bouwwerken zullen eind 2019 voltooid zijn. Dit is het eerste Luikse gebouw dat aan de lageenergiecriteria voldoet. Contacten met andere gebruikers zijn gelegd.
GITO - Tervuren
De werken aan het gebouw 'Grand-Poste' hebben betrekking op 16.000 m² die in het teken zullen staan van de nieuwe trends, met de grootste Belgische digitale incubator voor nieuwe economieën en media, een overdekte markt, een incubator voor microbrouwerijen en een gedeelte met studentenwoningen. De ULG zal hier ook haar communicatiedienst, een newsroom en studio's installeren.
De teams van BPI werken aan het verkrijgen van de administratieve vergunningen voor geselecteerde vastgoedprojecten: 'Kuborn' en 'Key West' in Anderlecht, 'Samaya' in Ottignies-Louvain-la-Neuve en 'Bavière' in Luik.
Voor het project NEO zijn de stedenbouwkundige- en milieucertificaten verkregen; de vergunningsaanvragen werden in het begin van het jaar 2019 ingediend. Hetzelfde geldt voor het project Allianz gelegen aan het Brouckèreplein.
Ten slotte heeft BPI het project GITO in Tervuren gewonnen en de aankoop afgerond van twee nieuwe grondposities in Oudergem, goed voor meer dan 30.000 m².
Livingstone - Luxemburg-Stad
BPI heeft het gebouw 'Glesener 21' in de stationswijk van Luxemburg opgeleverd aan een privé-investeerder. De firma Silversquare heeft er een co-workingruimte ingericht die de prijs 'Best Office Space of the Year' van CBRE heeft gewonnen.
Entrée en ville - Differdange
De 99 appartementen van het project 'Domaine de l'Europe', in de Kirchbergwijk in Luxemburg-Stad, zullen in de loop van het eerste semester van 2019 worden opgeleverd.
De 48 appartementen van het project Fussbann in Differdange, in het zuidwesten van het land, worden in het eerste kwartaal van 2019 opgeleverd.
Na een fase van administratieve vergunningen, gevolgd door sloopwerken en de sanering van gebouwen en terreinen, gaat de bouw van het project 'Livingstone' van start. De commercialisering van de 248 appartementen van de twee eerste fasen is een groot succes, want 100% van de appartementen is verkocht. Een derde en laatste perceel wordt ontwikkeld.
In de rand van de stad, in Strassen, werkt BPI verder aan de ontwikkeling van een kantorenproject van 3.700 tot 4.500 m². Een bouwvergunning is aangevraagd.
In het zuiden van het land, in Differdange, gaat BPI verder met de ontwikkeling van het project 'Entrée en ville'. Dit gemengde project vertegenwoordigt 25.000 m² oppervlakte met winkels, kantoren, diensten alsook woningen en een woontoren van 17 verdiepingen. Het bijzonder plan van aanleg werd in augustus 2018 goedgekeurd en de uitvoeringsovereenkomst wordt uitgewerkt.
Wola Libre - Warschau
In het oosten, bij de Duitse grens, wordt het project 'Domaine des Vignes' ontwikkeld. De eerste fase met 1.500 m² winkels/diensten, 17 huizen met houtskeletbouw en 58 appartementen werd met succes gecommercialiseerd. In de loop van het jaar 2019 zullen de werken van start gaan en fase 2 van het project zal binnenkort worden gecommercialiseerd.
In Wroclaw heeft BPI met veel succes de eerste fase (175 appartementen) van het project 'Bulwary Książęce' opgeleverd. De commercialisering was buitengewoon geslaagd, met 100% van de appartementen verkocht en aan de klanten geleverd, terwijl ook een verkoopovereenkomst werd ondertekend voor de volledige retailoppervlakte op de gelijkvloers van het gebouw. De bouw en de commercialisering van de tweede fase (190 appartementen) vlotten goed – op 31 december was meer dan 40% van de eenheden verkocht. De levering is in 2020 voorzien.
In Warschau heeft BPI het project 'Wola Libra' (274 appartementen) opgeleverd, een opmerkelijk commercieel succes: 100% van de appartementen en de
retailoppervlakte is verkocht en aan de klanten geleverd.
In het vierde kwartaal lanceerde BPI de bouw en commercialisering van de projecten 'Wolare' (231 appartementen) en 'Rezydencja Barska' (57 appartementen), waarvan de oplevering in 2020 gepland is.
In Poznań begon BPI in het eerste kwartaal 2018 met de bouw en commercialisering van het project 'Vilda Park' (230 appartementen), dat in 2020 zal worden opgeleverd. Het jaar eindigt met bijna 45% verkochte eenheden en het succes van dit nieuwe project toont de kwaliteit van de door BPI gekozen locaties.
In Gdansk heeft BPI, na de realisatie van de vier gebouwen van het project 'Four Oceans' (708 appartementen + winkels) in een zeer competitieve context een nieuwe site verworven. Het zal er 240 wooneenheden met diensten kunnen ontwikkelen (project Sodawa).
Sinds haar inplanting in het land vertrouwt BPI de constructie van haar projecten toe aan CFE Polska om in de samenwerking een bevoorrechte vertrouwensrelatie te genieten en zeker te zijn van een hoge bouwkwaliteit.
BPI heeft voor de volgende jaren uitstekende vooruitzichten in Polen.
Rezydencja Barska - Warschau
FREDERIK LESIRE HEAD OF DEVELOPMENT BRUSSEL-VLAANDEREN-POLEN
FABIEN DE JONGE FINANCIEEL EN ADMINISTRATIEF DIRECTEUR VAN DE GROEP CFE
JACQUES LEFÈVRE GEDELEGEERD BESTUURDER
MARIUSZ RODAK DIRECTEUR VAN BPI POLSKA
ARNAUD REGOUT DIRECTEUR VAN BPI LUXEMBURG CATHERINE VINCENT HEAD OF LEGAL
PHILIPPE SALLÉ HEAD OF DEVELOPMENT BRUSSEL-WALLONIË
| In miljoen euro | IFRS | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 | 2013 Pro Forma DEME aan 100% |
2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
| Omzet | 2.267,3 | 3.346,1 | 3.510,5 | 3.239,4 | 2.797,1 | 3.066,5 | 3.640,6 |
| EBITDA (3) | 213,2 | 460,9 | 479,5 | 504,9 | 465,9 | 500,7 | 488,0 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) | 67,2 | 166,4 | 240,5 | 265,7 | 226,8 | 249,4 | 227,2 |
| Resultaat vóór belastingen (1) | 28,0 | 110,2 | 224,8 | 233,1 | 202,8 | 227,2 | 218,8 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (1) |
7,9 | 61,7 | 159,9 | 175,0 | 168,4 | 180,4 | 171,5 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep (2) |
-81,2 | -27,4 | 159,9 | 175,0 | 168,4 | 180,4 | 171,5 |
| Eigen vermogen aandeel van de groep |
1.193,2 | 1.193,2 | 1.313,6 | 1.423,3 | 1.521,6 | 1.641,9 | 1.720,9 |
| Nette financiële schuld | 781,4 | 614,1 | 188,1 | 322,7 | 213,1 | 351,9 | 648,3 |
(1) Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.
(2) Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.
(3) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie) De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
| IFRS | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 (gepubli ceerd)(*) |
2013 DEME 50%(*) |
Pro Forma 2013 DEME 100%(*) |
2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
| EBIT/ omzet | 3,0 % | 1,7 % | 5,0 % | 6,9 % | 8,2 % | 8,1 % | 8,1 % | 6,2 % |
| EBITDA / omzet | 9,4 % | -1,0 % | 13,8 % | 13,7 % | 15,6 % | 16,7 % | 16,3 % | 13,4 % |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / omzet |
0,3 % | 0,8 % | 1,8 % | 4,6 % | 5,4 % | 6,0 % | 5,9 % | 4,7 % |
| Nettoresultaat aandeel van de groep / eigen vermogen aandeel van de groep |
1,5 % | 1,5 % | 11,8 % | 13,4 % | 13,3 % | 11,8 % | 11,9 % | 10,4 % |
(*) Voor specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.
| 2013 (*) | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen op 31/12 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | N/A ** | 9,5 | 10,5 | 9,0 | 9,9 | 9,0 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep |
N/A ** | 6,32 | 6,9 | 6,7 | 7,1 | 6,8 |
| Brutodividend | 1,15 | 2,00 | 2,40 | 2,15 | 2,40 | 2,40 |
| Eigen vermogen | 47,1 | 52,2 | 56,7 | 60,7 | 65,4 | 68,5 |
(*) Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Laagste minimumkoers | EUR | 41,00 | 62,80 | 83,00 | 75,15 | 95,00 | 83,40 |
| Hoogste maximumkoers | EUR | 66,64 | 89,70 | 127,70 | 108,25 | 141,45 | 133,40 |
| Slotkoers van het boekjaar | EUR | 64,76 | 85,02 | 109,10 | 103,50 | 121,70 | 86,40 |
| Gemiddeld dagelijks volume | aantal effecten |
14.628 | 15.015 | 16.128 | 14.390 | 14.065 | 15.188 |
| Beurskapitalisatie op 31/12 | Mio EUR | 1.639,4 | 2.152,2 | 2.761,8 | 2.620,0 | 3.080,8 | 2.187,17 |
In miljoen €
In miljoen €
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
VERDELING VAN DE OMZET
(*) vóór eliminaties tussen polen
In miljoen €
| Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Baggerwerken | Andere polen en holding |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2013 (gepubliceerd) | -29,5 | 3,8 | 105,1 | -12,2 | 67,2 |
| 2013 Pro forma DEME aan 100% (**) | -29,5 | 3,8 | 202,2 | -10,0 | 166,4 |
| 2014 | -7,5 | 7,1 | 241,2 | -0,3 | 240,5 |
| 2015 | -34,9 | 7,7 | 298,2 | -5,3 | 265,7 |
| 2015 Pro forma (***) | 7,5 | 7,7 | 298,2 | -47,7 | 265,7 |
| 2016 | 20,0 | 4,3 | 207,4 | -4,9 | 226,8 |
| 2017 | 27,2 | 23,4 | 207,3 | -8,5 | 249,4 |
| 2018 | 22,7 | 13,2 | 197,6 | -6,3 | 227,2 |
(*) Met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.
(**) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.
(***)Herwerkte bedragen na de op 1 januari 2016 ingevoerde interne organisatie.
| 85 | A. Verslag over de bedrijfsrekeningen |
|---|---|
| 85 | 1. Kerncijfers 2018 |
| 86 | 2. Analyse per activiteitenpool |
| 92 | 3. Samenvatting van de financiële positie |
| 96 | 4. Vergoeding van het kapitaal |
| 97 | B. Verklaring van corporate governance |
| 97 | 1. Corporate governance |
| 97 | 2. Samenstelling van de raad van bestuur |
| 107 | 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités |
| 110 | 4. Aandeelhouderschap |
| 110 | 5. Interne controle |
| 117 | 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten |
| 117 | 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusief de verbonden vennootschappen, en de bestuurders en executive managers |
| 117 | 8. Bijstandsovereenkomst |
| 117 | 9. Controle op de vennootschap |
| C. Remuneratieverslag |
|---|
| 1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités |
| 2. De directie van CFE |
| 3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE |
| 4. Vertrekvergoedingen |
| 5. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van de directie van CFE |
| D. Rapport over de niet financiële indicatoren |
| van de Groep CFE |
| E. Verzekeringsbeleid |
| F. Bijzondere verslagen |
| G. Openbaar overnamebod |
| H. Overnames en desinvesteringen |
| I. Oprichting van bijkantoren |
| J. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar |
| K. Onderzoek en ontwikkeling |
| L. Informatie over de trends |
| M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering en van de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019 |
Op 22 februari 2019 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2018 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 2 mei 2019.
| In miljoen euro | 2018 | 2017 | Evolutie 2018/2017 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3.640,6 | 3.066,5 | +18,7 % |
| Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) | 488,0 | 500,7 | -2,5 % |
| In % van de omzet | 13,4 % | 16,3 % | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 227,2 | 249,4 | -8,9 % |
| In % van de omzet | 6,2 % | 8,1 % | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 171,5 | 180,4 | -4,9 % |
| In % van de omzet | 4,7 % | 5,9 % | |
| Nettoresultaat per aandeel van de groep (in euro) | 6,78 | 7,13 | -4,9 % |
| Dividend per aandeel (in euro) (**) | 2,40 | 2,40 | 0,0 % |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
(**) Bedrag dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 2 mei 2019.
| In miljoen euro | 2018 | 2017 | Evolutie 2018/2017 |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen aandeel van de groep | 1.720,9 | 1.641,9 | +4,8 % |
| Netto financiële schuld (*) | 648,3 | 351,9 | +84,2 % |
| Orderboek | 5.385,9 | 4.850,8 | +11,0 % |
De groep CFE zag haar geconsolideerde omzet in 2018 fors groeien met een stijging van 18,7% tot 3.640,6 miljoen euro in 2018 tegenover 3.066,5 miljoen euro in 2017. De drie polen kenden een sterke groei van hun activiteit.
De EBITDA bedraagt 488 miljoen euro, een lichte terugval tegenover 2017 (500,7 miljoen euro).
Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 171,5 miljoen euro in 2018, of 4,7% van de omzet. Terwijl deze bij DEME en Contracting stabiel blijft, daalt het nettoresultaat aandeel van de groep zoals verwacht bij Vastgoedontwikkeling, dat in 2017 twee uitzonderlijke meerwaarden uit verkopen boekte.
Het eigen vermogen aandeel van de groep stijgt met 4,8% tot 1.720,9 miljoen euro.
De investeringen in de vernieuwing en de uitbreiding van de DEME-vloot doen de netto financiële schuld stijgen tot 648,3 miljoen euro of 37% van het eigen vermogen aandeel van de groep.
Het orderboek rondt zeer ruim de kaap van 5 miljard euro en bevestigt de goede commerciële positionering van de entiteiten.
Sedert 2014 werden de kerncijfers van DEME volgens twee benaderingen gepresenteerd: de boekhoudkundige benadering volgens de geldende IFRS-regels en de economische benadering, waarin de gezamenlijk gecontroleerde vennootschappen evenredig worden geconsolideerd (toegepaste boekhoudprincipes zoals van toepassing vóór 1 januari 2014).
Sinds begin september 2018 bezit DEME 95% van de economische rechten op de vennootschap MEDCO in Qatar (44,1% voorheen). Als gevolg hiervan is deze vennootschap nu globaal opgenomen in de rekeningen van DEME.
Na de wijziging van de consolidatiemethode van MEDCO, is de economische presentatie niet langer gerechtvaardigd. De historische bron van aanzienlijke verschillen tussen de boekhoudkundige en de economische benadering is nu geëlimineerd.
| In miljoen euro | 2018 | 2017 | Evolutie 2018/2017 |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Totaal | DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Totaal | ||
| Omzet | 2.645,8 | 0 | 2.645,8 | 2.356,0 | 0 | 2.356,0 | +12,3 % |
| EBITDA (**) | 458,9 | 0 | 458,9 | 455,5 | 0 | 455,5 | +0,7 % |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (**) | 202,9 | -5,3 | 197,6 | 217,8 | -10,5 | 207,3 | -4,7 % |
| Nettoresultaat aandeel van de groep |
155,6 | -2,0 | 153,6 | 155,1 | 1,4 | 156,5 | -1,9 % |
| Netto financiële schuld (**) | 555,8 | 0,2 | 556,0 | 285,7 | 2,0 | 287,7 | +93,3 % |
| Orderboek | 4.010,0 | 0 | 4.010,0 | 3.520,0 | 0 | 3.520,0 | +13,9 % |
(*) Herwerkingen na de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van het bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De geconsolideerde omzet bedraagt 2.645,8 miljoen euro ofwel een stijging met 12,3% tegenover het vorige boekjaar.
Net als in 2017 kende de divisie Offshore, die GeoSea en Tideway omvat, een drukke activiteit.
In Duitsland werkten de teams van GeoSea aan twee EPCIprojecten. Het betreft het project Merkur, dat in 2018 werd voltooid, en het project Hohe See, waarvan de productie van de monopiles en de transitiestukken vrijwel klaar is, terwijl 63 van de 87 funderingen geïnstalleerd waren op 31 december 2018.
In Engeland zijn de werken voor het windpark Hornsea One goed gevorderd: het multifunctionele schip Living Stone heeft eind 2018 de installatie van de onderzeese kabel tussen het windpark en de substations van het net op het vasteland, voltooid. GeoSea werkt eveneens aan dit project en heeft reeds 153 van de 174 monopiles vervoerd en geïnstalleerd.
In Denemarken was GeoSea belast met de productie, het transport en de installatie van 49 monopiles en transitiestukken alsook met de installatie van de masten en windturbines van het offshore windpark Horns Rev 3. De werken zijn bijna voltooid.
In de divisie baggerwerken werkt DEME verder aan de uitvoering van het project TTP1 (Tuas Terminal – Phase 1), dat in de eindfase komt, en is het van start gegaan met de baggerwerken voor de verdieping van het toegangskanaal van de haven van Szczecin in Polen. De onderhoudsbaggerwerken waren vooral geconcentreerd in België, Afrika, India en Duitsland.
DEME realiseerde in 2018 een omzetstijging in haar milieudivisie. In deze activiteit is er een betwisting met de opdrachtgever Rijkswaterstaat (Nederland) over de uitvoering van het contract Julianakanaal.
DIMCO, de in marine engineering gespecialiseerde dochteronderneming, kende een aanzienlijke groei van haar activiteit, meer bepaald in Nederland, waar drie grote projecten werden opgestart: de RijnlandRouteverbinding, de sluis van Terneuzen en de A24-Blankenburgverbinding.
| In % | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 23 % | 21 % |
| Maintenance dredging | 11 % | 14 % |
| Fallpipe and landfalls | 17 % | 8 % |
| Environment | 6 % | 7 % |
| Civil works | 6 % | 3 % |
| Marine works | 37 % | 47 % |
| In % | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Europa (EU) | 67 % | 68 % |
| Europa (niet-EU) | 2 % | 2 % |
| Afrika | 10 % | 10 % |
| Noord- en Zuid-Amerika | 4 % | 3 % |
| Azië en Oceanië | 13 % | 12 % |
| Midden-Oosten | 2 % | 1 % |
| India en Pakistan | 2 % | 4 % |
De EBITDA bereikt 458,9 miljoen euro ofwel een lichte stijging tegenover 2017 (455,5 miljoen euro). De EBITDA-marge bedraagt 17,3% van de omzet.
Nadat DEME in het eerste semester van 2018 door een aanzienlijke vertraging van de levering van twee schepen (Apollo en Living Stone) werd geconfronteerd, met een daling van de EBITDA-marge, tot 14,1%, heeft de rentabiliteit zich in het tweede semester beduidend hersteld, met een EBITDAmarge van 20,6%.
Het bedrijfsresultaat bedraagt 202,9 miljoen euro in 2018, een daling met 6,8% als gevolg van onder meer de stijging van de afschrijvingskosten na de ingebruikname van verscheidene nieuwe schepen.
Het orderboek bedraagt 4,01 miljard euro, een stijging met 13,9% tegenover eind 2017.
Vooral in het 4de kwartaal van 2018 werden veel opdrachten verkregen en sleepte DEME drie grote contracten met een totale waarde van ongeveer 1,5 miljard euro in de wacht:
• Het DBFM-contract voor de Blankenburgverbinding, waarvan de financiering op 17 oktober 2018 werd afgerond. De Blankenburgverbinding omvat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende 20 jaar van een autowegaansluiting met drie rijvakken over een lengte van 4 km, bestaande uit 2 tunnels waaronder een afgezonken tunnel van 900 meter. Het project heeft een waarde van ongeveer 1 miljard euro, waarvan iets minder dan de helft voor DEME.
Voor de Fehmarnbeltverbinding, die op 31 december 2018 nog niet in het orderboek werd opgenomen (710 miljoen euro), werden de milieuvergunningen langs Duitse zijde verkregen maar kan er nog beroep tegen worden aangetekend.
De investeringen bedragen 441,3 miljoen euro in 2018 en zijn voornamelijk samengesteld uit de aanbetalingen voor de schepen Orion en Spartacus en de betaling van het saldo van de aankoopprijs van de schepen Living Stone en Apollo, die medio 2018 in gebruik werden genomen.
In het tweede semester van 2018 startte DEME de bouw van vier nieuwe schepen voor een globaal bedrag van 133 miljoen euro. Het betreft twee baggerschepen (Trailing Suction Hopper Dredgers) van respectievelijk 2.300 m³ en 8.300 m³ (River Thames en Meuse River) en twee zelfvarende bakken van elk 3.500 m³ (Bengel en Deugniet). Deze vier schepen zullen door de scheepswerf IHC worden gebouwd met een levering voorzien in 2020.
Naast de investeringen in haar vloot heeft DEME meer dan 30 miljoen euro geïnvesteerd in haar minderheidsparticipaties in concessies van offshore windparken.
Na de wijziging van de consolidatiemethode van MEDCO is de vloot van deze laatste, die voornamelijk uit twee cutters bestaat, tegen haar reële waarde opgenomen in de vaste activa van de groep voor een bedrag van 79,6 miljoen euro.
De netto financiële schuld bedraagt 555,8 miljoen euro op 31 december 2018. Ze is in 2018 met 270,1 miljoen euro gestegen, rekening houdend met de investeringen in het onderhoud, de vernieuwing en de uitbreiding van de vloot en de toegenomen behoefte aan werkkapitaal (daling van de voorschotten).
DEME heeft overigens haar obligatielening van 200 miljoen euro, die op 14 februari 2019 ten einde liep, met succes geherfinancierd.
Op 1 januari 2019 werd Luc Vandenbulcke de nieuwe CEO van DEME. Hij volgt Alain Bernard op, die bestuurder blijft van DEME en sommige van haar dochterondernemingen, en voorzitter van de raad van bestuur van DEME Concessions en GSR.
De raad van bestuur van DEME en CFE danken Alain Bernard van harte voor het werk dat hij in de afgelopen 12 jaar heeft verricht. Onder zijn hoede is DEME een toonaangevende Belgische groep met een gevestigde internationale reputatie geworden.
De activiteiten van de dochterondernemingen GeoSea, Tideway, A2Sea en EverSea zijn vanaf 2019 opgenomen in de divisie Offshore van DEME (DEME Offshore).
DEME Offshore levert een volledig aanbod van oplossingen en diensten aan klanten in de sectoren van de offshore olie- en gasindustrie en hernieuwbare energie.
| In miljoen euro | 2018 | 2017 | Evolutie 2018/2017 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 934,6 | 717,6 | +30,2% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 22,7 | 27,2 | -16,5% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 15,2 | 15,4 | -1,3% |
| Netto kaspositie | 102,4 | 90,5 | +13,2% |
| Orderboek | 1.320,3 | 1.229,7 | +7,4% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
CFE Contracting kende een forse stijging met 30,2% van haar geconsolideerde omzet en 10,2% met vergelijkbare structuur.
De drie divisies (Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities) noteerden in 2018 een sterke groei.
In België wordt de omzet van Van Laere en haar dochterondernemingen sinds 1 januari 2018 geconsolideerd (139,8 miljoen euro), wat het grootste gedeelte van de groei van de activiteit van de divisie Bouw België verklaart.
De belangrijkste projecten in uitvoering in België zijn de Gare Maritime, gelegen op de site van Tour & Taxis in Brussel, het ZNA-ziekenhuis in Antwerpen en de appartementsgebouwen op de site Erasmus Gardens in Anderlecht.
Bij de internationale activiteiten van de divisie Bouw kende CFE Polska een historisch hoge activiteit. Het realiseerde onder meer in een recordtijd de uitbreiding van het winkelcentrum Platan in Zabrze (in het zuiden van het land). Ook Luxemburg kende een drukke activiteit, terwijl de activiteiten van de Tunesische dochteronderneming bleven krimpen, in een uiterst ongunstige socio-economische omgeving.
In Multitechnieken werpt de integratie van de activiteiten in de elektriciteit en HVAC van de cluster VMA vruchten af. De activiteit steeg met 9,9% in 2018.
In Rail & Utilities gaat de activiteit rond het project ETCS (automatisch remsysteem voor treinen) in stijgende lijn en noteerde ook de afdeling 'bovenleidingen' een omzetstijging.
| In miljoen euro | 2018 | 2017 | Variation In % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 692,5 | 499,8 | +38,6% |
| België | 516,4 | 346,7 | +48,9% |
| Internationaal | 176,1 | 153,1 | +15,0% |
| Multitechnieken | 170,6 | 155,3 | +9,9% |
| Rail & Utilities | 71,5 | 62,5 | +14,4% |
| Totaal Contracting | 934,6 | 717,6 | +30,2% |
Het bedrijfsresultaat van de pool bedraagt 22,7 miljoen euro, een terugval met -16,5% tegenover 2017. De activiteitenvolumes blijven hoog, zowel in Bouw als in Multitechnieken, maar de prijzen zijn nog altijd zeer competitief, ondanks de gevoelige stijging van de prijzen van de materialen en de onderaanneming.
Verscheidene entiteiten, in het bijzonder CFE Polska en VMA-Druart (de entiteit die in België actief is in het HVACdomein), kenden een sterke stijging van hun bedrijfsresultaat. Anderzijds had Tunesië een zeer negatieve impact op de resultaten van de pool (ongeveer 6 miljoen euro verlies in 2018).
Daarnaast moet worden benadrukt dat de groep Van Laere een bedrijfsresultaat nagenoeg in evenwicht realiseert, nadat ze in 2017, vóór haar toetreding tot de perimeter van CFE Contracting, nog een zwaar verlies had geboekt.
Het nettoresultaat aandeel van de groep blijft vrijwel stabiel op 15,2 miljoen euro, of 1,6% van de omzet.
| In miljoen euro | 31 december 2018 | 31 december 2017 | Evolutie in % |
|---|---|---|---|
| Bouw | 1.069,1 | 978,8 | +9,2 % |
| België | 870,9 | 767,3 | +13,5 % |
| Internationaal | 198,2 | 211,5 | -6,3 % |
| Multitechnieken | 168,4 | 152,6 | +10,4 % |
| Rail & Utilities | 82,8 | 98,3 | -15,8 % |
| Totaal Contracting | 1.320,3 | 1.229,7 | +7,4 % |
Het orderboek bedraagt 1.320,3 miljoen euro op 31 december 2018, een stijging met 7,4%. Vooral in Vlaanderen werden veel opdrachten verkregen, zowel bij MBG als bij Van Laere.
In 2018 boekte de groep twee belangrijke commerciële successen die op 31 december 2018 nog niet in het orderboek werden opgenomen:
De nettokaspositie van CFE Contracting is in 2018 beduidend toegenomen (102,4 miljoen euro tegenover 90,5 miljoen euro eind 2017), dankzij de sterke operationele kasstromen en de doorlopende verbetering van de behoefte aan werkkapitaal.
Op het eind van het boekjaar 2018 stelde het management van de divisie Rail & Utilities de nieuwe commerciële naam MOBIX voor samen met het nieuwe logo van de cluster.
In het vierde trimester van 2018 verkocht CFE Contracting haar participatie in de vennootschap Voltis aan haar management. Het bedrijf is actief in de verkoop van elektrisch materieel aan particulieren en professionals en beschikt over drie verkooppunten in Waals-Brabant (8,7 miljoen euro omzet in 2017). De verkoop heeft geen impact gehad op het resultaat van CFE Contracting
| In miljoen euro | 2018 | 2017 | Evolutie 2018/2017 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 94,7 | 10,9 | n.s. |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 13,2 | 23,4 | -43,6 % |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 9,3 | 22,3 | -58,3 % |
| Netto financiële schuld | 70,5 | 68,8 | +2,5 % |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
| In miljoen euro | 31 december 2018 | 31 december 2017 |
|---|---|---|
| Commercialiseringsbestand | 4 | 6 |
| Bouwbestand | 70 | 69 |
| Ontwikkelingsbestand | 65 | 58 |
| Totaal | 139 | 133 |
| In miljoen euro | 31 december 2018 | 31 december 2017 |
|---|---|---|
| België | 89 | 82 |
| Groothertogdom Luxemburg | 23 | 20 |
| Polen | 27 | 31 |
| Totaal | 139 | 133 |
(*) Het vastgoedbestand is gelijk aan de som van het eigen vermogen en de netto financiële schuld van de vastgoedpool.
BPI Real Estate Belgium (BPI), het belangrijkste bedrijf van de vastgoedpool, ontwikkelt momenteel een veertigtal vastgoedprojecten voor een totaal van 561.000 m² bruto bovengronds (aandeel van BPI), waarvan 142.000 m² in aanbouw is.
In 2018 heeft BPI 259 appartementen verkocht. Zeven residentiële projecten bevinden zich nu in de fase van de bouw en de verkoop:
Terwijl de verkoop van de vijf Brusselse programma's zeer vlot verloopt, is het verkoopritme trager voor de twee projecten in Vlaanderen.
Naast haar residentiële projecten ontwikkelt BPI in partnership twee kantoorprojecten in Luik, het project Grand Poste en het project Renaissance op de site Val Benoît, dat reeds gedeeltelijk aan een openbare instelling wordt verhuurd.
BPI en haar partners hebben de bouwaanvraag ingediend voor het project NEO 1, dat een winkelcentrum omvat en meer dan 500 wooneenheden op de Heizelvlakte in Brussel.
De eerste vergunningen voor de projecten Samaya in Ottignies en Bavière in Luik werden eveneens aangevraagd, terwijl de aanvragen voor de projecten Allianz en Key West in de volgende maanden zullen worden ingediend.
Eind december 2018 heeft BPI met Cofinimmo een akkoord bereikt over de overname op termijn (medio 2020) van de eigendomsrechten op haar kantoorgebouwen op de sites Serenitas en Papiermolen in Oudergem (Brussel), met een totale oppervlakte van bijna 23.000 m². De transactieprijs bedraagt ongeveer 27 miljoen euro. Deze kantoren zullen voornamelijk tot woningen worden verbouwd, terwijl de site van Serenitas onder meer de toekomstige maatschappelijke zetel van CFE zal huisvesten.
BPI en haar partners hebben de bouwvergunningen verkregen voor het project Livingstone, aan de Route d'Esch in Luxemburg-stad (35.000 m²). Alle appartementen van fase 1 en 2, ofwel 247 wooneenheden, hebben al een koper gevonden, terwijl de werken van de eerste fase amper begonnen zijn. Op het Kirchberg-plateau komt het project Kiem in zijn eindfase en is de oplevering van de appartementen gepland in het voorjaar van 2019.
BPI heeft ook een bouwvergunning aangevraagd voor het project Domaine des Vignes in Mertert.
In juni 2018 heeft BPI twee gemengde gebouwen met een totale oppervlakte van 40.400 m² opgeleverd, Immo Wola in Warschau en Bulwary Ksiazce fase 1 in Wroclaw. Vrijwel alle wooneenheden zijn verkocht.
Momenteel worden vier woonprojecten gebouwd en op de markt gebracht, voor een totaal van 57.000 m² in drie grote Poolse steden: Warschau, Wroclaw en Poznan.
BPI heeft nieuwe grondposities in Gdansk aangekocht voor de bouw van 240 woningen met diensten (project Sadowa).
Het vastgoedbestand is in het boekjaar 2018 licht gestegen en bedraagt nu 139 miljoen euro. Het onverkochte bestand blijft op een zeer laag niveau (minder dan 3% van het totaal).
Na de geslaagde uitgifte van haar eerste obligatielening eind 2017 (30 miljoen euro) heeft BPI in 2018 haar financiële structuur verder versterkt met enerzijds bevestigde bilaterale kredietlijnen van 40 miljoen euro en anderzijds een Multi-Term treasury Notes-programma van 40 miljoen euro.
Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 9,3 miljoen euro, gunstig beïnvloed door onder meer het resultaat uit de vooruitgang van de projecten Ernest The Park, Kiem (Luxemburg) en Erasmus Gardens alsook de opname van de marge van de twee in Polen geleverde projecten. Anders dan volgens de in België en Luxemburg toegepaste boekhoudregels wordt de marge van de residentiële projecten in Polen pas opgenomen op het ogenblik van de levering.
In 2017 had de verkoop van de projecten Kons in Luxemburg en Oosteroever in Oostende (België) nog een uitzonderlijke bijdrage aan het nettoresultaat van BPI geleverd.
| In miljoen euro | 2017 | Evolutie 2018/2017 |
|
|---|---|---|---|
| Omzet | -34,4 | -18,1 | n.s. |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | -6,4 | -8,4 | -23,8 % |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | -6,5 | -13,7 | -52,6 % |
| Netto financiële schuld | 124,4 | 85,9 | +44,8 % |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
De omzet over 2018 bedraagt 27,1 miljoen euro, eliminaties tussen de polen (-61,5 miljoen euro) buiten beschouwing gelaten.
De activiteit concentreert zich voornamelijk op het waterzuiveringsstation Brussel Zuid, waarvan eind 2018 de tweede van de drie fasen werd opgeleverd, binnen de afgesproken termijnen en tot tevredenheid van de klant. De oplevering van het geheel van de werken is in december 2020 gepland. Ter herinnering, dit project is het laatste in aanbouw op het niveau van de pool Holding.
Het bedrijfsverlies daalt met 23,8% en bedraagt -6,4 miljoen euro, dankzij de positieve bijdrage van de dochterondernemingen Rent-A-Port en Green Offshore.
Rent-A-Port heeft via haar dochteronderneming Infra Asia Investments (IAI) de ontwikkeling van haar industrieterreinen in de havenzones van Hai Phong en Quang Ninh voortgezet: in 2018 werd ongeveer 40 hectare verkocht. Op het eind van het boekjaar voltooide IAI de verkoop van 50% van haar activiteiten in de distributie van elektriciteit aan de Japanse groep TEPCO.
Green Offshore is aandeelhouder van twee Belgische offshore windparken: Rentel en SeaMade. Het Rentelpark startte zijn elektriciteitsproductie in de tweede helft van 2018, terwijl de financiering van het park SeaMade begin december 2018 rond was. Het park zou eind 2020 operationeel moeten zijn.
Het nettoresultaat aandeel van de groep van de pool Holding bedraagt -6,5 miljoen euro, tegenover -13,7 miljoen euro in 2017.
Na de ontvangsten in juli 2018 daalde het bedrag van de openstaande vorderingen met 7,5 miljoen euro, van 60 naar 52,5 miljoen euro (excl. btw en met uitsluiting van de vorderingen die worden gedekt door de kredietverzekeraar Credendo). Sedert juli 2018 werden geen nieuwe ontvangsten meer geboekt. De lokaal ontvangen bedragen zijn nog niet in euro omgezet en naar België overgebracht.
De algemene voorwaarden voor de herfinanciering van de vorderingen van het Grand Hotel werden formeel goedgekeurd door de overheid van Tsjaad. Ze moeten nu door de raad van bestuur van Afreximbank worden bekrachtigd.
Op 21 juni 2018 is CFE overgegaan tot de terugbetaling van haar obligatielening van 100 miljoen euro, die ten einde liep. De herfinanciering gebeurde door middel van bevestigde bilaterale kredietlijnen voor in totaal 160 miljoen euro (vervaldatum 2023), waarvan 130 miljoen euro was opgenomen op 31 december 2018. Op het eind van het boekjaar introduceerde CFE een Multi-Term treasury Notes-programma van 50 miljoen euro. De eerste emissies vonden begin 2019 plaats.
De duidelijke stijging van de financiële schuld wordt verklaard door de injectie van fondsen in de dochterondernemingen Rent-A-Port en Green Offshore en het verbruik van voorzieningen voor verliezen einde werf en de daling van de behoefte aan werkkapitaal.
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Omzet | 3.640.627 | 3.066.525 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 123.018 | 116.588 |
| Aankopen | -2.147.130 | -1.726.761 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | -633.090 | -546.699 |
| Andere exploitatiekosten | -497.748 | -404.180 |
| Afschrijvingskosten | -272.602 | -238.316 |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | 213.075 | 267.157 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 14.169 | -17.710 |
| Bedrijfsresultaat | 227.244 | 249.447 |
| Financieringskosten | -8.433 | -14.362 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | -55 | -7.904 |
| Financieel resultaat | -8.488 | -22.266 |
| Resultaat vóór belastingen | 218.756 | 227.181 |
| Winstbelastingen | -49.549 | -48.430 |
| Resultaat van het boekjaar | 169.207 | 178.751 |
| Minderheidsbelangen | 2.323 | 1.691 |
| Resultaat – toekenbaar aan de groep | 171.530 | 180.442 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december | 2018 | 2017 |
| In duizend euro | ||
| Resultaat van het boekjaar | 169.207 | 178.751 |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | -5.498 | 6.463 |
| Omrekeningsverschillen | 621 | -4.754 |
| Uitgestelde belastingen | 775 | -1.583 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
-4.102 | 126 |
| Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | -1.063 | -2.227 |
| Uitgestelde belastingen | 726 | -3.382 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
-337 | -5.609 |
| Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen |
-4.439 | -5.483 |
| Globaal resultaat | 164.768 | 173.268 |
| - toekenbaar aan de groep | 167.279 | 174.771 |
| - toekenbaar aan de minderheidsbelangen | -2.511 | -1.503 |
| Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 6,78 | 7,13 |
| Globaal resultaat deel van groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 6,61 | 6,9 |
| ROE (*) | 10,4% | 11,9% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 89.588 | 91.343 |
| Goodwill | 177.127 | 184.930 |
| Materiële vaste activa | 2.390.236 | 2.138.208 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 155.792 | 140.510 |
| Overige financiële vaste activa | 171.687 | 147.719 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 9 | 921 |
| Overige vaste activa | 5.501 | 7.798 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 99.909 | 104.022 |
| Totaal vaste activa | 3.089.849 | 2.815.451 |
| Voorraden | 128.889 | 138.965 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.261.298 | 1.098.842 |
| Overige vlottende bedrijfsactiva | 67.561 | 55.712 |
| Overige vlottende niet-bedrijfsactiva | 12.733 | 10.715 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 275 | 4.156 |
| Financiële vlottende activa | 0 | 34 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 388.346 | 523.018 |
| Totaal vlottende activa | 1.859.102 | 1.831.442 |
| Totaal van de activa | 4.948.951 | 4.646.893 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 923.768 | 840.543 |
| Toegezegde doelpensioenplannen | -25.521 | -25.268 |
| Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten | -7.153 | -2.457 |
| Omrekeningsverschillen | -11.554 | -12.252 |
| Eigen vermogen – toekenbaar aan de groep CFE | 1.720.878 | 1.641.904 |
| Minderheidsbelangen | 13.973 | 14.421 |
| Eigen vermogen | 1.734.851 | 1.656.325 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 57.553 | 53.149 |
| Voorzieningen | 35.172 | 30.183 |
| Andere langlopende verplichtingen | 5.725 | 4.497 |
| Obligatieleningen | 29.584 | 231.378 |
| Financiële schulden | 656.788 | 419.093 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 9.354 | 7.209 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 119.386 | 130.023 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 913.562 | 875.532 |
| Voorzieningen voor courante risico's | 65.505 | 82.530 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.410.944 | 1.276.446 |
| Fiscale schulden | 44.543 | 43.275 |
| Obligatielening | 200.221 | 99.959 |
| Financiële schulden | 150.075 | 124.497 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 10.990 | 7.445 |
| Overige kortlopende bedrijfsverplichtingen | 201.609 | 95.012 |
| Overige kortlopende niet-bedrijfsverplichtingen | 216.651 | 385.872 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2.300.538 | 2.115.036 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.948.951 | 4.646.893 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 213.075 | 267.157 |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 272.602 | 238.316 |
| Toevoeging aan de voorzieningen | 1.265 | 4.986 |
| Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa en andere niet-kaselementen | 1.018 | -9.725 |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | -7.530 | -9.662 |
| Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 4.935 | 6.507 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal |
485.365 | 497.579 |
| Afname/(toename) van de handels – en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
-349.838 | 107.002 |
| Afname/(toename) van voorraden | 6.142 | -8.466 |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden | 141.189 | 75.012 |
| Betaalde / ontvangen winstbelastingen | -58.375 | -42.282 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 224.483 | 628.845 |
| Investeringsactiviteiten | ||
| Verkoop van vaste activa | 15.833 | 18.322 |
| Aankoop van vaste activa | -453.475 | -458.210 |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | -35 | -181.370 |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 70.049 | 0 |
| Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | -8.660 | -32.323 |
| Verkoop van dochteronderneming | 1.202 | 574 |
| Nieuwe leningen | -41.066 | -9.926 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -416.152 | -662.933 |
| Financieringsactiviteiten | ||
| Betaalde intresten | -22.583 | -29.347 |
| Ontvangen intresten | 13.697 | 13.970 |
| Andere financiële lasten en opbrengsten | -2.734 | -12.218 |
| Leningen | 422.808 | 240.289 |
| Terugbetaling van schulden | -294.122 | -212.271 |
| Uitgekeerde dividenden | -60.755 | -54.426 |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | 56.311 | -54.003 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | -135.358 | -88.091 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 523.018 | 612.155 |
| Wisselkoerseffecten | 686 | -1.046 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 388.346 | 523.018 |
De materiële vaste activa bedragen 2.390,2 miljoen euro op 31 december 2018, een stijging met 252 miljoen euro. Het investeringsprogramma van DEME werd in 2018 voortgezet en gedeeltelijk gecompenseerd door de afschrijvingen over het boekjaar.
Het geconsolideerde eigen vermogen werd herwerkt met respectievelijk -15,55 miljoen euro (toepassing van IFRS 15 – EPCI-contracten bij DEME) en -12,0 miljoen euro (toepassing van IFRS 9 – vordering op de Staat Tsjaad).
Rekening houdend met de uitkering van een dividend van 60,8 miljoen euro bedraagt het geconsolideerde eigen vermogen 1.734,9 miljoen euro op 31 december 2018.
De netto financiële schuld bestaat uit enerzijds kortlopende en langlopende schulden van respectievelijk 350,3 miljoen euro en 686,4 miljoen euro en anderzijds een kaspositie van 388,3 miljoen euro.
Zowel CFE als DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium hebben hun financiële convenanten volledig nageleefd.
| In duizend euro | Kapitaal | Uitgifte premie |
Inge houden winsten |
Toege zegde pensioen plannen |
Reserve afdekkings instrumen ten |
Omreken ingsver schillen |
Eigen vermogen - aandeel van de groep |
Minderheids belangen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | 41.330 | 800.008 | 840.543 | -25.268 | -2.457 | -12.252 | 1.641.904 | 14.421 | 1.656.325 |
| Herwerking IFRS 15 & 9 |
-27.550 | -27.550 | -27.550 | ||||||
| 31 december 2017 (*) |
41.330 | 800.008 | 812.993 | -25.268 | -2.457 | -12.252 | 1.614.354 | 14.421 | 1.628.775 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
171.530 | -253 | -4.696 | 698 | 167.279 | -2.511 | 164.768 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
-60.755 | -60.755 | -60.755 | ||||||
| Dividenden minder heidsbelangen |
-365 | -365 | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere bewegingen |
2.428 | 2.428 | |||||||
| 31 december 2018 | 41.330 | 800.008 | 923.768 | -25.521 | -7.153 | -11.554 | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van de standaard IFRS 15 opbrengsten uit contracten met klanten en de standaard IFRS 9 Financiële instrumenten en verbonden aanpassingen.
| 31 december 2018 | 31 december 2017 | |
|---|---|---|
| Totaal aantal aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) | 6,78 | 7,13 |
| Eigen middelen toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) | 67,98 | 64,86 |
| In duizend euro | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Omzet | 29.249 | 29.578 |
| Bedrijfsresultaat | -23.944 | -31.507 |
| Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening |
62.771 | 57.681 |
| Niet recurrente financiële opbrengsten | 63 | 518 |
| Niet recurrente financiële kosten | -63 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | 38.827 | 26.692 |
| Belastingen | -118 | -170 |
| Resultaat van het boekjaar | 38.709 | 26.522 |
Het project van het waterzuiveringsstation Brussel Zuid vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet. Dit project zal nog twee jaar duren.
Net als in 2017 werd het bedrijfsresultaat negatief beïnvloed door de toewijzingen aan voorzieningen voor andere risico's en lasten.
Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit van DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium ontvangen dividenden, namelijk respectievelijk 55, 6 en 5 miljoen euro.
| In duizend euro | 31 december 2018 |
31 december 2017 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 1.338.202 | 1.325.005 |
| Vlottende activa | 169.859 | 155.489 |
| Totaal van de activa | 1.508.061 | 1.480.494 |
| In duizend euro | 31 december 2018 |
31 december 2017 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 1.141.304 | 1.163.350 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 95.381 | 81.998 |
| Schulden op lange termijn | 130.248 | 248 |
| Schulden op korte termijn | 141.128 | 234.898 |
| Totaal van de passiva | 1.508.061 | 1.480.494 |
De vaste activa zijn zeer overwegend samengesteld uit de participaties in DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium.
De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 130 miljoen euro die op de bevestigde bilaterale kredietlijnen werden opgenomen. In 2017 werd de obligatielening van 100 miljoen euro geherclassificeerd als schuld op ten hoogste één jaar.
De raad van bestuur zal de gewone algemene vergadering van 2 mei 2019 de uitkering voorstellen van een dividend van 2,40 euro bruto per aandeel, wat neerkomt op een uitkering van 60,75 miljoen euro.
De vennootschap neemt de Belgische corporate governance Code 2009 als referentiecode aan.
Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap www.cfe.be.
Het corporate governance charter werd op 26 maart 2019 voor het laatst gewijzigd. De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op:
Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde cultuur gericht op deugdelijk bestuur.
Op 31 december 2018 bestaat de raad van bestuur van CFE uit dertien leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de resp. gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:
| Infunctietreding | Vervaljaar van het mandaat |
|
|---|---|---|
| Luc Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Piet Dejonghe (*) | 24.12.2013 | 2021 |
| Renaud Bentégeat | 18.09.2003 | 2020 |
| John-Eric Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Jan Suykens | 24.12.2013 | 2021 |
| Koen Janssen | 24.12.2013 | 2021 |
| Alain Bernard | 24.12.2013 | 2021 |
| Philippe Delusinne | 07.05.2009 | 2020 |
| Christian Labeyrie | 06.03.2002 | 2020 |
| Ciska Servais BVBA vertegenwoordigd door Ciska Servais | 03.05.2007 | 2019 |
| Pas De Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 07.10.2016 | 2020 |
| Euro-Invest Management NV vertegenwoordigd door Martine Van de Poel | 03.05.2018 | 2021 |
| MucH BVBA vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 03.05.2018 | 2022 |
(*) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur
Aan de gewone algemene vergadering zal worden voorgesteld het mandaat van Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, te vernieuwen voor een periode van 4 jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2023. Aangezien dit haar vierde opeenvolgende mandaat betreft, voldoet Ciska Servais BVBA niet langer aan de onafhankelijkheidscriteria die zijn uiteengezet in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Belgische Corporate Governance Code van 2009.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de dertien bestuurders op datum van 31 december 2018.
| Luc Bertrand | Voorzitter van de raad van bestuur |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen |
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het executief comité. |
| Lid van het benoemings- en remuneratiecomité |
Uitgeoefende mandaten: |
| a – beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van SIPEF |
|
| b – niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van DEME Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International Voorzitter van de raad van bestuur van FinAxis Bestuurder van Baarbeek BV Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Belfimas Bestuurder van BOS Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van DEME Coordination Center Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Scaldis Invest |
|
| c - verenigingen: Voorzitter van het Belgisch Instituut voor Bestuurders – Guberna (Trustees) Voorzitter van de raad van bestuur van het Institut de Duve Voorzitter van Middelheim Promotors Bestuurder van FBNet (Family Business Network) Bestuurder van Europalia Lid van de Adviesraad van INSEAD Belgium Erevoorzitter van de Cercle de Lorraine, Brussel Lid van de raad van bestuur van VOKA Lid van de raad van bestuur van VOKA VEV Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven Zaakvoerder van het Museum Mayer van den Bergh Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School |
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan het Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij geattacheerd advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.
Lid van de raad van bestuur van SOS-Kinderdorpen België
| Renaud Bentégeat | Uitvoerend bestuurder |
|---|---|
| CFE Hermann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel |
Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A. in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. |
| Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC). |
|
| Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Van 2003 tot september 2018 was hij gedelegeerd bestuurder van CFE. |
|
| Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk). |
|
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a – niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van Bizerte CAP 3000 Bestuurder van BPI Real Estate Luxembourg Zaakvoerder van BPI Real Estate Poland Bestuurder van CFE Contracting & Engineering Lid van de raad van toezicht van CFE Polska Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port |
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Voorzitter van het auditcomité
John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA aan het Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren als Investment Manager in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het executief comité van AvH.
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.
Koen Janssen Bestuurder
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren.
| Alain Bernard | Uitvoerend bestuurder |
|---|---|
| DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht |
Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME, een functie die hij tot 31 december 2018 uitoefende. |
| Uitgeoefende mandaten: | |
| a – niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van DEME Bestuurder van diverse filialen van DEME Bestuurder van Aquafin |
|
| b - verenigingen: Koninklijke Belgische Redersvereniging Bestuurder van FIT (Flanders Investment & Trade) |
|
| Philippe Delusinne | Onafhankelijk bestuurder |
| RTL Belgium Jacques Georginlaan 2 |
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. |
| B-1030 Brussel Lid van het benoemings- en remuneratiecomité |
Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium. |
| Lid van het auditcomité | Uitgeoefende mandaten: |
| a – beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6 |
|
| b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv Gedelegeerd bestuurder van Radio H Vaste vertegenwoordiger van CLT-UFA S.A., Gedelegeerd bestuurder van INADI SA, COBELFRA SA en NEW CONTACT CEO van RTL Belux SA & Cie SECS Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium Voorzitter van de raad van bestuur van Home Shopping Service Belgium Voorzitter van New Contact Bestuurder van CLT-UFA Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse Bestuurder van MaRadio.be SCRL |
|
| c - verenigingen: Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique ASBL Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België) Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg |
Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw
VINCI
1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
Lid van het auditcomité
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder in het Légion d'honneur en Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.
Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem
Voorzitter van het benoemingsen remuneratiecomité
Lid van het auditcomité
Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries.
Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991).
Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op.
Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie.
| Pas de Mots BVBA, | Onafhankelijk bestuurder | ||
|---|---|---|---|
| vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke Lid van het auditcomité |
Leen Geirnaerdt is licentiate toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, Cum Laude, 1996). Zij heeft verscheidene jaren bij PricewaterhouseCoopers en bij USG People / Solvus Resource Group gewerkt. Na zeven jaar als CFO bij USG People te hebben gewerkt, bekleedt zij momenteel de functie van CFO bij Recruit Global Staffing, waar zij lid van de raad van bestuur is. |
||
| Uitgeoefende mandaten: | |||
| Beursgenoteerde onderneming: Bestuurder en voorzitter van het auditcomité van Wereldhave |
|||
| Euro-Invest Management | Onafhankelijk bestuurder | ||
| NV vertegenwoordigd door Martine Van den Poel Molièrelaan 164 |
Martine Van den Poel behaalde een licentie Politieke Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL), een Master in Public Administration aan de Kennedy School of Government, Harvard University (Cambridge, VS) en een Executive Master in Coaching and Consulting for Change aan het INSEAD (Fontainebleau, Frankrijk). |
||
| B-1050 Elsene Lid van het benoemings- en remuneratiecomité |
Zij was onderzoeksmedewerker aan de Harvard Business School in 1978 en aan de Stanford Business School in 1985. Van 1995 tot 2003 was ze lid van het Uitvoerend Comité van INSEAD in haar functie van Director Executive Education en vervolgens geassocieerd Decaan voor externe betrekkingen op de campussen van Fontainebleau en Singapore. |
||
| Sinds 2003 is ze bij het INSEAD Global Leadership Center curriculumdirecteur en executive coach voor verscheidene leadershipprogramma's en –modules. Zij oefent ook een privéactiviteit uit als Leadershipcoach voor verscheidene ondernemingen in Brussel en Parijs. |
|||
| Ze is lid van Women on Boards (WOB), de Club L en de INSEAD Women in Business Club. | |||
| Uitgeoefende mandaten: | |||
| Vereniging: Bestuurder van ICEDR (International Consortium for Executive Development research) Boston, USA. |
|||
| MucH BVBA | Onafhankelijk bestuurder | ||
| Vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer |
Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur kernwetenschappen (UL, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs. |
||
| Jacques Pasturlaan 128 B-1180 Ukkel |
Ze begon haar loopbaan als IT-consultant bij Accenture, gevolgd door 7 jaar bij McKinsey in Brussel, waar zij als Associate Principal grote telecom- en tv-operators, media- en hightechbedrijven overal ter wereld adviseerde. Vervolgens was zij marketing director en lid van het directieteam van de mobiele telefonie-operator BASE. Ze werd bestuurder van EVS, waar zij het strategisch comité voorzat. Van 2014 tot 2018 was ze CEO van EVS. |
||
| Uitgeoefende mandaten: | |||
| a- beursgenoteerde ondernemingen: Onafhankelijk bestuurder en lid van het remuneratiecomité van Shurgard |
|||
| b- niet-beursgenoteerde onderneming: Bestuurder van Amoobi |
|||
| c- organisatie: |
Bestuurder van Coderdojo Belgium
Acht van de dertien leden van de raad van bestuur op 31 december 2018 kunnen niet als onafhankelijke bestuurders worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het betreft:
Op 31 december 2018 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt, Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel en MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer.
Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2018 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.
Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (ii), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.
Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet-uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.
Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.
De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.
Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.
Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap direct of indirect een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.
In 2018 verkeerde een bestuurder (Renaud Bentégeat) in een situatie van belangenconflict toen de raad van bestuur zich moest uitspreken over de dienstverleningsovereenkomst tussen CFE en zijn beheermaatschappij naar Frans recht (Renaud Bentégeat S.A.S).
Uittreksel uit de notulen van de raad van bestuur van de Aannemingsvennootschap CFE NV van 23 augustus 2018:
De voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité stelt de raad voor om de volgende taken toe te vertrouwen aan Renaud Bentégeat (die bestuurder van CFE blijft):
Er zal een dienstverleningsovereenkomst worden ondertekend tussen CFE en de beheermaatschappij naar Frans recht van Renaud Bentégeat. De inwerkingtreding van deze overeenkomst is voorzien op 1 september 2018 voor een duur van 18 maanden. Het totale bedrag van de honoraria wordt bepaald op 1,5 miljoen euro exclusief btw, zoals op 19 februari 2018 voorgesteld door het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Gelet op de situatie van belangenconflict wordt artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen nageleefd.
De bestuurders die aan de stemming deelnemen, keuren unaniem de lijst van de aan Renaud Bentégeat toegekende opdrachten en de invoering van de dienstverleningsovereenkomst goed.
Bij weten van CFE heeft geen enkele andere bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.
Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen met die van CFE.
Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.
Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.
Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.
Hij beoordeelt ook of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.
De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van
bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.
De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.
De recentste formele beoordeling van de werking en prestaties van de raad van bestuur vond eind 2016 plaats. Deze beoordeling werd uitgevoerd met de steun van Guberna, het Belgische Instituut voor Bestuurders. De volgende beoordeling zal in 2019 plaatsvinden.
De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.
De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.
De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en risicobeheer.
De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.
De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.
De raad van bestuur:
Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.
Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of nietgeldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging en met name de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs.
In het kader van het toegestane kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen op basis van hun fractiewaarde.
Deze toelating is verleend voor een periode van vijf jaar vanaf de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014.
De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om (i) gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van de publicatie van de machtiging in het Belgisch Staatsblad het maximale aantal aandelen van de vennootschap te verwerven dat het Wetboek van Vennootschappen toestaat, door middel van aankoop of ruil, tegen een minimale prijs per aandeel die overeenkomt met de laagste slotkoers van de twintig (20) dagen voorafgaand aan de dag van de aankoop van de eigen aandelen verminderd met tien procent (10%) en tegen een maximale prijs per aandeel die overeenkomt met de hoogste slotkoers van de twintig (20) dagen voorafgaand aan de dag van de aankoop van de eigen aandelen vermeerderd met tien procent (10%) en (ii) de zo verworven aandelen af te staan, ofwel persoonlijk ofwel aan een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap optreedt, tegen (a) een volgens punt (i) hierboven bepaalde prijs of (b) wanneer de afstand plaatsvindt in het kader van een optieplan met aandelen van de vennootschap, tegen de uitoefenprijs van de opties. In dat laatste geval kan de raad van bestuur met de toestemming van de begunstigde de aandelen afstaan buiten de gereglementeerde markt.
Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.
De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat zijn beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.
De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist.
In 2018 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is zes keer samengekomen in 2018.
De raad van bestuur heeft meer bepaald:
In de volgende tabel is vermeld hoe vaak elk van de bestuurders in het boekjaar 2018 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.
| Bestuurders | Aanwezigheid/ aantal vergaderingen |
|---|---|
| Luc Bertrand | 5/6 |
| Renaud Bentégeat | 6/6 |
| Piet Dejonghe | 6/6 |
| Jan Suykens | 5/6 |
| Koen Janssen | 5/6 |
| John-Eric Bertrand | 6/6 |
| Christian Labeyrie | 4/6 |
| Philippe Delusinne | 3/6 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
6/6 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
6/6 |
| Alain Bernard | 5/6 |
| Euro-Investment Managament NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel |
3/4 |
| MucH BVBA, vergegenwoordigd door Muriel De lathouwer |
4/4 |
Behoudens in gevallen van overmacht kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.
Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audioof videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.
Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een procesverbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.
De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt.
Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
CFE heeft in 2018 aan de gedelegeerd bestuurders geen vergoedingen toegekend in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de Aannemingsmaatschappij CFE NV te verwerven.
Op 31 december 2018 bestond het benoemings- en remuneratiecomité uit:
In 2018 heeft dit comité tweemaal vergaderd.
Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:
• de vaste en variabele remuneratie van de gedelegeerd bestuurders
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2018 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ Aantal vergaderingen |
|---|---|
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) |
2/2 |
| Luc Bertrand | 2/2 |
| Philippe Delusinne (*) | 2/2 |
| Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel (*) |
0/1 |
Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Op 31 december 2018 bestond het auditcomité uit:
De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.
John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij was sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is hij er lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.
Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.
Dit comité heeft in het boekjaar 2018 viermaal vergaderd.
Het comité heeft met name:
Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2018 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal vergaderingen |
|---|---|
| John-Eric Bertrand | 4/4 |
| Philippe Delusinne (*) | 3/4 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (*) |
4/4 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) |
4/4 |
| Christian Labeyrie | 4/4 |
Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.
De aandelen blijven op naam totdat ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.
Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK NV) toevertrouwd.
De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.
Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.
In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Depositoen Consignatiekas gestort totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.
Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave.
Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.
Op 31 december 2018 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:
| aandelen op naam | 18.572.094 |
|---|---|
| gedematerialiseerde aandelen | 6.742.288 |
| Totaal | 25.314.482 |
Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:
| Ackermans & van Haaren NV Begijnenvest, 113 B-2000 Anvers (België) |
15.289.521 aandelen hetzij 60,40% |
|---|---|
| VINCI Construction SAS | 3.066.460 |
| 5, cours Ferdinand-de-Lesseps | aandelen |
| F-92851 Rueil-Malmaison Cedex | hetzij |
| (Frankrijk) | 12,11% |
In de loop van het boekjaar 2018 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.
Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.
Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.
Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in medeeigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.
De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elk oproepingsbericht tot een algemene vergadering.
"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Hij draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.
Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:
• de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bijv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.);
(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance versie 10/01/2011 pagina 8).
Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.
De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.
Bij de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore was in 2018 de respectieve raad van bestuur verantwoordelijk voor de interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.
De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra, Contracting en Vastgoedontwikkeling.
De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:
De interne controle is als volgt verdeeld:
op het niveau van DEME NV, dat toezicht houdt op de activiteiten Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra (rubriek 5 A.2.2)
op het niveau van CFE Contracting NV, dat toezicht houdt op de activiteiten Contracting (rubriek 5 A 2.3)
Ze is met name verantwoordelijk voor:
De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.
Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.
De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.
De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:
Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de Director Finance & Controlling, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van het betrokken filiaal, zijn operationeel en zijn financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:
Voor de filialen DEME, Rent-a-Port en Green Offshore wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.
De gedelegeerd bestuurder en een uitvoerend bestuurder (Renaud Bentégeat) zijn belast met de follow-up en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.
Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.
Zij worden in hun taken bijgestaan door de financieel en administratief directeur, de directeur human resources en de directeur van CFE International.
CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:
Op het niveau van het risicocomité, dat onder zijn leden twee vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE), samen met de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME. Het risicocomité analyseert en geeft zijn goedkeuring voor alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 100 miljoen euro (baggerwerken) of 25 miljoen euro (niet-baggerwerken);
Op het niveau van het auditcomité, dat onder zijn leden drie vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur en de Director Finance & Controlling van CFE). Het auditcomité inspecteert, bij elke kwartaalafsluiting, de financiële staten van DEME, de evolutie van de resultaten van de verschillende projecten en de bijwerking van de budgetten. Het kan ook worden bijeengeroepen om specifieke financiële punten te behandelen. In 2018 heeft het viermaal vergaderd;
Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, haar COO en haar CFO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur
In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken. Meer bepaald:
De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders: de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO en voorzitter van het executief comité van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder. De raad van bestuur controleert het executief comité, stelt de semesterrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.
Het executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie.
Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is op 31 december 2018 samengesteld uit de financieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerd bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen (ook algemeen directeur van de activiteiten multitechnieken en rail & utilities), de gedelegeerd bestuurder van CFE Bâtiment Brabant Wallonie, en de CEO van de groep Van Laere.
De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of rail & utilities moeten door het risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt.
Het risicocomité is samengesteld uit:
De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het Management voor een betere beheersing van de risico's.
De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het executief comité bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. In 2018 zette de interne audit de in het jaar voordien begonnen werkzaamheden in verband met de naleving van de sociale wetgeving verder. De andere belangrijke thema's van de interne audit waren het selectieproces voor de onderaannemers en de werking van het departement Verzekeringen.
De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het auditcomité van CFE en de leden van het executief comité van CFE Contrating (om met deze laatsten de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).
De interne audit is ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de cartografie van de risico's.
In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:
De verschillende filialen van de divisie Bouw (CFE Bouw Vlaanderen, CFE Bâtiment Brabant Wallonie, Groep Van Laere, Groep Terryn, CFE Polska, CTE, CLE en Benelmat) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit de gedelegeerd bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken vennootschap, de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van CFE Contracting en een of meer vertegenwoordigers van het executief comité van CFE Contracting.
Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.
De interne controle van de divisies Multitechnieken en Rail & Utilities gebeurt door per cluster (de cluster VMA, die de activiteiten elektriciteit en HVAC verzamelt, en de cluster MOBIX, die de activiteiten Rail & Utilities verzamelt) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de divisie, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en de gedelegeerd bestuurder van CFE.
De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit zes bestuurders onder wie de gedelegeerd bestuurder van BPI (de CEO), vier bestuurders van CFE (onder wie de gedelegeerd bestuurder) en de financieel en administratief directeur van CFE (ook Head of Finance van BPI genoemd).
De raad van bestuur heeft een investeringscomité opgericht dat belast is met het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van BPI voor een (beneficial) bedrag van minder dan 10 miljoen euro. Dit comité bestaat uit vier bestuurders van BPI – onder wie de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van BPI en de CFO van CFE – en het hoofd van de juridische afdeling. De Financial Director van BPI en alle personen die behulpzaam kunnen zijn bij de presentatie van de voorgestelde investering worden ambtshalve uitgenodigd om de vergaderingen van het investeringscomité bij te wonen.
Het Investeringscomité is niet bevoegd om de Vennootschap te vertegenwoordigen en sluit de bevoegdheid van de raad
van bestuur niet uit. De raad van bestuur kan te allen tijde beraadslagen over elk investerings- of desinvesteringsproject van eender welk bedrag en kan, indien passend, beslissingen nemen in plaats van het investeringscomité. Alleen de raad van bestuur is bevoegd om – op basis van een gunstig advies van de raad van bestuur van CFE – goedkeuring te geven voor (i) investeringen voor een (beneficial) bedrag van meer dan 10 miljoen euro, (ii) het aangaan van een partnerschap met betrekking tot een project voor een (beneficial) bedrag van meer dan 10 miljoen euro, en (iii) de start van de bouw en/of commercialisering van een vastgoedproject.
Om hem bij te staan in het beheer van de lopende zaken, wordt de gedelegeerd bestuurder omringd door een stuurgroep bestaande uit de CEO, het hoofd van de financiële afdeling, het hoofd van de juridische afdeling, de hoofden van de afdeling ontwikkeling en de landenmanagers. De CEO kan ook elke persoon die hij wenst vragen om de stuurgroep bij te wonen.
Het hoofdkenmerk van de sectoren baggerwerken en contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.
De risicofactoren betreffen dus:
De activiteit van de pool wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.
DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken en de offshore werken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerken als in infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.
DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleum- en gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.
DEME profileert zich eveneens als een toonaangevende
speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:
DEME is ook via DEC actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.
In 2015 heeft DEME beslist een nieuwe divisie op te richten, met twee nieuwe filialen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. De vorming van deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde.
Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.
DEME wordt tijdens de uitvoering van haar projecten voor baggerwerken, de plaatsing van windturbines en onderzeese kabels en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:
Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
De activiteiten van DEME zijn voornamelijk maritiem en worden gekenmerkt door hun kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.
De pool Contracting omvat de activiteiten bouw, multitechnieken en rail & utilities.
De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg, Polen en in mindere mate Tunesië. CFE Contracting is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
De divisies multitechnieken en rail & utilities zijn voornamelijk in België actief, met twee clusters:
CFE Contracting beschikt sedert 2013 over een cartografie van de risico's, die om de twee jaar wordt bijgewerkt. De evaluatie gebeurt volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een voorstelling per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de follow-up van de aan zijn activiteit verbonden risico's.
Het programma van de interne audits wordt op basis van deze cartografie gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.
De belangrijkste risico's die in de update van 2017 werden geïdentificeerd, waren:
De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.
De volgende update van de cartografie van de risico's zal plaatsvinden in 2019. Men verwacht echter bij CFE Contracting geen belangrijke wijzigingen m.b.t. de in 2017 geïdentificeerde belangrijke risico's.
BPI, de leidende vennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.
De vastgoedactiviteit is direct of indirect afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, …) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, …) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.
De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.
Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sector gebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:
De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.
Bijvoorbeeld:
CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.
Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden.
CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.
Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.
Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.
Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.
Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.
Terwijl DEME, CFE Contracting en BPI niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld zijn, wordt CFE geconfronteerd met betalingsachterstallen vanwege de staat Tsjaad.
Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vijf soorten:
CFE komt op 31 december 2018 al haar financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME, CFE Contracting en BPI.
CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen, materialen en prestaties van onderaannemers. Dergelijke stijgingen kunnen een nadelige weerslag hebben op rentabilteit van de projecten. Er wordt ook aan herinnerd dat DEME specifieke indekkingen neemt voor de prijzen van gasolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.
Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.
Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt.
CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.
Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:
De eerbied voor het milieu is een van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.
Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten CFE en CFE Contracting rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften gelinkt aan de plaats van uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.
De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.
DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.
CFE en DEME zijn blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.
Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.
DEME heeft een entreprise security officer aangeworven om:
DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.
Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.
Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
In de afgelopen maanden heeft DEME nauwlettend de evolutie m.b.t. de Brexit gevolgd. Het spreekt voor zich dat de Brexit een invloed zal hebben op de relatie die DEME met haar cliënten, leveranciers alsmede haar medewerkers heeft.
Wijzigingen zullen eveneens volgende operationele eenheden binnen de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. Een evaluatie over de impact van de Brexit op de activiteiten van DEME – met name het Moray East project – werd doorgevoerd op basis van een scenario zonder akkoord (no deal). Hoewel geen enkel materieel risico geïdentificeerd kon worden, werd een strategie tot afdekking van de risico's voorzien om de impact van de Brexit te beperken.
Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er is een compliance officer (MSQ BVBA, met Fabien De Jonge als vaste vertegenwoordiger) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.
Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2018 bedragen respectievelijk 650.000 en 1.192.000 euro.
De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek.
De gewone algemene vergadering van 4 mei 2016 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op het einde van de gewone algemene vergadering van mei 2019. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd vastgesteld op 123.000 euro voor het boekjaar 2018.
De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor bijzondere opdrachten bedragen 82.000 euro.
Bovendien werden gedurende het boekjaar 2018 door Deloitte ook voor 69.000 euro kosten voor advies aan groepsvennootschappen gefactureerd.
Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.
Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.
| (in duizend euro) | Deloitte | Andere | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.825,0 | 74,23% | 721,0 | 35,68% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten |
144,7 | 5,88% | 118,0 | 5,84% |
| Subtotaal audit | 1.969,7 | 80,11% | 839,0 | 41,52% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 181,4 | 7,38% | 793,7 | 39,28% |
| Overige | 307,6 | 12,51% | 388,0 | 19,20% |
| Subtotaal andere | 489,0 | 19,89% | 1.181,7 | 58,48% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.458,7 | 100% | 2.020,7 | 100% |
Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.
Het benoemings- en remuneratiecomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.
Voor het jaar 2018 werden er geen wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.
De algemene vergadering van 3 mei 2018 van CFE NV heeft besloten een jaarlijkse vergoeding van respectievelijk € 100.000 en € 20.000 toe te kennen aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat.
De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van € 2.000 per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur.
De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratie comité blijft ongewijzigd.
Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.
Voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:
| (€) | Bezoldiging CFE NV |
|---|---|
| Luc Bertrand, Voorzitter | 100.000 |
| Renaud Bentégeat (gedelegeerd betuurder tot 31/08/2018, vervolgens bestuurder) |
32.000 |
| Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder |
32.000 |
| Koen Janssen | 30.000 |
| Christian Labeyrie | 28.000 |
| John-Eric Bertrand | 32.000 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
32.000 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
32.000 |
| Philippe Delusinne | 26.000 |
| Jan Suykens | 30.000 |
| Alain Bernard | 30.000 |
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel |
19.260 |
| MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer |
21.260 |
| Totaal | 444.520 |
De bedragen die worden toegekend aan de Voorzitter en aan de bestuurders die de aandeelhouder Ackermans & van Haaren vertegenwoordigen, worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren krachtens een overeenkomst die hen bindt.
Er bestaat geen enkele overeenkomst met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder die een vertrekvergoeding voorziet. Aan de algemene vergadering van 2 mei 2019 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.
| John-Eric Bertrand | 8.000 |
|---|---|
| Philippe Delusinne | 3.000 |
| Christian Labeyrie | 4.000 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
4.000 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
4.000 |
| Totaal | 23.000 |
Het benoemings- en remuneratiecomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
4.000 |
|---|---|
| Luc Bertrand | 2.000 |
| Philippe Delusinne | 2.000 |
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel (vanaf 3 mei 2018) |
|
| Totaal | 8.000 |
Tot 31 augustus 2018 wordt de groep CFE door twee gedelegeerde bestuurders geleid. Vanaf 1 september 2018 is Piet Dejonghe de enige gedelegeerd bestuurder. Hij staat in voor het dagelijks beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van de groep.
De activiteit van DEME wordt gevolgd door een steering committee binnen CFE, samengesteld uit Renaud Bentégeat, Alain Bernard en Fabien De Jonge.
De pool Contracting, die het merendeel van de activiteiten van de groep CFE in de bouw, Multitechnieken en Rail Infra & Utility Networks groepeert, wordt geleid door een executief comité samengesteld uit een CEO, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en vier andere leden, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Fabien De Jonge ('MSQ BVBA' vanaf 1/10/2018), 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts en Almacon BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens.
De activiteit vastgoedontwikkeling staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder: Artis Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.
Het bezoldigingsbeleid wijzigde niet in 2018. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en remuneratiecomité onderzocht.
Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele
bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en remuneratiecomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.
Het referentiejaar voor de gedelegeerde bestuurders (en voor de andere leden van de directie) voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen van de variabele bezoldiging gebeuren in voorkomend geval in april van het volgende jaar.
Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder tot 31 augustus 2018, naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat, hetzij € 32.000, een bruto bezoldiging van € 200.675 ontvangen. De bezoldiging van Renaud Bentégeat was onderworpen aan de Franse sociale zekerheid.
Renaud Bentégeat, als gedelegeerd bestuurder, beschikte bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenstemt met € 38.639 voor 2018. In 2018 genoot hij, ten laste van CFE, een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedroeg € 17.998.
CFE heeft in 2018 aan de gedelegeerd bestuurder geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend aan de heer Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder.
Op 1 september 2018 is een overeenkomst in werking getreden voor de vennootschap Renaud Bentégeat Conseil S.A.S. (Frans recht), vertegenwoordigd door Renaud Bentégeat. Deze door de raad van beheer op voorstel van het benoemingsen remuneratiecomité goedgekeurde overeenkomst is van bepaalde duur en zal eindigen op 29 februari 2020. Het overeengekomen bedrag voor de periode van 1 september 2018 tot 29 februari 2020 bedraagt € 1,5 mio.
Renaud Bentégeat Conseil S.A.S. (Frans recht) heeft in 2018 een vergoeding van € 400.000 ontvangen.
Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, heeft naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat van € 32.000 een bezoldiging ontvangen voor een totaal bedrag van € 345.000 voor de uitoefening van bestuurdersmandaten in verscheidene dochterondernemingen van de groep. Het geheel van deze bezoldigingen wordt aan Ackermans & van Haaren afgestaan krachtens een overeenkomst die hen bindt.
CFE heeft in 2018 aan de gedelegeerd bestuurder, Piet Dejonghe, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.
• John-Eric Bertrand heeft, naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat van € 32.000 en van zijn mandaat als voorzitter van het auditcomité van € 8.000, een bedrag van € 115.000 ontvangen voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene ondernemingen van de groep CFE. Het geheel van deze bezoldigingen wordt aan Ackermans & van Haaren afgestaan krachtens een overeenkomst die hen bindt.
• Koen Janssen heeft, naast de bezoldiging van zijn bestuurders mandaat van € 30.000, een bedrag van € 15.000 ontvangen voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene ondernemingen van de groep CFE. Het geheel van deze bezoldigingen wordt aan Ackermans & van Haaren afgestaan krachtens een overeenkomst die hen bindt.
Het bezoldigingsbeleid is zodanig ontworpen dat de vennootschap
De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van de directie van CFE met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, worden zeer aandachtig bekeken door de gedelegeerd bestuurder en de directeur human resources van de groep. Ze worden voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.
Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.
Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz.
Voor de operationele directeuren van de directie van CFE, met name de verantwoordelijken van de profit centers (dochtervennootschappen), hangt de variabele bezoldiging voor het boekjaar 2017 af van hun individuele prestatieniveau.
Het geheel heeft een negatieve invloed van 20% van het basisbedrag indien de doelstellingen niet worden bereikt.
• De 'kwalitatieve' prestaties, namelijk de individuele doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar worden toegewezen.
De waardering van deze 'kwalitatieve' prestaties gebeurt door het benoemings- en remuneratiecomité.
Voor de functionele directeuren wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende elementen, namelijk:
Het referentiejaar voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.
Voor de operationele leden van de directie van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het remuneratiecomité van DEME, samengesteld uit Renaud Bentégeat, bestuurder, en Luc Bertrand. Vanaf 1 januari 2018 woont Jan Suykens de vergaderingen van dit comité bij.
Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend met inachtneming van 4 criteria: de veiligheid, de EBITDA, het nettoresultaat en de financiële schuld.
De leden van het directiecomité van CFE (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurders) – namelijk Fabien De Jonge, 'MSQ BVBA', vertegenwoordigd door Fabien De Jonge vanaf 1/10/2018, Gabriel Marijsse, D2C Partners S.A.S, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain, Alain Bernard, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, en Almacon BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens, hebben in 2018 de volgende bezoldigingen ontvangen:
| Vaste bezoldigingen en honoraria | 2.600.606 € |
|---|---|
| Variabele bezoldigingen | 2.562.367 € |
| Stortingen voor diverse verzekeringen (pensioenplannen, hospitalisatieverzekering, ongevallenverzekering) |
420.892 € |
| Kosten van dienstvoertuigen | 30.573 € |
| Totaal | 5.614.438 € |
Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het steering committee CFE voor de activiteit van DEME.
CFE NV heeft in 2018 aan de leden van de directie van CFE geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
Het benoemings- en remuneratiecomité van de groep CFE had in 2016 met de goedkeuring van de raad van bestuur besloten een optieplan in te voeren voor CFE Contracting. De vier begunstigden hadden het voorstel aanvaard en de opties hebben een duur van 7 jaar. De vijfde in het verslag 2017 vermelde begunstigde heeft eveneens het aanbod aanvaard, deze optie heeft een duur van 5 jaar.
Anderzijds heeft de raad van bestuur na advies van het benoemings- en remuneratiecomité van CFE in 2017 besloten een optieplan in te voeren op het niveau van BPI Real Estate Belgium (activiteit vastgoedontwikkeling). Twee begunstigden hadden toen dit aanbod aanvaard. De opties hebben een duur van 8 jaar.
Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 voor de leden van de directie van CFE werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 3 mei 2018 de volgende tekst goedgekeurd:
Voor de bezoldigde leden van de directie van CFE en DEME die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013.
Alain Bernard
Gabriel Marijsse
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 6 maanden honoraria.
› is op 1 januari 2016 een overeenkomst van kracht geworden voor 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.
› is op 13 juni 2017 een overeenkomst van kracht geworden voor Almacom BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 6 maanden honoraria.
› is op 28 februari 2018 een overeenkomst van kracht geworden voor Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.
› is op 28 februari 2018 een overeenkomst van kracht
geworden voor Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.
› is op 1 oktober 2018 een overeenkomst van kracht geworden voor MSQ BVBA, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge.
Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de dienstverleningsovereenkomst door de opdrachtgever van de groep CFE (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op 12 maanden honoraria.
› is op 1 januari 2019 een overeenkomst van bepaalde duur van kracht geworden voor de D2C Partners S.A.S, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain, die eindigt op 31/12/2019 zonder opzegging of vergoeding.
De overeenkomsten tussen de leden van de directie van CFE, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurders, enerzijds, en de vennootschap anderzijds, voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.
Dit rapport is bijgevoegd aan bladzijde 18 van het jaarverslag
CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in.
In het boekjaar 2018 werd geen bijzonder verslag opgesteld.
Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:
i) de raad van bestuur gemachtigd is om het maatschappelijk kapitaal te verhogen met maximum € 2.500.000, overwegende dat deze machtiging in toepassing van artikel 607 van het Wetboek van Vennootschappen, in het geval van een openbaar overnamebod, beperkt is;
ii) de raad van bestuur gemachtigd is eigen aandelen van de vennootschap te verwerven.
Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar 2018 geen participaties genomen of afgestaan.
De overnamen en afstanden van de dochterondernemingen van CFE worden in het financieel verslag gedetailleerd besproken.
Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.
Na 31 december 2018 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.
DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.
Voor 2019 verwacht DEME een omzet te realiseren van ongeveer dezelfde omvang als die van 2018. Het effect van nieuwe schepen die gedurende een volledig jaar in de vloot meewerken wordt immers verwacht gecompenseerd te worden door het gepland groot onderhoud van het belangrijk installatieschip Innovation. De operationele marge (EBITDA) wordt in 2019 verwacht binnen de historische vork van 16% tot 20% te blijven over het volledige jaar.
De omzet van de pool Contracting zou in 2019 eveneens stabiel moeten blijven terwijl het bedrijfsresultaat licht zou moeten toenemen.
Het bedrijfsresultaat van de pool Vastgoedontwikkeling zou in 2019 het niveau van 2018 moeten benaderen.
De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op donderdag 2 mei 2019 om 15.00 uur en om de buitengewone algemene vergadering bij te wonen die gehouden zal worden op dezelfde dag, onmiddellijk na de gewone algemene vergadering.
1. BEHEERVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2018
Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening over het boekjaar afgesloten op per 31 december 2018.
Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2018.
Goedkeuring van een brutodividend van 2,40 euro per aandeel, hetzij een netto dividend van 1,68 euro per aandeel. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 22 mei 2019.
Goedkeuring van het remuneratieverslag.
Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2019, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.
Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter, van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.
Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 125.000 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat. Deze remuneratie wordt jaarlijks geïndexeerd.
Verlening van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2018.
Verlening van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2018.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2023. BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, beantwoordt niet aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.
9.2. Het mandaat van de commissaris Deloitte, Bedrijfsrevisoren, BV o.v.v.e. cvba, vertegenwoordigd door de heren Michel Denayer en Rik Neckebroeck, eindigt na de algemene vergadering van 2 mei 2019.
Onder voorbehoud van het akkoord van de ondernemingsraad, goedkeuring van de hernieuwing van het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, BV o.v.v.e. cvba, vertegenwoordigd door de heren Michel Denayer en Rik Neckebroeck, voor een termijn van drie (3) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2022.
De vergadering besluit om voor een periode van vijf (5) jaar de machtiging aan de raad van bestuur te hernieuwen om het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum vijf miljoen euro (EUR 5.000.000) met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen of door uitgifte van al dan niet achtergestelde converteerbare obligaties of van warrants of andere roerende waarden al dan niet gehecht aan andere effecten van de vennootschap.
Deze machtiging omvat tevens de bevoegdheid om over te gaan tot:
Bijgevolg wordt voorgesteld om alinea's 2 en 3 van artikel 4 van de statuten van de vennootschap als volgt te wijzigen:
"De raad van bestuur is gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal, in één of meerdere malen, te verhogen met een bedrag van maximum vijf miljoen euro (EUR 5.000.000). Ten
belope van dit bedrag, kan de raad van bestuur het kapitaal verhogen bij wijze van geldelijke of niet geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe effecten.
De raad van bestuur kan deze machtiging uitoefenen gedurende vijf (5) jaar, te rekenen vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging beslist door de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 2 mei 2019.
De kapitaalverhoging waartoe krachtens deze machtiging wordt besloten kan geschieden overeenkomstig de door de raad van bestuur te bepalen modaliteiten, zoals onder meer door middel van inbreng in geld of, behoudens de wettelijke beperkingen, door niet-geldelijke inbrengen of door middel van omzetting van beschikbare of onbeschikbare reserves en van uitgiftepremies met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen of door uitgifte van al dan niet achtergestelde converteerbare obligaties, alsook door uitgifte van warrants of andere roerende waarden, al dan niet gehecht aan andere effecten van de vennootschap, waarbij de raad gerechtigd is te beslissen dat de nieuwe effecten op naam zullen blijven. De machtigingen kunnen worden hernieuwd overeenkomstig de wettelijke bepalingen.
De raad van bestuur kan, in het belang van de vennootschap, het voorkeurrecht van de aandeelhouders beperken of opheffen naar aanleiding van een kapitaalverhoging bij uitgifte van converteerbare obligaties of obligaties waaraan warrants al dan niet verbonden zijn of, onder voorbehoud van de wettelijke beperkingen terzake, bij uitgifte van warrants die geschieden binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal, inclusief ten gunste van één of meer bepaalde personen of van personeelsleden van de vennootschap of haar dochtervennootschappen.
Voor het geval dat naar aanleiding van een kapitaalverhoging beslist door de raad van bestuur of naar aanleiding van de conversie van obligaties of de uitoefening van het voorkeurrecht een uitgiftepremie wordt betaald, zal deze van rechtswege op een onbeschikbare rekening worden geboekt, genaamd "uitgiftepremie", die in dezelfde mate als het maatschappelijk kapitaal de waarborg voor derden zal uitmaken en waarover, behoudens de mogelijkheid tot omzetting van deze reserve in kapitaal, slechts kan beschikt worden overeenkomstig de voorwaarden voor vermindering van het maatschappelijk kapitaal, gesteld door het Wetboek van Vennootschappen.
De raad van bestuur is gemachtigd na elke kapitaalverhoging binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal de statuten in overeenstemming te brengen met de nieuwe toestand van het kapitaal.
De machtiging toegekend aan de raad van bestuur bij besluit van de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2014, blijft van kracht tot de bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van de hernieuwing van de machtiging besloten door de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019."
De algemene vergadering besluit om de machtigingen tot inkoop van eigen aandelen, zoals deze werden toegekend door de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2014, te hernieuwen voor een periode van respectievelijk vijf jaar en drie jaar.
Bijgevolg besluit de buitengewone algemene vergadering:
De inkoop van eigen aandelen zal geschieden zonder vermindering van het kapitaal, doch door vorming van een onbeschikbare reserve gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen in de inventaris zijn ingeschreven.
Zolang de aandelen in het bezit zullen zijn van de vennootschap wordt het aan die aandelen verbonden stemrecht geschorst. Het dividendrecht, alsook de andere lidmaatschaps- en vermogensrechten worden niet geschorst.
Bijgevolg wordt voorgesteld om artikel 14 bis van de statuten als volgt te wijzigen:
"De raad is gemachtigd om, zonder verder besluit van de algemene vergadering en overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, aandelen van de vennootschap te verkrijgen of te vervreemden. De inkoop van eigen aandelen zal geschieden zonder vermindering van het kapitaal, doch door vorming van een onbeschikbare reserve gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen in de inventaris zijn ingeschreven. Zolang de aandelen in het bezit zijn van de vennootschap wordt het aan die aandelen verbonden stemrecht geschorst. Het dividendrecht, alsook
de andere lidmaatschaps- en vermogensrechten worden niet geschorst.
De machtiging om aandelen van de vennootschap te verkrijgen of te vervreemden is toegekend voor een periode van drie (3) jaar vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging besloten door de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019 in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, zonder verder besluit van de algemene vergadering en overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk zou zijn om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dreigend nadeel zou lijden. Deze machtiging kan voor periodes van drie (3) jaar worden verlengd.
De raad van bestuur van de vennootschap, alsook de raden van bestuur van haar rechtstreeks gecontroleerde dochtervennootschappen, in de zin van artikel 627 van het Wetboek van Vennootschappen, zijn bovendien gemachtigd om overeenkomstig artikel 620 van het Wetboek van Vennootschappen: (i) rechtstreeks of door tussenkomst van een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap gedurende een periode van vijf (5) jaar te rekenen vanaf 2 mei 2019 het maximum van het door het Wetboek van Vennootschappen toegelaten aantal aandelen van de vennootschap te verkrijgen, door aankoop of ruil, tegen een minimumprijs per aandeel die overstemt met de laagste van de laatste twintig (20) slotkoersen voorafgaand aan de dag van inkoop van eigen aandelen verminderd met tien procent (10%) en tegen een maximumprijs per aandeel die overeenstemt met de hoogste van de laatste twintig (20) slotkoersen voorafgaand aan de dag van inkoop van eigen aandelen verhoogd met tien procent (10%) en (ii) de aldus ingekochte aandelen te vervreemden, hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, tegen ofwel (a) een prijs die ligt binnen de vork bepaald voor de machtiging tot inkoop van eigen aandelen ofwel (b) wanneer de vervreemding geschiedt in het kader van een aandelenoptieplan van de vennootschap, de uitoefenprijs van de opties. In het laatste geval is de raad van bestuur gemachtigd om de aandelen, met toestemming van de begunstigden van het aandelenoptieplan, buiten beurs te vervreemden. Deze machtiging kan één of meerdere keren verlengd worden, in overeenstemming met de wettelijke bepalingen ter zake.
De machtiging toegekend aan de raad van bestuur bij besluit van de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2014, blijft van kracht tot de bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van de hernieuwing van de machtiging besloten door de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019."
Indien de buitengewone algemene vergadering niet geldig kan beraadslagen wegens gebrek aan vertegenwoordiging van het kapitaal, zal een nieuwe algemene vergadering worden gehouden, met dezelfde agenda, op 29 mei 2019 om 15 uur, op de maatschappelijke zetel te Oudergem (1160 Brussel), 40-42, Herrmann-Debrouxlaan, die geldig zal beraadslagen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde titels.
Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14de dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 18 april 2019 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 26 april 2019 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering en/of aan de buitengewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering en/of op de buitengewone algemene vergadering. De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 26 april 2019 om middernacht, Belgische tijd, het getekende volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van MSQ BVBA, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres general_meeting@ cfe.be.
Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering en/of op de buitengewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 26 april 2019 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van MSQ BVBA, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.
Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijke kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering en/of van de buitengewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.
Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering en/of van de buitengewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:
In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 17 april 2019 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering en/of van de buitengewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.
De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 17 april 2019 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.
Elke aandeelhouder heeft het recht om vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris met betrekking tot hun verslag of tot de agendapunten van de gewone algemene vergadering en / of van de buitengewone algemene vergadering, voor zover de mededeling van gegevens of feiten niet van dien aard is dat zij nadelig zou zijn voor de zakelijke belangen van de vennootschap of voor de vertrouwelijkheid waartoe de vennootschap, haar bestuurders of de commissaris zich hebben verbonden. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.
De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 24 april 2019, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), zullen op de vergadering beantwoord worden.
Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering en/of de buitengewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.
Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].
Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergaderingen van 2 mei 2019 is beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.
Geconsolideerde resultatenrekening Staat van het globaal resultaat Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie) Geconsolideerd kasstroomoverzicht Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Verslag van de commissaris
Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst-en-verliesrekening Analyse van de winst-en-verliesrekening en van het overzicht van de financiële positie
| Behoefte aan werkkapitaal | Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen – andere kortlopende verplichtingen |
|---|---|
| Netto financiële schuld (NFS) | Langlopende obligatieleningen + Langlopende financiële schulden + Kortlopende obligatieleningen + Kortlopende financiële schulden - Geldmiddelen en kasequivalenten |
| Aangewend kapitaal | Eigen vermogen + Netto financiële schuld (NFS) |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
| EBITDA | Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichtingen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 | 3.640.627 | 3.066.525 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 6 | 123.018 | 116.588 |
| Aankopen | (2.147.130) | (1.726.761) | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 7 | (633.090) | (546.699) |
| Overige exploitatiekosten | 6 | (497.748) | (404.180) |
| Afschrijvingskosten | 12-14 | (272.602) | (238.316) |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 213.075 | 267.157 | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 15 | 14.169 | (17.710) |
| Bedrijfsresultaat | 227.244 | 249.447 | |
| Bruto financieringskosten | 8 | (8.433) | (14.362) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 8 | (55) | (7.904) |
| Financieel resultaat | (8.488) | (22.266) | |
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 218.756 | 227.181 | |
| Winstbelastingen | 10 | (49.549) | (48.430) |
| Resultaat van de periode | 169.207 | 178.751 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | 2.323 | 1.691 |
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 171.530 | 180.442 | |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) |
11 | 6,78 | 7,13 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichtingen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Resultaat – Toekenbaar aan de groep | 171.530 | 180.442 | |
| Resultaat van de periode | 169.207 | 178.751 | |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | (5.498) | 6.463 | |
| Omrekeningsverschillen | 621 | (4.754) | |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 775 | (1.583) |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(4.102) | 126 | |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenregelingen |
22 | (1.063) | (2.227) |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 726 | (3.382) |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(337) | (5.609) | |
| Totaal van de andere elementen van het globaal resultaat | (4.439) | (5.483) | |
| Globaal resultaat: | 164.768 | 173.268 | |
| - Toekenbaar aan de groep | 167.279 | 174.771 | |
| - Toekenbaar aan de minderheidsbelangen | (2.511) | (1.503) | |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) |
11 | 6,61 | 6,90 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december | Toelichtingen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| (duizend euro) | |||
| Immateriële vaste activa | 12 | 89.588 | 91.343 |
| Goodwill | 13 | 177.127 | 184.930 |
| Materiële vaste activa | 14 | 2.390.236 | 2.138.208 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 15 | 155.792 | 140.510 |
| Overige financiële vaste activa | 16 | 171.687 | 147.719 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 26 | 9 | 921 |
| Overige vaste activa | 5.501 | 7.798 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 | 99.909 | 104.022 |
| Totaal vaste activa | 3.089.849 | 2.815.451 | |
| Voorraad | 18 | 128.889 | 138.965 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 19 | 1.261.298 | 1.098.842 |
| Overige vlottende activa uit operationele activiteiten | 19 | 67.561 | 55.712 |
| Overige vlottende activa buiten operationele activiteiten | 19 | 12.733 | 10.715 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 26 | 275 | 4.156 |
| Financiële vlottende activa | 0 | 34 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 20 | 388.346 | 523.018 |
| Totaal vlottende activa | 1.859.102 | 1.831.442 | |
| Totaal van de activa | 4.948.951 | 4.646.893 | |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 | |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 | |
| Ingehouden winsten | 923.768 | 840.543 | |
| Toegezegde pensioenenplannen | (25.521) | (25.268) | |
| Afdekkingsreserves | (7.153) | (2.457) | |
| Omrekeningsverschillen | (11.554) | (12.252) | |
| Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE | 1.720.878 | 1.641.904 | |
| Minderheidsbelangen | 13.973 | 14.421 | |
| Eigen vermogen | 1.734.851 | 1.656.325 | |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 22 | 57.553 | 53.149 |
| Voorzieningen | 23 | 35.172 | 30.183 |
| Andere langlopende verplichtingen | 5.725 | 4.497 | |
| Obligatieleningen - langlopend | 25 | 29.584 | 231.378 |
| Financiële schulden - langlopend | 25 | 656.788 | 419.093 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 26 | 9.354 | 7.209 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 10 | 119.386 | 130.023 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 913.562 | 875.532 | |
| Voorzieningen voor courante risico's | 23 | 65.505 | 82.530 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 19 | 1.410.944 | 1.276.446 |
| Fiscale schulden | 44.543 | 43.275 | |
| Obligatieleningen - kortlopend | 25 | 200.221 | 99.959 |
| Financiële schulden - kortlopend | 25 | 150.075 | 124.497 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 26 | 10.990 | 7.445 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten | 19 | 201.609 | 95.012 |
| Overige kortlopende verplichtingen buiten operationele activiteiten | 19 | 216.651 | 385.872 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2.300.538 | 2.115.036 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.948.951 | 4.646.893 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichtingen | December 2018 |
December 2017 |
|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 213.075 | 267.157 | |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 272.602 | 238.316 | |
| Toevoeging aan de voorzieningen | 1.265 | 4.986 | |
| Waardeverminderingen op activa en andere niet-kaselementen | 1.018 | (9.725) | |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | (7.530) | (9.662) | |
| Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures | 4.935 | 6.507 | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
485.365 | 497.579 | |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
(349.838) | 107.002 | |
| Afname/(toename) van voorraden | 6.142 | (8.466) | |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden |
141.189 | 75.012 | |
| Betaalde/ontvangen winstbelastingen | (58.375) | (42.282) | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 224.483 | 628.845 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Verkoop van vaste activa | 15.833 | 18.322 | |
| Aankoop van vaste activa | (453.475) | (458.210) | |
| Overnames van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen |
5 | (35) | (181.370) |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures |
70.049 | 0 | |
| Kapitaalverhoging in de ondernemingen waarop vermogensmutatie is toegepast |
15 | (8.660) | (32.323) |
| Verkoop van dochterondernemingen | 1.202 | 574 | |
| Nieuwe verstrekte leningen | (41.066) | (9.926) | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (416.152) | (662.933) | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Betaalde intresten | (22.583) | (29.347) | |
| Ontvangen intresten | 13.697 | 13.970 | |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | (2.734) | (12.218) | |
| Leningen | 25.3 | 422.808 | 240.289 |
| Terugbetaling van schulden | 25.3 | (294.122) | (212.271) |
| Uitgekeerde dividenden | (60.755) | (54.426) | |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | 56.311 | (54.003) | |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | (135.358) | (88.091) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar | 20 | 523.018 | 612.155 |
| Wisselkoerseffecten | 686 | (1.046) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 20 | 388.346 | 523.018 |
De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (pool vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden daarom binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premies |
Inge houden winsten |
Toegzegde doelpen sioenen plannen |
Reserve afdek kingsin strumen ten |
Om-- rekenings-- verschillen |
Eigen vermogen –Toekenbaar aan groep CFE |
Minder-- heidsbelan gen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2017 | 41.330 | 800.008 | 840.543 | (25.268) | (2.457) | (12.252) | 1.641.904 | 14.421 | 1.656.325 |
| Herzien voor IFRS 15 & 9 |
(27.550) | (27.550) | (27.550) | ||||||
| December 2017 (*) | 41.330 | 800.008 | 812.993 | (25.268) | (2.457) | (12.252) | 1.614.354 | 14.421 | 1.628.775 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
171.530 | (253) | (4.696) | 698 | 167.279 | (2.511) | 164.768 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(60.755) | (60.755) | (60.755) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(365) | (365) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
2.428 | 2.428 | |||||||
| December 2018 | 41.330 | 800.008 | 923.768 | (25.521) | (7.153) | (11.554) | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van de standaard IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten en van IFRS 9 Financiële instrumenten en verbonden aanpassingen. Herwerkingen worden beschreven in nota 3.2.
De wijzigingen van de consolidatiekring en andere mutaties worden voorgesteld bij de voornaamste transacties die in het voorwoord worden besproken.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte- premies | Inge- houden winsten |
Toege- zegde doelpen sioenen- plannen |
Reserve afdek- kingsin- strumen- ten |
Om-- rekenings-- verschillen |
Eigen vermogen –Toekenbaar aan groep CFE |
Minder-- heidsbelan- gen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2016 | 41.330 | 800.008 | 714.527 | (19.464) | (7.337) | (7.505) | 1.521.559 | 14.918 | 1.536.477 |
| Globaal resultaat van het boekjaar |
180.442 | (5.804) | 4.880 | (4.747) | 174.771 | (1.503) | 173.268 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(54.426) | (54.426) | (54.426) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(528) | (528) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
1.534 | 1.534 | |||||||
| December 2017 | 41.330 | 800.008 | 840.543 | (25.268) | (2.457) | (12.252) | 1.641.904 | 14.421 | 1.656.325 |
Het kapitaal op 31 december 2018 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
De raad van bestuur heeft een dividend van 60.755 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2,40 euro bruto per aandeel, dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de
aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2018.
Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017 bedroeg 2,40 euro bruto per aandeel.
| 135 | 1. ALGEMENE PRINCIPES | 159 | 9. MINDERHEIDSBELANGEN |
|---|---|---|---|
| 137 | 2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES | ||
| 149 | 3. CONSOLIDATIEMETHODEN | 160 | 11. RESULTAAT PER AANDEEL |
| 149 | CONSOLIDATIEKRING | ||
| 149 | TRANSACTIES BINNEN DE GROEP | 162 | 13. GOODWILL |
| 149 | OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE | 164 | 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA |
| BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN | |||
| 150 | TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA | ||
| 150 | 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE | ||
| 150 | OPERATIONELE SEGMENTEN | 169 | 18. VOORRADEN |
| 151 | ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET RESULTAAT |
OPERATIONELE ACTIVITEITEN | |
| 152 | OMZET | ||
| 152 | OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEN | 170 | 21. KAPITAALSUBSIDIES |
| 152 | OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL CONTRACTING | 171 | 22. PERSONEELSVOORDELEN |
| 152 | ORDERBOEK | ||
| 153 | GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIELE | ||
| POSITIE | |||
| 154 | GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE | ||
| POSITIE | |||
| 155 | GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT | FINANCIËLE RISICO'S | |
| 155 | OVERIGE INFORMATIE | 184 | 27. OPERATIONELE LEASING |
| 156 | GEOGRAFISCHE INFORMATIE | ||
| 156 | 5. OVERNAMES EN | ||
| VERKOPEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN | 184 | 30. GESCHILLEN | |
| 158 | 6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN | ||
| ANDERE OPERATIONELE KOSTEN | |||
| 158 | 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN | ||
| 159 | 10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT |
|---|---|
| 160 | 11. RESULTAAT PER AANDEEL |
| 161 | 12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL |
| 162 | 13. GOODWILL |
| 164 | 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA |
| 166 | 15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES |
| 168 | 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA |
| 169 | 17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN |
| 169 | 18. VOORRADEN |
| 170 | 19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN |
| 170 | 20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN |
| 170 | 21. KAPITAALSUBSIDIES |
| 171 | 22. PERSONEELSVOORDELEN |
| 174 | 23. NIET COURANTE ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN |
| 175 | 24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN |
| 175 | 25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD |
| 177 | 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S |
| 184 | 27. OPERATIONELE LEASING |
| 184 | 28. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN |
| 184 | 29. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN |
| 184 | 30. GESCHILLEN |
| 185 | 31. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN |
| 186 | 32. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN |
| 186 | 33. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM |
34. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 26 maart 2019.
De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.
In 2018 verwierf DEME:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.
Daarnaast verwierf DEME ook in 2018:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
In 2018 verkocht DEME al haar aandelen in de volgende entiteiten:
DEME heeft zijn belang in Dredging International Saudi Arabia Ltd verhoogd van 49% tot 100% en in Middle East Dredging
Company QSC (Medco) van 44,1% tot 95%. Deze bedrijven, die verwerkt werden volgens de vermogensmutatiemethode, worden nu geconsolideerd volgens de integrale methode.
Het bedrijf Scaldis Salvage & Marine Contractors nv, dat voor 54,38% in handen is en voorheen geconsolideerd werd volgens de integrale methode, wordt nu verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.
DEME heeft haar participatie in De Vries & Van de Wiel Kust- en Oeverwerken BV verlaagd van 87,45 % tot 74,90%. Dit bedrijf wordt nog altijd geconsolideerd volgens de integrale methode. Bovendien werden de bedrijven Europ Agregats sàrl, dat voor 100% in handen is, en Ecoterres Holding, dat voor 74,90% in handen is, overgenomen door respectievelijk DEME Building Materials nv en DEME Environmental Contractors nv, die beide voor 100% in handen zijn.
Op 31 juli 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen VMA NV en Vanderhoydocnks NV, 100% van de aandelen van de vennootschap P-Multitech BVBA. Deze entiteit wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 28 november 2018 verkochten CFE Contracting NV en VMA NV, beide volledige dochterondernemingen van de groep CFE, hun volledige aandelen in het bedrijf Voltis SA, dat voor 100% in handen was en volgens de integrale methode geïntegreerd werd.
Op 12 december 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming CFE Contracting NV, 12% van de nieuw opgerichte vennootschap LuWa SA. Deze entiteit wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 28 december 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming Engetec SA, 25% van de nieuw opgerichte vennootschap LuWa Maintenance SA. Deze entiteit wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 1 januari 2018 verhoogde de groep CFE via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium nv haar participatie in D.H.B. SA van 75,33% tot 100%. Dit bedrijf werd al geïntegreerd volgens de intergrale methode.
Op 14 mei 2018 veranderde de vennootschap Foncière Sterpenich SA, een dochteronderneming van BPI Real Estate Belgium SA, haar naam in BPI Park West SA.
Op 30 mei 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland, 100% van de aandelen van de vennootschap BPI Sadowa sp. zoo. Deze entiteit wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 8 juni 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA en BPI Samaya SA, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wolimmo SA, die volgens de integrale methode werd geïntegreerd.
Op 8 juni 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA en BPI Samaya SA, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Zenfactory SA, die volgens de integrale methode werd geïntegreerd.
Op 7 augustus 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA, 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Debrouckère Development SA. Deze entiteit wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 27 september 2018 verkocht, BPI Real Estate Belgium SA, een voor 100% gehouden dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie van 50% in Elinvest SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd.
Op 3 oktober 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Poland sp. zoo, 100% van de aandelen van de vennootschap BPI Czysta sp. zoo, die volgens de integrale methode werd geïntegreerd.
Op 13 november 2018 verwierf CFE SA, 49% van de nieuwe opgerichte vennootschappen BPG Congrès SA en BPG Hôtel SA. Deze vennootschappen worden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
In 2017 verwierf DEME:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.
Daarnaast verwierf DEME ook in 2017:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
In 2017 verkocht DEME al haar aandelen in de volgende entiteiten:
De voor 100% gehouden vennootschappen InfraSea Solutions Verwaltungsgesellschaft GmbH en InfraSea Solutions GmbH & co KG werden opgeslorpt door Geosea, een eveneens voor 100% gehouden vennootschap.
Op 31 maart 2017 veranderde de vennootschap ETEC SA, een dochteronderneming van CFE Contracting, haar naam in ENGETEC SA.
Op 26 april 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap CFE SENEGAL SASU, die volgens de integrale methode werd geconsolideerd.
Op 12 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de vennootschap José Coghe Werbrouck NV. Deze entiteit wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 21 december 2017 verwierf CFE Contracting 100% van de aandelen van de vennootschap Algemene Aannemingen Van Laere NV. Deze vennootschap, die onder meer alle aandelen van de Groupe Thiran SA en van Arthur Vandendorpe NV houdt, wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
In de loop van het eerste halfjaar verkocht BPI al haar participaties in de vennootschappen Rederij Marleen BVBA, Rederij Ishtar BVBA en Oosteroever NV. Deze vennootschappen werden voor 50% gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
In dezelfde periode verkocht BPI Luxembourg, een voor 100% gehouden dochteronderneming van BPI SA, haar participatie van 33,33% in Pef Kons Investment SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd.
Op 29 juni 2017 verwierf BPI 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Ernest 11 SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.
Op 30 juni 2017 verwierf BPI Polska Development 90% van de aandelen van de vennootschappen ACE 12 sp z.o.o (project Poznan) en ACE 14 sp z.o. o. (project Warschau). Deze 2 vennootschappen worden volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 18 september 2017 werd de voor 100% door BPI SA gehouden vennootschap Brusilia Building SA vereffend.
Op 27 september 2017 verkocht BPI haar volledige participatie van 100% in de vennootschap Ronndriesch 123 SA.
In de loop van het laatste kwartaal van 2017 veranderde de vennootschap BPI SA haar naam in BPI Real Estate Belgium SA, veranderde de vennootschap BPI Polska Development haar naam in BPI Real Estate Poland sp.z.o.o. en veranderde de vennootschap BPI Luxembourg haar naam in BPI Real Estate Luxembourg.
Op 15 december 2017 verwierf BPI Real Estate Luxembourg, een voor 100% door BPI gehouden dochteronderneming, 100% van de aandelen van de vennootschap Swiss Life Immo Arlon. Deze entiteit wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 20 december 2017 verwierf BPI Real Estate Belgium 100% van de aandelen van de SPRL MG Immo. Deze entiteit wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 16 augustus 2017 verkocht CFE Hongarije, een voor 100% gehouden dochteronderneming van CFE SA, haar volledige participatie in CFE Bayer, die voor 50% werd gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.
In het vierde kwartaal van 2017 werd de vennootschap VMA Hungary Kft vereffend.
De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten van CFE op 31 december 2018 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2018 door de Europese Unie goedgekeurde IFRSnormen en –interpretaties.
De op 31 december 2018 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2017, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2018 verplicht van toepassing zijn.
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen beduidend effect of de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE, behalve de toepassing van IFRS 9 "Financiële Instrumenten en betrokken aanpassingen" en IFRS 15 "Opbrengsten uit contracten met klanten".
De impact van de toepassing van deze twee normen op het geconsolideerde overzicht van de financiële positie van de groep CFE wordt uiteengezet in toelichting 2.1.
De groep heeft de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2018 niet verplicht is niet anticiperend toegepast.
Aanpassingen van IFRS 3 Bedrijfscombinaties (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2020, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
Aanpassing van IFRS 9 Kenmerken van vervroegde terugbetaling met negatieve compensatie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2019)
De nieuwe standaard IFRS 16 schaft voor de leasenemer het huidige onderscheid af tussen gewone leasings, die als lasten werden geboekt, en financiële leasings, die als materiële vaste activa werden geboekt in ruil voor een financiële schuld, en eist voor alle leaseovereenkomsten de erkenning van een gebruiksrecht samen met een financiële schuld. IFRS 16 zal de standaard IAS 17 en de interpretaties IFRIC 4, SIC 15 en SIC 27 vervangen. Terwijl volgens de bepalingen van IAS 17 de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten wordt bepaald volgens de beoordeling van de overdracht van de risico's en voordelen van de eigendom van het actief, schrijft IFRS 16 een unieke boeking door de leasenemer voor met een impact op de balans die vergelijkbaar is met die van een financiële leasing. Deze standaard zal op 1 januari 2019 in werking treden.
De toepassing van IFRS 16 zal de volgende weerslag hebben op het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en op de geconsolideerde resultatenrekening:
Vanwege de specificiteit van bepaalde leaseovereenkomsten (met name in termen van de vernieuwingsmodaliteiten) zouden de voor de beoordeling van de contracten onder IFRS 16 gebruikte looptijden in bepaalde gevallen kunnen verschillen van deze die voor de beoordeling van de verbintenissen buiten balans werden gebruikt, waar alleen rekening werd gehouden met de duur van de vaste verbintenis. De in Toelichting 27 Operationele leaseovereenkomsten vermelde verbintenissen zouden bijgevolg niet volledig representatief kunnen zijn voor de in het kader van de toepassing van IFRS 16 te boeken passiva.
De groep CFE schat op 31 december 2018 dat de impact op de leaseactiva en -passiva 98 miljoen euro zou bedragen. Er moet echter opgemerkt worden dat de werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging en de verificatie op de datum van publicatie van het financieel verslag nog altijd aan de gang zijn.
.
De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde financiële staten voor de periode afgesloten op 31 december 2018 omvatten de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen ('groep CFE') en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.
Op 1 januari 2018 heeft de Groep het bedrag van het eigen vermogen met 15.550 duizend euro (netto van uitgestelde belastingen) verminderd als gevolg van de cumulatieve impact van de eerste toepassing van de norm IFRS 15 "Opbrengsten uit contracten met klanten".
IFRS 15 is de nieuwe standaard voor de beginselen van de boeking van de omzet. Deze is van toepassing sinds 1 januari 2018 en vervangt de standaarden IAS 11 'Onderhanden projecten in opdracht van derden', de standaard IAS 18 'Opbrengsten' en de verschillende bestaande interpretaties, met name IFRIC 15 'Contracten voor de bouw van vastgoed'. De boeking van de opbrengsten uit contracten met klanten zal dus door één enkele standaard worden geregeld, die op 1 januari 2018 van toepassing is geworden.
De toepassing van deze norm vanaf 1 januari 2018 heeft een beperkte impact op de boeking van de omzet, en kan als volgt worden samengevat:
• De omzet uit de meeste bouw- en dienstencontracten wordt geboekt onder IAS 11 als een eenmalige prestatieverplichting met geleidelijke overdracht van controle. Deze benadering
blijft in overeenstemming met de bepalingen van de standaard IFRS 15. Er is dus geen materiële wijziging van toepassing voor het opstellen van de financiële staten 2018.
Op 1 januari 2018 heeft de groep het bedrag van het eigen vermogen met 12.000 duizend euro verminderd om de cumulatieve impact van de eerste toepassing van de norm IFRS 9 "Financiële instrumenten" en de gerelateerde aanpassingen te verwerken.
Bestemd om de huidige norm IAS 39 Financiële instrumenten te vervangen, voorziet IFRS 9 nieuwe bepalingen voor de classificatie en de waardering van de financiële activa, gebaseerd op het beheermodel van de onderneming en de contractuele kenmerken van de financiële activa.
• Fase I – Classificatie en waardering van financiële activa
De bepalingen van IFRS 9 voor de classificatie en de waardering van de financiële activa zijn gebaseerd op het beheermodel van de onderneming en de contractuele kenmerken van de financiële activa. Aangezien de ervaring van de groep in het beheer van zijn financiële activa en het feit dat de groep over geen complexe financiële instrumenten beschikt, is de groep tot de conclusie gekomen dat voor alle financiële instrumenten van de groep de criteria «Solely Payment of Principal and Interests (SSPI) » zoals door IFRS 9 bepaald, worden nageleefd. De financiële activa geboekt tegen geamortiseerde kostprijs volgens IAS 39 kenden geen verandering van boekhoudmethode voor de eerste toepassing van IFRS 9. Er is dus geen materiële wijziging van toepassing voor het opstellen van de geconsolideerde financiële staten 2018.
De afstemming van de categorieën voorzien in IAS 39 en IFRS 9 wordt als volgt samengevat:
| Categorieën van financiële activa en verplichtingen - (Nota 26.9) |
IAS 39 | IFRS 9 |
|---|---|---|
| Financiële activa: | ||
| Deelnemingen | Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Financiële vorderingen en schulden |
Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Rentevoet derivaten | Financiële instrumenten niet gekwalifi ceerd als indekking OF financiële instru menten gekwalificeerd als indekking |
Financiële activa verplicht gewaardeerd tegen reële waarde in het nettoresultaat – Financiële instrumenten niet gekwali ficeerd als indekking / gekwalificeerd als indekking |
| Categorieën van financiële activa en verplichtingen - (Nota 26.9) |
IAS 39 | IFRS 9 |
|---|---|---|
| Handels en overige vor deringen uit operationele activiteiten |
Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Kasequivalenten | Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Beschikbare middelen | Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Financiële verplichtingen: | ||
| Obligatielening | Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Financiële schulden | Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
Leningen en vorderingen / Verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs |
| Rentevoet derivaten | Financiële instrumenten niet gekwalifi ceerd als indekking OF financiële instru menten gekwalificeerd als indekking |
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde via het nettore sultaat– Financiële instrumenten niet gekwalificeerd als indekking / gekwalifi ceerd als indekking |
• Fase II – Modaliteiten voor waardeverminderingen van financiële activa
De standaard zal de modaliteiten voor de waardevermindering van de financiële activa van de groep wijzigen, aangezien IFRS 9 een op de verwachte verliezen gebaseerd model oplegt. De waardering van de financiële activa van de groep tegen het verwachte verliezen gebaseerd model vereist rekening te houden met de geactualiseerde waarde van de geschatte verliezen in het geval van een dubieuze debiteur. De verwachte verliezen worden berekend aan de hand van het gewogen gemiddelde van de verliezen die voortvloeien uit verschillende scenario's. De toepassing van dit model op de waardering van de vorderingen van de groep ten opzichte van de staat Tsjaad leidt tot een daling van het eigen vermogen in de openingsbalans op 1 januari 2018 met 12.000 duizend euro.
Voor de toepassing van normen IFRS 15 en IFRS 9, opteerde de groep voor de zogenaamde «vereenvoudigde retrospectieve» overgangsmethode. De vergelijkende financiële staten werden enkel op niveau van de geconsolideerd overzicht van de financiële positie herwerkt. De vergelijkende geconsolideerde resultatenrekening 2017 werd niet herwerkt en wordt nog steeds volgens de boekhoudprincipes van toepassing in 2017 voorgesteld.
Het geconsolideerd overzicht van de financiële positie voor de periode eindigend op 31 december 2017 onderging de volgende wijzigingen:
| December 2017, | Impact IFRS 15 | Impact IFRS 9 | December 2017, na herziening |
|
|---|---|---|---|---|
| Kortlopende activa, waarin: | ||||
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.098.842 | (12.000) | 1.086.842 | |
| Eigen vermogen – Deel van de Groep CFE, waarin: | ||||
| Ingehouden winsten | 840.543 | (15.550) | (12.000) | 812.993 |
| Langlopende passiva, waarin: | ||||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 130.023 | (3.077) | 126.946 | |
| Handelsschulden en andere bedrijfschulden | 1.276.446 | 18.627 | 1.295.073 |
Indien de norm IFRS 15 niet van toepassing was geweest op 1 januari 2018, zou het nettoresultaat van de groep op 31 december 2018 met -15.550 duizend euro lager zijn in de pool Baggerwerken en milieu.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.
Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:
Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Meer bepaald op 31 december 2018, in het kader van de toepassing van het model van geschatte verliezen op de waardering van vorderingen op de Tsjadische staat, heeft de groep CFE veronderstellingen gemaakt met betrekking tot de frequentie van de verschillende geïdentificeerde scenario's.
De laatste maanden heeft DEME de ontwikkelingen met betrekking tot de brexit op de voet gevolgd. Het is duidelijk dat de brexit de relaties van DEME met zijn klanten, leveranciers en werknemers zal beïnvloeden. Bovendien zullen veranderingen
binnen de polen Dredging, Environment, Offshore en Infra een groot deel van de volgende operationele eenheden beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. In dit verband werd de impact van de brexit op de activiteiten van DEME, en met name op het Moray Eastproject, geëvalueerd op basis van een 'No Deal'-scenario. Hoewel er geen reëel risico werd vastgesteld, werd een strategie voor risicodekking ingevoerd om de impact van de brexit te beperken.
Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE heeft controle over een entiteit wanneer zij:
Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.
Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking
tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.
Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.
Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde financiële staten opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.
Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over
een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de resultatenrekening.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De resultatenrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name 'omrekeningsverschillen'. Deze verschillen worden opgenomen in de resultatenrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.
| Valuta | Slotkoers 2018 | Gemiddelde koers 2018 |
Slotkoers 2017 | Gemiddelde koers 2017 |
|---|---|---|---|---|
| Poolse zloty | 4,30 | 4,26 | 4,18 | 4,26 |
| Hongaarse forint | 320,98 | 318,89 | 310,33 | 309,19 |
| US dollar | 1,15 | 1,18 | 1,20 | 1,13 |
| Singapore dollar | 1,56 | 1,59 | 1,60 | 1,56 |
| Qatarse riyal | 4,17 | 4,30 | 4,36 | 4,14 |
| Roemeense leu | 4,66 | 4,65 | 4,66 | 4,57 |
| Tunesische dinar | 3,43 | 3,11 | 2,94 | 2,73 |
| CFA frank | 655,96 | 655,96 | 655,96 | 655,96 |
| Australische dollar | 1,62 | 1,58 | 1,53 | 1,47 |
| Nigeriaanse naira | 416,29 | 425,60 | 430,94 | 377,02 |
| Marokkaanse dirham | 10,94 | 11,08 | 11,22 | 10,95 |
| Turkse lira | 6,06 | 5,71 | 4,55 | 4,12 |
1 euro = X vreemde valuta
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de
onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.
De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:
| Minimum 5% |
De exploitatieconcessies | |
|---|---|---|
| 20%-33,33% | De software |
De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.
Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de resultatenrekening opgenomen.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.
Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:
• de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd;
Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.
De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).
Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.
Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.
Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.
Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven nettoactiva en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.
Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.
Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:
| vrachtwagens: | 5 jaar |
|---|---|
| voertuigen: | 3-5 jaar |
| ander materiaal: | 5 jaar |
| informaticamateriaal: | 3 jaar |
| bureaumateriaal: | 5 jaar |
| kantoormeubilair: | 10 jaar |
| renovatie van gebouwen/nieuwbouw: | 20-33 jaar |
| hoppers en cutters: | 18 jaar met restwaarde van 5% |
| pontons, bakken, werkschepen en boosters: |
18 jaar zonder restwaarde |
| kranen: | 8-12 jaar met of zonder restwaarde van 5% |
| grondverzetmaterieel: | 7 jaar zonder restwaarde | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| leidingen: | 3 jaar zonder restwaarde | ||||
| containers en werfinstallaties: | 5 jaar | ||||
| divers werfmaterieel: | 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.
De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel 'boot', goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel 'onderhoud', goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, wordt het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.
Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.
Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.
Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.
Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.
De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.
Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele
leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.
De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.
Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.
Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingswaarde.
Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.
De waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de resultatenrekening.
Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de resultatenrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.
De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening opgenomen.
We verwijzen naar paragraaf (M).
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf Y).
Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.
De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, die over het algemeen identiek is aan hun nominale waarde, verminderd met eventuele waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het geschatte verliesmodel, dat vereist dat rekening wordt gehouden met de gedisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verliezen die moeten worden gemaakt in verschillende scenario's.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.
De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige
kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.
De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.
Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.
Inkoop van eigen aandelen
Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de resultatenrekening.
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.
Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.
Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type 'toegezegd-pensioenregeling' en 'toegezegde-bijdragenregeling'.
In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen.
De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.
De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.
Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit' methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de resultatenrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de resultatenrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de nietopgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.
De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk plan van het type 'toegezegde pensioenregeling'. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.
De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.
De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegde pensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van verstreken diensttijd. De kosten van verstreken diensttijd die verbonden zijn met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de resultatenrekening opgenomen
over de periode van de lening volgens de effectieverentemethode. We verwijzen naar paragraaf K 2.1 voor de definitie van deze methode.
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf Y).
De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.
Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de resultatenrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.
De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst- en verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend volgens de 'cost-to-cost'-methode.
Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als:
Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winsten verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk in resultaat erkend als een kost. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal (bv. staal) dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum.
Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract vastgesteld wordt en wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden.
De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en wordt toegerekend aan de prestatieverplichting op basis van individuele verkoopprijzen. De individuele verkoopprijzen worden geschat op basis van de verwachte kosten plus de geschatte marge.
Een variatie kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Een variatie is een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van staal, het brandstofverbruik of wijzigingen in de ontwerpprijs worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden.
Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden.
Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de groep goederen of diensten aan een klant overdraagt vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is.
Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de groep een vergoeding heeft ontvangen vóór de groep goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de groep werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract.
CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm (bv. mobilisatiekosten) die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten. Andere contractkosten worden als uitgaven opgenomen in de periode waarin ze gemaakt zijn.
De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken, landwinning, waterbouwkundige werken, diensten voor de offshore olie- en gasindustrie en hernieuwbare energie en milieuwerkzaamheden. De meeste bouw- en dienstencontracten met onze klanten houden slechts één prestatieverplichting in, die progressief nagekomen wordt. De Groep heeft vastgesteld dat de opbrengsten uit de bouwen dienstencontracten op termijn opgenomen moeten worden aan de hand van de 'cost-to-cost'-methode. Op zich weerspiegelt de opname van de opbrengsten de mate waarin aan onze prestatieverplichtingen wordt voldaan, wat overeenkomst met de overdracht van de controle over een goed of dienst aan onze klanten.
Opbrengsten en kosten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten aan het einde van de verslagperiode, gewaardeerd op basis van het aandeel van de gemaakte projectkosten voor tot dusver uitgevoerde werken in de geschatte totale projectkosten, behalve wanneer dit niet representatief is voor het stadium van voltooiing. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal (bv. staal) dat op de verslagdatum is aangekocht maar nog niet vervaardigd werd of in productie is.
Wanneer een contract meerdere afzonderlijke prestatieverplichtingen bevat, wijst de Groep de totale prijs van het contract toe aan elke prestatieverplichting in overeenstemming met IFRS 15.
Voor een beperkt aantal EPCI-contracten in de sector van de
hernieuwbare energie (offshore windmolenparken) werden meerdere prestatieverplichtingen geïdentificeerd. In deze contracten kunnen de EPCI- en T&I-onderdelen voor de monopalen gescheiden worden, evenals het deel 'kabellegging' en het EPCI- en T&I-gedeelte voor de offshore substations (OSS). Deze delen van het contract kunnen van elkaar worden onderscheiden en zijn verschillend in het kader van het contract. Bijgevolg worden ze beschouwd als afzonderlijke prestatieverplichtingen.
CFE staat in voor het algemene beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals engineering, ontruiming van de site, fundering, aankoop, bouw van een structuur, leidingen en bedrading, plaatsing van apparatuur en afwerking. De prestatieverplichtingen om deze goederen en diensten over te dragen worden niet afzonderlijk behandeld in het kader van het contract, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent voor de integratie van de goederen en diensten (de inputs) in het gebouw (de gecombineerde output) waarvoor de klant een contract heeft afgesloten. De goederen en diensten worden dus niet van elkaar onderscheiden. De entiteit verwerkt alle goederen en diensten in het contract als een enkele prestatieverplichting.
Opbrengsten van aannemingscontracten worden over de tijd erkend aan de hand van een 'cost-to-cost'-methode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dusver gemaakte contractkosten voor tot dusver uitgevoerde werken in de geraamde totale contractkosten. Deze inputmethode wordt beschouwd als een passende maatstaf voor de mate waarin aan deze prestatieverplichtingen voldaan wordt onder IFRS 15.
Voor zover het contract elke eenheid uitdrukkelijk afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren, moet de bouw van elke eenheid als een afzonderlijke prestatieverplichting worden beschouwd en worden de opbrengsten voor elke prestatieverplichting afzonderlijk opgenomen.
Voor sommige contracten, voornamelijk in het segment Multitechnieken, bestrijken de installatie-/uitvoeringswerken een zeer korte periode. Voor deze contracten worden de opbrengsten erkend op één bepaald tijdstip wanneer de werken voltooid zijn.
CFE staat in voor het algemene beheer van vastgoedprojecten waarbij verschillende eenheden van gebouwen in aanbouw (of die nog gebouwd moeten worden) aan de klant worden verkocht. Rekening houdend met de lokale wetgeving die de eigendomsoverdracht aan de eindklant regelt, wordt aan de prestatieverplichting voldaan ofwel over de tijd ofwel op één bepaald tijdstip. Opbrengsten worden erkend wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van eigendom in wezen overgedragen zijn aan de koper en er geen onzekerheid meer bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de mogelijke terugzending van goederen. De grondcomponent en de bouwcomponent worden over het algemeen beschouwd als een enkele prestatieverplichting.
Als de eigendom van de bouwwerken uit hoofde van de lokale wetgeving gedurende de uitvoering van de bouwwerken geleidelijk wordt overgedragen en als de groep contractueel beperkt wordt in de mogelijkheid om de eigendommen naar een andere klant door te sluizen en een afdwingbaar recht op betaling heeft voor de uitgevoerde werken, worden de opbrengsten uit de bouw van deze woningen over de tijd opgenomen op basis van een 'cost-to-cost'-methode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dusver gemaakte projectkosten in de geschatte totale projectkosten en het
aandeel van de tot dusver overgedragen eigendom in de totale eigendom van het project. Deze inputmethode wordt beschouwd als een passende maatstaf voor de mate waarin aan deze prestatieverplichtingen voldaan wordt onder IFRS 15.
Als de wetgeving voorziet in de overdracht van risico's en beloningen en het recht op afdwingbare betaling pas vastgesteld wordt wanneer de wooneenheid volledig gebouwd en overgedragen is, worden de opbrengsten slechts op één bepaald tijdstip opgenomen, namelijk bij de ondertekening van de notariële akte of het protocol dat de overdracht regelt tussen CFE en de eindklant.
Huuropbrengsten en -vergoedingen worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst.
Een overheidssubsidie wordt initieel opgenomen in de balans als uitgestelde baten wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze ontvangen zal worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies die de onderneming vergoeden voor gemaakte kosten worden systematisch opgenomen als overige bedrijfsopbrengsten gedurende de periode waarin de overeenkomstige kosten gemaakt worden die door de subsidie gedekt moeten worden.
Subsidies die de onderneming vergoeden voor de kostprijs van een actief worden systematisch opgenomen in de winst- en verliesrekening over de levensduur van een af te schrijven actief als een lagere afschrijvingslast over de economische levensduur van het actief.
De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de resultatenrekening.
Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de resultatenrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de resultatenrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de
vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.
De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
De reële waarde van een 'forward exchange contract' is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde 'forward'-prijs.
De afgeleide financiële instrumenten zijn van toepassing als aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is:
De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boekhoudkundige kwalificatie van het instrument:
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek 'eigen vermogen' en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de resultatenrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de resultatenrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de resultatenrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek 'eigen vermogen' en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de resultatenrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de resultatenrekening.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek 'eigen vermogen'.
Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de resultatenrekening.
Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.
Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting.
Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier
operationele polen: de pool Baggerwerken en milieu, de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.
Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Het betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.
| Aantal entiteiten | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Integrale methode | 200 | 191 |
| Vermogens mutatiemethode |
128 | 124 |
| Totaal | 328 | 315 |
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde financiële staten van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.
De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.
De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele segmenten:
De pool Baggerwerken en milieu is, via zijn dochteronderneming DEME, actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggerwerken), de plaatsing van offshore windturbines en onderzeese kabels op zeer grote diepte, de bescherming van pijpleidingen en de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.
De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, multitechnieken en rail & utilities.
De Bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg, Polen en in mindere mate Tunesië. CFE Contracting is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
De divisies Multitechnieken, Rail & Utilities zijn voornamelijk in België actief, met twee clusters:
De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, in Luxemburg en in Polen.
Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook:
| (duizend euro) | Omzet | Resultaat van de operationele activiteiten | Bedrijfsresultaat (EBIT) | Financieel resultaat | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | % omzet | 2017 | % omzet | 2018 | % CA | 2017 | % CA | 2018 | 2017 | |
| Baggerwerken en milieu |
2.645.780 | 2.356.014 | 196.012 | 7,41% | 230.507 | 9,78% | 202.940 | 7,67% | 217.775 | 9,24% | (6.391) | (21.117) |
| Herwerking DEME |
(4.589) | (5.468) | (5.273) | (10.510) | 2.901 | 4.218 | ||||||
| Contracting | 934.573 | 717.649 | 22.728 | 2,43% | 27.212 | 3,79% | 22.728 | 2,43% | 27.212 | 3,79% | (2.073) | (134) |
| Vastgoed ontwikkeling |
94.696 | 10.900 | 10.346 | 10,93% | 21.799 | 199,99% | 13.209 | 13,95% | 23.388 | 214,5% | (2.832) | (902) |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
27.051 | 34.141 | (10.865) | (7.704) | (5.803) | (9.229) | (93) | (4.331) | ||||
| Eliminaties tussen polen |
(61.473) | (52.179) | (557) | 811 | (557) | 811 | ||||||
| Totaal gecon solideerd |
3.640.627 | 3.066.525 | 213.075 | 5,85% | 267.157 | 8,71% | 227.244 | 6,24% | 249.447 | 8,13% | (8.488) | (22.266) |
| (duizend euro) | Belastingen | Resultaat toekenbaar aan de groep | Niet-kaselementen | EBITDA | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | % omzet | 2017 | % omzet | 2018 | 2017 | 2018 | % omzet | 2017 | % CA | |
| Baggerwerken en milieu |
(43.231) | (43.269) | 155.570 | 5,88% | 155.055 | 6,58% | 262.889 | 224.993 | 458.901 | 17,34% | 455.500 | 19,33% |
| Herwerking DEME |
384 | 7.739 | (1.988) | 1.448 | 4.589 | 5.468 | ||||||
| Contracting | (5.491) | (11.726) | 15.161 | 1,62% | 15.351 | 2,14% | 12.686 | 406 | 35.414 | 3,81% | 27.618 | 3,85% |
| Vastgoedont wikkeling |
(1.134) | (256) | 9.321 | 9,84% | 22.255 | 204,17% | (1.932) | 1.860 | 8.414 | 8,87% | 23.659 | 217,06% |
| Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
(124) | (856) | (6.024) | (14.416) | (3.347) | 850 | (14.212) | (6.854) | ||||
| Eliminaties tussen polen |
47 | (62) | (510) | 749 | (557) | 811 | ||||||
| Totaal gecon solideerd |
(49.549) | (48.430) | 171.530 | 4,71% | 180.442 | 5,88% | 274.885 | 233.577 | 487.960 | 13,40% 500.734 | 16,33% |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| België | 1.080.912 | 1.018.284 |
| Andere Europa | 1.739.573 | 1.324.955 |
| Midden-Oosten | 45.597 | 16.337 |
| Azië | 355.996 | 342.356 |
| Oceanië | 56.122 | 32.173 |
| Afrika | 265.266 | 250.878 |
| Amerika | 97.161 | 81.542 |
| Totaal geconsolideerd | 3.640.627 | 3.066.525 |
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De groep heeft in 2018 geen inkomsten ontvangen afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van de omzet.
De omzet uit de verkoop van goederen voor 2018 bedraagt 5.289 duizend euro (2017: 8.490 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 601.993 | 499.049 |
| Civil works | 155.747 | 81.308 |
| Environmental contracting |
163.442 | 152.331 |
| Fallpipe & landfalls | 462.059 | 199.426 |
| Maintenance dredging | 280.191 | 322.116 |
| Marine works | 982.348 | 1.101.784 |
| Totaal | 2.645.780 | 2.356.014 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Bouw | 692.444 | 499.914 |
| Multitechnieken | 170.642 | 155.255 |
| Rail & Utilities | 71.487 | 62.480 |
| Contracting | 934.573 | 717.649 |
De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.
De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.
| (miljoen euro) | 2018 | 2017 | % verschil |
|---|---|---|---|
| Baggerwerken en milieu |
4.010,0 | 3.520,0 | +13,9% |
| Contracting | 1.320,3 | 1.229,7 | +7,4% |
| Bouw | 1.069,1 | 978,8 | +9,2% |
| Multitechnieken | 168,4 | 152,6 | +10,4% |
| Rail & Utilities | 82,8 | 98,3 | -15,8% |
| Vastgoed ontwikkeling |
10,8 | 3,5 | n.s. |
| Holding en niet overgedragen activiteiten |
44,8 | 97,6 | -54,1% |
| Totaal | 5.385,9 | 4.850,8 | +11,0% |
| per 31 december 2018 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.326.304 | 61.526 | 928 | 1.478 | 0 | 2.390.236 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa |
108.066 | 0 | 35.106 | 28.515 | 0 | 171.687 |
| Overige vaste activa | 274.058 | 13.217 | 34.923 | 1.274.450 | (1.245.849) | 350.799 |
| Voorraad | 15.244 | 16.945 | 94.592 | 3.733 | (1.625) | 128.889 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
287.394 | 53.440 | 9.197 | 38.315 | 0 | 388.346 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
0 | 62.808 | 2.793 | 1.889 | (67.490) | 0 |
| Overige vlottende activa | 914.328 | 314.783 | 26.180 | 96.214 | (9.638) | 1.341.867 |
| Totaal van de activa | 4.080.961 | 544.279 | 203.719 | 1.464.594 | (1.344.602) | 4.948.951 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.646.910 | 84.781 | 68.108 | 1.182.527 | (1.247.475) | 1.734.851 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Langlopende obligatieleningen |
0 | 0 | 29.584 | 0 | 0 | 29.584 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
494.796 | 10.156 | 21.836 | 130.000 | 0 | 656.788 |
| Overige langlopende verplichtingen |
179.572 | 14.712 | 10.923 | 21.983 | 0 | 227.190 |
| Kortlopende obligatielening | 200.221 | 0 | 0 | 0 | 0 | 200.221 |
| Kortlopende financiële schulden |
148.376 | 1.699 | 0 | 0 | 0 | 150.075 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
0 | 1.889 | 11.043 | 54.558 | (67.490) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen |
1.411.086 | 431.042 | 42.225 | 75.526 | (9.637) | 1.950.242 |
| Totaal passiva | 2.434.051 | 459.498 | 135.611 | 282.067 | 97.127 | 3.214.100 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen |
4.080.961 | 544.279 | 203.719 | 1.464.594 | (1.344.602) | 4.948.951 |
| op 31 december 2017 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 163.370 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 184.930 |
| Materiële vaste activa | 2.073.436 | 63.736 | 526 | 510 | 0 | 2.138.208 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa |
94.138 | 754 | 34.981 | 17.846 | 0 | 147.719 |
| Overige vaste activa | 278.749 | 10.894 | 32.889 | 1.267.880 | (1.245.818) | 344.594 |
| Voorraad | 15.714 | 24.020 | 99.216 | 1.640 | (1.625) | 138.965 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
434.687 | 59.234 | 3.324 | 25.773 | 0 | 523.018 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
0 | 47.985 | 0 | 1.928 | (49.913) | 0 |
| Overige vlottende activa | 727.178 | 290.454 | 26.723 | 136.074 | (10.970) | 1.169.459 |
| Totaal van de activa | 3.787.272 | 518.637 | 197.659 | 1.471.651 | (1.328.326) | 4.646.893 |
| VERPLICHTINGEN Eigen vermogen |
1.570.503 | 74.226 | 64.433 | 1.194.605 | (1.247.442) | 1.656.325 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Langlopende obligatielening | 201.900 | 0 | 29.478 | 0 | 0 | 231.378 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
401.559 | 11.134 | 6.400 | 0 | 0 | 419.093 |
| Overige langlopende verplichtingen |
177.604 | 18.241 | 8.846 | 20.370 | 0 | 225.061 |
| Kortlopende obligatielening | 0 | 0 | 0 | 99.959 | 0 | 99.959 |
| Kortlopende financiële schulden |
118.889 | 5.608 | 0 | 0 | 0 | 124.497 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
0 | 0 | 16.293 | 33.620 | (49.913) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen |
1.316.817 | 409.428 | 52.209 | 123.097 | (10.971) | 1.890.580 |
| Totaal passiva | 2.216.769 | 444.411 | 133.226 | 277.046 | (80.884) | 2.990.568 |
| per 31 december 2018 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding, niet overgedragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
454.987 | 36.904 | 10.994 | (17.520) | 485.365 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
222.406 | 20.552 | (1.909) | (16.566) | 224.483 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(395.432) | (6.569) | (700) | (13.451) | (416.152) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
24.893 | (19.684) | 8.546 | 42.556 | 56.311 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen |
(148.133) | (5.701) | 5.937 | 12.539 | (135.358) |
| per 31 december 2017 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding, niet overgedragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
449.832 | 24.904 | 29.056 | (6.213) | 497.579 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
595.170 | 44.895 | 24.272 | (35.492) | 628.845 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(632.851) | (21.773) | (2.583) | (5.726) | (662.933) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
(53.178) | (8.412) | (24.152) | 31.739 | (54.003) |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen |
(90.859) | 14.710 | (2.463) | (9.479) | (88.091) |
De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.
| per 31 december 2018 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed- ontwikkeling | Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (261.182) | (10.665) | (304) | (138) | (272.289) |
| Investeringen | 434.842 | 10.272 | 701 | 1.204 | 447.019 |
| Waardeverminderingen | (313) | 0 | 0 | 0 | (313) |
| per 31 december 2017 (duizend euro) |
Baggerwerken en milieu |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (230.143) | (7.426) | (207) | (201) | (237.977) |
| Investeringen | 474.911 | 15.343 | 541 | 687 | 491.482 |
| Waardeverminderingen | (339) | 0 | 0 | 0 | (339) |
De investeringen omvatten de verwervingen in het kader van de investeringsactiviteiten van de groep en de verwervingen voor de activiteiten in vastgoedontwikkeling in het kader van de operationele activiteiten. De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties zijn niet opgenomen in deze bedragen.
De operaties van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, in Luxemburg en in Polen.
De materiële vaste activa in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België. Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.
In de loop van het eerste semester 2018 heeft Geosea, dochteronderneming van DEME, de reële waarde van alle identificeerbare activa en passiva van de filialen G-Tec en A2Sea A/S, verworven in 2017, definitief bepaald en heeft het verschil met de voorlopige waardering , die in december 2017 werd opgemaakt, geboekt. De definitieve aankoopprijs en de definitieve waarde van de identificeerbare verworven activa en passiva worden als volgt samengevat:
| (duizend euro) | Voorlopig waardering December 2017 |
Definitieve waardering December 2018 |
|---|---|---|
| Materiële vaste activa | 186.675 | 190.964 |
| Kasequivalenten | 38.945 | 38.945 |
| Langlopende schulden | (14.279) | (14.279) |
| Overige langlopende en kortlopende activa en passiva | (9.192) | (7.281) |
| Totaal van de netto verworven activa | 202.149 | 208.349 |
| Minderheidsbelangen | 699 | 869 |
| Totaal van de netto verworven activa – deel van de groep |
202.848 | 209.218 |
| Goodwill | 7.410 | 704 |
| Aanschaffingwaarde | 210.258 | 209.922 |
Op 3 september 2018 heeft DEME NV bijkomende economische rechten in de vennootschap Middle East Dredging Company QSC 'Medco' verworven, zodat het belangenpercentage van de groep van 44,1% naar 95% is gestegen. Dit leidt tot een wijziging van de consolidatiemethode van Medco: de vennootschap blijft tot het begin van het derde semester van het boekjaar geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode en wordt vervolgens integraal geconsolideerd.
Deze verwerving van zeggenschap stemt overeen met de definitie van een bedrijfscombinatie volgens de standaard IFRS 3 – Bedrijfscombinaties, die de toepassing voorschrijft van de 'verwervingsmethode' volgens welke de identificeerbare activa en passiva van Medco tegen hun reële waarde op de datum van de verwerving in de financiële rekeningen van CFE worden gewaardeerd. Bovendien moet volgens deze methode de historische participatie van 44,1% eveneens tegen haar reële waarde worden geherwaardeerd, met een overeenkomstige boeking in de resultatenrekening. Tot slot is de uit deze transactie vrijgekomen goodwill het resultaat van het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van Medco.
De waardering tegen hun reële waarde van de identificeerbare activa en passiva werd voltooid binnen een tijdsbestek dat verenigbaar was met dat van de jaarlijkse afsluiting. Deze waardering, die volgens de boekhoudmethoden van de groep CFE werd uitgevoerd, is definitief op 31 december 2018. De reële waarden die aan de verworven activa en passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat:
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Materiële vaste activa | 79.636 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
52.925 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 72.454 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen |
(757) |
| Langlopende en kortlopende schulden | (35.330) |
| Overige langlopende en kortlopende activa en passiva |
(14.829) |
| Handelsschulden en overige bedrijfsverplichtingen |
(148.776) |
| Totaal van de netto verworven activa | 5.323 |
| Waardering van historische deelneming van DEME in MEDCO (44,1%) |
(10.605) |
| Goodwill | 5.282 |
| Aanschaffingwaarde | 0 |
De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:
Deze transactie heeft niet tot een contante betaling geleid. Met deze operatie heeft DEME een bijkomende 50,9% van het kapitaal van Medco verworven, met een positieve netto kasstroom van 72,5 miljoen euro tot gevolg. De herwaardering van de historische participatie levert een winst op van 10,6 miljoen euro, geboekt in opbrengsten uit aanverwante activiteiten. De totale uit de transactie vrijgekomen niettoegerekende goodwill bedraagt 5,3 miljoen euro en werd in waarde verminderd per 31 december 2018.
De verkopen die in 2018 als bedrijfscombinaties volgens de IFRS 3 norm worden beschouwd, hebben geen materiele invloed op de jaarrekening.
De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden hierboven in het voorwoord beschreven.
De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 123.018 duizend euro (2017: 116.588 duizend euro) en omvatten de meerwaarde op de verkoop van vaste activa ten bedrage van 8.412 duizend euro (2017: 10.893 duizend euro) alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 114.606 duizend euro (2017: 70.658 duizend euro) die voor 73.678 duizend euro in verband met DEME zijn.
De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Diverse diensten en goederen | (483.178) | (408.978) |
| Bijzondere waardevermindering van activa | ||
| - Voorraden | 91 | 405 |
| - Handelsvorderingen en overige vorderingen | (19.473) | 13.315 |
| Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) |
12.531 | (5.428) |
| Overige exploitatiekosten | (7.719) | (3.494) |
| Totaal geconsolideerd | (497.748) | (404.180) |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | (502.049) | (430.279) |
| Verplichte socialezekerheidsbijdragen | (96.718) | (86.414) |
| Overige loonkosten | (22.192) | (17.990) |
| Kosten van verleende diensten met betrekking tot pensioenplannen van het type toegezegde pensioenregeling |
(12.131) | (12.016) |
| Totaal geconsolideerd | (633.090) | (546.699) |
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2018 bedraagt 8.391 (2017: 7.924) wat neerkomt op 8.689 personen op 1 januari 2018 (2017: 7.752) en 8.598 op 31 december 2018 (2017: 8.689).
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Kosten van de financiële schuldenlast | (8.433) | (14.362) |
| Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening | 0 | 0 |
| Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten | 0 | 0 |
| Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde | 0 | 0 |
| Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop | 0 | 0 |
| Leningen en vorderingen - inkomsten | 13.819 | 13.701 |
| Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten | (22.252) | (28.063) |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | (55) | (7.904) |
| Winst (verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten | 4.504 | (4.059) |
| Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Waardevermindering op financiële activa | 0 | (3) |
| Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen | (105) | (183) |
| Overige | (4.454) | (3.659) |
| Financieel resultaat | (8.488) | (22.266) |
De daling van de rente en de herfinanciering van sommige bankleningen en obligatielening hebben bijgedragen tot de daling van de rentelast.
De evolutie van de rubriek gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselresultaten en overige per 31 december 2018 wordt voornamelijk verklaard door de waardevermindering van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.
Op 31 december 2018 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 2.323 duizend euro (2017: 1.691 duizend euro) en heeft het voornamelijk betrekking op de pool Baggerwerken (2.251 duizend euro).
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | ||
| Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar | 49.981 | 49.260 |
| Overschot/(tekort) voorziening vorige boekjaren | (502) | 260 |
| Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen | 49.479 | 49.520 |
| Uitgestelde belastingen | ||
| Opname en terugname van tijdelijke verschillen | 70 | (1.173) |
| Aangewende verliezen van vorige boekjaren | 0 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar | 0 | 83 |
| Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen | 0 | 0 |
| Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen | 70 | (1.090) |
| Winstbelasting voor het boekjaar | 49.549 | 48.430 |
| Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat |
1.501 | (4.965) |
| Totaal belastinglast in de resultatenrekening | 51.050 | 43.465 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen voor de periode | 218.756 | 227.181 |
| waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
14.169 | (17.710) |
| Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
204.587 | 244.891 |
| Winstbelasting berekend aan het tarief van 29,58% (*) | 60.517 | 83.238 |
| Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven | 5.643 | 7.127 |
| Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten | (11.301) | (6.660) |
| Belastingkrediet en impact van de notionele interest | (5.767) | (18.425) |
| Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden |
(3.364) | (20.202) |
| Effect van de wijziging in het belastingstarief volgens de wetswijziging in België | 0 | (11.400) |
| Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes |
(995) | (722) |
| Lopende en uitgestelde belastingaanpassingen met betrekking tot voorgaande jaren | (11.005) | (905) |
| Uitgestelde belastingvorderingen op niet-opgenomen verliezen van het boekjaar | 15.821 | 16.379 |
| Belastinglast | 49.549 | 48.430 |
| Effectieve belastingtarief van het boekjaar | 24,22% | 19,78% |
(*) Het belasting tarief in België is 29,58% voor het boekjaar 2018 tegenover 33,99% voor het boekjaar 2017
De belastingkosten bedragen 49.549 duizend euro per 31 december 2018, tegenover 48.430 duizend euro eind 2017. Het effectieve belastingtarief bedraagt 24,22% tegenover 19,78% per 31 december 2017. De stijging van het effectieve belastingtarief is voornamelijk te wijten aan de activiteiten van DEME die in andere rechtsgebieden werden uitgevoerd. Daarnaast is de impact van de belastingkredieten en de notionele interesten in 2018 beperkter.
| (duizend euro) | Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| Immateriële en materiële vaste activa | 21.925 | 11.794 | (84.096) | (92.992) |
| Personeelsbeloningen | 13.023 | 11.306 | 0 | 0 |
| Voorzieningen | 2.011 | 426 | (21.837) | (22.984) |
| Reële waarde van afgeleide instrumenten | 2.483 | 2.369 | (5) | 0 |
| Overige elementen | 33.823 | 44.326 | (60.350) | (53.783) |
| Fiscale verliezen | 147.005 | 138.453 | 0 | 0 |
| Bruto uitgestelde belastingen activa/(verplichtingen) | 220.270 | 208.674 | (166.288) | (169.759) |
| Niet opgenomen uitgestelde belastingsactiva | (73.459) | (64.916) | 0 | 0 |
| Belastingverrekening | (46.902) | (39.736) | 46.902 | 39.736 |
| Opgenomen uitgestelde belastingsactiva/(passiva) | 99.909 | 104.022 | (119.386) | (130.023) |
Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 293.836 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.
De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.
Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van de cashflow hedge |
775 | (1.583) |
| Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen |
726 | (3.382) |
| Totaal | 1.501 | (4.965) |
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders | 171.530 | 180.442 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) | 167.279 | 174.771 |
| Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Nettoresultaat (deel van de groep) per aandeel (euro) | 6,78 | 7,13 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (euro) | 6,61 | 6,90 |
| Boekjaar 2018 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelingskosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 129.059 | 3.547 | 132.606 |
| Netto wisselkoersverschillen | (31) | 0 | (31) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (176) | 0 | (176) |
| Verwervingen | 1.567 | 283 | 1.850 |
| Afstotingen | (1.281) | (24) | (1.305) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | (74) | 78 | 4 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 129.064 | 3.884 | 132.948 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (37.972) | (3.291) | (41.263) |
| Netto wisselkoersverschillen | (14) | 0 | (14) |
| Afschrijvingen | (3.487) | (353) | (3.840) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 85 | 0 | 85 |
| Afstotingen | 1.281 | 24 | 1.305 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 306 | 61 | 367 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (39.801) | (3.559) | (43.360) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2018 | 91.087 | 256 | 91.343 |
| Op 31 december 2018 | 89.263 | 325 | 89.588 |
Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 1.850 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-enverliesrekening en bedragen 3.840 duizend euro.
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden slechts geboekt in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
| Boekjaar 2017 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelingskosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 126.248 | 3.347 | 129.595 |
| Netto wisselkoersverschillen | (52) | 0 | (52) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 2.078 | 0 | 2.078 |
| Verwervingen | 1.240 | 275 | 1.515 |
| Afstotingen | (508) | 0 | (508) |
| Afstoting naar andere activacategorieën | 53 | (75) | (22) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 129.059 | 3.547 | 132.606 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (30.812) | (3.342) | (34.154) |
| Netto wisselkoersverschillen | 42 | 0 | 42 |
| Afschrijvingen | (6.034) | (22) | (6.056) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (1.554) | 0 | (1.554) |
| Afstotingen | 289 | 0 | 289 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 97 | 73 | 170 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (37.972) | (3.291) | (41.263) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2017 | 95.436 | 5 | 95.441 |
| Op 31 december 2017 | 91.087 | 256 | 91.343 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 405.685 | 395.924 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (2.521) | 9.761 |
| Afstotingen | 0 | 0 |
| Overige wijzigingen | 0 | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 403.164 | 405.685 |
| Waardeverminderingen | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (220.755) | (220.755) |
| Bijzondere waardeverminderingen | (5.282) | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (226.037) | (220.755) |
| Netto boekwaarde per 31 december | 177.127 | 184.930 |
Het effect van wijzigingen in de consolidatiekring wordt voornamelijk verklaard door DEME; enerzijds door de afronding van de waardering van de dochterondernemingen van GeoSea en anderzijds door de integratie van Medco tegen 95%. Deze transacties worden nader toegelicht in voetnoot 5.
Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2018.
De volgende assumpties werden aangenomen in de waarderingstests:
| Activiteit | Netto waarde goodwill | Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen |
Brutowaar de goodwill |
Afwaardering van het boekjaar |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2018 | 2017 | Groei percentage |
Groei percentage (eindwaar- de) |
Actualise- ringsvoet | Sensitiviteits- percentage | ||
| DEME & dochter ondernemingen |
155.567 | 163.369 | 1,5% | 1,5% | 7,9% | 5% | 375.591 | - |
| VMA | 11.115 | 11.115 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 11.115 | - |
| Remacom | 2.995 | 2.995 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 2.995 | - |
| Stevens | 2.682 | 2.682 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 2.682 | - |
| Coghe | 2.351 | 2.351 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 2.351 | - |
| Druart | 1.507 | 1.507 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 3.360 | - |
| Amart | 911 | 911 | 0% | 0% | 7,1% | 5% | 911 | - |
| Totaal | 177.127 | 184.930 | 399.005 | - |
Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2019 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Voor de activiteiten van Contracting werden uit voorzorg geen groeipercentages toegepast voor de volgende jaren, noch voor de bepaling van de eindwaarde. Voor de activiteiten van DEME werd voor de volgende jaren en voor de bepaling van de eindwaarde rekening gehouden met een groeivoet van 1,5% in het licht van de lopende investeringsprogramma's.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.
De groep DEME wordt als één kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen hebben aangetoond.
| Boekjaar 2018 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige ma teriële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
144.888 | 3.435.161 | 76.181 | 0 | 428.074 | 4.084.304 |
| Gevolgen van de wisselkoersverschillen |
176 | 1.402 | (17) | 0 | 25 | 1.586 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
190 | 191.310 | 505 | 0 | 0 | 192.005 |
| Verwervingen | 3.351 | 182.259 | 6.840 | 0 | 252.718 | 445.168 |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
(863) | 241.853 | (2.175) | 0 | (245.853) | (7.038) |
| Afstotingen | (3.442) | (137.114) | (12.925) | 0 | (3.942) | (157.423) |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
144.300 | 3.914.871 | 68.409 | 0 | 431.022 | 4.558.602 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
(58.599) | (1.823.759) | (63.738) | 0 | 0 | (1.946.096) |
| Gevolgen van wisselkoersverschillen |
(153) | (546) | 36 | 0 | 0 | (663) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
(190) | (108.113) | (330) | 0 | 0 | (108.633) |
| Afschrijvingen | (5.315) | (257.345) | (6.102) | 0 | 0 | (268.762) |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
4.106 | 201 | 2.361 | 0 | 0 | 6.668 |
| Afstotingen | 1.124 | 135.620 | 12.376 | 0 | 0 | 149.120 |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
(59.027) | (2.053.942) | (55.397) | 0 | 0 | (2.168.366) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2018 | 86.289 | 1.611.402 | 12.443 | 0 | 428.074 | 2.138.208 |
| Op 31 december 2018 | 85.273 | 1.860.929 | 13.012 | 0 | 431.022 | 2.390.236 |
Per 31 december 2018 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 445.168 duizend euro en hebben ze voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2018 daalden met 44.799 duizend euro in vergelijking met 2017. Het effect van wijzigingen in de consolidatiekring – namelijk een wijziging van deelneming in deelnemingen – waarvan de netto boekwaarde 83.337 duizend euro is, betreffen voornamelijk de toename van DEME Groep deelneming in Medco, die investeringen van 79.636 duizend euro volgens de globale methode consolideer (toelichting 5 – overnames van ondernemingen).
Van de zeven vaartuigen die in 2015 en 2016 werden besteld voor een globale waarde van een miljard euro, zijn de volgende reeds geleverd: de sleephopperzuigers Minerva en Scheldt River met een capaciteit van respectievelijk 3.500 m³ en 8.400 m³, het multifunctionele vaartuig Living Stone en het zelfvarend hefvaartuig Apollo.
De drie laatste vaartuigen – het baggerschip Bonny River, de Smart Mega Cutter Suction Dredger Spartacus en het kraanschip met dynamische positionering Orion – zijn in aanbouw.
Voorts, startte DEME ook met de bouw van vier vaartuigen voor een totaal van 133 miljoen euro, namelijk twee hoppers River Thames en Meuse River en twee zelfvarende hoppers bengel en Deugniet.
De netto boekwaarde van de materiële vaste activa die een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 84.599 duizend euro (2017: 113.231 duizend euro).
De nettowaarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 58.785 duizend euro (2017: 65.599 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, de gebouwen van de filialen Engema en Louis Stevens & Co NV, de kranen van Benelmat en de uitrustingen van de Compagnie Tunisienne d'Entreprises en van Coghe.
De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen 268.762 duizend euro (2017: 232.986 duizend euro).
| Boekjaar 2017 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige ma- teriële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
130.770 | 3.022.471 | 60.273 | 0 | 129.115 | 3.342.629 |
| Gevolgen van de wisselkoersverschillen |
(275) | (6.100) | (492) | 0 | (81) | (6.948) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
17.183 | 348.682 | 16.852 | 0 | 0 | 382.717 |
| Verwervingen | 7.428 | 106.443 | 4.638 | 0 | 371.458 | 489.967 |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
145 | 71.830 | (1.473) | 0 | (71.736) | (1.234) |
| Afstotingen | (10.363) | (108.165) | (3.617) | 0 | (682) | (122.827) |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
144.888 | 3.435.161 | 76.181 | 0 | 428.074 | 4.084.304 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
(58.215) | (1.551.879) | (49.231) | 0 | 0 | (1.659.325) |
| Gevolgen van wisselkoersverschillen |
206 | 2.883 | 139 | 0 | 0 | 3.228 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
(1.060) | (157.356) | (14.217) | 0 | 0 | (172.633) |
| Afschrijvingen | (5.196) | (223.487) | (4.303) | 0 | 0 | (232.986) |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
(469) | 1.306 | 398 | 0 | 0 | 1.235 |
| Afstotingen | 6.135 | 104.774 | 3.476 | 0 | 0 | 114.385 |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
(58.599) | (1.823.759) | (63.738) | 0 | 0 | (1.946.096) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2017 | 72.555 | 1.470.592 | 11.042 | 0 | 129.115 | 1.683.304 |
| Op 31 december 2017 | 86.289 | 1.611.402 | 12.443 | 0 | 428.074 | 2.138.208 |
Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 140.510 | 141.355 |
| Overdracht | 4.243 | (6.240) |
| Aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en partnerships | 14.169 | (17.710) |
| Kapitaalsverhoging/(vermindering) | 11.956 | 31.763 |
| Dividenden | (4.935) | (6.507) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (7.774) | (5.498) |
| Overige wijzigingen | (2.377) | 3.347 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 155.792 | 140.510 |
| Goodwill opgenomen in de verbonden ondernemingen en partnerschappen | 19.548 | 19.548 |
Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.
Het aandeel van de groep CFE in het resultaat van de verbonden ondernemingen en partnerships bedraagt 14.169 duizend euro (tegenover -17.710 duizend euro in 2017) en is voornamelijk afkomstig van de activiteiten DEME, Rent-A-Port en Green Offshore.
De wijzigingen van de consolidatiekring in het boekjaar 2018 hebben hoofdzakelijk betrekking op de pool Baggerwerken (Scaldis NV, Medco QSC, Extract Ecoterres SA).
De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 34 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitensector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.
De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit de volgens de IFRS-boekhoudmethodes opgestelde rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties tussen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.
| December 2018 (in duizend euro) |
Baggerwerken en milieu | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding & niet overgedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 685.457 | 251.233 | 100.260 | 46.477 | 6.677 | 2.186 | 792.394 | 299.896 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
41.092 | 6.929 | 11.951 | 6.165 | 8.772 | 4.057 | 61.815 | 17.151 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 3.736.097 | 481.255 | 43.040 | 13.145 | 203.321 | 68.507 | 3.982.458 | 562.907 |
| Vlottende activa | 536.086 | 143.940 | 252.728 | 99.642 | 40.447 | 12.906 | 829.261 | 256.488 |
| Eigen vermogen | 676.233 | 75.568 | 39.825 | 17.115 | 38.584 | 20.720 | 754.642 | 113.403 |
| Langlopende passiva | 2.757.856 | 377.075 | 90.863 | 34.424 | 137.209 | 34.173 | 2.985.928 | 445.672 |
| Vlottende passiva | 838.094 | 172.552 | 165.080 | 61.248 | 67.975 | 26.520 | 1.071.149 | 260.320 |
| Netto-financierings schuld |
2.639.786 | 377.698 | 100.984 | 39.313 | 144.913 | 44.893 | 2.885.683 | 461.904 |
In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 842.548 duizend euro (a rato van 100%), Merkur Offshore GMBH: 1.353.747 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 977.287 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 608.230 duizend euro (a rato van 100%), 1.000.590 duizend euro (a rato van 100%) en 875.077 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 15.056 duizend euro (a rato van 100%), -7.624 duizend euro (a rato van 100%) en 25.494 duizend euro (a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 NV: 56.701 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development NV: 12.734 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction NV: 20.891 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste NV:14.860 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate NV:10.975 duizend euro (a rato van 100%), Erasmus Gardens: 32.899 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways NV: 12.293 duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld van het segment PPP-Concessies betrekking op de projecten van de Scholen van Eupen (DBFM): 64.992 duizend euro (a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port: 24.160 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore: 35.700 duizend euro (a rato van 100%).
| December 2017 (in duizend euro) |
Baggerwerken en milieu | Vastgoed-ontwikkeling | Holding & niet overgedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 683.387 | 273.786 | 99.554 | 44.305 | 9.539 | 3.104 | 792.480 | 321.195 |
| Nettoresultaat – Toekenbaar aan de groep |
(30.900) | (12.731) | 9.346 | 4.898 | (7.158) | (3.363) | (28.712) | (11.196) |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 2.795.598 | 402.617 | 36.030 | 10.493 | 176.862 | 55.237 | 3.008.490 | 468.347 |
| Vlottende activa | 538.462 | 192.758 | 253.321 | 102.004 | 43.160 | 12.541 | 834.943 | 307.303 |
| Eigen vermogen | 457.763 | 71.282 | 41.243 | 17.578 | 28.768 | 16.387 | 527.774 | 105.247 |
| Langlopende passiva | 1.916.312 | 269.573 | 89.921 | 33.622 | 122.052 | 25.130 | 2.128.285 | 328.325 |
| Vlottende passiva | 959.985 | 254.520 | 158.187 | 61.297 | 69.202 | 26.261 | 1.187.374 | 342.078 |
| Netto-financierings schuld |
1.850.634 | 238.601 | 99.090 | 37.911 | 122.268 | 34.061 | 2.071.992 | 310.573 |
In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 904.681 duizend euro (a rato van 100%), Merkur Offshore GMBH: 927.718 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 529.750 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 695.718 duizend euro (a rato van 100%), 588.312 duizend euro (a rato van 100%) en 434.691 (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 14.781 duizend euro (a rato van 100%), -14.810 duizend euro (a rato van 100%) en -2.792 duizend euro (a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA Financieel verslag 2017 88: 51.666 duizend euro (a rato van 100%), Immomax Sp z.o.o: 10.353 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche: 17.323 duizend euro (a rato van 100%), La Réserve Promotions NV: 18.530 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate SA: 10.980 duizend euro (a rato van 100%), Erasmus Gardens: 32.744 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways: 11.575 duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld van het segment PPP-Concessies betrekking op de projecten van de Scholen van Eupen (DBFM): 61.369 duizend euro (a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port: 18.906 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore: 18.931 duizend euro (a rato van 100%).
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:
| Op 31 december 2018 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
Baggerwerken en milieu |
Vastgoed ontwikkeling en Contracting |
Holding & niet-overgedragen activiteiten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór afstemmingselementen |
75.568 | 17.115 | 20.720 | 113.403 |
| Afstemmingselementen | 10.889 | 12.635 | (4.557) | 18.967 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures |
6.742 | 4.472 | 12.208 | 23.422 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 93.199 | 34.222 | 28.371 | 155.792 |
| Op 31 december 2017 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
||||
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór afstemmingselementen |
71.282 | 17.578 | 16.387 | 105.247 |
| Afstemmingselementen | 11.479 | 11.240 | (6.635) | 16.084 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures |
3.469 | 3.467 | 12.243 | 19.179 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 86.230 | 32.285 | 21.995 | 140.510 |
De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.
Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.
De overige financiële vaste activa bedragen 171.687 duizend euro per 31 december 2018 (2017: 147.719 duizend euro). Zij omvatten voornamelijk leningen verstrekt aan projectvennootschappen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geconsolideerd, namelijk 165.930 duizend euro (2017: 140.618 duizend euro).
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 147.719 | 153.976 |
| Effect van wijziging in de consolidatiekring | (15.724) | 667 |
| Verwervingen | 49.111 | 20.273 |
| Verkopen en overdracht | (10.688) | (22.309) |
| Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering | 0 | 0 |
| Netto wisselkoersverschillen | 1.269 | (4.888) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 171.687 | 147.719 |
Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.
Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als last en als opbrengst afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de 'cost to cost'. Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Gegevens uit de balans | ||
| Ontvangen en betaalde voorschotten | (66.031) | (122.064) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa | 430.704 | 261.844 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen | (282.115) | (177.008) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 148.589 | 84.836 |
| Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken | ||
| Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen |
6.254.163 | 5.722.071 |
| Verminderd met de tussentijdse facturatie | (6.105.574) | (5.629.038) |
| Weerslag van de in het boekjaar verworven vennootschappen | 0 | (8.197) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 148.589 | 84.336 |
De meerkosten en winsten en verliezen op tussentijdse facturatie omvatten enerzijds het nog niet gefactureerde deel van de contracten, onder de post 'Handelsvorderingen en overige exploitatievorderingen' van de financiële positie, en anderzijds de overschotten met betrekking tot bouwplaatsen in uitvoering die opgenomen zijn onder de post 'Overige vlottende exploitatieactiva'.
De overschotten op de tussentijdse facturatie ten opzichte van de gemaakte kosten en de geboekte winsten en verliezen omvatten enerzijds het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten onder 'Handelsschulden en andere exploitatieschulden' in de financiële positie en anderzijds de overschotten met betrekking tot bouwplaatsen in uitvoering die opgenomen zijn onder 'Overige exploitatieschulden op korte termijn'.
De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.
Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 3.320 duizend euro weergegeven in de rubriek "Handels-& overige vorderingen uit operationele activiteiten" (zie Toelichting 19).
De resterende prestatieverplichtingen, d.w.z. de omzet die in de volgende jaren verwezenlijkt moet worden voor lopende projecten, bedroegen 2.611 miljoen euro op 31 december 2018.
Per 31 december 2018 bedragen de voorraden 128.889 duizend euro (2017: 138.965 duizend euro), als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 37.203 | 40.727 |
| Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen | (195) | (324) |
| Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop | 92.861 | 101.182 |
| Waardeverminderingen op voorraad eindproducten | (980) | (2.620) |
| Voorraad | 128.889 | 138.965 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 1.027.092 | 908.687 |
| Min: provisie voor dubieuze debiteuren | (41.875) | (12.595) |
| Netto handelsvorderingen | 985.217 | 896.092 |
| Overige kortlopende vorderingen | 276.081 | 202.750 |
| Totaal geconsolideerd | 1.261.298 | 1.098.842 |
| Overige vlottende activa uit operationele activiteiten | 67.561 | 55.712 |
| Overige vlottende activa buiten operationele activiteiten | 12.733 | 10.715 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.410.944 | 1.276.446 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten | 201.609 | 95.012 |
| Overige kortlopende verplichtingen buiten operationele activiteiten | 216.651 | 385.872 |
| Totaal geconsolideerd | 1.829.204 | 1.757.330 |
| Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden | (487.612) | (592.061) |
Wij verwijzen naar Toelichting 26.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in Toelichting 17 - Onderhanden projecten in opdracht van derden werden beschouwd, bedragen 972.634 duizend euro (2017: 865.522 duizend euro).
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Deposito's op korte termijn | 12.655 | 9.650 |
| Bank en kasmiddelen | 375.691 | 513.368 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 388.346 | 523.018 |
De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.
De groep CFE heeft geen kapitaalsubsidies ontvangen in 2018.
De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'.
Per 31 december 2018 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 57.553 duizend euro (2017: 53.149 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek 'Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 3.240 duizend euro voor overige personeelsvoordelen (2017: 2.099 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door DEME.
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.
De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.
Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.
De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,9% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,1% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 81% in België en 19% in Nederland.
De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.
Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type 'toegezegd pensioen'.
Sommige personeelsleden genieten een toegezegde bijdrageregeling die door een verzekeringsmaatschappij van 'Tak 21' wordt gefinancierd.
De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegde bijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1.75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als toegezegde pensioenregelingen.
De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegde bijdrageregeling die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.
Bij toegezegde pensioenregelingen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.
De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE gaat na af de verzekeringsmaatschappijen de gerelateerde pensioenwetgeving naleeft.
De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).
De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen |
(54.313) | (51.050) |
| Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) | (255.602) | (241.644) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 201.289 | 190.594 |
| Op de balans voorziene verplichtingen | (54.313) | (51.050) |
| Verplichtingen | (54.313) | (51.050) |
| Activa | 0 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (51.050) | (49.552) |
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (12.782) | (12.607) |
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (1.210) | (2.228) |
| Bijdragen van werkgever | 13.207 | 13.340 |
| Effecten van consolidatiekring | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (2.478) | (3) |
| Saldo op 31 december | (54.313) | (51.050) |
De rubriek 'Overige mutaties' weerspiegelt voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor 'post-employment' voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de IAS 19-norm.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (12.782) | (12.607) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (12.131) | (12.016) |
| Rentekosten | (3.746) | (2.926) |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) | 3.001 | 2.277 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 94 | 58 |
De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (1.210) | (2.228) |
| Actuariële winsten (verliezen) | (1.800) | 6.336 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) | 555 | (8.564) |
| Wisselkoerseffect | 35 | 0 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (241.644) | (240.281) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (12.131) | (12.016) |
| Rentekosten | (3.905) | (2.926) |
| Bijdragen van werkgever | (716) | (760) |
| Betalingen aan begunstigden (-) | 16.719 | 6.166 |
| Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto | (1.726) | 6.329 |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen | 0 | 0 |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële veronderstellingen | 491 | 11.958 |
| Ervarings(winsten) verliezen | (2.217) | (5.629) |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0 | (71) |
| Effect van wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (12.199) | 1.915 |
| Saldo op 31 december | (255.602) | (241.644) |
De rubriek 'Actuariële winsten en verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in financiële veronderstellingen' weerspiegelt in 2017 de impact van de daling van de disconteringsvoet, evenals de toename van het verwachte loonsverhogingspercentage.
De rubriek 'Overige mutaties' weerspiegelt voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor 'post-employment' voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de IAS 19-norm.
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | 190.594 | 190.729 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | 555 | (8.564) |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen | 3.160 | 2.277 |
| Bijdragen van werkgever | 13.759 | 13.753 |
| Betalingen aan begunstigden (-) | (16.719) | (6.036) |
| Effect van wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | 9.940 | (1.565) |
| Saldo op 31 december | 201.289 | 190.594 |
De rubriek 'Overige mutaties' weerspiegelt voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor 'post-employment' voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de IAS 19-norm.
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet op 31 december | 1,60% | 1,50% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | 3,15% | 2,73% |
| Inflatie | 1,80% | 1,80% |
| Toegepaste sterftetabellen | MR/FR | MR/FR |
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Looptijd (in jaren) | 14,55 | 14,99 |
| Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva | 1,91% | -3,24% |
| Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar | 12.610 | 12.389 |
| 2018 | 2017 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| Toename met 25 basispunten | -3,4% | -3,3% |
| Afname met 25 basispunten | 4,4% | 3,7% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | ||
| Toename met 25 basispunten | 2,3% | 2,3% |
| Afname met 25 basispunten | -1,4% | -1,8% |
Per 31 december 2018 bedragen deze voorzieningen 100.677 duizend euro, een daling van 12.036 duizend euro ten opzichte van eind 2017 (112.713 duizend euro).
| (duizend euro) | Diensten na verkoop |
Overige cou rante risico's |
Voorzieningen voor negatieve geassocieer de deelne mingen en joint-ventures |
Overige niet-courante risico's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 14.898 | 67.632 | 19.179 | 11.004 | 112.713 |
| Netto wisselkoersverschillen | (88) | (305) | 0 | 0 | (393) |
| Overdracht naar andere rubrieken | (2) | (5.925) | 4.243 | 2.572 | 888 |
| Voorzieningen: toevoegingen | 2.522 | 10.076 | 0 | 168 | 12.766 |
| Voorzieningen: bestedingen | (1.800) | (21.503) | 0 | (1.983) | (25.286) |
| Voorzieningen: terugnemingen | 0 | 0 | 0 | (11) | (11) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 15.530 | 49.975 | 23.422 | 11.750 | 100.677 |
| waarvan: courante: |
65.505 | ||||
| niet-courante | 35.172 |
De voorziening voor diensten na verkoop stijgt met 632 duizend euro en bedraagt 15.530 duizend euro eind 2018. De evolutie eind 2018 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.
De voorzieningen voor andere courante risico's dalen met 17.657 duizend euro en bedragen 49.975 duizend euro eind 2018.
Deze omvatten:
Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.
De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger- en in de contractingsector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.
In 2018 was DEME betrokken bij een geschil met Rijkswaterstaat in Nederland over de uitvoering van het Julianakanaalproject. Op basis van de informatie die momenteel voorhanden is, kan DEME de financiële gevolgen van dit geschil moeilijk inschatten.
CFE zorgt er ook voor dat de bedrijven van de groep zichzelf organiseren, zodat de geldende wetten en regels worden nageleefd, met inbegrip van de 'nalevingsregels'. DEME werkt volledig mee aan een gerechtelijk onderzoek naar de omstandigheden rond de gunning van een contract dat sindsdien in Rusland werd uitgevoerd. In de huidige omstandigheden kunnen we de financiële impact voor DEME niet op een betrouwbare manier inschatten.
| 31/12/2018 | 31/12/2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Langlopende | Kortlopende | Totaal | Langlopende | Kortlopende | Totaal |
| Bankleningen en andere financiële schulden |
472.786 | 138.888 | 611.674 | 373.667 | 110.236 | 483.903 |
| Obligatielening | 29.584 | 200.221 | 229.805 | 231.378 | 99.959 | 331.337 |
| Opname van kredietlijnen | 146.000 | 0 | 146.000 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen m.b.t. financiële leasing | 38.002 | 8.324 | 46.326 | 45.426 | 7.920 | 53.346 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld |
686.372 | 347.433 | 1.033.805 | 650.471 | 218.115 | 868.586 |
| Financiële schulden op korte termijn | 0 | 2.863 | 2.863 | 0 | 6.341 | 6.341 |
| Kasequivalenten | 0 | (12.655) | (12.655) | 0 | (9.650) | (9.650) |
| Kaspositie | 0 | (375.691) | (375.691) | 0 | (513.368) | (513.368) |
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
0 | (385.483) | (385.483) | 0 | (516.677) | (516.677) |
| Totaal van de netto financiële schuld | 686.372 | (38.050) | 648.322 | 650.471 | (298.562) | 351.909 |
| Financiële derivaten – intrestindekking | 6.168 | 3.143 | 9.311 | 5.250 | 3.453 | 8.703 |
Bankleningen en andere fianciële schulden (611.674 duizend euro) betreffen voornamelijk bilaterale corporate kredietlijnen en project finance bij DEME met betrekking tot het financieren van haar vloot.
Obligatieleningen (229.805 duizend euro) hebben betrekking tot de obligatie leningen uitgegeven door DEME NV en BPI Real Estate Belgium NV.
DEME is op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%. Op 19 december 2017 gaf BPI Real Estate Belgium een obligatielening uit voor een bedrag van 30 miljoen euro, terugbetaalbaar op 19 december 2022 en met een intrest van 3,75%.
Leningen met betrekking tot financiële leasing (46.326 duizend euro) betreffen voornamelijk installaties en uitrusting van DEME, en de gebouwen van filialen Engema NV en Louis Stevens & Co NV.
| (duizend euro) | Vervallen binnen het jaar |
Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 3 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
Vervallen tussen 5 en 10 jaar |
Vervallen meer dan 10 jaar |
Totaal 31/12/2018 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere financiële schulden |
138.888 | 85.960 | 83.531 | 121.697 | 181.598 | 0 | 611.674 |
| Obligatielening | 200.221 | 0 | 0 | 29.584 | 0 | 0 | 229.805 |
| Opname van kredietlijnen | 0 | 0 | 16.000 | 130.000 | 0 | 0 | 146.000 |
| Leningen m.b.t. financiële leasing |
8.324 | 8.838 | 6.141 | 10.537 | 10.190 | 2.296 | 46.326 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld |
347.433 | 94.798 | 105.672 | 291.818 | 191.788 | 2.296 | 1.033.805 |
| Financiële schuld op korte termijn |
2.863 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.863 |
| Kasequivalenten | (12.655) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (12.655) |
| Kaspositie | (375.691) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (375.691) |
| Totaal van de kortlopende financiële nettoschuld |
(385.483) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (385.483) |
| Totaal van de netto financiële schuld |
(38.050) | 94.798 | 105.672 | 291.818 | 191.788 | 2.296 | 648.322 |
De huidige waarde van de korte termijn verplichtingen betreffende financiële leasingovereenkomsten bedraagt 8.324 duizend euro (2017: 7.920 duizend euro).
Op 31 december 2018 bedragen de financiële schulden van CFE 1.036.668 duizend euro, een stijging met 161.741 duizend euro tegenover 31 december 2017.
Deze toename van de schuld wordt voornamelijk verklaard door een positieve nettokasstroom (+128.686 duizend euro) uit ontvangen van bankleningen en terugbetaling van bankleningen, en uit wijzigingen van consolidatiekring tijdens 2018 bij DEME (+35.588 duizend euro).
| (duizend euro) | Saldo op 1 ja- nuari 2018 | Kasstroom | Wijzigingen consolidatie- kring |
Andere wijzigingen |
Totaal niet-kasevo- luties |
Saldo op 31 december 2018 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden - Langlopend | ||||||
| Obligatieleningen | 231.378 | 105 | 0 | (201.899) | (201.899) | 29.584 |
| Overige langlopende financiële schulden |
419.093 | 390.518 | 35.380 | (188.203) | (152.823) | 656.788 |
| Financiële schulden - Kortlopend | ||||||
| Obligatieleningen | 99.959 | (99.959) | 0 | 200.221 | 200.221 | 200.221 |
| Overige kortlopende financiële schulden |
124.497 | (161.978) | 208 | 187.348 | 187.556 | 150.075 |
| Totaal | 874.927 | 128.686 | 35.588 | (2.533) | 33.055 | 1.036.668 |
De groep CFE beschikt op 31 december 2018 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 160 miljoen euro, waarvan op 31 december 2018 130 miljoen euro gebruikt werd. CFE NV kan ook commercial paper ten bedrage van 50 miljoen euro uitgeven. Van deze financieringsbron wordt op 31 december 2018 geen gebruik gemaakt.
Op 31 december 2018 beschikt BPI Real Estate Belgium NV over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 30 miljoen euro, waarvan 16 miljoen euro gebruikt werd op 31 december 2018. BPI Real Estate Belgium NV kan ook commercial paper ten bedrage van 40 miljoen euro uitgeven. Van deze financieringsbron wordt op 31 december 2018 geen gebruik gemaakt.
DEME beschikt verder over bevestigde 'revolving' bankkredietlijnen ter waarde van 120 miljoen euro en over bevestigde bankkredietlijnen ('terms loans') ter waarde van 250 miljoen euro en de mogelijkheid tot om tot 125 miljoen euro 'commercial paper' uit te geven. Op 31 december 2018 werd van geen enkele van deze financieringsbronnen gebruikgemaakt.
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2018.
Eind 2018, bedragen de financiële middelen van groep CFE een netto financiële schuld van 648.322 duizend euro (Toelichting 25) en eigen vermogen van 1.734.851 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (Toelichting 25) en hebben CFE NV, BPI NV en DEME bovendien de mogelijkheid om commercial paper uit te schrijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.
Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoedontwikkeling, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).
Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.
De activiteiten van Contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.
Anderzijds gebruiken CFE NV en BPI NV ook afgeleide producten (IRS) om het renterisico bij het gebruik van hun bevestigde kredietlijnen te dekken.
| Soort schulden | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | Aandeel | Rentevoet | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | |
| Bankleningen en andere financiële schulden |
40.675 | 12,93% | 1,74% | 570.999 | 79,40% | 0,77% | 611.674 | 59,17% | 0,83% |
| Obligatielening | 229.805 | 73,03% | 4,09% | 0 | 0,00% | 0,00% | 229.805 | 22,23% | 4,09% |
| Opname van kredietlijnen |
0 | 0,00% | 0,00% | 146.000 | 20,30% | 1,00% | 146.000 | 14,12% | 1,00% |
| Leningen mbt financiële leasing overeenkomsten |
44.176 | 14,04% | 2,06% | 2.150 | 0,30% | 2,81% | 46.326 | 4,48% | 2,09% |
| Total | 314.656 | 100% | 3,50% | 719.149 | 100% | 0,82% 1.033.805 | 100% | 1,64% |
| EFFECTIEVE GEMIDDELDE RENTEVOET NA EFFECT VAN FINANCIËLE DERIVATEN | |
|---|---|
| -------------------------------------------------------------------- | -- |
| Soort schulden | Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | 'Caped' variabele rentevoet + inflatie |
Totaal | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | Aandeel Rentevoet Bedrag | Aandeel Rentevoet Bedrag | Aandeel Rentevoet | Bedrag | Aandeel Rentevoet | |||||||
| Bankleningen en andere financiële schulden |
591.522 64,06% | 0,78% | 20.152 | 18,27% | 1,05% | 0 | 0,00% | 0,00% | 611.674 | 59,17% | 0,78% | |
| Obligatielening | 229.805 | 24,88% | 4,09% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 229.805 22,23% | 4,09% | |
| Opname van kredietlijnen |
58.000 | 6,28% | 1,50% | 88.000 79,78% | 1,09% | 0 | 0,00% | 0,00% | 146.000 | 14,12% | 1,25% | |
| Leningen mbt financiële leasing overeenkomsten |
44.176 | 4,78% | 2,06% | 2.150 | 1,95% | 2,81% | 0 | 0,00% | 0,00% | 46.326 | 4,48% | 2,09% |
| Totaal | 923.503 | 100% | 1,71% 110.302 | 100% | 1,12% | 0 | 0,00% | 0,00% 1.033.805 | 100% | 1,65% |
De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2018 constant blijft gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| 31/12/2018 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Resultaat | Eigen vermogen | |||||||
| Impact van sensi biliteits-berekening +50bp |
Impact van sensi biliteits-berekening -50bp |
Impact van sensi biliteits-berekening +50bp |
Impact van sensi biliteits-berekening -50bp |
||||||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
5.169 | (5.169) | |||||||
| Netto financiële schuld (korte termijn) (*) | 14 | (14) | |||||||
| Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking |
0 | 0 | |||||||
| Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) |
660 | (186) |
(*) exclusief beschikbare middelen
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten uitsluitend betrekking tot DEME, CFE SA en BPI SA. Deze instrumenten hebben de volgende kenmerken:
| (duizend euro) | 31/12/2018 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onderlig gende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | ||||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
144.721 | 144.688 | 434.301 | 135.137 | 858.847 | (9.312) | |||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen |
144.721 | 144.688 | 434.301 | 135.137 | 858.847 | (9.312) |
| (duizend euro) | 31/12/2017 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onderlig gende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogst waarschijnlijk verwachte kasstromen |
|||||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
124.502 | 129.096 | 328.355 | 93.395 | 675.348 | (8.703) | |||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen |
124.502 | 129.096 | 328.355 | 93.395 | 675.348 | (8.703) |
De groep CFE en haar filialen, exclusief de baggerwerkenactiviteiten, hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.
Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.
Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Euro | 987.479 | 815.240 |
| US dollar | 0 | 0 |
| Andere | 0 | 0 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 987.479 | 815.240 |
Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+: activa / -: passiva):
| (duizend | Onderliggende | Reële waarde | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| euro) | USD US Dollar |
SGD Singapour Dollar |
AUD Australian Dollar |
PLN Zloty |
Overi ge |
Totaal | USD US Dollar |
SGD Singapour Dollar |
AUD Australian Dollar |
PLN Zloty |
Overi ge |
Totaal |
| Termijn aanko pen |
44.551 | 16.275 | 12.953 | 0 | 7.599 | 81.378 | (41) | 54 | (34) | 0 | (15) | (36) |
| Termijn verkopen |
169.927 | 19.682 | 0 | 72.293 | 7.755 | 269.657 | (4.139) | (329) | 0 | (4) | 64 | (4.408) |
De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2018 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.
| (duizend euro) | 31/12/2018 - Resultaat | |||
|---|---|---|---|---|
| Impact van de sensitiviteits-berekening - vermindering EUR 5% |
Impact van de sensitiviteits-berekening - verhoging EUR 5% |
|||
| Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking |
2.418 | (2.187) | ||
| Netto financiële schuld op korte termijn | (2.302) | 2.083 | ||
| Werkkapitaal | 403 | (365) |
Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.
Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.
DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De reële waarde van deze instrumenten, eind 2018, bedraagt -6.305 euro (tegenover -5.317 duizend euro eind 2017).
De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.
Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Credendo).
De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. We merken in dit verband op dat CFE twee werven in Tsjaad uitvoert. Het betreft de bouw van het Grand Hôtel en het gebouw van het ministerie van Financiën. Het operationele beheer en het onderhoud van het Grand Hôtel werden in juni 2017 overgedragen aan de door de staat Tsjaad aangestelde hoteluitbater. De officiële opening van het Grand Hôtel vond plaats op 1 juli 2017. Na ontvangst van de opbrengsten in juli 2018 werd het bedrag van de uitstaande vorderingen verminderd met 7,5 miljoen euro, van 60 tot 52,5 miljoen euro (exclusief btw en exclusief de vorderingen die door de kredietverzekeringsgroep Credendo gedekt worden). Sinds juli 2018 zijn er geen nieuwe ontvangsten geweest. Bovendien zijn de lokaal geïnde bedragen nog niet omgezet in euro's en aan België overgemaakt. De voorwaarden voor de herfinanciering van de vorderingen van het Grand Hotel zijn formeel goedgekeurd door de Tsjadische overheid. Deze moeten nu bekrachtigd worden door de raad van bestuur van Afrexim Bank.
De analyse van de betalingsachterstand eind 2018 en eind 2017 is als volgt:
| Situatie per 31 december 2018 (in duizend euro) |
Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
1.308.519 | 917.442 | 196.442 | 56.353 | 138.282 |
| Totaal bruto | 1.308.519 | 917.442 | 196.442 | 56.353 | 138.282 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(44.223) | (1.007) | 0 | (318) | (42.898) |
| Totale voorzieningen | (44.223) | (1.007) | 0 | (318) | (42.898) |
| Totaal netto bedragen | 1.264.296 | 916.435 | 196.442 | 56.035 | 95.384 |
| Situatie per 31 december 2017 (in duizend euro) |
Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
1.114.377 | 775.424 | 87.246 | 39.703 | 212.004 |
| Totaal bruto | 1.114.377 | 775.424 | 87.246 | 39.703 | 212.004 |
| Waardeverminderingen op handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(15.563) | (578) | (19) | (704) | (14.262) |
| Totale voorzieningen | (15.563) | (578) | (19) | (704) | (14.262) |
De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.
De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorig boekjaar | (15.563) | (30.268) |
| Herwerking IFRS 9 | (12.000) | 0 |
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorig boekjaar (*) |
(27.563) | (30.268) |
| Wijziging van de consolidatiekring | 42 | (2.899) |
| Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen | (19.473) | 13.315 |
| Nettowisselkoersverschillen en transfers | 2.771 | 4.289 |
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar | (44.223) | (15.563) |
(*) Bedragen aangepast in overeenstemming met de wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot de toepassing van IFRS 9 'Financiële instrumenten' en verwante wijzigingen.
Na toepassing van het model van geschatte verliezen, zoals voorgeschreven door IFRS 9, werden de vorderingen van de groep CFE op de Tsjadische staat in het boekjaar 2018 met 10 miljoen euro afgeschreven. De cumulatieve waardevermindering gerelateerd aan deze vorderingen bedraagt dus -22 miljoen euro op 31 december 2018.
DEME, CFE NV en BPI NV waren in staat om onder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijnen te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.
| 31 december 2018 (in duizend euro) |
FAVGRW/ FVGRW (3) -Afgeleide instrumenten niet gekwalifi ceerd als indekking |
FAVGRW/ FVGRW (3) -Afgeleide instrument gekwalificeerd als indekking |
Activa en verplichtingen aan afgeschre ven kost |
Totale boekwaarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 9 | 171.687 | 171.696 | 171.696 | ||
| Deelnemingen (1) | 5.758 | 5.758 | Niveau 2 | 5.758 | ||
| Financiële vorderingen en schulden (1) |
165.929 | 165.929 | Niveau 2 | 165.929 | ||
| Rentevoet derivaten | 9 | 9 | Niveau 2 | 9 | ||
| Financiële vlottende activa | 257 | 18 | 1.649.644 | 1.649.919 | 1.649.919 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.261.298 | 1.261.298 | Niveau 2 | 1.261.298 | ||
| Rentevoet derivaten | 257 | 18 | 275 | Niveau 2 | 275 | |
| Kasequivalenten (2) | 12.655 | 12.655 | Niveau 1 | 12.655 | ||
| Beschikbare middelen (2) | 375.691 | 375.691 | Niveau 1 | 375.691 | ||
| Totaal activa | 257 | 27 | 1.821.331 | 1.821.615 | 1.821.615 | |
| Langlopende financiële verplichtingen |
3.185 | 6.169 | 686.372 | 695.726 | 702.044 | |
| Obligatielening | 29.584 | 29.584 | Niveau 2 | 29.584 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden | 656.788 | 656.788 | Niveau 2 | 663.106 | ||
| Rentevoet derivaten | 3.185 | 6.169 | 9.354 | Niveau 2 | 9.354 | |
| Kortlopende financiële verplichtingen |
3.170 | 7.820 | 1.761.240 | 1.772.230 | 1.781.768 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.410.944 | 1.410.944 | Niveau 2 | 1.410.944 | ||
| Obligatieleningen | 200.221 | 200.221 | Niveau 1 | 200.880 | ||
| Financiële schulden | 150.075 | 150.075 | Niveau 2 | 158.954 | ||
| Rentevoet derivaten | 3.170 | 7.820 | 10.990 | Niveau 2 | 10.990 | |
| Totaal passiva | 6.355 | 13.989 | 2.447.612 | 2.467.956 | 2.483.812 |
| 31 december 2017 (in duizend euro) |
FAVGRW/ FVGRW (3) -Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking |
FAVGRW/ FVGRW (3) -Afgeleide instrument gekwalificeerd als indekking |
Activa en verplichtingen aan afgeschre ven kost |
Totale boekwaarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 921 | 147.719 | 148.640 | 148.640 | ||
| Deelnemingen (1) | 7.101 | 7.101 | Niveau 2 | 7.101 | ||
| Financiële vorderingen en schulden (1) |
140.618 | 140.618 | Niveau 2 | 140.618 | ||
| Rentevoet derivaten | 921 | 921 | Niveau 2 | 921 | ||
| Financiële vlottende activa | 2.320 | 1.836 | 1.621.860 | 1.626.016 | 1.626.016 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten |
1.098.842 | 1.098.842 | Niveau 2 | 1.098.842 | ||
| Rentevoet derivaten | 2.320 | 1.836 | 4.156 | Niveau 2 | 4.156 | |
| Kasequivalenten (2) | 9.650 | 9.650 | Niveau 1 | 9.650 | ||
| Beschikbare middelen (2) | 513.368 | 513.368 | Niveau 1 | 513.368 | ||
| Totaal activa | 2.320 | 2.757 | 1.769.579 | 1.774.656 | 1.774.656 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
1.960 | 5.249 | 650.471 | 657.680 | 671.253 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Obligatielening | 231.378 | 231.378 | Niveau 1 | 235.599 | ||
| Financiële schulden | 419.093 | 419.093 | Niveau 2 | 428.445 | ||
| Rentevoet derivaten | 1.960 | 5.249 | 7.209 | Niveau 2 | 7.209 | |
| Kortlopende financiële verplichtingen |
401 | 7.044 | 1.500.902 | 1.508.347 | 1.512.198 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.276.446 | 1.276.446 | Niveau 2 | 1.276.446 | ||
| Obligatieleningen | 99.959 | 99.959 | Niveau 1 | 101.168 | ||
| Financiële schulden | 124.497 | 124.497 | Niveau 2 | 127.139 | ||
| Rentevoet derivaten | 401 | 7.044 | 7.445 | Niveau 2 | 7.445 | |
| Totaal passiva | 2.361 | 12.293 | 2.151.373 | 2.166.027 | 2.183.451 |
(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
(3) FAVGRW: Financiële activa, verplicht gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekenin FVGRW: Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening Wij verwijzen naar toelichting 2.1 - reconciliatietabel tussen de categorieën die voorzien zijn in IAS 39 en IFRS 9
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:
Voor andere derivaat instrumenten, werd de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen.
• Voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door CFE,DEME en BPI, werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum.
Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Vervallen binnen het jaar | 27.126 | 12.667 |
| Tussen één en vijf jaar | 52.729 | 15.444 |
| Meer dan vijf jaar | 53.027 | 10.326 |
| Totaal | 132.882 | 38.437 |
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2018 bedraagt 1.450.914 duizend euro (2017: 1.168.439 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performances bonds (a) | 1.273.793 | 997.687 |
| Biedingen (b) | 13.110 | 16.902 |
| Teruggaven voorschotten (c) | 1.206 | 2.683 |
| Garantie-inhouding (d) | 17.491 | 12.300 |
| Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) | 64.999 | 51.317 |
| Andere gegeven verplichtingen - waarvan 77.249 duizend euro corporate garanties bij DEME |
80.315 | 87.550 |
| Totaal | 1.450.914 | 1.168.439 |
a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.
b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken
c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd
d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt
e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.
Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor boekjaar tot 31 december 2018 bedraagt 515.508 duizend euro (2017: 396.107 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds | 512.354 | 393.592 |
| Andere ontvangen verplichtingen | 3.154 | 2.515 |
| Totaal | 515.508 | 396.107 |
De sterke stijging van de ontvangen verplichtingen houdt in essentie verband met de in het kader van de uitbreiding van de baggervloot ontvangen verplichtingen.
De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de baggersector en in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.
De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.
| Vaste bezoldigingen en honoraria | 2.600.606 € |
|---|---|
| Variabele bezoldigingen | 2.562.367 € |
| Stortingen voor diverse verzekeringen (pensioenplannen, hospitalisatieverzekering, ongevallenverzekering) |
420.892 € |
| Kosten van dienstvoertuigen | 30.573 € |
| Totaal | 5.614.438 € |
De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de verbonden ondernemingen en partnerschappen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Activa met verbonden partijen | 237.937 | 445.634 |
| Financiële vaste activa | 170.380 | 143.203 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 50.072 | 281.761 |
| Overige vlottende activa | 17.485 | 20.670 |
| Passiva met verbonden partijen | 37.646 | 106.555 |
| Andere langlopende verplichtingen | 1.309 | 3.542 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 36.337 | 103.013 |
| (duizend euro) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Lasten en opbrengsten met verbonden partijen | 354.762 | 629.089 |
| Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 369.154 | 642.173 |
| Aankopen en overige operationele lasten | (23.616) | (23.441) |
| Financiële lasten en opbrengsten | 9.224 | 10.357 |
De omzet en de opbrengsten uit aanverwante activiteiten van verbonden ondernemingen en partnerships daalden aanzienlijk tussen 2017 en 2018 na de voltooiing van de ontwikkelingsprojecten van de offshore windparken Merkur en Rentel.
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2018) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.825,0 | 74,23% | 721,0 | 35,68% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten |
144,7 | 5,88% | 118,0 | 5,84% |
| Subtotaal audit | 1.969,7 | 80,11% | 839,0 | 41,52% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 181,4 | 7,38% | 793,7 | 39,28% |
| Overige | 307,6 | 12,51% | 388,0 | 19,20% |
| Subtotaal andere | 489,0 | 19,89% | 1.181,7 | 58,48% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.458,7 | 100% | 2.020,7 | 100% |
Geen.
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|
|---|---|---|---|---|
| EUROPA | ||||
| Duitsland | ||||
| GEOSEA INFRA SOLUTIONS GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% | |
| NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH | Bremen | Baggerwerken | 100% | |
| OAM-DEME MINERALIEN GMBH | Hamburg | Baggerwerken | 70% | |
| België | ||||
| ABEB NV | Antwerpen | Contracting | 100% | |
| ANMECO NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% | |
| CFE BATIMENT BRABANT WALLONIE SA | Brussel | Contracting | 100% | |
| DESIGN & ENGINEERING SA | Brussel | Contracting | 100% | |
| BE.MAINTENANCE SA | Brussel | Contracting | 100% | |
| BENELMAT SA | Gembloux | Contracting | 100% | |
| BRANTEGEM NV | Aalst | Contracting | 100% | |
| CFE BOUW VLAANDEREN NV | Wilrijk | Contracting | 100% | |
| CFE CONTRACTING NV | Brussel | Contracting | 100% | |
| ENGEMA NV | Brussel | Contracting | 100% | |
| ETABLISSEMENTS DRUART SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% | |
| ENGETEC SA | Manage | Contracting | 100% | |
| GROEP TERRYN NV | Moorslede | Contracting | 100% |
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|---|---|---|---|
| HOFKOUTER NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| José COGHE-WERBROUCK NV | Hooglede | Contracting | 100% |
| LOUIS STEVENS NV | Halen | Contracting | 100% |
| NIZET ENTREPRISES SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| P-MULTITECH NV | Kontich | Contracting | 100% |
| PROCOOL SA | Péronne-lez-Binche | Contracting | 100% |
| REMACOM NV | Lochristi | Contracting | 100% |
| THIRAN SA | Ciney | Contracting | 100% |
| VANDENDORPE ARTHUR NV | Zedelgem | Contracting | 100% |
| VANDERHOYDONCKS NV | Alken | Contracting | 100% |
| VANLAERE NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| VMA FOOD & PHARMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA WEST NV | Waregem | Contracting | 100% |
| WEFIMA NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| AGROVIRO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| CATHIE ASSOCIATES HOLDING CVBA | Sint-Pieters-Woluwe | Baggerwerken | 100% |
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV (CTOW) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 54,38% |
| D.E.M.E. BLUE ENERGY NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 69,99% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| D.E.M.E. NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| D.E.M.E. COORDINATION CENTER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO) | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| ECO SHIPPING NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| EKOSTO NV | Sint–Gillis-Waas | Baggerwerken | 74,90% |
| ECOTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 74,90% |
| EVERSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| FILTERRES SA | Gosselies | Baggerwerken | 56,10% |
| GEOSEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA MAINTENANCE NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GEOWIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 100% |
| GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV | Oostende | Baggerwerken | 100% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 52,43% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 36,70% |
| G-TEC OFFSHORE SA | Milmort | Baggerwerken | 72,50% |
| G-TEC SA | Milmort | Baggerwerken | 72,50% |
| LOGIMARINE SA | Berchem | Baggerwerken | 100% |
| MDCC INSURANCE BROKER NV | Brussel | Baggerwerken | 100% |
| PURAZUR NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 74,90% |
| HDP CHARLEROI SA | Brussel | Holding | 100% |
| BPI REAL ESTATE BELGIUM SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI SAMAYA SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI PARK WEST SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| MG IMMO BVBA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV | Kapellen | Vastgoed | 100% |
| SOGESMAINT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| VAN MAERLANT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| WOLIMMO | Brussel | Vastgoed | 100% |
| ZENFACTORY | Brussel | Vastgoed | 100% |
| Cyprus | |||
| BELLSEA LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DEME CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING & MARINE SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| DEME SHIPPING CO LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| MIDDLE EAST MARINE CONTRACTING LTD (MEMC) | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| NOVADEAL LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| TCMC THE CHANNEL MANAGEMENT COMPANY LTD | Nicosia | Baggerwerken | 100% |
| CONTRACTORS OVERSEAS LTD | Oraklini | Holding | 100% |
| Frankrijk | |||
| G-TEC SAS | Le Havre | Baggerwerken | 72,50% |
| GEOSEA SAS | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA | Lambersart | Baggerwerken | 100% |
| FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS | Parijs | Holding | 100% |
| Groot-Brittannië | |||
| VMA Midlands Ltd | Yorkshire | Contracting | 100% |
| D.E.M.E. BUILDING MATERIALS LTD | Weybridge, Surrey | Baggerwerken | 100% |
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|---|---|---|---|
| DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD | Weybridge, Surrey | Baggerwerken | 74,90% |
| NEWWAVES SOLUTIONS LTD | Londen | Baggerwerken | 100% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA | Strassen | Contracting | 100% |
| APPOLO SHIPPING SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA PROCUREMENT & SHIPPING Luxembourg SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SAFINDI SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SAFINDI RE SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| THOR CREWING LUXEMBOURG SA | Luxemburg | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA | Strassen | Holding | 100% |
| ARLON 23 BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG SA |
Strassen Strassen |
Vastgoed Vastgoed |
100% 100% |
| Hongarije CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT |
Boedapest | Holding | 100% |
| Nederland | |||
| AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,90% |
| DEME BUILDING MATERIALS BV | Vlissingen | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS MERKUR BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| DEME CONCESSIONS NETHERLANDS BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,90% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74?90% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) | Dordrecht | Baggerwerken | 100% |
| TIDEWAY SHIPPING BV | Breda | Baggerwerken | 100% |
| G-TEC BV | Delft | Baggerwerken | 72,50% |
| MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,90% |
| INNOVATION HOLDING B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION SHIPOWNER B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| INNOVATION SHIPPING B.V. | Breda | Baggerwerken | 100% |
| PAES MARTIEM BV TIDEWAY BV |
Amsterdam Breda |
Baggerwerken Baggerwerken |
100% 100% |
| ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | Baggerwerken | 74,9% |
| Polen | |||
| CFE POLSKA S.P. ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| VMA POLSKA S.P.ZOO | Warschau | Contracting | 100% |
| ACE12 S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 90% |
| ACE14 S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 90% |
| BPI BARSKA SP. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI CZYSTA SP.ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE POLAND SP. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI SADOWA SP. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WROCLAW S.P.ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| IMMO WOLA S.P. ZOO | Warschau | Vastgoed | 100% |
| Roemenië | |||
| CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL | Boekarest | Holding | 100% |
| Slowakije | |||
| VMA SLOVAKIA SRO | Trencin | Contracting | 100% |
| CFE SLOVAKIA SRO | Bratislava | Holding | 100% |
| Andere Europese landen | |||
| VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI | Istanbul, Turkije | Contracting | 100% |
| A2SEA A/S | Fredericia, Denemarken | Baggerwerken | 100% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| NAVIERA LIVING STONE SL | Madrid, Spanje | Baggerwerken | 100% |
| BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. | Lissabon, Portugal | Baggerwerken | 100% |
| DRAGMORSTROY LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC | Odessa, Oekraïne | Baggerwerken | 100% |
| SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA | Rome, Italië | Baggerwerken | 100% |
| AFRIKA | |||
| Angola | |||
| DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| SOYO DRAGAGEM LTDA | Luanda | Baggerwerken | 100% |
| Nigeria | |||
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 54,43% |
| DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA LTD | Port Harcourt | Baggerwerken | 100% |
| NOVADEAL EKO FZE | Lagos | Baggerwerken | 100% |
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|---|---|---|---|
| Tsjaad | |||
| CFE TCHAD SA | Ndjamena | Holding | 100% |
| Tunesië | |||
| COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA | Tunis | Contracting | 100% |
| CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA | Tunis | Holding | 99,96% |
| Andere Afrikaanse landen | |||
| DRAGAMOZ LDA | Maputo, Mozambique | Baggerwerken | 100% |
| MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD | Ebene, Mauritius | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SOUTH AFRICA PTY LTD | Durban, Zuid-Afrika | Baggerwerken | 100% |
| CFE SENEGAL SASU | Dakar, Senegal | Contracting | 100% |
| AZIË | |||
| India | |||
| DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD | New Delhi | Baggerwerken | 99,78% |
| INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD | Chennai | Baggerwerken | 86% |
| Andere Aziatische landen | |||
| MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC (MEDCO) | Qatar | Baggerwerken | 95% |
| DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD | Saudi Arabia | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD | Kuala Lumpur, Maleisië | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD | Shanghai, China | Baggerwerken | 100% |
| Verenigde Arabische | |||
| DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC | Emiraten | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST | Verenigde Arabische Emiraten |
Baggerwerken | 100% |
| FAR EAST DREDGING LTD | Hong Kong | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD (DIAP) | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 100% |
| PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA | Jakarta, Indonesië | Baggerwerken | 60% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA | Santos | Baggerwerken | 74,90% |
| DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 100% |
| Canada | |||
| TIDEWAY CANADA LTD | Halifax | Baggerwerken | 100% |
| Andere Amerikaanse landen | |||
| VMA US INC | South Carolina, USA | Contracting | 100% |
| MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS HOLDING LLC | Texas, USA | Baggerwerken | 100% |
| MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS LLC | Texas, USA | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| CORPORACION ARENERA MARINA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| LOGIMARINE SA DE CV | Mexico | Baggerwerken | 100% |
| OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA SA | Panama | Baggerwerken | 100% |
| SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA | Caracas, Venezuela | Baggerwerken | 100% |
| OCEANIË | |||
| Australië | |||
| DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
| GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | Baggerwerken | 100% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | |||
| DREDECO (PNG) LTD | Port Moresby | Baggerwerken | 100% |
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|
|---|---|---|---|---|
| EUROPA | ||||
| België | ||||
| LUWA SA | Wierde | Contracting | 12% | |
| LUWA MAINTENANCE SA | Wierde | Contracting | 25% | |
| LIGHTHOUSE PARKING | Gent | Contracting | 33,33% | |
| BLUECHEM BUILDING NV | Gent | Baggerwerken | 25,47% | |
| BLUEPOWER NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 35% | |
| BLUE OPEN NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 49,94% | |
| BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 25,46% | |
| C-POWER NV | Oostende | Baggerwerken | 6,46% | |
| C-POWER HOLDCO NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 10,00% | |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 50,40% | |
| LA VELORIE SA | Doornik | Baggerwerken | 12,48% |
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|---|---|---|---|
| NORTH SEA WAVE NV | Oostende | Baggerwerken | 13,22% |
| OTARY BIS NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| OTARY RS NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| POWER@SEA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 51,10% |
| RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV | Oostende | Baggerwerken | 25,50% |
| RENTEL NV | Oostende | Baggerwerken | 18,89% |
| SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV | Antwerpen | Baggerwerken | 54,38% |
| SEDISOL SA | Farciennes | Baggerwerken | 37,45% |
| SEAMADE NV | Oostende | Baggerwerken | 13,22% |
| SILVAMO NV | Roeselare | Baggerwerken | 37,45% |
| TERRANOVA NV | Zwijndrecht | Baggerwerken | 43,73% |
| TERRANOVA SOLAR NV | Stabroek | Baggerwerken | 16,85% |
| TOP WALLONIE SA | Moeskroen | Baggerwerken | 37,45% |
| BPG CONGRES SA | Brussel | Holding | 49% |
| BPG HOTEL SA | Brussel | Holding | 49% |
| PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN | Eupen | Holding | 25% |
| PPP SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 19% |
| GREEN OFFSHORE NV | Antwerpen | Holding | 50% |
| RENT-A-PORT NV en filialen | Antwerpen | Holding | 45% |
| BARBARAHOF NV | Leuven | Vastgoed | 40% |
| FONCIERE DE BAVIERE SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BAVIERE DEVELOPPEMENT SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BATAVES 1521 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERASMUS GARDENS SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERNEST 11 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ESPACE ROLIN SA | Brussel | Vastgoed | 33,33% |
| EUROPEA HOUSING SA | Brussel | Vastgoed | 33% |
| FONCIERE DE BAVIERE A SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE C SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| GOODWAYS SA | Antwerpen | Vastgoed | 31,20% |
| GRAND POSTE SA | Luik | Vastgoed | 24,97% |
| IMMOANGE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD I SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO KEYENVELD II SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMOBILIERE DU BERREVELD SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LA RESERVE PROMOTION NV | Kapellen | Vastgoed | 33% |
| LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LRP DEVELOPMENT BVBA | Gent | Vastgoed | 33% |
| PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| PROMOTION LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 30,44% |
| VICTOR BARA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR ESTATE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTO PROPERTIES SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR SPAAK SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VM PROPERTY I SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VM PROPERTY II SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| NORMALUX MARITIME SA | Luxemburg | Baggerwerken | 37,50% |
| BAYSIDE FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| BEDFORD FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| CHATEAU DE BEGGEN SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| M1 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| M7 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| Groot-Brittannië | |||
| FAIR HEAD TIDAL ENERGY PARK LTD | Noord-Ierland | Baggerwerken | 17,50% |
| HILTHERMOOR SOIL TREATMENTS LTD | Schotland | Baggerwerken | 37,45% |
| WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD | Schotland | Baggerwerken | 17,50% |
| Polen | |||
| B-WIND POLSKA S.P. ZOO | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| C-WIND POLSKA S.P. ZOO | Gdynia | Baggerwerken | 51,10% |
| IMMOMAX S.P. ZOO | Warschau | Vastgoed | 47% |
| Andere Europese landen | |||
| CBD SAS | Ferques, Frankrijk | Baggerwerken | 50% |
| BAAK BLANKENBURG-VERBINDING BV | Nieuwegein, Nederland | Baggerwerken | 15% |
| DEEPROCK CV | Breda, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| DEEPROCK BEHEER CV | Breda, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| EARTH MOVING WORLDWIDE (EMI) LTD | Cyprus | Baggerwerken | 50% |
| K3 DEME BV | Amsterdam, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| MERKUR OFFSHORE GMBH | Hamburg, Duitsland | Baggerwerken | 12,50% |
| MORDRAGA LLC | Sint-Petersburg, Rusland | Baggerwerken | 40% |
| OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV | Papendrecht, Nederland | Baggerwerken | 50% |
| Namen | Zetel | Segment | Aandeel van de groep in % |
|---|---|---|---|
| LIVEWAY LTD | Larnaca, Cyprus | Holding | 50% |
| LOCKSIDE LTD | Larnaca, Cyprus | Holding | 50% |
| AFRIKA | |||
| Marokko | |||
| HYDROGEO SARL | Rabat | Baggerwerken | 43,50% |
| Nigeria | |||
| COBEL CONTRACTING NIGERIA Ltd | Lagos | Holding | 50% |
| Tunesië | |||
| BIZERTE CAP 3000 SA en haar filiaal | Tunis | Holding | 20% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| DEME BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | Baggerwerken | 50% |
| MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA | Sao Paulo | Baggerwerken | 51% |
| AZIË | |||
| GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENIGNEERING CO LTD | Guangzhou, China | Baggerwerken | 50% |
| DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 51% |
| DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | Baggerwerken | 40% |
| JV KPC-TDI CO LTD | Bangkok | Baggerwerken | 49% |
| GULF EARTH MOVING QATAR WLL | Qatar | Baggerwerken | 50% |
| EARTH MOVING AL DUQM LLC | Oman | Baggerwerken | 50% |
| EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST | Verenigde Arabische Emiraten | Baggerwerken | 50% |
Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum, met uitzondering van Lighthouse Parking (30 juni) en de in India actieve dochterondernemingen van DEME (31 maart).
De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen, veelgebruikte juridische vehikels in de baggersector en de bouwsector, worden hierboven niet opgesomd.
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)
We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,
Handtekening
Naam: Fabien De Jonge Piet Dejonghe Functie: Financieel en administratief directeur Gedelegeerd bestuurder Datum: 26 maart 2019
| Identiteit van de vennootschap: | Aannemingsmaatschappij CFE |
|---|---|
| Zetel: | Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel |
| Telefoon: | + 32 2 661 12 11 |
| Rechtsvorm: | naamloze vennootschap |
| Wetgeving: | Belgisch |
| Oprichting: | 21 juni 1880 |
| Duur: | onbepaald |
| Boekjaar: | vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar |
| Handelsregister: | RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 |
| Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: |
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap |
"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door weten regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 4 mei 2016, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2018. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV uitgevoerd gedurende 29 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2018 omvat, de geconsolideerde resultatenrekening, de gecsonsolideerde staat van het globaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 4 948 951 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst (aandeel van de Groep) van het boekjaar van 171 530 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2018 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Zonder de hierboven vermelde verklaring in het gedrang te brengen, vestigen wij de aandacht op de informatie opge¬nomen in Toelichting 26.7 van de geconsolideerde jaarrekening waarin de betalingsonzekerheid van de Tsjaadse staatsschulden en de ondernomen acties om hun betaling te vereenvoudigen beschreven wordt.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
• De boekhoudkundige erkenning van omzet en verwerking van projecten wordt uiteengezet in Toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening. Daarnaast verwijzen we naar Toelichting 17 van de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden.
• DEME is actief in verschillende landen met verschillende belastingstelsels. De belasting van haar operaties kan afhankelijk zijn van inschattingen en kan aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingsauthoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot een uitstroom van middelen zullen leiden, dienen de nodige voorzieningen te worden aangelegd. Er is daarom een hoge mate van oordeelsvermogen van het management en het daaraan gekoppelde risico gerelateerd aan het inschatten van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities die door de groep tot op balansdatum moeten worden opgenomen. Wijzigingen in deze schattingen kunnen bovendien aanleiding geven tot materiële effecten.
• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 10 (Belastingen op het resultaat).
• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 18 (Voorraden).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep;
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (herzien in 2018) bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 119, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Overeenkomstig artikel 144, § 1, 6° van het Wetboek van vennootschappen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel.
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Zaventem, 26 maart 2019
De commissaris
Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck, Michel Denayer
| Vaste Activa 1.338.202 1.325.005 Oprichtingskosten 0 0 Immateriële vaste activa 95 54 Materiële vaste activa 1.548 583 Financiële vaste activa 1.336.559 1.324.368 - Verbonden ondernemingen 1.336.525 1.324.334 - Andere financiële activa 34 34 Vlottende activa 169.859 155.489 Vorderingen op meer dan één jaar 0 0 Voorraden en bestellingen in uitvoering 6.912 3.463 Vorderingen op ten hoogste één jaar 128.145 128.885 - Handelsvorderingen 35.304 36.853 - Overige vorderingen 92.841 92.032 Geldbeleggingen 0 0 Liquide middelen 38.030 19.326 Overlopende rekeningen 221 366 Totaal van de activa 1.508.061 1.480.494 Eigen vermogen 1.141.304 1.163.350 Kapitaal 41.330 41.330 Uitgiftepremies 592.651 592.651 Herwaarderingsmeerwaarden 487.399 487.399 Reserves 8.654 8.654 Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 11.270 33.316 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 95.381 81.998 Schulden 271.376 235.146 Schulden op meer dan één jaar 130.248 248 Schulden op ten hoogste één jaar 140.872 234.643 - Financiële schulden 8 102.332 - Handelsschulden 16.745 24.545 - Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op 4.006 6.211 bestellingen - Overige schulden 120.113 101.555 Overlopende rekeningen 256 255 Totaal van de passiva 1.508.061 1.480.494 RESULTATEN Bedrijfsopbrengsten 39.577 57.015 Bedrijfskosten (63.521) (88.576) - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (27.501) (36.822) - Diensten en diverse goederen (12.304) (16.165) - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (9.014) (9.762) - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (13.617) (23.781) - Andere financiële activa (1.085) (2.046) |
Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| (23.944) (31.561) |
Bedrijfswinst | ||
| Financiële opbrengsten 69.443 65.303 |
|||
| Financiële kosten (6.672) (7.050) |
|||
| Winst van het boekjaar vóór belasting 38.827 26.692 |
|||
| Belastingen (onttrekking en regularisering) (118) (170) |
|||
| Winst van het boekjaar 38.709 26.522 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2018 | 2017 |
|---|---|---|
| RESULTAATVERWERKING | ||
| Winst van het boekjaar | 38.709 | 26.522 |
| Overgedragen winst | 33.316 | 67.548 |
| Vergoeding van het kapitaal | (60.755) | (60.755) |
| Beschikbare reserves | 0 | 0 |
| Wettelijke reserves | 0 | 0 |
| Over te dragen winst | 11.270 | 33.315 |
De vaste activa bestaan voornamelijk uit participaties in DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium.
De schulden met een looptijd van meer dan één jaar omvatten 130 miljoen euro aan leningen die opgenomen werden op de bevestigde bilaterale lijnen. In 2017 werd de obligatielening van 100 miljoen euro geherklasseerd als schuld met een looptijd van minder dan een jaar.
De geleidelijke oplevering van de laatste door CFE NV gerealiseerde werven leidt mechanisch tot een daling van haar omzet. De werf van de waterzuiveringsinstallatie Brussel-Zuid vormt een belangrijk deel van de omzet. Dit project loopt nog twee jaar.
Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de voorzieningen voor andere risico's en kosten.
Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de door DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium uitgekeerde dividenden van respectievelijk 55, 6 en 5 miljoen euro.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.