Annual Report • Apr 7, 2020
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
MET HAAR ACTIVITEITEN IN DE WATERBOUWKUNDE, DE BOUW EN DE VASTGOEDONTWIKKELING IS DE GROEP CFE EEN BELANGRIJKE SPELER IN DE TRANSFORMATIE VAN ONZE WOONOMGEVING, ONZE STEDEN, ONS SAMENLEVEN ... ONS ENGAGEMENT: DE TOEKOMST UITDENKEN TERWIJL WE ONZE MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID TEN VOLLE OPNEMEN EN ONZE POSITIEVE IMPACT MAXIMALISEREN. DIT JAARVERSLAG BELICHT DEZE VISIE, DIE WE VERWOORDEN MET DE SLAGZIN : "TOGETHER SHAPING TOMORROW'S WORLD".
Projecten ontwikkelen die de steden van morgen gestalte zullen geven, nieuwe samenlevingsvormen uitdenken, de ruimten voor het samenwonen van de toekomst verbeelden ... Met haar vastgoedontwikkeling positioneert BPI Real Estate zich als een belangrijke speler van verandering en verdedigt het fundamentele waarden: duurzaamheid, een hoge architecturale kwaliteit, eerbied voor het milieu en maatschappelijk engagement.
van meer dan honderd schepen is DEME een internationale leider in de waterbouwkunde. Haar vier activiteitenlijnen – baggerwerken, milieu, offshore en infrastructuur – antwoorden op de essentiële behoeften van onze samenleving en onze planeet. Door steeds meer innoverende oplossingen aan te bieden, legt DEME de basis voor een duurzame toekomst.
In het hart van onze steden transformeert CFE Contracting onze leefomgeving en bouwt het de onmisbare infrastructuur voor ons dagelijkse leven. Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities zijn de drie pijlers van deze activiteit, die de uitdagingen van onze tijd aangaan in het dubbele teken van duurzaamheid en innovatie. Toekomstprojecten voor een wereld die onophoudelijk evolueert.
| Our Mission | 002 |
|---|---|
| Who we are | 003 |
| Our Vision | 007 |
| Our CEO's on shaping the world in 2019 | 008 |
|---|---|
| The year 2019 at the glance | 016 |
| Our value creation model | 024 |
|---|---|
| How we are building the future | 028 |
| How we are a great place to work | 032 |
| How we offer innovative solutions | 036 |
| How we move towards climate neutrality | 040 |
| How we are a partner for change | 044 |
| Onze bijdrage tot de mobiliteit van de toekomst | 014 |
|---|---|
| Versnellen van de energietransitie | 020 |
| Het heruitdenken van het samenleven | 046 |
| Beheersverslag van de raad van bestuur | 048 |
|---|---|
| Geconsolideerde financiële staten | 097 |
| Statutaire financiële staten | 166 |
| Bijlage 1: ESG bij de groep CFE | 168 |
|---|---|
| Bijlage 2: Niet-financiële rapportage en KPI's | 182 |
| Bijlage 3: Focus op corporate governance | 186 |
| Bijlage 4: Hoe de sdg's terugvinden in het jaarverslag | 189 |
Voor haar jaarverslag 2019 heeft de groep CFE gekozen voor een geïntegreerd verslag, waarin financiële, ethische, sociale en milieuaspecten samenkomen. Deze aanpak weerspiegelt de waarden en filosofie van de groep, waarbinnen deze elementen intrinsiek met elkaar verbonden zijn. Voorbeelden illustreren ook concreet de visie van de groep. Om het lezen te vergemakkelijken, worden zowel de strategie als de methodologie en KPI's van de financiële en duurzaamheidselementen uitgewerkt in de bijlage.
De redactie van dit jaarverslag werd begin maart beëindigd. Tussen deze datum en de publicatie van het rapport brak de Covid-19-crisis uit (zie pagina 86). Het is al duidelijk dat de negatieve impact op de activiteit, kasstromen en resultaten merkelijk zal zijn.
007
IN ONZE DRIE POLEN IS DUURZAAMHEID DE MOTOR VAN ZOWEL VERANDERING ALS INNOVATIE, MAAR OOK DE HEFBOOM DIE ONZE IMPACT POSITIEF MAAKT. DUURZAAMHEID STAAT CENTRAAL IN ONS ECONOMISCH MODEL. SAMEN MET ONZE 140 JAAR ERVARING, MULTIDISCIPLINAIRE KNOWHOW, SAMENWERKINGSAANPAK EN TOEKOMSTVISIE INSPIREERT ZE ONZE WAARDEN OP ALLE NIVEAUS.
GEBOUWEN, INFRASTRUCTUUR ZOWEL OP ZEE ALS OP LAND, MILIEUPROJECTEN, MOBILITEIT ... DE GROEP CFE IS IN HET HART VAN HEEL DE MAATSCHAPPIJ AANWEZIG MET PROJECTEN DIE HEEL VAAK HET DAGELIJKSE LEVEN VAN DUIZENDEN MENSEN TRANSFORMEREN EN VERBETEREN. DEZE ESSENTIËLE ROL IS ONDENKBAAR ZONDER EEN SCHERP BESEF VAN MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID EN DUURZAAMHEID. DE CEO'S VAN DE GROEP EN HAAR POLEN SCHETSEN ER DE GROTE LIJNEN VAN EN BLIKKEN TERUG OP EEN JAAR 2019 DAT RIJK WAS AAN GEBEURTENISSEN EN ERVARINGEN.
"De drie polen van de groep CFE hebben een buitengewoon boeiend jaar achter de rug", zegt Luc Bertrand, voorzitter van de Raad van bestuur. "We hebben de wind in de zeilen en danken dat op de eerste plaats aan de inzet en het talent van onze medewerkers. We hebben onze posities bevestigd, onze omzet geconsolideerd en onze orderboeken gevuld. Die positieve factoren geven ons de stabiliteit die we nodig hebben om te blijven innoveren en ons duurzame model te bekrachtigen."
"De centrale plaats van duurzaamheid in ons werk is geen opportunisme maar wel het resultaat van een diepgaande denkoefening", beklemtoont Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder van de groep CFE. "Onze strategie kiest voor innovatie, schept nieuwe commerciële opportuniteiten, versterkt onze groei en stelt ons in staat om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid volledig op te nemen. Uit de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties hebben wij de thema's gekozen die wij door de aard van onze activiteiten het best kunnen bevorderen. Dankzij kernprestatie-indicatoren (KPI's) zullen wij in 2020 de vooruitgang kunnen meten en een duidelijk beeld krijgen van onze positieve impact op het milieu."
"Op een competitieve markt met een neerwaartse druk op de prijzen moeten wij ook onze marges in stand houden. Dat doen we niet alleen door middel van een efficiënt risicobeheer dat een goede keuze van de projecten mogelijk maakt, maar ook door met proactieve maatregelen op al onze werkterreinen verliezen en verspilling te beperken. Operationele uitmuntendheid is ons credo, van de selectie van de projecten tot hun oplevering. Ze staat ook borg voor de arbeidsomstandigheden van onze medewerkers. Stiptheid in de ontwikkeling en het beheer van de projecten verlaagt de psychologische belasting en garandeert het welzijn en de veiligheid van onze medewerkers. De ambitie van de groep CFE gaat veel verder dan winst. Ze mikt op bescherming en duurzaamheid. Zodat wij allemaal samen de
toekomst kunnen uitdenken, verbeelden en bouwen."
De groep CFE bouwt aan de toekomst met haar drie polen: BPI Real Estate (vastgoedontwikkeling), CFE Contracting (bouw, multitechnieken, rail & utilities) en DEME (baggerwerken, milieu, offshore en infrastructuur). De drie entiteiten hebben welomschreven activiteiten en elk hun eigen filosofie, maar vinden elkaar in een gemeenschappelijke visie op maatschappelijke waarden en uitmuntendheid. Die ontmoeting van talenten wordt verpersoonlijkt door de drie CEO's, Jacques Lefèvre (BPI Real Estate), Raymund Trost (CFE Contracting) en Luc Vandenbulcke (DEME).
Bij BPI Real Estate (BPI) eindigde 2019 met mooie realisaties en de bevestiging van een goede strategische positionering, die met de afronding van verscheidene grote gemengde stadsprojecten werd beloond. "Op alle niveaus van de maatschappij zien we nieuwe vormen
VAN DE GROEP CFE
van samenleven ontstaan", vertelt Jacques Lefèvre. "Deze op gemengdheid gerichte projecten, met een meer kwalitatieve dan kwantitatieve benadering, beantwoorden aan sterke behoeften. Als ontwikkelaars nemen wij in dat opzicht onze maatschappelijke verantwoordelijkheid ten volle op. We mogen ons niet blindstaren op concepten die te snel verouderen. De manier waarop we bijvoorbeeld over co-living denken, is volop aan het evolueren en zal heel waarschijnlijk over vijf jaar heel anders zijn. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen zijn onontbeerlijk. BPI zet zich in voor concepten die tal van mogelijkheden openen. Wij denken na over gebouwen die zich kunnen aanpassen en we stimuleren die evolutie. Dat is een engagement voor een echte duurzaamheid op lange termijn. Wij zijn actoren van de verandering: wij geven zin, scheppen banden, netwerken, mobiliteit ..."
CFE Contracting die duurzaamheidsvisie deelt: "Wij maken deel uit van een ecosysteem. We zijn belangrijke actoren van de transformatie van onze steden en samenlevingen, en daarom moeten wij de toekomst verbeelden. Zullen we morgen nog op dezelfde manieren eigenaars zijn? Zullen we de gebouwen op dezelfde manier gebruiken? Om antwoorden op die vragen aan te reiken, moeten we anders bouwen. Ons credo, "Together shaping tomorrow's world", is geen ijdele belofte. CFE Contracting vindt zich nu al opnieuw uit, want wij willen een motor van verandering zijn en de onvermijdelijke evolutie naar duurzaam bouwen concreet maken. De bouw vertegenwoordigt ongeveer 40% van de uitstoot en het afval op wereldschaal. Het verminderen van de koolstofimpact vereist een revolutie in ons denken en onze benadering van ons werk. Het ontwerp, het materiaalgebruik, de realisatie, de impact op de buurt en op de medewerkers ... allemaal hefbomen die CFE Contracting met een collaboratieve aanpak hanteert om een paradigmaver-
schuiving naar een nieuwe generatie van gebouwen teweeg te brengen."
De synergie binnen de groep draagt veel bij aan de realisatie van deze doelstellingen. Zoals Raymund Trost aanstipt: "De groep CFE is ideaal geplaatst. Dankzij onze omvang hebben we een sterke impact, terwijl we toch dicht bij het terrein en de realiteit blijven. Onze bekwaamheid van uiteenlopende vakspecialiteiten is eveneens een troef. Wij zijn competent in alle fasen van een project, van het concept tot de technische oplossingen en de verkoop." De oprichting van Wood Shapers, een entiteit die zich toelegt op de houtbouw en die de expertise van BPI en CFE Contracting bundelt, is een perfecte illustratie van deze synergie. "Onze knowhow en onze vele competenties op het vlak van het ontwerp, de ontwikkeling en de bouw zijn onschatbaar en stellen ons in staat om pioniers te zijn", merkt Jacques Lefèvre op. "Onze strategische visie op hout, een duurzaam materiaal dat de
milieu-impact van de bouwplaatsen en ook de hinder voor de omwonenden en de duur van de werken beperkt, bewijst ons vermogen om vooruit te lopen op de uitdagingen van morgen."
DEME bevestigt eveneens haar proactieve visie op duurzaamheid en innovatie. "Wij kijken verder dan de korte termijn", legt Luc Vandenbulcke uit. "Wij mikken op de evoluties van onze wereld. De klimaatverandering, de demografische groei, de stijgende zeespiegel, de verontreiniging, het boren op grote diepte, de hernieuwbare energiebronnen ... dat zijn de uitdagingen voor de volgende jaren. Wij zijn op al die terreinen sterk aanwezig, vooral dankzij de zeer grote investeringen in onze vloot. Onze nieuwe schepen antwoorden niet alleen op de technologische uitdagingen – met unieke prestaties en capaciteiten waarmee wij in heel veel specialiteiten de leider zijn – maar stellen ons ook in staat om nog duurzamere oplossingen aan te bieden en de milieu-impact beduidend te verlagen. Onze vier divisies
– offshore, baggerwerken, milieu en infrastructuur – spelen elk een essentiële rol voor de gemeenschap en voor de toekomst van onze planeet. We dragen hier een maatschappelijke verantwoordelijkheid in de strikte zin van het woord en nemen die ten volle op."
Bij DEME werd het jaar 2019 gekenmerkt door knappe successen in de offshore en de milieusector en ook door drie "megaprojecten" in het infrastructuursegment. "Wij willen onze positie als wereldbedrijf versterken en
nog krachtiger internationaal aanwezig zijn", vervolgt Luc Vandenbulcke. "We staan nu erg sterk in Europa en moeten ons geografisch bereik uitbreiden om onze positie te consolideren. Een andere belangrijke doelstelling is de digitale transitie. Om deze zowel intern als ten aanzien van onze klanten waar te maken, hebben wij een Digital Growth Officer benoemd. Hij stelt digitale initiatieven en aanpassingen voor, met name rond de software Building Information Modelling (BIM), Artificiële Intelligentie en het Internet of Things."
Ook bij CFE Contracting en BPI staat de digitalisering hoog op de agenda. "De constante en snelle evolutie van de digitale omgeving en de nieuwe technologieën verplicht ons om ons aan te passen", merkt Jacques Lefèvre op. "Dit is een nieuwe taal die we onder de knie moeten krijgen. BPI Polska geeft ons in dat opzicht een voorbeeld dat wij allemaal zullen volgen." Raymund Trost geeft hem gelijk en voegt eraan toe: "Onze grootste uitdagingen zijn de evolutie van menselijke vaardigheden en change management. Met andere woorden, hoe begeleiden we onze medewerkers en helpen we hen om digitaal te gaan?" We hebben daar een intern opleidingsprogramma voor ingevoerd."
De menselijke factor blijft in de drie polen van de groep CFE het centrale element. "Vanwege de complexiteit en de techniciteit van onze activiteiten moeten wij talenten vinden en koesteren", legt Luc Vandenbulcke uit. "Wij spannen ons in om de best mogelijke arbeidsomstandigheden te creëren en de druk op onze soms zware beroepen te verlichten. Natuurlijk is de veiligheid onze eerste zorg. Wij zijn in dat domein in België de beste leerling van de klas, maar we blijven naar verbetering streven. We hebben dit jaar grote inspanningen geleverd in termen van rapportage en analyse." Raymund Trost noemt dezelfde aandachtspunten voor CFE Contracting: "Onze mensen zijn ons belangrijkste kapitaal. Wij stellen alles in het werk om ieders veiligheid te garanderen en een efficiënte governance te verzekeren, door zowel de economische als de menselijke factoren in goede banen te leiden. Door ons op de juiste projecten te richten, door onze bouwprojecten oordeelkundig te kiezen, zorgen wij ervoor dat we onze medewerkers niet in moeilijke situaties plaatsen en verzekeren we onze financiële duurzaamheid. Want duurzaamheid betekent ook dat je economisch leefbaar bent!".
HOW WE CONTINUOUSLY SHAPE THE WORLD THE SHAPE OF (Y)OUR WORLD FINANCIAL REPORTING & ANNEXES
De groep CFE, samen met Mobix (divisie Rail & Uti lities), is een van de belangrijkste spelers in het LuWa-consortium. Dit moderniseringsproject van de structurerende openbare verlichting van het wegen net van het Waals Gewest zal niet alleen het reizen naar en in het zuiden van het land vergemakkelijken, maar ook de verkeersveiligheid sterk verbeteren. 2.700 kilometer autosnelwegen en uitgeruste natio nale wegen, de vervanging van natriumlampen door leds gekoppeld aan een systeem dat de lichtsterkte kan regelen waardoor op termijn 76% energie kan worden bespaard, wat uiteindelijk een vermindering van 166.000 ton CO 2-uitstoot en een aanzienlijke reductie van lichtvervuiling zal opleveren. Eveneens opmerkelijk is de implementatie van nieuwe tech nologieën die de 'smart driving' alsook het verkeer van zelfsturende voertuigen mogelijk maken op wat de eerste intelligente en geconnecteerde snelweg zal worden in Europa.
014
015
De omzet bleef in 2019 op een hoog niveau van ruim 3,6 miljard euro. Een paar niet-recurrente elementen leidden echter tot een daling van de resultaten.
Ondanks een gematigde toename van de netto financiële schuld (exclusief de impact van IFRS 16), blijft de financiële structuur van de groep zeer sterk. De solvabiliteitsratio bereikte 53%* en de som van de beschikbare liquide middelen en het ongebruikte deel van de bevestigde kredietlijnen bedroeg 863,2 miljoen euro.
Wat betreft de drie activiteitpolen, heeft DEME haar posities, met name in offshore windenergie, geconsolideerd en haar ambitieus moderniseringsen investeringsprogramma van haar vloot verdergezet, wat in de toekomst veel kansen zal bieden.
In Contracting bevestigden de VMA- en MOBIX-clusters hun potentieel als snelgroeiende sectoren, terwijl de bouwentiteiten in Polen, Luxemburg en Vlaanderen een goed jaar hadden. De Vastgoedontwikkeling kende een succesvol jaar in 2019 met een goed commercialiseringsritme van haar residentiële projecten.
REVENUE
DEME BPI 160,1 18,8 13,7 MLN. CONTRACTING CONTRACTING CONTRACTING
EBIT
133,4 NET RESULT DEME BPI 125,0 9,5 11,6 177,7 MLN.
| In miljoen euro | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 3.510,5 | 3.239,4 | 2.797,1 | 3.066,5 | 3.640,6 | 3.624,7 |
| EBITDA | 479,5 | 504,9 | 465,9 | 500,7 | 488,0 | 451,2 |
| EBIT | 240,5 | 265,7 | 226,8 | 249,4 | 227,2 | 177,7 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 159,9 | 175,0 | 168,4 | 180,4 | 171,5 | 133,4 |
| Eigen vermogen | 1.313,6 | 1.423,3 | 1.521,6 | 1.641,9 | 1.720,9 | 1.748,7 |
| Netto financiële schuld | 188,1 | 322,7 | 213,1 | 351,9 | 648,3 | 798,1 |
* zie nota 25.5 in het financieel verslag
CONTRACTING & BPI
"Het terugdringen van de C02 -uitstoot is een groot wereldwijd probleem. Dit geldt des te meer in de bouwsector, die een van de grootste uitstoters is. DEME, BPI Real Estate en CFE Contracting hebben veel tijd en energie gestoken in het vinden van manieren om hun milieu-impact vanuit dit oogpunt te verminderen, in het bijzonder wat betreft het vervoer van mensen en materialen voor CFE Contracting en op de vloot van schepen voor DEME.
We hebben een KPI voor onze wereldwijde C02 -emissies, die een basis vormt voor reflectie, maar die nog niet voldoende gedetailleerd is. Een van onze prioritaire doelstellingen voor 2020 is het definiëren van nauwkeurigere milieu-KPI's en deze te gebruiken teneinde de manieren te vinden om onze koolstofimpact verder te verminderen."
CO2 emissions (scope 1)
Met 8.400 medewerkers actief op meer dan 1.000 bouwplaatsen, beleefde de groep CFE in 2019 een uiterst positief momentum.
PIET DEJONGHE
| MEDEWERKERS PER POOL | CFE | DEME | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| 2017 | 3.982 | 4.707 | 8.689 |
| 2018 | 3.524 | 5.074 | 8.598 |
| 2019 | 3.276 | 5.134 | 8.410 |
| OPLEIDINGEN | |||
|---|---|---|---|
| In aantal uren | 2017 | 2018 | 2019 |
| Technieken | 44.029 | 56.785 | 68.119 |
| Hygiëne en veiligheid | 55.325 | 41.912 | 60.580 |
| Milieu | 1.581 | 1.062 | 907 |
| Management | 12.235 | 16.192 | 17.129 |
| Informatica | 6.899 | 10.850 | 17.656 |
| Adm./Boekh./ Beh./ Jur. | 13.029 | 13.499 | 14.039 |
| Talen | 3.484 | 6.289 | 8.598 |
| Diversiteit | 64 | 326 | 310 |
| Andere | 6.808 | 7.409 | 13.247 |
| Totaal opleidingsuren | 143.454 | 154.324 | 200.585 |
| Totaal opleidingsuren per medewerker | 16,5 | 17,9 | 23,85 |
"Opleiding is een van de belangrijkste doelstellingen van de CFE-groep. In 2019 hebben we voor 46.261 uur meer aan opleiding gezorgd ten opzichte van 2018, en dit op alle vlakken, met name veiligheid, technieken, management, talen, IT, diversiteit ... Met deze sterke inzet beantwoorden we aan twee behoeften ; enerzijds onze medewerkers ondersteunen en hen de beste tools geven om zich professioneel te ontwikkelen, en anderzijds ons versterken in wat bekend staat als de 'war for talent', namelijk het rekruteren van gekwalificeerde profielen die zeer gevraagd zijn in onze sector. Onze toekomstige of huidige medewerkers kunnen hun carrière met echte vooruitzichten ontwikkelen dankzij onze opleidingen waarmee ze gedurende hun hele loopbaan ondersteund worden.»
Valérie Van Brabant Chief Human Resources Officer
020
Het aanleveren van duurzame en hernieuwbare elektriciteit aan 485.000 gezinnen en bijdragen tot het aanzienlijk verminderen van de C02-uitstoot... Met 58 windturbines en een productiecapaciteit van 487 MW wordt het offshore windpark SeaMade het krachtigste van zijn soort in België en zal het een grote stap voorwaarts betekenen in de energietransitie van het land. In 2019 werd de fundering van de windturbines en de twee onderstations voltooid waardoor het park in 2020 operationeel zal zijn. DEME draagt op verschillende niveaus bij aan de realisatie van dit grote project en in het bijzonder met zijn schepen Apollo, Living Stone en Innovation, die de werken uitvoerden voor het plaatsen van de masten, het transporteren van de turbines en het leggen van de kabels.
023
Vastgoedontwikkeling, baggerwerken en waterbouwkunde, bouw, technische installaties en rail & utilities ... De groep CFE is actief in drie onderscheiden grote domeinen, met een sterke impact op de samenleving als gemeenschappelijk kenmerk. Om de omvang van deze impact op de samenleving gedetailleerd te kunnen meten, werd een analytische methode ontwikkeld. De methode vertrekt vanuit de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, waar heel de groep CFE aan wenst bij te dragen.
De details van de analysemethode worden uiteengezet in bijlage (pag. 169 - 179). Op basis van de resultaten konden vijf krachtlijnen worden bepaald, die vanwege zowel hun maatschappelijke impact als hun economische relevantie prioritair zijn en al tot concrete acties hebben geleid. Ook deze acties worden beschreven in bijlage (pag. 180 - 181), terwijl een reeks sprekende voorbeelden de thematische hoofdstukken van dit jaarverslag illustreert.
De groep CFE is wereldwijd actief in diverse sectoren en geografische zones. Haar vermogen om te luisteren en reële partnerschappen met alle stakeholders in stand te houden, is een van de garanties van haar succes en van haar capaciteit om haar duurzaamheidsambities waar te maken.
* these SDG's are DEME & CFE Contracting and BPI related; more info in the annexes
** these SDG's are DEME or CFE Contracting and BPI related; more info in the annexes
MET HET BEHOUD VAN NATUURLIJKE HULPBRONNEN, HET RECYCLEREN VAN AFVAL EN HET UITDENKEN VAN NIEUWE BOUWVORMEN, VERZEKEREN WE DE TOEKOMST VAN ALLEN.
Het project Wooden te Leudelange (Luxemburg).
IN ZIJN VIJFDE EVALUATIERAPPORT ZEGT HET INTERGOVERNMENTAL PANEL ON CLIMATE CHANGE (IPCC) DAT DE BOUWSECTOR IN DE VOLGENDE JAREN HET MEEST KAN BIJDRAGEN AAN DE BEPERKING VAN DE BROEIKASGASSEN. DE GROEP CFE IS IN DIT DOMEIN OP ALLE NIVEAUS ACTIEF, MET EEN VISIE OP ZEER LANGE TERMIJN EN EEN UITGESPROKEN WIL OM BIJ TE DRAGEN AAN EEN DUURZAME TOEKOMST VOOR ONZE PLANEET EN VOOR DE VOLGENDE GENERATIES.
De milieuproblematiek sluit aan op die van het samenleven en de maatschappelijke uitdagingen. Door al vandaag de habitat van morgen te bedenken, bevestigen wij onze rol als voorloper en ons duurzaamheidsengagement.
De principes van de circulaire economie helpen verscheidene entiteiten van de groep CFE om goede resultaten te boeken op het vlak van de beperking van afval en verpakkingen, met name door middel van de recyclage of het hergebruik van materialen. Deze verschillende vormen van valorisatie van werfafval is zowel economisch als ecologisch interessant, wat ze nog relevanter maakt. Dat geldt ook voor het rationele beheer van water, een hulpbron die volgens een rapport van het World Resources Institute (WRI) uit augustus 2019 in België
bijzonder schaars dreigt te worden. De groep CFE kiest duidelijk een proactieve houding tegenover de evoluties van het klimaat en de demografische uitdagingen die zich aandienen. Dat wordt ook bewezen door onze keuze voor duurzame materialen, waaronder op de eerste plaats hout dat perfect aan alle eisen van de moderne bouw voldoet en zowel het ecologische evenwicht als de lokale omgeving respecteert.
Voor al haar activiteiten laat DEME bij beslissingen twee cruciale elementen doorwegen: de biodiversiteit beschermen en het zeemilieu niet verstoren. Om die principes globaal en doorlopend te garanderen, wordt op alle sites en voor alle werken een QHSE (Quality Health Safety Environment) systeem voor risicobeheer gebruikt. Aan dat
systeem is een KPI gekoppeld. De score van de KPI resulteert in, "green initiatives", namelijk een of meer aanpassingen van de processen, uitrustingen of installaties om de milieu-impact van het project te beperken. Dankzij de KPI worden de leden van de betrokken teams heel concreet gesensibiliseerd. Ze kunnen de ecologische impact beter identificeren en creatieve antwoorden vinden om hem te beperken. In een recent initiatief van dit type werden de in de hydraulische systemen en voor de smering van het drijvend materieel gebruikte oliën en vetten door biologisch afbreekbare equivalenten vervangen.
DEME draagt niet alleen met haar activiteiten bij aan de bouw van een betere toekomst, maar ook met haar steun – financieel en door het leveren van vrij-
willigers – aan Mercy Ships. Deze ngo maakt met haar "ziekenhuisschepen" de medische zorg in de ontwikkelingslanden toegankelijker. DEME steunt het schip Africa Mercy, dat de Afrikaanse kusten aandoet. Het heeft ook meegewerkt aan de bouw van de nieuwe Global Mercy. Dat schip wordt het grootste particuliere drijvende ziekenhuis, met 199 bedden en zes operatiekamers.
Het project Jachthof heeft net als Kunst 19H en Val Benoit Ernest 11 een BREEAM-certificering ontvangen. Dit label voor de milieukwaliteit van een gebouw, het acroniem van BRE Environmental Assessment Method, wordt toegekend door het Britse Building Research Establishment. Het valideert goede ecologische praktijken voor het ontwerp, de bouw en de uitbating van
gebouwen. Dit mooie succes illustreert de ontwikkeling van de competenties en de knowhow van BPC.
De 19de eeuw was die van het staal en de 20ste die van het beton. De 21ste eeuw wordt ongetwijfeld die van het hout. De bouwsector heeft een grote impact op het milieu. De aannemers van vandaag moeten aandacht besteden aan en rekening houden met de levenscyclus van de materialen en hun werking, hun nut, hun productiewijze, duurzaamheid en rentabiliteit beter integreren. Hout antwoordt op al die doelstellingen en maakt bovendien de toepassing van digitale bouwtechnieken mogelijk die de ecologische voetafdruk van de projecten verkleinen en reële mogelijkheden voor hergebruik aanbieden.
Verscheidene projecten illustreren de opkomst van het hout. We vermelden er twee van, die allebei door BPI in het Groothertogdom Luxemburg worden ontwikkeld. Ten eerste de wooneenheden in houtskeletbouw van het Domaine des Vignes in Mertert, die voldoen aan de eisen van LENOZ, het Luxemburgse label dat het passief karakter van gebouwen garandeert. En vervolgens het project Wooden in Leudelange, een samenwerking met Wood Shapers, de nieuwe entiteit van de groep CFE gespecialiseerd in de ontwikkeling en bouw in hout. Dit project mikt op het verkrijgen van een BREEAM-certificaat van het niveau "excellent" en van het niveau "gold" van het WELL-certificaat, dat de prestaties in termen van het welzijn van de bewoners evalueert.
Benelmat heeft in 2019 in samenwerking met de schrijnwerkerij van de 'Ferme nos Pilifs' haar houtafval gevaloriseerd. VMA heeft het werk en de monitoringtools van ViMAt benut om haar klanten met de Business Unit 'Building Energy Solutions' ultraperformante energieprestatiecontracten aan te bieden.
Ook be.Maintenance heeft haar voordeel gedaan met de algoritmen en het Building Management System van ViMAt om een predictief onderhoud in te voeren dat efficiënter is, minder verplaatsingen vereist en dus ook energie spaart. De werkgroep Duurzaamheid van CFE heeft nog meer ideeën en initiatieven verzameld, een bewijs te meer dat elke
inspanning telt. Alle entiteiten van de groep CFE hebben in 2019 hun steentje bijgedragen aan een betere toekomst, onder meer door op kringlooppapier over te stappen, de administratieve documenten te digitaliseren en plastic bekertjes af te schaffen.
Nu waterstress zich als een van de grote geopolitieke uitdagingen van de volgende jaren aandient, komt het vraagstuk van het water meer en meer centraal te staan. Van Laere heeft op de site van Tours & Taxis in Brussel een proefproject uitgevoerd waarin het opgepompte water ter beschikking van de stadsdiensten werd gesteld voor het sproeien van planten en de schoonmaak van de straten. MBG heeft hetzelfde gedaan in Brugge, met evenveel succes. Ook daar kreeg het pompwater een tweede leven ten dienste van de gemeenschap. Een virtueuze cirkel waarin het oude het nieuwe voedt. De ideale metafoor van duurzaamheid.
Cross Laminated Timber (CLT) is een bouwmateriaal van haaks gekruiste en verlijmde houten stroken. Het is sterk en ecologisch en men kan het met behulp van specifieke informaticatools vooraf op maat zagen. Op die manier kan men de volledige structuur van een gebouw voorbereiden, als een puzzel die op de bouwplaats wordt geassembleerd. De voordelen zijn zeer talrijk. De bouw gaat veel sneller en de omwonenden ondervinden minder hinder. Ook de milieu-impact is kleiner (minder vervuiling op de bouwplaats, gebruik van duurzaam hout, geen materialen met een hoge koolstofbalans). De groep CFE is een van de pioniers van deze methode in België, meer bepaald dankzij de oprichting van Wood Shapers, een in hout gespecialiseerde entiteit.
Bij BPC begint de duurzaamheid met de toepassing van de principes van de kringloopeconomie. Het proefproject op de bouwwerf van het Jachthof in Etterbeek was een in vivo experiment met de valorisatie van bouwafval. Het in 2019 voltooide project heeft contacten met verscheidene recyclingkanalen opgeleverd en ons veel lessen geleerd waarop in de toekomst verder zal worden gebouwd. Bovendien is al een samenwerking tot stand gekomen met een klein bouwbedrijf dat het afval van bouwwerven hergebruikt. Ongeveer tien kubieke meter afval werd van de containers van BPC naar het bedrijf overgebracht. Dit succesvolle experiment zal worden herhaald wanneer de omstandigheden het toelaten.
Het project Tivoli Green City in Brussel – de ontwikkeling van een ecologische wijk met elf gebouwen – was eveneens een toonbeeld van de circulaire economie, dankzij verscheidene innoverende praktijken zoals de ontmanteling en het hergebruik ter plekke van materialen, de valorisatie van het bekistingshout en de specifieke sortering van tal van materialen (hout, piepschuim, plastiek verpakkingen, gips, pleister, steenwol, bitumineuze bekledingen ...).
Om alle medewerkers op ruimere schaal te sensibiliseren, heeft CFE Contracting deelgenomen aan de Europese Week van de Afvalvermindering. Er werden verscheidene informatiesessies gevoerd, met het delen van tal van praktische adviezen, een inzameling van afval in en rond de werf of kantoor, en in de hoofdzetel een lunch met als thema 'zero waste'.
DOOR HET WELZIJN EN DE VEILIGHEID VAN AL ONZE WERKNEMERS TE VERZEKEREN EN DOOR HEN CARRIÈREMOGELIJKHEDEN AAN TE BIEDEN, CREËREN WE EEN STERKE BAND TUSSEN ONS.
DE KRACHT VAN DE GROEP CFE VOLGT RECHTSTREEKS UIT HET TALENT VAN HAAR TEAMS. DEZE MENSELIJKE 'RESOURCES' ZIJN VEEL MEER DAN EEN ANONIEME POOL VAN MEDEWERKERS. IN ALLE SECTOREN STEUNT ONZE ACTIVITEIT OP ZEER SPECIFIEKE KNOWHOW EN COMPETENTIES. DAAROM HECHTEN WIJ VEEL BELANG AAN EEN HELE REEKS FUNDAMENTELE MENSELIJKE WAARDEN: WELZIJN OP HET WERK, GEZONDHEID, VEILIGHEID, WAARDERING VAN DE KENNIS, OPLEIDING, ... ALLEMAAL ELEMENTEN DIE ERVOOR ZORGEN DAT DE GROEP CFE VANDAAG EEN "GREAT PLACE TO WORK" IS.
De groep investeert bovendien veel energie in de rekrutering en heeft specifieke profielen met hoge competentieniveaus nodig. Om hen aan te trekken, moeten wij hen een professioneel kader aanbieden dat hen motiveert en zin geeft om zich volledig te engageren en lang in de onderneming te blijven.
Deze globale visie zou onmogelijk zijn zonder een sterke en verantwoordelijke "corporate governance". Ook op dat vlak heeft de groep CFE in 2019 bewezen dat ze efficiënte processen voor het beheer van de relaties tussen de verschillende stakeholders kan invoeren, door echte ecosystemen te scheppen waarin de medewerkers een essentiële rol spelen en zich ten volle kunnen ontplooien. De hoeksteen van dat engagement is uiteraard de veiligheid. Alle componenten van de groep streven naar zero ongevallen en ontwikkelen heel concrete sensibiliserings- en informatiestrategieën.
Met volgens de cijfers van het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (FE-DRIS) meer dan 7.000 ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid en meer dan tien overlijdens per jaar, wordt de Belgische bouwsector in zijn geheel nog te vaak door arbeidsongevallen getroffen. De groep CFE is er evenwel in geslaagd hun aantal te verminderen, dankzij een bijzonder actief preventiebeleid. De 5S-methode (zie het kaderstuk) is in alle entiteiten ruim verspreid. Ze benadrukt het belang van eenvoudige gewoonten waarmee men ongevallen vermijdt, schept een aangename werkomgeving en beperkt materiële verliezen. Ze laat zich perfect combineren met een andere en ook heel efficiënte techniek, Last Minute Risk Assessment (LMRA), die erin bestaat dat men voor het begin van een taak 30 seconden de tijd neemt om zich ervan te verzekeren dat alle veiligheidsvoorwaarden voldaan zijn.
Bij VMA bevestigt de VCA-certificering die be.Maintenance heeft verkregen de naleving van een reeks criteria voor de veiligheid, de gezondheid en het milieu. Heel de cluster VMA gebruikt KPI's om de teams aan te sporen om de veiligheidsprocedures tot op de letter te volgen. De KPI's hebben een directe weerslag op de jaarlijkse bonussen. Een veiligheidsmatrix verzamelt de incidenten- en ongevallenstatistieken en registreert de mate van deelname aan de veiligheid, met een registratie van het aantal alarmmeldingen, voorstellen voor verbetering of geslaagde werfinspecties.
In Polen moest CFE Polska een dodelijk ongeval betreuren maar versterkte het haar preventiewerk met specifieke bijeenkomsten. In deze "toolbox meetings" herinneren de werfleiders alle teams die op de site werken aan de procedures en de regels voor de veiligheid, zoals het
gebruik van steigers, de inspectie van elektrisch gereedschap en van uitrustingen, of het verplichte gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Tijdens de dag van de veiligheid – samenvallend voor alle entiteiten van CFE Contracting – konden 800 medewerkers samen met de onderaannemers deelnemen aan oefeningen in eerste hulp en simulaties van concrete situaties, bijvoorbeeld om te leren hoe je een op hoogte geblokkeerde collega verlost of een draagbare defibrillator gebruikt.
Het welzijn op het werk, niet minder essentieel dan de veiligheid, is eveneens een centraal aandachtspunt voor de groep CFE. BPC gaf in dit domein het goede voorbeeld door zijn plan "Energy – Be well, Build well" uit te breiden. In een reeks workshops (De energie van mijn team opbouwen, Ik en mijn energie, Mijn energie opbouwen en ontwikkelen) konden de medewerkers de juiste reflexen leren om hun dagelijkse werk optimaal de baas te blijven en de interactie met hun collega's te verbeteren. Daarnaast ging de BPC Academy van start. Haar doel? Doorlopende opleiding met een klemtoon op uitwisseling en delen. Concreet behandelden
driemaandelijkse vergaderingen, die om de beurt voor de project managers, de projectingenieurs en de werfleiders werden georganiseerd, telkens een voor de specifieke beroepen relevant onderwerp. Bij DEME krijgt de opleiding gestalte in het programma Basic4starters en de ontwikkeling van het programma voor het senior management DEME 2030.
Opleiding is een ander belangrijk element ter bevordering van het welzijn op het werk dat een centraal aandachtspunt vormt voor de groep CFE. Ze stelt de medewerkers in staat om heel hun loopbaan lang hun competenties te ontwikkelen. Zo krijgen ze meer vertrouwen, beheersen ze hun werk beter, worden ze efficiënter en boeken ze uiteindelijk nog meer successen. Deze visie op lange termijn is een van de essentiële argumenten waarmee de groep CFE de talenten van morgen aantrekt. Alle entiteiten nemen in deze context meer en meer initiatieven om de beste krachten aan te trekken. In Luxemburg gaat CLE bijvoorbeeld naar de campussen om daar de kwaliteiten van de groep CFE in de verf te zetten, met "speed datings" en promotieacties in de scholen, tot ver over de grenzen van het Groothertogdom. Mobix laat zich evenmin onbetuigd en werkt nauw samen met de VDAB om zich als de kampioen van de aantrekkelijkste ondernemingen te positioneren. De specialist van de spoorinfrastructuur heeft ook een rekruteringsprogramma, "Rising You", gestart en legt de laatste hand aan een Training Center dat in 2020 het licht zal zien.
De constante verbetering van niet alleen de veiligheid maar ook de arbeidsomstandigheden en -omgeving maakt de groep in haar geheel nog aantrekkelijker op de arbeidsmarkt. Dat draagt ook bij tot goed bestuur en verzekert het voortbestaan en de duurzaamheid van ieders levenskader. Een werkplek waar iedereen zich kan ontplooien, zich goed voelt, zich in alle sereniteit kan ontwikkelen en dus maximaal zijn potentieel aan de wereld van morgen bijdraagt.
Welzijn op het werk, maar ook daarbuiten, is een grote zorg van de groep CFE. Recente studies tonen aan dat het verbeteren van dit welzijn zich vertaalt in een betere motivatie en grotere bijdrage van de medewerkers. Een winnende aanpak op alle fronten die Van Laere creatief heeft toegepast met een specifiek programma gericht op vitaliteit. Communicatie en concrete acties om medewerkers te helpen hun balans te vinden en hun gezondheidscheck te verbeteren, met de nadruk op ergonomie.
Het diversiteits- en inclusiebeleid van de CFE groep is gebaseerd op concrete acties binnen alle entiteiten, maar vertaalt zich ook in steun voor grootschalige initiatieven. Dit is onder meer het geval met de samenwerking die is aangegaan met Youth Start. Deze vereniging bevordert talenten en ondersteunt ondernemerschap door opleidingen aan te bieden aan jongeren zonder diploma's of werklozen. CFE zet zich naast Youth Start in om hen in staat te stellen hun toekomst te creëren. Een zelfde visie geldt voor de samenwerking met TADA (Toekomst Ateliers / Ateliers du Futur). Deze Brusselse vzw biedt kinderen in onzekere situaties de mogelijkheid om beroepen te ontdekken via vakmensen. Verschillende BPC-collega's brachten aldus hun zaterdagmiddag door met het delen van hun passie en hun ervaring op het terrein.
Veiligheid is een essentieel punt voor bouwbedrijven. De groep CFE behoort tot een van de beste leerlingen van de klas in België, maar blijft evolueren in de richting van de doelstelling van nul ongevallen. Het sensibiliseren en de communicatie hieromtrent zijn daarbij sleutelelementen. In de drie polen zijn de 'veiligheidsdagen' een uitgelezen kans om de basisprincipes te herinneren. In 2019 hebben ze, zoals elk jaar, het bewustzijn nogmaals aangescherpt en de positieve evolutie van het voorbije jaar besproken.
Zonder verantwoordelijke, competente en efficiënte leiders kan een onderneming niet vooruitgaan. De groep CFE heeft dat goed begrepen en heeft beslist om in samenwerking met de Vlerick Business School een specifiek opleidingsprogramma voor het management in te voeren. De betrokken medewerkers ontwikkelen in vier modules hun strategische competenties en verwerven een globale visie die hen helpt om hun besluitvorming te verbeteren. Deze investering in de menselijke factor is bedoeld om de teams te versterken maar ook en vooral om op alle niveaus van de ondernemingen mensen de kans te geven om te groeien en zich professioneel te ontwikkelen. En te bevestigen dat de groep werkelijk "a great place to work" is.
De methode van de 5S, die in Japan is ontstaan en geïnspireerd is door het werk van industrieel ingenieur Taiichi Ono, is een van de componenten van Just In Time Manufacturing. Vandaag wordt ze ruim buiten het industriële kader toegepast en ligt ze aan de basis van de organisatie van het werk in alle economische sectoren. De 5S staan voor de initialen van 5 Japanse woorden (Seiri – Seiton – Seiso – Seiketsu – Shitsuke), meestal vertaald als: Sorteren – Opruimen – Schoonmaken – Ordenen – Stipt zijn. Deze voorschriften, aangepast aan de specifieke taken van elke activiteit, standaardiseren de procedures en responsabiliseren alle medewerkers, met ieders efficiëntie en veiligheid als doel. De groep CFE schrijft deze aanpak voor en past ze in zeer veel situaties toe.
200 nieuwe medewerkers van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling samenbrengen tijdens een even ludieke als informatieve dag: dat is de formule van de Welcome Day, die in 2019 tweemaal plaatsvond. Het is een manier om de nieuwkomers beter in de onderneming te integreren, hen de familiesfeer te laten voelen die er heerst en de toekomstige synergie en samenwerking te stimuleren. Een positief en succesvol initiatief dat de gehechtheid van de medewerkers van CFE aan gedeelde waarden en doelstellingen illustreert.
DOOR INNOVATIE TEN DIENST TE STELLEN VAN ONZE CONSTRUCTIES EN ONZE BOUWPLAATSEN, MAKEN WE ZE ENERGIEZUINIGER, EFFICIËNTER EN MEER RESPECTVOL VOOR HET MILIEU.
Het project Gare Maritime te Brussel.
DE GROEP CFE DANKT HAAR SUCCESSEN IN GROTE MATE AAN DE TOEPASSING VAN EFFICIËNTE PROCESSEN EN HET GEBRUIK VAN AANGEPASTE TECHNOLOGIEËN. GOED GEREEDSCHAP MAAKT HET HALVE WERK... DE OPERATIONELE UITMUNTENDHEID VAN ALLE ENTITEITEN VERTREKT VAN EEN VOORTDUREND ZOEKEN NAAR INNOVERENDE OPLOSSINGEN, ZOWEL VOOR HET DAGELIJKSE BEHEER VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURES OF DE RELATIES MET DE VERSCHILLENDE PARTNERS, ALS VOOR DE ONTWIKKELING VAN TECHNOLOGIEËN DIE ONZE MANIER VAN LEVEN INGRIJPEND KUNNEN VERANDEREN.
De digitalisering speelt uiteraard een centrale rol in deze filosofie: computergeassisteerde systemen, geconnecteerde tools, specifieke toepassingen, virtuele realiteit, het Internet of Things, digitale modelvorming ... stuk voor stuk zijn het oplossingen die nu deel uitmaken van het DNA van de groep CFE, de efficiëntie en productiviteit exponentieel vermenigvuldigen en veel nieuwe perspectieven openen. De digitale evolutie gaat immers samen met de opkomst van "product as a service", een economisch model waarin de relatie met de klant niet beperkt blijft tot de levering van een goed of een gebouw, maar verder gaat met een dienstenaanbod op lange termijn. Dankzij de veelzijdigheid van haar knowhow beschikt de groep CFE over alle voor dit model vereiste elementen. De ontwikkeling van vormen van synergie tussen de entiteiten, die door de digitalisering wordt bevorderd, is een bijkomende troef voor deze weg naar de toekomst.
De vereenvoudiging van de administratieve procedures en de processen voor de goedkeuring door de diverse interveniënten wordt in elke fase van een project grotendeels door digitale oplossingen verzekerd. BPC heeft een platform voor de aanmaak van digitale formulieren ontwikkeld dat het administratieve werk sterk vereenvoudigt en een betere follow-up van de doelstellingen mogelijk maakt. Cooperlink, een tool voor de automatisering en de optimalisering van het delen van informatie en goedkeuringen met de partners, werd eveneens ingevoerd, samen met Connective, een software die de wettelijke ondertekeningen faciliteert door ze te digitaliseren.
Een ander voordeel van de digitalisering is de betere controle over de projecten en de financiële follow-up. Bij Mobix werd dat aspect versterkt door de implementatie van een nieuw ERP-systeem (Enterprise Resource Planning), terwijl bij Van Laere een CRM-platform werd ingevoerd dat het volledige commerciële traject zichtbaar en toegankelijk maakt tot aan de ondertekening van het contract, met de mogelijkheid om analyses te maken en de risico's te beoordelen. In de cluster VMA heeft het gebruik van innoverende technologische oplossingen de weg geopend voor een groot aantal toepassingen die de diensten aan de klant en de efficiëntie van hun uitvoering verbeteren: FiSQ-certificering van de brandalarmsystemen, ontwikkeling van het Internet of Things, weergave van de technische installaties in 3D, ...
De LEAN-benadering, die in het begin van de jaren '90 in de Verenigde Staten is ontstaan en door de Japanse organisatiemethoden geïnspireerd is, wordt vandaag zowel in het management als in de industriële productie en de bouw
toegepast. Zoals de naam zegt (in het Engels staat LEAN voor "slank", "ontvet"), vertrekt ze van het principe van de beperking van de verspilling van tijd, energie en grondstoffen, met het oog op een verbetering van de efficiëntie en de productiviteit. Meer doen met minder door de middelen te optimaliseren: heel de groep CFE brengt deze filosofie in de praktijk. Dat gebeurt onder meer bij Van Laere, waar een nieuwe functie "LEAN and Innovation Manager" in het leven is geroepen. LEAN is nu op alle bouwplaatsen en bij de architectenbureaus present, terwijl de klanten LEAN-opleidingen aangeboden krijgen om deze principes al in het ontwerp van de projecten op te nemen.
De LEAN-aanpak dient ook als een portaal voor de implementatie van andere processen. CLE demonstreerde dat in 2019, toen het na meer dan drie jaar ervaring met LEAN op haar bouwplaatsen deze methode in haar productieafdeling formaliseerde en haar eerste BIM-projecten startte. Building Information Modeling (BIM) is een oplossing voor de digitale modelvorming van de informatie over een bouwwerk. Ze maakt een digitale weergave van het gebouw, die men kan delen. Alle informatie is toegankelijk en alle wijzigingen worden
in realtime weergegeven. Een volledige 3D visualisering geeft op elk ogenblik een nauwkeurig beeld van het project en alle elementen van de infrastructuur. Dit is een buitengewoon krachtige tool voor de besluitvorming in de bouw en ook voor de uitbating van gebouwen.
De BIM Awards bekronen elk jaar de beste BIM-projecten in de Benelux. In de editie 2019 werden twee projecten van MBG genomineerd. BlueChem in Antwerpen in de categorie "Openbare projecten" en het Gare Maritime in Brussel in de categorie "Industriële, tertiaire en residentiële projecten". Voor Gare Maritime werd de nominatie met een prijs bekroond. Het monumentale project op de site van Tours & Taxis in de hoofdstad verandert het voormalige art nouveau goederenstation in een modern gebouw met optimale energieprestaties dankzij het gebruik van geothermie voor de verwarming en klimaatregeling, fotovoltaïsche panelen op het dak en op de zuidelijke gevel, een systeem voor de recuperatie van regenwater en dynamische ruiten die zich aan de bezonning aanpassen.
De digitalisering van de bouw is in alle entiteiten een realiteit, op verschillende niveaus. Om haar KISS-strategie (Keep It Simple and Standardized) te implementeren, heeft CFE Polska beslist het volledige logistieke proces van haar bouwplaatsen te digitaliseren. Het heeft daarvoor een beroep gedaan op de Belgische startup Propergate. De mobiele app Karolina zorgt voor het toezicht op en de follow-up van de aspecten veiligheid en milieu (naast de afwijkingen van de conformiteit, de vermeden incidenten, de diverse impacts en de goede praktijken). De app berekent en visualiseert de indicatoren en de statistieken, die vervolgens in een unieke database worden verzameld om de analyses te vergemakkelijken. De tool is nu al onmisbaar voor de verbetering van alle processen.
De onderhoudsdiensten doen eveneens een beroep op geavanceerde technologische tools om hun prestaties te verbeteren en onze klanten nieuwe soorten diensten aan te bieden, in lijn met de "product as a service"-benadering. Computergeassisteerd onderhoudsbeheer (Computer Maintenance Management System of CMMS) is een van de oplossingen van de toekomst. Een specifiek programma ondersteunt alle activiteiten, zowel op het terrein als in de voorbereiding. be.Maintenance heeft
BlueChem is de eerste Belgische startup voor duurzame chemie. Het project is niet alleen een voorbeeld van klimaatneutrale bouw maar ook van innovatie in de ontwikkelingsen werffase. MBG heeft hier de nieuwste technologieën voor modelvorming gebruikt en in het bijzonder Building Information Modeling (BIM).
dit jaar bewezen hoe nuttig deze aanpak is. Alles begint met een tablet die elke technicus als aanvulling van zijn smartphone ontvangt. Op de tablet krijgt hij "work orders" voor geprogrammeerde interventies en voor de oplossing van storingen – ze worden gemeld door een pop-up die aangeeft dat de technicus zo snel mogelijk op een bepaalde plaats moet ingrijpen.
De tablet is verbonden met het CMMS, dat alle details van elk contract van be.Maintenance beheert. De klant kan op een webplatform de interventies tot in de kleinste details volgen en hun geschiedenis raadplegen. Elk verzoek van een klant, ongeacht de communicatiewijze, wordt onmiddellijk behandeld. Het CMMS start de interventie ogenblikkelijk, afhankelijk van haar dringendheid. Alle aspecten zijn geautomatiseerd. De technicus krijgt op zijn tablet een digitaal werkorder met alle gegevens die hij voor de interventie nodig heeft. Tot slot leveren alle modules van het CMMS een specifieke rapportage waarmee men elke interventie kan analyseren.
De houtbouw heeft een heleboel voordelen. Het basismateriaal is minder vervuilend, is hernieuwbaar en neemt zelfs in zijn levenscyclus CO2 op. Het is licht en kan in grootschalige constructies worden toegepast. Men kan het bovendien gemakkelijk verzagen en de onderdelen als een puzzel ontwerpen, wat de bouw versnelt en zijn impact op het milieu en de omwonenden beperkt. De groep CFE is zich bewust van deze sterke argumenten en heeft de nieuwe entiteit Wood Shapers opgericht, een joint venture tussen BPI Real Estate en CFE Contracting. De gecombineerde knowhow van de twee bedrijven opent de weg naar duurzame en transversale projecten, met een aanbod van het ontwerp, de prefabricage, de bouw tot de verkoop.
Waterstof is het chemische element dat het meest voorkomt in het heelal. Op aarde is het in zijn natuurlijke toestand schaars, maar het kan met verschillende procedés worden gewonnen – in het bijzonder uit water. Het is op zich geen echte energiebron maar wel een uitstekende vector, zoals elektriciteit, en zijn gebruik produceert geen broeikasgassen of verontreiniging. Dit is dus een energieoplossing voor de toekomst. In november 2019 ondertekenden DEME, ENGIE, Exmar, Fluxys, Port of Antwerp, Port of Zeebrugge en WaterstofNet een samenwerkingsakkoord om hun expertise te bundelen en in België de voorwaarden te scheppen voor de transitie naar een waterstofeconomie. Stap één: de mogelijkheden voor het transport van waterstof onderzoeken, rekening houdend met de financiële, technische en reglementaire aspecten van de logistieke keten die men zal creëren.
VMA Energy Solutions. Dat is de naam van de nieuwe operationele entiteit van VMA, afgekort tot VeMAs. Haar doel? De klanten die dat wensen gewaarborgde energieprestaties aanbieden. De analyse van de behoeften en het verbruik van het gebouw, lang voor het begin van de werken in het geval van nieuwbouw maar ook in renovatieprojecten, maakt het mogelijk de verbeteringspunten te identificeren en aangepaste oplossingen te ontwikkelen. Deze proactieve service gaat veel verder dan de klassieke bouwmethode "sleutel op de deur" en legt nu al de basis voor de gebouwen van morgen.
Het CREE-systeem, dat door de gelijknamige Oostenrijkse onderneming werd ontwikkeld, is een digitaal platform dat architecten, investeerders en aannemingsbedrijven grote voordelen in termen van snelheid, betrouwbaarheid en kosten oplevert in de planning en het ontwerp van hun projecten. CREE berust grotendeels op hout en past uitstekend in de strategie van de groep CFE, de eerste Belgische onderneming die met een dergelijk partnerschap van start gaat en een exclusieve toegang krijgt tot dit internationale platform.
DOOR ONZE PROCESSEN EN ONS MATERIAAL TE VERBETEREN, REAGEREN WE OP DE KLIMAATUITDAGINGEN EN HET VERMINDEREN VAN DE C02-UITSTOOT MET ALS DOELSTELLING : KLIMAATNEUTRAAL TE ZIJN TEGEN 2050
Het multifunctioneel kabellegschip Living Stone is het eerste schip in de sector die LNG gebruikt.
DE EUROPESE RAAD, DIE DE STAATS- EN REGERINGSLEIDERS VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE VERENIGT, HEEFT IN DECEMBER 2019 HET STREEFDOEL VAN EEN KLIMAATNEUTRALE UNIE TEGEN 2050 OFFICIEEL GOEDGEKEURD. DEZE POLITIEKE DOORBRAAK ILLUSTREERT HET TOENEMENDE BELANG VAN DE ECOLOGISCHE UITDAGINGEN OP ALLE NIVEAUS VAN DE MAATSCHAPPIJ. DE GROEP CFE DEELT DIT ENGAGEMENT EN NEEMT NU AL VERSCHEIDENE REEKSEN MAATREGELEN OM OP TERMIJN KLIMAATNEUTRAAL TE WORDEN.
In de bouwsector is het vraagstuk van het transport van materialen en afval cruciaal. Zijn optimalisatie is de eerste hefboom die de groep CFE gebruikt om de koolstofvoetafdruk van haar activiteiten te verkleinen. Dankzij de synergie tussen de entiteiten en de toepassing van de meest geavanceerde planningstools kan men het aantal trajecten verminderen en dus de uitstoot verlagen. De geleidelijke overgang naar minder vervuilende voertuigen in het geheel van de vloot, met inbegrip van de particuliere auto's, is het tweede actiemiddel en leidt nu al al tot een positieve evolutie. Het derde aspect is de bevordering van alternatieve vervoerswijzen, door de medewerkers aan te sporen om minder vervuilende transportmiddelen te gebruiken voor hun professionele verplaatsingen en voor het woon-werkverkeer. Openbaar vervoer en zachte mobiliteit
zijn hier de sleutels van een toekomst die we samen moeten bouwen.
De systematische keuze, overal waar haalbaar, voor groene of hernieuwbare energie, zowel op de werven als in de kantoren, is vandaag een evidentie voor alle entiteiten van de groep CFE. Er komen steeds meer projecten in die zin en soms spelen ze zelfs een voorbeeldrol om onze klanten van de toegevoegde waarde van de oplossingen te overtuigen. Een grotere energie-efficiëntie van de gebouwen is een belangrijke uitdaging voor de klimaatneutraliteit. De groep CFE is zich hiervan bewust en positioneert zich als een belangrijke speler in dit domein.
Fleet of the Future, zo heet het investeringsprogramma van DEME om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. 90% van de broeikasgassen die de onderneming uitstoot, houdt rechtstreeks verband met haar tuigen en de brandstoffen die ze gebruiken. Vanuit die vaststelling financiert het programma de toepassing van nieuwe technologieën in de schepen van de vloot, met name Dual Fuel (DF) motoren die met vloeibaar aardgas (LNG) kunnen werken. Deze motoren verlagen de CO2 -uitstoot en produceren vrijwel geen zwaveloxide, stikstofoxide en fijnstof. Daarmee is de vloot van DEME nu de modernste en technologisch meest geavanceerde van de sector. De recentste schepen – de sleephopperzuigers 'Minerva' en 'Scheldt River' en het multifunctioneel kabellegschip 'Living Stone' – zijn de eerste in de branche die LNG gebruiken. Ze hebben bovendien een Green Passport en een Clean Design-score ontvangen.
Ook VMA, waar de technici – in het bijzonder voor het onderhoud – veel verplaatsingen maken, streeft naar een minder vervuilende vloot, deze keer van voertuigen. Het trajectbeheer kan complex zijn, maar door het te optimaliseren en te groeperen, kan men de CO2 -uitstoot en de koolstofvoetafdruk beduidend verkleinen. Daarom koos VMA in 2019 voor een specifieke informaticatool voor computergeassisteerd onderhoudsbeheer (Computer Maintenance Management System of CMMS) voor de ritten van de technici van be.Maintenance. Heel de cluster VMA wijdt een bijzondere aandacht aan de mobiliteit. Er zijn nieuwe plaatselijke vestigingen geopend om de afstanden van het dagelijkse woon-werk-
verkeer te verkorten. De afstand is nu ook een criterium voor de selectie van nieuwe klanten. De bereikbaarheid en het aantal kilometers worden in aanmerking genomen en hebben een
rechtstreekse invloed op de beslissingen. Dit is een mooi voorbeeld van de intelligente integratie van de koolstofneutraliteit in de commerciële overwegingen, waarbij niet alleen de ecologische maar ook de economische voordelen in aanmerking worden genomen.
Het cruciale vraagstuk van de mobiliteit wordt bij BPC ook aangepakt door elektrische fietsen ter beschikking te stellen voor korte verplaatsingen vanuit de maatschappelijke zetel. De in december 2019 door de FOD Mobiliteit en het Instituut Vias gepubliceerde Monitor-studie heeft aangetoond dat in België één op de vijf autoritten een afstand van minder dan vijf kilometer bestrijkt. De elektrische fiets is een volstrekt aanvaardbaar alternatief voor dergelijke korte trajecten, kost minder en halveert de CO2 -uitstoot. Bij Van Laere hebben de zestig elektrische fietsen die de medewerkers gratis worden aangeboden– op voorwaarde dat zij ze minstens tweemaal per week gebruiken – in een jaar tijd meer dan 40.000 kilometer afgelegd. Dat is in rechte lijn langs de evenaar de wereld rond!
Sommige acties kunnen op het eerste zicht onbeduidend lijken maar zijn samen, op de schaal van de onderneming, relevant en hebben een echte impact op de klimaatneutraliteit. Een mooi voorbeeld, nog altijd bij BPC, is het verbod om op de bouwplaatsen wegwerpbekertjes te gebruiken – ze zijn vervangen door individuele herbruikbare bekers. Meer algemeen is de afvalbeperking een centraal aandachtspunt voor alle entiteiten van de groep CFE, net als de zoektocht naar minder vervuilende energiebronnen. Benelmat deed het in 2019 allebei. Enerzijds door 158 fotovoltaïsch panelen op het dak van haar exploitatiezetel te installeren en een energieautonome container te bouwen, eveneens met zonnepanelen. Anderzijds door op de bouwplaatsen droge toiletten HOW WE CONTINUOUSLY SHAPE THE WORLD THE SHAPE OF (Y)OUR WORLD FINANCIAL REPORTING & ANNEXES
In september was de 'Week van de Mobiliteit' voor verscheidene entiteiten van de groep CFE een gelegenheid om hun engagement voor zachte mobiliteit en een verlaging van de koolstofbalans te demonstreren. Op 19 september ruilde bij MBG meer dan één medewerker op vijf zijn auto voor een alternatieve vervoerswijze, met een lekker ontbijt als beloning. Op de hoofdzetel van de groep konden de carpoolers en de adepten van duurzame oplossingen foto's van hun trajecten posten in de Yammer-groep, Green Inspiration. De collega's met de grootste inzet kregen prijzen en op 17 september werd iedereen uitgenodigd om met de fiets naar het werk te komen.
te gebruiken en het afval van drinkbekers te elimineren door drinkbussen en mugs uit te delen en drinkfonteintjes te installeren.
Om de koolstofimpact van haar energieactiviteiten te verlagen, is Van Laere van elektriciteitsleverancier veranderd en heeft het gekozen voor een onderneming die "groene" contracten aanbiedt. De inspanningen voor klimaatneutraliteit van het Antwerpse bouwbedrijf werden in 2019 beloond, want net als DEME kreeg het een niveau 3 op de CO2 -prestatieladder. Deze tool voor de meting van de koolstofprestaties van bedrijven wordt in Nederland al tien jaar gebruikt. De Waalse en Vlaamse regering hebben in het voorjaar van 2019 samen beslist om hem eveneens in een hele reeks projecten toe te passen.
Ook het delen van goede praktijken is essentieel voor de klimaatneutraliteit. Dat gebeurt niet alleen intern, tussen de verschillende entiteiten van de groep CFE, maar ook met onze klanten. Door met hen samen te werken en hen de evolutie van ecologisch positieve technologieën voor te stellen, wordt een reële
vooruitgang op "win-win" basis haalbaar. Bij VMA biedt de nieuwe Business Unit 'Building Energy Solutions' contracten voor energieprestaties aan waarin hij zich ertoe verbindt de energiefactuur van de klant op lange termijn binnen een vooraf bepaalde prijsvork te houden. Dat engagement werd mogelijk gemaakt door gebruik te maken van ViMAt, dat met zijn algoritmen en sensorsystemen de monitoring verzekert die nodig is voor de optimale sturing van het energieverbruik. De technische beheersing van innoverende oplossingen zoals warmtekrachtkoppeling, thermische en fotovoltaïsche panelen, warmtepompen en condensatieketels is het laatste stuk van de puzzel.
De groep CFE heeft in 2019 bevestigd dat de klimaatneutraliteit een pijler van haar ontwikkeling is. Die stellingname levert positieve resultaten op in termen van maatschappelijke verantwoordelijkheid, duurzaamheid en eerbied voor het milieu, maar ook op het zuiver economische vlak en op dat van de governance.
De optimalisatie van het vervoer van afval en materialen is een van de pijlers van de strategie van de groep CFE om klimaatneutraal te worden. Om deze doelstelling na te streven, werden verschillende pilootprojecten opgestart. Op de site van Park West in Brussel deed BPC een beroep op het BCCC (Brussels Consolidation Construction Center). Het is een logistiek platform dat het vervoer van materialen kan optimaliseren. Deze worden eerst geconsolideerd in een grote opslagruimte voordat ze op de werf worden afgeleverd volgens een door de werfleider opgestelde planning. Levering per binnenschip maakt het mogelijk grote hoeveelheden materialen te vervoeren en vermindert de impact op het wegverkeer en het milieu. In Luxemburg, op de site van Aurea, hanteerde CLE dezelfde aanpak door de oprichting van het eerste logistieke consolidatiecentrum van het land.
CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS OUR WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019
98% VAN DE BELGISCHE BEVOLKING LEEFT IN EEN STEDELIJK GEBIED. DOOR DE STAD TE VERANDEREN, NIEUWE MANIEREN VAN SAMENLEVEN UIT TE DENKEN EN DE INFRASTRUC-TUUR VAN MORGEN TE BOUWEN, VERANDEREN WE HET LEVEN.
Het nieuwe ziekenhuis van het ZNA-consortium te Antwerpen.
WE LEVEN IN EEN WERELD DIE VOORTDUREND EVOLUEERT. DE BEHOEFTEN EN DE EISEN VAN HET SAMENLEVEN EN DE UITDAGINGEN VAN HET KLIMAAT EN DE DEMOGRAFIE DOEN ONZE MANIER VAN LEVEN ALSMAAR SNELLER VERANDEREN. VERBEELDEN, UITVINDEN, EEN BETERE TOEKOMST BOUWEN VOOR IEDEREEN: DE GROEP CFE IS KLAAR VOOR DIE UITDAGINGEN EN WIL EEN ACTOR VAN VERANDERING ZIJN.
Door projecten te ontwikkelen die de sociale banden versterken, door ecologische en maatschappelijke gegevens in ons denken op te nemen, door een positieve impact op de betrokken gemeenschappen na te streven en onze infrastructuuropdrachten ten volle uit te voeren, willen wij het levenskader verbeteren en onze klanten de middelen aanreiken om op hun beurt hun visie op verandering waar te maken. Energie, transport, ziekenhuizen, woningen ... de realisaties van de groep CFE transformeren onze samenleving ingrijpend en doen ze op veel vlakken positief evolueren. Als partner van zowel ondernemers als publieke instanties verschaffen wij hen een knowhow en competenties die hun verwachtingen ruimschoots overtreffen. Wij verkennen innovatiemogelijkheden proactief en
zijn pioniers in het domein van de duurzame bouw.
In België woont 98% van de bevolking in een stedelijke zone en is bijna één persoon op vijf ouder dan 65 jaar. De ontwikkeling in de stad van intergenerationele oplossingen en van de toenadering tussen vrije tijd, werk, wonen en diensten wordt een prioriteit. De nieuwe wijk City Dox in Anderlecht, een werf van BPC, antwoordt op die behoeften. Men zal er woningen voor alle generaties vinden, met nieuwe appartementen, een serviceresidentie en een rust- en verzorgingstehuis, rond buurtwinkels, een school, ruimten voor dienstenbedrijven, tuinen en aangelegde parken. Ook het project van de Tivoliwijk in Laken belichaamt dit nieuwe concept van een meer geconnecteerde en gediversifieerde stedelijke leefruimte: 397 totaal revolutionaire woningen met een goede sociale mix, in een geest van duurzame ontwikkeling.
De ziekenhuizen van de 21ste eeuw veranderen. Ze komen dichter bij de mensen en worden modulair, als gezondheidshubs die hun aanbod met paramedische diensten aanvullen en met behulp van digitale technologieën de duur van het verblijf verkorten. Om die evolutie concreet te maken, zijn nieuwe gebouwen nodig. De recentste illustratie daarvan is het nieuwe ziekenhuis van het consortium ZNA in Antwerpen, een ontwerp van het beroemde architectenbureau Robbrecht & Daem dat aan een zeeschip doet denken. MBG was een van de belangrijkste actoren van dit project, net als VMA,
dat ook heeft bijgedragen aan het succes van de bouw van het AZ Delta in West-Vlaanderen. BPC heeft eveneens aan grote ziekenhuisprojecten gewerkt: Erasmus en Bordet in Brussel en het indrukwekkende MontLégia in Luik.
Luik, de Vurige Stede, is een studentenstad die talenten en energie aantrekt ... De voormalige hoofdstad van de prinsbisschoppen vernieuwt zich en vindt al sinds ettelijke jaren een nieuwe dynamiek. De groep CFE draagt daaraan bij met onder meer twee innoverende projecten: Grand Poste en Pôle des Savoirs. Het eerste is een samenwerking tussen BPI en BPC voor de renovatie van een emblematisch neogotisch postgebouw. Het wordt getransformeerd in een ruimte voor ontmoetingen en delen, met een talentenincubator, een coworkingruimte, een microbrouwerij, een food market met veel streekproducten, en de communicatiedienst van de Universiteit van Luik. Kortom, een samengaan van de synergie en de kruisbestuiving bij jonge ondernemers die vandaag al aan de wereld van morgen werken. Dezelfde geest kenmerkt de Pôle des Savoirs, een site die na 30 jaar leegstand binnenkort een bibliotheek zal herbergen, een bedrijvenincubator, ruimten voor
burgerparticipatie waar men voorstellingen en evenementen kan organiseren, eetgelegenheden, ... dat alles op vijf verdiepingen. Een ontmoeting tussen cultuur, digitale technologie en kunst, als symbool van een echte renaissance.
Het project Zen Factory dat BPI Real Estate op een steenworp van de Brusselse Ring ontwikkelt, getuigt van het streven om door en door moderne woningen te bouwen zonder de esthetische kwaliteit en het levenskader van de stad in het gedrang te brengen. De verbouwing van een voormalige spinnerij tot een appartementencomplex in het hart van een groene oase gaat gepaard met een samenwerking van een van de bekendste Belgische hedendaagse kunstenaars, Philip Aguirre. De Vlaamse beeldhouwer heeft een uniek werk gemaakt dat nu de 19de-eeuwse bakstenen schoorsteen bekroont, als een teken van de band tussen de tijden, een draad van stedelijke continuïteit, verankerd in de geschiedenis en naar de toekomst gericht.
Houtbouw heeft veel voordelen voor het milieu en beperkt bovendien de overlast voor de buurt tijdens de werken. LTS
(Laminated Timber Solutions) heeft in een groot aantal projecten de relevantie van haar aanpak en van het gebruik van dit materiaal bewezen. De samenwerking met andere entiteiten van de groep CFE, in het bijzonder met BPI aan de projecten Wooden en Domaine des Vignes, werd keer op keer met succes bekroond. Door de CLT-techniek (Cross Laminated Timber) met een digitaal montageplan te combineren, kan men mirakels verrichten. Een voorbeeld: de realisatie in vier dagen van de volledige ruwbouw van een evolutieve woning in de Antwerpse wijk Borgerhout. De houten elementen worden geprefabriceerd en op de bouwplaats als een puzzel geassembleerd, met een minimale impact op de omgeving en een maximale efficiëntie.
427 meter lang, 55 meter breed en 16,44 meter diep. De nieuwe zeesluis van Terneuzen, die in omvang vergelijkbaar is met de sluizen van het Panamakanaal, is een even indrukwekkend als nuttig kunstwerk. Ze vervolledigt en renoveert het sluizencomplex dat het kanaal Terneuzen-Gent met de Westerschelde verbindt en waarvan het oudste deel uit de 19de eeuw dateert. Voortaan zullen schepen met een diepgang tot 15
meter langs de waterweg de haven van Gent kunnen bereiken. Van Laere en DEME werken mee aan dit project met een grote commerciële en menselijke impact.
De facilitering van de communicatie en het transport maakt deel uit van het DNA van de groep CFE. In 2019 heeft Mobix, onze specialist in de domeinen van het spoor en de infrastructuur, zich bijzonder onderscheiden: de vernieuwing van de verlichting van pier B en C en het tarmac van de luchthaven van Zaventem, de vernieuwing van de betonnen bedding en de sporen in de Sous Martin-tunnel in Luik, verhoging van de capaciteit van de hoogspanningslijn Horta-Avelin tussen Frankrijk en België, contract voor de vervanging van bovenleidingen op verscheidene lijnen in de zone Antwerpen ... Stuk voor stuk verbindingen die onzichtbaar zijn maar toch onmisbaar voor de dagelijkse werking van onze industrie en ons transport.
De term "Blue Economy" werd in 2010 door de Belgische industrieel Gunter Pauli voor het eerst gebruikt om een duurzaam en deugdelijk economisch model te beschrijven, waarvan hij sindsdien veel voorbeelden en toepassingen heeft gegeven. Deze benadering is onder meer overgenomen door de Wereldbank, de Verenigde Naties en de Europese Unie, die ze meer specifiek in de maritieme sector toepassen. In dit domein betreft de Blue Economy alle economische aspecten van de duurzame exploitatie en de bescherming van de zeeën en oceanen. DEME is uiteraard actief op dit terrein aanwezig en speelt een leidersrol in de "Blauwe Cluster", de vzw die Vlaamse ondernemingen met aandacht voor hun impact op het zeemilieu steunt en groepeert, en die de "Blue Economy" als een motor van duurzame ontwikkeling toepast.
DEME heeft in samenwerking met de Universiteit Gent en vijf andere partners het project BlueMarine3.
com gelanceerd. Het onderzoekt de technische, biologische en economische modaliteiten voor de realisatie van een lokale broedplaats voor diverse soorten (weekdieren, schaaldieren, wieren) in Vlaanderen. De broedplaats zal op termijn een incubator voor innovatie worden en een accelerator voor de kweek op grote schaal en voor de ontwikkeling van de aquacultuur. DEME volgt nog een ander onderzoeksspoor in het kader van de Blue Economy als lid van een bedrijvenconsortium dat eveneens door het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) wordt gesteund. Het betreft de studie en evaluatie van nieuwe drijvende fotovoltaïsche oplossingen (Marine Floating Photovoltaic of MFPV) met het oog op de ontwikkeling van MPVAqua, het eerste project voor de inplanting van – aan windparken en viskwekerijen gekoppelde – offshore fotovoltaïsche parken in de Noordzee.
IMPACT The shape of (y)our world
Breng de verschillende generaties samen in een gemeenschappelijke leefomgeving. Met het project Erasmus Gardens toont BPI Real Estate aan dat het de stad kan laten evolueren en kan nadenken over de toekomst. Naast de appartementen in het residentiële deel, telt het project tevens meer dan 300 studentenwoningen, een kinderdagverblijf voor 50 kleuters, een basisschool met 500 plaatsen, een rusthuis met 160 bedden, 35 serviceflats voor ouderen en een zestigtal wooneenheden die worden beheerd door het woningfonds. Op gelijke afstand van het centrum van Brussel en het Pajottenland, een echte schakel tussen de componenten van de samenleving en tussen de verschillende ruimtes van de hoofdstad.
CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2018 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019
| A. VERSLAG OVER DE BEDRIJFSREKENINGEN | 051 |
|---|---|
| 1. Kerncijfers 2019 2. Analyse per activiteitenpool 3. Samenvatting van de financiële positie 4. Vergoeding van het kapitaal |
051 052 058 067 |
| B. VERKLARING VAN CORPORATE GOVERNANCE | 067 |
| 1. Corporate governance charter 2. Samenstelling van de raad van bestuur 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités 4. Aandeelhouderschap 5. Interne controle 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusief de verbonden vennootschappen, en de bestuurders en executive managers 8. Bijstandsovereenkomst |
067 067 075 078 079 086 086 |
| 9. Controle op de vennootschap | 086 |
| C. BEZOLDIGINGSVERSLAG | 087 |
| 1. Structuur van dit bezoldigingsverslag 3. Bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder 4. Bezoldiging van de uitvoerend managers van de |
087 089 |
| dochterondernemingen van de Groep CFE | 090 |
| D. RAPPORT OVER DE NIET FINANCIËLE INDICATOREN VAN DE GROEP CFE |
092 |
| E. VERZEKERINGSBELEID | 092 |
| F. BIJZONDERE VERSLAGEN | 092 |
| G. OPENBAAR OVERNAMEBOD | 092 |
| H. OVERNAMES EN DESINVESTERINGEN | 092 |
| I. OPRICHTING EN VEREFFENING VAN BIJKANTOREN | 092 |
| J. GEBEURTENISSEN NA AFSLUITING VAN HET BOEKJAAR | 092 |
| K. ONDERZOEK EN ONTWIKKELING | 092 |
| L. INFORMATIE OVER DE TRENDS | 092 |
| M. BIJEENROEPING VAN DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN 7 MEI 2020 |
092 |
Op 26 maart 2020 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2019 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 7 mei 2020.
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3.624,7 | 3.640,6 | -0,4% |
| Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) | 451,2 | 488,0 | -7,5% |
| In % van de omzet | 12,4% | 13,4% | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 177,7 | 227,2 | -21,8% |
| In % van de omzet | 4,9% | 6,2% | |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 133,4 | 171,5 | -22,2% |
| In % van de omzet | 3,7% | 4,7% | |
| Nettoresultaat per aandeel van de groep (in euro) | 5,27 | 6,78 | -22,3% |
| Dividend per aandeel (in euro) | 0,00 | 2,40 | -100,0% |
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen aandeel van de groep | 1.748,7 | 1.720,9 | +1,6% |
| Netto financiële schuld (*) | 798,1 | 648,3 | +23,1% |
| Orderboek (*) | 5.182,9 | 5.385,9 | -3,8% |
Algemene opmerking: de cijfers voor 2018 zijn niet herwerkt na de toepassing van IFRS 16. De details van de impact van deze wijziging van de boek-
houdregels op de jaarrekening 2019 worden vermeld in sectie 3.A.8
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.
De omzet van de groep CFE bedraagt 3.624,7 miljoen euro, tegenover 3.640,6 miljoen euro in 2018. De omzet stijgt bij CFE Contracting en valt licht terug bij DEME.
Het bedrijfsresultaat (EBIT) bedraagt 177,7 miljoen euro, een terugval met 21,8%. De EBIT daalt bij DEME en CFE Contracting, terwijl het resultaat van BPI vooruitgaat. De belangrijkste oorzaken van de dalende EBIT zijn:
Het nettoresultaat bedraagt 133,4 miljoen euro.
Het eigen vermogen van de groep bedraagt 1.748,7 miljoen euro, ofwel een lichte stijging tegenover 31 december 2018.
De netto financiële schuld bedraagt 798,1 miljoen euro. Gecorrigeerd voor de impact van IFRS 16 (103,2 miljoen euro op 31 december 2019), beperkt de stijging zich tot 46,6 miljoen euro tegenover 31 december 2018.
De kasstromen uit operationele activiteiten stijgen met 97,8% van 224,5 miljoen euro naar 444,0 miljoen euro in 2019.
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie 2019/2018 |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Totaal | DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Totaal | ||
| Omzet | 2.622,0 | 0,0 | 2.622,0 | 2.645,8 | 0,0 | 2.645,8 | -0,9% |
| EBITDA (**) | 437,0 | 0,0 | 437,0 | 458,9 | 0,0 | 458,9 | -4,8% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (**) | 160,1 | -5,3 | 154,8 | 202,9 | -5,3 | 197,6 | -21,7% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 125,0 | -3,6 | 121,4 | 155,6 | -2,0 | 153,6 | -21,0% |
| Netto financiële schuld (**) | 708,5 | 0,0 | 708,5 | 555,8 | 0,2 | 556,0 | +27,4% |
| Orderboek (**) | 3.750,0 | 0,0 | 3.750,0 | 4.010,0 | 0,0 | 4.010,0 | -6,5% |
(*) Herwerkingen na de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van het bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.
DEME boekte in 2019 een omzet van 2.622 miljoen euro, een terugval met 0,9% tegenover het vorige boekjaar.
De activiteit van de divisie Baggerwerken neemt toe tegenover 2018, in het bijzonder in West-Europa waar DEME belangrijke projecten uitvoert in België (onderhoudsbaggerwerken op de Schelde en aan de Belgische kust), in Duitsland (verdieping en verbreding van de Elbe) en in Nederland, als ondersteuning van Dimco (divisie Infra). In Singapore is het project TTP1 vrijwel voltooid, terwijl de activiteit in India, Rusland, Qatar en Afrika intens was.
DEME Offshore heeft in 2019 een omzet van 1.141,1 miljoen euro gerealiseerd, waarvan een belangrijk gedeelte uit leveringen. In België werd de installatie van het MOG (Modular Offshore Grid of "stopcontact op zee") en van de monopiles van het windpark SeaMade voltooid. In het Verenigd Koninkrijk werden 102 van de 103 funderingen van het windpark Moray East geïnstalleerd, terwijl het project Hornsea One volledig werd voltooid.
De activiteit van de divisie Infra gaat in stijgende lijn, dankzij drie grote projecten in Nederland (Sluis van Terneuzen, Rijnlandroute en Blankenburgverbinding).
| In % | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Kapitaal dredging | 31% | 26% |
| Maintenance dredging | 10% | 11% |
| Offshore | 44% | 51% |
| Milieu | 6% | 5% |
| Infra | 7% | 5% |
| Overige | 2% | 2% |
| In % | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Europa (EU) | 69% | 67% |
| Europa (niet-EU) | 4% | 2% |
| Afrika | 9% | 10% |
| Noord- en Zuid-Amerika | 3% | 4% |
| Azië en Oceanië | 9% | 13% |
| Midden-Oosten | 3% | 2% |
| India en Pakistan | 3% | 2% |
De EBITDA bedraagt 437 miljoen euro (16,7% van de omzet).
Het bedrijfsresultaat (EBIT), inclusief het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie wordt toegepast, bedraagt 160,1 miljoen euro, een daling met 42,8 miljoen euro tegenover 2018.
Naast de wijzigende samenstelling van de omzet werd de daling van de marge nog door verschillende elementen beïnvloed:
• de onbeschikbaarheid van het schip Innovation geduren-
Het nettoresultaat van DEME bedraagt 125 miljoen euro.
Het orderboek van DEME blijft op een hoog niveau (3,75 miljard euro op 31 december 2019).
In de loop van het boekjaar heeft DEME verscheidene belangrijke contracten verworven, waaronder:
offshore windpark Hornsea Two in het Verenigd Koninkrijk. Dit contract zou in het eerste kwartaal van 2021 van start moeten gaan;
In Taiwan hebben DEME Offshore en haar partner CSBC in oktober en november 2019 twee belangrijke commerciële successen geboekt, namelijk:
In Schotland heeft DEME een belangrijk EPCI-contract verkregen voor het plaatsen van onderzeese elektriciteitskabels voor het offshore windpark Neart Na Gaoithe, met een capaciteit van 450 MW. De opdracht is afhankelijk van de financiële afronding.
Deze drie contracten en dat van de Fehmarnbeltverbinding tussen Denemarken en Duitsland (700 miljoen euro) zullen
pas in het orderboek worden opgenomen wanneer het order voor de aanvang van de werken verkregen is.
De investeringen bedragen 434,7 miljoen euro, een stabiel bedrag tegenover 2018.
In juni 2019 heeft DEME de sleephopperzuiger "Bonny River" in gebruik genomen. Dit schip heeft een capaciteit van 15.000 m³ en kan op zeer grote diepten (meer dan 100 meter) op zeer harde bodems baggeren.
De bouw van verscheidene schepen heeft vertraging opgelopen, zodat verscheidene voor 2019 geplande aanbetalingen naar 2020 verdaagd zijn. De vertraging van de bouw van de schepen Orion, Meuse River en River Thames is relatief beperkt (de drie schepen zullen in het eerste semester 2020 worden opgeleverd) maar de datum van de oplevering van de Spartacus is eens te meer uitgesteld: ze is nu voorzien in het derde kwartaal van 2020.
Wat de nieuwe investeringen betreft, heeft DEME een SOV (Service Operation Vessel) besteld. Het is een schip van het catamarantype voor het onderhoud van offshore windparken, dat tot 24 technici kan vervoeren en op zee kan huisvesten. Dit schip, waarvan de oplevering in 2021 voorzien is, zal door Siemens Gamesa Renewable Energy worden gecharterd in het kader van een onderhoudscontract op lange termijn voor de windparken Rentel en SeaMade.
De netto financiële schuld bedraagt 708,5 miljoen euro. Gecorrigeerd voor de impact van IFRS 16 (86,1 miljoen euro op 31 december 2019) stijgt de netto financiële schuld met 66,6 miljoen euro tegenover 31 december 2018, maar daalt ze met meer dan honderd miljoen euro tegenover 30 juni 2019.
In de loop van het tweede semester noteerde DEME een lichte verbetering van de behoefte aan werkkapitaal en ontving ze belangrijke terugbetalingen van achtergestelde leningen aan de concessiebedrijven Merkur Offshore en Rentel. Deze terugbetalingen hebben de investeringen in de vloot gedeeltelijk gecompenseerd.
In december 2019 hebben DEME en haar partners een overeenkomst bereikt voor de verkoop van 100% van hun participatie in Merkur Offshore GmbH, het concessiebedrijf van een windpark van 396 MW op 45 kilometer ten noorden van het Duitse eiland Borkum, in de Noordzee. De transactie, die een netto meerwaarde van meer dan 50 miljoen euro voor DEME zal opleveren, zou in de loop van het eerste semester 2020 afgerond moeten zijn.
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie 2019/2018 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 998,7 | 934,6 | +6,9% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 18,8 | 22,7 | -17,2% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 9,5 | 15,2 | -37,5% |
| Netto kaspositie (*) | 106,1 | 102,4 | +3,6% |
| Orderboek (*) | 1.385,5 | 1.320,3 | +4,9% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.
De omzet van CFE Contracting stijgt met 6,9% tot 998,7 miljoen euro.
Voor de divisie Bouw is de toestand in België gecontrasteerd: terwijl de activiteit van de in Vlaanderen gevestigde filialen sterk toeneemt, valt ze in Brussel en Wallonië duidelijk terug. De belangrijkste lopende projecten zijn de bouw van de binnenvolumes van het Gare Maritime op de site van Tour & Taxis, het residentiële vastgoedcomplex Riva in Brussel, het ZNA-ziekenhuis in Antwerpen en het nieuwe ondergrondse depot voor de Brusselse metrostellen.
Internationaal stijgt de omzet met 8,1%, gestuwd door een uitzonderlijk hoge activiteit in Polen, waar CFE verscheidene belangrijke contracten voor logistieke gebouwen heeft verkregen en met succes uitgevoerd.
VMA (divisie Multitechnieken) blijft haar activiteiten in België uitbreiden met de realisatie van verscheidene projecten die de activiteiten HVAC en elektriciteit combineren, en met de uitvoering van een eerste belangrijk project voor een industriële klant in de voedingsmiddelensector. VMA heeft ook een nieuwe entiteit opgericht (VEMAS) die ESCO-projecten (energieverbetering van gebouwen) zal ontwikkelen. De omzet van MOBIX (divisie Rail & Utilities) groeit beduidend, dankzij een bijzonder drukke activiteit in het leggen van sporen en de sterke opkomst van ETCS-projecten (automatisch remsysteem voor treinen).
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie 2019/2018 |
|---|---|---|---|
| Bouw | 733,5 | 692,5 | +5,9% |
| België | 543,1 | 516,4 | +5,2% |
| Internationaal | 190,4 | 176,1 | +8,1% |
| Multitechnieken (VMA) | 179,6 | 170,6 | +5,3% |
| Rail & Utilities (Mobix) | 85,6 | 71,5 | +19,6% |
| Totaal Contracting | 998,7 | 934,6 | +6,9% |
Het bedrijfsresultaat bedraagt 18,8 miljoen euro, een daling met 3,9 miljoen euro tegenover het vorige boekjaar. In de divisie Bouw in België blijven de marktomstandigheden moeilijk met druk op de verkoopprijzen. De verliezen bij BPC en Thiran, twee entiteiten die op de Brusselse en de Waalse markt actief zijn, konden maar gedeeltelijk worden gecompenseerd door de goede resultaten in Vlaanderen. Een gedeelte van deze verliezen is het voorwerp van vorderingen tegen klanten, maar in toepassing van de waarderingsregels is het eventuele verhoopte verhaal nog niet gewaardeerd op 31 december 2019.
De andere divisies van de pool zetten uitstekende prestaties neer, onder meer in Polen, waar CFE in termen van rentabiliteit een van de koplopers van de sector is. In Tunesië zijn alle projecten nu voltooid, met uitzondering van een project voor burgerlijke bouwkunde dat in 2021 zal worden opgeleverd.
Het nettoresultaat bedraagt 9,5 miljoen euro.
| In miljoen euro | 31 december 2019 | 31 december 2018 | Evolutie 2019/2018 |
|---|---|---|---|
| Bouw | 1.016,8 | 1.069,1 | -4,9% |
| België | 833,5 | 870,9 | -4,3% |
| Internationaal | 183,3 | 198,2 | -7,5% |
| Multitechnieken (VMA) | 188,5 | 168,4 | +11,9% |
| Rail & Utilities (Mobix) | 180,2 | 82,8 | +117,6% |
| Totaal Contracting | 1.385,5 | 1.320,3 | +4,9% |
Het orderboek bedraagt 1.385,5 miljoen euro op 31 december 2019, een stijging met 4,9% tegenover 31december 2018.
In december 2019 nam CFE Contracting, na het verkrijgen van de bouwvergunning, de opdracht van meer dan 100 miljoen euro voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van residentiële wooneenheden voor Shape (Wallonië) in haar orderboek op.
Voor de bouwactiviteit ligt de focus niet op het verhogen van de omzet maar veeleer op de selectie van projecten met een aanvaardbare rentabiliteit en dito risicoprofiel.
Voor wat Multitechnieken en Rail & Utilities betreft, mikt CFE Contracting daarentegen op de ontwikkeling van deze activiteiten met een mooi potentieel, zoals blijkt uit het behalen van een groot aantal nieuwe opdrachten. In het eerste semester van 2019 verkreeg CFE Contracting het contract voor het ontwerp, de modernisering, de financiering, het beheer en het onderhoud gedurende 20 jaar van de uitrusting voor de openbare verlichting van de grote (auto)wegen van het Waals Gewest. De moderniseringswerken zijn in het vierde kwartaal 2019 gestart.
De netto-financiële positie van CFE Contracting bedraagt 106,1 miljoen euro. Gecorrigeerd voor de impact van IFRS 16 (14,7 miljoen euro op 31 december 2019) stijgt de netto kaspositie in 2019 met 18%.
Ondanks grote investeringen (in het bijzonder de bouw van een nieuwe maatschappelijke zetel voor de entiteit VMA-Druart), namen de kasmiddelen van CFE Contracting toe dankzij een beduidende verbetering van de behoefte aan werkkapitaal op het eind van het boekjaar.
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie 2019/2018 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 59,1 | 94,7 | -37,6% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 13,7 | 13,2 | +3,8% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 11,6 | 9,3 | +24,7% |
| Netto financiële schuld (*) | 66,4 | 70,5 | -5,8% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.
Het uitstaande vastgoedbestand bedraagt 143 miljoen euro op 31 december 2019, een lichte verhoging tegenover 2018. Het onverkochte bestand blijft laag.
BPI ontwikkelt momenteel een veertigtal vastgoedprojecten voor een totaal van 545.000 m² (aandeel van BPI), waarvan ongeveer 103.000 m² in aanbouw is.
| In miljoen euro | 31 december 2019 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Commercialiseringsbestand | 4 | 4 |
| Bouwbestand | 58 | 70 |
| Ontwikkelingsbestand | 81 | 65 |
| Totaal | 143 | 139 |
| In miljoen euro | 31 december 2019 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| België | 97 | 89 |
| Groothertogdom Luxemburg | 21 | 23 |
| Polen | 25 | 27 |
| Totaal | 143 | 139 |
(*) Het vastgoedbestand is gelijk aan de som van het eigen vermogen en de netto financiële schuld van de vastgoedpool.
In het Brussels Gewest werkt BPI verder aan de bouw en commercialisering van de projecten Ernest The Park, Erasmus Gardens, Les Hauts Prés en Park West, terwijl het project Voltaire tot tevredenheid van de kopers werd opgeleverd. Het commercialiseringsritme van al deze programma's is zeer bevredigend. Voor de multifunctionele projecten Brouck'R en Key West werden de bouwvergunningen aangevraagd.
In Luik werd het tweede kantoorgebouw van het project Renaissance (Val Benoît) in toekomstige staat van afwerking aan de Provincie verkocht. De oplevering is voor maart 2020 gepland. Ter herinnering, het eerste gebouw, dat eind 2019 werd opgeleverd, werd in 2018 aan het Forem verhuurd. Daarnaast werd de bouwvergunning voor 153 wooneenheden op de site Bavière verkregen.
In Vlaanderen heeft BPI alle residentiële gebouwen van haar project Zen Factory (Beersel) opgeleverd en kocht het een
grondpositie aan nabij het Park Spoor Noord in Antwerpen (site Martin). Men zal er in een joint venture 100 wooneenheden met co-livingruimten ontwikkelen, samen met 7.500 m² oppervlakten voor ambachtelijke en creatieve activiteiten.
BPI heeft met succes de residentiële projecten Domaine de l'Europe (Kirchberg) en Fussbann (Differdange) opgeleverd. Alle appartementen werden verkocht vóór de oplevering.
Het project Livingstone kent eenzelfde commerciële dynamiek: alle appartementen van de 2 in aanbouw zijnde fasen zijn reeds verkocht.
BPI verkreeg in 2019 de bouwvergunningen voor drie projecten die zich in de studiefase bevinden:
• het project "Entrée de Ville" in Differdange, waarvan de appartementen in blok aan de gemeente zullen worden verkocht, terwijl de co-livingruimten worden gecommercialiseerd;
De bouw van deze drie projecten zal in het eerste semester 2020 starten.
De vier residentiële projecten in uitvoering vorderen volgens plan en zullen in het eerste semester 2020 worden opgeleverd. De verkoop loopt goed.
In de buitenwijken van Gdynia, in het noorden van Polen, heeft BPI een site aangekocht voor de ontwikkeling van ongeveer 9.400 m² residentiële oppervlakten, verdeeld in 18 gebouwen met elk 6 prestigieuze appartementen.
Op 31 december 2019 is de netto financiële schuld licht gedaald tot 66,4 miljoen euro. In de loop van het boekjaar 2019 heeft BPI haar commercial paper programma voor het eerst geactiveerd.
De impact van IFRS 16 op BPI is zeer beperkt: 1,2 miljoen euro op 31 december 2019.
Hoewel in Polen geen resultaat werd geboekt, vanwege de opname van de marge bij de levering van de appartementen, stijgt het nettoresultaat van de pool vastgoedontwikkeling sterk tot 11,6 miljoen euro. Dit resultaat is vooral te danken aan de marges op de voorverkochte residentiële wooneenheden in België en Luxemburg.
| In miljoen euro | 2019 | 2018 | Evolutie 2019/2018 |
|---|---|---|---|
| Omzet exclusief eliminaties tussen polen | 12,4 | 27,1 | -54,2% |
| Eliminaties tussen polen | -67,4 | -61,5 | n.s. |
| Omzet inclusief eliminaties | -55,0 | -34,4 | n.s. |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | -9,6 | -6,4 | +50,0% |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | -9,1 | -6,5 | +40,0% |
| Netto financiële schuld (*) | 129,4 | 124,4 | +3,9% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.
De omzet zonder eliminaties tussen de polen bedraagt 12,4 miljoen euro, tegenover 27,1 miljoen euro in 2018. De activiteit concentreert zich voornamelijk op de bouw van het zuiveringsstation Brussel-Zuid, waarvan de oplevering in het eerste kwartaal 2021 voorzien is.
Het bedrijfsresultaat werd negatief beïnvloed door de waardevermindering van het saldo van de openstaande en niet door Credendo gedekte vorderingen op de staat Tsjaad, in overeenstemming met de voorschriften van IFRS 9. De onderhandelingen met Afreximbank en de staat Tsjaad, met het oog op de betaling van de vorderingen, worden voorgezet. De waardevermindering van de vorderingen op Tsjaad werd gedeeltelijk gecompenseerd door enerzijds de terugboekingen van voorzieningen voor risico's die niet langer relevant zijn en anderzijds de bijdrage van het filiaal Green Offshore (50% CFE), een minderheidsaandeelhouder in de Belgische offshore windparken Rentel en SeaMade. Terwijl het park SeaMade nog in aanbouw is, kende het windpark Rentel zijn eerste volledige jaar elektriciteitsproductie.
Het filiaal Rent-A-Port (50% CFE) verkocht in het tweede semester 2019 zijn activiteiten in de haven van Duqm (Oman) aan DEME Concessions. Bovendien werden zijn andere activiteiten in het Midden-Oosten en Afrika stopgezet, zodat de onderneming zich voortaan uitsluitend concentreert op de
ontwikkeling van haar vijf havenconcessies in het noorden van Vietnam, met haar filiaal Infra Asia Investment (60%). 2019 was een overgangsjaar voor de activiteiten in Vietnam: de verkoop van industrieterreinen bleef beperkt tot 33 hectare. Het bedrijf verwacht evenwel een zeer sterke stijging van de verkoop vanaf 2020. Het wil bovendien strategische partnerschappen afsluiten voor de ontwikkeling van zijn twee concessies in de provincie Quang Ninh.
Rekening houdend met deze verschillende elementen bedraagt het nettoresultaat -9,1 miljoen euro.
De netto financiële schuld bedraagt 129,4 miljoen euro, een stijging met 3,9% tegenover 2018. De impact van IFRS 16 beperkt zich tot 1,2 miljoen euro.
In het vierde kwartaal 2019 hebben CFE Contracting en BPI een nieuwe entiteit opgericht, Wood Shapers. Deze entiteit realiseert projecten van het type Design & Build en vastgoedontwikkelingen (< 5.000 m²) in hout en geprefabriceerde duurzame materialen. Een eerste grondpositie werd aangekocht in Luxemburg en twee Design & Build projecten worden bestudeerd. Deze nieuwe entiteit past in de strategie voor duurzame ontwikkeling van de groep.
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Omzet | 3.624.722 | 3.640.627 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 81.042 | 123.018 |
| Aankopen | -2.120.359 | -2.147.130 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | -653.870 | -633.090 |
| Andere exploitatiekosten | -469.248 | -497.748 |
| Afschrijvingskosten | -318.672 | -272.602 |
| Bedrijfsresultaat op activiteit | 143.615 | 213.075 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 34.092 | 14.169 |
| Bedrijfsresultaat | 177.707 | 227.244 |
| Financieringskosten | -2.602 | -8.433 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | -5.120 | -55 |
| Financieel resultaat | -7.722 | -8.488 |
| Resultaat vóór belastingen | 169.985 | 218.756 |
| Winstbelastingen | -38.619 | -49.549 |
| Resultaat van het boekjaar | 131.366 | 169.207 |
| Minderheidsbelangen | 2.058 | 2.323 |
| Resultaat – toekenbaar aan de groep | 133.424 | 171.530 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Resultaat van het boekjaar | 131.366 | 169.207 |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | -36.479 | -5.498 |
| Omrekeningsverschillen | 1.153 | 621 |
| Uitgestelde belastingen | 2.772 | 775 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat | -32.554 | -4.102 |
| Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen | -15.444 | -1.063 |
| Uitgestelde belastingen | 3.606 | 726 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat | -11.838 | -337 |
| Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen | -44.392 | -4.439 |
| Globaal resultaat | 86.974 | 164.768 |
| - toekenbaar aan de groep | 89.231 | 167.279 |
| - toekenbaar aan de minderheidsbelangen | -2.257 | -2.511 |
| Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 5,27 | 6,78 |
| Globaal resultaat deel van groep per aandeel (euro) (basis en verwaterd) | 3,53 | 6,61 |
| ROE (*) | 7,7% | 10,6% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde financiële staten' van het financieel verslag.
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 90.261 | 89.588 |
| Goodwill | 177.127 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.615.164 | 2.390.236 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 167.653 | 155.792 |
| Overige financiële vaste activa | 83.913 | 171.687 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 0 | 9 |
| Overige vaste activa | 16.630 | 5.501 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 100.420 | 99.909 |
| Totaal vaste activa | 3.251.168 | 3.089.849 |
| Voorraden | 162.612 | 128.889 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 996.436 | 1.261.298 |
| Overige vlottende bedrijfsactiva | 72.681 | 67.561 |
| Overige vlottende niet-bedrijfsactiva | 6.267 | 12.733 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 751 | 275 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 10.511 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 612.206 | 388.346 |
| Totaal vlottende activa | 1.861.464 | 1.859.102 |
| Totaal van de activa | 5.112.632 | 4.948.951 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 995.786 | 923.768 |
| Toegezegde doelpensioenplannen en bijdragepensioenplannen | -37.089 | -25.521 |
| Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten | -40.892 | -7.153 |
| Omrekeningsverschillen | -10.440 | -11.554 |
| Eigen vermogen – toekenbaar aan de groep CFE | 1.748.703 | 1.720.878 |
| Minderheidsbelangen | 11.607 | 13.973 |
| Eigen vermogen | 1.760.310 | 1.734.851 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 70.269 | 57.553 |
| Voorzieningen - langlopende | 12.414 | 35.172 |
| Andere langlopende verplichtingen | 10.651 | 5.725 |
| Obligatieleningen - langlopende | 29.689 | 29.584 |
| Financiële schulden - langlopende Langlopende afgeleide instrumenten |
1.110.212 8.986 |
656.788 9.354 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 104.907 | 119.386 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1.347.128 | 913.562 |
| Voorzieningen voor courante risico's | 46.223 | 65.505 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.221.466 | 1.410.944 |
| Fiscale schulden | 44.078 | 44.543 |
| Obligatielening - kortlopende | 0 | 200.221 |
| Financiële schulden - kortlopende | 270.366 | 150.075 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 9.356 | 10.990 |
| Overige kortlopende bedrijfsverplichtingen | 155.601 | 201.609 |
| Overige kortlopende niet-bedrijfsverplichtingen | 258.104 | 216.651 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2.005.194 | 2.300.538 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 5.112.632 | 4.948.951 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december In duizend euro |
2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 143.615 | 213.075 |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 318.672 | 272.602 |
| Toevoeging aan de voorzieningen | -30.587 | 1.265 |
| Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa en andere niet-kaselementen | 19.524 | 1.018 |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | -6.100 | -7.530 |
| Dividenden uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 8.140 | 4.935 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal | 453.264 | 485.365 |
| Afname/(toename) van de handels – en overige kortlopende en langlopende vorderingen | 238.441 | -349.838 |
| Afname/(toename) van voorraden | -37.020 | 6.142 |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kort- lopende schulden | -166.619 | 141.189 |
| Betaalde / ontvangen winstbelastingen | -44.109 | -58.375 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 443.957 | 224.483 |
| Investeringsactiviteiten | ||
| Verkoop van vaste activa | 13.834 | 15.833 |
| Aankoop van vaste activa | -451.258 | -453.475 |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | 0 | -35 |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | -8.321 | 70.049 |
| Kapitaalverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | -16.355 | -8.660 |
| Verkoop van dochteronderneming | 0 | 1.202 |
| (Nieuwe verstrekte leningen) / terugbetaling van verstrekte leningen | 71.659 | -41.066 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -390.441 | -416.152 |
| Financieringsactiviteiten | ||
| Betaalde intresten | -24.529 | -22.583 |
| Ontvangen intresten | 14.280 | 13.697 |
| Andere financiële lasten en opbrengsten | -6.635 | -2.734 |
| Leningen | 709.361 | 422.808 |
| Terugbetaling van schulden | -462.303 | -294.122 |
| Uitgekeerde dividenden | -60.755 | -60.755 |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financierings-activiteiten | 169.419 | 56.311 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 222.935 | -135.358 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het oekjaar | 388.346 | 523.018 |
| Wisselkoerseffecten | 925 | 686 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 612.206 | 388.346 |
De materiële vaste activa bedragen 2.615 miljoen euro op 31 december 2019, een stijging met 225 miljoen euro, waarvan 102,3 miljoen als gevolg van de toepassing van IFRS 16. Het investeringsprogramma van DEME werd in 2019 voortgezet (voornamelijk met de aanbetalingen voor de schepen Bonny River, Orion en Spartacus), gedeeltelijk gecompenseerd door de afschrijvingen in het boekjaar.
Rekening houdend met de uitkering van een dividend van 60,8 miljoen euro bedraagt het geconsolideerde eigen vermogen 1.760,3 miljoen euro op 31 december 2019. Het werd negatief beïnvloed door de evolutie van de pensioenverbintenissen (-11,6 miljoen euro) en de marktwaarde van de voor afdekking gebruikte derivaten (-33,7 miljoen euro, voornamelijk met betrekking tot de afdekkingsinstrumenten van het type IRS bij Rentel en SeaMade). Deze evolutie is toe te schrijven aan de daling van de rentevoeten op middellange en lange termijn in de eurozone in 2019.
De netto financiële schuld bestaat uit enerzijds kortlopende en langlopende schulden van respectievelijk 270,4 miljoen euro en 1.139,9 miljoen euro en anderzijds een vrije kasstroom van 612,2 miljoen euro. In de loop van het boekjaar 2019 heeft DEME haar obligatielening van 200 miljoen euro afgelost. Dit werd gefinancierd met bilaterale leningen tegen aanzienlijk betere voorwaarden.
Zowel CFE als DEME, CFE Contracting en BPI hebben hun financiële convenanten volledig nageleefd.
De kasstromen uit operationele activiteiten stijgen met 97,8% van 224,5 miljoen euro tot 444 miljoen euro in 2019. De kasstromen uit investeringsactiviteiten bedragen 390,4 miljoen euro, een daling met 6,2% tegenover 2018 voornamelijk als gevolg van de gedeeltelijke terugbetaling van financieringen van Merkur Offshore en Rentel.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgifte premies |
Ingehouden winsten |
Toegezegde doelpensi oenplan nen en bijdrage pensioen plannen |
Afdek kingsre serves |
Omrekenings verschillen |
Eigen vermogen –Toereken baar aan de groep |
Minder heidsbe langen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | 41.330 | 800.008 | 923.768 | -25.521 | -7.153 | -11.554 | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 |
| Herwerking IFRS 16 | 0 | 0 | |||||||
| Globaal resultaat van het boekjaar |
133.424 | -11.568 | -33.739 | 1.114 | 89.231 | -2.257 | 86.974 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders |
-60.755 | -60.755 | -60.755 | ||||||
| Dividenden minder heidsbelangen |
-920 | -920 | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere bewegingen |
-651 | -651 | 811 | 160 | |||||
| 31 december 2019 | 41.330 | 800.008 | 995.786 | -37.089 | -40.892 | -10.440 | 1.748.703 | 11.607 | 1.760.310 |
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Totaal aantal aandelen | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (in euro) | 5,27 | 6,78 |
| Eigen middelen toekenbaar aan de groep per andeel (in euro) | 69,08 | 67,98 |
| Per 31 december 2019 In duizend euro |
DEME | Herwerking DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding & niet overdragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.621.965 | 998.671 | 59.065 | 12.433 | (67.412) | 3.624.722 | |
| Resultaat van de operationele activiteiten |
141.645 | (4.589) | 18.729 | 1.030 | (13.281) | 81 | 143.615 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 160.094 | (5.273) | 18.806 | 13.686 | (9.687) | 81 | 177.707 |
| % omzet | 6,11% | 1,88% | 23,17% | 4,90% | |||
| Financieel resultaat | (6.749) | 611 | (833 | (1.338) | 587 | 0 | (7.722) |
| Belastingen | (30.321) | 1.059 | (8.446) | (791) | (109) | (11) | (38.619) |
| Nettoresultaat aandeel van de groep |
125.041 | (3.603) | 9.527 | 11.598 | (9.209) | 70 | 133.424 |
| % omzet | 4,77% | 0,95% | 19,64% | 3,68% | |||
| Niet-kaselementen | 295.366 | 4.589 | 14.393 | (888) | (5.851) | 0 | 307.609 |
| EBITDA | 437.011 | 0 | 33.122 | 142 | (19.132) | 81 | 451.224 |
| % omzet | 16,67% | 3,32% | 0,24% | 12,45% |
| Per 31 december 2018 In duizend euro |
DEME | Herwerking DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding & niet overdragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.645.780 | 934.573 | 94.696 | 27.051 | (61.473) | 3.640.627 | |
| Resultaat van de operationele activiteiten |
196.012 | (4.589) | 22.728 | 10.346 | (10.865) | (557) | 213.075 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 202.940 | (5.273) | 22.728 | 13.209 | (5.803) | (557) | 227.244 |
| % omzet | 7,67% | 2,43% | 13,95% | 6,24% | |||
| Financieel resultaat | (6.391) | 2.901 | (2.073) | (2.832) | (93) | 0 | (8.488) |
| Belastingen | (43.231) | 384 | (5.491) | (1.134) | (124) | 47 | (49.549) |
| Nettoresultaat aandeel van de groep |
155.570 | (1.988) | 15.161 | 9.321 | (6.024) | (510) | 171.530 |
| % omzet | 5,88% | 1,62% | 9,84% | 4,71% | |||
| Niet-kaselementen | 262.889 | 4.589 | 12.686 | (1.932) | (3.347) | 0 | 274.885 |
| EBITDA | 458.901 | 0 | 35.414 | 8.414 | (14.212) | (557) | 487.960 |
| % omzet | 17,34% | 3,81% | 8,87% | 13,40% |
| Per 31 december 2019 In duizend euro |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding & niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.529.919 | 81.173 | 1.742 | 2.330 | 0 | 2.615.164 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 23.600 | (23.600) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 36.178 | 0 | 29.874 | 17.861 | 0 | 83.913 |
| Overige vaste activa | 266.417 | 15.656 | 51.029 | 1.287.700 | (1.245.838) | 374.964 |
| Voorraad | 13.152 | 15.720 | 130.837 | 4.528 | (1.625) | 162.612 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 475.135 | 67.550 | 6.411 | 63.110 | 0 | 612.206 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
0 | 75.684 | 11.167 | 2.327 | (89.178) | 0 |
| Overige vlottende activa | 724.124 | 306.630 | 23.703 | 37.824 | (5.635) | 1.086.646 |
| Totaal van de activa | 4.200.492 | 583.973 | 254.763 | 1.439.280 | (1.365.876) | 5.112.632 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.675.537 | 83.670 | 76.296 | 1.172.271 | (1.247.464) | 1.760.310 |
| Eigen vermogen | 1.675.537 | 83.670 | 76.296 | 1.172.271 | (1.247.464) | 1.760.310 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappenn van de groep |
0 | 1.800 | 21.800 | 0 | (23.600) | 0 |
| Obligatielening - lange termijn | 0 | 0 | 29.689 | 0 | 0 | 29.689 |
| Langlopende financiële verplichtingen | 947.798 | 23.174 | 13.378 | 125.862 | 0 | 1.110.212 |
| Overige langlopende verplichtingen | 175.248 | 15.880 | 14.514 | 1.585 | 0 | 207.227 |
| Obligatielening - korte termijn | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kortlopende financiële schulden | 235.791 | 9.857 | 14.382 | 10.336 | 0 | 270.366 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
0 | 2.327 | 4.698 | 82.153 | (89.178) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1.166.118 | 447.265 | 80.006 | 47.073 | (5.634) | 1.734.828 |
| Totaal van de passiva | 2.524.955 | 500.303 | 178.467 | 267.009 | (118.412) | 3.352.322 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.200.492 | 583.973 | 254.763 | 1.439.280 | (1.365.876) | 5.112.632 |
| Per 31 december 2018 In duizend euro |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding & niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.326.304 | 61.526 | 928 | 1.478 | 0 | 2.390.236 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 108.066 | 0 | 35.106 | 28.515 | 0 | 171.687 |
| Overige vaste activa | 274.058 | 13.217 | 34.923 | 1.274.450 | (1.245.849) | 350.799 |
| Voorraad | 15.244 | 16.945 | 94.592 | 3.733 | (1.625) | 128.889 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 287.394 | 53.440 | 9.197 | 38.315 | 0 | 388.346 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief |
0 | 62.808 | 2.793 | 1.889 | (67.490) | 0 |
| Overige vlottende activa | 914.328 | 314.783 | 26.180 | 96.214 | (9.638) | 1.341.867 |
| Totaal van de activa | 4.080.961 | 544.279 | 203.719 | 1.464.594 | (1.344.602) | 4.948.951 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.646.910 | 84.781 | 68.108 | 1.182.527 | (1.247.475) | 1.734.851 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Obligatielening - lange termijn | 0 | 0 | 29.584 | 0 | 0 | 29.584 |
| Langlopende financiële verplichtingen |
494.796 | 10.156 | 21.836 | 130.000 | 0 | 656.788 |
| Overige langlopende verplichtingen | 179.572 | 14.712 | 10.923 | 21.983 | 0 | 227.190 |
| Obligatielening - korte termijn | 200.221 | 0 | 0 | 0 | 0 | 200.221 |
| Kortlopende financiële schulden | 148.376 | 1.699 | 0 | 0 | 0 | 150.075 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief |
0 | 1.889 | 11.043 | 54.558 | (67.490) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1.411.086 | 431.042 | 42.225 | 75.526 | (9.637) | 1.950.242 |
| Totaal van de passiva | 2.434.051 | 459.498 | 135.611 | 282.067 | (97.127) | 3.214.100 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.080.961 | 544.279 | 203.719 | 1.464.594 | (1.344.602) | 4.948.951 |
| Per 31 december 2019 In duizend euro |
DEME | Contracting | Vastgoedontwik keling |
Holding, niet-overgedragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal |
435.721 | 31.478 | 5.143 | -19.078 | 453.264 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
388.813 | 48.832 | 10.261 | -3.949 | 443.957 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten | -370.319 | -13.417 | -40 | -6.665 | -390.441 |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
168.619 | -21.559 | -13.053 | 35.412 | 169.419 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen |
187.113 | 13.856 | -2.832 | 24.798 | 222.935 |
| Per 31 december 2018 In duizend euro |
DEME | Contracting | Vastgoedontwik keling |
Holding, niet-overgedragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal |
454.987 | 36.904 | 10.994 | -17.520 | 485.365 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten |
222.406 | 20.552 | -1.909 | -16.566 | 224.483 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten | -395.432 | -6.569 | -700 | -13.451 | -416.152 |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
24.893 | -19.684 | 8.546 | 42.556 | 56.311 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen |
-148.133 | -5.701 | 5.937 | 12.539 | -135.358 |
De toepassing van de nieuwe norm IFRS 16 – Leaseovereenkomsten vanaf 1 januari 2019 – leidt voor de geconsolideerde openingsbalans van CFE tot een toename van de materiële activa en van de netto financiële schuld met 98,8 miljoen euro (waarvan 83,5 miljoen euro bij DEME).
Op 31 december 2019 wordt de impact van de toepassing van de nieuwe norm op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van CFE als volgt samengevat:
| In miljoen euro | DEME | Contracting | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Balans | ||||
| Materiële vaste activa | 85,3 | 14,6 | 2,4 | 102,3 |
| Financiële schulden | 86,1 | 14,7 | 2,4 | 103,2 |
| Resultatenrekening | ||||
| EBITDA | 17,6 | 6,9 | 0,8 | 25,3 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 0,6 | 0,3 | 0,0 | 0,9 |
| Financieel resultaat | -1,4 | -0,4 | 0,0 | -1,8 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | -0,8 | -0,1 | 0,0 | -0,9 |
| In duizend euro | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Omzet | 21.720 | 29.249 |
| Bedrijfsresultaat | 75.803 | -23.944 |
| Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening | 68.573 | 62.771 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten | 60 | 63 |
| Niet-recurrente financiële kosten | -97.292 | -63 |
| Resultaat vóór belastingen | 47.143 | 38.827 |
| Belastingen | -110 | -118 |
| Resultaat van het boekjaar | 47.033 | 38.709 |
Het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet. Dit project zal nog 15 maanden duren.
De vereffening van verscheidene internationale entiteiten leidt tot een terugneming van voorzieningen in het bedrijfsresultaat en een equivalente niet-recurrente financiële last. Voor het overige werden bepaalde voor- zieningen, die niet langer relevant waren, teruggenomen en werden niet-recurrente financiële lasten geboekt in de vorm van waardeverminderingen op rekeningen-courant. Hieruit volgt dat de rekeningen-courant en leningen van CFE aan entiteiten in Afrika, Roemenië en Hongarije volledig voorzien zijn.
Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de van DEME, CFE Contracting en BPI ontvangen dividen- den, namelijk respectievelijk 55, 8,8 en 3,2 miljoen euro.
| In duizend euro | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 1.336.844 | 1.338.202 |
| Vlottende activa | 102.122 | 169.859 |
| Totaal van de activa | 1.438.966 | 1.508.061 |
| In duizend euro | 2019 | 2018 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 1.188.337 | 1.141.304 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 11.544 | 95.381 |
| Schulden op lange termijn | 125.248 | 130.248 |
| Schulden op korte termijn | 113.837 | 141.128 |
| Totaal van de passiva | 1.438.966 | 1.508.061 |
De vaste activa zijn hoofdzakelijk samengesteld uit de participaties in DEME, CFE Contracting en BPI.
De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 90 miljoen euro die op de bevestigde bilaterale kredietlijnen werden opgenomen en 35 miljoen euro handelspapier op middellange termijn. CFE gebruikte eveneens haar handelspapier op korte termijn voor een bedrag van 10 miljoen euro.
In de veranderende context van de Covid-19-pandemie, heeft de raad van bestuur beslist om de algemene vergadering voor te stellen geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2019.
Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap www.cfe.be.
Het corporate governance charter werd op 26 maart 2019 voor het laatst gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en met de Belgische Corporate Governance Code 2020.
Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. De vennootschap acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde cultuur gericht op deugdelijk bestuur.
Op 31 december 2019 bestaat de raad van bestuur van CFE uit twaalf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de resp. gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:
| Infunctietreding | Vervaljaar van het mandaat |
|
|---|---|---|
| Luc Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Piet Dejonghe (*) | 24.12.2013 | 2021 |
| Renaud Bentégeat | 18.09.2003 | 2020 |
| John-Eric Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Jan Suykens | 24.12.2013 | 2021 |
| Koen Janssen | 24.12.2013 | 2021 |
| Philippe Delusinne | 07.05.2009 | 2020 |
| Christian Labeyrie | 06.03.2002 | 2020 |
| Ciska Servais BVBA vertegenwoordigd door Ciska Servais | 03.05.2007 | 2023 |
| Pas De Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 07.10.2016 | 2020 |
| Euro-Invest Management NV vertegenwoordigd door Martine Van den Poel | 03.05.2018 | 2021 |
| MucH BVBA vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 03.05.2018 | 2022 |
(*) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur
Aan de gewone algemene vergadering zal worden voorgesteld het mandaat van Philippe Delusinne, Christian Labeyrie en Pas De Mots SPRL, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt, te vernieuwen voor een periode van 4 jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024.
Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mandaten en functies van de twaalf bestuurders op datum van 31 december 2019.
| Luc Bertrand | Voorzitter van de raad van bestuur |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen |
Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het executief comité. |
| Lid van het benoemings- en remuneratiecomité |
Uitgeoefende mandaten a- beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren Voorzitter van de raad van bestuur van SIPEF b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van DEME Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International Voorzitter van de raad van bestuur van FinAx Bestuurder van Baarbeek BV Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Voorzitter van Belfimas Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van DEME Coordination Center Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Voorzitter van Scaldis Invest c- verenigingen: Voorzitter van het Belgisch Instituut voor Bestuurders – Guberna (Trustees) Voorzitter van de raad van bestuur van het Institut de Duve Voorzitter van Middelheim Promotors Bestuurder van Europalia Erevoorzitter van de Cercle de Lorraine, Brussel Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven Zaakvoerder van het Museum Mayer van den Bergh Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School Voorzitter van het Advisory Board Deloitte NV |
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan het Insead (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij geattacheerd advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.
Uitgeoefende mandaten a- beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Leasinvest Real Estate b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Baloise Verzekeringen Belgium Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Voorzitter van Brinvest Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van DEME Bestuurder van FinAx Bestuurder van GB-INNO-BM Bestuurder van Leasinvest-Immo-Lux Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van BPI Real Estate Belgium Bestuurder van BPI Real Estate Luxemburg Bestuurder van MBG Bestuurder van BPC Bestuurder van CFE Contracting Bestuurder van Mobix Engema Bestuurder van CLE Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van Laere Bestuurder van Bio Cap Invest Bestuurder van HDP Charleroi c- verenigingen:
Lid van de raad van bestuur van SOS-Kinderdorpen België
CFE Herrmann-Debrouxlaan, 42 B-1160 Brussel
Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A. in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming Campenon Bernard begonnen. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC).
Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de dochterondernemingen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa en gedelegeerd bestuurder was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Van 2003 tot september 2018 was hij gedelegeerd bestuurder van CFE.
Renaud Bentégeat is Officier in de Leopoldsorde, Ridder van het Légion d'Honneur alsook Ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk).
Uitgeoefende mandaten:
Uitvoerend bestuurder
c- verenigingen:
Bestuurder
Bestuurder van Belgian Finance Club
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA in de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking voordat hij in 1990 Ackermans & van Haaren vervoegde.
Uitgeoefende mandaten:
| Koen Janssen | Bestuurder |
|---|---|
| Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen |
Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer, in 2001, een functie te bekleden bij Ackermans & van Haaren. |
| Uitgeoefende mandaten: a- beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen Bestuurder van DEME Bestuurder van Dredging International Bestuurder van NMC International Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Infra Asia Investment (IAI) Bestuurder van RAP Green Energy Bestuurder van Biolectric Bestuurder van Green Offshore Bestuurder van Sofinim Lux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van Groep Terryn Bestuurder van Otary RS Bestuurder van Otary Bis Bestuurder van Rentel Bestuurder van SeaMade c- verenigingen: Bestuurder van Belgian Offshore Platform (BOP) vzw, vaste vertegenwoordiger van Green Offshore Bestuurder van BVA (Belgian Venture Capital & Private Equity Association) |
|
| Philippe Delusinne | Onafhankelijk bestuurder |
| RTL Belgium Jacques Georginlaan 2 B-1030 Brussel |
Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium. |
| Lid van het benoemings- en remuneratiecomité |
Uitgeoefende mandaten: |
| Lid van het auditcomité | a- beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6 b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv |
| Gedelegeerd bestuurder van Radio H Vaste vertegenwoordiger van CLT-UFA S.A., Gedelegeerd bestuurder van INADI SA, COBELFRA SA en NEW CONTACT CEO van RTL Belux SA & Cie SECS Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux SA Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium Voorzitter van New Contact Bestuurder van CLT-UFA Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse Bestuurder van MaRadio.be SCRL c- verenigingen: Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique ASBL |
|
| Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw |
| Christian Labeyrie | Bestuurder | |
|---|---|---|
| VINCI 1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex |
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder in het Légion d'honneur en Ridder in de |
|
| Lid van het auditcomité | Nationale Orde van Verdienste. | |
| Uitgeoefende mandaten: a– beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Groupe VINCI b– niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van VINCI Deutschland Bestuurder van Arcour Bestuurder van het consortium Stade de France Bestuurder van VFI Bestuurder van SMABTP Lid van de raad van bestuur van Linea Amarilla Sac (LAMSAC) Voorzitter van ASF Holding Voorzitter van Cofiroute Holding Beheerder SCCV CESAIRE-LES GROUES Beheerder SCCV HEBERT-LES GROUES Vaste vertegenwoordiger van VINCI Innovation in de raad van bestuur van ASF |
||
| Ciska Servais BVBA | Onafhankelijk bestuurder |
Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem
Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries.
Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation (1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991).
Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het advocatenkantoor Astrea mee op.
Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie
a– beursgenoteerde ondernemingen:
Onafhankelijk bestuurder van MONTEA Comm. VA
Voorzitter van het remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA
b– niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Astrea BV CVBA SYMBIOSIS SON
Onafhankelijk bestuurder
Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke
ANa haar studies toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen begon Leen Geirnaerdt haar beroepsloopbaan bij PricewaterhouseCoopers (PwC), waar ze zes jaar in de audit werkte. Vervolgens stapte ze over naar Solvus Resource Group, een Belgische beursgenoteerde onderneming, waar ze met name de functie van corporate controller waarnam. Na de overname van Solvus Resource Group door de Nederlandse beursgenoteerde onderneming USG People NV, werd Leen Geirnaerdt tot directeur van het Belgische Shared Services Center benoemd, voor ze in 2010 Chief Financial Officer in Nederland werd. Na de overname door de Japanse groep Recruit, werd ze in 2016 benoemd tot CFO op wereldniveau van Recruit Global Staffing.
Sinds mei 2019 is Leen Geirnaerdt CFO van bpost NV/SA.
Uitgeoefende mandaten:
Euro-Invest Management NV vertegenwoordigd door Martine Van den Poel
Molièrelaan 164 B-1050 Elsene
Voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité
Martine Van den Poel behaalde een licentie Politieke Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL), een Master in Public Administration aan de Kennedy School of Government, Harvard University (Cambridge, VS) en een Executive Master in Coaching and Consulting for Change aan het INSEAD (Fontainebleau, Frankrijk). Zij was onderzoeksmedewerker aan de Harvard Business School in 1978 en aan de Stanford Business School in 1985. Van 1995 tot 2003 was ze lid van het uitvoerend comité van INSEAD in haar functie van Director Executive Education en vervolgens geassocieerd Decaan voor externe betrekkingen op de campussen van Fontainebleau en Singapore. Bij INSEAD was ze van 2003 tot 2009 Coaching Director in verscheidene programma's voor voortgezet onderwijs en is ze thans Executive Coach voor INSEAD Executive Education. Zij oefent ook een privéactiviteit uit als Leadershipcoach voor verscheidene ondernemingen in Brussel en Parijs.
Ze is lid van Women on Boards (WOB), de Club L en de INSEAD Women in Business Club.
Uitgeoefende mandaten:
Onafhankelijk bestuurder
c– verenigingen
Lid van de raad van bestuur van Vocatio (Brussel)
| MucH BVBA Vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer |
Onafhankelijk bestuurder |
|---|---|
| Jacques Pasturlaan 128 B-1180 Ukkel |
Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur kernwetenschappen (UL, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs. Ze begon haar loopbaan als IT-consultant bij Accenture, gevolgd door 7 jaar bij McKinsey in Brussel, waar zij als Associate Principal grote telecom- en tv-operators, media- en hightechbedrijven overal ter wereld adviseerde. Vervolgens was zij marketing director en lid van het directieteam van de mobiele telefonie-operator BASE, voor ze van 2014 tot 2018 de |
| Lid van het auditcomité | functie van CEO opnam van EVS, waar ze de digitale transformatie van de onderneming leidde. Muriel De Lathouwer is bestuurder van verscheidene internationale ondernemingen en is in het fonds W.I.N.G (Digital Wallonia) actief als lid van het operating team en van het investeringscomité Deep Tech. |
| Uitgeoefende mandaten: a– beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de raad van bestuur, het remuneratiecomité en het auditcomité van Shurgard b– niet-beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de raad van bestuur, vicevoorzitter van het remuneratiecomité en het governancecomité van de groep Olympia Lid van de raad van bestuur en van het IT-comité van de bank CPH Lid van de raad van bestuur van Amoobi c– verenigingen: Coderdojo Belgium |
Acht van de twaalf leden van de raad van bestuur op 31 december 2019 kunnen niet als onafhankelijke bestuurders worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code.
Het betreft:
Op 31 december 2019 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt, Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel en MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer.
Er weze opgemerkt dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2019 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.
Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit wegens fraude veroordeeld of door een regelgevende instantie aangeklaagd of veroordeeld tot een publiekrechtelijke sanctie (ii), betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld of (iii) ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.
Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en, wat de niet-uitvoerend bestuurders betreft, ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.
Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat directe of indirecte belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.
De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belan-
genconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.
Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.
Het is uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap direct of indirect een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.
Bij weten van CFE heeft geen bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.
Er weze opgemerkt dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen met die van CFE.
Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.
Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.
Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen. Hij beoordeelt ook of de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.
De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.
De niet-uitvoerend bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij
eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerd bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders.
De recentste formele beoordeling van de werking en prestaties van de raad van bestuur vond in het tweede semester van 2019 plaats. Deze beoordeling werd uitgevoerd met de steun van Guberna, het Belgische Instituut voor Bestuurders. De resultaten van de beoordeling werden in december 2019 aan de bestuurders voorgelegd.
In 2019 bereikte Martine Van den Poel, die Euro-Invest Management NV vertegenwoordigt, de in het Corporate governance charter vastgelegde leeftijdslimiet.
In overeenstemming met de voorschriften van het charter heeft de raad van bestuur unaniem de gemotiveerde beslissing genomen om Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel, toe te staan haar lopende mandaat voort te zetten.
De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.
De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.
De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en risicobeheer.
De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.
De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.
De raad van bestuur:
De algemene vergadering van aandeelhouders van 2 mei 2019 heeft de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximaal 5.000.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging en met name de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs. Deze toelating is verleend voor een periode van vijf jaar vanaf de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 2 mei 2019.
(iii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de verwerving van eigen aandelen
De algemene vergadering van aandeelhouders van 2 mei 2019 heeft de raad van bestuur van de vennootschap gemachtigd om (i) gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van de publicatie van de machtiging in het Belgisch Staatsblad het maximale aantal aandelen van de vennootschap te verwerven dat het Wetboek van Vennootschappen toestaat, door middel van aankoop of ruil, tegen een minimale prijs per aandeel die overeenkomt met de laagste slotkoers van de twintig (20) dagen voorafgaand aan de dag van de aankoop van de eigen aandelen verminderd met tien procent (10%) en tegen een maximale prijs per aandeel die overeenkomt met de hoogste slotkoers van de twintig (20) dagen voorafgaand aan de dag van de aankoop van de eigen aandelen vermeerderd met tien procent (10%) en (ii) de zo verworven aandelen af te staan, ofwel persoonlijk ofwel aan een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap optreedt, tegen (a) een volgens punt (i) hierboven bepaalde prijs of (b) wanneer de afstand plaatsvindt in het kader van een optieplan met aandelen van de vennootschap, tegen de uitoefenprijs van de opties. In dat laatste geval kan de raad van bestuur met de toestemming van de begunstigde de aandelen afstaan buiten de gereglementeerde markt.
(iv) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de uitgifte van obligaties.
Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn in het kader van het toegestane kapitaal.
De raad van bestuur is dermate georganiseerd dat zijn beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.
De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist. In 2019 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van CFE. De raad is vijf keer samengekomen in 2019.
In de volgende tabel is vermeld hoe vaak elk van de bestuurders in het boekjaar 2019 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.
| Bestuurders | Aanwezigheid/ aantal vergaderingen |
|---|---|
| Luc Bertrand | 5/5 |
| Renaud Bentégeat | 5/5 |
| Piet Dejonghe | 5/5 |
| Jan Suykens | 5/5 |
| Koen Janssen | 5/5 |
| John-Eric Bertrand | 5/5 |
| Christian Labeyrie | 4/5 |
| Philippe Delusinne | 4/5 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais | 5/5 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 4/5 |
| Alain Bernard | 2/2 |
| Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel |
5/5 |
| MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 5/5 |
Behoudens in gevallen van overmacht kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.
Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden.
Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.
Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.
De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt. Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
CFE heeft in 2019 aan de gedelegeerd bestuurders geen vergoedingen toegekend in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven.
Op 31 december 2019 bestond het benoemings- en remuneratiecomité uit:
(*) onafhankelijke bestuurders
In 2019 heeft dit comité driemaal vergaderd.
Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2019 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal vergaderingen |
|---|---|
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel (*) |
3/3 |
| Luc Bertrand | 3/3 |
| Philippe Delusinne (*) | 3/3 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) | 1/1 |
(*) onafhankelijke bestuurders
Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Op 31 december 2019 bestond het auditcomité uit:
(*) onafhankelijke bestuurders
De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.
John-Eric Bertrand zit sinds 4 mei 2016 het auditcomité voor. Hij was sinds 15 januari 2015 lid van het auditcomité. John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkantoor en in een kantoor voor strategisch advies. In 2008 heeft hij als investment manager Ackermans & van Haaren vervoegd. Sinds 2015 is hij er lid van het executief comité, belast met de financiële en operationele follow-up van verscheidene strategische participaties. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van John-Eric Bertrand inzake financiën en audit.
Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.
Dit comité heeft in het boekjaar 2019 viermaal vergaderd.
Het comité heeft met name:
Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.
Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2019 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.
| Leden | Aanwezigheid/ aantal vergaderingen |
|---|---|
| John-Eric Bertrand | 4/4 |
| Philippe Delusinne (*) | 4/4 |
| Pas de Mots BVBA, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (*) | 3/4 |
| MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer (*) | 3/3 |
| Christian Labeyrie | 4/4 |
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais (*) | 1/1 |
(*) onafhankelijke bestuurders
Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het corporate governance charter van de vennootschap.
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.
De aandelen blijven op naam totdat ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.
Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK NV) toevertrouwd.
De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van de vennootschap. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling. Conform de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van de vennootschap die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door de vennootschap op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.
Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkend rekeninghouder of een vereffeningsinstelling. In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Deposito- en Consignatiekas gestort totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.
Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave. Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.
Op 31 december 2019 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:
| Totaal | 25.314.482 |
|---|---|
| - gedematerialiseerde aandelen | 6.644.727 |
| - aandelen op naam | 18.669.755 |
Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:
Begijnenvest, 113 B-2000 Antwerpen (België) 15.419.521 aandelen hetzij 60,91
5, cours Ferdinand-de-Lesseps F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (Frankrijk) 3.066.460 aandelen hetzij 12,11%
In de loop van het boekjaar 2019 heeft de vennootschap geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie.
Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.
Het bezit van een aandeel van de vennootschap geeft recht op een stem in de algemene vergadering van de vennootschap en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.
Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten totdat één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.
De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elk oproepingsbericht tot een algemene vergadering.
"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management. Hij draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap. Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van:
(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011 pagina 8).
Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.
De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die behoren tot de consolidatiekring.
Bij de vennootschappen Rent-A-Port en Green Offshore was in 2019 de respectieve raad van bestuur verantwoordelijk voor de interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.
De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra, Contracting en Vastgoedontwikkeling.
De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:
de transparantie en loyaliteit van de verantwoordelijken ten aanzien van hun hiërarchie op operationeel niveau en ten aanzien van de functionele diensten;
de naleving van de wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief is, ongeacht de materie;
De interne controle is als volgt verdeeld:
• De commissaris deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.
De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.
Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.
De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.
De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:
Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur Finance & Controlling van CFE, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van de betrokken dochteronderneming, haar operationeel en haar financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:
Voor de dochterondernemingen DEME, Rent-A-Port en Green Offshore wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.
De gedelegeerd bestuurder en de uitvoerend bestuurder zijn belast met de follow-up en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.
Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.
CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:
Net zoals in het verleden, wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, haar COO en haar CFO en executief comité met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur
In deze context heeft DEME meerdere initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken. Meer bepaald:
de kredietconventies voor de bankgaranties en kredieten werden geharmoniseerd;
het departement 'Opportunity en Risk Management' (ORM) heeft haar visie en missie verfijnd om te voldoen aan de aangepaste noden vanuit offerte-aanvragen tot en met de finale oplevering van projecten. Deze zijn gecentreerd rond drie kernpunten, namelijk:
De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders (de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO en voorzitter van het executief comité van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder). De raad van bestuur controleert
het executief comité, stelt de semesterrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.
Het executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie. Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is op 31 december 2019 samengesteld uit de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur Human Resources van CFE Contracting, de algemeen directeur van de clusters Multitechnieken (VMA) en Rail & Utilities (MOBIX), de gedelegeerd bestuurder van BPC en Thiran en de CEO van de groep Van Laere, die ook uitvoerend voorzitter van MBG is.
De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of rail & utilities moeten door het risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt. Het risicocomité is samengesteld uit:
De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het management voor een betere beheersing van de risico's.
De interne audit rapporteert functioneel aan het auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het auditcomité of het uitvoerend comité van CFE Contracting bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. In 2019 verifieerde de interne audit de effectieve toepassing van de principes voor een goed beheer van de projecten en de risicobeoordeling bij de aanvaarding van bestellingen. Het onderzoek van de naleving van de sociale wetgeving werd eveneens voortgezet.
De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het auditcomité van CFE en de leden van het uitvoerend comité van CFE Contracting (om met deze laatste de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).
De interne audit is ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de cartografie van de risico's.
In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:
De belangrijkste dochterondernemingen van de divisie bouw (MBG, BPC, Van Laere, CFE Polska en CLE) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van CFE Contracting en de financieel en administratief directeur van CFE, en de gedelegeerd bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken onderneming.
Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.
De interne controle gebeurt door per cluster (de cluster VMA, die de activiteiten Multitechnieken verzamelt, en de cluster MOBIX, die de activiteiten van Rail & Utilities verzamelt) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de twee clusters, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een bestuurder van CFE.
De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit zes bestuurders onder wie de gedelegeerd bestuurder van BPI (de CEO), drie bestuurders van CFE (onder wie de gedelegeerd bestuurder van CFE), een externe bestuurder en de financieel en administratief directeur van CFE (die ook Head of Finance van BPI is).
ringscomité opgericht. Het strategisch en investeringscomité is bevoegd voor de analyse en goedkeuring van alle vastgoedinvesteringen van BPI met een (beneficial) waarde van minder dan 10 miljoen. Dit comité bestaat uit vier bestuurders van BPI – onder wie ten minste de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van BPI en de financieel en administratief directeur van CFE – de Head of Legal, de Head(s) of Development en de betrokken Country Manager(s). De Finance Director van BPI en de opsteller van het investeringsdossier worden ambtshalve uitgenodigd om de vergaderingen van het
strategisch en investeringscomité bij te wonen. De CEO kan bovendien alle personen uitnodigen die hij nuttig acht.
Het strategisch en investeringscomité is niet bevoegd om de vennootschap te vertegenwoordigen en sluit de bevoegdheid van de raad van bestuur niet uit. De raad van bestuur kan te allen tijde elk investerings- of desinvesteringsproject voor om het even welk bedrag in overweging nemen en in voorkomend geval beslissingen nemen in de plaats van het strategisch en investeringscomité. Alleen de raad van bestuur is trouwens bevoegd om – op basis van een gunstig advies van de raad van bestuur van CFE – goedkeuring te geven voor (i) investeringen met een (beneficial) waarde van meer dan 10 miljoen euro, (ii) het aangaan van een partnerschap met betrekking tot een project met een (beneficial) waarde van meer dan 10 miljoen euro, en (iii) de start van de bouw en/of commercialisering van een vastgoedproject.
Om hem bij te staan bij zijn taak, wordt de CEO van BPI omringd door een uitvoerend comité.
Het executief comité is samengesteld uit de CEO, de Head of Finance, de Head of Legal, de Head of HR, de Heads of Development, de Country Managers van Luxemburg en Polen, de Finance Director en de Technisch Directeur. De CEO kan ook elke persoon die hij wenst uitnodigen om deel te nemen aan het uitvoerend comité. Het uitvoerend comité focust op de werking en uitvoering van de strategie van BPI en haar dochterondernemingen.
Het hoofdkenmerk van de sector baggerwerken en contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.
De risicofactoren betreffen dus:
De activiteit van de pool wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen.
DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken en de offshore werken. Het is zowel actief in onderhoudsbaggerwerken als in infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging'). Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.
DEME profileert zich eveneens als een toonaangevende speler in de ontwikkeling van offshore windparken, in twee hoedanigheden:
DEME heeft daarnaast haar aanbod van diensten ontwikkeld in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.
DEME is ook actief in het milieudomein met DEC/Ecoterres. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.
In 2015 heeft DEME een nieuwe divisie opgericht met twee dochterondernemingen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. De vorming van deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde. Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.
DEME wordt tijdens de uitvoering van haar projecten voor baggerwerken, de plaatsing van windturbines en onderzeese kabels en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde geconfronteerd niet alleen met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:
Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies meer bepaald voor offshore windparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
De activiteiten van DEME zijn voornamelijk maritiem en worden gekenmerkt door hun kapitaalintensief karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:
DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, de studie en de uitvoering van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.
De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities.
De divisie Bouw, actief in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen, is gespecialiseerd in de constructie en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
De multitechnische activiteiten zijn voornamelijk in België geconcentreerd, met de cluster VMA. De cluster VMA legt zich toe op tertiaire elektriciteit, HVAC (heating, ventilation en air conditioning), elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, automatisering in de auto-, farmaceutische en agrovoedingsindustrie, geautomatiseerd beheer van technische installaties van gebouwen, elektromechanica voor weg- en spoorweginfrastructuren en onderhoud op lange termijn van technische installaties.
De activiteiten Rail & Utilities wordt gerealiseerd door de cluster MOBIX. Ze omvatten spoorwegwerken (installatie van sporen, bovenleidingen en signalisatie), transport van energie en openbare verlichting in België.
CFE Contracting beschikt sedert 2013 over een cartografie van de risico's, die om de twee jaar wordt bijgewerkt. De evaluatie gebeurt volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het risico zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een voorstelling per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de follow-up van de aan zijn activiteit verbonden risico's.
Het programma van de interne audits wordt op basis van deze cartografie gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.
De belangrijkste risico's die in de update van 2019 werden geïdentificeerd, waren:
De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.
BPI, de leidende vennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.
De vastgoedactiviteit is direct of indirect afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden, ...) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, investeringen in infrastructuur, ...) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.
De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.
Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sector gebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:
De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.
CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, zowel op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, of de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.
Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers die buitenlandse projecten kunnen leiden aan te trekken, te motiveren en te behouden
CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.
Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan het over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.
Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.
Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.
De verschillende polen van CFE zijn niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld.
Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vier soorten:
liquide middelen op korte en middellange termijn te dekken.
CFE komt op 31 december 2019 al haar financiële convenanten na. Dit geldt eveneens voor DEME, CFE Contracting en BPI.
CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen, materialen en prestaties van onderaannemers. Dergelijke stijgingen kunnen een nadelige weerslag hebben op de rentabiliteit van de projecten. Er wordt ook aan herinnerd dat DEME specifieke indekkingen neemt voor de prijzen van gasolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.
Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionaal aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.
Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt.
CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.
Zoals elk bedrijf dat in het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, wijdt DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:
De eerbied voor het milieu is een van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.
Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten de entiteiten van de groep rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften
gelinkt aan de plaats van uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.
De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.
DEME wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.
DEME is blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.
Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.
DEME heeft een entreprise security officer aangeworven om:
DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.
Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.
Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
De Brexit zal een invloed hebben op de relatie van DEME met haar cliënten, leveranciers en medewerkers. Daarnaast zullen de veranderingen de volgende operationele
afdelingen beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. Een evaluatie van de impact van de Brexit op de activiteiten van DEME – met name het Moray East project – werd uitgevoerd op basis van een scenario zonder akkoord ("no deal").Hoewel geen enkel materieel risico geïdentificeerd kon worden, werd een strategie tot afdekking van de risico's voorzien om de impact van de Brexit te beperken.
Om de gezondheid van iedereen te vrijwaren, heeft het management van de verschillende divisies de nodige maatregelen genomen als reactie op de Covid-19-pandemie waaronder in het bijzonder de tijdelijke stopzetting van vele bouwwerven, reisbeperkingen, telewerk, het strikt naleven van de regels inzake 'social distancing' en het houden van vergaderingen op afstand. De groep doet er alles aan om de schadelijke gevolgen van de pandemie te beperken, maar het is duidelijk dat de negatieve impact op de activiteit, cashflow en resultaten aanzienlijk zal zijn als gevolg van:
Op datum van dit verslag is het niet mogelijk om de impact van deze pandemie op de jaarrekening 2020 in te schatten. Er dient echter te worden opgemerkt dat de groep CFE over aanzienlijke liquide middelen en bevestigde en ongebruikte kredietlijnen beschikt, waardoor zij een tijdelijke vermindering van haar kasstromen zou moeten kunnen opvangen.
Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Er is een compliance officer (MSQ BVBA, met Fabien De Jonge als vaste vertegenwoordiger) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.
Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.
Ackermans & van Haaren heeft een prestatieovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2019 bedragen respectievelijk 663.000 en 1.215.000 euro.
De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Michel Denayer en Rik Neckebroek.
De bezoldiging voor het mandaat bij CFE NV werd vastgesteld op 125.000 euro voor het boekjaar 2019.
De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor bijzondere opdrachten uitgevoerd door audit, bedragen 19.000 euro.
Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.
Wat de overige hoofdgroepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.
De bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2019) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
1.920,9 | 78,78% | 756,2 | 22,85% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten | 96,5 | 3,96% | 3,9 | 0,12% |
| Subtotaal audit | 2.017,4 | 82,74% | 760,1 | 22,97% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 158,1 | 6,48% | 1.348,9 | 40,77% |
| Overige | 262,8 | 10,78% | 1.199,3 | 36,26% |
| Subtotaal andere | 420,9 | 17,26% | 2.548,2 | 77,03% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.438,3 | 100% | 3.308,3 | 100% |
Dit bezoldigingsverslag werd opgesteld door het benoemings- en remuneratiecomité en goedgekeurd door de raad van bestuur van 24/02/2020.
Dit verslag is opgesteld in overeenstemming met de wet van 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur en het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (artikel 3:6 §3), met inachtneming van de transparantie tegenover de beleggers en de beste marktpraktijken.
Afhankelijk van de toepassing in België van de Shareholder Rights Directive II (Richtlijn (EU) 2017/828 van 17 mei 2017) zal het benoemings- en remuneratiecomité in voorkomend geval de raad van bestuur voorstellen om het bezoldigingsbeleid en het verslag voor 2020 te herzien. Er zal ook rekening worden gehouden met de Belgische Corporate Governance Code 2020.
De Groep CFE (CFE NV) wordt geleid door Piet Dejonghe, de enige gedelegeerd bestuurder. Hij verzorgt het dagelijkse beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van CFE NV.
In overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bevat dit bezoldigingsverslag de wettelijke informatie over het bezoldigingsbeleid voor de leden van de raad van bestuur van de groep en voor de gedelegeerd bestuurder van de groep, samen met informatie over de uitvoering van dit beleid in 2019.
Aangezien de gedelegeerd bestuurder van CFE NV en een uitvoerend bestuurder van CFE NV verscheidene bezoldigde mandaten uitoefenen in dochterondernemingen van de groep, bevat dit verslag bovendien informatie over het bezoldigingsbeleid dat in de verschillende dochterondernemingen van de groep wordt toegepast. Dit geeft een beeld van de bezoldigingspraktijken in de dochterondernemingen, ook al nemen deze bestuurders niet deel aan de bestaande STI-plannen van de dochterondernemingen die in dit verslag worden vermeld.
De bezoldigingen van de leden van de raad van bestuur omvatten een vast jaarlijks bedrag en een vergoeding voor hun deelname aan de comités. Deze kunnen variëren naargelang de specificiteit van hun mandaten.
De bestuurders ontvangen eveneens een zitpenning per vergadering, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur, die uitsluitend een vaste jaarlijkse bezoldiging ontvangt. De jaarlijkse bezoldigingen worden berekend pro rata het aantal als actief lid van de raad van bestuur tijdens het kalenderjaar gepresteerde maanden.
De bezoldiging van de bestuurders is als volgt verdeeld:
| Jaarlijkse vergoedingen | (€) |
|---|---|
| Voorzitter van de raad van bestuur | 100.000 |
| Bestuurders | 20.000 |
| Zitpenningen raad van bestuur | |
| Voorzitter van de raad | geen zitpenningen (inbegrepen in de jaarlijkse vergoedingen) |
| Bestuurders | € 2000 per vergadering |
| Auditcomité | |
| Voorzitter van het comité | € 2000 per vergadering |
| Leden van het comité | € 1000 per vergadering |
| Benoemings- en remuneratiecomité | |
| Voorzitter van het comité | € 2000 per vergadering |
| Leden van het comité | € 1000 per vergadering |
Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die de uitoefening van hun mandaat met zich kan brengen, volgens door de door de raad van bestuur bepaalde voorwaarden.
De gewone algemene vergadering van 2 mei 2019 heeft de bezoldigingen van de bestuurders goedgekeurd. Aan de algemene vergadering van 7 mei 2020 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.
De uitvoerend bestuurders zijn actief in de dochterondernemingen, waar zij CFE vertegenwoordigen. In die hoedanigheid ontvangen zij jaarlijkse vaste bezoldigingen van deze dochterondernemingen, waarvan het bedrag wordt bepaald door de raad van bestuur van de betrokken dochteronderneming op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. Dit bedrag is afhankelijk van hun actieve deelname in deze dochterondernemingen en van hun groei. Op die manier is hun bezoldiging in lijn met de belangen op lange termijn van de aandeelhouders van deze dochterondernemingen en van de Groep CFE.
De onderstaande tabel toont het bedrag van de voordelen die in 2019 direct of indirect werden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten in de groep.
| Bezoldiging als lid van een comité | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste bezoldiging | Zitpenningen raad van bestuur |
Auditcomité | Benoemings- en remuneratiecomité |
Totaal | |
| Luc Bertrand | 100.000 | 3.000 | 103.000 | ||
| Philippe DELUSINNE | 20.000 | 8.000 | 4.000 | 3.000 | 35.000 |
| Renaud BENTÉGEAT | 20.000 | 10.000 | 30.000 | ||
| Christian LABEYRIE | 20.000 | 8.000 | 4.000 | 32.000 | |
| Piet Dejonghe, Gedelegeerd Bestuurder | 20.000 | 10.000 | 30.000 | ||
| Ciska Servais BVBA, vertegenwoordigd door Ciska Servais | 20.000 | 10.000 | 1.000 | 2.000 | 33.000 |
| Koen JANSSEN | 20.000 | 10.000 | 30.000 | ||
| Pas de Mots BVBA vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 20.000 | 8.000 | 3.000 | 31.000 | |
| Jan SUYKENS | 20.000 | 10.000 | 30.000 | ||
| John-Eric BERTRAND | 20.000 | 10.000 | 8.000 | 38.000 | |
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel | 20.000 | 10.000 | 5.000 | 35.000 | |
| MucH BVBA, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 20.000 | 10.000 | 3.000 | 33.000 | |
| Alain BERNARD | 6.685 | 4.000 | 10.685 | ||
| Totaal | 326.685 | 108.000 | 23.000 | 13.000 | 470.685 |
Druart, VMA en VMA Nizet. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.
• Koen Janssen ontving, naast de bezoldiging voor zijn bestuursmandaat (€ 30.000), een bedrag van € 15.000 voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene dochterondernemingen van de Groep CFE, in de groep Terryn. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.
Het bedrag van de jaarlijkse bezoldiging van Renaud Bentégeat (uitvoerend bestuurder), ontvangen voor zijn mandaten in dochterondernemingen van de groep, werd bepaald op basis van zijn actieve deelname aan de raad van bestuur van de dochterondernemingen DEME, Rent-A-Port en BPI, en afhankelijk van de groei van deze ondernemingen. De activiteiten voor deze ondernemingen worden uitgevoerd door de vennootschap Renaud Bentégeat Conseil SAS, vertegenwoordigd door de heer Renaud Bentégeat, die een dienstenovereenkomst heeft afgesloten met CFE NV die op 29 februari 2020 afloopt. In dit kader ontving hij in 2019 het bedrag van € 1 miljoen.
De jaarlijkse bezoldigingen van Piet Dejonghe (gedelegeerd bestuurder) worden in de volgende rubriek gepreciseerd.
Er bestaat geen enkele overeenkomst met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder die een vertrekvergoeding voorziet.
Aangezien geen enkele bestuurder een variabele bezoldiging ontvangt, is geen recht tot terugvordering van de toegekende variabele bezoldiging ten gunste van de vennootschap van toepassing.
Het dagelijks beheer van CFE NV wordt verzorgd door een gedelegeerd bestuurder (CEO), namelijk Piet Dejonghe.
Piet Dejonghe ontvangt een vaste bezoldiging voor zijn bestuursmandaat, naast de bezoldigingen die hem worden toegekend in het kader van de uitoefening van bestuursmandaten in verscheidene dochterondernemingen van de groep, namelijk CFE Contracting NV, MBG, BPC, Van Laere en Mobix ENGEMA.
De vergoedingen die in het kader van de uitoefening van bestuursmandaten in deze dochterondernemingen worden toegekend, worden bepaald door de raad van bestuur van deze dochterondernemingen op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. Dit bedrag is afhankelijk van de actieve deelname van Piet Dejonghe in deze dochterondernemingen en van hun groei. Op die manier is de bezoldiging van Piet Dejonghe in lijn met de belangen op lange termijn van de aandeelhouders van deze dochterondernemingen en van de Groep CFE.
De raad van bestuur onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurder, onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene aandeelhoudersvergadering toegekende bevoegdheden.
Deze bezoldigingen worden door Piet Dejonghe volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.
De gedelegeerd bestuurder ontvangt geen jaarlijkse variabele bezoldiging. Hij ontvangt evenmin een variabele bezoldiging op lange termijn.
Tot slot ontvangt de gedelegeerd bestuurder geen andere voordelen in natura zoals pensioenplannen, verzekeringen en bedrijfswagens.
| Bezoldiging CEO | 8% | |
|---|---|---|
| Vaste bezoldiging: 8% | 30.000€ | |
| Vergoedingen in dochterondernemingen: 92% | 345.000€ | |
| Totaal | 375.000€ | 92% |
In 2019 bedroeg de bezoldiging van Piet Dejonghe voor het mandaat van gedelegeerd bestuurder van CFE NV € 30.000 (vaste bezoldiging).
De bezoldiging van Piet Dejonghe voor zijn verschillende bestuursmandaten in dochterondernemingen van de groep bedroeg € 345.000 (vergoedingen), als volgt verdeeld:
| CFE Contracting | 75.000€ |
|---|---|
| BPC | 75.000€ |
| MBG | 75.000€ |
| VAN LAERE | 75.000€ |
| Mobix ENGEMA | 45.000€ |
CFE NV heeft in 2019 aan Piet Dejonghe geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.
Het mandaat van de gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe is geen voorwerp van een schriftelijke overeenkomst, zodat geen specifieke vertrekvergoeding voorzien is.
Indien een overeenkomst een vertrekvergoeding zou voorzien, zou ze aan de wettelijke beperkingen onderhevig zijn. Ze zou meer bepaald, als de vertrekvergoeding meer dan 12 maanden bezoldiging zou bedragen, worden afgesloten onder de opschortende voorwaarde van haar goedkeuring door de algemene vergadering. Indien de vertrekvergoeding hoger zou zijn dan 18 maanden bezoldiging, zou de algemene vergadering ze slechts kunnen goedkeuren op basis van een conform en gemotiveerd advies van het remuneratiecomité.
Aangezien de gedelegeerd bestuurder geen variabele bezoldiging ontvangt, is geen recht tot terugvordering van de toegekende variabele bezoldiging ten gunste van de vennootschap van toepassing.
Deze rubriek bevat aanvullende informatie over het bezoldigingsbeleid in de dochterondernemingen van de Groep CFE.
Deze informatie wordt voorgesteld bovenop de eisen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, dat immers enkel publicatie verplicht van het bezoldigingsbeleid en zijn toepassing in het jaar 2019 voor de bestuurders, de personen belast met het dagelijks bestuur en in voorkomend geval de leden van de directie- en toezichtsraden of andere leiders van de beursgenoteerde vennootschap, in dit geval de bestuurders van CFE NV en de gedelegeerd bestuurder van CFE NV, Piet Dejonghe.
Aangezien Piet Dejonghe en Renaud Bentégeat verscheidene bezoldigde mandaten uitoefenen in dochterondernemingen van groep, en de groep een coherent en op waardecreatie op korte en lange termijn gericht bezoldigingsbeleid hanteert, wenst CFE een beeld te geven van de bezoldigingspraktijken in deze dochterondernemingen en van de globale bezoldigingsbedragen van haar directies, ook al is deze publicatie niet verplicht.
De Groep CFE ziet erop toe dat haar verschillende dochterondernemingen een gezond bezoldigingsbeleid hanteren, in lijn met de waarden die CFE uitdraagt.
Om de nadruk te leggen op de waardecreatie op korte en lange termijn, opteert CFE voor een bezoldiging die gebaseerd is op de individuele prestaties en op de prestaties van de onderneming. Dit verzekert een goed evenwicht tussen enerzijds de strategie op lange termijn en anderzijds de jaarlijkse prestatiedoelstellingen, die gebaseerd zijn op de behoeften en de uitdagingen die wij in de sector ontmoeten.
De leiding van de verschillende dochterondernemingen van de Groep CFE ziet er als volgt uit:
In het kader van deze rubriek worden de CEO's, de leden van de executieve comités en de gedelegeerd bestuurders
van de voornoemde dochterondernemingen "uitvoerend managers" van de dochterondernemingen van de Groep CFE genoemd.
De uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE nemen niet deel aan de leiding van CFE NV.
De uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE zijn het voorwerp van een bezoldigingsbeleid dat gebaseerd is op zowel de individuele als de collectieve prestaties op korte en lange termijn. Het beleid bevordert het engagement van de uitvoerend managers en versterkt de cohesie in de Groep CFE.
Deze structuur wordt als volgt beschreven:
| Fixed Compensation | Variable Compensation | |||
|---|---|---|---|---|
| Annual Base | Pension & Benefits |
Short Term Incentive |
Stock Options | |
| Performan ce Period |
1 year | 5-8 years | ||
| Perfor mance Measures |
- Financial profitability - Safety performance - Qualitative performance |
Creation of Shareholder Value |
||
| Uitvoerende leden Fixed rem: 40% Variable rem: 56% Other benefits: 4% |
56% | 40% 4% |
Het bezoldigingsbeleid werd in 2019 niet gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en remuneratiecomité onderzocht. Na een uitwisseling van informatie en standpunten, met meer bepaald het onderzoek van de prestaties voor de variabele bezoldiging, heeft het benoemings- en remuneratiecomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.
Het basis jaarsalaris vormt de vaste bezoldiging en is gebaseerd op een schema dat wordt gedefinieerd door de bestaande loonstructuur in de Groep CFE. Er bestaat een beoordelingsmarge volgens de ervaring, de functie, de schaarste van de technische competenties, de prestaties enz.
De variabele bezoldiging op korte termijn van de uitvoerende leden van de dochterondernemingen wordt bepaald op basis van individuele en collectieve prestaties.
| Doelstellingen | Principes |
|---|---|
| Financiële rentabiliteit | EBITDA/EBIT/Nettoresultaat tegenover omzet/eigen vermogen alsook schuldgraad |
| Veiligheid | Kwantitatief en kwalitatief criterium, elk voor 50% |
| Kwalitatieve prestatie | De realisatie van een aantal vooraf overeengekomen meer kwalitatieve operationele doelstellingen |
De Groep CFE verzekert zich ervan dat de variabele bezoldiging van de uitvoerende leden van de dochterondernemingen van de groep voldoet aan de bovenstaande doelstellingen en principes en dat de variabele bezoldiging bijgevolg nooit gewaarborgd is. De variabele bezoldiging kan nul zijn indien de prestaties niet voldoen.
De raad van bestuur van de Groep CFE heeft in 2016 op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité een optieplan op het niveau van CFE Contracting ingevoerd. De vijf begunstigden hebben het voorstel aanvaard en de opties hebben een duur van 5 tot 7 jaar.
De raad van bestuur van de Groep CFE heeft in 2017 op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité een optieplan voor 2 begunstigden ingevoerd op het niveau van BPI Real Estate. De opties hebben een duur van 8 jaar. In 2019 werd voorgesteld om dit plan uit te breiden naar een derde begunstigde, die dit aanbod op 12 februari 2020 heeft aanvaard.
De uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE met het statuut van bediende genieten andere voordelen, zoals pensioenplannen, verzekeringen en bedrijfswagens.
In 2019 waren de bedragen van de bezoldigingen en ander voordelen die de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE direct of indirect ontvingen als volgt (globaal uitgedrukte bedragen):
| Uitvoerend managers CFE | |
|---|---|
| Vaste bezoldiging | 3.788.486€ |
| Variabele bezoldiging op korte termijn | 5.394.458€ |
| Andere voordelen | 378.796€ |
Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 op de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE, heeft de gewone algemene vergadering van 2 mei 2019 de volgende tekst goedgekeurd:
| Naam | Duur van de opzeggingstermijn |
|---|---|
| Trorema BVBA, vertegenwoordigd door Raymund Trost Almacon BVBA, vertegenwoordigd door M. Coppens |
6 maanden |
| 8822 BVBA, vertegenwoordigd door Y. Weyts, Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door F. Claes, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door J. Lefèvre, MSQ BVBA, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge |
12 maanden |
De overeenkomsten van de uitvoerend managers van de dochterondernemingen van de Groep CFE voorzien een recht tot terugvordering ten gunste van de vennootschap van een op basis van onjuiste financiële gegevens toegekende variabele bezoldiging.
Dit rapport is bijgevoegd op bladzijde 169 van het jaarverslag
CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in.
In het boekjaar 2019 werd geen bijzonder verslag opgesteld.
Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE NV te kennen dat:
Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar 2019 geen participaties genomen of afgestaan.
De overnamen en afstanden van de dochterondernemingen van CFE worden in het financieel verslag gedetailleerd besproken.
Aannemingsmaatschappij CFE NV heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht en heeft haar bijkantoor in Sri Lanka vereffend.
Zoals beschreven in sectie 5.B.13, zal de COVID-19-pandemie een negatieve invloed hebben op de activiteit, cashflow en resultaten van de groep CFE in 2020. Op datum van dit rapport is het echter niet mogelijk om de impact hiervan in te schatten.
DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van polymetaalknollen in zee.
Gelet op de Covid-19 pandemie, verwacht CFE een daling van haar omzet, kasstromen en resultaten in 2020. Op dit ogenblik kan CFE de financiële impact op de rekeningen van de Groep nog niet becijferen. CFE zal de impact meedelen zodra het mogelijk is om deze te berekenen.
Gezien de ontwikkeling van de COVID-19 pandemie en de daaraan gekoppelde overheidsmaatregelen ziet de vennootschap zich genoodzaakt een aantal maatregelen te nemen in het kader van de jaarvergadering van 7 mei a.s teneinde de gezondheid van de aandeelhouders, obligatiehouders, bestuurders en medewerkers maximaal te waarborgen.
De raad van bestuur beveelt de aandeelhouders en obligatiehouders ten stelligste aan de jaarvergadering van 7 mei niet persoonlijk bij te wonen. Alle aandeelhouders zullen in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de vergadering op afstand te stemmen of een volmacht met steminstructies te geven aan de secretaris van de vergadering, volgens de regels die in deze oproeping zijn uiteengezet.
De vennootschap zal aandeelhouders, obligatiehouders, en volmachthouders enkel toegang kunnen verlenen tot de jaarvergadering indien dit in overeenstemming is met de dan geldende overheidsmaatregelen, algemene aanbe- velingen van overheidsinstanties en -instellingen en over het algemeen indien dit verantwoord is vanuit gezondheids- en veiligheidsoverwegingen.
De vennootschap volgt de gebeurtenissen en de overheidsmaatregelen, inclusief die m.b.t. de organisatie van algemene vergaderingen, op de voet op en zal de aandeelhouders en obligatiehouders informeren, door middel van een persbericht en op haar website, over eventuele bijkomende maatregelen en richtlijnen met betrekking tot (de datum, het bijwonen en de organisatie van) de jaarvergadering.
De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op donderdag 7 mei 2020 om 15.00 uur.
1. Beheerverslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019
2. Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening per 31 december 2019 met inbegrip van de voorgestelde bestemming van het resultaat, waarbij geen dividend wordt uitgekeerd.
Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
5.2. Jaarlijkse bezoldigingen bestuurders en commissaris Voorstel tot besluiten:
Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2020, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.
Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter, van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.
Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 127.000 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat. Deze remuneratie wordt jaarlijks geïndexeerd.
Verlening van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
Verlening van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van Pas De Mots BV, vertegenwoordigd door mevrouw Leen Geirnaerdt, voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024. Pas De Mots BV en mevrouw Leen Geirnaerdt beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 3.5 van de Belgisch Corporate Governance Code 2020.
Voorstel tot besluit:
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Christian Labeyrie voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024. De heer Christian Labeyrie beantwoordt niet aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 3.5 ter van de Belgisch Corporate Governance Code 2020.
Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Philippe Delusinne voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2024. Vanaf 6 mei 2021 zal de heer Philippe Delusinne niet meer beantwoorden aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 3.5 van de Belgisch Corporate Governance Code 2020.
De vaste vertegenwoordiger van de commissaris, de burgerlijke vennootschap die de rechtsvorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft aangenomen Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA, met maatschappelijke zetel te Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1J, B-1930 Zaventem, zal voortaan Rik Neckebroeck zijn in plaats van Michel Denayer en Rik Neckebroeck. Deze beslissing zal ingaan vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2020 en is van toepassing voor de resterende duur van het commissarismandaat, zijnde tot het boekjaar afsluitend op 31 december 2021.
Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14de dag vóór de gewone algemene vergadering, zijnde 23 april 2020 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, het getekend volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe. be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekend origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren of, voor het geval de algemene vergadering niet fysiek zou plaatsvinden, uiterlijk op 30 april 2020 per post opsturen naar de vennootschap.
Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.
De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 30 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, Financieel en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.
Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijk kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.
Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten: uiterlijk op 15 april 2020 om middernacht, Belgische tijd, een schriftelijk verzoek opsturen naar de vennootschap, hetzij per post ter attentie van MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected]; - bewijzen dat ze op de datum van hun aanvraag alleen of samen minstens 3 % van het maatschappelijk kapitaal bezitten en hun aanvraag vergezellen hetzij van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen op naam in het register van de aandelen op naam dat ze vooraf aan de vennootschap hebben gevraagd, hetzij van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffend aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven; - bij hun aanvraag de tekst van de te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen, of de tekst van de voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst moeten worden, voegen.
In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 22 april 2020 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.
De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 22 april 2020 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuw volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.
Elke aandeelhouder heeft het recht om vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris met betrekking tot hun verslag of tot de agendapunten van de gewone algemene
vergadering, voor zover de mededeling van gegevens of feiten niet van dien aard is dat zij nadelig zou zijn voor de zakelijke belangen van de vennootschap of voor de vertrouwelijkheid waartoe de vennootschap, haar bestuurders of de commissaris zich hebben verbonden. Gelet op de onzekerheid over het al dan niet plaatsvinden van een fysieke algemene vergadering, is het de aandeelhouders ten zeerste aanbevolen om hun eventuele vragen uitsluitend schriftelijk te stellen.
De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 1 mei 2020, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Onder voorbehoud van hetgeen voorafgaat zullen enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), op de vergadering beantwoord worden.
Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.
Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelname". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].
Alle relevante informatie met betrekking tot de gewone algemene vergadering van 7 mei 2020 is beschikbaar op de website van de vennootschap: http://www.cfe.be.
CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2018 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019
| DEFINITIES | 099 |
|---|---|
| GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN | 100 |
| VOORNAAMSTE FINANCIËLE STATEN | 100 |
| Geconsolideerde resultatenrekening | 100 |
| Geconsolideerde staat van het globaal resultaat | 100 |
| Geconsolideerd overzicht van de financiële positie | 101 |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht | 102 |
| Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen | 103 |
| GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING | 104 |
| 1. ALGEMENE PRINCIPES | 107 |
| 2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES | 108 |
| 3. CONSOLIDATIEMETHODEN | 121 |
| Consolidatiekring | 121 |
| Transacties binnen de groep | 121 |
| Omrekening van de jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen en | |
| vestigingen | 121 |
| Transacties in vreemde valuta | 121 |
| 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE | 121 |
| Operationele segmenten | 121 |
| Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat | 122 |
| Omzet | 123 |
| Opsplitsing van de omzet van DEME | 123 |
| Opsplitsing omzet van de Pool Contracting | 123 |
| Orderboek | 123 |
| Geconsolideerd overzicht van de financiële positie | 124 |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht | 126 |
| Overige informatie | 126 |
| Geografische informatie | 127 |
| 5. OVERNAMES EN VERKOPEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN | 127 |
| 6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN |
128 |
| 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN | 128 |
| 8. FINANCIEEL RESULTAAT | 129 |
| 9. MINDERHEIDSBELANGEN | 129 |
| 10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT | 130 |
| Opgenomen in het globaal resultaat | 130 |
| Afstemming van het effectief belastingtarief | 130 |
| Geboekte latente belastingen | 131 |
| Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde | |
| belastingvordering geboekt is | 131 |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
131 |
| 11. RESULTAAT PER AANDEEL | 131 |
| 12. IMMATERIELE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL | 132 |
| 13. GOODWILL | 133 |
|---|---|
| 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA | 135 |
| 15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES Wijzigingen van de periode |
136 136 |
| Financiële informatie betreffende geassocieerde deelnemingen en partnerschappen |
137 |
| 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA | 139 |
| 17. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN | 139 |
| 18. VOORRADEN | 140 |
| 19. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN |
140 |
| 20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | 140 |
| 21. KAPITAALSUBSIDIES | 140 |
| 22. PERSONEELSVOORDELEN | 141 |
| 23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN |
145 |
| 24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN | 145 |
| 25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD | 146 |
| 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S |
148 |
| 27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN | 155 |
| 28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN | 155 |
| 29. GESCHILLEN | 155 |
| 30. VERBONDEN PARTIJEN | 155 |
| 31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN | 157 |
| 32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM | 157 |
| 33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE | 158 |
| VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2019 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING |
162 |
| STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN | 166 |
| STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN WINST-EN VERLIESREKENING (BEGAAP) |
166 |
| ANALYSE VAN DE FINANCIËLE SITUATIE EN VAN HET GLOBALE RESULTAAT |
167 |
| Behoefte aan werkkapitaal | Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere vlottende activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen – andere kortlopende verplichtingen |
|---|---|
| Vastgoedbestand | Eigen vermogen pool Vastgoedontwikkeling + Netto financiële schuld pool Vastgoedontwikkeling |
| Netto financiële schuld (NFS) | Langlopende en kortlopende obligatieleningen + Langlopende en kortlopende financiële schulden - Geldmiddelen en kasequivalenten |
| Resultaat van de operationele activiteiten | Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
| EBITDA | Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen |
| Rendement op eigen vermogen (ROE) | Nettoresultaat toerekenbaar aan de groep / eigen vermogen toerekenbaar aan de groep |
| Orderboek | De te realiseren omzet voor de projecten waarvan het contract ondertekend is en in werking is getreden (met name na het verkrijgen van het aanvangsbevel of de opheffing van de opschortende voorwaarden) en waarvoor de projectfinanciering rond is. |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 | 3.624.722 | 3.640.627 |
| Opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 6 | 81.042 | 123.018 |
| Aankopen | (2.120.359) | (2.147.130) | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 7 | (653.870) | (633.090) |
| Overige exploitatiekosten | 6 | (469.248) | (497.748) |
| Afschrijvingskosten | 12-14 | (318.672) | (272.602) |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 143.615 | 213.075 | |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | 15 | 34.092 | 14.169 |
| Bedrijfsresultaat | 177.707 | 227.244 | |
| Bruto financieringskosten | 8 | (2.602) | (8.433) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 8 | (5.120) | (55) |
| Financieel resultaat | (7.722) | (8.488) | |
| Resultaat vóór belastingen | 169.985 | 218.756 | |
| Winstbelastingen | 10 | (38.619) | (49.549) |
| Resultaat van de periode | 131.366 | 169.207 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | 2.058 | 2.323 |
| Resultaat – Toerekenbaar aan de groep | 133.424 | 171.530 | |
| Nettoresultaat toerekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | 11 | 5,27 | 6,78 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Resultaat – Toerekenbaar aan de groep | 133.424 | 171.530 | |
| Resultaat van de periode | 131.366 | 169.207 | |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | (36.479) | (5.498) | |
| Omrekeningsverschillen | 1.153 | 621 | |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 2.772 | 775 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat | (32.554) | (4.102) | |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie- en premieregelingen | 22 | (15.444) | (1.063) |
| Uitgestelde belastingen | 10 | 3.606 | 726 |
| Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat | (11.838) | (337) | |
| Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden | (44.392) | (4.439) | |
| Globaal resultaat: | 86.974 | 164.768 | |
| Toerekenbaar aan de groep | 89.231 | 167.279 | |
| Toerekenbaar aan de minderheidsbelangen | (2.257) | (2.511) | |
| Globaal resultaat (toerekenbaar aan de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | 11 | 3,53 | 6,61 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2019 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 12 | 90.261 | 89.588 |
| Goodwill | 13 | 177.127 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 14 | 2.615.164 | 2.390.236 |
| Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast | 15 | 167.653 | 155.792 |
| Overige financiële vaste activa | 16 | 83.913 | 171.687 |
| Langlopende afgeleide instrumenten | 26 | 0 | 9 |
| Overige vaste activa | 16.630 | 5.501 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 | 100.420 | 99.909 |
| Totaal vaste activa | 3.251.168 | 3.089.849 | |
| Voorraden | 18 | 162.612 | 128.889 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 19 | 996.436 | 1.261.298 |
| Overige vlottende activa uit operationele activiteiten | 19 | 72.681 | 67.561 |
| Overige vlottende activa buiten operationele activiteiten | 19 | 6.267 | 12.733 |
| Kortlopende afgeleide instrumenten | 26 | 751 | 275 |
| Activa aangehouden met het oog op verkoop | 5 | 10.511 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 20 | 612.206 | 388.346 |
| Totaal vlottende activa | 1.861.464 | 1.859.102 | |
| Totaal van de activa | 5.112.632 | 4.948.951 | |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 | |
| Uitgiftepremies | 800.008 | 800.008 | |
| Ingehouden winsten | 995.786 | 923.768 | |
| Toegezegde doelpensioenplannen en bijdragepensioenplannen | (37.089) | (25.521) | |
| Afdekkingsreserves | (40.892) | (7.153) | |
| Omrekeningsverschillen | (10.440) | (11.554) | |
| Eigen vermogen – Toerekenbaar aan de groep CFE | 1.748.703 | 1.720.878 | |
| Minderheidsbelangen | 11.607 | 13.973 | |
| Eigen vermogen | 1.760.310 | 1.734.851 | |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 22 | 70.269 | 57.553 |
| Voorzieningen langlopende | 23 | 12.414 | 35.172 |
| Overige langlopende verplichtingen | 10.651 | 5.725 | |
| Obligatieleningen - langlopend | 25 | 29.689 | 29.584 |
| Financiële schulden - langlopend | 25 | 1.110.212 | 656.788 |
| Afgeleide instrumenten - langlopend | 26 | 8.986 | 9.354 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 10 | 104.907 | 119.386 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1.347.128 | 913.562 | |
| Voorzieningen voor courante risico's | 23 | 46.223 | 65.505 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 19 | 1.221.466 | 1.410.944 |
| Fiscale schulden | 44.078 | 44.543 | |
| Obligatieleningen - kortlopend | 25 | 0 | 200.221 |
| Financiële schulden - kortlopend | 25 | 270.366 | 150.075 |
| Afgeleide instrumenten - kortlopend | 26 | 9.356 | 10.990 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten | 19 | 155.601 | 201.609 |
| Overige kortlopende verplichtingen buiten operationele activiteiten | 19 | 258.104 | 216.651 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2.005.194 | 2.300.538 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 5.112.632 | 4.948.951 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december Toelichting (duizend euro) |
December 2019 |
December 2018 |
|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 143.615 | 213.075 |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 318.672 | 272.602 |
| Toevoeging aan de voorzieningen | (30.587) | 1.265 |
| Waardevermindering op activa en overige niet-kaselementen | 19.524 | 1.018 |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa | (6.100) | (7.530) |
| Dividenden uit geassocieerde deelnemingen partnerschappen | 8.140 | 4.935 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal | 453.264 | 485.365 |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen | 238.441 | (349.838) |
| Afname/(toename) van voorraden | (37.020) | 6.142 |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden | (166.619) | 141.189 |
| Betaalde /ontvangen winstbelastingen | (44.109) | (58.375) |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 443.957 | 224.483 |
| Investeringsactiviteiten | ||
| Verkoop van vaste activa | 13.834 | 15.833 |
| Aankoop van vaste activa | (451.258) | (453.475) |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | 0 | (35) |
| Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en joint-ventures | (8.321) | 70.049 |
| Kapitaalsverhoging van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 |
(16.355) | (8.660) |
| Verkoop van dochterondernemingen | 0 | 1.202 |
| (Nieuwe verstrekte leningen) / terugbetaling van verstrekte leningen | 71.659 | (41.066) |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (390.441) | (416.152) |
| Financieringsactiviteiten | ||
| Betaalde intresten | (24.529) | (22.583) |
| Ontvangen intresten | 14.280 | 13.697 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | (6.635) | (2.734) |
| Leningen 25.3 |
709.361 | 422.808 |
| Terugbetaling van schulden 25.3 |
(462.303) | (294.122) |
| Uitgekeerde dividenden | (60.755) | (60.755) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | 169.419 | 56.311 |
| Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen | 222.935 | (135.358) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar 20 |
388.346 | 523.018 |
| Wisselkoerseffecten | 925 | 686 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 20 |
612.206 | 388.346 |
De overnames en afstotingen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten die niet onder bedrijfscombinaties vallen (pool Vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.
| (duizend euro) | Kapi taal |
Uitgifte premies |
Inge houden winsten |
Toegezegde doelpensi oenplan nen en bijdrage pensioen plannen |
Afdek kingsre serves |
Omrekenings verschillen |
Eigen vermogen –Toereken baar aan de groep |
Minder heidsbe langen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2018 | 41.330 | 800.008 | 923.768 | (25.521) | (7.153) | (11.554) | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 |
| Herwerking IFRS 16 | 0 | 0 | |||||||
| December 2018 (*) | 41.330 | 800.008 | 923.768 | (25.521) | (7.153) | (11.554) | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 |
| Totaal resultaat voor de periode | 133.424 | (11.568) | (33.739) | 1.114 | 89.231 | (2.257) | 86.974 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders | (60.755) | (60.755) | (60.755) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(920) | (920) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
(651) | (651) | 811 | 160 | |||||
| December 2019 | 41.330 | 800.008 | 995.786 | (37.089) | (40.892) | (10.440) | 1.748.703 | 11.607 | 1.760.310 |
(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijzigingen van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van de standaard IFRS 16 Leaseovereenkomsten, wij verwijzen naar toelichting 2.1.
De veranderingen in de reële waarde van de pensioentoezeggingen met vaste prestaties of vaste bijdragen en de veranderingen met betrekking tot de afgeleide instrumenten worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen "22. Personeelsbeloningen" en "15. Geassocieerde deelnemingen".
| (duizend euro) | Kapi taal |
Uitgifte premies |
Inge houden winsten |
Toegezegde doelpensi oenenplan nen |
Afdek kingsre serves |
Omrekenings verschillen |
Eigen vermogen –Toereken baar aan de groep |
Minder heidsbe langen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2017 | 41.330 | 800.008 | 812.993 | (25.268) | (2.457) | (12.252) | 1.614.354 | 14.421 | 1.628.775 |
| Totaal resultaat voor de periode | 171.530 | (253) | (4.696) | 698 | 167.279 | (2.511) | 164.768 | ||
| Dividenden aan aandeelhouders | (60.755) | (60.755) | (60.755) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(365) | (365) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
2.428 | 2.428 | |||||||
| December 2018 | 41.330 | 800.008 | 923.768 | (25.521) | (7.153) | (11.554) | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 |
Het kapitaal op 31 december 2019 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
In de veranderende context van de Covid-19-pandemie, heeft de raad van bestuur beslist om de algemene vergadering voor te stellen geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2019. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2019.
Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2018 bedroeg 2,40 euro bruto per aandeel.
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor de publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 26 maart 2020.
De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.
VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2019 EN 2018 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE
In de loop van 2019 verwierf DEME:
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.
Daarnaast verwierf de groep DEME in 2019:
De bovengenoemde verworven entiteiten werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
In 2019 verkocht DEME alle aandelen die zij in de volgende entiteiten hield:
• 51,10% van de vennootschap B-WIND Polska Sp. z o.o.;
Deze vennootschappen werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode tot hun respectieve datum van verkoop.
DEME heeft ook haar participatie in de volgende entiteiten vereffend:
Deze vennootschappen werden volgens de integrale methode geconsolideerd tot hun respectieve vereffeningsdatum.
DEME heeft haar participatie in de vennootschap Dredging International India PVT Ltd verhoogd van 99,78% naar 99,97%, en in de vennnootschap International Seaport Dredging PVT Ltd van 86% naar 89,61%. Deze vennootschappen blijven geconsolideerd volgens de integrale methode.
DEME heeft ook haar participatie in de vennootschap West Islay Tidal Energy Park Ltd verhoogd van 17,5% naar 35% in ruil voor haar participatie in de vennootschap Fair Head Tidal Energy Park Ltd. Deze vennootschap blijft geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Daarnaast werden de vennootschappen Eversea NV, GeoSea Maintenance NV en ECO Shipping NV, 100% gehouden, overgenomen door DEME Offshore Holding NV, een vennootschap voor 100 % gehouden en volgens de integrale methode geconsolideerd.
De vennootschap Tideway BV, 100 % gehouden en voordien geconsolideerd volgens de integrale methode, werd in twee vennootschappen gesplitst: DEME Offshore NL BV en Dredging International Netherlands BV. Deze zijn 100% gehouden en worden geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 29 maart 2019 werd de vennootschap P-Multitech BVBA met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 overgenomen door VMA NV, een 100% door de groep CFE gehouden vennootschap.
Op 29 maart 2019 veranderden de vennootschappen be. Maintenance SA, Etablissements Druart SA, Nizet Entreprises SA en Vanderhoydoncks NV, 100% dochterondernemingen van CFE Contracting, hun naam in respectievelijk VMA be.Maintenance SA, VMA Druart SA, VMA Nizet SA en VMA Vanderhoydoncks NV.
Op 16 mei 2019 veranderde de vennootschap CFE Bouw Vlaanderen NV, een 100% dochteronderneming van CFE Contracting, haar naam in MBG NV.
Op 16 mei 2019 veranderden de vennootschappen Engema
SA, Engetec SA, José Coghe-Werbrouck NV, Louis Stevens NV en Remacom NV, 100% dochterondernemingen van CFE Contracting, hun naam in respectievelijk Mobix Engema SA, Mobix Engetec SA, Mobix Coghe NV, Mobix Stevens NV en Mobix Remacom NV.
Op 28 mei 2019 veranderde "CFE Bâtiment Brabant Wallonie (CFE BBW)" , 100% dochteronderneming van CFE Contracting, haar maatschappelijke naam in "Bâtiments et Ponts Construction (BPC)".
Op 20 september 2019 verwierf de groep CFE, via haar 100% dochteronderneming VMA NV, 51% van de aandelen van de vennootschap VMA RRobotics Sp. z o.o. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
In het 4de kwartaal van 2019 werd de vennootschap VMA Elektrik Tesisati Ve Insaat Ticaret Limited Sirketi, een 100%-dochteronderneming van de groep CFE, gedeconsolideerd. Deze vennootschap was volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 24 januari 2019 verhoogde BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. haar participatie in de vennootschap ACE 12 Sp. z o.o. van 90% naar 100%. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 19 februari 2019 veranderde deze entiteit ACE 12 Sp. z o.o. , een dochteronderneming van BPI Real Poland Sp. z o.o., haar naam in BPI Vilda Park Sp. z o.o. .
Op 1 juli 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschap BPI Project I Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 30 september 2019 heeft de vennootschap BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie in de vennootschappen Immo Keyenveld I NV en Immo Keyenveld II NV vereffend tegen 50% en geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 1 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, haar participatie in de vennootschap Goodways NV verhoogd van 31,20% tot 50%. Deze vennootschap blijft geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 7 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschappen BPI Project II Sp. z o.o. en BPI Project III Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschapen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 17 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Luxembourg SA, de vennootschap Gravity SA opgericht. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 6 november 2019 heeft de vennootschap BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar volledige participatie in de vennootschap Sogesmaint NV verkocht, voor 100% gehouden en geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 19 november 2019 heeft BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, 70% van de nieuw opgerichte vennootschappen Joma 2060 NV, Life Shapers NV en Tulip Antwerp NV overgenomen. Deze vennootschappen worden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 19 november 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, 50% van de nieuw opgerichte vennootschap KeyWest Development NV overgenomen. Deze vennootschap wordt geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 4 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschappen BPI Project IV Sp. z o.o., BPI Project V Sp. z o.o. en BPI Project VI Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschapen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 6 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, haar volledige participatie in de vennootschap Immobilière du Berreveld NV, die voor 50% gehouden werd en waarop de vermogensmutatiemethode werd toegepast, verkocht.
Op 18 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA, haar participatie in de vennootschap MG Immo SPRL verminderd van 100% tot 50%. Deze vennootschap, die volgens de integrale methode geconsolideerd werd, wordt vanaf nu geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 25 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochterondernemingen CFE Contracting NV en BPI Real Estate Belgium SA, de vennootschap Wood Shapers SA opgericht. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 17 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming Wood Shapers SA, de vennootschap Wood Shapers Luxembourg SA opgericht. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 20 december 2019 verwierf Wood Shapers Luxembourg SA 100% van de aandelen van Immo-Bechel C.L.E. S.à.r.l. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 14 februari 2019 verhoogde de groep CFE haar participatie in Rent-A-Port NV van 45% naar 50%. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
Op 28 februari 2019 werd de voor 50% door de groep CFE gehouden vennootschap Liveway Ltd. vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 19 november 2019 werd de vennootschap CFE Slovakia SRO, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend.
Deze vennootschap was volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 19 november 2019 werd de vennootschap Lockside Ltd, een 50% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap werd geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
In het 4de kwartaal van 2019 werd de vennootschap Cobel Contracting Nigeria Ltd, een 50% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
In de loop van 2018 verwierf DEME:
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.
Daarnaast verwierf DEME ook in 2018:
De voornoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.
In 2018 verkocht DEME al haar aandelen in de volgende entiteiten:
DEME heeft haar belang in Middle East Dredging Company QSC (Medco) verhoogd van 44,1% tot 95%. Deze vennootschap, die verwerkt werd volgens de vermogensmutatiemethode, wordt nu geconsolideerd volgens de integrale methode. De vennootschap Scaldis Salvage & Marine Contractors NV, 54,38% gehouden en voorheen geconsolideerd volgens de integrale methode, wordt nu verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.
DEME heeft haar participatie in De Vries & Van de Wiel Kust- en Oeverwerken BV verlaagd van 87,45 % naar 74,90%. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de integrale methode. Bovendien werden de vennootschappen Europ Agregats sàrl, 100% gehouden, en Ecoterres Holding, 74,90% gehouden, overgenomen door respectievelijk DEME Building Materials NV en DEME Environmental Contractors NV, beide voor 100% gehouden.
Op 31 juli 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen VMA NV en Vanderhoydoncks NV, 100% van de aandelen van de vennootschap P-Multitech BVBA. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 28 november 2018 verkochten CFE Contracting NV en VMA NV, beide volledige dochterondernemingen van de groep CFE, hun volledige aandelen in de vennootschap Voltis SA, 100% gehouden en volgens de integrale methode geïntegreerd.
Op 12 december 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming CFE Contracting NV, 12% van de nieuw opgerichte vennootschap LuWa SA. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 28 december 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming Engetec SA, 25% van de nieuw opgerichte vennootschap LuWa Maintenance SA. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 1 januari 2018 verhoogde de groep CFE via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA haar participatie in D.H.B. SA van 75,33% naar 100%. Dit bedrijf werd al geïntegreerd volgens de integrale methode.
Op 14 mei 2018 veranderde de vennootschap Foncière Sterpenich SA, een dochteronderneming van BPI Real Estate Belgium SA, haar naam in BPI Park West SA.
Op 30 mei 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland, 100% van de aandelen van de vennootschap BPI Sadowa Sp. z.o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 8 juni 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA en BPI Samaya SA, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wolimmo SA. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 8 juni 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium SA en BPI Samaya SA, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Zen Factory SA. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 7 augustus 2018 verwierf de groep CFE, via haar doch-
terondernemingen BPI Real Estate Belgium SA, 50% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Debrouckère Development SA. Deze vennootschap wordt geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 27 september 2018 verkocht BPI Real Estate Belgium SA, een 100% gehouden dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie van 50% in Elinvest SA, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd.
Op 3 oktober 2018 verwierf de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., 100% van de aandelen van de vennootschap BPI Czysta Sp. z.o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 13 november 2018 verwierf CFE NV 49% van de nieuwe opgerichte vennootschappen BPG Congrès SA en BPG Hôtel SA. Deze vennootschappen worden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten van CFE op 31 december 2019 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2019 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS- normen en –interpretaties.
De op 31 december 2019 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2018, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2019 verplicht van toepassing zijn.
Bovendien heeft DEME tijdens de jaarlijkse analyse van de afschrijvingsregels, in termen van afschrijvingspercentages en restwaarde, bijkomende regels aangenomen met betrekking tot de waardering van haar vloot. De impact van de aanpassing van deze boekhoudprincipes heeft geen materiële gevolgen voor de financiële staten van de groep CFE. Deze regels worden beschreven in toelichting 2.2 (H).
terugbetaling met negatieve compensatie
• Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS cyclus 2015-2017
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen materiële gevolgen voor de geconsolideerde financiële staten van CFE, met uitzondering van de toepassing van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten. De impact van de toepassing van deze norm op de geconsolideerde balans van de groep CFE wordt voorgesteld in toelichting 2.1.
De groep heeft beslist om niet te anticiperen op de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing op 31 december 2019 niet verplicht is.
De Groep heeft gekozen voor vervroegde toepassing van de volgende standaarden en interpretaties die van toepassing waren op de datum van goedkeuring van de financiële staten, maar die niet van kracht waren op de afsluitingsdatum van deze financiële staten:
• Aanpassingen van IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 Hervorming van de referentierentevoeten (van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2020)
De aanpassingen wijzigen de specifieke vereisten inzake hedge accounting, zodat de groep CFE deze vereisten inzake hedge accounting kan toepassen in de veronderstelling dat de rentevoetbenchmark niet wordt gewijzigd door de hervorming van de rentevoetbenchmark.
De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna "de vennootschap" of "CFE" genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2019 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen ("groep CFE") en haar belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.
De norm IFRS 16, die van toepassing is op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019, brengt belangrijke wijzigingen aan in de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten door de leasingnemer. Deze nieuwe norm schaft namelijk het onderscheid af dat vóór 1 januari 2019 van toepassing was tussen operationele lease en financiële lease. Hij voegt dus de verplichting toe om een gebruiksrecht en een leaseverplichting op te nemen op de aanvangsdatum voor alle leaseovereenkomsten (met uitzondering van kortetermijnovereenkomsten of overeenkomsten met een laagwaardig onderliggend actief). IFRS 16 vervangt de norm en de interpretaties IAS 17, IFRIC 4, SIC 15 en SIC 27. Terwijl onder IAS 17 de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten werd bepaald op basis van een beoordeling van de overdracht van de risico's en voordelen van de eigendom van het actief, vereist IFRS 16 één enkele methode voor de verwerking van leaseovereenkomsten door de leasingnemers die de balans op een vergelijkbare manier beïnvloedt als financiële leaseovereenkomsten. Voor de Groep is de datum van eerste toepassing van IFRS 16 1 januari 2019.
IFRS 16 wijzigt de manier waarop de Groep leaseovereenkomsten verwerkt die voorheen onder IAS 17 als operationele leaseovereenkomsten werden geclassificeerd en daarom buiten de balans werden verwerkt. Meer specifiek omvat de toepassing van deze nieuwe standaard de volgende effecten op de geconsolideerde balans, de geconsolideerde winst-en-verliesrekening en het geconsolideerde kasstroomoverzicht:
De impact van de toepassing van IFRS 16 op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep wordt hieronder beschreven.
Voor de toepassing van IFRS 16 heeft de Groep gekozen voor de vereenvoudigde retrospectieve methode, methode B, waarbij een actief in de geconsolideerde balans wordt opgenomen voor het gebruiksrecht en de bijbehorende huurverplichtingen vanaf 1 januari 2019. De vergelijkende financiële staten zijn alleen aangepast op het niveau van de geconsolideerde balans. De gegevens voor het jaar 2018, die voor vergelijkingsdoeleinden zijn opgenomen in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet aangepast en worden nog steeds gepresenteerd in overeenstemming met het boekhoudkundig kader dat van toepassing was in 2018. De in aanmerking genomen marginale leentarieven zijn 3,5%, 3% en 2% voor respectievelijk de gebouwen, de uitrusting en de voertuigen voor de polen Contracting en BPI. DEME hanteert een tarief van 1,7% voor kortlopende leasing en 3,15% voor langlopende erfpacht.
De impact van de eerste toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de geconsolideerde balans voor het jaar eindigend op 31 december 2018 is als volgt bepaald:
| December 2018, gepubliceerd | Aanpassing IFRS 16 | December 2018, na herformulering | |
|---|---|---|---|
| Langlopende activa, waaronder: | |||
| Materiële vaste activa | 2.390.236 | 98.763 | 2.488.999 |
| Eigen vermogen – Toerekenbaar aan de groep CFE, waarvan: | |||
| Ingehouden winsten | 923.768 | 0 | 923.768 |
| Passiva, waaronder: | |||
| Langlopende financiële schulden | 656.788 | 75.541 | 732.329 |
| Kortlopende financiële schulden | 150.075 | 23.222 | 173.297 |
De toepassing van de nieuwe IFRS 16 Leaseovereenkomsten vanaf 1 januari 2019 heeft op het niveau van de geconsolideerde openingsbalans van de Groep CFE geleid tot de opname van activa voor gebruiksrechten en huurverplichtingen voor 98,8 miljoen euro (waarvan 83,5 miljoen euro bij DEME), wat de impact op de netto financiële schuld van de groep bij de opening vertegenwoordigt.
| (duizend euro) | 1 januari 2019 |
|---|---|
| Operationele leaseovereenkomsten per 31 december 2018 | 132.882 |
| Aftrek voor leaseovereenkomsten op korte termijn (die in 2019 vervallen) | (843) |
| Aftrek voor leaseovereenkomsten met geringe waarde | 0 |
| Toevoeging van aankoopopties of opties voor de verlenging van de overeenkomsten | 0 |
| Overige (*) | (6.831) |
| Huurschuld - voor actualisering | 125.208 |
| Impact van de verdiscontering | (26.445) |
| Huurschulden per 1 januari 2019 | 98.763 |
(*) De rubriek "Overige" houdt voornamelijk verband met de aftrek van dienstencomponenten die niet in de huurschuld opgenomen zijn (verzekerings- en onderhoudskosten in de leasecontracten van auto's) en de aftrek van de in 2018 ondertekende contracten voor activa die na 1 januari 2019 beschikbaar zijn.
De impact van de toepassing van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat van de financiële positie en de geconsolideerd kasstroomoverzicht van de Groep CFE per 31 december 2019 wordt als volgt samengevat:
| Periode van 1 januari tot 31 december (duizend euro) | 2019 |
|---|---|
| Impact op het globaal resultaat | |
| Teruggeboekte huren van leasecontracten | +25.355 |
| Afschrijvingen en impairment van de activa met een gebruiksrecht | (24.432) |
| EBIT | +924 |
| EBITDA | +25.355 |
| Financieel resultaat - Financiële rente op de huurschuld | (1.847) |
| Impact op het nettoresultaat van het boekjaar | (924) |
| Impact op het geconsolideerd overzicht van de financiële positie | |
| Activa met een gebruiksrecht | 102.279 |
| waarvan activa met een gebruiksrecht die in de loop van het boekjaar 2019 nieuw worden aangehouden | 32.896 |
| Huurschulden | 103.203 |
| Impact op het kasstroomoverzicht | |
| Kasstroom van de operationele activiteiten - teruggeboekte huren | +25.355 |
| Kasstroom van de financieringsactiviteiten - hoofdsom | (23.508) |
| Kasstroom van de financieringsactiviteiten - rente | (1.847) |
De toepassing van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten had een impact op het geconsolideerde kasstroomoverzicht van de groep. De huurgelden met betrekking tot deze contracten (25.355 duizend euro in 2019) die tot 31 december 2018 in de overige bedrijfskosten waren opgenomen en die bijgevolg beschouwd werden als kasstromen uit de bedrijfsactiviteiten, worden sinds 1 januari 2019 immers beschouwd als kasstromen uit financieringsactiviteiten. Deze laatste worden opgesplitst in een rentelast op de huurverplichtingen (-1.847 duizend euro in 2019) en de terugbetaling van de hoofdsom van de huurverplichtingen (-23.508 duizend euro in 2019).
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.
Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:
Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Het is duidelijk dat de brexit invloed zal hebben op de relaties van DEME met haar klanten, leveranciers en medewerkers. Ook binnen de pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra zullen de veranderingen een groot deel van de volgende businessunits beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. In dit verband werd een evaluatie van de impact van de brexit op de activiteiten van DEME, met name van het project Moray East, uitgevoerd op basis van een scenario zonder akkoord ('no deal'). Hoewel er geen materiële risico's geïdentificeerd werden, is er een risicoafdekkingsstrategie opgezet om de impact van de brexit te beperken.
Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:
Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de win-
sten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.
Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.
Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ("put" op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven. Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.
Een joint venture is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de geassocieerde deelnemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.
Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de
groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en de schulden voor de verplichtingen die daarop betrekking hebben. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name "omrekeningsverschillen". Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.
| Valuta | Slotkoers 2019 |
Gemiddelde koers 2019 |
Slotkoers 2018 |
Gemiddelde koers 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Poolse zloty | 4,26 | 4,30 | 4,30 | 4,26 |
| Hongaarse forint | 330,53 | 325,30 | 320,98 | 318,89 |
| US dollar | 1,12 | 1,12 | 1,15 | 1,18 |
| Singapore dollar | 1,51 | 1,53 | 1,56 | 1,59 |
| Qatarse riyal | 4,09 | 4,08 | 4,17 | 4,30 |
| Roemeense leu | 4,78 | 4,75 | 4,66 | 4,65 |
| Tunesische dinar | 3,12 | 3,28 | 3,43 | 3,11 |
| CFA frank | 655,96 | 655,96 | 655,96 | 655,96 |
| Australische dollar | 1,60 | 1,61 | 1,62 | 1,58 |
| Nigeriaanse naira | 408,97 | 405,01 | 416,29 | 425,60 |
| Marokkaanse dirham | 10,74 | 10,77 | 10,94 | 11,08 |
| Turkse lira | 6,68 | 6,36 | 6,06 | 5,71 |
| 1 euro = X vreemde valuta |
1 euro = X vreemde valuta
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.
De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:
| Minstens 5% | De exploitatieconcessies |
|---|---|
| 20%-33,33% | De software |
De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.
Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.
Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:
Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.
De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).
Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.
Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.
Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.
Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.
Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.
Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:
| vrachtwagens: | 5 jaar |
|---|---|
| voertuigen: | 3-5 jaar |
| ander materieel: | 5 jaar |
| informaticamaterieel: | 3 jaar |
| kantoormaterieel: | 5 jaar |
| kantoormeubilair: | 10 jaar |
| renovatie van gebouwen/nieuwbouw: | 20-33 jaar |
| Trailing suction hopper dredgers, Cutter suction dredgers, Cable Lay Vessels and DP3 Offshore crane vessels: |
20 jaar met restwaarde van 1% |
| pontons, bakken, werkschepen en boosters: | 18 jaar zonder restwaarde |
| transportschepen, binnenvaartschepen | 25 jaar met restwaarde van 1% |
| kranen: | 8-12 jaar met of zonder restwaarde van 1% |
| grondverzetmaterieel: | 7 jaar zonder restwaarde |
| leidingen: | 3 jaar zonder restwaarde |
| containers en werfinstallaties: | 5 jaar |
| divers werfmaterieel: | 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.
De aanschaffingswaarde wordt in twee delen verdeeld: een hoofdcomponent die overeenkomt met 90% van de aanschaffingswaarde, lineair afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type schip, en een secundair component "onderhoud" die overeenkomt met 10% van de aanschaffingswaarde en die lineair wordt afgeschreven over 5 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, worden het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.
De afschrijvingsmethode, de economische levensduur en de restwaarde worden jaarlijks geëvalueerd. In 2019 is de restwaarde van de activa aangepast van 5% naar 1%. De economische levensduur is voor bepaalde activa verlengd van 18 jaar tot 20 jaar. Daarnaast wordt het aandeel van de zogenaamde hoofd- en onderhoudscomponenten, die 92% en 8% vertegenwoordigden, vanaf 2019 geschat op 90% en 10%.
Bij de verwerving van een schip worden de vervangingsonderdelen gekapitaliseerd in verhouding met de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van het schip (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.
Bovendien worden de droogdokkosten van de hoofdvloot opgenomen in de boekwaarde van het schip wanneer deze worden gemaakt en afgeschreven over de periode tot de volgende droogdokking.
Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.
Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.
De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen. De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige verplichtingen worden geboekt als financiële schulden. Schadeloosstellingen met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt gebruikt.
Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als afschrijving van de lopende verplichting, zodat dit resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Bij vroegtijdige beëindiging van een leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
Elke categorie van beleggingen wordt aan het juiste waarde geboekt tegen aanschaffingsdatum. De waarderingsmethode hangt van de categorieën hieronder af:
Beleggingen in leningsvorderingen worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:
De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
We verwijzen naar paragraaf (M).
Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf Y.
Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is. De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, na aftrek van de eventuele waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het geschatte verliesmodel, dat vereist dat rekening wordt gehouden met de gedisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verliezen die moeten worden gemaakt in verschillende scenario's. Deze analyse wordt per geval uitgevoerd, op het niveau van elke werf.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die onder het toepassingsgebied van IFRS 9 vallen, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.
De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante
waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.
Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.
Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd
herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.
Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.
Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type "met vaste prestaties" en het type "met vaste bijdragen".
In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimum rendement en worden ze dus beschouwd als regelingen van het type "met vaste prestaties".
De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.
De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.
b) Pensioenplannen van het type "vaste prestaties" Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de "projected unit credit"-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kost op regelmatige wijze gespreid wordt over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.
De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk type regeling met vaste prestaties. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen. De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.
De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit hoofd van een regeling met vaste prestaties voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van ontvangen diensten. De kosten van ontvangen diensten die verband houden met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van ontvangen diensten verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun reële waarde, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf K 2.1 voor de definitie van deze methode.
Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een dekkingsdocumentatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf Y.
De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun tegen geamortiseerde kostprijs.
Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.
De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting. De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden. In het kader van het verkrijgen van investeringsaftrek op het niveau van de SeaMade- en Rentel-windparkconcessiebedrijven, zijn DEME en Green Offshore van mening dat er een hoge mate van onzekerheid blijft bestaan en dat er geen uitgestelde belastingvorderingen op deze posities worden erkend.
Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst- en verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten.
Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is:
Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winsten verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend als een kost.
Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract vastgesteld wordt en wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het
resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden.
De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en wordt toegerekend aan de prestatieverplichting op basis van individuele verkoopprijzen. De individuele verkoopprijzen worden geschat op basis van de verwachte kosten plus de geschatte marge.
Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit is een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van staal, het brandstofverbruik of wijzigingen in de ontwerpprijs worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden.
Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden.
Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de vennootschap goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is.
Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de vennootschap een vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract.
CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm (bv. mobilisatiekosten) die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten.
De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken, landwinning, waterbouwkundige werken, diensten voor de offshore olie- en gasindustrie en hernieuwbare energie. Opbrengsten uit het merendeel van de bouw- en servicecontracten worden opgenomen als één enkele prestatieverplichting die geleidelijk aan wordt gerealiseerd. De Groep was van mening dat opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden moeten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kostprijsmethode. Als zodanig bepaalt het model dat opbrengsten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing van de prestatieverplichting, dat overeenkomt met de overdracht van de zeggenschap over de goederen of diensten aan een klant. Kosten en opbrengsten worden opgenomen volgens het stadium van voltooiing van het uit te voeren contract aan het einde van de periode, gemeten als het toegezegde deel van de projectkosten voor de uitvoering van het contract tot op heden, rekening houdend met de geschatte totale kosten, behalve wanneer dit niet representatief is voor het stadium van voltooiing. Er zal een correctie worden aangebracht voor de kosten van apparatuur die is aangeschaft maar nog niet is vervaardigd of in bewerking is op de verslagdatum. Indien het contract meerdere afzonderlijke prestatieverplichtingen bevat, wijst de Groep de totale contractprijs toe aan elke prestatieverplichting in overeenstemming met de bepalingen van IFRS 15. Voor een beperkt aantal EPCI-contracten binnen de pool DEME (offshore windmolenparken) werden meerdere prestatieverplichtingen geïdentificeerd. Deze prestatieverplichtingen hebben betrekking op enerzijds inkoopactiviteiten en anderzijds transport- en installatieactiviteiten.
CFE staat in voor het globale beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals afbraak, grondwerken, bodemsanering, funderingswerken, aankoop van materialen, bouw van de ruwbouw en de gevels, installatie van de technische percelen (elektriciteit, HVAC, enz.) en de afwerking van de werken.
Prestatieverplichtingen om goederen en diensten over te dragen worden in het kader van het contract niet afzonderlijk behandeld, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent door goederen en diensten (de inputs) te integreren in het gebouw (het gecombineerde product) waarvoor de klant een overeenkomst heeft gesloten. Daarom zijn goederen en diensten niet gescheiden. De entiteit neemt alle goederen en diensten in het contract op als één enkele prestatieverplichting. Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing op basis van de kostenmethode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dan toe gemaakte projectkosten in de totale geschatte kosten.
Voor zover het contract expliciet elke eenheid afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren, moet de constructie van elke eenheid worden beschouwd als een afzonderlijke prestatieverplichting en worden de producten afzonderlijk erkend voor elke prestatieverplichting.
Voor sommige contracten, voornamelijk in het multitechnische segment, beslaan de installatie- en uitvoeringswerkzaamheden een zeer korte periode. Voor dergelijke contracten worden de opbrengsten verantwoord wanneer de werkzaamheden zijn voltooid.
CFE staat in voor het globale beheer van de vastgoedprojecten waarbij verschillende blokken van gebouwen in aanbouw (of nog te bouwen) aan de klant worden verkocht. Hoewel de lokale toezichthouder de eigendomsoverdracht aan de eindklant regelt, wordt de prestatieverplichting geleidelijk of op een specifiek moment nagekomen. Opbrengsten worden opgenomen zodra de materiële risico's en voordelen van eigendom in wezen zijn overgedragen aan de koper en er geen onzekerheid bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de eventuele terugzending van de goederen. De overdracht van terreinen en gebouwen wordt over het algemeen beschouwd als een enkele prestatieverplichting.
Indien de lokale toezichthouder de eigendom van de bouw geleidelijk overdraagbaar maakt gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden en indien de groep contractueel verplicht is de eigendommen door te sturen naar andere klanten en een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden, zullen de opbrengsten uit de bouw van deze woningen derhalve geleidelijk worden opgenomen volgens de kostengebaseerde methode, d.w.z. volgens het aandeel in de contractkosten die gemaakt werden voor de realisatie tot op heden op de geschatte totale kosten en volgens de mate van eigendomsoverdracht op de balansdatum. Deze methode wordt beschouwd als een passende beoordeling van de mate van voltooiing met het oog op de volledige nakoming van deze prestatieverplichtingen in het kader van IFRS 15.
Hoewel de wetgever bepaalt dat de overdracht van risico's en voordelen en het afdwingbare recht op betaling pas wordt vastgesteld wanneer de wooneenheid volledig is gebouwd en geleverd, worden de inkomsten pas op een specifiek moment erkend: bij de ondertekening van de notariële akte of het overdrachtsprotocol tussen CFE en de eindklant.
Huuropbrengsten en -vergoedingen worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst.
Een overheidssubsidie wordt initieel opgenomen in de balans als uitgestelde baten wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze ontvangen zal worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies die de onderneming vergoeden voor gemaakte kosten worden systematisch opgenomen als overige bedrijfsopbrengsten gedurende de periode waarin de overeenkomstige kosten gemaakt worden die door de subsidie gedekt moeten worden.
Subsidies die de onderneming vergoeden voor de kostprijs van een actief worden systematisch opgenomen als aftrek van de kosten voor deze vaste activa. Ze worden opgenomen tegen hun verwachte waarde op de datum van de eerste opname in de geconsolideerde balans en in mindering gebracht op de afschrijvingskosten van het onderliggend actief over zijn gebruiksduur in de resultatenrekening.
De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens de norm IFRS 9, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen hun reële waarde. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.
De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
De reële waarde van een "forward exchange contract" is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde "forward"-prijs.
De afgeleide financiële instrumenten zijn van toepassing als aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is:
Het economisch verband tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument moet gedocumenteerd worden, evenals de potentiële bronnen van inefficiëntie;
Retrospectieve inefficiëntie moet bij elk besluit gemeten worden.
De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boekhoudkundige kwalificatie van het instrument:
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een niet-financiële actief of verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek "eigen vermogen" en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek "eigen vermogen" en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek "eigen vermogen". Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek "eigen vermogen", terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.
Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting. Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.
Activa aangehouden met het oog op verkoop worden gewaardeerd tegen de laagste tussen de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten. Deze zijn in een aparte rubriek van de geconsolideerde staat van de financiële positie gerapporteerd. Op 31 december 2019, betreft het de activa van de vennootschap Merkur Offshore GmbH.
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen: de pool DEME, de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met
Vennootschappen waarvan de groep rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Dit betreft met name, Rent-A-Port en bepaalde dochterondernemingen van DEME en BPI.
Evolutie van de consolidatiekring
| Aantal entiteiten | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Integrale methode | 200 | 200 |
| Vermogensmutatiemethode | 142 | 128 |
| Totaal | 342 | 328 |
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
In de meeste gevallen stemt de operationele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de winst-en-verliesrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de winst-en-verliesrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.
De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.
De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele polen:
De pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra is via haar dochtermaatschappij DEME actief op het gebied van baggerwerken (investeringsbaggerwerken en onderhoudsbaggerwerken), de aanleg van offshore windmolens, de aanleg van onderzeese kabels, de bescherming van pijpleidingen, de behandeling op het land, verontreinigd slib en de civiele bouwkunde.
De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Spoor & Nutsvoorzieningen.
voedingsindustrie, geautomatiseerd beheer van technische installaties in gebouwen, elektromechanica van weg- en spoorweginfrastructuur (tunnels, enz.), langetermijnonderhoud van technische installaties en projecten van het ESCO-type (verbetering van de energieprestatie van gebouwen).
• de MOBIX-cluster, die spoorwegwerkzaamheden (aanleg van sporen en bovenleidingen) en signalering, energietransport en openbare verlichting omvat.
De pool vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen.
Naast de activiteiten die specifiek zijn voor een holding, omvat deze afdeling ook:
| 2019 (duizend euro) |
DEME | Herwerking DEME |
Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal gecon solideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.621.965 | 998.671 | 59.065 | 12.433 | (67.412) | 3.624.722 | |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 141.645 | (4.589) | 18.729 | 1.030 | (13.281) | 81 | 143.615 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 160.094 | (5.273) | 18.806 | 13.686 | (9.687) | 81 | 177.707 |
| % omzet | 6,11% | 1,88% | 23,17% | 4,90% | |||
| Financieel resultaat | (6.749) | 611 | (833) | (1.338) | 587 | 0 | (7.722) |
| Belastingen | (30.321) | 1.059 | (8.446) | (791) | (109) | (11) | (38.619) |
| Resultaat toerekenbaar aan de groep | 125.041 | (3.603) | 9.527 | 11.598 | (9.209) | 70 | 133.424 |
| % omzet | 4,77% | 0,95% | 19,64% | 3,68% | |||
| Niet-kaselementen | 295.366 | 4.589 | 14.393 | (888) | (5.851) | 0 | 307.609 |
| EBITDA (*) | 437.011 | 0 | 33.122 | 142 | (19.132) | 81 | 451.224 |
| % omzet | 16,67% | 3,32% | 0,24% | 12,45% |
(*) We verwijzen naar toelichting 2.1 voor de impact van IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de afschrijvingen voor de periode van 1 januari tot 31 december 2019.
| 2018 (duizend euro) |
DEME | Herwerking DEME |
Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal gecon solideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.645.780 | 934.573 | 94.696 | 27.051 | (61.473) | 3.640.627 | |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 196.012 | (4.589) | 22.728 | 10.346 | (10.865) | (557) | 213.075 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 202.940 | (5.273) | 22.728 | 13.209 | (5.803) | (557) | 227.244 |
| % omzet | 7,67% | 2,43% | 13,95% | 6,24% | |||
| Financieel resultaat | (6.391) | 2.901 | (2.073) | (2.832) | (93) | 0 | (8.488) |
| Belastingen | (43.231) | 384 | (5.491) | (1.134) | (124) | 47 | (49.549) |
| Resultaat toerekenbaar aan de groep | 155.570 | (1.988) | 15.161 | 9.321 | (6.024) | (510) | 171.530 |
| % omzet | 5,88% | 1,62% | 9,84% | 4,71% | |||
| Niet-kaselementen | 262.889 | 4.589 | 12.686 | (1.932) | (3.347) | 0 | 274.885 |
| EBITDA | 458.901 | 0 | 35.414 | 8.414 | (14.212) | (557) | 487.960 |
| % omzet | 17,34% | 3,81% | 8,87% | 13,40% |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| België | 1.495.250 | 1.080.912 |
| Andere Europa | 1.410.888 | 1.739.573 |
| Midden-Oosten | 77.665 | 45.597 |
| Azië | 290.449 | 355.996 |
| Oceanië | 36.662 | 56.122 |
| Afrika | 221.397 | 265.266 |
| Amerika | 92.411 | 97.161 |
| Totaal geconsolideerd | 3.624.722 | 3.640.627 |
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De groep heeft in 2019 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van de omzet.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Dredging | 1.084.553 | 986.856 |
| DEME Offshore | 1.141.093 | 1.350.508 |
| Environmental | 147.417 | 124.394 |
| Infra | 196.898 | 124.099 |
| Overige | 52.004 | 59.923 |
| Totaal | 2.621.965 | 2.645.780 |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Bouw | 733.539 | 692.444 |
| Multitechnieken | 179.632 | 170.642 |
| Rail & Utilities | 85.500 | 71.487 |
| Contracting | 998.671 | 934.573 |
De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.
De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.
| (miljoen euro) | 2019 | 2018 | % verschil |
|---|---|---|---|
| DEME | 3.750,0 | 4.010,0 | -6,5% |
| Contracting | 1.385,5 | 1.320,3 | +4,9% |
| Bouw | 1.016,8 | 1.069,1 | -4,9% |
| Multitechnieken | 188,5 | 168,4 | +11,9% |
| Rail & Utilities | 180,2 | 82,8 | +117,6% |
| Vastgoedontwikkeling | 12,7 | 10,8 | +17,6% |
| Holding en niet-overge dragen activiteiten |
34,7 | 44,8 | -22,5% |
| Totaal | 5.182,9 | 5.385,9 | -3,8% |
| per 31 december 2019 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoedontwik keling |
Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.529.919 | 81.173 | 1.742 | 2.330 | 0 | 2.615.164 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 23.600 | (23.600) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 36.178 | 0 | 29.874 | 17.861 | 0 | 83.913 |
| Overige langlopende activa | 266.417 | 15.656 | 51.029 | 1.287.700 | (1.245.838) | 374.964 |
| Voorraden | 13.152 | 15.720 | 130.837 | 4.528 | (1.625) | 162.612 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 475.135 | 67.550 | 6.411 | 63.110 | 0 | 612.206 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief | 0 | 75.684 | 11.167 | 2.327 | (89.178) | 0 |
| Overige vlottende activa | 724.124 | 306.630 | 23.703 | 37.824 | (5.635) | 1.086.646 |
| Totaal van de activa | 4.200.492 | 583.973 | 254.763 | 1.439.280 | (1.365.876) | 5.112.632 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.675.537 | 83.670 | 76.296 | 1.172.271 | (1.247.464) | 1.760.310 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 1.800 | 21.800 | 0 | (23.600) | 0 |
| Langlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 29.689 | 0 | 0 | 29.689 |
| Langlopende financiële schulden | 947.798 | 23.174 | 13.378 | 125.862 | 0 | 1.110.212 |
| Overige langlopende verplichtingen | 175.248 | 15.880 | 14.514 | 1.585 | 0 | 207.227 |
| Kortlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kortlopende financiële schulden | 235.791 | 9.857 | 14.382 | 10.336 | 0 | 270.366 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief | 0 | 2.327 | 4.698 | 82.153 | (89.178) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1.166.118 | 447.265 | 80.006 | 47.073 | (5.634) | 1.734.828 |
| Totaal van de passiva | 2.524.955 | 500.303 | 178.467 | 267.009 | (118.412) | 3.352.322 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 4.200.492 | 583.973 | 254.763 | 1.439.280 | (1.365.876) | 5.112.632 |
| per 31 december 2018 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.326.304 | 61.526 | 928 | 1.478 | 0 | 2.390.236 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 108.066 | 0 | 35.106 | 28.515 | 0 | 171.687 |
| Overige langlopende activa | 274.058 | 13.217 | 34.923 | 1.274.450 | (1.245.849) | 350.799 |
| Voorraden | 15.244 | 16.945 | 94.592 | 3.733 | (1.625) | 128.889 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 287.394 | 53.440 | 9.197 | 38.315 | 0 | 388.346 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – actief | 0 | 62.808 | 2.793 | 1.889 | (67.490) | 0 |
| Overige vlottende activa | 914.328 | 314.783 | 26.180 | 96.214 | (9.638) | 1.341.867 |
| Totaal van de activa | 4.080.961 | 544.279 | 203.719 | 1.464.594 | (1.344.602) | 4.948.951 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
| Eigen vermogen | 1.646.910 | 84.781 | 68.108 | 1.182.527 | (1.247.475) | 1.734.851 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Langlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 29.584 | 0 | 0 | 29.584 |
| Langlopende financiële schulden | 494.796 | 10.156 | 21.836 | 130.000 | 0 | 656.788 |
| Overige langlopende verplichtingen | 179.572 | 14.712 | 10.923 | 21.983 | 0 | 227.190 |
| Kortlopende obligatieleningen | 200.221 | 0 | 0 | 0 | 0 | 200.221 |
| Kortlopende financiële schulden | 148.376 | 1.699 | 0 | 0 | 0 | 150.075 |
| Interne kaspositie – Cash pooling – passief | 0 | 1.889 | 11.043 | 54.558 | (67.490) | 0 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1.411.086 | 431.042 | 42.225 | 75.526 | (9.637) | 1.950.242 |
Totaal van de passiva 2.434.051 459.498 135.611 282.067 (97.127) 3.214.100 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.080.961 544.279 203.719 1.464.594 (1.344.602) 4.948.951
| per 31 december 2019 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding, niet-overge dragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
435.721 | 31.478 | 5.143 | (19.078) | 453.264 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten | 388.813 | 48.832 | 10.261 | (3.949) | 443.957 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten | (370.319) | (13.417) | (40) | (6.665) | (390.441) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | 168.619 | (21.559) | (13.053) | 35.412 | 169.419 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | 187.113 | 13.856 | (2.832) | 24.798 | 222.935 |
| per 31 december 2018 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding, niet-overge dragen activiteiten en eliminaties |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
454.987 | 36.904 | 10.994 | (17.520) | 485.365 |
| Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele activiteiten | 222.406 | 20.552 | (1.909) | (16.566) | 224.483 |
| Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten | (395.432) | (6.569) | (700) | (13.451) | (416.152) |
| Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten | 24.893 | (19.684) | 8.546 | 42.556 | 56.311 |
| Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen | (148.133) | (5.701) | 5.937 | 12.539 | (135.358) |
De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in de polen DEME, Vastgoedontwikkeling en Holding en niet-overgedragen activiteiten. De pool DEME maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.
| per 31 december 2019 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (297.638) | (16.662) | (949) | (607) | (315.856) |
| Investeringen | 432.449 | 25.222 | 651 | 113 | 458.435 |
| Waardeverminderingen | (2.816) | 0 | 0 | 0 | (2.816) |
| per 31 december 2018 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoedont wikkeling |
Holding en niet-overgedra gen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
| Afschrijvingen | (261.182) | (10.665) | (304) | (138) | (272.289) |
| Investeringen | 434.842 | 10.272 | 701 | 1.204 | 447.019 |
De investeringen omvatten zowel overnames in het kader van de investeringsactiviteiten van de groep als overnames voor vastgoedontwikkelingsactiviteiten in het kader van de operationele activiteiten. Overnames door middel van bedrijfscombinaties zijn niet in deze bedragen opgenomen.
De activiteiten van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, Luxemburg en Polen.
De materiële vaste activa van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België.
Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische zones waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.
Er waren geen transacties met een materieel effect in het boekjaar 2019.
Er waren geen transacties met een materieel effect in het boekjaar 2019.
De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden in het voorwoord beschreven.
In de eerste helft van 2019 werd een mandaat verleend voor de verkoop van 100% van de aandelen van Merkur Offshore GmbH. Dit is een concessiebedrijf voor een windmolenpark in Duitsland waarin DEME een belang van 12,5% heeft. Per 31 december 2019 wordt de nettoboekwaarde van de geconsolideerde activa in de jaarrekening van de groep CFE, namelijk 10,5 miljoen EUR, voorgesteld als activa aangehouden voor verkoop.
De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 81.042 duizend euro (2018: 123.018 duizend euro) omvatten de meerwaarde op de verkoop van vaste activa voor 6.741 duizend euro (2018: 8.412 duizend euro) alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 74.301 duizend euro (2018: 114.606 duizend euro) die voornamelijk betrekking hebben op DEME voor respectievelijk 5.106 duizend euro en 34.087 duizend euro.
De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Diverse diensten en goederen | (469.946) | (483.178) |
| Bijzondere waardevermindering van activa | ||
| - Voorraden | 131 | 91 |
| - Handelsvorderingen en overige vorderingen | (25.663) | (19.473) |
| Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) | 28.161 | 12.531 |
| Overige exploitatiekosten | (1.931) | (7.719) |
| Totaal geconsolideerd | (469.248) | (497.748) |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | (512.523) | (502.049) |
| Verplichte socialezekerheidsbijdragen | (102.704) | (96.718) |
| Overige loonkosten | (25.410) | (22.192) |
| Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) | (13.233) | (12.131) |
| Totaal geconsolideerd | (653.870) | (633.090) |
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2019 bedraagt 8.243 (2018: 8.391), wat neerkomt op 8.598 personen op 1 januari 2019 (2018: 8.689) en 8.410 op 31 december 2019 (2018: 8.598).
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Kosten van de financiële schuldenlast | (2.602) | (8.433) |
| Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening | 0 | 0 |
| Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten | 0 | 0 |
| Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde | 0 | 0 |
| Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop | 0 | 0 |
| Leningen en vorderingen - inkomsten | 14.280 | 13.819 |
| Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs– rentelasten (*) | (16.882) | (22.252) |
| Andere financiële kosten en opbrengsten | (5.120) | (55) |
| Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten | 1.759 | 4.504 |
| Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen | (343) | (105) |
| Waardevermindering op financiële activa | 0 | 0 |
| Overige | (6.536) | (4.454) |
| Financieel resultaat | (7.722) | (8.488) |
(*) We verwijzen naar toelichting 2.1 voor de impact van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de rentelasten voor de periode van 1 januari tot 31 december 2019.
Lagere rentetarieven en de herfinanciering van bepaalde bankleningen en obligaties droegen bij aan de daling van de rentelasten.
De evolutie van de rubriek gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (wins-verlies) gedurende 2019 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.
Op dinsdag 31 december 2019 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 2.058 duizend euro (2018: 2.323 duizend euro). Het houdt hoofdzakelijk verband met de pool DEME (2.016 duizend euro).
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | ||
| Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar | 49.207 | 49.981 |
| Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren | 8 | (502) |
| Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen | 49.215 | 49.479 |
| Uitgestelde belastingen | ||
| Opname en terugname van tijdelijke verschillen | (10.761) | 70 |
| Aangewende verliezen van vorige boekjaren | 165 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar | 0 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen | 0 | 0 |
| Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen | (10.596) | 70 |
| Belastingen op het resultaat van het boekjaar | 38.619 | 49.549 |
| Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat | 6.378 | 1.501 |
| Totaal belastinglast in de resultatenrekening | 44.997 | 51.050 |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 169.985 | 218.756 |
| waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen | 34.092 | 14.169 |
| Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en partnerschappen | 135.893 | 204.587 |
| Winstbelasting berekend aan het tarief van 29,58% | 40.197 | 60.517 |
| Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven | 5.529 | 5.643 |
| Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten | (3.515) | (11.301) |
| Belastingkrediet en impact van de notionele interest | (14.121) | (5.767) |
| Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden | 328 | (3.364) |
| Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes | (1.817) | (995) |
| Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes | (589) | (11.005) |
| Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar | 12.607 | 15.821 |
| Belastinglast | 38.619 | 49.549 |
| Effectieve belastingtarief van het boekjaar | 28,42% | 24,22% |
De belastingkosten bedragen 38.619 duizend euro per 31 december 2019, tegenover 49.549 duizend euro eind 2018. Het effectieve belastingtarief bedraagt 28,42% tegenover 24,22% per 31 december 2018.
| ACTIVA | VERPLICHTINGEN | |||
|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2019 | 2018 | 2019 | 2018 |
| Immateriële en materiële vaste activa | 15.560 | 21.925 | (85.204) | (84.096) |
| Personeelsbeloningen | 14.136 | 13.023 | 0 | 0 |
| Voorzieningen | 2.177 | 2.011 | (18.170) | (21.837) |
| Reële waarde van afgeleide instrumenten | 2.813 | 2.483 | (12) | (5) |
| Overige elementen | 30.509 | 33.823 | (56.276) | (60.350) |
| Fiscale verliezen | 153.903 | 147.005 | 0 | 0 |
| Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen | 219.098 | 220.270 | (159.662) | (166.288) |
| Uitgestelde belastingvordering | (63.923) | (73.459) | 0 | 0 |
| Belastingverrekening | (54.755) | (46.902) | 54.755 | 46.902 |
| Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting | 100.420 | 99.909 | (104.907) | (119.386) |
Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 255.691 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.
De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.
Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen op het effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde in kasstroomafdekking | 2.772 | 775 |
| Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde pensioenregelingen | 3.606 | 726 |
| Totaal | 6.378 | 1.501 |
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders | 133.424 | 171.530 |
| Globaal resultaat (toerekenbaar aan de groep) | 89.231 | 167.279 |
| Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op balansdatum (basis): | ||
| Nettoresultaat (toerekenbaar aan de groep) per aandeel in euro | 5,27 | 6,78 |
| Globaal resultaat (toerekenbaar aan de groep) per aandeel in euro | 3,53 | 6,61 |
| Boekjaar 2019 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelingskosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 129.064 | 3.884 | 132.948 |
| Netto wisselkoersverschillen | 3 | 0 | 3 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (25) | (3) | (28) |
| Verwervingen | 2.051 | 381 | 2.432 |
| Afstotingen | (129) | 0 | (129) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | (235) | 0 | (235) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 130.729 | 4.262 | 134.991 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (39.801) | (3.559) | (43.360) |
| Netto wisselkoersverschillen | (8) | 0 | (8) |
| Afschrijvingen | (1.068) | (551) | (1.619) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 25 | 3 | 28 |
| Afstotingen | 129 | 0 | 129 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 100 | 0 | 100 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (40,623) | (4,107) | (44,730) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2019 | 89.263 | 325 | 89.588 |
| Per 31 december 2019 | 90.106 | 155 | 90.261 |
Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 2.432 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 1.619 duizend euro.
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
HOW WE CONTINUOUSLY SHAPE THE WORLD THE SHAPE OF (Y)OUR WORLD FINANCIAL REPORTING & ANNEXES
| Boekjaar 2018 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelingskosten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 129.059 | 3.547 | 132.606 |
| Netto wisselkoersverschillen | (31) | 0 | (31) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (176) | 0 | (176) |
| Verwervingen | 1.567 | 283 | 1.850 |
| Afstotingen | (1.281) | (24) | (1.305) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | (74) | 78 | 4 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 129.064 | 3.884 | 132.948 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (37.972) | (3.291) | (41.263) |
| Netto wisselkoersverschillen | (14) | 0 | (14) |
| Afschrijvingen | (3.487) | (353) | (3.840) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 85 | 0 | 85 |
| Afstotingen | 1.281 | 24 | 1.305 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 306 | 61 | 367 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (39.801) | (3.559) | (43.360) |
| Netto boekwaarde |
| Netto boekwaarde | |||
|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2018 | 91.087 | 256 | 91.343 |
| Per 31 december 2018 | 89.263 | 325 | 89.588 |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 403.164 | 405.685 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (1.433) | (2.521) |
| Overige wijzigingen | 0 | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 401.731 | 403.164 |
| Waardeverminderingen | ||
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (226.037) | (220.755) |
| Bijzondere waardeverminderingen | 0 | (5.282) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 1.433 | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (224.604) | (226.037) |
| Netto boekwaarde per 31 december | 177.127 | 177.127 |
|---|---|---|
| ---------------------------------- | --------- | --------- |
Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2019.
| Activiteit | Netto waarde goodwill | Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen |
Brutowaarde goodwill |
Afwaardering van het boekjaar |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2019 | 2018 | Groeipercentage (eindwaarde) |
Actualiserings voet |
Gevoeligheids percentage |
||
| DEME & dochterondernemingen |
155.566 | 155.566 | 1,5% | 7,9% | 5% | 375.591 | - |
| VMA | 11.115 | 11.115 | 1% | 7,1% | 5% | 11.115 | - |
| Mobix Remacom | 2.995 | 2.995 | 1% | 7,1% | 5% | 2.995 | - |
| Mobix Stevens | 2.682 | 2.682 | 1% | 7,1% | 5% | 2.682 | - |
| Mobix Coghe | 2.351 | 2.351 | 1% | 7,1% | 5% | 2.351 | - |
| VMA Druart | 1.507 | 1.507 | 1% | 7,1% | 5% | 3.360 | - |
| BPC | 911 | 911 | 1% | 7,1% | 5% | 911 | - |
| Totaal | 177.127 | 177.127 | 399.005 | - |
De volgende hypothesen werden aangenomen in de waarderingstests:
De kasstromen die gebruikt werden in de waardeverminderingstests werden afgeleid uit de begroting 2020, die voorgelegd werd aan de raden van bestuurders van DEME en CFE en aan de directiecomité van CFE Contracting. Voor de activiteiten van CFE Contracting werd voor de bepaling van de eindwaarde rekening gehouden met een groeivoet van 1%. Voor de activiteiten van DEME werd voor de bepaling van de eindwaarde rekening gehouden met een groeivoet van 1,5% in het licht van de lopende investeringsprogramma's.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.
De groep DEME wordt als één kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. De groep DEME voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit, die geen waardeverminderingsverliezen hebben aangetoond.
| Boekjaar 2019 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 144.300 | 3.914.871 | 68.409 | 0 | 431.022 | 4.558.602 |
| Activa met gebruiksrecht, 1 januari 2019 | 72.371 | 5.311 | 21.081 | 0 | 0 | 98.763 |
| Netto wisselkoersverschillen | 116 | 1.925 | 6 | 0 | 1 | 2.048 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (40) | (6) | (9) | 0 | 0 | (55) |
| Verwervingen | 21.122 | 176.306 | 21.961 | 0 | 236.614 | 456.003 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 833 | 132.515 | 15 | 0 | (127.263) | 6.100 |
| Afstotingen | (8.829) | (160.567) | (8.551) | 0 | 0 | (177.947) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 229.873 | 4.070.355 | 102.912 | 0 | 540.374 | 4.943.514 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (59.027) | (2.053.942) | (55.397) | 0 0 |
(2.168.366) |
| Netto wisselkoersverschillen | (127) | (692) | (67) | 0 0 |
(886) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 6 | 5 | 3 | 0 0 |
14 |
| Afschrijvingen | (17.668) | (283.621) | (15.764) | 0 0 |
(317.053) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 138 | (6.063) | 173 | 0 0 |
(5.752) |
| Afstotingen | 4.002 | 151.881 | 7.810 | 0 0 |
163.693 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (72.676) | (2.192.432) | (63.242) | 0 0 |
(2.328.350) |
| Netto boekwaarde | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2019 | 85.273 | 1.860.929 | 13.012 | 0 | 431.022 | 2.390.236 |
| Per 31 december 2019 | 157.197 | 1.877.923 | 39.670 | 0 | 540.374 | 2.615.164 |
Per 31 december 2019 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 456.003 duizend euro. Ze hebben voornamelijk betrekking op DEME (430.565 duizend euro). De investeringen eind 2019 stegen met 10.835 duizend euro in vergelijking met 2018.
Van de tien schepen die in 2015, 2016 en 2018 zijn besteld met een totale waarde van meer dan 1 miljard euro, zijn de lopende baggerschepen Minerva en Scheldt, de schepen Gulliver (in samenwerking), Apollo en Living Stone in 2017 en 2018 opgeleverd. In 2019 is het schip Bonny River toegetreden tot de DEME-vloot. Per 31 december 2019 wordt een restbedrag van 173 miljoen euro geïnvesteerd in schepen die de komende jaren in aanbouw zijn.
Het bedrag van de materiële vaste activa die een garantie voor bepaalde leningen vormen, bedraagt 55.686 duizend euro (2018: 84.599 duizend euro).
De bedragen opgenomen onder "Activa met gebruiksrecht, 1 januari 2019" geven de impact aan van de herwerking van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten op de geconsolideerde balans per 1 januari 2019, die 98.763 duizend euro bedraagt. We verwijzen naar toelichting 2.1.
De nettowaarde van de activa met gebruiksrecht bedraagt 163.529 duizend euro op 31 december 2019 (2018: 58.785 duizend euro). Deze activa hebben voornamelijk betrekking op de concessies en gebouwen van de groep DEME, het wagenpark van de groep, de hoofdzetel van de dochterondernemingen Mobix Stevens NV, Mobix Engema NV, CFE NV, BPI Real Estate Belgium SA, Arthur Vandendorpe NV en VMA Druart SA; de kranen van Benelmat en de uitrusting van Mobix Coghe NV.
De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen 317.053 duizend euro (2018: 268.762 duizend euro).
CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019
| Boekjaar 2018 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 144.888 | 3.435.161 | 76.181 | 0 | 428.074 | 4.084.304 |
| Netto wisselkoersverschillen | 176 | 1.402 | (17) | 0 | 25 | 1.586 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 190 | 191.310 | 505 | 0 | 0 | 192.005 |
| Verwervingen | 3.351 | 182.259 | 6.840 | 0 | 252.718 | 445.168 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | (863) | 241.853 | (2.175) | 0 | (245.853) | (7.038) |
| Afstotingen | (3.442) | (137.114) | (12.925) | 0 | (3.942) | (157.423) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 144.300 | 3.914.871 | 68.409 | 0 | 431.022 | 4.558.602 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (58.599) | (1.823.759) | (63.738) | 0 | 0 | (1.946.096) |
| Netto wisselkoersverschillen | (153) | (546) | 36 | 0 | 0 | (663) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (190) | (108.113) | (330) | 0 | 0 | (108.633) |
| Afschrijvingen | (5.315) | (257.345) | (6.102) | 0 | 0 | (268.762) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 4.106 | 201 | 2.361 | 0 | 0 | 6.668 |
| Afstotingen | 1.124 | 135.620 | 12.376 | 0 | 0 | 149.120 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (59.027) | (2.053.942) | (55.397) | 0 | 0 | (2.168.366) |
| Netto boekwaarde | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2018 | 86.289 | 1.611.402 | 12.443 | 0 | 428.074 | 2.138.208 |
| Per 31 december 2018 | 85.273 | 1.860.929 | 13.012 | 0 | 431.022 | 2.390.236 |
De belangen in de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen worden als volgt weergegeven:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 155.792 | 140.510 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Overdrachten | (13.992) | 4.243 |
| Winst uit geassocieerde deelnemingen en partnerschappen | 34.092 | 14.169 |
| Kapitaalsverhoging/(vermindering) | 17.564 | 11.956 |
| Dividenden | (8.140) | (4.935) |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 18.606 | (7.774) |
| Overige wijzigingen | (36.269) | (2.377) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 167.653 | 155.792 |
| Goodwill opgenomen in de ondernemingen in vermogensmutatie | 18.811 | 19.548 |
Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.
Het aandeel van de groep CFE in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen bedraagt 34.092 miljoen euro (tegenover 14.169 miljoen euro in 2018) en is voornamelijk afkomstig van de activiteiten van DEME en van de pool Vastgoedontwikkeling.
De wijzigingen in de consolidatiekring tijdens het boekjaar 2019 hebben voornamelijk betrekking op Cobel Contracting Nigeria Ltd, Lockside Ltd en Rent-A-Port NV.
Andere wijzigingen zijn voornamelijk het gevolg van veranderingen in de marktwaarde van de afdekkingsinstrumenten (voornamelijk rente-hedges bij Rentel en Seamade). Deze evolutie is het gevolg van de daling van de middellange- en langetermijnrente in de eurozone in 2019, met uitzondering van 14,8 miljoen met betrekking tot de voorgaande boekjaren.
De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 34 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.
De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is opgesteld op basis van de IFRS-boekhoudmethoden van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. Transacties tussen ondernemingen worden niet geneutraliseerd. De afstemming van het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.
| December 2019 (duizend euro) |
DEME | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding & niet-overgedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 1.103.471 | 317.229 | 172.797 | 64.239 | 35.611 | 16.943 | 1.311.879 | 398.411 |
| Nettoresultaat – toere kenbaar aan de groep |
139.360 | 18.449 | 24.566 | 10.201 | 7.944 | 4.002 | 171.870 | 32.652 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 4.277.822 | 551.388 | 78.581 | 19.244 | 215.268 | 76.454 | 4.571.671 | 647.086 |
| Vlottende activa | 776.834 | 185.208 | 287.590 | 117.418 | 175.074 | 83.046 | 1.239.498 | 385.672 |
| Eigen vermogen | 613.151 | 67.269 | 66.578 | 27.263 | 120.527 | 62.861 | 800.256 | 157.393 |
| Langlopende passiva | 3.312.777 | 451.710 | 65.530 | 23.805 | 166.559 | 54.968 | 3.544.866 | 530.483 |
| Vlottende passiva | 1.128.728 | 217.617 | 234.063 | 85.594 | 103.256 | 41.671 | 1.466.047 | 344.882 |
| Netto financieringsschuld | 2.948.912 | 411.143 | 64.401 | 23.810 | 144.860 | 41.634 | 3.158.173 | 476.587 |
In de pool DEME betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 781.127 duizend euro (a rato van 100%), Seamade: 686.176 duizend euro (a rato van 100%), Merkur Offshore GMBH: 1.432.970 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 932.365 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk 529.062 duizend euro (a rato van 100%), 413.961 duizend euro (a rato van 100%), 952.831 duizend euro (a rato van 100%) en 778.011 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 34.647 duizend euro (a rato van 100%), -36 duizend euro (a rato van 100%), 45.872 duizend euro en 39.496 duizend euro (a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling en Contracting betreffen in hoofdzaak de vennootschappen van M1 SA: 57.582 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA: 11.414 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA: 17.129 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA: 24.239 duizend euro (a rato van100%), Victor Estate SA: 10.979 duizend euro (a rato van100%), Erasmus Gardens SA: 29.825 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA: 30.384 duizend euro (a rato van 100%), Mall of Europe: 16.430 duizend euro (a rato van 100%), Luwa: 16.172 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways SA: 19.588 duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld betrekking op concessiehouders PPP Schulen in Eupen: 76.663 duizend euro (a rato van 100%) en op de vennootschappen van Rent-A-Port NV: 55.620 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore NV: 12.391 duizend euro (a rato van 100%).
CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019
| December 2018 (duizend euro) |
DEME | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding & niet-overgedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 685.457 | 251.233 | 100.260 | 46.477 | 6.677 | 2.186 | 792.394 | 299.896 |
| Nettoresultaat – toerekenbaar aan de groep |
41.092 | 6.929 | 11.951 | 6.165 | 8.772 | 4.057 | 61.815 | 17.151 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 3.736.097 | 481.255 | 43.040 | 13.145 | 203.321 | 68.507 | 3.982.458 | 562.907 |
| Vlottende activa | 536.086 | 143.940 | 252.728 | 99.642 | 40.447 | 12.906 | 829.261 | 256.488 |
| Eigen vermogen | 676.233 | 75.568 | 39.825 | 17.115 | 38.584 | 20.720 | 754.642 | 113.403 |
| Langlopende passiva | 2.757.856 | 377.075 | 90.863 | 34.424 | 137.209 | 34.173 | 2.985.928 | 445.672 |
| Vlottende passiva | 838.094 | 172.552 | 165.080 | 61.248 | 67.975 | 26.520 | 1.071.149 | 260.320 |
| Netto financieringsschuld | 2.639.786 | 377.698 | 100.984 | 39.313 | 144.913 | 44.893 | 2.885.683 | 461.904 |
In de pool DEME betreffen de niet-vlottende activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 842.548 duizend euro (a rato van100%), Merkur Offshore GMBH: 1.353.747 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 977.287 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk, 608.230 duizend euro (a rato van 100%), 1.000.590 duizend euro (a rato van 100%) en 875.077 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 15.056 duizend euro (a rato van 100%), -7.624 duizend euro (a rato van 100%) en 25.494 duizend euro (a rato van 100%).
De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen van M1 SA: 56.701 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA: 12.734 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA: 20.891 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA: 14.860 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate SA: 10.975 duizend euro (a rato van100%) , Erasmus Gardens SA: 32.899 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA: 12.613 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways SA: 12.293 duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld betrekking op de concessiehouders PPP Schulen in Eupen: 64.992 duizend euro (a rato van 100%) en op de vennootschappen van Rent-A-Port NV: 24.160 duizend euro (a rato van 100%) et Green Offshore NV: 35.700 duizend euro (a rato van 100%).
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:
| Per 31 december 2019 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
DEME | Vastgoedontwikke ling en Contracting |
Holding & niet-over gedragen activiteiten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór afstemmingselementen |
67.269 | 27.263 | 62.861 | 157.393 |
| Afstemmingselementen | 10.405 | 11.607 | (21.182) | 830 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en partnerschappen | 6.389 | 3.041 | 0 | 9.430 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 84.063 | 41.911 | 41.679 | 167.653 |
| Per 31 december 2018 (duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE) |
DEME | Vastgoedontwikke ling en Contracting |
Holding & activités non transférées |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór afstemmingselementen |
75.568 | 17.115 | 20.720 | 113.403 |
| Afstemmingselementen | 10.889 | 12.635 | (4.557) | 18.967 |
| Negatieve geassocieerde deelnemingen en partnerschappen | 6.742 | 4.472 | 12.208 | 23.422 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 93.199 | 34.222 | 28.371 | 155.792 |
De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten DEME, Vastgoedontwikkeling en Contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.
Negatieve geassocieerde deelnemingen en partnerschappen zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.
De overige financiële vaste activa bedragen 83.913 duizend euro per 31 december 2019, een daling ten opzichte van december 2018 (171.687 duizend euro). Ze omvatten voornamelijk leningen toegekend aan projectondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast, voor een bedrag van 77.216 duizend euro (2018: 165.930 duizend euro). De afname van het saldo van deze langlopende financiële vorderingen heeft voornamelijk betrekking op de aflossing van de leningen die zijn verstrekt aan de concessiehouders van Merkur en Rentel.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 171.687 | 147.719 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | (15.724) |
| Verwervingen | 14.371 | 49.111 |
| Verkopen en overdracht | (102.145) | (10.688) |
| Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering | 0 | 0 |
| Netto wisselkoersverschillen | 0 | 1.269 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 83.913 | 171.687 |
Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.
Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de "cost to cost" methode. Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt. We verwijzen naar toelichting 23 Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Gegevens uit de balans | ||
| Ontvangen en betaalde voorschotten | (18.663) | (66.031) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa | 307.462 | 430.704 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen | (222.930) | (282.115) |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 84.532 | 148.589 |
| Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken | ||
| Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen | 6.847.533 | 6.254.163 |
| Verminderd met de tussentijdse facturatie | (6.763.001) | (6.105.574) |
| Impact van de bedrijven die in de loop van het jaar werden overgenomen | 0 | 0 |
| Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag | 84.532 | 148.589 |
Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.
Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.
De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd. We verwijzen naar toelichting 19 Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten.
De resterende prestatieverplichtingen, d.w.z. de te behalen omzet, in de volgende jaren voor de projecten die per 31 december 2019 in uitvoering zijn, bedragen 3.224 miljoen euro, waarvan 2.335 miljoen euro in 2020 uitgevoerd zouden moeten worden.
Per 31 december 2019 bedragen de voorraden 162.612 duizend euro (2018: 128.889 euro), als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 42.609 | 37.203 |
| Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen | (166) | (195) |
| Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop | 120.648 | 92.861 |
| Waardeverminderingen op voorraad eindproducten | (479) | (980) |
| Voorraden | 162.612 | 128.889 |
De sterke stijging van de afgewerkte producten en van de onroerende goederen bestemd voor verkoop (+27.787 duizend euro) is vooral te danken aan de Poolse activiteit van de pool vastgoedontwikkeling.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 650.653 | 1.027.092 |
| Min: provisie voor dubieuze debiteuren | (68.579) | (41.875) |
| Netto handelsvorderingen | 582.074 | 985.217 |
| Overige courante vorderingen | 414.362 | 276.081 |
| Totaal geconsolideerd | 996.436 | 1.261.298 |
| Overige operationele vlottende activa | 72.681 | 67.561 |
| Overige niet-operationele vlottende activa | 6.267 | 12.733 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 1.221.466 | 1.410.944 |
| Overige langlopende operationele passiva | 155.601 | 201.609 |
| Overige langlopende niet-operationele passiva | 258.104 | 216.651 |
| Totaal geconsolideerd | 1.635.171 | 1.829.204 |
| Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden | (559.787) | (487.612) |
Wij verwijzen naar toelichting 26.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in toelichting 17 Onderhanden projecten in opdracht van derden werden beschouwd bedragen tot 578.991 duizend euro (2018: 972.634 duizend euro).
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Deposito's op korte termijn | 31.105 | 12.655 |
| Bank en kasmiddelen | 581.101 | 375.691 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 612.206 | 388.346 |
De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen is voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.
De groep CFE heeft geen belangrijk kapitaalsubsidies ontvangen in 2019.
De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als "post-employment" en "long-term benefit plans".
Per 31 december 2019 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling 70.269 duizend euro (2018: 57.553 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek "Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen". Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 2.950 duizend euro (2018: 3.240 duizend euro) voor overige personeelsvoordelen, voornamelijk uitgegeven door DEME.
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste prestaties.
De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.
Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen.
De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,2 % van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,8 % van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties zijn geografisch als volgt verdeeld: 81% in België en 19% in Nederland.
De toegezegde voordeelplannen zijn van het type "tak 21" hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.
Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type "met vaste prestaties".
Sommige personeelsleden genieten een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van "Tak 21" wordt gefinancierd. De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1,75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als regelingen met vaste prestaties.
De arbeiders van de bouwsector genieten een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimum rendement.
Bij stelsels met vaste prestaties dragen over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in de uitbetaling van een kapitaal voorzien. De optie van een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.
De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving.
De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België). De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen | (67.319) | (54.313) |
| Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) | (310.971) | (255.602) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 243.652 | 201.289 |
| Op de balans voorziene verplichtingen | (67.319) | (54.313) |
| Verplichtingen | (67.319) | (54.313) |
| Activa | 0 | 0 |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (54.313) | (51.050) |
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (14.093) | (12.782) |
| Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten | (15.395) | (1.210) |
| Bijdragen van werkgever | 16.484 | 13.207 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (2) | (2.478) |
| Saldo op 31 december | (67.319) | (54.313) |
De rubriek "Overige bewegingen" weerspiegelde in 2018 voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor "post-employment" voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de norm IAS 19.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (14.093) | (12.782) |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | (13.233) | (12.131) |
| Rentekosten | (4.038) | (3.746) |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) | 3.260 | 3.001 |
| Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten | (82) | 94 |
De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat | (15.395) | (1.210) |
| Actuariële verschillen | (47.058) | (1.800) |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) | 31.663 | 555 |
| Wisselkoerseffecten | 0 | 35 |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | (255.602) | (241.644) |
| Kosten van geleverde diensten | (13.233) | (12.131) |
| Rentekosten | (4.122) | (3.905) |
| Bijdragen van werkgever | (692) | (716) |
| Betalingen aan begunstigden (-) | 10.671 | 16.719 |
| Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto | (47.304) | (1.726) |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen | 127 | 0 |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties | (42.508) | 491 |
| Ervarings(winsten) / verliezen | (4.923) | (2.217) |
| Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten | 0 | 0 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (689) | (12.199) |
| Saldo op 31 december | (310.971) | (255.602) |
De rubriek "Actuariële winsten en verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in financiële veronderstellingen" weerspiegelt in 2019 de impact van de daling van de disconteringsvoet.
De rubriek "Overige bewegingen" weerspiegelde in 2018 voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor "post-employment" voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de norm IAS 19.
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Saldo van de verplichtingen op 1 januari | 201.289 | 190.594 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | 31.716 | 555 |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen | 3.344 | 3.160 |
| Bijdragen van werkgever | 17.063 | 13.759 |
| Betalingen aan begunstigden (-) | (10.559) | (16.719) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | 799 | 9.940 |
| Saldo op 31 december | 243.652 | 201.289 |
De rubriek "Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief de bedragen die in de winst-en-verliesrekening zijn opgenomen)" wordt in 2019 ook sterk beïnvloed door de daling van de disconteringsvoet.
De rubriek "Overige bewegingen" weerspiegelde in 2018 voornamelijk de impact van de inventarisatie van alle verplichtingen van de groep CFE voor "post-employment" voordelen voor pensioenen en brugpensioenen en hun boekhoudkundige verwerking volgens de vereisten van de norm IAS 19.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet op 31 december | 0,68% | 1,60% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | 3,09% | 3,15% |
| Inflatie | 1,70% | 1,80% |
| Toegepaste sterftetabellen | MR/FR | MR/FR |
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Looptijd (in jaren) | 15,36 | 14,55 |
| Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva | 17,11% | 1,91% |
| Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar | 16.523 | 12.610 |
De rubriek "Gemiddeld rendement op planactiva" wordt in 2019 voornamelijk beïnvloed door lagere disconteringsvoeten.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| Toename met 25 basispunten | -3,8% | -3,4% |
| Afname met 25 basispunten | 3,9% | 4,4% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | ||
| Toename met 25 basispunten | 1,9% | 2,3% |
| Afname met 25 basispunten | -1,8% | -1,4% |
Per 31 december 2019 bedragen deze voorzieningen 58.637 duizend euro, een daling van 42.040 duizend euro ten opzichte van eind 2018 (100.677 duizend euro).
| (duizend euro) | Diensten na verkoop |
Overige courante risico's |
Voorzieningen voor negatieve geassocieerde deelnemingen en joint-ventures |
Overige niet-courante risico's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 15.530 | 49.975 | 23.422 | 11.750 | 100.677 |
| Netto wisselkoersverschillen | 26 | 88 | 0 | 0 | 114 |
| Overdracht naar andere rubrieken | (129) | 128 | (13.992) | 0 | (13.993) |
| Voorzieningen: toevoegingen | 2.715 | 13.150 | 0 | 870 | 16.735 |
| Voorzieningen: bestedingen | (2.976) | (31.519) | 0 | (9.636) | (44.131) |
| Voorzieningen: terugnemingen | 0 | (765) | 0 | 0 | (765) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 15.166 | 31.057 | 9.430 | 2.984 | 58.637 |
| waarvan | courante: | 46.223 | |||
| niet-courante: | 12.414 |
De voorziening voor Diensten na verkoop daalt met 364 duizend euro en bedraagt 15.166 duizend euro eind 2019. De evolutie eind 2019 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.
De voorzieningen voor andere courante risico's dalen met 18.918 duizend euro en bedragen 31.057 duizend euro eind 2019.
Deze omvatten:
Als het aandeel van de groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.
De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger en in de contracting sector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.
In 2018 was DEME betrokken bij een geschil met Rijkswaterstaat in Nederland over de uitvoering van het Julianakanaalproject. Op basis van de informatie die momenteel voorhanden is, kan DEME de financiële gevolgen van dit geschil moeilijk inschatten.
CFE zorgt er ook voor dat de bedrijven van de groep zichzelf organiseren, zodat de geldende wetten en regels worden nageleefd, met inbegrip van de "nalevingsregels". DEME werkt volledig mee aan een gerechtelijk onderzoek naar de omstandigheden rond de gunning van een contract dat sindsdien in Rusland werd uitgevoerd. In de huidige omstandigheden kunnen we de financiële impact voor DEME niet op een betrouwbare manier inschatten.
| December 2019 | December 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Langlopende | Kortlopende | Totaal | Langlopende | Kortlopende | Totaal |
| Bankleningen en andere financiële schulden | 899.236 | 207.098 | 1.106.334 | 472.786 | 138.888 | 611.674 |
| Obligatielening | 29.689 | 0 | 29.689 | 29.584 | 200.221 | 229.805 |
| Opname van kredietlijnen | 98.000 | 0 | 98.000 | 146.000 | 0 | 146.000 |
| Leasingschulden | 112.976 | 36.374 | 149.350 | 38.002 | 8.324 | 46.326 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld | 1.139.901 | 243.472 | 1.383.373 | 686.372 | 347.433 | 1.033.805 |
| Financiële schuld op korte termijn | 0 | 26.894 | 26.894 | 0 | 2.863 | 2.863 |
| Kasequivalenten | 0 | (31.105) | (31.105) | 0 | (12.655) | (12.655) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 0 | (581.101) | (581.101) | 0 | (375.691) | (375.691) |
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
0 | (585.312) | (585.312) | 0 | (385.483) | (385.483) |
| Totaal van de netto financiële schuld | 1.139.901 | (341.840) | 798.061 | 686.372 | (38.050) | 648.322 |
| Financiële derivaten – interestindekking | 8.369 | 3.567 | 11.936 | 6.168 | 3.143 | 9.311 |
Bankleningen en andere financiële schulden (1.106.334 duizend euro) betreffen voornamelijk corporate kredieten bij DEME met betrekking tot het financieren van haar vloot.
Na de terugbetaling door DEME van haar obligatielening van 200 miljoen euro op 14 februari 2019 is de enige resterende obligatielening die van BPI. Deze obligatielening werd op 19 december 2017 uitgegeven voor een totaal bedrag van 30 miljoen euro. Ze genereert een rentepercentage van 3,75% en is terug te betalen op 19 december 2022.
Leaseverplichtingen (149.350 duizend euro) voldoen aan de criteria van het toepassingsgebied van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten, die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2019, met een impact op de openingsbalans van 98.763 duizend (zie toelichting 2.1). Op 31 december 2019, bedraagt de bijdrage van de groep DEME 86.144 duizend euro en betreft voornamelijk hun concessies, terwijl de segmenten Contracting, Vastgoedontwikkeling en Holding & niet-overgedragen activiteiten 17.059 duizend euro bijdragen.
| (duizend euro) | Vervallen binnen het jaar |
Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 3 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
Vervallen tussen 5 en 10 jaar |
Vervallen na meer dan 10 jaar |
Totaal 31/12/2019 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere financiële schulden | 207.098 | 204.509 | 195.542 | 296.132 | 203.053 | 0 | 1.106.334 |
| Obligatielening | 0 | 0 | 29.689 | 0 | 0 | 0 | 29.689 |
| Opname van kredietlijnen | 0 | 8.000 | 0 | 90.000 | 0 | 0 | 98.000 |
| Leasingschulden | 36.374 | 24.406 | 18.629 | 31.986 | 17.883 | 20.072 | 149.350 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld | 243.472 | 236.915 | 243.860 | 418.118 | 220.936 | 20.072 | 1.383.373 |
| Financiële schuld op korte termijn | 26.894 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 26.894 |
| Kasequivalenten | (31.105) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (31.105) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (581.101) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (581.101) |
| Totaal van de kortlopende financiële nettoschuld | (585.312) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (585.312) |
| Totaal van de netto financiële schuld | (341.840) | 236.915 | 243.860 | 418.118 | 220.936 | 20.072 | 798.061 |
Op 31 december 2019 bedragen de financiële schulden van de Groep CFE 1.410.267 duizend euro, een stijging met 373.599 duizend euro tegenover 31 december 2018. Deze toename van de schulden, die voornamelijk betrekking heeft op DEME, is met name het gevolg van de uitvoering van 600 miljoen aan leningen op middellange termijn, gedeeltelijk gecompenseerd door de terugbetaling van de obligatielening (-200 miljoen euro). De impact van IFRS 16 Leaseovereenkomsten bedraagt 98.763 duizend euro per 1 januari 2019. We verwijzen naar toelichting 2.1.
| Niet-contante bewegingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | December 2018 |
Impact IFRS 16 per 01.01.2019 |
Kasstromen | Wijzigingen in de consoli datiekring |
Overige wijzigingen |
Totaal niet contante bewegingen |
December 2019 |
||
| Langlopende financiële schulden | |||||||||
| Obligatielening | 29.584 | 0 | 0 | 0 | 105 | 105 | 29.689 | ||
| Overige langlopende financiële schulden | 656.788 | 75.541 | 421.576 | (29) | (43.664) | (43.693) | 1.110.212 | ||
| Kortlopende financiële schulden | |||||||||
| Obligatielening | 200.221 | 0 | (200.000) | 0 | (221) | (221) | 0 | ||
| Overige kortlopende financiële schulden | 150.075 | 23.222 | 25.482 | (3) | 71.590 | 71.587 | 270.366 | ||
| Totaal | 1.036.668 | 98.763 | 247.058 | (32) | 27.810 | 27.778 | 1.410.267 |
CFE NV beschikt op 31 december 2019 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 204 miljoen euro, waarvan 90 miljoen euro gebruikt werd op 31 december 2019. CFE NV kan ook commercial paper ten bedrage van 50 miljoen euro uitgeven. Van deze financieringsbron wordt op 31 december 2019 45 miljoen euro gebruikt.
Op 31 december 2019 beschikt BPI Real Estate Belgium SA over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 40 miljoen euro, waarvan 8 miljoen euro gebruikt werd op 31 december 2019. BPI Real Estate Belgium SA kan ook commercial paper ten bedrage van 40 miljoen euro uitgeven. Van deze financieringsbron wordt op 31 december 2019 14 miljoen euro gebruikt.
DEME beschikt verder over bevestigde wentelkredieten bij banken ter waarde van 95 miljoen euro en over de mogelijkheid tot om tot 105 miljoen euro "commercial paper" uit te geven. Op 31 december 2019 werd van geen van beide financieringsbronnen gebruikgemaakt.
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie en haar relatie met het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. Deze convenanten werden integraal gerespecteerd op 31 december 2019.
| Naam van de ratio | Formule | Vereiste | December 2019 |
December 2018 |
|---|---|---|---|---|
| CFE NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen | ||||
| Solvabiliteitsratio | Netto financieringsschuld / (Eigen vermogen - immateriële activa - goodwill) | <1,65 | 0,53 | 0,39 |
| Rentedekkingspercentage | EBITDA / Kosten van schulden | >4,0 | 47,49 | 57,41 |
| Financiële schulden op lange termijn / Materiële vaste activa | <1 | 0,44 | 0,29 | |
| Operationele kasstroom - jaarlijkse vervaldag van financiële schulden op lange termijn | >7,5 | 205,3 | 450,1 | |
| CFE NV, statutaire rekeningen, Belgische boekhoudnormen | ||||
| Solvabiliteitsratio | Netto financiële schuld / (Eigen vermogen) | <1,65 | 0,12 | 0,11 |
| Eigen vermogen | Eigen vermogen | >61,75 M€ | 1.188,3 | 1.141,3 |
| DEME NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen | ||||
| Solvabiliteitsratio | (Eigen vermogen, aandeel van de groep - immateriële activa - goodwill) / (Totale activa - immateriële activa - uitgestelde belastingvorderingen) |
>25% | 35,8% | 36,1% |
| Solvabiliteitsratio | Netto financiële schuld / EBITDA | <3,0 | 1,53 | 1,17 |
| Rentedekkingspercentage | EBITDA / Kosten van schulden | >4,0 | 269,76 | 84,48 |
| BPI Real Estate Belgium SA, IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone | ||||
| Minimum eigen vermogen | Eigen vermogen van de Groep + Achtergestelde schulden | >70 M€ | 100,1 | 91,1 |
| Solvabiliteitsratio | Netto financieringsschuld / (Eigen vermogen - achtergestelde schulden) | <1,65 | 0,66 | 0,77 |
Eind 2019 bestaan de financiële middelen van de groep CFE uit een netto financiële schuld van 798.061 duizend euro (toelichting 25) en eigen vermogen van 1.760.310 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (toelichting 25) en hebben CFE NV, BPI Real Estate Belgium SA en DEME de mogelijkheid om commercial paper uit te schijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.
Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoedontwikkeling, holding, contracting en baggerwerken (DEME).
DEME moet belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen opzetten. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.
De activiteiten van contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.
Anderzijds gebruiken CFE NV en BPI Real Estate Belgium SA ook afgeleide producten (IRS) om het renterisico van de opnames op hun bevestigde kredietlijnen in te dekken.
| Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste rentevoet Variabele rentevoet |
Totaal | ||||||||||
| Soort schulden | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | Bedrag | Aandeel | Rentevoet | ||
| Bankleningen en andere financiële schulden |
64.657 | 61,96% | 1,14% | 1.041.677 | 92,21% | 0,93% | 1.106.334 | 89,65% | 0,95% | ||
| Obligatielening | 29.689 | 28,45% | 3,75% | 0 | 0,00% | 0,00% | 29.689 | 2,41% | 3,75% | ||
| Opname van kredietlijnen | 10.000 | 9,58% | 1,40% | 88.000 | 7,79% | 0,88% | 98.000 | 7,94% | 0,93% | ||
| Totaal | 104.346 | 100% | 1,91% | 1.129.677 | 100% | 0,93% | 1.234.023 | 100% | 1,01% |
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | Caped' variabele rentevoet + inflatie |
Totaal | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedrag | Aandeel | Rente voet |
Bedrag | Aandeel | Rente voet |
Bedrag | Aandeel | Rente voet |
Montants | Quo te-part |
Taux |
| Bankleningen en andere financiële schulden |
1.054.622 | 91,52% | 1,23% | 51.712 | 63,29% | 1,15% | 0 | 0,00% | 0,00% | 1.106.334 | 89,65% | 1,23% |
| Obligatielening | 29.689 | 2,58% | 3,75% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 29.689 | 2,41% | 3,75% |
| Opname van krediet lijnen |
68.000 | 5,90% | 1,47% | 30.000 | 36,71% | 1,06% | 0 | 0,00% | 0,00% | 98.000 | 7,94% | 1,06% |
| Totaal | 1.152.311 | 100% | 1,31% | 81.712 | 100% | 1,12% | 0 | 0,00% | 0,00% | 1.234.023 | 100% | 1,27% |
De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat. Indien de waarde van het derivaat wordt hergebruikt, wordt de impact in de winst- en verliesrekening verantwoord.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op dinsdag 31 december 2019 constant blijft gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse werden andere variabelen als constant beschouwd.
| 31/12/2019 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Resultaat | Eigen vermogen | ||||||
| Impact van sensibi liteits-berekening +50bp |
Impact van sensibili teits-berekening -50bp |
Impact van sensibi liteits-berekening +50bp |
Impact van sensibili teits-berekening -50bp |
|||||
| Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan veranderlijke koersen na boekhoudkundige indekking |
6.917 | (6.917) | ||||||
| Netto financiële schuld (korte termijn) (*) | 134 | (134) | ||||||
| Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking | ||||||||
| Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) |
3.718 | (3.708) |
(*) exclusief beschikbare middelen.
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten met betrekking tot DEME, CFE NV en BPI NV de volgende kenmerken:
| 31/12/2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | <1 jaar | Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onderlig gende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
188.884 | 186.551 | 476.252 | 196.278 | 1.047.965 | (11.936) | |
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen | 188.884 | 186.551 | 476.252 | 196.278 | 1.047.965 | (11.936) | |
| 31/12/2018 | |||||||
| (duizend euro) | <1 jaar | Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 5 jaar |
> 5 jaar | Onderlig gende |
Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kasstromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
144.721 | 144.688 | 434.301 | 135.137 | 858.847 | (9.312) | |
| Rentevoet opties (cap, collar) |
De groep CFE en haar filialen, uitgezonderd DEME, hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting n vastgoedontwikkeling, omdat de activiteiten in de eurozone plaatsvinden. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.
Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in euro zijn) per valuta is:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Euro | 1.234.023 | 987.479 |
| US dollar | 0 | 0 |
| Andere | 0 | 0 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 1.234.023 | 987.479 |
Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva):
| Onderliggende | Reële waarde | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) |
USD US Dollar |
SGD Singapour Dollar |
TWD Taiwan Dollar |
PLN Zloty | Overige | Totaal | USD US Dollar |
SGD Singapour Dollar |
TWD Taiwan Dollar |
PLN Zloty | Overige | Totaal |
| Termijn aankopen |
5.109 | 92.395 | 0 | 0 | 11.528 | 109.032 | 102 | 174 | 0 | 0 | 68 | 344 |
| Termijn verkopen |
76.228 | 8.539 | 14.229 | 75.026 | 36.197 | 210.219 | (488) | (78) | 72 | (2.851) | (186) | (3.531) |
De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2019 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5 % van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse werden andere variabelen als constant beschouwd.
| 31/12/2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Resultaat | ||||
| Impact van de sensitiviteits-bereke ning - vermindering EUR 5 % |
Impact van de sensitiviteits-bereke ning - verhoging EUR 5 % |
||||
| Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) met variabele rente na boekhoudkundige indekking |
3.171 | (2.869) | |||
| Netto financiële schuld op korte termijn | (2.214) | 2.003 | |||
| Werkkapitaal | 458 | (414) |
Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.
Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (diesel), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.
DEME dekt zich in tegen fluctuaties van diesel door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De reële waarde van deze instrumenten, eind 2019, bedraagt -2.468 duizend euro (tegenover -6.305 duizend euro eind 2018).
De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.
Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Credendo).
De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijri-
sico te beheren.
Dit systeem wijst maximale risicolijnen toe per tegenpartij, gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's.
Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Een groot deel van de geconsolideerde omzet wordt echter met openbare of semi-openbare klanten gerealiseerd.
Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij.
De analyse van de betalingsachterstand eind 2019 en eind 2018 is als volgt:
| Per 31 december 2019 (duizend euro) |
Op het einde van de period |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen en overige bedrijfs vorderingen |
1.067.249 | 750.850 | 95.585 | 61.796 | 159.018 |
| Totaal bruto | 1.067.249 | 750.850 | 95.585 | 61.796 | 159.018 |
| Voorzieningen - Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(70.813) | (111) | 0 | (377) | (70.325) |
| Totale voorzieningen | (70.813) | (111) | 0 | (377) | (70.325) |
| Totaal netto bedragen | 996.436 | 750.739 | 95.585 | 61.419 | 88.693 |
| Per 31 december 2018 (duizend euro) |
Op het einde van de period |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfs vorderingen |
1.308.519 | 917.442 | 196.442 | 56.353 | 138.282 |
| Totaal bruto | 1.308.519 | 917.442 | 196.442 | 56.353 | 138.282 |
| Voorzieningen - Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(44.223) | (1.007) | 0 | (318) | (42.898) |
| Totale voorzieningen | (44.223) | (1.007) | 0 | (318) | (42.898) |
| Totaal netto bedragen | 1.264.296 | 916.435 | 196.442 | 56.035 | 95.384 |
De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.
De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorige boekjaar | (44.223) | (15.563) |
| Herwerking IFRS 9 | 0 | (12.000) |
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorige boekjaar (*) | (44.223) | (27.563) |
| Wijziging van de consolidatiekring | 152 | 42 |
| Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen tijdens het boekjaar | (25.663) | (19.473) |
| Nettowisselkoersverschillen en transfers | (1.079) | 2.771 |
| Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar | (70.813) | (44.223) |
(*) Bedragen aangepast in overeenstemming met de wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot de toepassing van IFRS 9 "Financiële instrumenten" en verwante wijzigingen.
Na toepassing van het model van geschatte verliezen, zoals voorgeschreven door IFRS 9, werden de vorderingen van de groep CFE op de Tsjadische staat in het boekjaar 2019 die gedeeltelijk eerder afgeschreven werden, volledig afgeschreven tijdens het
boekjaar 2019.
DEME, CFE NV en BPI NV waren in staat om onder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijnen te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.
| 31 december 2019 (duizend euro) |
FAVGRW/FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking |
FAVGRW/FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking |
Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 0 | 0 | 83.913 | 83.913 | 83.913 | |
| Deelnemingen (1) | 0 | 0 | 6.697 | 6.697 | Niveau 2 | 6.697 |
| Financiële vorderingen en schulden (1) | 0 | 0 | 77.216 | 77.216 | Niveau 2 | 77.216 |
| Rentevoetderivaten | 0 | 0 | 0 | 0 | Niveau 2 | 0 |
| Financiële vlottende activa | 751 | 0 | 1.608.642 | 1.609.393 | 1.609.393 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operatio nele activiteiten |
0 | 0 | 996.436 | 996.436 | Niveau 2 | 996.436 |
| Rentevoetderivaten | 751 | 0 | 0 | 751 | Niveau 2 | 751 |
| Kasequivalenten (2) | 0 | 0 | 31.105 | 31.105 | Niveau 1 | 31.105 |
| Beschikbare middelen (2) | 0 | 0 | 581.101 | 581.101 | Niveau 1 | 581.101 |
| Totaal activa | 751 | 0 | 1.692.555 | 1.693.306 | 1.693.306 | |
| Langlopende financiële schulden | 616 | 8.370 | 1.139.901 | 1.148.887 | 1.158.307 | |
| Obligatielening | 0 | 0 | 29.689 | 29.689 | Niveau 1 | 29.689 |
| Financiële schulden | 0 | 0 | 1.110.212 | 1.110.212 | Niveau 2 | 1.119.632 |
| Rentevoetderivaten | 616 | 8.370 | 0 | 8.986 | Niveau 2 | 8.986 |
| Kortlopende financiële verplichtingen | 3.220 | 6.136 | 1.491.832 | 1.501.188 | 1.503.619 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
0 | 0 | 1.221.466 | 1.221.466 | Niveau 2 | 1.221.466 |
| Obligatielening | 0 | 0 | 0 | 0 | Niveau 1 | 0 |
| Financiële schulden | 0 | 0 | 270.366 | 270.366 | Niveau 2 | 272.797 |
| Rentevoetderivaten | 3.220 | 6.136 | 0 | 9.356 | Niveau 2 | 9.356 |
| Totaal passiva | 3.836 | 14.506 | 2.631.733 | 2.650.075 | 2.661.926 |
CFE INTEGRATED ANNUAL REPORT 2019 CONTENTS WHY AND WHO WE ARE HOW WE SHAPED THE WORLD IN 2019
| 31 december 2018 (duizend euro) |
FAVGRW/FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking |
FAVGRW/FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking |
Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost |
Totale boek waarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 9 | 171.687 | 171.696 | 171.696 | ||
| Deelnemingen (1) | 5.758 | 5.758 | Niveau 2 | 5.758 | ||
| Financiële vorderingen en schulden (1) | 165.929 | 165.929 | Niveau 2 | 165.929 | ||
| Rentevoetderivaten | 9 | 9 | Niveau 2 | 9 | ||
| Financiële vlottende activa | 257 | 18 | 1.649.644 | 1.649.919 | 1.649.919 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operatio nele activiteiten |
1.261.298 | 1.261.298 | Niveau 2 | 1.261.298 | ||
| Rentevoetderivaten | 257 | 18 | 0 | 275 | Niveau 2 | 275 |
| Kasequivalenten (2) | 12.655 | 12.655 | Niveau 1 | 12.655 | ||
| Beschikbare middelen (2) | 375.691 | 375.691 | Niveau 1 | 375.691 | ||
| Totaal activa | 257 | 27 | 1.821.331 | 1.821.615 | 1.821.615 | |
| Langlopende financiële schulden | 3.185 | 6.169 | 686.372 | 695.726 | 702.044 | |
| Obligatielening | 29.584 | 29.584 | Niveau 1 | 29.584 | ||
| Financiële schulden | 656.788 | 656.788 | Niveau 2 | 663.106 | ||
| Rentevoetderivaten | 3.185 | 6.169 | 9.354 | Niveau 2 | 9.354 | |
| Kortlopende financiële verplichtingen | 3.170 | 7.820 | 1.761.240 | 1.772.230 | 1.781.768 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
1.410.944 | 1.410.944 | Niveau 2 | 1.410.944 | ||
| Obligatielening | 200.221 | 200.221 | Niveau 1 | 200.880 | ||
| Financiële schulden | 150.075 | 150.075 | Niveau 2 | 158.954 | ||
| Rentevoetderivaten | 3.170 | 7.820 | 10.990 | Niveau 2 | 10.990 | |
| Totaal passiva | 6.355 | 13.989 | 2.447.612 | 2.467.956 | 2.483.812 |
(1) Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"
(2) Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"
(3) FAVGRW: Financiële activa, verplicht gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening FVGRW: Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar dat eindigt op 31 december 2019 bedraagt 1.348.770 duizend euro (2018: 1.450.914 duizend euro) en kan als volgt worden uitgesplitst naar aard:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performances bonds (a) | 1.181.738 | 1.273.793 |
| Biedingen (b) | 15.702 | 13.110 |
| Teruggaven voorschotten (c) | 840 | 1.206 |
| Garantie-inhouding (d) | 19.415 | 17.491 |
| Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) | 39.005 | 64.999 |
| Andere gegeven verplichtingen - waarvan 82.293 duizend euro corporate garanties bij DEME | 92.070 | 80.315 |
| Totaal | 1.348.770 | 1.450.914 |
a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.
b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken.
c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd.
d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt.
e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.
Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor het boekjaar dat eindigt op 31 december 2019 bedraagt 606.962 duizend euro (2018: 515.508 duizend euro) en kan als volgt worden uitgesplitst naar aard:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds | 603.641 | 512.354 |
| Andere ontvangen verplichtingen | 3.321 | 3.154 |
| Totaal | 606.962 | 515.508 |
De sterke toename van de ontvangen verbintenissen houdt vooral verband met de verbintenissen die werden aangegaan in het kader van de uitbreiding van de vloot van DEME.
De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector en in DEME. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.
De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.
Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.419.521 aandelen van CFE op 31 december 2019 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 60,91% van de aandelen.
De bedragen van de jaarlijkse emolumenten van Renaud Bentégeat (uitvoerend bestuurder), ontvangen uit hoofde van zijn mandaten binnen de dochterondernemingen van de Groep, werden bepaald in functie van zijn actieve deelname aan de Raad van Bestuur van de dochterondernemingen DEME, Rent-a-Port en BPI, en in functie van de groei van deze ondernemingen. Voor haar activiteiten binnen deze vennootschappen heeft de vennootschap Renaud Bentégeat Conseil SAS, vertegenwoordigd door de heer Renaud Bentégeat, een dienstverleningsovereenkomst gesloten met CFE nv die op 29 februari 2020 afloopt. In dit kader ontving hij in 2019 een vergoeding van € 1.000.000.
Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, ontving een totale vergoeding van € 345.000 voor zijn functie als bestuurder in verschillende dochterondernemingen van de groep. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren teruggegeven op grond van een overeenkomst die hen bindt. In 2019 heeft CFE aan Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, geen uitgiftepremies, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.
John-Eric Bertrand heeft naast zijn mandaat als bestuurder (€ 30.000) en zijn mandaat als voorzitter van het Auditcomité (€8.000) een bedrag van € 115.000 ontvangen voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende vennootschappen van de groep CFE, meer bepaald binnen VMA Druart, VMA en VMA Nizet. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren teruggegeven op grond van een overeenkomst die hen bindt. Op dezelfde manier heeft Koen Janssen, naast zijn mandaat als bestuurder (€ 30.000), een bedrag van € 15.000 ontvangen voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende dochterondernemingen van de groep CFE, binnen de groep Terryn. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren teruggegeven op grond van een overeenkomst die hen bindt.
Het management van de verschillende filialen van de groep CFE is als volgt samengesteld:
De activiteit vastgoedontwikkeling (BPI) staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artist Valley SA, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre.
De CEO's, de leden van de directiecomités en de gedelegeerd bestuurders van de hierboven vermelde dochterondernemingen worden "uitvoerende managers" van de dochterondernemingen van de groep CFE genoemd. In 2019 is het bedrag van de bezoldigingen en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de uitvoerende managers van de dochterondernemingen van de groep CFE worden toegekend, als volgt (bedragen uitgedrukt in een globaal bedrag):
| Vaste bezoldigingen | 3.788.486 € |
|---|---|
| Variabele bezoldigingen op korte termijn | 5.394.458 € |
| Overige voordelen | 378.796 € |
| Totaal | 9.561.740 € |
Er werden leningen toegekend aan bepaalde leden van het directiecomité van CFE Contracting in het kader van de aan hen toegekende aandelenoptieplannen.
Er zijn geen transacties met de ondernemingen Trorema SPRL, Frédéric Claes SA, 8822 SPRL, D2C Partners, Artist Valley SA, MSQ SPRL en Almacon SPRL, onverminderd de facturering van deze ondernemingen in het kader van hun dienstverleningscontract.
Dredging Environmental & Marine Engineering NV en CFE NV hebben op 26 november 2001 een dienstverleningscontract afgesloten met Ackermans & van Haaren NV. De vergoedingen die verschuldigd zijn door Dredging Environmental & Marine Engineering NV, een 100% dochteronderneming van CFE NV, en door CFE NV uit hoofde van dit contract, bedragen 1.215 duizend euro en 673 duizend euro per jaar.
Op 31 december 2019 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit over Rent-A-Port NV, Green-Offshore NV en hun filialen.
De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd.
Tijdens 2019 werd er geen significante verandering in de natuur van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met maandag 31 december 2018 vastgesteld.
De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de geassocieerde deelnemingen en partnerschappen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Activa met verbonden partijen | 194.553 | 237.937 |
| Financiële vaste activa | 92.177 | 170.380 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 95.353 | 50.072 |
| Overige vlottende activa | 7.023 | 17.485 |
| Passiva met verbonden partijen | 46.829 | 37.646 |
| Overige langlopende passiva | 1.303 | 1.309 |
| Handelsschulden en andere bedrijfsschulden | 45.526 | 36.337 |
| (duizend euro) | 2019 | 2018 |
| Lasten en opbrengsten met verbonden partijen | 453.690 | 354.762 |
| Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten | 478.432 | 369.154 |
| Aankopen en overige operationele lasten | (35.407) | (23.616) |
| Financiële lasten en opbrengsten | 10.665 | 9.224 |
Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten ten opzichte van verbonden entiteiten en partnerschappen stijgen voornamelijk bij DEME tussen 2018 en 2019 als gevolg van de ontwikkelingswerken met bettrekking tot de offshore windparken Seamade.
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2019) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de | 1.920,9 | 78,78% | 756,2 | 22,85% |
| Individuele en geconsolideerde rekeningen | 96,5 | 3,96% | 3,9 | 0,12% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten | 2.017,4 | 82,74% | 760,1 | 22,97% |
| Subtotaal audit | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 158,1 | 6,48% | 1.348,9 | 40,77% |
| Andere prestaties | 262,8 | 10,78% | 1.199,3 | 36,26% |
| Subtotaal andere | 420,9 | 17,26% | 2.548,2 | 77,03% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.438,3 | 100% | 3.308,3 | 100% |
Zoals beschreven in sectie 5.B.13 van de verslag van de raad van bestuur, zal de COVID-19-pandemie een negatieve invloed hebben op de omzet, de kasstromen en resultaten van de groep CFE in 2020. Op datum van dit rapport is het echter niet mogelijk om de impact hiervan in te schatten.
| NAMEN | NAMEN ACTIVITEITENPOOL | AANDEEL VAN DE GROEP IN % |
|
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| België | |||
| ABEB NV | Wilrijk | Contracting | 100% |
| ANMECO NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| ARTHUR VANDENDORPE NV | Zedelgem | Contracting | 100% |
| BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA | Brussel | Contracting | 100% |
| DESIGN & ENGINEERING SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BENELMAT SA | Gembloux | Contracting | 100% |
| BRANTEGEM NV | Aalst | Contracting | 100% |
| CFE CONTRACTING SA | Brussel | Contracting | 100% |
| GROEP TERRYN NV | Moorslede | Contracting | 100% |
| HOFKOUTER NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| MBG NV | Wilrijk | Contracting | 100% |
| MOBIX COGHE NV | Halen | Contracting | 100% |
| MOBIX ENGEMA SA | Brussel | Contracting | 100% |
| MOBIX ENGETEC SA | Manage | Contracting | 100% |
| MOBIX REMACOM NV | Lochristi | Contracting | 100% |
| MOBIX STEVENS NV | Halen | Contracting | 100% |
| PROCOOL SA | Gosselies | Contracting | 100% |
| THIRAN SA | Ciney | Contracting | 100% |
| VANLAERE NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| VMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA DRUART SA | Gosselies | Contracting | 100% |
| VMA BE.MAINTENANCE SA | Brussel | Contracting | 100% |
| VMA FOOD & PHARMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA NIZET SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| VMA VANDERHOYDONCKS NV | Alken | Contracting | 100% |
| VMA WEST NV | Waregem | Contracting | 100% |
| WEFIMA NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| AGROVIRO NV | Zwijndrecht | DEME | 75% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV | Oostende | DEME | 100% |
| CATHIE ASSOCIATES HOLDING CVBA | Diegem | DEME | 100% |
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV (CTOW) |
Zwijndrecht | DEME | 54% |
| DEME BLUE ENERGY NV | Zwijndrecht | DEME | 70% |
| DEME BUILDING MATERIALS NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV | Zwijndrecht | DEME | 75% |
| DEME NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME COORDINATION CENTER NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO) |
Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE BE NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE HOLDING NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| ECOTERRES HOLDING SA | Gosselies | DEME | 75% |
| EKOSTO NV | Sint-Gillis-Waas | DEME | 75% |
| FILTERRES SA | Gosselies | DEME | 56% |
| GEOWIND NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV | Oostende | DEME | 100% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM NV | Zwijndrecht | DEME | 52% |
| GRC ZOLDER NV | Zwijndrecht | DEME | 37% |
| G-TEC OFFSHORE SA | Milmort | DEME | 73% |
| G-TEC SA | Milmort | DEME | 73% |
| LOGIMARINE SA | Berchem | DEME | 100% |
| PURAZUR NV | Zwijndrecht | DEME | 75% |
| HDP CHARLEROI | Brussel | Holding | 100% |
| BPI Real Estate Belgium SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
|---|---|---|---|
| BPI SAMAYA NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI PARK WEST NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXEL LOISES SA |
Brussel | Vastgoed | 100% |
| PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| VAN MAERLANT NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| WOLIMMO NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| ZEN FACTORY NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| WOOD SHAPERS SA | Bruxelles | Contracting/ Vastgoed |
100% |
| Cyprus | |||
| BELLSEA LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DEME CYPRUS LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DEME SHIPPING COMPANY LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE CY LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| MIDDLE EAST MARINE CONTRACTING LTD (MEMC) |
Nicosia | DEME | 100% |
| NOVADEAL LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| TCMC THE CHANNEL MANAGEMENT COMPANY LTD |
Nicosia | DEME | 100% |
| CONTRACTORS OVERSEAS LTD | Nicosia | Holding | 100% |
| Duitsland | |||
| DEME OFFSHORE DE GMBH | Bremen | DEME | 100% |
| NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH | Bremen | DEME | 100% |
| OAM-DEME MINERALIEN GMBH | Hamburg | DEME | 70% |
| Frankrijk | |||
| G-TEC SAS | Le Havre | DEME | 73% |
| DEME OFFSHORE FR SAS | Lambersart | DEME | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA | Lambersart | DEME | 100% |
| FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNA TIONALES SAS |
Parijs | Holding | 100% |
| Groot-Brittannië | |||
| VMA MIDLANDS LTD | Yorkshire | Contracting | 100% |
| DEME BUILDING MATERIALS LTD | Weybridge, Surrey | DEME | 100% |
| DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD | Weybridge, Surrey | DEME | 75% |
| NEWWAVES SOLUTIONS LTD | Londen | DEME | 100% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRI SES CLE SA |
Strassen | Contracting | 100% |
| APOLLO SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| BONNY RIVER SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| CRIVER SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE LU SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE PROCUREMENT & SHIPPING LU SA |
Luxemburg | DEME | 100% |
| MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SAFINDI SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SAFINDI RE SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| THOR CREWING LUXEMBOURG SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA | Strassen | Holding | 100% |
| ARLON 23 SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| GRAVITY SA | Luxemburg | Vastgoed | 100% |
| IMMO-BECHEL CLE SARL | Strassen | Contracting/ Vastgoed |
100% |
| WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA | Strassen | Contracting/ Vastgoed |
100% |
Andere Afrikaanse landen
| Nederland | |||
|---|---|---|---|
| AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV |
Amsterdam | DEME | 75% |
| DEME BUILDING MATERIALS BV | Vlissingen | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS MERKUR BV | Breda | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS NETHERLANDS BV | Breda | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE NL BV | Breda | DEME | 100% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV | Amsterdam | DEME | 75% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVER WERKEN BV |
Amsterdam | DEME | 75% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) |
Dordrecht | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE SHIPPING BV | Breda | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NETHERLANDS BV | Breda | DEME | 100% |
| G-TEC BV | Delft | DEME | 73% |
| MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | DEME | 75% |
| INNOVATION HOLDING BV | Breda | DEME | 100% |
| INNOVATION SHIPOWNER BV | Breda | DEME | 100% |
| INNOVATION SHIPPING BV | Breda | DEME | 100% |
| PAES MARTIEM BV | Amsterdam | DEME | 100% |
| ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV |
Amsterdam | DEME | 75% |
| Polen | |||
| CFE POLSKA SP. Z O.O. | Warschau | Contracting | 100% |
| VMA POLSKA SP. Z O.O. | Warschau | Contracting | 100% |
| BPI PROJECT I SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT II SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT III SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT IV SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT V SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT VI SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI VILDA PARK SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| ACE 14 SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 90% |
| BPI BARSKA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI CZYSTA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| CFE SENEGAL SASU | Dakar, Senegal | Contracting | 100% |
|---|---|---|---|
| DRAGAMOZ LDA | Maputo, Mozambique | DEME | 100% |
| MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD | Ebene, Mauritius | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SOUTH AFRICA PTY LTD |
Durban, Zuid-Afrika | DEME | 100% |
| AZIË | |||
| India | |||
| DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD | New Delhi | DEME | 100% |
| INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PVT LTD | Chennai | DEME | 90% |
| Andere Aziatische landen | |||
| MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC (MEDCO) |
Qatar | DEME | 95% |
| DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD | Saoedi-Arabië | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD | Kuala Lumpur, Maleisië | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD |
Shanghai, China | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC | Verenigde Arabische Emiraten |
DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES MIDDLE EAST DMCEST |
Verenigde Arabische Emiraten |
DEME | 100% |
| FAR EAST DREDGING LTD | Hong Kong | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD (DIAP) |
Singapore | DEME | 100% |
| PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA | Djakarta, Indonesië | DEME | 60% |
| AMERIKA | |||
| Verenigde Staten | |||
| VMA US INC | Zuid-Carolina | Contracting | 100% |
| DEME OFFSHORE US INC | Wilmington, New Castle, Delaware |
DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE US LLC | Wilmington, New Castle, Delaware |
DEME | 100% |
| MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS HOLDING LLC |
Texas | DEME | 100% |
| MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS LLC | Texas | DEME | 100% |
| Brazilië | |||
| DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA | Santos | DEME | 75% |
| DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | DEME | 100% |
| Canada | |||
| DEME OFFSHORE CA LTD | Halifax | DEME | 100% |
| Andere Amerikaanse landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV | Mexico | DEME | 100% |
| LOGIMARINE SA DE CV | Mexico | DEME | 100% |
| CORPORACION ARENERA MARINA SA | Panama | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA | Panama | DEME | 100% |
| SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA | Caracas, Venezuela | DEME | 100% |
| OCEANIË | |||
| Australië | |||
| DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | DEME | 100% |
| GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | DEME | 100% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | |||
| DREDECO (PNG) LTD | Port Moresby | DEME | 100% |
| CFE POLSKA SP. Z O.O. | Warschau | Contracting | 100% |
|---|---|---|---|
| VMA POLSKA SP. Z O.O. | Warschau | Contracting | 100% |
| BPI PROJECT I SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT II SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT III SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT IV SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT V SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT VI SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI VILDA PARK SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| ACE 14 SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 90% |
| BPI BARSKA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI CZYSTA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI SADOWA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WROCLAW SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| IMMO WOLA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| Andere Europese landen | |||
| VMA SLOVAKIA SRO | Trencin, Slowakije | Contracting | 100% |
| DEME OFFSHORE DK A/S | Fredericia, Denemarken | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA | Madrid, Spanje | DEME | 100% |
| NAVIERA LIVING STONE SLU | Madrid, Spanje | DEME | 100% |
| BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE SA | Lissabon, Portugal | DEME | 100% |
| DRAGMORSTROY LLC | Sint-Petersburg, Rusland | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC | Odessa, Oekraïne | DEME | 100% |
| SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA | Rome, Italië | DEME | 100% |
| CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL | Boekarest, Roemenië | Holding | 100% |
| CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT | Boedapest, Hongarije | Holding | 100% |
| AFRIKA | |||
| Angola | |||
| DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA | Luanda | DEME | 100% |
| SOYO DRAGAGEM LDA | Soyo | DEME | 100% |
| Nigeria | |||
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS NIGERIA LTD (CMTON) |
Lagos | DEME | 54% |
| DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES NIGERIA LTD |
Lagos | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | DEME | 100% |
| EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA | Port harcourt | DEME | 100% |
| NOVADEAL EKO FZE | Lagos | DEME | 100% |
| Tsjaad | |||
| CFE TCHAD SA | Ndjamena | Holding | 100% |
| Tunesië | |||
| COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA | Tunis | Contracting | 100% |
| CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA | Tunis | Holding | 100% |
| NAMEN | ZETEL ACTIVITEITEN POOL |
AANDEEL VAN DE GROEP IN % |
|
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| België | |||
| LUWA NV | Wierde Contracting | 12% | |
| LUWA MAINTENANCE NV | Wierde Contracting | 25% | |
| LIGHTHOUSE PARKING NV | Gent Contracting | 33% | |
| BLUECHEM BUILDING NV | Gent | DEME | 25% |
| BLUEPOWER NV | Zwijndrecht | DEME | 35% |
| BLUE OPEN NV | Zwijndrecht | DEME | 50% |
| BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV | Zwijndrecht | DEME | 25% |
| CONSORTIUM ANTWERP PORT (OMAN) NV | Zwijndrecht | DEME | 60% |
| CONSORTIUM ANTWERP PORT INDUSTRIAL PORT LAND NV | Zwijndrecht | DEME | 50% |
| C-POWER NV | Oostende | DEME | 6% |
| C-POWER HOLDCO NV | Zwijndrecht | DEME | 10% |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | DEME | 50% |
| LA VELORIE SA | Doornik | DEME | 12% |
| NORTH SEA WAVE NV | Oostende | DEME | 13% |
| OTARY BIS NV | Oostende | DEME | 19% |
| OTARY RS NV | Oostende | DEME | 19% |
| POWER@SEA NV | Zwijndrecht | DEME | 19% |
| RENTEL NV | Oostende | DEME | 19% |
| SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV | Antwerpen | DEME | 54% |
| SEDISOL SA | Farciennes | DEME | 37% |
| SEAMADE NV | Oostende | DEME | 13% |
| SILVAMO NV | Roeselare | DEME | 37% |
| TERRANOVA NV | Zwijndrecht | DEME | 44% |
| TERRANOVA SOLAR NV | Stabroek | DEME | 16% |
| TOP WALLONIE SA | Moeskroen | DEME | 37% |
| TRANSTERRA NV | Stabroek | DEME | 50% |
| BPG CONGRES SA | Brussel | Holding | 49% |
| BPG HOTEL SA | Brussel | Holding | 49% |
| PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 25% |
| PPP SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 19% |
| GREEN OFFSHORE NV | Antwerpen | Holding | 50% |
| RENT-A-PORT NV en haar dochterondernemingen | Antwerpen | Holding | 50% |
| BARBARAHOF NV | Leuven | Vastgoed | 40% |
| FONCIERE DE BAVIERE SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BAVIERE DEVELOPPEMENT SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BATAVES 1521 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERASMUS GARDENS SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERNEST 11 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ESPACE ROLIN SA | Brussel | Vastgoed | 33% |
| EUROPEA HOUSING SA | Brussel | Vastgoed | 33% |
| FONCIERE DE BAVIERE A SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE C SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| GOODWAYS SA | Antwerpen | Vastgoed | 50% |
| GRAND POSTE SA | Luik | Vastgoed | 25% |
| IMMOANGE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| JOMA 2060 NV | Brussel | Vastgoed | 70% |
| KEYWEST DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LA RESERVE PROMOTION NV | Kapellen | Vastgoed | 33% |
| LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
|---|---|---|---|
| LIFE SHAPERS NV | Brussel | Vastgoed | 70% |
| LRP DEVELOPMENT BVBA | Gent | Vastgoed | 33% |
| MG IMMO SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| PROMOTION LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 30% |
| TULIP ANTWERP NV | Brussel | Vastgoed | 70% |
| VICTOR BARA SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR SPAAK SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR ESTATE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTORPROPERTIES SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VM PROPERTY I SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VM PROPERTY II SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| NORMALUX MARITIME SA | Luxemburg | DEME | 38% |
| BAYSIDE FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| BEDFORD FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| CHATEAU DE BEGGEN SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| M1 SA | Strassen | Vastgoed | 33% |
| M7 SA | Strassen | Vastgoed | 33% |
| Groot-Brittannië | |||
| BNS JV LTD | Camberley, Surrey | DEME | 50% |
| WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD | Schotland | DEME | 35% |
| Nederland | |||
| BAAK BLANKENBURG-VERBINDING BV | Nieuwegein, Nederland | DEME | 15% |
| DBM-BONTRUP BV | Amsterdam, Nederland | DEME | 50% |
| DEEPROCK BV | Breda, Nederland | DEME | 50% |
| DEEPROCK BEHEER CV | Breda, Nederland | DEME | 50% |
| K3 DEME BV | Amsterdam, Nederland | DEME | 50% |
| OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV | Papendrecht, Nederland | DEME | 50% |
| Polen | |||
| VMA RROBOTICS SP. Z O.O. | Sosnowiec Contracting | 51% | |
| IMMOMAX SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 47% |
| Andere Europese landen | |||
| CBD SAS | Leulinghen-Bernes, Frankrijk | DEME | 50% |
| EARTH MOVING WORLDWIDE LTD | Cyprus | DEME | 50% |
| MERKUR OFFSHORE GMBH | Hamburg, Duitsland | DEME | 13% |
| MORDRAGA LLC | Sint-Petersburg, Rusland | DEME | 40% |
| AFRIKA | |||
| Marokko | |||
| HYDROGEO SARL | Rabat | DEME | 44% |
| Tunesië | |||
| BIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming | Tunis | Holding | 20% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | DEME | 50% |
| MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA | Sao Paulo | DEME | 51% |
| AZIË | |||
| CSBC DEME WIND ENGINEERING CO LTD | Taiwan | DEME | 50% |
| GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENGINEERING CO LTD | Guangzhou,China | DEME | 50% |
| DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | DEME | 51% |
| DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | DEME | 51% |
| DIAP THAILAND CO LTD | Bangkok, Thailand | DEME | 49% |
| DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | DEME | 40% |
| DUQM INDUSTRIAL LAND COMPANY LLC | Oman | DEME | 35% |
| JV KPC-TDI CO LTD | Bangkok, Thailand | DEME | 49% |
| GULF EARTH MOVING QATAR WLL | Qatar | DEME | 50% |
| PORT OF DUQM COMPANY SAOC EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST |
Oman | DEME DEME |
30% 50% |
Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum, met uitzondering van Lighthouse Parking (30 juni) en de in India actieve dochterondernemingen van DEME (31 maart).
De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen worden hierboven niet opgesomd.
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt) We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,
| Naam: | MSQ BVBA vertegenwoordigd door Fabien De Jonge | Piet Dejonghe |
|---|---|---|
| Functie: | Financieel en administratief directeur. | Gedelegeerd bestuurder. |
Datum: 26 maart 2020
| Identiteit van de vennootschap: | Aannemingsmaatschappij CFE |
|---|---|
| Zetel: | Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel |
| Telefoon: | + 32 2 661 12 11 |
| Rechtsvorm: | naamloze vennootschap |
| Wetgeving: | Belgisch |
| Oprichting: | 21 juni 1880 |
| Duur: | onbepaald |
| Boekjaar: | vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar |
| Handelsregister: | RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 |
| Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: | op de maatschappelijke zetel van de vennootschap |
"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar. Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 2 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2021. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV uitgevoerd gedurende 30 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2019 omvat, de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat van het globaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 5 112 632 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst (aandeel van de Groep) van het boekjaar van 133 424 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2019 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
• De boekhoudkundige erkenning van omzet en verwerking van projecten wordt uiteengezet in Toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening. Daarnaast verwijzen we naar Toelichting 17 van de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden.
• DEME is actief in verschillende landen met verschillende belastingstelsels. De belasting van haar operaties kan afhankelijk zijn van inschattingen en kan aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingsauthoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot een uitstroom van middelen zullen leiden, dienen de nodige voorzieningen te worden aangelegd. Er is daarom een hoge mate van oordeelsvermogen van het management en het daaraan gekoppelde risico gerelateerd aan het inschatten van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities die door de groep tot op balansdatum moeten worden opgenomen. Wijzigingen in deze schattingen kunnen bovendien aanleiding geven tot materiële effecten.
• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 10 (Belastingen op het resultaat)
• We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 18 (Voorraden).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Overeenkomstig artikel 3:75, § 1, 6° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel.
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Vertegenwoordigd door
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Vaste Activa | 1.336.844 | 1.338.202 |
| Oprichtingskosten | 0 | 0 |
| Immateriële vaste activa | 46 | 95 |
| Materiële vaste activa | 1.218 | 1.548 |
| Financiële vaste activa | 1.335.580 | 1.336.559 |
| - Verbonden ondernemingen | 1.335.553 | 1.336.525 |
| - Overige | 27 | 34 |
| Vlottende activa | 102.122 | 169.859 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 4.242 | 3.463 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 35.053 | 128.145 |
| - Handelsvorderingen | 25.370 | 35.304 |
| - Overige vorderingen | 9.683 | 92.841 |
| Geldbeleggingen | 0 | 0 |
| Liquide middelen | 62.529 | 38.030 |
| Overlopende rekeningen | 298 | 221 |
| Totaal van de activa | 1.438.966 | 1.508.061 |
| Eigen vermogen | 1.188.337 | 1.141.304 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 592.651 | 592.651 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 487.399 | 487.399 |
| Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) | 58.303 | 11.270 |
|---|---|---|
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 11.544 | 95.381 |
| Schulden | 239.085 | 271.376 |
| Schulden | 125.248 | 130.248 |
| Dettes à un an au plus | 113.585 | 140.872 |
| - Dettes financières | 10.000 | 8 |
| - Dettes commerciales | 12.617 | 16.745 |
| - Dettes fiscales et acomptes sur commandes | 4.178 | 4.006 |
| - Autres dettes | 86.790 | 120.113 |
| Compte de régularisation | 252 | 256 |
| Totaal van de passiva | 1.438.966 | 1.508.061 |
Reserves 8.654 8.654
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2019 | 2018 |
|---|---|---|
| RESULTATEN | ||
| Bedrijfsopbrengsten | 32.271 | 39.577 |
| Bedrijfskosten | 43.532 | (63.521) |
| - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | (24.440) | (27.501) |
| - Diensten en diverse goederen | (7.522) | (12.304) |
| - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (4.799) | (9.014) |
| - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen | 81.174 | (13.617) |
| - Overige | (881) | (1.085) |
| Bedrijfswinst | 75.803 | (23.944) |
| Financiële opbrengsten | 70.948 | 69.443 |
| Financiële kosten | (99.608) | (6.672) |
| Winst van het boekjaar vóór belasting | 47.143 | 38.827 |
| Belastingen (heffingen en regularisering) | (110) | (118) |
| Winst van het boekjaar | 47.033 | 38.709 |
| BESTEMMING | ||
| Winst van het boekjaar | 47.033 | 38.709 |
| Overgedragen winst | 11.270 | 33.316 |
| Vergoeding van het kapitaal | 0 | (60.755) |
| Beschikbare reserves | 0 | 0 |
| Wettelijke reserves | 0 | 0 |
| Over te dragen winst | 58.303 | 11.270 |
De vaste activa bestaan voornamelijk uit participaties in DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium.
De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 90 miljoen euro die op de bevestigde bilaterale kredietlijnen werden opgenomen en 35 miljoen euro handelspapier op middellange termijn. CFE gebruikte eveneens haar handelspapier op korte termijn voor een bedrag van 10 miljoen euro.
Het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet. Dit project zal nog 15 maanden duren.
De vereffening van verscheidene internationale entiteiten leidt tot een terugneming van voorzieningen in het bedrijfsresultaat en een equivalente niet-recurrente financiële last. Voor het overige werden bepaalde voorzieningen, die niet langer relevant waren, teruggenomen en werden niet-recurrente financiële lasten geboekt in de vorm van waardeverminderingen op rekeningen-courant. Hieruit volgt dat de rekeningen-courant en leningen van CFE aan entiteiten in Afrika, Roemenië en Hongarije volledig voorzien zijn.
Het financiële resultaat bestaat voornamelijk uit de van DEME, CFE Contracting en BPI ontvangen dividenden, namelijk respectievelijk 55, 8,8 en 3,2 miljoen euro.
168
Ondanks de sterk verschillende activiteiten van DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate (BPI) vertoont hun duurzaamheidsbenadering veel punten van overeenkomst. De drie polen hebben een gemeenschappelijke ambitie: duurzame oplossingen aanbieden voor de ecologische, maatschappelijke en economische uitdagingen voor de wereld vandaag.
De drie polen koppelen hun duurzaamheidsbenadering aan de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals ofwel SDG's) van de Verenigde Naties. De groep CFE is ervan overtuigd dat elk individu en elke onderneming moet bijdragen aan de aanpak van de grote uitdagingen van onze wereld. De groep CFE zet zich dan ook ten volle in om mee te werken aan de realisatie van de SDG's van de Verenigde Naties.
De duurzame aanpak wil de werking voortdurend verbeteren en haar negatieve impact zoveel mogelijk beperken. Het biedt ook opportuniteiten voor een continue ontwikkeling van nieuwe duurzame waarden en voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe markten. De duurzaamheidsstrategie van DEME volgt twee krachtlijnen:
"Duurzame commerciële oplossingen ontwikkelen" door oplossingen aan te bieden en partnerschappen te vormen die de overgang naar een koolstofarme, circulaire en veerkrachtige economie bevorderen. In haar programma "Explore" wil DEME met verschillende partners in en buiten de sector samenwerken om duurzame en holistische oplossingen te vinden.
"Uitblinken in onze activiteiten", door de koolstofvoetafdruk en de milieu-impact van haar werking te verminderen en een eersterangs werkgever te zijn. Het programma "Excel" vindt dankzij een innoverende aanpak de best mogelijke toepassingen van het wetenschappelijke onderzoek en de bestaande technologieën.
Last but not least is de groep CFE ervan overtuigd dat deze benadering alleen succes kan hebben met de medewerking van de verschillende actoren die bij onze activiteiten betrokken zijn: medewerkers, leveranciers, onderaannemers, overheden, opdrachtgevers, ... Samen aan de verandering werken is de sleutel van het succes van een duurzame strategie. SDG 17 wijst ons de te volgen weg. In deze geest heeft de groep CFE van bij het begin verschillende (interne en externe) stakeholders bij haar denkoefening rond duurzaamheid betrokken. Om een coherente aanpak te verzekeren, hebben DEME, CFE Contracting en BPI trouwens met dezelfde adviesbureaus voor duurzaamheid samengewerkt.
Om de steun van elke medewerker voor de duurzame doelstellingen van de groep te verkrijgen, was het van fundamenteel belang dat er rekening werd gehouden met de eigenheid van alle beroepen van CFE Contracting en BPI en dat de medewerkers bij de uitwerking van de strategie werden betrokken. Dit initiatief verliep in vier stappen : het overleg met de directiecomités van de verschillende entiteiten, de analyse van de gegevens en het uitwerken van de doelstellingen en acties door een werkgroep, de definitie van de impact van de doelstellingen op de business door het uitvoeringscomité en tot slot de goedkeuring van de materialiteitsmatrix van de globale visie door de raad van bestuur. De duurzame visie van CFE Contracting en BPI stoelt bijgevolg op elf prioritaire doelstellingen, verzameld in vier kernthema's.
Vertrekkend van deze visie leggen CFE Contracting en BPI nu meer en meer contacten met de verschillende stakeholders, zoals klanten en leveranciers, om op basis van deze waarden echte duurzame partnerschappen te vormen. Tegelijkertijd hebben we verscheidene acties uitgestippeld om onze onderaannemers vertrouwd te maken met onze duurzame visie en hen aan te sporen om ons hierin te volgen.
Ook bij DEME was het betrekken en de steun van alle medewerkers een drijvende factor bij het bepalen van de duurzame doelstellingen. Het executief comité, de business managers van de verschillende activiteiten alsook de verantwoordelijken van de operationele entiteiten en de ondersteunende diensten werden geraadpleegd. Alle deelnemers werden uitgenodigd om de
relevantie van de zeventien SDG's voor DEME en voor de externe stakeholders te evalueren. Deze raadplegingen waren ook een gelegenheid om de toekomstige duurzaamheidsopportuniteiten en -uitdagingen van DEME te bespreken. Daarna werd een online peiling georganiseerd en vonden verscheidene workshops plaats (in het kader van de "DEMEx Innovation Conference"). Aansluitend werden meer dan tweehonderd jonge DEME-medewerkers uitgenodigd om de duurzaamheidsuitdagingen te onderzoeken en hun mening te geven over de impact die DEME erop kan hebben.
Het resultaat van deze uitgebreide en systematische raadpleging van de interne en externe stakeholders, die al in 2017 werd opgestart, liet het toe om een reeks van acht kernthema's voor DEME te bepalen die de drijfkrachten van haar duurzaamheidsprestatie zijn. Dankzij de definitie van deze acht thema's kan de onderneming haar beslissingen afstemmen op de SDG's waarop DEME de grootste impact heeft. Tegelijkertijd is het essentieel dat DEME – een wereldbedrijf dat op tal van plaatsen en projecten werkt – goede betrekkingen met alle stakeholders onderhoudt maar ook alle partners sensibiliseert voor de duurzaamheidsaanpak van de onderneming.
Uitvoerig overleg met de stakeholders hebben geleid tot het bepalen van acht cruciale duurzaamheidsdoelstellingen. Deze thema's zijn de motor van onze duurzame prestaties. Het bepalen van deze prioriteiten zal ons helpen om onze commerciële beslissingen af te stemmen op die SDG's waarop DEME de grootste impact kan hebben.
In lijn met zowel de operationele als de strategische benadering zijn de acht thema's systematisch in die twee richtingen uitgewerkt. Met deze doelstellingen kan DEME een reële duurzame waarde creëren. De acht thema's zijn: "Climate & Energy", "Capital Nature", "Sustainable innovation", "Waste and resource management", "Health, safety & wellbeing", "Diversity and opportunity", "Ethical business" en "Local communities". Ze worden gedetailleerd beschreven in het Duurzaamheidsverslag van DEME (www.deme-group.com/ sustainability).
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" voor de realisatie van onze klimaat- en energievisie focust op de infrastructuur. Wij bouwen aan een klimaatbestendige infrastructuur dat zich beter aanpast aan de onzekerheden van het klimaat, onder meer met oplossingen voor de bescherming tegen overstromingen. Bovendien bevorderen wij de energietransitie door onze oplossingen voor offshore hernieuwbare energie verder te ontwikkelen, met gespecialiseerde teams die aan de grootste windparken in enkele van de moeilijkste maritieme omgevingen ter wereld hebben gewerkt. Wij blijven nieuwe maritieme oplossingen bestuderen voor de productie (ook met behulp van waterstof, geothermische energie, getijdenenergie en zonne-energie), de transmissie en de opslag van hernieuwbare energie. Samen verbeteren deze projecten de toegang tot betaalbare energie, versterken ze het aandeel van de hernieuwbare bronnen en verhogen ze de energie-efficiëntie. Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" teneinde klimaatneutraal te worden, werd al opgestart, met een evolutie naar klimaatneutrale schepen en programma's die de uitstoot van broeikasgassen in de waardeketen van onze projecten verlagen. Door onze huidige acties op te voeren, nieuwe programma's te introduceren en onze energie-efficiëntie te optimaliseren, streven wij naar het energiezuinigste park van de sector. Concreet verwachten wij onze uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% te verlagen (tegenover 2008) en spannen wij ons in om tegen 2050 volledig klimaatneutraal te zijn.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" mikt op de preventie en de beperking van de vervuiling van de zee, terwijl we zones in zee, aan de kust en in het binnenland, (bevaarbare waterwegen en ecosystemen op het land) op duurzame wijze weer tot leven brengen en herstellen. In elk project werken wij samen met onze klanten aan een holistische aanpak van de interacties met de ecosystemen. Operationele uitmuntendheid: het valt niet te ontkennen dat maritieme contracten (baggeren van de zeebodem, uitbreiden van havens, installatie van offshore windturbines, leggen van onderzeese kabels, visserij op zee enz.) het milieu aantasten. Onze benadering "Excel" mikt echter op een samenwerking met de natuur om de milieu-impact van onze activiteiten tot het minimum te beperken en in de mate van het mogelijke een positieve netto-impact te hebben op de biodiversiteit en de ecosystemen. Dat omvat ook het ecosysteem van de evaluaties van door de natuur geïnspireerde diensten en nieuwe concepten.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" streeft naar partnerschappen met meerdere partijen en naar inter- en intra-industriële samenwerkingen voor de transitie naar een duurzame ontwikkeling en holistische oplossingen.
Onze benadering "Excel" verbetert het wetenschappelijk onderzoek, moderniseert de technologische capaciteiten en moedigt duurzame ontwikkeling en innovatie in onze projecten aan.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" werkt aan een transitie in de keuze van hulpbronnen, met het oog op de uitbreiding van een duurzaam aanbod van hulpbronnen. Aangezien wij technische oplossingen leveren voor afval, bodem, water en sedimenten, versnellen wij de evolutie naar een circulaire economie.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" van afval en hulpbronnen levert duurzame alternatieven voor bouwmaterialen en mineralen. Onze technologie hergebruikt het afval van materialen na hun verwerking, om een efficiënt en circulair materiaalgebruik in het geheel van de projecten te maximaliseren.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" van de gezondheid, de veiligheid en het welzijn ontwikkelt duurzame infrastructuren die de welvaart en het welzijn ten goede komen en een veilige omgeving verzekeren.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" schept een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen die bij onze activiteiten betrokken is. Met dat doel analyseren en beheren wij alle potentieel gevaarlijke situaties in verband met onze activiteiten en werkplaatsen, zodat de risico's op een aanvaardbaar niveau blijven.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" van de diversiteit steunt op de opportuniteit om fatsoenlijke banen te voorzien en op de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling binnen de groep, afhankelijk van de kwalificaties, de ervaring en de juiste opleidingen. Dit beleid zal de economische ontwikkeling stimuleren en de ongelijkheid verminderen.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" garandeert een inclusieve werkplek waar iedereen gelijk, met waardigheid en met respect wordt behandeld. Bovendien versterken wij de competenties van de medewerkers door de ontwikkeling van talenten te bevorderen en duurzame ontwikkeling in de hand te werken.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: in onze benadering "Explore" verbinden we ons tot integer zakendoen, om elke vorm van corruptie of fraude actief en proactief te voorkomen. Ons ethisch engagement maakt deel uit van onze STRIVE-waarden.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" bestaat erin dat wij een ethische mentaliteit in onze organisatie integreren en alleen samenwerken met derden die dezelfde normen toepassen. Dit omvat maar beperkt zich niet tot het respect van de Rechten van de Mens zoals de Universele Verklaring van de Verenigde Naties ze heeft vastgelegd. De Rechten van de Mens tolereren geen slavernij, dwangarbeid of kinderarbeid, geen mensenhandel, corruptie of fraude.
Duurzame commerciële oplossingen bestuderen: onze benadering "Explore" wil de weerstand van de gemeenschappen tegen economische, ecologische en maatschappelijke uitdagingen versterken.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" schept samenwerkingsrelaties met de plaatselijke gemeenschappen door middel van overleg, engagement en participatie. Door deze relaties van bij de voorbereiding van een nieuw project of een investering aan te knopen, krijgen wij een beter begrip van de plaatselijke behoeften en bekommernissen, die we dan in onze besluitvorming in aanmerking kunnen nemen.
Het overleg met de verschillende entiteiten heeft een reeks duurzame thema's en doelstellingen opgeleverd die eigen zijn aan ons werk en die we aan de SDG's kunnen koppelen. Om deze analyse te voltooien, werd ook rekening gehouden met de grote trends in en buiten onze sector.
In eerste instantie is een reeks van zes sterke trends naar voren gekomen: "War of talent": de menselijke factor staat meer dan ooit centraal
in onze activiteiten. Toch blijft het moeilijk om gekwalificeerde mensen te rekruteren en te behouden in de bouwsector vanwege imagoproblemen en arbeidsomstandigheden die minder aantrekkelijk zouden kunnen zijn (nacht- en weekendwerk, interventies en bouwplaatsen in open lucht). Bovendien hebben de jonge nieuwkomers vaak een gebrek aan kwalificaties en moeten ze een aanvullende opleiding krijgen.
"Complex collaborations": de bouwsector is even boeiend als complex, in het bijzonder op het vlak van het aantal interveniënten (architecten, studiebureaus, instellingen, klanten, leveranciers, ...) en hun onderlinge betrekkingen in heel het proces van het ontwerp en de realisatie. "Lack of incentives": het blijft nog altijd erg moeilijk om de partners te overhalen tot de globale langetermijnvisie van de life cycle costs. De soms te kortzichtige visie van de projectontwerpers zet een rem op de innovatie, de technologische optimalisatie of het gebruik van meer ecologische materialen.
ook van het afval – door het te beperken, te hergebruiken of te recycleren – is een cruciale uitdaging.
"Stringent regulations": de verschillende strenge Europese, nationale of gewestelijke reglementeringen maken ons werk soms buitensporig complex en beperken de innovatiemogelijkheden. "Traffic": vooral in België en Luxemburg is het transport van mensen en materialen een handicap in ons werk. De medewerkers, de onderaannemers en de leveranciers verliezen veel tijd in het verkeer. Aangezien jaar na jaar meer auto's en vrachtwagens op de weg komen, wordt het probleem alleen maar groter. Het leidt tot demotiverende en lange verplaatsingen voor het personeel en problemen met een efficiënt beheer van de leveringen.
Om deze analyse verder uit te diepen, werd het overleg verdergezet en de trends in verband gebracht met de zeventien SDG's. Deze oefening heeft een reeks doelstellingen voor onze activiteiten opgeleverd en heeft ons ook doen nadenken over concrete acties om die doelstellingen te bereiken. Op basis van deze vaststellingen heeft een werkgroep alle reeds gedefinieerde
doelstellingen verzameld en ze in vier thema's ingedeeld. Zo is de visie van
THEREFORE: PARTNER FOR CHANGE
CFE Contracting en BPI op duurzame ontwikkeling tot stand gekomen: "Build for the future", "Be a great place to work", "Offer innovative solutions", "Towards climate neutrality". Al deze thema's steunen altijd op het idee van partnerschap.
Elk thema verzamelt dus een reeks doelstellingen. Het verband met de SDG's blijft altijd bewaard, om te verzekeren dat de doelstelling in de logica van de zeventien SDG's past.
Als ontwerpers en aannemers zijn wij de cruciale actoren om de stad van morgen te bedenken en aan haar transformatie mee te werken.
Een andere visie op de manier van werken, in een streven naar duurzaamheid, schept ook tal van nieuwe kansen. Door de gebruikte materialen duurzaam te selecteren, de productie van afval te beperken, te recycleren of circulair te denken, kunnen we de bouwmethoden duurzaam aanpassen.
Modulariteit en prefabricage beperken niet alleen het afval maar verbeteren ook de arbeidsomstandigheden van de medewerkers en beperken de hinder voor de buurt.
Tot slot is het van fundamenteel belang dat we onze constructies en hun verschillende technische elementen van bij het ontwerp optimaliseren. Rekening houden met het onderhoud, de levensduur van de technische elementen en de life cycle costs is een relevante keuze voor een weldoordachte en duurzame bouw. In deze context warden er elf doelstellingen bepaald: "waste and packaging reduction", "modular & circular principles in our projects", "water management", "ease of maintenance", "re-use or recycling of construction waste", "ecofriendly
construction materials use", "anticipation of climate risks in our projects", "partnerships with ngos", "sustainable infrastructure upgrade", "public private investments" en "relationships with affected neighborhoods". Elk van deze doelstellingen kan aan één of meer SD-G's worden gekoppeld.
De menselijke factor is meer dan ooit een centraal aandachtspunt voor CFE Contracting en BPI. Het welzijn en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van alle medewerkers en alle actoren in onze projecten zijn volstrekte prioriteiten.
Daarnaast is het essentieel dat elke medewerker zijn talenten kan ontwikkelen
| OUR MAIN OBJECTIVES TO BUILD FOR THE FUTURE | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| WASTE AND PACKAGING REDUCTION | ∙ | ∙ | ||||
| MODULAR & CIRCULAR PRINCIPLES IN OUR PROJECTS | ∙ | ∙ | ∙ | ∙ | ||
| WATER MANAGEMENT | ∙ | ∙ | ||||
| EASE OF MAINTENANCE | ∙ | ∙ | ∙ | |||
| RE-USE OR RECYCLING OF CONSTRUCTION WASTE | ∙ | ∙ | ||||
| ECOFRIENDLY CONSTRUCTION MATERIALS USE | ∙ | ∙ | ||||
| ANTICIPATION OF CLIMATE RISKS IN OUR PROJECTS | ∙ | ∙ | ||||
| PARTNERSHIPS WITH NGO OR LOCAL ASSOCIATIONS | ∙ | ∙ | ∙ | |||
| SUSTAINABLE INFRASTRUCTURE UPGRADE | ∙ | ∙ | ||||
| PUBLIC PRIVATE INVESTMENTS | ∙ | ∙ | ||||
| RELATIONSHIPS WITH AFFECTED NEIGHBORHOODS | ∙ | ∙ |
| OUR MAIN OBJECTIVES TO BE A GREAT PLACE TO WORK | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| HEALTH & SAFETY | ∙ | ∙ | |||||
| DECENT WORKING CONDITIONS FOR ALL | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| TALENT ATTRACTION, TRAINING & RETENTION | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| STRONG CORPORATE GOVERNANCE | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| CAREER DEVELOPMENT FOR ALL EMPLOYEES | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| CLEAR SUSTAINABILITY REPORTING | ∙ | ∙ | |||||
| DIVERSITY & INCLUSION | ∙ | ∙ | ∙ |
en naargelang zijn competenties in onze organisatie kan groeien. CFE wil een klimaat van vertrouwen ontwikkelen dat elke medewerker de kans geeft om zijn competenties ten volle en in vertrouwen te verruimen en zo bij te dragen aan een gezonde bedrijfscultuur. Want zijn tevreden medewerkers niet de beste ambassadeurs om nieuwe talenten aan te trekken?
Natuurlijk moet ook iedereen de fundamentele waarden van respect, transparantie en integriteit waarmaken en uitdragen.
In deze context hebben we zeven doelstellingen gekozen: "health and safety", "decent working conditions for all", "talent attraction, training & retention", "strong corporate governance", "career development for all employees", "clear sustainability reporting" en "diversity & inclusion".
LEAN, dat al op de meeste van onze bouwplaatsen wordt toegepast, kan naar alle activiteiten worden uitgebreid. De digitalisering, de doorlopende verbetering van onze processen, het zoeken naar innoverende oplossingen in onze werken en in het geheel van de productieketen zijn stuk voor stuk benaderingen om onze activiteiten in een geest van duurzaamheid te herzien.
In deze context hebben we vier doelstellingen gekozen: "innovation accross our businesses & supply chains", "product as a service", "implementation of LEAN philosophy" en "administrative procedures simplification".
CFE Contracting en BPI zijn alert voor de impact van hun werk op de samenleving en het milieu. Het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor de medewerkers en de materialen ontwikkelen. Naast de optimalisatie van het transport van materialen werken we ook aan de optimalisatie van het afval.
| OUR MAIN OBJECTIVES TO OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS | |||
|---|---|---|---|
| INNOVATION (ACROSS OUR BUSINESSES & SUPPLY CHAINS) | ∙ | ∙ | ∙ |
| "PRODUCT AS A SERVICE" IN OUR BUSINESS OFFERINGS | ∙ | ∙ | |
| IMPLEMENTATION OF THE LEAN PHILOSOPHY IN EACH ACTIVITY | ∙ | ∙ | |
| ADMINISTRATIVE PROCEDURES SIMPLIFICATION | ∙ | ∙ |
| OUR MAIN OBJECTIVES TO GO TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY | ||||
|---|---|---|---|---|
| MATERIAL AND WASTE TRANSPORT OPTIMISATION | ∙ | ∙ | ||
| GHG EMISSIONS REDUCTION (FLEET) | ∙ | ∙ | ||
| ALTERNATIVE TRANSPORT MODES PROMOTION | ∙ | ∙ | ||
| 100% RENEWABLE ELECTRICITY PROCUREMENT | ∙ | ∙ | ∙ | |
| GHG EMISSIONS REDUCTION (OFFICES & SITES) | ∙ | ∙ | ||
| RENEWABLE ENERGY PRODUCTION | ∙ | ∙ | ∙ | |
| GHG EMISSIONS REDUCTION (EQUIPMENT) | ∙ | ∙ | ||
| BIODIVERSITY | ∙ | ∙ | ||
| ENERGY STORAGE | ∙ | ∙ | ||
| SOIL POLLUTION | ∙ | ∙ |
De beperking van de CO2 -productie impliceert ook een reductie van de uitstoot van onze zetels, kantoren en werfmachines, samen met een geoptimaliseerd gebruik van hernieuwbare energie.
In deze context hebben we tien doelstellingen gekozen: "material and waste transport optimisation", "GHG emissions reduction (fleet – offices & sites – equipment)", "alternative transport modes promotion", "renewable energy procurement & production", "biodiversity", "energy storage" en "soil pollution".
Het geheel van de groep CFE heeft zijn visie op duurzaamheid aan de zeventien SDG's gekoppeld. Dit verzekert niet alleen een duidelijke communicatie, zowel intern als extern, maar ook en vooral een strategie die perfect in de mondiale visie van de maatschappij past. De analyse van onze interne doelstellingen heeft de SDG's geïdentificeerd waarop elk van de drie polen de grootste impact heeft
DEME, dat de SDG's sinds 2017 implementeert, heeft in haar duurzaamheidsbenadering een reeks thema's en acties ontwikkeld waarmee het aan de zeventien SDG's bijdraagt. Al deze thema's en acties worden gedetailleerd beschreven
in het Duurzaamheidsverslag 2019 van DEME. Op het niveau van de groep CFE werden de SDG's 3-7-8-9-11-13- 14- 16 en 17 en de bijbehorende acties het relevantst bevonden.
Voor CFE Contracting en BPI zijn de SDG's 3-4-7-8-11-12-13-16-17 het relevantst.
Om de aanpak van DEME, CFE Contracting en BPI te harmoniseren, is een concordantiematrix opgesteld waarmee men gemakkelijk verbanden kan leggen tussen de thema's van DEME en die van CFE Contracting en BPI. Om het lezen van het jaarverslag te vergemakkelijken, wordt de naam van de thema's
van CFE Contracting en BPI behouden in het schema van de waardecreatie en in de verschillende illustratieve hoofdstukken.
In dit jaarverslag worden veel voorbeelden gegeven van projecten of concrete acties die het engagement van de groep CFE voor deze verschillende thema's duidelijk illustreren (zie pagina's 26 - 45).
| Thema DEME | Gerelateerde SDG | Thema CFE Contracting & BPI | Gerelateerde SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Natural Capital | 6-14-15 | ||||
| Waste and resource management | 12 Build for the future |
6-9-10-11-12 | |||
| Local communities | 1-2-11 | ||||
| Health, safety & wellbeing | 3-8 | ||||
| Diversity and opportunity | 4-5-10-8 | Be a great place to work | 3-4-5-8-10-16 | ||
| Ethical Business | 16 | ||||
| Sustainable innovation | 9 | Offer innovative solutions | 8-9 | ||
| Climate & Energy | 7-13 | Toward Climate neutrality | 7-13-15 | ||
| Partner For Change - SDG 17 |
DEME heeft in 2018 een nieuwe aanpak van de duurzaamheidsgovernance ingevoerd die de onderneming een solide basis geeft voor de ontwikkeling en integratie van de strategie en het kader voor de duurzame ontwikkeling van de volledige organisatie. Deze benadering steunt op analyses en het stellen van prioriteiten die al in 2017 werden opgestart.
De governance van de duurzame ontwikkeling gebeurt op vier grote niveaus: het executief comité, de raad voor duurzame ontwikkeling, het team 'duurzame ontwikkeling' en de verantwoordelijken van de verschillende activiteitenlijnen en ondersteunende diensten.
Elk jaar worden de actieprogramma's voor duurzame ontwikkeling ter goedkeuring voorgelegd aan het executief comité, dat de doelstellingen en de targets herziet.
De raad voor duurzame ontwikkeling geeft aanbevelingen voor strategische en operationele onderwerpen van de duurzame ontwikkeling, om te verzekeren dat alle strategische en operationele beslissingen afgestemd zijn op de waarden, de strategie en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van DEME. Het team 'duurzame ontwikkeling' integreert duurzame ontwikkeling in de commerciële activiteiten. Het team 'duurzame ontwikkeling' : - vertaalt de strategie voor duurzame
ontwikkeling in duidelijke doelstellingen, targets en KPI's ;
De activiteitenlijnen en de ondersteunende diensten passen de strategische en operationele duurzaamheidsdoelstellingen, -targets en -maatregelen toe.
Dit programma wordt aangevuld door een in 2019 ontwikkelde tool voor de evaluatie van de SDG's. Hij wordt in bijlage 1.3 gedetailleerd beschreven.
Na een grondige analyse is DEME erin geslaagd een ambitieus programma voor 2030 op te zetten. Voor elk van de eerder gedefinieerde hoofdthema's bepaalde DEME één (of meer) prioritaire doelstellingen met een sterke impact. Elk van deze acht thema's wordt inderdaad behouden als een hoge materialiteit voor DEME. Gezien de diversiteit aan thema's en gerelateerde SDG's is deze campagne verankerd in de verschillende assen van ESG: milieu, samenleving en goed bestuur. Van alle thema's werden in het bijzonder klimaat en energie, innovatie, bedrijfsethiek en veiligheid weerhouden. Biodiversiteit, het behoud van ecosystemen en waterkwaliteit zijn allemaal cruciale doelstellingen die werden opgenomen in het thema behoud van natuurlijk kapitaal. Tot slot vervolledigen talentenbeheer, resource- en afvalbeheer zonder natuurlijk het partnerschap te vergeten de lijst
van prioritaire thema's. Al deze doelstellingen werden ook meer gedetailleerd opgenomen in het DEME-duurzaamheidsverslag.
De thema's met een lagere materialiteit worden eveneens in het Duurzaamheidsverslag van DEME behandeld.
De klimaatverandering is een van de grootste dreigingen voor de planeet. Een stijging van de temperatuur, gedeeltelijk als gevolg van de CO2 -uitstoot, veroorzaakt een stijging van de zeespiegel, een verzuring van het water en extreme klimaatveranderingen. Tegelijkertijd bestaat er een groeiende behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzaam geproduceerde energie. DEME levert oplossingen voor een aantal aspecten van de klimaatverandering.
De investeringen in infrastructuur (vervoer over het water, windkracht, bescherming van dijken enz.) zijn cruciaal voor een verdere duurzame ontwikkeling in een wereld waarin meer en meer mensen aan waterwegen en zeeën leven. Een van de uitdagingen op dit vlak is het simultane gebruik van de oceanen en zeeën voor de traditionele maritieme activiteiten (scheepvaart, visvangst, toerisme enz.) en voor nieuwe activiteiten zoals hernieuwbare zee-energie en aquacultuur.
De installatie van windparken, een domein waarin DEME een leidersrol speelt, levert een belangrijke bijdrage aan de transitie naar hernieuwbare energie. Windparken kunnen echter de plaatselijke fauna en flora verstoren.
DEME tracht deze gevolgen tot het minimum te beperken, onder meer met onderzeese bellenschermen. De bestaande offshore windparken worden bovendien natuurparken waar de fauna en de flora beter gedijen dan vroeger. De klimaatverandering en de energietransitie naar hernieuwbare bronnen betekenen dat het aantal offshore windparken wereldwijd zal blijven toenemen. DEME werkt bovendien aan andere vormen van hernieuwbare energie, zoals waterstof, geothermische energie, getijdenenergie, golfenergie of zonne-energie, en ook aan hun transport en opslag. Samen verbeteren deze projecten de toegang tot betaalbare energie en verhogen ze de energie-efficiëntie. Zo hebben DEME en verscheidene privé- en openbare bedrijven in november 2019 een samenwerkingsakkoord ondertekend om hun expertise met het oog op een Belgische waterstofeconomie te bundelen. In een eerste fase zullen ze onderzoeken hoe waterstof per schip naar België kan worden gebracht. Ze zullen de financiële, technische en reglementaire aspecten van de verschillende componenten van de logistieke keten in kaart brengen.
DEME levert een substantiële bijdrage aan de SDG's, onder meer met kustbescherming tegen overstromingen, innoverende technologieën in het domein van de groene en blauwe windkracht, en de ontwikkeling van oplossingen voor de sanering van historische bodem- en waterverontreiniging. DEME spant zich in om de negatieve milieu-impact van haar activiteiten tot het minimum te beperken door de energie-efficiëntie van de processen te verbeteren en door minder broeikasgassen uit te stoten. Het focust bijvoorbeeld op de overgang naar energiebronnen met een kleinere milieu-impact.
De doelstelling 2030 van DEME: DEME wil in 2050 een klimaatneutrale onderneming zijn. Het zal in haar park koolstofarme brandstoffen en hernieuwbare energie gebruiken en andere toepassingen benutten om de uitstoot tegen 2030 met 40% te verlagen tegenover 2008.
Daarnaast wil DEME het afval van haar activiteiten verder beperken en de afvalstromen optimaliseren om haar impact op het milieu tot het minimum te beperken.
Samenwerking blijft een fundamentele motor voor ontwikkeling. DEME is bijvoorbeeld een drijvende kracht van het project "The Blue Cluster", een industriële cluster die de "blauwe economie" als motor voor duurzame groei gebruikt. In 2019 heeft DEME in samenwerking met vijf zakenpartners en de Universiteit van Gent het project BlueMarine. com gelanceerd, dat focust op de biologische, technische en economische haalbaarheid van lokale broedplaatsen voor wieren, weekdieren en garnalen. Dit moet uitmonden in een proefinstallatie in Vlaanderen die als incubator zal dienen voor broedplaatsen op grotere schaal en voor de ontwikkeling van een aquacultuurindustrie. Een ander onderzoeksproject dat in 2019 werd gestart, ontwikkelt nieuwe concepten voor een commerciële toepassing van een drijvend zonnepark op zee (Marine Floating Photovoltaic of MFPV). Men wil in de Noordzee offshore zonneparken installeren, eventueel in combinatie met windparken of aquacultuur. De twee projecten krijgen de steun van het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Een veilige en gezonde werkplek voor alle medewerkers, onderaannemers, leveranciers, partners en andere stakeholders is een blijvend aandachtspunt. Door de aard van haar activiteiten moet DEME soms in zeer moeilijke omstandigheden werken. De normen voor de veiligheid en het welzijn van alle medewerkers zijn zeer hoog en worden doorlopend gemonitord door middel van reactieve prestatie-indicatoren (bijvoorbeeld waarnemingen, inspecties enz.) en KPI's (tijdig gemelde incidenten enz.). Elke potentieel gevaarlijke situatie in de processen en op de werkplaatsen wordt geanalyseerd om de risico's op een aanvaardbaar niveau te houden. Deze parameters worden door elke raad van bestuur gevolgd, met duidelijke doelstellingen en een bonusbeleid. Het is de bedoeling om zowel op de schepen als op de andere werkplaatsen geen ongevallen meer te hebben.
Er gaat veel aandacht naar het aantrekken, de opleiding en het behoud van personeel. In 2019 werd DEME door Randstad tot beste Belgische werkgever uitgeroepen.
DEME wijdt eveneens veel aandacht aan de plaatselijke gemeenschappen in de landen waar het actief is en draagt bij aan diverse sociale projecten. Het steunt ook Mercy Ships. DEME schaart zich uiteraard achter de Verklaring van de Rechten van de Mens.
Wij blijven ons inspannen om incidenten en het tijdverlies dat ermee samengaat volledig te elimineren door de gezondheid, de veiligheid en het welzijn op al onze schepen en projecten te verbeteren. Om dat te bereiken, verhogen wij onze investeringen in de gezondheid en het welzijn van de werknemers. We hebben een wereldwijd actieplan voor veiligheid en gezondheid uitgerold dat antwoordt op de mondiale trends. Het komt tot uiting in specifieke jaarlijkse plannen voor elke activiteitenlijn en wordt ten minste eenmaal per jaar aangepast en met volledige analyses geëvalueerd.
Wij werken aan een grotere genderdiversiteit en internationalisering van de directiefuncties, terwijl we beter communiceren over de loopbaankansen, opleidingsmogelijkheden en arbeidsomstandigheden van het personeel.
Bovendien bieden wij alle medewerkers opleidingsmogelijkheden en een persoonlijke begeleiding van de loopbaanontwikkeling aan.
Aangezien het actief is in landen met een hoger ethisch risico, legt DEME in dit domein een bijzondere waakzaamheid aan de dag. Het governancebeleid van DEME stoelt op solide processen, een doorlopende aandacht voor transparantie en de wil om elke activiteit altijd te baseren op de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem STRIVE. Dat alles is opgenomen in de "Code of Ethics and Business Integrity" van DEME. De code reikt doeltreffende instrumenten aan om de risico's van fraude en corruptie tot het minimum te beperken. Het aspect governance wordt gedetailleerd behandeld in hoofdstuk 3 (p. 186 - 188).
De doelstelling 2030 van DEME: De "Code of Ethics and Business Integrity" van DEME gaat samen met een verplicht jaarlijks programma voor de sensibilisering van de medewerkers, met inbegrip van het behalen van een certificaat. De code vormt de basis voor een volwaardig corporate-complianceprogramma. Ze omvat onder meer een due-diligenceprocedure met een selectie van derde partijen met betrekking tot het risico van fraude en corruptie.
Wij willen de volledige organisatie bewust maken van de bedrijfsethiek, alle betrokkenen fatsoenlijke arbeidsomstandigheden garanderen en de sociale dialoog aanmoedigen. Wij werken uitsluitend samen met stakeholders die onze ethische normen respecteren. Tot slot maken we ethische informatie voor bedrijven vlot toegankelijk.
Op het vlak van de innovatie focust DEME sterk op intern ondernemerschap, door meerdere actoren als partners te laten samenwerken. In ESG ligt de klemtoon op de energietransitie, de circulaire economie en de milieubescherming. Om haar doel te bereiken, beschikt DEME over doorlopende innovatieprogramma's, zoals DEMEx en DEME Innovation Driver, en speelt het een eersteplansrol in diverse ecosystemen, zoals de Blue Cluster. In 2019 heeft het Innovation Board van DEME elf innovatie-initiatieven goedgekeurd. Ze zijn het resultaat van het innovatieprogramma DEMEx. Elke eigenaar van een idee moet de bijdrage ervan aan de SDG's benadrukken.
De doelstelling 2030 van DEME: Wij willen blijven ijveren voor duurzaam ondernemerschap in de organisatie, door partnerschappen tussen meerdere partijen te scheppen die een duurzaam R&D steunen en projecten omarmen die de mondiale energietransitie, de circulaire economie en het milieu ten goede komen.
De jaarlijkse evaluatie van de materialiteit stelt ons in staat om de impact van de verschillende doelstellingen telkens weer te evalueren en zo op de meest strategische punten te focussen, altijd in de optiek van voortdurende verbetering. Deze evaluatie vereist niet alleen een interne analyse maar ook een besef van de reële behoeften van de buitenwereld en van haar evolutie.
De verschillende stappen van de validatie en het overleg hebben de steun verzekerd van niet alleen de raad van bestuur maar ook van alle hiërarchische niveaus. Dankzij deze sterke steun en het feit dat rekening wordt gehouden met de eigenheid van elke entiteit, zal deze duurzame strategie door middel van gerichte acties doordringen tot bij alle medewerkers.
Elke doelstelling (zoals vermeld in punt 1.1) is opgenomen in een materialiteitsmatrix die rekening houdt met het belang voor de verschillende stakeholders en met de impact op de business.
Enerzijds wordt dus het belang van een doelstelling voor de verschillende stakeholders beoordeeld. Er zijn drie niveaus : laag, gemiddeld en hoog. Als aanvulling op het intern overleg met de medewerkers werden de huidige trends in de sector in aanmerking genomen. Ze werden met de hulp van gespecialiseerde externe consultants geanalyseerd. De medewerkers werden in heel het proces bij het initiatief betrokken. Eerst werden de directiecomités van de verschillende entiteiten geraadpleegd. Deze eerste analyse werd aangevuld door een werkgroep met een vertegenwoordiger van elke entiteit. Deze werkgroep is fundamenteel voor het proces, want haar leden spelen ook de rol van ambassadeur in hun entiteit. Ze werden niet alleen gekozen voor hun kennis van de onderneming en hun ervaring in hun vakspecialiteit, maar ook voor hun vermogen om de duurzaamheidsstrategie over te brengen naar hun entiteit en ze bij elke medewerker tot leven te brengen.
Vervolgens moest het belang van elke doelstelling in termen van de impact op de business beoordeeld worden. Deze
analyse gebeurde in overleg met de executieve comités van CFE Contracting en BPI. Op basis van hun diepgaande kennis van hun vak werd de impact van elke doelstelling als laag, gemiddeld of hoog gekwantificeerd.
Door deze gegevens samen te voegen, kon men de voor CFE Contracting en BPI relevantste doelstellingen identificeren. Aangezien de middelen om een impact op de doelstellingen te hebben sterk verschillen tussen de twee polen, lag het voor de hand dat zij elk een eigen materialiteitsindex zouden opstellen.
Alle doelstellingen met een hoge materialiteit (prioritaire doelstellingen), die dus een grote impact hebben op de business van CFE Contracting en BPI en zeer belangrijk zijn voor de stakeholders, zullen het voorwerp van een bijzondere opvolging zijn. Voor elk van deze doelstellingen zijn maatregelen op korte, middellange en lange termijn bepaald. Met behulp van specifieke KPI's zal de impact van die maatregelen worden gevolgd, wat een heldere communicatie mogelijk zal maken, zowel intern als met alle stakeholders.
Bepaalde doelstellingen met gemiddelde materialiteit zullen op dezelfde manier als de doelstellingen met hoge materialiteit worden behandeld. De andere doelstellingen met gemiddelde materialiteit, en die met lage materialiteit, zullen in eerste instantie geen bijzondere opvolging krijgen.
De prioritaire doelstellingen hebben betrekking op alle domeinen van de duurzaamheid. Het betreft in het bijzonder de gezondheid en de veiligheid – in de ruime betekenis – van alle medewerkers; de optimalisatie van het transport van materialen en afval; de beperking van afval en vooral de verpakkingen van materialen; het verzekeren van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor alle arbeiders; het aantrekken, behouden en opleiden van talenten; de toepassing van een krachtige governance en het stimuleren van innovatie op alle niveaus van de productieketen.
De drie relevantste doelstellingen met gemiddelde materialiteit worden op dezelfde manier behandeld. Het zijn: "career development", "clear sustainability reporting" en "alternative transport modes promotion".
* High Materiality for BPI
** High Materiality for CFE Contracting
De menselijke factor is een centraal aandachtspunt voor de groep CFE. De aandacht voor de veiligheid zit in het DNA van de groep, want iedereen wil na het werk veilig weer naar huis. Ook het welzijn en de gezondheid in de ruime betekenis van alle medewerkers is essentieel. De beste instrumenten om ze te verzekeren, zijn preventie, sensibilisering en opleiding. In dezelfde visie moet de geestelijke en lichamelijke gezondheid van alle medewerkers worden gevrijwaard. Het evenwicht tussen het werk en het privéleven van de medewerkers krijgt een bijzondere aandacht. Ieders welzijn is een werk van elke dag, met in elke entiteit meerdere concrete acties in de loop van het jaar.
De prioritaire doelstellingen van
deze thema's zijn: "Health & safety: Provide a safe and healthy workplace for all & Continuously work on a healthy work-life balance for both our office and on site workers" en "Reduce traffic time to and from site or office".
De verschillende actoren van onze projecten en dan vooral de onderaannemers moeten dezelfde aandacht krij-
| OBJECTIVE | SIMPLIFIED OBJECTIVE | ESG / INNOVATION | ||
|---|---|---|---|---|
| Incorporate modular and circular principles in our project design | Modular and circular principles in our projects | Innovation | ||
| Collaborate (with suppliers) to reduce packaging waste and reduce waste in general | Waste and packaging reduction | Environment | ||
| Provide a safe and healthy workplace for all & continuously work on health work-life balance for both our office and on site workers |
Health and Safety | Social | ||
| Reduce traffic time to and from site or office | ||||
| HIGH | Guarantee respectful and decent working conditions for all | Decent working conditions for all | Social / Governance | |
| Inspire people to join our company | Social | |||
| Provide training opportunities, both for our office and on site workers | Talent attraction, development & retention | |||
| Develop a governance model based on integrity and respect and fight social fraud | Strong corporate governance | Governance | ||
| Develop systemic innovative solutions across our divisions and and throughout our supply chains |
Innovation (across our divisions & supply chains) | Innovation | ||
| Optimise materials and waste transport systems | Material and waste transport optimisation | Environment | ||
| Follow-up personal career development for all employees | Career development for all employees | Social | ||
| MEDIUM | Transparently communicate on our sustainable performance and progress | Clear sustainability reporting | Governance | |
| Promote and stimulate the use of alternative transport modes for our employees | Alternative transport modes promotion | Environment |
gen. Het corporate governance charter en de procedures bevatten minimale maatregelen op het vlak van de ethiek, de niet-discriminatie en de eerbiediging van de mensenrechten. Daarnaast is het onze verantwoordelijkheid als onderneming om te verzekeren dat elke persoon die bij onze projecten betrokken is fatsoenlijk wordt behandeld.
De grootste waarde van onze groep ligt bij de mannen en vrouwen die erin werken. Het is vandaag de dag erg moeilijk om bekwame nieuwe medewerkers te vinden. Daarom is het uiterst belangrijk dat wij een favoriete werkgever blijven, zodat we bekwame en gemotiveerde mensen kunnen aantrekken en behouden die er trots op zijn dat ze bij de groep CFE horen. De opleiding en de individuele begeleiding van elke medewerker, ongeacht zijn of haar statuut, zijn even belangrijk om in de groep CFE een klimaat van vertrouwen en ontplooiing te ontwikkelen en een echte bedrijfscultuur te scheppen. De prioritaire doelstellingen van deze thema's zijn: "Inspire people to join our company", "Provide training opportunities, both for our office and on site workers" en "Follow-up personal career development for all employees".
Zowel CFE Contracting als BPI zijn alert voor de impact van hun werk op de samenleving en het milieu. Het domein van het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor materialen en afval ontwikkelen. Uit dat oogpunt zijn de prioritaire doelstellingen van deze thema's: "Optimise materials and waste transport systems" en "Promote and stimulate the use of alternative transport modes for our employees".
Op onze bouwplaatsen en in onze kantoren verdient de afvalbeperking een bijzondere aandacht. Ook op het vlak van het hergebruik, de recycling of een circulaire visie op de materialen moeten we het geproduceerde afval zoveel mogelijk beperken. Dat doen we door
een weldoordachte verbruikscultuur te ontwikkelen maar ook door onze partners bij de benadering te betrekken. Dat geldt zowel voor de materialen als voor de optimalisatie en vermindering van de verpakkingen. Dat laatste punt vereist uiteraard een nauwe samenwerking met onze belangrijkste leveranciers. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Collaborate (with suppliers) to reduce packaging waste and reduce waste in general".
Tot slot verzekeren CFE Contracting en BPI een krachtige governance met behulp van een charter en concrete procedures. Deze doelstelling wordt verder ontwikkeld in hoofdstuk 3 (p. 186 - 188). De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Develop a governance model based on integrity and respect and fight social fraud".
Om een totale transparantie en een heldere rapportage over de duurzaamheid te verzekeren, zullen we een regelmatige interne communicatie met alle medewerkers invoeren. De implementatie van specifieke KPI's voor elke doelstelling maakt een echte transparantie mogelijk en stelt ons in staat om de geboekte vooruitgang en de impact van de genomen maatregelen recurrent te beoordelen. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Transparently communicate on our sustainable performance and progress".
Al deze doelstellingen vereisen een nauwe samenwerking tussen de entiteiten en alle andere partners. Bovendien moeten we innovatie niet alleen in onze verschillende activiteiten aanmoedigen maar ook in het geheel van de waardeketen. Innovatie begint immers al bij het ontwerp van een nieuw project, een domein waarin BPI veel troeven kan uitspelen.
De openheid voor de buitenwereld en voor andere partners mag niet worden verwaarloosd. Innovatie wordt immers ook bevorderd door partnerschappen met andere actoren in de sector, zoals de VBA, met onderzoekscentra, met universiteiten en leveranciers, en ook door het delen van kennis tussen de verschillende entiteiten en vakspecialiteiten van
de groep. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Develop systemic innovative solutions across our divisions and throughout our supply chains".
Hun onderlinge synergie stelt de twee polen in staat om van bij het begin gebouwen te ontwerpen met een innovatieve aanpak van de architectuur of de stabiliteit en de speciale technieken. De introductie van nieuwe materialen, de modulariteit of de circulariteit is daarbij een doel op zich. De prioritaire doelstelling van dit thema is: "Incorporate modular and circular principles in our project design".
De verschillende voorbeelden en projecten die op pagina's 26 - 45 worden voorgesteld, geven de aandacht weer die de drie polen alvast opbrengen voor de verschillende thema's en doelstellingen.
Voor de drie polen van de groep is het beheersen van duidelijke KPI's en het zo goed mogelijk opvolgen van de concrete acties een prioriteit. Deze beheersing maakt het immers mogelijk om het effect van de ondernomen acties zo snel mogelijk te beoordelen en dus passende maatregelen te nemen.
Deze gegevensverzameling gaat gepaard met een afstemming van de acties per pool in de verschillende entiteiten om een significante impact te garanderen. Gestructureerde doelstellingen en acties zullen dus duidelijk voorrang krijgen.
Tot slot willen de drie polen duurzaamheid verankeren bij alle medewerkers en er een echte bedrijfscultuur van maken. Hiertoe zullen de gerichte acties zowel op grootschalige projecten als op de kleine, eenvoudige, alledaagse gebaren betrekking hebben. Deze laatste, hoe eenvoudig ze ook zijn, zullen bijdragen aan de bewustwording van alle medewerkers. Vervolgens is het ook heel belangrijk dat alle schakels van de productieketen in deze aanpak geïntegreerd worden.
Op projectniveau werd bij DEME een evaluatietool voor de SDG's ontwikkeld, die informatie verschaft op het niveau van het totale project. Elke projectbeoordeling omvat een klimaatprofiel, een innovatieprofiel en een overzicht van de link van het project met een of meerdere SDG's. Er wordt een objectieve en semi-kwantitatieve aanpak gehanteerd. In 2018 werden al 10 middelgrote tot grote projecten beoordeeld, gevolgd door nog eens 23 projecten in 2019. In hun totaliteit zijn de projecten goed voor bijna de helft van het bedrijfsresultaat, en ze omvatten alle bedrijfsonderdelen en activiteiten van DEME. De belangrijkste doelstellingen van deze tool zijn uiteraard het beter begrijpen van de mogelijke risico's en voordelen van projecten voor het milieu
en de maatschappij, het verschaffen van een kader voor gestructureerde communicatie met alle stakeholders, maar ook het krijgen van een duidelijk beeld van de positieve of negatieve bijdrage van elk project aan de SDG's en er een echt besluitvormingsinstrument in de vroege fase van projecten van maken. Het gebruik van de SDG's maakt een duidelijke en begrijpelijke communicatie naar de externe stakeholders mogelijk: klanten, overheden, ngo's, enz.
Met behulp van deze tool hebben we onder meer vastgesteld dat:
DEME is in 2017 gestart met een grondige analyse van de duurzaamheid en de prioritering van de doelstellingen. Op basis van deze ervaring heeft DEME dus de impact van haar acties kunnen meten. Omdat het bedrijf nog verder wil gaan en nog efficiënter wil zijn, werkt DEME momenteel actief aan de verankering van deze waarden en deze duurzame aanpak bij elke medewerker. Om dit te bereiken werkt DEME aan een verdere structurering van zijn aanpak en aan de afstemming op elkaar van al zijn bedrijfssectoren.
DEME beschikt over een dashboard met de relevantste KPI's met betrekking tot duurzaamheid. Met het oog op continue verbetering blijft DEME haar selectie van KPI's perfectioneren.
DEME heeft de ambitieuze doelstelling om tegen 2050 'klimaatneutraal' te zijn. Uit de analyses van DEME blijkt dat bijna 90% van de uitstoot van broeikasgassen rechtstreeks verband houdt met de apparatuur en de gebruikte brandstof. Om dit aan te pakken, investeren we in de implementatie van toekomstgerichte technologie aan boord van onze schepen en zwaar materieel. We nemen het voortouw in de sector door de implementatie van de 'dual fuel' (DF)-technologie op onze nieuwe schepen. DF-motoren kunnen op vloeibaar aardgas (LNG) draaien, waardoor de uitstoot van koolstofdioxide wordt verminderd en de uitstoot van SOx, NOx en andere uitgestoten deeltjes nagenoeg wordt geëlimineerd.
Op dit moment is de schoonste energie die gebruikt kan worden om onze baggervloot van stroom te voorzien hernieuwbare wind- of zonne-energie. Sinds kort maakt de 'Blanew', onze eerste volledig elektrische autonome baggeraar, deel uit van onze vloot. Het schip is speciaal ontworpen voor het baggeren in jachthavens, kanalen en meren. De 'Blanew' wordt aangedreven door middel van een afwerpbare, drijvende elektriciteitskabel die rechtstreeks aangesloten is op het duurzame elektriciteitsnet aan wal.
Twee van onze innovatieprogramma's - DEMEx en DEME Innovation Diver - zijn gericht op het verbeteren van onze technologische oplossingen en mogelijkheden voor een koolstofarme, circulaire en veerkrachtige samenleving. Een van de resultaten van de DEME Innovation Diver is een 'exoskeletpak' voor handmatige hijswerkzaamheden op onze schepen.
DEME speelt ook een leidende rol in de Blauwe Cluster (Blue Cluster). Dit is een industriële cluster die de 'blauwe economie' gebruikt als motor voor duurzame groei. Het idee is om de prioriteiten op het vlak van R&D af te stemmen op de nationale en internationale prioriteiten op het gebied van duurzame ontwikkeling om de impact van de investeringen in R&D te vergroten. Dit soort innovatieve samenwerking maakt het mogelijk om kennis en beste praktijken op het gebied van duurzaamheid te delen.
Andere concrete voorbeelden zijn te vinden in het duurzaamheidsverslag van DEME en op pagina's 26 - 45 van dit verslag.
In dezelfde geest van analyse als DEME wil CFE Contracting een tool ontwikkelen voor de evaluatie van de SDG's in grote projecten. In een eerste fase zullen proefprojecten geanalyseerd worden om de meest geschikte tool te ontwikkelen.
Voor elke prioritaire doelstelling hebben CFE Contracting en BPI aangepaste KPI's geselecteerd. Er wordt een automatisch dashboard ontwikkeld om de gevraagde KPI's in elke dochteronderneming zo eenvoudig en sereen mogelijk te verzamelen en te consolideren.
De eerste stap is natuurlijk een duidelijke en ondubbelzinnige omschrijving van de te verzamelen gegevens, de frequentie van de metingen per KPI en, tot slot, het bepalen van de persoon/personen
die verantwoordelijk is/zijn voor deze verzameling binnen elke dochteronderneming en de maatregelen die worden genomen om de kwaliteit en de traceerbaarheid van de verzamelde gegevens te waarborgen.
Verschillende KPI's werden voorheen immers niet regelmatig gemonitord. 2020 moet daarom beschouwd worden als het referentiejaar voor de meeste niet-financiële KPI's.
Met behulp van een werkgroep, bestaande uit één vertegenwoordiger van elke entiteit, werden een aantal prioritaire acties voor de korte, middellange en lange termijn vastgesteld. Bepaalde acties zullen op uniforme wijze uitgerold worden voor alle dochterondernemingen van CFE Contracting en BPI. Andere acties zijn daarentegen nauw verbonden met de goede werking van elke entiteit en moeten daarom door elke entiteit worden aangepast. Het doel is dat elke werknemer zich rechtstreeks betrokken voelt bij de ondernomen acties en er tegelijkertijd voor zorgt dat ze een maximale impact hebben.
In de hoofdtekst van dit verslag worden tal van acties die werden gehouden in 2019 voorgesteld. We vermelden in het bijzonder de oprichting van Wood Shapers. Deze joint venture tussen CFE Contracting en BPI is een concreet voorbeeld van een partnerschap tussen entiteiten van de groep. Samen zijn we sterker! En bovenal kunnen we samen het beste voldoen aan de huidige vereisten op milieu- en economisch gebied door innovatieve, snellere en planeetvriendelijkere bouwmethoden voor te stellen.
2019 was ook een jaar vol opleidingen op alle niveaus. Nog een doeltreffende manier om de mens centraal te plaatsen en te bevestigen dat de groep 'a great place to work' is.
De andere acties worden in detail beschreven op pagina's 26 - 45.
Voor 2020 heeft de werkgroep 'duurzaamheid' 35 ambitieuze acties vastgesteld om de 11 hierboven omschreven prioritaire doelstellingen te bereiken. Voor elk van deze acties werd bepaald of ze op een uniforme manier uitgevoerd of aan de specifieke kenmerken van elke entiteit aangepast zouden worden. Voor elke actie werd een verantwoordelijke persoon of een groep verantwoordelijken aangewezen om voor een goede uitvoering en opvolging te zorgen. Deze persoon of groep moet ook controleren of de KPI's goed gemonitord worden. Zo is de opvolging van de voortgang van de proefprojecten op het gebied van het materiaaltransport en de consolidatiecentra toevertrouwd aan een werkgroep. Deze werkgroep zal ook verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de evaluatie van de logistieke toepassingen die rond dit thema ontwikkeld worden. In 2020 zal ook een prijs voor innovatieve ideeën rond duurzaamheid in het leven geroepen worden. Deze prijs beloont projecten die partnerschap en duurzaamheid verenigen en stelt iedere medewerker in staat om persoonlijk betrokken te raken bij de geïnitieerde duurzame aanpak en zijn of haar eigen ideeën in te brengen.
Om de impact van de op sociale thema's gerichte acties te analyseren, volgen de drie polen sinds verscheidene jaren een reeks KPI's. Deze KPI's hebben betrekking op de thema's veiligheid, welzijn, diversiteit en opleiding.
| AANTAL MEDEWERKERS PER POOL | CFE | DEME | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| 2017 | 3.982 | 4.707 | 8.689 |
| 2018 | 3.524 | 5.074 | 8.598 |
| 2019 | 3.276 | 5.134 | 8.410 |
| AANTAL MEDEWERKERS PER STATUUT | Arbeiders | Bedienden | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| CFE CONTRACTING + BPI | 1.745 | 1.531 | 3.276 |
| DEME | 2.261 | 2.873 | 5.134 |
| TOTAAL | 4.006 | 4.404 | 8.410 |
| VERHOUDING MANNEN/VROUWEN VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mannelijke bedienden | Vrouwelijke bedienden | Arbeiders | Arbeidsters | |||
| 2017 | 3.040 | 1.016 | 4.569 | 64 | ||
| 2018 | 3.272 | 1.064 | 4.201 | 61 | ||
| 2019 | 3.289 | 1.115 | 3.934 | 72 |
| AANTAL MEDEWERKERS PER TYPE OVEREENKOMST VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur |
Arbeidsovereenkomst van bepaalde duur |
Werk & studies | Totaal | |||
| 2017 | 7.733 | 949 | 7 | 8.689 | ||
| 2018 | 7.939 | 648 | 11 | 8.598 | ||
| 2019 | 8.065 | 334 | 11 | 8.410 |
| LEEFTIJDSPIRAMIDE VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| per schijf van 5 jaar * | 2017 | 2018 | 2019 | |||
| <25 | 382 | 377 | 380 | |||
| 26-30 | 1.160 | 1.207 | 1.165 | |||
| 31-35 | 1.374 | 1.320 | 1.242 | |||
| 36-40 | 1.267 | 1.267 | 1.250 | |||
| 41-45 | 1.189 | 1.182 | 1.176 | |||
| 46-50 | 1.105 | 1.049 | 973 | |||
| 51-55 | 1.072 | 1.040 | 1.026 | |||
| 56-60 | 754 | 770 | 785 | |||
| >60 | 386 | 386 | 413 |
*Merk op dat DEME iets andere intervallen gebruikt dan CFE Contracting en BPI (bvb. : 25-29 jaar ipv 26-30 jaar)
| ANCIËNNITEIT VOOR DE VOLLEDIGE GROEP CFE (incl. DEME) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| per schijf van 5 jaar | 2017 | 2018 | 2019 | ||
| <1 | 1.344 | 1.144 | 912 | ||
| 1-5 | 2.866 | 2.652 | 2.928 | ||
| 6-10 | 1.847 | 1.767 | 1.509 | ||
| 11-15 | 960 | 1.104 | 1.352 | ||
| 16-20 | 682 | 701 | 685 | ||
| 21-25 | 379 | 352 | 344 | ||
| >25 | 611 | 878 | 680 | ||
| ABSENTEÏSME | |||
|---|---|---|---|
| 2017 | 2018 | 2019 | |
| aantal dagen afwezigheid wegens ziekte | 70.954 | 70.871 | 90.498 |
| aantal dagen wegens arbeidsongevallen | 4.109 | 4.488 | 6.957 |
| aantal dagen afwezigheid wegens verkeersongevallen | 36 | 492 | 122 |
| aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte | 0 | 0 | 0 |
| aantal gewerkte dagen | 1.824.046 | 1.892.886 | 1.802.571 |
| afwezigheidsgraad | 4,12% | 4,01% | 5,41% |
| OPLEIDINGEN | |||
|---|---|---|---|
| in aantal uren | 2017 | 2018 | 2019 |
| Technieken | 44.029 | 56.785 | 68.119 |
| Hygiëne en veiligheid | 55.325 | 41.912 | 60.580 |
| Omgeving | 1.581 | 1.062 | 907 |
| Management | 12.235 | 16.192 | 17.129 |
| Informatica | 6.899 | 10.850 | 17.656 |
| Adm./Boekh./ Beh./ Jur. | 13.029 | 13.499 | 14.039 |
| Talen | 3.484 | 6.289 | 8.598 |
| Diversiteit | 64 | 326 | 310 |
| Andere | 6.808 | 7.409 | 13.247 |
| Totaal aantal opleidingsuren | 143.454 | 154.324 | 200.585 |
| Totaal aantal opleidingsuren per medewerker | 16,5 | 17,9 | 23,85 |
Omdat de veiligheid een doorlopend aandachtspunt is, hebben CFE Contracting en DEME een QHSE-dashboards ontwikkeld, om de evolutie van de statistieken nauwkeurig te volgen en zo snel mogelijk de nodige verbeteringsmaatregelen te nemen.
| Veiligheid voor CFE Contracting |
2017 | 2018 | 2019 | sector-gemiddelde * | sectorgemiddelde voor de bij ADEB-VBA aangesloten bedrijven ** |
|---|---|---|---|---|---|
| Frequentiegraad | 16,76 | 19,42 | 13,72 | 32,45 | 19,86 |
| Ernstgraad | 0,49 | 0,49 | 0,44 | 1,06 | 0,75 |
"* sector-gemiddelde 2018, bron : fedris.be (codes NACE 41, 42 en 43 meegerekend)
** waarden de van de leden van de ADEB-VBA (2018)
| Veiligheid voor DEME | 2017 | 2018 | 2019 | sector-gemiddelde * |
|---|---|---|---|---|
| Frequentiegraad | 0,27 | 0,21 | 0,24 | 3,93 |
| Ernstgraad | 0,03 | 0,072 | 0,097 | 0,75 |
* sector-gemiddelde 2018 , bron : fedris.be (codes NACE 08.12, 39, 42.13, 42.911en 42.919 meegerekend)
Frequentiegraad CFE = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1 miljoen gedeeld door het aantal gewerkte uren
Frequentiegraad DEME = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 200.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren
Ernstgraad = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren
Ook dit jaar heeft de niet-financiële milieurapportage betrekking op de CO2 -productie van de 3 polen. CFE volgt het Greenhouse Gas Protocol en meldt haar uitstoot van broeikasgassen volgens de operationele benadering van de drie scopes:
De directe uitstoot van broeikasgassen houdt verband met het gebruik van fossiele brandstoffen. Alleen de productie van CO2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.
Het betreft uitsluitend aangekochte fossiele brandstoffen die in de eigen installaties, machines, schepen en projecten worden gebruikt. Deze scope 1 omvat ook de in de eigen elektriciteitsgeneratoren gebruikte brandstof.
De indirecte uitstoot van broeikasgassen houdt verband met het gebruik van aangekochte elektriciteit. Alleen de productie van CO2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten.
De elektriciteit die de ondernemingen aankopen is vaak afkomstig uit zowel hernieuwbare als niet hernieuwbare bronnen. Slechts wanneer de hoeveelheid energie die een bedrijf aankoopt uitdrukkelijk contractueel vastgelegd is, kan men ze in de twee delen uitsplitsen. In het andere geval kan men de effectief ontvangen hoeveelheid hernieuwbare energie niet nauwkeurig kennen. Dit verslag geeft dus geen uitsplitsing in dit opzicht.
Dit betreft de andere indirecte uitstoot van broeikasgassen. Deze uitstoot is het gevolg van de activiteiten van CFE maar is afkomstig van bronnen die CFE niet controleert en waarvan het niet de eigenaar is. Hier hebben de verzamelde gegevens uitsluitend betrekking op uitstoot in verband met vliegreizen.
DEME neemt de uitstoot van koolstofdioxide (CO2 ), stikstofprotoxide (N2 O) en methaan (CH4 ) op in haar koolstofvoetafdruk.
De mondiale metingen en de metingen voor België en Nederland worden afzonderlijk geanalyseerd. DEME en CFE Contracting gebruiken verschillende rekenmethoden.
CFE Contracting en BPI gebruiken de koolstofbalansmethode van het ADEME.
| CFE Contracting & BPI | eenheid | 2017 | 2018 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| CO2 uitstoot (scope 1) |
ton CO2 | 13.290 | 19.298 | 14.754 |
| CO2 uitstoot (scope 2) |
ton CO2 | 2.583 | 4.565 | 3.063 |
| CO2 uitstoot (scope 1&2) |
ton CO2 | 15.873 | 23.863 | 17.817 |
DEME gebruikt, uitsluitend voor Nederland en België, specifieke emissiefactoren volgens de CO2 -prestatieschaal. (https://www.co2emissiefactoren.nl/).
| DEME (Belgium + The Netherlands) | eenheid | 2017 | 2018 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| CO2 uitstoot (scope 1) |
ton CO2 | 109.178 | 126.356 | 147.773 |
| CO2 uitstoot (scope 2) |
ton CO2 | 4.740 | 5.376 | 7.796 |
| CO2 uitstoot (scope 1&2) |
ton CO2 | 113.918 | 131.732 | 155.569 |
Voor de mondiale uitstoot van broeikasgassen van DEME worden twee types emissiefactoren gebruikt:
| DEME (Worlwide) | eenheid | 2018 | 2019 |
|---|---|---|---|
| GHG (CO2 + N2 O + CH4 ) uitstoot (scope 1) |
ton CO2 -eq. |
/ | 676.000 |
| GHG (CO2 + N2 O + CH4 ) uitstoot (scope 2) |
ton CO2 -eq. |
/ | 5.000 |
| GHG (CO2 + N2 O + CH4 ) uitstoot (scope 3) |
ton CO2 -eq. |
/ | 12.000 |
| GHG (CO2 + N2 O + CH4 ) uitstoot (scope 1,2 & 3 ) |
ton CO2 -eq. |
687.087 | 693.000 |
DEME en CFE Contracting meten sinds januari 2020 nieuwe KPI's, om de evolutie van de verschillende bepaalde doelstellingen en acties nauwkeuriger en meer gericht te kunnen volgen.
We stellen vast dat de CO2 -uitstoot van de bouwbedrijven van CFE Contracting bijzonder wordt beïnvloed door het type bouwplaats en uitgevoerde werken in de loop van het jaar. Vooral werven met omvangrijke ruwbouwwerken vereisen een groot verbruik van elektriciteit en diesel voor de werking van de bouwmachines en de kranen. Bouwplaatsen en afwerkingen in de winterperiode vereisen dan weer veel energie voor de verwarming en het drogen van de gebouwen. Het verbruik van de voertuigen zal eveneens sterk worden beïnvloed door de afstand woon-wer(f)kverkeer.
Al deze elementen variëren sterk van jaar tot jaar.
De CO2 -uitstoot van de multitechnische bedrijven is relatief stabieler.
Daarom moet men de verschillende vormen van verbruik van zeer nabij volgen, voor een meer nauwkeurige en gerichte opvolging van de genomen maatregelen. Men moet bijgevolg in eerste instantie gerichte doelstellingen bepalen.
Charters en procedures verzekeren het goede bestuur van de verschillende polen.
| CFE | CFE Contracting | BPI | DEME | |
|---|---|---|---|---|
| corporate governance charter | ok | ok | ok | ok |
| procedures | * | ok | ok** | ok |
| anti-corruptiecode | * | ok | ok | ok |
* overgedragen aan CFE Contracting en BPI
** intern beleid voor financiële transacties
Het respect voor fundamentele waarden, zoals de rechten van de mens en de ethiek, is een van de grote aandachtspunten van DEME, CFE Contracting en BPI. Het past in de duurzaamheidsbenadering van de drie polen en in het bijzonder de Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 16. De eerbiediging van deze thema's wordt verzekerd door een strikte toepassing van charters en procedures.
Het Corporate Governance Charter van CFE werd in 2019 bijgewerkt. Dit charter is openbaar en kan op de website van de groep CFE worden geraadpleegd. Hetzelfde geldt voor de statuten van de vennootschap. Het Corporate Governance Charter bepaalt met name de bestuursstructuur van de onderneming, de samenstelling, rollen, plichten en verantwoordelijkheden van de verschillende raden en comités en de gedragsregels voor financiële transacties.
ethiek en integriteit. Deze code weerspiegelt de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem STRIVE: Security, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation and Environment (veiligheid, technisch leiderschap, respect en integriteit, innovatie, waardecreatie en milieu).
Naast de naleving van de wet, een conditio sine qua non, zijn respect en integriteit van het allergrootste belang voor alle mensen van DEME, en iedereen die met DEME wil samenwerken, moet dezelfde normen respecteren.
Alle personeelsleden van DEME worden billijk behandeld, met waardigheid en respect, ongeacht hun persoonlijke kenmerken, geloof, nationale of etnische afkomst, cultuur, godsdienst, leeftijd, gender en seksuele geaardheid, geestelijke of lichamelijke vermogens. DEME biedt een werkplek aan waar alle werknemers billijk en zonder discriminatie worden behandeld.
DEME eerbiedigt en beschermt de mensenrechten in het algemeen, samen
met de fundamentele rechten en vrijheden zoals ze in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties gedefinieerd zijn. De groep tolereert nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of verplichte arbeid of mensenhandel.
De toepassing van het beleid heeft ervoor gezorgd dat alle partners zich bewust zijn van het belang van de eerbiediging van de mensenrechten en dat zij weten hoe en waar zij eventuele inbreuken kunnen melden.
DEME is actief in veel landen met verschillende wetgevingen en met risicosituaties inzake de mensenrechten. De aanwezigheid in landen met een hoger risicoprofiel in termen van schendingen van de mensenrechten is een gevaar voor het imago van DEME. Het is dus bijzonder noodzakelijk dat men alert is bij tijdelijke aanwervingen in het buitenland of tegenover derden die personeel op projecten van DEME inzetten, zoals onderaannemers, leveranciers, freelancers enzovoort.
Een goede selectie van bureaus, agentschappen en andere derden is bijgevolg een voorafgaande voorwaarde voor men contracten afsluit en de samenwerking begint. Het beleid van DEME voor het respect in het algemeen en de eerbiediging van de mensenrechten in het bijzonder wordt altijd duidelijk in de contracten gedefinieerd.
Een voor de bureaus en agentschappen ontwikkelde procedure, die zowel voor als na de aanwerving wordt toegepast, maakt onze normen en de manier waarop ze moeten worden nageleefd zeer zichtbaar. Regelmatige audits en inspecties van de bureaus, agentschappen en andere derden die personeel op projecten van DEME inzetten, garanderen dat onze normen worden nageleefd en efficiënt zijn.
De basis van het complianceprogramma van DEME is de gedragscode voor
DEME heeft een duidelijk beleid om al haar activiteiten integer uit te voeren en strijdt tegen elke vorm van corruptie. Naast de ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig compliance-programma geïmplementeerd dat onder meer een uitgebreid anti-corruptiebeleid omvat. Het anti-corruptiebeleid is in het kader van dit compliance-programma opgenomen in het jaarlijkse programma voor de bewustmaking van de werknemers. Het beleid zelf wordt bovendien aangevuld met specifieke procedures die zijn efficiëntie in de dagelijkse werking verzekeren. De 'due diligence' van het beleid tegenover derden, het beleid voor de integriteit van de uitgaande betalingen en het beleid voor de toelevering tot en met de betaling van belangrijke derden, evenals een opleidingsprogramma voor het personeel dat bij dergelijke activiteiten betrokken is, dragen effectief bij tot de strijd tegen fraude en corruptie. DEME is wereldwijd actief, ook in landen met een hogere score op de "corruptieperceptie-index". Mogelijke gevallen van corruptie betekenen een risico voor het imago van de groep. Daarom heeft DEME een 'due diligence'- procedure ingevoerd, niet alleen voor dit type landen met hoog risico maar ook voor alle situaties waarin een verhoogd risico van fraude en corruptie bestaat. Om te beginnen raadt DEME aan om zo weinig mogelijk gebruik te maken van sponsors of agenten. Als dat niet kan worden vermeden, moeten deze partijen vooraf uitgebreider worden onderzocht en dit in functie van het risiconiveau. Daarnaast voert de groep een opvolging uit van de derden met wie zij zaken doet. In de contracten zijn specifieke clausules opgenomen waarin de partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met het door DEME geëiste conformiteitsniveau. Ten slotte verzekert DEME zich ervan dat deze partijen het beleid en de procedures tegen corruptie effectief naleven.
Daarnaast beperkt DEME deze risico's zoveel mogelijk aan de hand van beleidsregels en procedures die iedereen goed kent en die in het geheel van de organisatie worden toegepast. De groep biedt de kaderleden daartoe een specifieke opleiding aan, die hen leert om met volledige kennis van zaken corruptierisico's te beheersen.
Op 20 maart 2018 werd in de kantoren van DEME in Zwijndrecht (België) een huiszoeking verricht in verband met de rol van een gewezen werknemer bij de toewijzing van een baggercontract in Sabetta (Rusland) in 2014. Het onderzoek, waaraan DEME volledig meewerkt, is nog niet afgesloten. Tot op heden werd niemand in verdenking gesteld. Aangezien het onderzoek strikt vertrouwelijk is, kan geen informatie worden gegeven over de zaak of het proces. Dit incident was een bijkomende reden om de bestaande procedures bij te schaven en verder te formaliseren.
Het Corporate Governance Charter van CFE Contracting werd in 2019 eveneens bijgewerkt. Na de goedkeuring door het executief comité werd het aan alle medewerkers meegedeeld. Het vervolledigt het Corporate Governance Charter van de groep CFE. Dit charter definieert de bestuursstructuur van CFE Contracting, de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende raden en comités, en de minimale toepasselijke procedures. Vervolgens is het in een reeks interne beleidslijnen uitgewerkt. De structuur van CFE Contracting heeft tot doel een helder en solide kader te vormen voor de begeleiding van de ontwikkeling van de activiteiten van de vennootschap en de entiteiten van de pool Contracting en voor de goede werking van hun operaties. De structuur van de vennootschap weerspiegelt de regels voor goed bestuur, aangepast aan de behoeften van de onderneming. Hetzelfde geldt voor BPI, waarvoor het Corporate Governance Charter in december 2019 werd bijgewerkt en goedgekeurd door haar raad van bestuur. De minimale procedures, ook interne beleidslijnen genoemd, worden in nauw overleg met het executief comité bijgewerkt door de raad van bestuur. Op het niveau van de projecten is een lijst van 12 principes voor een goed beheer opgesteld. In 2019 werd bovendien voor elke entiteit een risicoanalyse uitgevoerd. Elke in het charter opgenomen beleidslijn is fundamenteel. Hierna brengen we echter het thema van de mensenrechten op de voorgrond.
De eerbiediging van de mensenrechten is een van de fundamentele waarden die aan de basis liggen van het algemeen beleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. Deze eerbied komt tot uiting in een geformuleerd beleid met een specifieke op de integriteit van de medewerkers gerichte gedragscode, die het algemeen kader vormt waarvan de toepassing door individuele informatie en interne audits wordt verzekerd.
In de aanwervingsfase maar ook in de dagdagelijkse werkrelaties en de opportuniteiten voor opleiding, interne mobiliteit of promotie, is elke discriminatie op grond van gender, leeftijd, nationaliteit, afkomst, overtuiging of handicap verboden. Het algemeen beleid omvat ook de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de privacy van de medewerkers, wat in de dochterondernemingen tot uiting komt in maatregelen op het vlak van informatica om de veiligheid van de persoonsgegevens van de medewerkers te verzekeren.
Dit algemeen beleid wordt ook weerspiegeld in de contractuele bepalingen met de onderaannemers, bepalingen die de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de mensenrechten eisen. Bij de selectie van buitenlandse onderaannemers worden de vereiste controles uitgevoerd zoals sociale zekerheid en de betaling van het minimumloon.
De polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben tot op heden geen enkele inbreuk op hun mensenrechtenbeleid vastgesteld. De vakgebieden van de twee polen impliceren het werken met onderaannemers, leveranciers en partners die niet noodzakelijk de waarden van CFE met betrekking tot de mensenrechten delen. De realiteit van de bouwplaatsen kan zorgen voor verwarring met ernstige gevolgen voor het imago van de groep.
Daarom neemt CFE verschillende maatregelen om deze risico's te voorkomen. Deze maatregelen spelen op verschillende niveaus:
• Preventie: Een charter werd in de dochterondernemingen ingevoerd, een systeem met erkende leveranciers werd georganiseerd, bepalingen werden opgenomen in de contracten met de onderaannemers en een humanresourcesbeleid werd toegepast dat ieders rechten respecteert;
De door CFE opgestelde anti-corruptiecode, die in 2018 werd bijgewerkt, is opgenomen in het beleid van de dochterondernemingen en richt zich tot alle medewerkers, ongeacht hun functie. Ze verklaart duidelijk dat elke vorm van corruptie of corrupte praktijken, direct of indirect, verboden is, zowel op het niveau van de ondernemingen als op dat van de natuurlijke personen. Om de efficiëntie en het goede begrip van de uitgevaardigde ethische regels te verzekeren, geeft de code concrete details over in commerciële betrekkingen courante gewoonten, zoals voordelen, geschenken, voorrechten en blijken van gastvrijheid: ze geeft duidelijk weer wat wel en niet toegelaten is, de grenzen die men moet respecteren enzovoort, rekening houdend met de nationale (van België en/of het betrokken land) en de internationale reglementeringen.
Het engagement van de dochterondernemingen en hun medewerkers, het ethische besef en de wil om in een geest van samenwerking en vertrouwen te werken, samen met de invoering van een aantal interne procedures die de mogelijkheid van fraude en corruptie beperken, zijn stuk voor stuk elementen die een goede naleving van de bepalingen tegen fraude en corruptie hebben verzekerd. In 2019 werd geen enkele inbreuk op de regels gemeld.
In de bouwsector staan de financiële belangen vaak op het spel, is de concurrentie soms hard en vereisen veel projecten het gebruik van tijdelijke verenigingen en van bestellingen bij een groot aantal onderaannemers en leveranciers. Daarnaast kunnen de betrekkingen met de klanten gepaard gaan met het geven of ontvangen van geschenken, blijken van gastvrijheid, uitnodigingen voor diverse manifestaties, enz. Dit alles kan situaties veroorzaken met risico's van
'uitschuivers' die als corruptie worden beschouwd. CFE voert een preventiebeleid om deze risico's te bestrijden. In de dochterondernemingen is een anti-corruptiecode ingevoerd die zowel de basisprincipes uiteenzet als concrete voorschriften geeft die in de verschillende risicosituaties moeten worden gevolgd. Daarnaast treffen de dochterondernemingen diverse concrete maatregelen om de toepassing van deze bepalingen te verzekeren.
In dit jaarverslag komen de standpunten van mensen, klimaat en middelen aan bod. Zoals eerder uitgelegd, geven we prioriteit aan onze inspanningen door ons te concentreren op de thema's waar we de meeste impact kunnen hebben met onze onderneming.
Het geheel van dit analytische werk wordt in detail beschreven in de bijlagen 1 tot en met 1.3 (p 169 - 181)
De SDG's van de Verenigde Naties bepalen de gemeenschappelijke agenda van de wereld voor 2030. We dragen
hier volledig aan bij door middel van de acties die we hebben ondernomen. Onderstaand schema vertoont de link tussen de SDG's en de hoofdstukken waarin ze aan bod komen.
Art & Build Architects CFE Polska De Kemphanen DEME LuWa Philippe van Gelooven Tom D'Haenens
\Headline division of TBWA - www.tbwagroup.be
DESIGN : Make Design - Paul Thomas www.makecontact.nl
Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels. In geval van verschillen, primeert de Franse versie.
WWW.CFE.BE
AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV 139E MAATSCHAPPELIJK BOEKJAAR
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.