Annual Report • Mar 31, 2021
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt moet Aannemingsmaatschappij CFE haar jaarlijks financieel verslag ter beschikking stellen van haar aandeelhouders. Dit verslag bevat:
De volledige statutaire jaarrekening en het jaarverslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris zijn neergelegd bij de Nationale Bank van België overeenkomstig artikelen 3:10 en 3:12 WVV. De commissaris heeft een oordeel zonder voorbehoud geuit over de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen. Overeenkomstig artikel 12 §2, 3° van het koninklijk besluit van 14 november 2007 bevestigen de heren Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, en MSQ BV, vertegenwoordigd door de heer Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, dat bij hun weten:
Het jaarverslag, de integrale versie van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het verslag van de commissaris over de jaarrekeningen zijn beschikbaar op de website (www.cfe.be) of kunnen gratis worden verkregen op eenvoudig verzoek aan het volgende adres: Herrmann-Debrouxlaan 42 – 1160 Brussel (België) – Tel. +32 2 661 18 15 - [email protected].
De aandeelhouders worden uitgenodigd om deel te nemen aan de Gewone Algemene Aandeelhoudersvergadering op donderdag 6 mei 2021 om 15 uur op de zetel, Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel.
Aan de Gewone Algemene Vergadering van 6 mei 2021 zal de goedkeuring worden voorgesteld van de winstdeling voor het boekjaar 2020, namelijk een bruto bedrag van 1 euro per aandeel CFE, het equivalent van netto 0,7 euro per aandeel (na aftrek van de roerende voorheffing van 30%).
Dit dividend zal betaalbaar zijn vanaf 25 mei 2021, met overschrijving aan de aandeelhouders op naam of met creditering op de bankrekening van de eigenaar van gedematerialiseerde aandelen. De financiële dienst wordt verzekerd door de bank Degroof Petercam (System Paying Agent).
Bijkomende informatie is beschikbaar op onze website (www.cfe.be), waaronder:
20 mei 2021: Tussentijdse verklaring op 31 augustus 2021: Halfjaarresultaten 2021 23 november 2021: Tussentijdse verklaring op
6 mei 2021: Gewone Algemene Aandeelhoudersvergadering 2021 31 maart 2021 30 september 2021
| Wie wij zijn | Jaarverslag | ||
|---|---|---|---|
| Missie | 003 | Jaarverslag van de Raad van Bestuur | 038 |
| Profiel van de groep CFE | 004 | I. Statutaire jaarrekening |
040 |
| Bericht van de CEO's | 006 | II Geconsolideerde jaarrekening |
042 |
| Kerncijfers en markante feiten van het jaar | 010 | III. Verklaring inzake deugdelijk bestuur | 057 |
| IV. Remuneratieverslag | 071 | ||
| Hoe wij de wereld vormgeven | |||
| Our value creation model | 015 | Niet-financiële verklaring | |
| How we are building the future | 016 | Korte beschrijving van de activiteiten van de groep | 077 |
| How we are a great place to work | 021 | ESG-beleid | 078 |
| How we offer innovative solutions | 025 | Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG | 081 |
| How we move towards climate neutrality | 030 | Resultaten van dit beleid | 086 |
| How we are a partner for change | 034 | Niet-financiële kritieke prestatie indicatoren (KPI) | 091 |
| Financiële staten | ||
|---|---|---|
| I. | Geconsolideerde financiële staten | 101 |
| II. | Geconsolideerde financiële staten en toelichting | 104 |
| III. | Statutaire financiële staten | 149 |
| Algemene informatie | 150 | |
Dit rapport is ook online beschikbaar met downloadbare secties in pdf.
Raadpleeg: annualreport.cfe.be
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
MET HAAR ACTIVITEITEN IN DE WATERBOUWKUNDE, DE BOUW EN DE VASTGOEDONTWIKKELING IS DE GROEP CFE EEN BELANGRIJKE SPELER IN DE TRANSFORMATIE VAN ONZE WOONOMGEVING, ONZE STEDEN, ONS SAMENLEVEN ... ONS ENGAGEMENT: DE TOEKOMST UITDENKEN TERWIJL WE ONZE MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID TEN VOLLE OPNEMEN EN ONZE POSITIEVE IMPACT MAXIMALISEREN. DIT JAARVERSLAG BELICHT DEZE VISIE, DIE WE VERWOORDEN MET DE SLAGZIN: 'TOGETHER SHAPING TOMORROW'S WORLD'.
In het hart van onze steden transformeert CFE Contracting ons levenskader en bouwt het de onmisbare infrastructuur van ons dagelijkse leven. Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities zijn de drie divisies van deze activiteit, die de uitdagingen van onze tijd aangaat in het dubbele teken van duurzaamheid en innovatie. Toekomstprojecten voor een wereld die onophoudelijk evolueert.
Met een vloot van meer dan honderd vaartuigen is DEME een van de internationale leiders in de waterbouwkunde. Haar vier activiteitenlijnen – baggerwerken, offshore, milieu en infrastructuur – beantwoorden aan de essentiële behoeften van onze samenleving en onze planeet. Door steeds meer innoverende oplossingen aan te bieden, legt DEME de basis voor een duurzame toekomst.
Projecten ontwikkelen die de steden van morgen gestalte zullen geven, nieuwe samenlevingsvormen uitdenken, de ruimten voor het samenwonen van de toekomst bedenken ... Met haar vastgoedontwikkeling positioneert BPI zich als een belangrijke actor van verandering en verdedigt zij fundamentele waarden: duurzaamheid, hoge architecturale kwaliteit, eerbied voor het milieu en maatschappelijk engagement.
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
GEBOUWEN, INFRASTRUCTUUR, WATERBOUWKUNDE, MILIEUPROJECTEN, MOBILITEIT ... DE GROEP CFE IS IN HET HART VAN HEEL DE MAATSCHAPPIJ AANWEZIG MET PROJECTEN DIE ZEER VAAK HET DAGELIJKSE LEVEN VAN DUIZENDEN MENSEN TRANSFORMEREN EN VERBETEREN. DEZE ESSENTIËLE ROL IS ONDENKBAAR ZONDER EEN ACUUT BESEF VAN MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID EN DUURZAAMHEID. DE VERSCHILLENDE CEO'S VAN DE GROEP EN HAAR POLEN SCHETSEN ER DE GROTE LIJNEN VAN EN BLIK-KEN TERUG OP 2020, EEN JAAR DAT NIET ALLEEN DOOR DE PANDEMIE WERD GEKENMERKT MAAR OOK DOOR VEERKRACHT, SOLIDARITEIT EN INNOVATIE. (Y)OUR FUTURE
PIET DEJONGHE & LUC BERTRAND GEDELEGEERD BESTUURDER VAN DE GROEP CFE & VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR.
BEGINS WITH SUSTAINABLE THINKING
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
Met duurzaamheid en innovatie als stuwende kracht, zet de groep CFE zich in al haar projecten in om een betere toekomst voor iedereen te bouwen. Luc Bertrand, voorzitter van de Raad van Bestuur, Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, en de managers van de drie divisies, Jacques Lefèvre (BPI), Raymund Trost (CFE Contracting) en Luc Vandenbulcke (DEME), blikken terug op een uitzonderlijk jaar 2020 in vele opzichten.
"Het voorbije jaar, waarvan de resultaten positief blijven ondanks een bijzonder moeilijke context, heeft opnieuw de kracht van onze groep en het enorme talent van onze teams aangetoond", zegt Luc Bertrand. "De stabiliteit die we in de vorige boekjaren hebben opgebouwd, heeft ons in staat gesteld om met deze ongewone periode sereen om te gaan en ze met een goed gevuld orderboek af te sluiten. Onze strategische benadering van duurzaamheid en innovatie – met als centraal gegeven de digitalisatie, een essentiële motor van elke vooruitgang – heeft eveneens haar relevantie bewezen. We hebben deze visie kunnen consolideren en deze leverde reeds concrete resultaten op."
Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder van de groep CFE, bevestigt deze vaststelling: "De centrale plaats van duurzaamheid in ons werk is geen opportunisme maar wel het resultaat van een diepgaande denkoefening. Onze strategie kiest voor innovatie, schept nieuwe commerciële opportuniteiten, versterkt onze groei en stelt ons in staat om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid volledig op te nemen. Door uit de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties de prioriteiten te selecteren die het relevantst zijn voor onze activiteiten, hebben we kritieke prestatie-indicatoren (KPI's) kunnen definiëren die ons in staat stellen om onze vooruitgang nauwkeurig te meten.
Dat heeft ons wendbaarder en reactiever gemaakt tegenover de huidige crisis, die zelfs een bron van hoop en positieve transformatie blijkt te zijn. De structurele veranderingen in de domeinen van de operationele uitmuntendheid en de digitalisatie die ze noodzakelijk maakt, kunnen gemakkelijker worden doorgevoerd omdat ze volledig in lijn liggen met ons duurzaamheidsplan. Het reactievermogen van de verschillende entiteiten bewijst dat de groep CFE klaar is om deze uitdagingen aan te gaan en nu al efficiënt en intelligent naar de toekomst kijkt.
De grote vooruitgang die we in 2020 op het vlak van innovatie hebben geboekt, bewijst het. De lijst van de projecten is lang, maar we kunnen onder meer de eerste successen aanstippen van Wood Shapers – een joint venture van BPI en CFE Contracting in de houtbouw – maar ook de verdere technologische ontwikkeling voor de opslag van elektriciteit door Rent-A-Port in Bastogne, of zelfs het indrukwekkende record van DEME op het gebied van hernieuwbare energie op zee, met de installatie van de 2.200ste offshore windturbine. Dergelijke projecten worden veelal mogelijk gemaakt door de samenwerking met wetenschappelijke organismen of instellingen. Ook dit getuigt opnieuw de
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
De ambitie van de groep CFE gaat veel verder dan winst. Ze mikt op instandhouding en duurzaamheid. Zodat wij allemaal samen de toekomst kunnen uitvinden, verbeelden en bouwen
PIET DEJONGHE
wil van de groep CFE om een pionier te zijn in de ontwikkeling van nieuwe, duurzame levenswijzen die de maatschappelijke evoluties volgen."
"Op een competitieve markt met een neerwaartse druk op de prijzen moeten wij onze marges veiligstellen. Dat doen we niet alleen door middel van een efficiënt risicobeheer dat een goede selectie van de projecten mogelijk maakt, maar ook door met proactieve maatregelen op al onze werkterreinen meerkosten en verspilling te beperken. Operationele uitmuntendheid is ons credo, van de selectie van de projecten tot hun oplevering. Ze staat ook borg voor de arbeidsomstandigheden van onze medewerkers. Stiptheid in de ontwikkeling en het beheer van de projecten verlaagt de psychologische belasting en garandeert het welzijn en de veiligheid van onze collega's. De ambitie van de groep CFE gaat veel verder dan winst. Ze mikt op instandhouding en duurzaamheid. Zodat wij allemaal samen de toekomst kunnen uitvinden, verbeelden en bouwen."
De groep CFE bouwt aan deze toekomst door
te vertrouwen op haar drie polen: BPI (vastgoedontwikkeling), CFE Contracting (bouw, multitechnieken, rail & utilities) en DEME (baggerwerken, offshore, milieu en infra). De drie entiteiten hebben welomschreven activiteiten en elk hun filosofie, maar vinden elkaar in een gemeenschappelijke visie op maatschappelijke waarden en uitmuntendheid. Die samenvloeiing van talenten wordt verpersoonlijkt door de drie leiders: Jacques Lefèvre (BPI), Raymund Trost (CFE Contracting) en Luc Vandenbulcke (DEME).
De opschorting van de stedenbouwkundige procedures omwille van de pandemie heeft bepaalde dossiers vertraagd, maar vooral dankzij vier grote projecten in Polen kon BPI het jaar 2020 met een recordcijfer afsluiten. "Onze toekomstperspectieven zijn al even uitstekend", zegt Jacques Lefèvre. "We hebben verscheidene posities geconsolideerd en zullen in Brussel, Luxemburg en Polen grootschalige projecten kunnen ontwikkelen. De pandemie leidt de facto tot een evolutie van het gedrag en dus ook van de vraag op de vastgoedmarkt. Social distancing en telewerk zullen een ingrijpende impact hebben
op het concept van de kantoorruimten. In de residentiële sector krijgt de aanwezigheid van comfortabele werkruimten of zones in de open lucht, zoals terrassen, een heel nieuwe dimensie. Om ons aan de markttrends aan te passen, hebben we een werkgroep samengesteld die de impact van de crisis op het ontwerp van onze toekomstige projecten zal bestuderen. Dat ligt in het verlengde van onze algemene filosofie. Sinds verscheidene jaren zien we op alle niveaus van de maatschappij nieuwe vormen van samenleven verschijnen. De gemengde projecten die wij voorstaan, met een meer kwalitatieve dan kwantitatieve benadering, beantwoorden aan grote behoeften. Als ontwikkelaars nemen wij in dat opzicht onze maatschappelijke verantwoordelijkheid ten volle op. We mogen ons niet blindstaren op concepten die te snel verouderen. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen zijn onontbeerlijk. BPI zet zich in voor concepten die tal van mogelijkheden openen. Wij denken na over gebouwen die zich kunnen aanpassen en we stimuleren die evolutie. Dat is een engagement voor een echte duurzaamheid op lange termijn. Wij zijn actoren van verandering: wij geven zin, scheppen banden, verbindingen, mobiliteit ..."
"We zijn belangrijke spelers in de transformatie van onze steden en onze infrastructuren, en daarom moeten we ons de toekomst verbeelden en concrete oplossingen aanbieden", vervolgt Raymund Trost. "Is de traditionele manier van ontwerpen, bouwen en het gebruik van gebouwen nog verenigbaar met de klimaatdoelstellingen en de verwachtingen van hun bewoners,
LUC BERTRAND
maar ook van onze medewerkers, wetende dat onze sector wereldwijd zo'n 40% van de uitstoot en het afval genereert? Om deze vragen te beantwoorden, moeten alle spelers in de sector hun benadering van het beroep in overweging nemen. CFE Contracting vindt zichzelf opnieuw uit, vertrouwend op het innovatievermogen van haar talenten, de complementariteit van haar activiteiten en een samenwerkingsaanpak met externe partners, om een verstrekker van oplossingen te zijn in de onvermijdelijke evolutie naar een grotendeels circulaire economie. Vandaag zijn we pioniers in verschillende technologieën, zoals hout en off-site constructie, geïntegreerde beheersystemen voor slimme gebouwen, koeling op basis van schone vloeistoffen zonder impact op de klimaatopwarming of operationele en logistieke methoden. Duurzame projecten die steeds meer gebaseerd zijn op de circulaire economie."
Luc Vandenbulcke is het daar volledig mee eens: "Duurzaamheid is een fundamenteel thema waar de verschillende polen van de groep CFE perfect op elkaar zijn afgestemd. We denken in dat opzicht volledig in dezelfde richting. Onderliggende trends zoals de klimaatopwarming, de toenemende vervuiling, de stijging van de zeespiegel en de demografische groei vragen om oplossingen. Na de werelddreiging van de pandemie moeten we nog meer op deze uitdagingen focussen. DEME is op al deze terreinen sterk aanwezig, in het bijzonder dankzij onze gediversifieerde portfolio van oplossingen. Innovatie is hierbij een cruciale factor voor verandering. Ons investeringsprogramma integreert de nieuwste technologieën aan boord van onze schepen, die ons in staat stellen om nog duurzamere oplossingen te bieden en de milieu-impact beduidend te verlagen. Onze vier activiteiten – baggerwerken, offshore, milieu en infra – spelen elk een essentiële rol voor de gemeenschap en voor de toekomst van onze planeet. We dragen hier een echte maatschappelijke verantwoordelijkheid en nemen die rol ten volle op. Door enkel rekening te houden met de gerealiseerde omzet van zijn offshore en milieuactiviteiten, realiseert DEME al voor meer dan een miljard euro omzet die bijdraagt tot de energietransitie of de vermindering van negatieve milieueffecten."
De digitalisatie, een andere grote uitdaging, staat eveneens op de agenda van de drie polen. De oprichting van een Digitalization & Innovation Board voor doorlopend onderzoek naar de mogelijkheden van nieuwe digitale oplossingen is daar een sterk bewijs van. "We zijn in een recordtijd overgestapt op telewerk, wat toont dat we volledig klaar waren voor deze mutaties. Onze grote vooruitgang in de toepassing van digitale tools zal ons in staat stellen om de digitalisatie op alle niveaus van onze bedrijven verder te versnellen", zegt Piet Dejonghe. Raymund Trost vervolledigt de balans: "Innovatie behoort tot de fundamenten van onze groep. Nooit hadden we zo productief en efficiënt kunnen zijn zonder al onze investeringen in digitale tools en innovatie. Dankzij een vijftigtal initiatieven versnellen we de transformatie van onze beroepen om te evolueren naar een nieuw evenwicht met behulp van nieuwe technologieën. Menselijke relaties worden echter niet vergeten en blijven resoluut de kern van onze zorgen. Het is de perfecte alliantie van twee dimensies die onze dynamische prestaties en groei in de toekomst zullen voeden."
De menselijke factor blijft in de drie polen van de groep CFE het centrale element. "Vanwege de complexiteit en de techniciteit van onze activiteiten moeten wij talenten vinden en behouden", legt Luc Bertrand uit. "Wij spannen ons in om de best mogelijke arbeidsomstandigheden te scheppen en de druk op onze soms zware beroepen te verlichten. De veiligheid is meer dan ooit een centrale bekommernis. Het welzijn en de gezondheid van onze medewerkers blijven essentieel en de coronaviruspandemie heeft ons
engagement in die zin alleen maar vergroot."
"Solidariteit was het sleutelwoord van het voorbije jaar", besluit Piet Dejonghe. "Solidariteit van de medewerkers die in lastige omstandigheden aan het werk bleven of die gedeeltelijk werkloos werden, solidariteit van de aandeelhouders die de voor het boekjaar 2019 voorgestelde dividenden weigerden, solidariteit van de directieteams die tijdens de lockdown 20% van hun vergoeding aan goede doelen afstonden ... Dankzij die teamgeest en ondanks de onweerlegbare impact van de crisis, blijven onze strategische oriëntaties in 2021 actueler dan ooit. Operationele uitmuntendheid en innovatieve benaderingen moeten ons helpen om de meerkosten te beperken. Afval in alle betekenissen van het woord vermijden, is onze centrale duurzaamheidsambitie. Een sterke en duurzame onderneming kan de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien."
* Holding en andere elementen -16,8
119,5 EBIT DEME BPI 86,7 14,9 22,9 MLN. CONTRACTING
* Holding en andere elementen -5,0
* Holding en andere elementen -5,1
"Ondanks de uitzonderlijke omstandigheden blijft het resultaat van de groep CFE in 2020 duidelijk positief. De netto financiële schuld is beduidend gedaald en de beschikbare geldmiddelen en het orderboek bereiken historisch hoge niveaus.
De impact van de gezondheidscrisis verklaart een groot gedeelte van de omzetdaling bij DEME en CFE Contracting, terwijl de activiteit van BPI beduidend vooruitging, in het bijzonder in Polen.
Op het niveau van de drie polen werd DEME zeer vroeg door de pandemie getroffen. De negatieve impact hiervan en het ongeval met het Orion-schip wogen op haar resultaten. Desondanks kon DEME ook mooie successen boeken, zoals de verkoop van een belang in een offshore windpark die een meerwaarde van meer dan 60 miljoen euro opleverde. Deze transactie bewijst de relevantie van de ontwikkeling van de activiteiten van DEME Concessions.
Bij CFE Contracting hebben verscheidene entiteiten, zoals VMA, CFE Polska en MOBIX, het in 2020 buitengewoon goed
| In miljoen euro | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 3.239,4 | 2.797,1 | 3.066,5 | 3.640,6 | 3.624,7 | 3.222,0 |
| EBITDA | 504,9 | 465,9 | 500,7 | 488,0 | 451,2 | 414,7 |
| EBIT | 265,7 | 226,8 | 249,4 | 227,2 | 177,7 | 119,5 |
| Nettoresultaat - deel van de groep | 175,0 | 168,4 | 180,4 | 171,5 | 133,4 | 64,0 |
| Eigen vermogen - deel van de groep | 1.423,3 | 1.521,6 | 1.641,9 | 1.720,9 | 1.748,7 | 1.787,1 |
| Netto financiële schuld | 322,7 | 213,1 | 351,9 | 648,3 | 798,1 | 601,4 |
gedaan. Omgekeerd werden de bouwactiviteiten in België en Luxemburg sterk getroffen door de gevolgen van de pandemie.
Bij BPI Real Estate bleven de gevolgen van de pandemie in 2020 zeer beperkt waardoor het indrukwekkende resultaten behaalde.
De negatieve impact van de gezondheidscrisis zal in de eerste maanden van 2021 nog voelbaar blijven, maar DEME en CFE Contracting zouden hun omzet en nettoresultaat moeten zien toenemen. Bij gebrek aan de oplevering van projecten in Polen en vanwege de vertraging in het verkrijgen van bouwvergunningen in Brussel, zal het nettoresultaat van BPI dalen in 2021 maar zal het toch op een hoog peil blijven."
Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur van de groep CFE
"Het coronavirus heeft ons gedwongen om sommige van onze doelstellingen te herzien, maar dankzij een uitstekende en efficiënte samenwerking tussen de HR-diensten van de verschillende entiteiten hebben we goed weerstand geboden tegen deze crisis. De snelle implementatie van specifieke opleidingen, zoals opleidingen omtrent welzijn, het gebruik van technologieën voor telewerk of het leidinggeven vanop afstand met de aanpassing aan de virtuele omstandigheden, was een belangrijk instrument in de crisis. Bovendien lanceerde de groep CFE eveneens een grote campagne om de vele specifieke functies met gekwalificeerde profielen in te vullen en haar positie te versterken in wat men nu de 'war of talents' noemt. Daarnaast hebben we ook bijkomende financiële steun verstrekt om de gedeeltelijke werkloosheid van sommige van onze medewerkers te compenseren."
Chief Human Resources Officer
| MEDEWERKERS PER POOL | CFE | DEME | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| 2018 | 3.524 | 5.074 | 8.598 |
| 2019 | 3.276 | 5.134 | 8.410 |
| 2020 | 3.250 | 4.976 | 8.226 |
| In aantal uren | 2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Technieken | 56.785 | 68.119 | 38.020 |
| Hygiëne en veiligheid | 41.912 | 60.580 | 44.919 |
| Milieu | 1.062 | 907 | 1.022 |
| Management | 16.192 | 17.129 | 6.953 |
| Informatica | 10.850 | 17.656 | 12.445 |
| Adm./Boekh./Beh./Jur. | 13.499 | 14.039 | 12.001 |
| Talen | 6.289 | 8.598 | 6.498 |
| Diversiteit | 326 | 310 | 8.128 |
| Andere | 7.409 | 13.247 | 14.342 |
| Totaal opleidingsuren | 154.324 | 200.585 | 144.328 |
| Totaal opleidingsuren per medewerker |
17,9 | 23,85 | 17,55 |
De HSEQ board (Health, Safety, Environment, Quality) heeft meerdere doelstellingen maar wil vooral de strategische doelstellingen van de groep CFE omzetten in concrete acties en duidelijke prioriteitsplannen. De beslissingen worden geleid door het principe 'think global, act local' en mikken op veiligheid voor iedereen, op elk moment. Om zero ongevallen/zero incidenten te bereiken, werkt de board aan de doorlopende verbetering van de processen en het delen van best practices door middel van constructief overleg, met duurzaamheid als rode draad. In 2020 werd een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijk beleid voor alle entiteiten gedefinieerd en een eenvormige rapportage van de HSEQ-statistieken ingevoerd. Dat zal ons in staat stellen om in 2021 een strategie op verschillende niveaus te ontwikkelen, met name de Awareness Training, een project op lange termijn dat de veiligheidscompetenties van de managers zal verbeteren, de bewustmaking rond de Life Saving Rules en een preventiecampagne over het gebruik van alcohol en drugs.
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
"De groep CFE werkt sinds 2019 aan de verduidelijking van haar eigen duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, vertrekkend van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD) van de VN. De groep heeft een duidelijke wil om zowel in de bouwprocessen als in de eigenlijke projecten de duurzame aspecten te benadrukken. Dit heeft de definitie mogelijk gemaakt van een gestructureerd ESG-beleid dat in 2020 al concreet gestalte heeft gekregen in onder meer de invoering van een dashboard voor de niet-financiële indicatoren en, bij CFE Contracting, een veel grotere regelmaat van de rapportering (4x/jaar in plaats van 1x/jaar). In verscheidene proefprojecten worden de meest complexe thema's, zoals materiaaltransport, circulariteit of milieubescherming, van nabij gevolgd. Elke indicator maakt een regelmatige monitoring van de gekozen prioritaire doelstellingen mogelijk. De coronacrisis heeft de relevantie bevestigd van deze doelstellingen en in het bijzonder van de versnelling van de digitalisatie en de focus op operationele uitmuntendheid, die onontbeerlijk zijn gebleken voor de voortzetting van de activiteiten op de bouwplaatsen, in de kantoren of via telewerk."
Isabelle De Bruyne Sustainability Officer
4.565
TON CO2-EQ
"De groep CFE heeft haar strategie in de domeinen van digitalisatie en innovatie in 2020 volledig herzien. De digitale transitie in alle domeinen staat daar natuurlijk centraal in, en de COVID-19-pandemie heeft ze versneld. Hoewel de pandemie een negatief impact had op de samenleving, heeft deze periode tot een mentaliteitswijziging geleid die we anders nooit zo snel hadden kunnen realiseren. Reeds in de eerste lockdown is het aantal actieve gebruikers van de videoconferencing-tool vervijfvoudigd. Alle aspecten van het online werk zitten in de lift, van het delen van documenten tot de elektronische handtekening. We hebben al die oplossingen snel kunnen toepassen omdat we er technisch klaar voor waren. Onze proactieve aanpak krijgt nu een verlengstuk met de ontwikkeling van onze 'digital awareness' en e-learning."
Hans Van Dromme Chief Digital Officer
Missie — Profiel van de groep CFE — Bericht van de CEO's — Kerncijfers en markante feiten van het jaar
WIE WIJ ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN
JANUARI 2020
DEME Concessions, samen met haar Omaanse partner, kondigen een exclusief partnerschap aan voor de ontwikkeling van een groene waterstofproductiefabriek van wereldklasse in Douqm, Oman.
De twee elektrische onderstations van het offshore windpark SeaMade werden met succes geïnstalleerd in de Belgische Noordzee.
DEME Offshore installeert zijn 2.200ste windturbine, of een totaal van 9.316 MW geïnstalleerde hernieuwbare energie, voldoende om 9,3 miljoen huishoudens van groene stroom te voorzien.
BPI Real Estate Luxembourg, en zijn partner, ontwikkelen samen het eerste houten kantoorgebouw in Leudelange, Luxemburg.
MEI 2020 DEME Concessions rondt de verkoop van haar belang (12,5%) in het Merkur offshore windpark af. De transactie levert DEME een meerwaarde op van 63,9 miljoen euro.
DEME Offshore ontvangt de grootste opdracht voor interarray-kabels in de geschiedenis voor het offshore windpark Doggersbank.
MOBIX start, in opdracht van Infrabel, een gigantische massificatie- en renovatieoperatie op in Denderleeuw. De teams verantwoordelijk voor spoor, bovenleidingen en sein bundelen de krachten om het project binnen een zeer krappe deadline te voltooien.
CFE Contracting versterkt zijn ambities omtrent duurzame ontwikkeling door zich aan te sluiten bij de Belgian Alliance for Climate Action.
DEME is toegetreden tot de European Clean Hydrogen Alliance en ondersteunt de ambitieuze EU-strategie voor het verminderen van waterstof en koolstof.
CFE Contracting start de funderingswerken voor het project ZIN, een multifunctioneel project in de Brusselse Noordwijk.
Oprichting van Wood Shapers, specialist in de constructie van gebouwen die voornamelijk bestaan uit hout en andere hybride alternatieven die de ecologische voetafdruk verkleinen.
APRIL 2020
De joint venture CSBC-DEME Wind Engineering (CDWE) sluit een 'early works'-contract af voor de bouw van de 'Green Jade', het eerste drijvende schip voor het installeren van zware hijs- en offshore windturbines dat in Taiwan wordt gebouwd.
DEME bouwt mee aan de Scheldetunnel, de belangrijkste schakel in de Oosterweelverbinding, en zorgt voor het sluiten van de Antwerpse Ring aan de noordkant. De tunnel heeft een totale lengte van 1.800 m en wordt gebouwd volgens de 'afgezonken tunnel' methode.
BPI Real Estate Poland, en haar partner, hebben een grondpositie van 5,5 hectare in het centrum van Poznań verworven voor de ontwikkeling en de bouw van een gemengd project. Dit is een van de grootste vastgoedtransacties in Polen in 2020.
ESTOR-LUX, een consortium waarvan Rent-A-Port Green Energy deel uitmaakt, kondigt de start aan van de bouw van een batterijpark voor energieopslag van 10MW/20 MWh in Bastogne.
DEME ontvangt het prestigieuze havencontract Abu Qir in Egypte, het grootste bagger- en landwinningscontract ooit in haar geschiedenis.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
Vastgoedontwikkeling, baggerwerken en waterbouwkunde, bouw, technische installaties en rail & utilities. De groep CFE is actief in drie onderscheiden grote domeinen, met een sterke impact op de samenleving als gemeenschappelijk kenmerk.
De analyse van de 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling die werden opgesteld door de Verenigde Naties, maakte het mogelijk om voor zowel DEME als CFE Contracting en BPI hun eigen prioritaire doelstellingen te identificeren. Deze doelstellingen zijn opgebouwd rond vijf belangrijke pijlers, namelijk: 'Build for the future', 'Be a great place to work', 'Offer innovative solutions', 'Drive the energy transition towards climate neutrality' en 'Create sustainable shareholder value'. Deze 5 pijlers stemmen overeen met alle ESG-thema's: Milieu, Mens (sociaal) en Governance. Daarbij staat duurzaamheid centraal in de strategie van de groep CFE.
De constante dialoog met alle belanghebbenden en de ontwikkeling van solide partnerschappen ondersteunen deze duurzame aanpak en vormen de basis die nodig is om onze ambities te realiseren.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
Project ZIN - Brussel 16JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP ZICH BEWUST VAN DE MENSELIJKE EN ECOLOGISCHE UITDAGINGEN DIE ONZE LEVENSSTIJL DE VOLGENDE JAREN ZULLEN BEPALEN, HEEFT DE GROEP CFE ERVOOR GEKOZEN OM IN AL HAAR PROJECTEN EEN ZEER LANGETERMIJNVISIE TE ONTWIKKELEN EN BEVESTIGT ZE HAAR STREVEN OM BIJ TE DRAGEN AAN EEN DUURZAME TOEKOMST VOOR ONZE PLANEET EN VOOR DE VOLGENDE GENERATIES. EEN RATIONEEL WATERGEBRUIK, DE INPERKING VAN AFVAL EN VERPAKKINGEN, HET HERGEBRUIK OF DE RECYCLAGE VAN AFVAL OP DE BOUWPLAATSEN, HET GEBRUIK VAN ECOLOGISCHE BOUWMATERIALEN, HET VERKORTEN VAN DE TOELEVERINGSTRAJECTEN ... ALLEMAAL ZIJN HET ASPECTEN WAAR DE GROEP CFE NU HEEL CONCREET AAN WERKT.
In zijn vijfde verslag over de evolutie van het klimaat bevestigt het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) dat de bouwsector niet alleen bijdraagt tot de uitstoot van broeikasgassen, maar dat de sector ook een van de meest bekwame is om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen en een positieve impact te hebben op ons samenleven.
Vanuit die vaststelling heeft de groep CFE het nieuwe ESG-beleid (Environment, Social and Governance) dat ze in 2019 had ingevoerd in 2020 aangescherpt, door met name nog meer
relevante kritieke prestatie-indicatoren (KPI) toe te passen. Deze KPI's hebben in het bijzonder betrekking op de afvalstromen en de recyclage. Dankzij de principes van de circulaire economie boeken verscheidene entiteiten van de groep CFE uitstekende resultaten op dit vlak, met verschillende benaderingen van het hergebruik van bouwafval die zowel ecologisch als economisch interessant zijn.
Een van de vele voorbeelden: MOBIX en Van Laere hebben samengewerkt om een heel
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
MOBIX VERLICHT DE WEGEN PROJECT LUWA
Het project LuWa, ook bekend als "Plan Lumière 4.0", is een contract van 20 jaar voor de geleidelijke installatie van in totaal ongeveer 100.000 nieuwe 'intelligente' ledverlichtingstoestellen langs de belangrijkste wegen van het Waals Gewest.
Dit is het eerste project voor duurzame ontwikkeling dat MOBIX leidt, met de vervanging van verouderde natriumlampen door ledlampen die minder energie verbruiken en een langere levensduur hebben. Een systeem voor de variatie van de lichtintensiteit zal op lange termijn een energiebesparing met 76% mogelijk maken, de uitstoot van 166.000 ton CO2 vermijden en de lichtverontreiniging beperken.
Het renovatieplan voorziet de vervanging van de natriumlampen door leds en de modernisering van de verlichtingsinfrastructuur: transformatoren, stroomcabines, distributieleidingen en verlichtingstoestellen op een net van 2.700 kilometer snelwegen en rijkswegen (waaronder 400 kilometer kruispunten), en ook op de parkings langs de snelwegen en de parkings met gemeenschappelijke plaatsen.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
bijzonder type bouwafval een tweede leven te geven. De ballast – de bedding van steenslag waarop de treinsporen rusten – die MOBIX gebruikt op de werven van Infrabel, kon dankzij een toelating van OVAM (Openbare Vlaamse Afvalmaatschappij) worden gerecupereerd. Van Laere heeft dit omvangrijke afval met een grote impact op het milieu gevaloriseerd door het als drainagemateriaal te gebruiken op het ontdubbelingsvak van de spoorlijn Gent-Brugge, tussen Aalter en Landegem.
Op de bouwplaats van Key West, een project dat geothermie zal gebruiken om het energieverbruik van 524 appartementen te optimaliseren, heeft BPI Real Estate al nieuwe vormen van circulariteit voorzien door het hergebruik van materialen. Die benadering wordt ook toegepast bij de verbouwing van het NMBS-complex in Brussel, dat de vormgeving van het grootste station van het land ingrijpend zal veranderen.
Het energieverbruik van de bouwplaatsen wordt eveneens zorgvuldig opgevolgd. In samenwerking met de Sustainability Board, waarin verschillende experts van de groep CFE zetelen, heeft MBG een energie-audit van haar bouwplaatsen uitgevoerd, met de steun van de technische kennis van BENELMAT en VEMAS. Intelligente elektriciteitsmeters geven een uiterst nauwkeurig en gelokaliseerd beeld van het energieverbruik, zodat men eventuele verliezen kan detecteren en de situatie kan corrigeren. Na een analyse van het gebruik van de hijskranen, de
bouwketen en de verschillende posten werden onderbrekers en zonnepanelen geïnstalleerd. Tevens werden de hoogspanningscabines volgens de behoeften aangepast. Deze benadering is nu een prioritair doel voor alle bouwbedrijven binnen CFE Contracting.
DEME verbetert eveneens de analyse van haar energiegegevens, met de ontwikkeling in alle businessunits van dashboards voor de uitstoot van broeikasgassen en het energieverbruik. Gelet op de aard van haar activiteiten zijn de bescherming van de biodiversiteit en de eerbiediging van het mariene evenwicht centrale aandachtspunten voor DEME. Om die principes globaal en doorlopend te garanderen, wordt op alle projecten en voor alle opdrachten een QHSE-systeem (Quality Health Safety Environment) voor risicobeheer gebruikt. Het systeem is aan een KPI gekoppeld. De score van die indicator lokt reacties uit, 'green initiatives', namelijk een of meer aanpassingen van de processen, uitrustingen of installaties om de milieu-impact van het project te beperken, in de eerste plaats door afval en onnodige uitstoot te vermijden. Dankzij de KPI worden de leden van de betrokken teams heel concreet gesensibiliseerd. Ze kunnen de ecologische impact beter identificeren en creatieve antwoorden vinden om die te beperken. In een recent initiatief van dit type werden de oliën en vetten die worden gebruikt in hydraulische systemen en smering van het drijvend materieel vervangen door biologisch afbreekbare equivalenten.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
Op verscheidene bouwplaatsen werden energieaudits uitgevoerd om het energieverbruik te begrijpen, abnormaal verbruik op te sporen en mogelijkheden te zoeken om het verbruik te optimaliseren en te verlagen. BENELMAT steunt deze aanpak en werkt met MBG samen aan twee projecten, Zurenborg en Waterzicht, en met BPC aan onder meer de projecten AXS en City Dox in Brussel.
Concreet werden sensoren op de containers en de kranen aangebracht om het verbruik in realtime te meten. Zo kon men in samenwerking met de teams op de bouwplaats de beste oplossingen vinden en alle medewerkers sensibiliseren voor een rationeel energiegebruik.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
De ontwikkeling van een grootschalige opslagcapaciteit voor elektriciteit is cruciaal voor het succes van de energietransitie. Ze maakt het mogelijk om enerzijds een duurzame en CO2 -neutrale bevoorrading te verzekeren en anderzijds de stabiliteit van het net te vergroten, in het bijzonder wanneer veel hernieuwbare energie wordt geproduceerd.
De projecten voor de opslag van elektriciteit zijn essentieel met het oog op de koolstofneutraliteit tegen 2050, maar hun grootschalige ontwikkeling verloopt moeizaam, bij gebrek aan specifieke ondersteuningsmechanismen zoals contracten op lange termijn voor de levering van netdiensten of van capaciteit.
Het consortium ESTOR-LUX heeft een innovatief technisch-economisch model ontwikkeld en is begonnen met de bouw in Bastogne van een eerste park van batterijen voor de elektrische opslag van
10MW/20MWh. Het project zou medio 2021 in bedrijf worden genomen. Een belangrijke stap, die de leefbaarheid aantoont van projecten voor de opslag van elektriciteit in batterijen, en hun relevantie als een duurzaam alternatief dat met de conventionele flexibiliteitsbronnen kan concurreren.
ESTOR-LUX en haar oprichters, waaronder Rent-A-Port Green Energy, zijn vastberaden om een pioniersrol te spelen in de ontwikkeling van een grootschalige elektriciteitsopslag in België, zowel voor rechtstreeks op het net aangesloten projecten als voor projecten bij industriële klanten.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
18JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
19JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP
De groep CFE kiest duidelijk voor een proactieve houding tegenover de evolutie van het klimaat en de demografische uitdagingen die zich aandienen.
Het beheer van water, een hulpbron die volgens de besluiten van een rapport van het World Resources Institute (WRI) in België exponentieel schaars dreigt te worden, is een andere grote prioriteit voor de groep CFE. Van Laere geeft het goede voorbeeld met de indiening van een octrooi voor de opvang en het hergebruik van regenwater om de overbelasting van de rioleringsnetten te beperken.
De groep CFE kiest duidelijk voor een proactieve houding tegenover de evolutie van het klimaat en de demografische uitdagingen die zich aandienen. Dat blijkt ook uit de keuze voor duurzame materialen, zoals allereerst hout, dat perfect aan alle eisen van de moderne bouw voldoet en zowel het ecologische evenwicht als de lokale omgeving respecteert.
Een andere bouwsteen voor een betere toekomst is de mobiliteit. Door deel te nemen aan het consortium LuWa, dat de verlichtingsuitrusting van het Waalse wegennet moderniseert
en de basis legt voor de eerste geconnecteerde snelwegen, bevestigt MOBIX het belang van een gecoördineerde aanpak door alle betrokken partijen en een engagement op lange termijn. Het project van de Oosterweelverbinding in Antwerpen, die de ring rond de grote havenstad zal sluiten en het internationale verkeer zal omleiden, is daar een ander voorbeeld van. DEME en Van Laere voeren er samen de werken uit en tonen eens te meer de complementariteit aan tussen de entiteiten van de groep en hun vermogen om echte oplossingen voor de toekomst aan te bieden.
DEME wil tegen 2030 haar uitstoot van broeikasgassen met 40% verlagen tegenover 2008, het jaar dat de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) als referentie heeft gekozen. Tegen 2050 wil ze klimaatneutraal zijn.
Aangezien meer dan 90% van de uitstoot van broeikasgassen aan het brandstofverbruik van de schepen kan worden toegeschreven, voert DEME een investeringsplan uit over meerdere jaren om haar vloot van de meest geavanceerde technologie te voorzien en brandstoffen met lage emissie te gebruiken, zoals LNG, biodiesel en de toekomstige ecologische brandstoffen.
DEME verbetert ook doorlopend de energie-efficiëntie van de volledige
vloot door middel van verschillende technologische maatregelen, zoals systemen voor de recuperatie van de warmte van restgassen voor de opwekking van elektrische energie. De nadruk ligt ook op de optimalisatie van de processen en de verbetering van de productiviteit. Tot slot heeft DEME in 2020 ook inspanningen geleverd op het gebied van de registratie van haar energiegegevens, om een geïntegreerde gegevensstructuur in te voeren en de nodige monitoringtools te ontwikkelen.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
ARCHITECT: JASPERS & EYERS ARCHITECTS – 51N4E – L'AUC
BOUWPERIODE: 01/2021 – 12/2023
Een multifunctioneel innoverend project voor de herontwikkeling van de huidige torens WTC 1 en 2 in de Brusselse Noordwijk. De bovengrondse oppervlakte van 110.000 m² zal 73.000 m² kantoren omvatten, 14.000 m² woningen en 16.000 m² voor een hotel, recreatieruimten en handelszaken. Van Laere en BPC hebben de bouw op zich genomen, VMA verzorgt de multitechnieken.
ZIN is een gedurfd project, zowel door zijn architectuur als door zijn concept en zijn milieu-impact. Het wordt namelijk een vrijwel energieneutraal complex. Ook voor de circulariteit is een belangrijke plaats vrijgemaakt. De circulaire benadering begint met het behoud van 65% van de bestaande WTC-torens, wat de hoeveelheid sloopafval en het gebruik van nieuwe bouwmaterialen beperkt. In totaal 95% van het materiaal wordt bewaard, hergebruikt of gerecycleerd en 95% van de nieuwe
materialen voor de kantoren zal C2C-gecertificeerd zijn.
Met ZIN bevestigt CFE Contracting haar duurzame ambities. "Het vastgoed en de bouwsector zijn momenteel verantwoordelijk voor 40% van de globale CO2 -uitstoot", legt Raymund Trost uit. "Wij zijn ons bewust van die verantwoordelijkheid. Dankzij de recyclage of de circulaire aanpak kunnen we onze bouwmethoden nog duurzamer en efficiënter maken. In dat opzicht wordt ZIN een referentie voor zowel de ondernemingen van onze groep als het geheel van de sector."
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
DE KRACHT VAN DE GROEP CFE HOUDT RECHTSTREEKS VERBAND MET HET TALENT VAN HAAR TEAMS. DEZE MENSELIJKE 'RESOURCES' ZIJN VEEL MEER DAN EEN ANONIEME POOL VAN MEDEWERKERS. IN ALLE DIVISIES STEUNT DE ACTIVITEIT OP ZEER SPECIFIEKE KNOWHOW EN COMPETENTIES. BEKWAME NIEUWE MEDEWERKSTERS EN MEDEWERKERS AANTREKKEN, HEN IN STAAT STELLEN OM ZICH TE ONTPLOOIEN, TE ONTWIKKELEN EN HET BESTE VAN ZICHZELF TE GEVEN, IS DUS EEN VAN DE PRIORITAIRE DOELSTELLINGEN VAN CFE. MET DAT DOEL RUIMEN DE VERSCHILLENDE ENTITEITEN EEN BELANGRIJKE PLAATS IN VOOR EEN REEKS FUNDAMENTELE MENSELIJKE WAARDEN.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
YouthStart biedt aan honderden jonge voortijdige schoolverlaters de kans om een programma te volgen dat hen toegang geeft tot de arbeidsmarkt.
Welzijn op het werk, gezondheid, veiligheid, valorisatie van het verworvene, opleiding en diversiteit zijn stuk voor stuk elementen die ervoor zorgen dat de groep CFE een 'great place to work' is. Vanwege de behoeften aan specifieke profielen in alle domeinen en op alle competentieniveaus verdient de aanwerving een heel bijzondere aandacht. Dit is een engagement op lange termijn dat eveneens bijdraagt aan de in 2019 geïntroduceerde nieuwe globale duurzaamheidsvisie.
Deze globale visie zou onmogelijk zijn zonder een sterke en verantwoordelijke 'corporate governance'. Ook op dat vlak heeft de groep CFE in 2020 bewezen dat ze efficiënte processen voor het beheer van de relaties tussen de verschillende stakeholders kan invoeren,
door echte ecosystemen te scheppen waarin de medewerkers een essentiële rol spelen en zich volledig kunnen ontplooien. De hoeksteen van dat engagement is uiteraard de veiligheid, die een nog ruimer bereik krijgt met de preventieve maatregelen in verband met de pandemie.
Alle entiteiten van de groep CFE hebben effectief ingespeeld op de bewustmakingsinitiatieven en de concrete acties tegen de verspreiding van het coronavirus. De coördinatie door de Health & Safety Board is in dat opzicht essentieel geweest. De coronacrisis heeft in geen enkel opzicht afbreuk gedaan aan de aandacht voor de andere aspecten van de veiligheid, zoals bij CFE Contracting de digitalisatie van de doelstellingen door de Safety Board.
Het verzekeren van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor iedereen, ongeacht zijn of haar profiel, is een andere pijler van het human resourcesbeleid van CFE. BPC heeft met dat doel een audit uitgevoerd teneinde de toegang tot de werfkantoren voor personen met beperkte mobiliteit na te gaan. Diversiteit in de ruime betekenis van het woord zit in het DNA van de groep, net als het intern stimuleren van talenten door middel van opleiding en persoonlijke ontwikkeling. Zo ontving DEME de titel van Belgium's Most Attractive Employer tijdens de Randstad Awards 2020.
BPI legt een bijzondere nadruk op deze aspecten, met een uitgesproken streven om het welzijn op het werk te verbeteren met opleidingen, de bevordering van de loopbaanontwikkeling en de kwaliteit van de werkomgeving.
De menselijke waarden van CFE worden in grote mate door alle medewerkers van de groep gedeeld. Zo heeft CFE Contracting haar samenwerking met de vzw YouthStart vernieuwd. Honderden jonge voortijdige schoolverlaters hebben daardoor de kans gekregen om een programma te volgen dat hen toegang geeft tot de arbeidsmarkt, door met name een businessplan te ontwikkelen om hun eigen projecten op te zetten. De sponsoringkeuzes van de werknemers van BPC voor de drie volgende jaren illustreren hetzelfde engagement. In een raadpleging over de oriëntatie van het maatschappelijk beleid van de onderneming kozen ze voor twee projecten: 'Rire à l'hôpital', dat zieke kinderen steunt en aanmoedigt, en ToekomstATELIERdelAvenir (TADA), dat met zijn coaches kwetsbare jongeren de weg wijst naar de arbeidsmarkt.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
pagne 'Join the Framily', met in de hoofdrollen enthousiaste collega's.
De aanwerving van gekwalificeerde profielen is een van de grote uitdagingen van de bouwsector. Het beroep van werfleider stond in 2020 op de tweede plaats in de top tien van de knelpuntberoepen. Ook andere beroepen, zoals calculator of technicus, behoren tot de tien in België meest gezochte beroepen.
CFE Contracting heeft daarom een unieke campagne gelanceerd om talenten aan te trekken. Om de argumenten voor die 'employer branding' zo goed mogelijk te bepalen, werd een grote enquête gehouden bij de medewerkers van de verschillende entiteiten. Ze heeft de vele troeven aan het licht gebracht die ervoor zorgen dat CFE wordt gezien als een stabiele werkgever die belang hecht aan innovatie en duurzaamheid en die veel loopbaankansen binnen de groep aanbiedt. Dat alles heeft als basis gediend voor een promotievideo voor de campagne 'Join the Framily', met enthousiaste collega's in de hoofdrollen. De clip heeft een unieke toon en sfeer, de perfecte remedie voor de neiging tot pessimisme tijdens een pandemie.
De COVID-crisis heeft de groep CFE in haar geheel de kans gegeven om haar collegiale dynamiek te demonstreren. Dankzij de synergie en de samenwerking tussen de verschillende entiteiten konden de onontbeerlijke aanpassingen snel en efficiënt worden doorgevoerd. De medewerkers kregen in deze moeilijke periode op verschillende manieren steun, met workshops en opleidingen rond welzijn, leadership en de inzet
van informaticatools voor telewerk. Op basis van videotutorials hebben verschillende entiteiten binnen CFE Contracting educatieve video's gemaakt om werknemers en onderaannemers te helpen om de sociale afstand te respecteren bij de heropstart van de werven na de eerste lockdown. Deze video's werden ter beschikking gesteld aan de werfleiders en werden met groot enthousiasme ontvangen door de arbeiders. Het was niet eenvoudig om na jarenlange gewoontes weer anders te leren werken.
Bij DEME werden ook verschillende welzijnsinitiatieven georganiseerd om de grote impact op de geestelijke gezondheid tegen te gaan. Daarnaast moest DEME ook praktische logistieke problemen oplossen. Door de verschillende lockdowns en reisbeperkingen moesten veel DEME-medewerkers veel langer dan verwacht op schepen en projecten over de hele wereld blijven. Ongeveer 1.200 bemanningsleden zagen hun verblijf aan boord verlengd. DEME charterde meer dan 10 vliegtuigen om mensen naar huis te brengen. Verscheidene schepen werden omgeleid om de bemanning te wisselen en projecten te kunnen voortzetten. Daarnaast werden speciale extractieteams en een taskforce opgericht om repatriëringen en de wisseling van bemanningen te organiseren. In deze uitdagende periode werd de gezondheid en veiligheid
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
re acties bepaald door de Sustainability board voor CFE Contracting en BPI vereisen bepaalde aanpassingen van de verschillende entiteiten. In 2020 gaf CFE in Polen hiervan een perfecte weergave door in enkele maanden tijd een eigen duurzaamheidsstrategie te ontwikkelen, gesteund op een sterke en eenvoudig te begrijpen basislijn: 'Together we go green'. De verschillende managementniveaus werden bij het proces betrokken en de rollen en verantwoordelijkheden werden gedefinieerd. Dankzij een duidelijke communicatie, zowel intern als naar klanten en onderaannemers, werd de doelstelling van de strategie – gebaseerd op vier pijlers: partnerschap, mensen, oproep tot actie en milieu - door iedereen goed begrepen. Een door het thema gemotiveerde groep medewerkers dacht na over eenvoudige en concrete acties die op korte termijn overtuigende resultaten zullen opleveren. Een pragmatische aanpak die zijn vruchten heeft afgeworpen en die al zorgde voor een mentaliteitswijziging.
De duurzaamheidsstrategie en prioritai-
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
INNOVATIE IS EEN FUNDAMENTELE COMPONENT VAN DE DUURZAAMHEIDSSTRATEGIE VAN DE GROEP CFE. ZE IS ZOWEL EEN MOTOR ALS EEN MANIER VAN WERKEN. DE OPERATIONELE UITMUNTENDHEID VAN ALLE ENTITEITEN VERTREKT VAN EEN VOORTDUREND ZOEKEN NAAR INNOVATIEVE OPLOSSINGEN, VOOR ZOWEL HET DAGELIJKSE BEHEER VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURES ALS DE RELATIES MET DE VERSCHILLENDE PARTNERS. MAAR ZE MIKT OOK OP DE ONTWIKKELING VAN TECHNOLOGIEËN DIE ONZE LEVENSSTIJL INGRIJPEND KUNNEN VERANDEREN.
Om dit engagement voor innovatie te steunen, werd er een Development and Innovation Director aangesteld bij BPI alsook een Chief Digital Officer bij CFE. Op initiatief van deze laatste werd er tevens een Digitalization & Innovation Board opgericht. De vele doelstellingen van deze board omvatten de vertaling van de strategische doelen van CFE in acties en in prioritaire plannen, in een streven naar duurzaamheid, de doorlopende verbetering van de processen en het delen van best practices. Zijn eerste taak in 2020 was het eenvormig maken
van de HSEQ-statistieken (Health, Safety, Environment, Quality) om deze als basis te gebruiken voor het bepalen van belangrijke indicatoren die voortaan als referentie zullen dienen.
Op het vlak van innovatie focust DEME op gezamenlijke waardecreatie door het opzetten van partnerschappen met meerdere belanghebbenden, naast een sterke nadruk op intern ondernemerschap. Om intern ondernemerschap te ondersteunen, zijn in 2020 verschillende innovatieprogramma's opgezet om enerzijds
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
Computergeassisteerde systemen, geconnecteerde tools, specifieke toepassingen, virtuele realiteit, het Internet of Things, digitale modelvorming ... stuk voor stuk zijn het oplossingen die nu deel uitmaken van het DNA van de groep
nieuwe ideeën vast te leggen en anderzijds uitgevoerde initiatieven te belonen. In 2020 werden 2 specifieke innovatie-uitdagingen opgezet, enerzijds rond klimaat en energie en anderzijds rond afval- en materialenbeheer. Duurzaamheid wordt gedurende het hele innovatieproces meegenomen in de evaluatiecriteria.
Dit nieuwe kader zal de modernisering en de digitalisatie nog meer versnellen. De digitalisatie staat uiteraard centraal in de technologische vooruitgang van CFE. Computergeassisteerde systemen, geconnecteerde tools, specifieke toepassingen, virtuele realiteit, het Internet of Things, digitale modelvorming ... stuk voor stuk zijn het oplossingen die nu deel uitmaken van het DNA van de groep, de efficiëntie en productiviteit exponentieel vermenigvuldigen en veel nieuwe perspectieven openen.
Het gezamenlijke proefproject van MBG en VEMAS voor de monitoring van het elektriciteits- en waterverbruik op de bouwplaatsen, met een follow-up van de bouwketen, de werfinstallaties en de hijskranen, is de perfecte illustratie van de waarde van deze collegiale benadering en van het delen van kennis en technieken. De vorderingen die de businessunit automatisering van VMA geboekt heeft, hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van software voor het virtueel in 3D testen van autofabricagelijnen.
De digitale evolutie gaat samen met de opkomst van 'product as a service', een economisch model waarin de relatie met de klant niet beperkt blijft tot de levering van een goed of een gebouw, maar verder gaat met een dienstenaanbod op lange termijn. Dankzij de veelzijdigheid van haar knowhow beschikt de groep CFE over alle voor dit model vereiste elementen. De ontwikkeling van vormen van synergie tussen de entiteiten, die door de digitalisatie wordt bevorderd, is een bijkomende troef voor dit pad naar de toekomst. MOBIX heeft de weg gewezen met
Het Gare Maritime, het voormalige goederenstation van Tour & Taxis dat in 1907 werd gebouwd, is 110 jaar later volledig gerenoveerd als energieneutraal gebouw. Dit herhaaldelijk bekroonde project heeft het oude goederenstation getransformeerd tot een modern en duurzaam gebouw, dankzij het gebruik van geothermie voor de verwarming en de klimaatregeling, fotovoltaïsche panelen op het dak en op de zuidelijke gevel, een systeem voor de recuperatie van regenwater en dynamische ruiten die zich aan de bezonning aanpassen.
De gebouwschil is geoptimaliseerd om zo weinig mogelijk energie te verliezen en het natuurlijke daglicht maximaal te benutten. Een isolerende, dynamische zonnewerende driedubbele beglazing bevordert de circulariteit en verlaagt de energiebehoeften.
Voor de constructie van de 12 houten blokken met een totale oppervlakte van ongeveer 45.000 m² werd 10.000 m³ geprefabriceerd gelijmd hout gebruikt. Daarmee is dit project een van de grootste houtstructuren die ooit in Europa zijn gebouwd. Het hout is FSC-gecertificeerd.
OPDRACHTGEVER: EXTENSA ARCHITECT: NEUTELINGS RIEDIJK BOUWPERIODE: 2016 - 2020 PROJECT GEREALISEERD DOOR: MBG / VMA
Voor het overige werden innoverende technieken en methoden gebruikt, zoals de toepassing van LEAN Planning voor de programmering van de werken, en de uitwerking van het volledige project in BIM. Building Information Modeling (BIM) is een oplossing voor de digitale modelvorming van de informatie over een bouwwerk. Ze maakt een digitale weergave van het gebouw die men kan delen. Alle informatie is toegankelijk en alle wijzigingen worden in realtime weergegeven. Een volledige 3D-visualisering geeft op elk ogenblik een nauwkeurig beeld van het project en alle infrastructuurelementen. Dit is een buitengewoon krachtige tool voor de besluitvorming in de bouw en ook voor de uitbating van het gebouw.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
BOUWPERIODE: 2018 - 2021 PROJECT GEREALISEERD DOOR: CLE
Een toren van 14 verdiepingen, 58 meter hoog, bovenop twee ondergrondse niveaus met parkeergarages. Handelszaken op de gelijkvloerse verdieping, kantoren op de eerste en 138 appartementen – waaronder 8 duplexen – op de hogere verdiepingen. De Aurea-toren in Differdange, in het zuidwesten van het Groothertogdom Luxemburg, is een duurzaam en innoverend project, met name dankzij het gebruik van een innoverend systeem voor de fabricage van het aluminium van de buitenramen. Dit procedé werkt met 75% kringloopaluminium en verlaagt de koolstofvoetafdruk van dat materiaal met een factor 8.
De bouwplaats maakte ook gebruik van het allereerste Luxemburgse consolidatiecentrum. Dit platform voor de centralisatie van de materialen maakt een optimale herverdeling op de bouwplaats mogelijk. Normaal kan de gemiddelde duur van de opslag op de bouwplaats tot drie maanden oplopen. Met het consolidatiecentrum daalt hij tot 8 dagen. Zowel het energieverbruik als de CO2 - uitstoot worden gehalveerd.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
De filosofie omtrent vastgoedontwikkeling is resoluut gericht op het vinden van nieuwe manieren van leven en op 'menselijke' innovatie.
een indrukwekkend massificatieproject in Denderleeuw, voor rekening van Infrabel, de beheerder van het Belgische spoorwegnet. De drie activiteiten – Track, Catenary en Signalling – hebben hun krachten gebundeld om een totale, volledig afgewerkte infrastructuuroplossing te leveren.
De innovatie binnen de groep CFE wordt gedragen door de principes van de circulaire en modulaire economie. Wooden en Domaine des Vignes, de eerste realisaties van Wood Shapers, een joint venture van BPI en CFE Contracting die zich volledig op de houtbouw toelegt, bewijzen dat. Een andere illustratie, eveneens in Luxemburg, is de Aurea-toren, een project van CLE. Dankzij een innoverend systeem voor de fabricage van het aluminium van de buitenramen, kon de koolstofvoetafdruk met een factor acht worden verminderd. Een derde knap voorbeeld is het project ZIN in Brussel, een ambitieuze renovatie van de gebouwen WTC 1 en 2. 95% van de materialen worden bewaard, hergebruikt of gerecycleerd.
DEME, van haar kant, heeft veel geïnvesteerd in het onderzoek naar oplossingen voor 'groene' waterstof en heeft grote technologische vorderingen geboekt in de strijd tegen de 'plasticsoep' die de oceanen vervuilt. DEME staat in de voorhoede van de technologie, niet alleen met een vloot waarvan de vernieuwing synoniem is met constante krachttoeren en innovaties, maar ook met een globale strategie van onderzoek naar de ecologische en energie-impact.
Die 'big picture'-benadering vinden we ook bij BPI, met een filosofie omtrent vastgoedontwikkeling die resoluut gericht is op het vinden van nieuwe manieren van leven en op 'menselijke' innovatie. Deze pioniersvisie opent ook een innovatief pad in Polen met de acquisitie van 5,5 hectare grondpositie in Poznań. Op de plaats van een voormalige militaire kazerne in het centrum van de metropool zullen BPI Real Estate en haar partner de komende jaren een gemengd project bouwen met meer dan 1.000 appartementen, kantoren, commerciële en dienstruimten. Een treffend voorbeeld omdat
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
dergelijke gemengde projecten totaal nieuw zijn in dit land.
Innovatie voor meer duurzaamheid is sterk aanwezig in de vastgoedpool van de groep CFE, die dat concept bij het begin van elk project in aanmerking neemt en systematisch met behulp van de recentste technologieën het energie- en materiaalgebruik rationaliseert.
Digitalisatie is ook synoniem met de verbetering en vereenvoudiging van de procedures, zowel voor als na de werken. Dit uit zich zeer concreet in de ontwikkeling van LEAN in alle entiteiten. Deze aanpak, die in het begin van de jaren '90 in de Verenigde Staten werd geboren en door de Japanse organisatiemethoden geïnspireerd is, wordt vandaag zowel in het management als in de industriële productie en de bouw toegepast. Zoals de naam zegt, vertrekt hij van het principe van de beperking van de verspilling van tijd, energie en grondstoffen, met het oog op de verbetering van de efficiëntie en de productiviteit.
Bij Van Laere, waar een nieuwe functie 'LEAN and Innovation Manager' werd gecreëerd, is LEAN nu op alle bouwplaatsen van de partij. Bovendien krijgen de architectenbureaus en de klanten LEAN-opleidingen aangeboden om deze principes al in het eerste ontwerp van de projecten op te nemen.
Op het administratieve vlak komt de vereenvoudiging op tal van manieren tot uiting. MBG heeft een volledig digitale 'checkin@ work' ingevoerd, net als CLE, dat ook de inspectieverslagen heeft gedigitaliseerd. Bij BPC optimaliseert een gloednieuw online platform de uitwisseling van documenten en de behandeling van de technische fiches op de bouwplaats. In combinatie met een oplossing voor digitale ondertekening schetst het nu al de toekomst van de geconnecteerde bouw.
In samenwerking met de Universiteit Antwerpen en het Instituut voor Natuur- en Bosbeheer heeft DEME een innoverende oplossing ontwikkeld voor de bestrijding van de verontreiniging van de waterwegen. Het systeem, dat een jaar lang werd getest, vangt drijvend afval in het water op. Het bestaat uit een mobiele en een vaste voorziening, met een intelligent detectiesysteem, een werkboot die autonoom kan varen en een laadstation.
De artificiële intelligentie detecteert met behulp van camera's het drijvende afval. Een autonome werkboot, de 'Marine Litter Hunter', vangt het afval op en duwt het naar een verzamelponton, waar een (in virtuele realiteit door een operator op afstand bediende) kraan het naar een container overbrengt. Wanneer de container vol is, brengt de werkboot het afval autonoom naar een losstation. De 'Marine Litter Hunter' stoot geen CO2 uit en legt zelfstandig bij de terminal aan om zich op te laden.
DEME test ook een vaste installatie voor de opvang van drijvend afval. Ze bestaat uit een V-vormige fuik en een verzamelponton.
Luc Vandenbulcke, CEO van DEME: "In onze activiteiten overal ter wereld worden we dagelijks geconfronteerd met afval in de rivieren en de oceanen. Voor DEC, het milieufiliaal van DEME dat onder meer in de sanering van bodems, slib en water gespecialiseerd is, was het een logische stap om onze expertise in te zetten om actief mee te werken aan de oplossing van het wereldwijde afvalprobleem. Door plastic uit de rivieren te halen, vermijden we dat het onze zeeën en oceanen bereikt. Als baanbrekende onderneming blijven wij investeren in technologieën en innovaties om de uitdagingen voor de planeet aan te gaan. Dankzij de samenwerking met De Vlaamse Waterweg kunnen we de werking van de plasticcollector grondig testen en onderzoeken hoe we de technologie op grotere schaal kunnen uitrollen in rivieren, delta's en havens."
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
28JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP
GLOBAL SOLUTION
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
OPDRACHTGEVER: INFRABEL BOUWPERIODE: AUGUSTUS 2020 PROJECT GEREALISEERD DOOR: MOBIX
Van 1 tot 24 augustus 2020 heeft MOBIX een van de grootste werken in de geschiedenis van de Belgische spoorwegen uitgevoerd, op de spoorlijnen 50 en 50C tussen Denderleeuw en Essene - Lombeek.
De teams Track, Catenary en Signalling hebben hun krachten gebundeld om de infrastructuur en de sporen volledig te vernieuwen: vervanging van 17.500 ton ballast, 10.000 dwarsliggers, 14 wissels en 9 km bovenleidingen. Dat alles gebeurde in 23 werkdagen, 24 uur per dag en 7 dagen per week, in uiterst moeilijke omstandigheden wegens de hittegolf die in deze periode heerste.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
DE EUROPESE RAAD, DIE DE STAATS- EN REGERINGSHOOFDEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE VERZAMELT, HEEFT IN DECEMBER 2019 DE KLIMAATNEUTRALITEIT OFFICIEEL GOEDGEKEURD ALS DOELSTELLING VAN DE UNIE TEGEN 2050. DEZE POLITIEKE DOORBRAAK GETUIGT VAN HET TOENEMENDE BELANG VAN DE ECOLOGISCHE UITDAGINGEN OP ALLE NIVEAUS VAN DE MAATSCHAPPIJ. DE GROEP CFE DEELT DIT ENGAGEMENT EN NEEMT NU AL VERSCHEIDENE REEKSEN MAATREGELEN OM OP TERMIJN KLIMAATNEUTRAAL TE WORDEN.
De optimalisatie van het vervoer van materialen en afval is cruciaal om de ecologische impact en de koolstofbalans van de bouwplaatsen te beperken. De groep CFE startte in 2020 verscheidene grootschalige projecten op om deze problematiek op een innoverende en efficiënte manier aan te pakken. Een van de markantste oplossingen is de samenwerking met consolidatiecentra. Dankzij deze logistieke platformen die de aanvoer van materialen centraliseren, kan men de rotatie van de leveringen rationaliseren en hun aantal beperken. Het laden verloopt vlotter, de wachttijden worden verkort en de bouwplaatsen moeten minder materialen opslaan en veroorzaken dus minder hinder in de stad.
In Brussel is het Brussels Consolidation Construction Centre (BCCC) het vlaggenschip van deze aanpak. In het voorbije jaar hebben verscheidene bouwplaatsen gebruikgemaakt van zijn diensten. Op de eerste plaats Park West, een wooncomplex van meer dan 6.000 m2 dat BPI in de Europawijk ontwikkelt en dat vanaf de fase van de ruwbouw met het BCCC heeft samengewerkt. Vrijwel alle kalkzandsteen-
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
blokken van het project werden over het water geleverd, waarbij één schip overeenkomt met 50 vrachtwagens. Dit heeft de koolstofvoetafdruk beduidend verlaagd en de organisatie van de planning vergemakkelijkt. Het BCCC situeert zich op 5 kilometer van het project en kan elke component uiterst nauwkeurig en gericht leveren.
Het BCCC zal ook als logistieke basis dienen voor het iconische project ZIN. Van Laere, BPC en VMA werken samen aan deze ambitieuze herontwikkeling van de gebouwen WTC 1 en 2 in de zakenwijk van de Belgische hoofdstad. Voor het eerst in België worden de circulaire principes op een bouwplaats van deze grote omvang toegepast. Uiteindelijk zal 95% van de materialen worden bewaard, hergebruikt of gerecycleerd.
In Luxemburg heeft CLE een soortgelijk consolidatiecentrum ingericht voor twee projecten: de Aurea-toren in Differdange en de Omnia-toren in Belval. Dat laatste project heeft het logistieke platform vanaf de ruwbouwfase ingeschakeld. De duur van de opslag op de bouwplaats, normaal tot 3 maanden, is tot maximaal 8 dagen ingekrompen, terwijl het energieverbruik en de uitstoot van CO2 gehalveerd werden. Bovendien kon er buiten de werkuren worden geleverd, wat het werk van de teams vereenvoudigde en de veiligheid verbeterde.
Ook een alternatieve benadering van de transportwijzen en de uitrustingen kan de CO2 -uitstoot verlagen. De inspanningen binnen de gehele groep CFE op het vlak van haar wagenpark en uitrusting ter plaatse gaan in die richting. Het mobiliteitsplan van CFE Contracting, met onder meer 'Green Cars', is daar een knap voorbeeld van.
Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen is een andere essentiële hefboom om de koolstofvoetafdruk te verkleinen. De verschillende entiteiten werken mee aan die inspanning door zich met ecologische generators uit te rusten of een beroep te doen op 'groene' leveranciers. BENELMAT en BPC hebben een energie-autonome container ontwikkeld, voorzien van een windturbine en zonnepanelen. Op de bouwplaats van City Dox in Anderlecht werden verschillende voorzieningen voor de productie van alternatieve energie met zonnepanelen getest. MBG maakte een volledige overstap naar groene energie voor al haar bouwplaatsen, haar kantoren en haar hub. VMA heeft een nieuwe koelactiviteit gestart met 'groene' gassen zoals ammoniak of CO2 als koelmiddel.
De groep CFE zet zich resoluut in voor de ontwikkeling van nieuwe duurzame technologieën en innovatieve oplossingen voor de huidige ecologische uitdagingen. In Bastogne leidt het consortium ESTOR-Lux, waarvan Rent-A-Port Green Energy deel uitmaakt, de elektriciteitsopslag naar een nieuw tijdperk. Het park van opslagbatterijen dat in de loop van 2021 in gebruik zal worden genomen, wordt een keerpunt voor de modulaire capaciteit van
De groep CFE heeft in 2020 drie projecten uitgevoerd met de hulp van een consolidatiecentrum. De mogelijkheden werden voor het eerst getest voor de Aurea-toren in Differdange, in het zuidwesten van het Groothertogdom Luxemburg. Daarna konden de bouwplaatsen ZIN en Park West in Brussel hun voordeel doen met de verworven ervaring, dankzij het Brussels Construction Consolidation Centre (BCCC), een door InnovIRIS gesteunde samenwerking tussen het WTCB, de Confederatie Bouw, Shipit, de VUB (MOBI) en Urbantz.
De consolidatiecentra zijn logistieke platformen voor de centralisatie van de toelevering van de materialen op één enkele plaats. De ladingen worden geoptimaliseerd en de leveringen zijn minder talrijk, wat vanzelf de koolstofimpact van het transport verlaagt. In Brussel kon men zelfs de waterweg gebruiken. De consolidatiecentra verminderen de congestie op de bouwplaatsen, waar de opslagruimte beperkt is, en verbeteren de efficiëntie. De materialen komen just in time op de bouwplaats aan, volgens de precieze behoeften naargelang het werk evolueert. Normaal kan de gemiddelde duur van de opslag op de bouwplaats tot drie maanden oplopen. In het project Aurea daalde hij naar 5 tot 8 dagen en werden het energieverbruik en de CO2 -uitstoot gehalveerd. Een toekomstgerichte oplossing, vooral voor projecten in een stedelijke omgeving, waar vrije ruimte vaak schaars is.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
31JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
De Green Jade is het eerste drijvende DP3 schip voor zware hijswerken en installaties dat in Taiwan wordt gebouwd. Het 216,5 meter lange schip, waarvan de bouw in 2020 is begonnen, wordt de nieuwe parel van de vloot van DEME en biedt een buitengewone combinatie van transport- en laadcapaciteit, samen met een indrukwekkende hijshoogte en groene technologie.
Met haar kraan die 4.000 ton kan hijsen en haar DP3-capaciteit zal de Green Jade in staat zijn om meerdere multimegawatt-turbines van de volgende generatie, jackets en onderdelen in één keer te transporteren, waardoor het uitermate rendabel zal zijn.
Het schip zal mega monopile funderingen en jackets op grotere diepten kunnen plaatsen. Dankzij de DP3-technologie zal het zelfs in de moeilijkste omstandigheden kunnen werken.
Met haar dual-fuel motoren, Green Passport en Clean Design ratings en systeem voor de recuperatie van restwarmte, dat de warmte van de uitlaatgassen en het koelwater in elektrische energie omzet, illustreert de Green Jade in alle opzichten het ecologische engagement van DEME.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
hernieuwbare energie en voor de flexibiliteit van haar distributie.
Ook DEME werkt aan oplossingen voor de toekomst en heeft haar krachten met andere industriële en openbare actoren gebundeld om vooruitgang te boeken op het pad naar 'groene' waterstof. De bouw in Oostende en Duqm, in het sultanaat Oman, van twee fabrieken voor ecologische waterstof is daar het eerste concrete resultaat van. Het eindproduct zal enerzijds worden gebruikt als energiebron voor elektrische mobiliteit en voertuigen met verbrandingsmotor, en anderzijds als grondstof voor bepaalde industriecentra.
Voor DEME was 2020 een mijlpaal in het domein van de offshore windparken, met een reeks projecten in België en het buitenland: de voltooiing van SeaMade, het grootse Belgische windpark in zee, en het offshore project Saint-Nazaire in Frankrijk, de installatie van 94 turbines in de Nederlandse windparken Borssele 1 en 2, de plaatsing van de funderingen van het project Parkwind Arcadis Ost 1 in Duitsland, de voorbereidende werkzaamheden voor Hornsea Two voor de Britse kust, dat het grootste offshore windpark ter wereld zal worden ...
De 'Fleet of the future', met een drastisch verlaagde uitstoot van broeikasgassen, wordt verder uitgebouwd, net als het 'Emission-free Infrastructure network', het zero uitstoot-netwerk dat de energietransitie van de infrastructuursector zal versnellen. Het is de bedoeling om tegen
2026 uitrustingen met zero uitstoot te bouwen. De bouw in Taiwan van de Green Jade, het eerste installatieschip voor offshore windturbines, verdient een aparte vermelding. Met zijn 216 meter lengte, zijn capaciteit van 4.000 ton en zijn maximale ruimte zal dit unieke schip in één enkele expeditie de componenten van de nieuwe generatie gigantische windturbines kunnen vervoeren en installeren, met een maximale rentabiliteit en duurzaamheid.
Eerbied voor het milieu gaat uiteraard samen met koolstofneutraliteit. Bescherming van de biodiversiteit is dus eveneens een centraal aandachtspunt voor de groep CFE, met bijvoorbeeld de bodemsanering van het project Samaya van BPI en de milieucampagne van DEME. Die laatste, bekroond met een zilveren medaille in de categorie Management van de European Business Awards for the Environment van de Europese Commissie, legt de nadruk op het rationele gebruik van natuurlijke hulpbronnen en op de preventie van watervervuiling. De promotietools van de campagne werden meer dan 400 maal met succes gebruikt in 198 projecten in 37 landen.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
BOUWPERIODE: 2019 - 2020
PROJECT GEREALISEERD DOOR: DEME OFFSHORE
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
Met de installatie van de laatste van de 58 turbines werden de werken aan SeaMade op 30 november 2020 voltooid. Het grootste offshore windpark van België zal 485.000 huishoudens van groene energie voorzien en de CO2 -uitstoot met ten minste 50.000 ton per jaar verlagen.
De offshore bouw van het windpark SeaMade begon in september 2019 met het leggen van de funderingen. DEME was verantwoordelijk voor de engineering, de toelevering, de bouw
en de installatie (EPCI) van de funderingen, de turbines, de kabels voor de onderlinge verbindingen en de export, en voor de installatie van twee offshore substations. De Apollo, het DP2 offshore installatieschip van DEME, heeft 58 Siemens Gamesa turbines van 8,4 MW op monopile funderingen geïnstalleerd.
De realisatie van dit grootschalige project in zo weinig tijd was alleen mogelijk dankzij de 'Balance of Plant' geïntegreerde benadering, de nauwe samenwerking met de klant en de
inspanningen en onwankelbare vastberadenheid van alle betrokken teams. DEME is buitengewoon trots op haar sleutelrol in de ontwikkeling van dit belangrijke windpark, een essentiële stap voor de realisatie van de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de Belgische overheid.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
IN EEN WERELD DIE ONOPHOUDELIJK EVOLUEERT, LEIDT DE COMBINATIE VAN DE BEHOEFTEN EN DE EISEN VAN HET SAMENLEVEN MET DE UITDAGINGEN VAN HET KLIMAAT, DE DEMOGRAFIE EN DE GEZONDHEID TOT STEEDS SNELLERE VERANDERINGEN VAN ONZE MANIER VAN LEVEN. EEN BETERE TOEKOMST VOOR IEDEREEN VERBEELDEN, UITVINDEN EN BOUWEN: DE GROEP CFE IS KLAAR VOOR DIE UITDAGINGEN EN ZIET DE WIL OM EEN ACTOR VAN VERANDERING TE ZIJN ALS DE RODE DRAAD VAN HAAR DUURZAAMHEIDSSTRATEGIE.
Het werk van de groep CFE heeft een sterke impact op onze samenleving, in de domeinen wonen, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. Haar realisaties leiden tot een diepgaande transformatie van de maatschappij en doen deze op veel vlakken positief evolueren. Als partner van de ondernemers en de collectiviteiten stelt CFE haar knowhow tot hun dienst, overtreft ze hun verwachtingen en verkent ze alle innovatiemogelijkheden om een pionier in duurzaam bouwen te zijn.
Door projecten te ontwikkelen die de sociale banden versterken, door ecologische en maatschappelijke gegevens in haar denken op te nemen, door een positieve impact op de betrokken gemeenschappen na te streven en haar infrastructuuropdrachten ten volle uit te voeren, wil de groep CFE het levenskader verbeteren en haar klanten de middelen aanreiken om op hun beurt hun visie op verandering waar te maken.
Als symbool van haar wil om actief mee te werken aan de bouw van een duurzame toekomst heeft de groep CFE een partnerschap gesloten met de Belgian Alliance for Climate Action. Deze door The Shift en WWF Belgium opgerichte ngo brengt ondernemingen uit de privésector,
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
non-profit organisaties en academische instellingen samen rond een reeks gemeenschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Met de uitwisseling van kennis, networking en workshops bevordert de Belgian Alliance for Climate Action de interactie tussen haar leden en versterkt ze hun acties voor het klimaat, waarbij ze zich op rationele wetenschappelijke gegevens baseert.
Daarnaast is DEME toegetreden tot de European Clean Hydrogen Alliance, ter ondersteuning van de ambitieuze strategie van de EU voor waterstof en decarbonisatie en om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te worden. Met dit lidmaatschap toont DEME haar engagement om haar expertise te gebruiken in de productie, het transport en de opslag van groene waterstof uit hernieuwbare energiebronnen. Dit initiatief, dat tot doel heeft een investeringsprogramma op te starten en de ontwikkeling van de waterstofwaardeketen in heel Europa te ondersteunen, past perfect binnen DEME's eigen duurzaamheidsdoelstellingen.
In Nederland werkt DEME samen met Neptune Energy voor het PosHYdon offshore waterstofpilootproject, waarin het bedrijf betrokken zal zijn bij het ontwerp van een 100 MW offshore waterstofproductieplatform. De combinatie van hernieuwbare energie met groene waterstof en het ongelooflijke potentieel dat dit vertegenwoordigt, past volledig in DEME's visie op innovatie, die onder meer investeert in de ontwikkeling en grootschalige productie, de opslag en levering van groene waterstof.
Een andere belangrijke samenwerking is die tussen CFE, en meer bepaald VEMAS, en de Vlaamse instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). VITO is een onafhankelijk onderzoeksorganisme dat zich tot doel stelt om duurzaamheid de norm te maken in onze maatschappij, door globale projecten te ontwikkelen die de ecologische transitie met behulp van technologische innovaties bevorderen. Deze benadering reikt concrete antwoorden aan maar legt ook de nadruk op het delen van kennis en
CFE Contracting is een van de 74 Belgische organisaties die deel uitmaken van een uniek bondgenootschap voor het klimaat. De Belgian Alliance for Climate Action moedigt de organisaties van ons land aan om ambitieuze klimaatdoelstellingen te bepalen en waar te maken. Met dit engagement wil CFE Contracting haar duurzaamheidsambities nog hoger stellen.
De Belgian Alliance for Climate Action is een initiatief van The Shift en WWF-België, als antwoord op de oproep van het World Economic Forum om de klimaatdoelstellingen centraal te plaatsen in de post-corona relancestrategie. De deelnemende ondernemingen, zoals CFE Contracting, verbinden zich tot het afstemmen van hun activiteiten op de doelstellingen van de klimaatakkoorden van Parijs.
"Dit engagement toont dat ons credo, 'Together shaping tomorrow's world', geen ijdele belofte is", verklaart Raymund Trost, CEO van CFE Contracting. "Een van onze
prioritaire doelstellingen in 2020 was de definitie van preciezere milieu-KPI's om oplossingen te vinden voor een verdere verlaging van onze koolstofimpact. Onze verbintenis tot de Science Based Targets van de Belgian Alliance for Climate Action is op dat vlak een bijkomende stimulans." CFE Contracting verheugt zich in de oprichting van de Belgian Alliance for Climate Action. "Wij zullen samen met de andere Belgische organisatie de klimaatuitdagingen aanpakken en hopen op die manier het verschil te kunnen maken. Dit engagement maakt ons nog sterker bewust van de rol die wij in de ontwikkeling van een duurzame samenleving kunnen spelen."
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
GLOBAL
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
In oktober heeft DEME zich aangesloten bij de European Clean Hydrogen Alliance, een initiatief dat in juli 2020 door de Europese Commissie werd opgestart in het kader van haar algemene waterstofstrategie. De Alliance werkt aan een programma voor de investering in en de ondersteuning van de ontwikkeling van de waardeketen voor waterstof in Europa. Al meer dan 200 industrieën, nationale en lokale overheden, organisaties van het middenveld en andere stakeholders maken er deel van uit.
Met dit lidmaatschap toont DEME haar inzet om haar expertise te benutten in de productie, het transport en de opslag van groene waterstof uit hernieuwbare bronnen en haar bereidheid om actief deel te nemen aan de ambitieuze strategie van de EU voor waterstof en decarbonisatie.
In het natuurlijke verlengde van dit engagement zal DEME Concessions deelnemen aan de bouw van twee fabrieken voor de productie van groene waterstof. Dat doet ze met twee partnerships die eind 2020 werden gevormd, een met de Haven van Oostende en PMV voor HYPORT® Oostende en het andere met OQ Alternative Energy voor HYPORT® Duqm Green Energy in het sultanaat Oman.
Met hernieuwbare energiebronnen geproduceerde 'groene' waterstof heeft op lange termijn een groot potentieel in het kader van de energietransitie. Ze kan immers worden gebruikt als energiebron voor de productie van elektriciteit, in de mobiliteit, voor verwarming en verbranding of als grondstof in de industriële reconversie.
De combinatie van hernieuwbare energie en groene waterstof past perfect in de innoverende visie van DEME. Daarom wil de pionier in de ontwikkeling van offshore energieprojecten investeren in de ontwikkeling en de productie, de opslag en de levering op grote schaal van groene waterstof.
HYPORT® Oostende zal op termijn een jaarlijkse CO2 -reductie van 500.000 tot 1.000.000 ton per jaar mogelijk maken. De fabriek in Oostende zal dus een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van de Belgische en Europese klimaatdoelstellingen.
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
op de synergie tussen de privésector en de onderzoekswereld.
In dezelfde geest van samenwerking en benutting van de technische vooruitgang hebben CFE Contracting en BPI hun knowhow gebundeld om begin 2020 de joint venture Wood Shapers op te richten. Deze nieuwe entiteit, die zich volledig toelegt op de houtbouw en op het montageproces, geeft perfect de filosofie weer van de groep op het vlak van het materiaalgebruik en de optimalisatie van de bouwtechnieken. De duurzame aanpak van Wood Shapers en haar geïntegreerde visie op de projecten hebben een eerste succes gekend met de projecten Wooden en Domaine des Vignes in Luxemburg.
De innovatie en de bescherming van het natuurkapitaal staan eveneens centraal in de werking van DEME, dat lid is van de Blauwe Cluster, een vereniging van meer dan 200 ondernemingen, overheidsdiensten en instellingen die hun activiteiten in het kader van de 'Blue Economy' ontwikkelen. De samenwerking heeft al enkele successen opgeleverd, in het bijzonder het project Coastbusters. Het werd in april 2020 voltooid en vormt met behulp van natuurlijke riffen een innovatief, duurzaam alternatief voor dijken in de bestrijding van de stijging van de zeespiegel en als de bescherming van de kusten tegen erosie.
CFE neemt haar rol in het maatschappelijke weefsel en haar verantwoordelijkheden tegenover de collectiviteit ten volle op. Zo heeft de groep tijdens de COVID-19-crisis de organisatie 'Medical Equipment for Belgium' gesteund, die de toegang van de Belgische ziekenhuizen tot onmisbaar medisch materieel bevordert. Daarnaast hebben alle managementteams 20% van hun vergoeding van de maanden mei en juni aan goede doelen afgestaan. Dat krachtige gebaar benadrukt het diepe gevoel van solidariteit
op alle niveaus van de verschillende entiteiten.
Our value creation model — Build for the future — Be a great place to work — Offer innovative solutions — Towards climate neutrality — Partner for change
Wood Shapers is een nieuwe Belgisch-Luxemburgse onderneming die begin 2020 door BPI Real Estate en CFE Contracting werd opgericht. De ambitie: de vastgoedsector anders bekijken, in een perspectief van duurzame ontwikkeling dankzij de optimalisatie van de bouwprocessen. Wood Shapers onderscheidt zich vooral met de ontwikkeling van grootschalige projecten op basis van hout, het enige bouwmateriaal dat CO2 vasthoudt.
De onderneming beschikt over alle vereiste competenties, van het ontwerp tot de oplevering van het project, via het studiebureau en de prefabricage van de houtstructuren. Met haar geïntegreerde proces dat de bouwsector hervormt, realiseert Wood Shapers sneller en efficiënter duurzame, aangename en gezonde ruimten.
In dezelfde geest van duurzame ontwikkeling heeft Wood Shapers zich verbonden tot het
planten van 2.000 bomen in België in 2020, in samenwerking met de Koninklijke Belgische Bosbouwmaatschappij (KBBM), een vzw die zich inzet voor de bescherming van het bosbestand en de bevordering van zijn duurzame beheer.
Hout heeft tal van voordelen in de bouw. Zijn capaciteit qua thermische isolatie verlaagt het energieverbruik van een gebouw tijdens zijn volledige levensduur, en anders dan andere
PARTNER FOR CHANGE OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY GREAT PLACE TO WORK
hulpbronnen kent hout een regeneratieproces. Op voorwaarde dat men, zoals Wood Shapers doet, de bossen op lange termijn verantwoordelijk beheert door sommige bomen te kappen om de groei van andere te bevorderen – synoniem voor de beperking van de koolstofuitstoot.
| INHOUDSOPGAVE | |||
|---|---|---|---|
| I. STATUTAIRE JAARREKENING | 40 | IV. | REMUNERATIEVERSLAG | 71 | |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. | KAPITAAL EN AANDEELHOUDERSCHAP | 40 | 1. | REMUNERATIEBELEID | 71 |
| 2. | TOELICHTINGEN BIJ DE STATUTAIRE JAARREKENING | 40 | 1.1. | Governance – Procedure | 71 |
| 2.1. | Financiële toestand per 31/12/2020 | 40 | 1.2. | Remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerend bestuurders | 71 |
| 2.2. | Bestemming van het resultaat | 41 | 1.3. | Remuneratiebeleid voor de gedelegeerd bestuurder | 72 |
| 2.3. | Vooruitzichten 2021 | 41 | 1.4. | Mandaten in de dochterondernemingen | 72 |
| 2.4. | Voornaamste risico's en onzekerheden | 41 | 1.5. | Wijzigingen sinds het vorige remuneratiebeleid | 73 |
| 2.5. | Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum | 41 | 1.6. | Mogelijkheid tot afwijking van het remuneratiebeleid | 73 |
| 2.6. | Financiële instrumenten | 41 | 2. | REMUNERATIEVERSLAG | 73 |
| 2.7. | Informatie | 41 | 2.1. | Remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders | 73 |
| 2.2. | Remuneratie van de gedelegeerd bestuurder | 74 | |||
| 2.3. | Jaarlijkse evolutie van de verhouding tussen de remuneratie en het loon | 74 | |||
| II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING | 42 | ||||
| 1. | TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING | 42 | |||
| 1.1. | Financiële positie op 31/12/2020 | 42 | V. | NIET-FINANCIËLE VERKLARING | 75 |
| 1.2. | Belangrijkste risico's | 51 | 1. | INLEIDING | 77 |
| 1.3. | Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum | 56 | 2. | KORTE BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEITEN VAN DE GROEP | 77 |
| 1.4. | Onderzoek en ontwikkeling | 56 | 2.1. | Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra | 77 |
| 1.5. | Financiële instrumenten | 56 | 2.2. | Contracting | 77 |
| 1.6. | Vooruitzichten 2021 | 57 | 2.3. | vastgoedontwikkeling | 77 |
| 3. | ESG-BELEID | 78 | |||
| III. VERKLARING INZAKE DEUGDELIJK BESTUUR | 57 | 3.1. | Voor de drie polen gemeenschappelijke regels | 78 | |
| 3.2. | ESG-beleid van DEME | 78 | |||
| 1. | REFERENTIECODE | 57 | 3.3. | ESG-beleid van CFE Contracting en BPI | 79 |
| 2. | RAAD VAN BESTUUR | 58 | 3.4. | Convergentie van het ESG-beleid | 80 |
| 2.1. | Samenstelling | 58 | 4. | BELANGRIJKSTE RISICO'S MET BETREKKING TOT ESG | 81 |
| 2.2. | Onafhankelijk bestuurders | 63 | 4.1. | Inleiding | 81 |
| 2.3. | Overige bestuurders | 63 | 4.2. | Belangrijkste ESG-risico's en -opportuniteiten bij DEME | 81 |
| 2.4. | Werking | 63 | 4.3. | Materialiteitsmatrix van DEME | 81 |
| 2.5. | Gedragsregels inzake belangenconflicten | 64 | 4.4. | Belangrijkste ESG-risico's en -opportuniteiten bij CFE Contracting en BPI | 83 |
| 2.6. 3. |
Financiële transacties AUDIT- EN RISICOBEHEERCOMITÉ |
64 64 |
4.5. | Materialiteitsmatrix van CFE Contracting | 84 |
| 3.1. | Samenstelling | 64 | 4.6. | Materialiteitsmatrix van BPI real estate | 86 |
| 3.2. | Werking en activiteitenverslag | 65 | 5. | RESULTATEN VAN DIT BELEID | 86 |
| 4. | BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ | 65 | 5.1. | Resultaten van dit beleid bij DEME | 86 |
| 4.1. | Samenstelling | 65 | 5.2. | Resultaten van dit beleid bij CFE Contracting en BPI | 89 |
| 4.2. | Werking en activiteitenverslag | 65 | 6. | NIET-FINANCIËLE KRITIEKE PRESTATIE-INDICATOREN (KPI'S) | 91 |
| 5. | DIVERSITEITSBELEID | 66 | 6.1. | Inleiding | 91 |
| 6. | SYSTEMEN VOOR INTERNE EN EXTERNE CONTROLE EN VOOR RISICOBEHEER | 66 | 6.2. | Social | 91 |
| 6.1. | Externe controle | 66 | 6.3. | Milieu | 95 |
| 6.2. | Interne controle en risicobeheer | 67 | 6.4. | Governance | 97 |
| 6.3. | Systemen voor interne controle en risicobeheer binnen de polen | 68 | |||
| 7. | STRUCTUUR VAN HET AANDEELHOUDERSCHAP | 71 | |||
| 8. | AFWIJKING VAN DE CODE 2020 | 71 | |||
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Geachte aandeelhouders,
Wij hebben de eer u verslag uit te brengen over de activiteit van onze vennootschap in het voorbije boekjaar en u de op 31 december 2020 afgesloten statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen ter goedkeuring voor te leggen. Overeenkomstig artikel 3:32 §1 laatste alinea WVV zijn de jaarverslagen over de statutaire en de geconsolideerde jaarrekeningen gecombineerd tot één enkel verslag.
Het kapitaal van de vennootschap is in het afgelopen boekjaar niet veranderd. Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort. Elk aandeel geeft recht op één stem. Er zijn geen houders van effecten met bijzondere zeggenschap of stemrechten.
Bij het afsluiten van het boekjaar 2020 zijn de aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten van de effecten die zij aanhouden:
| Ackermans & van Haaren SA Begijnenvest, 113, B-2000 Antwerpen (België) |
15.720.684 effecten (62,10%) |
|---|---|
| VINCI Construction SAS 5, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (France) |
3.066.460 effecten (12,11%) |
De vennootschap heeft in het boekjaar 2020 geen transparantiemelding ontvangen.
Op 24 december 2013 heeft de vennootschap een transparantiemelding ontvangen in het kader van de overgangsregeling van de wet van 2 mei 2007 waarin Ackermans & van Haaren NV en VINCI Construction SAS te kennen hebben gegeven dat zij een participatie van respectievelijk 60,39% en 12,11% in de vennootschap aanhielden. De integrale tekst van deze melding is beschikbaar op de website van de CFE (www.cfe.be).
Op 7 maart 2014 heeft de vennootschap een transparantiemelding ontvangen waaruit blijkt dat VINCI SA, VINCI Construction SAS en Ackermans & van Haaren NV hun akkoord van onderling overleg in de betekenis van de wet van 2 mei 2007, beëindigd hebben na de afsluiting van de aanvaardingsperiode van het door Ackermans & van Haaren NV op de vennootschap gelanceerde verplicht openbaar overnamebod.
Resultaatrekening van CFE NV (volgens de Belgische normen)
| In duizend euro | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Omzet | 19.065 | 21.720 |
| Bedrijfsresultaat | -5.071 | 75.803 |
| Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening | 15.890 | 68.573 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten | 2.178 | 60 |
| Niet-recurrente financiële kosten | -6.999 | -97.292 |
| Resultaat vóór belastingen | 5.998 | 47.143 |
| Belastingen op het resultaat | -77 | -110 |
| Resultaat van het boekjaar | 5.921 | 47.033 |
De werf van de waterzuiveringsinstallatie Brussel-Zuid vormt een belangrijk deel van de omzet voor het boekjaar.
In 2019 leidde de vereffening van verscheidene internationale entiteiten tot een terugneming van voorzieningen in het bedrijfsresultaat en een equivalente niet-recurrente financiële last.
Het financiële resultaat is in 2020 sterk gedaald aangezien DEME geen dividend uitkeerde voor het boekjaar 2019. Anderzijds keerden CFE Contracting, BPI Real Estate Belgium en Green Offshore in 2020 dividenden van respectievelijk 9, 3,5 en 4,15 miljoen euro uit aan CFE NV.
Balans van CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen)
| In duizend euro | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 1.335.220 | 1.336.844 |
| Vlottende activa | 97.005 | 102.122 |
| Totaal der activa | 1.432.225 | 1.438.966 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 1.168.944 | 1.188.337 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 12.197 | 11.544 |
| Schulden op meer dan één jaar | 115.248 | 125.248 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 135.836 | 113.837 |
| Totaal van de passiva | 1.432.225 | 1.438.966 |
De vaste activa bestaan zeer overwegend uit de participaties in DEME, CFE Contracting en BPI.
De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 80 miljoen euro die op de bevestigde kredietlijnen werden opgenomen en 35 miljoen euro handelspapier op middellange termijn. CFE gebruikte ook haar handelspapierprogramma op korte termijn voor 10 miljoen euro.
| Winst van het boekjaar 2020 | 5.920.808 euro |
|---|---|
| Overgedragen winst | 58.303.202 euro |
| Te bestemmen winst | 64.224.010 euro |
| Uit te keren winst | 25.314.482 euro |
| Over te dragen winst | 38.909.528 euro |
Het resultaat van het boekjaar 2021 zal in grote mate afhangen van de door de drie belangrijkste dochtervennootschappen van CFE, namelijk DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium, uitgekeerde dividenden.
Wij verwijzen naar II.1.2 van de geconsolideerde jaarrekening.
Wij verwijzen naar II.1.3 van de geconsolideerde jaarrekening.
De vennootschap maakt gebruik van financiële instrumenten voor risicobeheersing. Het betreft meer bepaald financiële instrumenten die uitsluitend bedoeld zijn om de risico's van de schommelingen van de rentevoeten te beheersen. De tegenpartijen in de overeenkomstige transacties zijn uitsluitend Europese eersterangsbanken.
Bij het afsluiten van het boekjaar 2020 heeft de vennootschap de hierna volgende bijkantoren ("vestigingseenheden"): CFE Brabant, CFE Infra, Bageci, CFE Ecotech, CFE Algérie, CFE Tunisie en CFE International. Met uitzondering van CFE Infra en CFE Tunisie hebben deze bijkantoren geen operationele activiteit meer.
• Toepassing van het artikel 7:96, §1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
In 2020 diende geen toepassing gemaakt te worden van de belangenconflictenregeling voorgeschreven door artikel 7:96, §1 WVV.
In het boekjaar 2020 vonden geen verrichtingen tussen de vennootschap en een verbonden vennootschap plaats die de toepassing zou hebben vereist van artikel 7:97, §4/1, al. 4 WVV.
De bezoldiging van Deloitte Belgium voor de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van CFE NV bedraagt 130.100 euro.
In toepassing van artikel 3:65, §3 WVV delen wij u mee dat een toeslag van 8.800 euro voor diverse opdrachten aan Deloitte Belgium werd betaald.
De vennootschap heeft in het boekjaar 2020 geen eigen aandelen ingekocht of vervreemd. De vennootschap heeft in 2020 geen premies voor prestaties in aandelen toegekend, noch opties of andere rechten verleend om aandelen van de vennootschap te verwerven.
Op 24 december 2013 heeft Ackermans & van Haaren een mededeling verstuurd opgesteld overeenkomstig artikel 74, §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Uit deze mededeling blijkt dat Ackermans & van Haaren 60,39% van de aandelen met stemrecht bezit van de vennootschap en dat Stichting Administratiekantoor "Het Torentje" de uiteindelijke controle heeft over Ackermans & van Haaren.
Op 2 mei 2019 heeft de buitengewone algemene vergadering de machtiging aan de Raad van Bestuur hernieuwd om in geval van openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap, over te gaan tot kapitaalverhoging van maximaal 5 miljoen euro, die zal worden uitgevoerd binnen de grenzen en onder de voorwaarden van artikel 7:202 WVV. De Raad van Bestuur kan deze machtiging uitoefenen indien de kennisgeving van een openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) aan de vennootschap uiterlijk drie jaar na de datum van de voornoemde buitengewone algemene vergadering plaatsvindt (d.i. 2 mei 2022). De Raad van Bestuur is eveneens gemachtigd om gedurende een periode van drie jaar vanaf de publicatie in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad (d.i. tot 22 mei 2022) maximaal 20% eigen aandelen te vervreemden of verkrijgen wanneer zulks noodzakelijk zou zijn om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dreigend nadeel zou lijden.
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3.222,0 | 3.624,7 | -11,1% |
| Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) (*) In % van de omzet |
414,7 12,87% |
451,2 12,45% |
-8,1% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) In % van de omzet |
119,5 3,71% |
177,7 4,90% |
-32,8% |
| Resultaat - deel van de groep In % van de omzet |
64,0 1,99% |
133,4 3,68% |
-52,0% |
| Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) | 2,53 | 5,27 | -52,0% |
| Dividend per aandeel (in euro) (**) | 1,00 | 0,00 | n.s. |
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
| Eigen vermogen - deel groep | 1.787,1 | 1.748,7 | +2,2% |
| Netto financiële schuld (*) | 601,4 | 798,1 | -24,6% |
| Orderboek (*) | 6.049,1 | 5.182,9 | +16,7% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag. (**) Voor het boekjaar 2020 voorgesteld aan de algemene aandeelhoudersvergadering van 6 mei 2021.
De groep CFE heeft in 2020 haar veerkracht aangetoond ondanks ongeziene omstandigheden: haar resultaat blijft duidelijk positief, haar netto financiële schuld daalt beduidend en haar beschikbare geldmiddelen en orderboek bereiken historisch hoge niveaus.
De impact van de gezondheidscrisis verklaart een groot gedeelte van de omzetdaling (-11,1%) bij zowel DEME als Contracting. Omgekeerd gaat de activiteit van BPI sterk vooruit, vooral in Polen, waar in 2020 vier residentiële vastgoedprojecten werden opgeleverd.
Twee belangrijke elementen beïnvloeden het bedrijfsresultaat van de groep in 2020: enerzijds de opname bij DEME van een meerwaarde van 63,9 miljoen euro uit de verkoop van haar participatie in het offshore windpark Merkur en anderzijds de directe en indirecte negatieve gevolgen van de gezondheidscrisis en het ongeval met het schip Orion, geraamd op ongeveer 120 miljoen euro in
2020 op niveau van het bedrijfsresultaat (EBIT). Gecorrigeerd voor deze twee elementen ligt het bedrijfsresultaat in de buurt van dat van 2019.
Het eigen vermogen (deel groep) bedraagt 1.787,1 miljoen euro, een lichte stijging tegenover 31 december 2019.
De netto financiële schuld bedraagt 601,4 miljoen euro, een sterke daling met -24,6% tegenover 31 december 2019. De daling is vooral groot bij DEME. Omgekeerd stijgt de netto financiële schuld bij BPI (vastgoedontwikkeling) na verscheidene acquisities van grote grondposities in de drie landen waar het bedrijf actief is.
Alle financiële convenanten werden op 31 december 2020 nageleefd.
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Total | DEME | Herwerkingen DEME (*) |
Total | ||
| Omzet | 2.195,8 | 0,0 | 2.195,8 | 2.622,0 | 0,0 | 2.622,0 | -16,3% |
| EBITDA (**) | 369,5 | 0,0 | 369,5 | 437,0 | 0,0 | 437,0 | -15,5% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (**) | 86,7 | -5,3 | 81,4 | 160,1 | -5,3 | 154,8 | -47,4% |
| Resultaat - deel van de groep | 50,4 | -4,1 | 46,3 | 125,0 | -3,6 | 121,4 | -61,9% |
| Netto financiële schuld (**) | 489,0 | 0,0 | 489,0 | 708,5 | 0,0 | 708,5 | -31,0% |
| Orderboek (**) | 4.500,0 | 0,0 | 4.500,0 | 3.750,0 | 0,0 | 3.750,0 | +20,0% |
(*) Herwerkingen na de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van het bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013.
(**) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde rekeningen' van het financieel verslag.
DEME realiseerde in 2020 een omzet van 2.195,8 miljoen euro, een terugval met 426,2 miljoen euro tegenover het vorige boekjaar.
Een belangrijk deel van deze daling, geschat op ongeveer 300 miljoen euro, is toe te schrijven aan de gezondheidscrisis, met inbegrip van de indirecte impact op de olie- en gassector.
De activiteit van de divisie Baggerwerken bedraagt 877 miljoen euro in 2020 (-19,1% tegenover 2019). Deze divisie werd het zwaarst getroffen door de pandemie. De belangrijkste projecten zijn in Europa geconcentreerd en vooral in België (onderhoudsbaggerwerken op de Schelde en aan de Belgische kust), in Duitsland (verdieping en verbreding van de Elbe), in het noorden van Rusland (project Sea Channel in het estuarium van de Ob) en in Polen (verbreding van de vaargeul van de haven van Szczecin). Buiten Europa liggen de belangrijkste projecten in Afrika, India en Papoea-Nieuw-Guinea. De bezettingsgraad van de sleepzuigers (hoppers) bleef dicht bij het niveau van 2019 (38,4 weken), maar de activiteit van de cutters lag in 2020 een pak lager (11 weken). In 2021 zou deze echter sterk moeten stijgen, onder meer dankzij de opstart van het project Abu Qir in Egypte.
De omzet van DEME Offshore is eveneens gedaald, tot 934,6 miljoen euro (-18,1% tegenover 2019). In Schotland speelde DEME de krachttoer klaar van de voltooiing van de installatie van de 103 funderingen (jackets) van het offshore windpark Moray East voor het eind van het jaar, ondanks de onbeschikbaarheid van het schip Orion. In België heeft DEME Offshore, na de plaatsing van de funderingen in 2019, de masten en windturbines van het Belgische windpark SeaMade geïnstalleerd en de onderzeese kabels gelegd die SeaMade met het net verbinden. De werken werden net als die aan het Nederlandse windparken Borssele 1 & 2 in het vierde kwartaal 2020 afgerond.
De activiteit van DEME Infra blijft groeien (208,8 miljoen euro in 2020) maar voelt eveneens de impact van de gezondheidscrisis. Net als in 2019 ligt het zwaartepunt van de omzet bij de drie Nederlandse projecten: de sluis van Terneuzen, het project Rijnlandroute en de Blankenburgverbinding. Begin januari 2021 is de bouw van de Fehmarnbelt gestart. De oplevering is voor medio 2029 voorzien.
| In % |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Capital dredging | 29% | 31% |
| Maintenance dredging | 11% | 10% |
| Offshore | 43% | 44% |
| Infra | 9% | 7% |
| Milieu | 5% | 6% |
| Overige | 3% | 2% |
| In % |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Europa (EU) | 77% | 69% |
| Europa (niet-EU) | 6% | 4% |
| Afrika | 6% | 9% |
| Amerika | 2% | 3% |
| Azië en Oceanië | 7% | 9% |
| Midden-Oosten | 0% | 3% |
| Indisch subcontinent | 2% | 3% |
De EBITDA bedraagt 369,5 miljoen euro in 2020, (16,8% van de omzet).
Het bedrijfsresultaat (EBIT), dat het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie wordt toegepast omvat, bedraagt 86,7 miljoen euro, een daling met 73,4 miljoen euro tegenover 2019.
De gezondheidscrisis heeft de activiteiten van DEME in 2020 zwaar getroffen. De sluiting van de grenzen, de reisbeperkingen, de vermindering of zelfs schorsing van de luchtverbindingen, vormden ongeziene logistieke uitdagingen voor DEME, dat er desondanks in slaagde haar bemanningen en personeel te roteren, weze het met aanzienlijke extra kosten. Bovendien leidden de overheidsmaatregelen in de meeste landen waar DEME actief is (lockdowns, quarantaines, social distancing, ...) tot een lagere productiviteit en tot vertragingen bij de uitvoering. Tot slot hebben de gezondheidscrisis en haar impact op de olie- en gassector ook tot het uitstel geleid van de gunning en de start van verscheidene projecten. Toch moet worden benadrukt dat de gunning op het eind
van het boekjaar van verscheidene omvangrijke baggercontracten een gunstige invloed zal hebben op de activiteit in de sector in de volgende maanden en jaren. De druk op de prijzen blijft echter hoog.
De directe en indirecte impact van de pandemie, de oliecrisis en het ongeluk met de Orion wordt geraamd op 100 miljoen euro op niveau van het bedrijfsresultaat (EBIT) in 2020. Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de meerwaarde op de verkoop van het 12,5%-belang in Merkur Offshore GmbH in mei 2020 (63,9 miljoen euro).
Het nettoresultaat van DEME bedraagt 50,4 miljoen euro in 2020.
Het orderboek bedraagt 4,5 miljard euro op 31 december 2020, een stijging met 20% tegenover 31 december 2019. Dit is een recordniveau voor DEME. Twee derde van het orderboek zal in de twee volgende jaren worden uitgevoerd.
Het orderboek is als volgt over de operationele divisies verdeeld:
In de loop van het boekjaar heeft DEME verscheidene belangrijke contracten verworven, waaronder:
De volgende opdrachten zijn nog niet opgenomen in het orderboek op 31 december 2020:
• De bouw van de offshore windparken Hai Long 2, Hai Long 3 en Zhong Neng voor de kust van Taiwan. DEME en haar partner CSBC hebben de status van preferred bidder. Deze projecten zullen in het orderboek worden opgenomen wanneer alle aan de start van de werken voorafgaande voorwaarden voldaan zijn.
De investeringen bedragen 201,6 miljoen euro in 2020, een sterke daling tegenover 2019. De vertraging in de oplevering van de Spartacus en het ongeluk met de Orion hebben tot een uitstel van de betaling van de laatste aanbetalingen geleid. DEME heeft bovendien het aanvankelijk in 2020 geplande onderhoud van verscheidene schepen in het droogdok naar 2021 verplaatst.
In Taiwan is de Green Jade, het installatieschip voor windturbines, in aanbouw voor rekening van de joint venture CDWE, die voor 50% in handen is van DEME (geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode). Het schip wordt gefinancierd door leningen van de aandeelhouders en door een bankfinanciering. DEME heeft in 2020 ongeveer 30 miljoen euro in deze joint venture geïnvesteerd.
In het vierde kwartaal heeft DEME 100% van de aandelen van de vennootschap SPT Offshore verworven. SPT Offshore, met maatschappelijke zetel in Nederland, is gespecialiseerd in de plaatsing van offshore verankeringen ("suction pile anchors") en funderingen. Met deze overname verwerft DEME een bijkomende milieuvriendelijke technologie voor de markt van de offshore hernieuwbare energie, die zowel kan worden ingezet voor de installatie van vaste funderingen als voor de verankering van vlottende structuren. SPT Offshore is in Europa en Azië actief, telt 45 medewerkers en realiseerde in 2020 een omzet van 20 miljoen euro. De goodwill van de overname (16 miljoen euro), volledig toegewezen aan immateriële vaste activa (brevetten en technologie) en uitgestelde belastingverplichtingen, zal over 10 jaar worden afgeschreven.
De netto financiële schuld bedraagt 489 miljoen euro. Het relatief lage investeringsniveau tegenover vorige jaren, de aanzienlijke verbetering van de behoefte aan werkkapitaal en de operationele kasstromen in de loop van het boekjaar verklaren de sterke daling van de schuld (-31% tegenover 31 december 2019).
Op 31 december 2020 beschikt DEME over 621,9 miljoen euro aan liquide middelen en over 141 miljoen euro aan niet-gebruikte bevestigde kredietlijnen.
DEME heeft op 31 december 2020 al haar financiële convenanten nageleefd.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Na het sluiten van een exclusief partnerschap voor de bouw van een groene waterstofproductie-eenheid van ongeveer 50 MW in het havengebied van Oostende, kondigde DEME in december 2020 de lancering van het project HYPORT Duqm Green Hydrogen aan. Dit project, dat in samenwerking met de Omaanse autoriteiten wordt ontwikkeld, heeft tot doel op grote schaal groene waterstof te produceren, zowel voor de behoefte van de economische zone van de haven van Duqm als voor de bevoorrading van internationale klanten in Europa. De beoogde capaciteit voor een eerste fase van het project wordt geraamd op 250 à 500 MW.
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
|---|---|---|---|
| Omzet | 911,9 | 998,7 | -8,7% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 14,9 | 18,8 | -20,7% |
| Resultaat - deel van de groep | 5,5 | 9,5 | -42,1% |
| Netto financiële positie (*) | 123,4 | 106,1 | +16,3% |
| Orderboek (*) | 1.492,6 | 1.385,5 | +7,7% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde jaarrekening' van het financieel verslag.
De omzet van CFE Contracting bedraagt 911,9 miljoen euro, een terugval met 8,7%.
De impact van de pandemie op de activiteit in 2020 wordt op ongeveer 90 miljoen euro geraamd, waarvan 70 miljoen euro in het eerste semester. De entiteiten van de divisie Bouw in België werden het zwaarst door de gezondheidscrisis getroffen: de grote meerderheid van hun projecten lagen ongeveer zes weken stil (van midden maart tot begin mei). De tweede lockdown in België, vanaf eind oktober, had een veel beperktere invloed op de activiteit: het werk op de bouwplaatsen kon worden voortgezet, maar onder minder gunstige voorwaarden dan normaal vanwege de bijkomende maatregelen voor de naleving van het gezondheidsprotocol.
De activiteit van de divisie Rail & Utilities (MOBIX) steeg in 2020 met meer dan 30%, dankzij de uitvoering van verscheidene grote spoorprojecten en de opschaling van het project LuWa (vervanging van de openbare verlichting langs de grote (auto)wegen van het Waalse gewest).
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
|---|---|---|---|
| Bouw | 634,8 | 733,5 | -13,5% |
| België | 459,0 | 543,1 | -15,5% |
| Internationaal | 175,8 | 190,4 | -7,7% |
| Multitechnieken (VMA) | 164,9 | 179,6 | -8,2% |
| Rail & Utilities (MOBIX) | 112,2 | 85,6 | +31,1% |
| Totaal Contracting | 911,9 | 998,7 | -8,7% |
Het bedrijfsresultaat bedraagt 14,9 miljoen euro, een terugval met 20,7% tegenover het vorige boekjaar. De negatieve impact van de pandemie op het bedrijfsresultaat van Contracting in 2020 wordt op iets minder dan 20 miljoen euro geschat.
De bouwentiteiten in België – en in mindere mate in Luxemburg – werden het zwaarst getroffen door de gevolgen van de gezondheidscrisis.
De andere divisies noteren bevredigende en zelfs zeer bevredigende resultaten, vooral in Polen, bij VMA en bij MOBIX.
Het bedrijfsresultaat van de pool Contracting is in het tweede semester 2020 beduidend verbeterd.
Het nettoresultaat bedraagt 5,5 miljoen euro in 2020.
Het orderboek bedraagt 1,49 miljard op 31 december 2020, een stijging met 7,7% tegenover 31 december 2019.
Net als bij DEME bereikt het orderboek van Contracting eind 2020 een recordniveau.
Bij de belangrijkste commerciële successen van 2020 is de opdracht voor de bouw van het ZIN-complex in Brussel ongetwijfeld het meest emblematisch, niet alleen vanwege zijn omvang, meer dan 200 miljoen euro, maar ook om zijn innoverende benadering op het vlak van de circulaire economie. De werken zijn in het vierde kwartaal gestart en zouden in 2024 afgerond moeten zijn.
Andere belangrijke opdrachten die CFE Contracting behaalde zijn:
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
|---|---|---|---|
| Bouw | 1.058,7 | 1.016,8 | +4,1% |
| België | 839,8 | 833,5 | +0,8% |
| Internationaal | 218,9 | 183,3 | +19,4% |
| Multitechnieken (VMA) | 251,1 | 188,5 | +33,2% |
| Rail & Utilities (MOBIX) | 182,8 | 180,2 | +1,4% |
| Totaal Contracting | 1.492,6 | 1.385,5 | +7,7% |
De netto financiële positie van de pool bedraagt 123,4 miljoen euro op 31 december 2020, een stijging met 16,3% tegenover 31 december 2019, voornamelijk dankzij de verbetering van de behoefte aan werkkapitaal.
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
|---|---|---|---|
| Omzet | 131,1 | 59,1 | +121,8% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 22,9 | 13,7 | +67,2% |
| Resultaat - deel van de groep | 13,2 | 11,6 | +13,8% |
| Netto financiële schuld (*) | 106,2 | 66,4 | +59,9% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde jaarrekening' van het financieel verslag.
| In miljoen euro | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Commercialiseringsbestand | 0 | 4 |
| Bouwbestand | 36 | 58 |
| Ontwikkelingsbestand | 156 | 81 |
| Totaal | 192 | 143 |
| In miljoen euro | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| België | 104 | 97 |
| Groothertogdom Luxemburg | 54 | 21 |
| Polen | 34 | 25 |
| Totaal | 192 | 143 |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde jaarrekening' van het financieel verslag.
Het uitstaande vastgoedbestand bedraagt 192 miljoen euro eind 2020, een stijging met 34% tegenover 2019. In het boekjaar 2020 werden veel nieuwe grondposities verworven. BPI heeft in de drie landen waar het actief is haar projectportfolio vernieuwd en uitgebreid. Een veertigtal projecten is momenteel in ontwikkeling, goed voor 545.000 m² (aandeel BPI) waarvan 69.000 m² hiervan in aanbouw is.
In België waren de acquisities in het eerste semester van 2020 geconcentreerd. Het betreft de projecten Brouck'R (een gemengd project van iets minder dan 40.000 m² in het centrum van Brussel), Serenity Valley (6.500 m² kantoorruimte en 14.000 m² wooneenheden in Oudergem), Pure (5.000 m² hoogstaande wooneenheden in Oudergem) en Seco (een te renoveren kantoorgebouw in de Brusselse Europawijk).
BPI was tevens zeer actief in Luxemburg, met de verwerving van een grondpositie en een gebouw in Bertrange, een grondpositie in Mertert, een gemeente dicht bij de Duitse grens (31.000 m² wooneenheden en 4.000 m² commerciële ruimtes). BPI Luxemburg heeft ook een gedeelte van de vastgoedportfolio verworven van de Luxemburgse promotor-aannemer Soludec, naast een grondpositie in Differdange (project Gravity met 24.000 m² wooneenheden, co-livingruimten, kantoren, commerciële ruimtes en een hotel). Op het eind van het boekjaar nam BPI een participatie van 50% in het project Wooden.
Het betreft de ontwikkeling van een kantoorgebouw van ongeveer 9.500 m² in Leudelange dat al grotendeels vooraf gehuurd is door de verzekeringsmaatschappij Bâloise. Het gebouw zal toonaangevend zijn op het vlak van duurzame ontwikkeling en welzijn. De werken worden uitgevoerd door CLE en Wood Shapers (een in houtbouw gespecialiseerd filiaal van CFE). De oplevering is in 2022 voorzien.
De netto financiële schuld bedraagt 106,2 miljoen euro op 31 december 2020. De stijging met 39,8 miljoen euro wordt verklaard door de verwerving van nieuwe grondposities.
BPI heeft op 31 december 2020 al haar financiële convenanten nageleefd.
Het nettoresultaat van BPI stijgt met 13,8% tot 13,2 miljoen euro. De belangrijkste bijdragen aan het resultaat van de pool worden geleverd door de Poolse projecten Vilda Park (Poznan), WolaRE (Warschau) en Bulwary Książęce (Wroclaw), die in 2020 werden opgeleverd. De verkoop van drie kantoorgebouwen in Luxemburg had eveneens een gunstige impact op het nettoresultaat van de vastgoedpool, net als de bij de vordering van de lopende residentiële projecten opgenomen marges.
Zoals reeds vermeld, is de impact van de gezondheidscrisis op het resultaat van BPI van 2020 zeer beperkt. Toch zullen de vertragingen met meer dan twaalf maanden bij de toekenning van de
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
bouwvergunningen voor Brusselse projecten, voornamelijk als gevolg van de pandemie, hun gevolgen in 2021 laten voelen: BPI zag zich gedwongen de start van de commercialisering en de bouw van verscheidene projecten uit te stellen.
| In miljoen euro | 2020 | 2019 | Variatie |
|---|---|---|---|
| Omzet exclusief eliminaties tussen polen | 21,9 | 12,4 | +76,6% |
| Eliminaties tussen polen | -38,7 | -67,4 | n.s. |
| Omzet inclusief eliminaties | -16,8 | -55,0 | n.s. |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (*) | 0,3 | -9,6 | n.s. |
| Resultaat - deel van de groep | -1,0 | -9,1 | -89,0% |
| Netto financiële schuld (*) | 129,6 | 129,4 | +0,2% |
(*) De definities worden gegeven in de rubriek 'Geconsolideerde jaarrekening' van het financieel verslag.
De omzet zonder eliminaties tussen de polen bedraagt 21,9 miljoen euro in 2020.
De activiteit is voornamelijk geconcentreerd op de bouw van het zuiveringsstation Brussel-Zuid.
Het bedrijfsresultaat werd in 2019 negatief beïnvloed door de waardevermindering van het saldo van de openstaande vorderingen op de staat Tsjaad die niet door Credendo worden gedekt.
In 2020 kan de pool dankzij de positieve bijdragen van de filialen Rent-A-Port (0,6 miljoen euro voor het CFE-aandeel) en Green Offshore (5,8 miljoen euro voor het CFE-aandeel) een positief bedrijfsresultaat voorleggen.
Rent-A-Port blijft met haar dochteronderneming Infra Asia Investment vijf havenconcessies ontwikkelen in het noorden van Vietnam. Ondanks de context van de gezondheidscrisis ging de verkoop van industrieterreinen spectaculair vooruit: van 33 hectare in 2019 naar 89 hectare in 2020. Deze stijgende trend zou in 2021 moeten aanhouden vanwege de toenemende belangstelling van investeerders en industriëlen voor deze strategische regio. De sterke stijging van de verkoop heeft zich evenwel niet geuit in een sterke groei van de resultaten, als gevolg van niet-recurrente factoren waaronder een latent wisselkoersverlies wegens de devaluatie van de USD tegenover de euro. Daarnaast werden de strategische partnerschappen voor de ontwikkeling van twee concessies in de provincie Quang Ninh voltooid.
Net als DEME houdt Green Offshore een minderheidsparticipatie in de offshore windparken
Rentel en SeaMade voor de Belgische kust. Rentel, dat sinds het tweede semester van 2018 operationeel is, heeft 1.150 GWh groene elektriciteit geproduceerd in 2020. Voor SeaMade werd de installatie van de windturbines eind 2020 voltooid: de 58 turbines van 8,4 GW zijn nu volledig operationeel. Het nettoresultaat van deze twee offshore windparken wordt verklaard door hun operationele prestatie maar ook door een niet-recurrent gegeven: de activering van uitgestelde belastingen.
Het nettoresultaat bedraagt -1,0 miljoen euro in 2020, tegenover -9,1 miljoen euro in 2019.
De netto financiële schuld van de pool is stabiel op 129,6 miljoen euro.
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Omzet | 3.221.958 | 3.624.722 |
| Overige exploitatiebaten | 197.401 | 81.042 |
| Aankopen | (1.923.661) | (2.120.359) |
| Bezoldigingen en sociale lasten | (643.709) | (653.870) |
| Overige exploitatielasten | (435.297) | (469.248) |
| Afschrijvingen | (324.439) | (318.672) |
| Afschrijving van goodwill | (5.000) | 0 |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 87.253 | 143.615 |
| Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
32.240 | 34.092 |
| Bedrijfsresultaat | 119.493 | 177.707 |
| Financieringslasten | (11.675) | (2.602) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | (22.673) | (5.120) |
| Financieel resultaat | (34.348) | (7.722) |
| Resultaat vóór belastingen | 85.145 | 169.985 |
| Winstbelastingen | (20.322) | (38.619) |
| Resultaat van de periode | 64.823 | 131.366 |
| Minderheidsbelangen | (803) | 2.058 |
| Resultaat - deel van de groep | 64.020 | 133.424 |
| Resultaat per aandeel (deel van de groep) (EUR) (basis en verwaterd) |
2,53 | 5,27 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| (duizend euro) | ||
| Resultaat - deel van de groep | 64.020 | 133.424 |
| Resultaat van de periode | 64.823 | 131.366 |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | (9.033) | (36.479) |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | (11.592) | 1.153 |
| Uitgestelde belastingen | 446 | 2.772 |
| Overige elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(20.179) | (32.554) |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie- en premieregelingen |
(6.239) | (15.444) |
| Uitgestelde belastingen | 1.472 | 3.606 |
| Overige elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(4.767) | (11.838) |
| Totaal overige elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden |
(24.946) | (44.392) |
| Globaal resultaat : | 39.877 | 86.974 |
| - Deel van de groep | 38.810 | 89.231 |
| - Deel van de minderheidsbelangen | 1.067 | (2.257) |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) |
1,53 | 3,53 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 111.259 | 90.261 |
| Goodwill | 172.127 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.515.052 | 2.615.164 |
| Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast | 204.095 | 167.653 |
| Overige financiële vaste activa | 89.196 | 83.913 |
| Langlopende afgeleide financiële instrumenten | 1.433 | 0 |
| Overige vaste activa | 15.052 | 16.630 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 127.332 | 100.420 |
| Vaste activa | 3.235.546 | 3.251.168 |
| Voorraden | 184.565 | 162.612 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 867.761 | 996.436 |
| Overige vlottende activa uit operationele activiteiten | 57.454 | 72.681 |
| Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten | 21.731 | 6.267 |
| Kortlopende afgeleide financiële instrumenten | 7.831 | 751 |
| Vlottende financiële activa | 2.900 | 0 |
| Activa bestemd voor verkoop | 0 | 10.511 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 759.695 | 612.206 |
| Vlottende activa | 1.901.937 | 1.861.464 |
| Totaal der activa | 5.137.483 | 5.112.632 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremie | 800.008 | 800.008 |
| Ingehouden winsten | 1.059.406 | 995.786 |
| Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties | (41.783) | (37.089) |
| Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen | (49.715) | (40.892) |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | (22.133) | (10.440) |
| Eigen vermogen – deel groep | 1.787.113 | 1.748.703 |
| Minderheidsbelangen | 17.835 | 11.607 |
| Eigen vermogen | 1.804.948 | 1.760.310 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 76.686 | 70.269 |
| Langlopende voorzieningen | 13.239 | 12.414 |
| Overige langlopende schulden | 32.287 | 10.651 |
| Langlopende obligatieleningen | 29.794 | 29.689 |
| Langlopende financiële schulden | 918.681 | 1.110.212 |
| Langlopende afgeleide financiële instrumenten | 10.095 | 8.986 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 96.961 | 104.907 |
| Langlopende verplichtingen | 1.177.743 | 1.347.128 |
| Kortlopende voorzieningen | 44.163 | 46.223 |
| Handelsschulden en overige schulden | 1.178.012 | 1.221.466 |
| Fiscale schulden | 75.283 | 44.078 |
| Kortlopende obligatieleningen | 0 | 0 |
| Kortlopende financiële schulden | 412.649 | 270.366 |
| Kortlopende afgeleide financiële instrumenten | 7.750 | 9.356 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten | 192.424 | 155.601 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten |
244.511 | 258.104 |
| Kortlopende verplichtingen | 2.154.792 | 2.005.194 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 5.137.483 | 5.112.632 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| OPERATIONELE ACTIVITEITEN | ||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 87.253 | 143.615 |
| Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen |
324.439 | 318.672 |
| (Afname)/toename van voorzieningen | (1.235) | (30.587) |
| Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen | 4.258 | 19.524 |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa en financiële activa |
(75.958) | (6.100) |
| Dividenden uit deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
29.127 | 8.140 |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
367.884 | 453.264 |
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
122.435 | 238.441 |
| Afname/(toename) van voorraden | (6.674) | (37.020) |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden |
(32.371) | (166.619) |
| Betaalde/ontvangen winstbelastingen | (32.940) | (44.109) |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten |
418.334 | 443.957 |
| INVESTERINGSACTIVITEITEN | ||
| Opbrengsten uit de verkoop van materiële en immateriële vaste activa |
20.715 | 13.834 |
| Aankoop van immateriële en materiële vaste activa | (213.897) | (451.258) |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen |
(16.358) | 0 |
| Wijziging van deelneming in deelnemingen waarop vermogensmu tatiemethode is toegepast |
(1.470) | (8.321) |
| Kapitaalsvermindering/(Kapitaalsverhoging) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
(35.731) | (16.355) |
| Opbrengsten uit de verkoop van dochterondernemingen | 90.018 | 0 |
| Terugbetaling (nieuwe) van verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
(2.665) | 71.659 |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsacti viteiten |
(159.388) | (390.441) |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| FINANCIERINGSACTIVITEITEN | ||
| Betaalde intresten | (18.585) | (24.529) |
| Ontvangen intresten | 7.126 | 14.280 |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | (19.669) | (6.635) |
| Opbrengsten uit nieuwe leningen | 216.542 | 709.361 |
| Terugbetaling van leningen | (290.264) | (462.303) |
| Uitgekeerde dividenden | 0 | (60.755) |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsac tiviteiten |
(104.850) | 169.419 |
| Netto toename/ (afname) van de geldmiddelen | 154.096 | 222.935 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans | 612.206 | 388.346 |
| Gevolgen van wisselkoerswijzigingen voor geldmiddelen en kasequivalenten |
(6.607) | 925 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten, slotbalans | 759.695 | 612.206 |
Na de toewijzing van de goodwill van de overname van de vennootschap SPT Offshore aan de immateriële vaste activa, stijgen deze met 23,2%.
De verliezen op bepaalde bouwplaatsen in India leiden tot het boeken van een waardevermindering op de goodwill betreffende ISD, een Indiaas filiaal van DEME, met 5 miljoen euro.
Het bedrag van de materiële vaste activa daalt in 2020 voor het eerst sinds vele jaren. De investeringen in de vloot van DEME werden immers meer dan gecompenseerd door de afschrijvingskosten in het boekjaar. De materiële vaste activa omvatten 506 miljoen euro aanbetalingen voor de schepen in aanbouw, waarvan de grote meerderheid betrekking heeft op de Spartacus en de Orion.
Het eigen vermogen van CFE bedraagt 1,8 miljard euro, een stijging met 2,5%. Het wordt negatief beïnvloed door de evolutie van de pensioenverbintenissen (-4,7 miljoen euro), de marktwaarde van de voor afdekking gebruikte instrumenten (-8,8 miljoen euro) en de wisselkoersverschillen (-11,7 miljoen euro) ten gevolge van de opwaardering van de euro tegenover de meeste valuta.
De behoefte aan werkkapitaal bedraagt -560,4 miljoen euro op 31 december 2020. Ze verbetert beduidend tegenover 2019, zowel bij DEME als bij Contracting.
De netto financiële schuld bestaat uit enerzijds kortlopende en langlopende financiële schulden
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Voor wat de andere dan hierboven vermelde operationele risico's van de niet aan CFE overgedragen activiteiten betreft, verwijzen we naar punt 1.2.2 hierna.
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de gemeenschappelijke risico's en de eigen risico's van de drie polen.
Het belangrijkste kenmerk van de vakgebieden van de groep CFE is de verbintenis bij het indienen van een offerte (of bij de verkoop van een vastgoed) om een object te realiseren dat uniek van aard is, voor een prijs waarvan de modaliteiten vooraf bepaald zijn, binnen een overeengekomen termijn.
De risicofactoren hebben bijgevolg betrekking op:
De procedures voor het beheer van de voornoemde risico's zijn:
van respectievelijk 412,6 miljoen euro en 948,5 miljoen euro en anderzijds geldmiddelen van 759,7 miljoen euro.
De gedelegeerd bestuurder van CFE is belast met het uitwerken van een kader van interne controle en risicobeheer, dat ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur wordt voorgelegd. De Raad van Bestuur is de beoordeling van de implementatie van dit kader, rekening houdend met de aanbevelingen van het Auditcomité. Ten minste eenmaal per jaar evalueert het Auditcomité de door de gedelegeerd bestuurder uitgewerkte systemen van interne controle, om zich ervan te vergewissen dat de belangrijkste risico's behoorlijk werden geïdentificeerd, gemeld en beheerd. De dochtervennootschappen van CFE zijn verantwoordelijk voor het beheer van hun eigen operationele en financiële risico's. Deze risico's, die van sector tot sector variëren, worden niet centraal beheerd op het niveau van CFE. De managementteams van de dochtervennootschappen rapporteren aan hun raad van bestuur over risicobeheer.
Dit hoofdstuk beschrijft in algemene termen enerzijds de risico's waaraan CFE als holdingvennootschap blootgesteld is en anderzijds de operationele en financiële risico's van de verschillende polen waarin het via haar participaties (direct of indirect) actief is.
CFE waakt erover steeds over voldoende financiële middelen te beschikken om haar verplichtingen tegenover haar schuldeisers na te leven. In de loop van het boekjaar 2020 heeft CFE haar bevestigde kredietlijnen met 70 miljoen euro verhoogd. Ze bedragen 274 miljoen euro, waarvan 80 miljoen op 31 december 2020 gebruikt is. Daarnaast beschikt CFE over 59,3 miljoen beschikbare geldmiddelen.
CFE heeft op 31 december 2020 alle financiële ratio's (covenants) nageleefd.
CFE is blootgesteld aan de impact van een variatie van de rentevoeten op haar financiële schuld met variabele rente.
Dit risico wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het gebruik van rentevoetdekkingen van het type "Interest Rate Swap" (IRS). Het notionele bedrag van de IRS bedroeg 50 miljoen euro op 31 december 2020.
Afgezien van een niet significante residuele blootstelling aan de Tunesische dinar is CFE niet langer blootgesteld aan een wisselkoersrisico.
Na de boeking in 2019 van een waardevermindering op al haar vorderingen op de staat Tsjaad die niet door Credendo worden gedekt, heeft CFE geen significante blootstelling aan het tegenpartijrisico meer.
De verschillende polen van CFE zijn door hun aard onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling moet echter worden genuanceerd per pool of divisie, aangezien de sleutelfactoren van geval tot geval kunnen verschillen.
Bijvoorbeeld:
CFE Contracting lijdt aan een chronisch gebrek aan kaderpersoneel en geschoolde arbeiders. De goede realisatie van de projecten in de fase van de studie, van de voorbereiding en van de uitvoering is afhankelijk van het kwalificatie- en competentieniveau van het personeel en zijn beschikbaarheid op de arbeidsmarkt.
Ook op de markt van de talenten moet DEME erin slagen uiterst gekwalificeerde medewerkers die in staat zijn om buitenlandse projecten te leiden, aan te trekken, te motiveren en te behouden.
DEME en BPI doen belangrijke en over lange periodes gespreide investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, de financiering van grote projecten en investeringen, passen deze entiteiten in voorkomend geval een beleid voor de dekking van de rentevoeten toe. Het renterisico kan echter nooit volledig worden uitgesloten.
Gelet op het internationale karakter van de activiteiten en de uitvoering van opdrachten in vreemde valuta, zijn de verschillende polen van de groep blootgesteld aan een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, passen ze dekkingen van het wisselkoersrisico toe of gaan ze over tot de termijnverkoop van valuta. Het wisselkoersrisico kan echter nooit volledig worden uitgesloten.
Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren DEME CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten. Daarna volgen zij geregeld de uitstaande bedragen van hun klanten en passen zij indien nodig hun houding tegenover hen bij. Voor klanten met een niet te verwaarlozen kredietrisico worden voorschotten en/of bankgaranties van de betaling geëist vooraleer de werken beginnen.
Bij grote contracten voor het buitenland, indien het land in kwestie ervoor in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt, dekt DEME zich in bij in dit domein competente organismen, zoals Credendo Group. Toch kan het kredietrisico nooit volledig worden uitgesloten.
Om het liquiditeitsrisico te beperken hebben de vennootschappen van de groep CFE hun financieringsbronnen gediversifieerd in vier categorieën:
DEME, CFE Contracting en BPI hebben op 31 december 2020 al hun financiële ratio's (covenants) nageleefd.
DEME en CFE Contracting zijn potentieel blootgesteld aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen, mineralen en prestaties van onderaannemers. Dergelijke stijgingen kunnen een nadelige invloed hebben op de rentabiliteit van de projecten. Er wordt ook aan herinnerd dat DEME specifieke dekkingen toepast voor de dieselprijzen, voor contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.
Gelet op de aard van haar activiteiten en haar organisatietype, dat voortvloeit uit het lokale karakter van haar markten, meent CFE dat het niet volledig afhankelijk is van een klein aantal klanten, leveranciers of onderaannemers.
Zoals elke onderneming die actief is in het domein van de baggerwerken en de waterbouwkunde hecht DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico's, die van tweeërlei aard zijn:
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Vanwege de aard van de werken die zij uitvoert, is het mogelijk dat CFE Contracting gevaarlijke Risico's met betrekking tot de Brexit
nemers en besteedt er veel aandacht aan, maar toch kan dit risico niet volledig worden uitgesloten. De Brexit zal een invloed hebben op de relatie van DEME met haar cliënten, leveranciers en medewerkers. Daarnaast zullen de veranderingen de volgende operationele afdelingen beïnvloeden: Operations, Procurement, Finance, Compliance en Human Resources. Een evaluatie van de impact van de Brexit op de activiteiten van DEME werd en wordt uitgevoerd op basis van de principes in de tot stand gekomen deal. Voorlopig kan geen enkel materieel risico geïdentificeerd worden.
Om de gezondheid van iedereen te vrijwaren, heeft het management van de verschillende divisies de nodige maatregelen genomen als reactie op de Covid-19-pandemie waaronder in het bijzonder reisbeperkingen, telewerk, het strikt naleven van de regels inzake 'social distancing' en het houden van vergaderingen op afstand. De groep doet er alles aan om de schadelijke gevolgen van de pandemie te beperken, maar het is duidelijk dat ook in 2021 er een negatieve impact op de activiteit, cashflow en resultaten zal zijn als gevolg van:
In een tijdperk van digitalisatie en telewerk dreigen de informaticarisico's meer en meer de activiteiten van de vennootschappen van CFE te vertragen, of hun waardevolste middelen en gegevens in gevaar te brengen.
De belangrijkste informaticarisico's zijn: virussen en malware, phishing, hacking (cyberaanvallen), verlies van vertrouwelijke informatie, verwerkingsfouten, het fysieke risico van verlies of diefstal, en verduistering.
Naarmate het wordt geïdentificeerd, is elk type risico het voorwerp van een reeks specifieke maatregelen om de risico's en in voorkomend geval hun gevolgen maximaal te beperken.
materialen moet behandelen.
Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische inplanting, krijgen DEME, CFE Contracting en BPI te maken met een complexe regelgevende omgeving in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitendomeinen. Ze zijn meer bepaald onderworpen aan regelgeving met betrekking tot administratieve contracten, overheids- en particuliere opdrachten, burgerlijke aansprakelijkheid, de reglementering van het sociaal recht en van het arbeidsrecht.
CFE Contracting neemt alle voorzorgen op het vlak van de veiligheid en de hygiëne van de werk-
De eerbied voor het milieu is een fundamentele waarde van de verschillende polen van CFE, de alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.
DEME is blootgesteld aan politieke risico's die verschillende vormen kunnen aannemen: politieke instabiliteit, oorlogen, burgeroorlogen, gewapende conflicten, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.
Dit risico is potentieel bedreigend voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden ze van nabij gevolgd en kan een project indien nodig worden stopgezet indien de minimale veiligheidsrisico's niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.
DEME heeft een Enterprise Security Officer aangeworven met het oog op:
DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in verschillende domeinen ontwikkeld.
Om haar industriële geheimen en het intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME talrijke patenten aangevraagd voor meer dan honderd specifieke toepassingen.
Om sommige van hun vastgoedoperaties en projecten te realiseren, in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven DEME en BPI participeren in Special Purpose Vehicles die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en afroeping van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
waarschuwen voor incidenten met een mogelijke negatieve impact;
Het boekjaar 2020 werd gekenmerkt door een groot aantal interventies van de gespecialiseerde informaticateams, zonder beduidende gevolgen voor de betrokken dochterondernemingen.
In de uitvoering van haar projecten voor baggerwerken, de plaatsing van windturbines, het leggen van onderzeese kabels en de waterbouwkunde wordt DEME geconfronteerd met diverse specifieke operationele risico's in verband met:
DEME heeft sedert verscheidene jaren een activiteit van concessies en publiek-private samenwerkingen ontwikkeld. DEME wordt in dit kader geconfronteerd met specifieke risico's in verband met:
De activiteiten van DEME zijn voornamelijk maritiem en worden gekenmerkt door hun kapitaalintensieve karakter, met de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologie te houden. DEME wordt bijgevolg geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en specifieke operationele risico's in verband met:
van de toekomstige markt;
DEME beschikt over bevoegd personeel dat in staat is om nieuwe schepen te ontwerpen en grootschalige projecten te bestuderen en uit te voeren. Gelet op de aard zelf van de activiteit en het geheel van externe elementen die erin meespelen, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.
DEME ziet zorgvuldig toe op haar procedures voor het vermijden van fraude- en integriteitsrisico's. Het ontwikkelt een centralisatie op de zetel van de wereldwijde financiële betalingen binnen de groep DEME. Tot slot is het kader van de interne auditfunctie gecentraliseerd en is een nieuwe verantwoordelijke voor de interne audit aangesteld.
Zoals aangegeven in onze vorige jaarverslagen, voert het Parket sinds 2016 een onderzoek naar vermeende onregelmatigheden bij de toekenning van een contract aan Mordraga, een dochtervennootschap van DEME, inzake de uitvoering van baggerwerken in de haven van Sabetta (Rusland) in 2014 en 2015.
Het betrokken contract werd door een Russische private aannemingsgroep aan Mordraga gegund in het kader van een onderhandse aanbesteding.
Het Parket heeft eind december 2020 verscheidene vennootschappen en personeelsleden van de DEME-groep opgeroepen om voor de raadkamer te verschijnen.
Zowel DEME, Dredging International als één personeelslid hebben uitvoerige bijkomende onderzoeksmaatregelen gevorderd bij de bevoegde onderzoeksrechter omdat zij van oordeel zijn dat belangrijke elementen à décharge verder onderzocht dienen te worden.
De zitting van de raadkamer werd sine die uitgesteld. Er weze benadrukt dat de raadkamer zelf geen uitspraak doet over de grond van de zaak, doch enkel oordeelt over de vraag of er al dan niet voldoende bezwaren zijn om een zaak ten gronde te laten beoordelen door de bevoegde rechter.
Gelet op het voorgaande is het voor DEME momenteel onmogelijk een betrouwbare inschatting te maken van de financiële gevolgen van de lopende procedure. Als gevolg, heeft DEME geen voorziening geboekt op 31 december 2020 (volgens de toepassing van IAS 37).
DEME behoudt het volste vertrouwen in het verdere verloop van de procedure.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
De juridische en contractuele risico's waarmee de pool Contracting wordt geconfronteerd, zijn groter in een publiek-privaat samenwerkingscontract (bv. een Design, Build, Finance and Maintain (DBFM contract), waarvan de duur van enkele jaren tot verscheidene decennia kan variëren. De risico's worden voor de indiening van de offerte beoordeeld in de studiefase, die meestal veel langer duurt dan bij een klassiek bouwcontract. De belangrijkste risico's van de exploitatie van werken in concessie hebben betrekking op de levensduur van het werk in het licht van de in het concessiecontract vastgelegde doelstellingen voor het onderhoud en de herstellingen. Voor elke in het kader van een publiek-privaat samenwerkingscontract geëxploiteerde infrastructuur moeten op basis van een raming van het grote onderhoud voorzieningen worden genomen voor de kosten van de vernieuwing van de uitrusting en het onderhoud van de werken.
De maatregelen voor het beheer van de risico's van samenwerkingscontracten zijn:
De sociale risico's waarmee CFE Contracting wordt geconfronteerd, liggen in de context van de grensoverschrijdende toeleveringsketen, voornamelijk in de bouwsector.
De belangrijkste geïdentificeerde risico's voor de werven in België zijn: de herkwalificatie van onderaannemingscontracten van eerste rang en het ontbreken van de checkin@work-aangifte. Elke inbreuk op de sociale wetgeving kan een juridisch als een reputatierisico inhouden.
Om te voorkomen dat dergelijke risico's zich voordoen, heeft CFE Contracting een beleid voor onderaanneming, verzorgt het opleidingen in alle entiteiten. Het management van de dochtervennootschappen verzekert de toepassing van het beleid in de divisies van Contracting.
Als aanvulling op deze structurerende maatregelen voor de versterking van de effectiviteit van de preventie, worden sinds 2018 sociale audits van de onderaannemingen op de bouwplaatsen uitgevoerd. In deze audits gaat een bijzondere aandacht naar het respecteren van de sociale verplichtingen. De sociale risico's worden elk semester geanalyseerd en actieplannen worden opgesteld.
BPC NV, een dochtervennootschap van CFE Contracting NV werd op 19 mei 2020 veroordeeld, wegens vermeende schendingen van het arbeidsrecht die naar verluidt zijn begaan door een van haar onderaannemers in 2017. BPC NV weerlegt met klem de aantijgingen die tegen haar zijn gemaakt in de beslissing in eerste aanleg en ging in beroep tegen deze beslissing.
De pool is blootgesteld aan lokale, regionale, nationale en internationale economische omstandigheden en andere gebeurtenissen met een impact op de markten waar BPI werkzaam is. Momenteel bevinden de projecten van de pool zich uitsluitend in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. Een wijziging van de belangrijkste macro-economische indicatoren, van de geopolitieke omgeving of van de economische cyclus in het algemeen kan een invloed hebben op het vertrouwen van de huishoudens, de beleggers en de private en publieke en entiteiten. Ze kan leiden tot (i) een daling van de vraag naar woningen, handelsruimten en andere categorieën van vastgoedactiva, (ii) een daling van de verkoopprijzen en een lager rendement waarop de verkoopprijs kan worden berekend en (iii) een hoger risico van faling van dienstverleners, aannemers in de bouw en andere betrokkenen. Een variatie van de hypotheekrente kan een invloed hebben op het vermogen van de huishoudens en de privébeleggers om residentiële vastgoedactiva te kopen, zodat de vraag naar deze activaklasse daalt.
Op de kantoormarkt kan een variatie van de rentevoeten op lange termijn eveneens een invloed hebben op het rendement dat wordt gebruikt om de prijs van kantoorvastgoed te berekenen. Een dergelijke variatie kan dus een significante impact hebben op het vermogen van de pool om residentiële of kantoorgebouwen te verkopen.
Vooraleer zij een grondpositie koopt, bestudeert BPI de financiële, technische en stedenbouwkundige haalbaarheid van het vastgoedproject. Deze haalbaarheidsstudies, waarbij externe experts of consultants worden betrokken, vertrekken van hypothesen over de economische, markt- en andere omstandigheden (met inbegrip van ramingen van de potentiële verkoopprijzen). Ondanks de behoedzame aanpak van BPI is het mogelijk dat zij geen rekening houdt met of geen kennis heeft van alle relevante factoren om een verlichte beslissing te nemen.
De systematische beoordeling van alle vastgoedaankopen door het Investeringscomité van de vennootschap beperkt dit risico.
Alle projecten zijn afhankelijk van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning, een bouwvergunning en een milieuvergunning. De realisatie van elk project kan bijgevolg worden beïnvloed door (i) het onvermogen van de pool om de vereiste vergunningen te verkrijgen, te behouden of te vernieuwen of (ii) elke vertraging in het verkrijgen, behouden of vernieuwen van de vergunningen en (iii) het onvermogen van BPI om de voorwaarden van de vergunningen na te leven.
Bovendien kunnen de wijzigingen die de bevoegde overheden aanbrengen aan de juridische omgeving en de administratieve procedures met betrekking tot de indiening, de afgifte of de geldigheid van dergelijke vergunningen een negatieve weerslag hebben op het financiële resultaat van een project.
De oplevering van de projecten kan worden vertraagd of in het gedrang worden gebracht door diver-
se factoren, zoals de weersomstandigheden, ongevallen op de bouwplaats, natuurrampen, arbeidsconflicten, een gebrek aan uitrustingen of bouwmaterialen, ongevallen of andere onvoorziene moeilijkheden. BPI kan bovendien bijkomende kosten oplopen in verband met de bouw of de ontwikkeling van haar projecten die de oorspronkelijke ramingen overschrijden.
Wanneer een project niet binnen de vereiste termijn of volgens de overeengekomen voorwaarden kan worden ontwikkeld, kan dat tot bijkomende kosten en penaliteiten leiden.
Dit risico wordt beperkt door het feit dat BPI de bouw van haar projecten vrijwel systematisch toevertrouwt aan een van de dochtervennootschappen van CFE Contracting (forfaitaire contracten) en passende verzekeringsdekkingen neemt.
De ontwikkeling van projecten vereist grote investeringen, die voornamelijk met eigen middelen en externe financieringsbronnen worden gefinancierd.
BPI zou mogelijk niet in staat kunnen zijn de bestaande financieringsovereenkomsten te vernieuwen of nieuwe financieringen tegen commercieel wenselijke voorwaarden aan te trekken.
Echter en gelet op de groei van het uitstaand vastgoedbestand, heeft BPI haar beleid voor de diversificatie van haar financieringsbronnen voortgezet door haar bevestigde kredietlijnen uit te breiden, gebruik te maken van haar programma voor waardepapier en orderbriefjes op middellange termijn, en door verscheidene nieuwe financieringen van projecten te verzekeren, in België en Luxemburg, tegen vrijwel dezelfde voorwaarden als vóór de gezondheidscrisis. Per 31 december 2020 beschikt BPI over 44 miljoen euro niet gebruikte bevestigde bilaterale kredietlijnen.
De activiteit, de financiële positie, de resultaten en de vooruitzichten van BPI hangen bijna uitsluitend af van de verkoop van haar projecten.
De investeringen in vastgoed waarvoor nog geen bouwvergunningen zijn verkregen, zijn relatief weinig liquide. Het is mogelijk dat BPI geen passende koper vindt voor dit type actief indien het liquiditeiten nodig heeft. De marktomstandigheden kunnen BPI bovendien verplichten om haar projecten te verkopen voor lagere prijzen dan voorzien.
Het onvermogen van de pool om een positieve kasstroom uit de verkoop van projecten te genereren, kan een negatieve invloed hebben op zijn vermogen om zijn schulden af te lossen. Dit risico wordt evenwel beperkt door een zorgvuldige marktstudie voorafgaand aan elke investering en tijdens haar ontwikkeling, en door de elasticiteit van de vraag op de residentiële markt. Het verkoopritme van de lopende vastgoedprogramma's blijft in 2020 op een zeer bevredigend niveau.
De pool streeft naar een gediversifieerde projectportfolio. Toch bevindt meer dan 50% van zijn projecten zich in België en op de residentiële markt. Bijgevolg zou elke vertraging of elke wijziging van de reglementering in België of elke wijziging van de markt met een weerslag op de residentiële markt een beduidende schadelijke impact kunnen hebben op de resultaten en de operaties van de pool. BPI voert
evenwel een beleid voor de diversificatie van haar portfolio.
De pool onderhoudt contractuele betrekkingen met verscheidene partijen, zoals partners, investeerders, huurders, aannemers, financiële instellingen en architecten. Deze belanghebbenden kunnen storingen in hun werking ondervinden of worden blootgesteld aan financiële moeilijkheden die tot vertragingen kunnen leiden of tot een volledige onmogelijkheid om hun contractuele verplichtingen na te leven.
Hoewel de contractuele akkoorden meestal garanties bevatten, kan een falen of een faillissement van een belanghebbende de garanties geheel of gedeeltelijk onuitvoerbaar maken.
Zoals reeds vermeld, wordt het risico in grote mate getemperd door het feit dat BPI de bouw van haar projecten vrijwel systematisch aan dochtervennootschappen van CFE Contracting toevertrouwt.
De pool wordt geconfronteerd met de concurrentie van andere vastgoedontwikkelaars op de verschillende markten waar hij actief is. Een dergelijke concurrentie kan een weerslag hebben op het vermogen van de pool om de projecten tegen aantrekkelijke tarieven en prijzen te verhuren en te verkopen, en dus een schadelijk gevolg voor de activiteit, de financiële positie, de resultaten en de vooruitzichten van de pool.
Deze activiteit wordt ook gekenmerkt door de lange duur van de cyclussen van de operaties, wat de noodzaak impliceert om op de beslissingen vooruit te lopen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.
Na 31 december 2020 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.
DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert zij studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen voert het ook studies uit naar technieken voor de exploitatie van polymetaalmodules.
De groep CFE heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt maximale risicobereiken voor de tegenpartijen, gedefinieerd volgens hun door Standard & Poor's en Moody's gepubliceerde kredietnoteringen. Deze limieten worden regelmatig gevolgd en bijgewerkt.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Hoewel de negatieve impact van de gezondheidscrisis zich in de eerste maanden van 2021 nog zal laten voelen, verwacht CFE een stijging van haar omzet en haar bedrijfsresultaat in 2021, zonder evenwel reeds de niveaus van 2019 (voor de gezondheidscrisis) te evenaren.
Met een goed gevuld orderboek zou DEME in 2021 een hogere omzet en nettoresultaat moeten realiseren.
CFE Contracting verwacht eveneens een stijging van haar omzet en haar nettoresultaat in 2021.
Bij gebrek aan oplevering van projecten in Polen, wat aanleiding geeft tot het realiseren van de overeenkomstige resultaten, en vanwege de vertraging in het verkrijgen van bouwvergunningen in Brussel, zou het nettoresultaat van BPI in 2021 moeten dalen maar wel op een hoog peil blijven.
De vennootschap neemt de Belgische Corporate Governance Code 2020 ("Code 2020") als referentiecode aan. De Code 2020 kan worden geraadpleegd op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be).
De Raad van Bestuur van CFE heeft op 9 december 2005 de eerste versie van het Corporate Governance Charter (het "Charter") goedgekeurd.
Het Charter wordt regelmatig aangepast aan de bepalingen van de nieuwe Belgische Corporate Governance Code en aan de overige toepasselijke regelgeving.
De belangrijke wijzigingen van het Charter worden toegelicht in de verklaring van deugdelijk bestuur, die een specifiek hoofdstuk uitmaakt van het jaarverslag overeenkomstig artikel 3:6, §2 WVV (de "Verklaring").
Sinds 9 december 2005 heeft de Raad van Bestuur de volgende wijzigingen van het Charter goedgekeurd:
Het Charter is in beide talen (Nederlands en Frans) beschikbaar op de website van de vennootschap (www.cfe.be). Dit hoofdstuk ("Verklaring inzake deugdelijk bestuur") bevat de informatie bedoeld in artikelen 3:6, §2 en 3:32, §1, tweede alinea, 7° WVV. Dit hoofdstuk behandelt in het bijzonder de
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
feitelijke informatie met betrekking tot het deugdelijk bestuur en geeft uitleg over bepaalde afwijkingen van de Code 2020 in het afgelopen boekjaar, volgens het "pas toe of leg uit" beginsel ( "comply or explain").
De Raad van Bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij onderzoekt de significante operaties die er betrekking op hebben en keurt ze goed, ziet toe op hun uitvoering en bepaalt elke maatregel die nodig is voor de implementatie van zijn beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te aanvaarden.
De Raad van Bestuur:
De samenstelling van de Raad van Bestuur mikt op een evenwicht tussen ervaring, competentie en onafhankelijkheid, met eerbied voor de diversiteit en meer bepaald de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De Raad van Bestuur ziet meer bepaald toe op het behoud van het evenwicht van zijn samenstelling inzake leeftijd en professionele en internationale ervaring. Hij vindt het ook belangrijk om te beschikken over personen met ervaring in het domein van de technologische en digitale transformatie. Deze evenwichten worden jaarlijks door het Benoemings- en Remuneratiecomité opnieuw beoordeeld.
Op 31 december 2020 bestaat de Raad van Bestuur uit elf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de gewone algemene vergadering in de onderstaande jaren:
| Infunctietreding | Einde van het mandaat | |
|---|---|---|
| Luc Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Piet Dejonghe (*) | 24.12.2013 | 2021 |
| John-Eric Bertrand | 24.12.2013 | 2021 |
| Jan Suykens | 24.12.2013 | 2021 |
| Koen Janssen | 24.12.2013 | 2021 |
| Philippe Delusinne | 07.05.2009 | 2024 |
| Christian Labeyrie | 06.03.2002 | 2024 |
| Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais | 03.05.2007 | 2023 |
| Pas De Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 07.10.2016 | 2024 |
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel | 03.05.2018 | 2021 |
| MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 03.05.2018 | 2022 |
(*) Gedelegeerd bestuurder
De mandaten van Luc Bertrand, John-Eric Bertrand, Piet Dejonghe, Koen Janssen, Jan Suykens en Euro-Invest Management BV (vertegenwoordigd door Martine Van den Poel) verstrijken op datum van de gewone algemene vergadering van 6 mei 2021. De Raad van Bestuur zal de gewone algemene vergadering voorstellen om de mandaten van Luc Bertrand, John-Eric Bertrand, Piet Dejonghe, Koen Janssen, Jan Suykens voor een periode van vier jaar te hernieuwen. Hoewel Luc Bertrand de leeftijdslimiet voorbij is, meent de raad dat hij met zijn kennis en ervaring nog een uitzonderlijke en significante bijdrage aan de beraadslagingen van de Raad van Bestuur kan leveren. De Raad van Bestuur wenst Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door mevrouw Martine Van den Poel, te bedanken voor de bijdrage, ondersteuning en expertise die ze heeft geleverd tijdens haar mandaat als bestuurder en voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Bovendien zal de Raad van Bestuur aan de gewone algemene vergadering van 6 mei 2021 voorstellen om Hélène Bostoen te benoemen als onafhankelijk bestuurder voor een periode van 4 jaar, gezien Hélène Bostoen voldoet aan de in artikel 3.5 van de Code 2020 gestelde onafhankelijkheidscriteria. Hélène Bostoen studeerde Handelsingenieur aan de Université Libre de Bruxelles van 1995 tot 2000 en behaalde een MBA aan INSEAD in 2005. Ze is momenteel gedelegeerd bestuurder van Fenixco en is mede-eigenaar. Haar belangrijkste expertise is vastgoedontwikkeling.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de elf bestuurders op datum van 31 december 2020.
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Luc Bertrand werd in 1951 geboren en behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn loopbaan bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vice President en Regional Sales Manager, Northern Europe, bekleedde. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en is sinds 2016 voorzitter van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren.
Uitgeoefende mandaten:
Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde na zijn studies als licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat bedrijfskunde (KU Leuven, 1990) en een MBA (INSEAD, 1993). Voor hij in 1995 naar Ackermans & van Haaren kwam, was hij als advocaat verbonden aan het kantoor Loeff Claeys Verbeke en actief als consultant bij Boston Consulting Group.
Bestuurder
WIE WIJ ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Bestuurder
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
John-Eric Bertrand
John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies als handelsingenieur (UCL, 2001, magna cum laude), een master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA (INSEAD, 2006). Voor hij in 2008 als Investment Manager naar Ackermans & van Haaren kwam, werkte hij bij Deloitte als senior auditor en bij Roland Berger als senior consultant. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het Executief Comité.
Jan Suykens
Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA (Columbia University, 1984). Hij werkte een aantal jaren bij de Generale Bank in Corporate & Investment Banking voor hij in 1990 naar Ackermans & van Haaren kwam.
Bestuurder
WIE WIJ ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen
Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité
Philippe Delusinne, geboren in 1957, behaalde een diploma Marketing & Distribution aan het ISEC in Brussel en een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij begon zijn loopbaan bij Ted Bates als account executive, werd vervolgens account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erikson en chief executive officer van Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium.
bekleedde hij diverse functies in de groepen Rhône-Poulenc en Schlumberger. Hij begon zijn loopbaan bij de bank. Christian Labeyrie behaalde diploma's aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en Mc Gill University (Canada) en is houder van een Diplôme d'études comptables supérieures. Hij is Chevalier de la Légion d'honneur en
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
62JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP
Ciska Servais
Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door
Ciska Servais is vennoot van het advocatenkabinet Astrea. Ze is actief in het domein van het administratief recht en in het bijzonder het milieurecht, het ruimtelijk ordeningsrecht, het vastgoedrecht en het bouwrecht. Ze bezit een rijke ervaring in advies, gerechtelijke procedures en onderhandelingen; ze geeft les en spreekt regelmatig op seminars. Ze behaalde een licentie rechten aan de Universiteit van Antwerpen (1989) en een aanvullende Master (LL.M) International Legal Cooperation aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). (1990). Ze behaalde ook een bijzondere licentie ecologie aan de Universiteit van Antwerpen (1991).
Ze begon haar stages in 1990 bij het advocatenkabinet Van Passel & Greeve. In 1994 werd ze vennoot bij Van Passel & Vennoten en in 2004 bij Lawfort. In 2006 was ze medestichter van het advocatenkabinet Astrea.
Ciska Servais publiceert voornamelijk in het domein van het milieurecht, onder meer over het saneringsdecreet, de milieuverantwoordelijkheid en de reglementering over grondverplaatsing. Ze is ingeschreven aan de Antwerpse Balie.
Bestuurder
Onafhankelijk bestuurder
Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke
Na haar studie toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen begon Leen Geirnaerdt haar beroepsloopbaan bij PricewaterhouseCoopers (PwC), waar ze zes jaar in de auditafdeling werkte. Vervolgens stapte ze over naar Solvus Resource Group, een beursgenoteerde Belgische onderneming, waar ze de functie van corporate controller bekleedde. Na de overname van Solvus Resource Group door de Nederlandse beursgenoteerde onderneming USG People NV, werd Leen Geirnaerdt directeur van het Belgische Shared Services Center en in 2010 chief financial officer in Nederland. Na de overname door de Japanse groep Recruit werd ze in 2016 CFO op wereldniveau van Recruit Global Staffing. Sinds mei 2019 is Leen Geirnaerdt CFO van bpost.
Uitgeoefende mandaten
Christian Labeyrie
Bestuurder
Chevalier de l'ordre national du Mérite.
a. beursgenoteerde ondernemingen:
b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Bestuurder van VINCI Deutschland - Bestuurder van Arcour
Lid van het Executief Comité van de groep VINCI
Bestuurder van het consortium Stade de France
Lid van de Raad van Bestuur van Lima Expesa (Limex)
Vast vertegenwoordiger van VINCI Innovation in de Raad van Bestuur van ASF
Uitgeoefende mandaten
Bestuurder van VFI - Bestuurder van SMABTP
Voorzitter van ASF Holding - Voorzitter van Cofiroute Holding - Zaakvoerder van SCCV CESAIRE-LES GROUES - Zaak voerder van SCCV HEBERT-LES GROUES
VINCI
1, cours Ferdinand-de-Lesseps, F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel
Molièrelaan 164 B-1050 Brussel
MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer
Jacques Pasturlaan 128 B-1180 Ukkel
Lid van het Auditcomité
Onafhankelijk bestuurder
Martine Van den Poel behaalde een diploma Politieke Wetenschappen aan de KUL (Leuven), een Master in Public Administration aan de Kennedy School of Government, Harvard University (Cambridge, VS) en een Executive Master in Coaching and Consulting for Change aan het INSEAD (Fontainebleau, Frankrijk).
Zij was onderzoeksmedewerker aan de Harvard Business School in 1978 en aan de Stanford Business School in 1985. Van 1995 tot 2003 was ze lid van het Executief Comité van INSEAD als directeur Executive Education en later assistent-decaan voor externe betrekkingen voor de campussen Fontainebleau en Singapore.
Bij INSEAD was ze ook coaching director in verscheidene programma's voor doorlopend leren van 2003 tot 2019. Ze oefent ook een privéactiviteit Leadership Coaching uit voor verscheidene ondernemingen in Brussel en Parijs.
Lid van Women on Boards (WOB), Club L en INSEAD ILI (Inclusive Leadership Initiative). Zij is ook business associate van Kdvi (Kets de Vries Institute)
Uitgeoefende mandaten
Onafhankelijk bestuurder
Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur in kernfysica (ULB, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs.
Ze begon haar loopbaan als IT-consulente bij Accenture en was vervolgens 7 jaar actief bij McKinsey in Brussel, waar ze als associate principal toonaangevende TV- en telecomoperatoren en media en hightechbedrijven wereldwijd adviseerde. Vervolgens was ze directeur Marketing en lid van het Executief Comité van de mobiele telefoonoperator BASE. Van 2014 tot 2018 werd ze CEO van EVS, waar ze de digitale transformatie van de onderneming leidde. Muriel De Lathouwer is bestuurder van verscheidene internationale ondernemingen en is actief in het fonds W.I.N.G (Digital Wallonia) als lid van het operating team en het investeringscomité Deep Tech.
Op 31 december 2020 zijn de bestuurders die aan de in artikel 3.5 van de Code 2020 bepaalde onafhankelijkheidscriteria voldoen:
De Raad van Bestuur is georganiseerd om te verzekeren dat de beslissingen in het belang van de vennootschap worden genomen en zodanig dat de taken efficiënt kunnen worden uitgevoerd.
De Raad van Bestuur vergadert regelmatig, voldoende vaak om zijn taken effectief uit te voeren en telkens als het belang van de vennootschap het eist.
In 2020 beraadslaagde de Raad van Bestuur over alle voor CFE belangrijke vraagstukken. Hij vergaderde zesmaal.
De Raad van Bestuur heeft onder meer:
Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, toont de onderstaande tabel de individuele aanwezigheid van de bestuurders op de raden van bestuur in het boekjaar 2020.
| Bestuurders | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| Luc Bertrand | 6/6 |
| Piet Dejonghe | 6/6 |
| Jan Suykens | 6/6 |
| Koen Janssen | 6/6 |
| John-Eric Bertrand | 6/6 |
| Christian Labeyrie | 6/6 |
| Philippe Delusinne | 6/6 |
| Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais | 6/6 |
| Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 5/6 |
| Much BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 6/6 |
| Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel | 6/6 |
Overeenkomstig artikel 2.7 van het Charter worden binnen de Raad van Bestuur periodieke evaluatieprocedures georganiseerd. Deze vinden plaats op initiatief en onder leiding van de voorzitter. De jaarlijkse beoordeling van de relatie tussen de Raad van Bestuur en de gedelegeerd bestuurder vond plaats op 22 februari 2020. De niet-uitvoerende bestuurders spraken hun algemene tevredenheid uit betreffende de goede samenwerking tussen de Raad van Bestuur en de gedelegeerd bestuurder en deed hiertoe enkele suggesties. De volgende driejaarlijkse evaluatie vindt plaats in 2022.
De Raad van Bestuur heeft in het Charter (II.6.3) zijn beleid gepubliceerd inzake transacties tussen enerzijds de vennootschap of een verbonden vennootschap en anderzijds de leden van de Raad van Bestuur (of hun verwanten) die aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict (in de betekenis van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) en in bepaalde gevallen tot de toepassing van een daartoe voorziene procedure.
Bij weten van de vennootschap werd in 2020 geen enkele beslissing genomen die aanleiding gaf tot de toepassing van deze procedure.
De Raad van Bestuur heeft zijn beleid voor de preventie van marktmisbruik in het Charter gepubliceerd (V.3). Tijdens de vergadering van 26 februari 2015 werd het Charter aangepast om het in overeenstemming te brengen met de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik.
Dit comité volgt het opstellen en de controle van de boekhoudkundige en financiële informatie en de effectiviteit van de systemen voor interne controle, voor toezichtmaatregelen en voor risicobeheersing.
Op 31 december 2020 bestond dit comité uit:
(*) onafhankelijk bestuurders
De Raad van Bestuur heeft een bijzondere aandacht gewijd aan de aanwezigheid in het Auditcomité van in financiële of boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer gespecialiseerde bestuurders:
John-Eric Bertrand studeerde in een economische en financiële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkabinet en in een kabinet voor strategisch advies. Sinds 2008 is hij als investment manager bij Ackermans & van Haaren werkzaam.
Christian Labeyrie is adjunct-directeur-generaal, financieel directeur en lid van het Executief Comité van de groep VINCI. Hij behaalde diploma's aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en Mc Gill University (Canada) en is houder van een Hoger onderwijs diploma in de boekhouding.
Philippe Delusinne behaalde een diploma Marketing & Distribution aan het ISEC in Brussel en een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium.
Leen Geirnaerdt heeft een diploma toegepaste economische wetenschappen van de Universiteit van Antwerpen. Ze heeft zes jaar in de auditafdeling van PricewaterhouseCoopers (PwC) gewerkt. Vervolgens stapte ze over naar Solvus Resource Group als corporate controller en werd ze in 2010 benoemd tot chief financial officer in Nederland. In 2016 werd ze benoemd tot CFO op wereldniveau van Recruit Global Staffing. Sinds mei 2019 is ze CFO van bpost.
Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur in kernfysica (ULB, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs. Muriel De Lathouwer is bestuurder van verscheidene internationale ondernemingen en is actief in het fonds W.I.N.G (Digital Wallonia) als lid van het operating team en het investeringscomité Deep Tech.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
De commissaris neemt deel aan de werkzaamheden van het Auditcomité op uitdrukkelijk verzoek van het comité.
Het comité heeft in het boekjaar 2020 viermaal vergaderd.
Het comité heeft het volgende onderzocht:
Het Auditcomité heeft een bijzondere aandacht gewijd aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen maatregelen om ze te verbeteren gevolgd.
De onderstaande tabel toont de individuele aanwezigheden van de leden van het Auditcomité in het boekjaar 2020.
| Leden | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| John-Eric Bertrand | 4/4 |
| Philippe Delusinne | 4/4 |
| Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt | 3/4 |
| MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 4/4 |
| Christian Labeyrie | 4/4 |
Dit comité verzekert een billijke remuneratie, rekening houdend met de reglementaire normen, de gekozen doelstellingen, de risico's en de in het Charter vastgelegde gedragsregels. Het selecteert de beste competenties voor het toezicht op en het beheer van de vennootschap.
Op 31 december 2020 bestaat dit comité uit:
(*) onafhankelijk bestuurders
Het comité heeft in het boekjaar 2020 tweemaal vergaderd.
In de loop van het boekjaar heeft dit comité het volgende onderzocht:
De onderstaande tabel toont de individuele aanwezigheden van de leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité in het boekjaar 2020:
| Leden | Aanwezigheid/aantal vergaderingen |
|---|---|
| Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel | 2/2 |
| Luc Bertrand | 2/2 |
| Philippe Delusinne | 2/2 |
De belangrijkste kenmerken van het beoordelingsproces van het Benoemings- en Remuneratiecomité zijn uiteengezet in het huishoudelijk reglement, dat in het Charter gepubliceerd is.
De vennootschap meent dat een gediversifieerd team de kwaliteit van het besluitvormingsproces en uiteindelijk de globale prestaties verbetert. Diversiteit en inclusie zijn globale prioriteiten voor CFE, want het zijn belangrijke factoren voor het succes van de vennootschap en haar individuen. De vennootschap meent dat haar grootste kracht schuilt in de diversiteit van haar team en dat haar werknemers het verdienen zich elke dag op het werk goed te voelen en authentiek zichzelf te zijn, ongeacht hun gender, hun etnische afkomst, hun seksuele geaardheid of andere kenmerken. De vennootschap blijft werken aan alle aspecten van de diversiteit binnen haar team van hogere kaderleden. Ze concentreert zich op de samenstelling van een pool van diverse talenten, rekening houdend met de respectieve competenties, opleidingen, ervaringen en loopbaantrajecten.
De procedure voor de selectie en benoeming van de leden van de Raad van Bestuur wordt in het Charter beschreven. Zijn samenstelling mikt op een evenwicht tussen ervaring, competentie en onafhankelijkheid, met eerbied voor de diversiteit en meer bepaald de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Momenteel zijn 4 van de 11 leden van de Raad van Bestuur vrouwen. De expertisedomeinen van de bestuurders vullen elkaar aan en bestrijken alle activiteiten van de groep en de bijbehorende risico's en opportuniteiten.
Sectie 2.1 van deze Verklaring van deugdelijk bestuur geeft een korte biografie van de leden van de Raad van Bestuur met hun kwalificaties en loopbaantraject.
De commissaris van de vennootschap is Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA, vertegenwoordigd door Rik Neckebroek. De commissaris bezorgt op jaarbasis een opinieverslag over de geconsolideerde halfjaarlijkse financiële staten in juni en een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE in december. De commissaris werd tijdens de gewone algemene vergadering van 2 mei 2019 benoemd voor een mandaat van drie jaar. Evenwel en gelet op artikel 41 van Verordening (EU) nr. 537/2014 dat bepaalt dat een beursgenoteerd bedrijf vanaf 17 juni 2020 het mandaat van een auditkantoor dat diensten heeft verleend aan dit bedrijf gedurende twintig opeenvolgende jaren of langer niet kan aanvaarden of verlengen, heeft Deloitte Bedrijfsrevisoren zijn huidig mandaat neergelegd. Bijgevolg zal de Raad van Bestuur aan de volgende gewone algemene vergadering voorstellen het ontslag te noteren van de ontslagnemende commissaris en de benoeming van het wettelijke controlemandaat toe te vertrouwen aan het kabinet van bedrijfsrevisoren EY, vertegenwoordigd door Patrick Rottiers en Marnix Van Dooren, voor een periode van drie jaar.
De bezoldiging die de commissaris in 2020 ontving voor het geheel van de groep, met inbegrip van de vennootschap, bedraagt:
| In duizend euro | Deloitte | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | |
| Audit | ||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
2.003,8 | 79,65% | 874,6 | 17,83% |
| Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten |
50,8 | 2,602% | 5,1 | 0,10% |
| Subtotaal audit | 2.054,6 | 81,67% | 879,7 | 17,94% |
| Andere prestaties | ||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 194,0 | 7,71% | 1.368,2 | 27,90% |
| Overige | 267,0 | 10,61% | 2.656,0 | 54,16% |
| Subtotaal andere | 461,0 | 18,33% | 4.024,2 | 82,06% |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.515,6 | 100% | 4.903,9 | 100% |
De Raad van Bestuur is een collegiale instantie die belast is met het bepalen van de strategische oriëntaties van de groep CFE, het toezicht op hun toepassing en de goede werking van de vennootschap. Hij voert de controles en verificaties uit die hij opportuun acht. Hij beraadslaagt over alle belangrijke vraagstukken van de groep. De Raad legt elk jaar in zijn jaarverslag verantwoording af over de belangrijkste risico's en onzekerheden waarmee de groep wordt geconfronteerd. De Raad van Bestuur heeft een huishoudelijk reglement en twee gespecialiseerde comités: een Auditcomité en een Benoemings- en Remuneratiecomité.
Met de huidige voorziening wil de Raad van Bestuur zich ervan vergewissen dat de doelstellingen worden bereikt op het niveau van de groep, en wil hij op het niveau van de dochtervennootschappen de invoering volgen van voorzieningen die aangepast zijn aan elk type onderneming (omvang, type activiteiten enz.).
De Raad van Bestuur waakt er ook over om te gelegener tijd alle interne en externe belanghebbenden volledige, betrouwbare en relevante informatie te verstrekken, in overeenstemming met de evaluatieregels van de groep, de internationale normen voor financiële informatie (IFRS) en de Belgische reportingverplichtingen. Om zo goed mogelijk aan deze eisen te voldoen, zijn systemen ingevoerd voor de interne controle en het beheer van de financiële informatie.
Het Auditcomité controleert de financiële reporting, het systeem voor interne controle en risicobeheer en de werking van de interne en externa audits. Het Auditcomité doet hiertoe ook aanbevelingen aan de Raad van Bestuur.
Naast de invoering van een eigen systeem voor de holding ziet de groep toe op de toepassing van aangepaste systemen voor risicobeheer en interne controle in elk van haar dochtervennootschappen.
De organisatie van de financiële en controlediensten omvat drie niveaus:
Het risicobeheer inzake de financiële informatie kan als volgt worden samengevat.
Ze zijn meestal zeer divers en worden gedekt door (i) een bestuursmandaat van een of meer bestuurders of directeuren van CFE in de raden van bestuur en de consultatieve comités (waaronder de Risicocomités) van de belangrijkste dochtervennootschappen van CFE, (ii) duidelijke instructies inzake de reporting voor de dochtervennootschappen, met termijnen en regels voor het opstellen en de beoordeling, en (iii) een halfjaarlijkse en jaarlijkse externe audit van de financiële staten, die ook rekening houdt met de elementen van de interne controle en het risicobeheer op het niveau van de betrokken entiteit.
Ze worden gedekt door een periodieke audit van de informatica, een proactieve benadering met updates, back-ups en wanneer nodig tests van de informatica-infrastructuur. Er zijn ook plannen voor bedrijfscontinuïteit en noodherstel opgesteld.
Ze worden gedekt door een monitoring van de juridische normen voor de financiële reporting. De evoluties van het wettelijke kader van de financiële reporting worden van nabij gevolgd en hun impact op de reporting van de groep wordt proactief besproken met de financiële directie en de commissaris.
In de administratieve cyclussen op het niveau van de groep zijn een aantal basiscontroles voorzien, zoals de scheiding van de taken en de delegatie van bevoegdheden.
De vennootschap heeft in de meeste ondernemingen van de groep een ERP-systeem ingevoerd dat de directie transparante, betrouwbare informatie levert voor het beheer, de controle en de leiding van de operationele activiteiten. De levering van informaticadiensten voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van deze systemen wordt grotendeels uitbesteed aan professionele verleners van informaticadiensten, die worden geleid en gesuperviseerd door passende structuren voor de controle van de informatica en waarvan de kwaliteit wordt gecontroleerd aan de hand van volledige contracten van dienstverlening. In samenwerking met haar informaticaleveranciers heeft CFE toereikende processen ingevoerd die erop toezien dat in de dagelijkse praktijk passende maatregelen worden genomen om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar informaticasystemen te verzekeren. De toereikendheid van deze procedures wordt met regelmatige intervallen geverifieerd en geauditeerd en indien nodig worden ze geoptimaliseerd. Een passende verdeling van de verantwoordelijkheden en een coördinatie tussen de bevoegde diensten garanderen een effectieve en stipte communicatie van de periodieke financiële informatie aan de markt.
Tijdens de driemaandelijkse Auditcomités worden de driemaandelijkse financiële resultaten en de
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Elke significante wijziging van de interne controleomgeving of van de IFRS-boekhoudnormen die de groep toepast, wordt onderworpen aan het onderzoek door het Auditcomité en de goedkeuring van de Raad van Bestuur.
De leden van de Raad van Bestuur worden periodiek geïnformeerd over de evolutie en de significante wijzigingen van de onderliggende IFRS-normen. Alle relevante financiële informatie wordt meegedeeld aan het Auditcomité en aan de Raad van Bestuur, zodat zij de rekeningen kunnen analyseren.
Om elke verantwoordelijke van een entiteit in staat te stellen om snel toereikende operationele beslissingen te nemen, is een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd in de polen Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra, Contracting en Vastgoedontwikkeling.
De polen beschikken over hun eigen systemen voor de controle van de operaties, aangepast aan de eigenheid van hun activiteit.
CFE oefent echter een regelmatige controle uit, met de aanwezigheid van bestuurders en/of vertegenwoordigers van CFE in de raden van bestuur en de consultatieve comités van haar dochtervennootschappen.
CFE controleert haar dochtervennootschappen DEME op vijf verschillende niveaus:
schillende projecten en de bijwerking van de budgetten. Het kan ook worden bijeengeroepen om specifieke financiële punten te behandelen. Het heeft in 2020 zesmaal vergaderd;
DEME heeft in dit kader meerdere initiatieven genomen om de interne controle van haar activiteiten te versterken. In het bijzonder:
Met de hulp van een externe consultant zijn nieuwe systemen voor het kasbeheer geselecteerd. De invoering van een systeem voor kasbeheer voltooid, dat sinds 2020 algemeen gebruikt. Met het oog op een verdere verbetering van de efficiëntie van de betaalstromen in alle landen waar DEME actief is, werd in 2020 gewerkt aan de invoering van een betaalcentrum ("payment factory"), dat in 2021 en het eerste kwartaal van 2022 verder in de groep zal worden geïmplementeerd.
DEME heeft een duidelijk beleid uitgewerkt dat het in staat stelt om al haar activiteiten op een integere wijze uit te voeren en geen enkele vorm van corruptie te aanvaarden. Naast de Ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig programma voor corporate compliance ingevoerd met onder meer een volwaardig anticorruptiebeleid. Dit anticorruptiebeleid is een integraal onderdeel van het jaarlijkse programma voor de bewustmaking van alle werknemers. In 2020 werden de procedures voor de uitvoering van dit beleid verder geoptimaliseerd. Meer bepaald het proces van de selectie van derden werd op basis van een nieuwe risicoanalyse verfijnd. In 2021 zal het proces worden gedigitaliseerd. Dankzij het betaalcentrum dat de thesaurie heeft ingevoerd en dat de uitvoering van de betalingen van de verschillende entiteiten – indien het technisch / juridisch kan – via één enkel kanaal (SWIFT) mogelijk maakt, worden nu bijkomende controles uitgeoefend op de uitgaande betalingen. Nog voor de betalingen via SWIFT naar de verschillende banken worden verzonden, worden ze door een tool gefilterd op basis van een lijst van sancties ("sanctions screening"), zodat betalingen aan door sancties getroffen begunstigden worden vermeden.
CFE controleert haar dochtervennootschap CFE Contracting op vier verschillende niveaus:
• Het Risicocomité. Dit is samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE en een vertegenwoordiger van de meerderheidsaandeelhouder van CFE, naast de CEO van CFE Contracting, de voorzitter van het Risicocomité van CFE Contracting, een lid van het Executief Comité van de dochtervennootschap en de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit.
De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in multitechnieken of rail & utilities moeten door het Risicocomité worden goedgekeurd voor de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt.
• De driemaandelijkse vergaderingen voor de bijstelling van het budget. Aan deze vergaderingen nemen deel de gedelegeerd bestuurder, de financieel en administratief directeur en de directeur Finance & Controlling van CFE, de voorzitter van het Executief Comité, de financieel directeur van CFE Contracting, de CEO van de betrokken divisie, de gedelegeerd bestuurder of de algemeen directeur van de betrokken dochtervennootschappen, haar operationeel directeur en haar financieel en administratief directeur.
De volgende onderwerpen worden behandeld:
Het departement Interne Audit van CFE Contracting heeft de opdracht de interne controles en de procedures binnen haar dochtervennootschappen te beoordelen. De onafhankelijkheid van de Interne Audit is gegarandeerd en hij rapporteert rechtstreeks aan het Auditcomité.
Het departement Interne Audit vervult de volgende taken:
• Interne controle: de interne controle omvat de follow-up van de algemene regels van de pool Contracting zoals bepaald in het Charter, het Handboek van interne procedures en de Anti-corruptiecode.
Deze algemene gedragsregels, die op het intranet beschikbaar zijn, hebben voornamelijk betrekking op:
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
In de loop van het boekjaar 2020 werden 10 auditopdrachten uitgevoerd. Ze hebben geen dysfuncties aan het licht gebracht die een significante invloed zouden kunnen hebben op de activiteit en de financiële overzichten van de groep. Deze audits hadden met name betrekking op:
Het resultaat van de audits wordt voorgelegd aan de leden van het Auditcomité van CFE en aan het Executief Comité van CFE Contracting teneinde verbeteringsmaatregelen overeen te komen.
CFE controleert haar dochtervennootschap BPI op twee verschillende niveaus:
• De Raad van Bestuur. Deze is samengesteld uit zes bestuurders, onder wie twee bestuurders van CFE (onder wie de gedelegeerd bestuurder) en de financieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerd bestuurder van BPI en een externe bestuurder. De Raad van Bestuur controleert het beheer door het management, sluit de halfjaarlijkse financiële staten en jaarrekeningen af en keurt onder meer de strategie en het investeringsbeleid van BPI goed. De Raad van Bestuur is als enige bevoegd voor de goedkeuring, na gunstig advies van de Raad
van Bestuur van CFE, van (i) de investeringen met een waarde van meer dan 10 miljoen euro voor het aandeel van BPI, en (ii) de vorming van elke samenwerking voor een project met een waarde van meer dan 10 miljoen euro voor het aandeel van BPI.
• Het Strategisch en investeringscomité. Dit is samengesteld uit de bestuurders van BPI en de head of legal, de head(s) of development en de betrokken country manager(s) van BPI. De finance director van BPI en de auteur van het investeringsdossier worden op de vergaderingen uitgenodigd. De missie van het Strategie- en Investeringscomité is het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van BPI. Voor degenen met een waarde groter dan 10 miljoen euro is ook de goedkeuring van de Raad van Bestuur van BPI en CFE vereist. De bevoegdheid van het Strategisch en investeringscomité strekt zich niet uit tot de vertegenwoordiging van de vennootschap en sluit die van de Raad van Bestuur niet uit. De Raad van Bestuur kan op elk ogenblik elk investerings- of desinvesteringsproject, ongeacht het bedrag, naar zich toe trekken en in voorkomend geval in plaats van het Strategisch en investeringscomité beslissen.
De gedelegeerd bestuurder van BPI is belast met de toepassing van het door de Raad van Bestuur gekozen systeem voor interne controle. De CEO laat zich in zijn taak bijstaan door een Executief Comité.
Het Executief Comité identificeert de risico's op progressieve wijze en analyseert ze op een adequate wijze. Het stelt passende maatregelen voor om de geïdentificeerde risico's te aanvaarden, te matigen, over te dragen of te vermijden.
aandelen (62,10%) van de vennootschap aanhoudt.
WIE WIJ ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Ackermans & van Haaren wordt gecontroleerd door Scaldis Invest, dat 33% aanhoudt. Belfimas bezit 92,25% van het kapitaal van Scaldis Invest. De uiteindelijke controle over Scaldis Invest wordt uitgeoefend door Stichting Administratiekantoor "Het Torentje".
De afwijkingen van de Code 2020 hebben uitsluitend betrekking op de vergoeding van niet-uitvoerende bestuurders en de gedelegeerd bestuurder, en in het bijzonder op principes 7.6 tot 7.9 van de Code 2020. De gerechtvaardigde redenen voor deze vrijstelling worden uiteengezet in het remuneratiebeleid uiteengezet in punt IV.1 hieronder.
Het remuneratiebeleid van de vennootschap is opgesteld in het kader van artikel 7:89/1 van het WVV en de Code 2020.
Het remuneratiebeleid geldt voor de niet-uitvoerend bestuurders en de gedelegeerd bestuurder. De vennootschap heeft geen executief of soortgelijk comité.
Het remuneratiebeleid is van toepassing vanaf 1 januari 2021, onder voorbehoud van zijn goedkeuring door de gewone algemene vergadering van 6 mei 2021. Het zal vervolgens om de vier jaar en hoe dan ook na elke belangrijke wijziging ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
Het remuneratiebeleid is ontworpen om de prestatiecultuur en de waardecreatie op lange termijn van de vennootschap te ondersteunen. Het heeft tot doel bestuurders aan te trekken en te behouden die over een grote variëteit van competenties beschikken in de verschillende domeinen die nodig zijn voor de groei van de activiteiten van de vennootschap.
Het remuneratiebeleid wordt opgesteld door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Zoals reeds vermeld, wordt het vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de algemene vergadering.
De individuele remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders wordt goedgekeurd door de algemene vergadering en in voorkomend geval wordt de individuele remuneratie van de gedelegeerd bestuurder goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de vennootschap. Deze remuneratie wordt in alle gevallen bepaald op basis van het remuneratiebeleid, op advies van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Om de schijn van belangenconflicten te vermijden, wordt de gedelegeerd bestuurder niet uitgenodigd om deel te nemen aan de besprekingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité en van de Raad van Bestuur over zijn eigen remuneratie. Bovendien worden de regels van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen gevolgd telkens als ze van toepassing zijn.
De remuneratie bestaat uit:
In voorkomend geval hebben de niet-uitvoerend bestuurders ook recht op een bijkomende vaste vergoeding voor de levering van specifieke diensten, zoals het voorzitterschap van de Raad van Bestuur of van een comité.
Bovendien worden de niet-uitvoerend bestuurders vergoed voor de kosten die de uitoefening van hun mandaat met zich kan brengen, volgens de door de Raad van Bestuur bepaalde voorwaarden.
De niet-uitvoerend bestuurders ontvangen geen variabele remuneratie zoals bonussen of aandelenopties. Zij ontvangen evenmin voordelen in natura of voordelen in verband met pensioenplannen.
Bestuurders worden uitgenodigd, maar zijn niet verplicht om aandelen in het bedrijf te bezitten. Deze afwijking van het principe 7.6 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 wordt gerechtvaardigd door het feit dat het beleid van de vennootschap op toereikende wijze een perspectief op lange termijn bevordert. Daarnaast worden verscheidene bestuurders in het kader van de functies die zij in Ackermans & van Haaren ("AvH") uitoefenen reeds blootgesteld aan de evolutie van de waarde van de vennootschap, gelet op het aantal aandelen in AvH dat zij houden en waarvan de waarde gedeeltelijk afhangt van die van de vennootschap.
De niet-uitvoerend bestuurders kunnen een bestuurdersmandaat uitoefenen in dochterondernemingen van de vennootschap. De eventuele bezoldigingen die zij voor de uitoefening van deze mandaten ontvangen, worden opgenomen in het remuneratieverslag van de vennootschap.
De niet-uitvoerend bestuurders oefenen hun functies uit in de hoedanigheid van onafhankelijkheid en kunnen ad nutum worden ontslagen, zonder schadeloosstelling.
De remuneratie van de gedelegeerd bestuurder omvat uitsluitend de volgende elementen:
De gedelegeerd bestuurder ontvangt geen variabele remuneratie en geen optieplan. Hij dient evenmin een minimumaantal aandelen in de vennootschap te houden.
Deze afwijkingen van de principes 7.7 tot 7.9 van de Code 2020 worden gerechtvaardigd door het feit dat de gedelegeerd bestuurder reeds een remuneratie ontvangt op het niveau van AvH in zijn hoedanigheid als lid van het Executief Comité van deze vennootschap. Als zodanig is de remuneratie van de gedelegeerd bestuurder in het kader van de functies die hij in AvH uitoefent gedeeltelijk gekoppeld aan zijn prestatie in het kader van zijn functies als gedelegeerd bestuurder in de vennootschap. Dit maakt het mogelijk de belangen van de gedelegeerd bestuurder van de vennootschap af te stemmen op de waardecreatie in de groep AvH waarvan de vennootschap deel uitmaakt. Bovendien worden alle bezoldigingen die de gedelegeerd bestuurder ontvangt (namelijk zijn vaste remuneratie) door hem aan AvH afgestaan krachtens een overeenkomst die hen bindt.
De Raad van Bestuur en het benoemings- en remuneratiecomité menen bijgevolg dat het niet nodig is een variabele remuneratie in de vennootschap te voorzien en de gedelegeerd bestuurder te verplichten aandelen van de vennootschap te houden, vanwege zijn positie in de groep AvH en de structuur van de remuneratie die hij in deze groep ontvangt.
De gedelegeerd bestuurder ontvangt geen andere voordelen in natura zoals pensioenplannen, verzekeringen of een bedrijfswagen.
De gedelegeerd bestuurder is niet met een specifiek contract met de vennootschap verbonden. Er is geen ontslagvergoeding voorzien op het eind van zijn mandaat, ongeacht of hij vrijwillig of gedwongen, vroegtijdig of op het normale einde van de termijn vertrekt.
De gedelegeerd bestuurder kan een mandaat als uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurder uitoefenen in dochterondernemingen van de vennootschap. De bezoldigingen die hij voor de uitoefening van deze mandaten ontvangt, worden opgenomen in het remuneratieverslag van de vennootschap. Er wordt evenwel aan herinnerd dat deze bezoldigingen eveneens vast zijn en aan AvH worden afgestaan krachtens een overeenkomst die de gedelegeerd bestuurder en AvH bindt.
Aangezien de dochterondernemingen van de vennootschap niet beursgenoteerd zijn, vallen zij niet in het toepassingsdomein van de regels van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen met betrekking tot het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag.
De vennootschap ziet er evenwel op toe dat haar verschillende dochterondernemingen een gezond en toereikend remuneratiebeleid toepassen. In dit kader en om de nadruk te leggen op de waardecreatie op korte en op lange termijn, ziet de vennootschap erop toe dat in haar dochterondernemingen een op de individuele prestaties en de prestaties van de onderneming gebaseerde remuneratie wordt gehanteerd. Bovendien moet worden benadrukt dat de contracten van de uitvoerend directeuren in de dochteronderneming (met uitzondering van de functie van gedelegeerd bestuurder van de vennootschap) de terugvordering voorzien van de variabele remuneratie die zou zijn toegekend op basis van foutieve financiële informatie.
Tenzij anders tussen de partijen overeengekomen, leidt het einde van de relatie tussen de vennootschap en de gedelegeerd bestuurder tot het einde van de in de dochteronderneming uitgeoefende mandaten.
Statutaire jaarrekening — Geconsolideerde jaarrekening — Verklaring inzake deugdelijk bestuur — Remuneratieverslag
Er is geen significante wijziging tussen wat in dit remuneratiebeleid wordt uiteengezet en wat werd uiteengezet in het in 2020 gepubliceerde remuneratieverslag (met betrekking tot het remuneratiebeleid).
In het geval van uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van het remuneratiebeleid noodzakelijk maken om de belangen van de vennootschap in haar geheel op lange termijn te dienen of haar leefbaarheid te verzekeren, is de Raad van Bestuur gemachtigd om op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité de remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders of de gedelegeerd bestuurder tijdelijk te wijzigen. Deze wijziging kan betrekking hebben op om het even welk element van de remuneratie, met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Raad van Bestuur en de algemene vergadering.
De remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders en van de gedelegeerd bestuurder voor 2020 wordt in dit verslag gedetailleerd beschreven. Per 31 december 2020 zijn er geen andere leden van het directiecomité van de vennootschap die in het toepassingsdomein van de regels voor het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag vallen.
Deze remuneratie stemt overeen met het remuneratiebeleid in het in 2020 gepubliceerde remuneratieverslag, dat met een meerderheid van 96% van de uitgebrachte stemmen en zonder bijzonder commentaar van de aandeelhouders werd goedgekeurd.
In 2020 werd een totaal bedrag van 427.940 euro uitgekeerd aan de niet-uitvoerend bestuurders, verdeeld zoals aangegeven in de onderstaande tabel. De vennootschap heeft hen geen andere bezoldigingen, voordelen, leningen of waarborgen toegekend.
| 2020 In euro |
Vaste remuneratie |
Presentie geld |
Auditcomité Remuneratie comité |
Totaal Remuneratie |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Luc Bertrand | 100.000 | - | - | 2.000 | 102.000 |
| Philippe Delusinne | 20.000 | 12.000 | 4.000 | 2.000 | 38.000 |
| Renaud Bentegeat (tot 07/05/2020) | 6.940 | 4.000 | - | - | 10.940 |
| Christian Labeyrie | 20.000 | 12.000 | 4.000 | - | 36.000 |
| Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais |
20.000 | 12.000 | - | - | 32.000 |
| Koen Janssen | 20.000 | 12.000 | - | - | 32.000 |
| PAS DE MOTS BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt |
20.000 | 10.000 | 3.000 | - | 33.000 |
| Jan Suykens | 20.000 | 12.000 | - | - | 32.000 |
| John.-Eric Bertrand | 20.000 | 12.000 | 8.000 | - | 40.000 |
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel |
20.000 | 12.000 | - | 4.000 | 36.000 |
| Much BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer | 20.000 | 12.000 | 4.000 | - | 36.000 |
| Totaal | 286.940 | 110.000 | 23.000 | 8.000 | 427.940 |
• John-Eric Bertrand ontving, naast zijn mandaat als bestuurder (32.000 euro) en naast zijn mandaat als voorzitter van het Auditcomité (8.000 euro), een bedrag van 115.000 euro voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende vennootschappen van de groep CFE, meer bepaald binnen VMA Druart, VMA en VMA Nizet. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren terugbetaald op grond van een overeenkomst die hen bindt.
• Koen Janssen ontving, naast zijn mandaat als bestuurder (32.000 euro), een bedrag van 15.000 euro voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende dochtervennootschappen van de groep CFE, binnen de groep Terryn. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren terugbetaald op grond van een overeenkomst die hen bindt.
De gedelegeerd bestuurder van de vennootschap is lid van het Executief Comité van AvH. Bijgevolg bestaat zijn remuneratie in de vennootschap uitsluitend uit de volgende elementen, in overeenstemming met sectie 1.3 van het remuneratiebeleid:
Daarnaast was de jaarlijkse remuneratie van de gedelegeerd bestuurder voor verschillende mandaten als niet-uitvoerend bestuurder in dochterondernemingen van de groep CFE als volgt:
In overeenstemming met wat het remuneratiebeleid voorziet, ontvangt de gedelegeerd bestuurder geen variabele remuneratie en geen voordelen in natura zoals pensioenplannen, verzekeringen of een bedrijfswagen.
Alle in deze sectie vermelde bezoldigingen worden door de gedelegeerd bestuurder afgestaan aan AvH krachtens een overeenkomst die hen bindt.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de remuneratie van elke niet-uitvoerend bestuurder, de gedelegeerd bestuurder en de werknemers (gemiddelde op basis van een voltijds equivalent). Hij geeft ook een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de prestaties van de vennootschap.
| Jaarlijkse evolutie in % | 2016 vs 2015 (%) | 2017 vs 2016 (%) | 2018 vs 2017 (%) | 2019 vs 2018 (%) | 2020 vs 2019 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. Remuneratie van bestuurders (niet-uitvoerend) (in euro) Naam |
|||||
| Luc Bertrand | 76.896 (+104%) | 102.000 (+32,64%) | 102.000 (+0%) | 102.000 (+0%) | 102.000 (+0%) |
| Philippe Delusinne | 34.000 (-6,25%) | 40.000 (+18,00%) | 31.000 (-22,00%) | 35.000 (+12,29%) | 38.000 (+12,50%) |
| Renaud Bentegeat (als bestuurder tot 07/05/2020) |
32.000 (+0%) | 34.000 (+6,25%) | 32.000(-6,25%) | 30.000 (-6,25%) | 10.940 (-63,54%)3 |
| Christian Labeyrie | 32.000 (-12,5%) | 38.000 (18,75%) | 32.000(-15,79%) | 32.000 (+0%) | 36.000 (+12,50%) |
| Ciska Servais BV, verte genwoordigd door Ciska Servais |
38.000 (+6%) | 41.000 (+7.89%) | 40.000 (-2,44%) | 33.000(-17,5%) | 32.000 (-3,04%) |
| Koen Janssen | 30.000 (-6.7%) | 34.000 (+13,33%) | 30.000 (-11,76%) | 30.000 (+0%) | 32.000 (+6,67%) |
| PAS DE MOTS BV, verte genwoordigd door Leen Geirnaerdt |
9.645 | 35.000 (+262.88%)3 | 36.000 (+2.86%) | 31.000 (-13,89%) | 33.000 (+6.45%) |
| Jan Suykens | 32.000 | 34.000 (+6.25%) | 30.000 (-11.76%) | 30.000 (+0%) | 32.000 (+6.66%) |
| John-Eric Bertrand | 39.000 (+8.39%) | 42.000 (+7.69%) | 40.000 (-5.26%) | 38.000 (-5,26%) | 40.000 (-5.26%) |
| Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel |
19.260 | 35.000 (+81.72%)3 | 36.000 (+2,87%) | ||
| Much BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer |
21.260 | 33.000 (+55,22%)3 | 36.000 (+9%) | ||
| Piet Dejonghe | 32.000 | 34.000 (+6.25%) | 32.000 (-6.25%) | 30.000 | 32.000 |
| 2. Remuneratie van de gedelegeerd bestuurder (in euro) | |||||
| Naam | |||||
| Piet Dejonghe1 | - | 345.000 | 345.000 (+0%) | 345.000 (+0%) | |
| Renaud Bentegeat (met betrekking tot zijn vroegere taken als ge delegeerd bestuurder tot 01/09/2018) |
648.728 (+8%) | 1.150.275 (+77.31%) |
657.312 (-57,14%)3 | - | - |
| 3. Bedrijfsprestaties 4 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (in duizend euro) | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
| Criterium 1: Geconsolideerd nettoresultaat van de groep CFE |
168.411 | 180.442 | 171.530 | 133.424 | 64.020 |
| Criterium 2: EBITDA voor DEME |
447.356 | 455.500 | 458.901 | 437.011 | 369.457 |
| Criterium 3: resultaat vóór belastingen voor CFE Contracting |
19.579 | 27.077 | 20.652 | 17.973 | 12.374 |
| Criterium 4: rendement op eigen vermogen voor BPI |
6,6% | 52,1% | 14,5% | 17,0% | 17.3% |
| 4. Gemiddelde remuneratie van fulltime equivalente werknemers (in euro) 2 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | ||||
| Medewerkers | 83.267,50 (+5,52%) | 87.086,15 (+4.59%) | 81.236,35 (-6,72%) | 85.012,02 (+4.65%) | 86.061,31 (+1.23%) |
1 Deze bezoldigingen worden door de gedelegeerd bestuurder volledig afgestaan aan AvH krachtens een overeenkomst die hen bindt. 2 Gemiddelde van de bruto maandelijkse vergoeding van de 100 % werknemers van de maand december voor de op 31/12 aanwezige personen. 3 De omvang van de variatie resulteert uit het in aanmerking nemen van de tijdens een onvolledig boekjaar uitgekeerde remuneratie vanwege het in functie treden of het ontslag uit de functie in de loop van het jaar. 4 De raad van bestuur waakt tevens over de balansverhoudingen.
De remuneratieverhouding tussen de persoon met de hoogste en de persoon met de laagste remuneratie in de vennootschap bedraagt 4,29 in 2020.
Overeenkomstig artikel 3:32, §2 WVV moet het jaarverslag een niet-financiële verklaring bevatten. Deze verklaring is opgenomen in het volgende hoofdstuk van dit jaarverslag, waarvan het integraal deel uitmaakt.
In naam van de Raad van Bestuur, 22 maart 2021.
Luc BERTRAND Voorzitter van de Raad van Bestuur
77JAARVERSLAG 2020 CFE GROEP
Aangezien CFE samen met haar filialen opgenomen is in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van Ackermans & van Haaren, is ze in principe vrijgesteld van de verplichting om een niet-financiële verklaring op te stellen.
Desondanks en rekening houdend met het belang dat CFE en haar filialen aan de duurzaamheid hechten, hebben wij beslist om geen gebruik te maken van deze wettelijke vrijstelling en bijgevolg een niet-financiële verklaring op te stellen als aanvulling op de niet-financiële verklaring van AvH, en om de aandeelhouders van CFE meer gedetailleerd te informeren over het beleid inzake ESG (Environmental, Social, Governance) in de groep CFE, de in dit kader gevoerde acties en hun resultaat. Voor wat DEME betreft, verwijzen wij naar het ESG-verslag in het jaarverslag van DEME.
De groep DEME is in vier verschillende segmenten actief.
DEME is betrokken bij enorme, complexe baggerprojecten overal ter wereld en biedt haar klanten geavanceerde oplossingen aan. De groep DEME voert grootschalige infrastructuurwerken in de waterbouwkunde uit, zoals de ontwikkeling van nieuwe havens, vaargeulen, luchthavens, kunstmatige eilanden, residentiële en recreatiezones, industriezones enz., op alle continenten. DEME beschikt over een filiaal dat gespecialiseerd is in de winning, het transport, de behandeling (wassen, vermalen, kalibreren) en de levering van mariene aggregaten voor de Europese bouwsector. De granulaten zijn afkomstig uit verschillende mariene concessies voor zand en grind van de groep DEME en licenties van derden.
Voor de klanten die actief zijn in hernieuwbare energie levert de groep DEME flexibele oplossingen voor het transport en de installatie van funderingen en turbines, de installatie van kabels, operationele en onderhoudsactiviteiten, tot en met volledige EPCI-contracten (Engineering, Procurement, Construction and Installation). Voor de olie- en gasmaatschappijen en andere offshore klanten omvatten de diensten offshore civieltechnische werken, steenbestorting, zwaar transport, onderzeese bouw, het leggen van voedingskabels en de installatie en ontmanteling van offshore platformen.
De groep DEME omvat gespecialiseerde milieubedrijven met meer dan 20 jaar ervaring in de sanering van verontreinigde terreinen. Deze ondernemingen hanteren een proactieve aanpak voor de sanering van verlaten industrieterreinen, met vastgoedontwikkelaars als partners. Hun activiteiten omvatten de sanering van bodems, de behandeling van vervuilde bodems en baggerslib en de behandeling van verontreinigd grondwater en bodems met behulp van innoverende technieken. De pool voert zijn activiteiten uit via DEC en haar filialen.
De groep DEME is ook actief in de bouw van maritieme infrastructuur en realiseert civieltechnische werken die de activiteiten van de groep aanvullen en versterken. Dit omvat het ontwerp en de bouw van hydraulische en maritieme werken voor steigers en haventerminals, sluizen, overstorten, geboorde, onderwater- of 'cut & cover'-tunnels, funderingen en maritieme werken voor bruggen en offshore constructies, civieltechnische werken voor de bouw van haveninfrastructuur, dammen, kanalen, kademuren en werken voor de bescherming van havens en kusten.
De pool Contracting verzamelt de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities.
De divisie Bouw is actief in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. Ze is gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoorgebouwen, woningen, hotels, scholen en universiteiten, parkings, winkel- en vrijetijdscentra, ziekenhuizen en industriegebouwen.
De multitechnische activiteiten zijn voornamelijk in België geconcentreerd, met de divisie MVA voor tertiaire elektriciteit, HVAC (Heating, Ventilation & Air Conditioning), elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, automatisering in de autonijverheid, de farmacie en de agrovoeding, geautomatiseerd beheer van technische gebouwinstallaties, elektromechanica van weg- en spoorweginfrastructuur (tunnels ...) en onderhoud op lange termijn van technische installaties.
De activiteiten Rail & Utilities worden uitgevoerd door de divisie MOBIX. Ze omvatten spoorwerken (plaatsen van sporen en bovenleidingen), signalisatie, transport van energie en openbare verlichting in België.
BPI, de hoofdvennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt vastgoedprojecten in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen.
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
Aangezien CFE op een gedecentraliseerd besluitvormingsmodel gebaseerd is, voert elke pool zijn ESG-beleid. Als aandeelhouder ziet CFE evenwel toe op de convergentie van deze verschillende beleidsmodellen in een vergelijkbare globale aanpak, die op zijn beurt in het ESG-beleid van de groep AvH past.
In 2019 is AvH in haar belangrijkste dochterondernemingen, waaronder CFE, begonnen met een proces voor de afstemming van het ESG-beleid en de bijbehorende rapportage van de dochterondernemingen op het ESG-beleid van de groep AvH. CFE werd dus verzocht een materialiteitsanalyse uit te voeren. Ze heeft haar belangrijkste risico's en opportuniteiten op het vlak van ESG geïdentificeerd en gekoppeld aan een strategische visie, key performance indicators (KPI's), doelstellingen en concrete acties om ze te bereiken. Eind 2019 werden deze doelstellingen en acties goedgekeurd door de Raad van Bestuur van CFE.
In dit kader vond overleg plaats met de ESG-verantwoordelijken van de verschillende polen.
Voor meer details over dit proces verwijzen we naar de Niet-financiële verklaring van de vennootschap in het Jaarverslag 2019 (bijlagen 1 tot 4).
Aangezien ze geen beslissende impact kan hebben op alle ESG-uitdagingen van de wereld, focust CFE op materiële onderwerpen die het verschil kunnen maken in de sectoren waarin de groep actief is. Er gaat ook een bijzondere aandacht naar de ESG-aspecten die een beduidend risico of een beduidende opportuniteit voor de groep kunnen inhouden. Via haar vertegenwoordigers in de bestuursorganen verzekert CFE zich ervan dat deze analyses opgenomen zijn in de strategische en beleidsplannen van haar polen en dat de plannen regelmatig worden geëvalueerd. De dochterondernemingen voeren dan het door hun Raad van Bestuur goedgekeurde beleid uit en brengen verslag uit over zijn significante aspecten. In 2019 werden maatregelen genomen om de rapportageprocessen te verfijnen en zo mogelijk te rationaliseren. De polen laten zich onder meer inspireren door de methodologieën die de Verenigde Naties aanbevelen. Daarnaast baseren ze hun rapporten en de keuze van de relevante indicatoren op gemeenschappelijke definities en prioriteiten van de sectoren waarin ze werken.
De drie polen koppelen hun duurzaamheidsbenadering aan de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD's) van de Verenigde Naties. Het geheel van de groep CFE is ervan overtuigd dat elk individu en elke onderneming moet bijdragen aan de aanpak van de grote uitdagingen van onze wereld. De groep CFE staat achter de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de methodologie van de DOD's, die ze als internationaal kader voor haar beleid gebruikt.
Dankzij de keuze van de DOD's kan men bovendien de GRI-methodologie (Global Reporting Initiative) als inspiratiebron gebruiken, gezien de bestaande concordantietabellen.
De duurzame aanpak wil de werking doorlopend verbeteren en haar negatieve impact zoveel mogelijk beperken. Hij schept ook opportuniteiten voor een doorlopende creatie van nieuwe duurzame waarde en voor de verkenning en ontwikkeling van nieuwe markten.
Last but not least is de groep CFE ervan overtuigd dat deze benadering alleen succes kan hebben met de medewerking van de verschillende actoren die bij onze activiteiten betrokken zijn: medewerkers, leveranciers, onderaannemers, overheden, opdrachtgevers ... Samen aan de verandering werken, is de sleutel van het succes van een duurzame strategie. DOD 17 wijst ons de te volgen weg. In deze geest heeft de groep CFE van bij het begin verschillende (interne en externe) stakeholders bij haar denkoefening rond duurzaamheid betrokken. Om een coherente aanpak te verzekeren, hebben DEME, CFE Contracting en BPI trouwens met dezelfde adviesbureaus voor duurzaamheid samengewerkt.
DEME, dat de DOD's sinds 2017 implementeert, heeft in haar duurzaamheidsbenadering een reeks thema's en acties ontwikkeld waarmee ze aan de zeventien DOD's kan bijdragen. Al deze thema's en acties worden gedetailleerd beschreven in het Duurzaamheidsverslag 2020 van DEME. Op het niveau van de groep CFE werden de DOD's 3-7-8-9-11-13-14- 16 en 17 en de bijbehorende acties het relevantst bevonden.
DEME heeft haar ESG-beleid op twee krachtlijnen gebaseerd:
• 'Duurzame commerciële oplossingen ontwikkelen', door oplossingen voor te stellen en partnerschappen te vormen die de overgang naar een koolstofarme, circulaire en veerkrachtige economie bevorderen. Met haar programma 'Explore' wil DEME met verschillende partners
in en buiten de sector samenwerken om duurzame en holistische oplossingen te vinden. Deze krachtlijn focust op de ontwikkeling van een portfolio van activiteiten en diensten die wezenlijk, direct en expliciet aan een of meer DOD's bijdragen.
• 'Uitblinken in onze activiteiten', door de koolstofvoetafdruk en de milieu-impact van onze werking te verminderen en een eersterangs werkgever te zijn. Het programma 'Excel' vindt dankzij een innoverende aanpak de best mogelijke toepassingen van het wetenschappelijke onderzoek en de bestaande technologieën. De dimensie 'Excel' moet dus verzekeren dat de uitvoering van de projecten niet alleen efficiënt en rendabel maar ook duurzaam is.
Bij DEME was de implicatie en de steun van alle medewerkers een drijvende factor voor het bepalen van de duurzame doelstellingen. Het resultaat van deze uitgebreide en systematische raadpleging van de interne en externe stakeholders, die al in 2017 begon, is een reeks van acht kernthema's voor DEME, de drivers van onze duurzaamheidsprestatie. Dankzij de definitie van deze acht thema's kan de onderneming haar beslissingen afstemmen op de DOD's waarop DEME de grootste impact heeft.
De acht thema's zijn: 'Climate & Energy', 'Capital Nature', 'Sustainable innovation', 'Waste and ressource management', 'Health, safety & well-being', 'Diversity and opportunity', 'Ethical business' en 'Local communities'.
Al deze thema's worden gedetailleerd beschreven in het Duurzaamheidsverslag van DEME (www.deme-group.com/sustainability).
Tegelijkertijd is het essentieel dat DEME – een wereldbedrijf dat op tal van plaatsen en sites werkt – goede betrekkingen met alle stakeholders onderhoudt maar ook alle interveniënten sensibiliseert voor de duurzaamheidsaanpak van de onderneming.
In 2019 heeft DEME een eerste materialiteitsmatrix ontwikkeld om de prioriteiten te identificeren en te evalueren volgens hun belang voor de interne en externe stakeholders en hun impact op het commerciële succes van DEME.
In 2020 heeft DEME haar strategie voor duurzame ontwikkeling verder uitgebreid met een operationeel kader, samengesteld uit een reeks duidelijk gedefinieerde programma's die de 8 kernthema's en de bijbehorende ambities op lange termijn concreter maken. Deze programma's houden rechtstreeks verband met de activiteiten van DEME.
Deze duurzame programma's leggen de link tussen de duurzame strategische visie van DEME (visie op lange termijn) en de concrete jaarlijkse actieplannen.
In de praktijk heeft DEME voor elk van de acht thema's (Excel en Explore) ten minste één programma gedefinieerd. Elk programma loopt over een periode van 3 tot 5 jaar en heeft zijn eigen indicatoren en ambitie, samen met een link met de jaarlijkse actieplannen.
In de loop van 2019 hebben CFE Contracting en BPI Real Estate een gestructureerd beleid rond de ESG-thema's gedefinieerd. Na een grondig onderzoek bij de stakeholders, met inbegrip van het personeel, werden de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD) 3, 4, 7, 8, 11, 12, 13, 16 en 17 als richtsnoeren gekozen. Deze materialiteitsoefening heeft een heldere en duurzame visie opgeleverd met prioritaire doelstellingen en de basis gelegd voor een actieplan en voor key performance indicators. Dit alles werd op 3 december 2019 door de Raad van Bestuur gevalideerd. De doorlopende raadpleging van de verschillende stakeholders en in het bijzonder van het personeel verzekert een perfecte steun voor dit ESG-beleid.
Na de definitie van hun 10 duurzame prioriteiten in 2019 hebben CFE en BPI real estate van het jaar 2020 gebruikgemaakt om een concreet actieplan en een effectief systeem voor de monitoring van KPI's in te voeren. Zo heeft elke dochteronderneming zich de duurzaamheidconcepten eigen kunnen maken, om ze in haar dagelijkse werking op te nemen.
Vertrekkend van deze visie leggen CFE Contracting en BPI real estate meer en meer contacten met de verschillende stakeholders, zoals de klanten en de leveranciers, om op basis van deze waarden echte duurzame partnerschappen te vormen. Tegelijkertijd hebben we verscheidene acties uitgestippeld om onze onderaannemers vertrouwd te maken met onze duurzame visie en hen aan te sporen om ons erin te volgen. Als volgende stap zullen we al onze partners in onze bouwprojecten nog
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
meer bij onze duurzame benadering betrekken, zodat we samen een positieve impact zullen hebben op de wereld van morgen.
Voor de meer complexe thema's, zoals het materiaaltransport of de circulariteit, verkiezen we voorlopig de analyse van proefprojecten boven het gebruik van KPI's.
CFE Contracting en BPI real estate hebben van bij het begin duidelijke doelstellingen bepaald voor elk van de prioritaire thema's (thema's met hoge materialiteit). Om over een meer concrete basis te beschikken, heeft CFE Contracting zich aangesloten bij de Belgian Alliance for Climate Action. Ze onderschrijft daarmee het initiatief Science Based Targets. Deze aanpak zal het mogelijk maken om duurzame doelstellingen te valideren die beantwoorden aan de ambities van de akkoorden van Parijs.
Het ESG-beleid van CFE Contracting en BPI real estate stoelt op 11 prioritaire doelstellingen, verzameld in de vier volgende kernthema's: 'Build for the future', 'Be a great place to work', 'Offer innovative solutions', 'Towards climate neutrality'.
Elk thema verzamelt een reeks doelstellingen. Het verband met de DOD's blijft altijd bewaard, om te verzekeren dat de doelstelling in de logica van de zeventien DOD's past.
Om de aanpak van DEME, CFE Contracting en BPI real estate te harmoniseren, is een concordantiematrix opgesteld waarmee men gemakkelijk verbanden kan leggen tussen de thema's van DEME en die van CFE Contracting en BPI real estate. Om de lezing van het jaarverslag te vergemakkelijken, wordt de naam van de thema's van CFE Contracting en BPI real estate behouden in het schema van de waardecreatie en in de verschillende illustratieve hoofdstukken.
In dit jaarverslag worden dus veel voorbeelden gegeven van projecten of concrete acties die het engagement van de Groep CFE voor deze verschillende thema's duidelijk illustreren (zie pagina 15).
| Thema DEME | Bijbehorende DOD | Thema CFE Contracting & BPI | Bijbehorende DOD | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Natural Capital | 6-14-15 | |||||||
| Waste and resource management | 12 | Build for the future | 6-9-10-11-12 | |||||
| Local communities | 1-2-11 | |||||||
| Health & wellbeing | 3 | |||||||
| Diversity and opportunity | 4-5-8-10 | Be a great place to work | 3-4-5-8-10-16 | |||||
| Ethical Business | 16 | |||||||
| Sustainable innovation | 9 | Offer innovative solutions | 8-9 | |||||
| Climate & Energy | 7-13 | Towards Climate neutrality | 7-13-15 | |||||
| Partner For Change - SDG 17 |
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
De analyse van de opportuniteiten is voor de drie polen even belangrijk als de analyse van de risico's van onze beroepen. De duurzaamheidsstrategieën – en de materialiteitsoefening die de thema's met de grootste impact op elk van de polen bepaalt – zijn in die zin ontwikkeld.
Om de belangrijkste doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en de duurzaamheidsthema's waarop wij de grootste impact hebben te bepalen, werd in 2017 en 2018 uitvoerig met de stakeholders overlegd:
Dankzij al deze raadplegingen konden we de belangrijkste risico's en opportuniteiten van DEME bepalen. Het zijn:
Dit uitvoerige overleg met de stakeholders en het aanvullende onderzoek hebben een materialiteitsmatrix opgeleverd die de belangrijkste prioriteiten weerspiegelt, volgens de commerciële impact en het belang voor onze stakeholders. De beoordeling van de materialiteit heeft ons geholpen om onze strategie voor duurzame ontwikkeling te definiëren, resulterend in acht kernthema's voor duurzame ontwikkeling als drivers van onze duurzaamheidsprestatie.
Het bepalen van deze prioriteiten zal ons helpen om onze commerciële beslissingen af te stemmen op de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen waarop DEME de grootste impact kan hebben.
Sommige thema's werden gebundeld. Zo werden de thema's 'Health & well-being' en 'Safety' verzameld in één enkele doelstelling: 'Health, safety & well-being' Ook 'Climate adaptation', 'Energy efficiency' en 'Renewable energy resources' werden samengebracht in de doelstelling 'Climate & energy'.
In lijn met zowel de operationele als de strategische benadering zijn de acht thema's systematisch in die twee richtingen uitgewerkt (Excel en Explore). Met deze doelstellingen kan DEME een reële duurzame waarde creëren. De acht thema's zijn: 'Climate & Energy', 'Capital Nature',
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
'Sustainable innovation', 'Waste and resource management', 'Health, safety & well-being', 'Diversity and opportunity', 'Ethical business' en 'Local communities'. Al deze thema's worden gedetailleerd beschreven in het Duurzaamheidsverslag van DEME (www.deme-group.com/sustainability).
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' voor de realisatie van onze klimaat- en energievisie focust op de infrastructuur. Wij bouwen aan een infrastructuur die klaar is voor de klimaatverandering en beter is aangepast aan de onzekerheden van het klimaat. Bovendien bevorderen we de energietransitie door onze oplossingen voor hernieuwbare energie te ontwikkelen. Wij blijven nieuwe maritieme oplossingen voor energieproductie verkennen. Samen maken deze projecten betaalbare energie toegankelijker, versterken ze het aandeel van hernieuwbare bronnen en verhogen ze de energie-efficiëntie.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' om klimaatneutraal te worden, is al begonnen, met een evolutie naar klimaatneutrale schepen en programma's die de uitstoot van broeikasgassen in de waardeketen van onze projecten verlagen.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' streeft naar partnerschappen met meerdere partijen en naar inter- en intra-industriële samenwerkingen voor de transitie naar een duurzame ontwikkeling en holistische oplossingen.
Onze benadering 'Excel' verbetert het wetenschappelijke onderzoek, moderniseert de technologische capaciteiten en moedigt duurzame ontwikkeling en innovatie in onze projecten aan.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: met onze benadering 'Explore' verbinden we ons tot integer zakendoen, om elke vorm van corruptie of fraude actief en proactief te voorkomen. Ons ethisch engagement maakt deel uit van onze STRIVE-waarden.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering 'Excel' bestaat erin dat wij een ethische mentaliteit in onze organisatie integreren en alleen samenwerken met derden die dezelfde normen toepassen. Dit omvat maar beperkt zich niet tot het respect voor de Rechten van de Mens zoals de Universele Verklaring van de Verenigde Naties ze heeft vastgelegd.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' van gezondheid, veiligheid en welzijn ontwikkelt duurzame infrastructuren die de welvaart en het welzijn ten goede komen en een veilige omgeving verzekeren.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering "Excel" creëert een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen die bij onze activiteiten betrokken is.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' mikt op de preventie en beperking van de vervuiling van de zee, terwijl we zones in zee, aan de kust en in het binnenland, bevaarbare waterwegen en ecosystemen op het land op duurzame wijze weer tot leven brengen en herstellen.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering 'Excel' mikt op een samenwerking met de natuur om de milieu-impact van onze activiteiten tot het minimum te beperken en in de mate van het mogelijke een positieve netto-impact te hebben op de biodiversiteit en de ecosystemen.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' werkt aan een transitie in de keuze van hulpbronnen, met het oog op de uitbreiding van een duurzaam aanbod van hulpbronnen.
Operationele uitmuntendheid: onze benadering 'Excel' van afval en hulpbronnen levert duurzame alternatieven voor bouwmaterialen en mineralen. Onze technologie hergebruikt het afval van materialen na hun verwerking, om een efficiënt en circulair materiaalgebruik in het geheel van de projecten te maximaliseren.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' van de diversiteit steunt op de opportuniteit van het creëren van fatsoenlijke banen en op de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling binnen de groep, afhankelijk van de kwalificaties, de ervaring en de juiste opleidingen. Operationele uitmuntendheid: onze benadering 'Excel' garandeert een inclusieve werkplek waar iedereen gelijk, met waardigheid en met respect wordt behandeld. Bovendien versterken wij de competenties van de medewerkers door de ontwikkeling van talenten te bevorderen en duurzame ontwikkeling in de hand te werken.
Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering 'Explore' wil de weerstand van de gemeenschappen tegen economische, ecologische en maatschappelijke uitdagingen versterken. Operationele uitmuntendheid: onze benadering 'Excel' creëert samenwerkingsrelaties met de plaatselijke gemeenschappen door middel van raadpleging, engagement en participatie.
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
De huidige grote trends voor de bouwsector en het vastgoed zijn:
Het interne overleg heeft een dertigtal concrete doelstellingen opgeleverd voor deze verschillende categorieën van risico's of opportuniteiten. Om ons deze doelstellingen eigen te maken en een interne en externe communicatiecampagne voor CFE Contracting en BPI te ontwikkelen, werden de doelstellingen in vier duidelijke thema's ingedeeld die de visie van CFE Contracting en BPI op duurzame ontwikkeling definiëren: 'Build for the future', 'Be a great place to work', 'Offer innovative solutions', 'Towards climate neutrality'. Al deze thema's steunen op het idee van partnerschap. Het verband met de DOD's blijft altijd bewaard, om te verzekeren dat de doelstelling in de logica van de zeventien DOD's past.
Als ontwerpers en bouwers zijn wij de cruciale actoren om de stad van morgen te bedenken en aan haar transformatie mee te werken. Een andere visie op de manier van werken, in een streven naar duurzaamheid, creëert tal van nieuwe kansen. Door de gebruikte materialen duurzaam te selecteren, de productie van afval te beperken, te recyclen of circulair te denken, kunnen we de bouwmethoden duurzaam aanpassen. Modulariteit en prefabricage beperken niet alleen het afval maar verbeteren ook de arbeidsomstandigheden van de medewerkers en beperken de hinder voor de buurt. Tot slot is het van fundamenteel belang dat we onze constructies en hun verschillende technische elementen van bij het ontwerp optimaliseren. Rekening houden met het onderhoud, de levensduur van de technische elementen en de kosten in de volledige levenscyclus is een relevante keuze voor een weldoordachte en duurzame bouw. De belangrijkste doelstellingen in dit opzicht zijn: 'Waste and packaging reduction', 'Modular & circular principles in our projects', 'Water management', 'Ease of maintenance' en 'Re-use or recycling of construction waste'.
| OUR MAIN OBJECTIVES TO BUILD FOR THE FUTURE | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| WASTE AND PACKAGING REDUCTION | ∙ | ∙ | ||||
| MODULAR & CIRCULAR PRINCIPLES IN OUR PROJECTS | ∙ | ∙ | ∙ | ∙ | ||
| WATER MANAGEMENT | ∙ | ∙ | ||||
| EASE OF MAINTENANCE | ∙ | ∙ | ∙ | |||
| RE-USE OR RECYCLING OF CONSTRUCTION WASTE | ∙ | ∙ | ||||
| ECOFRIENDLY CONSTRUCTION MATERIALS USE | ∙ | ∙ | ||||
| ANTICIPATION OF CLIMATE RISKS IN OUR PROJECTS | ∙ | ∙ | ||||
| PARTNERSHIPS WITH NGO OR LOCAL ASSOCIATIONS | ∙ | ∙ | ∙ | |||
| SUSTAINABLE INFRASTRUCTURE UPGRADE | ∙ | ∙ | ||||
| PUBLIC PRIVATE INVESTMENTS | ∙ | ∙ | ||||
| RELATIONSHIPS WITH AFFECTED NEIGHBORHOODS | ∙ | ∙ |
De menselijke factor is meer dan ooit een centraal aandachtspunt voor CFE Contracting en BPI. Het welzijn en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van alle medewerkers en alle actoren in onze projecten zijn volstrekte prioriteiten. Daarnaast is het essentieel dat elke medewerker zijn talenten kan ontwikkelen en naargelang zijn competenties in onze organisatie kan groeien. CFE stelt alles in het werk om een klimaat van vertrouwen te ontwikkelen dat elke medewerker de kans geeft om zijn competenties ten volle te verruimen en zo bij te dragen aan een gezonde bedrijfscultuur. Want zijn tevreden medewerkers niet de beste ambassadeurs om nieuwe talenten aan te trekken? Natuurlijk moet ook iedereen de fundamentele waarden van respect, transparantie en integriteit waarmaken en uitdragen. De belangrijkste doelstellingen in dit opzicht zijn: 'Health and safety',
'Decent working conditions for all', 'Talent attraction, training & retention', 'Strong corporate governance' en 'Career development for all employees'.
| OUR MAIN OBJECTIVES TO BE A GREAT PLACE TO WORK | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| HEALTH & SAFETY | ∙ | ∙ | |||||
| DECENT WORKING CONDITIONS FOR ALL | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| TALENT ATTRACTION, TRAINING & RETENTION | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| STRONG CORPORATE GOVERNANCE | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| CAREER DEVELOPMENT FOR ALL EMPLOYEES | ∙ | ∙ | ∙ | ||||
| CLEAR SUSTAINABILITY REPORTING | ∙ | ∙ | |||||
| DIVERSITY & INCLUSION | ∙ | ∙ | ∙ |
LEAN, dat al op de meeste van onze bouwplaatsen wordt toegepast, kan naar alle activiteiten worden uitgebreid. De digitalisatie, de doorlopende verbetering van onze processen, het zoeken naar innoverende oplossingen in onze projecten en in het geheel van de productieketen zijn stuk voor stuk benaderingen om onze activiteiten in een geest van duurzaamheid te herzien. In deze context hebben we vier doelstellingen gekozen: 'Innovation across our businesses & supply chains', 'Product as a service', 'Implementation of LEAN philosophy', 'Administrative procedures simplification'.
| OUR MAIN OBJECTIVES TO OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS | |||
|---|---|---|---|
| INNOVATION (ACROSS OUR BUSINESSES & SUPPLY CHAINS) | ∙ | ∙ | ∙ |
| "PRODUCT AS A SERVICE" IN OUR BUSINESS OFFERINGS | ∙ | ∙ | |
| IMPLEMENTATION OF THE LEAN PHILOSOPHY IN EACH ACTIVITY | ∙ | ∙ | |
| ADMINISTRATIVE PROCEDURES SIMPLIFICATION | ∙ | ∙ |
CFE Contracting en BPI zijn alert voor de impact van hun werk op de samenleving en het milieu. Het domein van het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor de medewerkers en de materialen ontwikkelen. Daarnaast werken we aan de optimalisatie van het transport van de materialen en van het afval. De beperking van de CO2 -productie impliceert ook een reductie van de uitstoot van onze zetels, kantoren en werfmachines, samen met een geoptimaliseerd gebruik van hernieuwbare energie. De belangrijkste doelstellingen in dit opzicht zijn: 'Material and waste transport optimisation', 'GHG emissions reduction (fleet – offices & sites – equipment)', 'Alternative transport modes promotion', 'Renewable energy procurement & production' en 'Biodiversity'.
| OUR MAIN OBJECTIVES TO GO TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY | ||||
|---|---|---|---|---|
| MATERIAL AND WASTE TRANSPORT OPTIMISATION | ∙ | ∙ | ||
| GHG EMISSIONS REDUCTION (FLEET) | ∙ | ∙ | ||
| ALTERNATIVE TRANSPORT MODES PROMOTION | ∙ | ∙ | ||
| 100% RENEWABLE ELECTRICITY PROCUREMENT | ∙ | ∙ | ∙ | |
| GHG EMISSIONS REDUCTION (OFFICES & SITES) | ∙ | ∙ | ||
| RENEWABLE ENERGY PRODUCTION | ∙ | ∙ | ∙ | |
| GHG EMISSIONS REDUCTION (EQUIPMENT) | ∙ | ∙ | ||
| BIODIVERSITY | ∙ | ∙ | ||
| ENERGY STORAGE | ∙ | ∙ | ||
| SOIL POLLUTION | ∙ | ∙ |
De jaarlijkse evaluatie van de materialiteit stelt ons in staat om de impact van de verschillende doelstellingen regelmatig opnieuw te evalueren en zo op de meest strategische punten te focussen, altijd in een geest van doorlopende verbetering. Deze evaluatie vereist niet alleen een interne analyse maar ook een besef van de reële behoeften van de buitenwereld en van haar evolutie.
Elke doelstelling (zoals vermeld in punt 4.4) is opgenomen in een materialiteitsmatrix die rekening houdt met het belang voor de verschillende stakeholders en met de impact op de business. Op die manier wordt het belang van een doelstelling voor de verschillende stakeholders beoordeeld. Er zijn drie niveaus van belangrijkheid: laag, gemiddeld en hoog. Als aanvulling op de interne raadpleging van de medewerkers werden de huidige trends in de sector in aanmerking genomen.
De medewerkers werden in heel het proces bij het initiatief betrokken, ook bij het bepalen van de materialiteit.
Wat de beoordeling van het belang van de doelstellingen in termen van de impact op de business betreft, werd de analyse gemaakt in overleg met de executief comités van CFE Contracting. Op basis van hun diepgaande kennis van hun vak werd de impact van elke doelstelling als laag, gemiddeld of hoog gekwantificeerd.
Door deze gegevens samen te voegen, konden we de voor CFE Contracting en BPI relevantste doelstellingen identificeren. Aangezien de middelen om een impact op de doelstellingen te hebben sterk verschillen tussen de twee polen, lag het voor de hand dat zij elk een eigen materialiteitsindex zouden opstellen. De materialiteitsindex van BPI wordt in het volgende hoofdstuk meer gedetailleerd behandeld.
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
Alle doelstellingen met een hoge materialiteit (prioritaire doelstellingen), die dus een grote impact hebben op de business van CFE Contracting en BPI en zeer belangrijk zijn voor de stakeholders, zullen het voorwerp van een bijzondere follow-up zijn. Voor elk van deze doelstellingen zijn maatregelen op korte, middellange en lange termijn bepaald. Met behulp van specifieke KPI's zal de impact van die maatregelen worden gevolgd, wat een heldere communicatie mogelijk zal maken, zowel intern als met alle stakeholders.
Bepaalde doelstellingen met gemiddelde materialiteit zullen op dezelfde manier als de doelstellingen met hoge materialiteit worden behandeld. De andere doelstellingen met gemiddelde materialiteit, en die met lage materialiteit, zullen in eerste instantie geen bijzondere follow-up krijgen.
De prioritaire doelstellingen hebben betrekking op alle domeinen van duurzaamheid. Voor CFE Contracting betreft dit in het bijzonder de gezondheid en de veiligheid – in de ruime betekenis – van alle medewerkers; de optimalisatie van het transport van materialen en afval; de beperking van afval en vooral de verpakkingen van materialen; het verzekeren van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor alle arbeiders; het aantrekken, behouden en opleiden van talent; de toepassing van een krachtige governance en het stimuleren van innovatie op alle niveaus van de productieketen.
De drie relevantste doelstellingen met gemiddelde materialiteit worden op dezelfde manier behandeld. Het zijn meer bepaald: 'Career development', 'Clear sustainability reporting' en 'Alternative transport modes promotion'.
De menselijke factor is een centraal aandachtspunt voor de groep CFE. Aandacht voor de veiligheid zit in het DNA van de groep, want iedereen wil na het werk veilig weer naar huis. Ook het welzijn en de gezondheid (in de ruime betekenis) van alle medewerkers is essentieel. Preventie, sensibilisering en opleiding zijn de beste instrumenten om ze te verzekeren. In dezelfde geest moet de geestelijke en lichamelijke gezondheid van alle medewerkers worden gevrijwaard. Het evenwicht tussen het werk en het privéleven van de medewerkers krijgt een bijzondere aandacht. Ieders welzijn is een werk van elke dag, met in elke entiteit meerdere concrete acties in de loop van het jaar. De prioritaire doelstellingen voor deze thema's zijn: 'Health & safety: Provide a safe and healthy workplace for all & Continuously work on a healthy work-life balance for both our office and on site workers' en 'Reduce traffic time to and from site or office'.
De verschillende actoren van onze projecten en vooral de onderaannemers moeten dezelfde aandacht krijgen. Het corporate governance charter en de procedures bevatten minimale maatregelen op het vlak van ethiek, niet-discriminatie en eerbiediging van de mensenrechten. Daarnaast is het onze verantwoordelijkheid als onderneming om te verzekeren dat elke persoon die bij onze projecten betrokken is fatsoenlijk wordt behandeld.
De prioritaire doelstelling voor dit thema is: 'Guarantee respectful and decent working conditions for all'.
De grootste waarde van onze groep ligt bij de mannen en vrouwen die bij ons werken. Het is vandaag de dag erg moeilijk om bekwame nieuwe medewerkers te vinden. Daarom is het uiterst belangrijk dat wij een favoriete werkgever blijven, zodat we bekwame en gemotiveerde mensen kunnen aantrekken en behouden die er trots op zijn dat ze bij de groep CFE horen. De opleiding en de individuele begeleiding van elke medewerker, ongeacht zijn of haar statuut, zijn even belangrijk om in de groep CFE een klimaat van vertrouwen en ontplooiing te ontwikkelen en een echte bedrijfscultuur te creëren.
De prioritaire doelstellingen voor deze thema's zijn: 'Inspire people to join our company', 'Provide training opportunities, both for our office and on site workers' en 'Follow-up personal career development for all employees'.
CFE Contracting is ook gevoelig voor de impact van haar werk op de samenleving en het milieu. Het domein van het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor materialen en afval ontwikkelen.
Uit dat oogpunt zijn de prioritaire doelstellingen voor deze thema's: 'Optimise materials and waste transport systems' en 'Promote and stimulate the use of alternative transport modes for our employees'.
Op onze bouwplaatsen en in onze kantoren verdient de afvalbeperking bijzondere aandacht. Naast hergebruik, recycling of een circulaire visie op de materialen moeten we het geproduceerde afval zoveel mogelijk beperken. Dat doen we door een weldoordachte verbruikscultuur te ontwikkelen maar ook door onze partners bij de benadering te betrekken. Dat geldt zowel voor de materialen als voor de optimalisatie en vermindering van de verpakkingen. Dat laatste punt vereist uiteraard een nauwe samenwerking met onze belangrijkste leveranciers.
De prioritaire doelstelling voor dit thema is: 'Collaborate (with suppliers) to reduce packaging waste and reduce waste in general'.
Tot slot verzekert CFE Contracting een krachtige governance met behulp van een charter en concrete procedures.
De prioritaire doelstelling voor dit thema is: 'Develop a governance model based on integrity and respect and fight social fraud'.
Om een totale transparantie en een heldere rapportage over de duurzaamheid te verzekeren, zullen we een regelmatige interne communicatie met alle medewerkers invoeren. De implementatie van specifieke KPI's voor elke doelstelling maakt een echte transparantie mogelijk en stelt ons in staat om de geboekte vooruitgang en de impact van de genomen maatregelen recurrent te beoordelen. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: 'Transparently communicate on our sustainable performance and progress'.
Al deze doelstellingen vereisen een nauwe samenwerking tussen de entiteiten en alle andere partners. Bovendien moeten we innovatie niet alleen in onze verschillende activiteiten aanmoedigen maar ook in het geheel van de waardeketen. De openheid voor de buitenwereld en voor andere partners mag niet worden verwaarloosd. Innovatie wordt immers ook bevorderd door partnerschappen met andere actoren in de sector, zoals de VAB, onderzoekscentra, universiteiten en leveranciers, en ook door het delen van kennis tussen de verschillende entiteiten en beroepen van de groep.
De prioritaire doelstelling voor dit thema is: 'Develop systemic innovative solutions across our divisions and throughout our supply chains'.
Hun onderlinge synergie stelt de twee polen in staat om van bij het begin gebouwen te ontwerpen met een innovatieve aanpak van de architectuur of de stabiliteit en de speciale technieken. De introductie van nieuwe materialen, de modulariteit of de circulariteit is daarbij een doel op zich. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: 'Incorporate modular and circular principles in our project design'.
Omdat hun activiteitsdomeinen nauw met elkaar verbonden zijn, werken CFE Contracting en BPI real estate van bij het begin samen aan de ontwikkeling van hun duurzaamheidsstrategie. BPI real estate heeft dan ook deelgenomen aan alle stappen van de uitwerking van de strategie (zie vorig hoofdstuk) en blijft actief vertegenwoordigd in de sustainability board. Deze werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende dochterondernemingen van CFE Contracting en BPI real estate, vergadert elke maand. Ze heeft onder meer tot doel best practices uit te wisselen, de duurzaamheidsstrategie in de verschillende dochterondernemingen te monitoren en het Executief Comité over de duurzaamheidsthema's te adviseren.
Als ontwikkelaar van vastgoedprojecten beseft BPI dat haar duurzame impact al bij het concept van een nieuw project begint.
BPI real estate heeft de volgende thema's als prioritair voor haar strategie gedefinieerd:
Om in deze domeinen optimaal te presteren, mikt BPI Real Estate in essentie op innovatie. Al deze thema's hebben betrekking op het geheel van de waardeketen van de bouwprojecten van BPI real estate en geven het concept samenwerking zijn volle betekenis.
De verschillende voorbeelden en projecten die op pagina [15] worden gepresenteerd, tonen de aandacht die de drie polen al opbrengen voor de verschillende thema's en doelstellingen.
Het werken met duidelijke KPI's en een zo stipt mogelijke monitoring is een prioriteit voor de drie polen van de groep. Dit maakt het immers mogelijk het effect van de ondernomen acties zo snel mogelijk te beoordelen en ze eventueel aan te passen.
Deze gegevensverzameling gaat samen met een uitlijning van de acties per pool in de verschillende entiteiten, om een significante impact te verzekeren. Op die manier wordt voorrang gegeven aan gestructureerde doelstellingen en acties.
Tot slot willen de drie polen de duurzaamheid bij alle medewerkers verankeren, zodat ze een echte bedrijfscultuur wordt. Dat gebeurt met gerichte acties voor zowel grootschalige projecten als eenvoudige, kleine ingrepen in de dagelijkse praktijk. Die laatste, hoe eenvoudig ook, maken de sensibilisering van alle medewerkers mogelijk. Vervolgens is ook de integratie van alle schakels van de productieketen in deze aanpak van fundamenteel belang.
De basis van het complianceprogramma van DEME is de gedragscode voor ethiek en integriteit. Deze code weerspiegelt de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem 'STRIVE': Security, Technical Leadership, Respect & Integrity, Innovation, Value Creation and Environment (veiligheid, technisch leiderschap, respect en integriteit, innovatie, waardecreatie en milieu). Naast de naleving van de wet, een conditio sine qua non, zijn respect en integriteit van het allergrootste belang voor alle mensen van DEME en iedereen die met DEME wil samenwerken, moet dezelfde normen respecteren.
Ondanks de COVID-19-crisis is DEME in 2020 een veerkrachtige onderneming gebleken. DEME heeft grote bijkomende inspanningen geleverd om de continuïteit van de activiteiten te verzekeren, het welzijn van de medewerkers altijd voorrang te geven en deze zeer uitzonderlijke wereldwijde omstandigheden als motor voor innovatie te gebruiken.
Ondanks de COVID-19-crisis konden vrijwel alle projecten in de loop van 2020 worden voortgezet. Al het mogelijke werd gedaan om de bemanningswissels te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door personeel vrij te maken om een taskforce en een extractieteam samen te stellen, waarbij meer dan 5 operationele schepen werden omgeleid en 10 vliegtuigen werden gecharterd. Daarnaast werden grote inspanningen geleverd om effectieve COVID-19-tests te organiseren, gecombineerd met een systeem met periodes van pre-quarantaine, om te verzekeren dat de bemanningen en de projectteams veilig konden blijven werken. Er werd ook een programma van 7 weken over mentale veerkracht en gezondheid uitgerold voor alle medewerkers van DEME. Tot slot werd een specifieke interne innovatiecampagne georganiseerd om de optimalisatie van onder meer het digitale beheer, de virtuele aanwezigheid en de teams voor de aanbestedingen op afstand te maximaliseren en te beveiligen. Op die manier is DEME erin geslaagd om – ondanks de mondiale crisis – in 2020 de overstap te maken van 'business as usual' naar 'het nieuwe normaal'.
Een veilige en gezonde werkplek voor alle betrokkenen bij de projecten van DEME blijft een constant aandachtspunt. Door de aard van haar activiteiten moet DEME soms in zeer moeilijke omstandigheden werken. DEME legt al haar werknemers een zeer hoge veiligheidsnorm op. Het is de bedoeling dat op de schepen en de andere werkplekken geen enkel ongeval gebeurt.
Dat wordt doorlopend gemonitord met proactieve KPI's (zoals observaties en inspecties) en reactieve KPI's (zoals tijdig gemelde incidenten). Elke potentieel gevaarlijke situatie wordt geanalyseerd om de risico's op een aanvaardbaar peil te houden.
Deze specifieke veiligheidsparameters worden in elk directieteam en in de Raad van Bestuur gevolgd. De realisatie van de doelstellingen voor de veiligheid is opgenomen in het bonusbeleid.
In de COVID-19-crisis heeft DEME in 2020 ook gefocust op de mentale gezondheid en het welzijn van alle werknemers, met onder meer een specifiek online programma over veerkracht en geestelijke gezondheid, een programma voor de bijstand van de bemanningsleden en hun families in samenwerking met de preventieadviseur, en diverse initiatieven voor de sociale cohesie. De operationele impact van COVID-19 wordt dagelijks gevolgd door een speciaal team dat aan de directie rapporteert.
Bovendien werd net als in de vorige jaren een grote aandacht gewijd aan de werving, de opleiding en het behoud van het personeel. DEME werd in 2020 in de Randstad Awards voor het tweede opeenvolgend jaar en de derde keer in vier jaar tijd uitgeroepen tot aantrekkelijkste werkgever van België. Die bekroning is gebaseerd op de resultaten van een peiling bij 12.000 Belgen van 18 tot 65 jaar. DEME staat in de top drie voor de criteria financiële gezondheid, werksfeer, reputatie en gebruik van nieuwe technologieën.
DEME wijdt eveneens veel aandacht aan de plaatselijke gemeenschappen in de landen waar ze actief is en draagt bij aan diverse sociale projecten. Tot slot schaart DEME zich achter de Verklaring van de Rechten van de Mens.
De klimaatverandering is een van de grootste dreigingen voor onze planeet en onze samenleving. De stijging van de temperaturen op wereldschaal als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen leidt tot een stijging van de zeespiegel, een verwarming van het oppervlak van de oceaan en een toename van extreme weersverschijnselen met droogte, (bos)branden en overstromingen tot gevolg. Tegelijkertijd bestaat er een groeiende behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzame energie.
De installatie van offshore windparken, waarin DEME een leidersrol speelt, draagt beduidend bij aan de bestrijding van de klimaatverandering en de transitie naar hernieuwbare energie. In 2020 heeft DEME bijgedragen aan de offshore projecten Borsele 1 & 2, SeaMade, Moray East, Triton Knoll en East Anglia One. DEME heeft in januari 2020 een belangrijke mijlpaal bereikt met de installatie van de 2200ste windturbine. Sinds de installatie van de allereerste turbines in de Baltische Zee, in 2000, heeft DEME turbines in alle maten en vormen geïnstalleerd in 46 windparken in Europa en China.
DEME werkt ook aan andere vormen van duurzame energie, zoals de productie, de opslag en het transport van groene waterstof. Ze is een pionier met diverse initiatieven 'van wind en zon naar waterstof ', zoals HYPORT® Oostende, HYPORT® Duqm en PosHYdon.
HYPORT® Oostende werd in januari 2020 in samenwerking met de Haven van Oostende en PMV gestart. Het doel is ambitieus: de inbedrijfstelling tegen 2025 van een fabriek voor groene waterstof in de Belgische haven.
DEME Concessions en haar plaatselijke partners in Oman hebben een exclusieve samenwerking bekendgemaakt voor de ontwikkeling van een park voor groene energie en een fabriek voor groene
waterstof in Duqm. Deze installatie zal in grote mate bijdragen tot de decarbonisatie van de regionale chemische industrie en zal ook groene waterstof en/of derivaten zoals groene methanol of ammoniak aan internationale klanten leveren.
Tot slot neemt DEME deel aan PosHYdon, een proefproject voor offshore waterstof. PosHYdon combineert op het platform Q13a van Neptune Energy drie energiesystemen op de Noordzee: offshore windkracht, offshore gas en offshore waterstof. Dit is het eerste volledig geëlektrificeerde productieplatform van de Nederlandse Noordzee.
DEME heeft bovendien verbeteringsprogramma's om de milieu-impact tijdens de uitvoering van de projecten verder te beperken. Specifieke programma's mikken op de verdere reductie van de uitstoot van broeikasgassen die aan de klimaatverandering bijdragen, en van andere verontreinigende stoffen die de lokale luchtkwaliteit aantasten.
Aangezien meer dan 90 % van de uitstoot van broeikasgassen aan het brandstofverbruik van de schepen kan worden toegeschreven, voert DEME een investeringsplan over meerdere jaren uit om haar vloot van de meest geavanceerde technologie te voorzien en brandstoffen met lage emissie te gebruiken, zoals LNG, biodiesel en de toekomstige ecologische brandstoffen met waterstof, zoals groene methanol en groene waterstof. Daarnaast werkt DEME continu aan de verbetering van de energie-efficiëntie van de volledige vloot door middel van verschillende technologische maatregelen, zoals systemen voor de recuperatie van de warmte van restgassen voor de opwekking van elektrische energie. De nadruk ligt ook doorlopend op de optimalisatie van de processen en de verbetering van de productiviteit. Tot slot heeft DEME zich in 2020 ingespannen om de registratie van haar energiegegevens verder te optimaliseren, een geïntegreerde gegevensstructuur in te voeren en de nodige monitoringtools te ontwikkelen.
In de sector van de infrastructuren draagt DEME eveneens bij tot de verlaging van de uitstoot. Zo heeft DEME (De Vries & van de Wiel) in samenwerking met GMB en Heijmans in april 2020 het netwerk van uitstootvrije infrastructuren gelanceerd, voor de versnelling van de energietransitie, specifiek voor rollend materieel in de sector van de infrastructuren voor vier jaar, wat een bouw met uitstootvrije materialen mogelijk moet maken.
Tot slot heeft DEME specifieke programma's ingevoerd voor een verdere beperking van de impact van onder meer het (onderzeese) lawaai en de troebelheid op het milieu en in het bijzonder het onderzeese leven.
Alle personeelsleden van DEME worden billijk behandeld, met waardigheid en respect, ongeacht hun persoonlijke kenmerken, geloof, nationale of etnische afkomst, cultuur, godsdienst, leeftijd, gender en seksuele geaardheid, geestelijke of lichamelijke vermogens. DEME biedt een werkplek
aan waar alle werknemers billijk en zonder discriminatie worden behandeld.
DEME eerbiedigt en beschermt de mensenrechten in het algemeen, samen met de fundamentele rechten en vrijheden zoals ze in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties gedefinieerd zijn. De groep tolereert nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of verplichte arbeid of mensenhandel. De toepassing van het beleid heeft ervoor gezorgd dat alle partners zich bewust zijn van het belang van de eerbiediging van de mensenrechten en dat zij weten hoe en waar zij eventuele inbreuken kunnen melden.
DEME is vaak actief in landen met een hoger risicoprofiel voor onethische praktijken. De specificiteit van haar activiteiten vereist een grote waakzaamheid opdat de ethische normen altijd zouden worden gerespecteerd. Het is altijd de ambitie om integer zaken te doen en proactief corruptie in om het even welke vorm te voorkomen.
DEME zet zich actief in voor de eerbiediging en bescherming van de arbeidsrechten en de mensenrechten in haar activiteiten. Met dat doel beschikt DEME over een 'code voor ethiek en integer zakendoen', naast verschillende specifieke beleidslijnen ('Compliance beleid en praktijken', 'Mensenrechtenbeleid' en 'Meldingsbeleid en -procedures'). De code voor ethiek en integer zakendoen gaat gepaard met een verplichte jaarlijkse opleiding, met in 2020 een slaagcijfer van 97 % (voor het voltallige personeel met uitzondering van de bemanningsleden). Voor de bemanningsleden werd een aan COVID-19 aangepaste benadering ontwikkeld. In 2020 werden ook inspanningen geleverd voor een diepgaande analyse van de risico's en voor de ontwikkeling van een tool die alle informatie kan leveren die nodig is voor een grondig onderzoek van de belangrijke derden.
Een goede selectie van bureaus, agentschappen en andere derden is bijgevolg een voorafgaande voorwaarde voor men contracten afsluit en de samenwerking begint. Het beleid van DEME voor het respect in het algemeen en de eerbiediging van de mensenrechten in het bijzonder wordt altijd duidelijk in de contracten gedefinieerd. Een voor de bureaus en agentschappen ontwikkelde procedure, die zowel voor als na de aanwerving wordt toegepast, maakt onze normen en de manier waarop ze moeten worden nageleefd zeer zichtbaar.
Regelmatige audits en inspecties van de bureaus, agentschappen en andere derden die personeel op de sites van DEME inzetten, garanderen dat onze normen worden nageleefd en effectief zijn.
DEME heeft een duidelijk beleid om al haar activiteiten integer uit te voeren en elke vorm van corruptie te bestrijden. Naast de ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig complianceprogramma geïmplementeerd dat onder meer een uitgebreid anticorruptiebeleid omvat. Het anticorruptiebeleid is in het kader van dit complianceprogramma opgenomen in het jaarlijkse programma voor de bewustmaking van de werknemers. Het beleid zelf wordt bovendien aangevuld met specifieke procedures die zijn effectiviteit in de dagelijkse werking verzekeren. De due diligence van het beleid tegenover derden, het beleid voor de integriteit van de uitgaande betalingen en het beleid voor de toelevering tot en met de betaling van belangrijke derden, evenals een opleidingsprogramma voor het personeel dat bij dergelijke activiteiten betrokken is, dragen effectief bij tot de strijd tegen fraude en corruptie. DEME is wereldwijd actief, ook in landen met een hogere score
op de 'corruptieperceptie-index'. Mogelijke gevallen van corruptie betekenen een risico voor het imago van de groep. Daarom heeft DEME een due-diligenceprocedure ingevoerd, niet alleen voor dit type landen met hoog risico maar ook voor alle situaties waarin een verhoogd risico van fraude en corruptie bestaat. Om te beginnen raadt DEME aan om zo weinig mogelijk gebruik te maken van sponsors of agenten. Als dat niet kan worden vermeden, moeten deze partijen vooraf worden onderzocht, met een diepgang die afhangt van het risiconiveau. Daarnaast voert de groep een follow-up uit van de derden met wie zij zaken doet. In onze contracten zijn specifieke clausules opgenomen waarin de partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met het door DEME geëiste conformiteitsniveau. Ten slotte verzekert DEME zich ervan dat de deze partijen het beleid en de procedures inzake corruptie effectief naleven. Daarnaast beperkt DEME deze risico's zoveel mogelijk aan de hand van beleidsregels en procedures die iedereen goed kent en die in het geheel van de organisatie worden toegepast.
In termen van de innovatie focust DEME op gezamenlijke waardecreatie door het vormen van partnerschappen met meerdere partijen en door een grotere concentratie op het interne ondernemerschap.
DEME is lid van de innovatiepool 'The Blue Cluster', die focust op de duurzame groei op zee. Zo heeft DEME in 2020 met partners samengewerkt aan de projecten MARCOS, D4PV @ Sea en de start van Coastbusters 2. Het project MARCOS bestudeert het potentieel van grootschalige offshore aquacultuur. DP4 @ Sea ontwikkelt een methodologie op wetenschappelijke basis voor het in kaart brengen van de uitdagingen en potentiële oplossingen voor de multifunctionele maritieme landschapsinfrastructuren. Coastbusters 2 is een monitoringproject dat onder meer onderzoek doet naar biologisch afbreekbare en duurzame (bio)mariene materialen als elementen van de kustverdediging. Het eerste project van Coastbusters won in oktober van dit jaar de eerste Blue Innovation Award.
DEME heeft in 2020 ook sterk op de internationale samenwerking gefocust, bijvoorbeeld door zich aan te sluiten bij de European Clean Hydrogen Alliance, het Sustainable Ocean Business Action Platform en het Global Partnership for Plastics Action van het World Economic Forum. Daarnaast ontwikkelt DEME in samenwerking met universiteiten en technologieleveranciers een oplossing voor de verwijdering van plastic uit de rivieren, havens en kustzones. In 2020 heeft DEME de eerste installatie getest met een proefproject op de Scheldebrug in Temse. De installatie bestaat enerzijds uit een V-vormige vaste fuik die de waterstroming gebruikt om plastic en drijvend afval in de bovenste waterlaag naar een drijvend opvangplatform te leiden. Het drijvend afval wordt dan opgevangen door de Marine Litter Hunter, een vaartuig dat de grootste stukken onderschept en naar het opvangplatform leidt. De installatie gebruikt diverse technologische innovaties, zoals artificiële intelligentie voor de herkenning van de voorwerpen, virtuele realiteit voor de werking van de uitrusting en (eventueel) de autonome controle van het vaartuig. De Marine Litter Hunter vaart op elektriciteit en stoot dus geen CO2 uit.
Als steun voor het interne ondernemerschap werden in 2020 verscheidene innovatieprogramma's gestart om enerzijds nieuwe ideeën te verzamelen en anderzijds gerealiseerde initiatieven te belonen. In 2020 werden twee specifieke innovatie-uitdagingen gelanceerd rond klimaat en energie (DOD 7 en 13) en het beheer van afval en materialen (DOD 12). In het volledige innovatieproces is de duurzaamheid een van de evaluatiecriteria.
In 2020 werden de key performance indicators verfijnd en werd een dashboard van niet-financiële indicatoren ingevoerd. In verscheidene proefprojecten worden de meest complexe thema's, zoals materiaaltransport en circulariteit, van nabij gevolgd. Elke indicator verzekert een regelmatige monitoring van de gekozen prioritaire doelstellingen. Op het vlak van de concrete acties waren er verscheidene grootschalige duurzame projecten, zoals ZIN en het gebruik van consolidatiecentra voor de logistiek, maar lag de nadruk vooral op de interne communicatie en de bewustmaking van de teams rond duurzaamheid. Deze acties zullen in 2021 worden voortgezet via actieplannen in de verschillende entiteiten van de groep.
CFE Contracting heeft zich aangesloten bij de Belgian Alliance for Climate Action. Ze onderschrijft daarmee het initiatief Science Based Targets. Deze aanpak zal het mogelijk maken om duurzame doelstellingen te valideren die beantwoorden aan de ambities van de Akkoorden van Parijs.
De crisis van het coronavirus heeft de relevantie bevestigd van de gekozen prioriteiten en in het bijzonder van de versnelde digitalisatie en de focus op operationele uitmuntendheid.
De mens staat centraal in de bouwprocessen van CFE. CFE is een belangrijke werkgever, zowel direct (3.155 werknemers) als indirect via de verschillende onderaannemers en leveranciers. In 2020 heeft CFE Contracting een campagne voor 'employer branding' gelanceerd die het concept 'Framily' (family & friends) dat haar kenmerkt in de verf zette. De filialen op mensenmaat en de soliditeit van de groep zijn samen met haar vele vormen van synergie de kracht en de bijzonderheid van CFE Contracting. De eerbied voor de mens geldt niet alleen voor onze eigen werknemers maar ook voor het personeel van de onderaannemers en leveranciers. Deze filosofie is opgenomen in een integriteitscode die de eerbied voor de rechten van de mens omvat. In deze optiek verlopen de procedures voor de selectie van en de interactie met de onderaannemers schriftelijk. In 2020 werd geen enkele schending van de mensenrechten vastgesteld.
CFE wenst ook de nodige aandacht te schenken aan de veiligheid en de gezondheid op de werkplek. De ernst en de frequentie van arbeidsongevallen krijgen in elke raad van bestuur een bijzondere aandacht. CFE presteert in dit domein beter dan de Belgische sector in zijn geheel. Dat belet niet dat CFE Contracting haar score elk jaar wil verbeteren. In dat opzicht is het beleid voor sensibilisering, voor opleiding en voor preventie een belangrijk instrument. Ook de 'LEAN' methode draagt eraan bij. De bouwplaatsen worden regelmatig bezocht om de naleving van de procedures te controleren.
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
De twee divisies zijn zich bewust van de impact van hun activiteiten op het milieu. Het vervoer van personen en materialen heeft een weerslag op de mobiliteit en veroorzaakt ook een directe CO2 -uitstoot. De vermindering van de behoefte aan transport en een geavanceerd afvalbeleid kunnen helpen om die impact te verkleinen. De op de verschillende bouwplaatsen toegepaste 'LEAN' bouwprocessen dragen er eveneens toe bij.
Zo hebben in 2020 verscheidene bouwplaatsen in België en Luxemburg hun logistiek herzien door met consolidatiecentra te werken. Deze logistieke hubs verminderen het aantal vrachtwagens voor de bevoorrading van de bouwplaatsen in aanzienlijke mate en maken bovendien de leveringsplanning betrouwbaarder. In Brussel worden ook alternatieve leveringswijzen gebruikt, zoals levering via de waterweg. Dat heeft een onmiddellijke impact op de CO2 -uitstoot.
Volgens studies is de materiaalkeuze een doorslaggevende maar indirecte factor in de analyse van de CO2 -kosten van een gebouw. Het werken met gerecycleerde of hergebruikte materialen is eveneens een oplossing voor de vermindering van de koolstofvoetafdruk. Ook de keuze van meer duurzame materialen draagt daar toe bij.
CFE Contracting en BPI hebben daarom begin 2020 hun knowhow gebundeld om de joint venture Wood Shapers op te richten. De beheersing van de materialen (en in het bijzonder van hout) en van bouwtechnieken voor een geoptimaliseerde structuur staan samen met een geïntegreerde projectvisie centraal in de duurzame benadering van Wood Shapers.
Met haar drie filialen Van Laere, BPC en VMA heeft CFE Contracting het project ZIN in de Brusselse Noordwijk opgestart. Dit innoverende project van meer dan 110.000 m² legt de nadruk op circulariteit. De circulaire benadering begint met het behoud van 65 % van de bestaande WTC-torens, wat de hoeveelheid sloopafval en het gebruik van nieuwe bouwmaterialen beperkt. Dit is het eerste project in België dat de circulariteitsprincipes op deze schaal toepast. Concreet zal in totaal 95 % van het materiaal worden bewaard, hergebruikt of gerecycleerd en zal 95 % van de nieuwe materialen voor de kantoren C2C-gecertificeerd zijn.
Een andere aanpak om de CO2 -productie te beperken, is de vermindering van het energieverbruik van zowel de gebouwen als de bouwplaatsinstallaties. Via haar filiaal VEMAS levert CFE Contracting ESCO-diensten met gegarandeerde energieprestaties aan de klanten die het wensen. Deze expertise wordt ook bij de inrichting van de bouwplaatsen gebruikt, met een monitoring van het elektriciteits- en waterverbruik die hun optimalisatie mogelijk maakt.
Het Corporate Governance Charter van CFE Contracting werd in 2019 bijgewerkt. Na de goedkeuring door het Executief Comité werd het aan alle medewerkers meegedeeld. Het vervolledigt het Corporate Governance Charter van de Groep CFE. Dit charter definieert de structuur van CFE Contracting, de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende raden en comités en de minimale toepasselijke procedures. Vervolgens is het in een reeks interne beleidslijnen uitgewerkt.
De structurering van CFE Contracting heeft tot doel een helder en solide kader te vormen voor de begeleiding van de ontwikkeling van de activiteiten van de vennootschap en de ondernemingen van de pool Contracting en voor hun goede werking. De structurering van de vennootschap weerspiegelt de regels voor goed bestuur, aangepast aan de behoeften van de onderneming. Hetzelfde geldt voor BPI, waarvan het Governance Charter in december 2019 werd aangepast en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
De minimale procedures, ook interne beleidslijnen genoemd, worden in nauw overleg met het Executief Comité bijgewerkt door de Raad van Bestuur. Op het niveau van de projecten is een lijst van 12 principes voor een goed beheer opgesteld. In 2019 werd bovendien voor elke entiteit een risicoanalyse uitgevoerd.
Elke in het charter opgenomen beleidslijn is fundamenteel. Hierna brengen we echter het thema van de eerbiediging van de mensenrechten op de voorgrond.
De eerbiediging van de mensenrechten is een van de fundamentele waarden die aan de basis liggen van het algemene beleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. Deze eerbied komt tot uiting in een geformuleerd beleid met een specifieke op de integriteit van de medewerkers gerichte gedragscode, die het algemene kader vormt waarvan de toepassing door individuele informatie en interne audits wordt verzekerd.
In de aanwerving maar ook in bijvoorbeeld de dagelijkse werkrelaties en de opportuniteiten voor opleiding, interne mobiliteit of promotie, is elke discriminatie op grond van gender, leeftijd, nationaliteit, afkomst, overtuiging of handicap verboden. Het algemene beleid omvat ook de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de privacy van de medewerkers, wat in de dochterondernemingen tot uiting komt in maatregelen op het vlak van de informatica om de veiligheid van de persoonsgegevens van de medewerkers te verzekeren.
Dit algemene beleid wordt ook weerspiegeld in de contractuele bepalingen met de onderaannemers, bepalingen die de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de mensenrechten eisen. Bij de selectie van buitenlandse onderaannemers voeren wij de vereiste controles uit, bijvoorbeeld inzake de sociale zekerheid en de betaling van het minimumloon.
Tot op heden is in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling geen enkele inbreuk op ons mensenrechtenbeleid vastgesteld. De vakspecialiteiten van de twee polen impliceren het werken met onderaannemers, leveranciers en partners die niet noodzakelijk de waarden van CFE met betrekking tot de mensenrechten delen. De realiteit van de bouwplaatsen kan gemakkelijk verwarring creëren, met ernstige gevolgen voor het imago van de groep.
Daarom neemt CFE verschillende maatregelen om deze risico's maximaal te voorkomen. Deze maatregelen spelen op verschillende niveaus:
• Controle: hij impliceert met name regelmatige werfinspecties door de hiërarchische lijn en interne audits.
De door CFE opgestelde anticorruptiecode, die in 2018 werd bijgewerkt, is opgenomen in het beleid van de dochterondernemingen en richt zich tot alle medewerkers, ongeacht hun functie. Hij verklaart duidelijk dat elke vorm van corruptie of corrupte praktijken, direct of indirect, verboden is, zowel op het niveau van de ondernemingen als op dat van de natuurlijke personen. Om de effectiviteit en het goede begrip van de uitgevaardigde ethische regels te verzekeren, geeft de code concrete details met betrekking tot in commerciële betrekkingen courante gewoonten, zoals voordelen, geschenken, voorrechten en blijken van gastvrijheid: hij preciseert wat wel en niet toegelaten is, de grenzen die men moet respecteren enzovoort, rekening houdend met de nationale (van België en/ of het betrokken buitenland) en de internationale reglementeringen. Het engagement van de dochterondernemingen en hun medewerkers, het ethische besef en de wil om in een geest van samenwerking en vertrouwen te werken, samen met een aantal interne procedures die de mogelijkheid van fraude en corruptie beperken, zijn stuk voor stuk elementen die een goede naleving van de bepalingen tegen fraude en corruptie verzekeren. CFE Contracting heeft dit jaar haar inspanningen verdubbeld om haar operationele personeel op te leiden in de kennis en het begrip van de sociale wetgeving. Zo ontvingen meer dan 450 operationele medewerkers van de verschillende dochterondernemingen van CFE een opleiding 'Best Practices: contract management & social law' om een goed begrip van de toepasselijke reglementering inzake contracten en sociale wetten te garanderen.
In de bouwsector staat vaak veel geld op het spel, is de concurrentie soms hard en vereisen veel projecten het gebruik van tijdelijke verenigingen en van orders bij een groot aantal onderaannemers en leveranciers. Daarnaast kunnen de betrekkingen met de klanten gepaard gaan met het geven of ontvangen van geschenken, blijken van gastvrijheid, uitnodigingen voor diverse manifestaties enz. Dit alles kan situaties creëren met risico's van 'uitschuivers' die als corruptie worden beschouwd. CFE voert een preventiebeleid om deze risico's te bestrijden. In de dochterondernemingen is een anticorruptiecode ingevoerd die zowel de basisprincipes uiteenzet als concrete voorschriften geeft die in de verschillende risicosituaties moeten worden gevolgd. Daarnaast treffen de dochterondernemingen diverse concrete maatregelen om de toepassing van deze bepalingen te verzekeren.
De cel interne audit onderwerpt elke entiteit regelmatig aan een analyse van de risico's en de procedures. De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het management voor een betere beheersing van de risico's.
De interne audit rapporteert functioneel aan het Auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen bijkomende opdrachten worden uitgevoerd op verzoek van het Auditcomité of het Executief Comité van CFE Contracting. In 2020 onderzocht de interne audit vooral de principes van het goede beheer van de projecten. De andere thema's van de interne audits waren de scheiding van de machten in de ERP-systemen, de archivering, de ondertekeningsbevoegdheid in de betaalsoftware en de toepassing van de AVG. Daarnaast werd bij MOBIX een
algemene analyse van het interne controlesysteem uitgevoerd. Het resultaat van de audits wordt voorgelegd aan de leden van het Auditcomité van CFE en aan het Executief Comité van CFE Contracting, om verbeteringsmaatregelen overeen te komen.
De definitie, de verzameling en de analyse van KPI's maken integraal deel uit van de duurzaamheidsstrategie van CFE. Voor elk thema met hoge materialiteit werd ten minste één KPI gekozen. Voor sommige meer complexe thema's, zoals transport, werd de voorkeur gegeven aan de analyse van proefprojecten. De analyse en de regelmatige follow-up van al deze KPI's aan de hand van specifieke dashboards maakt een nauwkeurige validatie mogelijk van de toegepast actieplannen.
Om de impact van de op sociale thema's gerichte acties te analyseren, hanteren de drie polen sinds verscheidene jaren een reeks KPI's. Deze KPI's hebben betrekking op de thema's veiligheid, welzijn, diversiteit en opleiding.
| CFE | DEME | Totaal | |
|---|---|---|---|
| 2018 | 3.524 | 5.074 | 8.598 |
| 2019 | 3.276 | 5.134 | 8.410 |
| 2020 | 3.250 | 4.976 | 8.226 |
| 2020 | Arbeiders | Bedienden | Totaal |
|---|---|---|---|
| CFE | 1.709 | 1.541 | 3.250 |
| DEME | 2.279 | 2.697 | 4.976 |
| Totaal | 3.988 | 4.238 | 8.226 |
| Bedienden (M) | Bedienden (V) | Arbeiders | Arbeidsters | |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 3.272 | 1.064 | 4.201 | 61 |
| 2019 | 3.289 | 1.115 | 3.934 | 72 |
| 2020 | 3.106 | 1.132 | 3.916 | 72 |
| Opleiding | ||||
|---|---|---|---|---|
| In aantal uren per soort opleiding |
Totaal 2019 | Totaal 2020 | Mannen | Vrouwen |
| Technieken | 68.119 | 38.020 | 36.713 | 1.307 |
| Hygiëne en veiligheid | 60.580 | 44.919 | 43.157 | 1.762 |
| Milieu | 907 | 1.022 | 966 | 56 |
| Management | 17.129 | 6.953 | 6.683 | 270 |
| Informatica | 17.656 | 12.445 | 11.304 | 1.141 |
| Adm/Boekh/Beheer/Jur. | 14.039 | 12.001 | 11.072 | 929 |
| Talen | 8.598 | 6.498 | 5.226 | 1.272 |
| Diversiteit | 310 | 8.128 | 7.844 | 284 |
| Overige | 13.247 | 14.342 | 13.846 | 496 |
| Totaal | 200.585 | 144.328 | 136.811 | 7.517 |
Omdat de veiligheid een doorlopend aandachtspunt is, hebben CFE Contracting en DEME QHSE-dashboards ontwikkeld, zodat ze de evolutie van de statistieken nauwkeurig kunnen volgen en zo snel mogelijk de nodige verbeteringsmaatregelen kunnen nemen.
| Veiligheid voor CFE Contracting |
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | sectorgemiddelde* |
|---|---|---|---|---|---|
| Frequentiegraad | 16,76 | 19,42 | 13,72 | 26,12 | 31,08 |
| Ernstgraad | 0,49 | 0,49 | 0,44 | 0,61 | 1,05 |
* sectorgemiddelde 2019, bron: fedris.be (NACE-codes 41, 42 en 43)) Frequentiegraad CFE = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1 miljoen gedeeld door het aantal gewerkte uren. Ernstgraad CFE = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren
| Veiligheid voor DEME |
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | sectorgemiddelde* |
|---|---|---|---|---|---|
| Frequentiegraad | 0,27 | 0,21 | 0,24 | 0,19 | 3,54 |
| Ernstgraad | 0,03 | 0,072 | 0,097 | 0,04 | 0,67 |
* sectorgemiddelde 2019, bron: fedris.be (NACE-codes 08.12, 39, 42.13, 42.911 en 42.919)
Frequentiegraad DEME = aantal ongevallen met werkverlet (wereldwijd) x 200.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren. Ernstgraad DEME = aantal kalenderdagen afwezigheid (wereldwijd) x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren.
Bij de sociale of maatschappelijke thema's heeft DEME het thema 'Health, safety & well-being' gekozen (zie de materialiteitsmatrix in hoofdstuk 5.3). DEME heeft een dashboard voor de veiligheid ontwikkeld dat niet alleen rekening houdt met de frequentie- en de ernstgraad die in punt 6.2.1 worden behandeld, maar ook met de deelname aan de toolboxes, het aantal incidenten, het aantal tijdig gemelde incidenten enz. Deze informatie wordt weergegeven in onderstaande tabel.
Een volledig verslag over het veiligheidsbeleid is beschikbaar op de site van DEME (https://www.deme-group.com/publications)
| Naam van de KPI | Definitie van de KPI | Eenheid | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| HIPO incidents | A high potential (HIPO) incident is an incident that could have had severe conse quences for quality, health, safety or environment. This includes incidents from third parties such as subcontractors, clients, JV partners. |
# | 406 | 262 |
| Toolbox participation | All project, vessel and office staff/crew must participate, as a minimum, once a week in a toolbox meeting. Toolbox meetings include safety moment day, ves sel-project safety meeting and pre-work meeting. |
# | 447137 | 345312 |
| Timely reported incidents | All incidents with damage, near misses/dangerous situations and complaints/ non-conformities have to be reported in IMPACT within 24 hours. |
# | 1174 | 1181 |
| Timely closed actions | All actions resulting from incidents & investigations, audits, management reviews and year action plans need to be closed out within their set due date. |
# | 1218 | 1394 |
| Observations | All project, vessel and office staff/crew has to fill in/complete a minimum of 3 observations per year |
# | 23191 | 17133 |
| Inspections | QHSE-S inspections are to be conducted by the following functions: - Superintendents up to Project Director to each conduct 1 inspection per month on the project - Vessel Management (Master, Chief Engineer) to each conduct 1 inspection per week on board |
# | 14605 | 11593 |
| Incident investigations | All incidents that require an investigation according to the DEME Incident mana gement procedure, should have an incident investigation |
# | 381 | 379 |
Al deze KPI's zijn op interne richtlijnen gebaseerd en maken deel uit van het wereldwijde prestatiedashboard voor QHSE-S.
De indicatoren voor het aantal opleidingsuren en de verdeling tussen mannen/vrouwen zijn vermeld in punt 6.2.2.
Wat het aantal mannelijke/vrouwelijke werknemers betreft, wil DEME alle medewerkers gelijke kansen bieden op het vlak van de interne mobiliteit en hen actief in dat proces begeleiden en sturen.
| Naam van de KPI | Definitie van de KPI | Eenheid | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Prestatie en loopbaanont wikkeling |
Deelname aan het programma voor prestatie meting Time To van al het personeel en alle bemanningen tijdens de verslagperiode |
percentage | (1) TIMETOSTAFF = 85 (2) TIMETOCREW = 70 |
(1) TIMETOSTAFF = 86 (2) TIMETOCREW = 80 |
| Naam van de KPI | Definitie van de KPI | Eenheid | 2019 | 2020 |
| Aantal nationaliteiten | Op basis van interne richtlijnen. Het totale aantal nationaliteiten bij de vaste werknemers van de organisatie op 31 december |
# | 82 | 80 |
Al deze KPI's zijn op interne richtlijnen gebaseerd.
Wat de opleidingen en de ontwikkeling van de prestaties en de loopbanen betreft, wil DEME de tevredenheid van de medewerkers verbeteren door middel van competentiebeheer, het aanbod van opleidingen en loopbaanplannen voor alle werknemers.
DEME wil ook onze geest van 'One DEME, One team' benutten door gebruik te maken van de rijke diversiteit van onze operationele teams en van de inclusieve sociale betrekkingen.
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
Bij de sociale of maatschappelijke thema's hebben CFE Contracting en BPI eveneens het thema van de veiligheid en de gezondheid gekozen (zie de materialiteitsmatrix in hoofdstuk 5.5). Een dashboard met de belangrijkste informatie voor elke dochteronderneming wordt ten minste eenmaal per maand bijgewerkt om de veiligheidsgegevens zo stipt mogelijk te monitoren.
De informatie over de frequentiegraad en de ernstgraad is opgenomen in hoofdstuk 6.2.1.
De veiligheid van de onderaannemers en het uitzendpersoneel krijgt uiteraard evenveel aandacht als die van het eigen personeel.
Alle veiligheidsindicatoren houden rekening met de onderaannemers.
De gegevens over de opleidingen worden in hoofdstuk 6.2.1 vermeld.
Dit zijn de gegevens die uitsluitend betrekking hebben op CFE Contracting en BPI.
| In aantal uren per soort opleiding | Totaal 2018 | Totaal 2019 | Totaal 2020 | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|---|---|---|
| Technieken | 18.354 | 15.578 | 16.434 | 15.127 | 1.307 |
| Hygiëne en veiligheid | 13.203 | 20.182 | 12.071 | 10.309 | 1.762 |
| Milieu | 80 | 180 | 807 | 751 | 56 |
| Management | 5.953 | 5.009 | 1.434 | 1.164 | 270 |
| Informatica | 2.273 | 4.513 | 3.354 | 2.213 | 1.141 |
| Adm/Boekh/Beheer/Jur. | 1.741 | 3.840 | 2.589 | 1.660 | 929 |
| Talen | 4.561 | 6.177 | 3.271 | 1.999 | 1.272 |
| Diversiteit | 0 | 0 | 3.320 | 3.036 | 284 |
| Overige | 1.951 | 2.872 | 2.993 | 2.497 | 496 |
| Totaal (u) | 48.116 | 58.350 | 46.273 | 38.756 | 7.517 |
| Totaal /aantal werknemers (u/pers.) | 14 | 18 | 14 |
|---|---|---|---|
Om de aankomst en het vertrek van personeel te volgen, analyseert CFE Contracting de indicator voor de anciënniteit.
| Anciënniteit (buiten DEME) | 2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| < 1 | 452 | 412 | 379 |
| 1-5 | 965 | 1047 | 1.150 |
| 6-10 | 567 | 530 | 508 |
| 11-15 | 502 | 511 | 453 |
| 16-20 | 298 | 300 | 287 |
| 21-25 | 127 | 117 | 145 |
| > 25 | 613 | 359 | 328 |
| Totaal | 3.524 | 3.276 | 3.250 |
Tot slot worden het welzijn en de gezondheid van het personeel gemonitord door de indicator voor het absenteïsme te volgen.
| Absenteïsme | 2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Aantal dagen afwezigheid wegens ziekte | 70,871 | 90,498 | 68,312 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens arbeidsongeval | 4,488 | 6,957 | 4,203 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens ongeval op de weg naar/van het werk | 492 | 122 | 256 |
| Aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte | 0 | 0 | 0 |
| Aantal gewerkte dagen | 1.892.886 | 1.802.571 | 1.805.789 |
| Afwezigheidsgraad | 4,01% | 5,41% | 4,03% |
NB: deze waarden gelden voor het geheel van de groep CFE
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
Zoals elk jaar worden ook andere klassieke KPI's voor het thema human resources gerapporteerd:
| Aantal medewerkers per type overeenkomst voor de volledige groep CFE (incl. DEME) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur |
Arbeidsovereenkomst van bepaalde duur |
Werk & studie | Totaal | |||
| 2018 | 7.939 | 648 | 11 | 8.598 | ||
| 2019 | 8.065 | 334 | 11 | 8.410 | ||
| 2020 | 7.895 | 327 | 4 | 8.226 |
| per schijf van 5 jaar | 2017 | 2018 | 2019 |
|---|---|---|---|
| < 25 | 377 | 380 | 331 |
| 26-30 | 1.207 | 1.165 | 1.086 |
| 31-35 | 1.320 | 1.242 | 1.213 |
| 36-40 | 1.267 | 1.250 | 1.267 |
| 41-45 | 1.182 | 1.176 | 1.147 |
| 46-50 | 1.049 | 973 | 974 |
| 51-55 | 1.040 | 1.026 | 1.025 |
| 56-60 | 770 | 785 | 773 |
| > 60 | 386 | 413 | 410 |
| Anciënniteit voor de volledige groep CFE (incl DEME) | ||||
|---|---|---|---|---|
| per schijf van 5 jaar | 2018 | 2019 | 2020 | |
| <1 | 1.144 | 912 | 648 | |
| 1-5 | 2.652 | 2.928 | 3.034 | |
| 6-10 | 1.767 | 1.509 | 1.508 | |
| 11-15 | 1.104 | 1.352 | 1.327 | |
| 16-20 | 701 | 685 | 637 | |
| 21-25 | 352 | 344 | 409 | |
| >25 | 878 | 680 | 663 |
Ook dit jaar heeft de niet-financiële milieurapportage betrekking op de CO2 -productie van de 3 polen. CFE volgt het Greenhouse Gas Protocol en meldt haar uitstoot van broeikasgassen volgens de operationele benadering van de drie scopes:
De directe uitstoot van broeikasgassen houdt verband met het gebruik van fossiele brandstoffen. Alleen de productie van CO2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten. Het betreft uitsluitend aangekochte fossiele brandstoffen die in de eigen installaties, machines, schepen en projecten worden gebruikt. Scope 1 omvat ook de in de eigen elektriciteitsgenerators gebruikte brandstof.
De indirecte uitstoot van broeikasgassen houdt verband met het gebruik van aangekochte elektriciteit. Alleen de productie van CO2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten. De elektriciteit die de ondernemingen aankopen is vaak afkomstig uit zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare bronnen. Slechts wanneer de hoeveelheid energie die een bedrijf aankoopt uitdrukkelijk contractueel vastgelegd is, kan men ze in de twee delen uitsplitsen. In het andere geval kan men de effectief ontvangen hoeveelheid hernieuwbare energie niet nauwkeurig kennen. Dit verslag geeft dus geen uitsplitsing in dit opzicht.
Dit betreft de andere indirecte uitstoot van broeikasgassen. Deze uitstoot is het gevolg van de activiteiten van CFE maar is afkomstig van bronnen die CFE niet controleert en waarvan het ze niet de eigenaar is. In dit geval hebben de verzamelde gegevens uitsluitend betrekking op uitstoot in verband met vliegreizen.
DEME neemt de uitstoot van koolstofdioxide (CO2 ), stikstofprotoxide (N2O) en methaan (CH4) op in haar koolstofvoetafdruk. De mondiale metingen en de metingen voor België en Nederland worden afzonderlijk geanalyseerd. DEME en CFE gebruiken verschillende rekenmethoden. Voor CFE Contracting en BPI wordt de koolstofbalansmethode van het ADEME gebruikt.
| Eenheid | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|
| CO2-uitstoot scope 1 | Ton CO2 | 13.290 | 19.298 | 14.754 | 15.812 |
| CO2-uitstoot scope 2 | Ton CO2 | 2.583 | 4.565 | 3.063 | 1.872 |
| CO2-uitstoot scope 1 + 2 | Ton CO2 | 15.873 | 23.863 | 17.817 | 17.684 |
DEME gebruikt, uitsluitend voor Nederland en België, specifieke emissiefactoren volgens de CO2 -prestatieschaal. (https://www.co2emissiefactoren.nl).
bruikt:
Voor de mondiale uitstoot van broeikasgassen van DEME worden twee types emissiefactoren ge-
• In de selectie van de emissie- of conversiefactoren gebruikt men voor de schepen de sectorale
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
• Voor alle andere uitrustingen gebruikt men de mondiale emissiefactoren van het DEFRA (het Britse ministerie van milieu, voeding en landbouwaangelegenheden).
emissiefactoren van de IMO.
| DEME (Worlwide) | Eenheid | 2018 2019 |
2020 |
|---|---|---|---|
| GHG(CO2+N20+CH4)-uitstoot (scope 1) | Ton CO2-eq. | 676.000 | 659.000 |
| GHG(CO2+N20+CH4)-uitstoot (scope 2) | Ton CO2-eq. | 5.000 | 1.000 |
| GHG(CO2+N20+CH4)-uitstoot (scope 3) | Ton CO2-eq. | 12.000 | 10.000 |
| CO2 uitstoot (scope 1, 2 & 3) | Ton CO2-eq. | 687.000 693.000 |
670.000 |
We stellen vast dat de CO2 -uitstoot van de bouwbedrijven van CFE Contracting bijzonder wordt beïnvloed door het type bouwplaats en uitgevoerde werken in de loop van het jaar. Vooral bouwplaatsen met omvangrijke ruwbouwwerken vereisen een groot verbruik van elektriciteit en diesel voor de werking van de bouwmachines en de kranen. Bouwplaatsen en afwerkingen in de winterperiode vereisen dan weer een grote inbreng van energie voor de verwarming en het drogen van de gebouwen. Het verbruik van de voertuigen zal eveneens sterk worden beïnvloed door de afstand woning-werk. Al deze elementen variëren sterk van jaar tot jaar.
De CO2 -uitstoot van de multitechnische bedrijven is relatief stabieler. Daarom moet men het verschillende verbruik van zeer nabij volgen, voor een meer nauwkeurige en gerichte follow-up van de genomen maatregelen. De gedetailleerde informatie over CFE Contracting is te vinden in hoofdstuk 6.3.3.
De belangrijke verbetering van scope 2 bij CFE Contracting houdt vooral verband met de overstap naar groene energie van veel dochterondernemingen.
DEME heeft specifieke verbeteringsprogramma's om de milieu-impact tijdens de uitvoering van de projecten verder te beperken. Specifieke programma's mikken op de verdere reductie van de uitstoot van broeikasgassen die aan de klimaatverandering bijdragen, en van andere verontreinigende stoffen die de lokale luchtkwaliteit aantasten.
Aangezien meer dan 90% van de uitstoot van broeikasgassen aan het brandstofverbruik van de schepen kan worden toegeschreven, voert DEME een investeringsplan over meerdere jaren uit om haar vloot van de meest geavanceerde technologie te voorzien en brandstoffen met lage emissie te gebruiken, zoals LNG, biodiesel en de toekomstige ecologische brandstoffen met waterstof, zoals groene methanol en groene waterstof. Daarnaast werkt DEME continu aan de verbetering van de energie-efficiëntie van de volledige vloot door middel van verschillende technologische maatregelen, zoals systemen voor de recuperatie van de warmte van restgassen voor de opwekking van elektrische energie. De nadruk ligt ook doorlopend op de optimalisatie van de processen en de verbetering van de productiviteit. Tot slot heeft DEME zich in 2020 ingespannen om de registratie van haar energiegegevens verder te optimaliseren, een geïntegreerde gegevensstructuur in te voeren en de nodige monitoringtools te ontwikkelen.
Als meting van de aandacht voor de bescherming van het natuurlijke kapitaal registreert DEME het aantal jaarlijks goedgekeurde groene initiatieven. DEME wil ten minste één groen initiatief implementeren voor elk project met een duur van meer dan 3 maanden.
| Name of the KPI | Definition of the KPI | Unit | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Total number of approved green initiatives |
A «Green initiative» is any initiative, change or modification to a process, equipment or setup that reduces the environmental impact of the project. |
# | 105 | 128 |
Sinds begin 2020 monitoren alle dochterondernemingen van CFE Contracting een nieuwe indicator. De vijf belangrijkste afvalfracties worden viermaal per jaar gemeten en opgenomen in het milieudashboard.
| Afval | Eenheid | 2019 | 2.020 |
|---|---|---|---|
| Gemengd | ton | / | 9.498 |
| Hout | ton | / | 3.855 |
| Inert | ton | / | 9.498 |
| Gevaarlijk | ton | / | 38 |
| Staal | ton | / | 542 |
| TOTAAL | ton | 23.431 | |
| TOTAAL/omzet | ton/M€ | 25,69 |
Het energieverbruik wordt eveneens van nabij gevolgd.
| Energie | Eenheid | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Elektriciteit | kwh | 12.990.826 | |
| Gas | kwh | 3.195.251 | |
| Stookolie | kwh | 11.064.479 | |
| TOTAAL | kwh | 27.252.576 | |
| TOTAAL/omzet | kwh | 29,89 |
De circulariteit en de modulariteit zijn centrale aandachtspunten voor CFE Contracting en BPI. De omzet van Wood Shapers zal vanaf 2021 als key performance indicator worden gebruikt. Wat de circulariteit betreft, zullen de in het project ZIN geleerde lessen worden gebruikt om een geschikte key performace indicator te bepalen. In afwachting worden de verschillende dochterondernemingen bewust gemaakt van de circulariteit. In samenwerking met organismen als het WTCB, Build Circular en Ecobuild zijn opleidingen georganiseerd.
Het proefproject met het consolidatiecentrum in Brussel en de bouwplaatsen in Luxemburg die eveneens een consolidatiecentrum hebben gebruikt, dienen als referentie om in 2021 een key performance indicator te bepalen. In afwachting worden alle op deze bouwplaatsen geleerde lessen aan de verschillende dochterondernemingen doorgegeven. Er worden ook interne bezoeken aan de bouwplaatsen georganiseerd om de aanpak uit te leggen.
De fleet is de grootste bron van CO2 voor scope 1. CFE Contracting heeft daarom besloten dat verbruik te volgen.
| Fleet | Eenheid | 2019 | 2.020 |
|---|---|---|---|
| Diesel - Auto | liter | 2.755.474 | |
| Hybride - Auto | liter | 1.870 | |
| Loodvrij - Auto | liter | 287.367 | |
| Diesel - Truck | liter | 670.768 | |
| Hybride - Truck | liter | 0 | |
| Loodvrij - Truck | liter | 4.198 | |
| Auto's | # | 1.909 | |
| Trucks | # | 108 | |
| verbruik auto's / aantal auto's | liter/# | 1.595 | |
| verbruik trucks / aantal trucks | liter/# | 6.250 |
Charters en procedures verzekeren het goede bestuur van de verschillende polen.
| CFE | CFE Contracting | BPI | DEME | |
|---|---|---|---|---|
| corporate governance charter | ok | ok | ok | ok |
| procedures | * | ok | ok** | ok |
| anticorruptiecode | * | ok | ok | ok |
* overgedragen aan CFE Contracting en BPI
** intern beleid voor financiële transacties
Alle governancedocumenten worden regelmatig herzien.
Korte beschrijving van de activiteiten van de groep — ESG-beleid — Belangrijkste risico's met betrekking tot ESG —Resultaten van dit beleid — Niet-financiële kritieke performance-indicatoren (KPI)
Als meting van de aandacht voor innovatie registreert DEME het aantal jaarlijks goedgekeurde innovatie-initiatieven. DEME heeft hier de volgende doelstellingen:
(1) De aanvaarding verzekeren van duurzaamheid als onderdeel van elke uitdaging in elke innovatiecampagne.
(2) Ervoor zorgen dat de duurzaamheid altijd meespeelt in de evaluatiecriteria van elke innovatiecampagne.
| Naam van de KPI | Definitie van de KPI | Eenheid | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Goedgekeurde innovatie-initiatieven |
Het totale aantal goedgekeurde innovatie-initiatieven na de innova tiecampagnes van DEME tijdens de verslagperiode. |
# | 11 | 18 |
Om de kennis van de governanceprincipes en in het bijzonder de procedures met betrekking tot ethisch zakendoen te meten, noteert DEME het percentage van het personeel dat een specifieke opleiding, de 'Compliance training', heeft gevolgd.
DEME wil verzekeren dat elke werknemer regelmatig een opleiding in ethisch besef heeft gevolgd.
| Naam van de KPI | Definitie van de KPI | Eenheid | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Verhouding van het per soneel dat de Compliance Awareness Training van DEME heeft gevolgd |
Het totale aantal opleidingsuren in ethisch besef dat de vaste werknemers van de organisatie tijdens de verslagperiode hebben ontvangen |
percentage | 88 | 97 |
In de loop van het boekjaar 2020 werden verscheidene auditopdrachten uitgevoerd. Ze hebben geen dysfuncties aan het licht gebracht die een significante invloed zouden kunnen hebben op de activiteit en de financiële overzichten van de groep. Deze audits hadden met name betrekking op:
Het resultaat van de audits wordt voorgelegd aan de leden van het Auditcomité van CFE en aan het Executief Comité van CFE, om verbeteringsmaatregelen overeen te komen.
In 2020 hebben CFE Contracting en BPI vorderingen geboekt in de ontwikkeling van een gestructureerde innovatiestrategie. De twee polen hebben respectievelijk een 'Chief Digital Officer' en een 'Development & Innovation Director' aangesteld. Deze twee verantwoordelijken zijn belast met het uitwerken en de follow-up van de innovatiestrategie. Een board, het 'innovation core team' van de twee polen vergadert ten minste eenmaal per maand. De eerste missie van deze boord is de invoering van:
De dashboards van veiligheid, human resources en milieu worden maandelijks gepubliceerd en bezorgd aan het management van CFE Contracting en de directiecomités van alle entiteiten.
Deze dashboards verzekeren een transparante communicatie met de verschillende directieniveaus en informeren alle medewerkers zo vaak mogelijk.
Dankzij deze regelmatige follow-up kan men ook de ondernomen acties zo snel mogelijk bijstellen.
FINANCIËLE
STATEN
| DEFINITIES 101 | 12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL124 | |
|---|---|---|
| I. GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN 101 |
13. GOODWILL125 | |
| VOORNAAMSTE FINANCIËLE STATEN 101 | 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA126 | |
| GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT |
101 101 |
15. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST127 |
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE | 102 | 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA128 |
| GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT | 102 | 17. BOUWCONTRACTEN128 |
| GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN KAPITAAL EN RESERVES |
103 103 |
18. VOORRADEN129 |
| II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING104 |
19. HANDELSVORDERINGEN, HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN129 | |
| 1. ALGEMENE PRINCIPES107 |
20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN129 | |
| 2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES108 |
21. KAPITAALSUBSIDIES129 | |
| 2.1. BIJKOMENDE INFORMATIE OVER DE CONTEXT VAN DE COVID-19-CRISIS | 108 | |
| 2.2. BOEKHOUDKUNDIGE GRONDSLAGEN EN METHODEN | 109 | 22. PERSONEELSBELONINGEN 130 |
| 3. CONSOLIDATIEMETHODEN118 |
23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSBELONINGEN132 | |
| 24. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN 133 | ||
| CONSOLIDATIEKRING VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP |
118 118 |
25. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD133 |
| OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN | 118 | 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S135 |
| TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA | 118 | 27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN138 |
| 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE119 |
||
| OPERATIONELE SEGMENTEN | 119 | 28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN 138 |
| ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING OMZET |
119 120 |
29. GESCHILLEN 138 |
| OPSPLITSING VAN DE OMZET VAN DE POOL DEME | 120 | 30. VERBONDEN PARTIJEN139 |
| OPSPLITSING VAN DE OMZET VAN DE POOL CONTRACTING | 120 120 |
31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN140 |
| ORDERBOEK GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE |
120 | 32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM 140 |
| GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT | 121 | 33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE140 |
| OVERIGE INFORMATIE GEOGRAFISCHE INFORMATIE |
121 122 |
AFSTEMMING VAN ALTERNATIEVE FINANCIËLE INDICATOREN143 |
| 5. OVERNAMES EN AFSTOTINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN122 |
||
| 6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN122 |
VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE STATEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG144 | |
| 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN 123 |
ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP 144 | |
| 8. FINANCIEEL RESULTAAT123 |
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2020 – GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 145 |
|
| 9. MINDERHEIDSBELANGEN 123 |
III. STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN149 | |
| 10. RESULTAAT PER AANDEEL123 | STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN RESULTATENREKENING (BEGAAP) 149 |
|
| 11. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT123 | 149 ANALYSE VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN VAN HET GLOBALE RESULTAAT |
|
| OPGENOMEN IN HET GLOBAAL RESULTAAT AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEF BELASTINGTARIEF |
123 123 |
|
| GEBOEKTE LATENTE BELASTINGEN | 124 | |
| TIJDELIJKE VERSCHILLEN OF FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING GEBOEKT IS | 124 | |
| UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) RECHTSTREEKS VERWERKT IN HET EIGEN VERMOGEN | 124 |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| Behoefte aan werkkapitaal | Voorraden + handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen + overige vlottende activa – handelsschulden en overige schulden – fiscale schulden – overige kortlopende verplichtingen |
|---|---|
| Vastgoedbestand | Eigen vermogen pool vastgoedontwikkeling + netto financiële schuld pool vastgoedontwikkeling |
| Netto financiële schuld (NFS) | Langlopende en kortlopende obligatieleningen + langlopende en kortlopende financiële schulden – geldmiddelen en kasequivalenten |
| Resultaat van de operationele activiteiten | Omzet + overige exploitatiebaten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatiekosten + afschrijvingen + afschrijving van goodwill |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | Resultaat van de operationele activiteiten + aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatie methode is toegepast |
| EBITDA | Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + overige niet-kaselementen |
| Rendement op eigen vermogen (ROE) | Resultaat - deel van de groep / eigen vermogen - deel groep |
| Orderboek | De te realiseren omzet voor de projecten waarvan het contract ondertekend is en in werking is getreden (met name na het verkrijgen van het aanvangsbevel of de opheffing van de opschortende voorwaarden) en waarvoor de projectfinanciering rond is. |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 | 3.221.958 | 3.624.722 |
| Overige exploitatiebaten | 6 | 197.401 | 81.042 |
| Aankopen | (1.923.661) | (2.120.359) | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 7 | (643.709) | (653.870) |
| Overige exploitatielasten | 6 | (435.297) | (469.248) |
| Afschrijvingen | 12-14 | (324.439) | (318.672) |
| Afschrijving van goodwill | 13 | (5.000) | 0 |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 87.253 | 143.615 | |
| Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
15 | 32.240 | 34.092 |
| Bedrijfsresultaat | 119.493 | 177.707 | |
| Financieringslasten | 8 | (11.675) | (2.602) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | 8 | (22.673) | (5.120) |
| Financieel resultaat | (34.348) | (7.722) | |
| Resultaat vóór belastingen | 85.145 | 169.985 | |
| Winstbelastingen | 11 | (20.322) | (38.619) |
| Resultaat van de periode | 64.823 | 131.366 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | (803) | 2.058 |
| Resultaat - deel van de groep | 64.020 | 133.424 | |
| Resultaat per aandeel (deel van de groep) (EUR) (basis en verwaterd) | 10 | 2,53 | 5,27 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Resultaat - deel van de groep | 64.020 | 133.424 | |
| Resultaat van de periode | 64.823 | 131.366 | |
| Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde | (9.033) | (36.479) | |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | (11.592) | 1.153 | |
| Uitgestelde belastingen | 11 | 446 | 2.772 |
| Overige elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(20.179) | (32.554) | |
| Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie- en premieregelingen |
22 | (6.239) | (15.444) |
| Uitgestelde belastingen | 11 | 1.472 | 3.606 |
| Overige elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat |
(4.767) | (11.838) | |
| Totaal overige elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden |
(24.946) | (44.392) | |
| Globaal resultaat : | 39.877 | 86.974 | |
| - Deel van de groep | 38.810 | 89.231 | |
| - Deel van de minderheidsbelangen | 1.067 | (2.257) | |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) | 10 | 1,53 | 3,53 |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 12 | 111.259 | 90.261 |
| Goodwill | 13 | 172.127 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 14 | 2.515.052 | 2.615.164 |
| Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast | 15 | 204.095 | 167.653 |
| Overige financiële vaste activa | 16 | 89.196 | 83.913 |
| Langlopende afgeleide financiële instrumenten | 26 | 1.433 | 0 |
| Overige vaste activa | 15.052 | 16.630 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 11 | 127.332 | 100.420 |
| Vaste activa | 3.235.546 | 3.251.168 | |
| Voorraden | 18 | 184.565 | 162.612 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 19 | 867.761 | 996.436 |
| Overige vlottende activa uit operationele activiteiten | 19 | 57.454 | 72.681 |
| Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten | 19 | 21.731 | 6.267 |
| Kortlopende afgeleide financiële instrumenten | 26 | 7.831 | 751 |
| Vlottende financiële activa | 2.900 | 0 | |
| Activa bestemd voor verkoop | 5 | 0 | 10.511 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 20 | 759.695 | 612.206 |
| Vlottende activa | 1.901.937 | 1.861.464 | |
| Totaal der activa | 5.137.483 | 5.112.632 | |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 | |
| Uitgiftepremie | 800.008 | 800.008 | |
| Ingehouden winsten | 1.059.406 | 995.786 | |
| Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties | (41.783) | (37.089) | |
| Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen | (49.715) | (40.892) | |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | (22.133) | (10.440) | |
| Eigen vermogen – deel groep | 1.787.113 | 1.748.703 | |
| Minderheidsbelangen | 17.835 | 11.607 | |
| Eigen vermogen | 1.804.948 | 1.760.310 | |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 22 | 76.686 | 70.269 |
| Langlopende voorzieningen | 23 | 13.239 | 12.414 |
| Overige langlopende schulden | 32.287 | 10.651 | |
| Langlopende obligatieleningen | 25 | 29.794 | 29.689 |
| Langlopende financiële schulden | 25 | 918.681 | 1.110.212 |
| Langlopende afgeleide financiële instrumenten | 26 | 10.095 | 8.986 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 11 | 96.961 | 104.907 |
| Langlopende verplichtingen | 1.177.743 | 1.347.128 | |
| Kortlopende voorzieningen | 23 | 44.163 | 46.223 |
| Handelsschulden en overige schulden | 19 | 1.178.012 | 1.221.466 |
| Fiscale schulden | 75.283 | 44.078 | |
| Kortlopende obligatieleningen | 25 | 0 | 0 |
| Kortlopende financiële schulden | 25 | 412.649 | 270.366 |
| Kortlopende afgeleide financiële instrumenten | 26 | 7.750 | 9.356 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten | 19 | 192.424 | 155.601 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten | 19 | 244.511 | 258.104 |
| Kortlopende verplichtingen | 2.154.792 | 2.005.194 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 5.137.483 | 5.112.632 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat van de operationele activiteiten | 87.253 | 143.615 | |
| Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 324.439 | 318.672 | |
| (Afname)/toename van voorzieningen | (1.235) | (30.587) | |
| Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen | 4.258 | 19.524 | |
| Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa en financiële activa |
(75.958) | (6.100) | |
| Dividenden uit deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast | 29.127 | 8.140 | |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór | 367.884 | 453.264 | |
| wijzigingen van het werkkapitaal | |||
| Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen |
122.435 | 238.441 | |
| Afname/(toename) van voorraden | (6.674) | (37.020) | |
| Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden |
(32.371) | (166.619) | |
| Betaalde/ontvangen winstbelastingen | (32.940) | (44.109) | |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten | 418.334 | 443.957 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Opbrengsten uit de verkoop van materiële en immateriële vaste activa | 20.715 | 13.834 | |
| Aankoop van immateriële en materiële vaste activa | (213.897) | (451.258) | |
| Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen | 5 | (16.358) | 0 |
| Wijziging van deelneming in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
(1.470) | (8.321) | |
| Kapitaalsvermindering/(Kapitaalsverhoging) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
15 | (35.731) | (16.355) |
| Opbrengsten uit de verkoop van dochterondernemingen | 5 | 90.018 | 0 |
| Terugbetaling (nieuwe) van verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
(2.665) | 71.659 | |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten | (159.388) | (390.441) | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Betaalde intresten | (18.585) | (24.529) | |
| Ontvangen intresten | 7.126 | 14.280 | |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | (19.669) | (6.635) | |
| Opbrengsten uit nieuwe leningen | 25.3 | 216.542 | 709.361 |
| Terugbetaling van leningen | 25.3 | (290.264) | (462.303) |
| Uitgekeerde dividenden | 0 | (60.755) | |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten | (104.850) | 169.419 | |
| Netto toename/ (afname) van de geldmiddelen | 154.096 | 222.935 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans | 20 | 612.206 | 388.346 |
| Gevolgen van wisselkoerswijzigingen voor geldmiddelen en kasequivalenten | (6.607) | 925 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten, slotbalans | 20 | 759.695 | 612.206 |
De overnames en afstotingen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten die niet onder bedrijfscombinaties vallen (pool vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit hoofde (gebruikt in) van operationele activiteiten opgenomen.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgiftepremie | Ingehouden winsten | Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties |
Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen |
Wisselkoersverschillen uit de omrekening |
Eigen vermogen – deel groep | Minderheidsbelangen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2019 | 41.330 800.008 | 995.786 | (37.089) | (40.892) (10.440) | 1.748.703 | 11.607 | 1.760.310 | ||
| Globaal resultaat voor de periode |
64.020 | (4.694) (8.823) (11.693) | 38.810 | 1.067 | 39.877 | ||||
| Dividenden aan aandeelhouders |
0 | 0 | 0 | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
72 | 72 | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
(400) | (400) 5.089 | 4.689 | ||||||
| December 2020 | 41.330 800.008 | 1.059.406 | (41.783) | (49.715) (22.133) | 1.787.113 | 17.835 | 1.804.948 |
De veranderingen in de reële waarde van de pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties en de veranderingen met betrekking tot afdekkingsverrichtingen worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen 22 Personeelsbeloningen en 15 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast.
| (duizend euro) | Kapitaal | Uitgiftepremie | Ingehouden winsten | Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties |
Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen |
Wisselkoersverschillen uit de omrekening |
Eigen vermogen – deel groep | Minderheidsbelangen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| December 2018 | 41.330 800.008 | 923.768 | (25.521) (7.153) (11.554) | 1.720.878 | 13.973 | 1.734.851 | |||
| Globaal resultaat voor de periode |
133.424 | (11.568) | (33.739) 1.114 | 89.231 | (2.257) | 86.974 | |||
| Dividenden aan aandeelhouders |
(60.755) | (60.755) | (60.755) | ||||||
| Dividenden van minderheidsbelangen |
(920) | (920) | |||||||
| Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen |
(651) | (651) | 811 | 160 | |||||
| December 2019 | 41.330 800.008 | 995.786 | (37.089) | (40.892) (10.440) | 1.748.703 | 11.607 | 1.760.310 |
Het kapitaal op 31 december 2020 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
De raad van bestuur heeft een dividend van 25.314 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 1,00 euro bruto per aandeel, dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2020.
In de veranderende context van de Covid-19-pandemie heeft de raad van bestuur van de groep CFE beslist de gewone algemene vergadering voor te stellen om geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2019.
II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING
De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna "de vennootschap" of "CFE" genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2020 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen ("groep CFE") en haar belangen in de deelnemingen waarop vermogensmutatie is toegepast.
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor de publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 22 maart 2021.
De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.
VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2020 EN 2019 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE
De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool DEME zijn als volgt:
Deze vennootschappen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.
DEME verhoogde haar belang in de vennootschap CBD SAS van 50% naar 100%. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de integrale methode geconsolideerd. Deze vennootschap werd later opgeslorpt door de vennootschap Société de Dragage International (SDI), zelf een 100% dochteronderneming en volgens de integrale methode geconsolideerd.
DEME verhoogde haar belang in de vennootschap International Seaport Dredging PVT LTD van 89,61% naar 93,64%. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de integrale methode.
De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool Contracting zijn als volgt :
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
BPC Liège en BPC Namur in bij de vennootschap Thiran SA, eveneens een 100% dochteronderneming van CFE Contracting. Na deze gedeeltelijke splitsing zonder ontbinding van de gesplitste vennootschap werd de naam van de vennootschap Thiran SA gewijzigd in BPC Wallonie SA.
De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool vastgoedontwikkeling zijn als volgt:
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de globale methode geconsolideerd.
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
De vennootschap Livingstone Retail S.à r.l. werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100% gehouden door M1 SA, een 33,33% dochteronderneming van BPI Real Estate Luxembourg SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
De vennootschap Pourpelt SA werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100% gehouden door BPI Real Estate Luxembourg SA. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd.
De belangrijkste wijziging in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten is als volgt:
In het jaar 2019 verwierf DEME:
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de integrale methode geconsolideerd.
De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
In 2019 verkocht DEME alle aandelen die zij in de volgende entiteiten hield:
methode geconsolideerd.
Op 24 januari 2019 verhoogde BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. haar participatie in de vennootschap ACE 12 Sp. z o.o. van 90% naar 100%. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 19 februari 2019 veranderde deze entiteit ACE 12 Sp. z o.o., een dochteronderneming van BPI Real Poland Sp. z o.o., haar naam in BPI Vilda Park Sp. z o.o.
In het 4de kwartaal van 2019 werd de vennootschap VMA Elektrik Tesisati Ve Insaat Ticaret Limited Sirketi, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, gedeconsolideerd. Deze vennootschap was volgens de integrale
Op 1 juli 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschap BPI Project I Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 30 september 2019 heeft de vennootschap BPI Real Estate Belgium NV, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie in de vennootschappen Immo Keyenveld I NV en Immo Keyenveld II NV vereffend tegen 50% en geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 1 oktober 2019 verhoogde de groep CFE via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA haar participatie in de vennootschap Goodways SA van 31,20% naar 50%. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 7 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., de vennootschappen BPI Project II Sp. z o.o. en BPI Project III Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschapen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 17 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Luxembourg SA de vennootschap Gravity SA opgericht. Deze 100% gehouden vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 6 november 2019 verkocht de vennootschap BPI Real Estate Belgium NV, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar volledige participatie in de vennootschap Sogesmaint NV, voor 100% gehouden en geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 19 november 2019 verwierf de vennootschap BPI Real Estate Belgium SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, 70% van de nieuw opgerichte vennootschappen Joma 2060 NV, Life Shapers NV en Tulip Antwerp NV. Deze vennootschappen werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 19 november 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium NV, 50% van de nieuw opgerichte vennootschap KeyWest Development NV overgenomen. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 4 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., de vennootschappen BPI Project IV Sp. z o.o., BPI Project V Sp. z o.o. en BPI Project VI Sp. z o.o. opgericht. Deze 100% gehouden vennootschapen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 6 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium NV, haar volledige participatie in de vennootschap Immobilière du Berreveld NV, die voor 50% gehouden werd en waarop de vermogensmutatiemethode werd toegepast, verkocht.
Deze vennootschappen werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode tot hun respectieve datum van verkoop.
DEME vereffende ook haar participatie in de volgende entiteiten:
Deze vennootschappen werden volgens de integrale methode geconsolideerd tot hun respectieve vereffeningsdatum.
DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap Dredging International India PVT Ltd van 99,78% naar 99,97% en in de vennootschap International Seaport Dredging PVT Ltd van 86% naar 89,61%. Deze vennootschappen blijven geconsolideerd volgens de integrale methode.
DEME verhoogde ook haar participatie in de vennootschap West Islay Tidal Energy Park Ltd van 17,5% naar 35% in ruil voor haar participatie in de vennootschap Fair Head Tidal Energy Park Ltd. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Daarnaast werden de vennootschappen Eversea NV, GeoSea Maintenance NV en ECO Shipping NV, 100% gehouden, overgenomen door DEME Offshore Holding NV, een vennootschap voor 100% gehouden en volgens de integrale methode geconsolideerd.
De vennootschap Tideway BV, 100% gehouden en voordien geconsolideerd volgens de integrale methode, werd in twee vennootschappen gesplitst: DEME Offshore NL BV en Dredging International Netherlands BV. Deze zijn 100% gehouden en worden geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 29 maart 2019 werd de vennootschap P-Multitech BVBA met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 overgenomen door VMA NV, een 100% door de groep CFE gehouden vennootschap.
Op 29 maart 2019 veranderden de vennootschappen be.Maintenance SA, Etablissements Druart SA, Nizet Entreprises SA en Vanderhoydoncks NV, dochterondernemingen van CFE Contracting, hun naam in respectievelijk VMA be.Maintenance SA, VMA Druart SA, VMA Nizet SA en VMA Vanderhoydoncks NV.
Op 15 mei 2019 veranderde de vennootschap CFE Bouw Vlaanderen NV, een dochteronderneming van CFE Contracting, haar naam in MBG NV.
Op 16 mei 2019 veranderden de vennootschappen Engema SA, Engetec SA, José Coghe-Werbrouck NV, Louis Stevens NV en Remacom NV, 100% dochterondernemingen van de groep CFE, hun naam in respectievelijk Mobix Engema NV, Mobix Engetec SA, Mobix Coghe NV, Mobix Stevens NV en Mobix Remacom NV.
Op 28 mei 2019 veranderde de vennootschap CFE Bâtiment Brabant Wallonie SA, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, haar naam in Bâtiments et Ponts Construction SA.
Op 20 september 2019 verwierf de groep CFE, via haar 100% dochteronderneming VMA NV, 51% van de aandelen van de vennootschap VMA RRobotics Sp. z o.o. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
Op 18 december 2019 verlaagde de groep CFE via haar dochteronderneming BPI Real Estate Belgium SA haar participatie in de vennootschap MG Immo SPRL van 100% naar 50%. Deze vennootschap, die volgens de integrale methode geconsolideerd werd, wordt vanaf nu geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 25 oktober 2019 heeft de groep CFE, via haar dochterondernemingen CFE Contracting SA et BPI Real Estate Belgium SA de vennootschap Wood Shapers SA opgericht. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 17 december 2019 heeft de groep CFE, via haar dochteronderneming Wood Shapers SA de vennootschap Wood Shapers Luxembourg SA opgericht. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 20 december 2019 verwierf Wood Shapers Luxembourg SA 100% van de aandelen van de vennootschap Immo-Bechel C.L.E. S.à.r.l. Deze vennootschap, die 100% gehouden wordt door de groep CFE, werd geconsolideerd volgens de integrale methode.
Op 14 februari 2019 verhoogde de groep CFE haar participatie in Rent-A-Port NV van 45% naar 50%. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 28 februari 2019 werd de voor 50% door de groep CFE gehouden vennootschap Liveway Ltd. vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Op 19 november 2019 werd de vennootschap CFE Slovakia SRO, een 100% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap was volgens de integrale methode geconsolideerd.
Op 19 november 2019 werd de vennootschap Lockside Ltd, een 50% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
In het 4de kwartaal van 2019 werd de vennootschap Cobel Contracting Nigeria Ltd, een 50% dochteronderneming van de groep CFE, vereffend. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten van CFE op 31 december 2020 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2020 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS-normen en -interpretaties.
De op 31 december 2020 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2019, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2020 verplicht van toepassing zijn.
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen materiële gevolgen op de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE.
De groep heeft beslist om niet te anticiperen op de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing op 31 december 2020 niet verplicht is.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
In de context van de gezondheidscrisis van Covid-19 worden de volgende elementen verduidelijkt voor het opstellen van de verkorte financiële staten per 31 december 2020:
Volgens de bepalingen van de standaard IFRS 15 wordt het resultaat van de bouwprojecten gemeten volgens het geraamde resultaat op het einde van het project en de voortgang van het project op de afsluitingsdatum.
De geïdentificeerde meerkosten zijn opgenomen in het geraamde resultaat op het einde van het project. Op basis van contract per contract bepaalde contractuele voorwaarden, zijn ook de eventuele toegekende vergoedingen of omgekeerd de boetes wegens laattijdige uitvoering opgenomen in het geraamde resultaat op het einde van het project, in overeenstemming met de waarderingsregels van de groep CFE. Indien de verwachting einde werf een verlieslatend resultaat zou zijn, wordt het verwachte verlies einde werf onmiddellijk opgenomen als een last voor de periode.
De niet aan de projecten toegewezen kosten van arbeid en materieel worden uitgesloten naarmate het project vordert en worden rechtstreeks als kosten voor de periode opgenomen.
De waardeverminderingstests werden uitgevoerd. De realiseerbare waarden van de kasstroomgenererende eenheden zijn hoger dan de boekwaarden. Bijgevolg werd per 31 december 2020 geen waardevermindering opgenomen. De belangrijkste gekozen veronderstellingen worden beschreven in toelichting 13 Goodwill.
In lijn met de waarderingsregels van de groep CFE werd het analyse van het risico van ingebreke blijven van de klanten geval per geval uitgevoerd. Per 31 december 2020 werd geen enkele algemene of statistische provisie opgenomen. Het grondige onderzoek van de klantenvorderingen heeft niet tot een opname van significante bijkomende waardeverminderingen geleid.
In lijn met de waarderingsregels van de groep CFE worden uitgestelde belastingvorderingen enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De terugvordering van uitgestelde belastingen was het voorwerp van een specifieke aandacht per 31 december 2020.
Binnen de groep CFE verschillen de maatregelen voor social distancing en de voorwaarden waaronder de activiteiten kunnen worden voorgezet naargelang het betreffende activiteitssegment.
Hoewel de negatieve impact van de gezondheidscrisis zich in de eerste maanden van 2021 nog zal laten voelen, verwacht CFE een vooruitgang van haar omzet en haar bedrijfsresultaat in 2021, zonder evenwel de niveaus van 2019 (voor de gezondheidscrisis) te evenaren.
In de pool baggerwerken, milieu, offshore en infra werden de operationele activiteiten sterk vertraagd maar konden ze doorgaan, op enkele uitzonderingen na. Bijgevolg worden de financiële staten van DEME getroffen door een afname van de activiteit en door de meerkosten als gevolg van de gezondheidscrisis. De geraamde weerslag van de Covid-19-crisis op de omzet en de EBIT in 2020 bedraagt respectievelijk 300 miljoen euro en 100 miljoen euro. Dit bedrag van 100 miljoen euro dit ook de impact van de onbeschikbaarheid van het schip Orion omvat, bestaat voornamelijk uit :
De bouwactiviteiten van de pool contracting in België en Luxemburg werden van 18 maart tot begin mei opgeschort. Anderzijds konden de projecten in Polen verder gaan. De activiteiten van VMA en Mobix werden in dezelfde periode gedeeltelijk vertraagd. De tweede lockdown in België, in de loop van het tweede semester, had een veel kleinere impact op de activiteit: het werk op de bouwplaatsen kon verder gaan, maar onder minder gunstige voorwaarden vanwege de bijkomende maatregelen voor de naleving van het gezondheidsprotocol. De impact op de omzet van CFE Contracting in 2020 wordt geraamd op 90 miljoen euro. De weerslag van deze volledige of gedeeltelijke opschorting van de werken op de EBIT wordt op 20,0 miljoen euro geraamd. Hij omvat de volgende elementen:
De pool vastgoedontwikkeling wordt getroffen door de vertraging van de procedures voor het verkrijgen van bouwvergunningen, in het bijzonder in Brussel. Voor de projecten in ontwikkeling werden de opgelopen kosten bij ontstentenis van vergunningen niet geactiveerd. Er is echter geen wezenlijke impact op het resultaat voor belastingen.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.
Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethoden van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.
De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:
Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Deze geconsolideerde financiële staten omvatten de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:
Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.
Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.
Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ("put" op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.
Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid. Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de geassocieerde deelnemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.
Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.
Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name "omrekeningsverschillen". Deze verschillen worden opgenomen in de winst-enverliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.
| Valuta | Slotkoers 2020 | Gemiddelde koers 2020 |
Slotkoers 2019 | Gemiddelde koers 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Poolse zloty | 4,56 | 4,44 | 4,26 | 4,30 |
| US dollar | 1,23 | 1,14 | 1,12 | 1,12 |
| Singaporese dollar | 1,62 | 1,57 | 1,51 | 1,53 |
| Tunesische dinar | 3,29 | 3,20 | 3,12 | 3,28 |
| CFA frank | 655,96 | 655,96 | 655,96 | 655,96 |
| Australische dollar | 1,59 | 1,65 | 1,60 | 1,61 |
| Nigeriaanse naira | 484,55 | 435,36 | 408,97 | 405,01 |
| Russische roebel | 91,46 | 82,72 | 69,96 | 72,45 |
| Egyptische pound | 19,26 | 18,06 | 18,01 | 18,83 |
| Taiwanese dollar | 34,49 | 33,59 | 33,59 | 34,61 |
1 euro = X vreemde valuta
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De ontwikkelingskosten, dankzij welke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages :
| Minstens 5% | De exploitatieconcessies | |
|---|---|---|
| 20% - 33,33% |
De software |
De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.
Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-enverliesrekening opgenomen.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.
Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:
Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.
De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).
Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.
Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de nietgerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding. Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.
Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.
Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:
| vrachtwagens : | 5 jaar |
|---|---|
| voertuigen : | 3 à 5 jaar |
| ander materieel : | 5 jaar |
| informaticamaterieel : | 3 jaar |
| kantoormaterieel : | 5 jaar |
| kantoormeubilair : | 10 jaar |
| renovatie van gebouwen/nieuwbouw : | 20-33 jaar |
| hoofdcomponent van de Trailing suction hopper dredgers, Cutter suction dredgers, Cable Lay Vessels and DP3 Offshore crane vessels en Jack-Up |
20 jaar met restwaarde van 1% |
| pontons, bakken, werkschepen en boosters : | 18 jaar zonder restwaarde |
| transportschepen, bakken : | 25 jaar met restwaarde van 1% |
| kranen : | 8-12 jaar met/zonder restwaarde van 1% |
| grondverzetmaterieel : | 7 jaar zonder restwaarde |
| leidingen : | 3 jaar zonder restwaarde |
| containers en werfinstallaties : | 5 jaar |
| divers werfmaterieel : | 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.
De aanschaffingswaarde wordt in twee delen verdeeld: een hoofdcomponent die overeenkomt met 90% van de aanschaffingswaarde, lineair afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type schip, en een secundair component die overeenkomt met 10% van de aanschaffingswaarde en die lineair wordt afgeschreven over 10 jaar. Voor « Jack-Up » vaartuigen, overeenkomen de hoofdcomponent en de secundaire component respectievelijk met 66% en 34%. Bovendien worden het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.
Bij de verwerving van een schip worden de vervangingsonderdelen gekapitaliseerd in verhouding met de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van het schip (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.
Bovendien worden de droogdokkosten van de hoofdvloot opgenomen in de boekwaarde van het schip wanneer deze worden gemaakt en afgeschreven over de periode tot de volgende droogdokking (5 jaar).
Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.
Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.
De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
De groep CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen. De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige verplichtingen worden geboekt als financiële schulden. Schadeloosstellingen met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt gebruikt.
Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als afschrijving van de lopende verplichting, zodat dit resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
Elke categorie van beleggingen wordt aan het juiste waarde geboekt tegen aanschaffingsdatum. De waarderingsmethode hangt van de categorieën hieronder af.
Beleggingen in leningsvorderingen worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieverentemethode wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:
De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
We verwijzen naar paragraaf (M).
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in winst en verlies, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf Y).
Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.
De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het geschatte verliesmodel, dat vereist dat rekening wordt gehouden met de gedisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verliezen die moeten worden gemaakt in verschillende scenario's. Deze analyse wordt per geval uitgevoerd, op het niveau van elke werf.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die onder het toepassingsgebied van IFRS 9 vallen, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.
De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.
Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.
Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.
Kortlopende voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De overige kortlopende voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.
Langlopende voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type "met vaste prestaties" en het type "met vaste bijdragen".
In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen.
De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.
De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.
Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de "projected unit credit"-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de nietopgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.
De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk type regeling met vaste prestaties. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.
De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.
De rentekosten als gevolg van de deactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit hoofd van een regeling met vaste prestaties voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van ontvangen diensten. De kosten van ontvangen diensten die verband houden met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van ontvangen diensten verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
(S) RENTEDRAGENDELENINGEN
Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun reële waarde, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-enverliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf K 2.1 voor de definitie van deze methode.
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in winst-en-verliesrekening, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf Y).
De handelsschulden en overige kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.
De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
Een belastingkrediet zal in de winst-en-verliesrekening worden geboekt op de regel van de uitgestelde belastingen en het overeenkomstige actief zal in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie worden opgenomen op de regel van de uitgestelde belastingvorderingen wanneer de entiteit aan het of de criteria voor het verkrijgen van het belastingkrediet voldoet.
Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst-en-verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten. Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is:
Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winst-en-verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend als een last.
Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract vastgesteld wordt en wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden.
De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en wordt toegerekend aan de prestatieverplichting op basis van individuele verkoopprijzen. De individuele verkoopprijzen worden geschat op basis van de verwachte kosten.
Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit is een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van staal, het brandstofverbruik of wijzigingen in de ontwerpprijs worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden.
Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden.
Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de entiteit goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is. Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de vennootschap een vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract.
De groep CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm (bv. mobilisatiekosten) die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten.
De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken, bodemsanering, waterbouwkundige werken, diensten voor de offshore olie- en gasindustrie en de sector van de hernieuwbare energie. De omzet uit het merendeel van de bouw- en servicecontracten worden opgenomen als één enkele prestatieverplichting die geleidelijk aan wordt gerealiseerd. De groep meent dat de opbrengsten uit bouw- en servicecontracten moeten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kostprijsmethode. Als zodanig bepaalt het model dat opbrengsten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing van de prestatieverplichting, dat overeenkomt met de overdracht van de zeggenschap over de goederen of diensten aan een klant.
Kosten en opbrengsten worden opgenomen volgens het stadium van voltooiing van het uit te voeren contract aan het einde van de periode, gemeten als het toegezegde deel van de projectkosten voor de uitvoering van het contract tot op heden, rekening houdend met de geschatte totale kosten, behalve wanneer dit niet representatief is voor het stadium van voltooiing. Er zal een correctie worden aangebracht voor de kosten van materieel dat is aangeschaft maar nog niet is vervaardigd of nog in bewerking is op de verslagdatum.
Indien het contract meerdere afzonderlijke prestatieverplichtingen bevat, wijst de groep de totale contractprijs toe aan elke prestatieverplichting in overeenstemming met de bepalingen van IFRS 15. Voor een beperkt aantal EPCI-contracten binnen de pool DEME (offshore windparken) werden meerdere prestatieverplichtingen geïdentificeerd. Deze prestatieverplichtingen hebben betrekking op enerzijds inkoopactiviteiten en anderzijds transport- en installatieactiviteiten.
De groep CFE staat in voor het globale beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals afbraak, grondwerken, bodemsanering, funderingswerken, aankoop van materialen, bouw van de ruwbouw en de gevels, installatie van de technische percelen (elektriciteit, HVAC, enz.) en de afwerking.
Prestatieverplichtingen om goederen en diensten over te dragen worden in het kader van het contract niet afzonderlijk behandeld, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent door goederen en diensten (de inputs) te integreren in het gebouw (het gecombineerde product) waarvoor de klant een overeenkomst heeft gesloten. Daarom zijn goederen en diensten niet gescheiden. De entiteit neemt alle goederen en diensten in het contract op als één enkele prestatieverplichting.
Opbrengsten uit bouwcontracten worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing op basis van de kostenmethode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dan toe gemaakte projectkosten in de totale geschatte kosten.
Voor zover het contract expliciet elke eenheid afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren, moet de constructie van elke eenheid worden beschouwd als een afzonderlijke prestatieverplichting en worden de producten afzonderlijk erkend voor elke prestatieverplichting.
Voor sommige contracten, voornamelijk in het multitechnische segment, beslaan de installatie- en uitvoeringswerkzaamheden een zeer korte periode. Voor dergelijke contracten worden de opbrengsten verantwoord wanneer de werkzaamheden zijn voltooid.
De groep CFE staat in voor het globale beheer van de vastgoedprojecten waarbij verschillende blokken van gebouwen in aanbouw (of nog te bouwen) aan de klant(en) worden verkocht. Hoewel de lokale toezichthouder de eigendomsoverdracht aan de eindklant regelt, wordt de prestatieverplichting geleidelijk of op een specifiek moment nagekomen. Opbrengsten worden opgenomen zodra de materiële risico's en voordelen van eigendom in wezen zijn overgedragen aan de koper en er geen onzekerheid bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de eventuele terugzending van de goederen.
De zogenaamde gemengde projecten, namelijk vastgoedontwikkelingen die residentiële eenheden, kantoren en/of handelsruimten omvatten, zullen naargelang de verschillende ontwikkelde eenheden wel of niet onderscheiden zijn in de betekenis van IFRS 15, worden onderverdeeld in een of meer prestatieverplichtingen. Voor het overige zullen de ontwikkeling van het project en de follow-up van zijn bouw afhankelijk van het contractuele kader als een enkele of als twee onderscheiden prestatieverplichtingen worden beschouwd.
De opbrengst wordt geboekt wanneer elke individueel genomen prestatieverplichting voldaan is, namelijk:
Indien de ontwikkeling van een project en de follow-up van zijn bouw als twee onderscheiden verplichtingen worden beschouwd, zal de opbrengst van de ontwikkeling van het project in het algemeen worden opgenomen op een welbepaald ogenblik, bij de verkoop, en zal de opbrengst van de follow-up van de bouw zoals vroeger worden opgenomen volgens het voltooiingspercentage.
(W) OVERIGEINKOMSTEN
Huurinkomsten en -kosten worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst.
Een overheidssubsidie wordt initieel opgenomen in de balans als uitgestelde baten wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze ontvangen zal worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies die de onderneming vergoeden voor gemaakte kosten worden systematisch opgenomen als overige bedrijfsopbrengsten gedurende de periode waarin de overeenkomstige kosten gemaakt worden die door de subsidie gedekt moeten worden.
Subsidies in kapitaal die de onderneming vergoeden voor de kostprijs van een actief worden systematisch opgenomen als aftrek van de kosten voor deze vaste activa. Ze worden opgenomen tegen hun verwachte waarde op de datum van de eerste opname in de geconsolideerde balans en in mindering gebracht op de afschrijvingskosten van het onderliggend actief over zijn gebruiksduur in de winst-en-verliesrekening.
De financiële lasten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de huurcontracten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieverentemethode.
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens de norm IFRS 9, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen reële waarde. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.
De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
De reële waarde van een "forward exchange contract" is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde "forward"-prijs.
De administratieve verwerking van afdekkingstransacties is van toepassing als aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is:
De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boek- houdkundige kwalificatie van het instrument :
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek "eigen vermogen" en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-enverliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek "eigen vermogen" en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-enverliesrekening opgenomen.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek "eigen vermogen".
Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening als financiële baten of lasten. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als kosten van het bouwcontract (zie sectie (V) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.
Activa bestemd voor verkoop worden gewaardeerd tegen de laagste tussen de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten. Deze worden in een aparte rubriek van de geconsolideerde staat van de financiële positie gerapporteerd. Per 31 december 2019, betreft het de activa van de vennootschap Merkur Offshore GmbH.
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen: de pool DEME, de pool contracting, de pool vastgoedontwikkeling en de pool Holding en niet-overgedragen activiteiten.
Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep een gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Dit heeft met name betrekking op Rent-A-Port en sommige dochterondernemingen van DEME en BPI.
De evolutie van de consolidatiekring van de groep CFE tussen 2019 en 2020 wordt als volgt samengevat:
| Aantal entiteiten | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Integrale methode | 210 | 200 |
| Vermogensmutatiemethode | 143 | 142 |
| Totaal | 353 | 342 |
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. De omrekeningsverschillen die daaruit voortvloeien, worden in de geconsolideerde reserves opgenomen als wisselkoersverschillen die uit de omrekening resulteren. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen in de rubriek van de wisselkoersverschillen uit de omrekening onder de overige elementen van het globaal resultaat en zijn het
De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.
De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele polen:
voorwerp van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen.
De pool Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra is via zijn dochtermaatschappij DEME actief op het gebied van baggerwerken (investeringsbaggerwerken en onderhoudsbaggerwerken), de aanleg van offshore windmolens en onderzeese kabels, de bescherming van pijpleidingen op zee, de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.
De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities.
De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. CFE Contracting is gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoorgebouwen, woningen, hotels, scholen en universiteiten, parkings, winkel- en vrijetijdscentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.
De afdelingen multitechnieken, Rail & Utilities zijn voornamelijk actief in België via twee clusters:
De pool vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen.
Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook:
| Per 31 december 2020 (duizend euro) |
DEME | Herwerkingen DEME |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.195.828 | 911.898 | 131.105 | 21.859 | (38.732) | 3.221.958 | |
| Resultaat van de operationele activiteiten |
64.281 | (4.589) | 14.709 | 18.279 | (5.165) | (262) | 87.253 |
| Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
22.395 | (729) | 190 | 4.650 | 5.734 | 0 | 32.240 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 86.676 | (5.318) | 14.899 | 22.929 | 569 | (262) | 119.493 |
| % Omzet | 3,95% | 1,63% | 17,49% | 3,71% | |||
| Financieel resultaat | (25.651) | 0 | (2.525) | (4.908) | (1.264) | 0 | (34.348) |
| Winstbelastingen | (9.812) | 1.239 | (6.867) | (4.800) | (82) | 0 | (20.322) |
| Resultaat - deel van de groep | 50.410 | (4.079) | 5.507 | 13.221 | (777) | (262) | 64.020 |
| % Omzet | 2,30% | 0,60% | 10,08% | 1,99% | |||
| Niet-kaselementen | 305.176 | 4.589 | 18.403 | 1.127 | (1.833) | 0 | 327.462 |
| EBITDA | 369.457 | 0 | 33.112 | 19.406 | (6.998) | (262) | 414.715 |
| % Omzet | 16,83% | 3,63% | 14,80% | 12,87% |
| Per 31 december 2019 (duizend euro) |
DEME | Herwerkingen DEME |
Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.621.965 | 998.671 | 59.065 | 12.433 | (67.412) | 3.624.722 | |
| Resultaat van de operationele activiteiten |
141.645 | (4.589) | 18.729 | 1.030 | (13.281) | 81 | 143.615 |
| Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
18.449 | (684) | 77 | 12.656 | 3.594 | 0 | 34.092 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 160.094 | (5.273) | 18.806 | 13.686 | (9.687) | 81 | 177.707 |
| % Omzet | 6,11% | 1,88% | 23,17% | 4,90% | |||
| Financieel resultaat | (6.749) | 611 | (833) | (1.338) | 587 | 0 | (7.722) |
| Winstbelastingen | (30.321) | 1.059 | (8.446) | (791) | (109) | (11) | (38.619) |
| Resultaat - deel van de groep | 125.041 | (3.603) | 9.527 | 11.598 | (9.209) | 70 | 133.424 |
| % Omzet | 4,77% | 0,95% | 19,64% | 3,68% | |||
| Niet-kaselementen | 295.366 | 4.589 | 14.393 | (888) | (5.851) | 0 | 307.609 |
| EBITDA | 437.011 | 0 | 33.122 | 142 | (19.132) | 81 | 451.224 |
| % Omzet | 16,67% | 3,32% | 0,24% | 12,45% |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
OMZET
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| België | 1.169.397 | 1.495.250 |
| Andere Europa | 1.657.891 | 1.410.888 |
| Midden-Oosten | 7.109 | 77.665 |
| Azië | 162.212 | 290.449 |
| Oceanië | 37.188 | 36.662 |
| Afrika | 137.150 | 221.397 |
| Amerika | 51.011 | 92.411 |
| Totaal geconsolideerd | 3.221.958 | 3.624.722 |
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De groep CFE heeft in 2020 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 15% van de omzet.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Baggeren | 877.045 | 1.084.553 |
| Offshore | 934.565 | 1.141.093 |
| Infra | 208.822 | 196.898 |
| Milieu | 118.727 | 147.417 |
| Overige | 56.669 | 52.004 |
| Totaal | 2.195.828 | 2.621.965 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Bouw | 634.744 | 733.539 |
| Multitechnieken (VMA) | 164.945 | 179.632 |
| Rail & Utilities (MOBIX) | 112.209 | 85.500 |
| Contracting | 911.898 | 998.671 |
De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool vastgoedontwikkeling.
De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool contracting en de pool vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.
| (miljoen euro) | 2020 | 2019 | % wijziging |
|---|---|---|---|
| DEME | 4.500,0 | 3.750,0 | +20,0% |
| Contracting | 1.492,6 | 1.385,5 | +7,7% |
| Bouw | 1.058,7 | 1.016,8 | +4,1% |
| Multitechnieken (VMA) | 251,1 | 188,5 | +33,2% |
| Rail & Utilities (MOBIX) | 182,8 | 180,2 | +1,4% |
| Vastgoedontwikkeling | 40,8 | 12,7 | +221,3% |
| Holding en niet-overgedragen activiteiten | 15,7 | 34,7 | -54,8% |
| Totaal | 6.049,1 | 5.182,9 | +16,7% |
| Per 31 december 2020 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 150.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 172.127 |
| Materiële vaste activa | 2.431.361 | 79.796 | 2.070 | 1.825 | 0 | 2.515.052 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 20.000 | (20.000) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 32.813 | 0 | 37.858 | 18.525 | 0 | 89.196 |
| Overige vlottende activa | 348.275 | 14.132 | 58.090 | 1.284.587 | (1.245.913) | 459.171 |
| Voorraden | 10.456 | 16.536 | 153.850 | 5.349 | (1.626) | 184.565 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 621.937 | 73.514 | 5.707 | 58.537 | 0 | 759.695 |
| Interne kaspositie - Cash pooling - actief | 0 | 86.830 | 1.457 | 1.741 | (90.028) | 0 |
| Overige posten van vaste activa | 596.476 | 295.223 | 35.319 | 37.974 | (7.315) | 957.677 |
| Totaal der activa | 4.191.885 | 587.591 | 294.351 | 1.428.538 | (1.364.882) | 5.137.483 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | 1.709.637 | 78.365 | 85.532 | 1.178.951 | (1.247.537) | 1.804.948 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 20.000 | 0 | (20.000) | 0 |
| Langlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 29.794 | 0 | 0 | 29.794 |
| Langlopende financiële schulden | 735.053 | 25.318 | 42.701 | 115.609 | 0 | 918.681 |
| Overige langlopende verplichtingen | 172.966 | 16.566 | 37.628 | 2.108 | 0 | 229.268 |
| Kortlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kortlopende financiële schulden | 375.913 | 8.919 | 17.488 | 10.329 | 0 | 412.649 |
| Interne kaspositie - Cash pooling - passief |
0 | 2.708 | 3.376 | 83.944 | (90.028) | 0 |
| Overgie kortlopende verplichtingen | 1.198.316 | 455.715 | 57.832 | 37.597 | (7.317) | 1.742.143 |
| Totaal der passiva | 2.482.248 | 509.226 | 208.819 | 249.587 | (117.345) | 3.332.535 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen |
4.191.885 | 587.591 | 294.351 | 1.428.538 | (1.364.882) | 5.137.483 |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| Per 31 december 2020 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
309.921 | 31.793 | 29.288 | (3.118) | 367.884 |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten |
401.819 | 46.809 | (21.730) | (8.564) | 418.334 |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(147.139) | (8.102) | (278) | (3.869) | (159.388) |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
(103.821) | (30.565) | 21.670 | 7.866 | (104.850) |
| Netto toename/(afname) van de geldmiddelen | 150.859 | 8.142 | (338) | (4.567) | 154.096 |
| Per 31 december 2020 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal |
435.721 | 31.478 | 5.143 | (19.078) | 453.264 |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten |
388.813 | 48.832 | 10.261 | (3.949) | 443.957 |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten |
(370.319) | (13.417) | (40) | (6.665) | (390.441) |
| Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten |
168.619 | (21.559) | (13.053) | 35.412 | 169.419 |
| Netto toename/(afname) van de geldmiddelen | 187.113 | 13.856 | (2.832) | 24.798 | 222.935 |
De kasstroom uit (gebruikt in het kader van) financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in de polen DEME, vastgoedontwikkeling en Holding en niet-overgedragen activiteiten. De pool DEME maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.
| Per 31 december 2020 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (300.723) | (17.982) | (967) | (701) | (320.373) |
| Investeringen | 214.583 | 20.281 | 1.283 | 280 | 236.427 |
| Waardeverminderingen | (4.042) | (24) | 0 | 0 | (4.066) |
| Per 31 december 2019 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | (297.638) | (16.662) | (949) | (607) | (315.856) |
| Investeringen | 432.449 | 25.222 | 651 | 113 | 458.435 |
| Waardeverminderingen | (2.816) | 0 | 0 | 0 | (2.816) |
De investeringen omvatten de verwervingen van materiële en immateriële vaste activa. De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties zijn niet opgenomen in deze bedragen.
| Per 31 december 2019 (duizend euro) |
DEME | Contracting | Vastgoed ontwikkeling |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Eliminaties tussen polen |
Totaal geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Goodwill | 155.567 | 21.560 | 0 | 0 | 0 | 177.127 |
| Materiële vaste activa | 2.529.919 | 81.173 | 1.742 | 2.330 | 0 | 2.615.164 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 0 | 0 | 23.600 | (23.600) | 0 |
| Overige financiële vaste activa | 36.178 | 0 | 29.874 | 17.861 | 0 | 83.913 |
| Overige vlottende activa | 266.417 | 15.656 | 51.029 | 1.287.700 | (1.245.838) | 374.964 |
| Voorraden | 13.152 | 15.720 | 130.837 | 4.528 | (1.625) | 162.612 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 475.135 | 67.550 | 6.411 | 63.110 | 0 | 612.206 |
| Interne kaspositie - Cash pooling - actief | 0 | 75.684 | 11.167 | 2.327 | (89.178) | 0 |
| Overige posten van vaste activa | 724.124 | 306.630 | 23.703 | 37.824 | (5.635) | 1.086.646 |
| Totaal der activa | 4.200.492 | 583.973 | 254.763 | 1.439.280 | (1.365.876) | 5.112.632 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | 1.675.537 | 83.670 | 76.296 | 1.172.271 | (1.247.464) | 1.760.310 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep |
0 | 1.800 | 21.800 | 0 | (23.600) | 0 |
| Langlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 29.689 | 0 | 0 | 29.689 |
| Langlopende financiële schulden | 947.798 | 23.174 | 13.378 | 125.862 | 0 | 1.110.212 |
| Overige langlopende verplichtingen | 175.248 | 15.880 | 14.514 | 1.585 | 0 | 207.227 |
| Kortlopende obligatieleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kortlopende financiële schulden | 235.791 | 9.857 | 14.382 | 10.336 | 0 | 270.366 |
| Interne kaspositie - Cash pooling - passief |
0 | 2.327 | 4.698 | 82.153 | (89.178) | 0 |
| Overgie kortlopende verplichtingen | 1.166.118 | 447.265 | 80.006 | 47.073 | (5.634) | 1.734.828 |
| Totaal der passiva | 2.524.955 | 500.303 | 178.467 | 267.009 | (118.412) | 3.352.322 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen |
4.200.492 | 583.973 | 254.763 | 1.439.280 | (1.365.876) | 5.112.632 |
De operaties van de groep in de polen contracting en vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, Luxemburg en Polen.
De materiële vaste activa in de polen contracting en vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België.
Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische zones waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.
Op 30 oktober 2020 heeft DEME Offshore Holding NV, een dochteronderneming van DEME, 100% van de aandelen verworven van de vennootschap SPT Offshore Holding BV. Deze vennootschap houdt 100% van de aandelen van de vennootschappen SPT Equipment BV, SPT Offshore BV, SPT Offshore UK Ltd, SPT Offshore SDN Bhd, Seatec Holding BV en Seatec Subsea Systems BV. Deze vennootschappen werden geconsolideerd volgens de integrale methode.
De waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen reële waarde vond plaats op 30 juni 2020.
De reële waarden die aan de eventuele verworven activa en passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat :
| (duizend euro) | |
|---|---|
| Immateriële vaste activa | 19.252 |
| Goodwill | 0 |
| Materiële vaste activa | 5.361 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 3.968 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.878 |
| Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen | 0 |
| Kortlopende en langlopende financiële schulden | (1.038) |
| Overige vaste activa en langlopende schulden | (3.415) |
| Handelsschulden en overige schulden | (3.870) |
| Totaal van de netto verworven activa | 22.136 |
| Goodwill | 0 |
| Aanschaffingswaarde | 22.136 |
De dochterondernemingen van SPT Offshore bijdragen ten belope van 12,8 miljoen euro in de omzet van de groep CFE per 31 december 2020.
De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:
De aanschaffingswaarde bestaat uit een op de transactiedatum betaalbaar bedrag van 18,2 miljoen euro en een te betalen earn-out van naar schatting 3,9 miljoen euro. Gelet op de overdragen vergoeding is er geen resterende niet-toegewezen goodwill.
Op 12 mei 2020 verkocht DEME haar participatie van 12,5% in de vennootschap Merkur Offshore GmbH aan APG en aan de groep The renewables infrastructures Group Limited "TRIG" voor een bedrag van 89,9 miljoen euro. De netto boekwaarde van de geconsolideerde activa in de financiële staten van de groep CFE, 10,5 miljoen euro werd voorgesteld als activa bestemd voor verkoop per 31 december 2019.
Op 31 december 2020 werd een meerwaarde op de verkoop van 63,9 miljoen euro opgenomen in de financiële staten van de groep CFE.
In 2020 vond geen andere afstand met wezenlijk effect plaats.
De gerealiseerde overnames en afstotingen op het niveau van de pool vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde verwervingen en verkopen op het niveau van de pool vastgoedontwikkeling werden in de inleiding beschreven.
De overige exploitatiebaten bedragen 197.401 duizend euro (2019 : 81.042 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op :
De overige exploitatie lasten zijn als volgt samengesteld:
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Diverse diensten en goederen | (435.480) | (469.946) |
| Bijzondere waardevermindering van activa | ||
| - Voorraden | (199) | 131 |
| - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 4.153 | (25.663) |
| Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) |
987 | 28.161 |
| Overige exploitatielasten | (4.758) | (1.931) |
| Totaal geconsolideerd | (435.297) | (469.248) |
In 2019 werden de netto toevoegingen aan de voorzieningen en de waardevermindering op handelsvorderingen sterk beïnvloed door het feit dat de resterende niet door Credendo gedekte vorderingen van de groep CFE op de staat Tsjaad volledig werden afgewaardeerd.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | (486.880) | (512.523) |
| Verplichte socialezekerheidsbijdragen | (101.674) | (102.704) |
| Overige loonkosten | (38.341) | (25.410) |
| Bijdragen pensioenplannen (met vaste prestaties) | (16.814) | (13.233) |
| Totaal geconsolideerd | (643.709) | (653.870) |
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2020 bedraagt 8.113 (2019: 8.243), wat overeenkomt met 8.410 personen per 1 januari 2020 (2019: 8.598) en 8.292 per 31 december 2020 (2019: 8.410).
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Financieringslasten | (11.675) | (2.602) |
| Afgeleide instrumenten - Reële waarde aangepast door de resultatenrekening | 0 | 0 |
| Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten | 0 | 0 |
| Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde | 0 | 0 |
| Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop | 0 | 0 |
| Leningen en vorderingen - Opbrengsten | 7.126 | 14.280 |
| Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs - Rentelasten | (18.801) | (16.882) |
| Overige financiële lasten en opbrengsten | (22.673) | (5.120) |
| Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten | (14.494) | 1.759 |
| Ontvangen dividenden uit niet-geconsolideerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Rentekosten en opbrengsten uit regelingen met vaste prestaties | (178) | (343) |
| Waardevermindering op financiële activa | 0 | 0 |
| Overige | (8.001) | (6.536) |
| Financieel resultaat | (34.348) | (7.722) |
De evolutie van de winst (het verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde en overige per 31 december 2020 wordt voornamelijk verklaard door de devaluatie van de meeste valuta's tegenover de euro bij DEME en de devaluatie van de zloty tegenover de euro bij BPI en CFE Contracting.
Op 31 december 2020 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar (803) duizend euro (2019: 2.058 duizend euro) en heeft het volledig betrekking op de pool DEME.
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend :
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Resultaat - deel van de groep | 64.020 | 133.424 |
| Globaal resultaat - deel van de groep | 38.810 | 89.231 |
| Aantal gewone aandelen op afsluitingdatum | 25.314.482 | 25.314.482 |
| Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op balansdatum (basis) : |
||
| Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) | 2,53 | 5,27 |
| Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (in euro) | 1,53 | 3,53 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | ||
| Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar | 48.540 | 50.122 |
| Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren | 7.585 | (907) |
| Totaal actuele lasten uit hoofde van belastingen | 56.125 | 49.215 |
| Uitgestelde belastingen | ||
| Opname en terugname van uitgestelde belastingen m.b.t. verliezen in voorgaande periodes |
(11.129) | 26.002 |
| Opname en terugname van tijdelijke verschillen | (24.674) | (36.598) |
| Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen | (35.803) | (10.596) |
| Belastingen op het resultaat van het boekjaar | 20.322 | 38.619 |
| Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat |
1.918 | 6.378 |
| Totaal belastinglast in het globaal resultaat | 22.240 | 44.997 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 85.145 | 169.985 |
| waarvan het aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
32.240 | 34.092 |
| Winst vóór belastingen, exclusief deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
52.905 | 135.893 |
| Winstbelasting berekend aan het tarief van 25% (*) | 13.226 | 40.197 |
| Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven | 5.162 | 5.529 |
| Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten | (21.487) | (3.515) |
| Belastingkrediet en de impact van de notionele interest | (5.103) | (14.121) |
| Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden |
7.648 | 328 |
| Fiscale gevolgen van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes |
(1.357) | (1.817) |
| Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes |
8.906 | (589) |
| Fiscale impact van niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar |
13.327 | 12.607 |
| Belastinglast | 20.322 | 38.619 |
| Effectieve belastingtarief van het boekjaar | 38,41% | 28,42% |
(*) De belastingvoet in België bedraagt 25% voor het boekjaar 2020 tegenover 29,58% voor het boekjaar 2019.
De belastingkosten bedragen 20.322 duizend euro per 31 december 2020, tegenover 38.619 duizend euro eind 2019. Het effectief belastingtarief bedraagt 38,41% tegenover 28,42% op 31 december 2019.
De stijging van de niet-belastbare opbrengsten houdt grotendeels verband met de verkoop van de participatie van DEME in de vennootschap Merkur Offshore GmbH.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| Activa Verplichtingen |
||||
|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 |
| Immateriële en materiële vaste activa | 27.546 | 15.560 | (87.629) | (85.204) |
| Personeelsbeloningen | 15.131 | 14.136 | 0 | 0 |
| Voorzieningen | 2.296 | 2.177 | (22.110) | (18.170) |
| Reële waarde van afgeleide instrumenten | 3.468 | 2.813 | (364) | (12) |
| Behoefte aan werkkapitaal | 48.170 | 30.509 | (8.412) | (11.372) |
| Overige elementen | 158 | 0 | (36.838) | (44.904) |
| Fiscale verliezen | 147.998 | 153.903 | 0 | 0 |
| Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen | 244.767 | 219.098 | (155.353) | (159.662) |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | (59.043) | (63.923) | 0 | 0 |
| Belastingverrekening | (58.392) | (54.755) | 58.392 | 54.755 |
| Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting | 127.332 | 100.420 | (96.961) | (104.907) |
Aftrekbare fiscale verliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 236.172 duizend euro. Aftrekbare fiscale verliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.
De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen per entiteit.
Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen op het effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde in kasstroomafdekking |
446 | 2.772 |
| Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief m.b.t. regelingen met vaste prestaties |
1.472 | 3.606 |
| Totaal | 1.918 | 6.378 |
| Boekjaar 2020 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelings kosten |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 130.729 | 4.262 | 134.991 |
| Netto wisselkoersverschillen | (40) | 0 | (40) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 19.261 | 0 | 19.261 |
| Verwervingen | 3.505 | 385 | 3.890 |
| Afstotingen | (1.822) | (152) | (1.974) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 643 | (41) | 602 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 152.276 | 4.454 | 156.730 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (40.623) | (4.107) | (44.730) |
| Netto wisselkoersverschillen | 29 | 0 | 29 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | (2.236) | (498) | (2.734) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (7) | 0 | (7) |
| Afstotingen | 1.631 | 152 | 1.783 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 147 | 41 | 188 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (41.059) | (4.412) | (45.471) |
| Netto boekwaarde | |||
| Per 1 januari 2020 | 90.106 | 155 | 90.261 |
| Per 31 december 2020 | 111.217 | 42 | 111.259 |
De verwervingen voor de periode bedragen 3.890 duizend euro (2019 : 2.432 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op investeringen in softwarelicenties en concessierechten.
De acquisities die voortvloeien uit wijzigingen van de consolidatiekring bedragen 19.254 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op de verwerving van de vennootschap SPT Offshore, waarvan de details in toelichting 5 worden vermeld. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de resultatenrekening en bedragen (2.734) duizend euro.
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| Boekjaar 2019 (duizend euro) |
Concessies, brevetten en licenties |
Ontwikkelings kosten |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | |||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 129.064 | 3.884 | 132.948 |
| Netto wisselkoersverschillen | 3 | 0 | 3 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | (25) | (3) | (28) |
| Verwervingen | 2.051 | 381 | 2.432 |
| Afstotingen | (129) | 0 | (129) |
| Overdracht naar andere activacategorieën | (235) | 0 | (235) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 130.729 | 4.262 | 134.991 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||
|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (39.801) | (3.559) | (43.360) |
| Netto wisselkoersverschillen | (8) | 0 | (8) |
| Afschrijvingen van het boekjaar | (1.068) | (551) | (1.619) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 25 | 3 | 28 |
| Afstotingen | 129 | 0 | 129 |
| Overdracht naar andere activacategorieën | 100 | 0 | 100 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (40.623) | (4.107) | (44.730) |
| Netto boekwaarde |
| Per 1 januari 2019 | 89.263 | 325 | 89.588 |
|---|---|---|---|
| Per 31 december 2019 | 90.106 | 155 | 90.261 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 401.731 | 403.164 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | (1.433) |
| Overige wijzigingen | 0 | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 401.731 | 401.731 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | ||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | (224.604) | (226.037) |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen van het boekjaar | (5.000) | 0 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 1.433 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | (229.604) | (224.604) |
| Netto boekwaarde per 31 december | 172.127 | 177.127 |
Per 31 december 2020 werd een bijzondere waardevermindering van 5 miljoen euro geboekt op de Indianse dochteronderneming van DEME (ISD).
Volgens de norm IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 december 2020.
De volgende hypothesen werden aangenomen in de waardeverminderingstests :
| Activiteit | Netto waarde goodwill | Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen |
Bruto waarde goodwill |
Afwaardering van het boekjaar |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | 2020 | 2019 Groeipercentage (eindwaarde) |
Actualiserings voet |
Gevoeligheids percentage |
|||
| DEME - groep | 137.227 | 137.227 | 1,50% | 7,90% | 5% | 346.081 | - |
| DEME - dochterondernemingen | 13.339 | 18.339 | 1,50% | 7,90% | 5% | 29.510 | (5.000) |
| VMA | 11.115 | 11.115 | 0,50% | 8,50% | 5% | 11.115 | - |
| Mobix Remacom | 2.995 | 2.995 | 0,50% | 8,50% | 5% | 2.995 | - |
| Mobix Stevens | 2.682 | 2.682 | 0,50% | 8,50% | 5% | 2.682 | - |
| Mobix Coghe | 2.351 | 2.351 | 0,50% | 8,50% | 5% | 2.351 | - |
| VMA Druart | 1.507 | 1.507 | 0,50% | 8,50% | 5% | 3.360 | - |
| BPC | 911 | 911 | 0,50% | 8,50% | 5% | 911 | - |
| Totaal | 172.127 | 177.127 | 399.005 | (5.000) |
De kasstromen die gebruikt werden in de waardeverminderingstests werden afgeleid uit het 10-jarenplan dat voorgelegd werd aan de raad van bestuur van DEME en uit de initiële begroting die werd voorgelegd aan het directiecomité van CFE Contracting. Voor de activiteiten van CFE Contracting werd een groeivoet van 0,5% toegepast voor de bepaling van de eindwaarde. Voor de activiteiten van DEME werd voor de bepaling van de eindwaarde rekening gehouden met een groeivoet van 1,5% in het licht van de lopende investeringsprogramma's.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.
De groep DEME wordt als één kasstroomgenererende eenheid beschouwd. Er werd geen waardeverminderingsverlies op deze eenheid geïdentificeerd. Er is een bijkomende gevoeligheidsanalyse van de evolutie van het groeipercentage uitgevoerd. Met de toepassing van een WACC van 8,5% en een groeivoet van 0,5% blijft de bedrijfswaarde van DEME hoger dan de boekwaarde van de groep. De groep DEME voert eveneens waardeverminderingstests uit op haar niveau, waaruit geen waardeverlies blijkt, behalve voor de dochteronderneming ISD waarvan de goodwill volledig werd afgewaardeerd.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| Boekjaar 2020 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubiliair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
229.873 | 4.070.355 | 102.912 | 0 | 540.374 | 4.943.514 |
| Netto wisselkoersverschillen | (1.445) | (10.172) | (905) | 0 | (5) | (12.527) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
1.983 | 5.994 | 656 | 0 | 1.071 | 9.704 |
| Verwervingen | 18.912 | 95.627 | 18.045 | 0 | 99.953 | 232.537 |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
2.862 | 125.054 | 1.398 | 0 | (135.123) | (5.809) |
| Afstotingen | (7.979) | (123.545) | (12.517) | 0 | 0 | (144.041) |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
244.206 | 4.163.313 | 109.589 | 0 | 506.270 | 5.023.378 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
(72.676) | (2.192.432) | (63.242) | 0 | 0 | (2.328.350) |
| Netto wisselkoersverschillen | 570 | 7.470 | 704 | 0 | 0 | 8.744 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
(64) | (1.965) | (212) | 0 | 0 | (2.241) |
| Afschrijvingen | (18.992) | (284.754) | (17.959) | 0 | 0 | (321.705) |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
99 | (209) | 392 | 0 | 0 | 282 |
| Afstotingen | 2.910 | 121.876 | 10.158 | 0 | 0 | 134.944 |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
(88.153) | (2.350.014) | (70.159) | 0 | 0 | (2.508.326) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2020 | 157.197 | 1.877.923 | 39.670 | 0 | 540.374 | 2.615.164 |
| Per 31 december 2020 | 156.053 | 1.813.299 | 39.430 | 0 | 506.270 | 2.515.052 |
Per 31 december 2020 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 232.537 duizend euro en betreffen voornamelijk DEME (211.750 duizend euro). De investeringen eind 2020 stegen met 223.466 duizend euro in vergelijking met 2019.
Van de tien schepen die in 2015, 2016 en 2018 werden besteld voor een totale waarde van meer dan 1 miljard euro werden de sleephopperzuigers Minerva en Scheldt River, de schepen Gulliver (in partnerschap), Apollo en Living Stone in 2017, 2018 en 2019 opgeleverd. In 2020 werd de vloot van DEME versterkt met de sleephopperzuigers Meuse River en River Thames en de twee zelfvarende bakken Bengel en Deugniet. Op 31 december 2020 zal een resterend bedrag van 129 miljoen euro geïnvesteerd zijn in schepen in aanbouw tijdens de volgende jaren, voornamelijk de Orion en de Spartacus.
Het bedrag van de materiële vaste activa dat een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 55.686 duizend euro (2019: 55.686 duizend euro).
De nettowaarde van de activa met een gebruiksrecht bedraagt 113.588 duizend euro per 31 december 2020 (2019 : 163.529 duizend euro). Deze activa hebben voornamelijk betrekking op de concessies en gebouwen van de pool DEME, het wagenpark van de groep CFE en de maatschappelijke zetels van bepaalde dochterondernemingen van de pool contracting.
De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen (321.705) duizend euro (2019 : (317.053) duizend euro). In de pool DEME bedragen de afschrijvingen (298,4) miljoen euro, waaronder waardeverminderingen van (15,6) miljoen euro op enkele specifieke schepen van de vloot waarvan de benuttingsgraad lager was dan die van het geheel van de vloot.
| Boekjaar 2019 (duizend euro) |
Terreinen en gebouwen |
Installaties, machines en uitrusting |
Meubiliair en rollend materieel |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
144.300 | 3.914.871 | 68.409 | 0 | 431.022 | 4.558.602 |
| Activa met gebruiksrecht, 1 januari 2019 |
72.371 | 5.311 | 21.081 | 0 | 0 | 98.763 |
| Netto wisselkoersverschillen | 116 | 1.925 | 6 | 0 | 1 | 2.048 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
(40) | (6) | (9) | 0 | 0 | (55) |
| Verwervingen | 21.122 | 176.306 | 21.961 | 0 | 236.614 | 456.003 |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
833 | 132.515 | 15 | 0 | (127.263) | 6.100 |
| Afstotingen | (8.829) | (160.567) | (8.551) | 0 | 0 | (177.947) |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
229.873 | 4.070.355 | 102.912 | 0 | 540.374 | 4.943.514 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar |
(59.027) | (2.053.942) | (55.397) | 0 | 0 | (2.168.366) |
| Netto wisselkoersverschillen | (127) | (692) | (67) | 0 | 0 | (886) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring |
6 | 5 | 3 | 0 | 0 | 14 |
| Afschrijvingen | (17.668) | (283.621) | (15.764) | 0 | 0 | (317.053) |
| Overdracht naar andere activacategorieën |
138 | (6.063) | 173 | 0 | (0) | (5.752) |
| Afstotingen | 4.002 | 151.881 | 7.810 | 0 | 0 | 163.693 |
| Saldo op het einde van het boekjaar |
(72.676) | (2.192.432) | (63.242) | 0 | 0 | (2.328.350) |
| Netto boekwaarde | ||||||
| Per 1 januari 2019 | 85.273 | 1.860.929 | 13.012 | 0 | 431.022 | 2.390.236 |
| Per 31 december 2019 | 157.197 | 1.877.923 | 39.670 | 0 | 540.374 | 2.615.164 |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De belangen in de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast worden als volgt weergegeven:
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 167.653 | 155.792 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Overdrachten | (158) | (13.992) |
| Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
32.240 | 34.092 |
| Kapitaalverhoging/(vermindering) | 33.412 | 17.564 |
| Dividenden | (29.127) | (8.140) |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 17.338 | 18.606 |
| Overige wijzigingen | (17.263) | (36.269) |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 204.095 | 167.653 |
| Goodwill opgenomen in de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
18.838 | 18.811 |
Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, worden boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast die op een publieke markt zijn genoteerd.
Het aandeel in de winst van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedraagt 32.240 duizend euro (tegenover 34.092 duizend euro in 2019) en is voornamelijk afkomstig uit de activiteiten van de pool vastgoedontwikkeling en de participaties van DEME en Green Offshore in de concessiebedrijven van offshore windparken zoals Rentel, SeaMade en C-Power.
Kapitaalverhogingen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedragen 35,8 miljoen euro en hebben voornamelijk betrekking op de ontwikkeling van de activiteiten van DEME Offshore in Taiwan, in het bijzonder de investeringen in het schip Green Jade. Kapitaalverminderingen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedragen 2,4 miljoen euro.
De door de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast uitgekeerde dividenden bedragen 29.127 duizend euro en zijn voornamelijk afkomstig van de concessiebedrijven van de offshore windparken, en ook van ondernemingen van de pool vastgoedontwikkeling.
De wijzigingen in de consolidatiekring in het boekjaar 2020 hebben voornamelijk betrekking op Debrouckère Land SA en Wooden SA.
Overige wijzigingen zijn voornamelijk het gevolg van veranderingen in de marktwaarde van de afdekkingsinstrumenten (voornamelijk rente-hedges bij Rentel en SeaMade) en van de variatie in wisselkoersverschillen bij de integratie van de participaties in valuta.
De belangrijkste deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn opgenomen in toelichting 33, volgens hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.
De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit rekeningen opgesteld op basis van de IFRS-boekhoudmethoden voor de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties binnen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren.
| December 2020 (duizend euro) |
DEME | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 1.023.080 | 249.649 | 181.215 | 69.117 | 77.089 | 37.294 | 1.281.384 | 356.060 |
| Resultaat - deel van de groep | 152.889 | 22.395 | 16.572 | 6.600 | 14.116 | 6.588 | 183.577 | 35.583 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 3.324.251 | 475.653 | 134.735 | 45.940 | 216.200 | 78.176 | 3.675.186 | 599.769 |
| Vlottende activa | 888.981 | 179.570 | 382.495 | 144.272 | 181.131 | 85.861 | 1.452.607 | 409.703 |
| Eigen vermogen | 710.951 | 99.985 | 87.995 | 39.469 | 111.291 | 59.343 | 910.237 | 198.797 |
| Langlopende verplichtingen | 3.052.761 | 449.887 | 205.774 | 73.765 | 168.935 | 57.812 | 3.427.470 | 581.464 |
| Kortlopende verplichtingen | 449.520 | 105.351 | 223.461 | 76.978 | 117.105 | 46.882 | 790.086 | 229.211 |
| Netto financiële schuld | 2.582.286 | 366.927 | 153.776 | 52.919 | 198.573 | 66.250 | 2.934.635 | 486.096 |
In de pool DEME betreffen de vaste activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV: 720.043 duizend euro (a rato van 100%), SeaMade: 1.233.494 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 885.795 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde netto financiële schuld bedraagt respectievelijk 443.550 duizend euro (a rato van 100%), 1.008.619 duizend euro (a rato van 100%) en 728.742 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 23.150 duizend euro (a rato van 100%), 44.602 duizend euro (a rato van 100%) en 61.017 duizend euro (a rato van 100%).
De vaste en vlottende activa van de pool vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de vennootschappen van M1 SA: 43.866 duizend euro (a rato van 100%), Gravity SA: 27.027 duizend euro (a rato van 100%), Debrouckère Land SA: 25.740 duizend euro (a rato van 100%), Erasmus Gardens SA: 24.866 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA: 24.239 duizend euro (a rato van 100%), Wooden SA: 23.458 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA: 22.663 duizend euro (a rato van 100%), Goodways SA: 19.136 duizend euro (a rato van 100%), Mall of Europe: 16.313 duizend euro (a rato van 100%), Debrouckère Office SA: 16.249 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA: 12.038 duizend euro (a rato van 100%), Key West SA: 11.029 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate SA: 10.976 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA: 10.464 duizend euro (a rato van 100%), Bavière Development SA: 10.249 duizend euro (a rato van 100%) en Arlon 53 SA: 10.314 duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld betrekking op de concessiemaatschappij PPP Schulen te Eupen: 73.652 duizend euro (a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port NV: 81.600 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore NV: 13.875 duizend euro (a rato van 100%).
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| December 2019 (duizend euro) |
DEME | Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | 100% | E/A | |
| Resultatenrekening | ||||||||
| Omzet | 1.103.471 | 317.229 | 172.797 | 64.239 | 35.611 | 16.943 | 1.311.879 | 398.411 |
| Resultaat - deel van de groep | 139.360 | 18.449 | 24.566 | 10.201 | 7.944 | 4.002 | 171.870 | 32.652 |
| Balans | ||||||||
| Vaste activa | 4.277.822 | 551.388 | 78.581 | 19.244 | 215.268 | 76.454 | 4.571.671 | 647.086 |
| Vlottende activa | 776.834 | 185.208 | 287.590 | 117.418 | 175.074 | 83.046 | 1.239.498 | 385.672 |
| Eigen vermogen | 613.151 | 67.269 | 66.578 | 27.263 | 120.527 | 62.861 | 800.256 | 157.393 |
| Langlopende verplichtingen | 3.312.777 | 451.710 | 65.530 | 23.805 | 166.559 | 54.968 | 3.544.866 | 530.483 |
| Kortlopende verplichtingen | 1.128.728 | 217.617 | 234.063 | 85.594 | 103.256 | 41.671 | 1.466.047 | 344.882 |
| Netto financiële schuld | 2.948.912 | 411.143 | 64.401 | 23.810 | 144.860 | 41.634 | 3.158.173 | 476.587 |
In de pool DEME betreffen de vaste activa voornamelijk de vennootschappen van C-Power NV: 781.127 duizend euro (a rato van 100%), SeaMade: 686.176 duizend euro (a rato van 100%), Merkur Offshore GmbH: 1.432.970 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel: 932.365 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde netto financiële schuld bedraagt respectievelijk 529.062 duizend euro (a rato van 100%), 413.961 duizend euro (a rato van 100%), 952.831 duizend euro (a rato van 100%) en 778.011 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 34.647 duizend euro (a rato van 100%), (36) duizend euro (a rato van 100%), 45.872 duizend euro (a rato van 100%) en 39.496 duizend euro (a rato van 100%).
De vaste en vlottende activa van de pool vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de vennootschappen van M1 SA: 57.582 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA: 11.414 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA: 17.129 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA: 24.239 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate SA: 10.979 duizend euro (a rato van 100%), Erasmus Gardens SA: 29.825 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA: 30.384 duizend euro (a rato van 100%), Mall of Europe: 16.430 duizend euro (a rato van 100%), Luwa: 16.172 duizend euro (a rato van 100%) en Goodways SA: 19.588 duizend euro (a rato van 100%).
Voor de niet-overgedragen activiteiten heeft de netto financiële schuld betrekking op de concessiemaatschappij PPP Schulen te Eupen: 76.663 duizend euro (a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port NV: 55.620 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore NV: 12.391 duizend euro (a rato van 100%).
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, wordt samengevat in onderstaande tabel:
| December 2020 (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) |
DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten | 99.985 | 39.469 | 59.343 | 198.797 |
| Afstemmingselementen | 10.283 | 6.554 | (20.810) | (3.973) |
| Negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
5.933 | 3.338 | 0 | 9.271 |
| Boekwaarde van de participatie van CFE | 116.201 | 49.361 | 38.533 | 204.095 |
| December 2019 (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) |
DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting |
Holding en niet overgedragen activiteiten |
Totaal | |
| Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten | 67.269 | 27.263 | 62.861 | 157.393 |
| Afstemmingselementen | 10.405 | 11.607 | (21.182) | 830 |
| Negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast |
6.389 | 3.041 | 0 | 9.430 |
De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten DEME, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.
De deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast zijn ondernemingen waarvoor groep CFE meent een verplichting te hebben om deze vennootschappen en hun projecten te ondersteunen.
De overige financiële vaste activa bedragen 89.196 duizend euro per 31 december 2020, een stijging tegenover december 2019 (83.913 duizend euro). Ze omvatten voornamelijk leningen toegekend aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast voor een bedrag van 81.811 duizend euro (2019: 77.216 duizend euro). De afname in 2019 van het saldo van deze langlopende financiële vorderingen had voornamelijk betrekking op de aflossing van de leningen die zijn verstrekt aan de concessiehouders van Merkur en Rentel. In 2020 wordt de variatie voornamelijk verklaard door de financieringsactiviteiten van de concessiebedrijven van de windparken van de pool DEME en van de projectondernemingen van de pool vastgoedontwikkeling.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Saldo aan het einde van het vorige boekjaar | 83.913 | 171.687 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 10.757 | 0 |
| Verwervingen | 16.276 | 14.371 |
| Verkopen en overdracht | (21.557) | (102.145) |
| Waardeverminderingen/tegenboeking waardeverminderingen | 0 | 0 |
| Netto wisselkoersverschillen | (193) | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 89.196 | 83.913 |
Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.
Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de bouwcontracten respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het voltooiingspercentage). De voltooiingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de "cost to cost" methode. Een verwacht verlies op het bouwcontract wordt onmiddellijk als last geboekt. We verwijzen naar toelichting 23 Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Gegevens uit de balans | ||
| Ontvangen en betaalde voorschotten | (65.034) | (18.663) |
| Onderhanden projecten van derden - activa | 343.236 | 307.462 |
| Onderhanden projecten van derden - verplichtingen | (210.503) | (222.930) |
| Onderhanden projecten van derden - netto bedrag | 132.733 | 84.532 |
| Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken | ||
| Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen |
6.637.364 | 6.847.533 |
| Verminderd met de tussentijdse facturatie | (6.504.631) | (6.763.001) |
| Onderhanden projecten van derden - netto bedrag | 132.733 | 84.532 |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
handelsvorderingen van dochterondernemingen die in toelichting 17 Bouwcontracten werden beschouwd, bedragen 459.937 duizend euro (2019: 578.991 duizend euro). 20. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Deposito's op korte termijn | 15.965 | 31.105 |
| Bank- en kasmiddelen | 743.730 | 581.101 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 759.695 | 612.206 |
Wij verwijzen naar toelichting 26.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. De
De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia met een floor op 0%.
De groep CFE heeft geen belangrijke kapitaalsubsidies ontvangen in 2020.
Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen" en "overige vlottende activa uit operationele activiteiten" op de balans.
Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "handelsschulden en overige schulden" en "overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten" op de balans.
De voorschotten zijn de bedragen ontvangen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd. We verwijzen naar toelichting 19 Handelsvorderingen, handelsschulden en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten.
De resterende prestatieverplichtingen, d.w.z. de te behalen omzet, in de volgende jaren voor de projecten die per 31 december 2020 in uitvoering zijn, bedragen 3.715 miljoen euro, waarvan 2.384 miljoen euro in 2021 uitgevoerd zouden moeten worden.
Per 31 december 2020 bedragen de voorraden 184.565 duizend euro (2019 : 162.612 duizend euro), als volgt samengesteld :
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 18.071 | 20.588 |
| Waardeverminderingen op voorraad grond- en hulpstoffen | (17) | (166) |
| Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop | 167.337 | 142.669 |
| Waardeverminderingen op voorraad eindproducten | (826) | (479) |
| Voorraden | 184.565 | 162.612 |
De stijging van de afgewerkte producten en van de onroerende goederen bestemd voor verkoop (24.668 duizend euro) is vooral het gevolg van de verwerving door de pool vastgoedontwikkeling van te ontwikkelen terreinen, met name gecompenseerd door de oplevering van verscheidene vastgoedprojecten in Polen.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 526.696 | 650.653 |
| Min: provisie voor dubieuze debitoren | (64.609) | (68.579) |
| Netto handelsvorderingen | 462.087 | 582.074 |
| Overige vorderingen uit operationele activiteiten | 405.673 | 414.362 |
| Totaal geconsolideerd | 867.761 | 996.436 |
| Overige vlottende activa uit operationele activiteiten | 57.454 | 72.681 |
| Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten | 21.731 | 6.267 |
| Handelsschulden en overige schulden | 1.178.012 | 1.221.466 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten | 192.424 | 155.601 |
| Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten | 244.511 | 258.104 |
| Totaal geconsolideerd | 1.614.947 | 1.635.171 |
| Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden | (668.001) | (559.787) |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als 'postemployment' en 'long-term benefit plans'.
Per 31 december 2020 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 76.686 duizend euro (2019: 70.269 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek "Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen". Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 3.324 duizend euro voor overige personeelsbeloningen (2019: 2.950 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door de groep DEME.
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste prestaties.
De pensioenplannen met vaste bijdragen zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.
Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de groep CFE gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen.
De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (98,7% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (1,3% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties zijn geografisch als volgt verdeeld: 81% in België en 19% in Nederland.
De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.
Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type "met vaste prestaties".
Sommige personeelsleden genieten van een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van "Tak 21" wordt gefinancierd.
De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1,75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als pensioenregelingen met vaste prestaties.
De arbeiders van de bouwsector genieten van een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.
Bij stelsels met vaste prestaties dragen over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in de uitbetaling van een kapitaal voorzien. De optie van een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.
De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving.
De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).
De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen |
(73.362) | (67.319) |
| Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen | (323.083) | (310.971) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 249.721 | 243.652 |
| Op de balans voorziene verplichtingen | (73.362) | (67.319) |
| Verplichtingen | (73.362) | (67.319) |
| Activa | 0 | 0 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Saldo op 1 januari | (67.319) | (54.313) |
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (17.321) | (14.093) |
| Nettolasten opgenomen in overige elementen van het globaal resultaat | (6.239) | (15.395) |
| Bijdragen van werkgever | 17.379 | 16.484 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | 138 | (2) |
| Saldo op 31 december | (73.362) | (67.319) |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening | (17.321) | (14.093) |
| Kosten van geleverde diensten | (16.814) | (13.233) |
| Disconteringseffect | (2.055) | (4.038) |
| Rendement op fondsbeleggingen (-) | 1.651 | 3.260 |
| Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten | (103) | (81) |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Nettolasten opgenomen in overige elementen van het globaal resultaat | (6.239) | (15.395) |
| Actuariële verschillen | (10.440) | (47.058) |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | 4.184 | 31.663 |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | 17 | 0 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Saldo op 1 januari | (310.971) | (255.602) |
| Kosten van geleverde diensten | (16.814) | (13.233) |
| Disconteringseffect | (2.055) | (4.122) |
| Bijdragen van werkgever | (906) | (692) |
| Betalingen aan begunstigden (-) | 15.631 | 10.671 |
| Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto | (10.549) | (47.304) |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen | 0 | 127 |
| Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties | (5.601) | (42.508) |
| Ervarings(winsten)/verliezen | (4.948) | (4.923) |
| Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten | 0 | 0 |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | 2.581 | (689) |
| Saldo op 31 december | (323.083) | (310.971) |
De rubriek "Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties" weerspiegelt in 2019 de impact van de daling van de disconteringsvoet.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Saldo op 1 januari | 243.652 | 201.289 |
| Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten | 4.184 | 31.716 |
| Rendement op fondsbeleggingen | 1.651 | 3.344 |
| Bijdragen van werkgever | 18.108 | 17.063 |
| Betalingen aan begunstigden (-) | (15.631) | (10.559) |
| Effect van wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 |
| Afname door bedrijfsafsplitsing | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen uit de omrekening | 0 | 0 |
| Opnamen van Belgische pensionplannen met gewaarborgd minimum rendement | 0 | 0 |
| Overige bewegingen | (2.243) | 799 |
| Saldo op 31 december | 249.721 | 243.652 |
De rubriek "Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten" wordt in 2019 ook sterk beïnvloed door de daling van de disconteringsvoet.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet op 31 december | 0,46% | 0,68% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | 3,09% | 3,09% |
| Inflatie | 1,70% | 1,70% |
| Toegepaste sterftetabellen | MR/FR | MR/FR |
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Looptijd (in jaren) | 13,29 | 15,36 |
| Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva | 2,39% | 17,11% |
| Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar | 17.133 | 16.523 |
De rubriek "Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva" wordt in 2019 voornamelijk beïnvloed door lagere disconteringsvoeten.
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| Toename met 25 basispunten | -3,63% | -3,80% |
| Afname met 25 basispunten | 3,85% | 3,90% |
| Verwacht percentage van loonsverhogingen | ||
| Toename met 25 basispunten | 1,96% | 1,90% |
| Afname met 25 basispunten | -1,86% | -1,80% |
Per 31 december 2020, bedragen deze voorzieningen 57.402 duizend euro, een daling met 1.235 duizend euro ten opzichte van eind 2019 (58.637 duizend euro).
| (duizend euro) | Diensten na verkoop |
Overige kortlopende risico's |
Voorzieningen voor negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatie methode is toegepast |
Overige langlopende risico's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op het einde van het vorige boekjaar | 15.166 | 31.057 | 9.430 | 2.984 | 58.637 |
| Netto wisselkoersverchillen | (113) | (169) | 0 | (43) | (325) |
| Overdracht naar andere rubrieken | 569 | (138) | (158) | (196) | 77 |
| Voorzieningen : toevoegingen | 1.757 | 9.038 | 0 | 1.542 | 12.337 |
| Voorzieningen : bestedingen | (1.992) | (11.012) | 0 | (320) | (13.324) |
| Voorzieningen : terugnemingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 15.387 | 28.776 | 9.272 | 3.967 | 57.402 |
| waarvan kortlopende : | 44.163 | ||||
| langlopende : | 13.239 |
De voorziening voor diensten na verkoop stijgt met 221 duizend euro en bedraagt 15.387 eind december 2020. De evolutie eind 2020 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties.
De voorzieningen voor overige kortlopende risico's dalen met 2.281 duizend euro en bedragen 28.776 duizend euro eind 2020.
Als het aandeel van de groep CFE in de verliezen van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast wordt toegepast hoger is dan de boekwaarde van de deelneming, wordt deze laatste tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt, met uitzondering van het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen aangezien de groep CFE meent dat ze een verplichting heeft om deze entiteiten en hun projecten te ondersteunen.
De overige langlopende risico's omvatten de voorzieningen voor risico's die niet rechtstreeks verband houden met de operationele cyclus van de lopende werven.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van mogelijke activa en verplichtingen behalve dat mogelijke activa en verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger en in de contracting sector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van het voltooiingspercentage op de projecten.
CFE ziet er ook op toe dat de ondernemingen van de groep zich organiseren om de geldende wetten en reglementen na te leven, met inbegrip van de "complianceregels". DEME werkt volledig mee aan een gerechtelijk onderzoek over de omstandigheden van de gunning van een inmiddels uitgevoerd contract in Rusland.
Het parket voert namelijk sinds 2016 een onderzoek naar vermeende onregelmatigheden bij de gunning aan Mordraga, een dochteronderneming van DEME, van een contract voor de uitvoering van baggerwerken in de haven van Sabetta (Rusland) in 2014 en 2015. Dit contract werd door een Russische privéondernemer aan Mordraga gegund in het kader van een private aanbesteding.
Eind december 2020 heeft het parket verscheidene vennootschappen en personeelsleden van de groep DEME gedagvaard om voor de Raadkamer te verschijnen. Zowel DEME als Dredging International en een personeelslid hebben de met het dossier belaste onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekstaken verzocht, in de mening dat belangrijke ontlastende elementen moeten worden geanalyseerd.
De zitting van de Raadkamer is inmiddels sine die verdaagd. Het dient benadrukt dat de Raadkamer zich niet uitspreekt over de grond van de zaak. Ze doet uitspraak over de vraag of er wel of niet voldoende gronden zijn om een zaak ten gronde door de bevoegde rechtbank te laten behandelen.
In de huidige omstandigheden en in het licht van het voorgaande kan DEME de financiële impact van de lopende procedure niet betrouwbaar ramen. Er is bijgevolg op 31 december 2020 geen voorziening geboekt, overeenkomstig de voorschriften van IAS 37.
25.1. DE NETTO FINANCIËLE SCHULD, ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP, WORDT ALS VOLGT GEANALYSEERD :
| 2020 | 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Langlopende Kortlopende | Totaal | Langlopende Kortlopende | Totaal | ||
| Bankleningen en andere financiële schulden | 751.194 | 212.264 | 963.458 | 899.236 | 207.098 | 1.106.334 |
| Obligatieleningen | 29.794 | 0 | 29.794 | 29.689 | 0 | 29.689 |
| Opname van kredietlijnen | 81.000 | 0 | 81.000 | 98.000 | 0 | 98.000 |
| Leasingschulden | 86.487 | 27.435 | 113.922 | 112.976 | 36.374 | 149.350 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld | 948.475 | 239.699 | 1.188.174 | 1.139.901 | 243.472 | 1.383.373 |
| Financiële schulden op korte termijn | 0 | 172.950 | 172.950 | 0 | 26.894 | 26.894 |
| Kasequivalenten | 0 | (15.965) | (15.965) | 0 | (31.105) | (31.105) |
| Geldmiddelen | 0 | (743.730) | (743.730) | 0 | (581.101) | (581.101) |
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
0 | (586.745) | (586.745) | 0 | (585.312) | (585.312) |
| Totaal van de netto financiële schuld | 948.475 | (347.046) | 601.429 | 1.139.901 | (341.840) | 798.061 |
| Financiële derivaten - interestindekking | 10.047 | 4.405 | 14.452 | 8.369 | 3.567 | 11.936 |
Bankleningen en andere financiële schulden (963.458 duizend euro) betreffen voornamelijk bilaterale bankleningen op middellange termijn bij DEME met betrekking tot het financieren van haar vloot.
De enige resterende obligatielening is op het niveau van BPI. Deze obligatielening werd uitgegeven op 19 december 2017 voor een bedrag van 30 miljoen euro. Ze genereert een rentepercentage van 3,75% en is terugbetaalbaar op 19 december 2022.
De leasingschulden (113.922 duizend euro) hebben betrekking op contracten die voldoen aan de criteria van het toepassingsdomein van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten. Per 31 december 2020 beloopt de bijdrage van de pool DEME 77.315 duizend euro, voornamelijk met betrekking tot zijn concessies, terwijl de polen contracting, vastgoedontwikkeling en Holding & niet-overgedragen activiteiten 36.607 duizend euro bijdragen.
De kortlopende financiële schulden bedragen 172.950 duizend euro eind december 2020, een stijging met 145.966 duizend euro tegenover eind december 2019. Deze toename wordt voornamelijk verklaard door uitgifte van handelspapier ten belope van 125 miljoen euro bij DEME.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| (duizend euro) | Vervallen binnen het jaar |
Vervallen tussen 1 en 2 jaar |
Vervallen tussen 2 en 3 jaar |
Vervallen tussen 3 en 5 jaar |
Vervallen tussen 5 en 10 jaar |
Vervallen na meer dan 10 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere financiële schulden | 212.264 | 210.714 | 178.741 | 244.044 | 117.695 | 0 | 963.458 |
| Obligatieleningen | 0 | 29.794 | 0 | 0 | 0 | 0 | 29.794 |
| Opname van kredietlijnen | 0 | 0 | 71.000 | 10.000 | 0 | 0 | 81.000 |
| Leasingschulden | 27.435 | 16.552 | 14.115 | 18.630 | 18.983 | 18.207 | 113.922 |
| Totaal van de langlopende financiële schuld | 239.699 | 257.060 | 263.856 | 272.674 | 136.678 | 18.207 | 1.188.174 |
| Financiële schulden op korte termijn | 172.950 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 172.950 |
| Kasequivalenten | (15.965) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (15.965) |
| Geldmiddelen | (743.730) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (743.730) |
| Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) |
(586.745) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (586.745) |
| Totaal van de netto financiële schuld | (347.046) | 257.060 | 263.856 | 272.674 | 136.678 | 18.207 | 601.429 |
| (duizend euro) | Niet-contante bewegingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 Kasstromen Wijzigingen in de consolidatiekring |
Overige wijzigingen |
Totaal niet contante bewegingen |
2020 | |||||||
| Langlopende financiële schulden | ||||||||||
| Obligatieleningen | 29.689 | 0 | 0 | 105 | 105 | 29.794 | ||||
| Overige langlopende financiële schulden | 1.110.212 | (217.924) | 13.020 | 13.373 | 26.393 | 918.681 | ||||
| Kortlopende financiële schulden | ||||||||||
| Obligatieleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Overige kortlopende financiële schulden | 270.366 | 144.202 | 0 | (1.919) | (1.919) | 412.649 | ||||
| Totaal | 1.410.267 | (73.722) | 13.020 | 11.559 | 24.579 | 1.361.124 |
Per 31 december 2020 bedragen de financiële schulden van de groep CFE 1.361.124 duizend euro, een daling met 49.143 duizend euro ten opzichte van 31 december 2019. Deze daling van de schuld, voornamelijk met betrekking tot DEME, wordt met name verklaard door een relatief laag investeringsniveau tegenover vorige jaren, de aanzienlijke verbetering van de behoefte aan werkkapitaal en de operationele kasstromen in de loop van het boekjaar.
Per 31 december 2020 beschikt CFE NV over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 274 miljoen euro, waarvan 80 miljoen euro wordt gebruikt per 31 december 2020. CFE NV kan ook commercial paper ten bedrage van 50 miljoen euro uitgeven. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2020 gebruikt ten bedrage van 45 miljoen euro.
Per 31 december 2020 beschikt BPI Real Estate Belgium SA over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 45 miljoen euro, waarvan 1 miljoen euro gebruikt werd per 31 december 2020. BPI Real Estate Belgium SA heeft eveneens de mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 40 miljoen euro. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2020 gebruikt ten bedrage van 25,25 miljoen euro.
DEME beschikt over bevestigde "revolving credit facilities" ten bedrage van 156 miljoen euro, waarvan 15 miljoen euro wordt gebruikt per 31 december 2020. DEME kan ook handelspapier ten bedrage van 125 miljoen euro uitgeven. Deze financieringsbron is per 31 december 2020 volledig gebruikt.
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie en haar relatie met het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. Deze convenanten werden integraal gerespecteerd op 31 december 2020.
| Naam van de ratio | Formule | Vereiste December 2020 December 2019 | ||
|---|---|---|---|---|
| CFE NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen | ||||
| Solvabiliteitsratio | Netto financiële schuld / (Eigen vermogen - immateriële vaste activa - goodwill) |
<1,65 | 0,38 | 0,53 |
| Rentedekkingspercentage | EBITDA / Kosten van schulden | >4,0 | 20,51 | 47,49 |
| Langlopende financiële schulden / Materiële vaste activa |
<1 | 0,38 | 0,44 | |
| Operationele kasstroom - jaarlijkse vervaldag van financiële schulden op lange termijn |
>7,5 | 140,1 | 205,3 | |
| CFE NV, statutaire rekeningen, Belgische boekhoudnormen | ||||
| Solvabiliteitsratio | Netto financiële schuld / Eigen vermogen | <1,65 | 0,11 | 0,12 |
| Eigen vermogen | Eigen vermogen | >61,75 M€ | 1.168,90 | 1.188,30 |
| DEME NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen | ||||
| Solvabiliteitsratio | (Eigen vermogen, deel groep - immateriële vaste activa - goodwill) / (Totaal activa - immateriële activa - uitgestelde belastingvorderingen) |
>25% | 36,30% | 35,80% |
| Solvabiliteitsratio | Netto financiële schuld / EBITDA | <3,0 | 1,2 | 1,53 |
| Rentedekkingspercentage | EBITDA / Kosten van schulden | >4,0 | 46,36 | 269,76 |
| BPI Real Estate Belgium NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone | ||||
| Minimum eigen vermogen | Eigen vermogen van de groep + Achtergestelde schulden |
>70 M€ | 110,5 | 100,1 |
| Solvabiliteitsratio | Netto financiële schuld / (Eigen vermogen + achtergestelde schulden) |
<1,65 | 0,96 | 0,66 |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
Eind 2020, bedragen de financiële middelen van de groep CFE een netto financiële schuld van 601.429 duizend euro (toelichting 25) en eigen vermogen van 1.804.948 duizend euro. Bovendien beschikt de groep CFE over bevestigde kredietlijnen (toelichting 25), terwijl CFE SA, BPI SA en DEME handelspapier kunnen uitschrijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.
Het beheer van het rentevoetrisico wordt binnen de groep op het niveau van de vier polen verzekerd.
DEME moet belangrijke financieringen in het kader van de investeringen in haar vloot opzetten. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.
De activiteiten van contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.
Anderzijds gebruiken CFE NV en BPI Real Estate Belgium SA ook afgeleide producten (IRS) om het renterisico van de opnames op hun bevestigde kredietlijnen in te dekken.
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | Totaal | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedragen | Aandeel Rentevoet | Bedragen | Aandeel Rentevoet | Bedragen | Aandeel Rentevoet | ||||
| Bankleningen en andere financiële schulden |
76.875 | 65,89% | 1,07% | 886.583 | 92,59% | 0,66% | 963.458 | 89,69% | 0,70% | |
| Obligatieleningen | 29.794 | 25,54% | 3,75% | 0 | 0,00% | 0,00% | 29.794 | 2,77% | 3,75% | |
| Opname van kredietlijnen | 10.000 | 8,57% | 1,40% | 71.000 | 7,41% | 0,73% | 81.000 | 7,54% | 0,81% | |
| Totaal | 116.669 | 100% | 1,78% | 957.583 | 100% | 0,67% | 1.074.252 | 100% | 0,79% |
Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | Variabele rentevoet + inflatie | Totaal | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Soort schulden | Bedragen | Aan deel |
Rente | voet Bedragen | Aan deel |
Rente | voet Bedragen | Aan deel |
Rente | voet Bedragen | Aan deel |
Rente voet |
| Bankleningen en andere financiële schulden |
877.955 90,63% | 1,18% | 85.503 81,04% | 0,97% | 0 | 0,00% | 0,00% | 963.458 89,69% | 1,16% | |||
| Obligatieleningen | 29.794 | 3,08% | 3,75% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 29.794 | 2,77% | 3,75% |
| Opname van kredietlijnen |
61.000 | 6,30% | 1,41% | 20.000 18,96% | 1,13% | 0 | 0,00% | 0,00% | 81.000 | 7,54% | 1,13% | |
| Totaal | 968.749 | 100% | 1,27% | 105.503 | 100% | 1,00% | 0 | 0% | 0,00% 1.074.252 | 100% | 1,23% |
De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op zijn resultaat, gelet op:
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de winst-en-verliesrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat. Indien de waarde van het derivaat wordt hergebruikt, wordt de impact in de winst-en-verliesrekening verantwoord.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2020 constant blijft gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.
| 31-12-2020 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Resultaat | Eigen vermogen | |||||
| Impact van sensibiliteitsberekening |
Impact van sensibiliteitsberekening |
Impact van sensibiliteitsberekening |
Impact van sensibiliteitsberekening |
||||
| +50bp | -50bp | +50bp | -50bp | ||||
| Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan variabele renten na boekhoudkundige indekking |
5.591 | (5.591) | |||||
| Netto financiële schuld (korte termijn) (*) |
865 | (865) | |||||
| Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking |
|||||||
| Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) |
2.935 | (2.924) |
(*) exclusief beschikbare middelen.
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten van DEME, CFE NV en BPI SA volgende kenmerken:
| 31-12-2020 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | < 1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 2 en 5 jaar |
> 5 jaar Onderliggende | Reële waarde activa |
Reële waarde passiva |
|
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
|||||||
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen |
0 | ||||||
| Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald |
194.551 | 181.045 | 367.949 | 115.536 | 859.081 | 0 | (14.452) |
| Rentevoet opties (cap, collar) | |||||||
| Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen |
194.551 | 181.045 | 367.949 | 115.536 | 859.081 | 0 | (14.452) |
en 2 jaar
WIE WIJ ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN
Reële waarde activa
Reële waarde passiva
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen 0 Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald 188.884 186.551 476.252 196.278 1.047.965 0 (11.936) Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 188.884 186.551 476.252 196.278 1.047.965 0 (11.936)
Tussen 2
31-12-2019
en 5 jaar > 5 jaar Onderliggende
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en
(duizend euro) < 1 jaar Tussen 1
De groep CFE en zijn dochterondernemingen, DEME buiten beschouwing gelaten, hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich voornamelijk bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste valuta die de groep CFE gebruikt, worden weergegeven in toelichting 2.
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Euro | 1.074.252 | 1.234.023 |
| US dollar | 0 | 0 |
| Overige valuta | 0 | 0 |
| Totale langlopende financiële verplichtingen | 1.074.252 | 1.234.023 |
Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva) :
| 31-12-2020 | Onderliggende | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| USD | SGD | PLN | TWD | EGP | Overige | Totaal | |
| (duizend euro) | US dollar | Singaporese dollar |
Poolse zloty Taiwanese | dollar | Egyptische pond |
||
| Termijnaankopen | 18.786 | 86.626 | 10.900 | 126.984 | 0 | 10.672 | 253.969 |
| Termijnverkopen | 91.081 | 0 | 49.754 | 186.794 | 30.770 | 15.190 | 373.588 |
| 31-12-2020 | Reële waarde | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| USD | SGD | PLN | TWD | EGP | Overige | Totaal | |
| (duizend euro) | US dollar | Singaporese | Poolse zloty Taiwanese | Egyptische | |||
| dollar | dollar | pond | |||||
| Termijnaankopen | (157) | 560 | 16 | 0 | 0 | (20) | 400 |
De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2020 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.
| 31-12-2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (duizend euro) | Resultaat | ||||
| Impact van de sensitiviteitsberekening - vehoging EUR 5% |
Impact van de sensitiviteitsberekening - vermindering EUR 5% |
||||
| Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) met variabele renten na boekhoudkundige indekking |
4.210 | (3.809) | |||
| Netto financiële schuld op korte termijn | (1.498) | 1.355 | |||
| Werkkapitaal | (573) | 519 |
Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.
Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (diesel), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.
DEME dekt zich in tegen fluctuaties van diesel door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als "bouwkosten" beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.
De reële waarde van deze instrumenten, eind 2020, bedraagt (699) duizend euro (tegenover (2.468) duizend euro eind 2019).
De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.
Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Credendo).
De groep heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt maximale risicolijnen per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
De groep heeft procedures opgesteld teneinde het risico van haar klantenvorderingen te beperken. Merk op dat een niet te verwaarlozen deel van de geconsolideerde omzet met openbare of semi-openbare klanten wordt gerealiseerd. Verder is de groep CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij.
De analyse van de betalingsachterstand eind 2020 en eind 2019 is als volgt:
| Situatie per 31 december 2020 (duizend euro) |
Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 934.586 | 715.672 | 56.177 | 30.445 | 132.698 |
| Totaal bruto | 934.586 | 715.672 | 56.177 | 30.445 | 132.698 |
| Voorzieningen - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(66.825) | 0 | 0 | 0 | (66.825) |
| Totaal voorzieningen | (66.825) | 0 | 0 | 0 | (66.825) |
| Totaal nettobedragen | 867.761 | 715.672 | 56.177 | 30.445 | 65.873 |
| Situatie per 31 december 2019 (duizend euro) |
Op het einde van de periode |
Niet vervallen | < 3 maanden | < 1 jaar | > 1 jaar |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 1.067.249 | 750.850 | 95.585 | 61.796 | 159.018 |
| Totaal bruto | 1.067.249 | 750.850 | 95.585 | 61.796 | 159.018 |
| Voorzieningen - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen |
(70.813) | (111) | 0 | (377) | (70.325) |
| Totaal voorzieningen | (70.813) | (111) | 0 | (377) | (70.325) |
| Totaal nettobedragen | 996.436 | 750.739 | 95.585 | 61.419 | 88.693 |
De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.
De waardeverminderingen op handelsvorderingen en op overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Gecumuleerde waardeverminderingen - beginsaldo | (70.813) | (44.223) |
| Wijziging van de consolidatiekring | 0 | 152 |
| Waardeverminderingen / tegenboeking waardeverminderingen tijdens het boekjaar | 4.153 | (25.663) |
| Nettowisselkoersverschillen en transfers | (165) | (1.079) |
| Gecumuleerde waardeverminderingen - eindsaldo | (66.825) | (70.813) |
Na toepassing van het model van geschatte verliezen, zoals voorgeschreven door IFRS 9, werden de vorderingen van de groep CFE op de Tsjadische staat die gedeeltelijk eerder afgeschreven werden, volledig afgeschreven tijdens het boekjaar 2019 (met uitzondering van de door Credendo gedekte bedragen).
DEME, CFE NV en BPI SA waren in staat om onder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijnen te onderhandelen waardoor het liquiditeitsrisico werd beperkt.
| 31 december 2020 (duizend euro) |
FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking |
FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking |
Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost |
Totale boekwaarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorïe |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 909 | 524 | 89.196 | 90.629 | 90.629 | |
| Deelnemingen (1) | 0 | 0 | 7.385 | 7.385 | Niveau 2 | 7.385 |
| Financiële leningen en vorderingen (1) | 0 | 0 | 81.811 | 81.811 | Niveau 2 | 81.811 |
| Rentevoetderivaten | 909 | 524 | 0 | 1.433 | Niveau 2 | 1.433 |
| Vlottende financiële activa | 5.394 | 2.437 | 1.627.456 | 1.635.287 | 1.635.287 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | 0 | 0 | 867.761 | 867.761 | Niveau 2 | 867.761 |
| Rentevoetderivaten | 5.394 | 2.437 | 0 | 7.831 | Niveau 2 | 7.831 |
| Kasequivalenten (2) | 0 | 0 | 15.965 | 15.965 | Niveau 1 | 15.965 |
| Beschikbare middelen (2) | 0 | 0 | 743.730 | 743.730 | Niveau 1 | 743.730 |
| Totaal activa | 6.303 | 2.961 | 1.716.652 | 1.725.916 | 1.725.916 | |
| Langlopende financiële verplichtingen | 48 | 10.047 | 948.475 | 958.570 | 963.683 | |
| Obligatielening | 0 | 0 | 29.794 | 29.794 | Niveau 1 | 29.794 |
| Financiële schulden | 0 | 0 | 918.681 | 918.681 | Niveau 2 | 923.794 |
| Rentevoetderivaten | 48 | 10.047 | 0 | 10.095 | Niveau 2 | 10.095 |
| Kortlopende financiële verplichtingen | 568 | 7.182 | 1.590.661 | 1.598.411 | 1.600.084 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
0 | 0 | 1.178.012 | 1.178.012 | Niveau 2 | 1.178.012 |
| Obligatielening | 0 | 0 | 0 | 0 | Niveau 1 | 0 |
| Financiële schulden | 0 | 0 | 412.649 | 412.649 | Niveau 2 | 414.322 |
| Rentevoetderivaten | 568 | 7.182 | 0 | 7.750 | Niveau 2 | 7.750 |
| Totaal passiva | 616 | 17.229 | 2.539.136 | 2.556.981 | 2.563.767 |
| 31 december 2019 (duizend euro) |
FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking |
FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking |
Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost |
Totale boekwaarde |
Bepaling van de reële waarde per niveau |
Reële waarde van de categorïe |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 0 | 0 | 83.913 | 83.913 | 83.913 | |
| Deelnemingen (1) | 0 | 0 | 6.697 | 6.697 | Niveau 2 | 6.697 |
| Financiële leningen en vorderingen (1) | 0 | 0 | 77.216 | 77.216 | Niveau 2 | 77.216 |
| Rentevoetderivaten | 0 | 0 | 0 | 0 | Niveau 2 | 0 |
| Vlottende financiële activa | 751 | 0 | 1.608.642 | 1.609.393 | 1.609.393 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | 0 | 0 | 996.436 | 996.436 | Niveau 2 | 996.436 |
| Rentevoetderivaten | 751 | 0 | 0 | 751 | Niveau 2 | 751 |
| Kasequivalenten (2) | 0 | 0 | 31.105 | 31.105 | Niveau 1 | 31.105 |
| Beschikbare middelen (2) | 0 | 0 | 581.101 | 581.101 | Niveau 1 | 581.101 |
| Totaal activa | 751 | 0 | 1.692.555 | 1.693.306 | 1.693.306 | |
| Langlopende financiële verplichtingen | 616 | 8.370 | 1.139.901 | 1.148.887 | 1.158.307 | |
| Obligatielening | 0 | 0 | 29.689 | 29.689 | Niveau 1 | 29.689 |
| Financiële schulden | 0 | 0 | 1.110.212 | 1.110.212 | Niveau 2 | 1.119.632 |
| Rentevoetderivaten | 616 | 8.370 | 0 | 8.986 | Niveau 2 | 8.986 |
| Kortlopende financiële verplichtingen | 3.220 | 6.136 | 1.491.832 | 1.501.188 | 1.503.119 | |
| Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten |
0 | 0 | 1.221.466 | 1.221.466 | Niveau 2 | 1.221.466 |
| Obligatielening | 0 | 0 | 0 | 0 | Niveau 1 | 0 |
| Financiële schulden | 0 | 0 | 270.366 | 270.366 | Niveau 2 | 272.297 |
| Rentevoetderivaten | 3.220 | 6.136 | 0 | 9.356 | Niveau 2 | 9.356 |
| Totaal passiva | 3.836 | 14.506 | 2.631.733 | 2.650.075 | 2.661.426 |
FVGRW: Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening.
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2020 bedraagt 1.566.108 duizend euro (2019 : 1.348.770 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard :
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds (a) | 1.388.480 | 1.181.738 |
| Biedingen (b) | 18.144 | 15.702 |
| Teruggaven voorschotten (c) | 0 | 840 |
| Garantie-inhouding (d) | 19.724 | 19.415 |
| Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) | 37.561 | 39.005 |
| Overige gegeven verplichtingen - waarvan 55.833 duizend euro corporate garanties bij DEME |
102.199 | 92.070 |
| Totaal | 1.566.108 | 1.348.770 |
Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2020 bedraagt 440.094 duizend euro (2019 : 606.962 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard :
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Goede uitvoering en performance bonds | 435.733 | 603.641 |
| Andere ontvangen verplichtingen | 4.361 | 3.321 |
| Totaal | 440.094 | 606.962 |
De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bagger en bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij, wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.
De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij haar klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.720.684 aandelen van CFE op 31 december 2020 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 62,10% van de aandelen.
De bedragen van de jaarlijkse bezoldiging van Renaud Bentégeat (uitvoerend bestuurder), ontvangen voor zijn mandaten in dochterondernemingen van de groep, werden bepaald op basis van zijn actieve deelname aan de raad van bestuur van de dochterondernemingen DEME, Rent-a-Port en BPI, en afhankelijk van de groei van deze ondernemingen. In het kader van zijn rol als bestuurder tot 07 mei 2020 heeft hij een vaste en variabele vergoeding van 10.940 euro ontvangen.
Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, ontving een totale vergoeding van 345 duizend euro voor zijn functie als bestuurder in verschillende dochterondernemingen van de groep. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt. In 2020 heeft CFE aan Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend.
John-Eric Bertrand ontving, naast de bezoldigingen voor zijn bestuursmandaat (32 duizend euro) en zijn mandaat als voorzitter van het auditcomité (8 duizend euro) een bedrag van 115 duizend euro voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene ondernemingen van de groep CFE, meer bepaald VMA Druart, VMA en VMA Nizet. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt. Koen Janssen ontving, naast de bezoldiging voor zijn bestuursmandaat (32 duizend euro), een bedrag van 15 duizend euro voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene dochterondernemingen van de groep CFE, in de groep Terryn. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt.
De verschillende dochterondernemingen van de groep CFE worden als volgt geleid:
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Vaste bezoldigingen | 4.184 | 3.788 |
| Variabele bezoldigingen op korte termijn | 5.382 | 5.394 |
| Overige voordelen | 433 | 379 |
| Totaal | 9.999 | 9.562 |
DEME en CFE NV hebben op 26 november 2001 een dienstencontract afgesloten met Ackermans van Haaren NV. De door DEME en CFE NV verschuldigde vergoedingen op grond van dit contract bedragen 1.228 duizend euro en 672 duizend euro.
Op 31 december 2020 oefent de groep CFE een gezamenlijke controle uit over met name Rent-A-Port NV, Green Offshore NV en hun dochterondernemingen.
De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke de groep CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd.
In 2020 werd er geen significante verandering in de natuur van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met 31 december 2019 vastgesteld.
De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de deelnemingen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Activa met verbonden partijen | 133.838 | 194.553 |
| Financiële vaste activa | 86.576 | 92.177 |
| Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen | 39.342 | 95.353 |
| Overige vlottende activa | 7.920 | 7.023 |
| Passiva met verbonden partijen | 38.584 | 46.829 |
| Overige langlopende schulden | 9.269 | 1.303 |
| Handelsschulden en overige schulden | 29.315 | 45.526 |
| (duizend euro) | 2020 | 2019 |
| Lasten en opbrengsten met verbonden partijen | 320.669 | 453.690 |
| Omzet en overige exploitatiebaten | 337.302 | 478.432 |
| Aankopen en overige exploitatiebaten | (22.041) | (35.407) |
| Financiële lasten en opbrengsten | 5.408 | 10.665 |
De omzet en overige exploitatiebaten ten opzichte van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast nemen tussen 2019 en 2020 voornamelijk bij DEME af. Dit wordt verklaard door enerzijds de verkoop van Merkur en anderzijds de daling van het volume uitgevoerde werken voor de bouw van de windparken Rentel en SeaMade. Het windpark Rentel is immers eind 2018 operationeel geworden en SeaMade eind 2020.
Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2020) bedraagt:
| (duizend euro) | Deloitte | Overige | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | % | Bedrag | % | ||
| Audit | |||||
| Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen |
2.003,8 | 79,65% | 874,6 | 17,83% | |
| Overige toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten | 50,8 | 2,02% | 5,1 | 0,10% | |
| Subtotaal audit | 2.054,6 | 81,67% | 879,7 | 17,94% | |
| Overige prestaties | |||||
| Juridisch, fiscaal, sociaal | 194,0 | 7,71% | 1.368,2 | 27,90% | |
| Overige | 267,0 | 10,61% | 2.656,0 | 54,16% | |
| Subtotaal overige | 461,0 | 18,33% | 4.024,2 | 82,06% | |
| Totaal honoraria commissarissen der rekeningen | 2.515,6 | 100% | 4.903,9 | 100% |
Na 31 december 2020 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.
| NAMEN | ZETEL | ACTIVITEITENPOOL | AANDEEL VAN DE GROEP IN % |
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| België | |||
| ANMECO NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| ARTHUR VANDENDORPE NV | Zedelgem | Contracting | 100% |
| BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA | Brussel | Contracting | 100% |
| DESIGN & ENGINEERING SA | Brussel | Contracting | 100% |
| BENELMAT SA | Gembloux | Contracting | 100% |
| BRANTEGEM NV | Alost | Contracting | 100% |
| BPC WALLONIE SA | Grâce-Hollogne | Contracting | 100% |
| CFE CONTRACTING SA | Brussel | Contracting | 100% |
| GROEP TERRYN NV | Moorslede | Contracting | 100% |
| HOFKOUTER NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| MBG NV | Wilrijk | Contracting | 100% |
| MOBIX COGHE NV | Halen | Contracting | 100% |
| MOBIX ENGEMA SA | Brussel | Contracting | 100% |
| MOBIX ENGETEC SA | Manage | Contracting | 100% |
| MOBIX REMACOM NV | Lochristi | Contracting | 100% |
| MOBIX STEVENS NV | Halen | Contracting | 100% |
| PROCOOL SA | Gosselies | Contracting | 100% |
| VANLAERE NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| VMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA DRUART SA | Gosselies | Contracting | 100% |
| VMA BE.MAINTENANCE SA | Brussel | Contracting | 100% |
| VMA FOOD & PHARMA NV | Sint-Martens-Latem | Contracting | 100% |
| VMA NIZET SA | Louvain-la-Neuve | Contracting | 100% |
| VMA WEST NV | Waregem | Contracting | 100% |
| WEFIMA NV | Zwijndrecht | Contracting | 100% |
| AGROVIRO NV | Zwijndrecht | DEME | 74,90% |
| BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV | Oostende | DEME | 100% |
|---|---|---|---|
| CATHIE ASSOCIATES HOLDING CVBA | Diegem | DEME | 100% |
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV (CTOW) | Zwijndrecht | DEME | 54,38% |
| DEEPTECH NV | Ostende | DEME | 100% |
| DEME BLUE ENERGY NV | Zwijndrecht | DEME | 69,99% |
| DEME BUILDING MATERIALS NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV | Zwijndrecht | DEME | 74,90% |
| DEME NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME COORDINATION CENTER NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS WIND NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO NV) | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE BE NV DEME OFFSHORE HOLDING NV |
Zwijndrecht Zwijndrecht |
DEME DEME |
100% 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| ECOTERRES SA | Gosselies | DEME | 74,90% |
| EKOSTO NV | Sint-Gillis-Waas | DEME | 74,90% |
| FILTERRES SA | Gosselies | DEME | 56,10% |
| GEOWIND NV | Zwijndrecht | DEME | 100% |
| GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV | Oostende | DEME | 100% |
| GROND RECYCLAGE CENTRUM NV | Zwijndrecht | DEME | 52,43% |
| GRC ZOLDER NV | Zwijndrecht | DEME | 36,70% |
| G-TEC OFFSHORE SA | Milmort | DEME | 72,50% |
| G-TEC SA | Milmort | DEME | 72,50% |
| HIGH WIND NV | Zwijndrecht | DEME | 99,10% |
| LOGIMARINE SA | Berchem | DEME | 100% |
| PURAZUR NV | Zwijndrecht | DEME | 74,90% |
| HDP CHARLEROI SA | Brussel | Holding | 100% |
| BPI PURE SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE BELGIUM SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI SAMAYA SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI SERENITY VALLEY SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| BPI PARK WEST SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV | Brussel | Vastgoed | 100% |
| SAMAYA DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| WOLIMMO SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| ZEN FACTORY SA | Brussel | Vastgoed | 100% |
| WOOD SHAPERS SA | Brussel | Contracting/ | 100% |
| Vastgoed | |||
| Cyprus BELLSEA LTD |
Nicosia | DEME | 100% |
| DEME CYPRUS LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DEME SHIPPING COMPANY LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE CY LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| MIDDLE EAST MARINE CONTRACTING LTD (MEMC) | Nicosia | DEME | 100% |
| NOVADEAL LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| TCMC THE CHANNEL MANAGEMENT COMPANY LTD | Nicosia | DEME | 100% |
| CONTRACTORS OVERSEAS LTD | Nicosia | Holding | 100% |
| Duitsland | |||
| DEME OFFSHORE DE GMBH | Bremen | DEME | 100% |
| NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH | Bremen | DEME | 100% |
| OAM-DEME MINERALIEN GMBH | Grosshansdorf | DEME | 70% |
| Frankrijk | |||
| G-TEC SAS | Lambersart | DEME | 72,50% |
| DEME OFFSHORE FR SAS | Lambersart | DEME | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA | Lambersart | DEME | 100% |
| FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS | Parijs | Holding | 100% |
| Groot-Brittannië | |||
| VMA MIDLANDS LTD | Yorkshire | Contracting | 100% |
| DEME BUILDING MATERIALS LTD | Weybridge, Surrey | DEME | 100% |
| NEWWAVES SOLUTIONS LTD | Weybridge, Surrey | DEME | 100% |
| SPT OFFSHORE UK LTD | Manchester | DEME | 100% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
|---|---|---|---|
| COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA | Strassen | Contracting | 100% |
| APOLLO SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| BONNY RIVER SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| CRIVER SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DELTA RIVER SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE LU SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE PROCUREMENT & SHIPPING LU SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| MEUSE RIVER SHIPPING SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SAFINDI SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SAFINDI RE SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA | Luxemburg | DEME | 100% |
| SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA | Strassen | Holding | 100% |
| BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| CENTRAL PARC S.à R.L. | Luxemburg | Vastgoed | 100% |
| HERRENBERG SA | Grevenmacher | Vastgoed | 100% |
| POURPELT SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| PRINCE HENRI S.à R.L. | Strassen | Vastgoed | 100% |
| Contracting/ | |||
| IMMO-BECHEL CLE SARL | Strassen | Vastgoed | 100% |
| Contracting/ | |||
| WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA | Strassen | Vastgoed | 100% |
| Nederland | |||
| AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | DEME | 74,90% |
| DEME BUILDING MATERIALS BV | Vlissingen | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS MERKUR BV | Breda | DEME | 100% |
| DEME CONCESSIONS NETHERLANDS BV | Breda | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE NL BV | Breda | DEME | 100% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV | Amsterdam | DEME | 74,90% |
| DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV | Amsterdam | DEME | 74,90% |
| DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) | Dordrecht | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE SHIPPING BV | Breda | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL NETHERLANDS BV | Breda | DEME | 100% |
| G-TEC BV | Delft | DEME | 72,50% |
| MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | DEME | 74,90% |
| SEATEC HOLDING BV | Woerden | DEME | 100% |
| SEATEC SUBSEA SYSTEMS BV | Zierikzee | DEME | 100% |
| SPT OFFSHORE HOLDING BV | Woerden | DEME | 100% |
| SPT EQUIPMENT BV | Woerden | DEME | 100% |
| SPT OFFSHORE BV | Woerden | DEME | 100% |
| ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV | Amsterdam | DEME | 74,90% |
| Polen | |||
| CFE POLSKA SP. Z O.O. | Warschau | Contracting | 100% |
| VMA POLSKA SP. Z O.O. | Warschau | Contracting | 100% |
| BPI BERNADOWO SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT II SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT III SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT V SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT VI SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI PROJECT VII SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI VILDA PARK SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI BARSKA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI CZYSTA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI SADOWA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WOLARE SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| BPI WROCLAW SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| IMMO WOLA SP. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 100% |
| Andere Europese landen | |||
| VMA SLOVAKIA SRO | Trencin, Slowakije | Contracting | 100% |
| DEME OFFSHORE DK A/S | Fredericia, Denemarken |
DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA | Madrid, Spanje | DEME | 100% |
| NAVIERA LIVING STONE SLU | Alicante, Spanje | DEME | 100% |
| BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE SA | Lisbonne, Portugal | DEME | 100% |
|---|---|---|---|
| Saint-Petersbourg, | |||
| DRAGMORSTROY LLC | Rusland | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC | Odessa, Oekraïne | DEME | 100% |
| SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA | Rome, Italië | DEME | 100% |
| CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL | Bucarest, Roemenië | Holding | 100% |
| CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT | Budapest, Hongarije | Holding | 100% |
| AFRIKA | |||
| Angola | |||
| DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA | Luanda | DEME | 100% |
| SOYO DRAGAGEM LDA | Luanda | DEME | 100% |
| Nigeria | |||
| COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS NIGERIA LTD (CMTON) | Lagos | DEME | 54,43% |
| DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD | Lagos | DEME | 100% |
| EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA | Port harcourt | DEME | 100% |
| NOVADEAL EKO FZE | Lagos | DEME | 100% |
| Tsjaad | |||
| CFE TCHAD SA | Ndjamena | Holding | 100% |
| Tunesië | |||
| COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA | Tunis | Contracting | 100% |
| CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA | Tunis | Holding | 99,96% |
| Andere Afrikaanse landen | |||
| CFE SENEGAL SASU | Dakar, Senegal | Contracting | 100% |
| DRAGAMOZ LDA | Maputo, | DEME | 100% |
| Mozambique | |||
| MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD | Ebene, Mauritius | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL SOUTH AFRICA PTY LTD | Durban, Zuid-Afrika | DEME | 100% |
| AZIË | |||
| India | |||
| DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD | New Delhi | DEME | 99,97% |
| INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PVT LTD | Chennai | DEME | 93,64% |
| Andere Aziatische landen | |||
| DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD | Saoedi-Arabië | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL BAHRAIN WLL | Bahrein | DEME | 95% |
| DIAP THAILAND CO LTD | Bangkok, Thailand | DEME | 98% |
| DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC | Verenigde Arabische | DEME | 100% |
| Emiraten | |||
| DREDGING INTERNATIONAL SERVICES MIDDLE EAST DMCEST | Verenigde Arabische | DEME | 100% |
| Emiraten | |||
| FAR EAST DREDGING LTD | Hong Kong | DEME | 100% |
| PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA | Jakarta, Indonesië | DEME | 60% |
| Kuala Lumpur, | |||
| DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD | Maleisië | DEME | 100% |
| Kuala Lumpur, | |||
| SPT OFFSHORE SDN BHD | Maleisië | DEME | 100% |
| MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC (MEDCO) | Qatar | DEME | 95% |
| DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD | Shanghai, China | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD (DIAP) | Singapore | DEME | 100% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA | Rio de Janeiro | DEME | 74,90% |
| DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | DEME | 100% |
| Canada | |||
| DEME OFFSHORE CA LTD | Halifax | DEME | 100% |
| Verenigde Staten | |||
| VMA US INC | Zuid-Carolina | Contracting | 100% |
| DEME OFFSHORE US INC | East Boston | DEME | 100% |
| DEME OFFSHORE US LLC | East Boston | DEME | 100% |
| MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS HOLDING LLC | Texas | DEME | 100% |
| MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS LLC | Texas | DEME | 100% |
| Andere landen van Amerkia | |||
| DREDGING INTERNATIONAL ARGENTINA SA | Argentinië | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV | Mexico | DEME | 100% |
| LOGIMARINE SA DE CV | Mexico | DEME | 100% |
| CORPORACION ARENERA MARINA SA | Panama | DEME | 100% |
| DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA | Panama | DEME | 100% |
| SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA | Venezuela | DEME | 100% |
|---|---|---|---|
| OCEANIÊ | |||
| Australië | |||
| DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | DEME | 100% |
| GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD | Brisbane | DEME | 100% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | |||
| DREDECO (PNG) LTD | Port Moresby | DEME | 100% |
| NAMEN | ZETEL | ACTIVITEITENPOOL | AANDEEL VAN DE GROEP IN % |
|---|---|---|---|
| EUROPA | |||
| België | |||
| LUWA SA | Wierde | Contracting | 12,00% |
| LUWA MAINTENANCE SA | Wierde | Contracting | 25,00% |
| LIGHTHOUSE PARKING NV | Gent | Contracting | 33,33% |
| BLUECHEM BUILDING NV | Gent | DEME | 25,47% |
| BLUEPOWER NV | Zwijndrecht | DEME | 35% |
| BLUE OPEN NV | Zwijndrecht | DEME | 49,94% |
| BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV | Zwijndrecht | DEME | 25,46% |
| BLUE SITE SA | Gosselies | DEME | 37,45% |
| CONSORTIUM ANTWERP PORT (OMAN) NV | Zwijndrecht | DEME | 60,00% |
| CONSORTIUM ANTWERP PORT INDUSTRIAL PORT LAND NV | Zwijndrecht | DEME | 50,00% |
| C-POWER NV | Oostende | DEME | 6,46% |
| C-POWER HOLDCO NV | Zwijndrecht | DEME | 10% |
| FELUY M2M SA | Gosselies | DEME | 19,47% |
| LA VELORIE SA | Doornik | DEME | 12,48% |
| NORTH SEA WAVE NV | Oostende | DEME | 13,22% |
| OTARY BIS NV | Oostende | DEME | 18,89% |
| OTARY RS NV | Oostende | DEME | 18,89% |
| POWER@SEA NV | Zwijndrecht | DEME | 51,10% |
| RENTEL NV | Oostende | DEME | 18,89% |
| SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV | Antwerpen | DEME | 54,38% |
| SEDISOL SA | Farciennes | DEME | 37,45% |
| SEAMADE NV | Oostende | DEME | 13,22% |
| SILVAMO NV | Roeselare | DEME | 37,45% |
| TERRANOVA NV | Zwijndrecht | DEME | 24,96% |
| TERRANOVA SOLAR NV | Stabroek | DEME | 16,01% |
| TOP WALLONIE SA | Moeskroen | DEME | 37,45% |
| TRANSTERRA NV | Stabroek | DEME | 50% |
| BPG CONGRES SA | Brussel | Holding | 49% |
| BPG HOTEL SA | Brussel | Holding | 49% |
| PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 25% |
| PPP SCHULEN EUPEN SA | Eupen | Holding | 19% |
| GREEN OFFSHORE NV | Antwerpen | Holding | 50% |
| RENT-A-PORT NV en haar dochterondernemingen | Antwerpen | Holding | 50% |
| ARLON 53 SA | Luxemburg | Vastgoed | 50% |
| BARBARAHOF NV | Leuven | Vastgoed | 40% |
| BAVIERE DEVELOPPEMENT SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| BATAVES 1521 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| DEBROUCKERE LAND SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| DEBROUCKERE LEISURE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| DEBROUCKERE OFFICE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERASMUS GARDENS SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ERNEST 11 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| ESPACE ROLIN SA | Brussel | Vastgoed | 33,33% |
| EUROPEA HOUSING SA | Brussel | Vastgoed | 33% |
| FONCIERE DE BAVIERE SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE A SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| FONCIERE DE BAVIERE C SA | Luik | Vastgoed | 30% |
| GOODWAYS SA | Antwerpen | Vastgoed | 50% |
| GRAND POSTE SA | Luik | Vastgoed | 24,97% |
|---|---|---|---|
| IMMOANGE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 33 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 1 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| IMMO PA 44 2 SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| JOMA 2060 NV | Brussel | Vastgoed | 70% |
| KEYWEST DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LA RESERVE PROMOTION NV | Kapellen | Vastgoed | 33% |
| LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| LIFE SHAPERS NV | Brussel | Vastgoed | 70% |
| LRP DEVELOPMENT BVBA | Gent | Vastgoed | 33% |
| MG IMMO SPRL | Brussel | Vastgoed | 50% |
| PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| PROMOTION LEOPOLD SA | Brussel | Vastgoed | 30,44% |
| TULIP ANTWERP NV | Brussel | Vastgoed | 70% |
| VICTOR BARA SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR SPAAK SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR ESTATE SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VICTOR PROPERTIES SA | Brussel | Vastgoed | 50% |
| VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA | Brussel | Vastgoed | 40% |
| Groothertogdom Luxemburg | |||
| NORMALUX MARITIME SA | Luxemburg | DEME | 37,50% |
| BAYSIDE FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| BEDFORD FINANCE SRL | Luxemburg | Vastgoed | 40% |
| CHATEAU DE BEGGEN SA | Strassen | Vastgoed | 50% |
| GRAVITY SA | Luxemburg | Vastgoed | 50% |
| IMMO MARIAL S.à R.L. | Strassen | Vastgoed | 50% |
| M1 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| M7 SA | Strassen | Vastgoed | 33,33% |
| LIVINGSTONE RETAIL S.à R.L. | Luxemburg | Vastgoed | 33,33% |
| WOODEN SA | Howald | Vastgoed | 50% |
| Groot-Brittannië | |||
| BNS JV LTD | Camberley, Surrey | DEME | 50% |
| WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD | Glasgow, Schotland | DEME | 35% |
| Nederland | |||
| BAAK BLANKENBURG-VERBINDING BV | Nieuwegein | DEME | 15% |
| DBM-BONTRUP BV | Amsterdam | DEME | 50% |
| DEEPROCK BV | Breda | DEME | 50% |
| DEEPROCK BEHEER CV | Breda | DEME | 50% |
| K3 DEME BV | Amsterdam | DEME | 50% |
| OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV | Papendrecht | DEME | 50% |
| Polen | |||
| VMA RROBOTICS SP. Z O.O. | Sosnowiec | Contracting | 51% |
| IMMOMAX S.P. Z O.O. | Warschau | Vastgoed | 47% |
| Andere Europese landen | |||
| EARTH MOVING WORLDWIDE LTD | Nicosie, Cyprus | DEME | 50% |
| Saint-Petersbourg, | |||
| MORDRAGA LLC | Rusland | DEME | 40% |
| AFRIKA | |||
| Marokko | |||
| HYDROGEO SARL | Rabat | DEME | 43,50% |
| Tunesië | |||
| BIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming | Tunis | Holding | 20% |
| AMERIKA | |||
| Brazilië | |||
| D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA | Rio de Janeiro | DEME | 50% |
| MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA | Sao Paulo | DEME | 51% |
| AZIË | |||
| CSBC DEME WIND ENGINEERING CO LTD | Taipee, Taiwan | DEME | 49,99% |
| COMBINE MARINE TERMINAL OPERATIONS MARAFI LLC | Oman | DEME | 37,68% |
| GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENGINEERING CO LTD | Guangzhou, China | DEME | 50% |
| DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | DEME | 51% |
| DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD | Singapore | DEME | 51% |
| DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD | Singapore | DEME | 40% |
| DUQM INDUSTRIAL LAND COMPANY LLC | Oman | DEME | 27,55% |
| JV KPC-TDI CO LTD | Bangkok, Thailand | DEME | 49% |
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
| GULF EARTH MOVING QATAR WLL | Qatar | DEME | 50% |
|---|---|---|---|
| PORT OF DUQM COMPANY SAOC | Oman | DEME | 30% |
| EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST | Verenigde Arabische Emiraten |
DEME | 50% |
Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum, met uitzondering van Lighthouse Parking (30 juni) en de in India actieve dochterondernemingen van DEME (31 maart).
De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen worden hierboven niet opgesomd.
Zoals hierna voorgesteld, gebruikt de groep CFE alternatieve prestatie-indicatoren voor de meting van haar financiële prestatie. De definities van deze indicatoren zijn te vinden in de sectie "glossarium" van dit verslag.
De indicatoren Netto financiële schuld en EBITDA worden berekend op basis van de verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening en het geconsolideerde overzicht van de financiële positie:
| Netto financiële schuld | December 2020 | December 2019 |
|---|---|---|
| (duizend euro) | ||
| Langlopende obligatieleningen | 29.794 | 29.689 |
| + Langlopende financiële schulden | 918.681 | 1.110.212 |
| + Kortlopende obligatieleningen | 0 | 0 |
| + Kortlopende financiële schulden | 412.649 | 270.366 |
| Financiële schulden | 1.361.124 | 1.410.267 |
| - Geldmiddelen en kasequivalenten | (759.695) | (612.206) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (759.695) | (612.206) |
| Geconsolideerde netto financiële schuld | 601.429 | 798.061 |
| EBITDA | ||
| (duizend euro) | December 2020 | December 2019 |
| Resultaat van de operationele activiteiten | 87.253 | 143.615 |
| Afschrijvingen op vaste activa (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 324.439 | 318.672 |
| (Afname)/Toename van voorzieningen | (1.235) | (30.587) |
| Waardeverminderingen op activa en overig niet-kaselementen | 4.258 | 19.524 |
| Niet-kaselementen | 327.462 | 307.609 |
| Geconsolideerde EBITDA | 414.715 | 451.224 |
Het uitstaand vastgoedbestand wordt berekend op basis van het geconsolideerde overzicht van de financiële positie per segment:
| Vastgoedbestand (duizend euro) |
December 2020 | December 2019 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen - vastgoedontwikkeling | 85.532 | 76.296 |
| Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep (*) | 20.000 | 21.800 |
| + Langlopende obligatieleningen | 29.794 | 29.689 |
| + Langlopende financiële schulden | 42.701 | 13.378 |
| + Kortlopende obligatieleningen | 0 | 0 |
| + Kortlopende financiële schulden | 17.488 | 14.382 |
| + Interne kaspositie - Cash pooling - passief (*) | 3.376 | 4.698 |
| Financiële schulden | 113.359 | 83.947 |
| - Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep (*) | 0 | 0 |
| - Geldmiddelen en kasequivalenten | (5.707) | (6.411) |
| - Interne kaspositie - Cash pooling - actief (*) | (1.457) | (11.167) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (7.164) | (17.578) |
| Netto financiële schuld - vastgoedontwikkeling | 106.195 | 66.369 |
| Vastgoedbestand | 191.727 | 142.665 |
(*) Deze rekeningen hebben betrekking op de kasposities tegenover de entiteiten die deel uitmaken van de andere divisies van de groep (voornamelijk CFE NV)
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)
We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,
| Naam : |
Fabien De Jonge | Piet Dejonghe |
|---|---|---|
| Functie : |
Financieel en administratief directeur. | Gedelegeerd bestuurder. |
Datum : 22 maart 2021
| Identiteit van de vennootschap : | Aannemingsmaatschappij CFE |
|---|---|
| Zetel : | Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel |
| Telefoon : | + 32 2 661 12 11 |
| Rechtsvorm : | Naamloze vennootschap |
| Wetgeving : | Belgisch |
| Oprichting : | 21 juni 1880 |
| Duur : | onbepaald |
| Boekjaar : | vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar |
| Handelsregister : | RPM Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 |
| Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd : | op de maatschappelijke zetel van de vennootschap |
" De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur- , of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden. "
États financiers consolidés — Notes aux états financiers consolidés — États financiers statutaires
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 2 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2020 overeenkomstig artikel 41 van de EU Verordening 537/2014, dat stelt dat vanaf 17 juni 2020 een controleopdracht niet mag worden verlengd voor mandaten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de verordening een duur hebben van 20 jaar of meer. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV uitgevoerd gedurende 31 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2020 omvat, alsook het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 5 137 483 (000) EUR bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten afsluit met een winst van het boekjaar van 39 877 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2020 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
| Kernpunten van de controle | Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde |
|---|---|
| Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten (segment Contracting en Baggerwerken & milieu) |
|
| • Voor het merendeel van haar contracten erkent de groep opbrengsten en marge à rato van de voortschrijding der werken op basis van het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden in de geschatte totale kosten van het project bij voltooiing. Omzet en marge worden verantwoord op basis van schattingen ten opzichte van de verwachte totale kosten per contract. Reserves kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de groep die voortvloeien uit elk contract. De opbrengsten uit hoofde van contracten kunnen ook variatie-orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten uit hoofde van het contract met hoge mate van zekerheid kunnen worden |
• Projectanalyse: aan de hand van verscheidene kwantitatieve en kwalitatieve criteria hebben we een steekproef van contracten genomen om de belangrijkste en meest complexe ramingen te beoordelen. We hebben inzicht verworven in de huidige staat en historiek van het project en hebben de inschattingen die gerelateerd zijn aan deze projecten beoordeeld middels informatie die bekomen werd van het senior uitvoerend en financieel management. Daarnaast analyseerden we de verschillen met eerdere projectschattingen en evalueerden we de consistentie hiervan met de ontwikkelingen van het project gedurende het jaar. • Wij zijn de accurate berekening van het percentage van de voortschrijding der werken ("percentage of completion") en de daarmee samenhangende erkenning van omzet en marge voor een selectie van projecten nagegaan. Wij |
| gewaardeerd. • Vaak gaat het hierbij om een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit |
hebben inzicht verkregen in de procedures met betrekking tot de erkenning van de kosten voor de voltooiing van het project en het ontwerp en de implementatie van de bijbehorende |
oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatieorders en claims. Er is daarom een hoge mate van risico en het daaraan gekoppelde oordeelsvermogen van het management bij het inschatten van de te erkennen omzet en bijhorende marge (opgenomen op basis van de voortschrijding der werken) of verlies (volledig erkend) door de groep tot en met de balansdatum en wijzigingen in deze
États financiers consolidés — Notes aux états financiers consolidés — États financiers statutaires
| schattingen kunnen aanleiding geven tot • materiële afwijkingen. • De boekhoudkundie verwerking van projecten ("contract accounting") voor de groep omvat bovendien een belangrijke boekhoudkundige beoordeling voor wat betreft het bundelen of ontdubbelen van resultaten. contracten. Het bundelen of ontdubbelen van één of meerdere contracten kan een • aanzienlijke impact hebben op de erkenning van opbrengsten en resultaten in een bepaalde verslagperiode. |
Benchmarking van assumpties: het beoordelen van de positie van de groep met betrekking tot het verwachte resultaat van het contract, reserves, afrekeningen en de invorderbaarheid van vorderingen via overeenstemming met bevestigingen van derden en met betrekking tot onze eigen beoordelingen en historische Controle van de klantencorrespondentie: analyse van de correspondentie met klanten over variatie-orders en claims en de afweging of deze informatie in overeenstemming is met de gemaakte inschattingen van de groep. |
Omzeterkenning en waardering van voorraden (segment Vastgoedontwikkeling) • De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor residentiële ontwikkelingen is gebaseerd op de |
belastingen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep. • Een steekproef van projectontwikkelingen is getest door de tot op heden gemaakte kosten met betrekking tot terreinen en onderhanden |
|---|---|---|---|
| historische kostprijs of lagere netto realisatiewaarde. De beoordeling van de |
werk te verifiëren en door het percentage van voortschrijding der werken op balansdatum |
||
| netto realisatiewaarden omvat |
na te rekenen. Een selectie van deze projecten | ||
| Verwijzing naar de toelichtingen: | veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, |
is nagezien aan de hand van een steekproef van kosten die zijn afgestemd met certificaten |
|
| • • De boekhoudkundige erkenning van omzet en verwerking van projecten wordt uiteengezet in Toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening. Daarnaast verwijzen we naar Toelichting 17 van de geconsolideerde vertragingen, jaarrekening met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden. bedragen. |
Inspectie van belangrijke clausules voor een selectie van contracten: identificatie van relevante contractuele mechanismen die van invloed zijn op de (ont)bundeling van contracten en andere, zoals boetes voor bonussen of succesvergoedingen, en beoordeling of deze clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen |
beslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen hebben betrekking op verschillende elementen en zijn gevoelig voor gehanteerde scenario's en assumpties en houden als zodanig een significant oordeel in van het management. Het risico bestaat dat mogelijke bijzondere waardeverminderingen van voorraden niet adequaat worden |
van externe inspecteurs, de totale verkoopwaarde die met contracten is overeengekomen en de accuraatheid van de erkenningsformule werd nagegaan. • Wij hebben de berekeningen van de netto realisatiewaarden beoordeeld en hebben de redelijkheid en consistentie van de door het management gehanteerde assumptie en modellen beoordeeld. |
| Onzekere belastingposities (segment | verwerkt in de geconsolideerde jaarrekening. | • Evalueren van de financiële prestaties van |
|
| Baggerwerken & milieu) • • DEME is actief in verschillende landen met Teneinde verschillende belastingstelsels. De belasting van haar operaties kan afhankelijk zijn van na te inschattingen en kan aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastings geschatte authoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot een uitstroom van middelen zullen leiden, dienen de nodige voorzieningen te worden aangelegd. Er is daarom een hoge mate van • oordeelsvermogen van het management en het daaraan gekoppelde risico gerelateerd aan het inschatten van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities die door de groep tot op balansdatum moeten worden opgenomen. Wijzigingen in deze schattingen kunnen bovendien aanleiding geven tot materiële • effecten. procedures Verwijzing naar de toelichtingen: • We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en • Toelichting 10 (Belastingen op het resultaat). |
de adequaatheid van de voorziening voor onzekere belastings-posities gaan, omvatten onze controlewerkzaamheden een analyse van de waarschijnlijkheid van het belastingrisico en van de inschatting door het management van de potentiële uitstroom van middelen, evenals een beoordeling van onderliggende documentatie. Betrekken van deskundigen: wij hebben beroep gedaan op belastingspecialisten om de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de inschattingen van het management te beoordelen en om de geschiktheid van deze aannames in het licht van de lokale fiscale regelgeving te beoordelen. Wij hebben inzicht verkregen in de met betrekking tot de verantwoording van (uitgestelde) belastings posities en het ontwerp en de implementatie van de bijbehorende controles en processen. Beoordeling van de geschiktheid van de toelichtingen met betrekking tot (uitgestelde) |
• Opbrengsten en resultaten worden verantwoord voor zover componenten (huisvestingseenheden) zijn verkocht en op basis van de mate waarin de ontwikkeling is afgewerkt. Omzet en marge worden aldus verantwoord op basis van schattingen met betrekking tot de verwachte totale kosten per project. • In veel gevallen is er een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten en onzekerheid over de verwachte kosten. Er is daarom een hoge mate van risico gekoppeld aan het inschatten van het bedrag van de opbrengsten en de marge die door de groep moet worden erkend op balansdatum. Wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot materiële effecten. Verwijzing naar de toelichtingen: • We verwijzen naar Toelichting 2 (Voornaamste boekhoudprincipes) en Toelichting 18 (Voorraden). |
specifieke projecten ten opzichte van het budget en historische trends, met name om de redelijkheid van de kosten te beoordelen. |
États financiers consolidés — Notes aux états financiers consolidés — États financiers statutaires
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
ontstaan over de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Overeenkomstig artikel 3:75, § 1, 6° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel.
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep.
De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Getekend te Zaventem.
Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA Vertegenwoordigd door Rik Neckebroeck
Geconsolideerde financiële staten — Geconsolideerde jaarrekening en toelichting — Statutaire financiële staten
III. STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Oprichtingskosten | 0 | 0 |
| Vaste activa | 1.335.220 | 1.336.844 |
| Immateriële vaste activa | 92 | 46 |
| Materiële vaste activa | 987 | 1.218 |
| Financiële vaste activa | 1.334.141 | 1.335.580 |
| - Verbonden ondernemingen | 1.334.124 | 1.335.553 |
| - Overige | 17 | 27 |
| Vlottende activa | 97.005 | 102.122 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 6.013 | 4.242 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 31.033 | 35.053 |
| - Handelsvorderingen | 23.899 | 25.370 |
| - Overige vorderingen | 7.134 | 9.683 |
| Geldbeleggingen | 0 | 0 |
| Liquide middelen | 59.256 | 62.529 |
| Overlopende rekeningen | 703 | 298 |
| Totaal der activa | 1.432.225 | 1.438.966 |
| Eigen vermogen | 1.168.944 | 1.188.337 |
| Kapitaal | 41.330 | 41.330 |
| Uitgiftepremies | 592.651 | 592.651 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 487.399 | 487.399 |
| Reserves | 8.654 | 8.654 |
| Overdragen winst (+) of overgedragen verlies (-) | 38.910 | 58.303 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 12.197 | 11.544 |
| Schulden | 251.084 | 239.085 |
| Schulden op meer dan één jaar | 115.248 | 125.248 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 135.467 | 113.585 |
| - Financiële schulden | 10.792 | 10.000 |
| - Handelsschulden | 9.341 | 12.617 |
| - Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en social lasten en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen |
4.867 | 4.178 |
| - Overige schulden | 110.467 | 86.790 |
| Overlopende rekeningen | 369 | 252 |
| Totaal van de passiva | 1.432.225 | 1.438.966 |
| Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) |
2020 | 2019 |
|---|---|---|
| RESULTATEN | ||
| Bedrijfsopbrengsten | 32.074 | 32.271 |
| Bedrijfskosten | (37.145) | 43.532 |
| - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | (23.215) | (24.440) |
| - Diensten en diverse goederen | (8.609) | (7.522) |
| - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (3.965) | (4.799) |
| - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen | (986) | 81.174 |
| - Overige | (370) | (881) |
| Bedrijfsresultaat | (5.071) | 75.803 |
| Financiële opbrengsten | 21.808 | 70.948 |
| Financiële kosten | (10.739) | (99.608) |
| Resultaat vóór belastingen | 5.998 | 47.143 |
| Belastingen (heffingen en regularisering) | (77) | (110) |
| Resultaat van het boekjaar | 5.921 | 47.033 |
| BESTEMMING | ||
| Resultaat van het boekjaar | 5.921 | 47.033 |
| Overgedragen resultaat van het vorige boekjaar | 58.303 | 11.270 |
| Vergoeding van het kapitaal | (25.314) | 0 |
| Beschikbare reserves | 0 | 0 |
| Wettelijke reserves | 0 | 0 |
| Over te dragen resultaat | 38.910 | 58.303 |
De vaste activa bestaan zeer overwegend uit de participaties in DEME, CFE Contracting en BPI.
De schulden op meer dan één jaar omvatten leningen van 80 miljoen euro die op de bevestigde kredietlijnen werden opgenomen en 35 miljoen euro handelspapier op middellange termijn. CFE gebruikte eveneens haar handelspapierprogramma op korte termijn voor een bedrag van 10 miljoen euro.
Het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid vormt een belangrijk deel van de omzet voor het boekjaar.
In 2019 leidde de vereffening van verscheidene internationale entiteiten tot een terugneming van voorzieningen in het bedrijfsresultaat en een equivalente niet-recurrente financiële last.
Het financiële resultaat is in 2020 sterk gedaald aangezien DEME geen dividend uitkeerde voor het boekjaar 2019. Anderzijds keerden CFE Contracting, BPI en Green Offshore in 2020 dividenden van respectievelijk 9, 3,5 en 4,15 miljoen euro uit aan CFE NV.
Kapitaalverhoging
Overeenkomstig de beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019 kan de Raad van Bestuur in de 5 jaren vanaf 22 mei 2019 het kapitaal eenmalig of meermaals verhogen met een maximumbedrag van 5.000.000 euro, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen of van wel of niet ondergeschikte obligaties of van warrants of andere roerende waarden, wel of niet gebonden aan andere effecten van de vennootschap.
De laatste kapitaalverhoging dateert van 24 december 2013, na de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren van de naamloze vennootschap Dredging, Environ-
De Raad van Bestuur kan het toegestaan kapitaal ook gebruiken in het geval van een openbaar overnamebod op door de vennootschap uitgegeven effecten, onder de voorwaarden en binnen de grenzen van artikel 7:202 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. De Raad van Bestuur kan deze bevoegdheden uitoefenen indien het openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) aan de vennootschap wordt meegedeeld uiterlijk drie jaar na de datum van de voornoemde buitengewone algemene vergadering (namelijk 2 mei 2022).
Deze toelating omvat ook het vermogen om over te gaan tot:
De aandelen van de vennootschap zijn volledig volgestort en zijn op naam of gedematerialiseerd. Elke houder kan op elk ogenblik, op eigen kosten, de omzetting van zijn volledig volgestorte effecten in een andere vorm vragen, binnen de grenzen van de wet. de eigendom, het vruchtgebruik of de blote eigendom opschorten. De mede-eigenaren, de vruchtgebruikers en de blote eigenaars dienen zich respectievelijk te laten vertegenwoordigen door een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en de vennootschap daarvan op de hoogte te brengen. In het geval van vruchtgebruik zal de blote eigenaar van het aandeel tegenover de vennootschap worden vertegenwoordigd door de vruchtgebruiker, tenzij anders overeengekomen tussen de partijen.
De statutaire en geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België. De gecoördineerde versie van de statuten van de vennootschap kan worden geraadpleegd op de griffie van de ondernemingsrechtbank van Brussel, afdeling Brussel. Het jaarlijks financieel verslag wordt toegezonden aan de aandeelhouders op naam en aan elke persoon die het verzoekt. De gecoördineerde versie van de statuten en het jaarlijks financieel verslag zijn eveneens beschikbaar op de website (www.cfe.be).
Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel RPR Brussel nr. 0400.464.795 E-mail: [email protected] Website: https://www.cfe.be
De vennootschap werd opgericht bij notariële akte van 24 juni 1880, gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 27 juni 1880. De statuten werden herhaaldelijk gewijzigd, het laatst bij notariële akte van 2 mei 2019, gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 22 mei 2019 onder het nummer 19068846.
Naamloze vennootschap naar Belgisch recht
De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van elke aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort.
COPYRIGHT VAN DE FOTO'S EN DE BEELDEN, OP ALFABETISCHE VOLGORDE : Art & Build Architects Beiler François Fritsch Caviar CFE Polska De Kemphanen DEME Estor-Lux Jaspers&Eyers Architects L'AUC LuWa Neutelings Riedijk Philippe van Gelooven Tom D'Haenens YouthStart 51N4E
CONCEPT, DESIGN EN REALISATIE: Brandelicious/Anne Thys - [email protected] Make/Paul Thomas – www.makecontact.nl
Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels. In geval van verschillen primeert de Franse versie.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.