AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Apr 7, 2020

3929_10-k_2020-04-07_ad60b731-bd7b-49c0-879c-08550e7e9273.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

WELCOME TO (Y)OUR WORLD

MET HAAR ACTIVITEITEN IN DE WATERBOUWKUNDE, DE BOUW EN DE VASTGOEDONTWIKKELING IS DE GROEP CFE EEN BELANGRIJKE SPELER IN DE TRANSFORMATIE VAN ONZE WOONOMGEVING, ONZE STEDEN, ONS SAMENLEVEN ... ONS ENGAGEMENT: DE TOEKOMST UITDENKEN TERWIJL WE ONZE MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID TEN VOLLE OPNEMEN EN ONZE POSITIEVE IMPACT MAXIMALISEREN. DIT JAARVERSLAG BELICHT DEZE VISIE, DIE WE VERWOORDEN MET DE SLAGZIN : "TOGETHER SHAPING TOMORROW'S WORLD".

BPI REAL ESTATE

Projecten ontwikkelen die de steden van morgen gestalte zullen geven, nieuwe samenlevingsvormen uitdenken, de ruimten voor het samenwonen van de toekomst verbeelden ... Met haar vastgoedontwikkeling positioneert BPI Real Estate zich als een belangrijke speler van verandering en verdedigt het fundamentele waarden: duurzaamheid, een hoge architecturale kwaliteit, eerbied voor het milieu en maatschappelijk engagement.

DEME

Met een vloot

van meer dan honderd schepen is DEME een internationale leider in de waterbouwkunde. Haar vier activiteitenlijnen – baggerwerken, milieu, offshore en infrastructuur – antwoorden op de essentiële behoeften van onze samenleving en onze planeet. Door steeds meer innoverende oplossingen aan te bieden, legt DEME de basis voor een duurzame toekomst.

CFE CONTRACTING

In het hart van onze steden transformeert CFE Contracting onze leefomgeving en bouwt het de onmisbare infrastructuur voor ons dagelijkse leven. Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities zijn de drie pijlers van deze activiteit, die de uitdagingen van onze tijd aangaan in het dubbele teken van duurzaamheid en innovatie. Toekomstprojecten voor een wereld die onophoudelijk evolueert.

CONTENTS

Why and who we are

Our Mission 002
Who we are 003
Our Vision 007

How we shaped the world in 2019

Our CEO's on shaping the world in 2019 008
The year 2019 at the glance 016

How we continously shape the world

Our value creation model 024
How we are building the future 028
How we are a great place to work 032
How we offer innovative solutions 036
How we move towards climate neutrality 040
How we are a partner for change 044

The shape of (y)our world

Onze bijdrage tot de mobiliteit van de toekomst 014
Versnellen van de energietransitie 020
Het heruitdenken van het samenleven 046

Financial Statements

Beheersverslag van de raad van bestuur 048
Geconsolideerde financiële staten 097
Statutaire financiële staten 166

Annexes

Bijlage 1: ESG bij de groep CFE 168
Bijlage 2: Niet-financiële rapportage en KPI's 182
Bijlage 3: Focus op corporate governance 186
Bijlage 4: Hoe de sdg's terugvinden in het jaarverslag 189

Voor haar jaarverslag 2019 heeft de groep CFE gekozen voor een geïntegreerd verslag, waarin financiële, ethische, sociale en milieuaspecten samenkomen. Deze aanpak weerspiegelt de waarden en filosofie van de groep, waarbinnen deze elementen intrinsiek met elkaar verbonden zijn. Voorbeelden illustreren ook concreet de visie van de groep. Om het lezen te vergemakkelijken, worden zowel de strategie als de methodologie en KPI's van de financiële en duurzaamheidselementen uitgewerkt in de bijlage.

De redactie van dit jaarverslag werd begin maart beëindigd. Tussen deze datum en de publicatie van het rapport brak de Covid-19-crisis uit (zie pagina 86). Het is al duidelijk dat de negatieve impact op de activiteit, kasstromen en resultaten merkelijk zal zijn.

007

AT THE HEART : ONE VISION

IN ONZE DRIE POLEN IS DUURZAAMHEID DE MOTOR VAN ZOWEL VERANDERING ALS INNOVATIE, MAAR OOK DE HEFBOOM DIE ONZE IMPACT POSITIEF MAAKT. DUURZAAMHEID STAAT CENTRAAL IN ONS ECONOMISCH MODEL. SAMEN MET ONZE 140 JAAR ERVARING, MULTIDISCIPLINAIRE KNOWHOW, SAMENWERKINGSAANPAK EN TOEKOMSTVISIE INSPIREERT ZE ONZE WAARDEN OP ALLE NIVEAUS.

TOGETHER WE CAN SHAPE THE FUTURE

GEBOUWEN, INFRASTRUCTUUR ZOWEL OP ZEE ALS OP LAND, MILIEUPROJECTEN, MOBILITEIT ... DE GROEP CFE IS IN HET HART VAN HEEL DE MAATSCHAPPIJ AANWEZIG MET PROJECTEN DIE HEEL VAAK HET DAGELIJKSE LEVEN VAN DUIZENDEN MENSEN TRANSFORMEREN EN VERBETEREN. DEZE ESSENTIËLE ROL IS ONDENKBAAR ZONDER EEN SCHERP BESEF VAN MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID EN DUURZAAMHEID. DE CEO'S VAN DE GROEP EN HAAR POLEN SCHETSEN ER DE GROTE LIJNEN VAN EN BLIKKEN TERUG OP EEN JAAR 2019 DAT RIJK WAS AAN GEBEURTENISSEN EN ERVARINGEN.

"De drie polen van de groep CFE hebben een buitengewoon boeiend jaar achter de rug", zegt Luc Bertrand, voorzitter van de Raad van bestuur. "We hebben de wind in de zeilen en danken dat op de eerste plaats aan de inzet en het talent van onze medewerkers. We hebben onze posities bevestigd, onze omzet geconsolideerd en onze orderboeken gevuld. Die positieve factoren geven ons de stabiliteit die we nodig hebben om te blijven innoveren en ons duurzame model te bekrachtigen."

"De centrale plaats van duurzaamheid in ons werk is geen opportunisme maar wel het resultaat van een diepgaande denkoefening", beklemtoont Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder van de groep CFE. "Onze strategie kiest voor innovatie, schept nieuwe commerciële opportuniteiten, versterkt onze groei en stelt ons in staat om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid volledig op te nemen. Uit de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties hebben wij de thema's gekozen die wij door de aard van onze activiteiten het best kunnen bevorderen. Dankzij kernprestatie-indicatoren (KPI's) zullen wij in 2020 de vooruitgang kunnen meten en een duidelijk beeld krijgen van onze positieve impact op het milieu."

DE FABRIEK VAN DE TOEKOMST

"Op een competitieve markt met een neerwaartse druk op de prijzen moeten wij ook onze marges in stand houden. Dat doen we niet alleen door middel van een efficiënt risicobeheer dat een goede keuze van de projecten mogelijk maakt, maar ook door met proactieve maatregelen op al onze werkterreinen verliezen en verspilling te beperken. Operationele uitmuntendheid is ons credo, van de selectie van de projecten tot hun oplevering. Ze staat ook borg voor de arbeidsomstandigheden van onze medewerkers. Stiptheid in de ontwikkeling en het beheer van de projecten verlaagt de psychologische belasting en garandeert het welzijn en de veiligheid van onze medewerkers. De ambitie van de groep CFE gaat veel verder dan winst. Ze mikt op bescherming en duurzaamheid. Zodat wij allemaal samen de

toekomst kunnen uitdenken, verbeelden en bouwen."

DRIE POLEN, ÉÉN VISIE

De groep CFE bouwt aan de toekomst met haar drie polen: BPI Real Estate (vastgoedontwikkeling), CFE Contracting (bouw, multitechnieken, rail & utilities) en DEME (baggerwerken, milieu, offshore en infrastructuur). De drie entiteiten hebben welomschreven activiteiten en elk hun eigen filosofie, maar vinden elkaar in een gemeenschappelijke visie op maatschappelijke waarden en uitmuntendheid. Die ontmoeting van talenten wordt verpersoonlijkt door de drie CEO's, Jacques Lefèvre (BPI Real Estate), Raymund Trost (CFE Contracting) en Luc Vandenbulcke (DEME).

ACTOREN VAN HET SAMENLEVEN

Bij BPI Real Estate (BPI) eindigde 2019 met mooie realisaties en de bevestiging van een goede strategische positionering, die met de afronding van verscheidene grote gemengde stadsprojecten werd beloond. "Op alle niveaus van de maatschappij zien we nieuwe vormen

LUC BERTRAND & PIET DEJONGHE VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR & GEDELEGEERD BESTUURDER

VAN DE GROEP CFE

van samenleven ontstaan", vertelt Jacques Lefèvre. "Deze op gemengdheid gerichte projecten, met een meer kwalitatieve dan kwantitatieve benadering, beantwoorden aan sterke behoeften. Als ontwikkelaars nemen wij in dat opzicht onze maatschappelijke verantwoordelijkheid ten volle op. We mogen ons niet blindstaren op concepten die te snel verouderen. De manier waarop we bijvoorbeeld over co-living denken, is volop aan het evolueren en zal heel waarschijnlijk over vijf jaar heel anders zijn. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen zijn onontbeerlijk. BPI zet zich in voor concepten die tal van mogelijkheden openen. Wij denken na over gebouwen die zich kunnen aanpassen en we stimuleren die evolutie. Dat is een engagement voor een echte duurzaamheid op lange termijn. Wij zijn actoren van de verandering: wij geven zin, scheppen banden, netwerken, mobiliteit ..."

Raymund Trost bevestigt dat

CFE Contracting die duurzaamheidsvisie deelt: "Wij maken deel uit van een ecosysteem. We zijn belangrijke actoren van de transformatie van onze steden en samenlevingen, en daarom moeten wij de toekomst verbeelden. Zullen we morgen nog op dezelfde manieren eigenaars zijn? Zullen we de gebouwen op dezelfde manier gebruiken? Om antwoorden op die vragen aan te reiken, moeten we anders bouwen. Ons credo, "Together shaping tomorrow's world", is geen ijdele belofte. CFE Contracting vindt zich nu al opnieuw uit, want wij willen een motor van verandering zijn en de onvermijdelijke evolutie naar duurzaam bouwen concreet maken. De bouw vertegenwoordigt ongeveer 40% van de uitstoot en het afval op wereldschaal. Het verminderen van de koolstofimpact vereist een revolutie in ons denken en onze benadering van ons werk. Het ontwerp, het materiaalgebruik, de realisatie, de impact op de buurt en op de medewerkers ... allemaal hefbomen die CFE Contracting met een collaboratieve aanpak hanteert om een paradigmaver-

schuiving naar een nieuwe generatie van gebouwen teweeg te brengen."

DE WERELD VAN MORGEN UITVINDEN

De synergie binnen de groep draagt veel bij aan de realisatie van deze doelstellingen. Zoals Raymund Trost aanstipt: "De groep CFE is ideaal geplaatst. Dankzij onze omvang hebben we een sterke impact, terwijl we toch dicht bij het terrein en de realiteit blijven. Onze bekwaamheid van uiteenlopende vakspecialiteiten is eveneens een troef. Wij zijn competent in alle fasen van een project, van het concept tot de technische oplossingen en de verkoop." De oprichting van Wood Shapers, een entiteit die zich toelegt op de houtbouw en die de expertise van BPI en CFE Contracting bundelt, is een perfecte illustratie van deze synergie. "Onze knowhow en onze vele competenties op het vlak van het ontwerp, de ontwikkeling en de bouw zijn onschatbaar en stellen ons in staat om pioniers te zijn", merkt Jacques Lefèvre op. "Onze strategische visie op hout, een duurzaam materiaal dat de

milieu-impact van de bouwplaatsen en ook de hinder voor de omwonenden en de duur van de werken beperkt, bewijst ons vermogen om vooruit te lopen op de uitdagingen van morgen."

DEME bevestigt eveneens haar proactieve visie op duurzaamheid en innovatie. "Wij kijken verder dan de korte termijn", legt Luc Vandenbulcke uit. "Wij mikken op de evoluties van onze wereld. De klimaatverandering, de demografische groei, de stijgende zeespiegel, de verontreiniging, het boren op grote diepte, de hernieuwbare energiebronnen ... dat zijn de uitdagingen voor de volgende jaren. Wij zijn op al die terreinen sterk aanwezig, vooral dankzij de zeer grote investeringen in onze vloot. Onze nieuwe schepen antwoorden niet alleen op de technologische uitdagingen – met unieke prestaties en capaciteiten waarmee wij in heel veel specialiteiten de leider zijn – maar stellen ons ook in staat om nog duurzamere oplossingen aan te bieden en de milieu-impact beduidend te verlagen. Onze vier divisies

– offshore, baggerwerken, milieu en infrastructuur – spelen elk een essentiële rol voor de gemeenschap en voor de toekomst van onze planeet. We dragen hier een maatschappelijke verantwoordelijkheid in de strikte zin van het woord en nemen die ten volle op."

MEEGAAN MET VERANDERING

Bij DEME werd het jaar 2019 gekenmerkt door knappe successen in de offshore en de milieusector en ook door drie "megaprojecten" in het infrastructuursegment. "Wij willen onze positie als wereldbedrijf versterken en

nog krachtiger internationaal aanwezig zijn", vervolgt Luc Vandenbulcke. "We staan nu erg sterk in Europa en moeten ons geografisch bereik uitbreiden om onze positie te consolideren. Een andere belangrijke doelstelling is de digitale transitie. Om deze zowel intern als ten aanzien van onze klanten waar te maken, hebben wij een Digital Growth Officer benoemd. Hij stelt digitale initiatieven en aanpassingen voor, met name rond de software Building Information Modelling (BIM), Artificiële Intelligentie en het Internet of Things."

Ook bij CFE Contracting en BPI staat de digitalisering hoog op de agenda. "De constante en snelle evolutie van de digitale omgeving en de nieuwe technologieën verplicht ons om ons aan te passen", merkt Jacques Lefèvre op. "Dit is een nieuwe taal die we onder de knie moeten krijgen. BPI Polska geeft ons in dat opzicht een voorbeeld dat wij allemaal zullen volgen." Raymund Trost geeft hem gelijk en voegt eraan toe: "Onze grootste uitdagingen zijn de evolutie van menselijke vaardigheden en change management. Met andere woorden, hoe begeleiden we onze medewerkers en helpen we hen om digitaal te gaan?" We hebben daar een intern opleidingsprogramma voor ingevoerd."

SAMEN STERK

De menselijke factor blijft in de drie polen van de groep CFE het centrale element. "Vanwege de complexiteit en de techniciteit van onze activiteiten moeten wij talenten vinden en koesteren", legt Luc Vandenbulcke uit. "Wij spannen ons in om de best mogelijke arbeidsomstandigheden te creëren en de druk op onze soms zware beroepen te verlichten. Natuurlijk is de veiligheid onze eerste zorg. Wij zijn in dat domein in België de beste leerling van de klas, maar we blijven naar verbetering streven. We hebben dit jaar grote inspanningen geleverd in termen van rapportage en analyse." Raymund Trost noemt dezelfde aandachtspunten voor CFE Contracting: "Onze mensen zijn ons belangrijkste kapitaal. Wij stellen alles in het werk om ieders veiligheid te garanderen en een efficiënte governance te verzekeren, door zowel de economische als de menselijke factoren in goede banen te leiden. Door ons op de juiste projecten te richten, door onze bouwprojecten oordeelkundig te kiezen, zorgen wij ervoor dat we onze medewerkers niet in moeilijke situaties plaatsen en verzekeren we onze financiële duurzaamheid. Want duurzaamheid betekent ook dat je economisch leefbaar bent!".

HOW WE CONTINUOUSLY SHAPE THE WORLD THE SHAPE OF (Y)OUR WORLD FINANCIAL REPORTING & ANNEXES

ONZE BIJDRAGE TOT DE MOBILITEIT VAN DE TOEKOMST

De groep CFE, samen met Mobix (divisie Rail & Uti lities), is een van de belangrijkste spelers in het LuWa-consortium. Dit moderniseringsproject van de structurerende openbare verlichting van het wegen net van het Waals Gewest zal niet alleen het reizen naar en in het zuiden van het land vergemakkelijken, maar ook de verkeersveiligheid sterk verbeteren. 2.700 kilometer autosnelwegen en uitgeruste natio nale wegen, de vervanging van natriumlampen door leds gekoppeld aan een systeem dat de lichtsterkte kan regelen waardoor op termijn 76% energie kan worden bespaard, wat uiteindelijk een vermindering van 166.000 ton CO 2-uitstoot en een aanzienlijke reductie van lichtvervuiling zal opleveren. Eveneens opmerkelijk is de implementatie van nieuwe tech nologieën die de 'smart driving' alsook het verkeer van zelfsturende voertuigen mogelijk maken op wat de eerste intelligente en geconnecteerde snelweg zal worden in Europa.

014

015

THE YEAR AT A GLANCE

"EEN STERKE FINANCIËLE STRUCTUUR"

De omzet bleef in 2019 op een hoog niveau van ruim 3,6 miljard euro. Een paar niet-recurrente elementen leidden echter tot een daling van de resultaten.

Ondanks een gematigde toename van de netto financiële schuld (exclusief de impact van IFRS 16), blijft de financiële structuur van de groep zeer sterk. De solvabiliteitsratio bereikte 53%* en de som van de beschikbare liquide middelen en het ongebruikte deel van de bevestigde kredietlijnen bedroeg 863,2 miljoen euro.

Wat betreft de drie activiteitpolen, heeft DEME haar posities, met name in offshore windenergie, geconsolideerd en haar ambitieus moderniseringsen investeringsprogramma van haar vloot verdergezet, wat in de toekomst veel kansen zal bieden.

In Contracting bevestigden de VMA- en MOBIX-clusters hun potentieel als snelgroeiende sectoren, terwijl de bouwentiteiten in Polen, Luxemburg en Vlaanderen een goed jaar hadden. De Vastgoedontwikkeling kende een succesvol jaar in 2019 met een goed commercialiseringsritme van haar residentiële projecten.

Fabien De Jonge Chief Financial Officer CFE

REVENUE

DEME BPI 160,1 18,8 13,7 MLN. CONTRACTING CONTRACTING CONTRACTING

EBIT

133,4 NET RESULT DEME BPI 125,0 9,5 11,6 177,7 MLN.

KERNCIJFERS

In miljoen euro 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Omzet 3.510,5 3.239,4 2.797,1 3.066,5 3.640,6 3.624,7
EBITDA 479,5 504,9 465,9 500,7 488,0 451,2
EBIT 240,5 265,7 226,8 249,4 227,2 177,7
Nettoresultaat aandeel van de groep 159,9 175,0 168,4 180,4 171,5 133,4
Eigen vermogen 1.313,6 1.423,3 1.521,6 1.641,9 1.720,9 1.748,7
Netto financiële schuld 188,1 322,7 213,1 351,9 648,3 798,1

* zie nota 25.5 in het financieel verslag

CONTRACTING & BPI

DUIDELIJKE MILIEUDOELSTELLINGEN

"Het terugdringen van de C02 -uitstoot is een groot wereldwijd probleem. Dit geldt des te meer in de bouwsector, die een van de grootste uitstoters is. DEME, BPI Real Estate en CFE Contracting hebben veel tijd en energie gestoken in het vinden van manieren om hun milieu-impact vanuit dit oogpunt te verminderen, in het bijzonder wat betreft het vervoer van mensen en materialen voor CFE Contracting en op de vloot van schepen voor DEME.

We hebben een KPI voor onze wereldwijde C02 -emissies, die een basis vormt voor reflectie, maar die nog niet voldoende gedetailleerd is. Een van onze prioritaire doelstellingen voor 2020 is het definiëren van nauwkeurigere milieu-KPI's en deze te gebruiken teneinde de manieren te vinden om onze koolstofimpact verder te verminderen."

Isabelle De Bruyne Sustainability Officer

CO2 emissions (scope 1)

Met 8.400 medewerkers actief op meer dan 1.000 bouwplaatsen, beleefde de groep CFE in 2019 een uiterst positief momentum.

PIET DEJONGHE

MEDEWERKERS PER POOL CFE DEME TOTAAL
2017 3.982 4.707 8.689
2018 3.524 5.074 8.598
2019 3.276 5.134 8.410
OPLEIDINGEN
In aantal uren 2017 2018 2019
Technieken 44.029 56.785 68.119
Hygiëne en veiligheid 55.325 41.912 60.580
Milieu 1.581 1.062 907
Management 12.235 16.192 17.129
Informatica 6.899 10.850 17.656
Adm./Boekh./ Beh./ Jur. 13.029 13.499 14.039
Talen 3.484 6.289 8.598
Diversiteit 64 326 310
Andere 6.808 7.409 13.247
Totaal opleidingsuren 143.454 154.324 200.585
Totaal opleidingsuren per medewerker 16,5 17,9 23,85

ONZE PRIORITEIT: INVESTEREN IN MENSEN

"Opleiding is een van de belangrijkste doelstellingen van de CFE-groep. In 2019 hebben we voor 46.261 uur meer aan opleiding gezorgd ten opzichte van 2018, en dit op alle vlakken, met name veiligheid, technieken, management, talen, IT, diversiteit ... Met deze sterke inzet beantwoorden we aan twee behoeften ; enerzijds onze medewerkers ondersteunen en hen de beste tools geven om zich professioneel te ontwikkelen, en anderzijds ons versterken in wat bekend staat als de 'war for talent', namelijk het rekruteren van gekwalificeerde profielen die zeer gevraagd zijn in onze sector. Onze toekomstige of huidige medewerkers kunnen hun carrière met echte vooruitzichten ontwikkelen dankzij onze opleidingen waarmee ze gedurende hun hele loopbaan ondersteund worden.»

Valérie Van Brabant Chief Human Resources Officer

020

VERSNELLEN VAN DE ENERGIETRANSITIE

Het aanleveren van duurzame en hernieuwbare elektriciteit aan 485.000 gezinnen en bijdragen tot het aanzienlijk verminderen van de C02-uitstoot... Met 58 windturbines en een productiecapaciteit van 487 MW wordt het offshore windpark SeaMade het krachtigste van zijn soort in België en zal het een grote stap voorwaarts betekenen in de energietransitie van het land. In 2019 werd de fundering van de windturbines en de twee onderstations voltooid waardoor het park in 2020 operationeel zal zijn. DEME draagt op verschillende niveaus bij aan de realisatie van dit grote project en in het bijzonder met zijn schepen Apollo, Living Stone en Innovation, die de werken uitvoerden voor het plaatsen van de masten, het transporteren van de turbines en het leggen van de kabels.

HOW WE CONTINOUSLY SHAPE THE WORLD

023

IMPACT

WAARDEN EN MAATSCHAPPELIJKE BIJDRAGE

Vastgoedontwikkeling, baggerwerken en waterbouwkunde, bouw, technische installaties en rail & utilities ... De groep CFE is actief in drie onderscheiden grote domeinen, met een sterke impact op de samenleving als gemeenschappelijk kenmerk. Om de omvang van deze impact op de samenleving gedetailleerd te kunnen meten, werd een analytische methode ontwikkeld. De methode vertrekt vanuit de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, waar heel de groep CFE aan wenst bij te dragen.

METHODOLOGIE, ACTIES EN VOORBEELDEN

De details van de analysemethode worden uiteengezet in bijlage (pag. 169 - 179). Op basis van de resultaten konden vijf krachtlijnen worden bepaald, die vanwege zowel hun maatschappelijke impact als hun economische relevantie prioritair zijn en al tot concrete acties hebben geleid. Ook deze acties worden beschreven in bijlage (pag. 180 - 181), terwijl een reeks sprekende voorbeelden de thematische hoofdstukken van dit jaarverslag illustreert.

DUURZAME PARTNERSCHAPPEN

De groep CFE is wereldwijd actief in diverse sectoren en geografische zones. Haar vermogen om te luisteren en reële partnerschappen met alle stakeholders in stand te houden, is een van de garanties van haar succes en van haar capaciteit om haar duurzaamheidsambities waar te maken.

* these SDG's are DEME & CFE Contracting and BPI related; more info in the annexes

** these SDG's are DEME or CFE Contracting and BPI related; more info in the annexes

WHY IT MATTERS

MET HET BEHOUD VAN NATUURLIJKE HULPBRONNEN, HET RECYCLEREN VAN AFVAL EN HET UITDENKEN VAN NIEUWE BOUWVORMEN, VERZEKEREN WE DE TOEKOMST VAN ALLEN.

Het project Wooden te Leudelange (Luxemburg).

CREATING VALUES BUILD FOR THE FUTURE

IN ZIJN VIJFDE EVALUATIERAPPORT ZEGT HET INTERGOVERNMENTAL PANEL ON CLIMATE CHANGE (IPCC) DAT DE BOUWSECTOR IN DE VOLGENDE JAREN HET MEEST KAN BIJDRAGEN AAN DE BEPERKING VAN DE BROEIKASGASSEN. DE GROEP CFE IS IN DIT DOMEIN OP ALLE NIVEAUS ACTIEF, MET EEN VISIE OP ZEER LANGE TERMIJN EN EEN UITGESPROKEN WIL OM BIJ TE DRAGEN AAN EEN DUURZAME TOEKOMST VOOR ONZE PLANEET EN VOOR DE VOLGENDE GENERATIES.

De milieuproblematiek sluit aan op die van het samenleven en de maatschappelijke uitdagingen. Door al vandaag de habitat van morgen te bedenken, bevestigen wij onze rol als voorloper en ons duurzaamheidsengagement.

VIRTUEUZE CIRKELS

De principes van de circulaire economie helpen verscheidene entiteiten van de groep CFE om goede resultaten te boeken op het vlak van de beperking van afval en verpakkingen, met name door middel van de recyclage of het hergebruik van materialen. Deze verschillende vormen van valorisatie van werfafval is zowel economisch als ecologisch interessant, wat ze nog relevanter maakt. Dat geldt ook voor het rationele beheer van water, een hulpbron die volgens een rapport van het World Resources Institute (WRI) uit augustus 2019 in België

bijzonder schaars dreigt te worden. De groep CFE kiest duidelijk een proactieve houding tegenover de evoluties van het klimaat en de demografische uitdagingen die zich aandienen. Dat wordt ook bewezen door onze keuze voor duurzame materialen, waaronder op de eerste plaats hout dat perfect aan alle eisen van de moderne bouw voldoet en zowel het ecologische evenwicht als de lokale omgeving respecteert.

LUISTEREN NAAR HET MILIEU

Voor al haar activiteiten laat DEME bij beslissingen twee cruciale elementen doorwegen: de biodiversiteit beschermen en het zeemilieu niet verstoren. Om die principes globaal en doorlopend te garanderen, wordt op alle sites en voor alle werken een QHSE (Quality Health Safety Environment) systeem voor risicobeheer gebruikt. Aan dat

systeem is een KPI gekoppeld. De score van de KPI resulteert in, "green initiatives", namelijk een of meer aanpassingen van de processen, uitrustingen of installaties om de milieu-impact van het project te beperken. Dankzij de KPI worden de leden van de betrokken teams heel concreet gesensibiliseerd. Ze kunnen de ecologische impact beter identificeren en creatieve antwoorden vinden om hem te beperken. In een recent initiatief van dit type werden de in de hydraulische systemen en voor de smering van het drijvend materieel gebruikte oliën en vetten door biologisch afbreekbare equivalenten vervangen.

WIJ HELPEN

DEME draagt niet alleen met haar activiteiten bij aan de bouw van een betere toekomst, maar ook met haar steun – financieel en door het leveren van vrij-

willigers – aan Mercy Ships. Deze ngo maakt met haar "ziekenhuisschepen" de medische zorg in de ontwikkelingslanden toegankelijker. DEME steunt het schip Africa Mercy, dat de Afrikaanse kusten aandoet. Het heeft ook meegewerkt aan de bouw van de nieuwe Global Mercy. Dat schip wordt het grootste particuliere drijvende ziekenhuis, met 199 bedden en zes operatiekamers.

GOEDE PRAKTIJKEN WORDEN BELOOND

Het project Jachthof heeft net als Kunst 19H en Val Benoit Ernest 11 een BREEAM-certificering ontvangen. Dit label voor de milieukwaliteit van een gebouw, het acroniem van BRE Environmental Assessment Method, wordt toegekend door het Britse Building Research Establishment. Het valideert goede ecologische praktijken voor het ontwerp, de bouw en de uitbating van

gebouwen. Dit mooie succes illustreert de ontwikkeling van de competenties en de knowhow van BPC.

EEN MATERIAAL VAN DE TOEKOMST

De 19de eeuw was die van het staal en de 20ste die van het beton. De 21ste eeuw wordt ongetwijfeld die van het hout. De bouwsector heeft een grote impact op het milieu. De aannemers van vandaag moeten aandacht besteden aan en rekening houden met de levenscyclus van de materialen en hun werking, hun nut, hun productiewijze, duurzaamheid en rentabiliteit beter integreren. Hout antwoordt op al die doelstellingen en maakt bovendien de toepassing van digitale bouwtechnieken mogelijk die de ecologische voetafdruk van de projecten verkleinen en reële mogelijkheden voor hergebruik aanbieden.

EEN ALLESKUNNER

Verscheidene projecten illustreren de opkomst van het hout. We vermelden er twee van, die allebei door BPI in het Groothertogdom Luxemburg worden ontwikkeld. Ten eerste de wooneenheden in houtskeletbouw van het Domaine des Vignes in Mertert, die voldoen aan de eisen van LENOZ, het Luxemburgse label dat het passief karakter van gebouwen garandeert. En vervolgens het project Wooden in Leudelange, een samenwerking met Wood Shapers, de nieuwe entiteit van de groep CFE gespecialiseerd in de ontwikkeling en bouw in hout. Dit project mikt op het verkrijgen van een BREEAM-certificaat van het niveau "excellent" en van het niveau "gold" van het WELL-certificaat, dat de prestaties in termen van het welzijn van de bewoners evalueert.

HULDE AAN DE ZUINIGHEID

Benelmat heeft in 2019 in samenwerking met de schrijnwerkerij van de 'Ferme nos Pilifs' haar houtafval gevaloriseerd. VMA heeft het werk en de monitoringtools van ViMAt benut om haar klanten met de Business Unit 'Building Energy Solutions' ultraperformante energieprestatiecontracten aan te bieden.

Ook be.Maintenance heeft haar voordeel gedaan met de algoritmen en het Building Management System van ViMAt om een predictief onderhoud in te voeren dat efficiënter is, minder verplaatsingen vereist en dus ook energie spaart. De werkgroep Duurzaamheid van CFE heeft nog meer ideeën en initiatieven verzameld, een bewijs te meer dat elke

inspanning telt. Alle entiteiten van de groep CFE hebben in 2019 hun steentje bijgedragen aan een betere toekomst, onder meer door op kringlooppapier over te stappen, de administratieve documenten te digitaliseren en plastic bekertjes af te schaffen.

ZUINIG ZIJN MET WATER

Nu waterstress zich als een van de grote geopolitieke uitdagingen van de volgende jaren aandient, komt het vraagstuk van het water meer en meer centraal te staan. Van Laere heeft op de site van Tours & Taxis in Brussel een proefproject uitgevoerd waarin het opgepompte water ter beschikking van de stadsdiensten werd gesteld voor het sproeien van planten en de schoonmaak van de straten. MBG heeft hetzelfde gedaan in Brugge, met evenveel succes. Ook daar kreeg het pompwater een tweede leven ten dienste van de gemeenschap. Een virtueuze cirkel waarin het oude het nieuwe voedt. De ideale metafoor van duurzaamheid.

HOUT, HET MATERIAAL VAN DE TOEKOMST

Cross Laminated Timber (CLT) is een bouwmateriaal van haaks gekruiste en verlijmde houten stroken. Het is sterk en ecologisch en men kan het met behulp van specifieke informaticatools vooraf op maat zagen. Op die manier kan men de volledige structuur van een gebouw voorbereiden, als een puzzel die op de bouwplaats wordt geassembleerd. De voordelen zijn zeer talrijk. De bouw gaat veel sneller en de omwonenden ondervinden minder hinder. Ook de milieu-impact is kleiner (minder vervuiling op de bouwplaats, gebruik van duurzaam hout, geen materialen met een hoge koolstofbalans). De groep CFE is een van de pioniers van deze methode in België, meer bepaald dankzij de oprichting van Wood Shapers, een in hout gespecialiseerde entiteit.

AFVAL VALORISEREN

Bij BPC begint de duurzaamheid met de toepassing van de principes van de kringloopeconomie. Het proefproject op de bouwwerf van het Jachthof in Etterbeek was een in vivo experiment met de valorisatie van bouwafval. Het in 2019 voltooide project heeft contacten met verscheidene recyclingkanalen opgeleverd en ons veel lessen geleerd waarop in de toekomst verder zal worden gebouwd. Bovendien is al een samenwerking tot stand gekomen met een klein bouwbedrijf dat het afval van bouwwerven hergebruikt. Ongeveer tien kubieke meter afval werd van de containers van BPC naar het bedrijf overgebracht. Dit succesvolle experiment zal worden herhaald wanneer de omstandigheden het toelaten.

Het project Tivoli Green City in Brussel – de ontwikkeling van een ecologische wijk met elf gebouwen – was eveneens een toonbeeld van de circulaire economie, dankzij verscheidene innoverende praktijken zoals de ontmanteling en het hergebruik ter plekke van materialen, de valorisatie van het bekistingshout en de specifieke sortering van tal van materialen (hout, piepschuim, plastiek verpakkingen, gips, pleister, steenwol, bitumineuze bekledingen ...).

Om alle medewerkers op ruimere schaal te sensibiliseren, heeft CFE Contracting deelgenomen aan de Europese Week van de Afvalvermindering. Er werden verscheidene informatiesessies gevoerd, met het delen van tal van praktische adviezen, een inzameling van afval in en rond de werf of kantoor, en in de hoofdzetel een lunch met als thema 'zero waste'.

WHY IT MATTERS

DOOR HET WELZIJN EN DE VEILIGHEID VAN AL ONZE WERKNEMERS TE VERZEKEREN EN DOOR HEN CARRIÈREMOGELIJKHEDEN AAN TE BIEDEN, CREËREN WE EEN STERKE BAND TUSSEN ONS.

CREATING VALUES BE A GREAT PLACE TO WORK

DE KRACHT VAN DE GROEP CFE VOLGT RECHTSTREEKS UIT HET TALENT VAN HAAR TEAMS. DEZE MENSELIJKE 'RESOURCES' ZIJN VEEL MEER DAN EEN ANONIEME POOL VAN MEDEWERKERS. IN ALLE SECTOREN STEUNT ONZE ACTIVITEIT OP ZEER SPECIFIEKE KNOWHOW EN COMPETENTIES. DAAROM HECHTEN WIJ VEEL BELANG AAN EEN HELE REEKS FUNDAMENTELE MENSELIJKE WAARDEN: WELZIJN OP HET WERK, GEZONDHEID, VEILIGHEID, WAARDERING VAN DE KENNIS, OPLEIDING, ... ALLEMAAL ELEMENTEN DIE ERVOOR ZORGEN DAT DE GROEP CFE VANDAAG EEN "GREAT PLACE TO WORK" IS.

De groep investeert bovendien veel energie in de rekrutering en heeft specifieke profielen met hoge competentieniveaus nodig. Om hen aan te trekken, moeten wij hen een professioneel kader aanbieden dat hen motiveert en zin geeft om zich volledig te engageren en lang in de onderneming te blijven.

DE JUISTE KOERS AANHOUDEN

Deze globale visie zou onmogelijk zijn zonder een sterke en verantwoordelijke "corporate governance". Ook op dat vlak heeft de groep CFE in 2019 bewezen dat ze efficiënte processen voor het beheer van de relaties tussen de verschillende stakeholders kan invoeren, door echte ecosystemen te scheppen waarin de medewerkers een essentiële rol spelen en zich ten volle kunnen ontplooien. De hoeksteen van dat engagement is uiteraard de veiligheid. Alle componenten van de groep streven naar zero ongevallen en ontwikkelen heel concrete sensibiliserings- en informatiestrategieën.

PREVENTIE EERST

Met volgens de cijfers van het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (FE-DRIS) meer dan 7.000 ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid en meer dan tien overlijdens per jaar, wordt de Belgische bouwsector in zijn geheel nog te vaak door arbeidsongevallen getroffen. De groep CFE is er evenwel in geslaagd hun aantal te verminderen, dankzij een bijzonder actief preventiebeleid. De 5S-methode (zie het kaderstuk) is in alle entiteiten ruim verspreid. Ze benadrukt het belang van eenvoudige gewoonten waarmee men ongevallen vermijdt, schept een aangename werkomgeving en beperkt materiële verliezen. Ze laat zich perfect combineren met een andere en ook heel efficiënte techniek, Last Minute Risk Assessment (LMRA), die erin bestaat dat men voor het begin van een taak 30 seconden de tijd neemt om zich ervan te verzekeren dat alle veiligheidsvoorwaarden voldaan zijn.

HEILZAME INDICATOREN

Bij VMA bevestigt de VCA-certificering die be.Maintenance heeft verkregen de naleving van een reeks criteria voor de veiligheid, de gezondheid en het milieu. Heel de cluster VMA gebruikt KPI's om de teams aan te sporen om de veiligheidsprocedures tot op de letter te volgen. De KPI's hebben een directe weerslag op de jaarlijkse bonussen. Een veiligheidsmatrix verzamelt de incidenten- en ongevallenstatistieken en registreert de mate van deelname aan de veiligheid, met een registratie van het aantal alarmmeldingen, voorstellen voor verbetering of geslaagde werfinspecties.

HET VEILIGHEIDSBESEF VERGROTEN

In Polen moest CFE Polska een dodelijk ongeval betreuren maar versterkte het haar preventiewerk met specifieke bijeenkomsten. In deze "toolbox meetings" herinneren de werfleiders alle teams die op de site werken aan de procedures en de regels voor de veiligheid, zoals het

gebruik van steigers, de inspectie van elektrisch gereedschap en van uitrustingen, of het verplichte gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Tijdens de dag van de veiligheid – samenvallend voor alle entiteiten van CFE Contracting – konden 800 medewerkers samen met de onderaannemers deelnemen aan oefeningen in eerste hulp en simulaties van concrete situaties, bijvoorbeeld om te leren hoe je een op hoogte geblokkeerde collega verlost of een draagbare defibrillator gebruikt.

POSITIEVE ENERGIE

Het welzijn op het werk, niet minder essentieel dan de veiligheid, is eveneens een centraal aandachtspunt voor de groep CFE. BPC gaf in dit domein het goede voorbeeld door zijn plan "Energy – Be well, Build well" uit te breiden. In een reeks workshops (De energie van mijn team opbouwen, Ik en mijn energie, Mijn energie opbouwen en ontwikkelen) konden de medewerkers de juiste reflexen leren om hun dagelijkse werk optimaal de baas te blijven en de interactie met hun collega's te verbeteren. Daarnaast ging de BPC Academy van start. Haar doel? Doorlopende opleiding met een klemtoon op uitwisseling en delen. Concreet behandelden

driemaandelijkse vergaderingen, die om de beurt voor de project managers, de projectingenieurs en de werfleiders werden georganiseerd, telkens een voor de specifieke beroepen relevant onderwerp. Bij DEME krijgt de opleiding gestalte in het programma Basic4starters en de ontwikkeling van het programma voor het senior management DEME 2030.

TALENTEN AANTREKKEN

Opleiding is een ander belangrijk element ter bevordering van het welzijn op het werk dat een centraal aandachtspunt vormt voor de groep CFE. Ze stelt de medewerkers in staat om heel hun loopbaan lang hun competenties te ontwikkelen. Zo krijgen ze meer vertrouwen, beheersen ze hun werk beter, worden ze efficiënter en boeken ze uiteindelijk nog meer successen. Deze visie op lange termijn is een van de essentiële argumenten waarmee de groep CFE de talenten van morgen aantrekt. Alle entiteiten nemen in deze context meer en meer initiatieven om de beste krachten aan te trekken. In Luxemburg gaat CLE bijvoorbeeld naar de campussen om daar de kwaliteiten van de groep CFE in de verf te zetten, met "speed datings" en promotieacties in de scholen, tot ver over de grenzen van het Groothertogdom. Mobix laat zich evenmin onbetuigd en werkt nauw samen met de VDAB om zich als de kampioen van de aantrekkelijkste ondernemingen te positioneren. De specialist van de spoorinfrastructuur heeft ook een rekruteringsprogramma, "Rising You", gestart en legt de laatste hand aan een Training Center dat in 2020 het licht zal zien.

STARTBAAN

De constante verbetering van niet alleen de veiligheid maar ook de arbeidsomstandigheden en -omgeving maakt de groep in haar geheel nog aantrekkelijker op de arbeidsmarkt. Dat draagt ook bij tot goed bestuur en verzekert het voortbestaan en de duurzaamheid van ieders levenskader. Een werkplek waar iedereen zich kan ontplooien, zich goed voelt, zich in alle sereniteit kan ontwikkelen en dus maximaal zijn potentieel aan de wereld van morgen bijdraagt.

DE DUIZEND-EN-EEN FACETTEN VAN HET WELZIJN

Welzijn op het werk, maar ook daarbuiten, is een grote zorg van de groep CFE. Recente studies tonen aan dat het verbeteren van dit welzijn zich vertaalt in een betere motivatie en grotere bijdrage van de medewerkers. Een winnende aanpak op alle fronten die Van Laere creatief heeft toegepast met een specifiek programma gericht op vitaliteit. Communicatie en concrete acties om medewerkers te helpen hun balans te vinden en hun gezondheidscheck te verbeteren, met de nadruk op ergonomie.

DIVERSITEIT EN INCLUSIE

Het diversiteits- en inclusiebeleid van de CFE groep is gebaseerd op concrete acties binnen alle entiteiten, maar vertaalt zich ook in steun voor grootschalige initiatieven. Dit is onder meer het geval met de samenwerking die is aangegaan met Youth Start. Deze vereniging bevordert talenten en ondersteunt ondernemerschap door opleidingen aan te bieden aan jongeren zonder diploma's of werklozen. CFE zet zich naast Youth Start in om hen in staat te stellen hun toekomst te creëren. Een zelfde visie geldt voor de samenwerking met TADA (Toekomst Ateliers / Ateliers du Futur). Deze Brusselse vzw biedt kinderen in onzekere situaties de mogelijkheid om beroepen te ontdekken via vakmensen. Verschillende BPC-collega's brachten aldus hun zaterdagmiddag door met het delen van hun passie en hun ervaring op het terrein.

VEILIG WERKEN

Veiligheid is een essentieel punt voor bouwbedrijven. De groep CFE behoort tot een van de beste leerlingen van de klas in België, maar blijft evolueren in de richting van de doelstelling van nul ongevallen. Het sensibiliseren en de communicatie hieromtrent zijn daarbij sleutelelementen. In de drie polen zijn de 'veiligheidsdagen' een uitgelezen kans om de basisprincipes te herinneren. In 2019 hebben ze, zoals elk jaar, het bewustzijn nogmaals aangescherpt en de positieve evolutie van het voorbije jaar besproken.

OPLEIDING OP ALLE NIVEAUS

Zonder verantwoordelijke, competente en efficiënte leiders kan een onderneming niet vooruitgaan. De groep CFE heeft dat goed begrepen en heeft beslist om in samenwerking met de Vlerick Business School een specifiek opleidingsprogramma voor het management in te voeren. De betrokken medewerkers ontwikkelen in vier modules hun strategische competenties en verwerven een globale visie die hen helpt om hun besluitvorming te verbeteren. Deze investering in de menselijke factor is bedoeld om de teams te versterken maar ook en vooral om op alle niveaus van de ondernemingen mensen de kans te geven om te groeien en zich professioneel te ontwikkelen. En te bevestigen dat de groep werkelijk "a great place to work" is.

5S VOOR DE VEILIGHEID

De methode van de 5S, die in Japan is ontstaan en geïnspireerd is door het werk van industrieel ingenieur Taiichi Ono, is een van de componenten van Just In Time Manufacturing. Vandaag wordt ze ruim buiten het industriële kader toegepast en ligt ze aan de basis van de organisatie van het werk in alle economische sectoren. De 5S staan voor de initialen van 5 Japanse woorden (Seiri – Seiton – Seiso – Seiketsu – Shitsuke), meestal vertaald als: Sorteren – Opruimen – Schoonmaken – Ordenen – Stipt zijn. Deze voorschriften, aangepast aan de specifieke taken van elke activiteit, standaardiseren de procedures en responsabiliseren alle medewerkers, met ieders efficiëntie en veiligheid als doel. De groep CFE schrijft deze aanpak voor en past ze in zeer veel situaties toe.

WELKOM BIJ ONS

200 nieuwe medewerkers van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling samenbrengen tijdens een even ludieke als informatieve dag: dat is de formule van de Welcome Day, die in 2019 tweemaal plaatsvond. Het is een manier om de nieuwkomers beter in de onderneming te integreren, hen de familiesfeer te laten voelen die er heerst en de toekomstige synergie en samenwerking te stimuleren. Een positief en succesvol initiatief dat de gehechtheid van de medewerkers van CFE aan gedeelde waarden en doelstellingen illustreert.

WHY IT MATTERS

DOOR INNOVATIE TEN DIENST TE STELLEN VAN ONZE CONSTRUCTIES EN ONZE BOUWPLAATSEN, MAKEN WE ZE ENERGIEZUINIGER, EFFICIËNTER EN MEER RESPECTVOL VOOR HET MILIEU.

Het project Gare Maritime te Brussel.

CREATING VALUES OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS

DE GROEP CFE DANKT HAAR SUCCESSEN IN GROTE MATE AAN DE TOEPASSING VAN EFFICIËNTE PROCESSEN EN HET GEBRUIK VAN AANGEPASTE TECHNOLOGIEËN. GOED GEREEDSCHAP MAAKT HET HALVE WERK... DE OPERATIONELE UITMUNTENDHEID VAN ALLE ENTITEITEN VERTREKT VAN EEN VOORTDUREND ZOEKEN NAAR INNOVERENDE OPLOSSINGEN, ZOWEL VOOR HET DAGELIJKSE BEHEER VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURES OF DE RELATIES MET DE VERSCHILLENDE PARTNERS, ALS VOOR DE ONTWIKKELING VAN TECHNOLOGIEËN DIE ONZE MANIER VAN LEVEN INGRIJPEND KUNNEN VERANDEREN.

PRODUCT AS A SERVICE

De digitalisering speelt uiteraard een centrale rol in deze filosofie: computergeassisteerde systemen, geconnecteerde tools, specifieke toepassingen, virtuele realiteit, het Internet of Things, digitale modelvorming ... stuk voor stuk zijn het oplossingen die nu deel uitmaken van het DNA van de groep CFE, de efficiëntie en productiviteit exponentieel vermenigvuldigen en veel nieuwe perspectieven openen. De digitale evolutie gaat immers samen met de opkomst van "product as a service", een economisch model waarin de relatie met de klant niet beperkt blijft tot de levering van een goed of een gebouw, maar verder gaat met een dienstenaanbod op lange termijn. Dankzij de veelzijdigheid van haar knowhow beschikt de groep CFE over alle voor dit model vereiste elementen. De ontwikkeling van vormen van synergie tussen de entiteiten, die door de digitalisering wordt bevorderd, is een bijkomende troef voor deze weg naar de toekomst.

INTERACTIE FACILITEREN

De vereenvoudiging van de administratieve procedures en de processen voor de goedkeuring door de diverse interveniënten wordt in elke fase van een project grotendeels door digitale oplossingen verzekerd. BPC heeft een platform voor de aanmaak van digitale formulieren ontwikkeld dat het administratieve werk sterk vereenvoudigt en een betere follow-up van de doelstellingen mogelijk maakt. Cooperlink, een tool voor de automatisering en de optimalisering van het delen van informatie en goedkeuringen met de partners, werd eveneens ingevoerd, samen met Connective, een software die de wettelijke ondertekeningen faciliteert door ze te digitaliseren.

TOOLS VOOR UITMUNTENDHEID

Een ander voordeel van de digitalisering is de betere controle over de projecten en de financiële follow-up. Bij Mobix werd dat aspect versterkt door de implementatie van een nieuw ERP-systeem (Enterprise Resource Planning), terwijl bij Van Laere een CRM-platform werd ingevoerd dat het volledige commerciële traject zichtbaar en toegankelijk maakt tot aan de ondertekening van het contract, met de mogelijkheid om analyses te maken en de risico's te beoordelen. In de cluster VMA heeft het gebruik van innoverende technologische oplossingen de weg geopend voor een groot aantal toepassingen die de diensten aan de klant en de efficiëntie van hun uitvoering verbeteren: FiSQ-certificering van de brandalarmsystemen, ontwikkeling van het Internet of Things, weergave van de technische installaties in 3D, ...

LESS IS MORE

De LEAN-benadering, die in het begin van de jaren '90 in de Verenigde Staten is ontstaan en door de Japanse organisatiemethoden geïnspireerd is, wordt vandaag zowel in het management als in de industriële productie en de bouw

toegepast. Zoals de naam zegt (in het Engels staat LEAN voor "slank", "ontvet"), vertrekt ze van het principe van de beperking van de verspilling van tijd, energie en grondstoffen, met het oog op een verbetering van de efficiëntie en de productiviteit. Meer doen met minder door de middelen te optimaliseren: heel de groep CFE brengt deze filosofie in de praktijk. Dat gebeurt onder meer bij Van Laere, waar een nieuwe functie "LEAN and Innovation Manager" in het leven is geroepen. LEAN is nu op alle bouwplaatsen en bij de architectenbureaus present, terwijl de klanten LEAN-opleidingen aangeboden krijgen om deze principes al in het ontwerp van de projecten op te nemen.

VAN LEAN NAAR BIM

De LEAN-aanpak dient ook als een portaal voor de implementatie van andere processen. CLE demonstreerde dat in 2019, toen het na meer dan drie jaar ervaring met LEAN op haar bouwplaatsen deze methode in haar productieafdeling formaliseerde en haar eerste BIM-projecten startte. Building Information Modeling (BIM) is een oplossing voor de digitale modelvorming van de informatie over een bouwwerk. Ze maakt een digitale weergave van het gebouw, die men kan delen. Alle informatie is toegankelijk en alle wijzigingen worden

in realtime weergegeven. Een volledige 3D visualisering geeft op elk ogenblik een nauwkeurig beeld van het project en alle elementen van de infrastructuur. Dit is een buitengewoon krachtige tool voor de besluitvorming in de bouw en ook voor de uitbating van gebouwen.

BOUWEN 2.0

De BIM Awards bekronen elk jaar de beste BIM-projecten in de Benelux. In de editie 2019 werden twee projecten van MBG genomineerd. BlueChem in Antwerpen in de categorie "Openbare projecten" en het Gare Maritime in Brussel in de categorie "Industriële, tertiaire en residentiële projecten". Voor Gare Maritime werd de nominatie met een prijs bekroond. Het monumentale project op de site van Tours & Taxis in de hoofdstad verandert het voormalige art nouveau goederenstation in een modern gebouw met optimale energieprestaties dankzij het gebruik van geothermie voor de verwarming en klimaatregeling, fotovoltaïsche panelen op het dak en op de zuidelijke gevel, een systeem voor de recuperatie van regenwater en dynamische ruiten die zich aan de bezonning aanpassen.

INTELLIGENTE BOUWWERVEN

De digitalisering van de bouw is in alle entiteiten een realiteit, op verschillende niveaus. Om haar KISS-strategie (Keep It Simple and Standardized) te implementeren, heeft CFE Polska beslist het volledige logistieke proces van haar bouwplaatsen te digitaliseren. Het heeft daarvoor een beroep gedaan op de Belgische startup Propergate. De mobiele app Karolina zorgt voor het toezicht op en de follow-up van de aspecten veiligheid en milieu (naast de afwijkingen van de conformiteit, de vermeden incidenten, de diverse impacts en de goede praktijken). De app berekent en visualiseert de indicatoren en de statistieken, die vervolgens in een unieke database worden verzameld om de analyses te vergemakkelijken. De tool is nu al onmisbaar voor de verbetering van alle processen.

GEASSISTEERD ONDERHOUD

De onderhoudsdiensten doen eveneens een beroep op geavanceerde technologische tools om hun prestaties te verbeteren en onze klanten nieuwe soorten diensten aan te bieden, in lijn met de "product as a service"-benadering. Computergeassisteerd onderhoudsbeheer (Computer Maintenance Management System of CMMS) is een van de oplossingen van de toekomst. Een specifiek programma ondersteunt alle activiteiten, zowel op het terrein als in de voorbereiding. be.Maintenance heeft

BLUECHEM INNOVEERT

BlueChem is de eerste Belgische startup voor duurzame chemie. Het project is niet alleen een voorbeeld van klimaatneutrale bouw maar ook van innovatie in de ontwikkelingsen werffase. MBG heeft hier de nieuwste technologieën voor modelvorming gebruikt en in het bijzonder Building Information Modeling (BIM).

dit jaar bewezen hoe nuttig deze aanpak is. Alles begint met een tablet die elke technicus als aanvulling van zijn smartphone ontvangt. Op de tablet krijgt hij "work orders" voor geprogrammeerde interventies en voor de oplossing van storingen – ze worden gemeld door een pop-up die aangeeft dat de technicus zo snel mogelijk op een bepaalde plaats moet ingrijpen.

EEN TOONBEELD VAN EFFICIËNTIE

De tablet is verbonden met het CMMS, dat alle details van elk contract van be.Maintenance beheert. De klant kan op een webplatform de interventies tot in de kleinste details volgen en hun geschiedenis raadplegen. Elk verzoek van een klant, ongeacht de communicatiewijze, wordt onmiddellijk behandeld. Het CMMS start de interventie ogenblikkelijk, afhankelijk van haar dringendheid. Alle aspecten zijn geautomatiseerd. De technicus krijgt op zijn tablet een digitaal werkorder met alle gegevens die hij voor de interventie nodig heeft. Tot slot leveren alle modules van het CMMS een specifieke rapportage waarmee men elke interventie kan analyseren.

WOOD SHAPERS, SAMEN STERK

De houtbouw heeft een heleboel voordelen. Het basismateriaal is minder vervuilend, is hernieuwbaar en neemt zelfs in zijn levenscyclus CO2 op. Het is licht en kan in grootschalige constructies worden toegepast. Men kan het bovendien gemakkelijk verzagen en de onderdelen als een puzzel ontwerpen, wat de bouw versnelt en zijn impact op het milieu en de omwonenden beperkt. De groep CFE is zich bewust van deze sterke argumenten en heeft de nieuwe entiteit Wood Shapers opgericht, een joint venture tussen BPI Real Estate en CFE Contracting. De gecombineerde knowhow van de twee bedrijven opent de weg naar duurzame en transversale projecten, met een aanbod van het ontwerp, de prefabricage, de bouw tot de verkoop.

DE TOEKOMST MET EEN GROTE W

Waterstof is het chemische element dat het meest voorkomt in het heelal. Op aarde is het in zijn natuurlijke toestand schaars, maar het kan met verschillende procedés worden gewonnen – in het bijzonder uit water. Het is op zich geen echte energiebron maar wel een uitstekende vector, zoals elektriciteit, en zijn gebruik produceert geen broeikasgassen of verontreiniging. Dit is dus een energieoplossing voor de toekomst. In november 2019 ondertekenden DEME, ENGIE, Exmar, Fluxys, Port of Antwerp, Port of Zeebrugge en WaterstofNet een samenwerkingsakkoord om hun expertise te bundelen en in België de voorwaarden te scheppen voor de transitie naar een waterstofeconomie. Stap één: de mogelijkheden voor het transport van waterstof onderzoeken, rekening houdend met de financiële, technische en reglementaire aspecten van de logistieke keten die men zal creëren.

VEMAS

VMA Energy Solutions. Dat is de naam van de nieuwe operationele entiteit van VMA, afgekort tot VeMAs. Haar doel? De klanten die dat wensen gewaarborgde energieprestaties aanbieden. De analyse van de behoeften en het verbruik van het gebouw, lang voor het begin van de werken in het geval van nieuwbouw maar ook in renovatieprojecten, maakt het mogelijk de verbeteringspunten te identificeren en aangepaste oplossingen te ontwikkelen. Deze proactieve service gaat veel verder dan de klassieke bouwmethode "sleutel op de deur" en legt nu al de basis voor de gebouwen van morgen.

CREE

Het CREE-systeem, dat door de gelijknamige Oostenrijkse onderneming werd ontwikkeld, is een digitaal platform dat architecten, investeerders en aannemingsbedrijven grote voordelen in termen van snelheid, betrouwbaarheid en kosten oplevert in de planning en het ontwerp van hun projecten. CREE berust grotendeels op hout en past uitstekend in de strategie van de groep CFE, de eerste Belgische onderneming die met een dergelijk partnerschap van start gaat en een exclusieve toegang krijgt tot dit internationale platform.

WHY IT MATTERS

DOOR ONZE PROCESSEN EN ONS MATERIAAL TE VERBETEREN, REAGEREN WE OP DE KLIMAATUITDAGINGEN EN HET VERMINDEREN VAN DE C02-UITSTOOT MET ALS DOELSTELLING : KLIMAATNEUTRAAL TE ZIJN TEGEN 2050

Het multifunctioneel kabellegschip Living Stone is het eerste schip in de sector die LNG gebruikt.

CREATING VALUES TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY

DE EUROPESE RAAD, DIE DE STAATS- EN REGERINGSLEIDERS VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE VERENIGT, HEEFT IN DECEMBER 2019 HET STREEFDOEL VAN EEN KLIMAATNEUTRALE UNIE TEGEN 2050 OFFICIEEL GOEDGEKEURD. DEZE POLITIEKE DOORBRAAK ILLUSTREERT HET TOENEMENDE BELANG VAN DE ECOLOGISCHE UITDAGINGEN OP ALLE NIVEAUS VAN DE MAATSCHAPPIJ. DE GROEP CFE DEELT DIT ENGAGEMENT EN NEEMT NU AL VERSCHEIDENE REEKSEN MAATREGELEN OM OP TERMIJN KLIMAATNEUTRAAL TE WORDEN.

TRANSPORT IN DE SCHIJNWERPERS

In de bouwsector is het vraagstuk van het transport van materialen en afval cruciaal. Zijn optimalisatie is de eerste hefboom die de groep CFE gebruikt om de koolstofvoetafdruk van haar activiteiten te verkleinen. Dankzij de synergie tussen de entiteiten en de toepassing van de meest geavanceerde planningstools kan men het aantal trajecten verminderen en dus de uitstoot verlagen. De geleidelijke overgang naar minder vervuilende voertuigen in het geheel van de vloot, met inbegrip van de particuliere auto's, is het tweede actiemiddel en leidt nu al al tot een positieve evolutie. Het derde aspect is de bevordering van alternatieve vervoerswijzen, door de medewerkers aan te sporen om minder vervuilende transportmiddelen te gebruiken voor hun professionele verplaatsingen en voor het woon-werkverkeer. Openbaar vervoer en zachte mobiliteit

zijn hier de sleutels van een toekomst die we samen moeten bouwen.

OP WEG NAAR SCHONE ENERGIE

De systematische keuze, overal waar haalbaar, voor groene of hernieuwbare energie, zowel op de werven als in de kantoren, is vandaag een evidentie voor alle entiteiten van de groep CFE. Er komen steeds meer projecten in die zin en soms spelen ze zelfs een voorbeeldrol om onze klanten van de toegevoegde waarde van de oplossingen te overtuigen. Een grotere energie-efficiëntie van de gebouwen is een belangrijke uitdaging voor de klimaatneutraliteit. De groep CFE is zich hiervan bewust en positioneert zich als een belangrijke speler in dit domein.

DE SCHEPEN VAN DE TOEKOMST

Fleet of the Future, zo heet het investeringsprogramma van DEME om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. 90% van de broeikasgassen die de onderneming uitstoot, houdt rechtstreeks verband met haar tuigen en de brandstoffen die ze gebruiken. Vanuit die vaststelling financiert het programma de toepassing van nieuwe technologieën in de schepen van de vloot, met name Dual Fuel (DF) motoren die met vloeibaar aardgas (LNG) kunnen werken. Deze motoren verlagen de CO2 -uitstoot en produceren vrijwel geen zwaveloxide, stikstofoxide en fijnstof. Daarmee is de vloot van DEME nu de modernste en technologisch meest geavanceerde van de sector. De recentste schepen – de sleephopperzuigers 'Minerva' en 'Scheldt River' en het multifunctioneel kabellegschip 'Living Stone' – zijn de eerste in de branche die LNG gebruiken. Ze hebben bovendien een Green Passport en een Clean Design-score ontvangen.

EEN KWESTIE VAN MOBILITEIT

Ook VMA, waar de technici – in het bijzonder voor het onderhoud – veel verplaatsingen maken, streeft naar een minder vervuilende vloot, deze keer van voertuigen. Het trajectbeheer kan complex zijn, maar door het te optimaliseren en te groeperen, kan men de CO2 -uitstoot en de koolstofvoetafdruk beduidend verkleinen. Daarom koos VMA in 2019 voor een specifieke informaticatool voor computergeassisteerd onderhoudsbeheer (Computer Maintenance Management System of CMMS) voor de ritten van de technici van be.Maintenance. Heel de cluster VMA wijdt een bijzondere aandacht aan de mobiliteit. Er zijn nieuwe plaatselijke vestigingen geopend om de afstanden van het dagelijkse woon-werk-

verkeer te verkorten. De afstand is nu ook een criterium voor de selectie van nieuwe klanten. De bereikbaarheid en het aantal kilometers worden in aanmerking genomen en hebben een

rechtstreekse invloed op de beslissingen. Dit is een mooi voorbeeld van de intelligente integratie van de koolstofneutraliteit in de commerciële overwegingen, waarbij niet alleen de ecologische maar ook de economische voordelen in aanmerking worden genomen.

MODULAIRE OPLOSSING

Het cruciale vraagstuk van de mobiliteit wordt bij BPC ook aangepakt door elektrische fietsen ter beschikking te stellen voor korte verplaatsingen vanuit de maatschappelijke zetel. De in december 2019 door de FOD Mobiliteit en het Instituut Vias gepubliceerde Monitor-studie heeft aangetoond dat in België één op de vijf autoritten een afstand van minder dan vijf kilometer bestrijkt. De elektrische fiets is een volstrekt aanvaardbaar alternatief voor dergelijke korte trajecten, kost minder en halveert de CO2 -uitstoot. Bij Van Laere hebben de zestig elektrische fietsen die de medewerkers gratis worden aangeboden– op voorwaarde dat zij ze minstens tweemaal per week gebruiken – in een jaar tijd meer dan 40.000 kilometer afgelegd. Dat is in rechte lijn langs de evenaar de wereld rond!

ELK GEBAAR TELT

Sommige acties kunnen op het eerste zicht onbeduidend lijken maar zijn samen, op de schaal van de onderneming, relevant en hebben een echte impact op de klimaatneutraliteit. Een mooi voorbeeld, nog altijd bij BPC, is het verbod om op de bouwplaatsen wegwerpbekertjes te gebruiken – ze zijn vervangen door individuele herbruikbare bekers. Meer algemeen is de afvalbeperking een centraal aandachtspunt voor alle entiteiten van de groep CFE, net als de zoektocht naar minder vervuilende energiebronnen. Benelmat deed het in 2019 allebei. Enerzijds door 158 fotovoltaïsch panelen op het dak van haar exploitatiezetel te installeren en een energieautonome container te bouwen, eveneens met zonnepanelen. Anderzijds door op de bouwplaatsen droge toiletten HOW WE CONTINUOUSLY SHAPE THE WORLD THE SHAPE OF (Y)OUR WORLD FINANCIAL REPORTING & ANNEXES

EEN SYMBOLISCHE WEEK

In september was de 'Week van de Mobiliteit' voor verscheidene entiteiten van de groep CFE een gelegenheid om hun engagement voor zachte mobiliteit en een verlaging van de koolstofbalans te demonstreren. Op 19 september ruilde bij MBG meer dan één medewerker op vijf zijn auto voor een alternatieve vervoerswijze, met een lekker ontbijt als beloning. Op de hoofdzetel van de groep konden de carpoolers en de adepten van duurzame oplossingen foto's van hun trajecten posten in de Yammer-groep, Green Inspiration. De collega's met de grootste inzet kregen prijzen en op 17 september werd iedereen uitgenodigd om met de fiets naar het werk te komen.

te gebruiken en het afval van drinkbekers te elimineren door drinkbussen en mugs uit te delen en drinkfonteintjes te installeren.

GROENE BRON

Om de koolstofimpact van haar energieactiviteiten te verlagen, is Van Laere van elektriciteitsleverancier veranderd en heeft het gekozen voor een onderneming die "groene" contracten aanbiedt. De inspanningen voor klimaatneutraliteit van het Antwerpse bouwbedrijf werden in 2019 beloond, want net als DEME kreeg het een niveau 3 op de CO2 -prestatieladder. Deze tool voor de meting van de koolstofprestaties van bedrijven wordt in Nederland al tien jaar gebruikt. De Waalse en Vlaamse regering hebben in het voorjaar van 2019 samen beslist om hem eveneens in een hele reeks projecten toe te passen.

IEDEREEN WINT

Ook het delen van goede praktijken is essentieel voor de klimaatneutraliteit. Dat gebeurt niet alleen intern, tussen de verschillende entiteiten van de groep CFE, maar ook met onze klanten. Door met hen samen te werken en hen de evolutie van ecologisch positieve technologieën voor te stellen, wordt een reële

vooruitgang op "win-win" basis haalbaar. Bij VMA biedt de nieuwe Business Unit 'Building Energy Solutions' contracten voor energieprestaties aan waarin hij zich ertoe verbindt de energiefactuur van de klant op lange termijn binnen een vooraf bepaalde prijsvork te houden. Dat engagement werd mogelijk gemaakt door gebruik te maken van ViMAt, dat met zijn algoritmen en sensorsystemen de monitoring verzekert die nodig is voor de optimale sturing van het energieverbruik. De technische beheersing van innoverende oplossingen zoals warmtekrachtkoppeling, thermische en fotovoltaïsche panelen, warmtepompen en condensatieketels is het laatste stuk van de puzzel.

OP ALLE FRONTEN

De groep CFE heeft in 2019 bevestigd dat de klimaatneutraliteit een pijler van haar ontwikkeling is. Die stellingname levert positieve resultaten op in termen van maatschappelijke verantwoordelijkheid, duurzaamheid en eerbied voor het milieu, maar ook op het zuiver economische vlak en op dat van de governance.

JUST IN TIME

De optimalisatie van het vervoer van afval en materialen is een van de pijlers van de strategie van de groep CFE om klimaatneutraal te worden. Om deze doelstelling na te streven, werden verschillende pilootprojecten opgestart. Op de site van Park West in Brussel deed BPC een beroep op het BCCC (Brussels Consolidation Construction Center). Het is een logistiek platform dat het vervoer van materialen kan optimaliseren. Deze worden eerst geconsolideerd in een grote opslagruimte voordat ze op de werf worden afgeleverd volgens een door de werfleider opgestelde planning. Levering per binnenschip maakt het mogelijk grote hoeveelheden materialen te vervoeren en vermindert de impact op het wegverkeer en het milieu. In Luxemburg, op de site van Aurea, hanteerde CLE dezelfde aanpak door de oprichting van het eerste logistieke consolidatiecentrum van het land.

CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS OUR WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019

WHY IT MATTERS

98% VAN DE BELGISCHE BEVOLKING LEEFT IN EEN STEDELIJK GEBIED. DOOR DE STAD TE VERANDEREN, NIEUWE MANIEREN VAN SAMENLEVEN UIT TE DENKEN EN DE INFRASTRUC-TUUR VAN MORGEN TE BOUWEN, VERANDEREN WE HET LEVEN.

Het nieuwe ziekenhuis van het ZNA-consortium te Antwerpen.

CREATING VALUES PARTNER FOR CHANGE

WE LEVEN IN EEN WERELD DIE VOORTDUREND EVOLUEERT. DE BEHOEFTEN EN DE EISEN VAN HET SAMENLEVEN EN DE UITDAGINGEN VAN HET KLIMAAT EN DE DEMOGRAFIE DOEN ONZE MANIER VAN LEVEN ALSMAAR SNELLER VERANDEREN. VERBEELDEN, UITVINDEN, EEN BETERE TOEKOMST BOUWEN VOOR IEDEREEN: DE GROEP CFE IS KLAAR VOOR DIE UITDAGINGEN EN WIL EEN ACTOR VAN VERANDERING ZIJN.

IN HET HART VAN DE VERANDERING

Door projecten te ontwikkelen die de sociale banden versterken, door ecologische en maatschappelijke gegevens in ons denken op te nemen, door een positieve impact op de betrokken gemeenschappen na te streven en onze infrastructuuropdrachten ten volle uit te voeren, willen wij het levenskader verbeteren en onze klanten de middelen aanreiken om op hun beurt hun visie op verandering waar te maken. Energie, transport, ziekenhuizen, woningen ... de realisaties van de groep CFE transformeren onze samenleving ingrijpend en doen ze op veel vlakken positief evolueren. Als partner van zowel ondernemers als publieke instanties verschaffen wij hen een knowhow en competenties die hun verwachtingen ruimschoots overtreffen. Wij verkennen innovatiemogelijkheden proactief en

zijn pioniers in het domein van de duurzame bouw.

SAMENLEVEN

In België woont 98% van de bevolking in een stedelijke zone en is bijna één persoon op vijf ouder dan 65 jaar. De ontwikkeling in de stad van intergenerationele oplossingen en van de toenadering tussen vrije tijd, werk, wonen en diensten wordt een prioriteit. De nieuwe wijk City Dox in Anderlecht, een werf van BPC, antwoordt op die behoeften. Men zal er woningen voor alle generaties vinden, met nieuwe appartementen, een serviceresidentie en een rust- en verzorgingstehuis, rond buurtwinkels, een school, ruimten voor dienstenbedrijven, tuinen en aangelegde parken. Ook het project van de Tivoliwijk in Laken belichaamt dit nieuwe concept van een meer geconnecteerde en gediversifieerde stedelijke leefruimte: 397 totaal revolutionaire woningen met een goede sociale mix, in een geest van duurzame ontwikkeling.

ZORG DRAGEN

De ziekenhuizen van de 21ste eeuw veranderen. Ze komen dichter bij de mensen en worden modulair, als gezondheidshubs die hun aanbod met paramedische diensten aanvullen en met behulp van digitale technologieën de duur van het verblijf verkorten. Om die evolutie concreet te maken, zijn nieuwe gebouwen nodig. De recentste illustratie daarvan is het nieuwe ziekenhuis van het consortium ZNA in Antwerpen, een ontwerp van het beroemde architectenbureau Robbrecht & Daem dat aan een zeeschip doet denken. MBG was een van de belangrijkste actoren van dit project, net als VMA,

dat ook heeft bijgedragen aan het succes van de bouw van het AZ Delta in West-Vlaanderen. BPC heeft eveneens aan grote ziekenhuisprojecten gewerkt: Erasmus en Bordet in Brussel en het indrukwekkende MontLégia in Luik.

BANDEN SMEDEN

Luik, de Vurige Stede, is een studentenstad die talenten en energie aantrekt ... De voormalige hoofdstad van de prinsbisschoppen vernieuwt zich en vindt al sinds ettelijke jaren een nieuwe dynamiek. De groep CFE draagt daaraan bij met onder meer twee innoverende projecten: Grand Poste en Pôle des Savoirs. Het eerste is een samenwerking tussen BPI en BPC voor de renovatie van een emblematisch neogotisch postgebouw. Het wordt getransformeerd in een ruimte voor ontmoetingen en delen, met een talentenincubator, een coworkingruimte, een microbrouwerij, een food market met veel streekproducten, en de communicatiedienst van de Universiteit van Luik. Kortom, een samengaan van de synergie en de kruisbestuiving bij jonge ondernemers die vandaag al aan de wereld van morgen werken. Dezelfde geest kenmerkt de Pôle des Savoirs, een site die na 30 jaar leegstand binnenkort een bibliotheek zal herbergen, een bedrijvenincubator, ruimten voor

burgerparticipatie waar men voorstellingen en evenementen kan organiseren, eetgelegenheden, ... dat alles op vijf verdiepingen. Een ontmoeting tussen cultuur, digitale technologie en kunst, als symbool van een echte renaissance.

DE STAD HERUITVINDEN

Het project Zen Factory dat BPI Real Estate op een steenworp van de Brusselse Ring ontwikkelt, getuigt van het streven om door en door moderne woningen te bouwen zonder de esthetische kwaliteit en het levenskader van de stad in het gedrang te brengen. De verbouwing van een voormalige spinnerij tot een appartementencomplex in het hart van een groene oase gaat gepaard met een samenwerking van een van de bekendste Belgische hedendaagse kunstenaars, Philip Aguirre. De Vlaamse beeldhouwer heeft een uniek werk gemaakt dat nu de 19de-eeuwse bakstenen schoorsteen bekroont, als een teken van de band tussen de tijden, een draad van stedelijke continuïteit, verankerd in de geschiedenis en naar de toekomst gericht.

DE TROEVEN VAN HOUT

Houtbouw heeft veel voordelen voor het milieu en beperkt bovendien de overlast voor de buurt tijdens de werken. LTS

(Laminated Timber Solutions) heeft in een groot aantal projecten de relevantie van haar aanpak en van het gebruik van dit materiaal bewezen. De samenwerking met andere entiteiten van de groep CFE, in het bijzonder met BPI aan de projecten Wooden en Domaine des Vignes, werd keer op keer met succes bekroond. Door de CLT-techniek (Cross Laminated Timber) met een digitaal montageplan te combineren, kan men mirakels verrichten. Een voorbeeld: de realisatie in vier dagen van de volledige ruwbouw van een evolutieve woning in de Antwerpse wijk Borgerhout. De houten elementen worden geprefabriceerd en op de bouwplaats als een puzzel geassembleerd, met een minimale impact op de omgeving en een maximale efficiëntie.

EEN XXL SLUIS

427 meter lang, 55 meter breed en 16,44 meter diep. De nieuwe zeesluis van Terneuzen, die in omvang vergelijkbaar is met de sluizen van het Panamakanaal, is een even indrukwekkend als nuttig kunstwerk. Ze vervolledigt en renoveert het sluizencomplex dat het kanaal Terneuzen-Gent met de Westerschelde verbindt en waarvan het oudste deel uit de 19de eeuw dateert. Voortaan zullen schepen met een diepgang tot 15

meter langs de waterweg de haven van Gent kunnen bereiken. Van Laere en DEME werken mee aan dit project met een grote commerciële en menselijke impact.

CONTACTEN LEGGEN

De facilitering van de communicatie en het transport maakt deel uit van het DNA van de groep CFE. In 2019 heeft Mobix, onze specialist in de domeinen van het spoor en de infrastructuur, zich bijzonder onderscheiden: de vernieuwing van de verlichting van pier B en C en het tarmac van de luchthaven van Zaventem, de vernieuwing van de betonnen bedding en de sporen in de Sous Martin-tunnel in Luik, verhoging van de capaciteit van de hoogspanningslijn Horta-Avelin tussen Frankrijk en België, contract voor de vervanging van bovenleidingen op verscheidene lijnen in de zone Antwerpen ... Stuk voor stuk verbindingen die onzichtbaar zijn maar toch onmisbaar voor de dagelijkse werking van onze industrie en ons transport.

BLUE ECONOMY

De term "Blue Economy" werd in 2010 door de Belgische industrieel Gunter Pauli voor het eerst gebruikt om een duurzaam en deugdelijk economisch model te beschrijven, waarvan hij sindsdien veel voorbeelden en toepassingen heeft gegeven. Deze benadering is onder meer overgenomen door de Wereldbank, de Verenigde Naties en de Europese Unie, die ze meer specifiek in de maritieme sector toepassen. In dit domein betreft de Blue Economy alle economische aspecten van de duurzame exploitatie en de bescherming van de zeeën en oceanen. DEME is uiteraard actief op dit terrein aanwezig en speelt een leidersrol in de "Blauwe Cluster", de vzw die Vlaamse ondernemingen met aandacht voor hun impact op het zeemilieu steunt en groepeert, en die de "Blue Economy" als een motor van duurzame ontwikkeling toepast.

OPKOMENDE VLOED

DEME heeft in samenwerking met de Universiteit Gent en vijf andere partners het project BlueMarine3.

com gelanceerd. Het onderzoekt de technische, biologische en economische modaliteiten voor de realisatie van een lokale broedplaats voor diverse soorten (weekdieren, schaaldieren, wieren) in Vlaanderen. De broedplaats zal op termijn een incubator voor innovatie worden en een accelerator voor de kweek op grote schaal en voor de ontwikkeling van de aquacultuur. DEME volgt nog een ander onderzoeksspoor in het kader van de Blue Economy als lid van een bedrijvenconsortium dat eveneens door het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) wordt gesteund. Het betreft de studie en evaluatie van nieuwe drijvende fotovoltaïsche oplossingen (Marine Floating Photovoltaic of MFPV) met het oog op de ontwikkeling van MPVAqua, het eerste project voor de inplanting van – aan windparken en viskwekerijen gekoppelde – offshore fotovoltaïsche parken in de Noordzee.

IMPACT The shape of (y)our world

HET HERUITDENKEN VAN HET SAMENLEVEN

Breng de verschillende generaties samen in een gemeenschappelijke leefomgeving. Met het project Erasmus Gardens toont BPI Real Estate aan dat het de stad kan laten evolueren en kan nadenken over de toekomst. Naast de appartementen in het residentiële deel, telt het project tevens meer dan 300 studentenwoningen, een kinderdagverblijf voor 50 kleuters, een basisschool met 500 plaatsen, een rusthuis met 160 bedden, 35 serviceflats voor ouderen en een zestigtal wooneenheden die worden beheerd door het woningfonds. Op gelijke afstand van het centrum van Brussel en het Pajottenland, een echte schakel tussen de componenten van de samenleving en tussen de verschillende ruimtes van de hoofdstad.

CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2018 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019

BEHEERSVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR

A. VERSLAG OVER DE BEDRIJFSREKENINGEN 051
1. Kerncijfers 2019
2. Analyse per activiteitenpool
3. Samenvatting van de financiële positie
4. Vergoeding van het kapitaal
051
052
058
067
B. VERKLARING VAN CORPORATE GOVERNANCE 067
1. Corporate governance charter
2. Samenstelling van de raad van bestuur
3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités
4. Aandeelhouderschap
5. Interne controle
7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming,
inclusief de verbonden vennootschappen, en de bestuurders en
executive managers
8. Bijstandsovereenkomst
067
067
075
078
079
086
086
9. Controle op de vennootschap 086
C. BEZOLDIGINGSVERSLAG 087
1. Structuur van dit bezoldigingsverslag
3. Bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder
4. Bezoldiging van de uitvoerend managers van de
087
089
dochterondernemingen van de Groep CFE 090
D. RAPPORT OVER DE NIET FINANCIËLE INDICATOREN VAN
DE GROEP CFE
092
E. VERZEKERINGSBELEID 092
F. BIJZONDERE VERSLAGEN 092
G. OPENBAAR OVERNAMEBOD 092
H. OVERNAMES EN DESINVESTERINGEN 092
I. OPRICHTING EN VEREFFENING VAN BIJKANTOREN 092
J. GEBEURTENISSEN NA AFSLUITING VAN HET BOEKJAAR 092
K. ONDERZOEK EN ONTWIKKELING 092
L. INFORMATIE OVER DE TRENDS 092
M. BIJEENROEPING VAN DE GEWONE ALGEMENE
VERGADERING VAN 7 MEI 2020
092

A. VERSLAG OVER DE BEDRIJFSREKENINGEN

Op 26 maart 2020 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2019 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 7 mei 2020.

1. KERNCIJFERS 2019

In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
Omzet 3.624,7 3.640,6 -0,4%
Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) 451,2 488,0 -7,5%
In % van de omzet 12,4% 13,4%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 177,7 227,2 -21,8%
In % van de omzet 4,9% 6,2%
Nettoresultaat aandeel van de groep 133,4 171,5 -22,2%
In % van de omzet 3,7% 4,7%
Nettoresultaat per aandeel van de groep (in euro) 5,27 6,78 -22,3%
Dividend per aandeel (in euro) 0,00 2,40 -100,0%
In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
Eigen vermogen aandeel van de groep 1.748,7 1.720,9 +1,6%
Netto financiële schuld (*) 798,1 648,3 +23,1%
Orderboek (*) 5.182,9 5.385,9 -3,8%

Algemene opmerking: de cijfers voor 2018 zijn niet herwerkt na de toepassing van IFRS 16. De details van de impact van deze wijziging van de boek-

houdregels op de jaarrekening 2019 worden vermeld in sectie 3.A.8

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.

ALGEMENE UITEENZETTING

De omzet van de groep CFE bedraagt 3.624,7 miljoen euro, tegenover 3.640,6 miljoen euro in 2018. De omzet stijgt bij CFE Contracting en valt licht terug bij DEME.

Het bedrijfsresultaat (EBIT) bedraagt 177,7 miljoen euro, een terugval met 21,8%. De EBIT daalt bij DEME en CFE Contracting, terwijl het resultaat van BPI vooruitgaat. De belangrijkste oorzaken van de dalende EBIT zijn:

  • niet-recurrente lasten bij DEME;
  • druk op de marges van de divisie Offshore;
  • de afwaardering van het saldo van de vorderingen van de groep op Tsjaad.

Het nettoresultaat bedraagt 133,4 miljoen euro.

Het eigen vermogen van de groep bedraagt 1.748,7 miljoen euro, ofwel een lichte stijging tegenover 31 december 2018.

De netto financiële schuld bedraagt 798,1 miljoen euro. Gecorrigeerd voor de impact van IFRS 16 (103,2 miljoen euro op 31 december 2019), beperkt de stijging zich tot 46,6 miljoen euro tegenover 31 december 2018.

De kasstromen uit operationele activiteiten stijgen met 97,8% van 224,5 miljoen euro naar 444,0 miljoen euro in 2019.

2. ANALYSE PER ACTIVITEITENPOOL

POOL BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA

KERNCIJFERS

In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
2019/2018
DEME Herwerkingen
DEME (*)
Totaal DEME Herwerkingen
DEME (*)
Totaal
Omzet 2.622,0 0,0 2.622,0 2.645,8 0,0 2.645,8 -0,9%
EBITDA (**) 437,0 0,0 437,0 458,9 0,0 458,9 -4,8%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (**) 160,1 -5,3 154,8 202,9 -5,3 197,6 -21,7%
Nettoresultaat aandeel van de groep 125,0 -3,6 121,4 155,6 -2,0 153,6 -21,0%
Netto financiële schuld (**) 708,5 0,0 708,5 555,8 0,2 556,0 +27,4%
Orderboek (**) 3.750,0 0,0 3.750,0 4.010,0 0,0 4.010,0 -6,5%

(*) Herwerkingen na de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van het bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.

(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.

OMZET

DEME boekte in 2019 een omzet van 2.622 miljoen euro, een terugval met 0,9% tegenover het vorige boekjaar.

De activiteit van de divisie Baggerwerken neemt toe tegenover 2018, in het bijzonder in West-Europa waar DEME belangrijke projecten uitvoert in België (onderhoudsbaggerwerken op de Schelde en aan de Belgische kust), in Duitsland (verdieping en verbreding van de Elbe) en in Nederland, als ondersteuning van Dimco (divisie Infra). In Singapore is het project TTP1 vrijwel voltooid, terwijl de activiteit in India, Rusland, Qatar en Afrika intens was.

DEME Offshore heeft in 2019 een omzet van 1.141,1 miljoen euro gerealiseerd, waarvan een belangrijk gedeelte uit leveringen. In België werd de installatie van het MOG (Modular Offshore Grid of "stopcontact op zee") en van de monopiles van het windpark SeaMade voltooid. In het Verenigd Koninkrijk werden 102 van de 103 funderingen van het windpark Moray East geïnstalleerd, terwijl het project Hornsea One volledig werd voltooid.

De activiteit van de divisie Infra gaat in stijgende lijn, dankzij drie grote projecten in Nederland (Sluis van Terneuzen, Rijnlandroute en Blankenburgverbinding).

EVOLUTIE VAN DE ACTIVITEIT PER SPECIALISATIE

In % 2019 2018
Kapitaal dredging 31% 26%
Maintenance dredging 10% 11%
Offshore 44% 51%
Milieu 6% 5%
Infra 7% 5%
Overige 2% 2%

EVOLUTIE VAN DE ACTIVITEIT PER GEOGRAFISCH GEBIED

In % 2019 2018
Europa (EU) 69% 67%
Europa (niet-EU) 4% 2%
Afrika 9% 10%
Noord- en Zuid-Amerika 3% 4%
Azië en Oceanië 9% 13%
Midden-Oosten 3% 2%
India en Pakistan 3% 2%

EBITDA EN BEDRIJFSRESULTAAT (EXCL. HERWERKINGEN)

De EBITDA bedraagt 437 miljoen euro (16,7% van de omzet).

Het bedrijfsresultaat (EBIT), inclusief het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie wordt toegepast, bedraagt 160,1 miljoen euro, een daling met 42,8 miljoen euro tegenover 2018.

Naast de wijzigende samenstelling van de omzet werd de daling van de marge nog door verschillende elementen beïnvloed:

• de onbeschikbaarheid van het schip Innovation geduren-

  • de verscheidene maanden in het tweede en derde kwartaal 2019;
  • de waardevermindering van de vorderingen op Senvion (10,8 miljoen euro);
  • de ontwikkelingskosten van prototypes en de campagnes voor de verzameling van polymetaalknollen (13,2 miljoen euro);
  • het negatieve resultaat van een technisch zeer complex baggerproject in India dat zijn voltooiing nadert;
  • de druk op de marges in offshore.

NETTORESULTAAT

Het nettoresultaat van DEME bedraagt 125 miljoen euro.

ORDERBOEK

Het orderboek van DEME blijft op een hoog niveau (3,75 miljard euro op 31 december 2019).

In de loop van het boekjaar heeft DEME verscheidene belangrijke contracten verworven, waaronder:

  • de uitbreiding van het baggercontract in Papoea-Nieuw-Guinea (project Lower Ok Tedi River);
  • het contract voor de verdieping en verbreding van de Elbe over 116 km tussen Cuxhaven en Hamburg in Duitsland;
  • het contract voor het vervoer en de installatie van 165 monopiles, transitiestukken en windturbines van het

offshore windpark Hornsea Two in het Verenigd Koninkrijk. Dit contract zou in het eerste kwartaal van 2021 van start moeten gaan;

  • de verlenging met twee jaar (2020-2021) van de onderhoudsbaggerwerken op de Schelde en aan de Belgische kust;
  • het EPCI-contract voor het ontwerp, de productie en de installatie van 80 stalen monopile-funderingen van het offshore windpark Saint-Nazaire in Frankrijk, in samenwerking met Eiffage.

In Taiwan hebben DEME Offshore en haar partner CSBC in oktober en november 2019 twee belangrijke commerciële successen geboekt, namelijk:

  • het verkrijgen van de status van Preferred Bidder (PBA) voor de bouw van de windparken Hai Long 2 en Hai Long 3 ten oosten van het eiland Taiwan. Dit is een BoP-contract (Balance of Plant) voor het ontwerp, de productie, het transport en de installatie van de funderingen, het transport en de installatie van de turbines, alsook het plaatsen van de elektrische kabels die de windturbines onderling en het windpark met het elektriciteitsnet op het vasteland verbinden. De werken zijn in 2023 geprogrammeerd;
  • de ondertekening van twee contracten met China Steel Corporation voor het offshore windpark Zhong Neng met 300 MW vermogen, die in 2024 voltooid zouden moeten zijn. Het eerste contract heeft betrekking op het transport en de installatie van de funderingen, het tweede is een Preferred Bidder Agreement (PBA) voor het transport en de installatie van de masten en de windturbines.

In Schotland heeft DEME een belangrijk EPCI-contract verkregen voor het plaatsen van onderzeese elektriciteitskabels voor het offshore windpark Neart Na Gaoithe, met een capaciteit van 450 MW. De opdracht is afhankelijk van de financiële afronding.

Deze drie contracten en dat van de Fehmarnbeltverbinding tussen Denemarken en Duitsland (700 miljoen euro) zullen

pas in het orderboek worden opgenomen wanneer het order voor de aanvang van de werken verkregen is.

INVESTERINGEN

De investeringen bedragen 434,7 miljoen euro, een stabiel bedrag tegenover 2018.

In juni 2019 heeft DEME de sleephopperzuiger "Bonny River" in gebruik genomen. Dit schip heeft een capaciteit van 15.000 m³ en kan op zeer grote diepten (meer dan 100 meter) op zeer harde bodems baggeren.

De bouw van verscheidene schepen heeft vertraging opgelopen, zodat verscheidene voor 2019 geplande aanbetalingen naar 2020 verdaagd zijn. De vertraging van de bouw van de schepen Orion, Meuse River en River Thames is relatief beperkt (de drie schepen zullen in het eerste semester 2020 worden opgeleverd) maar de datum van de oplevering van de Spartacus is eens te meer uitgesteld: ze is nu voorzien in het derde kwartaal van 2020.

Wat de nieuwe investeringen betreft, heeft DEME een SOV (Service Operation Vessel) besteld. Het is een schip van het catamarantype voor het onderhoud van offshore windparken, dat tot 24 technici kan vervoeren en op zee kan huisvesten. Dit schip, waarvan de oplevering in 2021 voorzien is, zal door Siemens Gamesa Renewable Energy worden gecharterd in het kader van een onderhoudscontract op lange termijn voor de windparken Rentel en SeaMade.

NETTO FINANCIERINGSSCHULD

De netto financiële schuld bedraagt 708,5 miljoen euro. Gecorrigeerd voor de impact van IFRS 16 (86,1 miljoen euro op 31 december 2019) stijgt de netto financiële schuld met 66,6 miljoen euro tegenover 31 december 2018, maar daalt ze met meer dan honderd miljoen euro tegenover 30 juni 2019.

In de loop van het tweede semester noteerde DEME een lichte verbetering van de behoefte aan werkkapitaal en ontving ze belangrijke terugbetalingen van achtergestelde leningen aan de concessiebedrijven Merkur Offshore en Rentel. Deze terugbetalingen hebben de investeringen in de vloot gedeeltelijk gecompenseerd.

MERKUR OFFSHORE

In december 2019 hebben DEME en haar partners een overeenkomst bereikt voor de verkoop van 100% van hun participatie in Merkur Offshore GmbH, het concessiebedrijf van een windpark van 396 MW op 45 kilometer ten noorden van het Duitse eiland Borkum, in de Noordzee. De transactie, die een netto meerwaarde van meer dan 50 miljoen euro voor DEME zal opleveren, zou in de loop van het eerste semester 2020 afgerond moeten zijn.

POOL CONTRACTING

KERNCIJFERS

In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
2019/2018
Omzet 998,7 934,6 +6,9%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 18,8 22,7 -17,2%
Nettoresultaat aandeel van de groep 9,5 15,2 -37,5%
Netto kaspositie (*) 106,1 102,4 +3,6%
Orderboek (*) 1.385,5 1.320,3 +4,9%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.

OMZET

De omzet van CFE Contracting stijgt met 6,9% tot 998,7 miljoen euro.

Voor de divisie Bouw is de toestand in België gecontrasteerd: terwijl de activiteit van de in Vlaanderen gevestigde filialen sterk toeneemt, valt ze in Brussel en Wallonië duidelijk terug. De belangrijkste lopende projecten zijn de bouw van de binnenvolumes van het Gare Maritime op de site van Tour & Taxis, het residentiële vastgoedcomplex Riva in Brussel, het ZNA-ziekenhuis in Antwerpen en het nieuwe ondergrondse depot voor de Brusselse metrostellen.

Internationaal stijgt de omzet met 8,1%, gestuwd door een uitzonderlijk hoge activiteit in Polen, waar CFE verscheidene belangrijke contracten voor logistieke gebouwen heeft verkregen en met succes uitgevoerd.

VMA (divisie Multitechnieken) blijft haar activiteiten in België uitbreiden met de realisatie van verscheidene projecten die de activiteiten HVAC en elektriciteit combineren, en met de uitvoering van een eerste belangrijk project voor een industriële klant in de voedingsmiddelensector. VMA heeft ook een nieuwe entiteit opgericht (VEMAS) die ESCO-projecten (energieverbetering van gebouwen) zal ontwikkelen. De omzet van MOBIX (divisie Rail & Utilities) groeit beduidend, dankzij een bijzonder drukke activiteit in het leggen van sporen en de sterke opkomst van ETCS-projecten (automatisch remsysteem voor treinen).

In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
2019/2018
Bouw 733,5 692,5 +5,9%
België 543,1 516,4 +5,2%
Internationaal 190,4 176,1 +8,1%
Multitechnieken (VMA) 179,6 170,6 +5,3%
Rail & Utilities (Mobix) 85,6 71,5 +19,6%
Totaal Contracting 998,7 934,6 +6,9%

BEDRIJFSRESULTAAT

Het bedrijfsresultaat bedraagt 18,8 miljoen euro, een daling met 3,9 miljoen euro tegenover het vorige boekjaar. In de divisie Bouw in België blijven de marktomstandigheden moeilijk met druk op de verkoopprijzen. De verliezen bij BPC en Thiran, twee entiteiten die op de Brusselse en de Waalse markt actief zijn, konden maar gedeeltelijk worden gecompenseerd door de goede resultaten in Vlaanderen. Een gedeelte van deze verliezen is het voorwerp van vorderingen tegen klanten, maar in toepassing van de waarderingsregels is het eventuele verhoopte verhaal nog niet gewaardeerd op 31 december 2019.

De andere divisies van de pool zetten uitstekende prestaties neer, onder meer in Polen, waar CFE in termen van rentabiliteit een van de koplopers van de sector is. In Tunesië zijn alle projecten nu voltooid, met uitzondering van een project voor burgerlijke bouwkunde dat in 2021 zal worden opgeleverd.

NETTORESULTAAT

Het nettoresultaat bedraagt 9,5 miljoen euro.

ORDERBOEK

In miljoen euro 31 december 2019 31 december 2018 Evolutie
2019/2018
Bouw 1.016,8 1.069,1 -4,9%
België 833,5 870,9 -4,3%
Internationaal 183,3 198,2 -7,5%
Multitechnieken (VMA) 188,5 168,4 +11,9%
Rail & Utilities (Mobix) 180,2 82,8 +117,6%
Totaal Contracting 1.385,5 1.320,3 +4,9%

Het orderboek bedraagt 1.385,5 miljoen euro op 31 december 2019, een stijging met 4,9% tegenover 31december 2018.

In december 2019 nam CFE Contracting, na het verkrijgen van de bouwvergunning, de opdracht van meer dan 100 miljoen euro voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van residentiële wooneenheden voor Shape (Wallonië) in haar orderboek op.

Voor de bouwactiviteit ligt de focus niet op het verhogen van de omzet maar veeleer op de selectie van projecten met een aanvaardbare rentabiliteit en dito risicoprofiel.

Voor wat Multitechnieken en Rail & Utilities betreft, mikt CFE Contracting daarentegen op de ontwikkeling van deze activiteiten met een mooi potentieel, zoals blijkt uit het behalen van een groot aantal nieuwe opdrachten. In het eerste semester van 2019 verkreeg CFE Contracting het contract voor het ontwerp, de modernisering, de financiering, het beheer en het onderhoud gedurende 20 jaar van de uitrusting voor de openbare verlichting van de grote (auto)wegen van het Waals Gewest. De moderniseringswerken zijn in het vierde kwartaal 2019 gestart.

NETTO-FINANCIËLE POSITIE

De netto-financiële positie van CFE Contracting bedraagt 106,1 miljoen euro. Gecorrigeerd voor de impact van IFRS 16 (14,7 miljoen euro op 31 december 2019) stijgt de netto kaspositie in 2019 met 18%.

Ondanks grote investeringen (in het bijzonder de bouw van een nieuwe maatschappelijke zetel voor de entiteit VMA-Druart), namen de kasmiddelen van CFE Contracting toe dankzij een beduidende verbetering van de behoefte aan werkkapitaal op het eind van het boekjaar.

POOL VASTGOEDONTWIKKELING

KERNCIJFERS

In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
2019/2018
Omzet 59,1 94,7 -37,6%
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 13,7 13,2 +3,8%
Nettoresultaat aandeel van de groep 11,6 9,3 +24,7%
Netto financiële schuld (*) 66,4 70,5 -5,8%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.

EVOLUTIE VAN HET VASTGOEDBESTAND (*)

Het uitstaande vastgoedbestand bedraagt 143 miljoen euro op 31 december 2019, een lichte verhoging tegenover 2018. Het onverkochte bestand blijft laag.

BPI ontwikkelt momenteel een veertigtal vastgoedprojecten voor een totaal van 545.000 m² (aandeel van BPI), waarvan ongeveer 103.000 m² in aanbouw is.

VERDELING VOLGENS DE FASE VAN PROJECTONTWIKKELING

In miljoen euro 31 december 2019 31 december 2018
Commercialiseringsbestand 4 4
Bouwbestand 58 70
Ontwikkelingsbestand 81 65
Totaal 143 139

VERDELING PER LAND

In miljoen euro 31 december 2019 31 december 2018
België 97 89
Groothertogdom Luxemburg 21 23
Polen 25 27
Totaal 143 139

(*) Het vastgoedbestand is gelijk aan de som van het eigen vermogen en de netto financiële schuld van de vastgoedpool.

VASTGOEDONTWIKKELINGEN

In België

In het Brussels Gewest werkt BPI verder aan de bouw en commercialisering van de projecten Ernest The Park, Erasmus Gardens, Les Hauts Prés en Park West, terwijl het project Voltaire tot tevredenheid van de kopers werd opgeleverd. Het commercialiseringsritme van al deze programma's is zeer bevredigend. Voor de multifunctionele projecten Brouck'R en Key West werden de bouwvergunningen aangevraagd.

In Luik werd het tweede kantoorgebouw van het project Renaissance (Val Benoît) in toekomstige staat van afwerking aan de Provincie verkocht. De oplevering is voor maart 2020 gepland. Ter herinnering, het eerste gebouw, dat eind 2019 werd opgeleverd, werd in 2018 aan het Forem verhuurd. Daarnaast werd de bouwvergunning voor 153 wooneenheden op de site Bavière verkregen.

In Vlaanderen heeft BPI alle residentiële gebouwen van haar project Zen Factory (Beersel) opgeleverd en kocht het een

grondpositie aan nabij het Park Spoor Noord in Antwerpen (site Martin). Men zal er in een joint venture 100 wooneenheden met co-livingruimten ontwikkelen, samen met 7.500 m² oppervlakten voor ambachtelijke en creatieve activiteiten.

In Luxemburg

BPI heeft met succes de residentiële projecten Domaine de l'Europe (Kirchberg) en Fussbann (Differdange) opgeleverd. Alle appartementen werden verkocht vóór de oplevering.

Het project Livingstone kent eenzelfde commerciële dynamiek: alle appartementen van de 2 in aanbouw zijnde fasen zijn reeds verkocht.

BPI verkreeg in 2019 de bouwvergunningen voor drie projecten die zich in de studiefase bevinden:

• het project "Entrée de Ville" in Differdange, waarvan de appartementen in blok aan de gemeente zullen worden verkocht, terwijl de co-livingruimten worden gecommercialiseerd;

  • het project "Wooden" in Leudelange. Het betreft een ontwikkeling van 9.600 m² kantoorruimte, grotendeels voorverhuurd aan de verzekeringsmaatschappij Bâloise;
  • het project "Arlon 23" (3.700 m² kantoorruimte).

De bouw van deze drie projecten zal in het eerste semester 2020 starten.

In Polen

De vier residentiële projecten in uitvoering vorderen volgens plan en zullen in het eerste semester 2020 worden opgeleverd. De verkoop loopt goed.

In de buitenwijken van Gdynia, in het noorden van Polen, heeft BPI een site aangekocht voor de ontwikkeling van ongeveer 9.400 m² residentiële oppervlakten, verdeeld in 18 gebouwen met elk 6 prestigieuze appartementen.

NETTO FINANCIËLE SCHULD

Op 31 december 2019 is de netto financiële schuld licht gedaald tot 66,4 miljoen euro. In de loop van het boekjaar 2019 heeft BPI haar commercial paper programma voor het eerst geactiveerd.

De impact van IFRS 16 op BPI is zeer beperkt: 1,2 miljoen euro op 31 december 2019.

NETTO RESULTAAT

Hoewel in Polen geen resultaat werd geboekt, vanwege de opname van de marge bij de levering van de appartementen, stijgt het nettoresultaat van de pool vastgoedontwikkeling sterk tot 11,6 miljoen euro. Dit resultaat is vooral te danken aan de marges op de voorverkochte residentiële wooneenheden in België en Luxemburg.

HOLDING, NIET-OVERGEDRAGEN ACTIVITEITEN EN ELIMINATIES TUSSEN POLEN

In miljoen euro 2019 2018 Evolutie
2019/2018
Omzet exclusief eliminaties tussen polen 12,4 27,1 -54,2%
Eliminaties tussen polen -67,4 -61,5 n.s.
Omzet inclusief eliminaties -55,0 -34,4 n.s.
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) -9,6 -6,4 +50,0%
Nettoresultaat aandeel van de groep -9,1 -6,5 +40,0%
Netto financiële schuld (*) 129,4 124,4 +3,9%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.

OMZET

De omzet zonder eliminaties tussen de polen bedraagt 12,4 miljoen euro, tegenover 27,1 miljoen euro in 2018. De activiteit concentreert zich voornamelijk op de bouw van het zuiveringsstation Brussel-Zuid, waarvan de oplevering in het eerste kwartaal 2021 voorzien is.

BEDRIJFSRESULTAAT

Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de waardevermindering van het saldo van de openstaande en niet door Credendo gedekte vorderingen op de staat Tsjaad, in overeenstemming met de voorschriften van IFRS 9. De onderhandelingen met Afreximbank en de staat Tsjaad, met het oog op de betaling van de vorderingen, worden voorgezet. De waardevermindering van de vorderingen op Tsjaad werd gedeeltelijk gecompenseerd door enerzijds de terugboekingen van voorzieningen voor risico's die niet langer relevant zijn en anderzijds de bijdrage van het filiaal Green Offshore (50% CFE), een minderheidsaandeelhouder in de Belgische offshore windparken Rentel en SeaMade. Terwijl het park SeaMade nog in aanbouw is, kende het windpark Rentel zijn eerste volledige jaar elektriciteitsproductie.

RENT-A-PORT

Het filiaal Rent-A-Port (50% CFE) verkocht in het tweede semester 2019 zijn activiteiten in de haven van Duqm (Oman) aan DEME Concessions. Bovendien werden zijn andere activiteiten in het Midden-Oosten en Afrika stopgezet, zodat de onderneming zich voortaan uitsluitend concentreert op de

ontwikkeling van haar vijf havenconcessies in het noorden van Vietnam, met haar filiaal Infra Asia Investment (60%). 2019 was een overgangsjaar voor de activiteiten in Vietnam: de verkoop van industrieterreinen bleef beperkt tot 33 hectare. Het bedrijf verwacht evenwel een zeer sterke stijging van de verkoop vanaf 2020. Het wil bovendien strategische partnerschappen afsluiten voor de ontwikkeling van zijn twee concessies in de provincie Quang Ninh.

NETTORESULTAAT

Rekening houdend met deze verschillende elementen bedraagt het nettoresultaat -9,1 miljoen euro.

NETTO FINANCIËLE SCHULD

De netto financiële schuld bedraagt 129,4 miljoen euro, een stijging met 3,9% tegenover 2018. De impact van IFRS 16 beperkt zich tot 1,2 miljoen euro.

WOOD SHAPERS

In het vierde kwartaal 2019 hebben CFE Contracting en BPI een nieuwe entiteit opgericht, Wood Shapers. Deze entiteit realiseert projecten van het type Design & Build en vastgoedontwikkelingen (< 5.000 m²) in hout en geprefabriceerde duurzame materialen. Een eerste grondpositie werd aangekocht in Luxemburg en twee Design & Build projecten worden bestudeerd. Deze nieuwe entiteit past in de strategie voor duurzame ontwikkeling van de groep.

3. SAMENVATTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE

3.A.1 GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING EN GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2019 2018
Omzet 3.624.722 3.640.627
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 81.042 123.018
Aankopen -2.120.359 -2.147.130
Bezoldigingen en sociale lasten -653.870 -633.090
Andere exploitatiekosten -469.248 -497.748
Afschrijvingskosten -318.672 -272.602
Bedrijfsresultaat op activiteit 143.615 213.075
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures 34.092 14.169
Bedrijfsresultaat 177.707 227.244
Financieringskosten -2.602 -8.433
Overige financiële lasten en opbrengsten -5.120 -55
Financieel resultaat -7.722 -8.488
Resultaat vóór belastingen 169.985 218.756
Winstbelastingen -38.619 -49.549
Resultaat van het boekjaar 131.366 169.207
Minderheidsbelangen 2.058 2.323
Resultaat – toekenbaar aan de groep 133.424 171.530
Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2019 2018
Resultaat van het boekjaar 131.366 169.207
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde -36.479 -5.498
Omrekeningsverschillen 1.153 621
Uitgestelde belastingen 2.772 775
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat -32.554 -4.102
Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen -15.444 -1.063
Uitgestelde belastingen 3.606 726
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat -11.838 -337
Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen -44.392 -4.439
Globaal resultaat 86.974 164.768
- toekenbaar aan de groep 89.231 167.279
- toekenbaar aan de minderheidsbelangen -2.257 -2.511
Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 5,27 6,78
Globaal resultaat deel van groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 3,53 6,61
ROE (*) 7,7% 10,6%

(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.

3.A.2 GECONSOLIDEERDE STAAT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2019 2018
Immateriële vaste activa 90.261 89.588
Goodwill 177.127 177.127
Materiële vaste activa 2.615.164 2.390.236
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 167.653 155.792
Overige financiële vaste activa 83.913 171.687
Langlopende afgeleide instrumenten 0 9
Overige vaste activa 16.630 5.501
Uitgestelde belastingsvorderingen 100.420 99.909
Totaal vaste activa 3.251.168 3.089.849
Voorraden 162.612 128.889
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 996.436 1.261.298
Overige vlottende bedrijfsactiva 72.681 67.561
Overige vlottende niet-bedrijfsactiva 6.267 12.733
Kortlopende afgeleide instrumenten 751 275
Vaste activa aangehouden voor verkoop 10.511 0
Geldmiddelen en kasequivalenten 612.206 388.346
Totaal vlottende activa 1.861.464 1.859.102
Totaal van de activa 5.112.632 4.948.951
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 995.786 923.768
Toegezegde doelpensioenplannen en bijdragepensioenplannen -37.089 -25.521
Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten -40.892 -7.153
Omrekeningsverschillen -10.440 -11.554
Eigen vermogen – toekenbaar aan de groep CFE 1.748.703 1.720.878
Minderheidsbelangen 11.607 13.973
Eigen vermogen 1.760.310 1.734.851
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 70.269 57.553
Voorzieningen - langlopende 12.414 35.172
Andere langlopende verplichtingen 10.651 5.725
Obligatieleningen - langlopende 29.689 29.584
Financiële schulden - langlopende
Langlopende afgeleide instrumenten
1.110.212
8.986
656.788
9.354
Uitgestelde belastingverplichtingen 104.907 119.386
Totaal langlopende verplichtingen 1.347.128 913.562
Voorzieningen voor courante risico's 46.223 65.505
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 1.221.466 1.410.944
Fiscale schulden 44.078 44.543
Obligatielening - kortlopende 0 200.221
Financiële schulden - kortlopende 270.366 150.075
Kortlopende afgeleide instrumenten 9.356 10.990
Overige kortlopende bedrijfsverplichtingen 155.601 201.609
Overige kortlopende niet-bedrijfsverplichtingen 258.104 216.651
Totaal kortlopende verplichtingen 2.005.194 2.300.538
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 5.112.632 4.948.951

3.A.3 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Boekjaar afgesloten op 31 december
In duizend euro
2019 2018
Operationele activiteiten
Resultaat van de operationele activiteiten 143.615 213.075
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 318.672 272.602
Toevoeging aan de voorzieningen -30.587 1.265
Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa en andere niet-kaselementen 19.524 1.018
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa -6.100 -7.530
Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 8.140 4.935
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal 453.264 485.365
Afname/(toename) van de handels – en overige kortlopende en langlopende vorderingen 238.441 -349.838
Afname/(toename) van voorraden -37.020 6.142
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kort- lopende schulden -166.619 141.189
Betaalde / ontvangen winstbelastingen -44.109 -58.375
Kasstromen uit operationele activiteiten 443.957 224.483
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 13.834 15.833
Aankoop van vaste activa -451.258 -453.475
Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen 0 -35
Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures -8.321 70.049
Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast -16.355 -8.660
Verkoop van dochteronderneming 0 1.202
(Nieuwe verstrekte leningen) / terugbetaling van verstrekte leningen 71.659 -41.066
Kasstromen uit investeringsactiviteiten -390.441 -416.152
Financieringsactiviteiten
Betaalde intresten -24.529 -22.583
Ontvangen intresten 14.280 13.697
Andere financiële lasten en opbrengsten -6.635 -2.734
Leningen 709.361 422.808
Terugbetaling van schulden -462.303 -294.122
Uitgekeerde dividenden -60.755 -60.755
Kasstromen uit (gebruikt in) financierings-activiteiten 169.419 56.311
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen 222.935 -135.358
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het oekjaar 388.346 523.018
Wisselkoerseffecten 925 686
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 612.206 388.346

3.A.4 TOELICHTINGEN BIJ DE TABELLEN MET GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN, KASSTROMEN EN INVESTERINGSUITGAVEN

De materiële vaste activa bedragen 2.615 miljoen euro op 31 december 2019, een stijging met 225 miljoen euro, waarvan 102,3 miljoen als gevolg van de toepassing van IFRS 16. Het investeringsprogramma van DEME werd in 2019 voortgezet (voornamelijk met de aanbetalingen voor de schepen Bonny River, Orion en Spartacus), gedeeltelijk gecompenseerd door de afschrijvingen in het boekjaar.

Rekening houdend met de uitkering van een dividend van 60,8 miljoen euro bedraagt het geconsolideerde eigen vermogen 1.760,3 miljoen euro op 31 december 2019. Het werd negatief beïnvloed door de evolutie van de pensioenverbintenissen (-11,6 miljoen euro) en de marktwaarde van de voor afdekking gebruikte derivaten (-33,7 miljoen euro, voornamelijk met betrekking tot de afdekkingsinstrumenten van het type IRS bij Rentel en SeaMade). Deze evolutie is toe te schrijven aan de daling van de rentevoeten op middellange en lange termijn in de eurozone in 2019.

De netto financiële schuld bestaat uit enerzijds kortlopende en langlopende schulden van respectievelijk 270,4 miljoen euro en 1.139,9 miljoen euro en anderzijds een vrije kasstroom van 612,2 miljoen euro. In de loop van het boekjaar 2019 heeft DEME haar obligatielening van 200 miljoen euro afgelost. Dit werd gefinancierd met bilaterale leningen tegen aanzienlijk betere voorwaarden.

Zowel CFE als DEME, CFE Contracting en BPI hebben hun financiële convenanten volledig nageleefd.

De kasstromen uit operationele activiteiten stijgen met 97,8% van 224,5 miljoen euro tot 444 miljoen euro in 2019. De kasstromen uit investeringsactiviteiten bedragen 390,4 miljoen euro, een daling met 6,2% tegenover 2018 voornamelijk als gevolg van de gedeeltelijke terugbetaling van financieringen van Merkur Offshore en Rentel.

3.A.5 GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET EIGEN VERMOGEN VOOR DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019

(duizend euro) Kapitaal Uitgifte
premies
Ingehouden
winsten
Toegezegde
doelpensi
oenplan
nen en
bijdrage
pensioen
plannen
Afdek
kingsre
serves
Omrekenings
verschillen
Eigen
vermogen
–Toereken
baar aan
de groep
Minder
heidsbe
langen
Totaal
31 december 2018 41.330 800.008 923.768 -25.521 -7.153 -11.554 1.720.878 13.973 1.734.851
Herwerking IFRS 16 0 0
Globaal resultaat van het
boekjaar
133.424 -11.568 -33.739 1.114 89.231 -2.257 86.974
Dividenden aan
aandeelhouders
-60.755 -60.755 -60.755
Dividenden minder
heidsbelangen
-920 -920
Wijziging consolidatiekring
en andere bewegingen
-651 -651 811 160
31 december 2019 41.330 800.008 995.786 -37.089 -40.892 -10.440 1.748.703 11.607 1.760.310

3.A.6 KERNCIJFERS PER AANDEEL

31 december 2019 31 december 2018
Totaal aantal aandelen 25.314.482 25.314.482
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) 5,27 6,78
Eigen middelen toekenbaar aan de groep per andeel (in euro) 69,08 67,98

3.A.7 SECTORIËLE INFORMATIE

ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING

Per 31 december 2019
In duizend euro
DEME Herwerking DEME Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding & niet
overdragen
activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
Omzet 2.621.965 998.671 59.065 12.433 (67.412) 3.624.722
Resultaat van de
operationele activiteiten
141.645 (4.589) 18.729 1.030 (13.281) 81 143.615
Bedrijfsresultaat (EBIT) 160.094 (5.273) 18.806 13.686 (9.687) 81 177.707
% omzet 6,11% 1,88% 23,17% 4,90%
Financieel resultaat (6.749) 611 (833 (1.338) 587 0 (7.722)
Belastingen (30.321) 1.059 (8.446) (791) (109) (11) (38.619)
Nettoresultaat aandeel van
de groep
125.041 (3.603) 9.527 11.598 (9.209) 70 133.424
% omzet 4,77% 0,95% 19,64% 3,68%
Niet-kaselementen 295.366 4.589 14.393 (888) (5.851) 0 307.609
EBITDA 437.011 0 33.122 142 (19.132) 81 451.224
% omzet 16,67% 3,32% 0,24% 12,45%
Per 31 december 2018
In duizend euro
DEME Herwerking DEME Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Holding & niet
overdragen
activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
Omzet 2.645.780 934.573 94.696 27.051 (61.473) 3.640.627
Resultaat van de
operationele activiteiten
196.012 (4.589) 22.728 10.346 (10.865) (557) 213.075
Bedrijfsresultaat (EBIT) 202.940 (5.273) 22.728 13.209 (5.803) (557) 227.244
% omzet 7,67% 2,43% 13,95% 6,24%
Financieel resultaat (6.391) 2.901 (2.073) (2.832) (93) 0 (8.488)
Belastingen (43.231) 384 (5.491) (1.134) (124) 47 (49.549)
Nettoresultaat aandeel van
de groep
155.570 (1.988) 15.161 9.321 (6.024) (510) 171.530
% omzet 5,88% 1,62% 9,84% 4,71%
Niet-kaselementen 262.889 4.589 12.686 (1.932) (3.347) 0 274.885
EBITDA 458.901 0 35.414 8.414 (14.212) (557) 487.960
% omzet 17,34% 3,81% 8,87% 13,40%

GECONSOLIDEERDE BALANS

Per 31 december 2019
In duizend euro
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding & niet
overgedragen
activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
ACTIVA
Goodwill 155.567 21.560 0 0 0 177.127
Materiële vaste activa 2.529.919 81.173 1.742 2.330 0 2.615.164
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen van de groep
0 0 0 23.600 (23.600) 0
Overige financiële vaste activa 36.178 0 29.874 17.861 0 83.913
Overige vaste activa 266.417 15.656 51.029 1.287.700 (1.245.838) 374.964
Voorraad 13.152 15.720 130.837 4.528 (1.625) 162.612
Geldmiddelen en kasequivalenten 475.135 67.550 6.411 63.110 0 612.206
Interne kaspositie – Cash pooling
– actief
0 75.684 11.167 2.327 (89.178) 0
Overige vlottende activa 724.124 306.630 23.703 37.824 (5.635) 1.086.646
Totaal van de activa 4.200.492 583.973 254.763 1.439.280 (1.365.876) 5.112.632
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.675.537 83.670 76.296 1.172.271 (1.247.464) 1.760.310
Eigen vermogen 1.675.537 83.670 76.296 1.172.271 (1.247.464) 1.760.310
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappenn van de groep
0 1.800 21.800 0 (23.600) 0
Obligatielening - lange termijn 0 0 29.689 0 0 29.689
Langlopende financiële verplichtingen 947.798 23.174 13.378 125.862 0 1.110.212
Overige langlopende verplichtingen 175.248 15.880 14.514 1.585 0 207.227
Obligatielening - korte termijn 0 0 0 0 0 0
Kortlopende financiële schulden 235.791 9.857 14.382 10.336 0 270.366
Interne kaspositie – Cash pooling
– passief
0 2.327 4.698 82.153 (89.178) 0
Overige kortlopende verplichtingen 1.166.118 447.265 80.006 47.073 (5.634) 1.734.828
Totaal van de passiva 2.524.955 500.303 178.467 267.009 (118.412) 3.352.322
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.200.492 583.973 254.763 1.439.280 (1.365.876) 5.112.632
Per 31 december 2018
In duizend euro
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding & niet
overgedragen
activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
ACTIVA
Goodwill 155.567 21.560 0 0 0 177.127
Materiële vaste activa 2.326.304 61.526 928 1.478 0 2.390.236
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen
van de groep
0 0 0 20.000 (20.000) 0
Overige financiële vaste activa 108.066 0 35.106 28.515 0 171.687
Overige vaste activa 274.058 13.217 34.923 1.274.450 (1.245.849) 350.799
Voorraad 15.244 16.945 94.592 3.733 (1.625) 128.889
Geldmiddelen en kasequivalenten 287.394 53.440 9.197 38.315 0 388.346
Interne kaspositie – Cash pooling
– actief
0 62.808 2.793 1.889 (67.490) 0
Overige vlottende activa 914.328 314.783 26.180 96.214 (9.638) 1.341.867
Totaal van de activa 4.080.961 544.279 203.719 1.464.594 (1.344.602) 4.948.951
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.646.910 84.781 68.108 1.182.527 (1.247.475) 1.734.851
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen
van de groep
0 0 20.000 0 (20.000) 0
Obligatielening - lange termijn 0 0 29.584 0 0 29.584
Langlopende financiële
verplichtingen
494.796 10.156 21.836 130.000 0 656.788
Overige langlopende verplichtingen 179.572 14.712 10.923 21.983 0 227.190
Obligatielening - korte termijn 200.221 0 0 0 0 200.221
Kortlopende financiële schulden 148.376 1.699 0 0 0 150.075
Interne kaspositie – Cash pooling
– passief
0 1.889 11.043 54.558 (67.490) 0
Overige kortlopende verplichtingen 1.411.086 431.042 42.225 75.526 (9.637) 1.950.242
Totaal van de passiva 2.434.051 459.498 135.611 282.067 (97.127) 3.214.100
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.080.961 544.279 203.719 1.464.594 (1.344.602) 4.948.951

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Per 31 december 2019
In duizend euro
DEME Contracting Vastgoedontwik
keling
Holding,
niet-overgedragen
activiteiten en
eliminaties
Totaal
geconsolideerd
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen
van het werkkapitaal
435.721 31.478 5.143 -19.078 453.264
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
388.813 48.832 10.261 -3.949 443.957
Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten -370.319 -13.417 -40 -6.665 -390.441
Kasstromen uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
168.619 -21.559 -13.053 35.412 169.419
Nettotoename/(afname)
van de geldmiddelen
187.113 13.856 -2.832 24.798 222.935
Per 31 december 2018
In duizend euro
DEME Contracting Vastgoedontwik
keling
Holding,
niet-overgedragen
activiteiten en
eliminaties
Totaal
geconsolideerd
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen
van het werkkapitaal
454.987 36.904 10.994 -17.520 485.365
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
operationele activiteiten
222.406 20.552 -1.909 -16.566 224.483
Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten -395.432 -6.569 -700 -13.451 -416.152
Kasstromen uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
24.893 -19.684 8.546 42.556 56.311
Nettotoename/(afname)
van de geldmiddelen
-148.133 -5.701 5.937 12.539 -135.358

3.A.8 IFRS 16

De toepassing van de nieuwe norm IFRS 16 – Leaseovereenkomsten vanaf 1 januari 2019 – leidt voor de geconsolideerde openingsbalans van CFE tot een toename van de materiële activa en van de netto financiële schuld met 98,8 miljoen euro (waarvan 83,5 miljoen euro bij DEME).

Op 31 december 2019 wordt de impact van de toepassing van de nieuwe norm op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van CFE als volgt samengevat:

In miljoen euro DEME Contracting Overige Totaal
Balans
Materiële vaste activa 85,3 14,6 2,4 102,3
Financiële schulden 86,1 14,7 2,4 103,2
Resultatenrekening
EBITDA 17,6 6,9 0,8 25,3
Bedrijfsresultaat (EBIT) 0,6 0,3 0,0 0,9
Financieel resultaat -1,4 -0,4 0,0 -1,8
Nettoresultaat aandeel van de groep -0,8 -0,1 0,0 -0,9

3.B.1 RESULTATENREKENING VAN CFE NV (VOLGENS BELGISCHE NORMEN)

In duizend euro 2019 2018
Omzet 21.720 29.249
Bedrijfsresultaat 75.803 -23.944
Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 68.573 62.771
Niet-recurrente financiële opbrengsten 60 63
Niet-recurrente financiële kosten -97.292 -63
Resultaat vóór belastingen 47.143 38.827
Belastingen -110 -118
Resultaat van het boekjaar 47.033 38.709

Het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet. Dit project zal nog 15 maanden duren.

De vereffening van verscheidene internationale entiteiten leidt tot een terugneming van voorzieningen in het bedrijfsresultaat en een equivalente niet-recurrente financiële last. Voor het overige werden bepaalde voor- zieningen, die niet langer relevant waren, teruggenomen en werden niet-recurrente financiële lasten geboekt in de vorm van waardeverminderingen op rekeningen-courant. Hieruit volgt dat de rekeningen-courant en leningen van CFE aan entiteiten in Afrika, Roemenië en Hongarije volledig voorzien zijn.

Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de van DEME, CFE Contracting en BPI ontvangen dividen- den, namelijk respectievelijk 55, 8,8 en 3,2 miljoen euro.

3.B.2 BALANS VAN CFE NV NA WINSTVERDELING (VOLGENS BELGISCHE NORMEN)

In duizend euro 2019 2018
Activa
Vaste activa 1.336.844 1.338.202
Vlottende activa 102.122 169.859
Totaal van de activa 1.438.966 1.508.061
In duizend euro 2019 2018
Passiva
Eigen vermogen 1.188.337 1.141.304
Voorzieningen voor risico's en kosten 11.544 95.381
Schulden op lange termijn 125.248 130.248
Schulden op korte termijn 113.837 141.128
Totaal van de passiva 1.438.966 1.508.061

De vaste activa zijn hoofdzakelijk samengesteld uit de participaties in DEME, CFE Contracting en BPI.

De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 90 miljoen euro die op de bevestigde bilaterale kredietlijnen werden opgenomen en 35 miljoen euro handelspapier op middellange termijn. CFE gebruikte eveneens haar handelspapier op korte termijn voor een bedrag van 10 miljoen euro.

4. VERGOEDING VAN HET KAPITAAL

In de veranderende context van de Covid-19-pandemie, heeft de raad van bestuur beslist om de algemene vergadering voor te stellen geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2019.

B. VERKLARING VAN CORPORATE GOVERNANCE

1. CORPORATE GOVERNANCE CHARTER

Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap www.cfe.be.

Het corporate governance charter werd op 26 maart 2019 voor het laatst gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en met de Belgische Corporate Governance Code 2020.

Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. De vennootschap acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde cultuur gericht op deugdelijk bestuur.

2. SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Op 31 december 2019 bestaat de raad van bestuur van CFE uit twaalf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de resp. gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:

Infunctietreding Vervaljaar van
het mandaat
Luc Bertrand 24.12.2013 2021
Piet Dejonghe (*) 24.12.2013 2021
Renaud Bentégeat 18.09.2003 2020
John-Eric Bertrand 24.12.2013 2021
Jan Suykens 24.12.2013 2021
Koen Janssen 24.12.2013 2021
Philippe Delusinne 07.05.2009 2020
Christian Labeyrie 06.03.2002 2020
Ciska Servais BVBA vertegenwoordigd door Ciska Servais 03.05.2007 2023
Pas De Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 07.10.2016 2020
Euro-Invest Management NV vertegenwoordigd door Martine Van den Poel 03.05.2018 2021
MucH BVBA vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 03.05.2018 2022

(*) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur

Aan de gewone algemene vergadering zal worden voorgesteld het mandaat van Philippe Delusinne, Christian Labeyrie en Pas De Mots SPRL, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt, te vernieuwen voor een periode van 4 jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024.

2.1 MANDATEN EN FUNCTIES VAN DE BEDRIJFSMANDATARISSEN

BESTUURDERS

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mandaten en functies van de twaalf bestuurders op datum van 31 december 2019.

Luc Bertrand Voorzitter van de raad van bestuur
Ackermans & van Haaren
Begijnenvest, 113
B- 2000 Antwerpen
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn
carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. Hij
werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het executief comité.
Lid van het benoemings- en
remuneratiecomité
Uitgeoefende mandaten
a- beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren
Voorzitter van de raad van bestuur van SIPEF
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van DEME
Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International
Voorzitter van de raad van bestuur van FinAx
Bestuurder van Baarbeek BV
Bestuurder van Bank J. Van Breda & C°
Voorzitter van Belfimas
Bestuurder van Delen Private Bank
Bestuurder van DEME Coordination Center
Bestuurder van JM Finn & Co (UK)
Voorzitter van Scaldis Invest
c- verenigingen:
Voorzitter van het Belgisch Instituut voor Bestuurders – Guberna (Trustees)
Voorzitter van de raad van bestuur van het Institut de Duve
Voorzitter van Middelheim Promotors
Bestuurder van Europalia
Erevoorzitter van de Cercle de Lorraine, Brussel
Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde
Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven
Zaakvoerder van het Museum Mayer van den Bergh
Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School
Voorzitter van het Advisory Board Deloitte NV

Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan het Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij geattacheerd advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.

Uitgeoefende mandaten a- beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Leasinvest Real Estate b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Baloise Verzekeringen Belgium Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Voorzitter van Brinvest Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van DEME Bestuurder van FinAx Bestuurder van GB-INNO-BM Bestuurder van Leasinvest-Immo-Lux Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van BPI Real Estate Luxemburg Bestuurder van MBG Bestuurder van BPC Bestuurder van CFE Contracting Bestuurder van Mobix Engema Bestuurder van CLE Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van Laere Bestuurder van Bio Cap Invest Bestuurder van HDP Charleroi c- verenigingen:

Lid van de raad van bestuur van SOS-Kinderdorpen België

Renaud Bentégeat

CFE Herrmann-Debrouxlaan, 42 B-1160 Brussel

Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A. in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC).

Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de dochterondernemingen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Van 2003 tot september 2018 was hij gedelegeerd bestuurder van CFE.

Renaud Bentégeat is Officier in de Leopoldsorde, Ridder van het Légion d'Honneur alsook Ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk).

Uitgeoefende mandaten:

Uitvoerend bestuurder

  • a- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van Bizerte CAP 3000 Bestuurder van BPI Real Estate Luxembourg Zaakvoerder van BPI Real Estate Poland Bestuurder van CFE Contracting & Engineering Lid van de raad van toezicht van CFE Polska Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port Voorzitter van Infra Asia Investment
  • c verenigingen:
  • Voorzitter van CCI France International Vicevoorzitter van CCI France-Belgique Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk

John-Eric Bertrand Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen Voorzitter van het auditcomité Bestuurder John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude), een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA aan het Insead (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren als Investment Manager in dienst trad, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het executief comité van AvH. Uitgeoefende mandaten: a- beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Sagar Cements b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Agidens Voorzitter van de raad van bestuur van Telemond Holding Voorzitter van de raad van bestuur van Baarbeek Immo Bestuurder van DEME Bestuurder van Sofinim Bestuurder van Manuchar Bestuurder van Axe Investments Bestuurder van Oriental Quarries & Mines Bestuurder van AvH Resources India Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Onco DNA Bestuurder van VMA Lid van het investeringscomité van Inventures Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Finasucre Lid van het Investeringscomité van Healthquad

c- verenigingen:

Bestuurder

Bestuurder van Belgian Finance Club

Jan Suykens

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.

Uitgeoefende mandaten:

  • a- beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van het executief comité van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C. Vicevoorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank Bestuurder van Anfima Bestuurder van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van Mediahuis Partners Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van DEME Bestuurder van Extensa Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van FinAx Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van Grossfeld PAP Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Leasinvest Immo Lux SICAV-FIX Bestuurder van Mediacore Bestuurder van Mediahuis Bestuurder van Mediahuis Partners Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Sofinim
  • c- verenigingen: Bestuurder van Antwerp Management School Bestuurder van De Vrienden van het Rubenshuis Lid van het Adviescomité van ING Antwerp Branch
Koen Janssen Bestuurder
Ackermans & van Haaren
Begijnenvest, 113
B- 2000 Antwerpen
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een
MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001,
een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren.
Uitgeoefende mandaten:
a- beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen
Bestuurder van DEME
Bestuurder van Dredging International
Bestuurder van NMC International
Bestuurder van Rent-A-Port
Bestuurder van Infra Asia Investment (IAI)
Bestuurder van RAP Green Energy
Bestuurder van Biolectric
Bestuurder van Green Offshore
Bestuurder van Sofinim Lux
Bestuurder van Sofinim
Bestuurder van Groep Terryn
Bestuurder van Otary RS
Bestuurder van Otary Bis
Bestuurder van Rentel
Bestuurder van SeaMade
c- verenigingen:
Bestuurder van Belgian Offshore Platform (BOP) vzw, vaste vertegenwoordiger van Green Offshore
Bestuurder van BVA (Belgian Venture Capital & Private Equity Association)
Philippe Delusinne Onafhankelijk bestuurder
RTL Belgium
Jacques Georginlaan 2
B-1030 Brussel
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van
een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard.
Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij
Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij
Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium.
Lid van het
benoemings- en remuneratiecomité
Uitgeoefende mandaten:
Lid van het auditcomité a- beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6
b- niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv
Gedelegeerd bestuurder van Radio H
Vaste vertegenwoordiger van CLT-UFA S.A.,
Gedelegeerd bestuurder van INADI SA, COBELFRA SA en NEW CONTACT
CEO van RTL Belux SA & Cie SECS
Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux SA
Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium
Voorzitter van New Contact
Bestuurder van CLT-UFA
Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse
Bestuurder van MaRadio.be SCRL
c- verenigingen:
Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique ASBL
Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg
Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw
Christian Labeyrie Bestuurder
VINCI
1, cours Ferdinand-de-Lesseps,
F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van
de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de
groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd
aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij
in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder in het Légion d'honneur en Ridder in de
Lid van het auditcomité Nationale Orde van Verdienste.
Uitgeoefende mandaten:
a– beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het executief comité van Groupe VINCI
b– niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van VINCI Deutschland
Bestuurder van Arcour
Bestuurder van het consortium Stade de France
Bestuurder van VFI
Bestuurder van SMABTP
Lid van de raad van bestuur van Linea Amarilla Sac (LAMSAC)
Voorzitter van ASF Holding
Voorzitter van Cofiroute Holding
Beheerder SCCV CESAIRE-LES GROUES
Beheerder SCCV HEBERT-LES GROUES
Vaste vertegenwoordiger van VINCI Innovation in de raad van bestuur van ASF
Ciska Servais BVBA Onafhankelijk bestuurder

Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem

Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries.

Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991).

Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op.

Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie

Uitgeoefende mandaten:

a– beursgenoteerde ondernemingen:

Onafhankelijk bestuurder van MONTEA Comm. VA

Voorzitter van het remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA

b– niet-beursgenoteerde ondernemingen:

Astrea BV CVBA SYMBIOSIS SON

Onafhankelijk bestuurder

Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt

Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke

Lid van het auditcomité

ANa haar studies toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen begon Leen Geirnaerdt haar beroepsloopbaan bij PricewaterhouseCoopers (PwC), waar ze zes jaar in de audit werkte. Vervolgens stapte ze over naar Solvus Resource Group, een Belgische beursgenoteerde onderneming, waar ze met name de functie van corporate controller waarnam. Na de overname van Solvus Resource Group door de Nederlandse beursgenoteerde onderneming USG People NV, werd Leen Geirnaerdt tot directeur van het Belgische Shared Services Center benoemd, voor ze in 2010 Chief Financial Officer in Nederland werd. Na de overname door de Japanse groep Recruit, werd ze in 2016 benoemd tot CFO op wereldniveau van Recruit Global Staffing.

Sinds mei 2019 is Leen Geirnaerdt CFO van bpost NV/SA.

Uitgeoefende mandaten:

  • a beursgenoteerde ondernemingen:
  • Bestuurder en voorzitter van het auditcomité van Wereldhave van 2016 tot juni 2019

Euro-Invest Management NV vertegenwoordigd door Martine Van den Poel

Molièrelaan 164 B-1050 Elsene

Voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité

Martine Van den Poel behaalde een licentie Politieke Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL), een Master in Public Administration aan de Kennedy School of Government, Harvard University (Cambridge, VS) en een Executive Master in Coaching and Consulting for Change aan het INSEAD (Fontainebleau, Frankrijk). Zij was onderzoeksmedewerker aan de Harvard Business School in 1978 en aan de Stanford Business School in 1985. Van 1995 tot 2003 was ze lid van het uitvoerend comité van INSEAD in haar functie van Director Executive Education en vervolgens geassocieerd Decaan voor externe betrekkingen op de campussen van Fontainebleau en Singapore. Bij INSEAD was ze van 2003 tot 2009 Coaching Director in verscheidene programma's voor voortgezet onderwijs en is ze thans Executive Coach voor INSEAD Executive Education. Zij oefent ook een privéactiviteit uit als Leadershipcoach voor verscheidene ondernemingen in Brussel en Parijs.

Ze is lid van Women on Boards (WOB), de Club L en de INSEAD Women in Business Club.

Uitgeoefende mandaten:

Onafhankelijk bestuurder

c– verenigingen

Lid van de raad van bestuur van Vocatio (Brussel)

MucH BVBA
Vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer
Onafhankelijk bestuurder
Jacques Pasturlaan 128
B-1180 Ukkel
Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur kernwetenschappen (UL, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs.
Ze begon haar loopbaan als IT-consultant bij Accenture, gevolgd door 7 jaar bij McKinsey in Brussel, waar zij als Associate
Principal grote telecom- en tv-operators, media- en hightechbedrijven overal ter wereld adviseerde. Vervolgens was zij
marketing director en lid van het directieteam van de mobiele telefonie-operator BASE, voor ze van 2014 tot 2018 de
Lid van het auditcomité functie van CEO opnam van EVS, waar ze de digitale transformatie van de onderneming leidde.
Muriel De Lathouwer is bestuurder van verscheidene internationale ondernemingen en is in het fonds W.I.N.G (Digital
Wallonia) actief als lid van het operating team en van het investeringscomité Deep Tech.
Uitgeoefende mandaten:
a– beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van de raad van bestuur, het remuneratiecomité en het auditcomité van Shurgard
b– niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van de raad van bestuur, vicevoorzitter van het remuneratiecomité en het governancecomité van de groep Olympia
Lid van de raad van bestuur en van het IT-comité van de bank CPH
Lid van de raad van bestuur van Amoobi
c– verenigingen:
Coderdojo Belgium

2.2 BEOORDELING VAN DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE BESTUURDERS

Acht van de twaalf leden van de raad van bestuur op 31 december 2019 kunnen niet als onafhankelijke bestuurders worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code.

Het betreft:

  • Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder van de vennootschap;
  • Renaud Bentégeat, uitvoerend bestuurder;
  • Luc Bertrand, Jan Suykens, Koen Janssen en John-Eric Bertrand, die de controleaandeelhouder, Ackermans & van Haaren, vertegenwoordigen;
  • Christian Labeyrie, die VINCI Construction vertegenwoordigt als aandeelhouder voor 12,11%;
  • Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais, die haar vierde opeenvolgende termijn begon als bestuurder van CFE.

Op 31 december 2019 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt, Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel en MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer.

Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2019 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.

2.3 SITUATIE VAN DE BEDRIJFSMANDATARISSEN

Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (ii), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.

2.4 BELANGENCONFLICT

2.4.1 GEDRAGSREGELS

Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet-uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.

Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat directe of indirecte belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.

De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belan-

genconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.

Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.

Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap direct of indirect een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

2.4.2 TOEPASSING VAN DE PROCEDURES

Bij weten van CFE heeft geen bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.

Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen met die van CFE.

2.5 BEOORDELING VAN DE RAAD VAN BESTUUR, VAN ZIJN COMITÉS EN VAN DE BESTUURDERS

2.5.1 BEOORDELINGSWIJZE

Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.

Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.

Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen. Hij beoordeelt ook of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.

De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.

De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij

eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.

2.5.2 BEOORDELING VAN DE PRESTATIES

De recentste formele beoordeling van de werking en prestaties van de raad van bestuur vond in het tweede semester van 2019 plaats. Deze beoordeling werd uitgevoerd met de steun van Guberna, het Belgische Instituut voor Bestuurders. De resultaten van de beoordeling werden in december 2019 aan de bestuurders voorgelegd.

2.6 LEEFTIJDSLIMIET

In 2019 bereikte Martine Van den Poel, die Euro-Invest Management NV vertegenwoordigt, de in het Corporate governance charter vastgelegde leeftijdslimiet.

In overeenstemming met de voorschriften van het charter heeft de raad van bestuur unaniem de gemotiveerde beslissing genomen om Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel, toe te staan haar lopende mandaat voort te zetten.

3. WERKING VAN DE RAAD VAN BESTUUR EN VAN ZIJN COMITÉS

3.1 DE RAAD VAN BESTUUR

ROL EN BEVOEGDHEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Rol van de raad van bestuur

De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.

De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.

De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en risicobeheer.

De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.

De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.

De raad van bestuur:

  • keurt het algemene kader van interne controle en risicobeheer goed en beoordeelt de toepassing ervan;
  • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de financiële staten te garanderen;
  • houdt toezicht op de prestaties van de commissaris;
  • onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurder;
  • waakt erover dat de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur op een efficiënte manier werken.

Bevoegdheden van de raad van bestuur

  • (i) Algemene bevoegdheden van de raad van bestuur Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap. Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
  • (ii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake kapitaalsverhoging (toegestaan kapitaal)

De algemene vergadering van aandeelhouders van 2 mei 2019 heeft de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximaal 5.000.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging en met name de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs. Deze toelating is verleend voor een periode van vijf jaar vanaf de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 2 mei 2019.

(iii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de verwerving van eigen aandelen

De algemene vergadering van aandeelhouders van 2 mei 2019 heeft de raad van bestuur van de vennootschap gemachtigd om (i) gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van de publicatie van de machtiging in het Belgisch Staatsblad het maximale aantal aandelen van de vennootschap te verwerven dat het Wetboek van Vennootschappen toestaat, door middel van aankoop of ruil, tegen een minimale prijs per aandeel die overeenkomt met de laagste slotkoers van de twintig (20) dagen voorafgaand aan de dag van de aankoop van de eigen aandelen verminderd met tien procent (10%) en tegen een maximale prijs per aandeel die overeenkomt met de hoogste slotkoers van de twintig (20) dagen voorafgaand aan de dag van de aankoop van de eigen aandelen vermeerderd met tien procent (10%) en (ii) de zo verworven aandelen af te staan, ofwel persoonlijk ofwel aan een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap optreedt, tegen (a) een volgens punt (i) hierboven bepaalde prijs of (b) wanneer de afstand plaatsvindt in het kader van een optieplan met aandelen van de vennootschap, tegen de uitoefenprijs van de opties. In dat laatste geval kan de raad van bestuur met de toestemming van de begunstigde de aandelen afstaan buiten de gereglementeerde markt.

(iv) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de uitgifte van obligaties.

Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn in het kader van het toegestane kapitaal.

WERKING VAN DE RAAD VAN BESTUUR

De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat zijn beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.

De vergaderingen van de raad van bestuur

De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist. In 2019 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is vijf keer samengekomen in 2019.

De raad van bestuur heeft meer bepaald:

  • de jaarrekening van het boekjaar 2018 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2019 goedgekeurd;
  • het budget voor 2019 en de actualisaties ervan onderzocht;
  • het budget voor 2020 onderzocht;
  • de aan het risicocomité voorgelegde dossiers en de evolutie van de veiligheidsindicatoren besproken;
  • de financiële toestand van CFE, de evolutie van de schuldenlast en de behoefte aan bedrijfskapitaal doorgelicht;
  • het strategische plan van de divisie Buildings & Infra van de cluster VMA bestudeerd;
  • de evolutie van het vastgoedbestand onderzocht en beslist tot de aankoop en verkoop van verscheidene vastgoedprojecten met een waarde van meer dan tien miljoen euro;
  • de oprichting goedgekeurd van de in de houtbouw in België en Luxemburg gespecialiseerde vennootschap Wood Shapers;
  • op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de bezoldigingsmodaliteiten en de premies voor de gedelegeerd bestuurder en de directeuren.

In de volgende tabel is vermeld hoe vaak elk van de bestuurders in het boekjaar 2019 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.

Bestuurders Aanwezigheid/
aantal vergaderingen
Luc Bertrand 5/5
Renaud Bentégeat 5/5
Piet Dejonghe 5/5
Jan Suykens 5/5
Koen Janssen 5/5
John-Eric Bertrand 5/5
Christian Labeyrie 4/5
Philippe Delusinne 4/5
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais 5/5
Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 4/5
Alain Bernard 2/2
Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door
Martine Van den Poel
5/5
MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 5/5

Besluitvorming binnen de raad van bestuur

Behoudens in gevallen van overmacht kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.

Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.

Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.

De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt. Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

CFE heeft in 2019 aan de gedelegeerd bestuurders geen vergoedingen toegekend in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven.

3.2 HET BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ

Op 31 december 2019 bestond het benoemings- en remuneratiecomité uit:

  • Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel, voorzitter (*)
  • Luc Bertrand
  • Philippe Delusinne (*)

(*) onafhankelijke bestuurders

In 2019 heeft dit comité driemaal vergaderd.

Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:

  • de vaste en variabele bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder;
  • de vaste en variabele bezoldiging van de directeuren;
  • het bezoldigingsjaarverslag;
  • de vergoedingen van de bestuurders;
  • de evolutie van het HR-management bij CFE, CFE Contracting en BPI;
  • het long term incentive plan bij BPI en CFE Contracting.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2019 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal vergaderingen
Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine
Van den Poel (*)
3/3
Luc Bertrand 3/3
Philippe Delusinne (*) 3/3
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) 1/1

(*) onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

3.3 HET AUDITCOMITÉ

Op 31 december 2019 bestond het auditcomité uit:

  • John-Eric Bertrand, voorzitter
  • Philippe Delusinne (*)
  • Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (*)
  • Christian Labeyrie
  • MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer (*)

(*) onafhankelijke bestuurders

De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.

John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij was sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is hij er lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.

Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.

Dit comité heeft in het boekjaar 2019 viermaal vergaderd.

Het comité heeft met name:

  • de jaarrekening van 2018 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2019 onderzocht;
  • de driemaandelijkse jaarrekening op eind maart en eind september 2019 onderzocht;
  • het ontwerp van begroting 2020 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad van bestuur;
  • de verslagen van de interne auditor onderzocht;
  • de resultaten van de belangrijkste projecten onderzocht;
  • de impact van de nieuwe IFRS-normen onderzocht;
  • de evolutie van de thesaurie van de groep en de behoefte aan werkkapitaal onderzocht;
  • de buitenbalanselementen van de groep en meer bepaald de bankgaranties onderzocht ;
  • de verslagen van de commissaris besproken.

Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2019 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal vergaderingen
John-Eric Bertrand 4/4
Philippe Delusinne (*) 4/4
Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (*) 3/4
MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer (*) 3/3
Christian Labeyrie 4/4
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) 1/1

(*) onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.

4. AANDEELHOUDERSCHAP

4.1 KAPITAAL EN STRUCTUUR VAN HET AANDEELHOUDERSCHAP

Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.

De aandelen blijven op naam totdat ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.

Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK NV) toevertrouwd.

De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van de vennootschap. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling. Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van de vennootschap die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door de vennootschap op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.

Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling. In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Deposito- en Consignatiekas gestort totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.

Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave. Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.

Op 31 december 2019 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:

Totaal 25.314.482
- gedematerialiseerde aandelen 6.644.727
- aandelen op naam 18.669.755

Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:

Ackermans & van Haaren NV

Begijnenvest, 113 B-2000 Antwerpen (België) 15.419.521 aandelen hetzij 60,91

VINCI Construction SAS

5, cours Ferdinand-de-Lesseps F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (Frankrijk) 3.066.460 aandelen hetzij 12,11%

In de loop van het boekjaar 2019 heeft de vennootschap geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.

4.2 EFFECTEN DIE BIJZONDERE CONTROLERECHTEN INHOUDEN

Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.

4.3 STEMRECHT

Het bezit van een aandeel van de vennootschap geeft recht op een stem in de algemene vergadering van de vennootschap en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.

Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.

4.4 UITOEFENING VAN DE RECHTEN VAN DE AANDEELHOUDERS

De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elk oproepingsbericht tot een algemene vergadering.

5. INTERNE CONTROLE

5.A. INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER

5.A.1. INLEIDING

5.A.1.1 Definitie - referentiesysteem

"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Hij draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap. Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:

  • • de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bijv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.) ;
  • • de betrouwbaarheid van financiële en niet-financiële informatie (bijv. opstellen van de financiële staten, van het jaarverslag, enz.) ;
  • • de naleving van de wetten, reglementen en andere teksten (bijv. de statuten, enz.)."

(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011 pagina 8).

Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.

5.A.1.2 Toepassingsdomein van de interne controle

De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.

Bij de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore was in 2019 de respectieve raad van bestuur verantwoordelijk voor de interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.

5.A.2. ORGANISATIE VAN DE INTERNE CONTROLE

De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra, Contracting en Vastgoedontwikkeling.

De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:

  • de strikte naleving van de gemeenschappelijke regels van de groep inzake verbintenissen, risiconeming, afsluiting van bestellingen en mededeling van financiële, boekhoudkundige en beleidsinformatie;
  • de transparantie en loyaliteit van de verantwoordelijken ten aanzien van hun hiërarchie op operationeel niveau en ten aanzien van de functionele diensten;

  • de naleving van de wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief is, ongeacht de materie;

  • de verantwoordelijkheid van de operationele leidinggevenden om de handelingsprincipes van de groep mee te delen aan hun medewerkers;
  • veiligheid van personen (medewerkers, dienstverleners, onderaannemers);
  • het nastreven van financieel rendement.

De interne controle is als volgt verdeeld:

  • op het niveau van CFE NV dat naast haar rol als holding de volgende activiteiten groepeert: i) gebouwen internationaal (met uitzondering van Polen, Luxemburg en Tunesië), ii) niet-maritieme burgerlijke engineering in België en iii) PPS-Concessies (rubriek 5 A 2.1);
  • op het niveau van DEME NV, dat toezicht houdt op de activiteiten Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra (rubriek 5 A.2.2);
  • op het niveau van CFE Contracting NV, dat toezicht houdt op de activiteiten Contracting (rubriek 5 A 2.3);
  • op het niveau van BPI Real Estate Belgium SA (BPI), dat de activiteiten Vastgoedontwikkeling beheert (rubriek 5 A.2.4).

5.A.2.1 CFE NV

a. Holding

De betrokkenen bij de interne controle

  • De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan belast met de controle van het management door de directie, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. Hij beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden van de groep. De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.
  • De gedelegeerd bestuurder die het dagelijkse beheer van de vennootschap verzekert, heeft tot taak de door de raad van bestuur bepaalde strategie van de groep uit te voeren.
  • • De financiële directie, met een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep, heeft onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurder. Zij is eveneens verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen. Ze is met name verantwoordelijk voor:
  • de opstelling, de validatie en de analyse van de geconsolideerde halfjaar- en jaarrekeningen van de groep en de prognosegegevens (consolidatie van de budgetten en van de budgetbijsturingen);
  • de definitie en de naleving van de boekhoudkundige procedures binnen de groep en de toepassing van de IFRS-normen;
  • de boekhoudkundige verwerking van complexe operaties en hun validatie door de commissaris.

• De commissaris deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.

Procedures voor de opvolging van de activiteiten

De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.

Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.

De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.

De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:

  • het initiële budget, voorgesteld in november van het jaar n-1;
  • de eerste budgetbijsturing, voorgesteld in april van het jaar n;
  • de tweede budgetbijsturing die wordt voorgesteld in juli/ augustus van het jaar n;
  • de derde budgetbijsturing, voorgesteld in oktober van het jaar n.

Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur Finance & Controlling van CFE, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van de betrokken dochteronderneming, haar operationeel en haar financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:

  • het zakenvolume van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek;
  • de laatste meegedeelde financiële staten (balans en resultaatrekening);
  • het voorlopige resultaat van het profit center en het detail van de marges per project;
  • de analyse van de grote balanstotalen;
  • de analyse van de lopende risico's, met meer bepaald een voorstelling van de geschillen;
  • de staat van de verstrekte garanties;
  • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen;
  • de thesaurie en haar toekomstige evolutie over twaalf maanden.

Voor de dochterondernemingen DEME, Rent-A-Port en Green Offshore wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.

b. Niet-overgedragen activiteiten

De gedelegeerd bestuurder en de uitvoerend bestuurder zijn belast met de follow-up en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.

Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.

5.A.2.2 DEME

CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:

  • Op het niveau van de raad van bestuur. Hij bestaat uit zeven bestuurders (zes zijn ook bestuurders van CFE). De raad van bestuur controleert het beheer van het management, keurt de halfjaar- en jaarrekeningen goed en geeft, onder andere, zijn goedkeuring voor de strategie en het investeringsbeleid van DEME. De raad van bestuur heeft in 2019 achtmaal vergaderd;
  • Op het niveau van het technisch comité. Het bestaat uit de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME en één bestuurder van CFE. Dit comité houdt toezicht op de belangrijkste werven en op de lopende geschillen. Het is ook belast met de voorbereiding van de investeringsdossiers;
  • Op het niveau van het risicocomité, dat onder zijn leden een vertegenwoordiger van CFE telt, samen met de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME. Het risicocomité analyseert en geeft zijn goedkeuring voor alle bindende offertes van alle EPC en Design & Build contracten en voor alle andere type contracten indien het bedrag hoger is dan 100 miljoen euro voor baggerwerken of 50 miljoen euro voor niet-baggerwerken;
  • Op het niveau van het auditcomité, dat onder zijn leden drie vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur en de Director Finance & Controlling van CFE). Het auditcomité inspecteert, bij elke kwartaalafsluiting, de financiële staten van DEME, de evolutie van de resultaten van de verschillende projecten en de bijwerking van de budgetten. Het kan ook worden bijeengeroepen om specifieke financiële punten te behandelen. In 2019 heeft het vijf maal vergaderd;
  • Ten slotte, op het niveau van het steering committee, dat in 2018 door de raad van bestuur van DEME werd opgericht. Het heeft tot taak de invoering van de complianceprocedures te volgen en toe te zien op hun strikte toepassing in de groep. Dit comité is samengesteld uit vier leden, onder wie de voorzitter van de raad van bestuur van CFE en van DEME en twee bestuurders van CFE.

Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, haar COO en haar CFO en executief comité met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur

In deze context heeft DEME meerdere initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken. Meer bepaald:

  • de meerderheid van de DEME filialen gebruiken hetzelfde ERP systeem, Microsoft Dynamics. Dit systeem wordt centraal aangestuurd en gedefinieerd voor alle master data en voor de ingebouwde controles zodat data op een uniforme wijze doorheen de groep verwerkt wordt. Op vlak van digitalisering gaat DEME steeds verder met automatische dataherkenning en e-invoicing;
  • het rapporteringssysteem, een op maat uitgewerkte multidimensionele database is volledig geïntegreerd met de transactionele systemen en wordt op near real-time gevoed met nieuwe data. Ook de geconsolideerde cijfers en de managementrapportering zijn hierin automatisch gekoppeld wat zorgt voor 'one version of the truth'. Uniforme rapportering is een prioriteit voor DEME;
  • de kredietconventies voor de bankgaranties en kredieten werden geharmoniseerd;

  • het departement 'Opportunity en Risk Management' (ORM) heeft haar visie en missie verfijnd om te voldoen aan de aangepaste noden vanuit offerte-aanvragen tot en met de finale oplevering van projecten. Deze zijn gecentreerd rond drie kernpunten, namelijk:

  • • Een pro-actieve detectie van opportuniteiten en risico's;
  • • Een doorgedreven focus op opportuniteiten en actie management;
  • • Transparant en tijdig delen van de opgebouwde ORM ervaring & kennis doorheen alle betrokken afdelingen en fases van offertes en projecten. De kwaliteitsbeheersing van de interactieve ORM dashboards zijn verder vervolmaakt met als doel om enerzijds de controle met betrekking tot de correcte en tijdige toepassing doorheen het proces te vereenvoudigen en te versterken.
  • Anderzijds om de ORM inzichten, analyses en evoluties op een eenvoudige wijze beschikbaar te stellen opdat toekomstige onzekerheden met een hoge(re) mate van zekerheid kunnen voorzien worden.
  • Deze vernieuwde ORM aanpak draagt dagelijks bij aan het verstevigen van de ORM verankering in alle activiteitslijnen van DEME;
  • met de hulp van een externe consultant werden nieuwe systemen voor het thesauriebeheer geselecteerd. De implementatie hiervan is gestart in 2019 met het oog op een verdere verbetering van de efficiëntie van het gecentraliseerde thesauriedepartement, dat de betalingsstromen in alle landen waar DEME actief is beter zal controleren;
  • DEME voert een duidelijk beleid met als doel om al haar activiteiten op integere wijze uit te voeren en geen enkele vorm van corruptie te tolereren. Naast een ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig programma voor corporate compliance ingevoerd dat onder meer een uitgewerkt anti-corruptiebeleid omvat. Dit anti-corruptiebeleid is een integraal onderdeel van het jaarlijkse bewustmakingsprogramma voor alle werknemers. In 2019 werden de procedures om dit beleid uit te voeren verder uitgewerkt en verder geoptimaliseerd. Met name is een screenings, rapporteringsen blokkeringsmechanisme uitgewerkt voor 'material third parties'. Vanaf begin 2020 zal vanuit treasury een payment factory worden geïmplementeerd en gaandeweg voor de ganse groep worden uitgerold waardoor de betalingen van de verschillende entiteiten waar technisch/wettelijk mogelijk via één kanaal (SWIFT) zullen verlopen. Dit maximaliseert de controle op uitgaande betalingen. Alvorens de betalingen via SWIFT naar de verschillende banken worden verstuurd, zal een nieuwe sanction screening tool elk betaalbestand screenen zodat betalingen aan gesanctioneerde begunstigden worden vermeden;
  • in de loop van het jaar 2019 heeft DEME een Intern Audit departement opgericht, deze 3elijnsdefensie zal de 2elijnsdefensie controleren. Indien er geen 2elijnsdefensie voorhanden is, zal het de 1elijnsdefensie auditen. Onafhankelijkheid wordt bewaard doordat Interne Audit rechtstreeks rapporteert aan het auditcomité.

5.A.2.3 CFE Contracting a. De betrokkenen bij de interne controle

1. De raad van bestuur

De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders (de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO en voorzitter van het executief comité van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder). De raad van bestuur controleert

het executief comité, stelt de semesterrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.

2. Executief comité

Het executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie. Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is op 31 december 2019 samengesteld uit de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur Human Resources van CFE Contracting, de algemeen directeur van de clusters Multitechnieken (VMA) en Rail & Utilities (MOBIX), de gedelegeerd bestuurder van BPC en Thiran en de CEO van de groep Van Laere, die ook uitvoerend voorzitter van MBG is.

3. Het risicocomité

De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of rail & utilities moeten door het risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt. Het risicocomité is samengesteld uit:

  • de gedelegeerd bestuurder van CFE;
  • de CEO van CFE Contracting;
  • de voorzitter van het risicocomité van CFE Contracting;
  • het lid van het executief comité dat belast is met de opvolging van de betrokken dochtervennootschap;
  • de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit;
  • de financieel en administratief directeur van CFE;
  • een bestuurder die de controlerende aandeelhouder vertegenwoordigt.

4. Interne audit

De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het management voor een betere beheersing van de risico's.

De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het uitvoerend comité van CFE Contracting bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. In 2019 verifieerde de interne audit de effectieve toepassing van de principes voor een goed beheer van de projecten en de risicobeoordeling bij de aanvaarding van bestellingen. Het onderzoek van de naleving van de sociale wetgeving werd eveneens voortgezet.

De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het auditcomité van CFE en de leden van het uitvoerend comité van CFE Contracting (om met deze laatste de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).

De interne audit is ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de cartografie van de risico's.

b. Acties voor de verbetering van de interne controle

In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:

  • de update van het corporate governance charter en de handleiding voor interne procedures, met name door de oprichting van een Selectiecomité voor PPP-projecten;
  • de definitie door het uitvoerend comité van CFE Contracting van verscheidene verplicht toe te passen principes voor het goede beheer van projecten;
  • de versterking van de functionele band tussen de directeur Human Resources van CFE Contracting en de HR-verantwoordelijken van de filialen;
  • de versterking van de functionele band tussen de administratief en financieel directeur van CFE en de financiële directeuren van de dochterondernemingen.

c. Organisatie van de interne controle op het niveau van de divisie Bouw

De belangrijkste dochterondernemingen van de divisie bouw (MBG, BPC, Van Laere, CFE Polska en CLE) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van CFE Contracting en de financieel en administratief directeur van CFE, en de gedelegeerd bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken onderneming.

Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.

d. Organisatie van de interne controle op het niveau van de clusters Multitechnieken en Rail & Utilities

De interne controle gebeurt door per cluster (de cluster VMA, die de activiteiten Multitechnieken verzamelt, en de cluster MOBIX, die de activiteiten van Rail & Utilities verzamelt) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de twee clusters, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een bestuurder van CFE.

5.A.2.4 BPI

a. De betrokkenen bij de interne controlee

De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit zes bestuurders onder wie de gedelegeerd bestuurder van BPI (de CEO), drie bestuurders van CFE (onder wie de gedelegeerd bestuurder van CFE), een externe bestuurder en de financieel en administratief directeur van CFE (die ook Head of Finance van BPI is).

De raad van bestuur heeft een strategisch en investe-

ringscomité opgericht. Het strategisch en investeringscomité is bevoegd voor de analyse en goedkeuring van alle vastgoedinvesteringen van BPI met een (beneficial) waarde van minder dan 10 miljoen. Dit comité bestaat uit vier bestuurders van BPI – onder wie ten minste de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van BPI en de financieel en administratief directeur van CFE – de Head of Legal, de Head(s) of Development en de betrokken Country Manager(s). De Finance Director van BPI en de opsteller van het investeringsdossier worden ambtshalve uitgenodigd om de vergaderingen van het

strategisch en investeringscomité bij te wonen. De CEO kan bovendien alle personen uitnodigen die hij nuttig acht.

Het strategisch en investeringscomité is niet bevoegd om de vennootschap te vertegenwoordigen en sluit de bevoegdheid van de raad van bestuur niet uit. De raad van bestuur kan te allen tijde elk investerings- of desinvesteringsproject voor om het even welk bedrag in overweging nemen en in voorkomend geval beslissingen nemen in de plaats van het strategisch en investeringscomité. Alleen de raad van bestuur is trouwens bevoegd om – op basis van een gunstig advies van de raad van bestuur van CFE – goedkeuring te geven voor (i) investeringen met een (beneficial) waarde van meer dan 10 miljoen euro, (ii) het aangaan van een partnerschap met betrekking tot een project met een (beneficial) waarde van meer dan 10 miljoen euro, en (iii) de start van de bouw en/of commercialisering van een vastgoedproject.

Om hem bij te staan bij zijn taak, wordt de CEO van BPI omringd door een uitvoerend comité.

Het executief comité is samengesteld uit de CEO, de Head of Finance, de Head of Legal, de Head of HR, de Heads of Development, de Country Managers van Luxemburg en Polen, de Finance Director en de Technisch Directeur. De CEO kan ook elke persoon die hij wenst uitnodigen om deel te nemen aan het uitvoerend comité. Het uitvoerend comité focust op de werking en uitvoering van de strategie van BPI en haar dochterondernemingen.

5.B. RISICOFACTOREN

5.B.1 OPERATIONELE RISICO'S 5.B.1.1 De uitvoering van projecten

Het hoofdkenmerk van de sector baggerwerken en contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.

De risicofactoren betreffen dus:

  • het bepalen van de prijs van het te bouwen voorwerp en, in geval van een afwijking tussen de berekende prijs en de reële kostprijs als gevolg van variaties van de in de offerte voorziene eenheidsprijzen en/of hoeveelheden;
  • de mogelijkheid (of onmogelijkheid) om zich in te dekken tegen ontstane meerkosten en prijsverhogingen
  • het ontwerp, indien de aannemer daarvoor instaat;
  • de eigenlijke bouwactiviteit;
  • de beheersing van de kostprijscomponenten;
  • de vertragingen, verschillende interne en externe factoren die de datum van de oplevering kunnen beïnvloeden;
  • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, uitvoeringstermijn) en de directe en indirecte gevolgen die daaraan verbonden zijn;
  • de garantieverplichtingen (tien jaar garantie, onderhoud);
  • de inachtneming van verplichtingen inzake sociaal recht alsook veiligheid.

5.B.1.2 Pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra

De activiteit van de pool wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.

DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken en de offshore werken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerken als in infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.

DEME profileert zich eveneens als een toonaangevende speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:

  • als algemeen aannemer gespecialiseerd in de bouw en het onderhoud van offshore windparken, die in staat is zijn klanten een globale oplossing te aan te bieden;
  • als concessiehouder, via minderheidsparticipaties in concessies.

DEME heeft daarnaast haar aanbod van diensten ontwikkeld in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.

DEME is ook actief in het milieudomein met DEC/Ecoterres. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.

In 2015 heeft DEME een nieuwe divisie opgericht met twee dochterondernemingen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. De vorming van deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde. Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.

Operationele risico's van baggerwerken en offshorewerken

DEME wordt tijdens de uitvoering van haar projecten voor baggerwerken, de plaatsing van windturbines en onderzeese kabels en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:

  • het bepalen van de aard en de samenstelling van de bodem;
  • de klimaats- en weersomstandigheden, met inbegrip van extreme klimaatgebeurtenissen (stormen, tsunami's, aardschokken enz.);
  • de slijtage van het materieel;
  • technische incidenten en pannes die de prestaties van de schepen kunnen beïnvloeden;
  • het falen van onderaannemers of leveranciers, in het bijzonder in het kader van EPCI-contracten;
  • de conceptie en de engineering van het project;
  • de evolutie van het reglementaire kader in de loop van het contract tot en met de betrekkingen met de onderaannemers, leveranciers en partners.

Operationele risico's van de ontwikkeling van concessies

Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies meer bepaald voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • de onstabiliteit van het reglementaire kader;
  • de technologische evoluties;
  • het vermogen om deze grootschalige projecten te financieren.

Operationele risico's van investeringen in de vloot

De activiteiten van DEME zijn voornamelijk maritiem en worden gekenmerkt door hun kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • technisch ontwerp van de investering (type baggerschip, capaciteit, vermogen...) en beheersing van nieuwe technologieën;
  • tijdsverschil tussen de investeringsbeslissing en de uitbating van het schip en het inschatten van de toekomstige markt;
  • beheersing van de uitvoering door de scheepswerf van de investering (kosten, prestaties, conformiteit...);
  • bezettingsgraad van de vloot en de planning van de activiteiten;
  • financiering.

DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.1.3 Contracting

De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities.

De divisie Bouw, actief in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen, is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.

De multitechnische activiteiten zijn voornamelijk in België geconcentreerd, met de cluster VMA. De cluster VMA legt zich toe op tertiaire elektriciteit, HVAC (heating, ventilation en air conditioning), elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, automatisering in de auto-, farmaceutische en agrovoedingsindustrie, geautomatiseerd beheer van technische installaties van gebouwen, elektromechanica voor weg- en spoorweginfrastructuren en onderhoud op lange termijn van technische installaties.

De activiteiten Rail & Utilities wordt gerealiseerd door de cluster MOBIX. Ze omvatten spoorwegwerken (installatie van sporen, bovenleidingen en signalisatie), transport van energie en openbare verlichting in België.

CFE Contracting beschikt sedert 2013 over een cartografie van de risico's, die om de twee jaar wordt bijgewerkt. De evaluatie gebeurt volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het risico zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een voorstelling per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de follow-up van de aan zijn activiteit verbonden risico's.

Het programma van de interne audits wordt op basis van deze cartografie gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.

De belangrijkste risico's die in de update van 2019 werden geïdentificeerd, waren:

  • het gebrek aan efficiëntie in de samenwerking tussen klanten, algemene aannemers en onderaannemers (beschikbaarheid van plannen, goedkeuring van wijzigingen,…);
  • de beschikbaarheid van kaderpersoneel, namelijk projectleiders en werfleiders;
  • de risico's verbonden aan onderaanneming (naleving van de planning, kwaliteit, naleving van de sociale wetgeving);
  • het risico van ongevallen, dat een prioriteit blijft voor de dochterondernemingen van Contracting.

De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.

5.B.1.4 Vastgoedontwikkeling

BPI, de leidende vennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.

De vastgoedactiviteit is direct of indirect afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, ...) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, ...) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.

De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.

Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sector gebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:

  • keuze van de investeringen in grondbezit;
  • definiëring en haalbaarheid van het project;
  • verkrijging van diverse toelatingen en vergunningen;
  • beheersing van bouwkosten;
  • verkoop.

5.B.2 DE CONJUNCTUUR

De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.

Bijvoorbeeld:

  • de activiteit baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde is gevoelig voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de overheden met betrekking tot grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. Een vertraging van de groei op een of meer markten waar DEME actief is, kan een negatieve invloed hebben op haar activiteitsniveau en haar resultaten;
  • de bouwactiviteit of de vastgoedontwikkelingsactiviteit volgt voor het gedeelte kantoorgebouwen de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de woningbouwactiviteit meer rechtstreeks reageert op de conjunctuur, het consumenten vertrouwen en het renteniveau.

5.B.3 KADERLEDEN EN WERKNEMERS

CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.

Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden

5.B.4 MARKTRISICO'S

5.B.4.1 Rente

CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.

5.B.4.2 Wisselkoers

Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.

5.B.4.3 Krediet

Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.

Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.

De verschillende polen van CFE zijn niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld.

5.B.4.4 Liquiditeit

Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vier soorten:

  • een obligatielening van 30 miljoen euro, uitgegeven door BPI (vervalt in 2022);
  • bilaterale kredietlijnen op middellange termijn bij CFE, DEME en BPI;
  • leningen of leasingcontracten van het type 'project finance' die DEME gebruikt om bepaalde van zijn schepen te financieren en die BPI gebruikt voor de financiering van haar vastgoedprojecten;
  • bankleningen of treasury notes om de behoeften aan

liquide middelen op korte en middellange termijn te dekken.

CFE komt op 31 december 2019 al haar financiële convenanten na. Dit geldt eveneens voor DEME, CFE Contracting en BPI.

5.B.5 RISICO VAN DE PRIJZEN VAN GRONDSTOFFEN, MATERIALEN EN ONDERAANNEMERS

CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen, materialen en prestaties van onderaannemers. Dergelijke stijgingen kunnen een nadelige weerslag hebben op de rentabiliteit van de projecten. Er wordt ook aan herinnerd dat DEME specifieke indekkingen neemt voor de prijzen van gasolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.

5.B.6 AFHANKELIJKHEID VAN OPDRACHTGEVERS OF LEVERANCIERS

Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.

5.B.7 MILIEURISICO'S

Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt.

CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.

Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:

  • een verstoring van de flora en/of fauna of een ongewilde lozing kunnen nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de zeer strenge preventiemaatregelen die de vennootschap in de uitvoering van baggerwerken toepast;
  • de dochtervennootschappen van DEME die inzake milieu actief zijn, worden door hun aard geconfronteerd met de sanering van sterk vervuilde bodems waarvan men voor de start van het contract de omvang en de precieze samenstelling niet altijd gemakkelijk kan bepalen. Bovendien impliceren de innoverende technieken die DEME voor de bodemsanering toepast door hun aard een bepaald risicograad.

De eerbied voor het milieu is een van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.

5.B.8 JURIDISCHE RISICO'S

Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten de entiteiten van de groep rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften

gelinkt aan de plaats van uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.

De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.

DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.

5.B.9 POLITIEK RISICO

DEME is blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.

Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.

DEME heeft een entreprise security officer aangeworven om:

  • de potentiële bedreigingen voor de veiligheid van het personeel en het materieel regelmatig bij te werken;
  • te helpen bij de uitvoering van de veiligheidsprocedures;
  • toe te zien op de naleving ervan;
  • desgevallend noodsituaties te coördineren.

5.B.10 RISICO'S VAN DE BESCHERMING VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM EN DE KNOWHOW

DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.

Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.

5.B.11 RISICO'S VAN SPECIAL PURPOSE COMPANIES

Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.

5.B.12 RISICO'S VERBONDEN AAN DE BREXIT

De Brexit zal een invloed hebben op de relatie van DEME met haar cliënten, leveranciers en medewerkers. Daarnaast zullen de veranderingen de volgende operationele

afdelingen beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. Een evaluatie van de impact van de Brexit op de activiteiten van DEME – met name het Moray East project – werd uitgevoerd op basis van een scenario zonder akkoord ("no deal").Hoewel geen enkel materieel risico geïdentificeerd kon worden, werd een strategie tot afdekking van de risico's voorzien om de impact van de Brexit te beperken.

5.B.13 COVID-19

Om de gezondheid van iedereen te vrijwaren, heeft het management van de verschillende divisies de nodige maatregelen genomen als reactie op de Covid-19-pandemie waaronder in het bijzonder de tijdelijke stopzetting van vele bouwwerven, reisbeperkingen, telewerk, het strikt naleven van de regels inzake 'social distancing' en het houden van vergaderingen op afstand. De groep doet er alles aan om de schadelijke gevolgen van de pandemie te beperken, maar het is duidelijk dat de negatieve impact op de activiteit, cashflow en resultaten aanzienlijk zal zijn als gevolg van:

  • de sluiting van vele bouwwerven ten gevolge van de afzonderings- en quarantainemaatregelen die zijn opgelegd in verschillende landen;
  • het productiviteitsverlies op de bouwwerven die niet worden stilgelegd als gevolg van de moeilijkheden bij het mobiliseren van de noodzakelijke arbeidskrachten en de grote verstoringen in de toeleveringsketen ('supply chain');
  • de vertragingen bij het opstarten van nieuwe bouwplaatsen en het behalen van nieuwe opdrachten;
  • de vertraging of zelfs tijdelijke stopzetting van de verkoop van onroerend goed.

Op datum van dit verslag is het niet mogelijk om de impact van deze pandemie op de jaarrekening 2020 in te schatten. Er dient echter te worden opgemerkt dat de groep CFE over aanzienlijke liquide middelen en bevestigde en ongebruikte kredietlijnen beschikt, waardoor zij een tijdelijke vermindering van haar kasstromen zou moeten kunnen opvangen.

6. BEOORDELING VAN DE DOOR DE ONDERNEMING GENOMEN MAATREGELEN IN HET KADER VAN DE RICHTLIJN M.B.T. HANDEL MET VOORKENNIS EN MANIPULATIE VAN CONTRACTEN

Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er is een compliance officer (MSQ BVBA, met Fabien De Jonge als vaste vertegenwoordiger) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.

7. TRANSACTIES EN ANDERE CONTRACTRELATIES TUSSEN DE ONDERNEMING, INCLUSIEF DE VERBONDEN VENNOOTSCHAPPEN, EN DE BESTUURDERS EN EXECUTIVE MANAGERS

Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

8. BIJSTANDSOVEREENKOMST

Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2019 bedragen respectievelijk 663.000 en 1.215.000 euro.

9. CONTROLE OP DE VENNOOTSCHAP

De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek.

De bezoldiging voor het mandaat bij CFE NV werd vastgesteld op 125.000 euro voor het boekjaar 2019.

De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor bijzondere opdrachten uitgevoerd door audit, bedragen 19.000 euro.

Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.

Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.

De bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2019) bedraagt:

(duizend euro) Deloitte Overige
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen,
certificatie, onderzoek van de
individuele en geconsolideerde rekeningen
1.920,9 78,78% 756,2 22,85%
Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 96,5 3,96% 3,9 0,12%
Subtotaal audit 2.017,4 82,74% 760,1 22,97%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 158,1 6,48% 1.348,9 40,77%
Overige 262,8 10,78% 1.199,3 36,26%
Subtotaal andere 420,9 17,26% 2.548,2 77,03%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 2.438,3 100% 3.308,3 100%

C. BEZOLDIGINGSVERSLAG

Dit bezoldigingsverslag werd opgesteld door het benoemings- en remuneratiecomité en goedgekeurd door de raad van bestuur van 24/02/2020.

Dit verslag is opgesteld in overeenstemming met de wet van 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur en het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (artikel 3:6 §3), met inachtneming van de transparantie tegenover de beleggers en de beste marktpraktijken.

Afhankelijk van de toepassing in België van de Shareholder Rights Directive II (Richtlijn (EU) 2017/828 van 17 mei 2017) zal het benoemings- en remuneratiecomité in voorkomend geval de raad van bestuur voorstellen om het bezoldigingsbeleid en het verslag voor 2020 te herzien. Er zal ook rekening worden gehouden met de Belgische Corporate Governance Code 2020.

1. STRUCTUUR VAN DIT BEZOLDIGINGSVERSLAG

De Groep CFE (CFE NV) wordt geleid door Piet Dejonghe, de enige gedelegeerd bestuurder. Hij verzorgt het dagelijkse beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van CFE NV.

In overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bevat dit bezoldigingsverslag de wettelijke informatie over het bezoldigingsbeleid voor de leden van de raad van bestuur van de groep en voor de gedelegeerd bestuurder van de groep, samen met informatie over de uitvoering van dit beleid in 2019.

Aangezien de gedelegeerd bestuurder van CFE NV en een uitvoerend bestuurder van CFE NV verscheidene bezoldigde mandaten uitoefenen in dochterondernemingen van de groep, bevat dit verslag bovendien informatie over het bezoldigingsbeleid dat in de verschillende dochterondernemingen van de groep wordt toegepast. Dit geeft een beeld van de bezoldigingspraktijken in de dochterondernemingen, ook al nemen deze bestuurders niet deel aan de bestaande STI-plannen van de dochterondernemingen die in dit verslag worden vermeld.

  1. BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

2.1. BEZOLDIGINGSBELEID VOOR DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

De bezoldigingen van de leden van de raad van bestuur omvatten een vast jaarlijks bedrag en een vergoeding voor hun deelname aan de comités. Deze kunnen variëren naargelang de specificiteit van hun mandaten.

De bestuurders ontvangen eveneens een zitpenning per vergadering, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur, die uitsluitend een vaste jaarlijkse bezoldiging ontvangt. De jaarlijkse bezoldigingen worden berekend pro rata het aantal als actief lid van de raad van bestuur tijdens het kalenderjaar gepresteerde maanden.

De bezoldiging van de bestuurders is als volgt verdeeld:

Jaarlijkse vergoedingen (€)
Voorzitter van de raad van bestuur 100.000
Bestuurders 20.000
Zitpenningen raad van bestuur
Voorzitter van de raad geen zitpenningen
(inbegrepen in de
jaarlijkse vergoedingen)
Bestuurders € 2000 per vergadering
Auditcomité
Voorzitter van het comité € 2000 per vergadering
Leden van het comité € 1000 per vergadering
Benoemings- en remuneratiecomité
Voorzitter van het comité € 2000 per vergadering
Leden van het comité € 1000 per vergadering

Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die de uitoefening van hun mandaat met zich kan brengen, volgens door de door de raad van bestuur bepaalde voorwaarden.

De gewone algemene vergadering van 2 mei 2019 heeft de bezoldigingen van de bestuurders goedgekeurd. Aan de algemene vergadering van 7 mei 2020 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.

De uitvoerend bestuurders zijn actief in de dochterondernemingen, waar zij CFE vertegenwoordigen. In die hoedanigheid ontvangen zij jaarlijkse vaste bezoldigingen van deze dochterondernemingen, waarvan het bedrag wordt bepaald door de raad van bestuur van de betrokken dochteronderneming op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. Dit bedrag is afhankelijk van hun actieve deelname in deze dochterondernemingen en van hun groei. Op die manier is hun bezoldiging in lijn met de belangen op lange termijn van de aandeelhouders van deze dochterondernemingen en van de Groep CFE.

2.2. BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR IN 2019

De onderstaande tabel toont het bedrag van de voordelen die in 2019 direct of indirect werden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten in de groep.

Bezoldiging als lid van een comité
Vaste bezoldiging Zitpenningen raad van
bestuur
Auditcomité Benoemings- en
remuneratiecomité
Totaal
Luc Bertrand 100.000 3.000 103.000
Philippe DELUSINNE 20.000 8.000 4.000 3.000 35.000
Renaud BENTÉGEAT 20.000 10.000 30.000
Christian LABEYRIE 20.000 8.000 4.000 32.000
Piet Dejonghe, Gedelegeerd Bestuurder 20.000 10.000 30.000
Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais 20.000 10.000 1.000 2.000 33.000
Koen JANSSEN 20.000 10.000 30.000
Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 20.000 8.000 3.000 31.000
Jan SUYKENS 20.000 10.000 30.000
John-Eric BERTRAND 20.000 10.000 8.000 38.000
Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel 20.000 10.000 5.000 35.000
MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 20.000 10.000 3.000 33.000
Alain BERNARD 6.685 4.000 10.685
Totaal 326.685 108.000 23.000 13.000 470.685
  • De bedragen die werden toegekend aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de bestuurders die de aandeelhouder Ackermans & van Haaren vertegenwoordigen, worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.
  • John-Eric Bertrand ontving, naast de bezoldigingen voor zijn bestuursmandaat (€ 30.000) en zijn mandaat als voorzitter van het auditcomité (€ 8.000) een bedrag van € 115.000 voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene ondernemingen van de Groep CFE, meer bepaald

Druart, VMA en VMA Nizet. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.

• Koen Janssen ontving, naast de bezoldiging voor zijn bestuursmandaat (€ 30.000), een bedrag van € 15.000 voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene dochterondernemingen van de Groep CFE, in de groep Terryn. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.

Het bedrag van de jaarlijkse bezoldiging van Renaud Bentégeat (uitvoerend bestuurder), ontvangen voor zijn mandaten in dochterondernemingen van de groep, werd bepaald op basis van zijn actieve deelname aan de raad van bestuur van de dochterondernemingen DEME, Rent-A-Port en BPI, en afhankelijk van de groei van deze ondernemingen. De activiteiten voor deze ondernemingen worden uitgevoerd door de vennootschap Renaud Bentégeat Conseil SAS, vertegenwoordigd door de heer Renaud Bentégeat, die een dienstenovereenkomst heeft afgesloten met CFE NV die op 29 februari 2020 afloopt. In dit kader ontving hij in 2019 het bedrag van € 1 miljoen.

De jaarlijkse bezoldigingen van Piet Dejonghe (gedelegeerd bestuurder) worden in de volgende rubriek gepreciseerd.

Er bestaat geen enkele overeenkomst met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder die een vertrekvergoeding voorziet.

Aangezien geen enkele bestuurder een variabele bezoldiging ontvangt, is geen recht tot terugvordering van de toegekende variabele bezoldiging ten gunste van de vennootschap van toepassing.

3. BEZOLDIGING VAN DE GEDELEGEERD BESTUURDER

3.1 BEZOLDIGINGSBELEID VOOR DE GEDELEGEERD BESTUURDER

Het dagelijks beheer van CFE NV wordt verzorgd door een gedelegeerd bestuurder (CEO), namelijk Piet Dejonghe.

Piet Dejonghe ontvangt een vaste bezoldiging voor zijn bestuursmandaat, naast de bezoldigingen die hem worden toegekend in het kader van de uitoefening van bestuursmandaten in verscheidene dochterondernemingen van de groep, namelijk CFE Contracting NV, MBG, BPC, Van Laere en Mobix ENGEMA.

De vergoedingen die in het kader van de uitoefening van bestuursmandaten in deze dochterondernemingen worden toegekend, worden bepaald door de raad van bestuur van deze dochterondernemingen op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. Dit bedrag is afhankelijk van de actieve deelname van Piet Dejonghe in deze dochterondernemingen en van hun groei. Op die manier is de bezoldiging van Piet Dejonghe in lijn met de belangen op lange termijn van de aandeelhouders van deze dochterondernemingen en van de Groep CFE.

De raad van bestuur onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurder, onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene aandeelhoudersvergadering toegekende bevoegdheden.

Deze bezoldigingen worden door Piet Dejonghe volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.

De gedelegeerd bestuurder ontvangt geen jaarlijkse variabele bezoldiging. Hij ontvangt evenmin een variabele bezoldiging op lange termijn.

Tot slot ontvangt de gedelegeerd bestuurder geen andere voordelen in natura zoals pensioenplannen, verzekeringen en bedrijfswagens.

3.2 BEZOLDIGING VAN DE GEDELEGEERD BESTUURDER IN 2019

Bezoldiging CEO 8%
Vaste bezoldiging: 8% 30.000€
Vergoedingen in dochterondernemingen: 92% 345.000€
Totaal 375.000€ 92%

In 2019 bedroeg de bezoldiging van Piet Dejonghe voor het mandaat van gedelegeerd bestuurder van CFE NV € 30.000 (vaste bezoldiging).

De bezoldiging van Piet Dejonghe voor zijn verschillende bestuursmandaten in dochterondernemingen van de groep bedroeg € 345.000 (vergoedingen), als volgt verdeeld:

CFE Contracting 75.000€
BPC 75.000€
MBG 75.000€
VAN LAERE 75.000€
Mobix ENGEMA 45.000€

CFE NV heeft in 2019 aan Piet Dejonghe geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

3.3 VERTREKVERGOEDING

Het mandaat van de gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe is geen voorwerp van een schriftelijke overeenkomst, zodat geen specifieke vertrekvergoeding voorzien is.

Indien een overeenkomst een vertrekvergoeding zou voorzien, zou ze aan de wettelijke beperkingen onderhevig zijn. Ze zou meer bepaald, als de vertrekvergoeding meer dan 12 maanden bezoldiging zou bedragen, worden afgesloten onder de opschortende voorwaarde van haar goedkeuring door de algemene vergadering. Indien de vertrekvergoeding hoger zou zijn dan 18 maanden bezoldiging, zou de algemene vergadering ze slechts kunnen goedkeuren op basis van een conform en gemotiveerd advies van het remuneratiecomité.

3.4 RECHT TOT TERUGVORDERING VAN DE VARIABELE BEZOLDIGING

Aangezien de gedelegeerd bestuurder geen variabele bezoldiging ontvangt, is geen recht tot terugvordering van de toegekende variabele bezoldiging ten gunste van de vennootschap van toepassing.

4. BEZOLDIGING VAN DE UITVOEREND MANAGERS VAN DE DOCHTERONDERNEMINGEN VAN DE GROEP CFE

4.1 ACHTERGROND

Deze rubriek bevat aanvullende informatie over het bezoldigingsbeleid in de dochterondernemingen van de Groep CFE.

Deze informatie wordt voorgesteld bovenop de eisen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, dat immers enkel publicatie verplicht van het bezoldigingsbeleid en zijn toepassing in het jaar 2019 voor de bestuurders, de personen belast met het dagelijks bestuur en in voorkomend geval de leden van de directie- en toezichtsraden of andere leiders van de beursgenoteerde vennootschap, in dit geval de bestuurders van CFE NV en de gedelegeerd bestuurder van CFE NV, Piet Dejonghe.

Aangezien Piet Dejonghe en Renaud Bentégeat verscheidene bezoldigde mandaten uitoefenen in dochterondernemingen van groep, en de groep een coherent en op waardecreatie op korte en lange termijn gericht bezoldigingsbeleid hanteert, wenst CFE een beeld te geven van de bezoldigingspraktijken in deze dochterondernemingen en van de globale bezoldigingsbedragen van haar directies, ook al is deze publicatie niet verplicht.

De Groep CFE ziet erop toe dat haar verschillende dochterondernemingen een gezond bezoldigingsbeleid hanteren, in lijn met de waarden die CFE uitdraagt.

Om de nadruk te leggen op de waardecreatie op korte en lange termijn, opteert CFE voor een bezoldiging die gebaseerd is op de individuele prestaties en op de prestaties van de onderneming. Dit verzekert een goed evenwicht tussen enerzijds de strategie op lange termijn en anderzijds de jaarlijkse prestatiedoelstellingen, die gebaseerd zijn op de behoeften en de uitdagingen die wij in de sector ontmoeten.

De leiding van de verschillende dochterondernemingen van de Groep CFE ziet er als volgt uit:

  • De activiteit van DEME wordt geleid door een executief comité, samengesteld uit een CEO, Luc Vandebulcke, en vier andere leden, Philip Hermans, Eric Tancré, Els Verbraecken, en Hugo Bouvy.
  • De pool Contracting (CFE Contracting) wordt geleid door een executief comité, samengesteld uit een CEO, Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en vijf andere leden: Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, MSQ BVBA, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Yves Weyts, Almacon BVBA, vertegenwoordigd door Manu Coppens en Valérie Van Brabant.
  • De activiteit vastgoedontwikkeling (BPI) staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.

In het kader van deze rubriek worden de CEO's, de leden van de executieve comités en de gedelegeerd bestuurders

van de voornoemde dochterondernemingen "uitvoerend managers" van de dochterondernemingen van de Groep CFE genoemd.

De uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE nemen niet deel aan de leiding van CFE NV.

4.2 COMPONENTEN VAN DE BEZOLDIGING VAN DE UITVOEREND MANAGERS VAN DE DOCH-TERONDERNEMINGEN VAN DE GROEP

De uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE zijn het voorwerp van een bezoldigingsbeleid dat gebaseerd is op zowel de individuele als de collectieve prestaties op korte en lange termijn. Het beleid bevordert het engagement van de uitvoerend managers en versterkt de cohesie in de Groep CFE.

Deze structuur wordt als volgt beschreven:

Fixed Compensation Variable Compensation
Annual Base Pension &
Benefits
Short Term
Incentive
Stock Options
Performan
ce Period
1 year 5-8 years
Perfor
mance
Measures
- Financial
profitability
- Safety
performance
- Qualitative
performance
Creation of
Shareholder
Value
Uitvoerende leden
Fixed rem: 40%
Variable rem: 56%
Other benefits: 4%
56% 40%
4%

Het bezoldigingsbeleid werd in 2019 niet gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en remuneratiecomité onderzocht. Na een uitwisseling van informatie en standpunten, met meer bepaald het onderzoek van de prestaties voor de variabele bezoldiging, heeft het benoemings- en remuneratiecomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.

BASE SALARY

Het basis jaarsalaris vormt de vaste bezoldiging en is gebaseerd op een schema dat wordt gedefinieerd door de bestaande loonstructuur in de Groep CFE. Er bestaat een beoordelingsmarge volgens de ervaring, de functie, de schaarste van de technische competenties, de prestaties enz.

SHORT-TERM INCENTIVES (STI)

De variabele bezoldiging op korte termijn van de uitvoerende leden van de dochterondernemingen wordt bepaald op basis van individuele en collectieve prestaties.

Doelstellingen Principes
Financiële rentabiliteit EBITDA/EBIT/Nettoresultaat tegenover
omzet/eigen vermogen alsook
schuldgraad
Veiligheid Kwantitatief en kwalitatief criterium,
elk voor 50%
Kwalitatieve prestatie De realisatie van een aantal vooraf
overeengekomen meer kwalitatieve
operationele doelstellingen

De Groep CFE verzekert zich ervan dat de variabele bezoldiging van de uitvoerende leden van de dochterondernemingen van de groep voldoet aan de bovenstaande doelstellingen en principes en dat de variabele bezoldiging bijgevolg nooit gewaarborgd is. De variabele bezoldiging kan nul zijn indien de prestaties niet voldoen.

STOCK OPTION PLAN

De raad van bestuur van de Groep CFE heeft in 2016 op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité een optieplan op het niveau van CFE Contracting ingevoerd. De vijf begunstigden hebben het voorstel aanvaard en de opties hebben een duur van 5 tot 7 jaar.

De raad van bestuur van de Groep CFE heeft in 2017 op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité een optieplan voor 2 begunstigden ingevoerd op het niveau van BPI Real Estate. De opties hebben een duur van 8 jaar. In 2019 werd voorgesteld om dit plan uit te breiden naar een derde begunstigde, die dit aanbod op 12 februari 2020 heeft aanvaard.

PENSIOENEN EN ANDERE VOORDELEN

De uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE met het statuut van bediende genieten andere voordelen, zoals pensioenplannen, verzekeringen en bedrijfswagens.

BEDRAGEN VAN DE BEZOLDIGINGEN VAN DE UITVOEREND MANAGERS IN 2019

In 2019 waren de bedragen van de bezoldigingen en ander voordelen die de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE direct of indirect ontvingen als volgt (globaal uitgedrukte bedragen):

Uitvoerend managers CFE
Vaste bezoldiging 3.788.486€
Variabele bezoldiging op korte termijn 5.394.458€
Andere voordelen 378.796€

4.3 VERTREKVERGOEDING

Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 op de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE, heeft de gewone algemene vergadering van 2 mei 2019 de volgende tekst goedgekeurd:

  • 1 De wet op de arbeidsovereenkomsten zal van toepassing zijn op de personen met het statuut "loontrekkende" en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht. Voor de loontrekkende leden van de directie van CFE zal in het geval van een verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behalve voor ernstige fout) de opzeggingstermijn of het bedrag van de opzeggingsvergoeding worden bepaald in overeenstemming met de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (B.S. 22 augustus 1978).
    1. Voor de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE met een dienstenovereenkomst worden de vergoedingen voor de beëindiging van het contract goedgekeurd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. In het geval van een verbreking van het dienstencontract door de contracterende onderneming van de groep CFE (behalve voor wegens ernstige fout) zal de opzeggingstermijn of de opzeggingsvergoeding als volgt worden berekend:
Naam Duur van de
opzeggingstermijn
Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost
Almacon BVBA, vertegenwoordigd door M. Coppens
6 maanden
8822 BVBA, vertegenwoordigd door Y. Weyts,
Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door F. Claes,
Artist Valley NV, vertegenwoordigd door J. Lefèvre,
MSQ BVBA, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge
12 maanden

4.4 TERUGVORDERINGSMECHANISMEN

De overeenkomsten van de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE voorzien een recht tot terugvordering ten gunste van de vennootschap van een op basis van onjuiste financiële gegevens toegekende variabele bezoldiging.

D. RAPPORT OVER DE NIET FINANCIËLE INDICATOREN VAN DE GROEP CFE

Dit rapport is bijgevoegd op bladzijde 169 van het jaarverslag

E. VERZEKERINGSBELEID

CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in.

F. BIJZONDERE VERSLAGEN

In het boekjaar 2019 werd geen bijzonder verslag opgesteld.

G. OPENBAAR OVERNAMEBOD

Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:

  • i) de raad van bestuur gemachtigd is om het maatschappelijk kapitaal te verhogen met maximaal € 5.000.000, overwegende dat deze machtiging in toepassing van artikel 607 van het Wetboek van Vennootschappen, in het geval van een openbaar overnamebod, beperkt is;
  • ii) de raad van bestuur gemachtigd is om maximum 20% eigen aandelen van de vennootschap te verwerven.

H. OVERNAMES EN DESINVESTERINGEN

Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar 2019 geen participaties genomen of afgestaan.

De overnamen en afstanden van de dochterondernemingen van CFE worden in het financieel verslag gedetailleerd besproken.

I. OPRICHTING EN VEREFFENING VAN BIJKANTOREN

Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht en heeft haar bijkantoor in Sri Lanka vereffend.

J. GEBEURTENISSEN NA AFSLUITING VAN HET BOEKJAAR

Zoals beschreven in sectie 5.B.13, zal de COVID-19-pandemie een negatieve invloed hebben op de activiteit, cashflow en resultaten van de groep CFE in 2020. Op datum van dit rapport is het echter niet mogelijk om de impact hiervan in te schatten.

K. ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van polymetaalknollen in zee.

L. INFORMATIE OVER DE TRENDS

Gelet op de Covid-19 pandemie, verwacht CFE een daling van haar omzet, kasstromen en resultaten in 2020. Op dit ogenblik kan CFE de financiële impact op de rekeningen van de Groep nog niet becijferen. CFE zal de impact meedelen zodra het mogelijk is om deze te berekenen.

M. BIJEENROEPING VAN DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN 7 MEI 2020

Belangrijke voorafgaande mededeling aan de aandeelhouders en obligatiehouders

Gezien de ontwikkeling van de COVID-19 pandemie en de daaraan gekoppelde overheidsmaatregelen ziet de vennootschap zich genoodzaakt een aantal maatregelen te nemen in het kader van de jaarvergadering van 7 mei a.s teneinde de gezondheid van de aandeelhouders, obligatiehouders, bestuurders en medewerkers maximaal te waarborgen.

De raad van bestuur beveelt de aandeelhouders en obligatiehouders ten stelligste aan de jaarvergadering van 7 mei niet persoonlijk bij te wonen. Alle aandeelhouders zullen in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de vergadering op afstand te stemmen of een volmacht met steminstructies te geven aan de secretaris van de vergadering, volgens de regels die in deze oproeping zijn uiteengezet.

De vennootschap zal aandeelhouders, obligatiehouders, en volmachthouders enkel toegang kunnen verlenen tot de jaarvergadering indien dit in overeenstemming is met de dan geldende overheidsmaatregelen, algemene aanbe- velingen van overheidsinstanties en -instellingen en over het algemeen indien dit verantwoord is vanuit gezondheids- en veiligheidsoverwegingen.

De vennootschap volgt de gebeurtenissen en de overheidsmaatregelen, inclusief die m.b.t. de organisatie van algemene vergaderingen, op de voet op en zal de aandeelhouders en obligatiehouders informeren, door middel van een persbericht en op haar website, over eventuele bijkomende maatregelen en richtlijnen met betrekking tot (de datum, het bijwonen en de organisatie van) de jaarvergadering.

De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op donderdag 7 mei 2020 om 15.00 uur.

A. AGENDA:

1. Beheerverslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019

2. Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019

3. Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening per 31 december 2019 en winstbestemming

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening per 31 december 2019 met inbegrip van de voorgestelde bestemming van het resultaat, waarbij geen dividend wordt uitgekeerd.

4. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.

5. Bezoldiging

5.1. Goedkeuring van het remuneratieverslag

5.2. Jaarlijkse bezoldigingen bestuurders en commissaris Voorstel tot besluiten:

Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2020, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.

Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter, van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.

Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 127.000 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat. Deze remuneratie wordt jaarlijks geïndexeerd.

6. Kwijting aan de bestuurders

Voorstel tot besluit:

Verlening van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.

7. Kwijting aan de commissaris

Voorstel tot besluit:

Verlening van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.

8. Benoemingen

8.1. Het mandaat van bestuurder van Pas De Mots BV, vertegenwoordigd door mevrouw Leen Geirnaerdt, vervalt op de gewone algemene vergadering van 7 mei 2020.

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van Pas De Mots BV, vertegenwoordigd door mevrouw Leen Geirnaerdt, voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024. Pas De Mots BV en mevrouw Leen Geirnaerdt beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 3.5 van de Belgisch Corporate Governance Code 2020.

8.2. Het mandaat van bestuurder van de heer Christian Labeyrie vervalt op de gewone algemene vergadering van 7 mei 2020.

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Christian Labeyrie voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024. De heer Christian Labeyrie beantwoordt niet aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 3.5 ter van de Belgisch Corporate Governance Code 2020.

8.3. Het mandaat van bestuurder van de heer Philippe Delusinne vervalt op de gewone algemene vergadering van 7 mei 2020.

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Philippe Delusinne voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024. Vanaf 6 mei 2021 zal de heer Philippe Delusinne niet meer beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 3.5 van de Belgisch Corporate Governance Code 2020.

8.4. Wijziging commissarisvertegenwoordiger.

De vaste vertegenwoordiger van de commissaris, de burgerlijke vennootschap die de rechtsvorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft aangenomen Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA, met maatschappelijke zetel te Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1J, B-1930 Zaventem, zal voortaan Rik Neckebroeck zijn in plaats van Michel Denayer en Rik Neckebroeck. Deze beslissing zal ingaan vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2020 en is van toepassing voor de resterende duur van het commissarismandaat, zijnde tot het boekjaar afsluitend op 31 december 2021.

B. FORMALITEITEN VOOR TOELATING TOT DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING

1. Aandeelhouders die persoonlijk wensen deel te nemen

Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14de dag vóór de gewone algemene vergadering, zijnde 23 april 2020 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.

  • Voor de houders van aandelen op naam blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving in het register van de aandelen op naam van CFE op deze datum. Bovendien moet elke aandeelhouder uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, verplicht het formulier "Intentie tot deelneming aan de algemene vergadering", beschikbaar op de website www. cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
  • Voor de houders van gedematerialiseerde aandelen blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van de vereffeninginstelling op de Registratiedatum. Bovendien dient elke aandeelhouder uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, zijn deelname te bevestigen aan zijn bank, met vermelding van het aantal aandelen waarmee de aandeelhouder aan de vergadering wenst deel te nemen.

2. Aandeelhouders die zich willen laten vertegenwoordigen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, het getekend volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe. be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].

Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekend origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren of, voor het geval de algemene vergadering niet fysiek zou plaatsvinden, uiterlijk op 30 april 2020 per post opsturen naar de vennootschap.

3. Aandeelhouders die per brief wensen te stemmen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.

4. Aandeelhouders die nieuwe onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda

Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijk kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.

Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten: uiterlijk op 15 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, een schriftelijk verzoek opsturen naar de vennootschap, hetzij per post ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected]; - bewijzen dat ze op de datum van hun aanvraag alleen of samen minstens 3 % van het maatschappelijk kapitaal bezitten en hun aanvraag vergezellen hetzij van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen op naam in het register van de aandelen op naam dat ze vooraf aan de vennootschap hebben gevraagd, hetzij van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffend aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven; - bij hun aanvraag de tekst van de te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen, of de tekst van de voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst moeten worden, voegen.

In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 22 april 2020 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.

De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 22 april 2020 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuw volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.

5. Aandeelhouders die vragen wensen te stellen

Elke aandeelhouder heeft het recht om vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris met betrekking tot hun verslag of tot de agendapunten van de gewone algemene

vergadering, voor zover de mededeling van gegevens of feiten niet van dien aard is dat zij nadelig zou zijn voor de zakelijke belangen van de vennootschap of voor de vertrouwelijkheid waartoe de vennootschap, haar bestuurders of de commissaris zich hebben verbonden. Gelet op de onzekerheid over het al dan niet plaatsvinden van een fysieke algemene vergadering, is het de aandeelhouders ten zeerste aanbevolen om hun eventuele vragen uitsluitend schriftelijk te stellen.

De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 1 mei 2020, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Onder voorbehoud van hetgeen voorafgaat zullen enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), op de vergadering beantwoord worden.

6. Recht van de obligatiehouders om de algemene vergadering bij te wonen

Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.

7. Terbeschikkingstelling van documenten

Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].

8. Website

Alle relevante informatie met betrekking tot de gewone algemene vergadering van 7 mei 2020 is beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.

CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2018 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

INHOUDSOPGAVE

DEFINITIES 099
GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN 100
VOORNAAMSTE FINANCIËLE STATEN 100
Geconsolideerde resultatenrekening 100
Geconsolideerde staat van het globaal resultaat 100
Geconsolideerd overzicht van de financiële positie 101
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 102
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen 103
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING 104
1. ALGEMENE PRINCIPES 107
2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES 108
3. CONSOLIDATIEMETHODEN 121
Consolidatiekring 121
Transacties binnen de groep 121
Omrekening van de jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen en
vestigingen 121
Transacties in vreemde valuta 121
4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE 121
Operationele segmenten 121
Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat 122
Omzet 123
Opsplitsing van de omzet van DEME 123
Opsplitsing omzet van de Pool Contracting 123
Orderboek 123
Geconsolideerd overzicht van de financiële positie 124
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 126
Overige informatie 126
Geografische informatie 127
5. OVERNAMES EN VERKOPEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN 127
6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE
OPERATIONELE KOSTEN
128
7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN 128
8. FINANCIEEL RESULTAAT 129
9. MINDERHEIDSBELANGEN 129
10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT 130
Opgenomen in het globaal resultaat 130
Afstemming van het effectief belastingtarief 130
Geboekte latente belastingen 131
Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde
belastingvordering geboekt is 131
Uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) rechtstreeks verwerkt in het
eigen vermogen
131
11. RESULTAAT PER AANDEEL 131
12. IMMATERIELE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL 132
13. GOODWILL 133
14. MATERIËLE VASTE ACTIVA 135
15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES
Wijzigingen van de periode
136
136
Financiële informatie betreffende geassocieerde deelnemingen en
partnerschappen
137
16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA 139
17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN 139
18. VOORRADEN 140
19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT
OPERATIONELE ACTIVITEITEN
140
20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN 140
21. KAPITAALSUBSIDIES 140
22. PERSONEELSVOORDELEN 141
23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN
PERSONEELSVOORDELEN
145
24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN 145
25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD 146
26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE
RISICO'S
148
27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN 155
28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN 155
29. GESCHILLEN 155
30. VERBONDEN PARTIJEN 155
31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN 157
32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM 157
33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE 158
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING
VAN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV OVER HET BOEKJAAR
AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019 - GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING
162
STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN 166
STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN WINST-EN
VERLIESREKENING (BEGAAP)
166
ANALYSE VAN DE FINANCIËLE SITUATIE EN VAN HET GLOBALE
RESULTAAT
167

DEFINITIES

Behoefte aan werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele
activiteiten + andere vlottende activa + vaste activa aangehouden voor
verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden en andere
schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen –
andere kortlopende verplichtingen
Vastgoedbestand Eigen vermogen pool Vastgoedontwikkeling + Netto financiële schuld pool
Vastgoedontwikkeling
Netto financiële schuld (NFS) Langlopende en kortlopende obligatieleningen + Langlopende en
kortlopende financiële schulden - Geldmiddelen en kasequivalenten
Resultaat van de operationele activiteiten Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen
+ bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten,
afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill
Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde
deelnemingen en joint-ventures
EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en
waardeverminderingen + andere niet-kaselementen
Rendement op eigen vermogen (ROE) Nettoresultaat toerekenbaar aan de groep / eigen vermogen toerekenbaar
aan de groep
Orderboek De te realiseren omzet voor de projecten waarvan het contract ondertekend
is en in werking is getreden (met name na het verkrijgen van het
aanvangsbevel of de opheffing van de opschortende voorwaarden) en
waarvoor de projectfinanciering rond is.

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN VOORNAAMSTE FINANCIËLE STATEN

GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichting 2019 2018
Omzet 4 3.624.722 3.640.627
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 6 81.042 123.018
Aankopen (2.120.359) (2.147.130)
Bezoldigingen en sociale lasten 7 (653.870) (633.090)
Overige exploitatiekosten 6 (469.248) (497.748)
Afschrijvingskosten 12-14 (318.672) (272.602)
Resultaat van de operationele activiteiten 143.615 213.075
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 15 34.092 14.169
Bedrijfsresultaat 177.707 227.244
Bruto financieringskosten 8 (2.602) (8.433)
Overige financiële lasten en opbrengsten 8 (5.120) (55)
Financieel resultaat (7.722) (8.488)
Resultaat vóór belastingen 169.985 218.756
Winstbelastingen 10 (38.619) (49.549)
Resultaat van de periode 131.366 169.207
Minderheidsbelangen 9 2.058 2.323
Resultaat – Toerekenbaar aan de groep 133.424 171.530
Nettoresultaat toerekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 11 5,27 6,78

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichting 2019 2018
Resultaat – Toerekenbaar aan de groep 133.424 171.530
Resultaat van de periode 131.366 169.207
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde (36.479) (5.498)
Omrekeningsverschillen 1.153 621
Uitgestelde belastingen 10 2.772 775
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat (32.554) (4.102)
Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie- en premieregelingen 22 (15.444) (1.063)
Uitgestelde belastingen 10 3.606 726
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat (11.838) (337)
Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden (44.392) (4.439)
Globaal resultaat: 86.974 164.768
Toerekenbaar aan de groep 89.231 167.279
Toerekenbaar aan de minderheidsbelangen (2.257) (2.511)
Globaal resultaat (toerekenbaar aan de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 11 3,53 6,61

Geconsolideerd overzicht van de financiële positie

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichting 2019 2018
Immateriële vaste activa 12 90.261 89.588
Goodwill 13 177.127 177.127
Materiële vaste activa 14 2.615.164 2.390.236
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 167.653 155.792
Overige financiële vaste activa 16 83.913 171.687
Langlopende afgeleide instrumenten 26 0 9
Overige vaste activa 16.630 5.501
Uitgestelde belastingvorderingen 10 100.420 99.909
Totaal vaste activa 3.251.168 3.089.849
Voorraden 18 162.612 128.889
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 19 996.436 1.261.298
Overige vlottende activa uit operationele activiteiten 19 72.681 67.561
Overige vlottende activa buiten operationele activiteiten 19 6.267 12.733
Kortlopende afgeleide instrumenten 26 751 275
Activa aangehouden met het oog op verkoop 5 10.511 0
Geldmiddelen en kasequivalenten 20 612.206 388.346
Totaal vlottende activa 1.861.464 1.859.102
Totaal van de activa 5.112.632 4.948.951
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 995.786 923.768
Toegezegde doelpensioenplannen en bijdragepensioenplannen (37.089) (25.521)
Afdekkingsreserves (40.892) (7.153)
Omrekeningsverschillen (10.440) (11.554)
Eigen vermogen – Toerekenbaar aan de groep CFE 1.748.703 1.720.878
Minderheidsbelangen 11.607 13.973
Eigen vermogen 1.760.310 1.734.851
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 22 70.269 57.553
Voorzieningen langlopende 23 12.414 35.172
Overige langlopende verplichtingen 10.651 5.725
Obligatieleningen - langlopend 25 29.689 29.584
Financiële schulden - langlopend 25 1.110.212 656.788
Afgeleide instrumenten - langlopend 26 8.986 9.354
Uitgestelde belastingverplichtingen 10 104.907 119.386
Totaal langlopende verplichtingen 1.347.128 913.562
Voorzieningen voor courante risico's 23 46.223 65.505
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 19 1.221.466 1.410.944
Fiscale schulden 44.078 44.543
Obligatieleningen - kortlopend 25 0 200.221
Financiële schulden - kortlopend 25 270.366 150.075
Afgeleide instrumenten - kortlopend 26 9.356 10.990
Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten 19 155.601 201.609
Overige kortlopende verplichtingen buiten operationele activiteiten 19 258.104 216.651
Totaal kortlopende verplichtingen 2.005.194 2.300.538
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 5.112.632 4.948.951

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Boekjaar afgesloten op 31 december
Toelichting
(duizend euro)
December
2019
December
2018
Operationele activiteiten
Resultaat van de operationele activiteiten 143.615 213.075
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 318.672 272.602
Toevoeging aan de voorzieningen (30.587) 1.265
Waardevermindering op activa en overige niet-kaselementen 19.524 1.018
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa (6.100) (7.530)
Dividenden uit geassocieerde deelnemingen partnerschappen 8.140 4.935
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal 453.264 485.365
Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen 238.441 (349.838)
Afname/(toename) van voorraden (37.020) 6.142
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden (166.619) 141.189
Betaalde /ontvangen winstbelastingen (44.109) (58.375)
Kasstromen uit operationele activiteiten 443.957 224.483
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 13.834 15.833
Aankoop van vaste activa (451.258) (453.475)
Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen 0 (35)
Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures (8.321) 70.049
Kapitaalsverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast
15
(16.355) (8.660)
Verkoop van dochterondernemingen 0 1.202
(Nieuwe verstrekte leningen) / terugbetaling van verstrekte leningen 71.659 (41.066)
Kasstromen uit investeringsactiviteiten (390.441) (416.152)
Financieringsactiviteiten
Betaalde intresten (24.529) (22.583)
Ontvangen intresten 14.280 13.697
Overige financiële lasten en opbrengsten (6.635) (2.734)
Leningen
25.3
709.361 422.808
Terugbetaling van schulden
25.3
(462.303) (294.122)
Uitgekeerde dividenden (60.755) (60.755)
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten 169.419 56.311
Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen 222.935 (135.358)
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar
20
388.346 523.018
Wisselkoerseffecten 925 686
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar
20
612.206 388.346

De overnames en afstotingen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten die niet onder bedrijfscombinaties vallen (pool Vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.

GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN

VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019

(duizend euro) Kapi
taal
Uitgifte
premies
Inge
houden
winsten
Toegezegde
doelpensi
oenplan
nen en
bijdrage
pensioen
plannen
Afdek
kingsre
serves
Omrekenings
verschillen
Eigen
vermogen
–Toereken
baar aan
de groep
Minder
heidsbe
langen
Totaal
December 2018 41.330 800.008 923.768 (25.521) (7.153) (11.554) 1.720.878 13.973 1.734.851
Herwerking IFRS 16 0 0
December 2018 (*) 41.330 800.008 923.768 (25.521) (7.153) (11.554) 1.720.878 13.973 1.734.851
Totaal resultaat voor de periode 133.424 (11.568) (33.739) 1.114 89.231 (2.257) 86.974
Dividenden aan aandeelhouders (60.755) (60.755) (60.755)
Dividenden van
minderheidsbelangen
(920) (920)
Wijziging consolidatiekring en
andere wijzigingen
(651) (651) 811 160
December 2019 41.330 800.008 995.786 (37.089) (40.892) (10.440) 1.748.703 11.607 1.760.310

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijzigingen van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van de standaard IFRS 16 Leaseovereenkomsten, wij verwijzen naar toelichting 2.1.

De veranderingen in de reële waarde van de pensioentoezeggingen met vaste prestaties of vaste bijdragen en de veranderingen met betrekking tot de afgeleide instrumenten worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen "22. Personeelsbeloningen" en "15. Geassocieerde deelnemingen".

VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2018

(duizend euro) Kapi
taal
Uitgifte
premies
Inge
houden
winsten
Toegezegde
doelpensi
oenenplan
nen
Afdek
kingsre
serves
Omrekenings
verschillen
Eigen
vermogen
–Toereken
baar aan
de groep
Minder
heidsbe
langen
Totaal
December 2017 41.330 800.008 812.993 (25.268) (2.457) (12.252) 1.614.354 14.421 1.628.775
Totaal resultaat voor de periode 171.530 (253) (4.696) 698 167.279 (2.511) 164.768
Dividenden aan aandeelhouders (60.755) (60.755) (60.755)
Dividenden van
minderheidsbelangen
(365) (365)
Wijziging consolidatiekring en
andere wijzigingen
2.428 2.428
December 2018 41.330 800.008 923.768 (25.521) (7.153) (11.554) 1.720.878 13.973 1.734.851

KAPITAAL EN RESERVES

Het kapitaal op 31 december 2019 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.

In de veranderende context van de Covid-19-pandemie, heeft de raad van bestuur beslist om de algemene vergadering voor te stellen geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2019. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2019.

Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2018 bedroeg 2,40 euro bruto per aandeel.

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING

VOORAF

De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor de publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 26 maart 2020.

De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.

VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2019 EN 2018 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE

TRANSACTIES IN 2019

1. Pool baggerwerken, milieu, offshore en infra – "DEME"

In de loop van 2019 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Bonny River Shipping SA;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap DEME Offshore US INC;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap DEME Offshore US LLC;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap DEME Offshore BE NV;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Criver Shipping SA.

De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.

Daarnaast verwierf de groep DEME in 2019:

  • 50% van de aandelen van de vennootschap DBM-BONTRUP BV;
  • 49,99% van de aandelen van de vennootschap CSBC DEME Wind Engineering co. Ltd;
  • 50% van de aandelen van de vennootschap BNS JV Ltd;
  • 60% van de aandelen van de vennootschap Consortium Antwerp Port (Oman) NV;
  • 50% van de aandelen van de vennootschap Consortium Antwerp Port Industrial Port Land NV;
  • 48,90% van de aandelen van de vennootschap DIAP Thailand Co Ltd;
  • 30% van de aandelen van de vennootschap Port of DUQM Company SAOC;
  • 34,90% van de aandelen van de vennootschap DUQM Industrial Land Company LLC.

De bovengenoemde verworven entiteiten werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

In 2019 verkocht DEME alle aandelen die zij in de volgende entiteiten hield:

• 51,10% van de vennootschap B-WIND Polska Sp. z o.o.;

  • 51,10% van de vennootschap C-WIND Polska Sp. z o.o.;
  • 50% van de vennootschap Earth Moving Al DUQM LLC;
  • 37,45% van de vennootschap Hithermoor Soil Treatments Ltd;
  • 25,50% van de vennootschap Renewable Energy Base Ostend NV.

Deze vennootschappen werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode tot hun respectieve datum van verkoop.

DEME heeft ook haar participatie in de volgende entiteiten vereffend:

  • 100% van de vennootschap MDCC NV.
  • 100% van de vennootschap Baggerwerken Decloedt & Zoon Espana SA;
  • 100% van de vennootschap Offshore Manpower Supply Panama SA;
  • 100% van de vennootschap Offshore Manpower Singapore PTE Ltd.

Deze vennootschappen werden volgens de integrale methode geconsolideerd tot hun respectieve vereffeningsdatum.

DEME heeft haar participatie in de vennootschap Dredging International India PVT Ltd verhoogd van 99,78% naar 99,97%, en in de vennnootschap International Seaport Dredging PVT Ltd van 86% naar 89,61%. Deze vennootschappen blijven geconsolideerd volgens de integrale methode.

DEME heeft ook haar participatie in de vennootschap West Islay Tidal Energy Park Ltd verhoogd van 17,5% naar 35% in ruil voor haar participatie in de vennootschap Fair Head Tidal Energy Park Ltd. Deze vennootschap blijft geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Daarnaast werden de vennootschappen Eversea NV, GeoSea Maintenance NV en ECO Shipping NV, 100% gehouden, overgenomen door DEME Offshore Holding NV, een vennootschap voor 100 % gehouden en volgens de integrale methode geconsolideerd.

De vennootschap Tideway BV, 100 % gehouden en voordien geconsolideerd volgens de integrale methode, werd in twee vennootschappen gesplitst: DEME Offshore NL BV en Dredging International Netherlands BV. Deze zijn 100% gehouden en worden geconsolideerd volgens de integrale methode.

2. Pool Contracting

Op 29 maart 2019 werd de vennootschap P-Multitech BVBA met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 overgenomen door VMA NV, een 100% door de groep CFE gehouden vennootschap.

Op 29 maart 2019 veranderden de vennootschappen be. Maintenance SA, Etablissements Druart SA, Nizet Entreprises SA en Vanderhoydoncks NV, 100% dochterondernemingen van CFE Contracting, hun naam in respectievelijk VMA be.Maintenance SA, VMA Druart SA, VMA Nizet SA en VMA Vanderhoydoncks NV.

Op 16 mei 2019 veranderde de vennootschap CFE Bouw Vlaanderen NV, een 100% dochteronderneming van CFE Contracting, haar naam in MBG NV.

Op 16 mei 2019 veranderden de vennootschappen Engema

SA, Engetec SA, José Coghe-Werbrouck NV, Louis Stevens NV en Remacom NV, 100% dochterondernemingen van CFE Contracting, hun naam in respectievelijk Mobix Engema SA, Mobix Engetec SA, Mobix Coghe NV, Mobix Stevens NV en Mobix Remacom NV.

Op 28 mei 2019 veranderde "CFE Bâtiment Brabant Wallonie (CFE BBW)" , 100% dochteronderneming van CFE Contracting, haar maatschappelijke naam in "Bâtiments et Ponts Construction (BPC)".

Op 20 september 2019 verwierf de groep CFE, via haar 100% dochteronderneming VMA NV, 51% van de aandelen van de vennootschap VMA RRobotics Sp. z o.o. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

In het 4de kwartaal van 2019 werd de vennootschap VMA Elektrik Tesisati Ve Insaat Ticaret Limited Sirketi, een 100%-dochteronderneming van de groep CFE, gedeconsolideerd. Deze vennootschap was volgens de integrale methode geconsolideerd.

3. Pool Vastgoedontwikkeling

Op 24 januari 2019 verhoogde BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. haar participatie in de vennootschap ACE 12 Sp. z o.o. van 90% naar 100%. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 19 februari 2019 veranderde deze entiteit ACE 12 Sp. z o.o. , een dochteronderneming van BPI Real Poland Sp. z o.o., haar naam in BPI Vilda Park Sp. z o.o. .

Op 1 juli 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschap BPI Project I Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 30 september 2019 heeft de vennootschap BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie in de vennootschappen Immo Keyenveld I NV en Immo Keyenveld II NV vereffend tegen 50% en geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 1 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, haar participatie in de vennootschap Goodways NV verhoogd van 31,20% tot 50%. Deze vennootschap blijft geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 7 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschappen BPI Project II Sp. z o.o. en BPI Project III Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschapen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 17 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Luxembourg SA, de vennootschap Gravity SA opgericht. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 6 november 2019 heeft de vennootschap BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar volledige participatie in de vennootschap Sogesmaint NV verkocht, voor 100% gehouden en geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 19 november 2019 heeft BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, 70% van de nieuw opgerichte vennootschappen Joma 2060 NV, Life Shapers NV en Tulip Antwerp NV overgenomen. Deze vennootschappen worden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 19 november 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, 50% van de nieuw opgerichte vennootschap KeyWest Development NV overgenomen. Deze vennootschap wordt geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 4 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschappen BPI Project IV Sp. z o.o., BPI Project V Sp. z o.o. en BPI Project VI Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschapen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 6 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, haar volledige participatie in de vennootschap Immobilière du Berreveld NV, die voor 50% gehouden werd en waarop de vermogensmutatiemethode werd toegepast, verkocht.

Op 18 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, haar participatie in de vennootschap MG Immo SPRL verminderd van 100% tot 50%. Deze vennootschap, die volgens de integrale methode geconsolideerd werd, wordt vanaf nu geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

4. Wood Shapers - partnership tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling

Op 25 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochterondernemingen CFE Contracting NV en BPI Real Estate Belgium SA, de vennootschap Wood Shapers SA opgericht. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 17 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming Wood Shapers SA, de vennootschap Wood Shapers Luxembourg SA opgericht. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 20 december 2019 verwierf Wood Shapers Luxembourg SA 100% van de aandelen van Immo-Bechel C.L.E. S.à.r.l. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

5. Pool Holding en niet-overgedragen activiteiten

Op 14 februari 2019 verhoogde de groep CFE haar participatie in Rent-A-Port NV van 45% naar 50%. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Op 28 februari 2019 werd de voor 50% door de groep CFE gehouden vennootschap Liveway Ltd. vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

Op 19 november 2019 werd de vennootschap CFE Slovakia SRO, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend.

Deze vennootschap was volgens de integrale methode geconsolideerd.

Op 19 november 2019 werd de vennootschap Lockside Ltd, een 50% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap werd geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

In het 4de kwartaal van 2019 werd de vennootschap Cobel Contracting Nigeria Ltd, een 50% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

BELANGRIJKSTE TRANSACTIES IN 2018

1. Pool baggerwerken, milieu, offshore en infra – "DEME"

In de loop van 2018 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Middle East Marine Contracting Ltd.;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Naviera Living Stone S.L.U.;
  • 100% van de aandelen van de vennootschap Cathie Associates Holding CVBA;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Geowind NV;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap GeoSea SAS;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Apollo Shipping SA;
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Dredging International Services Middle East Contracting DMCEST.

De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.

Daarnaast verwierf DEME ook in 2018:

  • 18,89% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Otary Bis NV;
  • 15% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap BAAK Blankenburg-Verbinding BV;
  • 13,22% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap North Sea Wave NV;

De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

In 2018 verkocht DEME al haar aandelen in de volgende entiteiten:

  • 100% van de vennootschap Energies du Nord SAS. Deze vennootschap werd volgens de integrale methode geconsolideerd;
  • 74,90% van de vennootschap Cebruval Bruceval SA. Deze vennootschap werd volgens de integrale methode geconsolideerd;
  • 37,45% van de vennootschap Extract Ecoterres SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

DEME heeft haar belang in Middle East Dredging Company QSC (Medco) verhoogd van 44,1% tot 95%. Deze vennootschap, die verwerkt werd volgens de vermogensmutatiemethode, wordt nu geconsolideerd volgens de integrale methode. De vennootschap Scaldis Salvage & Marine Contractors NV, 54,38% gehouden en voorheen geconsolideerd volgens de integrale methode, wordt nu verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.

DEME heeft haar participatie in De Vries & Van de Wiel Kust- en Oeverwerken BV verlaagd van 87,45 % naar 74,90%. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de integrale methode. Bovendien werden de vennootschappen Europ Agregats sàrl, 100% gehouden, en Ecoterres Holding, 74,90% gehouden, overgenomen door respectievelijk DEME Building Materials NV en DEME Environmental Contractors NV, beide voor 100% gehouden.

2. Pool Contracting

Op 31 juli 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen VMA NV en Vanderhoydoncks NV, 100% van de aandelen van de vennootschap P-Multitech BVBA. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.

Op 28 november 2018 verkochten CFE Contracting NV en VMA NV, beide volledige dochterondernemingen van de groep CFE, hun volledige aandelen in de vennootschap Voltis SA, 100% gehouden en volgens de integrale methode geïntegreerd.

Op 12 december 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming CFE Contracting NV, 12% van de nieuw opgerichte vennootschap LuWa SA. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

Op 28 december 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming Engetec SA, 25% van de nieuw opgerichte vennootschap LuWa Maintenance SA. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

3. Pool Vastgoedontwikkeling

Op 1 januari 2018 verhoogde de groep CFE via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA haar participatie in D.H.B. SA van 75,33% naar 100%. Dit bedrijf werd al geïntegreerd volgens de integrale methode.

Op 14 mei 2018 veranderde de vennootschap Foncière Sterpenich SA, een dochteronderneming van BPI Real Estate Belgium SA, haar naam in BPI Park West SA.

Op 30 mei 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland, 100% van de aandelen van de vennootschap BPI Sadowa Sp. z.o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 8 juni 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA en BPI Samaya SA, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wolimmo SA. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 8 juni 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA en BPI Samaya SA, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Zen Factory SA. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 7 augustus 2018 verwierf de groep CFE, via haar doch-

terondernemingen BPI Real Estate Belgium SA, 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Debrouckère Development SA. Deze vennootschap wordt geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 27 september 2018 verkocht BPI Real Estate Belgium SA, een 100% gehouden dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie van 50% in Elinvest SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.

Op 3 oktober 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., 100% van de aandelen van de vennootschap BPI Czysta Sp. z.o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

4. Pool Holding en niet-overgedragen activiteiten

Op 13 november 2018 verwierf CFE NV 49% van de nieuwe opgerichte vennootschappen BPG Congrès SA en BPG Hôtel SA. Deze vennootschappen worden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.

1. ALGEMENE PRINCIPES

IFRS ZOALS AANVAARD DOOR DE EUROPESE UNIE

De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten van CFE op 31 december 2019 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2019 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS- normen en –interpretaties.

De op 31 december 2019 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2018, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2019 verplicht van toepassing zijn.

Bovendien heeft DEME tijdens de jaarlijkse analyse van de afschrijvingsregels, in termen van afschrijvingspercentages en restwaarde, bijkomende regels aangenomen met betrekking tot de waardering van haar vloot. De impact van de aanpassing van deze boekhoudprincipes heeft geen materiële gevolgen voor de financiële staten van de groep CFE. Deze regels worden beschreven in toelichting 2.2 (H).

STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2019

  • IFRS 16 Leaseovereenkomsten
  • IFRIC 23 Onzekerheid over de fiscale behandelingen van inkomsten
  • Aanpassingen van IAS 19 Planwijzigingen, inperkingen en afwikkelingen
  • Aanpassingen van IAS 28 Langetermijnbelangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures
  • Aanpassingen van IFRS 9 Kenmerken van vervroegde

terugbetaling met negatieve compensatie

• Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS cyclus 2015-2017

De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen materiële gevolgen voor de geconsolideerde financiële staten van CFE, met uitzondering van de toepassing van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten. De impact van de toepassing van deze norm op de geconsolideerde balans van de groep CFE wordt voorgesteld in toelichting 2.1.

UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2019

De groep heeft beslist om niet te anticiperen op de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing op 31 december 2019 niet verplicht is.

  • Aanpassingen van IAS 1 en IAS 8 Definitie van "materieel belang" (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2020, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de jaarrekening: classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie).
  • Aanpassingen van IFRS 3 Bedrijfscombinaties (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2020, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van de referenties naar het Conceptueel kader in IFRS standaarden (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2020)
  • IFRS 17 Verzekeringscontracten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2021, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)

De Groep heeft gekozen voor vervroegde toepassing van de volgende standaarden en interpretaties die van toepassing waren op de datum van goedkeuring van de financiële staten, maar die niet van kracht waren op de afsluitingsdatum van deze financiële staten:

• Aanpassingen van IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 Hervorming van de referentierentevoeten (van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2020)

De aanpassingen wijzigen de specifieke vereisten inzake hedge accounting, zodat de groep CFE deze vereisten inzake hedge accounting kan toepassen in de veronderstelling dat de rentevoetbenchmark niet wordt gewijzigd door de hervorming van de rentevoetbenchmark.

2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES

De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna "de vennootschap" of "CFE" genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2019 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen ("groep CFE") en haar belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.

2.1 WIJZIGING VAN BOEKHOUDMETHODE: TOEPASSING VAN DE NORM IFRS 16 "LEASEOVEREENKOMSTEN"

De norm IFRS 16, die van toepassing is op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019, brengt belangrijke wijzigingen aan in de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten door de leasingnemer. Deze nieuwe norm schaft namelijk het onderscheid af dat vóór 1 januari 2019 van toepassing was tussen operationele lease en financiële lease. Hij voegt dus de verplichting toe om een gebruiksrecht en een leaseverplichting op te nemen op de aanvangsdatum voor alle leaseovereenkomsten (met uitzondering van kortetermijnovereenkomsten of overeenkomsten met een laagwaardig onderliggend actief). IFRS 16 vervangt de norm en de interpretaties IAS 17, IFRIC 4, SIC 15 en SIC 27. Terwijl onder IAS 17 de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten werd bepaald op basis van een beoordeling van de overdracht van de risico's en voordelen van de eigendom van het actief, vereist IFRS 16 één enkele methode voor de verwerking van leaseovereenkomsten door de leasingnemers die de balans op een vergelijkbare manier beïnvloedt als financiële leaseovereenkomsten. Voor de Groep is de datum van eerste toepassing van IFRS 16 1 januari 2019.

IFRS 16 wijzigt de manier waarop de Groep leaseovereenkomsten verwerkt die voorheen onder IAS 17 als operationele leaseovereenkomsten werden geclassificeerd en daarom buiten de balans werden verwerkt. Meer specifiek omvat de toepassing van deze nieuwe standaard de volgende effecten op de geconsolideerde balans, de geconsolideerde winst-en-verliesrekening en het geconsolideerde kasstroomoverzicht:

  • toename van de activa en passiva tot de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen uit hoofde van de leasecontracten, verdisconteerd tegen de effectief rentevoet van de Groep op de datum van de eerste toepassing;
  • stijging van het EBITDA-bedrag als gevolg van de opname van de afschrijvingskosten voor activa met betrekking tot gebruiksrechten en de rente op huurverplichtingen, die de voorheen volledig in de bedrijfsopbrengsten opgenomen huurkosten vervangen;
  • stijging van de netto financiële schuld ten belope van de huurverplichtingen;
  • scheiding van de uitstroom van kasmiddelen in een hoofdsom en een rentegedeelte van de financieringsactiviteiten.

De impact van de toepassing van IFRS 16 op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep wordt hieronder beschreven.

Voor de toepassing van IFRS 16 heeft de Groep gekozen voor de vereenvoudigde retrospectieve methode, methode B, waarbij een actief in de geconsolideerde balans wordt opgenomen voor het gebruiksrecht en de bijbehorende huurverplichtingen vanaf 1 januari 2019. De vergelijkende financiële staten zijn alleen aangepast op het niveau van de geconsolideerde balans. De gegevens voor het jaar 2018, die voor vergelijkingsdoeleinden zijn opgenomen in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet aangepast en worden nog steeds gepresenteerd in overeenstemming met het boekhoudkundig kader dat van toepassing was in 2018. De in aanmerking genomen marginale leentarieven zijn 3,5%, 3% en 2% voor respectievelijk de gebouwen, de uitrusting en de voertuigen voor de polen Contracting en BPI. DEME hanteert een tarief van 1,7% voor kortlopende leasing en 3,15% voor langlopende erfpacht.

De impact van de eerste toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de geconsolideerde balans voor het jaar eindigend op 31 december 2018 is als volgt bepaald:

December 2018, gepubliceerd Aanpassing IFRS 16 December 2018, na herformulering
Langlopende activa, waaronder:
Materiële vaste activa 2.390.236 98.763 2.488.999
Eigen vermogen – Toerekenbaar aan de groep CFE, waarvan:
Ingehouden winsten 923.768 0 923.768
Passiva, waaronder:
Langlopende financiële schulden 656.788 75.541 732.329
Kortlopende financiële schulden 150.075 23.222 173.297

De toepassing van de nieuwe IFRS 16 Leaseovereenkomsten vanaf 1 januari 2019 heeft op het niveau van de geconsolideerde openingsbalans van de Groep CFE geleid tot de opname van activa voor gebruiksrechten en huurverplichtingen voor 98,8 miljoen euro (waarvan 83,5 miljoen euro bij DEME), wat de impact op de netto financiële schuld van de groep bij de opening vertegenwoordigt.

(duizend euro) 1 januari 2019
Operationele leaseovereenkomsten per 31 december 2018 132.882
Aftrek voor leaseovereenkomsten op korte termijn (die in 2019 vervallen) (843)
Aftrek voor leaseovereenkomsten met geringe waarde 0
Toevoeging van aankoopopties of opties voor de verlenging van de overeenkomsten 0
Overige (*) (6.831)
Huurschuld - voor actualisering 125.208
Impact van de verdiscontering (26.445)
Huurschulden per 1 januari 2019 98.763

(*) De rubriek "Overige" houdt voornamelijk verband met de aftrek van dienstencomponenten die niet in de huurschuld opgenomen zijn (verzekerings- en onderhoudskosten in de leasecontracten van auto's) en de aftrek van de in 2018 ondertekende contracten voor activa die na 1 januari 2019 beschikbaar zijn.

De impact van de toepassing van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat van de financiële positie en de geconsolideerd kasstroomoverzicht van de Groep CFE per 31 december 2019 wordt als volgt samengevat:

Periode van 1 januari tot 31 december (duizend euro) 2019
Impact op het globaal resultaat
Teruggeboekte huren van leasecontracten +25.355
Afschrijvingen en impairment van de activa met een gebruiksrecht (24.432)
EBIT +924
EBITDA +25.355
Financieel resultaat - Financiële rente op de huurschuld (1.847)
Impact op het nettoresultaat van het boekjaar (924)
Impact op het geconsolideerd overzicht van de financiële positie
Activa met een gebruiksrecht 102.279
waarvan activa met een gebruiksrecht die in de loop van het boekjaar 2019 nieuw worden aangehouden 32.896
Huurschulden 103.203
Impact op het kasstroomoverzicht
Kasstroom van de operationele activiteiten - teruggeboekte huren +25.355
Kasstroom van de financieringsactiviteiten - hoofdsom (23.508)
Kasstroom van de financieringsactiviteiten - rente (1.847)

De toepassing van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten had een impact op het geconsolideerde kasstroomoverzicht van de groep. De huurgelden met betrekking tot deze contracten (25.355 duizend euro in 2019) die tot 31 december 2018 in de overige bedrijfskosten waren opgenomen en die bijgevolg beschouwd werden als kasstromen uit de bedrijfsactiviteiten, worden sinds 1 januari 2019 immers beschouwd als kasstromen uit financieringsactiviteiten. Deze laatste worden opgesplitst in een rentelast op de huurverplichtingen (-1.847 duizend euro in 2019) en de terugbetaling van de hoofdsom van de huurverplichtingen (-23.508 duizend euro in 2019).

2.2 BOEKHOUDKUNDIGE GRONDSLAGEN EN METHODEN

(A) CONFORMITEITSVERKLARING

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.

(B) PRESENTATIEBASIS

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.

Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.

De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

(C) BELANGRIJKSTE UITSPRAKEN EN HYPOTHESES

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:

  • de afschrijvingsperiode van de vaste activa;
  • de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen;
  • de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de onderhanden projecten in opdracht van derden;
  • de schattingen genomen waarderingen voor de impairment tests;
  • de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde;
  • de beoordeling van de controle op deelvennootschappen;
  • de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinaties of verwerving van activa);
  • de veronderstellingen die gebruikt werden voor de bepaling van de financiële verplichting in overeenstemming met IFRS 16.

Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

Brexit

Het is duidelijk dat de brexit invloed zal hebben op de relaties van DEME met haar klanten, leveranciers en medewerkers. Ook binnen de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra zullen de veranderingen een groot deel van de volgende businessunits beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. In dit verband werd een evaluatie van de impact van de brexit op de activiteiten van DEME, met name van het project Moray East, uitgevoerd op basis van een scenario zonder akkoord ('no deal'). Hoewel er geen materiële risico's geïdentificeerd werden, is er een risicoafdekkingsstrategie opgezet om de impact van de brexit te beperken.

(D) CONSOLIDATIEPRINCIPES

Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:

  • zeggenschap uitoefent over de uitgevende instelling;
  • blootgesteld is aan of recht heeft op variabele rendementen als gevolg van haar banden met de uitgevende instelling;
  • in staat is haar zeggenschap te gebruiken om het bedrag van de rendementen die zij verkrijgt te beïnvloeden.

Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:

  • het aantal stemrechten dat de groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten van andere houders van stemrechten en met hun verspreiding;
  • de potentiële stemrechten die de groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen houden;
  • de rechten die voortvloeien uit andere contractuele akkoorden;
  • de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen.

De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.

De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de win-

sten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.

Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.

Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ("put" op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven. Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.

Een joint venture is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.

De resultaten en de activa en passiva van de geassocieerde deelnemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.

Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de

groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.

Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en de schulden voor de verplichtingen die daarop betrekking hebben. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa;
  • haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval;
  • de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • de verliezen die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen verliezen, in voorkomend geval.

(E) VREEMDE VALUTA

(1) TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.

(2) JAARREKENINGEN VAN BUITENLANDSE ENTITEITEN

De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).

De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.

De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name "omrekeningsverschillen". Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.

(3) WISSELKOERSEN

Valuta Slotkoers
2019
Gemiddelde
koers 2019
Slotkoers
2018
Gemiddelde
koers 2018
Poolse zloty 4,26 4,30 4,30 4,26
Hongaarse forint 330,53 325,30 320,98 318,89
US dollar 1,12 1,12 1,15 1,18
Singapore dollar 1,51 1,53 1,56 1,59
Qatarse riyal 4,09 4,08 4,17 4,30
Roemeense leu 4,78 4,75 4,66 4,65
Tunesische dinar 3,12 3,28 3,43 3,11
CFA frank 655,96 655,96 655,96 655,96
Australische dollar 1,60 1,61 1,62 1,58
Nigeriaanse naira 408,97 405,01 416,29 425,60
Marokkaanse dirham 10,74 10,77 10,94 11,08
Turkse lira 6,68 6,36 6,06 5,71
1 euro = X vreemde valuta

1 euro = X vreemde valuta

(F) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSKOSTEN

Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.

De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.

(2) OVERIGE IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(3) LATERE UITGAVEN

Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(4) AFSCHRIJVINGEN

De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:

Minstens 5% De exploitatieconcessies
20%-33,33% De software

(G) BEDRIJFSCOMBINATIES

De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.

Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.

Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:

  • de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd;
  • de verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten ingevolge betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming of betalingsovereenkomsten op basis van de aandelen van de groep, gesloten ter vervanging van betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming, die gewaardeerd worden overeenkomstig IFRS 2 op aandelen gebaseerde betalingen, op de overnamedatum;
  • de activa (of groepen activa die worden afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, die gewaardeerd worden in overeenstemming met deze standaard.

Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.

De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).

(1) POSITIEVE GOODWILL

Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.

De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.

Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.

Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.

(2) NEGATIEVE GOODWILL

Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.

(H) MATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) OPNAME EN WAARDERING

Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.

Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.

(2) LATERE UITGAVEN

Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.

(3) AFSCHRIJVINGEN

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:

vrachtwagens: 5 jaar
voertuigen: 3-5 jaar
ander materieel: 5 jaar
informaticamaterieel: 3 jaar
kantoormaterieel: 5 jaar
kantoormeubilair: 10 jaar
renovatie van gebouwen/nieuwbouw: 20-33 jaar
Trailing suction hopper dredgers, Cutter
suction dredgers, Cable Lay Vessels and DP3
Offshore crane vessels:
20 jaar met restwaarde van 1%
pontons, bakken, werkschepen en boosters: 18 jaar zonder restwaarde
transportschepen, binnenvaartschepen 25 jaar met restwaarde van 1%
kranen: 8-12 jaar met of zonder restwaarde van 1%
grondverzetmaterieel: 7 jaar zonder restwaarde
leidingen: 3 jaar zonder restwaarde
containers en werfinstallaties: 5 jaar
divers werfmaterieel: 5 jaar

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.

(4) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN DE HOOFDVLOOT VAN DEME

De aanschaffingswaarde wordt in twee delen verdeeld: een hoofdcomponent die overeenkomt met 90% van de aanschaffingswaarde, lineair afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type schip, en een secundair component "onderhoud" die overeenkomt met 10% van de aanschaffingswaarde en die lineair wordt afgeschreven over 5 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, worden het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.

De afschrijvingsmethode, de economische levensduur en de restwaarde worden jaarlijks geëvalueerd. In 2019 is de restwaarde van de activa aangepast van 5% naar 1%. De economische levensduur is voor bepaalde activa verlengd van 18 jaar tot 20 jaar. Daarnaast wordt het aandeel van de zogenaamde hoofd- en onderhoudscomponenten, die 92% en 8% vertegenwoordigden, vanaf 2019 geschat op 90% en 10%.

Bij de verwerving van een schip worden de vervangingsonderdelen gekapitaliseerd in verhouding met de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van het schip (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.

Bovendien worden de droogdokkosten van de hoofdvloot opgenomen in de boekwaarde van het schip wanneer deze worden gemaakt en afgeschreven over de periode tot de volgende droogdokking.

I) VASTGOEDBELEGGINGEN

Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.

Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.

De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

(J) LEASEOVEREENKOMSTEN

CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen. De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige verplichtingen worden geboekt als financiële schulden. Schadeloosstellingen met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt gebruikt.

Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als afschrijving van de lopende verplichting, zodat dit resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Bij vroegtijdige beëindiging van een leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.

(K) FINANCIËLE ACTIVA

Elke categorie van beleggingen wordt aan het juiste waarde geboekt tegen aanschaffingsdatum. De waarderingsmethode hangt van de categorieën hieronder af:

(1.1) Obligaties en andere financiële activa

Beleggingen in leningsvorderingen worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

  • het criterium 'Solely Payment of Principal and Interests', zoals gedefinieerd door IFRS 9;
  • activa aangehouden met het oog op inning.

De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(1.2) Handelsvorderingen

We verwijzen naar paragraaf (M).

(1.3) Financiële activa zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf Y.

(L) VOORRADEN

Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is. De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.

De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.

(M) HANDELSVORDERINGEN

Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, na aftrek van de eventuele waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het geschatte verliesmodel, dat vereist dat rekening wordt gehouden met de gedisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verliezen die moeten worden gemaakt in verschillende scenario's. Deze analyse wordt per geval uitgevoerd, op het niveau van elke werf.

(N) GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.

(O) BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN (IMPAIRMENT)

De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die onder het toepassingsgebied van IFRS 9 vallen, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(1) SCHATTING VAN DE REALISEERBARE WAARDE

De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.

De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante

waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.

Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.

(2) TERUGNEMING VAN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN

Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.

De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.

Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.

(P) KAPITAAL

INKOOP VAN EIGEN AANDELEN

Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.

(Q) VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.

Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd

herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.

Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.

De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.

De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.

Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.

(R) PERSONEELSBELONINGEN

(1) VERPLICHTINGEN INZAKE PENSIOEN

De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.

De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type "met vaste prestaties" en het type "met vaste bijdragen".

In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimum rendement en worden ze dus beschouwd als regelingen van het type "met vaste prestaties".

De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.

De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.

a) Pensioenplannen van het type "vaste bijdragen"

De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.

b) Pensioenplannen van het type "vaste prestaties" Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de "projected unit credit"-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.

Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kost op regelmatige wijze gespreid wordt over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten.

De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.

De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk type regeling met vaste prestaties. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen. De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.

De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.

De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit hoofd van een regeling met vaste prestaties voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van ontvangen diensten. De kosten van ontvangen diensten die verband houden met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van ontvangen diensten verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.

De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.

(2) BONUSSEN

De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

(S) RENTEDRAGENDE LENINGEN

(1) VERPLICHTINGEN GEWAARDEERD TEGEN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS

Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun reële waarde, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf K 2.1 voor de definitie van deze methode.

(2) FINANCIËLE VERPLICHTINGEN ZIJN AAN DE REËLE WAARDE AANGEPAST DOOR DE RESULTATENREKENING

Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een dekkingsdocumentatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf Y.

(T) HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN

De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun tegen geamortiseerde kostprijs.

(U) WINSTBELASTINGEN

Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.

De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting. De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.

De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.

Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden. In het kader van het verkrijgen van investeringsaftrek op het niveau van de SeaMade- en Rentel-windparkconcessiebedrijven, zijn DEME en Green Offshore van mening dat er een hoge mate van onzekerheid blijft bestaan en dat er geen uitgestelde belastingvorderingen op deze posities worden erkend.

(V) OPBRENGSTEN VAN BOUW- EN DIENSTVERLENINGSCONTRACTEN

Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst- en verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten.

Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is:

  • i. de klant ontvangt en verbruikt simultaan de voordelen van de prestaties van de vennootschap terwijl ze presteert,
  • ii. de prestaties van de vennootschap creëren of verbeteren een actief dat de klant controleert terwijl het actief gecreëerd of verbeterd wordt,
  • iii. de prestaties van de vennootschap creëren een actief zonder mogelijk alternatief nut voor de vennootschap en de vennootschap heeft een afdwingbaar recht op betaling voor de prestaties die tot dusver geleverd zijn.

PROJECTKOSTEN

Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winsten verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend als een kost.

PROJECTOPBRENGSTEN

Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract vastgesteld wordt en wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het

resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden.

De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en wordt toegerekend aan de prestatieverplichting op basis van individuele verkoopprijzen. De individuele verkoopprijzen worden geschat op basis van de verwachte kosten plus de geschatte marge.

Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit is een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van staal, het brandstofverbruik of wijzigingen in de ontwerpprijs worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden.

Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden.

PROJECTTEGOEDEN

Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de vennootschap goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is.

Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de vennootschap een vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract.

KOSTEN OM EEN CONTRACT TE VERKRIJGEN EN KOSTEN OM EEN CONTRACT UIT TE VOEREN

CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm (bv. mobilisatiekosten) die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten.

BIJZONDERE OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT INKOMSTEN PER SEGMENT:

a. Inkomsten van de pool DEME

De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken, landwinning, waterbouwkundige werken, diensten voor de offshore olie- en gasindustrie en hernieuwbare energie. Opbrengsten uit het merendeel van de bouw- en servicecontracten worden opgenomen als één enkele prestatieverplichting die geleidelijk aan wordt gerealiseerd. De Groep was van mening dat opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden moeten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kostprijsmethode. Als zodanig bepaalt het model dat opbrengsten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing van de prestatieverplichting, dat overeenkomt met de overdracht van de zeggenschap over de goederen of diensten aan een klant. Kosten en opbrengsten worden opgenomen volgens het stadium van voltooiing van het uit te voeren contract aan het einde van de periode, gemeten als het toegezegde deel van de projectkosten voor de uitvoering van het contract tot op heden, rekening houdend met de geschatte totale kosten, behalve wanneer dit niet representatief is voor het stadium van voltooiing. Er zal een correctie worden aangebracht voor de kosten van apparatuur die is aangeschaft maar nog niet is vervaardigd of in bewerking is op de verslagdatum. Indien het contract meerdere afzonderlijke prestatieverplichtingen bevat, wijst de Groep de totale contractprijs toe aan elke prestatieverplichting in overeenstemming met de bepalingen van IFRS 15. Voor een beperkt aantal EPCI-contracten binnen de pool DEME (offshore windmolenparken) werden meerdere prestatieverplichtingen geïdentificeerd. Deze prestatieverplichtingen hebben betrekking op enerzijds inkoopactiviteiten en anderzijds transport- en installatieactiviteiten.

b. Inkomsten uit bouwcontracten

CFE staat in voor het globale beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals afbraak, grondwerken, bodemsanering, funderingswerken, aankoop van materialen, bouw van de ruwbouw en de gevels, installatie van de technische percelen (elektriciteit, HVAC, enz.) en de afwerking van de werken.

Prestatieverplichtingen om goederen en diensten over te dragen worden in het kader van het contract niet afzonderlijk behandeld, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent door goederen en diensten (de inputs) te integreren in het gebouw (het gecombineerde product) waarvoor de klant een overeenkomst heeft gesloten. Daarom zijn goederen en diensten niet gescheiden. De entiteit neemt alle goederen en diensten in het contract op als één enkele prestatieverplichting. Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing op basis van de kostenmethode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dan toe gemaakte projectkosten in de totale geschatte kosten.

Voor zover het contract expliciet elke eenheid afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren, moet de constructie van elke eenheid worden beschouwd als een afzonderlijke prestatieverplichting en worden de producten afzonderlijk erkend voor elke prestatieverplichting.

Voor sommige contracten, voornamelijk in het multitechnische segment, beslaan de installatie- en uitvoeringswerkzaamheden een zeer korte periode. Voor dergelijke contracten worden de opbrengsten verantwoord wanneer de werkzaamheden zijn voltooid.

c. Ontwikkeling van woningbouw

CFE staat in voor het globale beheer van de vastgoedprojecten waarbij verschillende blokken van gebouwen in aanbouw (of nog te bouwen) aan de klant worden verkocht. Hoewel de lokale toezichthouder de eigendomsoverdracht aan de eindklant regelt, wordt de prestatieverplichting geleidelijk of op een specifiek moment nagekomen. Opbrengsten worden opgenomen zodra de materiële risico's en voordelen van eigendom in wezen zijn overgedragen aan de koper en er geen onzekerheid bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de eventuele terugzending van de goederen. De overdracht van terreinen en gebouwen wordt over het algemeen beschouwd als een enkele prestatieverplichting.

Indien de lokale toezichthouder de eigendom van de bouw geleidelijk overdraagbaar maakt gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden en indien de groep contractueel verplicht is de eigendommen door te sturen naar andere klanten en een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden, zullen de opbrengsten uit de bouw van deze woningen derhalve geleidelijk worden opgenomen volgens de kostengebaseerde methode, d.w.z. volgens het aandeel in de contractkosten die gemaakt werden voor de realisatie tot op heden op de geschatte totale kosten en volgens de mate van eigendomsoverdracht op de balansdatum. Deze methode wordt beschouwd als een passende beoordeling van de mate van voltooiing met het oog op de volledige nakoming van deze prestatieverplichtingen in het kader van IFRS 15.

Hoewel de wetgever bepaalt dat de overdracht van risico's en voordelen en het afdwingbare recht op betaling pas wordt vastgesteld wanneer de wooneenheid volledig is gebouwd en geleverd, worden de inkomsten pas op een specifiek moment erkend: bij de ondertekening van de notariële akte of het overdrachtsprotocol tussen CFE en de eindklant.

(W) ANDERE INKOMSTEN

HUURINKOMSTEN EN -VERGOEDINGEN

Huuropbrengsten en -vergoedingen worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst.

OVERHEIDSSUBSIDIES

Een overheidssubsidie wordt initieel opgenomen in de balans als uitgestelde baten wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze ontvangen zal worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies die de onderneming vergoeden voor gemaakte kosten worden systematisch opgenomen als overige bedrijfsopbrengsten gedurende de periode waarin de overeenkomstige kosten gemaakt worden die door de subsidie gedekt moeten worden.

Subsidies die de onderneming vergoeden voor de kostprijs van een actief worden systematisch opgenomen als aftrek van de kosten voor deze vaste activa. Ze worden opgenomen tegen hun verwachte waarde op de datum van de eerste opname in de geconsolideerde balans en in mindering gebracht op de afschrijvingskosten van het onderliggend actief over zijn gebruiksduur in de resultatenrekening.

(X) LASTEN

(1) FINANCIERINGSKOSTEN

De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.

(2) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSKOSTEN, RECLAME-EN PROMOTIEKOSTEN EN ONTWIKKELINGSKOSTEN VAN INFORMATIESYSTEMEN

De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.

(Y) AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.

De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens de norm IFRS 9, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen hun reële waarde. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.

De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.

De reële waarde van een "forward exchange contract" is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde "forward"-prijs.

De afgeleide financiële instrumenten zijn van toepassing als aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is:

  • De afdekkingsrelatie moet duidelijk, van de datum waarop het afdekkingsinstrument ten uitvoer is gelegd, aangemerkt en gedocumenteerd worden;
  • Het economisch verband tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument moet gedocumenteerd worden, evenals de potentiële bronnen van inefficiëntie;

  • Retrospectieve inefficiëntie moet bij elk besluit gemeten worden.

  • De afdekkingsrelatie bestaat uitsluitend uit in aanmerking komende afdekkingsinstrumenten en in aanmerking komende afgedekte posities;
  • De afdekkingsverhouding in de afdekkingsrelatie is dezelfde als die welke voortvloeit uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit feitelijk afdekt en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument dat de entiteit feitelijk gebruikt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken.

De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boekhoudkundige kwalificatie van het instrument:

(1) KASSTROOMAFDEKKING (CASHFLOW HEDGES)

Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.

Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een niet-financiële actief of verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek "eigen vermogen" en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.

In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.

Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek "eigen vermogen" en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.

Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2) REËLE-WAARDEAFDEKKING

Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.

(3) AFDEKKING VAN EEN NETTO-INVESTERING IN BUITENLANDSE ACTIVITEITEN

Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek "eigen vermogen". Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek "eigen vermogen", terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(4) INSTRUMENTEN GEKOPPELD AAN BOUWCONTRACTEN

Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.

Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting. Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.

(Z) ACTIVA AANGEHOUDEN MET HET OOG OP VERKOOP

Activa aangehouden met het oog op verkoop worden gewaardeerd tegen de laagste tussen de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten. Deze zijn in een aparte rubriek van de geconsolideerde staat van de financiële positie gerapporteerd. Op 31 december 2019, betreft het de activa van de vennootschap Merkur Offshore GmbH.

(AA) GESEGMENTEERDE INFORMATIE

Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen: de pool DEME, de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.

De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met

3. CONSOLIDATIEMETHODEN

CONSOLIDATIEKRING

Vennootschappen waarvan de groep rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.

De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Dit betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde dochterondernemingen van DEME en BPI.

Evolutie van de consolidatiekring

Aantal entiteiten 2019 2018
Integrale methode 200 200
Vermogensmutatiemethode 142 128
Totaal 342 328

TRANSACTIES BINNEN DE GROEP

De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:

  • volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen; en
  • naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN

In de meeste gevallen stemt de operationele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.

De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de winst-en-verliesrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.

TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA

De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de winst-en-verliesrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.

De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.

4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE

OPERATIONELE SEGMENTEN

De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.

De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele polen:

BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA – "DEME"

De pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra is via haar dochtermaatschappij DEME actief op het gebied van baggerwerken (investeringsbaggerwerken en onderhoudsbaggerwerken), de aanleg van offshore windmolens, de aanleg van onderzeese kabels, de bescherming van pijpleidingen, de behandeling op het land, verontreinigd slib en de civiele bouwkunde.

CONTRACTING

De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Spoor & Nutsvoorzieningen.

  • De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. CFE Contracting is gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoorgebouwen, woningen, hotels, scholen en universiteiten, parkings, winkel- en vrijetijdscentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
  • De afdelingen multitechnieken, spoorwegen en nutsvoorzieningen zijn voornamelijk actief in België via twee clusters:
  • de VMA-cluster die bestaat uit tertiaire elektriciteit, HVAC (verwarming, ventilatie en airconditioning), elektrotechnische installaties, telecommunicatienetwerken, automatisering in de automobiel-, farmaceutische en

voedingsindustrie, geautomatiseerd beheer van technische installaties in gebouwen, elektromechanica van weg- en spoorweginfrastructuur (tunnels, enz.), langetermijnonderhoud van technische installaties en projecten van het ESCO-type (verbetering van de energieprestatie van gebouwen).

• de MOBIX-cluster, die spoorwegwerkzaamheden (aanleg van sporen en bovenleidingen) en signalering, energietransport en openbare verlichting omvat.

VASTGOEDONTWIKKELING

De pool vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen.

HOLDING EN NIET-OVERGEDRAGEN ACTIVITEITEN

Naast de activiteiten die specifiek zijn voor een holding, omvat deze afdeling ook:

  • participaties in Rent-A-Port, Green-Offshore en twee contracten van het type Design Build Finance and Maintenance in België;
  • de Contracting-activiteiten die niet werden overgedragen aan CFE Contracting NV en DEME NV, waaronder verschillende civieltechnische projecten in België en bouwprojecten in Afrika (met uitzondering van Tunesië) en Centraal-Europa (met uitzondering van Polen).

ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

2019
(duizend euro)
DEME Herwerking
DEME
Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding en
niet-overgedra
gen activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal gecon
solideerd
Omzet 2.621.965 998.671 59.065 12.433 (67.412) 3.624.722
Resultaat van de operationele activiteiten 141.645 (4.589) 18.729 1.030 (13.281) 81 143.615
Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) 160.094 (5.273) 18.806 13.686 (9.687) 81 177.707
% omzet 6,11% 1,88% 23,17% 4,90%
Financieel resultaat (6.749) 611 (833) (1.338) 587 0 (7.722)
Belastingen (30.321) 1.059 (8.446) (791) (109) (11) (38.619)
Resultaat toerekenbaar aan de groep 125.041 (3.603) 9.527 11.598 (9.209) 70 133.424
% omzet 4,77% 0,95% 19,64% 3,68%
Niet-kaselementen 295.366 4.589 14.393 (888) (5.851) 0 307.609
EBITDA (*) 437.011 0 33.122 142 (19.132) 81 451.224
% omzet 16,67% 3,32% 0,24% 12,45%

(*) We verwijzen naar toelichting 2.1 voor de impact van IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de afschrijvingen voor de periode van 1 januari tot 31 december 2019.

2018
(duizend euro)
DEME Herwerking
DEME
Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding en
niet-overgedra
gen activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal gecon
solideerd
Omzet 2.645.780 934.573 94.696 27.051 (61.473) 3.640.627
Resultaat van de operationele activiteiten 196.012 (4.589) 22.728 10.346 (10.865) (557) 213.075
Bedrijfsresultaat (EBIT) 202.940 (5.273) 22.728 13.209 (5.803) (557) 227.244
% omzet 7,67% 2,43% 13,95% 6,24%
Financieel resultaat (6.391) 2.901 (2.073) (2.832) (93) 0 (8.488)
Belastingen (43.231) 384 (5.491) (1.134) (124) 47 (49.549)
Resultaat toerekenbaar aan de groep 155.570 (1.988) 15.161 9.321 (6.024) (510) 171.530
% omzet 5,88% 1,62% 9,84% 4,71%
Niet-kaselementen 262.889 4.589 12.686 (1.932) (3.347) 0 274.885
EBITDA 458.901 0 35.414 8.414 (14.212) (557) 487.960
% omzet 17,34% 3,81% 8,87% 13,40%

OMZET

(duizend euro) 2019 2018
België 1.495.250 1.080.912
Andere Europa 1.410.888 1.739.573
Midden-Oosten 77.665 45.597
Azië 290.449 355.996
Oceanië 36.662 56.122
Afrika 221.397 265.266
Amerika 92.411 97.161
Totaal geconsolideerd 3.624.722 3.640.627

De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.

De groep heeft in 2019 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van de omzet.

OPSPLITSING VAN DE OMZET VAN DEME

(duizend euro) 2019 2018
Dredging 1.084.553 986.856
DEME Offshore 1.141.093 1.350.508
Environmental 147.417 124.394
Infra 196.898 124.099
Overige 52.004 59.923
Totaal 2.621.965 2.645.780

OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL CONTRACTING

(duizend euro) 2019 2018
Bouw 733.539 692.444
Multitechnieken 179.632 170.642
Rail & Utilities 85.500 71.487
Contracting 998.671 934.573

De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.

De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.

Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.

ORDERBOEK

(miljoen euro) 2019 2018 % verschil
DEME 3.750,0 4.010,0 -6,5%
Contracting 1.385,5 1.320,3 +4,9%
Bouw 1.016,8 1.069,1 -4,9%
Multitechnieken 188,5 168,4 +11,9%
Rail & Utilities 180,2 82,8 +117,6%
Vastgoedontwikkeling 12,7 10,8 +17,6%
Holding en niet-overge
dragen activiteiten
34,7 44,8 -22,5%
Totaal 5.182,9 5.385,9 -3,8%

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

per 31 december 2019
(duizend euro)
DEME Contracting Vastgoedontwik
keling
Holding en
niet-overgedra
gen activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
ACTIVA
Goodwill 155.567 21.560 0 0 0 177.127
Materiële vaste activa 2.529.919 81.173 1.742 2.330 0 2.615.164
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen van de groep
0 0 0 23.600 (23.600) 0
Overige financiële vaste activa 36.178 0 29.874 17.861 0 83.913
Overige langlopende activa 266.417 15.656 51.029 1.287.700 (1.245.838) 374.964
Voorraden 13.152 15.720 130.837 4.528 (1.625) 162.612
Geldmiddelen en kasequivalenten 475.135 67.550 6.411 63.110 0 612.206
Interne kaspositie – Cash pooling – actief 0 75.684 11.167 2.327 (89.178) 0
Overige vlottende activa 724.124 306.630 23.703 37.824 (5.635) 1.086.646
Totaal van de activa 4.200.492 583.973 254.763 1.439.280 (1.365.876) 5.112.632
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.675.537 83.670 76.296 1.172.271 (1.247.464) 1.760.310
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen van de groep
0 1.800 21.800 0 (23.600) 0
Langlopende obligatieleningen 0 0 29.689 0 0 29.689
Langlopende financiële schulden 947.798 23.174 13.378 125.862 0 1.110.212
Overige langlopende verplichtingen 175.248 15.880 14.514 1.585 0 207.227
Kortlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0
Kortlopende financiële schulden 235.791 9.857 14.382 10.336 0 270.366
Interne kaspositie – Cash pooling – passief 0 2.327 4.698 82.153 (89.178) 0
Overige kortlopende verplichtingen 1.166.118 447.265 80.006 47.073 (5.634) 1.734.828
Totaal van de passiva 2.524.955 500.303 178.467 267.009 (118.412) 3.352.322
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.200.492 583.973 254.763 1.439.280 (1.365.876) 5.112.632

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

per 31 december 2018
(duizend euro)
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding en
niet-overgedra
gen activiteiten
Eliminaties
tussen polen
Totaal
geconsolideerd
ACTIVA
Goodwill 155.567 21.560 0 0 0 177.127
Materiële vaste activa 2.326.304 61.526 928 1.478 0 2.390.236
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen van de groep
0 0 0 20.000 (20.000) 0
Overige financiële vaste activa 108.066 0 35.106 28.515 0 171.687
Overige langlopende activa 274.058 13.217 34.923 1.274.450 (1.245.849) 350.799
Voorraden 15.244 16.945 94.592 3.733 (1.625) 128.889
Geldmiddelen en kasequivalenten 287.394 53.440 9.197 38.315 0 388.346
Interne kaspositie – Cash pooling – actief 0 62.808 2.793 1.889 (67.490) 0
Overige vlottende activa 914.328 314.783 26.180 96.214 (9.638) 1.341.867
Totaal van de activa 4.080.961 544.279 203.719 1.464.594 (1.344.602) 4.948.951
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.646.910 84.781 68.108 1.182.527 (1.247.475) 1.734.851
Langlopende leningen aan geconsolideerde
vennootschappen van de groep
0 0 20.000 0 (20.000) 0
Langlopende obligatieleningen 0 0 29.584 0 0 29.584
Langlopende financiële schulden 494.796 10.156 21.836 130.000 0 656.788
Overige langlopende verplichtingen 179.572 14.712 10.923 21.983 0 227.190
Kortlopende obligatieleningen 200.221 0 0 0 0 200.221
Kortlopende financiële schulden 148.376 1.699 0 0 0 150.075
Interne kaspositie – Cash pooling – passief 0 1.889 11.043 54.558 (67.490) 0
Overige kortlopende verplichtingen 1.411.086 431.042 42.225 75.526 (9.637) 1.950.242

Totaal van de passiva 2.434.051 459.498 135.611 282.067 (97.127) 3.214.100 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.080.961 544.279 203.719 1.464.594 (1.344.602) 4.948.951

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

per 31 december 2019
(duizend euro)
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding, niet-overge
dragen activiteiten
en eliminaties
Totaal
geconsolideerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het
werkkapitaal
435.721 31.478 5.143 (19.078) 453.264
Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten 388.813 48.832 10.261 (3.949) 443.957
Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten (370.319) (13.417) (40) (6.665) (390.441)
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten 168.619 (21.559) (13.053) 35.412 169.419
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen 187.113 13.856 (2.832) 24.798 222.935
per 31 december 2018
(duizend euro)
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding, niet-overge
dragen activiteiten
en eliminaties
Totaal
geconsolideerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het
werkkapitaal
454.987 36.904 10.994 (17.520) 485.365
Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten 222.406 20.552 (1.909) (16.566) 224.483
Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten (395.432) (6.569) (700) (13.451) (416.152)
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten 24.893 (19.684) 8.546 42.556 56.311
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen (148.133) (5.701) 5.937 12.539 (135.358)

De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in de polen DEME, Vastgoedontwikkeling en Holding en niet-overgedragen activiteiten. De pool DEME maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.

OVERIGE INFORMATIE

per 31 december 2019
(duizend euro)
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding en
niet-overgedra
gen activiteiten
Totaal
geconsolideerd
Afschrijvingen (297.638) (16.662) (949) (607) (315.856)
Investeringen 432.449 25.222 651 113 458.435
Waardeverminderingen (2.816) 0 0 0 (2.816)
per 31 december 2018
(duizend euro)
DEME Contracting Vastgoedont
wikkeling
Holding en
niet-overgedra
gen activiteiten
Totaal
geconsolideerd
Afschrijvingen (261.182) (10.665) (304) (138) (272.289)
Investeringen 434.842 10.272 701 1.204 447.019

De investeringen omvatten zowel overnames in het kader van de investeringsactiviteiten van de groep als overnames voor vastgoedontwikkelingsactiviteiten in het kader van de operationele activiteiten. Overnames door middel van bedrijfscombinaties zijn niet in deze bedragen opgenomen.

GEOGRAFISCHE INFORMATIE

De activiteiten van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, Luxemburg en Polen.

De materiële vaste activa van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België.

Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische zones waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.

5. OVERNAMES EN VERKOPEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

OVERNAMES IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019

Er waren geen transacties met een materieel effect in het boekjaar 2019.

VERKOPEN IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019

Er waren geen transacties met een materieel effect in het boekjaar 2019.

De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden in het voorwoord beschreven.

ACTIVA AANGEHOUDEN MET HET OOG OP VERKOOP

In de eerste helft van 2019 werd een mandaat verleend voor de verkoop van 100% van de aandelen van Merkur Offshore GmbH. Dit is een concessiebedrijf voor een windmolenpark in Duitsland waarin DEME een belang van 12,5% heeft. Per 31 december 2019 wordt de nettoboekwaarde van de geconsolideerde activa in de jaarrekening van de groep CFE, namelijk 10,5 miljoen EUR, voorgesteld als activa aangehouden voor verkoop.

GLOBAAL RESULTAAT 6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN

De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 81.042 duizend euro (2018: 123.018 duizend euro) omvatten de meerwaarde op de verkoop van vaste activa voor 6.741 duizend euro (2018: 8.412 duizend euro) alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 74.301 duizend euro (2018: 114.606 duizend euro) die voornamelijk betrekking hebben op DEME voor respectievelijk 5.106 duizend euro en 34.087 duizend euro.

De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2019 2018
Diverse diensten en goederen (469.946) (483.178)
Bijzondere waardevermindering van activa
- Voorraden 131 91
- Handelsvorderingen en overige vorderingen (25.663) (19.473)
Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) 28.161 12.531
Overige exploitatiekosten (1.931) (7.719)
Totaal geconsolideerd (469.248) (497.748)

7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN

(duizend euro) 2019 2018
Bezoldigingen (512.523) (502.049)
Verplichte socialezekerheidsbijdragen (102.704) (96.718)
Overige loonkosten (25.410) (22.192)
Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) (13.233) (12.131)
Totaal geconsolideerd (653.870) (633.090)

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2019 bedraagt 8.243 (2018: 8.391), wat neerkomt op 8.598 personen op 1 januari 2019 (2018: 8.689) en 8.410 op 31 december 2019 (2018: 8.598).

8. FINANCIEEL RESULTAAT

(duizend euro) 2019 2018
Kosten van de financiële schuldenlast (2.602) (8.433)
Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening 0 0
Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten 0 0
Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde 0 0
Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop 0 0
Leningen en vorderingen - inkomsten 14.280 13.819
Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs– rentelasten (*) (16.882) (22.252)
Andere financiële kosten en opbrengsten (5.120) (55)
Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten 1.759 4.504
Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen 0 0
Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen (343) (105)
Waardevermindering op financiële activa 0 0
Overige (6.536) (4.454)
Financieel resultaat (7.722) (8.488)

(*) We verwijzen naar toelichting 2.1 voor de impact van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de rentelasten voor de periode van 1 januari tot 31 december 2019.

Lagere rentetarieven en de herfinanciering van bepaalde bankleningen en obligaties droegen bij aan de daling van de rentelasten.

De evolutie van de rubriek gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (wins-verlies) gedurende 2019 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.

9. MINDERHEIDSBELANGEN

Op dinsdag 31 december 2019 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 2.058 duizend euro (2018: 2.323 duizend euro). Het houdt hoofdzakelijk verband met de pool DEME (2.016 duizend euro).

10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT

OPGENOMEN IN HET GLOBAAL RESULTAAT

(duizend euro) 2019 2018
Actuele belastingen
Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 49.207 49.981
Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 8 (502)
Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen 49.215 49.479
Uitgestelde belastingen
Opname en terugname van tijdelijke verschillen (10.761) 70
Aangewende verliezen van vorige boekjaren 165 0
Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar 0 0
Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen 0 0
Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen (10.596) 70
Belastingen op het resultaat van het boekjaar 38.619 49.549
Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat 6.378 1.501
Totaal belastinglast in de resultatenrekening 44.997 51.050

AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEF BELASTINGTARIEF

(duizend euro) 2019 2018
Resultaat vóór belastingen 169.985 218.756
waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen 34.092 14.169
Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en partnerschappen 135.893 204.587
Winstbelasting berekend aan het tarief van 29,58% 40.197 60.517
Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 5.529 5.643
Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (3.515) (11.301)
Belastingkrediet en impact van de notionele interest (14.121) (5.767)
Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden 328 (3.364)
Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes (1.817) (995)
Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes (589) (11.005)
Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar 12.607 15.821
Belastinglast 38.619 49.549
Effectieve belastingtarief van het boekjaar 28,42% 24,22%

De belastingkosten bedragen 38.619 duizend euro per 31 december 2019, tegenover 49.549 duizend euro eind 2018. Het effectieve belastingtarief bedraagt 28,42% tegenover 24,22% per 31 december 2018.

GEBOEKTE LATENTE BELASTINGEN

ACTIVA VERPLICHTINGEN
(duizend euro) 2019 2018 2019 2018
Immateriële en materiële vaste activa 15.560 21.925 (85.204) (84.096)
Personeelsbeloningen 14.136 13.023 0 0
Voorzieningen 2.177 2.011 (18.170) (21.837)
Reële waarde van afgeleide instrumenten 2.813 2.483 (12) (5)
Overige elementen 30.509 33.823 (56.276) (60.350)
Fiscale verliezen 153.903 147.005 0 0
Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 219.098 220.270 (159.662) (166.288)
Uitgestelde belastingvordering (63.923) (73.459) 0 0
Belastingverrekening (54.755) (46.902) 54.755 46.902
Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 100.420 99.909 (104.907) (119.386)

Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 255.691 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.

De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.

TIJDELIJKE VERSCHILLEN OF FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVOR-DERING GEBOEKT IS

Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.

UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) RECHTSTREEKS VERWERKT IN HET EIGEN VERMOGEN

(duizend euro) 2019 2018
Uitgestelde belastingen op het effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde in kasstroomafdekking 2.772 775
Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen 3.606 726
Totaal 6.378 1.501

11. RESULTAAT PER AANDEEL

Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:

(duizend euro) 2019 2018
Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders 133.424 171.530
Globaal resultaat (toerekenbaar aan de groep) 89.231 167.279
Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 25.314.482
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op balansdatum (basis):
Nettoresultaat (toerekenbaar aan de groep) per aandeel in euro 5,27 6,78
Globaal resultaat (toerekenbaar aan de groep) per aandeel in euro 3,53 6,61

FINANCIËLE POSITIE

12. IMMATERIELE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL

Boekjaar 2019
(duizend euro)
Concessies,
brevetten en
licenties
Ontwikkelingskosten Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 129.064 3.884 132.948
Netto wisselkoersverschillen 3 0 3
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (25) (3) (28)
Verwervingen 2.051 381 2.432
Afstotingen (129) 0 (129)
Overdracht naar andere activacategorieën (235) 0 (235)
Saldo op het einde van het boekjaar 130.729 4.262 134.991
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (39.801) (3.559) (43.360)
Netto wisselkoersverschillen (8) 0 (8)
Afschrijvingen (1.068) (551) (1.619)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 25 3 28
Afstotingen 129 0 129
Overdracht naar andere activacategorieën 100 0 100
Saldo op het einde van het boekjaar (40,623) (4,107) (44,730)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2019 89.263 325 89.588
Per 31 december 2019 90.106 155 90.261

Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 2.432 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 1.619 duizend euro.

De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.

HOW WE CONTINUOUSLY SHAPE THE WORLD THE SHAPE OF (Y)OUR WORLD FINANCIAL REPORTING & ANNEXES

Boekjaar 2018
(duizend euro)
Concessies, brevetten en
licenties
Ontwikkelingskosten Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 129.059 3.547 132.606
Netto wisselkoersverschillen (31) 0 (31)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (176) 0 (176)
Verwervingen 1.567 283 1.850
Afstotingen (1.281) (24) (1.305)
Overdracht naar andere activacategorieën (74) 78 4
Saldo op het einde van het boekjaar 129.064 3.884 132.948
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (37.972) (3.291) (41.263)
Netto wisselkoersverschillen (14) 0 (14)
Afschrijvingen (3.487) (353) (3.840)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 85 0 85
Afstotingen 1.281 24 1.305
Overdracht naar andere activacategorieën 306 61 367
Saldo op het einde van het boekjaar (39.801) (3.559) (43.360)
Netto boekwaarde
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2018 91.087 256 91.343
Per 31 december 2018 89.263 325 89.588

13. GOODWILL

(duizend euro) 2019 2018
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 403.164 405.685
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (1.433) (2.521)
Overige wijzigingen 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar 401.731 403.164
Waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (226.037) (220.755)
Bijzondere waardeverminderingen 0 (5.282)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 1.433 0
Saldo op het einde van het boekjaar (224.604) (226.037)
Netto boekwaarde per 31 december 177.127 177.127
---------------------------------- --------- ---------

Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2019.

Activiteit Netto waarde goodwill Parameters gebruikt in het model met toekomstige
kasstromen
Brutowaarde
goodwill
Afwaardering
van het boekjaar
(duizend euro) 2019 2018 Groeipercentage
(eindwaarde)
Actualiserings
voet
Gevoeligheids
percentage
DEME &
dochterondernemingen
155.566 155.566 1,5% 7,9% 5% 375.591 -
VMA 11.115 11.115 1% 7,1% 5% 11.115 -
Mobix Remacom 2.995 2.995 1% 7,1% 5% 2.995 -
Mobix Stevens 2.682 2.682 1% 7,1% 5% 2.682 -
Mobix Coghe 2.351 2.351 1% 7,1% 5% 2.351 -
VMA Druart 1.507 1.507 1% 7,1% 5% 3.360 -
BPC 911 911 1% 7,1% 5% 911 -
Totaal 177.127 177.127 399.005 -

De volgende hypothesen werden aangenomen in de waarderingstests:

De kasstromen die gebruikt werden in de waardeverminderingstests werden afgeleid uit de begroting 2020, die voorgelegd werd aan de raden van bestuurders van DEME en CFE en aan de directiecomité van CFE Contracting. Voor de activiteiten van CFE Contracting werd voor de bepaling van de eindwaarde rekening gehouden met een groeivoet van 1%. Voor de activiteiten van DEME werd voor de bepaling van de eindwaarde rekening gehouden met een groeivoet van 1,5% in het licht van de lopende investeringsprogramma's.

Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.

De groep DEME wordt als één kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. De groep DEME voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen hebben aangetoond.

14. MATERIËLE VASTE ACTIVA

Boekjaar 2019
(duizend euro)
Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 144.300 3.914.871 68.409 0 431.022 4.558.602
Activa met gebruiksrecht, 1 januari 2019 72.371 5.311 21.081 0 0 98.763
Netto wisselkoersverschillen 116 1.925 6 0 1 2.048
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (40) (6) (9) 0 0 (55)
Verwervingen 21.122 176.306 21.961 0 236.614 456.003
Overdracht naar andere activacategorieën 833 132.515 15 0 (127.263) 6.100
Afstotingen (8.829) (160.567) (8.551) 0 0 (177.947)
Saldo op het einde van het boekjaar 229.873 4.070.355 102.912 0 540.374 4.943.514
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (59.027) (2.053.942) (55.397) 0
0
(2.168.366)
Netto wisselkoersverschillen (127) (692) (67) 0
0
(886)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 6 5 3 0
0
14
Afschrijvingen (17.668) (283.621) (15.764) 0
0
(317.053)
Overdracht naar andere activacategorieën 138 (6.063) 173 0
0
(5.752)
Afstotingen 4.002 151.881 7.810 0
0
163.693
Saldo op het einde van het boekjaar (72.676) (2.192.432) (63.242) 0
0
(2.328.350)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2019 85.273 1.860.929 13.012 0 431.022 2.390.236
Per 31 december 2019 157.197 1.877.923 39.670 0 540.374 2.615.164

Per 31 december 2019 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 456.003 duizend euro. Ze hebben voornamelijk betrekking op DEME (430.565 duizend euro). De investeringen eind 2019 stegen met 10.835 duizend euro in vergelijking met 2018.

Van de tien schepen die in 2015, 2016 en 2018 zijn besteld met een totale waarde van meer dan 1 miljard euro, zijn de lopende baggerschepen Minerva en Scheldt, de schepen Gulliver (in samenwerking), Apollo en Living Stone in 2017 en 2018 opgeleverd. In 2019 is het schip Bonny River toegetreden tot de DEME-vloot. Per 31 december 2019 wordt een restbedrag van 173 miljoen euro geïnvesteerd in schepen die de komende jaren in aanbouw zijn.

Het bedrag van de materiële vaste activa die een garantie voor bepaalde leningen vormen, bedraagt 55.686 duizend euro (2018: 84.599 duizend euro).

De bedragen opgenomen onder "Activa met gebruiksrecht, 1 januari 2019" geven de impact aan van de herwerking van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de geconsolideerde balans per 1 januari 2019, die 98.763 duizend euro bedraagt. We verwijzen naar toelichting 2.1.

De nettowaarde van de activa met gebruiksrecht bedraagt 163.529 duizend euro op 31 december 2019 (2018: 58.785 duizend euro). Deze activa hebben voornamelijk betrekking op de concessies en gebouwen van de groep DEME, het wagenpark van de groep, de hoofdzetel van de dochterondernemingen Mobix Stevens NV, Mobix Engema NV, CFE NV, BPI Real Estate Belgium SA, Arthur Vandendorpe NV en VMA Druart SA; de kranen van Benelmat en de uitrusting van Mobix Coghe NV.

De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen 317.053 duizend euro (2018: 268.762 duizend euro).

CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019

Boekjaar 2018
(duizend euro)
Terreinen en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 144.888 3.435.161 76.181 0 428.074 4.084.304
Netto wisselkoersverschillen 176 1.402 (17) 0 25 1.586
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 190 191.310 505 0 0 192.005
Verwervingen 3.351 182.259 6.840 0 252.718 445.168
Overdracht naar andere activacategorieën (863) 241.853 (2.175) 0 (245.853) (7.038)
Afstotingen (3.442) (137.114) (12.925) 0 (3.942) (157.423)
Saldo op het einde van het boekjaar 144.300 3.914.871 68.409 0 431.022 4.558.602
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (58.599) (1.823.759) (63.738) 0 0 (1.946.096)
Netto wisselkoersverschillen (153) (546) 36 0 0 (663)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (190) (108.113) (330) 0 0 (108.633)
Afschrijvingen (5.315) (257.345) (6.102) 0 0 (268.762)
Overdracht naar andere activacategorieën 4.106 201 2.361 0 0 6.668
Afstotingen 1.124 135.620 12.376 0 0 149.120
Saldo op het einde van het boekjaar (59.027) (2.053.942) (55.397) 0 0 (2.168.366)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2018 86.289 1.611.402 12.443 0 428.074 2.138.208
Per 31 december 2018 85.273 1.860.929 13.012 0 431.022 2.390.236

15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES

WIJZIGINGEN VAN DE PERIODE

De belangen in de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen worden als volgt weergegeven:

(duizend euro) 2019 2018
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 155.792 140.510
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Overdrachten (13.992) 4.243
Winst uit geassocieerde deelnemingen en partnerschappen 34.092 14.169
Kapitaalsverhoging/(vermindering) 17.564 11.956
Dividenden (8.140) (4.935)
Wijzigingen in de consolidatiekring 18.606 (7.774)
Overige wijzigingen (36.269) (2.377)
Saldo op het einde van het boekjaar 167.653 155.792
Goodwill opgenomen in de ondernemingen in vermogensmutatie 18.811 19.548

Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.

Het aandeel van de groep CFE in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen bedraagt 34.092 miljoen euro (tegenover 14.169 miljoen euro in 2018) en is voornamelijk afkomstig van de activiteiten van DEME en van de pool Vastgoedontwikkeling.

De wijzigingen in de consolidatiekring tijdens het boekjaar 2019 hebben voornamelijk betrekking op Cobel Contracting Nigeria Ltd, Lockside Ltd en Rent-A-Port NV.

Andere wijzigingen zijn voornamelijk het gevolg van veranderingen in de marktwaarde van de afdekkingsinstrumenten (voornamelijk rente-hedges bij Rentel en Seamade). Deze evolutie is het gevolg van de daling van de middellange- en langetermijnrente in de eurozone in 2019, met uitzondering van 14,8 miljoen met betrekking tot de voorgaande boekjaren.

FINANCIËLE INFORMATIE BETREFFENDE GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN PARTNERSCHAPPEN

De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 34 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.

De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is opgesteld op basis van de IFRS-boekhoudmethoden van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. Transacties tussen ondernemingen worden niet geneutraliseerd. De afstemming van het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.

December 2019
(duizend euro)
DEME Vastgoedontwikkeling en
Contracting
Holding & niet-overgedragen
activiteiten
Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultatenrekening
Omzet 1.103.471 317.229 172.797 64.239 35.611 16.943 1.311.879 398.411
Nettoresultaat – toere
kenbaar aan de groep
139.360 18.449 24.566 10.201 7.944 4.002 171.870 32.652
Balans
Vaste activa 4.277.822 551.388 78.581 19.244 215.268 76.454 4.571.671 647.086
Vlottende activa 776.834 185.208 287.590 117.418 175.074 83.046 1.239.498 385.672
Eigen vermogen 613.151 67.269 66.578 27.263 120.527 62.861 800.256 157.393
Langlopende passiva 3.312.777 451.710 65.530 23.805 166.559 54.968 3.544.866 530.483
Vlottende passiva 1.128.728 217.617 234.063 85.594 103.256 41.671 1.466.047 344.882
Netto financieringsschuld 2.948.912 411.143 64.401 23.810 144.860 41.634 3.158.173 476.587

In de pool DEME betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 781.127 duizend euro (a rato van 100%), Seamade: 686.176 duizend euro (a rato van 100%), Merkur Offshore GMBH: 1.432.970 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 932.365 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 529.062 duizend euro (a rato van 100%), 413.961 duizend euro (a rato van 100%), 952.831 duizend euro (a rato van 100%) en 778.011 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 34.647 duizend euro (a rato van 100%), -36 duizend euro (a rato van 100%), 45.872 duizend euro en 39.496 duizend euro (a rato van 100%).

De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling en Contracting betreffen in hoofdzaak de vennootschappen van M1 SA: 57.582 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA: 11.414 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA: 17.129 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA: 24.239 duizend euro (a rato van100%), Victor Estate SA: 10.979 duizend euro (a rato van100%), Erasmus Gardens SA: 29.825 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA: 30.384 duizend euro (a rato van 100%), Mall of Europe: 16.430 duizend euro (a rato van 100%), Luwa: 16.172 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways SA: 19.588 duizend euro (a rato van 100%).

Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld betrekking op concessiehouders PPP Schulen in Eupen: 76.663 duizend euro (a rato van 100%) en op de vennootschappen van Rent-A-Port NV: 55.620 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore NV: 12.391 duizend euro (a rato van 100%).

CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019

December 2018
(duizend euro)
DEME Vastgoedontwikkeling en
Contracting
Holding & niet-overgedragen
activiteiten
Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultatenrekening
Omzet 685.457 251.233 100.260 46.477 6.677 2.186 792.394 299.896
Nettoresultaat – toerekenbaar
aan de groep
41.092 6.929 11.951 6.165 8.772 4.057 61.815 17.151
Balans
Vaste activa 3.736.097 481.255 43.040 13.145 203.321 68.507 3.982.458 562.907
Vlottende activa 536.086 143.940 252.728 99.642 40.447 12.906 829.261 256.488
Eigen vermogen 676.233 75.568 39.825 17.115 38.584 20.720 754.642 113.403
Langlopende passiva 2.757.856 377.075 90.863 34.424 137.209 34.173 2.985.928 445.672
Vlottende passiva 838.094 172.552 165.080 61.248 67.975 26.520 1.071.149 260.320
Netto financieringsschuld 2.639.786 377.698 100.984 39.313 144.913 44.893 2.885.683 461.904

In de pool DEME betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 842.548 duizend euro (a rato van100%), Merkur Offshore GMBH: 1.353.747 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 977.287 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk, 608.230 duizend euro (a rato van 100%), 1.000.590 duizend euro (a rato van 100%) en 875.077 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 15.056 duizend euro (a rato van 100%), -7.624 duizend euro (a rato van 100%) en 25.494 duizend euro (a rato van 100%).

De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen van M1 SA: 56.701 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA: 12.734 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA: 20.891 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA: 14.860 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate SA: 10.975 duizend euro (a rato van100%) , Erasmus Gardens SA: 32.899 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA: 12.613 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways SA: 12.293 duizend euro (a rato van 100%).

Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld betrekking op de concessiehouders PPP Schulen in Eupen: 64.992 duizend euro (a rato van 100%) en op de vennootschappen van Rent-A-Port NV: 24.160 duizend euro (a rato van 100%) et Green Offshore NV: 35.700 duizend euro (a rato van 100%).

De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:

Per 31 december 2019
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
DEME Vastgoedontwikke
ling en Contracting
Holding & niet-over
gedragen activiteiten
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures
vóór afstemmingselementen
67.269 27.263 62.861 157.393
Afstemmingselementen 10.405 11.607 (21.182) 830
Negatieve geassocieerde deelnemingen en partnerschappen 6.389 3.041 0 9.430
Boekwaarde van de participatie van CFE 84.063 41.911 41.679 167.653
Per 31 december 2018
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
DEME Vastgoedontwikke
ling en Contracting
Holding & activités
non transférées
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures
vóór afstemmingselementen
75.568 17.115 20.720 113.403
Afstemmingselementen 10.889 12.635 (4.557) 18.967
Negatieve geassocieerde deelnemingen en partnerschappen 6.742 4.472 12.208 23.422
Boekwaarde van de participatie van CFE 93.199 34.222 28.371 155.792

De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten DEME, Vastgoedontwikkeling en Contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.

Negatieve geassocieerde deelnemingen en partnerschappen zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.

16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA

De overige financiële vaste activa bedragen 83.913 duizend euro per 31 december 2019, een daling ten opzichte van december 2018 (171.687 duizend euro). Ze omvatten voornamelijk leningen toegekend aan projectondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast, voor een bedrag van 77.216 duizend euro (2018: 165.930 duizend euro). De afname van het saldo van deze langlopende financiële vorderingen heeft voornamelijk betrekking op de aflossing van de leningen die zijn verstrekt aan de concessiehouders van Merkur en Rentel.

(duizend euro) 2019 2018
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 171.687 147.719
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 (15.724)
Verwervingen 14.371 49.111
Verkopen en overdracht (102.145) (10.688)
Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering 0 0
Netto wisselkoersverschillen 0 1.269
Saldo op het einde van het boekjaar 83.913 171.687

17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.

Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de "cost to cost" methode. Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt. We verwijzen naar toelichting 23 Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen.

(duizend euro) 2019 2018
Gegevens uit de balans
Ontvangen en betaalde voorschotten (18.663) (66.031)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa 307.462 430.704
Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen (222.930) (282.115)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 84.532 148.589
Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken
Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen 6.847.533 6.254.163
Verminderd met de tussentijdse facturatie (6.763.001) (6.105.574)
Impact van de bedrijven die in de loop van het jaar werden overgenomen 0 0
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 84.532 148.589

Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.

Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.

De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd. We verwijzen naar toelichting 19 Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten.

De resterende prestatieverplichtingen, d.w.z. de te behalen omzet, in de volgende jaren voor de projecten die per 31 december 2019 in uitvoering zijn, bedragen 3.224 miljoen euro, waarvan 2.335 miljoen euro in 2020 uitgevoerd zouden moeten worden.

18. VOORRADEN

Per 31 december 2019 bedragen de voorraden 162.612 duizend euro (2018: 128.889 euro), als volgt samengesteld:

(duizend euro) 2019 2018
Grond- en hulpstoffen 42.609 37.203
Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen (166) (195)
Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop 120.648 92.861
Waardeverminderingen op voorraad eindproducten (479) (980)
Voorraden 162.612 128.889

De sterke stijging van de afgewerkte producten en van de onroerende goederen bestemd voor verkoop (+27.787 duizend euro) is vooral te danken aan de Poolse activiteit van de pool vastgoedontwikkeling.

19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN

(duizend euro) 2019 2018
Handelsvorderingen 650.653 1.027.092
Min: provisie voor dubieuze debiteuren (68.579) (41.875)
Netto handelsvorderingen 582.074 985.217
Overige courante vorderingen 414.362 276.081
Totaal geconsolideerd 996.436 1.261.298
Overige operationele vlottende activa 72.681 67.561
Overige niet-operationele vlottende activa 6.267 12.733
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 1.221.466 1.410.944
Overige langlopende operationele passiva 155.601 201.609
Overige langlopende niet-operationele passiva 258.104 216.651
Totaal geconsolideerd 1.635.171 1.829.204
Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden (559.787) (487.612)

Wij verwijzen naar toelichting 26.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in toelichting 17 Onderhanden projecten in opdracht van derden werden beschouwd bedragen tot 578.991 duizend euro (2018: 972.634 duizend euro).

20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

(duizend euro) 2019 2018
Deposito's op korte termijn 31.105 12.655
Bank en kasmiddelen 581.101 375.691
Geldmiddelen en kasequivalenten 612.206 388.346

De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen is voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.

21. KAPITAALSUBSIDIES

De groep CFE heeft geen belangrijk kapitaalsubsidies ontvangen in 2019.

22. PERSONEELSVOORDELEN

De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als "post-employment" en "long-term benefit plans".

Per 31 december 2019 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling 70.269 duizend euro (2018: 57.553 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek "Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen". Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 2.950 duizend euro (2018: 3.240 duizend euro) voor overige personeelsvoordelen, voornamelijk uitgegeven door DEME.

BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE VOORDEELPLANNEN VAN DE GROEP CFE

De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste prestaties.

REGELINGEN MET VASTE BIJDRAGEN

De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.

REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES

Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen.

De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,2 % van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,8 % van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties zijn geografisch als volgt verdeeld: 81% in België en 19% in Nederland.

De toegezegde voordeelplannen zijn van het type "tak 21" hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.

Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.

Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type "met vaste prestaties".

BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES

BELGISCHE PENSIOENPLANNEN VAN HET TYPE "TAK 21"

Sommige personeelsleden genieten een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van "Tak 21" wordt gefinancierd. De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1,75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als regelingen met vaste prestaties.

De arbeiders van de bouwsector genieten een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimum rendement.

INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE RISICO'S VAN REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES

Bij stelsels met vaste prestaties dragen over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.

Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in de uitbetaling van een kapitaal voorzien. De optie van een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.

INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET BEHEER VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES

De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving.

INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE ACTIVA VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES

De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België). De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.

SCHULDEN MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOENEN

(duizend euro) 2019 2018
Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen (67.319) (54.313)
Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) (310.971) (255.602)
Reële waarde van fondsbeleggingen 243.652 201.289
Op de balans voorziene verplichtingen (67.319) (54.313)
Verplichtingen (67.319) (54.313)
Activa 0 0

VARIATIES VAN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN TE BEREIKEN DOELPLANNEN EN BRUGPENSIOEN

(duizend euro) 2019 2018
Saldo van de verplichtingen op 1 januari (54.313) (51.050)
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (14.093) (12.782)
Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten (15.395) (1.210)
Bijdragen van werkgever 16.484 13.207
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Overige bewegingen (2) (2.478)
Saldo op 31 december (67.319) (54.313)

De rubriek "Overige bewegingen" weerspiegelde in 2018 voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor "post-employment" voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de norm IAS 19.

KOSTEN GEBOEKT IN DE WINST-EN-VERLIESREKENING MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOENEN

(duizend euro) 2019 2018
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (14.093) (12.782)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (13.233) (12.131)
Rentekosten (4.038) (3.746)
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) 3.260 3.001
Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten (82) 94

De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.

NETTOLASTEN MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOENEN OPGENOMEN IN HET GLOBAAL RESULTAAT

(duizend euro) 2019 2018
Nettolasten opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat (15.395) (1.210)
Actuariële verschillen (47.058) (1.800)
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) 31.663 555
Wisselkoerseffecten 0 35

BEWEGINGEN IN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN TE BEREIKEN DOEL PLANNEN EN BRUGPENSIOEN

(duizend euro) 2019 2018
Saldo van de verplichtingen op 1 januari (255.602) (241.644)
Kosten van geleverde diensten (13.233) (12.131)
Rentekosten (4.122) (3.905)
Bijdragen van werkgever (692) (716)
Betalingen aan begunstigden (-) 10.671 16.719
Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto (47.304) (1.726)
Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen 127 0
Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties (42.508) 491
Ervarings(winsten) / verliezen (4.923) (2.217)
Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 0 0
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Overige bewegingen (689) (12.199)
Saldo op 31 december (310.971) (255.602)

De rubriek "Actuariële winsten en verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in financiële veronderstellingen" weerspiegelt in 2019 de impact van de daling van de disconteringsvoet.

De rubriek "Overige bewegingen" weerspiegelde in 2018 voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor "post-employment" voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de norm IAS 19.

BEWEGINGEN IN DE FONDSBELEGGINGEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN

(duizend euro) 2019 2018
Saldo van de verplichtingen op 1 januari 201.289 190.594
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten 31.716 555
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen 3.344 3.160
Bijdragen van werkgever 17.063 13.759
Betalingen aan begunstigden (-) (10.559) (16.719)
Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement 0 0
Overige bewegingen 799 9.940
Saldo op 31 december 243.652 201.289

De rubriek "Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief de bedragen die in de winst-en-verliesrekening zijn opgenomen)" wordt in 2019 ook sterk beïnvloed door de daling van de disconteringsvoet.

De rubriek "Overige bewegingen" weerspiegelde in 2018 voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor "post-employment" voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de norm IAS 19.

VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN OP AFSLUITINGSDATUM (IN GEWOGEN GEMIDDELD)

2019 2018
Disconteringsvoet op 31 december 0,68% 1,60%
Verwacht percentage van loonsverhogingen 3,09% 3,15%
Inflatie 1,70% 1,80%
Toegepaste sterftetabellen MR/FR MR/FR

OVERIGE VERONDERSTELLINGEN INZAKE TOEGEZEGDE PENSIOENREGELINGEN

2019 2018
Looptijd (in jaren) 15,36 14,55
Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva 17,11% 1,91%
Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar 16.523 12.610

De rubriek "Gemiddeld rendement op planactiva" wordt in 2019 voornamelijk beïnvloed door lagere disconteringsvoeten.

GEVOELIGHEIDSANALYSE (INVLOED OP HET BEDRAG VAN DE VERPLICHTINGEN)

2019 2018
Disconteringsvoet
Toename met 25 basispunten -3,8% -3,4%
Afname met 25 basispunten 3,9% 4,4%
Verwacht percentage van loonsverhogingen
Toename met 25 basispunten 1,9% 2,3%
Afname met 25 basispunten -1,8% -1,4%

23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN

Per 31 december 2019 bedragen deze voorzieningen 58.637 duizend euro, een daling van 42.040 duizend euro ten opzichte van eind 2018 (100.677 duizend euro).

(duizend euro) Diensten na
verkoop
Overige
courante
risico's
Voorzieningen voor negatieve
geassocieerde deelnemingen
en joint-ventures
Overige
niet-courante
risico's
Totaal
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 15.530 49.975 23.422 11.750 100.677
Netto wisselkoersverschillen 26 88 0 0 114
Overdracht naar andere rubrieken (129) 128 (13.992) 0 (13.993)
Voorzieningen: toevoegingen 2.715 13.150 0 870 16.735
Voorzieningen: bestedingen (2.976) (31.519) 0 (9.636) (44.131)
Voorzieningen: terugnemingen 0 (765) 0 0 (765)
Saldo op het einde van het boekjaar 15.166 31.057 9.430 2.984 58.637
waarvan courante: 46.223
niet-courante: 12.414

De voorziening voor Diensten na verkoop daalt met 364 duizend euro en bedraagt 15.166 duizend euro eind 2019. De evolutie eind 2019 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.

De voorzieningen voor andere courante risico's dalen met 18.918 duizend euro en bedragen 31.057 duizend euro eind 2019.

Deze omvatten:

  • de voorzieningen voor lopende geschillen (6.666 duizend euro), de voorzieningen voor sociale risico's (399 duizend euro), alsook andere courante risico's (8.333 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken betreffende de weerhouden assumpties, noch over het moment van waarschijnlijke kasuitgaven;
  • de voorzieningen voor verliezen einde werf (15.659 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De benutting van de verliezen einde werf houdt verband met de uitvoering van de betreffende contracten.

Als het aandeel van de groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.

De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.

24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger en in de contracting sector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.

In 2018 was DEME betrokken bij een geschil met Rijkswaterstaat in Nederland over de uitvoering van het Julianakanaalproject. Op basis van de informatie die momenteel voorhanden is, kan DEME de financiële gevolgen van dit geschil moeilijk inschatten.

CFE zorgt er ook voor dat de bedrijven van de groep zichzelf organiseren, zodat de geldende wetten en regels worden nageleefd, met inbegrip van de "nalevingsregels". DEME werkt volledig mee aan een gerechtelijk onderzoek naar de omstandigheden rond de gunning van een contract dat sindsdien in Rusland werd uitgevoerd. In de huidige omstandigheden kunnen we de financiële impact voor DEME niet op een betrouwbare manier inschatten.

25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD

25.1 DE NETTO FINANCIËLE SCHULD, ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP, ANALYSEERT ZICH ALS VOLGT:

December 2019 December 2018
(duizend euro) Langlopende Kortlopende Totaal Langlopende Kortlopende Totaal
Bankleningen en andere financiële schulden 899.236 207.098 1.106.334 472.786 138.888 611.674
Obligatielening 29.689 0 29.689 29.584 200.221 229.805
Opname van kredietlijnen 98.000 0 98.000 146.000 0 146.000
Leasingschulden 112.976 36.374 149.350 38.002 8.324 46.326
Totaal van de langlopende financiële schuld 1.139.901 243.472 1.383.373 686.372 347.433 1.033.805
Financiële schuld op korte termijn 0 26.894 26.894 0 2.863 2.863
Kasequivalenten 0 (31.105) (31.105) 0 (12.655) (12.655)
Geldmiddelen en kasequivalenten 0 (581.101) (581.101) 0 (375.691) (375.691)
Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of
beschikbare middelen)
0 (585.312) (585.312) 0 (385.483) (385.483)
Totaal van de netto financiële schuld 1.139.901 (341.840) 798.061 686.372 (38.050) 648.322
Financiële derivaten – interestindekking 8.369 3.567 11.936 6.168 3.143 9.311

Bankleningen en andere financiële schulden (1.106.334 duizend euro) betreffen voornamelijk corporate kredieten bij DEME met betrekking tot het financieren van haar vloot.

Na de terugbetaling door DEME van haar obligatielening van 200 miljoen euro op 14 februari 2019 is de enige resterende obligatielening die van BPI. Deze obligatielening werd op 19 december 2017 uitgegeven voor een totaal bedrag van 30 miljoen euro. Ze genereert een rentepercentage van 3,75% en is terug te betalen op 19 december 2022.

Leaseverplichtingen (149.350 duizend euro) voldoen aan de criteria van het toepassingsgebied van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten, die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2019, met een impact op de openingsbalans van 98.763 duizend (zie toelichting 2.1). Op 31 december 2019, bedraagt de bijdrage van de groep DEME 86.144 duizend euro en betreft voornamelijk hun concessies, terwijl de segmenten Contracting, Vastgoedontwikkeling en Holding & niet-overgedragen activiteiten 17.059 duizend euro bijdragen.

25.2 TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN

(duizend euro) Vervallen
binnen het
jaar
Vervallen
tussen 1 en
2 jaar
Vervallen
tussen 2 en
3 jaar
Vervallen
tussen 3 en
5 jaar
Vervallen
tussen 5 en 10
jaar
Vervallen na
meer dan 10
jaar
Totaal
31/12/2019
Bankleningen en andere financiële schulden 207.098 204.509 195.542 296.132 203.053 0 1.106.334
Obligatielening 0 0 29.689 0 0 0 29.689
Opname van kredietlijnen 0 8.000 0 90.000 0 0 98.000
Leasingschulden 36.374 24.406 18.629 31.986 17.883 20.072 149.350
Totaal van de langlopende financiële schuld 243.472 236.915 243.860 418.118 220.936 20.072 1.383.373
Financiële schuld op korte termijn 26.894 0 0 0 0 0 26.894
Kasequivalenten (31.105) 0 0 0 0 0 (31.105)
Geldmiddelen en kasequivalenten (581.101) 0 0 0 0 0 (581.101)
Totaal van de kortlopende financiële nettoschuld (585.312) 0 0 0 0 0 (585.312)
Totaal van de netto financiële schuld (341.840) 236.915 243.860 418.118 220.936 20.072 798.061

25.3 KASSTROMEN MET BETREKKING TOT FINANCIËLE SCHULDEN

Op 31 december 2019 bedragen de financiële schulden van de Groep CFE 1.410.267 duizend euro, een stijging met 373.599 duizend euro tegenover 31 december 2018. Deze toename van de schulden, die voornamelijk betrekking heeft op DEME, is met name het gevolg van de uitvoering van 600 miljoen aan leningen op middellange termijn, gedeeltelijk gecompenseerd door de terugbetaling van de obligatielening (-200 miljoen euro). De impact van IFRS 16 Leaseovereenkomsten bedraagt 98.763 duizend euro per 1 januari 2019. We verwijzen naar toelichting 2.1.

Niet-contante bewegingen
(duizend euro) December
2018
Impact
IFRS 16 per
01.01.2019
Kasstromen Wijzigingen
in de consoli
datiekring
Overige
wijzigingen
Totaal niet
contante
bewegingen
December
2019
Langlopende financiële schulden
Obligatielening 29.584 0 0 0 105 105 29.689
Overige langlopende financiële schulden 656.788 75.541 421.576 (29) (43.664) (43.693) 1.110.212
Kortlopende financiële schulden
Obligatielening 200.221 0 (200.000) 0 (221) (221) 0
Overige kortlopende financiële schulden 150.075 23.222 25.482 (3) 71.590 71.587 270.366
Totaal 1.036.668 98.763 247.058 (32) 27.810 27.778 1.410.267

25.4 KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN

CFE NV beschikt op 31 december 2019 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 204 miljoen euro, waarvan 90 miljoen euro gebruikt werd op 31 december 2019. CFE NV kan ook commercial paper ten bedrage van 50 miljoen euro uitgeven. Van deze financieringsbron wordt op 31 december 2019 45 miljoen euro gebruikt.

Op 31 december 2019 beschikt BPI Real Estate Belgium SA over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 40 miljoen euro, waarvan 8 miljoen euro gebruikt werd op 31 december 2019. BPI Real Estate Belgium SA kan ook commercial paper ten bedrage van 40 miljoen euro uitgeven. Van deze financieringsbron wordt op 31 december 2019 14 miljoen euro gebruikt.

DEME beschikt verder over bevestigde wentelkredieten bij banken ter waarde van 95 miljoen euro en over de mogelijkheid tot om tot 105 miljoen euro "commercial paper" uit te geven. Op 31 december 2019 werd van geen van beide financieringsbronnen gebruikgemaakt.

25.5 FINANCIËLE CONVENANTEN

De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie en haar relatie met het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. Deze convenanten werden integraal gerespecteerd op 31 december 2019.

Naam van de ratio Formule Vereiste December
2019
December
2018
CFE NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen
Solvabiliteitsratio Netto financieringsschuld / (Eigen vermogen - immateriële activa - goodwill) <1,65 0,53 0,39
Rentedekkingspercentage EBITDA / Kosten van schulden >4,0 47,49 57,41
Financiële schulden op lange termijn / Materiële vaste activa <1 0,44 0,29
Operationele kasstroom - jaarlijkse vervaldag van financiële schulden op lange termijn >7,5 205,3 450,1
CFE NV, statutaire rekeningen, Belgische boekhoudnormen
Solvabiliteitsratio Netto financiële schuld / (Eigen vermogen) <1,65 0,12 0,11
Eigen vermogen Eigen vermogen >61,75 M€ 1.188,3 1.141,3
DEME NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen
Solvabiliteitsratio (Eigen vermogen, aandeel van de groep - immateriële activa - goodwill) / (Totale activa
- immateriële activa - uitgestelde belastingvorderingen)
>25% 35,8% 36,1%
Solvabiliteitsratio Netto financiële schuld / EBITDA <3,0 1,53 1,17
Rentedekkingspercentage EBITDA / Kosten van schulden >4,0 269,76 84,48
BPI Real Estate Belgium SA, IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone
Minimum eigen vermogen Eigen vermogen van de Groep + Achtergestelde schulden >70 M€ 100,1 91,1
Solvabiliteitsratio Netto financieringsschuld / (Eigen vermogen - achtergestelde schulden) <1,65 0,66 0,77

26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S

26.1 BEHEER VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN

Eind 2019 bestaan de financiële middelen van de groep CFE uit een netto financiële schuld van 798.061 duizend euro (toelichting 25) en eigen vermogen van 1.760.310 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (toelichting 25) en hebben CFE NV, BPI Real Estate Belgium SA en DEME de mogelijkheid om commercial paper uit te schijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.

26.2 RENTEVOETRISICO

Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoedontwikkeling, holding, contracting en baggerwerken (DEME).

DEME moet belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen opzetten. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.

De activiteiten van contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.

Anderzijds gebruiken CFE NV en BPI Real Estate Belgium SA ook afgeleide producten (IRS) om het renterisico van de opnames op hun bevestigde kredietlijnen in te dekken.

Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten
Vaste rentevoet
Variabele rentevoet
Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Rentevoet Bedrag Aandeel Rentevoet Bedrag Aandeel Rentevoet
Bankleningen en andere financiële
schulden
64.657 61,96% 1,14% 1.041.677 92,21% 0,93% 1.106.334 89,65% 0,95%
Obligatielening 29.689 28,45% 3,75% 0 0,00% 0,00% 29.689 2,41% 3,75%
Opname van kredietlijnen 10.000 9,58% 1,40% 88.000 7,79% 0,88% 98.000 7,94% 0,93%
Totaal 104.346 100% 1,91% 1.129.677 100% 0,93% 1.234.023 100% 1,01%

Taux moyen effectif après prise en compte de Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten s couvertures de gestion

Vaste rentevoet Variabele rentevoet Caped' variabele rentevoet
+ inflatie
Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Montants Quo
te-part
Taux
Bankleningen en
andere financiële
schulden
1.054.622 91,52% 1,23% 51.712 63,29% 1,15% 0 0,00% 0,00% 1.106.334 89,65% 1,23%
Obligatielening 29.689 2,58% 3,75% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 29.689 2,41% 3,75%
Opname van krediet
lijnen
68.000 5,90% 1,47% 30.000 36,71% 1,06% 0 0,00% 0,00% 98.000 7,94% 1,06%
Totaal 1.152.311 100% 1,31% 81.712 100% 1,12% 0 0,00% 0,00% 1.234.023 100% 1,27%

26.3 GEVOELIGHEID VAN HET RENTEVOETRISICO

De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:

  • de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking;
  • financiële instrumenten tegen vaste koers, erkent tegen reële waarde in de balans via het resultaat;
  • derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn.

Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat. Indien de waarde van het derivaat wordt hergebruikt, wordt de impact in de winst- en verliesrekening verantwoord.

De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op dinsdag 31 december 2019 constant blijft gedurende een jaar.

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse werden andere variabelen als constant beschouwd.

31/12/2019
(duizend euro) Resultaat Eigen vermogen
Impact van sensibi
liteits-berekening
+50bp
Impact van sensibili
teits-berekening
-50bp
Impact van sensibi
liteits-berekening
+50bp
Impact van sensibili
teits-berekening
-50bp
Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan veranderlijke
koersen na boekhoudkundige indekking
6.917 (6.917)
Netto financiële schuld (korte termijn) (*) 134 (134)
Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking
Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of
hoogstwaarschijnlijk)
3.718 (3.708)

(*) exclusief beschikbare middelen.

26.4 BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES

Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten met betrekking tot DEME, CFE NV en BPI NV de volgende kenmerken:

31/12/2019
(duizend euro) <1 jaar Vervallen
tussen 1 en
2 jaar
Vervallen
tussen 2 en
5 jaar
> 5 jaar Onderlig
gende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
188.884 186.551 476.252 196.278 1.047.965 (11.936)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 188.884 186.551 476.252 196.278 1.047.965 (11.936)
31/12/2018
(duizend euro) <1 jaar Vervallen
tussen 1 en
2 jaar
Vervallen
tussen 2 en
5 jaar
> 5 jaar Onderlig
gende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
144.721 144.688 434.301 135.137 858.847 (9.312)
Rentevoet opties (cap, collar)

26.5 VALUTARISICO

SOORTEN RISICO'S WAARAAN DE GROEP WORDT BLOOTGESTELD

De groep CFE en haar filialen, uitgezonderd DEME, hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting n vastgoedontwikkeling, omdat de activiteiten in de eurozone plaatsvinden. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.

VERDELING VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN OP LANGE TERMIJN PER VALUTA

Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in euro zijn) per valuta is:

(duizend euro) 2019 2018
Euro 1.234.023 987.479
US dollar 0 0
Andere 0 0
Totaal langlopende financiële verplichtingen 1.234.023 987.479

Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva):

Onderliggende Reële waarde
(duizend
euro)
USD
US Dollar
SGD
Singapour
Dollar
TWD
Taiwan
Dollar
PLN Zloty Overige Totaal USD
US Dollar
SGD
Singapour
Dollar
TWD
Taiwan
Dollar
PLN Zloty Overige Totaal
Termijn
aankopen
5.109 92.395 0 0 11.528 109.032 102 174 0 0 68 344
Termijn
verkopen
76.228 8.539 14.229 75.026 36.197 210.219 (488) (78) 72 (2.851) (186) (3.531)

De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.

De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2019 constant blijven gedurende het jaar.

Een variatie van 5 % van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse werden andere variabelen als constant beschouwd.

31/12/2019
(duizend euro) Resultaat
Impact van de sensitiviteits-bereke
ning - vermindering EUR 5 %
Impact van de sensitiviteits-bereke
ning - verhoging EUR 5 %
Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) met variabele rente na boekhoudkundige
indekking
3.171 (2.869)
Netto financiële schuld op korte termijn (2.214) 2.003
Werkkapitaal 458 (414)

26.6 RISICO VERBONDEN AAN GRONDSTOFFEN

Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.

Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (diesel), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.

DEME dekt zich in tegen fluctuaties van diesel door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De reële waarde van deze instrumenten, eind 2019, bedraagt -2.468 duizend euro (tegenover -6.305 duizend euro eind 2018).

26.7 KREDIET- EN TEGENPARTIJRISICO

De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.

Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.

Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Credendo).

FINANCIËLE INSTRUMENTEN

De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijri-

sico te beheren.

Dit systeem wijst maximale risicolijnen toe per tegenpartij, gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's.

Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.

KLANTEN

De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Een groot deel van de geconsolideerde omzet wordt echter met openbare of semi-openbare klanten gerealiseerd.

Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.

Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij.

De analyse van de betalingsachterstand eind 2019 en eind 2018 is als volgt:

Per 31 december 2019
(duizend euro)
Op het einde
van de period
Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvorderingen en overige bedrijfs
vorderingen
1.067.249 750.850 95.585 61.796 159.018
Totaal bruto 1.067.249 750.850 95.585 61.796 159.018
Voorzieningen - Handelsvoorderingen en
overige bedrijfsvorderingen
(70.813) (111) 0 (377) (70.325)
Totale voorzieningen (70.813) (111) 0 (377) (70.325)
Totaal netto bedragen 996.436 750.739 95.585 61.419 88.693
Per 31 december 2018
(duizend euro)
Op het einde
van de period
Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvorderingen en overige bedrijfs
vorderingen
1.308.519 917.442 196.442 56.353 138.282
Totaal bruto 1.308.519 917.442 196.442 56.353 138.282
Voorzieningen - Handelsvoorderingen en
overige bedrijfsvorderingen
(44.223) (1.007) 0 (318) (42.898)
Totale voorzieningen (44.223) (1.007) 0 (318) (42.898)
Totaal netto bedragen 1.264.296 916.435 196.442 56.035 95.384

De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.

De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:

(duizend euro) 2019 2018
Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorige boekjaar (44.223) (15.563)
Herwerking IFRS 9 0 (12.000)
Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorige boekjaar (*) (44.223) (27.563)
Wijziging van de consolidatiekring 152 42
Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen tijdens het boekjaar (25.663) (19.473)
Nettowisselkoersverschillen en transfers (1.079) 2.771
Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar (70.813) (44.223)

(*) Bedragen aangepast in overeenstemming met de wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot de toepassing van IFRS 9 "Financiële instrumenten" en verwante wijzigingen.

Na toepassing van het model van geschatte verliezen, zoals voorgeschreven door IFRS 9, werden de vorderingen van de groep CFE op de Tsjadische staat in het boekjaar 2019 die gedeeltelijk eerder afgeschreven werden, volledig afgeschreven tijdens het

boekjaar 2019.

26.8 LIQUIDITEITSRISICO

DEME, CFE NV en BPI NV waren in staat om onder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijnen te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.

26.9 BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE

31 december 2019
(duizend euro)
FAVGRW/FVGRW
(3) - Afgeleide
instrumenten niet
gekwalificeerd
als indekking
FAVGRW/FVGRW
(3) - Afgeleide
instrumenten
gekwalificeerd
als indekking
Activa/
verplichtingen
aan afgeschreven
kost
Totale boek
waarde
Bepaling van de
reële waarde per
niveau
Reële waarde van
de categorie
Financiële vaste activa 0 0 83.913 83.913 83.913
Deelnemingen (1) 0 0 6.697 6.697 Niveau 2 6.697
Financiële vorderingen en schulden (1) 0 0 77.216 77.216 Niveau 2 77.216
Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0
Financiële vlottende activa 751 0 1.608.642 1.609.393 1.609.393
Handels- en overige vorderingen uit operatio
nele activiteiten
0 0 996.436 996.436 Niveau 2 996.436
Rentevoetderivaten 751 0 0 751 Niveau 2 751
Kasequivalenten (2) 0 0 31.105 31.105 Niveau 1 31.105
Beschikbare middelen (2) 0 0 581.101 581.101 Niveau 1 581.101
Totaal activa 751 0 1.692.555 1.693.306 1.693.306
Langlopende financiële schulden 616 8.370 1.139.901 1.148.887 1.158.307
Obligatielening 0 0 29.689 29.689 Niveau 1 29.689
Financiële schulden 0 0 1.110.212 1.110.212 Niveau 2 1.119.632
Rentevoetderivaten 616 8.370 0 8.986 Niveau 2 8.986
Kortlopende financiële verplichtingen 3.220 6.136 1.491.832 1.501.188 1.503.619
Handelsschulden en andere voortvloeiend uit
operationele activiteiten
0 0 1.221.466 1.221.466 Niveau 2 1.221.466
Obligatielening 0 0 0 0 Niveau 1 0
Financiële schulden 0 0 270.366 270.366 Niveau 2 272.797
Rentevoetderivaten 3.220 6.136 0 9.356 Niveau 2 9.356
Totaal passiva 3.836 14.506 2.631.733 2.650.075 2.661.926

CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019

31 december 2018
(duizend euro)
FAVGRW/FVGRW
(3) - Afgeleide
instrumenten niet
gekwalificeerd
als indekking
FAVGRW/FVGRW
(3) - Afgeleide
instrumenten
gekwalificeerd
als indekking
Activa/
verplichtingen
aan afgeschreven
kost
Totale boek
waarde
Bepaling van de
reële waarde per
niveau
Reële waarde van
de categorie
Financiële vaste activa 9 171.687 171.696 171.696
Deelnemingen (1) 5.758 5.758 Niveau 2 5.758
Financiële vorderingen en schulden (1) 165.929 165.929 Niveau 2 165.929
Rentevoetderivaten 9 9 Niveau 2 9
Financiële vlottende activa 257 18 1.649.644 1.649.919 1.649.919
Handels- en overige vorderingen uit operatio
nele activiteiten
1.261.298 1.261.298 Niveau 2 1.261.298
Rentevoetderivaten 257 18 0 275 Niveau 2 275
Kasequivalenten (2) 12.655 12.655 Niveau 1 12.655
Beschikbare middelen (2) 375.691 375.691 Niveau 1 375.691
Totaal activa 257 27 1.821.331 1.821.615 1.821.615
Langlopende financiële schulden 3.185 6.169 686.372 695.726 702.044
Obligatielening 29.584 29.584 Niveau 1 29.584
Financiële schulden 656.788 656.788 Niveau 2 663.106
Rentevoetderivaten 3.185 6.169 9.354 Niveau 2 9.354
Kortlopende financiële verplichtingen 3.170 7.820 1.761.240 1.772.230 1.781.768
Handelsschulden en andere voortvloeiend uit
operationele activiteiten
1.410.944 1.410.944 Niveau 2 1.410.944
Obligatielening 200.221 200.221 Niveau 1 200.880
Financiële schulden 150.075 150.075 Niveau 2 158.954
Rentevoetderivaten 3.170 7.820 10.990 Niveau 2 10.990
Totaal passiva 6.355 13.989 2.447.612 2.467.956 2.483.812

(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"

(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"

(3) FAVGRW: Financiële activa, verplicht gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening FVGRW: Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:

  • De reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en verplichtingen;
  • De reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn;
  • De reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting.

De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:

  • Voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs;
  • Voor leningen met een variabele interestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs;
  • Voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves;
  • Voor andere derivaat instrumenten, werd de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen;
  • Voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door DEME en BPI werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum;
  • Voor leningen met vaste rentevoet: de reële waardering is bepaald op de verdisconteerde toekomstige kasstromen op de interestvoet van het markt op de afsluitingsdatum.

27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar dat eindigt op 31 december 2019 bedraagt 1.348.770 duizend euro (2018: 1.450.914 duizend euro) en kan als volgt worden uitgesplitst naar aard:

(duizend euro) 2019 2018
Goede uitvoering en performances bonds (a) 1.181.738 1.273.793
Biedingen (b) 15.702 13.110
Teruggaven voorschotten (c) 840 1.206
Garantie-inhouding (d) 19.415 17.491
Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 39.005 64.999
Andere gegeven verplichtingen - waarvan 82.293 duizend euro corporate garanties bij DEME 92.070 80.315
Totaal 1.348.770 1.450.914

a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.

b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken.

c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd.

d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt.

e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.

28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor het boekjaar dat eindigt op 31 december 2019 bedraagt 606.962 duizend euro (2018: 515.508 duizend euro) en kan als volgt worden uitgesplitst naar aard:

(duizend euro) 2019 2018
Goede uitvoering en performance bonds 603.641 512.354
Andere ontvangen verplichtingen 3.321 3.154
Totaal 606.962 515.508

De sterke toename van de ontvangen verbintenissen houdt vooral verband met de verbintenissen die werden aangegaan in het kader van de uitbreiding van de vloot van DEME.

29. GESCHILLEN

De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector en in DEME. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.

De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.

30. VERBONDEN PARTIJEN

Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.419.521 aandelen van CFE op 31 december 2019 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 60,91% van de aandelen.

De bedragen van de jaarlijkse emolumenten van Renaud Bentégeat (uitvoerend bestuurder), ontvangen uit hoofde van zijn mandaten binnen de dochterondernemingen van de Groep, werden bepaald in functie van zijn actieve deelname aan de Raad van Bestuur van de dochterondernemingen DEME, Rent-a-Port en BPI, en in functie van de groei van deze ondernemingen. Voor haar activiteiten binnen deze vennootschappen heeft de vennootschap Renaud Bentégeat Conseil SAS, vertegenwoordigd door de heer Renaud Bentégeat, een dienstverleningsovereenkomst gesloten met CFE nv die op 29 februari 2020 afloopt. In dit kader ontving hij in 2019 een vergoeding van € 1.000.000.

Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, ontving een totale vergoeding van € 345.000 voor zijn functie als bestuurder in verschillende dochterondernemingen van de groep. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren teruggegeven op grond van een overeenkomst die hen bindt. In 2019 heeft CFE aan Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, geen uitgiftepremies, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.

John-Eric Bertrand heeft naast zijn mandaat als bestuurder (€ 30.000) en zijn mandaat als voorzitter van het Auditcomité (€8.000) een bedrag van € 115.000 ontvangen voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende vennootschappen van de groep CFE, meer bepaald binnen VMA Druart, VMA en VMA Nizet. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren teruggegeven op grond van een overeenkomst die hen bindt. Op dezelfde manier heeft Koen Janssen, naast zijn mandaat als bestuurder (€ 30.000), een bedrag van € 15.000 ontvangen voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende dochterondernemingen van de groep CFE, binnen de groep Terryn. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren teruggegeven op grond van een overeenkomst die hen bindt.

Het management van de verschillende filialen van de groep CFE is als volgt samengesteld:

  • De activiteiten van DEME (DEME) worden geleid door een directiecomité, bestaande uit een CEO, Luc Vandenbulcke, en vier andere leden, Philip Hermans, Eric Tancré, Els Verbraecken en Hugo Bouvy.
  • De pool Contracting (CFE Contracting) wordt geleid door een directiecomité bestaande uit een CEO, Trorema BVBA vertegenwoordigd door Raymund Trost, en vijf andere leden; Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, MSQ BVBA vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, 8822 BVBA vertegenwoordigd door Yves Weyts, Almacon BVBA vertegenwoordigd door Manu Coppens en Valérie Van Brabant.

De activiteit vastgoedontwikkeling (BPI) staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artist Valley SA, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.

De CEO's, de leden van de directiecomités en de gedelegeerd bestuurders van de hierboven vermelde dochterondernemingen worden "uitvoerende managers" van de dochterondernemingen van de groep CFE genoemd. In 2019 is het bedrag van de bezoldigingen en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de uitvoerende managers van de dochterondernemingen van de groep CFE worden toegekend, als volgt (bedragen uitgedrukt in een globaal bedrag):

Vaste bezoldigingen 3.788.486 €
Variabele bezoldigingen op korte termijn 5.394.458 €
Overige voordelen 378.796 €
Totaal 9.561.740 €

Er werden leningen toegekend aan bepaalde leden van het directiecomité van CFE Contracting in het kader van de aan hen toegekende aandelenoptieplannen.

Er zijn geen transacties met de ondernemingen Trorema SPRL, Frédéric Claes SA, 8822 SPRL, D2C Partners, Artist Valley SA, MSQ SPRL en Almacon SPRL, onverminderd de facturering van deze ondernemingen in het kader van hun dienstverleningscontract.

Dredging Environmental & Marine Engineering NV en CFE NV hebben op 26 november 2001 een dienstverleningscontract afgesloten met Ackermans & van Haaren NV. De vergoedingen die verschuldigd zijn door Dredging Environmental & Marine Engineering NV, een 100% dochteronderneming van CFE NV, en door CFE NV uit hoofde van dit contract, bedragen 1.215 duizend euro en 673 duizend euro per jaar.

Op 31 december 2019 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit over Rent-A-Port NV, Green-Offshore NV en hun filialen.

De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd.

Tijdens 2019 werd er geen significante verandering in de natuur van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met maandag 31 december 2018 vastgesteld.

De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:

(duizend euro) 2019 2018
Activa met verbonden partijen 194.553 237.937
Financiële vaste activa 92.177 170.380
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 95.353 50.072
Overige vlottende activa 7.023 17.485
Passiva met verbonden partijen 46.829 37.646
Overige langlopende passiva 1.303 1.309
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 45.526 36.337
(duizend euro) 2019 2018
Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 453.690 354.762
Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten 478.432 369.154
Aankopen en overige operationele lasten (35.407) (23.616)
Financiële lasten en opbrengsten 10.665 9.224

Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten ten opzichte van verbonden entiteiten en partnerschappen stijgen voornamelijk bij DEME tussen 2018 en 2019 als gevolg van de ontwikkelingswerken met bettrekking tot de offshore windparken Seamade.

31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2019) bedraagt:

(duizend euro) Deloitte Overige
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de 1.920,9 78,78% 756,2 22,85%
Individuele en geconsolideerde rekeningen 96,5 3,96% 3,9 0,12%
Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 2.017,4 82,74% 760,1 22,97%
Subtotaal audit
Juridisch, fiscaal, sociaal 158,1 6,48% 1.348,9 40,77%
Andere prestaties 262,8 10,78% 1.199,3 36,26%
Subtotaal andere 420,9 17,26% 2.548,2 77,03%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 2.438,3 100% 3.308,3 100%

32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Zoals beschreven in sectie 5.B.13 van de verslag van de raad van bestuur, zal de COVID-19-pandemie een negatieve invloed hebben op de omzet, de kasstromen en resultaten van de groep CFE in 2020. Op datum van dit rapport is het echter niet mogelijk om de impact hiervan in te schatten.

33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN

NAMEN NAMEN ACTIVITEITENPOOL AANDEEL VAN
DE GROEP IN %
EUROPA
België
ABEB NV Wilrijk Contracting 100%
ANMECO NV Zwijndrecht Contracting 100%
ARTHUR VANDENDORPE NV Zedelgem Contracting 100%
BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA Brussel Contracting 100%
DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Contracting 100%
BENELMAT SA Gembloux Contracting 100%
BRANTEGEM NV Aalst Contracting 100%
CFE CONTRACTING SA Brussel Contracting 100%
GROEP TERRYN NV Moorslede Contracting 100%
HOFKOUTER NV Zwijndrecht Contracting 100%
MBG NV Wilrijk Contracting 100%
MOBIX COGHE NV Halen Contracting 100%
MOBIX ENGEMA SA Brussel Contracting 100%
MOBIX ENGETEC SA Manage Contracting 100%
MOBIX REMACOM NV Lochristi Contracting 100%
MOBIX STEVENS NV Halen Contracting 100%
PROCOOL SA Gosselies Contracting 100%
THIRAN SA Ciney Contracting 100%
VANLAERE NV Zwijndrecht Contracting 100%
VMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 100%
VMA DRUART SA Gosselies Contracting 100%
VMA BE.MAINTENANCE SA Brussel Contracting 100%
VMA FOOD & PHARMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 100%
VMA NIZET SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
VMA VANDERHOYDONCKS NV Alken Contracting 100%
VMA WEST NV Waregem Contracting 100%
WEFIMA NV Zwijndrecht Contracting 100%
AGROVIRO NV Zwijndrecht DEME 75%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV Oostende DEME 100%
CATHIE ASSOCIATES HOLDING CVBA Diegem DEME 100%
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS
WORLDWIDE NV (CTOW)
Zwijndrecht DEME 54%
DEME BLUE ENERGY NV Zwijndrecht DEME 70%
DEME BUILDING MATERIALS NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV Zwijndrecht DEME 75%
DEME NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME COORDINATION CENTER NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME CONCESSIONS NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME CONCESSIONS WIND NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) Zwijndrecht DEME 100%
DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV
(DIMCO)
Zwijndrecht DEME 100%
DEME OFFSHORE BE NV Zwijndrecht DEME 100%
DEME OFFSHORE HOLDING NV Zwijndrecht DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL NV Zwijndrecht DEME 100%
ECOTERRES HOLDING SA Gosselies DEME 75%
EKOSTO NV Sint-Gillis-Waas DEME 75%
FILTERRES SA Gosselies DEME 56%
GEOWIND NV Zwijndrecht DEME 100%
GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV Oostende DEME 100%
GROND RECYCLAGE CENTRUM NV Zwijndrecht DEME 52%
GRC ZOLDER NV Zwijndrecht DEME 37%
G-TEC OFFSHORE SA Milmort DEME 73%
G-TEC SA Milmort DEME 73%
LOGIMARINE SA Berchem DEME 100%
PURAZUR NV Zwijndrecht DEME 75%
HDP CHARLEROI Brussel Holding 100%
BPI Real Estate Belgium SA Brussel Vastgoed 100%
BPI SAMAYA NV Brussel Vastgoed 100%
BPI PARK WEST NV Brussel Vastgoed 100%
DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXEL
LOISES SA
Brussel Vastgoed 100%
PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Brussel Vastgoed 100%
VAN MAERLANT NV Brussel Vastgoed 100%
WOLIMMO NV Brussel Vastgoed 100%
ZEN FACTORY NV Brussel Vastgoed 100%
WOOD SHAPERS SA Bruxelles Contracting/
Vastgoed
100%
Cyprus
BELLSEA LTD Nicosia DEME 100%
DEME CYPRUS LTD Nicosia DEME 100%
DEME SHIPPING COMPANY LTD Nicosia DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD Nicosia DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD Nicosia DEME 100%
DEME OFFSHORE CY LTD Nicosia DEME 100%
MIDDLE EAST MARINE CONTRACTING LTD
(MEMC)
Nicosia DEME 100%
NOVADEAL LTD Nicosia DEME 100%
TCMC THE CHANNEL MANAGEMENT COMPANY
LTD
Nicosia DEME 100%
CONTRACTORS OVERSEAS LTD Nicosia Holding 100%
Duitsland
DEME OFFSHORE DE GMBH Bremen DEME 100%
NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH Bremen DEME 100%
OAM-DEME MINERALIEN GMBH Hamburg DEME 70%
Frankrijk
G-TEC SAS Le Havre DEME 73%
DEME OFFSHORE FR SAS Lambersart DEME 100%
SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart DEME 100%
FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNA
TIONALES SAS
Parijs Holding 100%
Groot-Brittannië
VMA MIDLANDS LTD Yorkshire Contracting 100%
DEME BUILDING MATERIALS LTD Weybridge, Surrey DEME 100%
DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD Weybridge, Surrey DEME 75%
NEWWAVES SOLUTIONS LTD Londen DEME 100%
Groothertogdom Luxemburg
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRI
SES CLE SA
Strassen Contracting 100%
APOLLO SHIPPING SA Luxemburg DEME 100%
BONNY RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100%
CRIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA Luxemburg DEME 100%
DEME OFFSHORE LU SA Luxemburg DEME 100%
DEME OFFSHORE PROCUREMENT & SHIPPING
LU SA
Luxemburg DEME 100%
MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA Luxemburg DEME 100%
SAFINDI SA Luxemburg DEME 100%
SAFINDI RE SA Luxemburg DEME 100%
SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA Luxemburg DEME 100%
THOR CREWING LUXEMBOURG SA Luxemburg DEME 100%
SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA Strassen Holding 100%
ARLON 23 SA Strassen Vastgoed 100%
BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG SA Strassen Vastgoed 100%
GRAVITY SA Luxemburg Vastgoed 100%
IMMO-BECHEL CLE SARL Strassen Contracting/
Vastgoed
100%
WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA Strassen Contracting/
Vastgoed
100%

Andere Afrikaanse landen

Nederland
AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN
DE WIEL BV
Amsterdam DEME 75%
DEME BUILDING MATERIALS BV Vlissingen DEME 100%
DEME CONCESSIONS MERKUR BV Breda DEME 100%
DEME CONCESSIONS NETHERLANDS BV Breda DEME 100%
DEME OFFSHORE NL BV Breda DEME 100%
DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV Amsterdam DEME 75%
DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVER
WERKEN BV
Amsterdam DEME 75%
DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV
(DIMCO BV)
Dordrecht DEME 100%
DEME OFFSHORE SHIPPING BV Breda DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL NETHERLANDS BV Breda DEME 100%
G-TEC BV Delft DEME 73%
MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 75%
INNOVATION HOLDING BV Breda DEME 100%
INNOVATION SHIPOWNER BV Breda DEME 100%
INNOVATION SHIPPING BV Breda DEME 100%
PAES MARTIEM BV Amsterdam DEME 100%
ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES &
VAN DE WIEL BV
Amsterdam DEME 75%
Polen
CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 100%
VMA POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 100%
BPI PROJECT I SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT II SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT III SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT IV SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT V SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT VI SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI VILDA PARK SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
ACE 14 SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 90%
BPI BARSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
CFE SENEGAL SASU Dakar, Senegal Contracting 100%
DRAGAMOZ LDA Maputo, Mozambique DEME 100%
MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD Ebene, Mauritius DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL SOUTH AFRICA
PTY LTD
Durban, Zuid-Afrika DEME 100%
AZIË
India
DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD New Delhi DEME 100%
INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PVT LTD Chennai DEME 90%
Andere Aziatische landen
MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC
(MEDCO)
Qatar DEME 95%
DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD Saoedi-Arabië DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD Kuala Lumpur, Maleisië DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT
CONSULTING SHANGHAI LTD
Shanghai, China DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC Verenigde Arabische
Emiraten
DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES MIDDLE
EAST DMCEST
Verenigde Arabische
Emiraten
DEME 100%
FAR EAST DREDGING LTD Hong Kong DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE
LTD (DIAP)
Singapore DEME 100%
PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA Djakarta, Indonesië DEME 60%
AMERIKA
Verenigde Staten
VMA US INC Zuid-Carolina Contracting 100%
DEME OFFSHORE US INC Wilmington, New Castle,
Delaware
DEME 100%
DEME OFFSHORE US LLC Wilmington, New Castle,
Delaware
DEME 100%
MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS
HOLDING LLC
Texas DEME 100%
MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS LLC Texas DEME 100%
Brazilië
DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA Santos DEME 75%
DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro DEME 100%
Canada
DEME OFFSHORE CA LTD Halifax DEME 100%
Andere Amerikaanse landen
DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV Mexico DEME 100%
LOGIMARINE SA DE CV Mexico DEME 100%
CORPORACION ARENERA MARINA SA Panama DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA Panama DEME 100%
SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA Caracas, Venezuela DEME 100%
OCEANIË
Australië
DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD Brisbane DEME 100%
GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD Brisbane DEME 100%
Papoea-Nieuw-Guinea
DREDECO (PNG) LTD Port Moresby DEME 100%
CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 100%
VMA POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 100%
BPI PROJECT I SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT II SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT III SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT IV SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT V SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI PROJECT VI SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI VILDA PARK SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
ACE 14 SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 90%
BPI BARSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI SADOWA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
IMMO WOLA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100%
Andere Europese landen
VMA SLOVAKIA SRO Trencin, Slowakije Contracting 100%
DEME OFFSHORE DK A/S Fredericia, Denemarken DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Madrid, Spanje DEME 100%
NAVIERA LIVING STONE SLU Madrid, Spanje DEME 100%
BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE SA Lissabon, Portugal DEME 100%
DRAGMORSTROY LLC Sint-Petersburg, Rusland DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne DEME 100%
SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië DEME 100%
CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest, Roemenië Holding 100%
CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT Boedapest, Hongarije Holding 100%
AFRIKA
Angola
DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda DEME 100%
SOYO DRAGAGEM LDA Soyo DEME 100%
Nigeria
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS
NIGERIA LTD (CMTON)
Lagos DEME 54%
DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES
NIGERIA LTD
Lagos DEME 100%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos DEME 100%
EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA Port harcourt DEME 100%
NOVADEAL EKO FZE Lagos DEME 100%
Tsjaad
CFE TCHAD SA Ndjamena Holding 100%
Tunesië
COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA Tunis Contracting 100%
CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis Holding 100%

LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE VOLGENS DE VERMOGENSMUTA-TIEMETHODE GECONSOLIDEERDE VERBONDEN ENTITEITEN

NAMEN ZETEL ACTIVITEITEN
POOL
AANDEEL
VAN DE
GROEP
IN %
EUROPA
België
LUWA NV Wierde Contracting 12%
LUWA MAINTENANCE NV Wierde Contracting 25%
LIGHTHOUSE PARKING NV Gent Contracting 33%
BLUECHEM BUILDING NV Gent DEME 25%
BLUEPOWER NV Zwijndrecht DEME 35%
BLUE OPEN NV Zwijndrecht DEME 50%
BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV Zwijndrecht DEME 25%
CONSORTIUM ANTWERP PORT (OMAN) NV Zwijndrecht DEME 60%
CONSORTIUM ANTWERP PORT INDUSTRIAL PORT LAND NV Zwijndrecht DEME 50%
C-POWER NV Oostende DEME 6%
C-POWER HOLDCO NV Zwijndrecht DEME 10%
HIGH WIND NV Zwijndrecht DEME 50%
LA VELORIE SA Doornik DEME 12%
NORTH SEA WAVE NV Oostende DEME 13%
OTARY BIS NV Oostende DEME 19%
OTARY RS NV Oostende DEME 19%
POWER@SEA NV Zwijndrecht DEME 19%
RENTEL NV Oostende DEME 19%
SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen DEME 54%
SEDISOL SA Farciennes DEME 37%
SEAMADE NV Oostende DEME 13%
SILVAMO NV Roeselare DEME 37%
TERRANOVA NV Zwijndrecht DEME 44%
TERRANOVA SOLAR NV Stabroek DEME 16%
TOP WALLONIE SA Moeskroen DEME 37%
TRANSTERRA NV Stabroek DEME 50%
BPG CONGRES SA Brussel Holding 49%
BPG HOTEL SA Brussel Holding 49%
PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 25%
PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 19%
GREEN OFFSHORE NV Antwerpen Holding 50%
RENT-A-PORT NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Holding 50%
BARBARAHOF NV Leuven Vastgoed 40%
FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoed 30%
BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoed 30%
BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoed 50%
DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50%
ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoed 50%
ERNEST 11 SA Brussel Vastgoed 50%
ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoed 33%
EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoed 33%
FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoed 30%
GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoed 50%
GRAND POSTE SA Luik Vastgoed 25%
IMMOANGE SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoed 50%
JOMA 2060 NV Brussel Vastgoed 70%
KEYWEST DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50%
LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen Vastgoed 33%
LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL Brussel Vastgoed 50%
LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50%
LIFE SHAPERS NV Brussel Vastgoed 70%
LRP DEVELOPMENT BVBA Gent Vastgoed 33%
MG IMMO SPRL Brussel Vastgoed 50%
PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoed 50%
PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoed 30%
TULIP ANTWERP NV Brussel Vastgoed 70%
VICTOR BARA SA Brussel Vastgoed 50%
VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoed 50%
VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoed 50%
VICTORPROPERTIES SA Brussel Vastgoed 50%
VM PROPERTY I SA Brussel Vastgoed 40%
VM PROPERTY II SA Brussel Vastgoed 40%
VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoed 40%
Groothertogdom Luxemburg
NORMALUX MARITIME SA Luxemburg DEME 38%
BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40%
BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40%
CHATEAU DE BEGGEN SA Strassen Vastgoed 50%
M1 SA Strassen Vastgoed 33%
M7 SA Strassen Vastgoed 33%
Groot-Brittannië
BNS JV LTD Camberley, Surrey DEME 50%
WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD Schotland DEME 35%
Nederland
BAAK BLANKENBURG-VERBINDING BV Nieuwegein, Nederland DEME 15%
DBM-BONTRUP BV Amsterdam, Nederland DEME 50%
DEEPROCK BV Breda, Nederland DEME 50%
DEEPROCK BEHEER CV Breda, Nederland DEME 50%
K3 DEME BV Amsterdam, Nederland DEME 50%
OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV Papendrecht, Nederland DEME 50%
Polen
VMA RROBOTICS SP. Z O.O. Sosnowiec Contracting 51%
IMMOMAX SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 47%
Andere Europese landen
CBD SAS Leulinghen-Bernes, Frankrijk DEME 50%
EARTH MOVING WORLDWIDE LTD Cyprus DEME 50%
MERKUR OFFSHORE GMBH Hamburg, Duitsland DEME 13%
MORDRAGA LLC Sint-Petersburg, Rusland DEME 40%
AFRIKA
Marokko
HYDROGEO SARL Rabat DEME 44%
Tunesië
BIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming Tunis Holding 20%
AMERIKA
Brazilië
D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro DEME 50%
MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo DEME 51%
AZIË
CSBC DEME WIND ENGINEERING CO LTD Taiwan DEME 50%
GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENGINEERING CO LTD Guangzhou,China DEME 50%
DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD Singapore DEME 51%
DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD Singapore DEME 51%
DIAP THAILAND CO LTD Bangkok, Thailand DEME 49%
DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore DEME 40%
DUQM INDUSTRIAL LAND COMPANY LLC Oman DEME 35%
JV KPC-TDI CO LTD Bangkok, Thailand DEME 49%
GULF EARTH MOVING QATAR WLL Qatar DEME 50%
PORT OF DUQM COMPANY SAOC
EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST
Oman DEME
DEME
30%
50%

Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum, met uitzondering van Lighthouse Parking (30 juni) en de in India actieve dochterondernemingen van DEME (31 maart).

De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen worden hierboven niet opgesomd.

VERKLARING OVER HET GETROUW BEELD VAN DE JAARREKENINGEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET JAARVERSLAG

(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt) We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,

    1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
    1. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

HANDTEKENING

Naam: MSQ BVBA vertegenwoordigd door Fabien De Jonge Piet Dejonghe
Functie: Financieel en administratief directeur. Gedelegeerd bestuurder.

Datum: 26 maart 2020

ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP EN HAAR KAPITAAL

Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE
Zetel: Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel
Telefoon: + 32 2 661 12 11
Rechtsvorm: naamloze vennootschap
Wetgeving: Belgisch
Oprichting: 21 juni 1880
Duur: onbepaald
Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar
Handelsregister: RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795
Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: op de maatschappelijke zetel van de vennootschap

SOCIAAL DOEL (ARTIKEL 2 VAN DE STATUTEN)

"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.

Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.

Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.

Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.

De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar. Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 2 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2021. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV uitgevoerd gedurende 30 opeenvolgende boekjaren.

VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2019 omvat, de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat van het globaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 5 112 632 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst (aandeel van de Groep) van het boekjaar van 133 424 (000) EUR.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2019 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

BASIS VOOR HET OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

KERNPUNTEN VAN DE CONTROLE

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Kernpunten van de controle Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde

Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten (segment Contracting en Baggerwerken & milieu)

  • Voor het merendeel van haar contracten erkent de groep opbrengsten en marge à rato van de voortschrijding der werken op basis van het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden in de geschatte totale kosten van het project bij voltooiing. Omzet en marge worden verantwoord op basis van schattingen ten opzichte van de verwachte totale kosten per contract. Reserves kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de groep die voortvloeien uit elk contract. De opbrengsten uit hoofde van contracten kunnen ook variatie-orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten uit hoofde van het contract met hoge mate van zekerheid kunnen worden gewaardeerd.
  • Vaak gaat het hierbij om een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatie-orders en claims. Er is daarom een hoge mate van risico en het daaraan gekoppelde oordeelsvermogen van het management bij het inschatten van de te erkennen omzet en bijhorende marge (opgenomen op basis van de voortschrijding der werken) of verlies (volledig erkend) door de groep tot en met de balansdatum en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot materiële afwijkingen.
  • De boekhoudkundie verwerking van projecten ("contract accounting") voor de groep omvat bovendien een belangrijke boekhoudkundige beoordeling voor wat betreft het het bundelen of ontdubbelen van contracten. Het bundelen of ontdubbelen van één of meerdere contracten kan een aanzienlijke impact hebben op de erkenning van opbrengsten en resultaten in een bepaalde verslagperiode.

Verwijzing naar de toelichtingen

• De boekhoudkundige erkenning van omzet en verwerking van projecten wordt uiteengezet in Toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening. Daarnaast verwijzen we naar Toelichting 17 van de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden.

  • Projectanalyse: aan de hand van verscheidene kwantitatieve en kwalitatieve criteria hebben we een steekproef van contracten genomen om de belangrijkste en meest complexe ramingen te beoordelen. We hebben inzicht verworven in de huidige staat en historiek van het project en hebben de inschattingen die gerelateerd zijn aan deze projecten beoordeeld middels informatie die bekomen werd van het senior uitvoerend en financieel management. Daarnaast analyseerden we de verschillen met eerdere projectschattingen en evalueerden we de consistentie hiervan met de ontwikkelingen van het project gedurende het jaar.
  • Wij zijn de accurate berekening van het percentage van de voortschrijding der werken ("percentage of completion") en de daarmee samenhangende erkenning van omzet en marge voor een selectie van projecten nagegaan. Wij hebben inzicht verkregen in de procedures met betrekking tot de erkenning van de kosten voor de voltooiing van het project en het ontwerp en de implementatie van de bijbehorende controles en processen.
  • Historische vergelijkingen: evalueren van de financiële prestaties van contracten ten opzichte van budgetten en historische trends.
  • Werfbezoeken: het bezoeken van werven voor contracten met een hoger risico of een hoge waarde, het observeren van de voortschrijding der werken van individuele projecten en het identificeren van complexe aangelegenheden door overleg met het personeel ter plaatse.
  • Benchmarking van assumpties: het beoordelen van de positie van de groep met betrekking tot het verwachte resultaat van het contract, reserves, afrekeningen en de invorderbaarheid van vorderingen via overeenstemming met bevestigingen van derden en met betrekking tot onze eigen beoordelingen en historische resultaten.
  • Controle van de klantencorrespondentie: analyse van de correspondentie met klanten over variatie-orders en claims en de afweging of deze informatie in overeenstemming is met de gemaakte inschattingen van de groep.
  • Inspectie van belangrijke clausules voor een selectie van contracten: identificatie van relevante contractuele mechanismen die van invloed zijn op de (ont)bundeling van contracten en andere, zoals boetes voor vertragingen, bonussen of succesvergoedingen, en beoordeling of deze clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen.

Onzekere belastingposities (segment Baggerwerken & milieu)

• DEME is actief in verschillende landen met verschillende belastingstelsels. De belasting van haar operaties kan afhankelijk zijn van inschattingen en kan aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingsauthoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot een uitstroom van middelen zullen leiden, dienen de nodige voorzieningen te worden aangelegd. Er is daarom een hoge mate van oordeelsvermogen van het management en het daaraan gekoppelde risico gerelateerd aan het inschatten van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities die door de groep tot op balansdatum moeten worden opgenomen. Wijzigingen in deze schattingen kunnen bovendien aanleiding geven tot materiële effecten.

Verwijzing naar de toelichtingen

• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 10 (Belastingen op het resultaat)

Omzeterkenning en waardering van voorraden (segment Vastgoedontwikkeling)

  • De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor residentiële ontwikkelingen is gebaseerd op de historische kostprijs of lagere netto realisatiewaarde. De beoordeling van de netto realisatiewaarden omvat veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, beslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen hebben betrekking op verschillende elementen en zijn gevoelig voor gehanteerde scenario's en assumpties en houden als zodanig een significant oordeel in van het management. Het risico bestaat dat mogelijke bijzondere waardeverminderingen van voorraden niet adequaat worden verwerkt in de geconsolideerde jaarrekening.
  • Opbrengsten en resultaten worden verantwoord voor zover componenten (huisvestingseenheden) zijn verkocht en op basis van de mate waarin de ontwikkeling is afgewerkt. Omzet en marge worden aldus verantwoord op basis van schattingen met betrekking tot de verwachte totale kosten per project.
  • In veel gevallen is er een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten en onzekerheid over de verwachte kosten. Er is daarom een hoge mate van risico gekoppeld aan het inschatten van het bedrag van de opbrengsten en de marge die door de groep moet worden erkend op balansdatum. Wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot materiële effecten.

Verwijzing naar de toelichtingen

• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 18 (Voorraden).

  • Teneinde de adequaatheid van de voorziening voor onzekere belastingsposities na te gaan, omvatten onze controlewerkzaamheden een analyse van de geschatte waarschijnlijkheid van het belastingrisico en van de inschatting door het management van de potentiële uitstroom van middelen, evenals een beoordeling van onderliggende documentatie.
  • Betrekken van deskundigen: wij hebben beroep gedaan op belastingspecialisten om de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de inschattingen van het management te beoordelen en om de geschiktheid van deze aannames in het licht van de lokale fiscale regelgeving te beoordelen.
  • Wij hebben inzicht verkregen in de procedures met betrekking tot de verantwoording van (uitgestelde) belastingsposities en het ontwerp en de implementatie van de bijbehorende controles en processen.
  • Beoordeling van de geschiktheid van de toelichtingen met betrekking tot (uitgestelde) belastingen in de geconsolideerde jaarrekening van de gro.
  • Een steekproef van projectontwikkelingen is getest door de tot op heden gemaakte kosten met betrekking tot terreinen en onderhanden werk te verifiëren en door het percentage van voortschrijding der werken op balansdatum na te rekenen. Een selectie van deze projecten is nagezien aan de hand van een steekproef van kosten die zijn afgestemd met certificaten van externe inspecteurs, de totale verkoopwaarde die met contracten is overeengekomen en de accuraatheid van de erkenningsformule werd nagegaan.
  • Wij hebben de berekeningen van de netto realisatiewaarden beoordeeld en hebben de redelijkheid en consistentie van de door het management gehanteerde assumptie en modellen beoordeeld.
  • Evalueren van de financiële prestaties van specifieke projecten ten opzichte van het budget en historische trends, met name om de redelijkheid van de kosten te beoordelen.

VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE COMMISSARIS VOOR DE CONTROLE VAN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
  • het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

OVERIGE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN

VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.

VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE COMMISSARIS

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

ASPECTEN BETREFFENDE HET JAARVERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Overeenkomstig artikel 3:75, § 1, 6° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel.

VERMELDINGEN BETREFFENDE DE ONAFHANKELIJKHEID

  • Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep.
  • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

ANDERE VERMELDINGEN

• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Zaventem, 26 maart 2020 De commissaris

Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA

Vertegenwoordigd door

STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN

STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN WINST-EN-VERLIESREKENING (BEGAAP)

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2019 2018
Vaste Activa 1.336.844 1.338.202
Oprichtingskosten 0 0
Immateriële vaste activa 46 95
Materiële vaste activa 1.218 1.548
Financiële vaste activa 1.335.580 1.336.559
- Verbonden ondernemingen 1.335.553 1.336.525
- Overige 27 34
Vlottende activa 102.122 169.859
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 4.242 3.463
Vorderingen op ten hoogste één jaar 35.053 128.145
- Handelsvorderingen 25.370 35.304
- Overige vorderingen 9.683 92.841
Geldbeleggingen 0 0
Liquide middelen 62.529 38.030
Overlopende rekeningen 298 221
Totaal van de activa 1.438.966 1.508.061
Eigen vermogen 1.188.337 1.141.304
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 592.651 592.651
Herwaarderingsmeerwaarden 487.399 487.399
Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 58.303 11.270
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 11.544 95.381
Schulden 239.085 271.376
Schulden 125.248 130.248
Dettes à un an au plus 113.585 140.872
- Dettes financières 10.000 8
- Dettes commerciales 12.617 16.745
- Dettes fiscales et acomptes sur commandes 4.178 4.006
- Autres dettes 86.790 120.113
Compte de régularisation 252 256
Totaal van de passiva 1.438.966 1.508.061

Reserves 8.654 8.654

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2019 2018
RESULTATEN
Bedrijfsopbrengsten 32.271 39.577
Bedrijfskosten 43.532 (63.521)
- Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (24.440) (27.501)
- Diensten en diverse goederen (7.522) (12.304)
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (4.799) (9.014)
- Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen 81.174 (13.617)
- Overige (881) (1.085)
Bedrijfswinst 75.803 (23.944)
Financiële opbrengsten 70.948 69.443
Financiële kosten (99.608) (6.672)
Winst van het boekjaar vóór belasting 47.143 38.827
Belastingen (heffingen en regularisering) (110) (118)
Winst van het boekjaar 47.033 38.709
BESTEMMING
Winst van het boekjaar 47.033 38.709
Overgedragen winst 11.270 33.316
Vergoeding van het kapitaal 0 (60.755)
Beschikbare reserves 0 0
Wettelijke reserves 0 0
Over te dragen winst 58.303 11.270

ANALYSE VAN DE FINANCIËLE SITUATIE EN VAN HET GLOBALE RESULTAAT

De vaste activa bestaan voornamelijk uit participaties in DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium.

De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 90 miljoen euro die op de bevestigde bilaterale kredietlijnen werden opgenomen en 35 miljoen euro handelspapier op middellange termijn. CFE gebruikte eveneens haar handelspapier op korte termijn voor een bedrag van 10 miljoen euro.

Het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet. Dit project zal nog 15 maanden duren.

De vereffening van verscheidene internationale entiteiten leidt tot een terugneming van voorzieningen in het bedrijfsresultaat en een equivalente niet-recurrente financiële last. Voor het overige werden bepaalde voorzieningen, die niet langer relevant waren, teruggenomen en werden niet-recurrente financiële lasten geboekt in de vorm van waardeverminderingen op rekeningen-courant. Hieruit volgt dat de rekeningen-courant en leningen van CFE aan entiteiten in Afrika, Roemenië en Hongarije volledig voorzien zijn.

Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de van DEME, CFE Contracting en BPI ontvangen dividenden, namelijk respectievelijk 55, 8,8 en 3,2 miljoen euro.

168

BIJLAGEN

BIJLAGE 1: ESG BIJ DE GROEP CFE : GEEN TREND MAAR EEN MENTALITEIT DIE AL ONZE MENSEN DELEN

Ondanks de sterk verschillende activiteiten van DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate (BPI) vertoont hun duurzaamheidsbenadering veel punten van overeenkomst. De drie polen hebben een gemeenschappelijke ambitie: duurzame oplossingen aanbieden voor de ecologische, maatschappelijke en economische uitdagingen voor de wereld vandaag.

BIJDRAGEN AAN DE 17 SDG'S

De drie polen koppelen hun duurzaamheidsbenadering aan de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals ofwel SDG's) van de Verenigde Naties. De groep CFE is ervan overtuigd dat elk individu en elke onderneming moet bijdragen aan de aanpak van de grote uitdagingen van onze wereld. De groep CFE zet zich dan ook ten volle in om mee te werken aan de realisatie van de SDG's van de Verenigde Naties.

DOORLOPENDE VERBETERING EN OPPORTUNITEITEN

De duurzame aanpak wil de werking voortdurend verbeteren en haar negatieve impact zoveel mogelijk beperken. Het biedt ook opportuniteiten voor een continue ontwikkeling van nieuwe duurzame waarden en voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe markten. De duurzaamheidsstrategie van DEME volgt twee krachtlijnen:

"Duurzame commerciële oplossingen ontwikkelen" door oplossingen aan te bieden en partnerschappen te vormen die de overgang naar een koolstofarme, circulaire en veerkrachtige economie bevorderen. In haar programma "Explore" wil DEME met verschillende partners in en buiten de sector samenwerken om duurzame en holistische oplossingen te vinden.

"Uitblinken in onze activiteiten", door de koolstofvoetafdruk en de milieu-impact van haar werking te verminderen en een eersterangs werkgever te zijn. Het programma "Excel" vindt dankzij een innoverende aanpak de best mogelijke toepassingen van het wetenschappelijke onderzoek en de bestaande technologieën.

PARTNERS VOOR VERANDERING

Last but not least is de groep CFE ervan overtuigd dat deze benadering alleen succes kan hebben met de medewerking van de verschillende actoren die bij onze activiteiten betrokken zijn: medewerkers, leveranciers, onderaannemers, overheden, opdrachtgevers, ... Samen aan de verandering werken is de sleutel van het succes van een duurzame strategie. SDG 17 wijst ons de te volgen weg. In deze geest heeft de groep CFE van bij het begin verschillende (interne en externe) stakeholders bij haar denkoefening rond duurzaamheid betrokken. Om een coherente aanpak te verzekeren, hebben DEME, CFE Contracting en BPI trouwens met dezelfde adviesbureaus voor duurzaamheid samengewerkt.

CFE CONTRACTING EN BPI

Om de steun van elke medewerker voor de duurzame doelstellingen van de groep te verkrijgen, was het van fundamenteel belang dat er rekening werd gehouden met de eigenheid van alle beroepen van CFE Contracting en BPI en dat de medewerkers bij de uitwerking van de strategie werden betrokken. Dit initiatief verliep in vier stappen : het overleg met de directiecomités van de verschillende entiteiten, de analyse van de gegevens en het uitwerken van de doelstellingen en acties door een werkgroep, de definitie van de impact van de doelstellingen op de business door het uitvoeringscomité en tot slot de goedkeuring van de materialiteitsmatrix van de globale visie door de raad van bestuur. De duurzame visie van CFE Contracting en BPI stoelt bijgevolg op elf prioritaire doelstellingen, verzameld in vier kernthema's.

Vertrekkend van deze visie leggen CFE Contracting en BPI nu meer en meer contacten met de verschillende stakeholders, zoals klanten en leveranciers, om op basis van deze waarden echte duurzame partnerschappen te vormen. Tegelijkertijd hebben we verscheidene acties uitgestippeld om onze onderaannemers vertrouwd te maken met onze duurzame visie en hen aan te sporen om ons hierin te volgen.

DEME

Ook bij DEME was het betrekken en de steun van alle medewerkers een drijvende factor bij het bepalen van de duurzame doelstellingen. Het executief comité, de business managers van de verschillende activiteiten alsook de verantwoordelijken van de operationele entiteiten en de ondersteunende diensten werden geraadpleegd. Alle deelnemers werden uitgenodigd om de

relevantie van de zeventien SDG's voor DEME en voor de externe stakeholders te evalueren. Deze raadplegingen waren ook een gelegenheid om de toekomstige duurzaamheidsopportuniteiten en -uitdagingen van DEME te bespreken. Daarna werd een online peiling georganiseerd en vonden verscheidene workshops plaats (in het kader van de "DEMEx Innovation Conference"). Aansluitend werden meer dan tweehonderd jonge DEME-medewerkers uitgenodigd om de duurzaamheidsuitdagingen te onderzoeken en hun mening te geven over de impact die DEME erop kan hebben.

Het resultaat van deze uitgebreide en systematische raadpleging van de interne en externe stakeholders, die al in 2017 werd opgestart, liet het toe om een reeks van acht kernthema's voor DEME te bepalen die de drijfkrachten van haar duurzaamheidsprestatie zijn. Dankzij de definitie van deze acht thema's kan de onderneming haar beslissingen afstemmen op de SDG's waarop DEME de grootste impact heeft. Tegelijkertijd is het essentieel dat DEME – een wereldbedrijf dat op tal van plaatsen en projecten werkt – goede betrekkingen met alle stakeholders onderhoudt maar ook alle partners sensibiliseert voor de duurzaamheidsaanpak van de onderneming.

BIJLAGE 1.1: DEFINITIE VAN DE THEMA'S EN DOELSTELLINGEN

DEME

Uitvoerig overleg met de stakeholders hebben geleid tot het bepalen van acht cruciale duurzaamheidsdoelstellingen. Deze thema's zijn de motor van onze duurzame prestaties. Het bepalen van deze prioriteiten zal ons helpen om onze commerciële beslissingen af te stemmen op die SDG's waarop DEME de grootste impact kan hebben.

In lijn met zowel de operationele als de strategische benadering zijn de acht thema's systematisch in die twee richtingen uitgewerkt. Met deze doelstellingen kan DEME een reële duurzame waarde creëren. De acht thema's zijn: "Climate & Energy", "Capital Nature", "Sustainable innovation", "Waste and resource management", "Health, safety & wellbeing", "Diversity and opportunity", "Ethical business" en "Local communities". Ze worden gedetailleerd beschreven in het Duurzaamheidsverslag van DEME (www.deme-group.com/ sustainability).

CLIMATE & ENERGY

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" voor de realisatie van onze klimaat- en energievisie focust op de infrastructuur. Wij bouwen aan een klimaatbestendige infrastructuur dat zich beter aanpast aan de onzekerheden van het klimaat, onder meer met oplossingen voor de bescherming tegen overstromingen. Bovendien bevorderen wij de energietransitie door onze oplossingen voor offshore hernieuwbare energie verder te ontwikkelen, met gespecialiseerde teams die aan de grootste windparken in enkele van de moeilijkste maritieme omgevingen ter wereld hebben gewerkt. Wij blijven nieuwe maritieme oplossingen bestuderen voor de productie (ook met behulp van waterstof, geothermische energie, getijdenenergie en zonne-energie), de transmissie en de opslag van hernieuwbare energie. Samen verbeteren deze projecten de toegang tot betaalbare energie, versterken ze het aandeel van de hernieuwbare bronnen en verhogen ze de energie-efficiëntie. Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" teneinde klimaatneutraal te worden, werd al opgestart, met een evolutie naar klimaatneutrale schepen en programma's die de uitstoot van broeikasgassen in de waardeketen van onze projecten verlagen. Door onze huidige acties op te voeren, nieuwe programma's te introduceren en onze energie-efficiëntie te optimaliseren, streven wij naar het energiezuinigste park van de sector. Concreet verwachten wij onze uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% te verlagen (tegenover 2008) en spannen wij ons in om tegen 2050 volledig klimaatneutraal te zijn.

NATURAL CAPITAL

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" mikt op de preventie en de beperking van de vervuiling van de zee, terwijl we zones in zee, aan de kust en in het binnenland, (bevaarbare waterwegen en ecosystemen op het land) op duurzame wijze weer tot leven brengen en herstellen. In elk project werken wij samen met onze klanten aan een holistische aanpak van de interacties met de ecosystemen. Operationele uitmuntendheid: het valt niet te ontkennen dat maritieme contracten (baggeren van de zeebodem, uitbreiden van havens, installatie van offshore windturbines, leggen van onderzeese kabels, visserij op zee enz.) het milieu aantasten. Onze benadering "Excel" mikt echter op een samenwerking met de natuur om de milieu-impact van onze activiteiten tot het minimum te beperken en in de mate van het mogelijke een positieve netto-impact te hebben op de biodiversiteit en de ecosystemen. Dat omvat ook het ecosysteem van de evaluaties van door de natuur geïnspireerde diensten en nieuwe concepten.

SUSTAINABLE INNOVATION

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" streeft naar partnerschappen met meerdere partijen en naar inter- en intra-industriële samenwerkingen voor de transitie naar een duurzame ontwikkeling en holistische oplossingen.

Onze benadering "Excel" verbetert het wetenschappelijk onderzoek, moderniseert de technologische capaciteiten en moedigt duurzame ontwikkeling en innovatie in onze projecten aan.

WASTE AND RESOURCE MANAGEMENT

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" werkt aan een transitie in de keuze van hulpbronnen, met het oog op de uitbreiding van een duurzaam aanbod van hulpbronnen. Aangezien wij technische oplossingen leveren voor afval, bodem, water en sedimenten, versnellen wij de evolutie naar een circulaire economie.

Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" van afval en hulpbronnen levert duurzame alternatieven voor bouwmaterialen en mineralen. Onze technologie hergebruikt het afval van materialen na hun verwerking, om een efficiënt en circulair materiaalgebruik in het geheel van de projecten te maximaliseren.

HEALTH, SAFETY & WELL BEING

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" van de gezondheid, de veiligheid en het welzijn ontwikkelt duurzame infrastructuren die de welvaart en het welzijn ten goede komen en een veilige omgeving verzekeren.

Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" schept een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen die bij onze activiteiten betrokken is. Met dat doel analyseren en beheren wij alle potentieel gevaarlijke situaties in verband met onze activiteiten en werkplaatsen, zodat de risico's op een aanvaardbaar niveau blijven.

DIVERSITY AND OPPORTUNITY

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" van de diversiteit steunt op de opportuniteit om fatsoenlijke banen te voorzien en op de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling binnen de groep, afhankelijk van de kwalificaties, de ervaring en de juiste opleidingen. Dit beleid zal de economische ontwikkeling stimuleren en de ongelijkheid verminderen.

Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" garandeert een inclusieve werkplek waar iedereen gelijk, met waardigheid en met respect wordt behandeld. Bovendien versterken wij de competenties van de medewerkers door de ontwikkeling van talenten te bevorderen en duurzame ontwikkeling in de hand te werken.

ETHICAL BUSINESS

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: in onze benadering "Explore" verbinden we ons tot integer zakendoen, om elke vorm van corruptie of fraude actief en proactief te voorkomen. Ons ethisch engagement maakt deel uit van onze STRIVE-waarden.

Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" bestaat erin dat wij een ethische mentaliteit in onze organisatie integreren en alleen samenwerken met derden die dezelfde normen toepassen. Dit omvat maar beperkt zich niet tot het respect van de Rechten van de Mens zoals de Universele Verklaring van de Verenigde Naties ze heeft vastgelegd. De Rechten van de Mens tolereren geen slavernij, dwangarbeid of kinderarbeid, geen mensenhandel, corruptie of fraude.

LOCAL COMMUNITIES

Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" wil de weerstand van de gemeenschappen tegen economische, ecologische en maatschappelijke uitdagingen versterken.

Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" schept samenwerkingsrelaties met de plaatselijke gemeenschappen door middel van overleg, engagement en participatie. Door deze relaties van bij de voorbereiding van een nieuw project of een investering aan te knopen, krijgen wij een beter begrip van de plaatselijke behoeften en bekommernissen, die we dan in onze besluitvorming in aanmerking kunnen nemen.

CFE CONTRACTING EN BPI

Het overleg met de verschillende entiteiten heeft een reeks duurzame thema's en doelstellingen opgeleverd die eigen zijn aan ons werk en die we aan de SDG's kunnen koppelen. Om deze analyse te voltooien, werd ook rekening gehouden met de grote trends in en buiten onze sector.

In eerste instantie is een reeks van zes sterke trends naar voren gekomen: "War of talent": de menselijke factor staat meer dan ooit centraal

in onze activiteiten. Toch blijft het moeilijk om gekwalificeerde mensen te rekruteren en te behouden in de bouwsector vanwege imagoproblemen en arbeidsomstandigheden die minder aantrekkelijk zouden kunnen zijn (nacht- en weekendwerk, interventies en bouwplaatsen in open lucht). Bovendien hebben de jonge nieuwkomers vaak een gebrek aan kwalificaties en moeten ze een aanvullende opleiding krijgen.

"Complex collaborations": de bouwsector is even boeiend als complex, in het bijzonder op het vlak van het aantal interveniënten (architecten, studiebureaus, instellingen, klanten, leveranciers, ...) en hun onderlinge betrekkingen in heel het proces van het ontwerp en de realisatie. "Lack of incentives": het blijft nog altijd erg moeilijk om de partners te overhalen tot de globale langetermijnvisie van de life cycle costs. De soms te kortzichtige visie van de projectontwerpers zet een rem op de innovatie, de technologische optimalisatie of het gebruik van meer ecologische materialen.

"Resources scarcity and waste": het beheer van de hulpbronnen maar

ook van het afval – door het te beperken, te hergebruiken of te recycleren – is een cruciale uitdaging.

"Stringent regulations": de verschillende strenge Europese, nationale of gewestelijke reglementeringen maken ons werk soms buitensporig complex en beperken de innovatiemogelijkheden. "Traffic": vooral in België en Luxemburg is het transport van mensen en materialen een handicap in ons werk. De medewerkers, de onderaannemers en de leveranciers verliezen veel tijd in het verkeer. Aangezien jaar na jaar meer auto's en vrachtwagens op de weg komen, wordt het probleem alleen maar groter. Het leidt tot demotiverende en lange verplaatsingen voor het personeel en problemen met een efficiënt beheer van de leveringen.

Om deze analyse verder uit te diepen, werd het overleg verdergezet en de trends in verband gebracht met de zeventien SDG's. Deze oefening heeft een reeks doelstellingen voor onze activiteiten opgeleverd en heeft ons ook doen nadenken over concrete acties om die doelstellingen te bereiken. Op basis van deze vaststellingen heeft een werkgroep alle reeds gedefinieerde

doelstellingen verzameld en ze in vier thema's ingedeeld. Zo is de visie van

THEREFORE: PARTNER FOR CHANGE

CFE Contracting en BPI op duurzame ontwikkeling tot stand gekomen: "Build for the future", "Be a great place to work", "Offer innovative solutions", "Towards climate neutrality". Al deze thema's steunen altijd op het idee van partnerschap.

Elk thema verzamelt dus een reeks doelstellingen. Het verband met de SDG's blijft altijd bewaard, om te verzekeren dat de doelstelling in de logica van de zeventien SDG's past.

BUILD FOR THE FUTURE

Als ontwerpers en aannemers zijn wij de cruciale actoren om de stad van morgen te bedenken en aan haar transformatie mee te werken.

Een andere visie op de manier van werken, in een streven naar duurzaamheid, schept ook tal van nieuwe kansen. Door de gebruikte materialen duurzaam te selecteren, de productie van afval te beperken, te recycleren of circulair te denken, kunnen we de bouwmethoden duurzaam aanpassen.

Modulariteit en prefabricage beperken niet alleen het afval maar verbeteren ook de arbeidsomstandigheden van de medewerkers en beperken de hinder voor de buurt.

Tot slot is het van fundamenteel belang dat we onze constructies en hun verschillende technische elementen van bij het ontwerp optimaliseren. Rekening houden met het onderhoud, de levensduur van de technische elementen en de life cycle costs is een relevante keuze voor een weldoordachte en duurzame bouw. In deze context warden er elf doelstellingen bepaald: "waste and packaging reduction", "modular & circular principles in our projects", "water management", "ease of maintenance", "re-use or recycling of construction waste", "ecofriendly

construction materials use", "anticipation of climate risks in our projects", "partnerships with ngos", "sustainable infrastructure upgrade", "public private investments" en "relationships with affected neighborhoods". Elk van deze doelstellingen kan aan één of meer SD-G's worden gekoppeld.

BE A GREAT PLACE TO WORK

De menselijke factor is meer dan ooit een centraal aandachtspunt voor CFE Contracting en BPI. Het welzijn en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van alle medewerkers en alle actoren in onze projecten zijn volstrekte prioriteiten.

Daarnaast is het essentieel dat elke medewerker zijn talenten kan ontwikkelen

OUR MAIN OBJECTIVES TO BUILD FOR THE FUTURE
WASTE AND PACKAGING REDUCTION
MODULAR & CIRCULAR PRINCIPLES IN OUR PROJECTS
WATER MANAGEMENT
EASE OF MAINTENANCE
RE-USE OR RECYCLING OF CONSTRUCTION WASTE
ECOFRIENDLY CONSTRUCTION MATERIALS USE
ANTICIPATION OF CLIMATE RISKS IN OUR PROJECTS
PARTNERSHIPS WITH NGO OR LOCAL ASSOCIATIONS
SUSTAINABLE INFRASTRUCTURE UPGRADE
PUBLIC PRIVATE INVESTMENTS
RELATIONSHIPS WITH AFFECTED NEIGHBORHOODS
OUR MAIN OBJECTIVES TO BE A GREAT PLACE TO WORK
HEALTH & SAFETY
DECENT WORKING CONDITIONS FOR ALL
TALENT ATTRACTION, TRAINING & RETENTION
STRONG CORPORATE GOVERNANCE
CAREER DEVELOPMENT FOR ALL EMPLOYEES
CLEAR SUSTAINABILITY REPORTING
DIVERSITY & INCLUSION

en naargelang zijn competenties in onze organisatie kan groeien. CFE wil een klimaat van vertrouwen ontwikkelen dat elke medewerker de kans geeft om zijn competenties ten volle en in vertrouwen te verruimen en zo bij te dragen aan een gezonde bedrijfscultuur. Want zijn tevreden medewerkers niet de beste ambassadeurs om nieuwe talenten aan te trekken?

Natuurlijk moet ook iedereen de fundamentele waarden van respect, transparantie en integriteit waarmaken en uitdragen.

In deze context hebben we zeven doelstellingen gekozen: "health and safety", "decent working conditions for all", "talent attraction, training & retention", "strong corporate governance", "career development for all employees", "clear sustainability reporting" en "diversity & inclusion".

OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS

LEAN, dat al op de meeste van onze bouwplaatsen wordt toegepast, kan naar alle activiteiten worden uitgebreid. De digitalisering, de doorlopende verbetering van onze processen, het zoeken naar innoverende oplossingen in onze werken en in het geheel van de productieketen zijn stuk voor stuk benaderingen om onze activiteiten in een geest van duurzaamheid te herzien.

In deze context hebben we vier doelstellingen gekozen: "innovation accross our businesses & supply chains", "product as a service", "implementation of LEAN philosophy" en "administrative procedures simplification".

GO TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY

CFE Contracting en BPI zijn alert voor de impact van hun werk op de samenleving en het milieu. Het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor de medewerkers en de materialen ontwikkelen. Naast de optimalisatie van het transport van materialen werken we ook aan de optimalisatie van het afval.

OUR MAIN OBJECTIVES TO OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS
INNOVATION (ACROSS OUR BUSINESSES & SUPPLY CHAINS)
"PRODUCT AS A SERVICE" IN OUR BUSINESS OFFERINGS
IMPLEMENTATION OF THE LEAN PHILOSOPHY IN EACH ACTIVITY
ADMINISTRATIVE PROCEDURES SIMPLIFICATION
OUR MAIN OBJECTIVES TO GO TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY
MATERIAL AND WASTE TRANSPORT OPTIMISATION
GHG EMISSIONS REDUCTION (FLEET)
ALTERNATIVE TRANSPORT MODES PROMOTION
100% RENEWABLE ELECTRICITY PROCUREMENT
GHG EMISSIONS REDUCTION (OFFICES & SITES)
RENEWABLE ENERGY PRODUCTION
GHG EMISSIONS REDUCTION (EQUIPMENT)
BIODIVERSITY
ENERGY STORAGE
SOIL POLLUTION

De beperking van de CO2 -productie impliceert ook een reductie van de uitstoot van onze zetels, kantoren en werfmachines, samen met een geoptimaliseerd gebruik van hernieuwbare energie.

In deze context hebben we tien doelstellingen gekozen: "material and waste transport optimisation", "GHG emissions reduction (fleet – offices & sites – equipment)", "alternative transport modes promotion", "renewable energy procurement & production", "biodiversity", "energy storage" en "soil pollution".

DE DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELSTELLINGEN (SDG'S)

Het geheel van de groep CFE heeft zijn visie op duurzaamheid aan de zeventien SDG's gekoppeld. Dit verzekert niet alleen een duidelijke communicatie, zowel intern als extern, maar ook en vooral een strategie die perfect in de mondiale visie van de maatschappij past. De analyse van onze interne doelstellingen heeft de SDG's geïdentificeerd waarop elk van de drie polen de grootste impact heeft

DEME, dat de SDG's sinds 2017 implementeert, heeft in haar duurzaamheidsbenadering een reeks thema's en acties ontwikkeld waarmee het aan de zeventien SDG's bijdraagt. Al deze thema's en acties worden gedetailleerd beschreven

in het Duurzaamheidsverslag 2019 van DEME. Op het niveau van de groep CFE werden de SDG's 3-7-8-9-11-13- 14- 16 en 17 en de bijbehorende acties het relevantst bevonden.

Voor CFE Contracting en BPI zijn de SDG's 3-4-7-8-11-12-13-16-17 het relevantst.

Om de aanpak van DEME, CFE Contracting en BPI te harmoniseren, is een concordantiematrix opgesteld waarmee men gemakkelijk verbanden kan leggen tussen de thema's van DEME en die van CFE Contracting en BPI. Om het lezen van het jaarverslag te vergemakkelijken, wordt de naam van de thema's

van CFE Contracting en BPI behouden in het schema van de waardecreatie en in de verschillende illustratieve hoofdstukken.

In dit jaarverslag worden veel voorbeelden gegeven van projecten of concrete acties die het engagement van de groep CFE voor deze verschillende thema's duidelijk illustreren (zie pagina's 26 - 45).

Thema DEME Gerelateerde SDG Thema CFE Contracting & BPI Gerelateerde SDG
Natural Capital 6-14-15
Waste and resource management 12
Build for the future
6-9-10-11-12
Local communities 1-2-11
Health, safety & wellbeing 3-8
Diversity and opportunity 4-5-10-8 Be a great place to work 3-4-5-8-10-16
Ethical Business 16
Sustainable innovation 9 Offer innovative solutions 8-9
Climate & Energy 7-13 Toward Climate neutrality 7-13-15
Partner For Change - SDG 17

BIJLAGE 1.2 : IMPACT EN HET STELLEN VAN PRIORITEITEN

DEME

DUURZAAM GOED BESTUUR OP ALLE NIVEAUS

DEME heeft in 2018 een nieuwe aanpak van de duurzaamheidsgovernance ingevoerd die de onderneming een solide basis geeft voor de ontwikkeling en integratie van de strategie en het kader voor de duurzame ontwikkeling van de volledige organisatie. Deze benadering steunt op analyses en het stellen van prioriteiten die al in 2017 werden opgestart.

De governance van de duurzame ontwikkeling gebeurt op vier grote niveaus: het executief comité, de raad voor duurzame ontwikkeling, het team 'duurzame ontwikkeling' en de verantwoordelijken van de verschillende activiteitenlijnen en ondersteunende diensten.

Elk jaar worden de actieprogramma's voor duurzame ontwikkeling ter goedkeuring voorgelegd aan het executief comité, dat de doelstellingen en de targets herziet.

De raad voor duurzame ontwikkeling geeft aanbevelingen voor strategische en operationele onderwerpen van de duurzame ontwikkeling, om te verzekeren dat alle strategische en operationele beslissingen afgestemd zijn op de waarden, de strategie en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van DEME. Het team 'duurzame ontwikkeling' integreert duurzame ontwikkeling in de commerciële activiteiten. Het team 'duurzame ontwikkeling' : - vertaalt de strategie voor duurzame

ontwikkeling in duidelijke doelstellingen, targets en KPI's ;

  • stuurt en faciliteert de actieprogramma's voor duurzaamheid ;
  • sensibiliseert de organisatie ; • werkt samen met externe stakehol-
  • ders ;
  • organiseert de follow-up van de kernresultaten ;
  • rapporteert over de prestaties en de vooruitgang.

De activiteitenlijnen en de ondersteunende diensten passen de strategische en operationele duurzaamheidsdoelstellingen, -targets en -maatregelen toe.

Dit programma wordt aangevuld door een in 2019 ontwikkelde tool voor de evaluatie van de SDG's. Hij wordt in bijlage 1.3 gedetailleerd beschreven.

DOELSTELLINGEN 2030

Na een grondige analyse is DEME erin geslaagd een ambitieus programma voor 2030 op te zetten. Voor elk van de eerder gedefinieerde hoofdthema's bepaalde DEME één (of meer) prioritaire doelstellingen met een sterke impact. Elk van deze acht thema's wordt inderdaad behouden als een hoge materialiteit voor DEME. Gezien de diversiteit aan thema's en gerelateerde SDG's is deze campagne verankerd in de verschillende assen van ESG: milieu, samenleving en goed bestuur. Van alle thema's werden in het bijzonder klimaat en energie, innovatie, bedrijfsethiek en veiligheid weerhouden. Biodiversiteit, het behoud van ecosystemen en waterkwaliteit zijn allemaal cruciale doelstellingen die werden opgenomen in het thema behoud van natuurlijk kapitaal. Tot slot vervolledigen talentenbeheer, resource- en afvalbeheer zonder natuurlijk het partnerschap te vergeten de lijst

van prioritaire thema's. Al deze doelstellingen werden ook meer gedetailleerd opgenomen in het DEME-duurzaamheidsverslag.

De thema's met een lagere materialiteit worden eveneens in het Duurzaamheidsverslag van DEME behandeld.

MILIEU

De klimaatverandering is een van de grootste dreigingen voor de planeet. Een stijging van de temperatuur, gedeeltelijk als gevolg van de CO2 -uitstoot, veroorzaakt een stijging van de zeespiegel, een verzuring van het water en extreme klimaatveranderingen. Tegelijkertijd bestaat er een groeiende behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzaam geproduceerde energie. DEME levert oplossingen voor een aantal aspecten van de klimaatverandering.

De investeringen in infrastructuur (vervoer over het water, windkracht, bescherming van dijken enz.) zijn cruciaal voor een verdere duurzame ontwikkeling in een wereld waarin meer en meer mensen aan waterwegen en zeeën leven. Een van de uitdagingen op dit vlak is het simultane gebruik van de oceanen en zeeën voor de traditionele maritieme activiteiten (scheepvaart, visvangst, toerisme enz.) en voor nieuwe activiteiten zoals hernieuwbare zee-energie en aquacultuur.

De installatie van windparken, een domein waarin DEME een leidersrol speelt, levert een belangrijke bijdrage aan de transitie naar hernieuwbare energie. Windparken kunnen echter de plaatselijke fauna en flora verstoren.

DEME tracht deze gevolgen tot het minimum te beperken, onder meer met onderzeese bellenschermen. De bestaande offshore windparken worden bovendien natuurparken waar de fauna en de flora beter gedijen dan vroeger. De klimaatverandering en de energietransitie naar hernieuwbare bronnen betekenen dat het aantal offshore windparken wereldwijd zal blijven toenemen. DEME werkt bovendien aan andere vormen van hernieuwbare energie, zoals waterstof, geothermische energie, getijdenenergie, golfenergie of zonne-energie, en ook aan hun transport en opslag. Samen verbeteren deze projecten de toegang tot betaalbare energie en verhogen ze de energie-efficiëntie. Zo hebben DEME en verscheidene privé- en openbare bedrijven in november 2019 een samenwerkingsakkoord ondertekend om hun expertise met het oog op een Belgische waterstofeconomie te bundelen. In een eerste fase zullen ze onderzoeken hoe waterstof per schip naar België kan worden gebracht. Ze zullen de financiële, technische en reglementaire aspecten van de verschillende componenten van de logistieke keten in kaart brengen.

DEME levert een substantiële bijdrage aan de SDG's, onder meer met kustbescherming tegen overstromingen, innoverende technologieën in het domein van de groene en blauwe windkracht, en de ontwikkeling van oplossingen voor de sanering van historische bodem- en waterverontreiniging. DEME spant zich in om de negatieve milieu-impact van haar activiteiten tot het minimum te beperken door de energie-efficiëntie van de processen te verbeteren en door minder broeikasgassen uit te stoten. Het focust bijvoorbeeld op de overgang naar energiebronnen met een kleinere milieu-impact.

De doelstelling 2030 van DEME: DEME wil in 2050 een klimaatneutrale onderneming zijn. Het zal in haar park koolstofarme brandstoffen en hernieuwbare energie gebruiken en andere toepassingen benutten om de uitstoot tegen 2030 met 40% te verlagen tegenover 2008.

Daarnaast wil DEME het afval van haar activiteiten verder beperken en de afvalstromen optimaliseren om haar impact op het milieu tot het minimum te beperken.

Samenwerking blijft een fundamentele motor voor ontwikkeling. DEME is bijvoorbeeld een drijvende kracht van het project "The Blue Cluster", een industriële cluster die de "blauwe economie" als motor voor duurzame groei gebruikt. In 2019 heeft DEME in samenwerking met vijf zakenpartners en de Universiteit van Gent het project BlueMarine. com gelanceerd, dat focust op de biologische, technische en economische haalbaarheid van lokale broedplaatsen voor wieren, weekdieren en garnalen. Dit moet uitmonden in een proefinstallatie in Vlaanderen die als incubator zal dienen voor broedplaatsen op grotere schaal en voor de ontwikkeling van een aquacultuurindustrie. Een ander onderzoeksproject dat in 2019 werd gestart, ontwikkelt nieuwe concepten voor een commerciële toepassing van een drijvend zonnepark op zee (Marine Floating Photovoltaic of MFPV). Men wil in de Noordzee offshore zonneparken installeren, eventueel in combinatie met windparken of aquacultuur. De twee projecten krijgen de steun van het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen.

SOCIALE EN PERSONEELSASPECTEN

Een veilige en gezonde werkplek voor alle medewerkers, onderaannemers, leveranciers, partners en andere stakeholders is een blijvend aandachtspunt. Door de aard van haar activiteiten moet DEME soms in zeer moeilijke omstandigheden werken. De normen voor de veiligheid en het welzijn van alle medewerkers zijn zeer hoog en worden doorlopend gemonitord door middel van reactieve prestatie-indicatoren (bijvoorbeeld waarnemingen, inspecties enz.) en KPI's (tijdig gemelde incidenten enz.). Elke potentieel gevaarlijke situatie in de processen en op de werkplaatsen wordt geanalyseerd om de risico's op een aanvaardbaar niveau te houden. Deze parameters worden door elke raad van bestuur gevolgd, met duidelijke doelstellingen en een bonusbeleid. Het is de bedoeling om zowel op de schepen als op de andere werkplaatsen geen ongevallen meer te hebben.

Er gaat veel aandacht naar het aantrekken, de opleiding en het behoud van personeel. In 2019 werd DEME door Randstad tot beste Belgische werkgever uitgeroepen.

DEME wijdt eveneens veel aandacht aan de plaatselijke gemeenschappen in de landen waar het actief is en draagt bij aan diverse sociale projecten. Het steunt ook Mercy Ships. DEME schaart zich uiteraard achter de Verklaring van de Rechten van de Mens.

De doelstelling 2030 van DEME:

Wij blijven ons inspannen om incidenten en het tijdverlies dat ermee samengaat volledig te elimineren door de gezondheid, de veiligheid en het welzijn op al onze schepen en projecten te verbeteren. Om dat te bereiken, verhogen wij onze investeringen in de gezondheid en het welzijn van de werknemers. We hebben een wereldwijd actieplan voor veiligheid en gezondheid uitgerold dat antwoordt op de mondiale trends. Het komt tot uiting in specifieke jaarlijkse plannen voor elke activiteitenlijn en wordt ten minste eenmaal per jaar aangepast en met volledige analyses geëvalueerd.

Wij werken aan een grotere genderdiversiteit en internationalisering van de directiefuncties, terwijl we beter communiceren over de loopbaankansen, opleidingsmogelijkheden en arbeidsomstandigheden van het personeel.

Bovendien bieden wij alle medewerkers opleidingsmogelijkheden en een persoonlijke begeleiding van de loopbaanontwikkeling aan.

GOVERNANCE

Aangezien het actief is in landen met een hoger ethisch risico, legt DEME in dit domein een bijzondere waakzaamheid aan de dag. Het governancebeleid van DEME stoelt op solide processen, een doorlopende aandacht voor transparantie en de wil om elke activiteit altijd te baseren op de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem STRIVE. Dat alles is opgenomen in de "Code of Ethics and Business Integrity" van DEME. De code reikt doeltreffende instrumenten aan om de risico's van fraude en corruptie tot het minimum te beperken. Het aspect governance wordt gedetailleerd behandeld in hoofdstuk 3 (p. 186 - 188).

De doelstelling 2030 van DEME: De "Code of Ethics and Business Integrity" van DEME gaat samen met een verplicht jaarlijks programma voor de sensibilisering van de medewerkers, met inbegrip van het behalen van een certificaat. De code vormt de basis voor een volwaardig corporate-complianceprogramma. Ze omvat onder meer een due-diligenceprocedure met een selectie van derde partijen met betrekking tot het risico van fraude en corruptie.

Wij willen de volledige organisatie bewust maken van de bedrijfsethiek, alle betrokkenen fatsoenlijke arbeidsomstandigheden garanderen en de sociale dialoog aanmoedigen. Wij werken uitsluitend samen met stakeholders die onze ethische normen respecteren. Tot slot maken we ethische informatie voor bedrijven vlot toegankelijk.

INNOVATIE

Op het vlak van de innovatie focust DEME sterk op intern ondernemerschap, door meerdere actoren als partners te laten samenwerken. In ESG ligt de klemtoon op de energietransitie, de circulaire economie en de milieubescherming. Om haar doel te bereiken, beschikt DEME over doorlopende innovatieprogramma's, zoals DEMEx en DEME Innovation Driver, en speelt het een eersteplansrol in diverse ecosystemen, zoals de Blue Cluster. In 2019 heeft het Innovation Board van DEME elf innovatie-initiatieven goedgekeurd. Ze zijn het resultaat van het innovatieprogramma DEMEx. Elke eigenaar van een idee moet de bijdrage ervan aan de SDG's benadrukken.

De doelstelling 2030 van DEME: Wij willen blijven ijveren voor duurzaam ondernemerschap in de organisatie, door partnerschappen tussen meerdere partijen te scheppen die een duurzaam R&D steunen en projecten omarmen die de mondiale energietransitie, de circulaire economie en het milieu ten goede komen.

CFE CONTRACTING EN BPI

MATERIALITEITSPRINCIPE

De jaarlijkse evaluatie van de materialiteit stelt ons in staat om de impact van de verschillende doelstellingen telkens weer te evalueren en zo op de meest strategische punten te focussen, altijd in de optiek van voortdurende verbetering. Deze evaluatie vereist niet alleen een interne analyse maar ook een besef van de reële behoeften van de buitenwereld en van haar evolutie.

De verschillende stappen van de validatie en het overleg hebben de steun verzekerd van niet alleen de raad van bestuur maar ook van alle hiërarchische niveaus. Dankzij deze sterke steun en het feit dat rekening wordt gehouden met de eigenheid van elke entiteit, zal deze duurzame strategie door middel van gerichte acties doordringen tot bij alle medewerkers.

METHODOLOGIE

Elke doelstelling (zoals vermeld in punt 1.1) is opgenomen in een materialiteitsmatrix die rekening houdt met het belang voor de verschillende stakeholders en met de impact op de business.

Enerzijds wordt dus het belang van een doelstelling voor de verschillende stakeholders beoordeeld. Er zijn drie niveaus : laag, gemiddeld en hoog. Als aanvulling op het intern overleg met de medewerkers werden de huidige trends in de sector in aanmerking genomen. Ze werden met de hulp van gespecialiseerde externe consultants geanalyseerd. De medewerkers werden in heel het proces bij het initiatief betrokken. Eerst werden de directiecomités van de verschillende entiteiten geraadpleegd. Deze eerste analyse werd aangevuld door een werkgroep met een vertegenwoordiger van elke entiteit. Deze werkgroep is fundamenteel voor het proces, want haar leden spelen ook de rol van ambassadeur in hun entiteit. Ze werden niet alleen gekozen voor hun kennis van de onderneming en hun ervaring in hun vakspecialiteit, maar ook voor hun vermogen om de duurzaamheidsstrategie over te brengen naar hun entiteit en ze bij elke medewerker tot leven te brengen.

Vervolgens moest het belang van elke doelstelling in termen van de impact op de business beoordeeld worden. Deze

analyse gebeurde in overleg met de executieve comités van CFE Contracting en BPI. Op basis van hun diepgaande kennis van hun vak werd de impact van elke doelstelling als laag, gemiddeld of hoog gekwantificeerd.

Door deze gegevens samen te voegen, kon men de voor CFE Contracting en BPI relevantste doelstellingen identificeren. Aangezien de middelen om een impact op de doelstellingen te hebben sterk verschillen tussen de twee polen, lag het voor de hand dat zij elk een eigen materialiteitsindex zouden opstellen.

Alle doelstellingen met een hoge materialiteit (prioritaire doelstellingen), die dus een grote impact hebben op de business van CFE Contracting en BPI en zeer belangrijk zijn voor de stakeholders, zullen het voorwerp van een bijzondere opvolging zijn. Voor elk van deze doelstellingen zijn maatregelen op korte, middellange en lange termijn bepaald. Met behulp van specifieke KPI's zal de impact van die maatregelen worden gevolgd, wat een heldere communicatie mogelijk zal maken, zowel intern als met alle stakeholders.

Bepaalde doelstellingen met gemiddelde materialiteit zullen op dezelfde manier als de doelstellingen met hoge materialiteit worden behandeld. De andere doelstellingen met gemiddelde materialiteit, en die met lage materialiteit, zullen in eerste instantie geen bijzondere opvolging krijgen.

De prioritaire doelstellingen hebben betrekking op alle domeinen van de duurzaamheid. Het betreft in het bijzonder de gezondheid en de veiligheid – in de ruime betekenis – van alle medewerkers; de optimalisatie van het transport van materialen en afval; de beperking van afval en vooral de verpakkingen van materialen; het verzekeren van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor alle arbeiders; het aantrekken, behouden en opleiden van talenten; de toepassing van een krachtige governance en het stimuleren van innovatie op alle niveaus van de productieketen.

De drie relevantste doelstellingen met gemiddelde materialiteit worden op dezelfde manier behandeld. Het zijn: "career development", "clear sustainability reporting" en "alternative transport modes promotion".

Figuur 1 : Materialiteitsmatrix

* High Materiality for BPI

** High Materiality for CFE Contracting

SOCIALE EN PERSONEELSASPECTEN

De menselijke factor is een centraal aandachtspunt voor de groep CFE. De aandacht voor de veiligheid zit in het DNA van de groep, want iedereen wil na het werk veilig weer naar huis. Ook het welzijn en de gezondheid in de ruime betekenis van alle medewerkers is essentieel. De beste instrumenten om ze te verzekeren, zijn preventie, sensibilisering en opleiding. In dezelfde visie moet de geestelijke en lichamelijke gezondheid van alle medewerkers worden gevrijwaard. Het evenwicht tussen het werk en het privéleven van de medewerkers krijgt een bijzondere aandacht. Ieders welzijn is een werk van elke dag, met in elke entiteit meerdere concrete acties in de loop van het jaar.

De prioritaire doelstellingen van

deze thema's zijn: "Health & safety: Provide a safe and healthy workplace for all & Continuously work on a healthy work-life balance for both our office and on site workers" en "Reduce traffic time to and from site or office".

De verschillende actoren van onze projecten en dan vooral de onderaannemers moeten dezelfde aandacht krij-

Figuur 2: Lijst van prioritaire doelstellingen voor CFE Contracting & BPI

OBJECTIVE SIMPLIFIED OBJECTIVE ESG / INNOVATION
Incorporate modular and circular principles in our project design Modular and circular principles in our projects Innovation
Collaborate (with suppliers) to reduce packaging waste and reduce waste in general Waste and packaging reduction Environment
Provide a safe and healthy workplace for all & continuously work on health work-life
balance for both our office and on site workers
Health and Safety Social
Reduce traffic time to and from site or office
HIGH Guarantee respectful and decent working conditions for all Decent working conditions for all Social / Governance
Inspire people to join our company Social
Provide training opportunities, both for our office and on site workers Talent attraction, development & retention
Develop a governance model based on integrity and respect and fight social fraud Strong corporate governance Governance
Develop systemic innovative solutions across our divisions and and throughout our
supply chains
Innovation (across our divisions & supply chains) Innovation
Optimise materials and waste transport systems Material and waste transport optimisation Environment
Follow-up personal career development for all employees Career development for all employees Social
MEDIUM Transparently communicate on our sustainable performance and progress Clear sustainability reporting Governance
Promote and stimulate the use of alternative transport modes for our employees Alternative transport modes promotion Environment

gen. Het corporate governance charter en de procedures bevatten minimale maatregelen op het vlak van de ethiek, de niet-discriminatie en de eerbiediging van de mensenrechten. Daarnaast is het onze verantwoordelijkheid als onderneming om te verzekeren dat elke persoon die bij onze projecten betrokken is fatsoenlijk wordt behandeld.

De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Guarantee respectful and decent working conditions for all".

De grootste waarde van onze groep ligt bij de mannen en vrouwen die erin werken. Het is vandaag de dag erg moeilijk om bekwame nieuwe medewerkers te vinden. Daarom is het uiterst belangrijk dat wij een favoriete werkgever blijven, zodat we bekwame en gemotiveerde mensen kunnen aantrekken en behouden die er trots op zijn dat ze bij de groep CFE horen. De opleiding en de individuele begeleiding van elke medewerker, ongeacht zijn of haar statuut, zijn even belangrijk om in de groep CFE een klimaat van vertrouwen en ontplooiing te ontwikkelen en een echte bedrijfscultuur te scheppen. De prioritaire doelstellingen van deze thema's zijn: "Inspire people to join our company", "Provide training opportunities, both for our office and on site workers" en "Follow-up personal career development for all employees".

MILIEUASPECTEN

Zowel CFE Contracting als BPI zijn alert voor de impact van hun werk op de samenleving en het milieu. Het domein van het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor materialen en afval ontwikkelen. Uit dat oogpunt zijn de prioritaire doelstellingen van deze thema's: "Optimise materials and waste transport systems" en "Promote and stimulate the use of alternative transport modes for our employees".

Op onze bouwplaatsen en in onze kantoren verdient de afvalbeperking een bijzondere aandacht. Ook op het vlak van het hergebruik, de recycling of een circulaire visie op de materialen moeten we het geproduceerde afval zoveel mogelijk beperken. Dat doen we door

een weldoordachte verbruikscultuur te ontwikkelen maar ook door onze partners bij de benadering te betrekken. Dat geldt zowel voor de materialen als voor de optimalisatie en vermindering van de verpakkingen. Dat laatste punt vereist uiteraard een nauwe samenwerking met onze belangrijkste leveranciers. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Collaborate (with suppliers) to reduce packaging waste and reduce waste in general".

GOVERNANCE

Tot slot verzekeren CFE Contracting en BPI een krachtige governance met behulp van een charter en concrete procedures. Deze doelstelling wordt verder ontwikkeld in hoofdstuk 3 (p. 186 - 188). De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Develop a governance model based on integrity and respect and fight social fraud".

Om een totale transparantie en een heldere rapportage over de duurzaamheid te verzekeren, zullen we een regelmatige interne communicatie met alle medewerkers invoeren. De implementatie van specifieke KPI's voor elke doelstelling maakt een echte transparantie mogelijk en stelt ons in staat om de geboekte vooruitgang en de impact van de genomen maatregelen recurrent te beoordelen. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Transparently communicate on our sustainable performance and progress".

INNOVATIE

Al deze doelstellingen vereisen een nauwe samenwerking tussen de entiteiten en alle andere partners. Bovendien moeten we innovatie niet alleen in onze verschillende activiteiten aanmoedigen maar ook in het geheel van de waardeketen. Innovatie begint immers al bij het ontwerp van een nieuw project, een domein waarin BPI veel troeven kan uitspelen.

De openheid voor de buitenwereld en voor andere partners mag niet worden verwaarloosd. Innovatie wordt immers ook bevorderd door partnerschappen met andere actoren in de sector, zoals de VBA, met onderzoekscentra, met universiteiten en leveranciers, en ook door het delen van kennis tussen de verschillende entiteiten en vakspecialiteiten van

de groep. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Develop systemic innovative solutions across our divisions and throughout our supply chains".

Hun onderlinge synergie stelt de twee polen in staat om van bij het begin gebouwen te ontwerpen met een innovatieve aanpak van de architectuur of de stabiliteit en de speciale technieken. De introductie van nieuwe materialen, de modulariteit of de circulariteit is daarbij een doel op zich. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Incorporate modular and circular principles in our project design".

VOORBEELDEN ALS BEWIJS

De verschillende voorbeelden en projecten die op pagina's 26 - 45 worden voorgesteld, geven de aandacht weer die de drie polen alvast opbrengen voor de verschillende thema's en doelstellingen.

BIJLAGE 1.3 : ACTIES EN BEPALING VAN DE KPI'S VAN DE DOELSTELLINGEN MET HOGE MATERIALITEIT

Voor de drie polen van de groep is het beheersen van duidelijke KPI's en het zo goed mogelijk opvolgen van de concrete acties een prioriteit. Deze beheersing maakt het immers mogelijk om het effect van de ondernomen acties zo snel mogelijk te beoordelen en dus passende maatregelen te nemen.

Deze gegevensverzameling gaat gepaard met een afstemming van de acties per pool in de verschillende entiteiten om een significante impact te garanderen. Gestructureerde doelstellingen en acties zullen dus duidelijk voorrang krijgen.

Tot slot willen de drie polen duurzaamheid verankeren bij alle medewerkers en er een echte bedrijfscultuur van maken. Hiertoe zullen de gerichte acties zowel op grootschalige projecten als op de kleine, eenvoudige, alledaagse gebaren betrekking hebben. Deze laatste, hoe eenvoudig ze ook zijn, zullen bijdragen aan de bewustwording van alle medewerkers. Vervolgens is het ook heel belangrijk dat alle schakels van de productieketen in deze aanpak geïntegreerd worden.

DEME

EEN TOOL OM DUURZAAMHEID IN DE PRAK-TIJK TE BRENGEN

Op projectniveau werd bij DEME een evaluatietool voor de SDG's ontwikkeld, die informatie verschaft op het niveau van het totale project. Elke projectbeoordeling omvat een klimaatprofiel, een innovatieprofiel en een overzicht van de link van het project met een of meerdere SDG's. Er wordt een objectieve en semi-kwantitatieve aanpak gehanteerd. In 2018 werden al 10 middelgrote tot grote projecten beoordeeld, gevolgd door nog eens 23 projecten in 2019. In hun totaliteit zijn de projecten goed voor bijna de helft van het bedrijfsresultaat, en ze omvatten alle bedrijfsonderdelen en activiteiten van DEME. De belangrijkste doelstellingen van deze tool zijn uiteraard het beter begrijpen van de mogelijke risico's en voordelen van projecten voor het milieu

en de maatschappij, het verschaffen van een kader voor gestructureerde communicatie met alle stakeholders, maar ook het krijgen van een duidelijk beeld van de positieve of negatieve bijdrage van elk project aan de SDG's en er een echt besluitvormingsinstrument in de vroege fase van projecten van maken. Het gebruik van de SDG's maakt een duidelijke en begrijpelijke communicatie naar de externe stakeholders mogelijk: klanten, overheden, ngo's, enz.

Met behulp van deze tool hebben we onder meer vastgesteld dat:

  • sommige projecten (baggerprojecten, geïntegreerde brownfieldontwikkelingen) een zeer grote impact hebben op bijna alle SDG's. Andere projecten (hernieuwbare energie, infrastructuur- en terreinherstel, enz.) hebben betrekking op een beperkt aantal SDG's;
  • de meeste projecten van DEME een sterke stimulans zijn voor de lokale economische ontwikkeling in ontwikkelde en ontwikkelingsregio's door het creëren van werkgelegenheid, economische activiteit en economische groei (meer dan 80 % van de geëvalueerde projecten);
  • meer dan 75 % van de geëvalueerde projecten bijdragen aan een duurzame infrastructuur die de veiligheid, de welvaart en het menselijk welzijn verbetert. Bijna de helft van de projecten draagt bij aan de strijd tegen de klimaatverandering. Offshore windenergie maakt de energietransitie mee mogelijk;
  • DEME er voortdurend naar streeft om de veerkracht van de lokale gemeenschappen te versterken zonder het klimaat te beïnvloeden en de hulpbronnen van de planeet uit te putten. DEME is zich bewust van haar impact op het mariene en zoetwaterecosysteem en is voortdurend op zoek naar toepassingen die haar impact verminderen.

BEDRIJFSCULTUUR EN AFSTEMMING VAN DE VERSCHILLENDE DOCHTERONDERNEMINGEN

DEME is in 2017 gestart met een grondige analyse van de duurzaamheid en de prioritering van de doelstellingen. Op basis van deze ervaring heeft DEME dus de impact van haar acties kunnen meten. Omdat het bedrijf nog verder wil gaan en nog efficiënter wil zijn, werkt DEME momenteel actief aan de verankering van deze waarden en deze duurzame aanpak bij elke medewerker. Om dit te bereiken werkt DEME aan een verdere structurering van zijn aanpak en aan de afstemming op elkaar van al zijn bedrijfssectoren.

DEME beschikt over een dashboard met de relevantste KPI's met betrekking tot duurzaamheid. Met het oog op continue verbetering blijft DEME haar selectie van KPI's perfectioneren.

CONCRETE VOORBEELDEN

DEME heeft de ambitieuze doelstelling om tegen 2050 'klimaatneutraal' te zijn. Uit de analyses van DEME blijkt dat bijna 90% van de uitstoot van broeikasgassen rechtstreeks verband houdt met de apparatuur en de gebruikte brandstof. Om dit aan te pakken, investeren we in de implementatie van toekomstgerichte technologie aan boord van onze schepen en zwaar materieel. We nemen het voortouw in de sector door de implementatie van de 'dual fuel' (DF)-technologie op onze nieuwe schepen. DF-motoren kunnen op vloeibaar aardgas (LNG) draaien, waardoor de uitstoot van koolstofdioxide wordt verminderd en de uitstoot van SOx, NOx en andere uitgestoten deeltjes nagenoeg wordt geëlimineerd.

Op dit moment is de schoonste energie die gebruikt kan worden om onze baggervloot van stroom te voorzien hernieuwbare wind- of zonne-energie. Sinds kort maakt de 'Blanew', onze eerste volledig elektrische autonome baggeraar, deel uit van onze vloot. Het schip is speciaal ontworpen voor het baggeren in jachthavens, kanalen en meren. De 'Blanew' wordt aangedreven door middel van een afwerpbare, drijvende elektriciteitskabel die rechtstreeks aangesloten is op het duurzame elektriciteitsnet aan wal.

Twee van onze innovatieprogramma's - DEMEx en DEME Innovation Diver - zijn gericht op het verbeteren van onze technologische oplossingen en mogelijkheden voor een koolstofarme, circulaire en veerkrachtige samenleving. Een van de resultaten van de DEME Innovation Diver is een 'exoskeletpak' voor handmatige hijswerkzaamheden op onze schepen.

DEME speelt ook een leidende rol in de Blauwe Cluster (Blue Cluster). Dit is een industriële cluster die de 'blauwe economie' gebruikt als motor voor duurzame groei. Het idee is om de prioriteiten op het vlak van R&D af te stemmen op de nationale en internationale prioriteiten op het gebied van duurzame ontwikkeling om de impact van de investeringen in R&D te vergroten. Dit soort innovatieve samenwerking maakt het mogelijk om kennis en beste praktijken op het gebied van duurzaamheid te delen.

Andere concrete voorbeelden zijn te vinden in het duurzaamheidsverslag van DEME en op pagina's 26 - 45 van dit verslag.

CFE CONTRACTING EN BPI

INSPIRATIE PUTTEN UIT GOEDE IDEEËN

In dezelfde geest van analyse als DEME wil CFE Contracting een tool ontwikkelen voor de evaluatie van de SDG's in grote projecten. In een eerste fase zullen proefprojecten geanalyseerd worden om de meest geschikte tool te ontwikkelen.

2020: HET JAAR NUL VAN NIEUWE KPI'S

Voor elke prioritaire doelstelling hebben CFE Contracting en BPI aangepaste KPI's geselecteerd. Er wordt een automatisch dashboard ontwikkeld om de gevraagde KPI's in elke dochteronderneming zo eenvoudig en sereen mogelijk te verzamelen en te consolideren.

De eerste stap is natuurlijk een duidelijke en ondubbelzinnige omschrijving van de te verzamelen gegevens, de frequentie van de metingen per KPI en, tot slot, het bepalen van de persoon/personen

die verantwoordelijk is/zijn voor deze verzameling binnen elke dochteronderneming en de maatregelen die worden genomen om de kwaliteit en de traceerbaarheid van de verzamelde gegevens te waarborgen.

Verschillende KPI's werden voorheen immers niet regelmatig gemonitord. 2020 moet daarom beschouwd worden als het referentiejaar voor de meeste niet-financiële KPI's.

THINK GLOBALLY ACT LOCALLY

Met behulp van een werkgroep, bestaande uit één vertegenwoordiger van elke entiteit, werden een aantal prioritaire acties voor de korte, middellange en lange termijn vastgesteld. Bepaalde acties zullen op uniforme wijze uitgerold worden voor alle dochterondernemingen van CFE Contracting en BPI. Andere acties zijn daarentegen nauw verbonden met de goede werking van elke entiteit en moeten daarom door elke entiteit worden aangepast. Het doel is dat elke werknemer zich rechtstreeks betrokken voelt bij de ondernomen acties en er tegelijkertijd voor zorgt dat ze een maximale impact hebben.

CONCRETE VOORBEELDEN VAN ACTIES GEHOUDEN IN 2019 EN AMBITIE VOOR 2020

In de hoofdtekst van dit verslag worden tal van acties die werden gehouden in 2019 voorgesteld. We vermelden in het bijzonder de oprichting van Wood Shapers. Deze joint venture tussen CFE Contracting en BPI is een concreet voorbeeld van een partnerschap tussen entiteiten van de groep. Samen zijn we sterker! En bovenal kunnen we samen het beste voldoen aan de huidige vereisten op milieu- en economisch gebied door innovatieve, snellere en planeetvriendelijkere bouwmethoden voor te stellen.

2019 was ook een jaar vol opleidingen op alle niveaus. Nog een doeltreffende manier om de mens centraal te plaatsen en te bevestigen dat de groep 'a great place to work' is.

De andere acties worden in detail beschreven op pagina's 26 - 45.

Voor 2020 heeft de werkgroep 'duurzaamheid' 35 ambitieuze acties vastgesteld om de 11 hierboven omschreven prioritaire doelstellingen te bereiken. Voor elk van deze acties werd bepaald of ze op een uniforme manier uitgevoerd of aan de specifieke kenmerken van elke entiteit aangepast zouden worden. Voor elke actie werd een verantwoordelijke persoon of een groep verantwoordelijken aangewezen om voor een goede uitvoering en opvolging te zorgen. Deze persoon of groep moet ook controleren of de KPI's goed gemonitord worden. Zo is de opvolging van de voortgang van de proefprojecten op het gebied van het materiaaltransport en de consolidatiecentra toevertrouwd aan een werkgroep. Deze werkgroep zal ook verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de evaluatie van de logistieke toepassingen die rond dit thema ontwikkeld worden. In 2020 zal ook een prijs voor innovatieve ideeën rond duurzaamheid in het leven geroepen worden. Deze prijs beloont projecten die partnerschap en duurzaamheid verenigen en stelt iedere medewerker in staat om persoonlijk betrokken te raken bij de geïnitieerde duurzame aanpak en zijn of haar eigen ideeën in te brengen.

BIJLAGE 2: NIET-FINANCIËLE INDICATOREN EN KPI's

SOCIAAL

Om de impact van de op sociale thema's gerichte acties te analyseren, volgen de drie polen sinds verscheidene jaren een reeks KPI's. Deze KPI's hebben betrekking op de thema's veiligheid, welzijn, diversiteit en opleiding.

AANTAL MEDEWERKERS PER POOL CFE DEME TOTAAL
2017 3.982 4.707 8.689
2018 3.524 5.074 8.598
2019 3.276 5.134 8.410
AANTAL MEDEWERKERS PER STATUUT Arbeiders Bedienden TOTAAL
CFE CONTRACTING + BPI 1.745 1.531 3.276
DEME 2.261 2.873 5.134
TOTAAL 4.006 4.404 8.410
VERHOUDING MANNEN/VROUWEN VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME)
Mannelijke bedienden Vrouwelijke bedienden Arbeiders Arbeidsters
2017 3.040 1.016 4.569 64
2018 3.272 1.064 4.201 61
2019 3.289 1.115 3.934 72
AANTAL MEDEWERKERS PER TYPE OVEREENKOMST VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME)
Arbeidsovereenkomst van
onbepaalde duur
Arbeidsovereenkomst van
bepaalde duur
Werk & studies Totaal
2017 7.733 949 7 8.689
2018 7.939 648 11 8.598
2019 8.065 334 11 8.410
LEEFTIJDSPIRAMIDE VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME)
per schijf van 5 jaar * 2017 2018 2019
<25 382 377 380
26-30 1.160 1.207 1.165
31-35 1.374 1.320 1.242
36-40 1.267 1.267 1.250
41-45 1.189 1.182 1.176
46-50 1.105 1.049 973
51-55 1.072 1.040 1.026
56-60 754 770 785
>60 386 386 413

*Merk op dat DEME iets andere intervallen gebruikt dan CFE Contracting en BPI (bvb. : 25-29 jaar ipv 26-30 jaar)

ANCIËNNITEIT VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME)
per schijf van 5 jaar 2017 2018 2019
<1 1.344 1.144 912
1-5 2.866 2.652 2.928
6-10 1.847 1.767 1.509
11-15 960 1.104 1.352
16-20 682 701 685
21-25 379 352 344
>25 611 878 680
ABSENTEÏSME
2017 2018 2019
aantal dagen afwezigheid wegens ziekte 70.954 70.871 90.498
aantal dagen wegens arbeidsongevallen 4.109 4.488 6.957
aantal dagen afwezigheid wegens verkeersongevallen 36 492 122
aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte 0 0 0
aantal gewerkte dagen 1.824.046 1.892.886 1.802.571
afwezigheidsgraad 4,12% 4,01% 5,41%
OPLEIDINGEN
in aantal uren 2017 2018 2019
Technieken 44.029 56.785 68.119
Hygiëne en veiligheid 55.325 41.912 60.580
Omgeving 1.581 1.062 907
Management 12.235 16.192 17.129
Informatica 6.899 10.850 17.656
Adm./Boekh./ Beh./ Jur. 13.029 13.499 14.039
Talen 3.484 6.289 8.598
Diversiteit 64 326 310
Andere 6.808 7.409 13.247
Totaal aantal opleidingsuren 143.454 154.324 200.585
Totaal aantal opleidingsuren per medewerker 16,5 17,9 23,85

Omdat de veiligheid een doorlopend aandachtspunt is, hebben CFE Contracting en DEME een QHSE-dashboards ontwikkeld, om de evolutie van de statistieken nauwkeurig te volgen en zo snel mogelijk de nodige verbeteringsmaatregelen te nemen.

Veiligheid voor
CFE Contracting
2017 2018 2019 sector-gemiddelde * sectorgemiddelde voor de bij ADEB-VBA
aangesloten bedrijven **
Frequentiegraad 16,76 19,42 13,72 32,45 19,86
Ernstgraad 0,49 0,49 0,44 1,06 0,75

"* sector-gemiddelde 2018, bron : fedris.be (codes NACE 41, 42 en 43 meegerekend)

** waarden de van de leden van de ADEB-VBA (2018)

Veiligheid voor DEME 2017 2018 2019 sector-gemiddelde *
Frequentiegraad 0,27 0,21 0,24 3,93
Ernstgraad 0,03 0,072 0,097 0,75

* sector-gemiddelde 2018 , bron : fedris.be (codes NACE 08.12, 39, 42.13, 42.911en 42.919 meegerekend)

Frequentiegraad CFE = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1 miljoen gedeeld door het aantal gewerkte uren

Frequentiegraad DEME = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 200.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren

Ernstgraad = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren

MILIEU

Ook dit jaar heeft de niet-financiële milieurapportage betrekking op de CO2 -productie van de 3 polen. CFE volgt het Greenhouse Gas Protocol en meldt haar uitstoot van broeikasgassen volgens de operationele benadering van de drie scopes:

SCOPE 1

De directe uitstoot van broeikasgassen houdt verband met het gebruik van fossiele brandstoffen. Alleen de productie van CO2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.

Het betreft uitsluitend aangekochte fossiele brandstoffen die in de eigen installaties, machines, schepen en projecten worden gebruikt. Deze scope 1 omvat ook de in de eigen elektriciteitsgeneratoren gebruikte brandstof.

SCOPE 2

De indirecte uitstoot van broeikasgassen houdt verband met het gebruik van aangekochte elektriciteit. Alleen de productie van CO2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.

De elektriciteit die de ondernemingen aankopen is vaak afkomstig uit zowel hernieuwbare als niet hernieuwbare bronnen. Slechts wanneer de hoeveelheid energie die een bedrijf aankoopt uitdrukkelijk contractueel vastgelegd is, kan men ze in de twee delen uitsplitsen. In het andere geval kan men de effectief ontvangen hoeveelheid hernieuwbare energie niet nauwkeurig kennen. Dit verslag geeft dus geen uitsplitsing in dit opzicht.

SCOPE 3

Dit betreft de andere indirecte uitstoot van broeikasgassen. Deze uitstoot is het gevolg van de activiteiten van CFE maar is afkomstig van bronnen die CFE niet controleert en waarvan het niet de eigenaar is. Hier hebben de verzamelde gegevens uitsluitend betrekking op uitstoot in verband met vliegreizen.

DEME neemt de uitstoot van koolstofdioxide (CO2 ), stikstofprotoxide (N2 O) en methaan (CH4 ) op in haar koolstofvoetafdruk.

De mondiale metingen en de metingen voor België en Nederland worden afzonderlijk geanalyseerd. DEME en CFE Contracting gebruiken verschillende rekenmethoden.

CFE Contracting en BPI gebruiken de koolstofbalansmethode van het ADEME.

CFE Contracting & BPI eenheid 2017 2018 2019
CO2
uitstoot (scope 1)
ton CO2 13.290 19.298 14.754
CO2
uitstoot (scope 2)
ton CO2 2.583 4.565 3.063
CO2
uitstoot (scope 1&2)
ton CO2 15.873 23.863 17.817

DEME gebruikt, uitsluitend voor Nederland en België, specifieke emissiefactoren volgens de CO2 -prestatieschaal. (https://www.co2emissiefactoren.nl/).

DEME (Belgium + The Netherlands) eenheid 2017 2018 2019
CO2
uitstoot (scope 1)
ton CO2 109.178 126.356 147.773
CO2
uitstoot (scope 2)
ton CO2 4.740 5.376 7.796
CO2
uitstoot (scope 1&2)
ton CO2 113.918 131.732 155.569

Voor de mondiale uitstoot van broeikasgassen van DEME worden twee types emissiefactoren gebruikt:

  • In de selectie van de emissie- of conversiefactoren, gebruikt men voor de schepen de sectorale emissiefactoren van de IMO.
  • Voor alle andere uitrustingen gebruikt men de mondiale emissiefactoren van het DEFRA (het Britse ministerie van milieu, voeding en landbouwaangelegenheden).
DEME (Worlwide) eenheid 2018 2019
GHG (CO2
+ N2
O + CH4
) uitstoot (scope 1)
ton CO2
-eq.
/ 676.000
GHG (CO2
+ N2
O + CH4
) uitstoot (scope 2)
ton CO2
-eq.
/ 5.000
GHG (CO2
+ N2
O + CH4
) uitstoot (scope 3)
ton CO2
-eq.
/ 12.000
GHG (CO2
+ N2
O + CH4
) uitstoot (scope 1,2 & 3 )
ton CO2
-eq.
687.087 693.000

DEME en CFE Contracting meten sinds januari 2020 nieuwe KPI's, om de evolutie van de verschillende bepaalde doelstellingen en acties nauwkeuriger en meer gericht te kunnen volgen.

We stellen vast dat de CO2 -uitstoot van de bouwbedrijven van CFE Contracting bijzonder wordt beïnvloed door het type bouwplaats en uitgevoerde werken in de loop van het jaar. Vooral werven met omvangrijke ruwbouwwerken vereisen een groot verbruik van elektriciteit en diesel voor de werking van de bouwmachines en de kranen. Bouwplaatsen en afwerkingen in de winterperiode vereisen dan weer veel energie voor de verwarming en het drogen van de gebouwen. Het verbruik van de voertuigen zal eveneens sterk worden beïnvloed door de afstand woon-wer(f)kverkeer.

Al deze elementen variëren sterk van jaar tot jaar.

De CO2 -uitstoot van de multitechnische bedrijven is relatief stabieler.

Daarom moet men de verschillende vormen van verbruik van zeer nabij volgen, voor een meer nauwkeurige en gerichte opvolging van de genomen maatregelen. Men moet bijgevolg in eerste instantie gerichte doelstellingen bepalen.

GOVERNANCE

Charters en procedures verzekeren het goede bestuur van de verschillende polen.

CFE CFE Contracting BPI DEME
corporate governance charter ok ok ok ok
procedures * ok ok** ok
anti-corruptiecode * ok ok ok

* overgedragen aan CFE Contracting en BPI

** intern beleid voor financiële transacties

BIJLAGE 3: FOCUS OP CORPORATE GOVERNANCE

Het respect voor fundamentele waarden, zoals de rechten van de mens en de ethiek, is een van de grote aandachtspunten van DEME, CFE Contracting en BPI. Het past in de duurzaamheidsbenadering van de drie polen en in het bijzonder de Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 16. De eerbiediging van deze thema's wordt verzekerd door een strikte toepassing van charters en procedures.

Het Corporate Governance Charter van CFE werd in 2019 bijgewerkt. Dit charter is openbaar en kan op de website van de groep CFE worden geraadpleegd. Hetzelfde geldt voor de statuten van de vennootschap. Het Corporate Governance Charter bepaalt met name de bestuursstructuur van de onderneming, de samenstelling, rollen, plichten en verantwoordelijkheden van de verschillende raden en comités en de gedragsregels voor financiële transacties.

ethiek en integriteit. Deze code weerspiegelt de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem STRIVE: Security, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation and Environment (veiligheid, technisch leiderschap, respect en integriteit, innovatie, waardecreatie en milieu).

Naast de naleving van de wet, een conditio sine qua non, zijn respect en integriteit van het allergrootste belang voor alle mensen van DEME, en iedereen die met DEME wil samenwerken, moet dezelfde normen respecteren.

EERBIEDIGING VAN DE MENSENRECHTEN

Alle personeelsleden van DEME worden billijk behandeld, met waardigheid en respect, ongeacht hun persoonlijke kenmerken, geloof, nationale of etnische afkomst, cultuur, godsdienst, leeftijd, gender en seksuele geaardheid, geestelijke of lichamelijke vermogens. DEME biedt een werkplek aan waar alle werknemers billijk en zonder discriminatie worden behandeld.

DEME eerbiedigt en beschermt de mensenrechten in het algemeen, samen

met de fundamentele rechten en vrijheden zoals ze in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties gedefinieerd zijn. De groep tolereert nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of verplichte arbeid of mensenhandel.

De toepassing van het beleid heeft ervoor gezorgd dat alle partners zich bewust zijn van het belang van de eerbiediging van de mensenrechten en dat zij weten hoe en waar zij eventuele inbreuken kunnen melden.

DEME is actief in veel landen met verschillende wetgevingen en met risicosituaties inzake de mensenrechten. De aanwezigheid in landen met een hoger risicoprofiel in termen van schendingen van de mensenrechten is een gevaar voor het imago van DEME. Het is dus bijzonder noodzakelijk dat men alert is bij tijdelijke aanwervingen in het buitenland of tegenover derden die personeel op projecten van DEME inzetten, zoals onderaannemers, leveranciers, freelancers enzovoort.

Een goede selectie van bureaus, agentschappen en andere derden is bijgevolg een voorafgaande voorwaarde voor men contracten afsluit en de samenwerking begint. Het beleid van DEME voor het respect in het algemeen en de eerbiediging van de mensenrechten in het bijzonder wordt altijd duidelijk in de contracten gedefinieerd.

Een voor de bureaus en agentschappen ontwikkelde procedure, die zowel voor als na de aanwerving wordt toegepast, maakt onze normen en de manier waarop ze moeten worden nageleefd zeer zichtbaar. Regelmatige audits en inspecties van de bureaus, agentschappen en andere derden die personeel op projecten van DEME inzetten, garanderen dat onze normen worden nageleefd en efficiënt zijn.

DEME

De basis van het complianceprogramma van DEME is de gedragscode voor

BESTRIJDING VAN FRAUDE EN CORRUPTIE

DEME heeft een duidelijk beleid om al haar activiteiten integer uit te voeren en strijdt tegen elke vorm van corruptie. Naast de ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig compliance-programma geïmplementeerd dat onder meer een uitgebreid anti-corruptiebeleid omvat. Het anti-corruptiebeleid is in het kader van dit compliance-programma opgenomen in het jaarlijkse programma voor de bewustmaking van de werknemers. Het beleid zelf wordt bovendien aangevuld met specifieke procedures die zijn efficiëntie in de dagelijkse werking verzekeren. De 'due diligence' van het beleid tegenover derden, het beleid voor de integriteit van de uitgaande betalingen en het beleid voor de toelevering tot en met de betaling van belangrijke derden, evenals een opleidingsprogramma voor het personeel dat bij dergelijke activiteiten betrokken is, dragen effectief bij tot de strijd tegen fraude en corruptie. DEME is wereldwijd actief, ook in landen met een hogere score op de "corruptieperceptie-index". Mogelijke gevallen van corruptie betekenen een risico voor het imago van de groep. Daarom heeft DEME een 'due diligence'- procedure ingevoerd, niet alleen voor dit type landen met hoog risico maar ook voor alle situaties waarin een verhoogd risico van fraude en corruptie bestaat. Om te beginnen raadt DEME aan om zo weinig mogelijk gebruik te maken van sponsors of agenten. Als dat niet kan worden vermeden, moeten deze partijen vooraf uitgebreider worden onderzocht en dit in functie van het risiconiveau. Daarnaast voert de groep een opvolging uit van de derden met wie zij zaken doet. In de contracten zijn specifieke clausules opgenomen waarin de partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met het door DEME geëiste conformiteitsniveau. Ten slotte verzekert DEME zich ervan dat deze partijen het beleid en de procedures tegen corruptie effectief naleven.

Daarnaast beperkt DEME deze risico's zoveel mogelijk aan de hand van beleidsregels en procedures die iedereen goed kent en die in het geheel van de organisatie worden toegepast. De groep biedt de kaderleden daartoe een specifieke opleiding aan, die hen leert om met volledige kennis van zaken corruptierisico's te beheersen.

Op 20 maart 2018 werd in de kantoren van DEME in Zwijndrecht (België) een huiszoeking verricht in verband met de rol van een gewezen werknemer bij de toewijzing van een baggercontract in Sabetta (Rusland) in 2014. Het onderzoek, waaraan DEME volledig meewerkt, is nog niet afgesloten. Tot op heden werd niemand in verdenking gesteld. Aangezien het onderzoek strikt vertrouwelijk is, kan geen informatie worden gegeven over de zaak of het proces. Dit incident was een bijkomende reden om de bestaande procedures bij te schaven en verder te formaliseren.

CFE CONTRACTING EN BPI

Het Corporate Governance Charter van CFE Contracting werd in 2019 eveneens bijgewerkt. Na de goedkeuring door het executief comité werd het aan alle medewerkers meegedeeld. Het vervolledigt het Corporate Governance Charter van de groep CFE. Dit charter definieert de bestuursstructuur van CFE Contracting, de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende raden en comités, en de minimale toepasselijke procedures. Vervolgens is het in een reeks interne beleidslijnen uitgewerkt. De structuur van CFE Contracting heeft tot doel een helder en solide kader te vormen voor de begeleiding van de ontwikkeling van de activiteiten van de vennootschap en de entiteiten van de pool Contracting en voor de goede werking van hun operaties. De structuur van de vennootschap weerspiegelt de regels voor goed bestuur, aangepast aan de behoeften van de onderneming. Hetzelfde geldt voor BPI, waarvoor het Corporate Governance Charter in december 2019 werd bijgewerkt en goedgekeurd door haar raad van bestuur. De minimale procedures, ook interne beleidslijnen genoemd, worden in nauw overleg met het executief comité bijgewerkt door de raad van bestuur. Op het niveau van de projecten is een lijst van 12 principes voor een goed beheer opgesteld. In 2019 werd bovendien voor elke entiteit een risicoanalyse uitgevoerd. Elke in het charter opgenomen beleidslijn is fundamenteel. Hierna brengen we echter het thema van de mensenrechten op de voorgrond.

EERBIEDIGING VAN DE MENSENRECHTEN

De eerbiediging van de mensenrechten is een van de fundamentele waarden die aan de basis liggen van het algemeen beleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. Deze eerbied komt tot uiting in een geformuleerd beleid met een specifieke op de integriteit van de medewerkers gerichte gedragscode, die het algemeen kader vormt waarvan de toepassing door individuele informatie en interne audits wordt verzekerd.

In de aanwervingsfase maar ook in de dagdagelijkse werkrelaties en de opportuniteiten voor opleiding, interne mobiliteit of promotie, is elke discriminatie op grond van gender, leeftijd, nationaliteit, afkomst, overtuiging of handicap verboden. Het algemeen beleid omvat ook de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de privacy van de medewerkers, wat in de dochterondernemingen tot uiting komt in maatregelen op het vlak van informatica om de veiligheid van de persoonsgegevens van de medewerkers te verzekeren.

Dit algemeen beleid wordt ook weerspiegeld in de contractuele bepalingen met de onderaannemers, bepalingen die de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de mensenrechten eisen. Bij de selectie van buitenlandse onderaannemers worden de vereiste controles uitgevoerd zoals sociale zekerheid en de betaling van het minimumloon.

De polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben tot op heden geen enkele inbreuk op hun mensenrechtenbeleid vastgesteld. De vakgebieden van de twee polen impliceren het werken met onderaannemers, leveranciers en partners die niet noodzakelijk de waarden van CFE met betrekking tot de mensenrechten delen. De realiteit van de bouwplaatsen kan zorgen voor verwarring met ernstige gevolgen voor het imago van de groep.

Daarom neemt CFE verschillende maatregelen om deze risico's te voorkomen. Deze maatregelen spelen op verschillende niveaus:

• Preventie: Een charter werd in de dochterondernemingen ingevoerd, een systeem met erkende leveranciers werd georganiseerd, bepalingen werden opgenomen in de contracten met de onderaannemers en een humanresourcesbeleid werd toegepast dat ieders rechten respecteert;

  • Opleiding: deze kan verschillende vormen aannemen (vergaderingen, workshops, uitwisseling van ervaringen enz.), met inbegrip van de opleiding van de hiërarchische lijn inzake de wettelijke verplichtingen en het welzijn;
  • Controle: impliceert onder meer regelmatige werfinspecties door de hiërarchische lijn en ook interne audits.

BESTRIJDING VAN FRAUDE EN CORRUPTIE

De door CFE opgestelde anti-corruptiecode, die in 2018 werd bijgewerkt, is opgenomen in het beleid van de dochterondernemingen en richt zich tot alle medewerkers, ongeacht hun functie. Ze verklaart duidelijk dat elke vorm van corruptie of corrupte praktijken, direct of indirect, verboden is, zowel op het niveau van de ondernemingen als op dat van de natuurlijke personen. Om de efficiëntie en het goede begrip van de uitgevaardigde ethische regels te verzekeren, geeft de code concrete details over in commerciële betrekkingen courante gewoonten, zoals voordelen, geschenken, voorrechten en blijken van gastvrijheid: ze geeft duidelijk weer wat wel en niet toegelaten is, de grenzen die men moet respecteren enzovoort, rekening houdend met de nationale (van België en/of het betrokken land) en de internationale reglementeringen.

Het engagement van de dochterondernemingen en hun medewerkers, het ethische besef en de wil om in een geest van samenwerking en vertrouwen te werken, samen met de invoering van een aantal interne procedures die de mogelijkheid van fraude en corruptie beperken, zijn stuk voor stuk elementen die een goede naleving van de bepalingen tegen fraude en corruptie hebben verzekerd. In 2019 werd geen enkele inbreuk op de regels gemeld.

In de bouwsector staan de financiële belangen vaak op het spel, is de concurrentie soms hard en vereisen veel projecten het gebruik van tijdelijke verenigingen en van bestellingen bij een groot aantal onderaannemers en leveranciers. Daarnaast kunnen de betrekkingen met de klanten gepaard gaan met het geven of ontvangen van geschenken, blijken van gastvrijheid, uitnodigingen voor diverse manifestaties, enz. Dit alles kan situaties veroorzaken met risico's van

'uitschuivers' die als corruptie worden beschouwd. CFE voert een preventiebeleid om deze risico's te bestrijden. In de dochterondernemingen is een anti-corruptiecode ingevoerd die zowel de basisprincipes uiteenzet als concrete voorschriften geeft die in de verschillende risicosituaties moeten worden gevolgd. Daarnaast treffen de dochterondernemingen diverse concrete maatregelen om de toepassing van deze bepalingen te verzekeren.

BIJLAGE 4 : HOE DE SDG'S TERUGVINDEN IN HET JAARVERSLAG

In dit jaarverslag komen de standpunten van mensen, klimaat en middelen aan bod. Zoals eerder uitgelegd, geven we prioriteit aan onze inspanningen door ons te concentreren op de thema's waar we de meeste impact kunnen hebben met onze onderneming.

Het geheel van dit analytische werk wordt in detail beschreven in de bijlagen 1 tot en met 1.3 (p 169 - 181)

De SDG's van de Verenigde Naties bepalen de gemeenschappelijke agenda van de wereld voor 2030. We dragen

hier volledig aan bij door middel van de acties die we hebben ondernomen. Onderstaand schema vertoont de link tussen de SDG's en de hoofdstukken waarin ze aan bod komen.

COLOFON

COPYRIGHT VAN DE FOTO'S EN DE BEELDEN, OP ALFABETISCHE VOLGORDE :

Art & Build Architects CFE Polska De Kemphanen DEME LuWa Philippe van Gelooven Tom D'Haenens

CONCEPT EN REALISATIE :

\Headline division of TBWA - www.tbwagroup.be

DESIGN : Make Design - Paul Thomas www.makecontact.nl

Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels. In geval van verschillen, primeert de Franse versie.

WWW.CFE.BE

AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV 139E MAATSCHAPPELIJK BOEKJAAR

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.