Interim / Quarterly Report • Aug 7, 2013
Interim / Quarterly Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Halfjaarlijks financieel rapport
| 1 | Financiële kerncijfers________4 | |||
|---|---|---|---|---|
| 2 | Blikvangers __________6 |
|||
| 3 | Belangrijkste gebeurtenissen voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2013 | ____7 | ||
| 4 | Wijzigingen in Corporate Governance _____11 |
|||
| 5 | Financiële analyse _________14 |
|||
| 5.1 | Tussentijdse geconsolideerde resultatenrekening ______ |
14 | ||
| 5.2 | Tussentijdse geconsolideerde balans __________ |
22 | ||
| 5.3 | Tussentijds geconsolideerd kasstroomoverzicht _______ |
25 | ||
| 5.4 | Reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers ___ |
26 | ||
| 5.5 | Van IFRS geconsolideerde nettowinst naar Niet-geconsolideerde BGAAP nettowinst | 28 | ||
| 6 | Vooruitzichten_____________30 | |||
| 7 | Tussentijdse geconsolideerde resultatenrekening _________32 |
|||
| 8 | Tussentijds overzicht van de gerealiseerde en de niet-gerealiseerde resultaten | ___33 | ||
| 9 | Tussentijdse geconsolideerde balans _______34 |
|||
| 10 | Tussentijds mutatieoverzicht van het eigen vermogen _____35 |
|||
| 11 | Tussentijds geconsolideerd kasstroomoverzicht ____36 |
|||
| 12 | Toelichting bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële jaarrekening | _38 | ||
| 12.1 | Bedrijfsinformatie _____________ |
38 | ||
| 12.2 | Basis voor de voorbereiding en de financiële verslaggeving ___ |
38 | ||
| 12.3 | Spreiding van de activiteiten over het jaar _____ |
40 | ||
| 12.4 | Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes _____ |
41 | ||
| 12.5 | Bedrijfscombinaties ____________ |
41 | ||
| 12.6 | Bedrijfssegmenten _____________ |
41 | ||
| 12.7 | Omzet____________ | 43 | ||
| 12.8 | Overige bedrijfsopbrengsten___________ | 43 | ||
| 12.9 | Bedrijfskosten___________ | 43 | ||
| 12.10 | Financiële kosten ________ |
43 | ||
| 12.11 | Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen _____ |
43 | ||
| 2 |
| 12.12 | Belastingen _____________ |
43 | |
|---|---|---|---|
| 12.13 | Investeringen in geassocieerde deelnemingen _________ |
44 | |
| 12.14 | Personeelsbeloningen ___________ |
44 | |
| 12.15 | Kortlopende voorzieningen ____________ |
45 | |
| 12.16 | Te betalen belastingen __________ |
45 | |
| 12.17 | Dividenden _____________ |
45 | |
| 12.18 | Niet in de balans opgenomen verplichtingen en onvoorziene activa | ___ | 45 |
| 12.19 | Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum __________ |
45 | |
| 13 | Verklaring van beperkt nazicht __________ |
46 |
| Resultatenrekening (in miljoen EUR) | H1 2013 |
H1 2012 |
Evolutie % |
|---|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 1.235,7 | 1.229,3 | 0,5% |
| Genormaliseerde bedrijfsopbrengsten (1) | 1.221,1 | 1.229,3 | -0,7% |
| Peroneelskosten | (606,8) | (590,7) | 2,7% |
| EBITDA (2) | 326,0 | 331,2 | -1,6% |
| Genormaliseerde EBITDA (3) | 311,4 | 310,1 | 0,4% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 282,4 | 288,4 | -2,1% |
| Genormaliseerd bedrijfsresultaat (4) | 267,8 | 267,3 | 0,2% |
| Winst van de periode | 181,5 | 176,0 | 3,1% |
| Kasstroom (in miljoen EUR) | H1 2013 | H1 2012 | Evolutie % |
|---|---|---|---|
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 166,8 | 52,3 | 219,0% |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (51,0) | (19,1) | 166,4% |
| Operationele vrije kasstroom (5) | 115,8 | 33,2 | 249,3% |
| Genormaliseerde operationele vrije kasstroom (6) | 238,9 | 334,0 | -28,5% |
| Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten | (195,2) | (0,4) | 47341,8% |
| Netto wijziging van geldmiddelen en kasequivalenten | (79,4) | 32,8 | -342,4% |
| Balans (in million EUR) | Op 30 juni 2013 |
Op 31 december 2012 |
Evolutie % |
|---|---|---|---|
| Totale activa | 2.053,8 | 2.228,1 | -7,8% |
| Vaste activa | 1.076,1 | 1.112,8 | -3,3% |
| Eigen vermogen | 663,1 | 737,7 | -10,1% |
| Personeelsbeloningen | 349,5 | 364,1 | -4,0% |
| Netto schuld + (Netto geldmiddelen) (7) | (537,9) | (618,6) | -13,0% |
| Overige kerncijfers | H1 2013 | H1 2012 | Evolutie % |
|---|---|---|---|
| Genormaliseerde EBIT marge (8) | 21,9% | 21,7% | 0,9% |
| Gewone winst per aandeel (9) | 0,90 | 0,88 | 2,0% |
| Verwaterde winst per aandeel (9) | 0,90 | 0,88 | 2,0% |
| Genormaliseerde gewone winst per aandeel (9) | 0,83 | 0,81 | 1,9% |
| Aantal FTE (op jaareinde) | 25.587 | 26.399 | -3,1% |
Aantal FTE (gemiddeld) 25.563 26.731 -4,4%
(1) Genormaliseerde bedrijfsopbrengsten vertegenwoordigende totale bedrijfsopbrengsten exclusief de impact van eenmalige elementen en zijn niet geauditeerd.
(2) Resultaat voor interesten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen. EBITDA vertegenwoordigt EBIT plus afschrijvingen en waardeverminderingen
(3) Genormaliseerde EBITDA vertegenwoordigt EBITDA exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(4) Genormaliseerde EBIT vertegenwoordigt winst van operationele activiteiten exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(5) Operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten minus de netto kasstroom van investeringsactiviteiten en is niet geauditeerd.
(6) Genormaliseerde operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de operationele vrije kasstroom exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd
(7) Netto schulden + netto geldmiddelen vertegenwoordigt rentedragende en niet rentedragende leningen zonder geldmiddelen en kasequivalenten
(8) Genormaliseerde EBIT marge vertegenwoordigt genormaliseerde EBIT gedeeld door genormaliseerde bedrijfsopbrengsten en is niet geauditeerd
(9) Alle winsten per aandeel worden berekend op basis van het aantal aandelen na de aandelensplit, dewelke goedgekeurd werd op de Buitengewone aandeelhoudersvergadering van 27 mei 2013 en resulteerde in een totaal van 200.000.944 aandelen.
Voor meer details inzake reconciliatie van genormaliseerde en gepubliceerde kerncijfers, refereren we naar deel 5.4 van dit document.
Het Directiecomité van bpost verklaart dat volgens hun kennis de verkorte geconsolideerde rapportering die opgesteld is in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS"), een getrouw en eerlijk beeld geeft van de activa, de financiële toestand en de resultaten van bpost en van de entiteiten die in de consolidatie zijn opgenomen.
Het financieel verslag geeft een duidelijk beeld van de informatie dat moet vermeld worden ingevolge paragraaf 5 en 6 van artikel 13 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007.
Het Directiecomité van bpost wordt vertegenwoordigd door Johnny Thijs, gedelegeerd bestuurder en Pierre Winand, Chief Financial Officer.
Netto kasstroom daalde met 80,7 miljoen EUR, voornamelijk door de pre-IPO kapitaalsvermindering en het uitzonderlijke dividend (respectievelijk 144,5 miljoen EUR en 53.5 miljoen EUR) en de terugbetaling van de overcompensatie van de staat voor de DAEB (123,1 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de genormaliseerde operationele vrije kasstroom (238,9 miljoen EUR).
Op 5 oktober verkocht bpost de activiteiten van Certipost m.b.t. de uitwisseling van elektronische documenten aan de Finse groep Basware. De activiteiten van Certipost die verband houden met de beveiliging van documenten, de digitale certificaten en de elektronische identiteitskaarten, blijven bij bpost.
De overdracht van de verkochte activiteiten is van kracht sinds 2 januari 2013. Zie toelichting 12.8 voor details omtrent de financiële impact.
In januari 2013 ging bpost in beroep tegen de beslissing die de Belgische mededingingsautoriteit nam in december 2012 en waarbij het bedrijf een boete van 37,4 miljoen EUR kreeg opgelegd voor misbruik van dominante positie ten aanzien van zijn "per sender model"-prijsbeleid.
Dit prijsbeleid, dat door bpost in 2010 werd ingevoerd, bestond uit het berekenen van volumekortingen op basis van door de individuele eindklanten verstuurde postvolumes, m.n. op basis van de totale inkomsten per afzender in plaats van op de totale volumes die door tussenpersonen worden verwerkt. In 2011 besliste het BIPT dat dit beleid t.o.v. de tussenpersonen een inbreuk vormde op de niet-discriminatie wet en de transparantieverplichtingen uit de wet van 1991. In het licht van de beslissing van het BIPT, aanvaardde bpost om het "per sender"-model in augustus 2011 stop te zetten. Het paste zijn commerciële prijsbeleid aan, waardoor tussenpersonen volumekortingen konden krijgen op een geconsolideerde basis.
Het beroep is momenteel hangende bij het Brusselse Hof van beroep. bpost betaalde de boete tijdens het eerste kwartaal van 2013 in afwachting van het resultaat van het beroep.
Op 7 maart 2013 werd het 5de Beheerscontract tussen de Belgische Staat en de onderneming bekendgemaakt aan de Europese Commissie, die het goedkeurde op 2 mei 2013. Het 5de Beheerscontract bepaalt de voorwaarden waaraan bpost zich moet houden bij het uitvoeren van bepaalde Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2015. Het 5de Beheerscontract bevat eveneens een aantal bijkomende voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van de Universele Dienstverlening door bpost.
Het 5de Beheerscontract werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 29 mei 2013 en is van toepassing sinds 1 januari 2013. Het vervangt het 4de Beheerscontract van 2 december 2005. Zie toelichting 12.7 voor details omtrent de financiële impact.
Op 25 maart 2013 keurde een buitengewone aandeelhoudersvergadering van het bedrijf (i) een kapitaalsvermindering goed van 144,5 miljoen EUR via de teruggave van kapitaal aan de aandeelhouders van het bedrijf vóór de beursintroductie (ii) alsook een vermindering van de wettelijke reserve ten belope van 21,3 miljoen EUR via de overdracht naar beschikbare reserves en de daaropvolgende uitbetaling van een uitzonderlijk dividend van 53,5 miljoen EUR uit de beschikbare reserves en de ingehouden winst aan die aandeelhouders. Zie toelichting 12.12 voor de impact op de belastingen van deze beslissing.
Nadat de Europese Commissie het 5de Beheerscontract goedkeurde, werden de kapitaalsvermindering en het uitzonderlijke dividend uitbetaald in juni 2013.
In juni 2013 kocht bpost de laatste 20% van de MSI-aandelen, die nog in handen waren van de minderheidsaandeelhouders. Het legde daarvoor 5,3 miljoen USD op tafel.
Dat betekent dat bpost nu eigenaar is van 100 % van de MSI-aandelen.
bpost heeft recht op een compensatie van de Belgische Staat voor sommige DAEB die het bedrijf uitvoert. Dat zijn onder andere: de vroege uitreiking van kranten, de uitreiking van tijdschriften, "cash at counter"-diensten en levering aan huis van pensioenen en sociale uitkeringen.
In 2009 startte de Europese Commissie een onderzoek naar de vergoedingen door de Staat dat, onder andere, betrekking had op de compensatie voor de DAEB. Ingevolge dit onderzoek betaalde bpost 300,8 miljoen vermeende staatssteun terug (met inbegrip van de intresten en na aftrek van belastingen) voor de periode van 1992 tot 2010.
Op 2 mei 2013 keurde de Europese Commissie de staatssteun goed die aan bpost was toegekend onder de voorwaarden van het 5de Beheerscontract voor de periode van 2013 tot 2015.
In verband met de bekendmaking van het 5de Beheerscontract beloofde de Belgische Staat aan de Europese Commissie dat ze de overcompensatie voor de DAEB terug zou vorderen van bpost voor de periode 2011-2012. In haar beslissing over het 5de Beheerscontract, ging de Europese Commissie ervan uit dat bpost naar alle waarschijnlijkheid tijdens de periode 2011-2012 overgecompenseerd werd en dat de belofte van de Belgische Staat die overcompensatie zou wegnemen.
bpost kwam met de Belgische Staat overeen dat het dat bedrag onder bepaalde voorwaarden zou terugbetalen. In afwachting van het te betalen bedrag (nl. 123,1 miljoen EUR na de uiteindelijke berekening van de rente), hield de Belgische Staat in het eerste kwartaal van 2013 een bedrag in van 88,9 miljoen EUR van het uitstaande saldo van de staatssteun dat krachtens het 4de Beheerscontract voor 2012 verschuldigd was. Het resterende bedrag werd betaald in juni 2013.
In mei 2013 verleende het BIPT een postlicentie aan Mosaïc Ltd, beter gekend als "TBC-POST".
Met deze licentie mag het bedrijf direct mail ophalen en uitreiken op Belgisch grondgebied. Het moet daarbij voldoen aan de volgende voorwaarden:
Afhankelijk van het commerciële succes van TBC-POST, kan dit een impact hebben op de evolutie van de volumes van bepaalde producten.
Op 26 maart 2013 hebben BNP Paribas Fortis en bpost een Term Sheet goedgekeurd gerelateerd aan de verlenging van hun partnerschap met betrekking tot bpost bank, waarin de belangrijkste principes van de nieuwe raamovereenkomst en de bijbehorende af te sluiten aanvullende overeenkomsten werden beschreven (de "Term Sheet").
Volgens de Term Sheet zal de bestaande Raamovereenkomst niet langer van kracht zijn op 31 december 2014 en vervangen worden door een nieuwe raamovereenkomst die van kracht wordt op 1 januari 2015 voor een termijn van zeven jaar.
Volgens de Term Sheet:
(i) zullen bpost and BNP Paribas Fortis blijven samenwerken via bpost bank, dat een geassocieerde onderneming van bpost blijft;
Volgens de Term Sheet, zal de nieuwe raamovereenkomst ervoor zorgen dat onder andere, en in overeenstemming met de voorwaarden van de bestaande Raamovereenkomst, bpost ook alleen de producten en diensten van bpost bank zal blijven verdelen, met uitzondering van
De Term Sheet bevat ook bepaalde bepalingen inzake corporate governance die met onmiddellijke ingang in werking treden en onder andere gericht zijn op het versterken van de rol en de samenstelling van het Directiecomité. De raad van bestuur van bpost bank moet zijn samengesteld uit de leden van het Directiecomité (dat bestaat uit de CEO en drie andere directieleden die door de raad van bestuur zijn benoemd), een gelijk aantal bestuurders van zowel bpost als BNP Paribas Fortis en ten minste één onafhankelijk bestuurder. De voorzitter van de raad van bestuur heeft een mandaat voor drie jaar en zal afwisselend een van de bestuurders zijn die is aangeduid door bpost of BNP Paribas Fortis.
Anticiperend op de kapitaalvereisten die zullen worden geïntroduceerd als gevolg van de invoering van Basel III en CRD IV heeft bpost bank op 20 maart 2013 een kapitaalsverhoging uitgevoerd voor een bedrag van 100 miljoen EUR, waarbij bpost 37,5 miljoen EUR aan contanten heeft ingebracht (na de kapitaalsverhoging heeft bpost nog steeds een aandeelhouderschap van 50% in bpost bank). Per 31 december 2012 was de Tier I-ratio van bpost bank 13,0%, en rekening houdend met de kapitaalsverhoging zou haar Tier I-ratio 19,4% hebben bedragen. Indien een kapitaalsverhoging plaatsvindt in de toekomst (hetzij om problemen met betrekking tot het toereikend zijn van het kapitaal aan te pakken of om andere redenen), zijn bpost en BNP Paribas Fortis contractueel verplicht om deel te nemen aan dergelijke kapitaalsverhoging op een 50-50 basis.
De Buitengewone Aandeelhoudersvergadering van 27 mei 2013 keurde een aandelensplitsing goed van 1/488, wat leidde tot een aandelenkapitaal van 200 000 944 aandelen. Het vorige aantal aandelen was 409 838.
Nadat Post Invest Europe S.à r.l. besliste om een deel van zijn aandelen te verkopen, kondigde bpost op 23 mei aan dat het van plan was om over te gaan tot een beursintroductie en een notering van zijn gewone aandelen bij NYSE Euronext in Brussel (de "IPO").
Op 21 juni begon het verhandelen van de aandelen van bpost op Euronext Brussel. De uiteindelijke prijs van een aandeel was 14,5 EUR. De stabilisatieperiode gerelateerd aan de IPO eindigde op 19 juli 2013.
59 750 180 aandelen werden verkocht (inclusief de uitoefening van de overtoewijzingsopties):
(ii) Japanse beleggers via een POWL (openbaar aanbod zonder beursnotering);
(iii) "gekwalificeerde institutionele kopers" of "QIBs" via een private plaatsing in de Verenigde Staten"; en
Tegelijkertijd implementeerde bpost een aandelenaankoopplan voor zijn medewerkers. De medewerkers die daarvoor in aanmerking kwamen, konden een vast aantal aandelen kopen met een korting van 16,67 % op de aanbiedingsprijs. 916 479 aandelen werden verkocht aan bpostmedewerkers.
De Belgische Staat verkocht geen aandelen en behoudt zijn participatie van 50,01 % in bpost (rechtstreeks of via de FPIM). Post Invest Europe S.à r.l., de verkopende aandeelhouders, behield een aandeel van 19,67 % in de onderneming.
Er zijn geen andere materiële wijzigingen aan de informatie zoals die gepubliceerd werd in de meest recente geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot verbonden partijen of geïdentificeerde risico's, waarvoor volgens het Financial Reporting Framework bijkomende publicatie zou vereist zijn.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 mei 2013 heeft de nieuwe Statuten goedgekeurd. Deze wijzigingen van de Statuten werden krachtens de Wet van 1991 ook goedgekeurd door een bij Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit van 7 juni 2013. Deze nieuwe Statuten zijn van kracht sinds het afsluiten van de IPO, zijnde 21 juni 2013.
Volgens de nieuwe statuten is de Raad van Bestuur samengesteld uit ten hoogste 12 leden, die als volgt zullen worden benoemd:
De bestuurders worden elk benoemd voor een hernieuwbare periode zoals vastgesteld door de Wet van 1991. De Wet van 1991 voorziet momenteel in een periode van zes jaar maar in de Aandeelhoudersovereenkomst werd overeengekomen dat, op voorwaarde van goedkeuring door de wetgever, het mandaat van bestuurders in de toekomst zal worden beperkt tot vier jaar.
Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder bestaat de Raad van Bestuur alleen uit nietuitvoerende bestuurders. De Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt benoemd en ontslagen bij een in Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit. De gedelegeerd bestuurder en de Voorzitter van de Raad van Bestuur moeten deel uitmaken van een andere taalgroep (Nederlands versus Frans).
De bestuurders benoemd door de Belgische staat (waaronder de gedelegeerd bestuurder, de Voorzitter van de Raad van Bestuur en één bestuurder op voorstel van FPIM) kunnen alleen worden ontslagen of vervangen bij een in Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit. Alle andere bestuurders kunnen op elk moment worden ontslagen of vervangen door een meerderheid van de uitgebrachte stemmen door een kiescollege bestaande uit alle aandeelhouders van de Vennootschap andere dan de Overheden. Wanneer de gedelegeerd bestuurder uit zijn/haar taken wordt ontheven, houdt hij/zij automatisch op een lid te zijn van de Raad van Bestuur.
De leden van de Raad van Bestuur benoemd door de Belgische staat dienen een gelijk aantal Nederlandstaligen als Franstaligen te tellen, met de mogelijke uitzondering van de Voorzitter. Van deze bestuurders moet minstens één derde van een ander geslacht zijn dan de andere door de Belgische staat benoemde bestuurders. Het is bestuurders niet toegestaan om in België bepaalde openbare mandaten uit te oefenen, om lid te zijn van het Europees Parlement of de Europese Commissie, of om bepaalde andere functies uit te oefenen die zijn vermeld in de Wet van 1991 (en in de Statuten). Daarnaast mag een bestuurder, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het Directiecomité, geen personeelslid van bpost zijn. Personen met belangen in strijd met die van bpost of één van haar dochtervennootschappen, mogen niet worden benoemd als bestuurders, en bestuurders zijn verplicht om hun ontslag in te dienen indien er een aanhoudend belangenconflict bestaat.
De Raad van Bestuur bestaat uit 11 leden en is als volgt samengesteld:
| Naam | Leeftijd | Functie | Bestuurder sinds |
Mandaat verstrijkt |
|---|---|---|---|---|
| Martine Durez(1) | 61 | Niet-uitvoerend voorzitter van de Raad | 2006 | 2018 |
| Johnny Thijs(1) | 61 | Gedelegeerd bestuurder en bestuurder | 2000(3) | 2014 |
| Arthur Goethals(1) | 67 | Niet-uitvoerend bestuurder | 2006 | 2018 |
| Luc Lallemand(1) | 46 | Niet-uitvoerend bestuurder | 2002 | 2018 |
| Laurent Levaux(1) | 56 | Niet-uitvoerend bestuurder | 2012 | 2018 |
| Caroline Ven(1) | 41 | Niet-uitvoerend bestuurder | 2012 | 2018 |
| K.B. Pedersen(2) | 65 | Niet-uitvoerend bestuurder | 2009 | 2018 |
| Bjarne Wind(2) | 64 | Niet-uitvoerend bestuurder | 2008 | 2018 |
| François Cornelis | 63 | Onafhankelijk bestuurder | 2013 | 2019 |
| Sophie Dutordoir | 50 | Onafhankelijk bestuurder | 2013 | 2019 |
| Bruno Holthof | 51 | Onafhankelijk bestuurder | 2013 | 2019 |
(1) Benoemd door de Belgische staat.
(2) Benoemd op voorstel van Post Invest Europe S.à r.l..
(3) Benoemd tot gedelegeerd bestuurder in 2002. Op 17 mei 2013 heeft de Raad van Bestuur, op unaniem advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, unaniem besloten om aan de Belgische Staat voor te stellen om de heer Thijs te herbenoemen voor een termijn van zes jaar volgend op het verstrijken van zijn huidig mandaat.
Het Strategisch Comité is samengesteld uit (i) de gedelegeerd bestuurder, die het comité voorzit, (ii) drie bestuurders benoemd door de Belgische staat en (iii) één bestuurder benoemd op voorstel van Post Invest Europe S.à r.l. (in voorkomend geval) en, anders, een bestuurder voorgedragen door de particuliere aandeelhouders. De volgende bestuurders vormen het Strategisch Comité vanaf 21 juni 2013: Johnny Thijs (Voorzitter), Arthur Goethals, Luc Lallemand, Laurent Levaux and K.B. Pedersen.
Het Auditcomité is samengesteld uit vijf leden: (i) drie onafhankelijke bestuurders, (ii) één bestuurder benoemd door de Belgische staat en (iii) ofwel (a) een andere bestuurder benoemd door de Belgische staat of (b) zolang als Post Invest Europe S.à r.l. (alleen of samen met zijn verbonden vennootschappen) ten minste 15% van de stemgerechtigde Aandelen houdt, één bestuurder benoemd op voorstel van Post Invest Europe S.à r.l.. De Voorzitter van het Auditcomité zal worden aangeduid door de Raad van Bestuur maar zal niet de Voorzitter van de Raad van Bestuur zijn. Uitvoerende bestuurders (inclusief de gedelegeerd bestuurder) mogen geen lid zijn van het Auditcomité. De volgende bestuurders vormen sinds 21 juni 2013 het Auditcomité: François Cornelis (Voorzitter), Sophie Dutordoir, Bruno Holthof, Caroline Ven and Bjarne Wind.
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité bestaat uit vijf leden:(i) drie onafhankelijke bestuurders, (ii) één niet-uitvoerend bestuurder benoemd door de Belgische staat, die het Bezoldigings- en Benoemingscomité voorzit, en (iii) ofwel (a) een andere niet-uitvoerend bestuurder benoemd door de Belgische staat of (b) zolang als Post Invest Europe S.à r.l.. (alleen of samen met zijn verbonden vennootschappen) ten minste 15% van de stemgerechtigde Aandelen aanhoudt, één bestuurder benoemd op voorstel van Post Invest Europe S.à r.l... Wanneer de bezoldiging van de andere leden van het directiecomité wordt besproken, neemt de gedelegeerd bestuurder deel aan de vergaderingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité met raadgevende stem. De volgende bestuurders vormen sinds 21 juni 2013 het Bezoldigings- en Benoemingscomité: Martine Durez (Voorzitter), Sophie Dutordoir, François Cornelis, Bruno Holthof, and Bjarne Wind.
De Raad kan slechts geldig beraadslagen en beslissen indien meer dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De quorumvereiste geldt niet voor (i) de stemming over een aangelegenheid op een latere vergadering van de Raad van Bestuur waarnaar die aangelegenheid is doorverwezen wegens ontoereikend quorum op een eerdere vergadering, indien deze latere vergadering wordt gehouden binnen een termijn van 30 dagen na de vorige vergadering en de oproeping voor deze volgende vergadering de voorgestelde beslissing bevat over deze aangelegenheid met verwijzing naar deze bepaling of (ii) wanneer er zich een onvoorziene omstandigheid voordoet die het voor de Raad van Bestuur noodzakelijk maakt om een handeling te stellen die anders wegens een wettelijke verjaringstermijn niet meer zou kunnen worden gesteld of om dreigende schade voor de Vennootschap te voorkomen.
Onverminderd de bijzondere meerderheidsvereisten bepaald in de Wet van 1991, worden alle beslissingen van de Raad van Bestuur genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
Indien en wanneer Post Invest Europe S.à r.l. (alleen of samen met zijn verbonden vennootschappen) niet langer 20% van de stemgerechtigde Aandelen bezit, dan vereist een beperktere lijst van aangelegenheden van de Raad een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het resterende aantal stemgerechtigde Aandelen in het bezit van de Post Invest Europe S.à r.l.:
Het Corporate Governance Charter bepaalt bovendien dat beslissingen van de Raad van strategisch belang, met inbegrip van de goedkeuring van het ondernemingsplan en het jaarlijkse budget en beslissingen betreffende strategische overnames, allianties en overdrachten, moeten worden voorbereid door een vast of een ad hoc-comité van de Raad van Bestuur. Voor al deze beslissingen zal de Raad ernaar streven om een breed draagvlak te vinden onder de verschillende belanghebbende partijen, met dien verstande dat, na passende dialoog en overleg, de Voorzitter het betrokken voorstel ter stemming kan voorleggen en het voorstel aangenomen zal zijn indien het wordt goedgekeurd door een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
De volgende tabel toont de financiële resultaten van bpost voor het eerste semester en het tweede kwartaal van 2013 en 2012:
| Evolutie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | % | Q2 2013 | Q2 2012 |
| Omzet | 1.214,1 | 1.216,0 | -0,2% | 600,4 | 603,9 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 21,6 | 13,2 | 63,3% | 2,5 | 8,8 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 1.235,7 | 1.229,3 | 0,5% | 603,0 | 612,7 |
| Handelsgoederen, grond- en | |||||
| hulpstoffen | (15,3) | (16,5) | -7,6% | (7,5) | (8,1) |
| Diensten en diverse goederen | (291,4) | (282,9) | 3,0% | (141,7) | (146,4) |
| Personeelskosten | (606,8) | (590,7) | 2,7% | (300,4) | (283,7) |
| Overige bedrijfskosten | 3.9 | (8,0) | -148,6% | (1,7) | (1,9) |
| Afschrijvingen, | |||||
| waardeverminderingen | (43,6) | (42,8) | 2,0% | (22,9) | (21,5) |
| Totaal bedrijfskosten | (953,3) | (940,8) | 1,3% | (474,1) | (461,5) |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 282,4 | 288,4 | -2,1% | 128,9 | 151,2 |
| Financiële opbrengsten | 1,2 | 4,2 | -71,5% | 0,4 | 1,6 |
| Financiële kosten | (5,0) | (22,6) | -77,9% | (2,6) | (13,1) |
| Aandeel in het resultaat van | |||||
| geassocieerde deelnemingen | 12,2 | 5,4 | 124,7% | 9,7 | 2,4 |
| Winst voor belasting | 290,7 | 275,4 | 5,6% | 136,4 | 142,1 |
| Belastingen | (109,3) | (99,5) | 9,8% | (54,3) | (55,6) |
| Nettoresultaat van de periode | 181,5 | 176,0 | 3,1% | 82,1 | 86,4 |
Voor het eerste semester van 2013 stegen de totale bedrijfsopbrengsten met 6,4 miljoen EUR, hetzij 0,5%, tot 1.235,7 miljoen EUR.
Twee elementen die de totale bedrijfsopbrengsten positief beïnvloeden, hebben betrekking op:
De ontvangen vergoeding van de Belgische staat voor het uitvoeren van DAEB gedurende het eerste semester van 2013 bedroeg 151,9 miljoen EUR, wat overeenkomt met de helft van de geschatte jaarlijkse vergoeding. De vergoeding voor de DAEB voor het eerste semester van 2013 werd berekend met behulp van de methode die werd bepaald in het 5de Beheerscontract, en bedroeg 7,6 miljoen EUR minder dan de vergoeding voor de DAEB voor dezelfde periode tijdens het vorige jaar, die toen werd berekend met behulp van de methode die werd bepaald in het 4de Beheerscontract. De vergoeding krachtens het 5de Beheerscontract wordt berekend met behulp van de NAC-methode (Net Avoided Cost) en omvat de vergoeding voor de kranten, de tijdschriften, het onderhoud van het Retail-netwerk en andere DAEB. De vergoeding krachtens het 4de Beheerscontract werd vastgesteld met behulp van de FDC-methode (Fully Distributed Cost) en omvatte geen vergoeding voor het Retail-netwerk.
Daarnaast zijn er nog twee elementen die de bedrijfsopbrengsten negatief beïnvloeden; ze hebben betrekking op een verminderde verkoop van gebouwen en minder gunstige afrekeningen met buitenlandse operatoren van de eindrechten die betrekking hebben op prestaties van voorgaande jaren. Het negatieve verschil ten opzichte van vorig jaar bedraagt respectievelijk 4,3 miljoen EUR en 6,1 miljoen EUR.
Rekening houdend met het feit dat er in het eerste semester van 2013 twee werkdagen minder waren dan in het eerste semester van 2012, hetgeen een geraamde nadelige impact had van 2,7 miljoen EUR, liggen de bedrijfsopbrengsten voor het eerste semester van 2013 min of meer in lijn met deze voor het eerste semester 2012. De daling van de volumes domestic mail (4,7%, de impact van de twee werkdagen meegerekend) werd meer dan gecompenseerd door prijsstijgingen domestic mail en parcels en de toename van het parcels volume.
Het volume domestic mail in het tweede kwartaal (-3,8 %) vertoont een lichte heropleving ten opzichte van Q1 (-5,6%).
De volgende tabel toont een opsplitsing per product van de totale bedrijfsopbrengsten van bpost voor het eerste semester en het tweede kwartaal van 2013 en 2012:
| Evolutie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| H1 2013 | H1 2012 | % | Q2 2013 | Q2 2012 | |
| In miljoen EUR | |||||
| Domestic Mail | 788,6 | 849,6 | -7,2% | 393,5 | 420,6 |
| Transactional Mail | 489,2 | 499,2 | -2,0% | 244,9 | 249,5 |
| Advertising Mail | 141,5 | 147,2 | -3,9% | 70,1 | 69,5 |
| Press | 157,9 | 203,1 | -22,2% | 78,6 | 101,6 |
| Parcels | 115,6 | 81,8 | 41,3% | 59,7 | 40,9 |
| Value-added services | 42,9 | 47,7 | -10,1% | 20,6 | 23,0 |
| International Mail | 98,7 | 108,3 | -8,9% | 46,6 | 56,7 |
| Banking and Financial products (1) | 104,6 | 106,0 | -1,3% | 52,6 | 54,0 |
| Overige | 85,2 | 35,8 | 137,8% | 30,0 | 17,5 |
| Totaal | 1.235,7 | 1.229,3 | 0,5% | 603,0 | 612,7 |
(1) De bedrijfsopbrengsten van bpost bank zijn niet opgenomen onder de productlijn "Banking and Financial products". Wel opgenomen tussen overige inkomsten, zijn de bedrijfsopbrengsten die werden gegenereerd door de verkoop van bank- en verzekeringsproducten krachtens een agentschapsovereenkomst met bpost bank en AG Insurance, alsook bedrijfsopbrengsten die werden gegenereerd door betalingsproducten. bpost bank wordt gerapporteerd als een geassocieerde onderneming en wordt boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.
De aan het bedrijfssegment MRS toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 8,8 miljoen EUR, hetzij 0,9%, tot 1.022,7 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, tegenover 1.031,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012.
Als we de netto-impact van de buitengebruikstelling van bepaalde activiteiten van Certipost niet in aanmerking nemen (10,7 miljoen EUR waarvan 14,6 miljoen EUR winst gerealiseerd bij de verkoop – 3,9 miljoen EUR het verlies van de gerelateerde omzet voor de periode), dan zouden de bedrijfsopbrengsten gedaald zijn met 19,5 miljoen EUR. Deze daling was voornamelijk toe te schrijven aan een afname van de volumes transactional en advertising mail, waarbij rekening dient gehouden te worden met het feit dat er in het eerste semester van 2013 twee werkdagen minder waren. Dit laatste had een geraamde impact had van 2,7 miljoen EUR.
De daling was ook gedeeltelijk toe te schrijven aan een daling van de vergoeding voor DAEB ten belope van 7,6 miljoen EUR. De vergoeding voor DAEB voor het eerste semester van 2013 bedroeg 151,9 miljoen EUR, wat overeenkomt met de helft van de geschatte jaarlijkse vergoeding voor het jaar 2013. Dit bedrag werd in zijn geheel geboekt binnen het bedrijfssegment MRS.
De volgende tabel toont een opsplitsing per product van de bedrijfsopbrengsten van het bedrijfssegment MRS voor het eerste semester en het tweede kwartaal van 2013 en 2012:
| Evolutie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| H1 2013 | H1 2012 | % | Q2 2013 | Q2 2012 | |
| In miljoen EUR | |||||
| Domestic Mail | 788,6 | 849,6 | -7,2% | 393,5 | 420,6 |
| Transactional Mail | 489,2 | 499,2 | -2,0% | 244,9 | 249,5 |
| Advertising Mail | 141,5 | 147,2 | -3,9% | 70,1 | 69,5 |
| Press | 157,9 | 203,1 | -22,3% | 78,5 | 101,6 |
| Parcels | 16,5 | 16,4 | 1,1% | 8,0 | 7,9 |
| Value-added services | 42,9 | 47,7 | -10,1% | 20,6 | 23,0 |
| Banking and Financial products | 104,6 | 106,0 | -1,3% | 52,6 | 54,0 |
| Overige | 70,0 | 11,9 | 489,4% | 28,1 | 6,4 |
| Totaal | 1.022,7 | 1.031,5 | -0,9% | 502,7 | 512,0 |
Transactional mail. De aan transactional mail toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 10,1 miljoen EUR, hetzij 2,0%, tot 489,2 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan lagere volumes (-3,7% tegenover -3.3% voor geheel 2012), ingevolge kostenbesparingen door bpost klanten. Deze volumedalingen werden deels gecompenseerd door prijsstijgingen in lijn met de maximumprijsformule zoals vastgelegd in het 5de Beheerscontract. De aan transactional mail toerekenbare daling van bedrijfsopbrengsten was ook het gevolg van de daling van de vergoeding voor DAEB, en dit voor een bedrag van 2,9 miljoen EUR.
Advertising mail. De aan advertising mail toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 5,7 miljoen EUR, hetzij 3,9%, tot 141,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was vooral toe te schrijven aan een vermindering van de volumes advertising mail (-8,6% tegenover -5,8 % voor geheel 2012), hetgeen deels werd gecompenseerd door prijsstijgingen. De volumedaling was te wijten aan ongunstige economische omstandigheden, lagere media-uitgaven en het verlies van een belangrijke klant voor geadresseerde briefwisseling (impact van 3,4 miljoen EUR).
Press. De aan Press toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 45,2 miljoen EUR, hetzij 22,3%, tot 157,9 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was toe te schrijven aan de veranderingen m.b.t. de vergoeding voor DAEB (44,4 miljoen EUR). Onder het 5de beheerscontract heeft bpost recht op een lagere vergoeding voor de distributie van press producten maar krijgt het een compensatie voor het Retail Netwerk (getoond onder de lijn Overige). Als we het effect van deze wijziging niet in aanmerking nemen, dan bleven de aan de productlijn Press toerekenbare bedrijfsopbrengsten bijna stabiel, ondanks de daling voor tijdschriften.
Parcels. De aan Parcels toerekenbare bedrijfsopbrengsten stegen lichtjes met 0,2 miljoen EUR, hetzij 1,1%, tot 16,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013.
Value-added services (VAS). De aan VAS toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 4,8 miljoen EUR, hetzij 10,1%, tot 42,9 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan het verlies van de gerelateerde omzet met betrekking tot de buitengebruikgestelde activiteiten van Certipost (3,9 miljoen EUR), evenals aan een daling van bedrijfsopbrengsten uit document management diensten.
Banking and financial products. De aan Banking and Financial Products toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 1,3 miljoen EUR, hetzij 1,3%, tot 104,6 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Als we de daling van de vergoeding voor DAEB niet in aanmerking nemen, dan blijven de bedrijfsopbrengsten stabiel.
Overige. Overige bedrijfsopbrengsten stegen met 58,1 miljoen EUR, hetzij 489,4%, tot 70,0 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de buitengebruikstelling van bepaalde activiteiten van Certipost en de DAEB vergoeding voor het Retail-Netwerk (43,2 miljoen EUR), voorzien in het 5de Beheerscontract.
De aan het bedrijfssegment P&I toerekenbare bedrijfsopbrengsten stegen met 23,6 miljoen EUR, hetzij 13,7%, tot 195,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, tegenover 171,9 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan grotere volumes inkomende parcels en internationale parcels, evenals aan de consolidatie van Landmark Global (16,9 miljoen EUR), deels gecompenseerd door minder gunstige afrekeningen van de eindrechten van de voorgaande jaren.
De volgende tabel toont een opsplitsing per product van de bedrijfsopbrengsten van het bedrijfssegment P&I voor het eerste semester en het tweede kwartaal van 2013 en 2012:
| Evolutie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| H1 2013 | H1 2012 | % | Q2 2013 | Q2 2012 | |
| In miljoen EUR | |||||
| Parcels | 99,0 | 65,5 | 51,3% | 51,7 | 33,0 |
| International Mail | 98,7 | 108,3 | -8,9% | 46,6 | 56,7 |
| Overige | (2,2) | (1,9) | 17,1% | (1,1) | (0,1) |
| Totaal | 195,5 | 171,9 | 13,7% | 97,2 | 89,6 |
Parcels. De aan Parcels toerekenbare bedrijfsopbrengsten stegen met 33,6 miljoen EUR, hetzij 51,3%, tot 99,0 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De helft van de stijging was toe te schrijven aan de consolidatie van Landmark Global voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2013. Dit droeg bij voor 16,9 miljoen EUR. De resterende stijging was te danken aan een stijging van het parcel volume met 20,5% en een stijging van de gemiddelde verkoopprijzen.
International mail. De aan International Mail toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 9,6 miljoen EUR, hetzij 8,9%, tot 98,7 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan een minder gunstige afrekeningen met buitenlandse operatoren van de eindrechten van de voorbijgaande jaren (6,1 miljoen EUR waarvan 4,2 miljoen EUR het resultaat is van de herclassificatie van de afrekeningen in mindering van de transportkosten en 1,9 miljoen EUR omwille van fasering aangezien sommige afrekeningen geacht worden plaats te vinden in de tweede helft van 2013) in combinatie met een volumedaling, aangezien bpost de prijzen blijft verhogen. De Inbound mail volumes daalden met 2.6 % tijdens de eerste helft van 2013.
Overige. De overige bedrijfsopbrengsten daalden lichtjes met 0,3 miljoen EUR tot een negatieve 2,2 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan hogere eliminaties binnen het bedrijfssegment P&I die niet toewijsbaar zijn aan individuele producten.
De aan Corporate (aansluitcategorie) toerekenbare bedrijfsopbrengsten daalden met 8,4 miljoen EUR, hetzij 37,6%, tot 17,4 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013; dat had voornamelijk te maken met een lagere verkoop van gebouwen en lagere huurinkomsten. De lagere verkoop van gebouwen is het gevolg van een andere fasering van verkopen gedurende het jaar.
De totale bedrijfskosten stegen met 12,4 miljoen EUR, hetzij 1,3%, tot 953,3 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Als we de eenmalige elementen buiten beschouwing laten (10,2 miljoen EUR voor de overname van Landmark en de verkoop van Certipost) en de uitzonderlijke terugname van loonkosten van het eerste semester van 2012 (21,1 miljoen EUR), dan daalden de totale bedrijfskosten met 18,9 miljoen EUR.
Deze daling is op te merken in bijna alle kostencategorieën. De loonkosten tonen een onderliggende vermindering van 4,7 miljoen EUR, materiaalkosten daalden met 1,2 miljoen EUR en diensten en diverse goederen lagen 1,7 milljoen EUR lager dan vorig jaar. Daarbij komt nog dat de onderliggende overige bedrijfskosten daalden met 12,0 miljoen EUR, voornamelijk ingevolge de wijzigingen op het vlak van de terugvorderbaarheid van de btw en de wijzigingen op het vlak van voorzieningen.
De materiaalkosten, waaronder de kosten voor grondstoffen, verbruiksgoederen en handelsgoederen, daalden met 1,3 miljoen EUR, hetzij 7,6%, tot 15,3 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan een daling van diensten verleend door chauffeurs in opdracht en Special Logistics activiteiten
De kosten voor diensten en diverse goederen stegen met 8,5 miljoen EUR, hetzij 3,0%, tot 291,4 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Als we de eenmalige elementen buiten beschouwing laten (10,2 miljoen EUR, voornamelijk transportkosten ingevolge de consolidatie van Landmark Global voor het eerste semester van 2013), dan daalden de kosten voor goederen en diensten met 1,7 miljoen EUR of 0,6%.
De volgende tabel toont een opsplitsing van de kosten voor diensten en diverse goederen voor het eerste semester en het tweede kwartaal van 2013 en 2012:
| H1 2013 | H1 2012 | Evolutie % | Q2 2013 | Q2 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | |||||
| Huur en huurkosten | 34,3 | 31,4 | 9,5% | 17,3 | 16,0 |
| Onderhoud en herstellingen | 34,4 | 32,8 | 4,9% | 16,8 | 15,9 |
| Levering van energie | 21,1 | 21,6 | -2,4% | 9,9 | 10,1 |
| Andere goederen | 9,6 | 10,1 | -5,7% | 4,6 | 5,0 |
| Post-en telecommunicatiekosten | 3,3 | 4,2 | -22,6% | 1,6 | 2,1 |
| Verzekeringskosten | 7,7 | 7,8 | -1,2% | 3,8 | 3,6 |
| Transportkosten | 83,4 | 74,8 | 11,5% | 39,6 | 39,5 |
| Reclame en advertentiekosten | 9,5 | 8,3 | 15,3% | 4,9 | 4,6 |
| Consultancy | 8,4 | 14,2 | -40,8% | 4,1 | 8,2 |
| Uitzendarbeid | 15,5 | 17,1 | -9,5% | 7,3 | 9,6 |
| Beloningen aan derden, honoraria | 55,6 | 52,9 | 5,2% | 27,2 | 27,9 |
| Overige goederen en diensten | 8,5 | 7,7 | 11,3% | 4,5 | 3,8 |
| Totaal | 291,4 | 282,9 | 3,0% | 141,7 | 146,4 |
Huur en huurkosten stegen met 2,9 miljoen EUR, hetzij 9,5%, tot 34,3 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de lagere huurkosten die in 2012 werden geboekt ingevolge de heronderhandeling van een operationeel leasingcontract voor voertuigen, hetgeen ertoe leidde dat aan bpost met terugwerkende kracht een creditnota werd toegekend. Het resterende verschil is toe te schrijven aan de voortdurende verschuiving van voertuigen in eigen bezit naar gehuurde voertuigen.
De kosten voor herstellingen en onderhoud stegen met 1,6 miljoen EUR, hetzij 4,9%, tot 34,4 miljoen EUR voor de eerste helft van 2013. De stijging was voornamelijk het gevolg van nieuwe contracten voor softwarelicenties, in combinatie met verhoogde kosten voor voertuigen en machines.
De kosten voor de levering van energie daalden met 0,5 miljoen EUR, hetzij 2,4%, tot 21,1 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013; deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan lagere prijzen en een lager verbruik van brandstof.
De kosten voor andere goederen daalden met 0,5 miljoen EUR, hetzij 5,7%, tot 9,6 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, tegenover 10,1 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan het verminderde gebruik van klein informaticamateriaal en uitrusting.
De transportkosten stegen met 8,6 miljoen EUR, hetzij 11,5%, tot 83,4 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De stijging was het gevolg van de consolidatie van Landmark Global in 2013 (9,9 miljoen EUR) en een stijging van de transportkosten m.b.t. internationale activiteiten, gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de distributiekosten als gevolg van lagere volumes. Daarnaast was er ook een positieve impact ingevolge de herclassificatie van gunstige afrekeningen van de eindrechten van de voorgaande jaren in 2013 (4,2 miljoen EUR).
De reclame- en advertentiekosten stegen met 1,2 miljoen EUR, hetzij 15,3%, tot 9,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan reclame- en advertentiecampagnes om de invoering van nieuwe producten of activiteiten (bpack, Shop and Deliver...) te ondersteunen.
De kosten voor consultancy daalden met 5,8 miljoen EUR, hetzij 40,8%, tot 8,4 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan verminderde consultancydiensten m.b.t. bepaalde projecten.
De kosten voor uitzendarbeid daalden met 1,6 miljoen EUR, hetzij 9,5%, tot 15,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan de uitbesteding van de schoonmaakdiensten en de heronderhandeling van de contracten met leveranciers, gedeeltelijk gecompenseerd door hogere kosten voor uitzendarbeid voor dochterondernemingen.
Beloningen aan derden en honoraria stegen met 2,7 miljoen EUR, hetzij 5,2%, tot 55,6 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de uitbesteding van de schoonmaakdiensten en grotere behoeften aan bepaalde expertprofielen.
De kosten m.b.t. overige diensten stegen met 0,8 miljoen EUR, hetzij 11,3%, tot 8,5 miljoen EUR voor de eerste helft van 2013, tegenover 7,7 miljoen EUR voor de eerste helft van 2012. De stijging hield voornamelijk verband met de noteringskosten als gevolg van de IPO. De totale kosten voor de beursintroductie lagen lager dan oorspronkelijk verwacht en werden geboekt in Q2 2013.
De loonkosten stegen met 16,1 miljoen EUR, hetzij 2,7%, tot 606,8 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, tegenover 590,7 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012. Eenmalige elementen vertegenwoordigden een kostendaling van 21,1 miljoen EUR in 2012. De gewijzigde samenstelling van de groep zijn een gevolg van de buitengebruikstelling van bepaalde Certipostactiviteiten en de consolidatie van Landmark Global en hebben een impact van 0,3 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Als we de invloed van de gewijzigde samenstelling van de groep en van de eenmalige kosten buiten beschouwing laten, dan vertoonden de loonkosten een onderliggende vermindering van 4,7 miljoen EUR of 0,8%. € 4,2 miljoen EUR van die vermindering werd gerealiseerd in het 2de kwartaal.
De daling van de loonkosten is voornamelijk toe te schrijven aan de vermindering van het gemiddelde personeelsbestand met 1 168 FTE in vergelijking met de eerste helft van het jaar 2012, ten gevolge van verschillende initiatieven om de productiviteit te verbeteren. Dit leverde een besparing op van 25,9 miljoen EUR, Het aantal personeelsleden verminderde in de meeste units. Reorganisaties en productiviteitsprogramma's in de postale logistieke waardeketen, die uitreiking, sortering en ophaling omvat, en in de postkantoren, werden voortgezet, evenals de optimalisering van de ondersteunende activiteiten zoals Cleaning, Facility Management, ICT en Human Resources.
Bovendien zorgde de aanwerving van hulppostmannen in een lagere weddeschaal voor een gunstig loonmixeffect van 1,8 miljoen EUR.
Deze positieve effecten werden gedeeltelijk gecompenseerd door de loonindexeringen in maart 2012 en januari 2013, die een negatieve impact op de loonkosten hadden van 15,4 miljoen EUR en door een minder gunstige evolutie van de tegoeden aan rust en verlof (1,0 miljoen EUR). Daarnaast hadden verhogingen als gevolg van prestaties, bevorderingen en hogere eindejaarstoelagen een negatieve impact op de loonkosten van 5,7 miljoen EUR.
De overige bedrijfskosten daalden met 11,8 miljoen EUR tot een negatieve 3,9 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan de terugvordering van btw-kosten met betrekking tot het jaar dat eindigde op 31 december 2012, aangezien het percentage terugvorderbare btw in 2013 steeg van 5 tot 11%, en dit een terugwerkende kracht heeft op 2012. De impact met betrekking tot 2012 bedroeg 5,2 miljoen EUR. Een andere factor die bijdroeg tot de daling was de afwezigheid van een voorziening voor bezwaarlijke contracten voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2013, vergeleken met de zes maanden die eindigden op 30 juni 2012.
Afschrijvingen en waardeverminderingen stegen met 0,9 miljoen EUR, hetzij 2,0%, tot 43,6 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, tegenover 42,8 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012.
Het bedrijfsresultaat (EBIT) daalde met 6,1 miljoen EUR, hetzij 2,1%, tot 282,4 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, tegenover 288,4 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012.
Als we de eenmalige elementen buiten beschouwing laten, meer bepaald de winst op de buitengebruikstelling van bepaalde activiteiten van Certipost (14,6 miljoen EUR) in 2013 en de boeking van een actuariële winst ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst (21,1 miljoen EUR) in 2012, dan is het bedrijfsresultaat stabiel in vergelijking met 2012.
Ondanks lagere volumes voor Domestic Mail (-4,4%, de impact van de werkdagen niet meegerekend), de lagere vergoeding voor DAEB (7,6 miljoen EUR), de ongunstige fasering van de verkoop van gebouwen (4,3 miljoen EUR) en lagere inkomsten voor afrekeningen van de eindrechten van voorgaande jaren, bleef de EBIT veerkrachtig, dankzij prijsstijgingen, de prestaties van parcels en lagere kosten.
De volgende tabel toont het bedrijfsresultaat (EBIT) per bedrijfssegment voor het eerste semester en het tweede kwartaal van 2013 en 2012:
| Evolutie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | % | Q2 2013 | Q2 2012 |
| MRS | 278,7 | 285,3 | -2,3% | 132,8 | 152,8 |
| P&I | 11,1 | 14,8 | -25,4% | 6,8 | 8,4 |
| Totaal EBIT van | |||||
| bedrijfssegmenten | 289,7 | 300,1 | -3,5% | 139,7 | 161,3 |
| Corporate (aansluitpost) | (7,4) | (11,7) | 58,6% | (10,8) | (10,1) |
| Totaal EBIT | 282,4 | 288,4 | -2,1% | 128,9 | 151,2 |
Het aan het bedrijfssegment MRS toerekenbare bedrijfsresultaat (EBIT) daalde met 6,6 miljoen EUR, hetzij 2,3%, tot 278,7 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De boeking van een actuariële winst (getoond als negatieve personeelsuitgaven) als gevolg van de in maart 2012 ondertekende collectieve arbeidsovereenkomst had een positieve invloed op de aan MRS toerekenbare EBIT (21,1 miljoen EUR). In 2013 droeg de winst op de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost aan Basware bij tot een verbetering van de EBIT van MRS (15,2 miljoen EUR). Als we deze twee elementen buiten beschouwing laten, dan bleef de aan het bedrijfssegment MRS toerekenbare EBIT stabiel in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar, ondanks de daling van de vergoeding voor DAEB.
De aan het bedrijfssegment P&I toerekenbare EBIT daalde met 3,8 miljoen EUR, hetzij 25,4%, tot 11,1 miljoen EUR voor de eerste helft van 2013. De impact van de consolidatie van Landmark Global (2,1 miljoen EUR) wordt gecompenseerd door minder gunstige afrekeningen van eindrechten (1,9 miljoen EUR), kosten die betrekking hebben op het Shop & Deliver-project (2,1 miljoen EUR) en een uitzonderlijke eenmalige kost die betrekking heeft op Mail Services Inc (1,1 miljoen EUR).
Het aan de aansluitcategorie Corporate toerekenbare bedrijfsresultaat (EBIT) steeg met 4,3 miljoen EUR tot een negatieve 7,4 miljoen EUR voor de eerste helft van 2013. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan lagere projectgerelateerde kosten, lagere niet toewijsbare loonkosten en de verandering in voorzieningen. Deze positieve impacten worden gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere winst uit de verkoop van gebouwen in vergelijking met het eerste semester van 2012 en de variatie in de erkenning van uitgestelde opbrengsten aangezien de verkoop van zegels en de opladingen van frankeermachines daalden.
De netto financiële kosten daalden met 14,6 miljoen EUR tot 3,8 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Deze evolutie is voornamelijk te verklaren door de daling van IAS 19 gerelateerde financiële kosten (ingevolge de stijging van de discontovoeten), gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de ontvangen rente aangezien de beschikbare geldmiddelen en kasequivalenten verminderd zijn als gevolg van de kapitaalsvermindering op het einde van 2012.
Het resultaat van geassocieerde deelnemingen steeg met 6,8 miljoen EUR tot 12,2 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Deze verbetering is voornamelijk het gevolg van hogere interestmarges en hogere financiële inkomsten als gevolg van een arbitrage in de obligatieportefeuille.
De belastinguitgaven stegen met 9,8 miljoen EUR tot 109,3 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. De werkelijke belastingvoet van bpost steeg van 36,1% voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2012 tot 37,6% voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2013, voornamelijk als gevolg van de overheveling van 21,3 miljoen EUR van wettelijke reserves naar beschikbare reserves en de uitbetaling van belastingvrije reserves voor 30,3 miljoen EUR. Deze transacties creëerden bijkomende inkomstenbelastingsverplichtingen van respectievelijk 7,3 miljoen EUR en 10,3 miljoen EUR.
Deze impacten werden gedeeltelijk gecompenseerd door de winst op de verkoop van Certipost (met werkelijke belastingvoet van 0% als compensatie voor terugvorderbare fiscale verliezen uit het verleden) en de gunstige evolutie van het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen.
In overeenstemming met IAS 34 wordt de balans op 30 juni 2013 vergeleken met de situatie op 31 december 2012.
De materiële vaste activa daalden met 20,9 miljoen EUR, hetzij 3,6%, tot 567,6 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling was toe te schrijven aan afschrijvingen en waardeverminderingen van 36,3 miljoen EUR voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2013, gedeeltelijk gecompenseerd door kapitaalsuitgaven van 21,9 miljoen EUR. De netto-overdracht naar voor verkoop aangehouden activa en vastgoedbeleggingen bedroeg 6,5 miljoen EUR.
De immateriële vaste activa daalden met 1,0 miljoen EUR, hetzij 1,0%, tot 96,5 miljoen EUR op 30 juni 2013.
De investeringen in geassocieerde deelnemingen daalden met 3,9 miljoen EUR, hetzij 1,1%, tot 347,7 miljoen EUR op 30 juni 2013, die de bijdrage van de onderneming aan de kapitaalsverhoging van bpost bank ten bedrage van 37,5 miljoen EUR reflecteert, een winst van 12,5 miljoen EUR die voortvloeit uit de stijging van de reële waarde van bpost bank, die op haar beurt voortkwam uit een door BNP Paribas Fortis betaalde bijkomende uitgiftepremie, en het aandeel van de onderneming in de winst van bpost bank voor het eerste semester van 2013 ten bedrage van 12,2 miljoen EUR. Deze factoren werden gecompenseerd door een daling in de niet- gerealiseerde winst op de obligatieportefeuille ten bedrage van 66,1 miljoen EUR, die een gemiddelde stijging van de onderliggende yieldcurve met 20 basispunten (bps) reflecteert. Op 30 juni 2013 omvatten investeringen in geassocieerde deelnemingen, netto niet-gerealiseerde winsten van de obligatieportefeuille ten bedrage van 159,4 miljoen EUR, hetgeen overeenkwam met 45,8% van de totale investeringen in geassocieerde deelnemingen. De niet-gerealiseerde winsten werden gegenereerd door het lagere niveau van de rentevoeten aan het einde van het tweede kwartaal van 2013 tegenover de rente bij de aankoop van de obligaties. Niet-gerealiseerde winsten worden niet opgenomen in de resultatenrekening, maar worden veeleer direct verwerkt in het eigen vermogen onder niet-gerealiseerde resultaten.
De vastgoedbeleggingen daalden met 2,2 miljoen EUR, hetzij 14,5%, tot 13,0 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan de verkoop van gebouwen.
De uitgestelde belastingsvorderingen daalden met 10,6 miljoen EUR, hetzij 17,4%, tot 50,4 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling was toe te schrijven aan de vermindering van het verschil tussen de IFRS-rekeningen van de onderneming voor personeelsbeloningen, voor verkoop aangehouden activa en voorzieningen en de belastingsbasis van deze posten.
De voor verkoop aangehouden activa stegen met 7,8 miljoen EUR tot 8,1 miljoen EUR op 30 juni 2013, voornamelijk ingevolge de toevoeging van twee nieuwe gebouwen die eind juni voor verkoop werden aangehouden.
De handels- en overige vorderingen daalden met 66,4 miljoen EUR, hetzij 16,8%, tot 328,2 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan de vereffening van de DAEB vordering voor het laatste kwartaal van 2012.
Geldmiddelen en kasequivalenten daalden met 79,5 miljoen EUR, hetzij 11,1%, tot 633,7 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling is het gevolg van de kapitaalsvermindering uitbetaald aan de aandeelhouders (144,5 miljoen EUR), de terugbetaling van de overcompensatie van de Staat voor de DAEB (123,1 miljoen EUR) en de uitkering van een uitzonderlijk dividend (53,5 miljoen EUR). Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de genormaliseerde operationele vrije kasstroom (238,9 miljoen EUR).
Het eigen vermogen daalde met 74,6 miljoen EUR, hetzij 10,1%, tot 663,1 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling was toe te schrijven aan de kapitaalsvermindering (144,5 miljoen EUR) en de uitbetaling van het uitzonderlijke dividend van 53,5 miljoen EUR. Daarnaast was de daling ook het gevolg van de vermindering in de reële waarde van de obligatieportefeuille van bpost bank ten bedrage van 66,1 miljoen EUR, de impact van de IAS 19-corridor voor een bedrag van 3,5 miljoen EUR en de aankoop van de resterende aandelen van MSI, wat leidt tot een vermindering van het eigen vermogen van 0,6 miljoen EUR.
Deze elementen werden gedeeltelijk gecompenseerd door de winst van 181,5 miljoen EUR voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2013 en door de winst van 12,5 miljoen EUR die voortvloeide uit een door BNP Paribas Fortis betaalde bijkomende uitgiftepremie in verband met de kapitaalsverhoging van bpost bank.
De langlopende rentedragende verplichtingen en leningen stegen met 3,0 miljoen EUR, hetzij 3,7% tot 85,7 miljoen EUR op 30 juni 2013, ingevolge de afsluiting van nieuwe leasingcontracten binnen Speos.
| Op 30 juni 2013 |
Op 31 december 2012 |
Op 31 december 2012 |
|||
|---|---|---|---|---|---|
| In Miljoen EUR | Aangepast* | ||||
| TOTAAL | (349,5) | (378,1) | (364,1) | ||
| Beloningen-na-uitdiensttreding | (70,5) | (82,7) | (68,7) | ||
| Personeelsbeloningen op lange termijn | (122,7) | (124,8) | (124,8) | ||
| Ontslagvergoedingen | (19,4) | (28,8) | (28,8) | ||
| Andere beloningen op lange termijn | (136,9) | (141,8) | (141,8) |
*Aangepast voor IAS 19H – zie toelichting 12.14 voor meer details
Personeelsbeloningen daalden met 14,6 miljoen EUR, of 4,0%, tot 349,5 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling weerspiegelt voornamelijk het volgende:
Langlopende handelsschulden en overige schulden
De langlopende handelsschulden en overige schulden daalden met 3,4 miljoen EUR, hetzij 4,1%, tot 79,7 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling wordt verklaard door de overname in juni 2013 van de resterende 20% van de aandelen van Mail Services Inc.
De langlopende voorzieningen daalden met 0,4 miljoen EUR, hetzij 0,9%, tot 41,6 miljoen EUR op 30 juni 2013.
De kortlopende voorzieningen daalden met 126,9 miljoen EUR, hetzij 90,3%, tot 13,6 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling wordt voornamelijk verklaard door de terugbetaling in 2013 van de overcompensatie voor de DAEB voor de jaren 2011 en 2012 (123,1 miljoen EUR).
De te betalen belastingen stegen met 96,2 miljoen EUR, tot 100,8 miljoen EUR op 30 juni 2013, dit wordt voornamelijk verklaard door de voorzieningen voor belastingen.
De kortlopende handelsschulden en overige schulden daalden met 52,0 miljoen EUR, hetzij 6,8%, tot 708,7 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling was het gevolg van de betaling van de boete van 37,4 miljoen EUR die werd opgelegd door de Belgische mededingingsautoriteit, een daling van de handelsschulden met 42,6 miljoen EUR en een daling van sociale zekerheidsschulden met 69,6 miljoen EUR. Deze laatste daling is voornamelijk een tijdelijk verschil, aangezien de verschuldigde sociale lasten voor het volledige jaar 2012 (vakantiegeld, bonussen..) werden betaald tijdens H1 2013. Deze dalingen worden gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de voorafbetaling van de Belgische Staat voor de DAEB vergoeding ten bedrage van 68,8 miljoen EUR, gestegen voorschotten van klanten (10,3 miljoen EUR) en voorschotten ontvangen om Staatsgerelateerde transacties te financieren (18,8 miljoen EUR).
De netto-uitstroom van het eerste semester bedraagt 79,4 miljoen EUR (30 juni 2012: instroom van 32,8 miljoen EUR). In 2013 betaalde de onderneming 123,1 miljoen EUR (30 juni 2012: 300,8 miljoen EUR) gerelateerd aan de overcompensatie voor de DAEB. Daarenboven werd een kapitaalsvermindering van 144,5 miljoen EUR en een uitzonderlijk dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders (30 juni 2012:0).
De bedrijfsactiviteiten genereerden een netto-instroom van 166,8 miljoen EUR (30 juni 2012: 52,3 miljoen EUR). Dit verschil van 114,5 miljoen EUR in vergelijking met vorig jaar is voornamelijk toe te schrijven aan de terugbetaling van de overcompensatie voor de DAEB, die 177,7 miljoen EUR minder bedraagt dan vorig jaar.
Zonder de terugbetaling van de overcompensatie voor de DAEB, genereerden de bedrijfsactiviteiten 63,2 miljoen EUR minder kas instroom. Dat is voornamelijk het gevolg van de betaling van de boete die werd opgelegd door de Belgische mededingingsautoriteit in de eerste helft van 2013 (37,4 miljoen EUR), een achterstallige betaling in Q1 2012 van eindrechten door een andere postoperator (20 miljoen EUR) en lagere voorafbetalingen voor de DAEB vergoeding in 2013 (12 miljoen EUR).
Investeringsactiviteiten genereren een kasuitstroom van 51,0 miljoen EUR in vergelijking met 19,1 miljoen EUR vorig jaar. Het verschil wordt voornamelijk verklaard door de kapitaalsverhoging van bpost bank (37,5 miljoen EUR), de lagere opbrengsten uit de verkoop van materiële vaste activa (5,3 miljoen EUR) en de aankoop van de resterende 20% aandelen van MSI (4,0 miljoen EUR), deels gecompenseerd door de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (15,1 miljoen EUR).
De kasstroom uit financieringsactiviteiten vertegenwoordigt een cash-out van 195,2 miljoen EUR, waarvan 144,5 miljoen EUR betrekking heeft op de kapitaalsvermindering en 53,5 miljoen EUR op uitgekeerde uitzonderlijke dividenden.
De netto geldmiddelen, dit zijn de geldmiddelen en kasequivalenten verminderd met het bedrag van rentedragende en niet-rentedragende leningen, daalden met 80,7 miljoen EUR tijdens het eerste semester van 2013 tot 537,9 miljoen EUR (31 december 2012: 618,6 miljoen EUR). De daling van de netto geldmiddelen wordt voornamelijk verklaard door de aan de aandeelhouders betaalde kapitaalsvermindering (144,5 miljoen EUR), de terugbetaling van de overcompensatie door de Staat voor de DAEB (123,1 miljoen EUR) en de uitbetaling van het uitzonderlijke dividend (53,5 miljoen EUR). Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de genormaliseerde operationele vrije kasstroom (238,9 miljoen EUR).
Een éénmalig element is geacht significant te zijn wanneer het 20 miljoen EUR of meer bedraagt. Alle winsten en verliezen ingevolge de verkoop van activiteiten worden genormaliseerd ongeacht het bedrag dat zij vertegenwoordigen. Terugnames van voorzieningen waarvan de aanleg ten laste van het resultaat werd genormaliseerd zijn eveneens genormaliseerd, ongeacht het bedrag dat zij vertegenwoordigen. Alle andere normalisaties dienen zowel eenmalig te zijn als meer dan 20 miljoen EUR te bedragen.
De presentatie van genormaliseerde resultaten is niet in overeenstemming met IFRS en is niet geauditeerd. De genormaliseerde resultaten zijn mogelijks niet vergelijkbaar met de genormaliseerde cijfers gerapporteerd door andere vennootschappen omdat deze vennootschappen hun genormaliseerde cijfers anders kunnen berekenen dan bpost. Genormaliseerde financiële cijfers worden hieronder voorgesteld.
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | H1 2013 |
H1 2012 |
Evolutie % |
Q2 2013 |
Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | |||||
| Totale bedrijfsopbrengsten Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) |
1.235,7 (14,6) |
1.229,3 | 0,5% | 603,0 | 612,7 |
| Genormaliseerde totale bedrijfsopbrengsten | 1.221,1 | 1.229,3 | -0,7% | 603,0 | 612,7 |
| BEDRIJFSKOSTEN | H1 | H1 | Evolutie | Q2 | Q2 |
| 2013 | 2012 | % | 2013 | 2012 | |
| In miljoen EUR | |||||
| Totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen, | |||||
| waardeverminderingen Eenmalige personeelskost (2) |
(909,6) | (898,0) | 1,3% | (451,2) | (440,0) |
| (21,1) | (21,1) | ||||
| Genormaliseerde totale bedrijfskosten | |||||
| exclusief afschrijvingen, waardeverminderingen |
(909,6) | (919,2) | -1,0% | (451,2) | (461,2) |
| EBITDA | H1 | Evolutie | Q2 | Q2 | |
| 2013 | H1 2012 | % | 2013 | 2012 | |
| In miljoen EUR | |||||
| EBITDA Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) |
326,0 (14,6) |
331,2 | -1,6% | 151,8 | 172,6 |
| Wijzigingen in personeelsbeloningen (2) | (21,1) | (21,1) | |||
| Genormaliseerde EBITDA | 311,4 | 310,1 | 0,4% | 151,8 | 151,5 |
| EBIT | H1 | H1 | Q2 | Q2 | |
| 2013 | 2012 | Evolutie % | 2013 | 2012 | |
| In miljoen EUR | |||||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 282,4 | 288,4 | -2,1% | 128,9 | 151,2 |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | ||||
| Wijzigingen in personeelsbeloningen (2) | (21,1) | (21,1) | |||
| Genormaliseerd bedrijfsresultaat (EBIT) | 267,8 | 267,3 | 0,2% | 128,9 | 130,0 |
| Winst van het boekjaar (EAT) | H1 | H1 | Evolutie | Q2 | |
| 2013 | 2012 | % | 2013 | Q2 2012 | |
| In miljoen EUR Winst van het boekjaar |
181,5 | 176,0 | 3,1% | 82,1 | 86,4 |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | ||||
| Wijzigingen in personeelsbeloningen (2) | (14,0) | (14,0) | |||
| Genormaliseerde winst van het boekjaar | 166,9 | 162,0 | 3,0% | 82,1 | 72,4 |
(1) Het bedrag van 14,6 miljoen EUR betreft de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost aan Basware. Deze verkoop leidt niet tot een belastingskost, aangezien Certipost overgedragen fiscale verliezen heeft en er nooit een uitgestelde belastingsvordering werd geboekt.
(2) In maart 2012 werd er een collectieve arbeidsovereenkomst voor de periode 2012-2013 ondertekend tussen de onderneming en de vertegenwoordigers van het personeel. De overeenkomst bevatte een maatregel waarbij het quotum ziektedagen voor statutaire personeelsleden werd teruggebracht van 300 naar 63 dagen in ruil voor een uitbetaling van een vergoeding voor de dagen die het nieuwe quotum overschrijden. Deze overeenkomst leidde tot een afbouw van het ermee verband houdende plan en tot de boeking van een actuariële winst (getoond als negatieve personeelsuitgaven) van 21,1 miljoen EUR in 2012. Deze winst werd beschouwd als eenmalig en is niet opgenomen in de genormaliseerde resultaten. De impact van deze winst op het resultaat na belastingen bedroeg 14,0 miljoen EUR.
| In miljoen EUR | H1 2013 |
H1 2012 |
Evolutie % |
Q2 2013 |
Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|---|
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 166,8 | 52,3 | 219,0% | (29,5) | (65,5) |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (51,0) | (19,1) | 166,4% | (23,8) | (0,5) |
| Operationele vrije kasstroom | 115,8 | 33,2 | 249,3% | (53,4) | (66,0) |
| Ontvangen deposito's van derden | (0,0) | 0,1 | -149,3% | 0,0 | 0,1 |
| Betaling gerelateerd aan de beslissing van de EC | 123,1 | 300,8 | -59,1% | 34,2 | 25,8 |
| Genormaliseerde operationele vrije kasstroom | 238,9 | 334,0 | -28,5% | (19,2) | (40,2) |
Het bedrag van 123,1 miljoen EUR heeft betrekking op de eenmalige betaling van de vermeende overcompensatie waarvoor in 2012 een voorziening voor de periode 2011-2012 werd opgenomen. In afwachting van het correcte verschuldigde bedrag hield de Belgische Staat in het eerste kwartaal van 2013 een bedrag van 88,9 miljoen EUR af van het uitstaande saldo voor 2012 van de vergoeding die het krachtens het 4de Beheerscontract verschuldigd was. Het verschuldigde saldo ten bedrage van 34,2 miljoen EUR werd betaald in juni 2013.
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 |
Evolutie % |
Q2 2013 |
Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|---|
| IFRS geconsolideerde nettowinst | 181,5 | 176,0 | 3,1% | 82,1 | 86,4 |
| Resultaten van dochterondernemingen | -32,0 | -7,9 | 304,5% | -13,1 | -3,7 |
| Overige deconsolidatie impacten | -0,8 | -1,0 | -18,2% | -0,4 | -1,0 |
| Verschillen in afschrijvingen en waardeverminderingen | -4,1 | -8,5 | -51,6% | -1,9 | -6,8 |
| Verschillen in opname van voorzieningen | -6,5 | 4,1 | -259,8% | -3,8 | 0,3 |
| Effecten van IAS 19 | -19,2 | -51,2 | -62,5% | -6,9 | -50,4 |
| Uitgestelde belastingen | 10,9 | 26,7 | -59,2% | 4,8 | 27,6 |
| Overige | 0,9 | 0,6 | 39,2% | -0,2 | 4,4 |
| BGAAP niet-geconsolideerde nettowinst | 130,7 | 138,7 | -5,8% | 60,5 | 56,8 |
De niet-geconsolideerde winst na belastingen van de onderneming, opgemaakt in overeenstemming met de Belgische boekhoudregels (BGAAP), kan in twee stappen worden afgeleid uit de geconsolideerde IFRS winst na belastingen.
Bij de eerste stap wordt de niet-geconsolideerde winst na belastingen volgens IFRS afgeleid, waarbij wordt uitgegaan van de geconsolideerde winst na belastingen volgens IFRS en:
De tabel hieronder toont een opsplitsing van de resultaten van de dochterondernemingen volgens BGAAP:
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 |
Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|
| Winst van de Belgische volledig geconsolideerde | ||||
| dochterondernemingen | 17,2 | 1,1 | 1,1 | 1,0 |
| Winst van de internationale dochterondernemingen | 2,8 | 0,7 | 2,5 | 0,3 |
| Aandeel in de winst van bpost bank | 12,0 | 6,1 | 9,6 | 2,5 |
| Totaal | 32,0 | 7,9 | 13,1 | 3,7 |
De winst van de Belgische volledig geconsolideerde dochterondernemingen werd positief beïnvloed door de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost in de eerste helft van 2013 (14,6 miljoen EUR).
Bij de tweede stap worden de BGAAP-cijfers afgeleid van de IFRS-cijfers. Dit gebeurt door alle IFRSaanpassingen die aan BGAAP-cijfers werden gedaan, terug te boeken. Deze aanpassingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de volgende:
de in maart 2012 tussen de onderneming en de vertegenwoordigers van het personeel ondertekende collectieve arbeidsovereenkomst voor de periode 2012-2013, waarbij een maatregel werd goedgekeurd waardoor het quotum ziektedagen voor statutaire personeelsleden werd teruggebracht van 300 naar 63 dagen in ruil voor een uitbetaling van een vergoeding voor de dagen die het nieuwe quotum overschrijden. De impact van deze overeenkomst was een vermindering van de voorziening (27,5 miljoen EUR) van de Gecumuleerde Vergoede Afwezigheden (GVA), waarvoor geen provisie werd aangelegd in BGAAP, en de opname van een actuariële winst van 21,1 miljoen EUR in IFRS. Daarenboven werden de wijzigingen van de discontovoeten voor de toekomstige verplichtingen geboekt als financieel resultaat (positieve impact van 15,4 miljoen EUR in 2013 in vergelijking met 2012).
• Uitgestelde belastingen worden niet geboekt in BGAAP maar wel in IFRS
bpost verwacht stabiele opbrengsten over het volledige jaar 2013. Er wordt verwacht dat het economische klimaat een negatieve invloed blijft uitoefenen op de reclame sector en op de rendabiliteit van de klanten van de onderneming. Lagere advertentie-uitgaven in het algemeen wegen op de evolutie van de volumes van publicitaire verzendingen. De continue druk op de marges van bpost's klanten en de e-subtitutie blijven de volumes van Transactional Mail en tijdschriften beïnvloeden. Anderzijds zou de groei van e-commerce moeten resulteren in hogere volumes voor pakjes, zoals al geobserveerd kon worden in de eerste helft van dit jaar.
bpost zal zijn productiviteit blijven verbeteren doorheen heel de organisatie via de implementatie van haar verschillende lange-termijn initiatieven. Tezelfdertijd zullen de discretionaire uitgaven gefocust worden rond de strategische projecten om zo de rendabiliteit te handhaven in een context van dalende volumes.
bpost bevestigt dat ze haar genormaliseerde EBITDA en EBIT op jaarbasis minstens stabiel zou moeten houden (de cijfers van 2012 werden beïnvloed door eenmalige kosten).
bpost's operationele vrije kasstroom werd in Q1 en in veel mindere mate in Q2 beïnvloed door een aantal eenmalige gebeurtenissen zoals de terugbetaling van de vermeende overcompensatie voor de jaren 2011 en 2012 of de betaling van de boete opgelegd door de mededingingsautoriteiten. Er worden geen dergelijke uitgaven verwacht voor de tweede jaarhelft. De cash flow zou de normale jaarlijkse evolutie moeten volgen. De netto investeringen zouden, zoals verwacht, niet hoger zijn dan 90 miljoen EUR. Gedurende de eerste jaarhelft heeft bpost geïnvesteerd in het kapitaal van bpost bank en in de verwerving van de laatste 20% van haar US filiaal MSI Worldwide. Er worden geen dergelijke investeringen verwacht voor de tweede jaarhelft.
Niet- geauditeerde tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening
| H1 2013 |
H1 2012 |
Q2 2013 |
Q2 2012 |
||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | TOELICHTING | ||||
| Omzet | 12.7 | 1.214,1 | 1.216,0 | 600,4 | 603,9 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 12.8 | 21,6 | 13,2 | 2,5 | 8,8 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 1.235,7 | 1.229,3 | 603,0 | 612,7 | |
| Materiaalkost | (15,3) | (16,5) | (7,5) | (8,1) | |
| Diensten en diverse goederen Personeelskosten |
(291,4) (606,8) |
(282,9) (590,7) |
(141,7) (300,4) |
(146,4) (283,7) |
|
| Overige bedrijfskosten | 12.9 | 3,9 | (8,0) | (1,7) | (1,9) |
| Afschrijvingen, waardeverminderingen | (43,6) | (42,8) | (22,9) | (21,5) | |
| Totaal bedrijfskosten | (953,3) | (940,8) | (474,1) | (461,5) | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 282,4 | 288,4 | 128,9 | 151,2 | |
| Financiële opbrengsten | 1,2 | 4,2 | 0,4 | 1,6 | |
| Financiële kosten | 12.10 | (5,0) | (22,6) | (2,6) | (13,1) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde | |||||
| deelnemingen | 12.11 | 12,2 | 5,4 | 9,7 | 2,4 |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering | 290,7 | 275,4 | 136,4 | 142,1 | |
| Belastingen | 12.12 | (109,3) | (99,5) | (54,3) | (55,6) |
| Nettoresultaat van de periode | 181,5 | 176,0 | 82,1 | 86,4 | |
| Toerekenbaar aan: | |||||
| Aandeelhouders van bpost | 180,2 | 175,5 | 81,2 | 86,3 | |
| Minderheidsbelangen | 1,3 | 0,5 | 0,9 | 0,1 |
In mei 2013 heeft de algemene vergadering beslist om het aantal aandelen te splitsen. Het totaal aantal aandelen na deze splitsing bedraagt 200.000.944 (voor splitsing 409.838 aandelen). De winst per aandeel, berekend op basis van het nieuwe aantal aandelen, voor het eerste half jaar 2013 ziet er als volgt uit:
| H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 | |
|---|---|---|---|---|
| In EUR | ||||
| ►gewone winst van het jaar toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij |
||||
| 0,90 | 0,88 | 0,41 | 0,43 | |
| ►verwaterde winst van het jaar toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij |
||||
| 0,90 | 0,88 | 0,41 | 0,43 |
| In miljoen EUR | H1 2013 |
H1 2012 aangepast |
H1 2012 |
|---|---|---|---|
| Netto resultaat van de periode | 181,5 | 176,0 | 176,0 |
| Reële waarde van financiële activa beschikbaar voor verkoop door aandeelhouders |
(66,1) | 132,2 | 132,2 |
| (Verlies) winst op voor verkoop beschikbare financiële activa Inkomstenbelastingeffect |
(100,2) 34,1 |
194,3 (62,1) |
194,3 (62,1) |
| Reële waarde van actuariële resultaten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen |
7,4 | (9,7) | |
| Actuariële verliezen/(winsten) met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen Inkomstenbelastingeffect |
10,1 (2,7) |
(12,3) 2,6 |
|
| Minderheidsbelangen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overzicht van niet-gerealiseerde resultaten na belastingen (1) | (58,7) | 122,5 | 132,2 |
| Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten na belastingen |
122,7 | 298,4 | 308,1 |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van bpost Minderheidsbelangen |
121,4 1,3 |
297,9 0,5 |
307,6 0,5 |
(1) Netto niet gerealiseerde resultaten worden niet getransfereerd naar de resultatenrekening in de volgende periodes.
| TOELICHTING | Op 30 juni 2013 |
Op 31 december 2012 |
Op 31 December 2012 |
|
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Aangepast* | |||
| Activa | ||||
| Vaste activa | ||||
| Materiële vaste activa | 567,6 | 588,5 | 588,5 | |
| Immateriële vaste activa | 96,5 | 95,5 | 95,5 | |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 12.13 | 347,7 | 351,6 | 351,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 13,0 | 15,2 | 15,2 | |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 50,4 | 64,2 | 61,0 | |
| Handels-en overige vorderingen | 1,0 | 0,9 | 0,9 | |
| 1.076,1 | 1.115,9 | 1.112,8 | ||
| Vlottende activa | ||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 8,1 | 0,3 | 0,3 | |
| Voorraden | 7,4 | 7,0 | 7,0 | |
| Te ontvangen belastingen | 0,3 | 0,1 | 0,1 | |
| Handels-en overige vorderingen | 328,2 | 394,6 | 394,6 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 633,7 | 713,2 | 713,2 | |
| 977,7 | 1.115,3 | 1.115,3 | ||
| Totaal activa | 2.053,8 | 2.231,2 | 2.228,1 | |
| Eigen vermogen en passiva | ||||
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de Moedermaatschappij |
||||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 508,5 | 508.5 | |
| Eigen aandelen | 0,0 | 0,0 | 0.0 | |
| Reserves | 117,7 | 214,6 | 225.5 | |
| Overgedragen resultaat | 181,5 | 3,7 | 3.7 | |
| 663,1 | 726,8 | 737.7 | ||
| Minderheidsbelangen | (0,0) | (0,0) | (0.0) | |
| Totaal eigen vermogen | 663,1 | 726,8 | 737.7 | |
| Langlopende verplichtingen | ||||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 85,7 | 82,7 | 82.7 | |
| Personeelsbeloningen | 12.14 | 349,5 | 378,1 | 364.1 |
| Handels-en overige schulden | 79,7 | 83,1 | 83.1 | |
| Voorzieningen | 41,6 | 42,0 | 42.0 | |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | 1,3 | 1,3 | 1.3 | |
| 557,8 | 587,1 | 573.1 | ||
| Kortlopende verplichtingen | ||||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 9,4 | 11,2 | 11.2 | |
| Bankvoorschotten in rekening-courant Voorzieningen |
12.15 | 0,2 13,6 |
0,3 140,5 |
0.3 140.5 |
| Te betalen belastingen | 12.16 | 100,8 | 4,6 | 4.6 |
| Handels-en overige schulden | 708,7 832,9 |
760,7 917,3 |
760.7 917.3 |
|
| Totaal passiva | 1.390,6 | 1.504,4 | 1,490.4 | |
| Totaal eigen vermogen en passiva | 2.053,8 | 2.231,2 | 2,228.1 |
* aangepast voor IAS19H
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de | moedermaatschappij | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Geplaatst kapitaal/ Toegelaten kapitaal |
Eigen aandelen |
Overige reserves |
Over gedragen resultaat |
Totaal | Minder heids belang en |
Totaal eigen vermogen |
| Op 1 januari 2012 | 783,8 | (14,0) | 64,0 | (57,4) | 776,4 | 0,8 | 777,3 |
| Resultaat van het jaar | 175,5 | 175,5 | 0,5 | 176,0 | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten * Totaal van de gerealiseerde |
65,2 | 57,3 | 122,5 | 122,5 | |||
| en niet gerealiseerde | |||||||
| resultaten | 0,0 | 0,0 | 65,2 | 232,8 | 297,9 | 0,5 | 298,4 |
| Dividenden (betaling) | 0,0 | 0,0 | |||||
| Eigen aandelen | 0,0 | 0,0 | |||||
| Op 30 juni 2012 | 783,8 | (14,0) | 129,2 | 175,4 | 1.074,3 | 1,3 | 1.075,7 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de | moedermaatschappij | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Geplaatst kapitaal/ Toegelaten kapitaal |
Eigen aandelen |
Overige reserves |
Over gedragen resultaat |
Totaal | Minder heids belang en |
Totaal eigen vermogen |
| Op 1 januari 2013 * | 508,5 | 0,0 | 214,6 | 3,7 | 726,8 | 0,0 | 726,8 |
| Resultaat van het jaar | 180,2 | 180,2 | 1,3 | 181,5 | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten * Totaal van de gerealiseerde en niet gerealiseerde |
(55,0) | (3,7) | (58,7) | (58,7) | |||
| resultaten | 0,0 | 0,0 | (55,0) | 176,4 | 121,4 | 1,3 | 122,7 |
| Kapitaalsvermindering | (144,5) | (144,5) | (144,5) | ||||
| Dividenden (betaling) | (53,5) | (53,5) | (0,1) | (53,6) | |||
| Eigen aandelen | 0,0 | 0,0 | |||||
| Overige (1) | 11,6 | 1,3 | 12,9 | (1,2) | 11,7 | ||
| Op 30 juni 2013 | 364,0 | 0,0 | 117,7 | 181,5 | 663,1 | 0,0 | 663,1 |
* Aangepast voor IAS19H
(1) hebben voornamelijk betrekking op de tegenpost van de impact van de uitgiftepremie van bpost bank. Zie toelichting 12.13
| H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 | |
|---|---|---|---|---|
| In Miljoen EUR | ||||
| Operationele activiteiten | ||||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 282,4 | 288,4 | 128,9 | 151,2 |
| Afschrijvingen | 43,6 | 42,8 | 22,9 | 21,1 |
| Dubieuze debiteuren | (0,2) | 1,4 | 0,2 | 1,0 |
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | (3,0) | (7,3) | (0,6) | (6,2) |
| Winst op de verkoop van Certipost activiteiten | (14,6) | 0,0 | 0,0 | |
| Wijziging in personeelsbeloningen | (20,9) | (73,7) | (12,1) | (61,6) |
| Ontvangen interesten | 1,2 | 4,2 | 0,4 | 1,5 |
| Betaalde interesten | (2,5) | (4,8) | (1,2) | (3,4) |
| Ontvangen dividenden | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Betaalde belastingen | (1,1) | (0,4) | (0,2) | (0,2) |
| Bedrijfskasstroom voor wijziging in bedrijfskapitaal en voorzieningen |
284,8 | 250,5 | 138,3 | 103,3 |
| Afname / (toename) van handels- en overige vorderingen | 68,3 | 76,6 | (2,1) | (5,6) |
| Afname / (toename) in voorraden | (0,4) | 0,2 | (0,2) | (0,3) |
| Toename / (afname) van handels- en overige schulden | (58,7) | 21,3 | (130,6) | (138,8) |
| Ontvangen deposito's van derden | (0,0) | (0,1) | 0,0 | 0,0 |
| Terugbetaling van DAEB overcompensatie Toename / (afname) in voorzieningen met betrekking tot |
(123,1) | (300,8) | (34,2) | (25,8) |
| DAEB overcompensatie Toename / (afname) van overige voorzieningen |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| (4,1) | 4,6 | (0,8) | 1,7 | |
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 166,8 | 52,3 | (29,5) | (65,5) |
| Investeringsactiviteiten | ||||
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 4,0 | 9,3 | 0,9 | 6,8 |
| Ontvangsten uit de verkoop van dochterondernemingen, na verrekening van de netto schuldpositie |
15,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Verwerving van materiële vaste activa | (21,9) | (18,8) | (15,5) | (6,1) |
| Verwerving van immateriële activa | (6,9) | (9,6) | (5,5) | (1,2) |
| Verwerving van overige investeringen | 0,0 | (0,1) | 0,0 | 0,0 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven liquide middelen |
(3,7) | 0,0 | (3,7) | (0,0) |
| Kapitaalsverhoging bpost bank | (37,5) | 0,0 | 0,0 | (0,0) |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (51,0) | (19,1) | (23,8) | (0,5) |
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Kapitaalsvermindering | (144,5) | - | (144,5) | 0,0 |
| Netto wijziging in schulden financiële leasing | 2,9 | (0,3) | 2,9 | (0,1) |
| Uitzonderlijk dividenden | (53,5) | (53,5) | ||
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen | (0,1) | (0,1) | 0,0 | (0,1) |
| Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten | (195,2) | (0,4) | (195,1) | (0,2) |
| Netto wijziging van geldmiddelen en kasequivalenten | (79,4) | 32,8 | (248,5) | (66,2) |
|---|---|---|---|---|
| Cash and cash equivalents and Investment securities Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant |
712,9 | 1.142,1 | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 712,9 | 1.142,1 | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant |
633,4 | 1.174,8 | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni | 633,4 | 1.174,8 | ||
| Bewegingen tussen 1 januari en 30 juni | (79,4) | 32,8 |
De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening van bpost voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2013 werd goedgekeurd voor uitgifte overeenkomstig het besluit van de Raad van Bestuur van 7 augustus 2013.
bpost en haar dochterondernemingen (hierna "bpost" genoemd) leveren nationale en internationale postdiensten, die bestaan uit de ophaling, het transport, de sortering en de uitreiking van poststukken en paketten, drukwerk, dagbladen evenals geadresseerde en ongeadresseerde documenten.
Via haar dochterondernemingen en business units verkoopt bpost ook een waaier andere producten en diensten, waaronder post-, bank- en financiële producten, express diensten, documentbeheer en aanverwante activiteiten. bpost voert namens de overheid ook activiteiten van openbaar belang uit voor de Belgische staat.
bpost is een naamloze vennootschap naar publiek recht van België. bpost heeft haar maatschappelijke zetel in het Muntcentrum, 1000 Brussel.
Deze tussentijdse financiële jaarrekening werd door de statutaire auditor nagezien (zie verklaring van beperkt nazicht- toelichting 13).
De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2013, is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 Tussentijdse Financiële Rapportering.
De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening bevat niet alle informatie en toelichtingen zoals vereist in de jaarrekening en dient te worden gelezen in combinatie met de jaarrekening van bpost op 31 december 2012.
De boekhoudregels die toegepast werden voor de tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening zijn consistent met diegenen die gebruikt zijn bij het opstellen van de jaarrekening van bpost voor het jaar eindigend op 31 december 2012, met uitzondering van de invoering van nieuwe standaarden en interpretaties die vanaf 1 januari 2013 in voege zijn.
'IAS 19 Herzien' omvat een aantal wijzigingen in de boekhoudkundige verwerking van de toegezegde pensioenregelingen, inclusief actuariële winsten en verliezen die nu worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en permanent uitgesloten zijn van de winst- en verliesrekening. Andere wijzigingen hebben geen invloed op bpost of betreffen enkel extra toelichtingen, zoals toelichtingen met kwantitatieve gevoeligheid.
In het geval van bpost heeft de toepassing van 'IAS 19 Herzien' een impact op de netto vergoeding na uitdiensttreding door de erkenning van de totaliteit van de actuariële winsten en verliezen (voor diegene die na 1 januari 2013 voorkomen en voor diegene die op 31 december 2012 nog niet erkend waren) in niet-gerealiseerde resultaten. Voorheen erkende bpost enkel de actuariële winsten en verliezen die meer dan 10% waren van het hoogste bedrag van ofwel de personeelsvergoeding ofwel de reële waarde van de fondsbeleggingen, gemeten over 2 jaar. De impact van de invoering van 'IAS 19 Herzien' wordt beschreven in toelichting 12.14.
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen, die in werking getreden zijn vanaf 1 januari 2013 hebben geen effect op de presentatie, de financiële resultaten of de positie van bpost:
De volgende nieuwe IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties, die nog moeten verplicht worden, zijn door bpost nog niet toegepast bij het opstellen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening.
| Effectief voor de rapportering die begint op |
|
|---|---|
| Standaard of interpretatie | of na |
| IFRS 9 – Financiële Instrumenten – Classificatie en Meting | 1 januari 2015 |
| IFRS 10 – Geconsolideerde Jaarrekening | 1 januari 2014 |
| IFRS 11 – Gemeenschappelijke regelingen | 1 januari 2014 |
| IFRS 12 – Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten | 1 januari 2014 |
| IAS 27 – Wijziging aan IAS 27 | 1 januari 2014 |
| IAS 28 - Wijziging aan IAS 28 | 1 januari 2014 |
| IAS 32 – Financiële instrumenten: presentatie – Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen |
1 januari 2014 |
| Wijzigingen aan IFRS 10, IFRS 11, IFRS 12- Overgangsbepalingen - geconsolideerde jaarrekening, Gemeenschappelijke regelingen en Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten |
1 januari 2014 |
| Divers – Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS | Niet van toepassing |
Op 30 juni 2013 zijn de boekhoudregels van bpost in overeenstemming met de IAS/IFRS standaarden en SIC/IFRIC interpretaties, zoals hieronder vermeld:
De andere standaarden en interpretaties, die momenteel zijn goedgekeurd door de EU en die van toepassing zijn voor de voorbereiding van de tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening van 2013, zijn niet van toepassing in het geval van bpost.
bpost heeft geen enkele standaard, interpretatie of wijziging, die uitgegeven maar nog niet in voege was, voortijdig aangenomen.
Ingevolge het 5de Beheerscontract, is bpost de leverancier van bepaalde DAEB's. Deze diensten omvatten, onder andere, de werking van het retail netwerk, de distributie van kranten en tijdschriften, de verdeling van verkiezingsmateriaal, de aanvaarding van deposito's in contanten in de postkantoren en de levering aan huis van de staatspensioenen en sociale uitkeringen. bpost wordt gecompenseerd voor het verstrekken van deze diensten op basis van een netto vermeden kost ("NAC", net avoided cost) methodologie.
De vergoeding met betrekking tot de DAEB wordt gelijk verdeeld over de vier kwartalen. Gedurende het jaar worden er berekeningen gemaakt op basis van de Netto Vermeden Kost methode om ervoor te zorgen dat de vergoeding in lijn is met de opgenomen bedragen. Deze methode bepaalt dat de vergoeding wordt gebaseerd op het verschil tussen de nettokosten van de aanbieder van de DAEB en de netto kosten of winst van dezelfde aanbieder wanneer gewerkt wordt zonder DAEB. De vergoeding voor het verstrekken van de DAEB is onderhevig aan een cap die aangepast wordt aan de evolutie van de Belgische consumptieprijsindex indien deze in een bepaald jaar met meer dan 2,2% stijgt.
12.4 Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes
De boekhoudkundige principes en methodes van bpost zijn in overeenkomst met deze toegepast op de geconsolideerde jaarrekening van 31 december 2012.
In juni 2013 heeft bpost NV de laatste 20%, dewelke bpost nog niet in bezit had, van Mail Services Inc. verworven en dit voor een prijs van 5,3 miljoen USD (4,0 miljoen EUR). Deze transactie heeft geleid tot een vermindering van het eigen vermogen ten belope van 0,6 miljoen EUR, aangezien de daarmee samenhangende financiële schuld onderschat was voor hetzelfde bedrag.
De tabel hieronder toont de inkomsten met betrekking tot de bedrijfssegmenten van bpost:
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|
| MRS | 1.022,7 | 1.031,5 | 502,7 | 512,0 |
| P&I | 195,5 | 171,9 | 97,2 | 89,6 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten mbt. bedrijfssegmenten |
||||
| 1.218,2 | 1.203,4 | 599,9 | 601,6 | |
| Corporate (Aansluiting) | 17,4 | 25,8 | 3,1 | 11,1 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 1.235,7 | 1.229,3 | 603,0 | 612,7 |
Inter-segment verkopen zijn immaterieel. Er zijn geen interne bedrijfsopbrengsten.
De ontvangen vergoeding om de diensten te verlenen zoals beschreven in het Beheerscontract (zie toelichting 12.7) buiten beschouwing gelaten, overschrijdt geen enkele klant meer dan 10% van de bedrijfsopbrengsten van bpost.
De volgende tabel geeft de inkomsten weer van externe klanten verdeeld over België en alle andere landen in hun totaliteit, van waaruit bpost haar inkomsten ontleent. De verdeling van de opbrengsten van de externe klanten is gebaseerd op hun locatie.
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|
| België | 1.127,9 | 1.163,8 | 548,7 | 581,9 |
| Rest van de wereld | 107,7 | 65,4 | 54,3 | 30,8 |
| Totale bedrijfsopbrengsten | 1.235,7 | 1.229,3 | 603,0 | 612,7 |
De onderstaande tabellen geven EBIT en EAT weer van de bedrijfssegmenten van bpost op 30 juni 2013 en 2012:
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|
| MRS | 278,7 | 285,3 | 132,8 | 152,8 |
| P&I | 11,1 | 14,8 | 6,8 | 8,4 |
| EBIT bedrijfssegmenten | 289,7 | 300,1 | 139,7 | 161,3 |
| Corporate (Aansluiting) | (7,4) | (11,7) | (10,8) | (10,1) |
| EBIT Totaal | 282,4 | 288,4 | 128,9 | 151,2 |
| In miljoen EUR | H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 |
| MRS | 278,7 | 285,3 | 132,8 | 152,8 |
| P&I | 11,1 | 14,8 | 6,8 | 8,4 |
|---|---|---|---|---|
| EAT bedrijfssegmenten | 289,7 | 300,1 | 139,7 | 161,3 |
| Corporate (Aansluiting) | (108,3) | (124,2) | (57,6) | (74,9) |
| EAT Totaal | 181,5 | 176,0 | 82,1 | 86,4 |
De erkenning van een actuariële winst als gevolg van de collectieve arbeidsovereenkomst die getekend werd in maart 2012 (getoond als negatieve personeelskosten) had een positieve EBITinvloed voor het bedrijfssegment MRS in 2012. In 2013 had de winst ingevolge de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost aan Basware een positieve invloed op de EBIT van het bedrijfssegment MRS. Deze twee elementen buiten beschouwing gelaten, bleef de EBIT van het bedrijfssegment MRS jaar over jaar stabiel.
De EBIT van het bedrijfssegment P&I daalde met 3,8 miljoen EUR of 25,4%, tot 11,1 miljoen EUR voor het eerste halfjaar 2013. Deze daling is voornamelijk het gevolg van de lagere afrekeningen voor eindrechten (1,9 miljoen EUR) en de opstartkosten van het Shop & Deliver project die een impact van 2,1 miljoen EUR hadden. De resterende daling was vooral te wijten aan een stijging van de transportkosten gerelateerd aan internationale post en uitzonderlijke eenmalige kosten gerelateerd aan MSI (1,1 miljoen EUR).
Financiële opbrengsten, financiële kosten, het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en belastingkosten zijn inbegrepen in de aansluitpost "Corporate".
De volgende tabel geeft de details met betrekking tot de aansluitpost "Corporate" :
| In miljoen EUR | H1 2013 |
H1 2012 |
Q2 2013 |
Q2 2012 |
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 17,4 | 25,8 | 3,1 | 11,1 |
| Centrale afdelingen (Finance, Legal, Internal Audit, CEO, | ||||
| …) | (33,0) | (35,3) | (15,6) | (20,2) |
| Overige | 8,2 | (2,2) | 1,7 | (1,0) |
| Bedrijfskosten | (24,8) | (37,5) | (13,9) | (21,2) |
| EBIT Corporate (Aansluiting) | (7,4) | (11,7) | (10,8) | (10,1) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 12,2 | 5,4 | 9,7 | 2,4 |
| Financieel resultaat | (3,8) | (18,4) | (2,2) | (11,6) |
| Belastingen | (109,3) | (99,5) | (54,3) | (55,6) |
| EAT Corporate (Aansluiting) | (108,3) | (124,2) | (57,6) | (74,9) |
Het bedrijfsresultaat (EBIT) toe te schrijven aan "Corporate" verbeterde met 4,3 miljoen EUR, van 11,7 miljoen EUR negatief voor het eerste halfjaar 2012 tot 7,4 miljoen EUR voor het eerste halfjaar 2013. Deze verbetering was voornamelijk het gevolg van lagere projectkosten, lagere niet toegewezen loonkosten en wijzigingen in voorzieningen. Deze positieve elementen werden deels gecompenseerd door lagere winst op de verkoop van gebouwen in vergelijking met het eerste halfjaar 2012 en door de variatie in de erkenning van de uitgestelde opbrengsten aangezien de zegelverkoop en het opladen van de frankeermachines daalde.
Activa en passiva worden niet gerapporteerd per segment binnen de onderneming.
| H1 2013 | H1 2012 | Q2 2013 | Q2 2012 | |
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | ||||
| Omzet exclusief DAEB vergoeding | 1.062,2 | 1.056,6 | 524,5 | 524,2 |
| DAEB vergoeding | 151,9 | 159,4 | 75,9 | 79,7 |
| 1.214,1 | 1.216,0 | 600,4 | 603,9 |
In oktober 2012 heeft de onderneming een overeenkomst gesloten met de Finse groep Basware omtrent de verkoop van de activiteiten met betrekking tot de elektronische uitwisseling van documenten en dit met ingang van januari 2013. Deze transactie leverde een kasinstroom van 15,1 miljoen EUR op en een winst van 14,6 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2013.
Overige bedrijfskosten daalden met 11,8 miljoen EUR tot negatieve 3,9 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013, doordat in 2013 het percentage van aftrekbare BTW steeg van 5% naar 11%, met retroactief effect voor 2012. De impact van 2012 bedroeg 5,2 miljoen EUR. Andere oorzaak van de daling was de afwezigheid van een voorziening voor bezwarende contracten voor de zes maanden eindigend 30 juni 2013 vergeleken met de 6 maanden eindigend 30 juni 2012.
Netto financiële kosten daalden met 14,6 miljoen EUR tot 3.8 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Deze evolutie is voornamelijk het gevolg van een daling in IAS 19 gerelateerde financiële kosten (omwille van de evolutie van de discontovoeten), gedeeltelijk gecompenseerd door een daling in ontvangen interesten doordat kas-en kasequivalenten verminderd werden als gevolg van de kapitaalsvermindering eind 2012.
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen steeg met 6.8 miljoen EUR tot 12.2 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013. Deze verbetering is voornameijk het gevolg van een hogere interestmarge en hogere financiële inkomsten door een arbitrage in de obligatieportefeuille.
Belastingen stegen met 9,8 miljoen EUR tot 109,3 miljoen EUR voor het eerste semester van 2013 van 99,5 miljoen EUR voor het eerste semester van 2012. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van belastingsuitgaven (17,6 miljoen EUR) gerelateerd met het uitzonderlijk dividend.
Op 25 maart 2013 keurde de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders een vermindering van de wettelijke reserves, door middel van een transfer naar de beschikbare reserves, ten belope van 21,3 miljoen EUR goed. Door deze overdracht en in overeenstemming met de belastingswetgeving heeft bpost een extra voorziening voor te betalen belastingen van 7,3 miljoen EUR geboekt.
Op 7 juni 2013 werd een uitzonderlijk dividend van 53,5 miljoen EUR goedgekeurd door een Buitengewone Aandeelhoudersvergadering. De uitbetaling van dit uitzonderlijk dividend, dat ook plaatsvond op 7 juni 2013, resulteerde in overeenstemming met de Belgische belastingswetgeving in de erkenning van een bijkomende belastingsuitgave van 10,3 miljoen EUR aangezien 30,3 miljoen EUR belastingsvrije reserves uitgekeerd werden.
Op 20 maart 2013 voltooide bpost bank een verhoging van haar eigen vermogen voor een bedrag van 100 miljoen EUR, zodat het eigen vermogen van bpost bank voldoet aan de wettelijke en de prudentiële vereisten (inclusief de Basel III kapitaalvereisten). bpost en BNPP Fortis hebben bijgedragen aan deze kapitaalsverhoging voor een bedrag van 37,5 miljoen EUR elk. In het kader van de vernieuwing van de contractuele overeenkomst tussen bpost en BNPP Fortis, betaalde deze laatste een extra bedrag van 25 miljoen EUR als uitgiftepremie. Aangezien de proportionele eigendom van bpost ongewijzigd bleef, steeg de reële waarde van de investering in bpost bank met 12,5 miljoen EUR.
IAS19H werd toegepast vanaf 1 januari 2013. Als gevolg hiervan neemt bpost alle actuariële winsten en verliezen met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen direct in niet gerealiseerde resultaten op wanneer ze zich voordoen.
Tot 2012 heeft bpost geopteerd om in het geval van vergoedingen na uitdiensttreding, de actuariële winsten en verliezen die binnen de corridor van 10% blijven van het hoogste van de volgende bedragen, niet te erkennen: het bedrag van de IAS 19 pensioenverplichtingen en de reële waarde van de fondsbeleggingen. De niet opgenomen gecumuleerde actuariële verliezen op 31 december 2012 die betrekking hadden op de vergoedingen na uitdiensttreding bedroegen 14 miljoen EUR (op 31 december 2011, 7,2 miljoen EUR). De niet opgenomen gecumuleerde actuariële verliezen die aangepast werden in niet gerealiseerde resultaten bedroegen 12,3 miljoen EUR op 30 juni 2012.
Impact op de tussentijdse verkorte geconsolideerde balans:
| 30 juni | 30 juni | 31 december | |
|---|---|---|---|
| 2013 | 2012 | 2012 | |
| In Miljoen EUR | Aangepast | Aangepast | |
| Toename met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen (langlopend) Toename van de uitgestelde belastingvorderingen (langlopend) Netto-impact op het eigen vermogen |
10,1 (2,7) 7,4 |
(12,3) 2,6 (9,7) |
(14,0) 3,1 (10,9) |
| Aandeelhouders van de Moedermaatschappij | 7,4 | (9,7) | (10,9) |
| Minderheidsbelang | - | - | - |
Impact op de tussentijdse verkorte geconsolideerde resultatenrekening:
| H1 2013 | H1 2012 | H1 2012 | |
|---|---|---|---|
| In Miljoen EUR | Aangepast | ||
| Toename van actuariële mutaties in OCI Verhoging van het belastingseffect op actuariële mutaties in |
(10,1) | 12,3 | - |
| OCI | 2,7 | (2,6) | - |
| Netto toename van OCI, na aftrek van belastingen | (7,4) | 9,7 | - |
| Netto stijging van de totale gerealiseerde resultaten | (7,4) | 9,7 | - |
Toe te rekenen aan aandeelhouders van Moedermaatschappij (7,4) 9,7 - Minderheidsbelang - - -
De kortlopende voorzieningen daalden met 126,9 miljoen EUR, hetzij 90,3%, tot 13,6 miljoen EUR op 30 juni 2013. De daling wordt voornamelijk verklaard door de terugbetaling in 2013 van de overcompensatie voor de DAEB voor de jaren 2011 en 2012 (123,1 miljoen EUR).
De te betalen belastingen stegen met 96,2 miljoen EUR, tot 100,8 miljoen EUR op 30 juni 2013, dit wordt voornamelijk verklaard door de voorzieningen voor belastingen.
Op 7 juni 2013 werd een uitzonderlijk dividend van 53,5 miljoen EUR (2012: 0 miljoen EUR) goedgekeurd door een Buitengewone Aandeelhoudersvergadering. Dit vertegenwoordigt een dividend van 0,27 EUR per aandeel. De uitbetaling van het uitzonderlijk dividend gebeurde op 7 juni 2013.
Geen andere dividenden werden uitbetaald aan de aandeelhouders van de Moedermaatschappij.
12.18 Niet in de balans opgenomen verplichtingen en onvoorziene activa
Op 30 juni 2013 is de onderneming niet op de hoogte van enige niet in de balans opgenomen verplichting of onvoorziene activa.
Geen belangrijke gebeurtenissen, met invloed op de financiële positie, zijn waargenomen na balansdatum.
Verslag van het college van commissarissen-bedrijfsrevisoren aan de aandeelhouders van de naamloze vennootschap bpost van publiek recht over het beperkt nazicht van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten voor de periode van zes maanden afgesloten per 30 juni 2013
Wij hebben de bijgevoegde tussentijdse verkorte financiële toestand van het geconsolideerd geheel ("de balans") van bpost NV van publiek recht (de "Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") per 30 juni 2013 onderworpen aan een beperkt nazicht, alsook de bijhorende tussentijdse verkorte geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor de periode van zes maanden afgesloten op deze datum, en de toelichtingen, gezamenlijk, de "Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten". Deze Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten tonen een geconsolideerd balanstotaal van € 2.053,8 miljoen en een geconsolideerde winst voor de periode van zes maanden afgesloten op deze datum van € 181,5 miljoen. Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en het voorstellen van deze Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten in overeenstemming met de International Financial Reporting Standard IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving ("IAS 34") zoals goedgekeurd voor toepassing in de Europese Unie. Onze verantwoordelijkheid bestaat erin verslag uit te brengen over deze Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten op basis van ons beperkt nazicht.
Wij hebben ons beperkt nazicht uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Beoordelingsopdrachten 2410 "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beperkt nazicht van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het bekomen van informatie, hoofdzakelijk van personen verantwoordelijk voor financiële en boekhoudkundige aangelegenheden, en uit het toepassen van analytische en andere werkzaamheden. Een beperkt nazicht is aanzienlijk minder uitgebreid dan een audit uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA's). Bijgevolg waarborgt een beperkt nazicht niet dat wij kennis zouden krijgen van alle belangrijke elementen die bij een volledige controle aan het licht zouden komen. Daarom onthouden wij ons van een auditopinie.
Op basis van ons beperkt nazicht wijst niets erop dat de bijgevoegde Tussentijdse Verkorte Geconsolideerde Financiële Staten geen getrouw beeld geven van de financiële toestand van de Groep per 30 juni 2013, en van haar resultaat en kasstromen voor de periode van zes maanden afgesloten op die datum, in overeenstemming met IAS 34.
Brussel, 7 augustus 2013
| Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA | PVMD Bedrijfsrevisoren BCVBA |
|---|---|
| vertegenwoordigd door | vertegenwoordigd door |
Eric Golenvaux Lieven Delva Vennoot Vennoot
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.