Quarterly Report • May 7, 2014
Quarterly Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Dit rapport bevat gereglementeerde informatie zoals gedefinieerd in het Koninklijk Besluit van 14 november 2007.
| 1 | Financiële kerncijfers _______ |
3 | ||
|---|---|---|---|---|
| 2 | Blikvangers _________ |
4 | ||
| 3 | Belangrijkste gebeurtenissen met betrekking tot het eerste kwartaal 2014__ | 5 | ||
| 4 | Wijzigingen in Corporate Governance ______ |
6 | ||
| 5 | Financiële analyse__________ | 7 | ||
| 5.1 | Tussentijdse geconsolideerde resultatenrekening ______ |
7 | ||
| 5.2 | Tussentijdse geconsolideerde balans __________ |
12 | ||
| 5.3 | Tussentijds geconsolideerd kasstroomoverzicht_______ | 14 | ||
| 5.4 | Reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers ___ |
15 | ||
| 5.5 | Van IFRS geconsolideerde nettowinst naar niet-geconsolideerde BGAAP nettowinst | 17 | ||
| 6 | Vooruitzichten ____________ |
19 | ||
| 7 | Tussentijdse geconsolideerde resultatenrekening ________ |
21 | ||
| 8 | Tussentijds overzicht van de gerealiseerde en de niet-gerealiseerde resultaten ___ |
22 | ||
| 9 | Tussentijdse geconsolideerde balans ______ |
23 | ||
| 10 | Tussentijds mutatieoverzicht van het eigen vermogen_____ | 24 | ||
| 11 | Tussentijds geconsolideerd kasstroomoverzicht____ | 25 | ||
| 12 | Toelichting bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële jaarrekening _ |
26 | ||
| 12.1 | Bedrijfsinformatie _____________ |
26 | ||
| 12.2 | Basis voor de voorbereiding en de financiële verslaggeving ___ |
26 | ||
| 12.3 | Spreiding van de activiteiten over het jaar _____ |
28 | ||
| 12.4 | Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes _____ |
28 | ||
| 12.5 | Bedrijfscombinaties____________ | 28 | ||
| 12.6 | Bedrijfssegmenten_____________ | 31 | ||
| 12.7 | Omzet ___________ |
32 | ||
| 12.8 | Overige bedrijfsopbrengsten __________ |
32 | ||
| 12.9 | Niet in de balans opgenomen verplichtingen en onvoorziene activa __ |
33 | ||
| 12.10 | Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum _________ |
33 | ||
| 13 | Verklaring van de wettelijke vertegenwoordigers_________ | 34 |
| 2014 | 2013 | EVOLUTIE |
|---|---|---|
| % | ||
| 626,7 | 618,1 | 1,4% |
| 9,4% | ||
| 16,6% | ||
| 367,6 | 258,2 | 42,4% |
| 152,0 98,9 |
138,9 84,8 |
| GERAPPORTEERD | |||
|---|---|---|---|
| 3 maanden eindigend 31 maart | 2014 | 2013 | EVOLUTIE |
| In miljoen EUR | % | ||
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 632,7 | -0,9% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 152,0 | 153,5 | -1,0% |
| Winst van de periode (geconsolideerd – IFRS) | 98,9 | 99,4 | -0,5% |
| Nettowinst bpost NV (niet-geconsolideerd – BGAAP) | 87,3 | 70,1 | 24,5% |
| Operationele vrije kasstroom (5) | 367,4 | 169,3 | 117,0% |
| Nettoschuld/(Netto geldmiddelen) (6), per 31 maart | (728,1) | (644,8) | 12,9% |
| Gewone winst per aandeel (7), in EUR | 0,49 | 0,49 | -0,5% |
| Aantal VTE en interim (gemiddeld) | 25.144 | 26.181 | -4,0% |
(1) Genormaliseerde totale bedrijfsopbrengsten vertegenwoordigen de totale bedrijfsopbrengsten exclusief de impact van eenmalige elementen en zijn niet geauditeerd.
(2) Genormaliseerde EBIT vertegenwoordigt de winst uit bedrijfsactiviteiten exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(3) Genormaliseerde winst van de periode vertegenwoordigt de winst voor de periode exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(4) Genormaliseerde operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de operationele vrije kasstroom exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(5) Operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten minus de netto kasstroom van investeringsactiviteiten.
(6) Netto schuld/(Netto geldmiddelen) bestaat uit rentedragende en niet-rentedragende leningen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
(7) De winst per aandeel is berekend op basis van het aantal aandelen na de aandelensplitsing, dewelke goedgekeurd werd op de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 27 mei 2013 en resulteerde in een totaal van 200.000.944 aandelen.
Voor verdere details met betrekking tot de reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers verwijzen we naar sectie "reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers" van dit document.
In het Koninklijk Besluit van 26 februari 2014 heeft de Belgische Staat, op basis van het unanieme voorstel van de Raad van Bestuur en op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité Koen Van Gerven aangeduid als de nieuwe CEO van bpost NV voor een hernieuwbare termijn van 6 jaar.
Landmark Global Inc, ten belope van 51% filiaal van bpost, heeft 100% van de aandelen van Gout International BV en BEurope Consultancy BV aangekocht in januari 2014.
Gout International BV (omzet van 3,8 miljoen EUR voor 2013) en BEurope Consultancy BV (omzet van 0,3 miljoen EUR voor 2013) zijn twee Nederlandse bedrijven, gevestigd in Groningen. Hun voornaamste activiteiten zijn importdiensten voor VS-klanten die hun producten willen verkopen in Europa. Deze bevatten dedouaneringsdiensten, opslag, "pick & pack" en last-miledistributie. BEurope Consultancy BV is een spin-offbedrijf van Gout International BV dat zich richt op het adviseren van nieuwe VS-klanten over hoe ze hun producten in Europa aan de man kunnen brengen. Dit omvat advies over zowel douane / btw-set-up als over productregistratie in de verschillende Europese landen.
In februari 2014 kocht Landmark Global Inc. 100% van de aandelen van Ecom Global Distribution Ltd. (omzet van 1,4 miljoen EUR voor 2013), dewelke importdiensten aanbiedt voor goederen die het Verenigd Koninkrijk binnenkomen, gelijkaardig aan de diensten die Gout International BV aanbiedt. Gelegen vlak naast Londen Heathrow is het bij uitstek geschikt om bedrijven te bedienen die importeren via een luchtbrug vanuit de VS naar het VK.
Daarnaast verwierf Landmark Global Inc. in februari 2014 100% van de aandelen van Starbase Global Logistics Inc (omzet van 1,7 miljoen EUR voor 2013), dat importdiensten aanbiedt voor goederen die de VS binnenkomen.
Op 24 maart 2014 werd bpost opgenomen in de BEL 20-index. De BEL 20 is een gewogen index van vrij verhandelbare aandelen en geeft de prestaties weer van de 20 belangrijkste aandelen die op Euronext Brussel zijn genoteerd. De BEL 20 is de graadmeter bij uitstek van de Belgische effectenbeurs.
In het Koninklijk Besluit van 26 februari 2014 heeft de Belgische Staat, op basis van het unanieme voorstel van de Raad van Bestuur en op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité Koen Van Gerven aangeduid als de nieuwe CEO van bpost NV voor een hernieuwbare termijn van 6 jaar.
Daarnaast, via Koninklijk Besluit van 14 maart 2014, heeft de Belgische Staat op voordracht van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij - via dewelke de Belgische Staat in de onderneming participeert - en na advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, mevr. Bernadette Lambrechts benoemd als bestuurder van bpost voor een hernieuwbare termijn van 6 jaar. Haar mandaat gaat in op 25 maart 2014.
Bovendien besliste de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, om de benoeming van de heer Ray Stewart en de heer Michael Stone als nieuwe bestuurders op de Vergadering van Aandeelhouders van 14 mei 2014 ter goedkeuring voor te leggen aan een college van aandeelhouders andere dan de Belgische Staat en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
Op 25 april 2014 aanvaardde de Regering het eervolle ontslag van mevr. Martine Durez als lid en als voorzitster van de Raad van Bestuur van bpost. De Regering keurde ook de benoeming goed van mevr. Françoise Masai als vervangster van mevr. Martine Durez in haar functie van voorzitster van de Raad van Bestuur van bpost. Deze benoeming kwam er op advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité en werd bevestigd door de Raad van Bestuur van bpost. Het mandaat van mevr. Masai vangt aan op 23 juni 2014 en eindigt op 17 januari 2018, bij het verstrijken van de termijn die initieel voor haar voorganger was voorzien.
De volgende tabel toont de financiële resultaten van bpost voor het eerste kwartaal van 2014 en 2013:
| 3 maanden eindigend 31 maart | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | EVOLUTIE % |
| Omzet | 622,4 | 613,6 | 1,4% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 4,3 | 19,1 | -77,6% |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 632,7 | -0,9% |
| Materiaalkost | (8,0) | (7,8) | 3,2% |
| Diensten en diverse goederen | (146,0) | (149,8) | -2,5% |
| Personeelskosten | (301,0) | (306,4) | -1,8% |
| Overige bedrijfskosten | 1,3 | 5,6 | -76,8% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (20,9) | (20,7) | 1,0% |
| Totaal bedrijfskosten | (474,7) | (479,1) | -0,9% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 152,0 | 153,5 | -1,0% |
| Financiële opbrengsten | 1,2 | 0,8 | 48,8% |
| Financiële kosten | (3,3) | (2,4) | 34,2% |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 3,6 | 2,5 | 44,1% |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering | 153,6 | 154,4 | -0,5% |
| Belastingen | (54,7) | (55,0) | -0,6% |
| Nettoresultaat van de periode | 98,9 | 99,4 | -0,5% |
De volgende tabel toont een opsplitsing per product van de totale bedrijfsopbrengsten van bpost voor de eerste drie maanden van 2014 en 2013:
| 3 maanden eindigend 31 maart | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | EVOLUTIE % |
| Domestic Mail | 386,8 | 395,2 | -2,1% |
| Transactional Mail | 238,9 | 244,3 | -2,2% |
| Advertising Mail | 70,2 | 71,5 | -1,8% |
| Press | 77,7 | 79,4 | -2,1% |
| Parcels | 73,4 | 55,9 | 31,3% |
| Additional sources of revenues and retail network | 154,7 | 167,3 | -7,5% |
| Value-added services | 24,6 | 22,4 | 9,8% |
| International Mail | 50,2 | 52,1 | -3,6% |
| Banking and Financial products | 52,4 | 52,0 | 0,8% |
| Andere | 27,4 | 40,8 | -32,8% |
| Corporate (aansluitpost) | 11,8 | 14,4 | -18,1% |
| Totaal bpost | 626,7 | 632,7 | -0,9% |
De totale bedrijfsopbrengsten daalden met 6,0 miljoen EUR, hetzij 0,9%, tot 626,7 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014, tegenover 632,7 miljoen EUR in dezelfde periode van 2013.
De gewijzigde samenstelling van de groep en de winst uit de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost waren verantwoordelijk voor een daling van de inkomsten met 12,5 miljoen EUR:
Als deze elementen niet in aanmerking genomen worden, dan vertoonden de totale bedrijfsopbrengsten een organische groei van 6,5 miljoen EUR, ingevolge de sterke prestaties van Parcels en prijs- en mixverhogingen bij Domestic Mail die de volumedaling in Domestic Mail compenseren.
De inkomsten uit Domestic Mail daalden met 8,3 miljoen EUR, hetzij 2,1%, van 395,2 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2013, tot 386,8 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014. De organische evolutie is voornamelijk toe te schrijven aan de volumedaling van 4,6 %, of 15,8 miljoen EUR, gedeeltelijk gecompenseerd door de verbetering van de prijs en de mix, in lijn met het prijsbeleid, voor een bedrag van 7,5 miljoen EUR.
Parcels bleven sterk presteren en lieten een inkomstenstijging optekenen van 17,5 miljoen EUR of 31,3 %. De consolidatie van de nieuwe bedrijven binnen de groep droeg voor 1,7 miljoen EUR bij aan deze stijging. De organische groei (15,8 miljoen EUR) is toe te schrijven aan:
De totale bedrijfsopbrengsten uit additional sources of revenues and retail network daalden met 12,6 miljoen EUR, of 7,5 %. Zonder rekening te houden met de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost in het eerste kwartaal van 2013 en de impact van de veranderingen in de samenstelling van de groep, stegen de inkomsten met 1,5 miljoen EUR. De daling bij International Mail (1,9 miljoen EUR) is voornamelijk toe te schrijven aan minder gunstige afrekeningen met buitenlandse operatoren van de eindrechten van vorige jaren1 (3,2 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door een verbeterde prijs- en mixevolutie van 3,3 %. De Europese nummerplaten, de inschrijvingsbewijzen voor voertuigen, het digitaal afdrukken van tijdschriften en de SEPAactiviteiten droegen bij tot de stijging van de bedrijfsopbrengsten van Value Added Services ten belope van 2,2 miljoen EUR. Daarnaast kenden de Banking and Financial Products een stijging van 0,4 miljoen EUR, voornamelijk ingevolge de voorafbetaalde kaarten (bpaid).
In het eerste kwartaal van 2014 bedroegen de bedr ijfskosten, met inbegrip van afschrijvingen en waardeverminderingen, 474,7 miljoen EUR (2013: 479,1 miljoen EUR), d.i. een daling met 4,4 miljoen EUR of 0,9 % ten opzichte van vorig jaar.
De gewijzigde samenstelling van de groep (nettostijging van de kosten met 2,1 miljoen EUR ingevolge de overname van 4 nieuwe dochterondernemingen) buiten beschouwing gelaten, dan daalden de bedrijfskosten met 6,5 miljoen EUR, hetzij 1,4 %. Deze daling is vooral terug te vinden bij de diensten en diverse goederen (exclusief kosten van uitzendarbeid, 2,9 miljoen EUR) en de personeelskosten en kosten voor uitzendarbeid (8,3 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de overige bedrijfskosten (4,4 miljoen EUR). Deze evolutie is het gevolg van maatregelen op het vlak van kostenbeheersing en productiviteitsverbeteringen.
Materiaalkosten
1 Beïnvloed door een herclassificatie van afrekeningen in mindering van de transportkosten (2,3 miljoen EUR).
De materiaalkosten, waaronder de kosten voor grondstoffen, verbruiksgoederen en handelsgoederen, stegen lichtjes met 0,2 miljoen EUR, hetzij 3,2 %, tot 8 miljoen EUR.
De volgende tabel toont een opsplitsing van de kosten voor diensten en diverse goederen voor het eerste kwartaal van 2014 en 2013:
| 3 maanden eindigend 31 maart | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | EVOLUTIE % | ||||
| Huur en huurkosten | 17,1 | 17,0 | 0,8% | ||||
| Onderhoud en herstellingen | 18,2 | 17,7 | 2,7% | ||||
| Levering van energie | 10,2 | 11,3 | -9,3% | ||||
| Andere goederen | 5,0 | 4,9 | 1,6% | ||||
| Post- en telecommunicatiekosten | 1,6 | 1,7 | -4,1% | ||||
| Verzekeringskosten | 3,3 | 3,9 | -13,6% | ||||
| Transportkosten | 50,7 | 43,9 | 15,5% | ||||
| Reclame- en advertentiekosten | 3,3 | 4,6 | -29,5% | ||||
| Consultancy | 1,8 | 4,4 | -59,1% | ||||
| Uitzendarbeid | 5,7 | 8,1 | -29,7% | ||||
| Beloningen aan derden, honoraria | 24,8 | 28,4 | -12,5% | ||||
| Overige goederen en diensten | 4,3 | 4,0 | 7,7% | ||||
| Totaal | 146,0 | 149,8 | -2,5% |
In het eerste kwartaal van 2014 daalden de kosten van diensten en diverse goederen met 3,8 miljoen EUR of 2,5 % in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Als we de kosten2 voor uitzendarbeid en de wijzigingen in de samenstelling van de groep (1,6 miljoen EUR) buiten beschouwing laten, dan daalden de kosten met 2,9 miljoen EUR of 2,0 %.
In het eerste kwartaal van 2014 daalden de kosten voor de levering van energie met 1,1 miljoen EUR, hetzij 2,7 %, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, voornamelijk ingevolge de positieve evolutie van de brandstofprijzen dewelke leidde tot een daling van de energiekosten voor voertuigen en gebouwen.
In het eerste kwartaal van 2014 bedroegen de transportkosten 50,7 miljoen EUR, d.i. 15,5 % (6,8 miljoen EUR) meer dan in dezelfde periode 2013. Dat is toe te schrijven aan de stijging van de transportkosten die gerelateerd zijn aan internationale activiteiten en de consolidatie van de nieuwe aangekochte dochterondernemingen (impact 1,1 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de herclassificatie van gunstige afrekeningen van eindrechten van vorige jaren ten belope van 2,3 miljoen EUR in 2014.
Reclame- en advertentiekosten daalden met 1,4 miljoen EUR of 29,5 % van 4,6 miljoen EUR tot 3,3 miljoen EUR, aangezien er in het eerste kwartaal van 2014 minder reclame- en advertentiecampagnes waren.
Kosten voor consultancy namen sterk af met 59,1 %, tot 1,8 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014. De positieve impact van 2,6 miljoen EUR is het gevolg van lagere projectgerelateerde kosten.
Beloningen aan derden en honoraria zakten met 3,5 miljoen EUR, van 28,4 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2013 naar 24,8 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014. Deze daling met 12,5 % heeft voornamelijk betrekking op externe IT-experten die nieuwe toepassingen ontwikkelen en invoeren.
De loonkosten en de kosten voor uitzendarbeid bedroegen in het eerste kwartaal van 2014 306,7 miljoen EUR en vertoonden een daling van 7,9 miljoen EUR (personeelskosten en kosten van
2 De kosten voor uitzendarbeid worden samen met de loonkosten geanalyseerd, aangezien ze een betere prestatie-indicator van het inzetten van menselijk kapitaal zijn. In bepaalde gevallen van natuurlijke afvloeiingen wordt het personeel vervangen door uitzendkrachten om te anticiperen op reorganisatie- en productiviteitsverbeteringsprogramma's.
uitzendarbeid daalden respectievelijk met 5,5 miljoen EUR and 2,4 miljoen EUR), of 2,5 % in vergelijking met dezelfde periode in 2013. Deze daling is voornamelijk het gevolg van een nettovermindering van VTE's en uitzendkrachten ten belope van 1.037 VTE's.
Wijzigingen in de samenstelling van de groep hebben betrekking op de consolidatie van de nieuwe aangekochte dochterondernemingen in 2014 en hebben een impact van 0,4 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014, en vertegenwoordigen 35 VTE's. Als we de wijzigingen in de samenstelling van de groep buiten beschouwing laten, dan vertoonden de loonkosten een onderliggende vermindering van 8,3 miljoen EUR of 2,6% in het eerste kwartaal.
De jaar over jaar daling van de loonkosten, vóór de gewijzigde samenstelling van de groep, is in hoofdzaak toe te schrijven aan de vermindering van het gemiddelde personeelsbestand met 902 VTE's, in vergelijking met het eerste kwartaal van 2013, wat tot besparingen leidde ten bedrage van 11,2 miljoen EUR. Het aantal personeelsleden verminderde in de meeste units. Deze vermindering moet gezien worden samen met de daling in het gebruik van uitzendkrachten met 170 VTE's (of 2,4 miljoen EUR), dewelke gerapporteerd wordt onder de kosten voor diensten en diverse goederen. Reorganisaties en productiviteitsprogramma's in de postale logistieke waardeketen (uitreiking, transport, ophaling) en in de postkantoren werden voortgezet, evenals de optimalisering van de ondersteunende activiteiten zoals Human Resources, ICT, Cleaning en Facility Management.
Daarenboven creëerde de aanwerving van hulppostmannen tegen lagere lonen in het eerste kwartaal een positief mixeffect van 0,9 miljoen EUR.
Deze positieve effecten werden gedeeltelijk gecompenseerd, enerzijds door een prijsimpact van 2,6 miljoen EUR voornamelijk ingevolge loonsverhogingen, promoties en kleine verhogingen in allerlei premies, en anderzijds door hogere voorziene kosten voor de 5% winstparticipatie (1,1 miljoen EUR) door de betere resultaten.
De overige bedrijfskosten voor het eerste kwartaal stegen met 4,3 miljoen EUR tot (1,3) miljoen EUR in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, voornamelijk ingevolge een lagere terugvorderbare BTW (2,5 miljoen EUR). Het percentage van de terugvorderbare BTW steeg van 11 % naar 13 % in 2014, terwijl het in 2013 steeg van 5 % naar 11 %. Daarnaast was de evolutie van de voorzieningen minder gunstig dan vorig jaar (-1,7 miljoen EUR).
Afschrijvingen en waardeverminderingen zijn in lijn met vorig jaar en bedragen 20,9 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014.
Het bedrijfsresultaat (EBIT) daalde met 1,5 miljoen EUR, hetzij 1,0%, tot 152,0 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014, tegenover 153,5 miljoen EUR voor dezelfde periode 2013. Deze daling is toe te schrijven aan de winst op de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (14,6 miljoen EUR) in 2013.
Als we dit eenmalige element buiten beschouwing laten, dan is de EBIT 13,1 miljoen EUR, hetzij 9,4 % hoger dan vorig jaar. Ondanks de lagere Domestic Mail-volumes bleef de EBIT veerkrachtig dankzij de prestatie van de pakketten, prijsverhogingen en lagere kosten, aangestuurd door productiviteitsverbeteringen.
De financiële resultaten daalden met 0,4 miljoen EUR tot (2,1) miljoen EUR voor het eerste kwartaal van 2014. Deze evolutie wordt voornamelijk verklaard door de stijging van de financiële kosten met betrekking tot personeelsbeloningen (IAS 19), gedeeltelijk gecompenseerd door hogere financiële inkomsten.
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen heeft volledig betrekking op bpost bank en steeg in het eerste kwartaal van 2014 met 1,1 miljoen EUR tot 3,6 miljoen EUR.
De belastingen (daling van 0,3 miljoen EUR), alsook de werkelijke belastingvoet, die 35,6 % bedraagt, zijn in lijn met vorig jaar. Als we rekening houden met de normalisatie van 14,6 miljoen EUR in 2013, overeenkomstig de winst uit de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost met 0 % werkelijke belastingvoet3 , dan bedraagt de werkelijke belastingvoet voor maart 2013 39,3 %. Deze hogere werkelijke belastingvoet in vergelijking met 2014 is voornamelijk het gevolg van de overheveling van 21,3 miljoen EUR van de vrijgestelde wettelijke reserves naar de beschikbare reserves, hetgeen in 2013 een belastingskost genereerde van 7,3 miljoen EUR.
3 Certipost had overgedragen fiscale verliezen waarop geen uitgestelde belastingsvordering werd geboekt.
In overeenstemming met IAS 34 wordt de balans op 31 maart 2014 vergeleken met de situatie op 31 december 2013.
De materiële vaste activa daalden met 8,7 miljoen EUR, hetzij 1,5 %, tot 561,6 miljoen EUR op 31 maart 2014. De daling was het gevolg van afschrijvingen en waardeverminderingen ten bedrage van 17,8 miljoen EUR voor het eerste kwartaal van 2014, overhevelingen naar voor verkoop aangehouden activa ten belope van 0,4 miljoen EUR, gedeeltelijk gecompenseerd door aanschaffingen voor 8,8 miljoen EUR en overhevelingen van vastgoedbeleggingen voor 0,6 miljoen EUR.
Immateriële vaste activa stegen met 3,2 miljoen EUR, hetzij 3,6 %, tot 92,2 miljoen EUR op 31 maart 2014, voornamelijk ingevolge de stijging van goodwill (4,4 miljoen EUR), gerelateerd aan de overname van de nieuwe dochterondernemingen Gout International BV, BEurope Consultancy BV, Ecom Global Distribution Ltd en Starbase Global Logistics Inc.
Investeringen in geassocieerde deelnemingen stegen met 32,9 miljoen EUR, hetzij 9,6 %, tot 374,2 miljoen EUR op 31 maart 2014. Dit weerspiegelt het aandeel van bpost in de winst van bpost bank ten bedrage van 3,6 miljoen EUR voor het eerste kwartaal van 2014 en de toename van de ongerealiseerde winsten op de obligatieportefeuille ten bedrage van 29,4 miljoen EUR, hetgeen een gemiddelde daling van de onderliggende yieldcurve met 15,4 basis punten (bps) weerspiegelt. Op 31 maart 2014 omvatten investeringen in geassocieerde deelnemingen, netto niet-gerealiseerde winsten inzake de obligatieportefeuille ten bedrage van 185,8 miljoen EUR, hetgeen overeenkwam met 49,7% van de totale investeringen in geassocieerde deelnemingen. De niet-gerealiseerde winsten werden gegenereerd door het lagere niveau van de rentevoeten tegenover de rente op het moment van de aankoop van de obligaties. Niet-gerealiseerde winsten worden niet opgenomen in de resultatenrekening, maar worden veeleer direct verwerkt in het eigen vermogen onder nietgerealiseerde resultaten.
De kortlopende handels- en overige vorderingen daalden met 103,8 miljoen EUR, hetzij 25,9%, tot 296,4 miljoen EUR op 31 maart 2014. De daling was voornamelijk toe te schrijven aan de vereffening van de DAEB vordering voor het laatste kwartaal van 2013 en de vereffening van eindrechten door andere postoperatoren.
De geldmiddelen en kasequivalenten stegen met 366,9 miljoen EUR, hetzij 81,9 %, tot 815,1 miljoen EUR op 31 maart 2014, voornamelijk ingevolge de genormaliseerde vrije kasstroom (367,6 miljoen EUR). Deze kasstroom bevat de betaling van 304,2 miljoen EUR voor de vergoeding voor de DAEB in het eerste kwartaal van 2014.
Het eigen vermogen steeg met 128,3 miljoen EUR, hetzij 22,2 %, tot 705,2 miljoen EUR op 31 maart 2014, van 576,9 miljoen EUR op 31 december 2013. Deze stijging was toe te schrijven aan de gerealiseerde winst van 98,9 miljoen EUR en de aanpassing van de reële waarde met betrekking tot de obligatieportefeuille van bpost bank ten bedrage van 29,4 miljoen EUR.
| Op 31 maart 2014 | Op 31 december 2013 | |
|---|---|---|
| In miljoen EUR | ||
| Vergoedingen na uitdiensttreding | (77,3) | (78,2) |
| Personeelsbeloningen op lange termijn | (117,4) | (116,1) |
| Ontslagvergoedingen | (13,5) | (15,4) |
| Andere beloningen op lange termijn | (135,2) | (135,4) |
| Totaal | (343,3) | (345,1) |
De personeelsbeloningen daalden met 1,8 miljoen EUR, hetzij 0,5 %, tot 343,3 miljoen EUR op 31 maart 2014. De daling weerspiegelt voornamelijk:
De langlopende handelsschulden en overige schulden daalden met 3,7 miljoen EUR, hetzij 4,6%, tot 76,0 miljoen EUR op 31 maart 2014. Enerzijds stegen de langlopende handelsschulden met 2,1 miljoen EUR ingevolge de voorwaardelijke vergoedingsregelingen gerelateerd aan de overname van Gout International BV en BEurope Consultancy BV. Anderzijds werd een bedrag van 5,8 miljoen EUR, dat overeenkomt met de voorwaardelijke vergoedingsregeling voor de overname van Landmark en dat binnen een jaar moet worden betaald, overgedragen naar de kortlopende handelsschulden en overige schulden.
De te betalen belastingen stegen met 50,5 miljoen EUR, tot 92,2 miljoen EUR op 31 maart 2014, dit wordt voornamelijk verklaard door de voorziene inkomstenbelastingen.
De kortlopende handelsschulden en overige schulden stegen met 116,5 miljoen EUR, hetzij 15,9 %, tot 851,2 miljoen EUR op 31 maart 2014. Deze stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de voorafbetaling van de Belgische Staat met betrekking tot de vergoeding voor de DAEB ten bedrage van 145,7 miljoen EUR, gedeeltelijk gecompenseerd door de daling van de handelsschulden met 25,6 miljoen EUR.
In het eerste kwartaal van 2014 steeg de netto kasinstroom in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar met 197,7 miljoen EUR tot 366,7 miljoen EUR. De genormaliseerde vrije kasstroom (367,6 miljoen EUR) was 109,4 miljoen EUR beter dan vorig jaar en was toe te schrijven aan zowel een betere kasstroom uit operationele activiteiten als een betere kasstroom uit investeringsactiviteiten.
De kasstroom uit operationele activiteiten (exclusief ontvangen deposito's van derden) resulteerde in een kasinstroom van 384,9 miljoen EUR, d.i. 188,5 miljoen EUR meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Vorig jaar werd de kasstroom uit operationele activiteiten beïnvloed door een uitzonderlijke terugbetaling van vermeende overcompensatie voor de DAEB (88,9 miljoen EUR). Als we deze betaling normaliseren, dan verbeterde de kasstroom uit operationele activiteiten met 99,6 miljoen EUR.
De kasstroom uit operationele activiteiten vóór bedrijfskapitaal steeg met 19,9 miljoen EUR. Het bedrijfskapitaal genereerde 79,7 miljoen EUR bijkomende geldmiddelen. De evolutie van het bedrijfskapitaal wordt beïnvloed door de betaling vorig jaar van de boete met betrekking tot de mededingingsaanklacht (37,4 miljoen EUR). Bijna alle elementen van het bedrijfskapitaal vertonen een positieve evolutie (42,3 miljoen EUR). Een verbetering van de eindrechten (25,1 miljoen EUR ingevolge de eerdere ontvangst van twee afrekeningen met postoperatoren) en BTW-vorderingen (5,3 miljoen EUR – beïnvloed door de wijziging van de terugvorderbare btw) zijn de meest belangrijkste ervan.
De investeringsactiviteiten genereerden een kasuitstroom van 17,3 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014, in vergelijking met een uitstroom van 27,1 miljoen EUR voor dezelfde periode vorig jaar. Deze daling is voornamelijk het gevolg van lagere kasuitstromen gerelateerd aan de dochterondernemingen (+13,7 miljoen EUR). Vorig jaar droeg bpost bij aan de kapitaalsverhoging van bpost bank (37,5 miljoen EUR), maar ontving het geldmiddelen uit de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (15,1 miljoen EUR). Dit jaar kocht bpost nieuwe dochterondernemingen aan voor een totaalbedrag van 8,7 miljoen EUR.
De evolutie van de investeringen gerelateerd aan dochterondernemingen wordt gecompenseerd door hogere aankopen voor materiële vaste activa en immateriële vaste activa (3,4 miljoen EUR), gecombineerd met lagere opbrengsten uit de verkoop van materiële vaste activa (0,4 miljoen EUR).
De financieringsactiviteiten bedragen (0,6) miljoen EUR, een daling met 0,5 miljoen EUR in vergelijking met vorig jaar.
bpost analyseert ook de resultaten van haar activiteiten op een genormaliseerde basis of voor eenmalige elementen. Eenmalige elementen vertegenwoordigen belangrijke elementen binnen de opbrengsten of kosten die ten gevolge van hun uitzonderlijk karakter niet zijn opgenomen in de interne rapportering en de resultaatsanalyses. bpost streeft naar een consistente benadering bij de bepaling of een opbrengst of kostelement terugkerend of eenmalig is en of het voldoende significant is om uit de gerapporteerde cijfers te worden uitgesloten ten einde genormaliseerde cijfers te bekomen.
Een eenmalig element is verondersteld significant te zijn als het 20 miljoen EUR of meer bedraagt. Alle winsten en verliezen ten gevolge van de buitengebruikstelling van activiteiten worden genormaliseerd ongeacht het bedrag zij vertegenwoordigen. Terugnames van provisies waarvan de aanlegging eerder werd genormaliseerd worden ook genormaliseerd ongeacht hun bedrag.
De presentatie van genormaliseerde resultaten is niet in overeenstemming met IFRS en is niet geauditeerd. De genormaliseerde resultaten zijn mogelijks niet vergelijkbaar met de genormaliseerde cijfers gerapporteerd door andere vennootschappen omdat deze vennootschappen hun genormaliseerde cijfers anders kunnen berekenen dan bpost. Genormaliseerde financiële cijfers worden hieronder voorgesteld.
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 3 maanden eindigend 31 maart 2014 2013 |
||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | EVOLUTIE % |
||
| Totale bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 632,7 | -0,9% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | ||
| Genormaliseerde totale bedrijfopbrengsten | 626,7 | 618,1 | 1,4% |
| BEDRIJFSKOSTEN | 3 maanden eindigend 31 maart | ||
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | EVOLUTIE % |
| Totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen / | |||
| waardeverminderingen | (453,7) | (458,4) | -1,0% |
| Genormaliseerde totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen / waardeverminderingen |
(453,7) | (458,4) | -1,0% |
| EBITDA | 3 maanden eindigend 31 maart | ||
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | EVOLUTIE % |
| EBITDA | 173,0 | 174,3 | -0,7% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | ||
| Genormaliseerde EBITDA | 173,0 | 159,7 | 8,3% |
| EBIT | 3 maanden eindigend 31 maart | ||
| 2014 | 2013 | EVOLUTIE | |
| In miljoen EUR | % | ||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 152,0 | 153,5 | -1,0% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | ||
| Genormaliseerd bedrijfsresultaat (EBIT) | 152,0 | 138,9 | 9,4% |
| WINST VAN HET BOEKJAAR (EAT) | 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | EVOLUTIE | |
| In miljoen EUR | % | ||
| Winst van het boekjaar | 98,9 | 99,4 | -0,5% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | ||
| Genormaliseerde winst van het boekjaar (EAT) | 98,9 | 84,8 | 16,6% |
(1) In oktober 2012 bereikte de onderneming een overeenkomst met de Finse groep Basware over de verkoop van de activiteiten met betrekking tot de uitwisseling van elektronische documenten van Certipost vanaf januari 2013. Certipost zet zijn andere activiteiten verder (beveiliging van documenten, digitale certificaten en Belgische elektronische kaarten). De normalisatie van 14,6 miljoen EUR komt overeen met de winst op de verkoop van de activiteiten. Deze overdracht leidde niet tot een belastingskost, aangezien Certipost overgedragen fiscale verliezen heeft waarop geen uitgestelde belastingsvordering werd geboekt.
| 3 maanden eindigend 31 maart | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | EVOLUTIE % |
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 384,6 | 196,4 | 95,8% |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (17,3) | (27,1) | -36,4% |
| Operationele vrije kasstroom | 367,4 | 169,3 | 117,0% |
| Ontvangen deposito's van derden | 0,2 | 0,0 | 606,5% |
| Betaling gerelateerd aan de beslissing van de EC (2) | 0,0 | 88,9 | -100,0% |
| Genormaliseerde operationele vrije kasstroom | 367,6 | 258,2 | 42,4% |
(2) Het bedrag van 88,9 miljoen EUR heeft betrekking op de eenmalige betaling van de vermeende overcompensatie waarvoor in 2012 een voorziening van 124,9 miljoen EUR werd opgenomen m.b.t. de vermeende overcompensatie van de DAEB voor de periode van 2011 tot 2012. In afwachting van het verschuldigde bedrag hield de Belgische Staat in het eerste kwartaal van 2013 een bedrag van 88,9 miljoen EUR af van het uitstaande saldo voor 2012 van de vergoeding die het krachtens het 4de Beheerscontract verschuldigd was. Het verschuldigde saldo ten bedrage van 34,2 miljoen EUR werd betaald in juni 2013.
| 3 maanden eindigend 31 maart In miljoen EUR |
2014 | 2013 |
|---|---|---|
| IFRS geconsolideerde nettowinst | 98,9 | 99,4 |
| Resultaten van dochterondernemingen en deconsolidatie impacten | (6,3) | (19,3) |
| Verschillen in afschrijvingen en waardeverminderingen | (2,2) | (2,2) |
| Verschillen in opname van voorzieningen | (3,2) | (2,7) |
| Effecten van IAS 19 | (1,8) | (12,3) |
| Uitgestelde belastingen | 3,0 | 6,1 |
| Overige | (1,2) | 1,1 |
| BGAAP niet-geconsolideerde nettowinst | 87,3 | 70,1 |
De niet-geconsolideerde winst na belastingen van de onderneming, opgemaakt in overeenstemming met de Belgische boekhoudregels (BGAAP), kan in twee stappen worden afgeleid uit de geconsolideerde IFRS winst na belastingen.
In een eerste stap wordt de niet-geconsolideerde winst na belastingen volgens IFRS afgeleid, nl. door:
De tabel hieronder toont een opsplitsing van hetgeen hierboven vermeldt:
| 3 maanden eindigend 31 maart In miljoen EUR |
2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost | (14,6) | |
| Winst van de Belgische volledig geconsolideerde dochterondernemingen (GAAP | ||
| lokaal) Winst van de internationale dochterondernemingen (GAAP lokaal) |
(1,8) (1,4) |
(1,5) (0,3) |
| Aandeel in de winst van de bpost bank (GAAP lokaal) | (3,4) | (2,4) |
| Overige deconsolidatie impacten | 0,3 | (0,4) |
| Totaal | (6,3) | (19,3) |
Bij de tweede stap wordt het BGAAP resultaat afgeleid van het IFRS resultaat, dit wordt bekomen door alle IFRS-aanpassingen die aan lokale GAAP-cijfers werden gedaan terug te draaien. Deze aanpassingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, het volgende:
IFRS vereist dat alle toekomstige personeelsverplichtingen worden geboekt als een verplichting krachtens IAS 19, terwijl BGAAP zo'n verplichting niet oplegt. De beweging van de IFRS verplichting wordt weergegeven in de resultatenrekening van de onderneming onder personeelskosten of in provisies, met uitzondering van de impact van de wijzigingen in de disconteringsvoet voor de toekomstige verplichtingen dewelke worden opgenomen als financieel resultaat;
De jaar-over-jaar evolutie van IAS 19 wordt voornamelijk verklaard door de plannen voor vervroegde pensionering en deeltijdse loopbaanonderbreking die eind 2012 werden gelanceerd, en die werden verlengd tot 2014, waarvoor de inschrijvingen begin 2013 hoger waren in vergelijking met deze van het lopend jaar. De volledige impact hiervan onder IFRS was reeds voorzien in het vierde kwartaal van 2012.
Het management heeft er alle vertrouwen in om op zijn minst de operationele resultaten (EBITDA en EBIT) op genormaliseerde basis op hetzelfde niveau te behouden (2013 was onderhevig aan eenmalige opbrengsten). Voorzichtigheidshalve houden de plannen rekening met een volume daling voor Domestic Mail van 5,0%. Bij Parcels zou de volume groei moeten sterker zijn dan in 2013.
Rekening houdende met de fasering van de initiatieven voor productiviteitsverbetering, is de verwachting dat de vermindering van VTE voor 2014 in het onderste deel van het referentiebereik van 800 tot 1.200 VTE/jaar zal liggen. Dit referentiebereik heeft het management als richtlijn gegeven en is het resultaat van de toepassing van het huidige strategisch plan.
Het management voorziet geen wezenlijke uitzonderlijke kasuitstromen tijdens het jaar, wat inhoudt dat de kasstromen het normale seizoenspatroon zouden moeten volgen. De netto CAPEX zal naar verwachting 90 miljoen EUR bedragen.
Niet- geauditeerde tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening
| TOELICHTING | 2014 | 2013 | |
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | |||
| Omzet | 12.7 | 622,4 | 613,6 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 12.8 | 4,3 | 19,1 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 632,7 | |
| Materiaalkost | (8,0) | (7,8) | |
| Diensten en diverse goederen | (146,0) | (149,8) | |
| Personeelskosten | (301,0) | (306,4) | |
| Overige bedrijfskosten | 1,3 | 5,6 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (20,9) | (20,7) | |
| Totaal bedrijfskosten | (474,7) | (479,1) | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 152,0 | 153,5 | |
| Financiële opbrengsten | 1,2 | 0,8 | |
| Financiële kosten | (3,3) | (2,4) | |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 3,6 | 2,5 | |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering | 153,6 | 154,4 | |
| Belastingen | (54,7) | (55,0) | |
| Nettoresultaat van de periode | 98,9 | 99,4 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van bpost | 98,4 | 99,0 | |
| Minderheidsbelangen | 0,5 | 0,4 |
In mei 2013 heeft de algemene vergadering beslist om het aantal aandelen te splitsen. Het totaal aantal aandelen na deze splitsing bedraagt 200.000.944 (voor splitsing 409.838 aandelen). De winst per aandeel, berekend op basis van het nieuwe aantal aandelen, voor de drie maanden van 2014 en 2013 ziet er als volgt uit:
| Winst per aandeel | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| IN EUR | ||
| ► gewone winst van het jaar toe te rekenen aan gewone | ||
| aandeelhouders van de moedermaatschappij | 0,49 | 0,49 |
| ► verwaterde winst van het jaar toe te rekenen aan gewone | ||
| aandeelhouders van de moedermaatschappij | 0,49 | 0,49 |
Overeenkomstig IAS 33 dient de verwaterde winst per aandeel berekend te worden door het nettoresultaat toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij (na aanpassing van de effecten van alle potentiële verwaterde gewone aandelen) te delen door het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar, vermeerderd met het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen dat zou worden uitgegeven bij een omzetting van alle aandelenopties in gewone aandelen.
In het geval van bpost is er geen effect van verwatering op het netto resultaat toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen en op het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen.
| Op 31 maart In miljoen EUR |
2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat van de periode | 98,9 | 99,4 |
| Reële waarde van financiële activa beschikbaar voor verkoop door geassocieerde ondernemingen |
29,4 | (10,5) |
| (Verlies) winst op voor verkoop beschikbare financiële activa | 44,6 | (15,9) |
| Inkomstenbelastingseffect | (15,2) | 5,4 |
| Reële waarde van actuariële resultaten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen |
0,0 | 0,1 |
| Actuariële (verliezen)/winsten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen | 0,0 | 0,2 |
| Inkomstenbelastingseffect | 0,0 | (0,1) |
| Minderheidsbelangen | 0,0 | 0,0 |
| Overzicht van niet-gerealiseerde resultaten na belastingen (*) | 29,4 | (10,3) |
| Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten na belastingen | 128,3 | 89,1 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Aandeelhouders van bpost | ||
| Minderheidsbelangen | 127,8 | 88,6 |
| 0,5 | 0,4 |
(*) Netto niet-gerealiseerde resultaten worden niet getransfereerd naar de resultatenrekening in de volgende periodes.
Impact van de wisselkoersverschillen is immaterieel.
| 9 Tussentijdse geconsolideerde balans |
|||
|---|---|---|---|
| TOE LICHTING |
Op 31 maart 2014 |
Op 31 december 2013 |
|
| In miljoen EUR | |||
| Activa | |||
| Vaste activa | |||
| Materiële vaste activa | 561,6 | 570,3 | |
| Immateriële vaste activa | 92,2 | 89,0 | |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 374,2 | 341,3 | |
| Vastgoedbeleggingen Uitgestelde belastingsvorderingen |
9,7 55,2 |
10,3 58,3 |
|
| Handels- en overige vorderingen | 2,3 | 2,2 | |
| 1.095,2 | 1.071,3 | ||
| Vlottende activa | |||
| Activa aangehouden voor verkoop | 0,2 | 0,1 | |
| Voorraden | 9,8 | 9,2 | |
| Te ontvangen belastingen | 0,2 | 0,1 | |
| Handels- en overige vorderingen | 296,4 | 400,2 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 815,1 | 448,2 | |
| 1.121,7 | 857,8 | ||
| Totaal activa | 2.216,9 | 1.929,2 | |
| Eigen vermogen en passiva | |||
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij | |||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 | |
| Eigen aandelen | 0,0 | 0,0 | |
| Reserves | 242,3 | 111,0 | |
| Overgedragen resultaat | 98,9 | 101,9 | |
| Minderheidsbelangen | 705,2 0,0 |
576,9 (0,0) |
|
| Totaal eigen vermogen | 10 | 705,2 | 576,9 |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 75,5 | 75,6 | |
| Personeelsbeloningen | 343,3 | 345,1 | |
| Handels- en overige schulden | 76,0 | 79,7 | |
| Voorzieningen | 39,9 | 40,2 | |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | 1,4 | 1,4 | |
| Kortlopende verplichtingen | 536,0 | 542,0 | |
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 10,8 | 11,3 | |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 0,3 | 0,2 | |
| Voorzieningen | 21,2 | 22,4 | |
| Te betalen belastingen | 92,2 | 41,7 | |
| Handels- en overige schulden | 851,2 975,7 |
734,7 810,3 |
|
| Totaal passiva | 1.511,7 | 1.352,3 | |
| Totaal eigen vermogen en passiva | 2.216,9 | 1.929,2 23 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Geplaatst kapitaal/ Toegelaten kapitaal |
Eigen aandelen |
Overige reserves |
Over gedragen resultaat |
Totaal | Minderheids belangen |
Totaal eigen vermogen |
| Per 1 januari 2013 * | 508,5 | 0,0 | 214,6 | 3,7 | 726,8 | 0,0 | 726,8 |
| Resultaat van de periode | 99,0 | 99,0 | 0,4 | 99,4 | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten Totaal van de gerealiseerde en niet |
(6,6) | (3,7) | (10,3) | (10,3) | |||
| gerealiseerde resultaten | 0,0 | 0,0 | (6,6) | 95,3 | 88,6 | 0,4 | 89,1 |
| Kapitaalsvermindering | (144,5) | (144,5) | (144,5) | ||||
| Dividenden (betaling) | 0,0 | (0,1) | (0,1) | ||||
| Andere | 12,4 | 0,4 | 12,8 | (0,3) | 12,5 | ||
| Per 31 maart 2013 | 364,0 | 0,0 | 220,4 | 99,4 | 683,8 | 0,0 | 683,8 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Geplaatst kapitaal/ Toegelaten kapitaal |
Eigen aandelen |
Overige reserves |
Over gedragen resultaat |
Totaal | Minderheids belangen |
Totaal eigen vermogen |
| Per 1 januari 2014 | 364,0 | 0,0 | 111,0 | 101,9 | 576,9 | 0,0 | 576,9 |
| Resultaat van de periode | 98,4 | 98,4 | 0,5 | 98,9 | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 131,3 | (101,9) | 29,4 | 29,4 | |||
| Totaal van de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
0,0 | 0,0 | 131,3 | (3,4) | 127,8 | 0,5 | 128,3 |
| Andere | 0,5 | 0,5 | (0,5) | 0,0 | |||
| Per 31 maart 2014 | 364,0 | 0,0 | 242,3 | 98,9 | 705,2 | 0,0 | 705,2 |
* herwerkt ingevolge IAS 19R, de overige reserves daalden met 10,9 miljoen EUR
| 3 maanden eindigend 31 maart | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | TOELICH TING |
2014 | 2013 |
| Operationele activiteiten | |||
| Resultaat voor belastingen | 7 | 153,6 | 154,4 |
| Afschrijvingen | 20,9 | 20,7 | |
| Dubieuze debiteuren | (0,1) | (0,4) | |
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | (2,4) | (2,4) | |
| Winst op de verkoop van de Certipost activiteiten | 0,0 | (14,6) | |
| Wijziging in personeelsbeloningen | (1,8) | (7,8) | |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | (3,6) | (2,5) | |
| Betaalde belastingen | (1,9) | (0,9) | |
| Bedrijfskasstroom voor wijziging in bedrijfskapitaal en | |||
| voorzieningen | 164,7 | 146,5 | |
| Afname / (toename) van handels- en overige vorderingen | 81,1 | 70,4 | |
| Afname / (toename) in voorraden | (0,2) | (0,2) | |
| Toename / (afname) van handels- en overige schulden | 141,0 | 71,9 | |
| Ontvangen deposito's van derden | (0,2) | (0,0) | |
| Terugbetaling van DAEB overcompensatie | 0,0 | (88,9) | |
| Toename / (afname) van voorzieningen | (1,6) | (3,3) | |
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 384,6 | 196,4 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa Ontvangsten uit de verkoop van dochterondernemingen, na verrekening van de netto schuldpositie |
2,7 0,0 |
3,1 15,1 |
|
| Verwerving van materiële vaste activa | (8,8) | (6,4) | |
| Verwerving van immateriële activa Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven liquide |
(2,4) | (1,4) | |
| middelen | 12.5 | (8,7) | (37,5) |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (17,3) | (27,1) | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Aflossingen van leningen en schulden financiële leasing | (0,6) | (0,0) | |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen | 10 | 0,0 | (0,1) |
| Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten | (0,6) | (0,1) | |
| Netto toename van geldmiddelen en kasequivalenten | 366,7 | 169,1 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening courant per 1 januari |
448,0 | 712,9 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening courant per 31 maart |
814,7 | 881,9 | |
| Bewegingen tussen 1 januari en 31 maart | 366,7 | 169,1 |
De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening van bpost voor de eerste drie maanden eindigend op 31 maart 2014 werd goedgekeurd voor uitgifte overeenkomstig het besluit van de Raad van Bestuur van 7 mei 2014.
bpost en haar dochterondernemingen (hierna "bpost" genoemd) leveren nationale en internationale post- en pakjesdiensten, die bestaan uit de ophaling, het transport, de sortering en de uitreiking van geadresseerde en ongeadresseerde poststukken, drukwerk, dagbladen en pakketten.
Via haar dochterondernemingen en business units verkoopt bpost ook een waaier andere producten en diensten, waaronder post- en pakjesdiensten, bank- en financiële producten, express diensten, documentbeheer en aanverwante activiteiten. bpost voert eveneens namens de overheid Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) uit.
bpost is een naamloze vennootschap naar publiek recht van België. bpost heeft haar maatschappelijke zetel in het Muntcentrum, 1000 Brussel.
Deze tussentijdse financiële jaarrekening werd niet door de statutaire auditor nagezien.
De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening voor de drie maanden eindigend op 31 maart 2014, is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 Tussentijdse Financiële Rapportering.
De tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening bevat niet alle informatie en toelichtingen zoals vereist in de jaarrekening en dient te worden gelezen in combinatie met de jaarrekening van bpost op 31 december 2013.
De boekhoudregels die toegepast werden voor de tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening zijn consistent met diegene die gebruikt zijn bij het opstellen van de jaarrekening van bpost voor het jaar eindigend op 31 december 2013, met uitzondering van de invoering van nieuwe standaarden en interpretaties die vanaf 1 januari 2014 in voege zijn.
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen, die in werking getreden zijn vanaf 1 januari 2014 hebben geen effect op de presentatie, de financiële resultaten of de positie van bpost:
IAS 32 – Financiële instrumenten: informatieverschaffing saldering van financiële activa en financiële verplichtingen
IAS 39 – Financiële Instrumenten: Opname en waardering Schuldvernieuwing van derivaten en voorzetting hedge accounting
De volgende nieuwe IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties, die nog moeten verplicht worden, zijn door bpost nog niet toegepast bij het opstellen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening.
| Standaard of interpretatie | Effectief voor de rapportering die begint op of na |
|---|---|
| IFRS 9 – Financiële Instrumenten – Classificatie en Meting | Ingangsdatum uitgesteld en nog niet vastgelegd |
| IFRS 14 – Gereglementeerde overlopende rekeningen (*) | 1 januari 2016 |
| IAS 19 – Personeelsbeloningen – toegezegde pensioenregelingen: werknemersbijdragen (*) |
1 juli 2014 |
| IFRIC 21 – Heffingen (*) | 1 januari 2014 |
| Jaarlijkse verbeteringen aan IFRSs 2010-2012 Cyclus (*) | 1 juli 2014 |
| Jaarlijkse verbeteringen aan IFRSs 2011-2013 Cyclus (*) | 1 juli 2014 |
(*) Nog niet bekrachtigd door de EU op de datum van dit rapport
Op 31 maart 2014 zijn de boekhoudregels van bpost in overeenstemming met de IAS/IFRS standaarden en SIC/IFRIC interpretaties, zoals hieronder vermeld:
IAS 23 Financieringskosten
IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen
De andere standaarden en interpretaties, die momenteel zijn goedgekeurd door de EU en die van toepassing zijn voor de voorbereiding van de tussentijdse verkorte geconsolideerde jaarrekening van 2014, zijn niet van toepassing in het geval van bpost.
bpost heeft geen enkele standaard, interpretatie of wijziging, die uitgegeven maar nog niet in voege was, voortijdig aangenomen.
Ingevolge het 5de Beheerscontract, is bpost de leverancier van bepaalde DAEB's. Deze diensten omvatten, onder andere, de werking van het retail netwerk, de distributie van kranten en tijdschriften, de verdeling van verkiezingsmateriaal, de aanvaarding van deposito's in contanten in de postkantoren en de levering aan huis van de staatspensioenen en sociale uitkeringen. bpost wordt gecompenseerd voor het verstrekken van deze diensten op basis van een Netto Vermeden Kost ("NAC", net avoided cost) methodologie.
De vergoeding met betrekking tot de DAEB wordt gelijk verdeeld over de vier kwartalen. Gedurende het jaar worden er berekeningen gemaakt op basis van de Netto Vermeden Kost methode om ervoor te zorgen dat de vergoeding in lijn is met de opgenomen bedragen. Deze methode bepaalt dat de vergoeding wordt gebaseerd op het verschil tussen de nettokosten van de aanbieder van de DAEB en de nettokosten van dezelfde aanbieder wanneer gewerkt wordt zonder DAEB. De vergoeding voor het verstrekken van de DAEB is onderhevig aan een cap die aangepast wordt aan de evolutie van de Belgische consumptieprijsindex indien deze in een bepaald jaar met meer dan 2,2% stijgt.
De boekhoudkundige principes en methodes van bpost zijn in overeenkomst met deze toegepast op de geconsolideerde jaarrekening van 31 december 2013.
In maart 2014 betaalde bpost NV een bedrag van 7,65 miljoen USD (5,5 miljoen EUR) in uitvoering van de voorwaardelijke vergoedingsregeling gerelateerd aan de prestaties van Landmark in 2013. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding was erkend als een schuld. De betaling heeft geen invloed op de oorspronkelijk berekende goodwill.
Op 6 januari 2014 kocht Landmark Global Inc., een dochteronderneming van bpost ten belope van 51 %, met terugwerkende kracht op 1 januari 2014 100 % van de aandelen van zowel Gout International BV als van BEurope Consultancy BV, twee in Groningen gevestigde Nederlandse bedrijven. Als gevolg hiervan worden Gout International BV en BEurope Consultancy BV vanaf 1 januari 2014 geconsolideerd volgens de volledige integratiemethode.
Gout International BV houdt zich voornamelijk bezig met importdiensten voor VS-klanten die hun producten in Europa willen verkopen. Het gaat om dedouaneringsdiensten, opslag, "pick & pack" en last-miledistributie. BEurope Consultancy BV is een spin-offbedrijf van Gout International BV dat zich richt op het adviseren van nieuwe VS-klanten over hoe ze hun producten in Europa aan de man kunnen brengen. Dit omvat advies over zowel douane / btw-set-up als over productregistratie in de verschillende Europese landen.
In overeenstemming met de aankoopovereenkomst betaalde Landmark Global Inc. een bedrag van 3,0 miljoen EUR. Daarnaast bevat de overeenkomst een voorwaardelijke vergoedingsregeling en voorziet ze in drie mogelijke bijkomende earn-out betalingen. Het bedrag van elke jaarlijkse earnout zal gebaseerd zijn op de EBITDA die werd gerealiseerd in respectievelijk 2014, 2015 en 2016. Op basis van het ondernemingsplan van de twee aangekochte entiteiten, werd de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding opgenomen als een schuld ten belope van een bedrag van 2,1 miljoen EUR.
De berekende goodwill, hierna weergegeven, kan nog steeds onderhevig zijn aan veranderingen, mocht de oorspronkelijke aankoopprijs worden aangepast overeenkomstig de voorwaarden van het aankoopcontract.
| Netto boekwaarde in de verworven entiteit | In miljoen EUR |
|---|---|
| Vlottende activa | 1,5 |
| Vaste activa | 0,4 |
| Kortlopende verplichtingen | 0,7 |
| Langlopende verplichtingen | 0,0 |
| Netto-actief | 1,2 |
| De reële waarde van de verworven activa ie 100% van de netto activa | 1,2 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 3,9 |
| Overgedragen aankoopvergoeding | 5,1 |
| waarvan: | |
| - betaald bedrag | 3,0 |
| - voorwaardelijke vergoedingsregeling | 2,1 |
| Analyse van de kasstroom met betrekking tot de verwerving | In miljoen EUR |
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 0,3 |
| Betaald bedrag | (3,0) |
| Netto kasuitstroom | (2,7) |
In februari 2014, verwierf Landmark Global Inc. 100 % van de aandelen van Ecom Global Distribution Ltd en van Starbase Global Logistics Inc., met terugwerkende kracht op 1 januari 2014. Dientengevolge worden Ecom Global Distribution Ltd. en Starbase Global Logistics Inc. vanaf 1 januari 2014 geconsolideerd volgens de volledige integratiemethode. Ecom Global Distribution Ltd biedt importdiensten voor goederen die het Verenigd Koninkrijk binnenkomen, gelijkaardig aan de diensten die Gout International BV aanbiedt. Gelegen vlak naast London Heathrow is het bij uitstek geschikt om bedrijven te bedienen die importeren via een luchtbrug vanuit de VS naar het VK. Starbase Global Logistics Inc. biedt importdiensten voor goederen die de VS binnenkomen.
Landmark Global Inc. betaalde een vaste aankoopprijs van 0,8 miljoen USD (0,6 miljoen EUR) voor Ecom en een bedrag van 0,3 miljoen USD (0,2 miljoen EUR) voor Starbase. Overeenkomstig de aankoopovereenkomst zou de aankoopprijs verhoogd kunnen worden met onderling overeengekomen toekomstige uitgaven die de verkoper in verband met de transactie zou doen.
De geconsolideerde goodwill met betrekking tot Ecom is als volgt:
| Netto boekwaarde in de verworven entiteit | In miljoen EUR |
|---|---|
| Vlottende activa | 1,7 |
| Vaste activa | 0,0 |
| Kortlopende verplichtingen | 1,6 |
| Langlopende verplichtingen | 0,0 |
| Netto-actief | 0,1 |
| De reële waarde van de verworven activa ie 100% van de netto activa | 0,1 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 0,5 |
| Overgedragen aankoopvergoeding | 0,6 |
| waarvan: | |
| - betaald bedrag | 0,6 |
| - voorwaardelijke vergoedingsregeling | - |
| Analyse van de kasstroom met betrekking tot de verwerving | In miljoen EUR |
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 0,1 |
| Betaald bedrag | (0,6) |
| Netto kasuitstroom | (0,5) |
| De geconsolideerde goodwill met betrekking tot Starbase is als volgt: | |
| Netto boekwaarde in de verworven entiteit | In miljoen EUR |
| Vlottende activa | 0,2 |
| Vaste activa | 0,0 |
| Kortlopende verplichtingen | 0,1 |
| Langlopende verplichtingen | - |
| Netto-actief | 0,1 |
| De reële waarde van de verworven activa ie 100% van de netto activa | 0,1 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 0,1 |
| Overgedragen aankoopvergoeding | 0,2 |
| waarvan: | |
| - betaald bedrag | 0,2 |
| - voorwaardelijke vergoedingsregeling | - |
| Analyse van de kasstroom met betrekking tot de verwerving | In miljoen EUR |
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 0,1 |
| Betaald bedrag | (0,2) |
| Netto kasuitstroom | (0,1) |
De tabel hieronder toont de inkomsten met betrekking tot de bedrijfssegmenten van bpost:
| 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| MRS | 499,9 | 520,0 |
| P&I | 115,0 | 98,3 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten van de segmenten | 614,9 | 618,3 |
| Corporate (aansluitpost) | 11,8 | 14,4 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 632,7 |
Inkomsten toerekenbaar aan het bedrijfssegment MRS daalden met 20,1 miljoen EUR in vergelijking met het eerste kwartaal van 2013, tot 499,9 miljoen EUR. De verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (14,6 miljoen EUR) in het eerste kwartaal van 2013 wordt beschouwd als een eenmalig element. Zonder dit eenmalig element bedraagt de inkomstendaling 5,5 miljoen EUR; deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan:
De stijging van de inkomsten van P&I in het eerste kwartaal bedraagt 16,7 miljoen EUR en is voornamelijk toerekenbaar aan de productportfolio Parcels, dewelke steeg met 17,7 miljoen EUR door:
Inter-segment verkopen zijn immaterieel. Er zijn geen interne bedrijfsopbrengsten.
De ontvangen vergoeding om de diensten te verlenen zoals beschreven in het Beheerscontract (zie toelichting 12.7) buiten beschouwing gelaten, overschrijdt geen enkele klant meer dan 10% van de bedrijfsopbrengsten van bpost.
De volgende tabel geeft de inkomsten weer van externe klanten verdeeld over België en alle andere landen in hun totaliteit, van waaruit bpost haar inkomsten ontleent. De verdeling van de opbrengsten van de externe klanten is gebaseerd op hun locatie.
| 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| België | 548,8 | 579,2 |
| Rest van de wereld | 77,9 | 53,4 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 632,7 |
De onderstaande tabellen geven EBIT en EAT weer van de bedrijfssegmenten van bpost voor de periode eindigend op 31 maart 2014 en 2013:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| MRS | 142,3 | 145,8 |
| P&I | 11,1 | 4,3 |
| EBIT segmenten | 153,4 | 150,1 |
| Corporate (aansluitpost) | (1,4) | 3,4 |
| EBIT | 152,0 | 153,5 |
Het eenmalig element, zijnde de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost voor 14,6 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2013, buiten beschouwing laten, steeg de EBIT van het bedrijfssegment MRS in het eerste kwartaal van 2014 met 11,1 miljoen EUR. De volumedaling kon ruimschoots gecompenseerd worden door prijsverhogingen, in combinatie met productiviteitsverbeteringen en kostenverminderingen.
De EBIT toerekenbaar aan het bedrijfssegment P&I steeg van 4,3 miljoen EUR tot 11,1 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2014. De minder gunstige afrekeningen van eindrechten (0,9 miljoen EUR) werd ruimschoots gecompenseerd door hogere marges bij International en Domestic Parcels (3,5 miljoen EUR), in combinatie met betere prestaties van de dochterondernemingen van P&I (3,1 miljoen EUR). Vorig jaar werd de EBIT beïnvloed door een uitzonderlijke eenmalige kost gerelateerd aan MSI.
| 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| MRS | 142,3 | 145,8 |
| P&I | 11,1 | 4,3 |
| EAT segmenten | 153,4 | 150,1 |
| Corporate (aansluitpost) | (54,5) | (50,7) |
| EAT | 98,9 | 99,4 |
Financiële opbrengsten, financiële kosten, het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en belastingen zitten vervat in de aansluitpost "Corporate".
De volgende tabel geeft gedetailleerde informatie weer omtrent de aansluitpost "Corporate":
| 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| Bedrijfsopbrengsten | 11,8 | 14,4 |
| Centrale departmenten (Financiën, Legal, Interne Audit, CEO, …) | (14,5) | (17,4) |
| Andere aansluitelementen | 1,3 | 6,5 |
| Bedrijfskosten | (13,2) | (10,9) |
| EBIT Corporate (aansluitpost) | (1,4) | 3,4 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 3,6 | 2,5 |
| Financieel resultaat | (2,1) | (1,6) |
| Belastingen | (54,7) | (55,0) |
| EAT Corporate (aansluitpost) | (54,5) | (50,7) |
Het bedrijfsresultaat (EBIT) toerekenbaar aan de aansluitpost Corporate daalde met 4,8 miljoen EUR tot 1,4 miljoen EUR negatief voor het eerste kwartaal van 2014, van 3,4 miljoen EUR positief voor het eerste kwartaal van 2013. Deze daling is het gevolg van een lagere tijdsverschuiving van opbrengsten (-2.1 miljoen EUR), in combinatie met een minder gunstige evolutie van de voorzieningen (-2.1 miljoen EUR) en de terugvordering van bedrijfsvoorheffing in het eerste kwartaal van 2013 (-0,9 miljoen EUR).
De activa en passiva worden niet per segment gerapporteerd in de onderneming.
| 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| Omzet exclusief de DAEB vergoeding | 546,3 | 537,7 |
| DAEB vergoeding | 76,1 | 75,9 |
| Totaal | 622,4 | 613,6 |
| 3 maanden eindigend 31 maart | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | 2,4 | 2,4 |
| Winst op de realisatie van activiteiten | 14,6 | |
| Huuropbrengsten vastgoedbeleggingen | 0,2 | 0,3 |
| Overige huuropbrengsten | 0,6 | 0,4 |
| Recuperatie kosten bij derden | 0,4 | 0,7 |
| Overige | 0,6 | 0,6 |
|---|---|---|
| Totaal | 4,3 | 19,1 |
De verkoop van de activiteiten elektronische documentuitwisseling van Certipost aan de Finse groep Basware per januari 2013, genereerde een kasinstroom van 15,1 miljoen EUR en een winst van 14,6 miljoen EUR in het eerste kwartaal van 2013.
Winst op de verkoop van materiële vaste activa heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van gebouwen.
Per 31 maart 2014 telde bpost 4.954 hulppostmannen. In 2013 hebben 45 hulppostmannen een rechtszaak aangespannen tegen de onderneming voor de arbeidsrechtbanken van Brussel en Charleroi, waarin ze een gelijk loon en gelijke voordelen als de baremiek contractuelen die hetzelfde werk verrichten, eisten. Deze vordering is voornamelijk gebaseerd op de niet-discriminatiebepaling die is opgenomen in artikelen 10 en 11 van de Belgische Grondwet. Deze vorderingen worden betwist door bpost.
Indien de rechtbanken zouden oordelen dat dit principe van toepassing is en dat bpost het heeft geschonden, dan zullen de arbeidsrechtbanken bpost wellicht veroordelen om het loon van de hulppostmannen te verhogen tot het niveau van de betreffende baremiek contractuelen en het kan niet worden uitgesloten dat andere personeelsleden soortgelijke rechtsvorderingen zouden kunnen instellen.
Geen belangrijke gebeurtenissen, met invloed op de financiële positie, zijn waargenomen na balansdatum.
Het Directiecomité van bpost verklaart dat volgens hun kennis de verkorte geconsolideerde rapportering die opgesteld is in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS"), een getrouw en eerlijk beeld geeft van de activa, de financiële toestand en de resultaten van bpost en van de entiteiten die in de consolidatie zijn opgenomen.
Het financieel verslag geeft een duidelijk beeld van de informatie dat moet vermeld worden ingevolge artikel 13 en 14 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007.
Het Directiecomité van bpost wordt vertegenwoordigd door Koen Van Gerven, gedelegeerd bestuurder en Pierre Winand, Chief Financial Officer.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.